DIGITALE
piano
D
I
G
I
T A
L
e
p
i
a
n
o
Gebruikershandleiding
FRANÇAIS
Gebruikershandleiding
Yamaha Home Keyboards Home Page
http://music.yamaha.com/homekeyboard/
Yamaha Manual Library
http://www.yamaha.co.jp/manual/
U.R.G., Pro Audio & Digital Musical Instrument Division, Yamaha Corporation
© 2009 Yamaha Corporation
P77020901
LBA0
901CRXXX.X-01
Printed in Europe
NL
OBSERVERA!
Apparaten kopplas inte ur växelströmskällan (nätet) så
länge som den ar ansluten till vägguttaget, även om själva
apparaten har stängts av.
ADVARSEL: Netspændingen til dette apparat er IKKE
afbrudt, sålænge netledningen sidder i en stikkontakt,
som er tændt – også selvom der er slukket på apparatets
afbryder.
VAROITUS: Laitteen toisiopiiriin kytketty käyttökytkin ei
irroita koko laitetta verkosta.
(standby)
2
P-155 Gebruikershandleiding
P-155 Gebruikershandleiding
3
VOORZICHTIG
LEES DIT ZORGVULDIG DOOR VOORDAT U VERDERGAAT
* Bewaar deze gebruikershandleiding op een veilige plaats voor eventuele toekomstige raadpleging.
WAARSCHUWING
Volg altijd de algemene voorzorgsmaatregelen op die hieronder worden opgesomd om te voorkomen dat u gewond
raakt of zelfs sterft als gevolg van elektrische schokken, kortsluiting, schade, brand of andere gevaren. De maatregelen
houden in, maar zijn niet beperkt tot:
Spanningsvoorziening/Netadapter
Waarschuwing tegen water
• Gebruik alleen het voltage dat als juist wordt aangegeven voor het instrument.
Het vereiste voltage wordt genoemd op het naamplaatje van het instrument.
• Gebruik uitsluitend de aangegeven adapter (PA-301, PA300B of een door
Yamaha aanbevolen equivalent). Gebruik van een andere adapter kan
oververhitting en defecten veroorzaken.
• Controleer de elektrische stekker regelmatig en verwijder al het vuil of stof dat
zich erop verzameld heeft.
• Plaats de netadapter niet in de buurt van warmtebronnen zoals kachels
of radiatoren. Verbuig of beschadig het snoer niet, plaats er geen zware
voorwerpen op en leg het niet op een plaats waar mensen erover kunnen
struikelen of er voorwerpen over kunnen rollen.
• Stel het instrument niet bloot aan regen, gebruik het niet in de buurt van water
of onder natte of vochtige omstandigheden en plaats geen voorwerpen op het
instrument die vloeistoffen bevatten die in de openingen kunnen vallen. Als er
een vloeistof, zoals water, in het instrument terechtkomt, zet dan onmiddellijk
het instrument uit en trek de stekker uit het stopcontact. Laat vervolgens uw
instrument nakijken door gekwalificeerd Yamaha-servicepersoneel.
• Haal nooit een stekker uit en steek nooit een stekker in het stopcontact als u
natte handen hebt.
Waarschuwing tegen brand
• Plaats geen brandende voorwerpen, zoals kaarsen, op het instrument.
Een brandend voorwerp kan omvallen en brand veroorzaken.
Niet openen
• Open het instrument niet, haal de interne onderdelen niet uit elkaar en
modificeer ze op geen enkele manier. Het instrument bevat geen door de
gebruiker te repareren onderdelen. Als het instrument stuk lijkt te zijn, stop
dan met het gebruik ervan en laat het nakijken door Yamaha-servicepersoneel.
Als u onregelmatigheden opmerkt
• Als het snoer van de adapter beschadigd is of stuk gaat, als er plotseling
geluidsverlies is in het instrument, of als er plotseling een geur of rook uit het
instrument komt, moet u het instrument onmiddellijk uitzetten, de stekker uit het
stopcontact halen en het instrument na laten kijken door gekwalificeerd
Yamaha-servicepersoneel.
LET OP
Volg altijd de algemene voorzorgsmaatregelen op die hieronder worden opgesomd om te voorkomen dat u of iemand
anders gewond raakt of dat het instrument of andere eigendommen beschadigd raken. De maatregelen houden in, maar
zijn niet beperkt tot:
Spanningsvoorziening/Netadapter
Locatie
• Als u de stekker uit het instrument of uit het stopcontact haalt, moet u altijd aan
de stekker trekken, nooit aan het snoer.
• Haal de adapter uit het stopcontact gedurende een elektrische storm
(b.v. onweer), of als u het instrument gedurende lagere tijd niet gebruikt.
• Stel het instrument niet bloot aan overdreven hoeveelheden stof of trillingen, of
extreme kou of hitte (zoals in direct zonlicht, bij een verwarming of overdag in
een auto) om de kans op vervorming van het paneel of beschadiging van de
interne componenten te voorkomen.
• Sluit het instrument niet aan op een stopcontact via een verdeelstekker. Dit kan
resulteren in een verminderde geluidskwaliteit en hierdoor kan het stopcontact
oververhitten.
• Gebruik het instrument niet in de nabijheid van een tv, radio, stereo-apparatuur,
mobiele telefoon of andere elektrische apparaten. Anders kan het instrument,
de tv of radio bijgeluiden opwekken.
• Plaats het instrument niet in een onstabiele positie, waardoor het per ongeluk
om kan vallen.
• Haal voordat u het instrument verplaatst alle kabels en de adapter los.
• Zorg er bij het opstellen van het product voor dat het gebruikte stopcontact
makkelijk toegankelijk is. Schakel de POWER-schakelaar bij storingen of een
slechte werking onmiddellijk uit en trek de stekker uit het stopcontact. Zelfs als
de stroom is uitgeschakeld, loopt er nog een minimale hoeveelheid stroom naar
het product. Als u het product gedurende langere tijd niet gebruikt, moet u de
stekker uit het stopcontact trekken.
• Gebruik uitsluitend de standaard die voor uw instrument wordt aanbevolen. Als
u het instrument vastmaakt aan de standaard of het rek, gebruik dan uitsluitend
de bijgeleverde schroeven. Anders kan dit leiden tot beschadiging van de
interne componenten of het vallen van het instrument.
(3)-12
4
P-155 Gebruikershandleiding
1/2
Aansluitingen
Gegevens opslaan
• Voordat u het instrument aansluit op andere elektronische componenten, moet u
alle betreffende apparatuur uitzetten. Voordat u alle betreffende apparatuur aanof uitzet, moet u alle volumes op het minimum zetten. Voer de volumes van alle
componenten, na het aanzetten, geleidelijk op tot het gewenste luisterniveau,
terwijl u het instrument bespeelt.
Uw data opslaan en een back-up maken van data
• Data in het interne geheugen van het instrument kunnen verloren gaan als
gevolg van een onjuiste werking of bediening. Zorg ervoor dat u belangrijke data
op externe media opslaat via een computer die op het instrument is aangesloten.
(pagina 52)
Onderhoud
• Gebruik bij het schoonmaken een zachte droge doek. Gebruik geen
verfverdunners, oplosmiddelen, schoonmaakmiddelen of met chemicalieën
geïmpregneerde schoonmaakdoekjes.
• Bij extreme veranderingen in temperatuur of vochtigheid, kan condensatie
ontstaan en kan zich water verzamelen op het oppervlak van het instrument.
Als er water achterblijft, kan het worden geabsorbeerd door houten onderdelen,
die daardoor beschadigd kunnen raken. Veeg water altijd onmiddellijk weg met
een zachte doek.
Een back-up maken van het USB-opslagapparaat
• Om gegevensverlies door mediabeschadiging te voorkomen, adviseren wij u
belangrijke gegevens op twee USB-opslagapparaten op te slaan.
Zorgvuldig behandelen
• Steek uw vingers of handen niet in de openingen van het instrument.
• Steek nooit papieren, metalen of andere voorwerpen in de openingen van het
paneel of het keyboard en laat dergelijke voorwerpen er niet invallen. Als dit
gebeurt, zet dan onmiddellijk het instrument uit en haal de stekker uit het
stopcontact. Laat vervolgens uw instrument nakijken door gekwalificeerd
Yamaha-servicepersoneel.
• Plaats geen vinylen, plastic of rubberen voorwerpen op het instrument, aangezien
dit verkleuring van het paneel of het toetsenbord tot gevolg kan hebben.
• Leun niet op het instrument, plaats geen zware voorwerpen op het instrument en
vermijd het uitoefenen van overmatig veel kracht op de knoppen, schakelaars en
aansluitingen.
• Gebruik het instrument/apparaat of de hoofdtelefoon niet te lang op een
oncomfortabel geluidsniveau aangezien dit permanent gehoorverlies kan
veroorzaken. Consulteer een KNO-arts als u geruis in uw oren of gehoorverlies
constateert.
Yamaha kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor schade die wordt veroorzaakt door oneigenlijk gebruik van of modificaties aan het instrument, of data
die verloren zijn gegaan of gewist.
Zet het instrument altijd uit als u het niet gebruikt.
Zelfs als de STANDBY/ON-schakelaar in de "STANDBY" positie staat, loopt er nog een minimale hoeveelheid stroom door het instrument. Als u het instrument voor een lange
tijd niet gebruikt, zorg er dan voor dat u de netadapter uit het stopcontact haalt.
Dit product bevat en gaat vergezeld van computerprogramma's en inhoud waarvan Yamaha alle auteursrechten heeft of waarvan het over de licenties beschikt
om gebruik te mogen maken van de auteursrechten van derden. Onder dergelijk materiaal waarop auteursrechten berusten, vallen, zonder enige beperkingen,
alle computersoftware, stijlbestanden, MIDI-bestanden, WAVE-gegevens, bladmuziek en geluidsopnamen. Elk ongeautoriseerd gebruik van dergelijke
programma's en inhoud, buiten het persoonlijke gebruik van de koper, is volgens de desbetreffende wettelijke bepalingen niet toegestaan. Elke schending van
auteursrechten heeft strafrechtelijke gevolgen. MAAK, DISTRIBUEER OF GEBRUIK GEEN ILLEGALE KOPIEËN.
• Het kopiëren van commercieel verkrijgbare muziekgegevens, inclusief maar niet beperkt tot MIDI-gegevens en/of audiogegevens, is strikt verboden, uitgezonderd voor
persoonlijk gebruik.
• Windows is een geregistreerd handelsmerk van Microsoft ® Corporation in de Verenigde Staten en andere landen.
• Apple, Mac en Macintosh zijn handelsmerken van Apple Inc., geregistreerd in de VS en andere landen.
Het serienummer van dit product wordt vermeld aan de onderzijde van het
instrument. Het is raadzaam dit serienummer in de hieronder gereserveerde
ruimte te noteren. Bewaar ook deze handleiding als permanent aankoopbewijs om
identificatie in geval van diefstal te vergemakkelijken.
Modelnummer
Serienummer
(onderkant)
(3)-12
2/2
P-155 Gebruikershandleiding
5
Inleiding
Dank u voor de aanschaf van de digitale piano van Yamaha!
We adviseren u deze handleiding zorgvuldig te lezen zodat u volledig
gebruik kunt maken van de geavanceerde en handige functies.
We adviseren u ook deze handleiding op een veilige en handige
plaats te bewaren voor toekomstige raadpleging.
Belangrijkste eigenschappen
Graded Hammer Effect-toetsenbord
We hebben onze ervaring als grootste fabrikant van akoestische piano's gebruikt om een toetsenbord te ontwikkelen
met een aanslag die bijna niet te onderscheiden is van een echte piano. Net als bij een traditionele akoestische piano
hebben de toetsen voor de lage tonen een zwaardere aanslag en kunnen die voor de hoge tonen lichter worden
bespeeld. U kunt zelfs de gevoeligheid van het toetsenbord aanpassen aan uw speelstijl.
AWM dynamische stereosampling
Deze digitale piano beschikt over een uitgebreide en veelzijdige serie geluiden, die worden gemaakt met het eigen
sampling-klankopwekkingssysteem van Yamaha, 'AWM Dynamic Stereo Sampling'.
AWM (Advanced Wave Memory) is een samplingsysteem dat geluiden produceert die dicht bij die van een akoestisch
instrument liggen. Hiervoor worden de geluiden van een instrument opgenomen met digitale technologie en wordt
een digitale filtertechnologie van hoge kwaliteit toegepast op de opgenomen audiosamples.
De golfvorm van het geluid dat door een akoestische piano wordt gemaakt, varieert, afhankelijk van de sterkte van de
aanslag van de speler, van pianissimo tot fortissimo.
Met AWM Dynamic Stereo Sampling kunnen uiterst dynamische nuances worden geproduceerd doordat samples van
verschillende afspeelsterkten worden opgenomen. Hoe groter het aantal gebruikte samples, hoe hoger het expressieve
vermogen van het instrument.
De pianovoice 'Grand Piano 1' heeft een volledig nieuwe sample, die is opgenomen van een volwaardige
concertvleugel. Elke noot van de sample is nauwgezet aangepast, zodat de digitale piano alleen de allerbeste
pianogeluiden afspeelt.
De pianovoices zijn goed van elkaar te onderscheiden geluiden, met een snelle attack en voldoende respons.
De voice 'Grand Piano 1' beschikt over meerdere golfsamples voor verschillende aanslagen (dynamische sampling).
Afhankelijk van de snelheid of kracht waarmee u de toetsen aanslaat, worden verschillende samples gebruikt. Deze
voice kan daardoor met een detailleerde dynamiek worden gebruikt en benadert veel beter het geluid van een echte
akoestische piano.
Het instrument produceert een rijk, luxe geluid met 'Sustain Sampling': een sample van de zangbodem en de
resonantie van de snaren als het demperpedaal wordt ingedrukt. Het instrument beschikt ook over 'Key-off Sampling':
een sample van de zeer delicate geluiden die ontstaan als toetsen worden losgelaten.
Accessoires
• Handleiding
• Yamaha PA-301 netadapter* (niet te koop)
* Wordt mogelijk niet meegeleverd in uw regio. Neem hiervoor contact op met uw Yamaha-dealer.
• Voetschakelaar FC4
• Muziekstandaard
• My Yamaha Product User Registration*
* U hebt de PRODUCT ID op dit blad nodig bij het invullen van het gebruikersregistratieformulier.
6
P-155 Gebruikershandleiding
Inhoudsopgave
Deze handleiding bestaat uit drie hoofdgedeelten: Inleiding, Naslaginformatie en Appendix.
Inleiding
Lees dit gedeelte eerst.
Belangrijkste eigenschappen ............................. 6
Accessoires ......................................................... 6
Bedieningspaneel en aansluitingen................... 8
Voordat u het instrument gebruikt ................. 10
inschakelen van het instrument.................................10
Het volume instellen ..................................................10
De pedalen gebruiken.................................................11
Een hoofdtelefoon gebruiken.....................................11
Muziekstandaard ........................................................11
Referentie
Dit gedeelte geeft een volledige uitleg over alle
kenmerken, functies en bewerkingen van het
instrument.
Luisteren naar de demosongs.......................... 12
De 50 presetpianosongs gebruiken................. 13
Luisteren naar de 50 pianopresetsongs .....................13
Een partij voor één hand oefenen met de
50 presetsongs (functie voor annuleren
van partijen) .............................................................14
A-B herhaling voor de 50 presetsongs.......................15
Voices selecteren en afspelen .......................... 16
Voices selecteren.........................................................16
Voices combineren (duale modus) ...........................17
Het toetsenbord opsplitsen en twee verschillende
voices bespelen ([SPLIT])........................................18
Variaties aanbrengen in het geluid [BRILLIANCE]/[REVERB]/[EFFECT]/
'Damper Resonance' ................................................20
Aanslaggevoeligheid - [TOUCH] ..............................22
Transponeren - [TRANSPOSE] ................................23
De metronoom gebruiken..........................................24
Uw spel opnemen ............................................ 25
Uw spel snel opnemen................................................25
Een eerder opgenomen song opnieuw opnemen .....27
Opnemen naar RIGHT/LEFT....................................28
De aanvangsinstellingen wijzigen (data
opgenomen aan het begin van een song)................30
Opgenomen songs op een
USB-opslagapparaat verwerken ...................... 31
Opslaan en laden ........................................................31
Een song opslaan ........................................................32
Een song laden ............................................................33
Song-files verwijderen ................................................34
Het USB-opslagapparaat formatteren.......................35
USER- en USB-songs afspelen .......................... 36
Gedetailleerde instellingen – [FUNCTION]...... 38
Basisprocedure in Function .......................................39
Informatie over elk van de functies ...........................40
F1. Fijnregeling van de toonhoogte....................40
F2. Een stemming selecteren...............................40
F3. Duale functies................................................41
F4. Splitfuncties ...................................................42
F5. Overige functies.............................................43
F6. Metronoomvolume.......................................44
F7. MIDI-functies................................................44
F8. Back-upfuncties.............................................46
Aansluitingen .................................................. 47
Aansluitingen..............................................................47
Aansluiten op een USB-opslagapparaat ....................49
Een pc aansluiten........................................................50
Songdata overbrengen tussen de computer
en het instrument.....................................................51
Gegevensback-up met een computer.............. 52
Voorzorgsmaatregelen bij het gebruik
van de USB [TO DEVICE]-aansluiting............... 53
USB-opslagapparaten gebruiken ...............................53
Omgaan met de diskettedrive
(FDD) en diskettes (optioneel) ........................ 54
Berichtenlijst .................................................... 55
Problemen oplossen......................................... 56
Presetvoicelijst.................................................. 57
Index................................................................. 58
Appendix
In dit gedeelte vindt u referentiemateriaal.
Preset-songoverzicht ....................................... 60
Overzicht van fabrieksinstellingen .................. 61
Indeling van MIDI-gegevens............................ 62
MIDI-implementatieoverzicht.......................... 66
Specificaties...................................................... 68
* De afbeeldingen en schermen zoals deze in deze handleiding
zijn te zien, zijn uitsluitend bedoeld voor
instructiedoeleinden en kunnen dus enigszins afwijken van de
werkelijkheid.
P-155 Gebruikershandleiding
7
Bedieningspaneel en aansluitingen
Bedieningspaneel en aansluitingen
q
w
e r t y
A-1 B-1
C0
D0
E0
F0
G0
A0
B0
C1
D1
E1
F1
G1
A1
B1
C2
D2
u i
E2
F2
o
G2
A2
!0
B2
!1
C3
Voorpaneel
q [STANDBY/ON]-schakelaar
pagina 10
w [MASTER VOLUME]-knop
pagina 10
e [DEMO]-knop
pagina 12
r [TRANSPOSE]-knop
pagina 23
t [REC]-knop
pagina 25
Voor het in- of uitschakelen.
Voor het instellen van het volumeniveau van het totale geluid.
Voor het afspelen van de demosongs.
Voor het omhoog of omlaag verschuiven van de toonhoogte van het
hele toetsenbord.
Voor het opnemen van de muziek die u speelt.
y [PLAY/PAUSE]- en [STOP]-knoppen
pagina 13, 36
Voor het afspelen/pauzeren/stoppen van de presetsongs, uw
opgenomen materiaal en in de handel verkrijgbare muziekgegevens,
enzovoort.
u [SONG SELECT]-knop
pagina 13, 36
Voor het selecteren van een song voor afspelen of bewerken.
i [FILE]-knop
pagina 32
Voor het opslaan van songs op en het laden van songs van een USBopslagapparaat en voor het beheren van songfiles. Ook kunt u
hiermee een USB-opslagapparaat formatteren.
o [RIGHT]- en [LEFT]-knoppen
pagina 14, 37
Voor het naar wens in- en uitschakelen van de linker- en
rechterhandpartijen, zodat u de overeenkomstige partij (de partij die
is uitgezet) op het toetsenbord kunt oefenen.
!0 [METRONOME]-knop
pagina 24, 44
Voor het starten/stoppen van de metronoomfunctie.
!1 [TEMPO/FUNCTION –, +]-knop
pagina 24, 39
Voor het wijzigen van het songtempo (snelheid) en het selecteren van
andere nuttige functies (pagina 38-46).
8
P-155 Gebruikershandleiding
!2 Display
pagina 10
Voor het weergeven van informatie over bepaalde instellingen en
waarden van het instrument.
LET OP
Schakel het instrument niet uit wanneer knipperende streepjes
worden weergegeven op de display, die aanduiden dat data
worden geschreven naar het interne geheugen. Dit zou kunnen
leiden tot het verlies van alle gebruikersdata.
!3 [–/NO]- en [+/YES]-knoppen
Voor het instellen van waarden of het uitvoeren van filehandelingen.
Als u de standaardinstellingen voor bepaalde waarden wilt herstellen
(Transpose, Tempo, enz.), drukt u tegelijkertijd beide knoppen in.
!4 Voicegroepknoppen
pagina 16
!5 [SPLIT]-knop
pagina 18
!6 [BRILLIANCE]-knop
pagina 20
Voor het selecteren van voices uit 17 interne geluiden, waaronder
Grand Piano 1, 2 en 3.
Voor het spelen van verschillende voices op het linker- en
rechterhandgedeelte van het toetsenbord.
Voor het aanpassen van de helderheid van het geluid.
!7 [REVERB]- en [EFFECT]-knoppen
pagina 20, 21
Voor het toevoegen van reverb- en choruseffecten aan de
geselecteerde voice om deze aan te passen aan uw toetsenspel.
!8 [TOUCH]-knop
pagina 22
!9 [PHONES]-aansluiting
pagina 11
Voor het selecteren van de aanslagrespons.
Voor het aansluiten van een standaardhoofdtelefoon, voor
ongestoord oefenen.
D3
!2
E3
Bedieningspaneel en aansluitingen
!3
F3
G3
!4
A3
B3
C4
D4
!5 !6
E4
F4
G4
A4
!7
B4
!8
C5
D5
E5
F5
G5
A5
B5
C6
D6
E6
F6
G6
A6
B6
C7
!9
@5
@0
@1
@2
@3 @4
Achterpaneel
@0 USB [TO DEVICE]-aansluiting
pagina 47
@1 AUX OUT [L/L+R][R]-aansluitingen
pagina 47
@2 MIDI [IN] [OUT]-aansluitingen
pagina 48
Voor het aansluiten van het instrument op een USB-opslagapparaat
zodat u gegevens van en naar het aangesloten apparaat kunt opslaan
en laden.
Voor het aansluiten van een externe toongenerator om het geluid van
dat apparaat weer te geven via het interne geluidssysteem en de
luidsprekers van het instrument.
@3 [SUSTAIN PEDAL]-aansluiting
pagina 11, 48
@4 [AUX PEDAL]-aansluiting
pagina 11, 48
Voor het aansluiten van de meegeleverde FC4-voetschakelaar, of een
optioneel FC3-pedaal of een optionele FC5-voetschakelaar.
Voor het aansluiten van de meegeleverde FC4-voetschakelaar, of een
optioneel FC3-pedaal of een optionele FC5-voetschakelaar/FC7voetregelaar.
@5 [DC IN 16V]-aansluiting
pagina 10
Voor het aansluiten van de meegeleverde netadapter.
Voor het aansluiten van externe MIDI-apparaten, zodat u
verscheidene MIDI-functies kunt gebruiken.
P-155 Gebruikershandleiding
9
Voordat u het instrument gebruikt
Voordat u het instrument gebruikt
inschakelen van het instrument
1. Sluit het DC-snoer van de netadapter aan
op de [DC IN 16V]-aansluiting.
2. Sluit de netadapter aan op een
stopcontact.
WAARSCHUWING
Gebruik uitsluitend de aangegeven adapter (PA-301, PA-300B) of een
door Yamaha aanbevolen equivalent. Gebruik van andere adapters
kan leiden tot onherstelbare beschadiging van zowel de adapter als
het instrument.
(De uitvoering van de stekker
kan per locatie verschillen.)
LET OP
Haal de netadapter uit het stopcontact tijdens onweer of als u het
instrument niet gebruikt.
3. Druk op de [STANDBY/ON]-schakelaar om het instrument aan te zetten.
[STANDBY/ON]-schakelaar
Display
Geeft standaard het tempo aan.
De display in het midden van het bedieningspaneel licht op.
Als u het instrument wilt uitzetten, drukt u nogmaals op de schakelaar [STANDBY/ON].
LET OP
Zelfs als het instrument is uitgeschakeld, loopt er nog een minimale hoeveelheid stroom naar het instrument. Als u het
instrument gedurende een lange tijd niet gebruikt, zorg er dan voor dat u de netadapter uit het stopcontact haalt.
Het volume instellen
Zet de [MASTER VOLUME]-draaiknop in eerste instantie halverwege
tussen de instellingen 'MIN' en 'MAX'. Als u gaat spelen, past u de
[MASTER VOLUME]-draaiknop opnieuw aan voor het meest
comfortabele luisterniveau.
TERMINOLOGIE
MASTER VOLUME:
Het volumeniveau van het totale toetsenbordgeluid
10
P-155 Gebruikershandleiding
Volume lager.
Volume
hoger.
Voordat u het instrument gebruikt
De pedalen gebruiken
OPMERKING
Als het sustainpedaal niet
functioneert, controleer dan of het
pedaalsnoer goed in de
aansluiting van het instrument zit.
FC4
Sustainpedaal (Sustain Pedal-aansluiting)
Via deze aansluiting sluit u de meegeleverde FC4-voetschakelaar aan. Het pedaal werkt
op dezelfde wijze als een demperpedaal op een akoestische piano. Sluit de meegeleverde
FC4-voetschakelaar aan op deze aansluiting en trap het pedaal in om het geluid sustain
te geven.
Als damper resonance is ingeschakeld, wordt op het instrument het sustaingeluid
nagebootst van het demperpedaal op een vleugel als u het demperpedaal indrukt en het
toetsenbord bespeelt.
