AR-FX7/M256/M316 Operation-Manual Facsimile NL

AR-FX7
AR-M256
AR-M316
FAX UITBREIDINGSSET
VERKORTE GEBRUIKSAANWIJZING
Voor meer informatie
zie Engelse gebruiksaanwijzing
Dit toerstel werd getest overeenkomstig de Europese voorschriften TBR 21. Het functioneert op alle analoge
telefoonnetwerken die compatibel zijn met de TBR 21.
Neem contact op met uw dealer of netwerkoperator, indien u niet zeker bent of uw netwerk volgens de TBR 21
functioneert.
• Dit is een klasse A product. In een woonomgeving kan dit product radiostoringen veroorzaken. In dit geval
moet de gebruiker eventueel passende maatregelen treffen.
Belangrijke veiligheidsinformatie
● Indien delen van uw telefoonapparatuur niet behoorlijk functioneren, dient u deze onmiddellijk van de
telefoonleiding te verwijderen omdat het telefoonnet hierdoor beschadigd kan worden.
● De AC contactdoos moet in de nabijheid van de apparatuur geïnstalleerd zijn en eenvoudig toegankelijk zijn.
● Installeer de telefoonkabels nooit tijdens onweer.
● Installeer geen telefooncontactbussen in een vochtige omgeving behalve wanneer de contactbus speciaal
voor natte plaatsen Is gecontrueerd.
● Raak nooit telefoonkabels of aansluitingen aan die niet geïsoleerd zijn behalve wanneer de telefoonkabel
losgekoppeld werd van het netwerk interface.
● Wees voorzichtig bij het installeren of veranderen van telefoonkabels.
● Gebruik uw telefoon (behalve een draadloos model) niet tijdens een onweersbui. Er bestaat een klein risico
voor elektrische schokken door de bliksem.
● Gebruik de telefoon niet om een gaslek aan te melden in de nabijheid van het lek.
● Installeer of gebruik het toestel niet in de nabijheid van water of wanneer u nat bent. Pas op dat u geen
vloeistoffen op het toestel morst.
De Verklaring van conformiteit kunt u bekijken op het volgende internetadres.
http://www.sharp.de/doc/AR-FX7.pdf
Opmerking
• Deze snelle referentiegids (faxfunctie) beschrijft het AR-M236/AR-M276 model met de geïnstalleerde
optionele RSPF (AR-RP7), de optionele sorteerlade (AR-TR3) en de optionele fax uitbreidingskit
(AR-FX7). Afhankelijk van het model dat u bezit en de geïnstalleerde opties kunnen sommige
afbeeldingen in deze gebruiksaanwijzing anders zijn hoewel de basisbediening hetzelfde is.
• Deze gebruiksaanwijzing (faxfunctie) verwijst naar de zelfomkerende eenmalig doorvoerende
origineelinvoer als "RSPF".
AAN GEBRUIKERS VAN DE
AR-M256/AR-M316
Dank u voor de aankoop van de faxuitbreidingskit. De Gebruiksaanwijzing (voor fax) beschrijft in de
eerste plaats de faxfunctie van de AR-M230/M270 serie. Hoewel het bedieningspaneel en het
aanraakpaneel er mogelijk iets anders uitzien op uw model zijn de gebruikshandelingen van de
faxfunctie hetzelfde. Raadpleeg deze gids samen met de Gebruiksaanwijzing (voor fax) voor de
faxfunctie van het apparaat.
TOEVOEGING FUNCTIE BESTEMMINGEN OPSLAAN OP DE
WEBPAGINA
Een functie voor het opslaan van faxbestemmingen op de webpagina is toegevoegd.
(wanneer de PRINTER UITBREIDINGSKIT geïnstalleerd is)
[Naar webpagina’s gaan]
1
Open de Webbrowser op uw computer.
Ondersteunde browsers: Internet Explorer 6.0 of later (Windows)
Netscape Navigator 7.0 of later
Safari 1.2 of later (Macintosh)
2
Voer in het veld “Adres” van de browser het IP-adres van het apparaat in
als een URL.
Voorbeeld:
Wanneer de verbinding is gevestigd, verschijnt de webpagina in uw
browser.
3
Faxbestemmingen opslaan in "Bestemming" onder "Beeld verzendbeheer"
in het menuframe webpagina’s.
TOEVOEGING BIJ KEY-OPERATORPROGRAMMA’S
Het onderstaande programma is toegevoegd aan de "STANDAARD FAXINSTELLINGEN".
UITSCHAKELEN VAN DIRECTE INVOER VAN FAXNUMMER
Als de faxfunctie is geactiveerd wordt dit programma gebruikt om het kiezen van een
bestemmingsfaxnummer door directe invoer met cijfertoetsen te verbieden. Om kiezen door directe invoer
met cijfertoetsen te verbieden tikt u op het selectievakje. Als u dit hebt gedaan, kunnen faxen alleen naar
bestemmingen worden gezonden die zijn opgeslagen en daarom kan dit programma worden gebruikt om
faxbestemmingen te beperken en onopzettelijke verzending naar een onjuist nummer te voorkomen. De
volgende handelingen zijn ook verboden:
• Snelkiestoetsen opslaan
• Relaisgroepen opslaan
• Directe invoer van faxnummers bij het opslaan van een groep.
• Directe invoer van faxnummers bij het opslaan van een programma's
• Bewerken en verwijderen van opgeslagen snelkeuzetoetsen
• Bewerken en verwijderen van opgeslagen relaisgroepen
• Directe invoer van faxnummers bij het bewerken van opgeslagen groepen
• Directe invoer van faxnummers bij het bewerken van opgeslagen programma's
• Directe invoer van faxnummers bij het ontvangen van doorgestuurde faxen
ANDERE WIJZIGINGEN
Als u de faxfunctie gebruikt op de AR-M256/AR-M316, voer dan de volgende wijzigingen uit in de
Gebruiksaanwijzing (voor fax).
pagina Wijzigingen Tekst in Gebruiksaanwijzing (voor fax)
19
Als u de faxfunctie gebruikt op de
AR-M256/AR-M316
Als de modus Opdracht samenstellen
Opmerking Als u de modus Opdracht
wordt gebruikt verschijnt het aantal
samenstellen gebruikt, verschijnt het
gescande originelen in de display.
aantal gescande originelen in de
display. Als de telling de 256 pagina's
bereikt, wordt deze teruggezet op 0 en
worden daarna gescande pagina's
vanaf 1 genummerd.
INHOUDSOPGAVE
INHOUDSOPGAVE.................................................................................................................................... 1
DIT APPARAAT ALS FAXTOESTEL GEBRUIKEN ................................................................................. 2
1
VOOR HET GEBRUIK VAN HET
FAXTOESTEL
VEREISTE INSTELLINGEN VOOR DE
FAXFUNCTIE.................................................... 3
NAMEN VAN ONDERDELEN EN FUNCTIES.. 4
● BEDIENINGSPANEEL.....................................4
● ONDERDELEN VAN HET APPARAAT ...........5
● FAXFUNCTIE (INSTELSCHERM) ........................6
ORIGINELEN .................................................... 7
● ORIGINELEN DIE GESCHIKT ZIJN OM TE
FAXEN .............................................................7
2
BASISFUNCTIES
HET ZENDEN VAN FAXBERICHTEN.............. 9
● BASISPROCEDURE VOOR HET ZENDEN VAN
FAXBERICHTEN ...............................................9
● TANSMISSIE DOOR AUTOMATISCH KIEZEN
(M.B.V SNELKIESTOETSEN OF
GROEPSTOETSEN) .....................................13
● HET ZENDEN VAN EEN TWEEZIJDIG
DOCUMENT ..................................................14
● HET FAXEN VAN EEN GROOT AANTAL
PAGINA’S ......................................................15
HANDMATIG INSTELLEN VAN HET
SCANFORMAAT.............................................. 16
HET ONTVANGEN VAN FAXBERICHTEN.... 17
● HET ONTVANGEN VAN EEN FAXBERICHT17
3
● HET GEBRUIK VAN DE POLLING FUNCTIE 24
● HET GEBRUIK VAN HET POLLING
GEHEUGEN ................................................. 25
HET PROGRAMMEREN VAN VAAK
GEBRUIKTE BEWERKINGEN........................27
● HET GEBRUIK VAN EEN PROGRAMMA .... 27
HET ZENDEN EN ONTVANGEN VAN
VERTROUWELIJKE FAXBERICHTEN...........28
● VERTROUWELIJKE TRANSMISSIE............ 29
HET ZENDEN VAN FAXBERICHTEN MET DE
RELAYVERZOEK FUNCTIE ...........................30
● HET GEBRUIK VAN DE RELAYVERZOEK
FUNCTIE ....................................................... 31
4
TRANSMISSIE M.B.V. F-CODES
● GEHEUGENBOXEN EN SUBADRESSEN/
PASWOORDEN VEREIST VOOR DE F-CODE
TRANSMISSIE ............................................... 32
● HET INVOEREN VAN EEN SUBADRES EN
PASWOORD VOOR EEN GEHEUGENBOX IN
DE ANDERE MACHINE................................ 33
● HET MAKEN VAN EEN GEHEUGENBOX
VOOR F-CODE TRANSMISSIE ................... 33
F-CODE POLLING GEHEUGEN .....................34
● HET GEBRUIK VAN HET F-CODE POLLING
GEHEUGEN ................................................. 35
5
COMFORTABELE METHODEN
VOOR HET GEBRUIK
HET AANSLUITEN VAN EEN NEVENTOESTEL36
GEAVANCEERDE
TRANSMISSIEMETHODES
HETZELFDE DOCUMENT IN EEN BEWERKING
NAAR VERSCHILLENDE BESTEMMINGEN ZENDEN
(MULTI-VERZENDEN)......................................... 18
● HET GEBRUIK VAN MULTI-VERZENDEN ...19
ONTVANGEN FAXBERICHTEN DOORSTUREN
NAAR EEN ANDER TOESTEL WANNEER PRINTEN
NIET MOGELIJK IS ........................................... 20
● HET GREBRUIK VAN DE DOORSTUREN
FUNCTIE .......................................................21
AUTOMATISCHE TRANSMISSIE OP EEN
VASTGELEGDE TIJD (TIMER TRANSMISSIE). 22
● HET INSTELLEN VAN EEN TIMER
TRANSMISSIE...............................................22
TRANSMISSIE EN ONTVANGST MET DE
POLLING FUNCTIE .......................................... 23
● HET ZENDEN VAN EEN FAXBERICHT NA
EEN TELEFOONGESPREK (HANDMATIGE
TRANSMISSIE) ............................................ 36
HET ZENDEN VAN EEN FAXBERICHT VANAF
DE COMPUTER (PC-FAX) ..............................37
● HET GEBRUIK VAN PC-FAX TRANSMISSIE .......37
6
HET OPSPOREN VAN FOUTEN
HET OPSPOREN VAN FOUTEN ....................38
7
KEY OPERATOR PROGRAMMA’S
8
TECHNISCHE GEGEVENS
1
DIT APPARAAT ALS FAXTOESTEL
GEBRUIKEN
U dient op de volgende punten te letten wanneer u dit product als faxtoestel gebruik. Let a.u.b. op het volgende:
Het aansluiten van het telefoonkabel
Gebruik alleen de meegeleverde telefoonkabel om het toestel aan de wandcontactdoos voor de telefoon aan te
sluiten. Sluit de uiteinde van het snoer aan op de LINE aansluiting (aan de zijkant) van de kopieermachine ( zie
afbeelding). Sluit de andere einde aan op de wandcontactdoos voor de telefoon. Neem contact op met uw
dichtsbijzijnde Sharp service leverancier voor meer informatie.
Indien noodzakelijk gebruikt de adapter.
LINE aansluiting
Steek de stekker
er stevig in tot u
Adapter een "klik" hoort.
Wandcontactdoos
LINE aansluiting
Steek de stekker
er stevig in tot u
een "klik" hoort.
Aan-/uitschakelaar
Laat de aan-/uitschakelaar altijd op de stand aan staan.
Faxberichten kunnen niet worden ontvangen wanneer de stroom uitgeschakeld is.
ON
Lithium batterij
Een lithiumbatterij in het toestel bewaart de instellingen en geprogrammeerde informatie in het geheugen.
• Wanneer de batterij leeg is, zullen de instellingen en de geprogrammeerde informatie verloren gaan. Bewaar een
geschreven rapport van de instellingen en de geprogrammeerde informatie.
• Er wordt energie van de batterij gebruikt wanneer de aan-/uitschakelaar uitgeschakeld is. (Er wordt ook stroom
gebruikt wanneer er geen instellingen of informatie in het toestel opgeslagen zijn.) Wanneer de aan-/uitschakelaar
aan is, wordt er geen energie van de batterij verbruikt.
• De levensduur van een lithiumbatterij bedraagt ongeveer 5 jaar wanneer de aan-/uitschakelaar permanent uitgeschakeld is.
• Wanneer de batterij leeg is, neem dan contact op met uw dealer of het dichtstbijzijnde Sharp service center.
Wanneer de lithiumbatterij leeg is, verschijnt er een melding op het display en zal het toestel niet meer functioneren.
Andere informatie
• Indien er een onweer optreedt, adviseren wij u de stekker uit de wandcontactdoos te trekken. De informatie in het
geheugen wordt ook bewaard wanneer de stekker uit het stopcontact is getrokken.
2
1
Deel 1
VOOR HET GEBRUIK VAN
HET FAXTOESTEL
Dit hoofdstuk bevat basisinformatie over het gebruik van de faxfunctie van dit product. Lees dit hoofdstuk door voor
u het apparaat als faxtoestel gebruikt.
VEREISTE INSTELLINGEN VOOR
DE FAXFUNCTIE
Voor u het apparaat als faxtoestel gebruikt, dient u te controleren of de volgende gegevens correct zijn geprogrammeerd.
Controleer of de correcte tijd en datum zijn ingesteld.
Controleer of de correcte tijd en datum in het toestel is geprogrammeerd (zie GEBRUIKERSINSTELLINGEN" van
de gebruiksaanwijzing voor de kopieermachine). Wanneer de datum en de tijd verkeerd zijn, dient u deze te
corrigeren.
Instelling zomertijd
Schakel deze instelling in om de interne klok automatisch vooruit en achteruit te zetten aan het begin en einde van
de zomertijd. De klok zal als volgt vooruit en achteruit worden gezet:
De laatste zondag in maart: 01:00 A.M. 02:00 A.M.
De laatste zondag in oktober: 01:00 A.M. 00:00 A.M.
Volg deze stappen op om de zomertijd in te stellen.
1 Druk op de [GEBRUIKERSINSTELLINGEN] toets.
2 Tip de [KLOK] toets aan.
3 Selecteer de [DAGLICHT SPAARTIJD INSTELLING] checkbox.
4 Tip de [OK] toets aan.
3
NAMEN VAN ONDERDELEN EN FUNCTIES
BEDIENINGSPANEEL
De bedieningstoetsen op het bedieningspaneel en het tiptoetsenpaneel die voor de faxfuncties worden gebruikt, zijn
hier beschreven.
