Canon iX7000 series Online handleiding

Canon iX7000 series Online handleiding
Pagina 1 van 486 pagina's
Deze handleiding gebruiken
Deze handleiding afdrukken
MC-3996-V1.00
Basis Handleiding
Uitgebreide Handleiding
Een overzicht van dit
product.
Een gedetailleerde
beschrijving van dit product.
Problemen oplossen
iX7000 series Basis Handleiding
Pagina 2 van 486 pagina's
Deze handleiding gebruiken
Deze handleiding afdrukken
MP-3507-V1.00
Uitgebreide Handleiding
Inhoud
Overzicht van de printer
Routineonderhoud
Hoofdonderdelen
Inkttanks vervangen
De inktstatus controleren
Documenten/foto's afdrukken
Vage afdrukken of onjuiste kleuren
De inktkwaliteit op peil houden
Documenten afdrukken (Windows)
Documenten afdrukken (Macintosh)
Foto's afdrukken (Easy-PhotoPrint EX)
Overige functies
Nuttige softwaretoepassingen
Papier plaatsen
Papier plaatsen
De papierinvoerrol reinigen
De transportrollen reinigen (reiniging met vel)
De onderhoudsschermen openen
Bijlage
Wettelijke beperkingen voor het gebruik van het
product en het gebruik van afbeeldingen
Tips over het gebruik van uw printer
Overzicht van de printer
Pagina 3 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding
Problemen oplossen
Inhoud > Overzicht van de printer
Overzicht van de printer
In dit gedeelte worden de namen van de printeronderdelen weergegeven en de bijbehorende functies
beschreven.
Hoofdonderdelen
Vooraanzicht
Achteraanzicht
Binnenaanzicht
Naar boven
Hoofdonderdelen
Pagina 4 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding
Problemen oplossen
Inhoud > Overzicht van de printer > Hoofdonderdelen
Hoofdonderdelen
Vooraanzicht
Achteraanzicht
Binnenaanzicht
Vooraanzicht
(1) Bovenklep
Open de bovenklep als u een inkttank wilt vervangen of vastgelopen papier wilt verwijderen uit de printer.
(2) Klep van tank voor transparante inkt
Openen om de tank voor transparante inkt te vervangen.
(3) Papiergeleiders
Schuif deze tegen de zijkanten van de papierstapel aan wanneer u papier plaatst in de achterste lade.
(4) Papiersteun
Open de klep om papier in de achterste lade te plaatsen.
(5) Papieruitvoerlade
Hier wordt het bedrukte papier uitgevoerd.
(6) Papierhouder
Houdt gewoon papier vast dat is geplaatst in de sleuf voor handmatige invoer zodat papier goed kan
worden ingevoerd. Het voorkomt tevens dat uitgevoerd papier tussen het papier komt dat is geplaatst in de
sleuf voor handmatige invoer.
(7) Sleuf voor handmatige invoer
Wanneer Handmatige invoer (Manual Feed) is geselecteerd in Papierbron (Paper Source), plaatst u gewoon
papier volledig in de sleuf voor handmatige invoer. Er kunnen twee of meer vellen gewoon papier van
hetzelfde formaat tegelijk worden geplaatst. Het papier wordt automatisch met één vel tegelijk ingevoerd.
(8) Cassette
Plaats normaal papier en steek de cassette in de printer. Er kunnen twee of meer vellen papier van
hetzelfde formaat tegelijk worden geplaatst. Het papier wordt automatisch met één vel tegelijk ingevoerd.
Zie Papier plaatsen in de cassette en Mediumtypen die u kunt gebruiken .
Hoofdonderdelen
Pagina 5 van 486 pagina's
(9) Houder reinigingsvellen
Hier plaatst u de meegeleverde reinigingsvellen voor reiniging met vel.
Zie De transportrollen reinigen (reiniging met vel) .
(10) Papiergeleiders voor handmatige invoer
Schuif deze tegen de zijkanten van de papierstapel aan wanneer u papier plaatst in de sleuf voor
handmatige invoer van de voorste lade. Wanneer de sleuf voor handmatige invoer niet wordt gebruikt,
schuift u ze helemaal naar de rand van de voorste lade.
(11) Verlengstuk van de voorste lade
Trek het verlengstuk naar buiten ter ondersteuning van het papier. Trek het naar buiten voordat u gaat
afdrukken of papier plaatst in de sleuf voor handmatige invoer.
(12) Voorste lade
Afgedrukt papier wordt uitgevoerd uit de papieruitvoerlade. Open deze voordat u gaat afdrukken of papier
plaatst in de sleuf voor handmatige invoer.
Zie Papier plaatsen in de sleuf voor handmatige invoer van de voorste lade
gebruiken .
en Mediumtypen die u kunt
(13) Achterste lade
Plaats hier ander papier dan gewoon papier dat u met de printer wilt gebruiken. Er kunnen twee of meer
vellen ander papier dan gewoon papier van hetzelfde formaat en type tegelijk worden geplaatst. Het papier
wordt automatisch met één vel tegelijk ingevoerd.
Zie Papier plaatsen in de achterste lade en Mediumtypen die u kunt gebruiken.
(14) Knop Aan/uit
Druk op deze knop om de stroom in of uit te schakelen.
Belangrijk
De stekker uit het stopcontact halen
Zet eerst het apparaat uit en controleer vervolgens of het Aan/uit -lampje uit is voordat u
de stekker uit het stopcontact haalt. Als de stekker uit het stopcontact wordt gehaald
terwijl het Aan/uit -knopje nog brandt of knippert, kan de printer mogelijk niet meer
accuraat afdrukken omdat de printkop niet wordt beschermd.
Opmerking
Wanneer de stroomtoevoer is ingeschakeld, kan de printer de inkt gaan mengen om de
inktkwaliteit te verbeteren (tussen 10 seconden en 2 minuten).
Zie De inktkwaliteit op peil houden.
(15) Aan/uit-lampje
Dit lampje knippert en brandt vervolgens groen wanneer de printer wordt aangezet.
(16) Knop RESUME/CANCEL
Druk op deze knop om een afdruktaak die wordt uitgevoerd, te annuleren. U kunt op deze knop drukken
nadat u een printerprobleem hebt opgelost om de foutstatus van de printer op te heffen en het afdrukken te
hervatten.
Hoofdonderdelen
(17) Alarmlampje
Dit lampje brandt of knippert oranje als er een fout optreedt, bijvoorbeeld als het papier of de inkt op is.
Opmerking
Aan/uit- en alarmlampjes
U kunt de status van de printer controleren aan de hand van het lampje Aan/uit- en het
Alarm lampje.
- Als het Aan/uit (Power) -lampje niet brandt: het apparaat is uit.
- Aan/uit (Power) -lampje brandt groen: de printer is klaar voor gebruik.
- Aan/uit (Power) -lampje knippert groen: de printer is bijna klaar voor gebruik of er wordt
een afdruktaak uitgevoerd.
- Alarm -lampje knippert oranje: er is een fout opgetreden en de printer is niet klaar voor
gebruik. Raadpleeg voor meer informatie het gedeelte ' Problemen oplossen ' in de online
handleiding: Uitgebreide Handleiding .
- Het groene Aan/uit (Power) -lampje en het oranje Alarm -lampje knipperen beurtelings:
er is mogelijk een fout opgetreden waarvoor u contact moet opnemen met het
ondersteuningscentrum. Raadpleeg voor meer informatie het gedeelte ' Problemen
oplossen' in de online handleiding: Uitgebreide Handleiding .
Achteraanzicht
(18) USB-poort
Sluit hier de USB-kabel aan om de printer met een computer te verbinden.
Belangrijk
Raak het metalen omhulsel niet aan.
De USB-kabel mag niet worden losgekoppeld of aangesloten terwijl de printer bezig is met
afdrukken.
(19) Aansluiting voor bekabeld LAN
Sluit hier de LAN-kabel aan om de printer met een LAN te verbinden.
Belangrijk
Raak het metalen omhulsel niet aan.
Opmerking
Verwijder de bescherming van de LAN-aansluiting voordat u de aansluiting gebruikt.
(20) Achterklep
Open de achterklep wanneer u vastgelopen papier wilt verwijderen.
(21) Netsnoeraansluiting
Hier kunt u het meegeleverde netsnoer aansluiten.
Pagina 6 van 486 pagina's
Hoofdonderdelen
Pagina 7 van 486 pagina's
Binnenaanzicht
(22) Inktlampjes
Dit lampje brandt of knippert rood om de status van de inkttank aan te geven.
Raadpleeg De inktstatus controleren .
(23) Printkopvergrendeling
Hiermee vergrendelt u de printkop.
Belangrijk
Trek deze vergrendeling niet omhoog na installatie van de printkop.
(24) Printkophouder
Hier installeert u de printkop.
(25) Vergrendelingsklepje van tank voor transparante inkt
Hiermee zet u de tank voor transparante inkt vast.
Opmerking
Raadpleeg voor meer informatie over het plaatsen van de printkop en inkttanks de gedrukte
handleiding: Aan de Slag-gids .
Naar boven
Documenten/foto's afdrukken
Pagina 8 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding
Problemen oplossen
Inhoud > Documenten/foto's afdrukken
Documenten/foto's afdrukken
In dit gedeelte wordt beschreven hoe u documenten of foto's kunt afdrukken.
Met Easy-PhotoPrint EX, dat bij de printer is geleverd, kunt u eenvoudig foto's die u hebt gemaakt met uw
digitale camera afdrukken.
Documenten afdrukken (Windows)
Documenten afdrukken (Macintosh)
Voor Mac OS X v.10.5.x
Voor Mac OS X v.10.4.x of Mac OS X v.10.3.9
Foto's afdrukken (Easy-PhotoPrint EX)
Diverse functies van Easy-PhotoPrint EX gebruiken
Naar boven
Documenten afdrukken (Windows)
Pagina 9 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding
Problemen oplossen
Inhoud > Documenten/foto's afdrukken > Documenten afdrukken (Windows)
Documenten afdrukken (Windows)
Deze printer kan optimaal afdrukken op gewoon papier, niet alleen tekstdocumenten, maar ook
documenten met foto's en illustraties.
In dit gedeelte wordt beschreven hoe u een A4-document op gewoon papier kunt afdrukken.
Raadpleeg voor meer informatie online handleiding: Uitgebreide Handleiding .
Opmerking
De bewerkingen kunnen variëren, afhankelijk van uw toepassing. Raadpleeg de
instructiehandleiding van uw toepassing voor meer informatie over de bewerkingen.
De schermen in dit gedeelte hebben betrekking op het afdrukken in het besturingssysteem Windows
Vista Ultimate Edition (hierna 'Windows Vista' genoemd).
1.
Bereid het afdrukken voor.
(1) Zorg dat de printer is ingeschakeld.
Zie Vooraanzicht .
(2) Plaats papier.
Zie Papier plaatsen.
Controleer nu of er gewoon A4-papier in de cassette is geplaatst.
Opmerking
Plaats gewoon papier in de cassette of de sleuf voor handmatige invoer van de voorste
lade en overige soorten en formaten papier, zoals fotopapier, in de achterste lade.
(3) Open de voorste lade voorzichtig en trek het verlengstuk van de uitvoerlade uit.
2.
Maak (of open) een document met behulp van een geschikte softwaretoepassing.
3.
Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma.
(1) Selecteer Afdrukken (Print) in het menu Bestand (File) of op de werkbalk van de
toepassing.
Het dialoogvenster Afdrukken (Print) wordt weergegeven.
(2) Controleer of de naam van uw printer is geselecteerd.
Documenten afdrukken (Windows)
Pagina 10 van 486 pagina's
Opmerking
Selecteer de naam van uw printer als een andere printernaam is geselecteerd.
(3) Klik op Voorkeuren (Preferences) (of Eigenschappen (Properties)).
4.
Geef de vereiste afdrukinstellingen op.
(1) Selecteer Zakelijk document (Business Document) in Veelgebruikte instellingen
(Commonly Used Settings).
Opmerking
Als een afdrukobject zoals Zakelijk document (Business Document) of Foto afdrukken
(Photo Printing) is geselecteerd in Veelgebruikte instellingen (Commonly Used Settings),
worden de items in Extra functies (Additional Features) automatisch geselecteerd. De
toepasselijke instellingen voor het afdrukobject (zoals het mediumtype en de
afdrukkwaliteit) worden ook weergegeven.
Als u twee of meer exemplaren opgeeft in Aantal (Copies), wordt het selectievakje
Sorteren (Collate) ingeschakeld.
(2) Controleer de weergegeven instellingen.
Controleer nu of Gewoon papier (Plain Paper) is geselecteerd in Mediumtype (Media Type), Standaard
(Standard) is geselecteerd in Afdrukkwaliteit (Print Quality), of A4 is geselecteerd in Papierformaat printer
(Printer Paper Size) en of Cassette is geselecteerd in Papierbron (Paper Source).
Opmerking
De instellingen kunnen worden gewijzigd.
U moet nadat u Papierformaat printer (Printer Paper Size) hebt gewijzigd, wel controleren
of de instelling voor Paginaformaat (Page Size) op het tabblad Pagina-instelling (Page
Setup) overeenkomt met de instelling in de toepassing.
Raadpleeg voor meer informatie online handleiding: Uitgebreide Handleiding .
Wanneer gewoon papier wordt geselecteerd, wordt een bericht weergegeven om aan te
geven dat papier wordt ingevoerd vanuit de cassette. Wanneer ander papier dan gewoon
papier wordt geselecteerd, wordt een bericht weergegeven om aan te geven dat papier
wordt ingevoerd vanuit de achterste lade. Klik op OK. Als u gewoon papier wilt invoeren
uit de voorste lade, selecteert u Handmatige invoer (Manual Feed) bij Papierbron (Paper
Source).
Als u niet het juiste mediumtype selecteert, wordt het papier mogelijk vanuit de verkeerde
papierbron ingevoerd of drukt de printer mogelijk niet af met de juiste afdrukkwaliteit.
(3) Klik op OK.
Documenten afdrukken (Windows)
Opmerking
Voor meer informatie over de functies van het printerstuurprogramma klikt u op Help of
Instructies (Instructions) om de online Help of de online handleiding weer te geven:
Uitgebreide Handleiding . De knop Instructies (Instructions) wordt alleen weergegeven op de
tabbladen Snel instellen (Quick Setup), Afdruk (Main) en Onderhoud (Maintenance) wanneer
de online handleiding op uw computer is geïnstalleerd.
U kunt de gewijzigde instellingen een naam geven en deze toevoegen aan Veelgebruikte
instellingen (Commonly Used Settings).
Raadpleeg voor meer informatie online handleiding: Uitgebreide Handleiding .
Als het selectievakje Altijd afdrukken met huidige instellingen (Always Print with Current
Settings) is ingeschakeld, worden de huidige instellingen toegepast vanaf de volgende
afdruktaak. Sommige toepassingen beschikken niet over deze functie.
Schakel het selectievakje Afdrukvoorbeeld (Preview before printing) in als u het voorbeeld wilt
bekijken en de afdrukresultaten wilt controleren. Sommige toepassingen beschikken niet over
een afdrukvoorbeeldfunctie.
U kunt gedetailleerde afdrukinstellingen opgeven op het tabblad Afdruk (Main) of Paginainstelling (Page Setup).
Raadpleeg voor meer informatie online handleiding: Uitgebreide Handleiding .
5.
Start het afdrukken.
Klik op Afdrukken (Print) (of OK) om het afdrukken te starten.
Opmerking
Als u een actieve afdruktaak wilt annuleren, drukt u op de knop RESUME/CANCEL op de
printer of klikt u op Afdrukken annuleren (Cancel Printing) op de printerstatusmonitor. Nadat
een afdruktaak is geannuleerd, kunnen nog lege vellen papier worden uitgevoerd. Klik op
Canon XXX(waarbij ' XXX' de naam van uw printer is) op de taakbalk om de
printerstatusmonitor weer te geven.
Als evenwijdige lijnen niet correct worden afgedrukt of als u niet tevreden bent over de
afdrukresultaten, moet u de positie van de printkop aanpassen.
Raadpleeg De printkop uitlijnen .
Pagina 11 van 486 pagina's
Documenten afdrukken (Windows)
Pagina 12 van 486 pagina's
Naar boven
Documenten afdrukken (Macintosh)
Pagina 13 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding
Problemen oplossen
Inhoud > Documenten/foto's afdrukken > Documenten afdrukken (Macintosh)
Documenten afdrukken (Macintosh)
Deze printer kan optimaal afdrukken op gewoon papier, niet alleen tekstdocumenten, maar ook
documenten met foto's en illustraties.
In dit gedeelte wordt beschreven hoe u een A4-document op gewoon papier kunt afdrukken.
Raadpleeg voor meer informatie online handleiding: Uitgebreide Handleiding .
Opmerking
De bewerkingen kunnen variëren, afhankelijk van uw toepassing. Raadpleeg de
instructiehandleiding van uw toepassing voor meer informatie over de bewerkingen.
Voor Mac OS X v.10.5.x
1.
Bereid het afdrukken voor.
(1) Zorg dat de printer is ingeschakeld.
Zie Vooraanzicht .
(2) Plaats papier.
Zie Papier plaatsen.
Controleer nu of er gewoon A4-papier in de cassette is geplaatst.
Opmerking
Plaats gewoon papier in de cassette of de sleuf voor handmatige invoer van de voorste
lade en overige soorten en formaten papier, zoals fotopapier, in de achterste lade.
(3) Open de voorste lade voorzichtig en trek het verlengstuk van de uitvoerlade uit.
2.
Maak (of open) een document met behulp van een geschikte softwaretoepassing.
3.
Open het dialoogvenster Druk af (Print).
Selecteer Druk af (Print) in het menu Archief (File) van de toepassing.
Het dialoogvenster Afdrukken (Print) wordt weergegeven.
Opmerking
Documenten afdrukken (Macintosh)
Klik op
4.
Pagina 14 van 486 pagina's
(pijl omlaag) als het onderstaande dialoogvenster wordt weergegeven.
Geef de vereiste afdrukinstellingen op.
(1) Controleer of de naam van uw printer is geselecteerd bij Printer.
(2) Selecteer het paginaformaat van het geplaatste papier in Papierformaat (Paper
Size).
Hier selecteert u A4.
(3) Selecteer Kwaliteit en media (Quality & Media) in het pop-upmenu.
(4) Selecteer het mediumtype van het papier bij Mediumtype (Media Type).
Hier selecteert u Gewoon papier (Plain Paper).
Opmerking
Als u niet het juiste mediumtype selecteert, wordt het papier mogelijk vanuit de verkeerde
papierbron ingevoerd of drukt de printer mogelijk niet af met de juiste afdrukkwaliteit.
(5) Controleer of Cassette is geselecteerd bij Papierbron (Paper Source).
Opmerking
Als u Gewoon papier (Plain Paper) selecteert bij Mediumtype (Media Type), wordt
Papierbron (Paper Source) gewijzigd in Cassette. Als u papier wilt invoeren uit de voorste
lade, selecteert u Handmatige invoer (Manual Feed) bij Papierbron (Paper Source).
Als u een ander mediumtype selecteert dan gewoon papier wordt Papierbron (Paper
Source) gewijzigd in Achterste lade (Rear Tray).
(6) Selecteer de afdrukkwaliteit in Afdrukkwaliteit (Print Quality).
Hier selecteert u Standaard (Standard).
Opmerking
Raadpleeg de online handleiding voor meer informatie over de afdrukkwaliteit: Uitgebreide
Handleiding .
Documenten afdrukken (Macintosh)
Opmerking
Voor meer informatie over de functies van het printerstuurprogramma klikt u op
(Vraag) op
het scherm Kwaliteit en media (Quality & Media), Kleuropties (Color Options), Afdrukken
zonder marges (Borderless Printing) of Dubbelzijdig afdrukken en marge (Duplex Printing &
Margin).
Het voorbeeld wordt links van het dialoogvenster weergegeven, zodat u het afdrukresultaat
kunt controleren. Sommige toepassingen beschikken niet over een afdrukvoorbeeldfunctie.
5.
Start het afdrukken.
Klik op Druk af (Print) om het afdrukken te starten.
Opmerking
Klik op het printerpictogram in het Dock om een lijst met actieve afdruktaken weer te geven.
Als u een actieve afdruktaak wilt annuleren, selecteert u de betreffende opdracht in de lijst
Naam (Name) en klikt u op Verwijder (Delete).
Als u een actieve afdruktaak tijdelijk wilt annuleren, klikt u op Stel uit (Hold). Klik op Afdrukken
onderbreken (Pause Printer) als u alle taken in de lijst tijdelijk wilt stoppen. Nadat een
afdruktaak is geannuleerd, kunnen nog lege vellen papier worden uitgevoerd.
Als evenwijdige lijnen niet correct worden afgedrukt of als u niet tevreden bent over de
afdrukresultaten, moet u de positie van de printkop aanpassen.
Raadpleeg De printkop uitlijnen .
Voor Mac OS X v.10.4.x of Mac OS X v.10.3.9
Opmerking
De schermen in dit gedeelte hebben betrekking op het afdrukken in Mac OS X v.10.4.x.
1.
Bereid het afdrukken voor.
(1) Zorg dat de printer is ingeschakeld.
Zie Vooraanzicht .
(2) Plaats papier.
Zie Papier plaatsen.
Controleer nu of er gewoon A4-papier in de cassette is geplaatst.
Opmerking
Plaats gewoon papier in de cassette of de sleuf voor handmatige invoer van de voorste
lade en overige soorten en formaten papier, zoals fotopapier, in de achterste lade.
Pagina 15 van 486 pagina's
Documenten afdrukken (Macintosh)
Pagina 16 van 486 pagina's
(3) Open de voorste lade voorzichtig en trek het verlengstuk van de uitvoerlade uit.
2.
Maak (of open) een document met behulp van een geschikte softwaretoepassing.
3.
Geef het paginaformaat op.
(1) Selecteer Pagina-instelling (Page Setup) in het menu Archief (File) van de
toepassing.
Het dialoogvenster Pagina-instelling (Page Setup) wordt weergegeven.
(2) Controleer of de naam van uw printer is geselecteerd bij Stel in voor (Format
for).
(3) Selecteer het paginaformaat van het papier bij Papierformaat (Paper Size).
Hier selecteert u A4.
(4) Klik op OK.
4.
Geef de vereiste afdrukinstellingen op.
(1) Selecteer Druk af (Print) in het menu Archief (File) van de toepassing.
Het dialoogvenster Afdrukken (Print) wordt weergegeven.
(2) Controleer of de naam van uw printer is geselecteerd bij Printer.
(3) Selecteer Kwaliteit en media (Quality & Media) in het pop-upmenu.
(4) Selecteer het mediumtype van het geplaatste papier in Mediumtype (Media
Type).
Hier selecteert u Gewoon papier (Plain Paper).
Opmerking
Als u niet het juiste mediumtype selecteert, wordt het papier mogelijk vanaf de verkeerde
plek ingevoerd of drukt de printer mogelijk niet af met de juiste afdrukkwaliteit.
(5) Controleer of Cassette is geselecteerd bij Papierbron (Paper Source).
Documenten afdrukken (Macintosh)
Pagina 17 van 486 pagina's
Opmerking
Als u Gewoon papier (Plain Paper) selecteert bij Mediumtype (Media Type), wordt
Papierbron (Paper Source) gewijzigd in Cassette. Als u papier wilt invoeren uit de voorste
lade, selecteert u Handmatige invoer (Manual Feed) bij Papierbron (Paper Source).
Als u een ander mediumtype selecteert dan gewoon papier wordt Papierbron (Paper
Source) gewijzigd in Achterste lade (Rear Tray).
(6) Selecteer de afdrukkwaliteit in Afdrukkwaliteit (Print Quality).
Hier selecteert u Standaard (Standard).
Opmerking
Raadpleeg de online handleiding voor meer informatie over de afdrukkwaliteit: Uitgebreide
Handleiding .
Opmerking
Voor meer informatie over de functies van het printerstuurprogramma klikt u op
(Vraag) op
het scherm Kwaliteit en media (Quality & Media), Kleuropties (Color Options), Speciale effecten
(Special Effects), Afdrukken zonder marges (Borderless Printing) of Dubbelzijdig afdrukken en
marge (Duplex Printing & Margin).
Klik op Voorbeeld (Preview) om het voorbeeld weer te geven en het afdrukresultaat te
controleren. Sommige toepassingen beschikken niet over een afdrukvoorbeeldfunctie.
5.
Start het afdrukken.
Klik op Druk af (Print) om het afdrukken te starten.
Opmerking
Klik op het printerpictogram in het Dock om een lijst met actieve afdruktaken weer te geven.
Als u een actieve afdruktaak wilt annuleren, selecteert u de betreffende opdracht in de lijst
Naam (Name) en klikt u op Verwijder (Delete).
Als u een actieve afdruktaak tijdelijk wilt annuleren, klikt u op Stel uit (Hold). Klik op Stop
afdruktaken (Stop Jobs) als u alle afdruktaken in de lijst tijdelijk wilt stoppen. Nadat een
afdruktaak is geannuleerd, kunnen nog lege vellen papier worden uitgevoerd.
Als evenwijdige lijnen niet correct worden afgedrukt of als u niet tevreden bent over de
afdrukresultaten, moet u de positie van de printkop aanpassen.
Raadpleeg De printkop uitlijnen .
Naar boven
Foto's afdrukken (Easy-PhotoPrint EX)
Pagina 18 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding
Problemen oplossen
Inhoud > Documenten/foto's afdrukken > Foto's afdrukken (Easy-PhotoPrint EX)
Foto's afdrukken (Easy-PhotoPrint EX)
Druk afbeeldingsgegevens op uw computer af met Easy-PhotoPrint EX, dat bij de printer is geleverd.
In dit gedeelte worden de handelingen beschreven voor het zonder marges afdrukken van foto's op
fotopapier van 10 x 15 cm.
Raadpleeg de online handleiding voor informatie over Easy-PhotoPrint EX: Uitgebreide Handleiding .
Opmerking
De schermen in dit gedeelte hebben betrekking op het afdrukken in Windows. De bewerkingen zijn
hetzelfde voor het afdrukken in Macintosh.
Installeer Easy-PhotoPrint EX vanaf de installatie-cd-rom (Setup CD-ROM) als de software nog
niet is geïnstalleerd of is verwijderd. Selecteer Easy-PhotoPrint EX in Aangepaste installatie
(Custom Install) om Easy-PhotoPrint EX te installeren.
1.
Bereid het afdrukken voor.
(1) Zorg dat de printer is ingeschakeld.
Zie Vooraanzicht .
(2) Plaats papier.
Zie Papier plaatsen.
In dit voorbeeld plaatsen we fotopapier van 4" x 6" / 10 x 15 cm in de achterste papierlade.
Opmerking
Plaats gewoon papier in de cassette of de sleuf voor handmatige invoer van de voorste
lade en overige soorten en formaten papier, zoals fotopapier, in de achterste lade.
(3) Open de voorste lade voorzichtig en trek het verlengstuk van de uitvoerlade uit.
2.
Start Easy-PhotoPrint EX en selecteer Photo Print.
(1) Start Easy-PhotoPrint EX.
Dubbelklik op
(Easy-PhotoPrint EX) op het bureaublad.
Foto's afdrukken (Easy-PhotoPrint EX)
Pagina 19 van 486 pagina's
Klik hier: Easy-PhotoPrint EX
Selecteer het menu Ga (Go), Programma's (Applications), Canon Utilities, Easy-PhotoPrint EX en
dubbelklik op Easy-PhotoPrint EX.
Opmerking
U kunt Easy-PhotoPrint EX starten via Solution Menu door te dubbelklikken op
(Solution
Menu) op het bureaublad en te klikken op
(Foto's of albums, enzovoort afdrukken.
(Print photos or albums, etc.)).
Zie Solution Menu .
U kunt Easy-PhotoPrint EX starten via het menu Start door achtereenvolgens Alle
programma's (All Programs) (of Programma's (Programs)), Canon Utilities, Easy-PhotoPrint
EX en Easy-PhotoPrint EX te selecteren.
U kunt Easy-PhotoPrint EX starten vanuit Solution Menu door te klikken op
Menu) in het Dock en te klikken op
photos or albums, etc.)).
Zie Solution Menu .
(Solution
(Foto's of albums, enzovoort afdrukken. (Print
(2) Klik op Photo Print.
Opmerking
U kunt Album, Kalender (Calendar), enzovoort, selecteren, naast Photo Print. U kunt
Stickers niet selecteren.
Zie Diverse functies van Easy-PhotoPrint EX gebruiken .
3.
Selecteer een foto die u wilt afdrukken.
(1) Selecteer de map waarin de afbeeldingen zijn opgeslagen.
(2) Klik op de afbeelding die u wilt afdrukken.
Het aantal exemplaren wordt weergegeven als "1" en de afbeelding die u hebt geselecteerd, wordt
weergegeven in daarvoor bestemde gedeelte (A). U kunt twee of meer afbeeldingen tegelijk selecteren.
Opmerking
Klik op
(pijl omhoog) om het aantal exemplaren te wijzigen als u twee of meer
exemplaren wilt afdrukken.
Klik op de afbeelding die u wilt annuleren en klik op
(Geïmporteerde afbeelding
(pijl
verwijderen (Delete Imported Image)) als u de selectie wilt annuleren. U kunt ook
omlaag) gebruiken om het aantal exemplaren te verlagen tot nul.
Tevens kunt u de geselecteerde afbeeldingen nog corrigeren of verbeteren voordat u ze
afdrukt.
Zie Diverse functies van Easy-PhotoPrint EX gebruiken .
Foto's afdrukken (Easy-PhotoPrint EX)
Pagina 20 van 486 pagina's
(3) Klik op Papier selecteren (Select Paper).
4.
Selecteer het geplaatste papier.
(1) Controleer of de naam van uw printer is geselecteerd bij Printer.
(2) Selecteer het formaat en type van het geplaatste papier in Papierformaat (Paper
Size) en Mediumtype (Media Type).
In dit voorbeeld selecteren we 4"x6" 10x15cm bij Papierformaat (Paper Size) en het type geplaatste
fotopapier bij Mediumtype (Media Type).
Opmerking
Als u niet het juiste mediumtype selecteert, wordt het papier mogelijk vanuit de verkeerde
papierbron ingevoerd of drukt de printer mogelijk niet af met de juiste afdrukkwaliteit.
(3) Controleer of Achterste lade (Rear Tray) is geselecteerd bij Papierbron (Paper
Source).
Opmerking
Als u Gewoon papier (Plain Paper) selecteert bij Mediumtype (Media Type), wordt
Papierbron (Paper Source) gewijzigd in Cassette. Als u gewoon papier invoert uit de
voorste lade, selecteert u Handmatige invoer (Manual Feed) bij Papierbron (Paper Source).
(4) Klik op Opmaak/Afdrukken (Layout/Print).
5.
Selecteer een opmaak en start het afdrukken.
(1) Selecteer de opmaak van de foto.
In dit voorbeeld selecteren we Zonder marges (volledig) (Borderless (full)).
Foto's afdrukken (Easy-PhotoPrint EX)
Pagina 21 van 486 pagina's
Het afdrukvoorbeeld wordt weergegeven in de geselecteerde opmaak, zodat u het vereiste resultaat kunt
controleren.
Opmerking
U kunt de afdrukrichting van de foto wijzigen of foto's bijsnijden.
Raadpleeg de online handleiding voor meer informatie over de bediening: Uitgebreide
Handleiding .
(2) Klik op Afdrukken (Print).
Opmerking
Als u een actieve afdruktaak wilt annuleren, drukt u op de knop RESUME/CANCEL op de
printer of klikt u op Afdrukken annuleren (Cancel Printing) op de printerstatusmonitor. Nadat
een afdruktaak is geannuleerd, kunnen nog lege vellen papier worden uitgevoerd.
Klik op Canon XXX (waarbij 'XXX' de naam van uw printer is) op de taakbalk om de
printerstatusmonitor weer te geven.
Klik op het printerpictogram in het Dock om een lijst met actieve afdruktaken weer te geven.
Als u een actieve afdruktaak wilt annuleren, selecteert u de betreffende opdracht in de lijst
Naam (Name) en klikt u op Verwijder (Delete).
Als u een actieve afdruktaak tijdelijk wilt annuleren, klikt u op Stel uit (Hold). Klik op Afdrukken
onderbreken (Pause Printer) (of op Stop afdruktaken (Stop Jobs)) als u alle taken in de lijst
tijdelijk wilt stoppen. Nadat een afdruktaak is geannuleerd, kunnen nog lege vellen papier
worden uitgevoerd.
Naar boven
Diverse functies van Easy-PhotoPrint EX gebruiken
Pagina 22 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding
Problemen oplossen
Inhoud > Documenten/foto's afdrukken > Foto's afdrukken (Easy-PhotoPrint EX) > Diverse functies van EasyPhotoPrint EX gebruiken
Diverse functies van Easy-PhotoPrint EX gebruiken
In dit gedeelte maakt u kennis met een paar handige functies van Easy-PhotoPrint EX.
Raadpleeg voor meer informatie online handleiding: Uitgebreide Handleiding .
Uw eigen afdrukken maken
U kunt een album of kalender maken met uw eigen foto's.
Album
Kalender (Calendar)
Opmaak afdrukken (Layout Print)
Afbeeldingen corrigeren
U kunt Correctie rode ogen (Red-Eye Correction), Gezicht scherper maken (Face Sharpener),
Gezicht digitaal effenen (Digital Face Smoothing), Helderheid (Brightness), Contrast enzovoort,
gebruiken om afbeeldingen automatisch of handmatig aan te passen, te corrigeren of te
verbeteren.
Helderheid (Brightness)
Diverse functies van Easy-PhotoPrint EX gebruiken
Pagina 23 van 486 pagina's
Naar boven
Overige functies
Pagina 24 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding
Problemen oplossen
Inhoud > Overige functies
Overige functies
In dit gedeelte maakt u kennis met nuttige softwaretoepassingen die bij de printer worden geleverd.
Nuttige softwaretoepassingen
Solution Menu
My Printer
Easy-WebPrint EX
Naar boven
Nuttige softwaretoepassingen
Pagina 25 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding
Problemen oplossen
Inhoud > Overige functies > Nuttige softwaretoepassingen
Nuttige softwaretoepassingen
De printer kan worden gebruikt met nuttige softwaretoepassingen zoals Solution Menu, My Printer en
Easy-WebPrint EX.
Solution Menu
Met Solution Menu kunt u de toepassingen openen die met de printer zijn meegeleverd, of de
bedieningsinstructies weergeven.
Dubbelklik op
(Solution Menu) op het bureaublad.
Klik hier: Solution Menu
Klik op
(Solution Menu) in het Dock.
* De onderstaande schermen zijn voor Windows Vista.
Klik op de knop van een functie om deze te gebruiken.
Klik na het starten van Solution Menu op de knop op de titelbalk om het vensterformaat te verkleinen.
Opmerking
Installeer Solution Menu vanaf de installatie-cd-rom (Setup CD-ROM) als de software nog niet is
geïnstalleerd of is verwijderd. Als u Solution Menu wilt installeren, selecteert u Solution Menu in
Aangepaste installatie (Custom Install).
De knoppen die worden weergegeven op het scherm kunnen verschillen, afhankelijk van het land
of de regio van aankoop.
Als u Solution Menu wilt starten via het menu Start, selecteert u Alle programma's (All Programs) (of
Programma's (Programs)), Canon Utilities, Solution Menu en vervolgens Solution Menu.
Als u Solution Menu wilt starten vanaf de menubalk, selecteert u het menu Ga (Go), Programma's
(Applications), Canon Utilities, Solution Menu en dubbelklikt u op Solution Menu.
My Printer
Met My Printer kunt u het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma weergeven. Daarnaast
wordt informatie geboden over handelingen die u kunt uitvoeren wanneer u problemen hebt met de
werking.
My Printer is niet beschikbaar voor Macintosh-computers.
Nuttige softwaretoepassingen
Dubbelklik op
Pagina 26 van 486 pagina's
(My Printer) op het bureaublad.
Opmerking
U kunt My Printer ook starten vanuit Solution Menu of de taakbalk.
Installeer My Printer vanaf de installatie-cd-rom (Setup CD-ROM) als de software nog niet is
geïnstalleerd of is verwijderd. Als u My Printer wilt installeren, selecteert u My Printer in
Aangepaste installatie (Custom Install).
Als u My Printer wilt starten via het menu Start, selecteert u Alle programma's (All Programs) (of
Programma's (Programs)), Canon Utilities, My Printer en vervolgens My Printer.
Easy-WebPrint EX
Met Easy-WebPrint EX kunt u snel en eenvoudig internetpagina's afdrukken in Internet Explorer. U kunt
bij het afdrukken van internetpagina's automatisch het formaat aanpassen zodat de pagina's op de
breedte van het papier passen zonder dat de randen af worden gekapt, of een voorbeeldweergave
bekijken en de gewenste pagina's afdrukken.
Easy-WebPrint EX is niet beschikbaar in Windows 2000 en Macintosh.
Belangrijk
Het is onwettig om auteursrechtelijk beschermd werk van anderen te reproduceren of te bewerken
zonder toestemming van de houder van het auteursrecht, behalve voor persoonlijk gebruik, gebruik
binnenshuis of ander gebruik binnen het beperkte bereik dat wordt gespecificeerd in het
auteursrecht. Daarnaast kan het reproduceren of bewerken van foto's van mensen inbreuk maken
op het portretrecht.
Wanneer Easy-WebPrint EX is geïnstalleerd, wordt een taakbalk toegevoegd aan Internet Explorer. De
taakbalk is beschikbaar wanneer Internet Explorer is geopend.
Met de fragmentfunctie kunt u bijvoorbeeld fragmenten maken van bepaalde delen van internetpagina's
en deze bewerken om af te drukken.
Nuttige softwaretoepassingen
Klik voor meer informatie over het afdrukken van internetpagina's op
te geven.
Pagina 27 van 486 pagina's
(Help) om de online Help weer
Opmerking
Easy-WebPrint EX installeren
Als Easy-WebPrint EX niet is geïnstalleerd, worden de richtlijnen voor de installatie van EasyWebPrint EX mogelijk weergegeven van de taakbalk op het bureaublad.
Klik om Easy-WebPrint EX te installeren op de weergegeven richtlijnen en volg de instructies op het
scherm.
U kunt Easy-WebPrint EX ook installeren vanaf de installatie-cd-rom (Setup CD-ROM) .
Selecteer Easy-WebPrint EX bij Aangepaste installatie (Custom Install) om Easy-WebPrint EX te
installeren.
Voor de installatie van Easy-WebPrint EX op uw computer is Internet Explorer 7 of hoger vereist en
moet de computer zijn aangesloten op internet.
Nuttige softwaretoepassingen
Pagina 28 van 486 pagina's
Naar boven
Papier plaatsen
Pagina 29 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding
Problemen oplossen
Inhoud > Papier plaatsen
Papier plaatsen
In dit gedeelte wordt beschreven welke soorten papier u kunt plaatsen en hoe u afdrukpapier in de
cassette, achterste lade of sleuf voor handmatige invoer van de voorste lade plaatst.
Papier plaatsen
Papierbron voor het plaatsen van papier
Papier plaatsen in de cassette
Papier plaatsen in de achterste lade
Papier plaatsen in de sleuf voor handmatige invoer van de voorste lade
Mediumtypen die u kunt gebruiken
Mediumtypen die u niet kunt gebruiken
Omgaan met papier
Naar boven
Papier plaatsen
Pagina 30 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding
Problemen oplossen
Inhoud > Papier plaatsen > Papier plaatsen
Papier plaatsen
Papierbron voor het laden van papier
Papier plaatsen in de cassette
Papier plaatsen in de achterste lade
Papier plaatsen in de sleuf voor handmatige invoer van de voorste lade
Mediumtypen die u kunt gebruiken
Mediumtypen die u niet kunt gebruiken
Omgaan met papier
Papierbron voor het laden van papier
De printer heeft drie papierbronnen: de cassette, de achterste lade en de sleuf voor handmatige invoer
van de voorste lade.
U kunt het papier, afhankelijk van het mediumtype, in één van de papierbronnen plaatsen.
Zie Mediumtypen die u kunt gebruiken .
Opmerking
Selecteer bij het afdrukken het juiste mediumtype. Als u niet het juiste mediumtype selecteert, wordt
het papier mogelijk vanuit de verkeerde papierbron ingevoerd of drukt de printer mogelijk niet af met
de juiste afdrukkwaliteit.
Zie Papier plaatsen in de cassette , Papier plaatsen in de achterste lade of Papier plaatsen in de
sleuf voor handmatige invoer van de voorste lade voor meer informatie over het plaatsen van
papier in elke papierbron.
Gewoon papier in de cassette plaatsen
Wanneer u gewoon papier gebruikt, plaatst u dit in de cassette.
Selecteer Gewoon papier (Plain Paper) in Mediumtype (Media Type) van de instellingen van het
printerstuurprogramma wanneer u afdrukt vanaf de cassette. Als Cassette niet is geselecteerd in
Papierbron (Paper Source), selecteert u Cassette.
Fotopapier plaatsen in de achterste lade
Wanneer u fotopapier gebruikt, plaatst u dit in de achterste lade.
Selecteer andere mediumtypen dan Gewoon papier (Plain Paper) in Mediumtype (Media Type) van
de instellingen van het printerstuurprogramma wanneer u afdrukt vanaf de achterste lade.
Papier plaatsen
Pagina 31 van 486 pagina's
Gewoon papier plaatsen in de sleuf voor handmatige invoer van
de voorste lade
U kunt hier ander gewoon papier plaatsen wanneer u het papier in de cassette gebruikt.
Selecteer Gewoon papier (Plain Paper) in Mediumtype (Media Type) en Handmatige invoer (Manual
Feed) in Papierbron (Paper Source) van de instellingen van het printerstuurprogramma wanneer u
afdrukt vanaf de voorste lade.
Naar boven
Papier plaatsen in de cassette
Pagina 32 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding
Problemen oplossen
Inhoud > Papier plaatsen > Papier plaatsen > Papier plaatsen in de cassette
Papier plaatsen in de cassette
U kunt alleen gewoon papier plaatsen in de cassette.
Opmerking
U kunt alleen de volgende formaten gewoon papier in de cassette plaatsen: A3, B4, A4, B5, A5,
Letter, Legal, 279,4 x 431,8 mm (Tabloid), 20 x 25 cm en 25 x 30 cm.
Wij raden aan om origineel fotopapier van Canon te gebruiken voor het afdrukken van foto's.
Zie Mediumtypen die u kunt gebruiken voor meer informatie over papier van het merk Canon.
U kunt normaal kopieerpapier gebruiken.
Zie Mediumtypen die u kunt gebruiken voor het paginaformaat en het papiergewicht dat u kunt
gebruiken voor de printer.
1.
Bereid het papier voor.
Lijn de randen van het papier uit. Als de randen van het papier zijn omgekruld, maakt u deze plat.
Opmerking
Lijn de randen van het papier netjes uit voordat u het papier plaatst. Als u dit niet doet, kan het
papier vastlopen.
Als het papier gekruld is, buigt u de gekrulde hoeken in de tegenovergestelde richting naar
elkaar toe totdat het papier plat is.
Meer informatie over hoe u gekruld papier plat maakt, kunt u vinden in het gedeelte ' Problemen
oplossen' in de online handleiding: Uitgebreide Handleiding .
2.
Bereid de cassette voor.
(1) Trek de cassette met beide handen naar buiten totdat deze stopt en trek de
cassette vervolgens uit de printer terwijl u de voorste zijde iets omhoog tilt.
Opmerking
Controleer voor u de cassette eruit trekt of er geen papier is geplaatst in de sleuf voor
handmatige invoer van de voorste lade.
Papier plaatsen in de cassette
(2) Verwijder de klep van de cassette.
(3) Ontgrendel de schuifjes (A) aan beide kanten van de cassette.
Opmerking
Als u papier plaatst van het formaat A4, B5, A5, Letter of 25 x 30 cm, zijn stap (3) en (4)
niet nodig.
(4) Schuif de cassette uit en vergrendel de schuifjes (B).
Pagina 33 van 486 pagina's
Papier plaatsen in de cassette
3.
Pagina 34 van 486 pagina's
Plaats papier.
(1) Knijp in de papiergeleider (C) en schuif deze naar de markering van het
paginaformaat.
De papiergeleider (C) stopt wanneer deze is uitgelijnd met de markering voor het paginaformaat.
(2) Knijp aan beide kanten in de papiergeleiders (D) en schuif ze naar de markering
van het paginaformaat.
De papiergeleiders (D) stoppen wanneer deze zijn uitgelijnd met de papierformaatmarkering.
(3) Laad de papierstapel MET DE AFDRUKZIJDE NAAR BENEDEN en DE
VOORSTE RAND NAAR DE ACHTERKANT van de cassette.
Opmerking
Plaats het papier niet hoger dan de limietmarkering (E).
Papier plaatsen in de cassette
Opmerking
Als u papier van een niet-standaardformaat gebruikt, plaatst u dat papier en schuift u
vervolgens de papiergeleiders tegen de papierstapel aan.
4.
Plaats de klep weer op de cassette.
5.
Plaats de cassette in de printer.
Druk de cassette helemaal in de printer.
Opmerking
Als de cassette niet juist wordt geplaatst, kan zich een fout voordoen en kan de printer niet
afdrukken. Zorg dat de cassette helemaal in de printer wordt gedrukt.
Pagina 35 van 486 pagina's
Papier plaatsen in de cassette
6.
Pagina 36 van 486 pagina's
Open de voorste lade voorzichtig en trek het verlengstuk van de uitvoerlade uit.
Opmerking
Na het plaatsen van papier
Selecteer Gewoon papier (Plain Paper) in Mediumtype (Media Type) en het formaat van het
geplaatste papier in Papierformaat printer (Printer Paper Size) (of Papierformaat (Paper Size))
in het printerstuurprogramma. Als Cassette niet is geselecteerd in Papierbron (Paper Source),
selecteert u Cassette.
Zie Documenten afdrukken (Windows) of Documenten afdrukken (Macintosh) .
Naar boven
Papier plaatsen in de achterste lade
Pagina 37 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding
Problemen oplossen
Inhoud > Papier plaatsen > Papier plaatsen > Papier plaatsen in de achterste lade
Papier plaatsen in de achterste lade
U kunt fotopapier of enveloppen in de achterste lade plaatsen.
Opmerking
U kunt de formaten A3+ (13 x 19 inch), A3, B4, A4, B5, A5, Letter, Legal, 11 x 17 inch / 279,4 x
431,8 mm (Tabloid), Wide (4 x 7,1 inch), 4 x 6 inch / 10 x 15 cm, 4 x 8 inch / 101,6 x 203,2 mm, 5 x 7
inch / 13 x 18 cm, 8 x 10 inch / 20 x 25 cm en 10 x 12 inch / 25 x 30 cm, en de enveloppen Comm.
Env. #10 en DL Env. in de achterste lade plaatsen.
Als er wordt afgedrukt vanuit de achterste lade is automatisch dubbelzijdig afdrukken niet
beschikbaar.
Fotopapier plaatsen
Belangrijk
Als u gewoon papier verkleint tot 10x15 cm, 101,6x203,2 mm, 13x18 cm of 55,0x91,0 mm
(kaartformaat) voor een proefafdruk, kan het papier vastlopen.
1.
Bereid het papier voor.
Lijn de randen van het papier uit. Als de randen van het papier zijn omgekruld, maakt u deze plat.
Zie Bereid het papier voor. in 'Papier plaatsen in de cassette'.
Opmerking
Als u Photo Paper Plus Halfglans gebruikt, plaatst u één vel papier ook al is het gekruld. Als u
het papier oprolt om het plat te maken, kan dit scheuren in het oppervlak van het papier
veroorzaken en de afdrukkwaliteit verslechteren.
2.
Plaats papier.
(1) Open de papiersteun.
(2) Open de voorste lade voorzichtig en trek het verlengstuk van de uitvoerlade uit.
(3) Schuif de papiergeleiders (A) open en plaats het papier in het midden van de
achterste lade MET DE AFDRUKZIJDE NAAR U TOE GERICHT.
Papier plaatsen in de achterste lade
Belangrijk
Plaats het papier altijd in de lengterichting (B). Wanneer u het papier in de breedterichting
plaatst (C), kan het papier vastlopen.
(4) Schuif de papiergeleiders (A) tegen de zijkanten van de papierstapel aan.
Schuif de papiergeleiders niet te hard. Dan wordt het papier misschien niet goed ingevoerd.
Opmerking
Plaats het papier niet hoger dan de limietmarkering (D).
Pagina 38 van 486 pagina's
Papier plaatsen in de achterste lade
Pagina 39 van 486 pagina's
Opmerking
Na het plaatsen van papier
Selecteer het type en formaat van het geplaatste papier in Mediumtype (Media Type) en
Papierformaat printer (Printer Paper Size) (of Papierformaat (Paper Size)) in het
printerstuurprogramma.
Zie Documenten afdrukken (Windows) of Documenten afdrukken (Macintosh) .
Enveloppen plaatsen
U kunt afdrukken op Europees DL en US Comm. Env. enveloppen nr. 10.
Het adres wordt automatisch geroteerd en afgedrukt aan de hand van de richting van de envelop,
zoals opgegeven in het printerstuurprogramma.
Belangrijk
De volgende enveloppen kunt u niet gebruiken.
- Enveloppen met een reliëf of een behandeld oppervlak
- Enveloppen met een dubbele (of zelfklevende) klep
- Enveloppen waarvan de lijmkleppen al vochtig zijn gemaakt en plakken
1.
Bereid enveloppen voor.
Druk de hoeken en randen van de enveloppen omlaag om deze zo plat mogelijk
te maken.
Als de enveloppen gekruld zijn, houdt u de tegenoverliggende hoeken vast en
buigt u deze voorzichtig in de tegengestelde richting.
Als de klep van de envelop is gevouwen, maakt u deze plat.
Gebruik een pen om de bovenrand van de envelop in de invoerrichting plat te
strijken en de vouw scherper te maken.
Hierboven ziet u een zijaanzicht van de bovenrand van de envelop.
Belangrijk
De enveloppen kunnen vastlopen in het apparaat als ze niet plat zijn of als de hoeken niet zijn
uitgelijnd. Zorg ervoor dat het papier niet meer dan 3 mm is opgekruld of opgebold.
2.
Plaats enveloppen.
(1) Open de papiersteun.
Zie Plaats papier. in 'Fotopapier plaatsen' of 'Papier plaatsen in de achterste lade'.
Papier plaatsen in de achterste lade
Pagina 40 van 486 pagina's
(2) Open de voorste lade voorzichtig en trek het verlengstuk van de uitvoerlade uit.
Zie Plaats papier. in 'Fotopapier plaatsen' of 'Papier plaatsen in de achterste lade'.
(3) Schuif de papiergeleiders (A) open en plaats de enveloppen in het midden van
de achterste lade MET DE ADRESZIJDE NAAR U TOE GERICHT.
De gevouwen klep van de envelop bevindt zich naar beneden gericht aan de linkerzijde.
Er kunnen maximaal 10 enveloppen tegelijk worden geplaatst.
(4) Schuif de papiergeleiders (A) tegen de zijkanten van de enveloppen aan.
Schuif de papiergeleiders niet te hard. De enveloppen worden dan misschien niet goed ingevoerd.
(B) Achterzijde
(C) Adreszijde
3.
Geef de instellingen op in het printerstuurprogramma.
(1) Selecteer Envelop (Envelope) bij Veelgebruikte instellingen (Commonly Used
Settings) op het tabblad Snel instellen (Quick Setup).
(2) Selecteer DL Env. of Comm. Env. #10 in het venster Envelopformaat instellen
(Envelope Size Setting).
(3) Selecteer Liggend (Landscape) in Afdrukstand (Orientation).
(1) Selecteer Envelop (Envelope) bij Mediumtype (Media Type).
(2) Selecteer DL-envelop (DL Envelope) of #10-envelop (#10 Envelope) in
Papierformaat (Paper Size).
(3) Selecteer de afdrukstand Liggend in Afdrukstand (Orientation).
Belangrijk
Als u het envelopformaat of de afdrukstand niet correct opgeeft, wordt het adres
ondersteboven of 90 graden gedraaid afgedrukt.
Papier plaatsen in de achterste lade
Pagina 41 van 486 pagina's
Opmerking
Als het afdrukresultaat ondersteboven is in Windows, opent u het printerstuurprogramma.
Selecteer Envelop (Envelope) in Veelgebruikte instellingen (Commonly Used Settings),
selecteer vervolgens het selectievakje 180 graden roteren (Rotate 180 degrees) onder Extra
functies (Additional Features).
Zie Documenten afdrukken (Windows) of Documenten afdrukken (Macintosh) voor meer
informatie over de instellingen van het printerstuurprogramma.
Naar boven
Papier plaatsen in de sleuf voor handmatige invoer van de voorste lade
Uitgebreide Handleiding
Pagina 42 van 486 pagina's
Problemen oplossen
Inhoud > Papier plaatsen > Papier plaatsen > Papier plaatsen in de sleuf voor handmatige invoer van de voorste lade
Papier plaatsen in de sleuf voor handmatige invoer van de
voorste lade
U kunt alleen gewoon papier plaatsen in de sleuf voor handmatige invoer van de voorste lade.
Opmerking
U kunt alleen de volgende formaten gewoon papier in de voorste lade plaatsen: A3, B4, A4, B5,
Letter, Legal, 279,4 x 431,8 mm (Tabloid), 20 x 25 cm en 25 x 30 cm.
Wij raden aan om origineel fotopapier van Canon te gebruiken voor het afdrukken van foto's.
Zie Mediumtypen die u kunt gebruiken voor meer informatie over papier van het merk Canon.
U kunt normaal kopieerpapier gebruiken.
Zie Mediumtypen die u kunt gebruiken voor het paginaformaat en het papiergewicht dat u kunt
gebruiken voor de printer.
1.
Bereid het papier voor.
Lijn de randen van het papier uit. Als de randen van het papier zijn omgekruld, maakt u deze plat.
ZieBereid het papier voor. in 'Papier plaatsen in de cassette'.
2.
Open de voorste lade voorzichtig en trek het verlengstuk van de uitvoerlade uit.
3.
Plaats het papier.
(1) Schuif de papiergeleiders voor handmatige invoer (A) naar de markering van het
papierformaat.
(2) Plaats het papier volledig in de sleuf voor handmatige invoer van de voorste lade
MET DE AFDRUKZIJDE NAAR BENEDEN.
U kunt maximaal tien vellen papier tegelijk plaatsen in de sleuf voor handmatige invoer.
Opmerking
Zorg dat de cassette geplaatst is.
Plaats het papier onder de papierhouder (B).
Zorg dat het formaat van het geplaatste papier is uitgelijnd met de markering van het
papierformaat.
Als het papier gekruld is, buigt u de gekrulde hoeken in de tegenovergestelde richting naar
elkaar toe totdat het papier plat is.
Meer informatie over hoe u gekruld papier plat maakt, kunt u vinden in het gedeelte '
Problemen oplossen' in de online handleiding: Uitgebreide Handleiding .
Papier plaatsen in de sleuf voor handmatige invoer van de voorste lade
Pagina 43 van 486 pagina's
Opmerking
Na het plaatsen van papier
Selecteer Gewoon papier (Plain Paper) in Mediumtype (Media Type) en het formaat van het
geplaatste papier in Papierformaat printer (Printer Paper Size) (of Papierformaat (Paper Size)) en
selecteer vervolgens Handmatige invoer (Manual Feed) in Papierbron (Paper Source) in het
printerstuurprogramma.
Zie Documenten afdrukken (Windows) of Documenten afdrukken (Macintosh) .
Wanneer het afdrukken is voltooid
Wanneer de sleuf voor handmatige invoer niet wordt gebruikt, schuift u de papiergeleiders voor
handmatige invoer helemaal naar de rand van de voorste lade.
Naar boven
Mediumtypen die u kunt gebruiken
Pagina 44 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding
Problemen oplossen
Inhoud > Papier plaatsen > Papier plaatsen > Mediumtypen die u kunt gebruiken
Mediumtypen die u kunt gebruiken
Kies voor het beste afdrukresultaat papier dat geschikt is om op af te drukken. Canon levert diverse
papiersoorten waarmee u het plezier van het afdrukken kunt verhogen, zoals papiersoorten voor foto's of
documenten. Het verdient aanbeveling uw belangrijke foto's af te drukken op papier van het merk Canon.
Mediumtypen
Verkrijgbare papiersoorten
Maximaal aantal vellen papierbron
Instellingen van het
Maximale
Voorste
Papiernaam
printerstuurprogramma:
belasting
lade
<Modelnummer> *1 Cassette Achterste
Mediumtype (Media
(Handmatige papieruitvoer
lade
Type)
invoer)
Gewoon papier
(Gerecycled papier)
Ongeveer
250 vel
worden
Ongeveer 10
vel
Ongeveer 50
vel
Gewoon papier (Plain
Paper)
*4
Envelop (Envelope)
geplaatst
*2
Enveloppen
Kan niet
Kan niet
Kan niet
10
enveloppen worden
geplaatst *3
geplaatst *3
worden
Papier van het merk Canon
Maximaal aantal vellen papierbron
Instellingen van het
Maximale
Voorste
Papiernaam
printerstuurprogramma:
belasting
lade
<Modelnummer> *1 Cassette Achterste
Mediumtype (Media
papieruitvoer
(Handmatige
lade
Type)
invoer)
Voor het afdrukken van foto's:
Professioneel Foto
Kan niet
Platinum
worden
<PR-101>*5
A3+ (13 x Kan niet
19 inch) en worden
geplaatst *3 10 x 12
geplaatst *3
inch/25 x
Glossy Foto Papier
30 cm: 1
vel
Extra II
A3, A4,
<PP-201> *5
Letter, 5
inch x 7
inch/13 x
18 cm en 8
inch x 10
inch/20 x
25 cm: 10
vel
Photo Paper Plus
Halfglans
<SG-201>*5
Matglans Foto Papier
<MP-101>
Fine Art-papier
'Photo Rag'
<FA-PR1>*6
*4
Professioneel Foto Platinum
(Photo Paper Pro Platinum)
Glossy Foto Papier Extra II
(Photo Paper Plus Glossy II)
Photo Paper Plus Halfglans
(Photo Paper Plus Semi-
gloss)
4 x 6 inch /
10 x 15
cm: 20 vel
Matglans Foto Papier (Matte
Photo Paper)
1 vel
Fine Art "Photo Rag"
Mediumtypen die u kunt gebruiken
Pagina 45 van 486 pagina's
*1 Papier met een modelnummer is papier van het merk Canon. Raadpleeg de instructiehandleiding bij
het papier voor gedetailleerde informatie over de bedrukbare zijde en notities over de behandeling van
papier. Bezoek onze website voor informatie over de papierformaten die voor de verschillende
papiersoorten van het merk Canon beschikbaar zijn. In sommige landen of regio's is bepaald papier van
Canon mogelijk niet beschikbaar. In de Verenigde Staten wordt papier niet op modelnummer verkocht.
In dat geval koopt u het papier op naam.
