APRILIA RX 50 User's Manual

APRILIA WOULD LIKE TO THANK YOU
for choosing one of its products. We have compiled this booklet to provide a comprehensive overview of your vehicle's quality features. Please, read it
carefully before riding the vehicle for the first time. It contains information, tips and precautions for using your vehicle. It also describes features, details
and devices to assure you that you have made the right choice. We believe that if you follow our suggestions, you will soon get to know your new vehicle
well and that it will continue to give you satisfactory service for many years to come. This booklet is an integral part of the vehicle and must be handed
over to the new owner in the event of sale.
APRILIA WIL U BEDANKEN
omdat u één van haar producten heeft gekozen. Wij hebben deze handleiding opgesteld opdat u de kwaliteiten ervan ten volle kan waarderen. Wij
raden aan om deze handleiding geheel door te lezen, voordat u met het voertuig gaat rijden. Het bevat informatie, raadgevingen en waarschuwingen
in verband met het gebruik van uw voertuig; daarnaast zal u eigenschappen, bijzonderheden en handigheidjes ontdekken die u ervan zullen overtuigen
dat u een juiste keuze heeft gemaakt. Wij zijn er zeker van dat indien u hier rekening mee zal houden, u makkelijk zal wennen aan uw nieuw voertuig,
waar u lang naar volle tevredenheid gebruik van zal kunnen maken. Deze uitgave is een integrerend deel van het voertuig, en bij verkoop van dit laatste
moet het worden overhandigd aan de nieuwe eigenaar.
RX 50 - SX 50
Ed. 03 2009
The instructions in this booklet have been compiled primarily to offer a simple and clear guide to using the vehicle; it also describes routine maintenance
procedures and regular checks that should be carried out on the vehicle at an Aprilia Dealer or Authorised Workshop. This booklet also contains
instructions for simple repairs. Any operations not specifically described in this booklet require the use of special tools and/or particular technical
knowledge; for these operations, please take your vehicle to an Aprilia Dealer or Authorised Workshop.
De instructies in deze handleiding zijn voorbereid om vooral een eenvoudige en duidelijke leidraad te zijn voor het gebruik; men vindt eveneens de
handelingen van het klein onderhoud en van de periodieke controles die bij een Dealer of Erkende aprilia Garage moeten uitgevoerd worden. De
handleiding bevat tevens instructies voor een aantal eenvoudige herstellingen. De herstellingen die niet uitgebreid in deze uitgave zijn beschreven,
vereisen dat men over speciale gereedschappen en/of specifieke technische kennis beschikt; voor het uitvoeren van deze herstellingen raadt men aan
om zich te wenden tot een Dealer of Erkende aprilia Garage.
2
Personal safety
Persoonlijke veiligheid
Failure to completely observe these instructions will
result in serious risk of personal injury.
Indien deze voorschriften niet of niet volledig worden
opgevolgd, kan dit ernstig letsel aan personen tot gevolg hebben.
Safeguarding the environment
Bescherming van
Sections marked with this symbol indicate the correct
use of the vehicle to prevent damaging the environment.
Geeft het juiste gedrag aan dat u aan moet houden
zodat het gebruik van het voertuig geen schade aanricht aan de natuur.
Vehicle intactness
Staat van het voertuig
The incomplete or non-observance of these regulations leads to the risk of serious damage to the vehicle
and sometimes even the invalidity of the guarantee.
Indien deze voorschriften niet of niet volledig worden
opgevolgd kan dit ernstige schade aan het voertuig,
en eventueel het vervallen van deze garantie tot gevolg hebben.
The symbols shown above are very important. They
are used to highlight those parts of the booklet that
should be read with particular care. As you can see,
each sign consists of a different graphic symbol, making it quick and easy to locate the various topics.
Before starting the engine, read this booklet thoroughly and the "SAFE RIDING" section in particular. Your
safety as well as other's does not only depend on the
quickness of your reflexes and agility, but also on how
well you know your vehicle, the state of maintenance
of the vehicle itself and your knowledge of the rules
for SAFE RIDING. For your safety, get to know your
vehicle well so as to safely ride and master it in road
traffic IMPORTANT This booklet is an integral part of
the vehicle, and must be handed to the new owner in
the event of sale.
Bovengenoemde signalen zijn erg belangrijk. Ze hebben namelijk tot doel om de delen van het boekje aan
te geven die u aandachtig door moet lezen. Zoals u
ziet, bestaat ieder teken uit een ander grafisch symbool, zodat de bijbehorende onderwerpen meteen
duidelijk kunnen worden gevonden in de verschillende delen. Vooraleer men de motor start, leest men
aandachtig deze handleiding, en vooral de paragraaf
"VEILIG RIJDEN". Uw veiligheid en die van anderen
hangt niet enkel af van uw reflexen en vlugheid, maar
ook van de kennis en de efficiëntie van het voertuig,
en van de kennis van de fundamentele regels voor het
VEILIG RIJDEN. We raden daarom aan om vertrouwd
te raken met het voertuig, zodat u zich veilig en beheersd kan bewegen in het verkeer. BELANGRIJK
Deze handleiding moet beschouwd worden als integrerend deel van het voertuig, en moet worden overhandigd bij de verkoop ervan.
3
4
INDEX
INDEX
VEHICLE.........................................................................................
Dashboard...................................................................................
Analogue instrument panel..........................................................
Key switch....................................................................................
Locking the steering wheel.......................................................
Releasing the steering wheel...................................................
Switch direction indicators...........................................................
Horn button..................................................................................
Rear brake pedal.........................................................................
Throttle grip..................................................................................
Front brake control.......................................................................
Gear pedal...................................................................................
Clutch control...............................................................................
Light on/of switch.........................................................................
Start-up button.............................................................................
Manual starter control..................................................................
Fuel tank......................................................................................
Opening the saddle..................................................................
Keys.............................................................................................
Identification.................................................................................
USE.................................................................................................
Checks.........................................................................................
Tyre pressure...............................................................................
Running in....................................................................................
Starting up the engine..................................................................
Precautions..............................................................................
Stopping the engine.....................................................................
Stand...........................................................................................
Suggestions to prevent theft........................................................
Safe driving..................................................................................
MAINTENANCE..............................................................................
7
8
9
11
11
12
12
13
13
14
14
15
16
16
17
17
18
18
19
20
21
22
23
24
27
28
29
29
30
31
39
VOERTUING.....................................................................................
Legenda.........................................................................................
Analoog instrumentenpaneel.........................................................
Sleutelschakelaar...........................................................................
Inschakeling van het stuurslot....................................................
Stuurslot ontgrendelen...............................................................
Schakelaar richtingaanwijzers.......................................................
Drukknop claxon............................................................................
Achterrempedaal............................................................................
Gascommando...............................................................................
Commando van de voorrem..........................................................
Schakelpedaal...............................................................................
Commando van de koppeling........................................................
Lichtschakelaar..............................................................................
Startknop........................................................................................
Commando van de manuele starter...............................................
Benzinetank...................................................................................
Opening van het zadel...............................................................
Sleutels..........................................................................................
Identificatie.....................................................................................
GEBRUIK..........................................................................................
Controles........................................................................................
Bandenspanning............................................................................
Inrijden...........................................................................................
Starten des motors.........................................................................
Voorzorgsmaatregelen...............................................................
Het stilleggen van de motor...........................................................
Standaard......................................................................................
Tips tegen diefstal..........................................................................
Het veilig rijden..............................................................................
ONDERHOUD...................................................................................
5
7
8
9
11
11
12
12
13
13
14
14
15
16
16
17
17
18
18
19
20
21
22
23
24
27
28
29
29
30
31
39
Gearbox oil level..........................................................................
Transmission chain......................................................................
Tyres............................................................................................
Spark plug dismantlement...........................................................
Air filter cleaning..........................................................................
Cooling fluid level.........................................................................
Checking the brake oil level.........................................................
Braking system fluid top up......................................................
Battery.........................................................................................
Use of a new battery................................................................
Long periods of inactivity.............................................................
Fuses...........................................................................................
Front light group...........................................................................
Headlight adjustment...............................................................
Front direction indicators.............................................................
Rear optical unit...........................................................................
Rear turn indicators.....................................................................
Idle adjustment............................................................................
Front and rear disc brake.............................................................
Transmissions..............................................................................
Periods of inactivity......................................................................
Cleaning the vehicle....................................................................
TECHNICAL DATA.........................................................................
PROGRAMMED MAINTENANCE..................................................
Scheduled maintenance table.....................................................
40
41
43
44
45
47
49
51
52
53
54
56
57
59
60
61
63
63
65
66
68
70
77
83
84
Oliepeil van de versnellingsbak.....................................................
Transmissieketting.........................................................................
Banden...........................................................................................
Demonteren van de bougie............................................................
Reiniging van de luchtfilter.............................................................
Peil van de koelvloeistof................................................................
Controle van het oliepeil van de remmen......................................
Het bijvullen van vloeistof in de reminstallatie............................
Accu...............................................................................................
Inwerkingstelling van een nieuwe accu......................................
Lange stilstand...............................................................................
Zekeringen.....................................................................................
Voorste optische groep..................................................................
Regeling van de koplamp...........................................................
Voorste richtingaanwijzers.............................................................
Achterste optische groep...............................................................
Achterste richtingaanwijzers..........................................................
Regeling van het minimum toerental.............................................
Schijfrem vooraan en achteraan....................................................
Transmissies..................................................................................
Stilstand van het voertuig...............................................................
Reinigen van het voertuig..............................................................
TECHNISCHE GEGEVENS..............................................................
GEPLAND ONDERHOUD................................................................
Tabel van het geprogrammeerd onderhoud..................................
6
40
41
43
44
45
47
49
51
52
53
54
56
57
59
60
61
63
63
65
66
68
70
77
83
84
RX 50 - SX 50
Chap. 01
Vehicle
Hst. 01
Voertuing
7
01_01
Dashboard (01_01)
Legenda (01_01)
KEY:
LEGENDE:
1. Instrument panel
1. Dashboard
2. Light switch, horn and stop
2. Schakelaar van de lichten, akoestische melder en stop
3. Front brake lever
3. Commando van de voorrem
1 Vehicle / 1 Voertuing
4. Throttle grip
4. Commando van de gashendel
5. Ignition lock
5. Ontstekingsslot
6. Clutch control
7. Front brake fluid reservoir
6. Commando van de koppeling
7. Vloeistoftank van de voorrem
8. Mirror
9. Cold start lever control
8. Spiegeltje
9. Commandohendel voor de koude start
8
Analoog instrumentenpaneel
(01_02)
KEY:
LEGENDE:
1. Speedometer
1. Snelheidsmeter
2. Tachometer
2. Indicator van het toerental van de
motor
3. High temperature warning light
01_02
4. Low oil warning light
3. Indicatorlamp voor de excessieve
temperatuur
5. Turn indicator warning light
4. Controlelamp oliereserve
6. High-beam warning light on
5. Controlelamp richtingaanwijzers
7. Low fuel warning light
6. Controlelamp groot licht aan
8. Multifunction indicator
7. Indicator brandstofreserve
9. Mode Button
8. Multifunctionele indicator
ODO Total distance travelled
9. Toets Mode
CLOCK
ODO Totaal afgelegde afstand
TRIP Partial distance
KLOK
SRV Distance for the next vehicle servicing
TRIP Partiële afstand
SRV Afstand tot de volgende servicebeurt
Functions:
Functies :
WATER TEMPERATURE WARNING
LIGHT : RED, turns on if the coolant temperature exceeds 105º C.
CONTROLELAMP
TEMPERATUUR
WATER : RODE kleur, licht op wanneer
de temperatuur van de koelvloeistof 105º
C overschrijdt.
9
1 Vehicle / 1 Voertuing
Analogue instrument panel
(01_02)
MIM. OIL LEVEL WARNING LIGHT :
RED, turns on when there is a 0.25 litre
oil reserve in the reservoir.
CONTROLELAMP MIN. OLIEPEIL :
RODE kleur, licht op wanneer in de tank
een oliereserve van 0,25 liter overblijft.
FUEL RESERVE ICON : turns on when
there is a 1.3 litre petrol reserve in the
tank.
ICOON BRANDSTOFRESERVE : licht
op wanneer in de tank een brandstofreserve van 1,3 liter overblijft.
Every time the key is activated, the instrument panel carries out a check (all the
segments are active for 3 seconds ).
Bij elke activatie van de sleutel voert het
dashboard een check uit (alle segmenten
zijn actief voor 3 sec).
Once the check is over, the instrument
panel displays the last function programmed with the button.
Na de check zal het dashboard de laatste
functie weergeven die werd ingesteld
door middel van de drukknop.
Button operative mode . Push the button
for < 3 sec and the functions are displayed as follows:
Werkingsmodaliteit van de drukknop.
door op de drukknop te drukken voor t<
3 sec, volgen de functies elkaar op op de
volgende manier:
ODOMETER_ TRIP _CLOCK_SERVICE _ODOMETER
To reset the TRIP, press the button for >
3 sec once the function is displayed.
1 Vehicle / 1 Voertuing
To set the clock (once the function is displayed):
HODOGRAM _ TRIP _KLOK _SERVICE
_HODOGRAM
Om de TRIP te resetten moet de drukknop voor t > 3 sec worden ingedrukt
wanneer de functie wordt weergegeven.
- push the button for > 3 sec
Om de klok te resetten, (wanneer de
functie wordt weergegeven):
- the hour flashes,
- druk op de drukknop voor t > 3 sec
- hold down the button until the current
hour is displayed
- de uren knipperen,
- release the button
- druk op de drukknop tot het gewenste
uur wordt bereikt
- the minutes flash
- laat de drukknop los
- hold down the button until the current
minutes are displayed
- de minuten knipperen
10
- druk tot de gewenste minuten worden
bereikt
- laat de drukknop los
01_03
Key switch (01_03)
Sleutelschakelaar (01_03)
Key positions:
Plaats de sleutel:
1. Ready to start-up position, steering
lock disengaged, key cannot be extracted.
1. Positie van de predispositie van de
start, stuurslot uitgeschakeld, sleutel niet
verwijderbaar.
2. Ignition disabled, extractable key,
steering lock disengaged.
2. Ontsteking geblokkeerd, sleutel verwijderbaar, stuurslot uitgeschakeld.
3. Ignition disabled, extractable key,
steering lock engaged.
3. Ontsteking geblokkeerd, sleutel verwijderbaar, stuurslot ingeschakeld.
Locking the steering wheel
(01_04)
Inschakeling van het stuurslot
(01_04)
In order to lock the steering, turn the handlebar fully to the left. Fully insert the key
and let it return to its original position, turn
it to «3» and take it out.
Om de stuurinrichting te blokkeren moet
het stuur volledig naar links gedraaid
worden. Druk op de sleutel en laat hem
los zodat hij naar zijn positie terugkeert,
draai hem in de positie «3» en verwijder
hem.
01_04
11
1 Vehicle / 1 Voertuing
- release the button.
Releasing the steering wheel
(01_05)
Stuurslot ontgrendelen
(01_05)
Insert the key and turn it clockwise.
Plaats de sleutel en draai hem in wijzerszin.
Switch direction indicators
(01_06)
Schakelaar richtingaanwijzers
(01_06)
To activate the left turn indicators, move
the lever«A» leftwards; to activate the
right turn indicators, move the lever rightwards. The lever automatically goes back
to the central position and the indicators
remain on. Push the switch to turn them
off.
Om de linker knipperlichten in te schakelen, moet het hendeltje «A» naar links
worden gedraaid; om de rechter knipperlichten in te schakelen, moet het hendeltje naar rechts gedraaid worden. Het
hendeltje keert automatisch terug naar
de centrale positie en de knipperlichten
blijven ingeschakeld. Om ze uit te schakelen, moet op de schakelaar gedrukt
worden.
01_05
1 Vehicle / 1 Voertuing
01_06
12
Drukknop claxon (01_07)
Push «B» to sound the horn.
Druk op «B» om de claxon te activeren.
Rear brake pedal (01_08)
Achterrempedaal (01_08)
The rear brake control pedal «2» is
placed on the right hand side of the scooter, at engine level. It must be activated
gradually with the toe-end. The rear and
front brakes must be used in combination, according to the needs, in order to
obtain a more efficient braking.
Het pedaal van het commando van de
achterrem «2» bevindt zich op de rechter
kant van de bromfiets, dichtbij de motor.
Deze moet geleidelijk aan geactiveerd
worden met de punt van de voet. Combineer de achterrem indien nodig met het
gebruik van de voorrem: op deze manier
is de remming doeltreffender.
01_07
01_08
Also pay attention to the conditions of the
road! Particularly, to the conditions of asphalt and if it is wet or dirty with sand, oil,
etc.
13
Let op voor de staat van de weg! vooral
wanneer de weg geasfalteerd is, en nat
of vuil met kiezelsteen, olie, enz.
1 Vehicle / 1 Voertuing
Horn button (01_07)
Throttle grip (01_09)
Gascommando (01_09)
Placed on the right side of the handlebar.
When the hand grip «B» is turned downwards, the carburettor valve opens.
Dit bevindt zich op de rechter kant van het
stuur. Wanneer het handvat «B» naar beneden wordt gedraaid, gaat de carburatorklep open.
Front brake control (01_10)
Commando van de voorrem
(01_10)
01_09
The front brake lever «E» is placed on the
right hand side of the handlebar. Be particularly careful when using the front
brake. Use it gently and measure the
power progressively, according to surface conditions, to avoid blocking the
wheel.