2
1
3
4
5
KOPIE
AFDRUKKEN
ON LINE
DATA
SCANNEN
DATA
FAX
LINE
DATA
GEBRUIKERSINSTELLINGEN
TAAKSTATUS
ACC.#-C
6
1
Tiptoetsenpaneel (p.6)
• Meldingen en toetsen verschijnen op het
tiptoetsenpaneel.
Er kan een toets worden aangetipt om een
instelling te selecteren of te openen.
• Wanneer u een toets aantipt, klinkt er een
pieptoon en de toets wordt geaccentueerd om
aan te geven dat deze is geselecteerd.
• De toetsen die in een scherm niet kunnen
worden geselecteerd, zijn grijs gemaakt. Indien
er een grijs gemaakte toets wordt aangetipt,
klinkt er een dubbele pieptoon om aan te geven
dat de toets niet geselecteerd kan worden.
2
Functiekeuzetoetsen
Gebruik deze om de basisfuncties van de machine
te selecteren.
3
LINE lampje
Dit brandt wanneer er een faxbericht wordt
verzonden of ontvangen.
4
Numerieke toetsen
Worden gebruikt voor instellingen waarbij cijfers
moeten worden ingevoerd.
5
[WISSEN] toets ( )
Deze wordt gebruikt om een fout te wissen bij het
invoeren van een getal. Er wordt telkens een cijfer
gewist wanneer de toets wordt ingedrukt. De toets
wordt ook gebruikt om het scannen van een
origineel te annuleren.
6
4
[FAX] toets (p.6)
Druk op deze toets om naar de faxfunctie om te
schakelen. Het oorspronkelijke scherm van de
faxfunctie verschijnt op het display van het
tiptoetsenpaneel.
7
8
9
10
11
12
7
[TAAKSTATUS] toets
Gebruik deze om de status van een opdracht te
controleren.
8
DATA lampje
Dit lampje knippert wanneer er een faxbericht in
het geheugen is ontvangen.
Het lampje brandt permanent wanneer er een
faxbericht in het geheugen is welke wacht op
verzending.
9
[GEBRUIKERSINSTELLINGEN] toets
Gebruik deze om de machine-instellingen aan ta
passen aan uw eigen behoeftes. (Zie "GEBRUIKERSINSTELLINGEN" in de gebruiksaanwijzing
van de kopieermachine.) Wanneer u de faxfunctie
gebruikt, kunnen er bestemmingen worden opgeslagen en instellingen voor faxontvangst en fax
doorsturen (p.21) worden geselecteerd.
10
[ACC.#-C] toets
Druk op deze toets tijdens het gebruik van de
faxfunctie wanneer de auditfunctie ingeschakeld
is. (Zie "AUDITFUNCTIE" in de gebruiksaanwijzing
voor kopieermachine.) Deze toets kan ook worden
gebruikt om toonsignalen te zenden wanneer het
apparaat op een pulsleiding is aangesloten.
11
[START] toets ( ) (p.10)
Druk op deze toets om het scannen te beginnen
voor het verzenden van een faxbericht.
12
[ALLES WISSEN] toets ( )
Gebruik deze om het verzenden of een geprogrammeerde functie te wissen. Wanneer de toets
wordt ingedrukt, wordt de bewerking geannuleerd
en keert u terug naar het oorspronkelijke
scherm (p.6).
Wanneer u een faxbericht zendt, wordt deze toets
ook gebruikt om een beeldinstelling, papierformaat
instelling of speciale functie te annuleren.
VOOR HET GEBRUIK VAN HET FAXTOESTEL
ONDERDELEN VAN HET APPARAAT
1
2
3
4
Origineel deksel geïnstalleerd
1
5
6
12
7
8
9
14
10
13
11
1
Uitgangszone
Het origineel komt hier naar buiten nadat het is
verzonden of in het geheugen gescand.
2
Documentinvoer
Plaats het origineel met de printzijde omhoog in
deze lade om het te verzenden. (p.8)
3
Documentgeleiders
Pas deze geleiders aan de breedte van het
origineel aan. (p.8)
4
Documentdeksel
Sluit dit deksel om het origineel plat op de
glasplaat te leggen.
5
Glasplaat
Boeken en andere originelen, de niet in de RSPF
kunnen worden ingevoerd, worden hier geplaatst.
(p.8)
6
Bedieningspaneel (p.4)
7
Sorteerlade
Ontvangen faxberichten worden in deze lade
gedeponeerd. Lijsten met faxfuncties worden hier
eveneens gedeponeerd na het printen.
*De sorteerlade kan niet worden gebruikt, indien er
een afwerkingeenheid geïnstalleerd is. Bovendien
kan de uitgangslade worden veranderd met behulp
van een key operator programma voor de
kopieerfunctie. Zie "UITGANGSLADES" in het
handboek voor de key operator.
8
Middelste lade:
De uitgangslade voor ontvangen faxberichten kan
worden gewijzigd naar de middelste lade met
behulp van de key operator programma's voor de
kopieerfunctie.
9
Voorklep
Open deze klep om een papierstoring te
verhelpen. (Zie de gebruiksaanwijzing voor de
kopieerder)
10
Papierlades
Deze bevatten het papier dat wordt gebruikt voor
de faxontvangst en het kopiëren. Elke lade kan
ongeveer 500 vellen kopieerpapier bevatten.
(Zie de gebruiksaanwijzing voor de kopieerder)
11
Aan-/uitschakelaar
Schakelt de stroom aan en uit. (p.2)
12
Luidspreker
Er kan naar de leiding worden geluisterd via de
luidspreker tijdens kiezen met de hoorn op de haak
en naar pieptonen die het voltooien van een
faxtransmissie aangeven.
13
LINE aansluiting
Steek het telefoonsnoer in deze bus. (p.3)
14
TEL aansluiting
Sluit hier een neventoestel aan.
De methoden voor het aansluiten van een
neventoestel variëren van land tot land. Voor
nadere informatie, zie pagina 36.
Opmerking
Voor onderdelen van het toestel die zowel
voor de fax- als voor de kopieerfunctie worden gebruikt (onderdelen voor het verhelpen
van papierstoringen, het laden van papier
enz.), zie "NAMEN VAN ONDERDELEN EN
FUNCTIES" in de gebruiksaanwijzing van
de kopieermachine.
5
VOOR HET GEBRUIK VAN HET FAXTOESTEL
FAXFUNCTIE (INSTELSCHERM)
Het instelscherm van de faxfunctie wordt weergegeven door op de [FAX] toets te drukken terwijl het scherm voor de
printfunctie, kopieerfunctie of opdrachtstatus in het tiptoetsenpaneel wordt weergegeven. In de volgende
beschrijvingen wordt ervan uitgegaan dat het oorspronkelijke scherm dat verschijnt na het indrukken van de [FAX]
toetshet instelscherm van de faxfunctie is (hieronder afgebeeld).
Instelscherm van de faxfunctie
Het display is oorspronkelijk zodanig ingesteld (fabrieksinstelling) dat het volgende scherm wordt weergegeven
wanneer de [FAX] toets wordt ingedrukt.
1
2
3
GEREED VOOR VERZENDEN.
LUIDSPREKER
14
13
FAXGEHEUGEN:100%
AUTOMAT. ONTVANGST
AUTO
BELICHTING
12
STANDAARD
RESOLUTIE
11
AUTO
ORIGINEEL
10
1
Meldingendisplay
Meldingen verschijnen hier om de actuele status
van de machine aan te geven. Wanneer het apparaat gereed is voor het zenden, verschijnt er links
een icoon
.
Display geheugen en ontvangstmodus
Hier wordt de vrije geheugencapaciteit van het faxtoestel en de actueel geselecteerde ontvangstmodus weergegeven.
3
[LUIDSPREKER] toets
Deze toets wordt gebruikt voor het kiezen met
gebruik van de luidspreker. Tijdens het kiezen
verandert deze in de [ONDERBREKING] toets en
na het indrukken van de [SUB ADRES] toets verandert deze in de [SPATIE] toets.
5
[OPNIEUW KIEZEN] toets
Tip deze toets aan om het laatste gekozen
nummer te herhalen. Na het kiezen verandert deze
toets in de [VOLGENDE ADRES] toets.
[ADRESBOEK] toets
Hierdoor wordt het scherm met de adressenlijst
weergegeven
Tip deze toets aan wanneer u een automatisch
kiesnummer wilt gebruiken (snelkiestoets of
groepskiezen).
6
[SUBADRES] toets
Tip deze toets aan om een subadres of paswoord
in te voeren.
7
[ADRES OVERZICHT] toets
Wanneer u een multi-verzenden bewerking uitvoert, tipt u deze toets aan om de geselecteerde
bestemmingen te controleren. Er verschijnt een
lijst met geselecteerde bestemmingen en er kunnen bestemmingen uit de lijst worden gewist.
8
6
[DIRECT TX
GEHEUGEN TX] toets
Tip deze toets aan om van de geheugen verzend-
OPNIEUW KIEZEN
ADRESBOEK
5
SUBADRES
6
SPEC. FUNCTIES
ADRESOVERZICHT
7
DIRECT TX
GEHEUGEN TX
8
9
2
4
4
functie naar de directe verzendfunctie te gaan.
De geselecteerde functie wordt geaccentueerd.
9
[SPECIALE FUNCTIES] toets
Tip deze toets aan om een van de volgende
speciale functies te selecteren:
• Timer transmissie • Polling
• Langzame scanfunctie • Dubbele pagina scannen
• Programma • Geheugenbox
• Voorblad • TX melding
• Zendopties
• Eigen paswoord selecteren
10
Weergegeven icoon originele instellingen
Wanneer tweezijdig scannen of de opdrachtsamenstellingsfunctie geselecteerd is (tip op de
[ORIGINEEL] toets om deze functies te selecteren,
verschijnt er een icoon op het display.
De icoon kan worden aangetipt om het scherm met
originele instellingen te openen.
11
[ORIGINEEL] toets
Tip deze toets aan om het origineelformaat handmatig in te stellen of om tweezijdig scannen te
selecteren.
12
[RESOLUTIE] toets
Tip deze toets aan om de resolutie-instelling te wijzigen bij het scannen van een origineel. De geselecteerde resolutie-instelling wordt boven de toets
geaccentueerd. De oorspronkelijke fabrieksinstelling is [STANDAARD].
13
[BELICHTING] toets
Tip deze toets aan om de belichting voor het scannen te wijzigen. de geselecteerde belichting wordt
boven de toets geaccentueerd. De oorspronkelijke
fabrieksinstelling is [AUTO].
14
Weergave speciale functie icoon
Wanneer er een speciale functie zoals pollen of
dubbele pagina scannen geselecteerd wordt, verschijnt hier het speciale functies icoon.
ORIGINELEN
ORIGINELEN DIE GESCHIKT ZIJN OM TE FAXEN
Origineel formaten
Minimum origineel formaat
Het gebruik van de RSPF
210 mm (breedte) x 148 mm (lengte)
(8-1/2" (breedte) x 5-1/2" (lengte))
148 mm (breedte) x 210 mm (lengte)
(5-1/2" (breedte) x 8-1/2" (lengte))
Bij het gebruik van de
glasplaat
Opmerking
Maximum origineel formaat
297 mm (breedte) x 1000 mm (lengte)
(11" (breedte) x 39.3"* (lengte))
* Lange originelen kunnen worden
geladen.
1
297 mm (breedte) x 420 mm (lengte)
(11" (breedte) x 17" (lengte))
¤ Originelen die geen standaardformaat hebben (p.16) kunnen ook worden verzonden.
¤ Er zijn beperkingen voor originelen die met de RSPF gescand kunnen worden. Zie "PUNTEN WAAROP U BIJ
HET KOPIEREN MOET LETTEN" in de gebruiksaanwijzing van de kopieermachine.
*Lange originelen
Afhankelijk van de resolutie-instelling en de breedte van het origineel is er eventueel niet voldoende plaats in het
geheugen om een lang origineel op te slaan. In dit geval raadpleegt u de volgende tabel en selecteert u een lagere
resolutie-instelling en/of maakt u het origineel korter.
Standaard
Fijn
Super fijn
Ultra fijn
A3 breedte 297 mm (11")
1000 mm (39.3")
1000 mm (39.3")
1000 mm (39.3")
880 mm (34.6")
B4 breedte 257 mm (10")
1000 mm (39.3")
1000 mm (39.3")
1000 mm (39.3")
1000 mm (39.3")
A4 breedte 215 mm (8-1/2")
1000 mm (39.3")
1000 mm (39.3")
1000 mm (39.3")
1000 mm (39.3")
Scangedeelte van het origineel
Let op dat de randen van een origineel niet gescand kunnen worden.
Gedeelte dat niet
gescand kan worden
Verste rand
: 5 mm (0.2") of minder aan de bovenste
rand en 5 mm (0.2") of minder aan de
onderste rand
: Rand dichtbij + rand ver weg = 6 mm
(0.24") of minder
Bovenste
rand
Onderste
rand
Gebied dat niet Dichtstbijzijnde rand
gescand kan worden
Automatische reductie van het verzonden document
Wanneer de breedte van het verzonden document groter is dan de maximale papierbreedte van de ontvangende
machine, wordt het document automatisch gereduceerd.
Verzonden
documentbreedte
Papierbreedte
ontvangende apparaat
Gereduceerd formaat
Percentage
A3 (11" x 17")
B4 (8-1/2" x 14")
B4 (8-1/2" x 14")
1 : 0.70
(Gebiedspercentage)
A3 (11" x 17")
A4 (8-1/2" x 11")
A4R (8-1/2" x 11"R)
1 : 0.70
(Gebiedspercentage)
B4 (8-1/2" x 14")
A4 (8-1/2" x 11")
A4R (8-1/2" x 11"R)
1 : 0.70
(Gebiedspercentage)
7
HET LADEN VAN EEN ORIGINEEL
Een origineel kan in de RSPF worden ingevoerd of op de glasplaat worden geplaatst. Laad originelen met meerdere
pagina's in de RSPF. Plaats boeken en andere originelen die niet in de RSPF kunnen worden ingevoerd op de
glasplaat.
HET GEBRUIK VAN DE RSPF
1
Til het documentdeksel/RSPF op en
controleer of er geen document op de
glasplaat ligt. Sluit het documentdeksel/RSPF voorzichtig.
3
Breng de randen van de originelen op
één lijn en voer de pagina's met de
printzijde omhoog in de documentinvoer in.
Voer de stapel in de
documentinvoer in tot
deze niet meer verder
gaat. De stapel mag niet
hoger zijn dan de
indicatielijn (maximum
100 pagina's).
