INHOUD VAN DE VERPAKKING
KORTE HANDLEIDING
NEDERLANDS ( 2 – 6 )
2
INHOUD VAN DE VERPAKKING
•
•
•
•
•
QX49
USB-kabel
Software DVD
Korte handleiding
Veiligheidsinstructies en garantie-informatie
AANSLUITINGEN
Raadpleeg onderstaande instructies om de QX49 aan
te sluiten.
1.
Wanneer u in uw installatie geen gebruik maakt
van een computer of wanneer u een externe
voeding voor de QX49 wilt gebruiken, kunt u een
9 V DC, 500 mA voedingsadapter aansluiten met
een 5.5 mm holle pen aansluiting, plus op het
midden.
2.
NETADAPTER (niet
meegeleverd)
Stuit een USB-kabel vanaf de computer aan op
de QX49. DE QX49 wordt gevoed via de USBaansluiting. Wanneer u de QX49 voor de eerste
keer op de computer aansluit, worden
automatisch de benodigde stuurprogramma's
geïnstalleerd (wanneer u een PC gebruikt zal er
een
dialoogscherm
verschijnen
met de
mededeling dat de nieuwe hardware klaar is voor
gebruik).
COMPUTER (niet
meegeleverd)
Wanneer u gebruik wilt maken van een externe
geluidsmodule kunt u een 5-pens MIDI-kabel
aansluiten vanaf de KEYBOARD MIDI-OUT
aansluiting van de QX49 naar de MIDI-IN
aansluiting van de externe module.
SUSTAIN PEDAAL
(niet meegeleverd)
EXTERNE GELUIDSMODULE
(niet meegeleverd)
OVERZICHT ACHTERPANEEL
1.
DC VOEDING INGANG – aansluiting voor
een 9 V DC, 500 mA voedingsadapter, holle
pen aansluiting, 5.5 mm met plus op het
(los leverbaar) wanneer u de
midden (apart
QX49 niet via de USB-aansluiting van
spanning wilt voorzien.
2.
POWER SCHAKELAAR– Spanning inof uitschakelen. Wanneer u een
voedingsadapter gebruikt
(apart leverbaar), zet de schakelaar op
"POWER" om in te schakelen. Wanneer u de QX49 via de USB-aansluiting wilt voeden, zet u de
schakelaar op"USB" om in te schakelen.
3.
USB-AANSLUITING – Aansluiting voor een standaard USB-kabel naar de USB-aansluiting van de
computer. De USB-aansluiting van de computer zal de spanning voor de QX49 leveren. Deze
aansluiting wordt gebruikt om MIDI-gegevens van de computer te ontvangen en naar de computer te
sturen en kan ook worden gebruikt om MIDI-gegevens van de computer te versturen naar een apparaat
dat is aangesloten op de MIDI-OUT aansluiting van de QX49.
4.
KEYBOARD MIDI-OUT – Gebruik een 5-pens MIDI-kabel (apart leverbaar) om deze aansluiting te
6
3
5
4
3
2
1
INHOUD VAN DE VERPAKKING
verbinden met de MIDI-IN aansluiting van een extern apparaat.
5.
KEYBOARD MIDI-OUT – Gebruik een 5-pens MIDI-kabel (los leverbaar) om deze aansluiting te
verbinden met de MIDI-IN van een externe geluidsmodule. Een externe geluidsmodule die op deze
uitgang is aangesloten kan vanaf uw computer worden bediend (aangesloten op de USB-aansluiting).
6.
SUSTAIN PEDAAL INGANG – Aansluiting voor een 1/4" TS sustainpedaal (apart leverbaar).
4
OVERZICHT BEDIENINGSPANEEL
16
14 14
1
14
14
14 14 14
14
15
15
15
16
16
3
4
6
6
8
9
16
16
15
16
16
16
17
17
17
17
17
17
5
7
10
11
11
12
13
2
1.
LCD-display – Weergave van de gegevens, waarden, instellingen etc. van de QX49 en de functies.
2.
TOETSENBORD – Het TOETSENBORD werkt bij het spelen net als een normaal toetsenbord van een elektronische
piano maar kan ook worden gebruik om de MIDI-instellingen te wijzigen en MIDI-berichten te versturen. De labels boven
de toetsen geven de functie aan. De cijfertoetsen worden gebruikt om de waarden van de instellingen in te voeren. Druk
op de Enter toets om uw invoer te bevestigen.
