VS-880EX cover - Roland Central Europe

vs-880ex
digital studio workstation
Nederlandstalige handleiding
Veilig gebruik van het toestel
VEILIG GEBRUIK VAN HET TOESTEL
INSTRUCTIES TER VOORKOMING VAN BRAND, ELEKTRISCHE SCHOKKEN OF VERWONDING VAN PERSONEN
Over
WAARSCHUWING en
OPGEPAST
Wordt gebruikt voor instructies die de
gebruiker wijzen op levensgevaar of
WAARSCHUWING ernstige verwondingen bij onjuist
gebruik van het toestel.
Wordt gebruikt voor instructies die de
gebruiker wijzen op het risico op
verwondingen of materi‘le schade bij
onjuist gebruik van het toestel.
OPGEPAST
* Materi‘le schade verwijst naar schade
of andere ongunstige effecten die aan
het huis en de hele inboedel, huisdieren
inbegrepen, worden toegebracht.
Over de Symbolen
Het
-symbool maakt de gebruiker attent op belangrijke
instructies of waarschuwingen. De juiste betekenis van het
symbool wordt bepaald door de tekening in de driehoek. Het
symbool hier links duidt op algemene verwittigingen of waarschuwingen, of vestigt de aandacht op gevaar.
Het
-symbool maakt de gebruiker attent op zaken die
nooit mogen worden uitgevoerd (verboden zijn). De tekening
in de cirkel geeft aan wat er precies verboden is. Het symbool
hier links betekent dat het toestel nooit mag worden
gedemonteerd.
Het ● -symbool maakt de gebruiker attent op zaken die
moeten worden uitgevoerd. De tekening in de cirkel geeft aan
wat er precies dient te gebeuren. Het symbool hier links
betekent dat de stekker van de stroomkabel moet worden
uitgetrokken.
NEEM STEEDS HET VOLGENDE IN ACHT
WAARSCHUWING
¥ Gelieve onderstaande instructies en de handleiding
te lezen, alvorens dit toestel te gebruiken.
...........................................................................................................
¥ Maak het toestel niet open of breng geen wijzigingen aan aan de interne componenten. (Met als enige
uitzondering: daar waar deze handleiding specifieke instructies voorziet die de gebruiker dient te
volgen om zelf opties te installeren; zie Quick Start
p. 49.)
...........................................................................................................
¥ Zorg ervoor dat het toestel altijd waterpas staat, en
in een stabiele positie. Plaats het nooit op een
wankel onderstel of op een hellend oppervlak.
...........................................................................................................
¥ Voorkom schade aan de stroomkabel. Plooi hem
niet te sterk, trap er niet op, plaats er geen zware
voorwerpen op, enz. Een beschadigde kabel kan
elektrocutie of brand veroorzaken. Gebruik nooit
een stroomkabel die reeds beschadigd is.
...........................................................................................................
WAARSCHUWING
¥ Sluit de stroomkabel van dit toestel niet samen met
een overdreven aantal andere toestellen aan op hetzelfde stopcontact. Wees voorzichtig met verlengsnoerenÑhet totale vermogen van alle toestellen
aangesloten op het verlengsnoer mag nooit het nominale vermogen (watt/amp•re) van het verlengsnoer overschrijden. Een overdreven belasting kan
de isolatie van het snoer doen opwarmen en zelfs
doen doorsmelten.
...........................................................................................................
¥ Alvorens het toestel in het buitenland te gebruiken,
gelieve uw handelaar, het dichtstbijzijnde Roland
Service Center of een erkende Roland-verdeler te
raadplegen, zoals opgegeven op de "Informatie"pagina.
...........................................................................................................
¥ Schakel het toestel uit en trek de stekker uit het
stopcontact alvorens te beginnen met het installeren
van de Hard disk drive (HDP88 series: Quick Start
p. 49).
¥ In gezinnen met kleine kinderen dient een volwassene toezicht te houden tot de kinderen in staat
zijn om dit toestel te gebruiken in overeenstemming
met de veiligheidsvoorschriften.
...........................................................................................................
¥ Bescherm het toestel tegen zware schokken.
(Laat het niet vallen!)
3
VEILIG GEBRUIK VAN HET TOESTEL
OPGEPAST
¥ Neem de stroomkabel uitsluitend met de stekker
vast wanneer u hem in een stopcontact of in dit toestel steekt of wanneer u hem uittrekt.
...........................................................................................................
¥ Tracht te voorkomen dat kabels en snoeren verstrikt
geraken. Alle kabels en snoeren dienen buiten het
bereik van kinderen te worden gehouden.
...........................................................................................................
¥ Klim nooit bovenop het toestel of plaats er geen
zware voorwerpen op.
...........................................................................................................
¥ Neem de stroomkabel of de stekkers nooit vast met
natte handen wanneer u hem in een stopcontact of
in dit toestel steekt of wanneer u hem uittrekt.
...........................................................................................................
¥ Trek de stekker uit het stopcontact en koppel alle
aangesloten apparaten af, alvorens het toestel te verplaatsen.
...........................................................................................................
¥ Zet het toestel uit en trek de stroomkabel uit,
alvorens het toestel schoon te maken (p. 33).
...........................................................................................................
¥ Trek de stekker uit het stopcontact wanneer u
gevaar voor blikseminslagen vermoedt.
...........................................................................................................
¥ Wanneer u de Hard disk drive (HDP88 series)
installeert, verwijder dan enkel de aangeduide
schroeven (Quick Start p. 49).
...........................................................................................................
¥ Indien u de optische connector gebruikt, zorg dan
dat u het kapje dat u van de connector hebt verwijderd, buiten het bereik van kinderen bewaart.
4
BELANGRIJKE OPMERKINGEN
Behalve de aandachtspunten opgesomd in ÒVEILIG
GEBRUIK VAN HET TOESTELÓ op pp. 3 en 4, gelieve
ook het volgende te lezen en in acht te nemen:
Stroombron
● Vermijd het gebruik van dit apparaat op hetzelfde
stroomcircuit samen met toestellen die ruis
veroorzaken (zoals een elektrische motor of een
regelbaar lichtsysteem).
● Alvorens dit apparaat aan te sluiten op andere
toestellen, schakelt u best alle apparaten uit. Dit helpt
om defecten en/of schade aan luidsprekers of andere
toestellen te voorkomen.
Plaatsing van het Toestel
● Als u het apparaat gebruikt in de nabijheid van vermogensversterkers (of andere toestellen die grote
transformatoren bevatten), kan dit brom veroorzaken. Om dit probleem op te heffen, orienteert u dit
toestel anders, of plaatst u het verder weg van de
storingsbron.
● Dit toestel kan radio- en televisieontvangst verstoren. Vermijd het gebruik ervan in de nabijheid
van zulke ontvangers.
● Stel het apparaat niet rechtstreeks bloot aan het zonlicht, plaats het niet nabij warmtebronnen, laat het
niet achter in een gesloten voertuig, of stel het niet
op enige andere wijze bloot aan extreme temperaturen. Overdreven hitte kan het apparaat doen vervormen of verkleuren.
data op een opslagmedium (vb. hard disk of Zip
disk) of met een DAT-recorder, of schrijf ze neer op
papier (indien mogelijk). Tijdens herstellingen
wordt er grote zorg bested aan het voorkomen van
dataverlies. In bepaalde gevallen echter (zoals wanneer de geheugencircuits zelf defect zijn), is het jammer genoeg niet mogelijk om de data te recupereren, en Roland neemt geen enkele aansprakelijkheid op voor zulk dataverlies.
Bijkomende Voorzorgen
● Gelieve rekening te houden met de mogelijkheid
dat de inhoud van het geheugen onherroepelijk verloren kan gaan als gevolg van een defect of van het
onjuist bedienen van het toestel. Om het verlies van
belangrijke data tegen te gaan, raden wij aan om
regelmatig van belangrijke data die in het geheugen
van het toestel zitten, een reservekopie te maken op
een opslagmedium (e.g., hard disk of Zip disk) of
met een DAT-recorder.
● Jammer genoeg kan het gebeuren dat data die werden opgeslagen op een opslagmedium (vb. hard
disk of Zip disk) of met een DAT-recorder, niet kunnen worden gerecupereerd eens dat ze verloren
zijn. Roland Corporation neemt geen enkele
aansprakelijkheid op in verband met zulk dataverlies.
● Ga voorzichtig tewerk wanneer u de knoppen,
schuifregelaars en andere bedieningsorganen, en de
jacks en connectors van het toestel gebruikt. Ruw
omgaan met deze dingen kan defecten veroorzaken.
● Sla of druk nooit op de display.
Onderhoud
● Het is mogelijk dat het display tijdens de normale
werking een kleine hoeveelheid ruis voortbrengt.
● Gebruik voor de alledaagse schoonmaak van het
toestel een zachte, droge doek of een doek die u
lichtjes hebt bevochtigd met water. Om hardnekkig
vuil te verwijderen, gebruikt u een doek met een
mild, niet-bijtend schoonmaakmiddel. Veeg nadien
het toestel af met een zachte, droge doek.
● Neem bij het aan- of afkoppelen van alle kabels,
steeds de connector zelf vast - trek nooit aan de
kabel. Zo vermijdt u dat u kortsluitingen of schade
veroorzaakt aan de interne elementen van de kabel.
● Gebruik nooit benzine, thinner, alcohol of gelijk
welk oplosmiddel, om verkleuring of vervorming te
voorkomen.
● Het apparaat zal tijdens de normale werking een
kleine hoeveelheid warmte uitstralen..
Herstellingen en Data
● Tracht het volume van het toestel op een redelijk
niveau te houden, om uw buren niet te storen. U
kan eventueel een hoofdtelefoon gebruiken zodat u
zich geen zorgen hoeft te maken over de mensen
rondom u (vooral in de late uren).
● Gelieve rekening te houden met de mogelijkheid
dat alle gegevens in het geheugen van het toestel
kunnen verloren gaan wanneer het toestel wordt
hersteld. Maak steeds een back-up van belangrijke
● Wanneer u het toestel moet transporteren, verpak
het dan, indien mogelijk, in zijn oorspronkelijke
doos (inclusief de opvulling). Anders dient u een
equivalente verpakking te gebruiken.
5
BELANGRIJKE OPMERKINGEN
Indien er een interne IDE hard disk (HDP88 series)
is ge•nstalleerd, verwijder dan de hard disk. Plaats
de hard disk in haar doos en plaats die in de speciaal daarvoor voorziene ruimte in de transportdoos
van de VS-880EX. Het toestel is nu klaar om
getransporteerd te worden. Het verplaatsen van de
VS-880EX met de hard disk nog ge•nstalleerd, kan
verlies van songdata of schade aan de hard disk tot
gevolg hebben.
Werken met de Disk Drive
Auteursrecht
Het ongeoorloofd opnemen, publiekelijk uitvoeren,
uitzenden, verkopen of verdelen enz. van een werk
(CD-opname, video-opname, uitzending, enz.) waarvan het auteursrecht eigendom is van een derde partij,
is bij wet verboden.
Roland neemt geen enkele verantwoordelijkheid op
voor gelijk welke inbreuk op het auteursrecht die u
zou kunnen plegen door middel van de VS-880EX.
Voor details over het werken met een hard disk, raadpleeg de instructies meegeleverd met uw hard disk.
SCMS
● Voer steeds de SHUTDOWN-procedure uit voordat
u een van de onderstaande handelingen uitvoert.
Doet u dit niet, dan riskeert u songdata te verliezen
of de hard disk te beschadigen.
In de VS-880EX is geen SCMS ge•mplementeerd. De
beslissing om dit apparaat zo te ontwerpen, werd
genomen opdat SCMS de creatie van originele composities die geen inbreuk vormen op het auteursrecht,
niet in de weg zou staan. Gebruik dit apparaat niet op
een manier die het auteursrecht van anderen schendt.
¥ De VS-880EX uitschakelen
¥ De Zip drive aangesloten met een SCSI-connector,
uitschakelen
¥ Een disk verwijderen uit een Zip drive, aangesloten met een SCSI-connector
Shutdown (Appendices: Glossarium)
Wanneer de MIDI/DISK-indicator van de VS-880EX of
de statusindicator van de Zip drive oplicht, betekent
dit dat er data worden weggeschreven van of naar de
hard disk. Als u een Zip drive gebruikt, controleer dan
of de indicator niet brandt alvorens de disk te verwijderen.
● Wanneer u de VS-880EX gebruikt, zorg dan dat het
toestel geen trillingen of schokken te verwerken
krijgt, en verplaats het toestel niet terwijl het aan
staat.
● Installeer het toestel op een stevig, waterpas oppervlak, op een plaats die vrij is van trillingen. Indien u
het toestel toch onder een bepaalde hoek moet
plaatsen, zorg dan dat de helling niet te steil is.
● Gebruik het toestel niet onmiddellijk nadat het
werd verplaatst naar een locatie waarvan de
vochtigheidsgraad sterk verschilt van die van de
vorige locatie. Snelle veranderingen van de omgeving kunnen condensatievorming binnen in de
drive veroorzaken, hetgeen een nadelige invloed
heeft op de werking van de drive en/of verwijderbare disks kan beschadigen. Wanneer u het toestel
hebt verplaatst, laat het dan even (enkele uren)
wennen aan de nieuwe omgeving, voordat u het
gebruikt.
6
SCMS (Appendices: Glossarium)
Afwijzing van Aansprakelijkheid
Roland neemt geen verantwoordelijkheid op voor
gelijk welke directe schade, gevolgschade of andere
schade die zou kunnen volgen uit uw gebruik van de
VS-880EX. Deze schade kan bestaan uit, maar blijft
niet beperkt tot de volgende gebeurtenissen die zich
kunnen voordoen bij het gebruik van de VS-880EX.
● Gelijk welke winstderving die u zou kunnen lijden.
● Permanent verlies van uw muziek of data.
● Onmogelijkheid om de VS-880EX zelf of een
aangesloten apparaat verder te gebruiken.
De Licentie-overeenkomst
De VS-880EX en zijn CD-R-functie werden ontworpen
om u in staat te stellen om materiaal waarvan u het
auteursrecht hebt, of materiaal waarvoor u de
toestemming hebt van de houder van het auteursrecht
om het te kopi‘ren, te reproduceren. Bijgevolg vormt
de reproductie van muziek-CDÕs of ander
auteursrechtelijk beschermd materiaal zonder de
toestemming van de houder van het auteursrecht,
voor andere doeleinden dan persoonlijk gebruik, een
inbreuk op het auteursrecht, met mogelijke straffen als
gevolg. Raadpleeg een specialist in auteursrecht of
speciale publicaties voor meer gedetailleerde informatie over het verkrijgen van zulke toestemming vanwege houders van auteursrecht.
Inhoud
Voorbereidingen .................................................................... 12
Inhoud van het Pakket ................................................................................................ 12
Belangrijkste Eigenschappen ...................................................................................... 12
Voor- en Achterpaneel .......................................................... 14
Mixer-gedeelte ............................................................................................................ 14
Recorder-gedeelte ...................................................................................................... 16
Display-gedeelte ......................................................................................................... 18
Achterpaneel ............................................................................................................... 19
Hoofdstuk 1 Voor u begint (VS-880EX Terminologie) ........ 21
Data bewaren en beheren ........................................................................................... 21
De diskinhoud beheren (Partitioning) ............................................................................ 21
De plaats waar een Performance wordt opgenomen (Song) ...................................... 22
Bronnen, Sporen en Kanalen ............................................................................................ 22
Events .................................................................................................................................. 23
Mixer-gedeelte ............................................................................................................ 24
Signaalgeleiding (Bussen) ................................................................................................ 24
Input Mixer ......................................................................................................................... 26
Track Mixer ......................................................................................................................... 27
Effect Return Mixer ........................................................................................................... 27
De functie van de faders veranderen .............................................................................. 28
Master Block ....................................................................................................................... 28
Recorder-gedeelte ...................................................................................................... 28
Verschillen met een Band-MTR ....................................................................................... 28
Spoorminuten en opnametijd .......................................................................................... 29
Extra sporen ........................................................................................................................ 30
Effectgedeelte ............................................................................................................. 31
Het Effect Expansion Board ............................................................................................. 31
Effecten aansluiten ............................................................................................................ 31
Hoofdstuk 2 Bediening - Basisprincipes ............................ 32
Voor u begint ............................................................................................................... 32
Het toestel aanzetten ......................................................................................................... 32
Als u de displays of de handelingen niet begrijpt ........................................................ 32
Voordat u eindigt ......................................................................................................... 32
De Performance opslaan op Disk (Song Store) ............................................................. 32
Het toestel uitschakelen .................................................................................................... 33
Herstarten ........................................................................................................................... 33
Basishandelingen voor de VS-880EX ......................................................................... 34
Roep het menu van de gewenste mode op .................................................................... 34
Selecteer de pagina die de gewenste functie of parameter bevat ............................... 34
Selecteer de parameter die u wil wijzigen ..................................................................... 35
Verander de waarden ....................................................................................................... 35
Bevestig uw keuze ............................................................................................................. 35
De Track mode veranderen ........................................................................................ 35
De weergavepositie kiezen ......................................................................................... 36
De positie verplaatsen per Frame ................................................................................... 36
De positie verplaatsen per Maat/Tel .............................................................................. 36
Naar het begin of het einde van een Performance gaan .............................................. 36
Een tijdspositie opslaan .............................................................................................. 36
Werken met de Locator .................................................................................................... 37
Werken met Markers ......................................................................................................... 38
Hoofdstuk 3 Meersporenopname ........................................ 40
Opnemen .................................................................................................................... 40
Wat hebt u nodig voor een meersporenopname .......................................................... 40
Een nieuwe song maken (Song New) ............................................................................. 40
7
Inhoud
Algemeen verloop van het opnameproces .................................................................. 41
Instrumenten aansluiten .............................................................................................. 41
Opnemen op de sporen .............................................................................................. 42
Een opgenomen Performance opslaan (Song Store) ................................................. 43
Opnemen over een deel van een Performance (Punch-In/Punch-Out) ...................... 44
Met de RECORD-knop (Manual Punch-In 1) ................................................................ 44
Met de Foot switch (Manual Punch-In 2) ....................................................................... 44
Op voorhand de Punch-in-positie instellen (Auto Punch-In) ..................................... 45
Herhaaldelijk over dezelfde plaats opnemen (Loop Recording) ............................... 47
Opnemen op andere sporen (Overdubbing) ............................................................... 49
Opnemen op V-Track 2 ..................................................................................................... 49
Effecten gebruiken ...................................................................................................... 50
Effecten toepassen op de weergave ................................................................................ 50
Effecten toepassen tijdens de opname (Send/Return) ................................................. 51
Effecten toepassen tijdens de opname (Insert) .............................................................. 52
Digitale signalen opnemen .......................................................................................... 55
Wat hebt u nodig voor een digitale opname? ............................................................... 55
Maak de digitale verbindingen ...................................................................................... 55
Pas de Sample Rates aan ................................................................................................... 55
Kies de Master Clock ......................................................................................................... 56
Kies een Input-signaalbron .............................................................................................. 56
Toonregeling (Equalizer) ............................................................................................. 57
Gebruik van de 3-Band Equalizer ................................................................................... 57
De Equalizer regelen ......................................................................................................... 57
De inhoud van sporen samenvoegen (Track Bouncing) ............................................. 60
Reverb toepassen bij het samenvoegen .......................................................................... 61
Een Master Tape maken ............................................................................................. 63
Opnemen op een cassette ................................................................................................. 63
Opnemen met DAT- en MD-recorders ........................................................................... 63
Songs beveiligen (Song Protect) ................................................................................. 64
Performances beveiligen ................................................................................................... 65
Beveiliging verwijderen .................................................................................................... 65
Hoofdstuk 4 Interne Effecten ............................................... 66
Samenstelling van de effecten .................................................................................... 66
De effecten aansluiten ................................................................................................ 66
Het bronsignaal zelf veranderen (Insert) ....................................................................... 66
Insert-effecten voor Input- en Track-kanalen ................................................................ 67
Een effect invoegen in het Master Block ........................................................................ 67
Het effectgeluid toevoegen aan het directe geluid (Send/Return) ............................ 68
Effecten kiezen (Patch) ............................................................................................... 70
Nieuwe effectgeluiden maken ..................................................................................... 71
Opslaan onder User Patches ............................................................................................ 72
Opslaan als een Scene ....................................................................................................... 72
Hoofdstuk 5 Mixerinstellingen opslaan .............................. 73
De huidige toestand van de mixer opslaan (Scene) ...................................................... 73
Automatisch mixerinstellingen maken (EZ Routing) ................................................... 74
Opname-instellingen oproepen (Recording/Template) .............................................. 75
Track Bouncing-instellingen oproepen (Bouncing/Template) ................................... 75
Eindmix-instellingen oproepen (Mixdown/Template) ............................................... 76
Opname-instellingen opslaan (Recording/Step Edit) ................................................. 77
Track Bouncing-instellingen opslaan (Bouncing/Step Edit) ...................................... 81
Eindmix-instellingen opslaan (Mixdown/Step Edit) ................................................... 84
De huidige Routing opslaan (User Routing) ................................................................. 87
Een User Routing oproepen ............................................................................................. 87
User Routings verwijderen .............................................................................................. 87
8
Inhoud
Hoofdstuk 6 Opgenomen Performances bewerken
(Track Editing) ............................................................................. 88
Edit-handelingen ......................................................................................................... 88
Track Edit .................................................................................................................... 88
De balkgrafiek .................................................................................................................... 88
Performance Data herhalen (Track Copy) ..................................................................... 89
Performance Data verplaatsen (Track Move) ................................................................ 91
Performance Data uitwisselen tussen sporen (Track Exchange) ................................ 92
Inserting a Blank Space Into Performance Data (Track Insert) ................................... 93
Performance Data knippen (Track Cut) ......................................................................... 94
Performance Data uitwissen (Track Erase) .................................................................... 95
De weergavetijd van de Performance Data wijzigen
(Time Compression/Expansion) ..... 96
Hoofdstuk 7 Gebruik met een Zip Drive .............................. 99
Voor u een Zip Drive gebruikt ..................................................................................... 99
Omgaan met de Zip Drive ............................................................................................... 99
Omgaan met Zip Disks ..................................................................................................... 99
De Zip Drive aansluiten ............................................................................................... 99
De Disk initialiseren (Drive Initialize) ......................................................................... 100
Surface Scan ...................................................................................................................... 101
Performance Data opslaan op Zip Drive (Song Copy) .............................................. 102
Een song opslaan op één Disk (Playable) ................................................................ 103
Data inladen van Disks (Drive Select) ....................................................................... 104
Wanneer u een song niet op één disk kan opslaan (Archives) ................................. 105
Opslaan op Disks (Store) ................................................................................................ 105
Data inladen van Disks (Extract) ................................................................................... 106
De power-save mode ................................................................................................ 106
Hoofdstuk 8 Gebruik met een CD-RW Drive ..................... 107
Voor u een CD-RW Drive gebruikt ............................................................................ 107
Omgaan met de CD-RW Drive ...................................................................................... 107
Omgaan met CD-RW Discs ............................................................................................ 107
De CD-RW Drive aansluiten ..................................................................................... 107
Een Audio CD maken ................................................................................................ 108
Wat hebt u nodig om een Audio CD te maken? ......................................................... 108
Master Data maken ......................................................................................................... 108
Songs wegschrijven op CD-R Discs .............................................................................. 109
Songs die op CD geschreven zijn proefbeluisteren (CD Player Function) ............. 110
Songs toevoegen aan de Disc ......................................................................................... 111
Meerdere songs achter elkaar op CD-R Disc schrijven .............................................. 111
De Song Data schrijven (Finaliseren) ............................................................................ 112
Songs en Song Data voorbereiden en wegschrijven ................................................... 113
Songs bewaren op CD-RW Discs (CD-R Backup) .................................................... 113
Wat hebt u nodig voor een CD-R Backup? .................................................................. 114
Songs opslaan op CD-RW Discs .................................................................................... 114
Songs laden van CD-RW Discs ...................................................................................... 115
Data van een CD-RW Disc wissen ............................................................................... 115
Hoofdstuk 9 Gebruik met MIDI-apparatuur ....................... 116
Synchroniseren met MIDI Sequencers ..................................................................... 116
Wat hebt u nodig voor Synchronisatie? ....................................................................... 116
Master en Slave ................................................................................................................ 116
Door middel van MTC .................................................................................................... 116
Synchronisatie met de VS-880EX als de Referentie (Master) .................................... 117
Synchronisatie met de MIDI Sequencer als de Referentie (Slave) ............................ 118
Synchroniseren met een extern MIDI-apparaat .......................................................... 119
9
Inhoud
Door middel van de Sync Track (Master) .................................................................... 119
Door middel van de Tempo Map (Master) .................................................................. 121
Handelingen die verband houden met Gesynchroniseerde Bediening .................. 123
Gebruik met een MIDI Controller .............................................................................. 126
Veranderen van Track Status ......................................................................................... 126
Scenes kiezen .................................................................................................................... 127
Effects kiezen .................................................................................................................... 127
Effectparameters wijzigen .............................................................................................. 127
Hoofdstuk 10 Gebruik met een DAT Recorder (DAT Backup) . 128
Voor u een DAT-backup maakt ................................................................................. 128
Wat hebt u nodig voor een DAT Backup? ................................................................. 128
Apparatuur die wordt gebruikt voor een DAT Backup ............................................ 128
Song Data opslaan met een DAT Recorder (Backup) .............................................. 129
Performance Data inladen van een DAT Recorder (Recover) .................................. 131
Het Recover-proces annuleren ...................................................................................... 132
Namen van opgeslagen Performance Data controleren (Name) .............................. 133
De Backup controleren (Verify) ................................................................................. 134
Chapter 11 Compatibility .................................................... 136
Compatibiliteit van de Disks ...................................................................................... 136
VS-880 → VS-880EX ........................................................................................................ 136
VS-880EX → VS-880 ........................................................................................................ 136
VS-1680 → VS-880EX ...................................................................................................... 136
VS-880EX → VS-1680 ...................................................................................................... 137
VS-840 ↔ VS-880EX ........................................................................................................ 137
Compatibiliteit van Song Data ................................................................................... 137
VS-880 Performance Data inladen in de VS-880EX (Song Import) .......................... 137
VS-880EX Song Data converteren voor gebruik op de VS-880 (Song Export) ........ 138
Hoofdstuk 12 Andere handige functies ............................ 140
Preview-technieken (Preview) ................................................................................... 140
Met behulp van [TO] [FROM] ....................................................................................... 140
Met behulp van [SCRUB] ............................................................................................... 141
Een specifieke tijdspositie oproepen (Jump) ............................................................. 142
Mixerinstellingen opslaan (Auto Mix) ........................................................................ 142
Voorbereidingen voor Auto Mix ................................................................................... 143
Mixerinstellingen opslaan, Methode 1 (Snapshot) ..................................................... 143
Mixerinstellingen opslaan, Methode 2 (Gradation) ................................................... 144
Faderbewegingen opnemen (Realtime) ....................................................................... 144
Als u geen faderinstellingen wil opnemen (Mask Fader) .......................................... 145
De Auto Mix weergeven ................................................................................................. 145
Auto Mix enkel op de aangegeven kanalen uitschakelen ......................................... 145
Auto Mix uitschakelen op alle kanalen ........................................................................ 146
Opnamen en bewerkingen ongedaan maken (Undo) ............................................... 146
Ombeerbare handelingen uitvoeren en bewerken (Undo) ........................................ 147
De laatst uitgevoerde Undo annuleren (Redo) ........................................................... 147
Enkel de allerlaatst uitgevoerde handeling annuleren .............................................. 147
Enkel een specifiek kanaal beluisteren (Solo/Mute) ................................................. 148
EŽn enkel kanaal beluisteren ......................................................................................... 148
EŽn enkel kanaal uitschakelen ....................................................................................... 148
Werken met stereo geluidsbronnen (Channel Link) .................................................. 149
Het volume regelen ......................................................................................................... 149
De stereopositie regelen .................................................................................................. 150
E,nkel de Faders koppelen (Fader Link) ...................................................................... 151
Een stereosignaal aan de mix toevoegen (Stereo In) ............................................... 152
De toonhoogte veranderen tijdens de weergave (Vari-Pitch) ................................... 152
Sporen opnemen/weergeven met Vari-Pitch ............................................................. 153
10
Inhoud
Rechtstreeks numerieke karakters invoeren ............................................................. 153
Een methode kiezen voor het invoeren van numerieke gegevens ........................... 153
De metronoom gebruiken .......................................................................................... 154
Een externe MIDI-geluidsbron gebruiken voor het metronoomgeluid .................. 155
Wanneer er weinig schijfruimte overblijft ................................................................... 156
Enkel onnodige Performance Data verwijderen (Song Optimize) ........................... 156
EŽn song uit de Performance Data verwijderen (Song Erase) .................................. 157
De naam van Performance Data wijzigen (Song Name) .......................................... 157
Het volume per spoor regelen ................................................................................... 157
Gebalanceerde ingangen .......................................................................................... 158
De Output bepalen .................................................................................................... 158
MASTER Jacks ................................................................................................................. 158
AUX Jacks ......................................................................................................................... 159
DIGITAL OUT Connectors ............................................................................................ 159
DIRECT OUT ................................................................................................................... 160
Controleren of de drive niet beschadigd is (Drive Check) ......................................... 160
Hoofdstuk 13 Globale instellingen ................................................ 163
De inhoud van de display veranderen ....................................................................... 163
Pre Level ........................................................................................................................... 163
Post Level .......................................................................................................................... 163
Play List ............................................................................................................................. 163
Fader/Pan ......................................................................................................................... 163
De omvang van een opgenomen performance controleren ...................................... 164
Systeem instellingen voor elke song ......................................................................... 164
Het volume laten veranderen zodra de faders bewegen ........................................... 164
Peak Hold ......................................................................................................................... 164
De resterende schijfruimte controleren ........................................................................ 165
Wanneer u de Foot Switch gebruikt ............................................................................. 165
Globale instellingen voor de VS-880EX .................................................................... 166
De [SHIFT]-knop vergrendelen (Shift Lock) ............................................................... 166
Maten en tellen afbeelden .............................................................................................. 166
De gevoeligheid van de knoppen regelen ................................................................... 167
Het SCSI ID-nummer van de VS-880EX veranderen ................................................. 167
Wanneer er geen Hard Disk ge•nstalleerd is ............................................................... 167
Het niveau van de Peak Indicator instellen ................................................................. 168
Globale instellingen voor opname en weergave ....................................................... 168
Permanante monitoring van het ingangssignaal ........................................................ 168
Automatisch stoppen ...................................................................................................... 168
Storend geruis tussen de segmenten van de opname ................................................ 169
Opnieuw de originele mixer- en systeeminstellingen kiezen ..................................... 169
Hoofdstuk 14 Geavanceerde toepassingen voor de VS-880EX ............ 170
Twee VS-880EX’en met elkaar synchroniseren ........................................................ 170
Instellingen voor de Master VS-880EX ......................................................................... 170
Instellingen voor de Slave VS-880EX ............................................................................ 172
Synchroniseren met Cakewalk Pro Audio (MMC) ..................................................... 173
Instellingen voor de VS-880EX ...................................................................................... 174
Instellingen voor Cakewalk Pro Audio ........................................................................ 175
Digitale aansluitingen maken met Cakewalk ............................................................. 177
De mixer aanstuiren vanuit een extern MIDI-apparaat (Compu Mix) ........................ 180
Hoe stemmen MIDI-kanalen overeen met Controller Numbers .............................. 181
Voorbereidingen voor Compu Mix .............................................................................. 182
Opnemen met Compu Mix ............................................................................................ 183
De faders uitschakelen .................................................................................................... 183
Synchroniseren met video-apparatuur ...................................................................... 184
Gebruik van externe effectapparatuur ....................................................................... 185
11
Voorbereidingen
De Inhoud van het Pakket
De volgende items horen bij de VS-880EX. Gelieve te
cotroleren of al deze items effectief aanwezig zijn.
¥ VS-880EX
¥ AC-stroomkabel
¥ Quick Start
¥ Gebruikershandleiding (deze handleiding)
¥ Appendices
Belangrijkste Eigenschappen
Het Nieuwste in Compact
Home Studio Environments
De VS-880EX behoudt alle eigenschappen van
RolandÕs VS-880 workstation; Een revolutie in de
wereld van de home studio, waarin de disk recorder,
de digitale mixer en de multi-effecten systematisch en
meer wezenlijk ge•ntegreerd zijn. Met de VS-880EX in
uw home studio hebt u alle aspecten van het opnameproces in de hand, van het kiezen van de microfoons
via het mixen en effecten toevoegen tot het maken van
master data voor de weergave door een PA of voor het
masteren van een CD.
Het Disk Recorder-gedeelte
Het digitale disk recorder-gedeelte beschikt over acht
weergavesporen en laat toe om op acht sporen (tracks)
tegelijkertijd op te nemen. Elk spoor heeft nog eens
acht extra sporen (V-tracks), en elke song kan
beschikken over 2 sets van deze 64 sporen (8 tracks x 8
V-tracks). Dit betekent dus dat een song in totaal 128
tracks kan bevatten (64 V-tracks x 2 banks), wat u veel
flexibiliteit geeft wanneer u meerdere takes moet
opnemen, of wanneer u tijdelijk data moet opslaan bij
het editen.
U vindt onmiddellijk de locatie van secties in een song
die u meermaals wil horen of plaatsen waarover u wil
opnemen (Locator) door merktekens (Marker) te plaatsen op zulke punten. Deze Markers zijn heel eenvoudig op te roepen en u hoeft nooit te wachten op het
terug- of voortspoelen.
De VS-880EX maakt gebruik van Ònon-destructive
editing.Ó Dit laat u toe om tot 999 vorige opname- of
edit-bewerkingen ongedaan te maken of te recupereren (Undo/Redo).
12
Het Digitale Mixer-gedeelte
U kan alle mix-instellingen opslaan, inclusief fader
levels, pan, en effecten. Opgeslagen instellingen zijn
heel eenvoudig op te roepen, wat goed van pas komt
wanneer u de balans moet regelen bij het mixen of
wanneer u effectmixen vergelijkt.
Veranderingen van de instellingen in functie van de
tijd, zoals fader levels en pan, kunnen ook worden
opgeslagen (Auto Mix), zodat u makkelijk fade-ins en
fade-outs in uw mixen kunt verwerken.
Het is zeer eenvoudig om de meest geschikte mixinstellingen te maken, ook die voor het opnemen,
track bouncing, en mixdown (EZ Routing).
De Effecten
Er is een effectmodule ingebouwd, zodat u tot twee
effecten kan gebruiken wanneer u de VS-880 EX op
zichzelf gebruikt.
De effectmodule voorziet niet alleen basiseffecten
zoals reverb en delay, maar ook ideale effecten voor
stem en gitaar (zoals de guitar amp simulator) en zelfs
speciale effecten zoals RSS. Al deze effecten zijn georganiseerd volgens 34 ÒalgoritmesÓ zodat u makkelijk
nieuwe geluiden kunt cre‘ren.
De effectmodule bevat 210 read-only effectsettings
(Preset Patches) die werden ontworpen voor verschillende toepassingen. Daar bovenop zijn er nog eens
100 read-and-write effectsettings (User Patches)
voorzien, waarvan u de inhoud kan wijzigen en
bewaren. U kan onmiddellijk kiezen uit een reeks
effecten door gewoon een patch te selecteren.
Eenvoudige Bediening
De VS-880EX is even eenvoudig te bedienen als conventionele meersporenrecorders. U profiteert reeds
van de voordelen van een home studio vanaf de dag
dat u hem aanschaft.
Het LCD-scherm geeft visuele bevestiging van vele
instellingen tegelijk. Vooral de balkgrafiek geeft een
grafische aanduiding van de level meter, pan en de
fader-instellingen, en van de track record status.
Het LCD-scherm is langs achter verlicht en is een beetje gekanteld, zodat het goed leesbaar is op een podium
of ergens waar een goede zichtbaarheid vereist is.
Voorbereidingen
Aansluitingen
Interessante Opties
Er zijn zes sets gebalanceerde input jacks, die een
breed gamma aan inputsignalen aankunnen, van line
level (+4 dBu) tot mic level (-50 dBu).
Interne Hard Disk :
Naast de RCA phono type (stereo) MASTER jacks, zijn
er ook de (mono) AUX A en AUX B jacks voorzien.
De VS-880EX is voorzien van zowel coaxiale als optische digitale I/O-connectors. Hiermee kan u digitale
verbindingen maken met electronische apparaten
zoals CD-spelers, DAT-recorders, MD-recorders, enz.
Er is ook een SCSI-connector (DB-25 type) voorzien,
die u toelaat om de verbinding te maken met externe
SCSI-apparaten zoals de Zip drive en de CD-R drive.
MIDI IN- en MIDI OUT/THRU-connectors zijn eveneens voorzien. U kan de VS-880EX synchroniseren
met een externe MIDI sequencer, de MIDI sequencer
gebruiken om het mengpaneel van de VS-880EX te
besturen, de metronoom laten klinken met een geluid
van een externe MIDI-klankbron, en nog veel meer.
Naast tracks voor het opnemen van audiosignalen
beschikt de VS-880EX over Òsync trackÓ voor het
opslaan van MIDI clock messages. U kan zelfs MIDI
sequencers die niet compatibel zijn met MTC (MIDI
Time Code) of MMC (MIDI Machine Control) synchroniseren.
Als u deze interne 2.5-inch IDE hard disk installeert,
wordt uw VS-880EX een compact en draagbaar
opnamesysteem. Bovendien bent u dan verlost van
ingewikkelde instellingen en problemen met foute
aansluitingen (hetgeen wel kan gebeuren wanneer u
een externe disk gebruikt). Wij raden aan om een
interne hard disk te installeren wanneer u met de
VS-880EX werkt.
* Om bij opname of weergave op een aantal sporen tegelijkertijd, de beschikbare schijfruimte optimaal te benutten en
om de optimale prestaties uit de VS-880EX te halen,
raden wij aan om de Hard Disk van 2.1 GB of
meer te gebruiken.
CD-R Drive :
Een CD-R drive aangesloten met een SCSI-connector.
Met deze drive kan u songs die u met de VS-880EX
hebt gemaakt, wegschrijven, of zelfs uw eigen originele audio CDÕs opnemen. Verder kan u hem
gebruiken om backups van songs te maken op CD-R
discs.
SI-80S:
Dit is een video/MIDI sync interface voor aansluiting
op de MIDI-connector. Bewerkingen van de VS-880EX
zoals play/stop/forward kunnen gesynchroniseerd
worden vanuit een video-apparaat met LANC-connector.
13
Voor- en achterpaneel
Mixer-gedeelte
1.
1
2
7
3
8
4
9
5
10
6
11
PEAK Indicators
Deze indicators geven het niveau van het ingangssignaal bij de input jacks (1Ð6) aan. Zij helpen u om de
correcte signaalsterkte in te stellen met de INPUTknoppen. Het signaalniveau waarbij de indicators
moeten oplichten, dient u vooraf in te stellen (p. 61).
De fabrieksinstelling is -6 dB.
2.
INPUT-regelaars
Deze knoppen regelen de gevoeligheid van de input
jacks (1Ð6). Draai een knop volledig naar rechts voor
mic level (-50 dBu), en volledig naar links voor line
level (+4 dBu).
3.
PAN-regelaars
Hiermee regelt u de pan (plaatsing in de stereo output) van elk kanaal.
14
4.
SELECT/CH EDIT (Select/Channel
Edit)-knoppen
Gebruik deze knoppen wanneer u instellingen wil
maken voor een mixerkanaal. De namen van de parametergroepen die voor elk kanaal kunnen worden
ingesteld, vindt u onder CH EDIT. Om een bepaalde
groep rechtstreeks te kiezen, houdt u [SHIFT] ingedrukt en drukt u op de knop van die groep.
Wanneer u een song bewerkt, gebruik dan deze knoppen om de te bewerken tracks te selecteren.
Voorbereidingen
5.
STATUS-knoppen
Deze knoppen veranderen de status van elke track. De
indicator geeft de huidige status aan.
SOURCE (oranje):
De input-bron of -track toegewezen aan het kanaal
wordt weergegeven.
10. FADER/EDIT-knop
Met deze knop wijst u ofwel de input mixer, de track
mixer of de effect return mixer van elk kanaal toe aan
de fader voor dat kanaal. De indicator geeft de status
aan.
INPUT (oranje):
Input Mixer
REC (rood knipperend):
TRACK (groen): Track Mixer
Opnamestatus wordt geselecteerd voor de track
toegewezen aan het kanaal. Tijdens het afspelen
worden de track data normaal uitgevoerd.
RETURN (rood): Effect Return Mixer
In combinatie met [SHIFT] roept dit de Master Block
setting page op.
REC (rood en oranje knipperend):
Opnamestatus wordt geselecteerd voor de track
toegewezen aan het kanaal. Tijdens het afspelen
kan u de bron beluisteren.
11. Master Fader
Hiermee regelt u het algemene uitgangsniveau.
PLAY (groen):
De track toegewezezn aan het kanaal wordt afgespeeld.
OFF (uit):
Het kanaal wordt uitgeschakeld (geen geluid).
Indien ingedrukt in combinatie met de SELECT/CH
EDIT-knop, selecteert dit de bron of track die aan een
track moet worden toegewezen voor opname.
6.
Kanaalfaders
Met deze schuifregelaars regelt u het volume van alle
kanalen en tracks.
7.
PHONES-regelaar
Hiermee regelt u het volume van de hoofdtelefoon.
8.
AUX SEND-regelaar
Hiermee regelt u het uitgangsniveau van de AUX
SEND jacks.
9.
EZ ROUTING/SOLO-knop
Deze knop roept het EZ Routing screen op.
Gecombineerd met [SHIFT] schakelt dit de Solo-functie aan/uit.
15
Voorbereidingen
Recorder-gedeelte
5
6
7
1
9
11
2
13
8
10
12
3
4
1.
EDIT CONDITION-knoppen
[LOOP]:
De functies en parameters van de VS-880EX zijn
ondergebracht onder deze knoppen. Druk op de
overeenkomstige knop om een bepaalde functie of
bewerking op te roepen.
2.
[AUTO PUNCH]:
LOCATOR-knop
Met deze knop kan u Locators en Markers, of Scenes
opslaan of oproepen (de mixerinstellingen).
[LOC1/5]–[LOC4/8]: Deze
knop
selecteert
Locators en Scenes.
[CLEAR]:
Deze knop annuleert Locators,
Markers en Scenes.
[SCENE]:
Gebruik deze knop bij het opslaan,
oproepen en wissen van Scenes.
[PREVIOUS]: Deze knop roept de vorige Marker
op.
[NEXT]:
Deze knop roept de volgende
Marker op.
[TAP]:
Druk op deze knop om Markers te
plaatsen.
16
Met deze knop schakelt u Loop
Recording aan en uit. Drukt u ze
samen met de [LOC1/5]Ð[LOC4/8]knoppen in, dan geeft dit het gebied
aan waar moet worden opgenomen
in Loop Recording.
3.
Met deze knop schakelt u
Auto Punch-In Recording
aan en uit. Drukt u ze samen
met de [LOC1/5]Ð[LOC4/8]knoppen in, dan geeft dit het
gebied aan waar moet worden
opgenomen in Auto Punch-In
Recording.
NUMERICS-knop
Druk op deze knop wanneer u de LOCATOR-knop
wil gebruiken voor de invoer van een decimale getalwaarde.
Voorbereidingen
4.
Transport Control-knoppen
Met deze knoppen bedient u de recorder.
5.
[ZERO]:
Met deze knop keert u terug naar de
positie Ò00h00m00s00Ó (zero return).
[REW]:
Houd deze knop ingedrukt om terug
te spoelen. Deze functie komt overeen
met de REW-knop op een cassetterecorder
[FF]:
Houd deze knop ingedrukt om verder
te spoelen. Komt overeen met de
FFWD-knop op een cassetterecorder.
[STOP]:
Stopt de opname of weergave van een
song.
[PLAY]:
Start de opname of weergave vanaf de
huidige positie.
[REC]:
Druk op deze knop om een song op te
nemen.
TIME/VALUE Dial
9.
CURSOR-knoppen
Normaal (i.e. in de Play-modus) verplaatst u hiermee
de weergavepositie. Wanneer u instellingen maakt (i.e.
in Edit-modus), wijzigt u hiermee de parameterwaarden.
Deze knoppen gebruikt u eveneens wanneer u een
YES/NO-antwoord moet geven tijdens een bewerking.
[NO (CANCEL)]: Druk op deze knop om de
huidige bewerking te annuleren
of om het huidige scherm te
verlaten.
[YES (ENTER)]:
Druk op deze knop om de
huidige bewerking uit te voeren
of om het huidige scherm te
selecteren.
10. AUTOMIX (VARI PITCH)-knop
Deze knop schakelt de Auto Mix-functie aan en uit. De
indicator licht op wanneer Auto Mix aan staat.
In de normale (weergave)status, regelt deze dial de
tijd van de weergave.
In combinatie met [SHIFT] schakelt dit de Vari Pitchfunctie aan/uit.
Deze dial gebruikt u ook om de waarden van de parameters te wijzigen wanneer u instellingen maakt.
11. MIDI/DISK Indicator
Met deze knop keert u terug naar het scherm dat verschijnt wanneer de VS-880EX wordt aangezet (normale weergavestatus).
Deze indicator licht groen op wanneer MIDI-boodschappen worden ontvangen, en licht rood op wanneer er data worden weggeschreven op of ingelezen
van de disk drive. Wanneer de twee tegelijkertijd
gebeuren, dan licht de indicator oranje op.
In combinatie met [SHIFT] roept dit het item op dat
wordt getoond in de balkdisplay.
12. UNDO (REDO)-knop
6.
7.
PLAY (DISPLAY)-knop
PARAMETER-knoppen
Met deze knoppen selecteert u de parameters in de
parameterdisplay.
8.
SHIFT-knop
Deze knop wordt ingedrukt in combinatie met andere
knoppen om bijkomende functies van die knoppen op
te roepen.
Druk op deze knop om een stap uit het opname- of
bewerkingsproces ongedaan te maken (Undo-functie).
Drukt u deze knop samen met [SHIFT] in, dan
annuleert u de laatst uitgevoerde Undo-functie (Redofunctie).
13. PREVIEW-knop
Met deze knop activeert u de Preview-functie, die een
bepaalde passage voor en na de huidige positie
afspeelt.
17
Voorbereidingen
Display-gedeelte
1
2
4
5
6
7
3
8
9
1.
CONDITION
Geeft de huidige toestand aan.
PLY: Normale status (Play-modus).
INn: Wijzig de input mixer-instellingen
(n=1Ð8, aÐd).
4.
MEASURE
Dit toont de huidige maat van de song.
5.
BEAT
Dit toont de huidige maatslag van de song.
TRn: Wijzig de track mixer-instellingen
(n=1Ð8 to aÐd).
6.
RTN: Wijzig de return mixer-instellingen.
Dit duidt de huidige sync mode (method of synchronization) aan.
MST: Wijzig de master block-instellingen.
SYNC MODE
SNG: Song edit
7.
LOC: Locator edit
Dit toont het scene-nummer dat op het ogenblik
gebruikt wordt (mixer setting). Een asterisk Ò✱Ó voor
het scene-nummer wijst erop dat de huidige mixerinstellingen gewijzigd werden sinds de scene werd
opgeroepen.
TRK: Track edit
FX:
Effect edit
SYS: System edit
* Indien Song Protect (p.64) wordt aangezet, dan zal in de
Play Condition display “Ply” verschijnen.
* De input/track mixer display zal 1–8 aangeven voor
kanalen waarvan de Channel Link op OFF staat, en a–d
voor kanalen die op ON staan.
8.
MARKER # (marker nummer)
Dit toont het markernummer voor de huidige tijdspositie. Indien er geen markering werd toegewezen
aan de huidige tijdspositie, zal het dichtsbijzijnde
marker nummer voorafgaand aan de huidige tijdspositie getoond worden.
3.
TIME
De huidige tijdspositie van de song wordt aangegeven
als SMPTE time code.
SMPTE Time Code (Appendices: Glossarium)
18
REMAINING TIME
Dit geeft de resterende tijd aan die beschikbaar is voor
opname.
9.
2.
SCENE
Bar display
In normale toestand, worden de items die geselecteerd
zijn door [DISPLAY (PLAY)] grafisch getoond. Terwijl
u een instelling maakt, worden de data voor die
instelling grafisch getoond.
Voorbereidingen
Achterpaneel
1
2
1.
3
4
POWER-schakelaar
Hiermee schakelt u de VS-880EX aan en uit.
2.
AC IN
Sluit hier de bijgeleverde stroomkabel aan.
3.
5
5.
DIGITAL-connectors
De VS-880EX is uitgerust met zowel coaxiale als
optische digitale I/O-connectors (conform met S/P
DIF).
IN:
De ingang voor digitale audiosignalen (stereo). U kan kiezen tussen
de coaxiale input-aansluiting of de
optische aansluiting.
OUT:
Hier worden digitale audiosignalen
uitgestuurd (stereo). Hier kan u de
coaxiale en de optische connector
tegelijkertijd gebruiken, en ze kunnen elk een verschillend signaal
voeren.
SCSI-connector
Dit is een DB-25 type SCSI-connector om disk drives
zoals een Zip disk drive of een CD-R drive aan te
sluiten.
4.
MIDI-connectors (IN, OUT/THRU)
Externe MIDI-apparaten (MIDI controllers, MIDI
sequencers, enz.) kunnen hier worden aangesloten.
IN:
OUT/THRU:
Deze connector ontvangt MIDIboodschappen. Verbind hem met de
MIDI OUT-connector van het
externe MIDI-apparaat.
Deze connector kan ofwel als MIDI
OUT- of als MIDI THRU-connector
gebruikt worden. Met de fabrieksinstellingen zal hij fungeren als
MIDI OUT-connector, wat betekent
dat hij ingesteld is om MIDI-boodschappen te versturen.
S/P DIF (Appendices: Glossarium)
* Om een digitaal audiosignaal op te nemen, volstaat het
niet om gewoon een digitaal audio-apparaat aan te sluiten
op de DIGITAL IN-connector. Wanneer u een digitaal
audiosignaal invoert, raadpleeg dan “Digitale Signalen
Opnemen” (p. 55).
* Deze connector kan geen analoge audiosignalen verwerken.
19
Voorbereidingen
6 7 8
9 10
6.
FOOT SWITCH Jack
Hier kan u een optionele voetschakelaar (bv. de DP-2
of de BOSS FS-5U) aansluiten wanneer u opnamefuncties wil bedienen, markeringen wil instellen, of punch
in/out-bewerkingen wil uitvoeren met een
voetschakelaar. Met de fabrieksinstellingen is de functie van de voetschakelaar het starten en stoppen van
de opname.
7.
PHONES Jack
Hier kan u een hoofdtelefoon aansluiten. De PHONES
jack stuurt hetzelfde geluid uit als de MONITOR jack.
8.
MASTER Jacks (L, R)
9.
AUX SEND Jack A
10. AUX SEND Jack B
Dit zijn uitgangen voor analoge audiosignalen (RCA
phono type).
Met de fabrieksinstellingen worden alle signalen uitgestuurd vanuit de MASTER OUT jacks, en is er geen
output vanuit de AUX (A en B) SEND jacks. De output
wordt bepaald door de block settings van het mastergedeelte van de mixer en door de instellingen van elk
kanaal.
11. INPUT Jacks (1–6)
Dit zijn ingangen voor analoge audio signalen. Het
zijn gebalanceerde phone jacks. De input-gevoeligheid
van elke jack regelt u met de INPUT-regelaars op het
voorpaneel.
20
11
Hoofdstuk 1
Hoofdstuk 1 Voor u begint (VS-880EX Terminologie)
Dit hoofdstuk geeft uitleg over de basisbegrippen, de
interne structuur en de elementaire bewerkingen die u
moet kennen om met de VS-880EX te werken. Gelieve
dit hoofdstuk grondig te lezen zodat u een beter
inzicht krijgt in de VS-880EX.
Data bewaren en beheren
Ex. 3: Een disk drive van 2.1 GB en een partitiegrootte van 500 MB.
Disk Drive
(2.1GB)
Partitie 0
(500MB)
Partitie 1
(500MB)
Partitie 2
(500MB)
Partitie 3
(500MB)
De diskinhoud beheren (Partitioning)
De VS-880EX bewaart alle data Ñ zoals performance
data, mixdata, systeemdata, enz. Ñ op de disk drive.
Bijgevolg kan hij niet functioneren zonder een interne
disk of zonder dat hij is aangesloten op een Zip drive
met een SCSI-connector. Bovendien, de hard disk of
Zip drive gebruikt door de VS-880EX kunnen niet
door een ander apparaat gebruikt worden.
De VS-880EX kan 500 MB of 1000 MB aan schijfruimte
in ŽŽn keer beheren. Indien u een disk drive met een
grotere capaciteit gebruikt, zal u hem in twee of meer
onderdelen moeten opsplitsen.
Deze onderdelen noemen we Òpartities.Ó U kan tot 4
partities cre‘ren op ŽŽn disk drive. Om te zorgen dat u
voldoende ruimte hebt voor uw songs, raden wij aan
om partities van 1000 MB te maken.
Ex. 1: Een disk drive van 810 MB en een partitiegrootte van 1000 MB.
Disk Drive
(810MB)
Partitie
(810MB)
onbruikbaar
(100MB)
Ex. 4: Een disk drive van 2.1 GB en een partitiegrootte van 1000 MB.
Disk Drive
(2.1GB)
Partitie 0
(1000MB)
Partitie 1
(1000MB)
Partitie 2
(100MB)
Elke partitie op de disk drive van de VS-880EX wordt
beschouwd als een onafhankelijke drive, waarvan elke
partitie automatisch een partitienummer (0Ð3) krijgt.
Wanneer ŽŽn hard disk meerdere partities bevat, kan u
specificeren welke partitie van welke drive u wil
gebruiken. De disk drive-partitie die in gebruik is,
wordt de current drive genoemd.
Ex. 2: Een disk drive van 1.4 GB en een partitiegrootte van 1000 MB.
Disk Drive
(1.4GB)
Partitie 0
(1000MB)
Partitie 1
(400MB)
21
Hoofdstuk 1 Voor u begint (VS-880EX Terminologie)
Kies de Disk die u wil gebruiken voor
Opname/Weergave (Drive Select)
De Plaats waar een Performance
wordt opgenomen (Song)
1. Druk enkele keren op [SYSTEM] tot ÒSYS Drive
SelectÓ op de display verschijnt.
De plaats (locatie) waar performance data worden
opgenomen noemen we de song. Bijvoorbeeld op een
meersporen bandrecorder zou dit overeenkomen met
de cassetteband. U kan tot 200 songs maken in elke
partitie. Normaal gezien stelt u de partitiegrootte in op
1000 MB. Wanneer u met een groot aantal songs
tegelijk werkt, is het aan te raden om de partitiegrootte op 500 MB in te stellen. De song die wordt
opgenomen, afgespeeld, of bewerkt wordt de current
song genoemd. Een song bevat de volgende data.
2. Druk op [YES].
3. Kies de gewenste disk drive met de TIME/VALUE
dial. Naar de interne hard disk wordt verwezen als
ÒIDE:*Ó en naar externe disk drives als
ÒSC0:*ÐSC7:*Ó (het nummer is het SCSI ID number). Het nummer achter de naam van de disk
drive is het partitienummer. Als u bv. partitie 1 van
de interne hard disk wil selecteren, dan kiest u
ÒIDE:1.Ó
4. Druk op [YES].
Op het scherm verschijnt een vraag tot bevestiging.
5. Druk op [YES].
ÒSTORE Current?Ó (De huidige song opslaan?) verschijnt op de display.
6. Indien u de huidige song wil bewaren, drukt u op
[YES]; indien niet, drukt u op [NO]. Indien u een
demo song hebt geselecteerd, druk dan op
[NO].
7. Keer, nadat u de current drive hebt geselecteerd,
terug naar de Play-modus.
* Indien u hard disks of song data zowel op de VS-880EX
als op de VS-880/840/1680 wil gebruiken, zullen de
mogelijkheden beperkt zijn, om wille van factoren zoals
verschillende partitiegroottes of een verschillend aantal
sporen. Voor meer details, zie “Compatibiliteit” (p. 136).
* De VS-880EX accepteert de installatie van Interne hard
disks (aangeduid door Roland). Voor opname of weergave
op een aantal tracks tegelijker-tijd, om de beschikbare
schijfruimte optimaal te benutten en om de optimale
prestaties uit de VS-880EX te halen, raden wij aan om
de Hard Disk van 2.1 GB of meer te gebruiken.
22
¥ Alle data opgenomen op V-tracks
¥ MIDI clocks van de sync track
¥ Punten aangeduid binnen een song (locator, marker,
punch-in/out points, loop-in/out points) (p. 36)
¥ Scenes (mixerinstellingen)
¥ Vari Pitch-instellingen (p. 152)
¥ Systeem-instellingen (system, MIDI, disk, sync,
Scene)
(p. 164)
¥ Effect-instellingen
¥ Auto Mix Data
Bronnen, Sporen en Kanalen
Bij de VS-880EX, worden in het recorder- en het mixergedeelte de termen (signaal)bron, spoor en kanaal
gebruikt. Deze termen worden wel eens met elkaar
verward. Daarom verklaren we ze hier even.
(signaal)bron: Een signaal dat binnenkomt in het
mixer-gedeelte of dat wordt opgenomen
in het recorder-gedeelte. Voor de VS880EX verwijst deze term specifiek naar
de signalen van de analoge input jacks
(1Ð6) de digitale ingangsconnector.
spoor:
Een signaal dat ontvangen of uitgestuurd
wordt door het recorder-gedeelte. Deze
term verwijst eveneens naar de plaats op
de hard disk waar een signaal wordt
opgenomen of van waar het wordt
weergegeven.
kanaal:
Een signaal dat ontvangen of uitgestuurd
wordt door het mixer-gedeelte. Deze term
verwijst specifiek naar de faders en knoppen van het mixer-gedeelte op het voorpaneel.
Events
Het kleinste bouwsteentje in de geheugenstructuur
van de VS-880EX heet event. Een nieuw gecre‘erde
song kan ongeveer 12,800 events bevatten.
Een opname in ŽŽn take gebruikt per spoor twee
events. Bewerkingen zoals punch-in/out of track copy
gebruiken ook events. Het aantal events dat gebruikt
wordt, varieert. Auto mix, bijvoorbeeld, (p. 142)
gebruikt 5 events voor elke Marker.
Zelfs wanneer er nog voldoende schijfruimte vrij is,
kan ŽŽn song alle beschikbare events opgebruiken. In
dat geval kan u in de desbetreffende song geen data
meer opnemen.
Om events beschikbaar te maken kunt u ŽŽn van de
volgende dingen doen. Ga na welk de beste methode
is voor uw situatie.
● Song Store (p. 32)
Sla de song op met Song Store indien u in de UNDOmodus werkt ([UNDO]-indicator brandt). Events voor
REDO komen vrij. De laatste UNDO kan u niet meer
ongedaan maken (REDO), als u de STORE-bewerking
hebt uitgevoerd.
● Song Optimize (p. 156)
Voer een Song Optimize uit indien u veel Punch In
recording hebt gedaan. Events voorbehouden voor
onnodige audiodata komen vrij. Let wel: in dat geval
blijft er slechts ŽŽn UNDO-stap over.
● AutoMix data wissen (p. 146)
Indien u AutoMix data hebt opgenomen, wis dan de
onnodige data. Events voorbehouden voor onnodige
AutoMix data komen dan vrij.
23
Hoofdstuk 1
Hoofdstuk 1 Voor u begint (VS-880EX Terminologie)
Hoofdstuk 1 Voor u begint (VS-880EX Terminologie)
Mixer-gedeelte
Het digitale mengpaneel regelt de input en output van het recorder-gedeelte. De
VS-880EX bevat een Input Mixer voor het maken van instellingen tijdens de
opname, een Track Mixer voor het mixen van het afgewerkte nummer, een
Effect Return Mixer die effect return en Stereo In controleert (p. 152), en een
Master Block dat bepaalt vanuit welke output jacks het signaal van elke mixer
zal worden uitgestuurd.
* Meer details over het mixer-gedeelte vindt u in het “Mixer Section Block Diagram”
(Engelstalige Appendices p. 120).
Signaalgeleiding (Bussen)
In de VS-880EX lopen de signalen door bussen. Bussen zijn gemeenschappelijke lijnen door dewelke meerdere signalen op efficiënte wijze naar
meerdere sporen of kanalen kunnen worden gestuurd. Het wordt misschien
wat duidelijker als we dit vergelijken met de waterleiding in een huis.
Bijvoorbeeld, het water dat door de watermaatschappij aan uw huis wordt
geleverd, wordt doorgestuurd naar verschillende plaatsen in het huis (keuken,
badkamer, toilet, enz.). Het water dat op al deze plaatsen wordt gebruikt, wordt
nadien afgevoerd naar de riool.
Uw huis
Gootsteen Keuken
INPUTS
Toilet
INPUT
OUTPUT
INPUTS
OUTPUT
OUTPUT
OUTPUT
INPUT
INPUT (van de
waterleiding
naar het huis)
Badkuip
OUTPUT
OUTPUT
(naar de
riool)
OUTPUT
INPUTS
Boiler
Lavabo Badkamer
Koud Water (Bus)
Afvoer (Bus)
Warm Water (Bus)
Als we nu even stellen dat de VS-880EX het huis is, dan kunnen we inputs zoals
mic of guitar vergelijken met het aangeleverde water. Sommige van deze inputs
worden naar opnamesporen gestuurd en worden opgenomen. Andere worden
naar het effectgedeelte gestuurd, en er wordt reverb of chorus aan toegevoegd
voordat ze naar de uotput gaan.
Het basisprincipe van de VS-880EX bestaat erin dat u op deze manier opgeeft
van waar en naar waar de gewone lijnen lopen, en zo kunt bepalen welke
input-signalen op welke sporen worden opgenomen, welke effecten ze krijgen
24
en of ze worden uitgestuurd.
De VS-880EX beschikt over de volgende bussen.
RECORDING Bus:
Signalen toegewezen aan de RECORDING bus worden naar het recordergedeelte gestuurd om opgenomen te worden. Er zijn acht kanalen die kunnen
worden toegewezen aan de output van de input mixer, de track mixer, en de
effecten (Return). Signalen die toegewezen zijn aan de RECORDING bus, kunnen niet naar de MIX bus gestuurd worden.
MIX Bus:
Signalen toegewezen aan de MIX bus worden naar de MASTER jacks gestuurd
voor monitoring. Deze bus heeft twee kanalen (L en R), en kan output-signalen
ontvangen van de input mixer, de track mixer en de effecten (Return). Signalen
toegewezen aan de MIX bus kunnen niet naar de RECORDING bus gestuurd
worden.
EFFECT Bus:
Signalen toegewezen aan de EFFECT bus krijgen een effect toegevoegd in het
effectgedeelte. Deze bus heeft twee kanalen (FX1, FX2) en kan signalen van de
input mixer en de track mixer verwerken. Signalen toegewezen aan de
RECORDING bus of aan de MIX bus kunnen ook naar de EFFECT bus gestuurd
worden.
AUX Bus:
Signalen toegewezen aan de AUX bus worden naar de AUX SEND jacks
gestuurd. Dit laat u toe om aparte mixen te maken voor monitoring. Deze bus
heeft twee kanalen (AUX A, AUX B) en kan signalen van de input mixer en de
track mixer ontvangen. Signalen toegewezen aan de RECORDING bus of aan de
MIX bus kunnen ook naar de AUX bus gestuurd worden. Dit is handig wanneer
u bijvoorbeeld een extern effectapparaat wil aansluiten, of wanneer u een aparte
uitgang wil, afzonderlijk van die van de MASTER Out jacks (individual out).
25
Hoofdstuk 1
Hoofdstuk 1 Voor u begint (VS-880EX Terminologie)
Hoofdstuk 1 Voor u begint (VS-880EX Terminologie)
Input Mixer
De Input mixer gaat vooraf aan het recorder-gedeelte en komt overeen met de
externe ingangsbronnen (INPUT 1Ð6, DIGITAL IN L/R).
Input Mixer (Kanaal 1–6, DIGITAL IN L/R)
INPUT 1
EQ1
Fader1
Pan1
INPUT 2
EQ2
Fader2
Pan2
INPUT 3
EQ3
Fader3
Pan3
INPUT 4
EQ4
Fader4
Pan4
INPUT 5
EQ5
Fader5
Pan5
REC 4 (Recorder)
INPUT 6
EQ6
Fader6
Pan6
REC 5 (Recorder)
DIGITAL IN L (7)
EQ7
Fader7
Pan7
DIGITAL IN R (8)
EQ8
MIX L/R (MASTER)
REC 1 (Recorder)
REC 2 (Recorder)
REC 3 (Recorder)
REC 6 (Recorder)
REC 7 (Recorder)
Fader8
Pan8
REC 8 (Recorder)
De output van elk kanaal wordt toegewezen aan een spoor om opgenomen te
worden. Kanalen die niet aan een spoor zijn toegewezen, worden rechtstreeks
vanuit de MASTER jacks uitgestuurd. Dit is eveneens het geval voor kanalen die
wel aan een spoor zijn toegewezen, maar niet in opname staan (de STATUS-indicator knippert in het rood). De volgende signalen worden toegewezen aan de
kanaalfaders.
26
Kanalen 1–6:
INPUT jacks 1Ð6
Kanalen 7–8:
DIGITAL IN connector L/R
Track Mixer
De Track mixer bevindt zich na het recorder-gedeelte en komt overeen met de
sporen (1Ð8).
Recorder
Track Mixer (Spoor 1–8)
REC 1
Track1
EQ1
Fader1
Pan1
REC 2
Track2
EQ2
Fader2
Pan2
REC 3
Track3
EQ3
Fader3
Pan3
REC 4
Track4
EQ4
Fader4
Pan4
REC 5
Track5
EQ5
Fader5
Pan5
REC 4 (Recorder)
REC 6
Track6
EQ6
Fader6
Pan6
REC 5 (Recorder)
REC 7
Track7
EQ7
Fader7
Pan7
REC 8
Track8
MIX L/R (MASTER)
REC 1 (Recorder)
REC 2 (Recorder)
REC 3 (Recorder)
REC 6 (Recorder)
REC 7 (Recorder)
EQ8
Fader8
Pan8
REC 8 (Recorder)
Alle sporen worden uitgestuurd via de MASTER jacks. U kan ook sporen terugsturen naar de RECORDING bus voor overdubbing of heropname. In deze status komen de kanaalfaders 1Ð8 overeen met de respectieve Tracks (sporen) 1Ð8.
Effect Return Mixer
Deze mixer regelt de return level/balance van effecten aangesloten op de
send/return-manier en de level/balance van de stereo input.
FX Return Mixer (Kanaal 6–8)
Stereo In
Fader6
Balance6
MIX L/R (MASTER)
REC 1 (Recorder)
FX1 Return
Fade7
Balance7
REC 2 (Recorder)
REC 3 (Recorder)
REC 4 (Recorder)
FX2 Return
Fader8
Balance8
REC 5 (Recorder)
REC 6 (Recorder)
REC 7 (Recorder)
REC 8 (Recorder)
Elk kanaal wordt uitgestuurd via de MASTER jacks. U kan ze ook toewijzen aan
de recording bus voor opname. In dit geval komen de kanaalfaders overeen met
de volgende signalen.
Kanaal 6:De INPUT jack toegewezen aan Stereo In
Kanaal 7:FX1 return
Kanaal 8:FX2 return
27
Hoofdstuk 1
Hoofdstuk 1 Voor u begint (VS-880EX Terminologie)
Hoofdstuk 1 Voor u begint (VS-880EX Terminologie)
De functie van de faders veranderen
Bij de VS-880EX is het mogelijk om de Input mixer of de Track mixer te bedienen
door de functie van de kanaalfaders op het bovenpaneel te veranderen. Druk op
[FADER], op het bovenpaneel, om over en weer te schakelen tussen input mixer
en track mixer. De FADER-indicator geeft aan welke mixer er geselecteerd is.
licht oranje op: Input Mixer
licht groen op: Track Mixer
licht rood op: Effect Return Mixer
Master Block
Dit bepaalt naar welke jacks of connectors aangesloten op externe apparatuur,
de output van elke mixer wordt gestuurd.
Masterblock
MIX L/R
MASTER L/R
AUX A, B
PHONES L/R
FX1 L/R
FX2 L/R
AUX A, B
DIGITAL OUT 1
REC bus
DIGITAL OUT 2
Recorder-gedeelte
Verschillen met een Band-MTR
In tegenstelling tot DAT-recorders, die op band opnemen, nemen digitale disk
recorders performances (geluiden) op op een schijf, net zoals MD-recorders.
Muziek die op schijf is opgenomen, kan onmiddellijk opgeroepen en
weergegeven worden, ongeacht de plaats op de schijf waar ze zich bevindt. Dit
merkt u ook aan het verschil in snelheid waarmee u naar het begin van een song
kunt gaan met een DAT recorder en met een MD recorder.
De mogelijkheid om vrij data op te zoeken, ongeacht het moment of de volgorde
van opname, noemen we random access (willekeurige toegang).
Daartegenover staat sequential access (sequentiële toegang), waarbij het
opzoeken van data gebonden is aan de volgorde van opname.
willekeurige toegang
(random access)
28
sequentiële toegang
(sequential access)
Spoorminuten en opnametijd
Bij cassetterecorders wordt de opnametijd bepaald door de lengte van de band.
Bovendien is elk stukje ongebruikte band verloren.
beschikbare opnametijd
Spoor 1
Spoor 2
Spoor 3
Spoor 4
00h00m00s00
00h30m00s00
Tijd
Opname op band (band van 30 minuten)
Bij opname op schijf daarentegen, hoewel de beschikbare opnametijd bepaald
wordt door de hoeveelheid schijfruimte, wordt enkel de schijfruimte ingenomen
die bij de opname gebruikt wordt, zonder verdere invloed op de vrije schijfruimte. Zodus zal de hoeveelheid beschikbare opnametijd vari‘ren. Daarom
werd er een standaardeenheid ingevoerd die overeenkomt met de tijdsduur van
ŽŽn doorlopend monosignaal opgenomen op ŽŽn spoor. Deze eenheid noemen
we spoorminuut.
beschikbare opnametijd
Spoor 1
Spoor 2
Spoor 3
Spoor 4
00h00m00s00
00h30m00s00
00h40m00s00
Tijd
Opname op schijf
29
Hoofdstuk 1
Hoofdstuk 1 Voor u begint (VS-880EX Terminologie)
Hoofdstuk 1 Voor u begint (VS-880EX Terminologie)
Bijvoorbeeld, 10 spoorminuten kunnen gebruikt worden voor 10 minuten monoopname, 5 minuten stereo-opname, 2 minuten en 30 seconden opname op 4
sporen, enzovoort.
Spoor 1
00h00m00s00
00h10m00s00
Tijd
Spoor 1
Spoor 2
00h00m00s00
00h05m00s00
Tijd
Spoor 1
Spoor 2
Spoor 3
Spoor 4
00h00m00s00
00h02m30s00
Tijd
Extra sporen
De VS-880EX beschikt over 8 weergavesporen en kan opnemen op 8 sporen
tegelijkertijd. Elk spoor beschikt nog eens over 8 extra sporen, die allemaal kunnen worden gebruikt voor opname en weergave. Deze extra sporen noemen we
V-tracks.
Elke song kan twee sets (banken) van 64 V-tracks (deze 8 tracks x 8 V-tracks)
bevatten. M.a.w., u kunt maximum 8 tracks x 8 V-tracks x 2 banken = 128 performance tracks opnemen. Voor de eigenlijke opname/weergave moet u de bank
opgeven die u wil gebruiken en een van de V-tracks selecteren.
Song
V-Track Bank A, B
V-Track1
2
3
4
5
6
7
8
* Op p. 129 van de Engelstalige Appendices vindt u een blanco “spoorplan” waarop u
de verdeling van uw virtuele sporen kwijt kunt. U mag deze pagina kopiëren zo vaak
als u wil.
30
Effectgedeelte
Het Effect Expansion Board
De VS-880EX bevat effecten. U kunt tot twee stereo effecten (FX1 en FX2)
tegelijkertijd gebruiken.
Effecten aansluiten
Bij de VS-880EX kunt u op twee manieren effectapparaten aansluiten. Gelieve
aandachtig het verschil tussen deze beide manieren te lezen.
Insert:
Het effect wordt rechtstreeks aangesloten, ofwel tussen de equalizer en de fader
van elk kanaal, ofwel voor de master fader. Deze aansluiting is de beste keuze
voor effecten waarbij u het originele geluid niet meer wil horen, bv. vervorming
of oversturing.
Wanneer u een effect toepast op een van de kanalen of op het Master Block, dan
kan u dit niet meer op een ander kanaal gebruiken. Bijvoorbeeld, u past FX1 toe
op Kanaal 1, dan krijgt geen enkel ander kanaal toegang tot FX1.
EQ
Fader
Pan
MIX bus of REC bus
FX 1
Send/Return:
Behalve naar de RECORDING bus en de MIX bus, kan de output van elk kanaal
ook naar de EFFECT bus gestuurd worden. Gebruik deze methode met effecten
zoals reverb en delay, wanneer u het geluid zonder effect en het geluid met
effect wil mixen.
EQ
Fader
Pan
FX Pan
MIX bus of REC bus
FX 1
FX bus
31
Hoofdstuk 1
Hoofdstuk 1 Voor u begint (VS-880EX Terminologie)
Hoofdstuk 2 Bediening - Basisprincipes
Dit hoofdstuk legt de basisprincipes uit voor de bediening van de VS-880EX. Dit omvat alle fundamentele
procŽdŽs, inclusief opnemen en editen, dus gelieve dit
hoofdstuk aandachtig te lezen.
Voor u begint
Het toestel aanzetten
Indien u de Displays of de
Handelingen niet begrijpt
Als u niet vertrouwd bent met wat u ziet op het
scherm of als u moeite hebt om een bepaalde procedure te begrijpen, druk dan op [PLAY (DISPLAY)].
Hiermee keert u terug naar het scherm dat verschijnt
wanneer u het toestel opstart. Probeer de procedure
waar u mee bezig was nog eens van in het begin.
* Om defecten en/of schade aan luidsprekers of andere
toestellen te voorkomen, zet u best steeds het volume dicht
en schakelt u alle toestellen uit voordat u aansluitingen
maakt.
* Als de aansluitingen gemaakt zijn (Quick Start p. 3), zet
u de verschillende toestellen aan in de opgegeven volgorde. Door de apparaten in de verkeerde volgorde aan te
zetten loopt u het risico op defecten en/of schade aan luidsprekers en andere toestellen.
* Controleer steeds of het volume laag staat, wanneer u het
toestel inschakelt. Zelfs met het volume helemaal dicht
kan u nog een geluid horen wanneer u de stroom
inschakelt, maar dit is normaal en duidt niet op een defect.
1. Zet het toestel aan met de POWER-schakelaar op
het achterpaneel van de VS-880EX.
Wanneer de VS-880EX correct opstart, verschijnt het
volgen de scherm.
CONDITION MARKER#
TIME
dB
0
¥ Indien een bepaalde bewerking niet correct werd
uitgevoerd of kon worden uitgevoerd, dan
verschijnt er een foutmelding in de display.
Wanneer
dit
gebeurt,
raadpleeg
dan
ÒFoutmeldingenÓ (Appendices), en voer de
opgegeven maatregel uit.
¥ Als het resultaat van een bewerking verschilt van
het resultaat dat beschreven is in Quick Start of in de
Gebruikershandleiding, zelfs wanneer u de
voorgeschreven procedure hebt gevolgd, raadpleeg
dan ÒProblemen OplossenÓ (Appendices p. 6).
¥ Indien de bovenstaande stappen uw probleem niet
verhelpen, contacteer dan een Roland Service Center
of een erkende Roland verdeler in uw buurt.
Voordat u eindigt
4
12
24
48
INPUT TRACK
AUX MASTER
* Wanneer u de VS-880EX aanzet, moet de disk drive herkend worden en moeten er bepaalde data ingeladen worden.
De opstartprocedure duurt dus eventjes.
2. Zet de aangesloten audio-apparatuur aan.
3. Stel het gepaste volume in op de audiotoestellen.
4. Als de display moeilijk leesbaar is, houd dan
[PLAY(DISPLAY)] ingedrukt en draai aan de
TIME/VALUE dial.
De Performance opslaan op Disk
(Song Store)
Song data die u hebt opgenomen of bewerkt, zullen
verloren gaan als u gewoon het toestel uitschakelt. U
moet dus de Shutdown-procedure volgen alvorens het
toestel uit te schakelen.
Wanneer u een andere song kiest of van disk verandert, zal u gevraagd worden of de huidige song moet
worden bewaard (STORE Current?) (p. 33).
De inhoud van een opgenomen performance kan door
onvoorziene ongelukjes verloren gaan of zelfs door
een elektriciteitspanne. Eens verloren, is het onmogelijk om de inhoud van de performance nog te
recupereren. Om dit te voorkomen, volgt u de volgende procedure om uw songs op de disk op te slaan.
Current Song (Appendices: Glossarium)
32
Hoofdstuk 2 Bediening - Basisprincipes
1. Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [STORE
(ZERO)].
2. In de display verschijnt ÒSTORE OK?Ó. Druk op
[YES]. Indien de song correct werd opgeslagen,
verschijnt het beginscherm opnieuw. Als u het
opslaan wil annuleren, druk dan op [NO].
Het toestel uitschakelen
De inhoud van een opgenomen performance gaat verloren als u gewoon het toestel uitschakelt. Dit kan ook
schade aan de harde schijf veroorzaken. Om het toestel veilig uit te schakelen en om zeker te zijn dat uw
opgenomen performances bewaard worden, dient u
steeds de Shutdown-procedure te volgen wanneer u
een werksessie met de VS-880EX be‘indigt.
Shutdown (Appendices: Glossarium)
1. Terwijl u [SHIFT] ingedrukt houdt, drukt u op
[SHUT/ EJECT (STOP)].
2. In de display verschijnt ÒSHUT/EJECT?Ó. Druk
op [YES].
3. Dan verschijnt ÒSTORE Current?Ó in de display.
Als u de huidige song wil opslaan, druk dan op
[YES]. Wilt u de song niet opslaan, druk dan op
[NO]. Indien u een demo song geselecteerd
had, druk dan op [NO].
Indien “STORE Current?” verschijnt
Wanneer u de verschillende bewerkingen zoals shutdown begint uit te voeren, verschijnt de boodschap
ÒSTORE Current?Ó (Huidige song bewaren?). Deze
boodschap vraagt u of u de op dat moment geselecteerde song wil opslaan op de harde schijf. Als u de
song wil opslaan voor u verdergaat met de shutdown,
druk dan op [YES]. Als u wil verdergaan met de shutdown zonder de song op te slaan, druk dan op [NO].
Als u op [YES] drukt als antwoord op de vraag
ÒSTORE Current?Ó wanneer Song Protect aanstaat of
wanneer u een demo song had geselecteerd, dan verschijnt de boodschap ÒSong ProtectedÓ en zal u de
song niet kunnen opslaan. Zet Song Protect op ÒOffÓ
(p. 65) voordat u een song bewerkt. Of druk anders op
[NO].
Herstarten
U kan de VS-880EX herstarten zonder de POWERschakelaar op het achterpaneel te gebruiken. Dit is
handig wanneer u van disk wil veranderen in een
drive (zoals de Zip drive) die aangesloten is op de
SCSI-connector van de VS-880EX. Volg de onderstaande procedure.
1. Voer de shutdown-procedure uit zoals
beschreven in ÒHet Toestel uitschakelenÓ (p. 33).
2. Controleer of ÒPowerOFF/RESTARTÓ in de display verschijnt.
3. Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [RESTART
(PLAY)].
De VS-880EX wordt herstart.
4. Wanneer de afsluitprocedure correct werd uitgevoerd, verschijnt er ÒPowerOFF/RESTARTÓ in
de display.
5. Zet het volume van uw audio-apparatuur dicht.
6. Schakel de audio-apparatuur uit.
7. Schakel de VS-880EX uit met de POWER-schakelaar op het achterpaneel.
* Nadat het toestel is uitgeschakeld, blijft de harde schijf,
door haar snelheid, nog even verder draaien. Schokken
kunnen de harde schijf beschadigen op dit moment. Wacht
na het uitschakelen minstens een halve minuut vooraleer
u de VS-880 met geïnstalleerde hard disk verplaatst.
33
Hoofdstuk 2
* Wanneer u werkt met belangrijke songdata of wanneer u
de VS-880EX gedurende lange perioden gebruikt, raden
wij ten stelligste aan om regelmatig de Song Store-procedure uit te voeren.
Hoofdstuk 2 Bediening - Basisprincipes
Basishandelingen voor de
VS-880EX
De VS-880EX beschikt over een brede waaier aan
mogelijkheden (functies) en instellingen (parameters).
Deze worden ingedeeld volgens type, functie, bediening, enzovoort. Zulk een groepering van functies
en/of parameters noemen we een mode. Hieronder
volgt een overzicht van de verschillende ÒmodesÓ.
Roep het menu van de gewenste
mode op
Om de gewenste mode te kiezen, drukt ofwel op de
EDIT CONDITION-knop, op de CH EDIT-knop of op
[SHIFT]+[EDIT(FADER)].
Edit mode
Play mode:
Hier kan u normaal songs weergeven/opnemen. De
VS-880EX wordt in Play mode gezet telkens wanneer
hij wordt aangezet.
Channel mode
Channel mode:
In deze mode maakt u de instellingen voor de input
mixer, de track mixer of de effect return mixer.
Master Block mode:
Hier maakt u de instellingen voor het Master Block
van de mixer.
Master Block mode
Song mode:
Voert de bewerkingen in verband met de songs uit.
Locator mode:
Hier maakt u de instellingen voor de locator of
marker.
Track mode:
Voert de bewerkingen in verband met de sporen uit.
Effect mode:
In deze mode maakt u de effectinstellingen.
System mode:
Hier kan u instellingen maken die de VS-880EX in zijn
geheel be•nvloeden.
Hieronder volgt de algemene werkwijze die wordt
gehanteerd bij het uitvoeren van de functies en het
wizigen van de instellingen in elk van de modes.
Bekijkt u dit even.
1. Roep het menu van de gewenste mode op.
2. Selecteer de pagina die de gewenste functie of
parameter bevat.
3. Selecteer de parameter die u wil wijzigen.
4. Verander de waarden.
5. Bevestig uw keuze.
34
Selecteer de pagina die de gewenste
functie of parameter bevat
Het menu van de gewenste pagina wordt getoond.
Kies met PARAMETER [
][
] de gewenste
pagina en druk op [YES]. U kan ook de menu display
veranderen door herhaaldelijk op EDIT CONDITION
te drukken.
CONDITION MARKER#
TIME
dB
0
4
12
24
48
INPUT TRACK
AUX MASTER
Wanneer de System mode geselecteerd is
Wanneer de System mode geselecteerd is, zullen
in sommige gevallen de parameters zelf onmiddellijk op het scherm verschijnen (in plaats van
het System menu). Dit laat u toe om onmiddellijk
de laatst gewijzigde parameter te selecteren. Als u
het System menu wil zien, druk dan nogmaals op
[SYSTEM].
Hoofdstuk 2 Bediening - Basisprincipes
Ga met PARAMETER [
] [
] naar de
instelling (parameter) die u wil wijzigen. Als er twee
of meer parameters tegelijkertijd worden getoond, verplaats de cursor dan met CURSOR [
][
].
Cursorlocatie (display knippert)
CONDITION MARKER#
TIME
dB
0
4
12
24
De Track mode veranderen
De mode van elk spoor (track) verandert telkens als u
op de STATUS-knop drukt. De indicators op de knoppen geven aan welke status actief is.
SOURCE (oranje):
U hoort het ingangssignaal of het spoor dat aan het
kanaal is toegewezen.
REC (rood knipperend):
Geeft aan wat er op elk spoor wordt opgenomen. Bij
de weergave hoort u de sporen. U kan direct bepalen
wat er moet worden opgenomen door op de STATUSknop te drukken terwijl u [REC] ingedrukt houdt.
48
INPUT TRACK
AUX MASTER
Verander de waarden
Gebruik de TIME/VALUE dial voor deze handeling.
Draait u de dial in tegenwijzerzin, dan nemen de
waarden af. Draait u in wijzerzin, dan nemen ze toe.
Deze toe- of afname gebeurt meestal in stapjes van ŽŽn
eenheid, maar door [SHIFT] ingedrukt te houden terwijl u aan de TIME/VALUE dial draait, worden de
waardesprongen tien keer groter (of kleiner, afhankelijk van de parameter).
REC (rood en oranje knipperend):
Geeft aan wat er op elk spoor wordt opgenomen. Bij
de weergave hoort u het ingangssignaal. Druk tijdens
de weergave nogmaals op de STATUS-knop waarvan
de indicator rood knippert.
PLAY (groen):
Geeft weer wat er op het spoor staat. U kan direct
bepalen wat er moet worden weergegeven door op de
STATUS-knop te drukken terwijl u [STOP] ingedrukt
houdt.
OFF (uit):
Het spoor is uitgeschakeld.
* De VS-880EX kan tot 8 sporen tegelijkertijd opnemen.
waarden
nemen af
waarden
nemen toe
Bevestig uw keuze
Na het wijzigen van een waarde, het kiezen van een
andere song of het geven van een andere opdracht,
moet u uw keuze bevestigen. Wanneer de vraag om
bevestiging op de display verschijnt, drukt u op [YES].
Wil u de handeling annuleren, druk dan op [NO].
35
Hoofdstuk 2
Selecteer de parameter die u wil
wijzigen
Hoofdstuk 2 Bediening - Basisprincipes
De weergavepositie kiezen
De weergavepositie wordt op de display afgebeeld in
SMPTE-tijdcodeformaat. De huidige maat, tel en het
Markernummer worden ook afgebeeld. Ga als volgt te
werk om de huidige weergavepositie te wijzigen.
SMPTE Time Code (Appendices: Glossarium)
De positie verplaatsen per Frame
Naar het begin of het einde van een
Performance gaan
U kan rechtstreeks vanuit gelijk welke V-track van het
geselecteerde spoor overgaan naar de eerste of laatste
plaats in de song die opgenomen geluid bevat. Volg
de onderstaande procedure.
Naar de eerste plaats in de song die opgenomen
geluid bevat:
Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [SONG TOP
(REW)].
¥ Draai aan de TIME/VALUE dial om de weergavepositie frame per frame op te schuiven.
Naar de laatste plaats in de song die opgenomen
geluid bevat:
¥ Om per tien frames op te schuiven, houdt u [SHIFT]
ingedrukt en draait u aan de TIME/VALUE dial.
Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [SONG END
(FF)].
¥ Om op te schuiven met stapjes van ongeveer 1/10
frame, drukt u eerst op CURSOR [
] totdat Ò¬Ó
verschijnt. De display schakelt over naar sub-frameeenheden (ongeveer 1/100 frame). Draai dan aan de
TIME/VALUE dial. Om terug te keren naar de
frame-eenheden, drukt u op CURSOR [
].
¥ Om op te schuiven met stapjes van ongeveer 1/100
frame, houdt u [SHIFT] ingedrukt en draait u aan de
TIME/VALUE dial.
De positie verplaatsen per Maat/Tel
Het MEASURE-veld op de display geeft het maatnummer aan van de huidige positie en het BEAT-veld geeft
het nummer van de tel aan. Voor meer informatie over
maten en tellen en over hun rol in de song verwijzen
we naar ÒDe MetronoomÓ (p. 154).
¥ Om per maat op te schuiven, plaatst u met CURSOR
[
] [
] de cursor in het MEASURE-veld en
draait u aan de TIME/VALUE dial.
¥ Om per tel op te schuiven, plaatst u met CURSOR
[
][
] de cursor in het BEAT-veld en draait u
aan de TIME/VALUE dial.
* Een “+”na de tel geeft aan dat de weergavepositie zich
niet in het begin van een maat/tel bevindt. Wanneer de
weergavepositie bij het begin van een maat/tel komt, zal
de “+”-aanduiding verdwijnen.
1
2
3
4
5
6
7
8
Song Top
Song End
Een tijdspositie opslaan
De VS-880EX voorziet twee manieren om delen van
een song waarover u wil opnemen of die u meermaals
wil beluisteren te markeren en makkelijk op te roepen.
De ene heet de Locator-functie en de andere noemen
we de Marker-functie. Gebruik deze methoden waarvoor ze bedoeld zijn.
Locator:
Sla de Òlocator-Ó of tijdsposities op onder de
LOCATOR ([1/5]Ð[4/8])-knoppen op het bovenpaneel
van de VS-880EX. In combinatie met [SHIFT] kan u tot
acht tijdsposities registreren, en met een druk op de
knop springt u meteen naar een geregistreerde tijdspositie. Er zijn vier banken voor elke knop, zodat u
kan beschikken over 32 (8 x 4) locators.
Marker:
U kan in elke song tot 1000 snel opeenvolgende locate
points (000Ð999) plaatsen. U kan eveneens Auto Mix
data (p. 143) opslaan en er is ook een sync track
voorzien (p. 123).
36
Hoofdstuk 2 Bediening - Basisprincipes
Tijdsposities worden opgeslagen met de LOC-knoppen ([1/5]Ð[4/8]) op het bovenpaneel van de VS880EX. In combinatie met [SHIFT] kan u tot 8 tijdsposities registreren, en met een druk op de knop
springt u meteen naar een geregistreerde tijdspositie.
Er zijn vier banken voor elke knop, zodat u kan
beschikken over 32 (8 x 4) locators. De locators zijn
ook een handige manier om delen van een song die bij
Loop Recording herhaald moeten worden, of markeerpunten voor Punch-In Recording te defini‘ren.
1
2
3
4
5
6
7
8
1
2
3
4
5
6
7
8
1
2
3
4
5
6
7
8
1
2
3
4
5
6
7
8
2. Houd [LOCATOR] ingedrukt en druk op de
LOC -knop ([1/5]Ð[4/8]) voor het banknummer
dat u wil veranderen.
[LOCATOR] dient zowel om de Locator-status op te
roepen als om van Locator Bank te veranderen. Als u
[LOCATOR] loslaat zonder de Locator Bank te veranderen, zou het kunnen dat de display wel verandert.
Bank 4
Bank 3
Bank 2
Bank 1
3. Laat [LOCATOR] los.
4. Registreer het locator point volgens de procedure
beschreven in ÒEen Tijdspositie opslaanÓ.
00h00m00s00
Tijd
Locators opslaan
1. Ga naar de positie in de songwaar u een locator
wil plaatsen.
2. Druk op een LOC -knop ([1/5]Ð[4/8]). Als u b.v.
Locator 1 wil instellen, drukt u op [1/5]. Als u de
positie wil opslaan in Locator 5, houd dan
[SHIFT] ingedrukt en druk op [1/5].
U kan ze gebruiken bij de opname/weergave of wanneer de song gestopt is. Wanneer een locate point
geplaatst is, licht de overeenkomstige indicator op.
Naar een opgeslagen positie gaan
Fijn afregelen
Locators
van
opgeslagen
1. Ga naar de locator waarvan u de positie wil
bijregelen. Gebruik hiervoor de LOC -knoppen
([1/5]Ð[4/8]).
2. Druk meermaals op [LOCATOR] totdat op de display ÒLOC Loc*Ó (* is het locatornummer dat u
wil wijzigen) verschijnt.
3. Stel met de TIME/VALUE dial de gewenste tijdspositie in.
4. Wanneer u klaar bent met de afregeling, drukt u
op [PLAY(DISPLAY)].
Keer terug naar de Play mode.
1. Druk op de LOCATOR-knop voor het locate point
waar u naartoe wil. Als u b.v. naar Locator 1 wil,
druk dan op [1/5]. Wil u naar de positie opgeslagen in Locator 5, houd dan [SHIFT] ingedrukt en
druk op [1/5].
De Locator Bank veranderen
1. Druk op [LOCATOR].
Het huidige locator bank-nummer zal worden afgebeeld als ÒLocate Bank = 1Ó enz. Tegelijkertijd zal de
LOC indicator die overeenkomt met het huidige
banknummer, knipperen.
37
Hoofdstuk 2
Werken met de Locator
Hoofdstuk 2 Bediening - Basisprincipes
Een opgeslagen Tijdspositie wissen
1. Terwijl u [CLEAR] ingedrukt houdt, drukt u op
de LOC -knop ([1/5]Ð[4/8]) van het locate point
dat u wil wissen. Als u b.v. het locate point van
LOCATOR 1 wil wissen, druk dan tegelijkertijd
op [CLEAR] en [1/5]. Als u de tijdspositie opgeslagen in Locator 5 wil wissen, houd dan [SHIFT]
ingedrukt en druk op [CLEAR] en [1/5].
De Markernummers
Elke marker krijgt een nummer (000-999), in chronologische volgorde. Dit betekent dat, wanneer u
een nieuwe marker plaatst voor een reeds aanwezige marker, de nummers van de daaropvolgende markers allemaal aangepast zullen worden.
TAP
0
1
2
3
Tijd
Voor het plaatsen van een Marker
0
1
2
3
4
Tijd
Na het plaatsen van een Marker
Werken met Markers
Naast de locate points voor de weergave kan u nog
eens 1000 (duizend) Markers in een song plaatsen. De
Markers zijn ook een handige manier om delen van
een song die bij Loop Recording herhaald moeten
worden, of markeerpunten voor Punch-In Recording
te defini‘ren.
* Tussen de markers moet er een interval van ten minste
0.1 seconde zijn. U zal geen nieuwe marker kunnen invoeren wanneer er reeds een marker staat op een positie
die minder dan 0.1 seconde verwijderd is.
Een Tijdspositie markeren
Markers verplaatsen
Druk op [PREVIOUS] om naar de Marker te gaan die
onmiddellijk voorafgaat aan de huidige weergavepositie. Telkens u op deze knop drukt, gaat u een marker
verder, in de volgorde waarin ze staan. Druk op
[NEXT] om naar de Marker te gaan die onmiddellijk
volgt op de huidige weergavepositie.
PREVIOUS
0
NEXT
1
2
Wanneer u op [TAP] drukt, wordt er een marker
geplaatst op de huidige tijdspositie. Dit kan tijdens een
opname of weergave, of wanneer de song gestopt is.
TAP
TAP
TAP
TAP
TAP
TAP
TAP
0
1
2
3
4
5
6
00h00m00s00
38
Tijd
Tijd
Markers tonen
Het Markernummer van gelijk welke tijdspositie
wordt aangegeven op de display. Indien op de
huidige positie geen markernummer staat, dan
wordt het nummer van de dichtstbijzijnde voorafgaande marker getoond. Staan er geen markers in
de song, dan wordt ÒÑÓ afgebeeld. Als u Ò***Ó
ziet in de display, betekent dit dat er wel markers
in de song staan, maar dat de huidige positie
voorafgaat aan de eerste marker.
Hoofdstuk 2 Bediening - Basisprincipes
CLEAR
TAP
+
1. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
0
2. Het markernummer van de huidige positie zal op
de display verschijnen in het ÒMARKERÓ-veld.
Plaats met CURSOR [
][
] de cursor in het
MARKER-veld en draai aan de TIME/VALUE
dial.
Fijn afregelen van gemarkeerde
Posities
1
2
3
4
Tijd
Voor het verwijderen van een Marker
0
1
2
3
1. Ga naar de marker die u wil bijregelen. Doe dit
met [PREVIOUS] of [NEXT].
2. Druk meermaals op [LOCATOR] totdat op de display ÒLOC ***Ó verschijnt (*** is het nummer van
de marker die u wil wijzigen).
3. Stel met de TIME/VALUE dial de marker in die u
wil wijzigen. U kan de marker slechts verschuiven
binnen het gebied dat wordt afgebakend door de
vorige en de volgende marker.
0
1
1
Hoofdstuk 2
Markers verplaatsen
1
Tijd
Na het verwijderen van een Marker
Alle Markers in één keer verwijderen
1. Houd [SHIFT], [CLEAR] en [TAP] tegelijkertijd
ingedrukt.
2. ÒClear ALLMarker ?Ó verschijnt op de display.
Als u de markers wil verwijderen, druk dan op
[YES]. Wil u de procedure annuleren, druk dan op
[NO].
2
SHIFT
Tijd
CLEAR
+
Bereik waarbinnen u de marker kan verschuiven
0
1
TAP
+
2
3
4
4. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
Keer terug naar de Play mode.
Tijd
Een gemarkeerde Positie wissen
Voor het verwijderen van de Markers
Dankzij de markers is het veel makkelijker om een
bepaalde plaats in een song terug te vinden, maar als
er teveel markers aanwezig zijn, kan het juist moeilijker worden om iets terug te vinden. Daarom kan u best
alle overbodige markers verwijderen.
1. Ga naar de marker die u wil verwijderen. Gebruik
hiervoor [PREVIOUS] of [NEXT].