Opmerking
2
Indien er zowel originelen in de RSPF en op
de glasplaat zijn geladen, wordt alleen het
origineel in de RSPF gescand.
Pas de documentgeleiders van de
RSPF aan op de breedte van het
origineel.
BIJ HET GEBRUIK VAN DE GLASPLAAT
1
Open het documentdeksel/RSPF,
plaats een origineel met de printzijde
omlaag op de glasplaat en sluit vervolgens voorzichtig het documentdeksel/RSPF.
Onafhankelijk van het formaat van het origineel plaatst
u dit in de verste linker hoek van de glasplaat. (Breng
de linker bovenhoek van het origineel op één lijn met
de top van de
markering)
Scala glasplaat
Scala glasplaat
A5
A4R
B4
A4
8
A3
2
Deel 2
BASISFUNCTIES
In dit hoofdstuk worden de basisprocedures voor het zenden en ontvangen van faxberichten toegelicht.
HET ZENDEN VAN FAXBERICHTEN
BASISPROCEDURE VOOR HET ZENDEN VAN
FAXBERICHTEN
De procedure voor het zenden van een fax in de geheugen transmissie modus p.11 wordt hierna toegelicht.
1
Controleer of het toestel in de
faxmodus staat.
SCANNEN
DATA
FAX
LINE
DATA
TAAKSTATUS GEBRUIKERSINS
2
SPEC. FUNCTIES
ADRESOVERZICHT
DIRECT TX
GEHEUGEN TX
3
De geheugen transmissie
modus is geselecteerd
wanneer "GEHEUGEN
TX" geaccentueerd is in de
[DIRECT TX GEHEUGEN TX] toets. Wanneer
de "DIRECT TX " geaccentueerd is, tipt u de
[DIRECT
TX GEHEUGEN TX]
toets aan.
Plaats het origineel.
Voor originelen die
geschikt zijn om te
verzenden, zie
"ORIGINELEN" op de
vorige pagina.
Wanneer u meerdere
pagina's verzendt, scan
de pagina's beginnend bij
de eerste pagina.
Opmerking
Controleer het origineelformaat.
EXPOSURE
Wanneer het lampje in
de [FAX] toets brandt,
staat de machine in de
faxmodus. Als het lampje
niet brandt, drukt u op de
[FAX] toets.
Controleer of de geheugen
transmissie modus geselecteerd is.
SUBADRES
4
STANDAARD
RESOLUTIE
AUTO
A4R
ORIGINEEL
Wanneer het scherm met
de adreslijst verschijnt,
tip dan de [CONDITIE
INSTELLINGEN] toets
aan om het scherm met
fax instellingen weer te
geven (p.6).
Wanneer u een origineel met een niet-standaard formaat heeft geladen of indien het origineelformaat niet
correct werd herkend, tip dan de [ORIGINEEL] toets
aan en stel het origineelformaat in. ("HANDMATIG
INSTELLEN VAN HET SCANFORMAAT" (p.16))
5
Desgewenst kunt u de resolutie en
belichtingsinstellingen afstellen.
AUTO
BELICHTING
STANDAARD
RESOLUTIE
AUTO
A4R
ORIGINEEL
6
Voer het faxnummer in.
ACC.#-C
Het door u ingevoerde
nummer verschijnt in het
meldingendisplay ("Fax
instelscherm" (p.6 1 )).
Wanneer dit niet correct
is, druk dan de [WIS]
toets in ( ) en voer het
nummer opnieuw in.
U kunt niet tegelijkertijd originelen in de
RSPF en op de glasplaat plaatsen en deze
in een enkele faxbewerking verzenden.
9
BASISFUNCTIES
Het invoeren van een pauze.
Als u een pauze wilt
VOLGEN invoegen tussen twee
ONDERBREKING
cijfers om een externe
FAXGEHEUGEN:100%
ADRES faxlijn te bereiken of om
UTOMAT. ONTVANGST
BOEK een internationaal
nummer te kiezen, tip
SUBA dan de [ONDERBREKING] toets aan in
de rechter bovenhoek
van het scherm.
Elke keer wanneer u de [ONDERBREKING] toets
aantipt, verschijnt er een streepje ("-") en wordt er een
pauze van 2 seconden* ingevoerd.
Na het invoeren van een nummer, kunt u ook de
[ONDERBREKING] toets aantippen om een streepje
in te voegen en vervolgens een ander nummer m.b.v.
van de numerieke toetsen of een snelkiestoets.
Hierdoor worden de nummers met elkaar verbonden
(verlengd kiezen).
*De duur van elke pauze kan veranderd worden met
een key operator programma.
Opmerking
Opmerking
7
Druk op de [START] toets (
8
Het scannen begint.
Wanneer er geen
opdracht wordt bewerkt
en de telefoonlijn niet
bezet is, wordt het nummer gekozen terwijl het
origineel wordt gescand.
(Dit noemt men "Snel
on-line"; zie pagina 11).
Als er een opgeslagen bewerking is of als er een
opdracht wordt bewerkt of de telefoonlijn bezet is, worden alle pagina's van het document in het geheugen
gescand en opgeslagen als transmissiebewerking. (Dit
noemt men geheugentransmissie: de bestemming
wordt automatisch gebeld en het document verzonden
nadat de eerder opgeslagen opdrachten voltooid zijn.)
Wanneer het scannen normaal wordt beëindigd, klinkt
er een pieptoon om u te informeren dat de transmissiebewerking opgeslagen is en "OPDRACHT OPGESLAGEN" verschijnt op het meldingendisplay.
).
Als u nog een andere pagina wilt
scannen, wisselt u de pagina's en
drukt u op de [START] toets ( ).
Herhaal deze bewerking tot alle pagina's zijn gescand. U kunt het origineelformaat, de resolutie en
de belichtingsinstellingen desgewenst voor elke
pagina wijzigen.
Als er gedurende een minuut geen bewerking
wordt uitgevoerd (de [START] toets ( ) is niet
ingedrukt), stopt het scannen automatisch en
wordt de transmissieopdracht opgeslagen.
9
).
Druk op de [START] toets (
Het origineel wordt
gescand en de [LEZEN
KLAAR] toets verschijnt.
Groepstoetsen kunnen niet worden gebruikt
voor verlengd kiezen.
Het gebruik van de RSPF
7
Bij het gebruik van de glasplaat
Nadat de laatste pagina is gescand,
tipt u de [LEZEN KLAAR] toets in.
2)
ORIGINEEL.(Pg.No.
(Pg. 2)
ORIGINEEL.
DRUK OP
.
PKLAAR]
[LEZENINDIEN
KLAAR]
GEREED.
LEZEN KLAAR
Er klinkt een pieptoon om
u te informeren dat de
transmissiebewerking
opgeslagen is en
"OPDRACHT OPGESLAGEN" verschijnt op
het meldingendisplay.
(De bestemming wordt
automatisch gekozen en
het document verzonden
nadat eerder opgeslagen opdrachten voltooid
zijn.)
Open de RSPF en
verwijder het document.
Het annuleren van het verzenden
Opmerking
10
Om de transmissie te annuleren terwijl "SCANNEN VAN HET ORIGINEEL" in het display verschijnt of voordat
de [LEZEN KLAAR] toets werd ingedrukt, drukt u op de [WISSEN] toets (
) of de [ALLES WISSEN] toets
(
). Om een reeds opgeslagen transmissieopdracht te annuleren, drukt u op de [OPDRACHT STATUS] toets
en annuleert u de opdracht.
BASISFUNCTIES
Geheugen transmissie modus
Wanneer de geheugen transmissie modus geselecteerd is, wordt het origineel in het geheugen gescand en
vervolgens naar de bestemming verzonden. Wanneer de RSPF voor de transmissie wordt gebruikt, begint de
transmissie van de eerste pagina al terwijl de overige pagina's worden gescand. (Zie de "Snelle On-line transmissie"
hierna)
Wanneer de snelle on-line transmissie niet ingeschakeld is, of wanneer de glasplaat wordt gebruikt om te scannen,
worden alle pagina's in het geheugen gescand voor de bestemming werd gekozen en de transmissie begint.
Het aantal pagina's dat in het geheugen kan worden opgeslagen varieert afhankelijk van de inhoud van de pagina's,
de transmissie-instellingen en de hoeveelheid geïnstalleerd geheugen.
Opmerking
Opmerking
Wanneer kiezen met de hoorn op de haak wordt gebruikt, wordt de directe transmissiemodus automatisch
geselecteerd (de geheugen transmissie modus kan niet geselecteerd worden).
Snel on-line
Wanneer de RSPF wordt gebruikt voor de geheugentransmissie en er geen eerder opgeslagen opdrachten of
opdrachten in bewerking zijn (en de leiding niet bezet is), kiest de machine de bestemming en begint met het
zenden van de gescande pagina's terwijl de resterende pagina's worden gescand. Deze transmissiemethode wordt
snel on-line genoemd. De meldingen "SCANNEN ORIGINEEL." en "VERBINDEN" verschijnen beide tot het
scannen van de laatste pagina afgelopen is.
Wanneer de ontvanger bezet is wanneer er een snelle on-line transmissie wordt geprobeerd, wordt de
transmissiepoging automatisch op een later tijdstip herhaald. (Zie "Als de ontvanger bezet is" op de volgende
pagina.)
Opmerking
• De machine is oorspronkelijk zodanig ingesteld (fabrieksinstelling) om een snelle on-line transmissie uit te
voeren.
• Wanneer een origineel met de volgende methodes wordt verzonden, wordt de opdracht in het geheugen
opgeslagen (Snelle on-line transmissie wordt niet uitgevoerd):
• Zenden vanaf de glasplaat • Multi-verzenden (p.18) • Timer transmissie (p.22)
• F-code transmissie (hoofdstuk 4)
Directe transmissie modus
Wanneer de directe transmissiemodus geselecteerd is, wordt het document direct verzonden nadat de bestemming
is gekozen.
Voor de directe transmissiemodus is geen geheugen nodig en zodoende ook mogelijk wanneer het geheugen vol is.
Opmerking
• Een volgende transmissie kan niet in het geheugen worden opgeslagen wanneer de directe transmissiemodus
geselecteerd is.
• Wanneer de glasplaat wordt gebruikt kan er slechts een pagina verzonden worden in de directe transmissie
modus.
• De volgende functies kunnen niet gebruikt worden wanneer de directe transmissiemodus geselecteerd is:
Afdrukrotatie (p.12), multi-verzenden (p.18) en andere functies voor de transmissie naar meerdere
bestemmingen, timer transmissie (p.22), scannen van tweezijdige originelen (p.14), transmissie van gedeelde
pagina's en opdrachtsamenstelling (p.15).
11
2
BASISFUNCTIES
Het opslaan van transmissieopdrachten (geheugentransmissie)
Indien er een transmissie wordt uitgevoerd in de geheugen transmissiemodus terwijl de machine al een faxbericht
zendt of ontvangt, wordt het document in het geheugen gescand en vervolgens automatisch verzonden nadat de
vorige opdracht voltooid is (dit wordt "het opslaan van een transmissie" genoemd). Er kunnen max. 50 opdrachten
tegelijk in het geheugen worden opgeslagen, de actueel uitgevoerde opdracht niet inbegrepen. Na de transmissie
worden de gescande documentgegevens uit het geheugen gewist.
Opmerking
• U kunt de transmissieopdrachten in het geheugen controleren in het opdrachtstatusscherm. (Zie "NAMEN EN
FUNCTIES VAN DE ONDERDELEN" in de gebruiksaanwijzing van de kopieermachine.)
• Als het geheugen vol raakt tijdens het scannen van een document verschijnt er een melding in het display. U
kunt het scannen annuleren door de [ANNULEREN] toets aan te raken of alleen de reeds gescande pagina's
zenden door de [ZENDEN] toets aan te tippen. De pagina die werd gescand toen het geheugen vol raakte,
wordt uit het geheugen gewist. Indien het geheugen vol raakte bij het scannen van de eerste pagina van een
document, wordt de transmissieopdracht automatisch geannuleerd.
• Het aantal opdrachten dat in het geheugen kan worden opgeslagen is afhankelijk van het aantal pagina's in
elke opdracht en van de transmissievoorwaarden. Het aantal opdrachten dat kan worden opgeslagen stijgt
wanneer het optionele uitbreidingsgeheugen (8 MB) geïnstalleerd is.
Als de ontvanger bezet is
Als de ontvanger bezet is wordt de transmisse tijdelijk geannuleerd en vervolgens automatisch opnieuw geprobeerd
na een kort interval (er worden twee pogingen gemaakt in een interval van 3 minuten*). Wanneer u niet wilt dat de
machine de transmissie opnieuw probeert, tipt u de [OPDRACHTSTATUS]toets aan en annuleert u de transmissie.
Als er een transmissiefout optreedt
De machine probeert automatisch opnieuw te zenden (eenmaal na een interval van een minuut) wanneer de
transmissie niet normaal beëindigd wordt als gevolg van eencommunicatie fout of een andere reden of wanneer de
andere machine niet binnen 60 seconden nadat de verbinding tot stand werd gebracht met de ontvangst begint. Om
het automatische herkiezen te annuleren, tipt u de [OPDRACHTSTATUS] toets aan en annuleert u de transmissie.
Afdrukrotatie
De machine is oorspronkelijk ingesteld om een verticaal geplaatst ( ) document 90 graden te draaien zodat de
afdrukstand liggend is ( ) voor de transmissie (A4 (8-1/2" x 11") originelen worden gedraaid tot A4R (8-1/2" x
11"R), A5R(5-1/2" x 8-1/2"R) originelen worden gedraaid tot A5 (5-1/2" x 8-1/2") en 8-1/2" x 11" (A4) originelen
worden gedraaid tot 8-1/2" x 11"R (A4R)). (A4R (8-1/2" x 11"R) originelen, A5 (5-1/2" x 8-1/2") originelen en 8-1/2" x
11"R (A4R) originelen worden niet gedraaid.)
Opmerking
Wanneer een A5 (5-1/2" x 8-1/2") of A5R (5-1/2" x 8-1/2"R) origineel wordt verzonden vanaf de
RSPF, wordt het origineelformaat automatisch herkend. Wanneer de glasplaat wordt gebruikt
wordt het formaat van een A5R (5-1/2" x 8-1/2"R) origineel echter niet automatisch herkend.
Wanneer u een A5R (5-1/2" x 8-1/2"R) origineel vanaf de glasplaat zendt, moet u het origineelformaat handmatig instellen. ("HANDMATIG INSTELLEN VAN HET SCANFORMAAT" (p.16))
Fout Correctie Mode ("Error Correction Mode (ECM)")
Ruis in de leiding kan soms vervormingen van een verzonden faxbericht veroorzaken. wanneer dit gebeurt zendt de
ECM functie het vervormde gedeelte automatisch opnieuw.
• Wanneer deze functie ingeschakeld is duurt de transmissie iets langer dan normaal.