1 Vehicle / 1 Voertuing
01_10
14
Het commando van de voorrem «E» bevindt zich op de rechter kant van het
stuur. Let vooral op bij het gebruik van de
voorrem, rem niet bruusk, doseer geleidelijk aan de kracht volgens de condities
van de ondergrond, en vermijdt om de
wielen te doen blokkeren.
Schakelpedaal (01_11)
The gear pedal «1» is placed on the left
hand side of the engine. Activate it with
your foot to firmly engage the gear. After
the gear is shifted, take your foot off the
pedal and the pedal will automatically go
back to its initial position. Starting from
the neutral position, gears are engaged
as follows:
Het schakelpedaal «1» bevindt zich links
van de motor. Het wordt geactiveerd met
de voet, zodat de versnelling vastberaden wordt ingeschakeld. Na het schakelen moet de voet van het pedaal verwijderd worden, en keert het pedaal
automatisch terug naar de beginpositie.
Te beginnen vanaf de vrij, worden de versnellingen op de volgende manier geselecteerd:
- 1st gear is engaged by pushing down
the pedal
- 2nd, 3rd, 4th, 5th and 6th gears are engaged by pushing the pedal upwards.
For downshifting, push the pedal down.
- Wanneer het pedaal naar beneden
wordt geduwd, wordt naar de 1e versnelling geschakeld
CAUTION
- Wanneer het pedaal naar boven wordt
geduwd, wordt naar de 2e, 3e, 4e, 5e en
6e versneling geschakeld.
THE GEAR PEDAL MUST BE OPERATED BY RELEASING IT AFTER DISENGAGING THE CLUTCH AND UNTWISTING THE THROTTLE GRIP.
Om terug te schakelen moet het pedaal
naar beneden geduwd worden.
LET OP
HE SCHAKELPEDAAL MAG ENKEL
GEACTIVEERD WORDEN NADAT DE
KOPPELING ONTKOPPELD WERD,
EN NADAT DE GASHENDEL WERD
GELOST.
15
1 Vehicle / 1 Voertuing
01_11
Gear pedal (01_11)
Clutch control (01_12)
01_12
The clutch control lever «A» is placed on
the left hand side of the handlebar. When
it is pulled completely towards the handlebar, the clutch is disengaged and the
engine transmission is released. If the
lever is released slowly, the clutch is engaged coupling the engine to the transmission and which, with a gear engaged,
will transmit the engine power to the rear
wheel through the gear.
De commandohendel van de koppeling
«A» bevindt zich op de linker kant van het
stuur. Wanneer de hendel volledig naar
het stuur wordt getrokken, wordt de koppeling ontkoppeld en wordt de transmissie van de motor bevrijd. Wanneer de
hendel langzaam wordt losgelaten, wordt
de koppelng ingeschakeld die de motor
aan de transmissie koppelt, die met een
ingeschakelde versnelling de kracht van
de motor overbrengt naar het achterwiel
langs de versnellingsbak.
Light on/of switch (01_13)
Lichtschakelaar (01_13)
The light switch «C» has two positions:
De schakelaar van de lichten «C» heeft
twee posities:
- Down, low-beam light
- Up, high-beam light
The lights come on automatically as soon
as the engine is started.
1 Vehicle / 1 Voertuing
Commando van de koppeling
(01_12)
01_13
16
- Omlaag, dimlicht
- Omhoog, groot licht
De lichten gaan automatisch aan wanneer de motor wordt gestart.
Startknop (01_14)
The start-up pedal «1» is located on the
right hand side of the engine. To start the
engine, just push the pedal backwards
with your foot.
Het startpedaal «1» bevindt zich rechts
van de motor. Om de motor te starten
moet het pedaal met de voet achteruit
geduwd worden.
CAUTION
LET OP
MAKE SURE THE GEAR IS IN NEUTRAL BEFORE STARTING THE ENGINE.
CONTROLEER OF DE VERSNELLINGSBAK ZICH IN VRIJ BEVINDT,
VOORDAT DE MOTOR WORDT GESTART.
Manual starter control (01_15)
Commando van de manuele
starter (01_15)
The manual starter control «D» is located
on the left hand grip. It has two positions:
01_15
- Lever up: cold start
Het commando van de manuele starter
«D» bevindt zich op het linker handvat.
Het heeft twee posities:
- Lever down: start-up in regular conditions.
- Hendel omhoog: koude start
CAUTION
- Hendel omlaag: normale start
THE ONLY AIM OF THIS CONTROL IS
TO FACILITATE START-UP. USE IT
ONLY WHEN THE ENGINE IS COLD.
LET OP
17
DIT COMMANDO HEEFT ALS ENIG
DOEL OM DE START TE VERGEMAKKELIJKEN. GEBRUIK HET ENKEL
WANNER DE MOTOR KOUD STAAT.
1 Vehicle / 1 Voertuing
01_14
Start-up button (01_14)
Fuel tank (01_16)
Benzinetank (01_16)
The fuel tank has a capacity for 7 litres
and a 1.30-litre reserve. To fill it up, insert
the key in the tank cover lock «1» and,
while turning it to the right, lift the cover.
De benzinetank heeft een capaciteit van
7 liter en een reserve van 1,30 liter. Om
te tanken moet de sleutel in het slot van
het tankdeksel «1» geplaatst worden, en
terwijl de sleutel naar rechts wordt gedraaid moet het deksel omhoog worden
gehoffen.
CAUTION
USE UNLEADED PETROL ONLY.
LET OP
01_16
GEBRUIK ENKEL LOODVRIJE BENZINE.
Opening the saddle (01_17,
01_18)
Opening van het zadel (01_17,
01_18)
To remove the saddle, insert the key in
the tank cover lock «1» and, while turning
it to the right, lift the cover. After that, remove the two fixing knobs from the saddle «2».
Om het zadel te demonteren moet de
sleutel in het slot van het tankdeksel
«1» geplaatst worden, en terwijl de sleutel naar rechts wordt gedraaid moet het
deksel omhoog worden gehoffen. Demonteer daarna de bevestigingsknoppen
van het zadel «2».
1 Vehicle / 1 Voertuing
The oil reservoir, the battery and the toolkit compartment are under the saddle.
01_17
Onder het zadel bevinden zich de olietank, de accu en de gereedschapsruimte.
18
1 Vehicle / 1 Voertuing
01_18
Keys (01_19)
Sleutels (01_19)
Two keys are supplied together with the
scooter, both can be used either for the
ignition lock or the fuel tank cover.
Bij het voertuig worden twee sleutels geleverd, die onverschillig gebruikt kunnen
worden voor het ontstekingsslot en voor
het deksel van de brandstoftank.
The keys are accompanied by a tag
marked with the identification code to be
quoted when ordering duplicates.
WARNING
01_19
WE RECOMMEND KEEPING THE DUPLICATE KEY TOGETHER WITH ITS
TAG IN A SAFE PLACE AND NOT ON
THE SCOOTER.
19
Bij de sleutels wordt een naamplaatje geleverd met het identificatienummer, dat
moet meegedeeld worden bij de aanvraag voor duplicaten.
WAARSCHUWING
ER WORDT AANGERADEN OM HET
DUPLICAAT VAN DE SLEUTEL SAMEN MET ZIJN NAAMPLAATJE NIET
OP HET VOERTUIG TE BEWAREN.
01_20
Identification (01_20, 01_21)
Identificatie (01_20, 01_21)
The identification registration numbers
consist of a prefix followed by a number,
stamped on the chassis and on the engine. They must be quoted when requesting spare parts. We recommend that you
check that the prefix and chassis number
stamped on the vehicle correspond with
those in the vehicle documents.
De registratienummers voor de identificatie bestaan uit een voorvoegsel dat gedrukt is op het frame en op de motor,
gevolgd door een nummer. Deze moeten
steeds meegedeeld worden wanneer reserveonderdelen moeten aangevraagd
worden. Er wordt aangeraden om de
overeenkomst te controleren van het
voorvoegsel en het framenummer op het
voertuig en diegene op de documenten
van het voertuig zelf.
NOTE
ALTERING THE IDENTIFICATION
REGISTRATION
NUMBERS
MAY
LEAD TO SERIOUS PENAL SANCTIONS (IMPOUNDING OF THE SCOOTER, ETC.).
1 Vehicle / 1 Voertuing
01_21
20
N.B.
HET WIJZIGEN VAN DE REGISTRATIENUMMERS VOOR DE IDENTIFICATIE KAN LEIDEN TOT ERNSTIGE
STRAFRECHTELIJKE SANCTIES (INBESLAGNEMING VAN HET VOERTUIG, ENZ.).
RX 50 - SX 50
Chap. 02
Use
Hst. 02
Gebruik
21
Checks
Controles
Before starting up the scooter, check:
Vooraleer het voertuig in werking wordt
gesteld, moet het volgende gecontroleerd worden:
1. that the fuel and oil tanks are full.
2. that the crankcase oil level is correct.
3. that the transmission is in neutral position.
4. that the tyres are correctly inflated.
1. of de tanks van de benzine en de olie
gevuld zijn.
2. of het oliepeil in de carter zich aan het
juiste peil bevindt.
5. that the headlight, rear light and turn
indicators are in correct working order.
3. of de versnellingsbak in vrij staat.
6. that the front and rear brakes are in
working order.
5. de correcte werking van de lichten van
de koplamp, het achterlichtje en de richtingaanwijzers.
7. that the liquid level in the brake pump
tanks are correct.
8. that the transmission chain is tightened
and properly lubricated.
9. that the coolant level is correct.
4. of de banden correct opgeblazen zijn.
6. de werking van de voor- en achterremmen
7. het vloeistofpeil in de tanks van de
rempompen.
2 Use / 2 Gebruik
8. of de transmissieketting in spanning is
en goed gesmeerd is.
SWITCH OFF THE ENGINE BEFORE
REFUELLING WITH PETROL. PETROL
IS HIGHLY INFLAMMABLE. DO NOT
LET PETROL SPILL FROM THE TANK
WHILE REFUELLING
22
9. het peil van de koelvloeistof.
VOORALEER MEN BENZINE TANKT,
MOET DE MOTOR UITGESCHAKELD
WORDEN. BENZINE IS UITERST ONTVLAMBAAR. MORS GEEN BENZINE
UIT DE TANK TIJDENS HET TANKEN.
Bandenspanning
A different pressure from the one indicated may cause problems when riding the
vehicle. Therefore, we recommend
checking and correcting tyre pressure
frequently.
Een andere spanning dan wordt aangeduid kan oorzaak zijn van defecten bij het
rijden met het voertuig. Daarom wordt
aangeraden om regelmatig de bandenspanning te controleren, en ze eventueel
te corrigeren.
COLD INFLATION PRESSURE FOR FRONT TYRE
Sx front tyre pressure
1.7 kg/cm² - 170 kPa (rider only)
KOUDE BANDENSPANNING VAN DE VOORBAND
Spanning van het linker voorwiel
1.8 kg/cm² - 180 kPa (rider and
passenger)
Rx front tyre pressure
1,7 Kg/cm² - 170 kPa (enkel
bestuurder)
1,8 Kg/cm² - 180 kPa (bestuurder
met passagier)
1.0 kg/cm² - 100 kPa (rider only)
1.1 kg/cm² - 110 kPa (rider and
passenger)
Spanning van het rechter voorwiel 1,0 Kg/cm² - 100 kPa (enkel
bestuurder)
1,1 Kg/cm² - 110 kPa (bestuurder
met passagier)
COLD INFLATION PRESSURE FOR REAR TYRE
Rx rear tyre pressure
1.2 k/cm² - 120 kPa (rider only)
1.4 Kg/cm² - 140 kPa (rider and
passenger)
Sx rear tyre pressure
KOUDE BANDENSPANNING VAN DE ACHTERBAND
Spanning van het rechter
achterwiel
1,2 Kg/cm² - 120 kPa (enkel
bestuurder)
1,4 Kg/cm² - 140 kPa (bestuurder
met passagier)
2.0 kg/cm² - 200 kPa (rider only)
23
2 Use / 2 Gebruik
Tyre pressure
2.2 kg/cm² - 220 kPa (rider and
passenger)
Spanning van het linker achterwiel 2,0 Kg/cm² - 200 kPa (enkel
bestuurder)
2,2 Kg/cm² - 220 kPa (bestuurder
met passagier)
02_01
Running in (02_01)
Inrijden (02_01)
DURING THE FIRST 1000 KM DO NOT
RIDE THE VEHICLE OVER 80% OF ITS
MAXIMUM SPEED. AVOID OPENING
THE ACCELERATOR COMPLETELY
AND KEEPING A CONSTANT SPEED
FOR LONG STRETCHES. AFTER THE
FIRST 1000 KM INCREASE SPEED
GRADUALLY UNTIL REACHING MAXIMUM PERFORMANCE.
TIJDENS DE EERSTE 1000 KM MAG
HET VOERTUIG NIET GEBRUIKT
WORDEN VOOR MEER DAN 80% VAN
DE MAX TOEGESTANE SNELHEID.
VERMIJDT OM DE GASHENDEL VOLLEDIG OPEN TE DRAAIEN, EN OM
VOOR LANGE TIJD EEN CONSTANTE
SNELHEID AAN TE HOUDEN. NA DE
EERSTE 1000 KM MOET DE SNELHEID GELEIDELIJK AAN VERHOOGD
WORDEN TOT DE MAXIMUM PRESTATIES WORDEN BEREIKT
2 Use / 2 Gebruik
NOTE
- THE DURABILITY AND THE EFFICIENCY OF YOUR SCOOTER DEPEND
STRONGLY ON THE CARE RECEIVED
DURING THE RUN-IN PERIOD. DURING THIS PERIOD, THE MECHANISMS
OF THE MOBILE PARTS ARE MUTUALLY HARDENED AND ADAPTED.
- A BETTER RUN-IN IS OBTAINED
NOT BY RIDING SLOWLY BUT SOFTLY AND CAREFULLY. DURING THIS
PERIOD, IT IS ADVISABLE TO RIDE
THE VEHICLE AT 3/4 OF MAXIMUM
PERFORMANCE. IN THE EVENT THAT
24
N.B.
- DE DUUR EN DE EFFICIËNTIE VAN
HET VOERTUIG HANGEN ERG AF
VAN DE ZORG DIE WORDT GEDRAGEN TIJDENS HET INRIJDEN. TIJDENS DEZE PERIODE HARDEN DE
BEWEGENDE DELEN VAN DE MECHANISMEN ZICH, EN PASSEN ZE
ZICH AAN ELKAAR AAN.
- HET INRIJDEN GEBEURT NIET BETER DOOR TRAAG TE RIJDEN, MAAR
- GEARBOX OIL MUST BE CHANGED
ONCE THE FIRST 1,000 KM ARE COVERED. USE THE RECOMMENDED OIL
TYPE AND SPECIFIED QUANTITY ONLY. AFTER THE FIRST 1,000 KM,
TAKE YOUR SCOOTER TO AN AUTHORISED APRILIA SERVICE CENTRE FOR A CHECK AND SET UP.
TO OBTAIN OPTIMUM ADJUSTMENT
OF MOBILE PARTS, A LONG LIFE
AND BETTER PERFORMANCE, IT IS
NECESSARY NOT TO FORCE THE VEHICLE DURING THE 500 KM. THE VEHICLE MUST HAVE A SUITABLE RUNIN PERIOD, DURING WHICH THE
FOLLOWING PRECAUTIONS MUST
BE CONSIDERED:
- AFTER STARTING THE ENGINE,
WARM IT UP PROGRESSIVELY,
WITHOUT MAXIMUM ACCELERATION
(WE RECOMMEND NOT TO EXCEED
3/4 OF THE THROTTLE GRIP OPENING FOR 1ST GEAR) OR OVERCHARGE.
- IN LONG STRETCHES, DO NOT USE
FULL SPEED CONSISTENTLY. TURN
25
DOOR ZACHT EN MET ZORG TE RIJDEN. TIJDENS DEZE PERIODE
WORDT AANGERADEN OM TE RIJDEN AAN 3/4 VAN DE MAXIMALE
PRESTATIES. WANNEER HET NODIG
IS OM VOL GAS TE GEVEN (INHALEN,
HELLINGEN, ENZ.), DOE DIT DAN
NIET TE LANG.
- NA DE EERSTE 1.000 KM MOET DE
OLIE VAN DE VERSNELLINGSBAK
VERVANGEN WORDEN. GEBRUIK
ENKEL AANBEVOLEN OLIE, EN IN DE
AANGEDUIDE HOEVEELHEID. NA DE
EERSTE 1.000 KM MOET EEN CONTROLE VAN HET VOERTUIG EN DE
AFSTELLING UITGEVOERD WORDEN, IN EEN ERKEND APRILIA SERVICECENTRUM.
OM EEN OPTIMALE REGELING VAN
DE BEWEGENDE DELEN, EEN LANGE
LEVENSDUUR EN DE BESTE PRESTATIES TE VERKRIJGEN, MAG HET
VOERTUIG NIET GEFORCEERD WORDEN TIJDENS DE EERSTE 500 KM.