Tijd
Na het verwijderen van de Markers
2. Terwijl u [CLEAR] ingedrukt houdt, drukt u op
[TAP].
De marker wordt verwijderd. De nummers van de
markers die volgen op de verwijderde marker, worden aangepast.
39
Hoofdstuk 3 Meersporenopname
In dit hoofdstuk worden de handelingen uitgelegd die
nodig zijn om op te nemen met de VS-880EX. Probeer
elke handeling uit terwijl u deze instructies leest.
Opnemen
Wat hebt u nodig voor een
meersporenopname?
¥ VS-880EX (1)
¥ Interne IDE hard disk
¥ Audio-apparatuur voor het Master Out-signaal, of
een stereo hoofdtelefoon
¥ Signaalbron (elektrische gitaar, synthesizer, CDspeler, enz.) of microfoon
Een nieuwe song maken (Song New)
Opnemen is niet mogelijk terwijl er een demosong
geselecteerd is. Dit komt doordat de inhoud van de
demosongs beschermd is tegen veranderingen of
overschrijven (p. 64). Ga als volgt te werk om een
nieuwe song te maken. Dit proces is analoog met het
verwisselen van cassettes bij een meersporen bandrecorder.
1. Druk meermaals op [SONG] totdat ÒSNG Song
New ?Ó op de display verschijnt.
2. Druk op [YES].
3. ÒSNG SampleRate=Ó verschijnt op de display.
Kies een sample rate met de TIME/VALUE dial.
Sample Rate
Kies een sample rate (32 kHz, 44.1 kHz, or 48.0 kHz).
Wanneer u een digitale verbinding maakt met een
digitaal audio-apparaat, zorg dan dat de sample rate
overeenkomt met die van het aangesloten apparaat.
Bovendien, wanneer u een originele audio CD
maakt, kies dan 44.1 kHz. Nadat de song is
opgenomen, kan u de sample rate niet meer veranderen. Bijgevolg kan u geen verschillende sample rates
in dezelfde song hebben.
4. Druk op PARAMETER [
].
5. ÒRecord Mode=Ó verschijnt op de display. Kies
met de TIME/VALUE dial een opnamemode.
Record Mode (Opnamemode)
Kies een opnamemode in functie van de opname-tijd
en de gewenste geluidskwaliteit. Als een song eenmaal is opgenomen, kan u dit niet meer veranderen.
40
MAS (Mastering):
Met deze mode krijgt u een geluidskwaliteit zoals die
van een CD- of DAT-opname. Als u in deze mode een
song opneemt kan u echter slechts over 6 sporen (1Ð6)
beschikken. Deze mode is geschikt voor het opnemen
van bewerkte 2-kanaals stereo songs.
MT1 (Multi-Track 1):
De hoge geluidskwaliteit blijft, en de opnametijd
wordt ongeveer dubbel zo lang als in de ÒMasteringÓ
mode. Dit is de aangewezen keuze wanneer u veel
Track Bouncing (sporen samenschrijven) wil doen.
MT2 (Multi-Track 2):
De hoge geluidskwaliteit blijft, en de opnametijd is
langer dan in ÒMulti-Track 1Ó mode. Deze mode is
geschikt voor het normale gebruik.
LIV (Live):
U beschikt over meer opnametijd dan in de ÒMultiTrack 2Ó mode. Deze mode is geschikt wanneer er nog
weinig vrije ruimte is op uw hard disk of wanneer u
live performances opneemt.
6. Druk op [YES].
ÒCreate New - Sure?Ó verschijnt op de display.
7. Druk op [YES].
ÒSTORE Current?Ó verschijnt in de display.
8. Als u de huidige song wil bewaren, drukt u op
[YES]; indien niet, drukt u op [NO]. Indien u een
demosong had geselecteerd, drukt u op [NO].
9. Wanneer er een nieuwe song gemaakt is, zal u
terugkeren naar de Play mode. De nieuw aangemaakte song zal geselecteerd worden voor
opname/weergave.
De Opnametijd
De opnametijd (spoorminuten) is afhankelijk van
de opnamemode en van de sample rate. De tabel
toont de opnametijden voor 1 spoor, met 2 GB
vrije schijfruimte.
Spoorminuten (Appendices: Glossarium)
Opname
Sample Rate
Mode
48.0 kHz
44.1 kHz
MAS
185+185 min.
202+202 min.
MT1
371+371 min.
404+404 min.
MT2
495+495 min.
539+539 min.
LIV
594+594 min.
646+646 min.
(Alle tijden bij benadering)
32.0 kHz
278+278 min.
557+557 min.
742+742 min.
891+891 min.
* Bovenstaande tabel is een algemene maatstaf voor het
schatten van opnametijden. De werkelijke tijden kunnen iets korter zijn, afhankelijk van de hard disk of
van het aantal opgenomen songs.
Hoofdstuk 3 Meersporenopname
Songnummers
Bij de VS-880EX, bestaat het beheer van de song
data erin dat aan elke opgeslagen song een
songnummer wordt toegewezen. Nieuw
gecre‘erde songs krijgen het laagst beschikbare
nummer. Bijvoorbeeld, stel dat alle nummers tot
en met songnummer 5 reeds toegewezen zijn, dan
krijgt de nieuwe song nummer 6. Wanneer alle
nummers t.e.m. 5 bezet zijn, en Song 3 wordt verwijderd, dan krijgt de nieuwe song dat laagste
vrije nummer.
Indien de songnummers tot en met 5 bezet zijn
Disk Drive
Disk Drive
InitSong 001
InitSong 001
InitSong 002
InitSong 002
InitSong 003
InitSong 003
Nieuwe Song
InitSong 004
InitSong 004
InitSong 005
InitSong 005
InitSong 006
Algemeen verloop van het
opnameproces
De procedure voor het opnemen met de VS-880EX is
in grote lijnen dezelfde als voor multi-track recorders,
zoals we reeds eerder gezegd hebben. De algemene
werkwijze om een song op te nemen staat hieronder
beschreven. Neem rustig de tijd om de stappen door te
nemen.
1. Sluit de instrumenten en de microfoons aan op de
VS-880EX.
2. Neem de basis van de song op; drums, bas, enz.
3. Neem de andere partijen op (elektrische gitaren,
synthesizers, zang, enz.) terwijl u de basis
afspeelt.
4. Indien u fouten speelt tijdens de opname, neem
dan opnieuw op over de plaatsen waar ze
voorkomen (punch-in/punch-out).
5. Regel het volume, pan, de toon, en andere
instellingen voor elke partij.
6. Als u geen lege sporen meer hebt, dan kan u de
inhoud van twee of meer sporen samenvoegen op
een ander spoor (track bouncing).
7. Maak een eindmix op uw recorder en maak een
master tape.
Laat ons nu eens een meersporenopname proberen.
Dit wordt uitgelegd aan de hand van concrete voorbeelden.
Instrumenten aansluiten
1. Zet de master fader helemaal dicht.
Indien Song 3 verwijderd wordt
Disk Drive
Disk Drive
InitSong 001
InitSong 001
InitSong 002
InitSong 002
2. Sluit de instrumenten en de microfoons aan op de
INPUT jacks.
* Mogelijk hoort u een fluitend geluid, afhankelijk van de
positie van de microfoons t.o.v. de luidsprekers. Dit kan u
verhelpen door:
1. De microfoon(s) anders te richten.
InitSong 003
2. De microfoon(s) verder van de luidspreker te
plaatsen.
InitSong 004
InitSong 004
3. Het volume te verlagen.
InitSong 005
InitSong 005
Nieuwe Song
41
Hoofdstuk 3
Indien “Drive Busy!” verschijnt
Als deze boodschap verschijnt tijdens een opname
of weergave, dan betekent dit dat de disk drive de
lees/schrijfsnelheid niet kan volgen. In dat geval
moet u een nieuwe song maken met een lagere
sample rate of een andere opnamemode, en de
opname overdoen.
Hoofdstuk 3 Meersporenopname
Opnemen op de sporen
6. Druk op [REC].
De REC -indicator knippert rood.
1. Kies een opnamespoor. Terwijl u [REC] ingedrukt
houdt, drukt u op de STATUS-knop van het spoor
waarop u wil opnemen.
De STATUS-indicator knippert rood.
7. Druk op [PLAY].
De PLAY-indicator licht groen op en de opname
begint. Begin nu te spelen.
2. Ga over naar de input mixer. Druk meermaals op
[FADER (EDIT)] zodat de FADER-indicator oranje oplicht.
3. Kies de signaalbron die op het spoor moet worden opgenomen. Houd de STATUS-knop van het
spoor waarop u wil opnemen, ingedrukt en druk
op de SELECT-knop van het input-kanaal dat u
wil toewijzen aan het spoor.
De SELECT-indicator knippert.
8. Druk op [STOP] wanneer u klaar bent met spelen.
De opname stopt.
9. Beluister de opgenomen performance. Met
[ZERO] keert u terug naar het begin van de song.
10. Ga over naar de track mixer. Druk enkele malen
op [FADER] zodat de FADER-indicator groen
oplicht.
11. Met [PLAY] start u de weergave van de song.
12. Stel het gewenste volume in met de channel
faders en de master fader.
13. Klinkt de opname zoals u gedacht had? Bent u
tevreden met het resultaat, dan kan u de song
opslaan op de disk. Volg de procedure in ÒEen
opgenomen Performance opslaanÓ (p. 43).
Signaalbronnen toegewezen aan Sporen
In een nieuw aangemaakte song, worden de signaalbronnen als volgt aan de sporen toegewezen.
Spoortoewijzingen annuleren
U kan alle toewijzingen (routings) van signaalbronnen of sporen aan sporen annuleren (d.w.z.
alsof er niets meer is aangesloten).
1. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
2. Houd de STATUS-knop ingedrukt en druk
op [CLEAR].
Het Assign screen
Hou in de Play mode de STATUS-knop ingedrukt
om te zien welk(e) signaalbron/spoor/effect er
aan dat spoor is toegewezen.
Toegewezen bronsignaal 1–8 (bovenste lijn)
Toegewezen spoor 1–8 (onderste lijn)
4. Stel het volume van de signaalbron in. Wat wordt
opgenomen is het geluid nadat het via de fader
passeert, dus normaal gezien stelt u de faders in
op ongeveer 0 dB.
5. Regel de input-gevoeligheid met de INPUT-regelaar van het kanaal waarop de signaalbron staat.
Een hoger volume van het instrument geeft een
sterker ingangssignaal. Zet het volumeniveau zo
hoog mogelijk zonder dat de PEAK-indicator
oplicht. Dit bereik is zodanig ingesteld dat de
levelmeter van -12 tot 0 dB gaat wanneer de
channel fader op 0 dB staat.
42
CONDITION MARKER#
TIME
dB
0
4
12
24
48
INPUT TRACK
AUX MASTER
Opnamesporen (1–8)
Stereo In (eerste lijn)
Effect 1 (tweede lijn)
Effect 2 (derde lijn)
Hoofdstuk 3 Meersporenopname
5-1. Druk op de SELECT-knop van het
ingangskanaal dat u als bron wil.
De SELECT-indicator licht op.
5-2. Druk enkele malen op PARAMETER [
]
[
] totdat ÒMIX SwÓ in de display verschijnt.
5-3. Draai aan de TIME/VALUE dial.
MIX Sw (Mix Switch)
Dit selecteert de bus waar het uitgangssignaal van
de bron of het spoor naartoe moet. Voor dit voorbeeld kiezen we ÒOn.Ó
On:
Off:
De bron of het spoor wordt naar de mix bus
gestuurd. Zet dit op ÒOnÓ wanneer u b.v.
alleen de inputs wil mixen zonder de bron
op te nemen. De signaalbronnen
toegewezen aan de RECORDING bus zijn
echter uitgeschakeld.
De signaalbron of het spoor worden niet
naar de mix bus gestuurd. Als ze evenmin
naar een recording bus worden gestuurd,
dan zal die bron of dat spoor nergens te
horen zijn.
5-4. Druk op PARAMETER [
Een opgenomen Performance
opslaan (Song Store)
De inhoud van een opgenomen performance gaat verloren wanneer u gewoon het toestel uitschakelt, of
zelfs wanneer er zich een stroompanne voordoet. Als
u een performance kwijt bent, is het onmogelijk die
nog te recupereren . Om dit te voorkomen, volgt u
de volgende procedure om uw songs op disk op te
slaan.
* Wanneer u werkt met belangrijke song data, of wanneer u
de VS-880EX gedurende lange perioden gebruikt, raden
wij aan om deze procedure regelmatig uit te voeren.
1. Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [STORE
(ZERO)].
2. ÒSTORE OK?Ó verschijnt in de display. Bent u
tevreden met het resultaat van uw opname, druk
dan op [YES]. Om het opslaan te annuleren, drukt
u op [NO].
* De inhoud van de demosongs is beveiligd tegen veranderingen en overschrijven (Song Protect (p.64)). U kan
dus geen bewerkte demosongs opslaan. Wanneer er een
demosong geselecteerd is en u bij Stap 2 op [YES] drukt,
dan verschijnt de boodschap “Song Protected” en kan de
procedure niet worden verdergezet.
].
5-5. Draai aan de TIME/VALUE dial.
MIX Pan
Dit regelt de pan-instelling (L63Ð0ÐR63) van het
signaal dat naar de MIX bus en de RECORDING
bus wordt gestuurd.
5-6. Herhaal Stappen 5-1 t.e.m. 5-3 voor alle
ingangskanalen waarvoor u pan-instellingen
wil maken.
5-7. Druk, nadat u de pan-instelling hebt
gemaakt, op [PLAY (DISPLAY)].
U keert terug naar de Play mode.
43
Hoofdstuk 3
Wanneer u opneemt in Stereo
Wanneer u opneemt in stereo of wanneer u
opneemt op sporen met de Channel Link (p. 149)
aan, kan u de pan voor elk inputkanaal instellen.
Voer na Stap 5 de onderstaande procedure uit.
Hoofdstuk 3 Meersporenopname
Opnemen over een deel van
een Performance
(Punch-In/Punch-Out)
Wanneer u een opgenomen performance beluistert,
kunnen er soms foutjes (v.b. valse noten, slecht verstaanbare zang) in zitten. Maar daarom hoeft u nog
niet de hele opname over te doen. In zulke gevallen
biedt de onderstaande methode een handige oplossing: slechts bepaalde delen van een opname overdoen. Het omschakelen van weergave- naar opnamestatus noemen we punch-in, en het omgekeerde, van
opname- naar weergavestatus, heet punch-out.
Met de RECORD -knop
(Manual Punch-In 1)
Punch-in
Weergave
Punch-out
Opname
8. Start de weergave van de song met [PLAY].
9. Wanneer u het punt bereikt waarop u wil
inpunchen, drukt u op [REC].
De VS-880EX gaat over in record mode; begin de
heropname van de song of performance.
10. Wanneer u klaar bent met opnemen, drukt u nogmaals op [REC] (of u drukt op [PLAY] om de
song af te spelen).
11. Elke keer dat u op [REC] drukt, puncht het apparaat afwisselend in en uit. Herhaal stappen 9 en 10
voor eventuele andere sporen die u opnieuw wil
opnemen.
12. Druk op [STOP] om de song te stoppen.
Gebruik de Transport Control-knoppen om in en uit te
ÒpunchenÓ.
Start
7. Spoel terug tot een stukje voor de positie waar u
wil inpunchen.
13. Luister naar het resultaat van de opname. Keer
terug naar het begin van de song en druk op
[PLAY].
Stop
Weergave
Met de Foot switch
(Manual Punch-In 2)
Tijd
1. Houd [REC] ingedrukt en druk op de STATUSknop van het spoor waarop u wil ÒinpunchenÓ.
U kan ook een foot switch gebruiken om in en uit te
punchen. Punch-In/Punch-Out gebruiken terwijl u
een instrument bespeelt en tegelijkertijd nog moet
opnemen, is lastig. In zulke gevallen kan een foot
switch (zoals de DP-2 of de BOSS FS-5U) aardig van
pas komen om over te schakelen tussen opname en
weergave.
Start
2. Druk op [ZERO] om terug te keren naar het begin
van de song.
3. Met [PLAY] start u de weergave van de song.
U hoort nu de de performance die reeds was
opgenomen op het spoor dat u opnieuw wil opnemen.
4. Druk nogmaals op de STATUS-knop.
De STATUS-indicator knippert afwisselend rood en
oranje. Controleer nu of u de signaalbron die u op
het spoor wil opnemen hoort door de monitors.
5. Telkens u tijdens de weergave op deze knop
drukt, wisselt de monitor af tussen signaalbron en
spoor. Stel met de input-regelaar het volume van
de signaalbron in op hetzelfde niveau als dat van
de vooraf opgenomen performance.
6. Als u de input-gevoeligheid hebt geregeld, druk
dan op [STOP].
44
Punch-in
Weergave
Punch-out
Opname
Stop
Weergave
Tijd
Hoofdstuk 3 Meersporenopname
1. Sluit een optionele foot switch (zoals de DP-2 of
de BOSS FS-5U) aan op de FOOT SWITCH jack
van de VS-880EX.
4. Kies ÒRecordÓ met de TIME/VALUE dial.
5. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
Keer terug naar de Play mode.
Op voorhand de Punch-In-positie
instellen (Auto Punch-In)
2. Druk meermaals op [SYSTEM] totdat ÒSYS
System PRM?Ó op de display verschijnt.
3. Druk meermaals op PARAMETER [
] totdat
ÒSYS FootSw=Ó op de display verschijnt.
FootSw (Foot switch-icoon)
Kies de functie van de foot switch aangesloten op de
FOOT SWITCH jack.
Play/Stop: Herhaalt weergave en opname telkens als
u de foot switch indrukt.
Record:
Heeft dezelfde functie als [REC]. Wordt
gebruikt om over te schakelen tussen
opname en weergave tijdens een manuele
Punch-In-opname.
U kan automatisch in- en uitpunchen op vooraf
opgegeven tijdsposities. Deze functie heet Auto
Punch-In. Dit is handig wanneer u moet in- of uitpunchen op een exact bepaald ogenblik. Voor u begint
met opnemen, dient u de tijdsposities voor punchin/punch-out in te stellen. Hieronder worden drie
manieren beschreven om deze posities in te geven.
Gebruik de methode die het meest geschikt is voor uw
situatie.
Door middel van Locators
1. Plaats locate points waar u wil inpunchen/uitpunchen.
2. Terwijl u [AUTO PUNCH] ingedrukt houdt,
drukt u op de LOC -knop ([1/5]Ð[4/8]),die het
locate point bevat voor de tijdspositie waarop u
wil inpunchen.
3. Dan, zonder [AUTO PUNCH] los te laten, drukt u
op de LOC -knop ([1/5]Ð[4/8]) die het locate point
bevat voor de tijdspositie waarop u wil uitpunchen.
TapMarker: Heeft dezelfde functie als [TAP]. Door de
foot switch in te drukken plaatst u een
Marker.
Next:
Heeft dezelfde functie als [NEXT].
Telkens u de foot switch indrukt, springt
u naar de volgende marker.
Previous:
Heeft dezelfde functie als [PREVIOUS].
Telkens u de foot switch indrukt, springt
u naar de vorige marker.
GPI:
U kunt de opname en weerggave aansturen met behulp van GPI-triggersignalen afkomstig van een foot switch.
GPI (Appendices: Glossarium)
45
Hoofdstuk 3
U kunt nu de Punch-In- en Punch-Out-functie bedienen met de foot switch. Een manuele Punch-In
voert u uit zoals beschreven in ÒMet de RECORDknop (Manual Punch-In 1Ó (p. 44). U gebruikt echter
de foot switch in plaats van de [REC]-knop.
Hoofdstuk 3 Meersporenopname
Door middel van Markers
De ruimte tussen twee opeenvolgende markers kan u
defini‘ren als segment voor Punch-In Recording.
1. Plaats Markers op de posities waar u wil in- en
uitpunchen.
Het Punch-In Segment nauwkeurig
afregelen
1. Druk meermaals op [LOCATOR] totdat ÒLOC
APinÓ op de display verschijnt.
CONDITION MARKER#
TIME
2. Ga naar de marker die zich bevindt op de punchin-positie.
dB
0
4
3. Terwijl u [AUTO PUNCH] ingedrukt houdt,
drukt u op [NEXT].
4. Zonder [AUTO PUNCH] los te laten, drukt u op
[PREVIOUS].
12
24
48
INPUT TRACK
AUX MASTER
2. De punch-in-positie verschijnt op de display. (Als
er geen punch-in-positie werd opgegeven, zal de
aanduiding ÒÐhÐmÐsÐfÐÓ verschijnen.) Pas de
tijdspositie aan met de TIME/VALUE dial.
3. Druk op PARAMETER [
].
ÒLOC APOtÓ verschijnt op de display.
De punten specifiëren terwijl de song
speelt
4. De punch-out-positie wordt getoond. (Als er geen
punch-out-positie werd opgegeven, zal de aanduiding ÒÐhÐmÐsÐfÐÓ verschijnen.) Pas de tijdspositie aan met de TIME/VALUE dial.
5. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
Keer terug naar de Play mode.
1. Start de weergave van de song met [PLAY].
2. Wanneer u de gewenste punch-in-positie bereikt,
houdt u [AUTO PUNCH] ingedrukt en drukt u
op [TAP].
3. Blijf [AUTO PUNCH] ingedrukt houden en druk
opnieuw op [TAP] wanneer u de gewenste
punch-out-positie bereikt.
4. Druk op [STOP].
Opnameprocedure:
1. Houd [REC] ingedrukt en druk op de STATUSknop van het spoor dat u opnieuw wil opnemen.
2. Druk op [ZERO] om terug te keren naar het begin
van de song.
3. Start de weergave van de song met [PLAY].
Op dit moment hoort u de performance die reeds
was opgenomen op het spoor dat u opnieuw wou
opnemen.
4. Druk nogmaals op de STATUS-knop.
De STATUS-indicator knippert afwisselend rood en
oranje. Controleer nu of u de signaalbron die u op
het spoor wil opnemen hoort door de monitors.
5. Telkens u tijdens de weergave op deze knop
drukt, wisselt de monitor af tussen signaalbron en
spoor. Stel met de input-regelaar het volume van
de signaalbron in op hetzelfde niveau als dat van
de vooraf opgenomen performance.
6. Als u de input-gevoeligheid hebt geregeld, druk
dan op [STOP].
46
Hoofdstuk 3 Meersporenopname
7. Druk op [AUTO PUNCH].
De AUTO PUNCH-indicator licht op en Auto PunchIn Recording is nu mogelijk.
9. Druk op [REC].
10. Druk nogmaals op [PLAY].
De weergave van de song begint.
11. De VS-880EX gaat automatisch over naar record
mode op het punt waar de punch-in is geprogrammeerd. Start de song of performance nu.
1. Plaats eerst locate points waar u de lus wil laten
beginnen en eindigen.
2. Terwijl u [LOOP] ingedrukt houdt, drukt u op de
LOCATOR-knop van het locate point waar u de
lus wil laten beginnen.
3. Zonder [LOOP] los te laten, drukt u op de LOCATOR-knop die het locate point voor het einde van
de lus bevat.
12. Wanneer u het punt bereikt waar de punch-out is
geprogrammeerd, keert de VS-880EX automatisch
terug naar play mode. Druk op [STOP].
13. Beluister uw opname. Keer terug naar het begin
van de song en druk op [PLAY].
Herhaaldelijk over dezelfde plaats
opnemen (Loop Recording)
U kan een afgebakend gebied (de lus) herhaaldelijk
weergeven en in dat gebied Auto Punch-In Recording
gebruiken. Dit heet Loop Recording. Het is een handige methode wanneer u onmiddellijk uw opnames
wil controleren of wanneer u verschillende takes van
een opname wil vergelijken.
Door middel van Markers
Opeenvolgende markers kunnen worden gebruikt om
het begin en het einde van de lus aan te duiden.
1. Plaats eerst markers op de posities waar u wil
in- en uitpunchen.
2. Ga naar de marker bij het begin van de lus.
Begin lus
Punch-in
Weergave
Punch-out
Opname
Einde lus
3. Terwijl u [LOOP] ingedrukt houdt, drukt u op
[NEXT].
Weergave
Tijd
4. Zonder [LOOP] los te laten, drukt u op [PREVIOUS].
Voor u begint op te nemen, moet u de lus afbakenen.
Er zijn drie manieren om dit te doen. Gebruik de
manier die het meest geschikt is voor uw situatie.
* Om het gebied waarover u wil opnemen af te bakenen (het
punch-in point en punch-out point),zie de vorige paragraaf “Auto Punch-In.”
* Baken de lus zodanig af dat ze het opnamegebied (d.w.z.
van het punch-in point tot het punch-out point) volledig
omvat. Als het opnamegebied niet volledig binnen de lus
ligt, zou het kunnen dat de opname niet begint op de
opgegeven positie of dat ze vroegtijdig afgebroken wordt.
47
Hoofdstuk 3
8. Spoel terug tot een stukje voor de positie waar u
wil inpunchen.
Door middel van Locators
Hoofdstuk 3 Meersporenopname
De lus afbakenen terwijl de song
speelt
1. Start de weergave van de song met [PLAY].
2. Wanneer u de gewenste positie voor het begin
van de lus bereikt, houdt u [LOOP] ingedrukt en
drukt u op [TAP].
3. Blijf [LOOP] ingedrukt houden, en wanneer u de
gewenste positie voor het einde van de lus
bereikt, drukt u opnieuw op [TAP].
4. Druk op [STOP].
Opnameprocedure
1. Houd [REC] ingedrukt en druk op de STATUSknop van het spoor dat u opnieuw wil opnemen.
2. Druk op [ZERO] om terug te keren naar het begin
van de song.
3. Start de weergave van de song met [PLAY].
Op dit moment hoort u de performance die reeds
was opgenomen op het spoor dat u opnieuw wou
opnemen.
4. Druk nogmaals op de STATUS-knop.
De STATUS-indicator knippert afwisselend rood en
oranje. Controleer nu of u de signaalbron die u op
het spoor wil opnemen hoort door de monitors.
5. Telkens u tijdens de weergave op deze knop
drukt, wisselt de monitor af tussen signaalbron en
spoor. Stel met de input-regelaar het volume van
de signaalbron in op hetzelfde niveau als dat van
de vooraf opgenomen performance.
De lus nauwkeurig afregelen
1. Druk een paar keer op [LOCATOR] totdat ÒLOC
LpStÓ op de display verschijnt.
CONDITION MARKER#
TIME
dB
0
4
6. Als u de input-gevoeligheid hebt geregeld, druk
dan op [STOP].
7. Druk op [LOOP]. De LOOP-indicator licht op en
Auto Punch-In Recording is nu mogelijk.
8. Druk op [AUTO PUNCH].
De AUTO PUNCH-indicator licht op. Het toestel is nu
klaar voor Loop Recording.
9. Druk op [PLAY].
De song begint te spelen. De song wordt weergegeven
tot op het einde van de lus, keert dan terug naar het
begin van de lus en de lus herhaalt zich.
12
24
48
INPUT TRACK
AUX MASTER
2. De startpositie van de loop verschijnt. (Als er geen
startpositie werd opgegeven, zal de aanduiding
ÒÐhÐmÐsÐfÐÓ verschijnen.) Stel de gewenste tijdspositie in met de TIME/VALUE dial.
3. Druk op PARAMETER [
].
ÒLOC LpEdÓ verschijnt op de display.
4. De eindpositie van de lus verschijnt. (Als er geen
eindpositie werd opgegeven, zal de aanduiding
ÒÐhÐmÐsÐfÐÓ verschijnen.) Stel de gewenste tijdspositie in met de TIME/VALUE dial.
5. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
Keer terug naar de Play mode.
10. Druk op [REC] waar u opnieuw wil opnemen. De
VS-880EX gaat automatisch over in record mode
op het punt waar de punch-in is geprogrammeerd. Start de song of performance.
11. Wanneer u het punt bereikt waar de punch-out is
geprogrammeerd, gaat de VS-880EX automatisch
terug naar play mode. De weergave gaat verder
tot op het eind van de lus, en dan herhaalt de lus
zich steeds.
12. Beluister uw opnameresultaat bij de volgende
weergave van de lus. Indien dit resultaat niet naar
wens is, herhaal dan de stappen 10 en 11.
13. Druk op [STOP] om de song te stoppen.
14. Beluister nogmaals het resultaat van de opname.
Druk op [LOOP].
De LOOP-indicator gaat uit.
15. Druk op [AUTO PUNCH].
De AUTO PUNCH-indicator gaat uit.
16. Keer terug naar het begin van de song en druk op
[PLAY].
48
Hoofdstuk 3 Meersporenopname
Opnemen op andere sporen
(Overdubbing)
1. Kies de sporen die u wil weergeven. Terwijl u
[STOP] ingedrukt houdt, drukt u op de STATUSknoppen van de sporen die u wil weergeven
(d.w.z. die u wil horen tijdens de overdubbing).
De STATUS-indicators lichten groen op.
1. Druk op [CH EDIT (SELECT)] voor het spoor
waarvan u een andere V-track wil kiezen.
2. Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op de [V.Track
(CH EDIT)]-knop van kanaal 2.
3. ÒV.Track=Ó verschijnt op de display. Kies de
gewenste V-track met de TIME/VALUE dial.
V-Track Bank
Sporen waarop het geluid wordt opgenomen
CONDITION MARKER#
V-Track
TIME
dB
0
2. Kies de sporen waarop u wil opnemen. Terwijl u
[REC] ingedrukt houdt, drukt u op de STATUSknoppen van de sporen waarop u wil opnemen.
De STATUS-indicators knipperen rood.
4
12
24
48
INPUT TRACK
3. Kies de signaalbronnen die u op de sporen wil
opnemen. Hou de STATUS-knop van het spoor
waarop u wil opnemen ingedrukt, en druk op de
SELECT-knop van het ingangskanaal waarvan u
de signaalbron aan het betreffende spoor wil
toewijzen.
De SELECT-indicators knipperen.
4. U kan nu beginnen met overdubbing. Volg de
stappen in ÒOpnemen op de sporenÓ (p. 42), om
op te nemen en de inhoud van de opname te controleren.
AUX MASTER
4. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
Keer terug naar de Play mode.
5. Neem op en controleer het resultaat zoals
beschreven in ÒOpnemen op de sporenÓ (p. 42).
Een andere V-Track Bank kiezen
1. Druk enkele malen op [SYSTEM] totdat ÒSYS
System PRM ?Ó op de display verschijnt.
2. Druk op [YES] .
Opnemen op V-Track 2
De VS-880EX beschikt over 8 sporen, die elk nog eens
8 ondergeschikte sporen hebben, V-tracks genaamd.
Elke song kan twee sets (A en B) van deze 64 V-tracks
(8 sporen x 8 V-tracks) bevatten, en zulk een set noemen we een V-track bank.
Als u de volle capaciteit van al deze sporen gebruikt,
kan u opnames maken die tot 128 (64 (V-track) x 2 (Vtrack bank)) sporen kunnen bevatten.
3. Druk enkele malen op PARAMETER [
] totdat ÒV-Track Bank =Ó op de display verschijnt.
4. Draai aan de TIME/VALUE dial. Kies ÒAÓ of ÒB.Ó
5. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
Keer terug naar de Play mode.
6. Neem op en controleer het resultaat zoals
beschreven in ÒOpnemen op de sporenÓ (p. 42).
49
Hoofdstuk 3
Bij meersporenopname is het de normale werkwijze
dat men nieuwe sporen opneemt terwijl men luistert
naar eerder opgenomen sporen. Dit noemen we overdubbing.
Een andere V-Track kiezen
Hoofdstuk 3 Meersporenopname
9. Draai aan de TIME/VALUE dial.
Effecten gebruiken
CONDITION MARKER#
Effecten toepassen op de weergave
TIME
dB
Wanneer u een song afspeelt, wil u er vaak een effect
zoals reverb of delay aan toevoegen. Hier wordt uitgelegd hoe u reverb kunt toepassen wanneer u eerder
opgenomen sporen afspeelt.
0
4
12
24
48
INPUT TRACK
AUX MASTER
Kies een Effect
1. Druk enkele malen op [EFFECT] totdat ÒEFFECT1 PRM?Ó op de display verschijnt.
2. Druk op [YES].
Het nummer en de naam van het momenteel geselecteerde effect verschijnen, en u kan het gewenste
effect kiezen.
Nummer v/h effect
CONDITION MARKER#
EFFECT1 (Effect 1 Send Select Switch)
Hier stelt u in hoe het signaal naar de EFFECT 1-bus
wordt gestuurd. Kies hier ÒPstFadeÓ (post-fader) om
reverb toe te passen op het geluid na de output van de
kanaalfader.
Off:
Het signaal wordt niet gezonden.
PreFade:
Het signaal wordt voor de kanaalfader
afgetakt.
PstFade:
Het signaal wordt na de kanaalfader afgetakt.
Naam v/h effect
TIME
dB
0
4
12
24
48
INPUT TRACK
Als het effect reeds op een ander kanaal is toegepast volgens de insert-methode, kan u het niet gebruiken. Maar
het signaal van het kanaal wordt wel naar de EFFECTbus gestuurd.
AUX MASTER
3. Kies met de TIME/VALUE dial het effect dat u
wil gebruiken. Voor dit voorbeeld kiest u ÒA00
RV:LargeHall.Ó
10. Druk op PARAMETER [
].
ÒEFFECT1 Send=Ó verschijnt op de display.
11. Draai aan de TIME/VALUE dial.
Kies de sporen voor de weergave
EFFECT1 Send (Effect 1 Send Level)
Hiermee regelt u de sterkte (0Ð127) van het signaal dat
naar de EFFECT 1-bus wordt gestuurd. Stel de beginwaarde in op Ò100.Ó
5. Druk enkele malen op [FADER (EDIT)] totdat de
FADER-indicator groen oplicht.
12. Druk op PARAMETER [
].
ÒEFFECT1 Pan=Ó verschijnt op de display.
6. Houd [STOP] ingedrukt en druk op de STATUSknop van het spoor dat u wil weergeven.
De STATUS-indicator licht groen op.
13. Draai aan de TIME/VALUE dial.
4. Nadat u het effect hebt gekozen, drukt u op [YES].
7. Druk op de [CH EDIT (SELECT)]-knop van het
spoor waarop u de reverb wil toepassen.
De CH EDIT-indicator licht op.
8. Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op de
[EFFECT-1 (CH EDIT)]-knop van kanaal 7.
ÒEFFECT1=Ó verschijnt op de display.
50
EFFECT1 Pan (Effect 1 Send Pan)
Hiermee regelt u de stereopositie van het signaal
(L63Ð0ÐR63) dat naar de EFFECT 1-bus wordt gestuurd.
Hoofdstuk 3 Meersporenopname
14. Nu wordt de reverb toegepast. Het signaal zal de volgende weg volgen.
EQ
(2band, 3band)
Level
(Fader)
+
Pan
MIX bus
MASTER OUT (L, R)
Hoofdstuk 3
+
FX1 bus
FX1
Sw
Send
Level
Pan
FX1
Return
Sw
Level
(Fader)
Balance
Track
15. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
Keer terug naar de Play mode. Speel de song af en controleer of het effect daadwerkelijk is toegepast.
Effecten toepassen tijdens de opname (Send/Return)
Nu gaan we eens kijken hoe we effecten kunnen toevoegen aan het bronsignaal
van de INPUT 1 jack, en hoe we dan het directe geluid en het geluid met effecten
op spoor 1 kunnen opnemen. Dit is handig wanneer u een stem met reverb wil
opnemen.
Kies een Effect
1. Druk enkele malen op [EFFECT] totdat ÒEFFECT-1 PRM?Ó op de display
verschijnt.
2. Druk op [YES].
Het nummer en de naam van het momenteel geselecteerde effect verschijnen.
Nummer v/h effect
CONDITION MARKER#
Naam v/h effect
TIME
dB
0
4
12
24
48
INPUT TRACK
AUX MASTER
3. Kies met de TIME/VALUE dial het effect dat u wil gebruiken. Neem voor
dit voorbeeld ÒA00 RV:LargeHall.Ó
4. Nadat u het effect hebt geselecteerd, drukt u op [YES].
51
Hoofdstuk 3 Meersporenopname
Kies de Input waarop u het Effect wil
toepassen
inputkanaal 1 .
De SELECT-indicator knippert.
5. Druk meerdere malen op [FADER (EDIT)] totdat
de FADER-indicator oranje oplicht.
15. Druk enkele malen op [FADER (EDIT)] zodat de
FADER-indicator rood oplicht.
6. Druk op de [CH EDIT (SELECT)]-knop van
kanaal 1.
16. Houd de STATUS-knop van spoor 1 ingedrukt en
druk op de [SELECT (CH EDIT)]knop van kanaal
7.
De SELECT-indicator knippert.
7. Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op de [EFFECT1 (CH EDIT)]-knop van kanaal 7.
ÒEFFECT1=Ó verschijnt in de display.
8. Draai aan de TIME/VALUE dial.
EFFECT1 (Effect 1 Send Select Switch)
Hiermee bepaalt u hoe het signaal naar de EFFECT 1
bus wordt gestuurd. Kies voor dit voorbeeld
ÒPstFadeÓ (post-fader) om de reverb toe te passen op
het geluid na de output van de signaalfader.
Off:
Het signaal wordt niet verstuurd.
PreFade:
Het signaal wordt voor de kanaalfader
afgetakt.
PstFade:
Het signaal wordt na de kanaalfader afgetakt.
Als het effect reeds op een ander kanaal is toegepast volgens de insert-methode, kan u het niet gebruiken. Maar
het signaal van het kanaal wordt wel naar de EFFECTbus gestuurd.
17. De mixer is nu zodanig ingesteld dat zowel het
directe geluid als het geluid met de effecten op
spoor 1 kan worden opgenomen. Neem op en
controleer het resultaat zoals beschreven in
ÒOpnemen op de sporenÓ (p. 42).
Effecten toepassen tijdens de opname
(Insert)
Bij vele opnamen van elektrische gitaren, stemmen,
e.d. worden er effecten zoals ÒGuitar MultiÓ en ÒVocal
MultiÓ ingevoegd.
Hier wordt uitgelegd hoe u een elektrische gitaar
aansluit op INPUT 1 jack, hoe u er een stereo-effect
aan toevoegt met het Guitar Multi-effect en hoe u dit
opneemt op de sporen 1 en 2.
Kies een Effect
9. Druk op PARAMETER [
].
ÒEFFECT1 Send=Ó verschijnt in de display.
1. Sluit uw elektrische gitaar aan op de INPUT 1
jack.
10. Draai aan de TIME/VALUE dial.
2. Druk enkele malen op [EFFECT] totdat ÒEFFECT1 PRM?Ó in de display verschijnt.
EFFECT1 Send (Effect 1 Send Level)
Hiermee bepaalt u de sterkte (0Ð127) van het signaal
dat naar de EFFECT 1 bus wordt gestuurd. Stel de
beginwaarde in op Ò100.Ó
11. Druk op PARAMETER [
].
ÒEFFECT1 Pan=Ó verschijnt op de display.
12. Draai aan de TIME/VALUE dial.
3. Druk op [YES].
Naam en nummer van het momenteel geselecteerde
effect worden getoond en u kan het gewenste effect
kiezen.
Nummer v/h effect
CONDITION MARKER#
Naam v/h effect
TIME
dB
0
EFFECT1 Pan (Effect 1 Send Pan)
Hiermee bepaalt u de stereopositie van het signaal
(L63Ð0ÐR63) dat naar de EFFECT 1 bus wordt gestuurd.
4
12
24
48
INPUT TRACK
13. Houd [REC] ingedrukt en druk op de STATUSknop van spoor 1.
De STATUS-indicator knippert rood.
14. Houd de STATUS-knop van spoor 1 ingedrukt en
druk op de [SELECT (CH EDIT)]-knop van
52
AUX MASTER
4. Kies met de TIME/VALUE dial het gewenste
effect. Voor dit voorbeeld nemen we ÒA41
GT:Rock Lead.Ó
5. Druk op [YES] nadat u het effect hebt gekozen.
Hoofdstuk 3 Meersporenopname
Kies het ingangskanaal waarop u het effect wil toepassen
6. Druk enkele malen op [FADER (EDIT)] zodat de FADER-indicator oranje
oplicht.
8. Druk op PARAMETER [
schijnt.
][
Hoofdstuk 3
7. Druk op de [CH EDIT (SELECT)]-knop van kanaal 1.
] totdat ÒFX1 Ins =Ó in de display ver-
9. Draai aan de TIME/VALUE dial.
FX1 Ins (Effect 1 Insert Switch)
Dit bepaalt hoe het effect wordt ingevoegd. Kies in dit geval ÒInsertL.Ó
Off:
Er wordt geen Insert-effect gebruikt.
Insert:
Beide kanalen van het stereo-effect worden gebruikt.
InsertL:
Enkel het linkerkanaal van het stereo-effect wordt gebruikt.
InsertR:
Enkel het rechterkanaal van het stereo-effect wordt gebruikt.
InsertS:
Linker- en rechterkanaal van het stereo-effect worden in serie
geplaatst.
10. Druk op PARAMETER [
].
ÒFX1 InsSend=Ó verschijnt in de display.
11. Draai aan de TIME/VALUE dial.
FX1 InsSend (Effect 1Insert Send Level)
Hiermee regelt u de sterkte van het signaal (0Ð127) dat naar het Insert-effect
wordt gestuurd.
12. Druk op PARAMETER [
].
ÒFX1 InsRtn=Ó verschijnt in de display.
13. Draai aan de TIME/VALUE dial.
FX1 InsRtn (Effect 1 Insert Return Level)
Hiermee regelt u de sterkte van het signaal (0Ð127) dat terugkomt van het Insert
effect.
14. Druk enkele malen op PARAMETER [
verschijnt.
] totdat ÒMIX PanÓ in de display
15. Draai aan de TIME/VALUE dial.
MIX Pan
Hiermee past u de pan setting (L63Ð0ÐR63) aan van het signaal dat naar de MIXbus en de RECORDING-bus wordt gestuurd. Stel voor dit voorbeeld ÒL63Ó in.
16. Druk op de [CH EDIT (SELECT)]-knop van kanaal 2.
17. Herhaal de stappen 7Ð15 om de instellingen voor kanaal 2 te maken, net
zoals u dat voor kanaal 1 deed. Kies echter ÒInsertRÓ en ÒR63Ó voor respectievelijk stappen 9 en 15.
53
Hoofdstuk 3 Meersporenopname
18. Nu zijn alle instellingen gemaakt. De route die het signaal volgt wordt
aangegeven in onderstaand schema.
EQ
(2band, 3band)
Snd
Level
Channel 1
Rtn
Level
Level
(Fader)
Pan
Rtn
Level
Level
(Fader)
Pan
Level
(Fader)
Pan
(InsL)
FX1
Channel 2
EQ
(2band, 3band)
(InsR)
Snd
Level
REC bus
MIX bus
STATUS
TRACK
1-1
1-2
1-3
1-4
1-5
1-6
1-7
1-8
EQ
(2band, 3band)
MASTER (L, R)
Track 1/2
19. Houd [REC] ingedrukt en druk op de STATUS-knoppen van sporen 1 en 2.
De STATUS-indicator knippert rood.
20. Houd de STATUS-knop van spoor 1 ingedrukt en druk op de SELECT-knop
van kanaal 1.
21. Houd de STATUS-knop van spoor 2 ingedrukt en druk op de SELECT-knop
van kanaal 2.
22. Neem op en controleer het resultaat zoals beschreven in ÒOpnemen op de
sporenÓ (p. 42).
54
Hoofdstuk 3 Meersporenopname
Digitale signalen opnemen
* De digitale interface van de VS-880EX is conform met
S/P DIF. Wanneer u digitale signalen opneemt, zorg dan
dat alle audio-apparaten conform zijn met dezelfde standaard.
S/P DIF (Appendices: Glossarium)
Wat hebt u nodig voor een digitale
opname?
¥ VS-880EX (1)
¥ CD-speler, DAT- en MD-recorder, of andere digitale
audio-apparatuur.
¥ Digitale verbindingskabel (coaxiaal of optisch)
Maak de digitale verbindingen
Verbind de digitale output-connector van uw audioapparaat met de DIGITAL IN-connector van de VS880EX. DIGITAL IN1 is een coaxiale connector, DIGITAL IN2 een optische connector. Gebruik de connector die geschikt is voor uw audio-apparaat.
DIGITAL IN1 (coaxiaal) en DIGITAL IN2 (optisch)
kunnen niet tegelijkertijd gebruikt worden. Kies welke
connector u zal gebruiken.
Pas de Sample Rates aan
De digitale signalen kunnen worden opgenomen wanneer de sample rate van de song ingesteld wordt zodat
hij overeenkomt met de sample rate van de signaalbron.
De song die u maakt wanneer een disk drive wordt
ge•nitialiseerd, zal een sample rate van 44.1 kHz
hebben. Indien de signaalbron een andere sample rate
dan 44.1 kHz heeft, maak dan een nieuwe song met
die sample rate (p. 40). Als u originele audio-CDÕs wil
maken, kies dan 44.1 kHz als sample rate(p. 40).
Bij de aankoop is de VS-880EX nog niet in staat om de
uitgangssignalen van CD-spelers op te nemen via zijn
DIGITAL IN-connectors. Voel de volgende procedure
uit wanneer u een digitale verbinding wil maken met
uw CD-speler.
1. Druk enkele malen op [SYSTEM] totdat ÒSystem
PRM ?Ó op de display verschijnt.
2. Druk op [YES].
3. Druk enkele malen op PARAMETER [
] totdat ÒCD DigiREC → On ?Ó op de display verschijnt.
4. Druk op [YES].
ÒObey Copyrights?Ó verschijnt in de display.
5. Lees aandachtig de toelatingsvoorwaarden op p. 6
van deze handleiding, en indien u akkoord gaat
met deze voorwaarden, druk dan op [YES].
Nadat op de display de boodschap ÒÑ Complete ÑÓ
verschijnt, keert u terug naar de Play mode. Nu kan u
digitale verbindingen maken met uw CD-speler.
Indien u niet akkoord gaat met de voorwaarden, druk
dan op [NO], en u zal onmiddellijk terugkeren naar de
Play mode.
Digitale verbindingen met CD-spelers
onmogelijk maken
Voer de volgende procedure uit wanneer u digitale
verbindingen met CD-spelers wil voorkomen.
1. Druk enkele malen op [SYSTEM] totdat ÒSystem
PRM ?Ó op de display verschijnt.
2. Druk op [YES].
3. Druk enkele malen op PARAMETER [
] totdat ÒCD DigiREC → Off ?Ó op de display verschijnt.
4. Druk op [YES].
Nadat op de display de boodschap ÒÑ Complete ÑÓ
is verschenen, keert u terug naar Play mode. Nadien is
het niet meer mogelijk om digitale verbindingen met
uw CDspeler te maken.
55
Hoofdstuk 3
Met de VS-880EX kan u de digitale signalen afkomstig
van CD-spelers, DAT- en MD-recorders, de Roland
VS-1680 en andere digitale audio-apparaten opnemen.
Als u een Digitale verbinding wil
maken met uw CD-speler
Hoofdstuk 3 Meersporenopname
Kies de Master Clock
Kies een Input-signaalbron
Synchroniseer de referentieklok van de VS-880EX (de
master clock) met het digitale signaal van het digitale
audio-apparaat.
Hier wordt uitgelegd hoe u een input-signaalbron
kiest, aan de hand van het voorbeeld: een digitaal signaal (in stereo) opnemen op sporen 1 en 2. Het linkerkanaal zal worden opgenomen op spoor 1 en het
rechterkanaal op spoor 2.
1. Druk enkele malen op [SYSTEM] totdat ÒSystem
PRM ?Ó op de display verschijnt.
2. Druk op [YES].
3. Druk enkele malen op PARAMETER [
] totdat ÒSYS MasterClk=Ó op de display verschijnt.
4. Daai aan de TIME/VALUE dial.
MasterClk (Master Clock)
Hiermee stelt u de referentieklok van de VS-880EX in.
Kies voor dit voorbeeld ÒDIGIN1Ó of ÒDIGIN2.Ó
DIGIN1:
Gebaseerd op het digitale signaal van de
DIGITAL IN-connector (coaxiaal).
INT:
Gebaseerd op de interne referentieklok
van de VS-880EX.
DIGIN2:
Gebaseerd op het digitale signaal van de
DIGITAL IN-connector (optisch).
* Wanneer u de master clock-waarde wijzigt, kan het zijn
dat u een klikkend geluid hoort. Zet op voorhand de master fader van de VS-880EX of het volume van de versterker lager.
5. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
Keer terug naar de Play mode.
Met behulp van [STATUS]
1. Druk enkele malen op [FADER (EDIT)] zodat de
FADER-indicator oranje oplicht. (Input Mixer)
2. Terwijl u op [REC] drukt, drukt u op de STATUSknoppen van de sporen 1 en 2.
De STATUS-indicators lichten rood op.
3. Terwijl u op de STATUS-knop van spoor 1 drukt,
drukt u ook op de [SELECT (CH EDIT)]-knop op
kanaal 8.
4. Terwijl u op de STATUS-knop van spoor 2 drukt,
drukt u ook op de [SELECT (CH EDIT)]-knop op
kanaal 7.
5. Neem op en controleer het resultaat, zoals
beschreven in ÒOpnemen op de sporenÓ (p. 42).
Met behulp van [YES]/[NO]
1. Druk enkele malen op [FADER (EDIT)] zodat de
FADER-indicator groen oplicht. (Track Mixer)
2. Druk op [SELECT (CH EDIT)] op kanaal 1.
Als “Digital In Lock” verschijnt
Dit betekent dat de referentieklok voor de sample
rate ingesteld wordt volgens het digitale signaal
van de DIGITAL IN-connector. U kan opnemen
door middel van de digitale verbinding.
3. Druk op PARAMETER [
][
AssignÓ op de display verschijnt.
4. Draai aan de TIME/VALUE dial totdat ÒTR1
Assign IN7Ó op de display verschijnt.
5. Druk op [YES].
Als “Digital In Unlock” verschijnt
Dit betekent dat er geen digitaal signaal ontvangen wordt van de DIGITAL IN-connector. Dit kan
ook betekenen dat de sample rate gekozen voor
de song niet overeenkomt met de sample rate van
het digitale apparaat dat aangesloten is op de
DIGITAL IN-connector. Als dit het geval is, kan u
niet opnemen door middel van de digitale
verbinding.
56
] zodat ÒTR1
Hoofdstuk 3 Meersporenopname
De symbolen op de plaats van de Ò***Ó duiden de volgende signalen aan.
IN1–IN8:
INPUT Jack 1ÐINPUT Jack 8 (DIGITAL
IN)
TR1–TR8:
Spoor 1ÐSpoor 8 (Track Bouncing)
FX1:
Effect 1 Return
FX2:
Effect 2 Return
StIn:
Stereo In
Toonregeling (Equalizer)
Elk kanaal beschikt over een tweeband (low, high) of
drieband (low, mid, high) parametrische equalizer.
Regel de equalizer eerst voor elk kanaal afzonderlijk
af. Als u stereoparen hebt opgenomen, zorg dan dat
de instellingen voor beide sporen hetzelfde zijn. Maak
dan, rekening houdend met de algemene balans, de
laatste aanpassingen voor equalizer, pan en volume
voor elk kanaal.
* Als u de toonregeling aanpast terwijl u een weergave
beluistert, kan u een klikkend geluid te horen krijgen. Dit
is geen defect. Indien u dit geluid storend vindt, maak dan
de aanpassingen terwijl de weergave niet speelt.
Gebruik van de 3-Band Equalizer
Als bv. de display ÒTR1 Assign IN7= OnÓ aangeeft,
betekent dit dat Òde signaalbron van INPUT jack 7
werd toegewezen aan spoor 1 voor opname.Ó
1. Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [EDIT
(FADER)].
6. Druk op [SELECT (CH EDIT)] op kanaal 2.
3. Draai aan de TIME/VALUE dial. Kies
Ò3BandEQ.Ó
7. Draai aan de TIME/VALUE dial zodat ÒTR2
Assign IN8Ó op de display verschijnt.
2. Druk op PARAMETER [
][
Sel=Ó op de display verschijnt.
] zodat ÒEQ
8. Druk op [YES].
EQ Sel (Equalizer Select)
Kies het type equalizer dat u wil gebruiken.
9. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
Keer terug naar de Play mode.
2BandEQ: 2-band equalizer.
10. Neem op en controleer het resultaat zoals
beschreven in ÒOpnemen op de sporenÓ (p. 42).
3BandEQ: 3-band equalizer.
4. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
Keer terug naar de Play mode.
De Equalizer regelen
1. Als u de equalizer wil aanpassen voor de signaalbron, druk dan enkele malen op [FADER (EDIT)]
zodat de FADER-indicator oranje oplicht (Input
Mixer). Als u de equalizer wil aanpassen voor een
reeds opgenomen spoor, druk dan enkele malen
op [FADER (EDIT)] zodat de FADER-indicator
groen oplicht (Track Mixer).
2. Druk op [CH EDIT (SELECT)] voor het kanaal of
spoor waarvoor u de equalizer setting wil aanpassen.
De CH EDIT-indicator licht op.
3. Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [EQ Low
(CH EDIT)] van kanaal 3.
57
Hoofdstuk 3
Assign ***
Specifieer de source/track/effect return die aan elk
spoor zal worden toegewezen voor opname. Als u op
[YES] drukt, dan zal de display ÒOnÓ aangeven, als
teken dat het signaal is toegewezen voor opname.
Drukt u op [NO], dan zal de display ÒOffÓ aangeven
en zal het signaal niet worden toegewezen (het wordt
niet opgenomen).
Hoofdstuk 3 Meersporenopname
4. Druk enkele malen op PARAMETER [
]
[
] totdat ÒEQ Switch=Ó op de display verschijnt.
5. Draai aan de TIME/VALUE dial.
EQ Switch (Equalizer Switch)
Als u de equalizer wil gebruiken, zet u dit op ÒOn.Ó
Zoniet, kiest u ÒOff.Ó Wanneer u de instellingen voor
de equalizer maakt, krijgt u een grafische voorstelling
van de equalisatiecurve. Indien u ÒOffÓ koos, zullen
de parameters van de equalizer niet beschikbaar zijn.
Kies voor dit voorbeeld ÒOnÓ zodat de toonregeling
wordt toegepast.
6. Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [EQ Low
(CH EDIT)] van kanaal 3.
7. Maak de instelling met CURSOR [
de TIME/VALUE dial.
][
Als de display “Not 3band EQ” aangeeft
Indien ÒNot 3band EQÓ verschijnt, staat de EQ
Mode (equalizer mode) ingesteld op Ò2 band EQ.Ó
In dit geval zal u de equalizer voor de middentonen niet kunnen regelen.
9. Draai aan de TIME/VALUE dial.
EQM (Equalizer Mid)
Hiermee regelt u de gain (-12Ð12 dB) middentonen(peaking) equalizer.
Gain
CONDITION MARKER#
TIME
dB
0
] en
4
12
24
EQL (Equalizer Low)
Hiermee regelt u de gain (-12Ð12 dB) en de centrale
frequentie (40 HzÐ1.5 kHz) van de lagetonen(shelving) equalizer.
48
INPUT TRACK
AUX MASTER
+
Gain
Frequentie
EQM gain (-12–12 dB)
CONDITION MARKER#
TIME
dB
0
4
Gain
0
Frequentie
12
24
48
INPUT TRACK
AUX MASTER
+
EQM frequentie (200 Hz–8 kHz)
EQL gain (-12–12 dB)
10. Druk op PARAMETER [
].
11. Maak de instelling met CURSOR [
de TIME/VALUE dial.
Gain
0
Frequentie
-
EQL frequentie (40 Hz–1.5 kHz)
8. Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [EQ Mid
(SELECT)] van kanaal 4.
58
][
] en
Hoofdstuk 3 Meersporenopname
EQM (Equalizer Mid)
Hiermee regelt u de centrale frequentie (200 HzÐ8
kHz) en de Q (waarde: 0.5Ð16) van de middentonen(peaking) equalizer.
CONDITION MARKER#
Gain
Q (waarde)
CONDITION MARKER#
TIME
Frequentie
TIME
dB
dB
0
0
4
4
12
12
24
24
48
48
INPUT TRACK
Hoofdstuk 3
Frequentie
EQH (Equalizer High)
Hiermee regelt u de gain (-12Ð12 dB) en de centrale
frequentie (500 HzÐ18 kHz) van de hogetonen(shelving) equalizer.
INPUT TRACK
AUX MASTER
+
+
AUX MASTER
EQH gain
(-12–12 dB)
EQM Q
(0.5–16)
Gain
Gain
0
0
Frequentie
Frequentie
-
-
EQH frequentie (500 Hz–18 kHz)
12. Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [EQ Hi
(SELECT)] van kanaal 5.
14. Herhaal de stappen 1Ð12 indien u nog andere
equalizers wil regelen.
13. Maak de instelling met CURSOR [
de TIME/VALUE dial.
15. Wanneer u klaar bent met de aanpassingen, drukt
u op [PLAY (DISPLAY)].
Keer terug naar de Play mode. Sla, indien nodig, de
song op (p. 43).
][
] en
* De 3-band (low, mid, high) equalizer kan op de kanaalfaders slechts in één mixer mode tegelijkertijd gebruikt
worden — ofwel de Track mixer, ofwel de Input mixer. U
kan de equalizer niet in beide mixers tegelijkertijd op hetzelfde kanaal gebruiken. Als u bijvoorbeeld de 3-band
equalizer gebruikt op Spoor 1, dan kan u hem niet
gebruiken op Input 1.
59
Hoofdstuk 3 Meersporenopname
De inhoud van sporen samenvoegen (Track Bouncing)
U kan de inhoud van twee of meer sporen mixen en
opnieuw opnemen op een ander, leeg spoor. Deze
handeling noemen we track bouncing. Dit is een
handige techniek voor wanneer u geen vrije sporen
meer hebt.
In deze paragraaf gaan we de performances
opgenomen op de sporen 1Ð4, mixen en we gaan het
resultaat in stereo opnemen op de sporen 5 en 6.
Spoor 1
Performance data 1
Performance data 1
Spoor 2
Performance data 2
Performance data 2
Spoor 3
Performance data 3
Performance data 3
Spoor 4
Performance data 4
Performance data 4
De SELECT-indicators knipperen groen.
9. Gewoonlijk wordt het signaal dat binnenkomt via
de INPUT 5Ð6 jacks ook toegewezen aan sporen 5Ð6
voor opname. Wil u enkel de inhoud van de sporen
1Ð4 opnemen, dan doet u het volgende.
10. Druk op [FADER (EDIT)].
De FADER-indicators lichten oranje op. (Input Mixer)
11. Terwijl u de STATUS-knop van spoor 5 (of 6)
indrukt, Drukt u op de SELECT-knoppen van de
kanalen 5 en 6.
De SELECT-indicator die oranje knipperde, gaat uit.
12. Nu kan u de sporen 1Ð4 beluisteren op de kanalen
5Ð6.
Regel de Pan voor elk spoor
Spoor 5
Performance data 1+3
Spoor 6
Performance data 2+4
Sporen nog niet
samengevoegd
13. Druk op [CH EDIT (SELECT)] van kanaal 1.
De CH EDIT-indicator licht op.
14. Druk enkele malen op PARAMETER [
dat ÒMIX SwÓ op de display verschijnt.
Sporen samengevoegd
* Volume, pan, equalizer, effecten en andere instellingen
kan u niet wijzigen voor sporen die u hebt samengevoegd
met track bouncing. Gebruik track bouncing niet voor
sporen waarop u afzonderlijk de equalizer en de effecten
wil toepassen.
15. Draai aan de TIME/VALUE dial.
MIX Sw (Mix Switch)
Hiermee wijst u de output van de signaalbron of het
spoor toe aan een bus. Kies voor dit voorbeeld ÒOn.Ó
On:
De bron of het spoor wordt naar de mix bus gestuurd. Kies hier ÒOnÓ als u bv. enkel de inputs
wil mixen zonder de bron op te nemen. De
bronnen toegewezen aan de RECORDING bus
zijn echter uitgeschakeld.
Off:
De bron of het spoor worden niet toegewezen
aan de mix bus. Als ze ook niet aan de recording bus worden toegewezen, dan zullen ze ook
nergens te horen zijn.
Kies de sporen voor weergave en
opname
1. Druk op [CH EDIT (SELECT)] van spoor 5.
2. Druk op PARAMETER [
] [
] totdat
ÒChannel Link=Ó op de display verschijnt.
3. Kies ÒOnÓ met de TIME/VALUE dial.
4. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
16. Druk op PARAMETER [
5. Terwijl u op [STOP] drukt, drukt u op de
STATUS-knoppen van de sporen 1Ð4.
De STATUS-indicators lichten groen op.
17. Draai aan de TIME/VALUE dial.
6. Druk enkele malen op de STATUS-knoppen van
spoor 5 (of 6) zodat de STATUS-indicators oranje
oplichten.
7. Druk enkele malen op [FADER (EDIT)] zodat de
FADER-indicators groen oplichten. (Track Mixer)
8. Terwijl u de STATUS-knop van spoor 5 (of 6)
indrukt, drukt u op de SELECT-knoppen van de
kanalen 1Ð4.
60
] tot-
].
MIX Pan
Hiermee regelt u de stereopositie (L63Ð0ÐR63) van het
signaal dat naar de MIX bus en de RECORDING bus
wordt gestuurd.
18. Herhaal de stappen 13Ð17 indien u nog andere
stereoposities wil wijzigen.
19. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
Keer terug naar de Play mode.
20. Druk op [FADER (EDIT)].
Hoofdstuk 3 Meersporenopname
De FADER-indicators lichten groen op. (Track Mixer)
21. Start de weergave van de song met [PLAY].
23. Stop de weergave van de song met [STOP].
Neem op en controleer het resultaat
24. Druk op [ZERO] om terug te keren naar het begin
van de song.
25. Terwijl u [REC] indrukt, drukt u op de STATUSknop van spoor 5 (of 6).
De STATUS-indicator knippert rood.
26. Druk op [REC].
De REC-indicator knippert rood.
27. Druk op [PLAY].
De PLAY-indicator licht groen op en de opname
begint.
Het kan gebeuren dat u vooraf opgenomen sporen op
een ander spoor wil opnemen en er tegelijkertijd een
efect wil opzetten. Hieronder wordt uitgelegd hoe u
op de sporen 1-4 reverb toepast terwijl u ze samenvoegt op de sporen 5 en 6. Dit kan van pas komen
wanneer u ruimtelijke effecten zoals reverb en delay
op elk spoor wil toepassen tijdens het mixen.
Kies een Effect
1. Druk enkele malen op [EFFECT] totdat ÒEFFECT1 PRM?Ó op de display verschijnt.
2. Druk op [YES].
Nummer en naam van het momenteel geselecteerde
effect worden getoond, en u kan het gewenste effect
kiezen.
Nummer v/h effect
CONDITION MARKER#
Naam v/h effect
TIME
dB
0
4
12
28. Wanneer de opname voltooid is drukt u op
[STOP].
Dit stopt de song.
29. Controleer de inhoud van de opname. Druk op
[ZERO] om terug te keren naar het begin van de
song.
30. Schakel de sporen 1-4 uit (het geluid wordt niet
weergegeven). Druk op de STATUS-knoppen van
de sporen 1Ð4.
De STATUS-indicators gaan uit.
31. Start de weergave van de song met [PLAY].
Pas het volume aan met kanaalfader 5 en de master
fader.
24
48
INPUT TRACK
AUX MASTER
3. Kies het gewenste effect met de TIME/VALUE
dial. Kies voor dit voorbeeld ÒA00 RV:LargeHall.Ó
4. Nadat u het effect hebt gekozen, drukt u op [YES].
Specifieer het spoor waarop het effect
moet worden toegepast
5. Druk op [FADER (EDIT)] zodat de TR (Track)indicator oplicht.
6. Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [EFFECT-1
(CH EDIT)] van kanaal 7.
ÒEFFECT1=Ó verschijnt op de display.
7. Druk op [CH EDIT (SELECT)] van kanaal 1.
8. Draai aan de TIME/VALUE dial.
61
Hoofdstuk 3
22. Regel de volumebalans met de faders van de
kanalen 1Ð4. Het geluid zoals u het nu hoort
(volume, pan) zal worden opgenomen op de
sporen 5 en 6. U kan het volume zo hoog zetten
als u wil, zonder dat u vervorming krijgt.
Reverb toepassen bij het samenvoegen
Hoofdstuk 3 Meersporenopname
EFFECT1 (Effect 1 Send Select Switch)
Hiermee bepaalt u hoe het signaal naar de EFFECT 1
bus wordt gestuurd. Kies hier ÒPstFadeÓ (post-fader)
om reverb toe te passen op het geluid na de output
van de kanaalfader.
Off:
Het signaal wordt niet verstuurd.
PreFade:
Het signaal wordt voor de kanaalfader
afgetakt.
PstFade:
Het signaal wordt na de kanaalfader afgetakt.
* Indien het effect op een ander kanaal werd gezet met de
Insert-methode, kan u dit effect niet gebruiken. Maar het
signaal van het kanaal wordt wel naar de EFFECT bus
gestuurd.
9. Druk op PARAMETER [
].
ÒEFFECT1 Send=Ó verschijnt op de display.
10. Draai aan de TIME/VALUE dial.
EFFECT1 Send (Effect 1 Send Level)
Hiermee regelt u de sterkte (0Ð127) van het signaal dat
naar de EFFECT 1 bus gaat. Stel de beginwaarde in op
Ò100.Ó
11. Druk op PARAMETER [
].
ÒEFFECT1 Pan=Ó verschijnt op de display.
20. Druk op de STATUS-knop van spoor 5 (of 6)
zodat de STATUS-indicators oranje oplichten.
21. Terwijl u de STATUS-knop van spoor 5 (of 6)
indrukt, drukt u op de SELECT-knoppen van de
spoorkanalen 1-4.
De SELECT-indicators knipperen.
22. Druk enkele malen op [FADER (EDIT)] zodat de
FADER-indicator rood oplicht.
23. Terwijl u de STATUS-knop van spoor 5 (of 6)
indrukt, drukt u op [FX RTN (SELECT)] van
kanaal 7.
24. Gewoonlijk wordt het signaal dat binnenkomt via
de INPUT 5-6 jacks, ook toegewezen aan spoor 5
voor opname. Wanneer u enkel de inhoud van de
sporen 1-4 wil opnemen, doet u het volgende.
25. Druk op [FADER (EDIT)].
De FADER-indicators lichten oranje op. (Input Mixer)
26. Terwijl u de STATUS-knop van spoor 5 indrukt,
drukt u op de SELECT-knoppen van de kanalen 5
en 6.
De SELECT-indicator die oranje knipperde, gaat uit.
27. Met de zopas gemaakte instellingen kan u de
sporen 1Ð4 en Effect 1 Return beluisteren op de
kanalen 5Ð6.
12. Draai aan de TIME/VALUE dial.
13. Maak, net zoals voor de stappen 7Ð12, de nodige
instellingen zodat dereverb ook op de sporen 2Ð4
wordt toegepast.
14. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
Keer terug naar de Play mode.
EFFECT1 Pan (Effect 1 Send Pan)
Hiermee regelt u de stereopositie (L63Ð0ÐR63) van het
signaal dat naar de EFFECT 1 bus wordt gestuurd.
Specifieer de sporen voor opname en
weergave
15. Druk op [CH EDIT (SELECT)] van kanaal 5
16. Druk op PARAMETER [
] [
] totdat
ÒChannel link=Ó op de display verschijnt.
17. Kies ÒOnÓ met de TIME/VALUE dial.
18. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
19. Terwijl u [STOP] indrukt, drukt u op de STATUSknoppen van de sporen 1-4.
De STATUS-indicators lichten groen op.
62
Neem op en controleer de inhoud
28. Voer een track bouncing uit, waarbij u de procedure beschreven in ÒDe inhoud van sporen
samenvoegenÓ (p. 60) volgt.
Hoofdstuk 3 Meersporenopname
Een Master Tape maken
Maak u klaar voor de eindmix
1. Houd [STOP] ingedrukt en druk op de STATUSknoppen van alle sporen die u in de eindmix wil.
De STATUS-indicators lichten groen op.
2. Druk enkele malen op [FADER] zodat de FADERindicator groen oplicht.
De VS-880EX beschikt over twee soorten digital out
connectors, coaxiaal en optisch, beide klaar voor
gebruik. Met de fabrieksinstellingen sturen deze connectors hetzelfde signaal uit als de MASTER jacks.
1. Sluit de digitale input-connector van uw digitale
recorder aan op de DIGITAL OUT-connector van
de VS-880EX.
2. Stel uw digitale recorder in zodat hij digitale signalen kan opnemen. Zorg dat de sample rate van
de recorder overeenkomt met die van de song die
opgenomen werd met de VS-880EX (normaal
gezien is dit 44.1 kHz). Vele digitale recorders
kunnen automatisch de sample rate bepalen. Stem
de rates alleen manueel op elkaar af als u speciale
instellingen moet maken.
3. Regel het volume en de pan van elk spoor met de
kanaalfaders en de PAN-regelaars op het bovenpaneel. Stel eerst het volume in van de hoofdsporen van de song (meestal een stem of een
gitaar). Stel daarna het volume voor de andere
sporen in. Het is aan te raden om het volume van
de hoofdsporen iets hoger in te stellen dan dat
van de andere sporen. Maak nadien voor elk
spoor de laatste aanpassingen aan de pan- en
equalizerinstellingen terwijl u de algemene mix
beluistert.
* Sommige DAT-recorders kunnen geen digitale signalen
opnemen aan 44.1 kHz. Maak in dit geval een analoge
verbinding en stel de recorder in zodat hij analoge
signalen kan opnemen.
Opnemen op een cassette
6. Stop de cassetterecorder wanneer u klaar bent
met opnemen.
1. Sluit de MASTER jacks van de VS-880EX aan op
de input jacks van uw cassetterecorder.
2. Regel het opnameniveau van de cassetterecorder.
Stel het uitgangsvolume in met de master fader
van de VS-880EX. Zet het zo hoog mogelijk, zonder de recorder te overbelasten. Zet het opnameniveau van de cassetterecorder ook zo hoog
mogelijk, zonder dat u vervorming krijgt. De level
meter mag flink bewegen.
3. Druk op [ZERO] op de VS-880EX.
4. Laat de cassetterecorder beginnen met opnemen.
5. Start de weergave van de song op de VS-880EX
met [PLAY].
Als u wil in- of uitfaden, doe dit dan met de master
fader van de VS-880EX.
6. Stop de cassetterecorder wanneer u klaar bent
met opnemen.
7. Druk op [STOP] op de VS-880EX.
3. Druk op [ZERO] op de VS-880EX.
4. Laat de digitale recorder beginnen met opnemen.
5. Druk op [PLAY] op de VS-880EX.
De weergave van de song begint. Als u wil in- of uitfaden, doe dit dan met de master fader van de VS880EX.
7. Druk op [STOP] op de VS-880EX.
8. Beluister het resultaat van de opname.
Kopieerbeveiliging
Wanneer u vanaf de VS-880EX een eindmix maakt op
een DAT-recorder of een gelijkaardig apparaat, via een
digitale verbinding, kan u voorkomen dat er digitale
kopie‘n gemaakt worden van de tape waarop u de
eindmix hebt opgenomen.
Zo is het bijvoorbeeld toegelaten om van een gewone
audio CD ŽŽn kopie te maken op een DAT tape.
Eenmaal deze digitale kopie op DAT tape gemaakt is,
kan u geen verdere kopie‘n meer maken op andere
digitale apparaten door middel van digitale verbindingen. Deze functie zorgt ervoor dat de DAT tapes die
digitaal gekopieerd werden van de VS-880EX, zich net
zo gedragen als die die digitaal gekopieerd worden
van CD Õs.
8. Beluister het resultaat van de opname.
63
Hoofdstuk 3
Wanneer u klaar bent met de opname van een song,
pas dan de balans van elk spoor aan (equalizer, pan en
volume), en neem met een stereo recorder een
tweekanaals stereo master mix op op een stereo cassette, DAT, MD of een ander medium. Dit noemen we
de eindmix (mixdown).
Opnemen met DAT- en MD- Recorders
Hoofdstuk 3 Meersporenopname
1. Druk enkele malen op [SYSTEM] totdat ÒSYS
System PRM?Ó op de display verschijnt.
Songs beveiligen (Song Protect)
2. Druk enkele malen op PARAMETER [
] totdat ÒD.CpyProtectÓ op de display verschijnt.
We hebben rekening gehouden met de mogelijkheid
dat een op de disk opgeslagen performance per vergissing wordt overschreven, of dat de song zelf per
ongeluk wordt gewist. U kan songs beveiligen tegen
overschrijven in zulke situaties. Deze functie heet
Song Protect.
3. Draai aan de TIME/VALUE dial.
Digital Copy Protect (Digital Copy Protect
Switch)
Deze instelling bepaalt of de digitaal afgemixte tape
later al dan niet digitaal kan gekopieerd worden. Als u
het digitaal kopieren wil verhinderen, kies dan ÒOn.Ó
Off:
Digitaal kopi‘ren is mogelijk.
On:
Digitaal kopi‘ren is onmogelijk.
4. Druk [PLAY (DISPLAY)].
Keer terug naar Play mode.
Met deze procedure zorgt u ervoor dat uw digitaal
gemixte master tapes later niet digitaal gekopieerd
kunnen worden op DAT tapes of gelijkaardige digitale
media.
* Sommige DAT-recorders zijn niet conform met SCMSnormen of kunnen niet digitaal aangesloten worden op
CD-spelers. Als u zulk een DAT-recorder gebruikt, dan
kan het digitale uitgangssignaal van de VS-880EX niet
op de DAT-recorder worden opgenomen indien de Digital
Protect Switch op “On” staat. Zet in dit geval de Digital
Protect Switch op “Off”.
SCMS (Appendices: Glossarium)
Als u Song Protect aanzet, stelt u de volgende functies
buiten werking:
¥ Opnemen
¥ Undo (and Redo)
¥ Song Name, Song Optimize
¥ Track Edit
¥ Opnemen op Sync-sporen
¥ Tempo Maps maken
¥ Songs opslaan (Song Store)
Song Protect effectief gebruiken
Song Protect heeft dezelfde functie als het protectnokje of -schuifje op floppy disks en magneetoptische disks. Dus, zelfs wanneer Song Protect
aan staat, kan u nog steeds locate points en mark
points plaatsen, en bepaalde handelingen uitvoeren, zoals Scenes veranderen. Wanneer u
echter uw werk wil opslaan, verschijnt ÒSong
ProtectedÓ op de display en kan u niet verder
gaan met het opslaan. Maar wanneer u Song
Protect uitzet, verliest u alle instellingen die u
maakte terwijl Song Protect aanstond.
Zet op het einde van een opnamedag Song Protect
aan, onmiddellijk voordat u de VS-880EX
uitschakelt. Verder dient u, nadat u de VS-880EX
hebt opgestart bij het begin van een opnamedag,
onmiddellijk Song Protect uit te schakelen.
64
Hoofdstuk 3 Meersporenopname
Performances beveiligen
1. Selecteer de song die u wil beveiligen.
Hoofdstuk 3
2. Druk enkele malen op [SONG] totdat ÒSNG Song
Name/Prtct?Ó in de display verschijnt.
3. Druk op [YES].
De naam van de song verschijnt in de display.
4. Druk op PARAMETER [
].
ÒSNG ChangePrtct → On?Ó verschijnt in de display.
5. Druk op [YES]. Als u wil annuleren, druk dan op
[NO].
6. ÒSTORE Current?Ó verschijnt in de display. Wil u
de huidige song opslaan en daarna beveiligen,
druk dan op [YES]. Als u de song wil beveiligen
in zijn laatst opgeslagen toestand, zonder dat u de
huidige toestand wil opslaan, druk dan op [NO].
7. De song wordt beveiligd.
ÒSNG CompleteÓ verschijnt in de display. Keer vervolgens terug naar Play mode.
Beveiliging verwijderen
1. Selecteer de song waarvan u de beveiliging wil
verwijderen.
2. Druk enkele malen op [SONG] totdat ÒSNG Song
Name/Prtct?Ó in de display verschijnt.
3. Druk op [YES].
De naam van de song verschijnt in de display.
4. Druk op PARAMETER [
].
ÒSNG ChangePrtct → Off?Ó verschijnt in de display.
5. Druk op [YES]. Als u wil annuleren, druk dan op
[NO].
6. Song protect wordt uitgeschakeld.
ÒSNG CompleteÓ verschijnt in de display. Keer vervolgens terug naar Play mode.
65
Hoofdstuk 4 Interne Effecten
De VS-880EX beschikt over effecten, zodat u tot twee stereo effecten kan
toepassen zonder een ander apparaat dan de VS-880EX te gebruiken.
In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe u de interne effecten gebruikt.
Samenstelling van de effecten
De VS-880EX beschikt over twee effecteenheden waardoor u twee effecttypes
tegelijkertijd kan toepassen (FX1 en FX2). U kan voor elk kanaal van de mixer
bepalen welk effect er wordt gebruikt.
EFFECTEN
FX1
FX2
De effecten aansluiten
Het bronsignaal zelf veranderen (Insert)
Het effect wordt direct toegevoegd, ofwel tussen de equalizer en de fader van
elk kanaal, of voor de master fader. Sluit het effect op deze manier aan wanneer
u met de effecten het basisgeluid zelf wil veranderen, zoals met overdrive- of
distortion-effecten.
Een effect dat u op het insertiepunt van een kanaal of van het Master Block
aansluit, kan u niet meer als algemeen send/return-effect gebruiken.
EQ
(2band, 3band)
Level
(Fader)
FX1
Pan
MIX bus of REC bus
FX1
Sw
Send
Level
Pan
FX1
FX2
Sw
Send
Level
Pan
FX2
AUX
Sw
Send
Level
Pan
MIX bus of REC bus
AUX bus
* Afhankelijk van de gebruikte effecten, kunnen er zich verschuivingen in de timing
voordoen of kan het gebeuren dat u niet het gewenste resultaat bekomt wanneer u mixt
met verschillende insert-effecten op elk kanaal of wanneer u kanalen met insert-effecten
mixt met kanalen zonder effecten.
66
Hoofdstuk 4 Interne Effecten
Insert-effecten voor Input- en Trackkanalen
1. Druk op [CH EDIT (SELECT)] van het kanaal
waarop u het effect wil zetten.
De CH EDIT-indicator licht op.
] totdat
3. Kies hoe het effect moet worden aangesloten.
Draai aan de TIME/VALUE dial.
CONDITION MARKER#
TIME
dB
0
4
12
4. Druk op PARAMETER [
].
ÒFX1 Ins Send=Ó verschijnt in de display.
5. Draai aan de TIME/VALUE dial.
Ins Send (Insert Send Level)
Hiermee regelt u de sterkte (0Ð127) van het signaal dat
naar het Insert-effect wordt gestuurd. Stel de beginwaarde in op Ò100.Ó
6. Druk op PARAMETER [
].
ÒFX1 Ins Rtn=Ó verschijnt in de display.
7. Draai aan de TIME/VALUE dial.
24
48
INPUT TRACK
AUX MASTER
FX1 Ins (Effect 1 Insert Switch)
Hier bepaalt u hoe de effecten worden aangesloten.
Insert:
Voegt het effect in tussen equalizer en fader.
InsertL: Gebruikt enkel het linkerkanaal van een
stereo-effect.
Ins Rtn (Insert Return Level)
Hiermee regelt u de sterkte (0Ð127) van het signaal dat
terugkomt van het Insert effect. Stel de beginwaarde in
op Ò100.Ó
8. U bent nu klaar om FX1 in het geselecteerde
kanaal in te voegen. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
Keer terug naar.
InsertR: Gebruikt enkel het rechterkanaal van een
stereo-effect.
9. FX2 kan u op dezelfde manier invoegen. In dit
geval zorgt u dat bij stap 2 ÒFX2 Ins=Ó in de display verschijnt.
InsertS: Linker- en rechterkanaal van het stereo-effect
worden in serie geplaatst.
* De stappen 4–7 kunnen enkele aangepast worden indien
het effect gebruikt wordt als insert-effect.
Insert
L
EQ
(2band, 3band)
L
FX
R
R
Insert L
EQ
(2band, 3band)
L
L
Een effect invoegen in het Master Block
Hier wordt het effect ingevoegd in de MASTER Out.
Nadat de mix voor elk kanaal voltooid is, wordt de
hele song door de compressor gestuurd, wat handig is
wanneer u bijvoorbeeld naar het totale volume luistert
bij de eindmix.
FX
1. Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [EDIT
(FADER)].
Insert R
EQ
(2band, 3band)
FX
R
R
L
L
Insert S
EQ
(2band, 3band)
2. Druk op PARAMETER [
] [
] totdat
ÒMST FX1 INS Sw=Ó in de display verschijnt.
Indien FX1 in een ander kanaal werd ingevoegd, zal
de melding ÒMST FX1 INS Sw=ÑÓ in de display verschijnen (de instelling kan niet gemaakt worden).
3. Draai aan de TIME/VALUE dial.
FX
R
R
67
Hoofdstuk 4
2. Druk op PARAMETER [
] [
ÒFX1 Ins=Ó in de display verschijnt.
Nu kan u instellingen maken voor effect 1.
* Wanneer u Insert of Insert S kiest, dan kan het betreffende
effect niet op een ander kanaal gebruikt worden. Wanneer
u Insert L of Insert R kiest, kan u het betreffede effect in
slechts één ander kanaal invoegen.
Hoofdstuk 4 Interne Effecten
MST FX1 INS Sw (Master Effect 1 Insert Switch)
Hier bepaalt u hoe de effecten worden aangesloten.
Off:
Er wordt geen Insert-effect gebruikt.
On:
Beide kanalen van een stereo-effect worden gebruikt.
CONDITION MARKER#
TIME
dB
0
4
12
24
48
INPUT TRACK
AUX MASTER
4. Druk op PARAMETER [
].
ÒMST FX1 Ins Send=Ó verschijnt in de display.
5. Draai aan de TIME/VALUE dial.
MST FX1 Ins Send (Master Effect 1 Insert Send Level)
Hiermee regelt u de sterkte (0Ð127) van het signaal dat naar het Insert-effect
wordt gestuurd. Stel de beginwaarde in op Ò100.Ó
6. Druk op PARAMETER [
].
ÒMST FX1 Ins Rtn=Ó verschijnt in de display.
7. Draai aan de TIME/VALUE dial.
MST FX1 Ins Rtn (Master Effect 1 Insert Return Level)
Hiermee regelt u de sterkte (0Ð127) van het signaal dat terugkomt van het Inserteffect. Stel de beginwaarde in op Ò100.Ó
8. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
Keer terug naar de Play mode.
9. FX2 kan u op dezelfde manier invoegen. Zorg dat u in dit geval bij stap 1
ÒMST FX2 INS Sw=Ó in de display te zien krijgt.
Het effectgeluid toevoegen aan het directe geluid (Send/Return)
Wanneer u het effectgeluid toevoegt aan het directe geluid, zoals dat gebeurt
met reverb of delay, gebruik dan de EFFECT bus.
Hoewel het directe geluid en het effectgeluid samen naar de output kunnen worden gestuurd, is het bij sommige effecten beter om het effectgeluid apart uit te
sturen. De verhouding tussen het directe geluid en het effectgeluid regelt u met
de kanaalfaders. De route van het signaal wordt hieronder afgebeeld.
EQ
(2band, 3band)
68
Level
(Fader)
Pan
MIX bus or REC bus
FX1
Sw
Send
Level
Pan
FX1
MIX bus or REC bus
FX2
Sw
Send
Level
Pan
FX2
MIX bus or REC bus
AUX
Sw
Send
Level
Pan
AUX bus
Hoofdstuk 4 Interne Effecten
Instellingen voor elk kanaal
1. Druk op [CH EDIT (SELECT)] van het kanaal
waarop u het effect wil toepassen.
De CH EDIT-indicator licht op.
2. Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [EFFECT-1
(CH EDIT)] van kanaal 7.
In de bovenste lijn van de display verschijnt ÒEFFECT
1,Ó en voor dit effect kan u nu instellingen maken.
CONDITION MARKER#
U kan de balans van het totale Òeffect send levelÓ voor
elk effect aanpassen, zonder dat de instellingen voor
Òeffect send levelÓ en Òsend panÓ die aan elk kanaal
zijn toegewezen, veranderen.
* Indien FX1 werd ingevoegd in een ander kanaal, of indien
het werd ingevoegd in de MASTER OUT jacks, zullen
deze displays niet verschijnen (instellingen kunnen niet
gemaakt worden).
1. Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [EDIT
(FADER)].
TIME
dB
0
4
12
24
48
INPUT TRACK
AUX MASTER
EFFECT 1 (Effect 1 Send Select Switch)
Hier bepaalt u hoe het signaal naar de EFFECT 1 bus
wordt gestuurd (send).
Off:
Het signaal wordt niet gezonden.
PreFade:
Het signaal wordt voor de fader afgetakt.
PstFade:
Het signaal wordt na de fader afgetakt.
4. Druk op PARAMETER [
].
ÒEFFECT1 Send=Ó verschijnt in de display.
5. Draai aan de TIME/VALUE dial.
EFFECT1 Send (Effect 1 Send Level)
Hier regelt u de sterkte (0Ð127) van het signaal dat
naar de EFFECT 1 bus wordt gezonden. Stel de beginwaarde in op Ò100.Ó
6. Druk op PARAMETER [
].
ÒEFFECT1 Pan=Ó verschijnt in de display.
2. Druk op PARAMETER [
] [
] totdat
ÒMST FX1 SND Lev=Ó in de display verschijnt.
3. Draai aan de TIME/VALUE dial.
MST FX1 SND Lev (Master Effect 1 Send Level)
Hiermee regelt u het totale volume (0Ð127) van het signaal dat naar het effect wordt gestuurd. Stel de beginwaarde in op Ò100.Ó
4. Druk op PARAMETER [
].
ÒMST FX1 SND Bal=Ó verschijnt in de display.
5. Draai aan de TIME/VALUE dial.
MST FX1 SND Bal
(Master Effect 1 Send Balance)
Hiermee regelt u de balans (L63Ð0ÐR63) van het totale
signaal dat naar het effect wordt gestuurd. Stel de
beginwaarde in op Ò0Ó (midden).
6. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
Keer terug naar de Play mode.
7. Op dezelfde manier kan u het send level voor FX2
instellen. Zorg dan dat u bij stap 2 ÒMST FX2 SND
Lev=Ó op uw display krijgt.
7. Draai aan de TIME/VALUE dial.
FFFECT1 Pan (Effect 1 Send Pan)
Hiermee regelt u de stereopositie (L63Ð0ÐR63) van het
signaal dat naar de EFFECT 1 bus wordt gestuurd.
8. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
Keer terug naar de Play mode.
9. Volgens dezelfde methode kan u voor alle
kanalen eveneens FX2 instellen. In dit geval houdt
u bij stap 2 [SHIFT] ingedrukt en drukt u op
[EFFECT-2 (CH EDIT)] van kanaal 8.
Master Block-instellingen 2
(Return Level regelen)
Het volume van het effect kan u regelen met de
kanaalfaders en de PAN-regelaars op het bovenpaneel
(return level).
1. Druk enkele malen op [FADER (EDIT)] totdat de
FADER-indicator rood oplicht.
2. Druk op [EFFECT-1 (CH EDIT)] van kanaal 7.
De CH EDIT-indicator licht op.
69
Hoofdstuk 4
3. Kies met de TIME/VALUE dial hoe u het effect
wil aansluiten.
Master Block-instellingen 1
(Send Level regelen)
Hoofdstuk 4 Interne Effecten
3. Druk op PARAMETER [
] [
] totdat
ÒRTN FX1 RTNLev=Ó in de display verschijnt.
4. Draai aan de TIME/VALUE dial.
RTN FX1 RTNLev (Master Effect 1 Return Level)
Regel het return level (0Ð127) van het effectgeluid. Stel
de beginwaarde in op Ò100.Ó
5. Druk op PARAMETER [
].
ÒRTN FX1Bal=Ó verschijnt in de display.
6. Draai aan de TIME/VALUE dial.
RTN FX1 RTNBal
(Master Effect 1 Return Balance)
Pas de links/rechts-balans (L63Ð0ÐR63) van het effect
aan. Stel de beginwaarde in op Ò0Ó (midden).
7. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
Keer terug naar de Play mode.
8. Op dezelfde manier kan u Master Block-instellingen maken voor FX2. Bij stap 2 moet u dan wel op
[CH EDIT (EFFECT-2)] van kanaal 8 drukken. De
kanaalfaders op het bovenpaneel zullen nu de
volgende functie hebben.
Effecten kiezen (Patch)
Een combinatie van effectinstellingen noemen we een
patch. De VS-880EX bevat 210 (A00ÐA99, B00ÐB99,
C00ÐC09) read-only effecten (Preset Patches) en 100
(U00-U99) overschrijfbare effecten (User Patches).
Neem de tijd om deze effecten even na te kijken.
* Bij het gebruik in combinatie met de Vari Pitch-functie
(p. 152) kunnen de delay-tijden een beetje veranderen, en
kan bij vervormingseffecten (distortion, overdrive, enz.)
de kwaliteit van de toon wat verschillen.
* Bij sommige effecten wil u het directe geluid misschien
niet horen, of moet u een speciale instelling maken.
Raadpleeg de “Lijst van de Algoritmes” (Engelstalige
Appendices p. 26) wanneer u deze instellingen maakt.
1. Druk enkele malen op [EFFECT] totdat ÒEFFECT1 PRM?Ó in de display verschijnt.
2. Druk op [YES].
Nummer en naam van het momenteel geselecteerde
effect verschijnen en u kan het gewenste effect kiezen.
Nummer v/h Effect
CONDITION MARKER#
Naam v/h Effect
TIME
dB
ST IN
FX1
FX2
Balance Balance Balance
0
4
12
24
48
INPUT TRACK
AUX MASTER
3. Kies het gewenste effect met de TIME/VALUE
dial.
4. Bevestig uw keuze met [YES].
5. Controleer het effect om te zien of het geluid
daadwerkelijk wordt geproduceerd. Herhaal de
stappen 3Ð5 voor andere patches waarvan u de
effecten wil bevestigen.
ST IN
Level
FX1
Level
FX2
Level
* Bij sommige effecten kan er ruis optreden wanneer u de
effect patches selecteert.
Indien het volume van het audio-apparaat heel hoog staat,
zet het dan lager of zet de [EFFECTS ON/OFF] uit voor
u patches selecteert. Zo voorkomt u schade aan luidsprekers of andere audio-apparatuur.
6. Nadat u de patches hebt gecontroleerd, drukt u
op [PLAY (DISPLAY)].
Keer terug naar de Play mode.
7. Volgens dezelfde procedure kan u ook FX2 horen.
Zorg in dit geval dat u bij stap 1 ÒEFFECT-2
PRM?Ó op de display krijgt.
70
Hoofdstuk 4 Interne Effecten
* Patches die gebruikmaken van de volgende algoritmes,
kan u niet kiezen voor FX2.In zulke gevallen staat er een
horizontale lijn door de naam van het effect.Kies de patches die deze algoritmes gebruiken voor FX1.
¥ Reverb
¥ Gated Reverb
Nieuwe effectgeluiden maken
Als u een nieuw effect maakt, kies dan eerst de
bestaande patch die het geluid van de nieuwe patch
die u wil maken het dichtst benadert, en wijzig dan de
instellingen van die patch.
Wijzigingen aan effecten zijn slechts tijdelijk, dus gaan
ze verloren wanneer u een andere patch of scene
oproept. Gewijzigde effectinstellingen kan u opslaan
onder de User Patches of als Scenes.
Wat is een Algoritme?
Een algoritme bepaalt de samenstelling of de
structuur van een effect. De VS-880EX beschikt
over 34 verschillende algoritmes. De effectinstellingen in elke patch gebruiken minstens ŽŽn
van deze algoritmes. De ÒPreset Patch LijstÓ
(Engelstalige Appendices p. 19) geeft aan welke
algoritmes er worden gebruikt in elk van de
patches. Details over de algoritmes zelf vindt u in
de ÒLijst van AlgoritmesÓ(Eng. Appendices p. 26).
1. Roep de patch op die het effect bevat waarop u
uw nieuw effect wil baseren. De procedure staat
beschreven in ÒEffecten kiezen (Patch)Ó (p. 70)
2. Druk op PARAMETER [
].
Kiest u een patch met een algoritme waarin het effect
kan worden aan- en uitgezet, dan verschijnt het volgende scherm.
Blok
(Aan)
Blok
(Aan)
TIME
dB
0
4
12
24
48
INPUT TRACK
AUX MASTER
5. Selecteer de parameter die u wil wijzigen met
PARAMETER [
][
].
6. Draai aan de TIME/VALUE dial. Controleer het
effect.
7. Herhaal de stappen 5Ð6 om nieuwe effectgeluiden
te cre‘ren.
8. Druk enkele malen op PARAMETER [
ÒFX1 Nam=Ó in de display verschijnt.
] tot
9. Geef de patch een naam. Met CURSOR [
]
[
] laat u het karakter dat u wil veranderen
knipperen. Kies het gewenste karakter met de
TIME/VALUE dial. Een naam mag tot 12 karakters lang zijn.
10. Sla het effect op. Als u de gewijzigde effectinstellingen wil behouden, dan dient u ze op te
slaan als een User Patch of als mixerinstellingen in
een Scene. Als u de effectinstellingen wil
gebruiken in een andere song, sla ze dan op als
een User Patch. Wil u ze gebruiken in de
momenteel geselecteerde song, sla ze dan op als
een Scene.
Handige Toetscombinaties
¥ U kan [SHIFT] ingedrukt houden en op
[EFFECT] drukken om te wisselen tussen de
Effect Select page, de Effect Name page en de
Effect On/Off page.
¥ Vanuit de Effect On/Off page kan u direct naar
de pagina met de instellingen voor het effect dat
knippert, door op PARAMETER [
] te
drukken.
¥ Op de Effect Setting page kan u de parameters
van het volgende effectblok bekijken, door
[SHIFT] ingedrukt te houden en op PARAMETER [
] te drukken. Om de parameters van
het vorige effectblok te bekijken, houdt u
[SHIFT] ingedrukt en drukt u op PARAMETER
[
].
71
Hoofdstuk 4
¥ Voice Transformer
CONDITION MARKER#
3. Plaats met CURSOR [
][
] de cursor op het
effectblok dat u wil aan-/uitzetten.
4. Draai aan de TIME/VALUE dial. Als een effectblok uit staat, dan kan u de parameters van dat
effect niet instellen.
¥ Vocorder 2
Blok
(Uit)
Een effectblok dat momenteel AAN staat, wordt
voorgesteld als Ò■Ó en een effectblok dat momenteel
UIT staat als Ò Ó
Hoofdstuk 4 Interne Effecten
Effect Levels
Vele algoritmes bevatten parameters voor het
effect level, dat het uitgangsniveau van het effectgeluid regelt, en voor het direct level, dat het uitgangsniveau van het directe geluid regelt.
Wanneer er een minteken voor deze parameters
staat, wordt de fase omgekeerd.
Het direct level van de Preset Patches, welke
gecre‘erd werden met veel aandacht voor de
aansluiting op de EFFECT bus, staat ingesteld op
Ò0.Ó Verhoog het direct level wanneer u een effect
invoegt in een kanaal. Om het type voor elke
Preset Patch te bepalen, zie de ÒPreset Patch ListÓ
(Appendices (Eng.) p. 19).
Opslaan als een Scene
Voor meer details, zie ÒDe huidige toestand van de
mixer opslaan (Scene)Ó (p. 73).
1. Druk op [SCENE].
De SCENE-indicator licht op.
2. Druk op de LOC-knoppen ([1/5]Ð[4/8]) waarvan
de indicators niet knipperen. Als u bijvoorbeeld
de instellingen onder Scene 1 wil opslaan, druk
dan op [1/5]. Wil u de instellingen onder Scene 5
opslaan, houd dan [SHIFT] ingedrukt en druk op
[1/5].
3. Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [STORE
(ZERO)].
ÒSTORE OK?Ó verschijnt in de display.
Opslaan onder User Patches
4. Druk op [YES].
Wanneer u effectinstellingen opslaat onder een User
Patch, wordt de User Patch die voordien op die plaats
stond, overschreven. Bij aankoop zijn de effecten in de
User Patches van de VS-880EX dezelfde als die in de
Preset Patches.
5. Druk nogmaals op [SCENE].
De SCENE-indicator gaat uit. Als u de registratieprocedure wil onderbreken, druk dan op [SCENE] voor
stap 2.
1. Druk op PARAMETER [
].
ÒSave User Patch?Ó verschijnt in de display.
2. Druk op [YES].
3. Kies met de TIME/VALUE dial het patchnummer
(U00ÐU99) van de bestemming.
4. Druk op [YES].
Wanneer de User Patch opgeslagen is, verschijnt de
melding ÒCompleteÓ in de display.
5. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
Keer terug naar de Play mode.
72
6. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
Keer terug naar de Play mode.