ADVANCED – Druk op deze toets om de geavanceerde of secundaire functies van de QX49 te activeren. Hiermee kunt u
MIDI-kanalen toewijzen, de regelaars instellen, de gevoeligheidscurven instellen etc. (alleen wanneer de schakelaar
oplicht) Zie het hoofdstuk GEAVANCEERDE FUNCTIES voor het kiezen en instellen van deze toewijzingen en waarden.
ZONE RNG – Druk op deze toets om de MIDI-note range van een Zone met behulp van het TOETSENBORD toe te wijzen.
3.
4.
5.
6.
7.
ZONE GRP – Druk op deze knop om met behulp van de TRANSPORT CONTROL toetsen de zones of groepen in of uit te
schakelen.
-/+ – Verhoogt/verlaagt de waarde die op de LCD-display wordt weergegeven. U kunt deze knoppen gebruiken om het
nummer bij het opslaan of oproepen van de preset te kiezen. Druk beide knoppen gelijktijdig in om de Snapshot functie te
activeren. Hiermee worden de huidige waarden van de DATA SLIDERS, MODULATIEWIEL, PITCH BEND WIEL,
KNOPPEN en het expressiepedaal (indien aangesloten) verzonden.
MUTE – Met deze toets worden alle besturingselementen van de QX49 uitgeschakeld met uitzondering van het
TOETSENBORD. Op de LCD wordt "MUTE" weergegeven. Door MUTE en NULL gelijktijdig in te drukken wordt er een
MIDI-panic bericht verzonden waardoor alle besturingselementen op nul worden gezet en een All Notes Off bericht wordt
verzonden.
RECALL – Met deze toets kunt u een van de 20 beschikbare presets van de QX49 (01-20) oproepen. Wanneer
"RECALL" op de LCD knippert, kunt u met behulp van de -/+ toetsen een preset kiezen (zie het hoofdstuk
GEAVANCEERDE FUNCTIES voor informatie over het opslaan van presets.) U kunt RECALL en PROGRAM gelijktijdig
indrukken om het globale MIDI-kanaal van de QX49 in te stellen.
9.
PROGRAM – Druk deze toets in om het huidige programma (0-127) te wijzigen. Wanneer de toets oplicht, kunt u met
behulp van de -/+ toetsen of de numerieke toetsen op het TOETSENBORD het programmanummer wijzigen. U kunt
RECALL en PROGRAM gelijktijdig indrukken om het globale MIDI-kanaal van de QX49 in te stellen.
10.
NULL – Met deze toets kunt u de besturingselementen van de QX49 uitschakelen wanneer u een nieuwe preset oproept.
Het wijzigen van de besturingselementen zal geen MIDI-gegevens verzenden totdat het besturingselement op dezelfde
positie staat als bij het laatste gebruik van deze preset. Hierdoor kunt u voorkomen dat de waarden van de parameters
gaan "springen". Door MUTE en NULL gelijktijdig in te drukken wordt er een MIDI-panic bericht verzonden waardoor alle
besturingselementen op nul worden gezet en een All Notes Off bericht wordt verzonden.
11. OCTAVE/TRANSPOSE UP/DOWN – Druk op één van deze toetsen om het TOETSENBORD een octaaf omhoog of
omlaag te transponeren.
Druk beide toetsen gelijktijdig en vervolgens één van de toetsen om het TOETSENBORD 12 halve tonen in de gewenste
richting te transponeren.
12. PITCH BEND WHEEL – Stuurt een MIDI-Pitch Bend bericht om de toonhoogte tijdelijk te verhogen of verlagen.
8.
MODULATION WHEEL – Dit wiel kan worden gebruikt om continu gegevens van de controller te verzenden (CC #1 of
modulatiediepte).
14. DATA SLIDERS – Met deze schuifregelaars kunnen MIDI-gegevens worden verzonden om de momenteel in de software
geselecteerde parameters te wijzigen.
15.
TRIGGER PADS – Deze aanslaggevoelige pads verzenden een MIDI-note wanneer ze worden ingedrukt. U kunt deze
pads gebruiken om drumaanslagen of andere samples in de software te activeren.
16. KNOPPEN – Met deze knoppen kunnen MIDI-gegevens worden verzonden om de momenteel in de software
geselecteerde parameters te wijzigen.
17.
TRANSPORT CONTROLS – Met deze toetsen kunnen de weergave- en opnamefuncties van de software worden
bediend (play, stop, record, etc.). Deze toetsen worden ook gebruikt om de zones en groepen op het toetsenbord te
selecteren.
