RZQG_RZQSG-L9V1B_L7-8Y1B_Installer reference guide_4PNL385522-1

Uitgebreide handleiding
voor de installateur
Split­systeem airconditioners
RZQG71L9V1B RZQG100L9V1B RZQG125L9V1B RZQG140L9V1B RZQG71L8Y1B RZQG100L8Y1B RZQG125L8Y1B RZQG140L7Y1B RZQSG100L9V1B RZQSG125L9V1B RZQSG140L9V1B RZQSG100L8Y1B RZQSG125L8Y1B RZQSG140L7Y1B
Uitgebreide handleiding voor de installateur
Split­systeem airconditioners
Nederlands
Inhoudsopgave
6.5
Inhoudsopgave
1 Algemene veiligheidsmaatregelen
1.1
1.2
Over de documentatie ...............................................................
1.1.1
Betekenis van de waarschuwingen en symbolen .......
Voor de installateur....................................................................
1.2.1
Algemeenheden..........................................................
1.2.2
Plaats van installatie ...................................................
1.2.3
Koelmiddel ..................................................................
1.2.4
Pekel ...........................................................................
1.2.5
Water ..........................................................................
1.2.6
Elektrisch ....................................................................
2 Over de documentatie
2.1
2.2
Over dit document .....................................................................
Overzicht van de uitgebreide handleiding voor de installateur ..
3 Over de doos
3.1
3.2
Overzicht: Over de doos............................................................
Buitenunit...................................................................................
3.2.1
De buitenunit uitpakken ..............................................
3.2.2
Omgaan met de buitenunit..........................................
3.2.3
Accessoires van de buitenunit verwijderen.................
4 Over de units en opties
4.1
4.2
4.3
Overzicht: Over de units en opties ............................................
Identificatie ................................................................................
4.2.1
Identificatielabel: Buitenunit ........................................
Units en opties combineren .......................................................
4.3.1
Mogelijke opties voor de buitenunit.............................
5 Voorbereiding
5.1
5.2
5.3
5.4
6.3
6.4
Overzicht: Installatie ..................................................................
De units openen ........................................................................
6.2.1
Over het openen van de units.....................................
6.2.2
De buitenunit openen..................................................
De buitenunit monteren .............................................................
6.3.1
Over de montage van de buitenunit............................
6.3.2
Voorzorgsmaatregelen bij de montage van de
buitenunit ....................................................................
6.3.3
De installatiestructuur voorzien...................................
6.3.4
De buitenunit installeren .............................................
6.3.5
Afvoer voorzien ...........................................................
6.3.6
Ervoor zorgen dat de buitenunit niet kan omvallen.....
De koelmiddelleiding aansluiten ................................................
6.4.1
Over het aansluiten van de koelmiddelleidingen ........
6.4.2
Voorzorgsmaatregelen bij het aansluiten van
koelmiddelleidingen ....................................................
6.4.3
Richtlijnen bij het aansluiten van koelmiddelleidingen
6.4.4
Richtlijnen voor het buigen van leidingen ...................
6.4.5
Het uiteinde van een buis verbreden ..........................
6.4.6
Het uiteinde van een buis solderen.............................
6.4.7
Gebruik van de afsluiter en servicepoort ....................
6.4.8
Koelmiddelleiding op buitenunit aansluiten.................
6.4.9
Bepalen of er olieafscheiders nodig zijn .....................
Uitgebreide handleiding voor de installateur
2
3
3
3
3
3
4
4
4
5
6.6
5
5
6
6
6.7
6
6
6
6
6
7
7
7
7
7
7
6.8
7
Overzicht: Voorbereiding ........................................................... 7
De installatieplaats voorbereiden .............................................. 7
5.2.1
Vereisten inzake de plaats waar de buitenunit
geïnstalleerd wordt...................................................... 7
5.2.2
Bijkomende vereisten inzake de installatieplaats van
de buitenunit in koude klimaten .................................. 8
De koelmiddelleidingen voorbereiden ....................................... 9
5.3.1
Oude leidingen hergebruiken...................................... 9
5.3.2
Vereisten voor de koelmiddelleidingen ....................... 9
5.3.3
De koelleidingen isoleren............................................ 12
De elektrische bedrading voorbereiden..................................... 12
5.4.1
Over het voorbereiden van de elektrische bedrading . 12
6 Installatie
6.1
6.2
3
12
12
12
12
12
13
13
13
13
13
13
14
14
14
14
15
15
15
15
16
16
17
De koelmiddelleiding controleren ..............................................
6.5.1
Over het controleren van de koelmiddelleidingen.......
6.5.2
Voorzorgsmaatregelen bij het controleren van
koelmiddelleidingen ....................................................
6.5.3
Koelmiddelleiding controleren: Opstelling...................
6.5.4
Op lekkages controleren .............................................
6.5.5
Vacuümdrogen............................................................
Koelmiddel bijvullen...................................................................
6.6.1
Over koelmiddel bijvullen ............................................
6.6.2
Voorzorgsmaatregelen bij het bijvullen van
koelmiddel...................................................................
6.6.3
Definities: L1~L7, H1, H2 ............................................
6.6.4
Bepalen hoeveel koelmiddel bijgevuld moet worden ..
6.6.5
De hoeveelheid bepalen om opnieuw volledig te
vullen...........................................................................
6.6.6
Koelmiddel bijvullen: Opstelling ..................................
6.6.7
Koelmiddel toevoegen ................................................
6.6.8
De label voor fluorhoudende broeikasgassen
bevestigen...................................................................
De elektrische bedrading aansluiten .........................................
6.7.1
Over het aansluiten van de elektrische bedrading......
6.7.2
Over het voldoen aan de normen inzake elektriciteit ..
6.7.3
Voorzorgsmaatregelen bij het aansluiten van
elektrische bedrading..................................................
6.7.4
Richtlijnen bij het aansluiten van elektrische
bedrading ....................................................................
6.7.5
Specificaties van standaard
bedradingscomponenten ............................................
6.7.6
De elektrische bekabeling op de buitenunit
aansluiten....................................................................
De installatie van de buitenunit voltooien ..................................
6.8.1
De installatie van de buitenunit voltooien....................
6.8.2
De buitenunit sluiten ...................................................
6.8.3
Isolatieweerstand van de compressor controleren .....
7 Inbedrijfstelling
7.1
7.2
7.3
7.4
7.5
Overzicht: Inbedrijfstelling .........................................................
Voorzorgsmaatregelen bij de inbedrijfstelling............................
Checklist vooraleer proef te draaien..........................................
Proefdraaien ..............................................................................
Foutcodes bij het proefdraaien ..................................................
8 Aan de gebruiker overhandigen
9 Onderhoud en service
9.1
9.2
9.3
12.3
12.4
12.5
12.6
21
21
22
22
22
22
22
22
23
23
24
25
25
25
25
26
26
26
26
26
27
28
28
28
29
Overzicht: Als afval verwijderen ................................................ 29
Over afpompen.......................................................................... 29
Afpompen .................................................................................. 29
12 Technische gegevens
12.1
12.2
20
20
20
Overzicht: Probleemoplossing................................................... 28
Voorzorgsmaatregelen bij het opsporen en verhelpen van
storingen.................................................................................... 28
11 Als afval verwijderen
11.1
11.2
11.3
18
18
18
19
19
19
Overzicht: onderhoud en service............................................... 28
Voorzorgsmaatregelen inzake onderhoud................................. 28
Controlelijst jaarlijks onderhoud van de buitenunit .................... 28
10 Opsporen en verhelpen van storingen
10.1
10.2
18
18
Overzicht: Technische gegevens ..............................................
Afmetingen en ruimte voor service ............................................
12.2.1 Afmetingen: Buitenunit................................................
12.2.2 Serviceruimte: Buitenunit ............................................
Onderdelen................................................................................
12.3.1 Onderdelen: Buitenunit ...............................................
Schema van de leidingen ..........................................................
12.4.1 Leidingschema: Buitenunit..........................................
Bedradingsschema....................................................................
12.5.1 Bedradingsschema: Buitenunit ...................................
Technische specificaties............................................................
12.6.1 Technische specificaties: Buitenunit ...........................
13 Verklarende woordenlijst
30
30
30
30
32
34
34
36
36
37
37
43
43
52
RZQG71~140L_V1+Y1 + RZQSG100~140L_V1+Y1
Split­systeem airconditioners
4P385522­1 – 2014.08
1 Algemene veiligheidsmaatregelen
1
VOORZICHTIG
Algemene
Draag gepaste persoonlijke beschermingsuitrustingen
(beschermende handschoenen, veiligheidsbril, enz.)
wanneer u het systeem installeert of onderhoudt.
veiligheidsmaatregelen
1.1
WAARSCHUWING
Over de documentatie
Scheur plastiekverpakkingen aan stukken en gooi deze
weg zodat niemand, kinderen in het bijzonder, ermee kan
spelen. Mogelijk risico: verstikking.
▪ De documentatie is oorspronkelijk in het Engels geschreven. Alle
andere talen zijn vertalingen.
▪ Alle in dit document vermelde voorzorgen betreffen zeer
belangrijke punten en dienen dus steeds nauwgezet te worden
nageleefd.
GEVAAR: RISICO OM ZICH TE VERBRANDEN
▪ Raak tijdens of net na bedrijf GEEN
koelmiddelleidingen, waterleidingen of interne
onderdelen aan. Deze kunnen te warm of te koud zijn.
Geef ze de tijd om terug op een normale temperatuur
te komen. Indien u deze toch moet aanraken, draag
dan beschermende handschoenen.
▪ De installatie van het systeem en allle handelingen beschreven in
de installatiehandleiding en de uitgebreide handleiding voor de
installateur moeten door een erkende installateur uitgevoerd
worden.
1.1.1
▪ Raak per ongeluk lekkend koelmiddel NIET aan.
Betekenis van de waarschuwingen en
symbolen
WAARSCHUWING
Neem de gepaste maatregelen om te voorkomen dat
kleine dieren kunnen gaan nestelen in de unit. Kleine
dieren die in contact komen met elektrische onderdelen
kunnen storingen, rook of brand veroorzaken.
GEVAAR
Duidt op een situatie die de dood of ernstige verwondingen
als gevolg heeft.
GEVAAR: GEVAAR VOOR ELEKTROCUTIE
VOORZICHTIG
Duidt op een situatie die elektrocutie kan veroorzaken.
Raak de luchtinlaat of de aluminiumlamellen van de unit
NIET aan.
GEVAAR: RISICO OM ZICH TE VERBRANDEN
OPMERKING
Duidt op een situatie die brandwonden kan veroorzaken
als gevolg van extreem hoge of lage temperaturen.
▪ Plaats GEEN voorwerpen, apparatuur of uitrustingen
bovenop de unit.
WAARSCHUWING
▪ Zit, klim of sta NIET op de unit.
Duidt op een situatie die de dood of ernstige verwondingen
als gevolg zou kunnen hebben.
OPMERKING
Werken aan de buitenunit gebeurt best bij droog weer om
te voorkomen dat er water in de unit terechtkomt.
VOORZICHTIG
Duidt op een situatie die kleine of matige verwondingen als
gevolg zou kunnen hebben.
Duidt op een situatie die schade aan apparatuur of
eigendom zou kunnen berokkenen.
Conform de geldende wetgeving kan een logboek bij het product
vereist worden; in dit logboek dienen dan minstens de volgende
zaken bijgehouden: informatie over het onderhoud, de
reparatiewerkzaamheden, de resultaten van testen, de
stilstandperioden, enz.
INFORMATIE
Bovendien dienen minstens volgende informaties op een
toegankelijke plaats bij het product voorzien te worden:
Duidt op nuttige tips of bijkomende informatie.
▪ Instructies om het systeem uit te schakelen in gevallen van nood
OPMERKING
1.2
1.2.1
Voor de installateur
Algemeenheden
▪ De naam en het adres van de brandweer, de politie en een
ziekenhuis
▪ De naam, het adres en de telefoonnummers overdag en 's nachts
om onderhoud te bekomen
In Europa bevat EN378 de nodige richtlijnen voor dit logboek.
Indien u twijfels heeft over de installatie of de bediening van de unit,
contacteer uw dealer.
OPMERKING
Een foute installatie of bevestiging van apparatuur,
uitrustingen of accessoires kan elektrische schokken, een
kortsluiting, lekken, brand of schade aan de apparatuur of
uitrustingen als gevolg hebben. Gebruik enkel accessoires,
optionele apparatuur en uitrustingen en reserveonderdelen
die door Daikin gemaakt of goedgekeurd werden.
1.2.2
Plaats van installatie
▪ Voorzie voldoende ruimte rond de unit voor onderhoud en
luchtcirculatie.
▪ Controleer of de plaats waarop de unit moet komen, bestand is
tegen het gewicht en de trillingen van de unit.
▪ Zorg ervoor dat de zone goed geventileerd wordt.
▪ Controleer of de unit horizontaal staat.
WAARSCHUWING
Zorg ervoor dat de materialen die voor de installatie en de
testen gebruikt worden, voldoen aan de geldende
wetgeving (bovenop de instructies beschreven in de
Daikin­documentatie).
RZQG71~140L_V1+Y1 + RZQSG100~140L_V1+Y1
Split­systeem airconditioners
4P385522­1 – 2014.08
Uitgebreide handleiding voor de installateur
3
1 Algemene veiligheidsmaatregelen
Installeer de unit NIET in een van de volgende plaatsen:
▪ In mogelijke explosieve omgevingen.
▪ In plaatsen met toestellen of machines die elektromagnetische
golven uitzenden. Elektromagnetische golven kunnen het
besturingssysteem storen, waardoor de apparatuur slecht kan
werken.
▪ In plaatsen met brandgevaar omwille van lekkende ontvlambare
gassen (zoals verdunners of benzine), koolstofvezels,
ontvlambaar stof.
▪ In plaatsen waar corroderend gas (zoals zwaveligzuurgas)
geproduceerd wordt. Corrosie aan de koperleidingen of
gesoldeerde onderdelen kan de oorzaak zijn dat koelmiddel gaat
lekken.
1.2.3
▪ Gebruik uitsluitend gereedschap dat enkel en alleen voor het soort
koelmiddel bedoeld is om de vereiste drukweerstand te kunnen
garanderen en om te beletten dat vreemde stoffen in het systeem
terechtkomen.
▪ Vul als volgt met vloeibaar koelmiddel:
Als
Dan
Er is een sifonbuis
Vul bij met rechtopstaande fles.
(d.w.z. er zou iets zoals “Met
vloeistofvulsifon” op de fles
moeten staan)
Er is GEEN sifonbuis
Vul bij met de ondersteboven
staande fles.
Koelmiddel
OPMERKING
Controleer of de installatie van de koelmiddelleidingen
voldoet aan de geldende wetgeving. In Europa geldt
EN378 als de van toepassing zijnde norm.
▪ Open koelmiddelflessen steeds traag.
OPMERKING
Controleer of de lokale leidingen en aansluitingen niet aan
spanningen onderhevig (kunnen) zijn.
▪ Vul bij met koelmiddel in vloeibare vorm. Het koelmiddel in
gasvormige fase toevoegen kan de normale werking verstoren.
VOORZICHTIG
WAARSCHUWING
Wanneer het bijvullen van koelmiddel is voltooid of
wanneer u even pauzeert, moet u de kraan van het
koelmiddelreservoir onmiddellijk dichtdraaien. Als u de
kraan open laat staan, zal misschien een verkeerde
hoeveelheid koelmiddel worden bijgevuld. Nadat de unit is
gestopt, zal mogelijk nog meer koelmiddel worden
bijgevuld door de druk.
Zet, tijdens testen, het product NOOIT onder een druk
hoger dan de maximaal toegestane druk (vermeld op het
naamplaatje van de unit).
WAARSCHUWING
Neem voldoende maatregelen wanneer koelmiddel zou
lekken. Ventileer onmiddellijk de zone wanneer koelgas
lekt. Mogelijke risico's:
▪ Te hoge koelmiddelconcentraties in een gesloten
ruimte kunnen leiden tot een gebrek aan zuurstof.
▪ Als koelgas in contact komt met vuur, kan giftig gas
ontstaan.
1.2.4
Indien van toepassing. Voor meer informatie, raadpleeg de
installatiehandleiding of de uitgebreide handleiding (voor de
installateur) van uw toepassing.
WAARSCHUWING
De gekozen pekel MOET voldoen aan de geldende
wetgeving.
WAARSCHUWING
Vang steeds de koelmiddelen op. Laat ze NIET
rechtstreeks vrij in de omgeving. Gebruik een
vacuümpomp om de installatie leeg te pompen.
WAARSCHUWING
Neem voldoende maatregelen voor het geval pekel zou
lekken. Indien pekel lekt, ventileer onmiddellijk de zone en
neem contact op met uw plaatselijke verdeler.
OPMERKING
Controleer op gaslekken nadat alle leidingen zijn
aangesloten. Gebruik stikstof om op gaslekken te
controleren.
WAARSCHUWING
De omgevingstemperatuur in de unit kan veel hoger
oplopen dan die van de kamer, bv. 70°C. In geval van een
pekellek kunnen hete onderdelen in de unit een gevaarlijke
situatie creëren.
OPMERKING
▪ Vul NIET meer koelmiddel bij dan voorgeschreven om
te voorkomen dat de compressor defect geraakt.
WAARSCHUWING
▪ Wanneer het koelmiddelsysteem moet worden
geopend, moet het koelmiddel worden behandeld zoals
voorgeschreven in de geldende wetgeving.
Het gebruik en de installatie van de toepassing MOETEN
voldoen aan de veiligheids­ en milieumaatregelen
gespecificeerd in de relevante reglementering.
WAARSCHUWING
Controleer of het systeem geen zuurstof bevat. Koelmiddel
vullen mag alleen na een lektest en vacuümdrogen.
▪ Zie het typeplaatje op de unit wanneer koelmiddel in het systeem
moet worden aangevuld. Daarop staan het type koelmiddel en de
vereiste hoeveelheid.
▪ De unit werd in de fabriek met koelmiddel gevuld en sommige
systemen moeten, afhankelijk van de maat en lengte van de
leidingen, bijkomend met koelmiddel worden gevuld.
Uitgebreide handleiding voor de installateur
4
Pekel
1.2.5
Water
Indien van toepassing. Voor meer informatie, raadpleeg de
installatiehandleiding of de uitgebreide handleiding (voor de
installateur) van uw toepassing.
OPMERKING
Controleer of de kwaliteit van het water voldoet aan de EU­
richtlijn 98/83 EC.
RZQG71~140L_V1+Y1 + RZQSG100~140L_V1+Y1
Split­systeem airconditioners
4P385522­1 – 2014.08
2 Over de documentatie
1.2.6
Elektrisch
WAARSCHUWING
▪ Controleer na het beëindigen van de elektriciteit of alle
elektrische onderdelen en aansluitklemmen in de
elektriciteitskast veilig zijn aangesloten.
GEVAAR: GEVAAR VOOR ELEKTROCUTIE
▪ Schakel alle elektrische voedingen UIT vooraleer u het
deksel van de schakelkast verwijdert, elektrische
bedrading aansluit of elektrische onderdelen aanraakt.
▪ Controleer of alle deksels dicht zijn vooraleer de unit
aan te zetten.
▪ Schakel de elektrische voeding langer dan 1 minuut uit
en meet de spanning op de aansluitklemmen van de
condensatoren of elektrische onderdelen van de
hoofdkring vooraleer u een onderhoud uitvoert. De
spanning MOET onder de 50 V DC gevallen zijn
vooraleer u elektrische onderdelen mag aanraken.
Raadpleeg het bedradingsschema voor de plaats van
de aansluitklemmen.
OPMERKING
Alleen van toepassing als de elektrische voeding driefasig
is en de compressor een AAN/UIT­startmethode heeft.
Als een fase zich na een tijdelijke black­out kan omkeren
en de stroomtoevoer gaat aan en uit terwijl het systeem in
bedrijf is, installeer dan plaatselijk een beveiligingscircuit
tegen faseomkering. Door het systeem in omgekeerde
fase te laten draaien, kunnen de compressor en andere
onderdelen stuk gaan.
▪ Raak elektrische onderdelen NIET aan met natte
handen.
▪ Laat de unit NIET onbewaakt achter wanneer het
onderhoudsdeksel verwijderd is.
WAARSCHUWING
Indien deze NIET standaard werd geplaatst, moet een
hoofdschakelaar (of een ander middel om uit te schakelen)
tussen de vaste bedrading geplaatst worden; deze
schakelaar dient het contact van alle polen volledig te
verbreken en te voldoen aan de vereisten van de
overspanning­categorie­III­specificatie wanneer hij open
staat.
