INT-KSG
Bediendeel
Verkorte Gebruikershandleiding
Firmware versie 1.00
INT-KSG_G_NL 10/10
WAARSCHUWING
Lees deze handleiding aandachtig voordat u verder gaat met installeren.
Wijzigingen, modificaties of reparaties zijn niet geautoriseerd door de fabrikant en voorkomen
het recht op garantie.
The SATEL's goal is to continually upgrade the quality of its products, which may result in
alterations of their technical specifications and firmware. The current information on
the introduced modifications is available on our website.
Please visit us:
http://www.satel.eu
Latest EC declaration of conformity and product approval certificates are
available for downloading on website www.satel.pl
We zijn er blij mee dat u een product van ons heeft gekozen. We hopen dat u veel plezier
beleeft aan uw keuze en wijzen u erop dat we altijd klaar staan om professionele assistentie
en informatie te verlenen voor onze producten.
1. Bediendeel beschrijving
Fig. 1. INT-KSG bediendeel.
1.1 LCD display
Het grote display met achtergrondverlichting maakt het gemakkelijk om te communiceren
tussen de gebruiker en het alarm systeem. In de stand-by mode (welke wordt getoond
wanneer u een willekeurige toets aanraakt), wordt de tijd en datum in een door de installateur
gedefinieerd format getoond (of de bediendeel naam). Beschrijvingen van macro commando
groepen (boven de macro commando toetsen, in het geval dat er tenminste een macro
commando is toegekend aan de groep door de installateur), maar kan ook de status van de
blokken tonen. Nadat het bediendeel voor 60 seconden niet is gebruikt, tenzij er een menu is
geopend, zal de display overschakelen naar de screensaver mode, waarbij de volgende
informatie kan worden getoond:
2
INT-KSG
OSEC
 Willekeurige tekst, gedefinieerd door de installateur,
 Status van de geselecteerde blokken,
 Status van geselecteerde zones,
 Status van de geselecteerde uitgangen,
 Temperatuur van geselecteerde temperatuur detectoren,
 Datum en tijd,
 Bediendeel naam.
De informatie die wordt getoond in de screensaver mode wordt geselecteerd door de
installateur. Deze mode is niet beschikbaar, tenzij sommige informatie is gekozen om te
worden getoond.
Het aanraken van de
toets maakt snel schakelen tussen de stand-by mode en de
screensaver mode mogelijk.
De installateur kan het bediendeel zo configureren dat wanneer u de toets aanraakt en voor
ongeveer 3 seconden vasthoud, het display de blokken status presentatie mode toont. De
status van blokken, gebruikt door dit bediendeel, (inclusief degene vanwaar het alarm wordt
gesignaleerd op het bediendeel) wordt getoond bij gebruik van symbolen. Indien het display
al is overgeschakeld in deze mode, zal de screensaver mode niet worden getoond. De
display keert terug naar de stand-by mode nadat u de 9 toets nogmaals aanraakt en
vasthoud.
Indien er vooraf gedefinieerde gebeurtenissen plaatsvinden, kunnen er additionele berichten
verschijnen op het display (bijv. de auto-IN vertraging aftelling, ingang/uitgang vertraging
telling, alarm, etc.).
Invoeren van de gebruiker code, opent een menu met daarin de functies die beschikbaar zijn
voor de gebruiker. De functies worden in vier regels getoond. De huidig geselecteerde functie
wordt in negatief getoond. Hoe de functie gerelateerde informatie wordt getoond hangt af van
het specifieke karakter van de vereiste functie.
De manier van achtergrondverlichting wordt geprogrammeerd door de installateur.
1.2 Systeem status indicatie LED’s
- Gele LED. Langzaam knipperend is een storing. De LED gaat uit wanneer blokken
bediend door het bediendeel zijn ingeschakeld (de installateur kan het bediendeel zo
configureren zodat de LED alleen uitgaat wanneer alle blokken bediend door het
bediendeel zijn ingeschakeld).
- Groene LED. De oplichtende LED toont aan dat alle blokken bediend door het
bediendeel zijn ingeschakeld. Knipperend betekent dat sommige blokken bediend
door het bediendeel zijn ingeschakeld, of dat de uitgangvertraging aftelling in werking
is.
