Montage- en
bedieningshandleiding
EMOTEC B6000
NL
Made in Germany
IP x4
Druck Nr. 29342340nl /
20.07
IInhoudsopgave
Leveringsomvang
Technische gegevens
Algemene instructies bij saunabaden
Algemene veiligheidsbepalingen
Montage van de besturing
Wandbevestiging
Elektrische aansluiting
Aansluiting van de saunakachel
Aansluiting van de saunalamp
Aansluiting van de sensorleidingen
Montage van de kachelsensor
Bediening
Toetsfuncties
Symbolen
Eerste inschakelen van het apparaat
Temperatuuraanduiding
Vooringestelde parameters
Verwarmingstijd
Opmerkingen bij de programmering
Starten via schakelklok
Begrenzing van de verwarmingstijd
Veranderen van de vooringestelde temperatuur
Temperatuurinstelling
Programmering ventilatorbedrijf
De apparaatschakelaar
Foutindicatie
Andere mogelijke fouten zonder indicatie en hun oorzaken
Aansluitschema
2
NL
Leveringsomvang (wijzigingen voorbehouden)
Tot de leveringsomvang van de besturing behoren:
1.een kachelsensorprint met vertemperatuurbeveiliging, een KTY-sensor en sensorhuis,
twee bevestigingsschroeven 3 x 25 mm en een sensorkabel ca. 1,7m lang, wit en rood,
2. een plastic zakje met drie bevestigingsschroeven 4 x 20 mm .
3. een reserveovertemperatuurbeveiliging.
Technische gegevens
Nominale spanning:
400 V 3 N 50 Hz AC
Schakelvermogen:
max. 9 kW ohmse belasting (AC1-bedrijf) uitbreidbaar
door aansluiting van vermogensschakelaars tot 36 kW
Begrenzing verwarmingstijd:
6h
Display:
LCD, achtergrondverlichting
Beschermingsgraad:
I
Px4 volgens DIN 40050, spatwaterbestendig
Regelbereik saunabedrijf:
30 tot 115 °C
Sensorsysteem:
KTY-sensor met veiligheidstemperatuurbegrenzer 139 °C
Regelkarakteristiek:
digitale tweepuntsregeling
Ventilatorcapaciteit:
max. 100 VA max. 450 mA (alleen ventilator zonder aan
loop-condensator)
Licht:
max. 100 VA max. 450 mA (alleen ohmse belasting)
Foutindicatie:
via gevarendriehoek (knipperend) en foutcode op LCD
Omgevingstemperaturen:
0 °C tot +40 °C
Opslagtemperaturen:
-20 °C tot +70 °C
De bescherming van licht en ventilator kan met max.
in elk geval 500 mA langzaam-handelt plaatsvinden.
In het geval van hogere bescherming bestaat het
brandrisic.
NL
3
Algemene instructies bij saunabaden
Geachte klant,
Met deze saunabesturing hebt u zich een
hoogwaardig elektronisch apparaat aangeschaft, dat volgens de recentste normen en
kwaliteitsrichtlijnen werd ontwikkeld en
vervaardigd.
Om veiligheidsredenen is de temperatuursensor met de overtemperatuurbeveiliging
ergens boven de kachel tegen het plafond
van de cabine geplaatst, omdat de heetste
zone in de cabine zich gewoonlijk hier bevindt.
Denk eraan dat voor een aangenaam, typisch saunaklimaat in uw cabine altijd een
optimale samenwerking tussen saunacabine, saunakachel en sauna-besturing
gegarandeerd moet zijn.
Hierdoor zal er altijd een temperatuur-verschil zijn tussen de temperatuursensor van
de besturing en uw thermometer in de cabine.
Met deze hoogwaardige saunabesturing
"bedient" u uw sauna-installatie, en met de
talrijke individuele programmeer-mogelijkheden zult u zeker snel de instellingen vinden waarbij u zich het beste voelt.
Zo is het bijv. mogelijk dat bij een ingestelde temperatuur van 100 °C uw thermometer een waarde van 85 - 90 °C aanduidt.