WAARSCHUWING
▪ Gebruik ALLEEN koperdraden.
▪ Alle lokale bedrading moet voldoen aan de
toepasselijke wetgeving.
▪ Alle lokale bedradingen dienen conform het met het
product meegeleverd bedradingsschema uitgevoerd te
worden.
▪ Knijp NOOIT gebundelde kabels samen en controleer
of ze niet met leidingen of scherpe randen in contact
(kunnen) komen. Zorg dat er geen externe druk wordt
uitgeoefend op de klemaansluitingen.
2
Over de documentatie
2.1
Over dit document
Bedoeld publiek
Erkende installateurs
INFORMATIE
Dit apparaat is bedoeld voor gebruik door expert of
opgeleide gebruikers in winkels, lichte industrie en op
boerderijen, of voor commercieel gebruik door niet­
deskundigen.
Documentatieset
Dit document is een onderdeel van een documentatieset. De
volledige set omvat:
Document
Bevat…
▪ Vergeet niet aarddraden te leggen. Aard de unit NIET
via een nutsleiding, een piekspanningsbeveiliging of de
aarding van de telefoon. Een onvolledige aarding kan
een elektrische schok veroorzaken.
Algemene
Veiligheidsinstructies te
voorzorgsm lezen vóór de installatie
aatregelen
met
betrekking
tot de
veiligheid
▪ Gebruik hiervoor een aparte voedingskring. Gebruik
NOOIT een elektrische voeding die met een ander
toestel gedeeld wordt.
Montagehan Installatie­instructies
dleiding
buitenunit
▪ Installeer zeker de stroomonderbrekers.
Uitgebreide
handleiding
voor de
installateur
vereiste zekeringen of
▪ Plaats zeker een aardlekschakelaar. Anders bestaat
het gevaar dat iemand een elektrische schok krijgt of
dat er brand ontstaat.
▪ Wanneer u de aardlekbeveiliging plaatst, controleer of
deze met de inverter compatibel is (bestand tegen
hoogfrequente elektrische ruis), zodat de
aardlekbeveiliging zich niet onnodig opent.
De installatie
voorbereiden, technische
kenmerken,
referentiegegevens,…
Formaat
Papier (in de doos van de
buitenunit)
Digitale bestanden op
http://
www.daikineurope.com/
support­and­manuals/
product­information/.
Laatste herzieningen van de meegeleverde documentatie kunnen op
de regionale Daikin­website of via uw dealer beschikbaar zijn.
Leg de stroomtoevoerkabels op minstens 1 meter afstand van
televisietoestellen en radio's om geen interferenties te hebben.
Afhankelijk van de radiogolven volstaat een afstand van 1 meter
soms niet.
RZQG71~140L_V1+Y1 + RZQSG100~140L_V1+Y1
Split­systeem airconditioners
4P385522­1 – 2014.08
Uitgebreide handleiding voor de installateur
5
3 Over de doos
Overzicht van de uitgebreide
handleiding voor de installateur
2.2
Hoofdstuk
3.2
Buitenunit
3.2.1
De buitenunit uitpakken
Beschrijving
Algemene
voorzorgsmaatregelen
met betrekking tot de
veiligheid
Veiligheidsinstructies te lezen vóór de
installatie
Over de documentatie
Verkrijgbare documentatie voor de
installateur
Over de doos
Units uitpakken en accessoires
verwijderen
Over de units en opties
▪ Units identificeren
1
2
▪ Mogelijke combinaties van units en
opties
Voorbereiding
Wat u moet doen en weten alvorens ter
plaatse te gaan
Installatie
Wat u moet doen en weten om het
systeem te installeren
Inbedrijfstelling
Wat u moet doen en weten om het
systeem na de installatie in gebruik te
stellen
Overhandiging aan de
gebruiker
Wat aan de gebruiker te geven en uit te
leggen
Onderhoud en service
Onderhoud en service van de units
Opsporen en verhelpen
van storingen
Wat te doen ingeval van problemen
Als afval verwijderen
Systeem opruimen
Technische gegevens
Specificaties van het systeem
Verklarende woordenlijst
Definitie van termen
3.2.2
3
Over de doos
3.1
Overzicht: Over de doos
Omgaan met de buitenunit
Draag de unit langzaam zoals weergegeven:
In dit hoofdstuk worden de stappen beschreven die u moet uitvoeren
nadat de doos met de buitenunit ter plaatse is geleverd.
Het bevat informatie over:
VOORZICHTIG
▪ Uitpakken en omgaan met de units
Raak de luchtinlaat of de aluminium lamellen van de unit
NIET aan, dit om letsels te voorkomen.
▪ Accessoires van de units verwijderen
Denk aan de volgende punten:
3.2.3
Accessoires van de buitenunit
verwijderen
▪ De unit moet bij de levering gecontroleerd worden op
beschadigingen. Elke vorm van beschadiging moet onmiddellijk
aan de schadeverantwoordelijke van de transporteur gemeld
worden.
a
b
1×
c
1×
2×
▪ Breng de verpakte unit zo dicht mogelijk bij de uiteindelijke
installatieplaats om beschadiging tijdens het transport te
voorkomen.
2
d
e
1×
1×
ENERG
1×
b
c
d
e
6
ENERG
Y IJA
IE IA
1
a
Uitgebreide handleiding voor de installateur
Y IJA
IE IA
Algemene voorzorgsmaatregelen met betrekking tot de
veiligheid
Montagehandleiding buitenunit
Kabelbinder
Label gefluoreerde broeikasgassen
Energielabel
RZQG71~140L_V1+Y1 + RZQSG100~140L_V1+Y1
Split­systeem airconditioners
4P385522­1 – 2014.08
4 Over de units en opties
4
Over de units en opties
4.1
Overzicht: Over de units en opties
Bodemplaatverwarming (EKBPH140L7) (alleen voor RZQG)
▪ Voorkomt opvriezen van de bodemplaat.
▪ Aanbevolen in streken met een lage buitentemperatuur en een
hoge vochtigheidsgraad.
▪ Wanneer u een EKBPH140L7 installeert in combinatie met een
RZQG_V1, moet de vraagadapterkit ook worden geïnstalleerd.
Dit hoofdstuk bevat informatie over:
▪ De buitenunit identificeren
▪ Voor de installatie­instructies, zie de installatiehandleiding van de
bodemplaatverwarming.
▪ De buitenunit combineren met opties
INFORMATIE
Vraagadapterkit
Neem contact op met uw dealer of raadpleeg het
engineering databook of de servicehandleiding voor
koeltoepassingen gedurende het hele jaar bij
omstandigheden met een lage binnenvochtigheidsgraad.
Kan worden gebruikt voor het volgende:
4.2
Identificatie
▪ Geluidsarm: Verlaagt het bedrijfsgeluid van de buitenunit.
▪ I­demand­functie: Beperkt het stroomverbruik van het systeem
(bijvoorbeeld budgetcontrole, beperking stroomverbruik op
piekmomenten, …).
▪ In combinatie met een bodemplaatverwarming (zie hierboven).
OPMERKING
Model
Wanneer meerdere units gelijktijdig geïnstalleerd of
onderhouden worden, let op de servicepanelen NIET te
verwisselen tussen verschillende modellen.
4.2.1
Identificatielabel: Buitenunit
Vraagadapterkit
RZQ(S)G_Y1
KRP58M51
RZQ(S)G_V1
KRP58M51MK
Voor de installatie­instructies, zie de installatiehandleiding van de
vraagadapterkit.
Plaats
5
Voorbereiding
5.1
Overzicht: Voorbereiding
In dit hoofdstuk wordt beschreven wat u moet doen en wat u moet
weten alvorens u ter plaatse gaat.
Het bevat informatie over:
▪ Installatieplaats voorbereiden
Modelidentificatie
▪ Koelmiddelleiding voorbereiden
▪ RZQG: Bevat componenten (isolatie…) als vorstbescherming in
streken met een lage buitentemperatuur en een hoge
vochtigheidsgraad. Mogelijkheid om een optionele
bodemplaatverwarming aan te sluiten.
▪ Elektrische bedrading voorbereiden
▪ RZQSG: Bevat GEEN componenten als vorstbescherming. Geen
mogelijkheid om een optionele bodemplaatverwarming aan te
sluiten.
Installeer de unit NIET op een plaats die vaak als werkplaats wordt
gebruikt. Wanneer bouwwerken (bijv. slijpwerk) worden uitgevoerd
waarbij veel stof wordt geproduceerd, moet de unit worden afgedekt.
4.3
Units en opties combineren
4.3.1
Mogelijke opties voor de buitenunit
Koelmiddelaftakset
Wanneer meerdere binnenunits op de buitenunit worden
aangesloten, zijn één of meerdere koelmiddelaftaksets vereist. De
combinatie van buiten­ en binnenunit bepaalt het type en het aantal
van de koelmiddelaftaksets.
Lay­out
RZQ(S)G_Y1 +
Andere combinaties
buitenunit­
FCQG35~71/FCQHG71
binnenunit
Tweevoudig
KHRQ58T
KHRQ22M20TA
Drievoudig
KHRQ58H
KHRQ127H
Dubbel
tweevoudig
KHRQ58T (3×)
KHRQ22M20TA (3×)
Voor meer informatie over de selectie, zie de catalogi. Voor de
installatie­instructies, zie de installatiehandleiding van de
koelmiddelaftakset.
RZQG71~140L_V1+Y1 + RZQSG100~140L_V1+Y1
Split­systeem airconditioners
4P385522­1 – 2014.08
5.2
De installatieplaats voorbereiden
Kies een installatieplaats met voldoende ruimte om de unit in en uit
de site te kunnen dragen.
5.2.1
Vereisten inzake de plaats waar de
buitenunit geïnstalleerd wordt
INFORMATIE
Lees ook de volgende vereisten:
▪ Algemene vereisten voor de installatieplaats. Zie het
hoofdstuk "Algemene voorzorgsmaatregelen met
betrekking tot de veiligheid".
▪ Vereisten voor de serviceruimte. Zie het hoofdstuk
"Technische gegevens".
▪ Vereisten koelmiddelleiding (lengte, hoogteverschil). Zie
verder in dit hoofdstuk "Voorbereiding".
Let op de volgende punten:
▪ Kies een plaats waar de unit zoveel mogelijk uit de regen staat.
▪ Zorg ervoor dat ingeval van een waterlek, het water geen schade
kan veroorzaken aan de installatieruimte en de omgeving.
Uitgebreide handleiding voor de installateur
7
5 Voorbereiding
▪ Kies een plaats waar de warme/koude lucht uit de unit of het
lawaai ervan NIEMAND stoort.
▪ De lamellen van de warmtewisselaar zijn scherp en kunnen
iemand verwonden. Kies een installatieplaats waar er geen risico
is dat iemand zich kan verwonden (in het bijzonder in omgevingen
waar kinderen spelen).
Installeer de unit NIET in een van de volgende plaatsen:
▪ Geluidsgevoelige zones (zoals naast een slaapkamer en
dergelijke), zodat het geproduceerd geluid in bedrijf geen overlast
veroorzaakt.
Opmerking: Als het geproduceerd geluid in reële omstandigheden
wordt gemeten, kan de gemeten waarde omwille van
omgevingsgeluiden en geluidsreflecties groter zijn dan het in de
specificaties onder Geluidspectrum vermeld geluidsdrukniveau.
a
c
INFORMATIE
b
b
Het geluidsdrukniveau is lager dan 70 dB(A).
▪ Plaatsen met nevels van mineraalolie, oliespray of dampen in de
lucht. Plastic onderdelen kunnen worden aangetast en van het
toestel vallen of waterlekken veroorzaken.
Het is NIET aangewezen de unit op de volgende plaatsen te
installeren, omdat deze plaatsen de levensduur van de unit kunnen
verkorten:
a
b
c
5.2.2
▪ in kuststreken of plaatsen waar de lucht veel zout bevat. Corrosie
kan optreden,
▪ wanneer de spanning veel schommelt,
▪ In voertuigen of schepen,
Geleideplaat
Belangrijkste windrichting
Luchtuitlaat
Bijkomende vereisten inzake de
installatieplaats van de buitenunit in
koude klimaten
Bescherm de buitenunit tegen directe sneeuwval en zorg ervoor dat
de buitenunit NOOIT ingesneeuwd raakt.
▪ in de aanwezigheid van zuur­ of alkalinedampen.
Indien de buitenunit aan veel wind en/of lage
omgevingstemperaturen blootgesteld kan zijn, houd rekening met de
volgende richtlijnen:
Hevige wind (≥18 km/u) die tegen de luchtuitlaat van de buitenunit
blaast, veroorzaakt kortsluiting (luchtaanzuiging of ­uitblaas). Dit kan
de volgende gevolgen met zich meebrengen:
a
c
▪ een vermindering van de capaciteit in bedrijf;
▪ een snellere en meer regelmatige ijsvorming tijdens het
verwarmen;
d
▪ stilvallen door een te lage of een te hoge druk;
▪ een gebroken ventilator (als hevige wind constant tegen de
ventilator blaast, kan deze beginnen zeer snel te draaien en na
een tijdje breken).
b
c
Er wordt geadviseerd een stootplaat te monteren wanneer de
luchtuitlaat aan wind blootgesteld is.
Installeer bij voorkeur de buitenunit met de luchtuitlaat naar de muur
gericht en NIET rechtstreeks aan wind blootgesteld.
Uitgebreide handleiding voor de installateur
8
a
b
c
d
Afdakje tegen de sneeuw
Voetstuk (minimale hoogte = 150 mm)
Belangrijkste windrichting
Luchtuitlaat
RZQG71~140L_V1+Y1 + RZQSG100~140L_V1+Y1
Split­systeem airconditioners
4P385522­1 – 2014.08
5 Voorbereiding
5.3
5.3.1
De koelmiddelleidingen
voorbereiden
Leidingen controleren op verontreinigingen
Oude leidingen hergebruiken
Voorwaarde: Een oliecontrolereferentiekaart is vereist. Deze is
beschikbaar bij uw dealer.
Oude leidingen moeten worden gecontroleerd op verontreinigingen
omdat oude olie in de leidingen de compressor zou beschadigen.
In sommige gevallen kunnen oude leidingen worden hergebruikt, en
in andere gevallen niet.
Hergebruik niet toegestaan
1
Breng een beetje restolie uit de leiding aan op een stuk wit
papier.
2
Vergelijk de kleuren:
In de volgende gevallen mogen geen oude leidingen worden
hergebruikt:
De oliekleur is…
Dan…
▪ Wanneer er problemen waren met de compressor van de oude
installatie (bijvoorbeeld panne). Mogelijk gevolg: geoxideerde
koelmiddelolie, kalkresten en andere nadelige effecten.
Identiek aan of donkerder dan Moeten de oude leidingen
de omcirkelde kleur op de
worden schoongemaakt of
referentiekaart
nieuwe leidingen worden
aangelegd.
▪ Wanneer de binnen­ en buitenunits gedurende lange tijd van de
leidingen waren losgekoppeld. Mogelijk gevolg: water en vuil in
de leidingen.
Lichter dan de omcirkelde
kleur op de referentiekaart
Kunt u de leidingen
hergebruiken zonder ze te
reinigen.
▪ Wanneer de koperen leiding is aangetast.
5.3.2
Hergebruik toegestaan
In andere gevallen dan hiervoor vermeld mogen oude leidingen
worden hergebruikt, maar houd rekening met de volgende punten:
Item
Diameter leidingen
Materiaal leidingen
Leidinglengte en
hoogteverschil
Leidingisolatie
INFORMATIE
Lees tevens de voorzorgsmaatregelen en vereisten in
hoofdstuk “Algemene veiligheidsmaatregelen”.
Beschrijving
Moet voldoen aan de vereisten. Zie
"5.3.2 Vereisten voor de
koelmiddelleidingen" op pagina 9.
Let op de volgende punten wanneer meerdere binnenunits op de
buitenunit worden aangesloten:
Koelmiddelaftakset
Te vervangen indien beschadigd.
Moet voldoen aan de vereisten. Zie
"5.3.3 De koelleidingen isoleren" op pagina
12.
Flareverbindingen
Vereisten voor de koelmiddelleidingen
Mogen niet worden hergebruikt. Maak
nieuwe verbindingen om lekken te
voorkomen. Zie "6.4.3 Richtlijnen bij het
aansluiten van koelmiddelleidingen" op
pagina 15 en "6.4.5 Het uiteinde van een
buis verbreden" op pagina 15.
Gelaste verbindingen
Controleer op gaslekken.
Leidingen
schoonmaken
Als aan de volgende voorwaarden is
voldaan, moeten de leidingen niet worden
schoongemaakt. Anders moeten de
leidingen worden schoongemaakt of
moeten nieuwe leidingen worden
aangelegd.
Eén of meerdere koelmiddelaftaksets zijn
vereist. Zie "4.3.1 Mogelijke opties voor de
buitenunit" op pagina 7.
Leiding naar omhoog Leidingen naar omhoog en naar omlaag zijn
en naar omlaag
alleen toegelaten bij de hoofdleiding (L1).
Afgetakte leidingen
▪ Installeer de aftakleidingen horizontaal
(met een maximale helling van 15°) of
verticaal.
▪ Houd de afgetakte leidingen naar de
binnenunits zo kort mogelijk.
▪ Probeer de lengte van de afgetakte
leidingen naar de binnenunits gelijk te
houden.
Voorwaarden:
▪ De totale leidinglengte in één richting is
<50 m. Dit betekent:
▪ Paar: L1<50 m
▪ Tweevoudig L1+L2<50 m
en drievoudig:
▪ Dubbel tweevoudig: L1+L2+L4<50 m
▪ Het oude systeem is correct afgepompt.
Dit betekent:
▪ De unit heeft 30 minuten zonder
onderbreking in de koelstand gedraaid.
▪ Systeem afgepompt.
▪ Oude units verwijderd.
▪ Leidingen zijn niet verontreinigd (zie
hieronder).
RZQG71~140L_V1+Y1 + RZQSG100~140L_V1+Y1
Split­systeem airconditioners
4P385522­1 – 2014.08
Uitgebreide handleiding voor de installateur
9
5 Voorbereiding
L1 (paar, tweevoudig, drievoudig, dubbel tweevoudig):
Definities: L1~L7, H1, H2
Model
Tweevoudig(a)
Paar(a)
Nieuw(a)/
(b)
L1
Oud
L1
Drievoudig(a)
(a)
(b)
L6
H1
L4
L5
H2
H2
L2
L1
L3
Ø6,4 mm
Ø12,7 mm
Standaard
Ø9,5 mm
Ø15,9 mm
Vergroot
Ø12,7 mm
—
Verkleind
Ø6,4 mm
—
Ø9,5 mm
Ø15,9 mm
Ø12,7 mm
Ø19,1 mm
RZQSG100~140 Standaard
Vergroot
L4
L3
H1
RZQG100~140
Dubbel tweevoudig(a)
L2
Verkleind
H2
RZQG71
L3
H1
H1
L2
L7
L1
L1 gasleiding
vloeistofleiding
Nieuwe leidingen moeten dezelfde diameter hebben als
de aansluitingen op de buitenunits (d.w.z. standaard
diameters voor vloeistof­ en gasleidingen).
Wanneer u oude leidingen hergebruikt, mogen grotere
of kleinere diameters worden gebruikt, maar in dat geval
kan de capaciteit afnemen, en gelden strengere vereisten
inzake de leidinglengte. Beoordeel deze beperkingen t.o.v.
de volledige installatie.
L1
(a)
L1
L2~L7
H1
H2
Ga ervan uit dat de langste lijn in de afbeelding
overeenkomt met de langste leiding, en de hoogste unit in
de afbeelding met de hoogste unit.
Hoofdleiding
Afgetakte leiding
Hoogteverschil tussen de hoogste binnenunit en de
buitenunit
Hoogteverschil tussen de hoogste en de laagste binnenunit
Koelmiddelaftakset
Materiaal koelmiddelleidingen
▪ Materiaal leidingen: Met fosforzuur gedeoxideerd naadloos
koper.
▪ Hardingsgraad en dikte leidingen:
Buitendiameter
(Ø)
6,4 mm (1/4")
Dikte (t)(a)
Hardingsgraad
Gegloeid
≥0,8 mm
15,9 mm (5/8")
Gegloeid
≥1,0 mm
19,1 mm (3/4")
Halfhard
Ø
9,5 mm (3/8")
t
12,7 mm (1/2")
(a)
Afhankelijk van de toepasselijke wetgeving en de
maximum bedrijfsdruk van de unit (zie "PS High" op het
naamplaatje van de unit), zijn mogelijk dikkere leidingen
vereist.
