Nederlandstalige
Gebruiksaanwijzing
SPECIALE MEDEDELINGEN
Dit product heeft batterijen of een externe spanningsvoorziening
nodig (adapter). Sluit dit product NIET aan op een andere spanningsvoorziening of adapter dan in de handleiding wordt beschreven, dan op
het naamplaatje staat of die speciaal wordt aanbevolen door Yamaha.
WAARSCHUWING: Plaats dit product niet op een plaats waar
iemand over het netsnoer of aangesloten kabels kan lopen, erop
kan stappen of er iets overheen kan rollen. Het gebruik van een
verlengsnoer wordt niet aanbevolen! ALS u toch een verlengsnoer
moet gebruiken, dan is de minimum draaddoorsnede voor een
snoer van 8 meter (of minder) 18 AWG. OPMERKING: Des te lager
het AWG nummer, des te groter het stroomdoorlatend vermogen.
Raadpleeg voor langere verlengsnoeren een plaatselijke elektricien.
Dit product mag alleen gebruikt worden met de bijgeleverde componenten of een kar, rek of standaard die speciaal wordt aanbevolen door
Yamaha. Als een kar, enz., wordt gebruikt, neem dan alstublieft alle veiligheidsmarkeringen en instructies, die het product vergezellen, in acht.
SPECIFICATIES ONDERHEVIG AAN WIJZIGINGEN:
Wij menen dat de informatie die deze handleiding bevat juist is op het
moment van drukken. Yamaha houdt zich echter het recht voor de specificaties te veranderen of aan te passen, zonder kennisgeving en zonder
de verplichting reeds bestaande modellen daar aan aan te passen.
Dit product, alleen of in combinatie met een versterker en hoofdtelefoon of luidsprekers, kan in staat zijn geluidsniveaus voort te brengen
die tot permanente gehoorbeschadiging kunnen leiden. Gebruik
GEEN hoge of onaangename volumeniveaus gedurende een langere
tijd. Mocht u gehoorbeschadiging of oorsuizen ervaren, dan kunt u het
best contact opnemen met een KNO-arts of gehoordeskundige.
BELANGRIJK: Des te harder het geluid, des te korter de tijd die
nodig is om tot gehoorbeschadiging te leiden.
Sommige Yamaha producten zijn voorzien van banken en/of accessoire bevestigings montagebeugels die of zijn bijgeleverd of als optionele accessoire leverbaar zijn. Sommige hiervan zijn zo ontworpen
dat ze door de dealer moeten worden gemonteerd of geïnstalleerd.
Zorg er alstublieft voor dat banken stabiel zijn en eventuele optionele
bevestigingen (waar toepasbaar) goed bevestigd zijn VOOR gebruik.
Door Yamaha geleverde banken zijn uitsluiten ontworpen om op te
zitten. Ander gebruik wordt afgeraden.
MERK OP:
Servicekosten die worden gemaakt vanwege een gebrek aan kennis van
hoe een functie of effect werkt (als het apparaat wordt gebruikt waarvoor
het is ontworpen) vallen niet onder de fabrieksgarantie en komen derhalve voor rekening van de gebruiker. Bestudeer deze handleiding zorgvuldig en raadpleeg uw dealer voordat u om service verzoekt.
Kennisgeving batterij:
Dit product KAN een kleine niet oplaadbare batterij bevatten die
(indien van toepassing) vastgesoldeerd zit. De gemiddelde
levensduur van zo’n batterij is ongeveer vijf jaar. Als vervanging
noodzakelijk wordt, neem dan contact op met gekwalificeerd
service personeel om de vervanging uit te voeren.
Het kan zijn dat dit product ook werkt met een gangbaar type
batterijen. Enkele daarvan kunnen oplaadbaar zijn. Vergewis u
ervan dat de op te laden batterij inderdaad oplaadbaar is en dat de
oplader geschikt is voor het desbetreffende type batterij.
Als u batterijen plaatst, gebruik dan nooit oude en nieuwe
batterijen en verschillende soorten batterijen door elkaar. De
batterijen MOETEN juist worden geplaatst. Niet overeenkomende
soorten of foutieve plaatsing kunnen leiden tot oververhitting en
scheuren van de batterijbehuizing.
Waarschuwing:
Probeer geen enkele batterij uit elkaar te halen of te doorboren. Houd
alle batterijen bij kinderen vandaan. Zorg dat lege batterijen niet bij het
normale afval komen, maar zorg dat ze zo spoedig mogelijk als Klein
Chemisch Afval worden ingeleverd. Opmerking: Informeer bij een
willekeurige leverancier van batterijen in uw omgeving naar informatie
over de verwijderingsvoorschriften voor batterijen.
Opmerking over verwijdering:
Als u dit product weg wilt doen omdat het kapot is en niet meer
gemaakt kan worden of omdat het apparaat om een of andere
reden aan het eind van zijn bruikbare levensduur is, vergewis u er
dan van wat de wettelijke regelingen op dat moment zijn voor het
verwijderen van producten die lood, batterijen, plastics, etc. bevatten. Als uw leverancier u daarmee niet kan helpen, neem dan
alstublieft direct contact op met Yamaha.
POSITIE NAAMPLAATJE:
Het naamplaatje bevindt zich aan de onderzijde van het product. U
vindt hierop het modelnummer, serienummer, vereisten voor de
spanningsvoorziening, etc. Het is verstandig om het
modelnummer, het serienummer en de aankoopdatum in de
hieronder gereserveerde ruimte te noteren. Bewaar ook uw
officiële aankoopbon, aangezien dat uw garantiebewijs is.
Model
Serienummer
MILIEU ZAKEN:
Yamaha streeft ernaar om producten te maken die zowel veilig als
milieuvriendelijk zijn. Wij menen oprecht dat onze producten en de
gebruikte productiemethodes aan deze doelstellingen voldoen.
Om ons zowel aan de letter als de geest van de wet te houden, willen we dat u zich bewust bent van de volgende zaken:
Aankoopdatum
BEWAAR DEZE HANDLEIDING ALSTUBLIEFT
92-BP (onderkant)
Deze handleiding is uitsluitend bedoeld om u te helpen zich de bediening van het instrument eigen te maken.
Er kunnen derhalve geen rechten aan ontleend worden.
VOORZORGSMAATREGELEN
LEES DIT ZORGVULDIG DOOR VOORDAT U VERDER GAAT
* Bewaar deze handleiding op een veilige plaats voor eventuele latere bestudering.
WAARSCHUWING
Volg altijd de algemene voorzorgsmaatregelen op die hieronder worden opgesomd om te voorkomen dat u gewond
raakt of zelfs sterft als gevolg van elektrische schokken, kortsluiting, schade, brand of andere gevaren. De maatregelen
houden in, maar zijn niet beperkt tot:
Spanningsvoorziening/Netadapter
Waarschuwing tegen water
• Gebruik uitsluitend de spanning die als juist wordt aangegeven voor het
instrument. Het vereiste voltage wordt genoemd op het naamplaatje van het
instrument.
• Gebruik alleen de aanbevolen adapter (PA-300 of gelijkwaardige door
Yamaha aanbevolen adapter). Gebruik van een andere adapter kan brand en
defecten veroorzaken.
• Stel het instrument niet bloot aan regen, gebruik het niet in de buurt van
water of onder natte of vochtige omstandigheden en plaats geen
voorwerpen op het instrument die vloeistoffen bevatten die in de openingen
kunnen vallen.
• Haal nooit een stekker uit het stopcontact met natte handen.
• Controleer zo nu en dan de stroomstekker en verwijder stof en vuil dat zich
erop verzameld heeft.
• Plaats de adapter niet in de buurt van warmtebronnen zoals kachels of
radiatoren. Verbuig of beschadig het snoer niet, plaats er geen zware
voorwerpen op en leg het niet op een plaats waar mensen er over kunnen
struikelen of er voorwerpen over kunnen rollen.
Waarschuwing tegen brand
• Plaats geen brandende voorwerpen, zoals kandelaars, op het apparaat.
Een brandend voorwerp kan omvallen en brand veroorzaken.
Als u onregelmatigheden opmerkt
Niet openen
• Open het instrument niet, haal de interne onderdelen niet uit elkaar en
modificeer het instrument niet. Het instrument bevat geen door de gebruiker
te vervangen onderdelen. Als het instrument stuk lijkt te zijn, stop dan met
het gebruiken van het instrument en laat het nakijken door een Yamaha
Service Center.
1/2
1
(3)-7
• Als het snoer van de adapter beschadigd is of stuk gaat, als er plotseling
geluidsverlies is in het instrument, of als er plotseling een geur of rook uit
het instrument komt, moet u het instrument onmiddellijk uit zetten, de
stekker uit het stopcontact halen en het instrument na laten kijken door een
officieel Yamaha Service Center.
P-120/P-120S
3
PAS OP
Volg altijd de algemene voorzorgsmaatregelen op die hieronder worden opgesomd om eventuele lichamelijke
verwondingen te voorkomen, of beschadiging aan andere instrumenten of bezittingen. De maatregelen houden in, maar
zijn niet beperkt tot:
Spanningsvoorziening/Netadapter
Onderhoud
• Gebruik bij het schoonmaken een zachte droge doek. Gebruik bij het
schoonmaken geen verfverdunners (b.v. thinner), oplosmiddelen,
schoonmaakmiddelen of chemische schoonmaakdoekjes.
• Als u de stekker uit het stopcontact haalt, moet u altijd aan de stekker
trekken, nooit aan het snoer.
• Haal de adapter uit het stopcontact gedurende een elektrische storm (b.v.
onweer), of als u het instrument gedurende lagere tijd niet gebruikt.
• Sluit het instrument niet aan op een stopcontact dat een T-plug bevat. Dit
kan resulteren in een verminderde geluidskwaliteit en het stopcontact
oververhitten.
Zorgvuldig behandelen
• Steek geen vinger of hand in de openingen van het instrument.
Locatie
• Stel het instrument niet bloot aan extreme schokken of stof, extreme koude
of warme omstandigheden (zoals in direct zonlicht, bij de verwarming, of in
de auto) om vervorming van het paneel of schade aan de interne elektronica
te voorkomen.
• Gebruik het instrument niet in de nabijheid van een TV, radio, stereo
installatie, mobiele telefoon of andere elektrische apparaten. Anders kan het
instrument, de TV of radio kan ruis opwekken.
• Plaats het instrument niet op een onstabiele plek waar het kan omvallen.
• Haal voordat u het instrument verplaatst alle kabels en de adapter los.
• Gebruik uitsluitend de standaards en rekken die voor uw instrument
aanbevolen zijn. Als u het instrument vast maakt aan de standaard of het rek
gebruik dan uitsluitend de bijgeleverde schroeven. Anders kan dit leiden tot
beschadiging van de interne componenten of het vallen van het instrument.
• Steek of laat nooit papier, metaal of andere voorwerpen in de openingen op
het paneel of het toetsenbord vallen. Als dit gebeurt, zet dan onmiddellijk
het instrument uit en trek het netsnoer uit het stopcontact. Laat vervolgens
uw instrument nakijken door gekwalificeerd Yamaha service personeel.
• Plaats geen vinylen, plastic of rubberen voorwerpen op het instrument, aangezien dit verkleuring van het paneel of het toetsenbord tot gevolg kan hebben.
• Leun niet op en plaats geen zware voorwerpen op het instrument, ga
voorzichtig om met de knoppen, schakelaars en aansluitingen.
• Gebruik het instrument niet te lang op een niet comfortabel geluidsniveau
aangezien dit permanent gehoorverlies kan veroorzaken. Als u
gehoorbeschadiging of suizen in uw oor constateert, neem dan contact op
met een KNO-arts of gehoordeskundige.
Data wegschrijven
Wegschrijven en back-up van uw data
• Afhankelijk van de Backup Instellingen (blz. 40), wordt interne data ongeveer 1
week vastgehouden nadat het instrument is uitgezet. Als de periode wordt
overschreden, zal de data verloren gaan. Zorg ervoor dat u het instrument
minstens eenmaal per week een paar minuten aanzet. De data kan verloren gaan
door slecht functioneren of foutieve handelingen. Sla belangrijke data op op een
extern medium zoals de Yamaha MDF3 MIDI data filer.
Aansluitingen
• Voordat u het instrument aansluit op andere elektronische componenten
moet u alle betreffende apparatuur uitzetten. Voordat u alle betreffende
apparatuur aanzet moet u alle volumes op het minimum zetten. Voer de
volumes van alle componenten, na het aanzetten, geleidelijk op tot het
gewenste luisterniveau.
Maak een backup van externe media
• Om de dataverlies door mediabeschadiging te voorkomen, adviseren wij u
belangrijke data op twee externe media op te slaan.
Yamaha kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor schade veroorzaakt door oneigenlijk gebruik of modificaties aan het instrument, of data die verloren is gegaan of gewist.
Zet het instrument altijd uit als u het niet gebruikt.
Zelfs als de POWER schakelaar in de “STANDBY” positie staat, loopt er nog een minimale hoeveelheid stroom door het instrument. Als u het instrument voor een lange tijd
niet gebruikt, zorg er dan voor dat u de netadapter uit het stopcontact haalt.
(3)-7
2/2
2
4
P-120/P-120S
Introductie
Dank u voor het kiezen voor de Yamaha Elektronische Piano P-120/P-120S. Uw P-120/P-120S is een fraai
muziekinstrument dat gebruik maakt van geavanceerde Yamaha muziektechnologie. Met de juiste zorg, zal uw
P-120/P-120S u vele jaren muzikaal plezier bezorgen.
● De P-120/P-120S Elektronische Piano biedt een ongeevenaard realistisch geluid en
een natuurlijke vleugelachtige bespeelbaarheid met Yamaha’s originele “AWM
Dynamische Stereo Sampling” klankopwekkingstechniek voor rijke, muzikale voices,
en een speciaal “Graded Hammer” toetsenbord die voorziet in een gegradueerd
toetsgewicht over het hele toetsenbord. De vleugel voices beschikken over totaal
nieuwe samples nauwgezet opgenomen van een grote volwaardige concertvleugel.
Zowel de GRAND PIANO 1 als 2 voices beschikken over meerdere
aanslagsnelheidgeschakelde samples (Dynamische Sampling), een “Zangbodem
Reverb” effect dat nauwkeurig de resonantie van een vleugelzangbodem simuleert en
“Toets-uit Samples” die het subtiele geluid toevoegen dat te horen is als de toetsen
worden losgelaten. Ze beschikken ook over speciale “Sustain Samples” die opnieuw
de uniek resonantie creëren zoals die wordt geproduceerd door de zangbodem en
snaren van een akoestische vleugel als het demperpedaal wordt ingedrukt.
● Dualmode maakt het mogelijk dat 2 voices tegelijkertijd worden bespeeld.
● Splitmode maakt het mogelijk dat verschillende voices door de linker- en rechterhand
bespeeld worden.
● Het sustainpedaal bevat een natuurlijk resonantie effect voor de piano voices, waarbij
de snaar en zangbodem resonanties van akoestische piano’s worden gesimuleerd.
● De metronoomfunctie met variabel tempo vergemakkelijkt het oefenen.
● Een twee-track (sporen) digitale recorder maakt het mogelijk alles wat u op het
toetsenbord speelt op te nemen en terug te spelen. Er kunnen tot drie user
(gebruikers) songs worden opgenomen en opgeslagen in de P-120/P-120S.
● MIDI compatibiliteit en een keur aan MIDI functies maken de P-120/P-120S bruikbaar
in een verscheidenheid aan geavanceerde MIDI muzieksystemen.
● Er is een ingebouwde computerinterface voor het direct aansluitingen op een
personal computers waarop geavanceerde muzieksoftware draait.
Om optimaal gebruik te maken van uw P-120/P-120S’s speelmogelijkheden en eigenschappen, raden wij u
dringend aan deze Nederlandstalige handleiding grondig door te lezen, en deze op een veilige plaats te bewaren
voor toekomstige naslag.
■ Handelsmerken
• Apple en Macintosh zijn handelsmerken van Apple Computer, Inc., geregistreerd in de V.S. en andere landen.
• IBM-PC/AT is een handelsmerk van International Business Machines Corporation.
• Windows is het geregistreerde handelsmerk van Microsoft® Corporation.
Alle andere handelsmerken zijn eigendom van hun respectieve eigenaren.
