Gebruikershandleiding
DHP-A
DHP-A Opti
DHP-AL
DHP-AL Opti
DHP-C
DHP-H
DHP-H Opti
DHP-H Opti Pro
DHP-L
DHP-L Opti
DHP-L Opti Pro
VUBMA910
Danfoss A/S behoudt zich het recht voor
om zonder voorafgaande mededeling wijzigingen aan te brengen in details en specificaties.
© 2010 Danfoss A/S.
De originele gebruiksaanwijzing is in het
Zweeds opgesteld. De overige talen zijn
vertalingen van de originele gebruiksaanwijzing.
(Richtlijn 2006/42/EG)
Inhoudsopgave
1
Voorwoord............................................................................................................................................... 3
2
Veiligheidsvoorschriften..................................................................................................................... 4
2.1
Installatie en onderhoud....................................................................................................................... 4
2.2
Aanpassingen aan het systeem........................................................................................................... 5
2.3
Veiligheidsklep.......................................................................................................................................... 5
3
Over uw warmtepomp........................................................................................................................ 6
4
Regelsysteem........................................................................................................................................ 11
5
4.1
Toetsenpaneel........................................................................................................................................ 11
4.2
Indicator.................................................................................................................................................... 12
4.3
Display........................................................................................................................................................ 12
4.4
Hoofdmenu.............................................................................................................................................. 14
Instellingen en afstellingen............................................................................................................. 15
5.1
6
Instellen van bedrijfsmodus............................................................................................................... 15
5.2
Binnentemperatuur afstellen............................................................................................................ 16
5.3
Aflezen van temperaturen.................................................................................................................. 19
5.4
Aflezen van bedrijfstijd........................................................................................................................ 19
5.5
Handmatig ontdooien, buitengedeelte........................................................................................ 20
Regelmatige controles...................................................................................................................... 21
6.1
Werking controleren............................................................................................................................. 21
6.2
Waterniveau van verwarmingscircuit controleren.................................................................... 22
6.3
Niveau van het brinecircuit controleren........................................................................................ 23
6.4
Veiligheidskleppen controleren....................................................................................................... 23
6.5
Bij lekkage................................................................................................................................................. 24
6.6
Vuilzeven voor verwarmings- en brinecircuits schoonmaken.............................................. 24
7
Basisinstelling van regelaar............................................................................................................. 26
8
Referenties............................................................................................................................................. 27
8.1
Checklijst................................................................................................................................................... 27
8.2
Installatie uitgevoerd door:................................................................................................................ 28
VUBMA910 – 1
1
Voorwoord
Als u een warmtepomp van Danfoss koopt, investeert u in een
betere toekomst.
Een Danfoss warmtepomp wordt geclassificeerd als een hernieuwbare
energiebron en dat houdt in dat deze goed voor ons milieu is. De warmtepomp is een veilige en makkelijke oplossing die u tegen lage kosten
warmte, warm water en in bepaalde gevallen ook koeling voor het
huishouden geeft.
Wij danken u voor het vertrouwen dat u in ons heeft door een warmtepomp van Danfoss te kopen. Wij hopen dat u er vele jaren plezier van
zult hebben.
Met vriendelijke groet,
Danfoss Heat Pumps
Gebruikershandleiding VUBMA910 – 3
2
Veiligheidsvoorschriften
GEVAAR! De voorkant van de warmtepomp mag uitsluitend
door een erkende servicemonteur worden geopend.
Voorzichtig! Dit product mag niet worden gebruikt door
personen (waaronder kinderen) met verminderde fysieke,
sensorische of mentale vermogens of gebrekkige kennis of
ervaring, tenzij onder supervisie van of geïnformeerd over de
functies van het product door een veiligheidsfunctionaris.
Let op! Zorg ervoor dat er geen kinderen met het product
spelen.
De installatie kan worden beschouwd als zijnde onderhoudsvrij, maar
enig toezicht is wel noodzakelijk.
Voordat u de instellingen van de regelaar verandert, moet u eerst
nagaan wat deze veranderingen inhouden.
Neem voor eventuele servicewerkzaamheden contact op met uw installateur.
2.1
Installatie en onderhoud
GEVAAR! Alleen erkende installateurs mogen de warmtepomp
installeren, in bedrijf stellen en onderhouds- en
reparatiewerkzaamheden uitvoeren.
GEVAAR! Alleen erkende elektromonteurs mogen wijzigingen
aanbrengen in de elektrische installatie.
4 – Gebruikershandleiding VUBMA910
GEVAAR! Alleen erkende koeltechnici mogen werkzaamheden
verrichten aan het koudemiddelcircuit.
2.2
Aanpassingen aan het systeem
Alleen erkende installateurs mogen aanpassingen uitvoeren aan de volgende onderdelen:
•
•
•
Warmtepompeenheid
Leidingen voor koudemiddel, brine, water en stroom
Veiligheidsklep
Het is niet toegestaan om bouwtechnische installaties uit te voeren die
van invloed kunnen zijn op de betrouwbaarheid van de warmtepomp.