Hoofdstuk 5 Mixerinstellingen opslaan
De VS-880EX heeft twee functies om makkelijk mixerinstellingen op te roepen. De ene noemen we de
Scene, en de andere heet EZ Routing. Welke functie
u het best gebruikt, hangt van de omstandigheden af.
Scene:
Een Scene slaat de huidige mixerinstellingen op,
waaronder de instellingswaarden in een song. Bij een
eindmix kan u bijvoorbeeld een aantal mixen maken
met verschillende instellingen voor het volume, de
pan, de equalizer, enz., en ze nadien vergelijken. Elke
mix behoudt zijn eigen instellingen. Dit is een erg
handige functie.
De huidige toestand van de mixer
opslaan (Scene)
Per song kan u tot acht sets van instellingen (waarden
inclusief) opslaan, die de globale toestand van de
mixer defini‘ren. Met een druk op de knop kan u deze
sets oproepen. Een opgeslagen set met mixerinstellingen noemen we een Scene. Een Scene bevat niet enkel
volume- en pan-instellingen, maar ook aansluitingen
(bv. het spoor waarop de signaalbron van INPUT 1
wordt opgenomen), instellingen voor de V-tracks (de
sporen waarop ze worden opgenomen) en effecten.
Dit is een handige functie wanneer u verschillende
configuraties van volume, pan, equalizer en andere
instellingen wil vergelijken bij de eindmix.
Een Scene opslaan
1. Druk op [SCENE].
De SCENE-indicator licht op.
2. Op dit ogenblik dienen de LOC-knoppen
([1/5]Ð[4/8]) om scenes op te slaan of op te
roepen.
De indicators van alle LOC-knoppen ([1/5]Ð[4/8])
waar een scene is opgeslagen, lichten op.
4. Druk nogmaals op [SCENE].
De SCENE-indicator gaat uit. Als u de registratieprocedure wil onderbreken, druk dan voor stap 3 op
[SCENE].
Een Scene oproepen
1. Druk op [Stop].
* Tijdens een opname of weergave kan u geen Scene
oproepen.
2. Druk op [SCENE].
De SCENE-indicator licht op.
3. Op dit ogenblik dienen de LOC-knoppen
([1/5]Ð[4/8]) om scenes op te slaan of op te
roepen. De indicators van alle LOC-knoppen
([1/5]Ð[4/8]) waar een scene is opgeslagen, lichten op.
4. Druk op een LOC-knop ([1/5]Ð[4/8]) waarvan de
indicator brandt. Als u bv. Scene 1 wil oproepen,
druk dan op [1/5]. Wil u Scene 5 oproepen, houd
dan [SHIFT] ingedrukt en druk op [1/5].
5. Druk nogmaals op [SCENE].
De SCENE-indicator gaat uit. Als u de Òrecall procedureÓ wil onderbreken, druk dan voor stap 4 op
[SCENE].
Een Scene opslaan zonder invloed op
de huidige faderwaarden
Wanneer u een Scene oproept, veranderen de faderwaarden in de opgeroepen instellingen. De positie van
de faders zelf verandert echter niet. Dit betekend dat
de stand van de faders niet zal overeenstemmen met
hun eigenlijke waarde.
Als u enkel de faderwaarden ongewijzigd wil laten
wanneer u een Scene oproept, maak dan de volgende
instellingen.
1. Druk enkele malen op [SYSTEM] totdat ÒSYS
Scene/Auto Mix ?Ó in de display verschijnt.
2. Druk op [YES].
ÒSYS Scene Mode=Ó verschijnt in de display.
3. Selecteer ÒKeepFÓ met de TIME/VALUE dial.
3. Druk op een LOC-knop ([1/5]Ð[4/8]) waarvan de
indicator niet brandt. Als u bijvoorbeeld wil
73
Hoofdstuk 5
EZ Routing:
De VS-880EX kan instellingen die verband houden
met de mixeraansluitingen, opslaan. Dit zijn o.m.
instellingen voor het sturen van de ingangssignalen
naar de opnamesporen, instellingen die bepalen naar
welke uitgang de signalen gaan, of welke uitgangen er
worden gemonitored. Deze instellingen blijven hetzelfde, ongeacht de song, en omvatten de instellingen
voor de opname en weergave van de sporen
gedurende track bouncing, en de effectinstellingen
van de eindmix. Daarom is EZ Routing zo handig in
zulke situaties.
opslaan onder Scene 1, druk dan op [1/5]. Wil u
de instellingen opslaan onder Scene 5, houd dan
[SHIFT] ingedrukt en druk op [1/5].
Hoofdstuk 5 Mixerinstellingen opslaan
SYS Scene Mode
Deze instelling bepaalt de faderinstellingen wanneer
een Scene wordt opgeroepen.
Automatisch mixerinstellingen
maken (EZ Routing)
De mixerinstellingen worden aangepast aan
die van de opgeroepen Scene. In dit geval
zou het kunnen dat de stand van de faders
niet meer overeenstemt met de eigenlijke
faderinstellingen, wanneer u een Scene
oproept.
Instellingen die verband houden met mixeraansluitingen, waaronder instellingen voor het sturen van
inputs opnamesporen, voor het bepalen naar welke
uitgang de signalen gaan en welke uitgang er wordt
gemonitored, kan u met de VS-880EX heel makkelijk
opslaan en oproepen. Dit noemen we EZ Routing.
KeepF: De mixerinstellingen worden aangepast aan
die van de opgeroepen Scene, met uitzondering van de faderinstellingen. Dit betekent dat
de faderinstellingen blijven overeenstemmen
met de faderstanden, wanneer u een Scene
oproept.
Wanneer u bv. bij track bouncing sporen instelt voor
opname of weergave, of wanneer u met effectinstellingen werkt bij een eindmix (mixdown), zijn er instellingen die onveranderd blijven, ongeacht de song. In
zulke situaties kan u voor elke parameter op een eenvoudige manier de meest geschikte en effectieve mixerinstellingen verkrijgen, door vooraf opgemaakte
mixerinstellingen op te roepen.
All:
4. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
Keer terug naar de Play mode.
Een Scene verwijderen
1. Druk op [SCENE].
De SCENE-indicator licht op.
2. De indicators van de LOC-knoppen ([1/5]Ð[4/8])
waar een Scene is opgeslagen, lichten op.
3. Houd [CLEAR] ingedrukt en druk op de LOCknop ([1/5]Ð[4/8]) van de scene die u wil wissen.
Als u bv. de mixerinstellingen die onder Scene 1
zitten, wil uitwissen, houd dan [CLEAR] ingedrukt en druk op [1/5]. Als u de mixerinstellingen die onder Scene 5 zitten, wil wissen, houd
dan [CLEAR] en [SHIFT] ingedrukt en druk op
[1/5].
4. Druk nogmaals op [SCENE].
De SCENE-indicator gaat uit. Als u de uitwisprocedure wil onderbreken, druk dan voor stap 3 op
[SCENE].
In uw VS-880EX zitten drie reeds geconfigureerde
read-only EZ Routing settings (Preset Routings).
Daarnaast voorziet de VS-880EX nog 29 rewritable EZ
Routing settings (User Routings), zodat u bestaande
instellingen kunt wijzigen en ze vervolgens kunt
opslaan onder de User Routings.
Easy Routing kunt u in de volgende situaties
gebruiken.
Recording (Opname):
Wanneer u de signalen die binnenkomen via de
INPUT jacks wil opnemen.
Mixdown (Eindmix):
Wanneer u de balans van elk spoor wil regelen of
wanneer u van een MiniDisc-speler of ander apparaat
wil opnemen in tweekanaals stereo.
Bouncing:
Wanneer u de performance data van meerdere sporen
opneemt op een aantal andere sporen.
Easy Routing kan u op de twee volgende manieren
instellen voor respectievelijk opname, eindmix en
track bouncing.
Template:
Een read-only setting (preset routing) of een voordien
opgeslagen setting (user routing) oproepen zonder
wijzigingen.
Step Edit:
U maakt instellingen in een logische volgorde door te
antwoorden op vragen in dialoogvorm.
74
Hoofdstuk 5 Mixerinstellingen opslaan
Display (parameternaam)
Opname-instellingen oproepen
(Recording/Template)
Selecteer dit wanneer u de performance die binnenkomt via de INPUT jacks wil opnemen. Roep een
preset routing (recording) op, dewelke reeds vooraf
werd vastgelegd.
1. Druk enkele malen op [EZ ROUTING] totdat
ÒEZR Recording ?Ó in de display verschijnt.
2. Druk op [YES].
ÒEZR Use TemplateÓ (wenst u dit sjabloon toe te
passen?) verschijnt in de display.
Display (parameternaam)
Master Sel
EQ Mode
Direct Out
Master FX1 Ins
Master FX2 Ins
Track
Mixer
Off
Off
Off
Off
Master Block
MIX
3band
Off
Hoofdstuk 5
3. Druk op [YES].
Fader Link
Channel Link
EFFECT1
EFFECT2
Input
Mixer
Off
Off
Off
Off
4. Wanneer de routing is opgeroepen, verschijnt
ÒCompleteÓ in de display. Keer vervolgens terug
naar de Play mode. Op dat moment gelden de
volgende mixerinstellingen:
Display (parameternaam)
Effect
FX1 Sel
A96:DualComp/Lim
FX2 Sel
A96:DualComp/Lim
INPUT Jack
INPUT 1
INPUT 2
INPUT 3
INPUT 4
INPUT 5
INPUT 6
DIGITAL IN1 (7)
DIGITAL IN1 (8)
Track Bouncing-instellingen oproepen
(Bouncing/Template)
Opnamespoor
1
2
3
4
5
6
7
8
Display (parameternaam)
ATT
Phase
MIX Sw
MIX Level
MIX Pan
V.Track
Selecteer dit wanneer u de performance van meerdere
sporen opneemt op een aantal andere sporen. Roep
een preset routing (bouncing) op, dewelke reeds
vooraf werd vastgelegd.
1. Druk enkele malen op [EZ ROUTING] totdat
ÒEZR Bouncing ?Ó in de display verschijnt.
Input
Mixer
Track
Mixer
huidige waarde
huidige waarde
huidige waarde
huidige waarde
Off
On
100
100
0 (IN7=InsertL, IN8=InsertR) 0
momenteel
geselecteerde
V-track
EQ Switch
On
EQL (Gain)
0 dB
EQL (Frequency)
300 Hz
EQM (Gain)
0 dB
EQM (Q)
0.5
EQM (Frequency)
1.4 kHz
EQH (Gain)
0 dB
EQH (Frequency)
4 kHz
FX1 Ins
Off (IN3=InsertL, IN4=InsertR) Off
FX2 Ins
Off
Off
AUX Sw
Off
Off
2. Druk op [YES].
ÒEZR Use TemplateÓ (wenst u het sjabloon toe te
passen?) verschijnt in de display.
3. Druk op [YES].
4. Wanneer de routing is opgeroepen, verschijnt
ÒCompleteÓ in de display. Keer vervolgens terug
naar de Play mode. Op dat moment gelden de
volgende mixerinstellingen:
Opnamespoor: TRACK 7Ð8
Input jack/spoor/effect toegewezen aan het opnamespoor: INPUT 1Ð6
DIGITAL IN1 (7/8)
TRACK 1Ð6
FX1 Return
FX2 Return
75
Hoofdstuk 5 Mixerinstellingen opslaan
Display (parameternaam)
ATT
Phase
MIX Sw
(TRd=On)
MIX Level
(TRd Ofs Level=100)
MIX Pan
Input
Mixer
Track
Mixer
huidige waarde
huidige waarde
huidige waarde
huidige waarde
Off
Off
100
100
V.Track
0
-
EQ Switch
EQL (Gain)
EQL (Frequency)
EQM (Gain)
EQM (Q)
EQM (Frequency)
EQH (Gain)
EQH (Frequency)
FX1 Ins
FX2 Ins
AUX Sw
Fader Link
Channel Link
EFFECT1
Off
Off
Off
Off
Off
PstFade
EFFECT1 Send
EFFECT1 Pan
EFFECT2
100
0
PstFade
EFFECT2 Send
EFFECT2 Pan
0
0
0
(TR7=L63,
TR8=R63,
TRd Ofs Bal=0)
Momenteel
geselecteerde
V-track
On
0 dB
300 Hz
0 dB
0.5
1.4 kHz
0 dB
4 kHz
Off
Off
Off
Off
Off
PstFade
(TRd=Off)
100
0
PstFade
(TRd=Off)
0
0
Display (parameternaam)
StereoIn
FX1 RTN Lev
FX1 RTN Bal
FX2 RTN Lev
FX2 RTN Bal
Return Mixer
Off
100
0
100
0
Display (parameternaam)
Master Sel
EQ Mode
Direct Out
Master FX1 Ins
Master FX2 Ins
Master Block
MIX
3band
Off
Off
Off
76
Display (parameternaam)
FX1 Sel
FX2 Sel
Effect
A00:LargeHall
A22:Short Dly
Eindmix-instellingen oproepen
(Mixdown/Template)
Selecteer dit wanneer u de balans van elk spoor wil
regelen of wanneer u wil opnemen van een MiniDiscrecorder of een ander apparaat in tweekanaals stereo.
Roep een preset routing (mixdown) op, dewelke reeds
vooraf werd vastgelegd.
1. Druk enkele malen op [EZ ROUTING] totdat
ÒEZR Mix Down ?Ó in de display verschijnt.
2. Druk op [YES].
ÒEZR Use TemplateÓ (wenst u het sjabloon toe te
passen?) verschijnt in de display.
3. Druk op [YES].
4. Wanneer de routing opgeroepen is, verschijnt
ÒCompleteÓ in de display. Keer vervolgens terug
naar de Play mode. Op dat moment gelden de
volgende mixerinstellingen:
Weergavespoor: TRACK 1Ð8
Input jack/spoor/effect toegewezen aan de master
out:
INPUT 1Ð6
DIGITAL IN1 (7/8)
TRACK 1Ð8
FX1 Return
FX2 Return
Display (parameternaam)
ATT
Phase
MIX Sw
MIX Level
MIX Pan
V.Track
Input
Mixer
Track
Mixer
huidige waarde
huidige waarde
huidige waarde
huidige waarde
On
On
100
100
0 (IN7=L63, IN8=R63)
0
Momenteel
geselecteerde
V-track
EQ Switch
On
On
EQL (Gain)
0 dB
0 dB
EQL (Frequency)
300 Hz
300 Hz
EQH (Gain)
0 dB
0 dB
EQH (Frequency)
4 kHz
4 kHz
FX1 Ins
Off
Off
FX2 Ins
Off
Off
AUX Sw (AUX Switch)
Off
Off
Fader Link
Off
Off
Hoofdstuk 5 Mixerinstellingen opslaan
Display (parameternaam)
Channel Link
EFFECT1
EFFECT1 Send
EFFECT1 Pan
EFFECT2
EFFECT2 Send
EFFECT2 Pan
Input
Mixer
Off
PstFade
100
0
PstFade
100
0
Track
Mixer
Off
PstFade
100
0
PstFade
100
0
Return Mixer
Off
100
0
100
0
Display (parameternaam)
Master Sel
EQ Mode
Direct Out
Master FX1 Ins
Master FX2 Ins
Master Block
MIX
2band
Off
Off
Off
Selecteer dit wanneer u de performance die binnenkomt via de INPUT jacks wil opnemen.
1. Druk enkele malen op [EZ ROUTING] totdat
ÒEZR Recording ?Ó in de display verschijnt.
2. Druk op [YES].
ÒEZR Use TemplateÓ (wenst u het sjabloon toe te
passen?) verschijnt in de display.
3. Druk op [NO].
4. ÒREC Track =Ó verschijnt in de display. Specifieer
het spoor voor de opname. Druk op de STATUSknop van het spoor waarop u wil opnemen. De
STATUS-indicator knippert rood. Telkens u op de
STATUS-knop drukt, wisselt u tussen opnemen
en niet opnemen. Met de TIME/VALUE dial kan
u de V-track kiezen waarop u wil opnemen.
Spoor geselecteerd voor instelling
Afbeelding v/d sporen voor opname
CONDITION MARKER#
TIME
dB
0
4
Display (parameternaam)
FX1 Sel
FX2 Sel
Effect
A00:LargeHall
A22:Short Dly
12
24
48
INPUT TRACK
AUX MASTER
]. U kan terugkeren
5. Druk op PARAMETER [
naar het vorige scherm met PARAMETER [
].
6. ÒTR* Link=Ó (Ò*Ó staat voor het getoonde spoor)
verschijnt in de display. Specifieer de sporen
waarvoor u Channel Link zal aanzetten. Druk op
de STATUS-knoppen van de sporen waarvoor u
Channel Link wil aanzetten en draai aan de
TIME/VALUE dial.
CONDITION MARKER#
TIME
dB
0
4
12
24
48
INPUT TRACK
AUX MASTER
7. Druk op PARAMETER [
]. U kan terugkeren naar het vorige scherm door op PARAMETER [
] te drukken.
77
Hoofdstuk 5
Display (parameternaam)
StereoIn
FX1 RTN Lev
FX1 RTN Bal
FX2 RTN Lev
FX2 RTN Bal
Opname-instellingen opslaan
(Recording/Step Edit)
Hoofdstuk 5 Mixerinstellingen opslaan
8. ÒIN* Link=Ó (Ò*Ó staat voor de afgebeelde input)
verschijnt in de display. Specifieer de inputs
waarvoor u Channel Link zal aanzetten. Druk op
de SELECT (CH EDIT)-knoppen van de inputs
waarvoor u Channel Link wil aanzetten en draai
aan de TIME/VALUE dial.
CONDITION MARKER#
12. ÒIN* Pan =Ó verschijnt in de display. Regel de pan
van het bronsignaal. Druk op de SELECT (CH
EDIT)-knop van de input waarvan u de pan wil
regelen en gebruik de TIME/VALUE dial. U kan
de pan ook regelen met de PAN-regelaars op het
bovenpaneel.
* Wanneer Channel Link aan staat, regel dan de Offset
Balance van de bronsignalen. (p. 151)
TIME
dB
0
4
CONDITION MARKER#
TIME
12
dB
24
0
48
4
INPUT TRACK
AUX MASTER
12
24
9. Druk op PARAMETER [
]. U kan terugkeren
naar het vorige scherm door op PARAMETER
[
] te drukken.
10. ÒIN* to =Ó verschijnt in de display. Specifieer voor
elk spoor welk bronsignaal u er wil opnemen.
Druk eerst op de SELECT (CH EDIT)-knop van
het input-kanaal van de signaalbron, en daarna
op de STATUS-knop van het spoor waarop u het
bronsignaal wil opnemen.
U kan ook met de TIME/VALUE dial het spoor van
bestemming kiezen voor de opname. Als u Ò---Ó kiest,
dan zal die input naar geen enkele uitgang worden
gestuurd (d.w.z. het geluid is niet te horen). Als u
ÒMIXÓ kiest, wordt het bronsignaal toegewezen aan
een mix bus (d.w.z. het geluid is te horen, maar wordt
niet opgenomen).
48
INPUT TRACK
AUX MASTER
]. U kan terugkeren
13. Druk op PARAMETER [
naar het vorige scherm met PARAMETER [
].
14. ÒIN* Level =Ó verschijnt in de display. Regel de
sterkte van het bronsignaal. Druk op de SELECT
(CH EDIT)-knop van de input waarvan u de signaalsterkte wil regelen, en gebruik de
TIME/VALUE dial. U kan de signaalsterkte ook
regelen met de kanaalfaders op het bovenpaneel.
* Wanneer Channel Link aan staat, regel dan het Offset
Level van de bronsignalen. (p. 150)
CONDITION MARKER#
TIME
dB
CONDITION MARKER#
0
TIME
4
12
dB
0
24
4
12
48
INPUT TRACK
AUX MASTER
24
48
INPUT TRACK
AUX MASTER
* Een signaalbron waarvoor Channel Link op “On” staat,
kan niet worden opgenomen op een spoor waarvoor
Channel Link op “Off” werd gezet met EZ Routing.
11. Druk op PARAMETER [
]. U kan terugkeren
naar het vorige scherm met PARAMETER [
].
]. U kan terugkeren
15. Druk op PARAMETER [
naar het vorige scherm met PARAMETER [
].
16. ÒUse EFFECT1 ?Ó verschijnt in de display. Indien
u effect 1 wil gebruiken, druk dan op [YES] en ga
door met stap 17. Indien u effect 1 niet wil
gebruiken, druk dan op [NO] en ga over naar stap
31.
17. De effect patch wordt getoond. Gebruik de
TIME/VALUE dial om de gewenste effect patch
te selecteren.
]. U kan terugkeren
18. Druk op PARAMETER [
naar het vorige scherm met PARAMETER [
].
78
Hoofdstuk 5 Mixerinstellingen opslaan
19. ÒIN* FX1 Ins=Ó verschijnt in de display. Draai aan
de TIME/VALUE dial. Als u effect 1 wil invoegen, kies dan ofwel ÒIns,Ó ÒInsL,Ó ÒInsRÓ of
ÒInsSÓ en ga door met stap 20. Als u effect 1 in een
send/return-configuratie wil gebruiken, kies dan
ÒOffÓ en ga over naar stap 23.
CONDITION MARKER#
TIME
dB
0
4
12
24
48
INPUT TRACK
AUX MASTER
28. ÒIN* SndPanÓ verschijnt in de display. Regel de
send pan met de TIME/VALUE dial.
29. Druk op PARAMETER [
]. U kan terugkeren
naar het vorige scherm met PARAMETER [
].
30. ÒREC FX1 =Ó verschijnt in de display. Indien u het
effect dat u gebruikt, wil opnemen in een
send/return-configuratie, druk dan op de STATUS-knop van het spoor waarop u het wil opnemen. Indien u echter in stap 19 ÒIns,Ó ÒInsL,Ó
ÒInsRÓ of ÒInsSÓ koos, dan zal dit scherm niet verschijnen. (Het geluid met het ingevoegde effect
zal worden opgenomen.)
CONDITION MARKER#
TIME
]. U kan terugkeren
21. Druk op PARAMETER [
naar het vorige scherm met PARAMETER [
].
dB
0
4
22. ÒIN* InsRtn =Ó verschijnt in de display. Regel het
insert return level met de TIME/VALUE dial.
12
24
48
23. Druk op PARAMETER [
]. U kan terugkeren
naar het vorige scherm met PARAMETER [
].
24. ÒIN* FX1Snd=Ó verschijnt in de display. Draai aan
de TIME/VALUE dial. Als u de input naar de
effect 1 bus wil sturen, kies dan ÒPreÓ of ÒPstÓ en
ga door met stap 25. Als u de input niet naar de
effect 1 bus wil sturen, kies dan ÒOffÓ en ga over
naar stap 31.
CONDITION MARKER#
TIME
dB
0
4
12
24
48
INPUT TRACK
AUX MASTER
25. Druk op PARAMETER [
]. U kan terugkeren
naar het vorige scherm met PARAMETER [
].
INPUT TRACK
AUX MASTER
31. Druk op PARAMETER [
]. U kan terugkeren
naar het vorige scherm met PARAMETER [
].
32. ÒUse EFFECT2 ?Ó verschijnt in de display. Indien
u effect 2 wil gebruiken, druk dan op [YES] en
maak de instellingen voor effect 2 zoals
beschreven in de stappen 17Ð30. Wil u effect 2 niet
gebruiken, druk dan op [NO] en ga door met stap
33.
33. ÒIN* AUX SndÓ verschijnt in de display. Draai
aan de TIME/VALUE dial. Indien u de input naar
de AUX bus wil sturen, kies dan ÒPreÓ of ÒPstÓ en
ga door met stap 34. Indien u de input niet naar
de AUX bus wil sturen, kies dan ÒOffÓ en ga over
naar stap 31.
CONDITION MARKER#
TIME
dB
26. ÒIN* SndLev =Ó verschijnt in de display. Regel het
send level met de TIME/VALUE dial. Indien u in
stap 19 ÒIns,Ó ÒInsL,Ó ÒInsRÓ of ÒInsSÓ hebt
gekozen, dan wordt het geluid dat reeds door het
effect verwerkt is, naar de effect bus gestuurd.
(Het wordt niet opnieuw door effect 1 gestuurd.)
0
4
12
24
48
INPUT TRACK
AUX MASTER
]. U kan terugkeren
34. Druk op PARAMETER [
naar het vorige scherm met PARAMETER [
].
35. ÒIN* SndLev =Ó verschijnt in de display. Regel het
send level met de TIME/VALUE dial.
79
Hoofdstuk 5
20. ÒIN* InsSnd =Ó verschijnt in de display. Regel het
insert send level met de TIME/VALUE dial.
27. Druk op PARAMETER [
]. U kan terugkeren
naar het vorige scherm met PARAMETER [
].
Hoofdstuk 5 Mixerinstellingen opslaan
36. Druk op PARAMETER [
]. U kan terugkeren
naar het vorige scherm met PARAMETER [
].
37. ÒIN* SndPanÓ verschijnt in de display. Regel de
send pan met de TIME/VALUE dial.
38. Druk op PARAMETER [
]. U kan terugkeren
naar het vorige scherm met PARAMETER [
].
39. ÒMaster Sel=Ó verschijnt in de display. Selecteer
met de TIME/VALUE dial de bus (MIX, AUX,
FX1, FX2, REC) die u wil uitsturen via de MASTER jacks.
45. ÒFX1 MstIns=Ó verschijnt in de display. Draai aan
de TIME/VALUE dial. Indien u effect 1 wil invoegen in de master out, kies dan ÒOn.Ó Indien niet,
kiest u ÒOff.Ó Indien effect 1 reeds werd
ingevoegd in een ander kanaal, zal de display de
aanduiding ÒÑÓ geven en kan u deze instelling
niet maken.
CONDITION MARKER#
TIME
dB
0
4
12
CONDITION MARKER#
24
TIME
48
dB
INPUT TRACK
AUX MASTER
0
4
12
24
48
INPUT TRACK
AUX MASTER
40. Druk op PARAMETER [
]. U kan terugkeren
naar het vorige scherm met PARAMETER [
].
41. ÒEQ Sel=Ó verschijnt in de display. Draai aan de
TIME/VALUE dial.
CONDITION MARKER#
46. Druk op PARAMETER [
]. U kan terugkeren
naar het vorige scherm met PARAMETER [
].
47. ÒFX2 MstIns=Ó verschijnt in de display. Draai aan
de TIME/VALUE dial. Indien u effect 2 in de
master out wil invoegen, kies dan ÒOn.Ó Indien
niet, kiest u ÒOff.Ó Indien effect 2 reeds werd
ingevoegd in een ander kanaal, zal de display de
aanduiding ÒÑÓ geven en kan u deze instelling
niet maken.
TIME
CONDITION MARKER#
TIME
dB
0
INPUT TRACK
dB
4
0
12
4
24
12
48
24
48
AUX MASTER
INPUT TRACK
]. U kan terugkeren
42. Druk op PARAMETER [
naar het vorige scherm met PARAMETER [
].
43. ÒDirect Out =Ó verschijnt in de display. Draai aan
de TIME/VALUE dial. Als u Direct OUT niet wil
gebruiken, kies dan ÒOff.Ó Als u de sporen 1Ð4
naar de output wil sturen, kies dan Ò1-4.Ó Wil u
de sporen 5Ð8 naar de output sturen, kies dan
Ò5-8.Ó
CONDITION MARKER#
TIME
dB
0
4
12
24
48
INPUT TRACK
AUX MASTER
44. Druk op PARAMETER [
]. U kan terugkeren
naar het vorige scherm met PARAMETER [
].
80
AUX MASTER
48. Druk op PARAMETER [
]. U kan terugkeren
naar het vorige scherm met PARAMETER [
].
49. ÒChange Routing ?Ó verschijnt in de display.
Druk op [YES]. Wanneer de routing voltooid is,
verschijnt ÒCompleteÓ in de display, en keert u
terug naar de Play mode. Als u de ingestelde
routing niet wil gebruiken, druk dan op [NO].
Hoofdstuk 5 Mixerinstellingen opslaan
Track Bouncing-instellingen opslaan
(Bouncing/Step Edit)
Selecteer dit wanneer u de performance data van
meerdere sporen op een aantal andere sporen wil
opnemen.
1. Druk enkele malen op [EZ ROUTING] totdat
ÒEZR Bouncing ?Ó in de display verschijnt.
2. Druk op [YES].
ÒEZR Use TemplateÓ (wenst u het sjabloon toe te
passen?) verschijnt in de display.
8. ÒTR* to =Ó verschijnt in de display. Specifieer
welk spoor op welk spoor zal worden
opgenomen. Druk eerst op de SELECT (CHEDIT)knop van het weergavespoor, en druk dan op de
STATUS-knop van het spoor waarop u wil opnemen.
U kan ook met de TIME/VALUE dial het opnamespoor selecteren. Als u Ò---Ó selecteert, zal dat spoor
niet worden weergegeven (u hoort het niet). Als u
ÒMIXÓ kiest, wordt het weergavespoor toegewezen
aan de mix bus (het is te horen, maar wordt niet
opgenomen).
3. Druk op [NO].
CONDITION MARKER#
TIME
dB
0
4
12
24
48
INPUT TRACK
AUX MASTER
]. U kan terugkeren
5. Druk op PARAMETER [
naar het vorige scherm met PARAMETER [
].
6. ÒTR* Link=Ó (Ò*Ó staat voor het afgebeelde spoor)
verschijnt in de display. Specifieer de weergavesporen/opnamesporen waarvoor u Channel Link
zal aanzetten. Druk op de SELECT (CH EDIT)knop van de sporen waarvoor u Channel Link wil
aanzetten, en draai aan de TIME/VALUE dial.
TIME
Hoofdstuk 5
CONDITION MARKER#
4. ÒREC Track =Ó verschijnt in de display. Specifieer
het spoor waarop u zal opnemen. Druk op de
STATUS-knop van het spoor waarop u wil opnemen. De STATUS-indicator knippert rood.
Telkens u op de STATUS-knop drukt, wisselt u af
tussen opnemen en niet opnemen. Selecteer de Vtrack waarop u zal opnemen met de
TIME/VALUE dial.
dB
0
4
12
24
48
INPUT TRACK
AUX MASTER
* Weergavesporen waarvoor Channel Link aan staat, kunnen niet worden opgenomen op sporen waarvoor Channel
Link werd uitgezet met EZ Routing.
]. U kan terugkeren
9. Druk op PARAMETER [
naar het vorige scherm met PARAMETER [
].
10. ÒTR* Pan =Ó verschijnt in de display. Regel de pan
van het weergavespoor. Druk op de SELECT (CH
EDIT)-knop van het weergavespoor waarvan u de
pan wil regelen, en gebruik de TIME/VALUE
dial. U kan de pan eveneens regelen met de PANregelaars op het bovenpaneel.
* Wanneer Channel Link aan staat, regel dan de Offset
Balance signaalbronnen/sporen. (p. 151)
CONDITION MARKER#
TIME
dB
0
4
12
CONDITION MARKER#
24
TIME
48
dB
0
INPUT TRACK
AUX MASTER
4
12
24
48
INPUT TRACK
]. U kan terugkeren
11. Druk op PARAMETER [
naar het vorige scherm met PARAMETER [
].
AUX MASTER
7. Druk op PARAMETER [
]. U kan terugkeren
naar het vorige scherm met PARAMETER [
].
81
Hoofdstuk 5 Mixerinstellingen opslaan
12. ÒTR* Level =Ó verschijnt in de display. Regel de
signaalsterkte van het weergavespoor. Druk op de
SELECT (CH EDIT)-knop van het weergavespoor
waarvan u de signaalsterkte wil regelen, en
gebruik de TIME/VALUE dial. U kan de signaalsterkte ook regelen met de kanaalfaders op het
bovenpaneel.
* Wanneer Channel Link aan staat, regel dan het Offset
Level van de sporen. (p. 150)
21. Druk op PARAMETER [
]. U kan terugkeren
naar het vorige scherm met PARAMETER [
].
22. ÒTR* FX1 Snd=Ó verschijnt in de display. Draai
aan de TIME/VALUE dial. Als u het weergavespoor naar de effect 1 bus wil sturen, kies
dan ÒPreÓ of ÒPstÓ en ga door met stap 23. Als u
het weergavespoor niet naar de effect 1 bus wil
sturen, kies dan ÒOffÓ en ga over naar stap 29.
CONDITION MARKER#
CONDITION MARKER#
TIME
TIME
dB
0
dB
4
0
4
12
12
24
48
24
INPUT TRACK
48
INPUT TRACK
AUX MASTER
AUX MASTER
]. U kan terugkeren
13. Druk op PARAMETER [
naar het vorige scherm met PARAMETER [
].
14. ÒUse EFFECT1 ?Ó verschijnt in de display. Als u
effect 1 wil gebruiken, druk dan op [YES] en ga
door met stap 15. Als u effect 1 niet wil gebruiken,
druk dan op [NO] en ga over naar stap 29.
15. De effect patch wordt getoond. Kies de effect
patch die u wil gebruiken met de TIME/VALUE
dial.
23. Druk op PARAMETER [
]. U kan terugkeren
naar het vorige scherm met PARAMETER [
].
24. ÒTR* SndLev =Ó verschijnt in de display. Regel
het send level met de TIME/VALUE dial. Indien
u in stap 17 ÒIns,Ó ÒInsL,Ó ÒInsRÓ of ÒInsSÓ hebt
gekozen, zal het geluid dat reeds door het effect
verwerkt is, naar de effect bus gestuurd worden.
(Het wordt niet opnieuw door effect 1 gestuurd.)
25. Druk op PARAMETER [
]. U kan terugkeren
naar het vorige scherm met PARAMETER [
].
]. U kan terugkeren
16. Druk op PARAMETER [
naar het vorige scherm met PARAMETER [
].
26. ÒTR* SndPanÓ verschijnt in de display. Regel de
send pan met de TIME/VALUE dial.
17. ÒTR* FX1 Ins=Ó verschijnt in de display. Draai aan
de TIME/VALUE dial. Als u effect 1 wil invoegen, kies dan ÒIns,Ó ÒInsL,Ó ÒInsRÓ of ÒInsSÓ en ga
door met stap 18. Als u effect 1 in een
send/return-configuratie wil gebruiken, kies dan
ÒOffÓ en ga over naar stap 21.
]. U kan terugkeren
27. Druk op PARAMETER [
naar het vorige scherm met PARAMETER [
].
CONDITION MARKER#
TIME
dB
0
4
28. ÒREC FX1 =Ó verschijnt in de display. Als u het
effect dat u gebruikt wil opnemen in een
send/return-configuratie, druk dan op de STATUS-knop van het spoor waarop u het wil opnemen. Indien u echter in stap 17 ÒIns,Ó ÒInsL,Ó
ÒInsRÓ of ÒInsSÓ hebt gekozen, dan zal dit scherm
niet verschijnen. (Het geluid met het ingevoegde
effect zal worden opgenomen.)
12
24
48
INPUT TRACK
CONDITION MARKER#
TIME
dB
AUX MASTER
0
4
18. ÒTR* InsSnd =Ó verschijnt in de display. Regel het
insert send level met de TIME/VALUE dial.
]. U kan terugkeren
19. Druk op PARAMETER [
naar het vorige scherm met PARAMETER [
].
20. ÒTR* InsRtn =Ó verschijnt in de display. Regel het
insert return level met de TIME/VALUE dial.
82
12
24
48
INPUT TRACK
AUX MASTER
Hoofdstuk 5 Mixerinstellingen opslaan
29. Druk op PARAMETER [
]. U kan terugkeren
naar het vorige scherm met PARAMETER [
].
30. ÒUse EFFECT2 ?Ó verschijnt in de display. Als u
effect 2 wil gebruiken, druk dan op [YES], en
maak de instellingen voor effect 2 zoals
beschreven in de stappen 15Ð28. Als u effect 2 niet
wil gebruiken, druk dan op [NO] en ga over naar
stap 31.
CONDITION MARKER#
TIME
dB
0
4
CONDITION MARKER#
TIME
dB
0
4
12
24
48
INPUT TRACK
AUX MASTER
40. Druk op PARAMETER [
]. U kan terugkeren
naar het vorige scherm met PARAMETER [
].
41. ÒDirect Out =Ó verschijnt in de display. Draai aan
de TIME/VALUE dial. Als u Direct OUT niet wil
gebruiken, kies dan ÒOff.Ó Als u de sporen 1Ð4
naar de output wil sturen, kies dan Ò1-4.Ó Als u de
sporen 5Ð8 naar de output wil sturen, kies dan
Ò5-8.Ó
12
24
48
INPUT TRACK
CONDITION MARKER#
TIME
AUX MASTER
dB
0
4
]. U kan terugkeren
32. Druk op PARAMETER [
naar het vorige scherm met PARAMETER [
].
12
24
48
33. ÒTR* SndLev =Ó verschijnt in de display. Regel
het send level met de TIME/VALUE dial.
INPUT TRACK
AUX MASTER
34. Druk op PARAMETER [
]. U kan terugkeren
naar het vorige scherm met PARAMETER [
].
42. Druk op PARAMETER [
]. U kan terugkeren
naar het vorige scherm met PARAMETER [
].
35. ÒTR* SndPanÓ verschijnt in de display. Regel de
send pan met de TIME/VALUE dial.
43. ÒFX1 MstIns=Ó verschijnt in de display. Draai aan
de TIME/VALUE dial. Als u effect 1 wil invoegen
in de master out, kies dan ÒOn.Ó Indien niet, kiest
u ÒOff.Ó Indien effect 1 reeds in een ander kanaal
werd ingevoegd, zal de display de aanduiding
ÒÑÓ geven en kan u deze instelling niet maken.
36. Druk op PARAMETER [
]. U kan terugkeren
naar het vorige scherm met PARAMETER [
].
37. ÒMaster Sel=Ó verschijnt in de display. Kies met
de TIME/VALUE dial de bus (MIX, AUX, FX1,
FX2, REC) die u wil uitsturen via de MASTER
jacks.
CONDITION MARKER#
TIME
dB
0
4
CONDITION MARKER#
TIME
12
24
dB
0
4
48
INPUT TRACK
AUX MASTER
12
24
48
INPUT TRACK
AUX MASTER
]. U kan terugkeren
44. Druk op PARAMETER [
naar het vorige scherm met PARAMETER [
].
]. U kan terugkeren
38. Druk op PARAMETER [
naar het vorige scherm met PARAMETER [
].
83
Hoofdstuk 5
31. ÒTR* AUX SndÓ verschijnt in de display. Draai
aan de TIME/VALUE dial. Als u het weergavespoor naar de AUX bus wil sturen, kies dan
ÒPreÓ of ÒPstÓ en ga door met stap 32. Wil u het
weergavespoor niet naar de AUX bus sturen, kies
dan ÒOffÓ en ga opver naar stap 36.
39. ÒEQ Sel=Ó verschijnt in de display. Draai aan de
TIME/VALUE dial.
Hoofdstuk 5 Mixerinstellingen opslaan
45. ÒFX2 MstIns=Ó verschijnt in de display. Draai aan
de TIME/VALUE dial. Indien u effect 2 wil invoegen in de master out, kies dan ÒOn.Ó Indien niet,
kiest u ÒOff.Ó Indien effect 2 reeds in een ander
kanaal werd ingevoegd, zal de display de aanduiding ÒÑÓ geven en kan u deze instelling niet
maken.
CONDITION MARKER#
4. ÒTR* Link=Ó of ÒIN* Link=Ó (Ò*Ó staat voor het
getoonde spoor/bronsignaal) verschijnt in de display. Selecteer sporen/bronsignalen waarvoor u
Channel Link wil aanzetten. Druk op de STATUSknop van het spoor/bronsignaal waarvoor u
Channel Link wil aanzetten, en gebruik de
TIME/VALUE dial.
CONDITION MARKER#
TIME
TIME
dB
dB
0
0
4
4
12
12
24
24
48
INPUT TRACK
48
AUX MASTER
INPUT TRACK
AUX MASTER
46. Druk op PARAMETER [
]. U kan terugkeren
naar het vorige scherm met PARAMETER [
].
5. Druk op PARAMETER [
]. U kan terugkeren
naar het vorige scherm met PARAMETER [
].
47. ÒChange Routing ?Ó verschijnt in de display.
Druk op [YES]. Wanneer de routing voltooid is,
verschijnt ÒCompleteÓ in de display, en keert u
terug naar de play mode. Indien u de ingestelde
routing niet wenst te gebruiken, drukt u op [NO].
6. ÒTR* =Ó or ÒIN* =Ó verschijnt in de display.
Specifieer de sporen/bronsignalen die u naar de
mix bus wil sturen. Druk op de SELECT (CH
EDIT)-knop van het overeenkomstige
spoor/bronsignaal, en gebruik de TIME/VALUE
dial. Sporen/bronsignalen die op ÒOnÓ staan,
worden naar de output gestuurd.
Eindmix-instellingen opslaan
(Mixdown/Step Edit)
Selecteer dit wanneer u de balans van elk spoor wil
regelen of wanneer u van een MiniDisc-recorder of
gelijkaardige input in tweekanaals stereo wil opnemen. Daarenboven kan u, wanneer u alle 16 sporen
weergeeft, door de output van de VS-880EX te mixen
met de output van b.v. een gesynchroniseerde MIDI
sequencer, ook opnemen op MiniDisc recorders of
gelijkaardige apparaten.
* Door Step Editing te gebruiken voor een mixdown, kan u
de instellingen voor het spoor en het bronsignaal hetzelfde
maken. Als u de spoorinstellingen wil wijzigen, druk dan
op [FADER (EDIT)] zodat de FADER-indicator groen
oplicht. Als u de bronsignaalinstellingen wil wijzigen,
druk dan op [FADER (EDIT)] zodat de FADER-indicator
oranje oplicht. Hier wordt uitgelegd hoe u de spoorinstellingen wijzigt.
CONDITION MARKER#
TIME
dB
0
4
12
24
48
INPUT TRACK
AUX MASTER
7. ÒPan =Ó verschijnt in de display. Regel de pan van
het spoor/bronsignaal. Druk op de SELECT (CH
EDIT)-knop van het spoor/bronsignaal waarvan
u de pan wil regelen, en gebruik de
TIME/VALUE dial. U kan de pan ook regelen
met de PAN-regelaars op het bovenpaneel.
* Wanneer Channel Link aanstaat, regel dan de Offset
Balance van de bronsignalen/sporen. (p. 151)
CONDITION MARKER#
TIME
1. Druk enkele malen op [EZ ROUTING] totdat
ÒEZR Mix Down ?Ó in de display verschijnt.
2. Druk [YES].
ÒEZR Use TemplateÓ (wenst u het sjabloon toe te
passen?) verschijnt in de display.
3. Druk op [NO].
84
dB
0
4
12
24
48
INPUT TRACK
AUX MASTER
Hoofdstuk 5 Mixerinstellingen opslaan
8. Druk op PARAMETER [
]. U kan terugkeren
naar het vorige scherm met PARAMETER [
].
17. ÒInsRtn =Ó verschijnt in de display. Regel het
insert return level met de TIME/VALUE dial.
9. ÒLevel =Ó verschijnt in de display. Regel de signaalsterkte van het spoor/bronsignaal. Druk op
de SELECT (CH EDIT)-knop van het
spoor/bronsignaal waarvan u de sterkte wil regelen, en gebruik de TIME/VALUE dial. U kan de
signaalsterkte ook regelen met de kanaalfaders op
het bovenpaneel.
18. Druk op PARAMETER [
]. U kan terugkeren
naar het vorige scherm met PARAMETER [
].
* Wanneer Channel Link aan staat, regel dan het Offset
Level van de bronsignalen/sporen. (p. 150)
19. ÒFX1 Snd=Ó verschijnt in de display. Draai aan de
TIME/VALUE dial. Als u het spoor/bronsignaal
naar de effect 1 bus wil sturen, kies dan ÒPreÓ of
ÒPstÓ en ga door met stap 20. Als u het
spoor/bronsignaal niet naar de effect 1 bus wil
sturen, kies dan ÒOffÓ en ga over naar stap 24.
CONDITION MARKER#
CONDITION MARKER#
TIME
TIME
dB
Hoofdstuk 5
0
dB
4
0
12
4
24
12
48
24
48
INPUT TRACK
INPUT TRACK
AUX MASTER
AUX MASTER
]. U kan terugkeren
10. Druk op PARAMETER [
naar het vorige scherm met PARAMETER [
].
11. ÒUse EFFECT1 ?Ó verschijnt in de display. Als u
effect 1 wil gebruiken, druk dan op [YES], en ga
door met stap 12. Als u effect 1 niet wil gebruiken,
druk dan op [NO] en ga over naar stap 24.
12. De effect patch wordt getoond. Kies met de
TIME/VALUE dial de effect patch die u wil
gebruiken.
20. Druk op PARAMETER [
]. U kan terugkeren
naar het vorige scherm met PARAMETER [
].
21. ÒSndLev =Ó verschijnt in de display. Regel het
send level TIME/VALUE dial. Als u in stap 14
ÒIns,Ó ÒInsL,Ó ÒInsRÓ of ÒInsSÓ hebt gekozen,
wordt het geluid dat reeds verwerkt is door het
effect, naar de effect bus gestuurd. (Het wordt niet
opnieuw door effect 1 gestuurd.)
]. U kan terugkeren
22. Druk op PARAMETER [
naar het vorige scherm met PARAMETER [
].
]. U kan terugkeren
13. Druk op PARAMETER [
naar het vorige scherm met PARAMETER [
].
23. ÒSndPanÓ verschijnt in de display. Regel de send
pan met de TIME/VALUE dial.
14. ÒFX1 Ins=Ó verschijnt in de display. Draai aan de
TIME/VALUE dial. Als u effect 1 wenst in te voegen, kies dan ÒIns,Ó ÒInsL,Ó ÒInsRÓ of ÒInsSÓ en ga
door met stap 15. Als u effect 1 wil gebruiken in
een send/return-configuratie, kies dan ÒOffÓ en
ga over naar stap 18.
24. Druk op PARAMETER [
]. U kan terugkeren
naar het vorige scherm met PARAMETER [
].
CONDITION MARKER#
TIME
25. ÒUse EFFECT2 ?Ó verschijnt in de display. Als u
effect 2 wil gebruiken, druk dan op [YES], en
maak de instellingen voor effect 2 zoals
beschreven in de stappen 12Ð23. Als u effect 2 niet
wil gebruiken, druk dan op [NO] en ga door met
stap 26.
dB
0
4
12
24
48
INPUT TRACK
AUX MASTER
15. ÒInsSnd =Ó verschijnt in de display. Regel het
insert send level TIME/VALUE dial.
]. U kan terugkeren
16. Druk op PARAMETER [
naar het vorige scherm met PARAMETER [
].
85
Hoofdstuk 5 Mixerinstellingen opslaan
26. ÒAUX Snd=Ó verschijnt in de display. Draai aan
de TIME/VALUE dial. Als u het spoor/
bronsignaal naar de AUX bus wil sturen, kies dan
ÒPreÓ of ÒPstÓ en ga door met stap 27. Als u het
spoor/bronsignaal niet naar de AUX bus wil
sturen, kies dan ÒOffÓ en ga over naar stap 31.
34. ÒEQ Sel=Ó verschijnt in de display. Draai aan de
TIME/VALUE dial.
CONDITION MARKER#
TIME
dB
0
4
12
CONDITION MARKER#
24
TIME
48
dB
INPUT TRACK
0
AUX MASTER
4
12
24
48
INPUT TRACK
35. Druk op PARAMETER [
]. U kan terugkeren
naar het vorige scherm met PARAMETER [
].
AUX MASTER
27. Druk op PARAMETER [
]. U kan terugkeren
naar het vorige scherm met PARAMETER [
].
28. ÒTR* SndLev =Ó verschijnt in de display. Regel
het send level met de TIME/VALUE dial.
29. Druk op PARAMETER [
]. U kan terugkeren
naar het vorige scherm met PARAMETER [
].
36. ÒDirect Out =Ó verschijnt in de display. Draai aan
de TIME/VALUE dial. Als u Direct OUT niet wil
gebruiken, kies dan ÒOff.Ó Als u de sporen 1Ð4
naar de output wil sturen, kies dan Ò1-4.Ó Als u de
sporen 5Ð8 naar de output wil sturen, kies dan
Ò5-8.Ó
CONDITION MARKER#
TIME
dB
30. ÒTR* SndPanÓ verschijnt in de display. Regel de
send pan met de TIME/VALUE dial.
0
4
12
]. U kan terugkeren
31. Druk op PARAMETER [
naar het vorige scherm met PARAMETER [
].
32. ÒMaster Sel=Ó verschijnt in de display. Kies met
de TIME/VALUE dial de bus (MIX, AUX, FX1,
FX2, REC) die u wil uitsturen via de MASTER
jacks.
CONDITION MARKER#
TIME
dB
0
4
12
24
48
INPUT TRACK
24
48
INPUT TRACK
AUX MASTER
37. Druk op PARAMETER [
]. U kan terugkeren
naar het vorige scherm met PARAMETER [
].
38. ÒFX1 MstIns=Ó verschijnt in de display. Draai aan
de TIME/VALUE dial. Indien u effect 1 wil invoegen in de master out, kies dan ÒOn.Ó Indien niet,
kiest u ÒOff.Ó Indien effect 1 reeds werd
ingevoegd in een ander kanaal, zal de display de
aanduiding ÒÑÓ geven en kan u deze instelling
niet maken.
AUX MASTER
CONDITION MARKER#
TIME
33. Druk op PARAMETER [
]. U kan terugkeren
naar het vorige scherm met PARAMETER [
].
dB
0
4
12
24
48
INPUT TRACK
AUX MASTER
]. U kan terugkeren
39. Druk op PARAMETER [
naar het vorige scherm met PARAMETER [
].
86
Hoofdstuk 5 Mixerinstellingen opslaan
40. ÒFX2 MstIns=Ó verschijnt in de display. Draai aan
de TIME/VALUE dial. Indien u effect 2 wil invoegen in de master out, kiest u ÒOn.Ó Indien niet,
kiest u ÒOff.Ó Indien effect 2 reeds werd
ingevoegd in een ander kanaal, zal de display de
aanduiding ÒÑÓ geven en kan u deze instelling
niet maken.
CONDITION MARKER#
TIME
dB
0
7. Druk op PARAMETER [
].
De cursor gaat naar het routing nummer.
8. Druk op [YES].
9. Indien u een reeds opgeslagen user routing overschrijft, wordt er gevraagd om uw keuze te bevestigen. Druk op [YES].
10. Wanneer de user routing is opgeslagen, verschijnt
de melding ÓCompleteÓ in de display. Keer vervolgens terug naar de Play mode.
4
12
24
Een User Routing oproepen
48
AUX MASTER
41. Druk op PARAMETER [
]. U kan terugkeren
naar het vorige scherm met PARAMETER [
].
42. ÒChange Routing ?Ó verschijnt in de display.
Druk op [YES]. Wanneer de routing voltooid is,
verschijnt ÒCompleteÓ in de display en keert u
terug naar de Play mode. Als u de ingestelde
routing niet wenst te gebruiken, druk dan op
[NO].
1. Druk enkele malen op [EZ ROUTING] totdat
ÒUser Routing ?Ó in de display verschijnt.
2. Druk op [YES].
Het nummer en de naam van de user routing worden
getoond.
3. Kies met de TIME/VALUE dial het routing nummer dat u wenst op te roepen. Indien er geen
enkele user routing is opgeslagen, verschijnt de
melding ÒEZR No User RoutingÓ in de display.
Keer terug naar stap 1.
De huidige Routing opslaan (User Routing)
4. Druk op [YES].
1. Gebruik Template of Step Edit om de routing die
u wenst op te slaan, te finaliseren.
5. Wanneer de user routing is opgeroepen, verschijnt de melding ÒCompleteÓ in de display. Keer
terug naar de Play mode.
2. Druk enkele malen op [EZ ROUTING] totdat
ÒSaveCurRouting ?Ó in de display verschijnt.
3. Druk op [YES].
Het nummer en de naam van de user routing worden
getoond.
Nummer v/d Routing
TIME
dB
0
4
12
24
48
INPUT TRACK
AUX MASTER
4. Kies met de TIME/VALUE dial het routing nummer van de gewenste opslagbestemming.
5. Druk op PARAMETER [
1. Druk enkele malen op [EZ ROUTING] totdat
ÒDelUserRouting ?Ó in de display verschijnt.
2. Druk op [YES].
Het nummer en de naam van de user routing worden
getoond.
Naam v/d Routing
CONDITION MARKER#
User Routings verwijderen
].
6. Verplaats de cursor met CURSOR [
][
].
Gebruik de TIME/VALUE dial om een naam toe
te wijzen aan de user routing.
3. Kies met de TIME/VALUE dial het routing nummer dat u wil verwijderen. Indien er geen enkele
user routing is opgeslagen, verschijnt de melding
ÒEZR No User RoutingÓ in de display. Keer terug
naar stap 1.
4. Druk op [YES].
Er verschijnt een boodschap ter bevestiging.
5. Druk op [YES].
6. Wanneer de user routing verwijderd is, verschijnt
de melding ÒCompleteÓ in de display. Keer terug
naar de Play mode.
87
Hoofdstuk 5
INPUT TRACK
Hoofdstuk 6 Opgenomen Performances bewerken (Track Editing)
In dit hoofdstuk worden de procedures voor het bewerken van opgenomen geluid uitgelegd. Lees dit
hoofdstuk voor een beter inzicht in de ÒeditÓ-concepten die hier behandeld worden.
Edit-handelingen
Als u met een bandrecorder werkt en u wil een
opgenomen performance wijzigen, dan moet u de
eerder opgenomen performance uitwissen.
Daarenboven, als u de samenstelling van een song wil
veranderen, dan moet u de song helemaal opnieuw
opnemen, of u moet met schaar en plakband gaan
werken. In beide gevallen, waarbij de band zelf bewerkt wordt, kan u nooit terugkeren naar het origineel. Dit soort van editen, noemen we destructive
editing.
Vergelijken we de bandrecorder even met digital disk
recording. Aangezien het kopi‘ren van data een verwaarloosbaar effect heeft op het geluid, kan u de originele data kopi‘ren en er een back-up van maken,
voordat u gaat editen. Het is ook simpel om stukjes
data naar andere locaties te kopi‘ren, of om bepaalde
stukjes data uit te wissen (Track Edit). Bovendien,
zelfs als u een fout maakt bij Punch-In Recording of
Track Bouncing, kan u altijd een aantal stappen
terugkeren en de data in hun vorige toestand herstellen, zonder dat er iets van de inhoud wordt gewist
(Undo-functie). Dit soort van editen, waarbij u de originele data kan recupereren, noemen we nondestructive editing.
Bank A
Bank B
1 2 3 4 5 6 7 8
1 2 3 4 5 6 7 8
1
2
3
4
5
6
7
8
1
2
3
4
5
6
7
8
In dit voorbeeld is track editing niet mogelijk.
Evenwel, de functie ÒTrack ExchangeÓ (p. 92) kan
editen tussen verschillende V-track banken.
De balkgrafiek
Wanneer u een spoor selecteert, zal de status van de
geselecteerde sporen aangeduid worden door een
balkgrafiek. De getallen op de horizontale as zijn de
spoornummers, en die op de verticale as zijn de nummers van de V-tracks. Locaties die overeenkomen met
sporen die data bevatten, zullen oplichten. Sporen die
geselecteerd worden voor bewerking, zullen knipperen.
Bronspoor
CONDITION MARKER#
Bestemmingsspoor
TIME
dB
0
4
12
24
48
INPUT TRACK
Track Edit
V-Track bank
Om het geluid te editen, moet u het spoor of de Vtrack en de locatie waar u wil editen, specifi‘ren.
U kan enkel sporen of V-tracks binnen dezelfde Vtrack bank selecteren voor track editing. Het is dus
niet mogelijk om Spoor 1 / V-track 1 van V-track bank
A te kopi‘ren of te verplaatsen naar V-track bank B.
AUX MASTER
knipperend
Op dit ogenblik kan u een Play List bekijken in de
balkgrafiek. Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op
[PLAY (DISPLAY)]. Om naar het vorige scherm terug
te keren, houdt u opnieuw [SHIFT] ingedrukt en drukt
u op [PLAY (DISPLAY)].
fig.06-00
CONDITION MARKER#
Bank A
Bank B
1 2 3 4 5 6 7 8
1 2 3 4 5 6 7 8
1
2
3
4
5
6
7
8
1
2
3
4
5
6
7
8
In dit voorbeeld is track editing mogelijk.
88
TIME
dB
0
4
12
24
48
INPUT TRACK
AUX MASTER
Hoofdstuk 6 Opgenomen Performances bewerken (Track Editing)
Als u een item dat een tijdspositie aangeeft, hebt geselecteerd, dan verschijnt er een play list in de balkgrafiek. Als u in dit geval een amplitudeprofiel of de
spoorselectiestatus in de balkgrafiek wil zien, houd
dan [SHIFT] ingedrukt en druk op [PLAY (DISPLAY)].
Het amplitudeprofiel toont u het geluid opgenomen
op het geselecteerde spoor als een golfvorm. Met
[SELECT (CH EDIT)] selecteert u het spoor dat u te
zien krijgt als een amplitudeprofiel.
Golfvorm
Weergavetijd
* De tijdsduur van de te kopiëren data moet langer zijn dan
0.5 seconden. Als u data kopieert die korter duren dan 0.5
seconden, zal het geluid niet worden weergegeven.
1. U kan Track Copy gebruiken voor de momenteel
hoorbare sporen. Selecteer de V-track die de te
kopi‘ren weergavedata bevat.
2. Druk enkele malen op [TRACK] totdat ÒTRK
Track Copy ?Ó in de display verschijnt.
3. Druk op [YES].
CONDITION MARKER#
TIME
4. Druk enkele malen op CURSOR [
] totdat
ÒTRK CopyTr.=?-?=>?-?Ó in de display verschijnt.
dB
0
5. Druk op [SELECT (CH EDIT)] van het bronspoor.
De SELECT-indicator licht oranje op.
4
12
24
48
INPUT TRACK
U kan het bronspoor (copy source track) ook met de
TIME/VALUE dial selecteren.
AUX MASTER
Deze handeling kopieert de weergavedata van een
afgebakend fragment naar een andere locatie. Dit kan
heel handig zijn wanneer u bv. in het begin en op het
einde van een song hetzelfde refrein speelt.
Weergavedata die zich reeds op de plaats van bestemming bevinden, worden overschreven.
7. Met de TIME/VALUE dial kan u de V-track
specifi‘ren waarop u wil kopi‘ren. Bijvoorbeeld,
Ò1-1Ó duidt op ÒSpoor 1, V-track 1.Ó
Bronspoor
CONDITION MARKER#
Bestemmingsspoor
TIME
dB
Voorbeeld 1: Tweemaal kopiëren naar hetzelfde spoor
0
4
12
24
A
A'
48
A"
INPUT TRACK
AUX MASTER
knipperend
Start
End
To
Tijd
Voorbeeld 2: Tweemaal kopiëren naar een ander spoor
Start
End
To
* Duid geen V-tracks aan die reeds opgegeven zijn als
kopieerbestemming voor andere sporen.
9. Als u beslist om bepaalde sporen niet te kopi‘ren,
druk dan opnieuw op [SELECT (CH EDIT)] van
dat spoor.
De SELECT-indicator knippert oranje.
B
B'
8. Als u verscheidene sporen tegelijkertijd wil
kopi‘ren, herhaal dan de stappen 5Ð7.
B"
Tijd
* Weergavedata van een spoor met Channel Link ON kan u
niet kopiëren naar een spoor met Channel Link OFF.
Omgekeerd kan u ook geen weergavedata kopiëren van een
spoor met Channel Link OFF naar een spoor met Channel
Link ON.
Alternatief: ga met PARAMETER [
][
] naar
de instellingen van het betreffende spoor en druk
tweemaal op [CANCEL (NO)].
10. Druk enkele malen op PARAMETER [
dat ÒTRK St=Ó in de display verschijnt.
] tot-
89
Hoofdstuk 6
6. Druk op [STATUS] het bestemmingsspoor.
De STATUS-indicator licht rood op.
Performance Data herhalen
(Track Copy)
Hoofdstuk 6 Opgenomen Performances bewerken (Track Editing)
11. Draai aan de TIME/VALUE dial.
16. Druk op PARAMETER [
].
ÒTRK To =Ó verschijnt in de display.
St (Start point)
Specifieert het beginpunt van het te kopi‘ren fragment.
12. Druk op PARAMETER [
].
ÒTRK Frm=Ó verschijnt in de display.
17. Draai aan de TIME/VALUE dial.
To (To point)
Specifieert het referentietijdstip van de bestemming.
18. Druk op PARAMETER [
].
ÒTRK Copy Time=Ó verschijnt in de display.
13. Draai aan de TIME/VALUE dial.
Frm (From point)
Specifieert de tijdspositie van de brondata in verhouding tot het ÒToÓ-punt. Normaal gezien stelt u hiervoor hetzelfde in als voor het Start point.
Effectief gebruik maken van “Frm”
Normaal gezien worden de data gekopieerd naar
het opgegeven punt van bestemming. Als u echter
wil kopi‘ren met verwijzing naar een punt binnen
het opgegeven fragment waar een specifiek geluid
voorkomt, duid dit dan aan met ÒFrm.Ó
Bijvoorbeeld, stel dat u een geluidseffect van een
tijdbom die tikt en dan explodeert, wil opnemen
en dat u die explosie op een specifieke tijdspositie
wil plaatsen. Normaal gezien zou u, om het punt
van bestemming te bepalen, de tijd tot de explosie
moeten berekenen. In zulke gevallen kan u echter
ÒFrmÓ opgeven als Òhet brontijdstip waarop de
explosie begintÓ en ÒTOÓ (de referentietijd van de
kopieerbestemming) als Òhet bestemmingstijdstip
waarop u de explosie wil hebben.Ó Zo kan u de
data kopi‘ren met de explosie exact getimed.
Voorbeeld 3: Kopiëren met de “Frm”-instelling
19. Draai aan de TIME/VALUE dial.
Copy Time
Dit is het aantal keren (1Ð99) dat de data worden
gekopieerd.
20. Druk op PARAMETER [
].
ÒTRK Track Copy OK ?Ó verschijnt in de display.
21. Druk op [YES].
U voert nu een Track Copy uit. Om te annuleren drukt
u op [NO].
22. Wanneer het kopi‘ren correct is verlopen, verschijnt de melding ÒCompleteÓ in de display. Keer
terug naar de Play mode.
Een simpele manier om de tijdsposities te
specifiëren
De tijdsposities voor ÒSt,Ó ÒFrm,Ó ÒEndÓ en ÒToÓ
kan u direct opgeven, zonder dat u de Track
Copy-pagina hoeft op te roepen. In Play mode
gaat u als volgt te werk.
1. Ga naar het begin (ÒStÓ) van de te kopi‘ren
performance data.
2. Houd [TRACK] ingedrukt en druk op
[LOC1/5].
C
3. Ga naar de tijdspositie van de bestemming
waar de performance data naartoe worden
gekopieerd (ÒFrmÓ).
C'
4. Houd [TRACK] ingedrukt en druk op
[LOC2/6].
Start From
End
To
Tijd
5. Ga naar de eindpositie van de te kopi‘ren
performance data (ÒEndÓ).
6. Houd [TRACK] ingedrukt en druk op
[LOC3/7].
14. Druk op PARAMETER [
].
ÒTRK End=Ó verschijnt in de display.
15. Draai aan de TIME/VALUE dial.
End (End point)
Specifieert het eindpunt van het te kopi‘ren fragment.
90
7. Ga naar de basistijdspositie van de
kopieerbestemming (ÒToÓ).
8. Houd [TRACK] ingedrukt en druk op
[LOC4/8].
Als u nu naar de Track Copy-pagina gaat, worden
de tijdsposities die u opgaf in de stappen 1Ð8
ingesteld voor de respectieve punten.
Hoofdstuk 6 Opgenomen Performances bewerken (Track Editing)
De SELECT-indicator licht oranje op.
Performance Data verplaatsen
(Track Move)
Met deze handeling verplaatst u de weergavedata van
een afgebakend fragment naar een andere locatie. Dit
is handig om een foute timing in de opname te corrigeren. Als er zich reeds weergavedata bevinden op
de bestemming, dan worden die overschreven.
Voorbeeld 1: Verplaatsen binnen hetzelfde spoor
U kan het spoor met de te verplaatsen data ook
selecteren met de TIME/VALUE dial.
6. Druk op [STATUS] van het bestemmingsspoor.
De STATUS-indicator licht rood op.
7. Met de TIME/VALUE dial kan u de V-track
specifi‘ren waarop u de data wil plaatsen.
Bijvoorbeeld, Ò1-1Ó duidt op ÒSpoor 1, V-track 1.Ó
Bronspoor
A
A
CONDITION MARKER#
Bestemmingsspoor
TIME
dB
0
4
Start
End
To
Tijd
12
24
48
INPUT TRACK
knipperend
B
8. Als u verscheidene sporen tegelijkertijd wil
kopi‘ren, herhaal dan de stappen 5Ð7.
* Duid geen V-tracks aan die reeds opgegeven zijn als
bestemming voor andere sporen.
B
Start
End
To
Tijd
* Weergavedata van een spoor met Channel Link ON kan u
niet verplaatsen naar een spoor met Channel Link OFF.
Zo kan u ook geen weergavedata van een spoor met
Channel Link OFF verplaatsen naar een spoor met
Channel Link ON.
* De tijdsduur van de te kopiëren data moet langer zijn dan
0.5 seconden. Als u data kopieert die korter duren dan 0.5
seconden, zal het geluid niet worden weergegeven.
9. Als u beslist om bepaalde sporen niet te kopi‘ren,
druk dan opnieuw op [SELECT (CH EDIT)] van
dat spoor.
De SELECT-indicator knippert oranje.
Alternatief: ga met PARAMETER [
][
] naar
de instellingen van het betreffende spoor en druk
tweemaal op [CANCEL (NO)].
10. Druk enkele malen op PARAMETER [
dat ÒTRK St=Ó in de display verschijnt.
] tot-
11. Draai aan de TIME/VALUE dial.
* Laat geen geluid staan binnen de 0.5 seconden voor of na
het verplaatste fragment. Elk geluid dat zich op minder
dan 0.5 seconden bevond, zal niet worden weergegeven.
St (Start point)
Specifieert het beginpunt van het te verplaatsen fragment.
1. U kan de momenteel hoorbare sporen verplaatsen. Selecteer de V-track die de te verplaatsen
weergavedata bevat.
12. Druk op PARAMETER [
].
ÒTRK Frm=Ó verschijnt in de display.
2. Druk enkele malen op [TRACK] totdat ÒTRK
Track Move ?Ó in de display verschijnt.
3. Druk op [YES].
4. Druk enkele malen op CURSOR [
] totdat
ÒTRK MoveTr.=?-?=>?-?Ó in de display verschijnt.
13. Draai aan de TIME/VALUE dial.
Frm (From point)
Specifieert de tijdspositie van de brondata in verhouding tot het ÒToÓ-punt. Normaal gezien stelt u hiervoor hetzelfde in als voor het Start point.
5. Druk op [SELECT (CH EDIT)] van het kanaal dat
het spoor met de te verplaatsen data bevat.
91
Hoofdstuk 6
Voorbeeld 2: Verplaatsen naar een ander spoor
AUX MASTER
Hoofdstuk 6 Opgenomen Performances bewerken (Track Editing)
Effectief gebruik maken van “Frm”
Normaal gezien worden de data gekopieerd naar
het opgegeven punt van bestemming. Als u echter
wil verplaatsen met verwijzing naar een punt binnen het opgegeven fragment waar een specifiek
geluid voorkomt, duid dit dan aan met ÒFrm.Ó
Een simpele manier om de tijdsposities te
specifiëren
De tijdsposities voor ÒSt,Ó ÒFrm,Ó ÒEndÓ en ÒToÓ
kan u direct opgeven, zonder dat u de Track
Move-pagina hoeft op te roepen. In Play mode
gaat u als volgt te werk.
Bijvoorbeeld, stel dat u een geluidseffect van een
tijdbom die tikt en dan explodeert, wil verplaatsen
en dat u die explosie op een specifieke tijdspositie
wil plaatsen. Normaal gezien zou u, om het punt
van bestemming te bepalen, de tijd tot de explosie
moeten berekenen. In zulke gevallen kan u echter
ÒFrmÓ opgeven als Òhet brontijdstip waarop de
explosie begintÓ en ÒTOÓ (de referentietijd van de
bestemming) als Òhet bestemmingstijdstip waarop
u de explosie wil hebben.Ó Zo kan u de data verplaatsen met de explosie exact getimed.
1. Ga naar het begin (ÒStÓ) van de te verplaatsen
performance data.
Voorbeeld 3: Verplaatsen met de “Frm”-instelling
3. Ga naar de tijdspositie van de bestemming
waar de performance data naartoe worden
verplaatst (ÒFrmÓ).
4. Houd [TRACK] ingedrukt en druk op
[LOC2/6].
5. Ga naar de eindpositie van de te verplaatsen
performance data (ÒEndÓ).
6. Houd [TRACK] ingedrukt en druk op
[LOC3/7].
7. Ga naar de basistijdspositie van de bestemming (ÒToÓ).
C
8. Houd [TRACK] ingedrukt en druk op
[LOC4/8].
Als u nu naar de Track Move-pagina gaat, worden
de tijdsposities die u opgaf in de stappen 1Ð8
ingesteld voor de respectieve punten.
C
Start From
2. Houd [TRACK] ingedrukt en druk op
[LOC1/5].
End
To
Tijd
14. Druk op PARAMETER [
].
ÒTRK End=Ó verschijnt in de display.
15. Draai aan de TIME/VALUE dial.
End (End point)
Specifieert het eindpunt van het te verplaatsen fragment.
16. Druk op PARAMETER [
].
ÒTRK To =Ó verschijnt in de display.
Performance Data uitwisselen
tussen sporen (Track Exchange)
Met deze handeling verwisselt u de weergavedata van
twee sporen.
Voorbeeld: Sporen 1 en 2 verwisselen
Spoor 1
A
B
C
Spoor 2
D
E
D
E
17. Draai aan de TIME/VALUE dial.
To (To point)
Specifieert het referentietijdstip van de bestemming.
Spoor 1
18. Druk op PARAMETER [
].
ÒTRK Track Move OK ?Ó verschijnt in de display.
Spoor 2
19. Druk op [YES].
Nu voert u een Track Move uit. Om te annuleren,
drukt u op [NO].
20. Wanneer het verplaatsen correct is verlopen, verschijnt de melding ÒCompleteÓ in de display. Keer
terug naar de Play mode.
92
A
B
C
Tijd
* Weergavedata van een spoor met Channel Link ON kan u
niet verwisselen met die van een spoor met Channel Link
OFF. Zo kan u evenmin weergavedata van een spoor met
Channel Link OFF verwisselen met die van een spoor met
Channel Link ON.
Hoofdstuk 6 Opgenomen Performances bewerken (Track Editing)
Sporen uitwisselen met een andere
V-track bank
Met Track Exchange kan u sporen of V-tracks van
verschillende V-track banken verwisselen. Als u
bv. spoor 1 / V-track 1 van V-track bank A (hierna
A-1-1 genoemd) wil kopi‘ren naar spoor 1 / Vtrack 1 van V-track bank B (B-1-1 genoemd), kan u
als volgt te werk gaan.
8. Als u verscheidene sporen tegelijkertijd wil verwisselen, herhaal dan de stappen 5Ð7.
* Duid geen V-tracks aan die reeds opgegeven zijn als
bestemming voor andere sporen.
9. Als u beslist om bepaalde sporen niet uit te wisselen, druk dan opnieuw op [SELECT (CH EDIT)]
van het betreffende spoor.
De SELECT-indicator knippert oranje.
Alternatief: ga met PARAMETER [
][
] naar
de instellingen van het betreffende spoor en druk
tweemaal op [CANCEL (NO)].
1. Verwissel de sporen A-1-1 en B-1-8.
2. Kopieer B-1-8 naar B-1-1.
3. Verwissel opnieuw de sporen B-1-8 en A-1-1.
10. Druk op PARAMETER [
].
ÒTRK TrackExchangeOK ?Ó verschijnt in de display.
11. Druk op [YES].
Nu voert u een Track Exchange uit. Om te annuleren,
drukt u op [NO].
2. Druk enkele malen op [TRACK] totdat ÒTRK
Track Exchange ?Ó in de display verschijnt.
3. Druk op [YES].
12. Wanneer de uitwisseling correct is verlopen, verschijnt de melding ÒCompleteÓ in de display. Keer
terug naar de Play mode.
4. Druk enkele malen op CURSOR [
] totdat
ÒTRK Tr.=?-*:?=>?-?:?Ó (Ò*Ó staat voor de huidige
V-track bank) in de display verschijnt.
Een lege ruimte invoegen tussen
Performance Data (Track Insert)
5. Druk op [SELECT (CH EDIT)] van het kanaal dat
het te verwisselen bronspoor bevat.
De SELECT-indicator licht oranje op.
Met deze handeling voegt u een lege ruimte in op een
welbepaalde locatie.
U kan het bronspoor met de te verwisselen data ook
met de TIME/VALUE dial selecteren.
6. Druk op [STATUS] van het bestemmingsspoor
van de uitwisseling.
De STATUS-indicator licht rood op.
7. Met de TIME/VALUE dial kan u de V-track
specifi‘ren waarmee u data wil uitwisselen.
Bijvoorbeeld, Ò1-A:1Ó duidt op ÒV-track 1 van
spoor 1 in V-track bank A.Ó
Bronspoor v/d
uitwisseling
CONDITION MARKER#
Bestemmingsspoor
v/d uitwisseling
leeg
To
Duur
Tijd
* Laat geen geluid staan binnen de 0.5 seconden voor of na
het verplaatste fragment. Elk geluid dat zich op minder
dan 0.5 seconden bevond, zal niet worden weergegeven.
TIME
dB
0
4
12
24
48
INPUT TRACK
AUX MASTER
knipperend
1. Druk enkele malen op [TRACK] totdat ÒTRK
Track Insert ?Ó in de display verschijnt.
2. Druk op [YES].
3. Druk enkele malen op CURSOR [
] totdat
ÒTRK Insert Tr.=?-?Ó in de display verschijnt.
4. Druk op [STATUS] van het kanaal dat het spoor
bevat waarin u de lege ruimte wil invoegen.
De STATUS-indicator licht rood op.
93
Hoofdstuk 6
1. U kunt de momenteel hoorbare sporen verwisselen. Selecteer de V-track die de te verwisselen
weergavedata bevat.
Hoofdstuk 6 Opgenomen Performances bewerken (Track Editing)
5. Met de TIME/VALUE dial kan u de V-track
specifi‘ren waarin u de lege ruimte wil invoegen.
Bijvoorbeeld, Ò1-1Ó duidt op ÒV-track 1 van spoor
1,Ó Ò1-*Ó betekent Òalle V-tracks van spoor 1,Ó en
Ò*-*Ó betekent Òalle V-tracks van alle sporen.Ó
Bestemmingsspoor
knipperend
CONDITION MARKER#
1. Move to the time location into which you
wish to insert the blank (ÒToÓ).
TIME
dB
2. Houd [TRACK] ingedrukt en druk op
[LOC4/8].
0
4
12
Als u nu naar de Track Insert-pagina gaat, wordt
de tijdspositie die u ingaf in stappen 1-2 ingevoerd als de positie van het To-punt. Geef enkel
de lengte (duur) van de lege ruimte in en voer de
Track Insert uit.
24
48
INPUT TRACK
Een simpele manier om de tijdsposities te
specifiëren
De tijdspositie voor het ÒToÓ-punt kan u direct
ingeven, zonder dat u de Track Insert-pagina
hoeft op te roepen. In de Play mode gaat u als
volgt te werk.
AUX MASTER
6. Als u in verscheidene sporen tegelijkertijd een
lege ruimte wil invoegen, herhaal dan de stappen
4 en 5.
7. Als u beslist om in bepaalde sporen geen lege
ruimte in te voegen, druk dan opnieuw op
[SELECT (CH EDIT)] van het betreffende spoor.
De SELECT-indicator knippert groen.
Alternatief: ga met PARAMETER [
][
] naar
de instellingen van het betreffende spoor en druk op
[CANCEL (NO)].
8. Druk enkele malen op PARAMETER [
dat ÒTRK To=Ó in de display verschijnt.
Performance Data knippen (Track Cut)
Met deze handeling knipt u weergavedata uit een
afgebakend gebied. Wanneer u weergavedata
wegknipt, schuiven de data die daarop volgen op om
de leemte op te vullen. Analogie met een bandrecorder: u knipt het ongewenste stukje band er
tussenuit en last de eindjes weer aan elkaar.
A
] tot-
9. Draai aan de TIME/VALUE dial.
To (“To”-punt)
Specifieer de tijdspositie waar u de lege ruimte wil
invoegen.
10. Druk op PARAMETER [
].
ÒTRK Len=Ó verschijnt in de display.
11. Draai aan de TIME/VALUE dial.
Len (Length)
Geef de tijdsduur (lengte) van de lege ruimte op.
12. Druk op PARAMETER [
].
ÒTRK Track Insert OK ?Ó verschijnt in de display.
13. Druk op [YES].
U voert nu een Track Insert uit. Om te annuleren,
drukt u op [NO].
14. Wanneer het invoegen correct is verlopen, verschijnt de melding ÒCompleteÓ in de display. Keer
terug naar de Play mode.
94
Start
End
Tijd
* Laat geen geluid staan binnen de 0.5 seconden voor of na
het geknipte fragment. Elk geluid dat zich op minder dan
0.5 seconden bevond, zal niet worden weergegeven.
* Hoewel het misschien lijkt dat de performance data verdwenen zijn, worden de data zelf niet van de hard disk
verwijderd. Dus, zelfs wanneer u een Track Cut uitvoert,
verandert de vrije schijfruimte in de display niet.
1. Druk enkele malen op [TRACK] totdat ÒTRK
Track Cut ?Ó in de display verschijnt.
2. Druk op [YES].
3. Druk enkele malen op CURSOR [
] totdat
ÒTRK Cut Tr.=?-?Ó in de display verschijnt.
4. Druk op [STATUS] van het spoor waarop u een
Track Cut wil uitvoeren.
De STATUS-indicator licht rood op.
Hoofdstuk 6 Opgenomen Performances bewerken (Track Editing)
5. Met de TIME/VALUE dial kan u de V-track
waarin u wil knippen, specifi‘ren. Bijvoorbeeld,
Ò1-1Ó betekent ÒV-track 1 van spoor 1,Ó Ò1-*Ó
betekent Òalle V-tracks van spoor 1,Ó en Ò*-*Ó
betekent Òalle V-tracks van alle sporen.Ó
knipperend
CONDITION MARKER#
Spoor waarin geknipt wordt
TIME
0
3. Ga naar het einde van het fragment dat u
wenst te knippen (ÒEndÓ).
4
12
24
48
AUX MASTER
6. Als u in verscheidene sporen tegelijkertijd wil
knippen, herhaal dan de stappen 4 en 5.
Alternatief: ga met PARAMETER [
][
] naar
de instellingen van het betreffende spoor en druk op
[CANCEL (NO)].
] tot-
4. Houd [TRACK] ingedrukt en druk op
[LOC3/7].
Als u nu naar de Track Cut-pagina gaat, worden
de tijdsposities die u ingaf in stappen 1Ð4, ingevoerd als de posities van de respectieve punten.
Performance Data uitwissen
(Track Erase)
Met deze handeling wist u de weeravedata van een
afgebakend gebied uit. Als u weergavedata uitwist en
er volgen nog data op het uitgewiste stuk, dan zal dit
laatste stuk toch niet opschuiven. Analogie met een
bandrecorder: u neemt een stuk ÔstilteÕ op over een
ongewenst fragment op de band.
9. Draai aan de TIME/VALUE dial.
A
St (Start point)
Specifieert het beginpunt van het te knippen segment.
10. Druk op PARAMETER [
].
ÒTRK End=Ó verschijnt in de display.
11. Draai aan de TIME/VALUE dial.
Start
End (End point)
Specifieert het eindpunt van het te knippen segment.
End
Tijd
12. Druk op PARAMETER [
].
ÒTRK Track Cut OK ?Ó verschijnt in de display.
* Laat geen geluid staan binnen de 0.5 seconden voor of na
het uit te wissen fragment. Elk geluid dat zich op minder
dan 0.5 seconden bevond, zal niet worden weergegeven.
13. Druk op [YES].
Nu voert u een Track Cut uit. Om te annuleren, drukt
u op [NO].
* Hoewel het misschien lijkt alsof de performance data verdwenen zijn, worden de dat a zelf niet verwijderd van de
hard disk. Dus, zelfs wanneer u een Track Erase uitvoert,
verandert de vrije schijfruimte in de display niet.
14. Wanneer het knippen correct is verlopen, verschijnt de melding ÒCompleteÓ in de display. Keer
terug naar de Play mode.
1. Druk enkele malen op [TRACK] totdat ÒTRK
Track Erase ?Ó in de display verschijnt.
2. Druk op [YES].
3. Druk enkele malen op CURSOR [
] totdat
ÒTRK Erase Tr.=?-?Ó in de display verschijnt.
95
Hoofdstuk 6
7. Als u beslist om in bepaalde sporen niet te knippen, druk dan nogmaals op [STATUS] van de
betreffende sporen.
De STATUS-indicator knippert groen.
8. Druk enkele malen op PARAMETER [
dat ÒTRK St=Ó in de display verschijnt.
1. Ga naar het begin van het fragment dat u
wenst te knippen (ÒStÓ).
2. Houd [TRACK] ingedrukt en druk op
[LOC1/5].
dB
INPUT TRACK
Een simpele manier om de tijdsposities te
specifiëren
De tijdsposities voor ÒStÓ en ÒEndÓ kan u direct
ingeven, zonder dat u de Track Cut page hoeft op
te roepen. In Play mode doet u het volgende.
Hoofdstuk 6 Opgenomen Performances bewerken (Track Editing)
4. Druk op [STATUS] van het spoor waarop u een
Track Erase wil uitvoeren.
De STATUS-indicator licht rood op.
5. U kan met de TIME/VALUE dial de V-track
waarvan u data wil uitwissen, specifi‘ren.
Bijvoorbeeld, Ò1-1Ó betekent ÒV-track 1 van spoor
1,Ó Ò1-*Ó betekent Òalle V-tracks van spoor 1,Ó en
Ò*-*Ó betekent Òalle V-tracks van alle sporen.Ó
knipperend
CONDITION MARKER#
Spoor waar wordt uitgewist
1. Ga naar het begin van het fragment dat u
wenst uit te wissen (ÒStÓ).
2. Houd [TRACK] ingedrukt en druk op
[LOC1/5].
3. Ga naar het einde van het fragment dat u
wenst uit te wissen (ÒEndÓ).
TIME
dB
0
4
12
24
48
INPUT TRACK
Een simpele manier om de tijdsposities te
specifiëren
De tijdsposities voor ÒStÓ en ÒEndÓ kan u direct
ingeven, zonder dat u de Track Erase-pagina hoeft
op te roepen. In Play mode doet u het volgende.
4. Houd [TRACK] ingedrukt en druk op
[LOC3/7].
Als u nu naar de Track Erase-pagina gaat, worden
de tijdsposities die u ingaf in stappen 1Ð4, ingevoerd als de posities van de respectieve punten.
AUX MASTER
6. Als u data van verscheidene sporen tegelijkertijd
wil uitwissen, herhaal dan de stappen 4 en 5.
7. Als u beslist om van bepaalde sporen geen data
uit te wissen, druk dan nogmaals op [STATUS]
van die sporen.
De STATUS-indicator knippert groen.
Alternatief: ga met PARAMETER [
][
] naar
de instellingen van dat spoor en druk op [CANCEL
(NO)].
8. Druk op PARAMETER [
].
ÒTRK St=Ó verschijnt in de display.
De weergavetijd van de Performance
Data wijzigen
(Time Compression/Expansion)
Met deze functie kan u de weergavetijd van een song
comprimeren of uitrekken tot een bepaalde tijdsduur.
Het compressie-/expansiebereik gaat van 75% tot 125%,
maar hoe extremer de instellingen, des te nadeliger is
het effect op de geluidskwaliteit. We raden aan om de
compressie/expansie tussen 93% en 107 % te houden.
Voorbeeld 1: Compressie
9. Draai aan de TIME/VALUE dial.
St (Start point)
Specifieert het beginpunt van het te wissen fragment.
10. Druk op PARAMETER [
].
ÒTRK End=Ó verschijnt in de display.
11. Draai aan de TIME/VALUE dial.
End (End point)
Specifieert het eindpunt van het te wissen fragment.
Start
To
End
Tijd
Voorbeeld 2: Expansie
12. Druk op PARAMETER [
].
ÒTRK Track Erase OK ?Ó verschijnt in de display.
13. Druk op [YES].
U voert nu een Track Erase uit. Om te annuleren,
drukt u op [NO].
14. Wanneer het uitwissen correct verlopen is, verschijnt de melding ÒCompleteÓ in de display. Keer
terug naar de Play mode.
96
Start
End To
Tijd
Hoofdstuk 6 Opgenomen Performances bewerken (Track Editing)
In het algemeen, wanneer u de weergavetijd comprimeert of uitrekt, verandert de toonhoogte in verhouding tot de graad van compressie/expansie. Als u
bijvoorbeeld de weergavetijd verkort, dan stijgt de
toonhoogte van het weergegeven geluid. Met de VS880EX kan u kiezen of de toonhoogte van de weergave
verandert in verhouding tot de graad van compressie/expansie, dan wel dat de originele toonhoogte
van de weergave behouden blijft.
* Compressie/Expansie van de tijd creëert nieuwe performance data met een andere weergavetijd. Daarom zal u
deze handeling niet kunnen uitvoeren wanneer er onvoldoende ruimte is op de current drive.
* Om instellingen voor Track Compression/Expansion te
kunnen maken, moet de tijd van het Start Point tot het
End Point of van het Start Point tot het To Point langer
dan 0.5 sec. zijn.
1. Druk enkele malen op [TRACK] totdat ÒTRK
Time Comp/Exp. ?Ó in de display verschijnt.
2. Druk op [YES].
3. Druk enkele malen op CURSOR [
] totdat
ÒTRK CompExpTr.=?-?Ó verschijnt in de display.
4. Druk op [STATUS] van het spoor waarop u wil
comprimeren of uitrekken.
De STATUS-indicator licht rood op.
5. Met de TIME/VALUE dial kan u de V-track
waarop u wil comprimeren of uitrekken, specifi‘ren. Bijvoorbeeld, Ò1-1Ó betekent ÒV-track 1 van
spoor 1,Ó Ò1-*Ó betekent Òalle V-tracks van spoor
1,Ó en Ò*-*Ó betekent Òalle V-tracks van alle
sporen.Ó
9. Draai aan de TIME/VALUE dial.
St (Start point)
Dit geeft aan waar de compressie/expansie van de
weergavetijd begint.
10. Druk op PARAMETER [
].
ÒTRK End=Ó verschijnt in de display.
11. Draai aan de TIME/VALUE dial.
End (End point)
Dit geeft aan waar de compressie/expansie van de
weergavetijd eindigt.
12. Druk op PARAMETER [
].
ÒTRK To=Ó verschijnt in de display.
13. Draai aan de TIME/VALUE dial.
To (To point)
Dit geeft de eindtijdspositie aan die resulteert uit de
compressie/expansie.
14. Druk op PARAMETER [
].
ÒTRK Pitch Mode=Ó verschijnt in de display.
15. Draai aan de TIME/VALUE dial.
Pitch Mode
Indien u wil dat de toonhoogte van de weergave
verandert ten gevolge van de compressie/expansie,
kies hier dan voor ÒVariableÓ; indien niet, kiest u
ÒFixed.Ó
Spoor voor compressie
of expansie
16. Druk op PARAMETER [
].
ÒTRK Type=Ó verschijnt in de display.
TIME
17. Draai aan de TIME/VALUE dial.
knipperend
CONDITION MARKER#
8. Druk op PARAMETER [
].
ÒTRK St=Ó verschijnt in de display.
Hoofdstuk 6
* Na compressie mag het fragment niet korter dan 0.5 sec.
zijn. Fragmenten korter dan 0.5 sec. kunnen niet worden
weergegeven.
Alternatief: Ga met PARAMETER [
][
] naar
de instellingen voor dat spoor en druk op [CANCEL
(NO)].
dB
0
4
12
24
48
INPUT TRACK
AUX MASTER
6. Als u verscheidene sporen tegelijkertijd wil comprimeren/uitrekken, herhaal dan stappen 4 en 5.
7. Als u besluit om bepaalde sporen niet te comprimeren of uit te rekken, druk dan nogmaals op
[STATUS] van die sporen.
De STATUS-indicator knippert groen.
Type
Dit geeft het type van conversie aan. Kies de instelling
die het best past bij de song waar u mee werkt.
A: Voor zang en spraak.
B: Voor songs met een laag tempo, bv. ballads.
C: Voor songs met een hoog tempo, bv. rock.
18. Druk op PARAMETER [
].
ÒTRK Amplitude=Ó verschijnt in de display.
19. Draai aan de TIME/VALUE dial.
97
Hoofdstuk 6 Opgenomen Performances bewerken (Track Editing)
Amplitude
Dit geeft de volumeverhouding aan (50, 60, 70, 80, 90,
100%) die resulteert uit de conversie. Meestal raden
wij de standaardwaarde van 60% aan. Als het volume
na de conversie te laag is, gebruik dan de Undo-functie om de originele data terug te krijgen, stel een
hogere amplitude in en probeer opnieuw. Een overdreven hoge amplitudewaarde kan echter ruis
veroorzaken.
20. Druk op PARAMETER [
].
ÒTRK TimeComp/Exp. OK ?Ó verschijnt in de display.
21. Druk op [YES].
U voert nu een Time Compression/Expansion uit. Om
te annuleren, drukt u op [NO].
* Afhankelijk van de omstandigheden, kan de voltooiing
van de compressie/expansie wat tijd in beslag nemen. Dit
is geen defect. In de display kan u zien hoe ver het staat
met de bewerking: Schakel het toestel nooit uit terwijl het nog bezig is met een bewerking. Een bewerking kan u annuleren door op [NO] te drukken.
22. Wanneer de compressie/expansie correct verlopen is, verschijnt de melding ÒCompleteÓ in de
display. Keer terug naar de Play mode.
98
Hoofdstuk 7 Gebruik met een Zip Drive
U kan een Zip drive aansluiten op de SCSI-connector
van de VS-880EX. Lees hiervoor ook de gebruiksaanwijzing van uw Zip drive.
In dit hoofdstuk leggen we uit hoe u songs op Zip
disks bewaart en hoe u songs van Zip disk weer op de
interne hard disk zet.
Voor u een Zip Drive gebruikt
Omgaan met de Zip Drive
● Plaats de Zip drive op een stevig, waterpas oppervlak dat vrij is van trillingen. Als de Zip drive te
veel gekanteld is, zou het kunnen dat hij niet naar
behoren werkt.
● Gebruik het toestel niet onmiddellijk nadat het is
verplaatst naar een ruimte met een sterk verschillende vochtigheidsgraad t.o.v. de vorige ruimte.
Snelle veranderingen in de omgeving kunnen condensatie veroorzaken in de Zip drive, met een
slechte werking van de Zip drive en/of
beschadigde Zip disks tot gevolg. Als u het toestel
verplaatst, laat het dan enkele uren acclimatiseren,
voordat u het gebruikt.
● Probeer nooit een Zip disk uit de drive te halen terwijl de Zip drive actief is (de indicator brandt); u
zou zowel de Zip disk als de Zip drive kunnen
beschadigen.
¥ Stel Zip disks niet bloot aan sterke magnetische
velden, vb. magnetisch veld van luidsprekers.
● Het identificatielabel moet stevig aangebracht zijn
op de Zip disk. Als het label loskomt terwijl de disk
in de Zip drive zit, kan dit moeilijkheden geven om
de disk te verwijderen.
● Bewaar de Zip disks in hun doosje.
● Zip disks hebben geen protect tab die kan
voorkomen dat uw data per ongeluk uitgewist worden. Indien nodig, kan u met Song Protect uw data
beschermen (p. 65).
De Zip Drive aansluiten
Volg de onderstaande procedure om de Zip drive aan
te sluiten op de VS-880EX.
* Om defecten en/of schade aan luidsprekers of andere apparaten te voorkomen, kan u best het volume dichtzetten en
alle apparaten uitschakelen, alvorens u enige aansluiting
maakt.
* Alle aansluitingen gemaakt, schakelt u de apparaten in in
de opgegeven volgorde. Door de apparaten in een verkeerde volgorde in te schakelen, riskeert u defecten en/of
schade aan luidsprekers en andere apparaten.
* Zorg steeds dat het volume laag staat wanneer u de
toestellen opstart. Zelfs met het volume helemaal dicht,
kan u nog een geluid horen bij het opstarten. Dit is echter
normaal, en wijst dus niet op een defect.
● Verwijder de Zip disk uit de Zip drive voor u
opstart of afsluit.
● Houd de Zip disk steeds waterpas (niet gekanteld
in enige richting) terwijl u ze in de drive schuift. Dit
om schade aan de koppen van de drive te
voorkomen. Duw de disk stevig maar voorzichtig
op haar plaats. Gebruik nooit teveel kracht.
● Gebruik enkel en alleen de opgegeven Zip disks.
Omgaan met Zip Disks
● Zip disks bevatten een plastic schijfje met een dun
magnetisch laagje als opslagmedium. Om grote
hoeveelheden data op te slaan op zulk een kleine
oppervlakte, is een microscopische precisie vereist.
Houd rekening met de volgende zaken wanneer u
Zip disks gebruikt:
¥ Raak nooit het magnetische medium binnen in de
Zip disk aan.
¥ Gebruik of bewaar geen Zip disks in een vuile of
stoffige omgeving.
99
Hoofdstuk 7
● Schuif de Zip disk in de Zip drive en duw
voorzichtig door tot ze op haar plaats klikt. Om een
Zip disk te verwijderen, Drukt u stevig op de
EJECT-knop. Gebruik nooit overdreven kracht om
een disk die vastzit in de Zip drive, te verwijderen.
¥ Bescherm uw Zip disks tegen extreme temperaturen (bv. direct zonlicht in een afgesloten voertuig). (Temperatuur voor bewaring: -22Ð51¡ C,
vochtigheidsgraad voor bewaring: 10Ð90%)
Hoofdstuk 7 Gebruik met een Zip Drive
1. Zet de Zip drive aan.
2. Zet de VS-880EX aan met de POWER-schakelaar
op het achterpaneel.
Drive die geïnitialiseerd wordt
(in het voorbeeld, een Zip drive)
CONDITION MARKER#
TIME
3. Zet eventuele aangesloten audio-apparatuur aan.
dB
0
4. Stel het geschikte volume in op de aangesloten
audio-apparatuur.
* Voor meer details over Zip drive-aansluitingen, inclusief
de nodige instellingen, zie “SCSI” (Appendices).
De Disk initialiseren
(Drive Initialize)
Een pas aangekochte disk of een disk die voor een
ander apparaat werd gebruikt kan u niet zonder
meer gebruiken voor de VS-880EX. U dient de disk
te initialiseren zodat de VS-880EX ze kan gebruiken.
Wanneer u een disk initialiseert, gaat de volledige
inhoud onherroepelijk verloren. Controleer bij alle
disks die u wil initialiseren of ze geen data bevatten
die u niet wil verliezen. Bovendien, disks die u voor
de VS-880EX gebruikt, zijn niet bruikbaar op
andere toestellen (zoals personal computers).
* Als u per ongeluk data vernietigt, dan is dit onherroepelijk. Roland Corporation wijst alle aansprakelijkheid af
in verband met zulk verlies van data.
Als u een drive of disk gebruikt die gepartitioneerd is,
houd er dan rekening mee dat u een bepaalde partitie
die u wil initialiseren niet zal kunnen kiezen.
Wanneer u een drive initialiseert, wordt de hele
drive met al z’n partities in één keer geïnitialiseerd.
U kan dus geen individuele partities initialiseren.
Onderstaand voorbeeld toont hoe u nieuwe Zip disks
initialiseert.
1. Controleer dat de Zip drive en de VS-880EX aan
staan.
2. Plaats een disk in de Zip drive.
3. Druk enkele malen op [SYSTEM] totdat ÒSYS
DriveInitializeÓ in de display verschijnt.
4. Druk op [YES].
ÒInit.Drive=Ó verschijnt in de display.
5. Draai aan de TIME/VALUE dial.
100
4
12
24
48
INPUT TRACK
AUX MASTER
Init Drive (Initialize Drive)
Selecteer de disk drive (IDE, SCSI0ÐSCSI7). De interne
hard disk zal voorgesteld worden door ÒIDEÓ en
externe disk drives als ÒSC0ÐSC7.Ó Het getal dat
achter elke drive staat is het partitienummer.
Bijvoorbeeld: ÒSCSI5Ó staat voor de Zip drive-aansluiting.
6. Druk op PARAMETER [
].