13.
5
GEAVANCEERDE FUNCTIES
FACTORY RESET: Om de fabrieksinstellingen van de QX49 te herstellen, waardoor alle presets en andere opgeslagen
waarden worden gewist, kunt u de meest linker en rechter TRANSPORT CONTROL knoppen indrukken en vasthouden ("loop"
en "record") terwijl u de QX49 inschakelt.
GLOBAL MIDI-CHANNEL: U kunt het globale MIDI-kanaal van de QX49 toewijzen door de volgende stappen te volgen:
1.
Druk RECALL en PROGRAM gelijktijdig in. Op de LCD-display verschijnt "GLOB CHAN" en het huidige globale kanaal
wordt weergegeven.
2.
Met behulp van de numerieke toetsen van het toetsenbord kunt u het gewenste kanaal instellen (1-16).
3.
Druk op de ENTER toets op het TOETSENBORD om uw keuze te bevestigen.
RECALL: Een opgeslagen preset opvragen:
1.
Druk op RECALL. Op de LCD-display zal "RECALL" gaan
knipperen naast de huidige preset.
2.
Kies met behulp van de -/+ toetsen het nummer van de gewenste
preset.
3.
Wacht een paar seconden tot "RECALL" van de LCD-display
verdwijnt
Let op: Wanneer u een preset opvraagt, heeft
dit alleen effect op de instellingen van de
momenteel geselecteerde groepen. Groepen
die niet zijn geselecteerd worden niet
gewijzigd.
TRANSPOSE: In plaats van alleen maar het register van het TOETSENBORD te wijzigen (octaafbereik), kunt u het
TOETSENBORD in stappen van een halve toon transponeren.
1.
Druk hiervoor beide OCTAVE / TRANSPOSE toetsen gelijktijdig in. Op de LCD-display verschijnt "TRANS".
2.
Gebruik de OCTAVE/TRANSPOSE UP/DOWN toetsen om de transpositie van het TOETSENBORD te vergroten of
verkleinen. U kunt het TOETSENBORD 12 halve tonen omhoog of omlaag transponeren. De standaardwaarde is "00"
(geen transpositie).
3.
Raak de toetsen OCTAVE/TRANSPOSE UP/DOWN een aantal seconden niet aan. U kunt op het TOETSENBORD
verder spelen met de nieuwe transpositie wanneer "TRANS" op de LCD-display stopt met knipperen.
Druk voor deze functies de toets ADVANCED in om de Edit Mode in te schakelen. Wanneer u klaar bent met het instellen
van al uw wijzigingen, drukt u op ADVANCED om de Edit Mode te verlaten.
CC# ASSIGN: Wijst CC# aan voor elke gewenste DATA SLIDER, TRIGGER PAD, of KNOP:
1.
Druk de CTRL ASSIGN toets op het TOETSENBORD in. Op de LCD-display verschijnt "CC".
2.
Schuif de DATA SLIDER of KNOP in of druk op het TRIGGER PAD waarvan u de CC# wilt toewijzen. De huidige CC#
verschijnt op de LCD-display.
3.
Met behulp van de numerieke toetsen van het toetsenbord kunt u de gewenste C/C# invoeren.
4.
Druk op de ENTER toets op het TOETSENBORD om uw keuze te bevestigen.
CHANNEL ASSIGN: Toewijzen van het MIDI-kanaal voor het verzenden van de berichten van de DATA SLIDERS, TRIGGER
PADS, of KNOPPEN:
1.
Druk de CHAN ASSIGN toets op het TOETSENBORD in. Op de LCD-display gaat "CHAN" knipperen.
2.
Schuif de DATA SLIDER of KNOP in of druk op het TRIGGER PAD waarvan u het kanaal wilt toewijzen. Het huidige MIDIkanaal verschijnt op de LCD-display.
3.
Met behulp van de numerieke toetsen van het toetsenbord kunt u het gewenste kanaal instellen. U kunt hierbij 0-16
invoeren, 0 is het globale kanaal.
4.
Druk op de ENTER toets op het TOETSENBORD om uw keuze te bevestigen.
VELOCITY LOCK: Vergrendeld de gevoeligheid van de TRIGGER PADS zodat deze steeds een constante aanslag verzenden.
1.
Druk het gewenste TRIGGER PAD en de gewenste aanslaggevoeligheid in (de gevoeligheid verschijnt op de LCD-display).