2.3
Veiligheidsklep
De volgende veiligheidsvoorschriften hebben betrekking op de veiligheidsklep van het warmwatercircuit met bijbehorende overstortleiding:
•
Blokkeer nooit de verbinding met de overstortleiding van de veiligheidsklep.
•
Water zet uit als het opwarmt. Hierdoor komt er wat water uit het
systeem via de overstortleiding. Het water dat uit de overstortleiding komt, kan heet zijn! Laat het daarom in een afvoerput lopen op
een plek waar geen gevaar is voor brandwonden.
Gebruikershandleiding VUBMA910 – 5
3
Over uw warmtepomp
De warmtepomp is een complete warmtepompinstallatie voor verwarming en warm water. Bepaalde modellen hebben een ingebouwde
boiler. Met behulp van de TWS-techniek (Tap Water Stratificator) wordt
een efficiëntere warmteoverdracht gerealiseerd en een effectieve stratificatie van het water in de boiler.
De warmtepomp is voorzien van regelapparatuur die via een bedieningspaneel wordt bediend.
Warmte wordt afgegeven aan het huis met behulp van een watergedragen verwarmingssysteem. De warmtepomp levert een zo groot mogelijk deel van de warmtevraag voordat de bijverwarming ter ondersteuning wordt ingeschakeld.
De warmtepompinstallatie bestaat uit vijf basiseenheden:
Legenda
3
1
Warmtepompeenheid met compressor,
warmtewisselaar, circulatiepompen voor
brine- en verwarmingssystemen, kleppen en
veiligheidsuitrusting.
2
Boiler
3
Driewegklep of shuntklep die het opgewarmde water doorsluist naar het verwarmingssysteem van het huis of naar de boiler,
afhankelijk van de vraag of er warmte of
warm water geproduceerd moet worden.
4
Bijverwarming met een elektrisch verwarmingselement gemonteerd op de aanvoerleiding van het verwarmingssysteem.
5
Regelsystemen
5
2
4
1
Buitengedeelte en ontdooifunctie
Geldt voor de DHP-A.
6 – Gebruikershandleiding VUBMA910
De DHP-A is voorzien van een buitengedeelte dat de energie in de buitenlucht benut tot een minimumtemperatuur van -20°C. Het buitengedeelte heeft een batterij waarmee de brinevloeistof gratis energie uit de
buitenlucht haalt. Tijdens bedrijf wordt de batterij gekoeld door de
energie-uitwisseling terwijl tegelijkertijd de luchtvochtigheid ervoor
zorgt dat deze met vorst wordt bedekt. De DHP-A heeft een automatische functie om de batterij te ontdooien met de geproduceerde warmteenergie. Indien nodig start de ontdooiprocedure. Dit houdt het volgende in:
•
De ontdooiprocedure start wanneer de temperatuur van de brinevloeistof de ingestelde grenswaarde voor ontdooien bereikt.
•
De compressor wordt stopgezet, zodat de ontdooiprocedure de
compressor niet onnodig belast. De compressor wordt echter niet
stopgezet wanneer deze warm water produceert, omdat de boiler
wordt afgekoeld bij ontdooien. De ventilator van het buitengedeelte wordt bij ontdooien stopgezet om het ontdooien sneller te
laten verlopen.
•
De shuntklep in de warmtepomp gaat open, zodat de warme brinevloeistof vanuit de ontdooitank wordt vermengd met de koude
brinevloeistof die circuleert in het buitengedeelte. Het mengsel
heeft een temperatuur van ongeveer 15°C.
•
De brinevloeistof van 15 graden laat het aangevroren vocht op de
batterij smelten terwijl de vloeistof flink wordt afgekoeld.
•
Als de brinevloeistof niet langer wordt afgekoeld naar temperaturen onder 11°C is de batterij voldoende ontdooid.
•
De shuntklep sluit de toevoer van warme brinevloeistof vanuit de
ontdooitank af.
•
Er wordt weer overgeschakeld op normaal bedrijf.
Toerentalregeling
Geldt voor bepaalde warmtepompmodellen.
Om een warmtepomp zo effectief mogelijk te kunnen laten werken, zijn
zowel voor het verwarmingssysteem als voor het brinecircuit optimale
omstandigheden vereist. Het temperatuurverschil tussen de aanvoerleiding en retourleiding van het verwarmingssysteem moet continu binnen het interval van 7–10°C liggen. Voor het brinecircuit geldt een temperatuurverschil van 3°C tussen de in- en uitgaande leiding. Als de verschillen groter of kleiner zijn, wordt de warmtepomp minder effectief en
wordt er minder bespaard.
Gebruikershandleiding VUBMA910 – 7
Een warmtepomp met circulatiepompen met toerentalregeling zorgt er
voortdurend voor dat deze temperatuurverschillen in stand worden
gehouden. Regelapparatuur registreert of het evenwicht aan het verschuiven is en zal naar behoefte de snelheid van de circulatiepompen
opvoeren of verlagen.
