Gebruikershandleiding
Dank voor het aanschaffen van de PCR-30/50/80 USB MIDI
controller
Lees voor het gebruik van dit apparaat zorgvuldig de hoofdstukken
“HET APPARAAT OP EEN VEILIGE MANIER GEBRUIKEN” en
“BELANGRIJKE OPMERKINGEN” (p. 2–4). Deze hoofdstukken
bevatten belangrijke informatie over de juiste bediening van het
apparaat. Bovendien dient de handleiding in zijn geheel te worden
gelezen, zodat elke functie van het nieuwe apparaat duidelijk is. De
handleiding dient bewaard en als handige referentie bij de hand
gehouden te worden.
Copyright © 2005 ROLAND CORPORATION
Alle rechten voorbehouden. Zonder de schriftelijke toestemming van
ROLAND CORPORATION mag geen enkel deel van deze publicatie in
welke vorm dan ook worden gereproduceerd.
USING THE UNIT SAFELY
HET APPARAAT OP EEN VEILIGE MANIER GEBRUIKEN
INSTRUCTIES OM BRAND, ELEKTRISCHE SCHOK OF LICHAMELIJK LETSEL TE VOORKOMEN
Over
WAARSCHUWING en
WAARSCHUWING
VOORZICHTIG
VOORZICHTIG opmerkingen
Over de symbolen
Het
symbool wijst de gebruiker op belangrijke
instructies of waarschuwingen. De specifieke betekenis
van het symbool wordt bepaald door het teken, dat zich
binnen de driehoek bevindt. Het symbool, dat zich in dit
geval aan de linkerkant bevindt, betekent dat dit teken
voor algemene voorzorgsmaatregelen, waarschuwingen,
of aanduidingen van gevaar wordt gebruikt.
Wordt gebruikt bij instructies, waarbij
de gebruiker attent gemaakt wordt op
het risico van overlijden of zwaar letsel,
wanneer het apparaat niet op juiste
wijze gebruikt wordt.
Wordt gebruikt bij instructies, waarbij
de gebruiker attent gemaakt wordt op
het risico van letsel of materiële schade,
wanneer het apparaat niet op juiste
wijze gebruikt wordt.
Het
symbool wijst de gebruiker op onderdelen, die
nooit verplaatst mogen worden (verboden). De
specifieke handeling, die niet uitgevoerd mag worden,
wordt aangegeven door het symbool, dat zich binnen
de cirkel bevindt. Het symbool, dat zich in dit geval aan
de linkerkant bevindt, betekent dat het apparaat nooit
uit elkaar gehaald mag worden.
* Materiële schade verwijst naar schade
of andere ongunstige effecten, die ten
aanzien van het huis en al het
aanwezige meubilair, en tevens aan
huisdieren kunnen optreden.
Het
wijst de gebruiker op onderdelen, die verwijderd
moeten worden. De specifieke handeling, die uitgevoerd
moet worden, wordt door het symbool binnen de cirkel
aangegeven. Het symbool, dat zich in dit geval aan de
linkerkant bevindt, geeft aan dat het netsnoer uit de
daarvoor bestemde aansluiting getrokken moet worden.
NEEM ALTIJD HET VOLGENDE IN ACHT
WAARSCHUWING
008c
• Lees voor gebruik van dit apparaat de onderstaande instructies en de Handleiding.
................................................................................................
002c
• Open het apparaat of de bijbehorende
adapter niet (en bouw ze op geen enkele
wijze om).
................................................................................................
003
• Probeer het apparaat niet te repareren of
onderdelen ervan te vervangen (behalve
waar deze handleiding specifieke instructies
biedt, die u hierom vragen). Laat al het
onderhoud over aan uw leverancier, het
dichtstbijzijnde EDIROL/Roland Service
Center of een erkende EDIROL/Roland distributeur, zoals deze op de “Informatie” pagina
worden vermeld.
................................................................................................
004
• Gebruik of sla het apparaat nooit op plaatsen
op die:
• Onderhevig zijn aan extreme temperaturen (bijv. direct zonlicht in een
afgesloten voertuig, bij een verwarmingsbuis, op apparatuur die warmte
genereren; of
• Klam zijn (bijv. bad, wasruimten, natte
vloeren); of
• Vochtig zijn; of
• Blootgesteld zijn aan regen; of
• Stoffig zijn; of
• Onderhevig zijn aan een hoge mate van vibratie
................................................................................................
2
WAARSCHUWING
008c
• Zorg ervoor, dat het apparaat altijd zo wordt
geplaatst dat hij waterpas en stabiel blijft
staan. Zet het nooit op een standaard die kan
wiebelen of op hellende oppervlakken.
................................................................................................
008c
• Zorg ervoor, dat u alleen de adapter gebruikt
die met het apparaat is meegeleverd. Zorg er
tevens voor dat het voltage op de installatie
hetzelfde is als het invoer voltage dat op de
body van de adapter is aangegeven. Het kan
zijn dat andere adapters een andere
polariteit gebruiken, of voor een ander
voltage zijn bestemd, zodat het gebruik
daarvan schade, storing, of elektrische
schokken tot gevolg kan hebben.
................................................................................................
009
• Draai of buig de stroomkabel niet teveel, en
plaats er ook geen zware objecten op. Dit kan
de kabel namelijk beschadigen, wat kapotte
elementen en kortsluiting kan veroorzaken.
Beschadigde kabels kunnen brand en schokgevaar veroorzaken!
................................................................................................
011
• Zorg ervoor, dat geen enkel voorwerp (bijv.
ontvlambaar materiaal, munten, spelden); of
vloeistoffen van welke soort dan ook (bijv.
water, frisdrank, etc) in het apparaat terecht
kunnen komen
................................................................................................
012c
WAARSCHUWING
008c
• Schakel direct de stroomtoevoer uit, haal de
adapter uit het stopcontact en vraag uw
muziekwinkel, het dichtstbijzijnde EDIROL
Roland Service Center of een erkende
EDIROL/Roland leverancier, zoals die
worden vermeld op de “Informatie”
bladzijde, om assistentie als:
• De adapter of de stroomkabel beschadigd
zijn; of
• Rook of een vreemde geur optreedt; of
• Objecten in het apparaat zijn gevallen, of
er vloeistof in is gemorst; of
• Het apparaat aan regen is blootgesteld (of
op andere wijze nat is geworden); of
• Het apparaat niet normaal lijkt te functioneren of een duidelijke verandering in zijn
prestatie vertoont.
................................................................................................
014
• In huishoudens met kleine kinderen dient
een volwassene toezicht te houden, tot het
kind in staat is om zich aan alle regels voor
een veilige bediening van het apparaat te
houden.
................................................................................................
014
VOORZICHTIG
101b
• Dit apparaat en de adapter dienen zo te
worden geplaatst dat de locatie en stand de
benodigde ventilatie niet belemmeren.
................................................................................................
102d
• Pak, wanneer u een kabel op een stopcontact
of op dit apparaat aansluit, of ervan
loskoppelt, altijd alleen de stekker van de
stroomkabel vast.
................................................................................................
103b
• Van tijd tot tijd dient u de adapter uit het
stopcontact te halen en stof en andere opeenhopingen met een droge doek weg te geven.
Haal tevens altijd de stekker uit het
stopcontact als het apparaat voor langere
periode niet zal worden gebruikt. Elke
opeenhoping van stof tussen de adapter en
het stopcontact kan slechte isolatie tot gevolg
hebben en brand veroorzaken.
................................................................................................
104
• Probeer te voorkomen dat snoeren en kabels
in de knoop raken. Tevens dienen alle
snoeren en kabels zo worden geplaatst dat ze
buiten het bereik van kinderen zijn.
................................................................................................
• Bescherm het apparaat tegen hevige
schokken. (Laat het niet vallen!)
................................................................................................
106
015
107d
• Forceer de stroomkabel van het apparaat niet
door het met een onredelijk aantal andere
apparaten een stopcontact te laten delen.
Wees extra voorzichtig met het gebruik van
verlengsnoeren – de totale hoeveelheid
stroom, die wordt gebruikt door alle
apparatuur die u op het stopcontact van het
verlengsnoer heeft aangesloten, mag nooit
het stroomniveau (watts/ampères) van het
verlengsnoer overschrijden. Overmatige
lading kan het isolatiemateriaal van de kabel
doen verhitten en uiteindelijk doorsmelten.
................................................................................................
016
• Raadpleeg uw leverancier, het dichtstbijzijnde Roland Service Center, of een erkende
Roland leverancier, zoals vermeld op de
“Informatie” pagina, voor u het apparaat in
het buitenland gebruikt.
................................................................................................
• Klim nooit op het apparaat en plaats er nooit
zware voorwerpen op.
................................................................................................
• Pak de adapter of de uitgaande stekkers
daarvan nooit vast met natte handen,
wanneer u ze op een stopcontact of dit
apparaat aansluit of ervan loskoppelt.
................................................................................................
108b
• Koppel voor u het apparaat verplaatst de
adapter en alle kabels van externe apparaten
los.
................................................................................................
109b
• Zet voordat u het apparaat schoonmaakt de
stroomtoevoer uit, en haal de adapter uit het
stopcontact.
................................................................................................
110b
• Haal de adapter uit het stopcontact, wanneer
u in uw omgeving de mogelijkheid van
onweer vermoedt.
................................................................................................
023
• Speel geen CD-ROM schijf op een conventionele CD speler af. Het resulterende geluid
kan van een niveau zijn dat permanent
gehoorverlies kan veroorzaken. Er kan
schade aan speakers of systeemonderdelen
ontstaan.
................................................................................................
3
BELANGRIJKE OPMERKINGEN
Naast de zaken, die onder ‘HET APPARAAT OP EEN VEILIGE MANIER GEBRUIKEN’ (pag. 2, 3) worden
genoemd, verdient het aanbeveling om het volgende te lezen en in acht te nemen:
Stroomvoorziening
• Gebruik dit apparaat niet op een zelfde stroomnet
als een apparaat dat lijnsignalen genereert (zoals een
elektrische motor of variabel verlichtingssysteem).
• De adapter zal na meerdere uren achtereenvolgens
gebruik hitte beginnen te genereren. Dit is normaal
en vormt geen rede voor bezorgdheid.
• Zet voordat u dit apparaat op andere apparaten
aansluit de stroomtoevoer van alle toestellen uit. Dit
helpt u om storingen en/of schade aan speakers of
andere elementen te voorkomen.
Plaatsing
• Dit apparaat kan radio en televisieontvangst
verstoren. Gebruik het niet in de nabijheid van
dergelijke ontvangende apparatuur.
• Er kan ruis worden geproduceerd, wanneer in de
nabijheid van dit apparaat draadloze communicatie
apparatuur, zoals mobiele telefoons, worden
gebruikt. Dergelijke ruis kan optreden wanneer u
een telefoontje ontvangt of gaat plegen, of tijdens
een gesprek. Mocht u dergelijke problemen ondervinden, leg zulke draadloze apparaten dan verder
van het apparaat af, of zet ze uit.
• Er kunnen waterdruppels (condens) in het apparaat
ontstaan wanneer het naar een andere locatie wordt
verplaatst, waar de temperatuur en/of vochtigheidsgraad erg anders is. Als u het apparaat in deze
toestand tracht te gebruiken kan dat leiden tot
schade en/of storing. Voordat u het apparaat in
gebruik neemt, dient u het daarom enkele uren te
laten staan, tot de condens volledig is verdampt.
• Laat geen objecten bovenop het keyboard liggen. Dit
kan de oorzaak zijn van storing, zoals toetsen die
geen geluid meer voortbrengen.
CD-ROM's gebruiken
• Voorkom het aanraken of krassen van de
glimmende onderkant (gecodeerde oppervlak) van
de schijf. Het kan zijn dat beschadigde of vuile CDROM's niet goed kunnen worden gelezen. Houd uw
schijven schoon door een in de winkel verkrijgbare
CD reiniger te gebruiken.
Onderhoud
• Veeg het apparaat voor dagelijkse schoonmaak af
met een zachte, droge doek, of één die licht met
water is bevochtigd. Gebruik om hardnekkig vuil te
verwijderen een doek die is geïmpregneerd met een
mild, niet agressief schoonmaakmiddel. Zorg
ervoor, dat u het apparaat daarna altijd met een
4
zachte, droge doek afveegt.
• Gebruik nooit benzine, verdunners, alcohol, of
oplossingen van welke soort dan ook, om zo de
mogelijkheid van verkleuring en/of vervorming te
voorkomen.
Overige
voorzorgsmaatregelen
• Wees ervan bewust dat de inhoud van het geheugen
onherstelbaar verloren kan gaan als gevolg van een
storing, of oneigenlijk gebruik van het apparaat. We
raden u aan om van belangrijke gegevens, die u in
het geheugen van het apparaat heeft opgeslagen
regelmatig een back-up te maken in het geheugen
van een ander MIDI apparaat (bijv. een sequencer).
• Helaas kan het onmogelijk blijken om de inhoud van
gegevens, die op een ander MIDI apparaat (bijv. een
sequencer) waren opgeslagen, te herstellen, als deze
eenmaal verloren is gegaan. In geval van een
dergelijk verlies van gegevens acht Roland Corporation zich niet aansprakelijk.
• Als u de (draai)knoppen, schuiven, of andere
regelaars, en tevens jacks en aansluitingen van het
apparaat gebruikt, doe dit dan met gepaste
voorzichtigheid. Hardhandig gebruik kan tot
storingen leiden.
• Pak bij alle kabels, wanneer u ze aansluit/
loskoppelt, de aansluiting (stekker) zelf vast – trek
nooit aan de kabel. Zo vermijdt u het veroorzaken
van kortsluiting of schade aan de interne elementen
van de kabel.
• Probeer om het volume van het apparaat op een
redelijke niveau te houden, om te voorkomen dat u
uw buren overlast bezorgt. U zou er de voorkeur
aan kunnen geven om een koptelefoon te gebruiken,
zodat u zich geen zorgen hoeft te maken over
diegenen om u heen (vooral als het laat op de avond
is).
• Verpak het apparaat als u het moet vervoeren,
indien mogelijk, in de doos (inclusief vulling)
waarin hij werd geleverd. Wanneer dit niet mogelijk
is, dient u gelijksoortige verpakkingsmaterialen te
gebruiken.
• Gebruik alleen het aangegeven expressiepedaal (EV5; los verkrijgbaar). Als u een ander expressiepedaal
aansluit, riskeert u het veroorzaken van storing en/
of schade aan het apparaat.
Inhoud
HET APPARAAT OP EEN VEILIGE MANIER GEBRUIKEN.....................2
BELANGRIJKE OPMERKINGEN...............................................................4
Inhoud van de doos...................................................................................9
Namen en functies...................................................................................10
Voorpaneel .......................................................................................................................... 10
Achterpaneel....................................................................................................................... 12
Instellingen ............................................ 13
De driver installeren en instellen (Windows) ........................................14
Driver installatie................................................................................................................. 14
Windows XP gebruikers .......................................................................................... 14
Windows 2000 gebruikers ....................................................................................... 18
Windows Me/98 gebruikers ................................................................................... 21
Instellingen.......................................................................................................................... 22
MIDI invoer en uitvoerbestemmingen .................................................................. 22
De driver installeren en instellen (Macintosh) ......................................25
Mac OS 9/8 gebruikers ..................................................................................................... 25
De driver installeren ................................................................................................. 25
De driver instellen .................................................................................................... 26
FreeMIDI instellingen............................................................................................... 29
Mac OS X gebruikers ......................................................................................................... 31
De driver installeren ................................................................................................. 31
De driver instellen .................................................................................................... 32
5
Inhoud
Bediening .............................................. 33
Aansluiting en MIDI datastroom.............................................................34
Als u MIDI aansluitingen gebruikt ................................................................................. 34
Als u een USB aansluiting gebruikt ................................................................................ 35
Algemene werking...................................................................................36
Hoe u van functie wisselt.................................................................................................. 36
PLAY functie....................................................................................................................... 37
Regelaars die u kunt bedienen................................................................................ 37
MIDI kanaalfunctie (MIDI CH)........................................................................................ 38
Programmawijziging functie
(PROGRAM CHANGE).................................................................................................... 39
Bankfunctie (BANK).......................................................................................................... 40
Geheugenfunctie (MEMORY) .......................................................................................... 41
Snapshot functie (SNAPSHOT) ....................................................................................... 42
Paniekfunctie (PANIC)...................................................................................................... 43
Bewerkfunctie (EDIT) ..............................................................................45
Regelaarinstellingen .......................................................................................................... 46
NOOTTOEWIJZING ................................................................................................ 47
NASLAGTOEWIJZING ........................................................................................... 49
CONTROLEWIJZIGING TOEWIJZING ............................................................... 52
PROGRAMMAWIJZIGING TOEWIJZING .......................................................... 55
RPN/NRPN TOEWIJZING..................................................................................... 58
SYS EX. TOEWIJZING ............................................................................................. 60
TEMPOTOEWIJZING .............................................................................................. 66
GEEN TOEWIJZING ................................................................................................ 66
TOEWIJZING KOPIËREN....................................................................................... 67
SAVE .................................................................................................................................... 68
OMNI................................................................................................................................... 69
PROTECT ............................................................................................................................ 70
BULK.................................................................................................................................... 71
Ontvangstfunctie....................................................................................................... 71
Transmissiemodus .................................................................................................... 73
SYSTEM ............................................................................................................................... 74
Instellingsmethode A ............................................................................................... 75
Instellingsmethode B ................................................................................................ 75
Instellingsmethode C................................................................................................ 75
Instellingsmethode D ............................................................................................... 76
Instellingsmethode E ................................................................................................ 76
Instellingsmethode F ................................................................................................ 76
6
Inhoud
Bijlagen ................................................. 77
Handige functies......................................................................................78
De invoermodus instellen................................................................................................. 78
De knopfunctie aangeven ................................................................................................. 78
De poort aangeven............................................................................................................. 79
Sys Ex. TOEWIJZING items ............................................................................................. 80
De checksum aangeven............................................................................................ 80
De locatie van de gegevens aangeven.................................................................... 81
Kanaal/blokgegevens invoeren.............................................................................. 82
V-LINK functie ................................................................................................................... 83
Geheugensets..........................................................................................84
GM2 set (MEMORY: 0)............................................................................................. 84
MCR-8 MODE 3(SONAR 2) SET ............................................................................ 85
MCR-8 MODE 4(Cubase 5/SX) SET ...................................................................... 86
H-COMPATIBLE (ProTools LE, Digital Performer) SET (MEMORY: 9).......... 87
GS SET ........................................................................................................................ 87
XG SET........................................................................................................................ 89
Probleemoplossing .................................................................................90
Problemen, die met de USB driver te maken hebben................................................... 90
Kan de driver niet correct installeren..................................................................... 90
Bij het maken van OMS of FreeMIDI instellingen kan de PCR-30/50/80
niet worden gevonden ............................................................................................. 91
“Find new hardware wizard” wordt niet automatisch geopend ...................... 91
Het “Insert Disk” dialoogvenster verschijnt niet ................................................. 91
De “Find new hardware wizard” stopt, voordat het proces is voltooid. ......... 91
Zelfs na het installeren van de driver verschijnt “Found unknown device” .......92
Er verschijnt een “Unknown driver found” dialoogvenster, en u kunt
de driver niet installeren.......................................................................................... 92
Device Manager geeft “?”, “!” of “USB Composite Device”
(USB samengesteld apparaat) weer........................................................................ 92
Driver is niet goed geïnstalleerd............................................................................. 92
Kan de driver in Windows XP/2000 niet installeren/verwijderen/
gebruiken ................................................................................................................... 92
Windows XP/2000 geeft een “Hardware Installation” of
“Digital Signature Not Found” dialoogvenster weer.......................................... 92
De driver verwijderen ....................................................................................................... 93
Windows gebruikers ................................................................................................ 93
Macinitosh gebruikers.............................................................................................. 93
MIDI implementatie..................................................................................94
Hoofdspecificaties...................................................................................99
Index .......................................................................................................100
7
Inhoud
* Microsoft en Windows zijn geregistreerde handelsmerken van Microsoft Corporation.
* Windows® staat officieel bekend als “Microsoft® Windows® operating system”.
* Venstershots in dit document zijn met toestemming van Microsoft Corporation afgedrukt.
* Apple en Macintosh zijn geregistreerde handelsmerken van Apple Computer, Inc.
* MacOS is een handelsmerk van Apple Computer, Inc.
* Alle productnamen, die in dit document worden vermeld, zijn handelsmerken of geregistreerde handelsmerken
van hun respectieve eigenaren.
* OMS is een geregistreerd handelsmerk van Opcode Systems, Inc.
* FreeMIDI is een handelsmerk van Mark of the Unicorn, Inc.
8
Inhoud van de doos
De PCR-30/50/80 bevat de volgende onderdelen. Zorg er bij het openen van de doos allereerst voor
dat alle onderdelen zijn ingesloten. Neem contact op met de dealer, waar u de PCR-30/50/80 heeft
gekocht, als er onderdelen missen.
●MIDI Keyboard Controller
PCR-30/50/80
fig.pcr-80
* Deze afbeelding is van de PCR-30
●Adapter
Dit is de enige adapter, die u voor de PCR-30/50/80 dient te gebruiken. Gebruik geen andere dan de
meegeleverde adapter, aangezien dit storingen kan veroorzaken.
●USB kabel
Gebruik deze om de USB aansluiting van uw computer op de USB aansluiting van de PCR-30/50/80
aan te sluiten. Zie Instellingen (p. 13) voor details over aansluitingen en het installeren van de driver.
* Gebruik alleen de meegeleverde USB kabel. Neem contact op met een “EDIROL/Roland Service Center”, dat
in de “Informatie” paragraaf aan het eind van deze handleiding wordt genoemd, als u vanwege verlies of
schade een vervangende kabel nodig heeft.
●CD-ROM
Deze bevat drivers en editors voor gebruik met de PCR-30/50/80.
●Sjabloon vellen (twee vellen)
Een van deze sjablonen geeft een opsomming van de berichten, die door het GM2 geheugen
(geheugen nr. 0) aan de draaiknoppen en schuiven (regelaars) zijn toegewezen. Er is ook een leeg vel
bijgesloten, zodat u aantekeningen van uw eigen regelaarinstellingen kunt maken .
●Handleiding
Dit is de handleiding, die u nu leest. Houd deze als referentie bij de hand.
9
Namen en functies
Voorpaneel
fig.panelA_50
1
3
2
4
5
6
7
8
9
10
11
12
1. Stroom (power) indicator
Licht op als de stroomtoevoer wordt ingeschakeld.
2. Regelaars [R1]-[R8]
U kunt aan deze regelaars MIDI berichten toewijzen
3. V-LINK knop
Druk op de V-LINK knop om naar de V-LINK functie te gaan (p. 163). Als de V-LINK functie
is ingeschakeld, licht de V-LINK knop op.
V-LINK
V-LINK (
) is een functie, waarmee u muziek en beelden kunt afspelen. Door
deze functie in combinatie met een V-LINK compatibel video apparaat te gebruiken kunt u
genieten van verscheidene video effecten, die aan uw uitvoering verbonden zijn.
4. MEMORY knop
Verschaft u toegang tot geheugens, die in de PCR-30/50/80 zijn opgeslagen.
5. MIDI CH knop
Geeft het verzendkanaal (“huidige kanaal”) voor het keyboard en de bender aan.
6. PROGRAM CHANGE knop
Verzendt programmawijziging berichten op het huidige kanaal.
7. EDIT knop
Wordt gebruikt om MIDI berichten aan de regelaars toe te wijzen.
8. DEC knop
Vermindert de waarde van een instelling met één (behalve in de PLAY functie (p. 37)).
9. INC knop
Vermeerdert de waarde van een instelling met één (behalve in de PLAY functie (p. 37)).
10. HEX knop
Als u zich niet in de PLAY functie bevindt, stelt deze knop de invoermodus op hexadecimaal
in (HEX invoermodus).
10
Namen en functies
11. DECIMAL knop
Als u zich niet in de PLAY functie bevindt, stelt deze knop de invoermodus op decimaal in
(DECIMAL invoermodus).
12. Regelaars [B1]-[B6]
U kunt aan deze regelaars MIDI berichten toewijzen.
fig.panelB_50
13
14
13. Display
Geeft de huidige status en diverse overige informatie weer.
USB
DATA OUT
HEX
Licht op als de PCR-30/50/80 via USB op uw computer is aangesloten.
Deze gaat knipperen, als er via USB of MIDI OUT MIDI berichten worden verzonden.
Licht op als de waarde, die in het venster wordt weergegeven, hexadecimaal is.
14. Regelaars [S1]-[S8].
U kunt aan deze regelaars MIDI berichten toewijzen.
fig.panelC_50
15
16
17
18
15.Regelaars [L1]-[L3].
U kunt aan deze regelaars MIDI berichten toewijzen.
16.TRANSPOSE/ENTER knop
Gebruik [TRANSPOSE] + [OCTAVE -/+] om de
toonhoogte van het keyboard in stappen van een
halve toon te transponeren. In alle functies behalve
de PLAY functie fungeert deze tevens als [ENTER]
knop, waarop u dient te drukken om de instellingen,
die u heeft gemaakt, te bevestigen.
17.OCTAVE -/+
Druk op [OCTAVE -/+] om de toon van het keyboard
in stappen van een octaaf omhoog of omlaag te
verschuiven. Als u zich niet in de PLAY functie
bevindt, kunt u deze knoppen gebruiken om naar het
voorgaande instellingsitem terug te gaan (de [BACK]
knop) of om de instelling te annuleren, en naar de
PLAY functie terug te keren (de [CANCEL] knop).
18.BENDER hendel
Deze hendel kan worden gebruikt om de toon aan te
passen of vibrato toe te passen.
11
Namen en functies
Achterpaneel
fig.rear_50
20
21
22
23
24
25
20. Veiligheidssleuf (
) [PCR-30/50]
Hier kunt u een in de winkel verkrijgbaar veiligheidsslot bevestigen.
http://www.kensington.com/
21. Adapter jack
Sluit de meegeleverde adapter op deze jack aan. Stop de stekker stevig in de jack, zodat hij niet
per ongeluk loskomt.
22. Stroomschakelaar (Power)
DC
OFF
USB *1
Stroomtoevoer ingeschakeld met gebruik van adapter
Stroomtoevoer is uitgeschakeld
Stroomtoevoer ingeschakeld met gebruik van een USB kabel (als u de
adapter niet gebruikt)
*1 Busvoeding (USB)
U kunt van BUS voeding gebruik maken, als de PCR-30/50/80 via USB op uw computer is
aangesloten. In dit geval wordt de stroom via de USB kabel door uw computer geleverd. Stel
de stroomschakelaar in op USB, als u de PCR-30/50/80 met busvoeding wilt gebruiken.
* Bij sommige computers kan het zijn dat de PCR-30/50/80 niet functioneert, als u busvoeding
gebruikt. Gebruik in dit geval de meegeleverde adapter.
23. USB aansluiting
Gebruik deze als u de PCR-30/50/80 via een USB kabel op uw computer aansluit.
24. MIDI IN/OUT aansluitingen
Deze kunnen op de MIDI aansluitingen van andere MIDI apparatuur worden aangesloten,
zodat u MIDI berichten kunt verzenden en ontvangen.
25. Regelaar [P1] en [P2]
U kunt het juiste type pedaal op deze jacks aansluiten en ze als regelaar gebruiken.
HOLD
EXPRESSION
Sluit op deze jack een pedaal aan, dat u als Hold pedaal wilt gebruiken.
Sluit op deze jack een expressiepedaal aan en gebruik deze om de toon
of het volume in realtime te regelen.
U kunt, waar gewenst, ook MIDI berichten aan deze regelaars toewijzen.
12
Instellingen
Dit deel beschrijft hoe u de benodigde drivers voor het aansluiten van de
PCR-30/50/80 op een computer kunt installeren, en de juiste instellingen
kunt maken.
De driver installeren en instellen (Windows) ............................... (p. 14)
De driver installeren en instellen (Macintosh) ............................. (p. 25)
Wat is een driver?
Een “driver” is software, die tussen de PCR-30/50/80 en toegepaste software, die op uw computer
draait, gegevens uitwisselt, als uw computer en de PCR-30/50/80 via een USB kabel op elkaar
aangesloten zijn. De driver verstuurt gegevens van uw applicatie naar de PCR-30/50/80 en van de
PCR-30/50/80 naar uw applicatie.
13
De driver installeren en
instellen (Windows)
Driver installatie
Afhankelijk van uw systeem zal de installatieprocedure verschillen.
Ga, afhankelijk van het systeem dat u gebruikt, met één van de volgende
paragrafen door.
• Windows XP gebruikers...................................... (p. 14)
• Windows 2000 gebruikers................................... (p. 18)
• Windows Me/98 gebruikers............................... (p. 21)
■ Windows XP gebruikers
1
Start Windows op, zonder dat de PCR-30/50/80 is aangesloten.
Zorg ervoor, dat alle USB kabels, behalve die van een USB toetsenbord en
USB muis (indien u deze gebruikt), zijn losgekoppeld.
2
Open het System Properties dialoogvenster.
1. Klik op het Windows Start menu en kies in het menu voor Control
Panel.
Als u Windows XP Professional gebruikt, dient u als
gebruikernaam met een
administratief account
type (bijv. Administrator)
in te loggen. Raadpleeg de
systeembeheerder van uw
computer voor details over
gebruikeraccounts.
2. Klik in “Pick a category” op “Performance and Maintenance”.
3. Klik in “or pick a Control Panel icon” op het System icoon.
fig.2-1
3
Klik op de Hardware tab, en klik
vervolgens op [Driver Signing].
Open het Driver Signing Options
dialoogvenster.
3
Zorg ervoor, dat “What action do
you want Windows to take?” op
“Ignore” is ingesteld.
Klik simpelweg op [OK], als deze
op “Ignore” is ingesteld.
Kijk, als deze niet op “Ignore” is
ingesteld, wat de huidige
instelling is (“Warn” of “Block”).
Wijzig vervolgens de instelling in
“Ignore” en klik op [OK].
14
Afhankelijk van de indeling van uw systeem, kan
het zijn dat het System
icoon direct in het Configuratiescherm (klassieke
weergave) wordt weergegeven. Dubbelklik in dit
geval op het System
icoon.
Als u in stap 4 “What
action do you want
Windows to take?” heeft
gewijzigd, dient u na het
installeren van de driver
de voorgaande instelling te
herstellen.