- Groene LED. Knipperend toont aan dat de service mode actief is.
- Rode LED. Indien opgelicht of knipperend, betekent deze LED een alarm (of alarm
geheugen) melding.
1.3 Toetsen
De toetsen voorzien van cijfers en letters en maken het mogelijk een code of data in te
voeren, tijdens gebruik van de beschikbare functies in het menu (voor een beschrijving van
data invoer met gebruik van het bediendeel gaat u naar de gebruikers handleiding voor de
INTEGRA centrales). Additioneel, kunt u de geselecteerde numerieke toetsen aanraken en
voor ongeveer 3 sec. Vasthouden (indien het bediendeel zo is ingesteld door de installateur)
om zo de onderstaande items te bekijken:
SATEL
1
4
5
6
7
8
9
INT-KSG
3
-
Controle van de zone status;
Controle van de blokken status;
Bekijken van het alarm geheugen;
Bekijken van het storing geheugen;
Bekijken van de huidige storingen;
In/uitschakelen van het BEL signaal voor het bediendeel;
Omschakelen van het display tussen de stand-by mode en blokken status display
mode.
De overige toetsen die beschikbaar zijn:
- Binnengaan in het gebruikers menu (na invoer van een code);
- Annuleren van een gestarte bewerking.
of
- In / uitschakelen en herstellen van alarmen (na invoer van een code);
- Starten van een geselecteerde functie;
- Bevestigen van de ingevoerde data.
- Navigatie in het display (bladeren door de getoonde berichten, functies
en opties, en voor het bewegen van de cursor);
- In werking stellen van de installateur geselecteerde functies (na invoer
van een code).
- Activeren van het Brand alarm.
- Activeren van Auxiliary/Medisch alarm.
- Activeren van het Paniek alarm.
- Gebruik van de macro commando’s (zie sectie MACRO COMMANDO’S p. 8).
1.4 Geluid signaleringen
Geluiden gegenereerd tijdens bediening
1 korte toon – Aanraken van willekeurige toets.
2 korte tonen – Bevestiging van de uitvoering van een commando, of ter signalering
binnengaan van het gebruikers menu, submenu of functie.
3 korte tonen – Bij signalering van:
 Het starten van inschakel procedure (welke gelijk is aan inschakelen zonder
geprogrammeerde uitgangvertraging voor het blok),
 Het uitschakelen en/of alarm herstellen;
 De activering uitgang;
 Het uitschakelen van het BEL signaal voor het bediendeel met toets 8;
 Het omschakelen van het display tussen de stand-by mode en blok status presentatie
mode bij gebruik van de toets 9;
 Het verlaten van de functie en terugkeert naar het menu, na bevestiging van de
ingevoerde data.
4 korte en 1 lange toon – Bij signalering van:
 Activering van een uitgang;
 Het inschakelen van het BEL signaal in het bediendeel met toets 8.
4
INT-KSG
OSEC
 Het beëindigen van functie en het verlaten van het gebruiker menu, na de bevestiging
van de ingevoerde data.
1 lange toon – Weigering van inschakelen (sommige geactiveerde zones in het blok, of een
storing).
2 lange tonen – Een onbekende code, niet beschikbare functie, of verlaten van een functie
zonder bevestiging van ingevoerde data (bijv. na gebruik van de toets).
3 lange tonen – Niet beschikbare functie.
Gebeurtenissen gesignaleerd door geluiden
5 korte tonen – Zone activering (BEL).
Lange toon iedere 3 seconden, gevolgd door een serie korten tonen voor 10 seconden
en 1 lange toon – Aftellen van de uitgangvertraging (indien de tijd korter is dan 10
seconden, zal alleen de laatste opeenvolging van korte tonen worden gegenereerd).
Een opeenvolging van 7 tonen met verminderende tijdsduur, iedere paar seconden
herhalend – Aftelling van de auto-IN vertraging.
2 korte tonen iedere seconden – Aftelling van de ingangsvertraging.
2 korte tonen iedere 3 seconden – Signalering van een nieuwe storing.
Continu toon – Alarm.
Lange toon iedere seconde – Brand alarm.
Opmerking:
 Alleen installateur geselecteerde evenementen worden gesignaleerd.