HGW-techniek
Geldt voor bepaalde warmtepompmodellen.
De HGW-techniek is een nieuwe en unieke methode voor warmwaterproductie.
Terwijl het water wordt opgewarmd voor het verwarmingssysteem van
het huis loopt er een klein gedeelte via een extra heetgaswisselaar die
het water opwarmt voordat het de boiler ingaat. Een shuntklep regelt
de flow tussen warm water en verwarmingssysteem.
Bij warmteproductie zorgt de shunt voor een bepaalde flow via de heetgaswisselaar naar de boiler. De flow door de shunt wordt voortdurend
geregeld door de regeling van de warmtepomp en wel door het versturen van openings- of sluitingspulsen naar de shunt.
Boiler
De Danfoss warmtepompen DHP-H en DHP-C worden geleverd met een
ingebouwde boiler van 180 liter. Ze zijn voorzien van een TWS-spoel die
8 – Gebruikershandleiding VUBMA910
zorgt voor een efficiëntere warmteoverdracht en stratificatie van het
water in de boiler.
2
7
3
1
8
6
Legenda
1
Warmtapwater
2
Piektemperatuursensor
3
Boiler
4
TWS-spoel
4
5
Starttemperatuursensor
5
6
Aanvoerleiding naar TWS-spoel
7
Retourleiding vanaf TWS-spoel
8
Koudwaterleiding
De warmwaterproductie heeft een hogere prioriteit dan de warmteproductie.
De temperatuur van het warme water kan niet worden afgesteld. Normaal gesproken wordt de warmwaterproductie niet stopgezet bij een
bepaalde temperatuur maar als de bedrijfspressostaat zijn maximale
werkdruk heeft bereikt, overeenkomend met een warmwatertemperatuur van circa 50-55°C.
Met een regelmatig tijdsinterval ertussen wordt het water in de boiler
extra sterk opgewarmd met de ingebouwde bijverwarming om bacterievorming te voorkomen, een zogenaamde anti-legionellafunctie. Het af
fabriek ingestelde tijdsinterval bedraagt zeven dagen (kan worden aangepast). Als de anti-legionellafunctie actief is, produceert de warmtepomp warm water tot de temperatuur voor de starttemperatuursensor
(5) 60°C is.
In het menu TEMPERATUUR van het regelsysteem wordt een aantal
gemeten en berekende temperaturen weergegeven voor het warme
water en de aanvoerleiding. Daar wordt de actuele temperatuur aangegeven voor de piektemperatuursensor (2) en tevens welke temperatuur de aanvoerleiding heeft bij warmte- en warmwaterproductie. De
temperatuur van de aanvoerleiding ligt vaak hoger dan de maximaal
toegestane warmwatertemperatuur, maar dat is normaal bij de productie van warm water.
Gebruikershandleiding VUBMA910 – 9
De boilers voor de DHP-A wijken af van de andere warmtepompen door
de functie voor het ontdooien van het buitengedeelte.
Bijverwarming
Als de warmtebehoefte groter is dan de compressorcapaciteit van de
warmtepomp, wordt in de bedrijfsmodus AUTO automatisch de bijverwarming ingeschakeld. De bijverwarming bestaat uit een elektrisch verwarmingselement op de aanvoerleiding met twee verschillende vermogens, BIJVERW. 1 en BIJVERW. 2 en met vermogensregeling in drie stappen. De DHP-A heeft drie vermogens, BIJVERW. 1, BIJVERW. 2 en BIJVERW. 3 en heeft vermogensregeling in vijf stappen.
Tabel 1.
Vermogensstappen van de bijverwarming in kW
DHP-H, DHP-L, DHP-C
DHP-A
230V
400V
230V
400V
Stap 1
1,5
3
1,5
3
Stap 2
3
6
3
6
Stap 3
4,5
9
4,5
9
Stap 4
12
Stap 5
15
Stap +4
12
Stap +5
15
De twee vermogensstappen, stap 4 en stap 5 voor de DHP-A, kunnen
niet worden ingeschakeld zolang de compressor in bedrijf is. De bijverwarmingsstappen +4 en +5 kunnen worden ingeschakeld terwijl de
compressor loopt en mogen alleen worden geselecteerd op voorwaarde dat in het pand waar de warmtepomp geïnstalleerd is de warmtevraag groot is en de elektrische installatie van het pand is aangepast
voor een hoog stroomverbruik.
Bij eventuele alarmen wordt de bijverwarming automatisch ingeschakeld, op voorwaarde dat de bedrijfsmodus AUTO is geselecteerd en dat
minimaal één bijverwarmingsstap is toegestaan.
10 – Gebruikershandleiding VUBMA910
4
Regelsysteem
De warmtepomp heeft een ingebouwd regelsysteem dat wordt
gebruikt om automatisch de warmtevraag te berekenen in het huis
waar de warmtepomp is geïnstalleerd en om te controleren of de juiste
hoeveelheid warmte wordt geproduceerd en afgegeven wanneer dat
nodig is.
