MX-M160D/M200D Operation-Manual NL

MODEL
MX-M160D
MX-M200D
DIGITAAL MULTIFUNCTIONEEL
SYSTEEM
GEBRUIKSAANWIJZING
(voor algemene informatie en kopiëren)
Pagina
DEEL 1: ALGEMENE INFORMATIE
• VOORDAT U DE MACHINE
GAAT GEBRUIKEN
• PROBLEEM OPLOSSING
EN ONDERHOUD
• RANDAPPARATUUR
EN ONDERDELEN
12
24
40
DEEL 2: KOPIEERBEDIENING
• KOPIEERFUNCTIES
• HANDIGE KOPIEERFUNCTIES
• BIJLAGE
• GIDS VOOR
SYSTEEMINSTELLINGEN
45
64
73
75
Alle instructies zijn ook van toepassing op de optionele apparaten voor deze producten.
In sommige gebieden zijn de posities van de "POWER" (AAN/UIT) schakelaar op de kopieerder gemarkeerd
eerd met "I" en " " in plaats van met "ON" (AAN) en "OFF" (UIT).
Het symbool " " geeft aan dat de kopieerder niet volledig uitgeschakeld is, maar in een stand-by
y toestand staat op deze positie van de "POWER" (AAN/UIT) schakelaar.
Indien uw kopieerder zodanig gemarkeerd is, lees dan "I" voor "ON" (AAN) en " " voor "OFF" (UIT).
Let op!
Voor een complete elektrische scheiding van het net, dient u de hoofdstekker uit
het stopcontac t te trekken . De AC contactdoo s moet in de nabijhei d van de
apparatuur geïnstalleerd zijn en eenvoudig toegankelijk zijn.
Bij deze apparatuur moeten afgeschermde interfacekabels worden gebruikt om te voldoen aan de
EMC-richtlijnen.
EMC (dit apparaat en randapparatuur)
Waarschuwing:
Dit is een klasse A product. In een woonomgeving kan dit product radiostoringen veroorzaken. In dat geval
moet de gebruiker eventueel passende maatregelen treffen.
Garantie
Hoewel er alles aan is gedaan om deze gebruiksaanwijzing zo nauwkeurig en nuttig mogelijk te maken, kan de firma
SHARP niet aansprakelijk worden gesteld voor de inhoud ervan. Alle informatie in de gebruiksaanwijzing kan zonder
aankondiging vooraf worden gewijzigd. SHARP kan niet aansprakelijk worden gesteld voor verlies of
beschadigingen, direct of indirect, die voortvloeien uit of verband houden met deze gebruiksaanwijzing.
© Copyright SHARP Corporation 2009. Alle rechten voorbehouden. Vermenigvuldiging, wijziging of vertaling zonder
schriftelijke toestemming vooraf is verboden, behalve wanneer dit in de auteurswet wordt toegestaan.
Deel 1: Algemene informatie
1
Handelsmerkinformatie
De volgende handelsmerken en gedeponeerde handelsmerken worden gebruikt samen met het apparaat, de
randapparatuur en accessoires.
• Microsoft®, Windows®, Windows® 2000, Windows® XP, Windows Server® 2003, Windows Vista®, Windows
Server® 2008 en Internet Explorer® zijn gedeponeerde handelsmerken of handelsmerken van Microsoft
Corporation in de Verenigde Staten en andere landen.
• PostScript is een gedeponeerd handelsmerk van Adobe Systems Incorporated.
• Adobe en Flash zijn gedeponeerde handelsmerken of handelsmerken van Adobe Systems Incorporated in de
Verenigde Staten en andere landen.
• Adobe, het Adobe-logo, Acrobat, het Adobe PDF-logo en Reader zijn gedeponeerde handelsmerken of
handelsmerken van Adobe Systems Incorporated in de Verenigde Staten en andere landen.
• Macintosh, Mac OS, AppleTalk, EtherTalk en LaserWriter zijn handelsmerken van Apple Inc., gedeponeerd in de
VS en andere landen.
• Netscape Navigator is een handelsmerk van Netscape Communications Corporation.
• Mozilla® en Firefox® zijn gedeponeerde handelsmerken of handelsmerken van de Mozilla Foundation in de VS
en andere landen.
• PCL is een gedeponeerd handelsmerk van de Hewlett-Packard Company.
• IBM, PC/AT en PowerPC zijn handelsmerken van International Business Machines Corporation.
• Sharpdesk is een handelsmerk van Sharp Corporation.
• Sharp OSA is een handelsmerk van Sharp Corporation.
• RealVNC is een handelsmerk van RealVNC Limited.
• Alle andere handelsmerken en auteursrechten behoren toe aan hun desbetreffende eigenaren.
Candid en Taffy zijn handelsmerken van Monotype Imaging, Inc. gedeponeerd bij het United States Patent and
Trademark Office en mogelijk gedeponeerd in zekere rechtsgebieden. CG Omega, CG Times, Garamond Antiqua,
Garamond Halbfett, Garamond Kursiv, Garamond en Halbfett Kursiv zijn handelsmerken van Monotype Imaging,
Inc. en zijn mogelijk gedeponeerd in zekere rechtsgebieden. Albertus, Arial, Coronet, Gill Sans, Joanna en Times
New Roman zijn handelsmerken van The Monotype Corporation gedeponeerd bij het United States Patent and
Trademark Office en mogelijk gedeponeerd in zekere rechtsgebieden. Avant Garde, ITC Bookman, Lubalin Graph,
Mona Lisa, Zapf Chancery en Zapf Dingbats zijn handelsmerken van International Typeface Corporation
gedeponeerd bij het United States Patent and Trademark Office en mogelijk gedeponeerd in zekere
rechtsgebieden. Clarendon, Eurostile, Helvetica, Optima, Palatino, Stempel Garamond, Times en Univers zijn
handelsmerken van Heidelberger Druckmaschinen AG en zijn mogelijk gedeponeerd in zekere rechtsgebieden,
onder exclusieve licentie aan Linotype Library GmbH en de geheel eigen dochtermaatschappijen van Heidelberger
Druckmaschinen AG. Apple Chancery, Chicago, Geneva, Monaco en New York zijn handelsmerken van Apple
Computer Inc. en zijn mogelijk gedeponeerd in zekere rechtsgebieden. HGGothicB, HGMinchoL, HGPGothicB en
HGPMinchoL zijn handelsmerken van Ricoh Company, Ltd. en zijn mogelijk gedeponeerd in zekere
rechtsgebieden. Wingdings is een gedeponeerd handelsmerk van Microsoft Corporation in de Verenigde Staten en
andere landen. Marigold en Oxford zijn handelsmerken van Arthur Baker en zijn mogelijk gedeponeerd in zekere
rechtsgebieden. Antique Olive is een handelsmerk van Marcel Olive en is mogelijk gedeponeerd in zekere
rechtsgebieden. Hoefler Text is een handelsmerk van Jonathan Hoefler en is mogelijk gedeponeerd in zekere
rechtsgebieden. ITC is een handelsmerk van International Typeface Corporation gedeponeerd bij het United
States Patent and Trademark Office en mogelijk gedeponeerd in zekere rechtsgebieden. Agfa is een handelsmerk
van de Agfa-Gevaert Group en is mogelijk gedeponeerd in zekere rechtsgebieden. Intellifont, MicroType en UFST
zijn handelsmerken van Monotype Imaging, Inc. gedeponeerd bij het United States Patent and Trademark Office
en mogelijk gedeponeerd in zekere rechtsgebieden. Macintosh en TrueType zijn handelsmerken van Apple
Computer Inc. gedeponeerd bij het United States Patent and Trademark Office en andere landen. PostScript is een
handelsmerk van Adobe Systems Incorporated en is mogelijk gedeponeerd in zekere rechtsgebieden. HP, PCL,
FontSmart en LaserJet zijn handelsmerken van Hewlett-Packard Company en zijn mogelijk gedeponeerd in zekere
rechtsgebieden. De Type 1-processor die resident is in het UFST-product van Monotype Imaging is onder licentie
van Electronics For Imaging, Inc. Alle andere handelsmerken zijn eigendom van hun respectieve eigenaren.
2
Opmerkingen
• Deze handleiding is met de grootste zorg vervaardigd. Als u opmerkingen of vragen hebt over de handleiding,
neemt u contact op met de dichtstbijzijnde erkende servicevestiging.
• Dit product is onderworpen aan strenge kwaliteitscontroles en inspectieprocedures. In het onwaarschijnlijke geval
dat een defect of ander probleem wordt ontdekt, neemt u contact op met de dealer of dichtstbijzijnde erkende
servicevestiging.
• Behoudens voorzover wettelijk vereist kan SHARP niet aansprakelijk worden gesteld voor defecten die optreden
gedurende het gebruik van het product of de opties ervan, of defecten die het gevolg zijn van een onjuiste
bediening van het product en de opties ervan, of andere defecten, of voor enige schade die ontstaat als gevolg
van het gebruik van het product.
De weergaveschermen, berichten en toetsnamen in de handleiding kunnen verschillen van die op het apparaat vanwege
productverbeteringen en -wijzigingen.
De faxfunctie is niet beschikbaar in bepaalde landen en regio's.
PRODUCTCONFIGURATIES
Deze productserie bevat de onderstaande modellen. De productconfiguratie varieert per model.
Voor de uitleg en afbeeldingen in deze handleiding wordt doorgaans de MX-M200D gebruikt (met de optionele
RSPF geïnstalleerd).
Model
Uiterlijk
Kopieer snelheid
Papierladen
Optionele laden
Papierinvoereenhei
d voor 250 bladen
(AR-D34)
MX-M160D
16 kopieën/min.
Een (250 x 1)
Papierinvoereenhei
d voor 2 x 250
bladen (AR-D35)
MX-M200D
20 kopieën/min.
Twee (250 x 2)
Met RSPF geïnstalleerd
(Per eind juli 2009)
Opmerking
Bepaalde modellen zijn mogelijk niet beschikbaar in bepaalde landen.
3
INHOUD
Deel 1: Algemene informatie
PRODUCTCONFIGURATIES .................................................................................................................... 3
VEILIGHEIDSMAATREGELEN ................................................................................................................. 6
● VEILIGHEIDSMAATREGELEN BIJ HET GEBRUIK......................................................................................... 6
● INFORMATIE OVER DE LASER...................................................................................................................... 7
INSTALLATIE-EISEN ................................................................................................................................ 8
● INFORMATIE M.B.T. HET MILIEU ................................................................................................................... 8
HANDLEIDINGEN MEEGELEVERD BIJ HET PRODUCT ....................................................................... 9
HOOFDKENMERKEN ............................................................................................................................. 10
1
VOORDAT U DE MACHINE GAAT GEBRUIKEN
2
PROBLEEMOPLOSSING EN ONDERHOUD
ONDERDEELBENAMINGEN EN FUNCTIES . 12
PROBLEEMOPLOSSING................................ 25
● BEDIENINGSPANEEL....................................14
● BEDIENING IN KOPIEER-, AFDRUK-, SCANEN FAXFUNCTIES .........................................16
● MACHINE- EN KOPIEERPROBLEMEN........ 25
INSCHAKELEN EN UITSCHAKELEN VAN DE
STROOM.......................................................... 17
● INSCHAKELEN...............................................17
● UITSCHAKELEN ............................................17
PAPIER BIJVULLEN ....................................... 18
● PAPIER...........................................................18
● PAPIER BIJVULLEN.......................................19
● PAPIERFORMAATINSTELLING VAN EEN
LADE WIJZIGEN ............................................21
● LADE AUTOMATISCH OMSCHAKELEN
DEACTIVEREN (AìCTIVEREN) .....................22
CONTROLEMODUS ........................................ 23
● AANTAL ACCOUNTS IN
ACCOUNTREGELING....................................23
● ACCOUNTREGELING GEBRUIKEN .............23
INDICATORS EN DISPLAYMELDINGEN ....... 28
VASTGELOPEN PAPIER VERWIJDEREN .... 29
●
●
●
●
●
PAPIERSTORING IN DE SPF ....................... 29
PAPIERSTORING IN DE HANDINVOERLADE......30
PAPIERSTORING IN DE MACHINE ............. 31
PAPIERSTORING IN LADE 1 ....................... 33
PAPIERSTORING IN LADE 2 ....................... 34
TONERCARTRIDGE VERVANGEN................ 35
CONTROLE VAN DE TOTALE
UITVOERTELLING .......................................... 36
REINIGEN VAN DE MACHINE........................ 37
● REINIGING VAN DE GLASPLAAT EN
SPF/ORIGINEELKLEP .................................. 37
● REINIGING VAN DE PAPIERINVOERROL
VAN DE HANDINVOERLADE ....................... 37
● REINIGING VAN DE TRANSPORTLADE ..... 38
CONTRAST DISPLAY AFSTELLEN............... 39
3
RANDAPPARATUUR EN ONDERDELEN
OPTIONELE APPARATUUR .......................... 40
● ZELFOMKERENDE
EENMALIG-DOORVOERENDE
ORIGINEELINVOER /
EENMALIG-DOORVOERENDE
ORIGINEELINVOER .......................................... 41
● 2 X 250-VEL PAPIERINVOEREENHEID / 2 X
250-VEL PAPIERVOEREENHEID................. 41
OPSLAG VAN ONDERDELEN ....................... 42
● CORRECTE OPSLAG VAN ONDERDELEN. 42
4
INHOUD
Deel 2: Bediening van het kopieerapparaat
4
KOPIEERFUNCTIES
NORMAAL KOPIËREN ................................... 45
● DE KOPIE DONKERDER OF LICHTER
MAKEN48
● PAPIERLADEKEUZE .....................................49
● AANTAL KOPIEËN INSTELLEN ....................49
● HET ORIGINEELFORMAAT SELECTEREN ..... 50
● DE HANDINVOERLADE GEBRUIKEN OM EEN
SPECIAAL FORMAAT ORIGINEEL TE
KOPIËREN .....................................................51
EEN KOPIE VERKLEINEN OF VERGROTEN 52
● AUTOMATISCHE KOPIEERFACTORKEUZE52
● HANDMATIGE KOPIEERFACTORKEUZE
(VOORGEPROGRAMMEERDE
KOPIEERFACTOR/ZOOM) ............................52
HET AFZONDERLIJK SELECTEREN VAN DE
HORIZONTALE EN VERTICALE
KOPIEERFACTOREN (XY zoom kopiëren)... 54
TWEEZIJDIG KOPIËREN................................ 56
● TWEEZIJDIG KOPIËREN...............................56
● 2-ZIJDIG KOPIËREN VAN 1-ZIJDIGE
ORIGINELEN..................................................57
● 2-ZIJDIGE KOPIEËN VANAF 1-ZIJDIGE
ORIGINELEN (ALLEEN MET DE RSPF) ..............59
● 1-ZIJDIGE KOPIEËN VANAF 1-ZIJDIGE
ORIGINELEN (ALLEEN MET DE RSPF) ..............60
DUBBELZIJDIG KOPIËREN MET
HANDINVOERLADE .......................................... 61
6
BIJLAGE
TECHNISCHE SPECIFICATIES...................... 73
7
GIDS VOOR SYSTEEMINSTELLINGEN
DOEL VAN DE SYSTEEMINSTELLINGEN .... 75
● PROGRAMMA'S DIE BETREKKING HEBBEN OP
ALLE FUNCTIES VAN DE MACHINE (KOPIEER-,
FAX-, PRINTER- EN
NETWERKSCANNERFUNCTIES) ................... 75
● PROGRAMMA'S VOOR DE KOPIEERFUNCTIE ...75
● WACHTWOORD VOOR DE BEHEERDER
PROGRAMMEREN ....................................... 75
WACHTWOORD VOOR DE BEHEERDER
PROGRAMMEREN.......................................... 76
LIJST MET SYSTEEMINSTELLINGEN .......... 77
SYSTEEMINSTELLINGEN GEBRUIKEN ....... 78
●
●
●
●
●
ACCOUNTCONTROLE ...................................... 79
APPARAATBEHEER.......................................... 82
BEDIENINGS INSTEL ........................................ 83
ENERGIE BESPAREN ....................................... 85
KOPIEER-INSTELLINGEN ................................ 86
INDEX .............................................................. 89
WACHTWOORDNUMMER BEHEERDER:
FABRIEKSINSTELLING.................................. 93
BOEKKOPIE (Boekkopie) .............................. 62
EEN KOPIEERPROCES ONDERBREKEN
(Kopiëren onderbreken)................................. 63
5
HANDIGE KOPIEERFUNCTIES
BEELDDRAAIING VAN 90 GRADEN
(Beelddraaiing) ............................................... 64
SORTEERMODUS........................................... 64
HET KOPIËREN VAN MEERDERE
ORIGINELEN OP EEN ENKELZIJDIG VEL
PAPIER (2 in 1 / 4 in 1 kopie) ......................... 66
HET INSTELLEN VAN KANTLIJNEN TIJDENS
HET KOPIËREN (Kantlijnverschuiving)........ 68
SCHADUWEN RONDOM DE KANTLIJNEN
VAN DE KOPIE WISSEN (Kopie wissen) ...... 69
KAARTFORMAAT ........................................... 71
5
VEILIGHEIDSMAATREGELEN
Volg de hieronder beschreven veiligheidsmaatregelen wanneer u deze machine gebruikt.
VEILIGHEIDSMAATREGELEN BIJ HET GEBRUIK
Waarschuwing:
Fuseereenheid
• Het fuseergebied is heet. Wees voorzichtig in dit gebied bij het verwijderen van
vastgelopen papier.
• Kijk niet direct in de lichtbron. Dit kan uw ogen beschadigen.
Let op:
• Zet de machine niet snel na elkaar aan en uit. Wacht 10 tot 15 seconden na het
uitzetten van de machine en zet deze daarna weer aan.
• Plaats de machine op een stevige en vlakke ondergrond.
• Schakel de kopieermachine uit wanneer deze gedurende langere tijd niet wordt
gebruikt, bijv. tijdens de vakantieperiode, en verwijder de stekker uit het
stopcontact.
• Zet de kopieermachine uit voordat u deze gaat verplaatsen en verwijder de stekker
uit het stopcontact.
• Bedek de machine niet met een stofkap, kleed of plasticfolie terwijl de stroom
ingeschakeld is. Hierdoor wordt de warmte-uitstraling verhindert, waardoor de
machine kan beschadigen.
• Voer geen wijzigingen op deze machine uit. Dit kan leiden tot persoonlijk letsel of
beschadigingen aan de machine.
• Maak geen kopieën van documenten die volgens de wetgeving niet mogen worden
gekopieerd. De volgende items mogen normaal gesproken volgens de wet niet
worden afgedrukt. Ook het kopiëren van andere documenten kan verboden zijn
volgens lokale wetgeving.
• Geld • Zegels • Obligaties • Aandelen
• Bankwissels • Cheques • Paspoorten • Rijbewijzen
• Raak de fotogeleidende drum niet aan. Krassen of vlekken op de drum kunnen
leiden tot vlekkerige afdrukken.
• Bewaar reserve-tonercartridges in de originele verpakking op een donkere plaats.
• Wanneer deze aan direct zonlicht worden blootgesteld, kunnen er vlekken op de kopieën ontstaan.
6
VEILIGHEIDSMAATREGELEN
INFORMATIE OVER DE LASER
Golflengte
785 nm + 10 nm/-15 nm
Impulstijden
(8,141 µs ± 0,1 µs)/7 mm
Uitgangsvermogen
0,14 mW - 0,22 mW
Let op!
Andere besturingen, aanpassingen, gebruik of procedures dan beschreven in deze handleiding kunnen leiden tot gevaarlijke
blootstelling aan straling.
Dit digitale apparaat is een CLASS 1 LASER PRODUCT (IEC 60825-1 Edition 1.2-2001)
Voor Europa:
LUOKAN 1 LASERLAITE
KLASS 1 LASERAPPARAT
7
INSTALLATIE-EISEN
Onjuiste installatie kan leiden tot schade aan de machine. Volg de onderstaande aanwijzingen tijdens installatie of
verplaatsing van de machine.
1. De kopieermachine moet voor een gemakkelijke aansluiting in de nabijheid van een stopcontact worden
geïnstalleerd.
2. Zorg ervoor dat de voedingskabel uitsluitend wordt aangesloten op een stopcontact dat voldoet aan de
gespecificeerde stroom- en voltagevereisten. Zorg er ook voor dat het stopcontact goed is geaard.
• Zie het typeplaatje op het hoofdapparaat voor de aan de achterkant van de vereiste stroomvoeding.
Opmerking
Sluit de machine aan op een leeg stopcontact dat niet wordt gebruikt door andere elektrische apparatuur.
Wanneer er een verlichtingsrail op hetzelfde stopcontact wordt aangesloten, kan de verlichting gaan flikkeren.
3. Installeer de kopieermachine niet op plaatsen die:
• vochtig, nat of erg stoffig zijn
• aan direct zonlicht worden blootgesteld
• slecht geventileerd zijn
• onderhevig zijn aan extreme temperatuurwisselingen of
veranderingen in de luchtvochtigheid, zoals in de nabijheid van
een airconditioningapparaat of radiator .
4. Laat voldoende ruimte vrij rond de kopieermachine voor onderhoud
en goede ventilatie.
20 cm (8")
20 cm
(8")
20 cm
(8")
Let op:
Installeer het apparaat niet op een plaats met een slechte luchtcirculatie.
Tijdens het afdrukken wordt een kleine hoeveelheid ozon geproduceerd binnen het apparaat. De hoeveelheid geproduceerde
ozon is niet schadelijk. Wanneer echter veel exemplaren achter elkaar worden gekopieerd, kunt u een onaangename geur
bemerken. Daarom moet het apparaat in een ruimte worden geplaatst met een ventilator of ramen die voor voldoende
luchtcirculatie zorgen. (Het is mogelijk dat de geur hoofdpijn veroorzaakt.)
* Plaats het apparaat zo dat mensen niet direct blootstaan aan uitlaatstoffen van het apparaat. Zorg dat het apparaat niet aan
direct zonlicht wordt blootgesteld als het in de buurt van een raam staat.
INFORMATIE M.B.T. HET MILIEU
Producten welke de ENERGY STAR® hebben verdiend, zijn ontworpen voor een superieure energie
efficiëntie.
* De producten zonder het logo voldoen mogelijk niet aan de richtlijnen van het internationale Energy Star-programma.
8
HANDLEIDINGEN MEEGELEVERD BIJ
HET PRODUCT
Meervoudige handleidingen voor het gebruik van de machine worden meegeleverd. Lees iedere handleiding voor
de functies die u wilt gebruiken.
Gebruiksaanwijzing (algemene informatie en kopiëren) (deze gebruiksaanwijzing):
De eerste helft van de gebruiksaanwijzing bevat algemene informatie over het apparaat, inclusief
veiligheidsvoorschriften, procedures voor het laden van papier, het verhelpen van papierstoringen en het regelmatig
uitvoeren van onderhoud.
In de tweede helft van de gebruiksaanwijzing wordt het gebruik van de kopieerfuncties van de machine toegelicht.
De handleiding bevat ook uitleg van systeeminstellingen voor het beheer van het apparaat en voor de
kopieerfunctie. Uitleg van systeeminstellingen met betrekking tot de fax-, printer- en netwerkscannerfuncties kunt u
vinden in de betreffende handleidingen voor deze functies.
De systeeminstellingen worden gebruikt door de beheerder van het apparaat om functies in of uit te schakelen aan
de hand van de behoeften van uw werkplek.
Handleiding Software-installatie
Hierin wordt beschreven hoe u het printerstuurprogramma moet installeren en configureren.
Gebruiksaanwijzing (voor fax)*1:
Hierin wordt beschreven hoe u de faxfunctie van de machine moet gebruiken. De optionele faxuitbreidingskit
(MX-FX10) moet zijn geïnstalleerd om de faxfunctie te kunnen gebruiken.
Gebruiksaanwijzing (voor printer en scanner)*2:
Hierin wordt beschreven hoe u de machine kunt gebruiken als printer en scanner wanneer deze is aangesloten op
een computer.
Gebruiksaanwijzing (voor netwerkprinter)*2:
Hierin wordt beschreven hoe u de machine als netwerkprinter moet gebruiken.
Als u het apparaat als netwerkprinter wilt gebruiken, moet de optionele netwerkuitbreidingskit (MX-NB10) zijn
geïnstalleerd.
Gebruiksaanwijzing (voor netwerkscanner)*2:
Hierin wordt beschreven hoe u de machine kunt gebruiken als netwerkscanner wanneer deze is aangesloten op een
computer. Als u de machine als netwerkscanner wilt gebruiken, moet de optionele netwerkuitbreidingskit
geïnstalleerd zijn.
*1 De "Gebruiksaanwijzing (voor fax)" bevindt zich in de optionele faxuitbreidingskit.
*2 De "Gebruiksaanwijzing (voor printer en scanner)" bevindt zich in de meegeleverde CD-ROM in PDF-formaat. De "Gebruiksaanwijzing
(voor netwerkprinter)" en de "Gebruiksaanwijzing (voor netwerkscanner)" bevinden zich als PDF bestanden op de CD-ROM die
meegeleverd wordt bij de netwerkuitbreidingskit. (Deze handboeken worden niet als geprinte versie geleverd.)
De betekenis van "R" in het origineel en papierformaatindicaties
Een "R" onderaan het origineel of papierformaat (A4R, B5R (8-1/2" x 11"R, 5-1/2" x
8-1/2"R), etc.) betekent dat het origineel of het kopieerpapier in de liggende
afdrukstand is geplaatst, zoals aangegeven op onderstaande afbeelding.
Formaten die uitsluitend in de horizontale (liggende) afdrukstand kunnen worden
geplaatst (A3, B4 (8-1/2" x 14", 11" x 17")) bevatten geen "R" in de formaatindicatie.
Horizontale (Liggende) afdrukstand
Internationale regels in deze handleiding
Waarschuwing
Deze regels waarschuwen de gebruiker voor letsel wanneer de inhoud van de waarschuwing niet
correct worden opgevolgd.
Let op
Waarschuwt de gebruiker voor beschadigingen aan de machine of onderdelen als gevolg van het
verkeerd uitvoeren van de veiligheidsmaatregelen.
Opmerking
De opmerkingen geven nuttige informatie over de specificaties, functies, prestaties, bediening e.d
van de machine.
Deze handleiding verwijst naar de zelfomkerende eenmalig doorvoerende origineelinvoer als "RSPF" en naar de eenmalig doorvoerende
origineelinvoer als "SPF". Tenzij het specifiek vermeld staat wordt zowel naar de RSPF als naar de SPF eenvoudig verwezen als “SPF”.
9
HOOFDKENMERKEN
Kopiëren op hoge snelheid
• Duur eerste kopie*1 bij 600 x 300 dpi*2 is slechts 7.2 seconden.
• Kopieersnelheid is 20 (MX-M200D) of 16 (MX-M160D) kopieën per minuut. Dit levert een grote bijdrage aan een
grotere productiviteit op het kantoor.
*1 Gemeten zodra de machine is opgewarmd, nadat de stroom is aangezet, bij kopiëren met behulp van de glasplaat (A4 (8-1/2"
x 11") papierinvoer vanuit machinelade 1). De eerste kopieertijd kan variëren afhankelijk van bedieningsomstandigheden en
omgevingsinvloeden zoals temperatuur en netspanning.
*2 "dpi" ("dots per inch") is een eenheid voor het meten van de resolutie. De resolutie is de dichtheid van de beeldpunten die
worden weergegeven op een afgedrukte of gescande afbeelding.
Digitale afbeeldingen op hoge kwaliteit
• Hoge kwaliteit kopieën op 600 dpi wordt uitgevoerd.
• Als aanvulling op de automatische belichtingsfunctie kunnen er twee belichtingfuncties worden geselecteerd:
"TEKST" voor originelen met alleen tekst en "FOTO" voor foto's. De belichting kan binnen elke functie op vijf
niveaus worden ingesteld.
• Met de fotofunctie kunt u heldere kopieën maken van verfijnde halftonen zoals zwart-wit foto's en kleurenfoto's.
Geavanceerde kopieerkenmerken
• De zoomfunctie kan worden gebruikt om de kopieerfactor te wijzigen tussen de 25% tot 400% in stappen van 1%.
(Wanneer de SPF wordt gebruikt, is het bereik van de kopiefactor 50% tot 200%.)
• Er kunnen maximaal 999 kopieën worden gemaakt van een origineel dat slechts één keer gescand is. (U kunt dit
in de systeeminstellingen wijzigen in een maximum van 99 kopieën.)
• Met de systeeminstellingen kunnen functies worden geselecteerd en beheerd volgens uw specifieke behoeften.
Bijvoorbeeld, toegang tot de machine kan worden geregeld door de accountregeling te activeren.
A
A
Kopie wissen
A
A
KAART
Kantlijnverschuiving
2-in-1 kopie
4-in-1 kopie
Terug
Beelddraaiing
XY zoom kopiëren
KAART
Bovenzijde
KAART
Kaartformaat
Boekkopie
Sorteerfunctie
Kopieën van meerdere originelen kunnen worden gesorteerd in series.
1 2 3
3
1 2 3
2
1
1 2 3
Laserprinterfunctie /kleurscanfunctie
• Het apparaat is standaard uitgerust met een USB-interface, waardoor het als printer en als scanner kan worden
gebruikt.
• Om de kopieermachine als printer of scanner te kunnen gebruiken, moet het printer- of scannerstuurprogramma
worden geïnstalleerd, zoals beschreven in de "Handleiding Software-installatie".
10
HOOFDKENMERKEN
Faxfunctie (optie)
Installatie van de optionele faxuitbreidingskit maakt het mogelijk standaardpapier, Super G3 laserfaxfunctie te
gebruiken.
Netwerkverbinding (optie)
U kunt de optionele netwerkuitbreidingskit (MX-NB10) installeren zodat u het apparaat kunt gebruiken als
netwerkprinter en -scanner.
Milieu- en gebruiksvriendelijk ontwerp
• De machine is voorzien van voorverwarm- en automatische uitschakelfuncties om het stroomverbruik te beperken
wanneer de machine niet actief gebruikt wordt.
• De machine is zo ontworpen dat de hoogte van het bedieningspaneel en de vorm van de toetsen door mensen
van verschillende grootte kunnen worden gebruikt.
11
1
VOORDAT U DE MACHINE GAAT GEBRUIKEN
Dit hoofdstuk geeft de basisinformatie over het gebruik van de faxfuncties van het apparaat. Lees dit hoofdstuk voor
het eerste gebruik van de machine aandachtig door.
ONDERDEELBENAMINGEN EN FUNCTIES
(3)
(13)
(9)
(8)
(7)
(1)
(4)
(5)
(5)
(14)
(10)
(2)
(15)
(6)
(12)
(16) (17)
(18)
(11)
(1)
USB 2.0-poort
Sluit uw computer op deze poort aan als u de
scanner- en printerfuncties wilt gebruiken.
(2)
Laderreiniger
Gebruik deze voor de reiniging van de
transportlader.
(3)
(4)
Glasreiniger
Gebruik dit product om de scanplaat van het
origineel te reinigen.
Glasplaat
Plaats hier de originelen die u wilt scannen met
de kopiezijde naar beneden. (Pagina 45)
(5)
Handgrepen
Worden gebruikt bij het verplaatsen van de
machine.
(6)
Hoofdschakelaar
Gebruik deze schakelaar om de machine aan en
uit te zetten.
(7)
Middelste papierlade
Kopieën en afdrukken komen in deze lade
terecht.
12
(8)
Bovenlade (wanneer de
documentsorteerladekit is geïnstalleerd)
Ontvangen faxen (wanneer de faxoptie is
geïnstalleerd) en printopdrachten komen in deze
lade terecht.
(9)
Bedieningspaneel
Bevat bedieningstoetsen en indicatorlampjes.
(10) Voorklep
Open deze klep om vastgelopen papier te
verwijderen en de tonercartridge te vervangen.
(11) Lade 1
In lade 1 gaan ca.250 bladen van kopieerpapier
(80 g/m2 (20 lbs.)).
Voor beperkingen over papiersoorten en
-gewichten, zie "PAPIER" (pagina 18).
(12) Lade 2
In lade 2 gaan ca.250 bladen van kopieerpapier
(80 g/m2 (20 lbs.)).
Voor beperkingen over papiersoorten en
-gewichten, zie "PAPIER" (pagina 18).
VOORDAT U DE MACHINE GAAT GEBRUIKEN
(21) (22)
(23)
(27)
(24)
1
(19)
(20)
(26)
(25)
(13) Origineelklep (wanneer geïnstalleerd)
Open deze klep om originelen op de glasplaat te
plaatsen.
(14) Zijklep
Open deze geleider om vastgelopen papier te verwijderen.