2.
Druk de VEL LOCK toets op het TOETSENBORD in. Op de LCD-display verschijnt "LOC" om aan te geven dat de
gevoeligheid van de TRIGGER PAD is vergrendeld. (Herhaal de stappen 2-3 om de vergrendeling op te heffen, op de
LCD-display verschijnt "OFF").
BANK LSB/MSB: Verzend het LSB (Least Significant Byte) de MSB (Most Significant Byte):
1.
Druk op de MSB of LSB toets op het TOETSENBORD.
2.
Met behulp van de numerieke toetsen van het TOETSENBORD kunt u de MSB of LSB instellen (0-127).
3.
Druk op de ENTER toets op het TOETSENBORD om uw keuze te bevestigen.
STORE: Slaat de instellingen van de regelaars van de QX49 in een preset op:
1.
Druk de STORE toets op het TOETSENBORD in. Op de LCD-display zal "STORE" gaan knipperen naast de huidige preset.
2.
Met behulp van de numerieke toetsen van het toetsenbord kunt u de gewenste preset kiezen (01-20).
3.
Druk op de ENTER toets op het TOETSENBORD om uw keuze te bevestigen.
ZONE CHANNEL: Wijst het MIDI-kanaal toe dat de Zone controllers van de QX49 gebruiken om de MIDI-berichten te versturen.
1.
Druk de ZONE CHAN toets op het TOETSENBORD in. Op de LCD-display gaat "ZONE CHAN" knipperen.
2.
Met behulp van de numerieke toetsen van het toetsenbord kunt u het gewenste kanaal instellen. U kunt hierbij 0-16
invoeren, 0 is het globale kanaal.
3.
Druk op de ENTER toets op het TOETSENBORD om uw keuze te bevestigen.
CONTROL SELECT: Hiermee kunt u de bedieningselementen van de QX49 programmeren.
1.
Druk de CTRL SELECT toets op het TOETSENBORD in. Op de LCD-display verschijnt de naam van het laatst gebruikte
6
GEAVANCEERDE FUNCTIES
bedieningselement.
2.
Kies het gewenste bedieningselement door deze te bewegen of met behulp van de -/+ toetsen totdat de naam op de LCDdisplay verschijnt.
3.
Met behulp van de numerieke toetsen van het toetsenbord kunt u voor het resp. bedieningselement de controller-ID
instellen (0-9).
4.
Druk op de ENTER toets op het TOETSENBORD om uw keuze te bevestigen.
7
CURVE: Hiermee kunt u de gevoeligheidscurven van de TRIGGER PADS en KNOPPEN instellen.
1.
Druk de CURVE toets op het TOETSENBORD in. Op de LCD-display gaat de huidige gevoeligheidscurve knipperen.
2.
Met behulp van de numerieke toetsen van het TOETSENBORD kunt u het gewenste nummer van de curve instellen.
3.
Druk op de ENTER toets op het TOETSENBORD om uw keuze te bevestigen.
MIDI-OUT: De QX49 heeft twee MIDI-OUT aansluitingen– COMPUTER MIDI-OUT en KEYBOARD MIDI-OUT – die verschillende
MIDI-gegevens versturen. U kunt de QX49 instellen om de MIDI-gegevens via één, beide of geen van deze aansluitingen te
versturen.
1.
Druk op de MIDI-OUT toets op het TOETSENBORD om de kiezen uit de mogelijke opties.
• Wanneer op de LCD-display "USB" wordt weergegeven, worden de MIDI-gegevens die vanaf een computer
worden verzonden (aangesloten op de USB-aansluiting van de QX49) verzonden via COMPUTER MIDI-OUT.
• Wanneer op de LCD-display "KEYBOARD" wordt weergegeven, zal de QX49 de MIDI-gegevens
verzenden via KEYBOARD MIDI-OUT.
• Wanneer zowel "USB" als "KEYBOARD" op de LCD-display worden weergegeven, zullen de MIDI-gegevens
via beide MIDI-poorten worden verzonden. De aansluiting COMPUTER MIDI-OUT zal alle MIDI-berichten die door
een computer (aangesloten op de USB-aansluiting van de QX49) doorsturen en elke actie op de QX49 zal zijn
eigen MIDI-berichten verzenden via KEYBOARD MIDI-OUT.