▪ Flareverbindingen: Gebruik alleen gegloeide leidingen.
Diameter koelmiddelleidingen
De diameter van de koelmiddelleiding moet voldoen aan de
volgende punten:
Leiding
Diameter
L1 (paar, tweevoudig, drievoudig, Zie hieronder.
dubbel tweevoudig)
L2,L3 (tweevoudig)
L4~L7 (dubbel tweevoudig)
Gebruik dezelfde diameters als
die van de aansluitingen
(vloeistof, gas) op de
binnenunits.
L2,L3 (dubbel tweevoudig)
Vloeistofleiding: Ø9,5 mm
L2~L4 (drievoudig)
Gasleiding: Ø15,9 mm
Uitgebreide handleiding voor de installateur
10
RZQG71~140L_V1+Y1 + RZQSG100~140L_V1+Y1
Split­systeem airconditioners
4P385522­1 – 2014.08
5 Voorbereiding
Lengte koelmiddelleiding en hoogteverschil
De leidinglengten en hoogteverschillen moeten voldoen aan de volgende vereisten:
Vereiste
Limiet
RZQG
71
1 Minimale totale
leidinglengte in één
richting
RZQSG
100
125+140
100
125+140
3 m(a)
5 m
10 m (10 m)(b)
10 m (10 m)(b)
Paar: Limiet≤L1
Tweevoudig: Limiet≤L1+L3
Drievoudig: Limiet≤L1+L4
Dubbel tweevoudig: Limiet≤L1+L3+L7
2 Maximale totale
leidinglengte in één
richting
Paar: L1≤Limiet
Ø verkleind
Ø standaard
Ø vergroot
Tweevoudig en drievoudig:
L1+L2≤Limiet
Dubbel tweevoudig:
L1+L2+L4≤Limiet
3 Maximaal toegestane
leidinglengte
50 m (70 m)(b)
75 m (90 m)(b)
50 m (70 m)(b)
(b)
(b)
25 m (35 m)(b)
25 m (35 m)
Ø verkleind
35 m (45 m)
10 m (15 m)
50 m (70 m)(b)
75 m (90 m)(b)
50 m (70 m)(b)
Ø vergroot
25 m (35 m)(b)
35 m (45 m)(b)
25 m (35 m)(b)
—
Tweevoudig: L1+L2+L3≤Limiet
75 m
50 m
—
75 m
50 m
Dubbel tweevoudig: L1+L2+L3+L4+L5+L6+L7≤Limiet
5 Maximaal verschil
tussen aftaklengten
Paar: Nvt
—
60 m
Drievoudig: L1+L2+L3+L4≤Limiet
Paar: Nvt
10 m (10 m)(b)
Ø standaard
Paar: Nvt
4 Maximale lengte
aftakleiding
(b)
—
75 m
—
50 m
20 m
20 m
—
—
Tweevoudig en drievoudig: L2≤Limiet
Dubbel tweevoudig: L2+L4≤Limiet
Tweevoudig: L2–L3≤Limiet
10 m
Drievoudig: L2–L4≤Limiet
—
Dubbel tweevoudig:
10 m
10 m
—
10 m
10 m
—
10 m
▪ L2–L3≤Limiet
▪ L4–L5≤Limiet
▪ L6–L7≤Limiet
▪ (L2+L4)–(L3+L7)≤Limiet
6 Maximaal
Paar, tweevoudig, drievoudig, dubbel tweevoudig:
hoogteverschil tussen H1≤Limiet
binnen­ en buitenunits
30 m
30 m
7 Maximaal
Paar: Nvt
hoogteverschil tussen
Tweevoudig, drievoudig en dubbele tweevoudig:
binnenunits
H2≤Limiet
0,5 m
0,5 m
(a)
(b)
Bij een leidinglengte <5 m moet de unit volledig hervuld worden.
Het getal tussen haakjes geeft de overeenkomstige lengte aan.
Voorbeeld
Als de systeemlay­out als volgt is…
Dan zijn de vereisten…
▪ RZQG125
1
3 m≤L1+L4
▪ Drievoudig:
2
L1+L2≤75 m (90 m)
3
L1+L2+L3+L4≤75 m
4
L2≤20 m
5
L2–L4≤10 m
6
H1≤30 m
7
H2≤0,5 m
H1
L3
H2
L2
L4
L1
▪ Ø standaard
RZQG71~140L_V1+Y1 + RZQSG100~140L_V1+Y1
Split­systeem airconditioners
4P385522­1 – 2014.08
Uitgebreide handleiding voor de installateur
11
6 Installatie
5.3.3
De koelleidingen isoleren
6
Installatie
6.1
Overzicht: Installatie
▪ Neem polyethyleenschuim als isolatiemateriaal:
▪ met een warmteoverdrachtsfactor begrepen tussen 0,041 en
0,052 W/mK (0,035 en 0,045 kcal/mh°C)
In dit hoofdstuk wordt beschreven wat u ter plaatse moet doen en
weten om het systeem te installeren.
▪ bestand tegen minstens 120°C
▪ Isolatiedikte
Minimumdikte
Typische werkstroom
Omgevingstemperat
uur
Vochtigheid
≤30°C
75% tot 80% RV
15 mm
▪ De buitenunit monteren.
>30°C
≥80% RV
20 mm
▪ De binnenunits monteren.
Een typische installatie bestaat uit de volgende stappen:
▪ De koelmiddelleiding aansluiten.
5.4
De elektrische bedrading
voorbereiden
▪ De koelmiddelleiding controleren.
▪ Koelmiddel bijvullen.
▪ De elektrische bedrading aansluiten.
5.4.1
Over het voorbereiden van de elektrische
bedrading
▪ De installatie van de buitenunit voltooien.
▪ De installatie van de binnenunit voltooien.
INFORMATIE
INFORMATIE
Lees tevens de voorzorgsmaatregelen en vereisten in
hoofdstuk “Algemene veiligheidsmaatregelen”.
Voor de installatie van de binnenunit (binnenunit monteren,
koelmiddelleiding aansluiten op de binnenunit, elektrische
bedrading aansluiten op de binnenunit …), zie de
montagehandleiding van de binnenunit.
INFORMATIE
Lees ook "6.7.5 Specificaties van bedradingscomponenten" op pagina 23.
standaard
WAARSCHUWING
▪ Bij een ontbrekende of verkeerde N­fase in de voeding,
kan het systeem defect geraken.
▪ Sluit correct op de aarde aan. Aard de unit NIET via
een nutsleiding, een piekspanningsbeveiliging of de
aarding van de telefoon. Een onvolledige aarding kan
elektrische schokken veroorzaken.
▪ Plaats de vereiste zekeringen of stroomonderbrekers.
6.2
De units openen
6.2.1
Over het openen van de units
Soms moet u de unit openen. Voorbeeld:
▪ Bij het aansluiten van de koelmiddelleidingen
▪ Wanneer u de elektrische bedrading moet aansluiten
▪ Wanneer u onderhoudswerkzaamheden op de unit moet uitvoeren
GEVAAR: GEVAAR VOOR ELEKTROCUTIE
▪ Bevestig de elektrische bedrading met kabelbinders,
zodat de kabels NIET in contact komen met scherpe
randen of leidingen, vooral langs de hogedrukzijde.
▪ Gebruik GEEN draden met tape, geen gevlochten
geleiders, geen verlengkabels en geen aansluitingen
van een sterinstallatie. Deze kunnen zorgen voor
oververhitting of elektrische schokken of brand
veroorzaken.
Laat de unit NIET onbewaakt achter wanneer het
servicedeksel verwijderd is.
6.2.2
De buitenunit openen
▪ Installeer GEEN fasecompensatiecondensator, omdat
deze unit een inverter bevat. Een
fasecompensatiecondensator vermindert de prestaties
en kan ongevallen veroorzaken.
WAARSCHUWING
▪ Al de bedrading moet door een erkende elektricien
uitgevoerd worden en voldoen aan de geldende
wetgeving.
▪ Maak elektrische verbindingen op de bevestigde
bedrading.
2
1 1×
▪ Alle op de site geleverde componenten en alle
elektrische constructies dienen te voldoen aan de
geldende wetgeving.
WAARSCHUWING
Gebruik ALTIJD stroomtoevoerkabel.
een Uitgebreide handleiding voor de installateur
12
meeraderige kabel als
RZQG71~140L_V1+Y1 + RZQSG100~140L_V1+Y1
Split­systeem airconditioners
4P385522­1 – 2014.08
6 Installatie
6.3
6.3.1
De buitenunit monteren
OPMERKING
Over de montage van de buitenunit
Maak de buitenunit vast aan de ankerbouten met moeren
met plastic vulringen (a). Als de coating op het
bevestigingsdeel weg is, zullen de moeren sneller gaan
roesten.
Typische werkstroom
Een typische montage van de buitenunit bestaat uit de volgende
stappen:
1
2
3
4
5
De installatiestructuur voorzien.
De buitenunit installeren.
Afvoer voorzien.
Ervoor zorgen dat de buitenunit niet kan omvallen.
De unit beschermen tegen sneeuw en wind door een afdak
tegen de sneeuw en geleideplaten. Zie "De installatieplaats
voorbereiden" in "5 Voorbereiding" op pagina 7.
6.3.2
a
6.3.4
De buitenunit installeren
Voorzorgsmaatregelen bij de montage
van de buitenunit
4× M12
INFORMATIE
Lees tevens de voorzorgsmaatregelen en vereisten in de
volgende hoofdstukken:
▪ Algemene veiligheidsmaatregelen
▪ Voorbereiding
6.3.3
De installatiestructuur voorzien
6.3.5
Controleer de stevigheid en het vlak zijn van de grond waarop de
unit geïnstalleerd zal worden, zodat deze niet gaat trillen of lawaai
maken wanneer ze in bedrijf is.
Maak de unit stevig vast met ankerbouten zoals aangegeven op het
schema van de fundering.
Leg 4 sets met ankerbouten, moeren en vulringen klaar (lokaal te
voorzien):
Afvoer voorzien
▪ Controleer of het condenswater goed kan worden afgevoerd.
▪ Plaats de unit op een sokkel om een goede afvoer te hebben,
zodat ijs zich niet kan ophopen.
▪ Voorzie een waterafvoerkanaal rond de fundering om het
overtollig water rond de unit af te voeren.
▪ Vermijd dat het afgevoerd water over het voetpad vloeit om ervoor
te zorgen dan het voetpad niet glad wordt bij vriestemperaturen.
▪ Indien u de unit op een frame installeert, plaats dan een
waterdichte plaat op maximum 150 mm van de onderkant van de
unit om te verhinderen dat water in de unit kan binnendringen en
afgevoerd water zou druppelen (zie volgende afbeelding).
4× M12
0
INFORMATIE
62
0
Indien nodig kunt u een afvoerblindpropkit (lokaal te
voorzien) gebruiken om druppelend afvoerwater te
voorkomen.
>150
)
55
-3
45
(3
35
(mm)
a
a
Blokkeer de afvoeropeningen niet af.
INFORMATIE
OPMERKING
Als de afvoeropeningen van de buitenunit geblokkeerd
worden door een installatiebasis of het oppervlak van de
vloer, moet u de unit hoger plaatsen zodat er een vrije
ruimte van meer dan 150 mm onder de buitenunit ontstaat.
≥150 mm
20
De aanbevolen hoogte van het bovenste uitstekend deel
van de bouten bedraagt 20 mm.
RZQG71~140L_V1+Y1 + RZQSG100~140L_V1+Y1
Split­systeem airconditioners
4P385522­1 – 2014.08
Uitgebreide handleiding voor de installateur
13
6 Installatie
Afvoeropeningen (afmetingen in mm)
▪ Houd rekening met de richtlijnen voor:
A
160
▪ Buigen van leidingen
620
▪ Leidinguiteinden optrompen
160
(345~355)
▪ Soldeersel
▪ Gebruik van de afsluiters
B
260
161
279
285
B
36
61
262
416
595
A
B
C
D
E
6.4.2
C
D
E
Voorzorgsmaatregelen bij het aansluiten
van koelmiddelleidingen
INFORMATIE
Lees tevens de voorzorgsmaatregelen en vereisten in de
volgende hoofdstukken:
Uitblaaszijde
Afstand tussen ankerpunten
Onderkant frame
Afvoeropeningen
Uitbreekopening voor sneeuw
▪ Algemene veiligheidsmaatregelen
▪ Voorbereiding
Sneeuw
GEVAAR: RISICO OM ZICH TE VERBRANDEN
In koude streken kan er zich sneeuw ophopen en bevriezen tussen
de warmtewisselaar en de buitenste plaat. Hierdoor kan de unit
minder efficiënt werken. Om dit te voorkomen:
VOORZICHTIG
1
Boor (a, 4×) en open de uitbreekopening (b).
4× Ø6 mm
b
2
a b
Verwijder de bramen en breng reparatieverf aan op de randen
en de delen rond de randen om roestvorming te voorkomen.
6.3.6
Ervoor zorgen dat de buitenunit niet kan
omvallen
▪ Gebruik GEEN minerale olie op het verbreed uiteinde
van de koelmiddelleiding.
▪ Installeer NOOIT een droger op deze R410A­unit opdat
zijn levensduur gewaarborgd kan blijven. Het
droogmateriaal kan oplossen en het systeem
beschadigen.
OPMERKING
Houd rekening met de volgende voorzorgen met
betrekking tot de koelmiddelleiding:
▪ Zorg ervoor dat nooit ander koelmiddel dan het
aangewezen koelmiddel in de koelmiddelcyclus
vermengd wordt (bijv. lucht).
Wanneer de unit staat waar hevige windstoten de unit kunnen doen
overhellen, neem dan de volgende maatregelen:
▪ Gebruik enkel R410A wanneer u koelmiddel moet
bijvullen.
Sluit de kabels (lokaal te voorzien) als volgt aan:
▪ Gebruik uitsluitend installatiegereedschap (bijv.
manometers voor het verdeelstuk) dat enkel en alleen
voor R410A­installaties bedoeld is, zodat het de druk
kan weerstaan en er geen vreemde stoffen (zoals
minerale oliën en vocht) in het systeem terecht kunnen
komen.
4×
▪ De leiding dient zo gemonteerd te worden dat haar
verbreed uiteinde NIET aan mechanische spanningen
onderhevig is.
▪ Bescherm de leiding zoals beschreven in de volgende
tabel om te vermijden dat vuil, vloeistof of stof in de
leiding terecht zou komen.
6.4
De koelmiddelleiding aansluiten
6.4.1
Over het aansluiten van de
koelmiddelleidingen
▪ Wees voorzichtig wanneer u koperbuizen doorheen
muren schuift (zie afbeelding hieronder).
Alvorens de koelmiddelleidingen aan te sluiten
Controleer of de buitenunit en binnenunit gemonteerd zijn.
Typische werkstroom
De koelmiddelleiding aansluiten betekent:
Unit
Buitenunit
▪ De koelmiddelleiding op de buitenunit aansluiten
▪ De koelmiddelleiding op de binnenunit aansluiten
▪ Olieafscheiders installeren
Binnenunit
Installatieperiode
Beveiligingsmethode
>1 maand
Knijp de leiding dicht
<1 maand
Knijp de leiding dicht of
plak ze af
Ongeacht de
tijdsduur
▪ De koelmiddelleiding isoleren
Uitgebreide handleiding voor de installateur
14
RZQG71~140L_V1+Y1 + RZQSG100~140L_V1+Y1
Split­systeem airconditioners
4P385522­1 – 2014.08
6 Installatie
INFORMATIE
Open de afsluiter van het koelmiddel NIET vooraleer de
koelmiddelleiding gecontroleerd te hebben. Wanneer u
koelmiddel moet bijvullen, wordt geadviseerd de afsluiter
van het koelmiddel te openen vooraleer bij te vullen.
6.4.3
Richtlijnen bij het aansluiten van
koelmiddelleidingen
a
b
a
b
Snijd exact af in rechte hoeken.
Verwijder de bramen.
3
Verwijder de getrompte moer van de afsluiter en zet de
getrompte moer op de buis.
4
Verbreed de buis. Verbreed exact op de plaats zoals getoond
op de volgende afbeelding.
Houd rekening met de volgende richtlijnen wanneer u buizen
aansluit:
A
▪ Bestrijk de binnenkant van de verbreding met etherolie of esterolie
wanneer u een voor verbrede uiteinden bedoelde moer aanhaalt.
Draai eerst 3 of 4 toeren met de hand vast vooraleer stevig vast te
draaien.
Normaal verbredingsgereedschap
Verbredingsgeree
dschap voor
R410A
(koppelingstype)
A
▪ Gebruik altijd twee sleutels tezamen om een voor verbrede
uiteinden bedoelde moer los te draaien.
▪ Gebruik altijd samen een moersleutel en een momentsleutel om
deze moer aan te halen wanneer u de leiding aansluit. Op die
manier zal de moer niet scheuren en lekken.
a
0~0,5 mm
5
b
c
d
6.4.6
Ø6,4
8,7~9,1
Ø9,5
33~39
12,8~13,2
Ø12,7
50~60
16,2~16,6
Ø15,9
63~75
19,3~19,7
Ø19,1
90~110
23,6~24,0
6.4.4
Flarevorm
(mm)
90°±2
45 ±
° 2
A
R=0.4~0.8
1,5~2,0 mm
De binnenkant van de verbreding mag geen barsten of
gebreken vertonen.
Het uiteinde van de buis moet gelijkmatig en volgens een
perfecte cirkel verbreed zijn.
Zorg ervoor dat de getrompte moer opgehoffen wordt.
Het uiteinde van een buis solderen
▪ Doorblazen met stikstof bij het hardsolderen voorkomt belangrijke
afzettingen van een geoxideerde filmlaag op de binnenkant van
de leiding. Deze filmlaag heeft een nadelige invloed op de
kleppen en compressoren in het koelsysteem en voorkomt een
goede werking.
▪ Stel de stikstofdruk met een drukreduceerklep in op 20 kPa (d.w.z.
net genoeg om te voelen op de huid).
a
b
c
d
e
Richtlijnen voor het buigen van leidingen
Gebruik een buisbuiger om bochten te maken. Alle buisbochten
moeten zo zacht mogelijk zijn (de bochtstraal moet 30~40 mm
bedragen of meer zelfs).
6.4.5
1,0~1,5 mm
De binnenunit en de buitenunit hebben flareverbindingen. Verbind
beide uiteinden zonder te solderen. Indien solderen nodig zou zijn,
houd dan rekening met het volgende:
Aanhaalmome Flareafmetinge
nt (N•m)
n (A) (mm)
15~17
(Imperial­type)
c
c
Leidingmaat
(mm)
(Ridgid­type)
b
a
Momentsleutel
Moersleutel
Leidingverbinding
Flaremoer
Vleugelmoertype
Controleer of de verbreding goed werd uitgevoerd.
a
b
a
b
c
d
Koppelingstype
Het uiteinde van een buis verbreden
VOORZICHTIG
▪ Een onvolledige verbreding kan lekken van koelgas
veroorzaken.
▪ Gebruik getrompte buizen NIET opnieuw. Gebruik
nieuwe getrompte buizen om ervoor te zorgen dat geen
koelgas kan lekken.
▪ Gebruik de getrompte moeren die bij de unit werden
meegeleverd. Andere getrompte moeren gebruiken
kunnen koelgaslekken veroorzaken.
1
Snijd de uiteinden van de buizen af met een buissnijder.
2
Verwijder de bramen en houd daarbij het afgesneden uiteinde
naar beneden, zodat er geen bramen in de buis terecht kunnen
komen.
RZQG71~140L_V1+Y1 + RZQSG100~140L_V1+Y1
Split­systeem airconditioners
4P385522­1 – 2014.08
f
a
b
c
d
e
f
f
Koelmiddelleiding
Te hardsolderen deel
Tape
Handbediende klep
Drukreduceerklep
Stikstof
▪ Gebruik GEEN anti­oxidanten bij het hardsolderen van
leidingverbindingen.
Door resten kunnen leidingen verstopt raken en kan uitrusting stuk
gaan.
▪ Gebruik GEEN vloeimiddel bij het hardsolderen van koper­op­
koper koelmiddelleidingen. Gebruik fosforkoper toevoegmetaal
(BCuP), waarbij geen vloeimiddel wordt vereist.
Vloeimiddel heeft een uitermate schadelijke invloed op
koelmiddelleidingsystemen. Zo zal een vloeimiddel op chloorbasis
corrosie van de leidingen veroorzaken, of als het fluor bevat, zal
het de koelmiddelolie aantasten.