HET VOERTUIG HEEFT EEN GESCHIKTE PERIODE VOOR HET INRIJDEN NODIG. TIJDENS DEZE PERIODE
MOET HET VOLGENDE GERESPECTEERD WORDEN:
- NA DE START MOET DE MOTOR GELEIDELIJK AAN OPGEWARMD WORDEN, ZONDER GAS TE GEVEN AAN
2 Use / 2 Gebruik
FULL ACCELERATION IS NECESSARY (OVERTAKING MANOEUVRES,
STEEP SLOPES, ETC.) TRY TO LIMIT
THE TIME TO A MINIMUM.
THE THROTTLE GRIP SOME SECONDS FROM TIME TO TIME.
- WHEN FACING STEEP SLOPES,
DOWNSHIFT TO HAVE BETTER POWER.
- AFTER A LONG RUN DO NOT STOP
THE ENGINE SUDDENLY, LEAVE IT
RUNNING AT MINIMUM ACCELERATION FOR SOME SECONDS.
- CHECK THE NON-EXISTENCE OF
OIL, FUEL OR BRAKE LIQUID LEAKS.
- IN CASE OF ANOMALOUS NOISE,
TRY TO IDENTIFY ITS CAUSE IMMEDIATELY. IT IS ESSENTIAL TO MAKE
THE CHECKS AND ADJUSTMENTS
REQUIRED FOR THE FIRST 500 ÷ 1000
KM COVERED.
HET MAXIMUM TOERENTAL (ER
WORDT AANGERADEN OM TIJDENS
HET RIJDEN DE GASHENDEL VOOR
MAXIMUM 3/4 TE OPENEN) EN ZONDER HEM TE OVERBELASTEN.
- TIJDENS LANGE AFSTANDEN MAG
NIET TE LANG VOL GAS GEGEVEN
WORDEN, MAAR MOET DE GASHENDEL REGELMATIG VOOR ENKELE
SECONDEN LOSGELATEN WORDEN.
- WANNEER STEILE HELLINGEN
MOETEN OPGEREDEN WORDEN,
SCHAKELT MEN EEN VERSNELLING
TERUG ZODAT OVER EEN GOED
VERMOGEN BESCHIKT WORDT.
- NA EEN LANGE RIT MAG DE MOTOR
NIET ONMIDDELIJK STILGELEGD
WORDEN, MAAR MOET HIJ AAN HET
MINIMUM TOERENTAL DRAAIEN
VOOR ENKELE SECONDEN.
- CONTROLEER OF ER GEEN OLIE-,
BRANDSTOF- OF REMVLOEISTOFLEKKEN ZIJN.
2 Use / 2 Gebruik
- PROBEER OM ONMIDDELLIJK DE
OORZAAK VAN ELK ABNORMAAL
LAWAAI TE VINDEN. HET IS ABSOLUUT NOODZAKELIJK OM DE CONTROLES EN REGELINGEN UIT TE
VOEREN DIE WORDEN VOORZIEN
VOOR DE EERSTE 500 ÷ 1000 KM.
26
Starten des motors (02_02,
02_03, 02_04)
- Ensure the gear is in neutral position.
- Controleer of de versnellingsbak in zijn
vrij staat.
- Position the throttle at 1/3 of the stroke.
- Insert the key on and turn it to position
«1».
02_02
- Plaats het gashandvat aan 1/ 3 van de
slag.
- Step on the start up pedal.
- Plaats de sleutel in de schakelaar en
draai hem in positie «1».
- Repeat procedures if necessary.
- Handel op het startpedaal.
- If the engine is cold, use the carburettor
starter «D». Do not activate the starter
when the engine is hot.
- Herhaal de handelingen indien nodig.
02_03
02_04
27
- Bij koude motor moet de starter van de
carburator «D» gebruikt worden. Activeer
de starter niet wanneer de motor warm
staat.
2 Use / 2 Gebruik
Starting up the engine (02_02,
02_03, 02_04)
Precautions
Voorzorgsmaatregelen
- DO NOT KEEP MAXIMUM ACCELERATION FOR A LONG TIME. USE THE
ENGINE UP TO A 3/4 OF MAXIMUM
PERFORMANCE. PETROL WILL BE
SAVED AND THE ENGINE LIFE WILL
BE LONGER.
- HOU HET GAS NIET AAN HET MAXIMUM VOOR LANGE TIJD. GEBRUIK
DE MOTOR TOT 3/4 VAN DE MAXIMUM PRESTATIES. ZO WORDT BENZINE GESPAARD EN WORDT DE LEVENSDUUR VAN DE MOTOR VERLENGD
- WHEN BRAKING, STOP ACCELERATING.
- BRAKE MODERATELY, CONSIDERING THE TYPE OF ROAD. ON ASPHALT-TREATED
DRY
ROADS,
START BRAKING WITH THE FRONT
BRAKE AND FINISH WITH BOTH. ON
WET ROADS, OR WITH SAND OR
SMALL STONES, NEVER USE THE
FRONT BRAKE AND KEEP MORE DISTANCE TO STOP THE SCOOTER.
- WHEN STARTING OFF, ACCELERATE MODERATELY AND PROGRESSIVELY, RELEASING THE CLUTCH
GRADUALLY.
2 Use / 2 Gebruik
- AT CURVES, DO NOT TURN EXCESSIVELY.
- GEEF GEEN GAS WANNEER WORDT
GEREMD
- REM GEMATIGD, EN HOU REKENING MET HET TYPE VAN ONDERGROND. OP ASFALT MOET EERST
GEREMD WORDEN MET DE VOORREM, EN DAARNA MET BEIDE REMMEN. OP EEN NATTE ONDERGROND,
MET ZAND OF KIEZELSTEEN, MAG
NOOIT DE VOORREM GEBRUIKT
WORDEN EN MOET ER MEER AFSTAND GEHOUDEN WORDEN OM
HET VOERTUIG TE KUNNEN STOPPEN
- BIJ HET VERTREK MOET ER GEMATIGD EN GELEIDELIJK AAN GAS GEGEVEN WORDEN, DOOR DE KOPPELING GELEIDELIJK AAN LOS TE
LATEN.
- HEL NIET TE VEEL IN BOCHTEN.
28
To stop the engine, engage gear «1» in
neutral position and turn the key switch
anticlockwise.
Het stilleggen van de motor
(02_05)
Om de motor stil te leggen moet de versnellingsbak «1» in vrij geplaatst worden,
en de sleutelschakelaar in tegenwijzerszin gedraaid worden.
02_05
Stand
Standaard
To position the scooter on the stand, proceed as follows:
Om het voertuig op de standaard te plaatsen, moet het volgende uitgevoerd worden:
•
•
•
•
•
get off the scooter on the left
side
holding it firmly from the handlebar and the saddle, fully flip out
the stand with your right foot
tilt the scooter and rest the stand
on the ground
turn the handlebar fully to the left
make sure the scooter is stable
•
•
•
•
•
29
stap van het voertuig langs de
linker kant
hou het voertuig stevig vast aan
het stuur en het zadel, handel op
de standaard met de rechter
voet, en klap hem volledig uit
hel het voertuig tot de standaard
de grond raakt
plaats het stuur volledig naar
links
controleer de stabiliteit van het
voertuig
2 Use / 2 Gebruik
Stopping the engine (02_05)
Suggestions to prevent theft
Tips tegen diefstal
NEVER leave the ignition key in the lock
and always use the steering lock.
Park the scooter in a safe place such as
a garage or a place with guards.
Laat de ontstekingssleutel NOOIT achter
op het voertuig, en gebruik steeds het
stuurslot.
Parkeer het voertuig op een veilige
plaats, indien mogelijk in een garage of
een bewaakte plaats.
Whenever possible, use the aprilia
"Body-Guard" armoured cable or an additional antitheft device.
Make sure all vehicle documents are in
order and the road tax paid.
Write down your personal details and telephone number on this page to help identifying the owner in case of scooter
retrieval after a theft.
LAST NAME: .................................
NAME: .........................................
ADDRESS: ...................................
TELEPHONE No: ............................
IMPORTANT In many cases, stolen vehicles can be identified through data indicated in the use and maintenance
manual.
Gebruik wanneer mogelijk de speciale
gepantserde kabel "Body-Guard" van
aprilia, of een extra antidiefstalmechanisme.
Controleer of de documenten en de verkeersbelasting in orde zijn.
Schrijf uw gegevnes en telefoonnummer
op deze pagina, om de identificatie van
de eigenaar te vergemakkelijken in geval
van het terugvinden van het voertuig na
diefstal.
NAAM: ...................................
VOORNAAM: ..........................
ADRES: .................................
TELEFOONNUMMER: .................
2 Use / 2 Gebruik
BELANGRIJK In veel gevallen worden
gestolen voertuigen geïdentificeerd door
middel van de gegevens in het gebruiksen onderhoudsboekje.
30
Het veilig rijden (02_06, 02_07,
02_08, 02_09, 02_10, 02_11,
02_12, 02_13, 02_14, 02_15,
02_16, 02_17)
MAIN SAFETY RULES
FUNDAMENTELE
GELS
To ride the vehicle it is necessary to comply with all legal requirements (driving
license, minimum driving age, psychophysical performance, insurance, taxes
and fees, registration, license plate, etc.).
You should practise using the vehicle in
traffic-free areas and/or private property
until you have become thoroughly acquainted with the vehicle.
Driving under the influence of medication, alcohol and narcotic drugs or psychotropic substances dramatically increases the risk of accidents.
02_07
Do not ride your vehicle if you feel tired or
drowsy and always keep safe psychophysical riding conditions.
The main cause of motorcycle accidents
is users' inexperience.
NEVER lend the vehicle to beginners and
always make sure that the rider complies
with all necessary requirements for a safe
riding.
Strictly obey all national and local traffic
signs and rules.
02_08
Avoid any abrupt and dangerous
swerves for your own as well as others'
safety (for example: rearing up on the
31
VEILIGHEIDSRE-
Om met het voertuig te rijden moet men
beschikken over alle door de wet voorziene vereisten (rijbewijs, minimum leeftijd, psychofysische geschiktheid, verzekering, overheidsbelasting, registratie,
nummerplaat, enz.).
Men raadt aan om het voertuig gewoon
te raken in zones met weinig verkeer en/
of in private eigendommen.
Rijden onder invloed van medicijnen, alcohol, verdovende of psychotrope middelen verhoogt aanzienlijk het risico op
ongevallen.
Men moet er zeker van zijn dat de psychofysische condities geschikt zijn voor
het rijden, met vooral aandacht voor fysische moeheid of slaperigheid.
De meeste ongevallen zijn te wijten aan
het gebrek aan ervaring van de bestuurder.
Leen het voertuig NOOIT aan beginners,
en controleer in elk geval of de bestuurder in het bezit is van alle vereisten voor
het rijden.
2 Use / 2 Gebruik
02_06
Safe driving (02_06, 02_07,
02_08, 02_09, 02_10, 02_11,
02_12, 02_13, 02_14, 02_15,
02_16, 02_17)
back wheel, riding over the speed limit,
etc.). Besides, always assess and bear in
mind the road surface conditions, visibility, etc.
Do not knock obstacles that can damage
the vehicle or cause loss of control.
Do not ride on the course of the vehicle
in front just to improve your own speed.
CAUTION
Respecteer nauwkeurig de bewegwijzering en het normenstelsel in verband met
het nationale en plaatselijk verkeer.
Vermijdt bruuske en gevaarlijke manoeuvres voor zichzelf en voor anderen (voorbeeld: het steigeren, het niet naleven van
de snelheidslimieten, enz.), bovendien
moet men steeds rekening houden met
de condities van het wegdek, de zichtbaarheid, enz.
Stoot niet tegen obstakels die schade
aan het voertuig of controleverlies over
het voertuig kunnen veroorzaken.
ALWAYS RIDE WITH BOTH HANDS
ON THE HANDLEBAR AND FEET ON
THE FOOTRESTS (OR THE RIDER' S
FOOTRESTS) IN THE ADEQUATE RIDING POSITION.
Blijf niet achter voertuigen rijden om de
eigen snelheid te verhogen.
LET OP
2 Use / 2 Gebruik
RIJ STEEDS MET BEIDE HANDEN OP
HET STUUR EN DE VOETEN OP HET
VOETENVLAK (OF OP DE VOETENSTEUNEN VAN DE BESTUURDER),
EN BEHOU EEN CORRECTE RIJPOSITIE.
32
The rider should always be attentive,
never get distracted or influenced by people, things or actions (never smoke, eat,
drink, read, etc.) while riding.
02_09
Always use fuel and lubricants specific
for the vehicle, of the type recommended
in the "LUBRICANTS TABLE". Check
fuel, oil and coolant frequently for correct
level.
In case of an accident or after the vehicle
has fallen down or suffered a sudden
bump, make sure the control levers, piping, cables, brake circuit and main parts
of the vehicle have not been damaged.
02_10
If necessary, take the vehicle to an Official aprilia Dealer to check especially the
frame, handlebar, suspensions, safety
components and any device the user
cannot assess without the aid of a specialist.
De bestuurder mag niet afgeleid zijn, zich
niet laten afleiden of niet laten beïnvloeden door personen, voorwerpen, acties
(niet eten, roken, drinken, lezen, enz.)
wanneer hij met het voertuig rijdt.
Gebruik de brandstof en specifieke
smeermiddelen voor het voertuig, van
het type dat men vindt in de "TABEL VAN
DE SMEERMIDDELEN", controleer herhaaldelijk of de voorgeschreven peilen
van brandstof, olie en koelvloeistoffen
correct zijn.
Wanneer het voertuig een ongeval heeft
gehad, gevallen is of er werd tegen gestoten, controleert men of de commandohendels, de buizen, de kabels, de
reminstallatie en de fundamentele delen
niet zijn beschadigd.
Never ride the vehicle if the damage jeopardises safety.
Laat het voertuig eventueel controleren
bij een Officiële aprilia Dealer, door vooral aandacht te schenken voor het frame,
het stuur, de ophangingen, de veiligheidsonderdelen en mechanismen waarvoor de gebruiker niet in staat is om hun
integriteit vast te stellen.
Do not modify the position, angle or colour of: license plate, turn indicators, lighting devices and horn.
Meldt eender welke slechte werking om
de ingreep van techniekers en/of mechaniciens te bevorderen.
Any changes to the vehicle will void the
warranty.
Rij absoluut niet met het voertuig wanneer de aangebrachte schade de veiligheid schaadt.
Report any malfunction to the engineers
and/or mechanics in order to facilitate
their work.
02_11
Vermijdt absoluut om recht te staan op
het voertuig en om zich uit te rekken tijdens het rijden.
33
2 Use / 2 Gebruik
Never stand on your feet or stretch yourself while riding.
Any change introduced to the vehicle and
the removal of original parts may jeopardise the vehicle performance and
therefore reduce safety or even render
the vehicle inappropriate for legal riding.
Comply with all national and local laws
and regulations on vehicle equipment.
In particular do not introduce technical
changes leading to improve performance
and under no circumstances alter the
original specifications of the vehicle.
Never race with vehicles.
Never ride off-road.
Wijzig absoluut niet de positie, de helling
of de kleur van: de nummerplaat, de richtingaanwijzers, de verlichtingsmechanismen en de akoestische melders.
Wanneer men wijzigingen uitvoert aan
het voertuig, vervalt de garantie.
Elke eventuele aan het voertuig aangebrachte wijziging en de verwijdering van
originele stukken, kan de prestaties van
het voertuig schaden, en dus het veiligheidsniveau schaden en het voertuig
zelfs illegaal maken.
Men raadt aan om zich steeds te houden
aan alle wetsvoorschriften en nationale
en plaatselijke reglementen in verband
met de uitrusting van het voertuig.
Men moet vooral vermijden om technische wijzigingen aan te brengen voor het
verhogen van de prestaties, of die alleszins de originele kenmerken van het
voertuig wijzigen.
Vermijdt absoluut om wedstrijden te houden met de voertuigen.
2 Use / 2 Gebruik
Vermijdt om te crossen.
34
KLEDING
Before riding off, remember to put on the
helmet and fasten it correctly. Make sure
it is a homologated model, that it is undamaged, of the right size and that the
visor is clean.
Vooraleer men gaat rijden denkt men eraan om steeds en correct de helm op te
zetten en vast te maken. Controleer of hij
gehomologeerd en integer is, of de maat
juist is en of het visier rein is.
Wear appropriate protective clothes,
preferably light-coloured and/or in reflective material. In this way you will be easily
visible to other drivers, thus reducing the
risk of being hit, and you will be better
protected in case of falling.
Draag beschermende kleding, indien mogelijk met een lichte en/of reflecterende
kleur. Op deze manier is men goed zichtbaar voor andere weggebruikers en vermindert men aanzienlijk het risico op
aanrijdingen, en is men beter beschermd
wanneer men valt.
Always wear tight-fitting clothes without
open cuffs; avoid hanging strings, belts or
ties; these or any other objects should not
interfere with a safe riding when getting
entangled with the riding elements or due
to a special movement.
02_13
Never carry in your pockets objects that
can be potentially dangerous in case of
fall, like: pointed objects such as keys,
pens, glass containers, etc. (the same
rule applies to passengers).
35
De kleding moet goed aansluiten en de
uiteinden moeten gesloten zijn; koorden,
ceinturen en dassen mogen niet bengelen; vermijdt dat deze of andere voorwerpen interfereren met het rijden, doordat
ze verstrengd raken met bewegende onderdelen of ander delen.
Hou geen voorwerpen bij zich, die mogelijk gevaarlijk zijn wanneer men valt, bijvoorbeeld: puntige voorwerpen zoals
sleutels, pennen, glazen voorwerpen,
enz. (dit advies geldt eveneens voor de
eventuele passagier).