Deze komt dan ook overeen met de gebruikelijke klimaatwaarden in de cabine.
De ervaring in de sauna is subjectief, daarom is de eigen ervaring of die van de familie echt wel nodig om de individuele instellingen te vinden.
Gebruik voor de cabine verlichting uitsluitend gloeilampen. Geen TL-lampen, spaarlampen of gasontladingslampen gebruiken.
Af fabriek wordt voor de Finse sauna 95 °C
standaard ingesteld. Voor de stoomsauna
bedragen de standaardinstellingen 60 °C
en 60% vochtigheid.
Zorg altijd voor voldoende hygiëne. Leg altijd een hand- of baddoek onder u, zodat er
geen zweet op het hout druppelt.
Om uw cabine tegen mogelijke beschadigingen door de stoom te beschermen, raden wij aan om na elk stoombad de cabine na te warmen resp. na te drogen.
In de volgende bedieningsinstructies is
beschreven hoe u "uw klimaat" in de cabine kunt instellen. Lees deze instructies
zorgvuldig door, opdat u snel en eenvoudig
de juiste programmering vindt.
Aanvullend kan in slecht verluchte ruimten
een ventilator voor het afvoeren van de gebruikte vochtige lucht worden ingezet.
Houd er rekening mee dat er bij sauna's
verschillende temperatuurzones in de cabine zijn. Zo is het direct onder het plafond
van de cabine het warmste, terwijl de temperatuur naar de vloer toe duidelijk afneemt. Omgekeerd is het met de relatieve
luchtvochtigheid; deze is direct onder het
plafond het laagste en stijgt naar de vloer
toe.
4
Om tocht in de cabine te vermijden, moet
de werking van de ventilator tijdens het
saunaën zoveel mogelijk worden voorkomen. De ventilator moet alleen worden ingezet, als dit door de fabrikant van de cabine wordt aanbevolen.
Vergewis u er altijd van dat zich bij
het starten van het verwarmingsproces geen voorwerpen op de saunakachel bevinden. Brandgevaar!
NL
het net worden losgekoppeld, d.w.z. dat alle
zekeringen of de hoofdschakelaar uitgeschakeld moeten worden.
Algemene veiligheidsbepalingen
• Dit apparaat is niet bestemd voor volwassenen (uitsluitend kinderen), met beperkte
fysieke gesteldheid en beperkt sensorisch
of geestelijk vermogen of door gebrek aan
ervaring en/of gebrek aan kennis. Het apparaat wordt voor uw zekerheid door een
bevoegde persoon toezicht gehouden en u
ontvangt aanwijzingen hoe het apparaat te
gebruiken is.
• De veiligheids- en installatie-instructies van
de fabrikant van de saunakachel moeten in
acht worden genomen.
• Op kinderen dient toezicht gehouden te worden, om er zeker van te zijn, dat er met het
apparaat niet gespeeld wordt.
•
Opgelet! Het apparaat mag niet in
gesloten schakelkasten of in een gesloten houten bekleding geïnstalleerd worden.
• De elektrische installatie mag alleen door
een geautoriseerde elektromonteur gebeuren.
• De voorschriften van uw elektriciteits-leverancier en de desbetreffende VDE-voorschriften (DIN VDE 0100) moeten in acht worden
genomen.
•
Let op! Levensgevaar! Voer nooit
zelf reparaties en installaties uit. De
kastafdekking mag uitsluitend door een vakman worden verwijderd.
• Neem in elk geval de in de montagehandleiding vermelde maat-aanduidingen in
acht, vooral bij de montage van de temperatuursensor. De boven de kachel optredende temperaturen zijn beslissend voor de
temperatuurinstelling. Alleen bij een correcte
montage worden de temperatuurgrenswaarden aangehouden en wordt een
slechts zeer kleine temperatuurschommeling in het liggedeelte van de saunacabine
bereikt.