Uitgebreide handleiding voor de installateur
15
6 Installatie
6.4.7
Gebruik van de afsluiter en servicepoort
Omgaan met de steeldop
Houd rekening met de volgende richtlijnen:
Omgaan met de afsluiter
Houd rekening met de volgende richtlijnen:
▪ De steeldop is afgedicht op de plaatsen die met een pijl zijn
aangeduid. Beschadig dit NIET.
▪ De afsluiters zijn standaard gesloten.
▪ De volgende afbeelding illustreert elk onderdeel nodig voor de
afsluiter.
a
▪ Zorg dat u na het werken met de afsluiter de steeldop goed
vastdraait.
b
a
b
c
d
c
▪ Zie de onderstaande tabel voor aanhaalmomenten.
d
▪ Controleer na het vastspannen van de steeldop of er geen
koelmiddel lekt.
Servicepoort en dop van de servicepoort
Klepsteel
Aansluiting voor buis te plaatse
Steeldop
Item
Aanhaalmoment (N∙m)
Steeldop, vloeistofzijde
13,5~16,5
▪ Houd beide afsluiters open tijdens de bewerking.
Steeldop, gaszijde
22,5~27,5
▪ Oefen NIET teveel kracht uit op de klepsteel. Anders kan de
behuizing van de afsluiter breken.
Dop van de servicepoort
11,5~13,9
▪ Open of sluit altijd de afsluiter eerste met een moersleutel en los
schroef dan de getrompte moer los of span deze aan met een
momentsleutel. Zet de moersleutel NIET op de steeldop, omdat dit
anders voor koelmiddellekken kan zorgen.
Omgaan met de servicedop
Houd rekening met de volgende richtlijnen:
▪ Gebruik altijd een vulslang met een klepdepressorpin, omdat de
servicepoort een Schrader­klep is.
▪ Als u met de servicepoort gedaan hebt, draai dan de dop van de
servicepoort goed vast. Zie de tabel in hoofdstuk "Omgaan met de
steeldop" op pagina 16 voor aanhaalmomenten.
a
b
a
b
Moersleutel
Momentsleutel
▪ Wanneer verwacht wordt dat de werkdruk laag zal zijn (tijdens het
koelen bij lage buitenluchttemperaturen, bijv.), sluit dan de
getrompte moer in de afsluiter op de gasleiding voldoende af met
een siliconendichting als maatregel tegen het bevriezen.
▪ Controleer na het vastdraaien van de dop van de servicepoort of
er koelmiddel lekt.
6.4.8
1
Koelmiddelleiding op buitenunit
aansluiten
Doe het volgende:
▪ Verwijder het servicedeksel (a) met schroef (b).
▪ Verwijder de inlaatplaat van de leidingen (c) met schroef (d).
a
Siliconendichting, zorg ervoor dat er geen openingen zijn.
De afsluiter openen/sluiten
1
Verwijder het deksel van de afsluiter.
2
Steek een zeskantsleutel (vloeistofzijde: 4 mm, gaszijde: 6 mm)
in de klepsteel en draai de klepsteel:
b
d
2
c
Kies de richting langs waar u de leiding wilt leggen (a, b, c of d).
d
a
Linksom om te openen.
Rechtsom om te sluiten.
3
Als de klepsteel niet verder kan worden gedraaid, stop dan met
draaien. De afsluiter is nu open/gesloten.
Uitgebreide handleiding voor de installateur
16
3
b
c
Als u de leiding langs onder wilt leggen:
▪ Boor (a, 4×) en open de uitbreekopening (b).
▪ Snijd de gleuven (c) uit met een metaalzaag.
RZQG71~140L_V1+Y1 + RZQSG100~140L_V1+Y1
Split­systeem airconditioners
4P385522­1 – 2014.08
6 Installatie
4× Ø6 mm
a
b
OPMERKING
Voorzorgsmaatregelen uitbreekopeningen:
bij het uitslaan van de
▪ Let op dat u de behuizing niet beschadigt.
c
4
▪ Na het uitslaan van de uitbreekopeningen, verwijdert u
best de bramen en brengt u reparatieverf aan op de
randen en de delen rond de randen om roestvorming te
voorkomen.
c
Doe het volgende:
▪ Omwikkel de elektrische bedrading met beschermtape
om beschadiging bij het doorvoeren door de
uitbreekopeningen te voorkomen.
▪ Sluit de vloeistofleiding (a) aan op de vloeistofafsluiter.
▪ Sluit de gasleiding (b) aan op de gasafsluiter.
b
a
5
Doe het volgende:
a
▪ Isoleer de vloeistofleiding (a) en de gasleiding (b).
▪ Draai thermische isolatie rond de bochten en sluit af met
plastic tape (c).
▪ Zorg ervoor dat de lokale leidingen niet in contact komen
met componenten van de compressor (d).
▪ Dicht de uiteinden van de isolatie af (afdichtmiddel, enz.) (e).
c
Uitbreekopening
Braam
Afdichting, enz.
OPMERKING
Vergeet niet om na de installatie van de koelmiddelleiding
en het vacuümdrogen de afsluiters te openen. Wanneer u
het systeem probeert te gebruiken met gesloten afsluiters
kan de compressor schade oplopen.
f
d
b
a
b
c
e
6.4.9
a
Olie die terugstroomt naar de compressor van de buitenunit kan
vloeistofcompressie of een slechte olieterugvoer veroorzaken.
Olieafscheiders in de stijggasleiding kunnen dit voorkomen.
b
Bepalen of er olieafscheiders nodig zijn
Als
c
6
De binnenunit hoger dan
de buitenunit staat
Dan
Installeer om de 10 m (hoogteverschil)
een olieafscheider.
a
Als de buitenunit hoger dan de binnenunit staat, bedek de
afsluiters (f, zie hierboven) dan met een afdichtmiddel om te
voorkomen dat er condenswater van de afsluiters in de
binnenunit terechtkomt.
OPMERKING
Blote leidingen kunnen condensatie veroorzaken.
7
Monteer het servicedeksel en de inlaatplaat van de leidingen.
8
Dicht alle openingen af (voorbeeld: a) om te voorkomen dat er
sneeuw of kleine dieren in het systeem terechtkomen.
b
10 m
a Stijggasleiding met olieafscheider
b Vloeistofleiding
De buitenunit hoger dan
de binnenunit staat
Zijn GEEN olieafscheiders vereist.
a
WAARSCHUWING
Neem de gepaste maatregelen om te voorkomen dat
kleine dieren kunnen gaan nestelen in de unit. Kleine
dieren die in contact komen met elektrische onderdelen
kunnen storingen, rook of brand veroorzaken.
RZQG71~140L_V1+Y1 + RZQSG100~140L_V1+Y1
Split­systeem airconditioners
4P385522­1 – 2014.08
Uitgebreide handleiding voor de installateur
17
6 Installatie
6.5
De koelmiddelleiding controleren
6.5.1
Over het controleren van de
koelmiddelleidingen
De interne koelmiddelleiding van de buitenunit is in de fabriek getest
op lekken. U moet alleen nog maar de externe koelmiddelleiding
van de buitenunit controleren.
6.5.3
A
c
R410A
b
Controleer of de koelmiddelleiding is aangesloten tussen de
buitenunit en de binnenunit.
Een typische controle van de koelmiddelleiding bestaat uit de
volgende stappen:
1
2
B
e
f
c
i
R410A
g
b
d
A
B
a
b
c
d
e
f
g
h
i
Als de koelmiddelleiding vocht kan bevatten (bijvoorbeeld
regenwater in de leiding), moet u eerst vacuümdrogen zoals
hieronder beschreven tot alle vocht is verwijderd.
Voorzorgsmaatregelen bij het controleren
van koelmiddelleidingen
INFORMATIE
Lees tevens de voorzorgsmaatregelen en vereisten in de
volgende hoofdstukken:
d
a
De koelmiddelleiding controleren op lekken.
Alle vocht, lucht of stikstof uit de koelmiddelleiding verwijderen
door middel van vacuümdrogen.
6.5.2
f
a
Alvorens de koelmiddelleiding te controleren
Typische werkstroom
Koelmiddelleiding controleren: Opstelling
6.5.4
e
h
Opstelling in het geval van paar
Opstelling in het geval van tweevoudig
Manometer
Stikstof
Koelmiddel
Weegapparaat
Vacuümpomp
Afsluiter
Hoofdleiding
Koelmiddelaftakset
Afgetakte leiding
Op lekkages controleren
▪ Algemene veiligheidsmaatregelen
OPMERKING
▪ Voorbereiding
Overschrijd de maximum bedrijfsdruk van de unit NIET (zie
"PS High" op het naamplaatje van de unit).
OPMERKING
OPMERKING
Gebruik een 2­trapsvacuümpomp met een terugslagklep
die tot een meterdruk van – 100,7 kPa (5 Torr absoluut)
kan evacueren. Zorg ervoor dat de olie in de pomp niet in
het systeem terugstroomt wanneer de pomp niet draait.
Gebruik een aanbevolen bellentestoplossing van bij uw
groothandelaar. Gebruik geen zeepsop, aangezien dit de
flaremoer kan doen barsten (zeepsop kan zout bevatten,
en dit absorbeert vocht, dat kan bevriezen wanneer de
leiding koud wordt), en/of corrosie van de
flareverbindingen kan veroorzaken (zeepsop kan ammonia
bevatten, wat een corrosief effect veroorzaakt tussen de
messing flaremoer en de koperen flare).
OPMERKING
Gebruik deze vacuümpomp enkel en alleen voor R410A.
Dezelfde pomp voor andere koelmiddelen gebruiken kan
de pomp en de unit beschadigen.
1
Vul het systeem met stikstofgas tot op een manometerdruk van
minstens 200 kPa (2 bar). Het is aanbevolen de druk tot
3000 kPa (30 bar) te verhogen om kleine lekken te vinden.
2
Test op lekkages door de bubbeltestoplossing op alle
verbindingen aan te brengen.
3
Verwijder alle stikstofgas.
OPMERKING
▪ Sluit de vacuümpomp aan op zowel de servicepoort
van de gasafsluiter als de servicepoort van de
vloeistofafsluiter voor een betere efficiëntie.
▪ Zorg ervoor dat de gasafsluiter en vloeistofafsluiter
goed gesloten zijn alvorens over te gaan tot de lektest
of het vacuümdrogen.
INFORMATIE
Na het openen van de afsluiter is het mogelijk dat de druk
in de koelmiddelleidingen NIET toeneemt. De reden
hiervan kan bijv. zijn dat de expansieklep in het circuit van
de buitenunit gesloten is, maar dit vormt GEEN enkel
probleem voor de goede werking van de unit.
Uitgebreide handleiding voor de installateur
18
RZQG71~140L_V1+Y1 + RZQSG100~140L_V1+Y1
Split­systeem airconditioners
4P385522­1 – 2014.08
6 Installatie
6.5.5
Volledig opnieuw vullen met koelmiddel
Vacuümdrogen
1
Vacumeer het systeem tot de druk op het verdeelstuk –0,1 MPa
(–1 bar) aangeeft.
2
Wacht 4­5 minuten en controleer de druk:
Controleer of de volgende voorwaarden zijn vervuld alvorens
volledig opnieuw te vullen met koelmiddel:
1 Het systeem is afgepompt.
Indien de druk…
Dan…
Niet verandert
Er zit geen vocht in het
systeem. Deze procedure is
voltooid.
Stijgt
Er zit vocht in het systeem. Ga
verder met de volgende stap.
2 De externe koelmiddelleiding van de buitenunit is gecontroleerd
(lektest, vacuümdrogen).
3 Vacuümdrogen is uitgevoerd op de interne koelmiddelleiding
van de buitenunit.
OPMERKING
3
Loos gedurende minstens 2 uur tot een druk in het verdeelstuk
van –0,1 MPa (–1 bar).
4
Schakel de pomp UIT en controleer de druk gedurende
minstens 1 uur.
Alvorens volledig opnieuw te vullen, vacuümdroog ook de
interne koelmiddelleiding van de buitenunit. Gebruik
hiervoor de interne servicepoort van de buitenunit (tussen
de warmtewisselaar en de 4­wegsklep). Gebruik NIET de
servicepoorten van de afsluiters, aangezien vacuümdrogen
niet goed kan worden uitgevoerd via deze poorten.
5
Indien u het beoogd vacuüm NIET kunt bereiken of het vacuüm
NIET gedurende 1 uur kunt bewaren, doe dan het volgende:
WAARSCHUWING
▪ Controleer opnieuw op lekkages.
▪ Vacuümdroog opnieuw.
OPMERKING
Vergeet niet om na de installatie van de koelmiddelleiding
en het vacuümdrogen de afsluiters te openen. Wanneer u
het systeem probeert te gebruiken met gesloten afsluiters
kan de compressor schade oplopen.
6.6
Koelmiddel bijvullen
6.6.1
Over koelmiddel bijvullen
Sommige delen van het koelmiddelcircuit kunnen van
andere delen worden afgesloten door componenten met
een specifieke functie (bijv. kleppen). Daarom is het
koelmiddelcircuit uitgerust met bijkomende servicepoorten
voor vacumeren, drukontlasting of onder druk brengen van
het circuit.
Zorg ervoor dat alle druk uit de unit is verwijderd wanneer
moet worden gesoldeerd aan de unit. De interne druk
moet worden ontlast met ALLE hieronder afgebeelde
servicepoorten geopend. De plaats hangt af van het
modeltype.
De buitenunit is in de fabriek gevuld met koelmiddel, maar in
sommige gevallen kan het volgende vereist zijn:
Wat
Wanneer
Extra koelmiddel bijvullen
Wanneer de totale lengte van de
leiding de voorgeschreven lengte
overschrijdt (zie later).
Volledig opnieuw vullen met
koelmiddel
Voorbeeld:
▪ Wanneer het systeem wordt
verplaatst.
▪ Na een lek.
Alleen voor RZQG: Bij een leidinglengte <5 m moet de unit volledig
hervuld worden.
Extra koelmiddel bijvullen
De externe koelmiddelleiding van de buitenunit moet worden
gecontroleerd (lektest, vacuümdrogen) alvorens extra koelmiddel bij
te vullen.
INFORMATIE
Afhankelijk van de units en/of de omstandigheden van de
installatie, moet de elektrische bedrading aangesloten zijn
alvorens u koelmiddel kunt bijvullen.
Typische workflow – extra koelmiddel bijvullen bestaat doorgaans uit
de volgende stappen:
1 Bepalen of en hoeveel extra koelmiddel moet worden bijgevuld.
2 Indien nodig, extra koelmiddel bijvullen.
3 Het label voor gefluoreerde broeikasgassen invullen en
bevestigen op de binnenkant van de buitenkant.
RZQG71~140L_V1+Y1 + RZQSG100~140L_V1+Y1
Split­systeem airconditioners
4P385522­1 – 2014.08
Uitgebreide handleiding voor de installateur
19
6 Installatie
Typische workflow – volledig opnieuw vullen met koelmiddel bestaat
doorgaans uit de volgende stappen:
Plaats van servicepoorten:
RZQG71_V1 +
RZQSG100+125_V1
RZQG100~140_V1 +
RZQSG140_V1
1 Bij te vullen hoeveelheid koelmiddel bepalen.
2 Koelmiddel bijvullen.
3 Het label voor gefluoreerde broeikasgassen invullen en
bevestigen op de binnenkant van de buitenkant.
a
6.6.2
Voorzorgsmaatregelen bij het bijvullen
van koelmiddel
INFORMATIE
Lees tevens de voorzorgsmaatregelen en vereisten in de
volgende hoofdstukken:
▪ Algemene veiligheidsmaatregelen
a
▪ Voorbereiding
6.6.3
Definities: L1~L7, H1, H2
Tweevoudig(a)
Paar(a)
L1
L3
H1
H1
L2
H2
b
c
b
c
L1
RZQG71_Y1 +
RZQSG100+125_Y1
Drievoudig(a)
Dubbel tweevoudig(a)
L2
L4
H2
L2
L4
L1
L3
L7
L1
a
(a)
b
c
L5
L6
H1
a
H1
L3
H2
RZQG100~140_Y1 +
RZQSG140_Y1
L1
L2~L7
H1
b
c
H2
6.6.4
Ga ervan uit dat de langste lijn in de afbeelding
overeenkomt met de langste leiding, en de hoogste unit in
de afbeelding met de hoogste unit.
Hoofdleiding
Afgetakte leiding
Hoogteverschil tussen de hoogste binnenunit en de
buitenunit
Hoogteverschil tussen de hoogste en de laagste binnenunit
Koelmiddelaftakset
Bepalen hoeveel koelmiddel bijgevuld
moet worden
Bepalen of extra koelmiddel vereist is
Als
a
b
c
Interne servicepoort
Afsluiter met servicepoort (vloeistof)
Afsluiter met servicepoort (gas)
Dan
(L1+L2+L3+L4+L5+L6+L7)≤
lengte zonder bijvullen
U hoeft geen extra koelmiddel bij
te vullen.
Lengte zonder bijvullen=
▪ 10 m (verkleind)
▪ 30 m (standaard)
▪ 15 m (vergroot)
(L1+L2+L3+L4+L5+L6+L7)>
lengte zonder bijvullen
U moet extra koelmiddel
bijvullen.
Voor latere service omcirkelt u de
gekozen hoeveelheid in de
tabellen hieronder.
Uitgebreide handleiding voor de installateur
20
RZQG71~140L_V1+Y1 + RZQSG100~140L_V1+Y1
Split­systeem airconditioners
4P385522­1 – 2014.08
6 Installatie
Lay­out
INFORMATIE
De leidinglengte is de langste lengte van de vloeistofleiding
in één richting.
Hoeveelheid extra koelmiddel bepalen (R in kg) (in het geval
van paar)
L1 (standaard): 30~40 m 40~50 m 50~60 m
L1 (vergroot): 15~20 m 20~25 m 25~30 m
(a)
(a)
1,0 kg
60~75 m
(a)
30~35 m
(a)
1,5 kg
2 Geval: G1≤30 m (en G1+G2>30 m)
R1 R1=0,0 kg
RZQG125
R2 Lengte=G1+G2−30 m=5+54−30=
29 m
=> R2=0,9 kg
Bepaal G1 en G2.
Totale lengte van <x> vloeistofleiding
x=Ø12,7 mm (vergroot)
G2 (m)
3 R
6.6.5
Totale lengte van Ø6,4 mm vloeistofleiding
De hoeveelheid bepalen om opnieuw
volledig te vullen
De hoeveelheid bepalen om opnieuw volledig te vullen (kg) (in
het geval van een vloeistofleiding met een standaard maat)
Lengte (m)(a)
Model
Bepaal R1 en R2.
Als
R=R1+R2=0,0+0,9=0,9 kg
Alleen voor RZQG: Bij een leidinglengte <5 m moet de unit volledig
hervuld worden.
x=Ø9,5 mm (standaard)
5~10
Dan
2,4
2,9
3,4
3,9
—
—
3,0
3,5
4,0
4,5
5,0
5,5
6,0
RZQSG100+125
1,9
2,4
2,9
3,4
3,9
—
—
G1≤30 m
R1=0,0 kg.
RZQSG140
3,0
3,5
4,0
4,5
5,0
—
—
(en G1+G2>30 m)(a)
Bepaal R (lengte=G1+G2−30 m)(a)
aan de hand van de tabel
hieronder.
(a)
In het geval van vergrote leiding: Vervang 30 m door 15 m.
In het geval van vloeistofleiding met standaard maat:
20~30 m(a) 30~45 m(a)
0~10 m
10~20 m
R1:
0,5 kg
1,0 kg
1,5 kg
2,0 kg
R2:
0,3 kg
0,6 kg
0,9 kg
1,2 kg
In het geval van vergrote vloeistofleiding:
Lengte
R1, R2:
(a)
5~10 m
0,5 kg
1,0 kg
(a)
(b)
De hoeveelheid bepalen om opnieuw volledig te vullen (kg) (in
het geval van een vergrote vloeistofleiding)
Lengte (m)(a)
3~5
2,0 kg
Alleen voor RZQG100~140.
1,9
2,4
2,9
3,4
3,9
—
—
RZQG100~140
3,0
3,5
4,0
4,5
5,0
5,5
6,0
RZQSG100+125
—
2,4
2,9
3,4
3,9
—
—
RZQSG140
—
3,5
4,0
4,5
5,0
—
—
(a)
Lengte = L1 (paar); L1+L2 (tweevoudig, drievoudig);
L1+L2+L4 (dubbel tweevoudig)
De hoeveelheid bepalen om opnieuw volledig te vullen (kg) (in
het geval van een verkleinde vloeistofleiding)
Bepaal de hoeveelheid extra koelmiddel: R=R1+R2.