• Voor het functioneren van de ECM moet de andere machine ook over de ECM functie beschikken.
12
BASISFUNCTIES
TRANSMISSIE DOOR AUTOMATISCH KIEZEN
(M.B.V. SNELKIESTOETSEN OF GROEPSTOETSEN)
Om een document d.m.v. automatisch kiezen te verzenden (m.b.v. snelkiestoetsen of groepstoetsen), dient u de
volgende stappen op te volgen. Om een bestemming voor automatisch kiezen te gebruiken moet u eerst het
volledige faxnummer en de naam van de bestemming programmeren.
1
Voer de stappen 1 van 6 tot
"BASISPROCEDURE VOOR HET
ZENDEN VAN FAXBERICHTEN" (p.9)
uit.
2
Tip op de [ADRESBOEK] toets.
PREKER
OPNIEUW KIEZEN
GEN:100%
NTVANGST
ADRESBOEK
SUBADRES
3
Tip op de snelkiestoets voor de
gewenste bestemming.
GEREED VOOR VERZENDEN.
SHARP CORPORATION
CORPO. TPS
SHARP GROUP
VEELGEBRUIKT
4
2
Het scherm met de
adreslijst verschijnt.
Deze stap is niet nodig
wanneer het scherm met
de adreslijst al verschenen is (ga dan direct naar
stap 3).
ABCD
EFGHI
JKLMN
OPQ
De toets die u heeft
aangetipt wordt
geaccentueerd. Wanneer
u de verkeerde toets
aantipt, tipt u de toets
opnieuw aan om de
selectie te annuleren.
Ga verder van stap 7 van
"BASISPROCEDURE VOOR HET
ZENDEN VAN FAXBERICHTEN" (p.9).
13
BASISFUNCTIES
HET ZENDEN VAN EEN TWEEZIJDIG DOCUMENT
De RSPF kan worden gebruikt om automatisch beide kanten van een tweezijdig document te zenden d.m.v.
geheugentransmissie.
1
Controleer of het toestel in de
faxmodus staat.
SCANNEN
DATA
FAX
LINE
DATA
TAAKSTATUS GEBRUIKERSINS
Wanneer het lampje in
de [FAX] toets brandt,
staat de machine in de
faxmodus. Als het lampje
niet brandt, drukt u op de
[FAX] toets.
2
Plaats het origineel.
3
Tip de [ORIGINEEL] toets aan.
Wanneer het scherm met
STANDAARD
de adreslijst verschijnt,
RESOLUTIE
tip dan de [CONDITIE
INSTELLINGEN] toets
AUTO
A4R
aan om het scherm met
ORIGINEEL
conditie instellingen weer
te geven p.6. Nadat u de
[ORIGINEEL] toets heeft
aangetipt, controleert u het origineelformaat dat in de
toets wordt weergegeven. Indien het origineelformaat
niet correct werd herkend, dient u de correcte
origineelformaat in te stellen. ("HANDMATIG
INSTELLEN VAN HET SCANFORMAAT" (p.16))
4
5
HANDMATIG
FORMAAT ORIGINEEL
2-ZIJDIG
BOEKJE
HANDMATIG
2-ZIJDIG
SCHR.BLOK
2-ZIJDIG
SCHR.BLOK
DIG
E
OPDRA
SAMEN
HET BEELD 90 GRADEN
DRAAIEN
6
Deze stap is alleen
noodzakelijk wanneer u
het origineel in de
liggende afdrukstand
heeft geplaatst (de
bovenkant van het
origineel is aan de linkerof rechterkant). Anders
gaat u direct door naar
stap 6.
Tip op de [OK] toets.
ORIGINEEL
OK
U keert terug naar het
oorspronkelijke scherm.
HANDMATIG
2-ZIJDIG
SCHR.BLOK
OPDRACHT
SAMENSTEL.
ET BEELD 90 GRADEN
RAAIEN
Er verschijnt een tweezijdig origineel icoon naast de
[ORIGINEEL] toets.
STANDAARD
RESOLUTIE
Voorbeeld: de icoon die
verschijnt na het aantippen van de [2-ZIJDIG
BOEKJE] toets.
AUTO
A4R
ORIGINEEL
Tip de [2-ZIJDIG BOEKJE] toets of de
[2-ZIJDIG SCHRIJFBLOK] toets aan
overeenkomstig het geladen origineel.
AUTO
Selecteer de [HET BEELD 90 GRADEN
DRAAIEN] checkbox.
7
Ga verder van stap 5 van "BASISPROCEDURE VOOR HET ZENDEN VAN
FAXBERICHTEN" (p.9).
HET BEELD 90 GRA
DRAAIEN
Boekjes en schrijfblok
Opmerking
14
Tweezijdige originelen die aan de zijkant ingebonden zijn, noemen we een
boekje, tweezijdige originelen die aan de bovenkant ingebonden zijn, noemen
we een schrijfblok.
Tweezijdig scannen schakelt uit nadat het document in het geheugen is
opgeslagen. Tweezijdig scannen kan geannuleerd worden door op de
[ALLES WISSEN] toets te drukken (
).
Boekje
Schrijfblok
HET FAXEN VAN EEN GROOT AANTAL PAGINA'S
Wanneer u een groot aantal pagina's wilt verzenden, dient u de pagina's in setjes in de RSPF te scannen. Er kunnen
maximaal 100 pagina's tegelijk in de RSPF worden geplaatst
1
Controleer of het toestel in de
faxmodus staat.
SCANNEN
DATA
FAX
LINE
DATA
TAAKSTATUS GEBRUIKERSINS
2
Wanneer het lampje in
de [FAX] toets brandt,
staat de machine in de
faxmodus. Als het lampje
niet brandt, drukt u op de
[FAX] toets.
Plaats het origineel. (p.8)
5
Wanneer het scherm met
de adreslijst verschijnt, tip
dan de [CONDITIE
INSTELLINGEN] toets
aan om het scherm met
fax instellingen weer te
geven p.6. Nadat u de
[ORIGINEEL] toets heeft
aangetipt, controleert u het
origineelformaat dat in de
toets wordt weergegeven.
Indien het origineelformaat
niet correct is herkend,
dient u de correcte
origineelformaat in te
stellen. ("HANDMATIG
INSTELLEN VAN HET
SCANFORMAAT" (p.16))
AUTO
A4R
ORIGINEEL
Tip de [OPDRACHTSAMENSTELLING]
toets aan.
2-ZIJDIG
SCHR.BLOK
OPDRACHT
SAMENSTEL.
ET BEELD 90 GRADEN
RAAIEN
6
Voer de stappen 4 tot 6 van "BASISPROCEDURE VOOR HET ZENDEN
VAN FAXBERICHTEN" (p.9) uit.
7
Druk op de [START] toets (
OK
HANDMATIG
2-ZIJDIG
SCHR.BLOK
ET BEELD 90 GRADEN
RAAIEN
15
OPDRACHT
SAMENSTEL.
).
Het scannen van het origineel begint. Wanneer
het scannen beëindigd
is, verschijnt de [LEZEN
KLAAR] toets op het tiptoetsenpaneel.
8
Plaats de volgende set originelen en
druk op de [START] toets ( ).
Herhaal deze stap tot alle pagina's zijn gescand.
U kunt het origineelformaat, de resolutie en de
belichtingsinstellingen desgewenst voor elke pagina
wijzigen.
Indien u ongeveer 1 minuut geen bewerking uitvoert (u
drukt niet op de [START] toets ( )), zal het scannen
automatisch eindigen en is de opdracht opgeslagen
voor de transmissie.
9
Wanneer de laatste originele pagina is
gescand, tipt u de [LEZEN KLAAR]
toets aan.
2)
ORIGINEEL.(Pg.No.
(Pg. 2)
ORIGINEEL.
DRUK OP
.
PKLAAR]
[LEZENINDIEN
KLAAR]
GEREED.
LEZEN KLAAR
ORIGINEEL
U keert terug naar het
oorspronkelijke scherm.
HANDMATIG
Tip de [ORIGINEEL] toets aan.
STANDAARD
RESOLUTIE
4
OK
RIGINEEL
Plaats het eerste setje
die u wilt scannen.
3
Tip op de [OK] toets.
Er klinkt een pieptoon om
u te informeren dat de
opdracht in het geheugen is opgeslagen voor
de transmissie.
[OPDRACHT OPGESLAGEN] verschijnt in
het meldingendisplay.
(Kiezen en transmissie
beginnen automatisch
wanneer eerder opgeslagen opdrachten voltooid
zijn.)
HANDMATIG INSTELLEN VAN HET
SCANFORMAAT
Wanneer u een origineel plaatst dat geen standaardformaat heeft (zoals INCH formaat), of wanneer het formaat niet
correct werd herkend, moet u de [ORIGINEEL] toets aantippen en het origineelformaat handmatig instellen. Voer de
volgende stappen uit nadat u het document in de RSPF of op de glasplaat heeft geplaatst.
*Standaardformaten:
Opmerking
Standaardformaten van het origineel zijn formaten die correct kunnen worden herkend wanneer het origineel
wordt geplaatst.
Standaardformaten
Het gebruik van de RSPF
A3, B4, A4, A4R, A5, A5R
Bij het gebruik van de glasplaat
A3, B4, A4, A4R, A5
Wanneer er een origineel wordt geladen dat geen standaardformaat heeft (speciale formaten inbegrepen), zal
het dichtstbijzijnde standaardformaat worden weergegeven of het origineelformaat verschijnt niet.
1
Tip de [ORIGINEEL] toets aan.
Wanneer het scherm met
de adreslijst verschijnt,
tip dan de [CONDITIE
INSTELLINGEN] toets
aan om het scherm met
fax instellingen weer te
geven (p.6).
STANDAARD
RESOLUTIE
AUTO
A4R
ORIGINEEL
2
Tip op de [HANDMATIG] toets.
De te selecteren
formaten worden
weergegeven.
FORMAAT ORIGINEEL
HANDMATIG
Wanneer u een INCH formaat wilt selecteren, tipt u
de [AB INCH] toets aan en vervolgens de
gewenste origineelformaat toets.
"INCH" wordt
LUIDSPREKER
OPNIEUW KIEZE
geaccentueerd en de
FORMAAT ORIGINEEL
OK
INCH formaattoetsen
AUTO
HANDMATIC
worden weergegeven.
OK
8-1/2" x 11" 8-1/2" x 11"R
B5
Om terug te keren naar
B5R
A4
A4R
AB
het AB palet, tipt u de
INCH
B4
A3
[AB INCH] toets
opnieuw aan.
4
Tip op de buitenste [OK] toets.
ORIGINEEL
OK
HANDMATIC
JDIG
JE
2-ZIJDIG
SCHR.BLOK
R
A4
13
A3
A4R
OK
AB
U keert terug naar het
oorspronkelijke scherm.
(Door op de binnenste
[OK] toets te drukken in
de bovenstaande stap
gaat u terug naar stap 2.)
INCH
3
Tip de gewenste origineelformaat
toets aan.
LUIDSPREKER
FORMAAT ORIGINEEL
AUTO
OPNIEUW KIEZE
OK
HANDMATIG
A5
A5R
A4
A4R
B4
A3
OK
AB
INCH
De [AUTO] toets is niet
meer geaccentueerd. De
[HANDMATIG] toets en
de geselecteerde
origineelformaat toets
worden geaccentueerd.
5
Het geselecteerde formaat verschijnt
in de bovenste helft van de [ORIGINEEL] toets.
EXPOSURE
STANDAARD
RESOLUTIE
A4R
ORIGINEEL
16
2
BASISFUNCTIES
HET ONTVANGEN VAN
FAXBERICHTEN
Wanneer een ander faxtoestel een fax naar uw machine stuurt, rinkelt uw machine*, ontvangt het faxbericht
automatisch en begint te printen (automatische ontvangst).
Opmerking
Waarschuwing
U kunt een transmissieopdracht opslaan terwijl een faxbericht wordt ontvangen. ("Het opslaan van
transmissieopdrachten (geheugentransmissie)" (p.12))
Om faxberichten te ontvangen, moet er voldoende papier in de papierlade zijn geplaatst. Zie
"HET LADEN VAN PAPIER" in de gebruiksaanwijzing voor de kopieermachine voor het laden
van geschikt papier. Binnenkomende A4 (8-1/2" x 11") en B5 (5-1/2" x 8-1/2") formaat faxberichten worden automatisch afgesteld op de afdrukstand van het printpapier zodat het niet
nodig is om elk papierformaat zowel liggend ( ) als staand ( ) te plaatsen.
Wanneer u echter een faxbericht ontvangt, dat kleiner is dan A4 (8-1/2" x 11") formaat, is het
papierformaat dat wordt gebruikt om het faxbericht te printen afhankelijk van de afdrukstand
van het origineel (staand of liggend) in het zendende faxtoestel.
HET ONTVANGEN VAN EEN FAXBERICHT
1
Het toestel rinkelt* en de ontvangst
begint automatisch.
2
Het einde van de ontvangst.
Wanneer de ontvangst
eindigt, klinkt er een
pieptoon.
*Aantal belsignalen
Het toestel is zodanig ingesteld dat er twee belsignalen
klinken voordat de automatische ontvangst begint. Het
aantal belsignalen kan echter worden veranderd in elk
aantal van 0 tot 9* m.b.v. de key operator programma's.
Wanneer het aantal belsignalen op 0 is ingesteld,
ontvangt het toestel faxberichten zonder belsignaal.
* Het aantal belsignalen kan in sommige regio's
verschillen.
Opmerking
Wanneer het toestel meerdere uitgangslades heeft, kan de uitgangslade voor faxontvangst worden geselecteerd in de key
operator programma's. Zie "UITGANGSLADES" in het handboek voor de keyoperator.
Wanneer ontvangen faxberichten niet geprint kunnen worden
Wanneer de machine geen papier of toner meer heeft, wanneer er een papierstoring is
opgetreden, of wanneer het toestel bezig is te printen of met kopiëren, worden de
ontvangen faxberichten in het geheugen vastgehouden totdat het printen weer mogelijk
is. Het ontvangen faxbericht wordt automatisch geprint, zodra dit weer mogelijk is.
Wanneer ontvangen faxberichten in het geheugen worden vastgehouden, knippert het
datalampje naast de [FAX] toets.
U kunt ook de transferfunctie gebruiken om een ander faxtoestel de ontvangen
faxberichten laten printen. ("ONTVANGEN FAXBERICHTEN DOORSTUREN NAAR
EEN ANDER TOESTEL WANNEER PRINTEN NIET MOGELIJK IS" (p.20))
SCAN
DATA
FAX
LINE
DATA
JOB STATUS
CUSTOM SE
17
2
3
Hoofdstuk 3
GEAVANCEERDE
TRANSMISSIEMETHODES
In dit hoofdstuk worden de speciale faxfuncties voor speciale situaties en doeleinden beschreven.
