EG540/1040
EUROGRAND
Gebruiksaanwijzing
Versie 1.0 augustus 2006
K1800FX
EUROGRAND EG540/1040
BELANGRIJKE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
DE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN OP EEN RIJ:
1) Lees deze voorschriften.
2) Bewaar deze voorschriften.
3) Neem alle waarschuwingen in acht.
4) Volg alle voorschriften op.
5) Gebruik dit apparaat niet in de buurt van water.
6) Reinig het uitsluitend met een droge doek.
Verwijder in geen geval de bovenste afdekking (van
het achterste gedeelte) anders bestaat er gevaar
voor een elektrische schok. Het apparaat bevat geen
te onderhouden onderdelen; reparaties dienen door
bevoegde personen uitgevoerd te worden.
7) Let erop geen van de ventilatie-openingen te
bedekken. Plaats en installeer het volgens de voorschriften van de fabrikant.
WAARSCHUWING:
Om het risico op brand of elektrische schokken te
beperken, dient u te voorkomen dat dit apparaat
wordt blootgesteld aan regen en vocht. Het
apparaat mag niet worden blootgesteld aan
neerdruppelend of opspattend water en er mogen
geen met water gevulde voorwerpen – zoals een
vaas – op het apparaat worden gezet.
9) Maak de veiligheid waarin door de polarisatie- of
aardingsstekker wordt voorzien, niet ongedaan. Een
polarisatiestekker heeft twee bladen, waarvan er een
breder is dan het andere. Een aardingsstekker heeft
twee bladen en een derde uitsteeksel voor de aarding.
Het bredere blad of het derde uitsteeksel zijn er voor
uw veiligheid. Mocht de geleverde stekker niet in uw
stopcontact passen, laat het contact dan door een
elektricien vervangen.
LET OP:
Dit symbool wijst u er altijd op dat er niet-geïsoleerde
gevaarlijke spanning binnen de behuizing aanwezig
is – deze spanning is voldoende om gevaar voor
elektrische schok op te leveren.
Dit symbool wijst u altijd op belangrijke bedieningsen onderhoudsvoorschriften in de bijbehorende
documenten. Wij vragen u dringend de handleiding
te lezen.
Technische veranderingen en veranderingen in het productuiterlijk onder
voorbehoud. Alle gegevens komen overeen op het moment van de
drukoplage. De hier afgebeelde of vermelde namen van andere bedrijven,
instellingen of publicaties en de desbetreffende logo’s zijn geregistreerde
handelsmerken van de desbetreffende houders. Het gebruik hiervan is op
géén enkele wijze een aanspraak op het desbetreffende handelsmerk en
vertegenwoordigt géén bestaande band tussen de houder van het
handelsmerk en BEHRINGER. Voor de juistheid en volledigheid van de
gegeven beschrijvingen, afbeeldingen en aanwijzigen neemt BEHRINGER
géén enkele vorm van aansprakelijkheid. De afgebeelde kleuren en
specificaties kunnen onbeduidend van het product afwijken. Distributeurs
en handelaren zijn geen gevolmachtigden van BEHRINGER en hebben
geen enkele bevoegdheid om BEHRINGER op welke wijze dan ook
juridisch te binden, zij het impliciet of expliciet. Dit boek is auteursrechtelijk
beschermd. Ieder verveelvoudiging, bijv. nadrukken, ook uittrekselsgewijs,
en iedere reproductie van de afbeeldingen, ook in veranderde toestand, is
alleen met schriftelijke toestemming van de firma BEHRINGER
International GmbH toegestaan. BEHRINGER ® is een geregistreerd
handelsmerk.
© 2006 BEHRINGER International GmbH.
ALLE RECHTEN VOORBEHOUDEN.
BEHRINGER International GmbH,
Hanns-Martin-Schleyer-Str. 36-38,
47877 Willich-Münchheide II, Duitsland
Tel. +49 2154 9206 0, Fax +49 2154 9206 4903
2
8) Het apparaat mag niet worden geplaatst in de buurt
van radiatoren, warmte-uitlaten, kachels of andere zaken
(ook versterkers) die warmte afgeven.
10) Zorg ervoor dat er niet over de hoofdstroomleiding
gelopen kan worden en dat het niet wordt samengeknepen, vooral bij stekkers, verlengkabels en het punt
waar ze het apparaat verlaten.
11) Gebruik uitsluitend door de producent gespecificeerd toebehoren c.q. onderdelen.
12) Gebruik het apparaat uitsluitend in combinatie met
de wagen, het statief, de driepoot, de beugel of tafel die
door de producent is aangegeven, of die in combinatie
met het apparaat wordt verkocht. Bij gebruik van een
wagen dient men voorzichtig te zijn bij het verrijden van
de combinatie wagen/apparaat en letsel door vallen te
voorkomen.
13) Bij onweer en als u het apparaat langere tijd niet
gebruikt, haalt u de stekker uit het stopcontact.
14) Laat alle voorkomende reparaties door vakkundig en
bevoegd personeel uitvoeren. Reparatiewerkzaamheden
zijn nodig als het toestel op enige wijze beschadigd is
geraakt, bijvoorbeeld als de hoofdstroomkabel of stekker is beschadigd, als er vloeistof of voorwerpen in
terecht zijn gekomen, als het aan regen of vochtigheid
heeft blootgestaan, niet normaal functioneert of wanneer
het is gevallen.
15) WAARSCHUWING – Deze onderhoudsinstructies zijn
uitsluitend bedoeld voor gekwalificeerd onderhoudspersoneel. Om het risico op elektrische schokken te
beperken, mag u geen andere onderhoudshandelingen
verrichten dan in de bedieningsinstructies vermeld staan,
tenzij u daarvoor gekwalificeerd bent.
EUROGRAND EG540/1040
INHOUDSOPGAVE
1. INLEIDING ................................................................... 4
7. AANSLUITEN AAN EXTERNE APPARATEN .............. 18
1.1 Voordat u begint ........................................................... 4
1.1.1 Levering ............................................................ 4
1.1.2 Installatie ............................................................ 4
1.1.3 On line-registratie .............................................. 4
7.1 Aansluiten van externe geluidsbronnen .................... 18
7.2 Aansluiten aan externe versterker en
opnameapparaten ....................................................... 18
7.3 MIDI-functies ............................................................... 18
7.3.1 MIDI-koppeling met andere
geluidsapparaten ............................................ 18
7.3.2 MIDI-koppeling met een muziekcomputer
met sequencer-software ............................... 19
7.3.3 MIDI-instellingen ............................................... 19
2. REPARATIE ................................................................. 4
3. SNEL STARTEN .......................................................... 4
3.1 Aan-/uitzetten ............................................................... 4
3.2 Geluidsvolume instellen ................................................ 4
3.3 Demo’s beluisteren ....................................................... 5
3.3.1 Klankkleurendemo’s beluisteren ....................... 5
3.3.2 Pianodemo’s beluisteren ................................... 5
3.4 Klankkleuren uitkiezen en spelen ................................. 5
8. HET ZOEKEN NAAR FOUTEN ................................... 21
9. TECHNISCHE GEGEVENS ........................................ 22
10. APPENDIX .............................................................. 23
4. BEDIENINGSELEMENTEN EN AANSLUITINGEN ......... 6
4.1
4.2
4.3
4.4
4.5
Bedieningsvlak .............................................................. 6
Aansluitingen ................................................................ 7
Voetpedalen .................................................................. 7
Stroomverzorging ......................................................... 7
Koptelefoonaansluitingen ............................................. 7
5. BASISBEDIENING ....................................................... 8
10.1 Snoeren ...................................................................... 23
10.1.1 Onsymmetrische jack plugsnoeren ................ 23
10.1.2 Cinch-snoer .................................................... 23
10.1.3 Jack plug/cinch-snoer .................................... 23
10.1.4 MIDI-snoer ....................................................... 23
10.2 Presets van de EG540/1040 ...................................... 24
10.3 Lijst van de geïntegreerde demomuziekstukken ........ 24
10.4 EDIT-Parameters ......................................................... 25
10.5 MIDI-Implementaties ..................................................... 25
5.1 Twee klankkleuren gebruiken (layer-modus) ............... 8
5.2 Klankkarakter veranderen ............................................ 8
5.2.1 Helderheid-equalizer ......................................... 8
5.2.2 Ruimte-effecten ................................................ 8
5.2.3 Modulatie-effecten ............................................ 8
5.3 Pedalen gebruiken ........................................................ 9
5.4 Koptelefoons gebruiken ............................................... 9
6. UITGEBREIDE BEDIENING ........................................ 10
6.1 EDIT-modus gebruiken ................................................ 10
6.1.1 Snelle toegang tot de functies van
de layer-modus ............................................... 10
6.2 Transponeren ............................................................. 10
6.3 Instellingen in de layer-modus .................................... 10
6.3.1 Geluidsvolumeverhouding .............................. 11
6.3.2 Ontstemming ................................................... 11
6.3.3 Transponering ................................................. 11
6.3.4 Aandeel effect ................................................ 11
6.3.5 Terugzetten ..................................................... 11
6.4 Metronoom gebruiken ................................................. 11
6.4.1 Geluidsvolume van metronoom ...................... 12
6.5 Muziek-sequencer ...................................................... 12
6.5.1 Muziekstukken opnemen ................................. 12
6.5.2 Muziekstukken weergeven ............................. 13
6.5.3 Muziekpassages herhalen om te oefenen ..... 13
6.5.4 Geluidsvolume van mute-geschakelde
sporen ............................................................. 14
6.5.5 Instellingen muziek-sequencer veranderen. .. 14
6.5.6 Synchrone start .............................................. 15
6.5.7 De muziek-sequencer met de
voetpedaal starten .......................................... 15
6.6 Systeeminstellingen .................................................... 15
6.6.1 Aanslagdynamiek ............................................ 15
6.6.2 Werking demperpedaal ................................... 16
6.6.3 Fijnafstemming ................................................ 16
6.6.4 Stemmen .......................................................... 16
6.6.5 Parameter-geheugenfuncties ......................... 17
6.6.6 Fabrieksinstelling herstellen ............................ 17
3
EUROGRAND EG540/1040
1. INLEIDING
Van harte gefeliciteerd! Met de aanschaf van de EG540/1040
hebt u een digitale piano van de allerhoogste kwaliteit in handen
gekregen, die wat klank en spelgevoel betreft in niets onderdoet
voor akoestische instrumenten. Het klavier is met 88
uitgebalanceerde toetsen met hamermechaniek uitgevoerd, die
een compromisloze authentieke aanslag hebben en in verbinding
met de RSM stereoklank een onvergelijkbare piano-ervaring
mogelijk maken. De natuurlijke ruimtelijke klank wordt door
hoogwaardige modulatie- en ruimte-effecten en een 2 x 20-Watt
luidsprekersysteem mogelijk gemaakt. Een 2-sporen sequencer
met metronoom voor opnemen en oefenen rond het concept
geslaagd af.
(Global Contact Information/European Contact Information). Als
er voor uw land geen contactadres vermeld is, kunt u contact
opnemen met de dichtstbijzijnde importeur. Onder het kopje
Support op onze website www.behringer.com kunt u ook de
contactadressen vinden.
Als uw apparaat, samen met de aankoopdatum, bij ons
geregistreerd is, wordt het afhandelen van uw garantieaanspraken aanmerkelijk eenvoudiger.
Hartelijk dank voor uw medewerking!
* Voor klanten binnen de Europese Unie kunnen er hiervoor andere bepalingen
geldig zijn. Verdere informatie is voor EU-klanten via de BEHRINGER
Support Deutschland verkrijgbaar.
1.1 Voordat u begint
2. REPARATIE
1.1.1 Levering
De EG540/1040 is in de fabriek zorgvuldig verpakt om veilig
transport te waarborgen. Indien de verpakking toch
beschadigingen vertoont, controleer het apparaat dan onmiddellijk
op externe schade.
Stuur het apparaat bij eventuele beschadigingen
NIET naar ons terug, maar neem onmiddellijk contact
op met de winkel en het transportbedrijf, omdat
anders uw aanspraak op schadevergoeding kan
vervallen.
Gebruik alstublieft altijd de originele doos om
schade bij opslag en verzending te vermijden.