Lengte (m)(a)
Model
Voorbeelden
Lay­out
L2=7 m
(Ø6.4 mm)
L3=5 m
(Ø6.4 mm)
L1=35 m (Ø9.5 mm)
RZQG100
5~10 10~15 15~20 20~25 25~30 30~35
RZQG71
10~15 m(a) 15~20 m(a)
1,5 kg
Lengte = L1 (paar); L1+L2 (tweevoudig, drievoudig);
L1+L2+L4 (dubbel tweevoudig)
Voor RZQG: 3~10 m
Model
Lengte
0~5 m
1,9
10~20 20~30 30~40 40~50 50~60 60~75
RZQG100~140
(a)
RZQG71
(b)
Bepaal R1 (lengte=G1−30 m)(a) en
R2 (lengte=G2) aan de hand van
de tabel hieronder.
G1>30 m(a)
3
G2 Totaal Ø6,4 => G2=20+17+17=
54 m
Alleen voor RZQG100~140.
G1 (m)
2
1 G1 Totaal Ø9,5 => G1=5 m
2,0 kg
Hoeveelheid extra koelmiddel bepalen (R in kg) (in het geval
van tweevoudig, drievoudig en dubbel tweevoudig)
1
L3=17 m
(Ø6.4 mm)
L1=5 m (Ø9.5 mm)
(a)
0,5 kg
Geval: Drievoudig, vloeistofleiding standaard
maat
L4=17 m
(Ø6.4 mm)
L1 (m)
R:
Hoeveelheid extra koelmiddel (R)
L2=20 m
(Ø6.4 mm)
3~5
Hoeveelheid extra koelmiddel (R)
Geval: Tweevoudig, vloeistofleiding
standaard maat
1 G1 Totaal Ø9,5=> G1=35 m
1,9
1,9
RZQG100~140
3,0
3,0
RZQSG100+125
—
1,9
RZQSG140
—
3,0
G2 Totaal Ø6,4 => G2=7+5=12 m
(a)
2 Geval: G1>30 m
R1 Lengte=G1−30 m=5 m
5~10
RZQG71
6.6.6
Lengte = L1 (paar); L1+L2 (tweevoudig, drievoudig);
L1+L2+L4 (dubbel tweevoudig)
Koelmiddel bijvullen: Opstelling
=> R1=0,5 kg
R2 Lengte=G2=12 m
Zie "6.5.3 Koelmiddelleiding controleren: Opstelling" op pagina 18.
=> R2=0,6 kg
3 R
R=R1+R2=0,5+0,6=1,1 kg
RZQG71~140L_V1+Y1 + RZQSG100~140L_V1+Y1
Split­systeem airconditioners
4P385522­1 – 2014.08
Uitgebreide handleiding voor de installateur
21
6 Installatie
6.6.7
6.7.2
Koelmiddel toevoegen
WAARSCHUWING
▪ Gebruik uitsluitend R410A als koelmiddel. Andere
stoffen kunnen ontploffingen en ongelukken
veroorzaken.
▪ R410A bevat gefluoreerde broeikasgassen die onder
het Kyoto­protocol vallen. De waarde van zijn globaal
opwarmingspotentieel bedraagt 1975. Laat deze
gassen NIET vrij in de atmosfeer.
▪ Wanneer u koelmiddel bijvult, gebruik beschermhandschoenen en een veiligheidsbril.
altijd
VOORZICHTIG
Vul NIET meer koelmiddel bij dan de vermelde
hoeveelheid om te voorkomen dat de compressor
stukgaat.
Voorwaarde: Controleer of de koelmiddelleiding is aangesloten en
gecontroleerd (lektest en vacuümdrogen) alvorens koelmiddel bij te
vullen.
1
Sluit de fles met koelmiddel aan op zowel de servicepoort van
de gasafsluiter als de servicepoort van de vloeistofafsluiter.
2
Vul de nodige hoeveelheid koelmiddel bij.
3
Open de afsluiters.
Als het systeem moet worden afgepompt (wanneer het
gedemonteerd of verplaatst moet worden), zie "11.3 Afpompen" op
pagina 29 voor meer informatie.
6.6.8
1
De label voor fluorhoudende
broeikasgassen bevestigen
RZQ(S)G_V1 + RZQSG100+125_Y1
De apparatuur voldoet een de norm EN/IEC 61000­3­12 (Europese/
internationale technische norm die de grenzen vastlegt inzake
harmonische stromen geproduceerd door apparatuur aangesloten
op openbare laagspanningssystemen met een ingangsstroom >16 A
en ≤75 A per fase).
RZQG100~140_Y1 + RZQSG140_Y1
Apparatuur die voldoet aan:
▪ Deze apparatuur is conform met EN/IEC 61000­3­12 op
voorwaarde dat de systeemimpedantie Ssc groter dan of gelijk aan
Ssc is op het interfacepunt tussen de voeding van de gebruiker en
het openbare systeem.
▪ EN/IEC 61000­3­12 = Europese/internationale technische norm
die de grenzen vastlegt inzake harmonische stromen
geproduceerd door apparatuur aangesloten op openbare
laagspanningssystemen met een ingangsstroom >16 A en
≤75 A per fase.
▪ Het behoort tot de verantwoordelijkheid van de installateur of de
gebruiker van de apparatuur om ervoor te zorgen, indien nodig
in overleg met de distributienetwerkbeheerder, dat de
apparatuur alleen wordt aangesloten op een voeding met een
kortsluitvermogen Ssc dat groter dan of gelijk is aan de minimum
Ssc­waarde.
Model
Minimumwaarde van
Ssc
RZQG100~140_Y1 + RZQSG140_Y1
(a)
1170 kVA(a)
Dit is de meest strikte waarde. Voor specifieke
productgegevens, zie de databoeken.
Vul de label als volgt in:
6.7.3
a
b
c
a
b
c
2
Over het voldoen aan de normen inzake
elektriciteit
Koelmiddelvulling af fabriek: zie naamplaatje van de unit
Bijgevulde hoeveelheid koelmiddel
Totale hoeveelheid koelmiddel
Het ingevulde label moet aan de binnenkant van het product en
in de buurt van de vulpoort van het product worden
aangebracht (bijv. op de binnenkant van het servicedeksel).
6.7
De elektrische bedrading
aansluiten
6.7.1
Over het aansluiten van de elektrische
bedrading
Voorzorgsmaatregelen bij het aansluiten
van elektrische bedrading
INFORMATIE
Lees tevens de voorzorgsmaatregelen en vereisten in de
volgende hoofdstukken:
▪ Algemene veiligheidsmaatregelen
▪ Voorbereiding
GEVAAR: GEVAAR VOOR ELEKTROCUTIE
INFORMATIE
Zie "12.5 Bedradingsschema" op pagina 37 voor meer
informatie over de legende en de plaats waar het
bedradingsschema van de unit kan worden gevonden.
WAARSCHUWING
Gebruik ALTIJD stroomtoevoerkabel.
een meeraderige kabel als
Typische werkstroom
De elektrische bedrading aansluiten bestaat doorgaans uit de
volgende stappen:
1
Controleren of het voedingssysteem voldoet aan de elektrische
specificaties van de units.
2
3
4
De elektrische bedrading aansluiten op de buitenunit.
De elektrische bedrading aansluiten op de binnenunits.
De hoofdvoeding aansluiten.
Uitgebreide handleiding voor de installateur
22
VOORZICHTIG
Voorzie best een vertraging van 10 minuten voordat het
alarm afgaat wanneer de temperatuur wordt overschreden
als de units worden gebruikt voor toepassingen met
temperatuuralarminstellingen. De unit kan verscheidene
minuten stoppen tijdens de normale werking om "de unit te
ontdooien" of in de "thermostaat­stop"­werking.
RZQG71~140L_V1+Y1 + RZQSG100~140L_V1+Y1
Split­systeem airconditioners
4P385522­1 – 2014.08
6 Installatie
6.7.4
Richtlijnen bij het aansluiten van
elektrische bedrading
OPMERKING
Voorzorgsmaatregelen voedingskabels:
Denk aan de volgende punten:
het installeren van
▪ Sluit geen kabels met een verschillende dikte aan op
de voedingsklemmenstrook (loshangende
voedingskabels kunnen abnormaal warm worden).
▪ Indien gevlochten geleiders worden gebruikt, plaats een rond oog
op het uiteinde. Glijd het rond oog over de draad tot aan het
bekleed gedeelte en maak het oog vast met een geschikt
werktuig.
b
bij ▪ Ga bij het aansluiten van draden met eenzelfde dikte te
werk zoals hieronder afgebeeld.
a
a
b
Gevlochten geleider
Ronde krimpklem
▪ Gebruik voor de bedrading de aangegeven
stroomdraad en sluit hem stevig aan; maak dan vast
om druk van buitenuit op de klemmenstrook te
voorkomen.
▪ Gebruik de volgende methodes om de draden te verbinden:
Draadtype
Methode
cb
Eénaderige draad
A
▪ Draai de klemschroeven vast met een geschikte
schroevendraaier. Een schroevendraaier met een
kleine kop beschadigt de schroefkop en maakt degelijk
vastzetten onmogelijk.
AA´
A´
c
a
a
▪ Als klemschroeven te vast worden aangespannen,
dreigen ze te breken.
a Eenaderige draad met open lus
Aanhaalmomenten
b Schroef
Item
c Platte sluitring
cb
Gevlochten geleider
met rond oog
a
B
bc
B
a
Aanhaalmoment (N•m)
M4 (X1M)
1,2~1,8
M4 (aarding)
1,2~1,4
M5 (X1M)
2,0~3,0
M5 (aarding)
2,4~2,9
a Klem
b Schroef
c Platte sluitring
6.7.5
Specificaties van standaard bedradingscomponenten
Component
RZQG
RZQSG
V1
MCA(a)
Voedingskabel
Y1
125+140
71
100
125+140
100
125+140
100
125
140
20,6 A
32,0 A
33,5 A
14,0 A
21,0 A
22,5 A
32,0 A
33,5 A
17,7 A
19,2 A
22,5 A
Fase
230 V
400 V
1~
3N~
Frequentie
230 V
400 V
1~
3N~
50 Hz
Draaddikten
Moeten voldoen aan de toepasselijke wetgeving
Doorverbindingskabels
Minimum kabeldoorsnede van 2,5 mm² en geschikt voor 230 V
25 A
Aardlekschakelaar
(a)
Y1
100
Spanning
Aanbevolen lokale zekering
V1
71
40 A
16 A
25 A
40 A
20 A
25 A
Moeten voldoen aan de toepasselijke wetgeving
MCA=Minimum circuitampère. De opgegeven waarden zijn maximumwaarden (zie elektrische data van combinatie met binnenunits voor precieze
waarden).
RZQG71~140L_V1+Y1 + RZQSG100~140L_V1+Y1
Split­systeem airconditioners
4P385522­1 – 2014.08
Uitgebreide handleiding voor de installateur
23
6 Installatie
6.7.6
De elektrische bekabeling op de
buitenunit aansluiten
a
OPMERKING
▪ Volg het bedradingsschema (bij de unit geleverd, op de
binnenkant van het servicedeksel).
b
▪ Bevestig de aarding aan de bevestigingsplaat van de
afsluiter zodat hij niet kan verschuiven.
▪ Zorg ervoor dat de elektrische bedrading goed zit zodat
het servicedeksel nadien weer goed kan worden
aangebracht.
1
Verwijder het servicedeksel. Zie "6.2.2 De buitenunit
openen" op pagina 12.
2
Strip de isolatie (20 mm) van de draden af.
a
Y1
c
c
c
c
b
a
b
3
V1
Strip de draad tot aan dit punt
Als te veel draad wordt gestript, kan dit tot elektrische
schokken of lekkages leiden.
Sluit de doorverbindingskabels en de voeding als volgt aan:
V1
1~50 Hz
220-240 V
d
e
f
Y1
3N~50 Hz
380-415 V
L1 L2 L3
a
b
c
d
e
f
c
d
b
d
e
f
b
4
Maak de kabels (voedingskabel en doorverbindingskabel) met
een kabelbinder vast aan de bevestigingsplaat van de afsluiter.
5
Geleid de bedrading door het frame en sluit ze erop aan.
L1 L2 L3 N
a
Schakelkast
Bevestigingsplaat van de afsluiters
Aarde
Kabelbinder
Doorverbindingskabel
Voedingskabel
Door het frame
geleiden
Kies één van de 3 mogelijkheden:
3
a
e
a
a
1
b
a
2
b
a
b
a
a Voedingskabel
I, II, III, IV
M, S
a
b
c
d
e
Paar, tweeweg, drieweg, dubbel tweeweg
Master, slave
Doorverbindingskabels
Voedingskabel
Aardlekschakelaar
Zekering
Gebruikersinterface
Uitgebreide handleiding voor de installateur
24
b Doorverbindingskabel
RZQG71~140L_V1+Y1 + RZQSG100~140L_V1+Y1
Split­systeem airconditioners
4P385522­1 – 2014.08
6 Installatie
Aansluiten op het
frame
Voor kabels die uit de unit komen, kan een
beschermende mantelbuis worden
aangebracht in de uitbreekopening.
6.8.2
De buitenunit sluiten
OPMERKING
Bescherm de kabels met plastic buizen om
te voorkomen dat de rand van de
uitbreekopening in de kabels snijdt
wanneer u geen mantelbuis gebruikt.
Wanneer u het deksel van de buitenunit sluit, let op dat u
het aanhaalkoppel van 4,1 N•m NIET overtreft.
A B
a
bc
d
e
A Binnenkant van de buitenunit
1
B Buitenkant van de buitenunit
a Draad
b Bus
2 1×
c Moer
d Frame
6.8.3
e Slang
6
Breng het servicedeksel weer aan. Zie "6.8.2 De buitenunit
sluiten" op pagina 25.
7
Installeer een aardlekschakelaar en zekering op de
voedingsleiding.
6.8
De installatie van de buitenunit
voltooien
OPMERKING
Als zich na de installatie koelmiddel verzamelt in de
compressor, kan de isolatieweerstand over de polen
afnemen, maar de machine blijft werken zo lang deze
weerstand minstens 1 MΩ bedraagt.
▪ Meet de isolatie met een 500 V megger.
▪ Gebruik geen megger voor laagspanningscircuits.
1
6.8.1
1
Meet de isolatieweerstand over de polen.
De installatie van de buitenunit voltooien
Als
Isoleer en bevestig als volgt de koelmiddelleiding en de
doorverbindingskabel:
c
a
b
f
d
e
a
b
c
d
e
f
2
Isolatieweerstand van de compressor
controleren
Gasleiding
Isolatie gasleiding
Doorverbindingskabel
Vloeistofleiding
Isolatie vloeistofleiding
Afwerkkleefband
2
Dan
≥1 MΩ
Isolatieweerstand is OK. Deze procedure
is voltooid.
<1 MΩ
Isolatieweerstand is niet OK. Ga naar de
volgende stap.
Schakel de voeding IN en laat ze 6 uur aan.
Gevolg: De compressor warmt op en verdampt alle koelmiddel
in de compressor.
3
Meet de isolatieweerstand opnieuw.
Plaats het servicedeksel terug.
RZQG71~140L_V1+Y1 + RZQSG100~140L_V1+Y1
Split­systeem airconditioners
4P385522­1 – 2014.08
Uitgebreide handleiding voor de installateur
25
7 Inbedrijfstelling
7
Inbedrijfstelling
7.3
7.1
Overzicht: Inbedrijfstelling
Gebruik het systeem NIET voordat de volgende controles OK zijn:
De binnenunits zijn goed geïnstalleerd.
In dit hoofdstuk wordt beschreven wat u moet doen en wat u moet
weten om het systeem na de installatie in gebruik te stellen.
Bij gebruik van een draadloze gebruikersinterface: Het
sierpaneel van de binnenunit met infrarood ontvanger is
geïnstalleerd.
Typische werkstroom
Het in bedrijf stellen houdt typisch volgende stappen in:
1
2
7.2
Checklist vooraleer proef te
draaien
De buitenunit moet juist gemonteerd zijn.
De "Controlelijst voor het proefdraaien" controleren.
Het systeem testen.
De volgende lokale bedrading is uitgevoerd conform dit
document en de toepasselijke wetgeving:
Voorzorgsmaatregelen bij de
inbedrijfstelling
▪ Tussen het paneel van de lokale voeding en de
buitenunit
▪ Tussen de buitenunit en de binnenunit (master)
INFORMATIE
▪ Tussen de binnenunits
Gedurende de eerste bedrijfsperiode van de unit kan het
nodige opgenomen vermogen hoger zijn dan dat vermeld
op het typeplaatje van deze unit. Dit fenomeen wordt
veroorzaakt door de compressor, die een continue looptijd
van 50 uur nodig heeft voordat een vlotte werking en
stabiel stroomverbruik wordt gerealiseerd.
Er zijn GEEN ontbrekende fasen of omgekeerde fasen.
Het systeem is goed en op de juiste manier geaard en de
aardingsklemmen zijn goed aangehaald.
De zekeringen of de lokaal geplaatste
veiligheidsapparaten voldoen aan dit document en
werden niet overbrugd.
OPMERKING
Vooraleer het systeem te starten MOET de unit minstens
6 uur onder spanning staan. De carterverwarming moet de
olie van de compressor opwarmen om niet te weinig olie te
hebben en de compressor te beschadigen tijdens het
opstarten.
De voedingsspanning komt overeen met de spanning op
het identificatieplaatje van de unit.
Er zijn GEEN losse aansluitingen of verbindingen of
beschadigde elektrische onderdelen in de schakelkast.
De isolatieweerstand van de compressor is OK.
OPMERKING
Er zijn GEEN beschadigde onderdelen of buizen die
tegen de binnenkant van de binnen­ of buitenunit gedrukt
worden.
Laat de unit NOOIT werken zonder de thermistoren en/of
druksensoren/­schakelaars, want de compressor zou
anders vuur kunnen vatten.
Er zijn GEEN koelmiddellekkages.
OPMERKING
De juiste buismaten werden geplaatst en de leidingen
zijn goed en op de juiste manier geïsoleerd.
Laat de unit NIET werken als niet alle koelmiddelleidingen
aangesloten werden (anders zal de compressor
beschadigd worden en zelfs breken).
De afsluiters (gas en vloeistof) op de buitenunit staan
volledig open.
OPMERKING
Koelstand. Laat het systeem proefdraaien in de koelstand
om afsluiters die niet openen te detecteren. Zelfs als de
gebruikersinterface was ingesteld op verwarmen, werkt de
unit gedurende 2­3 minuten in de koelstand (terwijl het
verwarmingssymbool op de gebruikersinterface staat),
waarna zij automatisch overschakelt naar de
verwarmingsstand.
OPMERKING
Als u de unit niet kunt laten proefdraaien, zie
"7.5 Foutcodes bij het proefdraaien" op pagina 27.
7.4
Proefdraaien
Deze taak is alleen van toepassing bij gebruik van de
gebruikersinterface BRC1E52.
▪ Raadpleeg de montagehandleiding van de gebruikersinterface bij
gebruik van de BRC1E51.
▪ Raadpleeg de servicehandleiding van de gebruikersinterface bij
gebruik van de BRC1D.
OPMERKING
Onderbreek het proefdraaien niet.
WAARSCHUWING
Als de panelen van de binnenunits nog niet geïnstalleerd
zijn, moet u de voeding na het proefdraaien uitschakelen.
Schakel hiervoor het systeem UIT via de
gebruikersinterface. Leg de unit NIET stil met de
stroomonderbrekers.
Uitgebreide handleiding voor de installateur
26
INFORMATIE
Achtergrondverlichting. Om de unit IN/UIT te schakelen
met de gebruikersinterface, moet de achtergrondverlichting
niet branden. Voor alle andere acties moet ze wel
ingeschakeld zijn. De achtergrondverlichting brandt
±30 seconden wanneer u op een knop drukt.
RZQG71~140L_V1+Y1 + RZQSG100~140L_V1+Y1
Split­systeem airconditioners
4P385522­1 – 2014.08
7 Inbedrijfstelling
1
Voer de voorbereidende stappen uit.
#
Actie
3
#
Actie
1
Verwijder het steeldeksel en draai de klep met een
zeskantsleutel volledig linksom om de vloeistofafsluiter
(A) en de gasafsluiter (B) te openen.
Anders is het niet in orde.
4
A
Stop het proefdraaien.
#
2
Sluit het servicedeksel om elektrische schokken te
voorkomen.