Bijgeleverde accessoires
● Nederlandstalige handleiding
● Anderstalige handleiding
● Muziekstandaard
● Pedaal
3
● PA-300 netadapter (of deze bijgeleverd of optioneel is, verschilt per land)
P-120/P-120S
5
Inhoud
Het bedieningspaneel................................................. 8
De metronoom & temporegeling ............................. 25
Aansluitingen ............................................................ 10
■ De metronoom .............................................. 25
● Metronoom maatsoort ............................. 25
● Metronomvolume functie ......................... 25
Selecteren & bespelen van voices ........................... 13
■ Temporegeling.............................................. 25
De demonstratiemelodieën afspelen....................... 14
De User Song Recorder gebruiken .......................... 26
■ Voice demo ................................................... 14
■ Opnemen ....................................................... 26
● De aanvangsinstellingen veranderen ...... 28
● Een enkele track wissen.......................... 28
■ Preset song ................................................... 15
■ Preset song A-B herhaling .......................... 16
■ Preset song partij annuleren ....................... 17
● Synchro start ........................................... 17
● AUX PEDAL start/stop ............................ 17
De dualmode ............................................................. 18
●
Andere dualmode functies....................... 18
■ Afspelen ........................................................ 28
● Synchro Start........................................... 29
● AUX PEDAL start/stop ............................ 29
De functiemode ........................................................ 30
●
Een functie selecteren............................. 30
■ F1: Stemmen ................................................. 31
De splitmode ............................................................ 19
●
●
●
De rechter- en linkervoices selecteren .... 19
Het splitpunt instellen .............................. 19
Andere splitmode functies ....................... 19
Reverb ...................................................................... 20
●
De reverbdiepte aanpassen .................... 20
Het effect ................................................................. 21
●
De effectdiepte aanpassen...................... 21
Brilliance (helderheid) .............................................. 22
Transponering........................................................... 22
Touch (aanslaggevoeligheid) ................................... 23
Stemmen ................................................................... 24
●
●
●
Hoger stemmen....................................... 24
Lager stemmen ....................................... 24
De standaard toonhoogte terugroepen ... 24
■ F2: Stemming ................................................ 31
F2.1: Stemming........................................... 31
F2.2: Basisnoot ........................................... 31
■ F3: Dualmode functies ................................. 32
F3.1: Dual balans........................................ 32
F3.2: Dual ontstemming.............................. 32
F3.3: 1e voice octavering............................ 32
F3.4: 2e voice octavering............................ 32
F3.5: 1e voice effectdiepte.......................... 33
F3.6: 2e voice effectdiepte.......................... 33
F3.7: Reset ................................................. 33
■ F4: Splitmode functies ................................. 33
F4.1: Splitpunt............................................. 33
F4.2: Split balans ........................................ 33
F4.3: Rechtervoice octavering .................... 34
F4.4: Linkervoice octavering ....................... 34
F4.5: Rechtervoice effectdiepte ................. 34
F4.6: Linkervoice effectdiepte ..................... 34
F4.7: Sustainpedaalbereik .......................... 34
F4.8: AUX pedaalbereik.............................. 34
F4.9: Reset ................................................. 34
4
6
P-120/P-120S
■ F5: Pedaalfuncties ........................................ 35
F5.1: AUX PEDAL mode............................. 35
F5.2: Sustain samplediepte ........................ 35
F5.3: Softpedaal effectdiepte ...................... 36
F5.4: SUSTAIN PEDAL type....................... 36
F5.5: AUX PEDAL type............................... 36
■ F6: Metronoomvolume ................................. 36
■ F7: Preset song partij annuleer volume ..... 36
■ F8: MIDI Functies .......................................... 37
● Een korte intructie tot MIDI...................... 37
F8.1: MIDI verzendkanaal selectie.............. 37
F8.2: MIDI ontvangstkanaal selectie........... 37
F8.3: Lokale besturing aan/uit..................... 38
F8.4: Programmawijziging aan/uit............... 38
F8.5: Besturingswijziging aan/uit ................ 39
F8.6: MIDI verzendtransponering ............... 39
F8.7: Paneel/status verzending .................. 39
F8.8: Bulk data dump.................................. 39
■ F9: Backup functies...................................... 40
F9.1: Voice.................................................. 40
F9.2: MIDI ................................................... 40
F9.3: Stemmen ........................................... 40
F9.4: Pedaal................................................ 40
Op een personal computer aansluiten .................... 41
●
●
●
Aansluiten op een Apple Macintosh
computer ................................................. 41
Aansluiten op een IBM-PC/AT
compatibele computer ............................. 42
Een USB interface gebruiken
(zoals de Yamaha UX256, UX96) ........... 43
Fabrieksinstellingen terugroepen ............................ 44
Problemen oplossen ................................................. 44
Voice beschrijvingen ....................................... 45AH*
Preset Song overzicht ..................................... 48AH*
Fabrieksinstellingen overzicht........................ 49AH*
MIDI data format ............................................... 50AH*
MIDI implementatie overzicht.......................... 54AH*
Specificaties ............................................................ 45
AH*: Dit is alleen te vinden op de betreffende blad-
5
zijde in de bijgeleverde Anderstalige Handleiding.
P-120/P-120S
7
Het bedieningspaneel
1
7
2
3 4 56
0
!
89
@
# $% ^&
A-1 B-1 C0 D0 E0 F0 G0 A0 B0 C1 D1 E1 F1 G1 A1 B1 C2 D2 E2 F2 G2 A2 B2 C3 D3 E3 F3 G3 A3 B3 C4 D4 E4 F4 G4 A4 B4 C5 D5 E5
PHONES aansluitingen (linker zijpaneel)
(zie blz. 11)
Tuning (stemming) toetsen
(zie blz. 24)
1 [MASTER VOLUME] regelaar
De [MASTER VOLUME] regelaar past het P120/P-120S’s uitgangsvolume (niveau) aan.
De [MASTER VOLUME] regelaar past ook het
hoofdtelefoonvolume aan als er hoofdtelefoons zijn
aangesloten op de PHONES aansluiting (blz. 11).
2 [BRILLIANCE] regelaar
De [BRILLIANCE] regelaar past de klankkleur
van het uitgangsgeluid aan, van een warme klank tot
een heldere klank.
3 [DEMO] knop
Activeert de demo afspeelmode waarin u het
afspelen van verschillende demonstratie sequences
voor elk van de P-120/P-120S’s voices kunt
selecteren. Zie voor details blz. 14.
4 METRONOOM [START/STOP] knop
8
P-120/P-120S
Deze knop geeft toegang tot de TEMPO regeling en een
verscheidenheid aan utility functies — inclusief de MIDI
functies — die de veelzijdigheid en bespeelbaarheid
aanmerkelijk verbeteren. Zie voor details blz. 30.
6 [TEMPO/FUNCTION# ▼, ▲] knoppen
Deze knoppen passen het tempo van de
metronoomfunctie alsook het afspeeltempo van de
songfunctie aan. Het tempobereik is van 32 t/m 280
tellen per minuut — blz. 25. Dezelfde knoppen worden ook gebruikt om functies te selecteren — blz. 30.
7 [–/NO▼], [+/YES▲] knoppen
Deze knoppen selecteren een preset songnummer
voor afspelen en worden ook gebruikt om een
verscheidenheid aan andere parameters aan te passen
(dat wil zeggen hun “–/NO” en “+/YES” functies).
8 SONG [PRESET] knop
Deze knop activeert de preset songmode. In deze
mode kunt u de [–/NO▼], [+/YES▲] knoppen
gebruiken om een keuze te maken uit de 50 songs.
9 SONG [USER 1/2/3] knop
Deze knop selecteert één van de recorder’s drie
user songs.
6
Zet het metronoomgeluid aan en uit. De
[TEMPO/FUNCTION# ▼, ▲] knoppen worden
gebruikt om het tempo van het metronoom geluid in
te stellen. De [–/NO▼] en [+/YES▲] knoppen worden gebruikt om de maatsoort van de metronoom te
veranderen, als deze worden gebruikt terwijl
METRONOME [START/STOP] knop ingedrukt is
— blz. 25.
5 [TEMPO/FUNCTION#] knop
Het bedieningspaneel
Muziekstandaard
De P-120/P-120S wordt geleverd met een muziekstandaard die
aan het instrument kan worden bevestigd door deze in de
uitsparingen achteraan het bedieningspaneel te plaatsen.
F5 G5 A5 B5 C6 D6 E6 F6 G6 A6 B6 C7
0 SONG [TRACK 1] en [TRACK 2] knoppen
De P-120/P-120S heeft een 2-track (sporen)
recorder en deze knoppen worden gebruikt om de
track(s), die moeten worden opgenomen of
afgespeeld, te selecteren. Zie voor details blz. 27.
! SONG [START/STOP] en [REC] knoppen
Deze knoppen besturen de P-120/P-120S’s user
song recorder, waardoor u nagenoeg alles wat u op
het toetsenbord speelt kunt opnemen en afspelen.
@ VOICE knoppen & [VARIATION] knop
Activeert de splitmode, waarin verschillende
voices op het linker- en rechterhandgedeelte van het
toetsenbord kunnen worden bespeeld. Zie voor
details blz. 19.
$ [REVERB] knop
De [REVERB knop selecteert aan aantal digitale
reverb effecten die u kunt gebruiken voor extra
diepte en expressie. Zie blz. 20 voor details.
% [EFFECT] knop
Deze knop selecteert een aantal effecten die uw
geluid meer diepte en levendigheid kunnen geven.
^ [TOUCH] knop
De [TOUCH] knop maakt het makkelijk de
Touch Response (aanslagreactie) van de P-120/
P-120S aan uw speelstijl aan te passen. Zie voor
details blz. 23.
& [TRANSPOSE] knop
De [TRANSPOSE] knop maakt het mogelijk
toegang tot de P-120/P-120S’s TRANSPOSE functie
te krijgen (om de toonhoogte van van het gehele
toetsenbord omhoog of omlaag te schuiven met
intervallen van een halve noot).
7
Gewoon drukken op één van de voice
keuzeschakelaars, selecteert de overeenkomstige
voice. De voice keuzeschakelaars LED zal oplichten
om aan te geven welke voice momenteel is
geselecteerd. Druk op de [VARIATION] knop zodat
zijn indicator oplicht om een variatie op de
momenteel geselecteerde voice te selecteren.
Er is ook een dualmode waarbij twee voices tegelijkertijd over het gehele toetsenbord bespeeld kunnen worden (zie blz. 18 voor details), en een
splitmode die het mogelijk maakt dat verschillende
voices door de linker- en rechterhand bespeeld worden (zie blz. 19 voor details).
# [SPLIT] knop
P-120/P-120S
9
Aansluitingen
6
7
8
9
HOST SELECT
1
2
3
4
5
Zijpaneel
1 DC IN 16V aansluiting
Zorg ervoor dat de [STANDBY/ON] schakelaar van de P-120/P120S is ingesteld op STANDBY.
Sluit het ene eind van het netsnoer aan op de PA-300 netadapter.
Sluit het DC-snoer van de netadapter aan op de DC IN 16V
aansluiting. Steek het andere eind van het netsnoer in een
stopcontact.
Nadat het instrument is uitgezet, draait u gewoon de volgorde om,
om het instrument los te koppelen van het lichtnet.
e
w
Netsnoer
DC
snoer
PA-300
q
WAARSCHUWING
• Gebruik UITSLUITEND de Yamaha PA-300 netadapter (of een andere speciaal
door Yamaha aanbevolen adapter) om uw instrument via het lichtnet te voeden.
Gebruik van andere adapters kan leiden tot onherstelbare beschadiging van zowel
de adapter als de P-120/P-120S.
• Haal de netadapter los als u de P-120/P-120S niet gebruikt, of tijdens elektrische
stormen (zoals onweer).
2 [STANDBY/ON] schakelaar
Druk eenmaal op de [STANDBY/ON] schakelaar om het
instrument aan te zetten en nogmaals om het instrument uit te zetten.
Als het instrument voor het eerst wordt aangezet, zal een voice
keuzeschakelaar LED oplichten.
PAS OP !
• Zelfs als de schakelaar in de “STANDBY” positie staat, loopt er nog een minimale
hoeveelheid stroom door het instrument. Als u de P-120/P-120S voor een langere
tijd niet gebruikt, zorg er dan voordat de netadapter wordt losgekoppeld van het
lichtnet.
8
10
P-120/P-120S
Aansluitingen
3 AUX OUT aansluitingen : L en R tulp-aansluitingen
(LEVEL FIXED), L/L+R en R jackplug aansluitingen
De P-120/P-120S is uitgerust met zowel tulp als jack AUX OUT
aansluitingen om zo het uitgangssignaal van de P-120/P-120S aan te
kunnen sluiten op een instrumentversterker, mengpaneel, PAinstallatie of opnameapparatuur. De tulp-aansluitingen (L en R) zorgen voor een makkelijke aansluiting op een huiskamer audio systeem, enz. De L/L+R jack-aansluiting maakt aansluiting van de
P-120/P-120S mogelijk op een mono geluidsinstallatie. Als er alleen
een plug in de L/L+R aansluiting wordt geplaatst, worden de linkeren rechterkanaalsignalen gecombineerd en naar buiten gestuurd via
de L/L+R aansluiting zodat u niets van het P-120/P-120S geluid
mist.
Tulp stekkertjes
audiosnoer
Stereo
installatie
Gebruik deze als het volume wordt geregeld
vanaf een audio apparaat of voor opnemen op
een extern apparaat. De P-120/P-120S’s
[MASTER VOLUME] regelaar heeft geen effect.
(Tulp aansluitingen: LEVEL FIXED)
PAS OP !
• Zet alle betreffende apparaten uit voordat u de P-120/P-120S op andere
elektronische componenten aansluit. Zet voordat u alle betreffende apparaten weer
aanzet, eerst alle volume-instellingen minimaal
• Zet bij het aanzetten eerst de P-120/P-120S aan en vervolgens de externe
versterker/luidspreker-installatie.
Draai bij het uitzetten de volgorde gewoon om.
OPMERKING
Jackplug
• Zorg ervoor dat er een audiosnoer of verloopstekker met lage
weerstandswaarde wordt gebruikt.
• De [MASTER VOLUME] regelaar op de P-120/P-120S heeft geen effect
op het geluid dat wordt uitgestuurd via de AUX OUT (LEVEL FIXED)
aansluitingen.
Instrumentversterker
Gebruik deze als het volume van een audio
apparaat wordt geregeld met de P-120/P120S’s [MASTER VOLUME] regelaar.
(Jackplug aansluitingen)
4 SPEAKER schakelaar
Deze schakelaar zet de interne luidsprekers aan of uit.
NORMAL (HP. SW)
De luidsprekers geven geluid zolang er geen hoofdtelefoon is
aangesloten.
ON
De luidsprekers geven altijd geluid.
OFF
De luidsprekers geven geen geluid.
5 PHONES aansluitingen
9
Hier kunnen twee standaard stereohoofdtelefoons op aangesloten
worden voor afgezonderd oefenen of voor als u laat op de avond wilt
spelen.
P-120/P-120S
11
Aansluitingen
6 SUSTAIN PEDAL aansluiting
Deze aansluiting is voor het aansluiten van een sustain pedaal op
de P-120/P-120S. Het pedaal functioneert op dezelfde manier als een
demperpedaal op een akoestische piano. Sluit het bijgeleverde pedaal
aan op deze aansluiting en trap het pedaal in om het geluid sustain te
geven. Des te verder het pedaal wordt ingetrapt, des te langer zal de
sustain van het geluid worden (kan worden gebruikt als een
"halfpedaal" effect).
Als de GRAND PIANO 1 en 2 voices zijn geselecteerd, zal het
intrappen van het demperpedaal de speciale “Sustain Samples” van
het instrument activeren om nauwgezet de unieke resonatie van de
zangbodem en snaren van een akoestische vleugel te reproduceren.
OPMERKING
• Zorg ervoor dat het instrument uit is als het pedaal wordt aangesloten of
losgehaald.
• De diepte van het effect dat wordt geproduceerd door de “Sustain
Samples” kan worden aangepast via de “Pedaalfuncties” (blz. 35) in de
functiemode.
7 AUX PEDAL aansluiting
Deze aansluiting is voor het aansluiten van het bijgeleverde
pedaal, een FC7 voetregelaar of een FC4 voetschakelaar. Er kan een
uitgebreide reeks aan functies, zoals de softpedaalfunctie, enz., aan
deze aansluiting worden toegewezen. Gebruik de functie-instellingen
om de functie toe te wijzen. (zie blz. 35).