ÒPhysicalFmtÓ verschijnt in de display.
7. Draai aan de TIME/VALUE dial.
Physical Format
Kies of u al dan niet physical formatting wil
gebruiken. Kies ÒOnÓ als u een nieuwe schijf of een
schijf die u reeds in een ander instrument hebt
gebruikt, initialiseert. Gaat het om een nieuwe hard
disk of een schijf die reeds werd geformatteerd onder
Windows of Mac OS, dan mag u ÒOffÓ kiezen.
8. Druk op PARAMETER [
].
ÒPartitionÓ verschijnt in de display.
9. Draai aan de TIME/VALUE dial.
Partition
Selecteer de partitiegrootte (500 MB of 1000 MB).
Normaal gezien kiest u hier Ò1000 MB.Ó
10. Druk op PARAMETER [
].
ÒSurface ScanÓ verschijnt in de display.
11. Draai aan de TIME/VALUE dial.
Surface Scan
Dit bevestigt dat de lees- en schrijffuncties in alle partities van de disk drive correct werken wanneer de
drive wordt ge•nitialiseerd. Normaal gezien kiest u
hier ÒOff.Ó Wanneer u de lees- en schrijffuncties specifiek wil testen, kiest u hier ÒOnÓ (p. 101).
Hoofdstuk 7 Gebruik met een Zip Drive
12. Druk op [YES].
ÒSYS Init.***:* OK ?Ó verschijnt in de display. Ò***:*Ó
verwijst naar het SCSI ID-nummer van de drive.
Bijvoorbeeld: ÒSC5:UÓ duidt op een Zip drive.
13. Druk op [YES].
ÒSYS Init.***:*, Sure ?Ó (De disk werkelijk initialiseren?) verschijnt in de display.
14. Druk op [YES].
ÒSTORE Current?Ó (Huidige song opslaan?) verschijnt
in de display.
15. Indien u de huidige song wil opslaan, drukt u op
[YES]; indien niet, drukt u op [NO]. Als u een
demo song had geselecteerd, druk dan op
[NO].
* Houd er rekening mee dat de Surface Scan procedure een
zekere hoeveelheid tijd in beslag neemt. Dit wijst dus niet
op een defect. Een Surface Scan op één Zip disk (100 MB)
duurt ongeveer 10 minuten. De tijd die een Surface Scan
van uw disk drive in beslag neemt, is afhankelijk van de
grootte (capaciteit) van de disk. In de display ziet u hoe
ver de Surface Scan staat.
3. Wanneer de Surface Scan voltooid is, verschijnt
ŽŽn van de volgende boodschappen in de display.
“File System Err”:
Er heeft zich een lees- of schrijffout voorgedaan op een
plaats waar basisdata opgeslagen zijn die de VS-880EX
gebruikt voor opname en weergave. Deze disk drive
kan door de VS-880EX niet gebruikt worden.
“_____Defect”:
16. Wanneer de initialisatie correct voltooid is, herstart de VS-880EX automatisch. Keer terug naar
de Play mode.
Het onderlijnde gedeelte duidt het aantal onbruikbare
geheugenlocaties in deze drive aan. Hoe hoger dit
getal, des te lager is de betrouwbaarheid van de drive.
* Een drive initialiseren kan wel wat tijd in beslag nemen.
Dit wijst niet op een defect. Bijvoorbeeld: met physical
format actief kan het formatteren van een Zip disk een 10tal minuten duren. In de display kan u zien hoe ver het
proces gevorderd is. Schakel vooral het toestel niet
uit voordat de initialisatie voltooid is.
“— Complete —”:
Wanneer u een hard disk of een andere disk initialiseert, kan u controleren of de lees- en schrijffuncties in alle diskpartities correct werken. Dit noemen
we een Surface Scan. Als er op de disk plaatsen
voorkomen waar er geen data kunnen worden gelezen
of geschreven, dan worden die door de VS-880EX
geregistreerd als onbruikbaar geheugen. De
opname-en weergavefuncties worden onbeschikbaar
op die plaatsen.
Deze procedure verwijdert alle data van de schijf.
Voer deze controleprocedure uit wanneer u nieuwe
disks initialiseert, of disks die reeds gebruikt werden
op een personal computer of een ander apparaat. Zorg
ervoor dat u een back-up maakt van alle disks die u
momenteel gebruikt op de VS-880EX, alvorens u er
deze procedure op uitvoert.
4. Druk op [YES].
De VS-880EX herstart.
Surface Scan annuleren
Surface Scan kan u annuleren door de volgende
procedure uit te voeren.
1. Druk op [EXIT (NO)].
ÒCancel?Ó verschijnt in de display.
2. Druk op [YES].
Surface Scan wordt nu geannuleerd. De tot dan
toe gevonden onbruikbare geheugenplaatsen worden echter niet geregistreerd.
3. De VS-880EX herstart automatisch.
1. Zet Surface Scan op ÒOnÓ en voer de Drive
Initialize procedure uit zoals beschreven in ÒDe
Disk initialiserenÓ (p. 111).
2. Nadat de initialisatie van de disk voltooid is,
begint de Surface Scan automatisch.
101
Hoofdstuk 7
Surface Scan
Deze drive heeft geen onbruikbaar geheugen.
Hoofdstuk 7 Gebruik met een Zip Drive
Performance Data opslaan
op Zip Drive (Song Copy)
Song
Song data gecre‘erd met de VS-880EX kan u opslaan
op een externe disk. Dit is een handige manier om
back-ups te maken van song data, voor het geval dat
er zich problemen voordoen met de disk drive of wanneer er weinig vrije schijfruimte overblijft.
Aangezien Zip Disks makkelijk te gebruiken zijn, zijn
ze uiterst handig om song data uit te wisselen met
vrienden, of wanneer u zowel thuis als in de studio
een VS-880EX hebt. We raden aan om van belangrijke
song data meerdere kopie‘n op disk te bewaren.
* Het incorrect uitvoeren van de Song Copy procedure kan
het verlies van data tot gevolg hebben. Roland
Corporation wijst alle aansprakelijkheid af in verband met
zulk verlies van data. Bovendien waarborgt Roland geen
gekopieerde data, ongeacht de prestatie of de toestand van
de Zip Drive.
Een Back-up Song Data maken met een
CD-R Drive of DAT Recorder
Met een CD-R drive of DAT recorder kan u een
back-up maken van song data van de VS-880EX.
Song data die worden opgeslagen op een CD-R
disk kunnen niet overschreven worden. Deze
methode is dus geschikt voor back-ups van
volledig afgewerkte songs. Song data opgeslagen
op DAT tapes kunnen onbeperkt overschreven
worden, maar rekening houdend met de benodigde tijd voor het opslaan, en om wille van de
betrouwbaarheid, is het handiger om back-ups te
maken op Zip drive. Roland raadt aan om backups (Song Copy) te maken met een Zip drive.
De Song Copy procedure kan u op twee manieren
uitvoeren. Kie de methode in functie van de vrije
schijfruimte op de bestemmingsdisk (100 MB voor Zip
disks). De omvang van de huidige song kan u zien in
de display. Daarvoor houdt u [SHIFT] ingedrukt en
drukt u op [SONG] (p. 164).
Playable:
Gebruik deze methode om songs die relatief weinig
data gebruiken, op te slaan op disks met voldoende
geheugen om die songs te bevatten. Als de bestemmingsdrive of -disk reeds opgeslagen data bevat, dan
kan u nog bijkomende songs kopi‘ren die op de
resterende vrije ruimte passen.
102
Archives:
Gebruik deze methode om songs kopi‘ren die te groot
zijn om ze op ŽŽn disk op te slaan. De song data worden omgezet in een speciaal formaat voor het opslaan
(archives format), en ze worden gekopieerd naar verscheidene disks, naargelang de vrije ruimte op de
disks. Dit betekent dat u de song data niet rechtstreeks
zal kunnen weergeven. Als u song data die u hebt
gekopieerd in archive format, wil weergeven, dan
moet u die data volgens de juiste procedure opnieuw
inladen in de current drive. Bovendien kan u geen
song data kopi‘ren naar disks waarop reeds songs zijn
opgenomen.
Song
Data 1
Data 2
Data 3
Wat is Optimize?
Wanneer u handelingen zoals punch-in recording
herhaalt, bijven de oude (nu ongebruikte) performance data op de disk drive staan. Door deze
overbodige data van de disk drive te verwijderen,
kan u aanzienlijk wat schijfruimte vrijmaken.
Wanneer blijkt dat u iets niet op ŽŽn disk kan
opslaan, probeer dan de ÒSong OptimizeÓ-procedure (p. 156). Zo kan u de vereiste geheugenruimte reduceren, zodat u de song kan opslaan op
ŽŽn disk.
Hoofdstuk 7 Gebruik met een Zip Drive
Een song opslaan op één
Disk (Playable)
In deze paragraaf wordt uitgelegd hoe u een speelklare kopie van een song op de interne hard disk van
de VS-880EX kunt opslaan naar een Zip disk die het
SCSI ID-nummer 5 draagt.
De opnametijden die u op ŽŽn Zip disk (100 Mbyte)
kan opslaan, zijn ongeveer als volgt (berekend op ŽŽn
spoor).
Recording
Mode
48.0kHz
Sample Rate
44.1kHz
32.0kHz
MAS
17min.
18min.
26min.
MT1
34min.
37min.
52min.
MT2
46min.
50min.
69min.
LIV
55min.
60min.
83min.
(Alle tijden bij benadering)
2. Druk enkele malen op [SONG] totdat ÒSNG Song
Copy ?Ó in de display verschijnt.
3. Druk op [YES].
ÒSNG CpyMode=Ó verschijnt in de display.
4. Draai aan de TIME/VALUE dial. Kies hier
ÒPlayable.Ó
10. Als u in stap 6 ÒALLÓ koos, wordt er u gevraagd
of u de disk drive van bestemming wil initialiseren. Indien u de bestemmingsdrive wil initialiseren en de song data wil kopi‘ren, druk dan op
[YES]. In dit geval verliest u alle song data die
waren opgslagen op de bestemmingsdrive. Wil u
kopi‘ren zonder te initialiseren, druk dan op
[NO].
11. Druk op [YES].
ÒSTORE Current?Ó (De huidige song opslaan?) verschijnt in de display.
12. Indien u de huidige song wil opslaan, druk dan
op [YES]; indien niet, drukt u op [NO]. Als u een
demo song had geselecteerd, druk dan op
[NO].
13. Keer terug naar de Play mode wanneer de
Playable Copy-procedure voltooid is.
Als “Disk Memory Full” in de Display verschijnt
Dit wijst erop dat er onvoldoende vrije schijfruimte is op de bestemmingsdrive, of dat het
maximale aantal songs (200) dat u op de disk kan
opslaan, werd overschreden en dat de kopieerprocedure werd geannuleerd. De song data die u tot
dan toe had gekopieerd kan u nog wel gebruiken.
CpyMode
Select hoe de song moet worden gekopieerd.
Playable:
Speelklaar formaat.
Archives:
Archiefformaat.
5. Druk PARAMETER [
].
ÒSNG CpyTarget=Ó verschijnt in de display.
6. Draai aan de TIME/VALUE dial. Als u de huidige
song wil kopi‘ren, kies dan Ò1 Song.Ó Om alle
songs van de current drive te kopi‘ren, kiest u
ÒAll.Ó
7. Druk op PARAMETER [
].
ÒSNG Dest.Drive=Ó verschijnt in de display.
8. Draai aan de TIME/VALUE dial. Select de disk
drive van bestemming. De interne hard disk
wordt aangeduid met ÒIDE,Ó en externe disk drives met ÒSC0ÐSC7.Ó Het getal na de naam van de
disk drive is het partitienummer. Stel dat u naar
een Zip disk wil kopi‘ren, dan kiest u ÒSC5:0.Ó
103
Hoofdstuk 7
1. Als current drive selecteert u de disk die de song
bevat die u wil kopi‘ren.
9. Druk op [YES].
In de display verschijnt de vraag of u wil verdergaan.
Hoofdstuk 7 Gebruik met een Zip Drive
Data inladen van Disks
(Drive Select)
Als u speelklare (playable) songs die u naar Zip disks
hebt gekopieerd, op de hard disk van de VS-880EX wil
zetten, kies dan eerst de Zip drive als current drive
(Drive Select). Dit noemen we Drive Select. Nadien
kan u vanaf de Zip disk speelklare kopie‘n maken op
de interne hard disk.
* Zelfs wanneer u vanaf de Zip disk een speelklare kopie
maakt op de interne hard disk, zonder eerst een bestaand
speelklaar exemplaar van de song van de hard disk te verwijderen (zelfs wanneer u het gewoon terugplaatst op de
hard disk), wordt de originele song niet overschreven. In
dit geval wordt er een nieuwe song gecreëerd met dezelfde
songnaam als het origineel en wordt die opgeslagen onder
het laagst beschikbare songnummer.
Interne Hard Disk
Song 1
Song 2
Zip Disk
Song 4
Song 1
Interne Hard Disk
Song 1
Song 2
Song 1
Zip Disk
Song 4
Song 1
Interne Hard Disk
Song 1
Song 2
Song 3
Zip Disk
1. Controleer of zowel de Zip drive als de VS-880EX
aan staan.
Song 4
Song 1
2. Plaats een disk in de Zip drive.
3. Druk enkele malen op [SYSTEM] totdat ÒSYS
Drive SelectÓ in de display verschijnt.
4. Druk op [YES].
De aangesloten disk drives worden gedetecteerd.
Interne Hard Disk
Song 1
Song 2
Song 3
Zip Disk
Song 4
Song 1
Song 1
5. Draai aan de TIME/VALUE dial. Kies de disk
drive waarnaar u wil overschakelen. De interne
hard disk wordt aangeduid met ÒIDE,Ó en externe
disk drives met ÒSC0ÐSC7.Ó Het getal na de naam
van de drive is het partitienummer. Stel dat u
naar een Zip drive wil overschakelen, kies dan
ÒSC5:0.Ó
6. Druk op [YES].
Op het scherm verschijnt een bevestigingsboodschap.
7. Druk op [YES].
ÒSTORE Current?Ó (Huidige song opslaan?) verschijnt
in de display.
8. Indien u de huidige song wil opslaan, druk dan
op [YES]; indien niet, drukt u op [NO]. Als u een
demo song had geselecteerd, druk dan op
[NO].
9. Keer terug naar de Play mode, nadat u van current drive bent veranderd.
104
Hoofdstuk 7 Gebruik met een Zip Drive
10. Maak van de song op de Zip disk een speelklare
kopie op de interne hard disk, volgens de procedure beschreven in ÒEen Song opslaan op ŽŽn
DiskÓ (p. 103).
11. Na het kopi‘ren herhaalt u de stappen 3Ð9 om de
interne hard disk weer als current drive te kiezen.
Wanneer u een Song niet op
één Disk kan opslaan
(Archives)
Een disk die songs in archive-formaat bevat, kan u
niet kiezen als current drive. Als u dit probeert,
wordt de disk ge•dentificeerd als uninitialized
disk.
Opslaan op Disks (Store)
7. Draai aan de TIME/VALUE dial. Als u de huidige
song wil kopi‘ren, kies dan Ò1 Song.Ó Om alle
songs van de current drive te kopi‘ren, kiest u
ÒAll.Ó
8. Druk op PARAMETER [
].
ÒSNG Arc.Drive=Ó verschijnt in de display.
9. Draai aan de TIME/VALUE dial. Selecteer de
bestemmingsdrive. Hiervoor kan u enkel verwijderbare disk drives selecteren die aangesloten
zijn op de SCSI connector. De current drive (de
interne hard disk) kan u niet selecteren als de
bestemmingsdrive (copy destination drive). Stel
dat u wil kopi‘ren naar een Zip disk, dan kiest u
ÒSC5:0.Ó
10. Druk op PARAMETER [
].
ÒSNG Arc.Func=Ó verschijnt in de display.
11. Draai aan de TIME/VALUE dial. Kies hier
ÒStore.Ó
Hoofdstuk 7
Omgaan met Archives Copy Disks
Om songs in archives-formaat op te slaan, moet
de bestemmingsdisk ge•nitialiseerd worden. Deze
initialisatieprocedure verschilt van de gewone
Drive Initialize formatting (p. 111). Deze procedure laat toe om een Archives Copy uit te voeren
met nieuwe disks, disks die u tevoren gebruikte
op een personal computer of ander toestel, of
disks die niet geformatteerd zijn met Drive
Initialize. Met deze Archives Copy-procedure
verliest u echter alle song data die op de disk
stonden.
6. Druk op PARAMETER [
].
ÒSNG ArcTarget=Ó verschijnt in de display.
Arc.Func (Archives Function)
Selecteer de Archive Type copy method.
Store:
Opslaan op Zip Disks.
Extract: Inladen van Zip Disks.
12. Druk op [YES].
In de display verschijnt de vraag of u wil verdergaan.
We nemen hier als voorbeeld: een Zip drive met SCSI
ID-nummer 5, aangesloten als externe disk drive.
13. Druk op [YES].
ÒSTORE Current?Ó (Huidige song opslaan?) verschijnt
in de display.
1. Kies de drive (interne hard disk) die de te
kopi‘ren song bevat als current drive.
14. Indien u de huidige song wil opslaan, drukt u op
[YES]; indien niet, drukt u op [NO]. Als u een
demo song had geselecteerd, drukt u op [NO].
2. Plaats een disk in de Zip drive.
3. Druk enkele malen op [SONG] totdat ÒSNG Song
Copy ?Ó in de display verschijnt.
4. Druk op [YES].
ÒSNG CpyMode=Ó verschijnt in de display.
5. Draai aan de TIME/VALUE dial. Kies hier
ÒArchives.Ó
CpyMode
Selecteer hoe de song moet worden gekopieerd.
Playable:
Speelklaar formaat.
Archives:
Archiefformaat.
15. De display vraagt ÒYouÕll Lose Data/Continue ?.Ó
Druk op [YES]. Als u de Archives Copy-bewerking wil annuleren, druk dan op [NO].
* Alle data op de Zip disk zullen vernietigd worden.
Gebruik geen Zip disk die song data bevat die u nog nodig
hebt.
16. Als de song heel veel data bevat en niet op ŽŽn
Zip disk kan, dan wordt de disk uitgeworpen en
verschijnt de boodschap ÒPlease Insert DiskÓ in de
display. Breng de volgende disk in en druk op
[YES]. Vergeet niet de de disks te nummeren
zodat u steeds weet in welke volgorde u ze in de
drive moet plaatsen.
105
Hoofdstuk 7 Gebruik met een Zip Drive
17. Wanneer u op meerdere Zip disks kopieert, verschijnt ÒInsert Disk #Ó (# staat voor het nummer
van de disk) in de display. Plaats elk van de disks
nog eens in de juiste volgorde in de drive en druk
op [YES].
Arc.Func (Archives Function)
Selecteer de Archive Type-kopieermethode.
18. Keer terug naar de Play mode wanneer de
Archives Store-procedure voltooid is.
12. Druk op [YES].
In de display verschijnt de vraag of u wil verdergaan.
Data inladen van Disks (Extract)
1. Selecteer de bestemmingsdrive voor het inladen
(interne hard disk) als de current drive.
2. Plaats een disk die met Archives Store werd
gekopieerd in de Zip drive.
3. Druk enkele malen op [SONG] totdat ÒSNG Song
Copy ?Ó in de display verschijnt.
4. Druk op [YES].
ÒSNG CpyMode=Ó verschijnt in de display.
5. Draai aan de TIME/VALUE dial. Kies hier
ÒArchives.Ó
CpyMode
Selecteer hoe de song moet worden gekopieerd.
Playable:
Speelklaar formaat.
Archives:
Archiefformaat.
6. Druk op PARAMETER [
].
ÒSNG ArcTarget=Ó verschijnt in de display.
7. Draai aan de TIME/VALUE dial. Als u de huidige
song wil kopi‘ren, kies dan Ò1 Song.Ó Om alle
songs van de current drive te kopi‘ren, kiest u
ÒAll.Ó
8. Druk op PARAMETER [
].
ÒSNG Arc.Drive=Ó verschijnt in de display.
9. Draai aan de TIME/VALUE dial. Selecteer de
disk drive waarvan de data worden ingeladen.
Hiervoor kan u enkel verwijderbare disk drives
die aangesloten zijn op de SCSI-connector,
selecteren. De current drive (de interne hard disk)
kan u hier niet als bestemmingsdrive (copy destination drive) kiezen. Stel dat u bv. van een Zip
disk wil kopi‘ren, dan selecteert u ÒSC5:0.Ó
10. Druk op PARAMETER [
].
ÒSNG Arc.Func=Ó verschijnt in de display.
11. Draai aan de TIME/VALUE dial. Kies hier
ÒExtract.Ó
106
Store:
Opslaan op Zip Disks.
Extract: Inladen van Zip Disks.
13. Druk op [YES].
Selecteer in stap 7 Ò1 Song.Ó Als er twee of meer songs
op de Zip disk werden opgeslagen, worden ook de
namen van de songs getoond. Selecteer de naam van
de song die u wil kopi‘ren met de TIME/VALUE dial.
14. Druk op [YES].
ÒSTORE Current?Ó (Huidige song opslaan?) verschijnt
in de display.
15. Indien u de huidige song wil bewaren, drukt u op
[YES]; indien niet, drukt u op [NO]. Als u een
demo song had geselecteerd, drukt u op [NO].
16. Als u in stap 7 ÒAllÓ selecteerde, zal in de display
de vraag ÒInit. IDE:0 OK?Ó verschijnen. Deze
boodschap vraagt u om te bevestigen dat u de
bestemmingsdrive voor het inladen (de interne
hard disk) wil initialiseren. Als u de drive wil initialiseren en daarna wil inladen, druk dan op
[YES]. Als u niet wil initialiseren, drukt u op
[NO].
* Als u op dit moment op [YES] drukt, zullen alle songs op
de disk verloren gaan. Normaal gezien drukt u hier op
[NO]. Als er onvoldoende schijfruimte is op de destination hard disk (bestemming), dan dient u eerst een backup van de interne hard disk te maken, en druk dan op
[YES].
17. Laad de data in. Wanneer u naar meerdere disks
kopieert, verschijnt ÒInsert Disk #Ó (# staat voor
het nummer van de disk) in de display. Breng de
volgende disk in en druk op [YES].
18. Keer terug naar de Play mode wanneer de
Archive Extract-procedure is voltooid.
De power-save mode
Als er gedurende ongeveer 30 minuten geen data worden ingelezen van of weggeschreven naar een disk,
stopt een Zip drive automatisch de rotatie van de disk.
Dit noemen we de Auto Power Save mode (Sleep
mode). Deze functie beperkt het stroomverbruik en
verlengt de levensduur van de disk. Wanneer u data
inleest van of wegschrijft op de disk, keert die terug
naar haar normale toestand. Dit duurt twee ˆ drie
seconden.
Hoofdstuk 8 Gebruik met een CD-RW Drive
U kan een CD-RW drive aangeduid door Roland,
aansluiten op de SCSI-connector van de VS-880EX. In
dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe u uw eigen originele audio-CDÕs kan maken en hoe u back-ups van
song data kan maken op CD-RW discs. Raadpleeg
eveneens de handleiding van uw CD-RW drive .
vuile CD-ROM discs worden misschien niet correct
gelezen. Reinig uw discs met een speciale CD-cleaner (in de handel verkrijgbaar).
● Veeg de discs af met een zachte droge doek, vauit
het midden naar de buitenkant toe. Veeg niet met
een cirkelvormige beweging.
Voor u een CD-RW Drive gebruikt
● Gebruik geen producten of sprays voor vinylplaten,
benzeen, of andere oplosmiddelen.
Omgaan met de CD-RW Drive
● Buig of verwring de discs niet. Dit kan tot gevolg
hebben dat er geen data meer kunnen worden
ingelezen of weggeschreven. Het kan eveneens
defecten aan het toestel veroorzaken.
● Installeer het apparaat op een stevig, waterpas
oppervlak dat vrij is van trillingen. Een eventuele
hellingshoek mag niet groter zijn dan 5¡ opwaarts
of 5¡ neerwaarts.
● Gebruik het toestel niet onmiddellijk nadat het is
verplaatst naar een ruimte met een sterk verschillende vochtigheidsgraad t.o.v. de vorige ruimte.
Snelle veranderingen in deomgeving kunnen condensatie veroorzaken in de CD-RW drive, met een
slechte werking van de CD-RW drive en/of
beschadigde CD-RW discs tot gevolg. Als u het
toestel verplaatst, laat het dan enkele uren acclimatiseren, voordat u het gebruikt.
● Haal steeds de disc uit de lader voor u het toestel
opstart of uitschakelt.
Volg de onderstaande procedure om de CD-RW drive
aan te sluiten op de VS-880EX.
* Zet steeds het volume laag en schakel alle toestellen uit,
alvorens u enige aansluiting maakt. Dit om defecten en/of
schade aan luidsprekers of andere toestellen te voorkomen.
* Wanneer de aansluitingen gemaakt zijn, zet dan de
toestellen aan in de opgegeven volgorde. Gaat u te werk in
een verkeerde volgorde, dan rikeert u defecten en/of schade
te veroorzaken aan luidsprekers of andere toestellen.
* Zorg steeds dat het volume laag staat wanneer u het apparaat aanzet. Zelfs met het volume helemaal dicht kan u
nog een geluid horen wanneer u het apparaat aanzet. Dit
is echter normaal en wijst dus niet op een defect.
Omgaan met CD-RW Discs
● Gebruik NOOIT een CD-ROM disc (CDRW disc waarop een back-up van song
data staat) in een conventionele audio
CD-speler. Het geproduceerde geluid
kan leiden tot permanente gehoorbeschadiging, of schade aan luidsprekers
of andere componenten van uw systeem.
● Let op het volgende wanneer u discs gebruikt:
¥ Raak nooit de blinkende onderkant (gecodeerd
oppervlak) van de disc aan.
¥ Gebruik of bewaar de discs niet in een vuile of
stoffige omgeving.
¥ Bescherm de discs tegen extreme temperaturen (bv.
direct zonlicht in een afgesloten voertuig).
Aangeraden temperatuur: 10 - 50¡ C (50 - 122¡ F).
0
● Bewaar de discs in hun doosje.
● Laat geen discs gedurende lange perioden in de
CD-RW drive zitten.
● Kleef geen stickers, labels, e.d. op de discs.
● Maak geen krassen op de blinkende onderkant
(gecodeerd oppervlak) van de disc. Beschadigde of
Naar stopcontact
107
Hoofdstuk 8
● Haal steeds de disc uit de lader wanneer u de
CD-RW drive transporteert. Houd bij het dragen
het toestel niet met de lader naar onderen.
De CD-RW Drive aansluiten
Hoofdstuk 8 Gebruik met een CD-RW Drive
1. Zet de CD-RW drive aan.
Master Data aanmaken
2. Zet de VS-880EX aan.
Hetgeen weggeschreven wordt op de CD-R disc, zijn
performance data van de huidige song op twee sporen
(stereo tracks). Dit zijn niet de performance data die u
hoort uit de output van de MASTER jacks of PHONES
jack. Song data die kunnen worden weggeschreven op
CD-R discs voor het maken van originele audio CDÕs
moeten voldoen aan de volgende voorwaarden.
Controleer de disc die u wil gebruiken.
3. Zet de aangesloten audio-apparatuur aan.
4. Zet het volume van de audio-apparaten op een
geschikt niveau.
* Voor details over het aansluiten van een CD-RW drive en
over de vereiste instellingen, zie “Wat is SCSI?” (appendices).
Een Audio CD maken
U kan uw egen audio CDÕs door geluidsdata afkomstig van twee gespecifieerde sporen van de VS-880EX
weg te schrijven op een CD-R disc.
De VS-880EX maakt eerst een CD-R image data file
aan op zijn interne IDE hard disk, en registreert vervolgens die image data op de CD-R disc. M.a.w., voor
deze procedure hebt u een interne IDE hard disk
nodig. Bovendien moet de interne IDE hard disk over
voldoende vrije schijfruimte beschikken voor het aanmaken van de image data file.
* De image data file kan beschikken over alle vrije schijfruimte op de interne hard disk, ongeacht de partitieinstellingen. Wanneer de image data file is weggeschreven
op de CD-R disc, wordt hij automatisch verwijderd.
* Met een CD-RW disc kan u de audiodata opmemen en
audio CD’s maken. Het is echter onmogelijk om deze
audiodata opgenomen op de CD-RW disc, weer te geven
met een gewone CD-speler, zelfs wanneer de disc gefinaliseerd is. Voor weergave met gewone CD-spelers moet
u CD-R discs gebruiken. Audiodata op de CD-RW disc
kunnen wel worden weergegeven met de “CD Player
Function” op de VS-serie.) De audiodata op de CD-RW
disc kan u meermaals overschrijven. Het is dus handig om
een proefexemplaar te maken alvorens u de uiteindelijke
audio CD’s maakt met de CD-R discs.
Wat hebt u nodig om een Audio CD
te maken?
¥ VS-880EX (1)
¥ CD-R drive (goedgekeurd door Roland) (1)
¥ Internal IDE hard disk (1)
¥ Blanco CD-R (Compact Disc-Recordable) disc
¥ Audio-apparatuur, aan te sluiten op de MASTER
jacks, of een stereo hoofdtelefoon
108
Sample rate en opnamemethode
Enkel songs met een sample rate van 44.1 kHz kunnen worden weggeschreven op CD-R discs. Songs met
een andere sample rate kan u niet wegschrijven op
CD-R discs. U kan gelijk welke opnamemethode
gebruiken, maar voor de originele CDÕs van hogere
kwaliteit raden we MTP (Multi-Track Pro), MAS
(Mastering) of MT1 (Multi-Track 1) aan (p. 40).
Mixen
Wijzigingen in de mixerinstellingen tijdens de weergave worden niet geregistreerd op CD-R discs.
Bijvoorbeeld, in een normale performance, zelfs wanneer u fade-ins en fade-outs doet met de master fader,
wordt deze informatie niet opgenomen op de CD-R
disc; het zal eerder klinken alsof de song steeds wegvalt en terugkomt. Regel de instellingen voor de
equalizer, level, pan, enz. tijdens het track-bouncen.
Als u vooraf Auto Mix instelt, kan dit het trackbouncen eenvoudiger maken (p. 142).
Effecten
Effecten die actief zijn tijdens de weergave, worden
niet geregistreerd op CD-R discs. Bijvoorbeeld, in een
normale performance, zelfs wanneer u reverb of delay
toepast op de output van elk spoor, wordt dit niet
opgenomen op de CD-R disc; het klinkt gewoon alsof
er geen effect werd toegepast. Voeg de effecten toe tijdens het track-bouncen. (p. 61)
Track bouncing
Twee V-tracks, ŽŽn als linkerspoor en ŽŽn als rechterspoor, kunnen worden opgenomen op een CD-R disc.
Voeg de sporen met song data die nog niet gemixt zijn
tot tweekanaals stereo sporen, samen (p. 60). Duid
deze sporen aan als de master tracks (V-track write
sources) die zullen worden geregistreerd op CD-R disc
wanneer u gaat wegschrijven.
Hoofdstuk 8 Gebruik met een CD-RW Drive
Bereik
De twee sporen aangeduid door de VS-880EX voor
registratie op de CD-R disc worden neergeschreven
vanaf het begin van de sporen (normaal
Ò00h00m00s00Ó) tot het einde (song end). Dus, elke
lege ruimte in de sporen voor of na de eigenlijke performance is verloren ruimte op de CD-R disc. Dit kan
u voorkomen door met Track Cut alle ongebruikte
delen van de sporen te verwijderen.
8. Druk op [SEL (CH EDIT)] van de sporen die u wil
wegschrijven op de CD-R R track.
9. De display verschijnt zoals hieronder afgebeeld.
Controleer de capaciteit.
Schijfruimte ingenomen door een song
weggeschreven op disc (27MB)
Bronsporen voor het wegschrijven (links/rechts)
CONDITION MARKER#
TIME
00h00m00s00
Lege ruimte
Performance Data
dB
Lege ruimte
0
4
12
Voor Track Cutting
24
48
INPUT TRACK
AUX MASTER
Performance Data
Vrije schijfruimte op CD-R (790 MB)
Vrije schijfruimte op interne hard disk (468 MB)
Na Track Cutting
Tijd
Songs wegschrijven op CD-R Discs
1. Plaats een CD-R disc in de CD-RW drive.
2. Druk enkele malen op [SONG] totdat ÒSNG CD-R
Write ?Ó in de display verschijnt.
Drive-modelnummer (Hardwarefabrikant)
SCSI ID (in het voorbeeld, ID=2)
CONDITION MARKER#
TIME
dB
0
4
12
24
48
INPUT TRACK
AUX MASTER
4. ÒSNG Write+Finalize?Ó verschijnt in de display.
Druk op PARAMETER [
].
ÒWrite w/o Fin.?Ó (Write without finalize?) verschijnt
in de display.
¥ ÒSYNC MODEÓ ÒSCENEÓ-veld:
Vrije ruimte op de interne IDE hard disk.
¥ ÒREMAINING TIMEÓ-veld:
Vrije ruimte op de CD-R disc.
* Als de “schijfruimte nodig voor de song die op CD-R disc
wordt weggeschreven” groter is dan de “vrije ruimte op
de interne IDE hard disk” en de “vrije ruimte op de CD-R
disc,” dan kan u de song niet weg schrijven op CD-R disc.
Schijfruimte nodig voor de song die op
CD-R disc wordt weggeschreven
De schijfruimte die wordt ingenomen door een
song wanneer die wordt weggeschreven op een
CD-R disc is niet noodzakelijk gelijk aan de
omvang van de song zelf (de ruimte wordt aangeduid wanneer u op [SHIFT] + [SONG] drukt). Dit
varieert naargelang het aantal sporen en de
gebruikte opnamemethode. Met onderstaande
formule kan u bij benadering berekenen hoeveel
ruimte de song op een CD-R disc zal innemen.
Omvang (bytes) = 44,100 (Hz) x 2 (stereo tracks) x
2 (bytes) x Òlengte v/d songÓ (in sec.)
5. Druk op [YES].
* De gebruikte capaciteit van de song wordt getoond als
1 MB = 1,000,000 bytes. De getoonde waarde is de standaardwaarde bij benadering.
6. Druk op [SEL (CH EDIT)] van de sporen die u wil
wegschrijven op de CD-R L track.
10. Druk op PARAMETER [
].
ÒSNG CD-R Write Sure?Ó verschijnt in de display.
7. Druk op CURSOR [
].
109
Hoofdstuk 8
3. Druk op [YES].
Ò-Scanning CD-R -Ó verschijnt in de display. De VS880EX controleert nu de SCSI ID van de aangesloten
CD-RW drive, en toont gedurende een bepaalde tijd
het volgende ID-nummer.
¥ ÒMEASUREÓ ÒBEATÓ-veld:
Schijfruimte nodig voor de song die op CD-R disc
wordt weggeschreven.
Hoofdstuk 8 Gebruik met een CD-RW Drive
11. Druk op [YES].
ÒSNG CD Track No. OK?Ó verschijnt.
Songs die op CD geschreven zijn
proefbeluisteren (CD Player Function)
12. Druk op [YES].
ÒObey Copyrights?Ó verschijnt.
CD-R discs of CD-RW discs waarop u net songs hebt
weggeschreven, kan u niet beluisteren met gewone
CD-spelers. Als u songs die u net op een disc hebt
weggeschreven wil beluisteren om ze te controleren,
dan doet u het volgende.
13. Lees aandachtig de Licentieovereenkomst (op de
achterkant van deze handleiding); gaat u akkoord
met de voorwaarden, druk dan op [YES.] Het
wegschrijven op de CD-R disc begint. Gaat u niet
akkoord, druk dan op [NO]. De VS-880EX keert
gewoon terug naar stap 2.
Indien “Not 44.1k Song!” in de Display
verschijnt
De sample rate is niet 44.1 kHz, dus kan de song
niet worden weggeschreven op de CD-R disc.
Druk op [ENTER (YES)] om terug te keren naar
stap 1. Zie ÒEen nieuwe Song makenÓ (p. 40).
Indien “Please Insert Disc!” in de Display
verschijnt
Dit wijst erop dat de lader van de CD-RW drive
open staat, dat er geen disc in zit, of dat de CDRW drive om een andere reden niet klaar is voor
gebruik. Laad een CD-R disc en druk op [YES].
CONDITION MARKER#
TIME
* Andere in de handel verkrijgbare CD-software kan ook
gespeeld worden met de CD player function.
* U kan de inhoud van de disc beluisteren via de MONITOR jacks of de PHONES jack van de VS-880EX.
U kan de inhoud niet beluisteren via de PHONES jack of
AUDIO OUT jacks van de CD-R drive.
1. Plaats de CD-R disc of de commerci‘le
CD-software in de CD-RW drive.
2. Druk op [SONG] totdat ÒSNG CD Player?Ó in de
display verschijnt.
3. Druk op [YES].
ÒSTORE Current?Ó (Huidige song opslaan?) verschijnt
in de display.
4. Indien u de huidige song wil opslaan, druk dan
op [YES]; indien niet, drukt u op [NO].
Ò-Scanning CD-R -Ó verschijnt in de display. De VS880EX zoekt de SCSI ID van de aangesloten CD-RW
drive. Wanneer hij deze vindt, wordt het ID-nummer
eventjes getoond. Vervolgens wordt de CD-R discinformatie getoond.
dB
0
Totaal aantal songs op de disc (9)
4
12
Nummer v/d song die nu gespeeld wordt (1)
24
Tijd
48
INPUT TRACK
AUX MASTER
CONDITION MARKER#
TIME
dB
0
CONDITION MARKER#
4
TIME
12
dB
24
0
48
4
12
INPUT TRACK
AUX MASTER
24
48
INPUT TRACK
14. Wanneer de schrijfprocedure normaal verlopen is,
verschijnt ÒWrite Another?Ó in de display.
Wanneer u dezelfde songinformatie op een
andere CD-R disc wil schrijven, plaats dan een
andere disc in de CD-R drive en druk op [YES].
Herhaal de stappen 10Ð14. Druk op [NO] om terug te
keren naar de toestand bij stap 2.
110
Type disc (In dit voorbeeld, CD-R disc)
AUX MASTER
Indien “Please Insert Disc!” in de Display
verschijnt
Er zit geen disc in de CD-RW drive. Plaats een CD
met commerci‘le software of een CD-R disc
waarop een opname voltooid is, in de drive, druk
op [YES] en probeer de handeling opnieuw.
Hoofdstuk 8 Gebruik met een CD-RW Drive
Indien “Blank Disc” in de Display
verschijnt
U probeert de CD player function te gebruiken
met een CD-R disc die geen performance data
bevat. Plaats een CD met commerci‘le software of
een CD-R disc waarop een opname voltooid is, in
de drive en probeer de handeling opnieuw.
5. Beluister de inhoud van de disc. Hierbij kan u
enkel de volgende knoppen, regelaars en faders
gebruiken.
[ZERO]:
Gaat naar het begin van de 1e song.
[REW]:
[FF]:
Songs toevoegen aan de Disc
Voor zover er nog vrije schijfruimte is, kan u songs
toevoegen aan CD-R discs die nog niet gefinaliseerd
zijn. Herhaal de procedure beschreven in ÒSongs
wegschrijven op CD-R DiscsÓ (p. 109).
Hier kan u een pauze van ongeveer 2 sec. inlassen,
tussen de nieuwe song en de vorige. Het track-nummer wordt automatisch opgenomen.
Spoelt snel terug zolang u de knop
indrukt.
Spoelt snel verder zolang u de knop
indrukt.
[STOP]:
Stopt de CD.
[PLAY]:
Start de weergave vanaf de huidige
positie.
Gaat verder naar de volgende song.
MASTER Fader: Regelt algemeen volume.
PHONES Knob:
Track-nummer
Vorige Song
Toegevoegde Song
Pauze (ongeveer 2 sec.)
[PREVIOUS]: Keert terug naar de vorige song.
[NEXT]:
7. Druk op [CANCEL].
Dit brengt u terug naar de status van bij stap 2. Op
[SONG] drukken brengt u eveneens terug naar stap 2.
Regelt volume v/d hoofdtelefoon.
* De Transport control-knoppen worden gebruikt voor de
bediening van de CD, niet voor de songs van de VS880EX. Bovendien kan de VS-880EX de inhoud van de
CD die u momenteel beluistert, niet opnemen.
* Wanneer u nog niet gefinaliseerde CD’s beluistert, kan
ongeveer de laatste halve seconde van de song niet worden
weergegeven. Het finaliseren maakt dit stukje hoorbaar.
Als u een aantal songs achter elkaar zet op ŽŽn spoor,
dan kan u die in ŽŽn keer op een CD-R disc schrijven.
Wanneer u met de CD-RW drive audio-CDÕs maakt,
kan u aan de tracks een nummer geven, zoals bij een
gewone audio-CD, door een markering te plaatsen op
het begin van de songs. U gaat als volgt te werk.
00h00m00s00
Song 1
00h00m00s00
Marker 1
Beluisteren mogelijk
Time
Before Marker Setting
Marker 2
Marker 3
Beluisteren onmogelijk
(ongev. 0.5 sec.)
Song 1
Voor het finaliseren
Beluisteren mogelijk
Song 2
After Marker Setting
Song 3
Time
1. Terwijl u de song beluistert, plaatst u het tracknummer op de gewenste plaats in de song. Maak,
indien nodig, gebruik van de preview- en scrubfuncties (p. 140).
Na het finaliseren
6. Wanneer u klaar bent met het beluisteren van het
materiaal, drukt u op [STOP].
111
Hoofdstuk 8
* Knoppen, regelaars en faders reageren misschien traag,
maar dit wijst niet op een defect. Nadat u op [PLAY] of
[NEXT] hebt gedrukt, kan het ongeveer 5 sec. duren
vooraleer u iets hoort.
Meerdere Songs achter elkaar op
CD-R Disc schrijven
Hoofdstuk 8 Gebruik met een CD-RW Drive
2. Houd [SONG] ingedrukt en druk op [TAP].
Plaats een track-nummermarkering op de huidige
locatie in de track.
Een Ò+Ó (plusteken) verschijnt na de track-nummermarkering.
CONDITION MARKER#
TIME
3. Druk op [PREVIOUS] en [SONG] tegelijkertijd om
naar de vorige track-nummermarker te gaan.
Druk op [NEXT] en [SONG] tegelijkertijd om naar
de volgende track-nummermarker te gaan.
Controleer de tijdspositie van het track-nummer.
4. Sla de son op op de CD-R disc volgens de procedure beschreven in ÒSongs wegschrijven op CD-R
DiscsÓ (p. 109).
dB
0
Track-nummermarkers verwijderen
Markers gebruikt als track-nummers ver wijdert u
op dezelfde manier als gewone markers (p. 39).
4
12
24
48
INPUT TRACK
1. Ga naar de marker die u wil verwijderen.
AUX MASTER
2. Houd [CLEAR] ingedrukt en druk op [TAP].
* In de eerste vier seconden van een song kan u geen marker
plaatsen.
* Volgens de audio CD-normen moeten songs minstens vier
sec. duren. Dus als u twee track-nummermarkers op minder dan vier sec. van elkaar plaatst, dan verschijnt “Can’t
Set Marker” in de display en kan de handeling niet worden uitgevoerd. Plaats de track-nummermarkers met een
interval dat groter is dan vier seconden.
* Een disc kan tot 99 songs bevatten. Bij het begin van de
eerste song (“00h00m00s00”) komt automatisch een
track-nummermarker te staan. De andere 98 track-nummermarkers kan u vrij plaatsen, rekening houdend met de
vier-secondenregel.
00h00m00s00
Song 1
M1
M2
Song 2
M3
Song 3
M97
Om CD-R discs die u met de VS-880EX hebt
opgenomen, bruikbaar te maken voor gewone CDspelers, dient u een TOC (Inhoudstafel) te maken. Dit
noemen we Finaliseren. Op CD-R discs die gefinaliseerd zijn, kan u geen bijkomend materiaal meer
opnemen.
Finaliseren (Appendices: Glossarium)
TOC (Appendices: Glossarium)
1. Druk op [SONG] totdat ÒSNG CD-R Write?Ó in de
display verschijnt.
M98
Song 98 Song 99
Tijd
112
De Song Data schrijven (Finaliseren)
2. Druk op [YES].
Ò-Scanning CD-R -Ó verschijnt in de display. De VS880EX controleert nu de SCSI ID van de aangesloten
CD-RW drive, en toont gedurende een bepaalde tijd
het volgende ID nummer. ÒSNG Write+Finalize?Ó verschijnt in de display.
Hoofdstuk 8 Gebruik met een CD-RW Drive
3. Druk op PARAMETER[
] totdat ÒSNG
Finalize?Ó verschijnt in de display.
4. Druk op [YES].
ÒFinalize Sure?Ó verschijnt in de display.
5. Druk op [YES].
ÒObey Copyrights?Ó verschijnt.
6. Lees aandachtig de Licentie-overeenkomst (p. 6);
als u akkoord gaat met de voorwaarden, dan
drukt u op [YES.]
CONDITION MARKER#
TIME
dB
0
4
12
24
48
INPUT TRACK
AUX MASTER
7. Nadat Ò--- Complete ---Ó in de display verschenen
is, keert de VS-880EX terug naar zijn status van bij
stap 1. Gaat u niet akkoord met de licentievoorwaarden, druk dan op [NO]. De VS-880EX keert
terug naar zijn status van bij stap 1
De data op de interne hard disk van de VS-880EX kan
u opslaan op CD-RW discs. Deze procedure noemen
we backup. Omgekeerd, met recover bedoelen we
het inladen op de interne hard disk van ÔgebackupteÕ
song data. Behalve alle V-track performance data,
worden ook Locator-, Marker- en Scene-instellingen
die u in de songs maakte, in de backup opgenomen.
Bij CD-R backup worden de song data omgezet naar
een dataformaat specifiek voor het opslaan. Dit houdt
in dat u de song data niet onmiddellijk zal kunnen
weergeven. Als u song data gekopieerd in archiefformaat wil afspelen, dan dient u de ÔgebackupteÕ data
opnieuw in te laden in de current drive, volgens de
gepaste procedure. Bovendien, wanneer u een song
kopieert die niet op ŽŽn disc past, wordt die op
meerdere discs gekopieerd, naargelang de vrije ruimte
op de discs.
* Het is onmogelijk om nog bijkomende song data op te
slaan op CD-RW discs of CD-R discs waarop reeds een
backup van songs staat. Voor u een backup maakt op een
CD-RW disc, dient u de bestaande inhoud van de disc
volledig uit te wissen.
U kan nu overgaan tot het wegschrijven en finaliseren
van de song data. Ga als volgt te werk.
* Song data die gebackupt zijn op CD-R discs, kan u niet
herschrijven. Bijgevolg is dit een geschikte methode om
backups te maken van afgewerkte song data in hun definitieve vorm.
1. Plaats de CD-R disc in de CD-RW drive.
* Van song data opgenomen op Zip discs kan u geen backup
maken op CD-R discs of CD-RW discs.
2. Druk op [SONG] totdat ÒSNG CD-R Write?Ó in de
display verschijnt.
3. Druk op [YES].
Ò-Scanning CD-R -Ó verschijnt in de display. De VS880EX controleert nu de SCSI ID van de aangesloten
CD-RW drive, en toont gedurende een bepaalde tijd
het volgende ID-nummer. Dan verschijnt ÒSNG
Write+Finalize?Ó in de display.
* Het foutief uitvoeren van de backup-procedure kan het
verlies van data tot gevolg hebben. Roland Corporation
neemt geen enkele aansprakelijkheid op in verband met
zulk dataverlies.
* Roland waarborgt geen gekopieerde data, ongeacht de
prestaties of de toestand van de CD-R drive.
4. Druk op [YES].
5. Sla de song op op de CD-R disc volgens de procedure beschreven in ÒSongs wegschrijven op CD-R
DiscsÓ (p. 109).
113
Hoofdstuk 8
Songs en Song Data voorbereiden
en wegschrijven
Songs bewaren op CD-RW
Discs (CD-R Backup)
Hoofdstuk 8 Gebruik met een CD-RW Drive
Totaal aantal songs op de current drive (3 songs)
Wat hebt u nodig voor een
CD-R Backup?
CONDITION MARKER#
TIME
¥ VS-880EX (1)
dB
0
¥ CD-RW drive (1)
4
--- ---
12
¥ Interne IDE hard disk (HDP88 series)
24
48
¥ Blanco CD-RW (Compact Disc-ReWritable) disc
Songs opslaan op CD-RW Discs
2. Plaats een CD-RW disc in de CD-RW drive.
3. Druk enkele malen op [SONG] totdat ÒCD-R
Backup ?Ó in de display verschijnt.
4. Druk op [YES].
ÒSTORE Current?Ó (Huidige song opslaan?) verschijnt
in de display.
5. Indien u de huidige song wil opslaan, druk dan
op [YES]; indien niet, drukt u op [NO]. Als u een
demo song had geselecteerd, druk dan op
[NO].
ÒCDR Bak=Ó verschijnt in de display.
6. Kies met de TIME/VALUE dial de song (ŽŽn song
of alle songs op de curent drive) die u wil
opslaan. Voor een backup van alle songs op de
current drive, kiest u ÒAll.Ó
* Het is onmogelijk om nog bijkomende song data op te
slaan op CD-RW discs of CD-R discs waarop reesd een
backup van songs staat. Voor u een backup maakt op een
CD-RW disc, dient u de bestaande inhoud van de disc
volledig uit te wissen.
CONDITION MARKER#
Naam v/d Song
TIME
dB
0
4
12
24
48
INPUT TRACK
Sample Rate
AUX MASTER
Opnamemethode
AUX MASTER
7. Press [YES].
1. Selecteer de disk (interne IDE hard disk) die de
song bevat waarvan u een backup wil maken, als
de current drive.
Nummer v/d Song
INPUT TRACK
Als u een CD-RW disc die reeds data
bevat in de drive plaatst
7-1.Als u bij stap 2 een CD-RW disc die reeds
data bevat in de drive plaatst, ver schijnt er
in de display ÒFinalized CDÓ of ÒNot Blank
CDÓ.
7-2.Druk op [ENTER] en ÒCD-RW Erase?Ó verschijnt.
7-3.Druk op [YES]. ÒCD-RW Erasing...Ó verschijnt in de display en de inhoud van de
CD-RW disc wordt gewist. Wil u de data niet
wissen, druk dan op [NO], plaats een andere
CD-RW disc in de drive en druk op [YES].
7-4.Wanneer het wissen voltooid is, verschijnt
ÒContinue?Ó in de display. Druk op [YES].
Als u geen song data wil opslaan, maar enkel
de inhoud van de CD-RW disc wil wissen,
druk dan op [NO].
8. Als de song zeer veel data bevat en niet op ŽŽn
CD-RW disc past, dan wordt de disc uitgeworpenen verschijnt de boodschap ÒInsert Disc #Ó (#
staat voor het volgnummer van de disc) in de display om het totale aantal benodigde discs te
checken. Plaats de volgende CD-RW disc in de
drive en druk op [YES]. We raden u aan om de
volgnummers van de discs op de labels te schrijven, zodat u de discs steeds in de juiste volgorde
in de drive kan plaatsen.
9. Wanneer u op verscheidene CD-RW discs
kopieert, verschijnt ÒInsert Disc #Ó (# staat voor
het volg-nummer) in de display. Plaats alle discs
nog eens in de juiste volgorde in de drive en druk
op [YES].
10. Keer terug naar de Play mode, wanneer de CD-R
backup-procedure voltooid is.
114
Hoofdstuk 8 Gebruik met een CD-RW Drive
Songs laden van CD-RW Discs
1. Selecteer de disk (interne IDE hard disk) die de
song bevat die u wil laden als de current drive.
2. Plaats de CD-R disc waarop de backup van de
song data staat in de CD-RW drive.
3. Druk enkele malen op [SONG] totdat ÒCD-R
Recover ?Ó in de display verschijnt.
4. Druk op [YES].
ÒSTORE Current?Ó (Huidige song opslaan?) verschijnt
in de display.
5. Indien u de huidige song wil opslaan, druk dan
op [YES]; indien niet drukt u op [NO]. Als u een
demo song had geselecteerd, druk dan op
[NO].
ÒCDR Rcv=Ó verschijnt in de display.
6. Kies met de TIME/VALUE dial de song (ŽŽn song
of alle songs op de CD-RW disc) die u wil laden.
Om alle songs van de current drive in te laden,
kiest u ÒAll.Ó
Song Number
dB
0
12
24
48
Het is onmogelijk om audiodata te schrijven op de
CD-R discs waarop de song data zijn opgeslagen. Om
audiodata te kunnen schrijven op de gefinaliseerde
CD-RW discs, dient u de bestaande data als volgt te
wissen.
1. Plaats de CD-RW disc met de data die u wil
uitwissen in de CD-RW drive.
4. Druk op [YES] indien u de huidige song wil
opslaan, of op [NO] indien niet. Als de huidige
song de demo song is, druk dan op [NO]. ÒCDR
Bak=Ó verschijnt in de display.
5. Druk op [YES]. ÒFinalized CD!Ó of ÒNot Blank
CD!Ó verschijnt.
AUX MASTER
Recording Mode
Total number of songs backed up to CD-R (3 songs)
CONDITION MARKER#
Data van een CD-RW Disc wissen
6. Druk op [ENTER (Yes)]. ÒCD-RW Erase?Ó verschijnt.
7. Druk op [YES]. ÒCD-RW Erasing...Ó verschijnt en
de inhoud van de CD-RW disc wordt gewist.
TIME
dB
0
8. “Continue?” verschijnt. Druk op [NO].
4
--- ---
12
24
48
INPUT TRACK
AUX MASTER
7. Druk op [YES].
8. Als u in stap 6 ÒAllÓ koos, verschijnt ÒINIT ***:*
OK ?Ó (OK om de disk drive te initialiseren?) in
de display. Ò***:*Ó staat voor het ID-nummer en
het partitienummer van de bestemmingsdrive van
het laden. Wanneer u bv. inlaadt naar partitie 0
van de interne hard disk drive, zal de display
ÒIDE:0Ó aangeven.
115
Hoofdstuk 8
4
Sample Rate
11. Keer terug naar de Play mode, wanneer de CD-R
recover-procedure voltooid is.
3. Druk op [YES]. ÒSTORE Current?Ó verschijnt.
TIME
INPUT TRACK
10. Laad de data. Wanneer het om meerdere discs
gaat, wordt de disc uitgeworpen en verschijnt
ÒInsert Disc #Ó (# staat voor het volgnummer) in
de display. Plaats de volgende disc in de drive en
druk op [YES].
2. Druk enkele malen op [SONG] totdat ÒCD-R
Backup?Ó in de display verschijnt.
Song Name
CONDITION MARKER#
9. Als u de current drive wil initialiseren en daarna
data wil laden, druk dan op [YES]. Als u hier op
[YES] drukt, verliest u alle songs die op de interne
hard disk staan. Als u niet wil initialiseren, druk
dan op [NO]. Normaal gezien kiest u hier [NO].
Hoofdstuk 9 Gebruik met MIDI-apparatuur
Dit hoofdstuk behandelt de MIDI-boodschappen die
de VS-880EX kan verwerken en de bewerkingen die de
VS-880EX kan uitvoeren door middel van MIDI-boodschappen.
Meer details over MIDI vindt u in ÒWat is MIDI?Ó
(Appendices).
Synchroniseren met MIDI
Sequencers
De VS-880EX kan in synchronisatie werken met een
MIDI sequencer. Raadpleeg eveneens de handleiding
van uw sequencer. Synchronisatie kan op twee
manieren: door middel van MTC (MIDI time code) of
door middel van MIDI Clock. Bij MIDI Clock kan u
dan nog eens kiezen tussen twee types: Sync Track en
Tempo Map. Kies de methode die het meest geschikt
is voor uw situatie.
MTC (Appendices: Glossarium)
¥ Door middel van MTC (MIDI time code) (p. 116)
¥ Door middel van sync track (p. 119)
¥ Door middel van tempo map (p. 121)
Wat hebt u nodig voor Synchronisatie?
¥ VS-880EX (1)
¥ Interne IDE hard disk (HDP88 series)
¥ Audio-apparatuur, aan te sluiten op de MASTER
jack, of een stereo hoofdtelefoon
¥ Externe MIDI sequencer of computer sequencer
software (bv. Cakewalk Pro Audio)
¥ MIDI-kabels
Master en Slave
Wanneer u de VS-880EX synchroniseert met een MIDI
sequencer, noemen we het apparaat dat MTC of MIDI
Clock uitstuurt en dient als referentieapparaat, de
master. Het apparaat dat de MTC- of MIDI Clock-signalen van het besturende apparaat ontvangt, noemen
we de slave.
Wanneer u MTC gebruikt, kan u de MIDI sequencer
als master laten fungeren, die de VS-880EX bestuurt;
of u kan de VS-880EX als master laten fungeren, die
dan de MIDI sequencer bestuurt. Als u MIDI Clock
gebruikt, daarentegen, kan u wel een MIDI sequencer
synchroniseren vanuit de VS-880EX (VS-880EX als
master), maar kan u de VS-880EX niet synchroniseren
vanuit de sequencer (VS-880EX als slave).
116
Door middel van MTC
Deze paragraaf legt uit hoe u de VS-880EX kan synchroniseren met een MIDI sequencer die gebruik
maakt van MTC (MIDI Time Code). Wanneer u MTC
gebruikt, kan u de VS-880EX als master nemen die de
MIDI sequencer bestuurt, of u kan de MIDI sequencer
als master nemen, die dan de VS-880EX bestuurt.
MTC Type
De VS-880EX kan met de volgende types van
MTC werken. Kijk de specifications na van de
MIDI-apparaten die u gebruikt en kies op de VS880EX het meest geschikte type van MTC.
30: 30 frames per seconde, non-drop format. Dit
type wordt gebruikt door audio-apparaten
zoals analoge bandrecorders, en voor zwartwit videoÕs in NTSC-formaat.
29N: 29.97 frames per seconde, non-drop format.
Gebruikt voor videoÕs in kleur in NTSC formaat.
29D: 29.97 frames per seconde, drop format.
Gebruikt voor TV-uitzendingen (in kleur)
van NTSC-videoÕs.
25: 25 frames per seconde. Gebruikt voor video
in SECAM- of PAL-formaat, voor audioapparatuur en film.
24: 24 frames per seconde. Gebruikt voor video,
audio-apparaten en film in de Verenigde
Staten.
Hoofdstuk 9 Gebruik met MIDI-apparatuur
Drop Frame en Non-Drop Frame
Videorecorders in het NTSC-formaat gebruiken
twee types van tijdcodes: drop, waarbij de tijdcode niet continu is, en non-drop, waarbij de tijdcode wel continu is. Bij het drop-type, dat wordt
gebruikt voor het NTSC-formaat voor kleurenvideoÕs, vallen de eerste twee frames van elke
minuut weg, behalve op plaatsen die precies 10
minuten van elkaar liggen.
00m59s
...
Synchronisatie met de VS-880EX
als de Referentie (Master)
Wanneer u wil dat de VS-880EX de MIDI sequencer
bestuurt, volg dan deze procedure.
1. Sluit de VS-880EX en de MIDI sequencer aan
zoals hieronder getoond.
01m00s
25 26 27 28 29 00 01 02 03 04 05f ...
Drop Frame (29D)
00m59s
...
01m00s
25 26 27 28 29 02 03 04 05 06 07f ...
Bij video- en audioproductie wordt meestal nondrop gebruikt, aangezien een continue tijdcode
handiger is om mee te werken. Bij uitzendingen,
daarentegen, waarbij de tijdcode moet
overeenkomen met de werkelijke tijd, wordt het
drop-type gebruikt.
MIDI IN
MIDI Sequencer
(gebruikt MTC)
Frame (Appendices: Glossarium)
NTSC-Formaat (Appendices: Glossarium)
3. Druk op [YES].
4. Druk enkele malen op PARAMETER [
] totdat ÒSYS MID: MIDIThr=Ó in de display verschijnt.
5. Draai aan de TIME/VALUE dial.
MIDI Thru (MIDI Thru Switch)
Hiermee selecteert u de functie van de MIDI
OUT/THRU-connector. Selecteer hier ÒOut.Ó
Out:
De connector verstuurt MIDI-boodschappen
vanuit de VS-880EX. Selecteer dit wanneer u
metronome Note-boodschappen of parameterinstellingen voor de mixer (control change
messages of exclusive messages) wil versturen.
Thru: MIDI-boodschappen die ontvangen worden
door de MIDI IN-connector worden ongewijzigd opnieuw uitgestuurd.
117
Hoofdstuk 9
SECAM-Formaat/PAL-Formaat (Appendices:
Glossarium)
2. Druk enkele malen op [SYSTEM] totdat ÒSYS
MIDI PRM ?Ó in de display verschijnt.
Hoofdstuk 9 Gebruik met MIDI-apparatuur
6. Druk enkele malen op [SYSTEM] totdat ÒSYS
Sync/Tempo ?Ó in de display verschijnt.
1. Sluit de VS-880EX en de MIDI sequencer als volgt
aan.
7. Druk op [YES].
8. Druk enkele malen op PARAMETER [
dat ÒSYS Gen.=Ó in de display verschijnt.
] tot-
9. Draai aan de TIME/VALUE dial.
Gen. (Generator)
Hiermee kiest u het type van synchronisatiesignaal dat
wordt uitgestuurd via de MIDI OUT-connector. Kies
hier ÒMTC.Ó
Off:
Er worden geen synchronisatiesignalen uitgestuurd.
MTC:
Er wordt een MIDI Time Code uitgestuurd.
MIDIClk: Er wordt een MIDI Clock-signaal overeenkomstig de Tempo Map uitgestuurd.
MIDI OUT
SyncTr: MIDI Clock data opgenomen op de sync
track worden verstuurd.
MIDI Sequencer
(gebruikt MTC)
10. Druk op PARAMETER [
].
ÒSYS MTC Type=Ó verschijnt in de display.
11. Draai aan de TIME/VALUE dial.
MTC Type
Hier kiest u het MTC -type (30, 29N, 29D 25, 24). Kies
de MTC die overeenkomt met uw MIDI sequencer.
12. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
Keer terug naar de Play mode.
13. Stel uw MIDI sequencer in zodat hij de MIDI
Clock-boodschappen die hij ontvangt van externe
apparaten, opvolgt, en zodat hij MIDI song data
kan weergeven. Wanneer de weergave op de VS880EX begint, begint ook de weergave op de MIDI
sequencer.
Synchronisatie met de MIDI
Sequencer als de Referentie (Slave)
Wanneer u wil dat de MIDI sequencer de VS-880EX
bestuurt, volg dan deze procedure.
Wanneer u MIDI sequencer software voor
personal computers gebruikt
Wanneer u MIDI sequencer software voor personal computers gebruikt, dan zou het MTC-signaal
dat naar de VS-880EX wordt gestuurd, onstabiel
kunnen zijn, afhankelijk van de hardwarespecificaties en de omstandigheden. Synchroniseer de
VS-880EX zoveel mogelijk als de master.
118
2. Druk enkele malen op [SYSTEM] totdat ÒSYS
Sync/Tempo ?Ó in de display verschijnt.
3. Druk op [YES].
4. Druk enkele malen op PARAMETER [
] totdat ÒSYS Sync/Tempo ?Ó in de display verschijnt.
5. Draai aan de TIME/VALUE dial.
ErrLevel (Error Level)
Dit is het interval (0Ð10) voor de controle van de MTContvangst wanneer u de VS-880EX synchroniseert, met
de MTC afkomstig van een extern MIDI-apparaat.
Wanneer de MTC niet continu wordt uitgestuurd, controleert de VS-880EX de MTC en annuleert hij de synchronisatie als er een fout optreedt. Als u in zulke
omstandigheden een langer interval instelt , kan de
synchronisatie doorgaan, zelfs wanneer er een zekere
afwijking is.
6. Druk op PARAMETER [
].
ÒSYS MTC Type=Ó verschijnt in de display.
7. Draai aan de TIME/VALUE dial.
MTC Type
Hier kiest u het MTC-type (30, 29N, 29D 25, 24). Kies
de MTC die overeenkomt met uw MIDI sequencer.
Hoofdstuk 9 Gebruik met MIDI-apparatuur
8. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
Keer terug naar de Play mode.
9. Stel uw MIDI sequencer in om MTC te versturen.
10. Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [SYSTEM].
In het ÒSYNC MODEÓ-veld van de display zal ÒEXTÓ
verschijnen, wat betekent dat het toestel nu in synchronisatie werkt met een MTC-signaal ontvangen
van een MIDI sequencer.
11. Druk op [PLAY].
De PLAY-indicator knippert groen, wat erop wijst dat
de VS-880EX in MTC receive standby mode staat.
Wanneer de weergave begint op de MIDI sequencer,
begint ook de weergave op de VS-880EX. Tijdens de
synchronisatie brandt de PLAY-indicator.
12. Wanneer u de MIDI sequencer stopt, stopt ook de
VS-880EX.
De PLAY-indicator knippert groen.
13. Druk op [STOP].
De PLAY-indicator dooft uit.
14. Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [SYSTEM].
In het ÒSYNC MODEÓ-field van de display zal ÒINTÓ
verschijnen, wat erop wijst dat het toestel niet langer
in synchronisatie werkt.
* Bij de VS-880EX komt continue weergave van
“23h59m59s29f99” tot “00h00m00s00f00” niet overeen
met ‘overnight mode’. Een song die “00h00m00s00f00”
overschrijdt, stopt heel eventjes op “23h59m59s29f99” en
herneemt dan de weergave.
Song
23h59m59s00
00h00m00s00f
Tijd
1. Druk enkele malen op [SYSTEM] totdat ÒSYS
System PRM ?Ó in de display verschijnt.
2. Druk op [YES].
3. Druk op PARAMETER [
].
4. ÒTimeDispFmt=Ó verschijnt in de display. Draai
aan de TIME/VALUE dial.
TimeDispFmt (Time Display Format)
Selecteer een van de referentietijden (REL, ABS) die in
de display verschijnen. Kies hier ÒABS.Ó
REL: De starttijd van de song wordt getoond als
Ò00h00m00s00f00.Ó
Synchroniseren met een Extern MIDIapparaat
ABS: De offsettijd is bij de getoonde tijd opgeteld.
Wanneer de VS-880EX bestuurd wordt door een MTCsignaal van een extern MIDI-apparaat, kan u de weergavetijd van de song en de MTC-tijd synchroniseren.
Deze tijd heet de offset. Als bv. de MTC-tijd
Ò01h00m00s00f00Ó is en de tijd van de song bedraagt
Ò00h10m00s00f00Ó, dan is de ÒoffsetÓ als volgt.
6. ÒOfs=Ó verschijnt in de display. Draai aan de
TIME/VALUE dial.
= (MTC-tijd) - (tijdspositie van de song)
= (01h00m00s00f00) - (00h10m00s00f00)
= (00h50m00s00f00)
Indien de offsetwaarde negatief blijkt, dient u
Ò24h00m00s00f00Ó bij te tellen bij de MTC-tijd voor u
de tijdspositie van de song ervan aftrekt. Als bv. de
MTC-tijd 00h00m50s00f00Ó bedraagt en u wil de song
laten beginnen op Ò00h01m00s00f00Ó, dan wordt de
offset als volgt berekend.
(Offset)
= (MTC-tijd) - (tijdspositie van de song)
= (00h00m50s00f00) - (00h01m00s00f00)
= ((24h00m00s00f00) + (00h00m50s00f00)) (00h01m00s00f00)
].
Ofs (Offset)
Wanneer de VS-880EX bestuurd wordt door een MTCsignaal van een extern MIDI-apparaat, kan u de weergavetijd van de song en de MTC-tijd synchroniseren.
Het bereik van de offset-instellingen varieert naargelang het MTC -type geselecteerd voor de huidige song.
7. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
Keer terug naar de Play mode.
Door middel van de Sync Track
(Master)
Als uw MIDI sequencer Song Position Pointer messages ondersteunt, kan u met de MIDI Clock bewerkingen synchroniseren. Met de MIDI Clock kan u
op twee manieren synchroniseren: door middel van de
Sync Track, of door middel van de Tempo Map. Hier
wordt uitgelegd hoe u door middel van de Sync Track
de MIDI sequencer kan aansturen vanuit de VS-880EX.
= (23h59m50s00f00)
119
Hoofdstuk 9
(Offset)
5. Druk op PARAMETER [
Hoofdstuk 9 Gebruik met MIDI-apparatuur
Wat is de Sync Track?
Bovenop de sporen voor de opname van audiosignalen beschikt de VS-880EX nog over een apart spoor
voor het opnemen van MIDI Clock-signalen. Dit noemen we de Sync Track. In tegenstelling tot conventionele meersporenrecorders is het hier niet nodig om
een audiospoor te reserveren voor het sync-signaal.
Om de Sync Track te gebruiken, moet u eerst het MIDI
clock-signaal van de MIDI song data waarmee u wil
synchroniseren opnemen op de Sync Track. Stuur vervolgens de opgenomen MIDI clock data naar de MIDI
sequencer om de MIDI song data te synchroniseren.
Dit is een handige methode wanneer de MIDI song
data ouder zijn dan de song op de VS-880EX.
Vooral wanneer u synchroniseert met MIDI song data
waarvan het tempo geleidelijk stijgt of daalt, kan u
met de Sync Track de tempowijzigingen beter volgen,
dan met de Tempo Map waarbij het tempo per maat
wordt bepaald.
MIDI Clock-boodschappen opnemen
1. Sluit de VS-880EX en de MIDI sequencer als volgt
aan.
MIDI OUT
MIDI Sequencer
120
2. Druk enkele malen op [SYSTEM] totdat ÒSYS
Sync/Tempo ?Ó in de display verschijnt.
3. Druk op [YES].
4. Druk enkele malen op PARAMETER [
] totdat ÒSYS SYN: Sync Tr. Rec?Ó in de display verschijnt.
5. Druk op [YES].
ÒWait for StartÓ verschijnt in de display, en de Sync
Track is klaar om MIDI clock data op te nemen.
6. Start de weergave van de MIDI song data.
De MIDI clock data worden opgenomen op de Sync
Track. Terwijl de MIDI clock data worden opgenomen, kunnen de inputs wel gemonitord worden,
maar kan u geen audiosporen opnemen of afspelen.
7. Wanneer de weergave van de MIDI song data
eindigt, stopt de VS-880EX automatisch met de
opname van de MIDI clock data. Keer terug naar
de Play mode.
Gesynchroniseerde bediening
1. Sluit de VS-880EX en de MIDI sequencer als volgt
aan.
MIDI IN
MIDI Sequencer
Hoofdstuk 9 Gebruik met MIDI-apparatuur
2. Druk enkele malen op [SYSTEM] totdat ÒSYS
MIDI PRM ?Ó in de display verschijnt.
3. Druk op [YES].
4. Druk enkele malen op PARAMETER [
] totdat ÒSYS MID: MIDIThr=Óin de display verschijnt.
5. Draai aan de TIME/VALUE dial.
MIDI Thru (MIDI Thru Switch)
Hier selecteert u de functie van de MIDI OUT/THRUconnector. Kies hier ÒOut.Ó
Out:
De connector verstuurt MIDI-boodschappen
vanuit de VS-880EX. Kies dit wanneer u
metronome Note messages of mixer parameter
settings (control change messages of exclusive
messages) wil versturen.
Thru: MIDI-boodschappen die ontvangen worden
langs de MIDI IN-connector worden ongewijzigd opnieuw uit gestuurd.
6. Druk enkele malen op [SYSTEM] totdat ÒSYS
Sync/Tempo ?Ó in de display verschijnt.
7. Druk op [YES].
8. Druk enkele malen op PARAMETER [
dat ÒSYS Gen.=Ó in de display verschijnt.
] tot-
9. Draai aan de TIME/VALUE dial.
Gen. (Generator)
Hier selecteert u het type synchronisatiesignaal dat
wordt uitgestuurd via de MIDI OUT-connector. Kies
hier ÒSyncTr.Ó
Er worden geen synchronisatiesignalen verstuurd.
MTC:
Er wordt een MIDI Time Code-signaal uitgestuurd.
Als uw MIDI sequencer Song Position Pointer messages ondersteunt, kan u met de MIDI Clock bewerkingen synchroniseren. Met de MIDI Clock kan u
op twee manieren synchroniseren: door middel van de
Sync Track, of door middel van de Tempo Map. Hier
wordt uitgelegd hoe u door middel van de Tempo
Map de MIDI sequencer kan aansturen vanuit de VS880EX
Wat is een Tempo Map?
Een tempo map bevat informatie over de maatindeling, het ritme en het tempo van een song. Wanneer
deze informatie naar MIDI sequencers en andere
apparaten wordt gestuurd, kan ze worden gebruikt
om de samenwerking met externe MIDI-apparaten te
synchroniseren. De tempo map stelt de tempoveranderingen in voor elke maat, dus u kan er informatie in
opnemen over. Bij de VS-880EX worden de tempo
maps worden oplopend genummerd vanaf het begin
van de song (Tempo Map 1, Tempo Map 2, Tempo
Map 3, enz). Tempo Map 1 is reeds gedefinieerd bij het
begin van de song en bepaalt het begintempo van de
song. Om in een volgende maat het tempo te veranderen, dient u op elke locatie waar u een tempoverandering wil, een nieuwe tempo map te maken. U kan
maximaal 50 tempo maps aanmaken.
Voorbeeld 1: Song zonder tempoveranderingen
Tempo Map 1 (120 BPM)
Hoofdstuk 9
Off:
Door middel van de Tempo Map
(Master)
Voorbeeld 2: Song met tempoveranderingen
Tempo Map 1
(120 BPM)
Tempo Map 2
(117 BPM)
MIDIClk: Er wordt een MIDI Clock-signaal uitgestuurd dat overeenkomt met de Tempo
Map.
Tempo Map 3
(108 BPM)
Tijd
SyncTr: Er worden MIDI Clock data uitgestuurd die
zijn opgenomen op de Sync Track.
Een Tempo Map maken
10. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
Keer terug naar de Play mode.
1. Druk enkele malen op [SYSTEM] totdat ÒSYS
Sync/Tempo ?Ó in de display verschijnt.
11. Stel uw MIDI sequencer in zodat hij de MIDI
Clock-boodschappen die hij ontvangt van externe
apparaten, opvolgt, en zodat hij MIDI song data
kan weergeven. Wanneer de weergave op de VS880EX begint, begint ook de weergave op de MIDI
sequencer.
2. Druk op [YES].
3. Druk enkele malen op PARAMETER [
] totdat ÒSYS Syn: Tmap1=Ó in de display verschijnt.
121
Hoofdstuk 9 Gebruik met MIDI-apparatuur
4. Tempo Map 1 (het begintempo van de song)
wordt getoond. Met de tempo map-instellingen
bepaalt u de maat waar de wijziging begint, de
maatsoort, het metronoomgeluid en de door de
VS-880EX uitgestuurde MIDI Clock-signalen.
Onderstaand voorbeeld toont een tempo map met
maatsoort 4/4 en tempo=120 BPM, die begint bij
maat 1.
Beginmaat
Tempo Map-nummer
Tempo
Maatsoort
CONDITION MARKER#
TIME
dB
0
4
12
24
48
INPUT TRACK
14. Herhaal stappen 4Ð13 om de tempo map te
defini‘ren. Door in stap 12 de TIME/VALUE dial
in tegenwijzerzin te draaien, kan u een eerder
ingesteld(e) tempo/beginmaat/maatsoort wijzigen.
Beperkingen bij het wijzigen van de
beginmaat
Tempo maps worden vanaf het begin van de song
genummerd als tempo map 1, tempo map 2,
tempo map 3, enz. Het is dus onmogelijk om een
tempo map vroeger te laten beginnen dan een
vorige tempo map of later dan een volgende
tempo map. Als bijvoorbeeld tempo map 2 begint
op maat 8 en tempo map 4 begint op maat 16, dan
kan de beginmaat van tempo map 3 enkel gewijzigd worden binnen het bereik Ò9Ð15.Ó
AUX MASTER
5. Druk op CURSOR [
].
De cursor gaat naar de tempo display.
15. Wanneer u klaar bent met de instellingen voor de
tempo map, drukt u op [PLAY (DISPLAY)].
Keer terug naar de Play mode.
6. Draai aan de TIME/VALUE dial.
(Tempo)
Stelt het tempo van de tempo map in (25.0Ð250.0).
7. Druk op CURSOR [
].
De cursor gaat naar de maat-display (ÒMEASUREÓveld).
Gesynchroniseerde bediening
1. Sluit de VS-880EX en de MIDI sequencer zoals
hieronder afgebeeld.
8. Draai aan de TIME/VALUE dial.
Measure (Measure)
Bepaalt de beginmaat (1Ð999) van elke tempo map.
* Tempo Map 1 bepaalt het begintempo. De instelling “1”
kan hier niet gewijzigd of verwijderd worden
9. Druk op CURSOR [
].
De cursor gaat naar de time signature display
(ÒBEATÓ-veld).
10. Draai aan de TIME/VALUE dial.
Beat
Hier bepaalt u de maatsoort van de tempo map
(1/1Ð8/1, 1/2Ð8/2, 1/4Ð8/4, 1/8Ð8/8).
MIDI IN
11. Als u tijdens de song een tempoverandering wil,
druk dan op CURSOR [
].
De cursor gaat naar de tempo map number display.
12. Draai de TIME/VALUE dial in wijzerzin.
Ò<New>Ó verschijnt in de display.
MIDI Sequencer
13. Druk op [YES].
122
Hoofdstuk 9 Gebruik met MIDI-apparatuur
2. Druk enkele malen op [SYSTEM] totdat ÒSYS
MIDI PRM ?Ó in de display verschijnt.
3. Druk op [YES].
4. Druk enkele malen op PARAMETER [
] totdat ÒSYS MID: MIDIThr=Ó verschijnt in de display.
5. Draai aan de TIME/VALUE dial.
MIDI Thru (MIDI Thru Switch)
Hier bepaalt u de functie van de MIDI OUT/THRUconnector. Kies hier ÒOut.Ó
Out:
De connector verstuurt MIDI-boodschappen
vanuit de VS-880EX. Kies dit wanneer u
metronome Note messages of mixer parameter
settings (control change messages of exclusive
messages) wil versturen.
Thru: MIDI-boodschappen ontvangen via de MIDI
IN-connector worden ongewijzigd weer uitgestuurd.
6. Druk enkele malen op [SYSTEM] totdat ÒSYS
Sync/Tempo ?Ó in de display verschijnt.
7. Druk op [YES].
8. Druk enkele malen op PARAMETER [
dat ÒSYS Gen.=Ó in de display verschijnt.
] tot-
9. Draai aan de TIME/VALUE dial.
Het kan gebeuren dat u MIDI Clock wil gebruiken om
te synchroniseren met een externe MIDI sequencer of
een ander apparaat, zelfs zonder op te nemen met
behulp van de metronoom. In zulk geval moet u eerst
een Marker plaatsen, om te kunnen synchroniseren
met het tempo van de opgenomen song. U kan dan
een sync track of tempo map maken, die begint bij die
Marker.
Markers plaatsen volgens het Tempo
1. Druk op [ZERO].
2. Start de weergave van de song met [PLAY].
3. Terwijl u de song beluistert, drukt u op de eerste
tel van iedere maat of op iedere tel op [TAP].
4. Wanneer u klaar bent met het plaatsen van de
Markers, drukt u op [STOP].
* Om bij andere songs de Markers op de eerste tel van de
maten correct te plaatsen, raden we aan om de Previewen Scrub-functies te gebruiken.
Markers omzetten naar een Sync Track
U kan een sync track genereren gebaseerd op markers
die geplaatst werden volgens het tempo van een
eerder opgenomen performance. Dit is handig wanneer u reeds een performance van een acoustisch
instrument zoals een gitaar of een stem hebt
opgenomen, om dan nu bv. een MIDI sequencer te
synchroniseren met die opname.
Off:
Er worden geen synchronisatiesignalen verstuurd.
1. Druk enkele malen op [SYSTEM] totdat ÒSYS
Sync/Tempo?Ó in de display verschijnt.
MTC:
Er wordt een MIDI Time Code-signaal uitgestuurd.
2. Druk op [YES].
MIDIClk: Er wordt een MIDI Clock-signaal uitgestuurd dat overeenkomt met de Tempo
Map.
SyncTr: Er worden MIDI Clock data uitgestuurd die
zijn opgenomen op de Sync Track.
10. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
Keer terug naar de Play mode.
11. Stel uw MIDI sequencer in zodat hij de MIDI
Clock-boodschappen die hij ontvangt van externe
apparaten, opvolgt, en zodat hij MIDI song data
kan weergeven. Wanneer de weergave op de VS880EX begint, begint ook de weergave op de MIDI
sequencer.
3. Druk enkele malen op PARAMETER [
] totdat ÒSYS MIDI PRM ?Ó in de display verschijnt.
4. Druk op [YES].
5. Draai aan de TIME/VALUE dial.
CV (Convert)
Hier kiest u hoe de sync track / tempo map wordt
aangemaakt. In dit voorbeeld nemen we ÒCV1.Ó
CV1=Tap→S.Tr:
De sync track aanmaken,
gebaseerd op mark points.
CV2=Tap→T.Map: De tempo map aanmaken,
gebaseerd op mark points.
CV3=S.Tr→T.Map: De sync track omzetten naar een
tempo map.
CV4=Time→S.Tr:
De sync track automatisch aanmaken.
123
Hoofdstuk 9
Gen. (Generator)
Hier kiest u het type synchronisatiesignaal dat via de
MIDI OUT-connector wordt verstuurd. Kies hier
ÒMIDIClk.Ó
Handelingen die verband houden
met Gesynchroniseerde Bediening
Hoofdstuk 9 Gebruik met MIDI-apparatuur
6. Druk op PARAMETER [
].
ÒSYS CV:Beat=Ó verschijnt in de display.
7. Draai aan de TIME/VALUE dial.
Beat
Specifieer het aantal tellen (1/1Ð8/1, 1/2Ð8/2,
1/4Ð8/4, 1/8Ð8/8) in ŽŽn maat (de maatsoort).
8. Druk op PARAMETER [
].
ÒSYS CV:Tap Beat=Ó verschijnt in de display.
CV3=S.Tr→T.Map: De sync track omzetten naar een
tempo map.
CV4=Time→S.Tr:
De sync track automatisch aanmaken.
6. Druk op PARAMETER [
].
ÒSYS CV:Beat=Ó verschijnt in de display.
7. Draai aan de TIME/VALUE dial.
9. Draai aan de TIME/VALUE dial.
Beat
Specifieer het aantal tellen (1/1Ð8/1, 1/2Ð8/2,
1/4Ð8/4, 1/8Ð8/8) in ŽŽn maat (de maatsoort).
Tap Beat
Specifieer het aantal marks (1Ð8) in elke maat.
8. Druk op PARAMETER [
].
ÒSYS CV:Tap Beat=Ó verschijnt in de display.
10. Druk op [YES].
9. Draai aan de TIME/VALUE dial.
11. U wordt gevraagd om te bevestigen of u de
wijzigingen aan de sync track wil opslaan. Om de
wijzigingen op te slaan, drukt u op [YES]. Om te
annuleren, drukt u op [NO].
12. Wanneer de sync track voltooid is, verschijnt
Ò--- Complete ---Ó in de display.
Tap Beat
Specifieer het aantal marks (1Ð8) in elke maat.
10. Druk op [YES].
13. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
Keer terug naar de Play mode.
11. U wordt gevraagd om te bevestigen of u de
wijzigingen aan de tempo map wil opslaan. Om
de wijzigingen op te slaan, drukt u op [YES]. Om
te annuleren, drukt u op [NO].
Markers omzetten naar een Tempo Map
12. Wanneer de tempo map voltooid is, verschijnt
Ò--- Complete ---Ó in de display.
U kan een tempo map genereren gebaseerd op markers die geplaatst werden volgens het tempo van een
eerder opgenomen performance. Dit is handig wanneer u reeds een performance van een acoustisch
instrument zoals een gitaar of een stem hebt
opgenomen, om dan nu bv. een MIDI sequencer te
synchroniseren met die opname.
1. Druk enkele malen op [SYSTEM] totdat ÒSYS
Sync/Tempo?Ó in de display verschijnt.
2. Druk op [YES].
13. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
Keer terug naar de Play mode.
Een Sync Track omzetten naar een
Tempo Map
U kan een tempo map aanmaken vanuit een sync track
die opgeslagen zit in de VS-880EX. Dit is handig wanneer u de MIDI Clock van een sync track wil veranderen met de VS-880EX.
3. Druk enkele malen op PARAMETER [
] totdat ÒSYS Sync.Tr Cnv?Ó in de display verschijnt.
1. Druk enkele malen op [SYSTEM] totdat ÒSYS
Sync/Tempo?Ó in de display verschijnt.
4. Druk op [YES].
2. Druk op [YES].
5. Draai aan de TIME/VALUE dial.
3. Druk enkele malen op PARAMETER [
] totdat ÒYS Sync.Tr Cnv?Ó in de display verschijnt.
CV (Convert)
Hier kiest u hoe de sync track / tempo map wordt
aangemaakt. In dit voorbeeld nemen we ÒCV2.Ó
4. Druk op [YES].
CV1=Tap→S.Tr:
De sync track aanmaken,
gebaseerd op mark points.
CV2=Tap→T.Map: De tempo map aanmaken,
gebaseerd op mark points.
124
5. Draai aan de TIME/VALUE dial.
Hoofdstuk 9 Gebruik met MIDI-apparatuur
CV (Convert)
Hier kiest u hoe de sync track / tempo map wordt
aangemaakt. In dit voorbeeld nemen we ÒCV3.Ó
CV1=Tap→S.Tr:
De sync track aanmaken,
gebaseerd op mark points.
CV (Convert)
Hier kiest u hoe de sync track / tempo map wordt
aangemaakt. In dit voorbeeld nemen we ÒCV4.Ó
CV1=Tap→S.Tr:
De sync track aanmaken,
gebaseerd op mark points.
CV2=Tap→T.Map: De tempo map aanmaken,
gebaseerd op mark points.
CV2=Tap→T.Map: De tempo map aanmaken,
gebaseerd op mark points.
CV3=S.Tr→T.Map: De sync track omzetten naar een
tempo map.
CV3=S.Tr→T.Map: De sync track omzetten naar een
tempo map.
CV4=Time→S.Tr:
De sync track automatisch aanmaken.
CV4=Time→S.Tr:
De sync track automatisch aanmaken.
6. Druk op PARAMETER [
].
ÒSync Trk Beat=Ó verschijnt in de display.
6. Druk op PARAMETER [
].
ÒStart Time=Ó verschijnt in de display.
7. Draai aan de TIME/VALUE dial.
7. Draai aan de TIME/VALUE dial.
Sync Trk Beat (Sync Track Beat)
Specifieer het aantal tellen (1/1Ð8/1, 1/2Ð8/2,
1/4Ð8/4, 1/8Ð8/8) per maat in de MIDI clock dat
wordt opgenomen op de sync track.
8. Druk op [YES].
9. U wordt gevraagd om te bevestigen of u de
wijzigingen aan de tempo map wil opslaan. Om
de wijzigingen op te slaan, drukt u op [YES]. Om
te annuleren, drukt u op [NO].
10. Wanneer de tempo map voltooid is, verschijnt
Ò--- Complete ---Ó in de display.
11. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
Keer terug naar de Play mode.
U kan automatisch een sync track aanmaken door de
start- en eindtijd, en het aantal maten van de song op
te geven. Dit is handig wanneer u de exacte lengte van
de song kent (bv. bij reclamespotjes).
1. Druk enkele malen op [SYSTEM] totdat ÒSYS
Sync/Tempo?Ó in de display verschijnt.
2. Druk op [YES].
3. Druk enkele malen op PARAMETER [
] totdat ÒSYS Sync.Tr Cnv?Ó in de display verschijnt.
4. Druk op [YES].
5. Draai aan de TIME/VALUE dial.
8. Druk op PARAMETER [
].
ÒEnd Time=Ó verschijnt in de display.
9. Draai aan de TIME/VALUE dial.
End Time
Geef de eindtijd van de song in.
10. Druk op PARAMETER [
].
ÒMeasure=Ó verschijnt in de display.
11. Draai aan de TIME/VALUE dial.
Measure
Geef het aantal maten (1Ð999) van het fragment in.
Hoofdstuk 9
Automatisch een Sync Track aanmaken
Start Time
Geef de starttijd van de song in.
12. Druk op PARAMETER [
].
ÒBeat=Ó verschijnt in de display.
13. Draai aan de TIME/VALUE dial.
Beat
Specifieer het aantal tellen (1/1Ð8/1, 1/2Ð8/2,
1/4Ð8/4, 1/8Ð8/8) in ŽŽn maat (de maatsoort).
14. Druk op [YES].
15. U wordt gevraagd om te bevestigen of u de
wijzigingen aan de sync track wil opslaan. Om de
wijzigingen op te slaan, drukt u op [YES]. Om te
annuleren, drukt u op [NO].
16. Wanneer de sync track voltooid is, verschijnt
Ò--- Complete ---Ó in de display.
17. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
Keer terug naar de Play mode.
125
Hoofdstuk 9 Gebruik met MIDI-apparatuur
Offset voor de Sync Track en de
Tempo Map
Meestal wordt een sync track of tempo map aangemaakt met Ò00h00m00s00f00Ó als het begin van de
song. Maar meestal begint de opname niet precies bij
Ò00h00m00s00f00.Ó In zulk geval kan u bepalen
hoeveel later de opname moet starten na het begin van
de song. Dit tijdsinterval noemen we de offset.
Bijvoorbeeld, als u de opname tien seconden na het
begin van de song wil laten starten, stel dan een offsettijd van Ò00h00m10s00f00Ó in.
* Tijdens de opname of weergave wordt de startboodschap
verstuurd vanuit de MIDI OUT-connector wanneer het
begin van een sync track of een tempo map bereikt wordt.
Dit is handig wanneer u wil synchroniseren met een
externe MIDI sequencer.
1. Druk enkele malen op [SYSTEM] totdat ÒSYS
Sync/Tempo?Ó in de display verschijnt.
2. Druk op [YES].
3. Druk enkele malen op PARAMETER [
dat ÒSYS Ofs=Ó in de display verschijnt.
] tot-
4. Draai aan de TIME/VALUE dial.
Gebruik met een MIDI
Controller
De VS-880EX kan zijn mixerinstellingen en -functies
versturen in de vorm van MIDI-boodschappen.
Omgekeerd kunnen MIDI-boodschappen van een
externe MIDI controller dienen om de track status en
de mixerinstellingen van de VS-880EX te bedienen.
Veranderen van Track Status
Door middel van MIDI control change messages kan u
de status van elk spoor (track status) veranderen.
MIDI-kanalen 1Ð8 komen overeen met respectievelijk
Sporen 1Ð8. Gebruik controller number 29 om de track
status te veranderen.
Afhankelijk van de waarde van controller number 3
verandert de track status als volgt.
Bij gestopte weergave
VALUE
5. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
Keer terug naar de Play mode.
32Ð63
64Ð95
96Ð127
MUTE
→PLAY
MUTE
→REC
MUTE
→SOURCE
PLAY
PLAY
→MUTE →PLAY
PLAY
→REC
PLAY
→SOURCE
REC
REC
→MUTE →PLAY
REC
→REC
REC
→SOURCE
STATUS MUTE
→OFF
Ofs (Offset)
Geef de tijd in wanneer de sync track/tempo map
moet beginnen.
Met behulp van [NUMERICS]
[NUMERICS] laat u toe om de tien LOCATORknoppen als numerieke toetsen te gebruiken om
rechtstreeks nummers in te voeren. Zie
ÒRechtstreeks numerieke karakters invoerenÓ
(p. 153).
0Ð31
SOURCE SOURCE SOURCE SOURCE
→MUTE →PLAY →REC
→SOURCE
Tijdens weergave of opname
VALUE
0Ð31
32Ð63
64Ð95
96Ð127
MUTE
→PLAY
Ð (*1)
Ð (*1)
PLAY
PLAY
→MUTE →PLAY
Ð (*1)
Ð (*1)
Ð (*1)
REC
→REC
REC
→SOURCE
(*2)
STATUS Ð (*1)
Ð (*1)
SOURCE Ð (*1)
→MUTE
126
SOURCE SOURCE
→REC (*2) →SOURCE
(*1)
Genegeerd.
(*2)
Kan niet gewijzigd worden tijdens de opname.
ÒSOURCEÓ duidt hier op Òde status waarin de
track-indicator afwisselend rood en oranje knippertÓ en is enkel geldig wanneer Record
Monitor op ÒAUTOÓ staat (p. 168).
Hoofdstuk 9 Gebruik met MIDI-apparatuur
Scenes kiezen
U kan Scenes kiezen met behulp van MIDI Program
Change messages verstuurd door de externe MIDI
controller.
Tijdens de weergave van een Song
U kan niet van scene veranderen tijdens de weergave van een song. Daarom stopt de VS-880EX
heel even wanneer hij tijdens de weergave een
program change message ontvangt die hem
opdraagt een andere scene te kiezen. Tijdens deze
pauze wordt er van scene gewisseld en vervolgens herneemt de weergave.
Bovendien kunnen er tijdens de opname enkel
effect program change messages ontvangen worden. Tijdens een opname kan u niet van scene
veranderen.
1. Druk enkele malen op [SYSTEM] totdat ÒSYS
MIDI PRM ?Ó in de display verschijnt.
2. Druk op [YES].
3. Druk enkele malen op PARAMETER [
] totdat ÒSYS MID:P.C.Scne=Ó in de display verschijnt.
4. Draai aan de TIME/VALUE dial.
P.C.Scene (Program Change Scene)
Wanneer dit op ÒOnÓ staat, wordt er van scene veranderd wanneer er program change messages worden
ontvangen. Kies voorlopig ÒOn.Ó
Gebruik MIDI-kanaal 15 om van scene te veranderen.
De relatie tussen het program change number dat
door de VS-880EX wordt ontvangen en het Scene
Number waarop hij overschakelt is als volgt.
Program Number
Scene Number
1Ð8
1Ð8
* Meer details vindt u in “MIDI Implementation”
(Engelstalige Appendices p. 74).
Effecten kiezen
U kan effecten kiezen met behulp van MIDI control
change messages verstuurd door een externe MIDI
controller.
1. Druk enkele malen op [SYSTEM] totdat ÒSYS
MIDI PRM ?Ó in de display verschijnt.
4. Rotate the TIME/VALUE dial.
P.C.Eff (Program Change Effect)
Wanneer dit op ÒOnÓ staat, wordt er van effect veranderd wanneer er program change messages ontvangen
worden. Kies voorlopig ÒOn.Ó
5. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
Keer terug naar de Play mode.
Gebruik MIDI-kanaal 1 om effect 1 te veranderen en
MIDI-kanaal 2 om effect 2 te veranderen. De relatie
tussen het bank number ontvangen door de VS-880EX
en het Effect Patch Number waarop hij overschakelt, is
als volgt.
Bank No.MSB
Bank No.LSB
Program No.
Patch No.
0
0
0Ð99
Preset A00ÐA99
0
1
0Ð99
Preset B00ÐB99
0
2
0Ð99
User U00ÐU99
0
3
0Ð99
Prset C00ÐC09
* Meer details vindt u in “MIDI Implementation”
(Engelstalige Appendices p. 74).
Effectparameters wijzigen
U kan de effecten bedienen met behulp van MIDI control change messages verstuurd door een externe
MIDI controller.
1. Druk enkele malen op [SYSTEM] totdat ÒSYS
MIDI PRM ?Ó in de display verschijnt.
2. Druk op [YES].
3. Druk enkele malen op PARAMETER [
] totdat ÒSYS MID:C.C.Eff=Ó in de display verschijnt.
4. Draai aan de TIME/VALUE dial.
C.C.Eff (Control Change Effect)
Wanneer dit op ÒOnÓ staat, worden de effectparameters gewijzigd wanneer er control change messages
ontvangen worden. Kies voorlopig ÒOn.Ó
5. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
Keer terug naar de Play mode.
* Als u control change messages wil gebruiken om effecten
te kiezen, gebruik dan NRPN (Non Registered Parameter
Numbers). Meer details vindt u in “MIDI
Implementation” (Engelstalige Appendices p. 74).
2. Druk op [YES].
127
Hoofdstuk 9
5. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
Keer terug naar Play mode.
3. Druk enkele malen op PARAMETER [
] totdat ÒSYS MID:P.C.Eff=Ó in de display verschijnt.
Hoofdstuk 10 Gebruik met een DAT Recorder (DAT Backup)
In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe u een DAT
recorder kan gebruiken in combinatie met de VS880EX. Raadpleeg eveneens de handleiding van uw
DAT recorder.
Wat hebt u nodig voor een
DAT Backup?