Laat zonder toezicht geen kinderen met het
apparaat of verpakkingsmateriaal omgaan.
Neem alstublieft de milieuvoorschriften in acht bij
het weggooien van het verpakkingsmateriaal.
1.1.2 Installatie
Zorg voor voldoende luchttoevoer en zet het apparaat niet in de
buurt van een verwarming, om oververhitting van het apparaat
te voorkomen.
Doorgebrande zekeringen moeten onvoorwaardelijk
vervangen worden door zekeringen met de
correcte waarde! De correcte waarde vindt u in
hoofdstuk “TECHNISCHE GEGEVENS”.
De verbinding met het lichtnet komt tot stand dmv de meegeleverde
voedingskabel met apparaataansluiting. De aansluiting op het
lichtnet voldoet aan de vereiste veiligheidsvoorschriften.
Bij de EG540/1040 gaat het om een elektronische
piano. Het instrument hoeft niet zoals akoestische
piano's gestemd te worden.
3. SNEL STARTEN
3.1 Aan-/uitzetten
Bij de EG540/1040 gaat het om een digitale piano, dus een
elektronische piano. Daarom moet het instrument van stroom
voorzien worden en om te werken aan- en uitgezet worden. In
het volgende wordt uitgelegd, hoe u het apparaat van stroom
voorziet.
De POWER-schakelaar (links naast het klavier)
dient in de stand „Uit“ te staan, wanneer u
verbinding met het stroomnet maakt.
ZEKERINGENHOUDER / IEC-KOUDAPPARAATBUS
De verbinding met het stroomnet geschiedt via een IECkoudapparaatbus. Deze voldoet aan de vereiste
veiligheidsbepalingen. Een passend netsnoer is meegeleverd.
Bij het vervangen van de zekering dient u absoluut hetzelfde
type te gebruiken.
1) Verbind het meegeleverde netsnoer met de daarvoor
bestemde aansluitbus op de onderkant van het instrument en
een stroomaansluitdoos.
2) Druk op de netschakelaar (POWER) links naast het klavier om
het apparaat aan en uit te zetten. De LED op de voorzijde
brandt, zodra de EG540/1040 bedrijfsklaar is.
Let er alstublieft op, dat alle apparaten geaard
dienen te zijn. Voor uw eigen veiligheid dient u in
geen geval de aarding van de apparaten, resp. de
voedingskabel, te verwijderen of onklaar te maken.
1.1.3 On line-registratie
Registreer uw nieuw BEHRINGER-apparaat na aankoop zo snel
mogelijk op onze website www.behringer.com en lees de
garantievoorwaarden aandachtig door.
BEHRINGER geeft een jaar* garantie, gerekend vanaf de
aankoopdatum, op materiaal- en productiefouten. Zo nodig kunt
u de garantievoorwaarden in de Nederlandse taal op onze website
onder http://www.behringer.com opvragen of telefonisch onder
+49 2154 9206 4131 opvragen.
Mocht uw product van BEHRINGER defect raken, willen wij het
zo snel mogelijk repareren. Neemt in dat geval direct contact op
met de BEHRINGER-leverancier waar u het apparaat gekocht
heeft. Als uw BEHRINGER-leverancier niet bij u in de buurt
gevestigd is, kunt u ook direct contact opnemen met een van
onze vestigingen. Op de originele verpakking van het apparaat
vindt u een lijst met de adressen van onze BEHRINGER-vestigingen
4
Zet het apparaat met de netschakelaar (POWER)
weer uit, zodra u het niet meer gebruikt. De
POWER-LED op de voorzijde gaat weer uit. Let op:
De POWER-schakelaar schakelt het apparaat,
wanneer u het uitzet, niet volledig los van het
lichtnet. Haal daarom het snoer uit het
stopcontact, wanneer u het apparaat gedurende
langere tijd niet gebruikt.
3.2 Geluidsvolume instellen
Het geluidsvolume van de ingebouwde luidsprekers van de
EG540/1040 alsook van de koptelefoonaansluitingen kan als volgt
geregeld worden:
3. SNEL STARTEN
EUROGRAND EG540/1040
1) Zet de volumeregelaar (MAIN VOLUME) in het midden tussen
MIN en MAX.
2) Regel het geluidsvolume naar uw wens door de regelaar
naar rechts (harder) of links (zachter) te schuiven.
1x15: Nummer van het uitgekozen muziekstuk.
ALL:
Keuze van alle muziekstukken. De weergave geschiedt
in chronologische volgorde.
ShF:
Keuze van alle muziekstukken.De weergave geschiedt
in willekeurige volgorde.
3) Druk op de START/STOP-knop in de SONG-sectie om de
weergave te starten.
LET OP!
Het display toont:
De EG540/1040 is in staat hoge geluidsvolumes te
produceren. Bedenk, dat een hoge geluidsdruk het
gehoor niet alleen snel vermoeit, maar ook
permanent kan beschadigen. Let daarom steeds
op een passend geluidsvolume, vooral wanneer u
met koptelefoons op speelt.
4) Druk opnieuw op de START/STOP-knop, wanneer u de
weergave wilt beëindigen.
3.3 Demo’s beluisteren
De EG540/1040 beschikt over 14 klankkleuren- en 15 pianodemo’s.
Deze muziekstukken laten u de mogelijkheden qua klank en de
veelzijdigheid van het instrument zien.
3.3.1 Klankkleurendemo’s beluisteren
In het volgende wordt uitgelegd, hoe u de 14 klankkleurendemo’s
afspeelt. Deze demo’s zijn speciaal op de mogelijkheden van de
desbetreffende klankkleuren afgestemd en geven u een beeld,
hoe u ze kunt inzetten.
1) Druk op de DEMO-knop.
5) Om verder nog stukken te beluisteren dient u de stappen 2 tot
4 te herhalen.
2) Druk op een van de 14 knoppen in de SOUND SELECT-sectie
om een klankkleurendemo voor de gekozen klankkleur af te
spelen.
Om de DEMO-modus te verlaten dient u weer op de
DEMO-knop te drukken.
Tijdens de demo-weergave worden door de EG540/
1040 geen MIDI-gegevens ontvangen of gezonden.
Om de DEMO-modus te verlaten dient u opnieuw
op de DEMO-knop te drukken.
Een overzicht van alle muziekstukken treft u aan
in hfdst. 10.3.
Om in de DEMO-modus te wisselen, mag de
muziek-sequencer (zie hoofdstuk 6.5) zich niet
in de weergave- of opnamestand bevinden.
U kunt het tempo van de weergave van de
pianodemo’s instellen (zie Hfdst. 6.4).
U kunt met een willekeurig gekozen klankkleur
met de pianodemo’s meespelen en daarbij het
ruimte-, modulatie- en helderheidseffect inzetten
(zie Hfdst. 5.2). De keuze en de instellingen voor
de klankkleur dient u te doen, voordat u in de
DEMO-modus wisselt.
3.4 Klankkleuren uitkiezen en spelen
Om in de DEMO-modus te wisselen, mag de muzieksequencer (zie hoofdstuk 6.5) zich niet in de
weergave- of opnamestand bevinden.
De EG540/1040 beschikt over 14 verschillende klankkleuren, die
een breed spectrum qua klank afdekken. De keuze van een
klankkleur geschiedt via de SOUND SELECT-sectie.
1) Druk op een van de 14 knoppen in de SOUND SELECT-sectie
om de gewenste klankkleur uit te kiezen.
3.3.2 Pianodemo’s beluisteren
In het volgende wordt uitgelegd, hoe u de 15 pianodemo’s
afspeelt. Deze demo’s maken de veelzijdige mogelijkheden qua
klank van de GRAND PIANO-klankkleuren duidelijk.
1) Druk op de DEMO-knop.
2) Kies met behulp van de -/NO- en +/YES-knoppen in de VALUE/
SONG-sectie het gewenste muziekstuk.
De LEDs boven de knoppen tonen de gekozen klankkleur door
het oplichten van de betreffende LED bij de knop. De gekozen
sound kan via de gehele claviatuur gespeeld worden.
U kunt door de kracht, waarmee u de toetsen
aanslaat, het geluidsvolume van de klankkleur
bepalen (niet bij HARPSICHORD, CEMBALO,
JAZZ-, CHURCH-, en PIPE ORGAN).
TIP: U kunt ook twee klankkleuren kiezen.
3. SNEL STARTEN
5
EUROGRAND EG540/1040
4. BEDIENINGSELEMENTEN EN AANSLUITINGEN
4.1 Bedieningsvlak
Afb. 4.1: Bedieningselementen van de EG540/1040
Im In het volgende worden u de bedieningselementen van de
EG540/1040 uitgelegd. Voor een beter overzicht werd het vlak
in zinvolle secties opgedeeld.
SELECT: Dient voor het uitkiezen van de TEMPO-parameter
en de menupagina’s van de EDIT-modus. In de EDIT-modus
licht de EDIT MODE-Led op, in de TEMPO-modus de TEMPOLED.
MAIN VOLUME: Dient voor het instellen van het
geluidsvolume voor de interne luidsprekers, de
koptelefoonuitgangen en de LINE OUT-jack pluguitgangen.
BRIGHTNESS: Dient voor het instellen van het klankkarakter
van zacht (links) tot helder (rechts).
SPEAKERS: Dient voor het aan- en uitzetten van de interne
luidsprekers van de EG540/1040. De MUTE-LED brandt,
wanneer de interne luidsprekers op mute gezet zijn. Bij
gebruik van een koptelefoon worden de interne luidsprekers
eerst automatisch uitgeschakeld.
ef: De beide knoppen dienen voor de invoer van het
tempo of om te bladeren in de menupagina’s van de EDITmodus, al naar gelang de modus die met de SELECT-knop
geselecteerd is.
Display: Toont al naar gelang de functie het tempo,
menunummers of parameterwaarden.
-/NO, +/YES: Dient voor het verminderen en verhogen van
de in het display afgebeelde parameterwaarden. Met de +/
YES-knop wordt bovendien de uitvoering van bepaalde
EDIT-functies bevestigd.
DEMO: Dient voor het aan- en uitzetten van de DEMOmodus.
METRONOME: Dient voor het starten en stoppen van de
metronoomtik.
SOUND SELECT: De 14 knoppen dienen voor de keuze
van een klankkleur. In de DEMO-modus kunnen daarmee
de aparte klankleurendemo’s uitgekozen worden.
TRACK 1: Dient voor het uitkiezen van spoor 1 voor
weergave of opname. De REC-LED brandt, wanneer het
spoor voor een opname geactiveerd is. De PLAY-LED
brandt, wanneer het spoor voor een weergave geactiveerd
is en al muziekgegevens bevat.
TRACK 2: Dient voor het uitkiezen van spoor 2 voor
weergave of opname. De REC-LED brandt, wanneer het
spoor voor een opname geactiveerd is. De PLAY-LED
brandt, wanneer het spoor voor een weergave geactiveerd
is en al muziekgegevens bevat.
START/STOP: Dient voor het starten en stoppen van de
weergave/opname van de muziek-sequencer.
REC: Dient voor de activering van de opname-modus.
REVERB: Dient voor de keuze van een van de vier ruimteeffecten (ROOM, HALL 1, HALL 2, STAGE) voor de
6
4. BEDIENINGSELEMENTEN EN AANSLUITINGEN
EUROGRAND EG540/1040
gekozen klankkleur. Een brandende LED duidt het actieve
effect aan. Brandt geen LED, wordt geen van de ruimteeffecten gebruikt.
VELOCITY: Dient voor de aanpassing van de
aanslagdynamiek tussen een zachte (SOFT), middel
(MEDIUM) en harde (HARD) aanslag. Een brandende LED
duidt het actieve effect aan. Brandt geen LED, is de
aanslagdynamiek uitgeschakeld en zet een druk op een
toets onafhankelijk van de aanslagkracht een vaste waarde
van het geluidsvolume in werking.
EFFECT: Dient voor de keuze van een van de vier
modulatie-effecten (CHORUS, FLANGER, TREMOLO,
DELAY) voor de gekozen klankkleur. Een brandende LED
duidt het actieve effect aan. Brandt geen LED, wordt geen
van de modulatie-effecten gebruikt.
TRANSPOSE : Dient voor het instellen van de klavier/
toonhoogte-transponering.