3
Schakel de unit minstens 6 uur vóór gebruik IN; dit om
de compressor te beschermen.
4
Zet de unit in de koelstand op de gebruikersinterface.
Begin het proefdraaien.
#
1
Actie
3
Selecteer Test werking.
Selecteer Test werking.
Service instelling lokaal
Druk.
3
1/3
Instelling
Test werking wordt
weergegeven in het
thuismenu.
Druk binnen de
10 seconden.
7.5
Druk.
1/3
De unit werkt weer
normaal, en het thuismenu
wordt weergegeven.
Als de buitenunit NIET juist is geïnstalleerd, kunnen de volgende
foutcodes verschijnen op de gebruikersinterface:
Foutcode
Mogelijke oorzaak
Niets weergegeven
▪ Losse of verkeerde bedrading (tussen
voeding en buitenunit, tussen buitenunit
(de momenteel
en binnenunits, tussen binnenunit en
ingestelde temperatuur
gebruikersinterface).
wordt niet
weergegeven)
▪ De zekering op de printplaat van de
buitenunit is doorgebrand.
▪ De afsluiters zijn dicht.
▪ De luchtinlaat geblokkeerd.
Instelling
Instelling
Foutcodes bij het proefdraaien
E3, E4 of L8
Koelen
TestTerug
werking
Service instelling lokaal
Terug
Instellen
Koel 28°C
Het menu Service
instelling lokaal wordt
weergegeven.
Terug
5
2
Ga naar het thuismenu.
Druk minstens
4 seconden.
Resultaat
Het menu Service
instelling lokaal wordt
weergegeven.
Druk minstens
4 seconden.
Test werking
Contact Onderhoud
Lokale instellingen
Vraag
Minimaal verschil setpoint
Groepsadres
Test werking
Contact Onderhoud
Lokale instellingen
Vraag
Minimaal verschil setpoint
Groepsadres
4
Actie
1
Resultaat
Koelen
2
Het thuismenu wordt
weergegeven.
Druk.
B
5
2
Resultaat
Als de luchtstroomklep van
de binnenunit beweegt, is
het in orde.
Verander de stand.
E7
of luchtuitlaat is
Ontbrekende fase bij driefasige voedingen.
Opmerking: Het toestel kan niet worden
gebruikt. Schakel het toestel UIT,
controleer de bedrading opnieuw en
verwissel twee van de drie elektrische
draden.
Het proefdraaien begint.
L4
De luchtinlaat of luchtuitlaat is geblokkeerd.
3
Controleer de werking gedurende 3 minuten.
U0
De afsluiters zijn dicht.
4
Controleer de werking van de luchtstroomrichting.
U2
▪ Spanningsonbalans.
#
1
Actie
Druk.
Luchtdebiet/richting
Snelheid
Laag
Terug
Terug
2
Selecteer Positie 0.
▪ Ontbrekende fase bij driefasige
voedingen. Opmerking: Het toestel kan
niet worden gebruikt. Schakel het toestel
UIT, controleer de bedrading opnieuw en
verwissel twee van de drie elektrische
draden.
Resultaat
Richting
Positie 0
Instelling
U4 of UF
De aftakbedrading tussen de units is niet
juist.
UA
De buitenunit en binnenunit zijn niet
compatibel.
Luchtdebiet/richting
Snelheid
Laag
Terug
Terug
RZQG71~140L_V1+Y1 + RZQSG100~140L_V1+Y1
Split­systeem airconditioners
4P385522­1 – 2014.08
Richting
Positie 0
Instelling
Uitgebreide handleiding voor de installateur
27
8 Aan de gebruiker overhandigen
OPMERKING
9.3
Controleer minstens eens per jaar de volgende punten:
▪ De bescherming tegen omgekeerde polariteit dient om
het product uit te schakelen wanneer het zich bij het
opstarten ongewoon gedraagt.
De warmtewisselaar van de buitenunit kan verstopt raken door stof,
vuil, bladeren, enz. Er wordt geadviseerd de warmtewisselaar
jaarlijks te reinigen. Een verstopte warmtewisselaar kan de oorzaak
zijn van een te lage druk of een te hoge druk, met slechtere
prestaties als gevolg.
▪ Vervang twee van de drie fasen (L1, L2 en L3)
wanneer het beveiligingscircuit tegen omgekeerde
polariteit is geactiveerd.
▪ De warmtewisselaar van de buitenunit.
10
8
Controlelijst jaarlijks onderhoud
van de buitenunit
▪ De bescherming van dit product tegen omgekeerde
polariteit werkt alleen bij het opstarten van het product.
Eventuele omgekeerde polariteit wordt dus niet
gedetecteerd tijdens de normale werking van het
product.
storingen
Aan de gebruiker
overhandigen
Als het proefdraaien voltooid is en de unit goed en op de juiste
manier werkt, zorg ervoor dat de gebruiker de volgende zaken goed
begrijpt:
▪ Controleer of de gebruiker de papieren documentatie heeft en
vraag hem/haar deze bij te houden om deze later te kunnen
raadplegen. Informeer de gebruiker dat hij de volledige
documentatie kan vinden op de url zoals eerder beschreven in
deze handleiding.
▪ Leg aan de gebruiker uit hoe hij/zij het systeem op de juiste
manier moet bedienen en wat hij/zij moet doen wanneer zich een
probleem zou voordoen.
▪ Toon aan de gebruiker wat hij/zij moet doen om de unit te
onderhouden.
Opsporen en verhelpen van
10.1
Overzicht: Probleemoplossing
Ingeval van problemen:
▪ Zie "7.5 Foutcodes bij het proefdraaien" op pagina 27.
▪ Zie de servicehandleiding.
Alvorens storingen op te sporen en te verhelpen
Voer een grondige visuele controle uit van de unit en zoek naar voor
de hand liggende defecten, zoals losse aansluitingen of kapotte
bedrading.
10.2
Voorzorgsmaatregelen bij het
opsporen en verhelpen van
storingen
WAARSCHUWING
9
Onderhoud en service
OPMERKING
Onderhoud dient best jaarlijks uitgevoerd te worden door
een installateur of een serviceagent.
9.1
Overzicht: onderhoud en service
Dit hoofdstuk bevat informatie over:
▪ Jaarlijks onderhoud van de buitenunit
9.2
Voorzorgsmaatregelen inzake
onderhoud
▪ Controleer steeds of de spanning op de unit is
afgesloten vooraleer de schakelkast van de unit te
controleren. Schakel de respectievelijk
stroomonderbreker uit.
▪ Als een veiligheidstoestel geactiveerd werd, moet u de
unit uitschakelen en controleren waarom het
veiligheidstoestel werd geactiveerd vooraleer deze te
resetten. Overbrug NOOIT een veiligheidstoestel of
wijzig zijn waarde niet in een waarde verschillend van
de standaardinstelling. Indien u de oorzaak van het
probleem niet kunt vinden, neem dan contact op met
uw dealer.
GEVAAR: GEVAAR VOOR ELEKTROCUTIE
GEVAAR: GEVAAR VOOR ELEKTROCUTIE
WAARSCHUWING
GEVAAR: RISICO OM ZICH TE VERBRANDEN
Om gevaar als gevolg van het per ongeluk resetten van de
thermische beveiliging te voorkomen, mag dit toestel NIET
worden gevoed via een externe schakelinrichting zoals een
timer of zijn aangesloten op een circuit dat regelmatig IN­
en UITgeschakeld wordt door de voorziening.
OPMERKING: Risico van elektrostatische ontlading
GEVAAR: RISICO OM ZICH TE VERBRANDEN
Vooraleer met onderhouds­ of servicewerkzaamheden te
beginnen, raak een metalen onderdeel van de unit aan om
statische elektriciteit af te voeren en de printplaat te
beschermen.
Uitgebreide handleiding voor de installateur
28
RZQG71~140L_V1+Y1 + RZQSG100~140L_V1+Y1
Split­systeem airconditioners
4P385522­1 – 2014.08
11 Als afval verwijderen
11
Als afval verwijderen
11.1
Overzicht: Als afval verwijderen
Typische werkstroom
Het systeem als afval verwijderen bestaat doorgaans uit de
volgende stappen:
1
Het systeem afpompen.
2
Het systeem ontmantelen volgens de toepasselijke wetgeving.
3
Koelmiddel, olie en andere onderdelen behandelen volgens de
toepasselijke wetgeving.
INFORMATIE
Raadpleeg voor meer informatie de servicehandleiding.
11.2
Over afpompen
De unit is uitgerust met een automatische afpompfunctie die al het
koelmiddel uit het systeem naar de buitenunit kan sturen.
Voorbeeld: Om het milieu te beschermen moet u afpompen
wanneer u de unit verplaatst of als afval verwijdert.
OPMERKING
De buitenunit is uitgerust met een lagedrukschakelaar of
een lagedruksensor om de compressor te beschermen
door deze UIT te schakelen. Sluit de lagedrukschakelaar
NOOIT kort bij het afpompen.
11.3
Afpompen
1
Zet de hoofdschakelaar AAN.
2
Controleer of de vloeistofafsluiter en de gasafsluiter open staan.
3
Druk de afpomptoets (BS4) minstens 8 seconden in. BS4 vindt
u op de printplaat in de buitenunit (zie bedradingsschema).
Gevolg: De compressor en de ventilator van de buitenunit
starten automatisch, en de ventilator van de binnenunit start
misschien automatisch.
4
Draai de vloeistofafsluiter dicht ±2 minuten nadat de
compressor is beginnen draaien. Het systeem kan niet worden
afgepompt als deze afsluiter niet goed is dichtgedraaid terwijl
de compressor draait.
5
Sluit de gasafsluiter zodra de compressor stopt (na 2~5
minuten).
Gevolg: Het afpompen is beëindigd. Op de gebruikersinterface
kan " " staan en de pomp van de binnenunit kan nog verder
blijven draaien. Dit is echter GEEN storing. Ook wanneer u op
gebruikersinterface op de ON­knop drukt, begint de unit NIET te
werken. Om de unit te weer in te schakelen, zet de
hoofdschakelaar UIT en dan weer AAN.
6
Zet de hoofdschakelaar UIT.
OPMERKING
Vergeet niet beide afsluiters weer open te draaien voordat
u de unit weer inschakelt.
RZQG71~140L_V1+Y1 + RZQSG100~140L_V1+Y1
Split­systeem airconditioners
4P385522­1 – 2014.08
Uitgebreide handleiding voor de installateur
29
12 Technische gegevens
12
Technische gegevens
12.1
Overzicht: Technische gegevens
Dit hoofdstuk bevat informatie over:
• Afmetingen en ruimte voor service
• Onderdelen
• Leidingschema
• Bedradingsschema
• Technische specificaties
12.2
Afmetingen en ruimte voor service
12.2.1
Afmetingen: Buitenunit
RZQG71 + RZQSG100+125 (afmetingen in mm)
37
345
(340∼350)
30
160
620
30
37
320
160
52
i
91
c
940
32
d
b
a
g
g
f
990
f
e
95
53
223
95
331
337
55
52
13
67
71
16
6
36
19
99
16
e
80
58
h
19
145
142
84
19
53
89
53
28
88
95
60
55
e
40
32
191
a
b
c
d
e
f
g
h
i
179
3D076345
Aansluiting gasleiding (Ø15,9 flareverbinding)
Aansluiting vloeistofleiding (Ø9,5 flareverbinding)
Interne servicepoort (in de unit)
Aardingsaansluitklem M5 (in de schakelkast)
Inlaat koelmiddelleiding
Inlaat bedrading elektrische voeding (uitbreekopening Ø34)
Inlaat bedrading besturing (uitbreekopening Ø27)
Afvoeropening
Ankerpunt (bout 4× M12)
Uitgebreide handleiding voor de installateur
30
154
RZQG71~140L_V1+Y1 + RZQSG100~140L_V1+Y1
Split­systeem airconditioners
4P385522­1 – 2014.08
12 Technische gegevens
RZQG100~140 + RZQSG140 (afmetingen in mm)
320
37
30
160
30
620
345
(340∼350)
160
52
i
37
91
32
940
d
c
b
a
g
f
f
179
55
95
223
55
84
95
71
52
13
67
16
6
36
19
99
16
154
80
58
e
19
145
142
h
420
53
19
95
89
e
53
28
88
60
414
e
53
1430
g
40
32
191
a
b
c
d
e
f
g
h
i
3D076346
Aansluiting gasleiding (Ø15,9 flareverbinding)
Aansluiting vloeistofleiding (Ø9,5 flareverbinding)
Interne servicepoort (in de unit)
Aardingsaansluitklem M5 (in de schakelkast)
Inlaat koelmiddelleiding
Inlaat bedrading elektrische voeding (uitbreekopening Ø34)
Inlaat bedrading besturing (uitbreekopening Ø27)
Afvoeropening
Ankerpunt (bout 4× M12)
RZQG71~140L_V1+Y1 + RZQSG100~140L_V1+Y1
Split­systeem airconditioners
4P385522­1 – 2014.08
Uitgebreide handleiding voor de installateur
31
12 Technische gegevens
Serviceruimte: Buitenunit
12.2.2
Aanzuigzijde
In de afbeeldingen hieronder is de serviceruimte aan de aanzuigzijde gebaseerd op 35°C DB en de koelstand.
Voorzie meer ruimte in de volgende gevallen:
▪ Wanneer de temperatuur aan de aanzuigzijde deze waarde regelmatig overschrijdt.
▪ Wanneer verwacht wordt dat de warmtebelasting van de buitenunits de maximale bedrijfscapaciteit regelmatig
zal overschrijden.
Afvoerzijde
Houd rekening met de koelmiddelleidingen voor het plaatsen van de units. Als uw lay­out niet overeenstemt met
een van de lay­outs hieronder, neem dan contact op met uw dealer.
Eén unit | Eén rij units
Lay­out
Als
Hindernissen
B
Eén unit
eB
E
eD
e
HU
C
c
b
B
HB
d
a
b
≥100
≥100 ≥100 ≥100
eD
C
E
e
>100
HU
c
>100
B
b
HB
≥100
≥1000
≤500
A, B, C, E
—
≥150 ≥150 ≥150
≥1000
≤500
D
—
D, E
—
B, D
HB<HD
HD>HU
≥100
≥500
HB>HD
HD<HU
≥100
≥500
HB<HD
HB≤½HU
≥250
≥750 ≥1000 ≤500
½HU<HB≤HU
≥250
B, D, E
≥500
≥500 ≥1000 ≤500
HD≤½HU
≥100
≥1000 ≥1000
≤500
½HU<HD≤HU
≥200
≥1000 ≥1000
≤500
A,B,C,D
E
a,b,c,d,e
eB
eD
HU
HB,HD
Opmerking 1
Opmerking 2
HD
a
≥200 ≥300 ≥1000
A, B, C, E
—
≥200 ≥300 ≥1000
D
—
D, E
—
B, D
HB<HD
HD>HU
≥300
≥1000
HB>HD
HD≤½HU
≥250
≥1500
½HU<HD≤HU
≥300
≥1500
B, D, E
HB<HD
A
HB>HD
≥1000
≤500
≥1000
≥1000 ≥1000 ≤500
HB≤½HU
≥300
≥1000 ≥1000 ≤500
½HU<HB≤HU
≥300
≥1250 ≥1000 ≤500
HD≤½HU
(Opmer ½HU<HD≤HU
king 2) HD>HU
NIET toegelaten
≥250
≥300
≥1500 ≥1000
≤500
≥1500 ≥1000
≤500
NIET toegelaten
Hindernissen (muren/geleideplaten)
Hindernis (dak)
Minimum serviceruimte tussen de unit en hindernissen A, B, C, D en E
Maximum afstand tussen de unit en de rand van hindernis E, in de richting van hindernis B
Maximum afstand tussen de unit en de rand van hindernis E, in de richting van hindernis D
Hoogte van de unit
Hoogte van hindernis B en D
Dicht de onderkant van het installatieframe af om te voorkomen dat uitgeblazen lucht langs de onderkant van de unit terugstroomt naar de
aanzuigzijde.
Maximaal twee units kunnen worden geïnstalleerd.
Uitgebreide handleiding voor de installateur
32
NIET toegelaten
—
HB>HU
d
≥1000 ≥1000 ≤500
NIET toegelaten
A, B, C
(Opmerking 1)
D
eD
—
HD>HU
eB
eB
—
HB>HD
Eén rij units
e
A, B, C
A
HD
d
B, E
HB>HU
a
c
—
(Opmerking 1)
D
Dan (mm)
Hoogten
RZQG71~140L_V1+Y1 + RZQSG100~140L_V1+Y1
Split­systeem airconditioners
4P385522­1 – 2014.08
12 Technische gegevens
Meerdere rijen units
Lay­out
Als
≥100
≥100
≥100
≥100
≥100
HB
b
≥2000
≥200
≥1000
≥100
≥100
≥3000
HU
Dan (mm)
HB≤½HU
b≥250
½HU<HB≤HU
b≥300
HB>HU
NIET toegelaten
≥600
≥1500
Gestapelde units (max. 2 niveaus)
Als
Gevaar op lekkend afvoerwater en bevriezing tussen de bovenste en
onderste units.
Dan
Installeer een dak tussen de bovenste en onderste units.
Installeer de bovenste unit hoog genoeg boven de onderste unit om te
voorkomen dat er zich een ijslaag gaat vormen op de onderplaat van
de bovenste unit.
A
A
≥500
≥500
≥300
≥1000
A Dak
Geen gevaar op lekkend afvoerwater en bevriezing tussen de
bovenste en onderste units.
Een dak is niet nodig, maar dicht de ruimte tussen de bovenste en
onderste units af om te voorkomen dat uitgeblazen lucht langs de
onderkant van de unit terugstroomt naar de aanzuigzijde.
B
B
≥100
≥100
≥300
≥1000
B Afgedichte opening
RZQG71~140L_V1+Y1 + RZQSG100~140L_V1+Y1
Split­systeem airconditioners
4P385522­1 – 2014.08
Uitgebreide handleiding voor de installateur
33
12 Technische gegevens
12.3
Onderdelen
12.3.1
Onderdelen: Buitenunit
RZQG71_V1 + RZQSG100+125_V1
RZQG100~140_V1 + RZQSG140_V1
M2F
M1F
M1F
a
Y1S
a
c
b
b
Y1S
X1M
X1M
S1PL
d
e
S1PH
f
d
e
g
c
Y1E
Y1E
M1C
f
g
M1C
h
a
b
c
d
e
f
g
h
M1C
M1F
M2F
S1PH
S1PL
X1M
Y1E
Y1S
S1PL
Warmtewisselaar
Schakelkast koelen
Interne servicepoort
Afsluiter met servicepoort (vloeistof)
Afsluiter met servicepoort (gas)
Accumulator
Accumulator compressor
Terugslagklep (alleen voor RZQG71, RZQSG100 en
RZQSG125)
Motor (compressor)
Motor (bovenste ventilator)
Motor (onderste ventilator)
Hogedrukschakelaar
Lagedrukschakelaar
Aansluitklem (communicatie en elektrische voeding)
Elektronische expansieklep
Elektromagnetische klep (4­wegsklep)
Uitgebreide handleiding voor de installateur
34
S1PH
RZQG71~140L_V1+Y1 + RZQSG100~140L_V1+Y1
Split­systeem airconditioners
4P385522­1 – 2014.08
12 Technische gegevens
RZQG71_Y1 + RZQSG100+125_Y1
RZQG100~140_Y1 + RZQSG140_Y1
M2F
M1F
M1F
X1M
a
Y1S
c
S1PH
d
e
f
g
Y1E
c
Y1S
b
a
S1PH
X1M
d
e
f
g
Y1E
M1C
M1C
a
b
c
d
e
f
g
M1C
M1F
M2F
S1PH
X1M
Y1E
Y1S
Warmtewisselaar
Terugslagklep (alleen voor RZQG71, RZQSG100 en
RZQSG125)
Interne servicepoort
Afsluiter met servicepoort (vloeistof)
Afsluiter met servicepoort (gas)
Accumulator
Accumulator compressor
Motor (compressor)
Motor (bovenste ventilator)
Motor (onderste ventilator)
Hogedrukschakelaar
Aansluitklem (communicatie en elektrische voeding)
Elektronische expansieklep
Elektromagnetische klep (4­wegsklep)
RZQG71~140L_V1+Y1 + RZQSG100~140L_V1+Y1
Split­systeem airconditioners
4P385522­1 – 2014.08
Uitgebreide handleiding voor de installateur
35
12 Technische gegevens
12.4
Schema van de leidingen
12.4.1
Leidingschema: Buitenunit
R1T
Y1E
e
e
R6T
M1F-M2F
f
R5T
h
R4T
Y1S
S1PL
j
R3T
a
b
S1PH
c
i
c
R2T
M1C
d
a
b
c
d
e
f
g
h
i
j
M1C
M1F­M2F
R1T
R2T
R3T
R4T
R5T
R6T
S1PH
S1PL
Y1E
Y1S
Lokale leiding (vloeistof: Ø9,5 flareverbinding)
Lokale leiding (gas: Ø15,9 flareverbinding)
Afsluiter (met servicepoort 5/16")
Accumulator
Filter
Warmtewisselaar
Interne servicepoort 5/16"
Schakelkast koelen (alleen voor RZQ(S)G_V1)
Accumulator compressor
Terugslagklep (alleen voor RZQG71, RZQSG100 en
RZQSG125)
Motor (compressor)
Motor (bovenste en onderste ventilator)
Thermistor (lucht)
Thermistor (uitblaas)
Thermistor (aanzuiging)
Thermistor (warmtewisselaar)
Thermistor (warmtewisselaar midden)
Thermistor (vloeistof)
Hogedrukschakelaar
Lagedrukschakelaar (alleen voor RZQ(S)G_V1)
Elektronische expansieklep
Elektromagnetische klep (4­wegsklep)
Verwarmen
Koelen
Uitgebreide handleiding voor de installateur
36
g
RZQG71~140L_V1+Y1 + RZQSG100~140L_V1+Y1
Split­systeem airconditioners
4P385522­1 – 2014.08
12 Technische gegevens
12.5
Bedradingsschema
12.5.1
Bedradingsschema: Buitenunit
INFORMATIE
Op het einde van dit deel vindt u een legende voor de
onderstaande afbeeldingen.