*2 Het correct invoeren van papier verloopt wellicht niet goed bij de maximumcapaciteit, afhankelijk van
de papiersoort of de omgevingsomstandigheden (zeer hoge of lage temperaturen of luchtvochtigheid).
Plaats in dergelijke gevallen per keer niet meer dan ongeveer de helft van de maximumcapaciteit (u kunt
100% gerecycled papier gebruiken).
*3 Als u dit papier via de cassette of de voorste lade invoert, kunt u de printer beschadigen. Plaats dit
papier altijd in de achterste lade.
*4 Wij adviseren u het vorige afgedrukte vel uit de voorste lade te verwijderen voordat u verdergaat met
afdrukken om vlekken en verkleuringen te voorkomen.
*5 Wanneer u papier in stapels plaatst, kan de afdrukzijde bij het invoeren worden gemarkeerd of wordt
het papier mogelijk niet goed ingevoerd. Plaats in dat geval maar één vel tegelijk.
*6 Als u het papier Fine Art "Photo Rag" gebruikt, kunt u niet afdrukken in een marge van 35 mm aan de
boven- en onderzijde al naar gelang de afdrukstand. Als u een speciaal paginaformaat voor Fine Artpapier selecteert in het printerstuurprogramma, wordt een limiet ingesteld om te voorkomen dat wordt
afgedrukt in een marge van 35 mm aan de boven- en onderzijde van het papier. We raden u aan het
afdrukgebied in het voorbeeldscherm te bekijken voordat u afdrukt.
Raadpleeg voor meer informatie online handleiding: Uitgebreide Handleiding .
Originele afdrukmedia van Canon worden gemaakt en beheerd met het oog op optimale afdrukkwaliteit.
Wij raden u aan originele Canon-afdrukmedia te gebruiken.
Speciaal afdrukpapier niet van Canon
Papier met de structuur van tekenpapier kan worden gebruikt.
Papier plaatsen
Plaats één vel tegelijk in de achterste lade.
Instellingen voor printerstuurprogramma en papierbron
Mediumtype (Media Type)
Overig Fine Art-papier (Other Fine
Art Paper)
Paginaformaat (Page Size) / Papierformaat
(Paper Size)
Fine Art XX *1
Papierbron
Achterste lade
*2
*1 Selecteer Fine Art A4, Fine Art Letter/Fine Art US Letter, Fine Art A3 of Fine Art A3+ 13x19 afhankelijk van
het formaat dat u gebruikt.
Zie de online handleiding: Uitgebreide Handleiding voor meer informatie over het afdrukgebied.
*2 Minder dan 200 g/m 2
Opmerking
Naast speciaal Canon-papier worden andere papiersoorten op onze website vermeld die een
goede afdrukkwaliteit bieden. Voor meer informatie over andere papiersoorten gaat u naar de
startpagina van de lokale detailhandel die op de website van Canon Inc. wordt vermeld.
Houd er rekening mee dat de kosten voor de internetverbinding voor rekening van de klant zijn.
Informatie over alternatieve papiersoorten wordt niet regelmatig bijgewerkt. En de alternatieve
producten kunnen worden gewijzigd zonder voorafgaande kennisgeving.
Paginaformaten
U kunt de volgende papierformaten gebruiken.
Opmerking
U kunt de volgende papierformaten in de cassette plaatsen.
A3, B4, A4, B5, A5, Letter, Legal, 11" x 17" / 279.4 x 431.8 mm (Tabloid), 8" x 10" / 20 x 25 cm en
10" x 12" / 25 x 30 cm
U kunt de volgende papierformaten in de achterste lade plaatsen.
A3+ (13" x 19"), A3, B4, A4, B5, A5, Letter, Legal, 11" x 17" / 279.4 x 431.8 mm (Tabloid), Wide (4"
x 7.1"), 4" x 6" / 10 x 15 cm, 4" x 8" / 101.6 x 203.2 mm, 5" x 7" / 13 x 18 cm, 8" x 10" / 20 x 25 cm,
10" x 12" / 25 x 30 cm, Comm.Env.#10 en DL Env.
U kunt de volgende formaten papier plaatsen in de sleuf voor handmatige invoer van de voorste
Mediumtypen die u kunt gebruiken
Pagina 46 van 486 pagina's
lade.
A3, B4, A4, B5, Letter, Legal, 11" x 17" / 279.4 x 431.8 mm (Tabloid), 8" x 10" / 20 x 25 cm en 10" x
12" / 25 x 30 cm
In Macintosh zijn Choukei 3 en Choukei 4 niet beschikbaar.
Standaardformaten:
Letter (215,9 x 279,4 mm / 8,5 x 11 inch)
Legal (215,9 x 355,6 mm / 8,5 x 14 inch)
11 x 17 inch / Tabloid (11,00 x 17,00 inch / 279,4 x 431,8 mm)
A5 (148,0 x 210,0 mm / 5,83 x 8,27 inch)
A4 (210,0 x 297,0 mm / 8,27 x 11,69 inch)
A3 (11,69 x 16,54 inch / 297,0 x 420,0 mm)
A3+ (13,00 x 19,00 inch / 329,0 x 483,0 mm)
B5 (182,0 x 257,0 mm / 7,17 x 10,12 inch)
B4 (10,12 x 14,33 inch / 257,0 x 364,0 mm)
4" x 6" (10 x 15 cm / 4,00 x 6,00 inch)
4" x 8" (101,6 x 203,2 mm / 4,00 x 8,00 inch)
5" x 7" (13 x 18 cm / 5,00 x 7,00 inch)
8" x 10" (20 x 25 cm / 8,00 x 10,00 inch)
10" x 12" (10 x 12 inch / 25 x 30 cm)
L (89,0 x 127,0 mm / 3,50 x 5,00 inch)
2L (127,0 x 178,0 mm / 5,00 x 7,01 inch)
Hagaki (100,0 x 148,0 mm / 3,94 x 5,83 inch)
Hagaki 2 (200,0 x 148,0 mm / 7,87 x 5,83 inch)
Comm. Env. #10 (4,12 x 9,50 inch/104,6 x 241,3 mm)
DL Env. (4,33 x 8,66 inch/110,0 x 220,0 mm)
Choukei 3 (120,0 x 235,0 mm / 4,72 x 9,25 inch)
Choukei 4 (90,0 x 205,0 mm / 3,54 x 8,07 inch)
Youkei 4 (105,0 x 235,0 mm / 4,13 x 9,25 inch)
Youkei 6 (98,0 x 190,0 mm / 3,86 x 7,48 inch)
Kaart (55,0 x 91,0 mm / 2,16 x 3,58 inch)
Breed (101,6 x 180,6 mm / 4,00 x 7,10 inch)
Fine Art Letter (8,50 x 11,00 inch / 215,9 x 279,4 mm)
Fine Art A4 (8,27 x 11,69 inches / 210,0 x 297,0 mm)
Fine Art A3 (11,69 x 16,54 inch / 297,0 x 420,0 mm)
Fine Art A3+ (13,00 x 19,00 inch / 329,0 x 483,0 mm)
Afwijkende formaten:
U kunt ook een aangepast formaat opgeven binnen het volgende bereik.
Minimumformaat: 5,83 x 8,27 inch/148 x 210 mm (Cassette)
2,17 x 3,58 inch/55 x 91 mm (Achterste lade)
148,0 x 254,0 mm/5,83 x 10,00 inch (Sleuf voor handmatige invoer)
Maximumformaat: 297,0 x 431,8 mm/11,69 x 17,00 inch (Cassette/sleuf voor handmatige invoer)
12,95 x 23,00 inch / 329,0 x 584,2 mm (achterste lade)
Papiergewicht
Van 64 g/m 2 tot 105 g/m2 (behalve Canon-papier)
Gebruik geen zwaarder of lichter papier dan dit (met uitzondering van papier van het merk Canon),
anders kan het papier in de printer vast komen te zitten.
* U kunt echter kunstpapier gebruiken dat niet van Canon is, tot maximaal 200 g/m 2 in de achterste
lade.
Zie Speciaal afdrukpapier niet van Canon .
Opmerkingen over papier voor afdrukken zonder marges
Afdrukken zonder marges op de volledige pagina is niet mogelijk op enveloppen, gewoon papier en
papier van het formaat Legal, A5 of B5.
Mediumtypen die u kunt gebruiken
Pagina 47 van 486 pagina's
Naar boven
Mediumtypen die u niet kunt gebruiken
Pagina 48 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding
Problemen oplossen
Inhoud > Papier plaatsen > Papier plaatsen > Mediumtypen die u niet kunt gebruiken
Mediumtypen die u niet kunt gebruiken
De onderstaande soorten papier mogen niet worden gebruikt. Het gebruik van dergelijke papiersoorten
levert niet alleen een onbevredigend resultaat op, maar kan ook leiden tot vastlopen of slecht
functioneren van de printer.
Gevouwen, gekruld of gekreukt papier
Vochtig papier
Papier dat te dun is (dat minder weegt dan 64 g/m 2)
Papier dat te dik is (dat meer weegt dan 105 g/m 2, behalve Canon-papier)
* U kunt echter kunstpapier gebruiken dat niet van Canon is, tot maximaal 200 g/m 2 in de achterste
lade.
Zie Speciaal afdrukpapier niet van Canon .
Papier dat dunner is dan een briefkaart, inclusief gewoon papier of papier van een notitieblok dat
kleiner is gemaakt (wanneer u afdrukt op papier dat kleiner is dan A5)
Briefkaarten
Kaarten waarop foto's of stickers zijn geplakt
Enveloppen met een dubbele (of zelfklevende) klep
Enveloppen met een reliëf of een behandeld oppervlak
Enveloppen waarvan de lijmkleppen al vochtig zijn gemaakt en plakken
Willekeurig papier met gaatjes
Papier dat niet rechthoekig is
Papier dat is ingebonden met nietjes of lijm
Voorgelijmd papier
Papier versierd met glitters, enzovoort
Gebruik niet de volgende soorten Canon-papier.
Professioneel Fotopapier II PR-201, Foto Glans Papier 'voor frequent gebruik' GP-501, Foto Glans
Papier GP-502, High Resolution Paper HR-101N, T-Shirt Transfers TR-301 en Fotostickers PS-101
Naar boven
Omgaan met papier
Pagina 49 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding
Problemen oplossen
Inhoud > Papier plaatsen > Papier plaatsen > Omgaan met papier
Omgaan met papier
Zorg bij het hanteren van alle soorten papier dat u niet over het oppervlak wrijft of krast.
Houd het papier zo dicht mogelijk bij de rand vast en probeer het afdrukoppervlak niet aan te raken.
De afdrukkwaliteit kan achteruit gaan als het afdrukoppervlak wordt besmeurd met zweet of vet
afkomstig van uw handen.
Raak het afdrukoppervlak niet aan totdat de inkt is opgedroogd. Zelfs als de inkt droog is, moet u
proberen om het afdrukoppervlak bij het hanteren zo min mogelijk aan te raken . Vanwege de
eigenschappen van de pigmentinkt verwijdert u de inkt van het gedrukte oppervlak wanneer u
hierover wrijft of krast.
Neem alleen het benodigde aantal vellen papier uit de verpakking, vlak voordat u gaat afdrukken.
Wanneer u niet afdrukt, verwijdert u niet-gebruikt papier uit de achterste lade, stopt u dat terug in het
pak en legt u het ergens vlak neer om te voorkomen dat het gaat omkrullen. Vermijd bij het opslaan
bovendien hitte, vochtigheid en rechtstreeks zonlicht.
Naar boven
Routineonderhoud
Pagina 50 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding
Problemen oplossen
Inhoud > Routineonderhoud
Routineonderhoud
In dit gedeelte wordt beschreven hoe u inkttanks vervangt als ze op raken, hoe u de printer reinigt als het
afdrukresultaat vaag is en wat u moet doen als het papier niet correct wordt ingevoerd.
Inkttanks vervangen
Gekleurde en zwarte inkttanks vervangen
De tank voor transparante inkt vervangen
De inktstatus controleren
De inktstatus controleren met de inktlampjes
De inktstatus controleren op het computerscherm
Vage afdrukken of onjuiste kleuren
Controleraster voor de spuitopeningen afdrukken
Controleraster voor de spuitopeningen bekijken
De printkop reinigen
Een diepte-reiniging van de printkop uitvoeren
De printkop uitlijnen
De inktkwaliteit op peil houden
De papierinvoerrol reinigen
De transportrollen reinigen (reiniging met vel)
Instructies voor het reinigen met vel
Reinigingsvellen bewaren en uitnemen
De onderhoudsschermen openen
Het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma openen (Windows)
Canon IJ Printer Utility openen (Macintosh)
Naar boven
Inkttanks vervangen
Pagina 51 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding
Problemen oplossen
Inhoud > Routineonderhoud > Inkttanks vervangen
Inkttanks vervangen
In dit gedeelte wordt beschreven hoe u een inkttank vervangt wanneer de inkt opraakt tijdens het
afdrukken.
Opmerking
Wanneer de inkt opraakt of zich andere fouten voordoen, knippert het Alarm -lampje oranje om u op
de hoogte te brengen van het probleem.
Tel hoe vaak het Alarm -lampje knippert en raadpleeg 'Alarm-lampje knippert oranje' in het gedeelte '
Problemen oplossen' van de online handleiding: Uitgebreide Handleiding en voer de juiste actie uit.
Meer informatie over geschikte inkttanks kunt u vinden in de gedrukte handleiding: Aan de Slag-gids .
Zie Vage afdrukken of onjuiste kleuren als de afdrukken vaag worden of als er witte strepen
verschijnen terwijl er toch voldoende inkt in de inkttanks zit.
Gekleurde en zwarte inkttanks vervangen
Wanneer tijdens het afdrukken gekleurde of zwarte inkt opraakt, knippert het Alarm -lampje vier keer
oranje en verschijnt een foutbericht op het computerscherm.
Controleer welke inkttank leeg is en volg de stappen hieronder uit om deze te vervangen.
Belangrijk
Omgaan met inkt
Voor een optimale afdrukkwaliteit raden wij het gebruik aan van originele inkttanks van Canon. Het
opnieuw vullen van de patronen wordt niet aangeraden.
Plaats meteen een nieuwe inkttank terug zodra u er een verwijdert. Laat de printer nooit staan met
verwijderde inkttanks.
Gebruik nieuwe inkttanks ter vervanging. De spuitopeningen kunnen verstopt raken als u gebruikte
inkttanks plaatst. Daarnaast weet u met dergelijke inkttanks niet goed wanneer u de inkttanks moet
vervangen.
Zodra u een inkttank hebt geplaatst, moet u deze niet uit de printer verwijderen of aan de lucht
blootstellen. Hierdoor kan de inkttank uitdrogen, of werkt de printer niet meer naar behoren als de
inkttank opnieuw wordt geplaatst. Voor een optimale afdrukkwaliteit moet u de inkttank binnen zes
maanden na het eerste gebruik opmaken.
Opmerking
Mogelijk wordt toch kleureninkt verbruikt wanneer u een zwart-witdocument afdrukt.
Beide soorten inkt worden ook verbruikt bij reiniging en diepte-reiniging van de printkop, dat nodig is
om de printer goed te laten werken. Wanneer een inkttank op is, moet u deze meteen vervangen
door een nieuwe.
1.
Zorg dat de printer is ingeschakeld en open voorzichtig de voorste lade.
2.
Open de bovenklep.
De printkophouder schuift naar de vervangingspositie.
Let op
Houd de printkop niet vast om deze te stoppen of te verplaatsen. Raak de printkophouder niet
aan voordat deze helemaal stilstaat.
Belangrijk
Leg geen voorwerpen op de bovenklep. Deze kunnen in de achterste lade vallen als de
bovenklep wordt geopend en ervoor zorgen dat de printer niet meer naar behoren werkt.
Inkttanks vervangen
Raak geen metalen delen of andere delen aan binnen in de printer.
Als de bovenklep open blijft staan, wordt de printkophouder naar rechts verplaatst. In dit geval
moet u de bovenklep sluiten en weer openen.
Opmerking
De printer kan geluid maken wanneer de printkop naar de vervangingspositie wordt verplaatst.
3.
Verwijder de inkttank waarvan het lampje snel knippert.
Druk op het lipje (A) en til de inkttank op om deze te verwijderen.
Raak de printkopvergrendeling (B) niet aan.
Belangrijk
Wees voorzichtig met de inkttank om vlekken op kleding en dergelijke te voorkomen.
Houd bij het weggooien van lege inkttanks rekening met de plaatselijke regelgeving met
betrekking tot afvalverwerking.
Opmerking
Verwijder niet twee of meer inkttanks tegelijk. Vervang inkttanks één voor één als u twee of
meer inkttanks vervangt.
Zie De inktstatus controleren voor meer informatie over de knippersnelheden van de
inktlampjes.
4.
Bereid de nieuwe inkttank voor.
(1) Haal een nieuwe inkttank uit de verpakking.
Pagina 52 van 486 pagina's
Inkttanks vervangen
Pagina 53 van 486 pagina's
(2) Verwijder het oranje beschermkapje (C) van de onderzijde van de inkttank zoals
in de onderstaande afbeelding wordt aangegeven.
Houd het beschermkapje vast terwijl u het verwijdert, om te voorkomen dat uw vingers vuil worden.
Gooi het beschermkapje na verwijderen weg.
Belangrijk
Raak de elektrische contactpunten (D) op de inkttank niet aan. Als u dit wel doet, werkt de
printer mogelijk niet meer naar behoren of kunt u niet meer afdrukken.
Belangrijk
Als u schudt met een inkttank, kunt u inkt morsen en vlekken op uw handen en dergelijke
krijgen. Behandel de inkttanks voorzichtig.
Knijp niet in de inkttanks, want dan kan er inkt uit de tanks lekken.
Zorg dat er geen vlekken op uw handen en dergelijke komen door de inkt op het verwijderde
beschermkapje.
Plaats het beschermkapje niet terug nadat u dit hebt verwijderd. Houd bij het weggooien
rekening met de lokale wet- en regelgeving met betrekking tot de afvalverwerking.
Raak de geopende inktopening niet aan nadat het beschermkapje is verwijderd, omdat dit
mogelijk verhindert dat de inkt goed wordt uitgespoten.
5.
De nieuwe inkttank installeren.
(1) Plaats de voorkant van de inkttank schuin in de printkop.
Controleer of de positie van de inkttank overeenkomt met die op het label.
Inkttanks vervangen
(2) Druk op de aanduiding
vast zit.
Pagina 54 van 486 pagina's
(Drukken) op de inkttank totdat de inkttank stevig
Controleer of de inktlampjes rood gaan branden.
Belangrijk
U kunt niet afdrukken als de inkttank op de verkeerde positie is geplaatst. U moet de inkttank
installeren op de positie die is aangegeven op het label van de printkophouder.
De printer kan pas worden gebruikt als alle inkttanks zijn geïnstalleerd. Zorg dat alle inkttanks
zijn geïnstalleerd.
6.
Sluit de bovenklep.
De printer zal de inkt automatisch gaan mengen.
Wacht tot het Aan/uit -lampje stopt met knipperen en blijft branden en de printer geen geluid meer maakt. Dit duur
maximaal 2 minuten.
Open de bovenklep niet terwijl de printer bezig is (het Aan/uit (Power) -lampje knippert groen).
Opmerking
Als het Alarm -lampje blijft knipperen nadat u de bovenklep hebt gesloten, raadpleegt u 'Alarmlampje knippert oranje' in het gedeelte 'Problemen oplossen' in de online handleiding:
Uitgebreide Handleiding .
De printer reinigt de printkop automatisch zodra u begint met afdrukken nadat u de inkttank hebt
vervangen. Voer geen andere handelingen uit tot de printer klaar is met het reinigen van de
printkop. Het Aan/uitlampje knippert groen tijdens het reinigen.
Pas de positie van de printkop aan als evenwijdige lijnen niet correct worden afgedrukt of als
de positie van de printkop niet goed is uitgelijnd.
Raadpleeg De printkop uitlijnen .
De printer kan hierbij geluid maken.
Naar boven
De tank voor transparante inkt vervangen
Pagina 55 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding
Problemen oplossen
Inhoud > Routineonderhoud > Inkttanks vervangen > De tank voor transparante inkt vervangen
De tank voor transparante inkt vervangen
Wanneer tijdens het afdrukken de transparante inkt opraakt, knippert het Alarm -lampje 4 keer oranje en
wordt een foutbericht weergegeven op het computerscherm.
Volg de onderstaande procedure om de tank voor transparante inkt te vervangen als de inkt op is.
Belangrijk
Omgaan met inkt
Als de transparante inkt op is, kunt u niet afdrukken op gewoon papier.
Voor een optimale afdrukkwaliteit raden wij het gebruik aan van originele tanks voor transparante
inkt van Canon. Het opnieuw vullen van de patronen wordt niet aangeraden.
Plaats meteen een nieuwe tank voor transparante inkt terug als u er een verwijdert. Laat de printer
nooit staan met een verwijderde inkttank. De printer werkt niet zonder tank voor transparante inkt.
Vervang de tank voor transparante inkt niet voor het bericht wordt weergegeven waarin u wordt
geïnformeerd dat de inkt op is. Als de tank voor transparante inkt wordt vervangen voordat deze
leeg is, kunt u niet meer nauwkeurig worden geïnformeerd over wanneer de tank moet worden
vervangen.
Vervang een lege inkttank door een nieuwe. Het plaatsen van een gedeeltelijk gebruikte inkttank kan
leiden tot storingen. Daarnaast weet u met een dergelijke inkttank niet goed wanneer u de inkttank
moet vervangen.
Zodra u een tank voor transparante inkt hebt geplaatst, moet u deze niet uit de printer verwijderen
of aan de lucht blootstellen. Hierdoor kan de inkttank uitdrogen, of werkt de printer niet meer naar
behoren als de inkttank opnieuw wordt geplaatst. Voor een optimale afdrukkwaliteit moet u de tank
voor transparante inkt binnen zes maanden na het eerste gebruik opmaken.
Opmerking
U kunt wel afdrukken op fotopapier of op elk ander type papier dan gewoon papier dat in de
achterste lade is geplaatst, ook al is de transparante inkt op.
1.
Open de klep van de tank voor transparante inkt.
(1) Zorg dat de printer is ingeschakeld.
Belangrijk
Controleer of de printer aan staat wanneer u de tank voor transparante inkt vervangt. Als de
inkttank wordt vervangen wanneer de printer is uitgeschakeld, komt het gedetecteerde
inktniveau mogelijk niet overeen met het werkelijke inktniveau.
(2) Open de klep van de tank voor transparante inkt.
De tank voor transparante inkt vervangen
2.
Pagina 56 van 486 pagina's
Verwijder de tank voor transparante inkt.
(1) Druk op het lipje en open het vergrendelingsklepje van de tank voor transparante
inkt.
(2) Verwijder de tank voor transparante inkt.
Belangrijk
Wees voorzichtig met inkttanks om het lekken van inkt of vlekken op kleding en dergelijke te
voorkomen.
Houd bij het weggooien van lege inkttanks rekening met de plaatselijke regelgeving met
betrekking tot afvalverwerking.
3.
Bereid de nieuwe tank voor.
Verwijder de oranje tape in de richting van de pijl om de beschermende folie van de tank voor transparante inkt
te trekken.
De tank voor transparante inkt vervangen
Pagina 57 van 486 pagina's
Belangrijk
Schud niet met een inkttank, hierdoor kunt u inkt morsen en vlekken op uw handen en dergelijke
krijgen.
Knijp niet in de tank voor transparante inkt, hierdoor kunt u inkt morsen en vlekken op uw
kleding en handen krijgen.
De transparante inkt is een doorzichtige vloeistof, maar wees voorzichtig dat er geen vlekken
op uw kleding en handen komen door de inkt op de verwijderde beschermfolie.
Raak de geopende inktopening niet aan nadat de beschermfolie is verwijderd omdat dit mogelijk
verhindert dat de inkt goed wordt uitgespoten.
4.
Plaats de tank voor transparante inkt.
(1) Zorg dat de tank voor transparante inkt goed is uitgelijnd bij het plaatsen.
Zorg dat de schuine hoek van de inkttank (A) naar u toe wijst en zich aan de linkerkant bevindt.
(2) Sluit het vergrendelingsklepje van de tank voor transparante inkt en druk op het
ronde holle deel totdat het klepje vastklikt en de inkttank stevig vast zit.
De tank voor transparante inkt vervangen
5.
Pagina 58 van 486 pagina's
Sluit voorzichtig de klep van de tank voor transparante inkt.
Er kan niet worden afgedrukt voordat de printer gereed is. Dit duurt ongeveer 2 minuten.
Naar boven
De inktstatus controleren
Pagina 59 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding
Problemen oplossen
Inhoud > Routineonderhoud > De inktstatus controleren
De inktstatus controleren
U kunt de inktstatus controleren met de inktlampjes of op het computerscherm.
De inktstatus controleren met de inktlampjes
In dit gedeelte wordt beschreven hoe u de status van de gekleurde of zwarte inkt kunt controleren met de
inktlampjes.
Opmerking
U kunt de status van de transparante inkt niet controleren met de inktlampjes. Controleer deze op
het computerscherm. Zie De inktstatus controleren op het computerscherm .
1.
Zorg dat de printer is ingeschakeld en open voorzichtig de voorste lade.
2.
Open de bovenklep.
3.
Controleer de inktlampjes.
Sluit de bovenklep nadat u de status van de inktlampjes hebt gecontroleerd.
Het inktlampje brandt
De inkttank is correct geplaatst en er resteert nog genoeg inkt om af te drukken.
Het inktlampje knippert
Langzaam knipperen (ongeveer om de 3 seconden)
..... Herhaalt
Het inktniveau is laag. U kunt nog een tijdje blijven afdrukken, maar het is raadzaam dat u beschikt over een
vervangende inkttank.
Snel knipperen (ongeveer om de seconde)
...... Herhaalt
De inkttank is op de verkeerde positie geplaatst of leeg. Plaats de inkttank op de juiste positie, zoals
aangegeven op het etiket van de printkophouder. Als de positie correct is terwijl het inktlampje knippert, is
de inkttank leeg. Vervang deze door een nieuwe inkttank.
Het inktlampje is uit
De inkttank is niet goed geplaatst of de functie voor het detecteren van de resterende hoeveelheid inkt is
De inktstatus controleren
Pagina 60 van 486 pagina's
uitgeschakeld. Als de inkttank niet goed is geplaatst, drukt u op de aanduiding
(Drukken) op de
inkttank totdat de inkttank stevig vast zit. Als u geen klik hoort ten teken dat de inkttank op zijn plaats zit,
moet u controleren of het oranje beschermkapje van de onderzijde van de inkttank is verwijderd. Als de
functie voor het detecteren van de resterende hoeveelheid inkt is uitgeschakeld, vervangt u de inkttank.
Zie Gekleurde en zwarte inkttanks vervangen .
Als het de inktlampje nog steeds niet brandt nadat de inkttank opnieuw is geplaatst, is er een fout
opgetreden en kan er niet met de printer worden afgedrukt. Controleer het Alarm lampje op de printer.
Zie het gedeelte ' Problemen oplossen' in de online handleiding: Uitgebreide Handleiding .
De inktstatus controleren op het computerscherm
In dit gedeelte wordt beschreven hoe u de status van de gekleurde, zwarte of transparante inkt kunt
controleren op de computer.
U kunt de status van beide inkttanks controleren via de printerstatusmonitor (Windows) of Canon IJ
Printer Utility (Macintosh).
Transparante inkt (A): als
(inkt bijna op) wordt weergegeven, is de inkt bijna op. U kunt nog een tijdje
blijven afdrukken, maar het is raadzaam dat u beschikt over een vervangende inkttank.
Gekleurde of zwarte inkt (B): inkt met de markering
(inkt bijna op) is bijna op. U kunt nog een tijdje
blijven afdrukken, maar het is raadzaam dat u beschikt over een vervangende inkttank.
Belangrijk
Als de transparante inkt helemaal op is, kunt u niet afdrukken op gewoon papier.
Opmerking
Tijdens het afdrukken kan er een foutbericht worden weergegeven. Bevestig het bericht en voer de
juiste handelingen uit.
U kunt wel afdrukken op fotopapier of op elk ander type papier dan gewoon papier dat in de
achterste lade is geplaatst, ook al is de transparante inkt op.
Volg onderstaande procedure om de bevestigingsschermen te openen.
1.
Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma.
Zie Het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma openen (Windows).
2.
Klik op Printerstatus weergeven (View Printer Status) op het tabblad Onderhoud
(Maintenance).
Klik op het menu Inktdetails (Ink Details) om de informatie over de inkttanks te controleren.
Opmerking
U kunt de printerstatusmonitor ook weergeven door op Canon XXX (waarbij "
XXX" de naam
De inktstatus controleren
Pagina 61 van 486 pagina's
van uw printer is) te klikken. U vindt deze optie op de taakbalk tijdens het afdrukken.
1.
Open Canon IJ Printer Utility.
Zie Canon IJ Printer Utility openen (Macintosh) .
2.
Selecteer Informatie inktniveau (Ink Level Information) in het pop-upmenu.
Klik op Inktdetails (Ink Details) om de informatie over de inkttanks te controleren.
Naar boven
Vage afdrukken of onjuiste kleuren
Pagina 62 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding
Problemen oplossen
Inhoud > Routineonderhoud > Vage afdrukken of onjuiste kleuren
Vage afdrukken of onjuiste kleuren
Als de afdrukresultaten onduidelijk zijn of de kleuren niet correct worden afgedrukt, zijn de
spuitopeningen van de printkop waarschijnlijk verstopt. Voer de onderstaande procedure uit om het
controleraster voor de spuitopeningen af te drukken, de conditie van de spuitopeningen van de printkop
te controleren en vervolgens de printkop te reinigen.
Als evenwijdige lijnen niet correct worden afgedrukt of als u niet tevreden bent over de afdrukresultaten,
kan de afdrukkwaliteit mogelijk worden verbeterd door de printkop uit te lijnen.
Belangrijk
Spoel de printkop en inkttanks niet af en veeg ze niet schoon. Dit kan allerlei problemen met de
printkop en inkttanks veroorzaken.
Opmerking
Voordat u onderhoud verricht
Open de bovenklep en controleer of de lampjes van alle inkttanks rood branden.
Zie De inktstatus controleren als dit niet het geval is en voer de juiste bewerking uit.
Als de afdrukresultaten ongelijkmatig zijn, kunt u afdrukkwaliteit via de instellingen van het
printerstuurprogramma. verbeteren.
Zie De inktkwaliteit op peil houden .
Stel de afdrukkwaliteit hoger in via de instellingen van het printerstuurprogramma. Hierdoor kunnen
de afdrukresultaten verbeteren.
Raadpleeg voor meer informatie online handleiding: Uitgebreide Handleiding .
Onduidelijke of ongelijkmatige afdrukresultaten:
Stap 1
Raadpleeg Controleraster voor de spuitopeningen
afdrukken.
Raadpleeg Controleraster voor de spuitopeningen
bekijken .
Als er lijnen ontbreken of er horizontale witte strepen
voorkomen in dit raster:
Druk na het reinigen van de
printkop het controleraster voor
spuitopeningen af en controleer dit.
Stap 2
Raadpleeg De printkop reinigen .
Als het probleem niet is opgelost nadat u de printkop
tweemaal hebt gereinigd:
Stap 3
Raadpleeg Een diepte-reiniging van de printkop uitvoeren .
Opmerking
Als u de procedure tot en met stap 3 hebt uitgevoerd en het probleem niet is opgelost, schakelt u de
printer uit en voert u de diepte-reiniging van de printkop 24 uur later nogmaals uit. Indien de fout zich
blijft voordoen, is de printkop mogelijk beschadigd. Neem contact op met het
ondersteuningscentrum.
Vage afdrukken of onjuiste kleuren
Pagina 63 van 486 pagina's
Als de afdrukresultaten niet gelijkmatig zijn (de evenwijdige lijnen
zijn bijvoorbeeld niet correct afgedrukt):
Raadpleeg De printkop uitlijnen .
Naar boven
Controleraster voor de spuitopeningen afdrukken
Uitgebreide Handleiding
Pagina 64 van 486 pagina's
Problemen oplossen
Inhoud > Routineonderhoud > Vage afdrukken of onjuiste kleuren > Controleraster voor de spuitopeningen afdrukken
Controleraster voor de spuitopeningen afdrukken
Druk het controleraster voor spuitopeningen af om te bepalen of de inkt op de juiste wijze uit de
spuitopeningen van de printkop wordt gespoten.
U moet het volgende voorbereiden: een vel gewoon papier van A4- of Letterformaat
Opmerking
Als de inkt bijna op is, wordt het controleraster niet goed afgedrukt. Vervang de inkttank die bijna
leeg is.
Zie Inkttanks vervangen .
Controleraster voor de spuitopeningen afdrukken zonder computer
U kunt het controleraster voor de spuitopeningen ook vanaf de printer zelf afdrukken met de knop
RESUME/CANCEL .
1. Zorg dat de printer is ingeschakeld en een of meer vellen gewoon papier van A4- of Letterformaat in de cassette zijn geladen.
2. Open de voorste lade voorzichtig en trek het verlengstuk van de uitvoerlade uit.
3. Houd de knop RESUME/CANCEL ingedrukt tot het Aan/uit-lampje tweemaal groen knippert en
laat het dan meteen los.
Het controleraster voor de spuitopening wordt afgedrukt.
Voer geen andere taken uit tot de printer het controleraster heeft afgedrukt.
Controleer het patroon van het controleraster en voer de vereiste handeling uit.
Zie stap 1 in Controleraster voor de spuitopeningen bekijken .
1.
Controleer of het apparaat aan staat.
2.
Zorg dat er een of meer vellen gewoon papier van het formaat A4 of Letter in de
cassette zijn geplaatst.
Belangrijk
U kunt geen papier invoeren vanuit de voorste lade voor het afdrukken van het controleraster
voor de spuitopeningen. Plaats papier in de cassette.
3.
Open de voorste lade voorzichtig en trek het verlengstuk van de uitvoerlade uit.
4.
Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma.
Zie Het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma openen (Windows).
5.
Druk het controleraster voor de spuitopeningen af.
(1) Klik op het tabblad Onderhoud (Maintenance).
(2) Klik op Controle spuitopening (Nozzle Check).
Controleraster voor de spuitopeningen afdrukken
Pagina 65 van 486 pagina's
(3) Bevestig het bericht dat wordt weergegeven en klik op Controleraster afdrukken
(Print Check Pattern).
Het controleraster voor de spuitopening wordt afgedrukt.
Voer geen andere taken uit tot de printer het controleraster heeft afgedrukt.
Opmerking
Klik op Initiële controle-items (Initial Check Items) om de items te bekijken die u moet
controleren voordat u het controleraster voor de spuitopeningen afdrukt.
6.
Bekijk het controleraster voor de spuitopeningen.
Raadpleeg Controleraster voor de spuitopeningen bekijken .
1.
Controleer of het apparaat aan staat.
2.
Zorg dat er een of meer vellen gewoon papier van het formaat A4 of Letter in de
cassette zijn geplaatst.
Belangrijk
U kunt geen papier invoeren vanuit de voorste lade voor het afdrukken van het controleraster
voor de spuitopeningen. Plaats papier in de cassette.
3.
Open de voorste lade voorzichtig en trek het verlengstuk van de uitvoerlade uit.
4.
Open Canon IJ Printer Utility.
Zie Canon IJ Printer Utility openen (Macintosh) .
5.
Druk het controleraster voor de spuitopeningen af.
(1) Selecteer Testafdruk (Test Print) in het pop-upmenu.
(2) Klik op Controle spuitopening (Nozzle Check).
Controleraster voor de spuitopeningen afdrukken
Pagina 66 van 486 pagina's
(3) Bevestig het bericht dat wordt weergegeven en klik op Controleraster afdrukken
(Print Check Pattern).
Het controleraster voor de spuitopening wordt afgedrukt.
Voer geen andere taken uit tot de printer het controleraster heeft afgedrukt.
Opmerking
Klik op Initiële controle-items (Initial Check Items) om de items te bekijken die u moet
controleren voordat u het controleraster voor de spuitopeningen afdrukt.
6.
Bekijk het controleraster voor de spuitopeningen.
Raadpleeg Controleraster voor de spuitopeningen bekijken .
Naar boven
Controleraster voor de spuitopeningen bekijken
Uitgebreide Handleiding
Pagina 67 van 486 pagina's
Problemen oplossen
Inhoud > Routineonderhoud > Vage afdrukken of onjuiste kleuren > Controleraster voor de spuitopeningen bekijken
Controleraster voor de spuitopeningen bekijken
Bekijk het controleraster voor de spuitopeningen en reinig zo nodig de printkop.
1.
Controleer het raster (1) op ontbrekende lijnen en (2) de aanwezigheid van
horizontale witte strepen.
Als er lijnen ontbreken in het raster (1):
Maak de spuitopeningen van de printkoppen van de inktgroep Zwart (Black) schoon (BK).
(A) Goed
(B) Niet goed (er ontbreken lijnen)
Als er horizontale witte strepen voorkomen in raster (2):
Maak de spuitopeningen van de printkoppen van de inktgroep Kleur (Color) schoon (C, M, Y, PBK).
(A) Goed
(B) Niet goed (horizontale witte strepen aanwezig)
Als het raster ontbrekende lijnen (1) bevat en er horizontale witte strepen (2) zijn in
het patroon (2):
Maak de spuitopeningen van de printkoppen van Alle kleuren (All Colors) schoon.
2.
Voer de vereiste actie uit.
Controleraster voor de spuitopeningen bekijken
Pagina 68 van 486 pagina's
Wanneer reiniging niet noodzakelijk is:
Klik op Afsluiten (Exit) (Windows) of Stop (Quit) (Macintosh) in het dialoogvenster Rastercontrole
(Pattern Check) om de weergave van het controleraster voor de spuitopeningen te verlaten.
Wanneer reiniging noodzakelijk is:
(1) Klik op Reiniging (Cleaning).
(2) Zorg dat er een of meer vellen gewoon papier van het formaat A4 of Letter in de
cassette zijn geplaatst.
Voer de procedure uit bij (3) in stap 5 (Windows of Macintosh) in De printkop reinigen om de printkop te
reinigen.
Ga naar Selecteer de inktgroep die u wilt reinigen. in 'De printkop reinigen'.
Ga naar Selecteer de inktgroep die u wilt reinigen. in 'De printkop reinigen'.
Naar boven
De printkop reinigen
Pagina 69 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding
Problemen oplossen
Inhoud > Routineonderhoud > Vage afdrukken of onjuiste kleuren > De printkop reinigen
De printkop reinigen
De printkop moet worden gereinigd als er in het afgedrukte controleraster voor de spuitopeningen lijnen
ontbreken of horizontale witte strepen worden weergegeven. Door een reiniging uit te voeren worden de
spuitopeningen vrij gemaakt en de toestand van de printkop hersteld. Bij het reinigen van de printkop
wordt inkt verbruikt. Reinig de printkop daarom alleen als het echt nodig is.
U moet het volgende voorbereiden: een vel gewoon papier van A4- of Letterformaat
Opmerking
De printkop reinigen zonder computer
U kunt ook de printkop (spuitopeningen van alle inktkleuren) reinigen vanaf de printer zelf met de
knop RESUME/CANCEL .
1. Controleer of het apparaat aan staat.
2. Houd de knop RESUME/CANCEL ingedrukt tot het Aan/uit-lampje eenmaal groen knippert en laat
de knop dan onmiddellijk los.
De printer start met het reinigen van de printkop.
Wanneer het Aan/uit-lampje groen knippert en vervolgens blijft branden, is de reiniging voltooid.
Druk het controleraster voor de spuitopeningen af om de conditie van de printkop na het reinigen
te controleren.
Raadpleeg Controleraster voor de spuitopeningen afdrukken .
Als u op Reiniging (Cleaning) klikt in het dialoogvenster Rastercontrole (Pattern Check), dat verschijnt na
het afdrukken van het controleraster voor de spuitopeningen (Zie Wanneer reiniging noodzakelijk is ),
begint de printer met het reinigen van de printkop. Zorg dat er een of meer vellen gewoon papier van het
formaat A4 of Letter in de cassette zijn geplaatst en ga naar (3) in stap 5.
1.
Controleer of het apparaat aan staat.
2.
Zorg dat er een of meer vellen gewoon papier van het formaat A4 of Letter in de
cassette zijn geplaatst.
Belangrijk
U kunt geen papier invoeren vanuit de voorste lade voor het afdrukken van het controleraster
voor de spuitopeningen. Plaats papier in de cassette.
3.
Open de voorste lade voorzichtig en trek het verlengstuk van de uitvoerlade uit.
4.
Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma.
Zie Het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma openen (Windows).
5.
Reinig de printkop.
De printkop reinigen
Pagina 70 van 486 pagina's
(1) Klik op het tabblad Onderhoud (Maintenance).
(2) Klik op Reiniging (Cleaning).
(3) Selecteer de inktgroep die u wilt reinigen.
Opmerking
Deze printer heeft twee soorten zwarte inkt: BK en PBK.
Controleer het controleraster voor de spuitopeningen en selecteer Zwart (Black) als er
lijnen ontbreken in BK, of selecteer Kleur (Color) als er horizontale witte strepen aanwezig
zijn.
Zie Controleraster voor de spuitopeningen bekijken voor meer informatie over het
controleraster voor de spuitopeningen.
(4) Klik op Uitvoeren (Execute).
Wanneer het Aan/uit-lampje groen gaat knipperen, wordt de printkop gereinigd.
Voer geen andere handelingen uit tot de printer klaar is met het reinigen van de printkop. Dit duurt ongeveer
1 minuut.
Opmerking
Klik op Initiële controle-items (Initial Check Items) om de items te bekijken die u moet
controleren voordat u de diepte-reiniging van de printkop uitvoert.
(5) Bevestig het bericht dat wordt weergegeven en klik op Controleraster afdrukken
(Print Check Pattern).
Het controleraster voor de spuitopening wordt afgedrukt.
Voer geen andere taken uit tot de printer het controleraster heeft afgedrukt.
6.
Bekijk het controleraster voor de spuitopeningen.
Raadpleeg Controleraster voor de spuitopeningen bekijken .
Opmerking
Als het probleem niet is opgelost nadat u de printkop tweemaal hebt gereinigd, voert u de
diepte-reiniging van de printkop uit.
Raadpleeg Een diepte-reiniging van de printkop uitvoeren .
De printkop reinigen
Pagina 71 van 486 pagina's
Als u op Reiniging (Cleaning) klikt in het dialoogvenster Rastercontrole (Pattern Check), dat verschijnt na
het afdrukken van het controleraster voor de spuitopeningen (Zie Wanneer reiniging noodzakelijk is ),
begint de printer met het reinigen van de printkop. Zorg dat er een of meer vellen gewoon papier van het
formaat A4 of Letter in de cassette zijn geplaatst en ga naar (3) in stap 5.
1.
Controleer of het apparaat aan staat.
2.
Zorg dat er een of meer vellen gewoon papier van het formaat A4 of Letter in de
cassette zijn geplaatst.
Belangrijk
U kunt geen papier invoeren vanuit de voorste lade voor het afdrukken van het controleraster
voor de spuitopeningen. Plaats papier in de cassette.
3.
Open de voorste lade voorzichtig en trek het verlengstuk van de uitvoerlade uit.
4.
Open Canon IJ Printer Utility.
Zie Canon IJ Printer Utility openen (Macintosh) .
5.
Reinig de printkop.
(1) Zorg dat Reiniging (Cleaning) is geselecteerd in het pop-upmenu.
(2) Klik op Reiniging (Cleaning).
(3) Selecteer de inktgroep die u wilt reinigen.
Opmerking
Deze printer heeft twee soorten zwarte inkt: BK en PBK.
Controleer het controleraster voor de spuitopeningen en selecteer Zwart (Black) als er
lijnen ontbreken in BK, of selecteer Kleur (Color) als er horizontale witte strepen aanwezig
zijn.
Zie Controleraster voor de spuitopeningen bekijken voor meer informatie over het
controleraster voor de spuitopeningen.
(4) Klik op OK.
Wanneer het Aan/uit-lampje groen gaat knipperen, wordt de printkop gereinigd.
Voer geen andere handelingen uit tot de printer klaar is met het reinigen van de printkop. Dit duurt ongeveer
De printkop reinigen
Pagina 72 van 486 pagina's
1 minuut.
Opmerking
Klik op Initiële controle-items (Initial Check Items) om de items te bekijken die u moet
controleren voordat u de diepte-reiniging van de printkop uitvoert.
(5) Bevestig het bericht dat wordt weergegeven en klik op Controleraster afdrukken
(Print Check Pattern).
Het controleraster voor de spuitopening wordt afgedrukt.
Voer geen andere taken uit tot de printer het controleraster heeft afgedrukt.
6.
Bekijk het controleraster voor de spuitopeningen.
Raadpleeg Controleraster voor de spuitopeningen bekijken .
Opmerking
Als het probleem niet is opgelost nadat u de printkop tweemaal hebt gereinigd, voert u de
diepte-reiniging van de printkop uit.
Raadpleeg Een diepte-reiniging van de printkop uitvoeren .
Naar boven
Een diepte-reiniging van de printkop uitvoeren
Pagina 73 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding
Problemen oplossen
Inhoud > Routineonderhoud > Vage afdrukken of onjuiste kleuren > Een diepte-reiniging van de printkop uitvoeren
Een diepte-reiniging van de printkop uitvoeren
Als de afdrukkwaliteit niet is verbeterd door de normale reiniging van de printkop, moet u een dieptereiniging van de printkop uitvoeren. Bij een diepte-reiniging van de printkop wordt meer inkt verbruikt dan
bij een normale reiniging. Het is daarom raadzaam de diepte-reiniging alleen uit te voeren als het echt
nodig is.
U moet het volgende voorbereiden: een vel gewoon papier van A4- of Letterformaat
1.
Controleer of het apparaat aan staat.
2.
Zorg dat er een of meer vellen gewoon papier van het formaat A4 of Letter in de
cassette zijn geplaatst.
Belangrijk
U kunt geen papier invoeren vanuit de voorste lade voor het afdrukken van het controleraster
voor de spuitopeningen. Plaats papier in de cassette.
3.
Open de voorste lade voorzichtig en trek het verlengstuk van de uitvoerlade uit.
4.
Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma.
Zie Het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma openen (Windows).
5.
Voer de diepte-reiniging van de printkop uit.
(1) Klik op het tabblad Onderhoud (Maintenance).
(2) Klik op Diepte-reiniging (Deep Cleaning).
(3) Selecteer de inktgroep waarvoor u een diepte-reiniging wilt uitvoeren.
Een diepte-reiniging van de printkop uitvoeren
Pagina 74 van 486 pagina's
Opmerking
Deze printer heeft twee soorten zwarte inkt: BK en PBK.
Controleer het controleraster voor de spuitopeningen en selecteer Zwart (Black) als er
lijnen ontbreken in BK, of selecteer Kleur (Color) als er horizontale witte strepen aanwezig
zijn.
Zie Controleraster voor de spuitopeningen bekijken voor meer informatie over het
controleraster voor de spuitopeningen.
(4) Klik op Uitvoeren (Execute).
Opmerking
Klik op Initiële controle-items (Initial Check Items) om de items te bekijken die u moet
controleren voordat u de diepte-reiniging van de printkop uitvoert.
(5) Bevestig het bericht dat wordt weergegeven en klik op OK.
Wanneer het Aan/uit-lampje groen gaat knipperen, wordt de diepte-reiniging van de printkop gestart.
Voer geen andere handelingen uit tot de printer klaar is met de diepte-reiniging van de printkop. Dit duurt
ongeveer 2 minuten.
(6) Bevestig het bericht dat wordt weergegeven en klik op Controleraster afdrukken
(Print Check Pattern).
Het controleraster voor de spuitopening wordt afgedrukt.
Voer geen andere taken uit tot de printer het controleraster heeft afgedrukt.
6.
Bekijk het controleraster voor de spuitopeningen.
Zie stap 1 in Controleraster voor de spuitopeningen bekijken .
Als een bepaalde kleur niet goed wordt afgedrukt, vervangt u de inkttank van de desbetreffende kleur.
Zie Inkttanks vervangen .
Als het probleem niet is opgelost, opent u de bovenklep om te controleren of er inkt aanwezig is, schakelt u de
printer uit en voert u de diepte-reiniging van de printkop 24 uur later nogmaals uit.
Indien de fout zich blijft voordoen, is de printkop mogelijk beschadigd. Neem contact op met het
ondersteuningscentrum.
1.
Controleer of het apparaat aan staat.
2.
Zorg dat er een of meer vellen gewoon papier van het formaat A4 of Letter in de
cassette zijn geplaatst.
Belangrijk
U kunt geen papier invoeren vanuit de voorste lade voor het afdrukken van het controleraster
voor de spuitopeningen. Plaats papier in de cassette.
Een diepte-reiniging van de printkop uitvoeren
3.
Open de voorste lade voorzichtig en trek het verlengstuk van de uitvoerlade uit.
4.
Open Canon IJ Printer Utility.
Pagina 75 van 486 pagina's
Zie Canon IJ Printer Utility openen (Macintosh) .
5.
Voer de diepte-reiniging van de printkop uit.
(1) Zorg dat Reiniging (Cleaning) is geselecteerd in het pop-upmenu.
(2) Klik op Diepte-reiniging (Deep Cleaning).
(3) Selecteer de inktgroep waarvoor u een diepte-reiniging wilt uitvoeren.
Opmerking
Deze printer heeft twee soorten zwarte inkt: BK en PBK.
Controleer het controleraster voor de spuitopeningen en selecteer Zwart (Black) als er
lijnen ontbreken in BK, of selecteer Kleur (Color) als er horizontale witte strepen aanwezig
zijn.
Zie Controleraster voor de spuitopeningen bekijken voor meer informatie over het
controleraster voor de spuitopeningen.
(4) Klik op OK.
Wanneer het Aan/uit-lampje groen gaat knipperen, wordt de diepte-reiniging van de printkop gestart.
Voer geen andere handelingen uit tot de printer klaar is met de diepte-reiniging van de printkop. Dit duurt
ongeveer 2 minuten.
Opmerking
Klik op Initiële controle-items (Initial Check Items) om de items te bekijken die u moet
controleren voordat u de diepte-reiniging van de printkop uitvoert.
(5) Bevestig het bericht dat wordt weergegeven en klik op Controleraster afdrukken
(Print Check Pattern).
Het controleraster voor de spuitopening wordt afgedrukt.
Een diepte-reiniging van de printkop uitvoeren
Pagina 76 van 486 pagina's
Voer geen andere taken uit tot de printer het controleraster heeft afgedrukt.
6.
Controleer het controleraster van de spuitopeningen en klik op Stop (Quit) in het
dialoogvenster Rastercontrole (Pattern Check).
Zie stap 1 in Controleraster voor de spuitopeningen bekijken .
Als een bepaalde kleur niet goed wordt afgedrukt, vervangt u de inkttank van de desbetreffende kleur.
Zie Inkttanks vervangen .
Als het probleem niet is opgelost, opent u de bovenklep om te controleren of er inkt aanwezig is, schakelt u de
printer uit en voert u de diepte-reiniging van de printkop 24 uur later nogmaals uit.
Indien de fout zich blijft voordoen, is de printkop mogelijk beschadigd. Neem contact op met het
ondersteuningscentrum.
Naar boven
De printkop uitlijnen
Pagina 77 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding
Problemen oplossen
Inhoud > Routineonderhoud > Vage afdrukken of onjuiste kleuren > De printkop uitlijnen
De printkop uitlijnen
Als de afgedrukte lijnen niet evenwijdig zijn of als u niet tevreden bent over de afdrukresultaten, dient u
de positie van de printkop aan te passen.
U moet het volgende voorbereiden: twee vellen gewoon papier van A4- of Letter
-formaat
Opmerking
Als de inkt bijna op is, wordt het uitlijningsraster voor de printkop niet goed afgedrukt. Vervang de
inkttank die bijna leeg is.
Zie Inkttanks vervangen .
Het uitlijningspatroon voor de printkop wordt alleen in zwart en blauw afgedrukt.
De printkop uitlijnen zonder computer
U kunt de printkop ook uitlijnen vanaf de printer zelf met de knop RESUME/CANCEL .
1. Zorg dat de printer is ingeschakeld en twee of meer vellen gewoon papier van A4- of Letterformaat in de cassette zijn geladen.
2. Open de voorste lade voorzichtig en trek het verlengstuk van de uitvoerlade uit.
3. Houd de knop RESUME/CANCEL ingedrukt tot het Aan/uitlampje viermaal groen knippert en laat
de knop dan onmiddellijk los.
Het controleraster voor uitlijning van de printkop wordt afgedrukt en de positie van de printkop
wordt automatisch uitgelijnd.
Voer geen andere bewerkingen uit tot de printer het controleraster voor uitlijning van de printkop
heeft afgedrukt.
1.
Controleer of het apparaat aan staat.
2.
Zorg dat er twee of meer vellen gewoon papier van het formaat A4 of Letter in de
cassette zijn geplaatst.
Belangrijk
U kunt de voorste lade niet gebruiken voor automatische uitlijning van de printkop. Zorg dat u
papier in de cassette plaatst.
3.
Open de voorste lade voorzichtig en trek het verlengstuk van de uitvoerlade uit.
4.
Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma.
Zie Het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma openen (Windows).
5.
Pas de positie van de printkop aan.
(1) Klik op het tabblad Onderhoud (Maintenance).
(2) Klik op Uitlijning printkop (Print Head Alignment).
De printkop uitlijnen
Pagina 78 van 486 pagina's
(3) Bevestig het bericht dat wordt weergegeven en klik op Printkop uitlijnen (Align
Print Head).
Het controleraster voor uitlijning van de printkop wordt afgedrukt en de positie van de printkop wordt
automatisch uitgelijnd.
Voer geen andere bewerkingen uit tot de printer het controleraster voor uitlijning van de printkop heeft
afgedrukt. Dit duurt ongeveer 6 minuten.
Opmerking
Als het automatisch aanpassen van de printkoppositie is mislukt, gaat het Alarm lampje
knipperen.
Raadpleeg voor meer informatie het gedeelte 'Elf keer' onder 'Alarm-lampje knippert oranje' in '
Problemen oplossen' in de online handleiding: Uitgebreide Handleiding .
Als u nog steeds niet tevreden bent over de afdrukresultaten nadat de printkoppositie is
aangepast op de hiervoor omschreven wijze, moet u de printkop handmatig uitlijnen.
Zie de online handleiding: Uitgebreide Handleiding .
Als u de huidige aanpassingswaarden van de printkop wilt afdrukken en controleren, klikt u op
Uitlijningswaarde afdrukken (Print Alignment Value).
De printkop uitlijnen
Pagina 79 van 486 pagina's
1.
Controleer of het apparaat aan staat.
2.
Zorg dat er twee of meer vellen gewoon papier van het formaat A4 of Letter in de
cassette zijn geplaatst.
Belangrijk
U kunt de voorste lade niet gebruiken voor automatische uitlijning van de printkop. Zorg dat u
papier in de cassette plaatst.
3.
Open de voorste lade voorzichtig en trek het verlengstuk van de uitvoerlade uit.
4.
Open Canon IJ Printer Utility.
Zie Canon IJ Printer Utility openen (Macintosh) .
5.
Pas de positie van de printkop aan.
(1) Selecteer Testafdruk (Test Print) in het pop-upmenu.
(2) Klik op Uitlijning printkop (Print Head Alignment).
(3) Bevestig het bericht dat wordt weergegeven en klik op Printkop uitlijnen (Align
Print Head).
Het controleraster voor uitlijning van de printkop wordt afgedrukt en de positie van de printkop wordt
automatisch uitgelijnd.
Voer geen andere bewerkingen uit tot de printer het controleraster voor uitlijning van de printkop heeft
afgedrukt. Dit duurt ongeveer 6 minuten.
De printkop uitlijnen
Pagina 80 van 486 pagina's
Opmerking
Als het automatisch aanpassen van de printkoppositie is mislukt, gaat het Alarm lampje
knipperen.
Raadpleeg voor meer informatie het gedeelte 'Elf keer' onder 'Alarm-lampje knippert oranje' in '
Problemen oplossen' in de online handleiding: Uitgebreide Handleiding .
Als u nog steeds niet tevreden bent over de afdrukresultaten nadat de printkoppositie is
aangepast op de hiervoor omschreven wijze, moet u de printkop handmatig uitlijnen.
Zie de online handleiding: Uitgebreide Handleiding .
Als u de huidige aanpassingswaarden van de printkop wilt afdrukken en controleren, klikt u op
Uitlijningswaarde afdrukken (Print Alignment Value).
Naar boven
De inktkwaliteit op peil houden
Pagina 81 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding
Problemen oplossen
Inhoud > Routineonderhoud > De inktkwaliteit op peil houden
De inktkwaliteit op peil houden
De printer is ingesteld op het automatisch mengen van de inkt met vaste intervallen zodat de
inktdichtheid gelijkmatig blijft. Als de functie voor het automatisch mengen van de inkt wordt
uitgeschakeld of als de kleuren op de afdruk ongelijkmatig worden, voert u de onderstaande procedure
uit om de inkt handmatig te mengen.
Opmerking
Meer informatie over het uitschakelen van de functie voor het automatisch mengen van inkt vindt u
in de online handleiding: Uitgebreide Handleiding .
1.
Controleer of het apparaat aan staat.
2.
Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma.
Zie Het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma openen (Windows).
3.
Meng de inkt.
(1) Klik op het tabblad Onderhoud (Maintenance).
(2) Klik op het tabblad Onderhoud inktkwaliteit (Ink Quality Maintenance).
(3) Bevestig het bericht dat wordt weergegeven en klik op OK.
De printer zal tussen de 10 seconden en 2 minuten trillen tijdens het mengen van de inkt.
Open de bovenklep niet terwijl de printer bezig is (het Aan/uit (Power) -lampje knippert groen).
1.
Controleer of het apparaat aan staat.
De inktkwaliteit op peil houden
2.
Pagina 82 van 486 pagina's
Open Canon IJ Printer Utility.
Zie Canon IJ Printer Utility openen (Macintosh) .
3.
Meng de inkt.
(1) Selecteer Testafdruk (Test Print) in het pop-upmenu.
(2) Klik op het tabblad Onderhoud inktkwaliteit (Ink Quality Maintenance).
(3) Bevestig het bericht dat wordt weergegeven en klik op OK.
De printer zal tussen de 10 seconden en 2 minuten trillen tijdens het mengen van de inkt.
Open de bovenklep niet terwijl de printer bezig is (het Aan/uit (Power) -lampje knippert groen).
Naar boven
De papierinvoerrol reinigen
Pagina 83 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding
Problemen oplossen
Inhoud > Routineonderhoud > De papierinvoerrol reinigen
De papierinvoerrol reinigen
Als de papierinvoerrol vies is of er papierstof op ligt, wordt het papier mogelijk niet goed ingevoerd.
Reinig in dat geval de papierinvoerrol. Als u de papierinvoerrol reinigt, slijt deze. Reinig de rol daarom
alleen als dat nodig is.