HETZELFDE DOCUMENT IN EEN BEWERKING NAAR VERSCHILLENDE BESTEMMINGEN ZENDEN (MULTI-VERZENDEN)
Deze functie wordt gebruikt om een document in een bewerking naar meerdere bestemmingen te zenden.
Het te verzenden document wordt in het geheugen gescand en vervolgens naar de geselecteerde bestemmingen
verzonden. Deze functie is handig voor doeleinden zoals het verdelen van een rapport aan bedrijfssectoren op
verschillende plaatsen. Er kunnen max. 200 bestemmingen worden geselecteerd. Wanneer de transmissie naar alle
bestemmingen voltooid is wordt het document automatisch uit het geheugen gewist.
Piep
Bestemming A
(ontvanger)
Achtereenvolgens
verzenden
Zender
Ontvangst
REKING
EN:100%
TVANGST
NEXT ADDRESS
VOLGEND
ADRES
Piep
ADRESBOEK
Bestemming B
(ontvanger)
SUBADRES
Achtereenvolgens invoeren
van de bestemmingsnummers
Het document wordt in
het geheugen gescand
Ontvangst
Piep
Bestemming C
(ontvanger)
Ontvangst
18
GEAVANCEERDE TRANSMISSIEMETHODES
HET GEBRUIK VAN MULTI-VERZENDEN
1
2
Volg de stappen op van 1 tot 6 van
"BASISPROCEDURE VOOR HET
ZENDEN VAN FAXBERICHTEN" (p.9).
5
Voer het faxnummer van de eerste
bestemming in of tip een automatische kiestoets aan (snelkiestoets of
groepstoets) (p.13).
ADRESOVERZICHT
LUIDS
0123456789
CORPO.TPS
HARP CORPORATION
SHARP GROUP
ACC.#-C
3
EKING
1/2
Wanneer het fax instelscherm verschijnt, tipt u
de [ADRESBOEK] toets
aan om het adresboek
scherm weer te
geven.(p.6)
Wanneer u dit geselecteerd heeft, wordt er een
automatische kiestoets
geaccentueerd.
Tip de [VOLGENDE ADRES] toets aan
en voer vervolgens het faxnummer
van de volgende bestemming in of tip
een automatische kiestoets aan.
VOLGEND ADRES
Herhaal deze stap voor
elk van de resterende
bestemmingen.
VOORWAARDEINSTELLINGEN
Controleer de bestemmingen.
SELECTEER HET TE WISSEN ADRES.
0666211221
SHARP GROUP
CORPO.TPS
Wanneer u klaar bent
met het controleren van
de bestemmingen, tip
dan de [OK] toets aan
om terug te keren naar
het scherm van stap 4.
Wanneer u een
bestemming wilt wissen,
HET ADRES WISSEN?
tip dan de weergegeven
0666211221
toets van de bestemming
JA
NEE
aan. Er verschijnt een
melding om het wissen te
bevestigen. Tip de [JA]
toets aan om de
bestemming uit de lijst met bestemmingen te wissen.
Wanneer u het wissen wilt annuleren, tip u de [NEE]
toets aan.
6
Ga verder vanaf stap 7 van de
"BASISPROCEDURE VOOR HET
ZENDEN VAN FAXBERICHTEN" (p.9).
Het annuleren van multi-verzenden
Opmerking
Opmerking
Om multi-verzenden te annuleren wanneer
u bestemmingen selecteert, drukt u op de
[ALLES WISSEN] toets (
).
SUBADRES
4
1/2
Tip de [ADRES OVERZICHT] toets aan
om alle bestemmingen weer te geven.
VOORWAARDEINSTELLINGEN
SUBADRES
ADRESOVERZICHT
Wanneer de [ADRES
OVERZICHT] toets
ingedrukt is, wordt er een
lijst met de ingevoerde
en geselecteerde
bestemmingen
weergegeven.
19
3
GEAVANCEERDE TRANSMISSIEMETHODES
ONTVANGEN FAXBERICHTEN DOORSTUREN NAAR EEN ANDER TOESTEL
WANNEER PRINTEN NIET MOGELIJK IS
Wanneer printen op grond van een probleem niet mogelijk is, zoals geen papier of geen toner, kunt u ontvangen
faxberichten doorsturen naar een ander faxtoestel.Deze functie is handig in een kantoor of andere werkplaats waar
nog een ander faxtoestel op een andere telefoon aansluiting is geïnstalleerd. Wanneer er een faxbericht in het
geheugen is ontvangen, gaat het datalampje van de [FAX] toets knipperen (zie "Wanneer ontvangen faxberichten
niet geprint kunnen worden" (p.17)).
2 Printen niet mogelijk wegens
1 Faxtransmissie naar
uw toestel
Ander toestel
Uw toestel
papier- of tonerprobleem
3 "Transfer" instructie
Transferbestemming
m.b.v. aangepaste
instellingen
Opmerking
20
4 Automatisch kiezen en trans-
missie naar geprogrammeerde
transferbestemming
5 Printen
• Wanneer fax doorsturen wordt uitgevoerd, worden alle faxberichten die tot op dat tijdstip in het geheugen zijn
ontvangen doorgestuurd. De pagina die werd geprint toen het probleem optrad en alle volgende pagina's
worden doorgestuurd.
• Faxberichten die niet voor doorsturen geselecteerd kunnen worden. Faxberichten die naar een vertrouwelijke
box of vertrouwelijke geheugenbox werden gezonden kunnen niet worden doorgestuurd.
GEAVANCEERDE TRANSMISSIEMETHODES
HET GEBRUIK VAN DE DOORSTUREN FUNCTIE
Programmeer het faxnummer van de bestemming voor het doorsturen
Het nummer van de doorstuurbestemming wordt geprogrammeerd in de key operator programma's. Er kan slechts
een faxnummer worden geprogrammeerd en er kan een subadres en paswoord in dit nummer worden geïntegreerd.
Indien er geen doorstuurnummer is geprogrammeerd kan een faxbericht evengoed worden doorgestuurd naar een
doorstuurnummer dat handmatig wordt ingevoerd. In dit geval kan echter geen subadres en paswoord worden
toegevoegd.
Het doorsturen van ontvangen
gegevens (Wanneer er een doorstuurnummer geprogrammeerd is)
1
Tip de [GEBRUIKERSINSTELLINGEN]
toets aan.
LINE
DATA
Het doorsturen van ontvangen
gegevens (Wanneer er geen doorstuurnummer geprogrammeerd is)
1
Tip de [GEBRUIKERSINSTELLINGEN]
toets aan.
2
Tip de [FAXGEGEVENS
DOORSTUREN] toets aan.
Wanner er geen doorstuurnummer geprogrammeerd is, verschijnt "DE BESTEMMING WERD
NIET INGEVOERD."
AKSTATUS GEBRUIKERSINSTELLINGEN
3
2
Tip de [FAXGEGEVENS
DOORSTUREN] toets aan.
STRUK
GSTS
DE BESTEMMING IS NIET INGEVOERD.
Indien er geen
faxberichten zijn, die
doorgestuurd kunnen
worden verschijnt er een
melding.
KLOK
DOORSTUREN
FAXDATA
FAXNR.
KEY-OPERATORPROGRAMMA'S
4
3
DE ONTVANGEN DATA VERZENDEN
NAAR EEN ANDER APPARAAT?
NEE
Opmerking
JA
Het doorsturen annuleren nadat de
bovenstaande procedure voltooid is
Druk de [OPDRACHTSTATUS] toets in en annuleer
het doorsturen vervolgens op dezelfde manier als
bij een normale faxtransmissie.
Het faxbericht dat doorgestuurd ging worden keert
terug naar de print standby-status in uw toestel.
Wanneer het doorsturen niet mogelijk is omdat de
leiding bezet is of omdat er een transmissiefout is
opgetreden, keert het faxbericht terug naar de print
standby-status in uw toestel.
Bedien de numerieke toetsen om het
doorstuurnummer in te voeren.
Voer het doorstuurnummer in met behulp van de
numerieke toetsen.
Er kunnen max. 50 cijfers worden ingevoerd. Er kan
geen subadres en paswoord worden ingevoerd.
Tip de [JA] toets aan.
Het toestel kiest automatisch het doorstuurnummer dat in de key
operator programma's is
geprogrammeerd en
begint de faxberichten
door te sturen.
Om het doorsturen te
annuleren, tipt u de
[NEE] toets aan.
Tip de [FAX Nr.] toets aan.
5
Tip op de [OK] toets.
FAXNR.
ANNULEREN
OK
KEY-OPERATORPROGRAMMA'S
6
Het ingevoerde
doorstuurnummer is
opgeslagen.
Om dit te annuleren, tipt
u de [ANNULEREN]
toets aan.
Tip de [JA] toets aan.
DE ONTVANGEN DATA VERZENDEN
NAAR EEN ANDER APPARAAT?
NEE
KEY-OPERATORPROGRAMMA'S
JA
Het ingevoerde nummer
wordt automatisch gekozen en het doorsturen
begint.
Om het doorsturen te
annuleren, tipt u de
[NEE] toets aan.
21
3
AUTOMATISCHE TRANSMISSIE OP EEN
VASTGELEGDE TIJD (TIMER TRANSMISSIE)
Met deze functie kunt u een transmissie of polling bewerking instellen die dan automatisch op een bepaald tijdstip
worden uitgevoerd. De tijd kan tot een week van te voren worden vastgelegd. Zodoende kunt u profiteren van de
lage telefoonkosten buiten de kantooruren, zonder dat u er bij hoeft te zijn wanneer de bewerking wordt uitgevoerd.
Er kunnen in totaal 50 timer transmissie en geheugen transmissieopdrachten worden opgeslagen.
HET INSTELLEN VAN EEN TIMER TRANSMISSIE
1
In de faxfunctie tipt u de [SPECIALE
FUNCTIES] toets aan.
AUTOMAT. ONTVANGST
BOEK
SUBAD
SPEC. FUNCTIES
DIRECT TX
2
ADRESOVE
GEHEUG
Wanneer het scherm met
het adresboek verschijnt,
tip dan de [CONDITIE
INSTELLINGEN] toets
aan om het scherm met
fax instellingen weer te
geven (p.6).
Tip de [TIMER] toets aan.
SPECIALE FUNCTIES
Het timer transmissie
scherm verschijnt.
4
Selecteer de tijd in
24-uurformaat.
TIJD
Indien u doorgaat met
00 UU.
30 mm.
het aantippen van de
toetsen veranderen
de getallen snel.
De actuele tijd verschijnt
boven aan het scherm.
Wanneer de actuele tijd niet correct is, drukt u op de
[ALLES WISSEN] toets ( ) om de bewerking te
annuleren. Corrigeer de datum en tijdinstellingen zoals
toegelicht in "GEBRUIKERSINSTELLINGEN" in de
gebruiksaanwijzing van de kopieermachine.
ANNULEREN
5
TIMER
Selecteer de tijd. (Tip de
toets of de
toets aan tot de gewenste tijd
verschijnt.)
Tip op de buitenste [OK] toets.
OK
3
9:43 AM
Selecteer de dag van de week. (Tip de
toets of de
toets aan tot de
gewenste dag geselecteerd is.)
DAG VAN DE WEEK
De oorspronkelijke
fabrieksinstelling is "---"
(geen selectie). Wanneer
u deze instelling
selecteert, wordt de
transmissie uitgevoerd
zodra de vastgelegde tijd
is aangebroken.
ANNULEREN
30
6
mm.
OK
U keert terug naar het
scherm van stap1 Er verschijnt een timer icoon op
het tiptoetsenpaneel.
Om de timertransmissie
te annuleren, tipt u de
[ANNULEREN] toets
aan.
Voer de gewenste
transmissiebewerking uit.
De volgende stappen zijn afhankelijk van de soort
transmissie. De volgende transmissiesoorten
kunnen in een timerbewerking worden
uitgevoerd:
• Normale transmissie
• Multi-verzenden
• Vertrouwelijke transmissie
• Relayverzoek transmissie
• Polling
• Serieel polling
• F-code polling
• F-code vertrouwelijke transmissie
• F-code relayverzoek transmissie
Voor nadere details over deze functies, zie de
gebruiksaanwijzing van de uitbreidingskit.
22
TRANSMISSIE EN ONTVANGST
MET DE POLLING FUNCTIE
Deze functie kan alleen worden gebruikt wanneer het andere toestel een Super G3 of G3 apparaat is en de polling
functie ondersteunt. Met de polling functie kan uw toestel een ander faxtoestel bellen dat een document gereed
heeft om te verzenden en de ontvangst van dit document initiëren. U kunt ook de omgekeerde bewerking uitvoeren:
een document in het geheugen van uw toestel scannen, zodat een ander toestel uw toestel kan bellen en de
ontvangst van dit document kan initiëren.
Het bellen van het zendende toestel en vragen of dit toestel een document zendt, wordt "polling" genoemd. Het
scannen van een document in het geheugen en dit automatisch zenden wanneer het ontvangende toestel belt en
een polling bewerking met uw toestel uitvoert, wordt polling geheugen genoemd.
Polling
Met deze functie kan uw toestel een zendend toestel bellen en de ontvangst van een document in dit toestel
initiëren. Er kan ook een timerinstelling worden gemaakt zodat deze bewerking 's nachts of op een andere
vastgelegde tijd plaatsvindt.
Uw toestel
Andere toestel
3
2 Staat polling toe
1 Polling (andere toestel
verzoeken een document
te zenden)
3 Documentgegevens die
eerder in het geheugen
werden gescand
4 Documentgegevens worden automatisch
naar uw toestel verzonden
Groepstoetsen en multi-verzenden (p.18) kunnen worden gebruikt om achtereenvolgens meerdere faxtoestellen te
pollen in een bewerking (serieel polling). Er kunnen max. 200 toestellen machines worden gepold. In dit geval wordt
de volgorde van bewerkingen in het bovenstaande diagram herhaald voor elke geselecteerde machine.
Opmerking
Het ontvangende toestel draagt de kosten (telefoonkosten) van de polling transmissie.
23
GEAVANCEERDE TRANSMISSIEMETHODES
Polling geheugen
Met deze functie kan uw toestel automatisch een document zenden dat eerder in het geheugen werd gescand
wanneer een ander toestel belt en uw machine polt.
Uw toestel
Andere toestel
1 Polling (verzoekt
om transmissie)
2
Staat polling
toe
3 Documentgegevens die
eerder in het geheugen
werden gescand
4 Documentgegevens worden
automatisch naar het andere
toestel verzonden
HET GEBRUIK VAN DE POLLING FUNCTIE
Er mag geen document in het toestel geladen zijn wanneer de volgende bewerking wordt uitgevoerd. Wanneer dit in
combinatie met een timer bewerking wordt gebruikt kan er slechts een polling opdracht worden opgeslagen.