(15) Zijklep handgreep
Opentrekken om zijklep te openen.
(16) Papiergeleiders van de handinvoerlade
Pas de handinvoergeleiders aan de breedte van
het papier aan.
(28)
(29)
(24) Rechterzijklep (wanneer de SPF is
geïnstalleerd)
Open deze klep om vastgelopen originelen te
verwijderen.
(25) Ontgrendelingen van de fuseereenheid
Druk op deze ontgrendelingen om vastgelopen
papier uit de fuseereenheid te verwijderen.
Waarschuwing
De fuseereenheid is heet. Raak de
fuseereenheid niet tijdens het
verwijderen van vastgelopen papier. Dit
kan brandwonden of letsel veroorzaken.
(17) Handinvoerlade
Speciaal papier (zwaar papier of transparante
film) kunnen in de handinvoerlade worden
ingevoerd.
(26) Draaiknop van de rollen
Draai deze knop om vastgelopen papier te
verwijderen.
(18) Verlenging van de handinvoerlade
Trek de verlenging uit bij grote papierformaten
zoals B4 en A3 (8-1/2" x 14" en 11" x 17").
(27) Uitvoergedeelte (wanneer de SPF is geïnstalleerd)
De originelen worden hier uitgevoerd na het
kopiëren/scannen wanneer de SPF gebruikt wordt.
(19) Ontgrendelhendel van de tonercartridge
Vervang de tonercartridge door deze hendel in te
drukken en de tonercartridge uit te trekken.
(28) Fotogeleidende drum
Afbeeldingen worden gevormd op de
fotogeleidende drum.
(20) Tonercartridge
Bevat de toner.
(21) Origineelinvoerlade (wanneer de SPF is
geïnstalleerd)
Plaats hier de originelen die u wilt scannen met
de kopiezijde naar boven. U kunt maximaal 40
kopieën plaatsen.
(22) Origineelgeleiders (wanneer de SPF is geïnstalleerd)
Pas deze aan het formaat van de originelen aan.
Let op
Raak de fotogeleidende drum niet aan
(groene gedeelte) wanneer u het papier
verwijdert. Krassen of vlekken op de drum
kunnen leiden tot vlekkerige kopieën.
(29) Papiergeleider van de fuseereenheid
Open deze geleider om vastgelopen papier te
verwijderen.
Opmerking
De modelnaam staat op de voorklep van de machine.
(23) Klep van de invoerrol (wanneer de SPF is geïnstalleerd)
Open deze klep om vastgelopen originelen te
verwijderen.
13
VOORDAT U DE MACHINE GAAT GEBRUIKEN
BEDIENINGSPANEEL
(1)
(2)
01
02
03
04
(3)
(4)
(5)
SPEAKER
05
FAX STATUS
KOPIEËN
SHIFT
06
07
08
09
10
OPNIEUW KIEZEN/PAUZE
11
12
13
14
PRINT
ON LINE
DATA
15
SPECIAL
FUNCTIES
SCANNEN
VERKORT KIEZEN
16
17
18
19
20
SYMBOOL
21
22
23
24
FAX
COMMUNICATIE INSTELLING
25
LINE
DATA
KOPIEËN BELICHTING
SCANNEN KLEUR MODUS
FAX PROGRAM
SPATIE/–
(13)
(14)
(15)
(1)
Toetsen voor de faxfunctie (wanneer de
faxoptie is geïnstalleerd)
Deze worden gebruikt in de faxfunctie. Zie voor
meer informatie de "Gebruiksaanwijzing (voor
fax)" die zich in de optionele faxuitbreidingskit
bevindt.
(5)
[FAX STATUS] toets (wanneer de faxoptie is
geïnstalleerd)
Deze worden gebruikt in de faxfunctie. Zie voor
meer informatie de "Gebruiksaanwijzing (voor
fax)" die zich in de optionele faxuitbreidingskit
bevindt.
(2)
[KOPIEËN] toets / indicator
Druk op deze toets om de kopieerfunctie te
selecteren. Als deze wordt ingedrukt zodra "Klaar
v. kopiëren" verschijnt of tijdens het opwarmen,
wordt het aantal gebruikte bladen (pagina 36)
weergegeven, terwijl de toets wordt ingedrukt.
(6)
Display
Geeft verschillende meldingen weer. Zie voor
meer informatie pagina 16.
(7)
[TERUG] toets
Druk op deze toets om terug te keren naar het
vorige scherm.
(8)
Display kopieeraantal
Het geselecteerde aantal kopieën verschijnt in
het display. Dit geeft tijdens het kopiëren het
resterende aantal kopieën weer.
(9)
[OK] toets
Druk op deze toets om de geselecteerde
instelling in te voeren.
(3)
(4)
14
[AFDRUKKEN] toets / indicator
Druk op deze toets om de printfunctie te
selecteren.
• ONLINE-indicator
Wanneer deze indicator brandt, kunnen er
printopdrachten worden ontvangen.
• DATA-indicator
Deze brandt voortdurend wanneer er zich een
printopdracht in het geheugen bevindt die nog
niet is afgedrukt en hij knippert tijdens het
afdrukken.
[SCANNEN] toets / indicator
Druk op deze toets om de scanfunctie te
selecteren. (Als u een computer wilt aansluiten
op de USB-poort van de machine en de
scannerfunctie wilt gebruiken, zie de
"Gebruiksaanwijzing (voor printer en scanner)".
Als u de machine als netwerkscanner wilt
gebruiken, zie de "Gebruiksaanwijzing (voor
netwerkscanner)" die zich in de optionele
netwerkuitbreidingskit bevindt.)
(10) Numerieke toetsen
Selecteer hiermee het aantal kopieën.
(11) [C] toets
Druk hierop om het aantal ingestelde kopieën te
wissen of een kopieerproces te stoppen.
(12) [ONDERBREKEN] toets ( ) en
ONDERBREKING-indicator
Onderbreekt een kopieerproces om
kopieeropdracht onderbreken uit te voeren.
(Pagina 63)
VOORDAT U DE MACHINE GAAT GEBRUIKEN
(6)
(7)
(8)
TERUG
PAPIERFORMAAT KOPIEERFACTOR AUTO IMAGE UITVOER
RESOLUTIE ADRES FORMAAT ORIGINEEL
RESOLUTIE ADRES BROADCAST ORIGINEEL
(9)
(10)
ABC
DEF
GHI
JKL
MNO
PQRS
TUV
WXYZ
OK
(17)
(18)
(19)
(20)
(12)
INTERRUPT
1
@.-_
2-ZIJDEGE KOPIE
DUBBELZ. SCANNEN
DUBBELZ. SCANNEN
ACC. #-C
(16)
(11)
(21)
(22)
(13) [FAX] toets (wanneer de faxoptie is
geïnstalleerd)
LINE-indicator, DATA-indicator
Deze worden gebruikt in de faxfunctie. Zie voor
meer informatie de "Gebruiksaanwijzing (voor
fax)" die zich in de optionele faxuitbreidingskit
bevindt.
(14) [SPECIALE FUNCTIE] toets
Druk op deze toets om de speciale functies te
selecteren.
(15) [BELICHTING] toets
Met deze toets kunt u de belichtingsfunctie
selecteren. "AUTO", "TEKST" of "FOTO" kunnen
worden geselecteerd. (Pagina 48)
(16) [PAPIERFORMAAT] toets
Met deze toets kunt u handmatig een papierlade
selecteren. (Pagina 49)
(17) [KOPIEERFACTOR] toets
Druk op deze toets om de kopieerfactor voor
verkleining/vergroting te selecteren. (Pagina 52)
(18) [AUTO IMAGE] toets
Druk op de toets voor automatische selectie van
de kopieerfactor. (Pagina 52)
(19) [UITVOER] toets
Druk op deze knop om de sorteerfunctie te
gebruiken. (Pagina 64)
(23)
READ-END
(24)(25)
(26)
(20) Toets [2-ZIJDIGE KOPIE] (alleen voor
modellen die dubbelzijdig afdrukken
ondersteunen)
Selecteer de tweezijdige kopieerfunctie. (Pagina
56)
(21) Pijltjestoetsen
Druk op deze toetsen om de markering (die
aangeeft dat er een item geselecteerd is) in het
display te verplaatsen.
(22) [ACC.#-C] toets ( )
Druk op deze toets om het gebruik van een
account te beëindigen en terug te keren naar het
scherm accountnummerinvoer. (Pagina 23)
(23) [0] toets
Druk op deze toets tijdens een continu
kopieerproces om het aantal reeds gekopieerde
kopieën weer te geven.
(24) [EINDE LEZEN] toets ( )
Wanneer u in sorteerfunctie van de glasplaat
kopieert, drukt u op deze toets, zodra u klaar bent
met scannen van de originelen en met kopiëren
wilt beginnen. (Pagina 64)
(25) [CA] toets
Wist alle geselecteerde instellingen en herstelt de
standaard instellingen van de machine. (Pagina 18)
(26) [START] toets ( )/ indicator
Kopiëren is mogelijk wanneer deze indicator
brandt. Indrukken om met kopiëren te beginnen.
Deze indicator knippert wanneer de functie voor
automatisch uitschakelen is geactiveerd. Druk op
de toets om terug te keren naar de normale
werking.
15
VOORDAT U DE MACHINE GAAT GEBRUIKEN
Display (basisscherm)
Voorbeeld: Kopieerfunctie
(1)
(2)
(3)
Iconen die verschijnen in de icoondisplay speciale
functies
(4)
Klaar v. kopiëren
A4
AUTO
100%
A4
(5)
AUTO
(6)
(7)
* Het weergegeven display is dat van de MX-M200D
(wanneer de optionele RSPF is geïnstalleerd).
(1)
Belichtingdisplay
Geeft de geselecteerde belichtingsfunctie aan.
(2)
Icoondisplay speciale functies
Iconen van geactiveerde speciale functies
verschijnen.
(3)
Mededelingweergave
Meldingen over machinestatus en –bediening
worden weergegeven.
(4)
1-zijdige naar
2-zijdige kopie
Kopie met
midden wissen
2-zijdige naar
2-zijdige kopie
Rand + midden
wissen
2-zijdige naar
1-zijdige kopie
2-in-1-kopie
Sorteerfunctie
4-in-1-kopie
Kopie met
margeverschuiving
Boekkopie
Kopie met rand
wissen
Kaart Formaat
(5)
Display kopieerfactor
Geeft de kopieerfactor voor verkleining/vergroting
weer.
(6)
Display papierformaat
Geeft het geselecteerde papierformaat aan.
Wanneer "AUTO" verschijnt wordt automatisch de
meest geschikte papiersoort geselecteerd.
(7)
Display papierlade
De geselecteerde papierlade wordt gemarkeerd.
Display origineelformaat
Het formaat van het geplaatste origineel en de
icoon van de origineelscanfunctie verschijnen.
: Eenzijdig scannen in de SPF.
: Scannen op de glasplaat
: Tweezijdig scannen in de RSPF.
BEDIENING IN KOPIEER-, AFDRUK-, SCAN- EN FAXFUNCTIES
Sommige handelingen in de verschillende functies van de machine kunnen niet tegelijkertijd plaatsvinden.
Bediening onderbreken
Kopie-uitvoer
Afdrukken
Scannen
Onderbroken bediening
Kopiëren
Uitvoer
Ja*1
Afdrukken
Uitvoer
Ja*2
Scannen
Scannen van een origineel
Nee
Nee
Scannen van een origineel
Nee
Ja
Nee
Uitvoer
Ja*2
Nee
Ja*2
Faxen
Nee
Faxen
Originelen
scannen
Faxen
afdrukken
Nee
Nee
Nee
Nee
Ja
Nee
Nee
Nee
Ja
Ja
*1 Kan worden gebruikt nadat er op de [ONDERBREKING] toets ( ) is gedrukt.
*2 Nadat de pagina die op dit moment wordt geprint, uitgevoerd is, wordt de opdracht onderbroken.
Opmerking
16
• Afdrukken is niet mogelijk wanneer de voor- of zijklep is geopend voor machineonderhoud, er een
papierstoring plaatsvindt, de papierladen of tonercartridges leeg zijn of wanneer de drumcartridge aan
vervanging toe is.
• Wanneer er een papierstoring van het origineel plaatsvindt in de SPF, zal afdrukken niet mogelijk zijn totdat het
vastgelopen origineel wordt verwijderd en de SPF weer bruikbaar wordt gemaakt.
INSCHAKELEN EN UITSCHAKELEN VAN
DE STROOM
De hoofdschakelaar bevindt zich aan de linkerkant van de kopieermachine.
INSCHAKELEN
UITSCHAKELEN
Zet de hoofdschakelaar op de stand "AAN".
Verzeker u ervan dat de machine uitstaat en
zet vervolgens de hoofdschakelaar op "OFF".
• Het duurt ongeveer 45
seconden voordat de machine
is opgewarmd.
• Wanneer de schakelaar op
"AAN" gezet is, verschijnt de
melding "Systeemcontrole" in
het display en begint het
opwarmen.
Zodra het kopieerapparaat klaar is met opwarmen,
verandert het display naar "Klaar voor kopiëren." en
gaat de START-indicator branden ter aanduiding dat
kopiëren mogelijk is. Kopieerinstellingen kunnen
tijdens het opwarmen geselecteerd worden.
• Wanneer de "Accountregeling" is geactiveerd
(pagina 79, verschijnt na het opwarmen de melding
"Geef uw accountnummer op.". Zodra een geldig
accountnummer is ingevoerd, verandert het display
naar "Klaar v. kopiëren" en is kopiëren mogelijk.
Opmerking
Wanneer de kopieermachine
wordt uitgeschakeld, terwijl
deze in bedrijf is, kan er een
papierstoring optreden en wordt
de kopieertaak die aan de gang
is geannuleerd.
• Als de faxoptie geïnstalleerd is, moet u erop letten dat de stroom aan blijft staan.
Faxen kunnen niet ontvangen worden, wanneer de stroom uit staat.
• De machine is in de fabriek zo ingesteld dat alle instellingen na één minuut na afloop van een kopieeropdracht
terugkeren naar de standaardinstellingen (automatische wisfunctie). Wanneer de instellingen terugkeren naar
de standaardinstellingen, worden alle geselecteerde functies geannuleerd. U kunt de automatische wistijd
wijzigen in de systeeminstellingen. (Pagina 83)
Energiebesparingsfuncties
De machine is voorzien van twee energiebesparingsfuncties om milieuvervuiling te beperken en de kosten te
verminderen.
Voorverwarmingsfunctie
Met deze functie wordt het apparaat automatisch naar een toestand met een lager stroomverbruik geschakeld als
de in de systeeminstellingen ingestelde tijdsduur is verstreken zonder dat het apparaat is gebruikt met de stroom
ingeschakeld. In de voorverwarmfunctie wordt het display uitgeschakeld. De normale werking wordt automatisch
hervat zodra er een toets op het bedieningspaneel wordt ingedrukt, een origineel wordt geplaatst, of een
afdrukopdracht of faxbericht wordt ontvangen.
Automatische uitschakelfunctie
Met deze functie wordt het apparaat automatisch geschakeld naar een toestand met een nog lager stroomverbruik
dan de voorverwarmingsfunctie als de in de systeeminstellingen ingestelde tijdsduur is verstreken zonder dat het
apparaat is gebruikt met de stroom ingeschakeld. Wanneer automatisch uitschakelen is geactiveerd, knippert alleen
de START-indicator. Druk op de toets [START] als u de normale werking van het apparaat wilt herstellen. De
normale werking wordt ook automatisch hervat wanneer er een afdrukopdracht of faxbericht wordt ontvangen of er
wordt gescand vanaf een computer. Wanneer automatisch uitschakelen is geactiveerd, heeft het indrukken van
andere toetsen dan [START] geen effect.
Opmerking
U kunt de activeringstijd voor de voorverwarmfunctie en de timer voor automatisch uitschakelen wijzigen in de
systeeminstellingen. (Pagina 85)
17
1
VOORDAT U DE MACHINE GAAT GEBRUIKEN
Standaardinstellingen
De machine is in de fabriek zo ingesteld dat alle instellingen één minuut na afloop van een kopieeropdracht
terugkeren naar de standaardinstellingen (automatische wisfunctie) of wanneer de [CA] toets ingedrukt wordt.
Wanneer de instellingen terugkeren naar de standaardinstellingen, worden alle geselecteerde functies geannuleerd.
U kunt de automatische wistijd wijzigen in de systeeminstellingen. (Pagina 83)
In de fabrieksinstelling verschijnt het display zoals hieronder weergegeven. De standaardtoestand van het display
hangt af van de opgegeven systeeminstellingen.
Klaar v. kopiëren
A4
AUTO
100%
A4
*Het scherm is dat van de MX-M200D.
AUTO
PAPIER BIJVULLEN
De melding "LADE< >:Papier toevoegen" wordt weergegeven wanneer er geen kopieerpapier in de geselecteerde
papierlade ligt. (< > is het ladenummer.) Vul papier bij in de aangegeven papierlade.
PAPIER
Hieronder ziet u een overzicht van de specificaties voor de papiertypen en papierformaten die in de papierlades
kunnen worden geladen.
Papierlade
Ladenr.*4
Lade 1
1
Lade 2
2
Lade van 250-vel
papierinvoereenheid
Lade van 2 x 250-vel
papierinvoereenheid
2 of 3
Papiersoort
Standaardpapier
Gerecycleerd
papier
2 of 3
Papierformaat
Gewicht
A5*1, B5, B5R, A4, A4R, B4, A3
(5-1/2" x 8-1/2"*1 (Faktuur), 8-1/2" x
56 g/m2 tot 90 g/m2*2
11" (Brief), 8-1/2" x 11"R, 8-1/2" x
(15 lbs. tot 24 lbs.)*2
13" (Folio), 8-1/2" x 14" (Juridisch),
11" x 17" (Grootboek))
Capaciteit
250 bladen (80 g/m2 (20
lbs.))*3
(Vul papier bij tot onder de
streep op de lade)
3 of 4
Standaardpapier
Gerecycleerd
papier
Transparante film
Etiketten
A6R tot A3
(5-1/2" x 8-1/2" (Invoice) tot 11" x
17" (Ledger))
56 g/m2 tot 90 g/m2
(15 lbs. tot 24 lbs.)
Laad vellen van dit papier
één voor één in de
handinvoerlade.
129 g/m2 tot 200 g/m2
(33 lbs. tot 110 lbs. *6)
Handinvoerlade
Dik papier*5
A6R tot A4
(5-1/2" x 8-1/2" (Invoice) tot 8-1/2" x
11" (Letter))
106 g/m2 tot 128 g/m2
(28 lbs. tot 33 lbs.)
A6R tot A3
(5-1/2" x 8-1/2" (Invoice) tot 11" x
17" (Ledger))
Enveloppen
Internationaal DL (110 mm x 220
mm), Internationaal C5 (162 mm x
229 mm)
Commercial 10 (4-1/8" x 9-1/2")
100 vellen*3
91 g/m2 tot 105 g/m2
(24 lbs. tot 28 lbs.)
Plaats telkens één vel
papier in de
handinvoerlade.
U kunt meerdere vellen
papier in de handinvoerlade
plaatsen.
U kunt meerdere vellen
papier in de handinvoerlade
plaatsen.
5 blad
*1 A5 (5-1/2" x 8-1/2") kan uitsluitend in lade 1 en niet in de andere laden worden geplaatst (ook niet in de optionele papierinvoereenheid).
*2 Wanneer u een groot aantal kopieën of afdrukken maakt met 90 g/m2 (24 lbs.) papier, verwijdert u de kopieën uit de papieruitvoerlade, zodra er ca.100
pagina's zijn afgedrukt. Wanneer u meer dan 100 pagina's van dit soort papier uitvoert, kan het zijn dat de uitvoerlade deze niet goed opstapelt.
*3 Het aantal vellen papier dat kan worden geplaatst hangt af van het gewicht van het papier. (De aangegeven aantallen zijn voor 80 g/m2 (20 lbs.) papier.)
*4 De laden zijn genummerd 1, 2, 3 en 4 van bovenaf.
*5 Als u dik papier wilt gebruiken, moet u een instelling selecteren die geschikt is voor dik papier (pagina 20).
*6 Index
Papier dat kan worden gebruikt voor automatisch dubbelzijdig afdrukken
Papier dat gebruikt wordt voor automatisch tweezijdig afdrukken moet aan de volgende voorwaarden voldoen:
Papiersoort: Normaal papier (speciaal papier kan niet worden gebruikt.)
Papierformaat: Standaardformaten (A3, B4, A4, A4R, B5, B5R, A5, 11" x 17", 8-1/2" x 14", 8-1/2" x 13", 8-1/2" x 11", 8-1/2" x 11"R)
Papiergewicht: 56 g/m2 tot 90 g/m2 (15 lbs. tot 24 lbs.)
18
VOORDAT U DE MACHINE GAAT GEBRUIKEN
Speciaal papier
Volg de hieronder beschreven maatregelen bij het gebruik van speciaal papier.
• Gebruik SHARP goedgekeurde transparante film en etiketvellen. Gebruik van papier dat niet door SHARP is
goedgekeurd kan leiden tot papierstoringen of vlekken op de kopieën.
• Er zijn veel verschillende soorten papier op de markt en niet elke papiersoort kan in deze machine worden
gebruikt. Neem contact op met uw service leverancier voordat u speciaal papier gaat gebruiken.
• Maak eerst een testkopie met het speciale papier om te controleren of dit geschikt is voordat u papier dat niet is
goedgekeurd door SHARP gaat gebruiken.
PAPIER BIJVULLEN
Zorg ervoor dat de machine niet bezig is met kopiëren of afdrukken en volg daarna de onderstaande stappen om het
papier bij te vullen.
Plaats het papier in de lade
1
Til de bovenste papierlade op en trek
hem uit.
4
Waai het papier los.
Waai het papier goed los
voordat u het laadt. Wanneer
het papier niet wordt
losgewaaid is er kans op
dubbele vel invoer of
papierstoringen.
Als u hetzelfde formaat papier
bijvult, gaat u naar stap 3. Als u
een ander formaat bijvult, gaat
u naar de volgende stap.
2
Pas de geleiders in de cassette aan
lengte en breedte van het papier aan.
Plaat B
Plaat A
5
• Plaat A is een schuifgeleider.
Neem de vergrendelknop op
de geleider en schuif de
geleider naar de indicatorlijn
van het te laden
papierformaat.
• Plaat B is een invoeggeleider.
Verplaats deze naar de
indicatorlijn van het te laden
papierformaat.
• Zet plaat B in de uitsparing
aan de linker voorkant van de
papierlade wanneer u 11" x
17" papierformaat gaat
gebruiken.
Opmerking
6
3
Plaats het papier in de lade.
• Maak de stapel niet hoger dan de streep
op de lade (tot 250 vellen).
• Zorg ervoor dat de papierstapel onder het
uitsteeksel aan de rechterkant van de
lade blijft.
• Controleer of de papierstapel recht ligt
alvorens deze te laden. Wanneer u papier
aan een bestaande stapel wilt toevoegen,
haal dan de bestaande stapel uit de lade,
voeg het papier toe en plaats de nieuwe
stapel in zijn geheel weer in de lade.
Duw de papierlade voorzichtig dicht.
Duw de drukplaat naar beneden.
Duw de bovenste papierlade
goed dicht.
Duw de drukplaat in het midden
naar beneden totdat deze
vastklikt.
Opmerking
Als het formaat van het geladen papier verschilt
van het formaat in het display, volg dan de
procedure in "PAPIERFORMAATINSTELLING
VAN EEN LADE WIJZIGEN" (pagina 21) om de
papierformaatinstellingen van de lade te wijzigen.
19
1
VOORDAT U DE MACHINE GAAT GEBRUIKEN
Papier in de handinvoerlade laden
1
Open de handinvoerlade.
Belangrijke richtlijnen m.b.t. het
plaatsen van papier in de
handinvoerlade
• U kunt tot 100 vellen standaard kopieerpapier in de
handinvoerlade plaatsen.
• Zorg ervoor dat u de papierformaten A6, en B6 (
5-1/2" x 8-1/2") of enveloppen horizontaal plaatst
zoals afgebeeld in onderstaand diagram.
Trek de verlenging van de
handinvoerlade uit wanneer u
A3 en B4 (8-1/2" x 14" en 11" x
17") papier wilt invoeren.
2
Stel de papiergeleiders in op de
papierbreedte.
3
Plaats het kopieerpapier (afdrukzijde
naar beneden) helemaal in de
handinvoerlade.
Let erop dat de afdrukzijde van
het papier naar beneden gericht
is.
Controleer, om papierstoringen
te voorkomen, nogmaals of de
papiergeleiders aan de breedte
van het papier zijn aangepast.
Opmerking
20
• Druk op de [PAPIERFORMAAT] toets als
u het papier hebt geplaatst om de
handinvoerlade te selecteren.
• Als u dik papier in de handinvoerlade
plaatst, drukt u op de toets [PAPIER]
totdat "EXTRA" wordt gemarkeerd. Het
papiertype wordt ingesteld op dik papier.
De instelling wordt gewist wanneer
"Automatisch wissen" werkt of op de toets
[CA] wordt gedrukt. Voor beperkingen
over papiersoorten en -gewichten, zie
"PAPIER" (pagina 18).
• Zorg er bij het plaatsen van enveloppen voor dat
deze glad en vlak zijn en, afgezien van de sluitklep,
geen losse lijmdelen bevatten.
• Speciaal papier, met uitzondering van SHARP
goedgekeurde transparante film, etiketten en
enveloppen moeten één vel per keer in de
handinvoerlade worden geplaatst.
• Wanneer u papier wilt toevoegen, haal dan eerst het
reeds geplaatste papier uit de handinvoerlade, voeg
dit aan de nieuwe stapel toe en plaats de nieuwe
stapel in zijn geheel weer in de handinvoerlade. Het
papier dat wordt toegevoegd moet van hetzelfde
formaat zijn.
• Gebruik geen papierformaat dat kleiner is dan het
origineel. Dit kan leiden tot vlekken of onduidelijke
afbeeldingen.
• Gebruik geen papier dat is bedrukt door een
laserprinter of faxapparaat. Dit kan leiden tot vlekken
of onduidelijke afbeeldingen.
Enveloppen
Gebruik niet de onderstaande envelopsoorten. Dit zal
leiden tot papierstoringen.
• Enveloppen met metalen plaatjes, gespen, linten,
gaten of schermen.
• Enveloppen met ruwe vezels, carbonpapier of
gladde oppervlakken.
• Enveloppen met twee of meer flappen.
• Enveloppen met plakband, folie of waarbij er papier
aan de flap is bevestigd.
• Enveloppen met een vouw in de flap.
• Enveloppen met lijm aan de flap die moet worden
natgemaakt om de enveloppen te sluiten.
• Enveloppen met etiketten of postzegels.
• Enveloppen die enigszins zijn gevuld met lucht.
• Enveloppen met lijm die buiten het lijmgedeelte
uitsteekt.
• Enveloppen waarbij een deel van het lijmgedeelte
loslaat.
VOORDAT U DE MACHINE GAAT GEBRUIKEN
PAPIERFORMAATINSTELLING VAN EEN LADE WIJZIGEN
Als het formaat van het geladen papier verschilt van het formaat in het display, volg dan de stappen hieronder om de
papierformaatinstellingen van de lade te wijzigen.
De papierformaatinstelling kan niet worden gewijzigd tijdens kopiëren, afdrukken, fax afdrukken (als de faxoptie
geïnstalleerd is) of kopiëren onderbreken, wanneer er een papierstoring is opgetreden . Als er geen papier of toner meer
aanwezig is, kan de papierformaatinstelling echter veranderd worden tijdens kopiëren, afdrukken en fax afdrukken.
Zie "PAPIER" (pagina 18) voor informatie over de specificaties voor de papiertypen en papierformaten die in de
papierladen kunnen worden geladen.
Het papierformaat voor een handinvoerlade kan niet worden ingesteld.
1
Druk op de [SPECIALE FUNCTIE] toets.
ON LINE
DATA
LINE
DATA
SPECIAL
FUNCTIES
KOPIEËN BELICHTING PAPIERFOR
SCANNEN KLEUR MODUS RESOLU
Het speciale
functiescherm verschijnt.
SPECIALE FUNCTIE
SPECIALE MODUS
ORIG. FORM. INV.
INGEST PAP FORM
CONTRAST DISPLAY
Het hierboven weergegeven scherm is het
kopieerfunctiescherm.
2
Druk op de [ ] of [ ] toets om
"INGEST PAP FORM" te selecteren.
PQ
DEGE KOPIE
LZ. SCANNEN
LZ. SCANNEN
ACC
3
Druk op de [ ] toets.
De cursor beweegt naar
de
papierformaatselectiepos
itie rechts.
6
OK
GHI
Voorbeeld: B4 formaat
selecteren
SPECIALE FUNCTIE
SPECIALE MODUS
ORIG. FORM. INV.
INGEST PAP FORM
CONTRAST DISPLAY
PQRS
E
AN
Het scherm voor
papierformaatinstelling
verschijnt.
Opmerking
INGEST PAP FORM
A4
A3
A3
B4
A4
A4R
: Geeft lade "1" weer.
: Geeft lade "2" weer.
Zie voor de papierladen en -nummers
"PAPIER" op pagina 18.
INGEST PAP FORM
A4
A3
A3
B4
A4
A4R
Als u het formaat van een andere papierlade wilt
wijzigen, drukt u op de [ ] toets en herhaalt daarna
stap 4 tot 6.
7
Druk op de [OK] toets.
OK
8
Er verschijnt een bericht waarin
u wordt gevraagd de nieuwe
papierformaatinstelling te
bevestigen.
Druk op de [OK] toets.
Druk op de [ ] of [ ] toets om de
papierlade te selecteren waarvan het
papierformaat gewijzigd is.
OK
Voorbeeld: Lade 2
INGEST PAP FORM
A4
A3
A3
B4
A4
A4R
1
INGEST PAP FORM
A4
A3
A3
B4
A4
A4R
Druk op de [ ] of [ ] toets om het
papierformaat te selecteren.
Druk op de [OK] toets.
TERUG
4
5
Opmerking
Het geselecteerde
papierformaat wordt
opgeslagen en het display keert
terug naar het basisscherm.
Plaats het papierformaatetiket voor het
geselecteerde papierformaat in stap 6 op de
etiketpositie aan de rechterzijde van de
lade.
21
VOORDAT U DE MACHINE GAAT GEBRUIKEN
LADE AUTOMATISCH OMSCHAKELEN
DEACTIVEREN (AìCTIVEREN)
Wanneer "lade automatisch omschakelen" geactiveerd is en het papier opraakt tijdens kopiëren of afdrukken, wordt
de opdracht voortgezet met papier uit een andere lade als deze lade hetzelfde formaat heeft en in dezelfde richting
geplaatst is. (Deze functie werkt niet als de handinvoerlade gebruikt wordt of er een faxbericht afgedrukt wordt.)
Deze functie is standaard geactiveerd. Als u de functie wilt deactiveren, volgt u de stappen hieronder.
1
Druk op de [SPECIALE FUNCTIE]
toets.
5
Druk op de [OK] toets.
OK
ON LINE
DATA
LINE
DATA
SPECIAL
FUNCTIES
KOPIEËN BELICHTING PAPIERFOR
SCANNEN KLEUR MODUS RESOLU
Het speciale
functiescherm verschijnt.
SPECIALE FUNCTIE
SPECIALE MODUS
ORIG. FORM. INV.
INGEST PAP FORM
CONTRAST DISPLAY
Het scherm hierboven verschijnt in de kopieerfunctie.
2
Selecteer "INGEST PAP FORM" met
de [ ] of [ ] toets.
PQ
DEGE KOPIE
LZ. SCANNEN
LZ. SCANNEN
ACC
3
Druk op de [OK] toets.
TERUG
OK
GHI
PQRS
E
AN
Het scherm voor
papierformaatinstelling
verschijnt.
4
SPECIALE FUNCTIE
SPECIALE MODUS
ORIG. FORM. INV.
INGEST PAP FORM
CONTRAST DISPLAY
INGEST PAP FORM
A4
A3
A3
B4
A4
A4R
Druk herhaaldelijk op de [ ] toets
totdat "LADE AUTOMATISCH
OMSCHAKELEN" verschijnt.
INGEST PAP FORM
LADE AUTOMATISCH
OMSCHAKELEN
Beweeg de cursor naar de onderste lade en druk
daarna weer op de [ ] toets. Het scherm hierboven
verschijnt.
22
INGEST PAP FORM
LADE AUTOMATISCH
OMSCHAKELEN
Als er geen checkmarkering verschijnt in de checkbox,
is de automatische papierlade omschakeling niet in
werking.
6
Druk op de [ ] toets.