U moet het volgende voorbereiden: drie vellen gewoon papier van A4- of Letterformaat
1.
Controleer of het apparaat aan staat.
2.
Open de voorste lade voorzichtig en trek het verlengstuk van de uitvoerlade uit.
3.
Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma.
Zie Het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma openen (Windows).
4.
Selecteer Reiniging rollen (Roller Cleaning).
(1) Klik op het tabblad Onderhoud (Maintenance).
(2) Klik op Reiniging rollen (Roller Cleaning).
(3) Selecteer de papierbron die u wilt reinigen (Achterste lade (Rear Tray) of
Cassette).
(4) Klik op OK.
De papierinvoerrol reinigen
5.
Pagina 84 van 486 pagina's
Reinig de papierinvoerrol zonder papier.
(1) Volg de aanwijzingen in het bericht om het papier te verwijderen uit de
papierbron die u hebt geselecteerd bij (3) in stap 4.
(2) Klik op OK.
Tijdens het reinigen draait de papierinvoerrol enkele malen rond.
6.
Reinig de papierinvoerrol met papier.
(1) Controleer of de papierinvoerrol gestopt is met draaien en volg de aanwijzingen
in het bericht om drie vellen gewoon papier van A4- of Letter-formaat te plaatsen
in de papierbron die u hebt geselecteerd bij (3) in stap 4.
Opmerking
U kunt geen papier invoeren vanuit de voorste lade voor het reinigen van de
papierinvoerrol. Plaats papier in de cassette of achterste lade.
(2) Klik op OK.
De printer begint met de reiniging.
Het reinigen is voltooid als het papier wordt uitgeworpen.
Voer geen andere handelingen uit tot de printer klaar is met het reinigen van de papierinvoerrol.
(3) Klik op OK in het voltooiingsbericht.
Als het probleem nog steeds niet is verholpen na het reinigen van de papierinvoerrol, neemt u contact op met het
ondersteuningscentrum.
1.
Controleer of het apparaat aan staat.
2.
Open de voorste lade voorzichtig en trek het verlengstuk van de uitvoerlade uit.
3.
Open Canon IJ Printer Utility.
Zie Canon IJ Printer Utility openen (Macintosh) .
4.
Selecteer Reiniging rollen (Roller Cleaning).
(1) Zorg dat Reiniging (Cleaning) is geselecteerd in het pop-upmenu.
(2) Klik op Reiniging rollen (Roller Cleaning).
(3) Selecteer de papierbron die u wilt reinigen (Achterste lade (Rear Tray) of
Cassette).
De papierinvoerrol reinigen
Pagina 85 van 486 pagina's
(4) Klik op OK.
5.
Reinig de papierinvoerrol zonder papier.
(1) Volg de aanwijzingen in het bericht om het papier te verwijderen uit de
papierbron die u hebt geselecteerd bij (3) in stap 4.
(2) Klik op OK.
Tijdens het reinigen draait de papierinvoerrol enkele malen rond.
6.
Reinig de papierinvoerrol met papier.
(1) Controleer of de papierinvoerrol gestopt is met draaien en volg de aanwijzingen
in het bericht om drie vellen gewoon papier van A4- of Letter-formaat te plaatsen
in de papierbron die u hebt geselecteerd bij (3) in stap 4.
Opmerking
U kunt geen papier invoeren vanuit de voorste lade voor het reinigen van de
papierinvoerrol. Plaats papier in de cassette of achterste lade.
(2) Klik op OK.
De printer begint met de reiniging.
Het reinigen is voltooid als het papier wordt uitgeworpen.
Voer geen andere handelingen uit tot de printer klaar is met het reinigen van de papierinvoerrol.
Als het probleem nog steeds niet is verholpen na het reinigen van de papierinvoerrol, neemt u contact op met het
ondersteuningscentrum.
Naar boven
De transportrollen reinigen (reiniging met vel)
Pagina 86 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding
Problemen oplossen
Inhoud > Routineonderhoud > De transportrollen reinigen (reiniging met vel)
De transportrollen reinigen (reiniging met vel)
Wanneer het onderstaande bericht wordt weergegeven, moeten de transportrollen zo snel mogelijk
worden gereinigd met het reinigingsvel.
U hebt nodig: een reinigingsvel (meegeleverd met de printer)
Belangrijk
U hoeft de transportrollen niet te reinigen voordat dit bericht wordt weergegeven.
Opmerking
U kunt doorgaan met afdrukken, ook nadat het bericht is weergegeven om u te informeren dat
reinigen nodig is. Als de transportrollen echter niet worden gereinigd, kunnen er vlekken op
afdrukken ontstaan of kan de afdrukkwaliteit afnemen. We raden aan om de transportrollen zo snel
mogelijk te reinigen.
Reinigingsvellen kunnen onder de cassette worden bewaard.
Zie Reinigingsvellen bewaren en uitnemen .
Instructies voor het reinigen met vel
Belangrijk
Voor het reinigen met vel is een speciaal reinigingsvel nodig dat wordt geplaatst in de achterste
lade.
Voer geen enkele andere bewerking uit terwijl de reiniging met vel wordt uitgevoerd.
1.
Zorg dat het apparaat is ingeschakeld en verwijder vervolgens alle papier uit de
achterste lade.
2.
Pak een reinigingsvel.
Neem een reinigingsvel uit de houder voor reinigingsvellen. Zie Reinigingsvellen bewaren en uitnemen voor meer
informatie over het uitnemen van reinigingsvellen.
3.
Open de voorste lade voorzichtig en trek vervolgens het verlengstuk van de
uitvoerlade uit.
Opmerking
Verwijder alle papier uit de voorste lade.
4.
Haal het beschermingsvel van de bovenkant van het reinigingsvel en plaats het
De transportrollen reinigen (reiniging met vel)
reinigingsvel in de achterste lade MET DE VOORZIJDE OMLAAG EN HET
KLEEFGEDEELTE AAN DE BOVENKANT.
(A) Plaats het reinigingsvel met de uitsparing bovenaan.
(B) Verwijder het beschermingsvel.
5.
Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma.
Zie Het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma openen (Windows).
6.
Voer de reiniging met het vel uit.
(1) Klik op het tabblad Onderhoud (Maintenance).
(2) Klik op Reiniging met vel (Sheet Cleaning).
(3) Klik op Uitvoeren (Execute).
Pagina 87 van 486 pagina's
De transportrollen reinigen (reiniging met vel)
Pagina 88 van 486 pagina's
Belangrijk
Gooi gebruikte reinigingsvellen weg zodra de reiniging met vel klaar is. Wees voorzichtig met
de vellen om vlekken op kleding en dergelijke te voorkomen, uitgevoerde vellen zijn namelijk
bevlekt.
1.
Zorg dat het apparaat is ingeschakeld en verwijder vervolgens alle papier uit de
achterste lade.
2.
Pak een reinigingsvel.
Neem een reinigingsvel uit de houder voor reinigingsvellen. Zie Reinigingsvellen bewaren en uitnemen voor meer
informatie over het uitnemen van reinigingsvellen.
3.
Open de voorste lade voorzichtig en trek vervolgens het verlengstuk van de
uitvoerlade uit.
Opmerking
Verwijder alle papier uit de voorste lade.
4.
Haal het beschermingsvel van de bovenkant van het reinigingsvel en plaats het
reinigingsvel in de achterste lade MET DE VOORZIJDE OMLAAG EN HET
KLEEFGEDEELTE AAN DE BOVENKANT.
De transportrollen reinigen (reiniging met vel)
(A) Plaats het reinigingsvel met de uitsparing bovenaan.
(B) Verwijder het beschermingsvel.
5.
Open Canon IJ Printer Utility.
Zie Canon IJ Printer Utility openen (Macintosh) .
6.
Voer de reiniging met het vel uit.
(1) Zorg dat Reiniging (Cleaning) wordt weergegeven in het pop-upmenu.
(2) Klik op Reiniging met vel (Sheet Cleaning).
(3) Klik op OK.
Belangrijk
Pagina 89 van 486 pagina's
De transportrollen reinigen (reiniging met vel)
Pagina 90 van 486 pagina's
Gooi gebruikte reinigingsvellen weg zodra de reiniging met vel klaar is. Wees voorzichtig met
de vellen om vlekken op kleding en dergelijke te voorkomen, uitgevoerde vellen zijn namelijk
bevlekt.
Reinigingsvellen bewaren en uitnemen
Er worden vijf reinigingsvellen meegeleverd met de printer.
Al deze reinigingsvellen kunnen worden opgeslagen in de houder voor reinigingsvellen onder de
cassette.
Opmerking
Neem contact op met het servicecentrum wanneer uw reinigingsvellen op zijn.
1.
Trek de cassette naar buiten.
Trek de cassette met beide handen naar buiten totdat deze stopt en trek de cassette vervolgens uit de printer
terwijl u de voorste zijde iets omhoog tilt.
2.
Berg de reinigingsvellen op of neem ze uit.
(1) Trek de houder voor reinigingsvellen uit de cassette.
(2) Berg de reinigingsvellen op of neem ze uit.
Opmerking
Stop ongebruikte reinigingsvellen terug in de originele verpakking en sluit de verpakking af.
(3) Schuif de houder voor reinigingsvellen terug.
3.
Plaats de cassette in de printer.
Druk de cassette helemaal in de printer.
De transportrollen reinigen (reiniging met vel)
Pagina 91 van 486 pagina's
Opmerking
Als de cassette niet juist wordt geplaatst, kan zich een fout voordoen en kan de printer niet
afdrukken. Zorg dat de cassette helemaal in de printer wordt gedrukt.
Naar boven
De onderhoudsschermen openen
Pagina 92 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding
Problemen oplossen
Inhoud > Routineonderhoud > De onderhoudsschermen openen
De onderhoudsschermen openen
U kunt de onderhoud uitvoeren via het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma (Windows)
of Canon IJ Printer Utility (Macintosh).
Het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
openen (Windows)
Opmerking
Zorg dat de printer is ingeschakeld en dat deze op een computer is aangesloten.
1.
Klik op Configuratiescherm (Control Panel) en vervolgens op Printer onder
Hardware en geluiden (Hardware and Sound).
Wanneer u Windows XP gebruikt
Klik in Windows XP op Configuratiescherm (Control Panel), Printers en andere hardware
(Printers and Other Hardware) en vervolgens op Printers en faxapparaten (Printers and Faxes).
Wanneer u Windows 2000 gebruikt
Klik in Windows 2000 op Configuratiescherm (Control Panel) en vervolgens op Printers.
2.
Klik met de rechtermuisknop op het pictogram Canon XXX (waarbij ' XXX ' de naam
van uw printer is) en selecteer Voorkeursinstellingen voor afdrukken (Printing
Preferences).
Het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma verschijnt.
Opmerking
U kunt eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma ook openen vanuit uw
toepassing of via My Printer op het bureaublad.
Raadpleeg voor meer informatie online handleiding: Uitgebreide Handleiding .
Naar boven
Canon IJ Printer Utility openen (Macintosh)
Pagina 93 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding
Problemen oplossen
Inhoud > Routineonderhoud > De onderhoudsschermen openen > Canon IJ Printer Utility openen (Macintosh)
Canon IJ Printer Utility openen (Macintosh)
Opmerking
Zorg dat de printer is ingeschakeld en dat deze op een computer is aangesloten.
Als u Mac OS X v.10.5.x gebruikt
1.
Open Systeemvoorkeuren (System Preferences) en klik op Afdrukken en faxen
(Print & Fax).
2.
Selecteer de naam van uw printer in de lijst met Printers en klik op Open
afdrukwachtrij (Open Print Queue).
De lijst met afdruktaken wordt weergegeven.
3.
Klik op Hulpprogramma (Utility).
Het dialoogvenster Printerlijst (Printer List) wordt weergegeven.
4.
Selecteer de naam van uw printer in de lijst Product en klik op Onderhoud
(Maintenance).
Canon IJ Printer Utility wordt gestart.
Opmerking
Als u Mac OS X v.10.4.x of Mac OS X v.10.3.9 gebruikt
Volg de onderstaande procedure om Canon IJ Printer Utility te openen.
1. Selecteer Programma's (Applications) in het menu Ga (Go).
2. Dubbelklik op de map Hulpprogramma's (Utilities) en dubbelklik op Printerconfiguratie (Printer
Setup Utility) om het dialoogvenster Printerlijst (Printer List) te openen.
3. Selecteer de naam van uw printer in de lijst Naam (Name) en klik op Hulpprogramma (Utility).
4. Selecteer de naam van uw printer in de lijst Product en klik op Onderhoud (Maintenance).
Canon IJ Printer Utility wordt gestart.
Raadpleeg voor meer informatie online handleiding: Uitgebreide Handleiding .
Canon IJ Printer Utility openen (Macintosh)
Pagina 94 van 486 pagina's
Naar boven
Bijlage
Pagina 95 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding
Problemen oplossen
Inhoud > Bijlage
Bijlage
Wettelijke beperkingen voor het gebruik van het product en het gebruik van
afbeeldingen
Tips over het gebruik van uw printer
Naar boven
Wettelijke beperkingen voor het gebruik van het product en het gebruik ...
Uitgebreide Handleiding
Pagina 96 van 486 pagina's
Problemen oplossen
Inhoud > Bijlage > Wettelijke beperkingen voor het gebruik van het product en het gebruik van afbeeldingen
Wettelijke beperkingen voor het gebruik van het product en
het gebruik van afbeeldingen
Het afdrukken van de volgende documenten kan onrechtmatig zijn.
Deze lijst is niet volledig. Raadpleeg in geval van twijfel een jurist uit uw rechtsgebied.
Papiergeld
Postwissels
Stortingsbewijzen
Postzegels (gestempeld of
ongestempeld)
Identificatiebewijzen of insignes
Bepaalde service- of
wisseldocumenten
Cheques of wissels die door
overheidsinstanties zijn
uitgegeven
Rijbewijzen en
eigendomsbewijzen
Travellercheques
Voedselbonnen
Paspoorten
Immigratiepapieren
Belastingzegels (gestempeld of
ongestempeld)
Obligaties of andere schuldbekentenissen
Aandelencertificaten
Werken/kunstwerken die vallen onder het
auteursrecht, zonder toestemming van de
rechthebbende
Naar boven
Tips over het gebruik van uw printer
Pagina 97 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding
Problemen oplossen
Inhoud > Bijlage > Tips over het gebruik van uw printer
Tips over het gebruik van uw printer
Dit gedeelte bevat tips over het gebruik van uw printer en het maken van optimale afdrukken.
Inkt wordt voor verschillende toepassingen gebruikt.
Hoe wordt de inkt, naast afdrukken, gebruikt voor andere
toepassingen?
Inkt kan, naast afdrukken, voor verschillende toepassingen worden gebruikt. De inkt wordt niet
alleen gebruikt voor het maken van afdrukken, maar ook voor het reinigen van de printkop. Dit zorgt
ervoor dat de optimale afdrukkwaliteit behouden blijft.
De printer heeft een functie voor het automatisch reinigen van de spuitopeningen waaruit de inkt
wordt gespoten, zodat verstopping wordt voorkomen. Tijdens de reinigingsprocedure wordt inkt uit
de spuitopeningen gepompt. De hoeveelheid inkt die gebruikt wordt voor het reinigen van de
spuitopeningen, wordt tot een minimum beperkt.
Wordt er kleureninkt gebruikt voor het maken van zwart-witte
afdrukken?
Wanneer u afdrukt in zwart-wit, wordt mogelijk andere inkt dan zwart gebruikt, afhankelijk van het
type afdrukpapier en de instellingen van het printerstuurprogramma.
Waarom heeft het apparaat twee zwarte inkttanks?
Het apparaat bevat twee soorten zwarte inkt: BK en PBK.
BK wordt gebruikt voor tekstdocumenten en PBK wordt hoofdzakelijk gebruikt voor het afdrukken van
foto's, illustraties, enzovoort. Beide inkten worden voor verschillende doeleinden gebruikt. Als de
ene inkt op is, wordt daarom niet in plaats daarvan de andere inkt gebruikt. Als een van beide inkten
op is, moet de inkttank worden vervangen.
Deze twee inkten worden automatisch gebruikt, afhankelijk van het type afdrukpapier en de
instellingen van het printerstuurprogramma. U kunt het gebruik van deze inkten niet zelf wijzigen.
Het inktlampje geeft aan wanneer de inkt opraakt.
Het inktlampje knippert om aan te geven dat de inkt opraakt.
Zie Inkttanks vervangen .
Opmerking
Deze printer gebruikt pigmentinkt. Vanwege de eigenschappen van de pigmentinkt verwijdert u
de inkt van het gedrukte oppervlak wanneer u hierover wrijft of krast.
Wat is transparante inkt?
Transparante inkt is doorzichtige inkt die alleen wordt gebruikt bij het afdrukken op gewoon papier.
Het is mogelijk om op gewoon papier af te drukken met een
hoge afdrukkwaliteit (kleurverbetering en hogere definitie).
Bij het afdrukken op gewoon papier, waarin inkt snel wordt geabsorbeerd, kunnen de afgedrukte
tekst of afbeeldingen wazig worden en kunnen de kleuren in elkaar overlopen.
Tips over het gebruik van uw printer
Pagina 98 van 486 pagina's
Wanneer het afdrukken begint, wordt de transparante inkt eerst aangebracht op het oppervlak van
het gewone papier. Hiermee wordt voorkomen dat de gekleurde of zwarte inkt wordt geabsorbeerd
door het papier.
Met het laagje van transparante inkt is het mogelijk gekleurde of zwarte inkt te gebruiken voor
afdrukken met hoge kwaliteit (kleurverbetering en hogere definitie).
Het doorschijnen van afbeeldingen op de achterkant en het
krullen van papier wordt verminderd.
Het gebruik van transparante inkt zorgt niet alleen voor betere kleuren, maar vermindert ook het
doorschijnen van afbeeldingen op de achterkant, wat vaak het geval is wanneer er wordt afgedrukt
op beide kanten van het papier. Daarnaast wordt het krullen van papier verminderd, wat vaak
gebeurt bij het afdrukken op gewoon papier.
Opmerking
Opmerkingen na het afdrukken
Omdat er een laagje transparante inkt wordt aangebracht op gewoon papier, kan het zijn dat
potloodaantekeningen in de kantlijn na het afdrukken niet makkelijk uitgegumd kunnen worden.
Afdrukken op speciaal papier: hoe kunt u altijd afdrukken met een
optimale afdrukkwaliteit?
Tip: controleer de printerstatus voordat u gaat afdrukken.
Is de printkop in orde?
Als de spuitopeningen verstopt zijn, worden afdrukken vaag en wordt er papier verspild. Het is
raadzaam de printkop te controleren door het controleraster voor de spuitopeningen af te
drukken.
Raadpleeg Vage afdrukken of onjuiste kleuren .
Zijn er inktresten achtergebleven in het binnenste van de printer?
Nadat het apparaat grote hoeveelheden papier of afdrukken zonder marges heeft geproduceerd,
kan het gebied waar het papier doorheen wordt gevoerd, besmeurd raken met inkt. Maak het
binnenste van de printer schoon door de functie Reiniging onderste plaat (Bottom Plate
Cleaning) uit te voeren.
Zie de online handleiding: Uitgebreide Handleiding .
Tip: controleer de juiste plaatsing van het papier.
Is het papier in de juiste richting geplaatst?
Plaats papier in de cassette, de achterste lade of de sleuf voor handmatige invoer van de
voorste lade in de juiste richting.
Cassette
Plaats papier in de
cassette met de
Achterste lade
Plaats het papier in de
achterste lade met de
Sleuf voor handmatige invoer
Plaats papier in de sleuf voor
handmatige invoer van de voorste
Tips over het gebruik van uw printer
afdrukzijde naar
beneden.
Pagina 99 van 486 pagina's
afdrukzijde naar u toe.
lade met de afdrukzijde naar
beneden.
Is het papier in de juiste papierbron geplaatst?
Plaats papier in de cassette, de achterste lade of de sleuf voor handmatige invoer van de
voorste lade, afhankelijk van het formaat of type van het papier.
Cassette
Voor gewoon papier voor
normaal gebruik.
Achterste lade
Voor andere soorten papier
dan gewoon papier.
Sleuf voor handmatige invoer
Voor gewoon papier indien nodig.
Is het papier gekruld?
Gekruld papier kan papierstoringen veroorzaken. Strijk gekruld papier eerst glad voordat u het
opnieuw in het apparaat plaatst.
Zie het gedeelte ' Problemen oplossen' in de online handleiding: Uitgebreide Handleiding .
Tip: vergeet niet de papierinstellingen op te geven nadat het
papier is geplaatst.
Nadat u het papier hebt geplaatst, moet u het geladen papier selecteren bij Mediumtype (Media
Type) in het printerstuurprogramma. Als het type papier niet is geselecteerd, worden er mogelijk
geen goede afdrukresultaten geproduceerd.
Zie Documenten/foto's afdrukken en Mediumtypen die u kunt gebruiken .
Er zijn verschillende soorten papier: papier met een speciale coating voor het optimaal afdrukken
van foto’s en papier dat geschikt is voor documenten. De optie Mediumtype (Media Type) in het
printerstuurprogramma heeft verschillende instellingen die u vooraf voor elk type papier kunt
instellen (zoals inkt gebruiken, inkt spuiten, de afstand vanaf de spuitopeningen), zodat u op elke
papiersoort afdrukken met een optimale beeldkwaliteit kunt maken. U kunt afdrukken met
verschillende instellingen bij Mediumtype (Media Type) die geschikt zijn voor elk type geladen
papier.
Gebruik de knop RESUME/CANCEL als u het afdrukken wilt
annuleren.
Tip: druk nooit op de Aan/uit-knop.
Als u tijdens het afdrukken op de knop Aan/uit drukt, worden de afdrukgegevens die vanaf een
computer worden verzonden in de wachtrij van de printer geplaatst en kunt u mogelijk niet meer
afdrukken.
Druk op de knop RESUME/CANCEL als u het afdrukken wilt annuleren.
Opmerking
Als u afdrukt vanaf een computer, lukt het soms niet het afdrukken te annuleren door op de
knop RESUME/CANCEL te drukken. Open in dat geval het eigenschappenvenster van het
printerstuurprogramma om de overbodige afdruktaken uit de printerstatusmonitor (Windows) te
verwijderen.
Maatregelen die u moet treffen voor het gebruiken of vervoeren
Tips over het gebruik van uw printer
Pagina 100 van 486 pagina's
van het apparaat.
Tip: de printer mag niet verticaal of schuin worden gebruikt of
vervoerd.
Als de printer verticaal of schuin wordt gebruikt of vervoerd, kan de printer beschadigd raken of kan
er inkt uit de printer lekken.
Let erop dat de printer niet verticaal of schuin wordt gebruikt of vervoerd.
Tip: leg geen voorwerpen op de bovenklep.
Leg geen voorwerpen op de bovenklep. Deze kunnen in de achterste lade vallen als de bovenklep
wordt geopend en ervoor zorgen dat de printer niet meer naar behoren werkt.
Zorg er ook voor dat u de printer op een locatie plaatst waar geen objecten in het apparaat kunnen
vallen.
Tip: kies de plek waar u de printer wilt neerzetten zorgvuldig.
Plaats de printer op een afstand van ten minste 15 cm/5,91 inch van andere elektrische apparatuur,
zoals TL-lampen. Als de printer hier te dicht bij staat, wordt de goede werking wellicht gehinderd
door ruis van de lamp.
De optimale afdrukkwaliteit behouden.
Voor een optimale afdrukkwaliteit is het belangrijk dat de printkop niet uitdroogt of verstopt raakt. Volg
altijd de volgende stappen voor een optimale afdrukkwaliteit.
Verwijder als volgt de stekker van het netsnoer uit het stopcontact.
1. Druk op de Aan/uit-knop om de printer uit te zetten.
2. Controleer of het Aan/uit-lampje uit is.
3. Haal de stekker uit het stopcontact of schakel de stekkerdoos uit.
Tips over het gebruik van uw printer
Pagina 101 van 486 pagina's
Als u op de knop Aan/uit drukt om het apparaat uit te zetten, wordt de printkop (spuitopeningen)
automatisch bedekt om uitdrogen te voorkomen. Als u de stekker uit het stopcontact haalt of de
stekkerdoos uitschakelt voordat het Aan/uit-lampje is gedoofd, wordt de printkop niet correct
bedekt. Dit kan uitdroging of verstoppingen veroorzaken.
Volg altijd deze procedure als u de stekker uit het stopcontact verwijdert.
Druk regelmatig af
Als een viltstift een lange tijd niet wordt gebruikt, droogt de punt uit en wordt de stift onbruikbaar,
ook als het dopje op de viltstift is geplaatst. Hetzelfde geldt voor de printkop als de printer een
lange tijd niet wordt gebruikt.
Het is daarom raadzaam de printer ten minste één keer per maand te gebruiken.
De inkt wordt met vaste intervallen gemengd.
De printer is ingesteld om de inkt automatisch te mengen om een optimale afdrukkwaliteit te
behouden. Daarom helpt het als u regelmatig afdrukt om de inkt in een goede conditie te
houden. Als de printer gedurende langere tijd niet wordt gebruikt, wordt de inkt automatisch
gemengd wanneer de stroomtoevoer wordt ingeschakeld.
Als de functie voor het automatisch mengen van de inkt echter is uitgeschakeld of als de kleuren
op de afdruk onregelmatig worden, kunt u de inkt handmatig mengen.
Zie De inktkwaliteit op peil houden .
Opmerking
Afhankelijk van het type papier kan de inkt vervagen als het afdrukgebied met een merk- of
markeerstift is aangeraakt of uitlopen als het afdrukgebied met water of transpiratievocht in
aanraking is geweest.
Het lampje op de printer knippert: wat kan ik doen?
Alarmlampje brandt of knippert oranje.
(A) Alarm lampje knippert
(B) Alarm lampje is uit
(C) Alarmlampje knippert herhaaldelijk
Er is een printerfout opgetreden.
Zie het gedeelte ' Problemen oplossen' in de online handleiding: Uitgebreide Handleiding en los
de fout op.
Het groene Aan/uit (Power)-lampje en oranje Alarm-lampje knipperen
beurtelings.
Er is een fout opgetreden waardoor de printer moet worden gerepareerd. Neem contact op met
het ondersteuningscentrum.
De kleuren zijn ongelijkmatig en de afdrukresultaten zijn
onduidelijk.
Tip: druk het controleraster voor de spuitopeningen af indien de
openingen verstopt zijn.
Als de spuitopeningen van de printkop verstopt zijn, kunnen de kleuren ongelijkmatig en de
afdrukresultaten onduidelijk worden.
Tips over het gebruik van uw printer
Pagina 102 van 486 pagina's
In dat geval
Druk het controleraster voor de spuitopeningen af
Controleer het controleraster om te zien of de spuitopeningen verstopt zijn.
Raadpleeg Vage afdrukken of onjuiste kleuren .
Naar boven
iX7000 series Uitgebreide Handleiding
Pagina 103 van 486 pagina's
MC-4027-V1.00
Basis Handleiding
Afdrukken
Problemen oplossen
Deze handleiding gebruiken
Deze handleiding afdrukken
Afdrukken
Afdrukken vanaf een computer
Afdrukken met de meegeleverde software
Wat is Easy-PhotoPrint EX?
Foto's afdrukken
Onderhoud
Easy-PhotoPrint EX openen
De apparaatinstellingen wijzigen
Een foto selecteren
Bijlage
Over netwerkcommunicatie
Wanneer u deze online
handleiding weergeeft in een
taalomgeving anders dan Engels,
worden mogelijk Engelse
beschrijvingen weergegeven.
Papier selecteren
Afdrukken
Een album maken
Easy-PhotoPrint EX openen
Papier en lay-out selecteren
Een foto selecteren
Bewerken
Afdrukken
Kalenders afdrukken
Easy-PhotoPrint EX openen
Papier en lay-out selecteren
Een foto selecteren
Bewerken
Afdrukken
Stickers afdrukken
Easy-PhotoPrint EX openen
Papier en opmaak selecteren
Een foto selecteren
Bewerken
Afdrukken
Opmaak afdrukken
Easy-PhotoPrint EX openen
Papier en opmaak selecteren
Een foto selecteren
Bewerken
Afdrukken
Foto's corrigeren en verbeteren
De functie Auto Photo Fix gebruiken
De functie Correctie rode ogen gebruiken
De functie Helderheid gezicht gebruiken
iX7000 series Uitgebreide Handleiding
Pagina 104 van 486 pagina's
De functie Scherpte gezicht gebruiken
De functie Gezicht digitaal effenen gebruiken
De functie Vlekken verwijderen gebruiken
Afbeeldingen aanpassen
Venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren
Vragen en antwoorden
Hoe kan ik het opgeslagen bestand verplaatsen (of
kopiëren)?
Welke zijde van de weergegeven afbeelding wordt
het eerst afgedrukt?
Hoe kan ik met gelijke marges afdrukken?
Wat is 'O1' of 'O4'?
Instellingen voor Photo Print
Levendige foto's afdrukken
Ruis in foto's reduceren
Foto's bijsnijden (Photo Print)
Een datum op foto's (Photo Print) afdrukken
Meerdere foto's op één pagina afdrukken
Een index afdrukken
ID-foto's afdrukken (ID Photo Print)
Fotogegevens afdrukken
Foto's opslaan
Opgeslagen bestanden openen
Overige instellingen
Indeling wijzigen
Achtergrond wijzigen
Foto's toevoegen
Positie van foto's verwisselen
Foto's vervangen
Positie, hoek en formaat van foto's wijzigen
Foto's bijsnijden
Foto's in kader plaatsen
Een datum op foto's afdrukken
Opmerkingen aan foto's toevoegen
Tekst aan foto's toevoegen
Opslaan
Feestdagen instellen
Kalenderweergave instellen
Opgeslagen bestanden openen
Afdrukken met andere toepassingen
Verschillende afdrukmethoden
Afdrukken met de basisinstellingen
Een paginaformaat en afdrukstand opgeven
Instellingen voor aantal en afdrukvolgorde opgeven
De nietmarge instellen
Afdrukken zonder marges
Passend op papier afdrukken
iX7000 series Uitgebreide Handleiding
Pagina 105 van 486 pagina's
Afdrukken op schaal
Pagina-indeling afdrukken
Poster afdrukken
Boekje afdrukken
Dubbelzijdig afdrukken
Stempel/achtergrond afdrukken
Een stempel registreren
Afbeeldingsgegevens registreren die u als
achtergrond wilt gebruiken
Een envelop afdrukken
Van papierbron wisselen zodat deze overeenkomt
met het doel
Afdrukresultaten weergeven vóór het afdrukken
Papierformaat instellen (aangepast formaat)
De afdrukkwaliteit wijzigen en afbeeldingsgegevens
corrigeren
Een combinatie van afdrukkwaliteit en
halftoningmethode selecteren
Een kleurendocument monochroom afdrukken
Kleurcorrectie opgeven
Een optimale foto van afbeeldingsgegevens
afdrukken
De kleuren aanpassen met het
printerstuurprogramma
Afdrukken met ICC-profielen
De kleurbalans aanpassen
De helderheid aanpassen
De intensiteit aanpassen
Het contrast aanpassen
Een illustratie simuleren
Afbeeldingsgegevens weergeven in een enkele kleur
Afbeeldingsgegevens weergeven in levendige
kleuren
Gekartelde randen verwijderen
Kleureigenschappen wijzigen om kleuren te
verbeteren
Ruis in foto's reduceren
Overzicht van het printerstuurprogramma
Procedures van het printerstuurprogramma
Canon IJ-printerstuurprogramma
Het eigenschappenvenster van het
printerstuurprogramma openen
Tabblad Onderhoud
Canon IJ-statusmonitor
Canon IJ-voorbeeld
Problemen oplossen
Problemen oplossen
Problemen oplossen
iX7000 series Uitgebreide Handleiding
Pagina 106 van 486 pagina's
Als er een fout optreedt
Kan de printer niet inschakelen
Alarm-lampje knippert oranje
Het groene aan/uit-lampje en oranje alarm-lampje knipperen
beurtelings
Kan het printerstuurprogramma niet installeren
Kan geen goede verbinding maken met een computer met
een USB-kabel
Afdruksnelheid is laag/USB Hi-Speed-verbinding werkt
niet/Het bericht 'Dit apparaat kan sneller werken' wordt
weergegeven
De printer trilt/De printer maakt zelfs geluid wanneer deze niet
in gebruik is
Afdrukresultaten niet naar behoren
De afdruktaak wordt niet voltooid
Een deel van de pagina wordt niet afgedrukt
Geen afdrukresultaten/Onduidelijke afdrukken/Onjuiste
kleuren/Witte strepen
Lijnen worden verkeerd afgedrukt
Afgedrukt papier krult om of vertoont inktvlekken
Papier vertoont vlekken/Papieroppervlak vertoont krassen
Vegen op de achterzijde van het papier
Er worden verticale lijnen afgedrukt op de zijden van de
afdruk
Kleuren zijn ongelijkmatig of vertonen strepen
De afdruktaak wordt niet gestart
Afdruktaak wordt beëindigd voordat deze is voltooid
Het afdrukken wordt afgebroken en de printer voert
gedeeltelijk bedrukt of leeg papier uit
De printer beweegt, maar er wordt geen inkt toegevoerd
De afdruksnelheid is lager dan verwacht
Printkophouder beweegt niet naar de positie voor vervangen
Het papier wordt niet correct ingevoerd
Papier wordt niet ingevoerd vanuit de papierbron die is
opgegeven met het printerstuurprogramma
Papierstoringen
Papier is vastgelopen in de papieruitvoeropening of de
achterste lade
Papier is vastgelopen in de transporteenheid van de
printer
Het vastgelopen papier is niet verwijderd bij automatisch
dubbelzijdig afdrukken
In andere gevallen
Er wordt een bericht weergegeven op het computerscherm
Foutcode: B200 Er is een printerfout opgetreden. Zet de
printer uit en verwijder het netsnoer van de printer uit het
stopcontact. Neem vervolgens contact op met het
ondersteuningscentrum. wordt weergegeven
Foutcode: **** Er is een printerfout opgetreden. Zet de
printer uit en weer aan. Als de fout zich blijft voordoen,
raadpleegt u de gebruikershandleiding voor meer
informatie. wordt weergegeven
iX7000 series Uitgebreide Handleiding
Pagina 107 van 486 pagina's
Er wordt een fout betreffende de breedte van het papier
weergegeven
Er wordt een fout betreffende het automatisch
dubbelzijdig afdrukken weergegeven
Er wordt een fout betreffende het automatisch uitlijnen
van de printkop weergegeven
Schrijffout/Uitvoerfout/Communicatiefout
Foutcode: 300 wordt weergegeven
Bericht: 1350 wordt weergegeven
Foutcode: 1700 wordt weergegeven
Inktinformatienummer: 1600 wordt weergegeven
Inktinformatienummer: 1688 wordt weergegeven
Inktinformatienummer: 1689 wordt weergegeven
Inktinformatienummer: 1692 wordt weergegeven
Inktinformatienummer: 1693 wordt weergegeven
Inktinformatienummer: 1698 wordt weergegeven
Inktinformatienummer: 1699 wordt weergegeven
Foutcode: 2500 wordt weergegeven
Foutcode: 2600 wordt weergegeven
Andere foutberichten
Het venster Inkjetprinter/Scanner/Fax - Extended Survey
Program wordt weergegeven
Het pictogram Inkjetprinter/Scanner/Fax - Extended
Survey Program wordt weergegeven
Automatisch dubbelzijdig afdrukken mislukt
Voor Windows-gebruikers
De printerstatusmonitor wordt niet weergegeven
Veelgestelde vragen
Als u het probleem niet kunt oplossen
Instructies voor gebruik (Printerstuurprogramma)
Easy-PhotoPrint EX gebruiken
Informatie over Solution Menu
Deze handleiding gebruiken
Pagina 108 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Deze handleiding gebruiken
Deze handleiding gebruiken
Werken met het deelvenster Inhoud
Werken met het toelichtingsvenster
Deze handleiding afdrukken
Trefwoorden gebruiken om documenten te vinden
Documenten registreren in Mijn handleiding
Symbolen in dit document
Handelsmerken
Naar boven
Werken met het deelvenster Inhoud
Pagina 109 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Deze handleiding gebruiken > Werken met het deelvenster Inhoud
Werken met het deelvenster Inhoud
Wanneer u op een titel van een document in het deelvenster Inhoud links van de online handleiding klikt,
worden de documenten met die titel weergegeven in het toelichtingsvenster aan de rechterkant.
Wanneer u op
links van
klikt, worden de titels van onderliggende documenten weergegeven.
Opmerking
Klik op
om het deelvenster Inhoud te sluiten of weer te geven.
Naar boven
Werken met het toelichtingsvenster
Pagina 110 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Deze handleiding gebruiken > Werken met het toelichtingsvenster
Werken met het toelichtingsvenster
(1) Klik op de groene tekens om naar het bijbehorende document te gaan.
(2) De cursor wordt naar het begin van dit document verplaatst.
Naar boven
Deze handleiding afdrukken
Pagina 111 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Deze handleiding gebruiken > Deze handleiding afdrukken
Deze handleiding afdrukken
Klik op
om het deelvenster Afdrukken links van de online handleiding weer te geven.
Opmerking
Klik op
om het deelvenster Afdrukken te sluiten of weer te geven.
Wanneer u op klikt en vervolgens op Pagina-instelling (Page Setup), wordt het dialoogvenster
Pagina-instelling (Page Setup) weergegeven. Vervolgens kunt u gemakkelijk instellen op welk
papier u wilt afdrukken.
Klik op en vervolgens op Afdrukinstellingen (Print Settings) om het dialoogvenster Afdrukken
(Print) weer te geven. Als het dialoogvenster wordt weergegeven, selecteert u de printer die moet
worden gebruikt voor het afdrukken. Op het tabblad Afdrukinst. (Print Setup) kunt u ook kiezen welke
printer moet worden gebruikt.
Nadat u de te gebruiken printer hebt geselecteerd, klikt u op Eigenschappen... (Properties...) om de
afdrukinstellingen op te geven.
Klik op en klik vervolgens op Optie-instellingen (Option Settings) om het dialoogvenster Optieinstellingen (Option Settings) weer te geven. Nu kunt u de afdruktaken instellen.
Titel en paginanummer van het document afdrukken (Print document title and page number)
Als dit selectievakje is ingeschakeld, worden de naam van de handleiding en het
paginanummer afgedrukt in de koptekst (het begin van het document).
Achtergrondkleur en afbeeldingen afdrukken (Print background color and images)
Als dit selectievakje is ingeschakeld, worden de achtergrondkleur en afbeeldingen afgedrukt.
Sommige afbeeldingen worden altijd afgedrukt, ongeacht de instelling van dit selectievakje.
Aantal pagina's controleren voor het afdrukken (Check number of pages to be printed before
printing)
Als dit selectievakje is ingeschakeld, wordt het dialoogvenster Bevestiging paginateller voor
afdrukken (Print Page Count Confirmation) weergegeven voordat het afdrukken wordt gestart. In
dit dialoogvenster kunt u controleren hoeveel pagina's worden afgedrukt.
Selecteer op het tabblad Docum. select. (Document Selection) de afdrukmethode voor het document. De
volgende vier afdrukmethoden zijn beschikbaar:
Deze handleiding afdrukken
Pagina 112 van 486 pagina's
Huidig document afdrukken
Geselecteerde documenten afdrukken
Mijn handleiding afdrukken
Alle documenten afdrukken
Opmerking
U kunt het af te drukken type selecteren en vervolgens gemakkelijk de afdrukinstellingen opgeven
op het tabblad Afdrukinst. (Print Setup).
Huidig document afdrukken
U kunt het huidige document afdrukken.
1. Selecteer in Doel selecteren (Select Target) de optie Huidig document (Current
Document).
De titel van het huidige document wordt weergegeven in de lijst Documenten die afgedrukt moeten
worden (Documents to Be Printed).
Opmerking
Als u Gekoppelde documenten afdrukken (Print linked documents) selecteert, kunt u ook
documenten afdrukken die zijn gekoppeld aan het huidige document. De gekoppelde
documenten worden toegevoegd aan de lijst Documenten die afgedrukt moeten worden
(Documents to Be Printed).
Klik op Afdrukvoorbeeld (Print Preview) om de afdrukresultaten te bekijken voordat u het
document daadwerkelijk afdrukt.
2. Klik op het tabblad Afdrukinst. (Print Setup)
Selecteer op het tabblad Pagina-instelling (Page Setup) de printer die u wilt gebruiken en geef
eenvoudige afdrukinstellingen op, voor zover nodig.
3. Klik op Afdrukken starten (Start Printing).
Er wordt een bericht weergegeven om te bevestigen hoeveel pagina's worden weergegeven.
4. Voer het afdrukken uit
Bevestig het aantal af te drukken pagina's en klik op Ja (Yes).
De weergegeven documenten worden afgedrukt.
Geselecteerde documenten afdrukken
U kunt de gewenste documenten selecteren en afdrukken.
1. Selecteer in Doel selecteren (Select Target) de optie Geselecteerde documenten
(Selected Documents).
De titels van alle documenten worden weergegeven in de lijst Documenten die afgedrukt moeten
worden (Documents to Be Printed).
2. Selecteer de documenten die u wilt afdrukken
Schakel in de lijst Documenten die afgedrukt moeten worden (Documents to Be Printed) de
selectievakjes in voor de titels van de documenten die u wilt afdrukken.
Opmerking
Wanneer u het selectievakje Documenten in lagere hiërarchieën automatisch selecteren
(Automatically select documents in lower hierarchies) inschakelt, worden de selectievakjes
van alle titels van documenten in lagere hiërarchieën ingeschakeld.
Deze handleiding afdrukken
Pagina 113 van 486 pagina's
Klik op Alles selecteren (Select All) als u de selectievakjes van alle titels van documenten wilt
inschakelen.
Klik op Alles wissen (Clear All) als u de selectie van alle titels van documenten ongedaan wilt
maken.
Klik op Afdrukvoorbeeld (Print Preview) om de afdrukresultaten te bekijken voordat u het
document daadwerkelijk afdrukt.
3. Klik op het tabblad Afdrukinst. (Print Setup)
Selecteer op het tabblad Pagina-instelling (Page Setup) de printer die u wilt gebruiken en geef
eenvoudige afdrukinstellingen op, voor zover nodig.
4. Klik op Afdrukken starten (Start Printing).
Er wordt een bericht weergegeven om te bevestigen hoeveel pagina's worden weergegeven.
5. Voer het afdrukken uit
Bevestig het aantal af te drukken pagina's en klik op Ja (Yes).
Alle documenten waarvan het selectievakje is ingeschakeld, worden afgedrukt.
Mijn handleiding afdrukken
U kunt alle documenten in Mijn handleiding selecteren en afdrukken.
Zie "Documenten registreren in Mijn handleiding " voor meer informatie over Mijn handleiding.
1. Selecteer in Doel selecteren (Select Target) de optie Mijn handleiding (My Manual).
De titels van alle documenten die zijn geregistreerd in Mijn handleiding, worden weergegeven in de
lijst Documenten die afgedrukt moeten worden (Documents to Be Printed).
2. Selecteer de documenten die u wilt afdrukken
Schakel in de lijst Documenten die afgedrukt moeten worden (Documents to Be Printed) de
selectievakjes in voor de titels van de documenten die u wilt afdrukken.
Opmerking
Klik op Alles selecteren (Select All) als u de selectievakjes van alle titels van documenten wilt
inschakelen.
Klik op Alles wissen (Clear All) als u de selectie van alle titels van documenten ongedaan wilt
maken.
Klik op Afdrukvoorbeeld (Print Preview) om de afdrukresultaten te bekijken voordat u het
document daadwerkelijk afdrukt.
3. Klik op het tabblad Afdrukinst. (Print Setup)
Selecteer op het tabblad Pagina-instelling (Page Setup) de printer die u wilt gebruiken en geef
eenvoudige afdrukinstellingen op, voor zover nodig.
4. Klik op Afdrukken starten (Start Printing).
Er wordt een bericht weergegeven om te bevestigen hoeveel pagina's worden weergegeven.
5. Voer het afdrukken uit
Bevestig het aantal af te drukken pagina's en klik op Ja (Yes).
Alle documenten waarvan het selectievakje is ingeschakeld, worden afgedrukt.
Alle documenten afdrukken
U kunt alle documenten van de online handleiding afdrukken.
Deze handleiding afdrukken
Pagina 114 van 486 pagina's
1. Selecteer in Doel selecteren (Select Target) de optie Alle documenten (All
Documents).
De titels van alle documenten worden weergegeven in de lijst Documenten die afgedrukt moeten
worden (Documents to Be Printed) en de selectievakjes worden automatisch ingeschakeld.
Opmerking
Als u het selectievakje van de titel van een document wist, wordt dat document niet afgedrukt.
Klik op Alles selecteren (Select All) als u de selectievakjes van alle titels van documenten wilt
inschakelen.
Klik op Alles wissen (Clear All) als u de selectie van alle titels van documenten ongedaan wilt
maken.
Klik op Afdrukvoorbeeld (Print Preview) om de afdrukresultaten te bekijken voordat u het
document daadwerkelijk afdrukt.
2. Klik op het tabblad Afdrukinst. (Print Setup)
Selecteer op het tabblad Pagina-instelling (Page Setup) de printer die u wilt gebruiken en geef
eenvoudige afdrukinstellingen op, voor zover nodig.
3. Klik op Afdrukken starten (Start Printing).
Er wordt een bericht weergegeven om te bevestigen hoeveel pagina's worden weergegeven.
4. Voer het afdrukken uit
Bevestig het aantal af te drukken pagina's en klik op Ja (Yes).
Alle documenten worden afgedrukt.
Belangrijk
Het afdrukken van alle documenten kost veel papier. Controleer het aantal af te drukken
pagina's dat wordt weergegeven in het dialoogvenster Bevestiging paginateller voor afdrukken
(Print Page Count Confirmation) voordat u gaat afdrukken.
In het dialoogvenster Afdrukvoorbeeld (Print Preview) kunt u het afdrukken schalen naar de
papierbreedte en het zoompercentage instellen. Als de afdrukgegevens echter groter zijn dan
het papier als gevolg van het nieuwe zoompercentage, wordt dat deel van het document niet
afgedrukt op het papier.
Naar boven
Trefwoorden gebruiken om documenten te vinden
Pagina 115 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Deze handleiding gebruiken > Trefwoorden gebruiken om documenten te vinden
Trefwoorden gebruiken om documenten te vinden
U kunt een trefwoord invoeren om te zoeken naar een bepaald document.
Alle documenten in de weergegeven online handleiding worden doorzocht.
1. Klik op
Het deelvenster Zoeken wordt links van de online handleiding weergegeven.
Opmerking
Klik op
om het deelvenster Zoeken te sluiten of weer te geven.
2. Voer een trefwoord in
Voer in het vak Sleutelwoord (Keyword) een trefwoord in voor het onderwerp waarnaar u wilt zoeken.
Scheid trefwoorden met een spatie als u meerdere trefwoorden wilt invoeren.
Opmerking
U kunt maximaal 10 trefwoorden of 255 tekens invoeren.
Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen hoofdletters en kleine letters.
Het programma kan ook zoeken naar trefwoorden die spaties bevatten.
Hieronder wordt beschreven hoe u gemakkelijk en snel een te lezen document kunt vinden
door trefwoorden in te voeren.
Leren hoe u een functie die u gebruikt moet bedienen:
Typ de naam van het menu op het bedieningspaneel van dit apparaat of op de computer
(bijvoorbeeld Kader wissen).
Een toelichting van de bediening voor een bepaald doel vinden:
Typ de functie en het item dat u wilt afdrukken (bijvoorbeeld: kalender afdrukken).
3. Klik op Zoeken starten (Start Searching)
Trefwoorden gebruiken om documenten te vinden
Pagina 116 van 486 pagina's
De zoekopdracht wordt gestart en de titels van documenten die het trefwoord bevatten, worden
weergegeven in de lijst met zoekresultaten.
Wanneer u een zoekopdracht met meerdere trefwoorden invoert, worden de zoekresultaten als volgt
weergegeven:
[Documenten die volledig overeenkomen] ([Documents Containing Perfect Match])
Documenten die de volledige gezochte tekenreeks (inclusief spaties) bevatten, precies zoals
ingevoerd (exacte overeenkomst)
[Documenten met alle sleutelwoorden] ([Documents Containing All Keywords])
Documenten die alle ingevoerde trefwoorden bevatten
[Documenten met een aantal sleutelwoorden] ([Documents Containing Any Keyword])
Documenten die ten minste één van de ingevoerde trefwoorden bevatten
4. Geef het document dat u wilt lezen weer
Dubbelklik in de lijst met zoekresultaten op de titel van het document dat u wilt lezen (of selecteer dit
onderwerp en druk op Enter).
De documenten van die titel worden weergegeven en de trefwoorden die gevonden zijn op die
documenten, worden gemarkeerd.
Opmerking
Als u het ingevoerde trefwoord wijzigt en meerdere zoekopdrachten uitvoert, blijft er een
rechts van
zoekgeschiedenis bestaan. Als u de zoekgeschiedenis wilt verwijderen, klikt u op
Sleutelwoord (Keyword) en selecteert u Geschiedenis wissen (Clear History), wat wordt
weergegeven.
Naar boven
Documenten registreren in Mijn handleiding
Pagina 117 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Deze handleiding gebruiken > Documenten registreren in Mijn handleiding
Documenten registreren in Mijn handleiding
Registreer de meest bekeken documenten als documenten in Mijn handleiding zodat u deze
documenten snel kunt raadplegen.
1. Het document weergeven
Geef het document weer dat u wilt toevoegen aan Mijn handleiding.
2. Klik op
Het deelvenster Mijn handleiding wordt links van de on line handleiding weergegeven.
Opmerking
Klik op
om het deelvenster Mijn handleiding te sluiten of weer te geven.
3. Registreer het document in Mijn handleiding
Klik op Toevoegen (Add).
De titel van het weergegeven document wordt toegevoegd aan Lijst van mijn handleiding (List of My
Manual).
Opmerking
U kunt ook met de volgende methoden documenten toevoegen aan Mijn handleiding. Als u een
document toevoegt aan Mijn handleiding, wordt het teken
weergegeven bij de pictogrammen
voor het document in het deelvenster Inhoud.
Dubbelklik in de lijst Onlangs weergegeven documenten (Recently Displayed Documents)
op de titel van het document dat u wilt toevoegen aan Mijn handleiding (of selecteer het
document en druk op Enter) om de titel weer te geven, en klik vervolgens op Toevoegen
(Add).
Klik met de rechtermuisknop op de titel van het document in het deelvenster Inhoud of klik
met de rechtermuisknop in het toelichtingsvenster en selecteer vervolgens Toevoegen aan
Documenten registreren in Mijn handleiding
Pagina 118 van 486 pagina's
Mijn handleiding (Add to My Manual) in het contextmenu.
Selecteer in het deelvenster Inhoud de titel van het document dat u wilt toevoegen aan Mijn
handleiding en klik vervolgens op Toevoegen aan Mijn handleiding (Add to My Manual)
rechtsonder in het scherm.
4. Geef Mijn handleiding weer
Als u dubbelklikt op de titel van een document in de Lijst van mijn handleiding (List of My Manual) of
als u de titel van het document selecteert en op Enter drukt, wordt dat document weergegeven in het
toelichtingsvenster.
Opmerking
Als u een document uit de Lijst van mijn handleiding (List of My Manual) wilt verwijderen,
selecteert u de titel van dat document in de lijst en klikt u op Verwijderen (Delete) (of drukt u op
de toets Delete).
Naar boven
Symbolen in dit document
Pagina 119 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Deze handleiding gebruiken > Symbolen in dit document
Symbolen in dit document
Waarschuwing
Instructies die u moet volgen om te voorkomen dat er als gevolg van een onjuiste bediening van het
apparaat gevaarlijke situaties ontstaan die mogelijk tot ernstig lichamelijk letsel of zelfs de dood kunnen
leiden. Deze instructies zijn essentieel voor een veilige werking van het apparaat.
Let op
Instructies die u moet volgen om lichamelijk letsel of materiële schade als gevolg van een onjuiste
bediening van het apparaat te voorkomen. Deze instructies zijn essentieel voor een veilige werking van
het apparaat.
Belangrijk
Instructies met belangrijke informatie.
Vergeet deze aanwijzingen niet te lezen.
Opmerking
Instructies in de vorm van opmerkingen bij handelingen en extra toelichtingen.
Duidt op procedures in Windows.
Duidt op procedures in een Macintosh-omgeving.
Naar boven
Handelsmerken
Pagina 120 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Deze handleiding gebruiken > Handelsmerken
Handelsmerken
Microsoft is een gedeponeerd handelsmerk van Microsoft Corporation.
Windows is een handelsmerk of gedeponeerd handelsmerk van Microsoft Corporation in de
Verenigde Staten en/of andere landen.
Windows Vista is een handelsmerk of gedeponeerd handelsmerk van Microsoft Corporation in de
Verenigde Staten en/of andere landen.
Internet Explorer is een handelsmerk of gedeponeerd handelsmerk van Microsoft Corporation in de
Verenigde Staten en/of andere landen.
Macintosh en Mac zijn gedeponeerde handelsmerken van Apple Inc., in de VS en andere landen.
Bonjour is een handelsmerk van Apple Inc., gedeponeerd in de VS en andere landen.
Adobe, Adobe Photoshop, Adobe RGB en Adobe RGB (1998) zijn gedeponeerde handelsmerken of
handelsmerken van Adobe Systems Incorporated in de Verenigde Staten en/of andere landen.
Photo Rag is een handelsmerk van Hahnemühle FineArt GmbH.
Exif Print
Deze printer ondersteunt Exif Print.
Exif Print is een standaard voor het verbeteren van de communicatie tussen digitale camera's en
printers. Wanneer u een digitale camera aansluit die geschikt is voor Exif Print, worden de cameraafbeeldingsgegevens van het moment van de opname gebruikt en geoptimaliseerd, wat resulteert in
afdrukken van een zeer hoge kwaliteit.
Naar boven
Afdrukken vanaf een computer
Pagina 121 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer
Afdrukken vanaf een computer
Afdrukken met de meegeleverde software
Afdrukken met andere toepassingen
Naar boven
Afdrukken met de meegeleverde software
Pagina 122 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde software
Afdrukken met de meegeleverde software
Wat is Easy-PhotoPrint EX?
Foto's afdrukken
Een album maken
Kalenders afdrukken
Stickers afdrukken
Opmaak afdrukken
Foto's corrigeren en verbeteren
Vragen en antwoorden
Instellingen voor Photo Print
Overige instellingen
Naar boven
Wat is Easy-PhotoPrint EX?
Pagina 123 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde software > Wat is EasyPhotoPrint EX?
Wat is Easy-PhotoPrint EX?
U kunt met Easy-PhotoPrint EX op eenvoudige wijze albums, kalenders en stickers maken door foto's te
selecteren die met een digitale camera zijn gemaakt.
U kunt ook heel gemakkelijk foto's zonder rand afdrukken.
Belangrijk
Easy-PhotoPrint EX biedt geen ondersteuning voor Windows 95, Windows 98, Windows Me of
Windows NT4.
Easy-PhotoPrint EX kan alleen worden gebruikt voor Canon-inkjetprinters. Sommige printers,
waaronder Canon-compactprinters (SELPHY CP series) worden niet ondersteund.
Als er geen printer is geïnstalleerd die Easy-PhotoPrint EX ondersteunt, kunt u items die u maakt
niet afdrukken.
Als Easy-PhotoPrint EX wordt geïnstalleerd op een computer waarop Easy-LayoutPrint is
geïnstalleerd, wordt Easy-LayoutPrint vervangen door Easy-PhotoPrint EX.
Opmerking
Afdrukken op papier groter dan A4 of op stickers is alleen mogelijk bij het gebruik van
ondersteunde printers. Raadpleeg uw printerhandleiding voor meer informatie.
Raadpleeg de Help van Easy-PhotoPrint EX voor beschrijvingen van de vensters van EasyPhotoPrint EX.
Klik op Help in een scherm of dialoogvenster, of selecteer Help bij Easy-PhotoPrint EX... (EasyPhotoPrint EX Help...) in het menu Help. De Help wordt weergegeven.
Informatie over Exif Print
Easy-PhotoPrint EX ondersteunt 'Exif Print'. Exif Print is een standaard voor het verbeteren van de
communicatie tussen digitale camera's en printers.
Wanneer u een digitale camera aansluit die geschikt is voor Exif Print, worden de afbeeldingsgegevens
van het moment van de opname gebruikt en geoptimaliseerd, wat resulteert in afdrukken van een zeer
Wat is Easy-PhotoPrint EX?
Pagina 124 van 486 pagina's
hoge kwaliteit.
Easy-PhotoPrint EX openen vanuit andere toepassingen
Easy-PhotoPrint EX kan worden geopend vanuit andere toepassingen.
Raadpleeg de handleiding van het programma voor meer informatie over de procedure voor het openen
van Easy-PhotoPrint EX.
De functie Photo Print is beschikbaar met de volgende toepassingen:
MP Navigator EX versie.1.00 of later
ZoomBrowser EX versie 6.0 of later
Digital Photo Professional versie.3.2 of later
Belangrijk
De volgende beperkingen zijn van toepassing als u Easy-PhotoPrint EX opent vanuit Digital
Photo Professional:
- De knop Menu wordt niet weergegeven in het gedeelte met knoppen voor stappen aan de
linkerzijde van het scherm.
- U kunt afbeeldingen niet corrigeren/verbeteren.
- De weergavevolgorde van afbeeldingen kan niet worden gewijzigd.
- Bewerkte afbeeldingen kunnen niet worden opgeslagen.
- Alleen ICC-profiel inschakelen (Enable ICC Profile) kan worden geselecteerd voor
Kleurcorrectie voor afdrukken (Color correction for printing) op het tabblad Geavanceerd
(Advanced) van het dialoogvenster Voorkeuren (Preferences). U kunt daarom de functies Vivid
Photo en Ruisreductie in foto (Photo Noise Reduction) niet gebruiken.
De functie Album is beschikbaar met de volgende toepassingen:
MP Navigator EX versie.1.00 of later
ZoomBrowser EX versie 5.8 of later
Ondersteunde indelingen voor afbeeldingsbestanden (extensies)
BMP (.bmp)
JPEG (.jpg, .jpeg)
TIFF (.tif, .tiff)
PICT (.pict, .pct)
Easy-PhotoPrint-afbeeldingsbestanden (.epp)
Belangrijk
Wanneer u een afbeelding selecteert en er bevindt zich een TIFF-bestand in de geselecteerde map,
wordt de afbeelding wellicht niet correct weergegeven of wordt Easy-PhotoPrint EX wellicht
afgesloten, afhankelijk van de TIFF-indeling. Verplaats in dergelijke gevallen het TIFF-bestand naar
een andere map of sla het bestand op met een andere bestandsindeling en selecteer de map
opnieuw.
Opmerking
De miniaturen van bestanden in niet-ondersteunde indelingen worden weergegeven als
(vraagteken).