2 Use / 2 Gebruik
02_12
CLOTHING
02_14
ACCESSORIES
ACCESSOIRES
User is personally responsible for the installation and use of the accessories.
De gebruiker is verantwoordelijk voor de
keuze van de installatie en het gebruik
van de accessoires.
While assembling accessories, make
sure that they do not cover the sound or
light alarm devices or affect their correct
functioning, do not limit the suspension
travel or the steering angle, do not obstruct control actuation or reduce the
ground clearance and inclination angle at
corners.
Do not use accessories that hinder access to the controls as they may increase
the reaction time in case of an emergency.
Fairings and large windshields fitted to
the vehicle may cause aerodynamic
forces that affect the vehicle stability
while riding, mainly at high speeds.
2 Use / 2 Gebruik
Make sure the accessory is firm and secured to the vehicle and that it does not
pose any risks while riding the vehicle.
Do not add or modify electrical equipment
that exceed the vehicle capacity as this
may result in a sudden stop or a dangerous lack of power required to keep the
sound and light alarm devices operative.
aprilia advises using original accessories (aprilia genuine accessories).
36
Men raadt aan tijdens de montage, dat
het accessoire de mechanismen van het
akoestisch en visief melden niet bedekt
en dus de functionaliteit ervan schaadt,
de werking van de ophangingen en de
hoek van sturing niet beperkt, de activering van de commando´s niet hindert, en
de hoogte van de grond en de helhoek in
een bocht niet vermindert.
Vermijdt het gebruik van accessoires die
de toegang tot de commando´s hinderen,
en die dus de reactietijden bij nood kunnen verlengen.
De bekledingen en de windschermen
met grote afmetingen, die gemonteerd
zijn op het voertuig, kunnen aerodynamische krachten veroorzaken die de stabiliteit van het voertuig tijdens het rijden
schaden, vooral bij hoge snelheden.
Controleer of het accessoire goed verankerd is op het voertuig en dat het niet
gevaarlijk is tijdens het rijden.
Wijzig of voeg geen elektrische apparaten toe die het draagvermogen van het
voertuig overschrijden; op deze wijze zou
het voertuig onverwacht kunnen stilvallen
of zou er een gevaarlijke afwezigheid van
stroom kunnen zijn, die nodig is voor de
aprilia raadt het gebruik aan van originele accessoires (aprilia genuine accessories).
02_15
LOADING
BELASTING
Do not overload your vehicle. Keep packages as close as possible to the vehicle
centre of gravity and distribute load evenly on both sides to minimise imbalance.
Check also that the load is firm and secured to the vehicle, mainly for long trips.
Wees voorzichtig en matig bij het laden
van bagage. Men moet de bagage zo
dicht mogelijk bij het zwaartepunt van het
voertuig laden en uniform verdelen op de
twee kanten, om elke onbalans zo klein
mogelijk te houden. Controleer bovendien of de lading goed is verankerd op het
voertuig, vooral tijdens lange reizen.
Do not hang anything from your vehicle's
handlebars, mudguards or forks, such as
protruding, bulky, heavy and/or dangerous objects: this will slow the vehicle performance when turning and will upset the
handling of your vehicle.
Do not carry packages that protrude from
vehicle sides as this may hit people or
objects and result in loss of control of your
vehicle.
Never carry packages that are not securely fastened to the vehicle.
02_16
Bevestig absoluut geen plaatsinnemende, volumineuze, zware en/of gevaarlijke
voorwerpen aan het stuur, de spatborden
en de vorken: dit kan het voertuig vertragen in bochten, en dus de handelbaarheid ervan schaden.
Plaats op de kanten van het voertuig
geen plaatsinnemende bagage, omdat
dit personen of obstakels zou kunnen
aanstoten, en dus controleverlies over
het voertuig zou kunnen veroorzaken.
Do not carry packages that protrude from
the luggage rack or which cover any of
the sound and light alarm devices.
Vervoer geen bagage die niet stevig is
bevestigd aan het voertuig.
Never carry animals or small children on
the glove-box or the luggage rack.
Vervoer geen bagage die ver uit de bagagedrager steekt, of die de akoestische
en visieve verlichtingsmechanismen bedekt.
Never exceed the maximum weight allowed for each luggage rack.
37
2 Use / 2 Gebruik
werking van de akoestische en visieve
meldingsmechanismen.
Overloading the vehicle may result in lack
of stability and poor handling.
Vervoer geen dieren of kinderen op de
documentenhouder of bagagedrager.
Overschrijdt de maximum limiet van het
vervoerbare gewicht niet voor elke bagagedrager.
De overbelasting van het voertuig
schaadt de stabiliteit en de handelbaarheid.
2 Use / 2 Gebruik
02_17
38
RX 50 - SX 50
Chap. 03
Maintenance
Hst. 03
Onderhoud
39
Gearbox oil level (03_01,
03_02, 03_03)
03_01
Check the oil level at the time indicated in
the vehicle maintenance table. To do so,
make sure the vehicle is vertical, then
carefully loosen the control screws on the
engine right cover. Visually check that the
oil level reaches the threaded hole.
Should more oil be added, use only oil
with the same specifications as the one
present in the engine.
CAUTION
GEARBOX OIL IS TOXIC. DISPOSE IT
PROPERLY
Oliepeil van de
versnellingsbak (03_01,
03_02, 03_03)
Controleer het oliepeil aan de intervals
die worden aangeduid in de tabel van het
onderhoud van het voertuig. Om dit uit te
voeren moet het voertuig zich in verticale
positie bevinden; draai voorzichtig de
controlebout los die zich op het rechter
deksel van de motor bevindt. Controleer
visief of het oliepeil de geschroefdrade
boring bereikt. Wanneer olie moet toegevoegd worden, mag enkel olie gebruikt
worden met dezelfde kenmerken van diegene die zich reeds in de motor bevindt.
LET OP
3 Maintenance / 3 Onderhoud
DE OLIE VAN DE VERSNELLINGSBAK
IS GIFTIG. VERWERK ZE OP GEPASTE MANIER
03_02
Replacement:
Vervanging:
Replace oil for the first time after 1.000
Km are covered and, successively, every
10.000 Km. Replacement must be made
with a warm engine. Once the filling cap
«1» is removed, unscrew also the drainage cap «3» on the crankcase central
section and the drainage cap «2» on the
cover on the right side of the same crankcase and let the oil flow out. Tighten
again, close the drainage caps and refill
with 0.65 litres of oil. Once the operation
is complete, check the level and lock the
refilling cap. Use recommended oil only.
Voer de eerste vervanging uit bij 1.000
Km en vervolgens elke 10.000 Km. De
vervanging moet uitgevoerd worden bij
warme motor. Verwijder de toevoerdop
«1» en draai die van de afvoer «3» los op
het centrale deel van de carter «2» en op
het rechter deksel van de carter zelf, en
laat alle olie uitstromen. Draai ze weer
vast, sluit de afvoerdoppen, en vul bij met
0,65 liter olie. Na deze handeling moet
het peil gecontroleerd worden en de toevoerdop geblokkeerd worden. Gebruik
enkel aanbevolen olie.
40
Aanbeloven producten
AGIP GEAR SYNTH SAE 75W-90
AGIP GEAR SYNTH SAE 75W-90
Gearbox oil
API GL4, GL5
Olie voor de versnellingsbak
API GL4, GL5
Transmission chain (03_04,
03_05, 03_06)
Transmissieketting (03_04,
03_05, 03_06)
The chain life depends on its correct lubrication and adjustment. Any act of negligence or inattention in these procedures
may cause damages and wearing in the
pinion, chain and crown, seriously affecting the vehicle performance.
De levensuur van de ketting hangt af van
de correcte smering en de regeling. Nalatigheid of verwaarlozing van deze handelingen kan schade en slijtage aan het
rondsel, de ketting en de kroon veroorzaken, zodat de prestaties van het voertuig aanzienlijk worden geschaad.
CHECKING THE
CHAIN TENSION
TRANSMISSION
CONTROLE VAN DE SPANNING VAN
DE TRANSMISSIEKETTING
Check the transmission chain tension periodically. The check must be made with
the vehicle unloaded and in vertical position, and it must be repeated with the
wheel in different positions to avoid link
galling.
Controleer regelmatig de spanning van
de ketting. De controle moet uitgevoerd
worden wanneer het voertuig niet geladen is en verticaal is geplaatst, en moet
herhaald worden met het wiel in verschillende posities om te controleren of er
schakels zijn die afslaan.
03_03
To check tension, move the chain at an
intermediate point between the crown
41
3 Maintenance / 3 Onderhoud
Recommended products
3 Maintenance / 3 Onderhoud
03_04
and the pinion. The chain backslash
should be between 30 and 45 mm.
Om de spanning te controlere moet de
ketting bewogen worden in een punt tussen de kroon en het rondsel, en de speling moet zich tussen 30 en 45 mm
bevinden.
TENSION ADJUSTMENT
REGELING VAN DE SPANNING
To keep the transmission chain clearance within the right values, loosen nut
«A» of the wheel pin, screw the two adjusters «B» making the same number of
turns for the right as for the left adjuster,
so that the wheel is aligned. Once the
chain has been adjusted, tighten the
wheel axle nut to the specified torque
(70-80 Nm).
Om de correcte waarde van de speling
van de transmisieketting te behouden,
moet de moer «A» van de wielpin gelost
worden, en moet gehandeld worden op
de registers «B» door op te letten om hetzelfde aantal draaien uit te voeren op het
linker en het rechter register, zodat het
wiel uitgelijnd blijkt. Na de registratie van
de ketting moet de moer van de wielas
gesloten worden aan het voorgeschreven koppel (70-80 Nm).
DO NOT ASSEMBLE A NEW CHAIN
WITH A WORN PINION OR CROWN,
OR VICE VERSA, SINCE NEW COMPONENTS WILL BE EASILY WORN.
42
MONTEER GEEN NIEUWE KETTING
MET VERSLETEN RONDSEL EN
KROON OF VICEVERSA, OMDAT DE
NIEUWE ONDERDELEN ZO VLUGGER
ZOUDEN VERSLIJTEN.
SMERING
To lubricate the transmission chain, distribute grease in small quantities on the
spaces between rollers and links while
turning the wheel.
Om de ketting te smeren moet de transmissieketting besproeid worden met kleine hoeveelheden vet, tussen de rollen en
de schakels, door gelijktijdig het wiel te
doen draaien.
Use special oil for O-ring chains.
Gebruik specifieke olie voor kettingen
met O-ring.
03_05
03_06
Tyres (03_07)
Banden (03_07)
Periodically check the inflation pressure
of each tyre.
Controleer regelmatig de spanning van
elke band.
Also check that the tyres do not show cuts
on the side or irregular tread wear; if this
occurs, go to an authorised workshop or
at least a workshop equipped for replacement.
Controleer ook of de banden geen sneden op de zijkanten of een onregelmatige
slijtage op het rijvlak vertonen; in dit geval
moet men zich wenden tot erkende garages, of die alleszins uitgerust zijn om de
vervanging uit te voeren.
03_07
43
3 Maintenance / 3 Onderhoud
LUBRICATION
3 Maintenance / 3 Onderhoud
THE TYRE PRESSURE SHOULD BE
CHECKED WHEN THE TYRES ARE
COLD. WRONG PRESSURE MAY
CAUSE NOT ONLY AN ABNORMAL
TYRE WEAR, BUT ALSO VEHICLE UNSTEADINESS LEADING TO DANGER
WHEN RIDING. THE TYRE MUST BE
REPLACED WHEN THE TREAD REACHES THE WEAR LIMITS REQUIRED
BY LAW.
DE BANDENSPANNING MOET GECONTROLEERD WORDEN WANNEER
DE BANDEN KOUD STAAN. EEN FOUTE SPANNING VEROORZAAKT EEN
ABNORMALE SLIJTAGE VAN DE
BANDEN EN DOET HET VOERTUIG INSTABIEL WORDEN, MET CONSEQUENT GEVAAR TIJDENS HET RIJDEN. DE BAND MOET VERVANGEN
WORDEN WANNEER HET RIJVLAK
DE SLIJTAGELIMIET BEREIKT DIE
WORDT VOORIEN DOOR DE VAN
KRACHT ZIJNDE NORMEN.
Spark plug dismantlement
(03_08)
Demonteren van de bougie
(03_08)
Dismantle the spark plug periodically,
check electrodes and wear. Use a thickness gauge and check that the distance
between electrodes is correct. Replace
spark plugs using the recommended
brands within the expiration dates indicated in the vehicle maintenance table.
Demonteer regelmatig de bougie, en
controleer de elektroden en de slijtage.
Gebruik een diktemeter om te controleren of de scheiding tussen de elektroden
correct is. Vervang de bougies met andere van het aanbevolen merk, en dit op
de termijn die wordt aangeduid in de onderhoudstabel van het voertuig.
THE USE OF AN INAPPROPRIATE
SPARK PLUG MAY CAUSE SERIOUS
DAMAGE TO THE ENGINE.
44
HET GEBRUIK VAN EEN ONGESCHIKTE BOUGIE KAN ERNSTIGE SCHADE
AAN DE MOTOR VEROORZAKEN.
Technische kenmerken
RX SX spark plug and electrode gap
Bougie en elektrodenafstand, rechts
en links
NGK BR8ES / 0.6÷0.7 mm
NGK BR8ES / 0,6÷0,7 mm
THE SPARK PLUG MUST BE REMOVED WHEN THE MOTOR IS COLD.
THE USE OF SPARK PLUGS OF DIFFERENT THERMAL GRADE FROM
THAT REQUIRED OR WITH INAPPROPRIATE THREADS MAY SERIOUSLY
DAMAGE THE ENGINE.
DE VERWIJDERING VAN DE BOUGIE
MOET UITGEVOERD WORDEN WANNEER DE MOTOR KOUD STAAT. HET
GEBRUIK VAN BOUGIES MET EEN
ANDERE THERMISCHE GRAAD DAN
VOORGESCHREVEN OF MET ONGESCHIKTE SCHROEFDRAAD, KAN DE
MOTOR ERNSTIG BESCHADIGEN.
Air filter cleaning (03_09,
03_10, 03_11)
Reiniging van de luchtfilter
(03_09, 03_10, 03_11)
Check filter for cleaning and condition every 5000 km and every time the vehicle
is used off-road. Proceed as follows:
Controleer elke 5000 Km de staat en de
reinigingscondities van de filter, en elke
keer met het voertuig wordt gecrossd.
Handel als volgt:
03_08
- Remove the saddle
- Remove the right fairing undoing the 2
fixing screws «A»
03_09
- Remove the 2 screws «B» indicated in
the figure
- Verwijder het zadel.
- Verwijder de rechter zijplaat door te
handelen op de 2 bevestigingsbouten
«A»
- Verwijder de 2 bouten «B» die worden
aangeduid in de figuur
45
3 Maintenance / 3 Onderhoud
Characteristic
- Pull up the fairing «C» enough to gain
access to the filter
- Undo the 4 fixing screws in the air filter
housing and remove the air filter cover;
- Remove the filtering element;
- Wash the sponge in a bowl containing
filter oil, wringing it delicately several
times;
03_10
- When washing is over, press the filtering
element with your hands without squeezing, let it drip and refit.
When refitting, be extremely careful to reposition the sponge in the housing support so that the whole sealing lip perimeter is in contact with the sponge. Tighten
the 4 fixing screws of the filter cover, remembering that the 2 long screws are the
bottom ones.
3 Maintenance / 3 Onderhoud
03_11
IF THE FILTER IS OBSTRUCTED, THE
ADMISSION RESISTANCE WILL INCREASE, LEADING TO POWER LOSS
AND HIGHER FUEL CONSUMPTION.
Recommended products
AGIP FILTER OIL
Oil for air filter sponge
- Verplaats de zijplaat «C» naar boven
zodat het mogelijk is om de filter te bereiken
- Draai de 4 bevestigingsbouten los van
de filterdoos, en verwijder het deksel van
de luchtfilter;
- Verwijder het filterend element;
- Was de spons in een recipiënt met olie
voor filters, en wring ze meerdere keren
voorzichtig uit;
- Na het wassen moet de spons uitgedrukt worden tussen de handen zonder
ze uit te wringen, laat ze uitdruipen en
hermonteer ze.
Bij de hermontage moet aandacht geschonken worden bij het herplaatsen van
de spons in haar zit op de doos, zodat de
dichtingslip de spons voor de hele omtrek
omvat. Draai de 4 bevestigingsbouten
van het filterdeksel weer vast, en de 2
langste bouten moeten onderaan gebruikt worden.
WANNEER DE FILTER VERSTOPT IS,
ZAL DE INLAATWEERSTAND VERHOGEN, MET VERMOGENVERLIES EN
EEN VERHOGING VAN BRANDSTOFVERBRUIK ALS GEVOLG.
Aanbeloven producten
AGIP FILTER OIL
Olie voor filters in spons
46
-
Cooling fluid level (03_12)
Peil van de koelvloeistof
(03_12)
Every 1,000 km or after a long journey,
the coolant level must be checked with a
cold engine, the level must be between
the minimum «A» and the maximum
«B».
03_12
To replace the coolant, remove the expansion reservoir cap and disconnect the
hose from the radiator to the water pump
and empty it.
After having reinserted the coupling, refill
the circuit with coolant, through the expansion tank cap placed on the left side
of the scooter.