U keert terug naar het
scherm
"papierformaatinstellinge
n".
INGEST PAP FORM
A4
A3
A3
B4
A4
A4R
Als u "lade automatisch omschakelen" opnieuw wilt
activeren, drukt u op de [OK] toets in het scherm van
stap 5 zodat er een checkmarkering verschijnt.
CONTROLEMODUS
Wanneer de accountregeling geactiveerd is, wordt het aantal geprinte pagina's voor elke account bijgehouden. Het aantal
pagina's kan op het display worden afgelezen.
Deze functie wordt ingeschakeld in de systeeminstellingen. (Voor de tellingen in kopieer-, afdruk- en scanfuncties, zie pagina
79. Zie voor de tellingen in de faxfunctie de "Gebruiksaanwijzing (voor fax)" die zich in de optionele faxuitbreidingskit bevindt.
AANTAL ACCOUNTS IN ACCOUNTREGELING
Modus
Aantal accounts
Bijzonderheden
(1)
Idem voor kopieer-,
afdruk- en scanfuncties
Maximaal 50
Kopieer-, afdruk- en scantellingen worden beheerd
onder één accountnummer.
(2)
Fax
Maximaal 50
Faxtellingen worden beheerd onder één
accountnummer.
1
Hetzelfde accountnummer kan worden toegewezen aan (1) en (2).
Opmerking
ACCOUNTREGELING GEBRUIKEN
Wanneer de accountregeling aan staat, wordt het scherm accountnummerinvoer weergegeven. Voer uw accountnummer in
(5-cijferig identificatienummer) zoals hieronder toegelicht, voordat u kopieer-, fax- of scanhandelingen verricht.
Geef uw accountnummer op.
ACCOUNT NR:----˚˚˚˚˚
1
Voer uw accountnummer (5 cijfers)
met de cijfertoetsen in.
ABC
DEF
GHI
JKL
MNO
PQRS
TUV
WXYZ
INTERRU
Opmerking
Geef uw accountnummer op.
ACCOUNT NR: ---
@.-_
ACC. #-C
READ-END
• Wanneer u uw accountnummer invoert, veranderen
de liggende streepjes (-) in sterretjes ( ). Druk op de
[C] toets als u een ongeldig nummer hebt ingevoerd
en voer vervolgens het juiste nummer in.
• Wanneer een geldig accountnummer wordt
ingevoerd, verschijnt de huidige telling van de
account in het display van het basisscherm. Na 6
seconden (standaardinstelling) verschijnt het
basisscherm. (Pagina 18)
* In de kopieer- en afdrukfunctie wordt ook het aantal
resterende vellen totdat de limiet is bereikt weergegeven
als "ACCOUNTLIMIET" (pagina 81) is ingeschakeld in de
systeeminstellingen.
Voorbeeld: Kopieerfunctie
2
Wanneer de kopieeropdracht voltooid
is, drukt u op de [ACC.#C] toets ( ).
KOPIEËN:000,000
RESTEREND:050,000
AUTO
100%
A4
ACC. #-C
AUTO
• Als u een accountnummer invoert voor de
kopieerfunctie dat ook geprogrammeerd is
voor de faxfunctie, kunt u omschakelen naar
de faxfunctie na afloop van de
kopieerhandeling en doorgaan met de
faxhandeling zonder uw accountnummer
opnieuw in te voeren.
Als u een accountnummer invoert voor de
kopieerfunctie dat niet geprogrammeerd is
voor de faxfunctie, voert u het accountnummer
voor de faxfunctie in nadat u op de [FAX] toets
gedrukt hebt om naar de faxfunctie over te
schakelen.
• Als er een ongeldig accountnummer wordt
ingevoerd in stap 1, verschijnt het scherm
accountnummerinvoer opnieuw.
• Wanneer "BEVEIL. ACC NR" (pagina 81) in de
systeeminstellingen is ingeschakeld, wordt een
waarschuwingsbericht weergegeven en wordt
de bediening gedurende 1 minuut niet
toegestaan als driemaal achtereen een
ongeldig accountnummer wordt ingevoerd.
Als u een kopieeropdracht
onderbreekt (pagina 63), wanneer
@
de accountregeling geactiveerd is,
moet u erop letten de
READ
[ONDERBREKEN] toets ( ), [CA]
toets, of [ACC.#-C] toets ( ) in te
drukken, wanneer u klaar bent om
de "modus onderbreken" te
verlaten.
23
2
PROBLEEMOPLOSSING EN
ONDERHOUD
In dit hoofdstuk wordt algemene probleemoplossing en onderhoudprocedures beschreven, zoals vastgelopen
papier verwijden, de tonercartridge vervangen en de machine reinigen, evenals problemen oplossen voor de
kopieerfunctie. Raadpleeg de handleidingen voor de betreffende functies bij problemen met de fax-, printer- en
netwerkscannerfuncties.
PROBLEEMOPLOSSING
MACHINE- EN KOPIEERPROBLEMEN
De machine werkt niet. .............................................................................................................................. 25
Stroom is aan maar kopiëren is niet mogelijk. ........................................................................................... 25
Kopieën zijn te donker of te licht. ............................................................................................................... 25
De tekst op de kopie is niet duidelijk.......................................................................................................... 25
Blanco kopieën .......................................................................................................................................... 25
Het papierformaat dat voor de kopie wordt gebruikt, verschilt van het geselecteerde papierformaat
(een gedeelte van het beeld wordt afgekapt of er is te veel witruimte op de pagina). ............................... 26
Er verschijnen kreukels in het papier of het beeld vertoont bleke plekken. ............................................... 26
Papierstoring.............................................................................................................................................. 26
Het origineelformaat wordt niet automatisch geselecteerd of de kopie wordt niet gemaakt op papier dat
overeenkomt met het formaat
van het origineel......................................................................................................................................... 27
Kopieën zijn vlekkerig of vuil...................................................................................................................... 27
Er verschijnen witte of zwarte strepen op de kopieën................................................................................ 27
Papierformaatinstelling van de lade kan niet worden ingesteld. ................................................................ 27
Een kopieeropdracht stopt voortijdig.......................................................................................................... 27
Scannen van het origineel stopt, voordat het voltooid is............................................................................ 27
Er knippert een lamp in de kamer. ............................................................................................................. 27
INDICATORS EN DISPLAYMELDINGEN ........................................28
VASTGELOPEN PAPIER VERWIJDEREN ......................................29
TONERCARTRIDGE VERVANGEN .................................................35
CONTROLE VAN DE TOTALE UITVOERTELLING ........................36
REINIGEN VAN DE MACHINE .........................................................37
CONTRAST DISPLAY AFSTELLEN ................................................39
24
PROBLEEMOPLOSSING
MACHINE- EN KOPIEERPROBLEMEN
Controleer de onderstaande probleemoplossing voordat u contact opneemt met de helpdesk.Veel problemen
kunnen namelijk door de gebruiker zelf worden opgelost. Zet de stroomschakelaar uit en haal de stekker uit het
stopcontact wanneer u het probleem niet met behulp van deze probleemoplossing kunt verhelpen.
Hieronder volgt een beschrijving van problemen m.b.t. het algemeen gebruik van de machine en kopiëren.
Raadpleeg de "Gebruiksaanwijzing (voor printer en scanner)" als er zich problemen voordoen tijdens de printer- of
scannerfunctie. Als er zich een probleem voordoet in faxmodus, zie de "Gebruiksaanwijzing (voor fax)" die zich in de
optionele faxuitbreidingskit bevindt.
Als de melding "Bel om service.
" verschijnt in het display, schakel dan de machine uit, wacht ongeveer 10
seconden en zet deze daarna weer aan. Wanneer dezelfde melding verschijnt nadat de machine meerdere keren
is in- en uitgeschakeld, betreft het waarschijnlijk een storing. Trek in zo'n geval meteen de stekker uit het
stopcontact en neem contact op met uw serviceleverancier.
Nb: Er verschijnen letters en getallen in
hierboven. Geef deze getallen door aan uw Sharpdealer.
De onderstaande problemen hebben betrekking op de algemene werking van de machine en het kopiëren.
Probleem
Oorzaak en oplossing
Het snoer is niet aangesloten op een stopcontact.
→ Sluit het snoer aan op een geaard stopcontact.
De hoofdschakelaar staat op UIT.
→ Zet de hoofdschakelaar op ON.
Pagina
–
17
De machine is bezig met opwarmen.
→ De machine moet 45 seconden opwarmen nadat de schakelaar op AAN
gezet is. Terwijl de machine opwarmt, kunnen de kopieerinstellingen
geselecteerd worden, maar is kopiëren niet mogelijk. Wacht tot "Klaar v.
kopiëren" verschijnt.
De machine werkt niet.
De voor- of zijklep is niet volledig gesloten.
→ Sluit de voor- of zijklep.
17
–
De machine staat in de automatische uitschakelfunctie.
→ Wanneer de modus voor automatisch uitschakelen is geactiveerd,
knippert alleen de START-indicator. Alle andere indicatoren en het
display zijn uitgeschakeld. Het apparaat keert terug naar de normale
werking wanneer op de [START] toets wordt gedrukt, wanneer een
afdrukopdracht of faxbericht wordt ontvangen of wanneer scannen vanaf
een computer wordt gestart.
* Behalve wanneer het printgeheugen voor de faxfunctie is geactiveerd.
Stroom is aan maar
kopiëren is niet mogelijk.
De [KOPIEËN] indicator is uit.
→ Druk op de [KOPIEËN] toets om de machine in kopieermodus te zetten.
17
14
Er is geen geschikte belichting voor het origineel
geselecteerd.
Kopieën zijn te donker of te
licht.
De tekst op de kopie is niet
duidelijk.
Blanco kopieën
→ Selecteer de gewenste belichting met de [BELICHTING] toets. Als
"TEKST" of "FOTO" geselecteerd wordt, stelt u de juiste belichting in met
de [ ] of [ ] toets.
→ Als de kopie te licht of te donker is, zelfs als "AUTO" is geselecteerd met
de toets [BELICHTING], stel dan het automatische belichtingsniveau bij.
Het automatische belichtingsniveau kan worden aangepast in
"BELICHT. AANP." (pagina 86) in de systeeminstellingen.
Het correcte origineeltype is niet geselecteerd in het scherm
"kopiebelichtinginstellingen".
48
48
→ Verander de belichtinginstelling in "TEKST" met de [BELICHTING] toets.
Het origineel is niet met de kopieerzijde naar boven in de
SPF of met de kopieerzijde naar beneden op de glasplaat
geplaatst.
45
→ Plaats het origineel in de SPF met de kopieerzijde naar boven of op de
glasplaat met de kopieerzijde naar beneden.
25
2
PROBLEEMOPLOSSING EN ONDERHOUD
Probleem
Oorzaak en oplossing
Het origineel is niet in de correcte positie geplaatst.
→ Plaats het origineel in de correcte positie.
Het gebruikte
kopiepapierformaat
verschilt van de
geselecteerde
papierformaatinstelling
(een gedeelte van de
afbeelding is afgesneden of
er is te veel witruimte).
Er is geen correcte kopieerfactor gebruikt voor het
origineelformaat en het kopieformaat.
→ Druk op de [AUTO IMAGE] toets om de correcte kopieerfactor voor het
origineel en het papierformaat te selecteren.
45
52
Het papierformaat in een lade is gewijzigd zonder dat het
papierformaat van de lade is gewijzigd.
→ Het geladen papierformaat verschilt van de papierformaatinstelling in de
lade. Stel het papierformaat van de lade in dezelfde positie/formaat in als
het in de lade geplaatste papier.
Formaat en gewicht van het gebruikte papier komt niet
overeen met het gedefinieerde bereik.
Er verschijnen kreukels in
het papier of het beeld
vertoont bleke plekken.
Pagina
→ Gebruik kopieerpapier dat overeenkomt met de gespecificeerde
instellingen.
21
18
Het papier is gekreukeld of vochtig.
→ Vervang het papier door nieuw, droog kopieerpapier. Verwijder het
papier uit de papierlade en bewaar het in een zak op een donkere plaats
om vochtabsorptie te voorkomen wanneer de machine gedurende
langere tijd niet wordt gebruikt.
–
Er is een papierstoring opgetreden.
→ Zie VASTGELOPEN PAPIER VERWIJDEREN om het vastgelopen
papier te verwijderen.
Formaat en gewicht van het gebruikte papier komt niet
overeen met het gedefinieerde bereik.
→ Gebruik kopieerpapier dat overeenkomt met de gespecificeerde
instellingen.
29
18
Het papier is gekreukeld of vochtig.
→ Vervang het papier door nieuw, droog kopieerpapier. Verwijder het
papier uit de papierlade en bewaar het in een zak op een donkere plaats
om vochtabsorptie te voorkomen wanneer de machine gedurende
langere tijd niet wordt gebruikt.
–
Het papier is niet goed geladen.
18
Er is een stuk papier achtergebleven in de machine (nadat
vastgelopen papier is verwijderd)
29
→ Verzeker u ervan dat het papier goed is geladen.
→ Verwijder alle vastgelopen papierdelen.
Papierstoring.
Er is teveel papier in de papierlade geladen.
→ Verklein de papierstapel wanneer de papierstapel hoger is dan de
hoogte-indicator op de lade en herplaatst de stapel zo dat deze onder de
hoogte-indicator blijft.
Sommige vellen papier plakken aan elkaar.
19
De geleiders van de handinvoerlade zijn niet aangepast aan
de breedte van het papier.
20
De verlenging van de handinvoerlade is niet uitgetrokken.
20
→ Waai het papier goed los voordat u het laadt.
→ Pas de handinvoergeleiders aan het formaat van het geladen papier
aan.
→ Trek de handinvoerverlenging uit wanneer u grote formaten laadt.
De papierinvoerrol van de handinvoerlade is smerig.
→ Reinig de invoerrol.
Er is A5 (5-1/2"x8-1/2") papier in lade 2 of in de 250-vel of de
2 x 250-vel papierinvoereenheid geladen.
→ A5 (5-1/2" x 8-1/2") formaat kan alleen worden geladen in de lade 1 of in
de handinvoerlade.
26
19
37
18
PROBLEEMOPLOSSING EN ONDERHOUD
Probleem
Oorzaak en oplossing
Was de SPF (of origineelklep) helemaal geopend toen het origineel
op de glasplaat geplaatst werd?
→ Open de SPF helemaal en plaats het origineel op de glasplaat. Sluit de SPF (of
origineelklep).
Pagina
45
Het origineel is omgekruld of gevouwen.
→ Het origineelformaat kan niet correct worden gedetecteerd wanneer het origineel
is gekreukt. Strijk het origineel glad.
–
Het origineel bevat veel zwarte gebieden.
Het origineelformaat wordt
niet automatisch geselecteerd
of de kopie wordt niet geprint
op papier dat overeenkomt
met het formaat van het
origineel.
→ Wanneer het origineel grote zwarte gebieden bevat, kan het voorkomen dat het
origineelformaat niet automatisch wordt gedetecteerd. Druk op de [SPECIALE
FUNCTIE] toets en selecteer "ORIG. FORM. INV." om het origineelformaat op te
geven.
–
De machine wordt blootgesteld aan direct zonlicht.
→ Plaats de machine op een plaats waar deze niet aan direct zonlicht wordt
blootgesteld.
–
Het origineel is kleiner dan A5 ( 5-1/2" x 8-1/2") papier.
→ Het origineel is kleiner dan A5 ( 5-1/2" x 8-1/2") papier, het formaat wordt niet
gedetecteerd. Volg de procedure in "DE HANDINVOERLADE GEBRUIKEN OM
EEN SPECIAAL FORMAAT ORIGINEEL TE KOPIËREN" om de kopie te
maken.
51
Het origineel heeft geen standaardformaat.
→ Het formaat kan niet worden gedetecteerd, als het papier een klein,
niet-standaardformaat heeft. Selecteer handmatig een formaat in de buurt van
het origineelformaat of volg de procedure in "DE HANDINVOERLADE
GEBRUIKEN OM EEN SPECIAAL FORMAAT ORIGINEEL TE KOPIËREN" om
een kopie te maken.
De glasplaat of de onderkant van de origineelklep/SPF is vuil.
Kopieën zijn vlekkerig of vuil.
→ Reinig deze regelmatig.
Er zitten vlekken of vegen op het origineel.
→ Gebruik een schoon origineel.
De scanplaat voor de SPF is vuil.
Er verschijnen witte of zwarte
strepen op de kopieën.
→ Reinig de lange, smalle scanplaat.
De transportlade is vuil.
→ Reinig van de transportlade.
De [KOPIEËN] indicator is uit.
→ Druk op de [KOPIEËN] toets om de kopieerfunctie te selecteren.
Papierformaatinstelling van de
lade kan niet worden
ingesteld.
Er wordt een kopieer-, printopdracht uitgevoerd of een ontvangen
fax afgedrukt.
51
37
–
37
38
14
16
→ Stel het papierformaat in nadat het kopiëren of afdrukken is beëindigd.
De machine is tijdelijk gestopt als gevolg van papierstoring.
→ Verwijder het vastgelopen papier en stel vervolgens het papierformaat in.
De machine is bezig met een onderbrekende kopieeropdracht.
→ Stel het papierformaat in nadat de onderbrekende kopieeropdracht is beëindigd.
29
63
De kopie-uitvoerlade is vol.
Een kopieeropdracht stopt
voortijdig.
→ Het kopiëren stopt elke keer even als er 250 bladen (150 bladen wanneer een
documentsorteerladekit geïnstalleerd is) zijn uitgevoerd. Verwijder de kopieën uit
de lade en druk op de toets [OK] om het kopiëren te hervatten.
Geen papier meer aanwezig in de papierlade.
→ Vul papier bij.
Scannen van het origineel
stopt, voordat het voltooid is.
Er knippert een lamp in de
kamer.
Het display geeft "Geheugen vol." aan.
→ Zie "INDICATORS EN DISPLAYMELDINGEN".
–
18
28
Hetzelfde stopcontact wordt gebruikt voor het licht en de machine.
→ Sluit de machine aan op een speciaal stopcontact dat niet wordt gebruikt door
andere elektrische apparatuur.
–
27
2
INDICATORS EN DISPLAYMELDINGEN
Als één van de volgende meldingen verschijnt, neemt u onmiddellijk actie en volgt u de instructies in de melding.
Melding
Oplossing
(Onderhoudsicoon)
Het is tijd voor regelmatig onderhoud. Neem contact op met uw service
leverancier.
(Icoon "vervanging ontwikkelaar
vereist")
Ontwikkelaar is vereist. Neem zo snel mogelijk contact op met uw erkende
service leverancier.
Onderhoud nodig. Bel voor
service.
Onderhoud spoedig vereist. Neem contact op met uw service leverancier.
Bel om service.
–
(Icoon
"tonercartridge-vervanging vereist")
Controleer de tonercartridge.
Verwijder papier uit de uitvoerlade
en druk op [OK].
Laad <
> in lade < >.
Geheugen vol.
< >: Ladenummer
<
>: Formaat van het te laden papier
28
Zet de stroom uit en vervolgens weer aan. Als hierdoor het bericht niet
verdwijnt, noteer dan de 2-cijferige hoofdcode en de 2-cijferige subcode
("
"), zet de stroom uit en neem onmiddellijk contact op met een
erkend servicebedrijf.
Tonercartridge moet spoedig worden vervangen.
Controleer of de tonercartridge correct is geplaatst.
Het aantal bladen in de uitvoerlade (middelste of bovenste lade) heeft de
grens bereikt. Verwijder het papier.
Het gedefinieerde papierformaat voor de lade verschilt van het huidige
formaat.
(Pagina 21)
Het geheugen raakt vol tijdens het scannen van originelen. Druk op de
[START] toets ( ) als u alleen de originelen wilt kopiëren die gescand zijn
of druk op de [CA] toets als u de opdracht wilt annuleren.
Er kan een optionele geheugenkaart (AR-SM5) worden geïnstalleerd om het
oorspronkelijke scanvermogen te verhogen. Het geheugen kan worden
uitgebreid tot maximaal 272 MB
(256 MB uitbreidingsgeheugen).
VASTGELOPEN PAPIER VERWIJDEREN
Wanneer er een papierstoring optreedt tijdens het kopiëren, verschijnt de melding "
van de papierstoring.
Controleer de plaats van de papierstoring en verwijder het vastgelopen papier.
Opmerking
Verwijder pap." met de locatie
Het papier kan scheuren wanneer u het verwijdert. Zorg er in zulke gevallen voor dat alle papierdelen uit de
machine worden verwijderd en let er hierbij op dat u niet de fotogeleidende drum (groene gedeelte) aanraakt.
Krassen op het oppervlak van deze drum kunnen leiden tot vlekkerige kopieën.
Kijk eerst waar de papierstoring is opgetreden.
(Zie onderstaand)
Papierstoring in de optionele 2 x
250-vel papierinvoereenheid
(Pagina 31)
(Pagina 31)
(Pagina 30)
(Pagina 33)
(Pagina 34)
(Pagina 34)
(Pagina 34)
(Pagina 34)
(Pagina 34)
(Pagina 34)
* De afbeelding toont locaties van papierstoringen in de MX-M200D.
PAPIERSTORING IN DE SPF
1
Verwijder het vastgelopen origineel.
Controleer de gedeelten
A, B en C die in de
afbeelding links worden
getoond (zie ook de
volgende pagina) en
verwijder het
vastgelopen origineel.
Gedeelte B
Open de SPF en draai de twee ontgrendelingsrollen
in de richting van de pijl om het origineel naar buiten
te voeren. Sluit de SPF en verwijder het origineel.
Als het origineel is vastgelopen in de rechterrol, opent
u de automatische origineelinvoer en draait u de
rechterontgrendelingsrol in de richting van de pijl om
het origineel te verwijderen.
Gedeelte A
Open de klep van de invoerrol en verwijder het
vastgelopen origineel uit de origineelinvoerlade.
Sluit de klep van de invoerrol.
Rol
Klep van de invoerrol
Als een klein origineel (A5 (5-1/2" x 8-1/2"),
enzovoort) vastloopt, opent u de rechterzijklep en
verwijdert u het origineel. Sluit de rechterzijklep.
Rechterzijklep
29
2
PROBLEEMOPLOSSING EN ONDERHOUD
Gedeelte C
Verwijder het vastgelopen origineel uit het
uitvoergedeelte.
2
Open en sluit de SPF zodat de
papierstoringslocatie-indicator stopt
met knipperen.
U kunt het knipperen van
de
papierstoringsindicator
ook stoppen door de klep
van de invoerrol of de
rechterzijklep te openen
en te sluiten.
Als u het vastgelopen niet gemakkelijk uit het
uitvoergedeelte kunt verwijderen, opent u het
beweegbare gedeelte van de origineelinvoerlade
en verwijdert u het origineel.
3
Plaats het aantal originelen dat in het
display wordt aangegeven door het
getal met een minteken ervoor terug
in de origineelinvoerlade en druk op
de [START] toets ( ).
Het kopiëren wordt hervat vanaf de originelen die
nog resteerden toen de storing optrad.
Opmerking
Afhankelijk van de locatie van de storing is
het weergegeven aantal originelen dat in de
origineelinvoerlade terug moet worden
geplaatst mogelijk onjuist.
PAPIERSTORING IN DE HANDINVOERLADE
1
Verwijder voorzichtig het vastgelopen
papier uit de handinvoerlade.
2
Pak de hendel van de zijklep, open en
sluit daarna de zijklep voorzichtig.
De melding "
Verwijder pap."
verdwijnt en kopiëren is
mogelijk.
Opmerking
30
Als de melding niet verdwijnt, kijkt u
opnieuw om er zeker van te zijn dat er geen
papier is achtergebleven.
PROBLEEMOPLOSSING EN ONDERHOUD
PAPIERSTORING IN DE MACHINE
Als u vastgelopen papier wilt verwijderen uit de machine, moet u de handinvoerlade en daarna de zijklep openen.
Controleer of er papier is vastgelopen in A, B of C hieronder en volg daarna de procedure voor het verwijderen van
vastgelopen papier voor die locatie.
1
Open handinvoerlade en daarna de
zijklep.
2
Bepaal waar de papierstoring is
opgetreden.
2
Locatie B
Als het papier hier is vastgelopen,
gaat u naar "Papierstoring in B"
(pagina 32).
Locatie C
Als het papier hier is vastgelopen, gaat u
naar "Papierstoring in C" (pagina 33).
Locatie A
Als het papier hier is vastgelopen, gaat u
naar "Papierstoring in A" (hieronder).
Papierstoring in A
1
Open de voorplaat.
3
Sluit de voor- en zijklep.
De melding "
Verwijder pap."
verdwijnt en kopiëren is
mogelijk.
Druk voorzichtig op de beide
uiteinden van de voorplaat en
open deze.
2
Draai de draaiknop van de rollen in de
richting van de pijl om het
vastgelopen papier te verwijderen.
Draaiknop
van de rollen
Waarschuwing
Let op
Zorg ervoor dat het papier niet
scheurt tijdens het verwijderen.
Opmerking
• Houd beide uiteinden van de voorklep
licht ingedrukt wanneer u deze sluit.
• Houd de hendel ingedrukt wanneer u de
zijklep sluit.
• Als de melding niet verdwijnt, kijkt u
opnieuw om er zeker van te zijn dat er
geen papier is achtergebleven.
De fuseereenheid is heet. Raak de
fuseereenheid niet tijdens het
verwijderen van vastgelopen papier. Dit
kan brandwonden of letsel veroorzaken.
Raak de fotogeleidende drum niet aan
(groene gedeelte) wanneer u het papier
verwijdert. Krassen of vlekken op de drum
kunnen leiden tot vlekkerige kopieën.
31
PROBLEEMOPLOSSING EN ONDERHOUD
Papierstoring in B
1
Open de voorplaat.
4
Haal de ontgrendeling van de
fuseereenheid omhoog.
5
Sluit de voor- en zijklep.
Druk voorzichtig op beide
uiteinden van de voorplaat.
2
Draai de draaiknop van de rollen in de
richting van de pijl.
De melding "
Verwijder pap."
verdwijnt en kopiëren is
mogelijk.
Draaiknop
van de rollen
3
Breng de ontgrendeling van de
rechter- en linkerfuseereenheid naar
beneden en verwijder vastgelopen
papier.
Ontgrendelingen van
de fuseereenheid
Waarschuwing
Let op
32
Zorg ervoor dat het papier niet
scheurt tijdens het verwijderen.
De fuseereenheid is heet. Raak de
fuseereenheid niet tijdens het
verwijderen van vastgelopen papier.
Dit kan brandwonden of letsel
veroorzaken.
• Raak de fotogeleidende drum niet aan
(groene gedeelte) wanneer u het papier
verwijdert. Krassen of vlekken op de drum
kunnen leiden tot vlekkerige kopieën.
• Zorg ervoor dat het vastgelopen papier of
de losse toner niet uw handen of kleren
bevuilt.
Opmerking
• Houd beide uiteinden van de voorklep
licht ingedrukt wanneer u deze sluit.
• Houd de hendel ingedrukt wanneer u de
zijklep sluit.
• Als de melding niet verdwijnt, kijkt u
opnieuw om er zeker van te zijn dat er
geen papier is achtergebleven.
PROBLEEMOPLOSSING EN ONDERHOUD
Papierstoring in C
1
Breng (1) in de afbeelding naar
beneden, open de papiergeleider van
de fuseereenheid en verwijder
vastgelopen papier.
3
Sluit de zijklep.
De melding "
Verwijder pap."
verdwijnt en kopiëren is
mogelijk.
Let op dat u het vastgelopen
papier tijdens het verwijderen
niet scheurt.
(1)
Waarschuwing
2
Opmerking
De fuseereenheid is heet. Raak de
fuseereenheid niet tijdens het
verwijderen van vastgelopen papier.
Dit kan brandwonden of letsel
veroorzaken.
• Houd de hendel ingedrukt wanneer u de
zijklep sluit.
• Zorg ervoor dat er geen stukken papier
achterblijven in de machine wanneer het
papier scheurt.
• Als de melding niet verdwijnt, kijkt u
opnieuw om er zeker van te zijn dat er
geen papier is achtergebleven.
Als het verwijderen van het papier in
de vorige stap niet lukt, verwijder het
dan uit de papieruitvoereenheid.
Let op dat u het vastgelopen
papier tijdens het verwijderen
niet scheurt.
PAPIERSTORING IN LADE 1
Opmerking
1
Verzeker u ervan dat er geen vastgelopen papier aanwezig is in de papierlade voordat u deze uittrekt. (Pagina
31)
Trek lade 1 uit en verwijder het
vastgelopen papier.
Let op dat u het vastgelopen
papier tijdens het verwijderen
niet scheurt.
2
3
Druk de papierlade 1 weer voorzichtig
terug in de machine.
Duw de papierlade goed dicht.
Open en sluit de zijklep.
De melding "
Verwijder pap."
verdwijnt en kopiëren is
mogelijk.
Opmerking
• Houd de hendel ingedrukt wanneer u de
zijklep sluit.
• Als de melding niet verdwijnt, kijkt u
opnieuw om er zeker van te zijn dat er
geen papier is achtergebleven.
33
2
PROBLEEMOPLOSSING EN ONDERHOUD
PAPIERSTORING IN LADE 2
Opmerking
1
• Verzeker u ervan dat er geen vastgelopen papier aanwezig is in de papierlade voordat u deze uittrekt. (Pagina 31)
• Volg ook onderstaande procedure om vastgelopen papier te verwijderen in de 250-vel en 2 x 250-vel papierinvoereenheid.
Open de zijklep.
Open de zijklep met de hendel.
5
Druk de papierlade 2 weer voorzichtig
terug in de machine.
Duw de papierlade goed dicht.
Zijklep
2
Verwijder het vastgelopen papier.
Let op dat u het vastgelopen
papier tijdens het verwijderen
niet scheurt.
Papierinvoereenheid voor 2 x 250 bladen
(AR-D35)
3
Indien er in stap 2 geen vastgelopen
papier werd gevonden, trekt u
cassette 2 eruit en verwijdert u het
vastgelopen papier.
Let op dat u het vastgelopen
papier tijdens het verwijderen
niet scheurt.
4
Sluit voorzichtig de zijklep.
De melding "
Verwijder pap."
verdwijnt en kopiëren is
mogelijk.
Opmerking
34
Als de melding niet verdwijnt, kijkt u
opnieuw om er zeker van te zijn dat er geen
papier is achtergebleven.
Zijklep
TONERCARTRIDGE VERVANGEN
Wanneer de icoon "toner vervangen "(
) verschijnt, is de toner bijna op. Schaf zo snel mogelijk een vervangende
cartridge aan.
Wanneer de melding "
Vul toner bij." in het display verschijnt, moet u de tonercartridge vervangen voordat u
verder kunt gaan met kopiëren. Volg de stappen hieronder om de tonercartridge te vervangen.
Opmerking
1
• Tijdens een lange kopieeropdracht of wanneer er originelen met veel zwarte gebieden gekopieerd worden, kan
de melding "Toner wordt aangevuld" verschijnen en stopt het kopiëren zelfs wanneer en toner over is. De
machine vult gedurende ca. 2 minuten toner bij. Wanneer de START-indicator gaat branden, drukt u op de
[START] toets ( ) om het kopiëren te hervatten.
• Wanneer de icoon "tonercartridge-vervanging vereist" ( ) in het display verschijnt, is er zeer weinig toner
aanwezig en kunnen de kopieën vaag worden.
Open de voorplaat.
4
Druk voorzichtig op de beide
uiteinden van de voorplaat en
open deze.
2
Trek de tonercartridge eruit terwijl u
op de ontgrendeling van de
tonercartridge drukt.
Terwijl u de ontgrendeling van de
tonercartridge ingedrukt houdt, duwt
u de tonercartridge er helemaal in
langs de geleiders.
Verwijder vuil en stof voordat u
de tonercartridge plaats.
5
Sluit de afdekplaat.
Wanneer u de tonercartridge
Ontgrendelhendel
van de tonercartridge uittrekt, plaatst u uw andere
De icoon
"tonercartridge-vervanging
vereist" ( ) verschijnt niet
meer en kopiëren is mogelijk.
hand op de inkeping van de
cartridge.
Let op
Waarschuwing
3
• Niet op de tonercartridge kloppen en niet
schudden na verwijdering. Dit kan lekkage
van de toner cartridge veroorzaken.
• Plaats de oude cartridge meteen in de
lege verpakking van de nieuwe cartridge.
• Werp de cartridge niet in een open
vuur. Hierdoor kan er toner uit de
cartridge schieten en
brandwonden veroorzaken.
• Bewaar tonercartridges buiten het
bereik van kleine kinderen.
Haal de nieuwe tonercartridge uit de
verpakking. Pak de cartridge bij de
uiteinden vast en schud deze 4 of 5
keer in horizontale richting.