U kunt ook een optioneel FC3-pedaal of een optionele FC5-voetschakelaar via deze
aansluiting aansluiten. Hoe dieper het FC3-pedaal wordt ingedrukt, hoe langer de
noten worden aangehouden. (Kan worden gebruikt als een halfpedaaleffect.)
TERMINOLOGIE
Halfpedaal:
Als u tijdens het bespelen van de
piano met Sustain het
vastgehouden geluid enigszins
wilt dempen, laat u het pedaal
voor de helft los.
• De diepte van het effect dat wordt geproduceerd door de sustainsamples, kan worden
aangepast via de pedaalfuncties (pagina 39, 43) in Function.
AUX-pedaal (AUX-pedaalaansluiting)
Via deze aansluiting sluit u een optioneel FC3-pedaal, een optionele FC5voetschakelaar of een optionele FC7-voetregelaar aan. U kunt ook de meegeleverde
FC4-voetschakelaar aansluiten via deze aansluiting. U kunt aan deze aansluiting een
groot aantal functies toewijzen, waaronder de softpedaalfunctie. Zie pagina 39, 43 voor
instructies over het toewijzen van functies aan het pedaal.
• Met de FC7-voetregelaar kunt u de functie Expression regelen (pagina 39, 43).
Een hoofdtelefoon gebruiken
Sluit een hoofdtelefoon aan op een van de aansluitingen voor [PHONES].
Er zijn twee [PHONES]-aansluitingen beschikbaar.
U kunt twee standaardhoofdtelefoons aansluiten. (Als u slechts één
hoofdtelefoon gebruikt, maakt het niet uit op welke van de twee
aansluitingen u deze aansluit.)
Op het voorpaneel
Standaardhoofdtelefoonaansluiting
LET OP
Gebruik het instrument niet voor een langere periode op een hoog
volumeniveau, aangezien dat uw gehoor kan beschadigen.
LET OP
De luidsprekers worden automatisch uitgeschakeld wanneer u een stekker in
deze aansluiting steekt.
• Optionele hoofdtelefoon:
HPE-150 Yamaha-hoofdtelefoon
Muziekstandaard
Het instrument wordt geleverd met een muziekstandaard die aan
het instrument kan worden bevestigd door deze te plaatsen in de
openingen boven aan het bedieningspaneel.
P-155 Gebruikershandleiding
11
Referentie
Luisteren naar de demosongs
Luisteren naar de demosongs
Er is voorzien in demonstratiesongs die op een effectieve manier elk van de voices van het
instrument demonstreren.
3 4
4
3
1. Druk op de schakelaar [STANDBY/ON] om het
instrument aan te zetten (pagina 10).
Als het instrument is aangezet, licht een van de voiceknopindicators op.
OPMERKING
2. Pas het volume aan (pagina 10).
Zet de [MASTER VOLUME]-draaiknop in eerste instantie halverwege tussen de
instellingen 'MIN' en 'MAX'. Als u gaat spelen, past u de [MASTER VOLUME]draaiknop opnieuw aan voor het meest comfortabele luisterniveau.
3. Druk op de knop [DEMO] om naar de demosongs te
luisteren.
U kunt tijdens het afspelen een andere demosong selecteren door op de
gewenste voiceknop te drukken.
Demosongoverzicht
Voicenaam
Titel
Componist
GRAND PIANO 1
Origineel
Origineel
GRAND PIANO 2
Origineel
Origineel
ELECTRIC PIANO 1
Origineel
Origineel
ELECTRIC PIANO 2
Origineel
Origineel
JAZZ ORGAN
Origineel
Origineel
CHURCH ORGAN
Herr Christ, der ein’ge GottesSohn, BWV.601
J.S. Bach
STRINGS 1
([STRINGS/OTHERS] o 1)
Origineel
Origineel
• De CHURCH ORGAN-demonstratiesong bestaat uit korte, opnieuw gearrangeerde
passages uit de originele compositie.
• Alle songs behalve CHURCH ORGAN zijn origineel (© 2008 Yamaha Corporation).
4. Druk op de knop [DEMO] of [STOP] om de
voicedemo te stoppen.
P-155 Gebruikershandleiding
OPMERKING
MIDI-ontvangst is niet mogelijk
tijdens het afspelen van een
demosong.
OPMERKING
De indicators van de voiceknop knipperen in volgorde. Vervolgens wordt de
demosong GRAND PIANO 1 gestart. De demosongs voor elke voice worden in
volgorde afgespeeld, totdat u op de knop [DEMO] of [STOP] drukt.
Andere demosong selecteren
12
De data van de demosongs worden
niet verzonden via de MIDIaansluitingen.
Demosongs kunnen niet worden
afgespeeld tijdens het opnemen van
een song (pagina 25) of in de
modus voor filehandelingen
(pagina 39).
OPMERKING
U kunt het tempo van de
demosongs niet aanpassen.
U kunt de functie voor het annuleren
van partijen (pagina 14) of de song
A-B herhalingsfunctie (pagina 15)
niet gebruiken in Demo.
De 50 presetpianosongs gebruiken
De 50 presetpianosongs gebruiken
Luisteren naar de 50 pianopresetsongs
Het instrument bevat de speeldata van 50 pianosongs. U kunt deze songs beluisteren (pagina 60 ),
of de songs gebruiken om mee te oefenen (pagina 14).
4 3
1 5
2
1. Druk enkele malen op de knop [SONG SELECT]
totdat de indicator 'PRESET' gaat branden.
2. Druk op de knoppen [–/NO] en [+/YES] om het
nummer te selecteren van de melodie die u wilt
afspelen.
Het nummer wordt weergegeven op de display.
1–50: Selecteer het nummer van een presetsong en speel alleen die song af.
ALL: Speel alle presetsongs achtereenvolgens af.
rnd: Speel alle presetsongs continu in willekeurige volgorde af.
3. Druk op de knop [PLAY/PAUSE] om het afspelen te
starten.
Het tempo aanpassen
U kunt de knoppen [TEMPO/FUNCTION –, +] gebruiken om het afspeeltempo
naar wens aan te passen. Dit produceert een relatieve tempovariatie, met een
bereik van '-50' via '0' tot maximaal '50'. Het bereik verschilt, afhankelijk van de
geselecteerde song.
Het standaardtempo kan worden teruggeroepen door gelijktijdig op de
knoppen [–] en [+] te drukken.
OPMERKING
Presetsongs kunnen niet worden
afgespeeld tijdens het afspelen van
Demo/USER/USB-songs, tijdens het
opnemen van een song (pagina 25)
of in de modus voor filehandelingen.
TERMINOLOGIE
Song:
Op het instrument worden speeldata
een 'song' genoemd. Hierbij gaat
het onder andere om
demonstratiemelodieën en vooraf
ingestelde pianomelodieën.
Preset:
Vooraf ingestelde data die in het
interne geheugen van het
instrument waren opgeslagen toen
dit de fabriek verliet.
OPMERKING
U kunt op het toetsenbord
meespelen met de presetsong. U
kunt de voice die u via het
toetsenbord bespeelt wijzigen.
OPMERKING
Het standaardtempo '0' wordt
automatisch geselecteerd wanneer
een nieuwe presetsong wordt
geselecteerd, of als het afspelen
van een nieuwe presetsong begint
tijdens het afspelen van 'ALL' of
'rnd'.
OPMERKING
4. Stop het afspelen.
Het afspelen stopt automatisch wanneer de geselecteerde presetsong is afgelopen.
Als u de song wilt stoppen tijdens het afspelen (of continu afspelen), drukt u op
de knop [STOP]. U kunt het afspelen ook pauzeren door op de knop [PLAY/
PAUSE] te drukken.
Zie stap 2 hierboven voor het continu afspelen van een andere song.
5. Druk op de knop [SONG SELECT] om het afspelen
van presetsongs te stoppen.
Als u een andere song selecteert (of
als er een andere song wordt
geselecteerd tijdens het ketengewijs
afspelen), wordt er een bijbehorend
reverb- en effecttype geselecteerd.
OPMERKING
U kunt behalve de regelaar
Brilliance (pagina 20) ook het
reverbtype (pagina 20) aanpassen
dat wordt toegepast op de voice die
via het toetsenbord wordt bespeeld
en op het afspelen van de
presetsong. U kunt ook de
effectinstellingen (pagina 21) en de
touch (aanslaggevoeligheid)
(pagina 22) voor de
toetsenbordvoice wijzigen.
De indicator gaat uit en het instrument keert terug naar de normale
speelmodus.
P-155 Gebruikershandleiding
13
De 50 presetpianosongs gebruiken
Een partij voor één hand oefenen met de 50 presetsongs
(functie voor annuleren van partijen)
De 50 presetsongs hebben aparte linker- en rechterhandpartijen in afzonderlijke partijen. U kunt de
linker- en rechterhandpartijen naar wens aan- en uitzetten, zodat u de overeenkomstige partij op
het toetsenbord kunt oefenen (de partij die is uitgezet). De rechterhandpartij wordt gespeeld door
[RIGHT] en de linkerhandpartij wordt gespeeld door [LEFT].
3
2
1
1. Zet het afspelen van de partij die u wilt oefenen uit.
Nadat u een song hebt geselecteerd om te oefenen, drukt u op de knop [RIGHT]
of [LEFT] om de overeenkomstige partij uit te zetten.
Als u voor het eerst een song selecteert, lichten beide indicators [RIGHT] en
[LEFT] op om aan te geven dat u beide partijen kunt afspelen. Als u op één van
de knoppen drukt om het afspelen uit te zetten, gaat de indicator voor de
bijbehorende knop uit en wordt het afspelen van de corresponderende partij
uitgeschakeld.
U kunt de knoppen in- en uitschakelen door er herhaaldelijk op te drukken.
De partijen kunnen zelfs tijdens het afspelen worden aan- en uitgezet.
OPMERKING
De functie 'preset song
partannulering' kan niet worden
gebruikt tijdens afspelen in de modi
'ALL' of 'rnd' (pagina 13).
OPMERKING
De afspeelpartijen terugzetten
Beide partijen worden automatisch
aangezet als u een nieuwe song
selecteert.
2. Druk op de knop [PLAY/PAUSE] om het afspelen en
spelen te starten.
Speel de partij die u zojuist hebt uitgezet.
Het afspelen automatisch starten
zodra u het toetsenbord bespeelt (Sync Start)
U kunt er voor zorgen dat het afspelen begint zodra u het toetsenbord bespeelt
(Sync Start). Houd de knop [STOP] ingedrukt en druk op de knop [PLAY/
PAUSE]. De indicator [PLAY/PAUSE] begint te knipperen en het instrument
wacht op Sync Start (synchroon starten). Als u nu het toetsenbord bespeelt,
begint op hetzelfde moment het afspelen. Als u tijdens het wachten op [STOP]
drukt, wordt Sync Start geannuleerd.
Afspelen/pauzeren via het pedaal
Een pedaal dat is aangesloten op de aansluiting [AUX PEDAL], kan worden
gebruikt om het afspelen van een presetsong te starten of te pauzeren. Hiervoor
gebruikt u de AUX PEDAL-functie, zoals wordt beschreven op pagina 39, 43.
3. Stop het afspelen.
Als het afspelen is voltooid, stopt het afspelen automatisch en keert het
instrument terug naar het begin van de song. Als u het afspelen wilt stoppen
tijdens een song, drukt u op de knop [STOP]. U kunt het afspelen ook pauzeren
door op de knop [PLAY/PAUSE] te drukken.
14
P-155 Gebruikershandleiding
TERMINOLOGIE
Sync:
Synchroon, gebeurt op hetzelfde
moment.
De 50 presetpianosongs gebruiken
A-B herhaling voor de 50 presetsongs
De A-B herhalingsfunctie kan worden gebruikt om continu een aangegeven frase, binnen een
presetsong, te herhalen. In combinatie met de functie voor het annuleren van een partij
(pagina 14) vormt dit een uitstekende manier om moeilijke frases te oefenen.
2 3
4
1. Selecteer een presetsong en speel deze af.
2. Druk op de knop [TEMPO/FUNCTION] aan het
begin van de frase die u wilt laten herhalen.
Hiermee wordt het punt 'A' ingesteld (
display).
wordt weergegeven op de
3. Druk nogmaals op de knop [TEMPO/FUNCTION]
aan het einde van de frase.
Hiermee wordt punt B ingesteld (
wordt weergegeven op de display).
Op dit moment wordt het herhaaldelijk afspelen van de frase tussen de punten
A en B gestart.
A
OPMERKING
De A-B herhalingsfunctie kan niet
worden gebruikt tijdens afspelen in
de modi 'ALL' of 'rnd' (pagina 13).
OPMERKING
• Als u punt A helemaal aan het
begin van de song wilt plaatsen,
drukt u op de knop [TEMPO/
FUNCTION] voordat het afspelen
wordt gestart.
• U kunt punt B automatisch aan
het einde van de song plaatsen
door punt A in te stellen en de
song te laten afspelen tot aan het
einde.
B
OPMERKING
A en B herhalen
Er wordt een automatische inleiding
gestart (om u te helpen in de frase
te komen) tot punt A van de song.
OPMERKING
Nadat u de A- en B-punten hebt
ingesteld, kunt u de functies Sync
Start (pagina 14) en Pedal Play/
Pause (pagina 14) instellen.
4. Druk op de knop [STOP] om het afspelen te
stoppen.
Het herhaaldelijk afspelen met A-B herhaling wordt hervat wanneer u nogmaals
op de knop [PLAY/PAUSE] drukt.
Als u de punten A en B wilt annuleren, drukt u eenmaal op de knop [TEMPO/
FUNCTION].
OPMERKING
De punten A en B worden
automatisch geannuleerd als er een
nieuwe song wordt geselecteerd.
P-155 Gebruikershandleiding
15
Voices selecteren en afspelen
Voices selecteren en afspelen
Voices selecteren
Voicenaam
Selecteer de gewenste voice door op één van de
voiceknoppen te drukken.
[STRINGS/OTHERS]-knop
Bij elke druk op de knop [STRINGS/OTHERS] wordt er geschakeld tussen de
volgende elf voices.
Display
Voicenaam
o 1
STRINGS 1
o 2
STRINGS 2
o 3
CHURCH ORGAN 2
o 4
HARPSICHORD
o 5
E.CLAVICHORD
o 6
VIBRAPHONE
o 7
CHOIR
o 8
GUITAR
o 9
WOOD BASS
o10
BASS & CYMBAL
o11
E.BASS
Pas vervolgens, als u gaat spelen, de draaiknop [MASTER VOLUME] opnieuw aan voor
het aangenaamste luisterniveau.
16
P-155 Gebruikershandleiding
OPMERKING
Luister naar de demosongs voor
elke voice (pagina 12) om vertrouwd
te raken met de karakteristieken van
de voices. Raadpleeg het
'Presetvoiceoverzicht' op pagina 57
voor meer informatie over de
karakteristieken van elke
presetvoice.
TERMINOLOGIE
Voice:
Bij het instrument betekent de term
'voice' 'instrumentgeluid'.
OPMERKING
U kunt de luidheid van een voice
regelen door de kracht waarmee u
de toetsen indrukt aan te passen,
alhoewel verschillende speelstijlen
(aanslaggevoeligheden) weinig of
geen invloed hebben bij bepaalde
muziekinstrumenten.
Raadpleeg het 'Presetvoiceoverzicht' op pagina 57.
OPMERKING
Als u de voice selecteert met de
knop [STRINGS/OTHERS] en
vervolgens op een andere
voiceknop drukt, blijft de voice
behouden die u het laatst hebt
geselecteerd met de knop
[STRINGS/OTHERS]. Met andere
woorden: door nogmaals op de
knop [STRINGS/OTHERS] te
drukken roept u de laatst
geselecteerde voice op.
Voices selecteren en afspelen
Voices combineren (duale modus)
U kunt tegelijkertijd meerdere voices over het hele toetsenbord bespelen. Op deze manier kunt
u gelijksoortige voices combineren om een voller geluid te creëren.
1 2
1. Druk tegelijkertijd op twee voiceknoppen (of druk
op één voiceknop terwijl u een andere ingedrukt
houdt) om Dual te activeren.
De voice-indicators van beide geselecteerde voices lichten op als Dual actief is.
Bespeel het keyboard.
Als u een voice wilt gebruiken die u hebt geselecteerd met de knop [STRINGS/
OTHERS], drukt u verschillende malen op de knop [STRINGS/OTHERS] om de
gewenste voice op te roepen terwijl u een andere voiceknop ingedrukt houdt.
Het nummer van de voicenaam van de knop [STRINGS/OTHERS] wordt op de
display weergegeven.
Overeenkomstig de voicenummerprioriteit, die wordt weergegeven in het
volgende diagram, worden lagere voicenummers als eerste voice aangewezen
(de andere voice wordt dan als tweede voice aangewezen).
Prioriteit van voicenummers
1
2
3
4
5
6
7
De modus Function biedt toegang tot een aantal andere duale functies, zoals de
instelling van volumebalans en octaaf (pagina 39, 41). (Als u de duale functies
niet instelt, worden de bijbehorende instellingen standaard uitgevoerd voor elke
voice.)
OPMERKING
Er kan slechts één voice
tegelijkertijd actief zijn via de knop
[STRINGS/OTHERS].
OPMERKING
De duale modus en de splitmodus
kunnen niet gelijktijdig actief zijn.
OPMERKING
[REVERB] in duale modus:
Het reverbtype dat is toegewezen
aan de eerste voice krijgt voorrang
boven het reverbtype van de
tweede voice. (Als de reverb is
ingesteld op UIT, wordt het
reverbtype van de tweede voice
gebruikt.)
[EFFECT] in duale modus:
Afhankelijk van de omstandigheden
kan één effecttype voorrang krijgen
boven het andere. De diepte wordt
bepaald aan de hand van de
standaarddieptewaarde van de
voicecombinatie. Door echter de
functie F3 (pagina 41) te gebruiken,
kunt u de dieptewaarde van elke
voice naar wens wijzigen.
2. Druk op een willekeurige voiceknop om terug te
keren naar de normale speelmodus met één voice.
P-155 Gebruikershandleiding
17
Voices selecteren en afspelen
Het toetsenbord opsplitsen en twee verschillende voices
bespelen ([SPLIT])
In Split kunt u twee verschillende voices via het toetsenbord bespelen, een met de linkerhand en
een andere met de rechterhand. U kunt bijvoorbeeld een baspartij spelen met de voice Wood Bass
of Electric Bass met de linkerhand en een melodie met de rechterhand.
Splitpunt (standaardinstelling: F#2)
Basvoice
Melodie
3
1. Druk op de knop [SPLIT] om de splitmodus te
activeren.
Function biedt toegang tot een aantal andere functies in de splitmodus
(pagina 39, 42). (Als u de splitfuncties niet instelt, worden de bijbehorende
instellingen standaard uitgevoerd voor elk van de voices.)
2. Bepaal het splitpunt (de grens tussen het rechteren linkerhandbereik).
Druk op de knop [SPLIT], houd deze ingedrukt en bespeel de toets die u als
splitpunt wilt aangeven.
(Het splitpunt is in aanvankelijk standaard ingesteld op de toets F#2. Als u het
splitpunt niet hoeft te wijzigen, slaat u deze stap over.) U kunt de naam van de
huidige splitpunttoets in de LED-display controleren door de knop [SPLIT]
ingedrukt te houden.
Een voorbeeld van de weergave van de splitpunttoets
F2
gevolgd door een streep bovenin bij een kruis
F#2
Eb2
gevolgd door een streep onderin bij een mol
P-155 Gebruikershandleiding
OPMERKING
De duale modus en de splitmodus
kunnen niet gelijktijdig actief zijn.
Het lampje van de knop [SPLIT] gaat branden.
Als standaardinstelling wordt voor de linkerhandpartij WOOD BASS
geselecteerd.
18
1245
TERMINOLOGIE
Standaardinstelling:
De standaardinstelling is de
fabrieksinstelling die geldt wanneer
u het instrument voor het eerst
aanzet.
OPMERKING
De toets die wordt aangewezen als
'splitpunt' maakt onderdeel uit van
het linkerhandbereik.
OPMERKING
Het splitpunt kan ook worden
ingesteld met functie F4.1
(pagina 42).
OPMERKING
U kunt het splitpunt ook wijzigen
door de knop [SPLIT] ingedrukt te
houden en tegelijkertijd op de knop
[–/NO] of [+/YES] te drukken.
U kunt het standaardsplitpunt
terugzetten door de knop [SPLIT]
ingedrukt te houden en tegelijkertijd
op de knoppen [–/NO] en [+/YES]
te drukken.
Voices selecteren en afspelen
3. Druk op een voiceknop om een voice voor de
rechterhand te selecteren.
Als u een voice wilt gebruiken die u hebt geselecteerd met de knop [STRINGS/
OTHERS], drukt u verschillende malen op de knop [STRINGS/OTHERS] om de
gewenste voice op te roepen. Het voicenummer van de knop [STRINGS/
OTHERS] wordt op de display weergegeven.
4. Druk op de corresponderende voiceknop terwijl u
de knop [SPLIT] ingedrukt houdt om een voice voor
de linkerhand te selecteren.
De indicator van de linkervoiceknop licht op zolang de knop [SPLIT] ingedrukt
blijft.
Als u een voice wilt gebruiken die u hebt geselecteerd met de knop [STRINGS/
OTHERS], drukt u verschillende malen op de knop [STRINGS/OTHERS] om de
gewenste voice op te roepen terwijl u de knop [SPLIT] ingedrukt houdt.
Het voicenummer van de knop [STRINGS/OTHERS] wordt op de display
weergegeven.
5. Druk op de knop [SPLIT] om terug te keren naar de
normale speelmodus met één voice.
OPMERKING
[REVERB] in Split
Het reverbtype dat is toegewezen
aan de rechtervoice krijgt voorrang
boven de andere. (Als de reverb is
ingesteld op UIT, wordt het
reverbtype voor de linkervoice
toegepast.) De instellingen voor de
reverbdiepte die via de
paneelregelaars wordt uitgevoerd
(door op de knop [–/NO] of [+/YES]
te drukken terwijl de knop
[REVERB] wordt ingedrukt (zie
pagina 20), wordt toegepast op
beide voices.
OPMERKING
[EFFECT] in Split
Afhankelijk van de omstandigheden
krijgt één effecttype voorrang boven
het andere. De diepte wordt
bepaald aan de hand van de
standaard dieptewaarde van de
voicecombinatie. Met de functie F4
(pagina 39, 42) kunt u echter de
dieptewaarde van elke voice naar
wens wijzigen. De instelling voor de
effectdiepte die via de
paneelregelaars wordt uitgevoerd
(door op de knop [–/NO] of [+/YES]
te drukken terwijl de knop [EFFECT]
wordt ingedrukt, zie pagina 21),
wordt uitsluitend toegepast op de
rechtervoice.
P-155 Gebruikershandleiding
19
Voices selecteren en afspelen
Variaties aanbrengen in het geluid - [BRILLIANCE]/
[REVERB]/[EFFECT]/'Damper Resonance'
Knoppen [–/NO] [+/YES]
Knop [BRILLIANCE]
[EFFECT], knop
[REVERB], knop
[BRILLIANCE]
U kunt deze regelaar gebruiken om de brilliance (helderheid) van de klank aan te
passen en de klankkleur in overeenstemming met uw smaak te brengen.
BRIGHT:
NORMAL:
MELLOW:
Heldere klank
Standaardklank
Zachte en warme klank
Als u een klanktype wilt selecteren, drukt u een paar keer op de knop [BRILLIANCE] tot
de indicator voor het gewenste type oplicht (de indicators lichten beurtelings op, elke
keer als u op de knop [BRILLIANCE] drukt). Er zijn vijf klanktypen beschikbaar. Als
twee naast elkaar gelegen indicatoren oplichten, wordt het type geselecteerd dat tussen
de twee aangegeven typen inligt. Als bijvoorbeeld zowel NORMAL als MELLOW
oplicht, wordt de klankinstelling tussen NORMAL en MELLOW geselecteerd.
OPMERKING
Standaardinstelling = NORMAL
OPMERKING
Als BRILLIANCE is ingesteld op
BRIGHT, klinkt het totale geluid
enigszins harder. Als MASTER
VOLUME op een hoog niveau is
ingesteld, kan het geluid vervormd
raken. Als dit het geval is, verlaagt u
het niveau voor MASTER VOLUME.
[REVERB]
Met deze regelaar kunt u verscheidene digitale reverbeffecten selecteren voor het
toevoegen van extra diepte en expressie aan het geluid en het creëren van een
realistische akoestische ambiance.
UIT:
ROOM:
HALL 1:
HALL 2:
STAGE:
Als er geen reverbeffect is geselecteerd, brandt er geen indicator bij
REVERB.
Deze instelling voegt een reverbeffect toe aan het geluid dat overeenkomt
met het type akoestische nagalm dat u in een kamer zou horen.
Voor een 'groter' reverbgeluid gebruikt u de instelling HALL 1. Dit effect
bootst de natuurlijke akoestiek van een kleine concertzaal na.
Voor een echt ruimtelijk reverbgeluid gebruikt u de instelling HALL 2.
Dit effect bootst de natuurlijke akoestiek van een grote concertzaal na.
Hiermee wordt de reverb van een podiumomgeving nagebootst.
U kunt reverb in- en uitschakelen door herhaaldelijk op de knop [REVERB] te drukken.
De indicators lichten beurtelings op, elke keer als de knop [REVERB] wordt ingedrukt.
Als alle indicators uit zijn, wordt er geen effect geproduceerd.