Als Easy-PhotoPrint EX wordt geopend vanuit Digital Photo Professional, worden alle
afbeeldingsbestanden die worden ondersteund door Digital Photo Professional weergegeven.
Bestandsindelingen (extensies) die worden ondersteund door Easy-PhotoPrint EX
Wat is Easy-PhotoPrint EX?
Pagina 125 van 486 pagina's
Easy-PhotoPrint EX Photo Print-bestand (.el6)
Easy-PhotoPrint EX Albumbestand (.el1)
Easy-PhotoPrint EX Stickerbestand (.el2)
Easy-PhotoPrint EX Kalenderbestand (.el4)
Easy-PhotoPrint EX Indelingsbestand (.el5)
Naar boven
Foto's afdrukken
Pagina 126 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde software > Foto's
afdrukken
Foto's afdrukken
Met Easy-PhotoPrint EX kunt u uw favoriete foto's in verschillende indelingen afdrukken.
U kunt ook heel gemakkelijk foto's zonder rand maken.
Tijdens het afdrukken worden automatisch de meest geschikte correcties op de foto's toegepast.
Stappen
1. Easy-PhotoPrint EX openen
2. Een foto selecteren
3. Papier selecteren
4. Afdrukken
Probeer dit
Foto's corrigeren en verbeteren
Levendige foto's afdrukken
Ruis in foto's reduceren
Foto's bijsnijden (Photo Print)
Een datum op foto's afdrukken (Photo Print)
Meerdere foto's op één pagina afdrukken
Een index afdrukken
Pasfoto's afdrukken (ID Photo Print)
Fotogegevens afdrukken
Foto's opslaan
Opgeslagen bestanden openen
Vragen en antwoorden
Hoe kan ik het opgeslagen bestand verplaatsen (of kopiëren)?
Welke zijde van de weergegeven afbeelding wordt het eerst afgedrukt?
Hoe kan ik met gelijke marges afdrukken?
Foto's afdrukken
Pagina 127 van 486 pagina's
Naar boven
Easy-PhotoPrint EX openen
Pagina 128 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde software > Foto's
afdrukken > Easy-PhotoPrint EX openen
Easy-PhotoPrint EX openen
1. Open het menu Start en selecteer (Alle) Programma's ((All) Programs) > Canon
Utilities > Easy-PhotoPrint EX > Easy-PhotoPrint EX.
Easy-PhotoPrint EX wordt gestart en Menu wordt weergegeven.
Naar boven
Een foto selecteren
Pagina 129 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde software > Foto's
afdrukken > Een foto selecteren
Een foto selecteren
1. Klik bij Menu op Photo Print.
Het venster Afbeeldingen selecteren (Select Images) verschijnt.
Belangrijk
De miniaturen van de afbeeldingen in de map kunnen als volgt worden weergegeven:
- De afbeelding wordt weergegeven met een zwarte lijn langs de rand.
- Een rand van de afbeelding lijkt bijgesneden.
Dergelijke afbeeldingen worden echter vergroot of als voorbeeld normaal weergegeven, en dit
is niet van invloed op het afdrukresultaat.
2. Selecteer in de mappenstructuur de map met de afbeelding die u wilt afdrukken.
De afbeeldingen in de map worden weergegeven als miniaturen.
Belangrijk
Als Easy-PhotoPrint EX wordt geopend vanuit een andere toepassing (MP Navigator EX,
ZoomBrowser EX of Digital Photo Professional), wordt het gedeelte met de mappenstructuur
niet weergegeven.
De afbeeldingen die in de toepassing worden geopend, worden weergegeven als miniaturen.
3. Klik op de afbeelding die u wilt afdrukken.
Het aantal exemplaren wordt als '1' weergegeven onder de aangeklikte afbeelding, terwijl de
geselecteerde afbeelding wordt weergegeven in het daarvoor bestemde gedeelte.
Opmerking
Als u een afbeelding wilt verwijderen uit de lijst met geselecteerde afbeeldingen, selecteert u
Een foto selecteren
Pagina 130 van 486 pagina's
de afbeelding en klikt u op de knop
(Geïmporteerde afbeelding verwijderen).
Als u alle afbeeldingen wilt verwijderen uit de lijst met geselecteerde afbeeldingen, klikt u op
de knop
(Alle geïmporteerde afbeeldingen verwijderen).
Als u twee of meer exemplaren van een afbeelding wilt afdrukken, klikt u op
(pijl omhoog)
totdat het gewenste aantal exemplaren is bereikt. Klik om het aantal exemplaren in het vak te
verlagen op
(pijl omlaag).
U kunt de volgorde van de foto's wijzigen met de lijst in de rechterbovenhoek van het venster.
U kunt voor de afdrukvolgorde kiezen uit Sort. op datum (Sort by Date) en Sort. op naam (Sort by
Name).
Opmerking
U kunt de geselecteerde afbeeldingen nog corrigeren of verbeteren voordat u ze afdrukt.
Foto's corrigeren en verbeteren
Raadpleeg de Help voor meer informatie over het venster Afbeeldingen selecteren (Select Images).
Naar boven
Papier selecteren
Pagina 131 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde software > Foto's
afdrukken > Papier selecteren
Papier selecteren
1. Klik op Papier selecteren (Select Paper).
Het venster Papier selecteren (Select Paper) verschijnt.
2. Geef de instellingen op voor de volgende items op basis van de printer en het papier:
Printer
Papierbron (Paper Source)
Papierformaat (Paper Size)
Mediumtype (Media Type)
Opmerking
De papierformaten en mediumtypen variëren per printer. Raadpleeg de Help voor meer
informatie.
De papierbronnen variëren per printer en mediumtype.
Belangrijk
Als u Fine Art selecteert voor Papierformaat (Paper Size), wordt aan de boven- en onderkant van het
papier automatisch een marge van 35 mm ingesteld.
U kunt het beste het voorbeeld gebruiken om het afdrukbereik te controleren voordat u afdrukt.
Opmerking
U kunt foto's afdrukken met levendiger kleuren, of de ruis in de foto verminderen.
Levendige foto's afdrukken
Ruis in foto's reduceren
Raadpleeg de Help voor meer informatie over het venster Papier selecteren (Select Paper).
Papier selecteren
Pagina 132 van 486 pagina's
Naar boven
Afdrukken
Pagina 133 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde software > Foto's
afdrukken > Afdrukken
Afdrukken
1. Klik op Opmaak/Afdrukken (Layout/Print).
Het venster Opmaak/Afdrukken (Layout/Print) wordt weergegeven.
Belangrijk
De miniaturen van de afbeeldingen in de map kunnen als volgt worden weergegeven:
- De afbeelding wordt weergegeven met een zwarte lijn langs de rand.
- Een rand van de afbeelding lijkt bijgesneden.
Dergelijke afbeeldingen worden echter vergroot of als voorbeeld normaal weergegeven, en dit
is niet van invloed op het afdrukresultaat.
2. Selecteer de gewenste indeling.
Kies een indeling zonder rand wanneer u foto's zonder rand wilt afdrukken.
Opmerking
De getoonde indelingen variëren per printer, papierformaat en mediumtype.
3. Klik op Afdrukken (Print).
Belangrijk
Wanneer u afdrukt op papier met een groot formaat, zoals A3/A3+, kunnen sommige computers
niet correct afdrukken als u meer dan één pagina tegelijk afdrukt of kopieert. U kunt het beste
pagina voor pagina afdrukken wanneer u afdrukt op papier met een dergelijk formaat.
Als u afdrukt op papier dat groter is dan A4 of afbeeldingen met een hoge resolutie afdrukt, worden
gegevens mogelijk alleen op de bovenste helft van het papier afgedrukt als er veel afbeeldingen
tegelijk worden afgedrukt. Schakel in dit geval in het dialoogvenster Voorkeuren (Preferences) het
selectievakje Afdruktaak per pagina spoolen (Spool print job page by page) in en druk het
Afdrukken
Pagina 134 van 486 pagina's
document nogmaals af.
Als u het dialoogvenster Voorkeuren (Preferences) wilt weergeven, klikt u op
(Instellingen) of
selecteert u Voorkeuren... (Preferences...) in het menu Bestand (File).
Als u Fine Art selecteert voor Papierformaat (Paper Size), wordt aan de boven- en onderkant van het
papier automatisch een marge van 35 mm ingesteld.
U kunt het beste het voorbeeld gebruiken om het afdrukbereik te controleren voordat u afdrukt.
De afdrukinstellingen voor foto's worden verwijderd wanneer u Easy-PhotoPrint EX sluit zonder de
instellingen op te slaan. We raden u aan de afgedrukte afbeelding op te slaan wanneer u deze later
opnieuw wilt afdrukken.
Foto's opslaan
Wanneer u een indeling met randen kiest, is het mogelijk dat de marges links en rechts of boven
en onder niet gelijk zijn.
Hoe kan ik met gelijke marges afdrukken?
Opmerking
U kunt afbeeldingen bijsnijden of de datum op foto's afdrukken.
Foto's bijsnijden (Photo Print)
Een datum op foto's afdrukken (Photo Print)
U kunt de geselecteerde afbeeldingen nog corrigeren of verbeteren voordat u ze afdrukt.
Foto's corrigeren en verbeteren
U kunt geavanceerde instellingen voor Photo Print (aantal exemplaren, afdrukkwaliteit en
dergelijke) instellen in het dialoogvenster Voorkeuren (Preferences).
Als u het dialoogvenster Voorkeuren (Preferences) wilt weergeven, klikt u op
(Instellingen) of
selecteert u Voorkeuren... (Preferences...) in het menu Bestand (File).
Raadpleeg de Help voor meer informatie over het venster Opmaak/Afdrukken (Layout/Print).
Naar boven
Een album maken
Pagina 135 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde software > Een album
maken
Een album maken
Met Easy-PhotoPrint EX kunt u uw eigen persoonlijke fotoalbum maken.
Stappen
1. Easy-PhotoPrint EX openen
2. Papier en indeling selecteren
3. Een foto selecteren
4. Bewerken
5. Afdrukken
Probeer dit
Foto's corrigeren en verbeteren
Indeling wijzigen
Achtergrond wijzigen
Foto's toevoegen
Positie van foto's verwisselen
Foto's vervangen
Positie, hoek en formaat van foto's wijzigen
Foto's bijsnijden
Foto's in kader plaatsen
Een datum op foto's afdrukken
Opmerkingen aan foto's toevoegen
Tekst aan foto's toevoegen
Opslaan
Opgeslagen bestanden openen
Vragen en antwoorden
Een album maken
Pagina 136 van 486 pagina's
Hoe kan ik het opgeslagen bestand verplaatsen (of kopiëren)?
Wat is O1 of O4?
Naar boven
Easy-PhotoPrint EX openen
Pagina 137 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde software > Een album
maken > Easy-PhotoPrint EX openen
Easy-PhotoPrint EX openen
1. Open het menu Start en selecteer (Alle) Programma's ((All) Programs) > Canon
Utilities > Easy-PhotoPrint EX > Easy-PhotoPrint EX.
Easy-PhotoPrint EX wordt gestart en Menu wordt weergegeven.
Naar boven
Papier en indeling selecteren
Pagina 138 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde software > Een album
maken > Papier en indeling selecteren
Papier en indeling selecteren
1. Klik bij Menu op Album.
Het venster Pagina-instelling (Page Setup) verschijnt.
2. Stel de volgende items in bij het gedeelte Algemene instellingen (General Settings):
Papierformaat (Paper Size)
Afdrukstand (Orientation)
Omslag (Cover)
Album met dubbele pagina's (Double page album)
Paginanummer (Page number)
Opmerking
Raadpleeg de Help voor meer informatie over de papierformaten die u kunt selecteren.
In het dialoogvenster Omslagopties (Cover Options) kunt u aangeven of u afbeeldingen wilt
weergeven op de binnenkant van de voor- of achterzijde van het album. U opent het
dialoogvenster Omslagopties (Cover Options) door Voorzijde (Front) of Voor & achter (Front &
Back) te selecteren voor Omslag (Cover) en te klikken op Opties... (Options...).
Schakel het selectievakje Album met dubbele pagina's (Double page album) in voor een
gespreide pagina-indeling (met een model voor twee pagina's). In een album met dubbele
pagina's kunt u een afbeelding op de linker- en rechterpagina's schikken.
U kunt de paginanummers (positie, lettertype en dergelijke) aanpassen in het dialoogvenster
Instellingen paginanummer (Page Number Settings). Als u het dialoogvenster Instellingen
paginanummer (Page Number Settings) wilt weergeven, schakelt u het selectievakje
Paginanummer (Page number) in en klikt u op Instellingen... (Settings...).
U kunt de marges voor het voorblad en de achteromslag en de pagina's aan de binnenkant
aanpassen in het dialoogvenster Marge-instellingen (Margin Settings). Klik op Marges...
(Margin Settings) om het dialoogvenster Marge-instellingen (Margins...) weer te geven.
Papier en indeling selecteren
Pagina 139 van 486 pagina's
3. Selecteer het thema dat u wilt gebruiken bij Thema (Theme) onder
Voorbeeldindeling (Sample Layout).
4. Als u de indeling wilt wijzigen, klikt u op Indeling... (Layout...).
Het dialoogvenster Opmaak wijzigen (Change Layout) wordt weergegeven.
In het dialoogvenster Opmaak wijzigen (Change Layout) kunt u de indeling wijzigen of de datum
(waarop de foto is genomen) afdrukken op de foto.
Opmerking
De indelingen die u kunt selecteren zijn afhankelijk van de instellingen voor Papierformaat
(Paper Size), Afdrukstand (Orientation), Album met dubbele pagina's (Double page album) en
het type pagina dat u hebt geselecteerd (voorblad, binnenste pagina's of achteromslag).
In het dialoogvenster Datuminstellingen (Date Settings) kunt u de positie, grootte, kleur en
dergelijke van de datum aanpassen. Als u het dialoogvenster Datuminstellingen (Date
Settings) wilt weergeven, schakelt u het selectievakje Afdrukdatum (Print date) in het
dialoogvenster Opmaak wijzigen (Change Layout) in en klikt u op Datuminstellingen... (Date
Settings...).
5. Als u de achtergrond wilt wijzigen, klikt u op Achtergrond... (Background...).
Het dialoogvenster Achtergrond wijzigen (Change Background) wordt weergegeven.
In het dialoogvenster Achtergrond wijzigen (Change Background) kunt u een effen kleur of een
afbeeldingsbestand als achtergrond instellen.
Opmerking
Raadpleeg de Help voor meer informatie over het venster Pagina-instelling (Page Setup).
Naar boven
Een foto selecteren
Pagina 140 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde software > Een album
maken > Een foto selecteren
Een foto selecteren
1. Klik op Afbeeldingen selecteren (Select Images).
Het venster Afbeeldingen selecteren (Select Images) verschijnt.
2. Selecteer in de mappenstructuur de map met de afbeelding die u wilt afdrukken.
De afbeeldingen in de map worden weergegeven als miniaturen.
Belangrijk
Als Easy-PhotoPrint EX wordt geopend vanuit een andere toepassing (MP Navigator EX of
ZoomBrowser EX), wordt het gedeelte met de mappenstructuur niet weergegeven.
De afbeeldingen die in de toepassing worden geopend, worden weergegeven als miniaturen.
3. Selecteer de afbeelding(en) die u wilt afdrukken en klik op een van de onderstaande
knoppen.
Als u op het voorblad wilt afdrukken, klikt u op
(Importeren naar voorblad).
Als u op de binnenste pagina's wilt afdrukken, klikt u op
Als u op de achteromslag wilt afdrukken, klikt u op
(Importeren naar binnenste pagina's).
(Importeren naar achteromslag).
De geselecteerde afbeeldingen worden weergegeven in het vak voor geselecteerde afbeeldingen.
U kunt de afbeelding(en) die u wilt afdrukken ook selecteren door ze naar het vak voor
geselecteerde afbeeldingen te slepen.
Opmerking
Een foto selecteren
Pagina 141 van 486 pagina's
Als u een afbeelding wilt verwijderen uit de lijst met geselecteerde afbeeldingen, selecteert u
de afbeelding en klikt u op de knop
(Geïmporteerde afbeelding verwijderen).
Als u alle afbeeldingen wilt verwijderen uit de lijst met geselecteerde afbeeldingen, klikt u op
de knop
(Alle geïmporteerde afbeeldingen verwijderen).
Opmerking
Raadpleeg de Help voor meer informatie over het venster Afbeeldingen selecteren (Select Images).
Naar boven
Bewerken
Pagina 142 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde software > Een album
maken > Bewerken
Bewerken
1. Klik op Bewerken (Edit).
Het venster Bewerken (Edit) verschijnt.
2. Bewerk uw album indien nodig.
Indeling wijzigen
Achtergrond wijzigen
Foto's toevoegen
Positie van foto's verwisselen
Foto's vervangen
Positie, hoek en formaat van foto's wijzigen
Foto's bijsnijden
Foto's in kader plaatsen
Een datum op foto's afdrukken
Opmerkingen aan foto's toevoegen
Tekst aan foto's toevoegen
Belangrijk
De wijzigingen worden verwijderd wanneer u Easy-PhotoPrint EX sluit zonder het bewerkte album
op te slaan. We raden u aan het item op te slaan wanneer u dit later verder wilt bewerken.
De paginanummers op het voorblad en de achteromslag van het album worden als volgt
weergegeven:
O1: Voorblad
O2: Binnenkant voorblad
Bewerken
Pagina 143 van 486 pagina's
O3: Binnenzijde achteromslag
O4: Achteromslag
Opslaan
Opmerking
Raadpleeg de Help voor meer informatie over het venster Bewerken (Edit).
Naar boven
Afdrukken
Pagina 144 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde software > Een album
maken > Afdrukken
Afdrukken
1. Klik op Afdrukinstellingen (Print Settings).
Het venster Afdrukinstellingen (Print Settings) verschijnt.
2. Geef de instellingen op voor de volgende items op basis van de printer en het papier:
Printer
Mediumtype (Media Type)
Aantal (Copies)
Papierbron (Paper Source)
Afdrukkwaliteit (Print Quality)
Afdrukken zonder marges (Borderless Printing)
Opmerking
De mediumtypen variëren per printer en papierformaat.
Dubbelzijdig afdrukken (Duplex Printing) wordt weergegeven als de geselecteerde printer en
het geselecteerde mediumtype dubbelzijdig afdrukken ondersteunen. Schakel dit selectievakje
in om op beide zijden van het papier af te drukken.
De optie Automatisch (Automatic) wordt weergegeven als u het selectievakje Dubbelzijdig
afdrukken (Duplex Printing) inschakelt nadat u een printer hebt geselecteerd die automatisch
dubbelzijdig afdrukken ondersteunt en een mediumtype dat dubbelzijdig afdrukken
ondersteunt. Schakel dit selectievakje in om automatisch op beide zijden van het papier af te
drukken.
De papierbronnen variëren per printer en mediumtype.
U kunt een aangepaste afdrukkwaliteit instellen in het dialoogvenster Instellingen
afdrukkwaliteit (Print Quality Settings). Als u het dialoogvenster Instellingen afdrukkwaliteit
(Print Quality Settings) wilt openen, selecteert u Aangepast (Custom) voor Afdrukkwaliteit (Print
Quality) en klikt u op Kwaliteitsinstellingen... (Quality Settings...).
Afdrukken
Pagina 145 van 486 pagina's
Schakel het selectievakje Afdrukken zonder marges (Borderless Printing) in als u foto's zonder
rand wilt afdrukken.
U kunt het afdrukbereik en de hoeveelheid uitbreiding voor afdrukken zonder randen opgeven
in het dialoogvenster Afdrukinstellingen (Print Settings). Klik op Geavanceerd... (Advanced...)
om het dialoogvenster Afdrukinstellingen (Print Settings) weer te geven.
3. Klik op Afdrukken (Print).
Opmerking
Raadpleeg de Help voor meer informatie over het venster Afdrukinstellingen (Print Settings).
Naar boven
Kalenders afdrukken
Pagina 146 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde software > Kalenders
afdrukken
Kalenders afdrukken
Met Easy-PhotoPrint EX kunt u uw eigen kalenders maken met uw favoriete foto's.
Stappen
1. Easy-PhotoPrint EX openen
2. Papier en indeling selecteren
3. Een foto selecteren
4. Bewerken
5. Afdrukken
Probeer dit
Foto's corrigeren en verbeteren
Indeling wijzigen
Achtergrond wijzigen
Foto's toevoegen
Positie van foto's verwisselen
Foto's vervangen
Positie, hoek en formaat van foto's wijzigen
Foto's bijsnijden
Foto's in kader plaatsen
Een datum op foto's afdrukken
Tekst aan foto's toevoegen
Kalenderweergave instellen
Feestdagen instellen
Opslaan
Opgeslagen bestanden openen
Kalenders afdrukken
Pagina 147 van 486 pagina's
Vragen en antwoorden
Hoe kan ik het opgeslagen bestand verplaatsen (of kopiëren)?
Naar boven
Easy-PhotoPrint EX openen
Pagina 148 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde software > Kalenders
afdrukken > Easy-PhotoPrint EX openen
Easy-PhotoPrint EX openen
1. Open het menu Start en selecteer (Alle) Programma's ((All) Programs) > Canon
Utilities > Easy-PhotoPrint EX > Easy-PhotoPrint EX.
Easy-PhotoPrint EX wordt gestart en Menu wordt weergegeven.
Naar boven
Papier en indeling selecteren
Pagina 149 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde software > Kalenders
afdrukken > Papier en indeling selecteren
Papier en indeling selecteren
1. Klik bij Menu op Kalender (Calendar).
Het venster Pagina-instelling (Page Setup) verschijnt.
2. Stel de volgende items in bij het gedeelte Algemene instellingen (General Settings):
Papierformaat (Paper Size)
Afdrukstand (Orientation)
Beginnen bij (Start from)
Periode (Period)
Opmerking
Raadpleeg de Help voor meer informatie over de papierformaten die u kunt selecteren.
U kunt feestdagen aan uw kalender toevoegen.
Feestdagen instellen
3. Selecteer een indeling voor Ontwerpen (Design).
Geef indien nodig geavanceerde instellingen op voor de kalender en kies een achtergrond.
Opmerking
U kunt de kalenderweergave aanpassen (de kleur van de datums en de dagen van de week,
positie en formaat van de kalender enz.).
Kalenderweergave instellen
In het dialoogvenster Achtergrond wijzigen (Change Background) kunt u een effen kleur of een
afbeeldingsbestand als achtergrond selecteren. Klik op Achtergrond... (Background...) om het
dialoogvenster Achtergrond wijzigen (Change Background) weer te geven.
Papier en indeling selecteren
Pagina 150 van 486 pagina's
Opmerking
Raadpleeg de Help voor meer informatie over het venster Pagina-instelling (Page Setup).
Naar boven
Een foto selecteren
Pagina 151 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde software > Kalenders
afdrukken > Een foto selecteren
Een foto selecteren
1. Klik op Afbeeldingen selecteren (Select Images).
Het venster Afbeeldingen selecteren (Select Images) verschijnt.
2. Selecteer in de mappenstructuur de map met de afbeelding die u wilt afdrukken.
De afbeeldingen in de map worden weergegeven als miniaturen.
3. Selecteer de afbeelding(en) die u wilt afdrukken en klik op de knop
(Importeren
naar binnenste pagina's).
De geselecteerde afbeeldingen worden weergegeven in het vak voor geselecteerde afbeeldingen.
U kunt de afbeelding(en) die u wilt afdrukken ook selecteren door ze naar het vak voor
geselecteerde afbeeldingen te slepen.
Opmerking
Als u een afbeelding wilt verwijderen uit de lijst met geselecteerde afbeeldingen, selecteert u
de afbeelding en klikt u op de knop
(Geïmporteerde afbeelding verwijderen).
Als u alle afbeeldingen wilt verwijderen uit de lijst met geselecteerde afbeeldingen, klikt u op
de knop
(Alle geïmporteerde afbeeldingen verwijderen).
Opmerking
Raadpleeg de Help voor meer informatie over het venster Afbeeldingen selecteren (Select Images).
Een foto selecteren
Pagina 152 van 486 pagina's
Naar boven
Bewerken
Pagina 153 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde software > Kalenders
afdrukken > Bewerken
Bewerken
1. Klik op Bewerken (Edit).
Het venster Bewerken (Edit) verschijnt.
2. Bewerk de kalender indien nodig.
Indeling wijzigen
Achtergrond wijzigen
Foto's toevoegen
Positie van foto's verwisselen
Foto's vervangen
Positie, hoek en formaat van foto's wijzigen
Foto's bijsnijden
Foto's in kader plaatsen
Een datum op foto's afdrukken
Tekst aan foto's toevoegen
Kalenderweergave instellen
Feestdagen instellen
Belangrijk
De wijzigingen worden verwijderd wanneer u Easy-PhotoPrint EX sluit zonder de bewerkte kalender
op te slaan. We raden u aan het item op te slaan wanneer u dit later verder wilt bewerken.
Opslaan
Opmerking
Bewerken
Pagina 154 van 486 pagina's
Raadpleeg de Help voor meer informatie over het venster Bewerken (Edit).
Naar boven
Afdrukken
Pagina 155 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde software > Kalenders
afdrukken > Afdrukken
Afdrukken
1. Klik op Afdrukinstellingen (Print Settings).
Het venster Afdrukinstellingen (Print Settings) verschijnt.
2. Geef de instellingen op voor de volgende items op basis van de printer en het papier:
Printer
Mediumtype (Media Type)
Aantal (Copies)
Papierbron (Paper Source)
Afdrukkwaliteit (Print Quality)
Afdrukken zonder marges (Borderless Printing)
Opmerking
De mediumtypen variëren per printer en papierformaat.
Dubbelzijdig afdrukken (Duplex Printing) wordt weergegeven als de geselecteerde printer en
het geselecteerde mediumtype dubbelzijdig afdrukken ondersteunen. Schakel dit selectievakje
in om op beide zijden van het papier af te drukken.
De optie Automatisch (Automatic) wordt weergegeven als u het selectievakje Dubbelzijdig
afdrukken (Duplex Printing) inschakelt nadat u een printer hebt geselecteerd die automatisch
dubbelzijdig afdrukken ondersteunt en een mediumtype dat dubbelzijdig afdrukken
ondersteunt. Schakel dit selectievakje in om automatisch op beide zijden van het papier af te
drukken.
De papierbronnen variëren per printer en mediumtype.
U kunt een aangepaste afdrukkwaliteit instellen in het dialoogvenster Instellingen
afdrukkwaliteit (Print Quality Settings). Als u het dialoogvenster Instellingen afdrukkwaliteit
(Print Quality Settings) wilt openen, selecteert u Aangepast (Custom) voor Afdrukkwaliteit (Print
Quality) en klikt u op Kwaliteitsinstellingen... (Quality Settings...).
Afdrukken
Pagina 156 van 486 pagina's
U kunt het afdrukbereik en de hoeveelheid uitbreiding voor afdrukken zonder randen opgeven
in het dialoogvenster Afdrukinstellingen (Print Settings). Klik op Geavanceerd... (Advanced...)
om het dialoogvenster Afdrukinstellingen (Print Settings) weer te geven.
3. Klik op Afdrukken (Print).
Opmerking
Raadpleeg de Help voor meer informatie over het venster Afdrukinstellingen (Print Settings).
Naar boven
Stickers afdrukken
Pagina 157 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde software > Stickers
afdrukken
Stickers afdrukken
U kunt uw favoriete foto's op speciale stickervellen afdrukken.
Belangrijk
Afdrukken op stickers is alleen mogelijk bij het gebruik van ondersteunde printers.
Raadpleeg uw printerhandleiding voor meer informatie.
Stappen
1. Easy-PhotoPrint EX openen
2. Papier en indeling selecteren
3. Een foto selecteren
4. Bewerken
5. Afdrukken
Probeer dit
Foto's corrigeren en verbeteren
Foto's toevoegen
Positie van foto's verwisselen
Foto's vervangen
Positie, hoek en formaat van foto's wijzigen
Foto's bijsnijden
Foto's in kader plaatsen
Tekst aan foto's toevoegen
Opslaan
Opgeslagen bestanden openen
Vragen en antwoorden
Stickers afdrukken
Pagina 158 van 486 pagina's
Hoe kan ik het opgeslagen bestand verplaatsen (of kopiëren)?
Naar boven
Easy-PhotoPrint EX openen
Pagina 159 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde software > Stickers
afdrukken > Easy-PhotoPrint EX openen
Easy-PhotoPrint EX openen
1. Open het menu Start en selecteer (Alle) Programma's ((All) Programs) > Canon
Utilities > Easy-PhotoPrint EX > Easy-PhotoPrint EX.
Easy-PhotoPrint EX wordt gestart en Menu wordt weergegeven.
Naar boven
Papier en indeling selecteren
Pagina 160 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde software > Stickers
afdrukken > Papier en indeling selecteren
Papier en indeling selecteren
1. Klik bij Menu op Stickers.
Het venster Pagina-instelling (Page Setup) verschijnt.
2. Stel de volgende items in bij het gedeelte Algemene instellingen (General Settings):
Papierformaat (Paper Size)
Afdrukstand (Orientation)
Afdrukdatum (Print date)
Dezelfde afbeelding gebruiken in alle kaders (Use the same image in all frames)
Opmerking
Andere papierformaten dan Fotostickers (Photo Stickers) kunnen niet worden geselecteerd.
Schakel het selectievakje Dezelfde afbeelding gebruiken in alle kaders (Use the same image
in all frames) in als u dezelfde afbeelding wilt gebruiken in alle kaders van de pagina.
In het dialoogvenster Datuminstellingen (Date Settings) kunt u de positie, grootte, kleur en
dergelijke van de datum aanpassen. Als u het dialoogvenster Datuminstellingen (Date
Settings) wilt weergeven, schakelt u het selectievakje Afdrukdatum (Print date) in en klikt u op
Datuminstellingen... (Date Settings...).
Opmerking
Raadpleeg de Help voor meer informatie over het venster Pagina-instelling (Page Setup).
Naar boven
Een foto selecteren
Pagina 161 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde software > Stickers
afdrukken > Een foto selecteren
Een foto selecteren
1. Klik op Afbeeldingen selecteren (Select Images).
Het venster Afbeeldingen selecteren (Select Images) verschijnt.
2. Selecteer in de mappenstructuur de map met de afbeelding die u wilt afdrukken.
De afbeeldingen in de map worden weergegeven als miniaturen.
3. Selecteer de afbeelding(en) die u wilt afdrukken en klik op de knop
(Importeren
naar binnenste pagina's).
De geselecteerde afbeeldingen worden weergegeven in het vak voor geselecteerde afbeeldingen.
U kunt de afbeelding(en) die u wilt afdrukken ook selecteren door ze naar het vak voor
geselecteerde afbeeldingen te slepen.
Opmerking
Als u een afbeelding wilt verwijderen uit de lijst met geselecteerde afbeeldingen, selecteert u
de afbeelding en klikt u op de knop
(Geïmporteerde afbeelding verwijderen).
Als u alle afbeeldingen wilt verwijderen uit de lijst met geselecteerde afbeeldingen, klikt u op
de knop
(Alle geïmporteerde afbeeldingen verwijderen).
Opmerking
Raadpleeg de Help voor meer informatie over het venster Afbeeldingen selecteren (Select Images).
Een foto selecteren
Pagina 162 van 486 pagina's
Naar boven
Bewerken
Pagina 163 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde software > Stickers
afdrukken > Bewerken
Bewerken
1. Klik op Bewerken (Edit).
Het venster Bewerken (Edit) verschijnt.
2. Bewerk de stickers indien nodig.
Foto's toevoegen
Positie van foto's verwisselen
Foto's vervangen
Positie, hoek en formaat van foto's wijzigen
Foto's bijsnijden
Een datum op foto's afdrukken
Tekst aan foto's toevoegen
Belangrijk
De wijzigingen worden verwijderd wanneer u Easy-PhotoPrint EX sluit zonder de bewerkte stickers
op te slaan. We raden u aan het item op te slaan wanneer u dit later verder wilt bewerken.
Opslaan
Opmerking
Raadpleeg de Help voor meer informatie over het venster Bewerken (Edit).
Naar boven
Afdrukken
Pagina 164 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde software > Stickers
afdrukken > Afdrukken
Afdrukken
1. Klik op Afdrukinstellingen (Print Settings).
Het venster Afdrukinstellingen (Print Settings) verschijnt.
Belangrijk
Als er geen printer is geïnstalleerd die afdrukken op stickers ondersteunt, kunt het scherm
Afdrukinstellingen niet weergeven.
2. Geef de instellingen op voor de volgende items op basis van de printer en het papier:
Printer
Mediumtype (Media Type)
Aantal (Copies)
Papierbron (Paper Source)
Afdrukkwaliteit (Print Quality)
Afdrukken zonder marges (Borderless Printing)
Opmerking
De mediumtypen variëren per printer en papierformaat.
De papierbronnen variëren per printer en mediumtype.
U kunt een aangepaste afdrukkwaliteit instellen in het dialoogvenster Instellingen
afdrukkwaliteit (Print Quality Settings). Als u het dialoogvenster Instellingen afdrukkwaliteit
(Print Quality Settings) wilt openen, selecteert u Aangepast (Custom) voor Afdrukkwaliteit (Print
Quality) en klikt u op Kwaliteitsinstellingen... (Quality Settings...).
In het dialoogvenster Afdrukpositie aanpassen (Adjust Print Position) kunt u de afdrukpositie
op stickers aanpassen. Klik op Afdrukpositie... (Adjust Print Position) om het dialoogvenster
Afdrukpositie aanpassen (Print Position...) te openen.
Afdrukken
Pagina 165 van 486 pagina's
U kunt het afdrukbereik en de hoeveelheid uitbreiding voor afdrukken zonder randen opgeven
in het dialoogvenster Afdrukinstellingen (Print Settings). Klik op Geavanceerd... (Advanced...)
om het dialoogvenster Afdrukinstellingen (Print Settings) weer te geven.
3. Klik op Afdrukken (Print).
Opmerking
Raadpleeg de Help voor meer informatie over het venster Afdrukinstellingen (Print Settings).
Naar boven
Opmaak afdrukken
Pagina 166 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde software > Opmaak
afdrukken
Opmaak afdrukken
U kunt tekst toevoegen aan uw favoriete foto's en deze afdrukken in verschillende indelingen.
Stappen
1. Easy-PhotoPrint EX openen
2. Papier en indeling selecteren
3. Een foto selecteren
4. Bewerken
5. Afdrukken
Probeer dit
Foto's corrigeren en verbeteren
Indeling wijzigen
Foto's toevoegen
Positie van foto's verwisselen
Foto's vervangen
Positie, hoek en formaat van foto's wijzigen
Foto's bijsnijden
Een datum op foto's afdrukken
Tekst aan foto's toevoegen
Opslaan
Opgeslagen bestanden openen
Vragen en antwoorden
Hoe kan ik het opgeslagen bestand verplaatsen (of kopiëren)?
Naar boven
Easy-PhotoPrint EX openen
Pagina 167 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde software > Opmaak
afdrukken > Easy-PhotoPrint EX openen
Easy-PhotoPrint EX openen
1. Open het menu Start en selecteer (Alle) Programma's ((All) Programs) > Canon
Utilities > Easy-PhotoPrint EX > Easy-PhotoPrint EX.
Easy-PhotoPrint EX wordt gestart en Menu wordt weergegeven.
Naar boven
Papier en indeling selecteren
Pagina 168 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde software > Opmaak
afdrukken > Papier en indeling selecteren
Papier en indeling selecteren
1. Klik bij Menu op Opmaak afdrukken (Layout Print).
Het venster Pagina-instelling (Page Setup) verschijnt.
2. Stel de volgende items in bij het gedeelte Algemene instellingen (General Settings):
Papierformaat (Paper Size)
Afdrukstand (Orientation)
Afdrukdatum (Print date)
Opmerking
Raadpleeg de Help voor meer informatie over de papierformaten die u kunt selecteren.
In het dialoogvenster Datuminstellingen (Date Settings) kunt u de positie, grootte, kleur en
dergelijke van de datum aanpassen. Als u het dialoogvenster Datuminstellingen (Date
Settings) wilt weergeven, schakelt u het selectievakje Afdrukdatum (Print date) in en klikt u op
Datuminstellingen... (Date Settings...).
3. Selecteer een indeling bij Indelingen (Layouts).
Opmerking
De indelingen kunnen variëren, afhankelijk van de Afdrukstand (Orientation).
Opmerking
Raadpleeg de Help voor meer informatie over het venster Pagina-instelling (Page Setup).
Papier en indeling selecteren
Pagina 169 van 486 pagina's
Naar boven
Een foto selecteren
Pagina 170 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde software > Opmaak
afdrukken > Een foto selecteren
Een foto selecteren
1. Klik op Afbeeldingen selecteren (Select Images).
Het venster Afbeeldingen selecteren (Select Images) verschijnt.
2. Selecteer in de mappenstructuur de map met de afbeelding die u wilt afdrukken.
De afbeeldingen in de map worden weergegeven als miniaturen.
3. Selecteer de afbeelding(en) die u wilt afdrukken en klik op de knop
(Importeren
naar binnenste pagina's).
De geselecteerde afbeeldingen worden weergegeven in het vak voor geselecteerde afbeeldingen.
U kunt de afbeelding(en) die u wilt afdrukken ook selecteren door ze naar het vak voor
geselecteerde afbeeldingen te slepen.
Opmerking
Als u een afbeelding wilt verwijderen uit de lijst met geselecteerde afbeeldingen, selecteert u
de afbeelding en klikt u op de knop
(Geïmporteerde afbeelding verwijderen).
Als u alle afbeeldingen wilt verwijderen uit de lijst met geselecteerde afbeeldingen, klikt u op
de knop
(Alle geïmporteerde afbeeldingen verwijderen).
Opmerking
Raadpleeg de Help voor meer informatie over het venster Afbeeldingen selecteren (Select Images).
Een foto selecteren
Pagina 171 van 486 pagina's
Naar boven
Bewerken
Pagina 172 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde software > Opmaak
afdrukken > Bewerken
Bewerken
1. Klik op Bewerken (Edit).
Het venster Bewerken (Edit) verschijnt.
2. Bewerk de opmaak indien nodig.
Indeling wijzigen
Foto's toevoegen
Positie van foto's verwisselen
Foto's vervangen
Positie, hoek en formaat van foto's wijzigen
Foto's bijsnijden
Een datum op foto's afdrukken
Tekst aan foto's toevoegen
Belangrijk
De wijzigingen worden verwijderd wanneer u Easy-PhotoPrint EX sluit zonder de bewerkte opmaak
op te slaan. We raden u aan het item op te slaan wanneer u dit later verder wilt bewerken.
Opslaan
Opmerking
Raadpleeg de Help voor meer informatie over het venster Bewerken (Edit).
Naar boven
Afdrukken
Pagina 173 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde software > Opmaak
afdrukken > Afdrukken
Afdrukken
1. Klik op Afdrukinstellingen (Print Settings).
Het venster Afdrukinstellingen (Print Settings) verschijnt.
2. Geef de instellingen op voor de volgende items op basis van de printer en het papier:
Printer
Mediumtype (Media Type)
Aantal (Copies)
Papierbron (Paper Source)
Afdrukkwaliteit (Print Quality)
Afdrukken zonder marges (Borderless Printing)
Opmerking
De mediumtypen variëren per printer en papierformaat.
Dubbelzijdig afdrukken (Duplex Printing) wordt weergegeven als de geselecteerde printer en
het geselecteerde mediumtype dubbelzijdig afdrukken ondersteunen. Schakel dit selectievakje
in om op beide zijden van het papier af te drukken.
De optie Automatisch (Automatic) wordt weergegeven als u het selectievakje Dubbelzijdig
afdrukken (Duplex Printing) inschakelt nadat u een printer hebt geselecteerd die automatisch
dubbelzijdig afdrukken ondersteunt en een mediumtype dat dubbelzijdig afdrukken
ondersteunt. Schakel dit selectievakje in om automatisch op beide zijden van het papier af te
drukken.
De papierbronnen variëren per printer en mediumtype.
U kunt een aangepaste afdrukkwaliteit instellen in het dialoogvenster Instellingen
afdrukkwaliteit (Print Quality Settings). Als u het dialoogvenster Instellingen afdrukkwaliteit
(Print Quality Settings) wilt openen, selecteert u Aangepast (Custom) voor Afdrukkwaliteit (Print
Quality) en klikt u op Kwaliteitsinstellingen... (Quality Settings...).
Afdrukken
Pagina 174 van 486 pagina's
Schakel het selectievakje Afdrukken zonder marges (Borderless Printing) in als u foto's zonder
rand wilt afdrukken.
U kunt het afdrukbereik en de hoeveelheid uitbreiding voor afdrukken zonder randen opgeven
in het dialoogvenster Afdrukinstellingen (Print Settings). Klik op Geavanceerd... (Advanced...)
om het dialoogvenster Afdrukinstellingen (Print Settings) weer te geven.
3. Klik op Afdrukken (Print).
Opmerking
Raadpleeg de Help voor meer informatie over het venster Afdrukinstellingen (Print Settings).
Naar boven
Foto's corrigeren en verbeteren
Pagina 175 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde software > Foto's
corrigeren en verbeteren
Foto's corrigeren en verbeteren
U kunt afbeeldingen corrigeren en verbeteren.
(Afbeeldingen corrigeren/verbeteren) in het venster Afbeeldingen selecteren (Select Images)
Klik op
of Bewerken (Edit) of in het venster Opmaak/Afdrukken (Layout/Print) van Photo Print. U kunt de volgende
correcties en verbeteringen aanbrengen in het venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/
Enhance Images).
Belangrijk
Als u in Photo Print de optie ICC-profiel inschakelen (Enable ICC Profile) selecteert op het tabblad
Geavanceerd (Advanced) van het dialoogvenster Voorkeuren (Preferences), kunt u geen
afbeeldingen corrigeren/verbeteren.
Opmerking
Zie 'Venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images) ' voor meer informatie
over het venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images).
Automatische fotocorrectie
Deze functie analyseert de geselecteerde scène automatisch en past geschikte correcties toe.
De functie Automatische fotocorrectie gebruiken
De functie Correctie rode ogen
U kunt rode ogen, die kunnen voorkomen wanneer een flitser is gebruikt, corrigeren.
De functie Correctie rode ogen gebruiken
De functie Helderheid gezicht
U kunt gezichten die als gevolg van een lichte achtergrond donker lijken, helderder maken.
De functie Helderheid gezicht gebruiken
De functie Gezicht scherper maken
U kunt onscherpe gezichten op een foto scherper maken.
De functie Gezicht scherper maken gebruiken
De functie Gezicht digitaal effenen
U kunt de huid verbeteren door oneffenheden en rimpels te verwijderen.
De functie Gezicht digitaal effenen gebruiken
De functie Vlekken verwijderen
U kunt moedervlekjes verwijderen.
De functie Vlekken verwijderen gebruiken
Afbeeldingen aanpassen
Foto's corrigeren en verbeteren
Pagina 176 van 486 pagina's
U kunt de helderheid en het contrast in de hele afbeelding aanpassen of de hele afbeelding scherper
maken.
U kunt ook de contouren van onderwerpen vager maken of de basiskleur verwijderen.
Afbeeldingen aanpassen
Naar boven
De functie Automatische fotocorrectie gebruiken
Pagina 177 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde software > Foto's
corrigeren en verbeteren > De functie Automatische fotocorrectie gebruiken
De functie Automatische fotocorrectie gebruiken
U kunt correcties automatisch toepassen op alle foto's die worden gebruikt voor een album of kalender
en dergelijke.
Belangrijk
De functie Automatische fotocorrectie (Auto Photo Fix) is niet beschikbaar voor Photo Print. Met
Photo Print kunt u automatisch geschikte correcties toepassen op alle foto's die u afdrukt door
Automatische fotocorrectie (Auto Photo Fix) te selecteren bij Kleurcorrectie voor afdrukken (Color
correction for printing) op het tabblad Geavanceerd (Advanced) in het dialoogvenster Voorkeuren
(Preferences). Als u het dialoogvenster Voorkeuren (Preferences) wilt weergeven, klikt u op de knop
(Instellingen) in het venster Opmaak/Afdrukken (Layout/Print) of selecteert u Voorkeuren...
(Preferences...) uit het menu Bestand (File).
Wanneer een afbeelding is gecorrigeerd met Automatische fotocorrectie en is opgeslagen, kan
deze niet nogmaals worden gecorrigeerd met Automatische fotocorrectie.
De functie Automatische fotocorrectie is mogelijk niet beschikbaar voor foto's die zijn bewerkt met
toepassingen, digitale camera's en dergelijke van andere fabrikanten.
1. Selecteer foto's in het venster Afbeeldingen selecteren (Select Images) en klik op
(Afbeeldingen corrigeren/verbeteren).
Het venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images) wordt weergegeven.
Opmerking
U kunt het venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images) ook
weergeven door te klikken op
(Afbeeldingen corrigeren/verbeteren) in het venster Opmaak/
Afdrukken (Layout/Print) of Bewerken (Edit). In dat geval kan alleen de afbeelding worden
gecorrigeerd/verbeterd die in het voorbeeld wordt weergegeven.
Zie 'Venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images) ' voor meer
informatie over het venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images).
De functie Automatische fotocorrectie gebruiken
Pagina 178 van 486 pagina's
2. Selecteer de afbeelding die u wilt corrigeren in de lijst onder in het venster
Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images).
De afbeelding wordt weergegeven in Voorbeeld.
Opmerking
Als slechts één afbeelding is geselecteerd, verschijnt de miniatuur niet in het
voorbeeldgedeelte.
3. Zorg dat Auto is geselecteerd.
4. Klik op Automatische fotocorrectie (Auto Photo Fix) en vervolgens op OK.
De volledige foto wordt automatisch gecorrigeerd en de aanduiding
weergegeven in de linkerbovenhoek van de afbeelding.
(Correctie/verbetering) wordt
Opmerking
(Vergelijken) om de afbeeldingen van voor en na de correctie naast elkaar weer te
Klik op
geven, zodat u het verschil kunt zien.
Klik op Geselecteerde afbeelding herstellen (Reset Selected Image) als u de bewerking
ongedaan wilt maken.
Als u de correctie op alle geselecteerde afbeeldingen tegelijk wilt toepassen, schakelt u het
selectievakje Op alle afbeeldingen toepassen (Apply to all images) in.
Schakel het selectievakje Voorrang geven aan Exif-info (Prioritize Exif Info) in om correcties toe
te passen die voornamelijk zijn gebaseerd op de instellingen die waren geselecteerd op het
moment van vastleggen.
Schakel dit selectievakje uit om correcties toe te passen op basis van de resultaten van de
afbeeldingsanalyse. Deze instelling wordt aanbevolen.
5. Klik op Geselecteerde afbeelding opslaan (Save Selected Image) of op Alle
gecorrigeerde afbeeldingen opslaan (Save All Corrected Images).
U kunt gecorrigeerde afbeeldingen opslaan als nieuwe bestanden.
Opmerking
Als u alleen de gewenste afbeelding wilt opslaan, klikt u op Geselecteerde afbeelding opslaan
(Save Selected Image). Als u alle afbeeldingen wilt opslaan, klikt u op Alle gecorrigeerde
afbeeldingen opslaan (Save All Corrected Images).
Gecorrigeerde afbeeldingen kunnen alleen worden opgeslagen in de bestandsindeling JPEG/
Exif.
6. Klik op Afsluiten (Exit).
Belangrijk
De correcties gaan verloren als u het programma afsluit voordat u gecorrigeerde afbeeldingen
hebt opgeslagen.
Naar boven
De functie Correctie rode ogen gebruiken
Pagina 179 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde software > Foto's
corrigeren en verbeteren > De functie Correctie rode ogen gebruiken
De functie Correctie rode ogen gebruiken
U kunt rode ogen, die kunnen voorkomen wanneer een flitser is gebruikt, corrigeren.
U kunt de functie voor het corrigeren van rode ogen handmatig of automatisch uitvoeren.
Opmerking
Met Photo Print kunt u rode ogen automatisch corrigeren tijdens het afdrukken. Als u rode ogen
automatisch wilt corrigeren, selecteert u Automatische fotocorrectie inschakelen (Enable Auto
Photo Fix) in Kleurcorrectie voor afdrukken (Color correction for printing) op het tabblad
Geavanceerd (Advanced) van het dialoogvenster Voorkeuren (Preferences) en schakelt u het
selectievakje Correctie rode ogen inschakelen (Enable Red-Eye Correction) in.
1. Selecteer foto's in het venster Afbeeldingen selecteren (Select Images) en klik op
(Afbeeldingen corrigeren/verbeteren).
Het venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images) wordt weergegeven.
Opmerking
U kunt het venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images) ook
weergeven door te klikken op
(Afbeeldingen corrigeren/verbeteren) in het venster Opmaak/
Afdrukken (Layout/Print) of Bewerken (Edit). In dat geval kan alleen de afbeelding worden
gecorrigeerd/verbeterd die in het voorbeeld wordt weergegeven.
Zie 'Venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images) ' voor meer
informatie over het venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images).
2. Selecteer de afbeelding die u wilt corrigeren in de lijst onder in het venster
Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images).
De afbeelding wordt weergegeven in Voorbeeld.
De functie Correctie rode ogen gebruiken
Pagina 180 van 486 pagina's
Opmerking
Als slechts één afbeelding is geselecteerd, verschijnt de miniatuur niet in het
voorbeeldgedeelte.
Automatische correctie
3. Zorg dat Auto is geselecteerd.
4. Klik op Correctie rode ogen (Red-Eye Correction).
5. Klik op OK.
Het rode-ogeneffect wordt verwijderd en de aanduiding
weergegeven in de linkerbovenhoek van de afbeelding.
(Correctie/verbetering) wordt
Belangrijk
Afhankelijk van de afbeelding is het mogelijk dat ook gebieden buiten de ogen worden
gecorrigeerd.
Opmerking
(Vergelijken) om de afbeeldingen van voor en na de correctie naast elkaar weer te
Klik op
geven, zodat u het verschil kunt zien.
Klik op Geselecteerde afbeelding herstellen (Reset Selected Image) als u de bewerking
ongedaan wilt maken.
Als u de correctie op alle geselecteerde afbeeldingen tegelijk wilt toepassen, schakelt u het
selectievakje Op alle afbeeldingen toepassen (Apply to all images) in.
Handmatige correctie
3. Klik op Handmatig (Manual) en vervolgens op Corrigeren/verbeteren (Correct/
Enhance).
4. Klik op Correctie rode ogen (Red-Eye Correction).
Opmerking
U kunt het niveau van het effect wijzigen met de schuifregelaar onder Correctie rode ogen
(Red-Eye Correction).
De functie Correctie rode ogen gebruiken
Pagina 181 van 486 pagina's
Beweeg de cursor over de afbeelding. De vorm van de muisaanwijzer verandert in
(Penseel).
5. Versleep de cursor om het gebied te selecteren dat u wilt corrigeren en klik op de
knop OK die op de afbeelding verschijnt.
Het rode-ogeneffect wordt verwijderd en de aanduiding
weergegeven in de linkerbovenhoek van de afbeelding.
(Correctie/verbetering) wordt
Opmerking
Klik op Ongedaan maken (Undo) als u de bewerking ongedaan wilt maken.
6. Klik op Geselecteerde afbeelding opslaan (Save Selected Image) of op Alle
gecorrigeerde afbeeldingen opslaan (Save All Corrected Images).
U kunt gecorrigeerde afbeeldingen opslaan als nieuwe bestanden.
Opmerking
Als u alleen de gewenste afbeelding wilt opslaan, klikt u op Geselecteerde afbeelding opslaan
(Save Selected Image). Als u alle afbeeldingen wilt opslaan, klikt u op Alle gecorrigeerde
afbeeldingen opslaan (Save All Corrected Images).
Gecorrigeerde afbeeldingen kunnen alleen worden opgeslagen in de bestandsindeling JPEG/
Exif.
7. Klik op Afsluiten (Exit).
Belangrijk
De correcties gaan verloren als u het programma afsluit voordat u gecorrigeerde afbeeldingen
hebt opgeslagen.
Naar boven
De functie Helderheid gezicht gebruiken
Pagina 182 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde software > Foto's
corrigeren en verbeteren > De functie Helderheid gezicht gebruiken
De functie Helderheid gezicht gebruiken
U kunt gezichten die als gevolg van een lichte achtergrond donker lijken, helderder maken.
Opmerking
U kunt donkere foto's als gevolg van een lichte achtergrond automatisch lichter maken door
Automatische fotocorrectie te selecteren.
Als de correctie niet voldoende is uitgevoerd, wordt aanbevolen om de functie Helderheid gezicht
toe te passen.
De functie Automatische fotocorrectie gebruiken
1. Selecteer foto's in het venster Afbeeldingen selecteren (Select Images) en klik op
(Afbeeldingen corrigeren/verbeteren).
Het venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images) wordt weergegeven.
Opmerking
U kunt het venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images) ook
weergeven door te klikken op
(Afbeeldingen corrigeren/verbeteren) in het venster Opmaak/
Afdrukken (Layout/Print) of Bewerken (Edit). In dat geval kan alleen de afbeelding worden
gecorrigeerd/verbeterd die in het voorbeeld wordt weergegeven.
Zie 'Venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images) ' voor meer
informatie over het venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images).
2. Selecteer de afbeelding die u wilt corrigeren in de lijst onder in het venster
Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images).
De afbeelding wordt weergegeven in Voorbeeld.
Opmerking
De functie Helderheid gezicht gebruiken
Pagina 183 van 486 pagina's
Als slechts één afbeelding is geselecteerd, verschijnt de miniatuur niet in het
voorbeeldgedeelte.
3. Klik op Handmatig (Manual) en vervolgens op Corrigeren/verbeteren (Correct/
Enhance).
4. Klik op Helderheid gezicht (Face Brightener).
Opmerking
U kunt het niveau van het effect wijzigen met de schuifregelaar onder Helderheid gezicht (Face
Brightener).
Beweeg de cursor over de afbeelding. De vorm van de muisaanwijzer verandert in
(Kruis).
5. Versleep de cursor om het gebied te selecteren dat u wilt corrigeren en klik op de
knop OK die op de afbeelding verschijnt.
De gehele afbeelding wordt bijgewerkt zodat het geselecteerde gedeelte met het gezicht helderder
wordt en de aanduiding
afbeelding.
(Correctie/verbetering) wordt weergegeven in de linkerbovenhoek van de
Opmerking
U kunt de rechthoek ook draaien door het geselecteerde gedeelte te verslepen.
Klik op Ongedaan maken (Undo) als u de bewerking ongedaan wilt maken.
6. Klik op Geselecteerde afbeelding opslaan (Save Selected Image) of op Alle
gecorrigeerde afbeeldingen opslaan (Save All Corrected Images).
U kunt gecorrigeerde afbeeldingen opslaan als nieuwe bestanden.
Opmerking
Als u alleen de gewenste afbeelding wilt opslaan, klikt u op Geselecteerde afbeelding opslaan
(Save Selected Image). Als u alle afbeeldingen wilt opslaan, klikt u op Alle gecorrigeerde
De functie Helderheid gezicht gebruiken
Pagina 184 van 486 pagina's
afbeeldingen opslaan (Save All Corrected Images).
Gecorrigeerde afbeeldingen kunnen alleen worden opgeslagen in de bestandsindeling JPEG/
Exif.
7. Klik op Afsluiten (Exit).
Belangrijk
De correcties gaan verloren als u het programma afsluit voordat u gecorrigeerde afbeeldingen
hebt opgeslagen.
Naar boven
De functie Gezicht scherper maken gebruiken
Pagina 185 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde software > Foto's
corrigeren en verbeteren > De functie Gezicht scherper maken gebruiken
De functie Gezicht scherper maken gebruiken
U kunt onscherpe gezichten op een foto scherper maken.
U kunt de functie voor het verscherpen van gezichten handmatig of automatisch uitvoeren.
1. Selecteer foto's in het venster Afbeeldingen selecteren (Select Images) en klik op
(Afbeeldingen corrigeren/verbeteren).
Het venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images) wordt weergegeven.
Opmerking
U kunt het venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images) ook
weergeven door te klikken op
(Afbeeldingen corrigeren/verbeteren) in het venster Opmaak/
Afdrukken (Layout/Print) of Bewerken (Edit). In dat geval kan alleen de afbeelding worden
gecorrigeerd/verbeterd die in het voorbeeld wordt weergegeven.
Zie 'Venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images) ' voor meer
informatie over het venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images).
2. Selecteer de afbeelding die u wilt corrigeren in de lijst onder in het venster
Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images).
De afbeelding wordt weergegeven in Voorbeeld.
Opmerking
Als slechts één afbeelding is geselecteerd, verschijnt de miniatuur niet in het
voorbeeldgedeelte.
Automatische correctie
De functie Gezicht scherper maken gebruiken
Pagina 186 van 486 pagina's
3. Zorg dat Auto is geselecteerd.
4. Klik op Gezicht scherper maken (Face Sharpener).
Opmerking
U kunt het niveau van het effect wijzigen met de schuifregelaar onder Gezicht scherper maken
(Face Sharpener).
5. Klik op OK.
Het gezicht wordt scherper gemaakt en de aanduiding
weergegeven in de linkerbovenhoek van de afbeelding.
(Correctie/Verbetering) wordt
Opmerking
(Vergelijken) om de afbeeldingen van voor en na de correctie naast elkaar weer te
Klik op
geven, zodat u het verschil kunt zien.
Klik op Geselecteerde afbeelding herstellen (Reset Selected Image) als u de bewerking
ongedaan wilt maken.
Als u de correctie op alle geselecteerde afbeeldingen tegelijk wilt toepassen, schakelt u het
selectievakje Op alle afbeeldingen toepassen (Apply to all images) in.
Handmatige correctie
3. Klik op Handmatig (Manual) en vervolgens op Corrigeren/verbeteren (Correct/
Enhance).
4. Klik op Gezicht scherper maken (Face Sharpener).
Opmerking
U kunt het niveau van het effect wijzigen met de schuifregelaar onder Gezicht scherper maken
(Face Sharpener).
Beweeg de cursor over de afbeelding. De vorm van de muisaanwijzer verandert in
(Kruis).
5. Versleep de cursor om het gebied te selecteren dat u wilt corrigeren en klik op de
knop OK die op de afbeelding verschijnt.
De functie Gezicht scherper maken gebruiken
Pagina 187 van 486 pagina's
De gezichtsdelen in en rond het geselecteerde gebied worden scherper gemaakt en de
aanduiding
afbeelding.
(Correctie/Verbetering) wordt weergegeven in de linkerbovenhoek van de
Opmerking
U kunt de rechthoek ook draaien door het geselecteerde gedeelte te verslepen.
Klik op Ongedaan maken (Undo) als u de bewerking ongedaan wilt maken.
6. Klik op Geselecteerde afbeelding opslaan (Save Selected Image) of op Alle
gecorrigeerde afbeeldingen opslaan (Save All Corrected Images).