Opmerking
• Zelfs nadat de tonercartridge is geplaatst
kan de tonercartridge-vervangingsindicator
( ) nog steeds branden, wat betekent dat
het kopiëren niet kan worden hervat
(omdat de tonertoevoer onvoldoende is).
Open en sluit in dit geval de afdekplaat. De
machine zal vervolgens gedurende twee
minuten de tonertoevoer weer op gang
brengen waarna het kopiëren kan worden
hervat.
• Verzeker u ervan dat de tonercartridge
goed is geplaatst voordat u de voorklep
sluit.
• Houd beide uiteinden van de voorklep
licht ingedrukt wanneer u deze sluit.
4 of 5 keer
Let op
• Houd de cartridge niet vast bij het
schuifdeksel. Hij kan vallen. Pak de
handgreep vast als u de cartridge verwijdert.
• Schud de cartridge VOORDAT de tape is
verwijderd.
35
2
CONTROLE VAN DE TOTALE
UITVOERTELLING
Als u het totale aantal uitgevoerde pagina's wilt controleren die gekopieerd, afgedrukt of
gefaxt zijn en het totale aantal gescande pagina's, houd u de [KOPIEËN] toets ingedrukt als
de machine in stand-by staat. De aantallen zullen verschijnen zolang de toets ingedrukt is.
Het totale uitvoer- en scangetal kan gebruikt worden als richtlijn voor het reinigen. Wanneer
het totale uitvoer- en scangetal hoger is dan "999,999" gaat de teller terug naar "0".
Opmerking
36
KOPIEËN
PRINT
ON LINE
DATA
• Een A3 of 11" x 17" formaat pagina wordt geteld als twee pagina's.
• Elk tweezijdig blad dat uitgevoerd wordt telt als twee pagina's. (Een A3 of 11" x 17" formaat pagina wordt
geteld als vier pagina's.)
• Blanco kopieën en blanco afdrukken worden meegeteld.
• Als de laatste pagina van een tweezijdige printopdracht blanco is, wordt deze niet meegeteld.
REINIGEN VAN DE MACHINE
REINIGING VAN DE GLASPLAAT EN
SPF/ORIGINEELKLEP
Wanneer de glasplaat, de SPF onderkant van de origineelklep of de scanner voor originelen vanaf de SPF (A) (het
lange, dunne glazen oppervlak aan de rechterkant van de glasplaat) bevuild raken, kan dit vuil zich afzetten op de
kopieën. Houd deze onderdelen dus altijd schoon.
(A)
Reinigen met een zachte schone doek. Maak, indien nodig, de doek vochtig met water of een kleine hoeveelheid
pH-neutraal schoonmaakmiddel. Na het reinigen droogmaken met een schone doek.
Gebruik geen verdunner, benzeen of soortgelijke schoonmaakmiddelen.
Waarschuwing
Niet behandelen met ontvlambare reinigingsmiddelen. Als het gas van de spuitbus in contact
komt met de binnenste elektrische onderdelen of hete gedeelten van de fuseereenheid, kan dit
brand of elektrische schokken veroorzaken.
De scanplaat reinigen (alleen wanneer er een SPF is geïnstalleerd)
Als er witte of zwarte lijnen verschijnen op de kopieën die gemaakt zijn met de SPF,
gebruik dan de meegeleverde glasreiniger om de scanplaat te reinigen. (Als er witte
of zwarte lijnen verschijnen op kopieën, afgedrukte pagina's of afgedrukte
faxberichten wanneer de SPF niet gebruikt wordt, zie "REINIGING VAN DE
TRANSPORTLADE" op pagina 38.)
Voorbeeld van vuil
Witte lijnen
Zwarte
1
Open de SPF en verwijder de
glasreiniger.
2
Reinig de scanplaat met de reiniger.
3
Plaats de glasreiniger terug in de
oorspronkelijke positie.
REINIGING VAN DE PAPIERINVOERROL VAN DE
HANDINVOERLADE
Reinig het oppervlak van de papierinvoerrol met een zachte, schone doek met alcohol of
water, als er regelmatig papierstoringen optreden bij het invoeren van briefkaarten,
enveloppen, dik papier in de handinvoerlade.
Papierinvoerrol
37
2
PROBLEEMOPLOSSING EN ONDERHOUD
REINIGING VAN DE TRANSPORTLADE
Wanneer er witte of zwarte lijnen verschijnen op kopieën of het beeld streperig of vlekkerig is, kan de transportlade
vuil zijn. Volg de stappen hieronder om de lader te reinigen.
1
2
Zet de hoofdschakelaar op OFF.
5
Plaats de ladereiniger op de
transportlade en schuif de reiniger 2
of 3 keer voorzichtig in de
aangegeven richting van de pijl.
Reinig het witte plaatijzer van
de transportlade met een
zachte, schone doek, wanneer
hier toner op terecht is
gekomen.
Open handinvoerlade en de zijklep.
Opmerking
3
4
Trek voorzichtig lade 1 uit terwijl u de
hendel optilt.
Schuif de ladereiniger langs de groef van de
transportlade heen en weer van het ene
uiteinde naar de andere. Als de reiniger
gestopt is, heeft hij het andere eind bereikt
of is de bewegingsrichting omgekeerd; er
kunnen vlekken op de kopieën
terechtkomen.
6
Plaats de ladereiniger in de
oorspronkelijke positie.
7
Sluit de lade en de zijklep.
8
Zet de hoofdschakelaar op "AAN".
Haal de ladereiniger eruit.
Ladereiniger
38
CONTRAST DISPLAY AFSTELLEN
Het displaycontrast kan volgens de beschrijving hieronder worden afgesteld.
1
Druk op de [SPECIALE FUNCTIE]
toets.
ON LINE
DATA
LINE
DATA
SPECIAL
FUNCTIES
KOPIEËN BELICHTING PAPIERFOR
SCANNEN KLEUR MODUS RESOLU
Het speciale
functiescherm verschijnt.
2
Selecteer "CONTRAST DISPLAY" met
de [ ] of [ ] toets.
PQ
DEGE KOPIE
LZ. SCANNEN
LZ. SCANNEN
ACC
3
SPECIALE FUNCTIE
SPECIALE MODUS
ORIG. FORM. INV.
INGEST PAP FORM
CONTRAST DISPLAY
4
Stel het contrast bij met de [ ] of [ ]
toets.
Als u het contrast wilt
terugzetten in de
standaardinstelling, drukt u op
de [C] toets.
5
Druk op de [SPECIALE FUNCTIE]
toets.
SPECIALE FUNCTIE
U keert terug naar het
beginscherm.
2
SPECIALE FUNCTIE
SPECIALE MODUS
ORIG. FORM. INV.
INGEST PAP FORM
CONTRAST DISPLAY
Druk op de [OK] toets.
TERUG
OK
GHI
CONTRAST DISPLAY
PQRS
E
AN
Het scherm "contrast
display" verschijnt.
39
3
RANDAPPARATUUR EN
ONDERDELEN
Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de apparatuur en de extra onderdelen. Neem contact op met een erkend
servicebedrijf om optionele apparatuur en onderdelen te bestellen.
OPTIONELE APPARATUUR
Handige optionele apparatuur kan zonodig op de machine worden geïnstalleerd.
Opmerking
• Als onderdeel van ons beleid voor continue verbetering, behouden wij van SHARP ons het recht voor om,
zonder kennisgeving vooraf, specificatie- en ontwerpwijzigingen aan te brengen.
• Randapparaten zijn in principe optioneel, maar zijn in sommige modellen standaard ingebouwd.
MX-M160D
MX-M200D
Zelfomkerende eenmalig doorvoerende
origineelinvoer (AR-RP10)
Ja
Ja
Eenmalig doorvoerende origineelinvoer
(AR-SP10)
Ja
Ja
Documentdeksel (AR-VR7)
Ja
Ja
Papierinvoereenheid voor 250 bladen (AR-D34)
Ja
Ja
Papierinvoereenheid voor 2 x 250 bladen
(AR-D35)
Ja
Ja
Taakscheidingsladekit (MX-TR10)
Ja
Ja
256 MB optioneel uitbreidingsgeheugen
(AR-SM5)
Ja
Ja
Faxuitbreidingskit (MX-FX10)
Ja
Ja
8MB faxgeheugen (AR-MM9)
Ja*2
Ja*2
Netwerkuitbreidingskit (MX-NB10)
Ja
Ja
PS3-uitbreidingskit (MX-PK10)
Ja*1
Ja*1
Barcode lettertypenkit (AR-PF1)
Ja*1
Ja*1
Flash geheugenkit (AR-PF2)
Ja*1
Ja*1
Ja: Kan worden geïnstalleerd.Nee: Kan niet worden geïnstalleerd.
*1 De netwerkuitbreidingskit (MX-NB10) moet zijn geïnstalleerd.
*2 De faxuitbreidingskit (MX-FX10) moet zijn geïnstalleerd.
40
RANDAPPARATUUR EN ONDERDELEN
ZELFOMKERENDE EENMALIG-DOORVOERENDE
ORIGINEELINVOER / EENMALIG-DOORVOERENDE
ORIGINEELINVOER
Voor de namen van onderdelen van de RSPF / SPF, zie "ONDERDEELBENAMINGEN EN FUNCTIES" (pagina 12).
Technische specificaties
Model
AR-SP10
Geschikte
originelen
AR-RP10
Gewicht
56 g/m2 tot 90 g/m2 (15 lbs. tot 24 lbs.)
Origineelform
aten
A5 tot A3 (5-1/2" x 8-1/2" tot 11" x 17")
Capaciteit
Maximaal 40 bladen (dikte 4 mm (11/64") of minder) (voor B4 (8-1/2" x 14") of
bredere originelen max. 30 bladen)
Detecteerbare
origineelformaten
A5, A4, A4R, B4, A3
(5-1/2" x 8-1/2"*1, 8-1/2" x 11", 8-1/2" x 11"R, 8-1/2" x 14", 11" x 17")
Snelheid
origineelwisseling*2
Indien geïnstalleerd op MX-M160D: 16 pagina's/min.
Indien geïnstalleerd op MX-M200D: 20 pagina's/min.
Gewicht
5,3 kg (11,7 lbs.)
Afmetingen
586 mm (B) x 440 mm (D) x 132 mm (H) (23-5/64" (B) x 17-21/64" (D) x 5-13/64" (H))
3
5,4 kg (12,0 lbs.)
*1 Dubbelzijdig scannen is niet mogelijk.
*2 Tijdens enkelzijdig kopiëren
2 X 250-VEL PAPIERINVOEREENHEID / 2 X 250-VEL
PAPIERVOEREENHEID
• De 250-vel papierinvoereenheid heeft een lade die 250 bladen (80 g/m2 (20 lbs.)) standaardpapier kan bevatten.
• De 2 x 250-vel papierinvoereenheid heeft twee laden die elk 250 bladen (80 g/m2 (20 lbs.)) standaardpapier
kunnen bevatten.
Papier laden in de 250-vel papierinvoereenheid / 2 x 250-vel
papierinvoereenheid
De methode voor het laden van papier is dezelfde als voor papierladen in de machine (Zie de beschrijving op pagina 18.).
Opmerking
Als u het papierformaat van het papier in de lade wijzigt, moet u de papierformaatinstelling van de lade wijzigen. Wijzig
de instelling volgens de beschrijving in "PAPIERFORMAATINSTELLING VAN EEN LADE WIJZIGEN" op pagina 21.
Technische specificaties
Model
AR-D34
AR-D35
Papierformaat
B5, B5R, A4, A4R, B4, A3, 8-1/2" x 11"R, 8-1/2" x 11, 8-1/2" x 13", 8-1/2" x 14", 11" x 17"
Papiercapaciteit
Ongeveer 250 bladen (80 g/m2 (20 lbs.)) x 1
lade
Papiergewicht
56 g/m2 tot 90 g/m2 (15 lbs. tot 24 lbs.)
Stroomtoevoer
Geleverd door de machine
Afmetingen
590 mm (B) x 478 mm (D) x 96 mm (H)
(23-15/64" (B) x 18-53/64" (D) x 3-25/32" (H))
590 mm (B) x 478 mm (D) x 182 mm (H)
(23-15/64" (B) x 18-53/64" (D) x 7-11/64" (H))
Gewicht
4,9 kg (10,8 lbs.)
9,7 kg (21,4 lbs.)
Ongeveer 250 bladen (80 g/m2 (20 lbs.)) x 2
laden
41
OPSLAG VAN ONDERDELEN
Standaardonderdelen voor dit product die door de gebruiker moeten worden vervangen zijn kopieerpapier en
tonercartridge.
Gebruik voor de beste resultaten alleen originele SHARP-onderdelen die zijn getest,
ontworpen en gefabriceerd om de levensduur en het prestatievermogen van
SHARP-kopieerapparaten te optimaliseren. Let op het Genuine Supplies-etiket op de
tonerverpakking.
GENUINE SUPPLIES
CORRECTE OPSLAG VAN ONDERDELEN
● Sla de onderdelen op in een ruimte die:
schoon en droog is,
een stabiele temperatuur heeft,
niet aan direct zonlicht worden blootgesteld.
● Sla het papier op in de originele verpakking
en leg het papier plat neer.
Papier dat buiten de originele verpakking of staand
wordt opgeslagen kan gaan krullen of vochtig
worden, hetgeen leidt tot papierstoringen.
Voorraden en verbruiksgoederen
De levering van reserveonderdelen voor reparatie van de machine is gegarandeerd tot tenminste 7 jaar na beëindiging van de
productie. Reserveonderdelen zijn die onderdelen van de machine die binnen de periode van normaal gebruik defect kunnen
raken - onderdelen die normaal gesproken langer meegaan dan de levensduur van de machine worden niet beschouwd als
reserveonderdelen. Ook verbruiksgoederen zijn gedurende 7 jaar na beëindiging van de productie beschikbaar.
42
Deel 2:
Bediening van het kopieerapparaat
43
44
4
KOPIEERFUNCTIES
Dit hoofdstuk beschrijft de basiskopieerfuncties inclusief de selectie van de kopieerfactor en andere
kopieerinstellingen.
NORMAAL KOPIËREN
Dit gedeelte beschrijft hoe u een normale kopie kunt maken.
Voer uw 5-cijferig accountnummer in, wanneer de "Accountregeling" is geactiveerd 23.
Kopiëren vanaf de glasplaat
1
Open de SPF en plaats het origineel
op de glasplaat met de kopiezijde naar
beneden.
Leg de linker bovenhoek van
het origineel gelijk met de punt
van het teken .
Het origineelformaat wordt
automatisch herkend.
Opmerking
Originelen met afmetingen tot A3 (11" x 17")
kunnen op de glasplaat worden geplaatst.
3
Verzeker u ervan dat het gewenste
papierformaat is geselecteerd.
Klaar v. kopiëren
A4
AUTO
100%
A4
Zie "PAPIER BIJVULLEN" (pagina 18) voor het laden
van papier.
Opmerking
2
Sluit de SPF.
Sluit de SPF na het plaatsen
van het origineel. Als deze open
blijft staan, worden stukken van
het origineel in zwart afgedrukt,
waardoor erg veel toner wordt
gebruikt.
Opmerking
AUTO
Als het origineel geen standaardformaat
heeft of het formaat niet correct herkend is,
zie "HET ORIGINEELFORMAAT
SELECTEREN" (pagina 50).
4
• Als de automatische papierselectiefunctie is
uitgeschakeld in de systeeminstellingen
(pagina 88), gebruikt u de toets
[PAPIERFORMAAT] om het gewenste
papierformaat te selecteren.
• Als u een papierformaat wilt selecteren dat
verschilt van de automatisch door de machine
geselecteerde formaat gebruikt u de
[PAPIERFORMAAT] toets om het gewenste
papierformaat te kiezen.
• U kunt papier selecteren dat in een andere
positie geplaatst is dan het origineel, indien de
automatische papierselectie of de
automatische beeldfunctie geselecteerd zijn.
In dit geval wordt het beeld van het origineel
gedraaid.
• Als u een kopie wilt maken van een klein
origineel, zoals een kaart, volg dan de
procedure in "DE HANDINVOERLADE
GEBRUIKEN OM EEN SPECIAAL FORMAAT
ORIGINEEL TE KOPIËREN" (pagina 51).
• De handinvoerlade moet handmatig worden
geselecteerd.
Stel het aantal kopieën in.
Opmerking
Als u twee of meer kopieën maakt, elk van
meerdere pagina's, kunt u de sorteerfunctie
selecteren om de kopieën in sets te
verzamelen. (Pagina 64)
45
KOPIEERFUNCTIES
5
Druk op de [START] toets (
kopiëren te starten.
MNO
) om het
Opmerking
De kopieën komen in de
middelste lade terecht.
WXYZ
@.-_
AD-END
• De middelste lade kan maximaal 250 bladen
(150 bladen wanneer een
documentsorteerladekit geïnstalleerd is)
bevatten.
• Ongeveer een minuut na afloop van het
kopiëren wordt "Automatisch wissen" (pagina
18) geactiveerd waardoor alle
kopieerinstellingen weer terug worden gezet
naar de standaardinstelling. U kunt de
instellingen voor automatisch wissen wijzigen
in de systeeminstellingen. (Pagina 83)
• Druk op de [C] toets om de huidige
kopieeropdracht te annuleren.
• Verschillen in kopieervoorwaarden kunnen
verschuivingen van het afgedrukte
kopieerbeeld veroorzaken, zelfs als het
kopieën van hetzelfde origineel en op
hetzelfde papier betreft. Voor meer informatie,
zie "Punten met betrekking tot de positie van
het geprinte kopieerbeeld" op pagina 47.
Kopiëren vanaf de SPF
1
2
Open de SPF en verzeker u ervan dat
het origineel niet achterblijft op de
kopieerplaat. Sluit voorzichtig de SPF.
Pas de origineelgeleiders aan het
origineelformaat aan.
4
Stel het aantal kopieën in.
5
Druk op de [START] toets (
kopiëren te beginnen.
) om met
MNO
De kopieën komen in de
middelste lade terecht.
De standaarduitvoermodus voor
het kopiëren van de SPF is de
sorteermodus. (Pagina 64)
De uitvoermodus kan worden
gewijzigd met behulp van de instellingen automatische
sorteerselectie in de systeeminstellingen. (Pagina 87)
WXYZ
@.-_
AD-END
3
Plaats het origineel (of de originelen) met de
kopiezijde naar boven in de origineelinvoerlade.
Het origineelformaat verschijnt
in het display en het meest
geschikte papierformaat wordt
automatisch geselecteerd.
Plaats de stapel zo ver mogelijk
in de origineelinvoerlade.
Opmerking
46
• Als het origineel geen standaardformaat heeft of het
formaat niet correct herkend is, zie "HET
ORIGINEELFORMAAT SELECTEREN" (pagina 50).
• Als de automatische papierselectiefunctie is
uitgeschakeld in de systeeminstellingen (pagina
88), gebruikt u de toets [PAPIERFORMAAT] om
het gewenste papierformaat te selecteren.
• Om kopieën te maken op papier van een ander
formaat, drukt u op de [PAPIERFORMAAT] toets
en selecteert u het gewenste papierformaat.
• U kunt papier selecteren dat in een andere positie
geplaatst is dan het origineel, indoen de
automatische papierkeuze of de automatische
beeldfunctie geselecteerd zijn. In dit geval wordt
het beeld van het origineel gedraaid.
• De handinvoerlade moet handmatig worden
geselecteerd.
• Plaats geen originelen van verschillende
formaten in de origineelinvoerlade. Dit kan leiden
papierstoringen.
Opmerking
• De middelste lade kan maximaal 250
bladen (150 bladen wanneer een
documentsorteerladekit geïnstalleerd is)
bevatten.
• Ongeveer een minuut na afloop van het
kopiëren wordt "Automatisch wissen"
(pagina 18) geactiveerd waardoor alle
kopieerinstellingen weer terug worden
gezet naar de begininstelling. U kunt de
tijdsduur waarna "Automatisch wissen" de
kopieerinstellingen wist wijzigen in de
systeeminstellingen. (Pagina 83)
• Als u een lopend kopieerproces wilt
onderbreken, drukt u op de [C] toets.
Open eerst de klep van de invoerrol en
verwijder het origineel, als het moeilijk is
om het origineel uit de origineelinvoerlade
te verwijderen. Wanneer u het origineel
eruit trekt zonder de klep van de invoerrol
te openen, kan het origineel vuil worden.
Ononderbroken-invoerfunctie
Als de functie continu toevoer is ingeschakeld in de
systeeminstellingen (pagina 87), verschijnt de melding
"Plaats orig. voor continu toevoer." gedurende 5
seconden in het display nadat alle originelen vanuit de
SPF zijn ingevoerd. Nieuwe originelen die in de SPF
geplaatst zijn, terwijl deze melding verschijnt, worden
automatisch ingevoerd en gekopieerd.
KOPIEERFUNCTIES
Automatisch papierkeuze
Wanneer de automatische papierkeuzefunctie geactiveerd is, verschijnt "AUTO" in de papierformaatdisplay. Deze functie
selecteert automatisch papier van hetzelfde formaat als het origineel (A5, B5, B5R, A4, A4R, B4, A3, 5-1/2" x 8-1/2", 8-1/2" x
11", 8-1/2" x 11"R, 8-1/2" x 13", 8-1/2" x 14", 11" x 17" papier).
• Wanneer er een zoominstelling wordt ingesteld nadat er een origineel is geplaatst, zal het papierformaat dat overeenkomt
met de zoominstelling automatisch worden geselecteerd.
• Automatische paperkeuze wordt geannuleerd wanneer de automatische zoomselectie is geactiveerd (pagina 52) of
wanneer er een papierlade wordt geselecteerd met de [PAPIERFORMAAT] toets. De automatische papierkeuze wordt
hervat wanneer de [CA] toets wordt ingedrukt of wanneer de "Automatische wisfunctie" wordt geactiveerd. U kunt de
automatische papierselectiefunctie uitschakelen in de systeeminstellingen. (Pagina 88)
Verwijderen van de origineelklep
Originelen die kunnen worden gebruikt in de SPF
Verwijder de origineelklep om kopieën te maken
van grote originelen, zoals bijvoorbeeld kranten. Til
de origineelklep recht omhoog zoals getoond op de
afbeelding. Om de origineelklep weer te plaatsen
doet u het tegenovergestelde.
De SPF kan niet worden verwijderd.
Originelen van A5 tot A3 (5-1/2" x 8-1/2" tot 11" x 17") in
formaat en 56 g/m2 tot 90 g/m2 (15 lbs. tot 24 lbs.) in
gewicht kunnen worden gebruikt. Er kunnen maximaal 40
pagina's in een keer worden geplaatst. Voor originelen van
het formaat B4 of groter (8-1/2" x 14" of groter), kunnen
maximaal 30 pagina's in één keer worden geplaatst.
Opmerking
Het kopiëren van boeken of originelen met
vouwen of kreukels
Druk tijdens het kopiëren op de SPF (of
origineelklep), zie afbeelding. Wanneer de SPF
(origineelklep) niet volledig gesloten is, kunnen er
schaduwen ontstaan op de kopie of kan er een
bleke afdruk ontstaan. Strijk originelen met vouwen
of kreukels goed glad, voordat u deze plaatst.
• Verzeker u ervan dat er geen paperclips of
nietjes in de originelen aanwezig zijn.
• Strijk gekreukte originelen glad voordat u
deze in de origineelinvoerlade plaatst.
Gekreukte originelen kunnen
papierstoringen veroorzaken.
• Als de functie kantlijnverschuiving gebruikt
wordt, moeten misschien de instellingen
voor de kantlijnverschuiving gewijzigd
worden. (Pagina 68)
Originelen die niet kunnen worden gebruikt
in de SPF
De onderstaande originelen kunnen niet worden
gebruikt: Dit kan leiden tot papierstoringen, vlekken
of onduidelijke afbeeldingen.
• Projecties, blauwdrukpapier, ander transparant
of doorschijnend papier en foto's.
• Carbonpapier, thermisch kopieerpapier.
• Originelen die zijn gekreukt, gevouwen of
gescheurd.
• Gelijmde originelen, uitgesneden originelen.
• Originelen met ringbandgaten.
• Originelen die zijn afgedrukt met een inktlint (thermal
transfer print), originelen op thermaal afdrukpapier.
Punten met betrekking tot de positie van het geprinte kopieerbeeld
Zelfs als hetzelfde origineel gekopieerd wordt op hetzelfde papiersoort, kan, door verschillen van het origineelformaat,
scanlocatie (glasplaat of origineelinvoerlade), geselecteerde papierlade, vergrotings-/verkleiningsfactor en andere
omstandigheden, de positie van het geprinte kopieerbeeld op het papier verschuiven.
Zoals weergegeven in onderstaand voorbeeld, als er een origineel kleiner dan het papierformaat (bijv. A5 origineel en A3
papier) wordt gekopieerd van de glasplaat, is de positie van het geprinte kopieerbeeld op het papier anders als papier van lade
1 (1) en papier van de handinvoerlade (2) gebruikt wordt.
A5
copieerbeeld
(1)
A3
A3-papier
A5
(2)
A5
copieerbeeld
A3
A3-papier
47
4
KOPIEERFUNCTIES
DE KOPIE DONKERDER OF LICHTER MAKEN
De kopiebelichting kan zonodig worden aangepast aan het origineel. Er zijn drie belichtingsfuncties beschikbaar:
"AUTO", "TEKST" of "FOTO". Als "TEKST" of "FOTO" geselecteerd wordt, kan de belichting handmatig op 5
standen worden ingesteld.
Auto
Dit is de fabrieksinstelling voor de belichting. In deze modus worden de kenmerken van een origineel dat gekopieerd
wordt "gelezen" door een belichtingsysteem, zodat de aanpassingen automatisch gebeuren. De belichting wordt
verlaagd voor gekleurde gebieden en achtergrondschaduwen.
AUTO
100%
Tekst/foto
TEKST: Deze modus versterkt de gebieden van een origineel met een lage dichtheid en zwakt
achtergrondgebieden met een hoge dichtheid af, zodat de tekst leesbaarder wordt.
FOTO: Deze modus geeft een helderder reproductie van halftonen bij foto's.
1
Druk op de [BELICHTING] toets.
KOPIEËN BELICHTING PAPIERFORMAAT KOP
SCANNEN KLEUR MODUS RESOLUTIE AD
FAX PROGRAM RESOLUTIE AD
Selecteer de belichting die het beste
past bij het origineel met de [ ] of [ ]
toets.
PQ
DEGE KOPIE
LZ. SCANNEN
LZ. SCANNEN
ACC
BELICHTING
AUTO AUTO
TEKST
FOTO
De [BELICHTING] toets kan worden ingedrukt om de
belichting te selecteren.
Opmerking
BELICHTING
AUTO AUTO
TEKST
FOTO
• Het belichtingsniveau kan worden aangepast
wanneer "AUTO" is geselecteerd.
• Druk op de [ ] toets om de afbeelding donkerder te
maken. Druk op de [ ] toets om de afbeelding
lichter te maken.
• U kunt de standaardbelichtingsniveaus voor
"TEKST" en "FOTO" instellen in de
systeeminstellingen.
Richtlijnen voor belichtingsniveaus
Opmerking
4
Wanneer "FOTO" is geselecteerd, kunt u
"FOTOMODUS STANDAARD" in
systeeminstellingen gebruiken om de
methode te selecteren voor het uitdrukken
van halftonen. (Pagina 88)
1 tot 2: Donkere originelen zoals kranten
3:
Normale dichtheid van de originelen
4 tot 5: Originelen geschreven met potloden
of lichte kleuren
Druk op de [OK] toets.
TERUG
OK
GHI
PQRS
E
AN
48
Stel het belichtingsniveau bij met de
[ ] of [ ] toets.
BELICHTING
AUTO AUTO
TEKST
FOTO
Het scherm
"kopiebelichting"
verschijnt.
2
3
Als u terug wilt gaan naar de
AUTO modus, drukt u op de
[BELICHTING] toets, selecteert
u "AUTO" met de [ ] toets en
drukt op de [OK] toets.
KOPIEERFUNCTIES
PAPIERLADEKEUZE
Standaard is de automatische papierkeuzefunctie (pagina 47) ingeschakeld en daarom wordt de juiste lade
automatisch geselecteerd wanneer het origineel op de glasplaat of in de origineelinvoerlade geplaatst wordt of
wanneer het origineelformaat gedefinieerd is. Druk op de [PAPIERFORMAAT] toets om de gewenste papierlade te
selecteren, wanneer u een andere papierlade wilt gebruiken dan de automatisch geselecteerde (bijvoorbeeld
wanneer u de kopie wilt verkleinen of vergroten of de handinvoerlade wilt gebruiken).
BELICHTING PAPIERFORMAAT KOPIEERFACTOR AUTO
KLEUR MODUS RESOLUTIE ADRES FO
PROGRAM RESOLUTIE ADRES BRO
Opmerking
• Vervang het papier in de lade met het juiste papierformaat, wanneer het gewenste papierformaat niet
verschijnt. (Pagina 21)
• Automatische factorselectie (pagina 47) is niet ingeschakeld, wanneer de handinvoerlade geselecteerd is.
Automatische papierlade-omschakeling
Wanneer het papier in de papierlade tijdens het kopiëren opraakt en er een andere papierlade met exact hetzelfde
papierformaat en invoerrichting (horizontaal of verticaal) aanwezig is, wordt deze lade automatisch geselecteerd en
kan het kopiëren doorgaan. "Lade automatische omschakelen" kan zonodig worden gedeactiveerd. (Pagina 22)
4
AANTAL KOPIEËN INSTELLEN
Druk op de cijfertoetsen om het aantal kopieën in te stellen.
WXYZ
• Het ingestelde aantal kopieën verschijnt in het display. U kunt maximaal 999 kopieën (fabrieksinstelling) instellen.
• Er kan een enkele kopie worden gemaakt zelfs wanneer "0" wordt weergegeven.
Opmerking
• Druk op de [C] (wis) toets wanneer u het verkeerde nummer hebt ingevoerd en voer vervolgens het juiste
nummer in.
• U kunt de limiet voor het aantal kopieën wijzigen in de systeeminstellingen. (Pagina 88)
Belangrijke opmerking bij het maken van grote aantallen kopieën
Als het aantal bladen dat naar de middelste lade wordt uitgevoerd de maximum capaciteit (250 bladen als een
documentsorteerladekit niet is geïnstalleerd, 150 bladen wanneer een documentsorteerladekit wel is geïnstalleerd)
overschrijdt tijdens de kopieeropdracht, wordt de kopieeropdracht tijdelijk stopgezet. Verwijder de kopieën en druk
op de [OK] toets om het kopiëren te hervatten. De kopieeropdracht stopt telkens wanneer het maximum aantal
bladen in de middelste lade is bereikt.
Voordat een lange kopieeropdracht wordt gestart, dient u de resterende bladen in de middelste lade te verwijderen.
Let er bij de uitvoer van de kopieeropdracht op dat de opdracht regelmatig kan stoppen wanneer de middelste lade
te vol raakt.
49
KOPIEERFUNCTIES
HET ORIGINEELFORMAAT SELECTEREN
Als u een niet-standaardformaat* origineel laadt of het origineelformaat niet correct gedetecteerd wordt, stelt u het
formaat handmatig in.
Volg de onderstaande stappen, nadat u het origineel in de origineelinvoerlade of op de glasplaat hebt geplaatst.
* Standaardformaten:
Opmerking
1
Druk op de [SPECIALE FUNCTIE] toets.
ON LINE
DATA
LINE
DATA
De volgende formaten kunnen correct worden gedetecteerd: A3, B4, A4, A4R, A5 (11" x 17", 8-1/2" x 14", 8-1/2"
x 13", 8-1/2" x 11", 8-1/2" x 11"R, 5-1/2" x 8-1/2"). Als er een niet-standaardformaat is geladen (inclusief speciale
formaten), kan het dichtstbijzijnde standaardformaat worden weergegeven of het origineelformaat verschijnt niet.
SPECIAL
FUNCTIES
KOPIEËN BELICHTING PAPIERFOR
SCANNEN KLEUR MODUS RESOLU
Het speciale functiescherm
verschijnt.
2
DEGE KOPIE
LZ. SCANNEN
LZ. SCANNEN
ACC
OK
GHI
PQRS
Het selectiescherm
origineelformaat verschijnt.
4
SPECIALE FUNCTIE
SPECIALE MODUS
ORIG. FORM. INV.
INGEST PAP FORM
CONTRAST DISPLAY
ORIG. FORM. INV.
AB
A3
B4
A4
origineelformaat.
Selecteer het origineelformaat in inches
6
Selecteer het origineelformaat met de
[ ] of [ ] toets.