4.2 Aansluitingen
De aansluitingen van de EG540/1040 bevinden zich aan de onderzijde van de speeltafel.
Afb. 4.2 Aansluitingen van de EG540/1040
Sostenuto-pedaal: Dient voor het aanhouden van tonen,
die bij het trappen op de pedaal al aangeslagen waren en
nog niet verklonken zijn. Alle volgende gespeelde toetsen
worden normaal gedempt.
LINE OUT: Twee verschillende LINE OUT-bussen staan
ter beschikking om de signalen van EG540/1040 uit te
spelen.
V
V
Jack plugbussen: Via de jack plugbussen worden
aanvullend over de klanken van de EG540/1040 de signalen
van apparaten, die via de LINE IN-bussen aangesloten zijn,
verdeeld. Het niveau van het uitgangssignaal is afhankelijk
van de positie van de MAIN VOLUME-regelaar.
Aanhoud-/fortepedaal: Dient voor het aanhouden van tonen,
die al aangeslagen zijn en nog niet verklonken zijn. Alle
volgende tonen worden eveneens aangehouden.
4.4 Stroomverzorging
Cinch-bussen: De cinch-bussen laten uitsluitend de
klanken van de EG540/1040 met onveranderlijk niveau
horen. Signalen, die via de LINE IN-bussen ingevoerd
worden, worden niet doorgegeven.
LINE IN: Dient voor de aansluiting van externe apparaten
(bijv. cd-speler, geluidskaart, drum computer). Aangesloten
signaalbronnen worden via de LINE OUT-jack plugbussen
en de interne luidsprekers weergegeven.
MIDI: De drie MIDI-bussen bieden de mogelijkheid externe
MIDI-apparatuur, zoals bijv. synthesizers, sequencers etc.
aan de EG540/1040 aan te sluiten.
V
Via de IN-bussen kunnen de MIDI-gegevens ontvangen
worden, waarmee het geluid van de EG540/1040 gestuurd
kan worden.
V
Via de OUT-bus worden MIDI-gegevens, die door het
klavier, de pedalen en enige bedieningselementen van de
EG540/1040 gegenereerd worden, gestuurd.
V
Via de THRU-bus worden MIDI-gegevens, die aan de MIDI
IN-bus aankomen onveranderd weer doorgegeven
(doorlussen). De bus dient voor de aansluiting van extra
MIDI-apparaten.
PEDALS: Aansluiting voor de pedaalunit van de piano.
4.3 Voetpedalen
De EG540/1040 beschikt over drie pedalen, zoals men die ook bij
akoestische vleugels aantreft.
Demper-/pianopedaal: Dient voor het spelen van bijzonder
zachte passages.
POWER: Dient voor het aan- en uitzetten van de piano.
De POWER-schakelaar schakelt het apparaat,
wanneer men het uitzet, niet volledig los van het
lichtnet. Haal daarom het snoer uit het stopcontact,
wanneer u het apparaat gedurende langere tijd niet
gebruikt.
LED: Brandt, wanneer de EG540/1040 bedrijfsklaar is.
4.5 Koptelefoonaansluitingen
De koptelefoonaansluitingen bevinden zich aan de onderkant
van de speeltafel links vooraan.
De bussen dienen voor de aansluiting van koptelefoons.
Het geluidsvolume kan niet gescheiden geregeld worden.
4. BEDIENINGSELEMENTEN EN AANSLUITINGEN
7
EUROGRAND EG540/1040
1) Druk zo vaak op de REVERB-knop, totdat het gewenste effect
gekozen is.
5. BASISBEDIENING
In het volgende wordt u geïnformeerd om aanvullend bij de al
uitgelegde functies van uw EG540/1040 andere basisfuncties
te kunnen bedienen.
5.1 Twee klankkleuren gebruiken (layer-modus)
In plaats van een enkele klankkleur kunt u met de EG540/1040
ook twee klankkleuren tegelijkertijd spelen. Deze worden over
elkaar gelegd (layer) en kunnen dan samen via het hele klavier
gespeeld worden.
1) Druk in de SOUND SELECT-sectie tegelijkertijd op de beide
knoppen van de klankkleuren, die u over elkaar wilt leggen.
De gekozen klankkleuren worden door brandende LEDs boven
de knoppen getoond.
Het actieve effect wordt door een brandende LED voor de
aanduiding van het effect getoond.
Brandt geen van de vier LEDs, is het ruimte-effect
uitgeschakeld.
2) Houd de REVERB-knop ingedrukt, terwijl u met de -/NO- en +/
YES-knoppen in de VALUE/SONG-sectie de verhouding van
het originele tot het effectsignaal instelt.
+
In het voorbeeld worden de klankkleuren “GRAND PIANO 1” en
“STRINGS” over elkaar gelegd.
Het display toont:
Om de layer-modus weer te verlaten drukt u op
een willekeurige knop in de SOUND SELECTsectie. Zo kiest u weer een enkele klankkleur.
5.2 Klankkarakter veranderen
0x20: Aandeel effect (0=geen effect, 20=veel effect)
3) Druk, terwijl u de REVERB-knop vasthoudt, gelijktijdig op de /NO- en +/YES-knoppen, voor het geval dat u de
fabrieksinstelling weer wilt oproepen.
U kunt het karakter van de klankkleuren door een ruimte-, een
modulatie-effect en een helderheid-equalizer veranderen.
5.2.1 Helderheid-equalizer
Met behulp van de helderheid-equalizer kunt u het karakter van
de klankkleuren zachter of helderder maken.
1) Regel het klankkarakter met behulp van de BRIGHTNESSregelaars als volgt:
V
Schuif de regelaar naar links (SOFT) voor een zachte,
donkere klank.
V
Schuif de regelaar naar rechts (BRIGHT) voor een zuivere,
heldere klank.
5.2.3 Modulatie-effecten
De EG540/1040 beschikt over een modulatie-effect met vier
verschillende effecttypes. Voor enige klankkleuren wordt bij de
keuze automatisch een passend effect voorgeselecteerd. Naar
wens kunt u echter op ieder moment een ander effect uitkiezen.
De volgende modulatie-effecten kunnen gekozen worden:
CHORUS:
Kooreffect. Maakt de klank breder.
FLANGER:
Uitgestelde klankoverlapping. Veroorzaakt
een zwevende klank.
TREMOLO:
Snelle, gestaag herhalende
geluidsvolumeverandering van de klank.
DELAY:
Echo-effect. Produceert tijdelijk uitgestelde,
afgezwakte herhalingen van de klank.
5.2.2 Ruimte-effecten
De EG540/1040 beschikt over ruimte-effecten voor de simulatie
van vier verschillende grote klankweerkaatsende ruimtes. Bij de
keuze van een klankkleur wordt automatisch een gepast effect
voorgeselecteerd. Naar wens kunt u echter op ieder moment
een ander effect uitkiezen. De volgende klankweerkaatsende
ruimtesimulaties kunnen gekozen worden:
ROOM:
Karakteristiek van een kleine ruimte
HALL 1:
Karakteristiek van een kleine concertzaal.
HALL 2:
Karakteristiek van een grote concertzaal.
STAGE:
Karakteristiek van een typische bühneomgeving.
1) Druk zo vaak op de EFFECT-knop, totdat het gewenste effect
gekozen is.
Het gekozen effect wordt door een brandende LED voor de
aanduiding van het effect getoond.
8
Brandt geen van de vier LEDs, is het modulatieeffect uitgeschakeld.
5. BASISBEDIENING
EUROGRAND EG540/1040
2) Houd de EFFECT-knop ingedrukt, terwijl u met de -/NO- en +/
YES-knoppen in de VALUE/SONG-sectie de verhouding van
het originele tot het effectsignaal instelt.
+
5.4 Koptelefoons gebruiken
De EG540/1040 beschikt over twee koptelefoonaansluitingen,
die zich aan de onderkant van de speeltafel links van voren
bevinden. Het inzetten van koptelefoons komt ter sprake,
wanneer u wilt oefenen, zonder andere personen daarbij te
storen. Via de tweede koptelefoonaansluiting kan daarbij een
tweede persoon bijv. een muziekleraar meeluisteren, zodat
lesuren, indien gewenst, ook met koptelefoons gegeven kunnen
worden.
1) Zet het geluidsvolume met behulp van de MAIN VOLUMEregelaar op een geringe waarde (schuifregelaar in de linker
helft van het regelgebied).
Het display toont:
0x20: Aandeel effect (0=geen effect, 20=veel effect)
3) Druk, terwijl u de REVERB-knop vasthoudt, gelijktijdig op de /NO- en +/YES-knoppen, voor het geval u de fabrieksinstelling
weer wilt oproepen.
2) Verbind de koptelefoon met een vrije koptelefoonbus aan de
onderkant van de speeltafel.
3) Stel tijdens het spelen een geluidsvolume naar uw wens in
met behulp van de MAIN VOLUME-regelaar.
5.3 Pedalen gebruiken
De EG540/1040 beschikt over drie voetpedalen. Deze komen
overeen in hun functie met die van een akoestische vleugel. Het
inzetten van de pedalen geschiedt in de regel overeenkomstig
de richtlijnen van het notenschrift door speciale notatiesymbolen.
V
Demper-/pianopedaal (links): De demperpedaal zorgt
voor een zachte en intieme klank. Gebruik de pedaal voor
erg zacht te spelen muziekpassages (pianissimo).
4) Zet zo nodig de interne luidsprekers van de EG540/1040 met
behulp van de SPEAKERS-knop aan of uit.
1) Trap op de pedaal om alle tonen, die u achtereenvolgens bij
ingedrukt pedaal aanslaat, gedempt te spelen.
2) Laat de pedaal los, wanneer u weer normaal wilt spelen.
V
U kunt de werking van de demperpedaal instellen
(zie hfdst. 6.6.2).
Sostenuto-pedaal (midden): Met de sotenuto-pedaal
kunt u de aparte tonen aanhouden. Al aangeslagen tonen
worden - wanneer de pedaal ingedrukt wordt aangehouden, voor zover ze niet reeds verklonken zijn.
Alle volgende noten worden zoals beschreven gedempt.
Dit maakt bijvoorbeeld het spelen van een noot, die met
behulp van de pedaal aangehouden wordt, mogelijk, terwijl
de volgende noten staccato (afgestoten) gespeeld kunnen
worden.
Zodra een koptelefoon aangesloten wordt,
worden de interne luidsprekers van de EG540/1040
uitgezet en brandt de MUTE-LED boven de
SPEAKERS-knop.
Wanneer geen koptelefoon meer met de
koptelefoonbussen verbonden is, worden de
interne luidsprekers van de EG540/1040 weer
automatisch ingeschakeld en gaat de MUTE-LED
boven de SPEAKERS-knop uit.
1) Sla de tonen aan, die u aan wilt houden.
2) Trap op de pedaal om de zo-even aangeslagen tonen aan te
houden.
3) Speel verdere tonen. Deze klinken als gewend.
4) Laat de pedaal los, wanneer u weer normaal wilt
verderspelen.
V
Aanhoud-/fortepedaal (rechts): Met de aanhoudpedaal
kunt u aangeslagen en vervolgens gespeelde tonen
aanhouden, zonder dat u de toetsen moet vasthouden. De
aanhoudpedaal wordt vaak ingezet om een volle klank te
krijgen. Het is de meest gebruikelijke pianopedaal.
1) Sla de tonen aan, die u aan wilt houden.
2) Trap op de pedaal om de zo-even aangeslagen en vervolgens
gespeelde tonen aan te houden.
3) Laat de pedaal los, wanneer u weer normaal wilt
verderspelen.
5. BASISBEDIENING
9
EUROGRAND EG540/1040
6. UITGEBREIDE BEDIENING
De EDIT MODE-LED brandt en de EDIT-pagina E3.1 wordt
opgeroepen.
In het volgende wordt u geïnformeerd over uitgebreide
bedieningsfuncties van uw EG540/1040.
6.2 Transponeren
6.1 EDIT-modus gebruiken
Veel uitgebreide bedieningsfuncties van uw EG540/1040 kunnen
via de EDIT-modus opgeroepen worden. In het volgende wordt
de procedure uitgelegd om instellingen in de EDIT-modus uit te
voeren.