Voor u een DAT-Backup maakt
¥ Interne IDE hard disk (HDP88 series)
U kan song data die u hebt gecre‘erd met de VS880EX, opslaan door middel van een DAT recorder,
aangesloten op de DIGITAL OUT-connector (coaxiaal
of optisch) van de VS-880EX. Deze procedure heet: een
backup maken. Anderzijds, noemen we het inladen
van eerder ÔgebackupteÕ song data in de VS-880EX
recover. De gebackupte song data omvatten de data
van alle V-tracks, en song settings zoals locate points,
mark points en scene-instellingen. Het is een goed idee
om backups te maken van uw data als voorzorg voor
onvoorziene problemen, of wanneer uw disk drive vol
is en u niet meer kan opnemen. Bovendien, aangezien
DAT tapes makkeleijk te transporteren zijn, is dit een
zeer handig medium om song data uit te wisselenmet
vrienden die ook een VS-880EX hebben, of wanneer u
zowel thuis als in de studio een VS-880EX hebt. We
raden aan om van belangrijke data verscheidene backups te maken.
DAT (Appendices: Glossarium)
* Het foutief uitvoeren van de DAT Backup-procedure kan
het verlies van data tot gevolg hebben. Roland
Corporation neemt geen enkele aansprakelijkheid op in
verband met zulk dataverlies. Roland waarborgt geen
gekopieerde data, ongeacht de prestaties of de toestand van
de DAT recorder.
Backups maken van Song Data met een
CD-R Drive of Zip Drive
U kan een CD-R drive of Zip drive gebruiken om
backups te maken van song data van de VS880EX. Song data gebackupt op CD-R disc kan
niet overschreven worden. Deze methode is dus
geschikt voor backups van volledig afgewerkte
songs of soortgelijke data. Song data gebackupt
op DAT kunnen onbeperkt overschreven worden,
maar rekening houdend met de tijd die het
opslaan in beslag neemt, en om wille van de
betrouwbaarheid raadt Roland aan om backups te
maken van uw data (Song Copy) met een Zip
drive.
128
¥ VS-880EX (1)
¥ DAT recorder (1)
¥ DAT-cassettes (zo veel als nodig)
¥ Digitale verbindingskabels (coaxiaal of optisch)
Apparatuur die wordt gebruikt
voor een DAT Backup
DAT recorder:
U kan een conventionele DAT recorder gebruiken.
Andere digitale opnameapparatuur, MD recorders en
DC C recorders inbegrepen, is niet geschikt om backups van data te maken. Bovendien is een DAT
recorder waarvan de weergavedata verschillen van de
opgenomen data, bv. een DAT recorder met externe
digitale signaalverwerking, evenmin geschikt voor
backups van data.
* Draagbare DAT recorders kunnen een speciale adapter
nodig hebben wanneer u ze aansluit op de VS-880EX.
Lees ook de handleiding van uw DAT recorder, of vraag
raad aan uw dealer of bij uw service center.
Cassette(s):
U kan conventionele DAT-cassettes gebruiken.
Gebruik geen cassettes van 180 min. Zij zijn heel dun,
rekken makkelijk uit en raken makkelijk verstrikt in de
recorder.
Wanneer u meer dan ŽŽn cassette nodig hebt voor de
backup, maak ze dan allemaal op voorhand klaar.
Gebruik cassettes met dezelfde opnametijd. We raden
aan om de cassettes te nummeren, zodat u ze steeds in
de juiste volgorde gebruikt.
Audio-apparatuur:
Tijdens de DAT Backup-procedure worden de analoge
output jacks van de VS-880EX uitgeschakeld.
Zet eveneens het volume van alle aangesloten audioapparaten zo laag mogelijk tijdens de backup-procedure. De song data die van uit de VS-880EX naar de
DAT recorder worden gestuurd, vormen een specifiek
signaal dat wordt opgenomen op de disk. Wanneer
het volume van de DAT recorder te hoog staat, kan dit
signaal schade aan uw luidsprekers Žn aan uw gehoor
veroorzaken.
Hoofdstuk 10 Gebruik met een DAT Recorder (DAT Backup)
Song Data opslaan met een
DAT Recorder (Backup)
Hanteer de volgende werkwijze om een backup van
de song data te maken op de current drive.
1. Sluit de VS-880EX en de DAT recorder aan zoals
hieronder afgebeeld.
Optisch
2. Stel de DAT recorder in zodat hij digitale signalen
kan opnemen.
* De normale sample rate waarmee song data worden verstuurd is 48 kHz. Deze sample rate heeft niets te maken
met de sample rate van de song data. Indien u de sample
rate moet instellen op uw DAT recorder, stel dan 48 kHz
in.
3. Druk enkele malen op [SONG] totdat ÒSNG DAT
Backup ?Ó in de display verschijnt.
4. Druk op [YES].
ÒSTORE Current?Ó (Huidige song opslaan?) verschijnt
in de display.
5. Indien u de huidige song wil opslaan, druk dan
op [YES]; indien niet, drukt u op [NO]. Als u een
demo song had geselecteerd, drukt u op [NO].
6. ÒSNG Bak=Ó verschijnt in de display. Kies met de
TIME/VALUE dial de song die u wil opslaan. Om
alle songs van de current drive op te slaan, kiest u
ÒAll.Ó
Nummer v/d Song
CONDITION MARKER#
Naam v/d Song
TIME
dB
0
Digtal In
4
12
24
48
INPUT TRACK
AUX MASTER
DAT Recorder
Sample Rate
Opnamemethode
Coaxiaal
Totaal aantal songs in de current drive (3 songs)
CONDITION MARKER#
TIME
dB
Hoofdstuk 10
0
4
12
24
48
INPUT TRACK
AUX MASTER
7. Druk op PARAMETER [
].
ÒTape Len=Ó verschijnt in de display.
8. Draai aan de TIME/VALUE dial.
Digital In
DAT Recorder
Tape Len (Tape Length)
Hiermee specifieert u na hoeveel tijd het backup-proces wordt onderbroken. Zorg dat het interval niet minder dan zoÕn 5 min. korter is dan de lengte van de
band die u gebruikt. Gebruikt u DAT-banden van verschillende lengte, kies dan de lengte van de kortste
band.
129
Hoofdstuk 10 Gebruik met een DAT Recorder (DAT Backup)
18. Zet de DAT recorder in record standby en druk
nogmaals op [YES].
Het Backup-proces begint.
9. Druk op PARAMETER [
].
ÒBackup Wait=Ó verschijnt in de display.
10. Draai aan de TIME/VALUE dial.
Backup Wait
Wanneer dit op ÒOnÓ staat, verloopt de datatransmissie trager. Activeer dit wanneer u een disk drive
met een lagere lees/schrijf-snelheid gebruikt (bv. een
Zip drive). Ondanks het feit dat het backup-proces
langer duurt, is de kans op problemen met de datatransfer (bv. verlies van data) veel kleiner wanneer dit
op ÒOnÓ staat. Normaal gezien staat dit wel op ÒOff.Ó
11. Druk op PARAMETER [
].
ÒSample Rate=Ó verschijnt in de display.
12. Draai aan de TIME/VALUE dial.
Sample Rate
Hier stelt u de sample rate (48 kHz, 44.1 kHz) voor de
DAT backup in. Deze sample rate heeft niets te maken
met de sample rate van de song data. Normaal gezien
staat dit op 48 kHz.
13. De tijd en het aantal cassettes die nodig zijn om de
backup te maken, worden aangegeven in de display. Maak het vereiste aantal cassettes klaar.
Sample Rate
Vereiste tijd (47 min. 34 sec.)
CONDITION MARKER#
TIME
dB
0
4
12
24
48
INPUT TRACK
AUX MASTER
* Als u de backup wil annuleren, druk dan op [CANCEL
(NO)]. Dit annuleert het proces, zelfs tijdens de backup
zelf. De song data die tot dan toe zijn opgenomen, kunnen
echter niet worden ingeladen in de VS-880EX.
19. Als de backup te lang is voor ŽŽn cassette, wordt
het kopi‘ren onderbroken wanneer de tijd in
ÒTape LenÓ verstreken is. Plaats de volgende cassette in de DAT recorder, zet hem opnieuw in
record standby en druk op [YES].
Het backup-proces gaat op deze manier verder. We
raden aan dat u nu de cassettes nummert volgens de
volgorde waarin ze gekopieerd werden.
20. Wanneer het backup-proces voltooid is, verschijnt
ÒPlease Stop DATÓ in de display. Stop de DAT
recorded en druk op [YES].
21. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
Keer terug naar de Play mode.
* Om te controleren of een backup-proces al dan niet correct
verlopen is, raden wij aan dat u de Verify-procedure volgt
(p. 134).
Vereiste Diskcapaciteit voor een Backup
Op ŽŽn cassette van 60 minuten kan u ongeveer
330 MB aan song data opslaan. Voor 1000 MB hebt
u dus 4 cassettes van 60 minuten (of twee van 120
minuten) nodig. De beschikbare schijfruimte per
song neemt echter af naarmate u meer songs
opslaat. In de display kan u steeds zien hoeveel
cassettes u nodig hebt voor de backup.
Vereist aantal cassettes (1 cassette)
14. Druk op PARAMETER [
].
ÒD.Out Sel=Ó verschijnt in de display.
15. Draai aan de TIME/VALUE dial.
D.OUT Sel (Digital Out Select)
Selecteer ofwel ÒDIGOUT1Ó (coaxiaal) of ÒDIGOUT2Ó
(optisch) als u een backup van data gaat maken via de
DIGITAL OUT-connector.
16. Druk op [YES].
U wordt gevraagd om uw keuze te bevestigen.
17. Druk op [YES].
ÒPlease Rec DATÓ verschijnt in de display.
130
Tijd nodig voor een Backup
Een backup maken van 330 MB aan song data
duurt ongeveer 60 minuten. Een backup van 1000
MB zal ongeveer 190 minutes in beslag nemen.
Hoe meer songs er gebackupt worden, des te
langer zal het backup-proces duren.
Hoofdstuk 10 Gebruik met een DAT Recorder (DAT Backup)
Performance Data inladen
van een DAT Recorder
(Recover)
Coaxiaal
Volg de onderstaande procedure om song data vanaf
een DAT backup in te laden. Indien tijdens de backup
twee of meer songs tesamen werden opgeslagen, dan
worden de data van alle songs ingeladen.
* U kan ook VS-880 song data vanaf een DAT backup
inladen. Voor meer details, zie “Compatibiliteit” (p. 136).
1. Sluit de DAT recorder aan op de VS-880EX zoals
hieronder afgebeeld.
Optisch
Digital Out
DAT Recorder
2. Plaats de cassette met de song data in de DAT
recorder. Als de backup meerdere cassettes in
beslag neemt, begin dan met de eerste cassette.
3. Zet de cassette klaar voor een weergave vanaf het
begin van de song data.
4. Druk enkele malen op [SONG] totdat ÒSNG DAT
Recover?Ó in de display verschijnt.
Digtal Out
6. Indien u de huidige song wil opslaan, drukt u op
[YES]; indien niet, drukt u op [NO]. Als u een
demo song had geselecteerd, druk dan op
[NO].
7. ÒD.IN Sel =Ó verschijnt in de display. Draai aan de
TIME/VALUE dial.
D.IN Sel (Digital In Select)
Selecteer ofwel ÒDIGIN1Ó (coaxiaal) of ÒDIGIN2Ó
(optisch) wanneer u data wil gaan inladen via de DIGITAL IN-connector van de VS-880EX.
8. Druk op PARAMETER [
].
ÒRecover Ready?Ó verschijnt in de display.
9. Druk op [YES].
131
Hoofdstuk 10
DAT Recorder
5. Druk op [YES].
ÒSTORE Current?Ó (Huidige song opslaan?) verschijnt
in de display.
Hoofdstuk 10 Gebruik met een DAT Recorder (DAT Backup)
10. In de display verschijnt ÒInit ***:* OK ?Ó (OK om
de current drive te initialiseren?). Op de plaats
van Ò***:*Ó zal ÒIDE:*Ó staan voor de interne hard
disk, of ÒSC0:*ÐSC7:*Ó voor een externe drive (het
cijfer is het SCSI ID-nummer). Het cijfer na het
dubbele punt is het partitienummer. Als u bv.
data inlaadt naar partitie 0 van de interne hard
disk, zal de display ÒIDE:0Ó aangeven.
11. Als u de current drive wil initialiseren en dan
data wil inladen, drukt u op [YES]. Als u hier op
[YES] drukt, verliest u alle songs op de interne
hard disk. Als u niet wil initialiseren, druk dan op
[NO].
12. ÒPlease Play DATÓ verschijnt in de display.
Zet de DAT recorder in play mode.
13. Laad de data in. Als de data meer dan ŽŽn cassette
in beslag nemen, dan wordt het proces onderbroken iedere keer dat er een cassette ten einde is.
Plaats de volgende cassette in de DAT recorder
(het nummer verschijnt in de display), druk op
[YES] en start de DAT recorder opnieuw.
14. Wanneer de recover-procedure voltooid is, verschijnt ÒPlease Stop DATÓ in de display. Stop de
DAT recorder en druk op [YES].
15. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
Keer terug naar de Play mode.
Het Recover -proces annuleren
U kan het recover-proces stopzetten door op [EXIT
(NO)] te drukken tijdens het inladen. Bovendien, wanneer er een fout staat in de song data van de backup,
wordt het recover-proces tijdelijk stilgelegd. In zulke
gevallen kan u kiezen of u de (onvoltooide) song data
die tot dan toe zijn ingeladen, wil behouden of verwijderen.
* Deze procedure corrigeert de fout niet, maar probeert
de song data te herstellen en daarbij zoveel mogelijk de
non-error data te behouden. Afhankelijk van de locatie
waar de fout zich voordeed, kunnen er bijgeluiden optreden of kunnen bepaalde mixerinstellingen, de tempo map
en sync track verloren gaan.
* Geluiden met een te hoog volume kunnen uw versterker
en luidsprekers beschadigen. Zet steeds het volume van de
hoofdtelefoon en het master volume van de VS-880EX
laag wanneer u controleert op fouten in de song data.
Een DAT Recovery Operation onderweg afbreken
1. Druk op [EXIT (NO)] tijdens de DAT recovery.
Het inladen stopt en ÒDelete Err Song?Ó (Song met de
fout verwijderen?) verschijnt in de display.
2. Als u de foutieve song data van de hard disk wil
verwijderen, druk dan op [YES]. Wil u ze
behouden ondanks het feit dat de recovery niet
voltooid was, druk dan op [NO].
Wanneer er een fout wordt gevonden
in de Song Data
1. Als er een fout wordt gevonden in de song data
die werden ingeladen met de DAT recoveryprocedure, dan verschijnt ÒRecover Err
Retry?Ó(Fout gevonden. Song overdoen?) in de
display.
2. Als u wil proberen om de data te recupereren,
drukt u op [YES]. Om te annuleren, drukt u op
[NO].
3. Als u in stap 2 op [NO] drukt, verschijnt ÒDelete
Err Song?Ó in de display.
4. Als u de song data met de fout wil verwijderen
van de hard disk, druk dan op [YES]. Als u ze wil
behouden zoals ze zijn, ondanks de fout, druk
dan op [NO].
132
Hoofdstuk 10 Gebruik met een DAT Recorder (DAT Backup)
Namen van opgeslagen
Performance Data controleren
(Name)
Coaxiaal
Met deze functie kan u de namen van song data die
zijn opgeslagen op een DAT tape, controleren. Zelfs
wanneer u de data van twee of meer songs tijdens een
enkele backup-operatie hebt opgeslagen, kan u de
naam van elke song controleren.
Deze functie laat ook toe om geselecteerde song data
in te laden in de VS-880EX. Met de Recover-procedure
worden de data ingeladen van alle songs die tijdens de
backup-operatie werden opgeslagen. Met de Nameprocedure daarentegen, worden enkel de song data
die u aanduidt, ingeladen.
1. Sluit de DAT recorder aan op de VS-880EX zoals
hieronder afgebeeld.
Digital Out
Optisch
DAT Recorder
2. Plaats de cassette met de song data in de DAT
recorder. Als de song data op twee of meer cassettes staan, begin dan met de eerste cassette.
3. Zet de cassette klaar voor een weergave vanaf het
begin van de song data.
4. Druk enkele malen op [SONG] totdat ÒSNG DAT
Recover?Ó in de display verschijnt.
5. Druk op [YES].
ÒSTORE Current?Ó (Huidige song opslaan?) verschijnt
in de display.
7. ÒD.IN Sel =Ó verschijnt in de display. Draai aan de
TIME/VALUE dial.
DAT Recorder
D.IN Sel (Digital In Select)
Selecteer hier ofwel ÒDIGIN1Ó (coaxiaal) of ÒDIGIN2Ó
(optisch) als u data wil gaan inladen via de DIGITAL
IN-connector van de VS-880EX.
8. Druk tweemaal op PARAMETER [
ÒName Ready?Ó verschijnt in de display.
].
9. Druk op [YES].
ÒPlease Play DATÓ verschijnt in de display.
10. Zet de DAT recorder in play mode.
Het laden van de songnaam wordt nu uitgevoerd.
133
Hoofdstuk 10
Digtal Out
6. Indien u de huidige song wil opslaan, drukt u op
[YES]; indien niet, drukt u op [NO]. Als u een
demo song had geselecteerd, drukt u op [NO].
Hoofdstuk 10 Gebruik met een DAT Recorder (DAT Backup)
11. Wanneer de laadprocedure voltooid is, verschijnt
ÒPlease Stop DATÓ in de display. Stop de DAT
recorder en druk op [YES].
Het DAT Name-scherm verschijnt in de display. Als er
data van twee of meer songs samen werden opgeslagen, dan kan u de namen van de songs bekijken door
aan de TIME/VALUE dial te draaien.
Nummer v/d Song
CONDITION MARKER#
TIME
dB
0
4
12
24
48
Sample Rate
AUX MASTER
Opnamemethode
Totaal aantal songs 'gebackupt' op DAT (3 songs)
CONDITION MARKER#
TIME
dB
0
4
--- ---
19. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
Keer terug naar de Play mode.
* Druk op [CANCEL (NO)] om deze operatie te annuleren.
De Backup controleren
(Verify)
Naam v/d Song
INPUT TRACK
18. Wanneer de recover-procedure voltooid is, verschijnt ÒPlease Stop DATÓ in de display. Stop de
DAT recorder en druk op [YES].
Deze functie controleert de toestand van song data
opgenomen op DAT. Ze maakt echter geen vergelijking tussen de song data op de hard disk en die op de
band.
Als uit de DAT verify operation blijkt dat er data
incorrect werden opgenomen, is het mogelijk dat de
band gekrast of uitgerokken is. Als de originele song
data nog steeds op de disk drive staat, voer dan de
backup-procedure opnieuw uit op een andere DATcassette.
* Wanneer u DAT backups maakt, raden wij aan om ook de
Verify-procedure uit te voeren, om te controleren of de
data correct zijn opgeslagen.
12
24
48
INPUT TRACK
1. Sluit de DAT recorder aan op de VS-880EX zoals
hieronder afgebeeld.
AUX MASTER
12. Als u niet meer wil doen dan gewoon de naam
controleren, druk dan op [PLAY (DISPLAY)].
Keer terug naar de Play mode.
Optisch
13. Als u slechts de data van een specifieke song wil
inladen, selecteer dan de naam van die song met
de TIME/VALUE dial.
14. Druk op [ENTER (YES)].
ÒSTORE Current?Ó (Huidige song opslaan?) verschijnt
in de display.
15. Indien u de huidige song wil opslaan, drukt u op
[YES]; indien niet, drukt u op [NO]. Als u een
demo song had geselecteerd, drukt u op [NO].
16. ÒPlease Play DATÓ verschijnt in de display.
Spoel de cassette terug en zet de DAT recorder in play
mode.
17. Het laden van de song data begint. Als de data
meer dan ŽŽn cassette in beslag nemen, dan wordt
het proces onderbroken iedere keer dat er een cassette ten einde is. Plaats de volgende cassette in de
DAT recorder (het nummer verschijnt in de display), druk op [YES] en start de DAT recorder
opnieuw.
134
Digtal Out
DAT Recorder
Hoofdstuk 10 Gebruik met een DAT Recorder (DAT Backup)
10. Zet de DAT recorder in play mode.
Verifieer de cassette. Als de data meer dan ŽŽn cassette
in beslag nemen, dan wordt het proces onderbroken
iedere keer dat er een cassette ten einde is. Plaats de
volgende cassette in de DAT recorder (het nummer
verschijnt in de display), druk op [YES] en start de
DAT recorder opnieuw.
Coaxiaal
11. Wanneer het laden voltooid is, verschijnt ÒPlease
Stop DATÓ in de display. Stop de DAT recorder
en druk op [YES].
12. Als er geen problemen zijn met de opgenomen
song data, verschijnt ÒCompleteÓ in de display.
Indien ÒVerify Error, Retry?Ó verschijnt wanneer
de song data ingeladen zijn, dan kunnen die song
data niet correct ingeladen zijn. Als u een cassette
opnieuw wil controleren, plaats dan de cassette
met het nummer dat in de display verschijnt in de
DAT recorder, druk op [YES] en start de DAT
recorder opnieuw. Druk op [NO] als u de procedure wil afsluiten zonder de cassette opnieuw te
controleren.
Digital Out
DAT Recorder
2. Plaats de cassette met de song data in de DAT
recorder. Als de song data op twee of meer cassettes staan, begin dan met de eerste cassette.
* Om deze operatie te annuleren, drukt u op [CANCEL
(NO)].
3. Zet de cassette klaar voor een weergave vanaf het
begin van de song data.
4. Druk enkele malen op [SONG] totdat ÒSNG DAT
Recover?Ó in de display verschijnt.
5. Druk op [YES].
ÒSTORE Current?Ó (Huidige song opslaan?) verschijnt
in de display.
Hoofdstuk 10
6. Indien u de huidige song wil opslaan, drukt u op
[YES]; indien niet, drukt u op [NO]. Als u een
demo song had geselecteerd, drukt u op [NO].
7. ÒD.IN Sel =Ó verschijnt in de display. Draai aan de
TIME/VALUE dial.
D.IN Sel (Digital In Select)
Selecteer hier ofwel ÒDIGIN1Ó (coaxiaal) of ÒDIGIN2Ó
(optisch) als u data wil gaan inladen via de DIGITAL
IN-connector van de VS-880EX.
8. Druk driemaal op PARAMETER [
ÒVerify Ready?Ó verschijnt in de display.
].
9. Druk op [YES].
ÒPlease Play DATÓ verschijnt in de display.
135
Hoofdstuk 11 Compatibiliteit
Disks gebruikt voor de Roland VS-880 en VS-840 kan u
ook gebruiken op de VS-880EX. Bovendien kunnen de
song data opgenomen op zulke disks ingeladen worden door de VS-880EX. Om wille van verschillen in de
structuur van de schijfruimte en van de song data op
bruikbare disks, moet u toch een aantal voorzorgen in
acht nemen in verband met het inladen en opslaan van
data.
Compatibiliteit van de Disks
VS-880 → VS-880EX
Wanneer interne hard disks die gebruikt werden voor
een VS-880, ge•nstalleerd worden in de VS-880EX, of
wanneer u Zip disks van een VS-880 in een Zip drive
aangesloten op de VS-880EX plaatst, worden die herkend als de initialisatiedisk. In dit geval kan de VS880EX gebruikt worden om songs opgenomen met de
VS-880 weer te geven en ook om nieuwe songs te
cre‘ren. U kan de VS-880EX echter niet gebruiken
om songs die opgenomen werden op de VS-880 te
bewerken of om nieuwe versies van songs op te
slaan.
Als u VS-880 song data wil bewerken met de VS880EX, dan moet u die converteren naar VS-880EX
song data (Song Import).
Song data die opgeslagen werden met de Archive
Copy-procedure van de VS-880, kunnen hersteld worden (archive extracted) met de VS-880EX. De VS880EX kan de extracted songs echter niet bewerken of kan er geen nieuwe versies van opslaan.
In dit geval moet u eerst een Song Archive Extract
uitvoeren (p. 106), en daarna de extracted song data
converteren voor gebruik op de VS-880EX (Song
Import).
U kan VS-880 song data inladen vanaf een DAT backup. U kan de ingeladen data echter niet bewerken
of opnieuw opslaan op de VS-880EX. In zulk geval
moet u eerst een DAT Recover uitvoeren (p. 131) en
daarna de extracted song data converteren voor
gebruik met de VS-880EX (Song Import).
VS-880EX → VS-880
Wanneer interne hard disks die gebruikt werden voor
een VS-880EX, ge•nstalleerd worden in de VS-880, of
wanneer u Zip disks van een VS-880EX in een Zip
drive aangesloten op de VS-880 plaatst, worden die
herkend als de initialisatiedisk. In dit geval echter, kan
de VS-880 nieuwe songs creëren op de disk.
Bovendien kan de VS-880 geen songs herkennen die
opgenomen werden op de VS-880EX.
136
Als u VS-880EX song data wil weergeven of bewerken
met de VS-880, converteer ze dan naar VS-880 song
data (Song Export).
Song data opgeslagen met de Archive Copy-procedure
van de VS-880EX, kunnen niet gerecupereerd worden
(archive extracted) door de VS-880.
Song data opgeslagen met de DAT Backup-procedure
van de VS-880EX, kunnen niet gerecupereerd worden
(DAT recovered) door de VS-880.
VS-1680 → VS-880EX
Wanneer interne hard disks die gebruikt werden voor
een VS-1680, ge•nstalleerd worden in de VS-880EX, of
wanneer u Zip disks van een VS-1680 in een Zip drive
aangesloten op de VS-880EX plaatst, worden die herkend als de initialisatiedisk, mits ze aan de onderstaande voorwaarden voldoen. In dit geval echter, kan
de VS-880EX nieuwe songs creëren op de disk.
Bovendien kan de VS-880EX geen songs herkennen die opgenomen werden met de VS-1680.
Partitieruimte:
1 GB of minder (Zelfs wanneer de disk werd ge•nitialiseerd met ÒPartitionÓ ingesteld op Ò2000 MBÓ, kan
u de disk gebruiken indien de eigenlijke partitie 1 GB
of minder bedraagt.)
Partitienummers: 1Ð4 (5Ð8 zijn niet bruikbaar)
Als u een VS-1680 song wil bewerken/weergeven op
de VS-880EX, dan moet u eerst die VS-1680 song data
omzetten naar het VS-880-formaat, en ze opslaan op
een Zip disk (de Song Export-functie van de VS-1680).
Vervolgens moet u die song data omzetten naar het
VS-880EX-formaat (de Song Import-functie van de VS880EX).
Song data die opgeslagen werden met de Archive
Copy-procedure van de VS-1680 kunnen niet gerecupereerd worden (archive extracted) door de VS-880EX.
Song data die opgeslagen werden met de DAT
Backup-procedure van de VS-1680 kunnen niet gerecupereerd worden (DAT recovered) door de VS880EX.
Hoofdstuk 11 Compatibiliteit
VS-880EX → VS-1680
Wanneer interne hard disks die gebruikt werden voor
een VS-880EX, ge•nstalleerd worden in de VS-1680, of
wanneer u Zip disks van een VS-880EX in een Zip
drive aangesloten op de VS-1680 plaatst, worden die
herkend als de initialisatiedisk. In dit geval kan u met
de VS-1680 songs afspelen die opgenomen werden
met de VS-880EX en ook nieuwe songs maken. U kan
de VS-1680 echter niet gebruiken om songs die op
de VS-880EX werden opgenomen, te bewerken of
om nieuwe versies van songs op te slaan.
Als u een VS-880EX song wil bewerken/weergeven
met de VS-1680, dan moet u die VS-880EX song data
eerst omzetten naar het VS-880-formaat, en ze opslaan
op een Zip disk (de Song Export-functie van de VS880EX). Vervolgens moet u die song data omzetten
naar het VS-1680-formaat (de Song Import-functie van
de VS-1680).
Song data opgeslagen met de Archive Copy-procedure
van de VS-880EX, kunnen niet gerecupereerd worden
(archive extracted) door de VS-1680.
Song data opgeslagen met de DAT Backup-procedure
van de VS-880EX, kunnen niet gerecupereerd worden
(DAT recovered) door de VS-1680.
VS-840 ↔ VS-880EX
Zip disks gebruikt op de VS-840 en VS-880EX zijn
niet wederzijds compatibel. Een Zip disk van een
VS-840 die u in een Zip drive aangesloten op de VS880EX plaatst, wordt beschouwd als een niet-ge•nitialiseerde disk.
de VS-840). In dit geval worden alleen de performance data (audio data) en de data die het spoor
specifiëren waarop de audio data worden
opgenomen, geconverteerd.
Compatibiliteit van Song Data
VS-880 Performance Data inladen
in de VS-880EX (Song Import)
Songs die gemaakt zijn met de VS-880 of de VS-840,
kan u converteren voor gebruik op de VS-880EX en ze
als nieuwe songs naar de current drive kopi‘ren. Dit
noemen we Song Import.
¥ Alle data zoals mixerinstellingen inclusief equalizer
en stereo link, systeeminstellingen inclusief Sync
Track en Tempo Map, locators en markers, en
effectinstellingen worden gekopieerd.
¥ De sample rate en de opnamemethode van de
nieuw gecre‘erde song zullen dezelfde zijn als voor
de originele song.
¥ Als er onvoldoende vrije ruimte is op de current
drive, kan Song Import niet uitgevoerd worden.
Hier wordt uitgelegd hoe een VS-880 song die als
speelklare kopie naar een Zip disk werd gekopieerd,
kan worden gelezen door een Zip drive aangesloten
op de VS-880EX en geconverteerd voor gebruik op de
VS-880EX. Als u Song Archive Extract moet gebruiken,
of een song gerecupereerd van DAT moet converteren,
vertrek dan van stap 3.
1. Maak de aansluitingen zoals hieronder afgebeeld.
Wanneer u een Zip disk van een VS-880EX in een Zip
drive aangesloten op een VS-840 plaatst, dan wordt
die beschouwd als een niet-ge•nitialiseerde disk.
Hoofdstuk 11
Als u een VS-840 song wil bewerken/weergeven op
de VS-880EX, dan moet u eerst die VS-840 song data
omzetten naar het VS-880-formaat, en ze opslaan op
een Zip disk (de Song Convert-functie van de VS-840).
Vervolgens moet u die song data omzetten naar het
VS-880EX-formaat (de Song Import-functie van de VS880EX). In dit geval worden alleen de performance
data (audio data) en de data die het spoor specifiëren waarop de audio data worden opgenomen,
geconverteerd.
Als u een VS-880EX song wil bewerken/weergeven op
de VS-840, dan moet u eerst die VS-880EX song data
omzetten naar het VS-880-formaat, en ze opslaan op
een Zip disk (de Song Export-functie van de VS880EX). Vervolgens moet u die song data omzetten
naar het VS-840-formaat (de Song Convert-functie van
137
Hoofdstuk 11 Compatibiliteit
2. Plaats de disk met de VS-880 song data in de Zip
drive.
3. Als current drive selecteert u de drive (interne
IDE hard disk) die de bestemming is voor het
inladen.
4. Druk enkele malen op [SONG] totdat ÒSong
Import ?Ó in de display verschijnt.
5. Druk op [YES].
6. ÒSource Drv=Ó (de drive van waaruit de data
worden ingelezen) verschijnt in de display.
Selecteer met TIME/VALUE dial de drive waarop
de song staat die u wil converteren. Bijvoorbeeld,
als de source drive de Zip drive is, selecteer dan
ÒSC5:0.Ó
Load source drive (in het voorbeeld, een Zip drive)
CONDITION MARKER#
TIME
dB
0
4
12
24
AUX MASTER
7. Druk op PARAMETER [
].
8. ÒSel=Ó verschijnt in de display. Selecteer de song
die u wil converteren met de TIME/VALUE dial.
Songtype (In het voorbeeld, een VS-880EX song)
Nummer v/d Song
CONDITION MARKER#
Naam v/d Song
TIME
dB
0
4
12
24
48
INPUT TRACK
Sample Rate
AUX MASTER
Opnamemethode
9. Druk op [YES].
U wordt gevraagd om uw keuze te bevestigen.
10. Druk op [YES].
ÒSTORE Current?Ó (Huidige song opslaan?) verschijnt
in de display.
11. Indien u de huidige song wil opslaan, drukt u op
[YES]; indien niet, drukt u op [NO]. Als u een
demo song had geselecteerd, drukt u op [NO].
138
VS-880EX Song Data converteren
voor gebruik op de VS-880
(Song Export)
U kan de huidige song converteren voor gebruik VS880 en hem als nieuwe song kopi‘ren naar een Zip
drive aangesloten op de SCSI-connector van de VS880EX. Dit noemen we Song Export.
¥ Alle song data, inclusief mixerinstellingen zoals
equalizer en Stereo Link, systeeminstellingen zoals
Sync Tracks en Tempo Maps, locate- en mark
points, effectsinstellingen, enz. worden gekopieerd.
¥ De song data in de V-track bank A (Sporen 1-8, Vtracks 1-8) zijn Song Exported. Kopieer op voorhand de data in V-track bank B naar V-track bank
A, door middel van Track Exchange
¥ De sample rate en de opnamemethode van de
nieuw gecre‘erde song zullen dezelfde zijn als voor
de originele song.
¥ Als er onvoldoende vrije ruimte is op de current
drive, kan Song Export niet uitgevoerd worden.
48
INPUT TRACK
12. Keer terug naar de Play mode, nadat de Song
Import voltooid is.
Hier wordt uitgelegd hoe u een VS-880EX song kan
converteren voor gebruik met de VS-880, en hoe u
hem in een speelklaar formaat kan opslaan op een Zip
disk.
1. Maak de aansluitingen zoals hieronder afgebeeld.
Hoofdstuk 11 Compatibiliteit
2. Selecteer als huidige song de song die u wil converteren.
3. Plaats een disk in de Zip drive.
4. Druk enkele malen op [SONG] totdat ÒSong
Export ?Ó in de display verschijnt.
5. Druk op [YES].
6. ÒDest. Drv=Ó (de bestemmingsdrive) verschijnt in
de display. Selecteer met de TIME/VALUE dial
de drive waarop u de geconverteerde song data
wil opslaan. Bijvoorbeeld, als u de data op de Zip
drive wil opslaan, selecteer dan ÒSC5:0.Ó
Bestemmingsdrive (in het voorbeeld, een Zip drive)
CONDITION MARKER#
TIME
dB
0
4
12
24
48
INPUT TRACK
AUX MASTER
7. Druk op [YES].
U wordt gevraagd om uw keuze te bevestigen.
8. Druk op [YES].
ÒSTORE Current?Ó (Huidige song opslaan?) verschijnt
in de display.
9. Indien u de huidige song wil opslaan, drukt u op
[YES]; indien niet, drukt u op [NO]. Als u een
demo song had geselecteerd, drukt u op [NO].
10. Keer terug naar de Play mode, nadat de Song
Export voltooid is.
Hoofdstuk 11
139
Hoofdstuk 12 Andere Handige Functies
De positie vinden waar het geluid
begint (voorbeeld)
Preview-technieken
(Preview)
Wanneer u een song bewerkt, wil u waarschijnlijk precieze locaties in de song terugvinden, zoals het punt
waar het geluid begint of waar de climax begint, wanneer u bv. Auto Punch-In Recording gebruikt. Op
zulke momenten kan u de weergavetijd tot of vanaf
een bepaald punt specifi‘ren en de data op de sporen
beluisteren terwijl u de huidige weergavepositie geleidelijk aan verschuift. Dit heet de Preview-functie.
Er zijn vier Preview-knoppen, met elk een verschillende werking. Kies de knop met de functie die het
mees geschikt is voor het doel dat u voor ogen hebt.
Met behulp van [TO] [FROM]
De lengte van het fragment voor de sporen die u wil
beluisteren, kan vari‘ren tussen 1.0 en10.0 seconden
voor of na de huidige positie in de song. Druk op de
knoppen terwijl de song gestopt is.
[TO]:
U hoort ŽŽnmaal een fragment van de
song, met de ingegeven tijdsduur, dat
eindigt op de huidige positie in de song
(Preview To).
FROM]:
U hoort ŽŽnmaal een fragment van de
song, met de ingegeven tijdsduur, dat
begint op de huidige positie in de song
(Preview From).
[TO] + [FROM]: U hoort een fragment van de song,
met de ingegeven tijdsduur, zowel
tot als vanaf de huidige positie in de
song, d.w.z. met de huidige tijdspositie in het midden van het fragment
(Preview To + Preview From).
1. Druk tegelijkertijd op [STOP] en op de STATUSknop van het spoor dat u wil beluisteren.
De STATUS-indicator licht groen op.
2. Start de weergave van de song met [PLAY].
3. Laat de song spelen tot op het punt dat u zoekt.
Stop dan de weergave met [STOP].
4. Druk afwisselend op [TO] en [FROM].
U hoort een fragment voor en na de huidige tijdspositie. Bepaal of het begin van het geluid voor of na de
huidige positie valt.
5. Verschuif vervolgens de tijdspositie met de
TIME/VALUE dial tot u een stukje van het begin
van het geluid hoort wanneer u op [TO] drukt.
6. Verschuif tenslotte de tijdspositie met de
TIME/VALUE dial tot het geluid begint, precies
wanneer u op [FROM] drukt.
7. Nu vindt u gemakkelijk de precieze positie waar
het geluid begint. Plaats een mark point op de
huidige tijdspositie of sla de huidige tijdspositie
op in een locate point zodat u ze later gemakkelijk
terugvindt.
De duur van het fragment wijzigen
1. Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [TO] of
[FROM].
2. ÒPreviewLenÓ verschijnt in de display. Stel de
tijdsduur in met de TIME/VALUE dial. Druk op
[TO] of [FROM] om de eigenlijke weergavetijd te
controleren.
Duur v/d Preview (1.0 sec)
Huidige tijdspositie
Duur v/d Preview
CONDITION MARKER#
TIME
dB
0
4
12
24
48
Tijd
INPUT TRACK
AUX MASTER
PREVIEW TO PREVIEW FROM
PREVIEW THRU
PreviewLen (Preview Length)
Hiermee stelt u de tijdsduur in van het fragment in de
Preview-functie.
3. Wanneer u klaar bent met de instellingen, drukt u
op [PLAY (DISPLAY)].
Het beginscherm verschijnt opnieuw.
140
Hoofdstuk 12 Andere handige functies
Met behulp van [SCRUB]
Deze functie dient voor het herhalen van een fragment
met een zeer precies gespecifieerde lengte (25Ð100
msec), voor en na een bepaald punt op een bepaald
spoor. Druk op [SCRUB] terwijl de song gestopt is. De
indicator van de knop licht op en het afgebakende
fragment wordt herhaaldelijk weergegeven.
Het weergegeven geluid (golfvorm) wordt ter referentie in de display afgebeeld.
Afbeelding v/d golfvorm
CONDITION MARKER#
TIME
dB
0
De weergavetijd (25Ð100 msec) is korter dan dan bij de
Preview-functie.
4
12
24
Druk op de volgende knoppen terwijl hun indicatoren
branden.
48
INPUT TRACK
STATUS button: Selecteert het weer te geven spoor.
[TO]:
De song wordt steeds herhaald tot
op het aangeduide punt.
[FROM]:
De song wordt steeds herhaald
vanaf het aangeduide punt.
Huidige tijdspositie
Lengte Scrub-fragment
AUX MASTER
Knippert (Scrub Length)
7. Nu vindt u gemakkelijk de precieze positie waar
het geluid begint. Druk nogmaals op [SCRUB].
De SCRUB-indicator dooft uit.
8. Plaats een marker op de huidige tijdspositie of sla
de positie op in een locate point, zodat u ze later
gemakkelijk terugvindt.
Lengte Scrub-fragment
De duur van het Scrub-fragment
wijzigen
Tijd
1. Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [SCRUB].
SCRUB
SCRUB
De positie vinden waar het geluid
brgint (voorbeeld)
1. Druk tegelijkertijd op [STOP] en op de STATUSknoppen van alle sporen die u wil beluisteren.
De STATUS-indicator(s) licht(en) groen op.
2. ÒScrub LengthÓ verschijnt in de display. Stel de
tijdsduur in met de TIME/VALUE dial. Druk op
[SCRUB] om de eigenlijke weergavetijd te controleren.
Duur v/h Scrub-fragment (45 msec)
CONDITION MARKER#
TIME
dB
0
2. Start de weergave van de song met [PLAY].
4
12
3. Laat de song spelen tot op het punt dat u zoekt.
Stop dan de weergave met [STOP].
4. Druk op [SCRUB].
De SCRUB-indicator licht op en het aangeduide fragment wordt herhaaldelijk weergegeven. Met [TO] of
[FROM] bepaalt u hoe lang voor of na de huidige tijdspositie u wil weergeven.
6. Als u in stap 4 op [TO] drukte, verschuif dan de
huidige tijdspositie met de TIME/VALUE dial tot
u het begin van het geluid net kan horen. Als u in
stap 4 op [FROM] drukte, verschuif dan de huidige tijdspositie met de TIME/VALUE dial tot precies waar het geluid begint.
48
INPUT TRACK
AUX MASTER
Scrub Length
Dit bepaalt de duur (25Ð100 msec) van de weergavetijd wanneer de [SCRUB]-knop van de Preview-functie
wordt ingedrukt.
3. Druk op [PLAY (DISPLAY)] wanneer u klaar bent
met de instellingen.
Het beginscherm verschijnt opnieuw.
141
Hoofdstuk 12
5. Druk op de STATUS-knop van het spoor waarvan
u een fragment wil weergeven met de Scrub-functie.
24
Hoofdstuk 12 Andere handige functies
Een specifieke tijdspositie
oproepen (Jump)
Naast het gebruik van de TIME/VALUE dial, markers
en locators om de huidige tijdspositie van de song te
verschuiven, kan u ook een positie of een maat en een
tel specifi‘ren, en die vervolgens oproepen. Handig
om posities aan te duiden bij Track Edit.
* De vetgedrukte items kan u rechtstreeks wijzigen met de
faders op het bovenpaneel. De tijdsgebonden faderbewegingen kan u registreren door tijdens de weergave de
faders te bewegen.
INPUT/TRACK
Fader
Pan
1. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
FX1 Lev (Effect 1 Send Level)
2. Als u rechtstreeks een tijdspositie wil oproepen,
druk dan op CURSOR [
] [
] en laat het
ÒMARKERÓ-veld knipperen. Om rechtstreeks de
tijdspositie van een specifieke maat op te roepen,
moet u het ÒMEASUREÓ-veld laten knipperen.
FX1 Pan (Effect 1 Send Pan)
3. Druk op [NUMERICS].
AUX Pan
4. Met de LOCATOR-knoppen kan u nu direct een
numerieke waarde invoeren (p. 153). Voer de
gewenste waarde in.
Knipperende cursor
CONDITION MARKER#
FX2 Lev (Effect 2 Send Level)
FX2 Pan (Effect 2 Send Pan)
AUX Lev (AUX Level)
STEREO IN
(Fader)
(Balance)
TIME
dB
0
EFFECT RETURN
(Effect 1 Return Level)
4
12
(Effect 1 Return Balance)
24
48
INPUT TRACK
AUX MASTER
5. Druk op [ENTER (YES)].
De opgegeven tijdspositie wordt opgeroepen en u
keert terug naar de Play mode.
Mixerinstellingen opslaan
(Auto Mix)
Met de VS-880EX kan u de huidige status of configuratie van de mixer opslaan als een Scene. Anders dan
bij Scenes, kan u ook op specifieke tijdstippen tijdens
de weergave informatie opslaan onder markers. Deze
functie heet Auto Mix en ze omvat de mixerinstellingen, beweging van de kanaalfaders op basis van tijd,
en andere instellingen. Wanneer u tijdens de weergave
een punt bereikt waar een marker staat, wordt er
automatisch overgeschakeld naar de mixerinstellingen
die bij die marker horen. Dit komt goed van pas wanneer u met mixt met ingewikkelde instellingen die
manueel moeilijk te reproduceren zijn.
De volgende mixerinstellingen kunnen worden opgeslagen in een Auto Mix.
142
(Effect 2 Return Level)
(Effect 2 Return Balance)
Master Block
(Master Level)
Master Balance
(Master Effect 1 Send Level)
(Master Effect 1 Send Balance)
(Master Effect 2 Send Level)
(Master Effect 2 Send Balance)
(Master AUX Send Level)
(Master AUX Send Balance)
EFFECT
FX1 (Effect 1 Program Number)
FX2 (Effect 2 Program Number)
Hoofdstuk 12 Andere handige functies
Voorbereidingen voor Auto Mix
Druk op [AUTOMIX]. De indicator van de knop licht
op, wat erop wijst dat de Mix mode aan staat.
brandt
Telkens als u op de SELECT-knop van het kanaal of op
[EZ ROUTING] (Master Block) drukt, terwijl u
[AUTOMIX] ingedrukt houdt, verandert de status van
het kanaal als volgt.
Mixerinstellingen opnemen, Methode 1
(Snapshot)
Mixerinstellingen opgenomen met Auto Mix kan u
rechtstreeks aan markers koppelen. Deze methode
noemen we Snapshot. Wanneer u naar die marker
gaat, worden de opgenomen mixerinstellingen gereproduceerd. Dit komt bijvoorbeeld goed van pas wanneer u verschillende volume levels wil voor introÕs en
endings of verschillende effect send levels voor
gitaarpartijen tijdens introÕs of soloÕs.
1. Ga naar de tijdspositie waar u de auto mix wil
opnemen.
2. Controleer of de Auto Mix mode aan staat.
Indicator uit:
Auto Mix-functie is uitgeschakeld.
3. Selecteer de kanalen die u met Auto Mix wil
opnemen. Houd [AUTOMIX] ingedrukt, zodat
de indicators knipperen, en druk op [SELECT] of
op [EZ ROUTING] (Master Block) van de gewenste kanalen.
Indicator brandt:
4. Houd [AUTOMIX] ingedrukt en druk op [TAP].
Er wordt een marker geplaatst op de huidige tijdspositie. Op hetzelfde moment wordt er een Snapshot van
de mixerinstellingen opgenomen op de markerpositie.
Een marker waarin mixerinstellingen zijn opgenomen,
krijgt een Ò*Ó.
donker
Auto Mix-functie is ingeschakeld.
brandt
Indicator knippert:
Auto Mix-functie is ingeschakeld voor
opname en weergave.
CONDITION MARKER#
TIME
dB
knipperend
0
4
12
24
48
INPUT TRACK
AUX MASTER
* Als er reeds een marker aanwezig is op minder dan 0.1
seconden voor de tijdspositie waar u een nieuwe marker
wil plaatsen (d.i. de huidige tijdspositie), dan wordt het
Snapshot opgenomen onder die vorige marker. Er wordt
geen nieuwe marker geplaatst. Als er reeds een marker
aanwezig is op minder dan 0.1 seconden na de tijdspositie
waar u een nieuwe marker wil plaatsen (d.i.de huidige
tijdspositie), dan wordt het Snapshot opgenomen onder
die volgende marker.
Hoofdstuk 12
5. Druk op [AUTOMIX].
De AUTOMIX-indicator dooft uit.
143
Hoofdstuk 12 Andere handige functies
Mixerinstellingen opnemen, Methode 2
(Gradatie)
Dit cre‘ert een auto mix die een vlotte overgang maakt
tussen Snapshots opgenomen in twee opeenvolgende
markers. Deze methode noemen we Gradatie.
Wanneer de huidige tijdspositie
samenvalt met een marker
Wanneer u [AUTOMIX] en [PREVIOUS] indrukt,
maakt de vorige marker deel uit van de gradatie;
Drukt u [AUTOMIX] en [NEXT] in, dan maakt de volgende marker deel uit van de gradatie.
Dit komt onder andere van pas wanneer u de lengte
van een fade-in of fade-out wil bepalen.
1. Volg de procedure in ÒMixerinstellingen opnemen, Methode 1,Ó neem een Snapshot op met de
tijdsposities waarop u de Gradation wil laten
beginnen en eindigen.
Marker 1
Huidige tijdspositie
Marker 2
Marker 3
2. Controleer of de Auto Mix mode aan staat.
3. Selecteer de kanalen die u met Auto Mix wil
opnemen. Houd [AUTOMIX] ingedrukt, zodat
de indicators knipperen, en druk op [SELECT] of
op [EZ ROUTING] (Master Block) van de gewenste kanalen.
4. Houd [AUTOMIX] ingedrukt en druk op
[PREVIOUS] of [NEXT].
5. U wordt gevraagd om uw keuze te bevestigen.
Druk op [YES].
Er wordt automatisch een nieuw mark point
toegevoegd tussen de twee mark points, en de
Gradatie wordt uitgevoerd. Druk op [CANCEL (NO)]
als u de Gradatie wil annuleren.
Tijd
Gradatiebereik
Gradatiebereik
6. Druk op [AUTOMIX].
De AUTOMIX-indicator dooft uit.
Faderverschuivingen opnemen
(Realtime)
Met deze methode worden de bewegingen van de
kanaal- en master faders tijdens de weergave van de
song direct onder de marker opgenomen. Deze
methode noemen we Realtime. Dit is handig wanneer
u bijvoorbeeld de volumeniveaus van individuele
sporen vrij wil regelen.
Wanneer de huidige tijdspositie zich
tussen twee markers bevindt
1. Ga naar de tijdspositie waar u in Realtime wil
opnemen.
Druk ofwel op [AUTOMIX] en [PREVIOUS] of op
[AUTOMIX] en [NEXT]. Het gradatiebereik gaat van
de vorige tot de volgende marker.
2. Controleer of de Auto Mix mode aan staat.
Marker 1
Huidige tijdspositie
Marker 2
4. Houd [AUTOMIX] ingedrukt en druk op [REC].
De AUTOMIX-indicator knippert, als aanduiding dat
het toestel klaar is voor Auto Mix Realtime-opname.
Tijd
Gradatiebereik
3. Selecteer de kanalen die u met Auto Mix wil
opnemen. Houd [AUTOMIX] ingedrukt, zodat
de indicators knipperen, en druk op [SELECT] of
op [EZ ROUTING] (Master Block) van de gewenste kanalen.
5. Met [FADER] selecteert u de faders die u wil
gebruiken met de input mixer of track mixer.
6. Zet op het bovenpaneel de kanaalfaders, master
fader en de PAN-regelaars in de gewenste positie.
* Wanneer in de Systeemparameters de Fader Match (p.
164) op “Null” staat en de huidige faderposities niet
overeenkomen met de eigenlijke volumeniveaus, kan u de
data niet opnemen met Auto Mix, als u niet eerst de
faders op hun eigenlijke waarde zet.
144
Hoofdstuk 12 Andere handige functies
7. Start de weergave met [PLAY].
De Auto Mix weergeven
8. Bedien de kanaalfaders, de master fader, en de
PAN-regelaars op het bovenpaneel.
Auto mix data worden enkel opgenomen voor de
kanalen waaraan u iets wijzigt.
1. Druk op [AUTOMIX].
De AUTOMIX-indicator licht op, wat betekent dat de
VS-880EX in Auto Mix mode staat.
9. Druk op [STOP] wanneer de mix klaar is.
Er worden automatisch markers aangemaakt in het
gedeelte dat werd weergegeven. Als u de realtime wil
overdoen, herhaal dan de stappen 3Ð8.
2. Selecteer de kanalen waarvoor u de Auto Mix
wil weergeven. Houd [AUTOMIX] ingedrukt,
zodat de indicators oplichten, en druk op
[SELECT] of op [EZ ROUTING] (Master Block)
van de gewenste kanalen.
Als u geen Faderinstellingen wil
opnemen (Mask Fader)
U kan ingeven dat de instellingen die gemaakt worden
op het bovenpaneel, niet worden opgenomen, zoals
beschreven in ÒMixerinstellingen opnemen, Methode 1
(Snapshot).Ó Dit is een geschikte methode om effect
send levels en andere instellingen te wijzigen, wanneer u een fade-in hebt geprogrammeerd zoals in
ÒMixerinstellingen opnemen, Methode 2 (Gradation)Ó.
1. Druk enkele malen op [SYSTEM] totdat ÒSYS
Scene/Auto Mix?Ó in de display verschijnt.
2. Druk op [YES].
3. Druk enkele malen op PARAMETER [
] totdat ÒSYS A.Mix Snap=Ó in de display verschijnt.
4. Draai aan de TIME/VALUE dial.
A.Mix Snap (Auto Mix Snapshot Mode)
Hiermee bepaalt u welke instellingen worden
opgenomen door het snapshot.
All:
Alle instellingen worden opgenomen.
MaskF:
Instellingen die regelbaar zijn vanaf het
bovenpaneel (kanaalfaders enz.) worden
genegeerd.
3. Druk op [PLAY].
De weergave van de Auto Mix begint. Als u de kanaalfaders, de master fader of de PANregelaars beweegt
tijdens de weergave van de Auto Mix, dan wordt de
Auto Mix geannuleerd voor de betrokken fader. Als u
de weergave stopt en weer start, is de Auto Mix
opnieuw van kracht. Ook kan u tijdens de weergave
de Auto Mix tijdelijk uitschakelen en hem nadien weer
activeren.
4. Druk op [STOP], wanneer de weergave afgelopen
is.
Auto Mix enkel op de aanggeven
kanalen uitschakelen
1. Ga naar het punt waar u Auto Mix wil uitschakelen.
2. Controleer of de Auto Mix mode aanstaat.
3. Selecteer de kanalen waarvoor u Auto Mix wil
uitschakelen. Houd [AUTOMIX] ingedrukt,
zodat de indicators knipperen, en druk op
[SELECT] of op [EZ ROUTING] (Master Block)
van de gewenste kanalen.
5. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
Keer terug naar de Play mode.
4. Houd [AUTOMIX] ingedrukt en druk op
[CLEAR].
Auto Mix wordt uigeschakeld op de geselecteerde
kanalen.
6. Neem het Snapshot op zoals beschreven in
ÒMixerinstellingen opnemen, Method 1.Ó
5. Druk op [AUTOMIX].
De AUTOMIX-indicator dooft uit.
Hoofdstuk 12
145
Hoofdstuk 12 Andere handige functies
Auto Mix uitschakelen op alle
kanalen
Opnamen en bewerkingen
ongedaan maken (Undo)
1. Druk enkele malen op [SYSTEM] totdat ÒSYS
Scene/Auto Mix?Ó in de display verschijnt.
Wanneer u de VS-880EX gebruikt, kan het gebeuren
dat uw opnamen niet klinken zoals u had gewild, dat
de edit-instellingen niet correct gemaakt werden, of er
kunnen zich andere situaties voordoen waar u wil
terugkeren om iets opnieuw te proberen. Op zulke
momenten kan u bij elke stap waarbij iets werd gewijzigd de zaken herstellen in hun vorige toestand. Dit
noemen we de Undo-functie. Bovendien kan u ook de
toestand van net voor de laatste Undo terughalen. Dit
noemen we de Redo-functie.
2. Druk op [YES].
3. Druk enkele malen op PARAMETER [
] totdat ÒSYS A.Mix Erase?Ó in de display verschijnt.
4. Druk op [YES].
5. Specifieer met de TIME/VALUE dial de eerste
marker in het gebied waar u Auto Mix wil wissen.
Erase From
Specifieer de eerste marker in het gebied waar u Auto
Mix wil wissen.
6. Druk op CURSOR [
].
De cursor gaat naar rechts.
7. Specifieer met de TIME/VALUE dial de laatste
marker in het gebied waar u Auto Mix wil wissen.
Wanneer u de Undo-functie gebruikt, moet u het aantal gemaakte stappen dat u wil ongedaan maken,
ingeven. Bijvoorbeeld, stel dat u punch-in recording
gebruikt om vijf keer achter elkaar op dezelfde plaats
iets op te nemen. Als u dan later beslist dat uw tweede
opname (stap 2) eigenlijk de beste was, dan kan u de
Undo-functie instellen om terug te keren naar de toestand van drie stappen eerder (Undo Level 3).
Erase To
Specifieer de laatste marker in het gebied waar u Auto
Mix wil wissen.
Opname 5
Opname 4
Undo Level 3
8. Druk op PARAMETER [
].
ÒSYS EraseMode=Ó verschijnt in de display.
Opname 3
9. Draai aan de TIME/VALUE dial.
Opname 1
Erase Mode
Selecteer de auto mix data die u wil wissen.
Event: Enkel Auto Mix events worden gewist.
Marker:Zowel marker als Auto Mix events worden
gewist.
10. Druk op PARAMETER [
].
ÒSYS Erase___<=>___?Ó verschijnt in de display. De
markers die u in de stappen 5Ð7 specifieerde, verschijnen in het onderlijnde gedeelte.
11. Druk op [ENTER (YES)]. U wordt gevraagd om
uw keuze te bevestigen. Druk op [YES]. Als u het
wissen wil annuleren, druk dan op [NO].
12. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
Keer terug naar de Play mode.
146
Opname 2
Tijd
Als u, nadat u de Undo-bewerking hebt uitgevoerd,
beslist om toch de versie van stap 5 te nemen, voer
dan de Redo-bewerking uit.
Redo
Opname 5
Opname 4
Opname 3
Opname 2
Opname 1
Tijd
Hoofdstuk 12 Andere handige functies
Als u echter opnieuw opneemt (step 3Õ) nadat u was
teruggekeerd naar opname 2, dan verliest u de opnamen 3Ð5 die door de Undo-bewerking geannuleerd
waren. Dit betekent dat wanneer u na stap 3Õ de Undobewerking gebruikt om naar de vorige stap terug te
keren, u bij de toestand van stap 2 zal terechtkomen.
1. Druk op [UNDO].
ÒLevel=Ó verschijnt in de display.
2. Met de TIME/VALUE dial selecteert u het aantal
stappen dat u wil terugkeren.
Undo Level (In het voorbeeld, 1)
Opname 5
CONDITION MARKER#
Opname 4
TIME
dB
Opname 3'
0
Undo
4
Opname 2
12
24
Opname 1
48
INPUT TRACK
Tijd
Omkeerbare handelingen opnemen
en bewerken (Undo)
Opnamen of edits die u maakt na het cre‘ren van een
song, worden samen met de song data geregistreerd in
de vorm van een historiek, en de data zelf worden ook
bewaard. Voorbeeld: stel dat u 10 opnamehandelingen
doet bij song 1 en dan een song 2 aanmaakt. De historiek van song 2 wordt nieuw aangemaakt vanaf het
moment dat song 2 gecre‘erd wordt. Als u daarna
opnieuw song 1 selecteert, dan is de historiek van de
laatste 10 opnamehandelingen nog steeds aanwezig.
De Undo-functie heeft betrekking op de historiek van
de momenteel geselecteerde song, en herstelt de song
zoals hij het ingegeven aantal stappen geleden was. In
het geval van song 1 in dit voorbeeld, zal u de 10 uitgevoerde opnamehandelingen kunnen annuleren. Een
song kan een historiek van maximum 999 levels bevatten.
Wat zijn omkeerbare handelingen?
Omkeerbare handelingen zijn de opnamehandelingen en alle Track Edit-handelingen. De
handelingen in het onderstaande lijstje zijn niet
omkeerbaar.
¥ Song Edit-handelingen (Optimize/Erase/enz.)
¥ Opslaan onder User Effect Patches
¥ Systeemhandelingen (mixer initialization/
Drive Initialize/Sync Track Recording/enz.)
¥ Opslaan in EZ Routing
¥ Opgeslagen Locators/Markers/Scenes
3. Druk op [YES] om de Undo uit te voeren.
De UNDO-indicator licht op. Als u de Undo wil
annuleren, druk dan op [CANCEL (NO)].
De laatst uitgevoerde Undo annuleren
(Redo)
De Redo-functie kan uitgevoerd worden wanneer de
UNDO-indicator brandt. Wanneer de song data worden opgeslagen, bijvoorbeeld doordat u een Song
Store doet of een andere song kiest, zal de UNDOindicator uitgaan, als teken dat de Undo-functie niet
langer beschikbaar is.
1. Houd, terwijl de UNDO-indicator brandt,
[SHIFT] ingedrukt en druk op [UNDO].
2. ÒCancel the last UNDO?Ó verschijnt in de display.
Druk op [F4 (Exec)].
De UNDO-indicator dooft uit. Om te annuleren, drukt
u op [CANCEL (NO)].
Enkel de allerlaatst uitgevoerde
handeling annuleren
Als u de Undo-functie heel vaak gebruikt om enkel de
recentste opname-/edit-handeling ongedaan te maken
(d.w.z. undo level 1), dan hebt u misschien liever dat
de boodschappen die verschijnen wanneer u op de
[UNDO]-knop drukt, achtewege blijven. In dat geval
moet u de volgende instellingen maken zodat enkel de
vorige handeling onmiddellijk ongedaan wordt
gemaakt wanneer u op de [UNDO]-knop drukt.
1. Druk enkele malen op [SYSTEM] totdat ÒSYS
System PRM ?Ó in de display verschijnt.
2. Druk op [YES].
3. Druk enkele malen op PARAMETER [
] totdat ÒSYS UNDO MSG=Ó in de display verschijnt.
147
Hoofdstuk 12
¥ Auto Mix-handelingen
(Snapshot/Gradation/Realtime
Recording/enz.)
AUX MASTER
Hoofdstuk 12 Andere handige functies
4. Draai aan de TIME/VALUE dial. Selecteer voorlopig ÒOff.Ó
UNDO MSG (UNDO message)
Hiermee bepaalt u of de Undo-bevestigingsboodschap
al of niet wordt getoond.
On:
De boodschap wordt getoond; er wordt
gevraagd hoeveel levels u ongedaan wil maken.
Off:
De boodschap wordt niet getoond, en enkel de
onmiddellijk voorafgaande handeling wordt
ongedaan gemaakt.
5. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
Keer terug naar de Play mode.
Enkel een specifiek kanaal
beluisteren (Solo/Mute)
Wanneer u de equalizer afregelt of de balans controleert tijdens het afmixen, is het vaak wenselijk dat u
het geluid van ŽŽn enkel kanaal kan beluisteren. U zou
met de STATUS-knoppen alle kanalen die u niet wil
horen, kunnen uitschakelen, maar dat is niet praktisch.
U kan wel ŽŽn specifiek kanaal beluisteren, en alle
andere uitschakelen. Dit heet de Solo-functie. Om de
Solo-functie te gebruiken, volgt u onderstaande procedure. Als u slechts enkele kanalen wil uitschakelen,
gebruikt u niet de Solo-functie, maar de Mute functie.
Eén enkel kanaal beluisteren
1. Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [SOLO (EZ
ROUTING)] in de master section.
In de display verschijnt eventjes ÒSOLO Mode ON,Ó
als teken dat de Solo-functie aan staat. In het CONDITION-veld verschijnt afwisselend de naam van de
song en ÒsolÓ, ook als teken dat de Solo-functie aan
staat. Terzelfdertijd knipperen de SELECT-indicators
van alle kanalen. In de huidige status hoort u alle
kanalen.
3. U wisselt tussen Monitor en Mute, telkens als u
op de SELECT-knop drukt. Bovendien kan u twee
of meer kanalen beluisteren. Kanalen die reeds
uitgeschakeld waren voordat de Solo-functie
werd aangezet, kunnen echter niet beluisterd
worden, zelfs niet wanneer u op hun SELECTknop drukt. Wanneer u slechts ŽŽn kanaal beluistert, kan u, door op de SELECT-knop van dat
kanaal te drukken, in ŽŽn keer alle kanalen beluisteren. Op dit moment kan u de automix status
van elk kanaal horen terwijl u op [AUTOMIX]
blijft drukken.
4. Om de Solo-functie af te zetten, houdt u [SHIFT]
ingedrukt en drukt u nogmaals op [SOLO (EZ
ROUTING)].
Keer terug naar de Play mode.
Eén enkel kanaal uitschakelen
1. Houd [SOLO (EZ ROUTING)] ingedrukt.
Dit zet de Mute-functie aan; de indicators van de
SELECT-knoppen knipperen allemaal. In de huidige
status hoort u alle kanalen.
2. Terwijl u [SOLO (EZ ROUTING)] ingedrukt
houdt, drukt u op de SELECT-knoppen van de
kanalen die u wil uitschakelen.
De indicator van de knop gaat uit en enkel dat kanaal
is nu uitgeschakeld. U kan ook twee of meer kanalen
uitschakelen.
3. U wisselt tussen Monitor en Mute, telkens als u
op [SOLO (EZ ROUTING)] en een SELECT-knop
drukt. Het kanaal blijft uitgeschakeld, zelfs als u
[SOLO (EZ ROUTING)] of de SELECT-knop
loslaat. Als u wil wisselen tussen input/track/
effect return, drukt u op [FADER (EDIT)].
4. Als u alle kanalen wil beluisteren, houdt u [SOLO
(EZ ROUTING)] ingedrukt en drukt u op
[CLEAR].
2. Druk op de SELECT-knop van het kanaal dat u
wil beluisteren.
De SELECT-indicator blijft knipperen en u hoort nu
enkel dat kanaal. Nu kan u de faders, de balans, de
equalizer, de effecten en andere instellingen bijregelen.
148
Hoofdstuk 12 Andere handige functies
Werken met stereo geluidsbronnen (Channel Link)
Wanneer u een stereo geluidsbron opneemt of
weergeeft, is het voor een normale mixerbediening
nodig dat u het linker- en rechterkanaal apart kan
regelen, wat het wijzigen van instellingen zoals equalizer, effecten, e.d. wel kan bemoeilijken. In zulke
gevallen kan u de instellingen van een kanalenpaar,
behalve de fader- en pan-instellingen, koppelen. Deze
functie heet Channel Link.
Wanneer Channel Link aan staat, worden er kanaalparen gevormd bestaande uit opeenvolgende oneven
en even kanalen. De instellingen voor elk oneven
kanaal zijn hetzelfde als voor het bijbehorende even
kanaal. Wanneer de instellingen van ŽŽn kanaal gewijzigd worden, wijzigen de instellingen van het
gekoppelde kanaal vanzelf mee.
Kanaal a
Kanaal 1
2
Kanaal b
Kanaal 3
4
Kanaal c
Kanaal 5
6
Kanaal d
Kanaal 7
8
Channel Link
Hiermee schakelt u de Channel Link-functie in en uit.
4. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
Keer terug naar de Play mode.
Het volume regelen
Wanneer Channel Link aan staat, blijft de balans van
beide kanalen behouden en wordt het totale volumeniveau gecontroleerd met de fader van het oneven
kanaal. Als u wil dat de faders onafhankelijk werken,
volgt u de volgende procedure.
1. Druk op [CH EDIT (SELECT)] van de kanalen
waarvoor u de faderstand wil aanpassen.
2. Druk op PARAMETER [
] [
ÒMIX Sw =Ó in de display verschijnt.
3. Draai aan de TIME/VALUE dial.
MIX Sw (Mix Switch)
Hiermee selecteert u de bus waaraan de output van de
signaalbron of het spoor wordt toegewezen. Selecteer
voor dit voorbeeld ÒOn.Ó
On:
De signaalbron of het spoor worden niet
toegewezen aan een recording bus, maar worden direct naar de mix bus gestuurd. Zet dit op
ÒOnÓ wanneer u bijvoorbeeld alleen de inputs
wil mixen, zonder de signaalbron op te nemen.
De signaalbronnen die aan de RECORDING bus
zijn toegewezen, worden echter uitgeschakeld.
Off:
De signaalbron of het spoor worden niet aan de
mix bus toegewezen. Als ze evenmin aan een
recording bus worden toegewezen, dan zal die
signaalbron of dat spoor naar geen enkele output gaan.
Op dit moment kan u met de kanaalfaders en de PANregelaars de volgende zaken aanpassen.
Oneven kanaalfaders:
Algemeen volumeniveau van het signaal dat naar de
mix bus of de recording bus wordt gestuurd (Offset
Level)
PAN-regelaars van de oneven kanalen:
Algemene links/rechts-balans van het signaal dat naar
de mix bus of de recording bus wordt gestuurd (Offset
Balance)
], zodat
4. Druk op PARAMETER [
LevelÓ in de display verschijnt.
], zodat ÒMIX
5. Draai aan de TIME/VALUE dial.
Even kanaalfaders:
Algemeen volumeniveau van het signaal dat naar de
AUX bus wordt gestuurd (AUX level)
Mix Level (In het voorbeeld, 100)
CONDITION MARKER#
TIME
PAN-regelaars van de even kanalen:
Algemene links/rechts-balans van het signaal dat naar
de AUX bus wordt gestuurd (AUX balance)
dB
0
4
12
2. Druk op PARAMETER [
] [
], zodat
ÒChannel Link=Ó in de display verschijnt.
3. Draai aan de TIME/VALUE dial. Selecteer voorlopig ÒOn.Ó
48
INPUT TRACK
AUX MASTER
MIX Level
Regel het volumeniveau (0Ð127) van het signaal dat
naar de mix bus of de recording bus gaat.
149
Hoofdstuk 12
1. Druk op [CH EDIT (SELECT)] van de kanalen
waarvoor u Channel Link wil activeren.
24
Hoofdstuk 12 Andere handige functies
6. Druk op [CH EDIT (SELECT)] van het andere
kanaal.
7. Herhaal de stappen 2Ð5 om dezelfde instellingen
te maken voor het andere kanaal.
8. Druk op PARAMETER [
].
ÒOfs Level =Ó verschijnt in de display.
De stereopositie regelen
Wanneer Channel Link aan staat, regelt u de totale
links/rechts-balans, terwijl de PAN-instellingen voor
beide kanalen behouden blijven. Als u de PAN voor
elk kanaal apart wil regelen, volg dan de volgende
procedure.
9. Draai aan de TIME/VALUE dial.
1. Druk op [CH EDIT (SELECT)] van de kanalen
waarvoor u de PAN-instellingen wil aanpassen.
Ofs Level (Offset Level)
Regel het globale volumeniveau (0Ð127) terwijl u de
volumebalans van de twee kanalen behoudt. Dit functioneert gekoppeld aan de kanaalfader van het oneven
kanaal.
2. Druk op PARAMETER [
] [
ÒMIX Sw =Ó in de display verschijnt.
10. Als u de output van een signaalbron of spoor wil
toewijzen aan de AUX bus, druk dan op PARAMETER [
] zodat in de display ÒAUX Sw =Ó
verschijnt
3. Draai aan de TIME/VALUE dial.
MIX Sw (Mix Switch)
Hiermee selecteert u de bus waaraan de output van de
signaalbron of het spoor wordt toegewezen. Selecteer
voor dit voorbeeld ÒOn.Ó
On:
De signaalbron of het spoor worden naar de
mix bus gestuurd. Zet dit op ÒOnÓ wanneer u
bijvoorbeeld enkel de inputs wil mixen, zonder
de signaalbron op te nemen. De signaalbronnen
die aan de RECORDING bus zijn toegewezen,
worden echter uitgeschakeld.
Off:
De signaalbron of het spoor worden niet aan de
mix bus toegewezen. Als ze evenmin aan een
recording bus worden toegewezen, dan zal die
signaalbron of dat spoor naar geen enkele output gaan.
11. Draai aan de TIME/VALUE dial.
AUX Sw (AUX Switch)
Hiermee bepaalt u hoe het signaal naar de AUX bus
wordt gestuurd. Select hier ÒPstFade.Ó
Off:
Het signaal wordt niet verstuurd. (Er is
geen output vanuit de AUX jacks.)
PreFade: Het signaal wordt voor de fader afgetakt.
PstFade: Het signaal wordt na de fader afgetakt.
12. Druk op PARAMETER [
].
ÒAUX Level=Ó verschijnt in de display.
4. Druk op PARAMETER [
in de display verschijnt.
13. Draai aan de TIME/VALUE dial.
5. Draai aan de TIME/VALUE dial.
AUX Level (AUX Level)
Hiermee regelt u de sterkte (0Ð127) van het signaal dat
naar de AUX bus gaat.
], zodat
], zodat ÒMIX BalÓ
Mixbalans (In het voorbeeld, L63)
CONDITION MARKER#
TIME
dB
14. Druk op [CH EDIT (SELECT)] van het andere
kanaal.
0
15. Herhaal de stappen 11Ð14 om dezelfde instellingen te maken voor het andere kanaal.
24
16. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
Keer terug naar de Play mode.
4
12
48
INPUT TRACK
AUX MASTER
MIX Bal (Mix Balance)
Regel de stereopositie (L63Ð0ÐR63) van het signaal dat
naar de mix bus of de recording bus wordt gestuurd.
6. Druk op [CH EDIT (SELECT)] van het andere
kanaal.
7. Herhaal de stappen 2Ð5 om dezelfde instellingen
te maken voor het andere kanaal.
150
Hoofdstuk 12 Andere handige functies
8. Druk op PARAMETER [
].
ÒOfs Bal =Ó verschijnt in de display.
Enkel de faders koppelen (Fader Link)
9. Draai aan de TIME/VALUE dial.
Ofs Bal (Offset Balance)
Regel het globale links/rechts-niveau (L63Ð0ÐR63) terwijl de stereopositie van beide kanalen behouden
blijft. Dit functioneert gekoppeld aan de PAN-regelaar
van het oneven kanaal.
10. Als u de output van een signaalbron of spoor aan
de AUX bus wil toewijzen, druk dan op PARAMETER [
] zodat in de display ÒAUX Sw =Ó
verschijnt
11. Draai aan de TIME/VALUE dial.
AUX Sw (AUX Switch)
Hiermee bepaalt u hoe het signaal naar de AUX bus
wordt gestuurd. Kies hier ÒPstFade.Ó
Off:
Het signaal wordt niet verstuurd. (Er is
geen output vanuit de AUX jacks.)
PreFade: Het signaal wordt voor de fader afgetakt.
PstFade: Het signaal wordt na de fader afgetakt.
12. Druk tweemaal op PARAMETER [
ÒAUX Bal=Ó verschijnt in de display.
].
13. Draai aan de TIME/VALUE dial.
U kan ook enkel de faders van opeenvolgende oneven
en even kanalen koppelen, zodat de volumebalans van
het kanalenpaar behouden kan blijven wanneer u het
globale volumeniveau. Dit noemen we Fader Link.
Wanneer fader link aan staat, kan u de instellingen
voor de equalizer, het effect send level enz. voor elk
kanaal apart maken.
* Fader Link geldt alleen wanneer Channel Link op OFF
staat. Als Channel Link ook aan staat, dan worden
instellingen zoals equalizer en effect send level eveneens
gekoppeld.
1. Druk op [CH EDIT (SELECT)] van de kanalen
waarvoor u Fader Link wil activeren.
2. Druk op PARAMETER [
] [
ÒFader Link=Ó in de display verschijnt.
], zodat
3. Draai aan de TIME/VALUE dial. Kies voorlopig
ÒOn.Ó
Fader Link
Hiermee zet u de Fader Link-functie aan en uit.
4. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
Keer terug naar de Play mode.
5. Regel de volumebalans van elk kanaal en het
globale volumeniveau zoals beschreven in ÒHet
volume regelen (p. 149)Ó.
AUX Bal (AUX balance)
Hiermee regelt u de stereopositie (L63Ð0ÐR63) van het
signaal dat naar de AUX bus wordt gestuurd.
14. Druk op [CH EDIT (SELECT)] van het andere
kanaal.
15. Herhaal de stappen 10Ð13 om dezelfde instellingen te maken voor het andere kanaal.
16. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
Keer terug naar de Play mode.
Hoofdstuk 12
151
Hoofdstuk 12 Andere handige functies
Een Stereosignaal aan de
mix toevoegen (Stereo In)
U kan ingangssignalen van de INPUT jacks of de
DIGITAL IN-connector aan de MIX bus of de
RECORDING bus toewijzen, zonder dat ze door de
input mixer moeten passeren. U kan deze signalen ook
beluisteren zonder dat ze door de input mixer of de
output mixer moeten. Dit noemen we Stereo In. Een
handige functie wanneer bijvoorbeeld dezelfde signaalbron geluiden met effect en geluiden zonder effect
bevat, die opgenomen zijn op verschillende sporen.
Hanteer de volgende procedure voor Stereo In.
1. Druk enkele malen op [FADER (EDIT)] zodat de
FADER-indicator rood oplicht.
2. Druk enkele malen op [ST IN (CH EDIT)] van
kanaal 6 totdat ÒRTN StereoIn=Ó in de display
verschijnt.
3. Draai aan de TIME/VALUE dial.
StereoIn
Hiermee selecteert u de externe input connector of jack
die gebruik maakt van Stereo In.
Off:
Stereo In wordt niet gebruikt.
Input 12: Selecteert INPUT jacks 1/2 voor gebruik
met Stereo In.
Input 34: Selecteert INPUT jacks 3/4 voor gebruik
met Stereo In.
Input 56: Selecteert INPUT jacks 5/6 voor gebruik
met Stereo In.
Digital:
Selecteert de DIGITAL IN connector (coaxiaal of optisch) voor gebruik met Stereo In.
Stereo In kan rechtstreeks geregeld worden met
kanaalfader 6 wanneer de effect return mixer actief is
(wanneer de FADER-indicator rood oplicht).
De toonhoogte veranderen
tijdens de weergave
(Vari-Pitch)
Wanneer u een ensemble opneemt, zijn normaal
gezien alle instrumenten gestemd op een instrument
zoals een akoestische piano waarvan de stemming niet
zo makkelijk te veranderen is. Soms kan het echter
noodzakelijk zijn om een akoestische piano op te
nemen (overdubbing) bovenop een bestaande
opname. Indien de toonhoogte van de opname verschilt van die van de akoestische piano, moet daar een
mouw aangepast worden.
In zulke gevallen kan u de toonhoogte van de
weergegeven performance aanpassen aan de ttonhoogte van het instrument dat u wil opnemen, door de
weergavesnelheid van de recorder te veranderen. Dit
is wat we de Vari-Pitch-functie noemen. Vari-Pitch
kan niet alleen dienen om verschillen in toonhoogte te
compenseren, maar u kan het ook gebruiken om speciale effecten te cre‘ren. Volg de onderstaande procedure voor het gebruik van de Vari-Pitch-functie.
1. Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [VARI
PITCH (AUTOMIX)] .
De huidige sample rate verschijnt in de display.
Sample Rate (In het voorbeeld, 44.1 kHz)
CONDITION MARKER#
TIME
dB
4. Druk op PARAMETER [
].
ÒRTN StIn Level=Ó verschijnt in de display.
0
5. Draai aan de TIME/VALUE dial.
24
StIn Level (Stereo In Level)
Hiermee regelt u het volumeniveau (0Ð127) voor
Stereo In.
6. Druk op PARAMETER [
].
ÒRTN StIn Bal=Ó verschijnt in de display.
7. Draai aan de TIME/VALUE dial.
StIn Bal (Stereo In Balance)
Hiermee regelt u de stereopositie (L63Ð0ÐR63) voor
Stereo In.
8. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
Keer terug naar de Play mode. Het volumeniveau van
152
4
12
48
INPUT TRACK
AUX MASTER
2. Start de weergave van de song met [PLAY].
3. Verander de toonhoogte van de weergave met de
TIME/VALUE dial. Beluister de weergave om de
toonhoogte te controleren.
4. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
Keer terug naar de Play mode. U kan nu Vari-Pitch
aan en uit zetten door op [SHIFT] + [VARI PITCH] te
drukken. Indien vari-pitch aan staat, zal de VARI
PITCH-indicator oplichten wanneer u [SHIFT] blijft
indrukken.
Hoofdstuk 12 Andere handige functies
Sporen opnemen/weergeven met
Vari-Pitch
NUMERICSType (Numeric key type)
Kies een invoermethode wanneer u de LOCATORknoppen gebruikt als numerieke toetsen.
Wanneer vari-pitch aan staat, kan het aantal sporen
dat u tegelijkertijd kan opnemen/weergeven beperkt
zijn, afhankelijk van het bereik van de toonhoogteverandering.
Up:
Invoer vanaf de laagste plaats.
Dwn:
Invoer vanaf de hoogste plaats.
Rechtstreeks numerieke
karakters invoeren
Wanneer u de tijdspositie van een locator of punch-in
punt wijzigt, kan u de LOCATOR-knoppen gebruiken
als numerieke toetsen om rechtstreeks cijfers in te
voeren.
U kan op de gewone manier tekst invoeren met de
TIME/VALUE dial, maar u kan ook de knoppen op
het bovenpaneel gebruiken als een ASCII-klavier.
Bijvoorbeeld wanneer u markers of locators wijzigt
(door middel van cijfers).
1. Druk op [NUMERICS].
De NUMERICS-indicator licht op.
2. Druk op de LOCATOR-knop.
Onderstaande afbeelding toont hoe u met de knoppen
cijfers kan invoeren.
1
2
3
4
5
6
7
8
9
0
5. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
Keer terug naar de Play mode.
Voorbeeld voor het invoeren van cijfers
van een lagere naar een hogere plaats
Laat ons een kijken hoe Ò01h23m45s00fÓ wordt
ingevoerd wanneer het NUMERICS Type op
ÒUpÓ staat ingesteld.
1. Druk op [NUMERICS].
De NUMERICS-indicator licht op.
2. De cursor verschijnt helemaal rechts (op de
laagste plaats). Druk op de LOCATOR-knoppen [1], [2], [3], [4], [5], [0] en [0], in die volgorde.
De cijfers verschijnen helemaal rechts en schuiven
een plaatsje hoger telkens als er een cijfer bijkomt.
U kan ook de cursor op de gewenste plaats zetten
met CURSOR [
] en [
].
3. Druk op [ENTER (YES)] wanneer u klaar bent
met het invoeren van de cijfers.
De numerieke waarde is ingesteld en de indicator
dooft uit.
* Afhankelijk van de parameters (effect enz.), kan u een “-”
(minteken) invoeren door tweemaal op [0] te drukken.
Voorbeeld voor het invoeren van cijfers
van een hogere naar een lagere plaats
Laat ons nu eens kijken hoe Ò01h23m45s00fÓ
wordt ingevoerd wanneer het NUMERICS Type
op ÒDownÓ staat ingesteld.
3. Druk op [ENTER (YES)] wanneer u klaar bent met
het invoeren van de cijfers.
De cijfers zijn nu ingesteld.
1. Druk op [NUMERICS].
De indicator van de knop licht op en de huidige
tijdspositie in de song wordt getoond.
Een methode kiezen voor het
invoeren van numerieke gegevens
Wanneer u invoert met de numerieke toetsen, kan u
kiezen of u de cijfers invoert vanaf de hoogste of de
laagste plaats. Gebruik de methode die u het best ligt.
2. Druk op [YES].
3. Druk enkele malen op PARAMETER [
] totdat ÒSYS NUMERICSType=Ó in de display verschijnt.
3. Druk op [ENTER (YES)] wanneer u klaar bent
met het invoeren van de cijfers.
De numerieke waarde is ingesteld en de indicator
dooft uit.
4. Draai aan de TIME/VALUE dial.
153
Hoofdstuk 12
1. Druk enkele malen op [SYSTEM] totdat ÒSYS
System PRM ?Ó in de display verschijnt.
2. De cursor verschijnt helemaal links (op de
hoogste plaats). Druk op de LOCATORknoppen [1], [2], [3], [4], [5], [0] en [0], in die
volgorde.
De cijfers verschijnen van links naar rechts, zoals
ze worden ingevoerd. U kan ook de cursor op de
gewenste plaats zetten met CURSOR [
] en
[
].
Hoofdstuk 12 Andere handige functies
SyncTr: Het Sync Track MIDI Clock-signaal wordt
uitgezonden.
De metronoom gebruiken
Hoe nauwkeurig u ook tracht te spelen, bij het beluisteren van een opname ontdekt u soms nog foutjes in
het ritme of het tempo. De VS-880EX beschikt over een
metronoom (click track) die u op volgens een bepaald
tempo kan laten klinken. Door tijdens het spelen naar
de metronoom te luisteren, kan u uw performance
opnemen met een nauwkeurigere timing. En
aangezien dit de mogelijkheid biedt om segmenten af
te bakenen in termen van maten en tellen, kan u de
songs ook op een meer muzikale manier gaan bewerken (editen).
Het metronoomtempo kan u laten aansturen door de
Tempo Map of de Sync Track MIDI Clock. Wanneer u
deze functie gebruikt, dient u de Tempo Map (p. 121)
of Sync Track (p. 119) op voorhand op te stellen.
Wanneer u een nieuwe song cre‘ert, bevat de Tempo
Map een 4/4 ritme en een tempo van 120 als standaardinstellingen.
De metronoom gebruiken bij het opnemen
Het metronoomgeluid begint samen met de
opname of weergave. Soms hoort u echter liever
een aftelmaat op de metronoom zodat u onmiddellijk in het juiste ritme zit wanneer de opname
begint. In zulke gevallen kan u de eerste paar
maten van de opname voorbehouden voor het
aftellen (en neemt u er verder niets in op).
Het metronoomgeluid dient enkel om u te helpen
in de maat te spelen.
1. Druk enkele malen op [SYSTEM] totdat ÒSYS
Sync/Tempo ?Ó in de display verschijnt.
2. Druk op [YES].
3. Druk enkele malen op PARAMETER [
dat ÒSYS Gen.=Ó in de display verschijnt.
] tot-
4. Draai aan de TIME/VALUE dial.
Gen. (Generator)
Hier selecteert u de MIDI Clock waarop de
metronoom zich zal baseren. Kies ÒMIDIclkÓ als u de
Tempo Map wil gebruiken, en ÒSyncTrÓ voor de Sync
Track.
Off:
Het MIDI Clock-signaal wordt niet uitgezonden.
MTC:
MIDI Time Code wordt uitgezonden (de
metronoom weerklinkt niet).
MIDIclk: Het Tempo Map MIDI Clock-signaal wordt
uitgezonden.
154
5. Druk enkele malen op [SYSTEM] totdat ÒSYS
System PRM ?Ó in de display verschijnt.
6. Druk op [YES].
7. Druk enkele malen op PARAMETER [
] totdat ÒSYS MetroOUT=Ó in de display verschijnt.
8. Draai aan de TIME/VALUE dial.
MetroOUT (Metronome Out)
Hier selecteert u de output van de metronoom. Kies
voorlopig ÒINT.Ó
Als u “Off” kiest, kan u geen instellingen maken in
verband met de metronoom.
Off:
U hoort geen metronoomgeluid.
INT: Het metronoomsignaal wordt uitgezonden via
de MONITOR jacks.
MIDI: Het metronoomsignaal wordt uitgezonden via
de MIDI OUT-connector.
9. Druk op PARAMETER [
].
ÒMetroLevelÓ verschijnt in de display.
10. Draai aan de TIME/VALUE dial.
MetroLevel (Metronome Level)
Hiermee regelt u het volumeniveau (0Ð127) van het
metronoomgeluid.
11. Druk op PARAMETER [
].
ÒMetroMdÓ verschijnt in de display.
12. Draai aan de TIME/VALUE dial.
MetroMd (Metronome Mode)
Hiermee selecteert u wanneer de metronoom loopt.
Rec Only: De metronoom weerklinkt alleen tijdens
de opname.
Rec&Play: De metronoom weerklinkt zowel tijdens
de opname als de weergave.
13. Hiermee zijn de metronoominstellingen volledig.
Druk op [PLAY (DISPLAY)] om terug te keren
naar de Play mode.
Hoofdstuk 12 Andere handige functies
Een externe MIDI-geluidsbron
gebruiken voor het metronoomgeluid
U kan een MIDI-geluidsbron gebruiken om de
metronoom te laten klinken met een geluid naar
keuze. Volg hiervoor de onderstaande procedure.
1. Sluit de VS-880EX en de MIDI-klankgenerator aan
zoals hieronder afgebeeld.
6. Druk enkele malen op [SYSTEM] totdat ÒSYS
Sync/Tempo ?Ó in de display verschijnt.
7. Druk op [YES].
8. Druk enkele malen op PARAMETER [
dat ÒSYS Gen.=Ó in de display verschijnt.
] tot-
9. Draai aan de TIME/VALUE dial.
Gen. (Generator)
Hier selecteert u de MIDI Clock waarop de
metronoom zich zal baseren. Kies ÒMIDIclkÓ als u de
Tempo Map wil gebruiken, en ÒSyncTrÓ voor de Sync
Track.
Off:
Het MIDI Clock-signaal wordt niet uitgezonden.
MTC:
MIDI Time Code wordt uitgezonden (de
metronoom weerklinkt niet).
MIDIclk: Het Tempo Map MIDI Clock-signaal wordt
uitgezonden.
SyncTr: Het Sync Track MIDI Clock-signaal wordt
uitgezonden.
10. Druk enkele malen op PARAMETER [
] totdat ÒSYS MetroOUT=Ó in de display verschijnt.
MIDI IN
11. Draai aan de TIME/VALUE dial.
VOLUME
MIDI IN B
MetroOUT (Metronome Out)
Hier selecteert u de output van de metronoom. Kies
hier ÒMIDI.Ó
PHONES
MIDI-Klankgenerator
Als u “Off” kiest, kan u geen instellingen maken in
verband met de metronoom.
Off:
U hoort geen metronoomgeluid.
2. Druk enkele malen op [SYSTEM] totdat ÒSYS
MIDI PRM ?Ó in de display verschijnt.
INT: Het metronoomsignaal wordt uitgezonden via
de MONITOR jacks.
3. Druk op [YES].
MIDI: Het metronoomsignaal wordt uitgezonden via
de MIDI OUT-connector.
4. Druk enkele malen op PARAMETER [
] totdat ÒSYS MID: MIDIThr=Óin de display verschijnt.
5. Draai aan de TIME/VALUE dial.
MIDIThr (MIDI Thru Switch)
Dit bepaalt de functie van de MIDI OUT/THRUconnector. Kies hier ÒOut.Ó
Thru: In deze stand worden MIDI-boodschappen ontvangen via de MIDI IN-connector ongewijzigd
doorgestuurd.
] tot-
13. Draai aan de TIME/VALUE dial.
MetroMd (Metronome Mode)
Hiermee selecteert u wanneer de metronoom loopt.
Rec Only: De metronoom weerklinkt alleen tijdens
de opname.
Rec&Play: De metronoom weerklinkt zowel tijdens
de opname als de weergave.
14. Druk op PARAMETER [
].
ÒMetroChÓ verschijnt in de display.
155
Hoofdstuk 12
Out: De VS-880EX zendt MIDI-boodschappen uit.
Kies dit wanneer u note messages voor het
metronoomgeluid of mixerparameters uitzendt
(Control Change messages of Exclusive messages).
12. Druk enkele malen op PARAMETER [
dat ÒMetroMdÓ in de display verschijnt.
Hoofdstuk 12 Andere handige functies
15. Draai aan de TIME/VALUE dial.
MetroCh (Metronome Channel)
Hiermee stelt u het MIDI-kanaal (1Ð16) in voor het
zenden van Metronome sound Note Messages.
16. Druk op PARAMETER [
].
ÒAcc.NoteÓ verschijnt in de display.
17. Draai aan de TIME/VALUE dial.
Acc.Note (Accent Note)
Hiermee stelt u de nootnummers (C0ÐG9) in voor de
eerste tel van de maat. Wanneer de Drumset speelt,
kiest u hiermee specifieke percussiegeluiden.
nen deze onnodige data aanzienlijk wat geheugen in
beslag nemen, waardoor de beschikbare ruimte op de
current drive en de beschikbare opnametijd afnemen.
Het verwijderen van deze onnodige data en zodoende
beschikbare schijfruimte vrijmaken, noemen we Song
Optimize. Deze handeling kan u niet ongedaan maken
met de Undo-functie.
De Optimize-functie doorzoekt alle V-tracks van de
target song en wist de onhoorbare frasen uit wanneer de V-tracks worden weergegeven. Bijvoorbeeld,
wanneer u de Optimize uitvoert met V-track 1 van
spoor 1 geselecteerd, worden de frasen die u hoort
wanneer de V-tracks 2-8 geselecteerd zijn voor weergave, niet verwijderd.
18. Druk op PARAMETER [
].
ÒNrm.NoteÓ verschijnt in de display.
19. Draai aan de TIME/VALUE dial.
Nrm.Note (Normal Note)
Hiermee stelt u de nootnummers (C0ÐG9) in voor de
andere tellen van de maat. Wanneer de Drumset
speelt, kiest u hiermee specifieke percussiegeluiden.
20. Druk op PARAMETER [
].
ÒAcc.VeloÓ verschijnt in de display.
21. Draai aan de TIME/VALUE dial.
Spoor 1
V-Track 1
V-Track 2
V-Track 3
Frasen die gewist worden bij Song Optimize
Acc.Velo (Accent Velocity)
Hiermee bepaalt u de aanslagwaarde (1Ð127) voor de
eerste tel van de maat.
1. Selecteer de song die u wil optimaliseren als de
huidige song.
22. Druk op PARAMETER [
].
ÒNrm.VeloÓ verschijnt in de display.
2. Druk enkele malen op [SONG] totdat ÒSong
Optimize ?Ó in de display verschijnt.
23. Draai aan de TIME/VALUE dial.
(Normal Velocity)
Hiermee bepaalt u de aanslagwaarde (1Ð127) voor de
andere tellen van de maat.
24. Tot zover de instellingen voor het gebruik van een
metronoomgeluid afkomstig van een extern
MIDI-apparaat. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
Keer terug naar de Play mode.
Wanneer er weinig schijfruimte overblijft
Enkel onnodige Performance Data
verwijderen (Song Optimize)
Wanneer handelingen zoals overdubbing en Punch-In
Recording meermaals uitgevoerd worden, blijven de
oude data in de disk drive. In sommige gevallen kun-
156
3. Druk op [YES].
4. ÒSong Optimize, Execute?Ó (Song Optimize uitvoeren?) verschijnt in de display. Druk op [YES].
Als u de Song Optimize wil annuleren, druk dan
op [CANCEL (NO)].
5. U wordt gevraagd om uw keuze te bevestigen.
Druk op [YES]. Als u de procedure wil afbreken,
druk dan op [NO].
6. Keer terug naar de Play mode wanneer de Song
Optimize voltooid is.
* Hou er rekening mee dat, afhankelijk van de omstandigheden, de Optimize-procedure wel wat tijd in beslag kan
nemen. Dit is geen defect. Schakel het toestel niet uit
vooraleer de Song Optimize voltooid is.
Hoofdstuk 12 Andere handige functies
Eén Song uit de Performance Data
verwijderen (Song Erase)
Wanneer u een master tape maakt of een backup van
songs op Zip disk, verwijdert u met deze handeling
song data die overbodig zijn geworden. Deze handeling kan u niet ongedaan maken met de Undo-functie.
1. Selecteer de drive die de te wissen song bevat als
de current drive.
2. Druk enkele malen op [SONG] totdat ÒSNG Song
Erase ?Ó in de display verschijnt.
3. Druk op [YES].
De namen van de songs op de current drive verschijnen. Een ÒQÓ met asterisk verschijnt aan het begin van
de huidige song.
4. Draai aan de TIME/VALUE dial. Selecteer de
song die u wil wissen.
Nummer v/d Song
CONDITION MARKER#
Naam v/d Song
TIME
dB
0
4
12
24
48
INPUT TRACK
Sample Rate
AUX MASTER
Opnamemethode
5. Druk op [YES].
6. U wordt gevraagd om uw keuze te bevestigen.
Druk op [YES]. Als u de procedure wil afbreken,
druk dan op [CANCEL (NO)].
7. Als de song die u uitwist niet de huidige song is,
verschijnt ÒSTORE Current?Ó in de display.
8. Indien u de huidige song wil bewaren, druk dan
op [YES]; indien niet, drukt u op [NO]. Als u een
demo song had geselecteerd, drukt u op [NO].
9. Keer terug naar de Play mode wanneer de song
gewist is.
Wanneer u een song cre‘ert, krijgt die automatisch een
naam zoals ÒInitSong001.Ó Zo kan het na verloop van
tijd moeilijk worden om te onthouden over welke
song het gaat. We raden aan om uw song een unieke
naam te geven; dat vereenvoudigt het databeheer.
1. Selecteer de song waarvan u de naam wil veranderen als de huidige song.
2. Druk enkele malen op [SONG] totdat ÒSNG Song
Name/Prtct?Ó in de display verschijnt.
3. Druk op [YES].
De naam van de song (Song Name) verschijnt in de
display.
4. Verplaats de cursor met CURSOR[
] [
]
zodat het karakter dat u wil wijzigen gaat knipperen.
5. Wijzig het karakter. Draai aan de TIME/VALUE
dial. Als u [SHIFT] ingedrukt houdt terwijl u aan
de TIME/VALUE dial draait, loopt u sneller door
de reeks karakters.
6. Wanneer u klaar bent met de naam of de commentaar, houd dan [SHIFT] ingedrukt en druk op
[STORE (ZERO)].
ÒSTORE OK ?Ó verschijnt in de display.
7. Druk op [YES].
De song wordt opgeslagen.
8. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
Keer terug naar de Play mode.
Het volume per spoor
regelen
U kan het volumeniveau van elk ingangs- en
spoorkanaal regelen zonder daarvoor de kanaalfaders
te gebruiken. U kan het volume verhogen wanneer u
tracks afspeelt die opgenomen zijn met een laag signaalniveau. U kan vervormingen voorkomen die soms
optreden wanneer u de kanaalequalizers bedient, en u
kan werken met de kanaalfaders in de buurt van 0 dB.
Volg onderstaande procedure.