Het regelsysteem wordt bediend met behulp van een toetsenpaneel en
informatie wordt in een display en met een indicator getoond.
Let op! De informatie in het display en de menu's varieert,
afhankelijk van het warmtepompmodel en de aangesloten
accessoires.
KAMER
20°C
GEEN WARMTEVRAAG
3
BEDRIJF AUTO
1.
2.
3.
Toetsenpaneel
Indicator
Display
1
2
4.1
Toetsenpaneel
+ Het plusteken wordt gebruikt om omhoog te scrollen in een menu en
om de waarden te verhogen.
- Het minteken wordt gebruikt om omlaag te scrollen in een menu en
om de waarden te verlagen.
> De rechterpijl wordt gebruikt om een waarde te selecteren of een
menu te openen.
Gebruikershandleiding VUBMA910 – 11
< De linkerpijl wordt gebruikt om te annuleren of om een menu te verlaten.
4.2
Indicator
De indicator onderaan op het bedieningspaneel kan drie standen aangeven:
4.3
•
Geen licht, betekent dat er geen spanning op de warmtepomp
staat.
•
Constant groen licht, betekent dat er spanning op de warmtepomp
staat en dat deze gereed is voor de productie van warmte of warm
water.
•
Knipperend groen licht, betekent dat er een alarm actief is.
Display
De display geeft informatie weer over de werking, status en eventuele
alarmmeldingen van de warmtepomp.
Symbolen die de status van de warmtepomp tonen:
Symbool
F
Betekenis
WP
Geeft aan dat de compressor in bedrijf is.
BLIKSEM
Geeft aan dat de bijverwarming in bedrijf is. Het cijfer
geeft aan welke bijverwarmingsstap er geactiveerd is.
HUIS
Geeft aan dat de warmtepomp warmte produceert voor
het verwarmingssysteem.
KRAAN
Geeft aan dat de warmtepomp warmte produceert voor
de boiler.
FLOWSENSOR
Een F geeft aan dat de flowsensor geïnstalleerd is.
KLOK
Geeft aan dat de functie voor kostenbeheersing (kamerverlaging) actief is.
TANK
Geeft het warmwaterniveau in de boiler aan. Als er warm
water wordt geproduceerd voor de boiler, wordt dit aangegeven met een knipperend tank-pictogram. Een bliksem bij het symbool geeft doorverwarming aan (antilegionellafunctie).
12 – Gebruikershandleiding VUBMA910
Symbool
Betekenis
VIERKANT
Geeft aan dat de bedrijfspressostaat is geactiveerd of dat
de temperatuur van de drukleiding de maximale temperatuur heeft bereikt.
ONTDOOIPERIODE
Wordt weergegeven wanneer ontdooien is geactiveerd
(geldt voor de DHP-A).
VENTILATOR Wordt weergegeven wanneer de ventilator is geactiveerd (geldt voor de DHP-A).
L = Lage snelheid, H = Hoge snelheid
KOELING
Wordt weergegeven als er koeling wordt geproduceerd.
A = Actieve koeling.
De volgende bedrijfsinformatie kan worden getoond:
Melding
Betekenis
KAMER
Geeft de ingestelde KAMER-waarde weer. Standaardwaarde: 20°C.
Indien de optionele kamersensor is geïnstalleerd, geeft
deze de werkelijke temperatuur en de gewenste binnentemperatuur tussen haakjes weer.
START
Geeft aan dat er warmte- of warmwaterproductie nodig
is en dat de warmtepomp gaat starten.
EVU-STOP
Geeft aan dat de extra functie EVU actief is. Dit betekent
dat de warmtepomp is uitgeschakeld zolang EVU actief
is.
GEEN WARMTEVRAAG
Geeft aan dat er geen vraag naar warmte- of warmwaterproductie is.
WARMTEPOMP
START --XX
Geeft aan dat er warmte- of warmwaterproductie nodig
is en dat de warmtepomp over XX minuten gaat starten.
WARMTEPOMP+BIJ- Geeft aan dat de warmteproductie actief is met zowel
VERW.
de compressor als de bijverwarming.
START_MIN
Geeft aan dat er behoefte is aan warmte- of warmwaterproductie, maar dat er een startvertraging actief is.
BIJVERWARM.
Geeft aan dat er vraag naar bijverwarming is.
Gebruikershandleiding VUBMA910 – 13
4.4
Melding
Betekenis
KOELING
Wordt weergegeven als er passief koeling wordt geproduceerd.
ACTIEVE KOELING
Wordt weergegeven als er actief koeling wordt geproduceerd.
ONTDOOIPERIODE
X(Y)
Wordt weergegeven wanneer ontdooien actief is. X
geeft de actuele gerealiseerde temperatuur aan. Y geeft
aan bij welke temperatuur het ontdooien klaar is (geldt
voor de DHP-A).
Hoofdmenu
Het displaymenu INFORMATIE wordt gebruikt om de functies van de
warmtepomp in en af te stellen en wordt geopend door op een linkerof rechterknop te drukken. Het menu ziet er als volgt uit:
2
3
4
INFORMATIE
BEDRIJF
WARMSTOOKLIJN
TEMPERATUUR
BEDRIJFSTIJD
ONTDOOIPERIODE
1
1.