OPMERKING
• De FC7 voetregelaar kan worden gebruikt om de “Expressie” te regelen
(blz. 35).
8 MIDI IN en OUT aansluitingen
De MIDI IN aansluiting ontvangt MIDI data van een extern MIDI
apparaat (zoals een MIDI sequencer) die kan worden gebruikt om de
P-120/P-120S te besturen. De MIDI OUT aansluiting verzendt MIDI
data die door de P-120/P-120S wordt opgewekt (bijv. noot- en
aanslagsnelheiddata die geproduceerd wordt door op het P-120/
P-120S toetsenbord te spelen).
Meer details over MIDI worden gegeven in “MIDI functies” op
blz. 37.
MIDI
sequencer
9 TO HOST aansluiting & HOST SELECT schakelaar
Deze aansluiting en schakelaar maken het mogelijk een computer
direct op de P-120/P120S aan te sluiten voor sequencen en andere
muzikale toepassingen — zonder dat er een afzonderlijke MIDI
interface nodig is. Zie voor details blz. 41.
Personal Computer
10
12
P-120/P-120S
Selecteren & bespelen van voices
Voordat u alle betreffende apparatuur aanzet moet u alle volumes op het minimum zetten.
Voor instructies over het aansluiten van de P-120/P-120S op een versterker/luidspreker-installatie, zie blz. 11.
1
Aanzetten .............................................................
2
Stel het volume in ................................................
3
Selecteer een voice .............................................
Druk, nadat u zich ervan heeft verzekerd dat de P-120/P-120S’s
netadapter goed op de P-120/P-120S zelf en op een stopcontact is
aangesloten, op de [STANDBY/ON] schakelaar die zich op het
linker zijpaneel van de P-120/P-120S bevindt.
Als het instrument wordt aangezet, zal één van de voice
keuzeschakelaar LEDs oplichten.
Zet in eerste instantie de [MASTER VOLUME] regelaar
halverwege tussen de “MIN” en “MAX” instelling. Pas vervolgens, als u gaat spelen, de [MASTER VOLUME] regelaar
opnieuw aan voor het meest comfortable luisterniveau.
Selecteer de gewenste voice door op één van de VOICE
knoppen te drukken. Gebruik de [VARIATION] knop om
desgewenst een variatie van de huidige voice te selecteren. Elke
keer als de [VARIATION] of momenteel geselecteerd VOICE
knop wordt ingedrukt, wordt de variatie aan of uitgezet. Als de
indicator aan is, is de variatie voice geselecteerd.
OPMERKING
4
Speel .....................................................................
De P-120/P-120S ook biedt ook toetsaanslaggevoeligheid,
zodat het volume en de klankkleur van de gespeelde noten kan
worden geregeld met hoe “hard” u de toetsen bespeelt. De hoeveelheid van beschikbare variatie is afhankelijk van de
geselecteerd voice.
OPMERKING
• Enkele voices hebben geen toetsaanslaggevoeligheid. Zie “Voice
Descriptions” op blz. 45AH voor details.
Desgewenst effecten toevoegen ........................
U kunt desgewenst reverb, effecten en brilliance toevoegen of
wijzigen met de [REVERB] knop (blz. 20), [EFFECT] knop
(blz. 21) en de [BRILLIANCE] regelaar (blz. 22).
11
5
• Kijk eventueel in het “Voice Descriptions”
gedeelte (blz. 45AH) voor informatie over de
karakteristieken van elke van de voices en
hun variaties.
• Het pedaal kan ook worden gebruikt om
desgewenst de varatie aan en uit te zetten.
(zie blz. 35).
P-120/P-120S
13
De demonstratiemelodieën afspelen
Er is voorzien in demonstratiemelodieën die op een effectieve manier elk van
de P-120/P-120S’s voices demonstreren. Er zijn ook 50 Preset Songs die u
afzonderlijk af kunt spelen; allemaal achter elkaar of in willekeurige volgorde. Zo
kunt u de demonstratiemelodieën selecteren en afspelen.
OPMERKING
• De demo of preset songmode kan niet worden geactiveerd, op het moment dat er de user song
recorder (blz. 26) wordt gebruik.
• Er vindt geen MIDI ontvangst plaats in de demo/preset song mode.
• De demo/preset song data wordt niet via de MIDI aansluitingen verzonden.
* Voice demo songs bestaan volledig uit originele Yamaha songs (© 2001 YAMAHA
CORPORATION).
* Zie blz. 48AH voor een compleet overzicht van de preset songs.
Voice demo
1
Activeer de demomode .......................................
2
Een voice demo afspelen....................................
Druk op de [DEMO] knop om de demo mode te activeren — de
voice keuzeschakelaar indicators gaan achtereenvolgens knipperen.
Druk op één van de voice keuzeschakelaars om het afspelen van
alle songs te starten, te beginnen bij de demomelodie van de
corresponderende voice — met in de hoofdrol de voice die normaal
gesproken wordt geselecteerd door die voice keuzeschakelaar. (Als u
op de SONG [START/STOP] knop drukt in plaats van op een voice
keuzeschakelaar knop, zal de GRAND PIANO 1 demomelodie
beginnen met afspelen.) De indicator van de geselecteerde voice
keuzeschakelaar zal knipperen tijdens het afspelen en “---” zal op
het LED display verschijnen. U kunt afspelen van elke willekeurige
andere Voice demo melodie starten tijdens het afspelen, door gewoon
op de corresponderende voice keuzeschakelaar te drukken. U kunt
het afspelen op elk gewenst moment stoppen door op de SONG
[START/STOP] knop of de voice keuzeschakelaar van de
momenteel spelende demo te drukken.
OPMERKING
3
• Gebruik de [MASTER VOLUME] regelaar om het volume aan te passen
en de [BRILLIANCE] regelaar om de brilliance aan te passen (blz 22).
De demomode verlaten .......................................
Druk op de [DEMO] knop om de demomode te verlaten en
terug te keren naar de normale speelmode.
12
14
P-120/P-120S
De demonstratiemelodieën afspelen
Preset Song
1
2
De preset songmode activeren ..........................
Druk op de [PRESET] knop om de preset song mode te
activeren — de [PRESET], [TRACK 1] en [TRACK 2]
indicators lichten op.
Een preset song afspelen ...................................
Gebruik, om een van de bijgeleverde 50 preset songs af te spelen, de [–/NO▼], [+/YES▲] knoppen om het nummer van de
melodie die u wilt afspelen te selecteren (het nummer zal in het
LED display verschijnen) en druk vervolgens op de SONG
[START/STOP] knop. Het afspelen zal automatisch stoppen als
het afspelen van de geselecteerde preset song klaar is.
Selecteer “ALL” in plaats van een nummer om alle preset
songs achtereenvolgens af te spelen, of selecteer “rnd” om
continu alle preset songs in willekeurige volgorde af te spelen.
Druk op de SONG [START/STOP] knop om het afspelen te
stoppen.
OPMERKING
• Gebruik de [MASTER VOLUME] regelaar om het volume aan te passen.
• U kunt de [TEMPO/FUNCTION# ▼,▲] knoppen gebruiken om
desgewenst het afspeeltempo aan te passen. Dit produceert een
relatieve tempovariatie, met een bereik van “-50” via “ ---” tot
maximaal “50”; het bereik verschilt, afhankelijk van de
geselecteerde song.
• Het standaard tempo “ ---” wordt automatisch geselecteerd,
elke keer als er een nieuwe preset song wordt geselecteerd, of als
het afspelen van een nieuwe preset song begint tijdens het
afspelen van “ ALL” of “ rnd”.
• U kunt op het toetsenbord met het afspelen van de preset song
meespelen. De voice spelen die via het toetsenbord wordt
bespeeld, kan worden gewijzigd.
• U kunt de Brilliance regelaar veranderen, alsook het Reverb type
dat wordt toegepast op de voice die u via het toetsenbord bespeelt
en op het afspelen van de preset song. U kunt het effect type en
aanslaggevoeligheid die worden toegepast op de voice u via het
toetsenbord bespeelt, veranderen. Als er een nieuwe preset song
wordt geselecteerd of een nieuw preset song automatisch wordt
gestart met continu afspelen, zal automatisch een reverb type dat
geschikte is voor de geselecteerde song worden geselecteerd.
De preset songmode verlaten ............................
Druk op de [PRESET] knop om de preset songmode te verlaten, de indicator zal uitgaan, en terug te keren naar de normaal
speelmode.
13
3
P-120/P-120S
15
De demonstratiemelodieën afspelen
Preset song A-B herhaling
De A-B herhalingsfunctie kan worden gebruikt om continu een aangegeven frase, binnen een preset song, te
herhalen. In combinatie met de hieronder beschreven partij annuleerfunctie, biedt dit een uitstekende mogelijkheid
om moeilijke frases te oefenen.
1
Geef het beginpunt (A) van de frase aan...........
2
Geef het eindpunt (B) van de frase aan .............
3
Het afspelen stoppen ..........................................
Selecteer en speel een preset song af en druk vervolgens op de
[TEMPO/FUNCTION#] knop aan het begin van de frase die u
wilt laten herhalen. Dit stelt het “A” punt in (“A-” zal in het
display verschijnen).
Om het “A” punt helemaal aan het begin van de song te zetten,
drukt u op de [TEMPO/FUNCTION#] knop voordat het
afspelen wordt gestart.
Druk voor de tweede keer op de [TEMPO/FUNCTION#]
knop aan het eind van de frase. Dit stelt het “B” punt in (“A-b”
zal in het display verschijnen). Op dit moment zal het
herhaaldelijk afspelen van de frase tussen de punten A en B
beginnen. De metronoom zal klinken als het afspelen begint,
zodat u een temporeferentie heeft. Als het herhaald afspelen start
aan het begin van de song, wordt er geen temporeferentie door de
metronoom gegeven.
Om het B punt aan het eind van de song in te stellen, drukt u op
de [TEMPO/FUNCTION#] knop als het afspelen van de song
klaar is en voordat “A- ” in het display verschijnt.
Druk op de SONG [START/STOP] knop om het afspelen te
stoppen, terwijl de aangegeven A en B punten gehandhaafd blijven. A-B herhaaldelijk afspelen zal doorgaan als de SONG
[START/STOP] knop nogmaals wordt ingedrukt.
Om de A en B punten te annuleren, drukt u eenmaal op de
[TEMPO/FUNCTION#] knop.
OPMERKING
• De A en B punten worden automatisch geannuleerd als er een
nieuwe song wordt geselecteerd.
• De A-B herhalingsfunctie kan niet worden gebruikt tijdens het
afspelen van “ ALL” of “ rnd”.
14
16
P-120/P-120S
De demonstratiemelodieën afspelen
Preset song partij annuleren
De 50 preset songs hebben afzonderlijke linker- en rechterhandpartijen die desgewenst aan en uit kunnen worden
gezet, zodat u het corresponderende gedeelte op het toetsenbord kunt oefenen. De rechterhandpartij wordt gespeeld
door [TRACK 1] en de linkerhandpartij door [TRACK 2].
1
Zet de gewenste partij uit ...................................
Druk op de [TRACK 1] of [TRACK 2] knop om de
corresponderende partij uit te zetten — de corresponderende
indicator zal uitgaan (deze knoppen schakelen beurtelings de
corresponderende partij aan en uit).
OPMERKING
• De partijen kunnen zelfs tijdens het afspelen worden aan of
uitgezet.
• De preset song partij annuleerfunctie kan niet worden gebruikt tijdens het afspelen van“ ALL” of “ rnd”.
• De “preset song partij annuleer volume” functie beschreven op
blz. 36 kan worden gebruikt om het volume van de geannuleerde
partij in te stellen, zodat deze afspeelt met een volume tussen “0”
(geen geluid) en “20”. De standaard instelling is “5”.
• Beide partijen worden automatisch aangezet als er een nieuwe
song wordt geselecteerd.
2
Afspelen starten/stoppen ...................................
Druk op de SONG [START/STOP] knop om desgewenst het
afspelen te starten en te stoppen.
Synchro start........................................................
Als de Synchro startfunctie is geactiveerd, zal het afspelen van
de geselecteerde preset song automatisch beginnen zodra u op het
toetsenbord begint te spelen.
Om de synchro startfunctie te activeren, drukt op de SONG
[START/STOP] knop, terwijl de knop, die overeenkomt met de
partij die aan staat, ingedrukt is. Er zal een punt verschijnen
onderin de rechterhoek van het display. (Herhaal de voorgaande
handeling om de synchro startfunctie uit te schakelen.)
Het afspelen begint zodra u op het toetsenbord begint te spelen.
OPMERKING
• Als u een track knop ingedrukt houdt die uit is, terwijl u op de
SONG [START/STOP] knop drukt, zal die track zullen worden
aangezet en de synchro startmode zal worden geactiveerd.
AUX PEDAL start/stop.........................................
15
Het AUX PEDAL kan worden toegewezen aan het starten en
stoppen van het afspelen van een preset song via de “AUX
PEDALmode” functie beschreven op blz. 35.
P-120/P-120S
17
De dualmode
De dualmode maakt het mogelijk om tegelijkertijd twee voices over het hele
toetsenbord te bespelen.
Om de dualmode te activeren drukt u gewoon tegelijkertijd op twee
voice keuzeschakelaars (of u drukt op één voice keuzeschakelaar terwijl
u een andere ingedrukt houdt). De voice indicators van beide
geselecteerde voices zullen oplichten als de dualmode actief is. Om
terug te keren naar de normale enkelvoudige voice speelmode, drukt u
op een willekeurige voice keuzeschakelaar.
Overeenkomstig de voicenummerprioriteit, zoals te zien in het
diagram rechts, worden lagere voicenummers als 1e voice gezien (de
andere voice zal als 2e voice worden gezien).
OPMERKING
• De dual en splitmodes kunnen niet tegelijkertijd worden geactiveerd.
Voicenummer prioriteit
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
• [VARIATION] in de dualmode
De indicator van de [VARIATION] knop zal oplichten als de variatie is
geactiveerd voor één of beide voices van de dual-mode voices. Terwijl de
dualmode actief is, kan de [VARIATION] knop worden gebruikt om de
variatie voor beide voices aan of uit te zetten. Om de de variatie alleen
voor één van de voices aan of uit te zetten , houdt u de voice knop van de
andere voice ingedrukt en drukt u op de knop van de voice waarvan u de
variatie wilt wijzigen.
• [EFFECT] in de dualmode
Afhankelijk van de omstandigheden zal één effect type voorrang krijgen
op de andere. Diepte zal worden bepaald aan de hand van de diepte
standaard waarde van de voice combinatie. Door echter de functie F3 (zie
blz. 32) te gebruiken kunt u de dieptewaarde van elke voice naar wens
wijzigen.
De effectdiepte instelling die via de paneel regelaars wordt gemaakt, de [–
/NO▼] of [+/YES▲] knoppen gebruiken terwijl de [EFFECT] knop
ingedrukt gehouden wordt — zie blz. 21), zal alleen op de 1e voice worden toegepast.
• [REVERB] in de dualmode
Het reverb type dat is toegewezen aan de 1e voice zal voorrang krijgen op
de andere. (Als de reverb is ingesteld op uit, zal het reverb type van de 2e
voice worden gebruikt.)
De reverbdiepte instelling die via de paneel regelaars wordt gemaakt, de
[–/NO▼] of [+/YES▲] knoppen gebruiken terwijl de [REVERB] knop
ingedrukt gehouden wordt — zie blz. 20), zal alleen op de 1e voice worden toegepast.
Andere dualmode functies..................................
De P-120/P-120S functiemode geeft toegang tot een aantal
andere dualmode functies, zoals hieronder te zien. Zie de
overeenkomstige bladzijden voor details.
•
•
•
•
•
•
•
Dual balans...........................................32
Dual ontstemmen .................................32
1e voice octavering...............................32
2e voice octavering...............................32
1e voice effectdiepte.............................33
2e voice effectdiepte.............................33
Reset ....................................................33
16
18
P-120/P-120S
De splitmode
De splitmode maakt het mogelijk twee verschillende voices via het toetsenbord te
bespelen — één met de linkerhand en een andere met de rechterhand. De linkervoice
wordt bespeeld via alle toetsen links van (en inclusief) een aangegeven splitpunttoets,
terwijl de rechtervoice wordt bespeeld via alle toetsen rechts van de splitpunttoets.
Om de splitmode te activeren drukt u gewoon op de [SPLIT] knop zodat zijn
indicator oplicht. De splitmode kan op elk gewenst moment worden uitgezet door
nogmaals op de [SPLIT] knop te drukken zodat zijn indicator weer uit gaat.