U kunt gecorrigeerde afbeeldingen opslaan als nieuwe bestanden.
Opmerking
Als u alleen de gewenste afbeelding wilt opslaan, klikt u op Geselecteerde afbeelding opslaan
(Save Selected Image). Als u alle afbeeldingen wilt opslaan, klikt u op Alle gecorrigeerde
afbeeldingen opslaan (Save All Corrected Images).
Gecorrigeerde afbeeldingen kunnen alleen worden opgeslagen in de bestandsindeling JPEG/
Exif.
7. Klik op Afsluiten (Exit).
Belangrijk
De correcties gaan verloren als u het programma afsluit voordat u gecorrigeerde afbeeldingen
hebt opgeslagen.
Naar boven
De functie Gezicht digitaal effenen gebruiken
Pagina 188 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde software > Foto's
corrigeren en verbeteren > De functie Gezicht digitaal effenen gebruiken
De functie Gezicht digitaal effenen gebruiken
U kunt de huid verbeteren door oneffenheden en rimpels te verwijderen.
U kunt de functie voor het digitaal effenen van het gezicht handmatig of automatisch uitvoeren.
1. Selecteer foto's in het venster Afbeeldingen selecteren (Select Images) en klik op
(Afbeeldingen corrigeren/verbeteren).
Het venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images) wordt weergegeven.
Opmerking
U kunt het venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images) ook
weergeven door te klikken op
(Afbeeldingen corrigeren/verbeteren) in het venster Opmaak/
Afdrukken (Layout/Print) of Bewerken (Edit). In dat geval kan alleen de afbeelding worden
gecorrigeerd/verbeterd die in het voorbeeld wordt weergegeven.
Zie 'Venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images) ' voor meer
informatie over het venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images).
2. Selecteer de afbeelding die u wilt verbeteren in de lijst onder in het venster
Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images).
De afbeelding wordt weergegeven in Voorbeeld.
Opmerking
Als slechts één afbeelding is geselecteerd, verschijnt de miniatuur niet in het
voorbeeldgedeelte.
Automatisch verbeteren
De functie Gezicht digitaal effenen gebruiken
Pagina 189 van 486 pagina's
3. Zorg dat Auto is geselecteerd.
4. Klik op Gezicht digitaal effenen (Digital Face Smoothing).
Opmerking
U kunt het niveau van het effect wijzigen met de schuifregelaar onder Gezicht digitaal effenen
(Digital Face Smoothing).
5. Klik op OK.
Het gezicht wordt bijgewerkt en de aanduiding
linkerbovenhoek van de afbeelding.
(Correctie/verbetering) wordt weergegeven in de
Opmerking
(Vergelijken) om de afbeeldingen van voor en na de verbetering naast elkaar weer
Klik op
te geven, zodat u het verschil kunt zien.
Klik op Geselecteerde afbeelding herstellen (Reset Selected Image) als u de verbetering
ongedaan wilt maken.
Als u de verbetering op alle geselecteerde afbeeldingen tegelijk wilt toepassen, schakelt u het
selectievakje Op alle afbeeldingen toepassen (Apply to all images) in.
Handmatig verbeteren
3. Klik op Handmatig (Manual) en vervolgens op Corrigeren/verbeteren (Correct/
Enhance).
4. Klik op Gezicht digitaal effenen (Digital Face Smoothing).
Opmerking
U kunt het niveau van het effect wijzigen met de schuifregelaar onder Gezicht digitaal effenen
(Digital Face Smoothing).
Beweeg de cursor over de afbeelding. De vorm van de muisaanwijzer verandert in
(Kruis).
5. Versleep de cursor om het gebied te selecteren dat u wilt verbeteren en klik op de
knop OK die op de afbeelding verschijnt.
De functie Gezicht digitaal effenen gebruiken
Pagina 190 van 486 pagina's
Het deel van het gezicht in en rond het geselecteerde gedeelte wordt bijgewerkt en de aanduiding
(Correctie/verbetering) wordt weergegeven in de linkerbovenhoek van de afbeelding.
Opmerking
U kunt de rechthoek ook draaien door het geselecteerde gedeelte te verslepen.
Klik op Ongedaan maken (Undo) als u de bewerking ongedaan wilt maken.
6. Klik op Geselecteerde afbeelding opslaan (Save Selected Image) of op Alle
gecorrigeerde afbeeldingen opslaan (Save All Corrected Images).
U kunt verbeterde afbeeldingen opslaan als nieuwe bestanden.
Opmerking
Als u alleen de gewenste afbeelding wilt opslaan, klikt u op Geselecteerde afbeelding opslaan
(Save Selected Image). Als u alle afbeeldingen wilt opslaan, klikt u op Alle gecorrigeerde
afbeeldingen opslaan (Save All Corrected Images).
Verbeterde afbeeldingen kunnen alleen worden opgeslagen in de bestandsindeling JPEG/Exif.
7. Klik op Afsluiten (Exit).
Belangrijk
De verbeteringen gaan verloren als u het programma afsluit voordat u verbeterde afbeeldingen
hebt opgeslagen.
Naar boven
De functie Vlekken verwijderen gebruiken
Pagina 191 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde software > Foto's
corrigeren en verbeteren > De functie Vlekken verwijderen gebruiken
De functie Vlekken verwijderen gebruiken
U kunt moedervlekjes verwijderen.
1. Selecteer foto's in het venster Afbeeldingen selecteren (Select Images) en klik op
(Afbeeldingen corrigeren/verbeteren).
Het venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images) wordt weergegeven.
Opmerking
U kunt het venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images) ook
weergeven door te klikken op
(Afbeeldingen corrigeren/verbeteren) in het venster Opmaak/
Afdrukken (Layout/Print) of Bewerken (Edit). In dat geval kan alleen de afbeelding worden
gecorrigeerd/verbeterd die in het voorbeeld wordt weergegeven.
Zie 'Venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images) ' voor meer
informatie over het venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images).
2. Selecteer de afbeelding die u wilt verbeteren in de lijst onder in het venster
Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images).
De afbeelding wordt weergegeven in Voorbeeld.
Opmerking
Als slechts één afbeelding is geselecteerd, verschijnt de miniatuur niet in het
voorbeeldgedeelte.
3. Klik op Handmatig (Manual) en vervolgens op Corrigeren/verbeteren (Correct/
Enhance).
4. Klik Vlekken verwijderen (Blemish Remover).
De functie Vlekken verwijderen gebruiken
Pagina 192 van 486 pagina's
Opmerking
Beweeg de cursor over de afbeelding. De vorm van de muisaanwijzer verandert in
(Kruis).
5. Versleep de cursor om het gebied te selecteren dat u wilt verbeteren en klik op de
knop OK die op de afbeelding verschijnt.
Vlekjes in en rond het geselecteerde gebied worden bijgewerkt en de aanduiding
verbetering) wordt weergegeven in de linkerbovenhoek van de afbeelding.
(Correctie/
Opmerking
Klik op Ongedaan maken (Undo) als u de bewerking ongedaan wilt maken.
6. Klik op Geselecteerde afbeelding opslaan (Save Selected Image) of op Alle
gecorrigeerde afbeeldingen opslaan (Save All Corrected Images).
U kunt verbeterde afbeeldingen opslaan als nieuwe bestanden.
Opmerking
Als u alleen de gewenste afbeelding wilt opslaan, klikt u op Geselecteerde afbeelding opslaan
(Save Selected Image). Als u alle afbeeldingen wilt opslaan, klikt u op Alle gecorrigeerde
afbeeldingen opslaan (Save All Corrected Images).
Verbeterde afbeeldingen kunnen alleen worden opgeslagen in de bestandsindeling JPEG/Exif.
7. Klik op Afsluiten (Exit).
Belangrijk
De verbeteringen gaan verloren als u het programma afsluit voordat u verbeterde afbeeldingen
hebt opgeslagen.
Naar boven
Afbeeldingen aanpassen
Pagina 193 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde software > Foto's
corrigeren en verbeteren > Afbeeldingen aanpassen
Afbeeldingen aanpassen
U kunt de helderheid, het contrast en dergelijke van afbeeldingen aanpassen.
1. Selecteer foto's in het venster Afbeeldingen selecteren (Select Images) en klik op
(Afbeeldingen corrigeren/verbeteren).
Het venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images) wordt weergegeven.
Opmerking
U kunt het venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images) ook
weergeven door te klikken op
(Afbeeldingen corrigeren/verbeteren) in het venster Opmaak/
Afdrukken (Layout/Print) of Bewerken (Edit). In dat geval kan alleen de afbeelding worden
gecorrigeerd/verbeterd die in het voorbeeld wordt weergegeven.
Zie 'Venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images) ' voor meer
informatie over het venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images).
2. Selecteer de afbeelding die u wilt aanpassen in de lijst onder in het venster
Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images).
De afbeelding wordt weergegeven in Voorbeeld.
Opmerking
Als slechts één afbeelding is geselecteerd, verschijnt de miniatuur niet in het
voorbeeldgedeelte.
3. Klik op Handmatig (Manual) en vervolgens op Aanpassen (Adjust).
4. Verplaats de schuifregelaar van het item dat u wilt aanpassen en stel het niveau van
het effect in.
Afbeeldingen aanpassen
Pagina 194 van 486 pagina's
U kunt de volgende eigenschappen aanpassen:
Helderheid (Brightness)
Contrast
Scherpte (Sharpness)
Vervagen (Blur)
Doorschijnendheid verwijderen (Show-through Removal)
Opmerking
Klik op Standaard (Defaults) als u aanpassingen ongedaan wilt maken.
5. Klik op Geselecteerde afbeelding opslaan (Save Selected Image) of op Alle
gecorrigeerde afbeeldingen opslaan (Save All Corrected Images).
U kunt aangepaste afbeeldingen opslaan als nieuwe bestanden.
Opmerking
Als u alleen de gewenste afbeelding wilt opslaan, klikt u op Geselecteerde afbeelding opslaan
(Save Selected Image). Als u alle afbeeldingen wilt opslaan, klikt u op Alle gecorrigeerde
afbeeldingen opslaan (Save All Corrected Images).
Aangepaste afbeeldingen kunnen alleen worden opgeslagen in de bestandsindeling JPEG/
Exif.
6. Klik op Afsluiten (Exit).
Belangrijk
De aanpassingen gaan verloren als u het programma afsluit voordat u aangepaste
afbeeldingen hebt opgeslagen.
Naar boven
Venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images)
Pagina 195 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde software > Foto's
corrigeren en verbeteren > Venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images)
Venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance
Images)
In dit venster kunt u afbeeldingen corrigeren en verbeteren.
Klik om het venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images) weer te geven op
(Afbeeldingen corrigeren/verbeteren) in het venster Afbeeldingen selecteren (Select Images) of
Bewerken (Edit) of in het venster Opmaak/Afdrukken (Layout/Print) van Photo Print.
(1)Werkbalk
Werkbalk
(Inzoomen/Uitzoomen)
Hiermee vergroot of verkleint u het voorbeeld van de pagina.
(Volledig scherm)
Hiermee geeft u de hele afbeelding weer in Voorbeeld
(Vergelijken)
Hiermee geeft u het venster Afbeeldingen vergelijken (Compare Images) weer. U kunt hier de
afbeeldingen van voor en na de correctie/verbetering naast elkaar vergelijken.
De afbeelding voor de correctie/verbetering wordt links weergegeven en de afbeelding na de
correctie/verbetering wordt rechts weergegeven.
Venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images)
Pagina 196 van 486 pagina's
(2)Taakgebied
Op de tabbladen Auto en Handmatig (Manual) zijn verschillende taken en instellingen beschikbaar.
Klik op Auto of Handmatig (Manual) om het betreffende tabblad te openen.
Tabblad Auto
Selecteer dit tabblad om correcties automatisch toe te passen.
Automatische fotocorrectie (Auto Photo Fix)
Hiermee worden automatische fotocorrecties toegepast.
Belangrijk
De functie Automatische fotocorrectie (Auto Photo Fix) is niet beschikbaar voor Photo Print. Met
Photo Print kunt u automatisch correcties toepassen op alle foto's die u afdrukt. Selecteer deze
optie bij Kleurcorrectie voor afdrukken (Color correction for printing) op het tabblad
Geavanceerd (Advanced) in het dialoogvenster Voorkeuren (Preferences). Als u het
dialoogvenster Voorkeuren (Preferences) wilt weergeven, klikt u op de knop
(Instellingen)
in het venster Opmaak/Afdrukken (Layout/Print) of selecteert u Voorkeuren... (Preferences...) uit
het menu Bestand (File).
Venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images)
Pagina 197 van 486 pagina's
Voorrang geven aan Exif-info (Prioritize Exif Info)
Schakel dit selectievakje in om correcties toe te passen die voornamelijk zijn gebaseerd op de
instellingen die waren geselecteerd op het moment van vastleggen.
Schakel dit selectievakje uit om correcties toe te passen op basis van de resultaten van de
afbeeldingsanalyse. Deze instelling wordt aanbevolen.
Opmerking
Exif is een standaardindeling waarmee u verschillende opnamegegevens kunt toevoegen
aan afbeeldingen van digitale camera's (JPEG).
Bij Photo Print kunt u geschikte correcties ook toepassen op basis van Exif-informatie door
Automatische fotocorrectie inschakelen (Enable Auto Photo Fix) te selecteren bij
Kleurcorrectie voor afdrukken (Color correction for printing) op het tabblad Geavanceerd
(Advanced) van het dialoogvenster Voorkeuren (Preferences) en het selectievakje Voorrang
geven aan Exif-info (Prioritize Exif Info) aan te vinken.
Correctie rode ogen (Red-Eye Correction)
Hiermee worden rode ogen gecorrigeerd.
Opmerking
Voor Photo Print kunt u rode ogen ook corrigeren door Automatische fotocorrectie inschakelen
(Enable Auto Photo Fix) te selecteren bij Kleurcorrectie voor afdrukken (Color correction for
printing) op het tabblad Geavanceerd (Advanced) van het dialoogvenster Voorkeuren
(Preferences) en het selectievakje Correctie rode ogen inschakelen (Enable Red-Eye
Correction) aan te vinken.
Gezicht scherper maken (Face Sharpener)
Hiermee kunt u onscherpe gezichten verscherpen.
Geef met de schuifregelaar het niveau van het effect op.
Gezicht digitaal effenen (Digital Face Smoothing)
Hiermee kunt u de huid verbeteren door oneffenheden en rimpels te verwijderen.
Geef met de schuifregelaar het niveau van het effect op.
Op alle afbeeldingen toepassen (Apply to all images)
Wanneer u deze optie selecteert, worden alle afbeeldingen in de lijst automatisch gecorrigeerd.
OK
Hiermee past u het geselecteerde effect toe op de geselecteerde afbeelding of op alle
afbeeldingen.
Geselecteerde afbeelding herstellen (Reset Selected Image)
Hiermee annuleert u alle correcties en verbeteringen die u op de geselecteerde afbeelding hebt
toegepast.
Geselecteerde afbeelding opslaan (Save Selected Image)
Hiermee wordt de geselecteerde afbeelding met correcties en verbeteringen opgeslagen.
Alle gecorrigeerde afbeeldingen opslaan (Save All Corrected Images)
Hiermee worden alle afbeeldingen met correcties en verbeteringen die worden weergegeven in de
lijst opgeslagen.
Afsluiten (Exit)
Klik hierop om het venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images) af te
sluiten.
Tabblad Handmatig
Selecteer dit tabblad om afbeeldingen handmatig te corrigeren.
Gebruik Aanpassen (Adjust) om de helderheid en het contrast aan te passen of om de hele afbeelding
scherper te maken.
Gebruik Corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance) als u specifieke gedeelten wilt corrigeren/verbeteren.
Aanpassen
Venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images)
Pagina 198 van 486 pagina's
Helderheid (Brightness)
De algemene helderheid van de afbeelding wordt aangepast.
Verplaats de schuifregelaar naar links om de afbeelding donkerder te maken en naar rechts om
deze lichter te maken.
Contrast
Het contrast van de afbeelding wordt aangepast. Als de afbeelding flets is vanwege gebrek aan
contrast, kunt u het contrastniveau aanpassen.
Verplaats de schuifregelaar naar links om het contrast van de afbeelding te verlagen en naar rechts
om het te verhogen.
Scherpte (Sharpness)
Versterkt de contouren van onderwerpen om de afbeelding scherper te maken. Pas de scherpte
aan als de foto onscherp is of tekst vaag leesbaar is.
Verplaats de schuifregelaar naar rechts om de afbeelding scherper te maken.
Vervagen (Blur)
Vervaagt de contouren van onderwerpen om de afbeelding een zachtere uitstraling te geven.
Verplaats de schuifregelaar naar rechts om de afbeelding te vervagen.
Doorschijnendheid verwijderen (Show-through Removal)
Verwijdert doorschijnendheid van tekst of de basiskleur door de achterkant. Pas het niveau van
doorschijnendheid aan om te voorkomen dat tekst of de basiskleur van de achterkant van een dun
document doorschijnt op de voorkant.
Verplaats de schuifregelaar naar rechts om doorschijnendheid meer te verwijderen.
Standaard (Defaults)
Hiermee herstelt u de standaardwaarden voor alle aanpassingen (helderheid, contrast, scherpte,
vervagen en doorschijnendheid verwijderen).
Geselecteerde afbeelding herstellen (Reset Selected Image)
Hiermee annuleert u alle aanpassingen die u op de geselecteerde afbeelding hebt toegepast.
Geselecteerde afbeelding opslaan (Save Selected Image)
Hiermee wordt de geselecteerde afbeelding in de lijst met toegepaste verbeteringen opgeslagen.
Alle gecorrigeerde afbeeldingen opslaan (Save All Corrected Images)
Hiermee worden alle afbeeldingen met verbeteringen die worden weergegeven in de lijst
opgeslagen.
Afsluiten (Exit)
Klik hierop om het venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images) af te
sluiten.
Venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images)
Pagina 199 van 486 pagina's
Corrigeren/verbeteren
Correctie rode ogen (Red-Eye Correction)
Hiermee worden rode ogen gecorrigeerd.
U kunt het gedeelte opgeven waarop u het effect wilt toepassen. Geef met de schuifregelaar het
niveau van het effect op.
Opmerking
Voor Photo Print worden rode ogen automatisch gecorrigeerd als Automatische fotocorrectie
inschakelen (Enable Auto Photo Fix) is geselecteerd in Kleurcorrectie voor afdrukken (Color
correction for printing) op het tabblad Geavanceerd (Advanced) van het dialoogvenster
Voorkeuren (Preferences) en het selectievakje Correctie rode ogen inschakelen (Enable RedEye Correction) is ingeschakeld. Schakel het selectievakje uit als u de automatische correctie
wilt uitschakelen.
Helderheid gezicht (Face Brightener)
Hiermee wordt de hele afbeelding gecorrigeerd, zodat het geselecteerde deel van het gezicht
helderder wordt.
Geef met de schuifregelaar het niveau van het effect op.
Gezicht scherper maken (Face Sharpener)
Hiermee kunt u onscherpe gezichten verscherpen.
U kunt het gedeelte opgeven waarop u het effect wilt toepassen. Geef met de schuifregelaar het
niveau van het effect op.
Gezicht digitaal effenen (Digital Face Smoothing)
Hiermee kunt u de huid verbeteren door oneffenheden en rimpels te verwijderen.
U kunt het gedeelte opgeven waarop u het effect wilt toepassen. Geef met de schuifregelaar het
niveau van het effect op.
Vlekken verwijderen (Blemish Remover)
Hiermee kunt u moedervlekjes verwijderen.
U kunt het gedeelte opgeven waarop u het effect wilt toepassen.
OK
Hiermee past u het geselecteerde effect toe op het opgegeven gebied.
Ongedaan maken (Undo)
Hiermee wordt de laatste correctie/verbetering geannuleerd.
Geselecteerde afbeelding herstellen (Reset Selected Image)
Hiermee annuleert u alle correcties en verbeteringen die u op de geselecteerde afbeelding hebt
Venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images)
Pagina 200 van 486 pagina's
toegepast.
Geselecteerde afbeelding opslaan (Save Selected Image)
Hiermee wordt de geselecteerde afbeelding met correcties en verbeteringen opgeslagen.
Alle gecorrigeerde afbeeldingen opslaan (Save All Corrected Images)
Hiermee worden alle afbeeldingen met correcties en verbeteringen die worden weergegeven in de
lijst opgeslagen.
Afsluiten (Exit)
Klik hierop om het venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images) af te
sluiten.
Naar boven
Vragen en antwoorden
Pagina 201 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde software > Vragen en
antwoorden
Vragen en antwoorden
Hoe kan ik het opgeslagen bestand verplaatsen (of kopiëren)?
Welke zijde van de weergegeven afbeelding wordt het eerst afgedrukt?
Hoe kan ik met gelijke marges afdrukken?
Wat is O1 of O4?
Naar boven
Hoe kan ik het opgeslagen bestand verplaatsen (of kopiëren)?
Pagina 202 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde software > Vragen en
antwoorden > Hoe kan ik het opgeslagen bestand verplaatsen (of kopiëren)?
Hoe kan ik het opgeslagen bestand verplaatsen (of kopiëren)?
Als u een bestand dat is gemaakt en opgeslagen met Easy-PhotoPrint EX wilt verplaatsen (of kopiëren)
van de ene map naar de andere, moet u ook de map verplaatsen (of kopiëren) die automatisch is
gemaakt toen het bestand werd opgeslagen.
Als u bijvoorbeeld een bestand opslaat met de naam "MijnAlbum.el1", wordt automatisch een map
"MijnAlbum.el1.Data" gemaakt in de map waarin het bestand "MijnAlbum.el1" zich bevindt. Als u het
bestand "MijnAlbum.el1" naar een andere map wilt verplaatsen (of kopiëren), moet u ook de map
"MijnAlbum.el1.Data" verplaatsen. De map "MijnAlbum.el1.Data" bevat de foto's die in het album worden
gebruikt.
Opmerking
De pictogrammen variëren, afhankelijk van de items.
Belangrijk
Wijzig de naam van de map Data niet, anders kunt u geen foto's weergeven die u hebt bewerkt met
Easy-PhotoPrint EX.
Naar boven
Welke zijde van de weergegeven afbeelding wordt het eerst afgedrukt?
Pagina 203 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde software > Vragen en
antwoorden > Welke zijde van de weergegeven afbeelding wordt het eerst afgedrukt?
Welke zijde van de weergegeven afbeelding wordt het eerst
afgedrukt?
Zoals hieronder wordt weergegeven, wordt het afdrukken gestart aan de linkerkant van de afbeelding die
in het venster Opmaak/Afdrukken (Layout/Print) wordt weergegeven.
Het papier wordt uitgevoerd in de richting die door de pijl wordt aangegeven.
Raadpleeg de handleiding van de printer voor meer informatie over het plaatsen van papier voor
afdrukken op de voorzijde/achterzijde en dergelijke.
Naar boven
Hoe kan ik met gelijke marges afdrukken?
Pagina 204 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde software > Vragen en
antwoorden > Hoe kan ik met gelijke marges afdrukken?
Hoe kan ik met gelijke marges afdrukken?
Wanneer u een indeling met randen kiest, is het mogelijk dat de marges links en rechts of boven en
onder niet gelijk zijn, afhankelijk van de afbeelding en de printer.
Als u altijd wilt afdrukken met gelijke marges, schakelt u het selectievakje Altijd bijsnijden wanneer u een
indeling met marges selecteert (Always crop images when selecting a layout with margins) in op het
tabblad Geavanceerd (Advanced) van het dialoogvenster Voorkeuren (Preferences).
Als u het dialoogvenster Voorkeuren (Preferences) wilt weergeven, klikt u op de knop
(Instellingen)
in het venster Opmaak/Afdrukken (Layout/Print) of selecteert u Voorkeuren... (Preferences...) uit het menu
Bestand (File).
Snijd de foto bij om gelijke marges te krijgen.
Foto's bijsnijden (Photo Print)
Opmerking
Deze instelling is alleen beschikbaar voor Photo Print.
Naar boven
Wat is O1 of O4?
Pagina 205 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde software > Vragen en
antwoorden > Wat is O1 of O4?
Wat is O1 of O4?
Wanneer een album wordt afgedrukt, worden labels als O1 en O4 afgedrukt als paginanummers.
De O1 en O4 staan respectievelijk voor voorblad en achteromslag.
O1: Voorblad
O2: Binnenkant voorblad
O3: Binnenzijde achteromslag
O4: Achteromslag
Naar boven
Instellingen voor Photo Print
Pagina 206 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde software > Instellingen voor
Photo Print
Instellingen voor Photo Print
Levendige foto's afdrukken
Ruis in foto's reduceren
Foto's bijsnijden (Photo Print)
Een datum op foto's afdrukken (Photo Print)
Meerdere foto's op één pagina afdrukken
Een index afdrukken
Pasfoto's afdrukken (ID Photo Print)
Fotogegevens afdrukken
Foto's opslaan
Opgeslagen bestanden openen
Naar boven
Levendige foto's afdrukken
Pagina 207 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde software > Instellingen voor
Photo Print > Levendige foto's afdrukken
Levendige foto's afdrukken
Schakel het selectievakje Vivid Photo in het venster Papier selecteren (Select Paper) in als u de kleuren
in een foto wilt verlevendigen voordat u deze afdrukt.
Belangrijk
Deze functie is alleen beschikbaar voor printers die Vivid Photo ondersteunen.
Deze functie is niet beschikbaar als ICC-profiel inschakelen (Enable ICC Profile) is geselecteerd
op het tabblad Geavanceerd (Advanced) van het dialoogvenster Voorkeuren (Preferences).
Opmerking
Als u Vivid Photo selecteert, is dit alleen van invloed op de afdruk. De oorspronkelijke afbeelding of
het afdrukvoorbeeld blijft ongewijzigd.
Naar boven
Ruis in foto's reduceren
Pagina 208 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde software > Instellingen voor
Photo Print > Ruis in foto's reduceren
Ruis in foto's reduceren
Een foto die op een donkere locatie (bijvoorbeeld 's nachts) met een digitale camera is gemaakt, kan
ruis bevatten.
Schakel het selectievakje Ruisreductie in foto (Photo Noise Reduction) in het venster Papier selecteren
(Select Paper) in om ruis in de foto te verminderen en de afgedrukte foto's helderder te maken.
Belangrijk
Deze functie is niet beschikbaar als ICC-profiel inschakelen (Enable ICC Profile) is geselecteerd
op het tabblad Geavanceerd (Advanced) van het dialoogvenster Voorkeuren (Preferences).
Opmerking
Bij veel ruis wijzigt u Normaal (Normal) in Krachtig (Strong).
Deze functie heeft alleen effect op het afdrukresultaat. De oorspronkelijke afbeelding of het
afdrukvoorbeeld blijft ongewijzigd.
Naar boven
Foto's bijsnijden (Photo Print)
Pagina 209 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde software > Instellingen voor
Photo Print > Foto's bijsnijden (Photo Print)
Foto's bijsnijden (Photo Print)
Bij het bijsnijden van foto's selecteert u het deel dat u wilt behouden en wordt de rest verwijderd.
(Afbeelding bijsnijden) in het scherm Opmaak/Afdrukken (Layout/Print) of dubbelklik op de
Klik op
voorbeeldafbeelding.
Plaats het witte kader over het gedeelte dat u wilt afdrukken en klik op OK.
Opmerking
U kunt het bijsnijdgebied ook verplaatsen door de cursor in het witte kader te plaatsen en dit te
verslepen. Versleep de witte lijnen om het bijsnijdgebied te vergroten of verkleinen.
Schakel het selectievakje De regel van drie (The Rule of Thirds) in om witte streepjeslijnen weer te
geven. U kunt een evenwichtige compositie maken door een van de kruispunten (witte vierkantjes)
of witte streepjeslijnen naar het hoofdonderwerp van de foto te verslepen.
Foto's bijsnijden (Photo Print)
Pagina 210 van 486 pagina's
Het bijsnijden heeft alleen effect op het afdrukresultaat. De oorspronkelijke afbeelding wordt niet
bijgesneden.
Raadpleeg de Help voor meer informatie over het venster Bijsnijden (Crop).
Naar boven
Een datum op foto's afdrukken (Photo Print)
Pagina 211 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde software > Instellingen voor
Photo Print > Een datum op foto's afdrukken (Photo Print)
Een datum op foto's afdrukken (Photo Print)
Als u de datum waarop de foto is gemaakt op de foto wilt afdrukken, klikt u op de knop
(Datuminstellingen) in het venster Opmaak/Afdrukken (Layout/Print) en schakelt u vervolgens het
selectievakje Afdrukdatum (Print Date) in het dialoogvenster Datuminstellingen (Date Settings) in.
Opmerking
De datum wordt weergegeven volgens de datumnotatie die is ingesteld in uw besturingssysteem
(mm-dd-jjjj, enzovoort).
Raadpleeg de Help voor meer informatie over het instellen van de datum.
Naar boven
Meerdere foto's op één pagina afdrukken
Pagina 212 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde software > Instellingen voor
Photo Print > Meerdere foto's op één pagina afdrukken
Meerdere foto's op één pagina afdrukken
U kunt meerdere foto's op één pagina afdrukken door een indeling met meerdere foto's te selecteren in
het venster Opmaak/Afdrukken (Layout/Print).
Opmerking
Zie het volgende onderwerp voor meer informatie over het selecteren van foto's.
Een foto selecteren
De aantallen foto's en indelingen kunnen per mediumtype variëren.
De foto's worden als volgt gerangschikt.
Voorbeeld: Geen randen (x4)
U kunt de afdrukvolgorde wijzigen bij Afdrukvolgorde (Printing Order) op het tabblad Afdrukken
(Print) in het dialoogvenster Voorkeuren (Preferences).
U kunt hier kiezen uit Op datum (By Date), Op naam (By Name) en Op selectie (By Selection).
Als u het dialoogvenster Voorkeuren (Preferences) wilt weergeven, klikt u op
selecteert u Voorkeuren... (Preferences...) in het menu Bestand (File).
(Instellingen) of
Naar boven
Een index afdrukken
Pagina 213 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde software > Instellingen voor
Photo Print > Een index afdrukken
Een index afdrukken
U kunt een index afdrukken van geselecteerde foto's. Op een indexafdruk worden de miniaturen van de
foto's weergegeven op één pagina. Dit is een handige manier om uw foto's te beheren.
Als u een index wilt afdrukken, selecteert u Index uit de indelingen in het venster Opmaak/Afdrukken
(Layout/Print).
Belangrijk
U kunt geen index afdrukken als u een van de volgende papierformaten hebt geselecteerd.
- Creditcard
- Fine Art A4
- Fine Art A3
- Fine Art A3+
- Fine Art Letter
U kunt maximaal 80 afbeeldingen afdrukken op één pagina.
Opmerking
Zie het volgende onderwerp voor meer informatie over het selecteren van foto's.
Een foto selecteren
De foto's worden als volgt gerangschikt.
Voorbeeld: Index (x20)
U kunt de afdrukvolgorde wijzigen bij Afdrukvolgorde (Printing Order) op het tabblad Afdrukken
Een index afdrukken
Pagina 214 van 486 pagina's
(Print) in het dialoogvenster Voorkeuren (Preferences).
U kunt hier kiezen uit Op datum (By Date), Op naam (By Name) en Op selectie (By Selection).
Als u het dialoogvenster Voorkeuren (Preferences) wilt weergeven, klikt u op
selecteert u Voorkeuren... (Preferences...) in het menu Bestand (File).
(Instellingen) of
Naar boven
Pasfoto's afdrukken (ID Photo Print)
Pagina 215 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde software > Instellingen voor
Photo Print > Pasfoto's afdrukken (ID Photo Print)
Pasfoto's afdrukken (ID Photo Print)
U kunt verschillende pasfoto's afdrukken.
Belangrijk
De foto is mogelijk niet geschikt als een officiële pasfoto.
Raadpleeg voor meer informatie de instantie waarvoor u de foto wilt gebruiken.
Als u pasfoto's wilt afdrukken, selecteert u 4"x6" 10x15cm bij Papierformaat (Paper Size) in het venster
Papier selecteren (Select Paper) en selecteert u een indeling voor de pasfoto uit de indelingen in het
venster Opmaak/Afdrukken (Layout/Print).
Opmerking
Zie het volgende onderwerp voor meer informatie over het selecteren van foto's.
Een foto selecteren
De foto's worden als volgt gerangschikt.
Voorbeeld: ID-foto 3.5 x 4.5 cm
U kunt de afdrukvolgorde wijzigen bij Afdrukvolgorde (Printing Order) op het tabblad Afdrukken
(Print) in het dialoogvenster Voorkeuren (Preferences).
U kunt hier kiezen uit Op datum (By Date), Op naam (By Name) en Op selectie (By Selection).
Als u het dialoogvenster Voorkeuren (Preferences) wilt weergeven, klikt u op
selecteert u Voorkeuren... (Preferences...) in het menu Bestand (File).
(Instellingen) of
Pasfoto's afdrukken (ID Photo Print)
Pagina 216 van 486 pagina's
Pasfoto's kunnen alleen worden afgedrukt op papier van 10x15 cm.
Naar boven
Fotogegevens afdrukken
Pagina 217 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde software > Instellingen voor
Photo Print > Fotogegevens afdrukken
Fotogegevens afdrukken
U kunt de foto en de Exif-informatie naast elkaar afdrukken.
Als u ze wilt afdrukken, selecteert u Letter 8,5"x11" of A4 bij Papierformaat (Paper Size) in het venster
Papier selecteren (Select Paper) en selecteert u Opnamegegevens (Captured Info) uit de indelingen in
het venster Opmaak/Afdrukken (Layout/Print).
Opmerking
Zie het volgende onderwerp voor meer informatie over het selecteren van foto's.
Een foto selecteren
Deze functie is alleen beschikbaar voor de papierformaten Letter 8,5"x11" en A4.
Naar boven
Foto's opslaan
Pagina 218 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde software > Instellingen voor
Photo Print > Foto's opslaan
Foto's opslaan
U kunt bewerkte foto's opslaan. De gegevens over het bijsnijden en de indeling kunnen worden
opgeslagen.
Klik op Opslaan (Save) in het venster Opmaak/Afdrukken (Layout/Print).
Wanneer het dialoogvenster Opslaan als (Save As) wordt weergegeven, geeft u de locatie en de
bestandsnaam op en klikt u op Opslaan (Save).
Belangrijk
Als u een opgeslagen bestand bewerkt en opnieuw opslaat, wordt het bestand overschreven.
Als u een bestand opnieuw wilt opslaan onder een nieuwe naam of op een andere locatie,
selecteert u Opslaan als... (Save As...) in het menu Bestand (File) en slaat u het bestand op.
Opmerking
Opslaan (Save) wordt niet weergegeven in de vensters Afbeeldingen selecteren (Select Images) en
Papier selecteren (Select Paper).
Naar boven
Opgeslagen bestanden openen
Pagina 219 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde software > Instellingen voor
Photo Print > Opgeslagen bestanden openen
Opgeslagen bestanden openen
U kunt bestanden openen die zijn gemaakt met Easy-PhotoPrint EX.
1. Klik bij Menu op Bibliotheek (Library).
Het dialoogvenster Openen (Open) wordt weergegeven.
U kunt bestanden die zijn gemaakt en opgeslagen met Easy-PhotoPrint EX bekijken in de
pictogramweergave (alleen voor Windows Vista) of de miniatuurweergave.
Belangrijk
Wanneer u de 64-bits versie van Windows Vista of Windows XP gebruikt, kan de inhoud van
bestanden niet worden weergegeven in de Verkenner.
2. Selecteer het bestand dat u wilt openen en klik op Openen (Open).
Het venster Opmaak/Afdrukken (Layout/Print) wordt weergegeven.
Opmerking
De volgende bestandsindeling (extensie) wordt ondersteund door Easy-PhotoPrint EX.
- Easy-PhotoPrint EX Photo Print-bestand (.el6)
3. Bewerk het bestand indien nodig.
Opmerking
U kunt bestanden die zijn gemaakt met Easy-PhotoPrint EX niet alleen openen via Bibliotheek
(Library) in Menu, maar ook op de volgende manieren.
- Dubbelklik of klik op het bestand.
- Klik in het menu Bestand (File) op Openen... (Open...) en selecteer het bestand dat u wilt
Opgeslagen bestanden openen
Pagina 220 van 486 pagina's
bewerken.
U kunt een onlangs geopend bestand ook openen door op de bestandsnaam te klikken in het
menu Bestand (File).
Naar boven
Overige instellingen
Pagina 221 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde software > Overige
instellingen
Overige instellingen
Indeling wijzigen
Achtergrond wijzigen
Foto's toevoegen
Positie van foto's verwisselen
Foto's vervangen
Positie, hoek en formaat van foto's wijzigen
Foto's bijsnijden
Foto's in kader plaatsen
Een datum op foto's afdrukken
Opmerkingen aan foto's toevoegen
Tekst aan foto's toevoegen
Opslaan
Feestdagen instellen
Kalenderweergave instellen
Opgeslagen bestanden openen
Naar boven
Indeling wijzigen
Pagina 222 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde software > Overige
instellingen > Indeling wijzigen
Indeling wijzigen
U kunt de indeling van elke pagina afzonderlijk wijzigen.
Selecteer de pagina waarvan u de opmaak wilt veranderen in het venster Bewerken (Edit), en klik
vervolgens op
(Opmaak wijzigen).
Selecteer de opmaak die u wilt gebruiken in het dialoogvenster Opmaak wijzigen (Change Layout) en
klik op OK.
Album
Belangrijk
Als de nieuwe opmaak een ander aantal kaders bevat dan de huidige opmaak, gebeurt het
volgende:
Als het aantal kaders : De afbeeldingen van de volgende pagina's worden naar voren gehaald
om alle kaders in de nieuwe opmaak te vullen.
is verhoogd
Als het aantal kaders : Pagina's met de nieuwe opmaak worden toegevoegd tot alle
is verlaagd
afbeeldingen op de pagina's met de huidige opmaak passen.
Als u voor het voorblad of de achteromslag een andere indeling kiest die minder kaders bevat,
worden afbeeldingen die niet in de nieuwe opmaak passen verwijderd, te beginnen met de
afbeelding die als laatste is toegevoegd aan de eerdere opmaakpagina.
Opmerking
De indelingen die u kunt selecteren, zijn afhankelijk van Papierformaat (Paper Size), Afdrukstand
(Orientation) of het type pagina dat u hebt geselecteerd (voorblad, binnenste pagina's of
achteromslag).
Schakel het selectievakje Toepassen op alle pagina's (Apply to all pages) in als u de indeling van
alle pagina's wilt wijzigen in de nieuwe indeling.
Kalender
Indeling wijzigen
Pagina 223 van 486 pagina's
Belangrijk
De opmaak van alle pagina's wordt gewijzigd in de geselecteerde opmaak.
Alle afbeeldingen die niet in de nieuwe opmaak passen, worden op de laatste pagina verzameld.
Opmerking
De indelingen die u kunt selecteren, zijn afhankelijk van het Papierformaat (Paper Size) en de
Afdrukstand (Orientation).
Opmaak afdrukken
Belangrijk
Als de nieuwe opmaak een ander aantal kaders bevat dan de huidige opmaak, gebeurt het
volgende:
Als het aantal kaders : De afbeeldingen van de volgende pagina's worden naar voren gehaald
om alle kaders in de nieuwe opmaak te vullen.
is verhoogd
Als het aantal kaders
is verlaagd
: Pagina's met de nieuwe opmaak worden toegevoegd tot alle
afbeeldingen op de pagina's met de huidige opmaak passen.
Opmerking
De indelingen die u kunt selecteren, zijn afhankelijk van het Papierformaat (Paper Size) en de
Afdrukstand (Orientation).
Schakel het selectievakje Toepassen op alle pagina's (Apply to all pages) in als u de indeling van
alle pagina's wilt wijzigen in de nieuwe indeling.
Indeling wijzigen
Pagina 224 van 486 pagina's
Naar boven
Achtergrond wijzigen
Pagina 225 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde software > Overige
instellingen > Achtergrond wijzigen
Achtergrond wijzigen
U kunt de achtergrond van elke pagina wijzigen.
Belangrijk
U kunt de achtergrond voor Photo Print, Stickers en Opmaak afdrukken (Layout Print) niet wijzigen.
Klik op Achtergrond... (Background...) in het scherm Pagina-instelling (Page Setup) of selecteer de
pagina waarvan u de achtergrond wilt veranderen in het venster Bewerken (Edit) en klik vervolgens op
(Achtergrond wijzigen).
Opmerking
De vensters voor het afdrukken van albums worden gebruikt als voorbeelden in de volgende
beschrijvingen. De vensters kunnen verschillen afhankelijk van wat u maakt.
Selecteer het gewenste achtergrondtype in het dialoogvenster Achtergrond wijzigen (Change
Background).
Als Selecteren uit voorbeelden (Select from samples) is geselecteerd
Selecteer de afbeelding die wilt gebruiken bij Voorbeelden (Samples) en klik op OK.
Opmerking
Achtergrond wijzigen
Pagina 226 van 486 pagina's
Selecteren uit voorbeelden (Select from samples) wordt alleen weergegeven als Album is
geselecteerd.
Op onze website zijn verschillende achtergronden beschikbaar naast de opgeslagen
achtergronden in de toepassing.
Klik op Achtergronden zoeken... (Search backgrounds...) om naar de Canon-website te gaan waar u
gratis extra materiaal kunt downloaden.
Voor toegang tot de website is een internetverbinding vereist. Aan de internetverbinding zijn de
gebruikelijke kosten verbonden.
De functie is mogelijk niet beschikbaar in sommige regio's.
Sluit Easy-PhotoPrint EX af voordat u achtergronden installeert.
Als Enkele kleur (Single color) is geselecteerd
Selecteer de gewenste kleur bij Standaardkleur (Standard color) of Aangepaste kleur (Custom color) en
klik op OK.
Als Afbeeldingsbestand (Image file) is geselecteerd
Stel Pad afbeeldingsbestand (Image File Path) en Indeling afbeelding (Image Layout) in en klik op OK.
Achtergrond wijzigen
Pagina 227 van 486 pagina's
Opmerking
Raadpleeg de Help voor meer informatie over het instellen van de achtergrond in het
dialoogvenster Achtergrond wijzigen (Change Background).
Naar boven
Foto's toevoegen
Pagina 228 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde software > Overige
instellingen > Foto's toevoegen
Foto's toevoegen
U kunt foto's aan pagina's toevoegen.
Selecteer de pagina waaraan u foto's wilt toevoegen in het venster Bewerken (Edit) en klik vervolgens op
(Afbeelding toevoegen).
Opmerking
De vensters voor het afdrukken van albums worden gebruikt als voorbeelden in de volgende
beschrijvingen. De vensters kunnen verschillen afhankelijk van wat u maakt.
Selecteer de map met de afbeelding die u wilt toevoegen in de mappenstructuur links in het
dialoogvenster Afbeelding toevoegen (Add Image) en selecteer de afbeelding die u wilt toevoegen in het
venster met miniaturen aan de rechterkant.
Opmerking
Klik op een afbeelding om die te selecteren (de achtergrond wordt blauw) of om de selectie op te
heffen (de achtergrond wordt wit). U kunt ook meerdere afbeeldingen selecteren.
Selecteer een optie bij Toevoegen aan (Add to) en klik op OK.
Belangrijk
U kunt maximaal 20 afbeeldingen tegelijk toevoegen aan één pagina.
U kunt maximaal 99 identieke afbeeldingen aan alle pagina's samen toevoegen.
U kunt dezelfde afbeelding niet meerdere malen tegelijk toevoegen. Voeg de afbeeldingen een voor
een toe.
Als het aantal pagina's toeneemt doordat u afbeeldingen toevoegt, kunt u geen afbeeldingen
toevoegen na pagina 400.
Opmerking
U kunt alle afbeeldingen tegelijk selecteren of het weergaveformaat en de volgorde van de
miniaturen wijzigen in het dialoogvenster Afbeelding toevoegen (Add Image). Raadpleeg de Help
voor meer informatie.
Naar boven
Positie van foto's verwisselen
Pagina 229 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde software > Overige
instellingen > Positie van foto's verwisselen
Positie van foto's verwisselen
U kunt de positie van afbeeldingen verwisselen.
Klik op
(Afbeeldingsposities wisselen) in het venster Bewerken (Edit).
Opmerking
De vensters voor het afdrukken van albums worden gebruikt als voorbeelden in de volgende
beschrijvingen. De vensters kunnen verschillen afhankelijk van wat u maakt.
Selecteer de twee afbeeldingen die u wilt verwisselen en klik op Wisselen (Swap).
Wanneer u klaar bent met het verwisselen van foto's, klikt u op Terug naar Bewerken (Back to Edit).
Naar boven
Foto's vervangen
Pagina 230 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde software > Overige
instellingen > Foto's vervangen
Foto's vervangen
U kunt een afbeelding vervangen door een andere afbeelding.
Selecteer de afbeelding die u wilt vervangen in het venster Bewerken (Edit) en klik vervolgens op
(Geselecteerde afbeelding vervangen).
Selecteer de map met de vervangende afbeelding in de mappenstructuur links in het dialoogvenster
Afbeelding vervangen (Replace Image).
Selecteer de vervangende afbeelding in het venster met miniaturen rechts in het venster en klik op OK.
Als u een afbeelding wilt kiezen die al is geïmporteerd, klikt u op de tab Geïmporteerde afbeeldingen
(Imported Images), selecteert u de gewenste afbeelding in het venster met miniaturen en klikt u op OK.
Belangrijk
Het is niet mogelijk meerdere afbeeldingen te selecteren in het dialoogvenster Afbeelding
vervangen (Replace Image).
Opmerking
Als u meerdere afbeeldingen selecteert in het venster Bewerken (Edit) en de vervangingsfunctie
gebruikt, worden alle afbeeldingen die zijn geselecteerd in het venster Bewerken (Edit) vervangen
door de afbeelding die is geselecteerd in het dialoogvenster Afbeelding vervangen (Replace
Image).
Wanneer afbeeldingen worden vervangen, worden de volgende instellingen van de oude
afbeelding overgenomen in de nieuwe afbeelding.
- Positie
- Formaat
- Kader
- Positie en formaat van de datum
Informatie over uitsnede en stand wordt niet overgenomen.
U kunt in het dialoogvenster Afbeelding vervangen (Replace Image) het weergaveformaat en de
volgorde van de miniaturen wijzigen. Raadpleeg de Help voor meer informatie.
Naar boven
Positie, hoek en formaat van foto's wijzigen
Pagina 231 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde software > Overige
instellingen > Positie, hoek en formaat van foto's wijzigen
Positie, hoek en formaat van foto's wijzigen
U kunt de positie, de hoek en het formaat van foto's wijzigen.
Selecteer de afbeelding waarvan u de positie of afmetingen wilt wijzigen in het venster Bewerken (Edit)
en klik op de knop
(Afbeelding bewerken) of dubbelklik op de afbeelding.
Stel de opties Middenpositie (Center Position), Draaien (Rotation) en Formaat (Size) in en klik op OK.
Opmerking
U kunt de positie en het formaat van een afbeelding ook wijzigen door de afbeelding te verslepen in
het venster Bewerken (Edit).
Selecteer een afbeelding in het venster Bewerken (Edit), klik op
(Vrij draaien) en versleep een
hoek van de afbeelding om deze te draaien.
Raadpleeg de Help voor meer informatie over de positie en afmetingen van afbeeldingen.
Naar boven
Foto's bijsnijden
Pagina 232 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde software > Overige
instellingen > Foto's bijsnijden
Foto's bijsnijden
Wanneer u een afbeelding bijsnijdt, selecteert u het deel dat u wilt behouden en wordt de rest
verwijderd.
Selecteer de afbeelding die u wilt bijsnijden in het venster Bewerken (Edit) en klik vervolgens op
(Afbeelding bewerken) of dubbelklik op de afbeelding.
Klik op de tab Bijsnijden (Crop) in het dialoogvenster Afbeelding bewerken (Edit Image).
Versleep de witte vierkantjes in de afbeelding om het gedeelte dat u wilt bijsnijden te wijzigen en klik op
OK.
Opmerking
Raadpleeg de Help voor meer informatie over bijsnijden.
Naar boven
Foto's in kader plaatsen
Pagina 233 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde software > Overige
instellingen > Foto's in kader plaatsen
Foto's in kader plaatsen
U kunt kaders toevoegen aan afbeeldingen.
Belangrijk
U kunt geen kaders om foto's plaatsen voor Photo Print, Stickers en Opmaak afdrukken (Layout
Print).
Selecteer de afbeelding die u in een kader wilt plaatsen in het venster Bewerken (Edit) en klik vervolgens
op
(Afbeelding bewerken) of dubbelklik op de afbeelding.
Klik op de tab Kader (Frame) in het dialoogvenster Afbeelding bewerken (Edit Image).
Selecteer het kader dat u wilt gebruiken bij Kaders (Frames) en klik op OK.
Belangrijk
U kunt geen datums afdrukken op omkaderde foto's.
Opmerking
Foto's in kader plaatsen
Pagina 234 van 486 pagina's
Schakel het selectievakje Toepassen op alle afbeeldingen op de pagina (Apply to all images in the
page) in als u hetzelfde kader tegelijkertijd wilt toevoegen aan alle foto's op een geselecteerde
pagina.
Op onze website zijn verschillende kaders beschikbaar naast de opgeslagen kaders in de
toepassing.
Klik op Kaders zoeken... (Search frames...) om naar de Canon-website te gaan waar u gratis extra
materiaal kunt downloaden.
Voor toegang tot de website is een internetverbinding vereist. Aan de internetverbinding zijn de
gebruikelijke kosten verbonden.
De functie is mogelijk niet beschikbaar in sommige regio's.
Sluit Easy-PhotoPrint EX af voordat u kaders installeert.
Kaders zoeken... (Search frames...) wordt alleen weergegeven als Album is geselecteerd.
Raadpleeg de Help voor meer informatie over kaders.
Naar boven
Een datum op foto's afdrukken
Pagina 235 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde software > Overige
instellingen > Een datum op foto's afdrukken
Een datum op foto's afdrukken
U kunt een datum afdrukken op afbeeldingen.
Selecteer de afbeelding waarop u een datum wilt afdrukken in het venster Bewerken (Edit) en klik op de
knop
(Afbeelding bewerken) of dubbelklik op de afbeelding.
Klik op de tab Datum (Date) in het dialoogvenster Afbeelding bewerken (Edit Image).
Schakel het selectievakje Datum weergeven (Show date) in.
Stel Tekstrichting (Text Orientation), Positie (Position), Lettertypeformaat (Font Size) en Kleur (Color) in
en klik op OK.
Belangrijk
U kunt geen datums afdrukken op omkaderde afbeeldingen.
Opmerking
De datum wordt weergegeven volgens de datumnotatie die is ingesteld in uw besturingssysteem
(mm-dd-jjjj, enzovoort).
Een datum op foto's afdrukken
Pagina 236 van 486 pagina's
Raadpleeg de Help voor meer informatie over het instellen van de datum.
Naar boven
Opmerkingen aan foto's toevoegen
Pagina 237 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde software > Overige
instellingen > Opmerkingen aan foto's toevoegen
Opmerkingen aan foto's toevoegen
U kunt opmerkingen toevoegen aan foto's en deze in uw album weergeven. De naam van de foto, de
opnamedatum en opmerkingen worden weergegeven (van boven naar beneden) in een
opmerkingenvak.
Belangrijk
U kunt geen opmerkingen toevoegen bij Photo Print, Kalender (Calendar), Stickers en Opmaak
afdrukken (Layout Print).
Selecteer de afbeelding waaraan u een opmerking wilt toevoegen in het venster Bewerken (Edit) en klik
op de knop
(Afbeelding bewerken) of dubbelklik op de afbeelding.
Klik op de tab Opmerkingen (Comments) in het dialoogvenster Afbeelding bewerken (Edit Image).
Opmerkingen aan foto's toevoegen
Pagina 238 van 486 pagina's
Schakel het selectievakje Opmerkingenvak weergeven (Show comment box) in.
Schakel de selectievakjes in van de items die u wilt weergeven en voer de opmerkingen in.
Selecteer de tekengrootte, kleur, positie en dergelijke van de opmerkingen en klik op OK.
Opmerking
Raadpleeg de Help voor meer informatie over opmerkingen.
Naar boven
Tekst aan foto's toevoegen
Pagina 239 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde software > Overige
instellingen > Tekst aan foto's toevoegen
Tekst aan foto's toevoegen
U kunt tekst aan foto's toevoegen.
(Tekst toevoegen) in het venster Bewerken (Edit) en sleep de muis over het gedeelte waar
Klik op
u de tekst wilt plaatsen.
Opmerking
De vensters voor het afdrukken van albums worden gebruikt als voorbeelden in de volgende
beschrijvingen. De vensters kunnen verschillen afhankelijk van wat u maakt.
Selecteer de tab Tekst (Text) in het dialoogvenster Tekstvak bewerken (Edit Text Box) en voer de tekst in.
Opmerking
In het dialoogvenster Tekstvak bewerken (Edit Text Box) kunt u de positie, hoek en grootte van de
tekst wijzigen. U kunt ook de kleur en omlijning van het tekstvak instellen. Raadpleeg de Help voor
meer informatie.
Als u de ingevoerde tekst wilt wijzigen, selecteert u de tekst en klikt u op
(Tekstvak bewerken).
Het dialoogvenster Tekstvak bewerken (Edit Text Box) wordt weergegeven. U kunt de tekst nu
wijzigen.
Naar boven
Opslaan
Pagina 240 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde software > Overige
instellingen > Opslaan
Opslaan
U kunt bewerkte items opslaan.
Klik op Opslaan (Save) in het venster Bewerken (Edit) of het venster Afdrukinstellingen (Print Settings).
Opmerking
De vensters voor het afdrukken van albums worden gebruikt als voorbeelden in de volgende
beschrijvingen. De vensters kunnen verschillen afhankelijk van wat u maakt.
Wanneer het dialoogvenster Opslaan als (Save As) wordt weergegeven, geeft u de locatie en de
bestandsnaam op en klikt u op Opslaan (Save).
Belangrijk
Als u een opgeslagen bestand bewerkt en opnieuw opslaat, wordt het bestand overschreven.
Als u een bestand opnieuw wilt opslaan onder een nieuwe naam of op een andere locatie,
selecteert u Opslaan als... (Save As...) in het menu Bestand (File) en slaat u het bestand op.
Opmerking
Opslaan (Save) wordt niet weergegeven in de vensters Pagina-instelling (Page Setup) en
Afbeeldingen selecteren (Select Images).
Naar boven
Feestdagen instellen
Pagina 241 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde software > Overige
instellingen > Feestdagen instellen
Feestdagen instellen
U kunt feestdagen aan uw kalender toevoegen.
Klik op Feestdgn instellen... (Set Holidays...) in het venster Pagina-instelling (Page Setup) van Kalender
(Periode/Feestdagen instellen) in het venster Bewerken (Edit) en klik op
(Calendar) of klik op
Feestdgn instellen... (Set Holidays...) in het dialoogvenster Algemene kalenderinstellingen (Calendar
General Settings) om het dialoogvenster Instellingen feestdag (Holiday Settings) weer te geven.
Als u een feestdag wilt toevoegen, klikt u op Toevoegen... (Add...). Het dialoogvenster Feestdag
toevoegen/bewerken (Add/Edit Holiday) wordt weergegeven. Als u een opgeslagen feestdag wilt
bewerken, selecteert u deze en klikt u op Bewerken... (Edit...).
Als u een feestdag wilt verwijderen, selecteert u deze en klikt u op Verwijderen (Delete). Als u alle
opgeslagen feestdagen in uw kalenderperiode wilt verwijderen, klikt u op Wissen (Clear).
Feestdagen instellen
Pagina 242 van 486 pagina's
Voer de naam in bij Naam feestdag (Holiday Name) en geef de datum op.
Schakel het selectievakje Instellen als feestdag (Set as Holiday) in om die dag als feestdag weer te
geven in uw kalender.
Opmerking
Raadpleeg de Help voor meer informatie over elk dialoogvenster.
Naar boven
Kalenderweergave instellen
Pagina 243 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde software > Overige
instellingen > Kalenderweergave instellen
Kalenderweergave instellen
U kunt de weergave van de kalender (lettertypen, lijnen, kleuren, positie, grootte en dergelijke)
aanpassen.
Klik op Instellingen... (Settings...) in het venster Pagina-instelling (Page Setup) van Kalender (Calendar),
of selecteer een kalender in het venster Bewerken (Edit) en klik op
dialoogvenster Kalenderinstellingen (Calendar Settings) weer te geven.
(Kalender instellen) om het
Belangrijk
Het tabblad Positie en formaat (Position & Size) wordt alleen weergegeven als het dialoogvenster
Kalenderinstellingen (Calendar Settings) wordt geopend vanuit het venster Bewerken (Edit).
Opmerking
Raadpleeg de Help voor meer informatie over het dialoogvenster Kalenderinstellingen (Calendar
Settings).
Naar boven
Opgeslagen bestanden openen
Pagina 244 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde software > Overige
instellingen > Opgeslagen bestanden openen
Opgeslagen bestanden openen
U kunt bestanden openen die zijn gemaakt met Easy-PhotoPrint EX.
1. Klik bij Menu op Bibliotheek (Library).
Het dialoogvenster Openen (Open) wordt weergegeven.
U kunt bestanden die zijn gemaakt en opgeslagen met Easy-PhotoPrint EX bekijken in de
pictogramweergave (alleen voor Windows Vista) of de miniatuurweergave.
Belangrijk
Wanneer u de 64-bits versie van Windows Vista of Windows XP gebruikt, kan de inhoud van
bestanden niet worden weergegeven in de Verkenner.
2. Selecteer het bestand dat u wilt openen en klik op Openen (Open).
Het venster Bewerken (Edit) verschijnt.
Opmerking
De volgende bestandsindelingen (extensies) worden ondersteund door Easy-PhotoPrint EX.
- Easy-PhotoPrint EX Albumbestand (.el1)
- Easy-PhotoPrint EX Stickerbestand (.el2)
- Easy-PhotoPrint EX Kalenderbestand (.el4)
- Easy-PhotoPrint EX Indelingsbestand (.el5)
3. Bewerk het bestand indien nodig.
Opmerking
Zie de volgende onderwerpen voor meer informatie over bewerkingsprocedures.
Opgeslagen bestanden openen
Pagina 245 van 486 pagina's
Album bewerken
Kalender bewerken
Stickers bewerken
Opmaak afdrukken bewerken
Opmerking
U kunt bestanden die zijn gemaakt met Easy-PhotoPrint EX niet alleen openen via Bibliotheek
(Library) in Menu, maar ook op de volgende manieren.
- Dubbelklik of klik op het bestand.
- Klik in het menu Bestand (File) op Openen... (Open...) en selecteer het bestand dat u wilt
bewerken.
U kunt een onlangs geopend bestand ook openen door op de bestandsnaam te klikken in het
menu Bestand (File).