• Wanneer "USB" en "KEYBOARD" beiden niet op de LCD-display worden weergegeven, zijn beide MIDIpoorten uitgeschakeld.
2.
Druk op de toets ADVANCED wanneer u klaar bent.
ZONES
Het MIDI-note bereik van de QX49 kan worden opgesplitst in drie Zones die u zelf kunt toewijzen. Deze zones kunnen elkaar
wederzijds uitsluiten of overlappen (of zelfs identiek zijn).
Met Zones heeft u de mogelijkheid om verschillende of overlappende delen van het TOETSENBORD gelijktijdig via
verschillende MIDI-kanalen te spelen. U kunt bijvoorbeeld het lage register van het toetsenbord via kanaal 1 versturen, het hoge
register via kanaal 2 en het volledige toetsenbord via het globale kanaal.
Zie de paragraaf over ZONE CHANNEL hierboven om het kanaal van een zone toe te wijzen.
Toewijzen van toetsen aan een zone:
1.
Druk op ZONE RNG. Op de LCD-display gaat "ZONE RANGE" knipperen. Op de LCD-display worden ook de hoogste
en laagste MIDI-notes van de zone aangeven.
2.
Met behulp van de drie linker TRANSPORT CONTROL knoppen (met label ZONE 1-3) kunt u kiezen welke zone (of
zones) u wilt instellen. De gekozen zones gaan op de LCD-display knipperen.
3.
Druk de laagste noot voor de zone op het TOETSENBORD in.
4.
Druk de hoogste noot voor de zone op het TOETSENBORD in.
5.
Wacht een paar seconden tot "ZONE RANGE" van de LCD-display verdwijnt. Het bereik van de nieuwe zone (of zones)
ligt nu tussen de toetsen (inclusief de toetsten zelf) die u in stap 3 en 4 heeft ingedrukt.
Let op: Elke zone kan worden toegewezen aan elk bereik op het toetsenbord, ongeacht de andere zones. U kunt ook zones
toewijzen die elkaar op het TOETSENBORD overlappen. Het is ook niet noodzakelijk dat zone 1 de meest linker en zone 3 de
meest rechter zone is.
GROEPEN
Bij het opslaan van preset op de QX49 kunt u de instellingen van verschillende combinaties van besturingselementen opslaan.
De besturingselementen van de QX49 zijn verdeeld in groepen zoals hieronder aangegeven:
Groep A
TOETSENBORD
PROGRAMMA
BANK LSB
BANK MSB
Zone-instellingen
Groep B
TRIGGER PADS
TRANSPOSITIE
DATA SLIDERS
KNOPPEN
Groep C
PITCH WIEL
MODULATIEWIEL
Sustain pedaal (apart leverbaar)
Wanneer u een preset opslaat kunt u elke combinatie van deze drie groepen kiezen. De instellingen van de
besturingselementen in deze groepen worden in de preset opgeslagen.
De groepen kiezen die in de preset worden opgeslagen:
1.
Druk op ZONE GRP.
2.
Gebruik de TRANSPOSITIE toetsen (labels GROUP A-C) om de groep (of groepen) te kiezen die worden opgeslagen.
De gekozen groepen worden op de LCD-display weergegeven. (er moet ten minste één groep worden gekozen)
3.
Wanneer u klaar ben, drukt u op ZONE GRP.
Zie de paragraaf OPSLAAN en OPVRAGEN om een preset op te slaan of op te vragen.
Let op: Wanneer u een preset opvraagt, heeft dit alleen effect op de instellingen van de momenteel geselecteerde groepen.
Groepen die niet zijn geselecteerd worden niet gewijzigd.
8
STORINGEN OPLOSSEN
PROBLEEM
De display blijft donker
OORZAAK
OPLOSSING
Controleer of de QX49 op uw computer is
aangesloten en dat de computer is ingeschakeld.
Geen spanning.
Wanneer u gebruik maakt van een adapter moet u
controleren of de adapter op een stopcontact is
aangesloten.
Controleer de USB-aansluiting op de computer om er
zeker van te zijn van de QX49 wordt herkend. Indien
nodig kunt u de verbinding opnieuw aansluiten en uw
computer opnieuw opstarten.
De QX49 is niet
correct
aangesloten.
Controleer bij het aansturen van een externe
hardwaremodule dat de MIDI-kabel vanaf de QX49
goed is aangesloten op de MIDI-IN aansluiting van de
module.
Geen geluid uit het apparaat.