OPMERKING
• De dual en splitmodes kunnen niet tegelijkertijd worden geactiveerd.
De rechter- en linkervoices selecteren .........................
De voice die was geselecteerd voordat de splitmode werd geactiveerd wordt
de rechtervoice in de splitmode. (De rechtervoice kan ook gewijzigd worden in
de splitmode, door gewoon op de corresponderende voiceknop te drukken.)
Om een linkervoice te selecteren drukt u op de corresponderende voiceknop terwijl u
de [SPLIT] knop ingedrukt houdt (standaard: [WOOD BASS]). De indicator van de
linkervoice keuzeschakelaar zal oplichten terwijl de [SPLIT] knop wordt ingedrukt, vervolgens zullen alleen de rechtervoiceknop en [SPLIT] knop indicators aan blijven.
Om de variatie voor de split voice aan of uit te zetten, houdt u de [SPLIT] knop
ingedrukt en drukt u op de [VARIATION] knop of op de geselecteerde voiceknop.
OPMERKING
• [VARIATION] in de splitmode
De variatie kan afzonderlijke worden aan- en uitgezet voor de splitmode voices.
Normaal gesproken is de voice indicator van de rechtervoice aan in de splitmode.
De [VARIATION] kan worden gebruikt om de variatie voor de rechtervoice naar
wens aan of uit te zetten. Wanneer u echter de [SPLIT] knop ingedrukt houdt, gaat
de indicator van de linkervoice aan en dan kan de [VARIATION] knop worden
gebruikt om de variatie van de linkervoice naar wens aan of uit te zetten.
• [EFFECT] in de splitmode
Afhankelijk van de omstandigheden, zal het ene effect type voorrang krijgen op
de andere. De diepte zal worden bepaald aan de hand van de diepte
standaard waarde van de voice combinatie. Door echter de functie F4 (zie blz.
33) te gebruiken kunt u de dieptewaarde van elke voice naar wens wijzigen.
De effectdiepte instelling die via de paneel regelaars wordt gemaakt, (dat wil zeggen
de [–/NO▼] of [+/YES▲] knoppen gebruiken terwijl de [EFFECT] knop ingedrukt
gehouden wordt — zie blz. 21), zal alleen op de rechtervoice worden toegepast.
• [REVERB] in de splitmode
Het reverbtype dat is toegewezen aan de rechtervoice zal voorrang krijgen op de andere.
(Als de reverb is ingesteld op uit, zal het linkervoice reverb type worden toegepast.)
De reverbdiepte instelling die via de paneel regelaars wordt gemaakt, (dat wil zeggen
de [–/NO▼] of [+/YES▲] knoppen gebruiken terwijl de [REVERB] knop ingedrukt
gehouden wordt — zie blz. 20), zal alleen op de rechtervoice worden toegepast.
Het splitpunt instellen ....................................................
Het splitpunt is in eerste instantie standaard op de F#2 toets ingesteld. U kunt
het splitpunt wijzigen naar elke andere toets door de toets in te drukken, terwijl u
de [SPLIT] knop ingedrukt houdt (de naam van de huidige splitpunt toets
verschijnt in het LED display terwijl de [SPLIT] knop ingedrukt wordt gehouden). Het splitpunt kunt worden ingesteld via de functiemode (zie hieronder).
Andere splitmodefuncties..............................................
17
De P-120/P-120S functiemode geeft toegang tot een aantal andere
splitmodefuncties, zoals hieronder opgesomd. Zie de overeenkomstige
bladzijden voor details.
•
•
•
•
•
Splitpunt ...................................... 33
Splitbalans................................... 33
Rechtervoice octavering.............. 34
Linkervoice octavering................. 34
Rechtervoice effectdiepte............ 34
•
•
•
•
Linkervoice effectdiepte................34
Sustainpedaalbereik.....................34
AUX pedaalbereik ........................34
Reset............................................34
Voorbeeld:
A-1 b=1 C 2 F~2
A-1
Bb-1
C2
F#2
• “b” wordt aangeven met een laag “_”.
• “#” wordt aangeven met een hoog “~”.
P-120/P-120S
19
Reverb
De [REVERB] knop selecteert aan aantal digitale reverb effecten die u kunt
gebruiken voor extra diepte en expressie.
Druk, om een reverbtype te selecteren, een paar keer op de
[REVERB] knop tot de corresponderende indicator bij het gewenste
type oplicht (de indicators lichten beurtelings op, elke keer als de
[REVERB] knop wordt ingedrukt). Er wordt geen reverb geproduceerd
als alle indicators uit zijn.
UIT
Er is geen reverbeffect geselecteerd als er geen REVERB indicator aan
is.
ROOM
Deze instelling voegt een reverb effect toe aan het geluid, dat
overeenkomt met het type van akoestisch nagalm die u in een kamer
zou horen.
HALL 1
Voor een “groter” reverb effect, gebruikt u de HALL 1 instelling. Dit effect
bootst de natuurlijke akoestiek na van een kleine concertzaal.
HALL 2
Voor een zeer ruimtelijk reverb effect, gebruikt u de HALL 2 instelling. Dit
effect bootst de natuurlijke akoestiek na van een grote concertzaal.
STAGE
Een nabootsing van de akoestiek bij een podiumsituatie.
OPMERKING
• Het standaard reverb type (inclusief UIT) en de diepte instellingen zijn
voor elke voice anders.
• Zelfs als het REVERB effect uit is, zal er een “Zangbodem Reverb” effect
worden toegepast als of de GRAND PIANO 1 of 2 voice is geselecteerd.
De reverbdiepte aanpassen ................................
Pas de reverbdiepte voor de geselecteerde voice aan met de [–/
NO▼] en [+/YES▲] knoppen, terwijl u de [REVERB knop
ingedrukt houdt. Het dieptebereik is van 0 tot 20 (de huidige
diepte instelling verschijnt in het LED display zolang de
[REVERB] knop ingedrukt is). De instelling “0” produceert geen
effect, terwijl de instelling “20” de maximum reverbdiepte
produceert. Druk tegelijkertijd op de [–/NO▼] en [+/YES▲]
knoppen terwijl u de [REVERB] knop ingedrukt houdt om de
standaardinstelling voor de huidige voice terug te roepen
(standaard diepte instellingen zijn voor ieder voice anders).
18
20
P-120/P-120S
Het effect
De [EFFECT] knop maakt het u mogelijk één van de effecten te selecteren die
uw geluid verrijken en verlevendigen.
Om een effect type te selecteren drukt u een paar keer op de
[EFFECT] knop tot de indicator die overeenkomt met het gewenste
effect oplicht (de indicators lichten achtereenvolgens op, elke keer als de
[EFFECT knop wordt ingedrukt). Er wordt geen effect geproduceerd
als alle indicators uit zijn.
UIT
Er is geen effect geselecteerd als er geen EFFECT indicator aan is.
CHORUS
Licht zwevend, verbredend effect
PHASER
Voegt een breed, uitgestrekt effect toe aan het geluid.
TREMOLO
Tremolo effect
DELAY
Echo effect
OPMERKING
• Het standaard effect type (inclusief UIT) en de diepte instellingen zijn voor
elke voice anders.
De effectdiepte aanpassen .................................
19
De effectdiepte kan afzonderlijk voor de geselecteerde voice
worden aangepast met de [–/NO▼] en [+/YES▲] knoppen terwijl u de [EFFECT] knop ingedrukt houdt. Het dieptebereik is
van 0 tot 20 (de huidige diepte instelling verschijnt in het LED
display zolang de [EFFECT] knop ingedrukt is). De instelling
“0” produceert geen effect, terwijl de instelling “20” de maximale
effectdiepte produceert. Druk tegelijkertijd op de [–/NO▼] en [+/
YES▲] knoppen terwijl u de [EFFECT] knop ingedrukt houdt
om de standaardinstelling voor de huidige voice terug te roepen
(standaard diepte instellingen zijn voor ieder voice anders).
P-120/P-120S
21
Brilliance (helderheid)
Deze regelaar kan worden gebruikt om de klankkleur of het timbre van het uitgangsgeluid te wijzigen. Het regelbereik is van MELLOW (warm) tot BRIGHT (helder).
Voor een helderdere of “scherpere” klank, schuift u de regelaar in de
richting van de BRIGHT positie. Voor een “rondere” meer warme klank,
schuift u de regelaar in de richting van de MELLOW positie.
OPMERKING
• Als de BRILLIANCE is ingesteld op BRIGHT, zal het totale geluid enigszins harder worden. Als MASTER VOLUME op een hoog niveau is
ingesteld, kan het geluid gaan vervormen. Als dit het geval is, verlaag dan
het MASTER VOLUME niveau.
Transponering
De P-120/P-120S’s TRANSPOSE functie maakt het mogelijk om de
toonhoogte van de hele toetsenbord omhoog of omlaag te schuiven in stappen
van halve noten tot een maximum van 12 halve noten (dat wil zeggen maximaal
één octaaf omhoog of omlaag). De toonhoogte van het P-120/P-120S
toetsenbord "transponeren" vergemakkelijkt het spelen in een moeilijke
toonsoort, en u kunt makkelijk de toonhoogte van het toetsenbord aanpassen
aan het stembereik van een zanger(es) of aan een andere instrumentalist.
Gebruik de [–/NO▼] en [+/YES▲] knop terwijl u de [TRANSPOSE]
knop ingedrukt houdt, om desgewenst omhoog of omlaag te transponeren. Het transponeerbereik is van “–12” (één octaaf omlaag) via “0”
(normale toonhoogte) tot “12” (één octaaf omhoog). De mate van
transponering verschijnt in het LED display, op het moment dat de
[TRANSPOSE] ingedrukt is. De standaard transponeerinstelling is “0”.
De [TRANSPOSE] knop indicator blijft aan als er een andere
transponeerinstelling dan “0” is geselecteerd. Elke keer dat daarna de
[TRANSPOSE] knop wordt ingedrukt, wordt de transponering AAN/
UIT geschakeld
OPMERKING
• Noten onder en boven het A-1 … C7 bereik van de P-120/P-120S klinken
respectievelijk één octaaf hoger en lager
20
22
P-120/P-120S
Touch (aanslaggevoeligheid)
Er kunnen vier verschillende soorten van toetsaanslaggevoeligheid — HARD,
MEDIUM, SOFT of FIXED — worden geselecteerd om zo tegemoet te komen
aan verschillende speelstijlen en voorkeuren.
Om een aanslaggevoeligheidstype te selecteren drukt u een paar keer
op de [TOUCH] tot de indicator die overeenkomt met het gewenste
type oplicht (de indicators lichten achtereenvolgens op, elke keer als de
[TOUCH] knop wordt ingedrukt).
HARD
De HARD instelling vereist dat de toetsen vrij hard bespeeld moeten
worden om het maximale volume te produceren.
MEDIUM
De MEDIUM instelling produceert een redelijk normale toetsreactie. Dit
is vanuit de fabriek de standaardinstelling.
SOFT
De SOFT instelling maakt het mogelijk dat het maximale volume al bij
een vrij lichte toetsaanslag geproduceerd wordt.
FIXED (geen indicator aan)
Alle noten worden met hetzelfde volume afgespeeld, onafhankelijk van
hoe hard er op het toetsenbord wordt gespeeld.
Als het FIXED type is geselecteerd, kan het volume van de gespeelde
noten in de FIXED mode worden ingesteld met de [–/NO▼] en [+/YES▲]
knoppen, terwijl de [TOUCH] knop ingedukt wordt gehouden (het huidige
volume niveau verschijnt in het display). Het volumebereik is van 1 tot en
met 127. De standaardinstelling is 64.
OPMERKING
• Deze instelling heeft geen invloed op het speelgewicht van het
toetsenbord.
21
• Het aanslaggevoeligheidstype en volume dat is ingesteld in de FIXED
mode wordt de algemene instelling voor alle voices. De
aanslaggevoeligheidsinstellingen, kunnen echter weinig of geen effect
hebben bij bepaalde voices, die normaal gesproken niet reageren op de
aanslagsnelheid (Zie de “Voice Descriptions” op blz 45AH).
P-120/P-120S
23
Stemmen
De stemfunctie maakt het mogelijk om de toonhoogte van de P-120/P-120S aan
te passen over een bereik van 427,0 Hz. … 453,0 Hz. (overeenkomstig de A3 noot in
Hz.) in stappen van ongeveer 0,2 Hertz. Deze toonhoogte instelling is handig om de
P-120/P-120S gelijk te stemmen met andere instrumenten of opgenomen muziek.
Hoger stemmen ..........................................................
Z Om hoger te stemmen, houdt u de A-1 en B-1 toetsen samen ingedrukt.
X Druk vervolgens op een willekeurige toets tussen C3 en B3. Elke
A -1 B -1
C3
B3
A# -1
A -1
C3
B3
A# -1
A -1 B -1
C3
B3
keer als er een toets in dit bereik wordt ingedrukt, neemt de
toonhoogte toe met ongeveer 0,2 Hz.
De [–/NO▼] en [+/YES▲] knoppen kunnen ook worden gebruikt
om respectievelijk lager of hoger te stemmen, in stappen van ongeveer 1 Hz. Druk tegelijkertijd op de [–/NO▼] en [+/YES▲]
knoppen om de standaard stemming (A3 = 440 Hz.) terug te roepen.
C Laat de A-1 en B-1 toetsen los.
Lager stemmen ...........................................................
Z Om lager te stemmen, houdt u de A-1 en A#-1 toetsen samen ingedrukt.
X Druk vervolgens op een willekeurige toets tussen C3 en B3. Elke
keer als er een toets in dit bereik wordt ingedrukt wordt de
toonhoogte met ongeveer 0,2 Hz verlaagd.
De [–/NO▼] en [+/YES▲] knoppen kunnen ook worden gebruikt
om respectievelijk lager of hoger te stemmen, in stappen van ongeveer 1 Hz. Druk tegelijkertijd op de [–/NO▼] en [+/YES▲]
knoppen om de standaard stemming (A3 = 440 Hz.) terug te roepen.
C Laat de A-1 en A#-1 toetsen los.
De standaard toonhoogte terugroepen ....................
Z Om de standaard toonhoogte (A3 = 440 Hz) terug te roepen, houdt u
tegelijkertijd de A-1, A#-1 en B-1 toetsen ingedrukt.
X Druk vervolgens op een willekeurige toets tussen C3 en B3.
(Eenmaal drukken zal de standaard toonhoogte terugroepen,
ongeacht de afwijking van de toonhoogte op dat moment.)
C Laat de A-1, A#-1 en B-1 toetsen los.
In termen van “Hertz”, is het totale stemmingsbereik van 427,0 Hz. tot 453,0 Hz. De
huidige stemmingsinstelling wordt aangegeven in het LED display terwijl de stemming
wordt aangepast. Tienden van een Hertz worden aangeven in het LED display door de
verschijning en de positie van één of twee punten, zoals te zien in het volgende voorbeeld:
Display
440
4.40
44.0
440.
4.40.
24
• Een alternatieve stemmingsmethode is beschikbaar in de functiemode — blz 31.
P-120/P-120S
22
OPMERKING
Waarde
440,0
440,2
440,4
440,6
440,8
De metronoom- & temporegeling
De in de P-120/P-120S ingebouwde metronoom is een handig hulpmiddel voor
het oefenen, en voorziet ook in een strakke ritmische leidraad bij het opnemen met
de User Song Recorder functie, zoals beschreven in het volgende gedeelte.
De metronoom
Het metronoomgeluid wordt beurtelings aan- en uitgezet door op de
metronoom METRONOME [START/STOP] knop te drukken. Als de
metronoom aan is, knippert de maatindicator in het huidige tempo.
Metronoom maatsoort.........................................
Maatindicator
De maatsoort van de metronoom kan worden ingesteld met de [–/
NO▼] en [+/YES▲] knoppen terwijl de METRONOME [START/
STOP] knop ingedrukt is. U kunt de maat instellen op 0, 2, 3, 4, 5 of
6 (de huidige instelling verschijnt in het LED display, op het moment
dat de METRONOME [START/STOP] knop ingedrukt is). Druk
tegelijkertijd op de [–/NO▼] en [+/YES▲] knoppen, terwijl de
METRONOME [START/STOP] knop ingedrukt is om de
standaardinstelling “0” (geen accent) terug te roepen.
Metronoomvolumefunctie...................................