Het bedradingsschema is bij de unit geleverd, op de binnenkant van
het servicedeksel.
RZQG71_V1 + RZQSG100_V1
H2P
H1P
1N 50Hz
220-240V
N
L
Z6C
N=1
L N
X1M
GRN/YLW
Z2C
N=3
NA
Z3C
N=1
RED
BLU
LA
WHT
RED
BLK
Z1C
N=5
Q1DI
R1T
t°
X803A
E1
GRN
L1R
WHT HR1
Z5C
N=6
X804A
K11M
+
-
V3D
K1R
V
V1R
BS1 BS2 BS3 BS4
Y1E M
t°
X13A
X21A
K14R
K2R
X12A
E1H
8
6
X5A
F7U
F8U
X28A
W
V
MS
M1C 3~
Z4C
N=4
X502A
PS
C2
K15R R6
TC
C3
RC
X6A
ZIE OPMERKING 7
M1F
Y1S
X77A
X32A
X31A
P>
S1PH
P<
S1PL
Elektrisch componentengroep
Plaats van elementen
X106A
W
RED WHT BLU
U
R6T
X205A
HAP
X25A
F6U
-
U
R8T
+t°
R2
A1P
t°
1 2
H7P
X806A
V2D
+ C1
+
X805A
V2R
V1T
V2T
PPL HR4
RED HR2
V1D
Z2F
BRN HR3
t°
Z3F
R5
K13R
K10R
t°
t°
DS1
A2P
H6P
H5P
R4
Z1F
+t° R7T
R2T R3T R4T R5T
X11A
F2U
F1U
ON
OFF
Indoor
1 2 3 X1M
H4P
H3P
MS
A2P
HAP
A1P
L1R
X1M
Plaats van compressoraansluitklem
Vooraanzicht
Achteraanzicht
U
V
W
2D089497B
Opmerkingen:
1
Symbolen (zie legende).
2
Kleuren (zie legende).
3
Dit bedradingsschema geldt alleen voor de buitenunit.
4
Zie de sticker met het bedradingsschema (achterkant van het
servicedeksel) voor het gebruik van de schakelaars BS1~BS4
en DS1.
5
Sluit de beveiliging S1PH en S1PL niet kort wanneer u de
unit gebruikt.
6
Zie de servicehandleiding voor informatie over het instellen
van de keuzeschakelaars (DS1). De fabrieksinstelling van
alle schakelaars is "UIT".
7
Zie de combinatietabel en de optiehandleiding voor het
aansluiten van de bedrading op X6A, X28A, en X77A.
RZQG71~140L_V1+Y1 + RZQSG100~140L_V1+Y1
Split­systeem airconditioners
4P385522­1 – 2014.08
Uitgebreide handleiding voor de installateur
37
12 Technische gegevens
RZQG71_Y1 + RZQSG100+125_Y1
N
L3
L2
L1
3
2
1
L1 L2 L3 N
Z2C GRN/
N=1
N=1
RED WHT BLK
A1P
L1A L2A
GRN
GRN
BLU
L3A
X1M 1 2 3
YLW
NA
E1
E
X803A
F1U F2U
F6U
R1T
R2T
R3T
R4T
R5T
t°
t°
t°
t°
t°
RED
Z1C
WHT
X1M
Q1DI
BLK
3N~50Hz
380-415V
X11A
R6T
t°
X12A
K2R
K1R
Z1F
Z2F
X6A
F5U
F7U
L31A
L11A
L21A
Y1S
L32A
L22A
L12A
ORG
BRN
R10T
t°
X108A
-
+
C1 C2
+
+
F1U
R1
X111A
V3R
H3P
H5P
H2P
H4P
BS2
BS4
BS1
K2R
P1
H7P
HAP
H6P
DS1
1 2
BS3
A1P
C3
+
L1R
B
X106A
W
X1M
N=6
Z3C
A2P
A
V1R
V
U
ON
OFF
HAP
-
+
X32A
PLAATS VAN
COMPRESSORAANSLUITKLEM
R3
-
P2
P>
H1P
X104A
PS
V2R
+
S1PH
(NOTE 6)
N=2
K1R
K1M
L1R
X8A
X109A
R2
X77A
X4A
Z4C
N=1
Z5C
A2P
E1H
F8U
X28A
X25A
X9A
RED WHT BLK
X21A
X13A
(OPMERKING 2)
Z3F
F4U F3U
M Y1E
RED WHT BLK
HAP
VOORKANT
ELEKTRONISCHE
COMPONENTENGROEP
AANZICHT A
AANZICHT B
X516A
V
U
W
U
V
M1C MS
3~
W
M1F
MS
2D080114B
Opmerkingen:
1
Dit bedradingsschema geldt alleen voor de buitenunit.
2
Zie de combinatietabel en de optiehandleiding voor het
aansluiten van de bedrading op X6A, X28A, en X77A.
3
Zie de sticker met het bedradingsschema (achterkant van het
servicedeksel) voor het gebruik van de schakelaars BS1~BS4
en DS1.
4
Sluit de beveiliging S1PH niet kort wanneer u de unit
gebruikt.
5
Zie de servicehandleiding voor informatie over het instellen
van de keuzeschakelaars (DS1). De fabrieksinstelling van
alle schakelaars is "UIT".
6
Alleen voor 71­klasse.
Uitgebreide handleiding voor de installateur
38
RZQG71~140L_V1+Y1 + RZQSG100~140L_V1+Y1
Split­systeem airconditioners
4P385522­1 – 2014.08
12 Technische gegevens
RZQG100~140_V1 + RZQSG140_V1
1N 50Hz
220-240V
N
L
Z6C
N=1
L N
X1M
Q1DI
GRN/YLW
1 2 3
RED
X803A
ZIE OPMERKING 7
R4
Z1F
K14R
F4U
Z3F
GRN
F1U
E2
BLU
NA
BLK
BLU
LA
Z5F
RED
F2U
X1M
Z2C
N=2
Z1C
N=2
C3
Z4F
K15R R3
C2
TC
E1H
RC
Z2F
F7U
F3U
A2P
LB
NB
RED
BLU
LC
NC
Z3C
N=2
X98A
GRN
Z5C
N=1
Y1S
X801A
X99A
X25A
X28A
K1R
K11M
K13R
Z6F
V2D
X804A
L3R
X805A
H2P
H1P
X806A
V3T
V3D
BS1
A1P
X32A
S1PH
P>
H4P
H3P
BS2
H6P
H5P
BS3
BS4
R1T
H7P
ON
OFF
DS1
t°
1 2
X11A
R2T R3T R4T R5T
t°
t°
t°
X12A
t°
R6T
X21A
t°
6
Y1E
M
X13A
+ C1
F6U
GRN E1
S1PL
P<
PS
R5
V4D
V2T
V1T
V1D
X31A
HAP
V2R
L2R
K4R
K10R
R1
L1R
F8U
X802A
E3
R7T
R2
+
U
-
BLU
V
MS
M1C 3~
U
W
X107A
X106A
W
V
RED WHT
t°
V1R
Z4C
N=6
X502A M1F
MS
M2F
MS
X6A
X111A
Elektrisch componentengroep
Plaats van elementen
Plaats van compressoraansluitklem
V
U
X77A
ZIE OPMERKING 7
HAP
A1P
A2P
X1M
W
Vooraanzicht
Achteraanzicht
2D088865C
Opmerkingen:
1
Symbolen (zie legende).
2
Kleuren (zie legende).
3
Dit bedradingsschema geldt alleen voor de buitenunit.
4
Zie de sticker met het bedradingsschema (achterkant van het
servicedeksel) voor het gebruik van de schakelaars BS1~BS4
en DS1.
5
Sluit de beveiliging S1PH en S1PL niet kort wanneer u de
unit gebruikt.
6
Zie de servicehandleiding voor informatie over het instellen
van de keuzeschakelaars (DS1). De fabrieksinstelling van
alle schakelaars is "UIT".
7
Zie de combinatietabel en de optiehandleiding voor het
aansluiten van de bedrading op X6A, X28A, en X77A.
RZQG71~140L_V1+Y1 + RZQSG100~140L_V1+Y1
Split­systeem airconditioners
4P385522­1 – 2014.08
Uitgebreide handleiding voor de installateur
39
12 Technische gegevens
RZQG100~140_Y1 + RZQSG140_Y1
N
L3
L2
L1
3
2
1
L1 L2 L3 N
Z2C GRN/
N=1
N=1
RED WHT BLK
A1P
L1A L2A
GRN
BLU
L3A
X1M 1 2 3
YLW
NA
E1
GRN
E
X803A
F1U F2U
F6U
R1T
R2T
R3T
R4T
R5T
t°
t°
t°
t°
t°
RED
Z1C
WHT
X1M
Q1DI
BLK
3N~50Hz
380-415V
Z6C
X12A
K1R
Z1F
Z2F
t°
(OPMERKING 2)
K2R
X6A
F7U
L31A
L11A
L21A
Y1S
RED WHT BLK
Z4C
L32A
L22A
L12A
N=1
X108A
K1R
K1M
L1R
ORG
R10T
t°
-
C1 C2
+
+
F1U
R1
X111A
X32A
PLAATS VAN
COMPRESSORAANSLUITKLEM
U
W
BS2
BS4
H7P
HAP
H6P
DS1
BS3
1 2
V
U
A1P
N=6
Z3C
L1R
X106A
M1C MS
3~
W
X1M
N=1
Z5C
HAP
X516A
V
M1F
MS
B
X107A
RED WHT BLK
U
A2P
A
W
ON
OFF
HAP
V3R
C3
+
V1R
P>
H5P
H4P
-
+
S1PH
H3P
H2P
BS1
+
P2
H1P
X104A
K2R
P1
BRN
V
R3
-
X77A
X4A
PS
V2R
+
F8U
X28A
X8A
X109A
R2
E1H
X25A
X9A
A2P
X21A
X13A
F5U
F4U F3U
M Y1E
N=1
X11A
Z3F
R6T
VOORKANT
ELEKTRONISCHE
COMPONENTENGROEP
AANZICHT A
AANZICHT B
X517A
M2F
MS
2D077192
Opmerkingen:
1
Dit bedradingsschema geldt alleen voor de buitenunit.
2
Zie de combinatietabel en de optiehandleiding voor het
aansluiten van de bedrading op X6A, X28A, en X77A.
3
Zie de sticker met het bedradingsschema (achterkant van het
servicedeksel) voor het gebruik van de schakelaars BS1~BS4
en DS1.
4
Sluit de beveiliging S1PH niet kort wanneer u de unit
gebruikt.
5
Zie de servicehandleiding voor informatie over het instellen
van de keuzeschakelaars (DS1). De fabrieksinstelling van
alle schakelaars is "UIT".
6
Alleen voor 71­klasse.
Uitgebreide handleiding voor de installateur
40
RZQG71~140L_V1+Y1 + RZQSG100~140L_V1+Y1
Split­systeem airconditioners
4P385522­1 – 2014.08
12 Technische gegevens
RZQSG125_V1
1N 50Hz
220-240V
N
L
Z6C
N=1
L N
X1M
Q1DI
GRN/YLW
1 2 3
X803A
R4
Z1F
F4U
K14R
Z3F
GRN
F1U
E2
BLU
RED
NA
BLK
BLU
LA
Z5F
RED
F2U
X1M
Z2C
N=2
Z1C
N=2
C3
Z4F
K15R R3
C2
TC
RC
Z2F
A2P
F3U
LB
NB
RED
BLU
Z3C
N=2
LC
NC
K11M
K10R
X98A
X802A
E3
GRN
Z5C
N=1
Y1S
X801A
X99A
X25A
X28A
K1R
R1
K13R
Z6F
L2R
X804A
L3R
X805A
H2P
H1P
X806A
V3T
BS1
V1T
V2D
V3D
A1P
X32A
S1PH
P>
H4P
H3P
BS2
H6P
H5P
BS3
ON
BS4 OFF
R2T R3T R4T R5T
R1T
H7P
DS1
t°
1 2
X11A
t°
t°
t°
X12A
t°
R6T
X21A
t°
6
Y1E
M
X13A
+ C1
F6U
GRN E1
S1PL
P<
PS
V2T
V1D
X31A
HAP
V2R
L1R
R5
V4D
K4R
R7T
R2
+
U
V
RED WHT
V
MS
M1C 3 ~
U
t°
V1R
X106A
W
BLU
W
Z4C
N=6
X502A M1F
X6A
X111A
MS
X77A
Elektrisch componentengroep
Plaats van compressoraansluitklem
V
U
W
ZIE OPMERKING 7
Plaats van elementen
HAP
A1P
A2P
X1M
Vooraanzicht
Achteraanzicht
2D089489B
Opmerkingen:
1
Symbolen (zie legende).
2
Kleuren (zie legende).
3
Dit bedradingsschema geldt alleen voor de buitenunit.
4
Zie de sticker met het bedradingsschema (achterkant van het
servicedeksel) voor het gebruik van de schakelaars BS1~BS4
en DS1.
5
Sluit de beveiliging S1PH en S1PL niet kort wanneer u de
unit gebruikt.
6
Zie de servicehandleiding voor informatie over het instellen
van de keuzeschakelaars (DS1). De fabrieksinstelling van
alle schakelaars is "UIT".
7
Zie de combinatietabel en de optiehandleiding voor het
aansluiten van de bedrading op X6A, X28A, en X77A.
RZQG71~140L_V1+Y1 + RZQSG100~140L_V1+Y1
Split­systeem airconditioners
4P385522­1 – 2014.08
Uitgebreide handleiding voor de installateur
41
12 Technische gegevens
Legende bedradingsschema's:
S1PH
Hogedrukschakelaar
A1P~A2P
Printplaat
S1PL
Lagedrukschakelaar
Drukknopschakelaar
TC
Signaaloverdrachtscircuit
C1~C3
Condensator
V1D~V4D
Diode
DS1
DIP­schakelaars
V1R
IGBT­voedingsmodule
E1H
Bodemplaatverwarming (optie)
V2R, V3R
Diodemodule
F1U~F8U
▪ F1U, F2U: Zekering
V1T~V3T
(RZQG71_V1 +
RZQSG100_V1)
▪ F6U: Zekering (T 3,15 A / 250 V)
Bipolaire transistor met geïsoleerde
poort (IGBT)
X6A
Connector (optie)
X1M
Klemmenstrook
Y1E
Elektronische expansieklep
BS1~BS4
▪ F7U, F8U: Zekering (F 1,0 A / 250 V)
F1U~F8U
▪ F1U~F4U: Zekering
(RZQG100~140_V1 +
RZQSG125+140_V1)
▪ F6U: Zekering (T 5,0 A / 250 V)
Y1S
Elektromagnetische klep (4­wegsklep)
▪ F7U, F8U: Zekering (F 1,0 A / 250 V)
Z1C~Z6C
Ruisfilter (ferrietkern)
F1U~F8U
▪ F1U, F2U: Zekering (31,5 A / 250 V)
Z1F~Z6F
Ruisfilter
(RZQ(S)G_Y1)
▪ F1U (A2P): Zekering (T 5,0 A / 250 V)
Symbolen:
▪ F3U~F6U: Zekering (T 6,3 A / 250 V)
▪ F7U, F8U: Zekering (F 1,0 A / 250 V)
L
Onder spanning
N
Neutraal
H1P~H7P
Lichtgevende diode (servicecontrole is
oranje)
HAP
Lichtgevende diode (servicecontrole is
groen)
Klemmenstrook
K1M, K11M
Magnetische contactgever
Relaisconnector
K1R
Magneetrelais (Y1S)
Aansluiting
Lokale bedrading
Connector
Aarding
(RZQ(S)G_V1)
K1R
▪ K1R (A1P): Magneetrelais (Y1S)
Stoorspanningsvrije aarding
(RZQ(S)G_Y1)
▪ K1R (A2P): Magneetrelais
Aansluitklem
K2R
Magneetrelais
Optie
(RZQG71_V1 +
RZQSG100_V1)
K2R
Kleuren:
▪ K2R (A1P): Magneetrelais (E1H
optie)
BLK
Zwart
BLU
Blauw
▪ K2R (A2P): Magneetrelais
BRN
Bruin
K10R, K13R~K15R
Magneetrelais
GRN
Groen
K4R
Magneetrelais E1H (optie)
ORG
Oranje
L1R~L3R
Reactievat
RED
Rood
M1C
Motor (compressor)
WHT
Wit
M1F
Motor (bovenste ventilator)
YLW
Geel
M2F
Motor (onderste ventilator)
PS
Schakelvoeding
Q1DI
Aardlekschakelaar (lokaal te voorzien)
R1~R6
Weerstand
R1T
Thermistor (lucht)
R2T
Thermistor (uitblaas)
R3T
Thermistor (aanzuiging)
R4T
Thermistor (warmtewisselaar)
R5T
Thermistor (warmtewisselaar midden)
R6T
Thermistor (vloeistof)
R7T
Thermistor (lamel)
(RZQ(S)G_Y1)
(RZQG100~140_V1 +
RZQSG125+140_V1)
R7T, R8T
(RZQG71_V1 +
RZQSG100_V1)
R10T
Thermistor (positieve
temperatuurcoëfficiënt)
Thermistor (lamel)
(RZQ(S)G_Y1)
RC
Signaalontvangercircuit
Uitgebreide handleiding voor de installateur
42
RZQG71~140L_V1+Y1 + RZQSG100~140L_V1+Y1
Split­systeem airconditioners
4P385522­1 – 2014.08
12 Technische gegevens
12.6
Technische specificaties
12.6.1
Technische specificaties: Buitenunit
Overzicht
De technische specificaties zijn opgedeeld in de volgende tabellen:
RZQG_V1
▪ Technische specificaties: RZQG_V1
▪ Elektrische specificaties: RZQG_V1
RZQG_Y1
▪ Technische specificaties: RZQG_Y1
▪ Elektrische specificaties: RZQG_Y1
RZQSG_V1
▪ Technische specificaties: RZQSG_V1
▪ Elektrische specificaties: RZQSG_V1
RZQSG_Y1
▪ Technische specificaties: RZQSG_Y1
▪ Elektrische specificaties: RZQSG_Y1
Technische specificaties: RZQG_V1
RZQG71_V1
RZQG100_V1
RZQG125_V1
RZQG140_V1
Kast
Kleur
Ivoorwit
Materiaal
Plaat van gelakt gegalvaniseerd staal
Afmetingen
Verpakking (H×B×D)
Unit (H×B×D)
1170×1015×422 mm
1610×1015×422 mm
990×940×320 mm
1430×940×320 mm
Gewicht
Machinegewicht
Brutogewicht
Warmtewisselaar
Lamel
Type
WF­lamel
Behandeling
Anticorrosiebehandeling (PE)
Ventilator
Type
Schroef
Aantal
1
Luchtdebiet (nominaal Koelen
op 230 V)
Verwarmen
2
59 m³/min
70 m³/min
49 m³/min
Afvoerrichting
Motor
84 m³/min
62 m³/min
Horizontaal
Aantal
1
Model
2
Borstelloze gelijkstroommotor
Positie
Vermogen
94 W
Aandrijving
Rechtstreekse aandrijving
Compressor
Aantal
Motor
1
Type
Hermetisch gesloten swingcompressor
Startmethode
Inverter­gestuurd
Carterverwarming
Werkbereik
Koelen
Minimum
Zie schema werkbereik
Maximum
Verwarmen
Minimum
Maximum
Geluidsniveau
Nominaal – Koelen
Nominaal –
Verwarmen
Geluidsvermogen
64 dBA
66 dBA
67 dBA
69 dBA
Geluidsdruk
48 dBA
50 dBA
51 dBA
52 dBA
50 dBA
52 dBA
Geluidsvermogen
Geluidsdruk
RZQG71~140L_V1+Y1 + RZQSG100~140L_V1+Y1
Split­systeem airconditioners
4P385522­1 – 2014.08
53 dBA
Uitgebreide handleiding voor de installateur
43
12 Technische gegevens
RZQG71_V1
Fluisterstille
nachtstand ­ Koelen
Geluidsdruk
Fluisterstille
nachtstand ­
Verwarmen
Geluidsdruk
RZQG100_V1
RZQG125_V1
43 dBA
RZQG140_V1
45 dBA
Koelmiddel
Type
R410A
Vulling
2,9 kg
Besturing
4,0 kg
Expansieklep (elektronisch type)
Aant. circuits
1
Koelmiddelolie
Type
FVC50K
Gevuld volume
0,9 l
1,35 l
PED
Categorie van unit
1
Uitgesloten van PED omwille van artikel 1, punt 3.6 van 97/23/EG
Leidingaansluitingen
Vloeistof
Aantal
1
Type
Flareverbinding
Diameter (buitend.)