 Alarmen worden gesignaleerd zolang als geprogrammeerd door de installateur.
2. Inschakelen
Voor het inschakelen, wees er zeker van dat er geen geactiveerde zones aanwezig zijn (bijv.
open ramen of deuren) en dat het systeem geen storing signaleert, omdat anders de
inschakeling niet mogelijk kan zijn (indien het systeem zo is geconfigureerd door de
installateur).
Voor additionele informatie bij inschakelen, inschakel modes, etc., lees u dit a.u.b. in de
INTEGRA centrale gebruiker handleiding.
2.1 Volledige inschakeling zonder blok selectie
De inschakeling zonder selectie van blokken is mogelijk, indien geen van de blokken
beschikbaar voor de gebruiker is ingeschakeld en het bediendeel geen alarm signaleert (dit
is niet relevant, indien de gebruiker niet geautoriseerd is om het systeem uit te schakelen of
het alarm te herstellen).
1. Voer de code in en bevestig dit met gebruik van of
.
2. Nadat de ALLES INSCHAKELEN functie wordt getoond als de
geselecteerde, raak dan de
of
toets aan. Dit zal alle
blokken welke beschikbaar zijn voor de gebruiker en
bediend op dit bediendeel doen inschakelen.
2.2 Volledig inschakelen van specifieke blokken
1. Voer een code In en bevestig met
.
Alles inschakelen
Selectie inschakelen
SATEL
INT-KSG
2. Gebruik de
toets, om door het menu te bladeren totdat u
de INSCHAKEL functie heeft gevonden. Nadat u de functie
5
Inschakelen
Stel Auto-IN d.
Inschakel mode
Wijzig eigen code
heeft geselecteerd, raakt u de
of
toets aan om deze
te starten.
3. De blokken die ingeschakeld kunnen worden, zijn getoond in het display met gebruik van
het nummer corresponderend met het bloknummer. Aan de onderkant van het display
staat de naam van het huidige blok aangegeven door middel van de cursor. Gebruik de
pijltoetsen om de cursor te bewegen over het nummer van het blok welke ingeschakeld
moet worden.
4. Raak een willekeurig numerieke toets aan om een blok te selecteren (het bloknummer
wordt negatief getoond). Raak de toets driemaal binnen 3 seconden aan: 0 – Voor het
selecteren van alle blokken, 1 – Voor selecteren van alle blokken, en 2 – Om de selectie
om te keren.
5. Als u alle blokken voor inschakeling heeft geselecteerd (allen dienen in negatief te
worden getoond), raakt u de
of
toets aan. De geselecteerde blokken worden
ingeschakeld.
U kunt de geselecteerde blokken ook inschakelen door gebruik te maken van de INSCHAKEL
functie, na invoer van de code en de
of
toets te hebben ingedrukt, maar
alleen dan wanneer geen van de blokken beschikbaar voor de gebruiker is ingeschakeld en
het bediendeel geen alarm signaleert (dit is irrelevant, indien de gebruiker niet is
geautoriseerd om het systeem uit te schakelen of te herstellen na een alarm).
SELECTIE
2.3 Inschakelen in de selecteer mode
1. Voer de code in en bevestig deze met
.
2. Gebruik de
toets, en blader door het menu totdat de
INSCHAKEL MODE is gevonden. Als u de geselecteerde functie
of
heeft, raak dan de
en
3. Gebruik de
mode.
toets aan om dit te starten.
toetsen, en selecteer de inschakel
4. Bevestig uw selectie met gebruik van
of
. U wordt
teruggebracht naar het gebruiker menu, en de INSCHAKEL
functie zal worden getoond als de geselecteerde.
Inschakelen
Stel Auto-IN d.
Inschakel mode
Wijzig eigen code
Inschakelen
Stel Auto-IN d.
Inschakel mode
Wijzig eigen code
5. Raak de
of
toets aan. Ga op eenzelfde manier te
werk voor volledige inschakeling van specifieke blokken
(stappen 3-5).
2.4 Snel inschakelen
Indien uw installateur de Snel IN eigenschap in het bediendeel heeft ingeschakeld, dan heeft
u de mogelijkheid het systeem zonder gebruik van een code in te schakelen. De door de
installateur aangegeven blokken worden dan ingeschakeld.