Opmerking
1
Wanneer het andere toestel een polling veiligheidsfunctie heeft ingeschakeld, dient u te controleren of uw
faxnummer (nummer van de zender) in het key operator programma geprogrammeerd is en dient u de operator
van het andere toestel te vragen om uw faxnummer in dit toestel te programmeren (het geprogrammeerde
nummer van de zender met het laagste controlenummer).
Tip de [SPECIALE FUNCTIES] toets
aan in de faxfunctie en tip vervolgens
de [NAVRAGEN] toets aan.
Wanneer het scherm met
het adresboek verschijnt,
SPEC. FUNCTIES
ADRESOVERZICHT
tip dan de [CONDITIE
DIRECT TX
MEMORY
TX
INSTELLINGEN] toets
NAVRAGEN
aan om het scherm met
DUBBELE PG
PROGRAMMA
fax instellingen weer te
SCANNEN
geven (p.6).
De [NAVRAGEN] toets
wordt geaccentueerd en het polling icoon verschijnt.
Om het pollen te annuleren tipt u de [NAVRAGEN]
toets nogmaals aan om de selectie te annuleren.
3
SUBADRES
2
Wanneer het fax instelscherm verschijnt, tipt u
LUIDS
0123456789
de [ADRESBOEK] toets
CORPO.TPS
aan om het adresboek
HARP CORPORATION
SHARP GROUP
scherm weer te geven.
(p.9)
De geselecteerde automatische kiestoets wordt
geaccentueerd. Wanneer u serieel polling uitvoert, tipt u
de [VOLGENDE ADRES] toets aan en herhaalt u deze
stap. (p.19)
ACC.#-C
Tip op de [OK] toets.
OK
1/2
ANGZAMER
AN MODE.
24
Voer het nummer van het andere
faxtoestel in of tip een automatische
kiestoets aan (snelkiestoets of
groepstoets) (p.13).
U keert terug naar het fax
instelscherm en het
polling icoon verschijnt in
het tiptoetsenpaneel.
4
Wanneer u klaar bent met het
invoeren van de bestemming(en),
drukt u op de [START] toets( ).
"OPDRACHT
OPGESLAGEN."
verschijnt op het scherm.
Uw toestel print het document na dit van de zendende machine te
hebben ontvangen.
GEAVANCEERDE TRANSMISSIEMETHODES
HET GEBRUIK VAN HET POLLING GEHEUGEN
In deze functie wordt een eerder in het geheugen gescand document naar een ontvangend toestel verzonden
wanneer dit toestel belt en uw toestel polt. Het toestel beschikt over "geheugenboxen",die bestaan uit geheugen
voor de normale polling geheugen functie, F-code polling geheugen, F-code vertrouwelijke transmissie en F-code
relaytransmissie. De polling geheugen functie die hier wordt beschreven maakt gebruik van een geheugenbox die
"OPENBARE VAK".) wordt genoemd.
Een document in het polling geheugen scannen (de openbare box)
Volg deze procedure op om een document in de openbare box te scannen. Indien er al andere documenten in de
openbare box werden gescand wordt het nieuwe document aan deze documenten toegevoegd. Wanneer de eerder
gescande documenten niet meer worden gebruikt, kunt u deze wissen.
1
Controleer of het toestel in de
faxmodus staat.
SCANNEN
DATA
FAX
LINE
DATA
TAAKSTATUS GEBRUIKERSINS
Wanneer het lampje in
de [FAX] toets brandt,
staat de machine in de
faxmodus. Als het lampje
niet brandt, drukt u op de
[FAX] toets.
2
Plaats het document in de RSPF of op
de glasplaat.
3
Tip de [SPECIALE FUNCTIES] toets
aan en vervolgens de
[GEHEUGENVAK] toets.
SUBADRES
SPEC. FUNCTIES
POLLING
DIRECT TX
SCAN MODE.
MEMORY TX
GEHEUGENVAK
PROGRAM
4
ADRESOVERZICHT
LANGZAMER
Wanneer het scherm met
het adresboek verschijnt,
tip dan de [CONDITIE
INSTELLINGEN] toets
aan om het scherm met
fax instelscherm weer te
geven (p.6).
Tip op de [DATAOPSLAG] toets.
5
Selecteer het aantal transmissies.
ATAOPSLAG
EENMAAL
ONBEPERKT
Tip de [EENMAAL] toets
of de [ONBEPERKT] toets
aan.
Wanneer u het document
in de geheugenbox
scant, kunt u kiezen of u
het document na het
pollen automatisch wilt
wissen of in de box wilt
laten om het nogmaals te
laten pollen.
7
Tip op de [OK] toets.
8
Druk op de [START] toets (
).
Het document is gescand. Indien er eerder
andere documenten werden opgeslagen, wordt
het nieuwe document
aan de andere toegevoegd.
9
Druk op de [START] toets (
).
"PRINTOPDRACHT IN
GEHEUGEN. WACHT
TOT NA HET PRINTEN."
verschijnt en de documenten worden geprint.
NAVRA
DATAOPSLAG
6
DATA A
Tip op de [OPENBAAR VAK] toets.
Hiermee wordt bepaald
dat het document in de
openbare box wordt
gescand.
OPENBAAR VAK
25
3
GEAVANCEERDE TRANSMISSIEMETHODES
Beperkte polling toegang (polling veiligheid)
Wanneer u wilt verhinderen dat onbevoegde faxtoestellen uw apparaat pollen, dient u de polling veiligheid functie in
te schakelen. Wanneer deze functie ingeschakeld is, wordt de toestemming tot pollen alleen verleend wanneer het
faxnummer van de polling machine (zoals in deze machine geprogrammeerd) overeenkomt met een van de
faxnummers die u in uw toestel heeft geprogrammeerd als paswoorden. Er kunnen max. 10 faxnummers als
paswoorden geprogrammeerd worden.
Er zijn twee soorten polling veiligheidsfuncties. Polling is toegestaan wanneer de nummers van beide soorten
overeenkomen.
Controleren van het geprogrammeerde zendernummer van de ontvanger
tegenover de pascode van het zendende toestel
[Voorbereidingen]
[Tijdens het pollen]
Uw
(ontvanger)
toestel
Piep
Programmeer eigen
faxnummer
(zender)
Selecteer polling of
serieel polling
Ontvangst
Polling
Programmeer
pascode
Ontvanger
Eigen
nummer
(zender)
Transmission
Zendende
toestel
Nummers
stemmen
overeen
Pascode
Controleer zendernummer
tegenover pascodes
Zendende
toestel
Polling is toegestaan
[Voorbereidingen]
Controleren van het systeemnummer van de ontvanger tegen de ID nummers
van de zender (alleen Sharp toestlelen)*
[Voorbereidingen]
[Tijdens het pollen]
*Behalve sommige modellen
Uw
(ontvanger)
toestel
Piep
Programmeer een
systeemnummer
Selecteer polling of
serieel polling
Ontvangst
Transmission
Polling
Programmeer
ID nummers
Ontvanger
Zendende
toestel
Ontvanger
Systeemnummer
ID-nummers
Controleer systeemnummer
tegenover ID-nummers
Zendende
toestel
Nummers
stemmen
overeen
Polling is toegestaan
[Voorbereidingen]
Opmerking
26
• Wanneer u de polling veiligheidsfunctie niet gebruikt, wordt het document naar elk faxtoestel gezonden dat uw
toestel polt.
• Wanneer u de polling geheugenfunctie met ingeschakelde polling veiligheid gebruikt moet het faxnummer van
de polling machine in uw toestel geprogrammeerd zijn. De polling machine moet ook het nummer van de
zender geprogrammeerd hebben.
HET PROGRAMMEREN VAN VAAK
GEBRUIKTE BEWERKINGEN
Met deze functie kunt u de stappen van een bewerking in een programma opslaan, inclusief de bestemming en de
scaninstellingen. Wanneer u een document naar deze bestemming wilt sturen, drukt u gewoon op de
desbetreffende programmatoets waarna de stappen automatisch worden uitgevoerd. Deze functie is handig
wanneer u vaak documenten, zoals een dagrapport naar dezelfde bestemming stuurt. Er kunnen max. 8
programma's worden opgeslagen.
Opmerking
Opmerking
• Een programma verschilt van een timer bewerking (p.22) in zoverre dat dit niet uit het geheugen wordt gewist
nadat de transmissie heeft plaatsgevonden. Een programma maakt het op die manier mogelijk herhaaldelijk
dezelfde soort transmissie uit te voeren. Let er echter op dat het bij programma's niet mogelijk is een
timerinstelling voor de transmissie vast te leggen.
• Met uitzondering van polling, kunnen ontvangstbewerkingen niet in een programma worden opgeslagen.
Programma's kunnen m.b.v. de aangepaste instellingen worden opgeslagen en er kan een naam met een lengte
van max. 36 karaktertekens aan worden toegekend.
De volgende instellingen kunnen in een programma worden opgeslagen:
• Bestemmingsfaxnummer • NAVRAGEN • LANGZAME SCANFUNCTIE • DUBBELZIJDIGE PAGINA'S
SCANNEN • VOORBLAD • TX MELDING • EIGEN PASWOORD SELECTEREN • Vertrouwelijke transmissie
• RELAY MULTI-VERZENDEN • RESOLUTIE en BELICHTING
Automatische kiestoetsen (snelkiestoetsen of groepstoetsen) kunnen worden gebruikt om het faxnummer van de
bestemming op te slaan of er kan een volledig nummer worden ingevoerd via de numerieke toetsen. Wanneer u een
multi-verzenden of serieel polling bewerking in een programma opslaat kunnen er max. 200
bestemmmingsfaxnummers worden opgeslagen.
HET GEBRUIK VAN EEN PROGRAMMA
1
Laad het document in de faxfunctie.
(p.8)
SCANNEN
DATA
FAX
LINE
DATA
TAAKSTATUS GEBRUIKERSINS
2
Laad geen document
wanneer u een polling
bewerking uitvoert.
Wanneer de dubbelzijdige scanfunctie gaat
gebruiken, plaats het
document dan op de
glasplaat.
Tip de [SPECIALE FUNCTIES] toets
aan en vervolgens de [PROGRAMMA]
toets.
SUBADRES
SPEC. FUNCTIES
ADRESOVERZICHT
DIRECT TX
NAVRAGEN
BOEKKOPIE
PROGRAMMA
Wanneer het scherm met
het adresboek verschijnt, tip dan de [CONDITIE INSTELLINGEN]
toets aan om het scherm
met fax instellingen weer
te geven. (p.6) Het programma selectiescherm
verschijnt.
3
Tip de programmatoets aan die u wilt
uitvoeren. Controleer of de toets
geaccentueerd is en tip vervolgens de
[OK] toets aan.
OK
R SHARP
ORMAT A
De aangetipte programmatoets is geselecteerd
en u keert terug naar het
scherm van stap 2.
De [PROGRAMMA] toets
en de toetsen van de
functies die in het programma zijn opgeslagen
worden geaccentueerd.
4
Tip op de [OK] toets.
5
Desgewenst kunt u het origineelformaat en andere instellingen selecteren en vervolgens op de [START]
toets drukken ( ).
U keert terug naar het conditie instelscherm.
De transmissie wordt volgens het programma
uitgevoerd.
Opmerking
De volgende instellingen die niet in een programma kunnen worden opgeslagen, kunnen
geselecteerd worden voordat u de [START]
toets indrukt (
) in stap 5.
• Instelling origineelformaat
• Tweezijdig scannen
• Opdrachtsamenstelling
• Timerinstelling
Let op, dat wanneer de dubbelzijdige paginafunctie in een programma is opgeslagen, de tweezijdig
scannen en opdrachtsamenstellingsfunctie niet
geselecteerd kunnen worden.
27
3
GEAVANCEERDE TRANSMISSIEMETHODES
HET ZENDEN EN ONTVANGEN VAN
VERTROUWELIJKE FAXBERICHTEN
Met de vertrouwelijke functie kunt u vertrouwelijke faxberichten zenden en ontvangen. Wanneer een faxbericht met
een vertrouwelijke transmissie is verzonden, wordt dit in het geheugen (vertrouwelijke box) van het ontvangende
toestel opgeslagen in plaats van geprint. Het faxbericht kan alleen geprint worden wanneer de ontvanger een
vertrouwelijke ID code invoert.
Deze functie is handig wanneer u vertrouwelijke documenten moet zenden of ontvangen of wanneer verschillende
afdelingen hetzelfde faxtoestel delen.
Om vertrouwelijke faxberichten te kunnen ontvangen, moet er een vertrouwelijk boxnummer en een ID code worden
geprogrammeerd.
Het andere toestel
Uw toestel
Printen van het document
1
Het document wordt
verzonden
3
-1
Voer de ID-code in
(4 cijfers)
Vertrouwelijke box
Selecteer
vertrouwelijke
transmissie
MARK
MARK
2
Het document wordt opgeslagen
in de vertrouwelijke box.
3
-2
Wanner de
ID-code geldig is, wordt het
ontvangen faxbericht geprint
Zoals hierboven getoond wordt het ontvangen van een faxbericht in de vertrouwelijke box vertrouwelijke ontvangst
genoemd en het zenden van een faxbericht naar een vertrouwelijke box in het ontvangende toestel wordt
vertrouwelijke transmissie genoemd.
Opmerking
Waarschuwing
28
• De vertrouwelijke functie kan alleen worden gebruikt wanneer het andere faxtoestel een Sharp model is dat
over de vertrouwelijke faxfunctie beschikt. Raadpleeg uw dealer voor nadere informatie.
• Om de vertrouwelijke functie te gebruiken moet het nummer van de zender in het zendende toestel
geprogrammeerd worden en moet er een ID code geprogrammeerd zijn in het ontvangende toestel.
Pas op dat u uw vertrouwelijke ID code niet vergeet. Voor het geval dat u dit bent vergeten,
kunt u de vertrouwelijke ID lijst printen.
VERTROUWELIJKE TRANSMISSIE
Voor het zenden van een vertrouwelijk faxbericht dient u te controleren of het ontvangende toestel over de
vertrouwelijke ontvangstfunctie beschikt dat deze overeenkomstig is geprogrammeerd voor het ontvangen van
vertrouwelijke faxberichten.
Wanneer het ontvangende toestel meer dan een box heeft voor de vertrouwelijke ontvangst, moet u eerst contact
opnemen met de ontvanger voor het correcte boxnummer.
1
Tip de [SPECIALE FUNCTIES] toets
aan , de
toets en vervolgens de
[VERZEND OPTIES] toets.
SPECIAL MODES
SUBADRES
SPEC. FUNCTIES
ADRESOVERZICHT
DIRECT TX
MEMORY TX
VOORBLAD
VERZEND
OPTIES
2
U keert terug naar het fax instelscherm.
6
Voer de fax transmissie uit. (p.9)
3
B
Tip de
of
toets aan om het
vertrouwelijke boxnummer van de
ontvanger vast te leggen.