2.
3.
4.
Submenu's
Terug
Cursor
Als er een pijl wordt getoond,
zijn er meer submenu's, ga
omlaag
Druk op de knoppen + en - om de cursor tussen de submenu's te verplaatsen. Druk op de rechterknop om een submenu te kiezen. Druk op
de linkerknop om terug te gaan in het menu.
14 – Gebruikershandleiding VUBMA910
5
Instellingen en afstellingen
Bij de installatie voert een erkende installateur een basisinstelling uit
van de warmtepomp. Hieronder wordt een aantal instellingen en afstellingen beschreven, die u zelf kunt uitvoeren.
Let op! Voordat u de instellingen van de regelaar verandert,
moet u eerst nagaan wat deze veranderingen inhouden. Noteer
ook de basisinstelling.
5.1
Instellen van bedrijfsmodus
BEDRIJF
1.
AUTO
WARMTEPOMP
BIJVERWARM.
WARMWATER
2.
3.
4.
Open het submenu BEDRIJF in het
menu INSTALLATIE. Het sterretje toont
de huidige keuze
Markeer de nieuwe stand met behulp
van de knop + of -.
Druk één keer op de rechterknop om
de keuze te bevestigen.
Druk twee keer op de linkerknop.
U kunt uit de volgende bedrijfsmodi kiezen:
Bedrijfsmodus
(UIT)
Betekenis
De installatie is volledig uitgeschakeld. Deze modus
wordt ook gebruikt om bepaalde alarmmeldingen te bevestigen.
AUTO
De warmtepomp en de bijverwarming worden automatisch geregeld door het regelsysteem.
WARMTEPOMP
Het regelsysteem wordt dusdanig ingesteld dat alleen de
warmtepompeenheid (compressor) mag werken. In deze
bedrijfsmodus wordt doorverwarming (anti-legionellafunctie) van het warm water niet uitgevoerd, omdat er
geen bijverwarming mag worden gebruikt.
Gebruikershandleiding VUBMA910 – 15
Bedrijfsmodus
Betekenis
BIJVERWARM.
Het regelsysteem laat alleen de bijverwarming werken.
WARMWATER
In deze modus produceert de warmtepomp alleen warm
water. Er gaat geen warmte naar het verwarmingssysteem.
Voorzichtig! Als de bedrijfsmodus UIT of WARMWATER voor
langere periodes wordt gebruikt tijdens de winter, moet het
water van het verwarmingssysteem in de installatie worden
afgetapt, omdat er anders vorstschade kan ontstaan.
5.2
Binnentemperatuur afstellen
De binnentemperatuur wordt afgesteld door de warmstooklijn van de
warmtepomp te wijzigen. De warmstooklijn is het instrument van het
regelsysteem om de aanvoertemperatuur te berekenen voor het water
dat naar het verwarmingssysteem wordt getransporteerd. De warmstooklijn is een grafiek die de buitentemperatuur vergelijkt met de aanvoertemperatuur. Hoe kouder de buitentemperatuur, hoe meer warmte
er aan het verwarmingssysteem wordt geleverd. De warmstooklijn
wordt tijdens de installatie afgesteld. Deze moet echter later worden bijgesteld om te zorgen voor een aangename binnentemperatuur onder
alle weersomstandigheden. Een correct ingestelde warmstooklijn zorgt
voor een beperking van het onderhoud en bespaart energie.
Er zijn twee manieren om de warmstooklijn af te stellen: in het submenu
WARMSTOOKLIJN en met de KAMER-waarde.
WARMSTOOKLIJN afstellen
Hieronder wordt een typische warmstooklijn getoond. Bij een buitentemperatuur van 0°C moet de aanvoertemperatuur 40°C zijn. Bij een
koudere buitentemperatuur dan 0°C wordt er warmer aanvoerwater
dan 40°C naar de radiatoren gestuurd en bij een warmere buitentemperatuur dan 0°C wordt er koeler aanvoerwater dan 40°C gestuurd. Als u
de "STOOKLIJN"-waarde verhoogt, wordt de warmstooklijn steiler en
wanneer u deze verlaagt, wordt de warmstooklijn vlakker.
16 – Gebruikershandleiding VUBMA910
Deze manier van instellen van de binnentemperatuur moet worden
gebruikt om een langetermijntemperatuur in te stellen, aangezien dat
de meest energiezuinige en kostenbesparende manier is.
1
56
2
5
40
24
1.
2.
3.
4.
5.
Aanvoertemperatuur (°C)
Maximale instelwaarde
Buitentemperatuur (°C)
0℃
Ingestelde waarde (standaard 40°C)
3
20
0
-2 0
4
De volgende parameters kunnen worden afgesteld:
Parameter
Beschrijving
STOOKLIJN
Als u de STOOKLIJN-waarde verhoogt, wordt de warmstooklijn
steiler en wanneer u deze verlaagt, wordt de warmstooklijn
vlakker. Verhogen voor een warmere binnentemperatuur, verlagen voor een lagere temperatuur.