IN ORDER TO AVOID BURNS, DO NOT
UNSCREW THE EXPANSION TANK
CAP WHILE THE ENGINE IS STILL
HOT.
Recommended products
SPECIAL AGIP PERMANENT fluid
Coolant
Ready for use mixed biodegradable coolant with "long life" technology and characteristics (red). Freezing protection up
Elke 1.000 km of na een lange reis moet
bij koude motor gecontroleerd worden of
het peil van de koelvloeistof zich tussen
het minimum peil «A» en het maximum
peil «B» bevindt.
Om de koelvloeistof te vervangen moeten de dop van het expansievat en de mof
die de radiator aan de waterpomp verbindt verwijderd worden, zodat alle vloeistof wordt afgevoerd.
Nadat de mof weer werd geplaatst, moet
het volledige circuit gevuld worden met
koelvloeistof vanaf de dop van het expansievat dat zich op de linker kant van
het voertuig bevindt.
OM BRANDWONDEN TE VERMIJDEN
MAG DE DOP VAN HET EXPANSIEVAT NIET LOSGEDRAAID WORDEN
WANNEER DE MOTOR NOG WARM
STAAT.
Aanbeloven producten
AGIP PERMANENT SPEZIAL
Koelvloeistof
47
3 Maintenance / 3 Onderhoud
-
to -40°C. In compliance with the CUNA
956-16 standard.
Biologisch afbreekbare koelvloeistof, gebruiksklaar, met "long life" technologie en
kenmerken (rood). Verzekert een bescherming tegen vriestemperaturen tot
-40°. Beantwoordt aan de norm CUNA
956-16.
The cooling circuit approximate capacity
is 800 cc.
De ruw geschatte capaciteit van het koelcircuit is 800 cc.
SYSTEM CHECK:
CONTROLE VAN DE INSTALLATIE:
- Check the manifold conditions.
- Controleer de staat van de moffen.
- If during scooter normal use the high
temperature indicator lights up, stop the
engine and wait so the coolant becomes
cool. After that, with cold engine, check
the coolant level and top up, if necessary.
Never take the expansion tank cap out
with the coolant at high temperature.
- Wanneer tijdens het normale gebruik
van het voertuig de indicator van de excessieve temperatuur oplicht, moet de
motor stilgelegd worden en gewacht worden tot de koelvloeistof afkoelt. Daarna
moet bij koude motor het peil van de koelvloeistof gecontroleerd worden, en eventueel bijgevuld worden. Verwijder de dop
van de tank nooit wanneer de temperatuur van de koelvloeistof nog warm is.
3 Maintenance / 3 Onderhoud
- To refill with coolant, the engine must be
cold.
- Om koelvloeistof bij te vullen moet de
motor koud staan.
The coolant should be replaced every 2
years. Take your scooter to an Aprilia
Authorised Workshop for replacement.
48
De vervanging van de koelvloeistof moet
elke 2 jaar uitgevoerd worden. Voor deze
handeling wendt men zich tot een Erkende Aprilia Garage.
Brake fluid
03_13
03_14
Controle van het oliepeil van
de remmen (03_13, 03_14)
Remvloeistof
Check the brake fluid reservoir level periodically. Fluid level should be at the upper margin of the inspection sight glass
as shown in the photograph. If necessary, refill it with the recommended hydraulic fluid. Do not mix different types of
liquid. Do not operate the brake lever
when the reservoir is open or the highly
corrosive fluid can spill out. Make sure
that the water and the brake fluid do not
mix. Due to humidity absorption, it is advisable to change the fluid every two
years.
TOP-UPS SHOULD ONLY BE CARRIED OUT WITH DOT 4 CLASSIFIED
BRAKE FLUID.
DO NOT LET THE HIGHLY CORROSIVE BRAKE FLUID CONTACT PAINTED PARTS. SHOULD THIS OCCUR,
IMMEDIATELY WASH OFF WITH WATER.
WARNING
THE BRAKE FLUID IS HYGROSCOPIC, IN OTHER WORDS, IT ABSORBS
HUMIDITY FROM THE SURROUNDING
AIR. IF THE HUMIDITY IN THE BRAKE
49
Controleer regelmatig het peil in de tank
van de remvloeistof. Het vloeistofpeil
moet zich boven het inspectieglasje bevinden, zoals aangeduid op de foto. Vul
indien nodig bij met de aanbevolen hydraulische vloeistof. Meng geen verschillende types van vloeistoffen. Wanneer de
tank open staat, mag niet gehandeld worden op de remhendel omdat zo de erg
corrosieve vloeistof zou kunnen uitstromen. Let op om geen water te mengen
met de remvloeistof. Door de absorbering van vochtigheid wordt aangeraden
om de vloeistof elke twee jaar te vervangen.
EVENTUELE BIJVULLINGEN MOGEN
ENKEL UITGEVOERD WORDEN MET
REMVLOEISTOFFEN
MET
DOT4
KLASSERING.
VERMIJDT DAT DE ERG CORROSIEVE REMVLOEISTOF IN CONTACT
KOMT MET DE GELAKTE DELEN.
WANNEER DIT TOCH GEBEURT,
MOETEN ZE ONMIDDELLIJK MET WATER GEWASSEN WORDEN.
3 Maintenance / 3 Onderhoud
Checking the brake oil level
(03_13, 03_14)
FLUID EXCEEDS A CERTAIN VALUE,
STEAM BUBBLES CAN BE FORMED
OR GALLING CAN BE PRODUCED IN
THE BRAKE PUMP OR CALLIPER
WHICH MAY BLOCK THE BRAKES.
NEVER USE BRAKING FLUID KEPT IN
CONTAINERS THAT HAVE ALREADY
BEEN OPENED, OR PARTIALLY
USED.
3 Maintenance / 3 Onderhoud
IN NORMAL CLIMATIC CONDITIONS
IT IS ADVISABLE TO REPLACE THE
ABOVE-MENTIONED FLUID EVERY 2
YEAR. NEVER USE BRAKE FLUID
CONTAINED IN CONTAINERS THAT
ARE ALREADY OPEN OR PARTIALLY
USED.
USE SPECIFIC SYNTHETIC BRAKE
FLUIDS. MINERAL BRAKE FLUID
CAUSES IRREMEDIABLE DAMAGE
TO THE SPECIAL RUBBER GASKETS
OF THE BRAKING SYSTEM.
WAARSCHUWING
DE VLOEISTOF VAN HET REMCIRCUIT IS HYGROSCOPISCH, HET ABSORBEERT DUS VOCHTIGHEID UIT
DE OMGEVINGSLUCHT. WANNEER
DE VOCHTIGHEID IN DE REMVLOEISTOF EEN ZEKERE WAARDE OVERSCHRIJDT, KUNNEN DAMPBELLEN
GEVORMD WORDEN OF KAN HET AFSLAAN VAN DE POMP EN DE REMTANGEN PLAATSVINDEN, WAT DE
REMMEN DOET BLOKKEREN. GEBRUIK NOOIT REMVLOEISTOFFEN
UIT REEDS GEOPENDE VERPAKKINGEN, OF DIE REEDS WERDEN GEBRUIKT.
BIJ NORMALE WEERSOMSTANDIGHEDEN WORDT AANGRADEN OM DE
VLOEISTOF ELKE 2 JAAR TE VERVANGEN. GEBRUIK NOOIT REMVLOEISTOFFEN UIT REEDS GEOPENDE VERPAKKINGEN, OF DIE REEDS
WERDEN GEBRUIKT.
GEBRUIK
SYNTHETISCHE
REMVLOEISTOFFEN. HET GEBRUIK VAN
MINERALE REMVLOEISTOFFEN VEROORZAAKT
ONHERSTELBARE
SCHADE AAN DE SPECIALE RUBBEREN PAKKINGEN VAN DE REMINSTALLATIE.
50
Air in the braking system.
If brake lever clearance becomes excessive or the lever has an elastic behaviour,
purge air from the braking system.
Air purging.
Fit a transparent plastic pipe to the bleed
valve. Operate the brake lever, loosen
the bleed screw letting the fluid pour out;
tighten the bleed valve before the brake
lever reaches the end of the stroke; release the brake lever. Do this procedure
until all air in the calliper is purged. After
purging the air, top up the reservoir with
DOT 4 hydraulic fluid.
Recommended products
AGIP BRAKE 4
Brake fluid
As an alternative to the recommended
fluid, other fluids that meet or exceed the
specified requirements may be used.
SAE J1703, NHTSA 116 DOT 4, ISO
4925 Synthetic fluid
51
Het bijvullen van vloeistof in
de reminstallatie
Lucht in het remsysteem.
Wanneer de speling van de remhendel
excessief wordt, of de hendel is elastisch,
moet de ontluchting van het remsysteem
uitgevoerd worden.
Ontluchting.
Monteer een transparante plastic buis op
de ontluchtingsklep. Handel op de remhendel en los de ontluchtingsbout zodat
de vloeistof kan uitstromen; sluit de ontluchtingsbout voordat de remhendel de
eindslag bereikt; laat de remhendel los.
Handel op dezelfde manier voor de ontluchting van de remtang. Na de ontluchting moet de tank gevuld worden met
hydraulische vloeistof DOT 4.
Aanbeloven producten
AGIP BRAKE 4
remvloeistof
In plaats van de aanbevolen vloeistof kan
men vloeistoffen gebruiken met conforme of hogere prestaties dan de specifieken. Synthetische vloeistof SAE J1703,
NHTSA 116 DOT 4, ISO 4925
3 Maintenance / 3 Onderhoud
Braking system fluid top up
Battery (03_15)
Accu (03_15)
INSTRUCTIONS FOR BATTERY REFRESH AFTER OPEN CIRCUIT STORAGE
INSTRUCTIES VOOR DE VERFRISSINGSLADING VOOR HET OPSLAAN
MET OPEN CIRUIT
1. Checking voltage
Before installing the battery on the vehicle check the open circuit voltage with a
normal tester.
03_15
•
•
If voltage is over 12.60V, the
battery can be installed without
any refresh.
If voltage is below 12.60V, a refresh recharge is needed as explained in point 2.
2. Method with constant-voltage battery charger
•
3 Maintenance / 3 Onderhoud
•
•
Constant voltage charge equal
to 14.40÷14.70V
Initial charge current equal to
0.3÷0.5 of the battery rated capacity
Charge time: Recommended:
10÷12 h
Minimum: 6 h
Maximum: 24 h
•
Voordat de accu op het voertuig wordt
geïnstalleerd, moet de spanning met
open circuit gecontroleerd worden met
een normale tester.
•
•
Charge current equal to 1/10 of
the battery rated capacity
Charge time: 5 h
52
Wanneer de spanning meer dan
12,60V bedraagt, kan de accu
geïnstalleerd worden zonder
verfrissingslading.
Wanneer de spanning minder
dan 12,60V bedraagt, moet de
verfrissingslading uitgevoerd
worden zoals wordt uitgelegd in
punt 2.
2. Modaliteit van acculading met constante spanning
•
•
•
3. Method with direct-current battery
charger
•
1. Controle van de spanning
Constante spanningslading gelijk aan 14,40÷14,70V
Beginstroom van de lading gelijk
aan 0,3÷0,5 x Nominale capaciteit
Duur van de lading: Aanbevolen: 10÷12 h
Minimum 6 h
Maximum 24 h
3. Modaliteit van acculading met constante stroom
WHEN THE BATTERY IS REALLY
FLAT (WELL BELOW 12.6V), IT MIGHT
OCCUR THAT A 5-HOUR RECHARGE
IS NOT ENOUGH TO ACHIEVE OPTIMAL PERFORMANCE.
IF THIS OCCURS, IT IS HOWEVER ESSENTIAL NOT TO EXCEED 8 HOURS
OF CONTINUOUS RECHARGING SO
AS NOT TO DAMAGE THE BATTERY.
•
Laadstroom gelijk aan 1/10 van
de nominale capaciteit van de
accu zelf
Duur van de lading: 5 h
WANNEER DE ACCU LEEG IS (VEEL
MINDER DAN 12,6V), KAN HET ZIJN
DAT 5 UREN VAN LADEN NIET VOLDOENDE ZIJN OM DE OPTIMALE
PRESTATIES TE BEREIKEN.
IN DEZE CONDITIES IS HET ALLESZINS ABSOLUUT NOODZAKELIJK OM
NIET LANGER DAN 8 UREN CONSTANT TE LADEN, ZODAT DE ACCU
ZELF
NIET
ONHERSTELBAAR
WORDT BESCHADIGD.
Use of a new battery
To replace the battery, it must be done
using another with the same capacity and
voltage: 12V, 4Ah.
FOR A CORRECT EXHAUSTED BATTERY DISPOSAL, IT IS ADVISABLE
TO HAVE IT REPLACED AT AN OFFICIAL APRILIA SERVICE CENTRE.
BATTERIES CONTAIN, AMONG OTH53
Inwerkingstelling van een
nieuwe accu
Wanneer het nodig zou zijn om de accu
te vervangen, moet een andere met dezelfde spanning en capaciteit gemonteerd worden: 12V, 4Ah.
VOOR EEN CORRECTE VERWERKING VAN DE VERBRUIKTE ACCU,
WORDT AANGERADEN OM ZE TE LA-
3 Maintenance / 3 Onderhoud
•
ER SUBSTANCES, SULPHURIC ACID
SO, UNDER NO CIRCUMSTANCES,
THEY SHOULD BE DISPOSED OF
CONTAINERS FOR ORGANIC WASTE.
TEN VERVANGEN BIJ EEN OFFICIEEL
APRILIA SERVICECENTRUM. DE ACCU'S BEVATTEN, NAAST ANDERE
STOFFEN, ZWAVELZUUR, EN ZE MOGEN DUS IN GEEN GEVAL BIJ HET
ORGANISCH AFVAL GELOOSD WORDEN.
Long periods of inactivity
Lange stilstand
Battery performance will decrease if the
vehicle is not used for a long time.
In geval van een verlengde inactiviteit
van het voertuig, verminderen de prestaties van de accu.
This is the result of the natural phenomenon of battery discharging: this may be
due to residual absorption by scooter
components with constant power consumption.
3 Maintenance / 3 Onderhoud
Poor battery performance may also be
due to environmental conditions and the
cleanness of the poles.
In order to avoid start-up problems and/
or irreversible damage to the battery, follow any of these steps:
•
•
At least once a month start up
the engine and keep it running
slightly above idle for 10-15 minutes. This keeps all the engine
components, as well as the battery, in good working order.
Store the vehicle with the battery removed. Have the battery
cleaned, charged fully and stored in a dry, ventilated place. Re54
Dit gebeurt omdat de accu zelf leegloopt
en door mogelijke overblijvende absorberingen van het voertuig, die te wijten
zijn aan onderdelen die constant gevoed
worden.
Het verminderen van de prestaties van
de accu is bovendien afhankelijk van de
weersomstandigheden en van de reiniging van de polen.
Om mogelijke moeilijkheden bij de start
en/of onomkeerbare beschadiging van
de accu te vermijden, moet volgens de
volgende modaliteiten gehandeld worden:
•
Minstens eens per maand
moet de motor gestart worden
en aan een regime gehouden
worden dat iets boven het minimum ligt, en dit voor 10-15 minuten. Op deze manier worden
CAUTION
THE CHARGE MUST BE MADE WITH
A CURRENT EQUAL TO 1/10 OF THE
RATED CAPACITY OF THE BATTERY
AND FOR NOT LONGER THAN 8
HOURS TAKE YOUR SCOOTER TO AN
AUTHORISED APRILIA SERVICE
CENTRE TO CARRY OUT THIS OPERATION SAFELY. WHEN REFITTING
THE BATTERY MAKE SURE THE
LEADS ARE CORRECTLY CONNECTED TO THE TERMINALS.
IN ORDER TO AVOID DAMAGING THE
ELECTRIC SYSTEM, NEVER DISCONNECT THE WIRING WHILE THE ENGINE IS RUNNING. ELECTROLYTE
CONTAINS SULPHURIC ACID: AVOID
CONTACT WITH EYES, SKIN AND
CLOTHES. IN THE CASE OF CONTACT, RINSE WITH PLENTY OF WATER AND CONSULT A DOCTOR. PAY
ATTENTION NOT TO TIP THE VEHICLE EXCESSIVELY, IN ORDER TO
AVOID DANGEROUS LEAKAGE OF
BATTERY ELECTROLYTE.
55
•
de accu en alle onderdelen van
de motor efficiënt gehouden.
Verwijder de accu wanneer het
voertuig wordt gestald. De accu
moet rein en volledig opgeladen
zijn, en moet bewaard worden
op een droge en verluchte
plaats. Voer het laden minstens
om de twee maanden uit.
LET OP
HET OPLADEN MOET UITGEVOERD
WORDEN MET EEN STROOM DIE GELIJK IS AAN 1/10 VAN DE NOMINALE
CAPACITEIT VAN DE ACCU ZELF, EN
VOOR MAXIMUM 8 UREN. VOOR DEZE HANDELING WORDT AANGERADEN OM ZICH TE WENDEN TOT EEN
ERKEND APRILIA SERVICECENTRUM. CONTROLEER BIJ DE HERMONTAGE VAN DE ACCU OF DE
AANSLUITING VAN DE KLEMMEN OP
DE POLEN CORRECT WORDT UITGEVOERD.