De reverbdiepte aanpassen
Pas de reverbdiepte voor de geselecteerde voice aan met de knoppen [–/NO] en
[+/YES], terwijl u de knop [REVERB] ingedrukt houdt. De standaardinstellingen voor
de diepte zijn voor elke voice anders. Het dieptebereik ligt tussen 0 (geen effect) en 20
(maximale reverbdiepte). De huidige diepte-instelling verschijnt op de display zolang
de knop [REVERB] wordt ingedrukt.
20
OPMERKING
Het standaardreverbtype (inclusief
UIT) en de diepte-instellingen zijn
voor elke voice verschillend.
P-155 Gebruikershandleiding
OPMERKING
Als de knop [REVERB] wordt
losgelaten, verandert het
reverbtype.
Als u de reverbdiepte verandert
door de knop [REVERB] ingedrukt
te houden, wordt het reverbtype niet
gewijzigd als u de knop [REVERB]
loslaat.
Voices selecteren en afspelen
[EFFECT]
Met de knop [EFFECT] kunt u een effect selecteren waarmee u uw geluid kunt
verdiepen en verlevendigen.
UIT:
CHORUS:
PHASER:
TREMOLO:
ROTARY SP:
Als er geen effect is geselecteerd, brandt er geen indicator bij EFFECT.
Een licht zwevend, verbredend effect.
Voegt een breed, uitgestrekt effect toe aan het geluid.
Voegt een levendig, vibrerend effect toe aan het geluid.
Voegt het vibrato-effect toe van een ronddraaiende luidspreker.
Als u een effecttype wilt selecteren, drukt u een paar keer op de knop [EFFECT] tot de
indicator voor het gewenste type oplicht (de indicators lichten beurtelings op, elke keer
als u op de knop [EFFECT] drukt). Er wordt geen effect geproduceerd als alle indicators
uit zijn.
De effectdiepte aanpassen
U kunt de effectdiepte voor de geselecteerde voice aanpassen met de knoppen [–/NO]
[+/YES], terwijl u de knop [EFFECT] ingedrukt houdt.
De standaardinstellingen voor de diepte zijn voor elke voice anders. Het dieptebereik
ligt tussen 0 (geen effect) en 20 (maximale effectdiepte). De huidige diepte-instelling
verschijnt op de display zolang de knop [EFFECT] wordt ingedrukt.
OPMERKING
Het standaardeffecttype (inclusief
UIT) en de diepte-instellingen zijn
voor elke voice anders.
OPMERKING
Het effecttype kan worden gewijzigd
door de knop [EFFECT] los te laten.
Als u de diepte-instellingen wijzigt
door de knop [EFFECT] ingedrukt
te houden, wordt het effecttype niet
gewijzigd wanneer u de knop
[EFFECT] loslaat.
'Damper Resonance'
Als damper resonance is ingeschakeld, hoort u een simulatie van het sustaingeluid van
het demperpedaal op een vleugel als u het demperpedaal indrukt en het toetsenbord
bespeelt.
Dit effect wordt toegepast op de voice die u via het toetsenbord bespeelt en op de partij
(kanaal 1 en 2).
Het effect Damper Resonance in- of
uitschakelen en de diepte van het effect Damper Resonance aanpassen
U kunt het effect 'Damper Resonance' in- of uitschakelen via F5.8 Damper Resonance
Effect ON/OFF (pagina 43) in Function en de diepte van damper resonance instellen
via F5.9 Damper Resonance Effect Depth (pagina 43) in Function.
P-155 Gebruikershandleiding
21
Voices selecteren en afspelen
Aanslaggevoeligheid - [TOUCH]
Knoppen [–/NO] [+/YES]
[TOUCH]
Knop [TOUCH]
OPMERKING
U kunt uit vier verschillende typen aanslaggevoeligheden voor het toetsenbord kiezen
(HARD, MEDIUM, SOFT of FIXED) om de aanslag aan te passen aan uw speelstijl en
voorkeur.
HARD:
Vereist dat de toetsen vrij hard bespeeld worden om het maximale volume
te produceren.
MEDIUM: Produceert een redelijk 'normale' toetsreactie.
SOFT:
Hiermee kan het maximale volume al bij een vrij lichte toetsaanslag te
worden bereikt.
FIXED:
Alle noten worden met hetzelfde volume afgespeeld, ongeacht hoe
krachtig de toetsaanslag is. (Er branden geen indicators). Het vaste
volume kan worden gewijzigd.
Deze instelling heeft geen invloed
op het speelgewicht van het
toetsenbord.
OPMERKING
Standaardinstelling = MEDIUM
OPMERKING
Het type aanslaggevoeligheid wordt
de algemene instelling voor alle
voices. De instellingen voor de
aanslaggevoeligheid hebben
mogelijk echter weinig of geen
effect bij bepaalde voices die
normaal gesproken niet reageren op
de aanslagsnelheid. (Zie het
'Presetvoiceoverzicht' op
pagina 57.)
Als u een type aanslaggevoeligheid wilt selecteren, drukt u een paar keer op de knop
[TOUCH] tot de indicator voor het gewenste type oplicht (de indicators lichten
beurtelings op, elke keer als de knop [TOUCH] wordt ingedrukt). Er licht geen
indicator op als 'FIXED' is geselecteerd.
Het volume veranderen als FIXED is geselecteerd
Als u FIXED selecteert, kunt u het volume voor de noten die worden gespeeld in
FIXED aanpassen met de knoppen [–/NO] en [+/YES], terwijl u de knop [TOUCH]
ingedrukt houdt. Het huidige volumeniveau wordt weergegeven op de display.
Het volumebereik ligt tussen 1 (minimaal volume) en 127 (maximaal volume).
De standaardinstelling is 64.
OPMERKING
Het aanslagvolume dat is ingesteld
bij FIXED, wordt de algemene
instelling voor alle voices.
OPMERKING
Volumebereik
22
P-155 Gebruikershandleiding
Als de knop [TOUCH] wordt
losgelaten, verandert het
aanslaggevoeligheidstype.
Als u het volume wijzigt door de
knop [TOUCH] ingedrukt te houden,
wordt het aanslaggevoeligheidstype
niet gewijzigd wanneer u de knop
[TOUCH] loslaat. (FIXED blijft
geselecteerd.)
Voices selecteren en afspelen
Transponeren - [TRANSPOSE]
Met de transponeerfunctie van het instrument kan de toonhoogte van het gehele toetsenbord
omhoog of omlaag worden geschoven in stappen van halve noten, waardoor het spelen in
moeilijke toonsoorten gemakkelijker wordt. Bovendien kunt u hiermee op eenvoudige wijze de
toonhoogte van het toetsenbord aanpassen aan het bereik van een zanger of aan andere
instrumenten. Als u bijvoorbeeld de transponeerwaarde instelt op '5', geeft een aanslag van de
toets C de toonhoogte F. Op deze manier kunt u een song in C-majeur spelen, terwijl het
instrument de song naar F transponeert.
Knop [TRANSPOSE]
Knoppen [–/NO] [+/YES]
Gebruik de knoppen [–/NO] en [+/YES] terwijl u de knop [TRANSPOSE] ingedrukt
houdt, om naar wens omhoog of omlaag te transponeren. De mate van transponering
verschijnt op de display op het moment dat de knop [TRANSPOSE] wordt ingedrukt.
De standaardinstelling voor transponeren is '0'.
TERMINOLOGIE
Transponeren:
De toonsoort van een song
veranderen. Bij het instrument
verschuift transponeren de
toonhoogte van het hele
toetsenbord.
OPMERKING
Transponering
De indicator voor de knop [TRANSPOSE] knop blijft branden als er een andere
transponeerinstelling dan '0' is geselecteerd. Elke keer als de knop [TRANSPOSE]
daarna wordt ingedrukt, wordt de transponeerfunctie in- of uitgeschakeld.
Het transponeerbereik:
-12: -12 halve noten (één octaaf
omlaag)
0: normale toonhoogte
12: 12 halve noten (één octaaf
omhoog)
P-155 Gebruikershandleiding
23
Voices selecteren en afspelen
De metronoom gebruiken
Het instrument beschikt over een ingebouwde metronoom. Dit is een handig hulpmiddel tijdens
het oefenen en het gebruiken van de opnamefuncties.
1 2
Knoppen [–/NO] [+/YES]
Knoppen [TEMPO/FUNCTION –, +]
1. Druk op de knop [METRONOME] om de metronoom
te starten.
Het metronoomgeluid wordt ingeschakeld.
De maatindicator knippert
in het huidige tempo.
Het tempo aanpassen
Het tempo van de metronoom en van het afspelen van de recorder voor songs
(de recorder wordt beschreven in het volgende gedeelte) kan worden ingesteld
op een waarde tussen 32 en 280 tellen per minuut met de knoppen
[TEMPO/FUNCTION –, +] (als de indicator [TEMPO] van de knop
[TEMPO/FUNCTION –, +] aan is).
De maatsoort aanpassen
De maatsoort (beat) van de metronoom kan worden ingesteld met de knoppen
[–/NO] en [+/YES] terwijl de knop [METRONOME] wordt ingedrukt. U kunt de
tel instellen op een waarde tussen 0 en 15. De huidige instelling verschijnt op de
display zolang u de knop [METRONOME] ingedrukt houdt.
Tel
2. Druk op de knop [METRONOME] om de metronoom
te stoppen.
Het metronoomgeluid wordt uitgeschakeld.
24
P-155 Gebruikershandleiding
OPMERKING
Als de indicator [FUNCTION] van
de knop [TEMPO/FUNCTION] aan
is, drukt u op de knop [TEMPO/
FUNCTION] om de indicator
[TEMPO] aan te zetten.
OPMERKING
Het volume van de metronoom kan
worden aangepast via de
volumefunctie voor de metronoom in
Function (pagina 39, 44).
Uw spel opnemen
Uw spel opnemen
De mogelijkheid wat u op het toetsenbord speelt, op te nemen en terug te spelen, kan een effectief
oefenhulpmiddel zijn. U kunt, bijvoorbeeld, alleen de linkerhandpartij opnemen en dan de
rechterhandpartij oefenen, terwijl het opgenomen linkerhandpartij wordt afgespeeld. Aangezien u
twee partijen afzonderlijk kunt opnemen, kunt u ook de linker- en rechterhandpartijen afzonderlijk
opnemen of beide partijen van een duet opnemen en luisteren hoe ze klinken als ze worden
afgespeeld. Met de songrecorder voor twee partijen op het instrument kunt u maximaal drie songs
(U01–U03) of maximaal ongeveer 100 kB (11.000 noten) opnemen in elke song op het instrument,
afhankelijk van het pedaalgebruik en andere factoren.
Het is niet mogelijk het spel rechtstreeks op te nemen op het aangesloten USB-opslagapparaat. De
opgenomen songs worden automatisch in het instrument opgeslagen. Als u data wilt opslaan op
het instrument, voert u de opslaghandeling (Save) (pagina 31) uit nadat het opnemen is gestopt.
TERMINOLOGIE
OPMERKING
Opnemen of opslaan:
De indeling van speeldata die worden opgenomen op een MD, wijkt af van de indeling waarmee data worden
opgenomen op het instrument. Op een MD worden audiosignalen opgenomen. Het instrument 'bewaart'
informatie betreffende de noottiming, voices en een tempowaarde, maar geen audiosignalen. Als u opgenomen
songs afspeelt, produceert het instrument geluid dat is gebaseerd op de opgeslagen informatie. Het opnemen
op het instrument kan dan ook eigenlijk beter het 'opslaan van informatie' worden genoemd. In deze
handleiding wordt echter vaak het woord 'opnemen' gebruikt, omdat deze term duidelijker is.
U kunt uw spel (audiodata)
opnemen op een MD-recorder of
een ander opnameapparaat via de
AUX OUT-aansluiting (pagina 47).
Uw spel snel opnemen
Via deze handige en eenvoudige opnamemethode kunt u uw spel snel opnemen zonder de
opnamepartij aan te geven. Dit is vooral handig bij het opnemen van solopianostukken.
Op deze manier wordt het spel automatisch opgenomen op de rechterpartij.
2 44 3 5
1
LET OP
U kunt als volgt voorkomen dat eerder opgenomen songs worden gewist:
Als de file data bevat, licht de partij-indicator groen op als u een file selecteert.
Als nieuwe data worden opgenomen op deze partij, worden de bestaande data gewist.
OPMERKING
De opnamemodus kan niet worden
geactiveerd tijdens het afspelen van
Demo/PRESET/USER/USB-songs of
in de modus voor filehandelingen.
1. Selecteer de voice die u wilt opnemen (of voices als
u Dual of Split gaat gebruiken) voordat u begint
met opnemen.
Voer ook alle andere gewenste instellingen (reverb, effect, enz.) uit. Mogelijk
wilt u ook het volume instellen.
U kunt bovendien het afspeelvolume aanpassen met de draaiknop
[MASTER VOLUME].
P-155 Gebruikershandleiding
25
Uw spel opnemen
2. Druk op de knop [REC] om modus Klaar voor
opname te activeren.
Hiermee wordt automatisch een lege file voor het maken van de opname
geselecteerd (U01-U03) en licht de indicator voor de partij RIGHT rood op.
Als alle filenummers opgenomen data bevatten, wordt file U01 geselecteerd.
Hierdoor wordt alleen de opnamestand ingeschakeld. Als u de opname wilt
starten, gaat u naar stap 3.
De indicator [PLAY/PAUSE] knippert in het huidige tempo dat is ingesteld voor
de functie METRONOME.
U kunt de metronoom in deze stap inschakelen en het tempo aanpassen door
op de knoppen [TEMPO/FUNCTION –, +] te drukken. (Bereik: 32–280)
U kunt de modus Klaar voor opname uitschakelen voordat u gaat opnemen
door nogmaals op de knop [REC] te drukken.
3. Start de opname.
De opname wordt automatisch gestart zodra u een noot op het toetsenbord
speelt of op de knop [PLAY/PAUSE] drukt. Het huidige maatnummer wordt
tijdens het opnemen op de display weergegeven.
TERMINOLOGIE
Modus:
Een mode is een status waaronder
een bepaalde functie kan worden
uitgevoerd. In de modus Klaar voor
opname kunt u uw spel opnemen.
OPMERKING
Als u eerder de partij LEFT hebt
geselecteerd in dezelfde file, wordt
de partij LEFT automatisch
geactiveerd wanneer u in stap 2 op
de knop [REC] drukt.
OPMERKING
Als de metronoom bij het begin van
de opname was ingeschakeld, kunt
de metronoom gebruiken om in de
maat te blijven; het
metronoomgeluid zelf wordt niet
opgenomen.
OPMERKING
Zie pagina 29 voor meer informatie
over opnemen.
OPMERKING
4. Druk op de knop [REC] of [STOP] om het opnemen
te stoppen.
Nadat de opname is gestopt, worden streepjes weergegeven op de display om
aan te geven dat de opgenomen data automatisch worden opgeslagen in het
instrument. Nadat de data zijn opgeslagen, wordt de naam van de file
(U01-U03) weergegeven op de display. De indicator van de opgenomen partij
licht groen op om aan te duiden dat deze nu data bevat. (De opnamemodus
wordt automatisch uitgeschakeld.)
LET OP
Schakel het instrument niet uit met de schakelaar [STANDBY/ON] wanneer
knipperende streepjes worden weergegeven op de display (deze duiden aan dat
data worden geschreven naar het interne geheugen). Dit leidt tot het verlies van alle
opgenomen data.
5. Speel het opgenomen spel af.
Druk op de knop [PLAY/PAUSE] om het opgenomen spel af te spelen. Als u het
afspelen tijdens een song wilt stoppen, drukt u op de knop [STOP].
26
P-155 Gebruikershandleiding
De functie van de knop [PLAY/
PAUSE] kan worden toegewezen
aan het AUX-pedaal (pagina 39,
43). Hierdoor kunt u het opnemen
starten door de voetschakelaar in te
drukken die is aangesloten op de
AUX-aansluiting.
OPMERKING
De songopname kan niet worden
gepauzeerd, zelfs niet door op de
knop [PLAY/PAUSE] te drukken.
OPMERKING
Als het geheugen vol raakt tijdens
het opnemen, wordt 'FUL'
weergegeven op de display en
stopt het opnemen automatisch.
(Alle tot op dat moment opgenomen
data blijven bewaard.)
OPMERKING
U kunt alle reeds opgenomen data
van de geselecteerde partij wissen
door op de knop [PLAY/PAUSE] te
drukken om de opname te starten
en vervolgens op de knop [STOP]
te drukken om de opname te
stoppen.
Uw spel opnemen
Een eerder opgenomen song opnieuw opnemen
Als u niet tevreden bent met de opname, kunt u de song opnieuw opnemen. Ga hiervoor als volgt
te werk.
1. Selecteer indien nodig één of meer voices (en
overige instellingen) voor de opname.
Herhaal stap 1 op pagina 25 als u de voorgaande instellingen wilt wijzigen.
2. Druk nogmaals op de knop [REC] om de modus
Klaar voor opname opnieuw te activeren.
De indicator voor de geselecteerde partij brandt rood.
Volg de procedure vanaf stap 3 in 'Uw spel snel opnemen' op pagina 26 om
opnieuw op te nemen.
OPMERKING
Als u het tempo, het reverbtype of
het effecttype wilt wijzigen voor het
opnieuw opnemen van een partij, of
als u naar een andere partij wilt
opnemen, voert u de gewenste
aanpassingen uit nadat u de modus
Klaar voor opname hebt
geactiveerd.
OPMERKING
Het is niet mogelijk halverwege een
song opnieuw met opnemen te
beginnen.
P-155 Gebruikershandleiding
27
Uw spel opnemen
Opnemen naar RIGHT/LEFT
Hiermee kunt u de rechter- en linkerpartij afzonderlijk opnemen. U kunt nu de linkerpartij opnemen
terwijl de rechterpartij wordt afgespeeld. Dit is handig voor het afzonderlijk opnemen van de beide
partijen van een duet.
3
2
3
2
1
1. Voer alle nodige aanvangsinstellingen uit.
Dezelfde aanpak als in stap 1 in 'Uw spel snel opnemen' op pagina 25.
2. Selecteer een file (U01-U03) waarnaar u wilt
opnemen.
Druk op de knop [SONG SELECT] om de indicator 'USER' in te schakelen en
druk vervolgens op de knoppen [–/NO][+/YES] om een file te selecteren
waarnaar u wilt opnemen.
LET OP
U kunt als volgt voorkomen dat eerder opgenomen songs worden gewist:
Als de file data bevat, licht de partij-indicator groen op als u een file selecteert.
Als nieuwe data worden opgenomen op deze partij, worden de bestaande data
gewist.
3. Schakel de modus Klaar voor opname in.
Druk op de knop [REC] en druk op de knop [RIGHT]/[LEFT] om de modus
Klaar voor opname te activeren. Het opnemen begint nog niet.
De indicator [PLAY/PAUSE] knippert in het huidige tempo dat is ingesteld voor
de functie METRONOME.
U kunt de modus Klaar voor opname uitschakelen voordat u gaat opnemen
door nogmaals op de knop [REC] te drukken.
OPMERKING
Indicaties van partijknoppen
Uit: bevat geen data
Aan (groen): bevat data
Aan (rood): partij is ingeschakeld
voor opname
OPMERKING
Als de metronoom bij het begin van
de opname was ingeschakeld, kunt
de metronoom gebruiken om in de
maat te blijven; het
metronoomgeluid zelf wordt niet
opgenomen.
OPMERKING
Als u het tempo, het reverbtype of
het effecttype wilt wijzigen voor het
opnieuw opnemen van een partij, of
als u naar een andere partij wilt
opnemen, voert u de gewenste
aanpassingen uit nadat u de modus
Klaar voor opname hebt
geactiveerd.
OPMERKING
Als u de reeds opgenomen partij
niet wilt horen tijdens het opnemen
(als u bijvoorbeeld een andere song
op wilt nemen dan op de
voorgaande partij), drukt u op de
knop voor het afspelen van de partij
voordat u op de knop [REC] drukt,
zodat de bijbehorende indicator
wordt uitgeschakeld.
OPMERKING
4. Start en stop de opname.
Gelijk aan stappen 3-5 in 'Uw spel snel opnemen' op pagina 26.
28
P-155 Gebruikershandleiding
Zie pagina 29 voor meer informatie
over opnemen.
Uw spel opnemen
De songrecorder neemt de volgende data op:
Naast de noten en voices die u speelt, worden ook andere data opgenomen.
Deze data kunnen worden onderverdeeld in de categorieën 'Afzonderlijke partijen' en
'Gehele song'. Zie hieronder.
Afzonderlijke partijen
• Gespeelde noten
• Voiceselectie
• Pedaal (sustain/soft/sostenuto/expressie)
• [REVERB]-diepte
• [EFFECT]-diepte
• Dual voices
• Duale balans (F3)
• Dual ontstemming (F3)
• Duale octavering (F3)
• Splitvoices (F4)
• Splitbalans (F4)
• Splitoctavering (F4)
Gehele song
• Tempo
• Maatsoort (tel)
• [REVERB]-type (inclusief UIT)
• [EFFECT]-type (inclusief UIT)
P-155 Gebruikershandleiding
29
Uw spel opnemen
De aanvangsinstellingen wijzigen (data opgenomen aan
het begin van een song)
De aanvangsinstellingen (data die zijn opgenomen aan het begin van een song) kunnen na het
opnemen nog worden gewijzigd. Zo kunt u bijvoorbeeld na het opnemen de voice wijzigen om
een andere ambiance te creëren of het songtempo aanpassen aan uw smaak.
U kunt de volgende aanvangsinstellingen wijzigen.
Afzonderlijke partijen
• Voiceselectie
• [REVERB]-diepte
• [EFFECT]-diepte
• Dual voices
• Splitvoices
• Diepte demper-/soft-/expressiepedaal
Gehele song
• Tempo
• [REVERB]-type (inclusief UIT)
• [EFFECT]-type (inclusief UIT)
2 3
2
1. Wijzig de instellingen via de paneelregelaars.
Als u bijvoorbeeld de opgenomen voice wilt wijzigen van [ELECTRIC PIANO 1]
in [ELECTRIC PIANO 2], drukt u op de knop [ELECTRIC PIANO 2].
2. Druk op de knop [REC] om de opnamemodus in te
schakelen en selecteer een partij om de
aanvangsinstellingen te wijzigen.
De indicator licht rood op. (Data die door twee partijen worden gedeeld,
kunnen via beide partijen worden gewijzigd.)
LET OP
Let er op dat u na stap 2 niet op de knop [PLAY/PAUSE] of op een toets op het
toetsenbord drukt, omdat dan het opnemen wordt gestart en alle reeds
opgenomen data van de geselecteerde partij worden gewist.
3. Druk op de knop [REC] om de opnamemodus te
verlaten.
30
P-155 Gebruikershandleiding
Opgenomen songs op een USB-opslagapparaat verwerken
Opgenomen songs op een USB-opslagapparaat
verwerken
U kunt de opgenomen songs op een USB-opslagapparaat verwerken (opslaan, laden en
verwijderen). U kunt ook het apparaat of medium formatteren.
Lees het gedeelte 'Voorzorgsmaatregelen bij het gebruik van de USB [TO DEVICE]-aansluiting' op
pagina 53 voordat u een USB-apparaat gebruikt.
Opslaan en laden
Opslaan
OPMERKING
U kunt drie opgenomen songs in het instrument als SMF-songfiles opslaan op het
USB-opslagapparaat. Deze songs kunnen worden opgeslagen in een 'container' (of
'USB'-file) op het USB-opslagapparaat. Er zijn 100 containers beschikbaar: S00-S99.
Aangezien de opgenomen songs zijn opgeslagen in de SMF-indeling, kunnen zij
worden afgespeeld op andere instrumenten.
Instrument
USB-opslagapparaat
Intern geheugen
'USER'-file (U01)
Geheugen
Opslaan
Opgenomen song 1
'USB'-file (S00)
SMF-song 0
'USER'-file (U02)
'USB'-file (S01)
Opgenomen song 2
U kunt geen opgenomen songs
verwerken tijdens het afspelen van
Demo/PRESET/USER/USB-songs en
in de opnamemodus.
OPMERKING
Zie pagina 49 voor details over het
aansluiten van een USBopslagapparaat.
OPMERKING
In dit instrument kunnen maximaal
100 files worden verwerkt.
• SMF-songnummers: S00-S99
SMF-song 1
'USER'-file (U03)
'USB'-file (S02)
Opgenomen song 3
SMF-song 2
'USB'-file (S99)
SMF-song 99
Laden
Als u de song op het USB-opslagapparaat alleen wilt afspelen, is de volgende handeling
niet nodig. Zie 'USER- en USB-songs afspelen' op pagina 36 voor instructies voor het
afspelen van de song. U kunt de laadhandeling gebruiken als u de opgenomen song wilt
bewerken op het instrument. Data kunnen worden geladen naar 'USER'-file (U03).
Instrument
USB-opslagapparaat
Intern geheugen
Geheugen
'USER'-file (U01)
'USB'-file (S00)
Opgenomen song 1
'USER'-file (U02)
Opgenomen song 2
'USER'-file (U03)
Opgenomen song 3
SMF-song 0
Load
'USB'-file (S01)
SMF-song 1
'USB'-file (S02)
SMF-song 2
'USB'-file (S99)
OPMERKING
De aanduiding 'S' boven aan de
naam van de file staat voor 'SMF'.
TERMINOLOGIE
SMF (Standard MIDI File):
De SMF- -indeling (Standard MIDI
File) is een van de meest gebruikte
en meest compatibele sequenceindelingen en wordt gebruikt voor
het opslaan van sequencedata.
Er zijn twee varianten: indeling 0 en
indeling 1.
Een groot aantal MIDI-apparaten is
compatibel met SMF-indeling 0, en
de meeste commercieel
beschikbare MIDI-sequencedata
worden geleverd in SMF-indeling 0.