Altijd wanneer u in de volgende procedures
gevraagd wordt naar de EDIT-modus te wisselen,
dient u de volgende stappenhandleiding om een
functie uit te kiezen en de waarden in te stellen
op te volgen.
1) Druk zo vaak op de SELECT-knop in de TEMPO/EDIT MODEsectie, totdat de EDIT MODE-LED brandt.
Het geluid van de EG540/1040 kan in stappen van halve tonen
(via toetsen) naar boven of naar beneden getransponeerd
worden. Dat is nuttig, wanneer u bijvoorbeeld een stuk in een
eenvoudige toonsoort met weinig of geen voortekens (bijv. C
majeur) wilt spelem, maar het instrument in een moeilijk te spelen
toonsoort met veel voortekens (bijv. Des majeur) dient te klinken.
Voorbeeld: Des majeur heeft 5 b-voortekens. Men dient vele
zwarte toetsen te gebruiken om deze toonsoort te spelen.
Wanneer men het klavier met een stap van 1 halve toon naar
boven transponeert, kan men deze toonsoort heel gemakkelijk
op de witte toetsen van de C majeur toonladder spelen.
Een transponering in octaafstappen (stappen van 12 halve tonen)
kan nuttig zijn om bijvoorbeeld voor het gemak lage tonen in de
middelste klavierpositie te kunnen spelen.
1) Houd de TRANSPOSE-knop ingedrukt en stel met behulp van
de -/NO- en +/YES-knoppen in de VALUE/SONG-sectie het
gewenste transponeringsinterval in stappen van halve tonen
in.
+
2) Blader met behulp van de ef-knop door de functies, totdat u
de gewenste functie (bijv. E1) uitgekozen hebt.
Het display toont::
0:
Geen transponering (fabrieksinstelling).
1x12:
Het ingestelde aantal stappen van halve tonen naar boven
transponeren.
3) Stel met behulp van de -/NO- en +/YES-knoppen in de VALUE/
SONG-sectie de gewenste waarde in.
-1x-12:
Het ingestelde aantal stappen van halve tonen naar
beneden transponeren.
2) Laat de TRANSPOSE-knop weer los, wanneer u de gewenste
waarde hebt ingesteld.
6.1.1 Snelle toegang tot de functies van de
layer-modus
Met behulp van de volgende procedure krijgt u directe toegang
tot de menupagina’s voor de layer-modus.
1) Houd de beide knoppen van de klankkleuren, die u voor de
layer-modus gekozen hebt (bijv. GRAND PIANO 1 en STRINGS)
vast en druk op de SELECT-knop in de TEMPO/EDIT MODEsectie.
De LED boven de TRANSPOSE-knop brandt, zodra
de transponering actief is, dus een waarde groter
of kleiner dan 0 ingesteld werd.
Wanneer al een transponeringsinterval ingesteld
is, kan met een druk op de TRANSPOSE-knop de
transponering in- of uitgeschakeld worden.
6.3 Instellingen in de layer-modus
In de layer-modus kunnen extra instellingen gedaan worden om
het tegelijkertijd spelen met twee klankkleuren nog beter vorm te
geven.
+
10
Alle klankkleuren zijn intern van 1 tot 14 doorgenummerd. De
volgorde bepaalt, welke klankkleur intern als stem 1 en welke als
stem 2 beheerd wordt. Deze volgorde is belangrijk, wanneer u
voor de betreffende klankkleur veranderingen wilt aanbrengen.
6. UITGEBREIDE BEDIENING
EUROGRAND EG540/1040
Beschrijving:
In het voorbeeld worden de beide klankkleuren GRAND PIANO 1
en STRINGS voor de layer-modus gebruikt. GRAND PIANO 1
heeft intern nummer 1, STRINGS nummer 11. De klankkleur met
de kleinste waarde geldt intern als stem 1 (in dit geval GRAND
PIANO 1), de klankkleur met de hoogste waarde als stem 2 (in dit
geval STRINGS).
Wordt u bewust van de volgorde van de stemmen
voor uw gekozen klankkleurcombinatie en let er
telkens op voor welke stem u de volgende
instellingen uitvoert.
Voor de instelling van de volgende functies dient
u al een layer-combinatie uit twee klankkleuren
gevormd te hebben (zie hfdst. 5.1).
6.3.1 Geluidsvolumeverhouding
0:
Geen transponering
-1:
Transponering van een octaaf naar beneden
1:
Transponering van een octaaf naar boven
6.3.4 Aandeel effect
Met deze functie kunt u het aandeel van het effect van het
modulatie-effect voor de gekozen klankkleuren veranderen.
Voor deze functie dient u de EDIT-modus te
gebruiken (zie hfdst. 6.1) en de volgende functie
op te roepen.
E3.5 (aandeel effect stem 1)
Functie:
E3.6 (aandeel effect stem 2)
0 x20
Waarde:
Beschrijving:
1x20: Sterkte van het aandeel van het effect (fabrieksinstelling)
0:
Geen aandeel van het effect
Met deze functie kunt u de geluidsvolumeverhouding van de
gekozen klankkleuren veranderen.
Voor deze functie dient u de EDIT-modus te
gebruiken (zie hfdst. 6.1) en de volgende functie
op te roepen.
Functie:
E3.1
Waarde:
0x20
Beschrijving:
10:
Gelijk geluidsvolume van stem 1 en stem 2
<10:
Stem 2 harder dan stem 1
>10:
Stem 1 harder dan stem 2
6.3.5 Terugzetten
Met deze functie kunt u alle instellingen, die u voor de layermodus hebt ingesteld, terugzetten.
Voor deze functie dient u de EDIT-modus te
gebruiken (zie hfdst. 6.1) en de volgende functie
op te roepen.
Functie:
E3.7
Waarde:
-
Beschrijving:
Om de functie uit te voeren dient u op de +/YES-knop te drukken.
6.3.2 Ontstemming
Met deze functie kunt u de gekozen klankkleuren minimaal
tegenover elkaar ontstemmen.
Voor deze functie dient u de EDIT-modus te
gebruiken (zie hfdst. 6.1) en de volgende functie
op te roepen.
Functie:
E3.2
Waarde:
-10x10
6.4 Metronoom gebruiken
De EG540/1040 beschikt over een ingebouwde metronoom, die
u als oefenhulp of voor het opnemen van noten in de interne
muziek-sequencer kunt gebruiken.
Beschrijving:
In het volgende wordt uitgelegd, hoe u de metronoom gebruikt:
0:
Gelijke toonhoogte van stem 1 en stem 2
1) Druk op de METRONOME-knop om de metronoom te starten
en te stoppen.
<0:
Stem 2 hoger dan stem 1
>0:
Stem 1 hoger dan stem 2
6.3.3 Transponering
Met deze functie kunt u de gekozen klankleuren een octaaf naar
beneden of naar boven transponeren. Afhankelijk van de
combinatie van de klankleuren kan zo’n transponering de klank
homogener maken.
De maatslag wordt door knipperende punten in het display
getoond. Het gelijktijdig oplichten van alle punten toont het begin
van de maat.
2) Druk zo vaak op de SELECT-knop in de TEMPO/EDIT MODEsectie, totdat de TEMPO-LED oplicht.
Voor deze functie dient u de EDIT-modus te
gebruiken (zie hfdst. 6.1) en de volgende functie
op te roepen.
Functie:
E3.3 (Octaaftransponering stem 1)
E3.4 (Octaaftransponering stem 2)
Waarde:
-1x1
6. UITGEBREIDE BEDIENING
11
EUROGRAND EG540/1040
3) Stel met behulp van de beide ef-knoppen het gewenste
tempo in.
De muziek-sequencer is ook nuttig om muziekstukken te oefenen.
U kunt bijvoorbeeld de linker en rechter hand van een stuk
gescheiden op de beide sporen opnemen. Bij de weergave
schakelt u dan een spoor (hand) uit en speelt u deze partij zelf.
Zo kunt u iedere hand apart in de muzikale context oefenen.
6.5.1 Muziekstukken opnemen
In het volgende wordt uitgelegd, hoe u muziekstukken met behulp
van de interne muziek-sequencer opneemt.
4) Houd de METRONOME-knop ingedrukt, terwijl u met de -/NOen +/YES-knoppen in de VALUE/SONG-sectie het aantal
slagen (beats) van een maat instelt.
1) Druk op de REC-knop. De REC-LED boven de TRACK 1- of
TRACK 2-knop gaat branden. De knipperende punten in het
display branden in het ingestelde tempo van de metronoom
en geven de maatslag weer. De EG540/1040 is nu in de
opname-modus.
+
Het display toont:
04:
Geen maataccentuering
(fabrieksinstelling)
24, 34, 44, 54, 64, 74: Vierkwartsmaat (bijv. 2/4 maat)
38, 68, 78, 98, 128:
Achtste maat (bijv. 3/8 maat)
6.4.1 Geluidsvolume van metronoom
Met deze functie kunt u het geluidsvolume van de metronoom
instellen.
Voor deze functie dient u de EDIT-modus te
gebruiken (zie hfdst. 6.1) en de volgende functie
op te roepen.
Functie:
E5
Waardebereik:
1x20
Beschrijving:
Het geheugen van de muziek-sequencer is
voldoende voor ca. 10.000 noten. Afhankelijk van
het gebruik van de pedalen kan dit aantal echter
nog minder worden.
U kunt de opname-modus met een druk op de RECknop weer verlaten.
2) Stel tempo en maatsoort, zo nodig, zoals in hfdst. 6.4
beschreven is, in.
3) Druk zo vaak op de TRACK 1-knop, totdat de REC-LED boven
de desbetreffende knop rood oplicht en zodoende spoor 1
voor de opname gekozen is. Hebt u al een opnameronde
gedaan, wordt het laatst gekozen spoor opnieuw op opname
geschakeld. Wanneer u op een ander spoor wilt opnemen,
moet u in voorkomende gevallen het andere spoor voor de
opname kiezen.
1x20: Geluidsvolume van metronoom (1=zacht, 20=hard)
Met behulp van de volgende procedure krijgt u directe toegang
tot de menupagina’s voor het geluidsvolume van de metronoom.
1) Houd de METRONOME-knop ingedrukt, terwijl u op de SELECTknop in de TEMPO/EDIT MODE-sectie drukt.
+
LET OP: Brandt de PLAY-LED van een spoor, betekent
dat, dat al noten op dit spoor opgenomen zijn.
Wanneer u dit spoor opnieuw voor de opname kiest
(REC-LED brandt rood), gaat de vorige opname op
dit spoor verloren.
4) Kies in de SOUND SELECT-sectie een klankkleur uit. U kunt
ook een klankkleurcombinatie (zie hfdst. 5.1) voor de opname
kiezen.
De EDIT MODE-LED licht op en de EDIT-pagina E5 wordt
opgeroepen.
6.5 Muziek-sequencer
De EG540/1040 beschikt over een interne 2-sporen sequencer
waarmee u een muziekstuk kunt opnemen en weergeven. Voor
ieder van de twee sporen kunt u een of twee klankkleuren voor
het opnemen gebruiken. In het uiteindelijk effect kunnen dus tot
vier klankkleuren tegelijkertijd door de muziek-sequencer worden
weergegeven. Voor de sequencer-weergave kunt u bovendien
nog live erbij spelen om complexe nummers met tot zes
verschillende klankkleuren te realiseren.
12
5) Zet het akoestische metronoomsignaal met een druk op de
METRONOME-knop aan, voor het geval u met behulp van de
metronoom wilt opnemen.
6. UITGEBREIDE BEDIENING
EUROGRAND EG540/1040
6) Start de opname door op de START/STOP-knop te drukken of
direct met het opnemen op het klavier te beginnen. De actuele
maat wordt in het display opgeteld.
2) Voor het geval u een weergave met de metronoomtik wenst,
drukt u op de METRONOME-knop om de metronoom in te
schakelen.
3) Druk op de SELECT-knop in de TEMPO/EDIT MODE-sectie,
totdat de TEMPO-LED oplicht en stel met behulp van de beide
ef-knoppen het gewenste weergavetempo in.