De driver installeren en instellen (Windows)
4
Klik op [OK] om het System Properties (Systeem Eigenschappen)
dialoogvenster te sluiten.
5
Sluit alle software (applicaties), die op dit moment in gebruik zijn, af.
Sluit tevens alle openstaande vensters. Zorg er, als u een viruscontrole of
soortgelijke software gebruikt, voor dat u deze ook afsluit.
6
Bereid de CD-ROM voor.
Plaats de CD-ROM in de CD-ROM drive van uw computer.
7
Klik op de Windows start knop. Selecteer kies in het menu, dat verschijnt,
voor “Run…”.
fig.2-3_30
8
Voer in het “Open” veld van het
dialoogvenster dat verschijnt het
volgende in, en klik op [OK].
D:\Driver\USB_XP2K\SETUPINF.EXE
* Het kan zijn, dat de drive naam “D:” in uw systeem anders is. Voer de naam van uw
CD-ROM drive in.
9
Het Setupinf dialoogvenster verschijnt.
U bent er nu klaar voor om de driver te installeren.
10 Gebruik de USB kabel om de PCR-30/50/80 op uw computer aan te
sluiten.
Schakel, als de aansluitingen zijn voltooid, in de
aangegeven volgorde de
stroomtoevoer van uw
diverse apparatuur in. Als
u de apparaten in de verkeerde volgorde aanzet,
riskeert u het veroorzaken
van storing en/of schade
aan de speakers of overige
apparaten.
1. Sluit, terwijl de stroomtoevoer is UITgeschakeld, de adapter op de
PCR-30/50/80 aan.
2. Sluit de adapter op een stopcontact aan.
3. Gebruik de USB kabel om de PCR-30/50/80 op uw computer aan te
sluiten.
12 Zet de stroomschakelaar (power) van de PCR-30/50/80 op de AAN (ON)
stand.
In de buurt van de taakbalk geeft uw computer “Found New Hardware”
weer.
Dit apparaat is met een
beschermingscircuit uitgerust. Na het inschakelen van
de stroomtoevoer duurt het
even (enkele seconden),
voordat het apparaat normaal functioneert.
15
De driver installeren en instellen (Windows)
13 De Found New Hardware Wizard verschijnt.
Zorg ervoor, dat het venster “EDIROL PCR” weergeeft, selecteer “Install
from a list of specific location (Advanced)”, en klik op [Next].
fig.2-7
14 Het venster geeft “Please choose your search and
installation options”.
Selecteer “Don’t search. I will choose the driver to install”,
en klik op [Next].
15 Zorg ervoor, dat er in het “Model” veld “EDIROL PCR” wordt
weergegeven, en klik op [Next]. De installatie van de driver
begint.
Als de “What action do you want Windows to take?” instelling niet op “Ignore” is
ingesteld, verschijnt er een “Hardware Installation” dialoogvenster.
Als “What action do you want Windows to take?” op “Warn” is ingesteld
1.
Klik [Continue Anyway].
2.
Ga door met het installatieproces.
Als “What action do you want Windows to take?” op “Block” is ingesteld
1.
Klik op [OK].
2.
Klik op [Finish], als de “Found New Hardware Wizard” verschijnt.
3.
Voer de installatie uit volgens de omschrijving in de “Probleemoplossing”
paragraaf over Apparatenbeheer geeft “?”, “!” of “USB Samengesteld
apparaat” weer (p. 92).
fig.2-9_30
16 Het Insert Disk dialoogvenster verschijnt.
Klik op [OK].
16 Het Files Needed dialoogvenster verschijnt.
Voer in het “Copy files from” dialoogvenster het volgende in, en klik op
[OK].
D:\Driver\USB_XP2K
* Het kan zijn dat de drive naam “D:” in uw systeem anders is. Voer de naam van uw
CD-ROM drive in.
17 De Found New Hardware Wizard verschijnt.
16
Het kan zijn dat het Insert
Disk dialoogvenster niet
verschijnt. Ga in dat geval
verder met stap 17.
De driver installeren en instellen (Windows)
Zorg ervoor, dat het venster “EDIROL PCR” weergeeft, en klik op [Finish].
Wacht tot in de buurt van de taakbalk “Found New Hardware” verschijnt.
18 Als de installatie van de driver is voltooid, verschijnt het System Setting
Change dialoogvenster.
Als u op [Yes] klikt, start Windows automatisch opnieuw op.
Als u “What action do you want Windows to take” heeft gewijzigd
Zet de “What action do you want Windows to take” instelling, als u deze
heeft gewijzigd, nadat Windows opnieuw is opgestart, op zijn
oorspronkelijke instelling terug.
1. Gebruik, als u Windows XP Professional gebruikt, de gebruikersnaam van een
administratieve account (bijv., Administrator) om in Windows in te loggen.
2. Klik op het Windows start menu, en kies in het menu voor Control Panel.
3. Klik in “Pick a category” voor “Performance and Maintenance” (Prestaties en
onderhoud).
4. Klik in “or pick a Control Panel icon” op het System icoon.
* Afhankelijk van de instellingen van uw systeem, kan het zijn, dat het System icoon direct in het
configuratiescherm (Classic/Klassieke weergave) wordt afgebeeld. Dubbelklik in dit geval op het
Syste(e)m icoon.
5. Klik op de Hardware tab, en klik vervolgens op [Driver Signing]. Het Driver Signing
Options dialoogvenster verschijnt.
6. Zet de “What action do you want Windows to take?” instelling op zijn
oorspronkelijke instelling (“Warn“of “Block”) terug, en klik op [OK].
7. Klik op [OK] om het System Properties dialoogvenster te sluiten.
Vervolgens dient u de driverinstellingen te maken.
(➔ MIDI invoer en uitvoerbestemmingen (p. 23))
17
De driver installeren en instellen (Windows)
■ Windows 2000 gebruikers
1
Start Windows op, zonder dat de PCR-30/50/80 is aangesloten.
Koppel alle USB kabels, behalve een USB keyboard en USB muis (indien u
deze gebruikt), los.
2
3
Log in Windows aan als gebruiker met administratieve privileges
(bijvoorbeeld Administrator).
Open het System Properties dialoogvenster.
Klik op de Windows Start knop, en kies in het menu, dat verschijnt, voor
Settings_Control Panel in het Configuratiescherm op het System icoon.
fig.2-12
4
Klik op de Hardware tab, en klik
vervolgens op [Driver Signing].
Open het Driver Signing Options
dialoogvenster.
5
Zorg ervoor, dat “File signature
verification” op “Ignore” is
ingesteld.
Klik simpelweg op [OK], als deze
optie op “Ignore” is ingesteld.
Noteer, als deze optie niet op
“Ignore” is ingesteld, de huidige
instelling (“Warn” of “Block”).
Wijzig vervolgens de instelling naar “Ignore” en klik op [OK].
6
Sluit het System Properties dialoogvenster af.
Klik op [OK].
7
Sluit alle software (applicaties,) die momenteel in gebruik zijn, af.
Sluit eventuele openstaande vensters af. Zorg er, als u een viruscontrole of
soortgelijke software gebruikt, voor dat u deze ook afsluit.
8
Bereid de CD-ROM voor.
Plaats de CD-ROM in de CD-ROM drive van uw computer.
18
Als u in stap 5 de “File
signature verification”
heeft gewijzigd, dient u na
het installeren van de driver de voorgaande instelling te herstellen.
De driver installeren en instellen (Windows)
9
Klik op de Windows start knop. Selecteer kies in het menu, dat verschijnt,
voor “Run…”.
Open het “Run...” dialoogvenster.
fig.2-14_40
10 Voer in het “Open” veld van het
dialoogvenster, dat verschijnt, het
volgende in, en klik op [OK].
D:\Driver\USB_XP2K\SETUPINF.EXE
* Het kan zijn dat de drive naam “D:” in uw systeem anders is. Voer de naam van uw
CD-ROM drive in.
11 Het Setupinf dialoogvenster verschijnt.
U bent er nu klaar voor om de driver te installeren.
12 Gebruik de USB kabel om de PCR-30/50/80 op uw computer aan te
Schakel, als de aansluitingen zijn voltooid, in de
aangegeven volgorde de
stroomtoevoer van uw
diverse apparatuur in. Als
u de apparaten in de verkeerde volgorde aanzet,
riskeert u het veroorzaken
van storing en/of schade
aan de speakers of overige
apparaten.
sluiten.
1. Sluit, terwijl de stroomtoevoer is UITgeschakeld, de adapter op de
PCR-30/50/80 aan.
2. Sluit de adapter op een stopcontact aan.
3. Gebruik de USB kabel om de PCR-30/50/80 op uw computer aan te
sluiten.
13 Zet de stroomschakelaar (power) van de PCR-30/50/80 op de AAN (ON)
Dit apparaat is met een
beschermingscircuit uitgerust. Na het inschakelen
van de stroomtoevoer
duurt het even (enkele
seconden), voordat het
apparaat normaal functioneert
stand.
Als de “File signature verification” instelling niet op “Ignore” was ingesteld, verschijnt er
een “Digital Signature Not Found” dialoogvenster.
Als “File signature verification” op “Warn” is ingesteld.
1.
Klik op [Yes].
2.
Ga door met de installatieprocedure.
Als “File signature verification” op “Block” is ingesteld.
1.
Klik op [OK].
2.
Klik als de “Found New Hardware Wizard” verschijnt op [Finish].
3.
Voer de installatie uit volgens de omschrijving in de “Probleemoplossing” paragraaf over
Apparatenbeheer geeft “?”, “!” of “USB Samengesteld apparaat” weer (p. 92.
19
De driver installeren en instellen (Windows)
14 Het Insert Disk dialoogvenster verschijnt.
Klik op [OK].
15 Het Files Needed dialoogvenster verschijnt.
Voer in het “Copy files from” dialoogvenster het volgende in, en klik op
[OK].
D:\Drivers\USB_XP2K
* Het kan zijn dat de drive naam “D:” in uw systeem anders is. Voer de naam van uw
CD-ROM drive in.
16 De Found New Hardware Wizard verschijnt.
Zorg ervoor, dat het venster “EDIROL PCR” weergeeft, en klik op [Finish].
17 Als de installatie van de driver is voltooid, verschijnt het System Setting
Change dialoogvenster.
Als u op [Yes] klikt, start Windows automatisch opnieuw op.
Als u “File signature verification” heeft gewijzigd.
Breng de “File signature verification” instelling, als u deze heeft gewijzigd, na het opnieuw
opstarten van Windows terug naar zijn oorspronkelijke instelling.
1. Log, na het opnieuw opstarten van Windows, in Windows in als gebruiker met
administratieve privileges (zoals Administrator).
2. Klik in het Windows bureaublad met de rechter muisknop op het My Computer (Mijn
Computer) icoon, en kies in het menu, dat verschijnt, voor Properties
(Eigenschappen). Het System Properties dialoogvenster verschijnt.
3. Klik op de Hardware tab, en klik vervolgens op [Driver Signature].
4. Open het Driver Signing Options (opties voor stuurprogrammahandtekening)
dialoogvenster.
5. Zet de “File signature verification” instelling op zijn oorspronkelijke instelling
(“Warn“of “Block”) terug, en klik op [OK].
Vervolgens dient u de driverinstellingen te maken.
(➔ MIDI invoer en uitvoerbestemmingen (p. 23))
20
De driver installeren en instellen (Windows)
■ Windows Me/98 gebruikers
1
Start Windows op, zonder dat de PCR-30/50/80 is aangesloten.
Koppel alle USB kabels, behalve een USB keyboard en USB muis (indien u
deze gebruikt), los.
2
Sluit alle software (applicaties), die momenteel in gebruik zijn, af.
Sluit eventuele openstaande vensters af. Zorg er, als u een viruscontrole of
soortgelijke software gebruikt, voor dat u deze ook afsluit.
3
Bereid de CD-ROM voor.
Plaats de CD-ROM in de CD-ROM drive van uw computer.
4
Klik op de Windows start knop. Selecteer kies in het menu, dat verschijnt,
voor “Run…”.
Open het “Run...” dialoogvenster.
fig.2-19a_30
5
Voer in het “Open” veld van het
dialoogvenster, dat verschijnt, het
volgende in, en klik op [OK].
D:\Driver\USB_ME98\SETUPINF
.EXE
* Het kan zijn dat de drive naam “D:” in uw systeem anders is. Voer de naam van uw
CD-ROM drive in.
6
Het Setupinf dialoogvenster verschijnt.
U bent er nu klaar voor om de driver te installeren.
7
Gebruik de USB kabel om de PCR-30/50/80 op uw computer aan te
sluiten.
1. Sluit, terwijl de stroomtoevoer is UITgeschakeld, de adapter op de
PCR-30/50/80 aan.
2. Sluit de adapter op een stopcontact aan.
3. Gebruik de USB kabel om de PCR-30/50/80 op uw computer aan te
sluiten.
8
Schakel, als de aansluitingen zijn voltooid, in de
aangegeven volgorde de
stroomtoevoer van uw
diverse apparatuur in. Als
u de apparaten in de verkeerde volgorde aanzet,
riskeert u het veroorzaken
van storing en/of schade
aan de speakers of overige
apparaten.
Dit apparaat is met een
beschermingscircuit uitgerust. Na het inschakelen
van de stroomtoevoer
duurt het even (enkele
seconden), voordat het
apparaat normaal functioneert
Zet de stroomschakelaar (power) van de PCR-30/50/80 op de AAN (ON)
stand.
21
De driver installeren en instellen (Windows)
9 De driver wordt automatisch geïnstalleerd.
10 Klik in het dialoogvenster op [OK].
* Start Windows volgens de aanwijzingen opnieuw op, als een bericht u aanraadt om
dit te doen.
Vervolgens dient u de driverinstellingen te maken.
(➔ MIDI invoer en uitvoerbestemmingen (p. 23))
Instellingen
■ MIDI invoer en uitvoerbestemmingen
Windows XP/2000/Me gebruikers
1
Open het Configuratiescherm (Control Panel).
Klik op de Windows Start knop, en kies in het menu, dat verschijnt, voor
Settings | Control Panel.
Windows XP
Klik op de Windows start knop, en kies in het menu, dat verschijnt, voor
Control Panel.
2
Open het Sounds and Audio Devices Properties dialoogvenster (of, in
Windows 2000/Me, Sounds and Multimedia Properties).
Windows XP
Klik in “Pick a category” op “Sound, Speech en Audio Devices”.
Klik vervolgens bij “or pick a Control Panel icon” op het Sounds and
Audio Devices icoon.
Windows 2000/Me
Dubbelklik in het Configuratiescherm op het Sounds and Multimedia
icoon, om het “Sounds and Multimedia Properties” dialoogvenster te
openen.
3
22
Klik op de Audio tab.
Afhankelijk van de indeling van uw systeem, kan
het zijn dat het Sounds
and Audio Devices icoon
direct in het Configuratiescherm (klassieke weergave) wordt weergegeven.
Dubbelklik in dit geval op
het and Audio Devices
icoon.
De driver installeren en instellen (Windows)
fig.2-28_30
4
Klik voor MIDI muziekweergave op de
▼, die zich rechts van [Default device]
(of in Windows 2000/Me, [Preferred
device]) bevindt, en selecteer uit de lijst,
die verschijnt, het gewenste MIDI
apparaat.
Selecteer EDIROL PCR MIDI OUT, als u
voor het afspelen van een geluidsmodule,
die op de MIDI uit aansluiting van de PCR
is aangesloten, de Media Player wilt
gebruiken.
5
6
Sluit het Sounds and Audio Devices Properties dialoogvenster af.
Klik op OK om de instellingen te voltooien.
Maak in uw sequencer software MIDI apparaat instellingen. Zie Over de
poorten voor wanneer u een USB aansluiting gebruikt (p. 79) voor
details over het MIDI OUT/IN apparaat, dat u dient te selecteren.
Zie “Over de poorten
voor wanneer u een USB
aansluiting gebruikt”
(p. 79) voor details over
een poort.
Zie de handleiding van de
software, die u gebruikt,
voor details over de instellingen van het MIDI apparaat.
Hiermee zijn de driver instellingen voltooid.
23
De driver installeren en instellen (Windows)
Windows 98 gebruikers
1
Open het Configuratiescherm (Control Panel).
Klik op de Windows Start knop, en kies in het menu, dat verschijnt, voor
Settings | Control Panel.
2
Open het Multimedia Properties dialoogvenster.
Dubbelklik in het Configuratiescherm (Control Panel) op het Multimedia
icoon om het “Multimedia Properties” dialoogvenster te openen.
fig.2-29_30
3
4
Klik op de MIDI tab.
Stel “MIDI output” (MIDI uitvoer) in.
Selecteer [Single instrument], en
selecteer het MIDI apparaat uit de lijst
die verschijnt.
Selecteer EDIROL PCR MIDI OUT, als
u voor het afspelen van een
geluidsmodule, die op de MIDI uit
aansluiting van de PCR is
aangesloten, de Media Player wilt
gebruiken.
5
6
7
Zie “Over de poorten
voor wanneer u een USB
aansluiting gebruikt” (p.
79) voor details over een
poort.
Sluit het Multimedia Properties dialoogvenster af.
Klik op OK om de instellingen te voltooien.
Maak in uw sequencer software MIDI apparaat instellingen. Zie Over de
poorten voor wanneer u een USB aansluiting gebruikt (p. 79) voor
details over het MIDI OUT/IN apparaat, dat u dient te selecteren.
Hiermee zijn de driver instellingen voltooid.
24
Selecteer het voor uw systeem geschikte MIDI apparaat. U dient niet per se de
EDIROL PCR MIDI OUT te
selecteren.
Zie de handleiding van de
software, die u gebruikt,
voor details over de instellingen van het MIDI apparaat.
De driver installeren en
instellen (Macintosh)
Afhankelijk van uw systeem, verschilt de installatieprocedure.
Ga, afhankelijk van het systeem dat u gebruikt, door met één van de volgende
paragrafen.
• Mac OS 9/8 gebruikers........................................ (p. 25)
• Mac OS X gebruikers ........................................... (p. 31)
Mac OS 9/8 gebruikers
■ De driver installeren
Gebruik OMS of FreeMIDI als MIDI driver
De meegeleverde PCR driver is een ‘add-on’ module voor het gebruik van
de PCR-30/50/80 in combinatie met OMS of FreeMIDI.
* U dient, afhankelijk van de sequencer software die u gebruikt, ofwel OMS ofwel
FreeMIDI op uw Macintosh geïnstalleerd te hebben
* Koppel, voordat u de installatieprocedure uitvoert, de PCR-30/50/80 van uw
Macintosh los.
OMS kan in de OMS 2.3.8
E map in de OMS map van
de CD-ROM worden
gevonden. Zie
OMS_2.0E_Mac.pdf, die u
in dezelfde map kunt vinden, als u meer wilt weten
over OMS.
Als er tijdens het installeren van de driver al een PCR-30/50/80 op uw Macintosh is aangesloten,
verschijnt er bij het opstarten van de Macintosh een bericht als het onderstaande. Voer de
onderstaande stappen uit, die bij het betreffende afgebeelde bericht horen.
Als het venster het volgende weergeeft:
“Driver required for USB device ‘unknown device’ is not available. Search for driver
on the Internet?”
➔ klik op [Cancel].
Als het venster het volgende weergeeft:
“Software required for using device ‘unknown device’ cannot be found. Please refer
to the manual included with the device, and install the necessary software”.
➔ klik op [OK].
1
Sluit alle software (applicaties), die momenteel in gebruik zijn, af.
Zorg er, als u een viruscontrole of soortgelijke software gebruikt, voor dat u
deze ook afsluit.
2
Bereid de CD-ROM voor.
Plaats de CD-ROM in de CD-ROM drive.
25
De driver installeren en instellen (Macintosh)
3
4
Dubbelklik op het PCR Driver-E Installer icoon (dat u in de Driver E (Mac
OS 9, 8 map) van de CD-ROM kunt vinden) om de installer op te starten.
Controleer de Install Location, en klik op [Install].
fig.3-2_40
5
Klik op [Continue], als er een
bericht als het onderstaande wordt
weergegeven.
De overige applicaties, die
momenteel in gebruik zijn, worden
afgesloten, en de installatieprocedure wordt voortgezet.
6
Een dialoogvenster geeft Installation completed weer.
Klik op [Restart] om uw Macintosh opnieuw op te starten.
■ De driver instellen
OMS instellingen
1
Gebruik de USB kabel om de PCR-30/50/80 op uw computer aan te
sluiten.
1. Sluit de adapter op de PCR-30/50/80 aan, terwijl de stroomschakelaar
UIT (OFF) staat.
2. Sluit de adapter aan op een stopcontact.
3. Gebruik de USB kabel om de PCR-30/50/80 op uw computer aan te
sluiten.
2
Schakel, als de aansluitingen eenmaal voltooid zijn,
de stroomtoevoer van uw
diverse apparaten in de
aangegeven volgorde in.
Door de apparaten in de
verkeerde volgorde aan te
zetten, riskeert u storing
en/of schade aan de
speakers en overige apparatuur.
Zet de stroomschakelaar van de PCR-30/50/80 op de AAN (ON) stand.
fig.3-3
3
Kopieer de Driver E (Mac OS 9, 8) – OMS Setting map
door hem van de CD-ROM naar de harde schijf van uw
Macintosh te verslepen.
fig.3-4
4
26
Dubbelklik in de Opcode-OMS Application map, waar u
OMS heeft geïnstalleerd, op OMS Setup om deze op te
starten.
Dit apparaat is met een
beschermingscircuit uitgerust. Na het inschakelen
van de stroomtoevoer
duurt het even (enkele
seconden), voordat het
apparaat normaal functioneert.
De driver installeren en instellen (Macintosh)
fig.3-5_35
5
Klik op [Turn It Off], als er een
dialoogvenster, als hier is
afgebeeld, verschijnt. Er verschijnt
vervolgens een dialoogvenster ter
bevestiging. Klik daarom op [OK].
fig.3-6_35
6
We raden u aan om de
Apple Talk functie uit te
schakelen, door in het
Apple menu de Kiezer te
selecteren.
Het Create a New Studio Setup
dialoogvenster verschijnt. Klik op
[Cancel].
Klik, als u per ongeluk [OK] heeft
aangeklikt, in het volgende scherm
op [Cancel].
fig.3-8_35
7
Kies in het File menu voor “Open”.
Selecteer het PCR bestand in de
Setting map, die u in stap 3 heeft
gekopieerd, en klik op [Open]. Er
verschijnt een venster, zoals
hetgeen hier wordt afgebeeld.
fig.3-9_35
8
Selecteer OMS MIDI Setup uit het
Edit menu.
Vink in het OMS MIDI Setup
dialoogvenster, dat verschijnt, Run
MIDI in background aan, en klik op
[OK].
27
De driver installeren en instellen (Macintosh)
fig.3-10
9
Kies in het File menu voor Make
Current.
Een ruit-vormig teken (◊) geeft de huidige instelling aan.
Als het niet mogelijk is om Make
Current te selecteren, is deze
functie al toegepast, en kunt u met
de volgende stap verder gaan.
10 Controleer of de MIDI transmissie en ontvangst juist kunnen worden
uitgevoerd.
Kies in het Studio menu voor Test Studio.
fig.3-22_50
11 Probeer het keyboard van de PCR30/50/80 te bespelen. Als de pijl
naast nummer 2 of 3 in het diagram
rechts knippert, zijn de instellingen
op de juiste wijze gedaan.
Als u de muis cursor in de buurt
van het MIDI aansluitingsicoon
beweegt, verandert de cursor in een
vorm. Klik, als er een MIDI
geluidsmodule op de MIDI OUT
aansluiting van de PCR-30/50/80 is
aangesloten, op het MIDI
aansluitingsicoon rechts. Als u
geluid hoort, zijn de instellingen op
de juiste wijze gedaan.
Zie “Over de poorten
voor wanneer u een USB
aansluiting gebruikt” (p.
79) voor details over een
poort.
Zie de handleiding van uw
MIDI geluidsmodule voor
details over het aansluiten
van een MIDI geluidsmodule.
12 Verlaat OMS Setup.
Kies in het File menu voor Exit. Klik, als het Apple Talk bevestiging
dialoogvenster verschijnt, op [OK] om het dialoogvenster te sluiten.
13 Maak in uw sequencer software MIDI apparaat instellingen. Zie Over de
poorten voor wanneer u een USB aansluiting gebruikt (p. 79) voor
details over het MIDI OUT/IN apparaat, dat u dient te selecteren.
Hiermee is de serie stappen, die nodig zijn om de PCR-30/50/80 op de
Macintosh aan te sluiten, de MIDI driver te installeren en de driver
instellingen te maken, voltooid.
28
Zie de handleiding van de
software, die u gebruikt,
voor details over de instellingen van het MIDI apparaat.
De driver installeren en instellen (Macintosh)
■ FreeMIDI instellingen
1
Gebruik de USB kabel om de PCR-30/50/80 op uw computer aan te
sluiten.
1. Sluit de adapter op de PCR-30/50/80 aan, terwijl de stroomschakelaar
UIT (OFF) staat.
2. Sluit de adapter aan op een stopcontact.
3. Gebruik de USB kabel om de PCR-30/50/80 op uw computer aan te
sluiten.
2
3
4
5
Zet de stroomschakelaar van de PCR-30/50/80 op de AAN (ON) stand.
Kopieer de Driver E (Mac OS 9, 8) – FreeMIDI Setting map door hem van
de CD-ROM naar de harde schijf van uw Macintosh te verslepen.
Open de FreeMIDI Applications map vanaf de locatie, waarop u FreeMIDI
heeft geïnstalleerd, en dubbelklik op het FreeMIDI Setup icoon om de setup
te starten.
2. Klik, als het FreeMIDI Preferences dialoogvenster verschijnt, op
[Cancel].
3. Het About Quick Setup dialoogvenster verschijnt.
Klik op [Cancel].
5
6
Dit apparaat is met een
beschermingscircuit uitgerust. Na het inschakelen
van de stroomtoevoer
duurt het even (enkele
seconden), voordat het
apparaat normaal functioneert.
Volg de eerste keer, dat u opstart de onderstaande procedure.
1. Er verschijnt een dialoogvenster met “Welcome to FreeMIDI!”. Klik op
[Continue]
4
Schakel, als de aansluitingen eenmaal voltooid zijn,
de stroomtoevoer van uw
diverse apparaten in de
aangegeven volgorde in.
Door de apparaten in de
verkeerde volgorde aan te
zetten, riskeert u storing
en/of schade aan de
speakers en overige apparatuur.
Kies in het File menu voor Open.
Selecteer het PCR bestand in de FreeMIDI Setting map, die u in stap 3 heeft
gekopieerd, en klik op [Open].
Controleer of de MIDI transmissie en ontvangst juist kunnen worden
uitgevoerd.
Kies in het MIDI menu voor Check Connections.
Klik, als “OMS is installed
on this computer…” verschijnt, op [FreeMIDI].
Maak de volgende instellingen, als het niet mogelijk is om Open te
selecteren.
1. Kies in het File menu
voor FreeMIDI Preference.
2. Vink “Use OMS when
available” uit.
3. Sluit FreeMIDI af.
4. Keer terug naar stap 4
en ga verder met de procedure.
29
De driver installeren en instellen (Macintosh)
fig.3-13_40
7
Probeer het keyboard van de PCR30/50/80 te bespelen. Als de pijl
naast nummer 2 of 3 in het diagram
rechts knippert, zijn de instellingen
op de juiste wijze gedaan.
Als u de muis cursor in de buurt
van het MIDI aansluitingsicoon
beweegt, verandert de cursor in een
vorm. Klik, als er een MIDI
geluidsmodule op de MIDI OUT
aansluiting van de PCR-30/50/80 is
aangesloten, op het MIDI aansluitingsicoon rechts. Als u geluid hoort, zijn de
instellingen op de juiste wijze gedaan.
8
Zie de handleiding van uw
MIDI geluidsmodule voor
details over het aansluiten
van een MIDI geluidsmodule.
Kies nogmaals het Check Connections commando in het MIDI menu om de
test te beëindigen.
9 Kies in het File menu voor Quit om de FreeMIDI Setup af te sluiten.
10 Maak in uw sequencer software MIDI apparaat instellingen. Zie Over de
poorten voor wanneer u een USB aansluiting gebruikt (p. 79) voor
details over het MIDI OUT/IN apparaat, dat u dient te selecteren.
Hiermee is de serie stappen die nodig zijn om de PCR-30/50/80 op de
Macintosh aan te sluiten, de MIDI driver te installeren en de driver
instellingen te maken, voltooid.
30
Zie “Over de poorten
voor wanneer u een USB
aansluiting gebruikt” (p.
79) voor details over een
poort.
Zie de handleiding van de
software, die u gebruikt,
voor details over de instellingen van het MIDI apparaat.
De driver installeren en instellen (Macintosh)
Mac OS X gebruikers
■ De driver installeren
1
2
Koppel alle USB kabels, behalve die van uw keyboard en muis, los en start
uw Macintosh opnieuw op.
Bereid de CD-ROM voor.
Plaats de CD-ROM in de CD-ROM drive van uw computer.
3
4
Dubbelklik in de Driver (Mac OS X) map van de CD-ROM op
PCRUSBDriver.pkg.
Klik voor waarmerking in Mac OS X v10.1.5 op het vergrendelen icoon.
Voer in het Authentication dialoogvenster het wachtwoord in en klik op
[OK].
5
Het beeldscherm geeft “Welcome to EDIROL PCR USB Driver
Installation” weer.
Klik op [Continue].
6
Het beeldscherm geeft “Important Message” weer.
Lees de inhoud en klik op [Continue].
7
Het beeldscherm geeft “Select the location for installation” weer.
Selecteer de drive, waarop het besturingssysteem is geïnstalleerd, om deze te
selecteren, en klik vervolgens op [Continue].
8
Het beeldscherm geeft “Easy Installation” weer.
Klik op Install of Upgrade.
9
Het beeldscherm geeft “When you install this software, you must restart
your computer after the installation is complete” weer.
Klik op [Continue installation].
10 Het beeldscherm geeft “The software was successfully installed” weer.
Klik op [Restart] om uw computer opnieuw op te starten.
31
De driver installeren en instellen (Macintosh)
Waarschuwingen voor het gebruik van de PCR
Let, voordat u uw sequencer software gebruikt, op de volgende punten.
* Sluit voor het opstarten van uw sequencer of overige software de PCR-30/50/80 met behulp van een USB
kabel op uw computer aan.
* Koppel geen USB kabel van de PCR-30/50/80 los, terwijl uw sequencer of overige software in gebruik is.