Met de SMF-indeling voor
sequence-files kunt u songdata
uitwisselen tussen
verschillende sequencers.
Gebruikerssongs die zijn
opgenomen op het instrument,
hebben de SMF-indeling 0.
SMF-song 99
P-155 Gebruikershandleiding
31
Opgenomen songs op een USB-opslagapparaat verwerken
Een song opslaan
1
2 3
1 2
1. Selecteer een 'USER'-file die u wilt opslaan.
Selecteer een 'USER'-file die u wilt opslaan met de knoppen [SONG SELECT] en
[–/NO][+/YES].
2. Selecteer een 'USB'-file op het apparaat en sla de
'USER'-file op.
OPMERKING
Als de geselecteerde file geen data
bevat, wordt deze niet opgeslagen
(u kunt geen container selecteren
voor SMF-songs S00-S99). Stel vast
dat de geselecteerde file data bevat
door te controleren of de indicator
voor [RIGHT] of [LEFT] is
ingeschakeld.
Controleer of het USB-opslagapparaat is aangesloten op het instrument en druk
vervolgens op de knop [FILE] (de indicator 'SAVE TO USB' licht op). Druk
vervolgens tegelijkertijd op de knoppen [–/NO][+/YES] om een 'USB'-file te
selecteren (S00-S99) terwijl u de knop [FILE] ingedrukt houdt. Nadat u de knop
[FILE] hebt losgelaten, wordt 'n Y' (nee/ja) weergegeven op de display. Druk op
de knop [+/YES] om de files op te slaan. De file wordt met de naam
'USERSONGxx.MID' opgeslagen in de map 'USER FILES'.
De song overschrijven
Als u een 'USB'-file selecteert die een SMF-song bevat, worden er drie puntjes
weergegeven op de display (bijvoorbeeld 'S.0.0.'). Als u de file niet wilt
overschrijven, drukt u op de knop [–/NO] als 'n Y' (nee of ja) wordt
weergegeven op de display en selecteert u een andere 'USB'-file. Als u de file wilt
overschrijven, drukt u op de knop [+/YES]. Als nogmaals 'n~Y' wordt
weergegeven op de display om te bevestigen of u de file werkelijk wilt
overschrijven, drukt u nogmaals op de knop [+/YES].
LET OP
Terwijl het instrument toegang zoekt tot data (bijvoorbeeld bij het opslaan, laden,
verwijderen en formatteren) en terwijl het USB-opslagapparaat wordt gekoppeld
(meteen na het aansluiten: totdat de FILE LOAD-LED niet meer knippert), mag u de
USB-kabel NIET verwijderen, de media NIET uit het apparaat verwijderen en de
apparaten NIET uitschakelen. Als u dit toch doet, kunnen de data op een of beide
apparaten beschadigd raken.
3. Verlaat de modus voor filehandelingen.
Druk meerdere malen op de knop [FILE] om de modus voor filehandelingen te
verlaten. (De indicators bij FILE gaan uit.)
Speel de opgenomen song af (zie pagina 36).
LET OP
Wijzig de naam van 'USER'-files niet op een computer. Als de file-naam op deze
manier wordt gewijzigd, kan de file niet meer in het instrument worden geladen.
32
P-155 Gebruikershandleiding
OPMERKING
Als u een SMF-song met een
computer vanuit de map 'USER
FILES' verplaatst naar de hoogste
map, wordt het filetype gewijzigd
van een SMF-song (S00-S99) in een
externe song.
Opgenomen songs op een USB-opslagapparaat verwerken
Een song laden
1 3
1 2
LET OP
Als de 'USER'-file (U03) op het instrument al data bevat, kunnen de data door deze
handeling worden overschreven. Zorg ervoor dat u vooraf alle belangrijke data opslaat
naar de computer.
1. Selecteer een 'USB'-file op het apparaat.
Controleer of het USB-opslagapparaat is aangesloten op het instrument en druk
vervolgens op de knop [FILE] (de indicator 'LOAD TO USER.' licht op). Houd
nu de knop [FILE] ingedrukt en druk op de knoppen [–/NO][+/YES] om een file
te selecteren (S00-S99). Op het instrument opgeslagen data kunnen alleen
worden teruggeladen naar het instrument.
2. Een song uploaden naar 'USER'-file (U03).
'n Y' (nee/ja) verschijnt op de display. Druk op de knop [+/YES] om een 'USB'file te laden. De file wordt automatisch in de 'USER'-file (U03) geladen.
De indicatie '-' beweegt van links naar rechts op de display om aan te geven dat
er wordt opgeslagen.
LET OP
Terwijl het instrument toegang zoekt tot data (bijvoorbeeld bij het opslaan, laden,
verwijderen en formatteren) en terwijl het USB-opslagapparaat wordt gekoppeld
(meteen na het aansluiten: totdat de LOAD TO USER-LED niet meer knippert), mag
u de USB-kabel NIET verwijderen, de media NIET uit het apparaat verwijderen en de
apparaten NIET uitschakelen. Als u dit toch doet, kunnen de data op een of beide
apparaten beschadigd raken.
LET OP
Wijzig de filenaam op het USB-opslagapparaat niet handmatig vanaf een computer.
Als u dat wel doet, kunt u de file niet meer afspelen of op het instrument laden.
LET OP
Schakel het instrument niet uit als knipperende streepjes worden weergegeven op
de display (om aan te geven dat een handeling wordt uitgevoerd). Als u dat wel
doet, kunnen de data beschadigd raken.
Als het laden is voltooid, wordt de indicatie 'End' weergegeven op de display en
wordt de 'USB'-file in de 'USER'-file (U03) geladen.
3. Verlaat de modus voor filehandelingen.
Druk meerdere malen op de knop [FILE] om de modus voor filehandelingen te
verlaten. (De indicators bij FILE gaan uit.)
P-155 Gebruikershandleiding
33
Opgenomen songs op een USB-opslagapparaat verwerken
Song-files verwijderen
1 2 3
1 2
1. Selecteer een 'USB'-file die moet worden
verwijderd.
Druk op de [FILE]-knop. (De indicator 'DEL./FORMAT' licht op.) Druk
vervolgens tegelijkertijd op de knoppen [–/NO][+/YES] om een file te selecteren
die u wilt verwijderen terwijl u de knop [FILE] ingedrukt houdt. Er worden twee
typen files weergegeven, in de onderstaande volgorde:
• Sxx....... SMF-songs
• xxx....... Externe songs (commercieel verkrijgbare songs of songs die zijn
bewerkt op een computer)
2. Verwijder de file.
Nadat u de knop [FILE] hebt losgelaten, wordt 'n Y' (nee of ja) weergegeven op
de display. Als u de file wilt verwijderen, drukt u op de knop [+/YES]. Als
nogmaals 'n~Y' wordt weergegeven op de display om te bevestigen of u de file
werkelijk wilt verwijderen, drukt u nogmaals op de knop [+/YES].
Als u de file niet wilt verwijderen, drukt u op de knop [–/NO].
LET OP
Terwijl het instrument toegang zoekt tot data (bijvoorbeeld bij het opslaan, laden,
verwijderen en formatteren) en terwijl het USB-opslagapparaat wordt gekoppeld
(meteen na het aansluiten: totdat de LOAD TO USER-LED niet meer knippert), mag u
de USB-kabel NIET verwijderen, de media NIET uit het apparaat verwijderen en de
apparaten NIET uitschakelen. Als u dit toch doet, kunnen de data op een of beide
apparaten beschadigd raken.
3. Verlaat de modus voor filehandelingen.
Druk op de knop [FILE] om de modus voor filehandelingen te verlaten.
(De indicators bij FILE gaan uit.)
34
P-155 Gebruikershandleiding
OPMERKING
Beluister de te verwijderen song
voordat u deze verwijdert. Er
kunnen geen songs meer worden
afgespeeld nadat u de modus voor
filehandelingen hebt geactiveerd.
OPMERKING
Alleen files die data bevatten
worden weergegeven.
OPMERKING
De volgende typen songs kunnen
niet worden verwijderd. Als u een
dergelijke song probeert te
verwijderen, wordt 'Pro' (Protected)
weergegeven op de display. Dit
betekent dat de song is beveiligd.
• Beveiligde songs (extensie: Cxx,
Exx of SME)
• Disklavier Piano Soft-songs
OPMERKING
Bij SMF-songs (Sxx) worden vaste
filenummers gebruikt, die niet
worden gewijzigd door het
verwijderen van files.
De filenummers van externe songs
zijn echter niet vast en kunnen wel
veranderen als externe songs
worden verwijderd.
Opgenomen songs op een USB-opslagapparaat verwerken
Het USB-opslagapparaat formatteren
1 3
1 2
LET OP
Als er op het USB-opslagapparaat al data zijn opgeslagen, let er dan op dat u het
opslagapparaat niet formatteert.
Als u het apparaat formatteert, worden alle eerder opgeslagen data gewist.
1. Activeer de modus voor filehandelingen.
Druk op de [FILE]-knop. (De indicator 'DEL/ FORMAT' licht op.) Druk
vervolgens tegelijkertijd op de knoppen [–/NO] en [+/YES] terwijl u de knop
[FILE] ingedrukt houdt. Als 'For' (formatteren) wordt weergegeven op de
display, laat u de knop [FILE] los. Er wordt nu 'n Y' (nee/ja) weergegeven op de
display.
2. Voer de formattering uit.
Nadat 'n Y' (nee/ja) is weergegeven op de display drukt u op de knop [+/YES].
Als nogmaals 'n~Y' wordt weergegeven op de display om te bevestigen of u het
apparaat werkelijk wilt formatteren, drukt u nogmaals op de knop [+/YES].
Als u het apparaat niet wilt formatteren, drukt u op de knop [–/NO].
LET OP
Terwijl het instrument toegang zoekt tot data (bijvoorbeeld bij het opslaan, laden,
verwijderen en formatteren) en terwijl het USB-opslagapparaat wordt gekoppeld
(meteen na het aansluiten: totdat de LOAD TO USER-LED niet meer knippert), mag u
de USB-kabel NIET verwijderen, de media NIET uit het apparaat verwijderen en de
apparaten NIET uitschakelen. Als u dit toch doet, kunnen de data op een of beide
apparaten beschadigd raken.
3. Verlaat de modus voor filehandelingen.
Druk op de knop [FILE] om de modus voor filehandelingen te verlaten.
(De indicators bij FILE gaan uit.)
P-155 Gebruikershandleiding
35
USER- en USB-songs afspelen
USER- en USB-songs afspelen
De volgende songtypen zijn beschikbaar. U kunt deze songs beluisteren of ze gebruiken om mee te
oefenen (pagina 14, 15).
'USER'-songs
• Songs (U01-U03) die u hebt opgenomen op het instrument via de
opnamefunctie (pagina 25).
• Externe songs in het instrument
Songs die van een computer worden overgebracht (inclusief commercieel
verkrijgbare songs en songs die zijn bewerkt op een computer). Songs kunnen
worden overgebracht (opgeslagen) naar het instrument met het meegeleverde
programma Musicsoft Downloader (pagina 51). De songs worden opgeslagen in
een gebied van het interne geheugen dat is afgescheiden van het gebied voor
opgenomen songs. Er kunnen tot 255 songs worden afgespeeld op dit instrument
(nummers 001-255).
'USB'-songs
• Songs (S00-S99) die u hebt opgenomen op het instrument via de
opnamefunctie (pagina 32) en hebt opgeslagen op het
USB-opslagapparaat.
• Externe songs op het USB-opslagapparaat
OPMERKING
USER- en USB-songs kunnen niet
worden afgespeeld tijdens het
afspelen van Demo/PRESET-songs
of in de modus voor filehandelingen
of de opnamemodus.
OPMERKING
Als de metronoom wordt gebruikt
tijdens het afspelen, stopt deze
automatisch als het afspelen wordt
gestopt.
OPMERKING
Als het REVERB-type tijdens het
afspelen is gewijzigd via de
paneelregelaars, wordt zowel het
afspeel- als het
toetsenbordreverbeffect gewijzigd.
OPMERKING
Songs die op het USB-opslagapparaat zijn opgeslagen (inclusief commercieel
verkrijgbare songs en songs die zijn bewerkt op een computer). Er kunnen tot 999
songs worden afgespeeld op dit instrument (nummers 001-999).
Sequence-indelingen die kunnen worden afgespeeld op het
instrument
Als het EFFECT-type tijdens het
afspelen is gewijzigd via de
paneelregelaars, wordt in sommige
gevallen het afspeeleffect
uitgeschakeld.
• SMF (Standard MIDI File) indeling 0 en 1
De SMF-indeling is een van de meest gebruikte en meest compatibele sequenceindelingen en wordt gebruikt voor het opslaan van sequencedata. Er zijn twee
varianten: Indeling 0 en Indeling 1. Een groot aantal MIDI-apparaten is
compatibel met SMF-indeling 0, en de meeste commercieel beschikbare MIDIsequencedata worden geleverd in SMF-indeling 0. Met de SMF-indeling voor
sequence-files kunt u songdata uitwisselen tussen verschillende sequencers.
De songpartij (kanaal) opgeven en de song afspelen
Aangezien dit instrument niet compatibel is met de GM/XG/DOC/GS/XF-indeling, kunt u met deze instelling de songpartijen
opgeven bij het beluisteren van externe songs.
Met de instelling 'ALL' worden de 16 partijen afgespeeld, met '1+2' worden alleen partij 1 en 2 afgespeeld.
Songs die op andere apparaten zijn opgenomen, kunnen allerlei voices gebruiken die niet op dit instrument beschikbaar zijn,
waardoor de song heel anders kan klinken dan het origineel. In het algemeen is dit instrument bedoeld voor het afspelen van
pianosongs.
Omdat pianosongs doorgaans alleen op partij 1 en 2 worden opgenomen, kan de instelling '1+2' het best worden gebruikt voor
alleen de pianovoice.
De standaardinstelling is 'ALL'.
(ALL)
Partij 1
Partij 2
Partij 3
Pianovoices
(1+2)
Instelbereik: ALL, 1&2
Zie Functie F5.5 (pagina 43) voor het instellen van de songpartij (kanaal).
36
P-155 Gebruikershandleiding
Overige voices
USER- en USB-songs afspelen
43 1
2
1. Druk op de knop [SONG SELECT] (de indicator USER
of USB licht op).
2. Druk op de knoppen [–/NO] [+/YES] om een song te
selecteren (Uxx*)/(xxx*) of (Sxx*)/(xxx*).
De letters 'xx' staan voor het songnummer.
3. Druk op de knop [PLAY/PAUSE] om het afspelen te
starten.
OPMERKING
Het huidige maatnummer wordt tijdens het afspelen weergegeven op de display.
Het afspelen van opgenomen songs
kan niet worden gestart als de
recorder geen data bevat.
OPMERKING
• U kunt desgewenst op het toetsenbord meespelen terwijl het instrument een
song afspeelt. U kunt de noten ook spelen met een andere voice dan de voice
die wordt afgespeeld, door op het paneel een voice te selecteren.
U kunt ook genieten van het spelen
van duetten met uzelf, door eerst
één partij van een duet of een song
voor twee piano's op te nemen, en
dan vervolgens de andere partij te
spelen terwijl de opgenomen partij
wordt afgespeeld.
Het tempo aanpassen
U kunt de knoppen [TEMPO/FUNCTION –, +] gebruiken om het afspeeltempo
naar wens aan te passen vóór of tijdens het afspelen. Het standaardtempo (het
originele tempo van de song) wordt ingesteld als u tegelijkertijd op de knoppen
[–] en [+] drukt.
4. Druk op de knop [STOP] of [PLAY/PAUSE] om het
OPMERKING
Als er externe songs op het
instrument beschikbaar zijn, kunt
u de herhalingsfunctie gebruiken.
ALL: Speel alle externe songs in
volgorde af.
rnd: Speel alle externe songs
continu in willekeurige
volgorde af.
afspelen te stoppen.
Als het afspelen is voltooid, stopt het instrument automatisch en keert het terug
naar het begin van de song. Als u het afspelen tijdens een song wilt stoppen,
drukt u op de knop [STOP]. U kunt het afspelen ook pauzeren door op de knop
[PLAY/PAUSE] te drukken.
Partijafspelen aan- en uitzetten
Als u een song op het instrument selecteert, lichten de indicators voor partijen die data
bevatten (een van de indicators [RIGHT] [LEFT] of beide) groen op. Als u op deze
partijknoppen drukt terwijl het instrument speelt of is gestopt, worden de indicators
uitgezet en worden de data van die partijen niet gespeeld. Als u op de partijknoppen
drukt, wordt het afspelen beurtelings in- of uitgeschakeld.
OPMERKING
Partijen kunnen worden aan- of
uitgezet vóór of tijdens het afspelen.
Indicatie van partijknoppen
Uit: bevat geen data
Aan: bevat data
P-155 Gebruikershandleiding
37
Gedetailleerde instellingen – [FUNCTION]
Gedetailleerde instellingen – [FUNCTION]
U kunt verscheidene parameters instellen om optimaal gebruik te maken van de functies van het instrument, zoals het
nauwkeurig afstellen van de toonhoogte, het selecteren van een stemming, enzovoort.
De volgende parameters zijn beschikbaar.
Dit instrument heeft acht hoofdfuncties.
Enkele van deze hoofdfuncties zijn onderverdeeld in een aantal subfuncties.
Functielijst
Function
Fijn afstemmen
van de toonhoogte
Een stemming
selecteren
Duale functies
Subfunctie
—
1 (Gelijkzwevend)
F2.1
40
Grondtoon
C
F2.2
41
Duale balans
Anders voor elke voice combinatie.
F3.1
41
Duale ontstemming
Anders voor elke voice combinatie.
F3.2
41
Octaafverschuiving voice 1
Anders voor elke voice combinatie.
F3.3
41
Voice 2 octavering
Anders voor elke voice combinatie.
F3.4
41
Effectdiepte voice 1
Anders voor elke voice combinatie.
F3.5
41
Voice 2 effect diepte
Anders voor elke voice combinatie.
F3.6
41
—
F3.7
41
Split Point
F#2
F4.1
42
Splitbalans
Anders voor elke voice combinatie.
F4.2
42
Octaafverschuiving rechtervoice
Anders voor elke voice combinatie.
F4.3
42
Octaafverschuiving linkervoice
Anders voor elke voice combinatie.
F4.4
42
Effectdiepte rechtervoice
Anders voor elke voice combinatie.
F4.5
42
Effectdiepte linkervoice
Anders voor elke voice combinatie.
F4.6
42
1 (voor de rechtervoice)
F4.7
42
—
F4.8
42
1 (Softpedaal)
F5.1
43
Effectdiepte softpedaal
3
F5.2
43
Sustainsamplediepte
12
F5.3
43
Toets-los-samplevolume
10
F5.4
43
Songkanaalselectie
ALL
F5.5
43
Sustainpedaaltype
1
F5.6
43
AUX-pedaaltype
1
F5.7
43
AAN
F5.8
43
Diepte van Damper Resonanceeffect
5
F5.9
43
—
10
F6.
44
Selectie van MIDI-zendkanaal
1
F7.1
44
Selectie van MIDI-ontvangstkanaal
ALL
F7.2
44
Lokale besturing ON/OFF
AAN
F7.3
44
Programmawijziging ON/OFF
AAN
F7.4
44
Besturingswijziging ON/OFF
AAN
F7.5
45
Paneel-/statusverzending
—
F7.6
45
Initial Setup Send
—
F7.7
45
Voice
OFF
F8.1
46
MIDI
AAN
F8.2
46
Stemming
AAN
F8.3
46
Overige
AAN
F8.4
46
Int (Internationaal)
F8,5
46
Damper Resonance-effect aan/uit
Back-upfuncties
Lettertekencode
38
F8.3
Stemming
AUX-pedaal
MIDI-functies
Back-up
Groep
40
Opnieuw instellen
Metronoomvolume
Naslaginformatie
pagina
F1.
Sustainpedaalbereik
Andere functies
Display
440,0 Hz
Opnieuw instellen
Splitfuncties
Standaardinstelling
P-155 Gebruikershandleiding
F8.1
F8.1
F8.1
F8.4
F8.1
F8.2
—
Gedetailleerde instellingen – [FUNCTION]
Basisprocedure in Function
Volg de onderstaande stappen om de functies te gebruiken.
Als u het overzicht verliest terwijl u een functie gebruikt, gaat u terug naar deze pagina en leest u de
basisprocedure.
1 6
2 4
5 3
1. Druk op de knop [TEMPO/FUNCTION] om Function
te activeren.
De indicator [FUNCTION] licht op.
OPMERKING
De functies kunnen niet worden
geselecteerd tijdens het afspelen
van Demo/PRESET/USER/USBsongs of in de modus voor
filehandelingen of de
opnamemodus.
OPMERKING
Gewenste functie Subfunctie
2. Selecteer de gewenste functie (van F1 tot F8) met
Als u de functie in stap 2, 3 of 4 wilt
annuleren, kunt u op elk gewenst
moment op de knop [TEMPO/
FUNCTION –, +] drukken om
Function te verlaten.
de knoppen [TEMPO/FUNCTION –, +].
Als
(met de subfuncties) is geselecteerd, gaat u naar stap 3.
Als F1 of F6 (zonder subfuncties) is geselecteerd, gaat u naar stap 5.
Gewenste
functie
3. Druk op de knop [+/YES] om de subfunctie te
activeren.
Subfunctie
4. Selecteer de gewenste subfunctie met de knoppen
[TEMPO/FUNCTION –, +].
In het volgende voorbeeld worden de subfuncties van F4 (Split) getoond.
5. Gebruik de knoppen [–/NO] en [+/YES] om de aan/
uit-instelling te wijzigen, het type te selecteren of de
waarde te wijzigen.
De standaardinstelling (die wordt gebruikt als het instrument voor het eerst
wordt aangezet) wordt teruggeroepen door tegelijkertijd op de knoppen [–/NO]
en [+/YES] te drukken.
OPMERKING
Nadat u de functie hebt
geselecteerd, wordt de huidige
instelling getoond als voor het eerst
op de knop [–/NO] of [+/YES] wordt
gedrukt.
6. Druk op de knop [TEMPO/FUNCTION] om Function
af te sluiten.
De indicator [TEMPO] licht op.
P-155 Gebruikershandleiding
39
Gedetailleerde instellingen – [FUNCTION]
Informatie over elk van de functies
De hier gegeven uitleg is van toepassing wanneer u Function activeert in stap 5 op pagina 39.
F1. Fijnregeling van de
toonhoogte
U kunt de toonhoogte van het gehele
instrument nauwkeurig aanpassen. Deze functie
is handig als u op het instrument met andere
instrumenten of CD-muziek wilt meespelen.
Gebruik de knoppen [–/NO] en [+/YES] om de
toonhoogte van de toets A3 in stappen van
ongeveer 0,2 Hz te verlagen of te verhogen.
Op de display worden tienden van een hertz
aangegeven door de positie van een punt, zoals wordt
getoond in het volgende voorbeeld:
Display
440.2
440.4
446.6
Instelbereik:
427,0 - 453,0 (Hz)
Standaardinstelling:
440,0 (Hz)
453.0
TERMINOLOGIE
Hz (hertz):
Deze eenheid heeft betrekking op de frequentie van geluid en duidt
het aantal trillingen van een geluidsgolf per seconde aan.
Het toetsenbord gebruiken om de
toonhoogte in te stellen
Door op een toets op het toetsenbord te drukken
kunt u de toonhoogte nauwkeurig aanpassen, zonder
dat u de FUNCTION-display hoeft op te roepen. Zie
'Bedieningspaneel en aansluitingen' (pagina 8) voor
de naam van de toets (noot).
De toonhoogte verhogen (in stappen van ongeveer
0,2 Hz): Houd de toetsen A-1, B-1 en C0
tegelijkertijd ingedrukt en druk op een toets tussen
C3 en B3.
De toonhoogte verlagen (in stappen van ongeveer
0,2 Hz): Houd de toetsen A-1, B-1 en C#0
tegelijkertijd ingedrukt en druk op een toets tussen
C3 en B3.
De standaardtoonhoogte terugroepen: Houd de
toetsen A-1, B-1, C0 en C#0 tegelijkertijd ingedrukt
en druk op een toets tussen C3 en B3.
De stemming verhogen of verlagen in stappen van
ongeveer 1 Hz: Houd de toetsen A-1, B-1 en C0, of
de toetsen A-1, B-1 en C#0 tegelijkertijd ingedrukt en
druk op de toets [–/NO] of [+/YES].
De standaardtoonhoogte terugroepen: Houd de
toetsen A-1, B-1 en C0, of de toetsen A-1, B-1 en C#0
tegelijkertijd ingedrukt en druk tegelijkertijd op de
toetsen [–/NO] [+/YES].
40
P-155 Gebruikershandleiding
U kunt verscheidene stemmingen selecteren.
De gelijkzwevende temperatuur (Equal
Temperament) is de algemeen gebruikelijke,
hedendaagse pianostemming. De geschiedenis
heeft echter nog veel meer stemmingen
voortgebracht, waarvan er vele als basis dienen
voor een bepaald muziekgenre. U kunt met
deze stemmingen experimenteren op het
instrument.
F2.1:
Stemming
Instelbereik:
Waarde
440.0
F2. Een stemming selecteren
1: gelijkzwevend
2: reine majeur
3: reine mineur
4: Pythagoreaans
5: middentoon
6: Werckmeister
7: Kirnberger
Standaardinstelling: 1: gelijkzwevend
EQUAL TEMPERAMENT
Het toonhoogtebereik van elk octaaf is gelijk onderverdeeld
in twaalf delen, waarbij de toonhoogte tussen elke halve
toon gelijkmatig is verdeeld. Dit is de meest gebruikte
stemming in de hedendaagse muziek.