OM SCHADE TE VERMIJDEN AAN DE
ELEKTRISCHE INSTALLATIE, MOGEN DE KABELS NOOIT LOSGEMAAKT WORDEN WANNEER DE MOTOR DRAAIT. HET ELEKTROLYT
BEVAT ZWAVELZUUR: VERMIJDT
HET CONTACT MET DE OGEN, DE
HUID EN DE DE KLEDING. IN GEVAL
VAN CONTACT MOET OVERVLOEDIG
GESPOELD WORDEN MET WATER,
3 Maintenance / 3 Onderhoud
charge at least once every two
months.
EN ONMIDDELLIJK EEN ARTS GERAADPLEEGD WORDEN LET BOVENDIEN OP OM HET VOERTUIG NIET TE
VEEL TE HELLEN ZODAT HET ELEKTROLYT ZELF NIET UIT DE ACCU
KAN STROMEN.
Fuses (03_16)
Zekeringen (03_16)
The electrical system is protected by one
4 ampere fuse located in the fuse box
«A» on the battery positive lead under the
saddle. Before replacing a blown fuse,
find and solve the problem that caused it
to blow. Do not substitute the fuse with
any alternative form of conductor
De elektrische installatie wordt beschermd door een zekering van 4 ampère, die zich in de zekeringenhouder «A»
op de positieve kabel van de accu onder
het zadel bevindt. Vooraleer de onderbroken zekering wordt vervangen, moet
de schade die de smelting heeft veroorzaakt gezocht en geëlimineerd worden.
Probeer nooit om het circuit te sluiten met
ander materiaal dan een zekering.
3 Maintenance / 3 Onderhoud
03_16
BULBS
BULBS
RX 50
SX 50
Rear tail light /stop light
led
led
Front tail bulb
2V x 3W
2V x 3W
Front/rear turn indicator bulbs
4 x 10W
4 x 10W
56
RX 50
SX 50
Low-/high-beam light bulb
HS1
HS1
LAMPJES
LAMPJES
RX 50
SX 50
Achterste positielicht / stoplicht
met led
met led
Lampje van het voorste positielicht
2 x 3W
2 x 3W
Lampjes van de voorste / achterste richtingaanwijzers
4 x 10W
4 x 10W
Lampje van het dimlicht/groot licht
HS1
HS1
Front light group (03_17,
03_18, 03_19)
Voorste optische groep
(03_17, 03_18, 03_19)
In the front headlight there are:
In het voorlicht vindt men:
•
•
Two tail light bulbs «1».
One low-beam / high-beam light
bulb «2».
03_17
57
•
•
Twee lampjes van het positielicht «1».
Een lampje van het dimlicht /
groot licht «2».
3 Maintenance / 3 Onderhoud
BULBS
To replace:
•
•
•
Voor de vervanging:
Rest the vehicle on its stand.
Undo the two upper screws.
Slide off the front cowl from the
mudguard seats.
Side light lamp «1»
•
03_18
Slide off the tail light bulb and
replace it with another of the
same type.
•
•
•
Lampje van het positielicht «1»
•
High/low beam light bulb«2»
•
•
•
•
3 Maintenance / 3 Onderhoud
03_19
Hold the bulb electrical connector «3», pull and disconnect it
from the bulb holder.
Slide off the cover «4» from the
parabole fitting and from the
bulb connectors.
Release the two ends of the retaining spring «5» located in the
bulb holder.
Extract the bulb from its fitting.
Upon refitting:
•
•
•
Fit a bulb of the same type adequately.
Slide in the cover «4» in the bulb
connectors and the parabole fitting.
Connect the bulb electrical connector «3».
Verwijder het positielampje, en
vervang het met een van hetzelfde type.
Lampje van het dimlicht / groot licht
«2»
•
•
•
•
Grijp de elektrische connector
van het lampje «3» vast, trek er
aan, en maak hem los van de
lamphouder.
Verwijder de kap «4» van de paraboolzitting en de terminals van
het lampje.
Koppel de twee uiteinden van
de trekveer «5» los die zich op
de lamphouder bevindt.
Verwijder het lampje uit de zitting.
Bij de hermontage:
•
•
•
58
Plaats het voertuig op de standaard.
Draai de twee bovenste bouten
los.
Verwijder het maskertje uit de
zittingen van het spatbord.
Installeer op correcte wijze een
lampje van hetzelfde type.
Plaats de kap «4» correct in de
paraboolzitting en de terminals
van het lampje.
Verbind de elektrische connector van het lampje «3».
Regeling van de koplamp
(03_20, 03_21)
NOTE
N.B.
IN COMPLIANCE WITH LOCAL LEGAL
REQUIREMENTS, SPECIFIC PROCEDURES MUST BE FOLLOWED WHEN
CHECKING LIGHT BEAM ADJUSTMENT.
OP BASIS VAN WAT WORDT VOORGESCHREVEN DOOR DE VAN
KRACHT ZIJNDE WETGEVING IN HET
LAND VAN GEBRUIK VAN HET VOERTUIG, MOETEN ER VOOR DE CONTROLE VAN DE RICHTING VAN DE
LICHTBUNDEL SPECIFIEKE PROCEDURES UITGEVOERD WORDEN.
For a quick check of the correct direction
of the front light beam:
Voor een snelle controle van de correcte
richting van de voorste lichtbundel, handelt men als volgt:
03_20
•
•
03_21
Place the vehicle 10m away
from a vertical wall and make
sure the ground is level.
Turn on the low-beam light, sit
on the scooter and check that
the light beam projected to the
wall is a little below the headlight
horizontal straight line (about
9/10 of the total height).
•
•
To adjust the light beam:
•
•
•
Working from both sides, undo
screw «1».
Adjust the headlamp until the
desired position is obtained
Working from both sides, tighten
screw «1».
59
Plaats het voertuig op tien meter
afstand van een verticale wand,
en controleer of de ondergrond
vlak is.
Ontsteek het dimlicht, ga op het
voertuig zitten, en controleer of
de lichtbundel die op de wand
wordt geprojecteerd zich iets
onder de horizontale lijn van de
koplamp bevindt (ongeveer 9/10
van de totale hoogte).
Voor het regelen van de lichtbundel:
•
•
Handel op beide kanten: draai
de bout «1» los.
Richt de koplamp tot de gewenste positie wordt verkregen
3 Maintenance / 3 Onderhoud
Headlight adjustment (03_20,
03_21)
•
Front direction indicators
(03_22)
•
•
•
•
•
•
Rest the vehicle on its stand.
Loosen and remove the screw
(1).
Remove the glass (2).
Press the bulb (3) slightly and
turn it anticlockwise.
Pull the bulb (3) out of its fitting.
Insert a bulb of the same type
adequately.
WARNING
3 Maintenance / 3 Onderhoud
Voorste richtingaanwijzers
(03_22)
•
•
•
•
•
•
IF THE PARABOLE (4) STICKS OUT
OF ITS FITTING, INSERT IT AGAIN
PROPERLY.
Handel op beide kanten: sluit de
bout «1».
Plaats het voertuig op de standaard.
Draai de bout los (1) en verwijder ze.
Verwijder de lens (2).
Druk gematigd op het lampje
(3), en draai het in tegenwijzerzin.
Verwijder het lampje (3) uit de
zit.
Plaats op correcte wijze een
nieuw lampje van hetzelfde type.
WAARSCHUWING
WANNEER DE PARABOOL (4) UIT
HAAR ZITTING KOMT, MOET ZE
WEER CORRECT GEPLAATST WORDEN.
03_22
60
Replace the whole light if a led burns out.
03_23
Achterste optische groep
(03_23, 03_24, 03_25, 03_26,
03_27)
To replace the rear light follow these
steps:
Wanneer een led verbrandt, moet het volledige licht vervangen worden.
- Remove the two side fairings undoing
the fixing screws «A»
Om het achterlicht te vervangen moet als
volgt gehandeld worden:
- Remove the 2 screws «B»
- Verwijder de twee zijplaten door te handelen op de bouten «A»
- Remove the 2 screws «C» located in the
wheel compartment
- Verwijder de 2 bouten «B»
- Slide the rear tail off the frame
- Verwijder de 2 bouten «C» die zich in de
wielruimte bevinden
- Remove the two nuts «D» fixing the
lights to the frame, which are located in
the wheel compartment
- Verwijder het achterstuk van het frame
- Disconnect the connector «E» and remove the light
- Verwijder de twee bevestigingsmoeren
«D» van het licht aan het frame, die zich
in de wielruimte bevinden
- Maak de connector «E» los en verwijder
het licht
03_24
03_25
61
3 Maintenance / 3 Onderhoud
Rear optical unit (03_23,
03_24, 03_25, 03_26, 03_27)
3 Maintenance / 3 Onderhoud
03_26
03_27
62
•
•
•
•
•
•
Rest the vehicle on its stand.
Loosen and remove the screw
(1).
Remove the glass (2).
Press the bulb (3) slightly and
turn it anticlockwise.
Pull the bulb (3) out of its fitting.
Insert a bulb of the same type
adequately.
Achterste richtingaanwijzers
(03_28)
•
•
•
•
•
WARNING
IF THE PARABOLE (4) STICKS OUT
OF ITS FITTING, INSERT IT AGAIN
PROPERLY.
•
Plaats het voertuig op de standaard.
Draai de bout los (1) en verwijder ze.
Verwijder de lens (2).
Druk gematigd op het lampje
(3), en draai het in tegenwijzerzin.
Verwijder het lampje (3) uit de
zit.
Plaats op correcte wijze een
nieuw lampje van hetzelfde type.
WAARSCHUWING
WANNEER DE PARABOOL (4) UIT
HAAR ZITTING KOMT, MOET ZE
WEER CORRECT GEPLAATST WORDEN.
03_28
Idle adjustment (03_29)
Carburettor
Trouble-free carburetion is the basis for a
good engine performance. The carburettor is regulated in factory to perform the
best carburetion. Do not alter this adjustment.
Adjusting the idle speed
Regeling van het minimum
toerental (03_29)
Carburator
Een probleemloze carburatie is de basis
voor een goed rendement van de motor.
De carburator wordt geregeld in de fabriek om de beste carburatie te leveren.
Wijzig deze regeling niet.
Regeling van het minimum toerental
03_29
63
3 Maintenance / 3 Onderhoud
Rear turn indicators (03_28)
This operation must be carried out with
hot engine, in neutral position and with no
acceleration.
Deze handeling moet uitgevoerd worden
wanneer de motor warm staat, in vrij, en
zonder gas te geven.
Turn the idle speed set screw clockwise
and anticlockwise until the engine idle
speed stabilises at a point where the engine works regularly, with no uncertainty
and is not over accelerated. For a more
accurate adjustment or any other carburettor adjustment, take your scooter to an
Aprilia Authorised Workshop.
Draai de regelbout van het minimum toerental in wijzerszin of tegenwijzerszin tot
het minimum toerental stabiel wordt zodat de motor regelmatig werkt, zonder
onzekerheden, en niet excessief versneld. Voor een preciezere regeling of
voor eender welke ander regeling van de
carburator, wendt men zich tot een Erkende Aprilia Garage.
WARNING
IT IS CONVENIENT TO MAKE A CARBURETTOR CLEANING PERIODICALLY WITH CLEAN PETROL AND PRESSURED AIR.
CAUTION
3 Maintenance / 3 Onderhoud
MAKE ALWAYS THE ENGINE IDLE
SPEED ADJUSTMENT WITH A HOT
ENGINE.
64
WAARSCHUWING
HET IS GOED OM DE REINIGING VAN
DE CARBURATOR REGELMATIG UIT
TE VOEREN, DOOR GEBRUIK TE MAKEN VAN REINE BENZINE EN PERSLUCHT.
LET OP
VOER DE REGELING VAN HET MINIMUM TOERENTAL STEEDS UIT WANNEER DE MOTOR WARM STAAT.
03_30
The disc brakes, compared to drum
brakes, have the following specifications
and advantages:
- The heat evacuation from friction surfaces is very efficient, since discs turn with
direct air contact. This is the reason why
they always have a steady braking capacity, even when the brake is used repeatedly at high speed.
- No component of the disc brake is exposed to deformation due to very high
temperatures.
- The pad change is simple and does not
require difficult procedures.
- Constant functioning of front and rear
brakes is ensured since, even in the case
discs are wet due to rain, the capacity to
recover braking power is excellent, due
to the specifications of extreme pressure
of the pads.
65
Schijfrem vooraan en
achteraan (03_30, 03_31,
03_32)
De remschijven hebben vergeleken met
trommelschijven de volgende kenmerken
en voordelen:
- De evacuatie van warmte van de wrijvingsoppervlakken is zeer doeltreffend,
omdat de schijven rechtstreeks in contact
met de lucht draaien. Daarom hebben ze
steeds een stabiele remcapaciteit, ook
wanneer ze herhaaldelijk worden gebruikt bij hoge snelheden.
- Geen enkel onderdeel van de remschijf
is onderhevig aan vervormingen door de
hoge temperaturen.
- De vervanging van de pastilles is eenvoudig en vraagt niet om ingewikkelde
handelingen.
- Er wordt een constante werking van de
remmen verzekerd, ook wanneer de
schijven nat zijn door de regen, omdat de
recupereercapaciteit van de kracht van
de remmen uitstekend is door de extreme
drukkenmerken van de pastille.
3 Maintenance / 3 Onderhoud
Front and rear disc brake
(03_30, 03_31, 03_32)
Brake disc
Remschijf
The disc surface must be free of oil. Use
alcohol and a soft cloth for cleaning.
Het oppervlak van de schijf moet olievrij
zijn. Gebruik alcohol en een rein doek
voor de reiniging.
Brake pads:
Brake squealing may be due to the following causes:
- Incorrect brake functioning
03_31
- Brake pad wearing. Excessive wear
make the brakes squeal. When either
case occurs, take your scooter to an
Aprilia Authorised Workshop.
Hoses and Joints:
Check periodically that joints are not
worn and joint connections have no leakage.
Rempastilles:
Wanneer de rem giert, kan dit te wijten
zijn aan de volgende oorzaken:
- Niet correcte werking van de rem
- Slijtage van de rempastilles; een excessieve slijtage doet de rem gieren. In beide
gevallen wendt men zich tot een Erkende Aprilia Garage.
Flexibele buizen en verbindingen:
Controleer regelmatig of de verbindingen
niet versleten zijn, en of de verbindingen
van de koppelingen niet lekken.
3 Maintenance / 3 Onderhoud
03_32
03_33
Transmissions (03_33, 03_34,
03_35, 03_36, 03_37)
Transmissies (03_33, 03_34,
03_35, 03_36, 03_37)
THROTTLE GRIP
GASHENDEL
Check that the throttle grip turns freely
with the handlebar at the end of the stroke
at both sides. Check that the vacuum
hand grip stroke is 4 mm. If necessary,
adjust with the appropriate adjuster on
the throttle grip «A» after removing the
corresponding rubber cap.
Controleer of het gascommando vrij
draait met het stuur tot de eindslag in beide richtingen. Controleer of de lege slag
van het handvat 4 mm bedraagt. Indien
nodig regelt men de slag met het relatieve register op het gascommando «A»,
66
The handlebar clutch lever must a have
an 8 mm empty stroke, adjust it periodically with the adjuster «B» under the rubber cap.
BRAKES
03_34
03_35
03_36
The front brake does not need adjustment and the only maintenance operation is checking the liquid level in the
brake pump reservoir. The brake liquid
reservoirs have a sight glass «C» of
transparent material. With peephole «C»
complete, the level inside the reservoir
exceeds the Minimum; when the peephole is partially full, the level has decreased to the Minimum; when it is
completely empty, the level is inferior to
the Minimum. Worn brake pads may
cause the decrease of the brake liquid
level. Should the level be below the minimum, the Customer is advised to contact
an Aprilia Authorised Workshop for a
thorough check of the braking system. If
you need to top up the level, follow the
steps listed below. For the front brake,
unscrew the 2 screws«D», lift the cover
of the brake liquid tank and introduce the
necessary liquid quantity, (liquid must always be over the minimum level ). For the
rear brake, remove the right side fairing
undoing the two screws «E» and remove
the reservoir cap «F» by turning it anticlockwise. Add the necessary quantity of
fluid (fluid must always be above the minimum level). Checking levels must be
67
nadat het relatieve rubberen kapje werd
verwijderd.
KOPPELING
De hendel van de koppeling van het stuur
moet een lege slag hebben van 8 mm;
regel ze regelmatig door middel van het
register «B» dat zich onder het rubberen
kapje bevindt.
REMMEN
De voorrem heeft geen enkele regeling
nodig, en de enige onderhoudshandeling
bestaat uit het controleren van het peil
van de vloeistof in de tank van de rempomp. De tanks van de remvloeistof zijn
voorzien van een transparant kijkglasje
«C». Wanneer het kijkglasje «C» volledig
vol is, bevindt het peil in de tank zich boven het minimum; wanneer het kijkglasje
gedeeltelijk zichtbaar is, bevindt het peil
zich aan het minimum; wanneer het leeg
is, bevindt het peil zich onder het minimum. Een verlaging van het peil van de
remvloeistof kan te wijten zijn aan de slijtage van de pastilles. Wanneer het peil
zich onder het minimum bevindt, wordt
aangeraden om zich te wenden tot een
Erkende Aprilia Garage, door een zorgvuldige controle te laten uitvoeren van
het remsysteem. Wanneer het peil moet
bijgevuld worden, moet als volgt gehandeld worden. Voor de voorrem moeten de
2 bouten «D» losgedraaid worden, het
deksel van de tank van de remvloeistof
opgehoffen worden, en de nodige hoeveelheid vloeistof ingevoerd worden (de
3 Maintenance / 3 Onderhoud
CLUTCH
made with the tank in horizontal position,
without vehicle inclination.
vloeistof moet zich steeds boven het minimum peil bevinden). Voor de achterrem
moet de rechter zijplaat verwijderd «E»
worden, dop «F» van de tank losgedraaid
worden in tegenwijzerszin, en daarna de
nodige hoeveelheid vloeistof ingevoerd
worden (de vloeistof moet zich steeds boven het minimum peil bevinden). De controle van de peilen moet uitgevoerd
worden met de tank in horizontale positie,
door het voertuig niet te veel te hellen.