* Koppel de USB kabel pas van de PCR-30/50/80 los, nadat u uw sequencer of overige software heeft
afgesloten.
* Zorg ervoor, dat de Sleep (slaap) functie van uw Macintosh is uitgeschakeld.
* De PCR-30/50/80 werkt niet in de klassieke omgeving van Mac OS X. Gebruik de PCR als de klassieke
omgeving niet in gebruik is.
■ De driver instellen
1
Gebruik de USB kabel om de PCR-30/50/80 op uw computer aan te
sluiten.
1. Sluit de adapter op de PCR-30/50/80 aan, terwijl de stroomschakelaar
UIT (OFF) staat.
2. Sluit de adapter aan op een stopcontact.
3. Gebruik de USB kabel om de PCR-30/50/80 op uw computer aan te
sluiten.
2
3
Zet de stroomschakelaar van de PCR-30/50/80 op de AAN (ON) stand.
Maak in uw sequencer software MIDI apparaat instellingen. Zie Over de
poorten voor wanneer u een USB aansluiting gebruikt (p. 79) voor
details over het MIDI OUT/IN apparaat, dat u dient te selecteren.
Hiermee is de serie stappen die nodig zijn om de PCR-30/50/80 op de
Macintosh aan te sluiten, de MIDI driver te installeren en de driver
instellingen te maken, voltooid.
32
Zie de handleiding van de
software, die u gebruikt,
voor details over de instellingen van het MIDI apparaat.
Bediening
De PCR-30/50/80 is een controller, die MIDI berichten verstuurt. U kunt de PCR-30/50/80 niet
helemaal op zichzelf gebruiken. U dient hem op een geluidsmodule of computer aan te sluiten.
De diverse regelaars ([R1--R8], [S1--S8], [B1--B6], [L1--L3], [P1, P2]) kunnen aan bijna elk bericht,
dat u wilt, worden toegewezen om zo de juiste regeling van uw betreffende stap te krijgen. Zie
“Regelaar instellingen” (p. 46) voor details over de berichten, die kunnen worden toegewezen.
33
Aansluiting en MIDI datastroom
In dit hoofdstuk wordt uitgelegd, hoe u de basisaansluitingen van de PCR-30/50/80 maakt.
* Draai, voordat u aansluitingen maakt, om storing en/of schade aan speakers of overige apparatuur te
voorkomen, te allen tijde het volume omlaag en schakel de stroomtoevoer van alle apparaten uit.
* Gebruik alleen het aangegeven expressiepedaal (EV-5; apart verkrijgbaar). Door een ander expressiepedaal te
gebruiken riskeert u het veroorzaken van storing en/of schade aan dit apparaat.
Als u MIDI aansluitingen gebruikt
fig.connect-usb
MIDI geluidsmodule (apart verkrijgbaar)
Adapter
MIDI IN
DP-2 (apart verkrijgbaar)
EV-5 (apart verkrijgbaar)
MIDI OUT
PCR-30/50/80
MIDI OUT
BULK RECEPTION
MIDI IN
PORT 1
PORT 2 /
BULK TRANSMISSION
* Zie “Over de poorten voor wanneer u een USB aansluiting gebruikt” (p. 79) voor een uitleg over
de items in het diagram.
34
Aansluiting en MIDI datastroom
Als u een USB aansluiting gebruikt
fig.connect-usb
Adapter
USB kabel
Als u een USB aansluiting
gebruikt, is het niet nodig om de
adapter aan te sluiten. Bij
sommige computers kan het
echter zo zijn dat de PCR30/50/80 niet functioneert, als hij
door de USB bus wordt gevoed.
Zet in dergelijke gevallen de
stroomschakelaar op de DC stand
en sluit de adapter aan.
DP-2 (apart verkrijgbaar)
dnaloR
EV-5 (apart verkrijgbaar)
V-LINK OFF
PC
MIDI OUT DEVICE
PCR-30/50/80
USB
EDIROL PCR MIDI OUT
MIDI OUT
EDIROL PCR
BULK RECEPTION
MIDI IN DEVICE
EDIROL PCR MIDI IN
MIDI IN
EDIROL PCR 1
PORT 1
EDIROL PCR 2
PORT 2 /
BULK TRANSMISSION
V-LINK ON
PC
MIDI OUT DEVICE
PCR-30/50/80
USB
EDIROL PCR MIDI OUT
EDIROL PCR
MIDI OUT
BULK
RECEPTION
MIDI IN DEVICE
EDIROL PCR MIDI IN
MIDI IN
EDIROL PCR 1
PORT 1
EDIROL PCR 2
PORT 2 /
BULK TRANSMISSION
* Als V-LINK is ingeschakeld (ON), worden er zowel naar de USB als de MIDI aansluiting PCR1 en PCR2
berichten verzonden.
* Zie “Over de poorten voor wanneer u een USB aansluiting gebruikt” (p. 79) voor een uitleg over
de items in het diagram.
35
Algemene werking
Hoe u van functie wisselt
U kunt, zoals hieronder is aangegeven, op elk willekeurig moment van functie wisselen.
Functie
Van functie wisselen
PLAY functie
(p. 37
Als u de PCR-30/50/80 aanzet, start hij op in de
PLAY functie.
MIDI Channel
functie (MIDI CH)
(p. 38)
Program Change
functie
(PROGRAM
CHANGE)
(p. 39)
Bank functie
(BANK)
(p. 40)
Memory functie
(MEMORY)
(p. 41)
Snapshot functie
(SNAPSHOT)
(p. 42)
Panic functie
(PANIC)
(p. 43)
Druk op de [MIDI CH]
knop.
Druk op de [PROGRAM
CHANGE] knop.
Druk gelijktijdig op de
[PROGRAM CHANGE] en
de [MIDI CH] knop.
Druk op de [MEMORY]
knop.
Druk gelijktijdig op de
[MEMORY] en de [MIDI
CH] knop.
Druk gelijktijdig op de
[PROGRAM CHANGE] en
de [EDIT] knop.
Druk op de [EDIT] knop.
Edit functie
(EDIT)
(p. 45)
Uitleg
MIDI berichten versturen
door het keyboard te
bespelen of de regelaars te
bedienen.
Het verstuurkanaal (huidige
kanaal) van het keyboard en
de verbuigingshandel
instellen.
Op het huidige kanaal
programmawijziging
berichten verzenden.
Op het huidige kanaal bank
selectieberichten (MSB, LSB)
verzenden.
Een geheugen set uit het
interne geheugen in het
huidige geheugen
terugvragen (p. 136).
In één keer de huidige
waarden van alle regelaars
([R1--R8], [S1--S8])
verzenden.
“Hangende” noten of overige
problemen met het geluid op
een aangesloten MIDI
geluidsmodule stoppen.
MIDI berichten aan de
regelaars toewijzen, bulk
gegevens verzenden/
ontvangen of systeem
instellingen maken.
Zodra een instelling of proces in de andere functies is voltooid, keert u terug naar de Play functie.
Druk op de knop van de huidige functie (d.w.z., de knop die verlicht is), als u naar de Play functie
wilt terugkeren zonder een instelling of commando te voltooien. Als alternatief kunt u op de
[CANCEL] knop drukken. De instelling, waar u mee bezig was, wordt verworpen.
36
Algemene werking
PLAY functie
Als u de PCR-30/50/80 aanzet, start hij in de PLAY functie op. Het beeldscherm geeft het huidige
kanaal weer (p. 38).
* De PCR-30/50/80 start op volgens de instellingen in het Startup geheugen (p. 84). Met de
fabrieksinstellingen start het apparaat met het GM2 geheugen op. Zie p. 84 voor de berichten, die door het
GM2 geheugen aan elke regelaar zijn toegewezen.
■ Regelaars die u kunt bedienen
[R1–R8], [S1–S8], [B1–B6]
[L1–L3], [P1, P2]
[OCTAVE -/+]
[TRANSPOSE]+[OCTAVE -/+]
Bender lever
Keyboard
Deze regelaars versturen alle berichten aan elke regelaar afzonderlijk zijn toegewezen.
* De verzonden waarde wordt in het beeldscherm weergegeven.
Octaafverschuiving
* Afhankelijk van de huidige octaafverschuiving instelling licht
[OCTAVE -] of [OCTAVE +] op. De daadwerkelijke waarde van
de octaafverschuiving verschijnt alleen in het beeldscherm tijdens
het bewerken van de instelling (-4-5).
Transponeren
* Als u de [TRANSPOSE] knop even ingedrukt houdt, licht, afhankelijk van de huidige transponeerinstelling [OCTAVE -] of
[OCTAVE +], op. De daadwerkelijke transponeerwaarde verschijnt alleen in het beeldscherm tijdens het bewerken van de instelling (-12-12).
Op het huidige kanaal worden verbuiging of modulatieberichten
verzonden.
Op het huidige kanaal worden nootberichten verzonden.
* De octaafverschuiving en transponeer functies worden afzonderlijk ingesteld.
* Als u tegelijkertijd [OCTAVE -] en [OCTAVE +] indrukt, wordt de instelling van de octaafverschuiving
naar 0 teruggebracht.
* Als u [TRANSPOSE] ingedrukt houdt en gelijktijdig [OCTAVE -] en [OCTAVE +] indrukt, wordt de
transponeerinstelling naar 0 teruggebracht.
37
Algemene werking
MIDI kanaalfunctie (MIDI CH)
Met deze functie kunt u het verzendkanaal (huidige kanaal) van het keyboard en de
verbuigingshandel instellen.
Elke regelaar heeft zijn eigen afzonderlijke verzendkanaal instelling. Als echter de OMNI functie
(p. 69) is ingeschakeld, verzenden de regelaars ook via het huidige kanaal, dat u hier invoert.
fig.MIDIch-1_80
3
1
1 2
Druk op de [MIDI CH] knop.
De [MIDI CH] knop licht op. Het beeldscherm geeft de huidige kanaalinstelling weer.
* Afhankelijk van de invoermodus, licht tevens de [HEX] of [DECIMAL] knop op (p. 78).
2
Gebruik de [DEC][INC] knoppen of de [0]-[F] toetsen van het keyboard om
het gewenste kanaalnummer in te voeren.
DEC
INC
0–F
3
De huidige waarde met -1 wijzigen.
De huidige waarde met +1 wijzigen.
De invoerwaarde
HEX ... 0-F
DECIMAL ... 1-16
Druk op de [ENTER] knop.
De instelling wordt geannuleerd, als u op een andere dan de [ENTER] knop drukt.
Het huidige kanaal is nu ingesteld.
38
Algemene werking
Programmawijziging functie
(PROGRAM CHANGE)
Met deze functie kunt u op het huidige kanaal een programmawijziging bericht verzenden.
fig.PC-1_80
3
1
1
2
Druk op de [PROGRAM CHANGE] knop.
De [PROGRAM CHANGE] knop licht op. Het beeldscherm geeft de programmawijziging, die het
laatst verzonden is, weer.
* Afhankelijk van de invoermodus, licht tevens de [HEX] of [DECIMAL] knop op (p. 78).
2
Gebruik de [DEC][INC] knoppen of de [0]-[F] toetsen van het keyboard om
de programmawijziging, die u wilt verzenden, in te voeren.
DEC
INC
0–F
3
De huidige waarde met -1 wijzigen.
De huidige waarde met +1 wijzigen.
De invoerwaarde
HEX ... 00-7F
DECIMAL ... 1-128
Druk op de [ENTER] knop.
De instelling wordt geannuleerd, als u op een andere dan de [ENTER] knop drukt.
De programmawijziging is nu verzonden.
39
Algemene werking
Bankfunctie (BANK)
Met deze functie kunt u op het huidige kanaal een bankselectie (MSB, LSB) bericht verzenden. Het
programmawijziging bericht, dat u in de programmawijziging functie het laatst heeft verzonden
(aangegeven) (p. 39) wordt ook volgens het bankselectie bericht verzonden.
fig.BANK-1_80
3,5
1
1
2,4
Druk gelijktijdig op de [PROGRAM CHANGE] knop en de [MIDI CH] knop.
De [PROGRAM CHANGE] knop en de [MIDI CH] knop lichten op. Het
beeldscherm geeft de bankselectie (MSB) waarde, die het laatst verzonden is,
weer.
* Afhankelijk van de invoermodus, licht tevens de [HEX] of [DECIMAL] knop op (p. 78).
fig.BANK-2
2
Voer eerst de bankselectie MSB (CC#00) in.
Gebruik de [DEC][INC] knoppen of de [0]-[F] toetsen van het keyboard om de
bankselectie MSB, die u wilt verzenden, in te voeren.
*1 Reference
3
Druk op de [ENTER] knop.
De instelling wordt geannuleerd, als u op een andere dan de [ENTER] knop drukt.
fig.BANK-3
4
Voer vervolgens de bankselectie LSB (CC#32) in.
Het beeldscherm geeft de bankselectie (LSB) waarde, die het laatst verzonden is, weer.
Gebruik de [DEC][INC] knoppen of de [0]-[F] toetsen van het keyboard om de
bankselectie LSB, die u wilt verzenden, in te voeren.
5
Druk op de [ENTER] knop.
De instelling wordt geannuleerd, als u op een andere dan de [ENTER] knop drukt.
De bankselectie is nu verzonden
40
*1 Het -- gebied geeft de waarde, die momenteel is ingesteld, weer. Als deze niet is ingesteld, wordt de standaardinstelling weergegeven. Zelfs
als u het type of de functie van het MIDI bericht, dat is toegewezen, wijzigt, blijft de standaardinstelling afgebeeld. Deze is verlicht, als de
waarde hetzelfde is als de waarde, die momenteel is ingesteld, of knippert, als de waarde anders is.
Algemene werking
Geheugenfunctie (MEMORY)
Met deze functie kunt u één van de opgeslagen geheugen sets in het huidige geheugen opvragen
(p. 68).
Als de PCR-30/50/80 uit de fabriek komt, bevat het interne geheugen zestien verschillende
instellingen. Zie “Geheugen sets” (p. 84) voor details over de inhoud van elke geheugennummer.
Als u de regelaarinstellingen van een geheugen, dat u opvraagt, wijzigt en uw wijzigingen wilt
bewaren, dient u voor het uitzetten van de PCR-30/50/80 het geheugen op te slaan. Zie “ EDITSave” (p. 68) voor de procedure.
Zie “Bewerkfunctie (EDIT)” (p. 45) voor details over het aanpassen (bewerken) van de
regelaarinstellingen.
fig.memory-1_80
3
1
1
2
Druk op de [MEMORY] knop.
De [MEMORY] knop licht op. Het beeldscherm geeft de programmawijziging, die het laatst
verzonden is, weer.
2
3
Gebruik de [DEC][INC] knoppen of de [0]-[F] toetsen van het keyboard om
het geheugennummer, dat u wilt opvragen die u wilt verzenden, in te
voeren.
Druk op de [ENTER] knop.
De instelling wordt geannuleerd, als u op een andere dan de [ENTER] knop drukt.
Het geheugen is nu opgevraagd.
41
Algemene werking
Snapshot functie (SNAPSHOT)
Als u de diverse regelaars eenmaal op de gewenste instellingen heeft gezet, kunt u een
gedetailleerde omschrijving van deze toestand in de vorm van een “snapshot” verzenden. Als u
deze functie uitvoert, worden de huidige waarden van de regelaars ([R1-R8], [S1-S8]) verzonden.
Dit is handig, als u aan het begin van een song in uw sequencer de toestand van deze regelaars
tezamen, als beginwaarden, wilt opnemen.
fig.snap-1_80
2
1
1
Druk gelijktijdig op de [MEMORY] knop en de [MIDI CH] knop.
De [MEMORY] knop en de [MIDI CH] knop lichten op.
2
Druk op de [ENTER] knop.
De [MEMORY] knop en de [MIDI CH] knop knipperen diverse keren.
Het snapshot wordt verzonden.
42
Algemene werking
Paniekfunctie (PANIC)
Als noten op een aangesloten geluidsmodule blijven “hangen”, of als er iets mis is met het geluid,
kunt u de paniekfunctie uitvoeren om het probleem op te lossen.
Als u de paniekfunctie uitvoert, worden er op alle kanalen All Sound Off (al het geluid uit), All
Notes Off (alle noten uit) en Reset All Controllers (alle regelaars opnieuw instellen) berichten
verzonden.
fig.panic-1_80
2
1
1
Druk gelijktijdig op de [PROGRAM CHANGE] knop en de [EDIT] knop.
De [PROGRAM CHANGE] knop en de [EDIT] knop lichten op.
2
Druk op de [ENTER] knop.
De [PROGRAM CHANGE] knop en de [EDIT] knop knipperen.
De paniekfunctie is nu uitgevoerd.
43
MEMO
44
Bewerkfunctie (EDIT)
Druk op de [EDIT] knop om in de bewerkfunctie te komen. In de
bewerkfunctie kunt u de volgende instellingen doen.
fig.edit-1
fig.edt
Geselecteerd
item
[R1--R8]
[S1--S8]
[B1--B6]
[L1--L3]
[P1, P2]
Display
Refer to
Omschrijving
“Controller
instellingen” (p. 46)
Een gewenst MIDI bericht aan de regelaar
toewijzen.
Keyboard
[BULK]
“BULK” (p. 71)
De inhoud van een geheugen set als
bulkgegevens verzenden of ontvangen.
Keyboard
[SYSTEM]
“SYSTEM” (p. 74)
Systeeminstellingen voor de PCR-30/50/
80 maken.
Keyboard
[SAVE]
“SAVE” (p. 68)
De huidige geheugeninstellingen in een
geheugen opslaan.
Keyboard
[OMNI]
“OMNI” (p. 69)
Aangeven of het uitgaande kanaal en de
uitgaande poort voor berichten de
instelling van de regelaar of de
systeeminstelling volgt.
Keyboard
[PROTECT]
“PROTECT” (p. 70)
Aangeven of ALL BULK ontvangst en
SAVE commando’s verboden zijn.
Geeft het nummer van de
geselecteerde regelaar
weer.
Zie de uitleg van hoe u elk item instelt voor details.
45
Bewerkfunctie (EDIT)
Regelaarinstellingen
U kunt aan een regelaar de volgende functies toewijzen.
* Voer na het wijzigen van de regelaarinstellingen indien nodig het “SAVE” (p. 148) commando uit. Als u
zonder het “SAVE” commando uit te voeren de stroomtoevoer uitschakelt, gaan uw wijzigingen verloren.
NOTE
“NOOTTOEWIJZING” (p. 47)
AFTERTOUCH
“NASLAGTOEWIJZING” (p. 49)
CONTROL CHANGE
“CONTROLEWIJZIGING TOEWIJZING”
(p. 52)
PROGRAM CHANGE
“PROGRAMMAWIJZIGING TOEWIJZING”
(p. 55)
RPN
“RPN/NRPN TOEWIJZING” (p. 58)
NRPN
“RPN/NRPN TOEWIJZING” (p. 58)
SYSTEM Ex.
“SYS EX. TOEWIJZING” (p. 60)
TEMPO
“TEMPOTOEWIJZING” (p. 66)
NO ASSIGN
“GEEN TOEWIJZING” (p. 66)
Er is tevens een kopieerfunctie beschikbaar. Zie “TOEWIJZING KOPIËREN” (p. 67) voor de
procedure.
* Voor NOOT, NASLAG, CONTROLEWIJZIGING, PROGRAMMAWIJZIGING, RPN, NRPN en
SYSTEM Ex. is het meest rechtse teken (derde plek) in het beeldscherm een cijfer, dat de functie aangeeft
(basisfunctie of geavanceerde functie).
* Zie “SYS EX. TOEWIJZING” (P. 60), als u een systeembericht van één enkele byte (systeem realtime
bericht, stemverzoek) of een vrij aangegeven bericht van maximaal 24 bytes wilt toewijzen.
Het verschil tussen de basisfunctie en de geavanceerde functie
Elke toewijzing kan in de basisfunctie of de geavanceerde functie worden gemaakt.
Gebruik de functie, die voor uw doeleinde geschikt is.
46
•Basisfunctie
U kunt op gemakkelijke wijze, met het minimale aantal stappen,
toewijzingen doen.
•Geavanceerde functie
Er is een grotere hoeveelheid stappen nodig, maar u kunt meer
parameters instellen en meer verfijnde toewijzingen doen.
Bewerkfunctie (EDIT)
■ NOOTTOEWIJZING
Zo kunt u aan een regelaar een nootbericht toewijzen. Behalve voor het afspelen van geluiden
kunnen nootberichten ook worden gebruikt om een sequencer te bedienen.
Functie
Basisfunctie
Geavanceerde
functie
Keyboard
Velocity
(aanslaggevoeligheid)
Poort
0
100 (64H)
PCR 1
1
Toewijsbaar
Toewijsbaar
Basisfunctie
fig.edt
1
Druk op de [EDIT] knop.
Het display geeft “EDT” weer.
fig.r-1
2
Beweeg de regelaar, waaraan u een nootbericht wilt toewijzen, iets. In
geval van een knop, druk op de knop.
Het display geeft het nummer van de geselecteerde regelaar weer.
3
Controleer of het display het juiste regelaarnummer weergeeft, en druk op de [ENTER]
knop.
fig.nt0
4
Druk op de [NOTE] toets.
Het display geeft “NT0” weer.
fig.c
5
Druk op de [ENTER] knop.
Het display geeft “C--” weer.
6
*1 Referentie
Voer het kanaal in. Gebruik de [DEC][INC] knoppen of de [0]-[F] toetsen van het
keyboard om het kanaal in te voeren.
fig.n
7
Druk op de [ENTER] knop.
Het display geeft “N--” weer.
8
9
*1 Referentie
Voer het nootnummer in. Gebruik de [DEC][INC] knoppen of de [0]-[F] toetsen van het
keyboard om het nootnummer in te voeren.
Druk op de [ENTER] knop.
*1 Het -- gebied geeft de waarde, die momenteel is ingesteld, weer. Als deze niet is ingesteld, wordt de standaardinstelling weergegeven.
Zelfs als u het type of de functie van het MIDI bericht, dat is toegewezen, wijzigt, blijft de standaardinstelling afgebeeld. Deze is verlicht,
als de waarde hetzelfde is als de waarde, die momenteel is ingesteld, of knippert, als de waarde anders is.
47
Bewerkfunctie (EDIT)
10 Geef de knopfunctie aan, als u een toewijzing voor een knop maakt. (➔“De knopfunctie
aangeven” (p. 78).
Geavanceerde functie
In de geavanceerde functie 1 van NOOTTOEWIJZING kunt u naast de items
van de basisfunctie ook de velocity waarde invoeren.
1. Druk op de [EDIT] knop.
2. Beweeg de regelaar, waaraan u een nootbericht wilt toewijzen, iets. In geval van een
knop, druk op de knop.
Het display geeft het nummer van de geselecteerde regelaar weer.
3. Controleer of het display het juiste regelaarnummer weergeeft, en druk op de
[ENTER] knop.
4. Druk op de [NOTE] toets en druk vervolgens op de [1] toets.
Het display geeft “NT1” weer.
5. Druk op de [ENTER] knop.
6. Voer het kanaal in.
7. Druk op de [ENTER] knop.
8. Voer het nootnummer in.
9. Druk op de [ENTER] knop.
fig.v
Het display geeft “V--” weer.
*1 Referentie
10. Voer de velocity in.
11. Druk op de [ENTER] knop.
fig.p
Het display geeft “P--” weer.
*1 Referentie
12. Geef de uitgaande poort aan (➔ “De poort aangeven” (p. 79)).
13. Geef de knopfunctie aan, als u een toewijzing voor een knop maakt. (➔ “De
knopfunctie aangeven” (p. 78).
• Als u [S1--S8], [R1--R8] of [P2] op NOOTTOEWIJZING instelt, wordt door het
instellen van de regelaar op de maximum positie de aangegeven velocity waarde
verzonden. Als u de regelaar op de minimum positie instelt, wordt er een
nootbericht met een velocity van 0 verzonden.
• Als u deze aan [B1--B6] of [P1] toewijst, wordt de velocity waarde verzonden, als u
de regelaar inschakelt. Als u de regelaar uitschakelt, wordt er een nootbericht met
een velocity waarde van 0 verzonden.
48
*1 Het -- gebied geeft de waarde, die momenteel is ingesteld, weer. Als deze niet is ingesteld, wordt de standaardinstelling weergegeven.
Zelfs als u het type of de functie van het MIDI bericht, dat is toegewezen, wijzigt, blijft de standaardinstelling afgebeeld. Deze is verlicht,
als de waarde hetzelfde is als de waarde, die momenteel is ingesteld, of knippert, als de waarde anders is.
Bewerkfunctie (EDIT)
■ AANSLAG TOEWIJZING
Zo kunt u aan een regelaar een aanslag (Aftertouch) bericht toewijzen.
Functie
Keyboard
Basisfunctie
Geavanceerde functie 1
Geavanceerde functie 2
Geavanceerde functie 3
Bericht
Waardebereik
Poort
0
Channel Pressure (kanaaldruk)
00-7FH
Poort 1
1
Channel Pressure (kanaaldruk)
Toewijsbaar
Toewijsbaar
2
Polyphonic Key Pressure
(polyfonische toetsdruk)
Polyphonic Key Pressure
(polyfonische toetsdruk)
00-7FH
Poort 1
Toewijsbaar
Toewijsbaar
3
Basisfunctie
fig.edt
1
Druk op de [EDIT] knop.
Het display geeft “EDT” weer.
fig.r-1
2
Beweeg de regelaar, waaraan u een aanslagbericht wilt toewijzen, iets. In
geval van een knop, druk op de knop.
Het display geeft het nummer van de geselecteerde regelaar weer.
3
Controleer of het display het juiste regelaarnummer weergeeft, en druk op de [ENTER]
knop.
fig.at0
4
Druk op de [AFTERTOUCH] toets.
Het display geeft “AT0” weer.
fig.c
5
Controleer of de weergave juist is en druk op de [ENTER] knop.
Het display geeft “C--” weer.
6
7
8
*1 Referentie
Voer het kanaal in. Gebruik de [DEC][INC] knoppen of de [0]-[F] toetsen van het keyboard
om het kanaal in te voeren.
Druk op de [ENTER] knop.
Geef de knopfunctie aan, als u een toewijzing voor een knop maakt. (➔ “De knopfunctie
aangeven” (p. 78).
*1 Het -- gebied geeft de waarde, die momenteel is ingesteld, weer. Als deze niet is ingesteld, wordt de standaardinstelling weergegeven. Zelfs
als u het type of de functie van het MIDI bericht, dat is toegewezen, wijzigt, blijft de standaardinstelling afgebeeld. Deze is verlicht, als de
waarde hetzelfde is als de waarde, die momenteel is ingesteld, of knippert, als de waarde anders is.
49
Bewerkfunctie (EDIT)
Geavanceerde functie 1-3
In de geavanceerde functie 1 van NASLAGTOEWIJZING kunt u naast de items van de basisfunctie
ook de onder en bovenlimiet van de aanslagwaarde invoeren. In de geavanceerde functie 2 en 3 van
kunt u, in plaats van het kanaal in te voeren, een aanslagbericht voor een individuele noot aangeven
(polifonische toetsdruk).
1. Druk op de [EDIT] knop.
2. Beweeg de regelaar, waaraan u een aanslagbericht wilt toewijzen, iets. In geval van
een knop, druk op de knop.
Het display geeft het nummer van de geselecteerde regelaar weer.
3. Controleer of het display het juiste regelaarnummer weergeeft, en druk op de
[ENTER] knop.
4. Druk op de [AFTERTOUCH] toets en druk vervolgens op één van de [1]-[3] toetsen.
Het display geeft de geselecteerde functie weer.
fig.at1
5. Druk op de [ENTER] knop.
6. Voer het kanaal in.
7. Druk op de [ENTER] knop.
8. Voer, als u de geavanceerde functie 2 of 3 gebruikt, het nootnummer in.
9. Druk, als u de geavanceerde functie 2 of 3 gebruikt, op de [ENTER] knop.
10. Geef, als u de geavanceerde functie 1 of 3 gebruikt, de onder en bovenlimiet van de
waarde aan, zoals in “Naslagtoewijzing boven/onderlimiet en poortinstellingen”
(p. 51) wordt beschreven, en geef de uitgaande poort aan.
11. Geef de knopfunctie aan, als u een toewijzing voor een knop maakt. (➔ “De
knopfunctie aangeven” (p. 78).
50
Bewerkfunctie (EDIT)
Naslagtoewijzing boven/onderlimiet en poortinstellingen
In geval van Naslagtoewijzing 1 of 3 kunt u de bovenlimiet en de onderlimiet
van de waarde instellen, en de poort aangeven.
fig.max
1. De volgende weergave verschijnt in het venster.
*1 Referentie
2. Gebruik de [DEC][INC] knoppen of de [0][F] toetsen om de bovenlimiet in te voeren.
3. Druk op de [ENTER] knop.
fig.min
De volgende weergave verschijnt.
*1 Referentie
4. Gebruik de [DEC][INC] knoppen of de [0][F] toetsen om de onderlimiet in te voeren.
5. Druk op de [ENTER] knop.
fig.p1
Het display geeft “P--” weer.
*1 Referentie
6. Geef de uitgaande poort aan. (➔ “De poort aangeven” (p. 79)).
*1 Het -- gebied geeft de waarde, die momenteel is ingesteld, weer. Als deze niet is ingesteld, wordt de standaardinstelling weergegeven.
Zelfs als u het type of de functie van het MIDI bericht, dat is toegewezen, wijzigt, blijft de standaardinstelling afgebeeld. Deze is verlicht,
als de waarde hetzelfde is als de waarde, die momenteel is ingesteld, of knippert, als de waarde anders is.
51
Bewerkfunctie (EDIT)
■ CONTROLEWIJZIGING TOEWIJZING
Zo kunt u aan een regelaar een controlewijziging bericht toewijzen.
Functie
keyboard
Basisfunctie
Geavanceerde functie 1
Geavanceerde functie 2
0
1
2
Waardebereik
Poort
00-7FH
Toewijsbaar
Simuleert een roterende encoder
PCR 1
Toewijsbaar
Toewijsbaar
Basisfunctie
fig.edt
1
Druk op de [EDIT] knop.
Het display geeft “EDT” weer.
2
Beweeg de regelaar, waaraan u een controlewijziging bericht wilt toewijzen, iets. In geval
van een knop, druk op de knop.
fig.r-1
Het display geeft het nummer van de geselecteerde regelaar weer.