PURE MAJOR/PURE MINOR
Deze stemmingen houden de zuivere wiskundige
intervallen van elke toonschaal in stand, vooral voor
drieklanken (grondtoon, terts, kwint). U kunt dit het beste
horen bij daadwerkelijke vocale harmonieën, zoals bij
koren en a-capellazang.
PYTHAGOREAN
Deze stemming is uitgevonden door de beroemde Griekse
filosoof en wordt samengesteld door een serie reine
kwinten, die zijn samengebracht in een enkel octaaf.
De tertsen in deze stemming zijn lichtelijk onstabiel, maar
de kwarten en kwinten zijn prachtig en geschikt voor
bepaalde solo's.
MEAN-TONE
Deze stemming is gemaakt als een verbetering van de
Pythagoreaanse stemming, door het majeur tertsinterval
meer 'in stemming' te brengen. Deze stemming was vooral
populair van de 16e tot de 18e eeuw. Händel, onder andere,
gebruikte deze stemming.
WERCKMEISTER/KIRNBERGER
Deze samengestelde stemming combineert de systemen van
Werckmeister en Kirnberger, die op zich verbeteringen van
de middentoon- en Pythagoreaanse stemmingen waren.
De belangrijkste eigenschap van deze stemming is dat elke
toets zijn eigen unieke karakter heeft. De stemming werd
op grote schaal gebruikt in de tijd van Bach en Beethoven,
en wordt zelfs nu nog vaak gebruikt als er muziek uit een
bepaald tijdperk wordt gespeeld op een klavecimbel.
Gedetailleerde instellingen – [FUNCTION]
F2.2:
Grondtoon
F3.2:
Als een andere stemming dan de gelijkzwevende
stemming kiest, is het noodzakelijk dat u de grondtoon
aangeeft. (U kunt de grondtoon ook aangeven bij de
gelijkzwevende stemming, maar dit heeft geen effect.
De grondtooninstelling is van invloed op andere
stemmingen dan de gelijkzwevende.)
Instelbereik:
C, C#, D, Eb, E, F, F#, G, Ab, A,
Bb, B
Standaardinstelling: C
Ontstemming in de duale modus
Instelbereik:
-20 - 0 - 20 (Bij positieve
waarden wordt de toonhoogte
van voice 1 verhoogd en de
toonhoogte van voice 2
verlaagd. Bij negatieve waarden
wordt de toonhoogte van voice
1 verlaagd en de toonhoogte
van voice 2 verhoogd.)
OPMERKING
• Grondtoon indicatie voorbeeld
(F#)
(G)
Gevolgd door
een streep bovenin
bij een kruis
Het beschikbare instellingsbereik is groter in het lagere lager bereik
(± 60 cents voor A-1), en kleiner in het hoge bereik (± 5 cents voor
C7). (100 cents komt overeen met één halve toon.)
(Ab)
Gevolgd door
een streep onderin
bij een mol
F3. Duale functies
U kunt verscheidene parameters instellen voor
Dual (pagina 17) om zo de instellingen voor de
songs die u speelt te optimaliseren. U kunt
bijvoorbeeld de volumebalans tussen twee
voices aanpassen.
De functie-instellingen voor Dual worden voor
elke voicecombinatie afzonderlijk ingesteld.
Als Dual niet is geactiveerd, wordt
weergegeven in plaats van
en kunt u de
duale functies niet selecteren. Als dit gebeurt,
drukt u tegelijkertijd op twee voiceknoppen om
Dual te activeren.
F3.1:
Duale balans
Instelbereik:
0 - 20 (De instelling '10'
produceert een gelijke balans
tussen de twee duale voices.
Instellingen onder de '10'
verhogen het volume van de 2e
voice ten opzichte van de 1e
voice, en instellingen boven de
'10' verhogen het volume van
de 1e voice ten opzichte van de
2e voice.)
Standaardinstelling: Anders voor elke combinatie
van voices.
U kunt één voice instellen als de hoofdvoice en een
andere voice als een zachtere, bijgemengde voice.
Standaardinstelling: Verschilt voor elke combinatie
van voices.
Ontstem voice 1 en voice 2 in Dual om een voller geluid
te creëren.
F3.3:
Octaafverschuiving voice 1
F3.4:
Octaafverschuiving voice 2
Instelbereik:
–1, 0, 1
Standaardinstelling: Anders voor elke combinatie
van voices.
U kunt afzonderlijk voor Voice 1 en Voice 2 de
toonhoogte verhogen en verlagen in stappen van een
octaaf. Afhankelijk van welke voices u combineert in de
duale modus, kan de combinatie beter klinken wanneer
een van de voices een octaaf omhoog of omlaag wordt
verschoven.
F3.5:
Effectdiepte voice 1
F3.6:
Effectdiepte voice 2
Instelbereik:
0–20
Standaardinstelling: Anders voor elke combinatie
van voices.
Deze functies maken het mogelijk om de diepte van het
effect voor de 1e en de 2e voice in Dual afzonderlijk in te
stellen. (De instellingen voor de effectdiepte kunnen
alleen worden gewijzigd als [EFFECT] op AAN staat.
Function moet worden afgesloten voordat [EFFECT] kan
worden aangezet.)
• 'Voice 1' en 'Voice 2' worden uitgelegd op pagina 17.
F3.7:
Herstellen
Deze functie herstelt de standaardwaarden van alle duale
functies. Druk op de knop [+/YES] om de waarden te
herstellen.
OPMERKING
SNELLE MANIER:
U kunt direct naar de duale functies
springen door op de
knop [TEMPO/FUNCTION] te drukken terwijl u de twee duale
voiceknoppen ingedrukt houdt.
P-155 Gebruikershandleiding
41
Gedetailleerde instellingen – [FUNCTION]
F4. Splitfuncties
Dit menu maakt het u mogelijk verscheidene
gedetailleerde instellingen te maken voor Split.
U kunt de instellingen voor de songs die u
speelt optimaliseren door het splitpunt of een
andere instelling te veranderen.
Zorg dat u Split selecteert door op de knop
[SPLIT] te drukken voordat u Function activeert.
Als Split niet is geactiveerd, wordt
weergegeven in plaats van
en kunt u de
splitfuncties niet selecteren. Let erop dat u
Function moet afsluiten voordat Split kan
worden geactiveerd.
F4.1:
Splitpunt
Instelbereik:
Het volledige toetsenbord
Standaardinstelling: F#2
Stel het punt in op het toetsenbord dat de scheiding
vormt tussen de rechter- en linkerhandgedeelten
(splitpunt). De ingedrukte toets maakt deel uit van het
linkerhandbereik.
• In plaats van op de knoppen [–/NO] [+/YES] te
drukken, kunt u het splitpunt instellen door op de
desbetreffende toets op het toetsenbord te drukken.
• Voorbeeld van een toetsnaamindicatie voor een
splitpunt:
F4.3:
Octaafverschuiving rechtervoice
F4.4:
Octaafverschuiving linkervoice
Instelbereik:
–1, 0, 1
Standaardinstelling: Anders voor elke combinatie
van voices
U kunt de toonhoogtevoor de rechter- en linkervoice
onafhankelijk verhogen en verlagen in stappen van een
octaaf. Maak een instelling die passend is voor het
nootbereik van de songs die u speelt. U kunt deze
instelling maken voor elke afzonderlijke combinatie van
voices.
F4.5:
Effectdiepte rechtervoice
F4.6:
Effectdiepte linkervoice
Instelbereik:
0–20
Standaardinstelling: Anders voor elke combinatie
van voices
Deze functies maken het mogelijk om de diepte van het
effect voor de linker- en de rechtersplitvoice
onafhankelijk in te stellen.
De instellingen voor de effectdiepte kunnen alleen
worden gewijzigd als [EFFECT] op AAN staat. U moet
Function afsluiten voordat u een [EFFECT] kunt
aanzetten.
U kunt deze instelling maken voor elke afzonderlijke
combinatie van voices.
F4.7:
Sustainpedaalbereik
Instelbereik:
(F#2)
(G2)
Gevolgd door
een streep bovenin
bij een kruis
F4.2:
(Ab2)
Gevolgd door
een streep onderin
bij een mol
Splitbalans
ALL (voor beide voices)
1 (voor de rechtervoice)
2 (voor de linkervoice)
Standaardinstelling: 1 (voor de rechtervoice)
De functie voor het sustainpedaalbereik bepaalt of het
sustainpedaal invloed heeft op de rechtervoice, de
linkervoice of zowel de linker- als de rechtervoice in Split.
Instelbereik:
0 - 20 (De instelling '10'
produceert een gelijke balans
tussen de twee splitvoices.
Instellingen onder de '10'
verhogen het volume van de
linkervoice ten opzichte van de
rechtervoice, en instellingen
boven de '10' verhogen het
volume van de rechtervoice ten
opzichte van de linkervoice.)
Standaardinstelling: Anders voor elke combinatie
van voices.
De volumeniveaus van de twee voices die zijn
gecombineerd in Split kunnen naar wens worden
aangepast. U kunt deze instelling maken voor elke
afzonderlijke combinatie van voices.
42
P-155 Gebruikershandleiding
F4.8:
Herstellen
Deze functie herstelt de standaardwaarden van alle
splitfuncties. Druk op de knop [+/YES] om de waarden
te herstellen.
Gedetailleerde instellingen – [FUNCTION]
F5. Overige functies
In dit gedeelte wordt een reeks andere functies
beschreven, zoals het toewijzen van de werking
van het AUX-pedaal aan een van verschillende
instellingen en het selecteren van specifieke
songkanalen voor afspelen.
F5.1:
AUX-pedaal
Instelbereik:
1. Softpedaal
Het softpedaal vermindert het volume en wijzigt de
klankkleur van de gespeelde noten enigszins wanneer
het pedaal wordt ingedrukt. Het softpedaal heeft geen
invloed op de noten die al klinken.
2. Sostenutopedaal
Als u een noot of akkoord op het toetsenbord speelt
en het pedaal indrukt terwijl de noten nog worden
vastgehouden, worden deze noten aangehouden
zolang het pedaal is ingedrukt (alsof het sustainpedaal
is ingedrukt). Alle daarna gespeelde noten worden
echter niet aangehouden. Hierdoor is het mogelijk om
een akkoord te laten doorklinken, terwijl andere
noten staccato worden gespeeld.
OPMERKING
Organ, string en choir voices klinken continu door, zolang het
sostenutopedaal ingedrukt blijft.
3. Expressie
Met deze instelling kunt u de dynamiek regelen
tijdens het bespelen.
4. Song afspelen/pauzeren
Met deze instelling kunt u het afspelen van de song
starten of onderbreken. Bij deze instelling werkt het
AUX-pedaal op dezelfde wijze als de knop [PLAY/
PAUSE] op het paneel.
Standaardinstelling: 1 (Softpedaal)
F5.2:
Effectdiepte softpedaal
Instelbereik:
1–5
Standaardinstelling: 3
Deze functie stelt de diepte van het effect van het
softpedaal in.
F5.3:
F5.4:
Toets-los-samplevolume
Instelbereik:
0–20
Standaardinstelling: 10
U kunt het volume van het toets-los-geluid (het subtiele
geluid dat wordt geproduceerd als de toetsen worden
losgelaten) aanpassen voor de voices [GRAND PIANO 1],
[HARPSICHORD] en [E.CLAVICHORD].
F5.5:
Songkanaalselectie
Instelbereik:
ALL, 1&2
Standaardinstelling: ALL
Deze instelling is alleen van invloed op externe songs.
U kunt opgeven welke songkanalen worden afgespeeld
op dit instrument. Als 'ALL' wordt geselecteerd, worden
de kanalen 1-16 afgespeeld. Als '1&2' wordt geselecteerd,
worden alleen de kanalen 1 en 2 afgespeeld, terwijl de
kanalen 3-16 worden verzonden via MIDI.
F5.6:
Sustainpedaaltype
F5.7:
AUX-pedaaltype
Instelbereik:
1, 2
Standaardinstelling: 1
Afhankelijk van het pedaal dat is aangesloten op de
SUSTAIN PEDAL aansluiting of AUX PEDAL
aansluiting, kan het effect dat door de bediening van het
pedaal wordt geproduceerd (AAN/UIT, dynamiek, enz.)
worden omgedraaid.
Als dit gebeurt, kunt u deze instelling gebruiken om de
pedaalwerking te corrigeren. Het instellingsbereik is van
1 tot 2.
Druk tegelijkertijd op de knoppen [–/NO] en [+/YES]
om de standaardinstelling (1) te herstellen.
OPMERKING
• Zorg ervoor dat het instrument uit is als u het pedaal aansluit of
loskoppelt.
• Als het sustainpedaaltype is ingesteld op '2', blijft sustain mogelijk
actief als u het pedaal aansluit of loskoppelt terwijl het instrument
aan is, zodat de noten eindeloos worden aangehouden. Als dit
gebeurt, schakelt u het instrument uit en weer in.
F5.8:
Damper Resonance-effect aan/uit
Instelbereik:
ON/OFF
Standaardinstelling: ON
Sustainsamplediepte
Instelbereik:
0–20
Standaardinstelling: 12
De voice GRAND PIANO 1 beschikt over speciale
'sustainsamples' die nauwgezet de unieke resonantie van
de zangbodem en snaren van een akoestische vleugel
reproduceren wanneer het sustainpedaal wordt
ingedrukt. Met deze functie kunt u de diepte van dit
effect aanpassen.
F5.9:
Diepte van Damper Resonanceeffect
Instelbereik:
0–20
Standaardinstelling: 5
Als damper resonance is ingeschakeld, past u een
simulatie van het sustaingeluid van het demperpedaal op
een vleugel toe als u het demperpedaal indrukt en het
toetsenbord bespeelt. Dit effect wordt toegepast op de
voice die u via het toetsenbord bespeelt en op de partij
(kanaal 1 en 2).
P-155 Gebruikershandleiding
43
Gedetailleerde instellingen – [FUNCTION]
F6. Metronoomvolume
Gebruik deze functie om het
metronoomvolume aan te passen.
Instelbereik:
1–20
Standaardinstelling: 10
OPMERKING
SNELLE MANIER:
U kunt direct naar de metronoomfuncties
gaan door op de
knop [TEMPO/FUNCTION] te drukken, terwijl de knop
[METRONOME] ingedrukt wordt gehouden.
OPMERKING
• ALL:
'Multitimbraal' ontvangen. Dit maakt gelijktijdige ontvangst van
verschillende partijen op alle 16 MIDI-kanalen mogelijk, waardoor
het instrument songdata met meerdere kanalen kan ontvangen
van een muziekcomputer of sequencer.
1&2:
Ontvangst '1&2'. Dit maakt gelijktijdige ontvangst op alleen kanaal
1 en 2 mogelijk, waardoor het instrument alleen de op kanaal 1 en
2 ontvangen songdata van een muziekcomputer of sequencer kan
afspelen.
• Programmawijzigingen en andere boodschappen dan
kanaalboodschappen die worden ontvangen, hebben geen
invloed op de paneelinstellingen van het instrument of wat er
wordt gespeeld op het toetsenbord.
F7.3:
F7. MIDI-functies
U kunt nauwkeurige aanpassingen maken in de
MIDI-instellingen.
Zie voor meer informatie over MIDI het
gedeelte 'Informatie over MIDI' (pagina 48).
F7.1:
Selectie van MIDI-zendkanaal
In elke MIDI-opstelling moeten de MIDI-kanalen van de
zendende en ontvangende apparaten overeenkomen
voor een juiste gegevensoverdracht.
Met deze parameter kunt u om het kanaal aangeven dat
door het instrument wordt gebruikt voor het verzenden
van MIDI-data.
Instelbereik:
1-16, OFF (niet verzenden)
Standaardinstelling: 1
OPMERKING
• In Dual worden de gegevens van voice 1 verzonden via het
aangegeven kanaal. In Split worden de gegevens van de
rechtervoice verzonden via het aangegeven kanaal. In Dual
worden de gegevens van voice 2 verzonden op het eerstvolgende
hogere kanaalnummer dan het aangegeven kanaal. In Split
worden de gegevens van de linkervoice verzonden op het
eerstvolgende hogere kanaalnummer dan het aangegeven
kanaal. In beide gevallen worden er geen gegevens verzonden
als het zendkanaal is ingesteld op 'OFF'.
• Song-gegevens worden niet verzonden via de MIDI-aansluitingen.
De kanalen 3-16 van externe songs worden echter wel verzonden
via de MIDI-aansluitingen, afhankelijk van de instelling
Songkanaalselectie (pagina 43).
F7.2:
Selectie van MIDI-ontvangstkanaal
In elke MIDI-opstelling moeten de MIDI-kanalen van de
zendende en ontvangende apparaten overeenkomen
voor een juiste gegevensoverdracht. Met deze parameter
kunt u om het kanaal aangeven dat door het instrument
wordt gebruikt voor het ontvangen van MIDI-data.
Instelbereik:
ALL, 1&2, 1-16
Standaardinstelling: ALL
Lokale besturing ON/OFF
'Lokale besturing' verwijst naar het feit dat normaal het
toetsenbord van het instrument zijn interne
toongenerator bestuurt, waardoor de interne voices
direct vanaf het toetsenbord kunnen worden bespeeld. In
deze situatie is 'Lokale besturing' ingeschakeld, aangezien
de interne toongenerator lokaal wordt bestuurd door het
eigen toetsenbord.
Lokale besturing kan echter worden uitgezet, zodat het
toetsenbord van de niet de interne voices bespeelt, maar
de desbetreffende MIDI-informatie nog wel wordt
verzonden via de aansluiting MIDI OUT als er noten op
het toetsenbord worden gespeeld. Tegelijkertijd reageert
de interne toongenerator wel op MIDI-informatie die via
de aansluiting MIDI IN wordt ontvangen.
Instelbereik:
ON/OFF
Standaardinstelling: ON
F7.4:
Programmawijziging ON/OFF
Normaal gesproken reageert het instrument op MIDIprogrammawijzigingsnummers die worden ontvangen
van een extern toetsenbord of ander MIDI-apparaat,
waardoor de overeenkomstig genummerde voice wordt
geselecteerd op het overeenkomstige kanaal (de
toetsenbordvoice verandert niet). Het instrument
verzendt normaal ook een MIDIprogrammawijzigingsnummer als een van zijn voices
wordt geselecteerd, waardoor de overeenkomstig
genummerde voice of het bijbehorende programma
wordt geselecteerd op het externe MIDI-apparaat, als het
apparaat is ingesteld op het ontvangen van en het
reageren op MIDI-programmawijzigingsnummers.
Deze functie maakt het mogelijk om de ontvangst en
verzending van programmawijzigingsnummers te
annuleren, zodat voices op het instrument kunnen
worden geselecteerd zonder het externe MIDI-apparaat
te beïnvloeden.
OPMERKING
Zie 'Indeling van MIDI-gegevens' op pagina 62 voor informatie over
programmawijzigingsnummers voor elk van de voices van het
instrument.
Instelbereik:
ON/OFF
Standaardinstelling: ON
44
P-155 Gebruikershandleiding
Gedetailleerde instellingen – [FUNCTION]
F7.5:
Besturingswijziging ON/OFF
Normaal reageert het instrument op MIDIbesturingswijzigingsdata die worden ontvange van een
extern MIDI-apparaat of -toetsenbord, waardoor de
voice op het corresponderende kanaal kan worden
beïnvloed door pedaal- en andere besturings'instellingen die worden ontvangen van het besturende
apparaat (de toetsenbordvoice wordt niet beïnvloed).
Het instrument verzendt tevens MIDIbesturingswijzigingsinformatie als het pedaal of andere
besturingselementen worden bediend.
Deze functie maakt het mogelijk om de ontvangst en
verzending van besturingswijzigingsdata te annuleren,
zodat bijvoorbeeld het pedaal en andere
besturingselementen van het instrument kunnen worden
bediend zonder dat dit invloed heeft op een extern
MIDI-apparaat.
OPMERKING
Zie het gedeelte 'Indeling van MIDI-gegevens' op pagina 62 voor
meer informatie over besturingswijzigingen die kunnen worden
gebruikt met het instrument.
Instelbereik:
ON/OFF
Standaardinstelling: ON
F7.6:
Paneel-/statusverzending
Deze functie zorgt ervoor dat alle huidige
paneelinstellingen van het instrument (zoals de
geselecteerde voice) worden verzonden via de aansluiting
MIDI OUT.
F7.7:
Initial Setup Send
Met deze functie kunt u de gegevens van de
paneelinstellingen naar een computer verzenden.
Doordat de paneelinstellingen worden verzonden en
opgenomen op de MIDI-sequencerecorder voor de
daadwerkelijke speelgegevens, worden automatisch
dezelfde instellingen gebruikt door het instrument als uw
spel wordt teruggespeeld. U kunt deze functie gebruiken
om de instellingen van een aangesloten toongenerator te
wijzigen naar dezelfde instellingen als het instrument.
1. Stel de paneelregelaars naar wens in.
2. Sluit het instrument via MIDI aan op een sequencer
en stel de sequencer zo in dat deze de setupgegevens
kan ontvangen.
3. Activeer Function en selecteer
.
4. Druk op de knop [+/YES] om de paneel-/
statusgegevens te verzenden.
wordt op de display weergegeven als de gegevens
correct zijn verzonden.
De volgende gegevens kunnen worden verzonden.
• Voiceselectie
• [REVERB]-type
• [REVERB]-diepte
• [EFFECT]-type
• [EFFECT]-diepte
• Splitpunt
• Stemmen (F1)
• Duale ontstemming (F3,2)
OPMERKING
Setupgegevens:
Gegevens die een set paneelinstellingen voor het instrument
bevatten.
1. Stel de paneelregelaars naar wens in.
2. Sluit het instrument via MIDI aan op een sequencer
en stel de sequencer zo in dat deze de setupgegevens
kan ontvangen.
3. Activeer Function en selecteer
.
4. Druk op de knop [+/YES] om de paneel-/
statusgegevens te verzenden.
wordt op de display weergegeven als de gegevens
correct zijn verzonden.
OPMERKING
• Zie pagina 63 voor een overzicht van de 'Inhoud van paneelgegevens'
die door deze functie worden verzonden.
• De verzonden gegevens ontvangen:
1. Sluit het instrument via MIDI aan op het apparaat waarnaar de
setupgegevens zijn verzonden.
2. Start het versturen van de gegevens vanaf het apparaat.
Het instrument ontvangt automatisch de setupgegevens, hetgeen is te
zien aan de paneelinstellingen.
(De gegevens worden alleen geaccepteerd als het instrument dat de
setupgegevens moet ontvangen, van hetzelfde type is als het
instrument waardoor de setupgegevens naar de sequencer zijn
verzonden.)
• Zie voor meer informatie over het verzenden en ontvangen van
setupgegevens via MIDI, de handleiding van het aangesloten MIDIapparaat.
P-155 Gebruikershandleiding
45
Gedetailleerde instellingen – [FUNCTION]
F8.3:
F8. Back-upfuncties
U kunt een back-up maken van bepaalde
instellingen, zoals de voiceselectie en het
reverbtype, zodat ze niet verloren gaan als het
instrument wordt uitgezet. Als de backupfunctie is ingeschakeld, worden de
instellingen zoals die zijn bij het uitzetten,
vastgehouden. Als de back-upfunctie is
uitgeschakeld, worden de instellingen in het
geheugen gewist als het instrument wordt
uitgezet. In dit geval worden, als u het
instrument aanzet, de standaardinstellingen (de
aanvangsinstellingen) gebruikt. (Het overzicht
met fabrieksinstellingen is te vinden op
pagina 61.)
Er wordt echter altijd een back-up gemaakt van
de back-upinstellingen zelf en van de inhoud
van het geheugen van de
gebruikerssongrecorder. Zie 'Gegevensback-up
met een computer' op pagina 52.
U kunt de back-upfunctie voor elke
functiegroep aan- of uitzetten. Er is voorzien in
meerdere back-upgroepen voor de
verschillende functiecategorieën van het
instrument: Voice, MIDI, Stemming en Overige.
F8.1:
Voice
Instelbereik:
ON/OFF
Standaardinstelling: OFF
• Voice (toetsenbord, duaal en split)
• Duale modus (ON/OFF, voice en functies in duale
modus voor elke voicecombinatie)
• Split (ON/OFF, voice en splitfuncties voor elke
voicecombinatie)
• Reverb (ON/OFF, type en diepte voor elke voice)
• Effect (ON/OFF, type en diepte voor elke voice)
• Aanslaggevoeligheid (inclusief het FIXED-volume)
• Metronoommaat, Volume (
)
F8.2:
MIDI
Instelbereik:
ON/OFF
Standaardinstelling: ON
De MIDI functies (
)
(met uitzondering van
46
P-155 Gebruikershandleiding
)
Stemmen
Instelbereik:
ON/OFF
Standaardinstelling: ON
• Transpose
• Stemmen (
)
• Stemming (inclusief grondtoon) (
F8.4:
)
Overige
Instelbereik:
ON/OFF
Standaardinstelling: ON
• Overige functies (
)
• Instelling voor BRILLIANCE
F8.5:
Lettertekencode
Als de song niet kan worden geselecteerd of geladen,
moet u mogelijk de instelling voor de lettertekencode
wijzigen.
Instelbereik:
Int (Engels)/JA (Japans)
Standaardinstelling: Int (Engels)
Fabriekspreset terugroepen
Alle instellingen die worden beïnvloed door de
functies (F1 - F8), kunnen worden teruggezet naar
de oorspronkelijke fabrieksinstellingen door de toets
C7 (toets uiterst rechts op het toetsenbord)
ingedrukt te houden terwijl u de schakelaar
[STANDBY/ON] op ON zet. Hiermee worden ook
alle gebruikerssongdata gewist. Zie pagina 61 voor
het overzicht van de fabrieksinstellingen.