1. Druk op [CH EDIT (SELECT)] van het kanaal
waarvoor u het volume wil regelen.
2. Druk op PARAMETER [
] [
ÒATT =Ó in de display verschijnt.
] zodat
157
Hoofdstuk 12
* Indien de huidige song werd gewist, wordt de song met
het laagste nummer op de current drive als huidige song
geselecteerd.
De naam van Performance
Data wijzigen (Song Name)
Hoofdstuk 12 Andere handige functies
3. Draai aan de the TIME/VALUE dial.
Verzachting (In het voorbeeld, 0 dB)
CONDITION MARKER#
Phase
Hiermee selecteert u de fase (NRM, INV) voor elk
kanaal. Gewoonlijk wordt hier ÒNRMÓ gekozen.
NRM: Normale fase (dezelfde fase als de input)
TIME
dB
INV:
Omgekeerde fase (tegenfase)
0
4
12
4. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
Keer terug naar de Play mode.
24
48
INPUT TRACK
De Output bepalen
AUX MASTER
ATT (Attenuation) (=verzachting)
Hiermee regelt u het volumeniveau (-12Ð+12 dB) van
het digitale signaal van elk kanaal.
4. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
Keer terug naar de Play mode.
Gebalanceerde Ingangen
De VS-880EX beschikt over gebalanceerde (TRS)
INPUT jacks, elk geconfigureerd zoals in deze figuur.
De VS-880EX beschikt over vier analoge output jacks
(MASTER jacks L/R, AUX jacksL/R) en twee digitale
connectors (DIGITAL OUT1, DIGITAL OUT2). Aan
elk van deze uitgangen kan u verscheidene signalen
toewijzen. Stel de output voor elke output jack of connector als volgt in.
MASTER Jacks
1. Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [EDIT
(FADER)].
2. Druk op PARAMETER [
] [
ÒMaster Sel =Ó in de display verschijnt.
] zodat
3. Kies met de TIME/VALUE dial welk signaal er
via de MASTER jacks buitengaat.
Bij sommige audio-apparaten zijn HOT (TIP) en
COLD (RING) echter omgekeerd. Dat kan tot gevolg
hebben dat bepaalde signalen in ÒtegenfaseÓ komen te
staan, wat zich manifesteert in een vreemd, onnatuurlijk stereobeeld, waarbij links en rechts niet meer te
onderscheiden zijn wanneer u stereo-ingangen
gebruikt. In zulke gevallen moet u de fase van de betreffende kanalen omkeren.
Master Select (In het voorbeeld, MIX)
CONDITION MARKER#
TIME
dB
0
4
12
24
48
INPUT TRACK
1. Druk op [CH EDIT (SELECT)] van de kanalen
waarvan u de fase wil omkeren.
2. Druk op PARAMETER [
] [
ÒPhaseÓ in de display verschijnt.
] zodat
3. Draai aan de TIME/VALUE dial.
Fase (In het voorbeeld, omgekeerde fase)
CONDITION MARKER#
TIME
Master Sel (Master Select)
Hiermee kiest u welke signalen u door de MASTER
jacks wil horen.
MIX:
De signalen toegewezen aan de MIX bus.
AUX:
De signalen toegewezen aan de AUX bus.
FX1:
De signalen toegewezen aan de (FX1) EFFECT
bus.
FX2:
De signalen toegewezen aan de(FX2) EFFECT
bus.
REC:
Alle signalen toegewezen aan de
RECORDING bus.
dB
0
4
12
24
48
INPUT TRACK
158
AUX MASTER
AUX MASTER
4. Druk op PARAMETER [
].
Hoofdstuk 12 Andere handige functies
5. ÒMasterLevel=Ó verschijnt in de display. Met de
TIME/VALUE dial regelt u het volume van het
geluid dat door de MASTER jacks wordt gestuurd.
Deze waarde is gelinkt met de master fader op het
bovenpaneel.
6. Druk op PARAMETER [
TIME/VALUE dial regelt u de links/rechts balans
van het geluid dat wordt uitgestuurd door de
AUX jacks.
8. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
Keer terug naar de Play mode.
].
7. ÒMaster Bal=Ó verschijnt in de display. Met de
TIME/VALUE dial regelt u de links/rechts-balans
van het geluid dat wordt uitgestuurd door de
MASTER jacks.
1. Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [EDIT
(FADER)].
8. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
Keer terug naar de Play mode.
2. Druk op PARAMETER [
] [
ÒDigitalOut1=Ó in de display verschijnt.
DIGITAL OUT Connectors
] zodat
3. Kies met de TIME/VALUE dial welk signaal er
via de DIGITAL OUT1-connector buitengaat.
AUX Jacks
1. Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [EDIT
(FADER)].
2. Druk op PARAMETER [
] [
ÒAUX Out =Ó in de display verschijnt.
Digital Out 1 (In het voorbeeld, MST)
CONDITION MARKER#
] zodat
TIME
dB
0
4
3. Kies met de TIME/VALUE dial welk signaal er
via de AUX jacks buitengaat.
12
24
48
INPUT TRACK
AUX Out (In het voorbeeld, AUX)
CONDITION MARKER#
AUX MASTER
TIME
dB
0
4
12
24
48
INPUT TRACK
AUX MASTER
AUX Out
Hiermee kiest u welke signalen u door de AUX jacks
wil horen.
DOUT1 (DIGITAL OUT1)
Hiermee kiest u welke signalen u door de DIGITAL
OUT1-connector (coaxiaal) wil horen.
MST: Hetzelfde geluid als dat u door de MASTER
jacks (MIX bus) hoort.
AUX:
De signalen toegewezen aan de AUX bus.
FX1:
De signalen toegewezen aan de (FX1) EFFECT
bus.
FX2:
De signalen toegewezen aan de (FX2) EFFECT
bus.
AUX:
De signalen toegewezen aan de AUX bus.
1-2:
De signalen toegewezen aan de sporen 1Ð2.
FX1:
De signalen toegewezen aan de (FX1) EFFECT
bus.
3-4:
De signalen toegewezen aan de sporen 3Ð4.
FX2:
De signalen toegewezen aan de (FX2) EFFECT
bus.
5-6:
De signalen toegewezen aan de sporen 5Ð6.
7-8:
De signalen toegewezen aan de sporen 7Ð8.
4. Druk op PARAMETER [
].
6. Druk op PARAMETER [
* De DIGITAL OUT2-connector (optisch) wordt op
dezelfde wijze ingesteld. Kies in dat geval “DigitalOut2”
bij stap 2.
].
7. ÒAUX Bal=Ó verschijnt in de display. Met de
159
Hoofdstuk 12
5. ÒAUX Level=Ó verschijnt in de display. Met de
TIME/VALUE dial regelt u het volume van het
geluid dat wordt uitgestuurd door de AUX jacks.
Deze waarde is gelinkt met de AUX SEND-knop
op het bovenpaneel.
4. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
Keer terug naar de Play mode.
Hoofdstuk 12 Andere handige functies
DIRECT OUT
Het geluid van de sporen 1Ð4 of sporen 5Ð8 wordt
vanuit afzonderlijke analoge jacks uitgestuurd.
1. Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [EDIT
(FADER)].
2. Druk op PARAMETER [
][
OUT=Ó in de display verschijnt.
] zodat ÒDIR
3. Kies met de TIME/VALUE dial welk signaal er
via de DIRECT OUT buitengaat.
DIR OUT (Direct Out)
Het metronoomgeluid wordt niet uitgestuurd.
Off:
De DIRECT OUT wordt niet gebruikt.
1–4:
Het geluid van de sporen 1Ð4 wordt uitgestuurd
via de volgende jacks. In dit geval zijn de
instellingen voor de MASTER en AUX jacks
niet van kracht. Het geluid van de sporen 1 en
2 wordt uitgestuurd via de PHONES jack.
Daarbij komt nog dat het geluid dat door de
DIGITAL OUT-connectors wordt uitgestuurd,
gespecifieerd wordt in het Master Block (p.
159).
Spoor 1:MASTER jack (L)
Spoor 2:MASTER jack (R)
Spoor 3:AUX A jack (L)
Spoor 4:AUX A jack (R)
5–8:
Het geluid van de sporen 5Ð8 wordt uitgestuurd
via de volgende jacks. In dit geval zijn de
instellingen voor de MASTER en AUX jacks
niet van kracht. Het geluid van de sporen 5 en
6 wordt uitgestuurd via de PHONES jack.
Daarbij komt nog dat het geluid dat door de
DIGITAL OUT-connectors wordt uitgestuurd,
gespecifieerd wordt in het Master Block (p.
159).
Controleren of de drive niet
beschadigd is (Drive Check)
U kan de drive die u gebruikt controleren om zeker te
zijn dat hij correct gelezen kan worden. Dit noemen
we een Drive Check.
Wanneer er dan tijdens een Song Copy (p. 102) of een
DAT Backup (p. 129) een fout optreedt, is de Drive
Check een goede manier om na te gaan of het probleem bij de song zelf of bij de aansluitingen ligt, dan
wel of het van een andere aard is.
Als er data niet correct kunnen worden gelezen, dan
geeft de display aan in welke song de fout zit.
1. Druk enkele malen op [SYSTEM] totdat ÒSYS
Drive Check ?Ó in de display verschijnt.
2. Druk op [YES].
3. Selecteer met de TIME/VALUE dial de drive die
u wil controleren.
CheckDrive (Check drive)
Selecteer de disk drive die u wil controleren.
4. Wanneer u de drive geselecteerd hebt, drukt u op
[YES].
5. In de display verschijnt de vraag of u wil doorgaan met de Drive Check. Druk op [YES].
6. ÒSTORE Current?Ó verschijnt in de display.
Indien u de huidige song wil bewaren, drukt u op
[YES]; Indien niet, drukt u op [NO]. Als u een
demo song had geselecteerd, drukt u op [NO].
7. De Drive Check wordt uitgevoerd. De vordering
van deze handeling wordt getoond in de display.
Schakel het toestel niet uit vooraleer de handeling
voltooid is.
CONDITION MARKER#
TIME
Spoor 5:MASTER jack (L)
dB
0
Spoor 6:MASTER jack (R)
4
Spoor 7:AUX A jack (L)
12
24
Spoor 8:AUX A jack (R)
48
INPUT TRACK
4. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
Keer terug naar de Play mode.
160
AUX MASTER
Hoofdstuk 12 Andere handige functies
Hoe de Drive Check annuleren?
Voer de volgende stappen uit om de Drive Check
te annuleren.
ResultList (Resultaten van de Drive Check)
System:
Locatie waar basisdata worden opgeslagen die grbruikt worden door de VS880EX voor opname en weergave
Locatie waar de opgeslagen songs
beheerd worden
SongList:
1. Druk op [CANCEL (NO)].
ÒCancel?Ó verschijnt in de display.
InitSong001: Elke song (Als de song in gebruik is,
wordt de naam getoond)
2. Druk op [YES].
De Drive Check wordt geannuleerd.
InitSong002:
:
8. Wanneer de Drive Check voltooid is, verschijnt er
een display die er als volgt uitziet.
CONDITION MARKER#
InitSong 200:
ClusterInfo. (Clusterinformatie)
Total:
Aantal clusters op de volledige disk
TIME
dB
0
Defect:
Aantal clusters gemerkt als onbruikbaar
geheugen
Used:
Aantal clusters momenteel in gebruik
Free:
Aantal ongebruikte clusters
X-LinkErr:
Aantal cross-linked clusters
4
12
24
48
INPUT TRACK
AUX MASTER
Indien de display “No Err” aangeeft
9-1. De volledige disk kon correct gelezen worden.
Druk op [YES].
Keer terug naar de Play mode.
Indien de display “___ Err” aangeeft
In het onderlijnde gedeelte verschijnt het aantal keer
dat er zich een leesfout voordeed. Draai aan de
TIME/VALUE dial om de lijst te controleren.
De display geeft de aanduiding ÒErrÓ voor locaties
waar er een fout werd gevonden. Voor locaties die de
aanduiding ÒOKÓ krijgen, is er geen probleem.
CONDITION MARKER#
TIME
dB
0
4
12
LooseArea: Aantal clusters waarvan de links verloren zijn
IllegalDIR:
Aantal directories met incorrecte inhoud
ReadError: Aantal leesfouten gevonden door deze
functie
Clusters
Een cluster is de kleinste geheugeneenheid die de
VS-880EX gebruikt om data op een disk drive te
beheren. De kleinste fysische eenheden op een
disk drive heten ofwel sectors of blocks, en
afhankelijk van het apparaat, kan u kiezen met
welke grootte u werkt. Bijvoorbeeld, de VS-880EX
is ontworpen om te werken met disks van 512
bytes/sector. Wanneer de VS-880EX song data
beheert, neemt hij 64 sectoren als ŽŽn eenheid
(cluster). Dit betekent dat 512 (bytes) x 64 (sectoren) = 32768 bytes (32 kilobytes) gelijk is aan ŽŽn
cluster.
24
48
INPUT TRACK
AUX MASTER
161
Hoofdstuk 12
Cross Link
Dit is een fout waarbij een cluster wordt
beschouwd alsof hij deel uitmaakt van twee of
meer songs. In zulk geval kan u soms in het midden van een song een compleet andere song te
horen krijgen. Dit soort van fouten noemen we
cross link.
Hoofdstuk 12 Andere handige functies
Loose Areas
Er kunnen fouten voorkomen waarbij clusters
worden gevonden die geen deel uitmaken van een
song, maar wel geldige data bevatten. In zulk
geval zal de VS-880EX geen data opslaan in die
clusters. Een situatie die zulk een fout veroorzaakt, noemen we een loose area.
Directories
Data zoals audio data of parameterwaarden worden door de VS-880EX opgeslagen op disk in eenheden die we files noemen. Om een groot aantal
files te kunnen beheren houdt de VS-880EX lijsten
bij van filenamen en de locatie op de disk waar de
data van deze files zijn opgeslagen. Deze lijsten
noemen we directories.
De ÒIllegalDIRÓ-boodschap zal verschijnen wanneer de lijst incorrect is. Deze boodschap zal
bijvoorbeeld verschijnen wanneer data van een
bepaalde file verondersteld worden opgenomen te
zijn op een plaats op de disk die eigenlijk niet
besaat, of wanneer de lijst zelf permanent onleesbaar is geworden.
Als er een disk error gevonden wordt, is het mogelijk
om enkel die data te wissen die verloren zijn gegaan
als gevolg van de fout (Recover). Dit betekent dat u de
disk kan herstellen in operationele toestand, en
terzelfdertijd zoveel mogelijk non-error data behoudt.
* Deze procedure corrigeert de disk error niet. Alle locaties
met fouten zullen worden gewist. Dit betekent dat,
afhankelijk van de locatie waar de fout zich voordeed, een
opgenomen take misschien niet meer afspeelbaar is, dat
auto mix data misschien verloren gaan, of zelfs dat misschien de hele song gewist wordt. Als de fout zich
voordeed in de systeem- of songlijst, is de kans op dit
risico bijzonder groot.
9-2. Druk op [ENTER (YES)].
ÒRecoverDriveTry?Ó verschijnt in de display.
9-3. De boodschap ÒYouÕll Lose DataÓ verschijnt in de
display. Druk op [YES].
De Recover-operatie wordt uitgevoerd. Als u de procedure wil afbreken, druk dan op [CANCEL (NO)].
162
9-4. Wanneer de recovery voltooid is, verschijnen de
resultaten in de display. Songs die gedeeltelijk
werden gewijzigd, worden met ÒAdjÓ aangeduid;
verwijderde songs krijgen de aanduiding ÒDel.Ó
Songs waaraan niets is veranderd, krijgen geen
aanduiding. Controleer de display.
RecoverResult (Resultaten van de Recovery)
InitSong001:
InitSong003: Gewijzigde songs (van songs die in
gebruik zijn, ziet u de naam)
:
InitSong200:
ClusterInfo. (Cluster-informatie)
Total:
Aantal clusters op de hele disk
Defect: Aantal clusters gemerkt als onbruikbaar
geheugen
Used:
Aantal clusters momenteel in gebruik
Free:
Aantal ongebruikte clusters
9-5. Druk op [YES].
Keer terug naar de Play mode.
Hoofdstuk 13 Globale instellingen
In dit hoofdstuk bespreken we de instellingen die
invloed hebben op de algemene werking van de
VS-880EX.
De inhoud van de display
veranderen
Play List
De display toont de manier waarop het geluid wordt
opgenomen op de verschillende sporen, voor en na de
huidige tijdspositie.
CONDITION MARKER#
In de Play mode kan u [SHIFT] ingedrukt houden en
op [DISPLAY (PLAY)] drukken om de inhoud van de
balkgrafiek te veranderen. In de Edit mode zal de
inhoud van de display veranderen, afhankelijk van de
geselecteerde parameter of handeling.
TIME
dB
0
4
12
24
48
INPUT TRACK
AUX MASTER
Pre Level
De display toont het volume van elk kanaal voordat
het door de kanaalfader passeert. De AUX- en MASTER-velden tonen het volumeniveau van het signaal,
respectievelijk nadat het door de AUX-regelaar en
door de master fader is gepasseerd.
CONDITION MARKER#
TIME
Fader/Pan
De instellingen van de master fader en van de PANregelaar en de fader van elk kanaal worden getoond.
Als de getoonde positie van de PAN-regelaars of de
faders verschilt van de eigenlijke positie (zoals wanneer er van mixer mode veranderd wordt), zal de
huidige positie van de PAN-regelaar of fader knipperen.
dB
0
4
12
CONDITION MARKER#
TIME
24
dB
48
INPUT TRACK
0
AUX MASTER
4
12
24
48
Post Level
INPUT TRACK
AUX MASTER
De display toont het volume van elk kanaal nadat het
door de kanaalfader is gepasseerd. De AUX- en MASTER-velden tonen het volumeniveau van het signaal,
respectievelijk nadat het door de AUX-regelaar en
door de master fader is gepasseerd.
CONDITION MARKER#
TIME
dB
0
4
12
24
48
INPUT TRACK
AUX MASTER
Hoofdstuk 13
163
Hoofdstuk 13 Globale instellingen
De omvang van een opgenomen
performance controleren
CONDITION MARKER#
TIME
dB
0
U ziet de Naam en het Nummer van de Song, de
Sample Rate, de Opnamemethode en de omvang van
de huidige song.
4
12
24
48
1. Stop de weergave van de song. Druk op [STOP]
wanneer de song uitgevoerd is.
3. Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [SONG].
De songinformatie verschijnt kort in de display.
CONDITION MARKER#
TIME
dB
0
4
12
24
48
Sample Rate
2. Druk op [YES].
3. Druk enkele malen op PARAMETER [
] totdat ÒSYS FaderMatchÓ in de display verschijnt.
4. Draai aan de TIME/VALUE dial.
Naam v/d Song
INPUT TRACK
AUX MASTER
1. Druk enkele malen op [SYSTEM] totdat ÒSYS
System PRM ?Ó in de display verschijnt.
2. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
Keer terug naar de Play mode.
Nummer v/d Song
INPUT TRACK
AUX MASTER
Opnamemethode
Omvang v/d Song (In het voorbeeld, 72 MB)
* De eigenlijke geheugenruimte die de song inneemt, wordt
getoond met 1 MB = 1,000,000 bytes. De getoonde
waarde is de standaardwaarde bij benadering.
Systeeminstellingen voor
elke Song
Dit zijn de globale instellingen die kunnen worden
opgeslagen in gelijk welke song. Deze instellingen
gaan verloren als het toestel wordt uitgeschakeld zonder dat de song opgeslagen is, of als de Systeeminstellingen teruggezet worden naar hun oorspronkelijke waarden.
Fader Match
Hiermee selecteert u dat de fader het geluid controleert wanneer er een verschil is tussen de huidige
faderpositie en het eigenlijke volumeniveau.
Jump: De eigenlijke waarde verandert vanaf het
moment dat de fader beweegt.
Null:
Er verandert niets tenzij de fader of de panregelaar op de eigenlijke huidige waarde
wordt gezet.
5. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
Keer terug naar de Play mode.
Peak Hold
U kan zorgen dat de hoogste waarden (peaks) aangeduid blijven terwijl de level meter in de grafische display te zien is.
Hoogste waarden (Peaks)
CONDITION MARKER#
TIME
dB
0
4
Het Volume laten veranderen zodra
de Faders bewegen
Wanneer u op [FADER (EDIT)] drukt om te wisselen
tussen ingangs- en spoorkanalen of om Scenes op te
roepen, kan het gebeuren dat de faderposities niet
overeenkomen met de eigenlijke volume-instellingen.
In zulke gevallen wordt de positie van elke fader
voorgesteld door een zwarte stip, en het eigenlijke
ingestelde volumeniveau door een witte cirkel. Voer
de volgende procedure uit indien u het volume wil
laten veranderen zodra de faders bewegen.
164
12
24
48
INPUT TRACK
AUX MASTER
1. Druk enkele malen op [SYSTEM] totdat ÒSYS
PeakHoldSw=Ó in de display verschijnt.
2. Druk op [YES].
3. Druk enkele malen op PARAMETER [
] totdat ÒSYS System PRM ?Ó in de display verschijnt.
Hoofdstuk 13 Globale instellingen
4. Draai aan de TIME/VALUE dial.
Wanneer u de Foot Switch gebruikt
PeakHoldSw (Peak Hold Switch)
Wanneer dit op ÒOnÓ staat, blijven de hoogste waarden van de level meter zichtbaar in de grafische display.
5. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
Keer terug naar de Play mode. Nu wordt de peak display ÔgeresetÕ (terug op nul gezet) telkens als u op
[PLAY (DISPLAY)] drukt.
Als u met een foot switch (zoals de Roland DP-2 of
BOSS FU-5U) werkt, kan u de functie van deze foot
switch kiezen.
1. Druk enkele malen op [SYSTEM] totdat ÒSYS
System PRM ?Ó in de display verschijnt.
2. Druk op [YES].
3. Druk enkele malen op PARAMETER [
] totdat ÒSYS Foot Sw=Ó in de display verschijnt.
4. Draai aan de TIME/VALUE dial.
De resterende schijfruimte controleren
De hoeveelheid vrije schijfruimte beschikbaar voor het
opnemen van de huidige song verschijnt in het
ÒREMAINING TIMEÓ-veld in de display. U kan hiervoor het type display kiezen.
Foot Sw (Foot Switch)
Hiermee bepaalt u de functie van de foot switch.
Play/Stop: Met de foot switch start en stopt u de
weergave van de song.
Record:
CONDITION MARKER#
TIME
dB
0
4
12
24
De foot switch krijgt dezelfde functie als
de [REC]-knop. Gebruik hem om te wisselen tussen opname en weergave bij
manual Punch-In Recording.
TapMarker: De foot switch krijgt dezelfde functie als
de [TAP]-knop. Met een druk op de
pedaal plaatst u mark points.
48
INPUT TRACK
AUX MASTER
Next:
De foot switch krijgt dezelfde functie als
de [NEXT]-knop. Met een druk op de
pedaal gaat u naar de volgende marker.
Previous:
De foot switch krijgt dezelfde functie als
de [PREVIOUS]-knop. Met een druk op
de pedaal gaat u naar de vorige marker.
GPI:
Dit controleert het starten en stoppen van
de weergave van de song volgens het GPI
trigger signal afkomstig van de FOOT
SWITCH jack.
Resterende tijd (in het voorbeeld, 294 minuten 40 seconden)
1. Druk enkele malen op [SYSTEM] totdat ÒSYS
System PRM ?Ó in de display verschijnt.
2. Druk op [YES].
3. Druk enkele malen op PARAMETER [
] totdat ÒSYS RemainDsp=Ó in de display verschijnt.
4. Draai aan de TIME/VALUE dial.
RemainDsp (Remaining Display)
Hiermee kiest u hoe de resterende schijfruimte wordt
getoond.
Time:
GPI (Appendices: Glossarium)
5. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
Keer terug naar de Play mode.
Geeft de resterende opnametijd (minuten/
seconden) aan.
CapaMB: Toont het eigenlijke geheugen (in
megabytes).
Capa %: Geeft de resterende schijfruimte aan als
percentage van de totale schijfruimte.
Event:
Toont het aantal events dat gebruikt werd
in de opname.
165
Hoofdstuk 13
5. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
Keer terug naar de Play mode.
Hoofdstuk 13 Globale instellingen
Globale instellingen voor de
VS-880EX
Dit zijn de instellingen die betrekking hebben op de
algemene werking van de VS-880EX.
De [SHIFT]-knop vergrendelen
(Shift Lock)
U kan ervoor zorgen dat de [SHIFT]-knop tijdelijk
Òblijft hangenÓ. Handelingen zoals van V-track wisselen of songs opslaan kan u dan met ŽŽn hand uitvoeren.
1. Druk enkele malen op [SYSTEM] totdat ÒSYS
System PRM ?Ó in de display verschijnt.
Wanneer u de [SHIFT]-knop ingedrukt
houdt
Als [SHIFT] ingedrukt blijft tijdens de handeling,
dan wordt de Shift Lock-functie genegeerd. Als u
bijvoorbeeld [SHIFT] ingedrukt houdt en op
[AUTOMIX (VARI PITCH)] drukt, zal Shift Lock
niet geactiveerd worden wanneer u [SHIFT]
loslaat. De functie van [SHIFT] zelf blijft wel van
kracht, dus de Vari-Pitch-functie staat nu aan.
Wanneer u [SHIFT] ingedrukt houdt terwijl u aan
de TIME/VALUE dial draait, verandert de
waarde van sommige parameters met stappen die
tienmaal groter (of kleiner) zijn.
Maten en Tellen afbeelden
Shift Lock (Shift Lock Switch)
Als u dit op ÒOnÓ zet, blijft de [SHIFT]-knop tijdelijk
hangen.
Als de metronoom in gebruik is terwijl er ook MIDI
clock-boodschappen verzonden worden, kan u de
maten en de tellen van de song afbeelden in de
grafische display. Wanneer u het toestel synchroon
laat lopen met een extern apparaat of een song
opneemt met een vooraf opgestelde tempo map, dan
kan u de VS-880EX bedienen op dezelfde wijze als een
MIDI sequencer. Stel het metronoomgeluid in zoals
beschreven in ÒDe Metronoom gebruikenÓ (p. 154).
5. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
Keer terug naar de Play mode.
1. Druk enkele malen op [SYSTEM] totdat ÒSYS
System PRM ?Ó in de display verschijnt.
2. Druk op [YES].
3. Druk enkele malen op PARAMETER [
] totdat ÒSYS Shift Lock=Ó in de display verschijnt.
4. Draai aan de TIME/VALUE dial.
6. Nadien gaat de indicator van de [SHIFT]-knop
aan en uit telkens als u op de knop drukt. [SHIFT]
is actief wanneer de indicator brandt. De Shift
Lock-functie vervalt zodra u op een andere knop
drukt of aan de TIME/VALUE dial draait.
Voorbeeld: De Solo-functie aan zetten
1. Druk op [SHIFT] en laat de knop onmiddellijk los.
De SHIFT-indicator licht op. In de display verschijnt eventjes ÒShift Lock.Ó In het ÒCONDITIONÓ-veld verschijnt afwisselend de naam van
de huidige mode en Òsft,Ó ook als teken dat de
Shift Lock-functie aan staat.
2. Druk op [SOLO (EZ ROUTING)].
In de display verschijnt eventjes ÒSOLO Mode
ON,Ó als teken dat de Solo-functie aan staat. De
SHIFT-indicator gaat uit.
166
2. Druk op [YES].
3. Druk enkele malen op PARAMETER [
] totdat ÒSYS MeasureDsp=Ó in de display verschijnt.
4. Draai aan de TIME/VALUE dial.
MeasureDsp
Hiermee kiest u of de maten en tellen al dan niet in de
grafische display verschijnen.
Always: De maten en tellen worden altijd afgebeeld.
Auto:
De maten en tellen worden niet afgebeeld
wanneer de metronoom niet in gebruik is.
5. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
Keer terug naar de Play mode.
Hoofdstuk 13 Globale instellingen
De gevoeligheid van de knoppen
regelen
Bij de VS-880EX maakt het een verschil van functie uit
of u de STATUS-knoppen kort indrukt en loslaat of
dat u ze langer ingedrukt houdt. U kan bepalen hoelang een STATUS-knop moet worden ingedrukt om de
andere functie te activeren.
Kort indrukken: Wijzigt de track status.
Lang indrukken: Bevestigt het kanaal dat aan het
spoor werd toegewezen.
1. Druk enkele malen op [SYSTEM]totdat ÒSYSTEM
PRM ?Ó in de display verschijnt.
2. Druk op [YES].
3. Druk enkele malen op PARAMETER [
] totdat ÒSwitchTime=Ó in de display verschijnt.
4. Draai aan de TIME/VALUE dial.
SwitchTime (Switching Time)
Dit bepaalt de tijd dat een knop ingedrukt moet blijven (0.3Ð2.0 seconden) om de andere functie te activeren.
5. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
Keer terug naar de Play mode.
5. Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [STORE
(ZERO)].
ÒSTORE OK?Ó verschijnt in het display.
6. Druk op [YES].
De song wordt opgeslagen.
7. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
Keer terug naar de Play mode. Het nieuwe SCSI IDnummer wordt van kracht vanaf de volgende keer dat
de VS-880EX wordt aangezet.
Wanneer er geen Hard Disk
geïnstalleerd is
Zelfs wanneer er geen hard disk ge•nstalleerd is in de
VS-880EX, kan u hem nog wel gebruiken met enkel
een Zip drive aangesloten op de SCSI-connector. In
zulke gevallen duurt het ongeveer 30 seconden, nadat
u de VS-880EX hebt aangezet, om de aanwezigheid
van een interne hard disk te controleren. U kan echter
de VS-880EX programmeren om geen interne hard
disk te gebruiken, zodat u niet hoeft te wachten voor
die controle.
1. Druk enkele malen op [SYSTEM] totdat ÒSYS
DISK PRM ?Ó in de display verschijnt.
2. Druk op [YES].
Het SCSI ID-nummer van de VS-880EX
veranderen
3. Druk enkele malen op PARAMETER [
] totdat ÒSYS DSK:IDE Drv=Ó in de display verschijnt.
Wanneer u SCSI-apparaten aansluit op de VS-880EX,
moet u de SCSI ID-nummers van de apparaten
instellen zodat er geen twee apparaten hetzelfde IDnummer hebben. De VS-880EX kreeg in de fabriek het
SCSI ID-nummer Ò7Ó mee. Wanneer u de VS-880EX
aansluit op andere SCSI-toestellen (bv. Zip drives of
CD-R drives), zorg dan dat het SCSI ID-nummer van
die andere toestellen niet Ò7Ó is.
4. Draai aan de TIME/VALUE dial.
Als er geen enkel ander SCSI ID-nummer meer vrij is,
kan u ook het SCSI ID-nummer van de VS-880EX
veranderen.
1. Druk enkele malen op [SYSTEM] totdat ÒSYS
DISK PRM ?Ó in de display verschijnt.
2. Druk op [YES].
3. Druk enkele malen op PARAMETER [
] totdat ÒSYS DSK:SCSI Self=Ó in de display verschijnt.
IDE Drv (IDE Drive)
Zet dit op ÒOffÓ wanneer u de interne hard disk niet
gebruikt. Normaal gezien staat dit op ÒOn.Ó
5. Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [STORE
(ZERO)].
ÒSTORE OK?Ó verschijnt in de display.
6. Druk op [YES].
De song wordt opgeslagen.
7. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
Keer terug naar de Play mode. De gewijzigde
instelling wordt van kracht vanaf de volgende keer
dat de VS-880EX wordt aangezet.
4. Draai aan de TIME/VALUE dial.
167
Hoofdstuk 13
SCSI Self (SCSI Self ID Number)
Hiermee stelt u het SCSI ID-nummer (0Ð7) van de
VS-880EX in.
Hoofdstuk 13 Globale instellingen
Het niveau van de Peak Indicator
instellen
Globale instellingen voor
opname en weergave
U kan het signaalniveau instellen waarbij de peak
indicator moet oplichten, voor de signalen die binnenkomen via de INPUT jacks (1Ð6).
Deze instellingen hebben betrekking op de algemene
werking van de opname- en weergavefuncties.
1. Druk enkele malen op [SYSTEM] totdat ÒSYS
System PRM ?Ó in de display verschijnt.
Permanente monitoring van het
ingangssignaal
2. Druk op [YES].
Wanneer u een song afspeelt in record ready mode
(REC -indicator knippert), op een kanaal waarvan de
Track Status op REC staat, dan kan u de performance
die op het spoor wordt opgenomen, ÔmonitorenÕ
(beluisteren) en tijdens de opname (REC-indicator
brandt) kan u het ingangssignaal monitoren. Met de
[STATUS]-knop wisselt u af tussen het beluisteren van
het opnamespoor en van het ingangssignaal.
3. Druk enkele malen op PARAMETER [
ÒPeak Level=Ó in de display verschijnt.
] todat
4. Draai aan de TIME/VALUE dial.
Peak Level
Hiermee bepaalt u het volumeniveau waarbij de peak
indicator moet oplichten.
CLIP: De indicator licht op wanneer het geluid vervormt.
U kan ook instellen dat altijd het ingangssignaal
gemonitord wordt.
-3dB: De indicator licht op, 3 dB voordat het geluid
vervormt.
1. Druk enkele malen op [SYSTEM] totdat ÒSYS
System PRM ?Ó in de display verschijnt.
-6dB: De indicator licht op, 6 dB voordat het geluid
vervormt.
2. Druk op [YES].
5. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
Keer terug naar de Play mode.
3. Druk enkele malen op PARAMETER [
] totdat ÒSYS Record Mon=Ó in de display verschijnt.
4. Draai aan de TIME/VALUE dial.
Record Mon (Record Monitor)
Hiermee wisselt u tussen monitoring van het opnamespoor en van het ingangssignaal.
AUTO:
Wisselt af tussen het opnamespoor en het
ingangssignaal.
SOURCE: De VS-880EX
ingangssignaal.
monitort
altijd
Tijdens
Stop
Tijdens
Weergave
Tijdens
Opname
AUTO
Input
Spoor/Input
Input
SOURCE
Input
Input
Input
het
5. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
Keer terug naar de Play mode.
Automatisch stoppen
U kan de weergave van een song automatisch laten
stoppen bij een marker.
1. Druk enkele malen op [SYSTEM] totdat ÒSYS
System PRM ?Ó in de display verschijnt.
2. Druk op [YES].
168
Hoofdstuk 13 Globale instellingen
3. Druk enkele malen op PARAMETER [
] totdat ÒSYS Marker Stop=Ó in de display verschijnt.
4. Draai aan de TIME/VALUE dial.
Marker Stop
Wanneer dit op ÒOnÓ staat, stopt de weergave van de
song automatisch wanneer een bepaalde marker
bereikt wordt.
5. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
Keer terug naar de Play mode.
6. Start de weergave van de song met [PLAY].
Wanneer de song de locatie van de marker bereikt,
stopt de weergave.
Storend geruis tussen de segmenten
van de opname
In de naden, de korte pauzes die voorkomen bij het
begin of het einde van een opname of wanneer u een
frase kopieert, kan er soms ruis optreden. Door middel
van fade-inÕs en fade-outÕs kan de VS-880EX dit geruis
onderdrukken. Als de ruis storend wordt, kan u de
lengte van de fade-in en fade-out aanpassen.
* U kan de tijd van de fade-in/fade-out niet op 0 zetten. Dus
in sommige gevallen, bv. wanneer u een langgerekt geluid
zoals strings kopieert en elders gebruikt, kan de naad zelfs
nog duidelijker zijn dan zonder fade-in/out.
1. Druk enkele malen op [SYSTEM] totdat ÒSYS
System PRM ?Ó in de display verschijnt.
2. Druk op [YES].
Opnieuw de originele mixeren systeeminstellingen
kiezen
Nadat u de instellingen voor de input mixer, de track
mixer en het Master Block, en de instellingen in de
System mode veelvuldig gewijzigd hebt, kan u de oorspronkelijke parameters die bestonden toen u een
song begon te cre‘ren, opnieuw oproepen.
* Zelfs wanneer u de instellingen in hun oorspronkelijke
staat herstelt, zal u de data van de song, de scene, de
tempo map en de sync track niet verliezen. Bovendien
zullen de instellingen van IDE drive (p. 167), SCSI self
ID (p. 167), Scene Mode (p. 74), Shift Lock (p. 166) en
Numerics Type (p. 153) niet naar hun standaardwaarde
terugkeren.
1. Druk enkele malen op [SYSTEM] totdat ÒSYS
System PRM ?Ó in de display verschijnt.
2. Druk op [YES].
3. Druk enkele malen op PARAMETER [
] totdat ÒSYS Init Mix/SysPRM ?Ó in de display verschijnt.
4. Druk op [YES].
U wordt gevraagd om te bevestigen of u werkelijk de
oorspronkelijke mixerinstellingen wil herstellen.
5. Druk op [YES]. Als u de handeling wil annuleren,
druk dan op [NO].
Wanneer de mixerinstellingen terugkeren naar hun
oorspronkelijke toestand, komt u weer in de Play
mode terecht.
3. Druk enkele malen op PARAMETER [
] totdat ÒSYS Fade Length=Ó in de display verschijnt.
4. Draai aan de TIME/VALUE dial.
Fade Length
Hiermee bepaalt u de lengte (2, 10, 20, 30, 40, of 50 ms)
van de fade-in of fade-out.
5. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
Keer terug naar de Play mode.
Hoofdstuk 13
169
Hoofdstuk 14 Geavanceerde toepassingen voor de VS-880EX
In dit hoofdstuk vindt u uitleg en tips over hoe u de VS-880EX effectief kan
gebruiken. Druk eerst op [PLAY (DISPLAY)], en begin elke handeling vanuit de
Play mode.
Twee VS-880EX’en met elkaar synchroniseren
De VS-880EX is compatibel met MMC. Hier wordt uitgelegd hoe u de werking
van twee VS-880EX-toestellen kan synchroniseren. De ene VS-880EX fungeert als
de MMC/MTC master en de andere als de MMC/MTC slave. Sluit de toestellen
aan zoals hieronder afgebeeld.
MMC (Appendices: Glossarium)
INPUT 1, 2
MIDI OUT
MASTER L, R
MASTER
MIDI IN
SLAVE
* In dit voorbeeld kan u de Stereo In-functie van de master gebruiken voor de mixbalans tussen de master VS-880EX en de slave VS-880EX (p. 152). Pas eerst op
beide toestellen de balans tussen de individuele sporen aan. Uiteraard kan u ook de
output van zowel de master als de slave VS-880EX naar een aparte mixer sturen. U
kan echter de master en de slave niet met elkaar verbinden door middel van digitale
aansluitingen.
Instellingen voor de Master VS-880EX
1. Druk enkele malen op [SYSTEM] totdat ÒSYS MIDI PRM ?Ó in de display
verschijnt.
2. Druk op [YES].
ÒSYS MID:DeviceID=Ó verschijnt in de display.
3. Draai aan de TIME/VALUE dial.
DeviceID
Hiermee stelt u het Device ID-nummer (1Ð32) in dat gebruikt wordt voor de
uitwisseling van Ôexclusive messagesÕ (mixerparameters) met een extern MIDIapparaat. Exclusive messages kunnen uitgewisseld worden tussen toestellen met
hetzelfde Device ID-nummer. Stel hier het nummer Ò17Ó in.
170
4. Druk op PARAMETER [
].
ÒSYS MID:MIDIThr=Ó verschijnt in de display.
5. Draai aan de TIME/VALUE dial.
MIDIThr (MIDI Thru Switch)
Hiermee kiest u de functie van de MIDI OUT/THRUconnector. Kies hier ÒOut.Ó
Out:
De connector zendt MIDI-boodschappen zoals
metronome Note messages of MTC vanuit de
VS-880EX.
Thru: MIDI-boodschappen ontvangen door de MIDI
IN-connector worden ongewijzigd weer uitgestuurd.
6. Druk enkele malen op PARAMETER [
] totdat ÒSYS MID:SysEx.Tx.=Óin de display verschijnt.
7. Draai aan de TIME/VALUE dial.
SysEx.Tx. (System Exclusive Transmit Switch)
Wanneer dit op ÒOnÓ staat, worden er exclusive messages verzonden. Stel hier ÒOnÓ in.
8. Druk op PARAMETER [
].
ÒSYS MID:MMC=Ó verschijnt in de display.
9. Draai aan de TIME/VALUE dial.
MMC (MMC Mode)
Deze instelling bepaalt hoe de VS-880EX MMC implementeert. Stel hier ÒMASTERÓ in.
MMC wordt niet uitgezonden of ontvangen.
Off:
MASTER: MMC wordt uitgezonden. De VS-880EX
fungeert als master device voor externe
MIDI-apparatuur.
SLAVE:
MMC wordt ontvangen. De VS-880EX
fungeert als slave device voor externe
MIDI-apparatuur.
10. Druk enkele malen op PARAMETER [
] totdat ÒSYS MID:CtrType=Ó in de display verschijnt.
11. Draai aan de TIME/VALUE dial.
CtrType (Mixer Control Type)
Hiermee kiest u het type MIDI-boodschap dat wordt
gebruikt bij het overzenden van mixerinstellingen
naar een extern MIDI-toestel, of wanneer de mixer
aangestuurd wordt met MIDI-boodschappen van een
extern MIDI-toestel. Kies hier ÒOff.Ó
Off:
Er worden geen MIDI-boodschappen i.v.m. de
werking van de mixer verstuurd of ontvangen.
C.C.: De mixer wordt aangestuurd met Control
Change messages.
Excl: De mixer wordt aangestuurd met Exclusive
messages.
* Wanneer “C.C.” of “Excl” geselecteerd is, dan volgt de
slave VS-880EX mixer de instellingen van de master VS880EX. Meer details over Exclusive messages vindt u in
“MIDI Implementation” (Engelstalige Appendices p. 74).
12. Druk enkele malen op [SYSTEM] totdat ÒSYS
Sync/Tempo ?Ó in de display verschijnt.
13. Druk op [YES].
ÒSYS Syn:Source=Ó verschijnt in de display.
14. Zorg dat de Sync Source op ÒINTÓ staat.
Sync Source
Hiermee bepaalt u hoe de VS-880EX wordt gesynchroniseerd met andere apparaten. Kies hier ÒINT.Ó
INT: De VS-880EX werkt volgens zijn eigen interne
klok. Kies dit wanneer u niet synchroniseert met
andere toestellen of wanneer u wil dat de VS880EX andere MIDI-toestellen aanstuurt door
middel van synchronisatiesignalen.
EXT: De VS-880EX wordt aangestuurd door middel
van synchronisatiesignalen (MTC) vanuit het
externe MIDI-toestel. In dit geval werkt de VS880EX niet tenzij hij MTC-signalen ontvangt.
Kies deze instelling wanneer u wil dat de MTC
van een extern MIDI-toestel de VS-880EX
aanstuurt.
15. Druk op PARAMETER [
].
ÒSYS Syn:Gen.=Ó verschijnt in de display.
16. Draai aan de TIME/VALUE dial.
Gen. (Generator)
Hiermee kiest u het type synchronisatiesignaal dat
wordt uitgezonden vanuit de MIDI OUT-connector.
Kies hier ÒMTC.Ó
Off:
Er worden geen synchronisatiesignalen uitgezonden.
MTC:
MIDI Time Code wordt uitgezonden.
MIDIClk: Het MIDI Clock-signaal volgens de Tempo
Map wordt uitgezonden.
SyncTr: De MIDI Clock data opgenomen op de sync
track worden uitgezonden.
17. Druk enkele malen op PARAMETER[
] totdat
ÒSYS Syn:MTC Type=Ó in de display verschijnt.
18. Draai aan de TIME/VALUE dial.
MTC Type (MTC Type)
Hiermee kiest u het type MTC (30, 29N, 29D, 25 of 24).
Stel dit in zodat het overeenkomt met het type MTC
van de slave VS-880EX. Kies hier Ò30.Ó
19. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
Keer terug naar de Play mode.
171
Hoofdstuk 14
Hoofdstuk 14 Geavanceerde toepassingen voor de VS-880EX
Hoofdstuk 14 Geavanceerde toepassingen voor de VS-880EX
Er worden geen MIDI-boodschappen i.v.m. de
werking van de mixer verstuurd of ontvangen.
Instellingen voor de Slave VS-880EX
Off:
1. Druk enkele malen op [SYSTEM] totdat ÒSYS
MIDI PRM ?Ó in de display verschijnt.
C.C.: De mixer wordt aangestuurd met Control
Change messages.
2. Druk op [YES].
ÒSYS MID:DeviceID=Ó verschijnt in de display.
Excl: De mixer wordt aangestuurd met Exclusive
messages.
3. Draai aan de TIME/VALUE dial.
DeviceID
Hiermee stelt u het Device ID-nummer (1Ð32) in dat
gebruikt wordt voor de uitwisseling van Ôexclusive
messagesÕ (mixer parameters) met een extern MIDIapparaat. Exclusive messages kunnen uitgewisseld
worden tussen toestellen met hetzelfde Device IDnummer. Stel hier het nummer Ò17Ó in.
4. Druk enkele malen op PARAMETER[
] totdat
ÒSYS MID:SysEx.Rx.=Ó in de display verschijnt.
5. Draai aan de TIME/VALUE dial.
SysEx.Rx. (System Exclusive Receive Switch)
Wanneer dit op ÒOnÓ staat, worden er Exclusive messages ontvangen. Kies hier ÒOn.Ó Om de Exclusive
messages te kunnen ontvangen moet de VS-880EX in
de Play mode staan.
6. Druk op PARAMETER [
].
ÒSYS MID:MMC=Ó verschijnt in de display.
7. Draai aan de TIME/VALUE dial.
MMC (MMC Mode)
Deze instelling bepaalt hoe de VS-880EX MMC implementeert. Kies hier ÒSLAVE.Ó
Off:
MMC wordt niet uitgezonden of ontvangen.
MASTER: MMC wordt uitgezonden. De VS-880EX
fungeert als master device voor externe
MIDI-apparatuur.
SLAVE:
MMC wordt ontvangen. De VS-880EX
fungeert als slave device voor externe
MIDI-apparatuur.
8. Druk enkele malen op PARAMETER [
] totdat ÒSYS MID:CtrType=Ó in de display verschijnt.
9. Draai aan de TIME/VALUE dial.
CtrType (Mixer Control Type)
Hiermee kiest u het type MIDI-boodschap dat wordt
gebruikt bij het overzenden van mixerinstellingen
naar een extern MIDI-toestel, of wanneer de mixer
aangestuurd wordt met MIDI-boodschappen van een
extern MIDI-toestel. Kies hier ÒOff.Ó
172
* Wanneer “C.C.” of “Excl” geselecteerd is, dan volgt de
slave VS-880EX mixer de instellingen van de master VS880EX. Meer details over Exclusive messages vindt u in
“MIDI Implementation” (Engelstalige Appendices p. 74).
10. Druk enkele malen op [SYSTEM] totdat ÒSYS
Sync/Tempo ?Ó in de display verschijnt.
11. Druk op [YES].
12. Druk enkele malen op PARAMETER [
] totdat ÒSYS Syn:ErrLevel=Ó in de display verschijnt.
13. Draai aan de TIME/VALUE dial.
ErrLevel (Error Level)
Hiermee stelt u het interval (0Ð10) in voor de controle
van de MTC -ontvangststatus wanneer u de VS-880EX
synchroniseert met MTC van een extern MIDI-toestel.
Als de MTC niet continu wordt uitgezonden, controleert de VS-880EX het MTC -signaal en heft de synchronisatie op indien er een fout is. Door een langer
interval in te stellen, kan de synchronisatie verdergaan, zelfs wanneer er fouten optreden. Normaal
gezien kiest u hier Ò5.Ó
14. Druk op PARAMETER [
].
ÒSYS Syn:MTC Type=Ó verschijnt in de display.
15. Draai aan de TIME/VALUE dial.
MTC Type (MTC Type)
Hiermee kiest u het type MTC (30, 29N, 29D, 25 of 24).
Stel dit in zodat het overeenkomt met het type MTC
van de slave VS-880EX. Kies hier Ò30.Ó
16. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
Keer terug naar de Play mode.
17. Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [SYSTEM].
In het ÒSYNC MODEÓ-veld van de display ziet u
ÒEXT,Ó als teken dat het apparaat wacht op MTC -signalen.
In deze toestand werkt de slave VS-880EX synchroon met de master VS-880EX, wanneer u deze
laatste bedient.
Synchroniseren met Cakewalk Pro Audio (MMC)
De VS-880EX ondersteunt MMC. Dit betekent dat, wanneer er twee VS-880EXÕen
gesynchroniseerd zijn of wanneer een VS-880EX samen met een MIDI sequencer
met MMC-ondersteuning wordt gebruikt, handelingen zoals weergave van een
song, stop en fast-forward vanaf het master-apparaatkunnen worden uitgevoerd.
MMC (Appendices: Glossarium)
* Sommige MIDI-apparaten zijn niet compatibel met de MMC die de VS-880EX
gebruikt. Als u zulk een apparaat gebruikt, zal u de VS-880EX niet kunnen bedienen
op de wijze die beschreven staat in deze handleiding. In “MIDI Implementation”
(Engelstalige Appendices p. 74) vindt u meer details over de MMC-functies van de
VS-880EX.
Hieronder zien we een voorbeeld van hoe we de VS-880EX kunnen synchroniseren met de Cakewalk Pro Audio softwaretoepassing. Cakewalk Pro Audio is
een computergebaseerd sequencerprogramma compatibel met MMC en MTC
(voor Windows 95). Sluit de toestellen aan zoals in de onderstaande afbeelding.
Raadpleeg ook de handleiding van Cakewalk.
MIDI-kabel
Computer
MIDI-kabel
Cakewalk
Seriële Poort
(IOIO)
MIDI IN
MIDI IN
Seriële MIDI
Driver
MIDI OUT
MIDI OUT
MIDI
Driver
MIDI Interface
VOLUME
Computerkabel
MIDI IN B
PHONES
COMPUTER
MIDI-klankgenerator
In dit voorbeeld is Cakewalk het master-apparaat wanneer MMC wordt gebruikt,
en is de VS-880EX het master device wanneer MTC wordt gebruikt. Met Cakewalk
kan u op de VS-880EX bepaalde handelingen aansturen zoals weergeven, stoppen,
track status veranderen, enz.
* Gebruik een MIDI interface wanneer u de VS-880EX aansluit op een computer. U kan ook een MIDI interface gebruiken om een computer aan te sluiten op een
klankgenerator.
173
Hoofdstuk 14
Hoofdstuk 14 Geavanceerde toepassingen voor de VS-880EX
Hoofdstuk 14 Geavanceerde toepassingen voor de VS-880EX
Instellingen voor de VS-880EX
1. Druk enkele malen op [SYSTEM] totdat ÒSYS
MIDI PRM ?Ó in de display verschijnt.
2. Druk op [YES].
3. Druk enkele malen op PARAMETER [
] totdat ÒSYS MID:MIDIThr=Ó in de display verschijnt.
CtrType (Mixer Control Type)
Hiermee kiest u het type MIDI-boodschap dat wordt
gebruikt bij het overzenden van mixerinstellingen
naar een extern MIDI-toestel, of wanneer de mixer
aangestuurd wordt met MIDI-boodschappen van een
extern MIDI-toestel. Kies hier ÒC.C.Ó.
Off:
Er worden geen MIDI-boodschappen i.v.m. de
werking van de mixer verstuurd of ontvangen.
4. Draai aan de TIME/VALUE dial.
C.C.: De mixer wordt aangestuurd met Control
Change messages.
MIDIThr (MIDI Thru Switch)
Hiermee kiest u de functie van de MIDI OUT/THRUconnector. Kies hier ÒOut.Ó
Excl: De mixer wordt aangestuurd met Exclusive
messages.
De connector zendt MIDI-boodschappen zoals
metronome Note messages of MTC vanuit de
VS-880EX.
11. Druk enkele malen op [SYSTEM] totdat ÒSYS
Sync/Tempo ?Ó in de display verschijnt.
Out:
Thru: MIDI-boodschappen ontvangen door de MIDI
IN-connector worden ongewijzigd weer uitgestuurd.
5. Druk enkele malen op PARAMETER [
] totdat ÒSYS MID:SysEx.Tx.=Óin de display verschijnt.
6. Draai aan de TIME/VALUE dial.
SysEx.Tx. (System Exclusive Transmit Switch)
Wanneer dit op ÒOnÓ staat, worden er exclusive messages verzonden. Stel hier ÒOnÓ in. Om de Exclusive
messages te ontvangen moet de VS-880EX in de Play
mode staan.
7. Druk op PARAMETER [
].
ÒSYS MID:MMC=Ó verschijnt in de display.
8. Draai aan de TIME/VALUE dial.
MMC (MMC Mode)
Deze instelling bepaalt hoe de VS-880EX MMC implementeert. Stel hier ÒSLAVEÓ in.
Off:
MMC wordt niet uitgezonden of ontvangen.
MASTER: MMC wordt uitgezonden. De VS-880EX
fungeert als master device voor externe
MIDI-apparatuur.
SLAVE:
MMC wordt ontvangen. De VS-880EX
fungeert als slave device voor externe
MIDI-apparatuur.
12. Druk op [YES].
ÒSYS Syn:Source=Ó verschijnt in de display.
13. Zorg dat de Sync Source op ÒINTÓ staat.
Sync Source
Hiermee bepaalt u hoe de VS-880EX wordt gesynchroniseerd met andere apparaten. Kies hier ÒINT.Ó
INT: De VS-880EX werkt volgens zijn eigen interne
klok. Kies dit wanneer u niet synchroniseert met
andere toestellen of wanneer u wil dat de VS880EX andere MIDI-toestellen aanstuurt door
middel van synchronisatiesignalen.
EXT: De VS-880EX wordt aangestuurd door middel
van synchronisatiesignalen (MTC) vanuit het
externe MIDI-toestel. In dit geval werkt de VS880EX niet tenzij hij MTC-signalen ontvangt.
Kies deze instelling wanneer u wil dat de MTC
van een extern MIDI-toestel de VS-880EX
aanstuurt.
14. Druk op PARAMETER [
].
ÒSYS Syn:Gen.=Ó verschijnt in de display.
15. Draai aan de TIME/VALUE dial.
Gen. (Generator)
Hiermee kiest u het type synchronisatiesignaal dat
wordt uitgezonden vanuit de MIDI OUT-connector.
Kies hier ÒMTC.Ó
Off:
9. Druk enkele malen op PARAMETER [
] totdat ÒSYS MID:CtrType=Ó in de display verschijnt.
Er worden geen synchronisatiesignalen uitgezonden.
MTC:
MIDI Time Code wordt uitgezonden.
10. Draai aan de TIME/VALUE dial.
MIDIClk: Het MIDI Clock-signaal volgens de Tempo
Map wordt uitgezonden.
SyncTr: De MIDI Clock data opgenomen op de sync
track worden uitgezonden.
174
16. Druk enkele malen op PARAMETER[
] totdat
ÒSYS Syn:MTC Type=Ó in de display verschijnt.
17. Draai aan de TIME/VALUE dial.
MTC Type (MTC Type)
Hiermee kiest u het type MTC (30, 29N, 29D, 25 of 24).
Stel dit in zodat het overeenkomt met het type MTC
van de slave VS-880EX. Kies hier Ò30.Ó
18. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
Keer terug naar de Play mode.
Instellingen voor Cakewalk Pro Audio
Maak de instellingen voor Cakewalk Pro Audio zoals
hieronder beschreven. Voor meer detalis over
Cakewalk, zie de Cakewalk-handleiding.
Setting | Clock:
MTC (ontvangt MTC)
Setting | MIDI Out:
Controleer ÒTransmit MMCÓ (zendt MMC)
Setting | Time Format:
MTC vanuit de VS-880EX (stel hier Ò30Ó in)
* ”30 Frame Drop” in Cakewalk komt overeen met “29D”
op de VS-880EX.
In deze toestand, wanneer de weergave gestart
wordt met Cakewalk, wordt er een MMC-signaal
naar de VS-880EX gezonden, en wanneer de VS880EX dit MMC-signaal ontvangt, start hij ook de
weergave. Tijdens de weergave stuurt de VS880EX een MTC-signaal naar Cakewalk, en synchroniseert aldus de werking.
175
Hoofdstuk 14
Hoofdstuk 14 Geavanceerde toepassingen voor de VS-880EX
Hoofdstuk 14 Geavanceerde instellingen voor de VS-880EX
U kan geen digitale aansluitingen gebruiken.
Wanneer Sync Source op ÒEXTÓ staat, werkt de VS-880EX volgens het kloksignaal (MTC) van het aangesloten MIDI-apparaat. Als u dan ook nog de master
Clock instelt op ÒDIGIN1Ó of ÒDIGIN2Ó, dan tracht de VS-880EX ook te werken
volgens de klok (digitaal signaal) van het externe digitale apparaat. Hierdoor
ontstaat er een conflict met de interne klok. Dus in dit voorbeeld kan de slave
VS-880EX (B) de digitale signalen van de master VS-880EX (A) niet opnemen.
DIGITAL OUT
MIDI OUT
MASTER (A)
DIGITAL IN
MIDI IN
SLAVE (B)
Wanneer de master Clock op ÒDIGIN1Ó of ÒDIGIN2Ó ingesteld staat, werkt de
VS-880EX volgens het kloksignaal (digitaal signaal) van het aangesloten MIDIapparaat. Zo kan u MTC tot master Clock maken. In dit geval echter, zal de
slave VS-880EX (B) trachten te werken volgens het MTC-signaal van de master
VS-880EX (A), terwijl de master VS-880EX (A) tracht te werken volgens de digitale signalen van de slave VS-880EX (B). Aangezien dit als resultaat geeft dat er
geen referentieklok is, kan de VS-880EX in zulk geval niet correct werken.
DIGITAL IN
MASTER (A)
176
MIDI OUT
DIGITAL OUT
SLAVE (B)
MIDI IN
Digitale aansluitingen maken met Cakewalk
Wanneer u in uw computer een geluidskaart (bv. Audiomedia III of CardD) hebt
die voorzien is van digitale input- en output-connectors, dan kan u Cakewalk
digitaal verbinden met uw VS-880EX. Dit is handig wanneer u de audio tracks
van de VS-880EX wil opnemen in Cakewalk via een digitale verbinding, om vervolgens in Cakewalk het materiaal te bewerken, en het dan via de digitale
verbinding terug naar de VS-880EX te zenden voor de eindmix. Raadpleeg ook
de handleidingen van Cakewalk en van uw geluidskaart.
Geluidskaarten
Zelfs wanneer u de digitale aansluitingen gebruikt zoals beschreven in het
voorbeeld, kan er nog steeds ruis die binnen in de computer in de buurt van
de geluidskaart ontstaat, binnendringen in het geluid. De sterkte van de ruis
is afhankelijk van de buitenpanelen en het binnenwerk van de computer, de
toestand van de kabelverbindingen, enz. In het algemeen zijn high-performance geluidskaarten beter bestand tegen dit soort ruis.
Bij geluidskaarten met zowel een analoge als een digitale input en output
kan het dat u een bepaalde instelling moet maken om de digitale input en
output te gebruiken. Lees eerst aandachtig de handleiding van uw geluidskaart en maak dan de nodige instellingen voor het gebruik van de digitale
input- en output-connectors.
De opnamemethode
Ook al gebruikt u de digitale aansluitingen zoals beschreven in het voorbeeld, aangezien er audio tracks worden opgenomen van de VS-880EX naar
Cakewalk, om vervolgens bewerkt en dan teruggestuurd te worden naar de
VS-880EX, kan u dit vergelijken met track bouncing. We raden dus aan dat u
een opnamemethode gebruikt die een betere geluidskwaliteit geeft, zoals
ÒMASÓ of ÒMT1.Ó
177
Hoofdstuk 14
Hoofdstuk 14 Geavanceerde toepassingen voor de VS-880EX
Hoofdstuk 14 Geavanceerde toepassingen voor de VS-880EX
Opnemen in Cakewalk
1. Maak de aansluitingen zoals hieronder afgebeeld.
Computer
Cakewalk
MIDI Interface
Geluidskaart
MIDI
Driver
MIDI IN
DIGITAL
IN
MIDI OUT
coaxiaal of optisch
DIGITAL
OUT
MIDI OUT
MIDI IN
VS-880EX
2. Volg de procedure in ÒInstellingen voor de VS-880EXÓ (p. 174) en
ÒInstellingen voor Cakewalk Pro AudioÓ (p. 175), en stel het systeem in
zodat de VS-880EX en Cakewalk gesynchroniseerd zijn.
3. Maak de onderstaande instelling voor Cakewalk. Voor meer details verwijzen we naar de handleiding van Cakewalk.
Settings | Audio Options... | Advanced | SMPTE/MTC Sync: ÒHigh-QualityÓ
* Indien uw computer niet krachtig genoeg is, is het mogelijk dat u, zelfs met de
gemaakte instelling, geen stabiele digitale audio output krijgt. In dat geval krijgt u
een slechte geluidskwaliteit wanneer u met digitale verbindingen werkt. Bovendien
is de bovengenoemde instelling niet beschikbaar in Cakewalk Pro Audio 5.0 en
Cakewalk Professional 5.0. Wij raden aan om de versie 6.0 te gebruiken.
In de huidige status/toestand, wanneer de opname gestart wordt met
Cakewalk, wordt er een MMC-signaal naar de VS-880EX gestuurd, en wanneer de VS-880EX dit MMC-signaal ontvangt, start hij op zijn beurt de weergave. Tijdens de weergave, stuurt de VS-880EX een MTC-signaal naar
Cakewalk en synchroniseert zo de werking.
178
Opnemen op de VS-880EX
1. Maak de aansluitingen zoals hieronder afgebeeld.
Computer
Cakewalk
MIDI Interface
Geluidskaart
MIDI
Driver
MIDI IN
DIGITAL
OUT
MIDI OUT
coaxiaal of optisch
DIGITAL
IN
MIDI OUT
MIDI IN
VS-880EX
2. Volg de procedure in ÒInstellingen voor de VS-880EXÓ (p. 174) en
ÒInstellingen voor Cakewalk Pro AudioÓ (p. 175), en stel het systeem in
zodat de VS-880EX en Cakewalk gesynchroniseerd zijn.
3. Maak de onderstaande instelling voor Cakewalk. Voor meer details verwijzen we naar de handleiding van Cakewalk.
Settings | Audio Options... | Advanced | SMPTE/MTC Sync: ÒHigh-QualityÓ
* Indien uw computer niet krachtig genoeg is, is het mogelijk dat u, zelfs met de
gemaakte instelling, geen stabiele digitale audio output krijgt. In dat geval krijgt u
een slechte geluidskwaliteit wanneer u met digitale verbindingen werkt. Bovendien
is de bovengenoemde instelling niet beschikbaar in Cakewalk Pro Audio 5.0 en
Cakewalk Professional 5.0. Wij raden aan om de versie 6.0 te gebruiken.
4. Druk enkele malen op [SYSTEM] totdat ÒSYS System PRM?Ó in de display
verschijnt.
5. Druk op [YES].
6. Druk enkele malen op PARAMETER [
display verschijnt.
] totdat ÒSYS MasterClk=Ó in de
7. Draai aan de TIME/VALUE dial.
179
Hoofdstuk 14
Hoofdstuk 14 Geavanceerde toepassingen voor de VS-880EX
Hoofdstuk 14 Geavanceerde toepassingen voor de VS-880EX
Master Clock
Hiermee selecteert u de referentieklok voor de werking van de VS-880EX. Kies
hier ÒDIGIN1Ó of ÒDIGIN2.Ó
DIGIN1: Gebaseerd op het digitale signaal dat ontvangen wordt via de
DIGITAL IN-connector (coaxiaal).
INT:
Gebaseerd op de interne klok van de VS-880EX.
DIGIN2: Gebaseerd op het digitale signaal dat ontvangen wordt via de
DIGITAL IN-connector (optisch).
8. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
Keer terug naar de Play mode.
9. Maak de instellingen voor de VS-880EX aan de hand van de procedure die
beschreven staat in ÒDigitale signalen opnemenÓ (p. 55).
In deze toestand, wanneer de weergave gestart wordt met Cakewalk, wordt
er een MMC-signaal naar de VS-880EX gestuurd, en wanneer de VS-880EX
dit MMC-signaal ontvangt, start hij op zijn beurt de opname. Tijdens de
weergave stuurt de VS-880EX een MTC-signaal naar Cakewalk, en synchroniseert aldus de werking.
De Mixer aansturen vanuit een extern MIDI-apparaat
(Compu Mix)
De VS-880EX kan de mixerinstellingen en de faderbewegingen verzenden en
ontvangen in de vorm van MIDI-boodschappen. U kan een externe MIDI controller gebruiken om de faders van de VS-880EX aan te sturen. Wanneer u tijdens de weergave de mixerinstellingen en faderbewegingen als MIDI song data
opneemt met een MIDI sequencer, kan u nadien, wanneer u de song opnieuw
afspeelt, de mixer automatisch laten aansturen door de MIDI sequencer. Dit noemen we Compu Mix. Compu Mix maakt gebruik van Control Change messages
en Exclusive messages.
Dit beschrijft in grote lijnen hoe de zaken er aan toe gaan wanneer u handelingen uitvoert door middel van Control Change messages. Meer informatie vindt
u op de volgende bladzijden.
Wanneer u Exclusive Messages gebruikt
Wanneer u in Compu Mix werkt, gebruikt u best gewone Control Change
messages. Echter, als het gebruik van Control Change messages andere
MIDI-toestellen in uw systeem be•nvloedt, mag u in plaats daarvan System
Exclusive messages gebruiken.
Meer details over Control Change messages en Exclusive messages vindt u
in ÒMIDI ImplementationÓ (Engelstalige Appendices p. 74).
180
Hoe stemmen MIDI-kanalen overeen
met Controller Numbers?
MIDI-kanalen stemmen overeen met de mixerkanalen
zoals in de ondestaande tabel. Voor een kanalenpaar
dat gelinkt is met de Stereo Link-functie kan u Control
Change messages uitwisselen via het MIDI-kanaal van
het oneven mixerkanaal. Control Change messages die
u via het MIDI-kanaal van het even kanaal verstuurt,
worden genegeerd.
MIDIkanaal
Input
Mixer
Track
Mixer
Effect Return Master
Mixer
Block
De Controller numbers stemmen als volgt overeen met
de input mixer parameters.
Controller Number
Mixer Parameter
8
MIX Send Level
70
MIX Send Pan/Bal
71
EQ L Freq.
72
EQ L Gain
73
EQ M Freq.
74
EQ M Gain
75
EQ M Q
EQ H Freq.
1
1
1
-
-
76
2
2
2
-
-
77
EQ H Gain
3
3
3
-
-
78
FX1 SND Level
4
4
4
-
-
79
FX1 SND Pan/Bal
5
5
5
-
-
80
FX2 SND Level
6
6
6
-
-
81
FX2 SND Pan/Bal
7
7 (DIGITAL L)
7
-
-
82
AUX Send Level
8
8 (DIGITAL R)
8
-
-
83
AUX Send Pan/Bal
11
-
-
ST IN
-
88
MIX Offset Level
12
-
-
FX1
-
89
MIX Offset Bal
13
-
-
FX2
-
16
-
-
-
MST
De Controller numbers stemmen als volgt overeen met
de track mixer parameters.
Controller Number
Mixer Parameter
3
TRACK STATUS
7
MIX Send Level
10
MIX Send Pan
12
EQ L Freq.
13
EQ L Gain
14
EQ M Freq.
15
EQ M Gain
16
EQ M Q
17
EQ H Freq.
18
EQ H Gain
19
FX1 SND Level
20
FX1 SND Pan/Bal
21
FX2 SND Level
22
FX2 SND Pan/Bal
23
AUX Send Level
24
AUX Send Pan/Bal
29
MIX Offset Level
30
MIX Offset Bal
De Controller numbers stemmen als volgt overeen met
de effect return mixer parameters.
Controller Number
Mixer Parameter
68
MIX Send Level
70
MIX Send Balance
De Controller numbers stemmen als volgt overeen met
de Master section parameters.
Controller Number
Mixer Parameter
68
Master Level
70
Master Balance
78
FX1 SND Level
79
FX1 SND Balance
80
FX2 SND Level
81
FX2 SND Balance
82
AUX Level
83
AUX Balance
181
Hoofdstuk 14
Hoofdstuk 14 Geavanceerde toepassingen voor de VS-880EX
Hoofdstuk 14 Geavanceerde toepassingen voor de VS-880EX
Voorbereidingen voor Compu Mix
1. Sluit de toestellen aan zoals hieronder afgebeeld.
CtrLocal (Control Local Switch)
Wanneer dit op ÒOffÓ staat, blijven de eigenlijke
volumeniveaus ongewijzigd, zelfs wanneer de faders
op het bovenpaneel verschoven worden (faderbewegingen hebben geen invloed). Normaal gezien staat dit
op ÒOn.Ó Zet ook nu de Control Local switch op ÒOn.Ó
8. Druk op PARAMETER [
].
ÒSYS MID:CtrType=Ó verschijnt in de display.
9. Draai aan de TIME/VALUE dial.
CtrType (Mixer Control Type)
Hiermee kiest u het type MIDI-boodschap dat wordt
gebruikt bij het overzenden van mixerinstellingen
naar een extern MIDI-toestel, of wanneer de mixer
aangestuurd wordt met MIDI-boodschappen van een
extern MIDI-toestel. Kies hier ÒC.C.Ó.
Off:
MIDI OUT
MIDI OUT
Er worden geen MIDI-boodschappen i.v.m. de
werking van de mixer verstuurd of ontvangen.
C.C.: De mixer wordt aangestuurd met Control
Change messages.
Excl: De mixer wordt aangestuurd met Exclusive
messages.
MIDI Sequencer
2. Druk enkele malen op [SYSTEM] totdat ÒSYS
MIDI PRM ?Ó in de display verschijnt.
3. Druk op [YES].
4. Druk enkele malen op PARAMETER[
] totdat
ÒSYS MID:MIDIThr=Ó in de display verschijnt.
5. Draai aan de TIME/VALUE dial.
MIDIThr (MIDI Thru Switch)
Hiermee kiest u de functie van de MIDI OUT/THRUconnector. Kies hier ÒOut.Ó
Out:
De connector zendt MIDI-boodschappen zoals
metronome Note messages of MTC vanuit de
VS-880EX.
Thru: MIDI-boodschappen ontvangen door de MIDI
IN-connector worden ongewijzigd weer uitgestuurd.
6. Druk enkele malen op PARAMETER [
] totdat ÒSYS MID:CtrLocal=Ó in de display verschijnt.
7. Draai aan de TIME/VALUE dial.
182
10. Volg de procedure in ÒSynchroniseren met MIDI
SequencersÓ (p. 116), maak de nodige instellingen
op zowel de VS-880EX als de MIDI sequencer om
beide toestellen te synchroniseren. Vergeet niet
de MIDI sequencer in te stellen zodat MIDI-boodschappen die onvangen worden via de MIDI INconnector, niet uitgestuurd worden via de MIDI
OUT-connector.
Opnemen met Compu Mix
1. Maak de mixerinstellingen (faders, pan, enz.) voor
de VS-880EX en zet de song klaar voor weergave.
2. Zet de MIDI sequencer in Record mode en start
de weergave met de VS-880EX.
3. Wanneer de weergave begint, houdt u onmiddellijk [SHIFT] ingedrukt en drukt u op [SCENE].
De begininstellingen van de mixer worden uitgezonden vanuit de MIDI OUT-connector.
4. Maak, terwijl u naar de song luistert, de nodige
aanpassingen aan de faders en de andere
regeleenheden.
5. Stop de MIDI sequencer en de VS-880EX wanneer
de weergave van de song afgelopen is.
Tot zover de opname met Compu Mix. Bewaar de
MIDI song data op een floppy disk of op een ander
opslagmedium. Wanneer u terugkeert naar het begin
van de MIDI song data en de song opnieuw afspeelt
op de VS-880EX, wordt de mixer aangestuurd door de
Compu Mix.
De Faders uitschakelen
Wanneer u songs afspeelt met Compu Mix, wil u misschien dat de eigenlijke volumeniveaus ongewijzigd
blijven, zelfs wanneer de faders op het bovenpaneel
gewijzigd worden. Ga in zulke gevallen als volgt te
werk.
1. Druk enkele malen op [SYSTEM] totdat ÒSYS
MIDI PRM ?Ó in de display verschijnt.
2. Druk op [YES].
3. Druk enkele malen op [PARAMETER [
] totdat ÒMID:CtrLocal=Ó in de display verschijnt.
4. Draai aan de TIME/VALUE dial.
CtrLocal (Control Local Switch)
Wanneer dit op ÒOffÓ staat, blijven de eigenlijke
volumeniveaus ongewijzigd, zelfs wanneer de faders
op het bovenpaneel verschoven worden (faderbewegingen hebben geen invloed). Normaal gezien staat dit
op ÒOn.Ó Zet nu de Control Local switch op ÒOff.Ó
4. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
Keer terug naar de Play mode.
183
Hoofdstuk 14
Hoofdstuk 14 Geavanceerde toepassingen voor de VS-880EX
Hoofdstuk 14 Geavanceerde toepassingen voor de VS-880EX
Synchroniseren met video-apparatuur
Wanneer u gebruik maakt van een Roland SI-80S, kan u de weergavefuncties
van de VS-880EX aansturen met video-apparatuur die uitgerust is met een consumer video interface die conform is met de RCTC -tijdcode. Sluit de toestellen
aan zoals hieronder afgebeeld en raadpleeg de handleiding van de SI-80S en de
handleiding van uw video-apparaat.
L-CONNECTORS
IN
LANC
MIDI SYNC
OUT(MTC)
MIDI IN
SI-80S
Video Cassette Recorder
VS-880EX
1. Druk enkele malen op [SYSTEM] totdat ÒSYS MIDI PRM ?Ó in de display
verschijnt.
2. Druk op [YES].
3. Druk enkele malen op PARAMETER [
in de display verschijnt.
] totdat ÒSYS MID:SysEx.Rx.=Ó
4. Draai aan de TIME/VALUE dial.
SysEx.Rx. (System Exclusive Receive Switch)
Wanneer dit op ÒOnÓ staat, kunnen er Exclusive messages ontvangen worden.
Stel dit in op ÒOn.Ó Om de Exclusive messages te ontvangen, moet de VS-880EX
in Play mode staan.
5. Druk op PARAMETER [
].
ÒSYS MID:MMC=Ó verschijnt in de display.
6. Draai aan de TIME/VALUE dial.
MMC (MMC Mode)
Deze instelling bepaalt hoe de VS-880EX MMC implementeert. Kies hier
ÒSLAVE.Ó
Off:
Er wordt geen MMC uitgezonden of ontvangen.
MASTER: MMC wordt uitgezonden. De VS-880EX fungeert als master device
voor externe MIDI-apparatuur.
SLAVE:
MMC wordt ontvangen. De VS-880EX fungeert als slave device voor
externe MIDI-apparatuur.
7. Druk enkele malen op [SYSTEM] totdat ÒSYS Sync/Tempo ?Ó in de display
verschijnt.
184
8. Druk op [YES].
9. Druk enkele malen op PARAMETER [
] totdat ÒSYS Syn:ErrLevel=Ó in de display verschijnt.
10. Draai aan de TIME/VALUE dial.
ErrLevel (Error Level)
Hiermee stelt u het interval (0Ð10) in voor de controle
van de MTC -ontvangststatus wanneer u de VS-880EX
synchroniseert met MTC van een extern MIDI-toestel.
Als de MTC niet continu wordt uitgezonden, controleert de VS-880EX het MTC-signaal en heft de synchronisatie op indien er een fout is. Door een langer
interval in te stellen, kan de synchronisatie verdergaan, zelfs wanneer er fouten optreden. Normaal
gezien kiest u hier Ò5.Ó
Gebruik van externe effectapparatuur
Wanneer u externe effectapparatuur gebruikt, fungeren de AUX SEND jacks (A, B) als effects send jacks.
Hier zien we hoe u effecten kan toevoegen aan een
performance opgenomen in stereo op Spoor 1. Dit is
handig wanneer u bijvoorbeeld reverb wil toevoegen
door middel van een extern effectapparaat. Gebruik de
INPUT 1 en 2 jacks als effect return jacks.
1. Sluit uw effectapparaat aan zoals hieronder afgebeeld.
11. Druk op PARAMETER [
].
ÒSYS Syn:MTC Type=Ó verschijnt in de display.
12. Draai aan de TIME/VALUE dial.
MTC Type (MTC Type)
Hiermee kiest u het type MTC (30, 29N, 29D, 25 of 24).
Stel dit in zodat het overeenkomt met het type MTC
van de slave VS-880EX. Kies hier Ò30.Ó
13. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
Keer terug naar de Play mode.
14. Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [SYSTEM].
In het ÒSYNC MODEÓ-veld van de display verschijnt
ÒEXTÓ als teken dat het apparaat in synchronisatie zal
werken met MTC ontvangen van de SI-80S.
In deze toestand worden handelingen die u uitvoert op de video-apparatuur, synchroon uitgevoerd op de VS-880EX.
INPUT
OUTPUT
2. Druk op [CH EDIT (SELECT)] van Kanaal 1.
3. Druk op PARAMETER [
l] [
ÒMIX Sw=Ó in de display verschijnt.
] zodat
4. Drrai aan de TIME/VALUE dial.
MIX Sw (Mix Switch)
Hier bepaalt u hoe het signaal naar de MIX bus wordt
gestuurd. Kies hier ÒOff.Ó
Off:
Het signaal wordt niet uitgezonden.
PreFade: Het signaal wordt voor de kanaalfader
afgetakt.
PstFade: Het signaal wordt na de kanaalfader afgetakt.
185
Hoofdstuk 14
Hoofdstuk 14 Geavanceerde toepassingen voor de VS-880EX
Hoofdstuk 14 Geavanceerde toepassingen voor de VS-880EX
5. Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [AUX Send
(CH EDIT)] van Kanaal 6.
ÒAUX Sw=Ó verschijnt in de display.
6. Draai aan de TIME/VALUE dial.
AUX Sw (AUX Switch)
Hiermee bepaalt u hoe het signaal naar de AUX bus
wordt gestuurd. Kies hier ÒOff.Ó
Off:
Het signaal wordt niet uitgezonden.
PreFade: Het signaal wordt voor de kanaalfader
afgetakt.
PstFade: Het signaal wordt na de kanaalfader afgetakt.
7. Druk op PARAMETER [
].
ÒAUX Level=Ó verschijnt in de display.
8. Drrai aan de TIME/VALUE dial.
AUX Level (AUX Level)
Hiermee regelt u de sterkte (0Ð127) van het signaal dat
naar de AUX bus gaat. Stel de beginwaarde in op
Ò100.Ó
9. Druk op PARAMETER [
].
ÒAUX PanÓ verschijnt in de display.
10. Draai aan de TIME/VALUE dial.
AUX Pan
Hiermee regelt u de stereopositie van het signaal
(L63Ð0ÐR63) dat naar de AUX bus gaat. Stel de beginwaarde in op Ò0.Ó
11. Houd [SHIFT] ingedrukt en druk enkele malen op
[EDIT (FADER)] totdat ÒAUX Level=Ó in de display verschijnt.
12. Draai aan de TIME/VALUE dial.
15. Druk enkele malen op PARAMETER [
] totdat ÒAUX Select=Ó in de display verschijnt.
16. Draai aan de TIME/VALUE dial.
MST AUX Select (Master AUX Select)
Hiermee selecteert u welke signalen er door de AUX
jacks worden uitgestuurd.
AUX: De signalen toegewezen aan de AUX bus.
FX1: De signalen toegewezen aan de (FX1) EFFECT
bus.
FX2: De signalen toegewezen aan de (FX2) EFFECT
bus.
17. Druk enkele malen op PARAMETER [
] totdat ÒMST StereoIn=Ó in de display verschijnt.
18. Draai aan de TIME/VALUE dial.
MST StereoIn (Master Stereo In)
Off:
Stereo In wordt niet gebruikt.
Input 1/2: Selecteert INPUT jacks 1/2 voor gebruik
met Stereo In.
Input 3/4: Selecteert INPUT jacks 3/4 voor gebruik
met Stereo In.
Digital:
Selecteert de DIGITAL IN-connector (coaxiaal of optisch) voor gebruik met Stereo In.
19. Druk op PARAMETER [
].
ÒMST StIn Level=Ó verschijnt in de display.
20. Draai aan de TIME/VALUE dial.
MST StIn Level (Master Stereo In Level)
Hiermee regelt u het volumeniveau (0Ð127) voor
Stereo In. Stel de beginwaarde in op Ò100.Ó
21. Druk op PARAMETER [
].
ÒMST StIn Bal=Ó verschijnt in de display.
MST AUX Level (Master AUX Level)
Hiermee regelt u het volume (0Ð127) van het geluid
dat wordt uitgestuurd door de AUX SEND jacks. Deze
parameter is gelinkt met de AUX SEND-regelaar op
het bovenpaneel.
22. Draai aan de TIME/VALUE dial.
13. Druk op PARAMETER [
].
ÒMST AUX Bal=Ó verschijnt in de display.
23. U bent nu klaar op het externe effect toe te voegen. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
Keer terug naar de Play mode.
MST StIn Bal (Master Stereo In Balance)
Hiermee regelt u de balans (L63Ð0ÐR63) voor Stereo
In. Stel de beginwaarde in op Ò0.Ó
14. Draai aan de TIME/VALUE dial.
MST AUX Bal (Master AUX Balance)
Hiermee regeltu de links/rechts-balans (L63Ð0ÐR63)
van het geluid dat wordt uitgestuurd via de AUX
SEND jacks. Stel de beginwaarde in op Ò0.Ó
186
24. Regel het geluid van het effect terwijl u de song
afspeelt.
Het volumeniveau van Stereo In kan u rechtstreeks
regelen met kanaalfader 6 wanneer de effect return
mixer actief is (de FADER-indicator licht rood op).
Index
Index (trefwoorden)
(G)
(A)
GPI .............................................................................45, 165
Gradatie ..........................................................................144
Automix ..........................................................................142
(H)
(C)
Hoofdtelefoon ..........................................................20, 132
Huidige song....................................................................22
CD player..................................................................55, 110
CD player function........................................................110
CD-R backup ..................................................................113
CD-R disc........................................................................107
CD-R recover..................................................................115
Channel Link............................................................43, 149
Coaxiaal ..............................................................19, 55, 128
Compu-mix ....................................................................180
Control change message...............................................127
Current drive....................................................................21
(D)
DAT ...........................................................................63, 128
DAT backup ...................................................................129
DAT name ......................................................................133
DAT recover ...................................................................131
DAT verify......................................................................134
DCC .................................................................................128
Destructive edit................................................................88
Digitale disk recorder .....................................................28
Digital in-connector...................................................19, 55
Digital out-connector ....................................................159
Direct out ........................................................................160
Disk drive .................................................................21, 100
Drive check.....................................................................160
Drive initialize................................................................100
Drive select .....................................................................104
Drop frame .....................................................................117
(E)
EZ routing.........................................................................74
Effect............................................................................31, 66
Effect bus ....................................................................25, 68
Equalizer ...........................................................................57
Error level ...............................................................118, 172
Event..................................................................................23
Exclusive message .........................................................171
Externe effectapparatuur..............................................185
(F)
Fader match............................................................144, 164
Finaliseren ......................................................................112
Foot switch ...............................................................44, 165
Frame...............................................................................117
(I)
IDE .....................................................................................13
Initialize (Mixer/System) .............................................169
Input-kanaal .....................................................................42
Insert............................................................................52, 66
(K)
Kanaal ...............................................................................22
Kanaalfader ................................................................15, 28
(L)
Locator ........................................................................36, 37
Locator Bank ....................................................................37
Loop recording ................................................................47
(M)
MD .............................................................................63, 128
MIDI ...............................................................................116
MIDI clock ......................................................................119
MMC ...............................................................................170
MIDI time code (MTC) .................................................116
Marker.........................................................................36, 38
Mask fader ......................................................................145
Master tape .......................................................................63
Metronoom.....................................................................154
Mix bus..............................................................................25
Mix down..........................................................................63
Mute ................................................................................148
(N)
Non-destructive edit .......................................................88
Non-drop frame.............................................................117
Numerieke toetsen ........................................................153
(O)
Optisch ................................................................19, 55, 128
Overdubbing ....................................................................49
(P)
Partitie/Partitioning .......................................................21
Patch ..................................................................................70
Peaking (Equalizer) .........................................................58
Playlist.............................................................................163
Post level.........................................................................163
187
Index
Pre level...........................................................................163
Preview ...........................................................................140
Program change message.............................................127
Punch in ............................................................................44
Punch out..........................................................................44
(R)
Random access.................................................................28
Realtime ..........................................................................144
Recording bus ..................................................................25
Record Mode ....................................................................40
(S)
S/P DIF .......................................................................19, 55
SCMS ...................................................................................6
SCSI ...................................................................................99
SMPTE time code ............................................................36
Sample rate ...............................................................40, 108
Scene..........................................................................73, 127
Scrub................................................................................141
Send/Return ..............................................................31, 68
Sequential access .............................................................28
Shelving (Equalizer)........................................................58
Shutdown .........................................................................33
Signaalbron.......................................................................22
Slave ........................................................................118, 172
Snapshot..........................................................................143
Solo-functie.....................................................................148
Song ...................................................................................22
Song copy (Archives extract) ...............................106, 136
Song copy (Archives store) ..........................................105
Song copy (Playable).....................................................103
Song erase .......................................................................157
Song export.....................................................................138
Song import....................................................................137
Song name ......................................................................157
Song new ..........................................................................40
Song optimize ................................................................156
Song protect......................................................................64
Spoor (Track)....................................................................22
Status .........................................................................35, 126
Step edit ............................................................................74
Stereo in ..........................................................................152
Sub frame..........................................................................36
Surface Scan....................................................................101
Sync Source ............................................................174, 176
Sync Track ..............................................................119, 154
(T)
TOC .................................................................................112
Tap ...............................................................................36, 38
Template ...........................................................................74
Tempo Map ............................................................121, 154
Time compression/expansion.......................................96
188
Track bouncing ........................................................60, 108
Track copy ........................................................................89
Track cut ...........................................................................94
Track erase........................................................................95
Track exchange ................................................................92
Track insert.......................................................................93
Track move .......................................................................91
Track-nummer ...............................................................111
(U)
Undo................................................................................146
User routing .....................................................................87
(V)
V-track.........................................................................30, 49
Vari pitch ........................................................................152
(Z)
Zero return .......................................................................17
Zip disk .............................................................................99
Zip drive ...........................................................................99
Index
MEMO...
189
Informatie
Voor herstellingsdiensten, contacteer het dichtstbijzijnde Roland Service Center of een erkende Roland-verdeler in uw land.
ARGENTINA
INDIA
LEBANON
AUSTRIA
PORTUGAL
Instrumentos Musicales S.A.
Rivera Traders Pvt. Ltd.
A. Chahine & Fils
E. Dematte &Co.
Florida 638
(1005) Buenos Aires
ARGENTINA
TEL: (01) 394 4029
409, Nirman Kendra,
off Dr. Edwin Moses Road,
Munbai 400011, INDIA
TEL: (022) 498 3079
P.O. Box 16-5857 Gergi Zeidan St.
Chahine Building, Achrafieh
Beirut, LEBANON
TEL: (01) 335799
Neu-Rum Siemens-Strasse 4
6063 Innsbruck AUSTRIA
TEL: (0512) 26 44 260
Caius - Tecnologias Audio e
Musica , Lda.
BRAZIL
INDONESIA
OMAN
Roland Brasil Ltda.
PT Galestra Inti
R. Coronel Octaviano da Silveira
203 05522-010
Sao Paulo BRAZIL
TEL: (011) 843 9377
CANADA
Kompleks Perkantoran
Duta Merlin Blok E No.6Ñ7
Jl. Gajah Mada No.3Ñ5,
Jakarta 10130,
INDONESIA
TEL: (021) 6335416
Roland Canada Music Ltd.
(Head Office)
KOREA
5480 Parkwood Way Richmond
B. C., V6V 2M4 CANADA
TEL: (0604) 270 6626
Roland Canada Music Ltd.
(Toronto Office)
Unit 2, 109 Woodbine Downs
Blvd, Etobicoke, ON
M9W 6Y1 CANADA
TEL: (0416) 213 9707
MEXICO
Casa Veerkamp, s.a. de c.v.
Av. Toluca No. 323 Col. Olivar de
los Padres 01780 Mexico D.F.
MEXICO
TEL: (525) 668 04 80
La Casa Wagner de
Guadalajara s.a. de c.v.
Av. Corona No. 202 S.J.
Guadalajara, Jalisco Mexico
C.P.44100 MEXICO
TEL: (03) 613 1414
PANAMA
Productos Superiores, S.A.
Apartado 655 - Panama 1
REP. DE PANAMA
TEL: 26 3322
U. S. A.
Roland Corporation U.S.
7200 Dominion Circle
Los Angeles, CA. 90040-3696,
U. S. A.
TEL: (0213) 685 5141
VENEZUELA
Musicland Digital C.A.
Av. Francisco de Miranda,
Centro Parque de Cristal, Nivel
C2 Local 20 Caracas
VENEZUELA
TEL: (02) 285 9218
AUSTRALIA
Roland Corporation
Australia Pty. Ltd.
38 Campbell Avenue
Dee Why West. NSW 2099
AUSTRALIA
TEL: (02) 9982 8266
NEW ZEALAND
Roland Corporation (NZ) Ltd.
Cosmos Corporation
Service Station
261 2nd Floor Nak-Won Arcade
Jong-Ro ku, Seoul, KOREA
TEL: (02) 742 8844
MALAYSIA
Bentley Music SDN BHD
140 & 142, Jalan Bukit Bintang
55100 Kuala Lumpur,MALAYSIA
TEL: (03) 2443333
PHILIPPINES
G.A. Yupangco & Co. Inc.
339 Gil J. Puyat Avenue
Makati, Metro Manila 1200,
PHILIPPINES
TEL: (02) 899 9801
SINGAPORE
Swee Lee Company
BLOCK 231, Bain Street #03-23
Bras Basah Complex,
SINGAPORE 180231
TEL: 3367886
CRISTOFORI MUSIC PTE
LTD
Blk 3014, Bedok Industrial Park E,
#02-2148, SINGAPORE 489980
TEL: 243 9555
TAIWAN
ROLAND TAIWAN
ENTERPRISE CO., LTD.
Room 5, 9fl. No. 112 Chung Shan
N.Road Sec.2, Taipei, TAIWAN,
R.O.C.
TEL: (02) 2561 3339
THAILAND
Theera Music Co. , Ltd.
330 Verng Nakorn Kasem, Soi 2,
Bangkok 10100, THAILAND
TEL: (02) 2248821
P.O.Box 62,
DOHA QATAR
TEL: 423554
SAUDI ARABIA
Abdul Latif S. Al-Ghamdi
Trading Establishment
Middle East Commercial Center
Al-Khobar Dharan Highway
P.O. Box 3631 Al-Khober
31952 SAUDIARABIA
TEL: (03) 898 2332
aDawliah Universal
Electronics APL
P.O.Box 2154 ALKHOBAR 31952,
SAUDI ARABIA
TEL: (03) 898 2081
SYRIA
Technical Light & Sound
Center
Khaled Ibn Al Walid St.
P.O.Box 13520
Damascus - SYRIA
TEL: (011) 2235 384
TURKEY
Barkat Muzik aletleri ithalat
ve ihracat limited ireketi
Siraselvier Cad. Guney Ishani No.
86/6 Taksim, Istanbul TURKEY
TEL: (0212) 2499324
U.A.E
Zak Electronics & Musical
Instruments Co.
Zabeel Road, Al Sherooq Bldg.,
No. 14, Grand Floor DUBAI
U.A.E.
P.O. Box 8050DUBAI, U.A.E
TEL: (04) 360715
EGYPT
Al Fanny Trading Office
BELORUSSIA
SPAIN
TUSHE
Roland Electronics
de Espaa, S. A.
UL. Rabkorovskaya 17
220001 MINSK
TEL: (0172) 764-911
CYPRUS
Radex Sound Equipment Ltd.
17 Diagorou St., P.O.Box 2046,
Nicosia CYPRUS
TEL: (02) 453 426
DENMARK
Roland Scandinavia A/S
Langebrogade 6 Post Box 1937
DK-1023 Copenhagen K.
DENMARK
TEL: 32 95 3111
FRANCE
Roland France SA
4, Rue Paul Henri SPAAK
Parc de l'Esplanade F 77 462 St.
Thibault Lagny Cedex FRANCE
TEL: 01 600 73 508
Halilit P. Greenspoon &
Sons Ltd.
8 Retzif Fa'aliya Hashnya St.
Tel-Aviv-Yaho ISRAEL
TEL: (03) 682366
HONG KONG
JORDAN
Tom Lee Music Co., Ltd.
Service Division
AMMAN Trading Agency
Prince Mohammed St. P. O. Box
825 Amman 11118 JORDAN
TEL: (06) 641200
KUWAIT
Easa Husain Al-Yousifi
P.O. Box 126 Safat 13002
KUWAIT
TEL: 5719499
Maison FO - YAM Marcel
25 Rue Jules MermanZL
Chaudron - BP79 97491
Ste Clotilde REUNION
TEL: 28 29 16
SOUTH AFRICA
That Other Music Shop
(PTY) Ltd.
11 Melle Street (Cnr Melle and
Juta Street)
Braamfontein 2001
Republic of SOUTH AFRICA
TEL: (011) 403 4105
Paul Bothner (PTY) Ltd.
17 Werdmuller Centre Claremont
7700
Republic of SOUTH AFRICA
TEL: (021) 64 4030
Danvik Center 28, 2 tr.
S-131 30 Nacka SWEDEN
TEL: (08) 702 0020
SWITZERLAND
Roland (Switzerland) AG
Musitronic AG
Gerberstrasse 5, CH-4410 Liestal,
SWITZERLAND
TEL: (061) 921 1615
UKRAINE
TIC-TAC
UNITED KINGDOM
Lauttasaarentie 54 B
Fin-00201 Helsinki, FINLAND
TEL: (9) 682 4020
GERMANY
Roland Elektronische
Musikinstrumente
Handelsgesellschaft mbH.
Roland (U.K.) Ltd., Swansea
Office
Atlantic Close, Swansea
Enterprise Park SWANSEA
West Glamorgan SA7 9FJ,
UNITED KINGDOM
TEL: (01792) 700139
Oststrasse 96, 22844 Norderstedt,
GERMANY
TEL: (040) 52 60090
GREECE
V. Dimitriadis & Co. Ltd.
20, Alexandras St. & Bouboulinas
54 St. 106 82 Athens, GREECE
TEL: (01) 8232415
BAHRAIN
REUNION
Roland Scandinavia A/S
SWEDISH SALES OFFICE
Roland Scandinavia As,
Filial Finland
P.O Box 12183 Moi Avenue
Nairobi Republic of KENYA
TEL: (2) 338 346
Moon Stores
SWEDEN
FINLAND
IRELAND
Musik Land Limited
Calle Bolivia 239 08020 Barcelona,
SPAIN
TEL: (93) 308 1000
Mira Str. 19/108
P.O.Box 180
295400 Munkachevo, UKRAINE
TEL: (03131) 414-40
KENYA
Saigon music distributor
ISRAEL
190
Badie Studio & Stores
Slami Music Company
Sadojava-Triumfalnaja st., 16
103006 Moscow, RUSSIA
TEL: 095 209 2193
160 Nguyen Dinh Chieu St. Dist 3
Ho chi minh City
VIETNAM
TEL: 88-242531
VIETNAM
CHINA
22-32 Pun Shan Street, Tsuen
Wan, New Territories,
HONG KONG
TEL: 2415 0911
QATAR
RUSSIA
Houtstraat 3 B-2260 Oevel
(Westerlo) BELGIUM
TEL: (014) 575811
HUNGARY
Bab Al Bahrain Road,
P.O.Box 20077
State of BAHRAIN
TEL: 211 005
6 Huangmuchang Chao Yang
District, Beijing, CHINA
TEL: (010) 6774 7491
P. O. Box 889 Muscat
Sultanate of OMAN
TEL: 959085
P.O.Box2904,
El Horrieh Heliopolos, Cairo,
EGYPT
TEL: (02) 4171828
(02) 4185531
97 Mt. Eden Road, Mt. Eden,
Auckland 3, NEW ZEALAND
TEL: (09) 3098 715
Beijing Xinghai Musical
Instruments Co., Ltd.
OHI Electronics & Trading
Co. LLC
BELGIUM/HOLLAND/
LUXEMBOURG
Roland Benelux N. V.
Rue de SANTA Catarina 131
4000 Porto, PORTUGAL
TEL: (02) 38 4456
Intermusica Ltd.
Warehouse Area ÔDEPOÕ Pf.83
H-2046 Torokbalint, HUNGARY
TEL: (23) 511011
The Dublin Service Centre
Audio Maintenance Limited
11 Brunswick Place Dublin 2
Republic of IRELAND
TEL: (01) 677322
ITALY
Roland Italy S. p. A.