3
Controleer of het display het juiste regelaarnummer weergeeft, en druk
op de [ENTER] knop.
fig.cc0
4
Druk op de [CONTROL CHANGE] toets.
Het display geeft “CC0” weer.
fig.c
5
Controleer, wat er wordt aangegeven en druk op de [ENTER] knop.
Het display geeft “C--” weer.
6
*1 Referentie
Voer het kanaal in. Gebruik de [DEC][INC] knoppen of de [0][F] toetsen om het kanaal in
te voeren.
fig.n
7
Druk op de [ENTER] knop.
Het display geeft “N--” weer.
8
*1 Referentie
Gebruik de [DEC][INC] knoppen of de [0][F] toetsen om het nummer van de
controlewijziging in te voeren.
9 Druk op de [ENTER] knop.
10 Geef de knopfunctie aan, als u een toewijzing voor een knop maakt. (➔ “De knopfunctie
aangeven” (p. 78).
52
*1 Het -- gebied geeft de waarde, die momenteel is ingesteld, weer. Als deze niet is ingesteld, wordt de standaardinstelling weergegeven.
Zelfs als u het type of de functie van het MIDI bericht, dat is toegewezen, wijzigt, blijft de standaardinstelling afgebeeld. Deze is
verlicht, als de waarde hetzelfde is als de waarde, die momenteel is ingesteld, of knippert, als de waarde anders is.
Bewerkfunctie (EDIT)
Geavanceerde functie 1
In de geavanceerde functie van CONTROLEWIJZIGING TOEWIJZING kunt u, naast de items van de
basisfunctie, ook de boven en onderlimiet van de controlewijziging waarde invoeren.
1. Druk op de [EDIT] knop.
2. Beweeg de regelaar, waaraan u een
controlewijziging bericht wilt toewijzen, iets. In
geval van een knop, druk op de knop.
Het display geeft het nummer van de
geselecteerde regelaar weer.
3. Controleer wat er wordt weergegeven, en druk
op de [ENTER] knop.
11. Gebruik de [DEC][INC] knoppen of de [0]-[F]
toetsen om de waarde van de bovenlimiet in te
voeren.
12. Druk op de [ENTER] knop.
13. De volgende weergave verschijnt in het venster.
fig.min
*1 Referentie
4. Druk op de [CONTROL CHANGE] toets en
druk vervolgens op de [1] toets.
Het display geeft “CC1” weer.
14. Gebruik de [DEC][INC] knoppen of de [0]-[F]
toetsen om de waarde van de onderlimiet in te
voeren.
5. Druk op de [ENTER] knop.
15. Druk op de [ENTER] knop.
6. Voer het kanaal in.
16. Het display geeft “P--” weer.
7. Druk op de [ENTER] knop.
8. Voer het nummer van de controlewijziging in.
9. Druk op de [ENTER] knop.
10. De volgende weergave verschijnt in het venster.
fig.max
*1 Referentie
fig.p1
*1 Referentie
17. Geef de uitgaande poort aan. (➔ “De poort
aangeven” (p. 79)).
18. Geef de knopfunctie aan, als u een toewijzing
voor een knop maakt. (➔ “De knopfunctie
aangeven” (p. 78).
*1 Het -- gebied geeft de waarde, die momenteel is ingesteld, weer. Als deze niet is ingesteld, wordt de standaardinstelling weergegeven.
Zelfs als u het type of de functie van het MIDI bericht, dat is toegewezen, wijzigt, blijft de standaardinstelling afgebeeld. Deze is verlicht,
als de waarde hetzelfde is als de waarde, die momenteel is ingesteld, of knippert, als de waarde anders is.
53
Bewerkfunctie (EDIT)
Geavanceerde functie 2
De geavanceerde functie 2 simuleert de werking van een conventionele roterende encoder. Als deze
aan een regelaar is toegewezen en u deze regelaar naar rechts (boven) van het midden beweegt, heeft
dit hetzelfde effect als wanneer u de encoder met de klok mee draait. Als u de regelaar naar links
(beneden) van het midden beweegt, heeft dit hetzelfde effect als wanneer u de encoder tegen de klok
in draait. Naar gelang de regelaar verder van het midden af wordt bewogen, heeft dit hetzelfde
resultaat als wanneer de roterende encoder sneller werd bewogen.
U kunt de geavanceerde functie 2 aan een knop toewijzen, maar dan functioneert hij niet.
1. Druk op de [EDIT] knop.
2. Beweeg de regelaar, waaraan u een controlewijziging bericht wilt toewijzen, iets. In
geval van een knop, druk op de knop.
Het display geeft het nummer van de geselecteerde regelaar weer.
3. Controleer, wat er wordt weergegeven, en druk op de [ENTER] knop.
4. Druk op de [CONTROL CHANGE] toets en druk vervolgens op de [2] toets.
Het display geeft “CC2” weer.
5. Druk op de [ENTER] knop.
6. Voer het kanaal in.
7. Druk op de [ENTER] knop.
8. Voer het nummer van de controlewijziging in. Gebruik de [DEC][INC] knoppen of de
[0]-[F] toetsen om het nummer van de controlewijziging in te voeren.
9. Druk op de [ENTER] knop.
10. Het display geeft “P--” weer.
*1 Referentie
11. Geef de uitgaande poort aan. (➔ “De poort aangeven” (p. 79)).
54
*1 Het -- gebied geeft de waarde, die momenteel is ingesteld, weer. Als deze niet is ingesteld, wordt de standaardinstelling weergegeven.
Zelfs als u het type of de functie van het MIDI bericht, dat is toegewezen, wijzigt, blijft de standaardinstelling afgebeeld. Deze is verlicht,
als de waarde hetzelfde is als de waarde, die momenteel is ingesteld, of knippert, als de waarde anders is.
Bewerkfunctie (EDIT)
■ PROGRAMMAWIJZIGING TOEWIJZING
Zo wijst u aan een regelaar een programmawijziging bericht weer.
Functie
Nummer
Basisfunctie
Geavanceerde functie 1
Geavanceerde functie 2
Geavanceerde functie 3
Geavanceerde functie 4
0
1
2
3
4
Effect
Bank
Poort
Vaste waarde
Toewijsbaar waardebereik
Vaste waarde
PC DEC
PC INC
Geen uitvoer
Geen uitvoer
Uitvoer
Geen uitvoer
Geen uitvoer
PCR 1
PCR 1
Toewijsbaar
KEYBOARD PORT (p. 74)
KEYBOARD PORT (p. 74)
Basisfunctie
fig.edt
1
Druk op de [EDIT] knop.
Het display geeft “EDT” weer.
2
Beweeg de regelaar, waaraan u een Program Change bericht wilt toewijzen, iets. In geval van
een knop, druk op de knop.
fig.r-1
Het display geeft het nummer van de geselecteerde regelaar weer.
3
Controleer, wat er wordt weergegeven, en druk op de [ENTER] knop.
fig.pc0
4
Druk op de [PROGRAM CHANGE] toets.
Het display geeft “PC0” weer.
fig.c
5
Controleer, wat er wordt weergegeven, en druk op de [ENTER] knop.
Het display geeft “C--” weer.
6
*1 Referentie
Voer het kanaal in. Gebruik de [DEC][INC] knoppen of de [0]-[F] toetsen om het kanaal in
te voeren.
fig.n
7
Druk op de [ENTER] knop.
Het display geeft “N--” weer.
8
9
*1 Referentie
Gebruik de [DEC][INC] knoppen of de [0]-[F] toetsen om het nummer van de
programmawijziging in te voeren.
Druk op de [ENTER] knop.
* Als u de basisfunctie aan [S1--S8], [R1--R8] of [P2] toewijst en u de regelaar van de minimum naar de
maximum stand beweegt, zorgt dit ervoor, dat de toegewezen controlewijziging berichten worden verzonden.
*1 Het -- gebied geeft de waarde, die momenteel is ingesteld, weer. Als deze niet is ingesteld, wordt de standaardinstelling weergegeven.
Zelfs als u het type of de functie van het MIDI bericht, dat is toegewezen, wijzigt, blijft de standaardinstelling afgebeeld. Deze is verlicht,
als de waarde hetzelfde is als de waarde, die momenteel is ingesteld, of knippert, als de waarde anders is.
55
Bewerkfunctie (EDIT)
Geavanceerde functie 1, 2
In de geavanceerde functie 1 van PROGRAMMAWIJZIGING TOEWIJZING kunt u de boven en
onderlimiet van de programmawijziging waarde aangeven. In de geavanceerde functie 2 kunt u, naast
de programmawijziging, BANK LSB/MSB instellingen verzenden.
1. Druk op de [EDIT] knop.
2. Beweeg de regelaar, waaraan u een Program
Change bericht wilt toewijzen, iets. In geval van
een knop, druk op de knop. Het display geeft
het nummer van de geselecteerde regelaar weer.
3. Controleer, wat er wordt aangegeven, en druk
op de [ENTER] knop.
Geavanceerde functie 1
—Het waardebereik aangeven
4. Druk op de [PROGRAM CHANGE] toets en
druk vervolgens op toets [1].
5. Druk op de [ENTER] knop.
6. Voer het kanaal in.
Geavanceerde functie 2
—Bankgegevens verzenden
4. Druk op de [PROGRAM CHANGE] toets en
druk vervolgens op toets [2].
5. Druk op de [ENTER] knop.
6. Voer het kanaal in.
7. Druk op de [ENTER] knop.
8. Voer de bankselectie MSB (CC#00) in. Gebruik
de [DEC][INC] knoppen of de [0]-[F] toetsen om
de MSB in te voeren.
fig.BANK-2
*1 Referentie
9. Druk op de [ENTER] knop.
7. Druk op de [ENTER] knop.
8. De volgende weergave verschijnt in het venster.
fig.max
10. Voer de bankselectie LSB (CC#32) in. Gebruik
de [DEC][INC] knoppen of de [0]-[F] toetsen om
de LSB in te voeren.
fig.BANK-3
*1 Referentie
*1 Referentie
9. Gebruik de [DEC][INC] knoppen of de [0]-[F]
toetsen om de waarde van de bovenlimiet in te
voeren.
11. Druk op de [ENTER] knop.
10. Druk op de [ENTER] knop.
12. Voer het nummer van de programmawijziging
in.
11. De volgende weergave verschijnt in het venster.
13. Druk op de [ENTER] knop.
fig.min
*1 Referentie
12. Gebruik de [DEC][INC] knoppen of de [0]-[F]
toetsen om de waarde van de onderlimiet in te
voeren.
14. Het display geeft “P--” weer.
fig.p1
*1 Referentie
15. Geef de uitgaande poort aan. (➔ “De poort
aangeven” (p. 79)).
13. Druk op de [ENTER] knop.
56
*1 Het -- gebied geeft de waarde, die momenteel is ingesteld, weer. Als deze niet is ingesteld, wordt de standaardinstelling weergegeven.
Zelfs als u het type of de functie van het MIDI bericht, dat is toegewezen, wijzigt, blijft de standaardinstelling afgebeeld. Deze is verlicht,
als de waarde hetzelfde is als de waarde, die momenteel is ingesteld, of knippert, als de waarde anders is.
Bewerkfunctie (EDIT)
Geavanceerde functie 3, 4
In de geavanceerde functie 3 kunt u de Program Change Decrement
(verminder) functie (PC DEC) aan een regelaar toewijzen.
In de geavanceerde functie 4 kunt u de Program Change Increment
(vermeerder) functie (PC INC) aan een regelaar toewijzen.
1. Druk op de [EDIT] knop.
2. Beweeg de regelaar, waaraan u een Program Change bericht wilt toewijzen, iets. In
geval van een knop, druk op de knop. Het display geeft het nummer van de
geselecteerde regelaar weer.
3. Controleer, wat er wordt aangegeven, en druk op de [ENTER] knop.
4. Druk op de [PROGRAM CHANGE] toets en druk vervolgens op toets [3] of [4].
5. Druk op de [ENTER] knop.
Program Change Decrement functie (PC DEC)
Hiermee verzendt u een programmawijziging, die één lager is dan het laatst verzonden
programmawijziging nummer.
Program Change Increment functie (PC INC)
Hiermee verzendt u een programmawijziging, die één hoger is dan het laatst verzonden
programmawijziging nummer.
De PC DEC of PC INC wordt, net als in “Program Change functie (PROGRAM CHANGE)”
(p. 39), op het huidige kanaal verzonden. De waarde, die daadwerkelijk wordt verzonden,
verschijnt in het display.
* In deze uitleg wordt met het “laatst verzonden programmanummer” het programma nummer bedoeld dat het
laatst door de geavanceerde functie 3 of 4 of in de “Programmawijziging functie (PROGRAM
CHANGE)” (p. 39) is verzonden.
* Programmawijzigingen, die door de basisfunctie of de geavanceerde functie 1 en 2 zijn verzonden, hebben
geen invloed op de increment/decrement functie.
57
Bewerkfunctie (EDIT)
■ RPN/NRPN TOEWIJZING
Zo kunt u aan een regelaar een RPN of NRPN bericht toewijzen.
Functie
Keyboard
Basisfunctie
Geavanceerde functie 1
0
1
Data invoer MSB
(CC#6) bereik
Data invoer
LSB (CC#38)
bereik
Poort
00–7FH
Toewijsbaar
Niet verzonden
00–7FH
PCR 1
Toewijsbaar
fig.edt
1
Druk op de [EDIT] knop.
Het display geeft “EDT” weer.
2
Beweeg de regelaar, waaraan u een Program Change bericht wilt toewijzen, iets. In geval
van een knop, druk op de knop.
fig.r-1
Het display geeft het nummer van de geselecteerde regelaar weer.
3
4
Controleer, wat er wordt aangegeven, en druk op de [ENTER] knop.
Druk op de [RPN] toets.
fig.rp0
Het display geeft “RP0” weer.
fig.np0
* Druk, als u een NRPN bericht wilt toewijzen op de [NRPN] toets. De verdere
procedure is hetzelfde als voor RPN.
fig.c
5
Controleer, wat er wordt aangegeven, en druk op de [ENTER] knop.
In het display knippert “C--”.
6
*1 Referentie
Voer het kanaal in. Gebruik de [DEC][INC] knoppen of de [0]-[F] toetsen om het kanaal in
te voeren.
7
Druk op de [ENTER] knop.
fig.BANK-2
8
9
58
Gebruik de [DEC][INC] knoppen of de [0]-[F] toetsen om het RPN MSB
(CC#101) of het NRPN MSB (CC#99) bericht in te voeren. *1 Referentie
Druk op de [ENTER] knop.
*1 Het -- gebied geeft de waarde, die momenteel is ingesteld, weer. Als deze niet is ingesteld, wordt de standaardinstelling weergegeven.
Zelfs als u het type of de functie van het MIDI bericht, dat is toegewezen, wijzigt, blijft de standaardinstelling afgebeeld. Deze is verlicht,
als de waarde hetzelfde is als de waarde, die momenteel is ingesteld, of knippert, als de waarde anders is.
Bewerkfunctie (EDIT)
fig.BANK-3
10 Gebruik de [DEC][INC] knoppen of de [0]-[F] toetsen om het RPN LSB
(CC#100) of het NRPN MSB (CC#98) bericht in te voeren.
*1 Referentie
11 Druk op de [ENTER] knop.
12 Geef de knopfunctie aan, als u een toewijzing van een knop maakt (➔ “De knopfunctie
aangeven” (p. 78)).
Geavanceerde functie
In de geavanceerde functie van RPN/NRPN kunt u, als u het RPN/NRPN bericht verzendt, naast de
diverse instellingen, die in de basisfunctie beschikbaar zijn, ook de boven en onderlimiet van de MSB
data invoer (CC#6) waarde aangeven.
1. Druk op de [EDIT] knop.
11. Druk op de [ENTER] knop.
2. Beweeg de regelaar, waaraan u een RPN of
NRPN bericht wilt toewijzen, iets. In geval van
een knop, druk op de knop. Het display geeft
het nummer van de geselecteerde regelaar weer.
12. De volgende weergave verschijnt in het display.
3. Controleer, wat er wordt aangegeven, en druk
op de [ENTER] knop.
13. Gebruik de [DEC][INC] knoppen of de [0][F]
toetsen om de bovenlimiet van de data
invoer MSB (CC#6) waarde in te voeren.
4. Druk op de [RPN] toets en druk vervolgens op
toets [1].
*
Druk, als u een NRPN bericht wilt toewijzen, op de
[NRPN] toets. De verdere procedure is hetzelfde als
voor RPN.
fig.max
*1 Referentie
14. Druk op de [ENTER] knop.
15. Het volgende display verschijnt.
fig.min
*1 Referentie
5. Druk op de [ENTER] knop.
6. Voer het kanaal in. Gebruik de [DEC][INC]
knoppen of de [0][F] toetsen om het kanaal in te
voeren.
7. Druk op de [ENTER] knop.
8. Voer het kanaal in. Gebruik de [DEC][INC]
knoppen of de [0]-[F] toetsen om het RPN MSB
(CC#101) of het NRPN MSB (CC#99) bericht in
te voeren.
16. Gebruik de [0]-[F] toetsen om de onder
limietwaarde van de MSB (CC#6) data
invoer aan te geven.
17. Druk op de [ENTER] knop.
18. Het display geeft “P--” weer.
fig.p1
*1 Referentie
9. Druk op de [ENTER] knop.
19. Geef de uitgaande poort aan. (➔ “De poort
aangeven” (p. 79)).
10. Gebruik de [DEC][INC] knoppen of de [0]-[F]
toetsen om het RPN LSB (CC#100) of het NRPN
LSB (CC#98) bericht in te voeren.
20. Geef de knopfunctie aan, als u een toewijzing
van een knop maakt (➔ “De knopfunctie
aangeven” (p. 78)).
*1 Het -- gebied geeft de waarde, die momenteel is ingesteld, weer. Als deze niet is ingesteld, wordt de standaardinstelling weergegeven.
Zelfs als u het type of de functie van het MIDI bericht, dat is toegewezen, wijzigt, blijft de standaardinstelling afgebeeld. Deze is verlicht,
als de waarde hetzelfde is als de waarde, die momenteel is ingesteld, of knippert, als de waarde anders is.
59
Bewerkfunctie (EDIT)
■ SYS EX. TOEWIJZING
Zo kunt u aan een regelaar een systeem exclusief bericht toewijzen. In de geavanceerde functie 2
kunt u een systeembericht van één enkele byte toewijzen (systeem realtime bericht, stemverzoek).
In de geavanceerde functie 3 en 4 kunt u elk willekeurig gewenste bericht toewijzen. (Invoer
maximaal 24 bytes).
Functienummer
Keyboard
Functie
Waardebereik
Verplicht eind
Basisfunctie
0
Sys Ex. bericht
Standaard bereik
Invoer F7
Geavanceerde functie 1
1
Sys Ex. bericht
Toewijsbaar
Invoer F7
Geavanceerde functie 2
2
Systeem bericht van één
enkele byte
-
-
Geavanceerde functie 3
Geavanceerde functie 4
3
Elke willekeurig MIDI
bericht
Elke willekeurig MIDI
bericht
Standaard bereik
Aangegeven hoeveelheid bytes
Aangegeven hoeveelheid bytes
4
Toewijsbaar
Opmerkingen/
beperkingen
1e byte is vastgesteld op
F0
1e byte is vastgesteld op
F0
[0-5, 7, 9, D, E]
[DATA][CHECKSUM]
knoppen zijn niet geldig
[CHECKSUM] knop is
niet geldig
[CHECKSUM] knop is
niet geldig
Met behulp van SYS EX. TOEWIJZING kunt u de checksum automatisch berekenen, en een
variabel (data) bereik of een kanaal/bloknummer in het bericht invoegen. (“Sys Ex. ASSIGN
items” (p. 80)). In SYS EX. TOEWIJZING is de invoermodus op HEX ingesteld.
fig.edt
1
Druk op de [EDIT] knop.
Het display geeft “EDT” weer.
2
Beweeg de regelaar, waaraan u een systeem exclusief bericht wilt toewijzen, iets. In geval van een
knop, druk op de knop.
fig.r-1
Het display geeft het nummer van de geselecteerde regelaar weer.
3
Controleer, wat er wordt aangegeven, en druk op de [ENTER] knop.
fig.se0
4
5
Druk op de [SYSTEM Ex.] toets.
Druk, als u een geavanceerde functie wilt gebruiken, op één van de
toetsen [1]-[4].
De geselecteerde functie knippert in het display.
6
Controleer, wat er wordt aangegeven, en druk op de [ENTER] knop.
fig.f0
Voor de basisfunctie of de geavanceerde functie 1
In het display knippert “F0”, wat de eerste byte (startstatus byte) van een
systeem exclusief bericht is. (Dit kan niet worden gewijzigd).
7
8
9
60
Controleer, wat er wordt aangegeven, en druk op de [ENTER] knop.
Gebruik de [0]-[F] toetsen om de tweede byte in te voeren.
Druk op de [ENTER] knop.
Bewerkfunctie (EDIT)
10 Voer op dezelfde wijze de derde en volgende bytes in.
11 Gebruik, als u klaar bent met het invoeren van het bericht, het keyboard om [F] en [7] in te
voeren, waarmee u de byte met de eindstatus “F7” aangeeft.
12 Druk op de [ENTER] knop.
13 Geef de uitgaande poort aan. (➔ “De poort aangeven” (p. 79)).
14 Geef de knopfunctie aan, als u een toewijzing van een knop maakt (➔ “De knopfunctie
aangeven” (p. 78)).
Voor de geavanceerde functie 2
Het display geeft “F-” weer.
15 Gebruik de [6], [8], [A]-[C], [F] toetsen om het systeembericht in te voeren.
16 Druk op de [ENTER] knop.
17 Geef de uitgaande poort aan. (➔ “De poort aangeven” (p. 79)).
Voor de geavanceerde functie 3 of 4
Het display geeft “L-” weer.
7
Gebruik de [0]-[F] toetsen om het aantal (decimaal) bytes, dat u wilt invoeren,
aan te geven.
*1 Referentie
8 Druk op de [ENTER] knop.
9 Gebruik de [0]-[F] toetsen om de eerste byte in te voeren.
10 Druk op de [ENTER] knop.
11 Voer op dezelfde wijze de tweede en volgende bytes in.
12 Nadat u het aantal bytes, dat u in stap 7 heeft aangegeven, heeft ingevoerd, controleert de
PCR-30/50/80 of de berichten, die u heeft ingevoerd, inderdaad geldige MIDI berichten
zijn. Als er een probleem is, geeft het display “ERR” weer.
In dit geval dient u op de [ENTER] knop te drukken, zodat u naar stap 7
terugkeert en u de waarden opnieuw kunt invoeren.
*1 Het -- gebied geeft de waarde, die momenteel is ingesteld, weer. Als deze niet is ingesteld, wordt de standaardinstelling weergegeven. Zelfs
als u het type of de functie van het MIDI bericht, dat is toegewezen, wijzigt, blijft de standaardinstelling afgebeeld. Deze is verlicht, als de
waarde hetzelfde is als de waarde, die momenteel is ingesteld, of knippert, als de waarde anders is.
61
Bewerkfunctie (EDIT)
13 Voer in geval van de geavanceerde functie 4 de boven en onderlimiet in.
14 Geef de uitgaande poort aan. (➔ “De poort aangeven” (p. 79)).
15 Geef de knopfunctie aan, als u een toewijzing van een knop maakt (➔ “De knopfunctie
aangeven” (p. 78)).
Hier volgen enkele voorbeelden van de invoer van diverse bestaande systeem exclusieve
berichten.
● GM2 System On (GM2 systeem aan)
F0 7E 7F 09 03 F7
Zo wijst u in de basisfunctie een GM2 System On systeem exclusief bericht
toe.
1. Druk op de [EDIT] knop.
Het display geeft “EDT” weer.
2. Beweeg de regelaar, waaraan u het systeem exclusief bericht wilt toewijzen, iets. In
geval van een knop, druk op de knop.
Het display geeft het nummer van de geselecteerde regelaar weer.
3. Controleer, wat er wordt aangegeven, en druk op de [ENTER] knop.
4. Druk op de [SYSTEM Ex.] toets.
Het display geeft “SE0” weer.
5. Controleer, wat er wordt aangegeven, en druk op de [ENTER] knop.
Het display geeft “F0”, de eerste byte (beginstatus) van een systeem exclusief bericht, weer.
(Dit kan niet worden gewijzigd).
6. Controleer, wat er wordt aangegeven, en druk op de [ENTER] knop.
7. Gebruik de [7] en [E] toetsen om de tweede byte “7E” in te voeren.
8. Controleer, wat er wordt aangegeven, en druk op de [ENTER] knop.
9. Gebruik de [7] en [E] toetsen om de derde byte “7E” in te voeren.
10. Controleer, wat er wordt aangegeven, en druk op de [ENTER] knop.
Voer op dezelfde wijze de vierde en vijfde bytes in.
11. Gebruik tot slot de [7] en [E] toetsen om de byte met de eindstatus, “7E”, in te voeren.
12. Controleer, wat er wordt aangegeven, en druk op de [ENTER] knop.
13. Geef de uitgaande poort aan. (➔ “De poort aangeven” (p. 79)).
14. Geef de knopfunctie aan, als u een toewijzing van een knop maakt (➔ “De
knopfunctie aangeven” (p. 78)).
Het GM2 System On bericht is nu toegewezen.
62
Bewerkfunctie (EDIT)
● Mastervolume
F0 7F 7F 04 01 vL vM F7
Aangezien een Master Volume bericht een databereik van 00 00-7F 7F heeft en we het bereik niet
aan hoeven te geven, gebruiken we de basisfunctie. Aangezien de twee databytes in de volgorde
LSB en dan MSB staan, selecteren we tijdens het invoeren van de gegevens “DT3”.
1. Druk op de [EDIT] knop.
Het display geeft “EDT” weer.
2. Beweeg de regelaar, waaraan u het systeem exclusief bericht wilt toewijzen, iets. In geval van
een knop, druk op de knop.
Het display geeft het nummer van de geselecteerde regelaar weer.
3. Controleer, wat er wordt aangegeven, en druk op de [ENTER] knop.
4. Druk op de [SYSTEM Ex.] toets.
Het display geeft “SE0” weer.
5. Controleer, wat er wordt aangegeven, en druk op de [ENTER] knop.
Het display geeft “F0”, de eerste byte (beginstatus) van een systeem exclusief bericht, weer.
(Dit kan niet worden gewijzigd).
6. Controleer, wat er wordt aangegeven, en druk op de [ENTER] knop.
7. Gebruik de [7] en [F] toetsen om de tweede byte “7F” in te voeren.
8. Controleer, wat er wordt aangegeven, en druk op de [ENTER] knop.
Voer op dezelfde wijze de derde, vierde en vijfde bytes in.
9. Druk, aangezien de zesde byte het datagebied is, op de [DATA] toets en druk
vervolgens op [3].
Het display geeft “DT3” weer.
10. Controleer, wat er wordt aangegeven, en druk op [ENTER].
11. Aangezien we “DT3” als zesde byte hebben geselecteerd, wordt de zevende byte
automatisch als het datagebied toegewezen en kan deze niet worden aangepast.
12. Controleer, wat er wordt aangegeven, en druk op [ENTER].
13. Gebruik tot slot de [7] en [F] toetsen om de byte met de eindstatus, “7F”, in te voeren.
14. Controleer, wat er wordt aangegeven, en druk op de [ENTER] knop.
15. Geef de uitgaande poort aan. (➔ “De poort aangeven” (p. 79)).
16. Geef de knopfunctie aan, als u een toewijzing van een knop maakt (➔ “De knopfunctie
aangeven” (p. 78)).
Het Master Volume bericht is nu toegewezen.
63
Bewerkfunctie (EDIT)
● Bend Pitch Control
fig.checksum
Aangezien het GS Bend Pitch Control bericht een
databereik van 40H-58H (0-24 halve tonen) heeft,
selecteren we de geavanceerde functie 1,
waarmee we het bereik aan kunnen geven.
Aangezien het dataformaat één byte is, selecteren
we bij het invoeren van de gegevens “DT0” (p. 81).
Bloknummer
1 byte
F0 41 10 42 12 40 2x 10 DATA SUM F7
Address
Data
Checksum
Checksum berekeningsgebied
1. Druk op de [EDIT] knop.
Het display geeft “EDT” weer.
2. Beweeg de regelaar, waaraan u het systeem exclusief bericht wilt toewijzen, iets. In geval van een knop, druk
op de knop.
Het display geeft het nummer van de geselecteerde regelaar weer.
3. Controleer, wat er wordt aangegeven, en druk op de [ENTER] knop.
4. Druk op de [SYSTEM Ex.] toets, en druk vervolgens op de [1] toets.
Het display geeft “SE1” weer.
5. Controleer, wat er wordt aangegeven, en druk op [ENTER].
Het display geeft “F0”, de eerste byte (beginstatus) van een systeem exclusief bericht, weer. (Dit kan
niet worden gewijzigd).
6. Controleer, wat er wordt aangegeven, en druk op [ENTER].
7. Gebruik de [4] en [1] toetsen om de tweede byte “41” in te voeren.
8. Controleer, wat er wordt aangegeven, en druk op [ENTER].
Voer op dezelfde wijze de derde, vierde en vijfde bytes in.
9. Druk, aangezien de zesde byte het begin van het checksum berekeningsgebied is, op de [CHECKSUM] toets
om deze byte als het begin van het gebied, waarvoor de checksum wordt berekend, aan te geven.
10. Controleer, wat er wordt aangegeven, en druk op [ENTER].
11. Voer de zesde byte in.
12. Aangezien de zevende byte in de boven bits “2” en in de onder bits het bloknummer heeft, dient u drie maal
op [DATA] te drukken.
Het display geeft “0BL” weer.
64
Bewerkfunctie (EDIT)
13. Druk op de [2] toets om voor de boven bits “2” in te voeren.
Het display geeft “2BL” weer.
14. Controleer, wat er wordt aangegeven, en druk op [ENTER].
15. Voer op dezelfde wijze byte 8 in.
16. Aangezien de negende byte het datagebied is, dient u op de [DATA] toets te drukken.
Het display geeft “DT0” weer.
17. Controleer, wat er wordt aangegeven, en druk op [ENTER].
18. Aangezien de tiende byte de checksum bevat, dient u op de [CHECKSUM] toets te drukken om de locatie,
waarop de checksum wordt ingevoerd aan te geven.
In het display knippert “CS1” (Checksum Type 1).