Wanneer de aanwijzing gedurende de opname
begint te knipperen en F U L
op het display
verschijnt, is het geheugen vol. Alle tot op dit
moment opgenomen gegevens blijven behouden,
het opnameproces wordt echter afgebroken.
7) Wanneer u klaar bent met opnemen, stopt u de sequencer
door opnieuw te drukken op de START/STOP-knop.
Een weergave in het originele tempo van de
opname is mogelijk door beide e f -knoppen
tegelijkertijd in te drukken.
4) Start de weergave door op de START/STOP-knop te drukken.
De actuele maat wordt voortdurend in het display getoond.
Met deze stap wordt de
automatisch weer verlaten.
opname-modus
8) Om een tweede spoor op te nemen herhaalt u de hele
procedure. Kies echter in stap 3 i.p.v. TRACK 1 nu TRACK 2.
TIP: Wanneer u de rechter hand van een muziekstuk,
dat u wilt oefenen, op spoor 2 en de linker hand op
spoor 1 opgenomen hebt (bijv. door de
muziekleraar), kunt u door het uitschakelen van
een van beide sporen bij de weergave telkens de
andere partij erbij oefenen.
TIP: De metronoomtik kunt u door te drukken op
de METRONOME-knop weer stoppen.
Wanneer u een al opgenomen spoor weer voor
opname kiest, gaat de vorige opname verloren
en wordt door de nieuwe opname vervangen.
Wanneer u niet wilt, dat het al opgenomen spoor
te horen is, dient u, voordat u in de opnamemodus wisselt, zo vaak op de TRACK-knop te
drukken, totdat de groene PLAY-LED boven de
knop uitgaat.
U kunt tijdens de weergave op ieder moment de
beide sporen in- en uitschakelen.
U kunt tijdens de weegave met de actueel gekozen
klankkleur voor de weergave van de muzieksequencer meespelen.
TIP: Wanneer u de rechter hand op spoor 2 en de
linker hand op spoor 1 hebt opgenomen, kunt u
door het uitschakelen van een van de beide
sporen de uitgeschakelde partij erbij oefenen. Het
geluidsvolume van het mute-geschakelde spoor
is instelbaar, zodat dit als steun zo nodig zacht mee
kan lopen (zie hfdst. 6.5.4).
5) Wanneer u de weergave wilt stoppen, dient u weer op de
START/STOP-knop te drukken.
6.5.2 Muziekstukken weergeven
In het volgende wordt uitgelegd, hoe u een muziekstuk, dat u
hebt opgenomen, weer kunt geven.
1) Druk zo vaak op de TRACK 1- en TRACK 2-knop, totdat de
groene PLAY-LED boven de desbetreffende knop oplicht, om
de gewenste sporen voor de weergave te activeren.
.
U kunt alleen sporen voor weergave activeren, die
al notengegevens bevatten.
6.5.3 Muziekpassages herhalen om te oefenen
In het volgende wordt uitgelegd, hoe u een bepaalde passage
van een opgenomen muziekstuk herhaald kunt laten afspelen.
Deze functie is ideaal om een moeilijke passage, die uw
pianoleraar voor u opgenomen heeft, in uw eentje te oefenen.
Om deze functie zinvol voor het oefenen te
gebruiken, dienen de rechter en linker hand
gescheiden op de sporen 1 en 2 opgenomen te
zijn. In dit geval kunt u een hand door de muzieksequencer laten weergeven, terwijl u de telkens
andere hand erbij kunt oefenen.
6. UITGEBREIDE BEDIENING
13
EUROGRAND EG540/1040
1) Kies de gewenste sporen voor de weergave, zodat de PLAYLED boven de desbetreffende TRACK-knop oplicht.
.
Voor deze functie dient u de EDIT-modus te
gebruiken (zie hfdst. 6.1) en de volgende functie
op te roepen.
Functie:
E6
Waarde:
0x20
Beschrijving:
Het geluidsvolume van een mute-geschakeld spoor
is instelbaar (zie hfdst. 6.5.4).
1x20: Geluidsvolume van het mute-geschakelde spoor
(fabrieksinstelling: 5)
0:
2) Druk op de START/STOP-knop om de weergave van het
gekozen spoor te starten.
Mute-geschakelde sporen zijn niet te horen
6.5.5 Instellingen muziek-sequencer
veranderen.
In het volgende wordt uitgelegd, hoe u, wanneer een opname
heeft plaatsgevonden, veranderingen achteraf aan de
eigenschappen van de weergave van de muziek-sequencer
kunt aanbrengen.
U kunt voor ieder van de beide sporen de volgende instellingen
individueel veranderen:
3) Druk op de SELECT-knop in de TEMPO/EDIT MODE-sectie,
wanneer de weergave het moment bereikt, vanwaar u de
herhaling wilt starten.
V
Klankkleur (zie hfdst. 3.4)
V
Aandeel ruimte-effect (zie hfdst. 5.2.2)
V
Aandeel modulatie-effect (zie hfdst. 5.2.3)
V
Layer-klankkleuren (zie hfdst. 5.1 en hfdst. 6.3)
U kunt voor het gehele muziekstuk de volgende globale instellingen
veranderen:
V
Tempo (zie hfdst. 6.4)
Het display toont:
V
Maatsoort (zie hfdst. 6.4)
A-:
V
Type van het ruimte-effect (zie hfdst. 5.2.2)
V
Type van het modulatie-effect (zie hfdst. 5.2.3)
Startpunt van de herhaallus ingesteld.
4) Druk opnieuw op de SELECT-knop, zodra de weergave het
moment bereikt, waarop de herhaling moet stoppen.
1) Druk op de REC-knop in de SONG-sectie om de opnamemodus te wisselen. De REC-LED boven de TRACK 1- of TRACK
2-knop gaat branden en de knipperende punten in het display
lichten in het ingestelde tempo van de metronoom op en geven
de maatsoort weer.
Het display toont::
A-b:
Eindpunt van de herhaallus ingesteld.
De muziekpassage wordt nu voortdurend herhaald, zodat u deze
zo lang kunt oefenen, tot u hem onder de knie hebt.
5) Stop de herhaling door te drukken op de START/STOP-knop,
wanneer u klaar bent met het oefenen van de muziekpassage.
Let erop bij de volgende stappen niet op de
START/STOP-knop te drukken, omdat anders een
nieuwe opname op het gekozen spoor plaatsvindt
en
de
tevoren
opgenomen
gegevens
overgeschreven worden.
2) Kies met behulp van de TRACK-knop het spoor, waarvan u
de instellingen wilt veranderen. Om globale instellingen (bijv.
tempo, maatsoort etc.) te veranderen, kiest u een willekeurig
spoor uit.
Om de herhaalmodus weer te verlaten, is het
voldoende om opnieuw op de SELECT-knop te
drukken.
.
De voor de herhaling gemarkeerde passage
wordt bij het verlaten van de muziek-sequencermodus automatisch teruggezet.
6.5.4 Geluidsvolume van mute-geschakelde
sporen
3) Breng de gewenste veranderingen aan. Ga daarvoor tewerk
zoals in de boven aangegeven hoofdstukken is beschreven.
4) Herhaal stap 2 zo nodig voor het andere spoor.
Met deze functie kunt u het geluidsvolume van de mutegeschakelde sporen instellen.
14
6. UITGEBREIDE BEDIENING
EUROGRAND EG540/1040
5) Druk op de REC-knop om de opname-modus weer te verlaten.
Functie:
E4.1
Waarde:
1, 2
Beschrijving:
De veranderingen zijn nu in de muziek-sequencer opgeslagen.
Wanneer u het muziekstuk afspeelt, vindt de weergave met de
nieuwe instellingen plaats. Oude instellingen gaan verloren.
6.5.6 Synchrone start
U kunt de muziek-sequencer in de positie klaar voor weergave
zetten, zodat een weergave tegelijkertijd bij de eerste druk op
een toets op het klavier begint. Deze functie kan zeer nuttig zijn,
wanneer u de muziek-sequencer als begeleiding wilt inzetten.
De functie kan ook in de DEMO-modus gebruikt worden.
1) Verzeker u ervan, dat de sporen, die u wilt weergeven,
geactiveerd zijn (PLAY-LED boven de desbetreffende TRACKtoets brandt groen). Activeer zo nodig de sporen door te
drukken op de desbetreffende TRACK-knop in de SONGsectie.
1:
Functie demperpedaal (fabrieksinstelling)
2:
Muziek-sequencer START/STOP
6.6 Systeeminstellingen
De EG540/1040 beschikt over enige instelmogelijkheden, die de
globale functie van het apparaat vastleggen. In het volgende
wordt uitgelegd, welke instellingen ter beschikking staan en hoe
u de veranderingen kunt aanbrengen.
6.6.1 Aanslagdynamiek
De parameter aanslagdynamiek bepaalt het geluidsvolume van
de klankkleuren in verhouding tot de sterkte van de
toetsenaanslag, d.w.z. hoe hard u een toets dient aan te slaan
om een maximaal geluidsvolume te krijgen.
In het volgende wordt uitgelegd, hoe u de aanslagdynamiek kunt
veranderen.
1) Druk op de VELOCITY-knop om tussen de volgende instellingen
te schakelen:
V
HARD:
V
MEDIUM: De toetsen moeten gemiddeld hard aangeslagen
worden om het maximale geluidsvolume te
bereiken. (fabrieksinstelling)
V
SOFT:
De toetsen hoeven slechts licht aangeslagen
te worden om het maximale geluidsvolume te
bereiken.
V
OFF:
Wanneer geen van de LEDs brandt, brengt iedere
toetsaanslag onafhankelijk van de
aanslagsterkte een gedefinieerd geluidsvolume
voort.
2) Houd een van de geactiveerde TRACK-knoppen ingedrukt en
druk tegelijkertijd op de START/STOP-knop in de SONG-sectie.
.
De toetsen moeten zeer hard aangeslagen
worden om het maximale geluidsvolume te
bereiken.
+
Een punt in de rechter benedenhoek van het display begint in het
tempo van de metronoom te branden en signaleert de staat voor
synchroon gebruik. Zodra u op een toets op het klavier drukt,
begint de sequencer direct met de weergave.
Om de synchrone startmodus weer te verlaten
herhaalt u eenvoudig stap 2.
Een brandende LED boven de knop toont de actuele instelling.
Brandt geen LED, is de aanslagdynamiek uitgeschakeld. In dit
geval kunt u de vaste waarde van het geluidsvolume als volgt
instellen:
2) Houd de VELOCITY-knop ingedrukt, terwijl u met de -/NO- en
+/YES-knoppen in de VALUE/SONG-sectie de waarde van
het geluidsvolume instelt, die het aanslaan van de toetsen in
werking moet zetten.
6.5.7 De muziek-sequencer met de voetpedaal
starten
Met deze functie kunt u de functie van de linker demperpedaal
veranderen, zodat de muziek-sequencer met de linker voetpedaal
gestopt en gestart kan worden. Dat is nuttig, wanneer u een
muziekstuk live speelt en de sequencer als begeleiding pas in
het verdere verloop van het stuk wilt starten. In de DEMO-modus
kunt u met de betreffende instelling de voetpedaal eveneens
voor het starten en stoppen van de weergave inzetten.
+
Het display toont:
1x127:Vaste waarde geluidsvolume, die een toetsaanslag in
werking zet. (fabrieksinstelling: 64)
Voor deze functie dient u de EDIT-modus te
gebruiken (zie hfdst. 6.1) en de volgende functie
op te roepen.
6. UITGEBREIDE BEDIENING
15
EUROGRAND EG540/1040
3) Druk, terwijl u de VELOCITY-knop vasthoudt, tegelijk op de /NO- en de +/YES-knop om de standaardinstellingen op te
roepen.
6.6.4 Stemmen
De EG540/1040 kan volgens verschillende, in de loop van de
afgelopen eeuwen ontwikkelde stemmethodes gestemd worden.
Het meest gebruikelijke proces nu is de gelijkzwevende stemming,
welke sinds de negentiende eeuw tot op heden een stempel op
de muziek drukt. Voor het spelen van enige barokwerken (bijv.
van J. S. Bach) kan echter ook de keuze van een ouder
stemsysteem aantrekkelijk zijn.
De in EG540/1040 te kiezen stemmingen zijn:
De instelling van de aanslagdynamiek heeft geen
effect op de klankkleuren HARPSICHORD,
CEMBALO, JAZZ-, CHURCH-, en PIPE ORGAN.