• Het apparaat mag alleen worden gebruikt
voor het beoogde doel, met name als besturing voor saunakachels tot 9 kW (in combinatie met een vermogens-schakelaar tot 36
kW).
• De installatie moet bij alle installatie en reparatiewerkzaamheden met alle polen van
NL
5
Schroef het onderdeel van de kast in de
beide onderste gaten aan de cabinewand vast (afb. 4).
Montage van de besturing
Wandbevestiging
ooghoogte
De besturing mag alleen buiten de cabine
worden gemonteerd. Als montageplaats
kiest u doelmatig het beste de cabinebuitenwand waaraan aan de binnenzijde de
saunakachel bevestigd is. Zijn reeds loze
leidingen voor de elektrische installatie
voorhanden, dan bepalen deze de positie
van de besturing. Voor de montage gaat u
overeenkomstig de volgende handleiding
te werk:
ooghoogte
ca. 34 cm
17,4 cm
Afb. 3
19 cm
3
Afb. 1
Afb. 3.2
Afb. 3.1
1. Verwijder de afdekking van de besturing.
Daarvoor drukt u met een platte schroevendraaier de beves-tigingsneus naar
binnen. Dan kunt u het bovendeel van de
kast naar boven kantelen en wegnemen
(afb. 1).
De boorgaten met Ø 3 mm voor de bijgeleverde houtschroeven 4 x 20 mm worden overeenkomstig de in afb. 3 en 3.1
opgegeven maten aangebracht
Bevestigingsgaten
Bovenste bevestigingsgat
2. In het bovenste middengat draait u een
van de houtschroeven. Aan deze schroef
wordt de besturing opgehangen. Laat
daarom de schroef ca. 3 mm uitsteken
(afb. 3.2).
3. Hang de besturing met het bovenste
bevestigingsgat aan de 3 mm uitstekende schroef.
Doorvoer voor
voedingsleiding
ovenleiding
verdamperleiding
lamp
ventilator
Steek de bijgeleverde rubberbussen in
de openingen aan de achterkant van de
kast en breng daarna de aansluitkabels
door deze openingen.
6
NL
Doorvoer
voor
voelerleidingen
Afb. 4
Elektrische aansluiting
De elektrische aansluiting mag
uitsluitend door een erkend elektromonteur gebeuren, met inachtneming
van de richtlijnen van de plaatselijke elektriciteits-leverancier en de VDE.
Principieel mag alleen een vaste aansluiting op het net gebeuren, waarbij een inrichting moet worden geïnstalleerd die het
mogelijk maakt om de installatie met een
contactopeningsbreedte van ten minste 3
mm met alle polen van het net te scheiden.
Toevoerleiding voor
cabineverlichting
Voedingsleiding
Alle elektrische installaties en alle aansluitleidingen die binnenin de cabine worden
gelegd, moeten geschikt zijn voor een omgevingstemperatuur van ten minste 140 °C.
De noodzakelijke leidingdiameters vindt u
in de onderstaande tabel.
De voedingsleiding wordt, zoals uit afb. 5
blijkt, naar de besturing geleid en op de
netingangsklemmen aangesloten. Hiervoor
is een aansluitschema in de besturing geplakt..
Luchtinlaatopening
Aansluitvermogen in
kW
4,5
6,0
7,5
9,0
Geschikt voor
een cabinegrootte in m³
4
6
8
10
-
6
10
12
14
Afb. 5
Minimumdiameter in mm2 (koperleiding)
Aansluiting op 400 V 3N AC
Voedingsleiding
Net naar de besturing
5 x 2,5 mm²
5 x 2,5 mm²
5 x 2,5 mm²
5 x 2,5 mm²
NL
Kachelaansluitleiding
Besturing naar de kachel
5 x 1,5 mm²
5 x 1,5 mm²
5 x 1,5 mm²
5 x 1,5 mm²
Zekering
in A
3 x 16
3 x 16
3 x 16
3 x 16
7
Neem a.u.b. in acht dat de onderstaande
maataanduidingen betrekking hebben op
de waarden die bij de keuring volgens EN
60335-2-53 werden opgegeven. In principe moet de kachelsensor worden gemonteerd op een plaats waar de hoogste temperaturen verwacht worden. Afb. 7 geeft u
een overzicht van de montageplaats van de
sensor.