1. Specificeer de inschakelmode (raak een van de toetsen: 0 – Volledig; 1 – Volledig. +
overbrugd; 2 – Blijven; 3 – Blijf, vertraging=0).
2. Raak de
of
toets aan.
6
INT-KSG
OSEC
2.5 Overbruggen geactiveerde of gesaboteerde zones tijdens inschakelen
Indien het bediendeel een weigering tot inschakelen signaleert d.m.v. een lange toon, en een
boodschap toont met informatie over een geactiveerde of gesaboteerde zone, dan kan de
zone worden overbrugd door een gebruiker met het daarvoor geschikt autorisatie niveau. Om
dit te doen, raak dan toets 4 aan, en bevestig dan uw intentie om de zone te overbruggen
door de toets 1 aan te raken. Na overbrugging van de zone(s), zullen de systeem/specifieke
blokken worden ingeschakeld (De inschakel procedure behoeft niet te worden herhaald.
2.6 Uitgang vertraging beëindigen
Indien de installateur deze eigenschap heeft ingeschakeld, kan de blok uitgangsvertraging
worden beëindigd door het opeenvolgend aanraken van de 9 en
toetsen (of 9 en
).
3. Uitschakelen en alarm herstellen
Voer de code in en bevestig deze bij gebruik van
of
.
Indien er een alarm in het systeem is, zal deze worden hersteld.
Indien er slechts 1 door een bediendeel in werking gesteld blok
is ingeschakeld, dan wordt deze uitgeschakeld. Indien sommige
blokken zijn ingeschakeld, verschijnt er een menu met twee
beschikbare functies: ALLES UITSCHAKELEN en SELECTIE
UITSCHAKELEN. Door selectie van een functie bepaald de
gebruiker of voor hem/haar beschikbare blokken worden
uitgeschakeld, of alleen de geselecteerde (de blokken worden
op een zelfde manier geselecteerd, als bij inschakelen van
geselecteerde blokken).
Alles uitschakelen
Selectie uitschakelen
3.1 Alarm herstellen zonder uitschakelen
1. Voer de code in en bevestig deze bij gebruik van de
2. Gebruik de
de HERSTEL
.
toets, om door het menu te bladeren totdat
ALARM functie is gevonden. De functie
geselecteerd hebbende, raak dan de
deze te starten.
of
toets aan om
Uitschakelen
Herstel alarm
Inschakelen
Stel auto-IN d.
4. Activeren alarmen vanaf het bediendeel
Indien uw installateur deze eigenschap heeft ingeschakeld, kunnen alarmen als volgt door
het bediendeel worden aangestuurd:
Brand alarm – Raak de
toets aan voor ongeveer 3 seconden;
Medisch alarm – Raak de
toets aan voor ongeveer 3 seconden;
Paniek alarm – Raak de
toets aan voor ongeveer 3 seconden. De installateur kan
bepalen of het aangestuurde paniek alarm akoestisch zal zijn (Luid alarm signalering), of
een stil paniek zal zijn (geen signalering).
5. Gebruik van geselecteerde gebruiker functies
Alle gebruiker functies zijn beschreven in de INTEGRA gebruiker handleiding. Hieronder
worden een aantal geselecteerde functies besproken.
SATEL
INT-KSG
7
5.1 Wijzigen code
1. Voer de code in en bevestig met .
2. Raak de 1 toets aan om de code wijzig functie te starten.
3. Voer de nieuwe code in en bevestig met
of
.
5.2 Zone overbruggen
1. Voer de code in en bevestig met .
2. Raak de 4 toets aan om de inhoud van het menu ZONE OVERBRUGGEN submenu in te zien.
3. Afhankelijk of de zone tijdelijk of permanent dient te worden overbrugd, selecteer hiervoor
de geschikte functie (OVERBRUGGEN – De zone blijft overbrugd totdat het blok aan welke
deze toebehoort is uitgeschakeld, of totdat deze uit de overbrugging is gehaald door de
gebruiker; PERMANENT – De zone blijft overbrugd totdat deze uit de overbrugging wordt
4.
5.
6.
7.
gehaald door de gebruiker) en raak de of
toets aan ter bevestiging.