Naar boven
Afdrukken met andere toepassingen
Pagina 246 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingen
Afdrukken met andere toepassingen
Verschillende afdrukmethoden
De afdrukkwaliteit wijzigen en afbeeldingsgegevens corrigeren
Overzicht van het printerstuurprogramma
Naar boven
Verschillende afdrukmethoden
Pagina 247 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingen > Verschillende
afdrukmethoden
Verschillende afdrukmethoden
Afdrukken met de basisinstellingen
Een paginaformaat en afdrukstand opgeven
Instellingen voor aantal en afdrukvolgorde opgeven
De nietmarge instellen
Afdrukken zonder marges
Passend op papier afdrukken
Afdrukken op schaal
Pagina-indeling afdrukken
Poster afdrukken
Boekje afdrukken
Dubbelzijdig afdrukken
Stempel/achtergrond afdrukken
Een stempel registreren
Afbeeldingsgegevens registreren die u als achtergrond wilt gebruiken
Een envelop afdrukken
Van papierbron wisselen zodat deze overeenkomt met het doel
Afdrukresultaten weergeven vóór het afdrukken
Papierformaat instellen (aangepast formaat)
Naar boven
Afdrukken met de basisinstellingen
Pagina 248 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingen > Verschillende
afdrukmethoden > Afdrukken met de basisinstellingen
Afdrukken met de basisinstellingen
U kunt de volgende eenvoudige instelprocedure gebruiken om op de juiste manier af te drukken met
deze printer:
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Selecteer een veelgebruikt profiel
Selecteer een geschikt afdrukprofiel bij Veelgebruikte instellingen (Commonly Used Settings) op
het tabblad Snel instellen (Quick Setup).
Wanneer u een afdrukprofiel selecteert, worden voor Extra functies (Additional Features),
Mediumtype (Media Type) en Papierformaat printer (Printer Paper Size) automatisch de vooraf
ingestelde waarden toegepast.
3. Selecteer de afdrukkwaliteit
Selecteer bij Afdrukkwaliteit (Print Quality) Hoog (High), Standaard (Standard) of Snel (Fast),
afhankelijk van het gewenste afdrukresultaat.
4. Selecteer de papierbron
Selecteer naar wens Handmatige invoer (Manual Feed), Cassette of Achterste lade (Rear Tray) voor
Papierbron (Paper Source).
Belangrijk
De beschikbare instellingen voor papierbron zijn afhankelijk van de papiersoort en het
papierformaat.
5. Voltooi de configuratie
Klik op OK.
Wanneer u het document afdrukt, worden de gewenste instellingen voor het document gebruikt.
Afdrukken met de basisinstellingen
Pagina 249 van 486 pagina's
Belangrijk
Als u het selectievakje Altijd afdrukken met huidige instellingen (Always Print with Current Settings)
inschakelt, worden alle instellingen op de tabbladen Snel instellen (Quick Setup), Afdruk (Main),
Pagina-instelling (Page Setup) en Effecten (Effects) opgeslagen en kunt u de volgende keer
afdrukken met dezelfde instellingen.
Klik op Opslaan... (Save...) om de aangebrachte instellingen op te slaan. Raadpleeg ' Een
veelgebruikt afdrukprofiel registreren ' voor instructies over het opslaan van instellingen.
Naar boven
Een paginaformaat en afdrukstand opgeven
Pagina 250 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingen > Verschillende
afdrukmethoden > Een paginaformaat en afdrukstand opgeven
Een paginaformaat en afdrukstand opgeven
Het papierformaat en de afdrukstand worden in principe bepaald door de toepassing. Als de instellingen
voor Paginaformaat (Page Size) en Afdrukstand (Orientation) op het tabblad Pagina-instelling (Page
Setup) hetzelfde zijn als de instellingen in de toepassing, hoeft u deze niet te wijzigen op het tabblad
Pagina-instelling (Page Setup).
Als u deze instellingen niet in de toepassing kunt opgeven, geeft u als volgt een paginaformaat en
afdrukstand op:
U kunt het paginaformaat en de Afdrukstand (Orientation) ook instellen op het tabblad Snel instellen
(Quick Setup).
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Selecteer het papierformaat
Selecteer een paginaformaat in de lijst Paginaformaat (Page Size) op het tabblad Pagina-instelling
(Page Setup).
3. Afdrukstand (Orientation) instellen
Selecteer Portret (Portrait) of Landschap (Landscape) voor Afdrukstand (Orientation). Schakel het
selectievakje 180 graden roteren (Rotate 180 degrees) in als u de afdrukgegevens 180 graden wilt
draaien.
4. Voltooi de configuratie
Klik op OK.
Het document wordt met het geselecteerde paginaformaat en de geselecteerde afdrukstand
afgedrukt.
Naar boven
Instellingen voor aantal en afdrukvolgorde opgeven
Pagina 251 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingen > Verschillende
afdrukmethoden > Instellingen voor aantal en afdrukvolgorde opgeven
Instellingen voor aantal en afdrukvolgorde opgeven
Standaardinstelling
Vanaf de laatste pagina afdrukken (Print from Last Page)
Sorteren (Collate)
Vanaf de laatste pagina afdrukken (Print from Last Page) + Sorteren (Collate)
U geeft als volgt het aantal afdrukken en de afdrukvolgorde op:
U kunt ook het aantal exemplaren instellen op het tabblad Snel instellen (Quick Setup).
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Geef het aantal exemplaren op dat u wilt afdrukken
Geef bij Aantal (Copies) op het tabblad Pagina-instelling (Page Setup) het aantal af te drukken
exemplaren op.
3. Geef de afdrukvolgorde op
Schakel het selectievakje Vanaf de laatste pagina afdrukken (Print from Last Page) in als u wilt dat
bij het afdrukken met de laatste pagina wordt begonnen. Als u dit doet, hoeft u de pagina's na het
afdrukken niet meer in de juiste volgorde te leggen.
Instellingen voor aantal en afdrukvolgorde opgeven
Pagina 252 van 486 pagina's
4. Stel gesorteerd afdrukken in als u meerdere exemplaren opgeeft in het vak Aantal
(Copies)
Schakel het selectievakje Sorteren (Collate) in als u meerdere pagina’s tegelijk opgeeft.
Selecteer deze optie niet als u het document zo wilt afdrukken dat alle pagina’s met hetzelfde
nummer bij elkaar worden gegroepeerd.
5. Voltooi de configuratie
Klik op OK.
Het opgegeven aantal exemplaren wordt in de gekozen volgorde afgedrukt.
Belangrijk
Als de toepassing waarmee het document is gemaakt dezelfde functie heeft, geeft u voorrang aan
de instellingen van het printerstuurprogramma. Als de afdrukresultaten echter niet naar wens zijn,
geeft u de functie-instellingen op in de toepassing. Als u het aantal exemplaren en de
afdrukvolgorde in zowel de toepassing als dit stuurprogramma opgeeft, is het mogelijk dat de
waarden van deze twee instellingen voor het aantal exemplaren worden vermenigvuldigd of dat de
opgegeven afdrukvolgorde niet wordt ingeschakeld.
Vanaf de laatste pagina afdrukken (Print from Last Page) en Sorteren (Collate) zijn niet beschikbaar
voor selectie als Boekje (Booklet) bij Pagina-indeling (Page Layout) is geselecteerd.
Vanaf de laatste pagina afdrukken (Print from Last Page) is niet beschikbaar voor selectie als
Poster bij Pagina-indeling (Page Layout) is geselecteerd.
Opmerking
Als u zowel Vanaf de laatste pagina afdrukken (Print from Last Page) als Sorteren (Collate)
inschakelt, worden de exemplaren van een document vanaf de laatste pagina en per exemplaar
afgedrukt.
Deze instellingen kunnen worden gebruikt in combinatie met Zonder marges (Borderless),
Normaal formaat (Normal-size), Passend op papier (Fit-to-Page), Op schaal (Scaled), Paginaindeling (Page Layout) en Automatisch dubbelzijdig afdrukken (Automatic Duplex Printing).
Naar boven
De nietmarge instellen
Pagina 253 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingen > Verschillende
afdrukmethoden > De nietmarge instellen
De nietmarge instellen
De procedure voor het instellen van de nietzijde en de breedte van de marge is als volgt:
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Geef op aan welke zijde de nietjes moeten komen
Controleer de positie van de nietmarge met Zijkant nieten (Staple Side) op het tabblad Paginainstelling (Page Setup).
De printer selecteert automatisch de beste nietpositie op basis van de instellingen voor Afdrukstand
(Orientation) en Pagina-indeling (Page Layout). Als u de instelling wilt wijzigen, selecteert u een
andere instelling in de lijst.
3. Stel de breedte van de marge in
Klik zo nodig op Marge instellen... (Specify Margin...) om de breedte van de marge in te stellen en
klik vervolgens op OK.
De nietmarge instellen
Pagina 254 van 486 pagina's
4. Voltooi de configuratie
Klik op OK op het tabblad Pagina-instelling (Page Setup).
Wanneer u een document afdrukt, worden de opgegeven nietzijde en breedte van de marge
toegepast.
Belangrijk
Zijkant nieten (Staple Side) en Marge instellen... (Specify Margin...) zijn niet beschikbaar voor
selectie als:
Zonder marges (Borderless), Poster of Boekje (Booklet) is geselecteerd voor Pagina-indeling
(Page Layout).
Op schaal (Scaled) is geselecteerd bij Pagina-indeling (Page Layout). (Als Automatisch
dubbelzijdig afdrukken (Automatic Duplex Printing) ook is geselecteerd, kan alleen Zijkant nieten
(Staple Side) worden opgegeven.)
Naar boven
Afdrukken zonder marges
Pagina 255 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingen > Verschillende
afdrukmethoden > Afdrukken zonder marges
Afdrukken zonder marges
Met de functie voor afdrukken zonder marges kunt u gegevens randloos afdrukken door de gegevens te
vergroten, zodat ze net buiten de randen van het papier vallen. Zonder deze functie worden de gegevens
met een marge afgedrukt. Als u gegevens, zoals een foto, zonder lege rand eromheen wilt afdrukken,
selecteert u Afdrukken zonder marges.
De procedure voor het afdrukken zonder marges is als volgt:
U kunt afdrukken zonder marges ook instellen bij Extra functies (Additional Features) op het tabblad Snel
instellen (Quick Setup).
Afdrukken zonder marges instellen
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Stel afdrukken zonder marges in
Selecteer Zonder marges (Borderless) in de lijst Pagina-indeling (Page Layout) op het tabblad
Pagina-instelling (Page Setup).
Klik op OK in het bevestigingsbericht.
Wanneer een bericht verschijnt dat aangeeft dat u het mediumtype moet wijzigen, selecteert u een
mediumtype in de lijst en klikt u op OK.
Afdrukken zonder marges
Pagina 256 van 486 pagina's
3. Controleer het papierformaat
Controleer de lijst Paginaformaat (Page Size). Als u het paginaformaat wilt wijzigen, selecteert u een
ander formaat in de lijst. In de lijst worden alleen formaten weergegeven die kunnen worden
gebruikt voor afdrukken zonder marge.
4. Pas de hoeveelheid uitbreiding van het papier aan
Pas indien nodig met de schuifregelaar Hoeveelheid uitbreiding (Amount of Extension) de
hoeveelheid uitbreiding aan.
Wanneer u de schuifregelaar naar rechts schuift, wordt de hoeveelheid groter en wanneer u hem
naar links schuift wordt de hoeveelheid kleiner.
De tweede positie van rechts is geschikt voor de meeste situaties.
Belangrijk
Als u de schuifregelaar helemaal rechts zet, is het mogelijk dat er vegen op de achterzijde van
het papier terechtkomen.
5. Voltooi de configuratie
Klik op OK.
Het document wordt zonder marges op het papier afgedrukt.
Belangrijk
Als een paginaformaat is geselecteerd dat niet kan worden gebruikt voor het afdrukken zonder
marges, wordt het formaat automatisch gewijzigd in een formaat dat geschikt is voor het afdrukken
zonder marges.
U kunt niet zonder marges afdrukken als Gewoon papier (Plain Paper), Fine Art "Photo Rag", Overig
Fine Art-papier (Other Fine Art Paper) of Envelop (Envelope) is geselecteerd in de lijst Mediumtype
(Media Type) op het tabblad Afdruk (Main).
Als Zonder marges (Borderless) is geselecteerd, zijn de instellingen Papierformaat printer (Printer
Paper Size), Automatisch dubbelzijdig afdrukken (Automatic Duplex Printing) en Zijkant nieten
(Staple Side), en de knop Stempel/Achtergrond... (Stamp/Background...) op het tabblad Paginainstelling (Page Setup) niet beschikbaar voor selectie.
Het is mogelijk dat de kwaliteit van de afdruk afneemt of het papier aan de boven- en onderkant
vlekken bevat, afhankelijk van het gebruikte type medium.
Wanneer de hoogte-breedteverhouding afwijkt van de afbeeldingsgegevens, is het mogelijk dat
een gedeelte niet wordt afgedrukt, afhankelijk van het formaat van het medium.
In dit geval verkleint u de afbeeldingsgegevens in de toepassingssoftware, zodat deze op het
papierformaat passen.
Het bereik van het af te drukken document vergroten
Als u een grote hoeveelheid uitbreiding opgeeft, kunt u probleemloos afdrukken zonder marges. Het
gedeelte van het document dat buiten het papier valt, wordt echter niet afgedrukt. Onderwerpen aan de
rand van een foto worden daardoor mogelijk niet afgedrukt.
Maak eerst een proefafdruk zonder marges. Als u niet tevreden bent met het resultaat, vermindert u de
hoeveelheid uitbreiding. De hoeveelheid uitbreiding wordt kleiner wanneer u de schuifregelaar
Hoeveelheid uitbreiding (Amount of Extension) naar links schuift.
Belangrijk
Als de hoeveelheid uitbreiding wordt verkleind, kan een onverwachte marge ontstaan, afhankelijk
van het papierformaat.
Opmerking
Als de schuifregelaar Hoeveelheid uitbreiding (Amount of Extension) helemaal naar links is
geschoven, worden de afbeeldingsgegevens volledig afgedrukt.
Als u Afdrukvoorbeeld (Preview before printing) selecteert op het tabblad Afdruk (Main), kunt u
Afdrukken zonder marges
Pagina 257 van 486 pagina's
controleren of u zonder marges wilt afdrukken voordat daadwerkelijk wordt afgedrukt.
Naar boven
Passend op papier afdrukken
Pagina 258 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingen > Verschillende
afdrukmethoden > Passend op papier afdrukken
Passend op papier afdrukken
De procedure voor het afdrukken van een document dat automatisch is verkleind of vergroot in
overeenstemming met het paginaformaat, is als volgt:
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Stel Passend op papierformaat in
Selecteer Passend op papier (Fit-to-Page) in de lijst Pagina-indeling (Page Layout) op het tabblad
Pagina-instelling (Page Setup).
3. Selecteer het papierformaat voor de gegevens
Geef bij Paginaformaat (Page Size) het paginaformaat op dat in de toepassing is ingesteld.
4. Selecteer het papierformaat
Selecteer in de lijst Papierformaat printer (Printer Paper Size) het formaat van het papier dat voor het
afdrukken wordt gebruikt.
Als Papierformaat printer (Printer Paper Size) kleiner is dan het Paginaformaat (Page Size), wordt de
afbeelding van de pagina kleiner. Als Papierformaat printer (Printer Paper Size) groter is dan het
Passend op papier afdrukken
Pagina 259 van 486 pagina's
Paginaformaat (Page Size), wordt de afbeelding van de pagina groter.
De huidige instellingen worden weergegeven in het instellingenvoorbeeld aan de linkerkant van het
printerstuurprogramma.
5. Voltooi de configuratie
Klik op OK.
Het document wordt bij het afdrukken vergroot of verkleind, zodat dit op het paginaformaat past.
Naar boven
Afdrukken op schaal
Pagina 260 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingen > Verschillende
afdrukmethoden > Afdrukken op schaal
Afdrukken op schaal
De procedure voor het afdrukken van een document met pagina’s die zijn vergroot of verkleind is als
volgt:
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Stel afdrukken op schaal in
Selecteer Op schaal (Scaled) in de lijst Pagina-indeling (Page Layout) op het tabblad Paginainstelling (Page Setup).
3. Selecteer het papierformaat voor de gegevens
Geef bij Paginaformaat (Page Size) het paginaformaat op dat in de toepassing is ingesteld.
4. Stel de schaalverhouding op een van de volgende manieren in:
Selecteer een instelling voor Papierformaat printer (Printer Paper Size)
Als het papierformaat voor de printer kleiner is dan het Paginaformaat (Page Size), wordt de
afbeelding van de pagina kleiner. Als het papierformaat voor de printer groter is dan het
Afdrukken op schaal
Pagina 261 van 486 pagina's
Paginaformaat (Page Size), wordt de afbeelding van de pagina groter.
Geef een schaalfactor op
Typ een waarde in het vak Schaling (Scaling).
De huidige instellingen worden weergegeven in het instellingenvoorbeeld aan de linkerkant van
het printerstuurprogramma.
5. Voltooi de configuratie
Klik op OK.
De afbeelding wordt met de opgegeven schaal afgedrukt.
Belangrijk
Als de toepassing waarin u het origineel hebt gemaakt een functie heeft voor afdrukken op schaal,
geeft u de instelling in deze toepassing op. U hoeft deze instelling dan niet in het
printerstuurprogramma op te geven.
Als Op schaal (Scaled) is geselecteerd, is Zijkant nieten (Staple Side) niet beschikbaar voor
selectie (als Automatisch dubbelzijdig afdrukken (Automatic Duplex Printing) niet is geselecteerd).
Afdrukken op schaal
Pagina 262 van 486 pagina's
Opmerking
Als u Op schaal (Scaled) selecteert, wordt het afdrukgebied van het document gewijzigd.
Naar boven
Pagina-indeling afdrukken
Pagina 263 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingen > Verschillende
afdrukmethoden > Pagina-indeling afdrukken
Pagina-indeling afdrukken
U kunt met de functie voor het afdrukken van een pagina-indeling meerdere paginabeelden op een enkel
vel papier afdrukken.
De procedure voor het afdrukken van een pagina-indeling is als volgt:
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Stel Pagina-indeling afdrukken in
Selecteer Pagina-indeling (Page Layout) in de lijst Pagina-indeling (Page Layout) op het tabblad
Pagina-instelling (Page Setup).
De huidige instellingen worden weergegeven in het instellingenvoorbeeld aan de linkerkant van het
printerstuurprogramma.
3. Selecteer het papierformaat
Selecteer in de lijst Papierformaat printer (Printer Paper Size) het formaat van het papier dat voor het
afdrukken wordt gebruikt.
Het instellen van de indeling van twee pagina's in het document van links naar rechts is nu voltooid.
4. Stel het aantal af te drukken pagina’s op één vel en de paginavolgorde in
Pagina-indeling afdrukken
Pagina 264 van 486 pagina's
Klik zo nodig op Opgeven... (Specify...), geef de volgende instellingen op in het dialoogvenster
Pagina-indeling afdrukken (Page Layout Printing) en klik op OK.
Pagina's (Pages)
Selecteer het gewenste aantal pagina’s in de lijst om het aantal pagina’s op één vel te verhogen.
U kunt ook 2 pagina-afdruk (2-Page Print) of 4 pagina-afdruk (4-Page Print) instellen op het tabblad
Snel instellen (Quick Setup).
Paginavolgorde (Page Order)
Selecteer een pictogram in de lijst om de volgorde van de pagina's te wijzigen.
Paginarand (Page Border)
Schakel dit selectievakje in als u een paginarand rond elke documentpagina wilt afdrukken.
5. Voltooi de configuratie
Klik op OK op het tabblad Pagina-instelling (Page Setup).
Als u het afdrukken start, wordt het opgegeven aantal pagina’s in de opgegeven volgorde op elk vel
papier gerangschikt.
Naar boven
Poster afdrukken
Pagina 265 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingen > Verschillende
afdrukmethoden > Poster afdrukken
Poster afdrukken
Met deze functie kunt u de afbeeldingsgegevens vergroten, over meerdere pagina's verdelen en deze
pagina's op afzonderlijke vellen papier afdrukken. Wanneer de pagina’s aan elkaar worden geplakt,
vormen ze één grote afdruk zoals die van een poster.
De procedure voor het afdrukken van een poster is als volgt:
Instellingen opgeven voor Poster afdrukken
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Stel poster afdrukken in
Selecteer Poster in de lijst Pagina-indeling (Page Layout) op het tabblad Pagina-instelling (Page
Setup).
De huidige instellingen worden weergegeven in het instellingenvoorbeeld aan de linkerkant van het
printerstuurprogramma.
3. Selecteer het papierformaat
Selecteer in de lijst Papierformaat printer (Printer Paper Size) het formaat van het papier dat voor het
Poster afdrukken
Pagina 266 van 486 pagina's
afdrukken wordt gebruikt.
Het instellen van het afdrukken van een poster in de indeling 2 bij 2 is nu voltooid.
4. Stel het aantal af te drukken beeldscheidingen en het aantal af te drukken pagina’s in
Klik zo nodig op Opgeven... (Specify...), geef de volgende instellingen op in het dialoogvenster
Poster afdrukken (Poster Printing) en klik op OK.
Beeldscheidingen (Image Divisions)
Selecteer het aantal scheidingen (verticaal x horizontaal). Naarmate het aantal scheidingen
toeneemt, neemt ook aantal af te drukken pagina’s toe zodat er een grotere poster kan worden
gemaakt.
"Knippen/Plakken" afdrukken in marges (Print "Cut/Paste" in margins)
Schakel dit selectievakje uit om de woorden “Knippen” en “Plakken" weg te laten.
Belangrijk
Deze functie is niet beschikbaar als de 64-bits versie van het printerstuurprogramma wordt
gebruikt.
Lijnen "Knippen/Plakken" afdrukken in marges (Print "Cut/Paste" lines in margins)
Schakel dit selectievakje uit om de kniplijnen weg te laten.
Pagina's (Pages)
Als u alleen specifieke pagina's opnieuw wilt afdrukken, voert u het nummer in van de pagina's die u
wilt afdrukken. U kunt meerdere pagina's afdrukken door de paginanummers te scheiden door een
komma of koppelteken.
Opmerking
U kunt ook het afdrukbereik opgeven door op de pagina’s in het instellingenvoorbeeld te
klikken.
5. Voltooi de configuratie
Klik op OK op het tabblad Pagina-instelling (Page Setup).
Het document wordt bij het afdrukken over meerdere pagina's verdeeld.
Als alles is afgedrukt, plakt u de pagina's aan elkaar om zo een poster te maken.
Alleen bepaalde pagina's afdrukken
Als de inkt vager wordt of opraakt tijdens het afdrukken, kunt u als volgt bepaalde pagina's opnieuw
afdrukken:
1. Stel het afdrukbereik in
Klik in het instellingenvoorbeeld links op het tabblad Pagina-instelling (Page Setup)
achtereenvolgens op de pagina's die u niet wilt afdrukken.
De pagina's waarop u hebt geklikt, worden verborgen en alleen de af te drukken pagina's worden
weergegeven.
Poster afdrukken
Pagina 267 van 486 pagina's
Opmerking
U kunt de pagina's weer weergeven door er nogmaals op te klikken.
Klik met de rechtermuisknop op het instellingenvoorbeeld om Alle pagina’s afdrukken (Print all
pages) of Alle pagina’s verwijderen (Delete all pages) te selecteren.
2. Voltooi de configuratie
Klik op OK wanneer u de gewenste pagina's hebt geselecteerd.
Alleen de opgegeven pagina's worden afgedrukt.
Belangrijk
Als Poster is geselecteerd, zijn Automatisch dubbelzijdig afdrukken (Automatic Duplex Printing),
Zijkant nieten (Staple Side), en Vanaf de laatste pagina afdrukken (Print from Last Page) in grijze
letters weergegeven en niet beschikbaar.
Omdat het document wordt vergroot bij het afdrukken van posters, kan het resultaat korrelig zijn.
Naar boven
Boekje afdrukken
Pagina 268 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingen > Verschillende
afdrukmethoden > Boekje afdrukken
Boekje afdrukken
Met de functie voor boekjes kunt u afbeeldingsgegevens voor een boekje afdrukken. De gegevens
worden afgedrukt op beide zijden van het papier. Bij dit afdruktype wordt ervoor gezorgd dat de pagina's
in de juiste volgorde liggen (op paginanummer) wanneer het papier in het midden wordt gevouwen en
geniet.
De procedure voor het afdrukken van een boekje is als volgt:
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Stel het afdrukken van een boekje in
Selecteer Boekje (Booklet) in de lijst Pagina-indeling (Page Layout) op het tabblad Pagina-instelling
(Page Setup).
De huidige instellingen worden weergegeven in het instellingenvoorbeeld links op het scherm.
3. Selecteer het papierformaat
Selecteer in de lijst Papierformaat printer (Printer Paper Size) het formaat van het papier dat voor het
afdrukken wordt gebruikt.
4. Stel de nietmarge en de breedte van de marge in
Klik op Opgeven... (Specify...), geef de volgende instellingen op in het dialoogvenster Boekje
afdrukken (Booklet Printing) en klik op OK.
Boekje afdrukken
Pagina 269 van 486 pagina's
Nietmarge (Margin for stapling)
Selecteer aan welke zijde de nietmarge moet komen wanneer het boekje wordt voltooid.
Lege pagina invoegen (Insert blank page)
Als u één bladzijde leeg wilt laten, schakelt u het selectievakje in en selecteert u de pagina die u
leeg wilt laten.
Marge (Margin)
Voer de breedte van de marge in. De opgegeven breedte vanaf het midden van de pagina wordt de
nietmarge voor één pagina.
Paginarand (Page Border)
Schakel het selectievakje in als u een paginarand rond elke pagina van het document wilt
afdrukken.
5. Voltooi de configuratie
Klik op OK op het tabblad Pagina-instelling (Page Setup).
Wanneer u afdrukt, wordt het document automatisch eerst op één zijde van het papier afgedrukt en
vervolgens op de andere zijde.
Wanneer het afdrukken is voltooid, vouwt u het papier in het midden van de marge om het boekje te
maken.
Belangrijk
Boekje (Booklet) kan niet worden geselecteerd als een ander mediumtype dan Gewoon papier
(Plain Paper) is geselecteerd bij Mediumtype (Media Type).
Als Boekje (Booklet) is geselecteerd, zijn Automatisch dubbelzijdig afdrukken (Automatic Duplex
Printing), Zijkant nieten (Staple Side), Vanaf de laatste pagina afdrukken (Print from Last Page) en
Sorteren (Collate) niet beschikbaar voor selectie.
Opmerking
De stempel en achtergrond worden niet afgedrukt op lege vellen die zijn ingevoegd met behulp van
de functie Lege pagina invoegen (Insert blank page) van Boekje afdrukken.
Naar boven
Dubbelzijdig afdrukken
Pagina 270 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingen > Verschillende
afdrukmethoden > Dubbelzijdig afdrukken
Dubbelzijdig afdrukken
De procedure voor het afdrukken van gegevens op beide zijden van een vel papier is als volgt:
U kunt dubbelzijdig afdrukken ook instellen bij Extra functies (Additional Features) op het tabblad Snel
instellen (Quick Setup).
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Automatisch dubbelzijdig afdrukken instellen
Schakel het selectievakje Automatisch dubbelzijdig afdrukken (Automatic Duplex Printing) op het
tabblad Pagina-instelling (Page Setup) in.
3. Selecteer de indeling
Selecteer Normaal formaat (Normal-size) (of Passend op papier (Fit-to-Page), Op schaal (Scaled)
of Pagina-indeling (Page Layout)) in de lijst Pagina-indeling (Page Layout).
4. Stel het afdrukgebied in
Wanneer u dubbelzijdig afdrukken uitvoert, wordt het afdrukgebied van het document iets kleiner
dan normaal en is het mogelijk dat het document niet op één pagina past.
Klik op Afdrukgebied instellen... (Print Area Setup...) en selecteer een van de volgende
verwerkingsmethoden.
Dubbelzijdig afdrukken
Pagina 271 van 486 pagina's
Afdrukken op normaal formaat (Use normal-size printing)
Afdrukken zonder de pagina te verkleinen.
Gereduceerd afdrukken (Use reduced printing)
De pagina enigszins verkleind afdrukken.
5. Geef op aan welke zijde de nietjes moeten komen
De printer selecteert automatisch de beste optie voor Zijkant nieten (Staple Side) op basis van de
instellingen voor Afdrukstand (Orientation) en Pagina-indeling (Page Layout). Als u de instelling wilt
wijzigen, selecteert u een andere waarde in de lijst.
6. Stel de breedte van de marge in
Klik zo nodig op Marge instellen... (Specify Margin...) om de breedte van de marge in te stellen en
klik vervolgens op OK.
7. Voltooi de configuratie
Klik op OK op het tabblad Pagina-instelling (Page Setup).
Wanneer u het afdrukken start, wordt het dubbelzijdig afdrukken gestart.
Belangrijk
Automatisch dubbelzijdig afdrukken (Automatic Duplex Printing) wordt in grijze letters weergegeven
en is niet beschikbaar als:
Een ander mediumtype dan Gewoon papier (Plain Paper) is geselecteerd voor Mediumtype
(Media Type).
Poster is geselecteerd in de lijst Pagina-indeling (Page Layout).
Boekje (Booklet) is geselecteerd in de lijst Pagina-indeling (Page Layout), zijn Automatisch
dubbelzijdig afdrukken (Automatic Duplex Printing) en Zijkant nieten (Staple Side) niet beschikbaar
voor selectie.
Nadat de voorzijde is afgedrukt, wordt gewacht met de achterzijde totdat de inkt droog is (het
afdrukken wordt tijdelijk onderbroken). Raak het papier niet aan. U kunt de droogtijd van de inkt
wijzigen bij Aangepaste instellingen (Custom Settings) op het tabblad Onderhoud (Maintenance).
Opmerking
Gebruik bij het automatisch dubbelzijdig afdrukken geen gewoon papier dat kleiner is dan A5.
Selecteer ook geen ander papiertype dan Gewoon papier (Plain Paper) in de lijst Mediumtype
(Media Type).
Als tijdens dubbelzijdig afdrukken vegen op de achterzijde van het papier ontstaan, voert u
Reiniging onderste plaat (Bottom Plate Cleaning) uit via het tabblad Onderhoud (Maintenance).
Verwant onderwerp
De binnenkant van de printer reinigen
Naar boven
Stempel/achtergrond afdrukken
Pagina 272 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingen > Verschillende
afdrukmethoden > Stempel/achtergrond afdrukken
Stempel/achtergrond afdrukken
Deze functie is niet beschikbaar als de 64-bits versie van het printerstuurprogramma wordt gebruikt.
Met de functie Stempel (Stamp) kunt u een stempel bestaande uit tekst of een bitmap over of achter de
documentgegevens afdrukken. Verder kunt u hiermee de datum, tijd en gebruikersnaam afdrukken. Met
de functie Achtergrond (Background) kunt u een lichte illustratie achter de documentgegevens afdrukken.
De procedure voor het afdrukken van een stempel/achtergrond is als volgt:
Een stempel afdrukken
"VERTROUWELIJK", "BELANGRIJK" en andere stempels die vaak door bedrijven worden gebruikt, zijn
standaard aanwezig.
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Klik op Stempel/Achtergrond... (Stamp/Background...) op het tabblad Paginainstelling (Page Setup)
Het dialoogvenster Stempel/Achtergrond (Stamp/Background) wordt geopend.
Stempel/achtergrond afdrukken
Pagina 273 van 486 pagina's
3. Selecteer een stempel
Schakel het selectievakje Stempel (Stamp) in en selecteer de gewenste stempel in de lijst.
De huidige instellingen worden weergegeven in het instellingenvoorbeeld links op het tabblad
Pagina-instelling (Page Setup).
4. Stel de stempelinstellingen in
Geef desgewenst de volgende instellingen op en klik op OK.
Stempel over tekst plaatsen (Place stamp over text)
Schakel dit selectievakje in als u de stempel voorop het document wilt afdrukken.
Opmerking
De stempel krijgt prioriteit omdat deze over de documentgegevens heen wordt afgedrukt in de
gedeelten waar de stempel en de documentgegevens elkaar overlappen. Als dit selectievakje
niet is ingeschakeld, wordt de stempel achter de documentgegevens afgedrukt en in
overlappende gedeelten mogelijk niet weergegeven (afhankelijk van de gebruikte toepassing).
Alleen eerste pagina (Stamp first page only)
Schakel dit selectievakje in als u de stempel alleen op de eerste pagina wilt afdrukken.
De knop Stempel definiëren... (Define Stamp...)
Klik op deze knop als u de tekst, bitmap of positie van de stempel wilt wijzigen (raadpleeg
stempel registreren ).
Een
5. Voltooi de configuratie
Klik op OK op het tabblad Pagina-instelling (Page Setup).
Wanneer u de gegevens afdrukt, worden deze met de opgegeven stempel afgedrukt.
Een achtergrond afdrukken
Het programma bevat twee bitmapbestanden die als voorbeeld dienen.
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Klik op Stempel/Achtergrond... (Stamp/Background...) op het tabblad Paginainstelling (Page Setup)
Het dialoogvenster Stempel/Achtergrond (Stamp/Background) wordt geopend.
3. Selecteer de achtergrond
Schakel het selectievakje Achtergrond (Background) in en selecteer de gewenste achtergrond in de
lijst.
De huidige instellingen worden weergegeven in het instellingenvoorbeeld links op het tabblad
Pagina-instelling (Page Setup).
4. Stel de achtergrondinstellingen in
Geef desgewenst de volgende instellingen op en klik op OK.
Achtergrond alleen op eerste pagina (Background first page only)
Schakel dit selectievakje in als u de achtergrond alleen op de eerste pagina wilt afdrukken.
De knop Achtergrond selecteren... (Select Background...)
Klik op deze knop als u een andere achtergrond wilt gebruiken of de opmaak of dichtheid van een
achtergrond wilt wijzigen (raadpleeg Afbeeldingsgegevens registreren die u als achtergrond wilt
gebruiken ).
5. Voltooi de configuratie
Klik op OK op het tabblad Pagina-instelling (Page Setup).
Wanneer u de gegevens afdrukt, worden deze met de opgegeven achtergrond afgedrukt.
Stempel/achtergrond afdrukken
Pagina 274 van 486 pagina's
Belangrijk
Als Zonder marges (Borderless) is geselecteerd, is de knop Stempel/Achtergrond... (Stamp/
Background...) niet beschikbaar voor selectie.
Opmerking
De stempel en achtergrond worden niet afgedrukt op lege vellen die zijn ingevoegd met behulp van
de functie Lege pagina invoegen (Insert blank page) van Boekje afdrukken.
Verwante onderwerpen
Een stempel registreren
Afbeeldingsgegevens registreren die u als achtergrond wilt gebruiken
Naar boven
Een stempel registreren
Pagina 275 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingen > Verschillende
afdrukmethoden > Stempel/achtergrond afdrukken > Een stempel registreren
Een stempel registreren
Deze functie is niet beschikbaar als de 64-bits versie van het printerstuurprogramma wordt gebruikt.
U kunt een nieuwe stempel maken en registreren. U kunt ook bepaalde instellingen van een bestaande
stempel wijzigen en registreren. Stempels die u niet meer nodig hebt, kunt u op elk gewenst moment
verwijderen.
De procedure voor het opslaan van een nieuwe stempel is als volgt:
Een nieuwe stempel registreren
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Klik op Stempel/Achtergrond... (Stamp/Background...) op het tabblad Paginainstelling (Page Setup)
Het dialoogvenster Stempel/Achtergrond (Stamp/Background) wordt geopend.
3. Klik op Stempel definiëren... (Define Stamp...)
Het dialoogvenster Stempelinstellingen (Stamp Settings) wordt geopend.
Een stempel registreren
Pagina 276 van 486 pagina's
4. Configureer de stempel terwijl u het effect in het voorbeeldvenster bekijkt
Tabblad Stempel (Stamp)
Selecteer de gewenste Tekst (Text), Bitmap of Datum/tijd/gebruikersnaam (Date/Time/User
Name) voor Stempeltype (Stamp Type).
Als u Tekst (Text) registreert, moeten de tekens al zijn ingevoerd in Stempeltekst (Stamp
Text). Wijzig zo nodig de instellingen voor TrueType-lettertype (TrueType Font), Stijl (Style),
Grootte (Size) en Contour (Outline). U kunt de kleur van de stempel selecteren door op Kleur
selecteren... (Select Color...) te klikken.
Klik voor Bitmap op Bestand selecteren... (Select File...) en selecteer het te gebruiken
bitmapbestand (.bmp). Wijzig zo nodig de instellingen voor Grootte (Size) en Transparant wit
gebied (Transparent white area).
Voor Datum/tijd/gebruikersnaam (Date/Time/User Name) worden de aanmaaktijd en -datum
en de gebruikersnaam van het afgedrukte object weergegeven in Stempeltekst (Stamp Text).
Wijzig zo nodig de instellingen voor TrueType-lettertype (TrueType Font), Stijl (Style), Grootte
(Size) en Contour (Outline). U kunt de kleur van de stempel selecteren door op Kleur
selecteren... (Select Color...) te klikken.
Belangrijk
Stempeltekst (Stamp Text) is niet beschikbaar als Datum/tijd/gebruikersnaam (Date/Time/
User Name) is geselecteerd.
Tabblad Plaatsing (Placement)
Selecteer de stempelpositie in de lijst Positie (Position). U kunt ook Aangepast (Custom) in de
lijst Positie (Position) selecteren en de coördinaten opgeven voor X-positie (X-Position) en Ypositie (Y-Position).
Daarnaast kunt u de stempelpositie wijzigen door de stempel naar het voorbeeldscherm te
slepen.
Als u de hoek van de stempelpositie wilt wijzigen, kunt u direct een waarde in het vak Afdrukstand
(Orientation) typen.
5. Sla de stempel op
Klik op de tab Instellingen opslaan (Save settings), typ een naam in het vak Naam (Title) en klik
vervolgens op Opslaan (Save).
Klik op OK in het bevestigingsbericht.
6. Voltooi de configuratie
Klik op OK. Het dialoogvenster Stempel/Achtergrond (Stamp/Background) wordt opnieuw geopend.
Een stempel registreren
Pagina 277 van 486 pagina's
De geregistreerde naam wordt weergegeven in de lijst Stempel (Stamp).
Stempelinstellingen wijzigen en registreren
1. Selecteer de stempel waarvoor u de instellingen wilt wijzigen
Schakel het selectievakje Stempel (Stamp) in het dialoogvenster Stempel/Achtergrond (Stamp/
Background) in en selecteer vervolgens de naam van te wijzigen stempel in de lijst Stempel
(Stamp).
2. Klik op Stempel definiëren... (Define Stamp...)
Het dialoogvenster Stempelinstellingen (Stamp Settings) wordt geopend.
3. Configureer de stempel terwijl u het effect in het voorbeeldvenster bekijkt
4. Sla de stempel op met overschrijven
Klik op Opslaan overschrijven (Save overwrite) op het tabblad Instellingen opslaan (Save settings).
Als u de stempel onder een andere naam wilt opslaan, typt u deze naam in het vak Naam (Title) en
klikt u op Opslaan (Save).
Klik op OK in het bevestigingsbericht.
5. Voltooi de configuratie
Klik op OK. Het dialoogvenster Stempel/Achtergrond (Stamp/Background) wordt opnieuw geopend.
De geregistreerde naam wordt weergegeven in de lijst Stempel (Stamp).
Een stempel verwijderen
1. Klik op Stempel definiëren... (Define Stamp...) in het dialoogvenster Stempel/
Achtergrond (Stamp/Background)
Het dialoogvenster Stempelinstellingen (Stamp Settings) wordt geopend.
2. Selecteer de stempel die u wilt verwijderen
Selecteer de naam van de stempel die u wilt verwijderen in de lijst Stempels (Stamps) op het
tabblad Instellingen opslaan (Save settings). Klik vervolgens op Verwijderen (Delete).
Klik op OK in het bevestigingsbericht.
3. Voltooi de configuratie
Klik op OK. Het dialoogvenster Stempel/Achtergrond (Stamp/Background) wordt opnieuw geopend.
Naar boven
Afbeeldingsgegevens registreren die u als achtergrond wilt gebruiken
Pagina 278 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingen > Verschillende
afdrukmethoden > Stempel/achtergrond afdrukken > Afbeeldingsgegevens registreren die u als achtergrond wilt
gebruiken
Afbeeldingsgegevens registreren die u als achtergrond wilt
gebruiken
Deze functie is niet beschikbaar als de 64-bits versie van het printerstuurprogramma wordt gebruikt.
U kunt een bitmapbestand (.bmp) selecteren en als een nieuwe achtergrond registreren. U kunt ook
bepaalde instellingen van een bestaande achtergrond wijzigen en registreren. Achtergronden die u niet
meer nodig hebt, kunt u op elk gewenst moment verwijderen.
De procedure voor het opslaan van afbeeldingsgegevens voor een achtergrond is als volgt:
Een nieuwe achtergrond registreren
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Klik op Stempel/Achtergrond... (Stamp/Background...) op het tabblad Paginainstelling (Page Setup)
Het dialoogvenster Stempel/Achtergrond (Stamp/Background) wordt geopend.
Afbeeldingsgegevens registreren die u als achtergrond wilt gebruiken
Pagina 279 van 486 pagina's
3. Klik op Achtergrond selecteren... (Select Background...)
Het dialoogvenster Achtergrondinstellingen (Background Settings) wordt geopend.
4. Selecteer de afbeeldingsgegevens die u wilt opslaan op de achtergrond
Klik op Bestand selecteren... (Select File...). Selecteer het gewenste bitmapbestand (.bmp) en klik
op Openen (Open).
5. Geef de volgende instellingen op wanneer u het voorbeeldvenster controleert:
Lay-outmethode (Layout Method)
Geef aan hoe de afbeeldingsgegevens moeten worden gerangschikt.
Als u Aangepast (Custom) selecteert, kunt u de coördinaten voor de X-positie (X-Position) en de Ypositie (Y-Position) opgeven.
U kunt ook de positie van de achtergrond wijzigen door de afbeelding in het voorbeeldscherm te
verslepen.
Intensiteit (Intensity)
Stel de intensiteit van de achtergrond in met de schuifregelaar Intensiteit (Intensity). Voor een
lichtere achtergrond schuift u de regelaar naar links. Voor een donkerder achtergrond schuift u de
regelaar naar rechts. Als u de achtergrond wilt afdrukken met de intensiteit van de oorspronkelijke
bitmap, sleept u de schuifregelaar helemaal naar rechts.
6. Sla de achtergrond op
Klik op de tab Instellingen opslaan (Save settings), typ een naam in het vak Naam (Title) en klik
vervolgens op Opslaan (Save).
Klik op OK in het bevestigingsbericht.
7. Voltooi de configuratie
Klik op OK. Het dialoogvenster Stempel/Achtergrond (Stamp/Background) wordt opnieuw geopend.
De geregistreerde naam wordt weergegeven in de lijst Achtergrond (Background).
Achtergrondinstellingen wijzigen en registreren
1. Selecteer de achtergrond waarvoor u de instellingen wilt wijzigen
Schakel het selectievakje Achtergrond (Background) in het dialoogvenster Stempel/Achtergrond
(Stamp/Background) in en kies vervolgens de naam van de achtergrond die u wilt wijzigen in de lijst
Achtergrond (Background).
2. Klik op Achtergrond selecteren... (Select Background...)
Het dialoogvenster Achtergrondinstellingen (Background Settings) wordt geopend.
Afbeeldingsgegevens registreren die u als achtergrond wilt gebruiken
Pagina 280 van 486 pagina's
3. Stel de items in op het tabblad Achtergrond (Background) terwijl u het
voorbeeldvenster bekijkt.
4. Sla de achtergrond op
Klik op Opslaan overschrijven (Save overwrite) op het tabblad Instellingen opslaan (Save settings).
Als u de achtergrond onder een andere naam wilt opslaan, voert u deze naam in het vak Naam
(Title) in en klikt u op Opslaan (Save).
Klik op OK in het bevestigingsbericht.
5. Voltooi de configuratie
Klik op OK. Het dialoogvenster Stempel/Achtergrond (Stamp/Background) wordt opnieuw geopend.
De geregistreerde naam wordt weergegeven in de lijst Achtergrond (Background).
Een overbodige achtergrond verwijderen
1. Klik op Achtergrond selecteren... (Select Background...) in het dialoogvenster
Stempel/Achtergrond (Stamp/Background)
Het dialoogvenster Achtergrondinstellingen (Background Settings) wordt geopend.
2. Selecteer de achtergrond die u wilt verwijderen
Selecteer de naam van de achtergrond die u wilt verwijderen uit de lijst Achtergronden
(Backgrounds) op het tabblad Instellingen opslaan (Save settings) en klik op Verwijderen (Delete).
Klik op OK in het bevestigingsbericht.
3. Voltooi de configuratie
Klik op OK. Het dialoogvenster Stempel/Achtergrond (Stamp/Background) wordt opnieuw geopend.
Naar boven
Een envelop afdrukken
Pagina 281 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingen > Verschillende
afdrukmethoden > Een envelop afdrukken
Een envelop afdrukken
Raadpleeg het hoofdstuk 'Papier plaatsen in de achterste lade' in de Basis Handleiding voor meer
informatie over het plaatsen van enveloppen in de printer.
De procedure voor het afdrukken op enveloppen is als volgt:
1. Plaats een envelop in de printer
Vouw de envelopflap naar beneden.
Plaats de envelop zo dat de klep naar links is gericht en het gevouwen oppervlak naar beneden is
gericht, en plaats de envelop in de achterste lade.
2. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
3. Selecteer het mediumtype
Selecteer Envelop (Envelope) bij Veelgebruikte instellingen (Commonly Used Settings) op het
tabblad Snel instellen (Quick Setup).
4. Selecteer het papierformaat
Selecteer Comm. Env. #10, DL Env., Youkei 4 105x235mm of Youkei 6 98x190mm in het
dialoogvenster Envelopformaat instellen (Envelope Size Setting) en klik op OK.
5. Stel de afdrukstand in
Een envelop afdrukken
Pagina 282 van 486 pagina's
Selecteer Liggend (Landscape) voor Afdrukstand (Orientation) om het adres horizontaal af te
drukken.
6. Selecteer de afdrukkwaliteit
Selecteer naar wens Hoog (High) of Standaard (Standard) bij Afdrukkwaliteit (Print Quality).
7. Voltooi de configuratie
Klik op OK.
Wanneer u de afdruk uitvoert, worden de gegevens afgedrukt op de envelop.
Belangrijk
Wanneer u de afdruk op de envelop uitvoert, worden ondersteunende berichten weergegeven.
Als u de berichten wilt verbergen, schakelt u het selectievakje Dit bericht niet meer weergeven. (Do
not show this message again.) in.
Als u de berichten weer wilt weergeven, klikt u op de knop Printerstatus weergeven... (View Printer
Status...) op het tabblad Onderhoud (Maintenance) en start u de Canon IJ-statusmonitor.
Klik vervolgens op Envelop afdrukken (Envelope Printing) vanuit Gidsbericht weergeven (Display
Guide Message) in het menu Optie (Option) en schakelt u de instelling in.
Naar boven
Van papierbron wisselen zodat deze overeenkomt met het doel
Pagina 283 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingen > Verschillende
afdrukmethoden > Van papierbron wisselen zodat deze overeenkomt met het doel
Van papierbron wisselen zodat deze overeenkomt met het doel
Deze printer heeft drie papierbronnen: een handmatige invoer, een cassette en een achterste lade.
U kunt het afdrukken vereenvoudigen door een papierbron te selecteren die overeenkomt met uw
mediumtype en doelstellingen.
De procedure voor het instellen van de papierbron is als volgt:
U kunt ook de papierbron instellen op het tabblad Snel instellen (Quick Setup).
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Selecteer het mediumtype
Selecteer het type papier dat in de printer is geplaatst in de lijst Mediumtype (Media Type) op het
tabblad Afdruk (Main).
3. Selecteer de papierbron
Selecteer de papierbron die geschikt is voor uw doel in de lijst Papierbron (Paper Source).
Handmatige invoer (Manual Feed)
Gewoon papier wordt via de sleuf voor handmatige invoer ingevoerd in de voorste lade.
Belangrijk
Als A5 is geselecteerd in voor Paginaformaat (Page Size) op het tabblad Pagina-instelling
(Page Setup), kan papier niet worden ingevoerd via de sleuf voor handmatige invoer in de
voorste lade.
Cassette
Gewoon papier wordt ingevoerd vanuit de cassette.
Achterste lade (Rear Tray)
Ander papier dan gewoon papier wordt vanuit de achterste lade ingevoerd.
Van papierbron wisselen zodat deze overeenkomt met het doel
Pagina 284 van 486 pagina's
4. Voltooi de configuratie
Klik op OK.
Bij het afdrukken wordt het papier in de opgegeven papierbron gebruikt.
Naar boven
Afdrukresultaten weergeven vóór het afdrukken
Pagina 285 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingen > Verschillende
afdrukmethoden > Afdrukresultaten weergeven vóór het afdrukken
Afdrukresultaten weergeven vóór het afdrukken
U kunt de afdrukresultaten vóór het afdrukken bekijken en controleren.
De procedure voor het bekijken van een afdrukvoorbeeld is als volgt:
U kunt de weergave van het afdrukresultaat ook instellen op het tabblad Snel instellen (Quick Setup).
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Stel het voorbeeld in
Schakel het selectievakje Afdrukvoorbeeld (Preview before printing) in op het tabblad Afdruk (Main).
3. Voltooi de configuratie
Klik op OK.
Het Canon IJ-voorbeeld wordt vóór het afdrukken weergegeven. U kunt hierin de afdrukresultaten
zien.
Verwant onderwerp
Canon IJ-voorbeeld
Naar boven
Papierformaat instellen (aangepast formaat)
Pagina 286 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingen > Verschillende
afdrukmethoden > Papierformaat instellen (aangepast formaat)
Papierformaat instellen (aangepast formaat)
U kunt de hoogte en breedte van het papier opgeven als u het formaat niet kunt selecteren bij
Paginaformaat (Page Size). Een dergelijk papierformaat wordt een aangepast formaat genoemd.
De procedure voor het opgeven van een aangepast papierformaat is als volgt:
U kunt een aangepast formaat ook instellen bij Papierformaat printer (Printer Paper Size) op het tabblad
Snel instellen (Quick Setup).
1. Stel het aangepaste formaat in de toepassing in
Gebruik de functie Papierformaat in de toepassing om het aangepaste papierformaat op te geven.
Belangrijk
Als de toepassing waarmee het document is gemaakt een functie heeft voor het opgeven van
de hoogte en breedte, geeft u de waarden op met de toepassing. Als de toepassing deze
functie niet heeft of als het document niet correct wordt afgedrukt, gebruikt u het
printerstuurprogramma om de waarden in te stellen.
2. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
3. Selecteer het papierformaat
Selecteer Aangepast... (Custom...) voor Paginaformaat (Page Size) op het tabblad Pagina-instelling
(Page Setup).
Het dialoogvenster Aangepast papierformaat (Custom Paper Size) wordt geopend.
Papierformaat instellen (aangepast formaat)
Pagina 287 van 486 pagina's
4. Stel het aangepaste papierformaat in
Geef de Eenheden (Units) op en voer de Breedte (Width) en Hoogte (Height) van het te gebruiken
papier in. Klik vervolgens op OK.
5. Voltooi de configuratie
Klik op OK op het tabblad Pagina-instelling (Page Setup).
Wanneer u de gegevens afdrukt, worden deze met het opgegeven papierformaat afgedrukt.
Belangrijk
Wanneer u een aangepast papierformaat gebruikt om af te drukken, geeft u het juiste
papierformaat op in het dialoogvenster Aangepast papierformaat (Custom Paper Size).
Als een foutbericht wordt weergegeven wanneer u het opgegeven papierformaat gebruikt, schakelt
u het selectievakje Papierbreedte detecteren (Detect paper width) in het dialoogvenster Aangepaste
instellingen (Custom Settings) op het tabblad Onderhoud (Maintenance) uit.
Verwant onderwerp
De bedieningsmodus van de printer aanpassen
Naar boven
De afdrukkwaliteit wijzigen en afbeeldingsgegevens corrigeren
Pagina 288 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingen > De afdrukkwaliteit
wijzigen en afbeeldingsgegevens corrigeren
De afdrukkwaliteit wijzigen en afbeeldingsgegevens corrigeren
Een combinatie van afdrukkwaliteit en halftoningmethode selecteren
Een kleurendocument monochroom afdrukken
Kleurcorrectie opgeven
Een optimale foto van afbeeldingsgegevens afdrukken
De kleuren aanpassen met het printerstuurprogramma
Afdrukken met ICC-profielen
De kleurbalans aanpassen
De helderheid aanpassen
De intensiteit aanpassen
Het contrast aanpassen
Een illustratie simuleren
Afbeeldingsgegevens weergeven in een enkele kleur
Afbeeldingsgegevens weergeven in levendige kleuren
Gekartelde randen verwijderen
Kleureigenschappen wijzigen om kleuren te verbeteren
Ruis in foto's reduceren
Naar boven
Een combinatie van afdrukkwaliteit en halftoningmethode selecteren
Pagina 289 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingen > De afdrukkwaliteit
wijzigen en afbeeldingsgegevens corrigeren > Een combinatie van afdrukkwaliteit en halftoningmethode selecteren
Een combinatie van afdrukkwaliteit en halftoningmethode
selecteren
U kunt de gecombineerde weergavemethode voor het kwaliteitsniveau en de halftoningmethode gebruikt
afzonderlijk instellen.
De procedure voor het instellen van een afdrukkwaliteit en halftoningmethode is als volgt:
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Selecteer de afdrukkwaliteit
Selecteer Aangepast (Custom) voor Afdrukkwaliteit (Print Quality) op het tabblad Afdruk (Main) en klik
op Instellen... (Set...).
Het dialoogvenster Aangepast (Custom) wordt geopend.
Een combinatie van afdrukkwaliteit en halftoningmethode selecteren
Pagina 290 van 486 pagina's
3. De afdrukkwaliteit en de halftoningmethode instellen
Verplaats de schuifregelaar Kwaliteit (Quality) naar het gewenste kwaliteitsniveau.
Selecteer de methode in Halftoning en klik op OK.
Opmerking
Halftonen zijn de kleurschakeringen tussen de donkerste kleur en de helderste kleur.
De kleurschakeringen worden bij het afdrukken vervangen door een verzameling kleine punten
die de halftonen voorstellen. Bij Dithering (Dither) worden de punten volgens vaste regels
gerangschikt om de halftonen te produceren. Bij Diffusie (Diffusion) worden de punten
willekeurig gerangschikt om halftonen te produceren. Als u Auto selecteert, worden de
gegevens afgedrukt met de optimale halftoningmethode voor de geselecteerde afdrukkwaliteit.
4. Voltooi de configuratie
Klik op OK op het tabblad Afdruk (Main).
Wanneer u het document afdrukt, wordt de opgegeven halftoningmethode gebruikt.
Belangrijk
Bepaalde niveaus voor afdrukkwaliteit en halftoningmethoden kunnen niet worden geselecteerd bij
bepaalde instellingen voor Mediumtype (Media Type).
Opmerking
Als een deel niet wordt afgedrukt, kunt u dit mogelijk oplossen door Diffusie (Diffusion) te
selecteren bij Halftoning.
Verwante onderwerpen
Kleurcorrectie opgeven
De kleurbalans aanpassen
De helderheid aanpassen
De intensiteit aanpassen
Het contrast aanpassen
Naar boven
Een kleurendocument monochroom afdrukken
Pagina 291 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingen > De afdrukkwaliteit
wijzigen en afbeeldingsgegevens corrigeren > Een kleurendocument monochroom afdrukken
Een kleurendocument monochroom afdrukken
De procedure voor het monochroom afdrukken van een kleurendocument is als volgt:
U kunt afdrukken in grijstinten instellen ook bij Extra functies (Additional Features) op het tabblad Snel
instellen (Quick Setup).
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Stel afdrukken in grijstinten in
Schakel het selectievakje Afdrukken in grijstinten (Grayscale Printing) op het tabblad Afdruk (Main)
in.
3. Voltooi de configuratie
Klik op OK.
Wanneer u de afdruk uitvoert, wordt het document geconverteerd naar grijstinten. Hierdoor kunt u
het kleurendocument monochroom afdrukken.
Belangrijk
Als het selectievakje Afdrukken in grijstinten (Grayscale Printing) is ingeschakeld, worden de
afbeeldingsgegevens verwerkt als sRGB-gegevens. In dit geval kunnen de afgedrukte kleuren
verschillen van de kleuren in de oorspronkelijke afbeelding.
Wanneer u de functie Afdrukken in grijstinten gebruikt om Adobe RGB-gegevens af te drukken,
converteert u de gegevens naar sRGB-gegevens in een toepassing.
Een kleurendocument monochroom afdrukken
Pagina 292 van 486 pagina's
Opmerking
Bij Afdrukken in grijstinten (Grayscale Printing) kan zowel kleureninkt als zwarte inkt worden
gebruikt.
Naar boven
Kleurcorrectie opgeven
Pagina 293 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingen > De afdrukkwaliteit
wijzigen en afbeeldingsgegevens corrigeren > Kleurcorrectie opgeven
Kleurcorrectie opgeven
U kunt de methode voor kleurcorrectie aanpassen aan het type document dat u wilt afdrukken.
Normaal gesproken worden de kleuren aangepast met behulp van Canon Digital Photo Color, zodat de
gegevens worden afgedrukt met kleurtinten waaraan de meeste mensen de voorkeur geven. Deze
methode is geschikt voor het afdrukken van sRGB-gegevens.
Als u zodanig wilt afdrukken dat de kleurruimte (Adobe RGB of sRGB) van de afbeeldingsgegevens
effectief wordt gebruikt, selecteert u ICM. Als u een toepassing wilt gebruiken om een ICC-afdrukprofiel
op te geven, selecteert u Geen (None).
De procedure voor het opgeven van de kleurcorrectie is als volgt:
U kunt kleurcorrectie ook instellen op het tabblad Snel instellen (Quick Setup) door Foto afdrukken
(Photo Printing) te kiezen onder Veelgebruikte instellingen (Commonly Used Settings) en vervolgens
Kleur/intensiteit handmatig aanpassen (Color/Intensity Manual Adjustment) te kiezen onder Extra
functies (Additional Features).
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Selecteer de handmatige kleuraanpassing
Selecteer op het tabblad Afdruk (Main) de optie Handmatig (Manual) voor Kleur/Intensiteit (Color/
Intensity) en klik op Instellen... (Set...).
Het dialoogvenster Handmatige kleuraanpassing (Manual Color Adjustment) wordt geopend.
3. Selecteer de kleurcorrectie
Klik op de tab Afstemming (Matching), selecteer de instelling voor Kleurcorrectie (Color Correction)
die overeenkomt met uw doel en klik op OK.