MIN
De laagste instelwaarde voor de aanvoertemperatuur.
MAX
De hoogste instelwaarde voor de aanvoertemperatuur.
STOOKLIJN 5
Voor het afstellen van de warmstooklijn bij een buitentemperatuur van +5°C
STOOKLIJN 0
Voor het afstellen van de warmstooklijn bij een buitentemperatuur van 0℃
Gebruikershandleiding VUBMA910 – 17
Parameter
Beschrijving
STOOKLIJN -5 Voor het afstellen van de warmstooklijn bij een buitentemperatuur van -5℃
WARMTESTOP
De functie die alle warmteproductie stopt als de buitentemperatuur gelijk is aan of hoger is dan de ingestelde waarde voor de
warmtestop.
Let op! Een hoge temperatuur in een vloerverwarmingssysteem
kan een parketvloer beschadigen.
Stel de warmstooklijn in het submenu WARMSTOOKLIJN als volgt af:
WARMSTOOKLIJN
STOOKLIJN
MIN
MAX
STOOKLIJN 5
STOOKLIJN 0
STOOKLIJN -5
WARMTESTOP
40˚C
22˚C
70˚C
0˚C
0˚C
0˚C
17˚C
1.
2.
3.
4.
5.
Open het submenu WARMSTOOKLIJN in het
menu INFORMATIE
Kies de gewenste parameter met de knop +
of -.
Open de parameter door één keer op de
rechterknop te drukken.
Verhoog of verlaag de waarde met de knop
+ of -.
Druk drie keer op de linkerknop.
KAMER-waarde afstellen
De warmstooklijn en daarmee de binnentemperatuur kunnen ook worden beïnvloed door de "KAMER"-waarde te wijzigen. Als de “KAMER”waarde wordt gebruikt om de warmstooklijn van het systeem te beïnvloeden, wordt de warmstooklijn niet steiler of vlakker zoals wanneer de
“STOOKLIJN”-waarde wordt gewijzigd. In plaats daarvan wordt de
gehele warmstooklijn parallel met 3°C verschoven voor iedere graad dat
de “KAMER”-waarde wordt gewijzigd.
Let op! Stel de KAMER-waarde alleen af bij een tijdelijke
verhoging of verlaging van de binnentemperatuur.
Wijzig de KAMER-waarde als volgt:
18 – Gebruikershandleiding VUBMA910
1.
2.
3.
5.3
Druk één keer op de knop + of - om de KAMER-waarde voor wijzigen te openen.
Verhoog of verlaag de KAMER-waarde met behulp van de knoppen + of - om de binnentemperatuur te wijzigen.
Wacht 10 seconden of druk één keer op de linkerknop om het
menu te verlaten.
Aflezen van temperaturen
TEMPERATUUR
0˚C
BUITEN
20˚C
KAMER
AANV.LEIDING 38(70)˚C
RETOURLEIDING 34(48)˚C
52˚C
WARMWATER
-660
INTEGRAAL
BRINE VAN
-7˚C
Tussen haakjes worden de instelwaarde voor de
aanvoerleiding en de max-waarde voor de retourleiding getoond. De max-waarde geeft aan bij
welke temperatuur de compressor wordt stopgezet. In dit menu kunnen geen waarden worden
gewijzigd.
Hier worden de verschillende temperaturen getoond, die de installatie
heeft. Alle temperaturen worden 100 minuten terug in de tijd opgeslagen, zodat ze ook in de vorm van grafieken kunnen worden weergegeven.
Als voor KAMER 20°C wordt aangegeven, heeft dat geen gevolgen voor
de stooklijn. Als KAMER hoger of lager is, wordt aangegeven dat de
stooklijn omhoog of omlaag is verschoven.
5.4
Aflezen van bedrijfstijd
BEDRIJFSTIJD
WARMTEPOMP
BIJVERW. 1
BIJVERW. 2
WARMWATER
0H
0H
0H
0H
WARMTEPOMP toont de totale tijd in uren die de warmtepomp sinds de
installatie in bedrijf is geweest.
BIJVERW. 1 en 2 hebben betrekking op de vermogensstappen 3 kW en 6
kW van de bijverwarming.
Gebruikershandleiding VUBMA910 – 19
WARMWATER maakt deel uit van de totaaltijd WARMTEPOMP en geeft
de uren aan die de warmwaterproductie sinds de installatie in bedrijf is
geweest.
5.5
Handmatig ontdooien, buitengedeelte
Als het nodig is om de warmtepomp te ontdooien, kunt u in de regelaar
handmatig een ontdooiprocedure uitvoeren.
Zo kunt u handmatig ontdooien:
1.
Druk één keer op de rechter- of linkerknop om het menu INFORMATIE te openen. De cursor staat bij de menu-optie BEDRIJF.
2.