Aansluiting van de saunakachel
Monteer de saunakachel overeenkomstig
de montagehandleiding van de fabrikant
voor de luchtinlaatopening.
Steek de siliconenleiding door de loze leiding naar de besturing en sluit ze volgens
het schakelschema aan op de juiste klemmen.
Opmerking: Als er geen loze leidingen voorhanden zijn, dient u naast de luchtinlaatopening een gat met Ø 10 mm te boren en
via dit gat de kacheltoevoerleiding naar
buiten te leiden en op de betreffende klemmen (U V W) in de besturing aan te sluiten.
Om de siliconenleiding tegen externe invloeden te beschermen, moet deze verdekt
worden gelegd. Daarvoor gebruikt u een
geschikt kabelkanaal of een pvc-buis, waardoor u de leiding naar de besturing brengt.
Montage van de kachelsensor
1. De kachelsensor wordt in cabines tot
een grootte van 2 x 2 m conform afb. 7 en
8 gemonteerd, in grotere cabines conform afb. 7 en 9.
20 cm
Aansluiting van de saunalamp
De saunalamp moet voldoen aan de beschermingsgraad "spatwaterbestendig"
(IPx4) en bestand zijn tegen de omgevingstemperatuur. De saunalamp kan op elke
willekeurige plaats, maar nooit in de nabijheid van de opstijgende heteluchtstroom
van de kachel worden gemonteerd.
Afb. 7
35 cm
19 cm
Aansluiting van de sensorleidingen
De sensor- en voedingsleidingen mogen
niet samen gelegd of door eenzelfde doorvoer geleid worden. Als ze samen worden
gelegd, kan dit tot storingen in de elektronica leiden, bijv. een "slaan" van de contactgevers. Als het noodzakelijk is om deze leidingen samen te leggen, of d lijnen zijn
langer dan 3m, dan dient een afgeschermde sensorleiding(bijv. LIYLY-O x 0,5 mm2)
te worden gebruikt. Hierbij moet de afscherming in de besturing op de aarde
worden aangesloten.
8
Afb. 8
Afb. 9
2. Boor daarvoor een gat voor de kabeldoorvoering, bij voorkeur in het midden
van een profielplank.
3. Steek de sensorkabel door het geboorde gat en sluit de sensorleiding overeenkomstig afb. 10 aan.
NL
Geboord gat
Saunaplafond
Sensorleiding
Sensorhuis op midden
profielplank
Klemmen in de
besturing
Afb. 10
4. Sluit de leidingen voor de begrenzer (wit)
en de temperatuursensor (rood) overeenkomstig afb. 11 op de sensorprint
aan. Klik de sensorprint aansluitend vast
in het sensorhuis.
Ô
rood
rood
wit (Limiter)
Huis
wit (Limiter)
Sensor
Sensorprint
Afb. 11
5. Na de volledige montage en als de
besturing zoals voorgeschreven werkt,
dient de leiding naar de overtempe-ratuurbeveiliging op kortsluiting te worden
gecontroleerd. Maak hiervoor een van de
witte leidingen in het sensorhuis los. De
automatische veiligheids-schakelaar
van de besturing moet uitschakelen,
d.w.z. het verwarmings-circuit moet onderbroken zijn.
NL
9
Bediening
Toetsfuncties
Mode
Bedrijfsschakelaar
aan/uit
Licht
aan/ui
Programmatoets
Insteltoetsen
Symbolen
F1
tijd
P3
verwarmen (Fins)
P1
starttijdt
P4
ventilatorfuncties
P2
verwarmingstijd
10
NL
Eerste inschakelen van het
apparaat
Nadat u alle aansluitingen nog eens hebt
gecontroleerd, sluit u het apparaat op het
net aan door de zekeringen resp. de hoofdschakelaar in te schakelen.