Kleurcorrectie opgeven
Pagina 294 van 486 pagina's
Driververgelijking (Driver Matching)
Door gebruik te maken van Canon Digital Photo Color kunt u sRGB-gegevens afdrukken met
kleurtinten waaraan de meeste mensen de voorkeur geven.
Driververgelijking (Driver Matching) is de standaardinstelling voor kleurcorrectie.
ICM
U kunt afdrukken door effectief gebruik te maken van de kleurruimte (Adobe RGB of sRGB) van de
afbeeldingsgegevens.
Geen (None)
Er wordt geen kleurcorrectie uitgevoerd door het printerstuurprogramma. Selecteer deze instelling
als u een afzonderlijk gemaakt ICC-afdrukprofiel of een profiel voor speciaal Canon-papier in een
toepassing gebruikt om gegevens af te drukken.
4. Voltooi de configuratie
Klik op OK op het tabblad Afdruk (Main).
Wanneer u de gegevens afdrukt, worden deze met de opgegeven methode voor kleurcorrectie
afgedrukt.
Belangrijk
Als ICM in de toepassing is uitgeschakeld, is ICM niet beschikbaar voor Kleurcorrectie (Color
Correction) en is het mogelijk dat de afbeeldingsgegevens niet correct worden afgedrukt.
Als het selectievakje Afdrukken in grijstinten (Grayscale Printing) op het tabblad Afdruk (Main) is
ingeschakeld, is Kleurcorrectie (Color Correction) niet beschikbaar voor selectie.
Verwante onderwerpen
Een optimale foto van afbeeldingsgegevens afdrukken
De kleuren aanpassen met het printerstuurprogramma
Afdrukken met ICC-profielen
Naar boven
Een optimale foto van afbeeldingsgegevens afdrukken
Pagina 295 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingen > De afdrukkwaliteit
wijzigen en afbeeldingsgegevens corrigeren > Kleurcorrectie opgeven > Een optimale foto van afbeeldingsgegevens
afdrukken
Een optimale foto van afbeeldingsgegevens afdrukken
Wanneer mensen foto's afdrukken die met een digitale camera zijn gemaakt, krijgen zij soms het gevoel
dat de afgedrukte kleuren anders zijn dan de kleuren in de oorspronkelijke foto of de kleuren op het
scherm.
Om een afdruk te krijgen die de gewenste kleurtinten zo dicht mogelijk benadert, moet u een
afdrukmethode kiezen die geschikt is voor de gebruikte software of het doel van de afdruk.
Kleurbeheer
Digitale camera's, scanners, beeldschermen en printers verwerken kleuren niet op dezelfde manier. Met
kleurbeheer (kleurafstemming) kunnen 'kleuren' van verschillende apparaten via een
gemeenschappelijke kleurruimte worden verwerkt. Windows heeft een ingebouwd kleurbeheersysteem,
ICM.
Adobe RGB en sRGB zijn veelgebruikte kleurruimten. Adobe RGB is een bredere kleurruimte dan sRGB.
Met ICC-profielen kunnen de 'kleuren' van verschillende apparaten naar een gemeenschappelijke
kleurruimte worden geconverteerd. Door gebruik te maken van een ICC-profiel en kleurbeheer kunt u de
kleurruimte van afbeeldingsgegevens afstemmen op het kleurreproductiegebied dat de printer kan
produceren.
Een afdrukmethode kiezen die geschikt is voor de afbeeldingsgegevens
De aanbevolen afdrukmethode is afhankelijk van de kleurruimte (Adobe RGB of sRGB) van de
afbeeldingsgegevens of de toepassing die wordt gebruikt. Er zijn twee afdrukmethoden die vaak worden
gebruikt. Controleer de kleurruimte (Adobe GRB of sRGB) van de afbeeldingsgegevens en de
toepassing die wordt gebruikt, en selecteer vervolgens de geschikte afdrukmethode.
De kleuren aanpassen met het printerstuurprogramma
In dit gedeelte wordt de procedure beschreven voor het afdrukken van sRGB-gegevens met behulp van
de kleurcorrectiefunctie van het printerstuurprogramma.
Afdrukken met Canon Digital Photo Color
De printer drukt gegevens af in kleurtinten waaraan veel mensen de voorkeur geven; de originele
kleuren van de afbeelding worden weergegeven en driedimensionale effecten en hoge, scherpe
contrasten worden gegenereerd.
Afdrukken door de bewerkingen en verbeteringen van een toepassing rechtstreeks toe te passen
Wanneer de gegevens worden afgedrukt, benadrukt de printer subtiele kleurverschillen tussen
donkere en lichte delen, waarbij de donkerste en lichtste gebieden intact blijven.
Wanneer de gegevens worden afgedrukt, past de printer het resultaat toe van gedetailleerde
aanpassingen die zijn aangebracht met een toepassing, zoals aanpassingen in de helderheid.
Afdrukken met ICC-profielen
In dit gedeelte wordt de procedure beschreven voor het afdrukken door effectief gebruik te maken van de
kleurruimte van Adobe RGB of sRGB.
U kunt afdrukken met een gemeenschappelijke kleurruimte door de toepassing en het
printerstuurprogramma zo in te stellen dat het kleurbeheer overeenkomt met het ICC-invoerprofiel van de
afbeeldingsgegevens.
De methode voor het instellen van het printerstuurprogramma verschilt, afhankelijk van de toepassing
die wordt gebruikt.
Naar boven
De kleuren aanpassen met het printerstuurprogramma
Pagina 296 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingen > De afdrukkwaliteit
wijzigen en afbeeldingsgegevens corrigeren > Kleurcorrectie opgeven > De kleuren aanpassen met het
printerstuurprogramma
De kleuren aanpassen met het printerstuurprogramma
U kunt de functie voor kleurcorrectie van het printerstuurprogramma zo instellen dat sRGB-gegevens
worden afgedrukt met kleurtinten waaraan veel mensen de voorkeur geven, door het gebruik van Canon
Digital Photo Color.
Als u afdrukt vanuit een toepassing die ICC-profielen kan identificeren en waarvoor u deze kunt opgeven,
gebruikt u een ICC-profiel voor afdrukken in de toepassing en selecteert u instellingen voor kleurbeheer.
De procedure voor het aanpassen van kleuren met het printerstuurprogramma is als volgt:
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Selecteer het mediumtype
Selecteer het type papier dat in de printer is geplaatst in de lijst Mediumtype (Media Type) op het
tabblad Afdruk (Main).
3. Selecteer de afdrukkwaliteit
Selecteer bij Afdrukkwaliteit (Print Quality) Hoog (High), Standaard (Standard) of Snel (Fast),
afhankelijk van het gewenste afdrukresultaat.
4. Selecteer de handmatige kleuraanpassing
Selecteer Handmatig (Manual) voor Kleur/Intensiteit (Color/Intensity) en klik op Instellen... (Set...).
Het dialoogvenster Handmatige kleuraanpassing (Manual Color Adjustment) wordt geopend.
5. Selecteer de kleurcorrectie
Klik op de tab Afstemming (Matching) en selecteer Driververgelijking (Driver Matching) voor
Kleurcorrectie (Color Correction).
De kleuren aanpassen met het printerstuurprogramma
Pagina 297 van 486 pagina's
6. Stel de andere items in
Klik zo nodig op het tabblad Kleuraanpassing (Color Adjustment) en pas de kleurbalans van Cyaan
(Cyan), Magenta en Geel (Yellow) aan, pas de instellingen voor Helderheid (Brightness), Intensiteit
(Intensity) en Contrast aan en klik op OK.
7. Voltooi de configuratie
Klik op OK op het tabblad Afdruk (Main).
De kleuren van de gegevens worden bij het afdrukken aangepast.
Verwante onderwerpen
Een combinatie van afdrukkwaliteit en halftoningmethode selecteren
Kleurcorrectie opgeven
De kleurbalans aanpassen
De helderheid aanpassen
De intensiteit aanpassen
Het contrast aanpassen
Naar boven
Afdrukken met ICC-profielen
Pagina 298 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingen > De afdrukkwaliteit
wijzigen en afbeeldingsgegevens corrigeren > Kleurcorrectie opgeven > Afdrukken met ICC-profielen
Afdrukken met ICC-profielen
Wanneer voor de afbeeldingsgegevens een ICC-invoerprofiel is opgegeven, kunt u afdrukken met
effectief gebruik van de kleurruimte (Adobe RGB of sRGB) van de gegevens.
De procedure voor het instellen van het printerstuurprogramma is afhankelijk van de toepassing die voor
het afdrukken wordt gebruikt.
Een ICC-profiel opgeven vanuit de toepassing en de gegevens afdrukken
Wanneer u het resultaat afdrukt van bewerkingen en verbeteringen die zijn aangebracht met Adobe
Photoshop, Canon Digital Photo Professional of een andere toepassing waarin u ICC-profielen voor
invoer en afdrukken kunt opgeven, kunt u bij het afdrukken effectief gebruikmaken van de kleurruimte van
het ICC-invoerprofiel dat in de afbeeldingsgegevens is opgegeven.
Als u deze afdrukmethode wilt gebruiken, moet u eerst met de toepassingopties voor kleurbeheer
selecteren en een ICC-invoerprofiel en een ICC-afdrukprofiel opgeven voor de afbeeldingsgegevens.
Ook als u afdrukt met een ICC-afdrukprofiel dat u zelf hebt gemaakt of één voor speciaal Canon-papier in
de toepassing, moet u de opties voor kleurbeheer selecteren in de toepassing.
Raadpleeg de gebruikershandleiding bij de toepassing voor instructies.
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Selecteer het mediumtype
Selecteer het type papier dat in de printer is geplaatst in de lijst Mediumtype (Media Type) op het
tabblad Afdruk (Main).
3. Selecteer de afdrukkwaliteit
Selecteer bij Afdrukkwaliteit (Print Quality) Hoog (High), Standaard (Standard) of Snel (Fast),
afhankelijk van het gewenste afdrukresultaat.
4. Selecteer de handmatige kleuraanpassing
Selecteer Handmatig (Manual) voor Kleur/Intensiteit (Color/Intensity) en klik op Instellen... (Set...).
Afdrukken met ICC-profielen
Pagina 299 van 486 pagina's
Het dialoogvenster Handmatige kleuraanpassing (Manual Color Adjustment) wordt geopend.
5. Selecteer de kleurcorrectie
Klik op de tab Afstemming (Matching) en selecteer Geen (None) voor Kleurcorrectie (Color
Correction).
6. Stel de andere items in
Klik zo nodig op het tabblad Kleuraanpassing (Color Adjustment) en pas de kleurbalans van Cyaan
(Cyan), Magenta en Geel (Yellow) aan, pas de instellingen voor Helderheid (Brightness), Intensiteit
(Intensity) en Contrast aan en klik op OK.
7. Voltooi de configuratie
Klik op OK op het tabblad Afdruk (Main).
Wanneer u afdrukt, wordt de kleurruimte van de afbeeldingsgegevens gebruikt.
Een ICC-profiel opgeven met het printerstuurprogramma en vervolgens afdrukken
Vanuit een programma dat geen ICC-invoerprofielen kan identificeren of waarin u geen ICC-profiel kunt
opgeven kunt u afdrukken door de ICC-invoerprofielen uit de printerprofielen van het
printerstuurprogramma op te geven. Wanneer u Adobe RGB-gegevens afdrukt, kunt u de gegevens met
de Adobe RGB-kleurruimte afdrukken, zelfs als de toepassing Adobe RGB niet ondersteunt.
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Selecteer het mediumtype
Selecteer het type papier dat in de printer is geplaatst in de lijst Mediumtype (Media Type) op het
tabblad Afdruk (Main).
Afdrukken met ICC-profielen
Pagina 300 van 486 pagina's
3. Selecteer de afdrukkwaliteit
Selecteer bij Afdrukkwaliteit (Print Quality) Hoog (High), Standaard (Standard) of Snel (Fast),
afhankelijk van het gewenste afdrukresultaat.
4. Selecteer de handmatige kleuraanpassing
Selecteer Handmatig (Manual) voor Kleur/Intensiteit (Color/Intensity) en klik op Instellen... (Set...).
Het dialoogvenster Handmatige kleuraanpassing (Manual Color Adjustment) wordt geopend.
5. Selecteer de kleurcorrectie
Klik op de tab Afstemming (Matching) en selecteer ICM voor Kleurcorrectie (Color Correction).
6. Selecteer het invoerprofiel
Selecteer een Invoerprofiel (Input Profile) dat overeenkomt met de kleurruimte van de
afbeeldingsgegevens.
Voor sRGB-gegevens of gegevens zonder een ICC-invoerprofiel:
Selecteer Standaard (Standard).
Afdrukken met ICC-profielen
Pagina 301 van 486 pagina's
Voor Adobe RGB-gegevens:
Selecteer Adobe RGB (1998).
Belangrijk
Als er in de toepassing een invoerprofiel is opgegeven, wordt de instelling voor het
invoerprofiel in het printerstuurprogramma ongeldig.
Als er geen ICC-invoerprofielen op uw computer zijn geïnstalleerd, wordt Adobe RGB (1998)
niet weergegeven. U kunt ICC-profielen installeren vanaf de installatie-cd-rom die bij de printer
wordt geleverd.
7. De render-intentie selecteren
Selecteer de methode voor kleuraanpassing in Render-intentie (Rendering Intent).
Verzadiging (Saturation)
Met deze methode worden afbeeldingen nog levendiger gereproduceerd dan met de methode
Perceptueel (Perceptual).
Perceptueel (Perceptual)
Met deze methode worden afbeeldingen gereproduceerd met kleurtinten die bij de meeste
mensen de voorkeur hebben. Selecteer deze method als u foto's wilt afdrukken.
Relatief colorimetrisch (Relative Colorimetric)
Wanneer afbeeldingsgegevens worden geconverteerd naar de kleurruimte van de printer,
worden met deze methode de afbeeldingsgegevens zo geconverteerd dat de gereproduceerde
kleuren ongeveer overeenkomen met de gedeelde kleurregio's. Selecteer deze methode om
afbeeldingsgegevens af te drukken met kleuren die dicht bij de oorspronkelijke kleuren liggen.
Absoluut colorimetrisch (Absolute Colorimetric)
Als Relatief colorimetrisch (Relative Colorimetric) is geselecteerd, worden witte plekken
gereproduceerd als witte plekken in het papier (de achtergrondkleur). Als echter Absoluut
colorimetrisch (Absolute Colorimetric) is geselecteerd, hangt het af van de afbeeldingsgegevens
hoe de witte plekken worden gereproduceerd.
Belangrijk
Als u Windows XP SP2 of Windows XP SP3 gebruikt, is deze functie uitgeschakeld.
8. Stel de andere items in
Klik zo nodig op het tabblad Kleuraanpassing (Color Adjustment) en pas de kleurbalans van Cyaan
(Cyan), Magenta en Geel (Yellow) aan, pas de instellingen voor Helderheid (Brightness), Intensiteit
(Intensity) en Contrast aan en klik op OK.
9. Voltooi de configuratie
Klik op OK op het tabblad Afdruk (Main).
Wanneer u afdrukt, worden de gegevens afgedrukt met de kleurruimte van de geselecteerde
afbeeldingsgegevens.
Verwante onderwerpen
Een combinatie van afdrukkwaliteit en halftoningmethode selecteren
Kleurcorrectie opgeven
De kleurbalans aanpassen
De helderheid aanpassen
De intensiteit aanpassen
Het contrast aanpassen
Afdrukken met ICC-profielen
Pagina 302 van 486 pagina's
Naar boven
De kleurbalans aanpassen
Pagina 303 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingen > De afdrukkwaliteit
wijzigen en afbeeldingsgegevens corrigeren > De kleurbalans aanpassen
De kleurbalans aanpassen
U kunt de kleurtinten tijdens het afdrukken aanpassen.
Aangezien deze functie de kleurbalans van de afdruk aanpast door de inktverhoudingen van elke kleur te
wijzigen, wordt de gehele kleurbalans van het document gewijzigd. Gebruik de toepassing als u
uitgebreide wijzigingen wilt aanbrengen in de kleurbalans. Gebruik het printerstuurprogramma alleen
als u kleine wijzigingen in de kleurbalans wilt aanbrengen.
In het volgende voorbeeld ziet u hoe de kleurbalans wordt gebruikt om de intensiteit van cyaan te
verhogen en die van geel te verlagen zodat de kleuren beter op elkaar zijn afgestemd.
Geen aanpassing
Pas Kleurbalans aan
De procedure voor het aanpassen van de kleurbalans is als volgt:
U kunt de kleurbalans ook instellen op het tabblad Snel instellen (Quick Setup) door Foto afdrukken
(Photo Printing) te kiezen onder Veelgebruikte instellingen (Commonly Used Settings) en vervolgens
Kleur/intensiteit handmatig aanpassen (Color/Intensity Manual Adjustment) te kiezen onder Extra
functies (Additional Features).
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Selecteer de handmatige kleuraanpassing
Selecteer op het tabblad Afdruk (Main) de optie Handmatig (Manual) voor Kleur/Intensiteit (Color/
Intensity) en klik op Instellen... (Set...).
Het dialoogvenster Handmatige kleuraanpassing (Manual Color Adjustment) wordt geopend.
De kleurbalans aanpassen
Pagina 304 van 486 pagina's
3. Pas de kleurbalans aan
Er zijn afzonderlijke schuifregelaars voor Cyaan (Cyan), Magenta en Geel (Yellow). Elke kleur wordt
krachtiger wanneer u de bijbehorende schuifregelaar naar rechts schuift en zwakker wanneer u de
schuifregelaar naar links schuift. Als bijvoorbeeld cyaan zwakker wordt, wordt de kleur rood sterker.
U kunt ook rechtstreeks een waarde invoeren voor de schuifregelaar. Voer een waarde in tussen 50 en 50.
Klik op OK nadat u alle kleuren hebt aangepast.
Belangrijk
Verschuif de schuifregelaar langzaam.
4. Voltooi de configuratie
Klik op OK op het tabblad Afdruk (Main).
Wanneer u het document afdrukt, wordt de aangepaste kleurbalans gebruikt.
Belangrijk
Als het selectievakje Afdrukken in grijstinten (Grayscale Printing) op het tabblad Afdruk (Main) is
ingeschakeld, zijn Cyaan (Cyan), Magenta en Geel (Yellow) niet beschikbaar voor selectie.
Verwante onderwerpen
Een combinatie van afdrukkwaliteit en halftoningmethode selecteren
Kleurcorrectie opgeven
De helderheid aanpassen
De intensiteit aanpassen
Het contrast aanpassen
Naar boven
De helderheid aanpassen
Pagina 305 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingen > De afdrukkwaliteit
wijzigen en afbeeldingsgegevens corrigeren > De helderheid aanpassen
De helderheid aanpassen
U kunt de helderheid van afbeeldingsgegevens tijdens het afdrukken aanpassen.
Puur wit en zwart worden niet veranderd, maar de helderheid van de tussenliggende kleuren wordt wel
veranderd.
Het volgende voorbeeld toont het afdrukresultaat wanneer de helderheid is aangepast.
Licht (Light) is geselecteerd Normaal (Normal) is geselecteerd Donker (Dark) is geselecteerd
De procedure voor het aanpassen van de helderheid is als volgt:
U kunt de helderheid ook instellen op het tabblad Snel instellen (Quick Setup) door Foto afdrukken
(Photo Printing) te kiezen onder Veelgebruikte instellingen (Commonly Used Settings) en vervolgens
Kleur/intensiteit handmatig aanpassen (Color/Intensity Manual Adjustment) te kiezen onder Extra
functies (Additional Features).
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Selecteer de handmatige kleuraanpassing
Selecteer op het tabblad Afdruk (Main) de optie Handmatig (Manual) voor Kleur/Intensiteit (Color/
Intensity) en klik op Instellen... (Set...).
Het dialoogvenster Handmatige kleuraanpassing (Manual Color Adjustment) wordt geopend.
3. Geef de helderheid op
Selecteer Licht (Light), Normaal (Normal) of Donker (Dark) bij Helderheid (Brightness) en klik op
OK.
De helderheid aanpassen
Pagina 306 van 486 pagina's
4. Voltooi de configuratie
Klik op OK op het tabblad Afdruk (Main).
De opgegeven helderheid wordt bij het afdrukken gebruikt.
Verwante onderwerpen
Een combinatie van afdrukkwaliteit en halftoningmethode selecteren
Kleurcorrectie opgeven
De kleurbalans aanpassen
De intensiteit aanpassen
Het contrast aanpassen
Naar boven
De intensiteit aanpassen
Pagina 307 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingen > De afdrukkwaliteit
wijzigen en afbeeldingsgegevens corrigeren > De intensiteit aanpassen
De intensiteit aanpassen
U kunt de kleuren van de beeldgegevens helderder of donkerder maken tijdens het afdrukken.
Als u een scherpere afdruk wilt, moet u de intensiteit van de kleuren verhogen.
Het volgende voorbeeld laat zien wat er gebeurt wanneer de intensiteit wordt verhoogd: de kleuren van
de afbeeldingsgegevens worden donkerder afgedrukt.
Geen aanpassing
Hogere intensiteit
De procedure voor het aanpassen van de intensiteit is als volgt:
U kunt de intensiteit ook instellen op het tabblad Snel instellen (Quick Setup) door Foto afdrukken (Photo
Printing) te kiezen onder Veelgebruikte instellingen (Commonly Used Settings) en vervolgens Kleur/
intensiteit handmatig aanpassen (Color/Intensity Manual Adjustment) te kiezen onder Extra functies
(Additional Features).
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Selecteer de handmatige kleuraanpassing
Selecteer Handmatig (Manual) voor Kleur/Intensiteit (Color/Intensity) op het tabblad Afdruk (Main) en
klik op Instellen... (Set...).
Het dialoogvenster Handmatige kleuraanpassing (Manual Color Adjustment) wordt geopend.
3. Pas de intensiteit aan
Wanneer u de schuifregelaar Intensiteit (Intensity) naar rechts verplaatst, worden de kleuren
donkerder. Wanneer u de schuifregelaar naar links verplaatst, worden de kleuren helderder.
U kunt ook rechtstreeks een waarde invoeren voor de schuifregelaar. Voer een waarde in tussen -
De intensiteit aanpassen
Pagina 308 van 486 pagina's
50 en 50.
Klik op OK nadat u alle kleuren hebt aangepast.
Belangrijk
Verschuif de schuifregelaar langzaam.
4. Voltooi de configuratie
Klik op OK op het tabblad Afdruk (Main).
Wanneer u het document afdrukt, wordt de aangepaste intensiteit gebruikt.
Verwante onderwerpen
Een combinatie van afdrukkwaliteit en halftoningmethode selecteren
Kleurcorrectie opgeven
De kleurbalans aanpassen
De helderheid aanpassen
Het contrast aanpassen
Naar boven
Het contrast aanpassen
Pagina 309 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingen > De afdrukkwaliteit
wijzigen en afbeeldingsgegevens corrigeren > Het contrast aanpassen
Het contrast aanpassen
U kunt het beeldcontrast tijdens het afdrukken aanpassen.
Wanneer u de verschillen tussen de lichte en donkere gebieden van afbeeldingen groter en duidelijker
wilt maken, verhoogt u het contrast. Wanneer u echter de verschillen tussen de lichte en donkere
gebieden van afbeeldingen kleiner en minder duidelijk wilt maken, verlaagt u het contrast.
Geen aanpassing
Pas het contrast aan
De procedure voor het aanpassen van het contrast is als volgt:
U kunt het contrast ook instellen op het tabblad Snel instellen (Quick Setup) door Foto afdrukken (Photo
Printing) te kiezen onder Veelgebruikte instellingen (Commonly Used Settings) en vervolgens Kleur/
intensiteit handmatig aanpassen (Color/Intensity Manual Adjustment) te kiezen onder Extra functies
(Additional Features).
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Selecteer de handmatige kleuraanpassing
Selecteer op het tabblad Afdruk (Main) de optie Handmatig (Manual) voor Kleur/Intensiteit (Color/
Intensity) en klik op Instellen... (Set...).
Het dialoogvenster Handmatige kleuraanpassing (Manual Color Adjustment) wordt geopend.
3. Pas het contrast aan
Wanneer u de schuifregelaar Contrast naar rechts schuift, wordt het contrast groter en wanneer u
de schuifregelaar naar links schuift, wordt het contrast kleiner.
Het contrast aanpassen
Pagina 310 van 486 pagina's
U kunt ook rechtstreeks een waarde invoeren voor de schuifregelaar. Voer een waarde in tussen 50 en 50.
Klik op OK nadat u alle kleuren hebt aangepast.
Belangrijk
Verschuif de schuifregelaar langzaam.
4. Voltooi de configuratie
Klik op OK op het tabblad Afdruk (Main).
Bij het afdrukken wordt het aangepaste contrast gebruikt.
Verwante onderwerpen
Een combinatie van afdrukkwaliteit en halftoningmethode selecteren
Kleurcorrectie opgeven
De kleurbalans aanpassen
De helderheid aanpassen
De intensiteit aanpassen
Naar boven
Een illustratie simuleren
Pagina 311 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingen > De afdrukkwaliteit
wijzigen en afbeeldingsgegevens corrigeren > Een illustratie simuleren
Een illustratie simuleren
Met de functie Illustratie simuleren (Simulate Illustration) kunt u een full-colour afbeelding of een
afbeelding met 256 kleuren zo afdrukken dat het lijkt of deze met de hand is getekend. Deze functie voegt
diverse effecten toe aan het profiel en de kleuren van de oorspronkelijke afbeelding.
De procedure voor het gebruik van Illustratie simuleren (Simulate Illustration) is als volgt:
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Stel Illustratie simuleren (Simulate Illustration) in
Schakel zo nodig het selectievakje Illustratie simuleren (Simulate Illustration) op het tabblad
Effecten (Effects) in en pas het Contrast aan.
Wanneer u de schuifregelaar naar rechts schuift, wordt de afbeelding lichter en wanneer u de
schuifregelaar naar links schuift, wordt de afbeelding donkerder.
De huidige instellingen worden weergegeven in het instellingenvoorbeeld aan de linkerkant van het
printerstuurprogramma.
3. Voltooi de configuratie
Klik op OK.
De afbeelding wordt als een met de hand getekende illustratie afgedrukt.
Naar boven
Afbeeldingsgegevens weergeven in een enkele kleur
Pagina 312 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingen > De afdrukkwaliteit
wijzigen en afbeeldingsgegevens corrigeren > Afbeeldingsgegevens weergeven in een enkele kleur
Afbeeldingsgegevens weergeven in een enkele kleur
Met de functie Monochroomeffecten (Monochrome Effects) kunt u kleureffecten toepassen, zoals een foto
omzetten in sepiatinten.
De procedure voor het gebruik van Monochroomeffecten (Monochrome Effects) is als volgt:
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Stel Monochroomeffecten (Monochrome Effects) in
Schakel het selectievakje Monochroomeffecten (Monochrome Effects) op het tabblad Effecten
(Effects) in en selecteer de gewenste kleur.
Als u Kleur selecteren (Select Color) kiest, kunt u met de schuifregelaar Kleur (Color) de gewenste
kleur kiezen.
De huidige instellingen worden weergegeven in het instellingenvoorbeeld aan de linkerkant van het
printerstuurprogramma.
3. Voltooi de configuratie
Klik op OK.
Wanneer u de afbeelding afdrukt, wordt deze in een enkele kleur afgedrukt.
Afbeeldingsgegevens weergeven in een enkele kleur
Pagina 313 van 486 pagina's
Belangrijk
Als het selectievakje Afdrukken in grijstinten (Grayscale Printing) op het tabblad Afdruk (Main) is
ingeschakeld, is Monochroomeffecten (Monochrome Effects) niet beschikbaar voor selectie.
Naar boven
Afbeeldingsgegevens weergeven in levendige kleuren
Pagina 314 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingen > De afdrukkwaliteit
wijzigen en afbeeldingsgegevens corrigeren > Afbeeldingsgegevens weergeven in levendige kleuren
Afbeeldingsgegevens weergeven in levendige kleuren
Met de functie Vivid Photo kunt u afbeeldingsgegevens afdrukken in levendige kleuren.
Door de functie Vivid Photo worden de kleuren in achtergronden benadrukt, terwijl de huidskleur van
personen natuurlijk blijft. Met deze functie kunt u levendige kleuren nog levendiger maken.
De procedure voor het gebruik van Vivid Photo is als volgt:
U kunt levendige kleuren ook instellen op het tabblad Snel instellen (Quick Setup) door Foto afdrukken
(Photo Printing) te kiezen onder Veelgebruikte instellingen (Commonly Used Settings) en vervolgens
Extra functies (Additional Features) te kiezen.
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Stel Vivid Photo in
Schakel het selectievakje Vivid Photo in op het tabblad Effecten (Effects).
3. Voltooi de configuratie
Klik op OK.
Wanneer u de afbeelding afdrukt, wordt deze met levendige kleuren afgedrukt.
Naar boven
Gekartelde randen verwijderen
Pagina 315 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingen > De afdrukkwaliteit
wijzigen en afbeeldingsgegevens corrigeren > Gekartelde randen verwijderen
Gekartelde randen verwijderen
Met de functie Image Optimizer kunt u de gekartelde randen corrigeren van foto's en afbeeldingen die in
de toepassing zijn vergroot. Deze functie is vooral handig wanneer u afbeeldingen met een lage
resolutie uit webpagina's afdrukt.
De procedure voor het gebruik van Image Optimizer is als volgt:
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Image Optimizer instellen
Schakel het selectievakje Image Optimizer in op het tabblad Effecten (Effects).
3. Voltooi de configuratie
Klik op OK.
Foto's en afbeeldingen worden met vloeiende randen afgedrukt.
Opmerking
Afhankelijk van de toepassingssoftware of de resolutie van de afbeeldingsgegevens, heeft Image
Optimizer mogelijk geen zichtbaar effect.
Bij het gebruik van Image Optimizer kan het afdrukken langzamer verlopen.
Gekartelde randen verwijderen
Pagina 316 van 486 pagina's
Naar boven
Kleureigenschappen wijzigen om kleuren te verbeteren
Pagina 317 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingen > De afdrukkwaliteit
wijzigen en afbeeldingsgegevens corrigeren > Kleureigenschappen wijzigen om kleuren te verbeteren
Kleureigenschappen wijzigen om kleuren te verbeteren
De functie Photo Optimizer PRO corrigeert de kleuren van afbeeldingen die zijn gemaakt met een digitale
camera of van gescande afbeeldingen. De functie is speciaal ontworpen om kleurverschuiving,
overbelichting en onderbelichting te corrigeren.
De procedure voor het gebruik van Photo Optimizer PRO is als volgt:
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Photo Optimizer PRO instellen
Schakel het selectievakje Photo Optimizer PRO in op het tabblad Effecten (Effects).
Normaal gesproken is het niet nodig om het selectievakje Op hele pagina toepassen (Apply
Throughout Page) in te schakelen.
De afbeeldingen op een pagina worden afzonderlijk geoptimaliseerd.
Opmerking
Schakel het selectievakje Op hele pagina toepassen (Apply Throughout Page) in als de af te
drukken afbeeldingsgegevens zijn bewerkt (bijvoorbeeld bijgesneden of geroteerd). In dit geval
wordt de hele pagina gezien als één enkele afbeelding die moet worden geoptimaliseerd.
3. Voltooi de configuratie
Kleureigenschappen wijzigen om kleuren te verbeteren
Pagina 318 van 486 pagina's
Klik op OK.
Wanneer u de afbeeldingen afdrukt, worden de kleuren van de afbeeldingen gecorrigeerd.
Belangrijk
Photo Optimizer PRO werkt niet als:
Achtergrond (Background) is ingesteld in het dialoogvenster Stempel/Achtergrond (Stamp/
Background) van het tabblad Pagina-instelling (Page Setup).
Stempel definiëren... (Define Stamp...) is geselecteerd in het dialoogvenster Stempel/
Achtergrond (Stamp/Background) op het tabblad Pagina-instelling (Page Setup) en een bitmap
als stempel is opgegeven.
Opmerking
Afhankelijk van de afbeelding heeft Photo Optimizer PRO mogelijk geen zichtbaar effect.
Naar boven
Ruis in foto's reduceren
Pagina 319 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingen > De afdrukkwaliteit
wijzigen en afbeeldingsgegevens corrigeren > Ruis in foto's reduceren
Ruis in foto's reduceren
U kunt met Ruisreductie in foto (Photo Noise Reduction) de ruis in foto's reduceren die kan ontstaan bij
het gebruik van een digitale camera. Op deze manier kunt u de kwaliteit van de digitale afdruk
verbeteren.
De procedure voor het gebruik van Ruisreductie in foto (Photo Noise Reduction) is als volgt:
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Stel Ruisreductie in foto (Photo Noise Reduction) in
Schakel het selectievakje Ruisreductie in foto (Photo Noise Reduction) op het tabblad Effecten
(Effects) in en selecteer Normaal (Normal) of Krachtig (Strong).
3. Voltooi de configuratie
Klik op OK.
De afbeelding wordt met minder digitale cameraruis afgedrukt.
Opmerking
De aanbevolen instelling is in de meeste gevallen Normaal (Normal). Selecteer Krachtig (Strong)
Ruis in foto's reduceren
Pagina 320 van 486 pagina's
als u met Normaal (Normal) niet het gewenste resultaat krijgt.
Afhankelijk van de gebruikte toepassing of de resolutie van de afbeeldingsgegevens, is het
mogelijk dat het reduceren van ruis geen zichtbaar effect heeft.
Wanneer u deze functie gebruikt voor andere afbeeldingen dan foto's gemaakt met een digitale
camera, kan de afbeelding vervormen.
Naar boven
Overzicht van het printerstuurprogramma
Pagina 321 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingen > Overzicht van het
printerstuurprogramma
Overzicht van het printerstuurprogramma
Procedures van het printerstuurprogramma
Canon IJ-printerstuurprogramma
Het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma openen
Tabblad Onderhoud
Canon IJ-statusmonitor
Canon IJ-voorbeeld
Naar boven
Procedures van het printerstuurprogramma
Pagina 322 van 486 pagina's
MA-5580-V1.00
| Instructies voor gebruik (Printerstuurprogramma) | Deze handleiding gebruiken | Deze handleiding afdrukken
Verschillende afdrukmethoden
Printerinstellingen vanaf de computer
wijzigen
Afdrukken met de basisinstellingen
Een paginaformaat en afdrukstand opgeven
Instellingen voor aantal en afdrukvolgorde
opgeven
De nietmarge instellen
Afdrukken zonder marges
Passend op papier afdrukken
Afdrukken op schaal
Pagina-indeling afdrukken
Poster afdrukken
Boekje afdrukken
Dubbelzijdig afdrukken
Stempel/achtergrond afdrukken
Een envelop afdrukken
Van papierbron wisselen zodat deze
overeenkomt met het doel
Afdrukopties wijzigen
Een veelgebruikt afdrukprofiel registreren
De stroomvoorziening van de printer beheren
Het geluid van de printer reduceren
De bedieningsmodus van de printer
aanpassen
Onderhoud uitvoeren vanaf een computer
De printkoppen reinigen
De papierinvoerrollen reinigen
De positie van de printkop uitlijnen
De spuitopeningen van de printkop
controleren
De transportrollen reinigen
De binnenkant van de printer reinigen
De inktkwaliteit op peil houden
Afdrukresultaten weergeven vóór het afdrukken
Papierformaat instellen (aangepast formaat)
De afdrukkwaliteit wijzigen en
afbeeldingsgegevens corrigeren
Een combinatie van afdrukkwaliteit en
halftoningmethode selecteren
Overzicht van het printerstuurprogramma
Canon IJ-printerstuurprogramma
Het eigenschappenvenster van het
printerstuurprogramma openen
Tabblad Onderhoud
Een kleurendocument monochroom afdrukken
Canon IJ-statusmonitor
Kleurcorrectie opgeven
Canon IJ-voorbeeld
De kleurbalans aanpassen
Het printerstuurprogramma bijwerken
De helderheid aanpassen
De intensiteit aanpassen
Het contrast aanpassen
Een illustratie simuleren
Afbeeldingsgegevens weergeven in een
enkele kleur
Afbeeldingsgegevens weergeven in levendige
kleuren
Gekartelde randen verwijderen
Kleureigenschappen wijzigen om kleuren te
verbeteren
Ruis in foto's reduceren
Het nieuwste printerstuurprogramma ophalen
Het onnodige printerstuurprogramma
verwijderen
Voordat u het printerstuurprogramma
installeert
Het printerstuurprogramma installeren
Bijlage
Een ongewenste afdruktaak verwijderen
|
Canon IJ-printerstuurprogramma
Pagina 323 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingen > Overzicht van het
printerstuurprogramma > Canon IJ-printerstuurprogramma
Canon IJ-printerstuurprogramma
Het Canon IJ-printerstuurprogramma is de software die op uw computer wordt geïnstalleerd voor het
afdrukken van gegevens met deze printer.
Het Canon IJ-printerstuurprogramma converteert de afdrukgegevens die in de Windows-toepassing zijn
gemaakt, naar gegevens die de printer begrijpt en stuurt de geconverteerde gegevens naar de printer.
Aangezien de ondersteunde indeling van de afdrukgegevens per model verschilt, moet u een Canon IJprinterstuurprogramma gebruiken dat geschikt is voor het model dat u gebruikt.
Help voor het printerstuurprogramma gebruiken
In de Help worden de instellingen van het stuurprogramma beschreven. U kunt deze help openen via het
venster Voorkeursinstellingen voor afdrukken van het Canon IJ-printerstuurprogramma.
Alle beschrijvingen van een tabblad weergeven...
Klik op de knop Help op een tabblad. Er wordt een dialoogvenster geopend met daarin een
beschrijving van alle items op het tabblad.
U kunt ook op de koppeling in de beschrijving van een item klikken om een beschrijving van het
gekoppelde dialoogvenster weer te geven.
Een beschrijving van elk item weergeven...
Klik met de rechtermuisknop op het item waarover u informatie wilt weergeven en klik op Wat is dit?
(What's This?).
U kunt ook klikken op de knop
Help rechts op de titelbalk en vervolgens klikken op het item
waarover u meer informatie wilt weergeven.
Er wordt een beschrijving van het item weergegeven.
Verwant onderwerp
Het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma openen
Naar boven
Het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma openen
Pagina 324 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingen > Overzicht van het
printerstuurprogramma > Canon IJ-printerstuurprogramma > Het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
openen
Het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
openen
U kunt het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma openen via de toepassing waarin u
werkt of via het menu Start van Windows.
Opmerking
In deze handleiding wordt de procedure voor Windows Vista beschreven. De procedure kan
verschillen voor andere versies van Windows.
Het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma via de toepassing openen
Volg onderstaande procedure om het afdrukprofiel in te stellen bij het afdrukken.
1. Selecteer de opdracht voor het afdrukken in het programma dat u gebruikt
Meestal doet u dit door Afdrukken (Print) te kiezen in het menu Bestand (File) waardoor het
dialoogvenster Afdrukken (Print) wordt weergegeven.
2. Selecteer de naam van uw printermodel en klik op Voorkeuren (Preferences) of
Eigenschappen (Properties)
Het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma verschijnt.
Opmerking
Afhankelijk van de toepassing die u gebruikt, kunnen de namen van opdrachten of menu's
verschillen en kan de procedure uit meer stappen bestaan. Raadpleeg de
gebruikershandleiding bij de toepassing voor meer informatie.
Het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma via het menu Start openen
Volg onderstaande procedure om onderhoudswerkzaamheden uit te voeren, zoals het reinigen van de
printkop, of om een afdrukprofiel in te stellen dat in alle toepassingen vrijwel hetzelfde is.
1. Selecteer items in het menu Start zoals hieronder aangegeven:
In Windows Vista selecteert u Start -> Configuratiescherm (Control Panel) -> Hardware en
geluiden (Hardware and Sound) -> Printers.
In Windows XP selecteert u Start -> Configuratiescherm (Control Panel) -> Printers en andere
hardware (Printers and Other Hardware) -> Printers en faxapparaten (Printers and Faxes).
In Windows 2000 selecteert u Start -> Instellingen (Settings) -> Printers.
2. Klik met de rechtermuisknop op het pictogram van uw model en selecteer
Voorkeursinstellingen voor afdrukken... (Printing Preferences...) in het weergegeven
menu
Het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma verschijnt.
Belangrijk
Wanneer u het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma via Eigenschappen
(Properties) opent, worden Windows-tabbladen zoals Poorten (Ports) (of Geavanceerd
(Advanced)) weergegeven. Deze tabbladen verschijnen niet wanneer u het
printerstuurprogramma opent via Voorkeursinstellingen voor afdrukken... (Printing
Het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma openen
Pagina 325 van 486 pagina's
Preferences...) of een toepassing. Raadpleeg de gebruikershandleiding bij Windows voor
meer informatie over de tabbladen met Windows-functies.
Naar boven
Tabblad Onderhoud
Pagina 326 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingen > Overzicht van het
printerstuurprogramma > Canon IJ-printerstuurprogramma > Tabblad Onderhoud
Tabblad Onderhoud
Op het tabblad Onderhoud (Maintenance) kunt u onderhoudswerkzaamheden uitvoeren aan de printer of
de instellingen van de printer wijzigen.
Functies
De printkoppen reinigen
De papierinvoerrollen reinigen
De positie van de printkop uitlijnen
De spuitopeningen van de printkop controleren
De transportrollen reinigen
De binnenkant van de printer reinigen
De inktkwaliteit op peil houden
De stroomvoorziening van de printer beheren
Verwante functies
Het geluid van de printer reduceren
De bedieningsmodus van de printer aanpassen
Naar boven
Canon IJ-statusmonitor
Pagina 327 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingen > Overzicht van het
printerstuurprogramma > Canon IJ-statusmonitor
Canon IJ-statusmonitor
De Canon IJ-statusmonitor is een toepassing die de status van de printer en de voortgang van het
afdrukken op het Windows-scherm weergeeft. U kunt aan de hand van de afbeeldingen, pictogrammen
en berichten zien wat de status van de printer is.
De Canon IJ-statusmonitor starten
De Canon IJ-statusmonitor wordt automatisch gestart wanneer gegevens naar de printer worden
gestuurd. De Canon IJ-statusmonitor wordt weergegeven als een knop op de taakbalk.
Klik op de knop Statusmonitor op de taakbalk. De Canon IJ-statusmonitor verschijnt.
Opmerking
U kunt de Canon IJ-statusmonitor openen wanneer er niet wordt afgedrukt door het
eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma te openen en op Printerstatus weergeven...
(View Printer Status...) op het tabblad Onderhoud (Maintenance) te klikken.
Wanneer fouten optreden
De Canon IJ-statusmonitor wordt automatisch weergegeven wanneer er een fout optreedt (bijvoorbeeld
wanneer het papier op is of de inkt op raakt).
Voer in dergelijke gevallen de beschreven maatregelen uit.
Naar boven
Canon IJ-voorbeeld
Pagina 328 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingen > Overzicht van het
printerstuurprogramma > Canon IJ-voorbeeld
Canon IJ-voorbeeld
Canon IJ-voorbeeld is een toepassing die de afdrukresultaten op het scherm laat zien, voordat er
daadwerkelijk wordt afgedrukt.
Hierbij worden de instellingen gebruikt die in het printerstuurprogramma zijn opgegeven. Op deze
manier kunt u de indeling, de afdrukvolgorde en het aantal pagina’s van een document controleren. U
kunt ook de instelling voor het mediumtype en de papierbron wijzigen.
Als u eerst een afdrukvoorbeeld wilt zien, opent u het eigenschappenvenster van het
printerstuurprogramma , klikt u op het tabblad Snel instellen (Quick Setup) of het tabblad Afdruk (Main) en
schakelt u het selectievakje Afdrukvoorbeeld (Preview before printing) in.
Als u niet eerst een afdrukvoorbeeld wilt zien, schakelt u het selectievakje uit.
Verwant onderwerp
Afdrukresultaten weergeven vóór het afdrukken
Naar boven
Onderhoud
Pagina 329 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Onderhoud
Onderhoud
De printer reinigen
Onderhoud uitvoeren vanaf een computer
Naar boven
De printer reinigen
Pagina 330 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Onderhoud > De printer reinigen
De printer reinigen
Reiniging
De buitenkant van de printer reinigen
De uitstekende delen binnen in de printer reinigen
Naar boven
Reiniging
Pagina 331 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Onderhoud > De printer reinigen > Reiniging
Reiniging
In dit gedeelte wordt de reinigingsprocedure beschreven die noodzakelijk is voor het onderhoud van de
printer.
Belangrijk
Gebruik voor het reinigen geen tissues, papieren handdoekjes, doeken met een grove structuur of
soortgelijk materiaal omdat deze krassen kunnen veroorzaken. Poeder of dunne draadjes van
tissues en papier kunnen bovendien in de printer achterblijven en problemen veroorzaken,
bijvoorbeeld een verstopte printkop of slechte afdrukresultaten. Gebruik altijd een zachte doek.
Gebruik nooit vluchtige vloeistoffen zoals verdunners, wasbenzine, aceton of andere chemische
reinigingsmiddelen om de printer te reinigen. Deze middelen kunnen storingen veroorzaken of de
printer beschadigen.
De buitenkant van de printer reinigen
De uitstekende delen binnen in de printer reinigen
Naar boven
De buitenkant van de printer reinigen
Pagina 332 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Onderhoud > De printer reinigen > De buitenkant van de printer reinigen
De buitenkant van de printer reinigen
Gebruik altijd een zachte doek, bijvoorbeeld een brillendoekje, en veeg vuilresten voorzichtig van het
oppervlak. Strijk eventuele kreukels in de doek zo nodig glad voordat u de doek gebruikt.
Belangrijk
Schakel de printer altijd uit en haal de stekker uit het stopcontact voordat u het apparaat gaat
reinigen.
Gebruik geen tissues, papieren handdoekjes, doeken met een grove structuur of soortgelijk
materiaal omdat deze krassen kunnen veroorzaken.
Naar boven
De uitstekende delen binnen in de printer reinigen
Pagina 333 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Onderhoud > De printer reinigen > De uitstekende delen binnen in de printer reinigen
De uitstekende delen binnen in de printer reinigen
Als er inktresten zijn achtergebleven op de uitstekende delen binnen in de printer, kunt u deze met
bijvoorbeeld een wattenstaafje schoonmaken.
Belangrijk
Schakel de printer altijd uit en haal de stekker uit het stopcontact voordat u het apparaat gaat
reinigen.
Raak tijdens het reinigen van de printer de interne onderdelen (A) en (B) niet aan.
Naar boven
Onderhoud uitvoeren vanaf een computer
Pagina 334 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Onderhoud > Onderhoud uitvoeren vanaf een computer
Onderhoud uitvoeren vanaf een computer
De printkoppen reinigen
De papierinvoerrollen reinigen
De positie van de printkop uitlijnen
Handmatig uitlijnen van de printkop
De spuitopeningen van de printkop controleren
De transportrollen reinigen
De binnenkant van de printer reinigen
De inktkwaliteit op peil houden
Naar boven
De printkoppen reinigen
Pagina 335 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Onderhoud > Onderhoud uitvoeren vanaf een computer > De printkoppen reinigen
De printkoppen reinigen
Met de functie Reiniging printkop kunt u verstopte spuitopeningen in de printkop weer vrijmaken. Reinig
de printkoppen wanneer de afdruk vaag is of een bepaalde kleur niet wordt afgedrukt, ook al is er
genoeg inkt.
De procedure voor het reinigen van de printkoppen is als volgt:
Reiniging
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Klik op Reiniging (Cleaning) op het tabblad Onderhoud (Maintenance).
Het dialoogvenster Reiniging printkop (Print Head Cleaning) wordt geopend. Volg de instructies in
het dialoogvenster op.
Klik op Initiële controle-items (Initial Check Items) om de items te bekijken die u moet controleren
voordat u Reiniging (Cleaning) uitvoert.
3. Voor de reiniging uit
Zorg dat de printer is ingeschakeld en klik op Uitvoeren (Execute).
Het reinigen van de printkop wordt gestart.
4. Voltooi de reiniging
Het dialoogvenster Controle spuitopening (Nozzle Check) wordt geopend na het
bevestigingsbericht.
5. Controleer de resultaten
Klik op de knop Controleraster afdrukken (Print Check Pattern) om te controleren of de
afdrukkwaliteit is verbeterd. Klik op Annuleren (Cancel) als u deze controle niet wilt uitvoeren.
Als het eenmaal reinigen van de printkop het probleem niet oplost, herhaalt u het reinigingsproces.
Diepte-reiniging
Diepte-reiniging (Deep Cleaning) is grondiger dan een normale reiniging. U gebruikt deze functie als
een probleem met de printkop niet wordt opgelost nadat u de functie Reiniging (Cleaning) tweemaal
hebt uitgevoerd.
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Klik op Diepte-reiniging (Deep Cleaning) op het tabblad Onderhoud (Maintenance)
Het dialoogvenster Diepte-reiniging (Deep Cleaning) wordt geopend. Volg de instructies in het
dialoogvenster op.
Klik op Initiële controle-items (Initial Check Items) om de items te bekijken die u moet controleren
voordat u Diepte-reiniging (Deep Cleaning) uitvoert.
3. Voer de diepte-reiniging uit
De printkoppen reinigen
Pagina 336 van 486 pagina's
Zorg dat de printer is ingeschakeld en klik op Uitvoeren (Execute).
Klik op OK in het bevestigingsbericht.
De diepte-reiniging wordt gestart.
4. Voltooi de diepte-reiniging
Het dialoogvenster Controle spuitopening (Nozzle Check) wordt geopend na het
bevestigingsbericht.
5. Controleer de resultaten
Klik op de knop Controleraster afdrukken (Print Check Pattern) om te controleren of de
afdrukkwaliteit is verbeterd. Klik op Annuleren (Cancel) als u deze controle niet wilt uitvoeren.
Belangrijk
Bij Reiniging (Cleaning) wordt een kleine hoeveelheid inkt gebruikt. Bij Diepte-reiniging (Deep
Cleaning) wordt meer inkt gebruikt dan bij Reiniging (Cleaning).
Wanneer u de printkoppen vaak reinigt, zal de inktvoorraad snel slinken. Voer daarom alleen een
reiniging uit wanneer dit noodzakelijk is.
Opmerking
Als na Diepte-reiniging (Deep Cleaning) geen verbetering optreedt, schakelt u de printer uit, wacht
u 24 uur en voert u Diepte-reiniging (Deep Cleaning) opnieuw uit. Als er nog steeds geen
verbetering optreedt, is de inkt mogelijk op of is de printkop versleten. Zie De printer beweegt maar
er wordt geen inkt uitgevoerd voor informatie over de te nemen maatregelen.
Verwant onderwerp
De spuitopeningen van de printkop controleren
Naar boven
De papierinvoerrollen reinigen
Pagina 337 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Onderhoud > Onderhoud uitvoeren vanaf een computer > De papierinvoerrollen reinigen
De papierinvoerrollen reinigen
Hiermee reinigt u de papierinvoerrol. U doet dit als er stukjes papier aan de papierinvoerrol vastzitten en
het papier niet goed wordt ingevoerd.
De procedure voor het reinigen van de papierinvoerrol is als volgt:
Reiniging rollen
1. Bereid de printer voor
Verwijder alle vellen papier uit de papierbron vanwaar papier niet goed kan worden ingevoerd.
2. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
3. Klik op Reiniging rollen (Roller Cleaning) op het tabblad Onderhoud (Maintenance)
Het dialoogvenster Reiniging rollen (Roller Cleaning) wordt weergegeven.
4. Selecteer Achterste lade (Rear Tray) of Cassette en klik op OK
Er wordt een bevestigingsbericht weergegeven.
5. Voer het reinigen van de papierinvoerrollen uit
Zorg dat de printer is ingeschakeld en klik op OK.
Het reinigen van de papierinvoerrol wordt gestart.
6. Voltooi het reinigen van de papierinvoerrollen
Wanneer de rollen zijn gestopt, volgt u de instructie in het bericht, plaatst u drie vellen gewoon
papier in de geselecteerde papierbron en klikt u op OK.
Het papier wordt uitgevoerd en het reinigen van de invoerrollen wordt voltooid.
Naar boven
De positie van de printkop uitlijnen
Pagina 338 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Onderhoud > Onderhoud uitvoeren vanaf een computer > De positie van de printkop uitlijnen
De positie van de printkop uitlijnen
Bij het uitlijnen van de printkoppen worden de installatieposities van de printkop gecorrigeerd waardoor
kleuren en lijnen beter worden afgedrukt.
Deze printer ondersteunt twee methoden voor het uitlijnen van de printkop: automatische uitlijning en
handmatige uitlijning. Normaal gesproken staat de printer ingesteld op automatische uitlijning.
Als u een automatische printkopuitlijning uitvoert en het afdrukresultaat nog steeds niet naar wens is,
ziet u 'Handmatig uitlijnen van de printkop ' en voert u handmatige uitlijning uit. U kunt een handmatige
uitlijning uitvoeren door te klikken op Aangepaste instellingen (Custom Settings) op het tabblad
Onderhoud (Maintenance) en vervolgens het selectievakje Koppen handmatig uitlijnen (Align heads
manually) in te schakelen.
De procedure voor het uitlijnen is van de printkop is als volgt:
Uitlijning printkop
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Klik op Uitlijning printkop (Print Head Alignment) op het tabblad Onderhoud
(Maintenance)
Het dialoogvenster Uitlijning printkop starten (Start Print Head Alignment) wordt geopend.
3. Plaats het papier in de printer
Plaats twee vellen normaal papier van A4- of Letter-formaat in de cassette.
4. Voer het uitlijnen van de printkop uit
Zorg dat de printer aan staat en klik op Printkop uitlijnen (Align Print Head).
Volg de instructie in het bericht.
Opmerking
Als u de huidige instelling wilt afdrukken en controleren, opent u het dialoogvenster Uitlijning
printkop starten (Start Print Head Alignment) en klikt u op Uitlijningswaarde afdrukken (Print
Alignment Value).
Naar boven
Handmatig uitlijnen van de printkop
Pagina 339 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Onderhoud > Onderhoud uitvoeren vanaf een computer > Handmatig uitlijnen van de printkop
Handmatig uitlijnen van de printkop
In dit gedeelte wordt beschreven hoe u de printkop handmatig kunt uitlijnen.
Als het automatisch uitlijnen van de printkop niet het gewenste resultaat oplevert, kunt u de volgende
procedure uitvoeren om de printkop handmatig uit te lijnen voor een nauwkeuriger resultaat.
Raadpleeg Routineonderhoud voor meer informatie over het automatisch uitlijnen van de printkop.
Opmerking
Zorg dat u papier in de cassette plaatst. De achterste lade of de sleuf voor handmatige invoer van
de voorste lade kan niet worden gebruikt om de printkop handmatig uit te lijnen.
Het uitlijningspatroon voor de printkop wordt alleen in zwart en blauw afgedrukt.
1. Zorg dat de printer is ingeschakeld.
2. Plaats twee vellen gewoon papier van A4- of Letter-formaat in de cassette.
3. Open de voorste lade voorzichtig en trek het verlengstuk van de uitvoerlade uit.
4. Druk het patroon af.
1. Open het dialoogvenster Printereigenschappen.
Het dialoogvenster Printereigenschappen via het menu Start openen
2. Klik op het tabblad Onderhoud (Maintenance) en vervolgens op Aangepaste instellingen
(Custom Settings).
3. Schakel het selectievakje Koppen handmatig uitlijnen (Align heads manually) in en klik op
Verzenden (Send).
4. Bevestig het weergegeven bericht en klik op OK.
5. Klik op Uitlijning printkop (Print Head Alignment) op het tabblad Onderhoud (Maintenance).
6. Bevestig het bericht dat wordt weergegeven en klik op Printkop uitlijnen (Align Print Head).
Belangrijk
Open de bovenklep niet als er een afdruktaak wordt uitgevoerd.
Opmerking
Als u de huidige instelling wilt controleren, klikt u op Uitlijningswaarde afdrukken (Print
Alignment Value) en drukt u het raster af.
7. Nadat het raster is voltooid, klikt u op Ja (Yes).
Het dialoogvenster voor het invoeren van een waarde voor printkopuitlijning wordt
weergegeven.
5. Kijk naar de eerste afdruk en pas vervolgens de positie van de printkop aan.
1. Controleer de afgedrukte rasters en selecteer in kolom A het nummer van het raster met de
minst waarneembare verticale strepen.
Handmatig uitlijnen van de printkop
Pagina 340 van 486 pagina's
Opmerking
Als het moeilijk is het beste raster te kiezen, selecteert u de instelling waarbij de verticale
witte strepen het minst duidelijk zichtbaar zijn.
(A) Minder duidelijk zichtbare verticale witte strepen
(B) Duidelijk zichtbare verticale witte strepen
2. Herhaal deze procedure totdat u als laatste het nummer van het raster in kolom K hebt
geselecteerd en klik op OK.
3. Bevestig het weergegeven bericht en klik op OK.
Het tweede raster wordt afgedrukt.
Belangrijk
Open de bovenklep niet als er een afdruktaak wordt uitgevoerd.
6. Kijk naar de tweede afdruk en pas vervolgens de positie van de printkop aan.
1. Controleer de afgedrukte rasters en selecteer in kolom L het nummer van het raster met de
minst waarneembare verticale strepen.
Handmatig uitlijnen van de printkop
Pagina 341 van 486 pagina's
Opmerking
Als het moeilijk is het beste raster te kiezen, selecteert u de instelling waarbij de verticale
witte strepen het minst duidelijk zichtbaar zijn.
(C) Minder duidelijk zichtbare verticale witte strepen
(D) Duidelijk zichtbare verticale witte strepen
2. Herhaal deze procedure totdat u als laatste het nummer van het raster in kolom T hebt
geselecteerd en klik op OK.
Selecteer in kolom R tot en met kolom T het nummer van het raster met de minst
waarneembare horizontale strepen.
Opmerking
Als het moeilijk is het beste raster te kiezen, kiest u de instelling waarbij de horizontale
witte strepen het minst duidelijk zichtbaar zijn.
(E) Minder duidelijk zichtbare horizontale witte strepen
(F) Duidelijk zichtbare horizontale witte strepen
3. Bevestig het weergegeven bericht en klik op OK.
Handmatig uitlijnen van de printkop
Pagina 342 van 486 pagina's
1. Zorg dat de printer is ingeschakeld.
2. Plaats twee vellen gewoon papier van A4- of Letter-formaat in de cassette.
3. Open de voorste lade voorzichtig en trek het verlengstuk van de uitvoerlade uit.
4. Druk het patroon af.
1. Open het dialoogvenster Canon IJ Printer Utility.
Canon IJ Printer Utility openen (Macintosh)
2. Selecteer Aangepaste instellingen (Custom Settings) in het pop-upmenu.
3. Schakel het selectievakje Koppen handmatig uitlijnen (Align heads manually) in en klik op
Verzenden (Send).
4. Bevestig het weergegeven bericht en klik op OK.
5. Selecteer Testafdruk (Test Print) in het pop-upmenu.
6. Klik op Uitlijning printkop (Print Head Alignment).
7. Bevestig het bericht dat wordt weergegeven en klik op Printkop uitlijnen (Align Print Head).
Het dialoogvenster voor het invoeren van een waarde voor printkopuitlijning wordt
weergegeven.