LET OP
Nadat u de schakelaar [STANDBY/ON] op ON hebt
gezet met toets C7 (toets uiterst rechts op het
toetsenbord), verschijnt 'CLr' op de display. Schakel
het instrument niet uit wanneer 'CLr' op de display
is te zien. Dit kan leiden tot het vastlopen van het
systeem.
Aansluitingen
Aansluitingen
Aansluitingen
LET OP
Als u het instrument aansluit op andere elektronische componenten, zorg dan dat deze componenten zijn uitgeschakeld.
Zorg er voor dat u alle volumeniveaus op het minimum (0) instelt voordat u componenten aan- of uitzet. Anders kunt u
een elektrische schok krijgen of kunnen de componenten beschadigd raken.
1
2
3
4
5
1 USB [TO DEVICE]-aansluiting
Via deze aansluiting kunt u USB-opslagapparaten aansluiten.
Zie 'Aansluiten op een USB-opslagapparaat' op pagina 49.
2 AUX OUT [L/L+R] [R]-aansluitingen
Via deze aansluitingen kunt u het instrument aansluiten op externe
luidsprekersystemen met eigen voeding voor gebruik in grotere ruimten en met
een hoger volume.
OPMERKING
Gebruik audiokabels en -pluggen
zonder impedantiewaarde.
LET OP
Als de AUX OUT-aansluitingen van het instrument zijn aangesloten op een extern systeem,
zet dan eerst het instrument aan en vervolgens het externe systeem. Draai deze volgorde om
als u de apparatuur uitzet.
Luidspreker met
eigen voeding
Instrument
AUX OUT
OPMERKING
Als u een monosignaal via de AUX
OUT-aansluiting wilt leiden, sluit u
een kabel aan op de [L/L+R]aansluiting.
AUX IN
Aansluiting voor
hoofdtelefoon
(standaard)
Aansluiting voor
hoofdtelefoon
(standaard)
Kabel
De [MASTER VOLUME]-instelling van het instrument
heeft invloed op het geluid dat wordt uitgevoerd via de
AUX OUT-aansluitingen.
P-155 Gebruikershandleiding
47
Aansluitingen
3 MIDI [IN] [OUT]-aansluitingen
Gebruik MIDI-kabels om externe MIDI-apparaten aan te sluiten.
MIDI [IN]: ontvangt MIDI-data.
MIDI [OUT]: verzendt MIDI-data.
Zie "Een pc aansluiten" op pagina 50.
Over MIDI
MIDI (Musical Instrument Digital Interface) is een standaardindeling voor
dataverzending/-ontvangst. Deze indeling maakt de uitwisseling van speeldata en
opdrachten tussen MIDI-apparaten en pc's mogelijk. Door MIDI te gebruiken kunt u
een aangesloten MIDI-apparaat vanaf het instrument besturen, of het instrument vanaf
een aangesloten MIDI-apparaat of computer besturen.
OPMERKING
Raadpleeg het 'MIDIimplementatieoverzicht' om te
bepalen welke MIDI-data en
boodschappen door uw apparaten
kunnen worden verzonden of
ontvangen. De MIDI-data die
kunnen worden verzonden of
ontvangen, variëren afhankelijk van
het type MIDI-apparaat. Het MIDIimplementatieoverzicht van dit
instrument vindt u op pagina 66.
4 SUSTAIN PEDAL-aansluiting
Via deze aansluiting sluit u de meegeleverde voetschakelaar FC4 aan. U kunt ook
een optioneel FC3-pedaal of een optionele FC5-voetschakelaar via deze aansluiting
aansluiten.
OPMERKING
Afhankelijk van het pedaal dat op de
SUSTAIN PEDAL-aansluiting is
aangesloten, is het mogelijk dat het
door het pedaal geproduceerde
effect (aan/uit, dynamiek, enzovoort)
wordt omgedraaid. Als dit optreedt,
gaat u naar het gedeelte
'Sustainpedaaltype' op pagina 43.
FC4
LET OP
Zorg ervoor dat het instrument uit is als u het pedaal aansluit of loskoppelt.
Zet het instrument niet aan terwijl de voetschakelaar of het pedaal is ingedrukt. Als u dit toch
doet, wordt het schakelaar- of pedaaltype (aan/uit) omgedraaid.
5 AUX PEDAL-aansluiting
Via deze aansluiting sluit u een optioneel FC3-pedaal, een optionele FC5voetschakelaar of een optionele FC7-voetregelaar aan. U kunt ook de meegeleverde
FC4-voetschakelaar aansluiten via deze aansluiting.
Aan deze aansluiting kunnen verschillende functies worden toegewezen, zoals de
softpedaalfunctie. Gebruik de Functie-instellingen om de functie toe te wijzen.
(pagina 43)
FC5
LET OP
Zorg ervoor dat het instrument uit is als u het pedaal aansluit of loskoppelt.
Zet het instrument niet aan terwijl de voetschakelaar, het pedaal of de voetregelaar is
ingedrukt. Als u dit toch doet, wordt het schakelaar- of pedaaltype (aan/uit) omgedraaid.
48
P-155 Gebruikershandleiding
OPMERKING
Afhankelijk van het pedaal dat op de
AUX PEDAL-aansluiting is
aangesloten, is het mogelijk dat het
door het pedaal geproduceerde
effect (aan/uit, dynamiek, enzovoort)
wordt omgedraaid. Als dit optreedt,
gaat u naar het gedeelte 'AUX
PEDAL-type' op pagina 43.
Aansluitingen
Aansluiten op een USB-opslagapparaat
Als u een USB-opslagapparaat wilt aansluiten, leest u 'Voorzorgsmaatregelen bij het gebruik van de
USB [TO DEVICE]-aansluiting' op pagina 53.
De gegevens op het USB-opslagapparaat weergeven
Als u de gegevens van het USB-opslagapparaat op de display wilt weergeven, drukt u enkele
malen op de knop [SONG SELECT] totdat de indicator 'USB' oplicht. Als de indicator 'USB'
oplicht voordat u het USB-opslagapparaat aansluit, drukt u op de knop [EXIT] om de 'USB'modus te verlaten en activeert u de modus opnieuw.
Een back-up van uw gegevens op een computer opslaan
■ Een back-up van de instrumentdata naar een computer maken
Als u eenmaal de data op een USB-opslagapparaat hebt opgeslagen, kunt u de data naar de vaste schijf van uw
computer kopiëren. Vervolgens kunt u de files naar wens archiveren en organiseren. Sluit gewoon het apparaat weer
aan zoals hieronder aangegeven.
Slaat interne gegevens op op een USB-opslagapparaat.
Instrument
USB [TO DEVICE]-aansluiting
USB-opslagapparaat
Koppel het USB-opslagapparaat los van het instrument en sluit het aan op de computer.
Back-up van gegevens op een computer opslaan en files/mappen organiseren.
Computer
USB-opslagapparaat
■ Files van de vaste schijf van een computer naar een USB-opslagapparaat kopiëren
Files die zich op de vaste schijf van een computer bevinden, kunnen worden overgebracht naar het instrument door
ze eerst naar het opslagmedium te kopiëren en vervolgens het medium op het instrument aan te sluiten of in het
instrument te plaatsen.
Niet alleen files die op het instrument zelf zijn gemaakt, maar ook standaard-MIDI-files die op andere instrumenten
zijn gemaakt, kunnen van de vaste schijf van de computer naar een USB-opslagapparaat worden gekopieerd. Als u
eenmaal de gegevens hebt gekopieerd, sluit u het apparaat aan op de aansluiting USB [TO DEVICE] van het
instrument. Vervolgens speelt u de gegevens af op het instrument.
De files van de vaste schijf van de computer naar het USB-opslagapparaat
kopiëren.
Computer
USB-opslagapparaat
Koppel het USB-opslagapparaat los van de computer en sluit het aan op het instrument.
Files op het USB-opslagapparaat lezen vanaf het instrument.
USB [TO DEVICE]-aansluiting
Instrument
USB-opslagapparaat
P-155 Gebruikershandleiding
49
Aansluitingen
Een pc aansluiten
Als u een computer op de MIDI-aansluitingen aansluit, kunt u via MIDI data uitwisselen tussen het
instrument en de computer. Hiervoor installeert u het stuurprogramma voor de USB MIDI-interface
en de Musicsoft Downloader-software.
Er zijn twee manieren om het instrument op een computer aan te sluiten:
1. De USB-poort van de computer aansluiten op het instrument via een USB MIDIinterface.
2. Een MIDI-interface en de MIDI-aansluitingen van het instrument gebruiken.
Zie hieronder voor meer informatie.
LET OP
Als u het instrument aansluit op een computer, zet dan eerst zowel het instrument als de
computer uit, voordat u kabels aansluit. Zet, nadat u de passende aansluitingen hebt gemaakt,
eerst de computer en vervolgens het instrument aan.
OPMERKING
Optionele USB MIDI-interface
UX16
TERMINOLOGIE
Stuurprogramma:
Een stuurprogramma is software die
zorgt voor een
dataoverdrachtsinterface tussen het
besturingssysteem van de
computer en een aangesloten
hardwareapparaat.
OPMERKING
U kunt het stuurprogramma voor de
USB MIDI-interface en Musicsoft
Downloader (MSD) downloaden.
Ga naar de volgende webpagina
voor de meest recente versie.
http://music.yamaha.com/download/
De USB-poort van de computer aansluiten op het
instrument via een USB MIDI-interface
Gebruik een USB-MIDI-interface om de USB-poort van de computer aan te sluiten op
de MIDI-aansluitingen van het instrument.
MIDI [IN]aansluiting
MIDI [OUT]aansluiting
USB-aansluiting
Instrument
USB MIDIinterface
Computer
Een MIDI-interface en de MIDI-aansluitingen van het
instrument gebruiken
Gebruik een MIDI-interface om een computer op het instrument aan te sluiten met
MIDI-kabels.
MIDI-kabel
Instrument
MIDI [IN]-aansluiting
MIDI [OUT]aansluiting
MIDIinterface
50
P-155 Gebruikershandleiding
USB-poort of seriële poort
(modem- of printeraansluiting)
Computer
OPMERKING
Zie de gebruikershandleiding van
de sequencesoftware voor meer
informatie over het instellen van de
desbetreffende software.
Aansluitingen
Songdata overbrengen tussen de computer en het
instrument
Naast de demosongs en de 50 presetpianosongs die in dit instrument
zijn opgeslagen, kunt u data van andere songs afspelen door deze
vanaf een aangesloten computer te laden. Om deze functie te kunnen
gebruiken, moet u Musicsoft Downloader downloaden van de Yamahawebsite.
http://music.yamaha.com/download/
Systeemeisen voor Musicsoft Downloader
• OS
: Windows 2000/XP Home Edition/XP Professional/Vista
* Voor XP en Vista wordt de 32-bits versie wel ondersteund, maar de 64-bits versie
niet.
OPMERKING
U kunt de gratis toepassing
Musicsoft Downloader downloaden
van de Yamaha-website.
OPMERKING
Wijzig de filenaam niet handmatig
op een computer. Als u dat wel doet,
kunt u de file niet meer op het
instrument laden.
: Intel® Pentium®- of Celeron®-chip van 233 MHz of meer (500 MHz of meer
aanbevolen) of hoger
• Geheugen
: 64 MB of meer (256 MB of meer wordt aanbevolen)
• Harddisk
: ten minste 128 MB vrije schijfruimte (ten minste 512 MB vrije schijfruimte
wordt aanbevolen)
• Beeldscherm : 800 x 600 met hoge kleuren (16-bits)
• Overige
: Microsoft® Internet Explorer® versie 5.5 of hoger
• CPU
Songdata van een computer naar het instrument laden
U kunt pianosongdata vanuit een computer naar dit instrument laden. Nadat u uw spel
op dit instrument hebt opgenomen en de opname op een computer hebt opgeslagen,
kunt u de opname bovendien weer naar het instrument laden.
Met dit instrument kunnen MIDI-data in de SMF-indeling 0 worden gelezen.
Als dergelijke data echter data bevatten voor functies die niet door dit instrument
worden ondersteund, worden de data niet juist afgespeeld.
Raadpleeg 'Transferring Data Between the Computer and Instrument (for unprotected
data)' in de Help-file van Musicsoft Downloader voor meer informatie over het laden
van songdata vanaf een computer naar dit instrument.
TERMINOLOGIE
SMF (Standard MIDI File):
Dit bestandstype is een populaire
sequence-indeling (voor het
opnemen van speeldata). Deze file
wordt ook wel een 'MIDI-file'
genoemd. De file-extensie is MID.
U kunt songs met de SMF-indeling
afspelen met muzieksoftware of een
sequencer die SMF ondersteunt.
Dit instrument ondersteunt SMF.
Vereisten voor songdata die vanaf een computer naar dit instrument
kunnen worden geladen
• Songs
: Opgenomen songs (geladen van instrument), SMF Format 0-songs
• Maximale datagrootte : 748 kB
• Data-indeling
: SMF-indeling 0
: Back-updata (geladen van instrument)
Filenaam
09P-M.BUP
U kunt de geladen songs afspelen (pagina 36).
LET OP
Zet het instrument niet uit of neem de stekker van het instrument niet uit het stopcontact tijdens
het verzenden van data. Als u dit wel doet, worden de data die worden verzonden, niet
opgeslagen. Bovendien kan de werking van het flashgeheugen instabiel worden, waardoor de
inhoud van het geheugen kan verdwijnen als de stroom van het instrument wordt in- of
uitgeschakeld.
OPMERKING
Sluit het venster van Musicsoft
Downloader en sluit de toepassing
af voordat u dit instrument gebruikt.
Songdata van het instrument naar een computer
verzenden
Met Musicsoft Downloader kunt u de opgenomen song van dit instrument
overbrengen naar een computer. Raadpleeg 'Transferring Data Between the Computer
and Instrument (for unprotected data)' in de Help-file van Musicsoft Downloader voor
meer informatie over het overbrengen van songdata van dit instrument naar een
computer.
Data die u van dit instrument naar een computer kunt overbrengen
• Uw eigen opgenomen songs
• Back-updata: paneelinstellingen
• Songdata (als deze vanaf de computer zijn geladen)
P-155 Gebruikershandleiding
51
Gegevensback-up met een computer
Gegevensback-up met een computer
Voor een maximale gegevensbeveiliging adviseert Yamaha belangrijke gegevens op te slaan op de
computer met de software Musicsoft Downloader (MSD). Hierdoor beschikt u over een handige
back-up als het interne geheugen beschadigd raakt.
Gegevens die kunnen worden opgeslagen
● Paneelinstellingen en opgenomen songs
Het is mogelijk een back-up van de paneelinstellingen te maken via de back-upfuncties
(pagina 46). U kunt de paneelinstellingen en opgenomen songs opslaan als één file.
● Externe songs die via de computer zijn ontvangen
1. Installeer het USB MIDI-stuurprogramma en het
programma MSD op uw computer (Windows) en
breng vervolgens een verbinding tot stand tussen
de computer en het instrument.
Zie pagina 50 voor aansluitdetails.
OPMERKING
U kunt het stuurprogramma voor de
USB MIDI-interface en Musicsoft
Downloader (MSD) downloaden. Ga
naar de volgende webpagina voor
de meest recente versie.
http://music.yamaha.com/download/
2. Sla de gegevens op de computer op.
Sla met het programma MSD de file '09P-M.BUP' op 'System Drive' onder
'Electronic Musical Instruments' op in de computer.
De file '09P-M.BUP' bevat de paneelinstellingen en opgenomen songs.
Bovendien slaat u, wanneer u de externe songs in het instrument opslaat vanaf
de computer, de songs vanuit 'Flash Memory' onder 'Electronic Musical
Instruments' op in de computer met het programma MSD.
Raadpleeg de Help van MSD voor instructies bij het gebruik van dit
programma.
OPMERKING
Als het programma MSD wordt
gestart op een computer die is
aangesloten op het instrument,
wordt 'con (computeraansluiting)'
weergegeven op de display. Als
deze aanduiding verschijnt, kunt u
het instrument niet bedienen.
OPMERKING
U kunt de instellingen herstellen en de songs laden in het instrument
door de file '09P-M.BUP' en de externe songs op te slaan in de mappen waarin u
de files had opgeslagen.
Musicsoft Downloader kan niet
worden gebruikt als het instrument
een van de volgende statussen
heeft:
• Als een demosong wordt
afgespeeld.
• Tijdens het afspelen van songs.
• Als de opnamemodus actief is.
• Tijdens filehandelingen
OPMERKING
De paneelinstellingen en
opgenomen songs (file 09P-M.BUP)
blijven beschikbaar in het
instrument nadat deze op de
computer zijn opgeslagen.
52
P-155 Gebruikershandleiding
Voorzorgsmaatregelen bij het gebruik van de USB [TO DEVICE]-aansluiting
Voorzorgsmaatregelen bij het gebruik van de
USB [TO DEVICE]-aansluiting
Dit instrument heeft een ingebouwde USB [TO DEVICE]-aansluiting. Ga voorzichtig om met het
USB-apparaat als u dit op de aansluiting aansluit. Volg de onderstaande belangrijke
voorzorgsmaatregelen.
OPMERKING
Zie de gebruikershandleiding bij het USB-apparaat voor meer informatie over het omgaan met USB-apparaten.
Compatibele USB-apparaten
USB-apparaat aansluiten
• USB-opslagapparaten (flashgeheugen, diskdrive, harde
schijf, enz.)
• Zorg als u een USB-apparaat aansluit op de USB [TO
DEVICE]-aansluiting, dat u de juiste aansluiting op het
apparaat gebruikt en in de juiste richting aansluit.
Het instrument ondersteunt niet noodzakelijkerwijs alle
in de handel verkrijgbare USB-apparaten. Yamaha kan de
werking niet garanderen van USB-apparaten die u
aanschaft. Ga voordat u een USB-apparaat aanschaft voor
gebruik met dit instrument naar de volgende webpagina:
http://music.yamaha.com/download/
OPMERKING
• Hoewel het instrument de USB 1.1-standaard
ondersteunt, kunt u ook een USB 2.0-opslagapparaat
aansluiten en gebruiken met het instrument. De
overdrachtssnelheid is in dit geval echter wel die van
USB 1.1.
Andere USB-apparaten zoals een computertoetsenbord
of muis kunnen niet worden gebruikt.
USB-opslagapparaten gebruiken
Als u het instrument aansluit op een USB-opslagapparaat, kunt u het aangesloten apparaat
gebruiken voor zowel het opslaan van de door u gemaakte data als het lezen van opgeslagen data.
OPMERKING
Hoewel cd-r/rw-stations kunnen worden gebruikt om gegevens naar het instrument in te lezen, kunnen ze niet voor het opslaan van
gegevens worden gebruikt.
Aantal USB-opslagapparaten dat kan
worden gebruikt
Er kan slechts één USB-opslagapparaat worden
aangesloten op de aansluiting USB [TO DEVICE].
USB-opslagmedia formatteren
Als een USB-opslagapparaat is aangesloten of er als er een
medium is geplaatst, kan er een bericht verschijnen
waarin u wordt gevraagd het apparaat/medium te
formatteren. Als dat gebeurt, voert u de Formathandeling uit (pagina 35).
Uw data beveiligen (schrijfbeveiliging)
Gebruik de schrijfbeveiliging van het opslagapparaat of medium om te voorkomen dat belangrijke data
onopzettelijk worden gewist. Als u data op het USBopslagapparaat wilt opslaan, zorgt u ervoor dat u de
schrijfbeveiliging uitschakelt.
USB-opslagapparaat aansluiten/
verwijderen
Controleer voordat u het medium van het apparaat
verwijdert of het instrument geen gegevens gebruikt
(zoals bij het opslaan en verwijderen van data).
LET OP
Met de formatteerhandeling worden alle reeds bestaande data
overschreven. Zorg dat het medium dat u formatteert geen
belangrijke data bevat.
LET OP
Vermijd het snel achter elkaar aan-/uitzetten van het USBopslagapparaat, of het te vaak aansluiten/loskoppelen van het
apparaat. Als u dit doet, loopt u het risico dat het instrument
vastloopt. Haal de USB-aansluiting NIET los, verwijder de media
NIET uit het apparaat en schakel de apparaten NIET uit terwijl het
instrument data gebruikt (bijvoorbeeld tijdens opslaan,
verwijderen, laden en formatteren) of terwijl het USBopslagapparaat wordt gekoppeld (meteen na het aansluiten).
Als u dit toch doet, kunnen de data op een of beide apparaten
beschadigd raken.
P-155 Gebruikershandleiding
53
Omgaan met de diskettedrive (FDD) en diskettes (optioneel)
Omgaan met de diskettedrive (FDD) en
diskettes (optioneel)
Er kan een optionele diskdrive in dit instrument
worden geïnstalleerd.
Met de diskdrive kunt u oorspronkelijke data die u op het
instrument hebt gemaakt, opslaan naar diskette en data
laden van diskette naar het instrument.
Behandel de diskettes en de diskdrive met zorg. Volg de
onderstaande belangrijke voorzorgsmaatregelen.
Zorg ervoor dat u de diskette uit de diskdrive haalt voordat
u het instrument uitschakelt. Een diskette die gedurende
langere perioden in de diskdrive wordt gelaten, kan
makkelijk stof en vuil oppikken, die datalees- en -schrijffouten kunnen veroorzaken.
Diskettecompatibiliteit
Reinig de lees-/schrijfkop regelmatig. Dit instrument bevat
een precisie magnetische lees-/schrijfkop die na langdurig
gebruik een laag magnetische deeltjes vast kan houden, die
tenslotte lees en schrijffouten kunnen veroorzaken.
Om de diskdrive in een optimaal werkende conditie te
houden, beveelt Yamaha het gebruik van een in de winkel
verkrijgbare koppenreinigingsdiskette (droge methode)
aan om ongeveer één keer per maand de kop te reinigen.
Vraag uw Yamaha-leverancier naar de beschikbaarheid van
de juiste koppenreinigingsdiskettes.
Er kunnen 2DD- en 2HD-diskettes van 3,5 inch worden
gebruikt.
Een diskette formatteren
Als u problemen ondervindt met het gebruik van nieuwe,
lege diskettes of oude diskettes die met andere apparaten
zijn gebruikt, kan het zijn dat u ze moet formatteren. Zie
voor details over het formatteren van een diskette blz.
pagina 35. Houd er rekening mee dat alle data op de diskette
verloren gaan door het formatteren. Zorg ervoor dat u van
tevoren controleert of de diskette geen belangrijke data
beva.
OPMERKING
Het kan zijn dat diskettes die op dit instrument geformatteerd zijn, in hun huidige toestand wel of niet bruikbaar zijn op andere apparaten.
Diskettes plaatsen/uitnemen
Een diskette in de diskdrive plaatsen:
Houd de diskette zo dat het label van de diskette omhoog
gericht is en het sluitermechanisme naar voren, in de
richting van de diskettegleuf. Plaats de diskette zorgvuldig
in de opening, langzaam verder duwend tot het einde, waar
deze op zijn plaats klikt en waardoor de uitwerpknop naar
buiten komt.
OPMERKING
Plaats nooit iets anders dan diskettes in de diskdrive.
Andere voorwerpen kunnen beschadiging van de diskdrive of diskettes veroorzaken.
Een diskette uitwerpen
Nadat u hebt gecontroleerd of het instrument geen toegang
zoekt* tot de diskette (het lampje op de diskettedrive is dan
uit), drukt u de uitwerpknop in de rechterbovenhoek van
de disksleuf helemaal in. Als de diskette uitgeworpen is,
trekt u deze helemaal uit de diskdrive. Als de diskette niet
kan worden uitgeworpen omdat deze blijft steken, probeert
u deze niet te forceren, maar probeert u in plaats daarvan de
uitwerpknop nogmaals in te drukken. U kunt ook proberen
de diskette weer terug te plaatsen en opnieuw uit te werpen.
* Toegang zoeken tot de diskette geeft een actieve handeling
aan, zoals het opnemen, afspelen of wissen van data. Als een
diskette wordt geplaatst terwijl het instrument aan staat,
wordt er automatisch toegang tot de diskette gezocht, aangezien het instrument controleert of de diskette data bevat.
De lees-/schrijfkop reinigen
Over diskettes
Ga zorgvuldig met diskettes om en volg
deze voorzorgsmaatregelen:
• Plaats geen zware voorwerpen op de diskette, buig de
diskette niet en oefen er op geen enkele manier druk op
uit. Bewaar de diskettes altijd in hun beschermende
doosjes als ze niet worden gebruikt.
• Stel de diskette niet bloot aan direct zonlicht, extreme
hoge of lage temperaturen, buitensporige vochtigheid,
stof of vloeistoffen.
• Open het sluitermechanisme niet en raak het oppervlak
van de daadwerkelijke disk in de diskette niet aan.
• Stel de diskette niet bloot aan magnetische velden, zoals
die door televisies, luidsprekers, motors, etc., worden
geproduceerd, aangezien magnetische velden de data van
de diskette gedeeltelijk of geheel kunnen wissen,
waardoor deze onleesbaar wordt.
• Gebruik nooit een diskette met een verbogen
sluitermechanisme of behuizing.
• Plak niets anders dan de bijgeleverde labels op de
diskette. Let er ook op dat de labels op de juiste plaats
worden geplakt.
Om uw data te beveiligen
(schrijfbeschermingsnokje):
Schuif het schrijfbeveiligingsnokje van de diskette in de
'protect'-stand (vakje open) om te voorkomen dat er per
ongeluk belangrijke data worden gewist. Zorg er bij het
opslaan van data voor dat het schrijfbeveiligingsnokje van
de diskette is ingesteld op de 'overwrite'-stand (vakje
dicht).