19. Controleer, wat er wordt aangegeven, en druk op [ENTER].
20. Gebruik tot slot de [7] en [F] toetsen om de byte met de eindstatus, “7F”, in te voeren.
21. Controleer, wat er wordt aangegeven, en druk op [ENTER].
22. Voer vervolgens voor het datagebied een bovenlimiet waarde van “58”.
23. Druk op [ENTER].
24. Voer voor het datagebied een onderlimiet waarde van “40” in.
25. Druk op [ENTER].
26. Geef de uitgaande poort aan.
(➔ “De poort aangeven” (p. 79)).
27. Geef de knopfunctie aan, als u een toewijzing van een knop maakt (➔ “De knopfunctie aangeven” (p. 78)).
Het GS Bend Pitch Control bericht is nu toegewezen.
65
Bewerkfunctie (EDIT)
■ TEMPOTOEWIJZING
U kunt een regelaar zo instellen, dat hij de snelheid (20-250) van het F8 Clock
bericht aanpast.
* Om F8 Clock berichten te kunnen verzenden dient de F8 Clock instelling ingeschakeld (“ON”) te zijn.
(➔ “F8 CLOCK ON/OFF” (p. 74)).
fig.edt
1
Druk op de [EDIT] knop.
Het display geeft “EDT” weer.
2
Beweeg de regelaar, waaraan u het TEMPO wilt toewijzen, iets. In geval van een knop,
druk op de knop.
Het display geeft het nummer van de geselecteerde regelaar weer.
fig.r-1
3
4
Controleer, wat er wordt aangegeven, en druk op de [ENTER] knop.
Druk op de [TEMPO] toets.
Het display geeft “TMP” weer.
fig.tmp
5
6
Controleer, wat er wordt aangegeven, en druk op de [ENTER] knop.
Geef de knopfunctie aan, als u een toewijzing van een knop maakt (➔
“De knopfunctie aangeven” (p. 78)).
* In geval van een knop is de waarde vastgesteld op een maximum (250) voor ON (aan) en een minimum (20)
voor OFF (uit).
■ GEEN TOEWIJZING
Zo kunt u het bericht, dat aan een regelaar is toegewezen, annuleren. Als een toewijzing eenmaal
is geannuleerd, wordt er bij het bedienen van de betreffende regelaar geen bericht verzonden.
fig.edt
1
Druk op de [EDIT] knop.
Het display geeft “EDT” weer.
2
Beweeg de regelaar, waarvan u de toewijzing wilt annuleren, iets. In geval van een knop,
druk op de knop.
Het display geeft het nummer van de geselecteerde regelaar weer.
66
Bewerkfunctie (EDIT)
fig.r-1
3
Controleer, wat er wordt aangegeven, en druk op de [ENTER] knop.
fig.noa
4
Druk op de [NO ASSIGN] toets.
Het display geeft “NOA” weer.
5
Druk op de [ENTER] knop.
fig.yes
6
Het display knippert “YES” (ja). Druk daarom nogmaals op de [ENTER]
knop.
■ TOEWIJZING KOPIËREN
Zo kunt u een bericht, dat aan een regelaar is toegewezen, naar een andere regelaar kopiëren.
fig.edt
1
Druk op de [EDIT] knop.
Het display geeft “EDT” weer.
2
Beweeg de regelaar, waar u de toewijzing naartoe wilt kopiëren (de “kopieerbestemming”), iets. In geval van een knop, druk op de knop.
fig.r-1
3
4
5
Het display geeft het nummer van de geselecteerde regelaar weer.
Controleer, wat er wordt aangegeven, en druk op de [ENTER] knop.
Beweeg de regelaar, waar u de toewijzing van wilt kopiëren (de “kopieerbron”), iets. In
geval van een knop, druk op de knop.
fig.cpy
Het display geeft “CPY” weer.
6
Druk op de [ENTER] knop.
In het display knippert het regelaarnummer van de kopieerbron.
fig.s-1
7
Controleer, wat er wordt aangegeven, en druk op de [ENTER] knop.
67
Bewerkfunctie (EDIT)
SAVE
Zo kunt u de instellingen van het huidige geheugen in het interne geheugen opslaan.
U kunt in de interne geheugennummers 1-F instellingen opslaan.
U kunt in geheugennummer 0 (GM2) niets opslaan.
* Voer na het bewerken van de instellingen, indien nodig, het “SAVE” commando uit. Als u de stroomtoevoer
uitschakelt zonder “SAVE” uit te voeren, gaan uw gegevens verloren.
fig.edt
1
Druk op de [EDIT] knop.
Het display geeft “EDT” weer.
2
Druk op de [SAVE] toets.
fig.sav
In het display knippert “SAV”.
3
Controleer, wat er wordt aangegeven, en druk op de [ENTER] knop.
* Als het display “PTC” weergeeft, betekent dit dat het Save commando niet kon
worden uitgevoerd, omdat de PROTECT (bescherming) instelling (p. 70) is
ingeschakeld. Schakel de PROTECT functie uit en probeer vanaf stap 1 uit de
procedure opnieuw te voeren.
4
Selecteer een geheugennummer 1-F. Gebruik de [DEC][INC] knoppen of de [1]-[F] toetsen
om het geheugennummer, dat als opslagbestemming dient, in te voeren.
Het aangegeven geheugennummer knippert in het display.
5
Controleer, wat er wordt aangegeven, en druk op de [ENTER] knop.
Over de geheugens van de PCR
De PCR heeft de volgende zestien geheugens.
Geheugennummer 0
Geheugennummer 1
:
Geheugennummer F
GM2 SET
Gebruikergeheugens (15)
Kan niet worden opgeslagen
Kan worden opgeslagen
Het “huidige geheugen” is een locatie, waarin u één van deze geheugens kunt terugvragen.
Om één van de opgeslagen geheugens te kunnen gebruiken, dient u het volgens de beschrijving in
“Geheugenfunctie (MEMORY)” (p. 41) in het geheugen terug te vragen.
De inhoud van het huidige geheugen gaat verloren, zodra u de stroomtoevoer uitschakelt. Voer,
als u de instellingen in het huidige geheugen heeft gewijzigd, de “SAVE” procedure uit, als u uw
wijzigingen wilt behouden.
U kunt de “STARTUP MEMORY”(p. 74) instelling gebruiken om het geheugen, dat bij het
inschakelen van de stroomtoevoer in het huidige geheugen wordt ingeladen, in te stellen.
68
Bewerkfunctie (EDIT)
OMNI
Als u de OMNI instelling ingeschakelt (ON), worden alle berichten, ongeacht het kanaal dat voor
elke regelaar afzonderlijk is aangegeven, op het huidige kanaal verzonden (p. 38).
Bovendien worden alle berichten, ongeacht de poort die voor elke regelaar afzonderlijk is
aangegeven, naar de “KEYBOARD PORT SET” (p. 74) verzonden.
fig.edt
1
Druk op de [EDIT] knop.
Het display geeft “EDT” weer.
2
Druk op de [OMNI] toets.
fig.omn
In het display knippert “OMN”.
3
4
5
6
Controleer, wat er wordt aangegeven, en druk op de [ENTER] knop.
Het display geeft de huidige instelling weer.
0
OMNI OFF
Berichten worden op het kanaal en de poort, die voor elke regelaar afzonderlijk is ingesteld, verzonden.
1
OMNI ON
Berichten worden, ongeacht het kanaal dat en de poort die
voor elke regelaar afzonderlijk zijn ingesteld, op het huidige
kanaal vanaf de keyboard poort verzonden.
Gebruik de [DEC][INC] knoppen of de [0] [1] toetsen om de functie te selecteren.
Druk op de [ENTER] knop.
69
Bewerkfunctie (EDIT)
PROTECT
Als u de beschermingsinstelling inschakelt (ON), worden de All Bulk (p. 71) ontvangst en Save
(opslaan) (p. 68) functies geblokkeerd.
fig.edt
1
Druk op de [EDIT] knop.
Het display geeft “EDT” weer.
2
Druk op de [PROTECT] toets.
fig.ptc
In het display knippert “PTC”.
3
4
5
6
70
Controleer, wat er wordt aangegeven, en druk op de [ENTER] knop.
Het display geeft de huidige instelling weer.
0
PROTECT uit (OFF)
Wijzigingen toegestaan.
1
PROTECT aan (ON)
Wijzigingen niet toegestaan.
Gebruik de [DEC][INC] knoppen of de [0] [1] toetsen om de functie te selecteren.
Druk op de [ENTER] knop.
Bewerkfunctie (EDIT)
BULK
Regelaartoewijzingen kunnen als bulk gegevens worden ontvangen of verzonden.
* Als u Bulk gegevens verzendt of ontvangt, gaan de gegevens van het huidige geheugen verloren. Sla indien
nodig voor het uitvoeren van deze functie de huidige geheugeninstellingen op.
■ Ontvangstfunctie
fig.edt
1
Druk op de [EDIT] knop.
Het display geeft “EDT” weer.
2
Druk op de [BULK] toets.
fig.blr
In het display knippert “BLR” (Bulk ontvangst).
3
Controleer, wat er wordt aangegeven, en druk op de [ENTER] knop.
fig.rs
Het display geeft “RS” weer, en de “S” knippert.
4
5
Gebruik de [DEC][INC] knoppen of de [0] [1] toetsen om de functie te
selecteren.
0
SINGLE BULK
Er wordt een geheugen ontvangen in de vorm van bulk
gegevens.
De ontvangen gegevens overschrijven het huidige geheugen. Geheugen 1-F worden niet beïnvloed.
1
ALL BULK
Alle geheugens worden in de vorm van bulk gegevens
ontvangen.
De ontvangen geheugens overschrijven geheugen 1-F.
Controleer, wat er wordt aangegeven, en druk op de [ENTER] knop.
fig.rs1
Het derde cijfer van het display knippert, en de PCR-30/50/80 wacht tot
de bulk gegevens worden ontvangen.
71
Bewerkfunctie (EDIT)
Over het display in de Bulk functie
fig.bulk-dis
1e getal: geeft aan of u zich
in de Ontvangst (r) of Transmissie
(t) modus bevindt.
Ontvangen
SINGLE
BULK
Verzenden
ALL
BULK
2e getal: Single Bulk
(enkelvoudig) of All Bulk
(alles)
6
Wachtend op ontvangst
(knipperend)
Wachtend op
transmissie
(knipperend)
3e getal: geeft de Transmissie/
Ontvangst/Wacht status aan
Ontvangen
Verzenden
Verzenden
Bulk gegevens verzenden vanaf uw sequencer of ander apparaat.
Voer als MIDI uitgaand apparaat voor uw sequencer software “PCR” (Mac OS 9/8: PCR1) in. Zie
de handleiding van uw sequencer software voor details over deze instelling.
Zie “Over de poorten als u een USB aansluiting gebruikt” (p. 79), voor details over de poort,
die wordt gebruikt om bulk gegevens te verzenden.
fig.end
7
Als de PCR klaar is met het ontvangen van bulk gegevens, geeft het
display “END” weer.
Foutmelding
fig.err
Als de gegevens niet juist konden worden ontvangen, knippert er in het display “ERR”.
Druk, als dit gebeurt, op de [CANCEL] knop om de “ERR” weergave te annuleren.
Voer, als “ERR” eenmaal is gewist, de bulk ontvangstprocedure vanaf stap 1 opnieuw uit.
8
72
Controleer, wat er wordt aangegeven, en druk op de [ENTER] knop.
Bewerkfunctie (EDIT)
■ Transmissiemodus
fig.edt
1
Druk op de [EDIT] knop.
Het display geeft “EDT” weer.
2
3
Druk op de [BULK] toets.
Druk op de [1] toets.
fig.blt
In het display knippert “BLT” (Bulk transmissie).
4
Controleer, wat er wordt aangegeven, en druk op de [ENTER] knop.
fig.ts
Het display geeft “TS” weer, en de “S” knippert.
5
6
Gebruik de [DEC][INC] knoppen of de [0] [1] toetsen om de functie te
selecteren.
0
SINGLE BULK
Het huidig opgevraagde geheugen (het huidige geheugen) wordt in de vorm van bulk gegevens verzonden.
1
ALL BULK
Alle geheugens (geheugen 1-F) worden in de vorm van
bulk gegevens verzonden.
Controleer, wat er wordt aangegeven, en druk op de [ENTER] knop.
fig.bs-1
7
8
Het derde cijfer van het display knippert, en de PCR-30/50/80 wacht tot
de bulk gegevens worden verzonden.
Druk op de [ENTER] knop.
Voer in uw sequencer software “PCR2” als MIDI invoer apparaat in.
Zie de handleiding van uw sequencer software voor details over deze instelling.
Zie “Over de poorten als u een USB aansluiting gebruikt” (p. 79), voor details over de poort,
die wordt gebruikt om bulk gegevens te verzenden.
fig.end
9
Als de PCR klaar is met het ontvangen van bulk gegevens, geeft het
display “END” weer.
10 Controleer, wat er wordt aangegeven, en druk op de [ENTER] knop.
73
Bewerkfunctie (EDIT)
SYSTEM
Hieronder wordt beschreven, hoe u voor de PCR-30/50/80 diverse systeeminstellingen kunt
maken.
fig.edt
1
Druk op de [EDIT] knop.
Het display geeft “EDT” weer.
2
Druk op de [SYSTEM] toets.
In het display knippert “SY0”.
fig.sy0
3
Gebruik de [0]-[8] toetsen om de systeeminstelling, die u wilt aanpassen
aan te geven, en druk vervolgens op de [ENTER] knop.
Controleer, wat er wordt aangegeven, en gebruik de juiste methode om
de instelling te doen.
Keyboard
74
Functie
Inhoud van de instelling
Standaard
Instellingsmethode
0
F8 CLOCK AAN/UIT
OFF
A (p. 75)
1
F8 CLOCK DEFAULT (standaard) TEMPO
120
B (p. 75)
2
F8 CLOCK PORT SET
(poortinstelling)
PCR 1
C (p. 75)
3
VELOCITY OFFSET
0
B (p. 75)
4
KEYBOARD PORT SET
PCR 1
C (p. 75)
5
H-ACTIVITY AAN/UIT
OFF
A (p. 75)
6
USB DRIVER MODE
Originele
driver
D (p. 76)
7
STARTUP MEMORY (opstartgeheugen)
GM2
E (p. 76)
8
FACTORY RESET (fabrieksinstellingen herstelen)
Aangeven of F8 Clock wordt verzonden.
Als “F8 CLOCK ON/OFF” op ON (aan) is
ingesteld, de standaardwaarde van de F8
Clock invoeren. Na het inschakelen van de
stroomtoevoer blijft het apparaat dit
tempo net zolang uitvoeren, tot u een
regelaar, waaraan het TEMPO is
toegewezen, beweegt.
Als “F8 CLOCK ON/OFF” op ON (aan) is
ingesteld, de poort vanaf waar de F8
verzonden dient te worden invoeren.
De waarde, die u hier invoert, wordt aan
de aanslaggevoeligheid (velocity) van de
noten, die vanaf het keyboard worden
bespeeld, toegevoegd.
* Als het resultaat van de toevoeging
boven 7FH uit zou komen, is de
aanslaggevoeligheid 7FH.
De poort invoeren vanaf waar berichten,
die door de verbuigingshandel van het
keyboard worden voortgebracht,
verzonden dienen te worden.
Schakel deze functie in (ON), als u
bepaalde applicaties (zoals Pro Tools LE)
gebruikt. Als dit op ON is ingesteld, wordt
er vanaf PCR2 ongeveer elke 500 ms een
“90 00 7F” bericht verzonden.
Het type driver, dat voor de USB
aansluiting wordt gebruikt, invoeren.
Het geheugen, dat geselecteerd dient te
worden, zodra het apparaat wordt
aangezet, invoeren.
Alle instellingen van de PCR-30/50/80
naar de fabrieksinstellingen
terugbrengen.
-
F (p. 76)
Bewerkfunctie (EDIT)
■ Instellingsmethode A
Voer stap 1-3 uit.
4
Gebruik de [DEC][INC] knoppen of de [0]-[1] toetsen om de F8 CLOCK of H-ACTIVITY functie
in/uit te schakelen.
0
1
OFF
ON
Het display geeft “ON” of “OFF” weer.
5
Druk op de [ENTER] knop.
■ Instellingsmethode B
Voer stap 1-3 uit.
6
Gebruik de [DEC][INC] knoppen of de [0]-[F] toetsen om het F8 CLOCK standaard tempo of de
VELOCITY OFFSET waarde in te voeren.
Keyboard
1
3
Functie
Waardebereik
F8 CLOCK DEFAULT TEMPO
VELOCITY OFFSET
20–250
0–127
Het display geeft de waarde weer.
7
Druk op de [ENTER] knop.
■ Instellingsmethode C
Voer stap 1-3 uit.
8
9
Gebruik de [DEC][INC] knoppen of de [0]-[F] toetsen om F8 CLOCK PORT SET of KEYBOARD
PORT SET in te voeren (➔ “De poort aangeven” (p. 79)).
Druk op de [ENTER] knop.
75
Bewerkfunctie (EDIT)
■ Instellingsmethode D
Voer stap 1-3 uit.
4
Gebruik de [DEC][INC] knoppen of de [0] of [1] toets om de USB DRIVER MODE aan te geven.
0
Originele driver
Er wordt FPT technologie gebruikt om MIDI overdracht
met hoge snelheid uit te voeren. We raden u aan om normaliter deze functie te gebruiken.
1
Algemene driver
Selecteer deze, als u de standaard MIDI driver van uw
besturingssysteem gebruikt.
* FPT = Fast Processing Technology (snelle verwerkingstechnologie) voor MIDI transmissie:
Er wordt in verhouding tot de hoeveelheid MIDI gegevens, die verzonden
dienen te worden, effectief gebruik gemaakt van de USB bandbreedte.
5
Druk op de [ENTER] knop.
■ Instellingsmethode E
Voer stap 1-3 uit.
4
5
Gebruik de [DEC][INC] knoppen of de [0] of [1] toets om de GM2/LAST ACCESS MEMORY (laatste
toegang geheugen) instelling in te voeren.
0
GM2 MEMORY
Als de PCR opstart, wordt, ongeacht de toestand op het moment
dat de stroomtoevoer werd uitgeschakeld, geheugennummer 0
(GM2) in het huidige geheugen ingeladen (p. 68).
1
LAST ACCESS
MEMORY
Bij het opstarten, vraagt de PCR-30/50/80 het geheugen dat het
laatst in het huidige geheugen was opgevraagd of opgeslagen
(p. 68) terug.
Druk op de [ENTER] knop
■ Instellingsmethode F
Voer stap 1-3 uit.
4
5
6
7
76
Het display geeft “RST” weer.
Druk op de [ENTER] knop.
Er knippert “YES” in het display.
Druk op de [ENTER] knop.
Bijlagen
Dit hoofdstuk bevat informatie voor probleemoplossing en toelichtingen op handige functies. U
kunt dit materiaal indien nodig lezen.
Handige functies................................................................... p. 78
Geheugensets ........................................................................ p. 84
Probleemoplossing ............................................................... p. 90
MIDI implementatie............................................................. p. 94
Hoofd specificaties ............................................................... p. 99
77
Handige functies
De invoermodus instellen
fig.hexdec
Als u zich niet in de Play functie bevindt, kunt u twee manieren gebruiken om een
numerieke waarde in de PCR-30/50/80 in te voeren; de Decimale invoermodus of
de Hexadecimale invoermodus.
Druk op de [DECIMA] knop, als u decimale nummers wilt invoeren. Druk op de
[HEX] knop, als u hexadecimale nummers wilt invoeren. Als u de stroomtoevoer
inschakelt, start de PCR-30/50/80 op in de Decimale functie.
De decimale en hexadecimale nummers komen als volgt overeen
Decimaal: ............................................................... 0-127
Hexadecimaal: ....................................................... 00-7F
Voor MIDI CH en PROGRAM CHANGE berichten zijn de waarden echter als volgt:
MIDI CH
PROGRAM CHANGE
*
Decimaal
1–16
1–128
Hexadecimaal
0–F
00–7F
Normaalgesproken geeft het display bij gebruik van de Decimale invoermodus drie getallen weer.
Daarom is er geen indicatie van de parameter, die u momenteel invoert, en kan het zijn, dat u uit het oog
verliest, waar u precies mee bezig bent. Als dit gebeurt, kunt u tijdelijk naar de Hexadecimale modus
terugschakelen om de parameter, die u invoert, te regelen. Schakel vervolgens weer terug naar de
Decimale modus en ga verder met invoeren.
De knopfunctie aangeven
Als u in de bewerkfunctie (Edit) toewijzing (Assign) instellingen doet (p. 46) om een bericht aan
een knop toe te wijzen, dient u de bedieningsfunctie van de knop (knopfunctie) aan te geven.
1. Druk op de [0] of [1] toets om tussen de Latch functie of de Toggle functie te kiezen.
0
Latch
(vasthoud)
functie
De instelling is ingeschakeld, als u de knop indrukt en
uitgeschakeld, als u de knop loslaat. De knop blijft tijdens
het indrukken verlicht.
1
Toggle
(wissel)
functie
Telkens wanneer u de knop indrukt, wisselt de instelling
tussen aan/uit. De knop licht op tijdens het verzenden van
een Aan bericht, en wordt donker als er een Uit bericht
wordt verzonden.
2. Druk op de [ENTER] knop.
*
78
Als u een knop als regelaar gebruikt, zorgt het inschakelen van de knop ervoor, dat de maximale
ingevoerde waarde wordt verzonden, en het uitschakelen van de knop zorgt ervoor, dat de minimum
waarde wordt verzonden.
Handige functies
De poort aangeven
Als u in de bewerkfunctie toewijzingsinstellingen (p. 45) maakt en de geavanceerde functie heeft
geselecteerd, dient u bij gebruik van een USB aansluiting, de USB poort waar het bericht dat aan
de regelaar is toegewezen naartoe wordt gezonden aan te geven.
1. Druk op een toets [1]-[3] om de poort te selecteren.
1
POORT 1
Berichten worden naar “PCR1” verzonden.
2
POORT 2
Berichten worden naar “PCR2” verzonden.
3
POORT 1,2
Berichten worden naar zowel “PCR1” als “PCR2” verzonden.
2. Druk op de [ENTER] knop.
*
Als u de PCR-30/50/80 met een MIDI aansluiting gebruikt, worden de berichten, ongeacht deze
poortinstelling, vanaf de MIDI OUT aansluiting verzonden.
Over de poorten als u een USB aansluiting gebruikt
De poorten komen als volgt met de PCR-30/50/80 overeen.
fig.pcr-port
PCR-30/50
PCR-30/50 USB Driver
MIDI OUT device (port name)
USB
EDIROL PCR MIDI OUT
EDIROL PCR
Bulk reception
MIDI IN device (port name)
EDIROL PCR MIDI IN
EDIROL PCR 1
PORT 1
EDIROL PCR 2
PORT 2 /
Bulk transmission
*Vanuit de PCR-30/50/80 gezien, doet elk
gedeelte van het diagram het volgende.
Bulk ontvangst
Dit gedeelte ontvangt bulk gegevens
POORT 1
Van het keyboard, verbuigingshandel en
de regelaars worden degene, die aan
POORT 1 zijn toegewezen, vanaf hier
verzonden
POORT 2
Van het keyboard, verbuigingshandel en
de regelaars worden degene, die aan
POORT 2 zijn toegewezen, vanaf hier
verzonden
Bulk transmissie
Dit gedeelte verzendt bulk gegevens
MIDI OUT apparaat
PCR MIDI OUT
(Mac OS 9/8 : PCR MIDI IN, OUT)
PCR
(Mac OS 9/8 : PCR 1)
MIDI IN device
PCR MIDI IN
(Mac OS 9/8 : PCR MIDI IN, OUT)
PCR 1
PCR 2
Als u PCR MIDI OUT voor uw sequencer software als uitgaande poort instelt,
worden de MIDI berichten vanaf de MIDI OUT aansluiting van de PCR-30/50/80
verzonden.
Dit is de poort voor Bulk ontvangst. Stel voor uw sequencer software PCR als uitgaande poort in, als u bulk gegevens in de PCR-30/50/80 ontvangt.
Als u PCR MIDI IN voor uw sequencer software als uitgaande poort instelt, kunnen
er MIDI berichten op de MIDI IN aansluiting van de PCR-30/50/80 worden ontvangen.
Dit is de poort waarop berichten van het keyboard, de BENDER (verbuiging) handel en de regelaars worden ingevoerd.
Het keyboard, de BENDER (verbuiging) handel en de regelaars worden, afhankelijk van de poortinstelling, bij PCR 1 en/of PCR 2 ondergebracht.
Wellicht vindt u het handig om voor berichten, die worden gebruikt om een software synthesizer af te spelen of om op een sequencer spoor een realtime opname
te maken, PCR 1 aan te geven, en voor berichten, die worden gebruikt om de sequencer te bedienen, zoals sequencer afspelen/stoppen (play/stop) of spoor fader
regeling. PCR2 is de bulk transmissie poort. Stel, als u vanaf de PCR-30/50/80
bulk gegevens verzendt, voor uw sequencer software PCR 2 als invoerpoort in.
79
Handige functies
Sys Ex. TOEWIJZING items
S
■ De checksum aangeven
De PCR-30/50/80 kan automatisch de checksum van een systeem exclusief bericht berekenen en
deze in het bericht invoegen. Om deze functie te kunnen gebruiken dient u de volgende procedure
te volgen, om zo de startlocatie, vanaf waar de checksum wordt berekend, en de locatie, waarop de
checksum wordt ingevoegd, in te voeren. U kunt tevens het type checksum selecteren.
Lees de Sys Ex. TOEWIJZING paragraaf “Bend Pitch Control” (p. 144) voor een daadwerkelijk
voorbeeld.
1. Druk voor het invoeren van de byte, waarop u de checksum berekening wilt laten beginnen, op de
[CHECKSUM] toets.
fig.css
Het display geeft “CSS” (Checksum Start) weer.
Als u nogmaals op de [CHECKSUM] toets drukt, wordt “CSS”
(Checksum Start) geannuleerd.
2. Druk op de [ENTER] knop.
3. Ga door met het invoeren van gegevens.
4. Druk op de locatie, waarop u de checksum wilt invoegen, op de [CHECKSUM] toets.
fig.cs1
Het display geeft “CS1” (Checksum type 1) weer.
5. Druk op de [ENTER] knop.
Checksum types
Er zijn twee soorten checksum, namelijk
1
2
CHECKSUM
TYPE 1
Dit is de methode, die door Roland en de meeste andere fabrikanten wordt gebruikt
CHECKSUM
TYPE 2
Selecteer dit
type,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,
,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,
,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,, als er een andere methode
dan type 1 wordt gebruikt
Van type wisselen
Druk, als u naar type 2 wilt
omschakelen, na het indrukken
van [CHECKSUM] in stap 4 op de
[2] toets. Druk op de [1] toets om
naar type 1 terug te schakelen.
[CHECKSUM]
[2]
*1
80
[CHECKSUM]
[1]
Handige functies
■ De locatie van de gegevens aangeven
Zo geeft u de locatie en het data type van het variabele gedeelte (variabele gegevens) binnen een
systeem exclusief bericht aan.
Het bereik van datawaarden is in de basisfunctie en de geavanceerde functie 3 op het standaard
bereik ingesteld.
In geval van de geavanceerde functie 1 en 4, kunt u het datawaarden bereik instellen.
Lees de Sys Ex. TOEWIJZING paragraaf “Master Volume” (p. 63), voor een daadwerkelijk
voorbeeld.
1. Druk op de locatie, waarop u de gegevens wilt invoeren, op de [DATA] toets.
Het display geeft “DT0” weer.
2. Gebruik de [0]-[4] toetsen om het type gegevens te selecteren.
DatanumMer
Datatype
Standaard bereik
DT0
7bit
00H–7F
DT1
4bit/4bit
0H/0H–FH/FH
DT2
DT3
DT4
7bit/7bit
(MSB/LSB)
7bit/7bit
(LSB/MSB)
4bit/4bit/
4bit/4bit
00H/00H–7FH/7FH
00H/00H–7FH/7FH
7H/FH/0H/1H–
8H/0H/FH/FH
Target of Doel van bereikinstelling setting
Het databereik aangeven (007FH)
Het bereik van de eerste byte
(0-FH) instellen, tweede byte
staat vast op 0-FH
Het MSB bereik instellen (007F), LSB staat vast op 00-7F
Het MSB bereik instellen (007F), LSB staat vast op 00-7F
De limiet van positieve/
negatieve wijziging instellen
op waarde van 00H tot FFH,
gecentreerd op 8000H.
min
8000H
FF
*
max
Voorbeeld
(ingevoerde boven/
onderlimiet)
04-45
(onderlimiet 4H, bovenlimiet 45H)
0/0-D/F
(onderlimiet 0H, bovenlimiet DH)
23/00-68/7F
(onderlimiet 23H, bovenlimiet 68H
23/00-68/7F
(onderlimiet 23H, bovenlimiet 68H
7/F/0/2-8/0/5/0
(onderlimiet FEH, bovenlimiet 50H)
FF
In geval van DT1--DT4 (data, die uit twee of meer bytes bestaan), wordt er voor de volgende byte
automatisch een datalocatie toegewezen, en wordt “-DT” weergegeven. (Dit kan niet worden gewijzigd).
3. Druk op de [ENTER] knop.
4. Als u DT1 tot en met DT4 heeft geselecteerd, geeft het display “-DT” weer.
Druk op de [ENTER] knop.
81
Handige functies
■ Kanaal/blokgegevens invoeren
Als een systeem exclusief bericht een kanaal of GS bloknummer bevat, kunt u op onderstaande
wijze het type en de waarde van de hogere bits aangeven. Voor het kanaal en bloknummer wordt
de instelling van het huidige kanaal (p. 38) als lagere bits ingevoegd. (Het bloknummer is niet echt
een kanaal, maar komt overeen met het “part” binnen een GS geluidsmodule. Op de PCR-30/50/
80 komt dit voor het gemak overeen met het kanaal).
Huidig
kanaal
CH
BL
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
0
1
1
2
2
3
3
4
4
5
5
6
6
7
7
8
8
9
9
0
A
A
B
B
C
C
D
D
E
E
F
F
Zie “Bend Pitch Control” (p. 64) in de paragraaf over de bewerkfunctie, voor een daadwerkelijk
voorbeeld.