Periods of inactivity
Stilstand van het voertuig
We recommend carrying out the following
operations:
1. General cleaning of the vehicle.
Er wordt aangeraden om de volgende
handelingen uit te voeren:
1. De algemene reiniging van het voertuig.
3 Maintenance / 3 Onderhoud
03_37
2. With the engine off and the piston in
the bottom dead centre position, remove
the spark plug, and pour 1 ÷ 2 cc.of the
recommended oil through the hole. Press
the engine start pedal 3 or 4 times letting
the engine perform a few revolutions,
then replace the spark plug.
3. Detach the cables from the battery to
the terminals, remove the battery and put
it on a cool and dry place.
4. Inflate the tyres and rest the scooter on
the front and rear stands so that the tyres
do not touch the ground.
68
2. Met de motor stil en de zuiger aan het
onderste dode punt, monteert men de
bougie en voert men langs de boring 1 ÷
2 cc. olie voor de menger in. Activeer 3-4
keer het startpedaal van de motor zodat
hij enkele toeren kan draaien, en hermonteer de bougie.
3. Maak de kabels van de accu los van
de klemmen, verwijder de accu en plaats
ze in een droge en koele plaats.
4. Blaas de banden op en plaats het voertuig op de voorste en achterste standaards, zodat de banden van de grond
zijn.
5. Leeg de benzinetank en verwijder de
brandstof uit de carburatorkuip langs de
speciale afvoerboring.
CAUTION
LET OP
THE BATTERY MUST BE RECHARGED WITH A CURRENT LOAD
EQUAL TO 1/10 OF THE BATTERY
RATED CAPACITY AND FOR A PERIOD NOT LONGER THAN 8 HOURS.
TAKE YOUR SCOOTER TO AN AUTHORISED APRILIA SERVICE CENTRE TO CARRY OUT THIS OPERATION SAFELY. WHEN REFITTING THE
BATTERY MAKE SURE THE LEADS
ARE CORRECTLY CONNECTED TO
THE TERMINALS.
HET OPLADEN VAN DE ACCU MOET
UITGEVOERD WORDEN MET EEN
STROOM DIE GELIJK IS AAN 1/10
VAN DE NOMINALE CAPACITEIT VAN
DE ACCU ZELF, EN VOOR NIET LANGER DAN 8 UREN. VOOR DEZE HANDELING WORDT AANGERADEN OM
ZICH TE WENDEN TOT EEN ERKEND
APRILIA SERVICECENTRUM. CONTROLEER BIJ DE HERMONTAGE VAN
DE ACCU OF DE AANSLUITING VAN
DE KLEMMEN OP DE POLEN CORRECT WORDT UITGEVOERD.
IN ORDER TO AVOID DAMAGING THE
ELECTRIC SYSTEM, NEVER DISCONNECT THE WIRING WHILE THE ENGINE IS RUNNING. ELECTROLYTE
CONTAINS SULPHURIC ACID: AVOID
CONTACT WITH EYES, SKIN AND
CLOTHES. IN THE CASE OF CONTACT, RINSE WITH PLENTY OF WATER AND CONSULT A DOCTOR. PAY
ATTENTION NOT TO TIP THE VEHICLE EXCESSIVELY, IN ORDER TO
AVOID DANGEROUS LEAKAGE OF
BATTERY ELECTROLYTE.
69
OM SCHADE TE VERMIJDEN AAN DE
ELEKTRISCHE INSTALLATIE, MOGEN DE KABELS NOOIT LOSGEMAAKT WORDEN WANNEER DE MOTOR DRAAIT. HET ELEKTROLYT
BEVAT ZWAVELZUUR: VERMIJDT
HET CONTACT MET DE OGEN, DE
HUID EN DE DE KLEDING. IN GEVAL
VAN CONTACT MOET OVERVLOEDIG
GESPOELD WORDEN MET WATER,
EN ONMIDDELLIJK EEN ARTS GERAADPLEEGD WORDEN LET BOVENDIEN OP OM HET VOERTUIG NIET TE
VEEL TE HELLEN ZODAT HET ELEKTROLYT ZELF NIET UIT DE ACCU
KAN STROMEN.
3 Maintenance / 3 Onderhoud
5. Empty the fuel tank and bleed the petrol in the carburettor tray through the corresponding cap.
Cleaning the vehicle
Reinigen van het voertuig
In order to soften the dirt and mud deposited on the surfaces, use a low pressure blast of water. Once softened, mud
and dirt must be removed with a soft
sponge for bodywork soaked in lots of
water and "shampoo" (2-4% of car shampoo in water). Then rinse abundantly with
water, and dry with a shammy cloth.
Om het vuil en de modder te weken die
zich hebben neergezet op de oppervlakken, gebruikt men een lagedruk waterstraal. Eens het vuil en de modder geweekt zijn, moeten ze verwijderd worden
met een zachte spons voor carrosserie,
die doordrenkt is met veel water en
"shampoo" (2-4% shampoo in water).
Spoel vervolgens overvloedig met water
en droog af met een zeemvel.
3 Maintenance / 3 Onderhoud
DETERGENTS POLLUTE WATER.
THEREFORE THE SCOOTER SHOULD
BE WASHED IN AN AREA EQUIPPED
FOR THE COLLECTION AND PURIFICATION OF THE LIQUIDS USED.
NEVER WASH THE SCOOTER IN THE
SUN, ESPECIALLY DURING THE SUMMER WHEN THE BODYWORK IS
STILL HOT, AS THE SHAMPOO MAY
DRY BEFORE BEING RINSED OFF,
AND COULD DAMAGE THE PAINTWORK. NEVER USE RAGS SOAKED
IN PETROL OR DIESEL OIL TO CLEAN
THE PAINTED SURFACES OR PLASTIC SURFACES, TO PREVENT THEM
LOSING THEIR SHINE AND MECHANICAL CHARACTERISTICS.
70
REINIGINGSMIDDELEN VERVUILEN
HET WATER. DAAROM MOET HET
WASSEN VAN HET VOERTUIG UITGEVOERD WORDEN IN ZONES DIE UITGERUST ZIJN VOOR DE VERZAMELING EN ZUIVERING VAN DE VLOEISTOFFEN DIE GEBRUIKT WORDEN
VOOR HET WASSEN ZELF.
HET WASSEN MAG NOOIT WORDEN
UITGEVOERD IN DE ZON, VOORAL
NIET IN DE ZOMER WANNEER DE
CARROSSERIE NOG WARM IS, OMDAT DE SHAMPOO DIE VÓÓR HET
SPOELEN OPDROOGT DE LAK KAN
BESCHADIGEN. GEBRUIK NOOIT
DOEKEN DIE DOORDRENKT ZIJN
MET BENZINE OF NAFTA VOOR HET
WASSEN VAN GELAKTE OF PLASTIC
• ONLY USE THE FAN JET.
• DO NOT PLACE THE GUN CLOSER
THAN 60 CM.
• DO NOT USE WATER AT TEMPERATURES OF OVER 40°C. </strong
TIJDENS HET WASSEN VAN HET
VOERTUIG MET EEN HOGEDRUKSPUIT, MOET HET VOLGENDE GERESPECTEERD WORDEN:
• DO NOT DIRECT THE JET AT: THE
CARBURETTOR, THE WIRING.
• GEBRUIK ENKEL EEN WAAIERSTRAAL.
• HOU DE SPUIT OP MAXIMUM 60 CM
AFSTAND.
• GEBRUIK WATER MET EEN MAXIMUM TEMPERATUUR VAN 40° C.
• RICHT DE STRAAL NIET RECHTSTREEKS OP: DE CARBURATOR EN
DE ELEKTRISCHE BEKABELING.
DIFFICULT STARTING
Empty tank. Obstructed or dirty
Filling.
filters, nozzles or carburettor body. Dismantle and wash with petrol
MOEILIJKHEDEN BIJ DE START
lege tank. Filters, sproeiers,
carburatorromp verstopt of vuil.
Dry with pressured air
Tanken.
Demonteer en was met benzine
Droog met perslucht
71
3 Maintenance / 3 Onderhoud
WHEN WASHING THE ENGINE WITH A
HIGH-PRESSURE WATER JET:
DELEN, OM TE VERMIJDEN DAT ZE
HUN GLANS EN DE MECHANISCHE
KENMERKEN VAN DE MATERIALEN
VERLIEZEN.
3 Maintenance / 3 Onderhoud
IGNITION FAULTS
ONREGELMATIGHEDEN BIJ DE ONTSTEKING
The spark plug do not release
sparks. Have H.V. checked by
specialised technician.
Check the electrodes, adjustment
at 0,5 - 0,6 mm. Clean the
electrodes with pure petrol and a
metallic brush. Check if there is any
fracture or crack in the isolating
spark plug and replace if
necessary. If the spark plug is in
good conditions, take your scooter
to an Aprilia Authorised
Workshop.
De bougie geeft geen vonken. Laat
de controle van de hoogspanning
uitvoeren door gespecialiseerd
personeel.
Controleer de elektroden, en regel
ze op 0,5 - 0,6 mm. Reinig de
elektroden met pure benzine en
een metalen borstel. Controleer of
de isolering van de bougie
gescheurd of stuk is, en vervang ze
indien nodig. Wanneer de bougie
zich in goede condities bevindt,
moet men zich wenden tot een
Erkende Aprilia Garage.
- Engine flooded.
Accelerate and try to start, even
pushing, make the engine work at
idle and eliminate excessive fuel,
clean the spark plug or replace it.
Check the sealing of the flotation
gear valve pin.
Verzopen motor
Geef gas en probeer te starten, ook
door te duwen, doe de motor leeg
draaien en elimineer het teveel aan
benzine, reinig de bougie of
vervang ze. Controleer de dichting
van de huls van de klep van de
drijver.
HIGH FUEL CONSUMPTION
Air filter obstructed or dirty.
HOOG VERBRUIK
Luchtfilter verstopt of vuil.
Clean or replace the filter.
LACK OF COMPRESSION
Reinig de filter of vervang hem.
WEINIG COMPRESSIE
Spark plug adaptor with damaged Take your scooter to an Aprilia
thread, loose head retainer, worn Authorised Workshop.
piston rings.
Bougiezit met beschadigde
schroefdraad, bevestiging van de
kop gelost, elastische klemmen
van de zuiger versleten.
72
Zich wenden tot een Erkende
Aprilia Garage.
Muffler obstructed
Take your scooter to an Aprilia
Authorised Workshop.
THE ENGINE TENDS TO STOP WITH MAXIMUM
ACCELERATION
Check that the throttle valve is not Take your scooter to an Aprilia
Authorised Workshop.
dirty or rusted. Check that the
spark plug is not dirty or faulty, that
the fuel is supplied normally, the
washers are leak-tight.
IRREGULAR ENGINE EXHAUST, BLASTS DURING
ACCELERATION OR SLOPES
Check that the throttle valve is not Take your scooter to an Aprilia
dirty or rusted. Check that the
Authorised Workshop.
spark plug is not dirty or faulty, that
the fuel is supplied normally, the
washers are leak-tight.
VERZWAKKING VAN HET LAWAAI VAN DE UITLAAT
Verstopte uitlaat
Zich wenden tot een Erkende
Aprilia Garage.
DE MOTOR NEIGT STIL TE VALLEN WANNEER DE
GASHENDEL VOLLEDIG OPEN IS
Controleer of de gasklep niet vuil of Zich wenden tot een Erkende
verroest is. Controleer of de bougie Aprilia Garage.
niet vuil of defect is, of de brandstof
normaal aankomt, of de pakkingen
waterdicht zijn.
ONREGELMATIGE UITLAATEMISSIE,
ONTPLOFFINGEN TIJDENS DE ACCELERATIE OF OP
HELLINGEN
Controleer of de gasklep niet vuil of Zich wenden tot een Erkende
verroest is. Controleer of de bougie Aprilia Garage.
niet vuil of defect is, of de brandstof
normaal aankomt, of de pakkingen
waterdicht zijn.
73
3 Maintenance / 3 Onderhoud
EXHAUST NOISE WEAKENING
STARTER GRIP LOCKED IN POSITION OR ONLY
PARTIALLY OPEN
Unblock and lubricate it
STARTERCOMMANDO GEBLOKKEERD IN POSITIE
OF NIET HELEMAAL OPEN
Take your scooter to an Aprilia
Authorised Workshop.
Deblokkeer en smeer het
INSUFFICIENT BRAKING
Disk lubricity, worn pads. Wrong
brake adjustment. Air in the
braking system.
ONVOLDOENDE REMMING
Vettigheid van de schijf, versleten Zich wenden tot een Erkende
pastilles. Foute regeling van de
Aprilia Garage.
rem. Aanwezigheid van lucht in de
reminstallatie.
Take your scooter to an Aprilia
Authorised Workshop.
3 Maintenance / 3 Onderhoud
FAULTY SUSPENSIONS
DEFECTE OPHANGINGEN
Oil leak, silent-block wearing at the Take your scooter to an Aprilia
end of the stroke, wearing in shock Authorised Workshop.
absorber retainers.
ENGINE DOES NOT ACCELERATE OR WORK
REGULARLY AT LOW RPM; NOISY ENGINE
FUNCTIONING
Zich wenden tot een Erkende
Aprilia Garage.
Olielekken, slijtage aan de silent- Zich wenden tot een Erkende
blocks van de eindslag, slijtage op Aprilia Garage.
de bevestigingen van de
schokdemper.
DE MOTOR DRAAIT NIET OF WERKT ONREGELMATIG
AAN EEN LAAG REGIME; DE MOTOR MAAKT LAWAAI
De motor draait niet of werkt
Zich wenden tot een Erkende
onregelmatig aan een laag regime; Aprilia Garage.
lawaaierige werking van de motor,
slechte werking van de koppeling,
Engine does not accelerate or work Take your scooter to an Aprilia
regularly at low rpm; noisy engine Authorised Workshop.
74
spontane ontkoppeling van de
versnellingen, defecte werking van
de commando's of de richting.
75
3 Maintenance / 3 Onderhoud
functioning, clutch malfunctioning,
gear spontaneous
disengagement, malfunctioning of
controls or steering.
76
3 Maintenance / 3 Onderhoud
RX 50 - SX 50
Chap. 04
Technical data
Hst. 04
Technische
gegevens
77
4 Technical data / 4 Technische gegevens
04_01
78
4 Technical data / 4 Technische gegevens
04_02
50 6M ENGINE TECHNICAL DATA
TECHNISCHE GEGEVENS VAN DE MOTOR 50 6M
Engine
2-stroke single aluminium cylinder
with nickel and silicon carbide
coated bore.
Motor
Monocilindrisch 2-takt in
aluminium, met interne bekleding
in nikkel en siliciumcarbid.
Bore per stroke
39.86 x 40 mm
Diameter per slag
39,86 x 40 mm
Cubic capacity
49 cm³
Cilinderinhoud
49 cm³
Compression ratio
11.5 :1
Compressieverhouding
11,5:1
Cooling
With coolant
Koeling
Met koelvloeistof
79
Lubrication
Thermal group: With oil for 2T
engines through variable pump
capacity
Smering
4 Technical data / 4 Technische gegevens
Transmission: gear reduction
units in oil bath for transmissions
Fuel
Unleaded petrol
CARBURETTOR
Dell'Orto PHVA-17.5 with manual
starter
Clutch
Oil-coated multiple disk
Main transmission
Ground gear units. Ratio: 21/78
Admission
Reed valve direct to crankcase
Gear
6-speed transmission with selector
fork and drum distributor operated
by external control
Gears
I Gear 11/34
Versnellingsbak:
raderwerken in oliebad
transmissies
III Gear 18/27
Met
voor
Brandstof
Loodvrije benzine
Carburator
Dell'Orto PHVA-17,5 met manuale
starter
Koppeling
Multischijf in oliebad
Primaire transmissie
Met geslepen raderwerken.
Verhouding: 21/78
Inlaat
Met lamellen, rechtstreeks naar de
carter
Versnellingsbak
Met 6 versnellingen, met
schakelaar, vork en
distributietrommel die extern wordt
gecommandeerd
Versnellingen
I Snelheid 11/34
II Gear 15/30
VI Gear 20/24
II Snelheid 15/30
V Gear 22/23
III Snelheid 18/27
VI Gear 23/22
Secondary transmission
Thermische groep: Met olie voor
2-taktmotoren door middel van
pomp met variabele capaciteit
IV Snelheid 20/24
Chain, 12.70 mm wheelbase and
sprocket 7.75 mm in diameter
V Snelheid 22/23
VI Snelheid 23/22
Ratio: 11/53
Secundaire transmissie
Start-up
electric
80
Met ketting, steek 12,70 mm en
diameter van het dwarsliggertje
7,75 mm
12V
Ignition advance
TDC: 1.2 mm
Spark plug
NGK BR8 ES
RX SX 50 SCOOTER TECHNICAL DATA
CHASSIS
Delta Box
Front suspension:
Hydraulic fork with stems 40 mm in
diameter.