Het volume van het metronoomgeluid kan worden aangepast
via de metronoomvolumefunctie in de functiemode—blz 36.
Temporegeling
Het tempo van de metronoom en van het afspelen van de user song recorder
(de recorder staat beschreven in het volgende gedeelte) kan worden ingesteld
van 32 tot en met 280 tellen per minuut met de [TEMPO/FUNCTION# ▼,
▲] knoppen (als de [TEMPO] indicator van de [TEMPO/FUNCTION #]
knop aan is). Het geselecteerde tempo zal in het LED display verschijnen als u
zich in de normale speelmode bevindt en als de [TEMPO/FUNCTION# ▼,
▲] knoppen worden gebruikt om het tempo aan te passen in de opname/
terugspeelmode. Het standaard tempo (120 of het tempo van de opgenomen
song als de recorder data bevat en de afspeeltrackindicator aan is) kan worden
teruggeroepen door tegelijkertijd op de [▼] en [▲] knoppen te drukken.
• Als de [FUNCTION#] indicator van de [TEMPO/FUNCTION#] knop aan is,
druk dan op de [TEMPO/FUNCTION#] knop om de [TEMPO] indicator
aan te zetten.
23
OPMERKING
P-120/P-120S
25
De User Song Recorder gebruiken
De mogelijkheid wat u op het P-120/P-120S toetsenbord speelt, op te nemen en
terug te spelen kan een effectief oefenhulpmiddel zijn. U kunt, bijvoorbeeld, alleen
het linkerhandgedeelte opnemen, en dan het rechterhandgedeelte oefenen, terwijl
het opgenomen linkerhandgedeelte afspeelt. Of u zou, aangezien u tot twee tracks
afzonderlijk op kunt nemen, de linker- en rechterhandgedeelten afzonderlijke op
kunnen nemen, of beide delen van een duet op kunnen nemen en luisteren hoe ze
klinken als ze worden teruggespeeld. De P-120/P-120S’s twee-tracks song
recorder maakt het opnemen van drie user songs mogelijk.
De user song recorder neemt feitelijk de volgende data op:
■ Gehele Song
● Tempo ● Maatsoort ● Reverb type (inclusief UIT)
● Effect type (inclusief UIT)
■ Afzonderlijke Tracks
● Gespeelde noten
● Voice selectie
● Voice variatie
● Dualmode voices
● Splitmode voices
● Pedaalhandelingen (sustain, soft, sostenuto, expressie)● Effectdiepte
● Reverbdiepte
● Dual balans (F3)
● Dual ontstemmen (F3)
● Dual octavering (F3)
● Split balans (F4)
● Split octavering (F4)
Opnemen
1
Selecteer een song voor opname ......................
Druk op de [USER 1/2/3] knop om een song voor opname te
selecteren. De indicator van de geselecteerde song zal oplichten.
(Er is geen song geselecteerd als er geen indicator aan is.)
OPMERKING
2
Maak alle nodige aanvangsinstellingen ............
Voordat u in feite begint op te nemen, selecteert u de voice
waarmee u wilt opnemen (of voices als u de dual of split mode
gaat gebruiken). U wilt misschien ook het volume en het tempo
instellen.
OPMERKING
3
• In de Demo Song mode kan de [USER 1/2/3] knop niet worden
gebruikt om een song te selecteren.
• Als u het tempo, de maatsoort, het reverb type of effect type wilt
veranderen, als u een track opnieuw op wilt nemen of als u op een
andere track op wilt nemen, voer dan de wijzigingen in nadat u de
klaar voor opname mode heeft geactiveerd (stap 3).
Activeer de klaar voor opname mode................
Druk op de [REC] knop om de klaar voor opname mode te
activeren (het opnemen zelf begint dan nog niet). De klaar voor
opname mode kan worden uitgeschakeld voor het opnemen door
nogmaals op de [REC] knop te drukken.
24
26
P-120/P-120S
De User Song Recorder gebruiken
4
Selecteer de opname track .................................
Als de opname mode is geactiveerd in de voorgaande stap, zal
de laatst opgenomen track automatisch worden geselecteerd voor
opname en zijn indicator — dat wil zeggen de [TRACK 1] of
[TRACK 2] knop indicator — zal rood oplichten. Als u op een
andere track op wilt nemen, drukt u op de betreffende trackknop
zodat zijn indicator rood oplicht.
OPMERKING
• De indicator van een track die reeds opgenomen data bevat zal
groen oplichten (tenzij de track is uitgezet zoals hieronder
beschreven). Tijdens het opnemen, wordt de reeds opgenomen
data, op de track die niet wordt opgenomen, afgespeeld zodat u
mee kunt spelen met de reeds opgenomen track. Als u de reeds
opgenomen track niet wilt horen tijdens het opnemen (als u bijvoorbeeld een andere song op wilt nemen dan op de voorgaande
track), drukt u op de afspeel trackknop voordat u op de [REC]
knop drukt (stap 2, hiervoor) zodat zijn indicator uitgaat.
• Als er geen user song ([USER 1/2/3]) is geselecteerd (de
indicator is niet aan), zal drukken op de [REC] knop resulteren in
het selecteren van de [USER 1] song’s [TRACK 1] en de klaar
voor opname mode wordt geactiveerd. In dit geval zal het
afspelen van [TRACK 2] worden uitgezet als de track data bevat.
• Opnemen op een track die reeds data bevat (de indicator is
groen) zal alle voorgaande data op die track wissen.
• Als de record mode wordt geactiveerd zal de hoeveelheid geheugen, beschikbaar voor opnemen, worden getoond in het LED
display bij benadering in kilobytes (te beginnen met “47”), en de
meest rechtse punt in het LED display zal knipperen in de huidige
metronoom tempo instelling.
5
Start het opnemen ...............................................
Het opnemen zal automatisch beginnen zodra u een noot op het
toetsenbord speelt of op de SONG [START/STOP] knop drukt.
Het huidige maatnummer zal in de display verschijnen tijdens het
opnemen.
OPMERKING
• De AUX pedaal kan worden toegewezen aan het opnemen
starten en stoppen via de “AUX PEDALmode” functie, beschreven
op blz. 35.
• Als de metronoom aan was toen u begon met opnemen, zult u in
de maat met het metronoom kunnen opnemen, maar het
metronoomgeluid zelf zal niet worden opgenomen.
• U kunt opnemen tot maximaal meer dan 10.000 noten op de P120/P-120S, afhankelijk van het pedaalgebruik en andere factoren. De opnametrackindicator zal beginnen te knipperen als het
recordergeheugen bijna vol is. Als het geheugen vol raakt tijdens
het opnemen, zal “ FUL” zal in het display verschijnen en het
opnemen zal automatisch stoppen. (Alle tot op dat punt opgenomen data zal worden vastgehouden.)
25
6
Het opnemen stoppen .........................................
Druk of op de [REC] of op de SONG [START/STOP] knop
om het opnemen te stoppen.
De indicator van de opgenomen track zal groen oplichten om
aan te geven dat deze nu data bevat.
P-120/P-120S
27
De User Song Recorder gebruiken
De aanvangsinstellingen veranderen ................
De aanvangsvoice-, tempo-, maatsoort-, reverbtype-,
reverbdiepte-, effecttype- en effectdiepte instellingen die gemaakt
zijn in stap 2 van de opnameprocedure worden daadwerkelijk
opgenomen door de P-120/P-120S.
Deze aanvangsinstellingen kunnen als het opnemen klaar is
worden gewijzigd door op de [REC] knopte drukken om de klaar
voor opname mode te activeren; op de betreffende track knop te
drukken; de gewenste wijzigingen te maken en vervolgens
nogmaals op de [REC] knop te drukken om de klaar voor opname
mode te verlaten en de wijzigingen te registreren.
Als u dit doet, let er dan op dat u niet op de SONG [START/
STOP] knop drukt of een toets op het toetsenbord bespeelt, aangezien elk van deze handelingen het opnemen zal starten en alle
voorgaand opgenomen data op de geselecteerd track wist.
Het is mogelijk om de handeling te annuleren zelfs als de
wijzigingen al zijn gemaakt: wissel van track en druk vervolgens
op de [REC] knop om de opname mode te verlaten.
Een enkele track wissen .....................................
Alle data kan van de recorder’s tracks worden gewist door de
record mode te activeren, de track die u wilt wissen te selecteren
en vervolgens twee keer op de SONG [START/STOP] knop te
drukken zonder enige data op te nemen.
Druk twee keer.
Afspelen
28
P-120/P-120S
26
Om af te spelen wat u heeft opgenomen, zorgt u er eerst voor dat de
song u wilt afspelen is geselecteerd door op betreffende [USER 1/2/3]
knop te drukken. De indicator van de geselecteerde song zal oplichten.
(Er is geen song geselecteerd als er geen indicator aan is.) Zorg er vervolgens voor dat de groene track indicators van de tracks die u wilt
afspelen aan zijn. Zoniet, druk dan op de corresponderende track
knoppen zodat ze oplichten. Druk vervolgens op de SONG [START/
STOP] knop. Het afspelen begint aan het begin van de opgenomen data,
en zal automatisch stoppen aan het einde van de opgenomen data. U
kunt ook het afspelen op elk willekeurige moment stoppen door op de
SONG [START/STOP] knop te drukken.
Om een track uit te schakelen, zodat deze niet afspeelt, drukt u op de
corresponderende track knop zodat zijn indicator uitgaat (druk op
nogmaals om de track weer aan te schakelen).
Het huidige maatnummer verschijnt in het display tijdens het
afspelen.
De User Song Recorder gebruiken
OPMERKING
• In de demosongmode kan de [USER 1/2/3] knop niet worden gebruikt om
een song te selecteren.
• Het is mogelijk om op het toetsenbord mee te spelen tijdens het afspelen.
In dit geval is de afspeelvoice en niet gelijk aan de voice die u bespeelt via
het toetsenbord. De afspeelvoice is de voice die ingesteld is toen de data
werd opgenomen. De voice die u via op het toetsenbord bespeelt is de
voice die geselecteerd is via het paneel.
• Het afspeelvolume en -tempo kunnen worden aangepast met de
[MASTER VOLUME] regelaar en [TEMPO/FUNCTION# ▼,▲] knoppen
(druk tegelijkertijd op beide [TEMPO/FUNCTION# ▼,▲] knoppen om het
standaard tempo terug te roepen).
• Alle user song recorder data zal voor ongeveer één week worden
vastgehouden in het geheugen nadat het instrument is uitgezet. Als u uw opgenomen data een langere periode wilt bewaren, zet dan minstens eenmaal per
week het instrument een paar minuten aan. Het is ook mogelijk om het op te
slaan op een extern MIDI opslagapparaat zoals de Yamaha MIDI Data Filer
MDF3 met behulp van de bulk data dumpfunctie, zoals beschreven op blz. 39.
• Als de metronoom wordt gebruikt tijdens het afspelen, zal de metronoom
automatisch stoppen als het afspelen stopt.
• Tijdens het afspelen met de recorder, zal het volume van een track die is
uitgezet altijd “0” zijn (dat wil zeggen de “preset song partij annuleervolume”
functie — blz. 36 — heeft alleen invloed op het afspelen van preset songs.
• De afspeeldata wordt niet verzonden via de MIDI OUT aansluiting.
• Het afspelen kan niet worden gestart als de recorder geen data bevat, of
als beide track knoppen uit zijn.
• Als het REVERB type is gewijzigd via de paneelregelaars tijdens het afspelen,
zullen zowel het afspeel- als het toetsenbordreverb effect worden gewijzigd.
• Als het EFFECT type is gewijzigd via de paneelregelaars tijdens het
afspelen, wordt in sommige gevallen het afspeeleffect uitgeschakeld.
Synchro start........................................................
Als de synchro startfunctie is geactiveerd, zal het afspelen van
de recorder automatisch beginnen zodra u begint te spelen op het
toetsenbord.
Om de synchro startfunctie te activeren, drukt u op de SONG
[START/STOP] knop, terwijl u de track knop die aan is
ingedrukt houdt. De meest rechtse punt in het display zal in het
huidige tempo knipperen. (Herhaal de voorgaande handeling om
de synchro startfunctie uit te schakelen.) Het afspelen begint
zodra u op het toetsenbord begint te spelen.
Als u een trackknop ingedrukt houdt die uit is, terwijl u op de
SONG [START/STOP] knop drukt, dan zal die track worden
aangezet en de synchro start mode zal worden geactiveerd.
AUX PEDAL start/stop.........................................
27
De AUX PEDAL kan worden toegewezen aan het afspelen van
de recorder starten en stoppen via de “AUX PEDAL Mode” functie, zoals beschreven op blz. 35. Dit is handige om het opgenomen gedeelte op elk gewenste moment te kunnen starten, nadat u
zelf bent gaan spelen.
P-120/P-120S
29
De functiemode
De [TEMPO/FUNCTION#] knop geeft toegang tot een verscheidenheid aan
functies die de P-120/P-120S buitengewoon veelzijdig maken. De functies zijn
als volgt in groepen gecategoriseerd:
F1
F2
F3
F4
F5
F6
F7
F8
F9
Stemmen..................................................................... 31
Stemschaal ................................................................. 31
Dualmode functies..................................................... 32
Splitmode functies..................................................... 33
Pedaal functies........................................................... 35
Metronoomvolume ..................................................... 36
Preset song partij annuleervolume .......................... 36
MIDI functies............................................................... 37
Backup functies ......................................................... 40
Een functie selecteren.........................................
Z Druk op de [TEMPO/FUNCTION#] knop zodat zijn
[FUNCTION#] indicator oplicht.
OPMERKING
• Functies kunnen niet worden geselecteerd in de demo/preset
song mode of als de user song recorder gebruikt wordt.
X Gebruik de [TEMPO/FUNCTION# ▼, ▲] knoppen om de
gewenste functie van F1 t./m F9 te selecteren.
C In het geval van de stemming (F2), dualmode (F3), splitmode
(F4), pedaal functies (F5), MIDI- (F8) en backup (F9) functies, moet u één keer op de [+/YES▲] knop drukken om de
betreffende sub-mode in te gaan, nadat u de functie heeft
geselecteerd, en vervolgens de [TEMPO/FUNCTION# ▼,
▲] knoppen weer gebruiken om de gewenste sub-functie te
selecteren.
OPMERKING
• De dual- of splitmode moet worden geactiveerd voordat
respectievelijk de F3 en F4 functies kunnen worden geselecteerd.
Als de corresponderende mode niet is geactiveerd, zal er “ F3.-”
of “ F4.-” in het display verschijnen en de corresponderende submode zal niet beschikbaar zijn.
• De dualmode kan worden geactiveerd in de functiemode, maar de
functie-mode moet worden verlaten voordat de splitmode kan
worden geactiveerd.
● Bedieningsvoorbeeld
Druk op [+/YES▲]
(sub-mode)
Gebruik [TEMPO/FUNCTION#
▼, ▲]
Druk eenmaal op [–/NO▼]
of [+/YES▲]
Gebruik [–/NO▼], [+/YES▲]
V Stel de functie in zoals gewenst, door de [–/NO▼] en [+/
YES▲] knoppen te gebruiken (zie de afzonderlijke
functiebeschrijvingen, hieronder).
OPMERKING
• Na het selecteren van de functie, zal de huidige instelling worden getoond
als de [–/NO▼] of [+/YES▲] knop voor de eerste keer wordt ingedrukt.
B Druk op de [TEMPO/FUNCTION#] knop zodat zijn
P-120/P-120S
28
[TEMPO] indicator oplicht om de functiemode te verlaten.
30
De functiemode
F1: Stemmen ______________________________________
Naast de op blz. 24 beschreven stemmethode, kan de algemene toonhoogte ook worden
ingesteld via de F1 functie.
Na het selecteren van “F1”, gebruikt u de [–/NO▼] en [+/YES▲] knoppen om de
toonhoogte in stappen van ongeveer 0,2 Hz te verhogen of te verlagen (de eerst keer dat de [–/
NO▼] of [+/YES▲] knop wordt ingedrukt, wordt gewoon naar de stemwaarde display
geschakeld zonder de toonhoogte daadwerkelijk te veranderen). Het totale stembereik is van
427,0 Hz tot 453,0 Hz (overeenkomstig de A3 noot in Hz). Druk tegelijkertijd op de [–/NO▼]
en [+/YES▲] knoppen om de standaard waarde “440,0 Hz” terug te roepen.