Druk op de omlaag-knop om de cursor te verplaatsen naar de
menu-optie ONTDOOIPERIODE.
3.
Open het menu door één keer op de rechterknop te drukken.
4.
Druk op de omlaag-knop om de cursor te verplaatsen naar de
menu-optie MANUEEL ONTD.
5.
Druk één keer op de rechterknop.
6.
Druk één keer op de omhoog-knop om het ontdooien te starten.
7.
Druk drie keer op de linkerknop om het menu te verlaten.
20 – Gebruikershandleiding VUBMA910
6
Regelmatige controles
6.1
Werking controleren
Bij normaal bedrijf brandt de alarmindicator constant groen om aan te
geven
dat alles in orde is. Bij een alarm knippert deze groen en wordt tegelijkertijd een tekstbericht op het displayscherm weergegeven.
Controleer regelmatig de alarmindicator om zeker te weten dat de installatie naar behoren functioneert. Bij een
alarm zal de warmtepomp indien
mogelijk warmte afgeven aan het
huis, primair met de compressor en
secundair met bijverwarming. De
warmwaterproductie zal stoppen om
aan te geven dat er iets is gebeurd dat
aandacht vereist.
ALARM
FOUT LAGE DRUK
Een alarm wordt op het displayscherm aangegeven met de tekst ALARM
en een alarmmelding. Mogelijke alarmmeldingen zijn:
Melding
Betekenis
FOUT HOGE DRUK Het verwarmingscircuit is het hogedrukcircuit van de
warmtepomp.
Controleer het niveau van het circuit en verhelp indien
nodig zoals hieronder. Reset het alarm zoals hieronder
FOUT LAGE DRUK Het brinecircuit is het lagedrukcircuit van de warmtepomp. Controleer het niveau van het circuit zoals hieronder. Neem contact op met de servicemonteur.
Gebruikershandleiding VUBMA910 – 21
Melding
Betekenis
FOUT FASESEQ.
Kan worden weergegeven in verband met storingen in het
elektrische net, bijvoorbeeld na een tijdelijke stroomonderbreking.
Reset het alarm zoals hieronder. Indien nodig de spanning
enkele minuten uitschakelen.
Andere alarmmelding
Reset het alarm zoals hieronder. Als het alarm blijft bestaan, moet u contact opnemen met de servicemonteur.
Alarm resetten
Alarmmeldingen die niet automatisch worden gereset, moeten worden
bevestigd. Bevestig het alarm door de warmtepomp in de bedrijfsmodus OFF te zetten en vervolgens weer in de gewenste bedrijfsmodus.
6.2
Waterniveau van verwarmingscircuit controleren
De systeemdruk van de installatie moet één keer per maand worden
gecontroleerd. De externe manometer moet een waarde aangeven tussen 1-1,5 bar. Als de waarde lager is dan 0,8 bar wanneer het water in
het verwarmingssysteem koud is, moet er water worden bijgevuld
(geldt bij gesloten expansievat). Voor het bijvullen van het verwarmingssysteem kunt u gewoon kraanwater gebruiken. In uitzonderlijke
situaties kan de waterkwaliteit ongeschikt zijn voor het bijvullen van het
verwarmingssysteem (bijtend of kalkhoudend water). Neem bij twijfel
contact op met uw installateur.
Let op! Gebruik geen additieven voor waterbehandeling in het
water voor het verwarmingssysteem!
Let op! Het gesloten expansievat bevat een met lucht gevulde
bel die variaties in het volume van het verwarmingssysteem
opvangt. De lucht mag er onder geen beding uit worden
gehaald.
22 – Gebruikershandleiding VUBMA910
6.3
Niveau van het brinecircuit controleren
Het brinecircuit moet zijn gevuld met de juiste hoeveelheid vloeistof,
omdat er anders bedrijfsstoringen kunnen ontstaan.
De brinevloeistof moet worden bijgevuld als het niveau van de vloeistof
zo ver daalt, dat deze niet meer te zien is in het expansievat.
Legenda
1
Afbeelding 1.
brinevloeistof
2
1
Correct niveau
2
Te laag niveau
Niveau,
De eerste maand na de start van de installatie kan het niveau van de brinevloeistof iets dalen. Dat is normaal. Het vloeistofniveau kan ook variëren door de temperatuur in de warmtebron, maar het vloeistofniveau
mag onder geen beding zo ver dalen dat deze niet meer te zien is in het
expansievat.
Voor DHP-A met op druk gebracht brinecircuit geldt dat de manometer
van het expansievat ca. 1,0 bar moet aangeven.
Neem voor het bijvullen van brinevloeistof altijd contact op met uw
installateur.
6.4
Veiligheidskleppen controleren
De twee veiligheidskleppen van de installatie moeten minimaal vier
keer per jaar worden gecontroleerd om te voorkomen dat het mechanisme verstopt raakt door kalkafzetting.
De veiligheidsklep van de boiler beschermt tegen overdruk in de gesloten boiler. Deze is op de koudwaterinlaat gemonteerd met de uitloop
naar beneden. Als de veiligheidsklep van de boiler niet regelmatig
wordt gecontroleerd, bestaat het gevaar dat de boiler beschadigd raakt.