Een zone lijst wordt grafisch getoond, iedere zone wordt vertegenwoordigd door een van
de volgende symbolen:
– De zone is niet overbrugd;
– De zone is overbrugd;
– De zone is permanent overbrugd.
Aan de onderkant van het display wordt de naam van de huidige zone door de cursor
getoond.
Gebruik de pijltoetsen en beweeg de cursor over de zone die wordt overbrugd of uit de
overbrugging wordt gehaald.
Raak een willekeurige numerieke toets aan. Het eerder getoonde symbool zal worden
vervangen door een andere. Raak de toetsen drie keer aan binnen 3 seconden: 0 – Om
het symbool te tonen voor alle beschikbare zones, 1 – Om het of symbool te tonen
voor alle beschikbare zones (afhankelijk of de functie de zone overbrugd of permanent
overbrugd), en 2 – Inverteren van de huidig getoonde symbolen.
Na de zone te hebben overbrugd of uit de overbrugging te hebben gehaald, raakt u de
of
toets aan.
Opmerking:
 Overbruggen van zones verlaagd het beveiligingsniveau. Voordat u inschakelt, wees er
zeker van dat er per ongeluk geen overbrugde zones in het blok aanwezig zijn, welke een
inbreker toestaat toegang tot het (on)beveiligde gebied te krijgen, ondanks dat het blok is
ingeschakeld.
 Indien een zone is overbrugd vanwege een defect, belt u gelijk met de installateur om het
defect te laten repareren.
 Vanuit beveiliging overweging, kan de installateur het aantal zones ter overbrugging
inperken.
5.3 Bekijken van het gebeurtenis geheugen
1. Voer de code in en bevestig met .
2. Raak de 5 toets aan om zo de inhoud van het GEBEURTENISSEN submenu te zien.
3. Afhankelijk of de gehele inhoud van het gebeurtenis geheugen wordt getoond, of alleen
sommige gebeurtenissen, selecteert u de corresponderende functie (SELECTIE – bij het
binnengaan van het volgende submenu selecteert u op gebeurtenis type en blok waar
8
INT-KSG
OSEC
deze heeft plaatsgevonden; ALLE – alle gebeurtenissen worden getoond) en raakt u de
of
toets aan.
4. U kunt door het gebeurtenis geheugen bladeren bij gebruik van de
Gebruik de toets om de functie beëindigen.
en
toetsen.
5.4 Bekijken van storingen
1. Voer de code in en bevestig met .
2. Raak de 7 toets aan om het storing geheugen te bekijken. U kunt door het storing
geheugen bladeren bij gebruik van de
en
toetsen. Gebruik de
toets om de
functie te verlaten.
5.5 Instellen van de systeem tijd en datum
1. Voer de code in en bevestig met
2. Gebruik de
.
toets om door het menu te bladeren totdat de STEL
TIJD IN
functie is
of
toets aan om te
gevonden. Als u de functie heeft geselecteerd, raakt u de
starten.
3. De huidig geprogrammeerde tijd wordt getoond. Om deze te herstellen, raak dan een
willekeurige numerieke toets aan en voer een nieuwe tijd in (uur, minuten en seconden).
Indien alleen de cijfers worden gewijzigd, gebruik de
toets om de cursor over de
cijfers te bewegen die gewijzigd dient te worden en raak de toets aan met het cijfer dat in
de plaats van het huidige moet worden ingevoerd. Om de cursor terug te bewegen,
gebruik de
toets.
4. Bevestig de tijd, gebruik de
of
toets, of raak de
toets aan om de klok
programmering te annuleren.
5. Indien de tijd is bevestigd, zal de huidig geprogrammeerde datum worden getoond. Raak
een willekeurige toets aan om de datum te wissen en voer een nieuwe in (dag, maand en
jaar). Indien alleen de geselecteerde cijfers worden gecorrigeerd, gebruik dan de
toets om de cursor over het cijfer te bewegen dat gewijzigd dient te worden en raak de
toets aan met het cijfer dat in de plaats van de oude moet komen. Om de cursor terug te
bewegen, gebruik de
toets.
6. Bevestig de nieuwe datum, gebruik de
of
toets, of raak de
toets aan om de
datum programmering te annuleren, de tijd die is geprogrammeerd bij de vorige stap zal
wel worden bewaard in de centrale.