TIP: Voor kinderen kan het raadzaam zijn met deze
functie een lichte aanslag (SOFT) in te stellen.
V
6.6.2 Werking demperpedaal
Voor deze functie dient u de EDIT-modus te
gebruiken (zie hfdst. 6.1) en de volgende functie
op te roepen.
Functie:
E4.2
Waarde:
1x5
Normale demping (fabrieksinstelling)
1:
Geringe demping
5:
Hoge demping
V
In het volgende wordt uitgelegd, hoe u de EG540/1040 kunt
fijnafstemmen. De display-informatie heeft betrekking op de
kamertoon “A”, aangegeven in hertz (Hz).
Voor deze functie dient u de EDIT-modus te
gebruiken (zie hfdst. 6.1) en de volgende functie
op te roepen.
Waarde:
427x453
terts/molstemming
Pythagoreïsche
stemming
Middentonige stemming
Beschrijving:
440:
Westeuropese stemming (fabrieksinstelling)
453:
Maximale ontstemming naar boven
427:
Maximale ontstemming naar beneden
Stappen van 1/5 herts worden door een of twee punten tussen
de cijfers als volgt aangegeven:
Werckmeister/Kirnberger-stemming
Beide stemmethodes zijn vandaag de dag vooral voor werken
van de baroktijd (bijv. J. S. Bach) interessant. De Werckmeisterstemming is voor orgelwerken bijzonder gebruikelijk.
In het volgende wordt uitgelegd, hoe u de stemming van de
EG540/1040 kunt veranderen.
6.6.3 Fijnafstemming
E1
grote
Deze stemming werd voor vroege muziek tot in de late
middeleeuwen gebruikt, toen in de een- en tweestemmigheid
nog geen tertsintervallen maar alleen zuivere prime-, kwart-,
kwint- en octaafintervallen gebruikt werden.
V
De aanpassing van deze instelling heeft alleen
effect, wanneer de linker pedaal als demperpedaal
werkt en niet gebruikt wordt om de muzieksequencer te starten en te stoppen (zie hfdst. 6.5.7).
Functie:
Zuivere
Vandaag de dag kan men de middentonige stemming nog voor
werken van de vroege zestiende en zeventiende eeuw gebruiken
(bijv. G. F. Händel).
De EG540/1040 kan minimaal ontstemd worden om de toonhoogte
aan andere instrumenten of stemmingen te kunnen aanpassen.
Deze instelling beïnvloedt de toonhoogte van alle toetsen tegelijk.
(fabrieksinstelling)
Deze stemming is geschikt voor muziek, die strikt een klassieke
cadens van tonica, dominant en subdominant volgt.
V
Beschrijving:
3:
stemming
Dit is de toentertijd meest gebruikelijke stemming sinds de
negentiende eeuw, omdat deze de speelbaarheid van alle in de
kwintencirkel uitgevoerde mol/grote terts toonsoorten mogelijk
maakt.
V
Met deze functie kunt u de sterkte van de werking van de
demperpedaal instellen.
Gelijkzwevende
Voor deze functie dient u de EDIT-modus te
gebruiken (zie hfdst. 6.1) en de volgende functie
op te roepen.
Functie:
E2.1
Waarde:
1x7
Beschrijving:
1:
Gelijkzwevende stemming (fabrieksinstelling
2:
Zuivere grote terts stemming
3:
Zuivere molstemming
4:
Pythagoreïsche stemming
5:
Middentonige stemming
6:
Werckmeister-stemming
7:
Kirnberger-stemming
Voor alle stemmethodes, uitgezond de gelijkzwevende stemming,
is aanvullend de instelling van een grondtoon nodig, waarop de
stemming gebaseerd is.
In het volgende wordt uitgelegd, hoe u de grondtoon instelt:
Functie:
E2.2
CxB
440:
440 Hz
Waarde:
4.. 40:
440,2 Hz
Beschrijving:
44.. 0:
440,4 Hz
440..:
440,6 Hz
Elkaar afwisselende tonen worden door lijnen boven of onder
de toonnaam getoond. Een lijn boven betekent een toonverhoging,
een lijn beneden een verlaging.
4.. 40.. :
440,8 Hz
16
6. UITGEBREIDE BEDIENING
EUROGRAND EG540/1040
Het display toont:
c-:
e-:
Beschrijving:
Verhoogde C (Cis / C#)
Off:
Geheugenfunctie voor steminstellingen is gedeactiveerd
(fabrieksinstelling)
On:
Geheugenfunctie voor steminstellingen is geactiveerd
b
Verlaagde E (Es / E )
6.6.5 Parameter-geheugenfuncties
De EG540/1040 beschikt over de mogelijkheid aangebrachte
instellingen op te slaan om deze bij het uitzetten van het apparaat
niet verloren te laten gaan. Wanneer de geheugen functie niet
geactiveerd is, gaan aangebrachte instellingen - tot op de
gegevens van de muziek-sequencer - bij het uitzetten verloren.
Bij het opnieuw aanzetten worden dan de fabrieksmatige
standaardinstellingen opgeroepen.
V
Demperpedaal
Voor deze functiegroep worden de volgende instellingen
opgeslagen:
Functie demperpedaal (zie hfdst. 6.5.7)
Werking demperpedaal (zie hfdst. 6.6.2)
Functie:
E8.4
De geheugenfunctie kan voor de aparte functiegroepen:
klankkleuren, MIDI, stemming en demperpedaal apart geactiveerd
worden.
Waarde:
On, Off
Off:
Geheugenfunctie voor instellingen demperpedaal is
gedeactiveerd (fabrieksinstelling)
On:
Geheugenfunctie voor instellingen demperpedaal is
geactiveerd
V
Voor deze functie dient u de EDIT-modus te
gebruiken (zie hfdst. 6.1) en de volgende functie
op te roepen.
Beschrijving:
Klankkleuren
Voor deze functiegroep worden de volgende instellingen
opgeslagen:
Klankkleuren (zie hfdst. 3.4)
6.6.6 Fabrieksinstelling herstellen
Met deze procedure kunt u de fabrieksinstellingen oproepen.
Instellingen van de layer-modus
(zie hfdst. 5.1 en hfdst. 6.3)
Type en aandeel ruimte-effect (zie hfdst. 5.2.2)
Type en aandeel modulatie-effect (zie hfdst. 5.2.3)
LET OP: Alle opgeslagen parameters alsook de
gegevens van de muziek-sequencer gaan verloren,
wanneer u een van de procedures uitvoert.
1) Zet het apparaat met behulp van de POWER-schakelaar uit,
wanneer het niet al uitgezet is.
2) Houd de C-toets helemaal rechts op het klavier vast en zet de
EG540/1040 met ingedrukte C-toets aan.
Aanslagdynamiek (zie hfdst. 6.6.1)
Maat en tempo metronoom (zie hfdst. 6.4)
Gedempt geluidsvolume (zie hfdst. 6.5.4)
Functie:
E8.1
Waarde:
On, Off
+
Beschrijving:
Off:
Geheugenfunctie voor klankkleurinstelingen is
gedeactiveerd (fabrieksinstelling)
On:
Geheugenfunctie voor klankkleurinstelingen is
geactiveerd
V
Als alternatief kunt u ook als volgt tewerkgaan:
1) Zet het apparaat met behulp van de POWER-schakelaar uit,
wanneer het niet al uitgezet is.
MIDI
Voor deze functiegroep worden de volgende instellingen
opgeslagen:
2) Houd de TRACK 1- en TRACK 2-knop vast en zet de EG540/
1040 met ingedrukte knoppen aan.
Alle MIDI-instellingen (zie hfdst. 7.3.3)
Functie:
E8.2
Waarde:
On, Off
Beschrijving:
Off:
Geheugenfunctie voor MIDI-instellingen is gedeactiveerd
(fabrieksinstelling)
On:
Geheugenfunctie voor MIDI-instellingen is geactiveerd
V
+
Stemming
Voor deze functiegroep worden de volgende instellingen
opgeslagen:
Transponering (zie hfdst. 6,2)
Fijnafstemming (zie hfdst. 6.6.3)
Stemmethode (zie hfdst. 6.6.4)
Functie:
E8.3
Waarde:
On, Off
Na ca. 5 seconden kunt u de TRACK-knoppen loslaten.
6. UITGEBREIDE BEDIENING
17
EUROGRAND EG540/1040
7. AANSLUITEN AAN EXTERNE
APPARATEN
De EG540/1040 beschikt over verschillende aansluitingen, via
welke u het apparaat met andere apparaten kunt verbinden.
LET OP: Verzeker u ervan, dat alle apparaten
uitgeschakeld zijn, voordat u draden gaat
aansluiten.
LET OP: Verbind nooit de LINE IN-aansluitingen met
de LINE OUT-aansluitingen van de EG540/1040. Dit
leidt tot een terugkoppelingslus, die een hoog
geluidsvolume tot gevolg heeft en het apparaat en
uw gehoor kan beschadigen!
7.1 Aansluiten van externe geluidsbronnen
De EG540/1040 beschikt over een stereo LINE IN-aansluiting, via
welke u externe geluidsbronnen met de digitale piano kunt
verbinden. De signalen worden via de interne luidsprekers alsook
de aangesloten koptelefoons weergegeven.
In de volgende afbeelding ziet u een voorbeeldbedrading van de
EG540/1040 met een cd-speler. Voor de aansluiting hebt u een
of twee snoeren met jack plugs en cinch-stekkers (zie hfdst.
10.1.3) nodig. Als alternatief kunt u ook een cinch- of jack
plugsnoer met een passende adapterstekker gebruiken.
Afb. 7.2: Aansluiten aan versterker en opnameapparaten
1) Verbind voor het aansluiten van externe versterkers de jack
plugbussen van de LINE OUT met de ingangen van de
versterker.
Voor een monobedrading dient u de LINE OUT L
(MONO)-aansluiting op uw digitale piano te
gebruiken.
2) Verbind voor het aansluiten van opnameapparaten de cinchbussen van de LINE OUT met de ingangen van het
opnameapparaat.
LET OP: Zet de EG540/1040 aan VOORDAT u de
externe versterker aanzet om de versterking van
inschakelimpulsen te vermijden. Zulke impulsen
kunnen het versterkersysteem en de luidsprekers
beschadigen. Bij het uitschakelen gaat u in
omgekeerde volgorde tewerk.
7.3 MIDI-functies
Afb. 7.1: Aansluiten van externe signaalbronnen
1) Verbind de uitgangen van de cd-speler met de LINE INaansluitingen van de EG540/1040.
Voor een monobedrading dient u de LINE IN L
(MONO)-aansluiting op uw digitale piano te
gebruiken.
7.2 Aansluiten aan externe versterker en
opnameapparaten
De EG540/1040 beschikt over twee LINE OUT-aansluitingen, via
welke u de digitale piano aan een externe keyboard-versterker,
geluidsapparaten of een versterker thuis kunt aansluiten. De
aansluiting van een externe versterker kan voor het geluid in
grote ruimtes (bijv. bühnes, zalen) noodzakelijk zijn.
Bovendien kunnen de uitgangen voor de aansluiting van
opnameapparaten (bijv. computer, cassettedeck, md-recorder)
gebruikt worden.
18
MIDI is een interface en een protocol voor de overdracht van
speelgegevens aan andere MIDI-apparaten. Tot de belangrijkste
speelgegevens behoren bijvoorbeeld de hoogte van de noten en
de lengte ervan, aanslag- en kanaalgeluidsvolumesterkte,
klankkleurwisseling en diverse controller-gegevens, die
bijvoorbeeld door speelhulpmiddelen gegenereerd worden (bijv.
pedalen).
7.3.1 MIDI-koppeling met andere
geluidsapparaten
U kunt de EG540/1040 inzetten om externe geluidsapparaten per
MIDI aan te sturen. Op deze manier kunt u het klavier en de
pedalen van de digitale piano gebruiken om het geluid van andere
synthesizers of klankmodules, die niet over een klavier
beschikken, te spelen. Wanneer u het audiosignaal van de
externe geluidsapparaten als extra zoals in hfdst. 7.1 beschreven
is aan de EG540/1040 aansluit, worden alle gespeelde klanken
aanvullend bij de klanken van de EG540/1040 via de luidsprekers
van uw digitale piano weergegeven.