ORIG. FORM. INV.
INCH
11x17
812 x14
812 x11
Als u wilt teruggaan naar de selectie van AB
origineelformaten, drukt u op de [ ] toets en keert
terug naar stap 4.
7
Druk op de [OK] toets.
Het geselecteerde
origineelformaat wordt
gemarkeerd.
• Als u een origineel in inches instelt, drukt u op de [ ]
toets en gaat u naar stap 6.
• Als u "INVOER FORMAAT" hebt geselecteerd, volgt u stap 4
tot 6 van de procedure in "DE HANDINVOERLADE
GEBRUIKEN OM EEN SPECIAAL FORMAAT ORIGINEEL
TE KOPIËREN" (pagina 51) om de horizontale en verticale
afmetingen van het origineel in te stellen.
U keert terug naar een
basisscherm en het
geselecteerde origineelformaat
verschijnt in het display
OK
Selecteer het origineelformaat met de
[ ] of [ ] toets.
ORIG. FORM. INV.
AB
A3
B4
A4
50
U keert terug naar een
basisscherm en het
geselecteerde origineelformaat
verschijnt in het display
OK
Druk op de [OK] toets.
TERUG
E
AN
Druk op de [OK] toets.
Selecteer "ORIG. FORM. INV." in het
menu met de [ ] of [ ] toets.
PQ
3
SPECIALE FUNCTIE
SPECIALE MODUS
ORIG. FORM. INV.
INGEST PAP FORM
CONTRAST DISPLAY
5
origineelformaat.
Opmerking
Druk op de [CA] toets om de selectie van
het origineelformaat te annuleren.
KOPIEERFUNCTIES
DE HANDINVOERLADE GEBRUIKEN OM EEN SPECIAAL
FORMAAT ORIGINEEL TE KOPIËREN
Als de handinvoerlade gebruikt wordt voor kopiëren en een origineel op de glasplaat wordt gedetecteerd als een
speciaal formaat, zal het display de gebruiker vragen het origineelformaat in te stellen. Volg onderstaande stappen
om in deze situatie een kopie te maken.
1
Laad papier in de handinvoerlade en
plaats het origineel op de glasplaat.
5
Druk op de [OK] toets.
Als "INVOER FORMAAT" is geselecteerd in stap 4:
2
Tip de [PAPIERFORMAAT] toets aan en
selecteer vervolgens de handinvoer.
ING PAPIERFORMAAT KOPIEERFACTOR AUTO IMAGE
DUS RESOLUTIE ADRES FORMAT O
AM RESOLUTIE ADRES BROADCAST O
OK
[OK]:ORIG. FORM.
INVOEREN
INVOER FORMAAT
FORM.(mm)
X: 210
Y: 148
AUTO
100%
EXTRA
Er verschijnt een melding waarin u gevraagd wordt of
u het origineelformaat wilt instellen of de kopie wilt
maken zonder instelling.
Als u een kopie wilt maken zonder het origineelformaat
in te stellen, drukt u op de [START] toets ( ). Ga naar
stap 3 om het origineelformaat in te stellen.
Als u dik papier in de handinvoerlade plaatst,
drukt u op de toets [PAPIER] totdat "EXTRA"
wordt gemarkeerd. Het papiertype wordt
ingesteld op dik papier. De instelling wordt
gewist wanneer "Automatisch wissen" werkt
of op de toets [CA] wordt gedrukt.
Voor beperkingen over papiersoorten en
-gewichten, zie "PAPIER" (pagina 18).
Opmerking
Het formaatinvoerscherm verschijnt en de breedte van
het origineel kan worden ingevoerd.
Als u inches geselecteerd hebt in stap 4, kunt u
nu in het scherm de breedte in inches invoeren.
Opmerking
Als iets anders als "INVOER FORMAAT" is
geselecteerd in stap 4:
U keert terug naar het beginscherm. Ga naar stap 8.
6
Selecteer "X" (breedte) met de [ ] of [ ] toets
en voer de breedte in met de [ ] of [ ] toets
en doe daarna hetzelfde voor de lengte (Y).
INVOER FORMAAT
FORM.(mm)
X: 100
Y: 100
[OK]:ORIG. FORM.
INVOEREN
AUTO
100%
EXTRA
EXTRA
3
Druk op de [OK] toets.
TERUG
OK
GHI
PQRS
E
AN
ORIG. FORM. INV.
AB
A4R
A5
INVOER FORMAAT
7
Het selectiescherm origineelformaat verschijnt en
"INVOER FORMAAT" is geselecteerd.
4
• Een afmeting van 64 mm tot 432 mm
(2-1/2" tot 17") kan voor de breedte worden
ingevoerd en een afmeting van 64 mm tot
297 mm (2-1/2" tot 11-5/8") kan voor de
lengte worden ingevoerd.
• Het ingevoerde formaat wordt onthouden
totdat de stroom uitgeschakeld wordt,
zelfs als "INVOER FORMAAT" opnieuw
geselecteerd wordt en het invoerscherm
van stap 5 weergegeven wordt.
Opmerking
Selecteer AB of inches met de [ ] of [ ]
toets en selecteer daarna het
origineelformaat met de [ ] of [ ] toets.
Druk op de [OK] toets.
OK
8
MNO
PQ
U keert terug naar het
beginscherm.
Druk op de [START] toets (
).
Het kopiëren begint.
WXYZ
@.-_
KOPIE
NNEN
NNEN
AD-END
ACC
51
4
EEN KOPIE VERKLEINEN OF VERGROTEN
Er zijn drie manieren om kopieën te vergroten en te verkleinen:
• Automatische selectie van de factor afhankelijk van het papierformaat: Automatisch factorselectie
• Een factor definiëren van 25% tot 400%: Voorgeprogrammeerde factor/zoom
• Het afzonderlijk selecteren van de horizontale en verticale kopieerfactoren: XY-zoom
Opmerking
Wanneer de SPF wordt gebruikt, is het bereik van de kopiefactor 50% tot 200%.
AUTOMATISCHE KOPIEERFACTORKEUZE
1
Plaats het origineel in de
handinvoerlade of op de glasplaat.
3
Druk op de [AUTO IMAGE] toets.
CT KOPIEERFACTOR AUTO IMAGE UITVOER 2-ZIJ
N ADRES FORMAAT ORIGINEEL DUBB
N ADRES BROADCAST ORIGINEEL DUBB
Het origineelformaat verschijnt in het display. Als het
correcte formaat niet verschijnt, zie "HET
ORIGINEELFORMAAT SELECTEREN" (pagina 50).
Opmerking
2
Automatische kopieerfactorkeuze kan
gebruikt worden als het origineelformaat:
A3, B4, A4, A4R, A5, 11" x 17", 8-1/2" x 14",
8-1/2" x 13", 8-1/2" x 11", 8-1/2" x 11"R en
5-1/2" x 8-1/2" is. Voor andere formaten kan
de automatische factorkeuze niet worden
gebruikt.
Druk op de [PAPIERFORMAAT] toets
om de gewenste lade te selecteren.
• De vergrotingsfactor wordt automatisch ingesteld.
• Als de richting van het origineel verschilt van de
richting van het papier in de lade, zal het origineel
automatisch 90° worden gedraaid (beelddraaiing). Als
vergroting wordt geselecteerd voor kopiëren op een
papierformaat groter dan A4 (8-1/2" x 11"), kan het
beeld niet gedraaid worden.
• Beelddraaiing kan worden uitgeschakeld in de
systeeminstellingen wanneer een origineel wordt
verkleind of vergroot. (Pagina 87)
• Als de melding "Beeldverlies" verschijnt, kunnen
delen van de origineelbeelden worden afgebroken.
4
Stel het aantal kopieën in en druk op
de [START] toets ( ).
WXYZ
Als de handinvoerlade
geselecteerd is, kan de
automatische
kopieerfactorkeuze niet gebruikt
worden.
BELICHTING PAPIERFORMAAT KOPIEERFACTOR AUTO
KLEUR MODUS RESOLUTIE ADRES FO
PROGRAM RESOLUTIE ADRES BRO
• Druk nogmaals op de [AUTO IMAGE] toets om de
automatische kopieerfactorkeuze te annuleren.
• Wanneer u kopieert van de SPF, wordt de
automatische kopieerfactorkeuze automatisch
gedeactiveerd nadat de [START] toets is ingedrukt
en het origineel gescand is.
HANDMATIGE KOPIEERFACTORKEUZE
(VOORGEPROGRAMMEERDE KOPIEERFACTOR/ZOOM)
1
Plaats het origineel in de
handinvoerlade of op de glasplaat.
2
Druk op de [KOPIEERFACTOR] toets.
E PAPIERFORMAAT KOPIEERFACTOR AUTO IMAGE U
E RESOLUTIE ADRES FORMAAT ORI
M RESOLUTIE ADRES BROADCAST ORI
De kopieerfactoren die
geselecteerd kunnen
worden verschijnen.
52
KOPIEERFACTOR
115%
100%
86%
ZOOM
100%
KOPIEERFUNCTIES
3
Selecteer een voorgeprogrammeerde
kopieerfactor met de [ ] of [ ] toets
of stel de factor (zoom) in met de [ ]
of [ ] toets.
4
Druk op de [OK] toets.
TERUG
OK
GHI
U keert terug naar het
beginscherm.
PQRS
PQ
E
AN
KOPIE
NNEN
NNEN
ACC
[ ] toets: Een grotere voorgeprogrammeerde
kopieerfactor selecteren
[ ] toets: Een kleinere voorgeprogrammeerde
kopieerfactor selecteren
[ ] toets: Verklein de factor in stappen van 1%
[ ] toets: Vergroot de factor in stappen van 1%
• Voorgeprogrammeerde kopieerfactoren voor
verkleining zijn: 86%, 81%, 70%, 50% and 25%
(95%, 77%, 64%, 50% en 25%). 25% kan alleen
worden geselecteerd als het origineel op de
glasplaat is geplaatst .
• Voorgeprogrammeerde kopieerfactoren voor
vergroting zijn: 115%, 122%, 141%, 200% and
400% (121%, 129%, 141%, 200% en 400%). 400%
kan alleen worden geselecteerd als het origineel op
de glasplaat is geplaatst .
• Zoomfactoren: De kopieerfactor kan worden
ingesteld 25% tot 400% (50% tot 200% als het
origineel in de origineelinvoerlade is geplaatst) in
stappen van 1%. U kunt de [ ] of [ ] toets
gebruiken om de factor ongeveer in te stellen en
daarna op de [ ] toets drukken om de factor te
verkleinen of de [ ] toets om de factor te vergroten.
• Houd de toetsen ( of ) ingedrukt om de
zoomfactor snel te verhogen of te verlagen. De
waarde stopt echter bij de voorgeprogrammeerde
verkleinings- of vergrotingsfactoren. Om tussen
deze percentages te bewegen, dient u de toets los te
laten en opnieuw ingedrukt te houden. (Als de
automatische toetsherhalingsfunctie is
uitgeschakeld in de systeeminstellingen, verandert
de factor niet wanneer u de toets ingedrukt houdt.
(Zie "AUTOM. TOETSHERHALING UITSCH." op
pagina 84.))
• Als u een kopieerfactorinstelling wilt annuleren, zet u
de kopieerfactor terug op 100% met de [ ] of [ ]
toets.
• Druk op de [KOPIEERFACTOR] toets om terug te
keren naar een kopieerfactor van 100%.
5
Verzeker u ervan dat het gewenste
papierformaat is geselecteerd.
Als de automatische papierselectie is
geactiveerd, wordt het geschikte papierformaat
automatisch geselecteerd op basis van het
origineelformaat en de geselecteerde
kopieerfactoren. Als de automatische
papierselectie gedeactiveerd is of als u kopieert
op een ander papierformaat, gebruikt u de
[PAPIERFORMAAT] toets om het gewenste
papierformaat te kiezen.
6
Stel het aantal kopieën in en druk op
de [START] toets ( ).
4
WXYZ
53
HET AFZONDERLIJK SELECTEREN VAN DE
HORIZONTALE EN VERTICALE KOPIEERFACTOREN
(XY zoom kopiëren)
Afzonderlijke kopieerfactorinstellingen kunnen worden geselecteerd voor de lengte en de breedte van de kopie.
Voorbeeld: Kopie uitsluitend verkleinen in de horizontale afdrukstand.
Original
Kopieren
• Deze functie kan niet worden gebruikt met de 2-in-1- / 4-in-1-functie of kaartformaatfunctie.
• Als u tegelijkertijd de XY zoomfunctie en de boekkopiefunctie gebruikt, stelt u de boekkopiefunctie eerst in en
daarna de XY zoomfunctie. (Vergroting kan niet worden ingesteld.)
• Als de automatische kopieerfactorkeuze geselecteerd is, kan de XY zoomfunctie niet worden geselecteerd. Als de
XY zoomfunctie geselecteerd is, kan de automatische kopieerfactorkeuze niet worden geselecteerd.
• De volgende kopieerfactoren kunnen worden geselecteerd: 25% tot 400% (50% tot 200% wanneer de SPF
gebruikt wordt).
1
Plaats het origineel in de
handinvoerlade of op de glasplaat.
4
Selecteer "XY ZOOM" met de [ ] of
[ ] toets.
PQ
DEGE KOPIE
LZ. SCANNEN
LZ. SCANNEN
ACC
2
Druk op de [SPECIALE FUNCTIE] toets.
ON LINE
DATA
LINE
DATA
SPECIAL
FUNCTIES
KOPIEËN BELICHTING PAPIERFOR
SCANNEN KLEUR MODUS RESOLU
Het speciale
functiescherm verschijnt.
3
TERUG
OK
PQRS
E
AN
Het speciale
functiescherm verschijnt.
54
SPECIALE FUNCTIE
SPECIALE MODUS
ORIG. FORM. INV.
INGEST PAP FORM
CONTRAST DISPLAY
Druk op de [OK] toets.
GHI
5
SPECIALE MODUS
RAND VERSCH.
WISSEN
BOEK KOPIE
[OK]:NAAR SETUP
SPECIALE MODUS
BOEK KOPIE
2in1/4in1
XY ZOOM
[OK]:NAAR SETUP
Druk op de [OK] toets.
OK
XY ZOOM
115%
ZOOM
100%
X: 100%
86%
Y: 100%
[ ]:X Y
Het XY zoomscherm verschijnt, klaar voor de selectie
van de X (horizontale) kopieerfactor.
6
Stel de horizontale factor in met de
[ ], [ ], [ ], of [ ] toets.
Er kan een
voorgeprogrammeerde factor
geselecteerd worden met de
[ ] of [ ] toets. De factor kan
in stappen van 1% worden
bijgesteld met de [ ] of [ ]
toets.
KOPIEERFUNCTIES
7
Druk op de
@
ACC. #-C
11
toets.
READ
XY ZOOM
115%
ZOOM
100%
X: 115%
86%
Y: 100%
[ ]:X Y
Selecteer zonodig andere
kopieerinstellingen in en druk op de
[START] toets ( ).
MNO
WXYZ
@.-_
AD-END
U kunt nu de verticale factor selecteren.
8
Stel de verticale factor in met de [ ],
[ ], [ ], of [ ] toets.
Er kan een
voorgeprogrammeerde factor
geselecteerd worden met de
[ ] of [ ] toets. De factor kan
in stappen van 1% worden
bijgesteld met de [ ] of [ ]
toets.
Als u de kopieerfactor weer in
de horizontale stand wilt zetten, drukt u op de
toets.
9
Druk op de [OK] toets.
OK
Opmerking
Als de [KOPIEERFACTOR] toets ingedrukt
wordt wanneer de XY zoomfactoren zijn
ingesteld, verschijnt het volgende scherm.
XY ZOOM
AANPASSEN
AFBREKEN
Als u de XY zoomfactorinstellingen wilt
annuleren, selecteert u "AFBREKEN" en
drukt op de [OK] toets.
Als u de XY zoomfactoren wilt bijstellen,
selecteert u "AANPASSEN" en drukt op de
[OK] toets.
Klaar v. kopiëren
A4R
AUTO
U keert terug naar het
beginscherm.
10
X115% Y 99%
AUTO
B4
Verzeker u ervan dat het gewenste
papierformaat is geselecteerd.
Als de automatische papierselectie modus is
geactiveerd, is het geschikte papierformaat
automatisch geselecteerd op basis van het
origineelformaat en de geselecteerde
kopieerfactoren. Beelddraaiing vindt zonodig
plaats.
55
4
TWEEZIJDIG KOPIËREN
TWEEZIJDIG KOPIËREN
De machine kan de volgende typen automatisch tweezijdig kopiëren uitvoeren. Het kopieerpapier wordt automatisch
omgedraaid, waardoor 2-zijdig kopiëren gemakkelijk uitgevoerd kan worden.
Origineel → Papier
Eenzijdig origineel → Twee zijden
\
Glasplaat
Eenzijdig origineel → Twee zijden
\
SPF
Eenzijdig origineel
→ Twee zijden
2-zijdig origineel
→ Twee zijden
2-zijdig origineel
→ Een zijde
RSPF
Opmerking
56
• Er zijn beperkingen voor het papier dat kan worden gebruikt voor automatisch dubbelzijdig kopiëren. Zie
"Papier dat kan worden gebruikt voor automatisch dubbelzijdig afdrukken" op pagina 18.
• Automatisch dubbelzijdig kopiëren is niet mogelijk, wanneer de handinvoerlade gebruikt wordt.
KOPIEERFUNCTIES
2-ZIJDIG KOPIËREN VAN 1-ZIJDIGE ORIGINELEN
• Papierformaten die gebruikt kunnen worden zijn A3, B4, A4, A4R, B5, B5R, A5, 11" x 17", 8-1/2" x 14", 8-1/2" x
13", 8-1/2" x 11" en 8-1/2" x 11"R.
• Automatisch dubbelzijdig kopiëren is niet mogelijk, wanneer de handinvoerlade gebruikt wordt.
Kopiëren vanaf de SPF
1
Let erop dat er geen origineel
achterblijft op de glasplaat en stel
daarna de origineelgeleiders af op de
breedte van uw originelen en plaats
de originelen met de voorkant naar
boven in de origineelinvoerlade.
4
Als u wilt dat de stand van het beeld
op de achterzijde van de kopiepapier
tegengesteld is aan de stand op de
voorkant, stel dan "INBIN. WIJZIG." op
"AAN" met de [ ] of [ ] toets.
2-ZIJDIGE KOPIE
1 op 1
1 op 2
2 op 2
INBIN. WIJZIG. AAN
Als u een oneven aantal
originelen plaatst, wordt de
laatste kopie 1-zijdig.
2
Tip op de [2-ZIJDIGE KOPIE] toets.
UITVOER
ORIGINEEL
T ORIGINEEL
2-ZIJDIGE KOPIE
1 op 1
1 op 2
2 op 2
2-ZIJDEGE KOPIE
DUBBELZ. SCANNEN
DUBBELZ. SCANNEN
Als de kopieën aan de bovenkant gebonden worden,
zal het omkeren van de stand van het beeld op vooren achterkant leiden tot een uniforme stand wanneer
de gebonden kopieën bekeken worden (let op dat dit
afhankelijk kan zijn van de stand van de originelen).
5
TERUG
Het selectiescherm
dubbelzijdige functie verschijnt.
3
Selecteer "1 op 2" met de [ ] of [ ]
toets of met de [2-ZIJDIGE KOPIE]
toets.
PQ
DEGE KOPIE
LZ. SCANNEN
LZ. SCANNEN
ACC
2-ZIJDIGE KOPIE
1 op 1
1 op 2
2 op 2
INBIN. WIJZIG. UIT
Druk op de [OK] toets.
OK
GHI
U keert terug naar het
beginscherm.
PQRS
E
AN
6
Stel het aantal kopieën in en druk op
de [START] toets ( ).
WXYZ
Als u een lopend kopieerproces
wilt onderbreken, drukt u op de
[C] toets.
57
4
KOPIEERFUNCTIES
Kopiëren vanaf de glasplaat
1
Plaats het origineel voor de voorkant
van de kopie op de glasplaat en sluit
de SPF.
6
Verzeker u ervan dat het gewenste
papierformaat is geselecteerd.
7
Stel het aantal kopieën in en druk op
de [START] toets ( ).
WXYZ
2
Tip op de [2-ZIJDIGE KOPIE] toets.
UITVOER
ORIGINEEL
T ORIGINEEL
2-ZIJDIGE KOPIE
1 op 1
1 op 2
2 op 2
2-ZIJDEGE KOPIE
DUBBELZ. SCANNEN
DUBBELZ. SCANNEN
Het selectiescherm
dubbelzijdige functie verschijnt.
8
Verwijder het eerste origineel en
plaats vervolgens het origineel voor
de achterzijde op de glasplaat. Sluit
de SPF en druk op de [START] toets
( ).
MNO
WXYZ
@.-_
3
Selecteer "1 op 2" met de [ ] of [ ]
toets of met de [2-ZIJDIGE KOPIE]
toets.
PQ
DEGE KOPIE
LZ. SCANNEN
LZ. SCANNEN
ACC
4
2-ZIJDIGE KOPIE
1 op 1
1 op 2
2 op 2
INBIN. WIJZIG. UIT
Als u wilt dat de stand van het beeld
op de achterzijde van de kopiepapier
tegengesteld is aan de stand op de
voorkant, stel dan "INBIN. WIJZIG." op
"AAN" met de [ ] of [ ] toets.
2-ZIJDIGE KOPIE
1 op 1
1 op 2
2 op 2
INBIN. WIJZIG. AAN
5
Druk op de [OK] toets.
TERUG
OK
GHI
PQRS
E
AN
58
U keert terug naar het
beginscherm.
AD-END
• De kopieën komen in de middelste lade terecht.
• Als u 2-zijdig kopiëren wilt annuleren, drukt u op de
[C] toets.
• Druk op de [2-ZIJDIGE KOPIE] toets, selecteer "1 op
1" en druk vervolgens op de [OK] toets om het
2-zijdig kopiëren te annuleren.
• Wanneer u 2-zijdige kopieën maakt van een oneven
aantal originelen, drukt u op de [EINDE LEZEN]
toets ( ) nadat u het laatste origineel gescand hebt.
KOPIEERFUNCTIES
2-ZIJDIGE KOPIEËN VANAF 1-ZIJDIGE ORIGINELEN
(ALLEEN MET DE RSPF)
• Papierformaten die gebruikt kunnen worden zijn A3, B4, A4, A4R, B5, B5R, A5, 11" x 17", 8-1/2" x 14", 8-1/2" x
13", 8-1/2" x 11" en 8-1/2" x 11"R.
• Automatisch dubbelzijdig kopiëren is niet mogelijk, wanneer de handinvoerlade gebruikt wordt.
• Deze kopieerfunctie kan niet worden gebruikt in combinatie met boekkopieën.
1
Let erop dat er geen origineel
achterblijft op de glasplaat en stel
daarna de origineelgeleiders af op de
breedte van uw originelen en plaats
de originelen met de voorkant naar
boven in de origineelinvoerlade.
4
Druk op de [OK] toets.
TERUG
OK
GHI
U keert terug naar het
beginscherm.
PQRS
E
AN
5
Stel het aantal kopieën in en druk op
de [START] toets ( ).
WXYZ
2
Tip op de [2-ZIJDIGE KOPIE] toets.
UITVOER
ORIGINEEL
T ORIGINEEL
Als u een lopend kopieerproces
wilt onderbreken, drukt u op de
[C] toets.
2-ZIJDIGE KOPIE
1 op 1
1 op 2
2 op 2
2-ZIJDEGE KOPIE
DUBBELZ. SCANNEN
DUBBELZ. SCANNEN
Het selectiescherm
dubbelzijdige functie verschijnt.
3
Selecteer "2 op 2" met de [ ] of [ ]
toets of met de [2-ZIJDIGE KOPIE]
toets.
PQ
DEGE KOPIE
LZ. SCANNEN
LZ. SCANNEN
2-ZIJDIGE KOPIE
1 op 1
1 op 2
2 op 2
ACC
59
4
KOPIEERFUNCTIES
1-ZIJDIGE KOPIEËN VANAF 1-ZIJDIGE ORIGINELEN
(ALLEEN MET DE RSPF)
• Papierformaten die gebruikt kunnen worden zijn A3, B4, A4, A4R, B5, B5R, A5, 11" x 17", 8-1/2" x 14", 8-1/2" x
13", 8-1/2" x 11" en 8-1/2" x 11"R.
• Automatisch dubbelzijdig kopiëren is niet mogelijk, wanneer de handinvoerlade gebruikt wordt.
• Deze kopieerfunctie kan niet worden gebruikt in combinatie met boekkopieën.
1
2
Let erop dat er geen origineel
achterblijft op de glasplaat en stel
daarna de origineelgeleiders af op de
breedte van uw originelen en plaats
de originelen met de voorkant naar
boven in de origineelinvoerlade.
Tip op de [2-ZIJDIGE KOPIE] toets.
UITVOER
ORIGINEEL
T ORIGINEEL
2-ZIJDIGE KOPIE
1 op 1
1 op 2
2 op 2
2-ZIJDEGE KOPIE
DUBBELZ. SCANNEN
DUBBELZ. SCANNEN
4
2-ZIJDIGE KOPIE
1 op 2
2 op 2
2 op 1
INBIN. WIJZIG. AAN
Als de kopieën aan de bovenkant gebonden worden, zal het
omkeren van de stand van het beeld op voor- en achterkant
leiden tot een uniforme stand wanneer de gebonden kopieën
bekeken worden (let op dat dit afhankelijk kan zijn van de
stand van de originelen).
5
Selecteer "2 op 1" met de [ ] of [ ]
toets of met de [2-ZIJDIGE KOPIE]
toets.
PQ
DEGE KOPIE
LZ. SCANNEN
LZ. SCANNEN
ACC
60
2-ZIJDIGE KOPIE
1 op 2
2 op 2
2 op 1
INBIN. WIJZIG. UIT
Druk op de [OK] toets.
TERUG
Het selectiescherm
dubbelzijdige functie verschijnt.
3
Als u wilt dat de stand van het beeld
op de achterzijde van de kopiepapier
tegengesteld is aan de stand op de
voorkant, stel dan "INBIN. WIJZIG." op
"AAN" met de [ ] of [ ] toets.
OK
GHI
U keert terug naar het
beginscherm.
PQRS
E
AN
6
Stel het aantal kopieën in en druk op
de [START] toets ( ).
WXYZ
Als u een lopend kopieerproces
wilt onderbreken, drukt u op de
[C] toets.
DUBBELZIJDIG KOPIËREN MET
HANDINVOERLADE
Volg de stappen hieronder om handmatig een tweezijdige kopieeropdracht uitvoeren.
Voorbeeld: Origineel A en origineel B op beide zijden van het papier kopiëren.
1
1
2
1
Kopieer origineel A.
De machine is standaard uitgerust met een
automatische tweezijdige kopieerfunctie waarbij het
papier automatisch wordt omgekeerd. Als papier in
"Papier dat kan worden gebruikt voor automatisch
dubbelzijdig afdrukken" op pagina 18 wordt gebruikt,
kan tweezijdig kopiëren gemakkelijker worden
uitgevoerd dan met de handinvoerlade. Zie
"TWEEZIJDIG KOPIËREN" op pagina 56.
3
Draai origineel A om en, zonder de
positie van de rand die naar u is
gericht te wijzigen, plaatst u deze in
de handinvoerlade.
Plaats het papier
volledig in de
handinvoerlade.
1
1
Kopie van
origineel A
Origineel A
1
2
4
1
Origineel B
1
Kopie van
origineel A
2
1
Origineel B
Plaats origineel B zoals hieronder
afgebeeld.
Kopie van
origineel A
Origineel in verticale
afdrukstand:
2
Origineel B
2
2
Origineel A
1
1
Kopie van
origineel A
Origineel B
Plaats het origineel in
dezelfde richting als
origineel A wanneer het
origineel een verticale
afdrukstand heeft.
Opmerking
Origineel in
horizontale
afdrukstand:
Plaats in
tegenovergestelde stand
(180 graden gedraaid)
ten opzichte van het
origineel A.
4
• Kopieën op de achterzijde van het papier
moeten altijd één voor één worden
gemaakt met behulp van de
handinvoerlade.
• Strijk gekreukte of golvende vellen papier
glad voordat u deze gebruikt. Gekruld
papier kan papierstoringen, vouwen of
afbeeldingen van slechte kwaliteit
veroorzaken.
Selecteer de handinvoerlade met de
[PAPIERFORMAAT] toets en druk
vervolgens op de [START] toets ( ).
De kopieën komen in de middelste lade terecht.
61
BOEKKOPIE
(Boekkopie)
De boekkopiefunctie levert afzonderlijke kopieën van open gebonden originele pagina's. Deze functie is handig
wanneer u afzonderlijke kopieën van elke pagina van een boek of ander gebonden document wilt maken.
Origineel
•
•
•
•
Voor boekkopieën kan A4-papier (8-1/2" x 11") gebruikt worden.
Wanneer beelddraaiing is geactiveerd, kunt u ook A4R-papier (8-1/2" x 11"R) gebruiken.
Wanneer boekkopiëren wordt gebruikt in combinatie met XY-ZOOM kopiëren is vergroting niet mogelijk.
Boekkopiëren kan worden gebruikt in combinatie met de volgende functies:
• 2-in-1 / 4-in-1-kopiëren
• Midden wissen /rand + midden wissen
• Vergroting
• Automatische kopieerfactorkeuze
• Kaart Formaat
• Van 2-zijdige naar 2-zijdige kopie, van 2-zijdige naar 1-zijdige kopie
• Boekkopiëren kan niet worden geselecteerd wanneer een origineel in de SPF is geplaatst.
Opmerking
1
Plaats het origineel op de glasplaat waarbij u
de scheiding tussen de pagina's op de juiste
scheidingslijn legt met behulp van de
formaatmarkering (zie hieronder). Sluit de SPF.
(81/2x11
B5, A4
Het kopiëren begint met de
pagina aan de rechterzijde van
de formaatmarkering.
Druk op de [SPECIALE FUNCTIE] toets.
ON LINE
DATA
LINE
DATA
)
Zorg er tijdens het boekkopiëren van
meerdere pagina's voor dat het u laagste
paginanummer van het origineel op de
glasplaat altijd aan de rechterkant plaatst
om de pagina's in de juiste volgorde uit de
machine te laten komen.
Opmerking
2
SPECIAL
FUNCTIES
KOPIEËN BELICHTING PAPIERFOR
SCANNEN KLEUR MODUS RESOLU
Het speciale
functiescherm verschijnt.
3
Kopiëren
4
Selecteer "BOEK KOPIE"met de [ ] of
[ ] toets.
PQ
DEGE KOPIE
LZ. SCANNEN
LZ. SCANNEN
ACC
5
Druk op de [OK] toets.
OK
6
SPECIALE FUNCTIE
SPECIALE MODUS
ORIG. FORM. INV.
INGEST PAP FORM
CONTRAST DISPLAY
SPECIALE MODUS
RAND VERSCH.
WISSEN
BOEK KOPIE
[OK]:UIT AAN
Er verschijnt een
checkmarkering in de "BOEK
KOPIE" checkbox in het scherm
speciale functies en u keert
terug naar het basisscherm.
Zorg ervoor dat de papierlade met A4
(8-1/2" x 11") papierformaat is
geselecteerd.
Wanneer beelddraaiing mogelijk is in de
automatische papierkeuzefunctie, kunt u ook
A4R-papier (8-1/2" x 11"R) gebruiken.
7
Druk op de [OK] toets.
Selecteer zonodig andere
kopieerinstellingen in en druk op de
[START] toets ( ).
MNO
WXYZ
TERUG
OK
GHI
PQRS
E
AN
Het speciale
functiescherm verschijnt.
62
SPECIALE MODUS
RAND VERSCH.
WISSEN
BOEK KOPIE
[OK]:NAAR SETUP
@.-_
AD-END
Selecteert u nogmaals "BOEK KOPIE" (met
checkmarkering) in het scherm speciale functies en
drukt op de [OK] toets om de boekkopie functie te
annuleren.
EEN KOPIEERPROCES ONDERBREKEN
(Kopiëren onderbreken)
Een kopieerproces kan tijdelijk worden onderbroken om een andere kopieeropdracht uit te voeren. (Kopiëren
onderbreken)
Nadat de andere kopieeropdracht is uitgevoerd, kan het kopieerproces met dezelfde instellingen worden hervat.
• Kopiëren onderbreken is niet mogelijk als de glasplaat gebruikt wordt voor een kopieeropdracht en "NIET
SORTEREN" is geselecteerd.
• Als 2 in 1 of 4 in 1 is geselecteerd, is kopiëren onderbreken niet mogelijk.