LET OP
Werp de diskette niet uit of zet het instrument zelf niet uit terwijl
er toegang tot de diskette wordt gezocht. Dit kan niet alleen
resulteren in het verloren gaan van data op de diskette, maar ook
in beschadiging van de diskdrive.
54
P-155 Gebruikershandleiding
Write protect
schuifje ON (geblokkeerd of beveiligd
tegen schrijven)
Write protect schuifje
OFF (niet geblokkeerd of schrijven
mogelijk)
Berichtenlijst
Berichtenlijst
Bericht
Beschrijving
Wordt weergegeven nadat de fabrieksinstellingen zijn hersteld.
CLr
LET OP
Schakel het instrument niet uit als 'CLr' wordt weergegeven op de display. Dit kan leiden tot het verlies van
alle songdata in het instrument, inclusief externe songs (pagina 36).
con
Wordt weergegeven als Musicsoft Downloader wordt gestart op een computer die is aangesloten op het
instrument.
Als dit bericht verschijnt, kunt u het instrument niet bedienen.
E01
Geeft aan dat het niet is gelukt toegang te krijgen tot het USB-opslagapparaat omdat het apparaat of het
medium beschadigd is.
E02
Wordt weergegeven als de songdata beschadigd zijn of niet worden herkend.
E04
Geeft aan dat de hoeveelheid songdata te groot is om te worden geladen.
End
Wordt weergegeven als de huidige actie is voltooid.
Err
Wordt weergegeven als de MIDI/USB-kabel is losgekoppeld terwijl Musicsoft Downloader werd gestart op een
computer die is aangesloten op het instrument.
Geeft aan dat het interne geheugen is opgeschoond. Opgenomen songs en externe songs die vanaf een
computer zijn geladen, worden verwijderd omdat de stroom is uitgeschakeld voordat de opslag- of
laadhandeling voor de song was voltooid.
FCL
LET OP
Schakel het instrument niet uit als 'FCL' wordt weergegeven op de display. Dit kan leiden tot beschadiging
van het instrument.
For
Geeft aan dat het instrument de formatteermodus heeft gestart voor het USB-opslagapparaat.
Wordt weergegeven als het interne geheugen vol raakt tijdens het opnemen van songs.
FUL
Wordt weergegeven als het USB-opslagapparaat vol raakt en de song niet kan worden opgeslagen.
Wordt weergegeven als het totale aantal bestanden te groot wordt.
Lod
Wordt weergegeven als een beveiligde song wordt geladen.
n Y
Wordt gebruikt om te bevestigen of een actie al dan niet moet worden uitgevoerd.
n~Y
Wordt gebruikt om opnieuw te bevestigen of de overschrijf-, verwijder- of formatteerhandeling al dan niet moet
worden uitgevoerd.
Pro
Geeft aan dat het USB-opslagapparaat of -medium beveiligd is.
P-155 Gebruikershandleiding
55
Problemen oplossen
Problemen oplossen
Probleem
Mogelijke oorzaak en oplossing
Het instrument gaat niet aan.
Het instrument is niet goed aangesloten. Steek de ene stekker van het netsnoer
stevig in de aansluiting van het instrument en de andere in het stopcontact
(pagina 10).
Er is een klik of plop te horen als het instrument
wordt aan- of uitgezet.
Dit is normaal als er een elektrische stroom aan het instrument wordt geleverd.
Er is ruis te horen via de luidsprekers of
hoofdtelefoon.
De bijgeluiden kunnen het gevolg zijn van interferentie die wordt veroorzaakt door
het gebruik van een mobiele telefoon in de onmiddellijke nabijheid van het
instrument. Zet de mobiele telefoon uit, of gebruik deze verder bij het instrument
vandaan.
Het algehele volume is laag of er is geen geluid
te horen.
• Het hoofdvolume is te laag ingesteld. Stel het in op een geschikt niveau met de
draaiknop [MASTER VOLUME].
• Zorg ervoor dat er geen hoofdtelefoon is aangesloten op de
hoofdtelefoonaansluiting (pagina 11).
• Zorg ervoor dat de lokale besturing (pagina 44) op 'ON' staat.
Het sustainpedaal werkt niet.
De pedaalkabel/-stekker is misschien niet goed aangesloten. Zorg ervoor dat de
pedaalstekker stevig en correct is aangesloten (pagina 48).
Het pedaal lijkt verkeerd om te werken. Als het
pedaal bijvoorbeeld wordt ingedrukt, wordt het
geluid afgekapt, en bij loslaten wordt sustain
aan de geluiden gegeven.
Het pedaaltype is omgedraaid.
Als dit optreedt, gebruikt u F5.6 of F5.7 om het pedaaltype te corrigeren
(pagina 39, 43).
Het USB-opslagapparaat wordt niet door het
instrument herkend.
Het kan zijn dat het USB-opslagapparaat niet door het instrument wordt herkend
omdat het apparaat niet op het juiste moment is aangesloten.
Als de indicator [USB] al oplicht door een druk op de knop [SONG SELECT],
selecteert u de indicator [USB] opnieuw nadat deze is gedoofd door een druk op
de knop [SONG SELECT].
Als het apparaat nog steeds niet wordt herkend, kan het zijn dat het niet door
Yamaha wordt ondersteund. Gebruik uitsluitend apparaten die door Yamaha
worden ondersteund (pagina 53).
Het USB-opslagapparaat reageert niet meer (is
gestopt).
Het USB-opslagapparaat is niet compatibel met het instrument.
Gebruik uitsluitend apparaten waarvan de compatibiliteit door Yamaha is
bevestigd (pagina 53).
Het USB-opslagapparaat functioneert niet goed.
Koppel het apparaat los en sluit het opnieuw op het instrument aan.
56
De drie LED's 'SAVE TO USB', 'LOAD TO
USER' en 'DEL./FORMAT' bij de knop [FILE]
knipperen tegelijkertijd als er een
opslagapparaat wordt aangesloten.
Koppel het USB-opslagapparaat los en schakel het instrument uit. Het USBopslagapparaat is niet compatibel met het instrument.
Gebruik uitsluitend apparaten waarvan de compatibiliteit door Yamaha is
bevestigd (pagina 53).
De drie LED's 'SAVE TO USB', 'LOAD TO
USER' en 'DEL./FORMAT' bij de knop [FILE]
knipperen tegelijkertijd gedurende vijf seconden
als het USB-opslagapparaat wordt gebruikt.
Koppel het USB-opslagapparaat los en sluit het opnieuw aan.
P-155 Gebruikershandleiding
Presetvoicelijst
Presetvoicelijst
Ø: Ja / —: Nee
Voicenummer
Voicenaam
Stereo
Sampling
Aanslaggevoeligheid
Respons
DynamiToetssche
lossampling sampling
*1
*2
Beschrijving van de voice
1
GRAND PIANO 1
Ø
Ø
Ø
Ø
Opgenomen samples van een volwaardige concertvleugel.
Bevat ook vier niveaus van dynamische sampling,
sustainsamples en toets-uit-samples voor een uitzonderlijk
realistisch akoestische-vleugelgeluid. Perfect voor
klassieke composities en elke willekeurige andere stijl
waarvoor een akoestische piano nodig is.
2
GRAND PIANO 2
Ø
Ø
—
—
Ruimtelijke en pure piano met een heldere nagalm.
Geschikt voor populaire muziek.
3
ELECTRIC PIANO 1
—
Ø
Ø
—
Een elektronisch pianogeluid gecreëerd via FM-synthese.
Uitzonderlijk muzikale reactie met variërende klankkleur,
afhankelijk van de toetsenbordaanslag. Goed voor
gangbare populaire muziek.
4
ELECTRIC PIANO 2
—
Ø
Ø
Ø
Het geluid van een elektrische piano die gebruik maakt
van hamers die op metalen staafjes slaan. Een zachte
klank als er licht wordt gespeeld en een agressieve klank
als er hard wordt gespeeld.
5
JAZZ ORGAN
—
—
—
—
Het geluid van een elektrisch orgel van het type toonwiel.
Vaak te horen in jazz- en rockthema's.
6
CHURCH ORGAN 1
Ø
—
—
—
Dit is een typisch pijporgelgeluid (8' + 4' + 2').
Geschikt voor kerkmuziek uit de barokperiode.
Stereo
sampling
Aanslaggevoeligheid
Respons
STRINGS/OTHERS
VoiceDisplay
nummer
Voicenaam
DynamiToetssche
lossampling sampling
*1
*2
Beschrijving van de voice
7
o 1
STRINGS 1
Ø
Ø
—
—
Stereo gesampled, grootschalig strijkersensemble met
realistische nagalm. Combineer deze voice bijvoorbeeld
met een piano in Dual.
8
o 2
STRINGS 2
Ø
Ø
—
—
Ruimtelijk strijkersensemble met langzame aanslag.
Probeer deze voice te combineren met een piano of
elektrische piano in de duale modus.
9
o 3
CHURCH
ORGAN 2
Ø
—
—
—
Dit is het volle registergeluid van het orgel, vaak
geassocieerd met de 'Toccata en Fuga' van Bach.
Ø
Het aangewezen instrument voor barokmuziek. Aangezien
een klavecimbel met getokkelde snaren werkt, is deze niet
aanslaggevoelig.
Er is echter een karakteristiek bijkomend geluid als de
toetsen worden losgelaten.
10
o 4
HARPSICHORD
Ø
—
—
11
o 5
E.CLAVICHORD
—
Ø
—
Ø
Een op een hameraanslag gebaseerd toetsinstrument dat
voorziet in een elektrische pickup die vaak te horen is in
funk- en soulmuziek. Zijn klank is bekend door het
specifieke geluid dat wordt geproduceerd als de toetsen
worden losgelaten.
12
o 6
VIBRAPHONE
Ø
Ø
Ø
—
Vibrafoon bespeeld met relatief zachte mallets. De klank
wordt metaliger naarmate u harder speelt.
13
o 7
CHOIR
—
Ø
—
—
Een grote, ruimtelijke voice van een koor. Perfect voor het
scheppen van rijke harmonieën in langzame stukken.
14
o 8
GUITAR
Ø
Ø
Ø
—
Warme en natuurlijk klinkende nylon gitaar. Geniet van de
rustige sfeer van nylon snaren.
15
o 9
WOOD BASS
—
Ø
Ø
—
Een staande bas gespeeld met de vingers, zonder
strijkstok. Ideaal voor jazz- en latin-muziek.
16
o10
BASS &
CYMBAL
—
Ø
—
—
Voegt een zacht cimbaalgeluid toe aan het basgeluid.
Ideaal voor lopende baslijnen in jazzmelodieën.
17
o11
E.BASS
—
Ø
—
—
Elektrische bas voor een uitgebreide reeks aan
muziekstijlen, jazz, rock, populair en meer.
*1. Dynamische sampling geeft meerdere aanslaggeschakelde samples om zo nauwkeurig de klankkleurreactie van een
akoestisch instrument na te bootsen.
*2. Bevat een zeer subtiele sample die wordt geproduceerd als de toetsen worden losgelaten.
P-155 Gebruikershandleiding
57
Index
Index
Nummers
50 presetpianosongs ........................................................13
[EFFECT], knop.............................................................. 21
Effecten ............................................................................ 21
End (display) ................................................................... 55
A
Aanpassen
Tempo (50 pianopresetsongs) ..................................13
Tempo (opgenomen songs)......................................37
Volume (metronoom) ..............................................44
Err (display) .................................................................... 55
Exporteren....................................................................... 31
F
FCL (display)................................................................... 55
[AUX PEDAL], aansluiting.............................................48
Fijnregeling van de toonhoogte...................................... 40
Aansluitingen...................................................................47
Computer...................................................................50
MIDI-interface ..........................................................50
[FILE], knop.................................................................... 32
A-B Repeat.......................................................................15
Afspelen/Afspelen pauzeren
Demosongs ................................................................12
Opgenomen songs.....................................................36
ALL (display) ...................................................................13
AUX OUT [L/L+R] [R], aansluitingen..........................47
AUX-pedaal ...............................................................11, 43
For (display) .................................................................... 55
Formatteren..................................................................... 35
FUL (display) .................................................................. 55
Functies............................................................................ 38
FUNCTION ..............................................................40–46
Basisprocedure .......................................................... 39
G
Gedetailleerde instellingen (FUNCTION) .................... 38
B
Back-up (gegevens) .........................................................52
H
Back-upfuncties...............................................................46
Herhaling................................................................... 13, 15
Berichtenlijst....................................................................55
Hz (hertz) ........................................................................ 40
[BRILLIANCE], knop .....................................................20
C
CLr (display)....................................................................55
con (display) ....................................................................55
I
Indeling van MIDI-data.................................................. 62
L
[LEFT], knop............................................................. 14, 28
D
Linkerpartij................................................................ 14, 28
Damper Resonance .........................................................21
Display .............................................................................10
List
Berichtenlijst.............................................................. 55
Fabrieksinstellingen .................................................. 61
Functies...................................................................... 38
Presetsong.................................................................. 60
Vooraf ingestelde voice............................................. 57
[MASTER VOLUME], Draaischijf.................................10
Load ........................................................................... 31, 33
Dual............................................................................17, 41
LOAD TO USER ............................................................. 33
DEL./FORMAT ...............................................................34
[DEMO], knop ................................................................12
Diskette ............................................................................54
Lod (display) ................................................................... 55
E
E01 (display)....................................................................55
M
E02 (display)....................................................................55
[METRONOME], knop ................................................. 24
E04 (display)....................................................................55
Metronoomvolume......................................................... 44
Een pc aansluiten.............................................................50
MIDI ................................................................................ 48
MIDI [IN] [OUT]........................................................... 48
58
P-155 Gebruikershandleiding
Index
MIDI-functies..................................................................44
SPLIT ......................................................................... 18, 42
MIDI-implementatieoverzicht .......................................66
Standaardinstelling ................................................... 18, 38
Muziekstandaard.............................................................11
[STANDBY/ON]-schakelaar .......................................... 10
N
Stemmen ➝Fijnregeling van de toonhoogte................. 40
Stemming ........................................................................ 40
n y (display) .....................................................................55
[STOP], knop ............................................................ 13, 37
n–Y (display) ...................................................................55
[STRINGS/OTHERS], knop .......................................... 16
[SUSTAIN PEDAL], aansluiting .................................... 11
O
Opnemen .........................................................................25
Aanvangsinstellingen.................................................30
Sustainpedaal....................................................... 42, 43, 48
Sync.................................................................................. 14
Sync Start......................................................................... 14
Opnieuw opnemen..........................................................27
Opslaan ......................................................................31, 32
T
Overige functies...............................................................43
TEMPO...................................................................... 13, 37
Overzicht met fabrieksinstellingen.................................61
TEMPO (METRONOOM) ............................................ 24
P
[TEMPO/FUNCTION], knop ................................. 24, 39
Toonhoogte ➝ Fijnregeling van de toonhoogte ........... 40
Partij voor één hand oefenen met 50 presetsongs .........14
Touch Sensitivity............................................................. 22
Partij wel/niet afspelen....................................................37
[TOUCH], knop ............................................................. 22
Partijen annuleren...........................................................14
[TRANSPOSE], knop ..................................................... 23
Pedaaltype........................................................................43
Pedalen.............................................................................11
U
[PHONES], aansluiting ..................................................11
USB [TO DEVICE]-aansluiting ............................... 47, 53
Pianosongs ➝ 50 presetpianosongs ...............................13
USB-opslagapparaat........................................................ 35
[PLAY/PAUSE], knop...............................................13, 37
'USB'-song ....................................................................... 36
presetsong ........................................................................13
'USER'-song..................................................................... 36
Presetsonglijst ..................................................................60
Presetvoicelijst .................................................................57
V
Pro (display) ....................................................................55
Verwijderen ..................................................................... 34
Problemen oplossen ........................................................56
VOICE ............................................................................. 16
R
Rechterpartij ..............................................................14, 28
Voicegroepknoppen........................................................ 16
Voices combineren (duale modus)................................ 17
Vooraf ingesteld .............................................................. 13
[REC]-knop .....................................................................25
[REVERB], knop .............................................................20
[RIGHT], knop..........................................................14, 28
rnd (display) ....................................................................13
S
SAVE TO USB .................................................................32
SMF (Standard MIDI File) .................................31, 36, 51
Softpedaal ........................................................................43
Song..................................................................................13
[SONG SELECT], knop ............................................13, 37
Songs afspelen..................................................................36
Sostenutopedaal ..............................................................43
Specificaties......................................................................68
P-155 Gebruikershandleiding
59
Appendix
Preset-songoverzicht
Preset-songoverzicht
No.
1
60
Title
Composer
Invention No. 1
J.S.Bach
2
Invention No. 8
J.S.Bach
3
Gavotte
J.S.Bach
4
Prelude (Wohltemperierte Klavier I No.1)
J.S.Bach
5
Menuett G dur BWV.Anh.114
J.S.Bach
6
Le Coucou
L-C.Daquin
7
Piano Sonate No.15 K.545 1st mov.
W.A.Mozart
8
Turkish March
W.A.Mozart
9
Menuett G dur
W.A.Mozart
10
Little Serenade
J.Haydn
11
Perpetuum mobile
C.M.v.Weber
12
Ecossaise
L.v.Beethoven
13
Für Elise
L.v.Beethoven
14
Marcia alla Turca
L.v.Beethoven
15
Piano Sonate op.13 "Pathétique" 2nd mov.
L.v.Beethoven
16
Piano Sonate op.27-2 "Mondschein" 1st mov.
L.v.Beethoven
17
Piano Sonate op.49-2 1st mov.
L.v.Beethoven
18
Impromptu op.90-2
F.P.Schubert
19
Moments Musicaux op.94-3
F.P.Schubert
20
Frühlingslied op.62-2
J.L.F.Mendelssohn
21
Jägerlied op.19b-3
J.L.F.Mendelssohn
22
Fantaisie-Impromptu
F.F.Chopin
23
Prelude op.28-15 "Raindrop"
F.F.Chopin
24
Etude op.10-5 "Black keys"
F.F.Chopin
25
Etude op.10-3 "Chanson de l’adieu"
F.F.Chopin
26
Etude op.10-12 "Revolutionary"
F.F.Chopin
27
Valse op.64-1 "Petit chien"
F.F.Chopin
28
Valse op.64-2
F.F.Chopin
29
Valse op.69-1 "L’adieu"
F.F.Chopin
30
Nocturne op.9-2
F.F.Chopin
31
Träumerei
R.Schumann
32
Fröhlicher Landmann
R.Schumann
33
La prière d’une Vierge
T.Badarzewska
34
Dolly’s Dreaming and Awakening
T.Oesten
35
Arabesque
J.F.Burgmüller
36
Pastorale
J.F.Burgmüller
37
La chevaleresque
J.F.Burgmüller
38
Liebesträume Nr.3
F.Liszt
39
Blumenlied
G.Lange
40
Barcarolle
P.I.Tchaikovsky
41
Melody in F
A.Rubinstein
42
Humoresque
A.Dvorák
ˇ
43
Tango (España)
I.Albéniz
44
The Entertainer
S.Joplin
45
Maple Leaf Rag
S.Joplin
46
La Fille aux Cheveux de Lin
C.A.Debussy
47
Arabesque 1
C.A.Debussy
48
Clair de lune
C.A.Debussy
49
Rêverie
C.A.Debussy
50
Cakewalk
C.A.Debussy
P-155 Gebruikershandleiding
Overzicht van fabrieksinstellingen
Overzicht van fabrieksinstellingen
Default
Voice
GRAND PIANO 1
Dual
OFF
Split
OFF
Backup Group
F8.1
Split Left Voice
Brilliance
WOOD BASS
NORMAL
Reverb Type
Preset for each voice
Reverb Depth
Preset for each voice
Effect Type
Preset for each voice
Effect Depth
Preset for each voice
F8.4
F8.1
Touch Sensitivity
Volume in the FIXED
Metronome
Metronome Time Signature
Tempo
Transpose
MEDIUM
64
OFF
—
0 (no accent)
F8.1
120
—
0
F8.3
P-155 Gebruikershandleiding
61
Indeling van MIDI-gegevens
Indeling van MIDI-gegevens
Als u al vertrouwd bent met MIDI of een computer gebruikt om uw muziekhardware te beheren met computergegenereerde MIDIberichten, kunnen de gegevens die in dit gedeelte worden opgegeven, u helpen bij het beheer van het instrument.
1. NOTE ON/OFF
3. MODE MESSAGES
Data format: [9nH] -> [kk] -> [vv]
Data format: [BnH] -> [cc] -> [vv]
9nH = Note ON/OFF event (n = channel number)
kk =
Note number (Transmit: 09H–78H = A-2–C8 /
Receive: 00H–7FH = C-2–G8)
vv =
Velocity (Key ON = 01H–7FH, Key OFF = 00H)
Data format: [8nH] -> [kk] -> [vv] (reception only)
8nH = Note OFF event (n = channel number)
kk =
Note number: 00H–7FH = C-2–G8)
vv =
Velocity
2. CONTROL CHANGE
Data format: [BnH] -> [cc] -> [vv]
BnH = Control change (n = channel number)
cc =
Control number
vv =
Data Range
(1) Bank Select
ccH
Parameter
Data Range (vvH)
00H
Bank Select MSB
00H:Normal
20H
Bank Select LSB
00H...7FH
Bank selection processing does not occur until receipt of
next Program Change message.
(2) Modulation
01H
Modulation
00H...7FH
(3) Main Volume
ccH
Parameter
07H
Volume MSB
Data Range (vvH)
00H...7FH
(4) Expression
ccH
Parameter
0BH Expression MSB
Data Range (vvH)
00H...7FH
(5) Sustain
ccH
Parameter
40H
Sustain MSB
Data Range (vvH)
00H...7FH
(6) Sostenuto
ccH
Parameter
42H
Sostenuto
Data Range (vvH)
00H-3FH:off, 40H-7FH:on
(7) Soft Pedal
ccH
Parameter
43H
Soft Pedal
Data Range (vvH)
00H-3FH:off, 40H-7FH:on
(8) Effect1 Depth (Reverb Send Level)
ccH
Parameter
Data Range (vvH)
5BH Effect1 Depth
00H...7FH
Adjusts the reverb send level.
(9) Effect3 Depth (Chorus Send Level)
ccH
Parameter
Data Range (vvH)
5DH Effect4 Depth
00H...7FH
(10) RPN
65H
RPN
MSB
64H
RPN
LSB
06H
Data Entry
MSB
26H
Data Entry
LSB
60H
Data
Increment
61H
Data
Decrement
* Parameters that are controllable with RPN
• Coarse Tune
• Fine Tune
• Pitch Bend Range
62
P-155 Gebruikershandleiding
BnH = Control event (n = channel number)
cc =
Control number
vv =
Data Range
(1) All Sound Off
ccH
Parameter
78H
All Sound Off
(2) Reset All Controllers
ccH
Parameter
79H
Reset All Controllers
Resets controllers as follows.
Controller
Expression
Sustain Pedal
Sostenuto
Soft Pedal
Data Range (vvH)
00H
Data Range (vvH)
00H
Value
127 (max)
0 (off)
0 (off)
0 (off)
(3) Local Control (reception only)
ccH
Parameter
Data Range (vvH)
7AH Local Control
00H (off), 7FH (on)
(4) All Notes Off
ccH
Parameter
Data Range (vvH)
7BH All Notes Off
00H
Switches OFF all the notes that are currently ON on the specified channel. Any notes being held by the sustain or sostenuto pedal will continue to sound until the pedal is released.
(5) Omni Off (reception only)
ccH
Parameter
Data Range (vvH)
7CH Omni Off
00H
Same processing as for All Notes Off.
(6) Omni On (reception only)
ccH
Parameter
Data Range (vvH)
7DH Omni On
00H
Same processing as for All Notes Off.
(7) Mono (reception only)
ccH
Parameter
Data Range (vvH)
7EH Mono
00H
Same processing as for All Sound Off.
(8) Poly (reception only)
ccH
Parameter
Data Range (vvH)
7FH
Poly
00H
Same processing as for All Sound Off.
• When Control Change is turned OFF, Control Change messages will not be transmitted or received.
• Local on/off, OMNI on/off are not transmitted. (The appropriate
note off number is supplied with "All Note Off" transmission).
• When a voice bank MSB/LSB is received, the number is
stored in the internal buffer regardless of the received order,
then the stored value is used to select the appropriate voice
when a program change message is received.
• Poly mode is always active. This mode will not change when
the instrument receives MONO/POLY mode message.
Indeling van MIDI-gegevens
4. PROGRAM CHANGE
7. SYSTEM EXCLUSIVE MESSAGES
(Yamaha MIDI Format)
Data format: [CnH] -> [ppH]
CnH = Program event (n = channel number)
ppH = Program change number
P.C.#=Program Change number
VoiceName
GRAND PIANO 1
GRAND PIANO 2
ELECTRIC PIANO 1
ELECTRIC PIANO 2
JAZZ ORGAN
CHURCH ORGAN 1
MSB
0
0
0
0
0
0
LSB
122
112
122
122
122
123
P.C.#
1
1
6
5
17
20
STRINGS 1
STRINGS 2
CHURCH ORGAN 2
HARPSICHORD
E.CLAVICHORD
VIBRAPHONE
CHOIR
GUITAR
WOOD BASS
0
0
0
0
0
0
0
0
0
122
125
122
122
122
122
122
122
122
49
50
20
7
8
12
53
25
33
BASS & CYMBAL
E.BASS
0
0
124
122
33
34
• Some devices use a "0 to 127" numbering system for program
change messages. Since the instrument uses a "1 to 128"
numbering system, you will need to subtract 1 from the transmitted program change numbers to select the appropriate
sound: e.g. to select P.C.#1 in the list above, transmit program
change number 0.