7. AANSLUITEN AAN EXTERNE APPARATEN
EUROGRAND EG540/1040
De volgende afbeelding toont een setup met een externe soundmodule.
Afb. 7.3: Aansturen van externe MIDI-geluidsapparaten
1) Verbind de MIDI OUT-bus van de EG540/1040 met de MIDI INbus van het externe geluidsapparaat.
2) Verzeker u ervan, dat de MIDI-zend- en ontvangkanalen van
beide apparaten overeenstemmen (zie hfdst. 7.3.3)
3) Verbind de audio-uitgangen van het geluidsapparaat met de
LINE IN-aansluitingen van de EG540/1040, wanneer u wilt,
dat de klanken van het externe apparaat ook via de
luidsprekers van de digitale piano weergegeven worden.
Afb. 7.4: Midi-setup met sequencer en extern
geluidsapparaat
1) Verbind de MIDI OUT-bus van de EG540/1040 met de MIDI INbus van een geluidskaart geschikt voor MIDI.
7.3.2 MIDI-koppeling met een muziekcomputer
met sequencer-software
2) Verbind de MIDI IN-bus van de EG540/1040 met de MIDI OUTbus van de geluidskaart.
U kunt de EG540/1040 samen met een sequencer-programma
(bijv. Cubase®, Logic®) bedienen. Een sequencer doet u talrijke
krachtige functies aan de hand om MIDI-gegevens op te nemen
en verder te bewerken. Zo kunt u meerdere sporen opnemen om
complexe muziekstukken te maken. Tot de verdere mogelijkheden
behoren notendruk of de weergave van muziekstukken.
Bovendien kunt u de gegevens van de interne muziek-sequencer
naar de computer overbrengen om ze duurzaam veilig te stellen.
3) Verbind de MIDI IN-bus van de sound-module met de MIDI
THRU-bus van de EG540/1040.
De volgende afbeelding toont een setup met een muziekcomputer.
Het aansluiten van een externe sound-module is optioneel.
4) Verbind de audio-uitgangen van het geluidsapparaat met de
LINE IN-aansluitingen van de EG540/1040, wanneer u wilt,
dat de klanken van het externe apparaat via de luidsprekers
van de digitale piano weergegeven worden.
7.3.3 MIDI-instellingen
De EG540/1040 biedt acht verschillende functies, waarmee u
kunt instellen, hoe het instrument MIDI-gegevens verwerkt.
V
Voor deze functie dient u de EDIT-modus te
gebruiken (zie hfdst. 6.1) en de volgende functie
op te roepen.
MIDI-zendkanaal instellen
Met deze functie kunt u het zendkanaal instellen, waarop de
EG540/1040 MIDI-gegevens moet zenden. Zend- en
ontvangstkanaal van MIDI-apparaten moeten overeenstemmen
om een succesvolle MIDI-communicatie tot stand te brengen.
Functie:
E7.1
Waarde:
1x16, Off
Beschrijving:
1x16: De EG540/1040 zendt op het aangegeven kanaal MIDIgegevens. (fabrieksinstelling: 1)
Off:
De EG540/1040 zendt geen MIDI-gegevens
7. AANSLUITEN AAN EXTERNE APPARATEN
19
EUROGRAND EG540/1040
V
In de layer-modus zal stem 1 op het ingestelde
kanaal MIDI-gegevens zenden, stem 2 op het
naasthogere.
Gegevens van demosong- en muziek-sequencer
worden bij de weergave niet via de MIDI-uitgang
overgedragen. U kunt het muziekstuk van de
interne muziek-sequencer evenwel als MIDI-dump
spelen
(zie
„Gegevens
muziek-sequencer
zenden“ verderop in dit hoofdstuk).
MIDI-ontvangstkanaal instellen
Met deze functie kunt u het ontvangstkanaal instellen, waarop
de EG540/1040 MIDI-gegevens moet ontvangen. Zend- en
ontvangstkanaal van MIDI-apparaten moeten overeenstemmen
om een succesvolle MIDI-communicatie tot stand te brengen.
Voor een soepele afloop van het werken met een
muziekcomputer behoort de fabrieksinstelling ALL ingesteld te
zijn.
Functie:
E7.2
Waarde:
All, 1-2, 1x16
All:
Multi-timbrale ontvangst van alle MIDI-gegevens op alle
16 MIDI-kanalen tegelijk. (fabrieksinstelling)
1-2:
Ontvangst van MIDI-gegevens op de kanalen 1 en 2
1x16: Ontvangst van MIDI-gegevens op het ingestelde MIDIkanaal
V
De multi-timbrale ontvangst van MIDI-gegevens
maakt het u mogelijk de EG540/1040 in verbinding
met
een
sequencer-programma
als
geluidsapparaat voor meersporige arrangementen
te gebruiken (zie hfdst. 7.3.2).
Geluid aan-/uitschakelen (Local on/off)
Met deze functie kunt u instellen, of het interne geluid door het
spelen op het klavier de gespeelde noten direct weergeeft, of
alleen de via de MIDI IN-bus ontvangen MIDI-gegevens het geluid
kunnen voortbrengen.
Functie:
E7.3
Waarde:
On, Off
On:
Functie:
E7.5
Waarde:
On, Off
Beschrijving:
On:
Controller-gegevens worden gezonden en ontvangen
(fabrieksinstelling)
Off:
Controller-gegevens worden noch gezonden noch
ontvangen
Off:
Geluid reageert niet op het klavier, maar alleen op MIDInoten
V
Programmawisseling toelaten/negeren
Met deze functie kunt u instellen, of de EG540/1040 op opdrachten
voor MIDI-programmawisseling moet reageren. Opdrachten voor
programmawisseling worden gebruikt om bijvoorbeeld uit een
sequencer-programma klankkleuren van de EG540/1040 via MIDIcommando’s uit te kunnen kiezen. Omgekeerd worden opdrachten
voor programmawisseling via de MIDI-uitgang van de EG540/
1040 gezonden, wanneer in de SOUND SELECT-sectie een
klankkleur gekozen wordt (zie hfdst. 10.2).
MIDI-transponering
Functie:
E7.6
Waarde:
-12x12
Beschrijving:
0:
Geen transponering van de notenhoogte aan de MIDIuitgang (fabrieksinstelling
1x12: Transponering van de notenhoogte met het
ingestelde aantal halftonen naar boven
-1x-12:
Transponering van de notenhoogte met het
ingestelde aantal halftonen naar beneden
V
Geluid reageert op het klavier en MIDI-noten
(fabrieksinstelling)
De EG540/1040 reageert alleen op de in de MIDIimplementatietabellen vermelde opdrachten,
wanneer controller-gegevens toegelaten worden
(zie hfdst. 10.5).
Met deze functie kunt u instellen, of uitgaande MIDI-gegevens
onafhankelijk van het interne geluid getransponeerd moeten
worden. Dit kan zinvol zijn om een extern geluidsapparaat,
waarvan u het geluid via het klavier van de EG540/1040 wilt
spelen, in een andere toonhoogte dan het interne geluid van de
EG540/1040 te laten klinken.
Beschrijving:
MIDI-controller toelaten/negeren
Met deze functie kunt u instellen, of de EG540/1040 op MIDIcontroller-gegevens moet reageren. Er zijn veel verschillende
controller-gegevens, die voor de sturing van klankveranderingen
gebruikt worden (bijv. pedaaltoestand, geluidsvolume,
geluidsvolume effect).
V
Beschrijving:
V
Deze instelling heeft geen effect op het geluid
van de EG540/1040!
Instellingen bedieningsveld zenden (snapshot)
Met deze functie worden de actuele instellingen van de EG540/
1040 (bijv. gekozen klankkleuren en effecten,
kanaalgeluidsvolume) via de MIDI-uitgang overgedragen. Bij dit
soort overdracht gaat het om een systeemexclusief
gegevenspakket (MIDI-dump).
Functie:
E7.7
Waarde:
-
Beschrijving:
1) Sluit de EG540/1040 zoals in hfdst. 7.3.2 beschreven is aan
aan een computer of hardware-sequencer.
2) Zet de MIDI-sequencer klaar voor ontvangst.
Functie:
E7.4
3) Kies de functie E7.7 in de EDIT-modus.
Waarde:
On, Off
4) Druk op de +/YES-knop voor de uitvoering van de overdracht.
Beschrijving:
On:
Opdrachten voor programmawisseling worden gezonden
en ontvangen (fabrieksinstelling)
Off:
Opdrachten voor programmawisseling worden noch
gezonden noch ontvangen
Op het einde van de overdracht verschijnt End op het display.
20
7. AANSLUITEN AAN EXTERNE APPARATEN
EUROGRAND EG540/1040
V
U kunt de gegevens later weer naar de EG540/1040
terugzenden. Hiervoor moet u de EG540/1040 via de
MIDI IN-bus met het apparaat verbinden, waaraan
de gegevens te voren overgedragen zijn. Zodra u
de overdracht van de MIDI-sequencer start, ontvangt
de EG540/1040 de gegevens automatisch. Hiervoor
mogen noch de DEMO-, EDIT of muziek-sequencermodus geactiveerd zijn!
8. HET ZOEKEN NAAR FOUTEN
V
Controleer de verbinding van stekker naar contactdoos
(zie hfdst. 3.1).
V
Functie:
E7.8
Waarde:
-
Controleer de status van de SPEAKER-knop
(zie hfdst. 5.4).
Controleer, of het geluid ingeschakeld is (zie hfdst. 7.3.3).
V
De voetpedalen werken niet juist
Controleer de verbinding van het pedaalsnoer naar de
PEDAL-bus op de onderkant van de EG540/1040.
V
Beschrijving:
1) Sluit de EG540/1040 zoals in hfdst. 7.3.2 beschreven is aan
aan een computer of hardware-sequencer.
V
Het display toont FUL aan
Het geheugen van de muziek-sequencer is vol. Wanneer
u uw opnames niet wilt wissen/opnieuw wilt opnemen,
sla dan de opgenomen song per MIDI-overdracht veilig
op op een muziekcomputer (zie hfdst. 7.3.2 en 7.3.3),
voordat u een nieuwe opname uitvoert.
3) Kies de functie E7.8 in de EDIT-modus.
4) Druk op de +/YES-knop voor de uitvoering van de overdracht.
V
Alle instellingen gaan bij het uitschakelen verloren
Als standaard worden de fabrieksinstellingen van de
EG540/1040 bij de ingebruikname opgeroepen. Wilt u,
dat uw persoonlijke instellingen opgeslagen worden,
moet u het geheugen zoals in hfdst. 6.6.5 beschreven is
instellen.
Op het einde van de overdracht verschijnt End op het display.
U kunt de gegevens later weer naar de EG540/1040
terugzenden. Hiervoor moet u de EG540/1040 via de
MIDI IN-bus met het apparaat verbinden, waaraan
de gegevens te voren overgedragen zijn. Zodra u
de overdracht van de MIDI-sequencer start, ontvangt
de EG540/1040 de gegevens automatisch. Hiervoor
mag noch de DEMO-, noch de EDIT- of de muzieksequencermodus geactiveerd zijn!
Het audio-signaal klinkt vervormd
Regel het geluidsvolume met behulp van de MAIN
VOLUME-regelaar opnieuw.
2) Zet de MIDI-sequencer klaar voor ontvangst.
Er is geen geluid te horen
Controleer de positie van de MAIN VOLUME-regelaar
(zie hfdst. 3.2).
Gegevens muziek-sequencer zenden
Met deze functie worden de gegevens van de muziek-sequencer
via de MIDI-uitgang overgedragen. Op deze manier kunt u een
opgenomen muziekstuk duurzaam op een muziekcomputer of
hardware-MIDI-sequencer opslaan. Bij dit soort overdracht gaat
het om een systeemexclusief gegevenspakket (MIDI-dump), niet
om MIDI-speelgegevens.
Het instrument kan niet ingeschakeld worden
V
De EG540/1040 reageert niet op alle MIDI-opdrachten
De EG540/1040 ondersteunt alleen de in de MIDIimplementatietabel opgegeven opdrachten.