12:00
Op het display verschijnt nu de indicatie
die begint te knipperen.
Met de toetsen
ge tijd instellen
en
kunt u de huidi-
20:00
Om de tijd over te nemen, houdt u de
"MODE"-toets ingedrukt tot de ingestelde
tijd begint te knipperen.
20:00
F1 verschijnt even op het display.
Daarna wordt de huidige tijd op het display
weergegeven en is het apparaat gebruiksklaar.
20:00
NL
11
Het inschakelen van het apparaat gebeurt
via de linkertoets
Tegelijkertijd worden
hierbij ook de cabineverlichting en de achtergrondverlichting van het display ingeschakeld..
20:00
Na het inschakelen wordt op het display
afwisselend de huidige tijd en de resterende verwarmingstijd getoond.
05:58
Temperatuuraanduiding
De temperatuuraanduiding gebeurt met
een thermometersymbool aan de rechterkant van het display.
ingestelde temperatuur
Daarbij wordt de ingestelde temperatuur
aangeduid door een pijl rechts naast de
thermometer.
De temperatuur in de cabine wordt door de
vulling van de thermometer aangeduid.
reële
temperatuur in de cabine
Met het opwarmen van de cabine vult de
thermometer zich tot de ingestelde temperatuur. Daar begint dan de regelfase.
Vooringestelde parameters
Verwarmingstijd
Door de fabriek is de verwarmingstijd tot 6
uur begrensd. Dat wil zeggen dat het apparaat om veiligheidsredenen 6 uren na
het inschakelen automatisch weer uitschakelt.
Moet het saunaën vroegtijdig worden
beëindigd, dan wordt het apparaat met een
druk op de toets
uitgeschakeld. Het
symbool op het display dooft
12
20:20
NL
Opmerkingen bij de programmering
Elke verandering van de ingestelde parameters moet met een druk op de
ets worden bevestigd.
"MODE" -to-
Verandert u de parameters zonder bevestiging met de "MODE" -toets, dan worden automatisch de vorige waarden weer overgenomen.
Bedient u het apparaat bij de programmering langere tijd niet, dan keert de weergave op
het display automatisch naar het hoofdscherm terug en dooft de achtergrondverlichting na
korte tijd.
Starten via schakelklok
Met de schakelklok kunt u de start van uw
sauna-installatie binnen de 24 uren voorinstellen.
Hierbij dient u zich er altijd van te
vergewissen dat zich bij het start
en van het verwarmingsproces
geen voorwerpen op de saunakachel bevinden. Brandgevaar!
P1
Om de schakelklok te programmeren, drukt
u op de "MODE" -toets. Op het display verschijnt het instelsymbool en "P1".
Bevestig weer met de "MODE" -toets. Het
symbool van de starttijd en de laatst ingestelde starttijd beginnen te knipperen.
Met de toetsen
mingstijd instellen.
15:00
kunt u nu de verwar-
Houd er evenwel rekening mee dat de cabine ca. 40-50 minuten moet opwarmen
om een aangenaam klimaat te bereiken.
Als u bijv. om 18.00 uur een sauna wilt nemen, kiest u als starttijd 17:10 uur.
17:10
Neem de ingestelde tijd over door de
"MODE" -toets ingedrukt te houden tot de
waarde knippert. Op het display verschijnt
kort de programmafunctie P1.
P1
Druk, terwijl "P1" op het display verschijnt,
-toets. Hiermee start u het vooop de
rinstelbedrijf.
NL
13
Na korte tijd verschijnt op het display afwisselend de huidige tijd en de ingestelde
verwarmingstijd. De achtergrondverlichting
van het display dooft.
20:00
Wordt de starttijd bereikt, dan wordt de sauna-installatie automatisch inge-schakeld.
Na het verstrijken van de verwarmingstijd
schakelt het apparaat de installatie automatisch weer uit.
17:10
Begrenzing van de verwarmingstijd
Wilt u deze verwarmingstijd individueel voor
uw sauna-installatie instellen, druk dan
eerst op de "MODE" -toets en kies vervolP2.
gens met de insteltoetsen en
P2
Druk nogmaals op de "MODE -toets.