5. PITCH BEND CHANGE
[EnH] -> [ccH] -> [ddH]
ccH = LSB
ddH = MSB
[rrH]
F8H: Timing clock
FAH: Start
FCH: Stop
FEH: Active sensing
Data
Transmission
Transmitted every
96 clocks
FAH
Song start
FCH
Song stop
FEH
Transmitted every
200 milliseconds
Data format: [F0H] -> [43H] -> [0nH] -> [7CH] -> ... -> [F7H]
F0H, 43H, 0nH, 7CH (n: channel number)
00H, LLH (data length)
43H, 4CH, 20H, 20H (CL)
43H, 4CH, 50H, 27H, 30H, 38H
3xH, 3yH (version x.y)
[PANEL DATA]
[CHECK SUM (1byte)] = 0-(43H+4CH+20H+......+Data end)
F7H (End of Exclusive)
• Panel Data Contents
(1)
(2)
(3)
(4)
(5)
(6)
(7)
(8)
(9)
(10)
(11)
(12)
(13)
(14)
(15)
(16)
(17)
(18)
1’st Voice
Dual On/Off
Dual Voice
Dual Balance
Dual Detune
Dual Voice1 Octave
Dual Voice2 Octave
Dual Voice1 Effect Depth
Dual Voice2 Effect Depth
Split On/Off
Split Voice
Split Point
Split Balance
Split Voice1 Octave
Split Voice2 Octave
Split Voice1 Effect Depth
Split Voice2 Effect Depth
Split Sustain Mode
(19)
(20)
(21)
(22)
(23)
(24)
(25)
(26)
(27)
(28)
(29)
(30)
(31)
(32)
(33)
(34)
(35)
Reverb Type 1
Reverb Type 2
Reverb Depth 1
Reverb Depth 2
Effect Type 1
Effect Type 2
Effect Depth
—
Touch Sensitivity
Fixed Data
AUX Pedal
Soft Pedal Depth
Absolute tempo low byte
Absolute tempo high byte
Key-Off Sampling Depth
Damper Resonance On/Off
Damper Resonance Depth
• Panel data send requests cannot be received.
8. SYSTEM EXCLUSIVE MESSAGES
(Universal System Exclusive)
(1) Universal Realtime Message
6. SYSTEM REALTIME MESSAGES
F8H
Panel Data Transmit
Reception
Received as 96-clock tempo timing
when MIDI clock is set to External.
Song start
Not received when the MIDI clock is
set to Internal.
Song stop
Not received when the MIDI clock is
set to Internal.
If a signal is not received via MIDI for
more than 400 milliseconds, the
same processing will take place for
All Sound Off, All Notes Off and Reset
All Controllers as when those signals
are received.
• Caution: If an error occurs during MIDI reception, the Sustain,
Sostenuto, and Soft effects for all channels are turned off and
an All Note Off message occurs.
Data format: [F0H] -> [7FH] -> [XnH] -> [04H] -> [01H] ->
[llH] -> [mmH] -> [F7H]
MIDI Master Volume
• Simultaneously changes the volume of all channels.
• When a MIDI master volume message is received, the volume
only has affect on the MIDI receive channel, not the panel
master volume.
F0H = Exclusive status
7FH = Universal Realtime
7FH = ID of target device
04H = Sub-ID #1=Device Control Message
01H = Sub-ID #2=Master Volume
llH = Volume LSB
mmH = Volume MSB
F7H = End of Exclusive
or
F0H = Exclusive status
7FH = Universal Realtime
XnH = When n is received n=0–F, whichever is received.
X = irrelevant
04H = Sub-ID #1=Device Control Message
01H = Sub-ID #2=Master Volume
llH = Volume LSB
mmH = Volume MSB
F7H = End of Exclusive
P-155 Gebruikershandleiding
63
Indeling van MIDI-gegevens
(2) Universal Non-Realtime Message (GM On)
General MIDI Mode On
Data format: [F0H] -> [7EH] -> [XnH] -> [09H] -> [01H] ->
[F7H]
F0H =
7EH =
7FH =
09H =
01H =
F7H =
or
F0H =
7EH =
XnH =
Exclusive status
Universal Non-Realtime
ID of target device
Sub-ID #1=General MIDI Message
Sub-ID #2=General MIDI On
End of Exclusive
Exclusive status
Universal Non-Realtime
When received, n=0–F.
X = irrelevant
09H = Sub-ID #1=General MIDI Message
01H = Sub-ID #2=General MIDI On
F7H = End of Exclusive
When a General MIDI mode ON message is received, the
MIDI system will be reset to its default settings.
This message requires approximately 50ms to execute, so
sufficient time should be allowed before the next message is
sent.
9. SYSTEM EXCLUSIVE MESSAGES (XG Standard)
(1) XG Native Parameter Change
Data format: [F0H] -> [43H] -> [1nH] -> [4CH] -> [hhH] ->
[mmH] -> [llH] -> [ddH] ->...-> [F7H]
F0H = Exclusive status
43H = YAMAHA ID
1nH = When received, n=0–F.
When transmitted, n=0.
4CH = Model ID of XG
hhH = Address High
mmH = Address Mid
llH = Address Low
ddH = Data
|
F7H = End of Exclusive
Data size must match parameter size (2 or 4 bytes).
When an XG System On message is received, the MIDI system will be reset to its default settings.
The message requires approximately 50ms to execute, so
sufficient time should be allowed before the next message is
sent.
(2) XG Native Bulk Data (reception only)
Data format: [F0H] -> [43H] -> [0nH] -> [4CH] -> [aaH] ->
[bbH] -> [hhH] -> [mmH] -> [llH] ->[ddH] ->...->
[ccH] -> [F7H]
F0H = Exclusive status
43H = YAMAHA ID
0nH = When received, n=0–F.
When transmitted, n=0.
4CH = Model ID of XG
aaH = Byte Count
bbH = Byte Count
hhH = Address High
mmH = Address Mid
llH = Address Low
ddH = Data
|
|
|
|
ccH = Check sum
F7H = End of Exclusive
• Receipt of the XG SYSTEM ON message causes reinitialization of relevant parameters and Control Change values. Allow
sufficient time for processing to execute (about 50 msec)
before sending the instrument another message.
• XG Native Parameter Change message may contain two or
four bytes of parameter data (depending on the parameter
size).
• For information about the Address and Byte Count values,
refer to Table 1 below. Note that the table’s Total Size value
gives the size of a bulk block. Only the top address of the
block (00H, 00H, 00H) is valid as a bulk data address.
64
P-155 Gebruikershandleiding
10. SYSTEM EXCLUSIVE MESSAGES
(P-155 MIDI Format)
Data format: [F0H] -> [43H] -> [73H] -> [01H] -> [nnH] -> [F7H]
F0H =
43H =
73H =
01H =
nnH =
nn
02H
03H
F7H =
Exclusive status
Yamaha ID
P-155 ID
Product ID (CLP common)
Substatus
Control
Internal MIDI clock
External MIDI clock
End of Exclusive
11. SYSTEM EXCLUSIVE MESSAGES (Others)
Data format: [F0H] -> [43H] -> [1nH] -> [27H] -> [30H] -> [00H]
-> [00H] -> [mmH] -> [llH] -> [ccH] -> [F7H]
Master Tuning (XG and last message priority) simultaneously
changes the pitch of all channels.
F0H = Exclusive Status
43H = Yamaha ID
1nH = When received, n=0–F.
When transmitted, n=0.
27H = Model ID of TG100
30H = Sub ID
00H =
00H =
mmH = Master Tune MSB
llH = Master Tune LSB
ccH = irrelevant (under 7FH)
F7H = End of Exclusive
Indeling van MIDI-gegevens
<Table 1>
MIDI Parameter Change table (SYSTEM)
Address (H) Size (H)
Data (H)
00 00 00
4
020C - 05F4*
01
02
03
04
7E
7F
TOTAL SIZE
1
00 - 7F
00
00
Parameter
MASTER TUNE
MASTER VOLUME
XG SYSTEM ON
RESET ALL PARAMETERS
Description
-50 - +50[cent]
1st bit 3 - 0 ➝ bit 15 - 12
2nd bit 3 - 0 ➝ bit 11 - 8
3rd bit 3 - 0 ➝ bit 7 - 4
4th bit 3 - 0 ➝ bit 3 - 0
0 - 127
00=XG system ON
00=ON (receive only)
Default value (H)
00 04 00 00
400
7F
07
*Values lower than 020CH select -50 cents. Values higher than 05F4H select +50 cents.
<Table 2>
MIDI Parameter Change table (EFFECT 1)
Refer to the "Effect MIDI Map" for a complete list of Reverb, Chorus and Variation type numbers.
Address (H)
02 01 00
Size (H)
2
02 01 40
2
Data (H)
00-7F
00-7F
Parameter
REVERB TYPE MSB
REVERB TYPE LSB
00-7F
VARIATION TYPE MSB
00-7F
VARIATION TYPE LSB
• "VARIATION" refers to the EFFECT on the panel.
Description
Refer to Effect MIDI Map
00 : basic type
Default value (H)
01 (=HALL1)
00
Refer to Effect MIDI Map
00 : basic type
00(=Effect off)
00
Description
0 - 127
Default value (H)
7F
<Table 3>
MIDI Parameter Change table (MULTI PART)
Address (H) Size (H)
08 nn 11
1
nn = Part Number
Data (H)
00 - 7F
Parameter
DRY LEVEL
• Effect MIDI Map
REVERB
ROOM
HALL 1
HALL 2
STAGE
OFF
MSB
02H
01H
01H
03H
00H
LSB
10H
10H
11H
10H
00H
MSB
41H
48H
77H
42H
00H
LSB
08H
11H
00H
12H
00H
EFFECT
CHORUS
PHASER
TREMOLO
ROTARY SP
OFF
P-155 Gebruikershandleiding
65
66
P-155 Gebruikershandleiding
0 - 127
0 - 127
0 - 127
**************
Note
Number : True voice
Ø
˛
Ø
˛
Ø
˛
Ø
˛
˛
Ø
˛
Ø
Control
Change
0,32
1
7
10
11
6,38
64,66,67
71-74
84
91,93
96-97
100-101
˛
Pitch Bend
*1
*1
*1
*1
*1
*1
*1
Key's
Ch's
After
Touch
˛
˛
Note ON Ø 9nH,v=1-127
Note OFF ˛ 9nH,v=0
Velocity
Ø
Ø
Ø
Ø
Ø
Ø
Ø
Ø
Ø
Ø
Ø
Ø
Ø
˛
˛
0-24 semi
9nH,v=1-127
˛
˛
**************
Ø
˛
3
3
Default
Messages
Altered
Mode
˛
1 - 16
1 - 16
Recognized
1
1 - 16
Transmitted
Default
Changed
Function...
[ Digital Piano ]
P-155 MIDI Implementation Chart
Basic
Channel
YAMAHA
Portament Control
Effect Depth
RPN Inc,Dec
RPN LSB,MSB
Bank Select
Modulation
Main Volume
Panpot
Expression
Data Entry
Pedal
Remarks
Date : 24-JUN-2008
Version : 1.0
MIDI-implementatieoverzicht
MIDI-implementatieoverzicht
:
True #
˛
˛
˛
˛
Ø
˛
Ø
Ø
Ø
Ø
Ø
˛
Ø
Ø
˛
˛
˛
Ø
Ø
(120,126,127)
(121)
(122)
(123-125)
0 - 127
Mode 2 : OMNI ON ,MONO
Mode 4 : OMNI OFF,MONO
Ø
˛
: Yes
: No
*1 Although these control change messages are not transmitted
by panel operations, they may be transmitted during a song
performance.
Mode 1 : OMNI ON , POLY
Mode 3 : OMNI OFF, POLY
Notes:
All Sound Off
Reset All Cntrls
Local ON/OFF
All Notes OFF
Active Sense
Reset
:
:
:
Mes- :
sages:
:
Aux
Ø
Ø
: Song Pos. ˛
: Song Sel. ˛
˛
: Tune
Ø
0 - 127
**************
Ø
System
: Clock
Real Time : Commands
Common
System Exclusive
Prog
Change
MIDI-implementatieoverzicht
P-155 Gebruikershandleiding
67
Specificaties
Specificaties
Model
Afmetingen/
Gewicht
Afmetingen
(met
muziekstandaard
)
Gewicht
Toetsenbord
Bedieningsinterface
Display
Paneel
Klankopwekking
Voices
Polyfonie
Vooraf ingesteld
Typen
Effecten
Functies
Vooraf ingesteld
Songs
Opnemen
Compatibele
data-indeling
Functies
Totaalregelaars
Opslag
Opslag en
aansluitinge
n
Aansluitingen
Versterkers en luidsprekers
Voeding
Accessoires
Meegeleverde
accessoires
Optionele apparatuur
P-155
Breedte
Hoogte
1334 mm
140 mm (332 mm)
Diepte
351 mm (357 mm)
Gewicht
18,6 kg
Aantal toetsen
88
Type
GH-toetsenbord (Graded Hammer)
Aanslaggevoeligheid
Hard/Medium/Soft/Fixed
Type
LED
Grootte
7 segmenten, 3 cijfers
Taal
Engels
Klankopwekkingstechnologi
AWM dynamische stereosampling
e
Aantal dynamische niveaus
4
Stereosustainsamples
Ja
Toets-los-samples
Ja
Maximale polyfonie
128
Aantal voices
17
Reverb
Ja
Chorus
Ja
Brilliance
3 typen
Damper Resonance
Ja
Duaal/Gestapeld
Ja
Split
Ja
Aantal vooraf ingestelde
50
songs
Aantal songs
3
Aantal tracks
2
Datacapaciteit
300 kB (100 kB per song) voor “USER”-song, 447 kB voor externe songs
Opnamefunctie
Ja
Afspelen
SMF (Format 0 en 1)
Opnemen
SMF (Format 0)
Metronoom
Ja
Tempobereik
32-280
Transponering
-12 tot 0, 0 tot +12
Stemming
Ja
Toonschaaltype
7 typen
Intern geheugen
300 kB (100 kB per song) voor “USER”-song, 447 kB voor externe songs
DC IN
DC IN 16 V
Hoofdtelefoon
x2
Sustainpedaal
Ja
MIDI
[In][Out]
AUX OUT
[L/L+R][R]
AUX-pedaal
Ja
USB TO DEVICE
Ja
Versterkers
12 W x 2
Luidsprekers
(12 cm x 6 cm) x 2
Voeding
Adapter (PA-301/PA-300B)
Gebruikershandleiding, voetschakelaar FC4, muziekstandaard, Yamaha-netadapter PA-301 (niet te koop),
My Yamaha Product User Registration
Stereohoofdtelefoon
HPE-150
Voetpedaal
FC3/FC4/FC5/FC7
Pianostandaard
L-140/L-140S
USB-MIDI-interface
UX16
Netadapter
PA-300B
Diskettedrive
UD-FD01
* Specificaties en beschrijvingen in deze gebruikersgebruikershandleiding zijn
uitsluitend voor informatiedoeleinden. Yamaha Corp. behoudt zich het recht
voor om producten of hun specificaties op elk gewenst moment zonder voorafgaande kennisgeving te wijzigen of te modificeren. Aangezien specificaties,
apparatuur en opties per locatie kunnen verschillen, kunt u het best contact
opnemen met uw Yamaha-leverancier.
68
P-155 Gebruikershandleiding
NL
Informatie voor gebruikers van inzameling en verwijdering van oude apparaten.
Dit teken op de producten, verpakkingen en/of bijgaande documenten betekent dat gebruikte elektrische
en elektronische producten niet mogen worden gemengd met algemeen huishoudelijk afval.
Breng voor de juiste behandeling, herwinning en hergebruik van oude producten deze naar daarvoor
bestemde verzamelpunten, in overeenstemming met uw nationale wetgeving en de instructies 2002/96/
EC.
Door deze producten juist te rangschikken, helpt u het redden van waardevolle rijkdommen en voorkomt u
mogelijke negatieve effecten op de menselijke gezondheid en de omgeving, welke zich zou kunnen voordoen door ongepaste afvalverwerking.
Voor meer informatie over het inzamelen en hergebruik van oude producten kunt u contact opnemen met
uw plaatselijke gemeente, uw afvalverwerkingsbedrijf of het verkooppunt waar u de artikelen hebt
gekocht.
[Voor zakelijke gebruikers in de Europese Unie]
Mocht u elektrische en elektronisch apparatuur willen weggooien, neem dan contact op met uw dealer of
leverancier voor meer informatie.
[Informatie over verwijdering in ander landen buiten de Europese Unie]
Dit symbool is alleen geldig in de Europese Unie. Mocht u artikelen weg willen gooien, neem dan contact
op met uw plaatselijke overheidsinstantie of dealer en vraag naar de juiste manier van verwijderen.
Neem voor details over producten contact op met uw dichtstbijzijnde
Yamaha-vertegenwoordiging of de geautoriseerde distributeur uit het
onderstaande overzicht.
NORTH AMERICA
CANADA
Yamaha Canada Music Ltd.
135 Milner Avenue, Scarborough, Ontario,
M1S 3R1, Canada
Tel: 416-298-1311
THE NETHERLANDS/
BELGIUM/LUXEMBOURG
Yamaha Music Central Europe GmbH,
Branch Benelux
Clarissenhof 5-b, 4133 AB Vianen, The Netherlands
Tel: 0347-358 040
FRANCE
U.S.A.
Yamaha Corporation of America
6600 Orangethorpe Ave., Buena Park, Calif. 90620,
U.S.A.
Tel: 714-522-9011
CENTRAL & SOUTH AMERICA
MEXICO
Yamaha de México S.A. de C.V.
Calz. Javier Rojo Gómez #1149,
Col. Guadalupe del Moral
C.P. 09300, México, D.F., México
Tel: 55-5804-0600
BRAZIL
ARGENTINA
Yamaha Music Latin America, S.A.
Sucursal de Argentina
Olga Cossettini 1553, Piso 4 Norte
Madero Este-C1107CEK
Buenos Aires, Argentina
Tel: 011-4119-7000
PANAMA AND OTHER LATIN
AMERICAN COUNTRIES/
CARIBBEAN COUNTRIES
Yamaha Music Latin America, S.A.
Torre Banco General, Piso 7, Urbanización Marbella,
Calle 47 y Aquilino de la Guardia,
Ciudad de Panamá, Panamá
Tel: +507-269-5311
EUROPE
THE UNITED KINGDOM/IRELAND
Yamaha Music U.K. Ltd.
Sherbourne Drive, Tilbrook, Milton Keynes,
MK7 8BL, England
Tel: 01908-366700
GERMANY
Yamaha Music Central Europe GmbH
Siemensstraße 22-34, 25462 Rellingen, Germany
Tel: 04101-3030
SWITZERLAND/LIECHTENSTEIN
Yamaha Music Central Europe GmbH,
Branch Switzerland
Seefeldstrasse 94, 8008 Zürich, Switzerland
Tel: 01-383 3990
ITALY
Yamaha Musica Italia S.P.A.
Viale Italia 88, 20020 Lainate (Milano), Italy
Tel: 02-935-771
SPAIN/PORTUGAL
Yamaha Música Ibérica, S.A.
Ctra. de la Coruna km. 17, 200, 28230
Las Rozas (Madrid), Spain
Tel: 91-639-8888
Philippos Nakas S.A. The Music House
147 Skiathou Street, 112-55 Athens, Greece
Tel: 01-228 2160
SWEDEN
Yamaha Scandinavia AB
J. A. Wettergrens Gata 1, Box 30053
S-400 43 Göteborg, Sweden
Tel: 031 89 34 00
DENMARK
YS Copenhagen Liaison Office
Generatorvej 6A, DK-2730 Herlev, Denmark
Tel: 44 92 49 00
FINLAND
F-Musiikki Oy
Kluuvikatu 6, P.O. Box 260,
SF-00101 Helsinki, Finland
Tel: 09 618511
CZECH REPUBLIC/SLOVAKIA/
HUNGARY/SLOVENIA
Yamaha Music Central Europe GmbH,
Branch Austria, CEE Department
Schleiergasse 20, A-1100 Wien, Austria
Tel: 01-602039025
POLAND
Yamaha Music Central Europe GmbH
Sp.z. o.o. Oddzial w Polsce
ul. 17 Stycznia 56, PL-02-146 Warszawa, Poland
Tel: 022-868-07-57
Tom Lee Music Co., Ltd.
11/F., Silvercord Tower 1, 30 Canton Road,
Tsimshatsui, Kowloon, Hong Kong
Tel: 2737-7688
INDIA
Yamaha Music India Pvt. Ltd.
5F Ambience Corporate Tower Ambience Mall Complex
Ambience Island, NH-8, Gurgaon-122001, Haryana, India
Tel: 0124-466-5551
INDONESIA
PT. Yamaha Music Indonesia (Distributor)
PT. Nusantik
Gedung Yamaha Music Center, Jalan Jend. Gatot
Subroto Kav. 4, Jakarta 12930, Indonesia
Tel: 21-520-2577
KOREA
Yamaha Music Korea Ltd.
8F, 9F, Dongsung Bldg. 158-9 Samsung-Dong,
Kangnam-Gu, Seoul, Korea
Tel: 080-004-0022
MALAYSIA
Yamaha Music Malaysia, Sdn., Bhd.
Lot 8, Jalan Perbandaran, 47301 Kelana Jaya,
Petaling Jaya, Selangor, Malaysia
Tel: 3-78030900
PHILIPPINES
Yupangco Music Corporation
339 Gil J. Puyat Avenue, P.O. Box 885 MCPO,
Makati, Metro Manila, Philippines
Tel: 819-7551
SINGAPORE
NORWAY
Norsk filial av Yamaha Scandinavia AB
Grini Næringspark 1, N-1345 Østerås, Norway
Tel: 67 16 77 70
ICELAND
Skifan HF
Skeifan 17 P.O. Box 8120, IS-128 Reykjavik, Iceland
Tel: 525 5000
RUSSIA
Yamaha Music (Russia)
Office 4015, entrance 2, 21/5 Kuznetskii
Most street, Moscow, 107996, Russia
Tel: 495 626 0660
OTHER EUROPEAN COUNTRIES
Yamaha Music Central Europe GmbH
Siemensstraße 22-34, 25462 Rellingen, Germany
Tel: +49-4101-3030
AUSTRIA
Yamaha Music Central Europe GmbH,
Branch Austria
Schleiergasse 20, A-1100 Wien, Austria
Tel: 01-60203900
Yamaha Music & Electronics (China) Co.,Ltd.
2F, Yunhedasha, 1818 Xinzha-lu, Jingan-qu,
Shanghai, China
Tel: 021-6247-2211
HONG KONG
Yamaha Musique France
BP 70-77312 Marne-la-Vallée Cedex 2, France
Tel: 01-64-61-4000
GREECE
Yamaha Musical do Brasil Ltda.
Rua Joaquim Floriano, 913 - 4' andar, Itaim Bibi,
CEP 04534-013 Sao Paulo, SP. BRAZIL
Tel: 011-3704-1377
ASIA
THE PEOPLE’S REPUBLIC OF CHINA
AFRICA
Yamaha Corporation,
Asia-Pacific Music Marketing Group
Nakazawa-cho 10-1, Naka-ku, Hamamatsu,
Japan 430-8650
Tel: +81-53-460-2312
MIDDLE EAST
TURKEY/CYPRUS
Yamaha Music Central Europe GmbH
Siemensstraße 22-34, 25462 Rellingen, Germany
Tel: 04101-3030
OTHER COUNTRIES
Yamaha Music Gulf FZE
LOB 16-513, P.O.Box 17328, Jubel Ali,
Dubai, United Arab Emirates
Tel: +971-4-881-5868
Yamaha Music Asia Pte., Ltd.
#03-11 A-Z Building
140 Paya Lebor Road, Singapore 409015
Tel: 747-4374
TAIWAN
Yamaha KHS Music Co., Ltd.
3F, #6, Sec.2, Nan Jing E. Rd. Taipei.
Taiwan 104, R.O.C.
Tel: 02-2511-8688
THAILAND
Siam Music Yamaha Co., Ltd.
4, 6, 15 and 16th floor, Siam Motors Building,
891/1 Rama 1 Road, Wangmai,
Pathumwan, Bangkok 10330, Thailand
Tel: 02-215-2626
OTHER ASIAN COUNTRIES
Yamaha Corporation,
Asia-Pacific Music Marketing Group
Nakazawa-cho 10-1, Naka-ku, Hamamatsu,
Japan 430-8650
Tel: +81-53-460-2317
OCEANIA
AUSTRALIA
Yamaha Music Australia Pty. Ltd.
Level 1, 99 Queensbridge Street, Southbank,
Victoria 3006, Australia
Tel: 3-9693-5111
NEW ZEALAND
Music Works LTD
P.O.BOX 6246 Wellesley, Auckland 4680,
New Zealand
Tel: 9-634-0099
COUNTRIES AND TRUST
TERRITORIES IN PACIFIC OCEAN
Yamaha Corporation,
Asia-Pacific Music Marketing Group
Nakazawa-cho 10-1, Naka-ku, Hamamatsu,
Japan 430-8650
Tel: +81-53-460-2312
HEAD OFFICE Yamaha Corporation, Pro Audio & Digital Musical Instrument Division
Nakazawa-cho 10-1, Naka-ku, Hamamatsu, Japan 430-8650
Tel: +81-53-460-3273
EKB48
DIGITALE
piano
D
I
G
I
T A
L
e
p
i
a
n
o
Gebruikershandleiding
FRANÇAIS
Gebruikershandleiding
Yamaha Home Keyboards Home Page
http://music.yamaha.com/homekeyboard/
Yamaha Manual Library
http://www.yamaha.co.jp/manual/
U.R.G., Pro Audio & Digital Musical Instrument Division, Yamaha Corporation
© 2009 Yamaha Corporation
P77020901
LBA0
901CRXXX.X-01
Printed in Europe
NL