6. Macro commando’s
De installateur kan 4 macro commando groepen bepalen (tot 16 macro commando’s in een
groep). De naam van iedere groep wordt onderaan het display getoond, net boven de
toetsen (indien de installateur geen macro commando in een groep heeft toegekend, dan
worden de namen ook niet getoond). Afhankelijk van hoe het bediendeel is geconfigureerd
door de installateur, zal aanraken van de
toets het volgende tonen:
 Tonen van een lijst met macro commando’s voor de gegeven groep (zie Fig. 2). Gebruik
de
en
toetsen om door de lijst te navigeren. Gebruik de
en
toetsen om
SATEL
INT-KSG
9
de beschikbare macro commando’s in andere groepen te tonen. Het benodigde macro
commando geselecteerd hebbende, raak dan de
 Een enkel macro commando starten.
of
toets aan om deze te starten;
IN – Nacht Mode
IN - Blok 1 en 3
IN - Alles
Verlichting
Fig. 2. Voorbeeld van macro commando’s getoond bij het aanraken van de
toets.
De functies die uitgevoerd dienen te worden bij gebruik van de macro commando’s worden
door de installateur bepaald. Voor het uitvoeren van een macro commando, is gebruiker
autorisatie met gebruik van een code wellicht vereist.
7. Blokkeren van het bediendeel
Indien nodig, kan het bediendeel worden geblokkeerd (de toets aanrakingen worden dan
genegeerd). Om dit te doen, raak de
toets aan en dan, binnen 3 seconden, de
toets.
Herhaal de procedure om het bediendeel te deblokkeren.
10
INT-KSG
OSEC
8. Korte beschrijving bediendeel werking
Knipperend – Systeem storing – gebruik de
STORINGEN gebruiker functie om de storing te
bekijken
Aan – Alle blokken bediend door het
bediendeel zijn ingeschakeld
Knipperend – Sommige blokken zijn IN
Knipperend – Service mode actief
Aan of knipperend – Alarm of alarm
geheugen in een of enkele bediende
blokken
- Toetsen om macro commando’s
gedefinieerd door installateur te
activeren
-
Blokkeren / Deblokkering van het
bediendeel
Snel inschakelen:
0 - Vol IN
1 - Vol IN + overbruggingen
2 - Blijven
3 - Blijven, vertraging=0
8
- Snelle bedienen van uitgangen
9
- Beëindiging van uitgangvertraging
Aanraken en vasthouden van geselecteerde
toetsen voor 3 seconden om:
1 - Bekijken van de Zone status
4 - Bekijken status van blokken
5 - Bekijken alarm geheugen
6 - Bekijken storing geheugen
7 - Bekijken huidige storingen
8 - Inschakelen / uitschakelen BEL signaal
9 - Schakel het display tussen stand-by mode
en alle blokken status presentatie mode
- Activeer Medisch alarm
- Activeer Brand alarm
- Activeer Paniek alarm
Of
-
Bekijk van berichten over zone
alarmen
Of
-
Bekijk van berichten over blok
alarmen
[CODE] – Inschakelen / Uitschakelen /
Alarm herstel
[CODE] – Binnengaan van het gebruikersmenu
Gebruiker menu snel functie:
1
Wijzig eigen code
2
Gebruikers / Managers
21 Nieuwe gebruiker / Nieuwe manager
22 Wijzig gebruiker / Wijzig manager
23 Verwijder gebruiker / Verwijder manager
4
Zone overbruggen
41 Overbrug
42 Permanent
5
Geheugen
51 Selecteer geheugen gebeurtenis
52 Alle Gebeurtenissen
6
Stel tijd in
7
Storingen
8
Uitgangen bedienen
9
Service mode
0
Downloaden
01 Start DWNL-RS
02 Beëindig DWNL-RS
03 Start DWNL-MOD.
04 Start DWNL-TEL
05 Start DWNL-CSD [INTEGRA 128-WRL]
06 Start DWNL-GPRS [INTEGRA 128-WRL]
07 ETHM-1 – DloadX
08 ETHM-1 – GuardX
SATEL sp. z o.o.
ul. Schuberta 79
80-172 Gdańsk
POLAND
tel. + 48 58 320 94 00
info@satel.pl
www.satel.eu