Tienden van een Hertz worden aangeven in het LED display door de verschijning en de
positie van één of twee punten, zoals te zien in het volgende voorbeeld:
Display
440
4.40
44.0
440.
4.40.
Waarde
440,0
440,2
440,4
440,6
440,8
F2: Stemming _____________________________________
Na het selecteren van “F2.Y”, drukt u op de [+/YES▲] knop om de stemmingsfunctie submode te activeren, gebruik vervolgens de [TEMPO/FUNCTION# ▼, ▲] knoppen om de
gewenst stemmingsfunctie te selecteren, zoals hieronder aangegeven.
F2.1: Stemming.......................................................................................
Naast de standaard gelijkzwevende temperatuur-stemming, bevat de P-120/P-120S zes klassieke stemmingen die u kunt selecteren en gebruiken om muziek uit de overeenkomstige
periode te spelen, of er mee te experimenteren in een modernere context. De stemmingen zijn:
1: Gelijkzwevende temperatuur
2: Reine majeur
3: Reine mineur
4: Pythagoreaans
5: Grondtoon
6: Werckmeister
7: Kirnberger
Gebruik de [–/NO▼] en [+/YES▲] knoppen om het nummer van de gewenste stemming te selecteren.
Druk tegelijkertijd op de [–/NO▼] en [+/YES▲] knoppen om de standaard instellingen
(gelijkzwevende temperatuur stemming) terug te roepen.
F2.2: Basisnoot.......................................................................................
29
In tegenstelling tot de gelijkzwevende temperatuur-stemming, moeten deze klassieke
stemmingen worden gestemd op basis van een bepaalde basisnoot. Gebruik de [–/NO▼] en [+/
YES▲] knoppen om de basisnoot te selecteren waarop de zojuist geselecteerde stemming moet
worden gebaseerd. De geselecteerde basisnoot zal in het display verschijnen, gevolgd door een
streep onderin bij een mol (bijv. “A_”) of een streep bovenin bij een kruis (bijv. “F~”).
Druk tegelijkertijd op de [–/NO▼] en [+/YES▲] knoppen om de standaard instelling “C” terug te roepen.
OPMERKING
• De basisnootinstelling werkt voor alle stemmingen behalve de gelijkzwevende temperatuur-stemming.
P-120/P-120S
31
De functiemode
F3: Dualmode functies ______________________________
Na het selecteren van “F3.Y”, drukt u op de [+/YES▲] knop om de dual-modefunctie submode te activeren, gebruik vervolgens de [TEMPO/FUNCTION# ▼, ▲] knoppen om de
gewenste dualmode functie te selecteren, zoals hieronder aangegeven.
Als de dualmode niet is geactiveerd zal er “F3.-” verschijnen, in plaats van “F3.Y” en de dualmode
functies kunnen niet worden geselecteerd. Als dit gebeurt, activeer dan de dualmode en ga verder.
■ SNELTOETS: U kunt direct naar de dualmode functies (F3) springen door op de
[TEMPO/FUNCTION#] knop te drukken, terwijl de twee dualmode voice
keuzeschakelaars ingedrukt zijn.
OPMERKING
• Dualmode functie instellingen worden voor elke voice combinatie afzonderlijk ingesteld.
F3.1: Dual balans....................................................................................
De volumeniveaus van de in de dualmode gecombineerde voices, kunnen naar wens worden
aangepast met behulp van deze functie. Gebruik de [–/NO▼] en [+/YES▲] knoppen om de
balans naar wens aan te passen. Het balansbereik is van 0 tot en met 20. De instelling “10”
produceert een gelijke balans tussen de twee dualmode voices. Instellingen onder de “10”
verhogen het volume van de 2e voice ten opzichte van de 1e voice, en instellingen boven de
“10” verhogen het volume van de 1e voice ten opzichte van de 2e voice (“1e” en “2e” worden
uitgelegd op blz. 18). Druk tegelijkertijd op de [–/NO▼] en [+/YES▲] knoppen om de
standaard instelling (verschillend voor elke voice combinatie) terug te roepen.
U kunt één voice instellen als hoofdvoice, en een andere voice als een zachtere, bijgemengde voice.
F3.2: Dual ontstemming.........................................................................
Deze functie maakt het mogelijk om de 1e en 2e dualmode voices te ontstemmen om zo een voller
geluid te creëren. Gebruik de [–/NO▼] en [+/YES▲] knoppen om de mate van de gewenste
ontstemming in te stellen. Het ontstembereik is van –10 tot 10. De instelling “0” stelt beide voices op
dezelfde toonhoogte in. Instellingen onder de “0” verhogen de toonhoogte van de 2e voice ten opzichte
van de 1e voice, en instellingen boven de “0” verhogen de toonhoogte van de 1e voice ten opzichte van
de 2e voice (“1e” en “2e” worden uitgelegd op blz 18). Druk tegelijkertijd op de [–/NO▼] en [+/YES▲]
knoppen om de standaard instelling (verschillend voor elke voice combinatie) terug te roepen.
F3.3: 1e voice octavering.......................................................................
F3.4: 2e voice octavering.......................................................................
Afhankelijk van welke voices u combineert met behulp van de dualmode, kan de combinatie
beter klinken als één van de voices een octaaf omhoog of omlaag wordt geschoven. Gebruik de
[–/NO▼] en [+/YES▲] knoppen om desgewenst de octavering van de 1e of de 2e voice in te stellen (“1e” en “2e” wordt uitgelegd op blz. 18). De beschikbare instellingen zijn “0” voor de normale
toonhoogte, “–1” om de toonhoogte één octaaf omlaag te schuiven, en “1” om de toonhoogte één
octaaf omhoog te schuiven. Druk tegelijkertijd op de [–/NO▼] en [+/YES▲] knoppen om de
standaard instelling (verschillend voor elke voice combinatie) terug te roepen.
30
32
P-120/P-120S
De functiemode
F3.6: 1e voice effectdiepte.....................................................................
F3.6: 2e voice effectdiepte.....................................................................
Deze functies maken het mogelijk om de diepte van het effect voor de 1e en de 2e dualmode
voices afzonderlijk in te stellen (“1e” en “2e” is wordt uitgelegd op blz. 18). Gebruik de [–/NO▼]
en [+/YES▲] knoppen om desgewenst de effectdiepte voor de corresponderende voice in te stellen. Het dieptebereik is van 0 tot 20. De instelling “0” produceert geen effect, terwijl de instelling
“20” de maximum effectdiepte produceert. Druk tegelijkertijd op de [–/NO▼] en [+/YES▲]
knoppen om de standaard instelling (verschillend voor elke voice combinatie) terug te roepen.
OPMERKING
• De effectdiepte instellingen kunnen alleen worden gewijzigd als het effect op AAN staat. De
functiemode moet worden verlaten voordat EFFECT kan worden aangezet.
F3.7: Reset ..............................................................................................
Deze functie reset alle dual-mode functies naar hun standaard waarden. Druk op de [+/YES▲]
knop om de waarden te resetten. “End” zal in het display verschijnen als alle functies zijn gereset.
F4: Splitmode functies ______________________________
Na het selecteren van “F4.Y”, drukt u op de [+/YES▲] knop om de splitmode functie submode te activeren. Gebruik vervolgens de [TEMPO/FUNCTION# ▼, ▲] knoppen om de
gewenste splitmode functie te selecteren, zoals hieronder opgesomd.
Als de splitmode niet is geactiveerd zal er “F4.-” verschijnen, in plaats van “F4.Y” en de
splitmode functies kunnen niet worden geselecteerd. Merk ook op dat u de functiemode moet
verlaten voordat de splitmode kan worden geactiveerd.
■ SNELTOETS: U kunt direct naar de split-mode functies (F4) springen door op de [TEMPO/
FUNCTION#] knop te drukken, terwijl de [SPLIT] knop ingedrukt is.
OPMERKING
• Splitmode functie instellingen worden ingesteld voor elke afzonderlijke voicecombinatie.
F4.1: Splitpunt ........................................................................................
Naast de splitpuntinstellingsmethode die beschreven wordt op blz. 19, kan het splitpunt ook
via deze functie worden ingesteld. Gebruik de [–/NO▼] en [+/YES▲] knoppen om het
splitpunt naar wens in te stellen, of druk gewoon op de betreffende toets op het toetsenbord:
van “A-1” tot “C7”. Druk op tegelijkertijd op de [–/NO▼] en [+/YES▲] knoppen om de
standaard instelling “F#2” terug te roepen.
31
F4.2: Split balans....................................................................................
De volumeniveaus van de twee in de splitmode gecombineerde voices kunnen naar wens
worden aangepast met behulp van deze functie. Gebruik de [–/NO▼] en [+/YES▲] knoppen
om de balans naar wens aan te passen. Het balansbereik is van 0 tot en met 20. De instelling
“10” produceert een gelijke balans tussen de twee splitmode voices. Instellingen onder de
“10” verhogen het volume van de linkervoice ten opzichte van de rechtervoice, en instellingen
boven de “10” verhogen het volume van de rechtervoice ten opzichte van de linkervoice. Druk
tegelijkertijd op de [–/NO▼] en [+/YES▲] knoppen om de standaard instelling (verschillend
voor elke voice combinatie) terug te roepen.
P-120/P-120S
33
De functiemode
F4.3: Rechtervoice octavering ..............................................................
F4.4: Linkervoice octavering .................................................................
Afhankelijk van de voices die u combineert met behulp van de splitmode, kan de combinatie beter klinken als één van de voices een octaaf omhoog of omlaag wordt verschoven.
Gebruik de [–/NO▼] en [+/YES▲] knoppen om desgewenst de octavering van de linker- of
de rechtervoice in te stellen. De beschikbare instellingen zijn “0” voor de normale toonhoogte,
“–1” om de toonhoogte één octaaf omlaag te schuiven, en “1” om de toonhoogte één octaaf
omhoog te schuiven. Druk tegelijkertijd op de [–/NO▼] en [+/YES▲] knoppen om de
standaard instelling (verschillend voor elke voice combinatie) terug te roepen.
Stel deze overeenkomstig het toonhoogtebereik van de song die u wilt spelen in.
F4.5: Rechtervoice effectdiepte ............................................................
F4.6: Linkervoice effectdiepte ...............................................................
Deze functies maken het mogelijk om afzonderlijk de diepte van het effect voor de linkeren de rechter splitmode voices in te stellen. Gebruik de [–/NO▼] en [+/YES▲] knoppen om
desgewenst de effectdiepte voor de corresponderende voice in te stellen. Het dieptebereik is
van 0 tot 20. De instelling “0” produceert geen effect, terwijl de instelling “20” de maximale
effectdiepte produceert. Druk tegelijkertijd op de [–/NO▼] en [+/YES▲] knoppen om de
standaard instelling (verschillend voor elke voice combinatie) terug te roepen.
OPMERKING
• De effectdiepte instellingen kunnen alleen worden gewijzigd als het effect op AAN staat. De
functiemode moet worden verlaten voordat EFFECT kan worden aangezet.
F4.7: Sustainpedaalbereik .....................................................................
De sustainpedaalbereik functie bepaalt of het sustainpedaal invloed heeft op de
rechtervoice, de linkervoice of zowel de linker- als de rechtervoice in de splitmode. Gebruik de
[–/NO▼] en [+/YES▲] knoppen om “2” te selecteren voor de linkervoice, “1” voor de
rechtervoice, of “ALL” voor beide voices. Druk tegeljikertijd op de [–/NO▼] en [+/YES▲]
knoppen om de standaard instelling “ALL” terug te roepen.
F4.8: AUX pedaalbereik..........................................................................
De AUX pedaalbereik functie bepaalt of het AUX pedaal invloed heeft op de rechtervoice,
de linkervoice of zowel de linker- als de rechtervoice in de splitmode. Gebruik de [–/NO▼] en
[+/YES▲] knoppen om “2” te selecteren voor de linkervoice, “1” voor de rechtervoice, of
“ALL” voor beide voices. Druk tegeljikertijd op de [–/NO▼] en [+/YES▲] knoppen om de
standaard instelling “ALL” terug te roepen.
OPMERKING
• Als sustain is toegewezen aan de AUX PEDAL functie (F5.1), zal de instelling in dit gedeelte worden
genegeerd en de instellingen in het F4.7 gedeelte zullen van kracht worden.
F4.9: Reset ..............................................................................................
Deze functie reset alle splitmode functies naar hun standaard waarden. Druk op de [+/
YES▲] knop om de waarden te resetten. “End” zal in het display verschijnen als alle functies
zijn gereset.
32
34
P-120/P-120S
De functiemode
F5: Pedaalfuncties _________________________________
Na het selecteren van “F5.Y”, drukt u op de [+/YES▲] knop om de pedaalfuncties sub
mode te activeren, gebruik vervolgens de [TEMPO/FUNCTION# ▼, ▲] knoppen om de
gewenste pedaalfuncties te selecteren, zoals hierna aangegeven.
F5.1: AUX PEDAL Mode .........................................................................
Deze functie handige laat u de werking van de AUX PEDAL instellen volgens één van de
hieronder opgesomde modes. Gebruik de [–/NO▼] en [+/YES▲] knoppen om de gewenste
AUX PEDAL mode te selecteren. Druk tegelijkertijd op de [–/NO▼] en [+/YES▲] knoppen
om de standaardinstelling “1” terug te roepen.
1. Soft Pedaal
Het softpedaal vermindert het volume en wijzigt
enigszins de klankkleur van de gespeelde noten
terwijl het pedaal wordt ingedrukt. Het softpedaal
heeft geen invloed op de noten die al worden
gespeeld op het moment dat deze wordt ingedrukt.
2. Sostenutopedaal
Als u een noot of akkoord op het toetsenbord speelt
en de pedaal indrukt terwijl de de noten nog worden
vastgehouden, krijgen deze noten sustain, zolang
als het pedaal ingedrukt is (alsof het sustainpedaal is
ingedrukt), maar alle daarna gespeelde noten zullen
geen sustain krijgen. Dit maakt het mogelijk om bijvoorbeeld een akkoord aan te houden, terwijl de
andere noten “staccato” gespeeld worden.
OPMERKING
• Organ, string en choir voices zullen
continu geluid geven, zolang het
sostenuto pedaal ingedrukt is.
3. Expressie
Deze mode maakt het mogelijk de dynamiek
tijdens het spelen te regelen.
4. Sustainpedaal (AAN/UIT)
De sustainpedaal functioneert hetzelfde als een
demperpedaal op een akoestische piano. In dit
geval werkt het AUX PEDAL als een AAN/UIT
schakelaar, dus als het pedaal wordt ingetrapt
krijgen de noten die gespeeld worden een lange
sustain. Loslaten van het pedaal stopt (dempt)
onmiddellijk alle noten met sustain.
5. Sustainpedaal (continu)
Het sustainpedaal werkt in principe op
dezelfde manier als het demperpedaal op een
akoestische piano,maar in dit geval echter
wordt het pedaal bediend als een continue
regelaar, dus des te verder naar beneden het
pedaal wordt ingedrukt, des te langer de
sustain die de noten zullen krijgen (kan worden gebruikt als een halfpedaaleffect).
6. Variatie
Deze mode maakt het mogelijk de
voicevariatie aan en uit te schakelen. In deze
mode, werkt de AUX PEDAL op dezelfde
manier als de [VARIATION] knop op het
paneel.
7. Song Start/Stop
Deze mode maakt het mogelijk het afspelen
van songs te starten of te stoppen. In deze
mode werkt de AUX PEDAL op dezelfde
manier als de SONG [START/STOP] knop op
het paneel.
OPMERKING
• We bevelen u een optionele
voetregelaar FC7 aan bij het gebruik
van mode 3 (Expressie). Voor mode
5 (Sustain Pedaal [Continu]), raden
we u aan de bijgeleverde pedaal te
gebruiken. Voor alle andere modes,
adviseren wij u het gebruik van het
bijgeleverde pedaal of de optionele
FC4 voetschakelaar.
33
F5.2: Sustain samplediepte ...................................................................
De GRAND PIANO 1 en 2 voices beschikken over speciale “Sustain Samples” die nauwgezet
de unieke resonatie van de zangbodem en snaren van een akoestische velugel reproduceren, als het
demperpedaal wordt ingedrukt. Het effect kan worden geregeld met de P-120/P-120S’s
sustainpedaal of het AUX PEDAL waaraan de sustainfunctie is toegewezen. Deze functie laat u de
diepte van dit effect aanpassen. Het effectdieptebereik is van 0 tot 20. De instelling “0” produceert
geen effect, terwijl de instelling “20” de maximale effectdiepte produceert. Druk tegelijkertijd op
de [–/NO▼] en [+/YES▲] knoppen om de standaardinstelling “12” terug te roepen.