REAR SUSPENSION
Front wheel brakes:
Verhouding: 11/53
Start
Elektrisch
Elektrische installatie
Aan 12V
Voorontsteking
BDP: 1,2 mm
Bougie
NGK BR8 ES
TECHNISCHE GEGEVENS VAN HET VOERTUIG RX SX
50
Frame
Delta Box
Voorste ophanging:
Swinging arm with hydraulic
progressive shock absorber.
Hydraulische vork met stangen
diameter 40 mm.
Achterste ophanging
Hydraulic disc brakes
Ø 260 mm (RX)
Schommelend met progressieve
hydraulische schokdemper.
Remmen van het voorwiel:
Met hydraulische schijf
Ø 260 mm (RX)
Ø 300 mm (SX)
Ø 300 mm (SX)
Rear wheel brakes
Ø 180 mm hydraulic disc brake
with hydraulic transmission
Front tyre:
90/90 x 21'' (RX)
100/80 x 17'' (SX)
Remmen van het achterwiel:
Met hydraulische schijf Ø 180 mm,
met hydraulische transmissie
Voorste band:
90/90 x 21'' (RX)
100/80 x 17'' (SX)
Rear tyre:
110/80 x 18'' (RX)
130/70 x 17'' (SX)
Achterste band:
110/80 x 18'' (RX)
130/70 x 17'' (SX)
Petrol tank
7 litres (of which 1.3 l is reserve)
81
4 Technical data / 4 Technische gegevens
Electrical system
Oil mixer tank
Capacity 1 l / Reserve 0.25 l
Benzinetank
7 liter (waarvan 1,3 di reserve)
Total length:
2090 mm (RX)
Olietank van de menger
Capaciteit 1 l (inclusief reserve)
2040 mm (SX)
Centre to centre distance
Reserve 0,25 l
1412 mm (RX)
Totale lengte:
1406 mm (SX).
Overall width
825 mm
Maximum height
1190 mm (RX)
2090 mm. (RX)
2040 mm. (SX)
Asafstand
1412 mm (RX)
1406 mm (SX).
1145 mm (SX)
Maximum breedte
825 mm
Maximum hoogte
1190 mm (RX)
4 Technical data / 4 Technische gegevens
1145 mm (SX)
82
RX 50 - SX 50
Chap. 05
Programmed
maintenance
Hst. 05
Gepland
onderhoud
83
Scheduled maintenance table
Adequate maintenance is fundamental to
ensuring long-lasting, optimum operation
and performance of your vehicle.
5 Programmed maintenance / 5 Gepland onderhoud
For this purpose, aprilia offers a set of
checks and maintenance services (for
payment), which are included in the summary table shown on the following page.
Any minor faults should be reported without delay to an Authorised aprilia Dealer or Sub-Dealer without waiting until the
next scheduled service to solve it.
All scheduled maintenance services
must be carried out as soon as the specified mileage is reached. Carrying out
scheduled services on time is essential to
ensure your warranty remains valid. For
further information regarding Warranty
procedures and ''Scheduled Maintenance'', please refer to the ''Warranty
Booklet''.
EVERY 500 KM
Tabel van het
geprogrammeerd onderhoud
Een aangepast onderhoud is van doorslaggevend belang voor een langere levensduur van het voertuig in optimale
werkcondities met optimale prestaties.
Daarom heeft Moto Guzzi een serie van
controles en onderhoudshandelingen tegen betaling voorzien, die men vindt in
het samenvattend kader op de volgende
pagina. Het is goed om eventuele kleine
onregelmatigheden bij de werking onmiddellijk mee te delen aan een Officiële
aprilia Dealer of Verkoper zonder te
wachten, om ze te verhelpen, tot het uitvoeren van de volgende servicebeurt.
Het is absoluut noodzakelijk om de servicebeurten uit te voeren wanner de voorziene kilometerstand wordt bereikt. Een
stipte uitvoering van de servicebeurten is
noodzakelijk voor het correcte gebruik
van de garantie. Voor alle andere informatie in verband met de toepassingswijzen van de Garantie en de uitvoering van
het "Geprogrammeerd Onderhoud",
raadpleegt men het "Garantieboekje".
ELKE 500 KM
Mixer oil level - check and top-up if necessary
Oliepeil van de menger - controleren en bijvullen, indien nodig
84
BIJ 1000 KM
Coolant - Check
Koelvloeistof - Controle
Air filter - cleaning
Luchtfilter - reiniging
Odometer gear - grease
Overbrenging van de kilometerteller - invetting
Steering - check up
Stuurinrichting - controle
Brake control levers - Grease
Commandohendels van de remmen - Invetting
Brake pads - check
Rempastilles - controle
Gearing chain - Grease
Transmissieketting - Invetting
Gearing chain tension - check
Spanning van de transmissieketting - Controle
Safety locks - check
Veiligheidsblokkeringen - controle
Front fork - Check
Voorvork - Controle
Electrical system and battery - Check
Elektrische installatie en accu - Controle
Wheel - Check
Wiel - Controle
Tyres pressure - Check
Bandenspanning - Controle
Fuel and oil hoses - Check
Benzine- en oliebuizen - Controle
Vehicle and brake test - test drive
Test van het voertuig en reminstallatie - rijtest
Spark plug / electrode gap - check
Bougie / afstand van de elektroden - controle
Carburettor - Adjustment
Carburator - Regeling
Clutch control lever - Adjustment
Commandohendels van de koppeling - Regeling
85
5 Programmed maintenance / 5 Gepland onderhoud
AFTER 1000 KM
5 Programmed maintenance / 5 Gepland onderhoud
AT 5,000; 25,000; 35,000; 55,000 KM
BIJ 5.000; 25.000; 35.000; 55.000 KM
Coolant level - check
Peil van de koelvloeistof - controle
Air filter - cleaning
Luchtfilter - reiniging
Brake control levers - Grease
Commandohendels van de remmen - Invetting
Brake pads - check
Rempastilles - controle
Brake fluid level - check
Oliepeil van de remmen - controle
Gearing chain - Grease
Transmissieketting - Invetting
Gearing chain tension - check
Spanning van de transmissieketting - Controle
Front fork - Check
Voorvork - Controle
Electrical system and battery - Check
Elektrische installatie en accu - Controle
Tyre condition and wear - Check
Conditie en slijtage van de banden - Controle
Tyres pressure - Check
Bandenspanning - Controle
Fuel and oil hoses - Check
Benzine- en oliebuizen - Controle
Vehicle and brake test - test drive
Test van het voertuig en reminstallatie - rijtest
Spark plug - replacement
Bougie - vervanging
Carburettor - Adjustment
Carburator - Regeling
Clutch control lever - Adjustment
Commandohendels van de koppeling - Regeling
Chain sliding roller - Grease
Rol voor het glijden van de ketting - Invetting
AT 10,000; 20,000; 40,000; 50,000 KM
BIJ 10.000; 20.000; 40.000; 50.000 KM
Coolant - Check
Koelvloeistof - Controle
86
Luchtfilter - reiniging
Radiator - Cleaning
Radiator - Reiniging
Odometer gear - grease
Overbrenging van de kilometerteller - invetting
Steering - check up
Stuurinrichting - controle
Brake control levers - Grease
Commandohendels van de remmen - Invetting
Brake pads - check
Rempastilles - controle
Flexible brake hoses - Check
Flexibele rembebuizing - Controle
Gearing chain - Grease
Transmissieketting - Invetting
Gearing chain tension - Replacement
Spanning van de transmissieketting - Controle
Safety locks - check
Veiligheidsblokkeringen - controle
Front fork - Replacement
Voorvork - Vervanging
Rear shock absorber - Check
Achterste schokdemper - Controle
Electrical system and battery - Check
Elektrische installatie en accu - Controle
Headlight - adjustment
Koplamp - regeling
Tyre condition and wear - Check
Conditie en slijtage van de banden - Controle
Wheel - Check
Wiel - Controle
Tyres pressure - Check
Bandenspanning - Controle
Oil filter - Replacement
Oliefilter - Vervanging
Fuel and oil hoses - Replacement
Benzine- en oliebuizen - Vervanging
Vehicle and brake test - test drive
Test van het voertuig en reminstallatie - rijtest
Spark plug - replacement
Bougie - vervanging
Carburettor - Adjustment
Carburator - Regeling
Clutch control lever - Adjustment
Commandohendels van de koppeling - Regeling
87
5 Programmed maintenance / 5 Gepland onderhoud
Air filter - cleaning
Chain sliding roller - Grease
Rol voor het glijden van de ketting - Invetting
5 Programmed maintenance / 5 Gepland onderhoud
AT 15,000; 30,000; 45,000; 60,000 KM
BIJ 15.000; 30.000; 45.000;60.000 KM
Coolant level - check
Peil van de koelvloeistof - controle
Air filter - cleaning
Luchtfilter - reiniging
Brake control levers - Grease
Commandohendels van de remmen - Invetting
Brake pads - check
Rempastilles - controle
Brake fluid level - check
Oliepeil van de remmen - controle
Gearing chain - Grease
Transmissieketting - Invetting
Gearing chain tension - check
Spanning van de transmissieketting - Controle
Front fork - Check
Voorvork - Controle
Electrical system and battery - Check
Elektrische installatie en accu - Controle
Tyre condition and wear - Check
Conditie en slijtage van de banden - Controle
Tyres pressure - Check
Bandenspanning - Controle
Fuel and oil hoses - Check
Benzine- en oliebuizen - Controle
Vehicle and brake test - test drive
Test van het voertuig en reminstallatie - rijtest
Spark plug - replacement
Bougie - vervanging
Carburettor - Adjustment
Carburator - Regeling
Clutch control lever - Adjustment
Commandohendels van de koppeling - Regeling
Cylinder head and cylinder - Cleaning
Kop en cilinder - Reiniging
Complete piston - Replacement
Complete zuiger - Vervanging
88
Rol voor het glijden van de ketting - Invetting
EVERY 2 YEARS
ELKE 2 JAAR
Brake fluid - change
Remolie - Vervanging
RECOMMENDED PRODUCTS TABLE
Product
Description
Specifications
AGIP SPEED 2T
Oil mixer
Synthetic oil
specifications
AGIP GEAR 10W-40
Gearbox oil
API GL-4
SPECIAL AGIP PERMANENT fluid
Coolant
Ready for use mixed biodegradable coolant
with "long life" technology and characteristics
(red). Freezing protection up to -40°C. In
compliance with the CUNA 956-16 standard.
AGIP BRAKE 4
Brake fluid
As an alternative to the recommended fluid,
other fluids that meet or exceed the specified
requirements may be used. SAE J1703,
NHTSA 116 DOT 4, ISO 4925 Synthetic fluid
AGIP GREASE 30
Grease for steering bearings, pin seats and
swinging arm
89
that
passes
API
TC
++
5 Programmed maintenance / 5 Gepland onderhoud
Chain sliding roller - Grease
Product
AGIP FILTER OIL
Description
Oil for air filter sponge
Specifications
-
TABEL MET AANBEVOLEN PRODUCTEN
5 Programmed maintenance / 5 Gepland onderhoud
Product
Beschrijving
Kenmerken
AGIP CITY TEC 2T
Olie voor de menger
Synthetische olie die
specifieken API TC ++
AGIP GEAR 10W-40
Olie voor de versnellingsbak
API GL-4
AGIP PERMANENT SPEZIAL
Koelvloeistof
Biologisch afbreekbare koelvloeistof,
gebruiksklaar, met "long life" technologie en
kenmerken (rood). Verzekert een bescherming
tegen vriestemperaturen tot -40°. Beantwoordt
aan de norm CUNA 956-16.
AGIP BRAKE 4
remvloeistof
In plaats van de aanbevolen vloeistof kan men
vloeistoffen gebruiken met conforme of hogere
prestaties dan de specifieken. Synthetische
vloeistof SAE J1703, NHTSA 116 DOT 4, ISO
4925
AGIP GREASE 30
Vet voor de stuurinrichtingskussentjes, de
zitten van de pinnen en de achtervork
AGIP FILTER OIL
Olie voor filters in spons
90
-
voldoet
aan
de
TABLE OF CONTENTS
A
G
S
Air filter: 45
Gearbox oil: 40
B
H
Battery: 52, 53
Brake: 13, 14, 49, 65
Brake pedal: 13
Headlight: 59
Horn: 13
Saddle: 18
Scheduled maintenance: 84
Spark plug: 44
Stand: 29
Start-up: 17
T
C
Chain: 41
Clutch: 16
D
I
Tank: 18
Technical data: 77
Transmission: 41
Turn indicators: 63
Tyre pressure: 23
Tyres: 43
Identification: 20
Instrument panel: 9
K
Disc brake: 65
Key switch: 11
Keys: 19
F
M
Fuel: 18
Fuses: 56
Maintenance: 39, 83, 84
91
92
TREFWOORDENREGISTER
A
I
S
ACCU: 52, 53
Identificatie: 20
B
K
Banden: 43
Bandenspanning: 23
BOUGIE: 44
Koelvloeistof: 47
Koplamp: 59
Koppeling: 16
Schijfrem: 65
Sleutels: 19
Sleutelschakelaar: 11
Standaard: 29
Stuurslot: 11, 12
T
Technische gegevens: 77
C
L
Claxon: 13
Luchtfilter: 45
Z
Zadel: 18
Zekeringen: 56
G
O
Geprogrammeerd
onderhoud: 84
Onderhoud: 39, 83, 84
Optische groep: 57, 61
H
R
Het stilleggen van de motor:
29
Richtingaanwijzers: 12, 60,
63
93
THE VALUE OF SERVICE
As a result of continuous technical updates and specific mechanic training programs for aprilia products, only aprilia Official Network mechanics know this vehicle fully and have the special tools necessary
to carry out maintenance and repair operations correctly.
The reliability of the vehicle also depends on its mechanical state. Checking the vehicle before riding, its regular maintenance and using only Original aprilia Spare Parts are essential!
For information about the nearest Official Dealer and/or Service Centre, consult the Yellow Pages or search directly on the inset map in our Official Website:
www.aprilia.com
Only by requesting aprilia Original Spare Parts can you be sure of purchasing products that were developed and tested during the actual vehicle design stage. All aprilia Original Spare Parts undergo
quality control procedures to guarantee reliability and durability.
The descriptions and illustrations given in this publication are not binding; While the basic characteristics as described and illustrated in this booklet remain unchanged, aprilia reserves the right, at any
time and without being required to update this publication beforehand, to make any changes to components, parts or accessories, which it considers necessary to improve the product or which are
required for manufacturing or construction reasons.
Not all versions/models shown in this publication are available in all Countries. The availability of individual versions/models should be confirmed with the official aprilia sales network.
© Copyright 2009- aprilia. All rights reserved. Reproduction of this publication in whole or in part is prohibited. aprilia - After sales service.
The aprilia trademark is property of Piaggio & C. S.p.A.
DE WAARDE VAN DE ASSISTENTIE
Dankzij de voortdurende technische actualiseringen en de specifieke trainingsprogramma´s van de aprilia producten, kennen enkel de onderhoudsmonteurs van het Officiële Netwerk van aprilia grondig
dit voertuig, en beschikken ze over de nodige speciale uitrusting voor een correcte uitvoering van de handelingen van het onderhoud en de herstellingen.
De betrouwbaarheid van het voertuig hangt ook af van de mechanische condities van het voertuig. De controle vóór het rijden, het regelmatig onderhoud en het exclusief gebruik van de Originele
Reserveonderdelen van aprilia zijn essentiële factoren !
Voor informatie in verband met de dichtstbijzijnde Officiële dealer en/of Assistentiedienst, raadpleegt men de Gouden Gids of zoekt men rechtstreeks op de geografische kaart op onze Officiële Website:
www.aprilia.com
Enkel wanneer men Originele aprilia Reserveonderdelen aanvraagt, zal men een product krijgen dat reeds bestudeerd en getest werd tijdens de ontwerpfase van het voertuig. De Originele aprilia
Reserveonderdelen worden systematisch onderworpen aan kwaliteitscontroleprocedures om de volledige betrouwbaarheid en de duur ervan te garanderen.
De beschrijvingen en de illustraties in deze uitgave zijn niet bindend; aprilia houdt zich derhalve het recht voor om, met behoud van de essentiële eigenschappen van het model dat hierin is beschreven
en geïllustreerd, op elk moment wijzigingen aan te brengen aan de organen, de onderdelen of de levering van accessoires naar gelang zij dit nodig acht om het product te verbeteren, of om te voldoen
aan vereisten van constructieve of commerciële aard, zonder verplicht te zijn om tijdig deze uitgave bij te werken.
Niet alle versies in deze uitgave zijn in alle landen beschikbaar. De beschikbaarheid van de afzonderlijke versies moet gecontroleerd worden via het officiële verkoopsnetwerk van aprilia.
© Copyright 2009 - aprilia. Alle rechten voorbehouden. Het reproduceren van de inhoud, ook van delen hiervan, is verboden. aprilia - Dienst na verkoop.
Het merk aprilia is eigendom van Piaggio & C. S.p.A.