1. Druk op de locatie, waarop u het kanaal/bloknummer wilt invoeren, meerdere keren op de [DATA]
toets, om zo voor het kanaal “0CH” of voor het blok “0BL” te selecteren.
fig.csbl
[DATA]
[DATA]
[DATA]
[DATA]
2. Gebruik de [0]-[7] toets om de waarden van de vier hogere bits in te voeren.
De “0” in het display verandert naar de numerieke waarde, die u invoert.
3. Druk op de [ENTER] knop.
82
Handige functies
V-LINK functie
Als u op de [V-LINK] knop drukt, verzendt
de PCR een V-LINK ON (aan) bericht en
komt hij in de V-LINK functie. Als u
nogmaals op de [V-LINK] knop drukt,
verzendt de PCR een V-LINK OFF (uit)
bericht en verlaat hij de V-LINK functie.
Als de PCR in de V-LINK functie komt,
verzendt hij de volgende parameters naar
de V-LINK gastheer.
• Clip Ctrl Rx MIDI ch : 16
• Color Ctrl Rx MIDI ch : 16
• Sender Model Name : EDIROL PCR
In de V-LINK functie werkt de PCR als
volgt.
•Berichten van de PCR zelf worden naar
zowel de MIDI aansluiting, als de USB
aansluiting verzonden.
* In de V-LINK functie kunt u de MIDI
aansluitingen niet als USB MIDI interface
gebruiken.
•Als u het keyboard bespeeld, worden naast
nootberichten ook programmawijziging
berichten of bankselectie MSB berichten
verzonden.
* De programmawijziging berichten of
bankselectie MSB berichten worden op kanaal
16 verzonden.
Note
Nummer
C2
C#2
D2
D#2
E2
F2
F#2
G2
G#2
A2
A#2
B2
C3
C#3
D3
D#3
E3
F3
F#3
G3
G#3
A3
A#3
B3
C4
C#4
D4
D#4
E4
F4
F#4
G4
G#4
A4
A#4
B4
C5
C#5
D5
D#5
E5
F5
F#5
G5
G#5
A5
A#5
B5
C6
C#6
D6
D#6
E6
F6
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52
53
54
55
56
57
58
59
60
61
62
63
64
65
66
67
68
69
70
71
72
73
74
75
76
77
78
79
80
81
82
83
84
85
86
87
88
89
Programmawijziging
Bankselectie
MSB
1
0
2
1
3
4
2
5
3
6
4
7
8
5
9
6
10
11
7
12
8
13
9
14
15
10
16
11
17
18
12
19
13
20
14
21
22
15
23
16
24
25
17
26
18
27
19
28
29
30
31
21
83
Geheugensets
Bij de fabrieksinstellingen is de GM2 set, zoals in de illustratie afgebeeld, aan de regelaars toegewezen.
Gebruik het meegeleverde sjabloon.
De volgende geheugensets zijn ook meegeleverd.
GM2 set (MEMORY: 0) .............................................(p. 84)
MCR-8 MODE 3(SONAR 2) SET.............................(p. 85)
MCR-8 MODE 3(SONAR 2) - A (MEMORY: 1).......... (p. 85)
MCR-8 MODE 3(SONAR 2) - B (MEMORY: 2) .......... (p. 85)
MCR-8 MODE 3(SONAR 2) - C (MEMORY: 3) .......... (p. 85)
MCR-8 MODE 3(SONAR 2) - D (MEMORY: 4).......... (p. 85)
MCR-8 MODE 4(Cubase 5/SX) SET ......................(p. 86)
MCR-8 MODE 4(Cubase 5/SX) - A (MEMORY: 5).... (p. 86)
MCR-8 MODE 4(Cubase 5/SX) - B (MEMORY: 6) .... (p. 86)
MCR-8 MODE 4(Cubase 5/SX) - C (MEMORY: 7) .... (p. 86)
MCR-8 MODE 4(Cubase 5/SX) - D (MEMORY: 8).... (p. 86)
H-COMPATIBLE (ProTools LE, Digital Performer) SET
(MEMORY: 9)..............................................................(p. 87)
GS SET.........................................................................(p. 87)
GS-A (MEMORY: A) ...................................................... (p. 87)
GS-B (MEMORY: B)........................................................ (p. 88)
GS-C (MEMORY: C)....................................................... (p. 88)
XG SET.........................................................................(p. 89)
XG-A (MEMORY: D)...................................................... (p. 89)
XG-B (MEMORY: E) ....................................................... (p. 89)
Zie het Read Me bestand voor de afzonderlijke geheugensets, dat zich in de Memory Files map van de CD-ROM bevindt, voor details over de
instellingen voor het daadwerkelijke gebruik van elke afzonderlijke geheugenset in combinatie met uw applicatie. U kunt de laatste extra
geheugensets van de volgende website downloaden.
■ GM2 set (MEMORY: 0)
fig.gm2-tmp
Parameter
84
Bereik (Hex.)
Kanaal
Poort
R1
R2
R3
R4
R5
R6
R7
R8
S1
S2
S3
S4
FILTER CUTOFF
FILTER RESONANCE
VIBRATO RATE
VIBRATO DEPTH
VIBRATO DELAY
COARSE TUNING
FINE TUNING
PAN (CHANNEL)
PORTAMENTO TIME
AFTERTOUCH
ENVELOPE ATTACK
ENVELOPE DECAY
CC 74(4A)
CC 71(127)
CC 76(4C)
CC 77(4D)
CC 78(4E)
RPN 0/2(00/02)
RPN 0/1(00/01)
CC 10(0A)
CC 5(05)
CHANNEL PRESSURE
CC 73(49)
CC 75(4B)
Bericht (Hex.)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0/-(00/--) - 127/-(7F/--)
0/0(00/00) - 127/127(7F/7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
S5
S6
S7
S8
B1
B2
B3
B4
B5
B6
L1
L2
L3
P1
P2
ENVELOPE RELEASE
CHORUS
REVERB
VOLUME (CHANNEL)
PROGRAM CHANGE DEC
PROGRAM CHANGE INC
PORTAMENTO ON/OFF
POLY MODE ON
MONO MODE ON
GM2 SYSTEM ON
STOP
START
CONTINUE
HOLD
EXPRESSION
CC 72(48)
CC 93(5D)
CC 91(5B)
CC 7(07)
PROGRAM CHANGE
PROGRAM CHANGE
CC 65(41)
B0 7F 00
B0 7E 01
F0 7E 7F 09 03 F7
FC
FA
FB
CC 64(40)
CC 11(0B)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
min:1(00)
max:128(7F)
0(00)/127(7F)
0(00)/127(7F)
0(00) - 127(7F)
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
2
2
2
1
1
Geheugensets
■ MCR-8 MODE 3(SONAR 2) SET
Schakel, als u deze geheugenset gebruikt, de OMNI instelling (p. 149) van de PCR-30/50/80 uit (OFF).
* Open Display | Toolbars, en selecteer External Controllers om de externe regelaar werkbalk weer te geven.
MCR-8 MODE 3(SONAR 2) - A (MEMORY: 1)
Parameter
R1
R2
R3
R4
R5
R6
R7
R8
S1
S2
S3
S4
S5
S6
S7
S8
B1
B2
B3
B4
B5
B6
L1
L2
L3
P1
P2
TRACK 1
TRACK 2
TRACK 3
TRACK 4
TRACK 5
TRACK 6
TRACK 7
TRACK 8
TRACK 1
TRACK 2
TRACK 3
TRACK 4
TRACK 5
TRACK 6
TRACK 7
TRACK 8
TRACK 1
TRACK 2
TRACK 3
TRACK 4
TRACK 5
TRACK 6
<<
■ Stop
> Play
HOLD
EXPRESSION
*1
*1
*1
*1
*1
*1
*1
*1
*2
*2
*2
*2
*2
*2
*2
*2
*3
*3
*3
*3
*3
*3
MCR-8 MODE 3(SONAR 2) - B (MEMORY: 2)
Bericht
(Hex.)
Bereik (Hex.)
Knl.
Port
CC 16(10)
CC 16(10)
CC 16(10)
CC 16(10)
CC 16(10)
CC 16(10)
CC 16(10)
CC 16(10)
CC 17(11)
CC 17(11)
CC 17(11)
CC 17(11)
CC 17(11)
CC 17(11)
CC 17(11)
CC 17(11)
CC 80(50)
CC 80(50)
CC 80(50)
CC 80(50)
CC 80(50)
CC 80(50)
CC 82(52)
CC 82(52)
CC 82(52)
CC 64(40)
CC 11(0B)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00)/127(7F)
0(00)/127(7F)
0(00)/127(7F)
0(00)/127(7F)
0(00)/127(7F)
0(00)/127(7F)
0(00)/127(7F)
0(00)/127(7F)
0(00)/127(7F)
0(00)/127(7F)
0(00) - 127(7F)
1
2
3
4
5
6
7
8
1
2
3
4
5
6
7
8
1
2
3
4
5
6
13
14
15
1
1
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
1
1
R1
R2
R3
R4
R5
R6
R7
R8
S1
S2
S3
S4
S5
S6
S7
S8
B1
B2
B3
B4
B5
B6
L1
L2
L3
P1
P2
MCR-8 MODE 3(SONAR 2) - C (MEMORY: 3)
Parameter
R1
R2
R3
R4
R5
R6
R7
R8
S1
S2
S3
S4
S5
S6
S7
S8
B1
B2
B3
B4
B5
B6
L1
L2
L3
P1
P2
TRACK 9
*1
TRACK 10
*1
TRACK 11
*1
TRACK 12
*1
TRACK 13
*1
TRACK 14
*1
TRACK 15
*1
TRACK 16
*1
TRACK 9
*2
TRACK 10
*2
TRACK 11
*2
TRACK 12
*2
TRACK 13
*2
TRACK 14
*2
TRACK 15
*2
TRACK 16
*2
TRACK 9
*3
TRACK 10
*3
TRACK 11
*3
TRACK 12
*3
TRACK 13
*3
TRACK 14
*3
Automation Write
■ Stop
Rec
HOLD
EXPRESSION
Bereik (Hex.)
Knl.
Port
CC 16(10)
CC 16(10)
CC 16(10)
CC 16(10)
CC 16(10)
CC 16(10)
CC 16(10)
CC 16(10)
CC 17(11)
CC 17(11)
CC 17(11)
CC 17(11)
CC 17(11)
CC 17(11)
CC 17(11)
CC 17(11)
CC 80(50)
CC 80(50)
CC 80(50)
CC 80(50)
CC 80(50)
CC 80(50)
CC 82(52)
CC 82(52)
CC 82(52)
CC 64(40)
CC 11(0B)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00)/127(7F)
0(00)/127(7F)
0(00)/127(7F)
0(00)/127(7F)
0(00)/127(7F)
0(00)/127(7F)
0(00)/127(7F)
0(00)/127(7F)
0(00)/127(7F)
0(00)/127(7F)
0(00) - 127(7F)
9
10
11
12
13
14
15
16
9
10
11
12
13
14
15
16
9
10
11
12
13
14
12
14
11
1
1
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
1
1
*1
Aux Send 1 Pan
Aux Send 2 Pan
Pan
Pan
TRACK 1
TRACK 2
TRACK 3
TRACK 4
TRACK 5
TRACK 6
TRACK 7
TRACK 8
TRACK 1
TRACK 2
TRACK 3
TRACK 4
TRACK 5
TRACK 6
TRACK 7
TRACK 8
TRACK 1
TRACK 2
TRACK 3
TRACK 4
TRACK 5
TRACK 6
<<
■ Stop
> Play
HOLD
EXPRESSION
*1
*1
*1
*1
*1
*1
*1
*1
*2
*2
*2
*2
*2
*2
*2
*2
*4
*4
*4
*4
*4
*4
Bericht
(Hex.)
Bereik (Hex.)
Knl.
Port
CC 16(10)
CC 16(10)
CC 16(10)
CC 16(10)
CC 16(10)
CC 16(10)
CC 16(10)
CC 16(10)
CC 17(11)
CC 17(11)
CC 17(11)
CC 17(11)
CC 17(11)
CC 17(11)
CC 17(11)
CC 17(11)
CC 81(51)
CC 81(51)
CC 81(51)
CC 81(51)
CC 81(51)
CC 81(51)
CC 82(52)
CC 82(52)
CC 82(52)
CC 64(40)
CC 11(0B)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00)/127(7F)
0(00)/127(7F)
0(00)/127(7F)
0(00)/127(7F)
0(00)/127(7F)
0(00)/127(7F)
0(00)/127(7F)
0(00)/127(7F)
0(00)/127(7F)
0(00)/127(7F)
0(00) - 127(7F)
1
2
3
4
5
6
7
8
1
2
3
4
5
6
7
8
1
2
3
4
5
6
13
14
15
1
1
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
1
1
MCR-8 MODE 3(SONAR 2) - D (MEMORY: 4)
Bericht
(Hex.)
Algemeen vlak voorgeprogrammeerd
Roland MCR-8 (Aux Send 1)
Roland MCR-8 (Aux Send 2)
Roland MCR-8 (Mute + Solo)
Roland MCR-8 (Record Arming)
Parameter
Parameter
R1
R2
R3
R4
R5
R6
R7
R8
S1
S2
S3
S4
S5
S6
S7
S8
B1
B2
B3
B4
B5
B6
L1
L2
L3
P1
P2
TRACK 9
*1
TRACK 10
*1
TRACK 11
*1
TRACK 12
*1
TRACK 13
*1
TRACK 14
*1
TRACK 15
*1
TRACK 16
*1
TRACK 9
*2
TRACK 10
*2
TRACK 11
*2
TRACK 12
*2
TRACK 13
*2
TRACK 14
*2
TRACK 15
*2
TRACK 16
*2
TRACK 9
*4
TRACK 10
*4
TRACK 11
*4
TRACK 12
*4
TRACK 13
*4
TRACK 14
*4
Automation Write
■ Stop
Rec
HOLD
EXPRESSION
*2
Aux Send 1 Level
Aux Send 2 Level
Volume
Volume
Bericht
(Hex.)
Bereik (Hex.)
Knl.
Port
CC 16(10)
CC 16(10)
CC 16(10)
CC 16(10)
CC 16(10)
CC 16(10)
CC 16(10)
CC 16(10)
CC 17(11)
CC 17(11)
CC 17(11)
CC 17(11)
CC 17(11)
CC 17(11)
CC 17(11)
CC 17(11)
CC 81(51)
CC 81(51)
CC 81(51)
CC 81(51)
CC 81(51)
CC 81(51)
CC 82(52)
CC 82(52)
CC 82(52)
CC 64(40)
CC 11(0B)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00)/127(7F)
0(00)/127(7F)
0(00)/127(7F)
0(00)/127(7F)
0(00)/127(7F)
0(00)/127(7F)
0(00)/127(7F)
0(00)/127(7F)
0(00)/127(7F)
0(00)/127(7F)
0(00) - 127(7F)
9
10
11
12
13
14
15
16
9
10
11
12
13
14
15
16
9
10
11
12
13
14
12
14
11
1
1
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
1
1
*3
Aux Send 1 Pre/Post
Aux Send 2 Pre/Post
Mute
White Arm
*4
Aux Send 1 Enable
Aux Send 2 Enable
Solo
Record Arm
85
Geheugensets
■ MCR-8 MODE 4(Cubase 5/SX) SET
Schakel, als u deze geheugenset gebruikt, de OMNI instelling (p. 69) van de PCR-30/50/80 uit (OFF).
MCR-8 MODE 4(Cubase 5/SX) - A (MEMORY: 5)
Parameter
R1
R2
R3
R4
R5
R6
R7
R8
S1
S2
S3
S4
S5
S6
S7
S8
B1
B2
B3
B4
B5
B6
L1
L2
L3
P1
P2
TRACK 1 PAN
TRACK 2 PAN
TRACK 3 PAN
TRACK 4 PAN
TRACK 5 PAN
TRACK 6 PAN
TRACK 7 PAN
TRACK 8 PAN
TRACK 1 FADER
TRACK 2 FADER
TRACK 3 FADER
TRACK 4 FADER
TRACK 5 FADER
TRACK 6 FADER
TRACK 7 FADER
TRACK 8 FADER
TRACK 1 SOLO
TRACK 2 SOLO
TRACK 3 SOLO
TRACK 4 SOLO
TRACK 5 SOLO
TRACK 6 SOLO
<<
■ Stop
> Play
HOLD
EXPRESSION
Bericht
(Hex.)
Bereik (Hex.)
Knl.
Port
CC 72(48)
CC 73(49)
CC 74(4A)
CC 75(4B)
CC 76(4C)
CC 77(4D)
CC 78(4E)
CC 79(4F)
CC 64(40)
CC 65(41)
CC 66(42)
CC 67(43)
CC 68(44)
CC 69(45)
CC 70(46)
CC 71(127)
CC 0(00)
CC 1(01)
CC 2(02)
CC 3(03)
CC 4(04)
CC 5(05)
CC 19(13)
CC 21(15)
CC 22(16)
CC 64(40)
CC 11(0B)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00)/127(7F)
0(00)/127(7F)
0(00)/127(7F)
0(00)/127(7F)
0(00)/127(7F)
0(00)/127(7F)
0(00)/127(7F)
0(00)/127(7F)
0(00)/127(7F)
0(00)/127(7F)
0(00) - 127(7F)
16
16
16
16
16
16
16
16
16
16
16
16
16
16
16
16
16
16
16
16
16
16
16
16
16
1
1
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
1
1
MCR-8 MODE 4(Cubase 5/SX) - C (MEMORY: 7)
Parameter
R1
R2
R3
R4
R5
R6
R7
R8
S1
S2
S3
S4
S5
S6
S7
S8
B1
B2
B3
B4
B5
B6
L1
L2
L3
P1
P2
86
TRACK 9 PAN
TRACK 10 PAN
TRACK 11 PAN
TRACK 12 PAN
TRACK 13 PAN
TRACK 14 PAN
TRACK 15 PAN
TRACK 16 PAN
TRACK 9 FADER
TRACK 10 FADER
TRACK 11 FADER
TRACK 12 FADER
TRACK 13 FADER
TRACK 14 FADER
TRACK 15 FADER
TRACK 16 FADER
TRACK 9 SOLO
TRACK 10 SOLO
TRACK 11 SOLO
TRACK 12 SOLO
TRACK 13 SOLO
TRACK 14 SOLO
<<
■ Stop
Rec
HOLD
EXPRESSION
Bericht
(Hex.)
Bereik (Hex.)
Knl.
Port
CC 56(38)
CC 57(39)
CC 58(3A)
CC 59(3B)
CC 60(3C)
CC 61(3D)
CC 62(3E)
CC 63(3F)
CC 48(30)
CC 49(31)
CC 50(32)
CC 51(33)
CC 52(34)
CC 53(35)
CC 54(36)
CC 55(37)
CC 32(20)
CC 33(21)
CC 34(22)
CC 35(23)
CC 36(24)
CC 37(25)
CC 20(14)
CC 21(15)
CC 23(17)
CC 64(40)
CC 11(0B)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00)/127(7F)
0(00)/127(7F)
0(00)/127(7F)
0(00)/127(7F)
0(00)/127(7F)
0(00)/127(7F)
0(00)/127(7F)
0(00)/127(7F)
0(00)/127(7F)
0(00)/127(7F)
0(00) - 127(7F)
16
16
16
16
16
16
16
16
16
16
16
16
16
16
16
16
16
16
16
16
16
16
16
16
16
1
1
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
1
1
MCR-8 MODE 4(Cubase 5/SX) - B (MEMORY: 6)
Parameter
R1
R2
R3
R4
R5
R6
R7
R8
S1
S2
S3
S4
S5
S6
S7
S8
B1
B2
B3
B4
B5
B6
L1
L2
L3
P1
P2
TRACK 1 PAN
TRACK 2 PAN
TRACK 3 PAN
TRACK 4 PAN
TRACK 5 PAN
TRACK 6 PAN
TRACK 7 PAN
TRACK 8 PAN
TRACK 1 FADER
TRACK 2 FADER
TRACK 3 FADER
TRACK 4 FADER
TRACK 5 FADER
TRACK 6 FADER
TRACK 7 FADER
TRACK 8 FADER
TRACK 1 MUTE
TRACK 2 MUTE
TRACK 3 MUTE
TRACK 4 MUTE
TRACK 5 MUTE
TRACK 6 MUTE
<<
■ Stop
> Play
HOLD
EXPRESSION
Bericht
(Hex.)
Bereik (Hex.)
Knl.
Port
CC 72(48)
CC 73(49)
CC 74(4A)
CC 75(4B)
CC 76(4C)
CC 77(4D)
CC 78(4E)
CC 79(4F)
CC 64(40)
CC 65(41)
CC 66(42)
CC 67(43)
CC 68(44)
CC 69(45)
CC 70(46)
CC 71(127)
CC 40(28)
CC 41(29)
CC 42(2A)
CC 43(2B)
CC 44(2C)
CC 45(2D)
CC 19(13)
CC 21(15)
CC 22(16)
CC 64(40)
CC 11(0B)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00)/127(7F)
0(00)/127(7F)
0(00)/127(7F)
0(00)/127(7F)
0(00)/127(7F)
0(00)/127(7F)
0(00)/127(7F)
0(00)/127(7F)
0(00)/127(7F)
0(00)/127(7F)
0(00) - 127(7F)
16
16
16
16
16
16
16
16
16
16
16
16
16
16
16
16
16
16
16
16
16
16
16
16
16
1
1
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
1
1
MCR-8 MODE 4(Cubase 5/SX) - D (MEMORY: 8)
Parameter
R1
R2
R3
R4
R5
R6
R7
R8
S1
S2
S3
S4
S5
S6
S7
S8
B1
B2
B3
B4
B5
B6
L1
L2
L3
P1
P2
TRACK 9 PAN
TRACK 10 PAN
TRACK 11 PAN
TRACK 12 PAN
TRACK 13 PAN
TRACK 14 PAN
TRACK 15 PAN
TRACK 16 PAN
TRACK 9 FADER
TRACK 10 FADER
TRACK 11 FADER
TRACK 12 FADER
TRACK 13 FADER
TRACK 14 FADER
TRACK 15 FADER
TRACK 16 FADER
TRACK 9 MUTE
TRACK 10 MUTE
TRACK 11 MUTE
TRACK 12 MUTE
TRACK 13 MUTE
TRACK 14 MUTE
<<
■ Stop
Rec
HOLD
EXPRESSION
Bericht
(Hex.)
Bereik (Hex.)
Knl.
Port
CC 56(38)
CC 57(39)
CC 58(3A)
CC 59(3B)
CC 60(3C)
CC 61(3D)
CC 62(3E)
CC 63(3F)
CC 48(30)
CC 49(31)
CC 50(32)
CC 51(33)
CC 52(34)
CC 53(35)
CC 54(36)
CC 55(37)
CC 88(58)
CC 89(59)
CC 90(5A)
CC 91(5B)
CC 92(5C)
CC 93(5D)
CC 20(14)
CC 21(15)
CC 23(17)
CC 64(40)
CC 11(0B)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00)/127(7F)
0(00)/127(7F)
0(00)/127(7F)
0(00)/127(7F)
0(00)/127(7F)
0(00)/127(7F)
0(00)/127(7F)
0(00)/127(7F)
0(00)/127(7F)
0(00)/127(7F)
0(00) - 127(7F)
16
16
16
16
16
16
16
16
16
16
16
16
16
16
16
16
16
16
16
16
16
16
16
16
16
1
1
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
1
1
Geheugensets
■ H-COMPATIBLE (ProTools LE, Digital Performer) SET (MEMORY: 9)
Schakel, als u deze geheugenset gebruikt, de OMNI instelling (p. 69) van de PCR-30/50/80 uit (OFF) en
schakel de H-ACTIVITY instelling (p. 74) van de PCR-30/50/80 in (ON).
Parameter
R1
R2
R3
R4
R5
R6
R7
R8
S1
S2
S3
S4
S5
S6
S7
S8
B1
B2
B3
B4
B5
B6
L1
L2
L3
P1
P2
ROTARY ENCODER 1
ROTARY ENCODER 2
ROTARY ENCODER 3
ROTARY ENCODER 4
ROTARY ENCODER 5
ROTARY ENCODER 6
ROTARY ENCODER 7
ROTARY ENCODER 8
FADER 1
FADER 2
FADER 3
FADER 4
FADER 5
FADER 6
FADER 7
FADER 8
MUTE 1
SOLO 1
REC 1
WRITE 1
TRACK <
TRACK >
REWIND
STOP
PLAY
HOLD
EXPRESSION
Bericht (Hex.)
B0 40 dd
B0 41 dd
B0 42 dd
B0 43 dd
B0 44 dd
B0 45 dd
B0 46 dd
B0 127 dd
B0 0F 00 B0 2F 40 B0 00 dd
B0 0F 01 B0 2F 40 B0 01 dd
B0 0F 02 B0 2F 40 B0 02 dd
B0 0F 03 B0 2F 40 B0 03 dd
B0 0F 04 B0 2F 40 B0 04 dd
B0 0F 05 B0 2F 40 B0 05 dd
B0 0F 06 B0 2F 40 B0 06 dd
B0 0F 07 B0 2F 40 B0 07 dd
B0 0F 00 B0 2F dd
B0 0F 00 B0 2F dd
B0 0F 00 B0 2F dd
B0 0F 00 B0 2F dd
B0 0F 0A B0 2F dd
B0 0F 0A B0 2F dd
B0 0F 0E B0 2F dd
B0 0F 0E B0 2F dd
B0 0F 0E B0 2F dd
CC 64(40)
CC 11(0B)
B0 20 00
B0 21 00
B0 22 00
B0 23 00
B0 24 00
B0 25 00
B0 26 00
B0 27 00
B0 0F 00
B0 0F 01
B0 0F 02
B0 0F 03
B0 0F 04
B0 0F 05
B0 0F 06
B0 0F 07
B0 2F 00
B0 2F 00
B0 2F 00
B0 2F 00
B0 2F 00
B0 2F 00
B0 2F 00
B0 2F 00
Bereik (Hex.)
Knl.
Port
DEC(01)/INC(41)
DEC(01)/INC(41)
DEC(01)/INC(41)
DEC(01)/INC(41)
DEC(01)/INC(41)
DEC(01)/INC(41)
DEC(01)/INC(41)
DEC(01)/INC(41)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
ON(42)/OFF(02)
ON(43)/OFF(03)
ON(127)/OFF(07)
ON(44)/OFF(04)
ON(40)/OFF(00)
ON(42)/OFF(02)
ON(41)/OFF(01)
ON(43)/OFF(03)
ON(44)/OFF(04)
0(00)/127(7F)
0(00) - 127(7F)
1
1
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
1
1
■ GS SET
Als u deze geheugenset gebruikt, zult u het handig vinden om de OMNI instelling (p. 69) van de PCR-30/
50/80 in te schakelen (ON).
GS-A (MEMORY: A)
Parameter
R1
R2
R3
R4
R5
R6
R7
R8
S1
S2
S3
S4
S5
S6
S7
S8
B1
B2
B3
B4
B5
B6
L1
L2
L3
P1
P2
REVERB MACRO
REVERB CHARACTER
REVERB PRE-LPF
REVERB TIME
REVERB PREDELAY TIME
REVERB DELAY FEEDBACK
REVERB LEVEL
PART PANPOT
VIBRATO RATE
VIBRATO DEPTH
VIBRATO DELAY
TVF&TVA ENV.ATTACK
TVF&TVA ENV.DECAY
TVF&TVA ENV.RELEASE
REVERB SEND LEVEL
PART LEVEL
PROGRAM CHANGE DEC
PROGRAM CHANGE INC
NRPN ON/OFF
RANDOM PAN
MODE POLY/MONO
GS RESET
STOP
START
CONTINUE
HOLD
EXPRESSION
Bericht (Hex.)
F0 41 10 42 12 40 01 30 dd SUM F7
F0 41 10 42 12 40 01 31 dd SUM F7
F0 41 10 42 12 40 01 32 dd SUM F7
F0 41 10 42 12 40 01 34 dd SUM F7
F0 41 10 42 12 40 01 37 dd SUM F7
F0 41 10 42 12 40 01 35 dd SUM F7
F0 41 10 42 12 40 01 33 dd SUM F7
F0 41 10 42 12 40 1x 1C dd SUM F7
F0 41 10 42 12 40 1x 30 dd SUM F7
F0 41 10 42 12 40 1x 31 dd SUM F7
F0 41 10 42 12 40 1x 37 dd SUM F7
F0 41 10 42 12 40 1x 34 dd SUM F7
F0 41 10 42 12 40 1x 35 dd SUM F7
F0 41 10 42 12 40 1x 36 dd SUM F7
F0 41 10 42 12 40 1x 22 dd SUM F7
F0 41 10 42 12 40 1x 19 dd SUM F7
PROGRAM CHANGE
PROGRAM CHANGE
F0 41 10 42 12 40 1x 0A dd SUM F7
F0 41 10 42 12 40 1x 1C 00 SUM F7
F0 41 10 42 12 40 1x 13 dd SUM F7
F0 41 10 42 12 40 00 7F 00 41 F7
FC
FA
FB
CC 64(40)
CC 11(0B)
Bereik (Hex.))
Knl.
Port
0(00) - 7(07)
0(00) - 7(07)
0(00) - 7(07)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
1(01) - 127(7F)
0(00) - 64(40) - 127(7F)
0(00) - 64(40) - 127(7F)
0(00) - 64(40) - 127(7F)
0(00) - 64(40) - 127(7F)
0(00) - 64(40) - 127(7F)
0(00) - 64(40) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
min:1 (00)
max:128 (7F)
OFF(00)/ON(01)
MONO(00)/POLY(01)
0(00)/127(7F)
0(00) - 127(7F)
BLOCK
BLOCK
BLOCK
BLOCK
BLOCK
BLOCK
BLOCK
BLOCK
BLOCK
BLOCK
BLOCK
BLOCK
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
2
2
2
1
1
87
Geheugensets
GS-B (MEMORY: B)
Parameter
R1
R2
R3
R4
R5
R6
R7
R8
S1
S2
S3
S4
S5
S6
S7
S8
B1
B2
B3
B4
B5
B6
L1
L2
L3
P1
P2
CHORUS MACRO
CHORUS PRE-LPF
CHORUS DELAY
CHORUS RATE
CHORUS DEPTH
CHORUS FEEDBACK
CHORUS LEVEL
PART PANPOT
CHORUS SEND LEVEL TO REVERB
CHORUS SEND LEVEL TO DELAY
TVF CUTOFF FREQ
TVF RESONANCE
MODULATION DEPTH
BEND RANGE
CHORUS SEND LEVEL
PART LEVEL
PROGRAM CHANGE DEC
PROGRAM CHANGE INC
NRPN ON/OFF
RANDOM PAN
MODE POLY/MONO
GS RESET
STOP
START
CONTINUE
HOLD
EXPRESSION
Bericht (Hex.)