• Kopiëren met sorteren, 2-in-1 / 4-in-1 en automatisch tweezijdig kopiëren kunnen niet worden gebruikt voor een
onderbroken kopieertaak.
Ook zijn het configureren van systeeminstellingen, het gebruik als scanner en faxverzendingen niet mogelijk.
1
Druk op de [ONDERBREKEN] toets
( ).
4
Stel het aantal kopieën in en druk op
de [START] toets ( ).
MNO
Als de [ONDERBREKEN] toets
( ) ingedrukt wordt, wordt het
INTERRUPT
kopiëren stopgezet en keren de
instellingen tijdelijk terug naar
de standaardinstellingen nadat
de huidige kopie afgedrukt is.
De ONDERBREKING-indicator zal knipperen totdat de
huidige kopieeropdracht stopt.
Opmerking
2
3
WXYZ
@.-_
AD-END
Als u op de [ONDERBREKEN] toets( )
drukt wanneer accountregeling is
ingeschakeld, verschijnt "Geef uw
accountnummer op." in het display. Voer uw
accountnummer in via het numerieke
toetsenbord. De kopieën die u maakt tijdens
"Kopiëren onderbreken" zullen worden
toegevoegd aan de telling van het
ingevoerde accountnummer. (Pagina 79)
4
(B)
(A)
De onderbroken kopieën worden
verschoven geplaatst van de vorige kopieën.
(Offsetfunctie)
U kunt de offsetfunctie uitschakelen in de
systeeminstellingen. (Pagina 82)
(A): Kopieën gemaakt voordat het
kopieerproces werd onderbroken
(B): Onderbreken kopieën
(C): Kopieën gemaakt nadat de
kopieeropdracht werd onderbroken
Wanneer de kopieeropdracht stopt,
verwijdert u het vorige origineel (of
originelen) en plaats het origineel
(originelen) van de onderbrekende
kopieeropdracht.
Selecteer, indien nodig, de
kopieerinstellingen.
(C)
Opmerking
* Deze functie is niet beschikbaar in
bepaalde landen en regio's.
5
Druk op de [ONDERBREKEN] toets
( ) om de onderbrekende
kopieeropdracht is beëindigd en
verwijder het origineel (originelen).
Als de ONDERBREKING-indicator uitgaat, is de
onderbrekingsfunctie niet meer actief. De
kopieerinstellingen van het onderbroken
kopieerproces worden automatisch hervat.
6
Herplaats het vorige origineel
(originelen) en druk op de [START]
toets ( ).
Het onderbroken kopieerproces wordt hervat.
63
5
HANDIGE KOPIEERFUNCTIES
Selecteer handige kopieerfuncties nadat u hebt gedrukt op de [KOPIEËN] toets om de kopieerfunctie te selecteren.
BEELDDRAAIING VAN 90 GRADEN
(Beelddraaiing)
Wanneer de "Automatische papierkeuzefunctie" of "automatische kopieerfactorkeuze" is geactiveerd en het
origineel in een andere richting is geplaatst (verticaal of horizontaal) ten opzichte van het papier, wordt het origineel
automatisch 90 graden gedraaid om een juiste afdruk kunnen te maken.
Deze functie is zeer handig bij het kopiëren van originelen op de formaten B4 of A3 (8-1/2" x 14" of 11" x 17"), die
alleen horizontaal kunnen worden geplaatst ten opzichte van de kopieën die verticaal worden geplaatst.
De functie beelddraaiing is vanaf het begin geactiveerd. U kunt deze uitschakelen in de systeeminstellingen.
(Pagina 87)
Opmerking
• De functie beelddraaiing kan niet worden gebruikt in combinatie met de functie kantlijnverschuiving.
• Beelddraaiing werkt niet wanneer een kopie wordt vergroot tot een papierformaat groter dan A4 (8-1/2" x 11").
Plaats in zulke gevallen het origineel in dezelfde richting als de kopieën.
• Zelfs als beelddraaiing is uitgeschakeld in de systeeminstellingen, werkt beelddraaiing wanneer de 2-in-1- of
4-in-1-functie is geselecteerd (pagina 66).
Kopie
Afdrukstand van
het origineel
Afdrukstand van
het origineel
SORTEERMODUS
Kopieën van meerdere originelen kunnen worden gebundeld in sets.
Opmerking
Het tweevoudige functieboard kan ongeveer 100 standaard originelen (A4 (8-1/2" x 11")) scannen, maar dit
aantal varieert voor foto's en andere origineelsoorten.
1 1 1
1 2 3
3
1
2
3
2 2 2
1 2 3
2
1
3 3 3
1 2 3
Sorteren
64
Niet sorteren
HANDIGE KOPIEERFUNCTIES
1
Plaats de originelen in de
origineelinvoerlade of het eerste
origineel op de glasplaat.
6
Als de originelen in de
origineelinvoer zijn geplaatst,
wordt automatisch de
sorteermodus geselecteerd. U
kunt dit wijzigen in niet sorteren
in de systeeminstellingen.
(Pagina 87)
Als het eerste origineel op de glasplaat is geplaatst,
wordt automatisch de sorteermodus geselecteerd.
2
Herhaal stap 6 totdat alle
originelen zijn gescand.
7
Druk op de [UITVOER] toets.
SORTEREN
NIET SORTEREN
SORTEREN
2-ZIJDEGE KOPIE
DUBBELZ. SCANNEN
DUBBELZ. SCANNEN
Het scherm
uitvoermodusselectie
verschijnt.
3
Selecteer "NIET SORTEREN" of
"SORTEREN" met de [ ] of [ ] toets
of met de [UITVOER] toets.
READ-END
• Het kopiëren wordt gestart.
• Als het geheugen vol raakt tijdens het scannen van
de originelen, verschijnt "Geheugen vol." in het
display. Druk op de [START] toets ( ) om de reeds
gescande originelen af te drukken. Druk op de [CA]
toets om de kopieeropdracht te annuleren.
• Het optionele uitbreidingsgeheugen (AR-SM5) kan
worden geïnstalleerd om het aantal te scannen originelen
te vergroten. Het geheugen kan worden uitgebreid tot een
maximum van 272 MB (het uitbreidingsgeheugen is 256
MB).
Offsetfunctie
PQ
In deze functie wordt elke set kopieën verschoven ten
opzichte van de vorige set in de middelste lade
geplaatst, zodat u de sets gemakkelijk uit elkaar kunt
houden. U kunt de offsetfunctie uitschakelen in de
systeeminstellingen. (Pagina 82)
DEGE KOPIE
LZ. SCANNEN
LZ. SCANNEN
ACC
4
Druk op de [EINDE LEZEN] toets ( )
wanneer alle originelen zijn gescand.
@.-_
#-C
O AUTO IMAGE UITVOER
FORMAAT ORIGINEEL
BROADCAST ORIGINEEL
Vervang het origineel met het
volgende origineel en druk op de
[START] toets ( ), wanneer de
startindicator gaat branden.
Druk op de [OK] toets.
Offsetfunctie geactiveerd
TERUG
OK
GHI
Offsetfunctie gedeactiveerd
U keert terug naar het
beginscherm.
PQRS
E
AN
5
MNO
WXYZ
@.-_
AD-END
Selecteer zonodig andere
kopieerinstellingen in en druk op de
[START] toets ( ).
* Deze functie is niet beschikbaar in bepaalde landen en
regio's.
Als de originelen in de
origineelinvoer in stap 1 zijn
geplaatst, start het kopiëren. Als
u "SORTEREN" selecteert in
stap 3 en het eerste origineel op
de glasplaat leegt, volgt u stap 6
en 7. Let op:Als u in stap 3
"NIET SORTEREN" hebt
geselecteerd, begint het
kopiëren.
65
5
HET KOPIËREN VAN MEERDERE
ORIGINELEN OP EEN ENKELZIJDIG VEL
PAPIER
(2 in 1 / 4 in 1 kopie)
Meerdere originelen kunnen worden gekopieerd op een enkelzijdige kopie volgens een vooraf geselecteerde lay-out.
Deze functie is handig wanneer u meerdere pagina's op een compact formaat wil presenteren of alle pagina's in een document
wilt bekijken of presenteren.
Eén van de twee lay-outs kan worden geselecteerd voor 2 in 1 kopie en één van vier lay-outs kan worden geselecteerd voor 4 in
1 kopie.
Scheidingslijnselecties zijn ononderbroken lijn, stippellijn of geen.
4 in 1 kopie
2 in 1 kopie
Patroon 1
Patroon 2
Patroon 1
Patroon 2
Patroon 3
Patroon 4
2-in-1-kopieerlay-outs
4-in-1-kopieerlay-outs
• 2 in 1 / 4 in 1 kopie kan niet worden gebruikt in combinatie met de volgende functies. De eerst geselecteerde
functie heeft de prioriteit. Maar 2 in 1 / 4 in 1 kopie heft de prioriteit over XY zoom.
Boekkopie, XY zoom, rand wissen, kantlijn verschuiven, kaartformaat
• Er kan geen speciaal papierformaat gebruikt worden voor 2 in 1 / 4 in 1 kopie.
• 2 in 1 / 4 in 1 kopie kan niet geselecteerd worden voor een onderbroken kopieeropdracht. Het onderbreken van
een kopieerproces is niet mogelijk tijdens een 2 in 1 / 4 in 1 kopieeropdracht.
• Er zal automatisch een bijpassende kopieerfactor worden geselecteerd op basis van het origineel- en
papierformaat en het geselecteerde aantal beelden. Wanneer er gebruik wordt gemaakt van de glasplaat, is er
een verkleining tot 25% mogelijk. Wanneer u gebruik maakt van de SPF, is een verkleining tot 50% mogelijk.
Sommige combinaties van origineelformaat, papierformaat en aantal afbeeldingen kunnen leiden tot het afbreken
van afbeeldingen.
• Zelfs als beelddraaiing is uitgeschakeld in de systeeminstellingen, worden de afbeeldingen mogelijk gedraaid
indien nodig, afhankelijk van de richting van de originelen en de richting van het papier.
1
Plaats de originelen in de
origineelinvoerlade of het eerste
origineel op de glasplaat.
3
Druk op de [SPECIALE FUNCTIE] toets.
ON LINE
DATA
LINE
DATA
SPECIAL
FUNCTIES
KOPIEËN BELICHTING PAPIERFOR
SCANNEN KLEUR MODUS RESOLU
Het speciale
functiescherm verschijnt.
2
Druk op de [PAPIERFORMAAT] toets
om de gewenste papierlade te
selecteren.
4
De handinvoerlade kan niet
worden geselecteerd.
Druk op de [OK] toets.
TERUG
BELICHTING PAPIERFORMAAT KOPIEERFACTOR AUTO
KLEUR MODUS RESOLUTIE ADRES FO
PROGRAM RESOLUTIE ADRES BRO
OK
GHI
PQRS
E
AN
Het speciale
functiescherm verschijnt.
66
SPECIALE FUNCTIE
SPECIALE MODUS
ORIG. FORM. INV.
INGEST PAP FORM
CONTRAST DISPLAY
SPECIALE MODUS
RAND VERSCH.
WISSEN
BOEK KOPIE
[OK]:NAAR SETUP
HANDIGE KOPIEERFUNCTIES
5
Selecteer "2 in 1 / 4 in 1" met de [ ] of
[ ] toets.
10
SPECIALE MODUS
BOEK KOPIE
2in1/4in1
XY ZOOM
[OK]:WIJZIGEN
PQ
DEGE KOPIE
LZ. SCANNEN
LZ. SCANNEN
ACC
Selecteer de
scheidingslijninstellingen met de [ ]
of [ ] toets.
2in1
PATROON 1
KADER
6
Druk op de [OK] toets.
OK
Het scherm 2 in 1 / 4 in 1
selectie verschijnt.
7
Selecteer ononderbroken lijn, stippellijn of geen.
2in1/4in1
AFBREKEN
2in1
4in1
[OK]:WIJZIGEN
11
Druk op de [OK] toets.
OK
12
Selecteer "2 in 1 / 4 in 1" met de [ ] of
[ ] toets.
U keert terug naar het
beginscherm.
Selecteer zonodig andere
kopieerinstellingen in en druk op de
[START] toets ( ).
MNO
WXYZ
@.-_
AD-END
8
Druk op de [OK] toets.
OK
2in1
PATROON 1
De instellingen voor 2 in
1 / 4 in 1 selectie
verschijnen.
9
KADER
NEE
Selecteer de lay-out met de [ ] of [ ]
toets.
Zie, voor de lay-outs die
geselecteerd kunnen worden
"2-in-1-kopieerlay-outs" of
"4-in-1-kopieerlay-outs" op
pagina 66.
• De vergrotingsfactor wordt automatisch ingesteld.
• Als de originelen in de origineelinvoer zijn geplaatst,
start het kopiëren nadat de originelen zijn gescand.
• Zodra u het eerste origineel op de glasplaat hebt
geplaatst, gaat u naar de volgende stap.
13
Vervang het origineel met het
volgende origineel en druk op de
[START] toets ( ), wanneer de
startindicator gaat branden.
Herhaal stap 13 totdat alle
originelen zijn gescand.
• Kopieën worden telkens uitgevoerd wanneer twee
originelen voor 2 in 1 kopie of vier originelen voor 4
in 1 kopie zijn gescand.
• Als u kopiëren wilt starten voordat alle originelen zijn
gescand (nadat slechts één origineel gescand is
voor 2 in 1 of nadat drie originelen of minder
gescand zijn voor 4 in 1), druk dan op de [EINDE
LEZEN] toets ( ).
• Als u de 2 in 1 / 4 in 1 instellingen wilt annuleren,
selecteert u "AFBREKEN" in stap 7.
67
5
HET INSTELLEN VAN KANTLIJNEN TIJDENS
(Kantlijnverschuiving)
HET KOPIËREN
De functie kantlijnverschuiving verschuift het beeld zodat een kantlijn ontstaat op de rand van het papier. Standaard
creëert de functie een kantlijn van 10 mm (1/2") aan de linkerkant van het papier.
Kantlijn (bovenkant)
Kantlijn (linker rand)
A
A
A
A
Origineel
Kopie
Origineel
Kopie
• U kunt selecteren of u een kantlijn aan de bovenkant of aan de linkerkant van het papier wilt creëren.
• Er zijn vijf selecties beschikbaar voor de kantlijnbreedte: 0 mm, 5 mm, 10 mm, 15 mm, 20 mm (0", 1/4", 1/2", 3/4",
1"). (De standaardinstelling is 10 mm (1/2").)
• Wanneer u tweezijdige kopieën maakt, word teen kantlijn ingesteld op de geselecteerde rand aan de voorkant van
het papier en een kantlijn aan de achterkant van het papier.
• Kantlijnverschuiving kan niet gebruikt worden in combinatie met 2 in 1 / 4 in 1 kopie (pagina 66).
• Kantlijnverschuiving kan niet gebruikt worden in combinatie met kaartformaat (pagina 71).
• Wanneer kantlijn verschuiving is geselecteerd, werkt draaiend kopiëren niet, zelfs niet wanneer aan de
voorwaarden voor draaiend kopiëren voldaan is.
• U kunt de standaardkantlijnverschuiving wijzigen in de systeeminstellingen. (Pagina 86)
1
Plaats het origineel in de
handinvoerlade of op de glasplaat.
• Als een linker kantlijn wordt
geselecteerd en u kopieert van
de origineelinvoerlade, plaatst u
het origineel met de voorkant
naar boven zodat de
kantlijnrand links is.
Als een linker kantlijn wordt geselecteerd en u kopieert
van de glasplaat, plaatst u het origineel met de
voorkant naar beneden zodat de kantlijnrand rechts is.
• Als er een bovenkantlijn wordt geselecteerd, dan
plaatst u het origineel met de kantlijnrand naar achteren
in de origineelinvoerlade of op de glasplaat.
2
SPECIAL
FUNCTIES
KOPIEËN BELICHTING PAPIERFOR
SCANNEN KLEUR MODUS RESOLU
SPECIALE FUNCTIE
SPECIALE MODUS
ORIG. FORM. INV.
INGEST PAP FORM
CONTRAST DISPLAY
Het functiescherm verschijnt waarin "SPECIALE
MODUS" geselecteerd is.
3
OK
OK
GHI
PQRS
SPECIALE MODUS
RAND VERSCH.
WISSEN
BOEK KOPIE
[OK]:NAAR SETUP
5
68
Selecteer de kantlijnpositie met de [ ]
of [ ] toets en selecteer de breedte
met de [ ] of [ ] toets.
PQ
KOPIE
NNEN
NNEN
ACC
6
7
MNO
WXYZ
AD-END
• Selecteer "OMLAAG" of
"RECHTS" voor de
kantlijnpositie.
• Als u 0 mm (0") selecteert, is
het afdrukresultaat hetzelfde
als wanneer "AFBREKEN" is
geselecteerd.
Druk op de [OK] toets.
OK
@.-_
Het speciale functiescherm verschijnt waarin "RAND
VERSCH." geselecteerd is.
RAND VERSCH.
AFBREKEN
OMLAAG
RECHTS
10 mm
(0~20)
De instellingen voor
kantlijnverschuiving
verschijnt.
Druk op de [OK] toets.
TERUG
E
AN
Druk op de [OK] toets.
Druk op de [SPECIALE FUNCTIE] toets.
ON LINE
DATA
LINE
DATA
4
U keert terug naar het
beginscherm.
Selecteer zonodig andere
kopieerinstellingen in en druk op de
[START] toets ( ).
Als u de kantlijnverschuiving wilt
uitschakelen, selecteert u de
kantlijnverschuiving opnieuw en
daarna "AFBREKEN".
SCHADUWEN RONDOM DE KANTLIJNEN
VAN DE KOPIE WISSEN
(Kopie wissen)
Deze functie wordt gebruikt om schaduwen rondom de kantlijnen van kopieën vanaf boeken of andere dikke
originelen te wissen. (Rand wissen)
Deze functie wordt gebruikt om schaduwen die verschijnen in het midden van kopieën vanaf boeken of andere dikke
originelen te wissen. (Midden wissen)
Zowel de schaduwlijnen rondom de kantlijnen van kopieën als schaduwlijnen in het midden kunnen gewist worden.
(Rand + midden wissen)
Rand wissen
Midden wissen
AB
A
A
Rand + midden wissen
AB
AB
AB
• Er zijn vijf selecties beschikbaar voor de wisbreedte: 0 mm, 5 mm, 10 mm, 15 mm, 20 mm (0", 1/4", 1/2", 3/4", 1").
(De standaardinstelling is 10 mm (1/2").)
• Midden wissen / Rand + midden wissen kan niet worden gebruikt in combinatie met boekkopie (pagina 62).
• Rand wissen kan niet gebruikt worden in combinatie met 2 in 1 / 4 in 1 kopie (pagina 66).
• Rand wissen kan niet worden gebruikt als het papier via de handinvoer wordt ingevoerd.
• Rand wissen kan niet gebruikt worden in combinatie met kaartformaat (pagina 71).
• Rand wissen kan niet worden gebruikt wanneer u een special origineelformaat kopieert.
• Let erop dat wanneer de breedte van de uitwissing te groot is, de rand van de afbeelding gedeeltelijk kan worden
gewist.
• De standaardinstelling voor de wisbreedte kan worden gewijzigd. (Pagina 86)
1
Plaats het origineel in de
handinvoerlade of op de glasplaat.
4
Selecteer "WISSEN" met de [ ] of [ ]
toets.
PQ
DEGE KOPIE
LZ. SCANNEN
LZ. SCANNEN
ACC
2
Druk op de [SPECIALE FUNCTIE] toets.
ON LINE
DATA
LINE
DATA
SPECIAL
FUNCTIES
KOPIEËN BELICHTING PAPIERFOR
SCANNEN KLEUR MODUS RESOLU
SPECIALE FUNCTIE
SPECIALE MODUS
ORIG. FORM. INV.
INGEST PAP FORM
CONTRAST DISPLAY
Het functiescherm verschijnt waarin "SPECIALE
MODUS" geselecteerd is.
3
Druk op de [OK] toets.
TERUG
OK
GHI
PQRS
E
AN
Het speciale
functiescherm verschijnt.
SPECIALE MODUS
RAND VERSCH.
WISSEN
BOEK KOPIE
[OK]:NAAR SETUP
Het instelscherm voor
rand wissen verschijnt.
5
5
Druk op de [OK] toets.
OK
Het instelscherm voor
rand wissen verschijnt.
6
SPECIALE MODUS
RAND VERSCH.
WISSEN
BOEK KOPIE
[OK]:NAAR SETUP
WISSEN
AFBREKEN
RAND
MIDDEN
10 mm
(0~20)
Selecteer de gewenste wisfunctie met
de [ ] of [ ] toets.
"RAND", "MIDDEN" of
"RAND+MIDDEN" kunnen
worden geselecteerd.
69
HANDIGE KOPIEERFUNCTIES
7
Selecteer de wisbreedte met de [ ] of
[ ] toets.
Als u 0 mm (0") selecteert, is
het afdrukresultaat hetzelfde als
wanneer "AFBREKEN" is
geselecteerd.
8
Druk op de [OK] toets.
OK
9
MNO
WXYZ
@.-_
AD-END
70
U keert terug naar het
beginscherm.
Selecteer zonodig andere
kopieerinstellingen in en druk op de
[START] toets ( ).
Als u een randwisinstelling wilt
annuleren, keert u terug naar
het instelscherm rand wissen en
selecteert "AFBREKEN".
KAARTFORMAAT
Met deze functie kunt u de voor- en achterzijden van de kaart naast elkaar op een enkel vel papier afdrukken.
Deze functie creëert 2 in 1 beelden van de voor- en achterkant van de kaart en centreert deze op het papier.
Origineel
Kopieren
KAART
KAART
Voorzijde
kaart
Achterzijde
kaart
KAART
Voorbeeld:
Staand
A4 formaat
Voorbeeld:
Liggend
A4 formaat
• Papier kan niet vanuit de handinvoer worden ingevoerd.
• De kaartformaatfunctie kan niet worden gebruikt in combinatie met de kantlijnverschuiving, rand wisfunctie,
boekkopie, 2 in 1 / 4 in 1 kopie en XY zoom kopie.
• Als kaartformaat wordt gebruikt, is de rotatie kopieerfunctie niet werkzaam.
1
Plaats het origineel op de glasplaat.
5
Druk op de [OK] toets.
OK
2
Druk op de [SPECIALE FUNCTIE] toets.
ON LINE
DATA
LINE
DATA
SPECIAL
FUNCTIES
KOPIEËN BELICHTING PAPIERFOR
SCANNEN KLEUR MODUS RESOLU
Het speciale
functiescherm verschijnt.
3
OK
GHI
PQRS
E
AN
Het speciale
functiescherm verschijnt.
4
Het kaartformaatscherm
verschijnt.
SPECIALE FUNCTIE
SPECIALE MODUS
ORIG. FORM. INV.
INGEST PAP FORM
CONTRAST DISPLAY
6
DEGE KOPIE
LZ. SCANNEN
LZ. SCANNEN
ACC
Selecteer "X" (breedte) met de [ ] of
[ ] toets en voer de breedte in met de
[ ] of [ ] toets en doe daarna
hetzelfde voor de lengte (Y).
SPECIALE MODUS
RAND VERSCH.
WISSEN
BOEK KOPIE
[OK]:NAAR SETUP
KAARTFORMAAT
FORM.(mm)
X: 100
Y: 100
SPECIALE MODUS
2in1/4in1
XY ZOOM
KAARTFORMAAT
[OK]:NAAR SETUP
Een afmeting van 25 mm tot 210 mm (1" tot
8-1/2") kan voor de breedte worden
ingevoerd en een afmeting van 25 mm tot
210 mm (1" tot 8-1/2") kan voor de lengte
worden ingevoerd.
Opmerking
Selecteer "KAARTFORMAAT" met de
[ ] of [ ] toets.
PQ
De standaardwaarden voor de lengte en
breedte die aanvankelijk verschijnen
wanneer dit scherm wordt weergegeven,
kunnen worden ingesteld
"KAARTFORMAAT STANDAARD" (pagina
86) in de systeeminstellingen.
Opmerking
Druk op de [OK] toets.
TERUG
KAARTFORMAAT
FORM.(mm)
X:
86
Y:
54
7
Druk op de [OK] toets.
OK
U keert terug naar het
beginscherm.
71
5
HANDIGE KOPIEERFUNCTIES
8
MNO
WXYZ
Druk op de [START] toets (
).
De voorzijde van de kaart wordt
gescand.
@.-_
AD-END
9
Draai het origineel om op de glasplaat.
10
Druk op de [START] toets (
).
Het kopiëren zal worden gestart
nadat beide zijden van het
origineel zijn gescand.
72
6
BIJLAGE
TECHNISCHE SPECIFICATIES
Naam
Digitaal multifunctioneel systeem
MX-M160D
MX-M200D
Type
DeskTop
Fotogeleiding type
OPC drum
Glasplaattype
Vast
Kopieersysteem
Laser elektrostatische methode
Originelen
Bladen, gebonden documenten, max. origineelformaat A3 (11" x 17")
Kopie formaten
Max. A3 (11" x 17"), min. A5 (5-1/2" x 8-1/2")
(A5 (5-1/2" x 8-1/2") kan alleen worden ingevoerd van lade 1 en de handinvoerlade)
Beeldverlies:
Max. 4 mm (5/32") aan de boven- en onderrand, samen maximaal ca. 6 mm (11/64")
Kopieer snelheid
9 kopieën/min.
10 kopieën/min.
11 kopieën/min.
12 kopieën/min.
14 kopieën/min.
16 kopieën/min.
Continu Kopie modus
1-999 kopieën (afnemend type) (kan worden gewijzigd in 1-99 in de systeeminstellingen)
Duur eerste kopie*1, *2
± 7.2 s
Opwarmtijd*2
Ongeveer 45 sec.
Kopieerfactoren
Variabel: 25% tot 400%, in stappen van 1% (totaal 376 stappen) (50% tot 200% als de SPF wordt
gebruikt)
Vaste voorinstelling: 25%, 50%, 70%, 81%, 86%, 100%, 115%, 122%, 141%, 200%, 400%
(25%, 50%, 64%, 77%, 95%, 100%, 121%, 129%, 141%, 200%, 400%)
(25 tot 400% alleen wanneer de SPF wordt gebruikt)
Papierinvoer
Een automatische papierinvoerlade (250 vellen)
+ handinvoerlade (100 vellen)
Fuseersysteem
Hitte rollers
Ontwikkelingssysteem
Droogproces
Resolutie
Scannen: 600 x 300 dpi, Uitvoer: 600 x 600 dpi (AUTO/TEKST-functie)
Scannen: 600 x 600 dpi, Uitvoer: 600 x 600 dpi (FOTO-functie)
Verloop
Scannen: 256 halftonen, afdrukken: 2 halftonen
Stroomtoevoer
Lokaal voltage ±10% (zie de naamplaat achterop de kopieermachine voor de stroomtoevoereisen.)
Stroomafname
Max. 1,2 kW
A3 (11" x 17")
B4 (8-1/2" x 14")
8-1/2" x 13"
A4R (8-1/2" x 11"R)
B5R
A4, B5, A5 (8-1/2" x 11",
5-1/2" x 8-1/2")
10 kopieën/min.
11 kopieën/min.
12 kopieën/min.
14 kopieën/min.
15 kopieën/min.
16 kopieën/min.
20 kopieën/min.
11" x 17"
A3
B4 (8-1/2" x 14", 8-1/2" x
13")
A4R
8-1/2" x 11"R
B5R
A4, B5, A5 (8-1/2" x 11",
5-1/2" x 8-1/2")
Twee automatische papierinvoerladen (elk 250
vellen) + handinvoerlade (100 vellen)
*1 Gemeten nadat het kopiëren is begonnen na opwarmen na inschakelen, met de glasplaat. (Belichting staat op "AUTO".
"RESOLUTIE IN AUTO/TEKST-MODUS" ingesteld op 300 dpi en "WACHTEN KOPIEERLAMPINST." ingesteld op "AAN" in de
systeeminstellingen. Papierinvoer van lade 1 op de machine, A4 (8-1/2" x 11") origineel en papier in horizontale positie, geen
verkleining of vergroting.)
*2 Kan variëren afhankelijk van de omstandigheden waarin de machine functioneert en omgevingsinvloeden zoals
netspanning en vochtigheidsgraad.
73
BIJLAGE
Globale afmetingen
590 mm (b) x 574 mm (d) (23-15/64" (b) x 22-38/64" (d))
Gewicht (exclusief
tonercartridge)
MX-M160D:
MX-M200D:
ongeveer 28,1 kg (61,9 lbs.) (exclusief tonercartridge)
ongeveer 33,0 kg (72,8 lbs.) (exclusief tonercartridge)
Afmetingen
MX-M160D:
590 mm (b) x 574 mm (d) x 437 mm (h)
(23-15/64" (b) x 22-38/64" (d) x 17-13/64" (h))
590 mm (b) x 574 mm (d) x 522 mm (h)
(23-15/64" (b) x 22-38/64" (d) x 20-35/64" (h))
MX-M200D:
Bedrijfsomstandigheden
Temperatuur: 15°C tot 30°C (59°F tot 86°F), Luchtvochtigheid: 20% tot 85%
Geluidsniveau
Geluidsvermogensniveau LwA (1B=10dB)
MX-M160D
MX-M200D
Kopiëren: 6,3[B] of minder
6,4[B]
6,5[B]
Standby: 4,0[B] of minder
3,1[B]
3,1[B]
Meting van geluidsemissie conform ISO 7779.
Geluidsemissieconcentratie
(gemeten volgens de
RALUZ122: Uitgave Jun.
2006)
Ozon: 1,5 mg/u of minder
Stof: 4,0 mg/u of minder
Styreen: 1,0 mg/u of minder
Benzeen: 0,05 mg/u of minder
Totaal aantal vluchtige organische stoffen (TVOC) (afdrukken): 10 mg/u of minder
Totaal aantal vluchtige organische stoffen (TVOC) (voor gebruik): 1 mg/u of minder
Technische gegevens uitvoerlade
Uitvoermethode
Uitvoer met afdrukzijde naar beneden
Capaciteit uitvoerlade (80 g/m2 (20 lbs.))
250 vel*
* Als de documentsorteerladekit is geïnstalleerd, 150 bladen in de middelste lade, 100 bladen in de bovenste lade.
Het maximaal aantal pagina's dat kan worden opgeslagen is afhankelijk de omgevingscondities, het papiertype en de
opslagcondities van het gebruikte papier.
Specificaties printerfunctie / scannerfunctie / faxfunctie
Zie de "Gebruiksaanwijzing (voor de printer en scanner)" en de "Gebruiksaanwijzing (voor fax)".
De illustraties kunnen afwijken van de werkelijke inhoud als gevolg van verbeteringen aan de machine.
74
7
GIDS VOOR SYSTEEMINSTELLINGEN
DOEL VAN DE SYSTEEMINSTELLINGEN
De systeeminstellingen worden gebruikt door de beheerder van het apparaat om functies in of uit te schakelen aan de
hand van de behoeften van uw werkplek.
In deze handleiding worden alleen de systeeminstellingen uitgelegd die gemeenschappelijk zijn voor alle functies van het
apparaat (kopieer-, fax-, printer- en netwerkscannerfuncties), en systeeminstellingen die specifiek voor de kopieerfunctie
zijn. Raadpleeg de onderstaande handleidingen voor programma's die specifiek zijn bedoeld voor de faxfunctie,
printerfunctie of netwerkscannerfunctie:
• Faxfunctie: Bedieningshandleiding (voor fax), hoofdstuk 8 "SYSTEEMINSTELLINGEN"
• Printerfunctie/scannerfunctie:
Bedieningshandleiding (voor printer en scanner), hoofdstuk 4
"SYSTEEMINSTELLINGEN"
• Netwerkprinterfunctie: Bedieningshandleiding (voor netwerkprinter), hoofdstuk 5 "SYSTEEMINSTELLINGEN"
• Netwerkscannerfunctie: Bedieningshandleiding (voor netwerkscanner), hoofdstuk 3 "SYSTEEMINSTELLINGEN"
Om de systeeminstellingen te gebruiken, moet het wachtwoord van de beheerder worden ingevoerd.
PROGRAMMA'S DIE BETREKKING HEBBEN OP ALLE
FUNCTIES VAN DE MACHINE (KOPIEER-, FAX-,
PRINTER- EN NETWERKSCANNERFUNCTIES)
Deze programma's worden gebruikt om de accountregeling in/uit te schakelen, het stroomverbruik aan te passen en
de randapparatuur te beheren.
De accountregeling kan apart worden ingeschakeld voor de kopieer-, netwerkprinter-, fax-, en
netwerkscannerfuncties. Wanneer accountregeling is ingeschakeld voor een bepaalde functie moet een geldig
accountnummer worden ingevoerd om deze functie te kunnen gebruiken. (Als geen geldig accountnummer wordt
ingevoerd, kan de functie niet worden gebruikt.)