VERTROUWELIJKE BOX NUMMER
00
4
Tip op de buitenste [OK] toets.
Tip de [VERTROUWELIJKE TX] toets
aan.
VERTROUWELIJK TX
3
Wanneer het scherm met
het adresboek verschijnt,
tip dan de [CONDITIE
INSTELLINGEN] toets
aan om het scherm met
fax instellingen weer te
geven (p.6).
5
Er kan een nummer van
"00" tot "99" geselecteerd
worden.
Tip op de binnenste [OK] toets.
OK
ANNULEREN
OK
U keert terug naar het
zendopties scherm.
De [VERTROUWELIJKE
TX] toets is
geaccentueerd en het
vertrouwelijke
transmissie icoon
verschijnt.
29
HET ZENDEN VAN FAXBERICHTEN
MET DE RELAYVERZOEK FUNCTIE
De relayverzoekfunctie wordt gebruikt om een faxbericht naar een relay faxtoestel te zenden waarna dit
relayfaxtoestel het faxbericht naar meerdere eindontvangende toestellen zendt.
Relayverzoek toestel
(originele zender van het document)
1
Relay toestel
Het document wordt naar het
relayverzoek toestel gezonden
2
S.F.
Het document wordt
in het geheugen
opgeslagen
3 Het document wordt
achtereenvolgens verzonden naar
de eindtoestellen die in het
relaytoestel zijn geprogrammeerd
Eindontvanger A
Eindontvanger B
Eindontvanger C
Het faxtoestel dat het faxbericht oorspronkelijk verzendt, wordt relayverzoek toestel genoemd en het toestel dat dit
vervolgens naar de eindontvangers stuurt, wordt relaytoestel genoemd.
Het faxbericht wordt zowel geprint door het relaytoestel evenals door de eindontvangers.
De relayverzoek functie is handig wanner het relaytoestel dicht genoeg bij de eindontvangers is zodat de totale
kosten voor de transmissie lager zijn dan wanneer u het faxbericht direct naar de eindontvangers zendt d.m.v.
multi-verzenden. Wanneer dit in combinatie met een timerinstelling wordt toegepast om van de lagere tarieven
buiten kantoortijden te profiteren, kunnen de kosten van de transmissie nog verder gereduceerd worden.
Het zenden van een faxbericht naar een relaytoestel en het verzoeken om relaytransmissie wordt de relayverzoek
functie genoemd. Het ontvangen van een faxbericht en dit te verzenden naar een groep eindontvangers wordt
relay-multi-verzenden functie genoemd.
Opmerking
30
• Deze functie kan alleen worden gebruikt wanneer het relaytoestel een Sharp model is, dat over de
relay-multi-verzenden functie beschikt. Voor nadere informatie kunt u contact opnemen met uw erkende
service vertegenwoordiger.
• Om een relayverzoek te laten plaatsvinden moet het faxnummer van het relay verzoekende toestel (het
geprogrammeerde nummer van de zender) in het relaytoestel geprogrammeerd zijn als relay ID code.
• Om een relayverzoek uit te voeren, moeten de relay groep (het nummer van het relaytoestel en de nummers
van de eindontvangers) geprogrammeerd zijn.
• Het relayverzoek toestel draagt alleen de kosten van het zenden van het faxbericht naar het relaytoestel. Het
relaytoestel draagt de kosten van het zenden van het faxbericht aan de eindontvangers.
HET GEBRUIK VAN DE RELAYVERZOEK FUNCTIE
Een relayverzoek transmissie wordt uitgevoerd door het vastleggen van de relaygroep en door vervolgens een
normale faxtransmissie uit te voeren.
Er kan slechts een relaygroep worden vastgelegd.
Een relayverzoek wordt geweigerd wanneer er een ontvangend toestel werd gespecificeerd dat niet in het
relaytoestel is opgeslagen.
1
Tip de [SPECIALE FUNCTIES] toets
aan , de
toets en vervolgens de
[VERZEND OPTIES] toets.
SPECIAL MODES
SUBADRES
SPEC. FUNCTIES
ADRESOVERZICHT
DIRECT TX
MEMORY TX
VOORBLAD
VERZEND
OPTIES
2
Tip op de buitenste [OK] toets.
U keert terug naar het fax instelscherm.
6
Voer de fax transmissie uit. (p.9)
Tip de [RELAY MULTI-VERZENDEN]
toets aan.
UWELIJK
3
Wanneer het scherm met
het adresboek verschijnt,
tip dan de [CONDITIE
INSTELLINGEN] toets
aan om het scherm met
fax instellingen weer te
geven (p.6)
5
3
RELAYDISTRIBUTIE
Tip de toets van de relaygroep die u
wilt gebruiken aan.
PTIES/RELAY MULTI VERZENDEN
De geselecteerde
relaygroepstoets is
geaccentueerd.
SHARP CORPORATION
SHARP GROUP
4
Tip op de binnenste [OK] toets.
OK
ANNULEREN
OK
1/1
U keert terug naar het
speciale transmissie
scherm.
De [RELAY
MULTI-VERZENDEN]
toets is geaccentueerd
en er verschijnt een
relayverzoek icoon.
31
4
Deel 4
TRANSMISSIE M.B.V. F-CODES
In deze paragraaf wordt de F-code transmissie toegelicht, waarmee u geavanceerde bewerkingen op comfortabele
wijze kunt uitvoeren, zoals bijv. relay multi-verzenden en vertrouwelijk zenden. Normaal gesproken is het voor deze
functies noodzakelijk dat het andere faxtoestel een gelijksoortelijk Sharp toestel is; met de F-code transmissie is het
echter mogelijk deze functies met elk ander toestel uit te voeren, dat de F-code transmissie ondersteunt.
Deze machine ondersteunt de "F-code" standaard die werd vastgelegd door de ITU-T*.
* De ITU-T is een organisatie van de verenigde naties, die communicatiestandaards vastlegt. Het is een afdeling van de
"International Telecommunication Union (ITU), die wereldwijde telecommunicatie netwerken en dienstverleningen coördineert.
GEHEUGENBOXEN EN SUBADRESSEN/ PASWOORDEN VEREIST VOOR DE F-CODE TRANSMISSIE
Faxtoestellen die de F-code transmissie ondersteunen maken het creëren van een "geheugenbox" in het
geheugen van de machine mogelijk. De geheugenbox wordt gebruikt om documenten op te slaan die werden
ontvangen van een ander faxtoestel of voor documenten die moeten worden verzonden wanneer een ander toestel
een pollen-bewerking met dit toestel uitvoert. Er kunnen voor elke bewerking max. 10 geheugenboxen worden
gemaakt voor elke soort bewerking en er kan een naam aan elke box worden toegekend. Een "subadres" dat de
plaats van de box in het geheugen aangeeft en desgewenst kan er ook een paswoord worden gecreëerd om
toegang tot de box te verkrijgen.
GEHEUGEN
7732123
0001
11245
7732123
SHARP
Documentgroep 2
Productplanning
afdeling
3321
1115
7732123
Productplanning
afdeling
1115
3333
4444
010
Afdelingsleider
Berichten
Sectiemanager
11111111
123456
Productplanning
afdeling
Subadres (plaats in geheugen)
Selecteer een willekeurig getal
tot max. 20 cijfers.
Naam van het vak (wordt
gebruikt om vakken te
beheren in uw toestel)
Selecteer een naam van max.
30 letters.
Pascode (toets)
Selecteer een willekeurig nummer
tot max. 20 cijfers. (Niet vereist)
Openbaar vak*
1115
*De openbare box wordt gebruikt voor normaal serieel pollen. ("HET GEBRUIK VAN HET POLLING GEHEUGEN" (p.25))
Wanneer bij de optredende communicatie een geheugenbox betrokken is, zal de communicatie alleen plaatsvinden
wanneer het subadres en het paswoord dat de andere machine zendt, overeenkom met het subadres en het paswoord dat voor deze box in uw toestel werd geprogrammeerd. Om de communicatie toe te staan moet u daarom aan
het andere toestel het subadres en het paswoord van de geheugenbox meedelen. Op dezelfde manier moet u om
een document naar een geheugenbox in een andere machine te kunnen zenden of om met een pollenbewerking een
document uit deze geheugenbox te kunnen ophalen, het subadres en paswoord van deze geheugenbox kennen.
Geheugenboxen worden in deze machine niet alleen door subadressen en paswoorden beheerd (dit zijn
cijfervolgordes) maar ook door namen. Bijvoorbeeld aan de geheugenbox met het subadres "7732123" en het
paswoord "1115", zou u de naam "Productplanning" kunnen toekennen. Het toekennen van namen maakt het
beheer van geheugenboxen eenvoudiger.
Dit toestel gebruikt het begrip "subadres" voor de plaats van de geheugenbox en het begrip "paswoord" voor het
paswoord dat communicatie toestaat; andere faxtoestellen van andere fabrikanten kunnen echter andere namen
gebruiken. Wanneer het andere toestel naar een subadres en paswoord vraagt is het misschien handig om de
terminologie van de ITU-T met 3 alfabetische karaktertekens te gebruiken..
Dit toestel
32
ITU-T
F-code polling geheugenbox
F-code vertrouwelijke box
F-code Relay multi-verzenden
Subadres
SEP
SUB
SUB
Paswoord
PWD
SID
SID
TRANSMISSIE M.B.V. F-CODES
HET INVOEREN VAN EEN SUBADRES EN PASWOORD
VOOR EEN GEHEUGENBOX IN DE ANDERE MACHINE
Wanneer u naar een geheugenbox in een ander faxtoestel zendt moeten het subadres en het paswoord na het
faxnummer van het andere faxtoestel worden ingevoerd. Voer het faxnummer van het andere toestel in zoals
toegelicht voor een normale transmissie (p.9) of voor een polling bewerking (p.24) en voer vervolgens het subadres
en het paswoord als volgt in:
1
Kies het faxnummer van het andere
toestel of tip een snelkiestoets aan.
Wanneer het conditie
instelscherm verschijnt,
LUIDS
0123456789
tipt u de [ADRESBOEK]
CORPO.TPS
toets aan om het adresHARP CORPORATION
SHARP GROUP
boek scherm weer te
geven.(p.9)
Wanneer het subadres
en het paswoord in een
snelkiestoets werden geprogrammeerd, zijn de volgende stappen niet noodzakelijk.
3
Gebruik de numerieke toetsen om het
subadres van de geheugenbox van
het andere toestel in te voeren (max.
20 cijfers)
Wanneer u een fout
maakt, drukt u op de
[WISSEN] toets ( ) en
voert u de correcte cijfers
opnieuw in.
ACC.#-C
2
Tip op de [SUBADRES] toets.
VOORWAARDEINSTELLINGEN
SUBADRES
ADRESOVERZICHT
Er verschijnt een slash "/"
aan het einde van het
faxnummer. Wanneer u
een fout maakt, drukt u
de [WISSEN] toets in
( ) om de fout te
wissen.
ACC.#-C
4
Tip de [SUBADRES] toets nogmaals
aan.
Er verschijnt een slash "/" aan het einde van het
subadres.
5
Gebruik de numerieke toetsen om het
paswoord van de geheugenbox van
het andere toestel in te voeren (max.
20 cijfers)
Wanneer er geen paswoord voor de andere box
werd vastgelegd, is deze stap niet noodzakelijk.
Opmerking
• U kunt een subadres en een paswoord in een snelkiestoets samen met het faxnummer programmeren.
• Handmatige transmissie m.b.v. een subadres en paswoord is niet mogelijk.
HET MAKEN VAN EEN GEHEUGENBOX VOOR
F-CODE TRANSMISSIE
F-code bewerkingen die geheugenboxen gebruiken beschikken ook over F-code polling geheugen (p.34) F-code
vertrouwelijke transmissie en F-code relay multi-verzenden. Er moeten geheugenboxen worden gemaakt om deze
bewerkingen te kunnen uitvoeren.
Er kan een geheugenbox worden gemaakt m.b.v. de key operator programma's. Geheugenboxen worden gemaakt
in de key operator programma's. Er kunnen max. 10 boxen voor elke bewerkingstype worden gecreëerd.
De methode om een box te maken is afhankelijk van de bewerking.
Nadat u een box heeft gecreëerd dient u eraan te denken, de andere partij het subadres en het paswoord mee te
delen.
Opmerking
Wanneer u probeert een geheugenbox te creëren wanneer er al 10 geheugenboxen werden gemaakt voor dat
bepaalde bewerkingstype, verschijnt er een melding om u mee te delen dat er geen boxen meer gemaakt
kunnen worden. Wis alle onnodige boxen en creëer vervolgens de nieuwe box.
33
4
F-CODE POLLING GEHEUGEN
Met het F-code polling geheugen kan een faxtoestel een ander faxtoestel bellen en de ontvangst van een document
initiëren dat in de polling geheugenbox van het andere toestel werd gescand. Het bellen van een ander toestel en het
initiëren van de ontvangst wordt F-code polling genoemd en het scannen van een document in een geheugenbox van
een ander toestel om dit met een polling bewerking op te halen wordt F-code polling geheugen genoemd. Deze functie is
ongeveer gelijk aan normaal pollen; het gebruik van de F-code polling geheugenbox garandeert echter de veiligheid die
wordt geleverd door het subadres en het paswoord.
Hoe functioneert het F-code polling geheugen
Uw toestel
Het andere toestel
1
3
komen niet overeen
Controleer subadres en pascode
komen overeen
2
F-code polling (transmissieverzoek) Subadres en
pascode worden naar uw
toestel verzonden
De polling geheugenbox gaat open
Subadres
Pascode
Prodact Planning
4
Automatische transmissie
van de documentgegevens
naar andere toestel
F-code polling is wanneer uw toestel een ander toestel belt en een document ophaalt dat in de polling geheugenbox
van dit toestel werd gescand (het omgekeerde van het bovenstaande diagram).
Opmerking
34
• Voor het uitvoeren van polling of polling geheugen zonder de F-code te gebruiken, zie pagina 23.
• Anders als bij normaal pollen is het faxnummer van het andere toestel of systeemnummer niet
geprogrammeerd als paswoord voor het F-code polling geheugen. Het subadres en paswoord van de polling
geheugenbox worden gebruikt voor de poolingveiligheid.
• Het ontvangende toestel draagt de kosten (telefoonkosten) van de transmissie.
TRANSMISSIE M.B.V. F-CODES
HET GEBRUIK VAN HET F-CODE POLLING
GEHEUGEN
Om een ander toestel een document uit uw toestel te kunnen laten halen, moet dit eerst in de F-code polling
geheugenbox worden gescand.
U kunt het document in de geheugen polling box controleren door het te printen.
Waarschuwing
Wanneer u het F-code polling geheugen gebruikt, stel dan de ontvangstmodus niet in op
handmatige ontvangst.