06:00
Nu kunt u de verwarmingstijd met behulp
van de insteltoetsen naar wens instellen.
03:00
Bevestig uw invoer door de "MODE" -toets
ingedrukt te houden tot de ingestelde verwarmingstijd op het display knippert.
Daarna verschijnt P2 kort, tot het display het
hoofdscherm toont. De maximale verwarmingstijd is nu altijd de door u ingevoerde
waarde.
14
20:00
NL
Veranderen van de vooringestelde temperatuur
Temperatuurinstelling
P2
Af fabriek is de temperatuur voor de Finse
sauna op 95 °C vooringesteld. Om deze
parameter te veranderen, drukt u op de
"MODE" -toets.
Op het display verschijnt nu op programmeerniveau de weergave Px.
P3
, tot op
Druk nu meermaals op de toets
het display P3 en het verwarmingssymbool
verschijnen en bevestig met de "MODE"toets. Nu verschijnt het thermometersymbool en het verwarmingssymbool
95
Met de toetsen
kunt u nu de temperatuur instellen. De pijl aan het thermometersymbool duidt dan het ingestelde temperatuurbereik aan.
85
Houd aansluitend de "MODE" -toets ingedrukt tot de ingestelde waarde knippert.
85
Daarmee wordt de geselecteerde waarde
overgenomen. Daarna verschijnt kort P3, tot
het display naar het hoofdscherm terugkeert.
NL
15
Programmering ventilatorbedrijf
Met deze besturing hebt u de mogelijkheid
om een ventilator te besturen.
Standaard is "geen ventilatorbedrijf" ingesteld.
Om de ventilatorfunctie te programmeren,
drukt u eerst op de "MODE"-toets, om in de
programmeermodus te komen.
P3
Op het display verschijnt nu Px.
Door
meermaals
op
de
toets
te drukken, komt u in het programmeerniveau P4 en verschijnt het ventilatorsymbool op het display.
P4
Bevestig met de "MODE" -toets.
0
In het Display verschijnt "0" (geen ventilator-bedrijf).
kunt u nu en "1" instellen
Met de toets
(ventilatorbedrijf).
1
Bevestig uw invoer dor drucken van de
"MODE" -toets. Op het display verschijnt
kort P4, voor het apparaat na de uitgangspositie terugkeert.
20:00
Op het Display verschijnt het ventilatorsymbol.
zonder symbool = geen ventilatorbedrijf
met
16
NL
-symbool = ventilatorbedrijf
Programmering van de tijd
Om in dit programmeerniveau te geraken,
drukt u tegelijk op de "MODE" - en op de
F1
-toets, tot op het display F1 en het kloksymbool verschijnen.
Met de functie F1 kunt u de tijd veranderen.
Bevestig met de "MODE"-toets en op het
display begint de vooraf ingestelde tijd met
het kloksymbool te knipperen.
20:00
kunt u nu de huidige
Met de toetsen
tijd instellen (bijv. bij het omschakelen tussen zomer- en wintertijd).
21:00
Bevestig uw invoer door de "MODE" -toets
ingedrukt te houden tot de ingestelde waarde knippert. Op het display verschijnt kort
F1, voor het apparaat naar de uitgangspositie terugkeert.
21:00
NL
17
De apparaatschakelaar
Op de bovenkant van het besturingspaneel
vindt u de apparaatschakelaar. Met deze
Apparaatschakelaar
schakelaar kunt u de elektronica in het
= apparaat
ingeschakeld
geval van een storing loskoppelen van het
net. Let erop dat door het gebruik van de
apparaatschakelaar alle instellingen naar
de fabrieksafstellingen worden gereset.
Ingeval van storing drukt u de apparaatschakelaar op het linkergedeelte van de wip
tot op het eerste arrêteerpunt (schakelaarstand 0). Het apparaat is nu geheel uitgeschakeld.