Wanneer accountregeling is ingeschakeld voor de printerfunctie, moet een accountnummer worden ingevoerd op de
computer van de gebruiker zodra een afdrukopdracht wordt geselecteerd. (Afhankelijk van de systeeminstellingen
kan een taak zelfs worden afgedrukt als een onjuist accountnummer is ingevoerd. Daarom moet u voorzichtig zijn bij
het beheren van aantallen printerpagina's.) Als "TAKEN VAN ONGELDIGE ACCOUNTS ANNULEREN" is
ingeschakeld in de systeeminstellingen, is afdrukken verboden als een ongeldig accountnummer wordt ingevoerd.
PROGRAMMA'S VOOR DE KOPIEERFUNCTIE
Deze programma's worden gebruikt om de standaardfabrieksinstellingen voor kopiëren te wijzigen zodat deze beter
aansluiten bij de behoeftes op de specifieke werkplaats.
Wanneer de accountregeling is ingeschakeld voor de kopieerfunctie,
• moet een geldig accountnummer worden ingevoerd om kopieën te kunnen maken.
(Kopiëren is niet mogelijk tenzij er een geldig accountnummer wordt ingevoerd.)
• wordt het aantal gemaakte kopieën per account bijgehouden. Hiermee kunt u het kopieergebruik van elk account
bijhouden. (Deze tellingen kunnen worden opgeteld.)
* Elk accountnummer bestaat uit vijf cijfers.
• kan per account een limiet worden ingesteld voor het aantal kopieën.
WACHTWOORD VOOR DE BEHEERDER
PROGRAMMEREN
Het beheerderswachtwoord is een vijfcijferig nummer dat moet worden ingevoerd om de systeeminstellingen te
kunnen openen. De beheerder (beheerder van de machine) moet het standaardbeheerderswachtwoord dat in de
fabriek is ingesteld wijzigen in een nieuw vijfcijferig nummer. Zorg dat u het nieuwe beheerderswachtwoord niet
vergeet, aangezien dit elke volgende keer wanneer de systeeminstellingen worden gebruikt moet worden ingevoerd.
(U kunt slechts een beheerderswachtwoord programmeren.)
Zie pagina 93 voor het in de fabriek ingestelde standaardbeheerderswachtwoord.
Zie "WACHTWOORD VOOR DE BEHEERDER PROGRAMMEREN" (pagina 76) voor het wijzigen van het
beheerderswachtwoord.
75
WACHTWOORD VOOR DE BEHEERDER
PROGRAMMEREN
1
Druk op de [SPECIALE FUNCTIE] toets.
ON LINE
DATA
LINE
DATA
SPECIAL
FUNCTIES
KOPIEËN BELICHTING PAPIERFOR
SCANNEN KLEUR MODUS RESOLU
Het speciale
functiescherm verschijnt.
2
Selecteer "SYSTEMINSTELLIN." met
de toets [ ] of [ ].
PQ
DEGE KOPIE
LZ. SCANNEN
LZ. SCANNEN
ACC
3
SPECIALE FUNCTIE
INGEST PAP FORM
CONTRAST DISPLAY
TOTAAL TELLER
SYSTEMINSTELLIN.
OK
GHI
PQRS
E
AN
Het invoerscherm voor het
beheerderswachtwoord
verschijnt.
Geef
beheerderswachtw.
BEHEERDERSWACHTW:
-----
Voer het vijfcijferige
beheerderswachtwoord in met de
cijfertoetsen.
ABC
DEF
GHI
JKL
MNO
PQRS
TUV
WXYZ
@.-_
ACC. #-C
READ-END
INTERRU
MODUS SELECTEREN
BEHEER. # WIJZ.
KOPIEERAPPARAAT
PRINTER
SCANNER
• Als dit de eerste keer is dat u het
beheerderswachtwoord programmeert, voert u de
standaardfabriekscode in. (Pagina 93)
• " " verschijnt voor ieder cijfer dat u invoert.
• Het speciale functiescherm verschijnt met
"BEHEER. # WIJZ." geselecteerd.
76
Druk op de [OK] toets.
OK
BEHEER. # WIJZ.
HUIDIG :22222
NIEUW : -----
Het wijzigingsscherm
voor het
beheerderswachtwoord
verschijnt.
6
Voer het nieuwe vijfcijferige
beheerderswachtwoord in met de
cijfertoetsen.
WXYZ
BEHEER. # WIJZ.
HUIDIG :22222
NIEUW :111--
Druk op de [OK] toets.
TERUG
4
SPECIALE FUNCTIE
SPECIALE MODUS
ORIG. FORM. INV.
INGEST PAP FORM
CONTRAST DISPLAY
5
U kunt elke combinatie van 5 cijfers gebruiken voor het
beheerderswachtwoord.
7
Druk op de [OK] toets.
OK
• Het eerder geprogrammeerde
beheerderswachtwoord wordt
vervangen door het nieuwe
beheerderswachtwoord.
• Druk op de [CA] toets om
naar het basisscherm terug te
keren.
LIJST MET SYSTEEMINSTELLINGEN
Een lijst van basisprogramma's gebruikt voor de machine en een lijst programma's gebruikt voor de kopieerfunctie
worden hieronder weergegeven.
Programma's voor het algemeen
gebruik van de machine
Programmanaam
Programma's voor de
kopieerfunctie
Pagin
a
BEHEERDERSWACHTWOORD WIJZIGEN
BEHEERDERSWACHTWOORD WIJZIGEN
ACCOUNTCONTROLE
Programmanaam
Pagin
a
KOPIEER-INSTELLINGEN
76
BELICHT. AANP.
STANDAARDRAND
86
86
CONTROLEMODUS
TOTAAL/ACCOUNT
79
79
WISBREEDTE AANP.
KAARTFORMAAT STANDAARD
86
86
RESET ACCOUNT
CONTROLE ACC NR
79
80
STANDAARDLADE
STNDRD BELICHTING
86
87
ACCOUNTLIMIET
BEVEIL. ACC NR
81
81
CONTINU TOEVOER
ROTATIE KOPIE
87
87
81
SELECT AUTO SORT
RESOLUTIE IN AUTO/TEKST-MODUS
87
88
WACHTEN KOPIEERLAMPINST.
OFFSETFUNCTIE*
82
82
FOTOMODUS STANDAARD
MAX. AANT. KOP.
88
88
PRINTERGEHEUGEN
USB2.0-MODUS
82
82
AUTOM. PAPIERSELECTE UIT
DUBBELZIJDIG KOPIËREN UIT
88
88
TAKEN ANNULEREN V. ONGELDIG ACC.
APPARAATBEHEER
TERUG VAN KOPIE MODUS TIMING
BEDIENINGS INSTEL
83
AUTO WISSEN
DISPLAY TIME-OUT UITSCHAKELEN
83
83
TAALINSTELLING
BERICHTENTIJD
83
83
TOETSDRUKGELUID
TOETSDRUKGELUID BIJ STARTPUNT
84
84
TOETSDRUKDUUR
AUTOM. TOETSHERHALING UITSCH.
84
84
INST. PAPIERFORMAAT UITSCH.
ENERGIE BESPAREN
84
AUTOM. UITSCHAKELEN
TIMER AUTOMAT. UITSCHAKELEN
85
85
VOORVERWARMING
TONERBESPARING
85
85
7
* OFFSETFUNCTIE is niet beschikbaar in bepaalde landen
en regio's.
77
SYSTEEMINSTELLINGEN GEBRUIKEN
1
Druk op de [SPECIALE FUNCTIE] toets.
ON LINE
DATA
LINE
DATA
SPECIAL
FUNCTIES
KOPIEËN BELICHTING PAPIERFOR
SCANNEN KLEUR MODUS RESOLU
Het speciale
functiescherm verschijnt.
2
DEGE KOPIE
LZ. SCANNEN
LZ. SCANNEN
ACC
3
OK
GHI
PQRS
Geef
beheerderswachtw.
BEHEERDERSWACHTW:
-----
E
AN
Het invoerscherm voor het beheerderswachtwoord
verschijnt.
4
MODUS SELECTEREN
BEHEER. # WIJZ.
KOPIEERAPPARAAT
PRINTER
SCANNER
Voorbeeld: Het scherm verschijnt wanneer
"KOPIEERMACHINE" is geselecteerd.
6
SPECIALE FUNCTIE
INGEST PAP FORM
CONTRAST DISPLAY
TOTAAL TELLER
SYSTEMINSTELLIN.
Druk op de [OK] toets.
TERUG
ABC
DEF
JKL
MNO
PQRS
TUV
WXYZ
@.-_
ACC. #-C
READ-END
Druk op de [OK] toets.
OK
De instellingen van de
geselecteerde functie
verschijnen.
KOPIEERAPPARAAT
BELICHT. AANP.
STANDAARD RAND
WISBREEDTE AANP.
KAARTFORMAAT
Voor verschillende programma's staan checkboxen.
Om een functie in te schakelen (zorg ervoor dat er een
checkmarkering verschijnt), druk op de [OK] toets. Als
u de functie wilt deactiveren, drukt u nog een keer op
de [OK] toets om de checkmarkering te verwijderen.
Als u een programma met een checkbox wilt
configureren, gaat u naar stap 9.
7
Selecteer het gewenste programma
met de [ ] of [ ] toets.
8
Tip op de [OK] toets en volg de
instructies in het programmascherm.
Voer het beheerderswachtwoord in
met de cijfertoetsen.
GHI
Selecteer de gewenste functie met de
[ ] of [ ] toets.
SPECIALE FUNCTIE
SPECIALE MODUS
ORIG. FORM. INV.
INGEST PAP FORM
CONTRAST DISPLAY
Selecteer "SYSTEEMINSTELLINGEN"
met de toets [ ] of [ ].
PQ
5
INTERRU
MODUS SELECTEREN
BEHEER. # WIJZ.
KOPIEERAPPARAAT
PRINTER
SCANNER
OK
• " " verschijnt voor ieder cijfer dat u invoert.
• Het functieselectiescherm verschijnt.
9
Als u een ander programma wilt
gebruiken voor dezelfde functie,
selecteert u het gewenste programma
met de [ ] of [ ] toets.
Als u een programma wilt gebruiken voor een
andere functie, drukt u op de [TERUG] toets en
selecteert u de gewenste functie. Als u de
systeeminstellingen wilt afsluiten, drukt u op de
toets [CA].
78
GIDS VOOR SYSTEEMINSTELLINGEN
ACCOUNTCONTROLE
TOTAAL/ACCOUNT
Deze programma's worden gebruikt om het gebruik
van de machine per account te controleren. Als u
toegang wilt hebben tot één van deze programma's,
selecteert u "ACCOUNTCONTROLE" in het
functieselectiescherm het gewenste programma in het
accountregelingscherm en drukt op de [OK] toets.
Dit programma wordt gebruikt om de paginatelling van
elke account in kopieer-, afdruk- en scanfunctie en de
gebruikbeperkingen voor de kopieer- en printfuncties
weer te geven. Vastgelopen pagina's worden niet
meegeteld bij het aantal pagina's.
Voor de netwerkscannerfunctie wordt het aantal
verzonden pagina's weergegeven.
CONTROLEMODUS
Dit programma wordt gebruikt om de accountregeling te
activeren voor de kopieer-, afdruk- en scanfunctie. Als u de
accountregeling wilt activeren voor de faxmodus, zie de
"Gebruiksaanwijzing (voor fax) ".
Wanneer de "accountregeling" is geactiveerd, wordt het
aantal kopieën van elk account bijgehouden (er kunnen
maximaal 50 accounts worden aangemaakt) en deze
tellingen kunnen, indien nodig, worden weergegeven en
opgeteld. Als u de machine wilt gebruiken, voert u het
vijfcijferige accountnummer in, dat voor de account van de
gebruiker geprogrammeerd is.
Als u de accountregeling voor printer- en scannerfuncties wilt
activeren, is de netwerkuitbreidingskit vereist. Als de
netwerkuitbreidingskit niet is geïnstalleerd, kan de
accountregeling niet worden gebruikt voor afdrukken en
scannen dat plaatsvindt via de USB-poort. De
accountregeling voor de printerfunctie kan alleen gebruikt
worden voor PCL- en PS-printers. De accountregeling voor
de scannerfunctie kan alleen worden gebruikt voor
netwerkscannen.
De Accountregeling staat aanvankelijk uit voor alle functies
(standaardfabrieksinstelling).
Selecteer "CONTROLEMODUS" en druk op de [OK]
toets. Het onderstaande scherm verschijnt.
Selecteer de gewenste functie met de [
of [ ] toets.
2
Als u de accountregeling voor de
geselecteerde functie wilt activeren, drukt u
op de [OK] toets in zodat er een
checkmarkering in de checkbox verschijnt.
TOTAAL/ACCOUNT
ACCOUNT NR : 18114
KOPIEËN
000,222
KOP.LIMIET 02,000
[ ]:VOLGENDE
Schakel over naar de paginatellingen in andere
functies voor dezelfde account, en ook naar de
paginabeperkingen, met de [ ] of [ ] toets.
Als u naar een ander accountnummer wilt
overschakelen, drukt u op de [ ] of [ ] toets.
RESET ACCOUNT
Dit programma wordt gebruikt om de kopieer-, afdruken scanpaginatellingen van een specifieke account of
van alle accounts terug te zetten naar nul.
Selecteer "RESET ACCOUNT" en druk op de [OK]
toets. Het onderstaande scherm verschijnt.
RESET ACCOUNT
1 ACC. TERUGST.
ALLE ACC. TERUG.
CONTROLEMODUS
KOPIEERAPPARAAT
PRINTER
SCANNER
1
Selecteer "TOTAAL/ACCOUNTS" en druk op de [OK]
toets. Het onderstaande scherm verschijnt.
7
]
Wanneer de Accountregeling is geactiveerd.
Terugzetten van alle paginatellingen voor
alle accounts
1
2
Selecteer "ALLE ACC. TERUG." Met de
[ ] of [
toets.
] toets en druk daarna op de [OK]
Selecteer "JA" met de [ ] of [
druk daarna op de [OK] toets.
] toets en
Als u de accountregeling voor de
geselecteerde functie wilt deactiveren, drukt u
op de [OK] toets in zodat de checkmarkering
uit de checkbox gewist wordt.
Wanneer de Accountregeling is gedeactiveerd.
Opmerking
Om de "CONTROLEMODUS" te activeren,
programmeert u de accountnummers zoals
beschreven in "CONTROLE ACC NR" op pagina 80.
79
GIDS VOOR SYSTEEMINSTELLINGEN
Het terugstellen van een individuele account
Het wissen van een accountnummer
1
Selecteer "1 ACC. TERUGST." met de [ ] of
[ ] toets en druk daarna op de [OK] toets.
1
Selecteer "VERWIJDEREN" met de [ ] of
[ ] toets en druk daarna op de [OK] toets.
2
Selecteer het gewenste programma met de
[ ] of [ ] toets.
2
Als u alle accountnummers wilt wissen,
selecteert u "ALLE ACC. WISSEN" en druk
op de [OK] toets.
Wanneer de weergegeven limietinstelling "- - -,- - -" is, is
er geen limiet ingesteld.
Wanneer de melding "WISSEN?" verschijnt, selecteert
u "JA" met de [ ] of [ ] toets om alle accounts te
wissen en druk daarna op de [OK] toets. Als u niet alle
accountnummers wilt wissen, selecteert u "NEE" en
druk op de [OK] toets.
3
Selecteer de gewenste functie met de [ ] of
[ ] toets en druk daarna op de [OK] toets.
4
Druk op de [ ] of [ ] toets om "JA" te
selecteren en druk op de [OK] toets.
3
5
Herhaal de stappen 2 tot 4 om de
paginatelling van een ander
accountnummer terug te zetten.
Als u één accountnummers wilt wissen,
selecteert u "1 ACC. WISSEN" en druk op
de [OK] toets.
4
Voer het accountnummer dat u wilt wissen in
met de cijfertoetsen en druk op de [OK] toets.
Druk herhaaldelijk op de [TERUG] toets
om het programma te verlaten.
5
Selecteer "JA" met de [ ] of [
druk daarna op de [OK] toets.
6
Als u een nummer invoert dat nog niet geprogrammeerd
is in stap 4 en daarna op de [OK] toets drukt, keert u
terug naar het nummerinvoerscherm van stap 4.
CONTROLE ACC NR
Dit programma wordt gebruikt om accountnummers te
programmeren, te wissen of te wijzigen.
Selecteer "CONTROLE ACC NR" en druk op de [OK]
toets. Het onderstaande scherm verschijnt.
CONTROLE ACC NR
ENTER
VERWIJDEREN
WIJZIGEN
Selecteer "ENTER" met de [ ] of [
en druk daarna op de [OK] toets.
Herhaal de stappen 4 en 5 als u een ander
accountnummer wilt wissen.
7
Druk herhaaldelijk op de [TERUG] toets
om het programma te verlaten.
1
Selecteer "WIJZIGEN" met de [ ] of [ ]
toets en druk daarna op de [OK] toets.
2
Voer het accountnummer in dat u wilt
wijzigen in "HUIDIG NR.".
3
Voer het nieuwe accountnummer in
"NIEUW NR.".
4
Druk op de [OK] toets.
] toets
Als er al 50 accounts zijn geprogrammeerd, verschijnt ere
en waarschuwingsmelding. Verwijder alle ongebruikte
accounts en programmeer daarna de nieuwe account.
2
6
Het wijzigen van een accountnummer
Een accountnummer programmeren
1
Als u een accountnummer invoert dat al
geprogrammeerd is in stap 3, verschijnt er een
waarschuwingsmelding en keert u terug naar stap 3.
Voer een ander nummer in.
Voer via de cijfertoetsen een vijfcijferig
accountnummer (00000 tot 99999) in.
Het beheerderswachtwoord kan niet worden gebruikt
als een accountnummer.
3
Druk op de [OK] toets.
Als u een accountnummer invoert dat al
geprogrammeerd is in stap 2, verschijnt er een
waarschuwingsmelding en keert u terug naar stap 2.
Voer een ander nummer in.
4
Herhaal de stappen 2 en 3 als u een ander
accountnummer wilt programmeren.
5
Druk herhaaldelijk op de [TERUG] toets
om het programma te verlaten.
80
] toets en
5
Herhaal de stappen 2 tot 4 als u een ander
accountnummer wilt wijzigen.
6
Druk herhaaldelijk op de [TERUG] toets
om het programma te verlaten.
Opmerking
• Als u een accountnummer invert, wordt de
[OK] toets niet geaccepteerd tenzij u 5
cijfers hebt ingevoerd.
• Als u op de [C] toets drukt, terwijl u een
accountnummer invert, wijzigt de
accountnummerdisplay in "----".
GIDS VOOR SYSTEEMINSTELLINGEN
4
ACCOUNTLIMIET
Dit programma wordt gebruikt om de limieten van het
aantal pagina's in te stellen dat geprint kan worden
voor elke account in de afdruk- en kopieerfunctie.
Druk op de [OK] toets.
U gaat terug naar het scherm van stap 2. Als u de limiet
wilt instellen voor een andere functie (kopie of printer),
selecteer dan de functie in stap 2 en herhaal stappen 3
tot 4. Als u wilt het scherm verlaten, drukt u herhaaldelijk
op de [TERUG] toets.
Selecteer "ACCOUNTLIMIET" en druk op de [OK]
toets. Het volgende scherm verschijnt.
BEVEIL. ACC NR
ACCOUNTLIMIET
LIMIET ÉÉN ACC.
LIMIET ALLE ACC.
Wanneer dit programma is geactiveerd, staat de
machine gedurende een minuut geen handeling toe,
als er drie keer achtereenvolgens een verkeerd
accountnummer wordt ingevoerd. Tijdens deze minuut
wordt "Vraag de beheerder om assistentie" in het
display weergegeven.
Een limiet instellen voor het aantal
pagina's per account
Als u dit programma wilt activeren, selecteert u
"BEVEIL. ACC. NR" en drukt u op de [OK] toets
zodat er een checkmarkering in de checkbox
verschijnt.
1
Selecteer "LIMIET ÉÉN ACCOUNT" met de [ ]
of [ ] toets en druk daarna op de [OK] toets.
2
Selecteer "KOPIEERAPPARAAT" of
"PRINTER" met de [ ] of [ ] toets.
3
4
Druk op de [OK] toets.
Voer het gewenste accountnummer in via
het numerieke toetsenbord.
TAKEN ANNULEREN V. ONGELDIG
ACC.
5
Voer een paginagebruiklimiet in met de
cijfertoetsen (max. 50000).
Als het is geactiveerd, annuleert dit programma een
afdrukopdracht als er geen of een onjuist
accountnummer wordt ingevoerd. Dit programma
werkt alleen wanneer de "CONTROLEMODUS" is
geactiveerd voor de printfunctie.
Deze functie is aanvankelijk niet geactiveerd
(standaardfabrieksinstelling).
Als u dit programma wilt deactiveren, selecteert u
"BEVEIL. ACC. NR" en drukt u op de [OK] toets
zodat er geen checkmarkering in de checkbox
verschijnt.
• "0" kan niet worden gedefinieerd.
• Als u de limiet wilt annuleren, drukt u op de [C] toets
en gaat u naar stap 6.
6
7
Druk op de [OK] toets.
Herhaal de stappen 4 tot 6 als u een limiet
wilt instellen voor ander accountnummer.
Als u drukt op de [TERUG] toets, gaat u terug naar het
scherm van stap 2. Als u de limiet wilt instellen voor een
andere functie (kopie of printer), selecteer dan de
functie in stap 2 en herhaal stappen 3 tot 6. Als u wilt
verlaten, drukt u herhaaldelijk op de [TERUG] toets.
Het instellen van een limiet voor alle
accounts
1
Selecteer "LIMIET ALLE ACC." met de [
of [ ] toets en druk daarna op de [OK]
toets.
2
Selecteer "KOPIEERAPPARAAT" of
"PRINTER" met de [ ] of [ ] toets.
3
Voer een paginagebruiklimiet voor alle
accounts in met de cijfertoetsen (max.
50000).
]
Als u printen wilt verbieden wanneer er geen
geldig accountnummer is ingevoerd, selecteert u
"TAKEN ANNULEREN V. ONGELDIG ACC." en
drukt u op de [OK] toets zodat er een
checkmarkering in de checkbox verschijnt.
Als u printen wilt toestaan wanneer er geen geldig
accountnummer is ingevoerd, selecteert u
"TAKEN ANNULEREN V. ONGELDIG ACC." en
drukt u op de [OK] toets zodat de checkmarkering
in de checkbox wordt gewist.
Opmerking
Pagina's gedrukt door ongeldige
accountnummers worden toegevoegd aan
de paginatelling van "OVERIGE"
(accountnummer).
Als u de limiet wilt annuleren, drukt u op de [C] toets en
gaat u naar stap 4.
81
7
GIDS VOOR SYSTEEMINSTELLINGEN
APPARAATBEHEER
PRINTERGEHEUGEN
Deze programma's worden gebruikt om de instellingen
van de hardwarefuncties van de machine te
configureren. Als u toegang wilt hebben tot één van
deze programma's, selecteert u
"APPARAATBEHEER" in het functieselectiescherm,
selecteert het gewenste programma in het scherm
apparaatbeheer en drukt op de [OK] toets.
WACHTEN KOPIEERLAMPINST.
Dit programma wordt gebruikt om te selecteren of u de
kopieerlamp (lichtbron) in of uit wilt schakelen wanneer
de machine in standbymodus staat. Als de kopieerlamp
(lichtbron) ingesteld is op uitschakelen in de
standbymodus, blijft de stroom aan, maar de eerste
kopieertijd duurt langer dan als de lamp aan is.
De fabrieksinstelling is "AAN".
Selecteer "WACHTEN KOPIEERLAMPINST." en druk
op de [OK] toets. Het onderstaande scherm verschijnt.
KOPIEERLAMPINST.
AAN
UIT
1
2
Selecteer "ON" of "OFF" met de [
] of [
] toets.
(Wanneer het tweevoudige functieboard is
geïnstalleerd)
De machine is voorzien van een geheugen waarin
gescande beeldgegevens van originelen is
opgeslagen. Een deel van dit geheugen wordt ook
gebruikt om printgegevens op te slaan. Dit programma
wordt gebruikt om het percentage van het geheugen in
te stellen dat aan de printfunctie wordt toegewezen.
Het toegewezen geheugen kan worden ingesteld van
30% tot 70% in stappen van 10%.
De fabrieksinstelling is "50%".
Selecteer "PRINTERGEHEUGEN" en druk op de [OK]
toets. Het onderstaande scherm verschijnt.
PRINTERGEHEUGEN
30%
40%
50%
60%
1
Selecteer het gewenste percentage met de
[ ] of [ ] toets.
2
Druk op de [OK] toets.
Druk op de [OK] toets.
Opmerking
OFFSETFUNCTIE
Als de offsetfunctie is geactiveerd, worden uitvoersets
verschoven van elkaar gesorteerd, zodat zij gemakkelijk
gescheiden kunnen worden wanneer kopiëren in
sorteermodus of niet-sorteermodus wordt uitgevoerd. De
offsetfunctie kan apart worden geactiveerd voor de bovenste
lade ( deze verschijnt alleen als de documentsorteerladekit is
geïnstalleerd) en de middelste lade.
De functie is aanvankelijk geactiveerd (fabrieksinstelling)
voor zowel de bovenste als de middelste lade.
Selecteer "OFFSETFUNCTIE" en druk op de [OK] toets. Het
onderstaande scherm verschijnt.
OFFSETFUNCTIE
BOVENSTE LADE
MIDDELSTE LADE
1
Selecteer "BOVENSTE LADE" of "MIDDELSTE
LADE" met de [ ] of [ ] toets.
2
Druk op de [OK] toets.
• De instelling wordt geactiveerd en er verschijnt een
checkmarkering in de checkbox.
• Indien deze procedure wordt uitgevoerd wanneer de
instelling al w\is geactiveerd, wordt de
checkmarkering gewist en de instelling uitgeschakeld.
* Deze functie is niet beschikbaar in bepaalde landen en regio's.
82
Het geheugen voor de opslag van beeld- en
printgegevens van originelen is 16 MB. Het
optionele geheugen kan worden ingesteld om het
geheugen uit te breiden tot een maximum van
272 MB (de module voegt 256 MB toe).
USB2.0-MODUS
Hiermee wordt de snelheid voor gegevensoverdracht
van de USB 2.0-poort ingesteld. De fabrieksinstelling
is "HOGE SNELHEID".
Als u USB 2.0 (Hi-Speedfunctie) wilt gebruiken, lees
dan goed "Systeemeisen voor USB 2.0
(Hi-Speedfunctie)" (pagina 83) om te controleren of uw
systeem en de machine-instellingen correct zijn
geconfigureerd.
Selecteer "USB2.0-MODUS" en druk op de [OK] toets.
Het onderstaande scherm verschijnt.
USB2.0-MODUS
VOLLE SNELHEID
HOGE SNELHEID
1
Selecteer de verzendsnelheid met de [
of [ ] toets.
2
Druk op de [OK] toets.
]
GIDS VOOR SYSTEEMINSTELLINGEN
Systeemeisen voor USB 2.0 (Hi-Speedfunctie)
De USB-poort op het apparaat ondersteunt de USB
2.0 Hi-Speedfunctie.
Het onderstaande systeem is vereist voor USB 2.0
(Hi-Speedfunctie):
De computer gebruikt Windows Vista/XP/2000 en het
Microsoft USB 2.0-stuurprogramma is vooraf
geïnstalleerd, of het USB 2.0-stuurprogramma voor
Windows Vista/XP/2000 dat door Microsoft wordt
geleverd via Windows Update is geïnstalleerd.
* Zelfs wanneer het Microsoft USB 2.0-stuurprogramma is
geïnstalleerd, zijn sommige USB 2.0-uitbreidingskaarten
niet in staat om de snelheid zoals vermeld bij de
Hi-Speed-standaard te halen. Dit probleem kan meestal
worden opgelost door de installatie van een meer recent
stuurprogramma voor de betreffende kaart. Neem contact
op met de fabrikant van de kaart om het meest recente
stuurprogramma in uw bezit te krijgen.
TERUG VAN KOPIE MODUS TIMING
Als er printopdrachten of faxprintopdrachten wachten
om geprint te worden nadat de kopieeropdracht is
voltooid, wordt dit programma gebruikt om een korte
wachttijd in te stellen totdat het printen van deze
opdrachten kan beginnen. Door een korte wachttijd in
te stellen kunt u een andere kopieeropdracht laten
uitvoeren nadat de vorige voltooid is.
Tijdkeuze:"0 sec.", "10 sec.", "30 sec." en "60 sec.".
De fabrieksinstelling is 30 seconden.
Selecteer "TERUG VAN KOPIE MODUS TIMING" en
druk op de [OK] toets. Het onderstaande scherm
verschijnt.
TERUG VAN KOPIE
Selecteer het gewenste tijd met de [
[ ] toets.
2
Druk op de [OK] toets.
AUTO WISSEN
60 sec.
(0~120)
1
Selecteer het gewenste tijd met de [
[ ] toets.
] of
Selecteer "0" als u auto wissen niet wilt gebruiken.
2
Druk op de [OK] toets.
DISPLAY TIME-OUT
UITSCHAKELEN
Dit programma wordt gebruikt om te selecteren of u al
dan niet wilt dat het display automatisch teruggaat
naar het basisscherm indien gedurende één minuut in
scan- of faxmodus geen toetsen worden ingedrukt op
het bedieningspaneel.
De fabrieksinstelling gaat automatisch terug naar het
basisscherm.
Als u de automatische teruggang naar het
basisscherm wilt deactiveren, selecteert u "DISPLAY
TIME-OUT UITSCHAKELEN" en drukt u op de [OK]
toets zodat er een checkmarkering in de checkbox
verschijnt.
Als u de automatische teruggang naar het
basisscherm opnieuw wilt activeren, selecteert u
"DISPLAY TIME-OUT UITSCHAKELEN" en drukt u
op de [OK] toets zodat de checkmarkering in de
checkbox gewist wordt.
30 sec.
(0~60)
1
Selecteer "AUTO WISSEN" en druk op de [OK] toets.
Het onderstaande scherm verschijnt.
] of
BEDIENINGS INSTEL
Deze programma's worden gebruikt om verschillende
instellingen met betrekking tot het bedieningspaneel te
configureren. Als u toegang wilt hebben tot één van
deze programma's, selecteert u "BEDIENINGS
INSTELLING" in het functieselectiescherm, selecteert
het gewenste programma in het scherm
bedieningsinstelling en drukt op de [OK] toets.
AUTO WISSEN
Deze functie zet de kopieerinstellingen terug naar de
begininstellingen, als er gedurende een vooringestelde
duur geen toetsen worden ingedrukt nadat de
kopieeropdracht is voltooid. Tijdkeuze: "0 sec.", "10
sec.", "20 sec.", "60 sec.", "90 sec." en "120 sec.".
De fabrieksinstelling is 60 seconden.
TAALINSTELLING
7
Dit programma wordt gebruikt om de taalkeuze van
het display te selecteren.
Selecteer "TAALINSTELLING" en druk op de [OK]
toets en volg de stappen hieronder.
1
Selecteer de taaldisplay met de [
toets.
2
Druk op de [OK] toets.
] of [
]
BERICHTENTIJD
Met dit programma wordt de tijdsduur ingesteld dat
mededelingen in het display verschijnen (dit geldt voor
meldingen die een bepaalde tijdsduur worden
weergegeven en daarna automatisch verdwijnen.)
Selecteer uit "KORT (3 sec.)", "NORMAAL (6 sec.)" en
"LANG (9 sec.)".
De fabrieksinstelling is "NORMAAL (6 sec.)".
83
GIDS VOOR SYSTEEMINSTELLINGEN
TOETSDRUKDUUR
Selecteer "BERICHTENTIJD" en druk op de [OK]
toets. Het onderstaande scherm verschijnt.
Dit programma wordt gebruikt om de tijdsduur in te stellen
die een toets moet worden ingedrukt om effect te hebben.
Een langere instelling kan geselecteerd worden om te
voorkomen date en toets die per ongeluk ingedrukt wordt
effect heeft. Houd er wel rekening mee dat, wanneer u een
langere tijdsduur instelt voor een instelling, u er goed op
moet letten of de toetsinvoer wordt geregistreerd.
De fabrieksinstelling is "MINIMUM".
BERICHTENTIJD
KORT (3 sec.)
NORMAAL (6 sec.)
LANG
(9 sec.)
1
Selecteer het gewenste display met de [
of [ ] toets.