Gas
Ø9,52 mm
Aantal
1
Type
Flareverbinding
Diameter (buitend.)
Afvoer
Ø15,9 mm
Aantal
5
Type
Gat
Diameter (buitend.)
Leidinglengte
Ø26 mm
Minimum
3 m
Bij een leidinglengte <5 m moet de unit volledig hervuld worden.
Maximum
50 m
75 m
Equivalent
70 m
90 m
Zonder vulling
Hoeveelheid extra koelmiddel
Maximaal hoogteverschil tussen buitenunit en
binnenunit
Maximaal hoogteverschil tussen units
Warmte­isolatie
30 m
Zie "Hoeveelheid extra koelmiddel bepalen"
30 m
0,5 m
Zowel vloeistof­ als gasleidingen
Ontdooimethode
Omkeercyclus
Ontdooiregeling
Sensor voor buitentemperatuur warmtewisselaar
Capaciteitsregelmethode
Inverter­gestuurd
Capaciteitsregeling
Koelen
Minimum
Maximum
Verwarmen
Minimum
Maximum
Veiligheidsvoorzieningen
Standaardtoebehoren
Uitgebreide handleiding voor de installateur
44
Hogedrukschakelaar / lagedrukschakelaar / contactverbreker ventilatorsturing / zekering
1 montagehandleiding / 2 kabelbinders
RZQG71~140L_V1+Y1 + RZQSG100~140L_V1+Y1
Split­systeem airconditioners
4P385522­1 – 2014.08
12 Technische gegevens
Elektrische specificaties: RZQG_V1
RZQG71_V1
RZQG100_V1
RZQG125_V1
RZQG140_V1
Voeding
Naam
V1
Fase
1~
Frequentie
50 Hz
Spanning
220­240 V
Spanningsbereik
Minimum
198 V
Maximum
264 V
Stroom
Nominaal opgenomen amperage
Aanloopstroom
Zmax
Conform met EN 61000­3­11
Apparatuur conform met EN 61000­3­12(a)
Minimumwaarde van Ssc
Maximaal opgenomen stroom
Aanbevolen zekeringen
25 A
40 A
Bedradingsaansluitingen
Voor elektrische voeding
Zie "Elektrische bedrading aansluiten"
Voor verbinding met binnenunit
Inlaatopening voedingskabel
(a)
Alleen buitenunit
Europese/Internationale Technische Norm die de beperkingen vastlegt voor harmonische stromen geproduceerd door apparatuur die is
aangesloten op openbare laagspanningssystemen met een ingangsstroom >16 A en ≤75 A per fase.
RZQG71~140L_V1+Y1 + RZQSG100~140L_V1+Y1
Split­systeem airconditioners
4P385522­1 – 2014.08
Uitgebreide handleiding voor de installateur
45
12 Technische gegevens
Technische specificaties: RZQG_Y1
RZQG71_Y1
RZQG100_Y1
RZQG125_Y1
RZQG140_Y1
Kast
Kleur
Ivoorwit
Materiaal
Plaat van gelakt gegalvaniseerd staal
Afmetingen
Verpakking (H×B×D)
1170×1015×422 mm
1610×1015×422 mm
990×940×320 mm
1430×940×320 mm
Machinegewicht
80 kg
101 kg
Brutogewicht
91 kg
114 kg
Unit (H×B×D)
Gewicht
Warmtewisselaar
Lamel
Type
WF­lamel
Behandeling
Anticorrosiebehandeling (PE)
Ventilator
Type
Schroef
Aantal
1
Luchtdebiet (nominaal Koelen
op 230 V)
Verwarmen
2
59 m³/min
70 m³/min
49 m³/min
62 m³/min
Afvoerrichting
Motor
84 m³/min
Horizontaal
Aantal
1
Model
2
Borstelloze gelijkstroommotor
Positie
Vermogen
94 W
Aandrijving
Rechtstreekse aandrijving
Compressor
Aantal
Motor
1
Type
Hermetisch gesloten swingcompressor
Startmethode
Inverter­gestuurd
Carterverwarming
Werkbereik
Koelen
Minimum
Zie schema werkbereik
Maximum
Verwarmen
Minimum
Maximum
Geluidsniveau
Nominaal – Koelen
Geluidsvermogen
64 dBA
66 dBA
67 dBA
69 dBA
Geluidsdruk
48 dBA
50 dBA
51 dBA
52 dBA
52 dBA
Nominaal –
Verwarmen
Geluidsvermogen
Geluidsdruk
50 dBA
Fluisterstille
nachtstand ­ Koelen
Geluidsdruk
43 dBA
Fluisterstille
nachtstand ­
Verwarmen
Geluidsdruk
53 dBA
45 dBA
Koelmiddel
Type
Vulling
R410A
2,9 kg
Besturing
4,0 kg
Expansieklep (elektronisch type)
Aant. circuits
1
Koelmiddelolie
Type
Gevuld volume
FVC50K
0,9 l
1,35 l
PED
Uitgebreide handleiding voor de installateur
46
RZQG71~140L_V1+Y1 + RZQSG100~140L_V1+Y1
Split­systeem airconditioners
4P385522­1 – 2014.08
12 Technische gegevens
RZQG71_Y1
RZQG100_Y1
Categorie van unit
RZQG125_Y1
RZQG140_Y1
1
Uitgesloten van PED omwille van artikel 1, punt 3.6 van 97/23/EG
Leidingaansluitingen
Vloeistof
Aantal
1
Type
Flareverbinding
Diameter (buitend.)
Gas
Ø9,52 mm
Aantal
1
Type
Flareverbinding
Diameter (buitend.)
Afvoer
Ø15,9 mm
Aantal
5
Type
Gat
Diameter (buitend.)
Leidinglengte
Ø26 mm
Minimum
3 m
Bij een leidinglengte <5 m moet de unit volledig hervuld worden.
Maximum
50 m
Equivalent
70 m
75 m
90 m
Zonder vulling
30 m
Hoeveelheid extra koelmiddel
Zie "Hoeveelheid extra koelmiddel bepalen"
Maximaal hoogteverschil tussen buitenunit en
binnenunit
30 m
Maximaal hoogteverschil tussen units
0,5 m
Warmte­isolatie
Zowel vloeistof­ als gasleidingen
Ontdooimethode
Omkeercyclus
Ontdooiregeling
Sensor voor buitentemperatuur warmtewisselaar
Capaciteitsregelmethode
Inverter­gestuurd
Capaciteitsregeling
Koelen
Minimum
Maximum
Verwarmen
Minimum
Maximum
Veiligheidsvoorzieningen
Hogedrukschakelaar / contactverbreker ventilatorsturing / zekering
Standaardtoebehoren
1 montagehandleiding / 2 kabelbinders
Elektrische specificaties: RZQG_Y1
RZQG71_Y1
RZQG100_Y1
RZQG125_Y1
RZQG140_Y1
Voeding
Naam
Y1
Fase
3N~
Frequentie
50 Hz
Spanning
380­415 V
Spanningsbereik
Minimum
342 V
Maximum
456 V
Stroom
Nominaal opgenomen amperage
Aanloopstroom
Zmax
Conform met EN 61000­3­11
Maximaal opgenomen stroom
Aanbevolen zekeringen
16 A
25 A
Bedradingsaansluitingen
Voor elektrische voeding
Zie "Elektrische bedrading aansluiten"
Voor verbinding met binnenunit
Inlaatopening voedingskabel
RZQG71~140L_V1+Y1 + RZQSG100~140L_V1+Y1
Split­systeem airconditioners
4P385522­1 – 2014.08
Alleen buitenunit
Uitgebreide handleiding voor de installateur
47
12 Technische gegevens
Technische specificaties: RZQSG_V1
RZQSG100_V1
RZQSG125_V1
RZQSG140_V1
Kast
Kleur
Ivoorwit
Materiaal
Plaat van gelakt gegalvaniseerd staal
Afmetingen
Verpakking (H×B×D)
Unit (H×B×D)
1170×1015×422 mm
1610×1015×422 mm
990×940×320 mm
1430×940×320 mm
Gewicht
Machinegewicht
Brutogewicht
Warmtewisselaar
Lamel
Type
WF­lamel
Behandeling
Anticorrosiebehandeling (PE)
Ventilator
Type
Schroef
Aantal
1
Luchtdebiet (nominaal Koelen
op 230 V)
Verwarmen
2
76 m3/min
77 m3/min
83 m3/min
Afvoerrichting
Motor
83 m3/min
62 m3/min
Horizontaal
Aantal
1
Model
2
Borstelloze gelijkstroommotor
Positie
Vermogen
200 W
Aandrijving
94 W
Rechtstreekse aandrijving
Compressor
Aantal
Motor
1
Type
Hermetisch gesloten swingcompressor
Startmethode
Inverter­gestuurd
Carterverwarming
Werkbereik
Koelen
Minimum
Zie schema werkbereik
Maximum
Verwarmen
Minimum
Maximum
Geluidsniveau
Nominaal – Koelen
Geluidsvermogen
Geluidsdruk
Nominaal –
Verwarmen
Geluidsvermogen
Fluisterstille
nachtstand ­ Koelen
Geluidsdruk
Fluisterstille
nachtstand ­
Verwarmen
Geluidsdruk
Geluidsdruk
70 dBA
69 dBA
53 dBA
54 dBA
53 dBA
57 dBA
58 dBA
54 dBA
49 dBA
Koelmiddel
Type
Vulling
Besturing
R410A
2,9 kg
4,0 kg
Expansieklep (elektronisch type)
Aant. circuits
1
Koelmiddelolie
Type
Gevuld volume
FVC50K
0,9 l
1,35 l
PED
Uitgebreide handleiding voor de installateur
48
RZQG71~140L_V1+Y1 + RZQSG100~140L_V1+Y1
Split­systeem airconditioners
4P385522­1 – 2014.08
12 Technische gegevens
RZQSG100_V1
Categorie van unit
RZQSG125_V1
RZQSG140_V1
1
Uitgesloten van PED omwille van artikel 1, punt 3.6 van 97/23/EG
Leidingaansluitingen
Vloeistof
Aantal
1
Type
Flareverbinding
Diameter (buitend.)
Gas
Ø9,52 mm
Aantal
1
Type
Flareverbinding
Diameter (buitend.)
Afvoer
Ø15,9 mm
Aantal
5
Type
Gat
Diameter (buitend.)
Leidinglengte
Ø26 mm
Minimum
5 m
Maximum
50 m
Equivalent
70 m
Zonder vulling
30 m
Hoeveelheid extra koelmiddel
Zie "Hoeveelheid extra koelmiddel bepalen"
Maximaal hoogteverschil tussen buitenunit en
binnenunit
30 m
Maximaal hoogteverschil tussen units
0,5 m
Warmte­isolatie
Zowel vloeistof­ als gasleidingen
Ontdooimethode
Omkeercyclus
Ontdooiregeling
Sensor voor buitentemperatuur warmtewisselaar
Capaciteitsregelmethode
Inverter­gestuurd
Capaciteitsregeling
Koelen
Minimum
Maximum
Verwarmen
Minimum
Maximum
Veiligheidsvoorzieningen
Hogedrukschakelaar / lagedrukschakelaar / contactverbreker ventilatorsturing / zekering
Standaardtoebehoren
1 montagehandleiding / 2 kabelbinders
Elektrische specificaties: RZQSG_V1
RZQSG100_V1
RZQSG125_V1
RZQSG140_V1
Voeding
Naam
V1
Fase
1~
Frequentie
50 Hz
Spanning
220­240 V
Spanningsbereik
Minimum
198 V
Maximum
264 V
Stroom
Nominaal opgenomen amperage
Aanloopstroom
Zmax
Conform met EN 61000­3­11
Minimumwaarde van Ssc
Apparatuur conform met EN 61000­3­12(a)
Maximaal opgenomen stroom
Aanbevolen zekeringen
40 A
Bedradingsaansluitingen
Voor elektrische voeding
Zie "Elektrische bedrading aansluiten"
Voor verbinding met binnenunit
Inlaatopening voedingskabel
(a)
Alleen buitenunit
Europese/Internationale Technische Norm die de beperkingen vastlegt voor harmonische stromen geproduceerd door apparatuur die is
aangesloten op openbare laagspanningssystemen met een ingangsstroom >16 A en ≤75 A per fase.
RZQG71~140L_V1+Y1 + RZQSG100~140L_V1+Y1
Split­systeem airconditioners
4P385522­1 – 2014.08
Uitgebreide handleiding voor de installateur
49
12 Technische gegevens
Technische specificaties: RZQSG_Y1
RZQSG100_Y1
RZQSG125_Y1
RZQSG140_Y1
Kast
Kleur
Ivoorwit
Materiaal
Plaat van gelakt gegalvaniseerd staal
Afmetingen
Verpakking (H×B×D)
1170×1015×422 mm
1610×1015×422 mm
990×940×320 mm
1430×940×320 mm
Machinegewicht
82 kg
101 kg
Brutogewicht
94 kg
114 kg
Unit (H×B×D)
Gewicht
Warmtewisselaar
Lamel
Type
WF­lamel
Behandeling
Anticorrosiebehandeling (PE)
Ventilator
Type
Schroef
Aantal
1
Luchtdebiet (nominaal Koelen
op 230 V)
Verwarmen
2
76 m3/min
77 m3/min
83 m3/min
Afvoerrichting
Motor
83 m3/min
62 m3/min
Horizontaal
Aantal
1
Model
2
Borstelloze gelijkstroommotor
Positie
Vermogen
200 W
Aandrijving
94 W
Rechtstreekse aandrijving
Compressor
Aantal
Motor
1
Type
Hermetisch gesloten swingcompressor
Startmethode
Inverter­gestuurd
Carterverwarming
Werkbereik
Koelen
Minimum
Zie schema werkbereik
Maximum
Verwarmen
Minimum
Maximum
Geluidsniveau
Nominaal – Koelen
Geluidsvermogen
69 dBA
70 dBA
69 dBA
Geluidsdruk
53 dBA
54 dBA
53 dBA
57 dBA
58 dBA
54 dBA
Nominaal –
Verwarmen
Geluidsvermogen
Fluisterstille
nachtstand ­ Koelen
Geluidsdruk
Fluisterstille
nachtstand ­
Verwarmen
Geluidsdruk
Geluidsdruk
49 dBA
Koelmiddel
Type
Vulling
Besturing
R410A
2,9 kg
4,0 kg
Expansieklep (elektronisch type)
Aant. circuits
1
Koelmiddelolie
Type
Gevuld volume
FVC50K
0,9 l
1,35 l
PED
Uitgebreide handleiding voor de installateur
50
RZQG71~140L_V1+Y1 + RZQSG100~140L_V1+Y1
Split­systeem airconditioners
4P385522­1 – 2014.08
12 Technische gegevens
RZQSG100_Y1
RZQSG125_Y1
Categorie van unit
RZQSG140_Y1
1
Uitgesloten van PED omwille van artikel 1, punt 3.6 van 97/23/EG
Leidingaansluitingen
Vloeistof
Aantal
1
Type
Flareverbinding
Diameter (buitend.)
Gas
Ø9,52 mm
Aantal
1
Type
Flareverbinding
Diameter (buitend.)
Afvoer
Ø15,9 mm
Aantal
5
Type
Gat
Diameter (buitend.)
Leidinglengte
Ø26 mm
Minimum
5 m
Maximum
50 m
Equivalent
70 m
Zonder vulling
30 m
Hoeveelheid extra koelmiddel
Zie "Hoeveelheid extra koelmiddel bepalen"
Maximaal hoogteverschil tussen buitenunit en
binnenunit
30 m
Maximaal hoogteverschil tussen units
0,5 m
Warmte­isolatie
Zowel vloeistof­ als gasleidingen
Ontdooimethode
Omkeercyclus
Ontdooiregeling
Sensor voor buitentemperatuur warmtewisselaar
Capaciteitsregelmethode
Inverter­gestuurd
Capaciteitsregeling
Koelen
Minimum
Maximum
Verwarmen
Minimum
Maximum
Veiligheidsvoorzieningen
Hogedrukschakelaar / contactverbreker ventilatorsturing / zekering
Standaardtoebehoren
1 montagehandleiding / 2 kabelbinders
Elektrische specificaties: RZQSG_Y1
RZQSG100_Y1
RZQSG125_Y1
RZQSG140_Y1
Voeding
Naam
Y1
Fase
3N~
Frequentie
50 Hz
Spanning
380­415 V
Spanningsbereik
Minimum
342 V
Maximum
456 V
Stroom
Nominaal opgenomen amperage
Aanloopstroom
Zmax
Conform met EN 61000­3­11
Maximaal opgenomen stroom
Aanbevolen zekeringen
20 A
25 A
Bedradingsaansluitingen
Voor elektrische voeding
Zie "Elektrische bedrading aansluiten"
Voor verbinding met binnenunit
Inlaatopening voedingskabel
RZQG71~140L_V1+Y1 + RZQSG100~140L_V1+Y1
Split­systeem airconditioners
4P385522­1 – 2014.08
Alleen buitenunit
Uitgebreide handleiding voor de installateur
51
13 Verklarende woordenlijst
13
Verklarende woordenlijst
Dealer
Verdeler die het product verkoopt.
Erkende installateur
Technisch bekwame persoon met een erkenning om het
product te installeren.
Gebruiker
Persoon die de eigenaar is van het product en/of die het
product gebruikt.
Geldende wetgeving
Alle geldende internationale, Europese, nationale en
plaatselijke richtlijnen, wetten, reglementen en/of
voorschriften betreffende een bepaald product of domein.
Onderhoudsbedrijf
Bedrijf dat bevoegd is om de vereiste service voor het
product uit te voeren of te coördineren.
Installatiehandleiding
Handleiding met instructies betreffende het installeren, het
configureren en het onderhouden van een bepaald product
of een bepaalde toepassing.
Gebruiksaanwijzing
Instructiehandleiding voor een bepaald product of een
bepaalde toepassing waarin wordt uitgelegd hoe het
product of de toepassing moet worden gebruikt.
Accessoires
Labels, handleidingen, informatiefiches, apparatuur en
uitrustingen die met het product worden meegeleverd en
die volgens de instructies in de meegeleverde documentatie
geïnstalleerd moeten worden.
Optionele apparatuur
Door Daikin gemaakte of goedgekeurde apparatuur en
uitrustingen die met het product volgens de instructies in de
meegeleverde documentatie gecombineerd mogen worden.
Ter plaatse te voorzien
Niet door Daikin gemaakte apparatuur en uitrustingen die
met het product volgens de instructies in de meegeleverde
documentatie gecombineerd mogen worden.
Uitgebreide handleiding voor de installateur
52
RZQG71~140L_V1+Y1 + RZQSG100~140L_V1+Y1
Split­systeem airconditioners
4P385522­1 – 2014.08
4P385522­1 2014.08
Copyright 2014 Daikin