P-120/P-120S
35
De functiemode
F5.3: Softpedaal effectdiepte.................................................................
Deze functie stelt de diepte van het softpedaal effect in. Het effectdieptebereik is van 1 tot 5.
De instelling “1” produceert de minimale effectdiepte, terwijl de instelling “5” de maximale
effectdiepte produceert. Druk tegelijkertijd op de [–/NO▼] en [+/YES▲] knoppen om de
standaardinstelling “3” terug te roepen.
F5.4: SUSTAIN PEDAL type ...................................................................
F5.5: AUX PEDAL type ...........................................................................
Afhankelijk van het pedaal dat is aangesloten op de SUSTAIN PEDAL aansluiting of AUX
PEDAL aansluiting, kan het effect dat door de bediening van het pedaal wordt geproduceerd
(AAN/UIT, dynamiek, enz.) worden omgedraaid. Als dit het geval is, gebruik dan deze instelling voor de juiste pedaalwerking. Het instellingsbereik is van 1 tot 2. Druk tegelijkertijd op de
[–/NO▼] en [+/YES▲] knoppen om de standaardinstelling “1” terug te roepen.
OPMERKING
• Zorg ervoor dat het instrument uit staat als u het pedaal aansluit of loskoppelt.
• Als het SUSTAIN PEDAL type is ingesteld op “2”, zal loskoppelen van het sustainpedaal terwijl het
instrument aan is, de sustain actief laten, waardoor alle noten onbeperkte sustain krijgen. Als dit het
geval is zet dan het instrument uit en weer aan.
F6: Metronoomvolume ______________________________
■ SNELTOETS: U kunt direct naar de metronoomfuncties springen door op de [TEMPO/
FUNCTION# knop te drukken, terwijl de METRONOME [START/STOP]
knop ingedrukt is.
Het volume van het metronoomgeluid kan worden gewijzigd. Na het selecteren van “F6”,
gebruikt u de [–/NO▼] en [+/YES▲] knoppen om het metronoomvolume naar wens in te stellen. Het volumebereik is van 1 tot en met 20. De instelling “1” produceert minimaal geluid,
terwijl de instelling “20” het maximale metronoomvolume produceert. Druk tegelijkertijd op
de [–/NO▼] en [+/YES▲] knoppen om de standaard instelling “10” terug te roepen.
F7: Preset song partij annuleer volume ________________
Deze functie stelt het volume in waarop een “annuleer” partij wordt gespeeld tijdens het
preset song afspelen (zie blz. 17 zie voor informatie over de “Preset song partij annuleer”
functie). Gebruik de [–/NO▼] en [+/YES▲] knoppen om het volume naar wens in te stellen.
Het volume bereik is van 0 tot en met 20. De instelling “0” produceert geen geluid, terwijl de
instelling “20” het maximale volume produceert. Druk tegelijkertijd op de [–/NO▼] en [+/
YES▲] knoppen om de standaard instelling “5” terug te roepen.
Pas het partij volume aan tot een comfortabel niveau om zo de “annuleer” partij te kunnen
gebruiken als leidraad om mee mee te spelen. Stel het in op “0” als u de partij helemaal niet
wilt horen.
34
36
P-120/P-120S
De functiemode
F8: MIDI functies ___________________________________
● Een korte introductie tot MIDI
MIDI, de Musical Instrument Digital Interface, is een wereldstandaard communicatie interface die het mogelijk maakt dat
MIDI-compatibele muziekinstrumenten en apparatuur, muzikale
MIDI kabel
informatie uitwisselen en elkaar besturen. Dit maakt het mogelijk
om “installaties” van MIDI instrumenten en apparatuur te creëren die een veel grotere verscheidenheid bieden dan beschikbaar is met de afzonderlijke instrumenten. De meeste MIDI toetsenborden bijvoorbeeld (inclusief natuurlijk de P-120/P-120S) verzendt, elke keer als er een noot op het
toetsenbord wordt gespeeld, noot- en aanslagsnelheidinformatie via de MIDI OUT aansluiting. Als de MIDI OUT aansluiting is aangesloten op
de MIDI IN aansluiting van een tweede toetsenbord (synthesizers, enz.) of een toongenerator (in feite een synthesizers zonder toetsenbord), zal het
tweede toetsenbord of de toongenerator nauwgezet reageren op de noten die gespeeld worden op het origineel uitzendende toetsenbord. Het resultaat is dat u effectief op twee instrumenten tegelijk kunt spelen en zo volle multi-instrumentale geluiden kunt gebruiken.
Ditzelfde type muzikale informatie verzending wordt gebruikt bij MIDI sequence opname. Een sequencerecorder kan worden gebruikt
om bijvoorbeeld MIDI data, ontvangen van een P-120/P-120S, "op te nemen". Als de opgenomen data wordt teruggespeeld, zal de P-120/
P-120S automatisch het opgenomen spel tot in detail "spelen".
Data die wordt opgenomen
Deze voorbeelden laten echter alleen het topje van de
ijsberg zien. MIDI kan nog veel en veel meer. De P-120/PMIDI IN
MIDI OUT
Sequence
120S MIDI functies zorgen ervoor dat deze in vrij
Recorder
geavanceerde MIDI systemen gebruikt kan worden.
MIDI OUT
MIDI IN
MIDI IN
MIDI OUT
Synthesizers
of
Toongenerator
Data die wordt afgespeeld
Na het selecteren van “F8.Y”, drukt u op de [+/YES▲] knop om de MIDI functie sub-mode te
activeren, gebruik vervolgens de [TEMPO/FUNCTION# ▼, ▲] knoppen om de gewenste MIDI
functie te selecteren, zoals hierna aangegeven.
OPMERKING
• De HOST SELECT schakelaar op het zijpaneel moet op “MIDI” worden ingesteld om de MIDI aansluitingen te
kunnen gebruiken. Als u de TO HOST aansluiting gebruikt, stel dan de HOST SELECT schakelaar in op de
juiste instelling voor het type computer dat u gebruikt (zie blz. 41). In dat geval zullen alle MIDI instellingen zoals
hierna worden beschreven invloed hebben op de MIDI in - en uitgangssignalen van de TO HOST aansluiting.
• Gebruik altijd een goede kwaliteit MIDI kabel om de MIDI OUT en MIDI IN aansluitingen te verbinden. Gebruik nooit MIDI
kabels die langer zijn dan 15 meter, daar deze storingen op kunnen vangen en daardoor fouten kunnen veroorzaken.
F8.1: MIDI verzendkanaal selectie ................................................................
F8.2: MIDI ontvangstkanaal selectie.............................................................
Sequence
Recorder
MIDI OUT MIDI IN
Toongenerator
MIDI
THRU
35
(Stel in op ontvangst
op MIDI kanaal 2)
MIDI IN
(Stel in op ontvangst op MIDI kanaal 1)
Het MIDI systeem maakt het mogelijk MIDI data op 16 verschillende kanalen te zenden en ontvangen.
Er zijn meerdere kanalen geïmplementeerd om het selectief kunnen besturen van bepaalde instrumenten
of apparaten die in serie zijn aangesloten, mogelijk te maken. Een enkele MIDI sequence recorder bijvoorbeeld zou kunnen worden gebruikt om twee verschillende instrumenten of toongenerators te "bespelen".
Één van de instrumenten of toongenerators zou ingesteld kunnen worden om alleen op kanaal 1 te ontvangen en de andere op kanaal 2. In deze situaties zal het eerste instrument of toongenerator alleen reageren
op informatie die door de sequence recorder op kanaal-1 wordt verzonden, terwijl het tweede instrument
of toongenerator zal alleen zal reageren op kanaal-2 informatie. Dit maakt het voor de sequence recorder
mogelijk om twee totaal verschillende partijen te “spelen” op de ontvangende instrumenten of
toongenerators.
P-120/P-120S
37
De functiemode
In elke MIDI opstelling, moeten de MIDI kanalen van de zendende en ontvangende apparatuur
overeenkomen voor de juiste data overdracht. Er is ook een “multitimbrale” ontvangst mode beschikbaar, die
gelijktijdige ontvangst van verschillende partijen op alle 16 MIDI kanalen mogelijk te maken, waardoor de
P-120/P-120S in staat wordt gesteld multi-kanaalssongdata te ontvangen van een muziekcomputer of
sequencer. Er is ook een “1-2” mode, waarbij gelijktijdige ontvangst op kanaal 1 en 2 mogelijk is.
Gebruik de [–/NO▼] en [+/YES▲] knoppen om de gewenste zend- en ontvangstkanalen te
selecteren. De verzendkanaalparameter kan ook op “UIT” worden gezet, als u niet wilt dat de P-120/
P-120S enige MIDI data verzendt. Om de multitimbrale ontvangstmode te selecteren, stel u het
ontvangstkanaal in op “ALL”. Selecteer “1-2” voor alleen multitimbrale ontvangst op kanaal 1 en 2.
Druk tegelijkertijd op de [–/NO▼] en [+/YES▲] knoppen om de standaard instelling terug te roepen: zenden = “1”; ontvangen = “ALL”.
OPMERKING
• In de dualmode wordt de 1e voice data verzonden via het ingestelde kanaal, en in de splitmode wordt de
rechter voice data verzonden op het ingestelde kanaal. In de dualmode wordt de 2e voice data verzonden op
het eerstvolgende hogere kanaal nummer dan het ingestelde kanaal en in de split mode wordt de linker voice
data verzonden op het eerstvolgende hogere kanaalnummer dan het ingestelde kanaal. In beide modes,
wordt er geen data verzonden als het zendkanaal is ingesteld op “UIT”.
• Demo/preset song data en recorder data die wordt afgespeeld, wordt niet verzonden via MIDI.
• Er vindt geen MIDI ontvangst plaats als de demo/preset song mode is geactiveerd.
• Programmawijziging en andere boodschappen dan kanaalboodschappen die worden ontvangen, hebben
geen invloed op de P-120/P-120S’s paneel instellingen of wat er wordt gespeeld op het toetsenbord.
F8.3: Lokale besturing AAN/UIT....................................................................
“Lokale besturing” verwijst naar het feit dat normaal de P-120/P-120S toetsenbord zijn interne toongenerator
aanstuurt, waardoor de interne voices direct vanaf het toetsenbord kunnen worden bespeeld. Deze situatie is
“lokale besturing aan” aangezien de interne toongenerator lokaal wordt bestuurd door zijn eigen toetsenbord.
Lokale besturing kan echter worden uitgezet, zodat het P-120/P-120S toetsenbord niet de interne
voices bespeeld, maar de betreffende MIDI informatie wordt nog steeds verzonden via de MIDI
OUT aansluiting als er noten worden gespeeld op het toetsenbord. Tegelijkertijd, reageert de interne
toongenerator wel op MIDI informatie, die via de MIDI IN aansluiting wordt ontvangen.
Gebruik de [–/NO▼] en [+/YES▲] knoppen om de lokale besturing “On” of “OFF” te zetten.
Druk tegelijkertijd op de [–/NO▼] en [+/YES▲] knoppen om de standaard instelling "aan" terug te roepen.
F8.4: Programmawijziging AAN/UIT .............................................................
Normaal zal de-P/120-P 120S reageren op MIDI programmawijzigingsnummers die ontvangen worden van
een extern toetsenbord of ander MIDI apparaat, waardoor de overeenkomstig genummerde voice zal worden
geselecteerd op het overeenkomstige kanaal (de toetsenbord voice verandert niet). De P-120/P-120S zal normaal ook een MIDI programmawijzigingsnummer verzenden als één van zijn voices wordt geselecteerd, waardoor de overeenkomstig genummerde voice of programma zal worden geselecteerd op het externe MIDI
apparaat, als het apparaat is ingesteld op het ontvangen en reageren op MIDI programmawijzigingsnummers.
Deze functie maakt het mogelijk om de ontvangst en verzending van
programmawijzigingsnummer te annuleren,zodat voices op de P-120/P-120S kunnen worden
geselecteerd zonder het externe MIDI apparaat te beïnvloeden.
Gebruik de [–/NO▼] en [+/YES▲] knoppen om de programmawijzigingsverzending en ontvangst “On” of “OFF” zetten.
Druk tegelijkertijd op de [–/NO▼] en [+/YES▲] knoppen om de standaard instelling “On” terug te roepen.
OPMERKING
P-120/P-120S
36
38
• Zie voor informatie over programmawijzigingsnummers voor elk van de P-120/P-120S’s voices, blz 51AH in
de MIDI Data Format sectie.
De functiemode
F8.5: Besturingswijziging AAN/UIT ..............................................................
Normaal zal de P-120/P-120S reageren op MIDI besturingswijzigingsdata, ontvangen van een
extern MIDI apparaat of toetsenbord, waardoor de voice op het corresponderende kanaal kan worden
beïnvloed door pedaal- en andere “besturings” instellingen, ontvangen van het besturende apparaat
(de toetsenbordvoice wordt niet beïnvloed). De P-120/P-120S verzendt ook MIDI
besturingswijzigingsinformatie als het pedaal of andere betreffende regelaars worden bediend.
Deze functie maakt het mogelijk om de ontvangst en verzending van besturingswijzigingsdata te
annuleren, zodat bijvoorbeeld de P-120/P-120S’s pedaal en andere regelaars kunnen worden bediend
zonder invloed te hebben op een extern MIDI apparaat.
Met de [–/NO▼] en [+/YES▲] knoppen zet u de besturingswijzigingsverzending en -ontvangst “On” of “OFF”.
Druk tegelijkertijd op de [–/NO▼] en [+/YES▲] knoppen om de standaard instelling “On” terug te roepen.
OPMERKING
• Zie voor informatie over besturingswijzigingen die kunnen worden gebruikt met de P-120/P-120S, het MIDI
Data Format op blz 50AH.
F8.6: MIDI verzendtransponering .................................................................
Deze functie maakt het mogelijk de MIDI noot data die verzonden wordt door de P-120/P-120S
omhoog of omlaag te transponeren in stappen van halve noten tot plus of min 12 halve noten. De
toonhoogte van de P-120/P-120S zelf wordt niet beïnvloed.
Met de [–/NO▼] en [+/YES▲] knoppen stelt u de gewenste hoeveelheid MIDI verzendtransponering in.
Het bereik is van “–12” (één octaaf omlaag) via “0” (geen transponering) tot “12” (één octaaf omhoog).
Druk tegelijkertijd op de [–/NO▼] en [+/YES▲] knoppen om de standaard instelling “0” terug te roepen.
F8.7: Paneel/status verzending.....................................................................
Deze functie zorgt ervoor dat alle huidige P-120/P-120S paneelinstellingen (geselecteerde voice,
enz.) worden verzonden via de MIDI OUT aansluiting. Dit is met name handig als u uw spel op wilt
nemen op een MIDI sequence recorder zoals de Yamaha MIDI Data Filer MDF3 die dan kan worden
gebruikt om de P-120/P-120S te besturen bij het terugspelen. Door de P-120/P-120S paneelinstellingen
te verzenden en op te nemen op de MIDI sequence recorder voor de daadwerkelijke speeldata, zal de P120/P-120S automatisch dezelfde instellingen terugroepen als uw spel wordt teruggespeeld.
Druk op de [+/YES▲] knop om de paneel/status data te verzenden. “End” zal in het LED display
verschijnen als de data succesvol is verzonden.
OPMERKING
• Zie blz. 51AH voor een overzicht van de “Panel Data Contents” die wordt verzonden door deze functie.
• Paneelinstellingsdata die wordt verzonden naar een extern apparaat kan alleen worden teruggeladen naar een
P-120/P-120S. Paneel instellingsdata kan ook direct van of naar een andere P-120/P-120S worden overgebracht.
F8.8: Bulk data dump.....................................................................................
Deze functie wordt gebruikt om alle data opgeslagen in het user song recorder geheugen te
verzenden naar een MIDI data opslag apparaat zoals de Yamaha MIDI Data Filer MDF3, andere
sequence recorders of MIDI compatibele computers.
Druk op de [+/YES▲] knop om de bulkverzending te beginnen. “End” zal in het LED display
verschijnen als de data succesvol is verzonden.
OPMERKING
• User Song recorder data die wordt verzonden naar een extern apparaat kan alleen worden teruggeladen in een
P-120/P-120S. Recorder data kan ook direct worden overgebracht van en naar een andere P-120/P-120S.