= apparaat
uitgeschakeld
Om het licht in de cabine in te schakelen,
als het apparaat uitgeschakeld is, drukt u
= licht ingeschakeld
op het linkergedeelte van de wip tot op het
tweede arrêteerpunt (schakelaarstand II).
Om het apparaat weer bedrijfsklaar te
maken schakelt u terug naar de uitgangspositie (schakelaarstand I).
Foutindicatie
Om u bij een eventueel optredende fout een onmiddellijke diagnose te geven, kunnen op
het display de volgende fouten via foutcodes worden vastgesteld.
Foutcode
Fout
E 100 onderbreking temperatuursensor
E 101 kortsluiting temperatuursensor
E 211 onderbreking overtemperatuurbeveiliging
Bij elke foutmelding begint het waarschuwingssymbool
zodat een foutmelding duidelijk herkenbaar is.
op het display te knipperen,
Andere mogelijke fouten zonder indicatie en hun oorzaken
Geen weergave op het display - geen achtergrondverlichting
Controleer de netaansluiting! Op alle 3 de fasen L1, L2, L3 moet 230 V AC beschikbaar zijn.
Controleer de zekeringen!
Controleer de veiligheid voor zwakstroom op de printplaat. Als reserve kan een zekering
van het type 100 mA/T worden gebruikt
18
NL
Let op!
Aansluitschema
Geachte klant,
KTY 11/5
Volgens de geldende voorschriften mag
de elektrische aansluiting van het besturingsapparaat uitsluitend door een vakman van een geautoriseerd elektricienbedrijf worden uitgevoerd. Wij wijzen u er
daarom reeds nu op dat voor het geval u
beroep doet op de garantie, een kopie van
de factuur van het uitvoerende elektricienbedrijf dient te worden voorgelegd.
r
sensor
r
limiter
S2
L2
L1
N
N
400 V 3N AC 50 Hz
U
PE
N
L1
L2
L3
W
V
P max 9.0 kW
N
N
W
V
U
AC 400 V 3N
L3
S1
S1 light fan
light
vermogensschakelaar
Besturing
fan
w
DC 12 V / 24 V
139 ˚C
w
NL
19
Garantie
De prestatie onder garantie wordt uitgevoerd
conform de momenteel geldende wettelijke bepalingen.
Fabrieksgarantie
- De garantie begint te lopen op datum van de
aankoopbon en duurt bij professioneel gebruik
2 jaar en bij privé gebuik 3 jaar.
- Prestaties onder garantie worden alleen verricht, als het bij het apparaat behorende koopbewijs kan worden overgelegd.
- Bij veranderingen aan het apparaat die zonder
uitdrukkelijk toestemming van de fabrikant werden uitgevoerd, vervalt elk recht op garantie.
- Voor defecten die zijn ontstaan door reparaties of ingrepen van niet-geautoriseerde personen of door onvakkundig gebruik vervalt eveneens elk recht op garantie.
- Bij garantieclaims dienen zowel het serienummer als het artikelnummer samen met de apparaatnaam en een grondige beschrijving van
het probleem te worden gegeven.
- Deze garantie houdt de vervanging/reparatie
van defecte onderdelen in, met uitzondering
van normale slijtageverschijnselen.
Bij reclamaties moet het apparaat in de originele
verpakking of een andere geschikte verpakking
(LET OP: gevaar voor transportschade) naar
onze serviceafdeling worden gestuurd.
Verzend het apparaat altijd samen met deze ingevulde garantiebon.
Eventueel ontstane transportkosten voor de verzending en terugzending kunnen niet door ons
worden overgenomen.
Inbedrijfstelling op:
Stempel en handtekening van de
geautoriseerde elektromonteur:
Service adres:
EOS-Werke Günther GmbH
Adolf-Weiß-Straße 43
35759 Driedorf, Germany
Tel.
+49 (0)2775 82-240
Fax
+49 (0)2775 82-455
servicecenter@eos-werke.de
www.eos-werke.de
20
NL
Download PDF
Similar pages
E-tech P