2
Druk op de [OK] toets.
]
TOETSDRUKGELUID
Selecteer "TOETSDRUKDUUR" en druk op de [OK]
toets. Het volgende scherm verschijnt.
TOETSDRUKDUUR
MINIMUM
0.5 sec.
1.0 sec.
1.5 sec.
Dit programma wordt gebruikt om het volume van het
toetsdrukgeluid in te stellen die u hoort wanneer ere en
toets wordt ingedrukt.
De fabrieksinstelling is "KORT".
1
Selecteer het gewenste tijd met de [
[ ] toets.
Selecteer "TOETSDRUKGELUID" en druk op de [OK]
toets. Het onderstaande scherm verschijnt.
2
Druk op de [OK] toets.
TOETSDRUKGELUID
UIT
LAAG
HOOG
1
Selecteer het gewenste volume met de [
of [ ] toets.
AUTOM. TOETSHERHALING UITSCH.
]
Als u het toetsdrukgeluid wilt uitschakelen, selecteert u
"UIT".
2
Druk op de [OK] toets.
TOETSDRUKGELUID BIJ
STARTPUNT
Dit programma wordt gebruikt om te selecteren of er al
dan niet een pieptoon klinkt bij de vooringestelde
basisinstellingen wanneer op een toets wordt gedrukt
om een instelling te selecteren.
De fabrieksinstelling is ingesteld op geen pieptoon.
Als u een pieptoon wilt horen, selecteert u
"TOETSDRUKGELUID BIJ STARTPUNT" en drukt u
op de [OK] toets zodat er een checkmarkering in
de checkbox verschijnt.
Als u geen pieptoon wilt horen, selecteert u
"TOETSDRUKGELUID BIJ STARTPUNT" en drukt u
op de [OK] toets zodat de checkmarkering in de
checkbox wordt gewist.
84
] of
Dit programma wordt gebruikt om te voorkomen date en
instelling voortdurend verandert wanneer de [ ] of [ ]
toets ingedrukt wordt gehouden, en ook wanneer de
zoomfactor of het origineelformaat (auto toetsherhaling werkt
niet) wordt ingesteld. Wanneer dit programma is
geactiveerd, moet een toets meermalen worden ingedrukt in
plaats van hem ingedrukt te houden.
Auto toetsherhaling is aanvankelijk niet geactiveerd
(standaardfabrieksinstelling).
Als u de automatische toetsherhaling wilt
deactiveren, selecteert u "AUTOM.
TOETSHERHALING UITSCH." en drukt u op de
[OK] toets zodat er een checkmarkering in de
checkbox verschijnt.
Als u de automatische toetsherhaling opnieuw wilt
activeren, selecteert u "AUTOM.
TOETSHERHALING UITSCH." en drukt u op de
[OK] toets zodat de checkmarkering in de
checkbox wordt gewist.
INST. PAPIERFORMAAT UITSCH.
Dit programma wordt gebruikt om "INGEST PAP
FORM" te deactiveren in het speciale functiemenu.
Wanneer de functie gedeactiveerd is, kan "INGEST
PAP FORM" niet worden gebruikt op het moment dat
de [SPECIALE FUNCTIE] toets is ingedrukt, zodat
voorkomen wordt dat, behalve de beheerder,
gebruikers de papierformaatinstelling gemakkelijk
kunnen wijzigen.
"INST. PAPIERFORMAAT UITSCH." is aanvankelijk
niet geactiveerd (standaardfabrieksinstelling).
GIDS VOOR SYSTEEMINSTELLINGEN
Als u de instelling wilt activeren, selecteert u
"INST. PAPIERFORMAAT UITSCH." en drukt u op
de [OK] toets zodat er een checkmarkering in de
checkbox verschijnt.
Als u de instelling wilt deactiveren, selecteert u
"INST. PAPIERFORMAAT UITSCH." en drukt u op
de [OK] toets zodat de checkmarkering in de
checkbox wordt gewist.
ENERGIE BESPAREN
Deze programma's worden gebruikt om
energiebesparende instellingen te configureren. Als u
toegang wilt hebben tot één van deze programma's,
selecteert u "ENERGIE BESPAREN" in het
functieselectiescherm en het gewenste programma in
het energiebesparingscherm en drukt op de [OK]
toets.
AUTOM. UITSCHAKELEN
Dit programma wordt gebruikt om automatisch
uitschakelen te activeren. Dit schakelt automatisch de
stroom uit van de fuseereenheid, als het
bedieningspaneel niet gebruikt gedurende een
bepaalde tijd niet gebruikt wordt.
Het activeren van de automatische uitschakelfunctie
helpt energie te besparen, de natuurlijke hulpbronnen
te besparen en milieuvervuiling te beperken.
Deze functie is aanvankelijk geactiveerd.
Opmerking
In plaats van het deactiveren van de
automatische uitschakelfunctie, raden wij u aan
eerst de duur van de tijdinstelling in "TIMER
AUTOMAT. UITSCHAKELEN" (zie onder) te
verlengen. In de meeste gevallen zal een
passende timerinstellingen ervoor zorgen dat
het werk kan doorgaan met een minimum aan
vertraging terwijl u nog steeds kunt profiteren
van de voordelen van de stroomreductie.
Als u de automatische uitschakelfunctie wilt
activeren, selecteert u "AUTOM. UITSCHAKELEN"
en drukt u op de [OK] toets zodat er een
checkmarkering in de checkbox verschijnt.
Als u de automatische uitschakelfunctie wilt
deactiveren, selecteert u "AUTOM.
UITSCHAKELEN" nogmaals en drukt u op de [OK]
toets zodat de checkmarkering in de checkbox
wordt gewist.
TIMER AUTOMAT. UITSCHAKELEN
Dit programma wordt gebruikt om de tijdsduur in te
stellen waarna de automatische uitschakelfunctie
wordt geactiveerd, nadat het bedieningspaneel niet
wordt aangeraakt. De functie gebruiken helpt energie
te besparen, de natuurlijke hulpbronnen te besparen
en milieuvervuiling te beperken.
U kunt de tijdsduur instellen op "1 min.", "5 min.", "30
min.", "60 min.", "120 min." of "240 min.". Selecteer
een instelling die bij uw werkomstandigheden past.
Selecteer "TIMER AUTOMAT. UITSCHAKELEN" en
druk op de [OK] toets. Het onderstaande scherm
verschijnt.
AUTOM. UITSCHAKELEN
5 min.
(5~240)
1
Selecteer het gewenste tijd met de [
[ ] toets.
2
Druk op de [OK] toets.
] of
VOORVERWARMING
Dit programma wordt gebruikt om de tijdsduur in te
stellen tot de voorverwarmmodus, die automatisch de
temperatuur van de fuseereenheid verlaagt, wordt
geactiveerd, nadat het bedieningspaneel niet wordt
aangeraakt. De functie gebruiken helpt energie te
besparen, de natuurlijke hulpbronnen te besparen en
milieuvervuiling te beperken. "1 min.", "5 min.", "30
min.", "60 min.", "120 min.", of "240 min." kunnen als
tijdsduur worden geselecteerd. Selecteer een instelling
die bij uw werkomstandigheden past.
Selecteer "VOORVERWARMING" en druk op de [OK]
toets. Het onderstaande scherm verschijnt.
VOORVERWARMING
min.
(1~240)
1
Selecteer het gewenste tijd met de [
[ ] toets.
2
Druk op de [OK] toets.
] of
TONERBESPARING
Met de tonerbesparingsfunctie kunt u het verbruik van
toner ongeveer 10% reduceren in de automatische en
tekst- en belichtingsfuncties. De kopieën worden
lichter maar zijn nog steeds geschikt voor algemeen
gebruik. De selectie van deze functie heeft geen
invloed op de fotofunctie.
Deze functie is aanvankelijk niet geactiveerd
(standaardfabrieksinstelling).
Als u de tonerbesparing wilt inschakelen, markeert u
de "TONERBESPARING" en drukt u op de [OK] toets.
Als u de tonerbesparing wilt uitschakelen,
selecteert u dit programma en drukt u opnieuw op
de [OK] toets om de checkmarkering te wissen.
85
7
GIDS VOOR SYSTEEMINSTELLINGEN
KOPIEER-INSTELLINGEN
Deze programma's worden gebruikt om verschillende
kopieerinstellingen te activeren. Als u toegang wilt
hebben tot één van deze programma's, selecteert u
"KOPIEERAPPARAAT" in het functieselectiescherm,
selecteert het gewenste programma in het scherm
kopieerinstellingen en drukt op de [OK] toets.
BELICHT. AANP.
Dit programma wordt gebruikt om het
belichtingsniveau af te stellen, wanneer "AUTO"
gebruikt wordt voor het belichtingsniveau. Het
automatische belichtingsniveau kan apart worden
ingesteld voor de glasplaat en de SPF.
Een van vijf niveaus kan worden geselecteerd, met
aan het linkereinde van de schaal het lichtste niveau
en aan het rechtereinde het donkerste niveau.
De fabrieksinstelling is het middelste niveau.
WISBREEDTE AANP.
(Wanneer het tweevoudige functieboard is
geïnstalleerd)
Gebruik deze instelling om de standaardrandbreedte
in te stellen.
De fabrieksinstelling is "10 mm (1/2 inch)".
Selecteer "WISBREEDTE AANP." en druk op de [OK]
toets. Het onderstaande scherm verschijnt.
WISBREEDTE AANP.
mm
(0~20)
1
Selecteer "BELICHT. AANP." en druk op de [OK]
toets. Het onderstaande scherm verschijnt.
BELICHT. AANP.
GLASPLAAT
SPF/RSPF
1
Selecteer "GLASPLAAT" of SPF/RSPF met
de [ ] of [ ] toets.
2
Druk op de [ ] of [ ] toets om de
belichting aan te passen.
3
Herhaal de stappen 1 en 2 om de andere
belichting af te stellen.
4
Druk op de [OK] toets.
STANDAARDRAND
(Wanneer het tweevoudige functieboard is
geïnstalleerd)
Gebruik deze instelling om de breedte van de
standaardrand in te stellen.
De fabrieksinstelling is "10 mm (1/2 inch)".
Selecteer "STANDAARD RAND" en druk op de [OK]
toets. Het onderstaande scherm verschijnt.
De wisbreedte voor de rand en voor de middenrand
hebben dezelfde standaardwaarde, die kan worden
ingesteld van 0 mm tot 20 mm in stappen van 5 mm (0"
tot 1" in stappen van 1/4").
2
Druk op de [OK] toets.
KAARTFORMAAT STANDAARD
(Wanneer het tweevoudige functieboard is
geïnstalleerd)
Dit programma wordt gebruikt om de
standaardafmetingen in te stellen die verschijnen zodra
het scherm kaartformaatinvoer wordt weergegeven.
De fabrieksinstellingen zijn 86 mm (3-3/8") voor de
breedte (X) en 54 mm (2-1/8") voor de lengte (Y).
Selecteer "KARTFORMAAT STANDAARD" en druk op
de [OK] toets. Het onderstaande scherm verschijnt.
KAARTFORMAAT STND.
FORM.(mm)
X:
Y:
1
Selecteer X of Y met de [ ] of [ ] toets en pas
de corresponderende standaardwaarde aan
met de [ ] of [ ] toets.
2
Druk op de [OK] toets.
STANDAARD RAND
mm
Pas de wisbreedte voor de rand en
middenrand aan met de [ ] of [ ] toets.
(0~20)
STANDAARDLADE
1
Stel de standaardrandbreedte bij met de
[ ] of [ ] toets.
De waarde kan worden ingesteld van 0 mm tot 20 mm in
stappen van 5 mm (van 0" tot 1" in stappen van 1/4").
2 Druk op de [OK] toets.
86
Dit programma wordt gebruikt om in te stellen welke lade
standaard is geselecteerd.
Laden die voor selectie verschijnen variëren afhankelijk van
de optionele laden die geïnstalleerd zijn.
De fabrieksinstelling is "LADE 1".
GIDS VOOR SYSTEEMINSTELLINGEN
Selecteer "STANDAARD LADE" en druk op de [OK]
toets. Het onderstaande scherm verschijnt.
STANDAARD LADE
LADE 1
LADE 2
LADE 3
LADE 4
1
2
Selecteer de lade met de [
] of [
] toets.
Druk op de [OK] toets.
ROTATIE KOPIE
(Wanneer het tweevoudige functieboard is
geïnstalleerd)
Als de stand van het origineel en de stand van het
kopieerpapier niet overeenkomen, kan het beeld
gedraaid worden.
Beelddraaiing werkt wanneer automatische
papierkeuze of automatische kopieerfactorkeuze
werkzaam is.
Deze functie is aanvankelijk geactiveerd
(standaardfabrieksinstelling).
Opmerking
STNDRD BELICHTING
Dit programma wordt gebruikt om het
belichtingsmodus/niveau dat aanvankelijk
geselecteerd is af te stellen, wanneer de
[BELICHITNG] toets is ingedrukt.
De fabrieksinstelling is "AUTO".
Origineel
Als het beeld gedraaid en verkleind is,
varieert de stand van het gekopieerde beeld
afhankelijk van de stand van origineel en
papier.
Papier
Kopie
Selecteer "STNDRD BELICHTING" en druk op de
[OK] toets. Het onderstaande scherm verschijnt.
STNDRD BELICHTNG
AUTO AUTO
TEKST
FOTO
1
Selecteer de gewenste belichting met de
[ ] of [ ] toets.
2
Als u "TEKST" of "FOTO" selecteert, stelt
u het belichtingniveau in met de [ ] of [ ]
toets.
3
Druk op de [OK] toets.
CONTINU TOEVOER
Wanneer de ononderbroken-invoerfunctie
ingeschakeld is, worden extra originelen die binnen 5
seconden na het vorige origineel in de SPF worden
gevoerd, automatisch ingevoerd en gekopieerd. (Als
de tussenperiode langer is dan 5 seconden, moet u
opnieuw op de [START] toets ( ) drukken.)
Deze functie kan gebruikt worden wanneer u
originelen scant in kopieer- en scanmodus.
Deze functie is aanvankelijk niet geactiveerd
(standaardfabrieksinstelling).
Als u ononderbroken-invoer wilt activeren,
selecteert u "CONTINU TOEVOER" en drukt u op
de [OK] toets zodat er een checkmarkering in de
checkbox verschijnt.
Als u de ononderbroken-invoer wilt deactiveren,
selecteert u "CONTINU TOEVOER" en drukt u op
de [OK] toets zodat de checkmarkering in de
checkbox wordt gewist.
Als u beelddraaiing wilt activeren, selecteert u
"ROTATIE KOPIE" en drukt u op de [OK] toets zodat
er een checkmarkering in de checkbox verschijnt.
Als u de beelddraaiing wilt deactiveren, selecteert u
"ROTATIE KOPIE" en drukt u op de [OK] toets zodat
de checkmarkering in de checkbox wordt gewist.
SELECT AUTO SORT
(Wanneer het tweevoudige functieboard is
geïnstalleerd)
Dit programma wordt gebruikt om de
standaarduitvoermodus te selecteren, wanneer de
SPF wordt gebruikt voor het kopiëren.
De fabrieksinstelling is "SORTEREN".
Selecteer "SELECT AUTO SORT" en druk op de [OK]
toets. Het onderstaande scherm verschijnt.
SELECT AUTO SORT
NIET SORTEREN
SORTEREN
1
Selecteer de gewenste uitvoerfunctie met
de [ ] of [ ] toets.
2
Druk op de [OK] toets.
87
7
GIDS VOOR SYSTEEMINSTELLINGEN
RESOLUTIE IN
AUTO/TEKST-MODUS
Dit programma wordt gebruikt om de gebruikte
resolutie af te stellen, wanneer de belichting is
afgesteld op "AUTO" of "TEKST". Wanneer "300dpi"
wordt geselecteerd, is de eerste kopieertijd korter dan
wanneer "600dpi" wordt geselecteerd.
De fabrieksinstelling is "300dpi".
Selecteer "RESOLUTIE IN AUTO/TEKST-MODUS" en
druk op de [OK] toets. Het onderstaande scherm
verschijnt.
RESOLUTIE
300dpi
600dpi
Selecteer "MAX. AANT. KOP." en druk op de [OK]
toets. Het onderstaande scherm verschijnt.
MAX. AANT. KOP.
99 exemplaren
999 exemplaren
1
Selecteer "99 exemplaren" of "999
exemplaren" met de [ ] of [ ] toets.
2
Druk op de [OK] toets.
AUTOM. PAPIERSELECTE UIT
1
Druk op de [ ] of [ ] toets om de
resolutie te selecteren.
2
Druk op de [OK] toets.
FOTOMODUS STANDAARD
Dit programma wordt gebruikt als u de methode om
halftonen uit te drukken selecteert als "FOTO" is
geselecteerd met de [BELICHITNG] toets voor een
kopieeropdracht. Selecteer "PATROON 1" of
"PATROON 2" voor de methode om halftonen tot
uiting te brengen.
"PATROON 1" wordt aanbevolen voor geprinte foto's,
het zorgt voor scherpe foto's en duidelijke contouren.
"PATROON 2" wordt aanbevolen voor foto's op
fotopapier, het zorgt voor een zacht beeld.
De fabrieksinstelling is "PATROON 2".
Selecteer "FOTOMODUS STANDAARD" en druk op
de [OK] toets. Het onderstaande scherm verschijnt.
FOTOMODUS STANDAARD
PATROON 1
PATROON 2
1
Selecteer "PATROON 1" of "PATROON 2"
met de [ ] of [ ] toets.
2
Druk op de [OK] toets.
MAX. AANT. KOP.
Dit programma wordt gebruikt om de limiet van het
aantal kopieën in te stellen dat ingesteld kan worden
(en in het display kan verschijnen) voor één
kopieeropdracht.
De fabrieksinstelling is "999 kopieën".
88
Dit programma wordt gebruikt om de automatische
papierselectie te deactiveren. Wanneer automatische
papierkeuze is uitgeschakeld, wordt het meest
geschikte papier niet automatisch geselecteerd, als
een origineel op de glasplaat of de origineelinvoer
geplaatst is.
Deze functie is aanvankelijk niet geactiveerd
(standaardfabrieksinstelling).
Als u de automatische papierkeuze wilt
deactiveren, selecteert u "AUTOM.
PAPIERSELECTE UIT" en drukt u op de [OK] toets
zodat er een checkmarkering in de checkbox
verschijnt.
Als u de automatische papierkeuze opnieuw wilt
activeren, selecteert u "AUTOM. PAPIERSELECTE
UIT" en drukt u op de [OK] toets zodat de
checkmarkering in de checkbox wordt gewist.
DUBBELZIJDIG KOPIËREN UIT
(Alleen op modellen die dubbelzijdig
afdrukken ondersteunen)
Gebruik dit programma wanneer u de dubbelzijdige
kopieerfunctie wilt uitschakelen of indien de 2-zijdige
functie niet functioneert.
Wanneer het programma ingeschakeld is, is alleen
enkelzijdig printen mogelijk.
Deze functie is aanvankelijk niet geactiveerd
(standaardfabrieksinstelling).
Als u de 2-zijdig kopiëren wilt deactiveren,
selecteert u "DUBBELZIJDIG KOPIËREN UIT" en
drukt u op de [OK] toets zodat er een
checkmarkering in de checkbox verschijnt.
Als u 2-zijdig kopiëren opnieuw wilt activeren,
selecteert u "DUBBELZIJDIG KOPIËREN UIT" en
drukt u op de [OK] toets zodat de checkmarkering
in de checkbox wordt gewist.
INDEX
Symbolen / Nummers
G
[ ] toets ...................................................................15
2-in-1 / 4-in-1-kopiëren..............................................66
[2-ZIJDIGE KOPIE] toets ..........................................15
250-vel papierinvoereenheid / 2 x 250-vel papierinvoereenheid...41
GEGEVENS-indicator ........................................ 14, 15
Glasplaat ............................................................ 12, 45
- 2-zijdige kopieën vanaf 1-zijdige originelen ....... 58
- Normaal kopieren.............................................. 45
- Reiniging ............................................................ 37
Glasreiniger ........................................................ 12, 37
A
Aantal kopieën instellen ........................................... 49
[ACC.#-C] toets ...................................................15, 23
Accountregeling ........................................................23
[AUTO IMAGE] toets.................................................15
Automatisch papierkeuze..........................................47
Automatisch papierkeuze uitschakelen.....................88
Automatisch uitschakelen .........................................85
Automatische papierlade-omschakeling ............ 22, 49
Automatische terugsteltijd ............................ 17, 46, 83
Automatische uitschakelfunctie.................................17
B
Basisscherm..............................................................18
Bedieningspaneel............................................... 12, 14
Bediening van kopieer-, printer- en scan- en faxfuncties ...... 16
Beelddraaiing ............................................................64
Beheerderswachtwoord ............................................39
Belichting
- Kopie donkerder of lichter maken ...................... 48
[BELICHTING] toets........................................... 15, 48
Boekkopie .................................................................62
Bovenste lade ...........................................................12
H
Handgrepen ............................................................ 12
Handinvoerlade ...................................... 13, 18, 20, 61
Handleidingen meegeleverd bij het product ............... 9
Hoofdkenmerken ..................................................... 10
I
Icoon "tonercartridge-vervanging vereist................. "28
Icoon "vervanging ontwikkelaar vereist ................... "28
Indicators en displaymeldingen ............................... 28
Inschakelen ............................................................. 17
Installatie-eisen .......................................................... 8
K
Kaartformaat ............................................................ 71
Kantlijnverschuiving ................................................ 68
Klep van de invoerrol ........................................ 13, 29
[KOPIEËN] toets / indicator ...................................... 14
[KOPIEERFACTOR] toets........................................ 15
Kopieerfuncties ....................................................... 45
Kopie wissen ........................................................... 69
C
L
[C] toets...............................................................14, 46
[CA] toets ............................................................15, 18
Cijfertoetsen ..............................................................14
Controle van de totale uitvoertelling......................... 36
Lade 1 ...................................................................... 12
Lade 2 ...................................................................... 12
Ladereiniger ...................................................... 12, 38
LIJN-indicator ........................................................... 15
LIJNSTATUS-indicator ............................................. 15
Lijst met systeeminstellingen ................................... 77
D
Display ..........................................................14, 16, 39
Display kopieeraantal................................................14
Documentsorteerladekit ............................................12
Draaiknop van de rollen ............................... 13, 31, 32
Druk op de [ONDERBREKEN] toets. ........................63
Dubbelzijdig kopiëren................................................56
Dubbelzijdig kopiëren met handinvoerlade .............. 61
E
Een kopie verkleinen of vergroten
- Automatische kopieerfactorkeuze ...................... 52
- Voorgeprogrammeerde kopieerfactor/zoom .......52
- XY zoom kopiëren...............................................54
Energiebesparingsfuncties....................................... 17
Enveloppen ...............................................................20
M
Melding..................................................................... 28
Middelste lade: ......................................................... 12
N
Netschakelaar .................................................... 12, 17
Normaal kopiëren
- Kopiëren vanaf de glasplaat............................... 45
- Kopiëren vanaf de SPF ...................................... 46
F
[FAXSTATUS] toets ..................................................14
[FAX] toets / indicator................................................15
Fotogeleidende drum ............................................... 13
Functies.....................................................................10
89
O
S
Offsetfunctie ....................................................... 63, 65
[OK] toets ..................................................................14
Omkeerlade........................................................ 13, 29
ONDERBREKING-indicator ............................... 14, 63
[ONDERBREKING] toets ......................................... 14
Onderdeelbenamingen en functies .......................... 12
Onderhoudsicoon......................................................28
ONLINE-indicator ......................................................14
Ononderbroken-invoer ..............................................87
Ononderbroken-invoerfunctie....................................46
Ontgrendelhendel van de tonercartridge............ 13, 35
Ontgrendeling van de fuseereenheid ..................13, 32
Opslag van onderdelen ............................................ 42
Origineelgeleiders .............................................. 13, 46
Origineelinvoerlade ...................................................13
Origineelklep ............................................................ 13
- Reiniging .............................................................37
- Verwijderen .........................................................47
[SCANNEN] toets / indicator .................................... 14
[SPECIALE FUNCTIE] toets .................................... 15
SPF .......................................................................... 46
- 2-zijdige kopieën vanaf 1-zijdige originelen ....... 57
- Mogelijke origineelformaten ............................... 47
- Papierstoring origineel ....................................... 29
- Reiniging ............................................................ 37
Standaard papierformaten ....................................... 50
Standaardinstellingen............................................... 18
[START] indicator ..................................................... 15
[START] toets..................................................... 15, 46
Systeeminstellingen ................................................. 75
P
Papier....................................................................... 18
Papier bijvullen......................................................... 18
Papier in de handinvoerlade laden........................... 20
[PAPIERFORMAAT] toets.........................................15
Papiergeleider van de fuseereenheid ................ 13, 33
Papiergeleiders van de handinvoerlade............. 13, 20
Papierinvoerrol van de handinvoerlade.................... 37
Papierladekeuze ...................................................... 49
Papierstoring origineel ..............................................29
Parallel poort ............................................................ 12
Pieptoon ....................................................................84
Pijltjestoetsen ........................................................... 15
[PRINT] toets / indicator ............................................14
Probleem...................................................................25
Probleemoplossing
- Machine- en kopieerproblemen ......................... 25
Probleemoplossing en onderhoud ............................24
Productconfiguraties ...................................................3
R
[READ-END] (STOP LEZEN) toets ...........................15
Rechter zijklep.................................................... 13, 29
Reinigen van de machine
- Origineelplaat en SPF/origineelklep...................37
- Papierinvoerrol van de handinvoerlade ............. 37
- Transportlade ..................................................... 38
Reinigen van de transportlade ..................................38
RSPF
- 1-zijdige kopieën van 2-zijdige originelen ...........60
- 2-zijdige kopieën vanaf 2-zijdige originelen ........59
90
T
Technische specificaties ......................................... 73
[TERUG] toets .......................................................... 14
Timer automatisch uitschakelen............................... 85
Toner cartridge ................................................... 13, 35
Tonercartridge vervangen ....................................... 35
Tweezijdig afdrukken ............................................... 18
U
Uitschakelen............................................................ 17
Uitvoergedeelte ....................................................... 13
[UITVOER] toets ...................................................... 15
USB 1.1 poort (USB-1)............................................. 13
USB 2,0 poort........................................................... 12
USB 2.0 (Hi-Speedfunctie) ....................................... 83
V
Vastgelopen papier verwijderen ............................... 29
- Handinvoerlade ................................................. 30
- In de machine..................................................... 31
- Lade 1 ................................................................ 33
- Lade 2 ................................................................ 34
- SPF .................................................................... 29
Verlenging van de handinvoerlade.................... 13, 20
Verwijderen van de origineelklep ............................ 47
Voorklep .................................................................. 12
Voorverwarmingsfunctie........................................... 17
Z
Zijklep ...................................................................... 13
Zijklep handgreep.................................................... 13
Zoom ........................................................................ 52
INDEX PER THEMA
Aangepaste kopieerfuncties
2-in-1 / 4-in-1-kopiëren..............................................66
Beelddraaiing ............................................................64
Kaartformaat .............................................................71
Kantlijnverschuiving ................................................. 68
Kopie wissen ............................................................ 69
Sorteermodus............................................................64
Kopieren
1-zijdige kopieën van 2-zijdige originelen .................60
2-zijdige kopieën vanaf 1-zijdige originelen ..............57
2-zijdige kopieën vanaf 2-zijdige originelen ..............59
Aantal kopieën instellen ........................................... 49
Automatische kopieerfactorkeuze ............................ 52
Boekkopie .................................................................62
De handinvoerlade gebruiken om een speciaal
formaat origineel te kopiëren.....................................51
Dubbelzijdig kopiëren met handinvoerlade .............. 61
Een kopie verkleinen of vergroten.............................52
Handmatige factorselectie
(voorgeprogrammeerde kopieerfactor/zoom)............52
Het origineel plaatsen
- Glasplaat ............................................................ 45
- SPF .....................................................................46
Kopie donkerder of lichter maken ............................ 48
Kopiëren onderbreken.............................................. 63
Normaal kopiëren
- Kopiëren vanaf de glasplaat ...............................45
- Kopiëren vanaf de SPF .......................................46
Papierladekeuze ...................................................... 49
Selecteer het formaat van het origineel. ..................50.
Verwijderen van de origineelklep ............................. 47
XY zoom kopiëren.....................................................54
Kopiëren, starten,
Glasplaat .................................................................. 45
SPF ...........................................................................46
Probleemoplossing
Probleem...................................................................25
Vastgelopen papier verwijderen
- Handinvoerlade .................................................. 30
- In de machine .....................................................31
- Lade 1 .................................................................33
- Lade 2 .................................................................34
- SPF .....................................................................29
91
92
WACHTWOORDNUMMER
BEHEERDER: FABRIEKSINSTELLING
Hieronder vindt u de fabrieksinstelling van het wachtwoordnummer van de beheerder, dat moet worden
gebruikt om de systeeminstellingen te openen.
Fabrieksinstelling = 00000
✂
Dit nummer moet worden gebruikt wanneer de systeeminstellingen voor het eerst worden geopend (pagina
76).
Opmerking
• Het wachtwoordnummer van de beheerder is een belangrijk beveiligingsnummer waarmee de
beheerder de functies van het kopieerapparaat en de instellingen van de accountant kan configureren.
• U moet uw eigen codenummer invoeren – een ander nummer dan de fabrieksinstelling hierboven –
meteen nadat uw kopieerapparaat is geïnstalleerd.
• Maak deze pagina los en bewaar deze op een veilige plaats.
93
A. Informatie over afvalverwijdering voor gebruikers (particuliere
huishoudens)
1. In de Europese Unie
Let op: Deze apparatuur niet samen met het
normale huisafval weggooien!
Afgedankte elektrische en elektronische
apparatuur moet gescheiden worden
ingezameld conform de wetgeving inzake de
verantwoorde verwerking, terugwinning en
recycling van afgedankte elektrische en
elektronische apparatuur.
Na de invoering van de wet door de lidstaten
mogen particuliere huishoudens in de lidstaten
van de Europese Unie hun afgedankte
elektrische en elektronische apparatuur
kosteloos* naar hiertoe aangewezen
inzamelingsinrichtingen brengen*.
In sommige landen* kunt u bij de aanschaf van
een nieuw apparaat het oude product kosteloos
bij uw lokale distributeur inleveren.
Let op: Uw product is van dit
merkteken voorzien. Dit
betekent dat afgedankte
elektrische en elektronische
apparatuur niet samen met
het normale huisafval
mogen worden weggegooid.
Er bestaat een afzonderlijk
inzamelingssysteem voor
deze producten.
*) Neem contact op met de plaatselijke autoriteiten voor verdere informatie.
Als uw elektrische of elektronische apparatuur batterijen of accumulatoren bevat
dan moet u deze afzonderlijk conform de plaatselijke voorschriften weggooien.
Door dit product op een verantwoorde manier weg te gooien, zorgt u ervoor dat het
afval de juiste verwerking, terugwinning en recycling ondergaat en potentiële
negatieve effecten op het milieu en de menselijke gezondheid worden voorkomen
die anders zouden ontstaan door het verkeerd verwerken van het afval.
2. In andere landen buiten de Europese Unie
Als u dit product wilt weggooien, neem dan contact op met de plaatselijke
autoriteiten voor informatie omtrent de juiste verwijderingsprocedure.
Voor Zwitserland: U kunt afgedankte elektrische en elektronische apparatuur
kosteloos bij de distributeur inleveren, zelfs als u geen nieuw product koopt.
Aanvullende inzamelingsinrichtingen zijn vermeld op de startpagina van
www.swico.ch or www.sens.ch.
B. Informatie over afvalverwijdering voor bedrijven.
1. In de Europese Unie
Als u het product voor zakelijke doeleinden heeft gebruikt en als u dit wilt
weggooien:
Neem contact op met uw SHARP distributeur die u inlichtingen verschaft over de
terugname van het product. Het kan zijn dat u een afvalverwijderingsbijdrage voor
de terugname en recycling moet betalen. Kleine producten (en kleine
hoeveelheden) kunnen door de lokale inzamelingsinrichtingen worden verwerkt.
Voor Spanje: Neem contact op met de inzamelingsinrichting of de lokale
autoriteiten voor de terugname van uw afgedankte producten.
2. In andere landen buiten de Europese Unie
Als u dit product wilt weggooien, neem dan contact op met de plaatselijke
autoriteiten voor informatie omtrent de juiste verwijderingsprocedure.
Opmerking voor gebruikers in Europa
SHARP ELECTRONICS (Europe) GmbH
Sonninstraße 3, D-20097 Hamburg
MX-M160D/MX-M200D
TINSH1982TSZZ