37
• De teruglaadhandeling kan niet worden uitgevoerd als de demo/preset song mode of user song recorder in
gebruik is, of als de functiemode is geactiveerd.
• Er vindt geen MIDI noot/paneel data verzending of data ontvangst plaats tijdens een bulk data dump verzendhandeling.
P-120/P-120S
39
De functiemode
F9: Backup functies ________________________________
Na het selecteren van “F9.Y”, drukt u op de [+/YES▲] knop om de backupfunctie sub-mode te
activeren, gebruik vervolgens de [TEMPO/FUNCTION# ▼, ▲] knoppen om de gewenste backup
functie te selecteren, zoals hieronder aangegeven.
OPMERKING
• De backup instellingen zelf, en de inhoud van het user song recorder geheugen, worden altijd gebackupt.
• Zelfs als de backup is aangezet, kunnen op elk moment de fabriekspresets worden teruggeroepen (zie blz.
44). Het fabrieksinstellingenoverzicht is te vinden op blz 49AH.
Zelfs als backup is aangezet via één van de hieronder beschreven functies, zal de data voor ongeveer 1 week in het geheugen worden vastgehouden, als het instrument in die tijd niet aangezet wordt.
Als de backup periode wordt overschreden, zullen alle instellingen worden gereset naar hun
standaard waarden. Als u de backup instellingen voor langere perioden wilt vasthouden, zorg ervoor
dan voor dat u het instrument minstens eenmaal per week een paar minuten aanzet.
F9.1: Voice.......................................................................................................
Zet de backup van de hieronder opgesomde voicefuncties aan of uit. Gebruik de [–/NO▼] en [+/
YES▲] knoppen om de backup “On” of “OFF” te zetten.
De standaard backup mode is “OFF”.
• Voice (Toetsenbord, dual en split)
• Dual (AAN/UIT, voice- en dualfuncties voor elke voicecombinatie)
• Split (AAN/UIT, voice en splitfuncties voor elke voicecombinatie)
• Reverb (AAN/UIT, type en diepte voor elke voice)
• Effect (AAN/UIT, type en diepte voor elke voice)
• Variatie (voor elke voice)
• Aanslaggevoeligheid (inclusief het FIXED volume)
• Metronoom (Maat, volume)
• Preset song partij annuleervolume
F9.2: MIDI ........................................................................................................
Zet de backup van de hieronder opgesomde MIDI functies aan of uit. Gebruik de [–/NO▼] en [+/
YES▲] knoppen om de backup “On” of “OFF” te zetten.
De standaard backup mode is “OFF”.
• Kanaal (verzenden, ontvangen)
• Programmawijziging AAN/UIT
• MIDI verzendtransponering
• Lokaal AAN/UIT
• Besturingswijziging AAN/UIT
F9.3: Stemmen................................................................................................
Zet de backup van de hieronder opgesomde stemfuncties aan of uit. Gebruik de [–/NO▼] en [+/
YES▲] knoppen om de backup “On” of “OFF” te zetten.
De standaard backup mode is “OFF”.
• Transponering
• Stemmen
• Stemming (inclusief basisnoot)
F9.4: Pedaal ....................................................................................................
Zet de backup van de hieronder opgesomde pedaalfuncties aan of uit. Gebruik de [–/NO▼] en [+/
YES▲] knoppen om de backup “On” of “OFF” te zetten.
De standaard backup mode is “OFF”.
40
P-120/P-120S
• Sustain samplediepte
• AUX PEDAL type
• Softpedaal effectdiepte
38
• AUX PEDAL Mode
• SUSTAIN PEDAL type
Op een Personal Computer aansluiten
Ofschoon de P-120/P-120S kan worden aangesloten op een Personal Computer
via de MIDI IN/OUT aansluitingen en een MIDI interface, maakt de TO HOST
aansluiting en de HOST SELECT schakelaar directe aansluitingen op een Apple
Macintosh of IBM-PC/AT personal computer mogelijk, voor sequencen en andere
muziektoepassingen zonder dat daar een afzonderlijke MIDI interface voor nodig is.
OPMERKING
• Als de P-120/P-120S op een PC wordt aangesloten, zet dan eerst zowel de P-120/P-120S als de computer uit, voordat u
de kabels aansluit en de HOST SELECT schakelaar insteld. Zet, na het aansluiten van de kabels en het instellen van de
HOST SELECT schakelaar, eerst de computer aan en vervolgens de P-120/P-120S.
• Als de [TO HOST] aansluiting van de P-120/P-120S niet wordt gebruikt, zorg er dan voor dat de kabel is losgekoppeld van
de [TO HOST] aansluiting. Als de kabel aangesloten blijft, kan het zijn dat de P-120/P-120S niet goed functioneert.
• Er zal “ HS(” in het display verschijnen als de hostcomputer niet is aangezet, de aansluitkabel niet goed is aangesloten, de
HOST SELECT schakelaar niet in de juiste positie staat of de MIDI driver of MIDI toepassing niet actief is. Zet in dat geval,
zowel de P-120/P-120S als de computer uit en controleer de kabelaansluitingen en de positie van de HOST SELECT
schakelaar. Als eenmaal de aansluitingen en HOST SELECT schakelaar positie zijn gecontroleerd, zet dan eerst de computer aan en vervolgens de P-120/P-120S, om te controleren of de MIDI driver en de MIDI toepassing juist functioneren.
• Als de HOST SELECT schakelaar is ingesteld op “Mac”, “PC-1” of “PC-2, vindt er geen data overdracht via de MIDI
aansluitingen plaats. Om de MIDI aansluitingen te gebruiken voor aansluitingen via een standaard MIDI interface, stelt u
de HOST SELECT schakelaar in op “MIDI”.
Aansluiten op een Apple Macintosh ..................
Sluit de TO HOST aansluiting van de P-120/P-120S aan op de
modem- of printerpoort van uw Macintosh, afhankelijk van welke
poort uw MIDI software gebruikt voor MIDI data communicatie,
met een standaard Macintosh 8-pins systeem randapparatuur kabel.
Stel de HOST SELECT schakelaar in op de “Mac” positie.
Het kan zijn dat u, afhankelijk van het type software, ook nog
andere MIDI interface instellingen moet maken op de computer
(zie daarvoor de handleiding van de software). In ieder geval
moet de clocksnelheid op 1MHz. worden ingesteld.
Stel in op de “Mac”
positie.
Apple Macintosh
Computers
● “Mac” kabel aansluitingen
MINI DIN
8-PIN
1
2
3
4
5
6
7
8
2 (HSK i)
1 (HSK 0)
5 (RxD-)
4 GND
3 (TxD-)
8 (RxD+)
7 (GP i)
6 (TxD+)
MINI DIN
8-PIN
39
• 8-pins systeem randapparatuur kabel.
• Data overdrachtssnelheid: 31.250 bps.
P-120/P-120S
41
Op een Personal Computer aansluiten
Aansluiten op een IBM-PC/AT compatibele
computer ..............................................................
Sluit de TO HOST aansluiting van de P-120/P-120S aan op de
RS-232C poort van uw IBM computer, met een standaard 8-pins
MINI DIN → 9-pins D-SUB crosskabel. Stel de HOST SELECT
schakelaar in op de “PC-2” positie.
Kijk de handleidng van uw software na op informatie over
eventuele instellingen die u moet maken op de computer.
Stel in op de “PC-2”
positie.
IBM-PC/AT
Computers
● “PC-2” Kabelaansluitingen
MINI DIN
8-PIN
1
2
3
4
8
5
8 (CTS)
7 (RST)
2 (RxD)
5 (GND)
D-SUB
9-PIN
3 (TxD)
• 8-pins mini DIN → 9-pins D-SUB kabel.
• Data overdrachtssnelheid: 38.400 bps.
OPMERKING
• Als het systeem niet goed functioneert met de hiervoor genoemde instellingen, kan het zijn dat uw software
anders ingesteld moet worden. Raadpleed de handleiding van de software en als er een data overdrachtssnelheid
van 31.250 bps nodig is, zet dan de HOST SELECT schakelaar op “PC-1”.
• Als u de TO HOST aansluiting gebruikt om een aansluiting te maken op een personal computer die gebruik maakt
van Windows, dan moet er een Yamaha MIDI driver in de personal computer worden geïnstalleerd. De Yamaha
MIDI driver kan worden verkregen via de Yamaha home page op het internet: <http://www.yamaha-xg.com/>.
● Aansluiting pinnummers
MINI DIN 8-PIN
6 7 8
3 4 5
1 2
D-SUB 9-PIN
5 4 3 2 1
9 8 7 6
40
42
P-120/P-120S
Op een Personal Computer aansluiten
Een USB interface gebruiken
(zoals de Yamaha UX256, UX96) ....................
Sluit de USB interface (Yamaha UX256, UX96 of
gelijkwaardig) aan op uw computer met een USB kabel. Installeer
de driver software die bij de interface geleverd is (of andere
geschikte driver software) op uw computer volgens de
bijgeleverde instructies. Sluit uw instrument aan op de USB
interface met een standaard Macintosh 8-pins systeem
randapparatuur kabel of MIDI kabels. Kijk in de handleiding die
bij uw USB interface is geleverd voor details.
● De USB interface en het instrument op elkaar aansluiten met een seriële kabel
or
Standaard Macintosh 8-pins systeem randapparatuur kabel
USB kabel
Mini-DIN 8-pins
UX256
P-120/P-120S
Computer
● De USB Interface en het instrument op elkaar aansluiten via MIDI kabels
USB kabel
MIDI kabels
UX256
P-120/P-120S
41
Computer
P-120/P-120S
43
Fabrieksinstellingen terugroepen
Alle dualmode-, splitmode-, reverb-, effect-, aanslaggevoeligheid-,
steminstellingen, en de instellingen die worden beïnvloed door de
backup functies kunnen worden teruggezet naar hun originele
fabriekspresetwaarden door de C7 toets (meest rechtse toets op het
toetsenbord) ingedrukt te houden, terwijl u de [STANDBY/ON]
schakelaar op ON zet. Dit wist ook alle user song recorder data en zet
alle backup aan/uit instellingen (F9) op “OFF”.
OPMERKING
• Een overzicht van de fabrieksinstellingen is te vinden op blz. 49AH.
Problemen oplossen
Als er iets gebeurt wat er op lijkt te wijzen dat uw P-120/P-120S niet goed functioneert, controleert u
dan eerst alstublieft de volgende punten voordat u ervan uitgaat dat uw P-120/P-120S niet in orde is.
1. Gaat niet aan
Is de netadapter’s DC plug aangesloten op het instrument?
Is het netsnoer aangesloten op de netadapter en een
stopcontact?
Controleer alstublieft alle aansluitingen. (blz. 10)
2. Geen geluid of uitgangsgeluid is te zacht
Is de MASTER VOLUME regelaar op een redelijk
luisterniveau ingesteld?
Zorg ervoor dat er geen hoofdtelefoon is
aangesloten op de hoofdtelefoonaansluiting (als de
SPEAKER schakelaar is ingesteld in de
“NORMAL” positie). Als de SPEAKER schakelaar
is ingesteld in de “OFF” positie zet deze dan op
“NORMAL” of “ON” (blz. 11).
Zorg er ook voor dat de lokale besturing (blz. 38) aanstaat.
3. De luidsprekers worden niet uitgeschakeld
als er een hoofdtelefoon is aangesloten.
De SPEAKER schakelaar kan op “ON” staan. Zet
de SPEAKER schakelaar op “NORMAL” (blz. 11).
4. De P-120/P-120S geeft radio of TV geluid
Dit kan gebeuren als er zich een
hoogvermogenszender in uw omgeving bevindt.
Neem contact op met uw Yamaha dealer.
5. Bij tussenpozen statische ruis
Dit is gewoonlijk het gevolg van het aan en
uitschakelen van huishoudapparatuur of andere
elektronische apparatuur die op dezelfde
lichtnetgroep is aangesloten als uw P-120/P-120S.
6. Er vindt interferentie plaats op een radio of
TV die zich in de buurt van de P-120/P-120S
bevindt.
De P-120/P-120S bevat digitale schakelingen die
ruis in het radio-frequentiegebied kunnen
opwekken. De oplossing is de P-120/P-120S verder
weg van de apparatuur die beïnvloed wordt te plaatsen, of andersom.
7. Het geluid vervormt als de P-120/P-120S
wordt aangesloten op een extern versterker/
luidsprekers systeem.
Als de P-120/P-120S is aangesloten op een stereoinstallatie of instrumentversterker en de het geluid is
vervormd, verlaag dan de P-120/P-120S’s
[MASTER VOLUME] en/of het volume van de
externe apparatuur naar een niveau waarbij de
vervorming verdwijnt.
8. Er is ruis te horen via de luidsprekers of
hoofdtelefoon.
De ruis kan het gevolg zijn van interferentie die veroorzaakt wordt door het gebruik van een mobiele
telefoon in de onmiddellijke nabijheid van de P-120/
P-120S.
Zet de mobiele telefoon uit, of gebruik deze verder
bij de P-120/P-120S vandaan.
● Als er "Scn" in het display verschijnt heeft
er een interne fout plaatsgevonden. Neem in
dit geval, contact op met uw Yamaha dealer
42
44
P-120/P-120S
Specificaties
TOETSENBORD
88 TOETSEN (A-1 ~ C7)
POLYFONIE
64 NOTEN MAXIMAAL
VOICE
KEUZESCHAKELAARS
14 voices + variatie voor elke voice
REVERB
ROOM, HALL 1, HALL 2, STAGE
EFFECT
CHORUS, PHASER, TREMOLO, DELAY
TOUCH
(aanslaggevoeligheid)
HARD, MEDIUM, SOFT, FIXED
SONG REGELAARS
PRESET, USER 1, 2, 3, TRACK 1, 2, START/STOP, REC
PEDAAL BESTURING
SUSTAIN PEDAAL (Kan worden gebruikt als een halfpedaal
effect),
AUX PEDAAL (Kan worden toegewezen een grote
verscheidenheid aan functies)
DEMO SONGS
14 Voice demo songs, 50 preset songs
ANDERE REGELAARS
MASTER VOLUME, BRILLIANCE, DEMO, TRANSPOSE,
SPLIT, METRONOME START/STOP,
TEMPO/FUNCTION# ▼/▲, TEMPO/FUNCTION#,
–/NO▼, +/YES▲, LED Display
AANSLUITINGEN
AUX OUT : L en R (LEVEL FIXED) tulp aansluitingen,
AUX OUT : L/L+R en R jackplug aansluitingen, MIDI IN/OUT,
HOST SELECT, TO HOST, PHONES x 2, SUSTAIN PEDAL,
AUX PEDAL, SPEAKER, DC IN 16V
HOOFDVERSTERKER
12,5 W x 2
LUIDSPREKERS
Ovaal (12 cm x 6 cm) x 2
SPANNINGSVOORZIENING
Yamaha PA-300 netadapter
(of een door Yamaha aanbevolen equivalent)
VERMOGENSDISSIPATIE
28 W
AFMETINGEN (B x D x H)
1.354 x 334 x 137 mm
GEWICHT
18,6 kg
BIJGELEVERDE
ACCESSOIRES
Nederlandstalige handleiding, anderstalige handleiding,
Muziekstandaard, Pedaal,
PA-300 netadapter (bijgeleverd of niet: verschilt per land)
OPTIONELE
ACCESSOIRES
Keyboardstandaard L-120/120S
1
• De specificaties en beschrijvingen in de handleiding zijn uitsluitend voor informatieve doeleinden. Yamaha Corp. houdt zich het recht voor om producten of hun specificaties op elk gewenst
moment te wijzigen of te modificeren, zonder kennisgeving. Aangezien specificaties,
apparatuur en opties per locatie kunnen verschillen, kunt u het best contact opnemen met uw
Yamaha dealer.
P-120/P-120S
45
Yamaha actuele informatie:
www.yamaha.nl
Yamaha handleidingen bibliotheek:
Nederlands: www2.yamaha.co.jp/manual/dutch/
Engels:
www2.yamaha.co.jp/manual/english/
M.D.G., Pro Audio & Digital Musical Instrument Division, Yamaha Corporation
© 2002 Yamaha Corporation
Nederlandstalige handleiding geproduceerd door TerrActs (www.terracts.nl)
Download PDF
Similar pages
Nederlandstalige handleiding Yamaha CLP 130
Handleiding
Nederlandstalige handleiding Yamaha YDP C71