De QX49 is aangesloten
nadat de software is
opgestart
Start de software opnieuw op nadat de controller is
aangesloten.
Het probleem wordt
veroorzaakt door gebruik
van een USB-hub.
Verbreek de verbinding van de QX49 met de
USB-hub en sluit de QX49 direct op de computer
aan.
De software is niet ingesteld
om MIDI-gegevens van de
QX49 te ontvangen.
Zorg er voor dat de QX49 of het USB MIDI-apparaat
vermeld staat als actieve MIDI-bron in de software. De
MIDI-instellingen kunnen normaal gesproken in de
software worden aangepast via het menu voorkeuren.
Het MIDI-kanaal van de
QX49 is niet hetzelfde als het
MIDI-IN kanaal van de
software.
Noten worden continu
aangehouden.
Het sustainpedaal is
aangesloten of losgekoppeld
nadat de QX49
is ingeschakeld.
Hangende noten als
gevolg van
onvolledige MIDIgegevens.
9
Zorg er voor dat de QX49 de MIDI-informatie
verzendt op het kanaal dat de software verwacht.
Door MUTE en NULL gelijktijdig in te drukken wordt er
een MIDI-panic bericht verzonden waardoor alle
besturingselementen op nul worden gezet en een All
Notes Off bericht wordt verzonden. Wanneer dat geen
oplossing biedt, kunt u de QX49 uitschakelen, een paar
seconden wachten en opnieuw inschakelen.
SPECIFICATIES
VOEDING:
USB, 9 V DC, 500 mA, plus op het midden, 5.5 mm holle pen aansluiting (apart
leverbaar)
TOETSENBORD:
49 toetsen
PADS, KNOPPEN:
4 aanslaggevoelige pads, 8 knoppen
ACCESSOIRES:
Korte handleiding, USB-kabel
MIDI-UITGANGEN:
2x 5-pens aansluiting
USB:
1 slave aansluiting (MIDI-over USB)
http://www.alesis.com/qx49
DIT APPARAAT VOLDOET AAN HOOFDSTUK 15 VAN DE FCC RICHTLIJNEN. GEBRUIK IS TOEGESTAAN
ONDER DE VOLGENDE TWEE VOORWAARDEN: (1) DIT APPARAAT MAG GEEN SCHADELIJKE STORING
VEROORZAKEN EN (2) DIT APPARAAT MOET ALLE ONTVANGEN STORING ABSORBEREN, INCLUSIEF
STORING DIE ONGEWENSTE WERKING KAN VEROORZAKEN.
1
0
MIDI-IMPLEMENTATIE
Verzenden/Export
Herkennen/Import
Opmerkingen
MIDI-kanalen
1-16
Nee
Standaard = 1
Nummers van de noten
1-128
Nee
Met octaaf +/- toetsen
Programmawisselingen
1-128
Nee
Bank Select response
Ja
Nee
Ondersteunde modi: Mode 1: Omni-On,
Poly Mode 2: Omni-On,
Mono Mode 3: Omni-Off,
Poly Mode 4: Omni-Off,
Mono Multi Mode
Nee
Nee Ja
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Note-On Velocity
Ja
Nee
Note-Off Velocity
Nee
Nee
Kanaal aftertouch
Ja
Nee
Poly (Key) aftertouch
Nee
Nee
Pitch bend
Ja
Nee
Active sensing
Nee
Nee
System reset
Ja
Nee
Tune request
Nee
Nee
Universal System Exclusive
Nee
Nee
Manufacturer of Non-Commercial System
Exclusive
Nee
Nee
NRPN's
Ja
Nee
Toewijsbaar aan de pads
en transpositie-instellingen
RPN's
Ja
Nee
Toewijsbaar aan de pads
en transpositie-instellingen
MIDI-klok
Nee
Nee
Song Position Pointer
Nee
Nee
Song select
Nee
Nee
Start
Continue
Stop
Record
Vooruitspoelen
Terugspoelen
Ja Nee
Ja Ja
Ja Ja
Nee Nee
Nee Nee
Nee
Nee
Nee
MIDI Time Code
Nee
Nee
MIDI Machine Control
Nee
Nee
MIDI Show Control
Nee
Nee
1. Basisinformatie
0-127
Via CC instelling,
indien toegewezen
2. MIDI timing en synchronisatie
27
Start = CC 115
Stop = CC 114
Record = CC 116
Fast-forward = CC 117
Rewind = CC 118
www.alesis.com
7-51-0329-A