Verzeker u ervan, dat voor het apparaat, dat de MIDIgegevens zendt en voor de EG540/1040 geen MIDI-filters
geactiveerd zijn (zie hfdst. 7.3.3).
V
Het display wijst ERR aan
Er is een interne fout opgetreden. Schakel het apparaat
uit en na 30 seconden weer in. Wanneer de foutmelding
weer getoond wordt, neem dan contact op met de
BEHRINGER supportafdeling.Verdere inlichtingen
ontvangt u op www.behringer.com.
8. HET ZOEKEN NAAR FOUTEN
21
EUROGRAND EG540/1040
9. TECHNISCHE GEGEVENS
KLAVIER
88 gebalanceerde toetsen met hamermechanisme (A-1 - C7)
GELUID
RSM (Real Sound Memory) Stereo-Sampling, 32 MB ROM
POLYFONIE
max. 64 noten
KLANKKLEUREN
14
EFFECTEN
Ruimte-effecten
Modulatie-effecten
4 Types (ROOM, HALL 1, HALL 2, STAGE)
4 Types (CHORUS, FLANGER, TREMOLO, DELAY)
SEQUENCER
Soort
Geheugen
2-sporen
1 song, ca. 10.000 noten
PEDALEN
3 (dempings-, sostenuto-, vasthoudpedaal)
LINE IN
Aansluitingen
Impedantie
6,3-mm-monojack plug, onsymmetrisch
ca. 10 kΩ
LINE OUT
Aansluitingen
Max. uitgangsniveau
6,3-mm-stereojack plug, impedantiesymmetrisch
cinch, onsymmetrisch
ca. 100 Ω, onsymmetrisch
ca. 200 Ω, symmetrisch
+7 dBu
PHONES
Aansluitingen
Max. uitgangsniveau
6,3-mm-stereojack plug
+13 dBu/120mW @ 100 Ω last
MIDI
IN, OUT, THRU
VERSTERKER
Uitgangsvermogen
2 x 20 W
Impedantie
STROOMVERZORGING
Netspanning
USA/Canada
China/Korea
Europa/Verenigd Koninkrijk/Australië
Japan
Exportmodel
Vermogenopname
Zekering
AFMETINGEN/GEWICHT
Afmetingen (EG540 / H x B x D)
Afmetingen (EG1040 / H x B x D)
Gewicht (EG540)
Gewicht (EG1040)
120 V~, 60 Hz
220 V~, 50 Hz
230 V~, 50 Hz
100 V~, 50 - 60 Hz
120/230 V~, 50 - 60 Hz
ca. 135 W
100 - 120 V~:T 2,5 A, H 250V
220 - 240 V~: T 1,25 A, H 250 V
ca. 966 mm x 1328 mm x 380 mm
ca. 985 mm x 1350 mm x 506 mm
ca. 52 kg
ca. 51 kg
De Fa. BEHRINGER streeft altijd naar de hoogste kwaliteit en voert eventuele verbeteringen zonder voorafgaande aankondiging door. Technische
gegevens en uiterlijke kenmerken kunnen daarom van de genoemde specificaties of van de afbeeldingen van het product afwijken.
22
9. TECHNISCHE GEGEVENS
EUROGRAND EG540/1040
10. APPENDIX
10.1 Snoeren
In het volgende krijgt u een overzicht van snoeren, die u voor de bedrading van uw digitale piano nodig hebt. Snoeren zijn niet
meegeleverd.
Al naar gelang het gebruik hebt u adaptersnoeren nodig om verschillende aansluitingen met elkaar te verbinden. Hiervoor kunt u
adaptersnoeren of adapterstekkers gebruiken (bijv. jack plug of cinch). Snoeroplossingen zijn echter te verkiezen boven
adapterstekkers, omdat de signaalkwaliteit door onvoldoende contact van de stekkerverbinding beïnvloed kan worden.
10.1.1 Onsymmetrische jack plugsnoeren
Afb. 10.1: Onsymmetrische contactsnoeren met 6,3-mm-monocontactstekkers
10.1.2 Cinch-snoer
Afb. 10.2: HiFi-cinch-snoer
10.1.3 Jack plug/cinch-snoer
Afb. 10.3: Jack plug/cinch-snoer
10.1.4 MIDI-snoer
Afb. 10.4: Uitvoering van een MIDI-stekker
10. APPENDIX
23
EUROGRAND EG540/1040
10.2 Presets van de EG540/1040
MIDI-commando's
Klankkleur
Stereosamples
Beschrijving
Aanslag- Dynamiek- Releasedynamiek
samples
samples
MSB/LSB
Programmawisseling
(Program Change)
GRAND PIANO 1
Klassieke klank van een
concertvleugel met zacht
geluidskarakter
0/122
0
GRAND PIANO 2
Heldere klank van een
concertvleugel, bijzonder
geschikt voor pop en rock
0/112
0
0/122
5
0/122
4
E-PIANO 1
Typisch als een klok klinkend
FM-geluid van een
tachtigerjaren e-piano
E-PIANO 2
Markante retro-klank van een
nostalgische e-pianoklassieker
HARPSICHORD
Typische klank van een
markante barok-cembalo
0/122
6
CEMBALO
Volle cembalo-klank met
octaafverdubbeling
0/123
6
VIBRAPHONE
Zeer dynamisch speelbare
klank van een vibrafoon
0/122
11
PIPE ORGAN
Zachte klank van een houten
fluit van een klein barokorgel
0/123
19
Klank van een groot
kerkorgel met vol register
0/122
19
Klank van een typisch jazzorgel met percussie-aanslag
0/122
16
CHURCH ORGAN
JAZZ ORGAN
Natuurlijke klank van een
groot strijkorkest
0/122
48
SOFT STRINGS
Zachte klank van een
strijkensemble met langzame
insteltijd
0/122
49
CHOIR
Gemengd koor, waarvan de
stembezetting al naar gelang
de toonhoogte varieert
0/122
52
0/122
24
STRINGS
Klank van een klassieke
ACOUSTIC GUITAR concertgitaar met warm
klankkarakter
10.3 Lijst van de geïntegreerde demomuziekstukken
Nr.
24
Muziekstuk
Componist
1 Invention Nr. 1, C majeur, BWV 772
Johann Sebastian Bach
2 Pianosonate Nr. 16, eerste deel, C majeur, KV 545
Wolfgang Amadeus Mozart
Pianosonate Op.13, Nr. 8 "Pathétique", tweede deel,
3
As majeur
Ludwig van Beethoven
4 Pianosonate Op. 49, nr. 2, eerste deel, G majeur
Ludwig van Beethoven
5 Impromptu Op. 90, nr. 2, Es majeur
Franz Schubert
6 Lentelied Op. 62, nr. 6, A majeur
Felix Mendelssohn Bartholdy
7 Fantasie-Impromptu Op. 66, cis mineur
Frédéric Chopin
8 Preludium Op.28, Nr. 15 "Regentropfen", Des majeur
Frédéric Chopin
9 Etude Op. 10, Nr. 12 "Revolution", c mineur
Frédéric Chopin
Wals Op. 64, Nr. 1 "Minutenwalzer/Petit chien",
10
Des majeur
Frédéric Chopin
11 Wals Op. 64, nr. 2, cis mineur
Frédéric Chopin
12 Liefdesdroom Nr 3, As majeur
Franz Liszt
13 Arabesk nr. 1, E majeur
Claude Debussy
14 Children´s Corner: Golliwog´s Cakewalk, Es majeur
Claude Debussy
15 Maple Leaf Rag, As majeur
Scott Joplin
10. APPENDIX
EUROGRAND EG540/1040
10.4 EDIT-Parameters
Categorie
Stemming
Stemmethode
Korte omschrijving
Fijnafstemming
Stemmen
Grondtoon
Layer-modus
Layer-modus
Metronoom
Sequencer
MIDI
Opslaan
Waarden
Fabrieksinstelling
427 - 453
440
1x7
1
(Gelijkzwevend)
CxB
C
0x20
-*
-*
Ontstemming van stem 1 tegenover stem 2
E3.2
-10x10
Octaaftransponering stem 1
Octaafregister van stem 1
E3.3
-1, 0, 1
-*
Octaaftransponering stem 2
Octaafregister van stem 2
E3.4
-1, 0, 1
-*
E3.5
0x20
-*
E3.6
0x20
-*
E3.7
-
-
E4.1
1, 2
1
E4.2
1x5
3
E5
1x20
10
E6
0x20
5
E7.1
1x16, OFF
1
E7.2
All, 1-2, 1x16
All
E7.3
On, Off
On
E7.4
On, Off
On
E7.5
On, Off
On
E7.6
-12x12
0
E7.7
-
-
E7.8
-
-
E8.1
On, Off
Off
E8.2
On, Off
Off
E8.3
On, Off
Off
E8.4
On, Off
Off
Ontstemming
Demperpedaal
Betekenis
Functie
Globale fijnafstemming in stappen van 1/5
E1
Hz
Keuze van de gebruikte stemmethode
E2.1
(scala)
Keuze van de grondtoon, die aan de basis
E2.2
van de stemmethode moet liggen
Verhouding geluidsvolume van stem 1 tot
E3.1
stem 2
Aandeel geluidsvolumevan stem 1, dat
Aandeel effect stem 1
naar het effect geleid wordt
Aandeel geluidsvolumevan stem 2, dat
Aandeel effect stem 2
naar het effect geleid wordt
Terugzetten van de instellingen van de
Terugzetten
layer-modus
Functie van de demperpedaal:
Functie
1) demperpedaal, 2) muzieksequencer
Sterkte van de klankverandering door de
Werking
demperpedaal
Sterkte geluidsvolume van de
Geluidsvolume
metronoomtik
Geluidsvolume van het mute-geschakelde
Gedempt geluidsvolume
spoor in de muzieksequencer-modus
MIDI-kanaal, waarover MIDI-gegevens
Zendkanaal
gestuurd worden
MIDI-kanaal, waarover MIDI-gegevens
Ontvangstkanaal
ontvangen worden
In- en uitschakelen van het interne geluid
Geluid (Local on/off)
voor klaviergegevens
Programmawisseling toelaten of negeren
Programmawisseling
(zenden/ontvangen)
Controller-opdrachten toelaten of negeren
Controller-opdrachten
(zenden/ontvangen)
Transponering van de noten bij de MIDITransponierung
overdracht
MIDI-overdracht van alle actuele
Instellingen bedieningsveld
instellingen (dump)
MIDI-Übertragung der Daten des MusikGegevens muziek-sequencer
Sequenzers (Dump)
Duurzaam opslaan van de instellingen van
Klankkleuren
de klankkleuren
Duurzaam opslaan van de MIDIMIDI
instellingen
Duurzaam opslaan van transponering en
Stemming
stemmethode
Duurzaam opslaan van de
Demperpedaal
demperpedaalinstellingen
* Waarde van de werkinstellingen zijn afhankelijk van de gekozen klankkleurcombinaties.
10.5 MIDI-Implementaties
.
MIDI Implementation Chart
Function
Basic Channel
Mode
Note Number
Velocity
After Touch
Transmitted
Default
Changed
Default
Messages
Altered
1
1 - 16
3
X
X
9-120, v=1-127
X
O
X
X
X
X
True Voice
Note ON
Note OFF
Keys
Channels
Pitch Bend
Control Change
0,32 O
Recognized
1
1 - 16
1
X
X
0-127, v=1-127
0-127
O
X
X
X
X
O
Bank select
7 X
O
Volume
O
Expression
64 O
O
Damper
66 O
O
Sostenuto
67 O
O
Soft pedal
91 X
O
Reverb depth
Effect depth
94 X
O
O
O
System Exclusive
O
O
Song Pos.
Song Sel.
Tune
Clock
Commands
X
X
X
O
O
X
X
X
O
O
Local ON/OFF
All notes OFF
Active Sense
Reset
All sound off
Reset all ctrl
X
O
O
X
X
X
O (122)
O (123)
O
X
O (120)
O (121)
System
Real Time
Aux Messages
Poly mode only
11 X
Program Change
System Common
Remarks
Notes
O = YES, X = NO
Mode 1:
OMNI ON, POLY
Mode 3:
OMNI OFF, POLY
10. APPENDIX
25