F0 41 10 42 12 40 01 38 dd SUM F7
F0 41 10 42 12 40 01 39 dd SUM F7
F0 41 10 42 12 40 01 3C dd SUM F7
F0 41 10 42 12 40 01 3D dd SUM F7
F0 41 10 42 12 40 01 3E dd SUM F7
F0 41 10 42 12 40 01 3B dd SUM F7
F0 41 10 42 12 40 01 3A dd SUM F7
F0 41 10 42 12 40 1x 1C dd SUM F7
F0 41 10 42 12 40 01 3F dd SUM F7
F0 41 10 42 12 40 01 40 dd SUM F7
F0 41 10 42 12 40 1x 32 dd SUM F7
F0 41 10 42 12 40 1x 33 dd SUM F7
F0 41 10 42 12 40 2x 04 dd SUM F7
F0 41 10 42 12 40 2x 10 dd SUM F7
F0 41 10 42 12 40 1x 21 dd SUM F7
F0 41 10 42 12 40 1x 19 dd SUM F7
PROGRAM CHANGE
PROGRAM CHANGE
F0 41 10 42 12 40 1x 0A dd SUM F7
F0 41 10 42 12 40 1x 1C 00 SUM F7
F0 41 10 42 12 40 1x 13 dd SUM F7
F0 41 10 42 12 40 00 7F 00 41 F7
FC
FA
FB
CC 64(40)
CC 11(0B)
Bereik (Hex.)
Knl.
Port
0(00) - 7(07)
0(00) - 7(07)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
1(01) - 127(7F)
0(00) - 64(40) - 127(7F)
0(00) - 64(40) - 127(7F)
0(00) - 64(40) - 127(7F)
0(00) - 64(40) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
64(40) - 88(58)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
min:1 (00)
max:128 (7F)
OFF(00)/ON(01)
MONO(00)/POLY(01)
0(00)/127(7F)
0(00) - 127(7F)
BLOCK
BLOCK
BLOCK
BLOCK
BLOCK
BLOCK
BLOCK
BLOCK
BLOCK
BLOCK
BLOCK
BLOCK
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
2
2
2
1
1
Bereik (Hex.)
Knl.
Port
0(00) - 9(09)
0(00) - 7(07)
1(01) - 120(78)
1(01) - 115(73)
1(01) - 120(78)
0(00) - 64(40) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
1(01) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
22(34) - 64(40) - 76(4C)
22(34) - 64(40) - 76(4C)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
OFF(00)/ON(01)
200Hz(00)/400Hz(01)
3kHz(00)/6kHz(01)
MONO(00)/POLY(01)
0(00)/127(7F)
0(00) - 127(7F)
BLOCK
BLOCK
BLOCK
BLOCK
BLOCK
BLOCK
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
2
2
2
1
1
GS-C (MEMORY: C)
Parameter
R1
R2
R3
R4
R5
R6
R7
R8
S1
S2
S3
S4
S5
S6
S7
S8
B1
B2
B3
B4
B5
B6
L1
L2
L3
P1
P2
88
DELAY MACRO
DELAY PRE-LPF
DELAY TIME RATIO LEFT
DELAY TIME CENTER
DELAY TIME RATIO RIGHT
DELAY FEEDBACK
DELAY LEVEL
PART PANPOT
DELAY SEND LEVEL TO REVERB
DELAY LEVEL LEFT
DELAY LEVEL CENTER
DELAY LEVEL RIGHT
EQ LOW GAIN
EQ HIGH GAIN
DELAY SEND LEVEL
PART LEVEL
EQ ON/OFF
EQ LOW FREQ (200Hz/400Hz)
EQ HIGH FREQ (3kHz/6kHz)
RANDOM PAN
MODE POLY/MONO
GS RESET
STOP
START
CONTINUE
HOLD
EXPRESSION
Bericht (Hex.)
F0 41 10 42 12 40 01 50 dd SUM F7
F0 41 10 42 12 40 01 51 dd SUM F7
F0 41 10 42 12 40 01 53 dd SUM F7
F0 41 10 42 12 40 01 52 dd SUM F7
F0 41 10 42 12 40 01 54 dd SUM F7
F0 41 10 42 12 40 01 59 dd SUM F7
F0 41 10 42 12 40 01 58 dd SUM F7
F0 41 10 42 12 40 1x 1C dd SUM F7
F0 41 10 42 12 40 01 5A dd SUM F7
F0 41 10 42 12 40 01 56 dd SUM F7
F0 41 10 42 12 40 01 55 dd SUM F7
F0 41 10 42 12 40 01 57 dd SUM F7
F0 41 10 42 12 40 02 01 dd SUM F7
F0 41 10 42 12 40 02 03 dd SUM F7
F0 41 10 42 12 40 1x 2C dd SUM F7
F0 41 10 42 12 40 1x 19 dd SUM F7
F0 41 10 42 12 40 4x 20 dd SUM F7
F0 41 10 42 12 40 02 00 dd SUM F7
F0 41 10 42 12 40 02 02 dd SUM F7
F0 41 10 42 12 40 1x 1C 00 SUM F7
F0 41 10 42 12 40 1x 13 dd SUM F7
F0 41 10 42 12 40 00 7F 00 41 F7
FC
FA
FB
CC 64(40)
CC 11(0B)
Geheugensets
■ XG SET
Als u deze geheugenset gebruikt, zult u het handig vinden om de OMNI instelling (p. 69) van de PCR-30/
50/80 in te schakelen (ON).
XG-A (MEMORY: D)
Parameter
R1
R2
R3
R4
R5
R6
R7
R8
S1
S2
S3
S4
S5
S6
S7
S8
B1
B2
B3
B4
B5
B6
L1
L2
L3
P1
P2
BEND PITCH CONTROL
BEND FILTER CONTROL
BEND AMPLITUDE CONTROL
PITCH EG INITIAL LEVEL
PITCH EG ATTACK TIME
PITCH EG RELEASE LEVEL
PITCH EG RELEASE TIME
PAN
BEND LFO PMOD DEPTH
BEND LFO FMOD DEPTH
BEND LFO AMOD DEPTH
REVERB SEND
CHORUS SEND
VARIATION SEND
DRY LEVEL
VOLUME
PROGRAM CHANGE DEC
PROGRAM CHANGE INC
PART MODE NORMAL/DRUM
RANDOM PAN
MONO/POLY MODE
XG SYSTEM ON
STOP
START
CONTINUE
HOLD
EXPRESSION
Bericht (Hex.)
F0 43 10 4C 08 0ch 23 dd F7
F0 43 10 4C 08 0ch 24 dd F7
F0 43 10 4C 08 0ch 25 dd F7
F0 43 10 4C 08 0ch 69 dd F7
F0 43 10 4C 08 0ch 6A dd F7
F0 43 10 4C 08 0ch 6B dd F7
F0 43 10 4C 08 0ch 6C dd F7
F0 43 10 4C 08 0ch 0E dd F7
F0 43 10 4C 08 0ch 26 dd F7
F0 43 10 4C 08 0ch 27 dd F7
F0 43 10 4C 08 0ch 28 dd F7
F0 43 10 4C 08 0ch 13 dd F7
F0 43 10 4C 08 0ch 12 dd F7
F0 43 10 4C 08 0ch 14 dd F7
F0 43 10 4C 08 0ch 11 dd F7
F0 43 10 4C 08 0ch 0B dd F7
PROGRAM CHANGE
PROGRAM CHANGE
F0 43 10 4C 08 0ch 07 dd F7
F0 43 10 4C 08 0ch 0E 00 F7
F0 43 10 4C 08 0ch 05 dd F7
F0 43 10 4C 00 00 7E 00 F7
FC
FA
FB
CC 64(40)
CC 11(0B)
Bereik (Hex.)
Knl.
Port
0(00) - 64(40) - 127(7F)
0(00) - 64(40) - 127(7F)
0(00) - 64(40) - 127(7F)
0(00) - 64(40) - 127(7F)
0(00) - 64(40) - 127(7F)
0(00) - 64(40) - 127(7F)
0(00) - 64(40) - 127(7F)
1(01) - 64(40) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
min:1 (00)
max:128 (7F)
OFF(00)/ON(01)
MONO(00)/POLY(01)
0(00)/127(7F)
0(00) - 127(7F)
CURRENT CH
CURRENT CH
CURRENT CH
CURRENT CH
CURRENT CH
CURRENT CH
CURRENT CH
CURRENT CH
CURRENT CH
CURRENT CH
CURRENT CH
CURRENT CH
CURRENT CH
CURRENT CH
CURRENT CH
CURRENT CH
CURRENT CH
CURRENT CH
CURRENT CH
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
2
2
2
1
1
Bereik (Hex.)
Knl.
Port
0(00) - 64(40) - 127(7F)
0(00) - 64(40) - 127(7F)
0(00) - 64(40) - 127(7F)
0(00) - 64(40) - 127(7F)
0(00) - 64(40) - 127(7F)
0(00) - 64(40) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
0(00) - 127(7F)
min:1 (00)
max:128 (7F)
OFF(00)/ON(01)
MONO(00)/POLY(01)
0(00)/127(7F)
0(00) - 127(7F)
CURRENT CH
CURRENT CH
CURRENT CH
CURRENT CH
CURRENT CH
CURRENT CH
CURRENT CH
CURRENT CH
CURRENT CH
CURRENT CH
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
2
2
2
1
1
XG-B (MEMORY: E)
Parameter
R1
R2
R3
R4
R5
R6
R7
R8
S1
S2
S3
S4
S5
S6
S7
S8
B1
B2
B3
B4
B5
B6
L1
L2
L3
P1
P2
MW PITCH CONTROL
MW FILTER CONTROL
MW AMPLITUDE CONTROL
REVERB PAN
CHORUS PAN
VARIATION PAN
SEND VARIATION TO REVERB
SEND VARIATION TO CHORUS
MW LFO PMOD DEPTH
MW LFO FMOD DEPTH
MW LFO AMOD DEPTH
REVERB RETURN
CHORUS RETURN
VARIATION RETURN
SEND CHORUS TO REVERB
VOLUME
PROGRAM CHANGE DEC
PROGRAM CHANGE INC
PART MODE NORMAL/DRUM
RANDOM PAN
MONO/POLY MODE
XG SYSTEM ON
STOP
START
CONTINUE
HOLD
EXPRESSION
Bericht (Hex.)
F0 43 10 4C 08 0ch 1D dd F7
F0 43 10 4C 08 0ch 1E dd F7
F0 43 10 4C 08 0ch 1F dd F7
F0 43 10 4C 02 01 0D dd F7
F0 43 10 4C 02 01 2D dd F7
F0 43 10 4C 02 01 57 dd F7
F0 43 10 4C 02 01 58 dd F7
F0 43 10 4C 02 01 59 dd F7
F0 43 10 4C 08 0ch 20 dd F7
F0 43 10 4C 08 0ch 21 dd F7
F0 43 10 4C 08 0ch 22 dd F7
F0 43 10 4C 02 01 0C dd F7
F0 43 10 4C 02 01 2C dd F7
F0 43 10 4C 02 01 56 dd F7
F0 43 10 4C 02 01 2E dd F7
F0 43 10 4C 08 0ch 0B dd F7
PROGRAM CHANGE
PROGRAM CHANGE
F0 43 10 4C 08 0ch 07 dd F7
F0 43 10 4C 08 0ch 0E 00 F7
F0 43 10 4C 08 0ch 05 dd F7
F0 43 10 4C 00 00 7E 00 F7
FC
FA
FB
CC 64(40)
CC 11(0B)
89
Probleemoplossing
Problemen, die bij Windows en Macintosh optreden.
Problemen, die alleen bij Windows optreden.
Problemen, die alleen bij Macintosh optreden.
Problemen, die met de USB driver te maken hebben
Kan de driver niet correct installeren
•
Is de CD-ROM op de juiste wijze in uw CD-ROM drive geplaatst?
Het is niet mogelijk om de installatieprocedure uit te voeren, als de CD-ROM die met de PCR-30/
50/80 is meegeleverd, niet in uw CD-ROM drive is geplaatst. Zorg ervoor, dat de CD-ROM op de
juiste wijze in uw CD-ROM drive is geplaatst.
•
Is de CD-ROM of de CD-ROM lens vuil?
Als de CD-ROM of de CD-ROM lens vuil is, kan het zijn, dat de installer niet goed functioneert.
Reinig de schijf en/of lens met behulp van een in de winkel verkrijgbare CD of lens reiniger.
•
Installeert u de software vanaf een CD-ROM drive, die onderdeel is van een netwerk?
De software kan niet worden geïnstalleerd vanaf een CD-ROM drive die tot een netwerk behoort.
•
Is er voldoende vrije ruimte op uw harde schijf?
Verwijder onnodige bestanden om de hoeveelheid vrije ruimte te vergroten. Leeg na het
verwijderen van de onnodige bestanden de prullenbak.
•
Is de PCR-30/50/80 op de juiste wijze aangesloten?
Zorg ervoor, dat de USB aansluiting van uw computer via een USB kabel op de PCR-30/50/80 is
aangesloten.
•
Is de stroomtoevoer van de PCR-30/50/80 ingeschakeld?
•
Het kan zijn, dat de stroomschakelaar van de PCR-30/50/80 op de USB stand staat.
Zorg ervoor, dat de stroomschakelaar van de PCR-30/50/80 op de DC stand staat. Gebruik tijdens
het installeren van de driver geen busstroom. Controleer dit en sluit, als u Windows gebruikt, het
Sound and Multimedia Properties dialoogvenster (Sounds and Audio Devices Properties in
Windows XP en Multimedia Properties in Windows 98), open hetzelfde dialoogvenster nogmaals
en voer de MIDI input/output bestemmingen in.
• Gebruik de procedure, die bij “De driver verwijderen” wordt beschreven (p. 93) om de USB
audio apparaat driver, die op uw computer is geïnstalleerd, te verwijderen, en installeer de PCR30/50/80 driver nogmaals volgens de omschrijving in “Instellingen” (p. 13). Controleer tevens of
er enige “Other devices” in de “Device Manager” of “Unknown Device” in “Universal Serial
Bus Controllers” staan. Als u hier iets vindt, verwijder dit dan.
90
Probleemoplossing
•
Is OMS of FreeMIDI geïnstalleerd?
De PCR-30/50/80 driver kan alleen worden geïnstalleerd als OMS of FreeMIDI is geïnstalleerd.
Installeer OMS of FreeMIDI (➔ “De driver installeren en instellen (Macintosh)” (p. 25)).
Bij het maken van OMS of FreeMIDI instellingen kan de PCR-30/
50/80 niet worden gevonden
•
Is de PCR-30/50/80 gevonden?
Schakel de stroomtoevoer van de PCR-30/50/80 uit en vervolgens weer aan.
Sluit de USB kabel opnieuw aan.
Sluit, als er ook andere USB apparaten zijn aangesloten, alleen de PCR-30/50/80 aan.
Het is mogelijk dat de Macintosh de PCR-30/50/80 niet correct heeft gevonden en geïnitialiseerd.
Laat de USB kabel van de PCR-30/50/80 aangesloten, en start uw Macintosh opnieuw op. Schakel,
als het apparaat nog steeds niet kan worden gevonden, uw Macintosh uit, en start hem vervolgens
opnieuw op.
De PCR-30/50/80 kan niet worden gevonden, als hij op de USB aansluiting op het Macintosh
keyboard is aangesloten.
Sluit de PCR-30/50/80 op een USB aansluiting op de Macintosh zelf aan.
“Find new hardware wizard” wordt niet automatisch geopend
Het “Insert Disk” dialoogvenster verschijnt niet
De “Find new hardware wizard” stopt, voordat het proces is
voltooid
•
Het duurt ongeveer 15 seconden (of langer), nadat de USB kabel is aangesloten, voordat de
PCR-30/50/80 wordt gevonden.
•
Is de USB kabel op de juiste wijze aangesloten?
Zorg ervoor, dat de PCR-30/50/80 en uw computer op de juiste wijze via een USB kabel op elkaar
zijn aangesloten.
•
Is op uw computer de USB optie ingeschakeld?
Zie de handleiding van uw computer en zorg ervoor, dat USB mogelijk is.
•
In sommige gevallen is gebleken dat niet alle Windows 98 bestanden, die nodig zijn om
geluid via USB te ondersteunen, bij aflevering van de computer zijn geïnstalleerd.
Neem contact op met de fabrikant van uw computer.
•
Voldoet uw computer aan de USB specificaties?
Als u een computer gebruikt, die niet aan de elektrische eisen van de USB specificaties voldoet, kan
het zijn, dat het apparaat niet stabiel functioneert. In dit geval kan het zijn, dat u het probleem kunt
oplossen door een USB hub aan te sluiten.
Als de bovenstaande acties het probleem niet oplossen, is het mogelijk dat de PCR-30/50/80 door
de computer foutief is herkend. Installeer de driver helemaal vanaf het begin van de procedure
opnieuw (➔ “Instellingen” (p. 13)).
91
Probleemoplossing
Zelfs na het installeren van de driver verschijnt “Found unknown
device”
Als uw computer of USB hub twee of meer USB aansluitingen heeft, en u de PCR-30/50/80 aansluit
op een USB aansluiting, waarop de PCR-30/50/80 nooit eerder is aangesloten, kan het zijn dat,
zelfs op een computer, waarop u de driver al heeft geïnstalleerd, het “Unknown device”
dialoogvenster verschijnt.
Als het “Found unknown device” dialoogvenster verschijnt, terwijl de PCR-30/50/80 op dezelfde
USB aansluiting is aangesloten als daarvoor, is het mogelijk dat de computer de PCR-30/50/80 niet
juist heeft herkend. Installeer de driver vanaf het begin van de procedure opnieuw
(➔ “Instellingen” (p. 13)).
Er verschijnt een “Unknown driver found” dialoogvenster, en u
kunt de driver niet installeren
Device Manager geeft “?”, “!” of “USB Composite Device” (USB
samengesteld apparaat) weer
Driver is niet goed geïnstalleerd
Het is mogelijk, dat de computer de PCR-30/50/80 foutief heeft herkend. Installeer de driver
helemaal vanaf het begin van de procedure opnieuw (➔ “Instellingen” (p. 13)).
Kan de driver in Windows XP/2000 niet installeren/verwijderen/
gebruiken
•
Heeft u in Windows ingelogd met administratieve privileges?
Om de driver in Windows XP/2000 te kunnen installeren/verwijderen/opnieuw te installeren,
dient u in Windows ingelogd te zijn als gebruiker met administratieve privileges, zoals
Administrator. Neem voor details contact op met de systeembeheerder van uw computersysteem.
•
Heeft u “Driver Signing Options”gemaakt?
Om de driver te kunnen installeren/opnieuw te kunnen installeren dient u “Driver Signing
Options” te maken.
(Windows XP ➔ p. 14, Windows 2000 ➔ p. 18).
Windows XP/2000 geeft een “Hardware Installation” of “Digital
Signature Not Found” dialoogvenster weer
•
92
Heeft u “Driver Signing Options” gemaakt?
Om de driver te kunnen installeren/opnieuw te kunnen installeren dient u “Driver Signing
Options” te maken.
(Windows XP ➔ p. 14, Windows 2000 ➔ p. 18).
Probleemoplossing
De driver verwijderen
Als u de driver niet volgens de gegeven procedure heeft kunnen installeren, kan het zijn dat de
computer de PCR-30/50/80 niet goed herkent. Gebruik in dit geval de volgende procedure om de
driver te verwijderen, en volg dan de procedure in “Instellingen” (p. 13) om de driver nogmaals
te installeren.
Windows gebruikers
Zo de-installeert u de betreffende driver.
1. Start Windows op, terwijl de PCR-30/50/80 is losgekoppeld.
Koppel alle USB kabels, behalve die van een USB toetsenbord of USB muis, los.
* Log, als u Windows XP Professinal/2000 gebruikt, als gebruiker met
administratieve privileges (bijv. Administrator) in.
2. Plaats de CD-ROM in de CD-ROM drive van uw computer.
3. Kies in het Start menu voor “Run…”.
Voer in het Run dialoogvenster in het Open veld het volgende in, en klik op [OK].
Windows XP/2000 gebruikers:
D:\DRIVER\USB_XP2K\Uninstal.EXE
Windows Me/98 gebruikers:
D:\DRIVER\USB_ME98\Uninstal.EXE
* Het kan zijn, dat in uw systeem de drive naam D: anders is.
4. Volg de instructies in het venster om de driver te de-installeren.
Macinitosh gebruikers
1. Schakel de stroomtoevoer van de PCR-30/50/80 uit.
Koppel tevens de USB kabel (waarmee de PCR-30/50/80 is aangesloten) van uw Macintosh
los.
2. Versleep “USB PCR” uit de system extensions map naar de prullenbak om hem te
verwijderen.
3. Verwijder PCR uit de OMS map in de System map, of versleep PCR Driver vanuit de
FreeMIDI map in de System map naar de prullenbak (trash).
4. Start de Macintosh opnieuw op.
93
MIDI implementatie
1. Receive data
2. Transmit data
■System exclusive messages
■ Channel voice messages
●Universal non-realtime system exclusive message
In addition to the channel voice messages that can be transmitted in each mode, the
PCR-30/50/80 lets you assign any channel voice message to any controller and
transmit it.
❍Identity request message
Status
F0H
Data byte
7EH, dev, 06H, 01H
Status
F7H
Byte
F0H
7EH
dev
06H
01H
F7H
Explanation
Exclusive status
ID number (Universal non-realtime system exclusive message)
Device ID (10 or 7FH (Broadcast))
Sub ID #1 (PCR-30/50/80)
Sub ID #1 (PCR-30/50/80)
EOX (End of Exclusive)
●Note off
Status
9nH
2nd byte
kkH
3rd byte
00H
n = MIDI channel number:0H – FH (Ch.1 – 16)
kk = note number: 00H – 7FH (0 – 127)
*
Transmitted when you release a key in Play mode.
●Note on
Status
9nH
●Data transmission
The PCR-30/50/80 can use Bulk Dump (p. 97) to transfer its internal memory set
data (p. 84).
2nd byte
kkH
3rd byte
vvH
❍Data Set 1 (DT1)
n = MIDI channel number:
kk = note number:
vv = note on velocity:
These messages transmit the actual data, and are used to transfer data settings to a
device.
*
Status
F0H
Status
●Polyphonic key pressure
F7H
Status
AnH
Byte
F0H
41H
10H
00H
62H
12H
aaH
ddH
:
:
:
eeH
sum
F7H
*
*
*
Data byte
41H, 10H, 00H, 62H, 12H,
aaH, ddH, ...eeH, sum
Explanation
Exclusive status
ID number (Roland)
Device ID (For the PCR-30/50/80, fixed at 10H)
Model ID #1 (PCR-30/50/80)
Model ID #1 (PCR-30/50/80)
Command ID (RQ1)
Address
Data
Data
Checksum
EOX (End of Exclusive)
The amount of data that can be transmitted at once is fixed for each type of data.
Data that does not have the specified starting address and data size will not be
received. Refer to the explanation in 3. Bulk Dump (p. 97).
There must be an interval of at least 40 ms between each exclusive message that
is sent.
Also, you must leave an interval of at least 500 ms after transmitting one set of
bulk dump data.
0H – FH (Ch.1 – 16)
00H – 7FH (0 – 127)
01H – 7FH (1 – 127)
Transmitted when you push a key in Play mode.
2nd byte
kkH
n = MIDI channel number:
kk = note number:
vv = key pressure:
3rd byte
vvH
0H – FH (Ch.1 – 16)
00H – 7FH (0 – 127)
00H – 7FH (0 – 127)
●Control change
Status
BnH
2nd byte
ccH
n = MIDI channel number:
cc = controller number:
vv = control value:
3rd byte
vvH
0H – FH (Ch.1 – 16)
00H – 77H
00H – 7FH
❍Bank Select (Controller number 0, 32)
Status
BnH
BnH
2nd byte
00H
20H
n = MIDI channel number:
mm = Bank number MSB:
ll = Bank number LSB:
*
3rd byte
mmH
llH
0H – FH (Ch.1 – 16)
00H – 7FH
00H – 7FH
Transmitted in Bank mode.
❍Modulation (Controller number 1)
Status
BnH
2nd byte
01H
3rd byte
vvH
n = MIDI channel number:0H – FH (Ch.1 – 16)
vv = Modulation depth:00H – 7FH (0 – 127)
*
94
Transmitted by upward/downward operation of the BENDER lever in Play
mode.
MIDI implementatie
●Program change
■ System common message
Status
CnH
On the PCR-30/50/80 you can assign the following system common messages to
any controller and transmit them.
2nd byte
ppH
n = MIDI channel number:
pp = Program number:
*
0H – FH (Ch.1 – 16)
00H – 7FH (prog. 1 – prog. 128)
●MTC quarter frame
Status
F1H
Transmitted in Program change mode.
2nd byte
mmH
●Channel pressure
mm = Message type/value
Status
DnH
●Song position pointer
2nd byte
vvH
n = MIDI channel number:
vv = Channel pressure:
0H – FH (Ch.1 – 16)
00H – 7FH (0 – 127)
2nd byte
llH
3rd byte
mmH
n = MIDI channel number:
mm, ll = Pitch Bend value:
*
0H – FH (Ch.1 – 16)
00 00H – 40 00H – 7FH 7FH
(-8192 – 0 – +8191)
Transmitted by rightward/leftward operation of the BENDER lever in Play
mode.
■ Channel mode messages
In addition to the channel mode messages that can be transmitted in Panic mode,
the PCR-30/50/80 lets you assign any channel voice message to any controller and
transmit it.
●Channel mode messages
Status
BnH
2nd byte
ccH
n = MIDI channel number:
cc = controller number:
vv = control value:
3rd byte
vvH
0H – FH (Ch.1 – 16)
78H – 7FH
00H – 7FH
❍All sounds off (Controller number 120)
Status
BnH
2nd byte
78H
n = MIDI channel number:
*
3rd byte
00H
0H – FH (Ch.1 – 16)
❍Reset all controllers (Controller number 121)
2nd byte
79H
n = MIDI channel number:
*
3rd byte
00H
0H – FH (Ch.1 – 16)
❍All notes off (Controller number 123)
2nd byte
7BH
n = MIDI channel number:
*
Transmitted in Panic mode.
00 00H - 7F 7FH (0-16383)
●Song select
Status
F3H
2nd byte
mmH
mm = Song number:
00 00H - 7F 7FH (0-16383)
●Tune request
Status
F6H
■ System realtime message
In addition to the Active Sensing messages that are transmitted constantly, the
PCR-30/50/80 allows you to assign the following system realtime messages (other
than Active Sensing) to any controller and transmit them.
●Start
Status
F8H
*
Transmitted if the System setting F8 CLOCK is ON.
●Start
Status
FAH
●Continue
●Stop
Status
FCH
●Active sensing
Transmitted in Panic mode.
Status
BnH
3rd byte
llH
Status
FBH
Transmitted in Panic mode.
Status
BnH
2nd byte
mmH
mm, ll = Song position:
●Pitch bend change
Status
EnH
Status
F2H
3rd byte
00H
Status
FEH
*
*
Transmitted at intervals of approximately 250 ms.
Cannot be assigned to a controller.
0H – FH (Ch.1 – 16)
●System reset
Status
FFH
95
MIDI implementatie
■ System exclusive message
❍Sender Model Name
The PCR-30/50/80 is able to transmit the following exclusive messages: exclusive
messages assigned to the controllers, Identity Reply, V-LINK messages, and Bulk
Dump.
●Universal non-realtime system exclusive
❍Identity reply
This message will be transmitted when an Identity Request message is received.
Status
F0H
Data byte
7EH,10H,06H,02H,41H,62H,01H,
00H,00H,00H,01H,00H,00H
Status
F7H
Byte
F0H
7EH
10H
06H
02H
41H
62H 01H
00H 00H
00H 01H
00H 00H
F7H
Explanation
Exclusive status
ID number (Universal non-realtime message)
Device ID (For the PCR-30/50/80, fixed at 10H)
Sub ID #1 (General Information)
Sub ID #1 (Identity Reply)
ID number (Roland)
Device family code
Device family number code
Software revision level
:
EOX (End of Exclusive)
●V-LINK message
❍V-LINK ON
Transmitted when entering V-LINK mode.
Status
F0H
Data byte
41H,10H,00H,51H,12H,
10H,00H,00H,01H,0FH,0FH,51H
Status
F7H
Byte
F0H
41H
10H
00H 51H
12H
10H 00H 00H
01H
0FH
0FH
51H
F7H
Explanation
Exclusive status
ID number (Roland)
Device ID (For the PCR-30/50/80, fixed at 10H)
Model ID (V-LINK)
Command ID (DT1)
Address
V-LINK ON
Clip Control Rx. MIDI Ch. (16ch)
Color Control Rx. MIDI Ch. (16ch)
Checksum
EOX (End of Exclusive)
Transmitted when entering V-LINK mode.
Status
Data byte
Status
F0H
41H,10H,00H,51H,12H,
F7H
10H,71H,00H,45H,44H,49H,52H,4FH,4CH,
20H,50H,43H,52H,00H,3BH
Byte
F0H
41H
10H
00H 51H
12H
aaH
10H 71H 00H
45H 44H 49H
52H 4FH 4CH
20H 50H 43H
52H 00H
3BH
F7H
●Data Set 1 DT1 (12H)
Transmitted when you execute Bulk TX in the Bulk mode.
Status
Data byte
F0H
41H, 10H, 00H, 62H, 12H,
aaH, ddH, ...eeH, sum
Byte
F0H
41H
10H
00H
62H
12H
aaH
ddH
:
:
:
eeH
sum
F7H
*
*
❍V-LINK OFF
*
Transmitted when exiting V-LINK mode.