Viale delle Industrie, 8
20020 Arese Milano, ITALY
TEL: (02) 937 781
NORWAY
Roland Scandinavia Avd.
Kontor Norge
Lilleakerveien 2 Postboks 95
Lilleaker N-0216 Oslo
NORWAY
TEL: 273 0074
POLAND
P. P. H. Brzostowicz Marian
UL. Blokowa 32, 03624 Warszawa
POLAND
TEL: (022) 679 44 19
Sinds 30 augustus 1998
* Microsoft en Windows zijn geregistreerde handelsmerken van Microsoft Corporation.
* Windows® 95 draagt als officiële naam: “Microsoft® Windows® 95 operating system.”
* Macintosh is een geregistreerd handelsmerk van Apple Computer, Inc.
* Iomega is een geregistreerd handelsmerk van Iomega Corporation.
* ZIP is een handelsmerk van Iomega Corporation.
* Cakewalk is een geregistreerd handelsmerk van Twelve Tone systems, Inc.
* Cakewalk Pro Audio en Cakewalk Professional zijn handelsmerken van Twelve Tone systems, Inc.
* Alle productnamen die in dit document voorkomen zijn handelsmerken of geregistreerde handelsmerken van hun respectieve eigenaars.
* R-DAC (Roland Digital Audio Coding) is een door Roland ontwikkeld opnameformaat. Er wordt
geen enkele garantie gegeven inzake de compatibiliteit tussen de verschillende apparaten die gebruik
maken van R-DAC.
Wijzigingen van de specificaties en het uiterlijk zonder voorafgaande kennisgeving voorbehouden.
ANT-220299EDS-500
vs-880ex
digital studio workstation
Quick Start
Appendices
Nederlandstalige handleiding
vs-880ex
Quick Start
Inhoud
Voorbereidingen ....................................3
Audio-apparatuur aansluiten.............................................................................................3
Het toestel aanzetten............................................................................................................4
Het toestel uitschakelen.......................................................................................................6
De Demo Song beluisteren......................8
Een ander arrangement van de Demo Song beluisteren ................................................8
Basishandelingen (Meersporenopname)12
Wat hebt u nodig voor een meersporenopname?..........................................................12
Een nieuwe song maken....................................................................................................12
Instrumenten aansluiten....................................................................................................14
Opnemen op de sporen .....................................................................................................15
Opgenomen performances weergeven ...........................................................................17
Een opgenomen performance bewaren ..........................................................................18
Een opname ongedaan maken .........................................................................................19
Een specifiek gedeelte opnieuw opnemen .....................................................................21
Bijkomende sporen opnemen ...........................................................................................24
Effecten gebruiken..............................................................................................................28
De song voltooien (Afmixen) ................32
Locators plaatsen en oproepen ........................................................................................32
Toonregeling .......................................................................................................................34
De inhoud van sporen samenvoegen ..............................................................................36
De huidige toestand van de mixer opslaan (Scene) ......................................................44
Een Master Tape maken ....................................................................................................46
Componenten installeren ......................48
De Hard Disk installeren...................................................................................................48
2
Voorbereidingen
NOTE
Deze handleiding bevat illustraties die afbeelden wat in principe in de
display verschijnt. Hou echter rekening met de mogelijkheid dat uw
toestel met een nieuwe, verbeterde versie van het systeem werkt (bv.
nieuwe functies), dus wat u op de display ziet komt misschien niet
altijd overeen met wat er in de handleiding staat afgebeeld.
Audio-apparatuur aansluiten
NOTE
Zet steeds het volume dicht en schakel alle toestellen uit, voordat u
apparaten op elkaar gaat aansluiten. Zo voorkomt u defecten en/of
schade aan luidsprekers of andere toestellen.
Stereo Hoofdtelefoon
Stereo-installatie, enz.
Eindversterker
Naar stopcontact
Sluit uw hoofdtelefoon aan op de PHONES jack op het achterpaneel. Het geluid
van de PHONES jack is hetzelfde als dat van de MASTER jacks. Het volume
voor de hoofdtelefoon regelt u met de PHONES-volumeregelaar.
Volgens de standaardinstellingen die van kracht zijn op het moment van
aankoop, worden de analoge audiosignalen van de VS-880EX uitgestuurd vanuit
de MASTER jacks.
Voor meer details verwijzen we u naar ÒDe output bepalenÓ
(Handleiding p. 158).
3
Voorbereidingen
Het toestel aanzetten
NOTE
1
Wanneer de aansluitingen gemaakt zijn (p. 3), zet u de verschillende
apparaten aan in de opgegeven volgorde. Door apparaten in de verkeerde volgorde aan te zetten, loopt u het risico van defecten en/of
schade te veroorzaken aan luidsprekers en andere toestellen.
Zorg er steeds voor dat het volume laag staat voordat u het toestel aan
zet. Zelfs als het volume helemaal dicht staat, is het mogelijk dat u een
geluid hoort wanneer u het toestel aan zet. Dit is echter normaal en
wijst dus niet op een defect.
De VS-880EX zet u aan met de POWER-schakelaar op het achterpaneel.
Als de VS-880EX correct opstart, verschijnt de volgende display.
CONDITION MARKER#
TIME
dB
0
4
12
24
48
INPUT TRACK
NOTE
AUX MASTER
Wanneer u de VS-880EX aan zet, moet de disk drive ge•dentificeerd
worden, en moeten er bepaalde vereiste gegevens ingeladen worden.
Het toestel heeft dus enkele ogenblikken nodig om op te starten.
2
Zet de aangesloten audio-apparatuur aan.
3
Zet het volume van de audio-apparaten op een geschikt niveau.
4
Als de display moeilijk leesbaar is, regel dan de helderheid van
het scherm bij. Dit doet u door [PLAY (DISPLAY)] ingedrukt te
houden en aan de TIME/VALUE dial te draaien.
Indien “Init.Drive=NoDrv” in de display verschijnt
Dit betekent dat er geen interne hard disk is ge•nstalleerd. In dat geval kan de
VS-880EX niet functioneren.
Als deze boodschap verschijnt wanneer er wel een interne hard disk is ge•nstalleerd,
betekent dit dat de drive niet werd herkend. Schakel het toestel uit met de POWERschakelaar op het achterpaneel en installeer de hard disk opnieuw.
4
Voorbereidingen
Indien u sommige displays of handelingen niet begrijpt.
Als u niet vertrouwd bent met wat in de display verschijnt of wanneer u
bepaalde procedures moeilijk of niet begrijpt, druk dan op [PLAY (DISPLAY)].
Zo keert u onmiddellijk terug naar het scherm dat verschijnt wanneer u het toestel inschakelt. U kan dan de procedure waar u mee bezig was, hernemen vanaf
het begin.
• Wanneer u een handeling foutief uitvoert of wanneer ze niet correct kan worden
uitgevoerd, verschijnt er een foutmelding in de display. Raadpleeg dan het
hoofdstuk ÒFoutmeldingenÓ in de Appendices, en voer de opgegeven maatregel
uit.
• Als het resultaat van een handeling verschilt van wat er in de Quick Start of in
de Handleiding staat, zelfs wanneer u de voorgeschreven procedure hebt gevolgd, raadpleeg dan het hoofdstuk ÒProblemen oplossenÓ in de Appendices.
• Als de bovenstaande stappen uw probleem niet verhelpen, contacteer dan het
dichtstbijzijnde Roland Service Center of een erkende Roland-verdeler.
5
Voorbereidingen
Het toestel uitschakelen
De inhoud van een opgenomen performance gaat verloren indien de stroom
plotseling uitvalt of wanneer u gewoon het toestel uitschakelt. Dit kan eveneens
schade veroorzaken aan de hard disk. Om het toestel op een veilige manier uit te
schakelen en er zeker van te zijn dat uw werk bewaard wordt, dient u steeds
de shutdown-procedure te volgen wanneer u klaar bent met de VS-880EX.
Shutdown (Appendices: Glossarium)
7
2,3
3
1
1
Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [SHUT/EJECT (STOP)].
2
ÒSHUT/EJECT?Ó verschijnt in de display. Druk op [YES].
3
ÒSTORE Current?Ó (Huidige song bewaren?) verschijnt. Als u de
momenteel geselecteerde song wil bewaren, druk dan op [YES].
Indien niet, drukt u op [NO]. Als u een demo song had geselecteerd, druk dan op [NO].
Current Song (Appendices: Glossarium).
6
Voorbereidingen
4
Wanneer de shutdown-procedure correct werd uitgevoerd, verschijnt ÒPowerOFF/RESTARTÓ in de display.
5
Zet het volume van uw audio-apparatuur dicht.
6
Schakel de audio-apparatuur uit.
7
Schakel de VS-880EX uit met de POWER-schakelaar op het achterpaneel.
NOTE Nadat het toestel uitgeschakeld is, blijft de hard disk nog eventjes
draaien. Op dat moment kan gelijk welke schok de hard disk
beschadigen. Wacht dus minstens 30 sec. voordat u een VS-880EX met
ge•nstalleerde hard disk verplaatst.
Indien “STORE Current?” in de display verschijnt.
Wanneer u handelingen zoals een shutdown uitvoert, verschijnt de boodschap
ÒSTORE Current?Ó (Huidige song bewaren?) in de display. Deze boodschap
vraagt u of u de momenteel geselecteerde song wil opslaan op de disk drive. Als
u de song wil bewaren alvorens verder te gaan met de shutdown-procedure,
druk dan op [YES]. Als u wil verdergaan met de shutdown-procedure zonder de
song te bewaren, druk dan op [NO].
Als u [YES] antwoordt op de vraag ÒSTORE Current?Ó terwijl Song Protect aan
staat, of wanneer u een demo song had geselecteerd, dan verschijnt de boodschap ÒSong ProtectedÓ en is het niet mogelijk om de song te bewaren. Alvorens
u een song bewerkt, dient u de Song Protect-functie uit te zetten (Handleiding p.
65). In het andere geval drukt u op [NO].
7
De Demo Song beluisteren
De interne hard disk bevat een vooraf opgenomen demo song. Beluister deze
demo song even voor u verder gaat.
NOTE
Alle rechten voorbehouden. Ongeoorloofd gebruik van dit materiaal
voor andere doeleinden dan het beluisteren in huislijke kring is een
overtreding van de toepasbare wetten.
Van de gespeelde muziek worden geen data uitgestuurd via MIDI
OUT.
1
2
8
3,5
6 4
1
Druk enkele malen op [FADER (EDIT)] zodat de FADER-indicator
groen oplicht. (Track Mixer)
2
Zet alle kanaalfaders in de 0 dB-positie.
3
Zet de master fader helemaal dicht.
4
Start de weergave van de demo song met [PLAY].
De Demo Song beluisteren
5
Schuif geleidelijk aan de master fader open om het volume te
regelen.
De huidige weergavetijd, de level meter en andere informatie zijn af te lezen in
de display.
)
CONDITION MARKER#
TIME
dB
0
4
12
24
48
INPUT TRACK
6
AUX MASTER
Druk op [STOP] wanneer de song afgelopen is.
De demo song stopt.
9
De Demo Song beluisteren
Een ander arrangement van de Demo Song beluisteren
Een reeks instellingen voor de demo songs, waaronder die voor volume en pan,
de weergavesporen, de effecten, enz., werden op voorhand opgenomen. Door
tijdens de weergave van de demo song deze instellingen in en uit te schakelen,
kan u verschillende Òmixen,Ó of arrangementen van de demo song beluisteren.
Volg de onderstaande procedure om verschillende mixen van de demo song te
vergelijken.
2,7
3
1
Druk op [STOP].
2
Druk op [SCENE].
1,5
4
De SCENE-indicator licht op.
10
3
Druk op een van de knipperende LOC-knoppen ([1/4]Ð[5/8]). Als
u bijvoorbeeld Scene 2 wil oproepen, druk dan op [2/6].
4
Start de weergave van de demo song met [PLAY]. Beluister de
performance om te controleren of de mix weldegelijk verschilt van
de andere.
De Demo Song beluisteren
5
Stop de weergave van de demo song met [STOP].
6
Herhaal de stappen 3Ð5 om de verschillende mixen te vergelijken.
7
Wanneer u klaar bent met de vergelijking van de mixen, drukt u
nogmaals op [SCENE].
De SCENE-indicator gaat uit.
Voor meer details verwijzen we u naar ÒDe huidige toestand van de
mixer opslaan (Scene)Ó (p. 44) of naar ÒDe huidige toestand van de
mixer opslaan (Scene)Ó (Handleiding p. 73).
11
Basishandelingen (Meersporenopname)
In dit onderdeel worden de basisprocedures uitgelegd die nodig zijn om te kunnen opnemen met de VS-880EX. Probeer elke handeling uit terwijl u deze
instructies leest.
Wat hebt u nodig voor een meersporenopname?
•
•
•
•
De VS-880EX
Interne IDE hard disk (1)
Audio-apparatuur voor het Master Out-signaal, of een stereo hoofdtelefoon
Geluidsbron (elektrische gitaar, synthesizer, CD-speler, enz.) of microfoon
IDE (Appendices : Glossarium)
Een nieuwe song maken
NOTE
Opnemen is niet mogelijk zolang er een demo song geselecteerd is. Dit
komt doordat de inhoud van de demo songs beveiligd is tegen
wijzigingen of overschrijven. Ga als volgt te werk om een nieuwe
song aan te maken. Dit procŽdŽ is analoog met het verwisselen van de
cassettes bij een meersporen bandrecorder.
1
2,4,5,6
6
12
Basishandelingen (Meersporenopname)
1
Druk enkele malen op [SONG] totdat ÒSNG Song New ?Ó in de
display verschijnt.
2
Druk op [YES].
3
Het Song New-scherm verschijnt. Hoewel u in dit scherm de
geluidskwaliteit (sample rate en opnamemethode) voor de
opname kan bepalen, is dat op dit moment niet noodzakelijk. Ga
onmiddellijk over naar Stap 4.
4
Druk op [YES].
ÒSNG Create NewSong?Ó verschijnt in de display. Bevestig uw keuze.
5
Druk twee maal op [YES].
ÒSTORE Current?Ó verschijnt in de display.
6
Indien u de momenteel geselecteerde song wil opslaan, druk dan
op [YES]. Indien niet, drukt u op [NO]. Als u een demo song
had geselecteerd, druk dan op [NO].
Wanneer er een nieuwe song is aangemaakt, verschijnt de melding ÒCompleteÓ
in de display.
NOTE
De inhoud van de demo songs is beveiligd tegen wijzigingen of overschrijven (Song Protect (Handleiding p. 64)). Handelingen zoals opnemen, bewerken, opslaan, e.d. zijn onmogelijk met de demo songs. Dit
betekent dat indien u op [YES] drukt bij Stap 6 terwijl er een demo
song geselecteerd is, de boodschap ÒSong ProtectedÓ zal verschijnen
en dat de procedure niet kan worden verdergezet.
Voor meer details verwijzen we u naar ÒEen nieuwe song maken
(Song New)Ó (Handleiding p. 40).
13
Basishandelingen (Meersporenopname)
Instrumenten aansluiten
1
Zet de master fader helemaal dicht.
2
Sluit uw instrument of microfoon aan op de INPUT jack.
Wanneer u een elektrische gitaar aansluit
Om uw elektrische gitaar te kunnen opnemen met de best mogelijke geluidskwaliteit,
gebruikt u best een gitaar van het ÒactieveÓ type. Anders gebruikt u best een direct box
(zoals de BOSS DI-1) of een compacte effectprocessor.
In dit geval dient de compacte effectprocessor om de impedantie te verlagen. U kan dit
toestel dus gewoon aan zetten en het effect uit laten als u het niet nodig hebt.
OUTPUT
Electronisch Instrument (Synthesizer, enz.)
Elektrische Gitaar
NOTE Afhankelijk van de positie van de microfoons ten opzichte van de
luidsprekers, kan er zich rondzang (een fluitend geluid) voordoen. Dit
kan u verhelpen door:
1. De microfoon(s) anders te richten.
2. De microfoon(s) verder van de luidsprekers te plaatsen.
3. Het volume te verlagen.
14
Basishandelingen (Meersporenopname)
Opnemen op de sporen
In dit onderdeel wordt er een voorbeeld gegeven van de procedures die gebruikt
worden bij de opname van een stem op spoor 1 via de INPUT 1 jack.
3
1
1
4
Houd [REC] ingedrukt en druk op de STATUS-knop van spoor 1.
De STATUS-indicator knippert rood.
2
Kies het spoor waarop u het geluid wil opnemen. Voor nieuw
aangemaakte songs worden de signalen die binnenkomen via de
INPUT 1 jack automatisch toegewezen aan spoor 1, dus op dit
moment is deze stap nog niet noodzakelijk. Ga nu dus gewoon
door met Stap 3.
3
Regel de ingangsgevoeligheid met de INPUT 1-knop. Zet het volume van het aangesloten instrument zo hoog mogelijk, zodat u
een sterk ingangssignaal krijgt. Stel de ingangsgevoeligheid zo
hoog mogelijk in, zonder dat de PEAK-indicator oplicht. Tracht
dit zodanig in te stellen dat het signaalniveau zich tussen -12
en 0 dB bevindt op de level meter.
4
Druk op [REC].
De REC-indicator knippert rood.
15
Basishandelingen (Meersporenopname)
6 5
5
Druk op [PLAY].
De PLAY-indicator licht groen op, en de opname begint. Begin nu te spelen.
6
Duk op [STOP] wanneer uw performance ten einde is.
De song stopt.
Voor het selecteren van de op te nemen geluidsbron, zie ÒOpnemen op
de sporenÓ (Handleiding p. 42) en ÒAutomatisch mixerinstellingen
maken (EZ Routing)Ó (Handleiding p. 74).
Voor het opnemen van digitale signalen, zie ÒDigitale signalen opnemenÓ (Handleiding p. 55).
Om op te nemen terwijl de metronoom speelt, zie ÒDe metronoom
gebruikenÓ (Handleiding p. 154).
Spoortoewijzingen annuleren
U kan alle toewijzingen (routings) van bronnen of sporen naar sporen annuleren
(d.w.z., zodat er niets met elkaar verbonden is).
1. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
2. Houd de STATUS-knop ingedrukt en druk op [CLEAR].
16
Basishandelingen (Meersporenopname)
Opgenomen performances weergeven
Beluister de performance die u hebt opgenomen op spoor 1.
4
1
1
2
3
Houd [STOP] ingedrukt en druk op de STATUS-knop van spoor 1.
De STATUS-indicator licht groen op.
2
Druk op [ZERO] om terug te keren naar het begin van de song.
3
Start de weergave van de song met [PLAY].
4
Met kanaalfader 1 en de master fader stelt u het gewenste volumeniveau in.
Klinkt de opname zoals u verwacht had?
Voor het beluisteren van een specifiek kanaal, zie ÒEnkel een specifiek
kanaal beluisteren (Solo/Mute)Ó (Handleiding p. 148).
Om de toonhoogte van de song tijdens de weergave te wijzigen, zie
ÒDe toonhoogte veranderen tijdens de weergave (Vari-Pitch)Ó
(Handleiding p. 152).
17
Basishandelingen (Meersporenopname)
Een opgenomen performance bewaren
De inhoud van gelijk welke opgenomen performance gaat verloren als u het
toestel gewoon uitschakelt, of zelfs wanneer er een toevallige stroomonderbreking is. Als deze data eenmaal verloren zijn, is het niet meer mogelijk ze te
recupereren. Als u dit wil voorkomen, dient u de onderstaande procedure te
volgen om uw songs op te slaan op de disk drive.
MEMO Wanneer u met belangrijke song data werkt, of wanneer u de
VS-880EX gedurende lange perioden gebruikt, raden we aan dat u
deze procedure frequent gebruikt.
)
2
1
1
Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [STORE (ZERO)].
2
ÒSTORE OK?Ó verschijnt in de display. Als u tevreden bent met
het resultaat van uw opname, druk dan op [YES]. Als u niet wil
bewaren, druk dan op [NO].
NOTE
18
De inhoud van de demo songs is beveiligd tegen wijzigingen en overschrijven (Song Protect (Handleiding p. 64). De handeling ÓopslaanÓ is
voor de demo songs niet beschikbaar. Dit betekent dat wanneer u bij
Stap 2 op [YES] drukt terwijl er een demo song geselecteerd is, de
melding ÒSong ProtectedÓ in de display verschijnt, en dat de procedure niet kan worden verdergezet.
Basishandelingen (Meersporenopname)
Een opname ongedaan maken
Soms wil u misschien een opname overdoen, omdat het signaalniveau te laag
was of omdat er een fout werd gespeeld tijdens de opname. In zulke gevallen
kan u door middel van de volgende procedure de inhoud van de song uitwissen.
Dit noemen we de Undo-functie.
De Undo-functie en Undo Level
De Undo-functie annuleert de handeling die u zonet hebt uitgevoerd, en herstelt de data in hun vorige
toestand. Met Undo Level, kan u het aantal stappen opgeven die u ongedaan wil maken.
fig.13(undlvl.eps)
Voor Undo
Na Undo
opname 1
opname 2
opname 3
1
1
1
2
2
2
3
3
Tijd
Tijd
Undo level 1
1
Tijd
Tijd
Uitgewist spoor
fig.14(undlvl2.eps)
Voor Undo
Na Undo
opname 1
opname 2
opname 3
1
1
1
2
2
2
3
3
Tijd
Tijd
Undo level 2
1
Tijd
Tijd
Uitgewiste sporen
19
Basishandelingen (Meersporenopname)
2
3
1
1
Druk op [UNDO].
ÒUNDO Level=Ó verschijnt in de display.
2
Kies met de TIME/VALUE dial de toestand die u wil herstellen,
d.w.z. het aantal stappen dat u wil ongedaan maken.
3
Druk op [YES].
De UNDO-indicator licht op, wat erop wijst dat de UNDO-handeling correct
werd uitgevoerd. Als u de Undo-handeling wil annuleren, drukt u op [NO].
Voor meer details, zie ÒOmkeerbare handelingen opnemen en bewerken (Undo)Ó (Handleiding p. 147).
Om enkel de onmiddellijk voorafgaande stap te annuleren, zie ÒEnkel
de allerlaatst uitgevoerde handeling annulerenÓ (Handleiding p. 147).
20
Basishandelingen (Meersporenopname)
Een specifiek gedeelte opnieuw opnemen
Soms, wanneer u een opname beluistert, ondervindt u dat er in bepaalde delen
nog foutjes zitten of stukken tekst die slecht verstaanbaar zijn. Maar daarom
hoeft u niet meteen de hele song weg te gooien. Voor zulke gevallen bestaat er
een handige methode om enkel over bepaalde delen opnieuw op te nemen. Deze
functie heet Punch-in/Punch-out.
2
1
1
3
Houd [REC] ingedrukt en druk op de STATUS-knop van het
spoor dat u opnieuw wil opnemen.
De STATUS-indicator knippert rood.
2
Regel de ingangsgevoeligheid. Volg hiervoor de stappen in punt 3
van ÒOpnemen op de sporenÓ (p. 15).
3
Start de weergave van de song met [PLAY].
Wanneer u Punch-In Recording gebruikt
Voor Punch-In recording moeten het spoor waarop de vorige opname staat en de geluidsbron die u gaat opnemen, hetzelfde volume hebben. Wanneer u tijdens de weergave de STATUS-knop indrukt van het spoor dat u opnieuw wil opnemen, kan u
afwisselend het spoor en de bron beluisteren. Vergelijk de twee en regel de ingangsgevoeligheid met de INPUT-knop tot er geen verschil in volume meer is.
21
Basishandelingen (Meersporenopname)
9
4
7
6 8 4,5
Wanneer u het gedeelte bereikt waarover u wil opnemen, drukt u
op [REC].
De REC-indicator licht rood op, wat wijst op de recording mode. Begin nu te
spelen.
5
Als u klaar bent, drukt u opnieuw op [REC].
De REC-indicator gaat uit, wat erop wijst dat u weer in de playback mode zit.
22
6
Stop de weergave van de song met [STOP].
7
Controleer de nieuwe opname. Druk op [ZERO] om terug te keren
naar het begin van de song.
8
Start de weergave van de song met [PLAY].
9
Met de kanaalfaders en de master fader stelt u het gewenste volumeniveau in.
Basishandelingen (Meersporenopname)
10
Klinkt de opname zoals u had verwacht? Als u tevreden bent met
het resultaat van uw opname, bewaar de performance dan op de
disk. Volg hiervoor de procedure beschreven in ÒEen opgenomen
performance bewarenÓ (p. 18).
Voor meer details, zie ÒOpnemen over een deel van een performance
(Punch-In/Punch-Out)Ó (Handleiding p. 44).
Als u de Punch-In/Punch-Out-functie automatisch wil laten uitvoeren, raadpleeg dan ÒOp voorhand de punch-in-positie instellen
(Auto Punch-In)Ó (Handleiding p. 45).
Als u meermaals over hetzelfde gedeelte wil opnemen, raadpleeg dan
ÒHerhaaldelijk over dezelfde plaats opnemen (Loop Recording)Ó
(Handleiding p. 47).
23
Basishandelingen (Meersporenopname)
Bijkomende sporen opnemen
Met de VS-880EX is het mogelijk om bijkomende performances op te nemen op
andere sporen, terwijl u eerder opgenomen sporen beluistert. Deze werkwijze
noemen we overdubbing. In dit onderdeel proberen we om een bijkomende
performance op te nemen op spoor 2 terwijl we op spoor 1 een reeds opgenomen
performance beluisteren.
5
3
4
1
1
2
Houd [STOP] ingedrukt en druk op de STATUS-knop van spoor 1.
De STATUS-indicator licht groen op.
2
Houd [REC] ingedrukt en druk op de STATUS-knop van spoor 2.
De STATUS-indicator knippert rood.
3
Druk enkele malen op [FADER (EDIT)] zodat de FADER-indicator
oranje oplicht. (Input Mixer)
4
Houd de STATUS-knop van spoor 2 ingedrukt en druk op de
SELECT-knop van kanaal 1.
De SELECT-indicator knippert oranje.
24
Basishandelingen (Meersporenopname)
5
Normaal gezien wordt het signaal dat binnenkomt via de INPUT
2 jack toegewezen voor opname op ingangskanaal 2. Als u enkel
de signaalbron van INPUT jack 1 wil opnemen, druk dan op de
SELECT-knop van kanaal 2 terwijl u de STATUS-knop van spoor 2
ingedrukt houdt.
De SELECT-indicator gaat uit.
6
Met deze instelling kan u spoor 1 beluisteren terwijl u het signaal
blijft ontvangenÑmet Input jack 1 toegewezen aan spoor 2 voor
opname. Neem op en controleer het resultaat volgens de procedure beschreven in ÒOpnemen op de sporenÓ (p. 15).
Spoortoewijzingen annuleren
U kan alle toewijzingen (routings) van bronnen of sporen naar sporen annuleren
(d.w.z., zodat er niets met elkaar verbonden is).
1. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
2. Houd de STATUS-knop ingedrukt en druk op [CLEAR].
25
Basishandelingen (Meersporenopname)
Opnemen op V-Track 2.
De VS-880EX beschikt over 8 sporen, die elk nog 8 extra sporen bevatten. Deze
supplementaire sporen noemen we V-tracks. EŽn song kan twee sets (banken)
van 64 V-tracks (8 sporen x 8 V-tracks) bevatten. Met andere woorden: u kan tot
128 (8 sporen x 8 V-tracks x 2 banken = 128) performance tracks opnemen.
Wanneer u in de praktijk gaat opnemen/weergeven, dient u de bank aan te
duiden die u wil gebruiken en moet u vervolgens een van de V-tracks selecteren.
In dit onderdeel wordt uitgelegd hoe u een performance opneemt op V-Track 2
van spoor 1.
1
4
2
5
3
1
Druk enkele malen op [FADER (EDIT)] zodat de FADER-indicator
groen oplicht. (Track Mixer)
2
Zorg dat de weergave gestopt is en druk op [CH EDIT] van
kanaal 1.
Bovenaan links in de display verschijnt ÒTR1Ó. U kan nu instellingen maken
voor spoor 1.
3
26
Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [V.Track (CH EDIT)] van
kanaal 2.
Basishandelingen (Meersporenopname)
In de bovenste lijn van de display ziet u ÒV.Track=Ó. U kan nu de V-track
selecteren.
Sporen waarop geluid
werd opgenomen
CONDITION MARKER#
V-Track Bank
V-Track
TIME
dB
0
4
12
24
48
INPUT TRACK
AUX MASTER
MEMO Op dit moment geeft de balkgrafiek de V-tracks aan waarop er geluid
is opgenomen, en de V-track die voor elk spoor geselecteerd is. De
cijfers 1Ð8 op de horizontale as zijn de spoornummers , en de cijfers
1Ñ8 op de verticale as zijn de V-track-nummers.
Een ■ op de bovenste lijn van het V-track-nummer wijst erop dat er
geluid werd opgenomen op die V-track. In bovenstaande display
werd er geluid opgenomen op V-Track 1 van de sporen 1 en 2.
Een ■ op de onderste lijn van het V-track-nummer wijst erop dat die
V-track geselecteerd is. In bovenstaande display is V-track 1 geselecteerd voor de sporen 1Ð8.
4
Gebruik de TIME/VALUE dial om de V-track voor de opname of
weergave te selecteren. Selecteer hier Ò2.Ó
CONDITION MARKER#
TIME
dB
0
4
12
24
48
INPUT TRACK
5
AUX MASTER
Druk op [PLAY (DISPLAY)].
De begindisplay verschijnt opnieuw.
6
U hebt nu V-Track2 van spoor1 ingesteld voor opname. Neem op
en controleer het resultaat volgens de procedure beschreven in
ÒOpnemen op de sporenÓ (p. 15).
Voor meer details, zie ÒExtra sporenÓ (Handleiding p. 30).
27
Basishandelingen (Meersporenopname)
Effecten gebruiken
De VS-880EX beschikt over interne effecten. U kan 2 stereo effecten van hoge
kwaliteit tegelijkertijd gebruiken.
Effecten toepassen op de weergave.
Wanneer u een song afspeelt, kan u effecten zoals reverb en delay op het geluid
zetten. Onderstaand voorbeeld toont hoe u een song kunt afspelen met een
reverb-effect op spoor 1.
5
1
3,8
6
9
2,4
10
7
11
1
Druk enkele malen op [EFFECT] totdat ÒEFFECT-1 PRM?Ó in de
display verschijnt.
2
Druk op [YES].
Nummer en naam van het momenteel geselecteerde effect verschijnen. U kan nu
het gewenste effecttype kiezen.
CONDITION MARKER#
TIME
dB
0
4
12
24
48
INPUT TRACK
28
AUX MASTER
Basishandelingen (Meersporenopname)
3
Selecteer het effecttype (Patch) met de TIME/VALUE dial. Laat
ons hier ÒA00 RV:LargeHallÓ kiezen.
4
Druk op [YES] nadat u het effect geselecteerd hebt.
5
Druk enkele malen op [FADER (EDIT)] zodat de FADER-indicator
groen oplicht. (Track Mixer)
6
Druk op [CH EDIT] van kanaal 1.
Links bovenaan in de display verschijnt ÒCH1Ó. U kan nu instellingen maken
voor spoor 1.
7
Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [EFFECT-1 (CH EDIT)] van
kanaal 7.
In de bovenste lijn van de display ziet u ÒEFFECT1=Ó. U kan
nu instellingen maken voor
effect1.
CONDITION MARKER#
TIME
dB
0
4
12
24
48
INPUT TRACK
AUX MASTER
8
Met de TIME/VALUE dial kan u het effect aan en uit zetten. Kies
hier ÒPstFadeÓ (post-fader) om het effect toe te passen op het
geluid na de output van de kanaalfader.
9
Het effect is nu ingesteld. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
De begindisplay verschijnt opnieuw.
10
Houd [STOP] ingedrukt en druk op de STATUS-knop van spoor 1.
De STATUS-indicator licht groen op.
11
Start de weergave van de song met [PLAY].
Controleer of het effect wordt toegepast.
Voor meer details, zie ÒInterne EffectenÓ (Handleiding p. 66).
Als u effecten wil gebruiken die u reeds had, raadpleeg dan ÒGebruik
van externe effectapparatuurÓ (Handleiding p. 185).
29
Basishandelingen (Meersporenopname)
Effecten toepassen tijdens de opname.
Vaak worden bij de opname van elektrische gitaren, zang, e.d. effecten zoals
ÒGuitar MultiÓ en ÒVocal MultiÓ ingevoegd.
Het volgende voorbeeld legt uit hoe u een elektrische gitaar aansluit op de
INPUT 1 jack, en ze opneemt op spoor 1.
6
2 10
4,9
8
3,5
7
11
1
Sluit uw elektrische gitaar aan op de INPUT 1 jack.
2
Druk enkele malen op [EFFECT] totdat ÒEFFECT-1 PRM?Ó in de
display verschijnt.
3
Druk op [YES].
Nummer en naam van het momenteel geselecteerde effect verschijnen. U kan nu
het gewenste effecttype kiezen.
CONDITION MARKER#
TIME
dB
0
4
12
24
48
INPUT TRACK
30
AUX MASTER
Basishandelingen (Meersporenopname)
4
Selecteer het effecttype (Patch) met de TIME/VALUE dial. Laat
ons hier ÒA41 GT:Rock LeadÓ kiezen.
5
Druk op [YES] nadat u het effect geselecteerd hebt.
6
Druk enkele malen op [FADER (EDIT)] zodat de FADER-indicator
oranje oplicht. (Input Mixer)
7
Druk op [CH EDIT] van kanaal 1.
Bovenaan links in de display verschijnt ÒCH1Ó. U kan nu instellingen maken
voor kanaal 1.
8
Druk op PARAMETER [
[
] zodat ÒFX1 Ins=Ó in de
bovenste regel van de display verschijnt.
CONDITION MARKER#
TIME
dB
0
4
12
24
48
INPUT TRACK
AUX MASTER
9
Met de TIME/VALUE dial kan u het effect aan en uit zetten. Kies
hier ÒInsertÓ om het effect toe te passen op de signaalbron van de
INPUT 1 jack.
10
Het effect is nu ingesteld. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
De begindisplay verschijnt opnieuw.
11
Houd [REC] ingedrukt en druk op de STATUS-knop van spoor 1.
De STATUS-indicator knippert rood.
12
Neem op en controleer het resultaat volgens de procedure
beschreven in ÒOpnemen op de sporenÓ (p. 15).
31
De song voltooien (Afmixen)
In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe een meersporenopname in zÕn werk gaat,
tot en met het maken van een master tape. Probeer elke handeling uit terwijl u
de instructies leest.
Locators plaatsen en oproepen
Met de VS-880EX kan u ÒlocatiesÓ of punten in de song aanduiden waar u een
fragment wil beluisteren of eventueel opnieuw opnemen. De VS-880EX kan
zulke punten eenvoudig en ogenblikkelijk oproepen, zodat u geen tijd meer verliest met terug- of voortspoelen. Deze functie waarmee u onmiddellijk naar
bepaalde punten in de opname kunt springen, heet Locator-functie.
Hier zien we hoe u zulk een punt in de song plaatst en hoe u de aangeduide
locatie oproept.
)
2,5
4 1
1
Start de weergave van de song met [PLAY].
2
Wanneer u het punt bereikt waar u een locator wil plaatsen of
registreren, drukt u op een van de LOC-knoppen [1/5]Ð[4/8].
Bijvoorbeeld, als u LOCATOR 1 wil plaatsen, dan drukt u op
[1/5]. Als u LOCATOR 5 wil plaatsen, houdt u [SHIFT] ingedrukt
en drukt u op [1/5].
De locatie wordt geregistreerd en de indicator van de knop licht op.
32
De song voltooien (Afmixen)
3
Herhaal Stap 2 voor eventuele andere locators die u wil plaatsen.
4
Stop de weergave met [STOP].
5
Om naar een aangeduide locatie te gaan, drukt u op een van de
LOC-knoppen [1/5]Ð[4/8]. Als u bijvoorbeeld naar het punt
aangeduid door LOCATOR 1 wil gaan, druk dan op [1/5]. Wil u
naar het punt aangeduid door LOCATOR 5, houd dan [SHIFT]
ingedrukt en druk op [1/5].
NOTE LOCATOR-knoppen waarvan de indicators niet branden, bevatten
geen opgeslagen locaties.
6
Locators verdwijnen wanneer u het toestel uitschakelt. Sla, indien
nodig, de song op voordat u de VS-880EX uitschakelt (p. 18).
Voor meer details, zie ÒEen tijdspositie opslaanÓ (Handleiding p. 36).
Voor het zoeken naar opgeslagen locaties, zie ÒPreviewtechnieken
(Preview)Ó (Handleiding p. 140).
33
De song voltooien (Afmixen)
Toonregeling
Elk kanaal van de VS-880EX beschikt over een 2-bands (laag en hoog) parametrische equalizer. In deze paragraaf wordt uitgelegd hoe u met de equalizer
de toon kunt regelen voor elk spoor.
1
10
4
5
6,8
2
3
7
1
Druk enkele malen op [FADER (EDIT)] zodat de FADER-indicator
groen oplicht. (Track Mixer)
2
Druk op [CH EDIT] van het spoor waarvan u de toon wil regelen.
Het gekozen kanaalnummer verschijnt links bovenaan in de display.
3
Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [EQ Low (CH EDIT)] van
kanaal 3.
In de bovenste regel van de display verschijnt ÒEQ Switch=.Ó
CONDITION MARKER#
TIME
dB
0
4
12
24
48
INPUT TRACK
34
AUX MASTER
De song voltooien (Afmixen)
4
Met de TIME/VALUE dial kan u selecteren of u de equalizer al
dan niet gebruikt. Voor dit voorbeeld kiezen we ÒOn.Ó
5
Druk op PARAMETER [
].
In de bovenste regel van de display ziet u ÒEQLÓ. U kan nu de equalizer voor de
lage tonen regelen.
Gain
CONDITION MARKER#
Frequentie
TIME
dB
0
4
12
24
48
INPUT TRACK
6
AUX MASTER
Laat met behulp van CURSOR [
][
] de parameter die u wil
instellen (gain of frequentie) knipperen, en wijzig de waarde met
de TIME/VALUE dial. Laat de song spelen terwijl u de wijzigingen maakt, zodat u het resultaat kan horen.
In de display ziet u de EQ-curve voor de waarden die u opgeeft.
NOTE
7
Als u de equalizer regelt terwijl de song speelt, is het mogelijk dat u
een ÒploffendÓ of ÒsputterendÓ geluid hoort. Dit is geen defect. Als dit
geluid een probleem is, regel de toon dan zonder dat de song speelt.
Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [EQ Hi (CH EDIT)] van
kanaal 5.
In de bovenste regel van de display ziet u ÒEQHÓ. U kan nu de equalizer voor de
hoge tonen regelen.
8
Laat met behulp van CURSOR [
][
] de parameter die u wil
instellen (gain of frequentie) knipperen, en wijzig de waarde met
de TIME/VALUE dial.
9
Als u de equalizer ook voor andere sporen wil regelen, herhaal
dan de stappen 2Ð8 voor die sporen.
10
Druk op [PLAY (DISPLAY)] wanneer u klaar bent met de instellingen.
De begindisplay verschijnt opnieuw. Sla de song op, indien nodig (p. 18).
Voor meer details, zie ÒToonregeling (Equalizer)Ó (Handleiding p. 57).
35
De song voltooien (Afmixen)
De inhoud van sporen samenvoegen
U kan de performances van twee of meer sporen samenvoegen en ze opnieuw
opnemen op een ander, leeg spoor. Deze handeling heet track bouncing. Deze
techniek is erg handig wanneer u een tekort aan vrije sporen hebt.
In het volgende voorbeeld gaan we de performances opgenomen op de sporen
1Ð3 samenvoegen en het resultaat opnieuw opnemen op spoor 4.
4
7
3,6,8
10
2,13
1
12
11
9
NOTE Volume, pan, equalizer, effecten en andere instellingen kunnen niet gewijzigd
worden op sporen die samengevoegd zijn met track bouncing. U gebruikt dus
best geen track bouncing voor sporen waarop u de equalizer en de effecten
afzonderlijk wil toepassen.
1
Houd [STOP] ingedrukt en druk op de STATUS-knoppen van de
sporen 1Ð3.
De STATUS-indicators lichten groen op.
36
2
Druk op de STATUS-knop van spoor 4 zodat de STATUS-indicator
oranje oplichten.
3
Druk enkele malen op [FADER (EDIT)] zodat de FADER-indicator
groen oplicht. (Track Mixer)
De song voltooien (Afmixen)
4
Houd de STATUS-knop van spoor 4 ingedrukt en druk op de
SELECT-knoppen van de sporen 1Ð3.
De SELECT-indicators knipperen groen.
5
Normaal gezien wordt het signaal dat binnenkomt via INPUT
jack 4 voor opname toegewezen aan spoor 4. Indien u enkel de
sporen 1Ð3 wil opnemen, voer dan de stappen 6Ð7 uit.
6
Druk tweemaal op [FADER (EDIT)].
De FADER-indicator licht oranje op. (Input Mixer)
7
Houd de STATUS-knop van spoor 4 ingedrukt en druk op de
SELECT-knop van kanaal 4.
De SELECT-indicator gaat uit.
8
Met deze instelling kan u de sporen 1Ð3 beluisteren op
spoorkanaal 4. Druk op [FADER (EDIT)].
De FADER-indicator licht groen op. (Track Mixer)
9
Start de weergave van de song met [PLAY].
10
Met de kanaalfaders 1Ð3 kan u de volumebalans voor elk spoor
regelen.
De VS-880EX is nu klaar om het geluid zoals het nu is op te nemen op spoor 4.
Zet het volumeniveau zo hoog mogelijk zonder dat u vervorming krijgt.
11
Stop de weergave van de song met [STOP].
12
Druk op [ZERO] om terug te keren naar het begin van de song.
13
Druk op de STATUS-knop van spoor 4.
De STATUS-indicator knippert rood.)
37
De song voltooien (Afmixen)
18
14
17 16
15,19
14
Druk op [REC].
De REC-indicator knippert rood.
15
Druk op [PLAY].
De PLAY-indicator lichts groen op en de opname begint.
16
Druk op [STOP] wanneer u klaar bent met opnemen.
De song stopt.
17
Controleer de inhoud van de opgenomen performance. Druk op
[ZERO] om terug te keren naar het begin van de song.
18
Druk op de STATUS-knoppen van de sporen 1Ð3.
De STATUS-indicator gaat uit.
19
38
Start de weergave van de song met [PLAY]. Met kanaalfader 4 en
de master fader kan u het gewenste volume instellen.
De song voltooien (Afmixen)
20
Klinkt de opname zoals u had verwacht? Als u tevreden bent met
het resultaat van uw opname, bewaar de performance dan op de
disk. Volg hiervoor de procedure beschreven in ÒEen opgenomen
performance bewarenÓ (p. 18).
Spoortoewijzingen annuleren
U kan alle toewijzingen (routings) van bronnen of sporen naar sporen annuleren
(d.w.z., zodat er niets met elkaar verbonden is).
1. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
2. Houd de STATUS-knop ingedrukt en druk op [CLEAR].
39
De song voltooien (Afmixen)
Sporen samenvoegen en tegelijkertijd effecten toevoegen.
Soms wil u misschien effecten zetten op vooraf opgenomen sporen en dan het
geluid op een ander spoor opnemen. Het volgende voorbeeld toont hoe u een
reverb-effect op de sporen 1Ð3 kan zetten om dan deze sporen samen te voegen
op spoor 4. Dit is erg handig wanneer u bij het afmixen ruimtelijke effecten zoals
reverb en delay wil toepassen op elk spoor.
5
1
3,8
6
10
2,4
12
11
7
1
Druk enkele malen op [EFFECT] totdat ÒEFFECT-1 PRM?Ó in de
display verschijnt.
2
Druk op [YES].
Nummer en naam van het momenteel geselecteerde effect verschijnen. U kan nu
het gewenste effecttype kiezen.
CONDITION MARKER#
TIME
dB
0
4
12
24
48
INPUT TRACK
3
40
AUX MASTER
Selecteer het effecttype (Patch) met de TIME/VALUE dial. Laat
ons hier ÒA00 RV:LargeHallÓ kiezen.
De song voltooien (Afmixen)
4
Druk op [YES] nadat u het effect geselecteerd hebt.
5
Druk enkele malen op [FADER (EDIT)] zodat de FADER-indicator
groen oplicht. (Track Mixer)
6
Druk op [CH EDIT] van kanaal 1.
Bovenaan links in de display ziet u ÒTR1Ó. U kan nu instellingen maken voor
kanaal 1.
7
Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [EFFECT-1 (CH EDIT)] van
kanaal 7.
In de bovenste regel van de display verschijnt ÒEFFECT1=Ó. U kan nu instellingen maken voor Effect1.
fig.33(fxselect3.eps)
CONDITION MARKER#
TIME
dB
0
4
12
24
48
INPUT TRACK
AUX MASTER
8
Met de TIME/VALUE dial kan u het effect aan en uit zetten. Kies
hier ÒPstFadeÓ (post-fader) om het effect toe te passen op het geluid na de output van de kanaalfader.
9
Herhaal de stappen 6Ð8 en maak op dezelfde manier de instellingen voor de sporen 2 en 3.
10
Druk op [PLAY (DISPLAY)].
De begindisplay verschijnt opnieuw.
11
Houd [STOP] ingedrukt en druk op de STATUS-knoppen van de
sporen 1Ð3.
De STATUS-indicators lichten groen op.
12
Druk op de STATUS-knop van spoor 4 zodat de indicator van de
knop oranje oplicht.
41
De song voltooien (Afmixen)
13 16
15,17,19
18
13
Houd de STATUS-knop van spoor 4 ingedrukt en druk op de
Track Channel SELECT-knoppen van de sporen 1Ð3.
De SELECT-indicators knipperen groen.
14
Normaal gezien wordt het signaal dat binnenkomt via INPUT
jack 4 voor opname toegewezen aan spoor 4. Indien u enkel de
sporen 1Ð3 wil opnemen, voer dan de stappen 14Ð15 uit.
15
Druk tweemaal op [FADER (EDIT)].
De FADER-indicator licht oranje op. (Input Mixer)
16
Houd de STATUS-knop van spoor 4 ingedrukt en druk op de
SELECT-knop van kanaal 4.
De SELECT-indicator gaat uit.
17
Druk tweemaal op [FADER (EDIT)].
De FADER-indicator licht rood op.
18
Houd de STATUS-knop van spoor 4 ingedrukt en druk op de (FX
1 RTN) SELECT-knop van kanaal 7.
De SELECT-indicator knippert rood.
42
De song voltooien (Afmixen)
19
Met deze instelling kan u de sporen 1Ð3 en het effectgeluid op
spoorkanaal 4 beluisteren. Druk tweemaal op [FADER (EDIT)].
De FADER-indicator licht groen op. (Track Mixer)
20
Neem op en controleer het resultaat volgens de procedure
beschreven in de stappen 9Ð20 van ÒDe inhoud van sporen
samenvoegenÓ (p. 36)
.
Spoortoewijzingen annuleren
U kan alle toewijzingen (routings) van bronnen of sporen naar sporen annuleren
(d.w.z., zodat er niets met elkaar verbonden is).
1. Druk op [PLAY (DISPLAY)].
2. Houd de STATUS-knop ingedrukt en druk op [CLEAR].
43
De song voltooien (Afmixen)
De huidige toestand van de mixer opslaan (Scene)
De VS-880EX biedt de mogelijkheid om uw mixerinstellingen op te slaan, zodat
u ze achteraf met een druk op de knop weer kan oproepen. Een opgeslagen
groep mixerinstellingen noemen we een Scene. Dit komt goed van pas wanneer
u tijdens het afmixen verschillende configuraties van volume, pan, equalizer en
andere instellingen wil vergelijken. Volg de onderstaande stappen om deze
functie te bedienen.
Een Scene opslaan.
1,3
2
1
Druk op [SCENE].
De SCENE-indicator licht op.
2
Wanneer de SCENE-indicator brandt, dienen de LOC-knoppen
([1/5]Ð[4/8]) om Scenes op te slaan of op te roepen. Druk op een
van de LOC-knoppen ([1/5]Ð[4/8]). Bijvoorbeeld, om SCENE 1 op
te slaan, drukt u op [1/5]. Om SCENE 5 op te slaan, houdt u
[SHIFT] ingedrukt en drukt u op [1/5].
Wanneer er een mixerinstelling is opgeslagen, licht de indicator van de knop op.
3
Druk nogmaals op [SCENE].
De SCENE-indicator gaat uit.
44
De song voltooien (Afmixen)
Een Scene oproepen.
1,3
2
1
Druk op [SCENE].
De SCENE-indicator licht op.
2
Druk op een LOC-knop ([1/5]Ð[4/8]) waarvan de indicator
brandt. Als u bijvoorbeeld de mixerinstellingen van SCENE 1 wil
opslaan, dan drukt u op [1/5]. Om SCENE 5 op te roepen, houdt
u [SHIFT] ingedrukt en drukt u op [1/5].
3
Druk nogmaals op [SCENE].
De SCENE-indicator gaat uit.
NOTE
Wanneer u een Scene oproept, worden de faderwaarden aangepast
aan de opgeroepen instellingen, maar de faderposities veranderen
niet. Het is dus mogelijk dat de faderposities niet overeenstemmen
met hun eigenlijke waarde.
Voor meer details, zie ÒDe huidige toestand van de mixer opslaan
(Scene)Ó (Handleiding p. 73).
45
De song voltooien (Afmixen)
Een Master Tape maken
Wanneer u klaar bent met de opname van een song, regel dan de balans van elk
spoor (equalizer, pan en volumeniveau), en neem met een stereo recorder een
tweekanaals stereo master mix op op een stereo cassette, DAT, MD of een andere
geluidsdrager. Dit proces noemen we afmixen (mixdown).
Hieronder wordt uitgelegd hoe u het analoge signaal van de MASTER jacks van
de VS-880EX kan opnemen.
3
6
4,7
1
2 9
13
5,11
Sluit de VS-880EX aan op uw recorder.
Tips voor het maken van de aansluitingen, vindt u in de handleiding van uw
recorder.
2
Houd [STOP] ingedrukt en druk op de STATUS-knoppen van alle
sporen die u wil afmixen.
De STATUS-indicators lichten groen op.
46
3
Druk enkele malen op [FADER (EDIT)] zodat de FADER-indicator
groen oplicht. (Track Mixer)
4
Kies een spoor waarvan u de pan (de stereopositie) wil aanpassen.
Zet alle kanaalfaders dicht, behalve die van het spoor waarvan u
de stereopositie regelt.
De song voltooien (Afmixen)
5
Start de weergave van de song met [PLAY].
6
Regel de stereopositie met de PAN-knop van het spoor dat speelt.
Herhaal de stappen 4Ð6 voor de stereopositie van de andere
sporen.
7
Regel het volume voor elk spoor met de kanaalfaders. Bepaal
eerst het volume van de voornaamste partijen (gewoonlijk de
zang of een gitaarmelodie). Stel dan het volume voor de andere
sporen in. We raden aan om in uw balans het volume van de
hoofdsporen iets hoger te zetten dan dat van de andere sporen.
Breng nadien voor elk spoor de Òfinal touchÓ aan in de pan- en
equalizerinstellingen terwijl u de globale mix beluistert.
8
Stel het opnamevolume in. Zet met de master fader het uitgangsvolume zo hoog mogelijk, zonder dat u Òinput overloadÓ
krijgt op de recorder.
9
Druk op [ZERO] om terug te keren naar het begin van de song.
10
Zet uw recorder in record mode.
11
Start de weergave van de song met [PLAY] op de VS-880EX.
12
Stop de recorder wanneer u klaar bent met opnemen.
13
Druk op [STOP] op de VS-880EX.
14
Beluister het resultaat. Spoel het bandje terug en speel de opname
af.
Voor meer details, zie ÒAutomatisch mixerinstellingen maken (EZ
Routing)Ó (Handleiding p. 74).
Voor het aansluiten van digitale apparaten, zie ÒOpnemen met DATen MD-recordersÓ (Handleiding p. 63).
47
Componenten installeren
De Hard Disk installeren
In de VS-880EX kan u een interne hard disk van de HDP88 serie installeren
(optioneel). Met een interne hard disk ge•nstalleerd is uw VS-880EX-systeem
compact en makkelijk te transporteren. Roland raadt aan om een interne hard
disk in uw VS-880EX te installeren.
MEMO Een geschikt type van hard disk voor de VS-880EX vindt u in de
Roland HDP88 serie (hard disk drive units). Voor gelijktijdige opname
of weergave van een aantal sporen, om de beschikbare schijfruimte en
de volle capaciteiten van de VS-880EX optimaal te kunnen benutten,
raden wij aan om de HDP88-2100 te gebruiken.
Voorzorgen bij het installeren van een hard disk
● Gebruik een Phillips-schroevendraaier van een formaat dat past op de schroefkoppen (een schroevendraaier nr 2). Met een te grote of te kleine schroevendraaier kan
u de schroefkoppen beschadigen, of kan u de schroeven misschien niet los of vast
draaien.
● Om de schroeven te verwijderen, draait u ze in tegenwijzerzin. Om ze vast te
zetten, draait u ze in wijzerzin.
los
vast
● Volg nauwkeurig de instructies wanneer u bij de installatie van de hard disk
schroeven verwijdert.
● Zorg dat u geen schroeven binnen in het chassis van de VS-880EX laat vallen.
● Het plaatje in het voorpaneel dat u moet verwijderen om de hard disk te
installeren, dient u nadien weer op zijn plaats te bevestigen.
● Raak de electronische circuits of de aansluitingsbussen niet aan.
● Let op dat u zich niet snijdt aan de rand van de installatie-opening.
● Controleer al uw stappen nog eens, wanneer de installatie voltooid is.
48
Componenten installeren
1
Schakel de VS-880EX uit en maak alle aangesloten kabels los.
2
Verwijder het plaatje uit het voorpaneel van de VS-880EX en verwijder de twee schroeven aan weerskanten van de installatieopening.
3
Schuif de hard disk, met de sticker naar boven, voorzichtig in de
installatie-opening, en duw ze helemaal naar binnen. Zorg hierbij
dat de groefjes in de zijkant van de hard disk langs de uitstekende
delen in het chassis van de VS-880EX glijden.
4
Nadat u de hard disk helemaal naar binnen hebt geschoven, dient
u ze op haar plaats vast te maken met de schroefjes die u zonet
had verwijderd.
f
49
Componenten installeren
5
Doe de beugel vooraan op de hard disk naar beneden en bevestig
het dekplaatje weer op zijn plaats.
De installatie van de interne hard disk is nu voltooid.
6
Volg de procedure beschreven in ÒHet toestel aanzettenÓ (p. 4), en
controleer of de VS-880EX correct opstart.
Indien “Init.Drive=NoDrv” in de display verschijnt
Deze boodschap wijst erop dat de drive niet werd herkend. Schakel het toestel uit met
de POWER-schakelaar op het achterpaneel, en controleer of de hard disk wel correct
ge•nstalleerd is.
NOTE
50
Wanneer u het toestel transporteert, verpak het dan, indien mogelijk,
in de doos waarin het werd geleverd (inclusief de opvulling). Anders
moet u gelijkwaardig verpakkingsmateriaal gebruiken.
Als er een interne IDE hard disk (HDP88 serie) is ge•nstalleerd, verwijder die dan uit het toestel. Volg hiervoor de installatieprocedure in
omgekeerde volgorde. Berg de hard disk op in haar doos en plaats die
in de transportverpakking van de VS-880EX, op de daarvoor
voorziene plaats. Nu kan u het toestel transporteren. Wanneer u de
VS-880EX transporteert met de hard disk ge•nstalleerd, loopt u het
risico dat uw songdata verloren gaan of dat uw hard disk beschadigd
geraakt.
r
vs-880ex
Appendices
VS-880EX Appendices
Inhoud
MIDI 3
SCSI 5
Problemen oplossen 7
Foutmeldingen 10
Speciale Toetscombinaties 13
Overzicht van de Parameters
16
Gate Reverb 24
MultiTapDly (Multi Tap Delay) 24
Stereo Multi 24
Reverb 2 24
Space Chorus 24
Lo-Fi Proces (Lo-Fi Processor) 24
ParametricEQ (4-Band Parametric
Equalizer) 24
GraphicEQ (10-Band Graphic Equalizer) 24
Hum Canceler 24
Vocal Cancel 25
Voice Trans (Voice Transformer) 25
Vocoder 2 (19) 25
MicSimulator (Mic Simulator) 25
3BndIsolater (3-Band Isolator) 25
TapeEcho201 (Tape Echo 201) 25
AnalogFlnger (Analog Flanger) 25
AnalogPhaser (Analog Phaser) 25
Functies van de verschillende
effectparameters 26
Overzicht van de Preset
Patches 17
MIDI-Implementatie 45
Overzicht van de Effecten
(Algoritmes) 23
Mixer-gedeelte:
Blokschema’s 46
Reverb 23
Delay 23
StDly-Chorus (Stereo Delay Chorus) 23
StPS-Delay (Stereo Pitch Shifter Delay) 23
Vocoder 23
2ch RSS (2-channel RSS) 23
Delay RSS 23
Chorus RSS 23
Guitar Multi 1 23
Guitar Multi 2 23
Guitar Multi 3 23
Vocal Multi 24
Rotary 24
GuitarAmpSim (Guitar Amp Simulator) 24
St Phaser (Stereo Phaser) 24
St Flanger (Stereo Flanger) 24
DualCom/Lim (Dual Compressor / Limiter)
24
2
Glossarium 47
1.
MIDI
In dit onderdeel worden de basisbegrippen van
MIDI uitgelegd, en hoe MIDI-boodschappen door
de VS-880EX worden verwerkt.
Op dezelfde wijze zal ook een MIDI-apparaat waarvan het ontvangstkanaal op “1” staat, enkel de data
ontvangen die door een ander MIDI-apparaat, waarvan het zendkanaal op “1” staat, worden uitgezonden.
1.1 Wat is MIDI?
MIDI staat voor Musical Instrument Digital Interface.
Het is een wereldwijde standaard die electronische
muziekinstrumenten en PC’s toelaat om muziekdata
en boodschappen (bv. voor de klankkeuze) uit te
wisselen. Gelijk welk MIDI-compatibel apparaat kan
muziekdata (passend bij het type van apparaat) naar
gelijk welk ander MIDI-compatibel apparaat sturen,
ongeacht de fabrikant of het model.
1.2 MIDI-connectors
MIDI-boodschappen (de data die door MIDI worden verwerkt) worden verstuurd via drie soorten
connectors. Bij de VS-880EX is er één connector die
zowel voor MIDI OUT als MIDI THRU dient. U
kiest in welke functie u deze connector gebruikt.
(Handleiding p. 117)
MIDI IN: Ontvangt MIDI-boodschappen van externe MIDI-apparaten.
MIDI OUT: Zendt MIDI-boodschappen uit vanuit
de VS-880EX.
MIDI THRU: Stuurt alle MIDI-boodschappen die
door MIDI IN ontvangen worden, ongewijzigd door.
1.3 MIDI-kanalen
MIDI kan onafhankelijk informatie versturen naar
twee of meer MIDI-apparaten, over één enkele
MIDI-kabel. Dit is mogelijk dankzij de MIDI-kanalen. MIDI-kanalen functioneren een beetje zoals
televisiekanalen. Door op uw televisie het kanaal te
veranderen, kan u een hele reeks verschillende programma’s bekijken, die door verschillende TV-stations worden uitgezonden. Dit komt doordat er
enkel data worden ontvangen van de zender wiens
kanaal geselecteerd is op de ontvanger.
1.4 MIDI-boodschappen
De VS-880EX werkt met de volgende types van
MIDI-boodschappen.
Note messages:
Deze boodschappen dienen om noten te spelen. Bij
een keyboard bevat deze boodschap als informatie
welke toets er werd ingedrukt (nootnummer) en hoe
hard ze werd ingedrukt (aanslagwaarde). De VS880EX gebruikt deze boodschappen wanneer u een
MIDI-geluidsbron gebruikt voor het metronoomgeluid.
Program Change messages:
Deze boodschappen staan in voor de keuze van de
klank, en bevatten een program number (1 - 128).
De VS-880EX gebruikt deze boodschappen om scenes en effecten te selecteren. (Handleiding p. 127)
Control Change messages:
Meestal bevatten deze boodschappen informatie
over zaken zoals vibrato, hold, volume, enz., die een
performance expressiever maken. De verschillende
functies onderscheiden zich van elkaar door een
controller number (0 - 127), dat voor elke functie
gedefinieerd is. Welke functies u hiermee kan aansturen, hangt af van het betreffende apparaat.
De VS-880EX gebruikt deze boodschappen op een
totaal andere manier dan de meeste instrumenten;
nl. voor het aansturen van mixerparameters.
Exclusive messages:
In tegenstelling tot note messages en control change
messages worden exclusive messages gebruikt voor
het versturen van instellingen die uniek zijn voor een
bepaald toestel. Bij de VS-880EX kan u exclusive
messages gebruiken om mixerinstellingen aan te sturen (op dezelfde manier als met control change messages). Meestal zijn control change messages iets
handiger om mee te werken, dus is het aan te raden
van ze te gebruiken in de plaats van exclusive messages. Exclusive messages die bestemd zijn voor verschillende toestellen worden onderscheiden door
hun Device ID, eerder dan door een MIDI-kanaal.
3
VS-880EX Appendices
Wanneer u exclusive messages wil versturen of ontvangen, moet u zorgen dat de Device ID’s van beide
toestellen overeenstemmen.
1.5 MIDI Implementation Chart
Dankzij MIDI kunnen allerhande electronische
muziekinstrumenten met elkaar communiceren.
Maar dat betekent niet noodzakelijk dat alle toestellen ook alle types van MIDI-boodschappen kunnen
verwerken. Alleen die types die ze gemeenschappelijk hebben, kunnen gebruikt worden.
Elke handleiding van een MIDI-apparaat bevat een
MIDI Implementation Chart. Dit is een tabel die u
direct vertelt welke types van MIDI-boodschappen
er verzonden en ontvangen kunnen worden. Door
de implementation charts van twee toestellen met
elkaar te vergelijken, kan u zien met welke types van
MIDI-boodschappen ze onderling kunnen communiceren.
4
SCSI
2.
SCSI
SCSI staat voor Small Computer System Interface. Het
is een standaard voor data-overdracht die toelaat om
grote hoeveelheden data te verzenden en te ontvangen. De VS-880EX is voorzien van een SCSI-connector waarop u externe SCSI-apparaten zoals harde
schijven en Zip drives kunt aansluiten. In dit onderdeel vindt u uitleg over de procedures en over de
voorzorgen die u in acht dient te nemen wanneer u
deze toestellen gebruikt.
Disk drives zijn toestellen die met een uiterste precisie werken. Wanneer ze niet op de juiste manier aangesloten of gebruikt worden, is het niet alleen mogelijk dat ze niet correct werken, maar ook dat de data
op de disk verloren gaat of zelfs dat de disk drive
beschadigd geraakt. Raadpleeg de handleiding van
uw disk drive.
* Een disk drive die voor de eerste maal met de VS880EX gebruikt wordt, moet geïnitialiseerd worden
door de VS-880EX (Handleiding p. 100). Wanneer een
disk drive geïnitialiseerd wordt, zullen alle data op die
disk drive verloren gaan. Vooraleer u een disk drive die
reeds door een ander toestel werd gebruikt, gaat initialiseren, controleert u best of het OK is om de data uit te
wissen.
•
•
•
•
2.2 Terminators
2.1 De aansluitingen
U kan tot 7 disk drives aansluiten op de SCSI-connector van de VS-880EX. Gebruik een SCSI-kabel en
sluit de apparaten aan zoals in de onderstaande
figuur. Bij SCSI-connectors wordt er geen onderscheid gemaakt tussen input- en output-stekkers,
dus mag u gelijk welk uiteinde van de kabel aansluiten op de toestellen. Toestellen die op deze manier
zijn aangesloten, noemen we een ‘SCSI chain’ of
‘daisy chain’.
De VS-880EX is uitgerust met een (vrouwelijke)
DB-25 connector. Kijk na welk type van SCSI-connector uw disk drive gebruikt, en sluit hem aan met
de gepaste kabel.
Hou SCSI-kabels zo kort mogelijk, en gebruik enkel
volledig afgeschermde kabels met een impedantie die
compatibel is met de SCSI-standaard (100 Ohm +/10%).
Zorg dat de totale lengte van alle SCSI-kabels die de
drives met elkaar verbinden, niet groter wordt dan
6,5 meter.
Maak of verbreek geen aansluitingen met SCSIkabels, terwijl één van de apparaten aan staat.
•
•
Om geruis tegen te gaan, dient het toestel dat zich
aan het einde van een SCSI chain bevindt, een eindweerstand of terminator te hebben. Aangezien de VS880EX zich aan het ene uiteinde van de SCSI chain
bevindt, is normaal gezien zijn interne terminator
werkzaam. Sluit een terminator alleen aan op de laatste externe drive in de keten. Er bestaan twee soorten
terminators: interne terminators, die u kan in- en
uitschakelen, en externe terminators, die op een
SCSI-poort worden aangesloten. Kies de methode
die geschikt is voor de disk drive waar u mee werkt.
Het zou kunnen dat uw disk drive voorzien is van
een terminator-schakelaar die normaal gezien in de
“On”-positie staat (d.w.z. de terminator is gewoonlijk werkzaam). Gebruik dit type toestel als de laatste
schakel in een keten.
Gebruik geen dubbele terminators. Sluit bv. geen
externe terminator aan op een disk drive die reeds
een interne terminator heeft.
Actieve Terminators
VS-880EX
Disk Drive1
Disk Drive2
(Zip Drive, enz.) (Zip Drive, enz.)
Disk Drive7
(CD-R Drive, enz.)
Als u een externe terminator gebruikt, raden wij aan
dat u opteert voor een actieve terminator. In dit
geval, als u een disk drive gebruikt waarbij u de terminator kunt in- en uitschakelen, dient u hem in te
schakelen. Voor meer informatie over het aansluiten
van een actieve terminator verwijzen we u naar de
handleiding van uw disk drive.
5
VS-880EX Appendices
Actieve Terminator –› (p. 47)
Vermogen van een Terminator –› (p.49)
2.3 SCSI ID-nummers
Elke disk drive heeft zijn eigen SCSI ID-nummer.
Wanneer er twee of meer disk drives aangesloten
zijn, moet u dus zorgen dat de SCSI ID-nummers
van de verschillende drives niet conflicteren (samenvallen). Indien de SCSI ID-nummers conflicteren,
zal de VS-880EX niet in staat zijn om de disk drives
correct te herkennen.
Als fabrieksinstelling heeft de VS-880EX het SCSI
ID-nummer “7” gekregen. Kies dus voor de aangesloten disk drives een ander ID-nummer dan “7”.
6
Problemen oplossen
3.
Problemen oplossen
Wanneer de VS-880EX niet werkt zoals u verwacht,
controleer dan de volgende punten als mogelijke
oorzaken, voordat u ervan uitgaat dat er een defect
is. Indien daarmee het probleem niet verholpen is,
contacteer dan uw dealer of een Roland Service Center.
Geen opname mogelijk
•
•
•
•
3.1 Opname en weergave
Het opnamespoor is niet geselecteerd (de STATUSindicator knippert niet rood).
De bronsporen voor de opname, de weergavesporen
of de effecten werden niet toegewezen.
De disk drive heeft onvoldoende capaciteit.
De song bevat een onvoldoende aantal events.
Geen digitale opname mogelijk
•
Geen geluid
•
•
•
•
•
•
•
De VS-880EX en de aangesloten toestellen staan uit.
De audiokabels zijn niet correct aangesloten.
De audiokabels zijn beschadigd.
Het volume van de aangesloten mengtafel of versterker staat dicht.
De master fader, de kanaalfaders, de MONITORregelaar, of de PHONES-regelaar van de VS-880EX
staan dicht.
De aangesloten output jacks zijn niet dezelfde als de
output jacks die geselecteerd zijn in het mastergedeelte van de mixer (Handleiding p. 158).
Frases van minder dan 0,5 sec. kunnen niet weergegeven worden.
Een bepaald kanaal geeft geen
geluid
•
Het volume van het kanaal staat dicht.
→ Wanneer u over en weer schakelt tussen input mixer en
track mixer, wanneer u Scenes oproept of Auto Mix gebruikt, of in gelijkaardige situaties, is het mogelijk dat
het feitelijke volumeniveau niet overeenstemt met de
faderposities. Verschuif in dat geval de faders zodat ze
overeenstemmen met de instellingen.
• Het spoor is uitgeschakeld (de STATUS-indicator is
uit).
• De Mix Switch (Handleiding p. 43) staat op “Off”.
• De Solo- of Mute-functie is in gebruik.
• “CtrlLocal” (Mixer Control Local Switch) staat op
“Off”.
Opmerking: In dit geval hebben faderbewegingen geen
invloed.
De digitale aansluiting van de CD-speler wordt niet
aanvaard.
• De master clock staat op “INT” (Handleiding p. 56).
• De DIGITAL IN-connector (optisch of coaxiaal)
werd niet correct geselecteerd.
• De sample rate van de op te nemen song verschilt van
de sample rate van het digitale audiotoestel.
→ Stel de sample rate van het digitale audiotoestel in zodat hij overeenkomt met de sample rate van de song.
Als de sample rate van het digitale audiotoestel niet gewijzigd kan worden, dan dient u een nieuwe song te
maken met die sample rate.
• Het digitale signaal wordt niet verstuurd door het
digitale audiotoestel.
→ Sommige digitale audiotoestellen sturen geen digitaal
signaal uit tenzij ze in play mode staan. Zet in dat geval
uw digitale audiotoestel in standby (pause) mode voordat u de VS-880EX in record mode zet.
• Het digitale signaal heeft een ander formaat.
→ Sommige digitale audiotoestellen gebruiken digitale
signalen met een speciaal formaat. U kan dus best een
digitaal audiotoestel gebruiken dat compatibel is met
S/P DIF.
Er zit ruis en vervorming in het
opgenomen geluid
•
De input-gevoeligheid is niet correct ingesteld.
→ Als de input-gevoeligheid te hoog staat ingesteld, zal
het opgenomen geluid vervormen. Anderzijds, wanneer
de gevoeligheid te laag ingesteld staat, zal het opgenomen geluid overstemd worden door ruis. Stel de INPUT-regelaars in zodat de meters een zo hoog mogelijk
signaalniveau aangeven, binnen het bereik van -12 dB
tot 0 dB.
7
VS-880EX Appendices
•
De equalizer wordt gebruikt met de input mixer.
•
Er zit een archives copy Zip-schijf in de drive.
→ Bij sommige equalizer-instellingen zal het geluid toch
vervormen, ook al licht de PEAK-indicator niet op. Regel de equalizer opnieuw af.
• De “ATT”-instelling (Attenuation) is incorrect.
(Handleiding p. 158)
→ Als er ruis of vervorming optreedt ten gevolge van track
bouncing, dan was het uitgangsniveau van de sporen te
hoog.
• Er is een microfoon rechtstreeks op de VS-880EX
aangesloten.
→ De VS-880EX werd ontworpen met een ruime
headroom-marge. Eveneens, aangezien de INPUT-1–6
jacks een lage impedantie van 30 k ohm hebben, kan
het opnamesignaal zwak zijn, afhankelijk van de eigenschappen van uw microfoon. Stuur het microfoonsignaal door een voorversterker, zodat het op line level
komt, alvorens het naar de VS-880EX te sturen.
De toonhoogte van de weergave
klinkt vreemd
•
•
De Vari-Pitch-functie is actief (de VARI-PITCHindicator brandt).
De Time Compression/Expansion-functie is in
gebruik (Handleiding p. 96).
3.3 Interne effecten
De effecten zijn ontoegankelijk
•
•
U probeert het algoritme van Reverb, Gated Reverb,
Vocoder 2 of Voice Transformer te selecteren met
FX2.
U probeert het algoritme van Vocoder 2 of Voice
Transformer te selecteren met FX1. (p. 50, 51).
3.4 Problemen met de CD-R drive
De CD-R drive wordt niet herkend
•
•
•
•
De CD-R drive is niet correct aangesloten.
Hetzelfde Device ID-nummer werd toegewezen aan
twee of meer SCSI-toestellen (Zip drives, CD-R drives, enz.).
Er zit geen CD-R disc in de drive.
U gebruikt een CD-R drive van een type dat niet
wordt aangeraden door Roland.
3.2 Problemen met de disk drive
Wegschrijven op CD-R discs is
onmogelijk
De interne harde schijf wordt niet
herkend
•
•
•
•
De harde schijf werd niet correct geïnstalleerd.
“IDE Drive” staat op “Off” (Handleiding p. 167).
De “Partition”-instellingen zijn onjuist.
→ Wanneer u een harde schijf met hoge capaciteit installeert in de VS-880EX, stelt u best de partitiegrootte in
op “1000MB.”
De Zip drive wordt niet herkend
•
•
De Zip drive is niet correct aangesloten.
Hetzelfde Device ID-nummer werd toegewezen aan
twee of meer SCSI-toestellen (Zip drives, CD-R drives, enz.).
• De Zip drive werd nog niet geïnitialiseerd (Handleiding p. 100).
• Er zit geen Zip-schijfje in de drive.
→ Wanneer u wisselt van Zip-schijf, zorg er dan voor dat
u de nieuwe disk selecteert als current drive.
8
•
•
•
•
•
De sample rate van de song staat niet ingesteld op
44,1 kHz (Handleiding p. 40).
Er is geen IDE hard disk geïnstalleerd.
De interne IDE hard disk beschikt niet over voldoende vrije schijfruimte. (Handleiding p. 156).
Er is onvoldoende vrije ruimte op de CD-R disc.
U probeert weg te schrijven op een CD met software.
U probeert weg te schrijven op een reeds gefinaliseerde CD-R disc.
Backup op CD-R disc is onmogelijk
•
•
U probeert een backup van een song te maken vanaf
een externe Zip drive.
U probeert een backup te maken op een CD-R disc
waarop reeds data staan.
Problemen oplossen
3.5 MIDI-toestellen
Met een video-apparaat als master
reageert de VS-880EX niet
Met de VS-880EX als master reageert
de sequencer niet op commando’s
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
De MIDI-kabel is niet correct aangesloten.
De MIDI-kabel is beschadigd.
“MIDIThr” (de MIDI THRU switch) staat niet op
“Out” (Handleiding p. 117).
“Gen” (de sync generator) staat niet ingesteld op de
juiste synchronisatiemethode (MTC, MIDI Clock,
Sync Track) (Handleiding p. 121).
Het “SYNC MODE”-veld in de display geeft “EXT”
aan (“Sync Source” staat op “EXT”).
Op de twee toestellen is niet hetzelfde type van MTC
ingesteld (tijdens MTC-synchronisatie).
De MIDI Clock data zijn niet opgenomen op de Sync
Track (indien u de Sync Track gebruikt voor synchronisatie).
De instellingen op de MIDI sequencer zijn onjuist.
De MIDI sequencer is niet klaar voor weergave.
Wanneer u synchroniseert met een
MIDI sequencer als master, reageert
de VS-880EX niet op de
boodschappen van de sequencer
•
•
•
De MIDI-kabel is niet correct aangesloten.
De MIDI-kabel is beschadigd.
U probeert te synchroniseren met de MIDI Clock.
→ De VS-880EX kan in slave mode niet functioneren met
een andere methode dan MTC.
• Het “SYNC MODE”-veld in de display geeft “INT”
aan (“Sync Source” staat op “INT”).
• Op de twee toestellen is niet hetzelfde type van MTC
ingesteld (tijdens MTC-synchronisatie).
• De instellingen op de MIDI sequencer zijn onjuist.
• De VS-880EX staat niet in playback standby mode
(met een knipperende PLAY-indicator)
• De MTC wordt slecht ontvangen.
→ Het “Error Level” instellen op “5” of hoger, kan hierin
verbetetering brengen.
De kabel aan de L-connector of de MIDI-kabel is niet
goed aangesloten.
• De MIDI-kabel is beschadigd.
• Het “SYNC MODE”-veld in de display geeft “INT”
aan (“Sync Source” staat op “INT”).
• “SysEx.Rx.” (System Exclusive Receive Switch) staat
niet op “On”.
• “MMC” (MMC mode) staat niet op “SLAVE”.
De MTC frame rate van het video-apparaat verschilt
van die van de SI-80S (Roland Video MIDI Sync
Interface), of op de video en de VS-880EX is niet hetzelfde type van MTC ingesteld.
• De MTC wordt slecht ontvangen.
→ Het “Error Level” instellen op “5” of hoger, kan hierin
verbetetering brengen.
3.6 Andere problemen
De data op de disk werden niet naar
behoren opgeslagen
•
De VS-880EX werd uitgeschakeld zonder de
shutdown-procedure uit te voeren.
• Het toestel werd uitgeschakeld terwijl de disk drive
nog in werking was.
• De disk drive kreeg een zware schok te verwerken.
• De disk drive of SCSI-kabel werd aangesloten of
afgekoppeld terwijl het toestel aan stond.
→ Initialiseer de disk drive opnieuw (en voer een “physical
format” uit). (Handleiding p. 100). U doet er goed aan
om eveneens een Surface Scan uit te voeren. (Handleiding p. 101)
9
VS-880EX Appendices
4.
Foutmeldingen
Aborted Command!
Illegal Request!
Deze disk drive kan niet gebruikt worden door de
VS-880EX.
Already Selected
De disk drive die u selecteerde, was reeds geselecteerd. Als u naar een andere drive wil overschakelen,
selecteer de disk drive dan opnieuw.
Arbitration Failed!
Busy Status!
Check Condition!
Status Error!
Normale communicatie met de disk drive was niet
mogelijk. Controleer of de disk drive correct is aangesloten.
Blank Disc
U hebt geprobeerd om de CD player-functie te
gebruiken met een disc die geen performance data
bevat. Plaats een aangekochte CD of een CD-R met
opgenomen materiaal in de drive.
Can’t Communicate!
Drive Time Out!
Message Error!
Phase Mismatch!
Undefined Sense!
Drive Unknown Error!
Er is een probleem met de aansluitingen van de disk
drive. Controleer of de disk drive correct is aangesloten.
Can’t REC CD!
Wanneer de fabrieksinstellingen van kracht zijn, kan
u geen digitale verbindingen maken met een CDspeler. Raadpleeg “Digitale signalen opnemen”
(Handleiding p. 55).
Can’t Recover
De drive check Recover-procedure kon niet uitgevoerd worden omdat er onvoldoende vrije schijfruimte was. Verwijder de songs die u niet nodig hebt,
of voer de Song Optimize-procedure uit.
10
Can’t Set Marker
Binnen een interval van vier seconden kunnen niet
meer dan twee track number mark points staan.
Complete
De handeling werd normaal uitgevoerd.
Change Int CLK?
De DIGITAL IN-connector ontvangt geen digitale
signalen. Selecteer of u al dan niet de interne klok als
referentieklok voor de sample rate wil gebruiken. Als
u op [YES] drukt, schakelt de VS-880EX over op de
interne klok.Controleer eerst of alle digitale toestellen correct aangesloten zijn en of de sample rates van
alle toestellen overeenkomen, en voer dan de handeling nogmaals uit.
Digital In Lock
De referentieklok voor de sample rate staat afgesteld
op het digitale signaal dat van de DIGITAL IN-connector komt. U kan opnemen via de digitale aansluiting.
Digital In Unlock
Het digitale signaal komt niet binnen via de DIGITAL IN-connector, of de sample rate van de song en
die van het apparaat dat aangesloten is op de DIGITAL IN-connector zijn verschillend. Onder deze
omstandigheden kan u niet opnemen via de digitale
aansluiting.
De sample rate die ingesteld is voor de song verschilt
van die van het digitale apparaat dat op de DIGITAL
IN-connector is aangesloten. Druk op [YES] en stel
op bede toestellen dezelfde sample rate in.
Disk Memory Full!
Er is onvoldoende vrije ruimte op de disk. Verwijder
onnodige data, of selecteer een andere disk drive.
Het maximale aantal songs dat op één partitie kan
worden opgenomen (200) werd overschreden. Verwijder onnodige songs, of selecteer een andere disk
drive.
Drive Busy!
Als deze boodschap verschijnt wanneer u een disk
drive voor de eerste maal gebruikt met de VS-880EX,
dan betekent dit dat de disk drive niet snel genoeg is.
Wanneer u deze disk gebruikt, maak dan een nieuwe
song met een lagere sample rate of opnamemethode
Foutmeldingen
en gebruik deze song bij de opname.
Als deze boodschap verschijnt wanneer u de disk drive reeds hebt gebruikt met de VS-880EX, dan betekent dit dat de data op de disk gefragmenteerd is, wat
vertragingen geeft bij het lezen en schrijven van data.
U kan ofwel met track bouncing de weergave data
opnieuw opnemen op een ander spoor, of u kan een
Song Optimize uitvoeren. Als na deze maatregelen
dezelfde boodschap nog steeds verschijnt, kopieer
dan de song data naar een andere disk drive en initialiseer de disk drive waarmee u het probleem had.
Event Memory Full!
De VS-880EX heeft alle events die een song kan verwerken, opgebruikt. Verwijder de onnodige Auto
Mix data, of voer een Song Optimize uit.
Finalized CD!
Deze boodschap verschijnt wanneer u probeert om
data weg te schrijven op een aangekochte CD of een
gefinaliseerde CD-R disc. Gebruik in de plaats een
blanco disc of een die niet gefinaliseerd is.
Function Failed
De verwerking werd onderbroken om wille van
onvoldoende geheugen of door een fout in de disk
drive zelf. Controleer de aansluitingen.
Hardware Error!
Er is een probleem met de disk drive. Contacteer de
fabrikant of de verdeler van de disk drive.
Lack of CD-R Memory!
Er is onvoldoende vrije ruimte op de CD-R disc om
de songs te kunnen wegschrijven.
Lack of EVENT!!
U hebt geprobeerd om Auto Mix data op te nemen
in realtime, terwijl het resterende aantal EVENTS
minder dan 1000 is. Ofwel hebt u de UNDO- of
REDO-functie gebruikt terwijl het resterende aantal
EVENTS minder dan 200 is. U kan de huidige handeling niet verderzetten.
Lack of IDE Memory!
Er is onvoldoende vrije ruimte op de interne hard
disk om de ‘image data file’ aan te maken.
MARKER Memory Full!
De VS-880EX heeft het volledige Marker Memory
(1000 Markers) dat door één song kan worden verwerkt, opgebruikt. Verwijder de onnodige markers.
Medium Error!
Er is een probleem met de disk drive media. Deze
disk kan u niet gebruiken met de VS-880EX. In sommige gevallen is een recovery mogelijk, wanneer u
een Drive Check uitvoert (Handleiding p. 160).
No CD-R Drive!
Ofwel is er geen CD-R drive aangesloten, ofwel staat
hij niet aan.
No Data to Write
Het spoor dat u selecteerde om weg te schrijven op
een CD-R disc, bevat geen song data.
No Disc
Er zit geen disc in de CD-R drive. Plaats een disc in
de drive.
No Drive Ready
Er is geen disk drive aangesloten, of er is geen interne
hard disk geïnstalleerd. Controleer of de disk drive
wel correct aangesloten is.
No IDE Drive!
Er zit geen disk drive van het IDE-type in het toestel.
Installeer een interne hard disk.
Not 44.1k Song!
De sample rate van de song is niet 44.1 kHz, dus kunnen de data niet worden weggeschreven op de CD-R
disc.
Not 512 byte / sector
De disc die u gebruikt bevat geen 512 bytes / sector.
Deze disc is niet bruikbaar op de VS-880EX.
Not Ready!
De drive is niet klaar. Wacht eventjes.
Obey Copyrights?
Deze boodschap vraagt u of u akkoord gaat met de
voorwaarden inzake reproductie, uitzending en verkoop van de software. Gelieve aandachtig de licentieovereenkomst te lezen.
Please insert CD-R Disc!
Ofwel staat de lader van de CD-R drive nog open, of
er zit geen CD-R disc in, of de CD-R drive is om een
andere reden niet klaar. Plaats een CD-R disc in de
drive.
11
VS-880EX Appendices
Please Wait...
Er is een handeling in uitvoering. Gelieve even te
wachten.
SCSI ID Error!
Er is een conflict tussen de SCSI ID-nummers van
twee of meer disk drives. Stel de SCSI ID-nummers
in zodat ze niet conflicteren.
SPC Not Available!
Er is een defect aan de SCSI-componenten van de
VS-880EX. Laat dit nakijken door uw dealer of door
een bevoegde Roland-technicus.
Song Protected!
Aangezien Song Protect aan staat, kan de handeling
niet uitgevoerd worden.
TOC Read Error!
Er heeft zich een fout voorgedaan bij het lezen van de
CD-R disc. Er is een probleem met de CD-R drive of
de CD-R disc.
Too Many Markers!
U hebt geprobeerd om meer dan 98 ‘track number
mark points’ te plaatsen. Een CD kan maximum 98
track number mark points bevatten.
Unformatted!
De disk drive is niet geïnitialiseerd door de VS880EX. Initialiseer de disk drive.
Als deze melding verschijnt voor een disk drive die
wel geïnitialiseerd is door de VS-880EX, dan is er een
probleem met de aansluitingen van de disk drive.
Controleer of de disk drive wel correct is aangesloten.
User Aborted!
De procedure werd geannuleerd door op [EXIT
(NO)] te drukken.
Write Another?
Het wegschrijven op de disc is voltooid. Kies of u
dezelfde data al dan niet naar nog een andere disc wil
wegschrijven. Druk op [YES] of [NO].
Write Protected!
De disk drive is beveiligd.
12
Speciale Toetscombinaties
5.
Speciale Toetscombinaties
Hieronder vindt u een lijst van alle functies die u met een bepaalde toetscombinatie, of met een combinatie van de
TIME/VAUE dial en een toets kan oproepen.
5.1 SELECT / CH EDIT-toetsen
[SHIFT]+[Assign] (kanaal 1):
[SHIFT]+[V.Track] (kanaal 2):
[SHIFT]+[EQ Low] (kanaal 3):
[SHIFT]+[EQ Mid] (kanaal 4):
[SHIFT]+[EQ Hi] (kanaal 5):
[SHIFT]+ [AUX Send] (kanaal 6):
[SHIFT]+ [EFFECT-1] (kanaal 7):
[SHIFT]+[EFFECT-2] (kanaal 8):
[STATUS]+SELECT-toetsen:
[STATUS]+SELECT-toetsen:
[STATUS]+SELECT-toetsen:
[AUTOMIX]+SELECT-toetsen:
[SHIFT]+[SOLO (EZ ROUTING)]:
[SHIFT]+[EDIT (FADER)]:
Naar de pagina met Assign-instellingen (wanneer de FADER-indicator
oranje oplicht).
Naar de pagina met V-track-instellingen (wanneer de FADER-indicator
oranje oplicht).
Naar de pagina met de instellingen voor Equalizer low gain/Frequency.
Naar de pagina met de instellingen voor Equalizer mid gain (wanneer u
3-bands EQ gebruikt).
Naar de pagina met de instellingen voor Equalizer high gain/Frequency.
Naar de pagina met de instellingen voor AUX switch.
Naar de pagina met de instellingen voor Effect-1 switch.
Naar de pagina met de instellingen voor Effect-2 switch.
Selecteert de signaalbron die u wil opnemen op het spoor (wanneer de
FADER-indicator oranje oplicht).
Selecteert het spoor dat u wil opnemen op het spoor (Track Bouncing)
(wanneer de FADER-indicator groen oplicht).
Selecteert de effect return en de stereo in die u wil opnemen op het spoor
(wanneer de FADER-indicator rood oplicht).
Selecteert voor elk kanaal of auto-mix opgenomen/weergegeven/genegeerd wordt (wanneer Automix aan staat).
Solo mode aan/uit.
Naar de pagina met de instellingen voor het Master block.
5.2 EDIT CONDITION-toetsen
[SHIFT]+[SYSTEM]:
[SHIFT]+[SONG]:
[SHIFT]+[EFFECT]:
Veranderen van sync source.
Informatie over de song tonen (Play mode).
Wisselen tussen de effect select-pagina, de effect name-pagina en de
effect on/off-pagina (Effect mode).
5.3 Transport Control-toetsen
[SHIFT]+[STORE (ZERO)]:
[SHIFT]+[SONG TOP (REW)]:
[SHIFT]+[SONG END (FF)]:
[SHIFT]+[SHUT/EJECT (STOP)]:
De song data opslaan op de disk drive.
Naar de tijdspositie waar het eerste geluid van de song is opgenomen.
Naar de tijdspositie waar het laatste geluid van de song is opgenomen.
Shut down.
13
VS-880EX Appendices
[SHIFT]+[RESTART (PLAY)]:
[REC]+[STATUS]:
[STOP]+[STATUS]:
Herstarten (na een shut down).
De track status op REC zetten (STATUS-indicator knippert rood).
De track status op PLAY zetten (STATUS-indicator licht groen op).
5.4 LOCATOR-toetsen
[SHIFT]+LOC-toetsen ([1/5]-[4/8]):
[CLEAR]+LOC-toetsen
([1/5]-[4/8]):
[SHIFT]+[CLEAR]
+LOC-toetsen ([1/5]-[4/8]):
[CLEAR]+[TAP]:
[SHIFT]+[CLEAR]+[TAP]–›[YES]:
[SONG]+[TAP]:
[SONG]+[PREVIOUS]:
[SONG]+[NEXT]:
[LOCATOR]+[LOC1/5]–[LOC4/8]:
[TRACK]+[LOC1/5]:
[TRACK]+[LOC2/6]:
[TRACK]+[LOC3/7]:
[TRACK]+[LOC4/8]:
[SHIFT]+[TAP]:
Een 5–8-locator plaatsen.
Een 1–4-locator verwijderen.
Een 5–8-locator verwijderen.
Alle markers uitwissen.
Alle markers uitwissen.
Een marker plaatsen voor een audio CD tracknummer.
Naar de vorige tracknummermarker gaan.
Naar de volgende tracknummermarker gaan.
Wisselen van locate bank.
De huidige tijdspositie invoeren als track edit “St” (startpunt).
De huidige tijdspositie invoeren als track edit “Frm” (from-punt).
De huidige tijdspositie invoeren als track edit “End” (eindpunt).
De huidige tijdspositie invoeren als track edit “To” (to-punt).
Naar de pagina met de instellingen voor Tempo Map.
5.5 AUTOMIX-toetsen
[AUTOMIX]+[TAP]:
[AUTOMIX]+[PREVIOUS]:
[AUTOMIX]+[NEXT]:
[AUTOMIX]+[REC]:
Snapshot uitvoeren (wanneer Automix aan staat).
Geleidelijke overgang naar de mixerinstelling van de vorige marker (wanneer Automix aan staat).
Geleidelijke overgang naar de mixerinstelling van de volgende marker
(wanneer Automix aan staat).
Automix Realtime recording (wanneer Automix aan staat).
5.6 Andere
[SHIFT]+[PLAY (DISPLAY)]:
[SHIFT]+
[VARI PITCH (AUTOMIX)]:
[SHIFT]+[UNDO]:
[SHIFT]+[SCENE]:
[SHIFT]+[SCRUB]:
[SHIFT]+[TO]:
[SHIFT]+[FROM]:
14
Een andere balkgrafiek oproepen.
Vari pitch mix aan/uit.
Redo uitvoeren (wanneer de UNDO-indicator brandt).
De mixertoestand als MIDI data uitzenden vanuit de MIDI OUT-connector.
Naar de pagina met de instellingen voor de Scrub length.
Naar de pagina met de instellingen voor de Preview length.
Naar de pagina met de instellingen voor de Preview length.
Speciale Toetscombinaties
[SHIFT]+CURSOR [
]:
[SHIFT]+[
]:
[SHIFT]+PARAMETER [
]:
[SHIFT]+PARAMETER [
]:
[TO]+[FROM]:
STATUS-toets+[CLEAR]:
[PLAY]+ TIME/VALUE dial:
[SHIFT]+TIME/VALUE dial:
De cursor naar links bewegen, wanneer u de tijdspositie wijzigt.
De cursor naar rechts bewegen, wanneer u de tijdspositie wijzigt.
De vorige effectparameter selecteren (in de Effect edit mode).
De volgende effectparameter selecteren (in de Effect edit mode).
Preview thru uitvoeren.
Alle routing annuleren.
Naar de pagina met de instellingen voor het displaycontrast.
De waarde verandert tien maal zo snel als anders.
In de Play mode verschuift de tijdspositie per 10 frames.
In de Play mode, wanneer er een “‹–” staat bij het begin van de tijdcodedisplay, verschuift de tijdspositie met stapjes van ongeveer 1/100 frame.
15
VS-880EX Appendices
6.
Overzicht van de Parameters
Voor een gedetailleerd overzicht van alle parameters
verwijzen we naar de Engelstalige Appendices. In het
onderdeel “Parameter List” (Appendices p. 14-18)
vindt u lijsten met de parameternamen en de bijbehorende display-aanduidingen en waarden.
Input Mixer
Zie Engelstalige Appendices p. 14.
Track Mixer
Zie Engelstalige Appendices p. 15.
Stereo In / Effect Return
Zie Engelstalige Appendices p. 16.
Masterblock
Zie Engelstalige Appendices p. 16.
System Parameter
Zie Engelstalige Appendices p. 17.
MIDI Parameter
Zie Engelstalige Appendices p. 17.
Disk Parameter
Zie Engelstalige Appendices p. 18.
Sync / Tempo Parameter
Zie Engelstalige Appendices p. 18.
Sync Track Convert
Zie Engelstalige Appendices p. 18.
Tempo Map
Zie Engelstalige Appendices p. 18.
Scene / Automix
Zie Engelstalige Appendices p. 18.
16
Drive Initialize
Zie Engelstalige Appendices p. 18.
Overzicht van de Preset Patches
7.
Overzicht van de Preset Patches
In dit overzicht zijn enkel de namen en nummers van de patches plus een korte beschrijving opgenomen. Voor een
gedetailleerd overzicht met informatie over het algoritme, het effecttype en de input verwijzen we naar de “Preset
Patch List” (Engelstalige Appendices p. 19-25).
Reverb (18 presets)
A00
A01
A02
A03
A04
A05
A06
A07
A08
A09
A10
A11
A12
RV:LargeHall
RV:SmallHall
RV:Strings
RV:PianoHall
RV:Orch Room
RV:VocalRoom
RV:MediumRm
RV:LargeRoom
RV:CoolPlate
RV:Short Plt
RV:Vocal Plt
RV:Soft Amb.
RV:Room Amb.
A13
A14
A15
A16
A17
RV:Cathedral
RV:Long Cave
RV:GarageDr.
RV:Rock Kick
RV:Rock Snare
Galm zoals in een grote concertzaal.
Galm zoals in een kleine zaal.
Galm geoptimaliseerd voor de delicate hoge tonen van de strijkers.
Rijke en warme galm, geoptimaliseerd voor piano’s.
Galm van een groot vertrek, zoals een banketzaal.
Galm geschikt voor stemgeluid en chorus.
Warme galm met een natuurlijk ruimtelijk gevoel.
Simulatie van de akoestiek van een grote kamer met veel weergalm.
Distinctieve, heldere plaatgalm.
Korte plaatgalm.
Kristalheldere galm, geoptimaliseerd voor stemmen.
Galm van een kamer met geluidsabsorberende wanden.
Natuurlijke galm van een ruimte met een goede akoestiek, geschikt voor drums en
gitaren.
Akoestiek van een grote kerk met een hoog plafond.
Galm van een diepe grot.
Natuurlijke galm die unieke drumgeluiden benadrukt.
Galm met veel lage frequenties, geschikt voor rock-basdrums.
Rijke en vette galm die veel bijdraagt tot een stevige rock-snare.
Gate Reverb (4 presets)
A18
A19
A20
A21
RV:BriteGate
RV:Fat Gate
RV:ReverseGt
RV:PanningGt
Heldere gate reverb.
Dynamische galm met krachtige midden- en lage tonen.
Het typische “reverse” (aanzwellend) effect.
Een speciaal effect waarbij de galm tussen links en rechts beweegt.
Delay (9 presets)
A22
A23
A24
A25
A26
A27
A28
A29
A30
DL:Short Dly
DL:MediumDly
DL:LongDelay
DL:AnalogDly
Tape Echo
DL:Karaoke
DL:Multi-Tap
DL:MltTabAmb
DL:Ping Pong
Dit effect geeft meer diepgang aan het geluid door het te verdubbelen.
Natuurlijke echo, geoptimaliseerd voor stemmen.
Lange delay, uiterst geschikt voor koperblazers en synth solo’s.
“Analoge” delay waarbij hoge feedback-tonen wegebben.
Simulatie van een bandecho met alle neveneffecten (wow en flutter) vandien.
Intense karaoke-galm.
Individuele weerkaatsingen die van verschillende plaatsen in het stereobeeld komen.
Een ambience-effect dat uit 10 aparte herhalingen bestaat.