Het is normaal dat er bij het opladen van de boiler kleine hoeveelheden
water uit de veiligheidsklep komen, met name bij verbruik van grote
hoeveelheden warm water.
Gebruikershandleiding VUBMA910 – 23
Beide veiligheidskleppen controleert u door de dop een kwartslag
rechtsom te draaien, zodat er via de overstortleiding wat water uit de
klep komt. Als een van de kleppen niet werkt, moet deze worden vervangen. Neem contact op met uw installateur.
De openingsdruk van de veiligheidskleppen kan niet worden aangepast.
6.5
Bij lekkage
Bij eventuele lekkage in de warmwaterleidingen tussen de warmtepomp en aftappunten sluit u onmiddellijk de afsluitklep voor de koudwatertoevoer. Neem vervolgens contact op met uw installateur.
Bij lekkage in het koudemiddelcircuit schakelt u de warmtepomp uit en
neemt u onmiddellijk contact op met uw installateur.
6.6
Vuilzeven voor verwarmings- en brinecircuits
schoonmaken
Let op! Voordat u begint met schoonmaken, moet de
warmtepomp worden uitgeschakeld met de hoofdschakelaar.
Let op! De vuilzeven moeten na de installatie twee keer per jaar
worden schoongemaakt. Het interval kan worden verlengd als
blijkt dat twee keer per jaar schoonmaken niet nodig is.
Let op! Houd een doek bij de hand als u de dop van de vuilzeef
opent, omdat er normaal gesproken een beetje vloeistof uit
komt.
24 – Gebruikershandleiding VUBMA910
1
3
4
2
2
4
1
3
1
1.
2.
3.
4.
Afsluitkraan
Dop
Vuilzeef
O-ring
Maak de vuilzeven als volgt schoon:
1.
Schakel de warmtepomp uit.
2.
Voor vuilzeef brinecircuit - verwijder de isolatie rond de bijvulkoppeling.
3.
Draai de afsluitkranen dicht (zie de afbeeldingen hierboven).
4.
Schroef de dop open en verwijder deze.
5.
Haal de vuilzeef eruit.
6.
Spoel de zeef schoon.
7.
Plaats de zeef terug.
8.
Controleer of de O-ring van de dop niet beschadigd is.
9.
Schroef de dop weer terug.
10.
Draai de afsluitkranen open.
11.
Voor vuilzeef brinecircuit - plaats de isolatie rond de bijvulkoppeling terug.
12.
Schakel de warmtepomp in.
Gebruikershandleiding VUBMA910 – 25
7
Basisinstelling van regelaar
In de eerste kolom van de onderstaande tabel staat de naam van de
aanpassingen die de gebruiker van het systeem zelf kan verrichten. In
de tweede kolom staat welke waarden af fabriek in de warmtepomp zijn
ingesteld en in de derde kolom welke waarden de installateur heeft
ingesteld bij de installatie van uw warmtepomp.
Instelling
Fabrieksinstelling
KAMER
20℃
BEDRIJF
AUTO
STOOKLIJN
40℃
MIN
10℃
MAX
55℃
STOOKLIJN 5
0℃
STOOKLIJN 0
0℃
STOOKLIJN -5
0℃
WARMTESTOP
17℃
26 – Gebruikershandleiding VUBMA910
Eventuele klantspecifieke instelling
8
Referenties
8.1
Checklijst
Geïnstalleerd model: ...............................................................
•
Plaatsing
o
Afstelling op ondergrond
•
Installatie van leidingen
o
Lekkagetest
o
Ontluchten
o
Radiatorkranen openen
o
Functietest veiligheidsklep
•
Elektrische installatie
o
o
o
•
•
Draairichting compressor
Buitensensor
Accessoires: .......................................................................
Brine-installatie
o
Brinetype: ........................................................
o
Bijvullen, aantal liter: ......................................................
o
Lekkagetest
o
Functietest veiligheidsklep
Regelaar
Basisinstelling
o
•
Testen
o
Handmatige test uitgevoerd
o
Geluidscontrole
•
Informatie voor klant
o
Regelaar, menu's, gebruikershandleiding
o
Controle en bijvullen, verwarmingssysteem
o
Alarminformatie
o
Functietest veiligheidsklep
o
Vuilzeven, schoonmaken
o
Afregelinformatie
o
Garanties
Gebruikershandleiding VUBMA910 – 27
8.2
Installatie uitgevoerd door:
Installatie van leidingen
Datum
........................................................
Bedrijf
........................................................
Naam
........................................................
Tel.nr.
........................................................
Elektrische installatie
Datum
........................................................
Bedrijf
........................................................
Naam
........................................................
Tel.nr.
........................................................
Afstelling van het systeem
Datum
........................................................
Bedrijf
........................................................
Naam
........................................................
Tel.nr.
........................................................
28 – Gebruikershandleiding VUBMA910
VUBMA910