Status
F0H
Data byte
41H,10H,00H,51H,12H,
10H,00H,00H,00H,70H
Byte
F0H
41H
10H
00H 51H
12H
10H 00H 00H
00H
51H
F7H
Explanation
Exclusive status
ID number (Roland)
Device ID (For the PCR-30/50/80, fixed at 10H)
Model ID (V-LINK)
Command ID (DT1)
Address
V-LINK OFF
Checksum
EOX (End of Exclusive)
96
Status
F7H
Explanation
Exclusive status
ID number (Roland)
Device ID (For the PCR-30/50/80, fixed at 10H)
Model ID (V-LINK)
Command ID (DT1)
Address
Data
Model name (EDIROL PCR)
:
:
:
Checksum
EOX (End of Exclusive)
Status
F7H
Explanation
Exclusive status
ID number (Roland)
Device ID
Model ID #1 (PCR-30/50/80)
Model ID #1 (PCR-30/50/80)
Command ID (RQ1)
Address
Data
Data
Checksum
EOX (End of Exclusive)
The amount of data that can be transmitted at once is fixed for each type of data.
Data that does not have the specified starting address and data size will not be
received. Refer to the explanation in 3. Bulk Dump.
There must be an interval of at least 40 ms between each exclusive message that
is sent.
Also, you must leave an interval of at least 500 ms after transmitting one set of
bulk dump data.
MIDI implementatie
3. Bulk dump
– 64 x 128 hebben.
Met behulp van Bulk dump kunt u in één enkele handeling een grote hoeveelheid
gegevens overbrengen. U kunt deze functie bijvoorbeeld gebruiken om alle
instellingen van een apparaat in een computer of sequencer op te slaan.
Op de PCR-30/50/80 wordt een bulk dump verzonden als u het Bulk functie
commando BULK TX uitvoert. De bulk dump wordt in de vorm van diverse
exclusieve berichten verzonden.
Address
Parameter
Paketten
00H, 00H, 00H, 00H--00H, 00H, 1A, 7F
Huidig geheugen
27
* Er dient tussen elk exclusief bericht dat wordt verzonden een interval van
tenminste 40 ms te zitten.
* In geval van ALL BULK, wordt de inhoud van geheugen 1--F, achtereenvolgens
van geheugen 1 tot en met geheugen F, als huidig geheugen verzonden. Na het
verzenden van één set met bulk dump gegevens dient u een interval van
tenminste 500 ms vrij te laten.
* Houd er rekening mee dat als u de gegevens die door de PCR-30/50/80 zijn
gedumpt aanpast door de volgorde waarin de exclusieve berichten worden
verzonden te wijzigen, andere berichten tussen de systeem exclusieve berichten
in te voegen of door de timing van de transmissie te versnellen, het mogelijk is
dat de gegevens niet juist zijn ingesteld op het moment dat ze door de PCR-30/
50/80 worden ontvangen.
4. Aanvullend materiaal
●Decimale en Hexadecimale tabel
(In de hexadecimale notatie is er aan het eind van nummers een “H” toegevoegd).
In MIDI documentatie worden datawaarden en adressen/omvang van Exclusieve
bericht etc. voor elke 7 bits als hexadecimale waarden uitgedrukt.
De volgende tabel geeft weer hoe deze met decimale nummers overeenkomen.
fig.11-22e
Dec.
Hex.
Dec.
Hex.
Dec.
Hex.
Dec.
Hex.
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
00H
01H
02H
03H
04H
05H
06H
07H
08H
09H
0AH
0BH
0CH
0DH
0EH
0FH
10H
11H
12H
13H
14H
15H
16H
17H
18H
19H
1AH
1BH
1CH
1DH
1EH
1FH
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52
53
54
55
56
57
58
59
60
61
62
63
20H
21H
22H
23H
24H
25H
26H
27H
28H
29H
2AH
2BH
2CH
2DH
2EH
2FH
30H
31H
32H
33H
34H
35H
36H
37H
38H
39H
3AH
3BH
3CH
3DH
3EH
3FH
64
65
66
67
68
69
70
71
72
73
74
75
76
77
78
79
80
81
82
83
84
85
86
87
88
89
90
91
92
93
94
95
40H
41H
42H
43H
44H
45H
46H
47H
48H
49H
4AH
4BH
4CH
4DH
4EH
4FH
50H
51H
52H
53H
54H
55H
56H
57H
58H
59H
5AH
5BH
5CH
5DH
5EH
5FH
96
97
98
99
100
101
102
103
104
105
106
107
108
109
110
111
112
113
114
115
116
117
118
119
120
121
122
123
124
125
126
127
60H
61H
62H
63H
64H
65H
66H
67H
68H
69H
6AH
6BH
6CH
6DH
6EH
6FH
70H
71H
72H
73H
74H
75H
76H
77H
78H
79H
7AH
7BH
7CH
7DH
7EH
7FH
*
De decimale uitdrukking van het MIDI kanaal, programmawijziging etc. is één
groter dan de decimale waarde die in de bovenstaande tabel wordt
weergegeven.
*
Voor de hexadecimale uitdrukking van elke 7 bits is het per byte met gegevens
toegestaan om een maximum van 128 stappen (0--128) uit te drukken. Als de
data een grotere resolutie dan dit vereist, worden meervoudige bytes gebruikt.
Zo is aan x 128 +bb bijvoorbeeld een waarde die door de twee 7-bits bytes “aa”
en “bbH” wordt uitgedrukt.
*
In geval van getekende (+/-) gegevens: 00H = -64, 40H = +/-0 EN 7FH = +63;
d.w.z. een er wordt waarde gebruikt van 64 minder dan de decimale waarde
zoals in de bovenstaande tabel weergegeven. In geval van een tweebits waarde:
00, 00H = -8192, 40 00 = +/-0 en 7F 7F = +8191. Een waarde van bijvoorbeeld
“aa” en “bbH” zou een decimale expressie van aa bbH – 40 00H = aa x 128 + bb
*
In geval van gegevens die worden aangeduid als “gebruik nibble data”, wordt
een hexadecimale uitdrukking in eenheden van 4 bits gebruikt. Een nibbleuitgedrukte waarde van de twee bytes 0a en 0bH zou een waarde van a x 16 + b
hebben.
<Voorbeeld1>
Wat is de decimale uitdrukking van 5AH?
Uit de bovenstaande tabel blijkt dat 5AH = 90.
<Voorbeeld2>
Wat is de decimale uitdrukking van de 7-bits hexadecimale waarde 12 34 H?
Uit de bovenstaande tabel blijkt dat 12H = 18 en 34H = 52.
Daarom is dit
18 x 128 + 52 = 2356
<Voorbeeld3>
Wat is de decimale uitdrukking van de nibble-uitgedrukte waarde 0A 03 09
0D?
Uit de bovenstaande tabel blijkt dat 0AH = 10, 03H = 3, 09H = 9 en 0DH – 13.
Daarom is dit
((10 x 16 + 3) x 16 + 9) x 16 + 13 = 41885
<Voorbeeld3>
Wat is de nibble-uitgedrukte waarde van decimaal 1258?
1258 ÷ 16 = 78 (quotiënt) ... 10 (rest)
78 ÷ 16 = 4 (quotiënt) ... 14 (rest)
4 ÷ 16 = 0 (quotiënt) ... 4 (rest)
Uit de bovenstaande tabel blijkt dat 0 = 00H, 4 = O4H, 14 = OEH, 10 = OHA.
Daarom is de nibble-uitgedrukte waarde00 04 0E 0AH
●Voorbeeld van een daadwerkelijk MIDI bericht
<Voorbeeld 1> CE 04
CnH is de programmawijziging status. “n” is het MIDI kanaalnummer. EH = 14 en
04H = 04. Daarom is dit een programmawijziging bericht op MIDI kanaal 15 voor
programmanummer 05.
●Checksum berekening
Om te controleren of het bericht goed is ontvangen, voegen de Roland exclusieve
berichten (RQ1, DT1) aan het eind van de gegevens (voor de F7) een checksum toe.
De checksum waarde wordt bepaald door het adres en de gegevens (of omvang)
van het exclusieve bericht dat wordt verzonden.
❍De checksum berekenen
(Aan hexadecimale waarden is een “H” toegevoegd)
De checksum is een waarde die, als het adres, de omvang en de checksum zelf
worden opgeteld, in een lagere 7 bits van 0 uitkomt.
Specifiek is de berekening als volgt, als het exclusieve bericht dat u wilt verzenden
een adres van aa bb ccH en gegevens of omvang van dd ee ffH heeft.
aa + bb + cc + ee + ff = totaal
totaal ÷ 128 = quotiënt ... rest
128 – rest = checksum
* Echter, bij uitzondering is de checksum voor een rest van 0 niet 80H maar 00H.
97
MIDI implementatie
MIDI KEYBOARD CONTROLLER
MIDI Implementatiekaart
Model PCR-30/50/80
Verzonden
Functie...
Herkend
Basic
Channel
Default
Changed
1
1–16
X
X
Default
Messages
Altered
Mode 3
Mode
X
X
X
OMNI ON/OFF, MONO, POLY
**************
Note
Number : True Voice
**************
X
X
0–127
Velocity
Note On
Note Off
O (9n v=1–127)
O (9n v=0)
X
X
After
Touch
Key's
Channel's
O
O
X
X
O
X
O
X
O (0–127)
**************
X
X
System Exclusive
O
O
: Song Position
System
: Song Select
Common
: Tune Request
O
O (0–127)
O
X
X
X
: Clock
System
Real Time : Commands
O
O
X
X
Pitch Bend
0-119
Versie : 1.00
Opmerkingen
Control
Change
Program
Change
: True Number
O *1 (120)
: All Sound Off
: Reset All Controllers O *1 (121)
Aux
O
: Local On/Off
Messages : All Notes Off
O *1 (123)
O
: Active Sensing
O
: System Reset
Notes
Mode 1 : OMNI ON, POLY
Mode 3 : OMNI OFF, POLY
98
X
X
X
X
X
X
* 1 When PANIC is transmitted.
Mode 2 : OMNI ON, MONO
Mode 4 : OMNI OFF, MONO
O : Ja
X : Nee
Hoofdspecificaties
■ PCR-30/50/80: MIDI KEYBOARD CONTROLLER
● Keyboard
PCR-30: 32 toetsen (aanslaggevoelig)
PCR-50: 49 toetsen (aanslaggevoelig)
PCR-80: 61 toetsen (aanslaggevoelig)
● Controller
Geheugen knop
MIDI kanaal knop
Programmawijziging knop
Bewerking knop
V-LINK knop
Octaafverschuiving knop (+/-)
Transponeerknop
Toewijsbare knop (B1--6, L1--3)
Verbuiging/modulatie handel
Toewijsbaar draaiend volume (R1--8)
Toewijsbare schuif (S1--8)
Toewijsbaar pedaal (P1--2)
● Display
7 segmenten, 3 tekens (LED)
Stroomindicator
● Achterpaneel
Stroomschakelaar (USB BUS/OFF/DC IN)
● Aansluitingen
Hold pedaal jack
Expressiepedaal jack
MIDI jacks (IN/UIT)
USB jack
DC IN jack
● Stroomvoorziening
DC 9 V (adapter) of USB bus gevoed
● Stroomverbruik
300 mA (adapter)
300 mA (USB busvoeding)
● Afmetingen
PCR-30:
600 (L) x 232 (B) x 86,4 (H) mm
PCR-50:
833 (L) x 232 (B) x 86,4 (H) mm
PCR-80:
1.000 (L) x 232 (B) x 86,4 (H) mm
● Gewicht
PCR-30: 2,4 kg (exclusief adapter)
PCR-50: 3,3 kg (exclusief adapter)
PCR-80: 3,7 kg (exclusief adapter)
● Accessoires
Adapter (ACP serie)
CD-ROM
USB kabel
Handleiding
Sjabloonvellen (GM2/BLANKO)
● Opties
Pedaalschakelaar: DP serie
Expressiepedaal: EV serie
* De specificaties en/of het uiterlijk van dit apparaat zijn, in het belang van productverbetering,
onderhevig aan veranderingen zonder berichtgeving van tevoren.
99
Index
A
Adapter ...................................................................9
Adapter jack .........................................................12
Aanslag toewijzing ..............................................49
Algemene driver ..................................................76
ALL BULK ......................................................71, 73
Apparaat beheer (Device Manager)..................92
AppleTalk .............................................................27
ASSIGN COPY (TOEWIJZING KOPIËREN)...67
B
BANK ....................................................................40
Bankfunctie ...........................................................40
Bankselectie ..........................................................40
Bend Pitch Control ..............................................64
BENDER handel...................................................11
Bescherming (PROTECT) ...................................70
Bewerkfunctie (EDIT)..........................................45
Blok ........................................................................82
BULK .....................................................................71
Bus..........................................................................12
C
Channel (kanaal)..................................................82
Checksum .............................................................80
CONTROLE WIJZIGING TOEWIJZING .........52
Controller (regelaar).................................11-12, 46
Cubase ...................................................................86
D
DATA OUT...........................................................11
Data Set 1 ........................................................94, 96
DC ..........................................................................12
DEC knop..............................................................10
DECIMAAL ..........................................................78
Decimaal................................................................78
DECIMAL knop ...................................................11
Default device (standaard apparaat) ................23
Device Manager (Apparaat beheer)..................92
Display ..................................................................11
Driver.....................................................................13
100
Driver Signing opties .................................... 14, 18
De Driver verwijderen ........................................ 93
E
EDIT....................................................................... 45
EDIT knop ............................................................ 10
ENTER knop ........................................................ 11
EXPRESSION ....................................................... 12
F
F8 CLOCK STANDAARD TEMPO .................. 74
F8 CLOCK AAN/UIT......................................... 74
F8 CLOCK POORTINSTELLING ..................... 74
Fabrieksinstellingen opnieuw instellen
(FACTORY RESET) ............................................. 74
Find new hardware (nieuwe hardware
opsporen) wizard ................................................ 91
Fout........................................................................ 72
FreeMIDI............................................................... 29
G
GEEN TOEWIJZING (NO ASSIGN) ................ 66
Geheugen (MEMORY)........................................ 41
Geheugenfunctie.................................................. 41
GM2 System On................................................... 62
GS......................................................................87-88
H
H-ACTIVITY AAN/UIT .................................... 74
HEX ................................................................. 11, 78
HEX knop ............................................................. 10
Hexadecimaal....................................................... 78
HOLD .................................................................... 12
Huidig kanaal ...................................................... 10
I
INC knop .............................................................. 10
Invoermodus ........................................................ 78
K
Kanaal (Channel) ................................................. 82
Kanaaldruk........................................................... 49
KEYBOARD POORTINSTELLING .................. 74
Index
Knopfunctie ..........................................................78
Kopiëren (copy)....................................................46
L
Latch functie .........................................................78
LSB .........................................................................40
M
Mastervolume ......................................................63
MCR-8...............................................................85-86
MEMORY (geheugen).........................................41
MEMORY knop....................................................10
MIDI.......................................................................34
MIDI CH .........................................................38, 78
MIDI CH knop .....................................................10
MIDI Kanaalfunctie .............................................38
MIDI IN .................................................................79
MIDI IN/OUT aansluitingen.............................12
MIDI OUT.............................................................79
MIDI uitvoer.........................................................24
MSB........................................................................40
N
NO ASSIGN (GEEN TOEWIJZING)
NOOTTOEWIJZING ...........................................67
O
OCTAVE ...............................................................11
OMNI.....................................................................69
OMS .......................................................................26
Ontvangstfunctie .................................................71
Opslaan (SAVE) ...................................................68
Originele driver....................................................76
P
PANIC ...................................................................43
Paniekfunctie........................................................43
PCR ........................................................................79
PCR MIDI IN ........................................................79
PCR MIDI OUT ....................................................79
PCR1 ......................................................................79
PCR2 ......................................................................79
PLAY functie ........................................................37
Polifonische toetsdruk ........................................49
Poort ......................................................................79
Power (stroom) .................................................... 10
PROGRAM CHANGE .................................. 39, 78
PROGRAM CHANGE knop.............................. 10
PROGRAM CHANGE TOEWIJZING.............. 55
PROGRAMMAWIJZIGING (PROGRAM
CHANGE) ...................................................... 39, 78
Programmawijziging functie ............................. 39
PROTECT (BESCHERMING) ............................ 70
R
Regelaar (controller).................................11-12, 46
Regelaars............................................................... 10
RPN/NRPN TOEWIJZING ............................... 58
S
SAVE (opslaan) .................................................... 68
SINGLE BULK ............................................... 71, 73
Sjabloonvellen (Template).................................... 9
SNAPSHOT .......................................................... 42
Snapshotfunctie ................................................... 42
SONAR.................................................................. 85
Standaard apparaat (default device) ................ 23
STARTUP GEHEUGEN ..................................... 74
Stroomindicator ................................................... 10
Stroomschakelaar ................................................ 12
SYS EX. TOEWIJZING........................................ 60
Sys Ex. TOEWIJZING ......................................... 80
SYSTEEM .............................................................. 74
Systeem exclusief bericht.................................... 60
Systeem exclusieve berichten ............................ 94
T
Template vellen (sjabloonvellen) ........................ 9
TOEWIJZING KOPIËREN (ASSIGN COPY) .. 87
Toggle functie....................................................... 78
Transmissiefunctie .............................................. 73
TRANSPONEREN .............................................. 11
TRANSPOSE/ENTER knop .............................. 11
U
Unknow driver found (onbekende driver
gevonden) ............................................................. 92
USB .................................................................. 11, 17
USB aansluiting ................................................... 12
101
Index
USB DRIVER MODE ...........................................74
USB kabel ................................................................9
V
Veiligheidssleuf....................................................12
VELOCITY OFFSET ............................................74
Verbuigingshandel (BENDER) ..........................11
V-LINK ..................................................................10
V-LINK functie.....................................................10
V-LINK knop........................................................10
Voorkeursapparaat..............................................23
X
XG ..........................................................................89
102
Voor EU-Landen
Dit product voldoet aan de voorwaarden van Europese Richtlijnen EMC 89/336/EEC en LVD 73/23/EEC.
For the USA
FEDERAL COMMUNICATIONS COMMISSION
RADIO FREQUENCY INTERFERENCE STATEMENT
This equipment has been tested and found to comply with the limits for a Class B digital device, pursuant to Part 15 of the
FCC Rules. These limits are designed to provide reasonable protection against harmful interference in a residential
installation. This equipment generates, uses, and can radiate radio frequency energy and, if not installed and used in
accordance with the instructions, may cause harmful interference to radio communications. However, there is no guarantee
that interference will not occur in a particular installation. If this equipment does cause harmful interference to radio or
television reception, which can be determined by turning the equipment off and on, the user is encouraged to try to correct the
interference by one or more of the following measures:
— Reorient or relocate the receiving antenna.
— Increase the separation between the equipment and receiver.
— Connect the equipment into an outlet on a circuit different from that to which the receiver is connected.
— Consult the dealer or an experienced radio/TV technician for help.
This device complies with Part 15 of the FCC Rules. Operation is subject to the following two conditions:
(1) This device may not cause harmful interference, and
(2) This device must accept any interference received, including interference that may cause undesired operation.
Unauthorized changes or modification to this system can void the users authority to operate this equipment.
This equipment requires shielded interface cables in order to meet FCC class B Limit.
For Canada
NOTICE
This Class B digital apparatus meets all requirements of the Canadian Interference-Causing Equipment Regulations.
AVIS
Cet appareil num rique de la classe B respecte toutes les exigences du R glement sur le mat riel brouilleur du Canada.
Informatie
Als u een reparatiedienst nodig heeft, belt u het dichtstbijzijnde Roland Service Centrum of erkend Roland distributeur in
uw land, zoals hieronder getoond.
EUROPE
EDIROL (Europe) Ltd.
Studio 3.4 114 Power Road
London W4 5PY
U. K.
TEL: +44 (0)20 8747 5949
FAX:+44 (0)20 8747 5948
http://www.edirol.com/europe
Deutschland
TEL: 0700 33 47 65 20
France
TEL: 0810 000 371
Italia
TEL: 02 93778329
U. S. A. / CANADA
EDIROL Corporation North
America
425 Sequoia Drive, Suite 114
Bellingham, WA 98226
U. S. A.
TEL: (360) 594-4276
FAX: (360) 594-4271
http://www.edirol.com/
HONG KONG
Parsons Music Ltd.
8th Floor, Railway Plaza, 39
Chatham Road South, T.S.T,
Kowloon, HONG KONG
TEL: 2333 1863
EGYPT
Al Fanny Trading Office
9, EBN Hagar A1 Askalany Street,
ARD E1 Golf, Heliopolis,
Cairo 11341, EGYPT
TEL: 20-2-417-1828
REUNION
Maison FO - YAM Marcel
25 Rue Jules Hermann,
Chaudron - BP79 97 491
Ste Clotilde Cedex,
REUNION ISLAND
TEL: (0262) 218-429
SOUTH AFRICA
That Other Music Shop
(PTY) Ltd.
11 Melle St., Braamfontein,
Johannesbourg, SOUTH AFRICA
P.O.Box 32918, Braamfontein 2017
Johannesbourg, SOUTH AFRICA
TEL: (011) 403 4105
Paul Bothner (PTY) Ltd.
ARGENTINA
Instrumentos Musicales S.A.
INDIA
Rivera Digitec (India) Pvt. Ltd.
409, Nirman Kendra Mahalaxmi
Flats Compound Off. Dr. Edwin
Moses Road, Mumbai-400011,
INDIA
TEL: (022) 2493 9051
INDONESIA
PT Citra IntiRama
J1. Cideng Timur No. 15J-150
Jakarta Pusat
INDONESIA
TEL: (021) 6324170
KOREA
Cosmos Corporation
1461-9, Seocho-Dong,
Seocho Ku, Seoul, KOREA
TEL: (02) 3486-8855
MALAYSIA
AFRICA
CENTRAL/LATIN
AMERICA
BENTLEY MUSIC SDN BHD
140 & 142, Jalan Bukit Bintang
55100 Kuala Lumpur, MALAYSIA
TEL: (03) 2144-3333
PHILIPPINES
G.A. Yupangco & Co. Inc.
Av.Santa Fe 2055
(1123) Buenos Aires
ARGENTINA
TEL: (011) 4508-2700
BRAZIL
Roland Brasil Ltda
Rua San Jose, 780 Sala B
Parque Industrial San Jose
Cotia - Sao Paulo - SP, BRAZIL
TEL: (011) 4615 5666
CHILE
Roland Ireland
G2 Calmount Park, Calmount
Avenue, Dublin 12
Republic of IRELAND
TEL: (01) 4294444
NORWAY
Roland Scandinavia Avd.
Kontor Norge
Av. Toluca No. 323, Col. Olivar
de los Padres 01780 Mexico D.F.
MEXICO
TEL: (55) 5668-6699
URUGUAY
Viale delle Industrie 8,
20020 Arese, Milano, ITALY
TEL: (02) 937-78300
Lilleakerveien 2 Postboks 95
Lilleaker N-0216 Oslo
NORWAY
TEL: 2273 0074
Todo Musica S.A.
POLAND
339 Gil J. Puyat Avenue
Makati, Metro Manila 1200,
PHILIPPINES
TEL: (02) 899 9801
Francisco Acuna de Figueroa 1771
C.P.: 11.800
Montevideo, URUGUAY
TEL: (02) 924-2335
P. P. H. Brzostowicz
UL. Gibraltarska 4.
PL-03664 Warszawa POLAND
TEL: (022) 679 44 19
SINGAPORE
VENEZUELA
PORTUGAL
CRISTOFORI MUSIC PTE
LTD
Blk 3014, Bedok Industrial Park E,
#02-2148, SINGAPORE 489980
TEL: 6243-9555
TAIWAN
Musicland Digital C.A.
Av. Francisco de Miranda,
Centro Parque de Cristal, Nivel
C2 Local 20 Caracas
VENEZUELA
TEL: (212) 285-8586
ROLAND TAIWAN
ENTERPRISE CO., LTD.
EUROPE
Room 5, 9fl. No. 112 Chung Shan
N.Road Sec.2, Taipei, TAIWAN,
R.O.C.
TEL: (02) 2561 3339
AUSTRIA
THAILAND
Theera Music Co. , Ltd.
Saigon Music
Suite DP-8
40 Ba Huyen Thanh Quan Street
Hochiminh City, VIETNAM
Tel: (08) 930-1969
CHINA
2/F., No.30 Si You Nan Er Jie Yi
Xiang, Wu Yang Xin Cheng,
Guangzhou 510600, CHINA
Tel: (020) 8736-0428
IRELAND
Casa Veerkamp, s.a. de c.v.
Roland Austria GES.M.B.H.
Siemensstrasse 4, P.O. Box 74,
A-6063 RUM, AUSTRIA
TEL: (0512) 26 44 260
Houtstraat 3, B-2260, Oevel
(Westerlo) BELGIUM
TEL: (014) 575811
Roland Shanghai Electronics
Co.,Ltd.
(GUANGZHOU OFFICE)
Warehouse Area DEPO Pf.83
H-2046 Torokbalint, HUNGARY
TEL: (23) 511011
MEXICO
VIETNAM
10F. No.18 Anhuaxili
Chaoyang District, Beijing 100011
CHINA
TEL: (010) 6426-5050
Roland East Europe Ltd.
Roland Italy S. p. A.
P.O.BOX 23032, Claremont 7735,
SOUTH AFRICA
TEL: (021) 674 4030
Roland Shanghai Electronics
Co.,Ltd.
(BEIJING OFFICE)
HUNGARY
ITALY
BELGIUM/HOLLAND/
LUXEMBOURG
Roland Benelux N. V.
5F. No.1500 Pingliang Road
Shanghai 200090, CHINA
TEL: (021) 5580-0800
155, New National Road
Patras 26442, GREECE
TEL: 2610 435400
Rut.: 96.919.420-1
Nataniel Cox #739, 4th Floor
Santiago - Centro, CHILE
TEL: (02) 688-9540
330 Verng NakornKasem, Soi 2,
Bangkok 10100, THAILAND
TEL: (02) 2248821
Roland Shanghai Electronics
Co.,Ltd.
STOLLAS S.A.
Music Sound Light
Comercial Fancy II S.A.
17 Werdmuller Centre,
Main Road, Claremont 7708
SOUTH AFRICA
ASIA
GREECE
AUSTRALIA/
NEW ZEALAND
AUSTRALIA
Roland Corporation
Australia Pty., Ltd.
38 Campbell Avenue
Dee Why West. NSW 2099
AUSTRALIA
TEL: (02) 9982 8266
NEW ZEALAND
Roland Corporation Ltd.
32 Shaddock Street, Mount Eden,
Auckland, NEW ZEALAND
TEL: (09) 3098 715
DENMARK
Roland Scandinavia A/S
Nordhavnsvej 7, Postbox 880,
DK-2100 Copenhagen
DENMARK
TEL: 3916 6200
FRANCE
Roland France SA
4, Rue Paul Henri SPAAK,
Parc de l’Esplanade, F 77 462 St.
Thibault, Lagny Cedex FRANCE
TEL: 01 600 73 500
FINLAND
Roland Scandinavia As,
Filial Finland
Elannontie 5
FIN-01510 Vantaa, FINLAND
TEL: (0)9 68 24 020
GERMANY
Roland Elektronische
Musikinstrumente HmbH.
Oststrasse 96, 22844 Norderstedt,
GERMANY
TEL: (040) 52 60090
Tecnologias Musica e Audio,
Roland Portugal, S.A.
Cais Das Pedras, 8/9-1 Dto
4050-465 PORTO
PORTUGAL
TEL: (022) 608 00 60
ROMANIA
FBS LINES
Piata Libertatii 1,
RO-4200 Gheorgheni
TEL: (066) 164-609
RUSSIA
MuTek
3-Bogatyrskaya Str. 1.k.l
107 564 Moscow, RUSSIA
TEL: (095) 169 5043
SPAIN
Roland Electronics
de España, S. A.
Calle Bolivia 239, 08020
Barcelona, SPAIN
TEL: (93) 308 1000
SWEDEN
Roland Scandinavia A/S
SWEDISH SALES OFFICE
Danvik Center 28, 2 tr.
S-131 30 Nacka SWEDEN
TEL: (0)8 702 00 20
SWITZERLAND
Roland (Switzerland) AG
Landstrasse 5, Postfach,
CH-4452 Itingen,
SWITZERLAND
TEL: (061) 927-8383
UKRAINE
TIC-TAC
Mira Str. 19/108
P.O. Box 180
295400 Munkachevo, UKRAINE
TEL: (03131) 414-40
UNITED KINGDOM
Roland (U.K.) Ltd.
Atlantic Close, Swansea
Enterprise Park, SWANSEA
SA7 9FJ,
UNITED KINGDOM
TEL: (01792) 702701
MIDDLE EAST
BAHRAIN
Moon Stores
No.16, Bab Al Bahrain Avenue,
P.O.Box 247, Manama 304,
State of BAHRAIN
TEL: 211 005
CYPRUS
Radex Sound Equipment Ltd.
17, Diagorou Street, Nicosia,
CYPRUS
TEL: (022) 66-9426
IRAN
MOCO, INC.
No.41 Nike St., Dr.Shariyati Ave.,
Roberoye Cerahe Mirdamad
Tehran, IRAN
TEL: (021) 285-4169
ISRAEL
Halilit P. Greenspoon &
Sons Ltd.
8 Retzif Ha aliya Hashnya St.
Tel-Aviv-Yafo ISRAEL
TEL: (03) 6823666
JORDAN
AMMAN Trading Agency
245 Prince Mohammad St.,
Amman 1118, JORDAN
TEL: (06) 464-1200
KUWAIT
Easa Husain Al Yousifi Est.
Abdullah Salem Street,
Safat, KUWAIT
TEL: 243-6399
LEBANON
Chahine S.A.L.
Gerge Zeidan St., Chahine Bldg.,
Achrafieh, P.O.Box: 16-5857
Beirut, LEBANON
TEL: (01) 20-1441
QATAR
Badie Studio & Stores
P.O. Box 62,
Doha, QATAR
TEL: 423554
SAUDI ARABIA
aDawliah Universal
Electronics APL
Corniche Road, Aldossary Bldg.,
1st Floor, Alkhobar,
SAUDI ARABIA
P.O.Box 2154, Alkhobar 31952
SAUDI ARABIA
TEL: (03) 898 2081
SYRIA
Technical Light & Sound
Center
Khaled Ebn Al Walid St.
Bldg. No. 47, P.O.BOX 13520,
Damascus, SYRIA
TEL: (011) 223-5384
TURKEY
Barkat Muzik aletleri ithalat
ve ihracat Ltd Sti
Siraselviler Caddesi Siraselviler
Pasaji No:74/20
Taksim - Istanbul, TURKEY
TEL: (0212) 2499324
U.A.E.
Zak Electronics & Musical
Instruments Co. L.L.C.
Zabeel Road, Al Sherooq Bldg.,
No. 14, Grand Floor, Dubai, U.A.E.
TEL: (04) 3360715