Een speciaal Tap Delay-effect.
17
VS-880EX Appendices
Vocal (10 presets)
A31
A32
A33
A34
A35
A36
A37
A38
A39
A40
VO:Vocal Efx
VO:JazzVocal
VO:Rock Vocal
VO:Narration
VO:BigChorus
VO:Club DJ
VO:AM-Radio
VO:PlusTwo
VO:Robot Efx
VO:Bull Horn
Alle basiseffecten voor een stemopname.
Warme klankkleur, geschikt voor Jazz-stemmen.
Dit effect maakt o.a. gebruik van een limiter/enhancer en een unison-effect.
Zwaar gecomprimeerd geluid, geschikt voor vertelstemmen.
Breed stereo-effect, alsof er verscheidene mensen tegelijk zingen.
De pitch-shifter van dit effect doet uw stem lager klinken, uiterst geschikt voor DJ’s.
Geluid met harde compressie en een smal frequentiebereik.
Dit effect voegt door middel van de pitch-shifter twee stemmen toe aan het origineel.
SF-achtige robotstem (met pitch-shifter).
Simulatie van het geluid van een goedkoop transistorradiootje.
Guitar (11 presets)
A41
A42
A43
A44
A45
A46
A47
GT:Rock Lead
GT:LA Lead
GT:MetalLead
GT:Metal Jet
GT:CleanRthm
GT:DIedClean
GT:Delay Rif
A48
A49
A50
A51
GT:Acoustic
GT:BluesDrv.
GT:Liverpool
GT:Country
Vervorming met delay.
Lead-klank met een hartige compressie en chorus.
Metal-geluid met zware vervorming.
Vervorming aangevuld met een metaalachtig flanger-geluid.
Clean geluid met compressie en chorus.
Superclean geluid, alsof u rechtstreeks in de mengtafel opneemt.
Delay waarbij de herhalingen op gepunte achtste noten vallen als u een riff met
120BPM speelt.
Geoptimaliseerd voor elektro-akoestische gitaren.
Crunchy overstuurd geluid, geschikt voor blues en R&R.
Crunchy geluid, typisch voor Britse rock uit de ‘60s.
Clean geluid met compressie en delay.
Guitar Amp Simulator (9 presets)
A52
A53
A54
A55
A56
A57
A58
A59
A60
GA:JazzChorus
GA:CleanTwin
GA:Vin.Tweed
GA:BluesDrv.
GA:MatchLead
GA:StudioCmb
GA:JMP-Stack
GA:SLDN Lead
GA:5150 Lead
Roland JC-120 versterker. Klinkt vooral authentiek met een beetje chorus toegevoegd.
U.S. “black panel” buizenversterker.
Oversturing van een Amerikaanse buizenversterker uit de jaren ‘50.
Crunchy oversturing van een oude Britse versterker.
“Hot-rodded” Britse comboversterker.
Favoriete studioversterker in de late jaren ‘70.
Britse “stacks” uit de late jaren ‘60.
Versterker uit de jaren ‘80, gekend voor zijn veelzijdige vervorming.
Standaard buizenversterker voor Amerikaanse heavy metal.
Bass (5 presets)
A61
A62
A63
A64
A65
18
BS:DI’edBass
BS:MikedBass
BS:CompBass
BS:Auto Wah
BS:EFX Bass
Middels lichte limiting en EQ geoptimaliseerd voor opnames.
Luidsprekerkabinet met 4 x 12” met een microfoon ervoor.
Zwaar gecomprimeerd geluid, geschikt voor “slapping”.
De auto-wah zorgt voor een typisch ‘70s synth bass-geluid.
Basgeluid met delay en chorus, geschikt voor solo’s.
Overzicht van de Preset Patches
Stereo Multi (5 presets)
A66
A67
A68
A69
A70
CL:Comp
CL:Limiter
EQ:Loudness
EQ:Fat Dance
EQ:ThinJingl
Stereo-compressie, geoptimaliseerd voor een radiomix.
Pieklimiter, interessant voor analoge mastering.
EQ-curve waarbij de hoge en lage tonen lichtjes geaccentueerd worden.
Harde compressie en EQ, geschikt voor dance-muziek.
Limiter en EQ voor radio- en TV-uitzendingen.
Chorus / Flanger / Phaser / Pitch Shifter (9 presets)
A71
A72
A73
A74
A75
A76
A77
A78
A79
CH:Lt Chorus
CH:Deep Cho
CH:DetuneCho
FL:LtFlanger
FL:Deep Fl
PH:Lt Phaser
PH:DeepPhase
PS:-4thVoice
PS:ShimmerUD
Natuurlijke stereo-chorus die “dun” genoeg is om een helder geluid over te houden.
Intense stereo chorus die het geluid dieper en breder maakt.
Chorus waarbij het linker- en rechterkanaal verschillend ontstemd zijn.
Stereo flanger met lichte modulatie.
Diepe stereo flanger die klinkt als een overvliegende straaljager.
Lichte 4-traps stereo phaser, geschikt voor synthesizer-strijkers.
Diepe phaser, geschikt voor elektrische piano en clavinet.
Voegt een kwartinterval toe aan het originele signaal.
Effect waarbij de toonhoogte van het linkerkanaal geleidelijk stijgt en die van het rechterkanaal geleidelijk daalt.
Zelfde als algoritme (20 presets)
A80
A81
A82
A83
A84
A85
A86
A87
A88
A89
A90
A91
A92
A93
A94
A95
A96
A97
A98
A99
Reverb
Delay
StDly-Chorus
StPS-Delay
Vocoder
2ch RSS
Delay RSS
Chorus RSS
GuitarMulti1
GuitarMulti2
GuitarMulti3
Vocal Multi
Rotary
GuitarAmpSim
St Phaser
St Flanger
DualComp/Lim
Gate Reverb
MultiTapDly
Stereo Multi
Reverb2 (20 presets)
B00
B01
B02
B03
B04
R2:LargeHall
R2:SmallHall
R2:Strings
R2:PianoHall
R2:Orch Room
Galm zoals in een grote concertzaal.
Galm zoals in een kleine zaal.
Galm geoptimaliseerd voor de delicate hoge tonen van de strijkers.
Rijke en warme galm, geoptimaliseerd voor piano’s.
Galm van een groot vertrek, zoals een banketzaal.
19
VS-880EX Appendices
B05
B06
B07
B08
B09
B10
B11
B12
R2:VocalRoom
R2:MediumRm
R2:LargeRoom
R2:CoolPlate
R2:Short Plt
R2:Vocal Plt
R2:Soft Amb.
R2:Room Amb.
B13
B14
B15
B16
B17
B18
B19
R2:Cathedral
R2:Long Cave
R2:GarageDr.
R2:Rock Kick
R2:Rock Snare
R2:BriteGte2
R2:Fat Gate2
Galm geschikt voor stemgeluid en chorus.
Warme galm met een natuurlijk ruimtelijk gevoel.
Simulatie van de akoestiek van een grote kamer met veel weergalm.
Distinctieve, heldere plaatgalm.
Korte plaatgalm.
Kristalheldere galm, geoptimaliseerd voor stemmen.
Galm van een kamer met geluidsabsorberende wanden.
Natuurlijke galm van een ruimte met een goede akoestiek, geschikt voor drums en
gitaren.
Akoestiek van een grote kerk met een hoog plafond.
Galm van een diepe grot.
Natuurlijke galm die unieke drumgeluiden benadrukt.
Galm met veel lage frequenties, geschikt voor rock-basdrums.
Rijke en vette galm die veel bijdraagt tot een stevige rock-snare.
Heldere en vette Gate Reverb met instelbare Threshold.
Warme en vette Gate Reverb met instelbare Threshold.
Mic Simulator (22 presets)
B20
B21
B22
B23
MS:57–›58
MS:57–›421
MS:57–›451
MS:57–›87
B24
MS:57–›47
B25
B26
MS:57–›Line
MS:DR20–›421
B27
MS:DR20–›451
B28
MS:DR-20–›87
B29
B30
B31
B32
B33
B34
B35
B36
B37
B38
B39
B40
B41
MS:10–›58
MS:10–›87
MS:Mini–›57
MS:Mini–›87
MS:Kick&Snr1
MS:Kick&Snr2
MS:Hat&Tom
MS:Dr.OvrTop
MS:Dr.OvrAll
MS:Ac. Guitar
MS:StudioVcl
MS:StereoMic
MS:Ambience
* D-microfoon:
* C-microfoon:
20
Maakt een D-microfoon speciaal geschikt voor zang.
Maakt een D-microfoon speciaal geschikt voor drums en gitaarversterkers.
Maakt een D-microfoon speciaal geschikt voor akoestische gitaar en cimbalen.
Maakt van een D-microfoon een grote C-microfoon voor stem en akoestische instrumenten.
Maakt van een D-microfoon een ‘vintage’ C-microfoon voor stem en akoestische
instrumenten.
Strijkt de frequentiecurve van de D-microfoon glad.
Maakt van een Roland DR-20 een instrumentale D-microfoon voor drums en gitaarversterkers.
Maakt van een Roland DR-20 een kleine C-microfoon voor akoestische gitaar en cimbalen.
Maakt van een Roland DR-20 een grote C-microfoon voor stem en akoestische instrumenten.
Maakt van een hoofdmicrofoon een D-microfoon voor zang.
Maakt van een hoofdmicrofoon een grote C-microfoon.
Maakt van een mini C-microfoon een D-microfoon.
Maakt van een mini C-microfoon een grote C-microfoon.
Voor de basdrum (L-kanaal) en de snare drum (R-kanaal) van een drumkit (1).
Voor de basdrum (L-kanaal) en de snare drum (R-kanaal) van een drumkit (2).
Voor de hi-hat (L-kanaal) en de tom (R-kanaal) van een drumkit (1).
Geeft een goede overhead-klank (microfoons boven de drums en de cimbalen).
Geeft een goede ambience-klank (microfoons die de ruimte opnemen).
Voor akoestische gitaar. InsertL: helderder, InsertR: warmer.
Voor stemmen. InsertL: natuurlijk, InsertR: Rock.
Vertraagt links en rechts ten opzichte van elkaar voor een breder stereogeluid.
Bootst ambience-microfoons na. Voeg een beetje galm toe en mix dit met het originele
signaal.
dynamische microfoon
condensatormicrofoon
Overzicht van de Preset Patches
Parametric Equalizer (26 presets)
B42
B43
B44
PEQ:BassDrum
PEQ:RockBD
PEQ:RockSD
B45
B46
B47
B48
B49
B50
B51
B52
B53
B54
B55
B56
PEQ:RimShot
PEQ:Toms
PEQ:Hi Hat
PEQ:Cymbals
PEQ:Overhead
PEQ:Bass1
PEQ:Bass2
PEQ:SlapBass
PEQ:Sax
PEQ:Bari.Sax
PEQ:ElecGtr
PEQ:NylonGtr
B57
B58
B59
B60
B61
B62
B63
B64
B65
B66
B67
PEQ:BluesGtr
PEQ:SlideGtr
PEQ:LineGtr
PEQ:Male
PEQ:RockMale
PEQ:Female
PEQ:RockFeml
PEQ:Narrator
PEQ:Organ
PEQ:St.Piano
PEQ:SmallCho
Voor basdrum. Regel LowQ en HiG bij.
Voor basdrum. Geaccentueerde lage en middentonen voor een goed rock-geluid.
Voor snare drum. Haalt de midden- en lage tonen weg en accentueert het geluid van
de slag en de snaren.
Voor rim shots. Versterkt de attack.
Voor toms. Regel LowF en LowMidF.
Voor een heldere hi-hat. Regel HiMidG.
Voor cimbalen. Accentueert de typische klankkleur van de verschillende cimbalen.
Geschikt om een volledige drumkit te bewerken.
Voor een breed en strak basgeluid.
Voor een vet en punchy rock-basgeluid.
Accentueert de “geslapte” noten.
Voor alt-/sopraansax. Verlaag de HiG voor een zacht geluid.
Voor baritonsax. Regel LoMidF.
Deze Preset zorgt dat de Leadgitaar steeds hoorbaar blijft.
Zet de toon van nylon snaren extra in de verf. Het geluid van de frets kunt u regelen
met HiG.
Uitstekende klank om blues te spelen op een akoestische gitaar.
Geeft een rijke klank aan een akoestische slide-gitaar. Regel de HiF.
Voor piezo pickups. Regel de helderheid met HiG.
HiG maakt een mannenstem zuiverder.
Maakt een mannenstem steviger. Probeer dit te combineren met Comp.
LoMidG maakt een vrouwenstem zuiverder.
Maakt een vrouwenstem steviger. Probeer dit te combineren met Comp.
Versterkt het karakter van een mannelijke vertelstem.
Versterkt het karakter van een kerkorgel.
Voor een stereo piano-opname. Links: lage tonen, Rechts: hoge tonen.
Hiermee kunt u de achtergrondstemmen uit het frequentiegebied van de lead vocal
halen.
Graphic Equalizer (3 presets)
B68
B69
B70
GEQ:TotalEQ1
GEQ:TotalEQ2
GEQ:Space EQ
Versterkt de hoge en lage tonen.
Verzwakt de hoge en lage tonen, hetgeen een strakker geluid geeft.
Maakt van een mono-signaal een stereo-signaal.
Space Chorus (3 presets)
B71
B72
B73
SPCHO:MODE1
SPCHO:MODE2
SPCHO:MODE3
Simuleert MODE1 van de klassieke SDD-320 ambience processor.
Simuleert MODE2 van de klassieke SDD-320 ambience processor.
Simuleert MODE3 van de klassieke SDD-320 ambience processor.
Special Effects (16 presets)
B74
B75
B76
B77
B78
LFP:BreakBts
LFP:1bitDist
LFP:TeknoFlt
LFP:ResoFlt
LFP:FatBotom
Bootst de klank na die u krijgt door de uitleesfrequentie van een sample te verlagen.
Extreme vervorming die u krijgt door het aantal bits te verlagen.
Bootst de aliasing-ruis van lage samplingfrequenties na.
Filter met synthesizerachtige resonantie en instelbare afsnijfrequentie.
Groove met zware bassen. Mix met het originele signaal.
21
VS-880EX Appendices
B79
B80
B81
B82
B83
B84
B85
B86
B87
B88
B89
VT:M to Fm
VT:Fm to M
VT:Male Duo
VT:FemaleDuo
VT:Robot
VOC2:M19Band
VOC2:S19Band
HC:Quiet60Hz
HC:Quiet50Hz
VC:VocalCnl
VC:CenterCnl
Vormt een mannenstem om tot een vrouwenstem.
Vormt een vrouwenstem om tot een mannenstem.
Maakt van een mannenstem een duet (door een vrouwenstem toe te voegen).
Maakt van een vrouwenstem een duet (door een mannenstem toe te voegen).
Robotstem.
Helder vocoder-effect.
Speciale stereo vocoder met lange uitsterftijd.
Onderdrukt 60Hz-brom.
Onderdrukt 50Hz-brom.
Verwijdert de stem uit een opname.
Verwijdert het geluid dat zich in het midden bevindt.
Zelfde als algoritme (14 presets)
B90
B91
B92
B93
B94
B95
B96
B97
B98
B99
C00
C01
C02
C03
Reverb2
Space Chorus
Lo-Fi Proces
ParametricEQ
Graphic EQ
Hum Canceler
Vocal Cancel
Voice Trans
Vocoder2 (19)
MicSimulator
3BndIsolator
TapeEcho201
Analog Flnger
AnalogPhaser
Tape Echo 201 (4 presets)
C04
C05
C06
C07
TE:ShortEcho
TE:LongEcho
TE:OldTape
TE:PanEcho
Simulatie van een korte bandecho.
Simulatie van een lange bandecho.
Simulatie van een bandecho met een oude band.
Simulatie van een stereo bandecho.
Analog Flanger (1 preset)
C08
AF:SBF-325
Simulatie van een Roland SBF-325 analoge flanger.
Analog Phaser (1 preset)
C09
22
AP:FB-Phaser
Simulatie van een analoge phaser.
Overzicht van de Effecten (Algoritmes)
8.
Overzicht van de Effecten (Algoritmes)
In dit hoofdstuk geven we een korte beschrijving van de verschillende effect-algoritmes. Voor een gedetailleerd
overzicht van de algoritmes, met blokschema en parameters, verwijzen we u naar het onderdeel “Algorithm List”
in de Engelstalige Appendices p. 26-54.
Reverb
Dit algoritme voegt weergalmingen toe aan het
geluid, zodat het lijkt alsof het geluid wordt voortgebracht in een zaal of een kamer. Op de input zit een
3-bands equalizer.
(Eng. Appendices p. 26)
Delay
Dit algoritme is een delay met mono-input en
stereo-output. Op de output zit een 3-bands equalizer.
(Eng. Appendices p. 27)
StDly-Chorus (Stereo Delay Chorus)
Dit algoritme is een serieschakeling van een stereo
delay en een stereo chorus. Het uitgangssignaal gaat
door een 3-bands equalizer.
(Eng. Appendices p. 28)
2ch RSS (2-channel RSS)
Met dit algoritme kunt u het ingangssignaal in een
driedimensionele ruimte plaatsen. Zorg dat enkel het
effectgeluid te horen is. Als u INPUT A gebruikt, stel
de Effect Pan van het kanaal dan in op “L63” (send/
return) of op “InsL” (insert). Gebruikt u INPUT B,
kies dan “R63” of “InsR” voor de Effect Pan.
(Eng. Appendices p. 30)
Delay RSS
Dit is een delay met drie onafhankelijke vertragingslijnen. De linker en rechter uitgang zijn bovendien
verbonden met het RSS-effect. Het geluid van het
linkerkanaal schuift 90° naar links en het geluid van
het rechterkanaal 90° naar rechts. Op het uitgangssignaal van de centrale vertragingslijn kan u feedback
zetten.
(Eng. Appendices p. 31)
Chorus RSS
StPS-Delay (Stereo Pitch Shifter
Delay)
Dit is een stereo Pitch Shifter (toonhoogteverschuiving) met Delay en instelbare terugkoppeling (Feedback). Het uitgangssignaal gaat door een 3-bands
equalizer.
(Eng. Appendices p. 29)
Vocoder
Dit is een 10-bands vocoder. De bedoeling is dat u
een instrumentsignaal naar het linker ingangskanaal
stuurt en een stem naar het rechter ingangskanaal.
Het instrumentgeluid wordt opgedeeld in tien frequentiebanden. Het volume van die banden verandert dan volgens de frequentie-inhoud van de stem.
Op die manier lijkt uw instrumentsignaal te spreken.
Stel de Effect Pan voor het kanaal met het instrumentgeluid in op “L63” (send/return) of kies “InsL”
(insert). Voor het kanaal waarop de stem zit, kiest u
“R63” of “InsR”.
(Eng. Appendices p. 30)
Dit is een chorus met RSS op het uitgangssignaal.
Het geluid van het linkerkanaal is 90° naar links
geschoven, en het geluid van het rechterkanaal 90°
naar rechts.
(Eng. Appendices p. 31)
Guitar Multi 1
Dit algoritme is een multi-effect voor gitaar.
(Eng. Appendices p. 32)
Guitar Multi 2
Dit algoritme is een multi-effect voor gitaar.
(Eng. Appendices p. 33)
Guitar Multi 3
Dit algoritme is een multi-effect voor gitaar.
(Eng. Appendices p. 34)
23
VS-880EX Appendices
Vocal Multi
Dit algoritme is een multi-effect voor zang.
(Eng. Appendices p. 35)
Rotary
Dit algoritme geeft een simulatie van een ronddraaiende luidspreker.
(Eng. Appendices p. 36)
GuitarAmpSim (Guitar Amp
Simulator)
Dit algoritme geeft een simulatie van een gitaarversterker.
(Eng. Appendices p. 37)
St Phaser (Stereo Phaser)
Dit is een stereo phaser. Het uitgangssignaal gaat
door een 3-bands equalizer.
(Eng. Appendices p. 38)
St Flanger (Stereo Flanger)
Dit is een stereo flanger. Het uitgangssignaal gaat
door een 3-bands equalizer.
(Eng. Appendices p. 39)
DualCom/Lim (Dual Compressor /
Limiter)
Dit algoritme plaatst twee onafhankelijke processoren (A en B) in serie, zowel voor de Compressor /
Limiter als voor de ruisonderdrukker. Als u INPUT
A gebruikt, stel dan de Effect Pan voor het kanaal in
op “L63” (send/return) of op “InsL” (insert). Als u
INPUT B gebruikt, kies dan “R63” of “InsR” voor de
Effect Pan.
(Eng. Appendices p. 40)
Gate Reverb
Dit is een Reverb, gevolgd door een Gate en een 3bands equalizer.
(Eng. Appendices p. 41)
Stereo Multi
Bij dit algoritme staan een stereo ruisonderdrukker,
een stereo compressor/limiter, een stereo enhancer
en een stereo equalizer in serie.
(Eng. Appendices p. 43)
Reverb 2
Dit is een reverb die voorzien is van een gate-functie
en een ducking-functie. U kunt dit effect zowel aan
FX1 als aan FX2 toewijzen. U kan ook twee reverbs
met verschillende instellingen gebruiken, of deze
reverb combineren met een vorige.
(Eng. Appendices p. 44)
Space Chorus
Dit is een chorus die een simulatie geeft van de
Roland SDD-320.
(Eng. Appendices p. 45)
Lo-Fi Proces (Lo-Fi Processor)
Met dit algoritme verkrijgt u een “lo-fi”-geluid (van
mindere kwaliteit) door de sample rate te verlagen
en/of het aantal bits te verminderen. Met de in serie
geschakelde realtime modify filters kan u het geluid
naar wens omvormen.
(Eng. Appendices p. 45)
ParametricEQ (4-Band Parametric
Equalizer)
Dit is een 4-bands parametrische equalizer, die u als
twee mono-equalizers of als één stereo-equalizer kan
gebruiken.
(Eng. Appendices p. 46)
GraphicEQ (10-Band Graphic
Equalizer)
Dit is een simulatie van een 10-bands grafische
equalizer. Ook deze kan als twee mono-equalizers of
als één stereo-equalizer gebruikt worden.
(Eng. Appendices p. 47)
Hum Canceler
MultiTapDly (Multi Tap Delay)
Dit is een delay waarbij u tien onafhankelijke vertragingslijnen kan instellen. Het uitgangssignaal gaat
door een 3-bands equalizer.
(Eng. Appendices p. 42)
24
Verwijdert ongewenste brom (zoals het gezoem van
het elektriciteitsnet).
(Eng. Appendices p. 48)
Overzicht van de Effecten (Algoritmes)
Vocal Cancel
Hiermee kunt u uit een stereo-signaal (bv. van CD of
DAT) de geluiden verwijderen die zich in het midden van het stereobeeld bevinden (meestal de zang
en/of de bas).
Opmerking: Afhankelijk van het bronsignaal, is het mogelijk
dat er naast de zang ook nog andere instrumenten verwijderd
worden. Vooral wanneer er veel reverb op het signaal zit, of
wanneer het te verwijderen geluid zich niet centraal in het
stereobeeld bevindt, geeft de Vocal Canceller misschien niet
het gewenste resultaat.
(Eng. Appendices p. 49)
weg laten klinken.
(Eng. Appendices p. 52)
3BndIsolater (3-Band Isolator)
Het ingangssignaal wordt opgesplitst in drie frequentiegebieden (hoog, midden en laag), die u apart
kunt versterken of verzwakken.
(Eng. Appendices p. 53)
TapeEcho201 (Tape Echo 201)
Dit is een bandecho die de Roland RE-201 nabootst.
(Eng. Appendices p. 53)
Voice Trans (Voice Transformer)
Hiermee kan u onafhankelijk de basisfrequentie en
de formanten van het stemgeluid beïnvloeden, waardoor u stemmen onherkenbaar kan vervormen.
Opmerking: De Voice Transformer kan u enkel gebruiken in
FX1. Voor dit effect zal FX2 niet beschikbaar zijn.
•
•
•
Enkele tips
Gebruik enkel monofone stemmen. Met meerdere
stemmen tegelijk werkt dit effect niet naar behoren.
Zorg dat de microfoon geen geluid van de luidsprekers opvangt, want dit geeft hetzelfde resultaat als
meervoudige stemmen.
Gebruik een unidirectionele microfoon en spreek of
zing zo dicht mogelijk tegen de microfoon.
(Eng. Appendices p. 50)
AnalogFlnger (Analog Flanger)
Dit is een analoge flanger die de Roland SBF-325
nabootst.
(Eng. Appendices p. 54)
AnalogPhaser (Analog Phaser)
Dit zijn twee parallel geschakelde Phasers, wat een
breed stereogeluid mogelijk maakt.
(Eng. Appendices p. 54)
Vocoder 2 (19)
Dit is een 19-bands vocoder waarmee u, in tegenstelling tot conventionele vocoders, wel een zuiver
geluid krijgt.
Stel de Effect Pan voor het instrumentkanaal in op
”L63” (send/return) of kies “InsL” (insert), zodat het
instrumentgeluid naar het linkerkanaal wordt
gestuurd. Voor het zangkanaal stelt u de Effect Pan
in op “R63” (send/return) of op “InsR” (insert),
zodat de stem naar het rechterkanaal wordt
gestuurd.
Opmerking: Vocoder 2 (19) kan enkel gebruikt worden met
FX1. Voor dit effect is FX2 niet beschikbaar.
(Eng. Appendices p. 51)
MicSimulator (Mic Simulator)
Met dit algoritme kunt u een signaal dat opgenomen
werd met een gewone dynamische microfoon, laten
klinken alsof het met een dure (condensator)microfoon of een speciale studiomicrofoon is opgenomen.
De Mic Simulator kan ook het geluid dichtbij of ver
25
VS-880EX Appendices
9.
Functies van de verschillende
effectparameters
In dit hoofdstuk wordt uitgelegd wat de functie is
van de verschillende effectparameters die in een
algoritme zitten.
EQ (Equalizer)
Dit is een 3-bands equalizer met een band voor het
lage (shelving/peaking type), het middelste (peaking
type) en het hoge (shelving/peaking type) frequentiegebied.
High Gain
Hiermee regelt u de versterking (of verzwakking)
van de hoge tonen.
Sw (Switch)
Hiermee zet u de equalizer aan en uit.
High Freq (High Frequency)
Hiermee bepaalt u de centrale frequentie waarrond u
de hoge tonen wil versterken (of verzwakken).
Low Gain
Hiermee regelt u de versterking (of verzwakking)
van de lage tonen.
Low Freq (Low Frequency)
Hiermee bepaalt u de centrale frequentie waarrond u
de lage tonen wil versterken (of verzwakken).
Low Q
Hiermee specifieert u de bandbreedte rond de centrale frequentie van het lage frequentiegebied, waarin de tonen versterkt of verzwakt moeten worden.
Hoe hoger deze waarde, des te smaller de frequentieband.
Low Type
Deze parameter bepaalt het type van de equalizer
voor het lage frequentiegebied.
Shlv: Shelving type (platte EQ-curve)
Peak: Peaking type (scherpe EQ-curve)
Mid Gain (Middle Gain)
Hiermee regelt u de versterking (of verzwakking)
van de middentonen.
Mid Freq (Middle Frequency)
Hiermee bepaalt u de centrale frequentie van het
middengebied.
26
Mid Q (Middle Q)
Hiermee specifieert u de bandbreedte rond de centrale frequentie van het middengebied, waarin de
tonen versterkt of verzwakt moeten worden. Hoe
hoger deze waarde, des te smaller de frequentieband.
High Q
Hiermee specifieert u de bandbreedte rond de centrale frequentie van het hoge frequentiegebied, waarin de tonen versterkt of verzwakt moeten worden.
Hoe hoger deze waarde, des te smaller de frequentieband.
High Type
Deze parameter bepaalt het type van de equalizer
voor het lage frequentiegebied.
Shlv: Shelving type (platte EQ-curve)
Peak: Peaking type (scherpe EQ-curve)
Level (Output level)
Hiermee regelt u het volumeniveau van het signaal
nadat het door de equalizer is gegaan.
Rev (Reverb)
Met “Reverb” bedoelen we de galm die uit vele overlappende weerkaatsingen (reflecties) bestaat. Als u
bijvoorbeeld in een grote kamer of in een auditorium
in uw handen klapt, blijft het geluid van de klap nog
eventjes hangen. Dit overblijfsel van het geluid noemen we galm.
Functies van de verschillende effectparameters
Soorten reflecties
In het geluid dat we horen kunnen we drie componenten onderscheiden: het directe geluid, de eerste
reflecties en de galm. Het directe geluid is het geluid
dat rechtstreeks van de geluidsbron naar onze oren
gaat. De eerste reflecties zijn de eerste weerkaatsingen van het directe geluid tegen muren en plafond,
die onze oren bereiken. Het weerkaatste geluid
wordt dan opnieuw weerkaatst, zodat er een diffuse
stroom van snel op elkaar volgende echo’s ontstaat,
die we “galm” noemen.
HF Damp:
LF Damp:
Sterk absorberende oppervlakken zorgen voor een verzwakking van de hoge
tonen in het galmgeluid. De HF
Damp-parameter bootst dit effect na.
Hoe lager deze waarde, des te sterker
de hoge tonen onderdrukt worden.
Bepaalde materialen zorgen voor een
demping van de lage tonen in het
galmgeluid. De LF Damp-parameter
bootst dit effect na. Hoe lager deze
waarde, de te sterker de lage tonen
onderdrukt worden.
Eerste reflecties
Latere
weergalming
Room Size
Met deze parameter bepaalt u de grootte van de gesimuleerde ruimte.
Time (Reverb Time)
Deze parameter bepaalt de lengte (duur) van de
reverb.
Direct geluid
Geluidsbron
Luisteraar
Hoe verloopt een galmsignaal over de tijd?
De onderstaande grafiek toont in welke volgorde het
weerkaatste geluid ons bereikt en welke parameters
aan de verschillende onderdelen zijn gekoppeld. De
Pre Delay Time is het interval tussen het directe
geluid en de eerste weerkaatsing die we horen. De
Reverb Time is de tijd die het eigenlijke galmsignaal
erover doet om volledig weg te sterven.
Signaalniveau
PreDLY (Pre Delay)
Met deze parameter bepaalt u het tijdsinterval tussen
het directe geluid en het begin van het galmgeluid.
Difusi (Diffusion)
Met deze parameter regelt u de spreiding van het
galmgeluid.
Densty (Density)
Hiermee bepaalt u de “densiteit” (hoe snel de individuele reflecties elkaar opvolgen) van het Reverbeffect.
Direct geluid
ERLvl (Early Reflection Level)
Hiermee regelt u het volume van de eerste reflecties.
Eerste reflecties
Latere weergalming
Tijd
Pre Delay
Reverb Time
Andere elementen
De klankkleur van de galm is sterk afhankelijk van de
materialen waaruit de weerkaatsende oppervlakken
bestaan. Die eigenschappen kunt u nabootsen met de
HF Damp- en LF Damp-parameters.
LF Damp Gain
Hiermee regelt u de demping van de lage frequenties
van de galm. Met de waarde “0” is er geen demping.
Naarmate de waarde afneemt (ze wordt negatief),
worden de lage tonen sterker gedempt.
LF Damp Freq (LF Damp Frequency)
Met deze parameter bepaalt u de frequentie waar de
demping van de lage tonen geactiveerd wordt. Alle
frequenties benden deze grens worden gedempt.
27
VS-880EX Appendices
HF Damp Gain
Hiermee regelt u de demping van de hoge frequenties van de galm. Met de waarde “0” is er geen demping. Naarmate de waarde afneemt (ze wordt negatief), worden de hoge tonen sterker gedempt.
HF Damp Freq (HF Damp Frequency)
Met deze parameter bepaalt u de frequentie waarbij
de demping van de hoge tonen geactiveerd wordt.
Alle frequenties boven deze grens worden gedempt.
HiCF (High Cut Frequency)
Hier mee bepaalt u de afsnijfrequentie van de hogetonenfilter. De frequenties boven deze grens worden
uit het galmgeluid gefilterd.
EfxLvl (Effect Level)
Hiermee regelt u het volume van de galm.
DirLvl (Direct Level)
Hiermee regelt u het volume van het directe geluid.
Delay
Delay is een effect dat een herhaling van het signaal
met vertraging toevoegt aan het directe geluid, waardoor er een dieper geluid of speciale effecten ontstaan.
Sw (Switch)
Hiermee zet u de delay aan en uit.
Time (Delay Time)
Deze parameter bepaalt de vertragingstijd van de
delay (= de tijd tussen het signaal en de eerste herhaling).
Shift (Delay Shift)
Deze parameter bepaalt het tijdsverschil tussen de
Delay Time van het linker- en het rechterkanaal. Als
u hier een “L”-waarde instelt, dan komt de delay van
het linkerkanaal later dan die van het rechterkanaal.
Stelt u een “R”-waarde in, dan komt de delay van het
rechterkanaal later. Als u hier “0” instelt, hebben beide kanalen dezelfde vertragingstijd.
Door de vertragingstijden van de kanalen ten
opzichte van elkaar te verschuiven, creëert u het
gevoel van een grote ruimte.
Opmerking: De som van de waarden van Delay Time en
Delay Shift kan nooit groter zijn dan het maximale bereik
van de Delay Time-instellingen.
Voorbeeld: Als de Delay Time een bereik heeft van 0-1200 ms
en de Delay Time staat ingesteld op 1000 ms, dan zal het
bereik van de Delay Shift-instelling liggen tussen L200-R200
ms.
FeedbackLvl (Feedback Level)
We spreken van feedback (terugkoppeling) wanneer
het vertraagde geluid terugkeert naar de input van de
delay. Met deze parameter bepaalt u hoeveel van het
signaal er terugkeert. Een hoge waarde betekent vele
herhalingen. Bij een negatieve waarde wordt de fase
van het geluid omgekeerd. Bij een extreem hoge
waarde kan er oscillatie optreden.
CrossFeedback Lvl (Cross Feedback Level)
Hiermee regelt u hoeveel van het signaal er wordt
teruggestuurd naar het andere kanaal. Bij een negatieve waarde wordt de fase van het geluid omgekeerd.
Bij een extreem hoge waarde kan er oscillatie optreden.
FBTim (Feedback Delay Time)
Hiermee regelt u de duur van de herhalingen wanneer u feedback gebruikt met Multi Tap Delay.
LF Damp Gain
Deze parameter bepaalt in welke mate de lage frequenties gedempt worden. Met de waarde “0” is er
geen demping. Naarmate de waarde afneemt (ze
wordt negatief), worden de lage tonen sterker
gedempt.
LF Damp Freq (LF Damp Frequency)
Met deze parameter bepaalt u de frequentie waarbij
de demping van de lage tonen geactiveerd wordt.
HF Damp Gain
Deze parameter bepaalt in welke mate de hoge frequenties gedempt worden. Met de waarde “0” is er
geen demping. Naarmate de waarde afneemt (ze
wordt negatief), worden de hoge tonen sterker
gedempt.
HF Damp Freq (HF Damp Frequency)
Met deze parameter bepaalt u de frequentie waarbij
de demping van de hoge tonen geactiveerd wordt.
EfxLvl (Effect Level)
Hiermee regelt u het volume van de delay.
28
Functies van de verschillende effectparameters
DirLvl (Direct Level)
Hiermee regelt u het volume van het directe geluid.
Cho (Chorus)
Chorus is een effect dat een geluid ruimer en dieper
laat klinken.
Sw (Switch)
Hiermee zet u de chorus aan en uit.
Rate
Deze parameter bepaalt de modulatiesnelheid van de
chorus.
Depth
Deze parameter bepaalt de diepte van de modulatie.
PreDLY (Pre Delay)
Deze parameter bepaalt het tijdsinterval tussen het
directe geluid en het begin van het chorus-signaal,
m.a.w. hoeveel het chorus-geluid vertraagd wordt
ten opzichte van het directe geluid.
FeedbackLvl (Feedback Level)
De feedback stuurt het chorus-geluid terug naar de
input van de chorus. Met deze parameter bepaalt u
de hoeveelheid terugkoppeling. Bij een negatieve
waarde wordt de fase van het signaal omgekeerd. Bij
een extreem hoge waarde kan er oscillatie optreden.
CrossFeedbackLvl (Cross Feedback Level)
Hiermee regelt u hoeveel van het chorus-signaal er
wordt teruggestuurd naar het andere kanaal. Bij een
negatieve waarde wordt de fase van het signaal
omgekeerd. Bij een extreem hoge waarde kan er
oscillatie optreden.
EfxLvl (Effect Level)
Hiermee regelt u het volume van de chorus.
Shift (Pitch Shifter)
Met dit effect kan u de toonhoogte van het oorspronkelijke geluid wijzigen.
Sw (Switch)
Hiermee zet u de pitch shifter aan en uit.
Croma Pitch (Chromatic Pitch)
Hiermee regelt u de toonhoogteverschuiving in stapjes van een halve toon.
Fine Pitch
Met deze parameter kan u de toonhoogte nauwkeurig afregelen.
PreDLY (Pre Delay)
Deze parameter bepaalt het tijdsinterval tussen de
output van het directe geluid en de output van het
effectgeluid (met de verschoven toonhoogte).
FeedbackLvl (Feedback Level)
De feedback stuurt het effectgeluid terug naar de
input van de pitch shifter. Met deze parameter
bepaalt u de hoeveelheid terugkoppeling. Bij een
negatieve waarde wordt de fase van het signaal
omgekeerd. Bij een extreem hoge waarde kan er
oscillatie optreden.
CrossFeedbackLvl (Cross Feedback Level)
Hiermee regelt u hoeveel van het effectsignaal er
wordt teruggestuurd naar het andere kanaal. Bij een
negatieve waarde wordt de fase van het signaal
omgekeerd. Bij een extreem hoge waarde kan er
oscillatie optreden.
EfxLvl (Effect Level)
Hiermee regelt u het volume van de pitch shifter.
DirLvl (Direct Level)
Hiermee regelt u het volume van het directe geluid.
DirLvl (Direct Level)
Hiermee regelt u het volume van het directe geluid.
MixBal (Mix Balance)
Hiermee regelt u de balans tussen het chorus-volume
en het volume van het directe geluid.
29
VS-880EX Appendices
Vocoder
De vocoder gebruikt u als volgt: Stuur een instrumentsignaal naar het linker en een stemsignaal naar
het rechterkanaal. Het instrumentsignaal wordt
opgesplitst in tien frequentiebanden en wordt verwerkt volgens de frequentie-inhoud van de stem. Zo
lijkt het alsof uw instrument spreekt.
Char 1-10 (Voice Character 1-10)
Hiermee regelt u het volume van elke frequentieband. Deze instellingen bepalen de klankkleur van de
vocoder.
RSS
•
•
•
•
Opgelet bij het gebruik van RSS
Opdat RSS zo effectief mogelijk zou functioneren,
dient u op de volgende zaken te letten.
Akoestisch “dode” ruimten (d.w.z. zonder reflecties)
zijn het meest geschikt voor dit soort effecten.
Het beste resultaat krijgt u met 1-weg luidsprekers,
of met coaxiale of virtueel coaxiale luidsprekers.
Plaats de luidsprekers niet te ver van elkaar.
Om de RSS-effecten goed te kunnen horen, moet u
zich op de ideale luisterpositie bevinden, zoals de
onderstaande afbeelding aangeeft.
30°
30°
RSS (Roland Sound Space) is een effect dat het geluid
in een driedimensionele ruimte plaatst.
Opmerking: Bij het Delay RSS- en het Chorus RSS-algoritme
ligt de ruimtelijke plaatsing vast, en kunnen de Azimuth- en
Elevation-parameters dus niet gewijzigd worden.
Boven
Elevation
Achter
Rechts
Een compressor verzwakt sterke signalen en versterkt zwakke signalen om een egaal volume te bekomen.
0°
Voor
Links
Azimuth
Onder
Azimuth
Hiermee stelt u de voor/achter - links/rechts-positie
van het geluid in. De waarde “0” plaatst het geluid
recht voor de luisteraar. Negatieve (-) waarden verschuiven het geluid naar links, positieve (+) waarden
naar rechts.
Elevation
Hiermee stelt u de boven/onder-positie van het
geluid in. De waarde “0” plaatst het geluid recht voor
de luisteraar. Negatieve (-) waarden verschuiven het
geluid naaronderen, positieve (+) waarden naar
boven.
30
Comp (Compressor)
Sw (Switch)
Hiermee zet u de compressor aan en uit.
Sustain
Hiermee bepaalt u de tijd gedurende dewelke de
zwakke signalen opgedreven worden tot een constant volume.
Attack
Hiermee bepaalt u hoe snel de compressor het volume naar beneden regelt.
Tone
Deze parameter bepaalt de klankkleur van het
gecomprimeerde geluid.
Level
Hiermee regelt u het volume.
Functies van de verschillende effectparameters
Dstr/Ovd/Metal (Distortion /
Overdrive / Metal)
Deze effecten vervormen het geluid, zodat het een
langere sustain krijgt (d.w.z. het geluid klinkt langer
door).
Gain
Hiermee regelt u de graad van vervorming.
Low Gain
Hiermee regelt u de versterking van het lage frequentiegebied.
Mid Gain
Hiermee regelt u de versterking van de middentonen.
High Gain
Hiermee regelt u de versterking van het hoge frequentiegebied.
Tone
Deze parameter bepaalt de klankkleur van het vervormde geluid.
Level
Deze parameter bepaalt het volume van het effectgeluid.
NS (Noise Suppressor)
De Noise Suppressor wijzigt niets aan het originele
geluid, maar filtert enkel de ruis weg tijdens de stille
intervallen.
Sw (Switch)
Hiermee zet u de Noise Suppressor aan en uit.
Thresh (Threshold)
Deze parameter bepaalt het signaalniveau waarop de
Noise Suppressor in werking moet treden. Wanneer
de signaalsterkte beneden de ingestelde waarde zakt,
wordt het signaal onderdrukt.
Release
Hiermee bepaalt u hoelang de Noise Suppressor
erover doet om het signaal tot “0” te reduceren, eens
hij in werking is getreden.
Wah (Auto Wah)
Wah (of Wah-Wah) is een effect dat de frequentiekarakteristiek van een filter wijzigt in functie van de
tijd, zodat u een uniek geluid verkrijgt. Het Waheffect kan wijzigen volgens het volume van het inputsignaal en/of volgens een cyclisch patroon.
Sw (Switch)
Hiermee schakelt u de Auto Wah in en uit.
Mode
Hier moet u de keuze maken tussen BPF (Band Pass
Filter) en LPF (Low Pass Filter). Kiest u BPF, dan
situeert het wah-wah-effect zich in een smal frequentiebereik. Kiest u LPF, dan krijgt u het effect in een
breed frequentiebereik.
Pol (Polarity)
Hiermee bepaalt u of de filterfrequentie stijgt of daalt
naarmate er signaal door de input komt. Als u “Up”
kiest, zal de frequentie stijgen. Als u “Down” kiest,
zal de frequentie dalen.
Sens (Sensitivity)
Hiermee regelt u de gevoeligheid waarmee de filter
reageert op het ingangssignaal. Hoe hoger deze waarde, des te sterker zal de filter reageren. Als u niet wil
dat het volume van het input-signaal invloed heeft
op het wah-wah-effect, stel dan hier de waarde “0”
in.
Freq (Frequency)
Hiermee bepaalt u bij welke frequentie het effect van
toepassing is.
Peak
Deze parameter bepaalt in welke mate het frequentiegebied rond de centrale frequentie beïnvloed
wordt door het effect. Bij een lage waarde beïnvloedt
het effect een breed gebied rond de centrale frequentie. Naarmate die waarde stijgt, wordt het gebied
smaller.
Rate
Hiermee bepaalt u de snelheid waarmee de filterfrequentie wordt gemoduleerd (op en neer gaat).
Depth
Hiermee bepaalt u de diepte van de cyclische modulatie. Als u geen cyclische modulatie wil voor het
wah-wah-effect, stel hier dan de waarde “0” in.
31
VS-880EX Appendices
Level
Hiermee regelt u het volume.
Sim (Guitar Amp Simulator)
Reso (Resonance)
Deze parameter regelt de hoeveelheid resonantie.
Hoe hoger de waarde, hoe meer uitgesproken het
effect klinkt. Een extreme waarde kan resulteren in
oscillatie.
Dit effect is een simulatie van een gitaarversterker.
Sw (Switch)
Hiermee schakelt u de Guitar Amp Simulator in en
uit.
Mode
Kies een type gitaarversterker.
Small:
Kleine versterker
Built in:
Comboversterker
2 Stack:
Losse versterkerkop met één luidsprekerkast.
3 Stack:
Losse versterkerkop met twee luidsprekerkasten.
Flg (Flanger)
De Flanger is een effect dat het geluid laat klinken als
een straalvliegtuig dat opstijgt of landt.
Sw (Switch)
Hiermee zet u de flanger aan en uit.
Pol (Polarity)
Hiermee kiest u of de linker- en rechterfase van de
modulatie gelijk of tegengesteld lopen.
Inv:
De linker- en rechterfase lopen tegengesteld ten opzichte van elkaar.
Als u met een mono-signaalbron werkt,
zorgt dit voor de spreiding van het geluid.
Sync:
De linker- en rechterfase lopen gelijk.
Kies dit als u met een stereo-signaalbron
werkt.
Rate
Deze parameter bepaalt de modulatiesnelheid van de
flanger.
Depth
Deze parameter bepaalt de diepte van de flangermodulatie.
Manual
Hiermee regelt u de centrale frequentie waarbij het
flanger-effect wordt toegepast.
32
CrossFBLvL (Cross Feedback Level)
Hiermee bepaalt u hoeveel flanger-geluid er wordt
teruggestuurd naar het andere kanaal. Een extreem
hoge waarde kan resulteren in oscillatie.
EfxLvl (Effect Level)
Hiermee regelt u het volume van het flangergeluid.
DirLvl (Direct Level)
Hiermee regelt u het volume van het directe geluid.
Phs (Phaser)
De Phaser is een effect dat een signaal met verschoven fase toevoegt aan het directe geluid, waardoor
het geluid meer ruimtelijk klinkt.
Sw (Switch)
Hiermee zet u de phaser aan en uit.
Mode
Selecteer het aantal trappen voor de phaser (4, 8, 12,
16).
Pol (Polarity)
Hiermee kiest u of de linker- en rechterfase van de
modulatie gelijk of tegengesteld lopen.
Inv:
De linker- en rechterfase lopen tegengesteld ten opzichte van elkaar.
Als u met een mono-signaalbron werkt,
zorgt dit voor de spreiding van het geluid.
Sync:
De linker- en rechterfase lopen gelijk.
Kies dit als u met een stereo-signaalbron
werkt.
Rate
Deze parameter bepaalt de modulatiesnelheid van de
phaser.
Depth
Deze parameter bepaalt de diepte van het phasereffect.
Manual
Hiermee regelt u de centrale frequentie waarbij het
phaser-effect wordt toegepast.
Functies van de verschillende effectparameters
Reso (Resonance)
Met deze parameter regelt u de hoeveelheid resonantie. Hoe hoger deze waarde, des te distinctiever de
klank. Een extreem hoge waarde kan vervorming van
het geluid veroorzaken. Wanneer u een phaser met
een groot aantal trappen gebruikt, kunnen extreem
hoge waarden oscillatie veroorzaken.
CrossFBLvL (Cross Feedback Level)
Hiermee bepaalt u hoeveel phaser-geluid er wordt
teruggestuurd naar het andere kanaal. Een extreem
hoge waarde kan resulteren in oscillatie.
EfxLvl (Effect Level)
Hiermee regelt u het volume van het phaser-geluid.
DirLvl (Direct Level)
Hiermee regelt u het volume van het directe geluid.
Lmt (Limiter / De-esser)
Dit effect kunt u als een limiter of als een de-esser
gebruiken. Een limiter onderdrukt signaalpieken om
vervorming te voorkomen, en een de-esser onderdrukt de sisklanken in een stemgeluid, wat een zachtere, “ronde” klank oplevert.
Sw (Switch)
Hiermee zet u de limiter / de-esser aan en uit.
Mode
Hiermee kiest u de functie van het effect: Limiter of
De-esser.
Thresh (Threshold)
Hiermee bepaalt u het signaalniveau (drempelwaarde) waarbij de limiter in werking moet treden.
Freq (De-esser Frequency)
Deze parameter bepaalt de frequentie waarbij het
De-esser-effect wordt toegepast. Het effect is van
toepassing op de frequenties boven de ingestelde
waarde.
Lmt (Compressor / Limiter)
Afhankelijk van de ingestelde parameters kan u dit
effect gebruiken als compressor of als limiter.Een
compressor onderdrukt sterke signalen en versterkt
zwakke signalen, zodat het volume “gladgestreken”
wordt. Een limiter wordt gebruikt om te sterke
input-signalen af te zwakken.
Sw (Switch)
Hiermee schakelt u de Compressor/Limiter aan en
uit.
Thrsh (Threshold)
Deze parameter bepaalt het signaalniveau waarbij
het effect in werking moet treden. Om dit effect als
limiter te gebruiken, dient u een hoog Threshold
Level in te stellen.
Ratio
Hiermee bepaalt u de compressieverhouding die
wordt toegepast wanneer het Threshold Level overschreden wordt. Wanneer u het effect als limiter
gebruikt, zal u dit normaal gezien instellen op
“100:1”.
Attack (Attack Time)
Hiermee bepaalt u hoe snel het effect in werking
moet treden, nadat het Threshold Level is overschreden. Stel hier een korte Attack Time in als u het effect
als limiter gebruikt.
Release (Limiter Release)
Hiermee bepaalt u hoe lang de limiter nog blijft werken, nadat het signaalniveau onder de drempelwaarde is gezakt.
Release
Hiermee bepaalt u hoelang het effect nog blijft werken nadat het signaal terug onder het Threshold
Level is gezakt. Stel een korte Release Time in wanneer u het effect als limiter gebruikt.
Level (Limiter Level)
Hiermee regelt u het volume van het geluid dat door
de limiter gaat.
Level
Hiermee regelt u het uitgangsvolume.
Sens (De-esser Sensitivity)
Deze parameter bepaalt in welke mate het De-essereffect het input-signaal beïnvloedt.
Detect HPF Freq (Frequency)
Hiermee bepaalt u de afsnijfrequentie van het detectiecircuit (het circuit dat de werking van de compressor regelt). Als u hier “Thru” instelt, werkt dit effect
als een gewone limiter.
33
VS-880EX Appendices
Detect (Detector in)
Hiermee kiest u welke ingang het detectiecircuit aanstuurt (INPUT A of B). Als u “Link” instelt, wordt de
compressor automatisch gestuurd door het kanaal
met het hoogste ingangsvolume.
Enh (Enhancer)
De enhancer is een effect dat een signaal met verschoven fase toevoegt aan het directe geluid, waardoor het geluid beter uit de verf komt en meer “vooraan” in de mix lijkt te staan.
Sw (Switch)
Hiermee schakelt u de Enhancer in en uit.
Sens (Sensitivity)
Hiermee bepaalt u de gevoeligheid van de Enhancer,
ten opzichte van het ingangssignaal.
Freq (Frequency)
Hiermee bepaalt u de ondergrens van het frequentiegebied waarop de Enhancer werkt. M.a.w. de
Enhancer is actief op alle frequenties boven deze frequentie.
MixLvl (Mix Level)
Hiermee bepaalt u hoeveel van het in fase verschoven
geluid er bij het ingangssignaal wordt gevoegd.
Level
Hiermee regelt u het volume van het effectgeluid.
Rot (Rotary)
Rotary is een effect dat een ronddraaiende luidspreker simuleert. Dit resulteert in het kenmerkende
geluid van twee roterende luidsprekers (een rotor
voor hoge tonen en een voor lage tonen).
LRate (Low Rate)
Deze parameter bepaalt de rotatiesnelheid van de
rotor voor de lage tonen.
HRate (High Rate)
Deze parameter bepaalt de rotatiesnelheid van de
rotor voor de hoge tonen.
Amp (Pre Amp)
Dit effect geeft een simulatie van de voorversterking
van een gitaarversterker.
34
Sw
Hiermee schakelt u de Pre Amp in en uit.
Amp Type
Kies het type gitaarversterker.
JC-120:
Het geluid van een Roland JC-120.
Clean Twin:
Het geluid van een klassieke comboversterker.
Match Drive: Het geluid van een modernere buizenversterker, veel gebruikt in
blues, rock en fusion.
BG Lead:
Typische buizenversterkerklank uit
de late jaren ‘70 en begin jaren ‘80.
MS1959 I:
Het typische Britse hardrockgeluid
uit de jaren ‘70, afkomstig van de
grote buizenversterkertorens,
gebruikt met Input I.
MS1959 II:
Dezelfde versterker als bij MS1959
I, maar dan met Input II.
MS1959 I+II: Dezelfde versterker als bij MS1959
I, maar dan met Inputs I en II parallel aangesloten.
SLDN Lead:
Het geluid van een alom gebruikte
buizenversterker met een veelzijdig
klankkleur.
Metal 5150:
Het geluid van een grote buizenversterker, erg geschikt voor Heavy
Metal.
Metal Lead:
Een sologeluid met een distinctief
middengebied.
OD-1:
Het geluid van de Boss OD-1 effectpedaal.
OD-2 Turbo: Het geluid van de Boss OD-2 effectpedaal, met de Turbo ingeschakeld.
Distortion:
Een vervormd geluid.
Fuzz:
Een Fuzz-geluid.
Gain
Hiermee bepaalt u de graad van vervorming door de
voorversterker. U kan kiezen uit drie niveaus: Low,
Middle of High.
Bright
Als u deze parameter activeert, krijgt u een scherper
en helderder geluid. Deze parameter is beschikbaar
wanneer u als versterkertype “JC-120”, “Clean
Twin” of “BG Lead” kiest.
Volume
Hiermee regelt u het volume en de graad van vervorming van de versterker.
Functies van de verschillende effectparameters
Bass
Hiermee regelt u de tonen van het lage frequentiegebied.
Middle
Hiermee regelt u de middentonen. Deze parameter is
niet beschikbaar voor het versterkertype “Match
Drive”.
Treble
Hiermee regelt u de tonen van het hoge frequentiegebied.
Presenc (Presence)
Hiermee regelt u de tonen van het ultra-hoge frequentiegebied. Normaal heeft dit een bereik van
0 - 100, maar wanneer “Match Drive” geselecteerd is,
gaat het bereik van -100 - 0.
Master
Hiermee regelt u het volume van de gehele voorversterker.
Sp (Speaker Simulator)
Met dit effect simuleert u een luidsprekersysteem.
Sw (Switch)
Hiermee schakelt u de Speaker Simulator in en uit.
Sp Type (Speaker Type)
Hier kiest u het luidsprekertype. De waarde in de
Luidspreker-kolom staat voor de diameter van de
speakers (in inches) en het aantal.
Type
Behuizing Luidspreker Mic
Small
a
10
D
Middle
b
12 x 1
D
JC-120
b
12 x 2
D
Built in 1
b
12 x 2
D
Built in 2
b
12 x 2
C
Built in 3
b
12 x 2
C
Built in 4
b
12 x 2
C
BG Stack 1 c
12 x 2
C
BG Stack 2 d
12 x 2
C
MS Stack 1 d
12 x 4
C
MS Stack 2 d
12 x 4
C
Metal Stack e
12 x 4
C
a: Kleine luidsprekerkast met open achterkant.
b: Luidsprekerkast met open achterkant.
c: Gesloten luidsprekerkast.
d: Grote gesloten luidsprekerkast.
e: Grote dubbele luidsprekerkast.
C: condensatormicrofoon
D: dynamische microfoon
Enkele aanbevolen combinaties van voorversterkers en luidsprekers.
Type luidspreker
Type voorversterker
BG Lead
BG Stack 1, BG Stack 2,
Middle
MS1959 (II)
BG Stack 1, BG Stack 2,
Metal Stack
MS1959 (I+II)
BG Stack 1, BG Stack 2,
Metal Stack
SLDN Lead
BG Stack 1, BG Stack 2,
Metal Stack
Metal 5150
BG Stack 1, BG Stack 2,
Metal Stack
Metal Lead
BG Stack 1, BG Stack 2,
Metal Stack
OD-2 Turbo
Built In 1-4
Distortion
Built In 1-4
Fuzz
Built In 1-4
MicSetting (Mic Setting)
Deze parameter verwijst naar de positie van de
microfoon die het geluid van de luidspreker
opneemt. In stand “1” staat de microfoon voor het
midden van de luidsprekerconus, terwijl hij in de
standen “2” en “3” steeds verder van de conus staat.
MicLevel (Mic Level)
Hiermee regelt u het volume van de microfoon.
DirLvl (Direct Level)
Hiermee regelt u het volume van het directe geluid.
35
VS-880EX Appendices
GRev (Gate Reverb)
Het gaat hier om een Gate Reverb, d.w.z. een galmeffect dat plotseling stopt (i.p.v. geleidelijk uit te sterven). In combinatie met het “accent” geeft dit een
interessant resultaat.
Signaalniveau
Direct geluid
Density
Hiermee regelt u de densiteit (hoe snel de individuele reflecties elkaar opvolgen) van het Reverb-effect.
AcDLY (Accent Delay Time)
Hiermee regelt u het tijdsinterval tussen het moment
dat de galm wordt afgesneden en het moment dat het
accentgeluid wordt weergegeven.
Accentgeluid
Reverbvolume
Accentvolume
AcLvl (Accent Level)
Hiermee regelt u het volume van het accentgeluid.
AcPan (Accent Pan)
Hiermee regelt u de stereopositie van het accentgeluid.
Reverb-geluid
Tijd
EfxLvl (Effect Level)
Hiermee regelt u het volume van het galmgeluid.
Gate Time
Pre Delay
Accent Delay Time
Sw (Switch)
Hiermee schakelt u de Gate Reverb in en uit.
Time (Gate Time)
Hiermee bepaalt u het tijdsinterval tussen het begin
van de galm en het moment dat hij wordt afgesneden.
PreDLY (Pre Delay)
Hiermee bepaalt u het tijdsinterval tussen het directe
geluid en het begin van het galmgeluid.
Mode (Gate Mode)
Kies hier het type van Gate Reverb dat u wil toepassen.
Normal:
Een gewone gated reverb.
L–›R:
Het galmgeluid beweegt van links naar
rechts.
R–›L:
Het galmgeluid beweegt van rechts
naar links.
Revers 1:
Dit is een omgekeerde gated reverb,
alsof de galm achterstevoren wordt
gespeeld.
Revers 2:
Dit is een omgekeerde gated reverb
waarbij de galm halverwege wegsterft.
Thick (Thickness)
Hiermee regelt u hoe “dik” de galm klinkt.
36
DirLvl (Direct Level)
Hiermee regelt u het volume van het directe geluid.
Reverb 2
Dit is een galmeffect dat voorzien is van een Gate-en
Ducking-functie.
Sw (Switch)
Hiermee zet u de galm aan en uit.
Type (Reverb Type)
Hier kiest u het type galm dat u wil gebruiken.
Room 1:
Normale galm van een kamer.
Room 2:
Kamergalm met een iets zachtere
klankkleur dan Room 1.
Hall 1:
Normale galm van een concertzaal.
Hall 2:
Galm van een concertzaal met een
zachtere klankkleur dan Hall 1.
Plate:
Plaatgalm.
Gate
Hiermee schakelt u de Gate-functie in en uit.
Mode (Gate Mode)
Deze parameter bepaalt hoe de Gate-functie werkt.
Gate:
De galm begint zodra het signaalniveau
van het directe geluid het threshold level overschrijdt
en verdwijnt weer wanneer het signaalniveau onder
het threshold level zakt.
Ducking:Deze functie is net het omgekeerde van de
Gate-functie: de galm wordt afgesneden zodra zijn
Functies van de verschillende effectparameters
volume boven het threshold level komt. Onder het
threshold level is de galm wel te horen.
Time (Reverb Time)
Hiermee regelt u de lengte (duur) van de galm.
PreDLY (Pre Delay)
Deze parameter bepaalt het tijdsinterval tussen het
directe (“droge”) signaal en het begin van de galm.
Densty (Density)
Deze parameter bepaalt de densiteit van de galm.
HPF (High Pass Filter)
Stel hier de ondergrens voor de hoogdoorlaatfilter
in. Enkel de frequenties boven deze grens worden
doorgelaten. Als u “Thru” instelt, overbrugt u deze
filter.
LPF (Low Pass Filter)
Stel hier de bovengrens voor de laagdoorlaatfilter in.
Enkel de frequenties onder deze grens worden doorgelaten. Als u “Thru” instelt, overbrugt u deze filter.
Thresh (Threshold)
Dit is de drempelwaarde waarbij de galm hoorbaar
wordt (Gate) of wordt afgesneden (Ducking).
Attack
Deze parameter bepaalt hoe snel de galm hoorbaar
wordt zodra het volume de drempelwaarde overschrijdt.
Releas (Release)
Deze parameter bepaalt hoe snel het geluid wegsterft
nadat de “Hold Time” verstreken is.
HoldT (Hold Time)
Deze parameter bepaalt hoe lang het galmvolume
wordt aangehouden (nadat het signaal onder de
drempelwaarde is gezakt) voor het wegsterft.
EFLvl (Effect Level)
Hiermee regelt u het volume van de galm.
DiLvl (Direct Level)
Hiermee regelt u het volume van het directe geluid.
SpCho (Space Chorus)
Dit is een chorus die de Roland SDD-320 nabootst.
Sw (Switch)
Hiermee zet u de Space Chorus aan en uit.
InMod (Input Mode)
Geef hier aan of het ingangssignaal stereo of mono is.
Mode (Space Mode)
Hier kiest u het type van chorus.
MixBal (Mix Balance)
Hiermee regelt u de balans tussen het chorusvolume
en het volume van het directe geluid.
Lo-Fi (Lo-Fi Processor)
Met dit effect verkrijgt u een “Lo-Fi”-geluid (van
mindere kwaliteit) door de sample rate en/of het
aantal bits te verlagen.
Sw (Switch)
Hiermee schakelt u de Lo-Fi Processor in en uit.
Pre Filter
Deze filter vermindert de digitale vervorming. Als u
hem uitschakelt, krijgt u een geluid van extreem lage
kwaliteit, met aliasing.
Rate
Hiermee kan u de sample rate wijzigen. Als u dit uitschakelt, is de sample rate automatisch dezelfde als
die van de huidige song.
Bit
Met deze parameter bepaalt u het aantal databits. Als
u dit uitschakelt, blijft het aantal databits ongewijzigd.
Als het aantal bits extreem laag is, kan u soms een
luid geruis krijgen, zelfs wanneer er geen geluidssignaal is. Dit hangt af van de signaalbron. Verhoog in
zulke gevallen de drempelwaarde van de ruisonderdrukker.
Post Filter
Deze filter gaat de digitale vervorming tegen, die veroorzaakt wordt door lo-fi. Door deze filter uit te
schakelen, krijgt u een extreem “lo-fi”-geluid.
EfxLvl (Effect Level)
Hiermee regelt u het volume van het “lo-fi”-geluid.
37
VS-880EX Appendices
DirLvl (Direct Level)
Hiermee regelt u het volume van het directe geluid.
RMF (Realtime Modify Filter)
Met serieel verbonden realtime filters kan u het
geluid onbeperkt bewerken en omvormen.
Sw (Switch)
Hiermee zet u de Realtime Modify Filter aan en uit.
Type (Filter Type)
Hier kiest u welk type van filter u wil gebruiken.
LPF:
Laagdoorlaatfilter
BPF:
Banddoorlaatfilter
HPF:
Hoogdoorlaatfilter
CutOff
Hiermee bepaalt u de afsnijfrequentie.
Reso (Resonance)
Hiermee regelt u de resonantie.
Gain
Met deze parameter regelt u het volume van het
geluid dat door de Realtime Modify Filter gaat.
Link
Dit is een schakelaar waarmee u de kanalen A en B
aan elkaar kunt koppelen.
Link
Als u deze parameter uitschakelt, functioneren de
kanalen A en B onafhankelijk als twee mono-kanalen. Als u deze parameter inschakelt, gelden de
instellingen van kanaal A voor beide kanalen.
PEQA / PEQB (Parametric Equalizer)
Dit is een 4-bands parametrische equalizer, die u kan
gebruiken als twee mono-equalizers of als één
stereo-equalizer.
Sw (Switch)
Hiermee zet u de equalizer aan en uit.
Low Gain
Deze parameter bepaalt de versterking (of afzwakking) van de lage tonen.
38
Low Freq (Low Frequency)
Deze parameter bepaalt de centrale frequentie voor
het lage frequentiegebied.
Low Q
Deze parameter bepaalt de bandbreedte rondom de
centrale frequentie van het lage frequentiegebied
waarbinnen de toonregeling moet gebeuren. Naarmate u deze waarde verhoogt, wordt de band smaller.
Low Type
Hier kiest u het type equalizer voor de lage tonen.
Shlv:
Shelving type (platte EQ-curve)
Peak:
Peaking type (scherpe EQ-curve)
LoMid Gain (Low Middle Gain)
Deze parameter bepaalt de versterking (of afzwakking) van de lage middentonen.
LoMid Freq (Low Middle Frequency)
Deze parameter bepaalt de centrale frequentie voor
het lage middengebied.
LoMid Q (Low Middle Q)
Deze parameter bepaalt de bandbreedte rondom de
centrale frequentie van het lage middengebied waarbinnen de toonregeling moet gebeuren. Naarmate u
deze waarde verhoogt, wordt de band smaller.
HiMid Gain (High Middle Gain)
Deze parameter bepaalt de versterking (of afzwakking) van de hoge middentonen.
HiMid Freq (High Middle Frequency)
Deze parameter bepaalt de centrale frequentie voor
het hoge middengebied.
HiMid Q (High Middle Q)
Deze parameter bepaalt de bandbreedte rondom de
centrale frequentie van het hoge middengebied
waarbinnen de toonregeling moet gebeuren. Naarmate u deze waarde verhoogt, wordt de band smaller.
High Gain
Deze parameter bepaalt de versterking (of afzwakking) van de hoge tonen.
High Freq (High Frequency)
Deze parameter bepaalt de centrale frequentie voor
het hoge frequentiegebied.
Functies van de verschillende effectparameters
High Q
Deze parameter bepaalt de bandbreedte rondom de
centrale frequentie van het hoge frequentiegebied
waarbinnen de toonregeling moet gebeuren. Naarmate u deze waarde verhoogt, wordt de band smaller.
High Type
Hier kiest u het type equalizer voor de hoge tonen.
Shlv:
Shelving type (platte EQ-curve)
Peak:
Peaking type (scherpe EQ-curve)
InputG (Input Gain)
Hiermee regelt u het algemene volume van het geluid
voordat het door de equalizer gaat.
Level (Output Level)
Hiermee regelt u het algemene volume van het geluid
dat door de equalizer is gepasseerd.
GEQA / GEQB (Grafische Equalizer)
Dit effect simuleert een 10-bands grafische equalizer
die u kan gebruiken als twee mono-equalizers of als
één stereo-equalizer.
Sw (Switch)
Hiermee zet u de equalizer aan en uit.
31.2 Hz-16 kHz (Gain)
Hiermee bepaalt u voor elke frequentie de versterking (of afzwakking).
Freq (Frequency)
De brom wordt weggefilterd op de ingestelde frequentie en op veelvouden van die frequentie. Stel dit
in op de frequentie van uw stroombron.
Width
Hiermee stelt u de “breedte” in van de filter die de
brom verwijdert.
Depth
Hiermee stelt u de diepte van de filterwerking in.
Thresh (Threshold)
Deze parameter bepaalt bij welk signaalniveau de
bromonderdrukking in werking moet treden. Als het
volume van het inkomende signaal onder deze waarde ligt, wordt de brom weggefilterd. Als u de maximale waarde instelt, wordt het inkomende signaal
altijd bewerkt.
RangeLo (Range Low)
Stel hier de ondergrens in van het frequentiegebied
waarbinnen de Hum Canceller werkzaam moet zijn.
Als u “Unlimit” kiest, dan ligt die ondergrens op de
laagste frequentie die de VS-880EX kan weergeven.
RangeHi (Range High)
Stel hier de bovengrens in van het frequentiegebied
waarbinnen de Hum Canceller werkzaam moet zijn.
Als u “Unlimit” kiest, dan ligt die bovengrens op de
hoogste frequentie die de VS-880EX kan weergeven.
VC (Vocal Canceller)
InputG (Input Gain)
Hiermee regelt u het algemene volume van het geluid
voordat het door de equalizer gaat.
Level (Output Level)
Hiermee regelt u het algemene volume van het geluid
dat door de equalizer is gepasseerd.
HC (Hum Canceller)
Dit filtert ongewenste brom (elektrisch gezoem, enz)
weg.
Sw (Switch)
Hiermee schakelt u de Hum Canceller in en uit.
Wanneer er een stereosignaal van een CD of DAT,
e.d. binnenkomt, zorgt dit effect ervoor dat het
geluid dat zich centraal in het stereobeeld bevindt
(meestal de stem of de bas) wordt onderdrukt.
Sw (Switch)
Hiermee zet u de Vocal Canceller aan en uit.
Balance
Als het ongewenste signaal zich niet in het midden
bevindt, kunt u met deze parameter de positie zoeken waar de onderdrukking het beste werkt.
RangeLo (Range Low)
Stel hier de ondergrens in van het frequentiegebied
waarin u een geluid wil wegfilteren. Zo kan u voorkomen dat u een instrument met een lage frequentie
(zoals een bas) samen met de stem wegfiltert. Als u
39
VS-880EX Appendices
“Unlimit” instelt, dan ligt die ondergrens op de laagste frequentie die de VS-880EX kan weergeven.
RangeHi (Range High)
Stel hier de bovengrens in van het frequentiegebied
waarin u een geluid wil wegfilteren. Zo kan u voorkomen dat u een instrument met een hoge frequentie
samen met de stem wegfiltert. Als u “Unlimit”
instelt, dan ligt die bovengrens op de hoogste frequentie die de VS-880EX kan weergeven.
VT (Voice Transformer)
Hiermee kan u de basisfrequentie en de formanten
onafhankelijk van elkaar wijzigen, waardoor u het
stemkarakter helemaal kan veranderen.
Sw (Switch)
Hiermee zet u de Voice Transformer aan en uit.
Robot
Hiermee zet u de Robot-functie aan en uit. Wanneer
deze functie aan staat, krijgt het geluid van de output
een vaste toonhoogte, ongeacht de toonhoogte van
het ingangssignaal. De stem klinkt dan mechanisch
en heeft geen intonatie.
Chromatic Pitch
Met deze parameter kan u de toonhoogte van de
stem veranderen met stappen van een halve toon.
Het instelbereik gaat van één octaaf lager tot drie
octaven hoger.
Fine Pitch
Hiermee kan u de toonhoogte van de stem fijn afregelen.
Cromatic Formant
Met deze parameter kan u de formanten van de stem
wijzigen met stappen van een halve toon.
Opmerking: Formanten zijn frequenties die voor de herkenbaarheid van een stem zorgen. Deze formanten worden
bepaald door de lengte van de stembanden en veranderen dus
niet, hoe hoog of laag je ook spreekt of zingt. Met de Voice
Transformer kan u het stemkarakter wijzigen door de formanten te verschuiven.
Fine Formant
Hiermee kan u de formanten van de stem fijn afregelen.
40
MixBal (Mix Balance)
Hiermee bepaalt u de volumebalans tussen de originele en de bewerkte stem.
FE (Fader Edit)
Met deze functie kan u de faders van het bovenpaneel gebruiken om de instellingen van de Voice
Transformer te wijzigen.
Sw (Switch)
Hiermee schakelt u de Fader Edit-functie in en uit.
Wanneer deze functie actief is, bedient u met de
kanaalfaders de volgende instellingen.
Kanaal 1: FX1:Robot (fader boven het midden=aan; fader onder het midden=uit)
Kanaal 2: FX1:C.Pitch+F.Pitch (Chromatic Pitch
en Fine Pitch veranderen gelijktijdig,
zodat de toonhoogte naadloos verandert).
Kanaal 3: FX1:C.Formant+F.Formant (Chromatic Formant en Fine Formant veranderen gelijktijdig, zodat de toonhoogte
naadloos verandert).
Kanaal 4: FX1:MixBal
Kanaal 5: FX1:EfxLev
Opmerking: Fader Edit kan u enkel in de Effect Edit-mode
gebruiken. In andere gevallen sturen de faders gewoon het
volume van de kanalen aan. Deze functie is niet combineerbaar met Auto Mix (Handleiding p. 142).
MIDI (MIDI Control)
Opmerking: De MIDI-kanalen die gebruikt worden voor de
regeling van de toonhoogte en de formanten, liggen vast. Deze
kanalen kan u niet wijzigen.
Sw (Switch)
Hiermee schakelt u MIDI Control in en uit. Wanneer MIDI Control aan staat, worden de toonhoogte
en de formanten geregeld door MIDI note on messages en pitch bend messages. Dit is van toepassing
wanneer er een MIDI-klavier, e.d. is aangesloten.
MIDI-kanaal 1: FX1:C.Pitch+F.Pitch (C2-C6, oorspronkelijke toonaard is C3)
MIDI-kanaal 2: FX1:C.Formant+F.Formant
(C2-C4, oorspronkelijke toonaard
is C3)
Pitch Bend
Stel het maximumbereik voor de pitch bender in.
(Stappen van een halve toon).
Functies van de verschillende effectparameters
Portament (Portamento)
Hiermee regelt u hoe snel de overgang van de ene
noot naar de andere gebeurt.
Vocoder 2
Dit is een 19-bands vocoder, waarmee u een helderder geluid kan verkrijgen dan met conventionele
vocoders. Sluit het instrumentgeluid aan op het linkerkanaal en de stem op het rechterkanaal.
Envelope
Sharp:
De menselijke stem wordt benadrukt.
Soft:
Het instrumentgeluid wordt benadrukt.
Long:
Er ontstaat een “klassiek” geluid dat
betrekkelijk langzaam uitsterft.
PanMode
Deze parameter bepaalt hoe het effect over de twee
uitgangskanalen (links en rechts) wordt verdeeld.
Mono:
Alle frequentiebanden bevinden zich precies in het midden.
Stereo: De oneven frequentiebanden worden via
het linkerkanaal weergegeven en de even
frequentiebanden via het rechterkanaal.
L–›R:
Hoe lager de frequenties, hoe verder links
ze zich bevinden. Hoe hoger de frequenties, hoe verder naar rechts ze zich bevinden.
R–›L:
Dit is het omgekeerde van de vorige optie:
lage frequenties rechts en hoge frequenties links.
Hold
Hiermee zet u de Hold-functie aan en uit. Wanneer
MIDI geselecteerd is, zal de MIDI control change
message “Hold” ontvangen worden. Het MIDIkanaal staat vast op 1. Als u de Hold-functie aanzet
terwijl er een stemsignaal via de microfoon binnenkomt, klinkt het instrument met de stemformanten
die op dat moment vaststaan.
MicSens (Mic Sensitivity)
Hiermee regelt u de ingangsgevoeligheid van de
microfoon.
SynInLev (Synthesizer In Level)
Hiermee regelt u het ingangsvolume van het instrument.
klank van de vocoder. Naarmate de parameterwaarden stijgen, stijgt ook de frequentie.
Mic (Mic Mix)
Met deze parameter bepaalt u de sterkte van het
microfoonsignaal dat naar de uitgangen van
Vocoder2 wordt gestuurd. Dit is het signaal dat reeds
langs de HPF (zie MicHPF) is gepasseerd.
Mic HPF
Wanneer u Mic Mix gebruikt, kan u met de hoogdoorlaatfilter (HPF) de lage tonen uit het microfoonsignaal wegfilteren. Hoe hoger de hier ingestelde
waarde, hoe duidekijker de medeklinkers worden.
Als u hier “Thru” instelt, heeft de HPF geen invloed.
Mic Pan
Met deze parameter bepaalt u de stereopositie van
het originele stemsignaal.
NSTresh (Noise Suppressor Threshold)
Hiermee stelt u het signaalniveau in waarbij de ruisonderdrukking op het instrumentingang (Input
rechterkanaal) in werking moet treden.
CnvA / CnvB (Mic Converter)
Met dit algoritme kunt u een goedkope microfoon
voor algemeen gebruik laten klinken als een dure
studiomicrofoon (Microphone –› Microphone Conversion). Een reeds opgenomen geluid kan u ook
verder weg of dichterbij laten klinken, of u kan het de
kenmerken van een bepaald microfoontype meegeven.
Dit laat een signaal dat werd opgenomen met een
direct line input, een beetje luchtiger klinken, net alsof het werd opgenomen met een microfoon (Line –›
Microphone Conversion).
Sw (Switch)
Hiermee schakelt u de mic converter in en uit.
Input
Stel hier het type microfoon in dat daadwerkelijk
werd gebruikt voor de opname.
DR-20:
Roland DR-20
Sml.Dy:
Kleine dynamische microfoon
Hed.Dy:
Koptelefoon-microfoon (“Headset”)
Min.Cn:
Miniatuur condensatormicrofoon
Flat:
Line-ingang
Character Ch 1-19 (Voice Character)
Hiermee regelt u het volume voor de afzonderlijke
frequentiebanden. Deze parameters bepalen de
41
VS-880EX Appendices
Out
Stel hier het microfoontype in dat u wil simuleren.
Sml.Dy: Gewone dynamische microfoon voor
instrumenten of zang. Ideaal voor gitaarversterkers of snare drums.
Voc.Dy: Een vaak gebruikte dynamische microfoon voor zang. Gekenmerkt door een
strak middengebied.
Lrg.Dy: Dynamische microfoon met een uitgebreid laag frequentiegebied. Geschikt
voor basdrum, toms, enz.
Sml.Cn: Kleine condensatormicrofoon voor
instrumenten. Gekenmerkt door een
sprankelend hogetonengebied, geschikt
voor percussie en akoestische gitaar.
Lrg.Cn: Condensatormicrofoon met vlakke frequentiekarakteristiek. Geschikt voor
zang, vertelstemmen, akoestische instrumenten, e.d.
Vnt.Cn: Grote condensatormicrofoon, geschikt
voor zang, akoestische instrumenten, e.d.
Flat:
Microfoon met vlakke frequentiekarakteristiek. Hiermee neutraliseert u de eigenschappen van de microfoon die u voor de
opname gebruikte en verkrijgt u een Lineachtig signaal.
Opmerking: Wanneer u een mic simulator van het condensator-type kiest, komen de lage tonen sterker door. Hierdoor
kunnen trillingen van het microfoonstatief en ander gerommel in de opname binnendringen. Gebruik in zulk geval een
basfilter om de ongewenste lage frequenties weg te werken, of
zorg voor een rubberen ophanging van de microfoon (om trillingen te absorberen).
Phase
Normaal gezien stelt u dit in op “Normal”.
Wanneer bij de opname zowel voor als achter het
instrument een microfoon wordt geplaatst, kan u
voor één hen “Invert” instellen. Zo krijgt u een
standvastig geluid met een gelijkgeschakelde fase.
Nor: Dezelfde fase als het ingangssignaal.
Inv: Omgekeerde fase.
BCutA / BCutB (Bass Cut Filter)
Dit is een filter die ongewenste lage frequenties (zoals
laagfrequent geruis of plofgeluiden) uit het signaal
verwijdert. Deze filter is een simulatie van de basschakelaar die je op sommige microfoons aantreft.
Sw (Switch)
Hiermee zet u de Bass Cut Filter aan en uit.
42
Freq (Frequency)
Normaal gezien stelt u hier “Thru” in (het signaal
wordt niet gefilterd. Als het microfoonsignaal echter
plofgeluiden bevat, kan u ze met deze parameter verzachten.
DstnA / DstnB (Distance)
Microfoons hebben de eigenschap dat ze lage frequenties sterker doorgeven wanneer de geluidsbron
dichterbij is.Met Distance kan u dat verschijnsel
nabootsen.
Sw (Switch)
Hiermee schakelt u Distance in en uit.
Prox.Fx (Proximity Effects)
Hiermee regelt u de weergave van de lage frequenties. Kies een positieve waarde om “de micro dichter
bij de geluidsbron te plaatsen” of een negatieve waarde om “de micro verder van de geluidsbron te plaatsen”.
Time
Hiermee simuleert u het tijdsverschil dat samenhangt met de afstand tussen geluidsbron en microfoon. Hoe groter de afstand, hoe langer het duurt
voordat de geluidsgolven de microfoon bereiken.
Iso (3-band Isolator)
Dit effect splitst het ingangssignaal op in drie frequentiebanden – hoog, midden en laag – die elk
afzonderlijk versterkt of onderdrukt kunnen worden. Bij een gewone equalizer blijft er altijd iets van
het geluid achter, ook al zet u de frequentieband in
kwestie “helemaal dicht”. De Isolator van de VS880EX daarentegen, filtert de frequentieband echt
helemaal weg. Dit is een erg handige techniek om in
real time te gebruiken.
Sw (Switch)
Hiermee zet u de 3-band Isolator aan en uit.
AntiPhase LoMixSw (Anti-Phase Low Mix Switch)
AntiPhase MidMixSw (Anti-Phase Middle Mix
Switch)
Hiermee schakelt u de Anti-Phase-functie voor het
lage frequentiegebied en het middengebied in en uit.
Deze functie plaatst het linker- en rechterkanaal van
de gekozen frequentieband in tegenfase en telt deze
bij elkaar op, zodat het geluid effectief wegvalt.
Functies van de verschillende effectparameters
AntiPhase LoLev (Anti-Phase Low Level)
AntiPhase MidLev (Anti-Phase Middle Level)
Hiermee bepaalt u in welke mate de Anti-Phasefunctie actief is. Door bepaalde frequenties te isoleren kan u specifieke partijen benadrukken.
LowLvl (LowLevel)
MidLvl (Middle Level)
HiLvl (High Level)
Hiermee versterkt of verzwakt u respectievelijk de
lage, midden- en hoge tonen. De waarde “-60 dB”
betekent in de praktijk dat het geluid in die frequentieband onhoorbaar wordt. Kies “0 dB” als u de
betreffende band niet wil versterken of verzwakken.
Echo (Tape Echo 201)
Sw (Switch)
Hiermee schakelt u de Tape Echo in en uit.
Mode (Mode Selector)
Hiermee kiest u de delaytijd. Dit komt overeen met
de keuze van de weergavekop bij de originele bandecho. Met optie “4” kan u korte en middellange
delays kiezen.
Repeat Rate
Hiermee kiest u de “bandsnelheid”. Hoe hoger deze
waarde, hoe korter het interval van het herhaalde
geluid.
Intnsty (Intensity)
Hiermee bepaalt u het aantal herhalingen.
Tone Bass
Hiermee regelt u het volume van de lage tonen.
Tone Treble
Hiermee regelt u het volume van de hoge tonen.
Pan HeadS
Pan HeadM
Pan HeadL
Hiermee kunt u het signaal van iedere weergavekop
een andere plaats in het stereobeeld geven. Deze
functie was op de RE-201 niet voorzien.
WahFlutter Rate (Wah / Flutter Rate)
Hiermee simuleert u de toonhoogteschommelingen
die ontstaan door de slijtage van de band. Hoe hoger
deze waarde, hoe onregelmatiger het signaal wordt.
EfxLvl (Effect Level)
Hiermee regelt u het volume van het Tape Echoeffect.
DirLvl (Direct Level)
Hiermee regelt u het volume van het directe geluid.
AnFl (Analog Flanger)
Dit is een stereo analoge flanger die het geluid van de
Roland SBF-325 simuleert.
Sw (Switch)
Hiermee zet u de analoge flanger aan en uit.
Feedback
Met feedback bedoelen we dat het delay-signaal
opnieuw naar de delay wordt gestuurd. Deze parameter bepaalt hoeveel van dit signaal er opnieuw
naar de delay gaat. hoe hoger de waarde, hoe internser het flanger-effect. Een te hoge waarde kan oscillatie veroorzaken.
Modulation Freq (Modulation Frequency)
Hiermee stelt u de centrale frequentie in waarop het
flanger-effect wordt toegepast. Dit verandert de
toonhoogte van het metaalachtige geluid van het
flanger-effect.
Modulation Rate
Hiermee regelt u de modulatiesnelheid van de flanger.
Modulation Depth
Hiermee bepaalt u de diepte van het flanger-effect.
ChB (Channel B Modulation)
Normaal gezien kiest u hier “Nor”. Als u hier “Inv”
kiest, wordt het flanger-effect van kanaal B omgekeerd.
Mode
Hiermee kiest u het flangertype
FL1:
Gewone mono-flanger
FL2:
Stereo-flanger die het geluid doorheen het
stereoveld laat bewegen.
FL3:
“Cross Mix”-flanger. Geeft een intenser
effect.
CHO: Chorus-effect
43
VS-880EX Appendices
Phase ChA (Phase Channel A)
Phase ChB (Phase Channel B)
Hiermee selecteert u de fase wanneer u het directe
geluid mixt met het flanger-geluid. Met “Nor” krijgt
u de normale fase. Als u “Inv” kiest, wordt de fase
omgekeerd en klinkt het geluid veel breder.
AnPh (Analog Phaser)
De VS-880EX beschikt over twee analoge phasers.
Deze zijn parallel geschakeld, zodat ze in stereo kunnen worden gebruikt.
Sw (Switch)
Hiermee schakelt u de Analog Phaser in en uit.
Mode
Hiermee kiest u het aantal trappen waarmee de phaser werkt (4 of 8).
Freq (Frequency)
Hiermee bepaalt u de centrale frequentie waarrond
het phaser-effect werkt. Naarmate u een hogere
waarde kiest, wordt het phaser-effect op hogere frequentiegebieden toegepast.
Reso (Resonance)
Hiermee regelt u de hoeveelheid resonantie. Hoe
hoger de waarde, hoe duidelijker het effect. Een te
hoge waarde kan echter oscillatie veroorzaken.
LFO1 Rate
LFO2 Rate
Hiermee bepaalt u de lengte van de phaser-cyclus.
(De modulatiesnelheid).
LFO1 Depth
LFO2 Depth
Hiermee regelt u de diepte van de phaser-cyclus.
LFO1 ChB (LFO1 Channel B Modulation)
LFO2 ChB (LFO2 Channel B Modulation)
Normaal gezien kiest u hier “Nor”. Als u “Inv” kiest,
wordt de fase van het phaser-effect op kanaal B
omgekeerd.
44
MIDI-Implementatie
MIDI-Implementatie
10.
Voor gedetailleerde tabellen en informatie in verband met het verzenden en ontvangen van MIDI-boodschappen
verwijzen we u naar het hoofdstuk “MIDI Implementation” (Engelstalige Appendices pp. 74-119).
45
VS-880EX Appendices
Mixer-gedeelte:
Blokschema’s
11.
De blokschema’s voor de Input Mixer, de Track Mixer en het Master Block vindt u respectievelijk op de pagina’s
120, 121 en 122 van de Engelstalige Appendices.
46
Glossarium
Glossarium
12.
Actieve Terminator
Een eindweerstand die zich aan elk uiteinde van een
SCSI-keten bevindt. Dit is een nieuw element in de
SCSI-2-specificaties en in vergelijking met gewone
terminators biedt deze weerstand een grotere stabiliteit voor SCSI-apparaten, wat de kwaliteit van de signaaltransmissie ten goede komt.
CD-R
Afkorting van Compact Disc Recordable.
Met dit systeem kan u discs lezen en schrijven in het
formaat dat gebruikt wordt voor CD’s (CD-ROM’s
en Audio-CD’s). Met een CD-R drive kan u eenmalig data wegschrijven op CD-R discs.
Hoewel, zolang de data niet gefinaliseerd zijn en er
nog voldoende ruimte overblijft op de schijf, kan u
met de CD-R drive meerdere toevoegingen doen of
wijzigingen aanbrengen.
Soms wordt er ook wel gesproken van “Write Once
CD”, “CD Write Once”, e.d.
CD-RW
Afkorting van Compact Disc ReWritable.
De discs die u met dit systeem schrijft, kunnen gelezen worden door middel van hetzelfde formaat als
dat van gewone CD’s (CD-ROM’s en Audio-CD’s).
Dit lijkt op het CD-R-systeem, in die zin dat er een
speciale CD-RW drive wordt gebruikt, maar CDRW discs kunnen onbeperkt herschreven worden. U
kan ze echter niet gebruiken met de CDR-88.
COSM
Dit staat voor Composite Object Sound Modeling . Dit
is “een technologie die verscheidene geluidsmodellen combineert om nieuwe geluiden te creëren”, dat
voor het eerst werd gebruikt op Roland’s VG-8 VGuitar System. Bijvoorbeeld, de geluiden gecreëerd
op de VG-8 zijn het resultaat van een reeks geluidsmodellen (elementen) zoals de pickup, de klankkast,
de gitaarversterker, microfoons, luidsprekers, enz.
DAT
Dit is een letterwoord voor Digital Audio Tape.
De term “DAT” verwijst zowel naar het opnamesysteem (gedigitaliseerd geluid op magnetische band)
als naar de geluidsdragers (cassettes). Behalve digitale audiosignalen worden ook alle songdata opgenomen op de band, inclusief startcommando’s, spoordata, data die het kopiëren toelaten of verhinderen,
enz.
Finaliseren
Dit is de handeling die de TOC (inhoudstafel) registreert op een opgenomen audiodisc. Bij discs die nog
niet gefinaliseerd zijn, kan u nog wijzigingen en toevoegingen doorvoeren, maar u kan ze niet afspelen
op gewone CD-spelers.
Formanten
Een formant is een belangrijk element dat het karakter van een stemgeluid bepaalt. Het is een vaste
boventoon waarvan de plaats bepaald wordt door de
grootte van de stembanden.
Conventionele pitch shifters wijzigen de toonhoogte
zodanig dat zelfs de plaats van de formanten (die van
nature uit onveranderlijk is) verandert. Bijvoorbeeld, wanneer een conventionele pitch shifter de
toonhoogte opdrijft, verkrijgt u een kwakend stemgeluid, net alsof uw stembanden gekrompen zijn.
Wanneer de toonhoogte wordt verlaagd, klinkt uw
stem als die van een reus, net alsof uw stembanden
uitgerokken zijn.
De Voice Transformer wijzigt de basistoon en de formant afzonderlijk, wat de mogelijkheid biedt om het
karakter van een stem helemaal te wijzigen of om een
volledig nieuwe stem te creëren.
Frame
De talrijke stilstaande beelden die in snelle opeenvolging een bewegend videobeeld weergeven, noemen
we frames, net zoals de individuele beeldjes op een
rol bioscoopfilm. In één seconde bewegend beeld zitten ongeveer dertig van deze frames. Wanneer hard
disk recorders, sequencers en andere gelijkaardige
apparaten gesynchroniseerd worden met video,
wordt er verondersteld dat men werkt met 30 frames
per seconde.
GPI
Dit staat voor General Purpose Interface .
Dit is een controle-jack die voorzien is op zowel professionele als commerciële video-apparatuur, zoals
voor montage en ondertiteling. Als u deze jack verbindt met de foot switch jack van de VS-880EX en de
Foot Switch Assign instelt op “GPI”, dan kan het
aangesloten apparaat de weergave op de VS-880EX
starten en stoppen.
Huidige Song
De song die momenteel wordt opgenomen, afgespeeld of bewerkt, noemen we de huidige song.
47
VS-880EX Appendices
IDE
IDE staat voor Integrated Device and Electronics. Dit
is de standaardmethode voor datatransmissie die
gebruikt wordt door de hard disk drives van recente
PC’s. De hard disk drives van de HDP88-serie
(afzonderlijk verkocht) die u kan installeren in de
VS-880EX, zijn IDE-compatibel.
MMC
MMC is een letterwoord voor MIDI Machine Control. In dit systeem is bepaald hoe u MIDI system
exclusive messages kan gebruiken om verscheidene
opname-apparaten kan aansturen vanuit één enkel
toestel. De VS-880EX ondersteunt MMC. Naast het
afspelen, stoppen en doorspoelen van songs, kan u
onder meer de op te nemen sporen selecteren.
MTC
MTC staat voor MIDI Time Code. Dit is een reeks
boodschappen die verzonden en ontvangen worden
tussen apparaten om hun werking te synchroniseren.
In tegenstelling tot MIDI Clock messages, geeft MTC
een absolute tijdswaarde aan. Net zoals de SMPTEtijdcode, ondersteunt MTC ook een aantal framesnelheden (frame rates). Als u de werking van twee
apparaten wil synchroniseren door middel van
MTC, dan moet op beide apparaten dezelfde framesnelheid ingesteld zijn.
SCSI
SCSI staat voor Small Computer System Interface.Dit
is een methode voor datatransmissie waarmee u op
korte tijd grote hoeveelheden informatie kan verzenden. Aangezien de VS-880EX voorzien is van een
SCSI-connector, kan u externe SCSI-apparaten,
zoals hard disks of verwijderbare disk drives, aansluiten.
SECAM-formaat / PAL-formaat
Formaten voor kleurentelevisie die o.m. in Europa
worden gebruikt. Banden die opgenomen zijn in het
SECAM- of PAL-formaat, kan u niet afspelen op
videotoestellen die ontworpen zijn voor het NTSCformaat.
NTSC-formaat
Formaat voor kleurentelevisie dat gebruikt wordt in
o.m. Japan en de Verenigde Staten. Banden die opgenomen zijn in het NTSC-formaat, kan u niet afspelen op een videotoestel dat met het SECAM/PALformaat werkt.
Shutdown
Om het toestel op een veilige manier uit te schakelen,
moet u zorgen dat eerst de performance op de harde
schijf wordt opgeslagen en dat de koppen van de harde schijf zich in hun “rustpositie” bevinden. Deze
procedure noemen we “Shutdown”.
RSS
RSS staat voor Roland Sound System. Dit is een effect
dat de mogelijkheid biedt om een geluidsbron in een
driedimensionele ruimte te plaatsen bij weergave op
een gewone stereo-installatie. U kan het geluid direct
voor, achter, naast, boven of onder de luisteraar
plaatsen.
SMPTE-tijdcode
Dit is een signaalformaat dat werd gedefinieerd door
de Amerikaanse organisatie SMPTE (Society of
Motion Picture and Television Engineers). Het
wordt gebruikt om de werking van video- of audioapparatuur te synchroniseren. SMPTE rekent met
“uren:minuten:seconden:frames” om de locatie van
elk frame van een videobeeld aan te duiden. Daarom
bestaan er verschillende frame rates.
S/P DIF
S/P DIF staat voor Sony/Philips Digital Interface Format. Dit is een set specificaties voor de uitwisseling
van stereo digitale audiosignalen tussen digitale
audio-apparaten. De VS-880EX is voorzien van
coaxiale connectors die S/P DIF ondersteunen.
48
SCMS
SCMS staat voor Serial Copy Management System.
Dit is een functie die de auteursrechten beschermt
door opname via een digitale verbinding onmogelijk
te maken vanaf de tweede generatie. (Een kopie
maken van een kopie kan dus niet.) Wanneer u een
digitale verbinding maakt tussen digitale recorders
die deze functie toepassen, worden er SCMS-data
samen met de audiodata opgenomen. Digitale
audiodata die zulke SCMS-data bevatten, kunnen
niet opnieuw worden opgenomen via een digitale
verbinding.
Spoorminuut
Een eenheid die gebruikt wordt voor de aanduiding
van de beschikbare opnametijd. Een spoorminuut
komt overeen met een continu monosignaal van één
minuut, opgenomen op één spoor.
Glossarium
TOC
Afkorting van Table of Contents (inhoudstafel). Dit
is de plaats op de CD-R disc waar informatie zoals
songtijden, eindtijden, volgorde, enz. is opgeslagen.
Wanneer u een audio-CD in een CD-speler plaatst,
kan u de duur van de songs zien op de display omdat
die gegevens automatisch kunnen worden afgelezen
van de TOC. De TOC wordt anders geregistreerd
dan muziekdata en wordt gekenmerkt door haar toegangsmogelijkheden tot de disc. Zij maakt het mogelijk om onmiddellijk over te springen naar het begin
van gelijk welke song.
Vermogen van een Terminator
Hiermee bedoelen we het vermogen dat geleverd
wordt aan een externe actieve terminator.
Verwijderbare disk drives
Disk drives waarbij het mogelijk is om de disk te verwijderen, zoals bij een Zip drive, noemen we verwijderbare disk drives.
Zip Drive
Een disk drive van het magnetische type, gestandaardiseerd door Iomega Corporation. De discs die met
dit soort drive gebruikt worden, noemen we Zipschijfjes (of Zip discs). Wat de afmetingen en het
gebruik betreft, lijken ze sterk op 3,5 inch floppy
discs. Een Zip-schijf heeft een capaciteit van 100MB.
49
VS-880EX Appendices
50
* Iomega is een geregistreerd handelsmerk van Iomega Corporation.
* ZIP is een handelsmerk van Iomega Corporation.
* Alle productnamen die in dit document voorkomen zijn handelsmerken of geregistreerde
hadelsmerken van hun respectieve eigenaars.
Wijzigingen van de specificaties en het uiterlijk zonder voorafgaande kennisgeving voorbehouden.
ANT-150399 EDS-350