Het scannen van een document in een F-code polling geheugenbox
De procedure om een document in een F-code polling geheugenbox te scannen is bijna hetzelfde als de procedure
voor het scannen van een OPENBARE VAK voor het normale polling geheugen. In plaats van het aantippen van de
[OPENBARE VAK] toets in stap 5 van het scannen van een document in het polling geheugen (de openbare box) op
pagina 25, tipt u de toets van de geheugenbox aan waarin u het document wilt scannen. Wanneer er al een
document in deze geheugenbox is opgeslagen, wordt het nieuwe document naast het bestaande document
opgeslagen. Wanneer u het bestaande document niet meer nodig heeft, kunt u het wissen zoals hierna toegelicht in
"Controleren en wissen van een document in een geheugenbox".
Wanneer u de geheugenbox aantipt waarin u het document wilt scannen, wordt de
toets geaccentueerd en geselecteerd als de scanbestemming.
ANNU
MARKETING GROUP
1/1
SHARP BRANCH EX
OPENBAAR
Opmerking
Wanneer u het document in de geheugenbox scant, kunt u kiezen of u het document na het pollen automatisch
wilt wissen of in de box wilt laten om het nogmaals te laten pollen.
Controleren en wissen van een document in een geheugenbox
De procedure voor het controleren van een document in een F-code polling geheugenbox door het te printen of het
wissen van een document uit een box zijn bijna hetzelfde als de procedures voor het printen en wissen van
documenten uit de openbare box.
Wanneer er een document icoon ( ) verschijnt rechts van een geheugenbox toets, is
er een document in deze box opgeslagen en kunt u dit printen.
Let op dat u de inhoud van een geheugenbox niet kunt controleren of wissen terwijl
deze wordt gebruikt voor de transmissie.
MARKETING GROUP
1/1
SHARP BRANCH EX
OPEN
35
4
5
Deel 5
COMFORTABELE METHODEN
VOOR HET GEBRUIK
In dit hoofdstuk worden comfortabel functies toegelicht, die kunnen worden gebruikt om een document te zenden
alsmede eigenschappen die het toepassingsgebied van uw faxtoestel vergroten zoals het aansluiten van een
neventoestel.
HET AANSLUITEN VAN EEN
NEVENTOESTEL
U kunt een neventoestel op uw faxtoestel aansluiten en dit gebruiken om telefoongesprekken aan te nemen en uit te
voeren net als met alle andere normale telefoontoestellen. U kunt ook de faxontvangst activeren vanaf de telefoon
(afstandsbediening).
Opmerking
Opmerking
1
• Indien u een combinatie van telefoon/antwoordapparaat aan het toestel aansluit, kunt u de
antwoordapparaatfunctie niet gebruiken.
• Het neventoestel moet direct worden aangesloten op de TEL. bus van de machine, zoals hiernavolgend wordt
beschreven.
Steek het uiteinde van het
verlengsnoer in de adapter.
Wandcontactdoos
Adapter
TEL bus
1
Plaats een externe telefoon in de TEL
aansluiting aan de rechter zijkant van
de machine.
Let op of u een kliktoon
hoort, waardoor wordt
aangegeven dat het
snoer stevig is
aangesloten.
2
3
4
5
Let op of u een kliktoon
hoort, waardoor wordt
aangegeven dat het
snoer goed is aangesloten.
Telefoon
aansluit bus
6
HET ZENDEN VAN EEN FAXBERICHT NA EEN
TELEFOONGESPREK (HANDMATIGE TRANSMISSIE)
Wanneer het andere faxtoestel op handmatige ontvangst is ingesteld, kunt u met de ontvanger spreken en
vervolgens een faxbericht zenden zonder de verbinding te verbreken. Deze procedure wordt handmatige
transmissie genoemd.
1
36
COMFORTABELE METHODEN VOOR HET GEBRUIK
HET ZENDEN VAN EEN FAXBERICHT
VANAF DE COMPUTER (PC-FAX)
Indien er een computer aan de machine is aangesloten en de pc-fax besturing in de computer is geïnstalleerd; kan
een document dat op de computer is gemaakt direct naar een faxtoestel worden verzonden. U hoeft het document
dan niet te printen en vervolgens in de machine te scannen.
Opmerking
• Deze functie kan alleen voor transmissie worden gebruikt. Faxberichten die naar het faxtoestel worden
gezonden kunnen niet door de computer worden ontvangen.
• Nadat u een faxbericht vanaf uw computer heeft verstuurd controleert u bij de ontvanger of deze het document
heeft ontvangen. U kunt ook het resultaat controleren op een activiteitenrapport.
• Onafhankelijk van de faxinstellingen, draait deze functie alleen A4 lengte (A3 breedte) originelen voor de
transmissie.
• Originelen kleiner dan A4 (8-1/2" x 11") worden verzonden als A4 (8-1/2" x 11") documenten.
• Deze functie kan alleen in een Windows omgeving worden gebruikt.
Uw toestel
Het andere toestel
Selecteer de PC FAX besturing
en voer dezelfde procedure uit
als bij het printen van het
document
Transmissie naar
het ontvangende
faxtoestel
5
De computer kan
niet gebruikt worden
voor het ontvangen
van faxberichten.
HET GEBRUIK VAN PC-FAX TRANSMISSIE
Om een document te faxen met de PC-FAX functie, gebruikt u dezelfde procedure als wanneer u het document
vanuit de toepassing print. Schakel eerst naar de geïnstalleerde PC-FAX besturing en voer dan het printproces uit.
Beeldgegevens voor faxtransmissie worden gegenereerd en het beeld wordt als faxbericht verzonden.
Voor nadere informatie over het gebruik van de PC-FAX functie, zie de "Gebruiksaanwijzing" die met de PC-FAX
besturing werd geïnstalleerd. Om het handboek te openen, klikt u op de Windows Start knop, selecteert u "Alle
Programma's" ("Programma's in andere bedrijfssystemen dan Windows XP), "SHARP PC-FAX besturing" en
vervolgens "Gebruiksaanwijzing".
37
6
Deel 6
HET OPSPOREN VAN
FOUTEN
HET OPSPOREN VAN FOUTEN
Wanneer de faxfuncties niet normaal functioneren, dient u de volgende punten te controleren. Indien u het prbleem
niet kunt oplossen, zie dan "OPSPOREN VAN FOUTEN EN ONDERHOUD" in de gebruiksaanwijzing voor de
kopieermachine.
Voor meer informatie over faxproblemen, raadpleeg het Engelse operation manual op blz. 89 en 90.
Problemen met het faxtoestel
Problemen
Het toestel functioneert niet correct
Het toestel functioneert niet.
Transmissieproblemen
Kiezen is niet mogelijk.
Zenden is niet mogelijk.
De verzonden afdruk wordt aan de kant van de ontvanger blanco geprint.
De verzonden afdruk is vervormd.
De transmissie vindt niet op de vastgelegde tijd plaats.
Er verschijnen witte of zwarte lijnen in de verzonden afdruk.
Problemen bij de ontvangst
De ontvangst vindt niet op de vastgelegde tijd plaats.
Het printen vindt niet plaats na de ontvangst.
Een ontvangen afdruk wordt blanco geprint.
De ontvangen afdruk is bleek.
De ontvangen afdruk is vervormd.
Er klinkt geen belsignaal.
Problemen met de telefoon
De leiding- en kiestonen kunnen niet duidelijk worden gehoord door de luidspreker.
Geen belsignaal.
38
7
Hoofdstuk 7
KEY OPERATOR
PROGRAMMA’S
Niveau 1
Niveau 2
Niveau 3
FAXINSTELLINGEN
FABRIEKSINSTELLINGEN VAN
HET FAXTOESTEL
FABRIEKSINSTELLINGEN VAN HET DISPLAY
MOET VOLGENDE ADRES INVOEREN BIJ MULTI-VERZENDEN
HET AANTAL WEERGEGEVEN DIRECTE ADRESTOETSEN
OORSPRONKELIJKE RESOLUTIE-INSTELLING
OORSPRONKELIJKE BELICHTINGSINSTELLING
INSTELLEN EIGEN NUMMER EN NAAM
INSTELLING PAUZETIJD
INSTELLING LUIDSPREKERVOLUME
PBX INSTELLING
INSTELLING TOON TRANSMISSIE VOLTOOID
TIJDSINSTELLING TOON TRANSMISSIE VOLTOOID
INSTELLING SELECTEREN PRINTEN ACTIVITEITENBERICHT
INSTELLING SELECTEREN PRINTEN TRANSACTIEBERICHT
INSTELLING SELECTEREN PRINTEN BEELDGEHEUGEN
INSTELLEN AFSTANDSONTVANGSTNUMMER
ZENDINSTELLINGEN VAN HET
FAXTOESTEL
INSTELLING AUTOMATISCHE REDUCTIE TRANSMISSIE
Voer het Key Operator
PRINTEN PAGINANUMMER BIJ ONTVANGER
INSTELLING PRINTPOSITIE DATUM/EIGEN NUMMER
ROTATIEAFDRUK INSTELLING
OPROEPTIMER BIJ GEHEUGEN TRANSMISSIE
KIESHERHALING WANNEER LEIDING BEZET
KIESHERHALING BIJ COMMUNICATIEFOUT
SNEL ONLINE ZENDEN
FABRIEKINSTELLINGEN VOOR VERZENDFUNCTIE
AUTOMATISCH DEKBLAD
LANGZAME SCANFUNCTIE
ONTVANGSTINSTELLINGEN
VAN HET FAXTOESTEL
REDUCTIE-INSTELLING AUTOMATISCHE ONTVANGST
INSTELLING ONTVANGST DUBBELZIJDIGE PAGINA'S
INSTELLING PRINTSTIJL
AANTAL BELSIGNALEN BIJ AUTOMATISCHE ONTVANGST
INSTELLEN VAN TELEFOONNUMMER VOOR GEGEVENS
DOORSTUREN
INDEX PRINTEN
PRINTCONDITIE ONTVANGEN GEGEVENS
RX REDUCTIE PRINTEN
INVOEREN JUNK FAXNUMMER
ANTI JUNK FAX
VERZENDOPTIES
PROGRAMMAíS
INSTELLING PASCODE
INSTELLING POLLINGVEILIGHEID
ID NUMMER FUNCTIE
SYSTEEMNUMMER FUNCTIE
RELAY PASCODE
INSTELLEN VERTROUWELIJKE CODE
F-CODE GEHEUGENVAK
LIJSTAFDRUK
Het key operator codenummer is in de fabriek ingesteld op "00000".
39
8
Deel 8
TECHNISCHE GEGEVENS
Voor informatie over vereiste spanning, stroomverbruik, afmetingen, gewicht en andere gegevens die voor alle
functies van het apparaat gelden, zie de gebruiksaanwijzing voor de kopieermachine.
Toegepaste telefoonleiding:
Openbaar telefoonnet, PBX
Compressiemethode:
MH, MR, MMR, JBIG (MMR en JBIG tijdens Super G3 transmissie)
Transmissiemodes
Super G3, G3 (het apparaat kan alleen faxberichten zenden naar en
ontvangen van apparaten die G3 of Super G3 ondersteunen)
Scanmethode:
CCD vlakbed scannen
Scanresolutie
(Ondersteunt ITU-T normen)
8 x 3.85 regels/mm (standaard)
8 x 7.7 regels/mm (fijn, fijn + fotomode)
8 x 15.4 regels/mm (super fijn, super fijn + fotomode)
16 x 15.4 regels/mm (ultra fijn, ultra fijn + fotomode)
Opnamemethode
Laser, elektrostatische laadmethode
Transmissie snelheid
33.6 kbps
Transmissietijd*1
2 seconden (Super G3 mode / 33.6 kbps, JBIG), 6 seconden (G3 ECM
mode / 14.4 kbps, MMR)
Papierformaten
A3(11" x 17"), B4(8-1/2" x 14"), A4(8-1/2" x 11"), A4R(8-1/2" x 11"R), B5,
B5R, A5(5-1/2" x 8-1/2"), 8-1/2" x 11"(A4) , 8-1/2" x 11"R(A4R)
Effectieve printbreedte
293 mm (11.5") max. (A3 (11" x 17") printen)
Invoer documentformaat
A3(11" x 17"), B4(8-1/2" x 14"), A4(8-1/2" x 11"), A4R(8-1/2" x 11"R),
A5(5-1/2" x 8-1/2"), 8-1/2" x 13"*5, 8-1/2" x 11"(A4), 8-1/2" x 11"R(A4R)
(A5 (5-1/2" x 8-1/2") : Invoer verticale stand),
Originelen tot 1000 mm (39.3") lengte*3 (m.b.v. de RSPF);
* Zie pagina 15 voor transmissie van A5 (5-1/2" x 8-1/2") documenten.
Effectieve scanbreedte:
297 mm (11.7") maximum
Fotomode transmissie
Ja (256 tinten)
Contrastafstelling:
Automatisch (handmatig; vijf niveaus)
Aansluiting neventoestel
Mogelijk (1 telefoon)
Automatisch kiezen
In totaal 500 snelkiestoetsen en groepstoetsen, herkiezen (automatisch)
Timertransmissie
Ja
Programmafunctie
Ja (8 programma's)
F-code ondersteuning
Ja (kan SUB/SEP (subadres) en SID/PWD (paswoord) signalen zenden en
ontvangen)
Automatische documentinvoer
Ja (100 pagina's)
Beeldgeheugen
2 MB*2
Fout Correctie Mode (ìError
Correction Mode (ECM)î)
Ja
2.4 kbps Automatische terugval
*1 Transmissiesnelheid is voor een A4 (8-1/2" x 11") document met ongeveer 700 letters bij standaardresolutie (8x3.85
regels/mm) verzonden in hoge snelheidsmodus (33.6 kbps (JBIG) of 14.4 kbps (MMR)). Dit is enkel de vereiste tijd voor het
zenden van de beeldinformatie, de vereiste tijd voor het zenden van protocolsignalen is niet inbegrepen. De actuele
transmissietijden variëren afhankelijk van de inhoud van het document, van het soort ontvangende apparaat en de condities
van de telefoonleiding.
*2 Beeldgeheugen kan worden vergroot door het installeren van het optionele faxuitbreidingsgeheugen (8 MB).
*3 De lengte varieert afhankelijk van de scanresolutie en de breedte van het origineel. Bij "FIJNE" resolutie, is het maximum
formaat 297 mm (W) x 1000 mm (L) (11" (W) x 39.3" (L)). ("ORIGINELEN" (p.7))
Er kunnen afwijkingen bestaan tussen de afbeeldingen en de inhoud als gevolg van verbeteringen van het apparaat.
40
SHARP ELECTRONICS (Europe) GmbH
Sonninstraße 3, D-20097 Hamburg
AR-FX7 AR-M256/AR-M316
GEDRUKT IN FRANKRIJK
TINSH1777TSZZ