Belangrijk
Open de bovenklep niet als er een afdruktaak wordt uitgevoerd.
Opmerking
Als u de huidige instelling wilt controleren, klikt u op Uitlijningswaarde afdrukken (Print
Alignment Value) en drukt u het raster af.
5. Kijk naar de eerste afdruk en pas vervolgens de positie van de printkop aan.
1. Controleer de afgedrukte rasters en selecteer in kolom A het nummer van het raster met de
minst waarneembare verticale strepen.
Opmerking
Handmatig uitlijnen van de printkop
Pagina 343 van 486 pagina's
Als het moeilijk is het beste raster te kiezen, selecteert u de instelling waarbij de verticale
witte strepen het minst duidelijk zichtbaar zijn.
(A) Minder duidelijk zichtbare verticale witte strepen
(B) Duidelijk zichtbare verticale witte strepen
2. Herhaal deze procedure totdat u als laatste het nummer van het raster in kolom K hebt
geselecteerd en klik op Verzenden (Send).
3. Bevestig het weergegeven bericht en klik op OK.
Het tweede raster wordt afgedrukt.
Belangrijk
Open de bovenklep niet als er een afdruktaak wordt uitgevoerd.
6. Kijk naar de tweede afdruk en pas vervolgens de positie van de printkop aan.
1. Controleer de afgedrukte rasters en selecteer in kolom L het nummer van het raster met de
minst waarneembare verticale strepen.
Opmerking
Als het moeilijk is het beste raster te kiezen, selecteert u de instelling waarbij de verticale
witte strepen het minst duidelijk zichtbaar zijn.
Handmatig uitlijnen van de printkop
Pagina 344 van 486 pagina's
(C) Minder duidelijk zichtbare verticale witte strepen
(D) Duidelijk zichtbare verticale witte strepen
2. Herhaal deze procedure totdat u als laatste het nummer van het raster in kolom T hebt
geselecteerd en klik op Verzenden (Send).
Selecteer in kolom R tot en met kolom T het nummer van het raster met de minst
waarneembare horizontale strepen.
Opmerking
Als het moeilijk is het beste raster te kiezen, kiest u de instelling waarbij de horizontale
witte strepen het minst duidelijk zichtbaar zijn.
(E) Minder duidelijk zichtbare horizontale witte strepen
(F) Duidelijk zichtbare horizontale witte strepen
Naar boven
De spuitopeningen van de printkop controleren
Pagina 345 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Onderhoud > Onderhoud uitvoeren vanaf een computer > De spuitopeningen van de printkop
controleren
De spuitopeningen van de printkop controleren
Met de functie Controle spuitopening kunt u controleren of de printkoppen goed functioneren. Hierbij
wordt een controleraster afgedrukt. Druk een controleraster af wanneer de afdruk vaag is of een
bepaalde kleur niet wordt afgedrukt.
De procedure voor het afdrukken van een controleraster is als volgt:
Controle spuitopening
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Klik op Controle spuitopening (Nozzle Check) op het tabblad Onderhoud
(Maintenance)
Het dialoogvenster Controle spuitopening (Nozzle Check) wordt weergegeven.
Als u een lijst wilt weergeven van de items die u moet controleren voordat u het controleraster
afdrukt, klikt u op Initiële controle-items (Initial Check Items).
3. Plaats het papier in de printer
Plaats een vel gewoon papier van A4- of Letter-formaat in de cassette.
4. Druk een controleraster voor de spuitopeningen af
Zorg dat de printer is ingeschakeld en klik op Controleraster afdrukken (Print Check Pattern).
Het controleraster voor de spuitopening wordt afgedrukt.
Klik op OK in het bevestigingsbericht.
Het dialoogvenster Rastercontrole (Pattern Check) wordt geopend.
5. Controleer het afdrukresultaat
Controleer het afdrukresultaat. Klik op Afsluiten (Exit) als het afdrukresultaat normaal is.
Klik op Reiniging (Cleaning) om de printkop te reinigen als de afdruk vegen bevat of bepaalde
secties niet zijn afgedrukt.
Verwant onderwerp
De printkoppen reinigen
Naar boven
De transportrollen reinigen
Pagina 346 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Onderhoud > Onderhoud uitvoeren vanaf een computer > De transportrollen reinigen
De transportrollen reinigen
Hiermee worden de transportrollen gereinigd. Als u de afdrukresultaten wilt verbeteren door ongewenste
lijnen te voorkomen, gebruikt u het opgegeven reinigingsvel en voert u deze reiniging uit.
Deze reiniging wordt noodzakelijk nadat u een bepaald aantal pagina's hebt afgedrukt.
U moet deze afdruktaak normaal gesproken uitvoeren als hierom wordt gevraagd in een foutbericht dat
wordt weergegeven op de statusmonitor of op het bedieningspaneel van de printer.
Raadpleeg 'De transportrollen reinigen (reiniging met vel)' in de Basis Handleiding voor instructies voor
het plaatsen van het toepasselijke reinigingsvel.
De procedure voor het reinigen van de transporttollen is als volgt:
Reiniging met vel
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Klik op Reiniging met vel (Sheet Cleaning) op het tabblad Onderhoud (Maintenance)
Het dialoogvenster Reiniging met vel (Sheet Cleaning) wordt geopend.
3. Plaats het reinigingsvel in de printer
Plaats het opgegeven reinigingsvel in de achterste lade. Raadpleeg hiervoor de instructies in het
dialoogvenster.
4. Voer de reiniging met het vel uit
Zorg dat de printer is ingeschakeld en klik op Uitvoeren (Execute).
De reiniging met het vel wordt gestart.
Naar boven
De binnenkant van de printer reinigen
Pagina 347 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Onderhoud > Onderhoud uitvoeren vanaf een computer > De binnenkant van de printer
reinigen
De binnenkant van de printer reinigen
Voer een reiniging van de onderste plaat uit voordat u dubbelzijdig afdrukt, om te voorkomen dat er vegen
op de achterzijde van het papier ontstaan.
Voer ook een reiniging van de onderste plaat uit als er inktvegen op een afdruk voorkomen die niet
worden veroorzaakt door de afdrukgegevens.
De procedure voor het reinigen van de onderste plaat is als volgt:
Reiniging onderste plaat
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Klik op Reiniging onderste plaat (Bottom Plate Cleaning) op het tabblad Onderhoud
(Maintenance)
Het dialoogvenster Reiniging onderste plaat (Bottom Plate Cleaning) wordt geopend.
3. Plaats het papier in de printer
Vouw het gewone papier van A4- of Letter-formaat in de lengterichting doormidden en vervolgens
weer uit, zoals aangegeven in het dialoogvenster.
Plaats het papier liggend en met de punt van de vouw naar beneden gericht in de achterste lade.
4. Voer de reiniging van de onderste plaat uit
Zorg dat de printer is ingeschakeld en klik op Uitvoeren (Execute).
Het reinigen van de onderste plaat wordt gestart.
Naar boven
De inktkwaliteit op peil houden
Pagina 348 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Onderhoud > Onderhoud uitvoeren vanaf een computer > De inktkwaliteit op peil houden
De inktkwaliteit op peil houden
Deze printer mengt de inkt automatisch met vaste intervallen zodat de inktdichtheid gelijkmatig blijft.
U kunt deze functie ook uitschakelen door te klikken op de knop Aangepaste instellingen (Custom
Settings) op het tabblad Onderhoud (Maintenance) en het selectievakje Onderhoud inktkwaliteit
automatisch uitvoeren (Execute ink quality maintenance automatically) uit te schakelen. Normaal
gesproken schakelt u dit selectievakje in wanneer u de printer gebruikt.
Wanneer u deze instelling uitschakelt, kan de inktdichtheid ongelijkmatig worden. Wanneer u deze
instelling uitschakelt, moet u de volgende bewerking ongeveer eenmaal per week uitvoeren.
De procedure voor het handmatig onderhouden van de inktkwaliteit wordt hieronder beschreven:
Onderhoud inktkwaliteit
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Klik op Onderhoud inktkwaliteit (Ink Quality Maintenance) op het tabblad Onderhoud
(Maintenance)
Klik op OK in het bericht.
Naar boven
De printerinstellingen wijzigen
Pagina 349 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > De printerinstellingen wijzigen
De printerinstellingen wijzigen
Printerinstellingen vanaf de computer wijzigen
Naar boven
Printerinstellingen vanaf de computer wijzigen
Pagina 350 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > De printerinstellingen wijzigen > Printerinstellingen vanaf de computer wijzigen
Printerinstellingen vanaf de computer wijzigen
Afdrukopties wijzigen
Een veelgebruikt afdrukprofiel registreren
De stroomvoorziening van de printer beheren
Het geluid van de printer reduceren
De bedieningsmodus van de printer aanpassen
Naar boven
Afdrukopties wijzigen
Pagina 351 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > De printerinstellingen wijzigen > Printerinstellingen vanaf uw computer wijzigen > Afdrukopties
wijzigen
Afdrukopties wijzigen
U kunt de gedetailleerde instellingen voor het printerstuurprogramma wijzigen voor afdrukgegevens die
worden verzonden vanuit een toepassing.
Schakel dit selectievakje in als een deel van de afbeeldingsgegevens wordt afgesneden, de papierbron
tijdens het afdrukken verschilt van de instellingen in het stuurprogramma, of als het afdrukken mislukt.
De procedure voor het wijzigen van de afdrukopties is als volgt:
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Klik op Afdrukopties... (Print Options...) op het tabblad Pagina-instelling (Page Setup)
Het dialoogvenster Afdrukopties (Print Options) wordt geopend.
3. Wijzig de individuele instellingen
Wijzig desgewenst de instelling van elk item en klik op OK.
Het tabblad Pagina-instelling (Page Setup) wordt opnieuw weergegeven.
Naar boven
Een veelgebruikt afdrukprofiel registreren
Pagina 352 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > De printerinstellingen wijzigen > Printerinstellingen vanaf uw computer wijzigen > Een
veelgebruikt afdrukprofiel registreren
Een veelgebruikt afdrukprofiel registreren
U kunt een veelgebruikt afdrukprofiel registreren bij Veelgebruikte instellingen (Commonly Used
Settings) op het tabblad Snel instellen (Quick Setup). Afdrukprofielen die u niet meer nodig hebt, kunt u
op elk gewenst moment verwijderen.
De procedure voor het opslaan van een afdrukprofiel is als volgt:
Een afdrukprofiel registreren
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Stel de benodigde items in
Selecteer het afdrukprofiel dat u wilt gebruiken bij Veelgebruikte instellingen (Commonly Used
Settings) op het tabblad Snel instellen (Quick Setup) en wijzig zo nodig de instellingen onder Extra
functies (Additional Features).
U kunt ook de gewenste items instellen op de tabbladen Afdruk (Main), Pagina-instelling (Page
Setup) en Effecten (Effects).
3. Klik op Opslaan... (Save...)
Het dialoogvenster Veelgebruikte instellingen opslaan (Save Commonly Used Settings) wordt
geopend.
Een veelgebruikt afdrukprofiel registreren
Pagina 353 van 486 pagina's
4. Sla de instellingen op
Geef een Naam (Name) op en klik op OK. Stel de items zo nodig in Opties... (Options...) in. Het
afdrukprofiel wordt opgeslagen en het tabblad Snel instellen (Quick Setup) wordt opnieuw
weergegeven.
De naam en het pictogram worden toegevoegd aan de lijst Veelgebruikte instellingen (Commonly
Used Settings).
Belangrijk
Klik op Opties... (Options...) om het paginaformaat, de afdrukstand en het aantal exemplaren dat u
hebt ingesteld op te slaan, en controleer elk item.
Opmerking
Wanneer u het printerstuurprogramma opnieuw installeert of een upgrade van het stuurprogramma
uitvoert, worden de geregistreerde afdrukinstellingen verwijderd uit Veelgebruikte instellingen
(Commonly Used Settings).
U kunt de geregistreerde afdrukinstellingen niet opslaan en behouden. Als een profiel wordt
verwijderd, moet u de afdrukinstellingen opnieuw registreren.
Een afdrukprofiel verwijderen
1. Selecteer het afdrukprofiel dat u wilt verwijderen
Selecteer het afdrukprofiel dat u wilt verwijderen uit de lijst Veelgebruikte instellingen (Commonly
Used Settings) op het tabblad Snel instellen (Quick Setup).
2. Verwijder het afdrukprofiel
Klik op Verwijderen (Delete). Klik op OK in het bevestigingsbericht.
Het geselecteerde afdrukprofiel wordt verwijderd uit de lijst Veelgebruikte instellingen (Commonly
Used Settings).
Opmerking
Afdrukprofielen die in de begininstellingen zijn geregistreerd, kunnen niet worden verwijderd.
Naar boven
De stroomvoorziening van de printer beheren
Pagina 354 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > De printerinstellingen wijzigen > Printerinstellingen vanaf uw computer wijzigen > De
stroomvoorziening van de printer beheren
De stroomvoorziening van de printer beheren
Met deze functie kunt u de stroomvoorziening van de printer vanuit het printerstuurprogramma beheren.
De procedure voor het beheren van de stroomvoorziening is als volgt:
Printer uit
Met de functie Printer uit (Power Off) schakelt u de printer uit. Wanneer u deze functie gebruikt, kunt u de
printer niet inschakelen vanuit het printerstuurprogramma.
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Voer het uitzetten van de printer uit
Klik op Printer uit (Power Off) op het tabblad Onderhoud (Maintenance). Klik op OK in het
bevestigingsbericht.
De printer wordt uitgeschakeld en het tabblad Onderhoud (Maintenance) wordt opnieuw
weergegeven.
Naar boven
Het geluid van de printer reduceren
Pagina 355 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > De printerinstellingen wijzigen > Printerinstellingen vanaf uw computer wijzigen > Het geluid
van de printer reduceren
Het geluid van de printer reduceren
U kunt er met deze functie voor zorgen dat de printer minder geluid maakt. Selecteer deze functie als u
wilt dat de printer 's nachts of in andere omstandigheden minder geluid maakt.
Wanneer u deze functie selecteert, kan het afdrukken langzamer verlopen.
De procedure voor het gebruiken van de stille modus is als volgt:
Stille modus
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Klik op Stille modus (Quiet Mode) op het tabblad Onderhoud (Maintenance).
Het dialoogvenster Stille modus (Quiet Mode) wordt geopend.
3. Stel de stille modus in
Geef desgewenst een van de volgende items op:
Stille modus niet gebruiken (Do not use quiet mode)
Het geluid van de printer blijft op het normale volume staan.
Stille modus altijd gebruiken (Always use quiet mode)
Selecteer deze optie als u wilt dat de printer minder geluid maakt.
Stille modus gebruiken binnen de opgegeven tijd (Use quiet mode within specified time)
Het geluid van de printer wordt gedurende de opgegeven periode in stille modus gezet.
Geef de Begintijd (Start time) en de Eindtijd (End time) op van de periode waarin de stille modus
actief moet zijn.
Belangrijk
U moet voor Begintijd (Start time) en Eindtijd (End time) verschillende tijden opgeven.
4. Verzend de instellingen
Zorg dat de printer aan staat en klik op Verzenden (Send).
Klik op OK in het bevestigingsbericht.
De instellingen zijn geactiveerd.
Opmerking
De effecten van de stille modus kunnen misschien minder zijn, afhankelijk van de instellingen voor
de papierbron en de afdrukkwaliteit.
Naar boven
De bedieningsmodus van de printer aanpassen
Pagina 356 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > De printerinstellingen wijzigen > Printerinstellingen vanaf uw computer wijzigen > De
bedieningsmodus van de printer aanpassen
De bedieningsmodus van de printer aanpassen
Indien nodig kunt u schakelen tussen verschillende bedieningsmodi van de printer.
De procedure voor het configureren van instellingen is als volgt:
Aangepaste instellingen
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Zorg dat de printer is ingeschakeld en klik op Aangepaste instellingen (Custom
Settings) op het tabblad Onderhoud (Maintenance)
Het dialoogvenster Aangepaste instellingen (Custom Settings) wordt geopend.
Opmerking
Als de printer uit staat of bidirectionele communicatie is uitgeschakeld, kan een bericht
verschijnen omdat de computer de printerstatus niet kan vaststellen.
Als dit gebeurt, klikt u op OK om de meest recente instellingen op de computer weer te geven.
3. Geef desgewenst de volgende instellingen op:
Schuring van papier voorkomen (Prevent paper abrasion)
Bij het gebruik van een hoge dichtheid kan de ruimte tussen de printkop en het papier worden
vergroot om schuring van het papier te voorkomen.
Selecteer deze optie als u deze functie wilt gebruiken.
Koppen handmatig uitlijnen (Align heads manually)
De functie Uitlijning printkop (Print Head Alignment) op het tabblad Onderhoud (Maintenance) is
normaal gesproken ingesteld op automatische uitlijning. U kunt dit echter wijzigen in handmatige
uitlijning. Als u een automatische printkopuitlijning uitvoert en het afdrukresultaat nog steeds niet
naar wens is, ziet u ' Handmatig uitlijnen van de printkop ' en voert u handmatige uitlijning uit.
Schakel dit selectievakje in om de printkop handmatig uit te lijnen.
Onderhoud inktkwaliteit automatisch uitvoeren (Execute ink quality maintenance automatically)
Met deze functie wordt de inkt met vaste intervallen gemengd, zodat de inktdichtheid gelijkmatig blijft.
Schakel dit selectievakje in om het onderhoud van de inktkwaliteit automatisch uit te voeren.
Belangrijk
Normaal gesproken schakelt u dit selectievakje in wanneer u de printer gebruikt.
Wanneer u deze functie uitschakelt, dient u met regelmatige intervallen Onderhoud inktkwaliteit
(Ink Quality Maintenance) uit te voeren op het tabblad Onderhoud (Maintenance).
Papierbreedte detecteren (Detect paper width)
Hiermee detecteert u de breedte van het geplaatste papier tijdens het afdrukken.
Wanneer de papierbreedte die door de printer wordt gedetecteerd smaller is dan de breedte die is
opgegeven in Paginaformaat (Page Size) op het tabblad Pagina-instelling (Page Setup), wordt een
bericht weergegeven en wordt het afdrukken gestopt.
Schakel dit selectievakje in om de papierbreedte te detecteren.
Belangrijk
Wanneer u een aangepast papierformaat gebruikt om af te drukken, geeft u het juiste
papierformaat op in het dialoogvenster Aangepast papierformaat (Custom Paper Size).
De bedieningsmodus van de printer aanpassen
Pagina 357 van 486 pagina's
Als een foutbericht wordt weergegeven wanneer u het opgegeven papierformaat gebruikt,
schakelt u het selectievakje Papierbreedte detecteren (Detect paper width) uit.
Papierstoring voorkomen (Prevent paper jam)
Schakel deze optie alleen in als gewoon papier van A3-formaat regelmatig vastloopt bij de
papieruitvoer.
Belangrijk
Als deze functie wordt gebruikt, duurt het langer om af te drukken met gewoon papier van A3formaat.
De afdrukkwaliteit kan ook afnemen.
Droogtijd inkt (Ink Drying Wait Time)
U kunt instellen hoe lang de printer moet wachten tot het afdrukken van de volgende pagina begint.
Wanneer u de schuifregelaar naar rechts schuift, is de wachttijd langer en wanneer u de
schuifregelaar naar links schuift, is de wachttijd korter.
Als het papier inktvlekken bevat, omdat de volgende pagina wordt uitgeworpen voordat de inkt op de
afgedrukte pagina heeft kunnen drogen, verhoogt u de droogtijd voor de inkt.
Wanneer u de droogtijd verlaagt, verloopt het afdrukken sneller.
4. Verzend de instellingen
Klik op Verzenden (Send) en vervolgens op OK in het bevestigingsbericht.
Nadat u dit hebt gedaan, worden de aangepaste instellingen voor de printer gebruikt.
Naar boven
Problemen oplossen
Pagina 358 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Problemen oplossen
Problemen oplossen
Problemen oplossen
Als er een fout optreedt
Kan de printer niet inschakelen
Alarm-lampje knippert oranje
Het groene aan/uit-lampje en oranje alarm-lampje knipperen beurtelings
Kan het printerstuurprogramma niet installeren
Kan geen goede verbinding maken met een computer met een USB-kabel
De printer trilt/De printer maakt zelfs geluid wanneer deze niet in gebruik is
Afdrukresultaten niet naar behoren
De afdruktaak wordt niet gestart
Afdruktaak wordt beëindigd voordat deze is voltooid
Het afdrukken wordt afgebroken en de printer voert gedeeltelijk bedrukt of leeg papier uit
De printer beweegt, maar er wordt geen inkt toegevoerd
De afdruksnelheid is lager dan verwacht
Printkophouder beweegt niet naar de positie voor vervangen
Het papier wordt niet correct ingevoerd
Papier wordt niet ingevoerd vanuit de papierbron die is opgegeven met het printerstuurprogramma
Papierstoringen
Er wordt een bericht weergegeven op het computerscherm
Automatisch dubbelzijdig afdrukken mislukt
Voor Windows-gebruikers
Veelgestelde vragen
Als u het probleem niet kunt oplossen
Instructies voor gebruik (Printerstuurprogramma)
Naar boven
Problemen oplossen
Pagina 359 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Problemen oplossen > Problemen oplossen
Problemen oplossen
In dit gedeelte worden tips beschreven voor het oplossen van problemen die kunnen optreden tijdens
het gebruik van de printer. Zie Netwerkprobleem oplossingen voor tips om problemen met de installatie
op te lossen.
Naar boven
Als er een fout optreedt
Pagina 360 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Problemen oplossen > Als er een fout optreedt
Als er een fout optreedt
Als er een fout optreedt tijdens het afdrukken (het papier is bijvoorbeeld op of vastgelopen), wordt
automatisch een probleemoplossingsbericht weergegeven. Neem de maatregelen die in het bericht
worden beschreven. Afhankelijk van de versie van uw besturingssysteem kan het bericht er enigszins
anders uitzien.
In Mac OS X v.10.5.x:
In Mac OS X v.10.4.x of Mac OS X v.10.3.9:
Als er een fout optreedt
Pagina 361 van 486 pagina's
Naar boven
Kan de printer niet inschakelen
Pagina 362 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Problemen oplossen > Kan de printer niet inschakelen
Kan de printer niet inschakelen
Controle 1: Druk op de aan/uit-knop.
Controle 2: Controleer of de stekker goed in de netsnoeraansluiting is
bevestigd en zet vervolgens de printer weer aan.
Controle 3: Haal de stekker van de printer uit het stopcontact en wacht
ten minste tien minuten. Steek daarna de stekker weer in het
stopcontact en zet de printer weer aan.
Als het probleem hiermee niet is verholpen, neemt u contact op met het ondersteuningscentrum.
Naar boven
Alarm-lampje knippert oranje
Pagina 363 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Problemen oplossen > Alarm-lampje knippert oranje
Alarm-lampje knippert oranje
Als er een printerfout optreedt, knippert het alarm -lampje oranje, zoals hieronder wordt weergegeven.
Het type fout kan worden bepaald aan de hand van het aantal malen dat het lampje knippert. Tel het
aantal malen dat het lampje knippert en neem de juiste maatregelen om de fout te corrigeren.
(A) Tel het aantal malen dat het lampje knippert
(B) Knippert herhaaldelijk
Opmerking
Aan/uit-lampje knippert groen
Als het aan/uit-lampje zelfs groen knippert wanneer de printer niet wordt gebruikt, worden de
inkttanks geschud. Dit duurt ongeveer 10 seconden tot 2 minuten.
De printer trilt/De printer maakt zelfs geluid wanneer deze niet in gebruik is
Aantal malen/Oorzaak
Twee keer:
Papier is op./Het papier wordt niet
ingevoerd.
Actie
Plaats papier in de achterste lade, de cassette of de sleuf
voor handmatige invoer van de voorste lade en druk op de
knop ANNULEREN/HERVATTEN (RESUME/CANCEL) .
Opmerking
Als u afdrukt op gewoon papier, plaatst u dit in de
cassette of de sleuf voor handmatige invoer van de
voorste lade. Raadpleeg Papier plaatsen voor meer
informatie over het plaatsen van papier.
Drie keer:
Voorste lade is gesloten./Er is papier
geplaatst in de sleuf voor handmatige
invoer van de voorste lade./
Papierstoringen.
Vier keer:
De inkttank is niet correct geplaatst./De
tank voor transparante inkt is niet
geplaatst./De inkt is wellicht op.
Open de voorste lade als deze gesloten is. De printer hervat
het afdrukken.
Als er papier is geplaatst in de sleuf voor handmatige invoer
van de voorste lade terwijl u afdrukt vanuit de cassette,
verwijdert u het papier uit de voorste lade en drukt u op de
knop RESUME/CANCEL .
Als het probleem niet is opgelost nadat u het papier uit de
voorste lade hebt verwijderd of de voorste lade hebt geopend
of als de voorste lade al was geopend, is het papier mogelijk
vastgelopen. Verwijder het vastgelopen papier, plaats het
papier opnieuw correct in de printer en druk op de knop
RESUME/CANCEL op de printer.
Papierstoringen
Als het lampje op de inkttank niet brandt, is de inkttank
mogelijk niet correct geplaatst.
Installeer de juiste inkttank.
De inkttank voor transparante inkt is leeg.
U kunt het beste de inkttank voor transparante inkt door
een nieuwe vervangen.
Alarm-lampje knippert oranje
Pagina 364 van 486 pagina's
Routineonderhoud
Als er wordt afgedrukt en u wilt doorgaan met afdrukken,
drukt u op de knop [RESUME/CANCEL] (HERVATTEN/
ANNULEREN) op de printer. U kunt hierdoor
toch afdrukken. U kunt de inkttank voor transparante inkt
het beste vervangen na het afdrukken.
Als de transparante inkt opraakt, kunt u niet afdrukken op
normaal papier.
De inkt is wellicht op (het lampje op de inkttank knippert).
Als er wordt afgedrukt, kunt u het afdrukken het beste
stoppen. Vervang de inkttank en druk opnieuw af.
Routineonderhoud
Als er wordt afgedrukt en u wilt doorgaan met afdrukken,
drukt u op de knop [RESUME/CANCEL] (HERVATTEN/
ANNULEREN) op de printer. U kunt hierdoor
toch afdrukken. Aanbevolen wordt de inkttank na het
afdrukken te vervangen. Als u de printer blijft gebruiken
wanneer de inkttank leeg is, kan de printer beschadigd
raken.
Opmerking
Raadpleeg Routineonderhoud als er meerdere
inktlampjes knipperen en controleer de status van
elke inkttank.
Vijf keer:
Printkop is niet geïnstalleerd./Printkop
is defect.
Volg de aanwijzingen in de installatiehandleiding voor het
installeren van de printkop.
Als de printkop reeds is geïnstalleerd, verwijdert u de
printkop en installeert u deze opnieuw.
Als het probleem nog steeds niet is verholpen, is de printkop
mogelijk beschadigd. Neem contact op met het
ondersteuningscentrum.
Zes keer:
Het papier is niet correct geplaatst in de
sleuf voor handmatige invoer van de
voorste lade.
Plaats het papier correct in de sleuf voor handmatige invoer
van de voorste lade en druk op de knop
Zeven keer:
De inkttank is niet in de juiste positie
Sommige inkttanks zijn niet op de juiste positie
geïnstalleerd. (De lampjes op de inkttank knipperen.)
Er zijn meerdere inkttanks met dezelfde kleur
geïnstalleerd. (De lampjes op de inkttank knipperen.)
Controleer of de inkttanks in de juiste posities zijn
geïnstalleerd.
Routineonderhoud
geplaatst.
Acht keer:
Het absorptiekussen voor inkt is bijna
vol.
Tien keer:
De cassette is niet correct geplaatst./
Dubbelzijdig afdrukken is niet mogelijk.
ANNULEREN/HERVATTEN (RESUME/CANCEL) .
Absorptiekussen inkt bijna vol.
Druk op de printer op de knop ANNULEREN/HERVATTEN
(RESUME/CANCEL) om het afdrukken te hervatten. Neem
contact op met het ondersteuningscentrum.
Als u papier uit de cassette gebruikt, plaatst u de
cassette correct en drukt u op de knop
ANNULEREN/HERVATTEN (RESUME/CANCEL) .
Als u automatisch dubbelzijdig afdrukt, is het formaat van
het papier mogelijk niet compatibel met automatisch
dubbelzijdig afdrukken. De mediumformaten die geschikt
zijn voor automatisch dubbelzijdig afdrukken zijn A3,
Legal, 279,4 x 431,8 mm/11 x 17 inch (Tabloid), B4, A4,
Letter, 25 x 30 cm/10 x 12 inch, 20 x 25 cm/8 x 10 inch, B5
en A5. Zorg dat papier met een correct formaat in de
printer is geplaatst. Als u op de knop
ANNULEREN/HERVATTEN (RESUME/CANCEL) drukt,
wordt het papier uitgevoerd en wordt het afdrukken
Alarm-lampje knippert oranje
Pagina 365 van 486 pagina's
opnieuw gestart vanaf de voorzijde van het volgende vel
papier. Er wordt niet afgedrukt op de achterzijde van het
uitgevoerde papier.
Elf keer:
De automatische uitlijning van de
printkop is mislukt./De papierinvoerrol
is vuil./De instelling voor het
paginaformaat komt niet overeen met
het papierformaat dat in de printer is
Als u de printkop automatisch uitlijnt.
De spuitopeningen van de printkop zijn verstopt.
Druk op de knop ANNULEREN/HERVATTEN (RESUME/
CANCEL) om het foutbericht te verwijderen en
druk het controleraster voor spuitopeningen af om de
status van de printkop te controleren.
geplaatst.
Routineonderhoud
Er is papier van een ander formaat dan A4 of Letter in de
achterste lade geplaatst.
Druk op de knop ANNULEREN/HERVATTEN (RESUME/
CANCEL) om de fout te annuleren en plaats
vervolgens twee vellen gewoon papier van A4/Letterformaat in de cassette.
Plaats voor automatische uitlijning van de printkop altijd
papier in de achterste lade.
De papieruitvoerlade is blootgesteld aan een sterke
lichtbron.
Druk op de knop ANNULEREN/HERVATTEN (RESUME/
CANCEL) om het foutbericht te sluiten en pas
vervolgens uw werkomgeving en/of de positie van de
printer aan, zodat de papieruitvoerlade niet langer
rechtstreeks wordt blootgesteld aan sterk licht.
Als het probleem nog steeds niet is verholpen nadat u de
vorige handelingen hebt uitgevoerd en u nogmaals de
printkop hebt uitgelijnd, drukt u op de knop
ANNULEREN/HERVATTEN (RESUME/CANCEL) om het
foutbericht te verwijderen en voert u vervolgens een
handmatige uitlijning van de printkop uit.
Handmatig uitlijnen van de printkop
Afdrukken vanuit de cassette:
Als een reiniging met vel noodzakelijk is, knippert het alarmlampje elfmaal voordat er wordt afgedrukt.
Druk op de knop ANNULEREN/HERVATTEN (RESUME/
CANCEL) op de printer om het afdrukken te starten.
Het is raadzaam een reiniging met vel uit te voeren nadat het
afdrukken is voltooid. Doet u dat niet, dan kan dit nadelig van
invloed zijn op de afdrukkwaliteit.
Routineonderhoud
Als u het controleraster voor de spuitopeningen afdrukt of
de printkop handmatig uitlijnt:
Er is papier van een ander formaat dan A4/Letter geplaatst.
Druk op de knop ANNULEREN/HERVATTEN (RESUME/
CANCEL) op de printer om de fout te annuleren en
plaats vervolgens twee vellen gewoon papier van A4/Letterformaat in de cassette. Probeer het vervolgens nogmaals.
Als u een gewone afdruktaak uitvoert:
Druk op de knop ANNULEREN/HERVATTEN (RESUME/
CANCEL) op de printer om de fout te
annuleren. Controleer vervolgens in het
printerstuurprogramma de instellingen bij Paginaformaat
(Page Size) op het tabblad Pagina-instelling (Page
Setup) in het dialoogvenster met printereigenschappen
(Windows) of het dialoogvenster Papierformaat
(Macintosh).
Als deze fout ook optreedt wanneer het geplaatste papier
overeenkomt met de instelling, geeft u op dat het
printerstuurprogramma de breedte van het papier niet
detecteert.
* Schakel het selectievakje Papierbreedte detecteren
(Detect paper width) in zodra het afdrukken is voltooid en
klik vervolgens op Verzenden (Send).
Alarm-lampje knippert oranje
Pagina 366 van 486 pagina's
De Aangepaste instellingen (Custom Settings) op het
tabblad Onderhoud (Maintenance), schakel het
selectievakje Papierbreedte detecteren (Detect paper
width) uit en klik vervolgens op Verzenden (Send).
Selecteer in Canon IJ Printer Utility de optie Aangepaste
instellingen (Custom Settings) in het pop-upmenu,
schakel het selectievakje Papierbreedte detecteren
(Detect paper width) uit en klik vervolgens op Verzenden
(Send).
Twaalf keer:
De inkttank is tijdens het afdrukken
vervangen.
Druk op de knop ANNULEREN/HERVATTEN (RESUME/
CANCEL) op de printer om de fout te annuleren en
vervolgens het afdrukken te hervatten.
Veertien keer:
De inkttank kan niet worden herkend.
De inkttank is mogelijk niet compatibel met deze printer. (Het
lampje op de inkttank brandt niet.)
Installeer de juiste inkttank.
Routineonderhoud
Vijftien keer:
De inkttank kan niet worden herkend.
Er heeft zich een fout voorgedaan met een inkttank. (Het
lampje op de inkttank brandt niet.)
Vervang de inkttank.
Routineonderhoud
Zestien keer:
De tank voor transparante inkt is niet
geplaatst./De transparante inkt is op.
De tank voor transparante inkt is niet geplaatst.
Plaats de tank voor transparante inkt correct.
Routineonderhoud
De printer kan beschadigd raken als u doorgaat met
afdrukken op normaal papier als de transparante inkt
bijna op is. Daarom kunt u pas afdrukken op gewoon
papier nadat de tank voor transparante inkt is geplaatst.
De transparante inkt is op.
Vervang de inkttank voor transparante inkt door een
nieuwe.
Routineonderhoud
De printer kan beschadigd raken als u doorgaat met
afdrukken op normaal papier als de transparante inkt
bijna op is. U kunt daarom niet afdrukken op normaal
papier totdat de inkttank voor transparante inkt is
vervangen door een nieuwe.
Opmerking
U kunt wel afdrukken op fotopapier of op elk ander
type papier dan gewoon papier dat in de achterste
lade is geplaatst, ook al is de transparante inkt op.
Zeventien keer:
De inkt is op./Melding dat de inkt op is.
Voor BK-inkt (zwarte inkt):
De inkt is op. (Het lampje op de inkttank knippert.)
Als er wordt afgedrukt, stopt u het afdrukken, vervangt u
de inkttank en drukt u opnieuw af. Wanneer u in deze
situatie afdrukt, kan de printer beschadigd raken.
Routineonderhoud
Als u wilt doorgaan met afdrukken, moet u de functie voor
het detecteren van het resterende inktniveau
uitschakelen. Houd de knop [RESUME/CANCEL]
(HERVATTEN/ANNULEREN) op de printer minstens 5
seconden ingedrukt.*
*Hiermee schakelt u de functie voor het detecteren van
het resterende niveau van de bovenstaande inkt uit. Het
uitschakelen van deze functie wordt onthouden. Canon is
Alarm-lampje knippert oranje
Pagina 367 van 486 pagina's
niet aansprakelijk voor een slechte werking of problemen
veroorzaakt door het voortzetten van het afdrukken met
een lege inkttank.
Opmerking
Als de functie voor het vaststellen van de resterende
inktvoorraad is uitgeschakeld, wordt de resterende
inktvoorraad niet correct weergegeven op de
printerstatusmonitor (Windows) en Canon IJ Printer
Utility (Macintosh).
Routineonderhoud
Voor PBK-inkt (zwarte inkt) of Y/M/C-inkt (kleureninkt):
De printer heeft gedetecteerd dat de inkt op is (het
lampje op de inkttank knippert).
Als er wordt afgedrukt, stopt u het afdrukken. Vervang de
inkttank en druk opnieuw af.
Routineonderhoud
Om afdrukproblemen, zoals het mengen van de inkten, te
voorkomen is deze printer zo ontworpen dat het
afdrukken wordt stopgezet en het ALARM-lampje
zeventienmaal oranje knippert wanneer het resterende
inktniveau in de inkttank lager wordt dan de hoeveelheid
inkt die vereist is om zowel de printer als de
afdrukkwaliteit in goede staat te houden.
Achttien keer:
Melding dat de inkt op is.
Voor BK-inkt (zwarte inkt):
De printer heeft gedetecteerd dat de inkt op is (het
lampje op de inkttank knippert).
Zet het afdrukken stop, vervang de inkttank en druk
vervolgens opnieuw af.
Routineonderhoud
Er is een inkttank geïnstalleerd die eens leeg was.
Als u afdrukt terwijl de inkt op is, kan de printer
beschadigd raken.
Als u wilt doorgaan met afdrukken, moet u de functie voor
het detecteren van het resterende inktniveau
uitschakelen. Als u de functie wilt uitschakelen, houdt u
de knop [RESUME/CANCEL] (HERVATTEN/ANNULEREN)
van de printer minstens 5 seconden ingedrukt.*
*Hiermee wordt het uitschakelen van deze functie
onthouden. Canon is niet aansprakelijk voor een slechte
werking of problemen veroorzaakt door het voortzetten
van het afdrukken met een lege inkttank of het bijvullen
van inkt.
Opmerking
Als de functie voor het vaststellen van de resterende
inktvoorraad is uitgeschakeld, wordt de resterende
inktvoorraad niet correct weergegeven op de
printerstatusmonitor (Windows) en Canon IJ Printer
Utility (Macintosh).
Routineonderhoud
Voor PBK-inkt (zwarte inkt) of Y/M/C-inkt (kleureninkt):
De printer heeft gedetecteerd dat de inkt op is (het
lampje op de inkttank knippert).
Zet het afdrukken stop, vervang de inkttank en druk
vervolgens opnieuw af. Zorg dat u de lege inkttank
vervangt voordat u het afdrukken hervat.
Routineonderhoud
Er is een inkttank geïnstalleerd die eens leeg was.
Als u afdrukt terwijl de inkt op is, kunnen er
afdrukproblemen ontstaan, zoals het mengen van de
inkten, of kan er een fout optreden in de printer.
Alarm-lampje knippert oranje
Pagina 368 van 486 pagina's
Als u wilt doorgaan met afdrukken, moet u de functie voor
het detecteren van het resterende inktniveau
uitschakelen. Als u de functie wilt uitschakelen, houdt u
de knop [RESUME/CANCEL] (HERVATTEN/ANNULEREN)
van de printer minstens 5 seconden ingedrukt.*
*Hiermee wordt het uitschakelen van deze functie
onthouden. Canon is niet aansprakelijk voor een slechte
werking of problemen veroorzaakt door het voortzetten
van het afdrukken met een lege inkttank of het bijvullen
van inkt.
Opmerking
Als de functie voor het vaststellen van de resterende
inktvoorraad is uitgeschakeld, wordt de resterende
inktvoorraad niet correct weergegeven op de
printerstatusmonitor (Windows) en Canon IJ Printer
Utility (Macintosh).
Routineonderhoud
Naar boven
Het groene aan/uit-lampje en oranje alarm-lampje knipperen beurtelings
Pagina 369 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Problemen oplossen > Het groene aan/uit-lampje en oranje alarm-lampje knipperen beurtelings
Het groene aan/uit-lampje en oranje alarm-lampje knipperen
beurtelings
Er is een printerprobleem opgetreden.
Koppel de printerkabel los van de printer, schakel de printer uit en trek vervolgens de stekker van de
printer uit het stopcontact.
Steek de stekker van de printer weer in het stopcontact en zet de printer weer aan.
Als het probleem hiermee niet is verholpen, neemt u contact op met het ondersteuningscentrum.
Naar boven
Kan het printerstuurprogramma niet installeren
Pagina 370 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Problemen oplossen > Kan het printerstuurprogramma niet installeren
Kan het printerstuurprogramma niet installeren
Belangrijk
Raadpleeg de installatiehandleiding als u het printerstuurprogramma niet kunt installeren wanneer
u de printer via een LAN gebruikt.
Indien de installatie ook niet wordt gestart nadat de installatie-cd-rom
(Setup CD-ROM) in het cd-rom-station van uw computer is geplaatst:
Start de installatie met behulp van de volgende procedure.
1. Klik op Start en vervolgens op Computer.
Klik in Windows XP op Start en vervolgens op Deze computer (My Computer).
Dubbelklik in Windows 2000 op het pictogram
bureaublad.
Deze computer (My Computer) op het
2. Dubbelklik in het weergegeven venster op het cd-rom-pictogram
.
Als de inhoud van de cd-rom wordt weergegeven, dubbelklikt u op MSETUP4.EXE.
Dubbelklik op het pictogram
starten.
van het cd-romstation op het bureaublad om de installatie te
Opmerking
Probeer het volgende als het cd-rom-pictogram niet wordt weergegeven:
Verwijder de cd-rom uit de computer en plaats de cd-rom opnieuw.
Start de computer opnieuw op.
Als het pictogram nog steeds niet wordt weergegeven, plaatst u een andere cd en controleert u
of deze wordt weergegeven. Als andere cd's wel worden weergegeven, is er een probleem met
de installatie-cd-rom (Setup CD-ROM) . Neem in dat geval contact op met het
ondersteuningscentrum.
Als u niet verder komt dan het scherm Printeraansluiting (Printer
Connection):
Kan het printerstuurprogramma niet installeren
Pagina 371 van 486 pagina's
Als u niet verder komt dan het scherm Printeraansluiting (Printer Connection), controleert u of de
USB-kabel goed is aangesloten op de USB-poort van de printer en is aangesloten op de computer.
Volg daarna de onderstaande procedure om het printerstuurprogramma opnieuw te installeren.
Opmerking
In Windows Vista kan de melding De printer wordt niet herkend. Controleer de verbinding. (The
printer is not detected. Check the connection.) worden weergegeven, afhankelijk van de
computer die u gebruikt. Wacht in dit geval enige tijd. Als u niet kunt verdergaan met de
volgende stap, voert u de volgende procedure uit om het printerstuurprogramma opnieuw te
installeren.
1. Klik op Annuleren (Cancel) in het scherm Printeraansluiting (Printer Connection).
2. Klik op Opnieuw (Start Over) in het scherm Installatie mislukt (Installation
Failure).
3. Klik in het volgende scherm op Terug (Back).
4. Klik op Afsluiten (Exit) in het scherm PIXMA XXX en verwijder vervolgens de cdrom.
5. Zet de printer uit.
6. start de computer opnieuw op.
7. Zorg ervoor dat er geen andere toepassingen worden uitgevoerd.
8. Plaats de cd-rom opnieuw en selecteer Eenvoudige installatie (Easy Install) om
het printerstuurprogramma te installeren.
In andere gevallen:
Kan het printerstuurprogramma niet installeren
Pagina 372 van 486 pagina's
Volg de procedure in de installatiehandleiding om het programma correct te installeren.
Als het stuurprogramma niet op de juiste wijze is geïnstalleerd, verwijdert u het
printerstuurprogramma, start u de computer opnieuw op en installeert u het stuurprogramma
opnieuw.
Het onnodige printerstuurprogramma verwijderen
Als u het printerstuurprogramma opnieuw installeert, selecteert u Aangepaste installatie (Custom
Install) op de installatie-cd-rom (Setup CD-ROM) en selecteert u daarna IJ-printerstuurprogramma
(IJ Printer Driver).
Opmerking
Als het installatieprogramma werd beëindigd als gevolg van een fout in Windows, is het
systeem mogelijk instabiel en kan het stuurprogramma wellicht niet worden geïnstalleerd.
Start uw computer opnieuw op voordat u de installatie opnieuw uitvoert.
Naar boven
Kan geen goede verbinding maken met een computer met een USB-kabel
Pagina 373 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Problemen oplossen > Kan geen goede verbinding maken met een computer met een USBkabel
Kan geen goede verbinding maken met een computer met een
USB-kabel
Afdruksnelheid is laag/USB Hi-Speed-verbinding werkt niet/
apparaat kan sneller werken' wordt weergegeven
Het bericht 'Dit
Als uw systeemomgeving niet volledig compatibel is met Hi-Speed USB, werkt de printer
langzamer, op de snelheid van USB 1.1. In dit geval werkt de printer goed, maar kan de
afdruksnelheid afnemen door de lagere communicatiesnelheid.
Controle: Controleer het volgende om na te gaan of uw systeemomgeving een
Hi-Speed USB-verbinding ondersteunt.
Ondersteunt de USB-poort op uw computer Hi-Speed USB-verbindingen?
Ondersteunt de USB-kabel, en eventueel de USB-hub als u daar gebruik van maakt,
Hi-Speed USB-verbindingen?
Gebruik een voor Hi-Speed USB goedgekeurde kabel. Het is verstandig om geen
kabel te gebruiken die langer is dan 3 meter/10 feet.
Ondersteunt het besturingssysteem van uw computer Hi-Speed USB-verbindingen?
Zorg ervoor dat de meeste recente update voor uw computer is geïnstalleerd.
Werkt het Hi-Speed USB-stuurprogramma naar behoren?
Zorg ervoor dat de meest recente versie van het Hi-Speed USB-stuurprogramma dat
compatibel is met uw hardware op uw computer is geïnstalleerd.
Belangrijk
Voor meer informatie over Hi-Speed USB in uw systeemomgeving neemt u contact op
met de fabrikant van uw computer, USB-kabel of USB-hub.
Naar boven
De printer trilt/De printer maakt zelfs geluid wanneer deze niet in gebru...
Pagina 374 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Problemen oplossen > De printer trilt/De printer maakt zelfs geluid wanneer deze niet in gebruik
is
De printer trilt/De printer maakt zelfs geluid wanneer deze niet
in gebruik is
Controle: Wacht totdat de printer stopt met trillen.
Als het aan/uit-lampje groen knippert en de printer trilt, worden de inkttanks geschud.
Voor een gelijkmatige dichtheid van de inkt is de printerfunctie voor het automatisch onderhouden
van de inktkwaliteit ingeschakeld zodat de inkt regelmatig wordt gemengd. Wanneer de inkt wordt
gemengd, trilt de printer en produceert deze geluiden. Dit is geen storing. Wacht totdat het aan/uitlampje niet meer knippert en continu brandt en de printer stopt met trillen.
Open de bovenklep niet terwijl de printer bezig is (het aan/uit-lampje knippert groen).
Wanneer het trillen en het geluid u storen, bijvoorbeeld 's avonds laat, kan de functie voor het
automatisch onderhouden van de inktkwaliteit worden uitgeschakeld in het printerstuurprogramma.
Als de functie voor het automatisch onderhouden van de inktkwaliteit is uitgeschakeld, zorg er dan
voor dat u de onderstaande procedure uitvoert om deze functie weer in te schakelen.
Belangrijk
U wordt aanbevolen de functie voor het automatisch onderhouden van de inktkwaliteit in te
schakelen. Wanneer er niet minimaal een keer per week onderhoud aan de inktkwaliteit wordt
uitgevoerd, kan dit van invloed zijn op de afdrukkwaliteit.
1. Zorg dat de printer is ingeschakeld.
2. Open het dialoogvenster Printereigenschappen.
Het dialoogvenster Printereigenschappen openen (Windows)
3. Klik op het tabblad Onderhoud (Maintenance) en vervolgens op Aangepaste
instellingen (Custom Settings).
4. Schakel het selectievakje Onderhoud inktkwaliteit automatisch uitvoeren
(Execute ink quality maintenance automatically) in en klik vervolgens op
Verzenden (Send).
5. Bevestig het bericht en klik op OK.
1. Zorg dat de printer is ingeschakeld.
2. Open Canon IJ Printer Utility.
Canon IJ Printer Utility openen (Macintosh)
3. Selecteer Aangepaste instellingen (Custom Settings) in het pop-upmenu.
4. Schakel het selectievakje Onderhoud inktkwaliteit automatisch uitvoeren
(Execute ink quality maintenance automatically) in en klik vervolgens op
Verzenden (Send).
De printer trilt/De printer maakt zelfs geluid wanneer deze niet in gebru...
Pagina 375 van 486 pagina's
5. Bevestig het bericht en klik op OK.
Naar boven
Afdrukresultaten niet naar behoren
Pagina 376 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Problemen oplossen > Afdrukresultaten niet naar behoren
Afdrukresultaten niet naar behoren
Als de afdrukresultaten witte strepen, verkeerd afgedrukte lijnen of ongelijkmatige kleuren vertonen, kunt
u het beste eerst controleren of de instellingen voor papier en afdrukkwaliteit correct zijn.
Controle 1: Komen de instellingen voor het paginaformaat en
mediumtype overeen met het formaat en type papier dat is geplaatst?
Als deze instellingen onjuist zijn, kunt u geen goed afdrukresultaat verkrijgen.
Als u een foto of illustratie wilt afdrukken, kan de kwaliteit van de afgedrukte kleuren afnemen
wanneer de papiersoort onjuist is ingesteld.
Wanneer u afdrukt met een onjuiste instelling voor de papiersoort, kan het afgedrukte oppervlak
bovendien worden bekrast.
Wanneer u afdrukt zonder marges, kunnen de kleuren ongelijkmatig zijn, afhankelijk van de
combinatie van de instelling voor de papiersoort en het geplaatste papier.
De methode waarmee u de instellingen voor het papier en de afdrukkwaliteit bevestigt, is afhankelijk
van de taken die u uitvoert met de printer.
Controle 2: Controleer met het printerstuurprogramma of de juiste
afdrukkwaliteit is geselecteerd voor het mediumtype en het type
afdrukgegevens.
Selecteer een optie voor de afdrukkwaliteit die geschikt is voor het papier en de afbeelding die u
afdrukt. Als de afdruk vlekken of ongelijkmatige kleuren vertoont, verhoogt u de instelling voor de
afdrukkwaliteit en probeert u het opnieuw.
Controleer de instelling voor de afdrukkwaliteit via het printerstuurprogramma.
De afdrukkwaliteit wijzigen en afbeeldingsgegevens corrigeren
Controle 3: Als het probleem nog niet is opgelost, kunnen er andere
oorzaken zijn.
Zie ook de volgende gedeelten:
De afdruktaak wordt niet voltooid
Een deel van de pagina wordt niet afgedrukt
Geen afdrukresultaten/Onduidelijke afdrukken/Onjuiste kleuren/Witte strepen
Lijnen worden verkeerd afgedrukt
Afgedrukt papier krult om of vertoont inktvlekken
Papier vertoont vlekken/Papieroppervlak vertoont krassen
Vegen op de achterzijde van het papier
Er worden verticale lijnen afgedrukt op de zijden van de afdruk
Kleuren zijn ongelijkmatig of vertonen strepen
Naar boven
De afdruktaak wordt niet voltooid
Pagina 377 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Problemen oplossen > Afdrukresultaten niet naar behoren > De afdruktaak wordt niet voltooid
De afdruktaak wordt niet voltooid
Controle 1: Is de omvang van de afdrukgegevens is extreem groot?
Klik op Afdrukopties (Print Options) op het tabblad Pagina-instelling (Page Setup). Schakel in het
dialoogvenster dat wordt geopend het selectievakje Verlies van afdrukgegevens voorkomen (Prevent
loss of print data) in.
Controle 2: Is er voldoende ruimte op de vaste schijf van uw computer?
Verwijder onnodige bestanden om schijfruimte vrij te maken.
Naar boven
Een deel van de pagina wordt niet afgedrukt
Pagina 378 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Problemen oplossen > Afdrukresultaten niet naar behoren > Een deel van de pagina wordt niet
afgedrukt
Een deel van de pagina wordt niet afgedrukt
Controle: Als u automatisch dubbelzijdig afdrukt, kan het probleem
worden veroorzaakt door het onderstaande.
Wanneer u automatisch dubbelzijdig afdrukken gebruikt, is het afdrukgebied boven aan de pagina 0,
08 inch/2 mm smaller dan normaal.
Dit betekent dat de onderzijde van de pagina mogelijk niet wordt afgedrukt. U voorkomt dit door
Gereduceerd afdrukken (Use reduced printing) te selecteren in het printerstuurprogramma.
Belangrijk
Bij gereduceerd afdrukken kan de opmaak worden beïnvloed afhankelijk van uw document.
1. Open het dialoogvenster Printereigenschappen.
Het dialoogvenster Printereigenschappen openen (Windows)
Klik hier: Printerstuurprogramma
* Voordat u hier klikt om het dialoogvenster met printereigenschappen te openen, sluit u de
actieve toepassing.
2. Klik op Afdrukgebied instellen (Print Area Setup) op het tabblad Pagina-instelling
(Page Setup) en selecteer Gereduceerd afdrukken (Use reduced printing).
1. Open het dialoogvenster Afdrukken.
De dialoogvensters Pagina-instelling en Afdrukken openen (Macintosh)
2. Selecteer Dubbelzijdig afdrukken en marge (Duplex Printing & Margin) in het pop
-upmenu.
3. Selecteer Automatisch dubbelzijdig afdrukken (Automatic Duplex Printing).
4. Klik op Gereduceerd afdrukken (Use reduced printing) bij Afdrukgebied (Print
Area).
Naar boven
Geen afdrukresultaten/Onduidelijke afdrukken/Onjuiste kleuren/Witte st... Pagina 379 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Problemen oplossen > Afdrukresultaten niet naar behoren > Geen afdrukresultaten/
Onduidelijke afdrukken/Onjuiste kleuren/Witte strepen
Geen afdrukresultaten/Onduidelijke afdrukken/Onjuiste kleuren
/Witte strepen
Geen afdrukresultaten/Onduidelijke afdrukken/Onjuiste kleuren/Witte st... Pagina 380 van 486 pagina's
Controle 1: Hebt u de instellingen voor papier en afdrukkwaliteit
gecontroleerd?
Afdrukresultaten niet naar behoren
Controle 2: Controleer de status van de inkttanks. Vervang de inkttank
als de inkt op is.
Routineonderhoud
Controle 3: Druk het controleraster voor de spuitopeningen af en voer
eventueel noodzakelijke onderhoud uit, zoals het reinigen van de
printkop.
Druk het controleraster voor de spuitopeningen af om te bepalen of de inkt op de juiste wijze uit de
spuitopeningen van de printkop wordt gespoten.
Raadpleeg Routineonderhoud voor het afdrukken van het controleraster voor de spuitopeningen, het
reinigen van de printkop en het uitvoeren van een diepte-reiniging van de printkop.
Als het controleraster voor de spuitopeningen niet correct wordt afgedrukt:
Controleer of de inkttank van een bepaalde kleur niet leeg is.
Als het controleraster voor de spuitopeningen niet correct wordt afgedrukt ook al is er voldoende
inkt, voert u een reiniging van de printkop uit en drukt u het controleraster voor de
spuitopeningen opnieuw af.
Als het probleem niet is opgelost nadat u de printkop tweemaal hebt gereinigd:
voert u de diepte-reiniging van de printkop uit.
Als het probleem niet is opgelost na de diepte-reiniging van de printkop, zet u de printer uit en
voert u na 24 uur nogmaals een diepte-reiniging van de printkop uit.
Als het probleem niet is opgelost nadat u de diepte-reiniging van de printkop tweemaal hebt
uitgevoerd:
Als het probleem nog niet is verholpen na een diepte-reiniging van de printkop, is de printkop
mogelijk beschadigd. Neem contact op met het ondersteuningscentrum.
Controle 4: Als u papier met één bedrukbare zijde gebruikt, controleert
u of het papier met de bedrukbare zijde naar boven is geplaatst.
Als u afdrukt op de verkeerde zijde van dit soort papier, kunnen de afdrukken onduidelijk worden of
kan de kwaliteit minder worden.
Raadpleeg de instructiehandleiding bij het papier voor meer informatie over de bedrukbare zijde.
Controle 5: Is de functie voor het automatisch onderhouden van de
inktkwaliteit ingeschakeld?
Als de functie voor het automatisch onderhouden van de inktkwaliteit is uitgeschakeld, kan de inkt in
een of meer tanks gaan ontbinden, wat resulteert in een ongelijkmatige dichtheid. Schakel de
functie voor het automatisch onderhouden van de inktkwaliteit in via het printerstuurprogramma.
1. Zorg dat de printer is ingeschakeld.
2. Open het dialoogvenster Printereigenschappen.
Het dialoogvenster Printereigenschappen openen (Windows)
3. Klik op het tabblad Onderhoud (Maintenance) en vervolgens op Aangepaste
instellingen (Custom Settings).
4. Schakel het selectievakje Onderhoud inktkwaliteit automatisch uitvoeren
(Execute ink quality maintenance automatically) in en klik vervolgens op
Geen afdrukresultaten/Onduidelijke afdrukken/Onjuiste kleuren/Witte st... Pagina 381 van 486 pagina's
Verzenden (Send).
5. Bevestig het bericht en klik op OK.
1. Zorg dat de printer is ingeschakeld.
2. Open Canon IJ Printer Utility.
Canon IJ Printer Utility openen (Macintosh)
3. Selecteer Aangepaste instellingen (Custom Settings) in het pop-upmenu.
4. Schakel het selectievakje Onderhoud inktkwaliteit automatisch uitvoeren
(Execute ink quality maintenance automatically) in en klik vervolgens op
Verzenden (Send).
5. Bevestig het bericht en klik op OK.
Belangrijk
U wordt aanbevolen de functie voor het automatisch onderhouden van de inktkwaliteit in te
schakelen. Wanneer er niet minimaal een keer per week onderhoud aan de inktkwaliteit wordt
uitgevoerd, kan dit van invloed zijn op de afdrukkwaliteit.
Als de functie voor het automatisch onderhouden van de inktkwaliteit is uitgeschakeld, moet u
minimaal een keer per week handmatig onderhoud aan de inktkwaliteit uitvoeren.
De inktkwaliteit op peil houden
Controle 6: Controleer of het invoerprofiel in het printerstuurprogramma
goed is ingesteld.
Als de afdrukkleur van foto's die zijn genomen in de Adobe RGB-modus niet bevredigend is,
configureert u het invoerprofiel en probeert u nogmaals af te drukken. Mogelijk dat hiermee de
kwaliteit van de afdruk verbetert.
1. Open het dialoogvenster Printereigenschappen.
Het dialoogvenster Printereigenschappen openen (Windows)
Klik hier: Printerstuurprogramma
* Voordat u hier klikt om het dialoogvenster met printereigenschappen te openen, sluit u de
actieve toepassing.
2. Selecteer op het tabblad Afdruk (Main) de optie Handmatig (Manual) voor Kleur/
Intensiteit (Color/Intensity) en klik vervolgens op Instellen (Set).
3. Selecteer op het tabblad Afstemming (Matching) de optie ICM voor
Kleurcorrectie (Color Correction).
4. Selecteer Adobe RGB (1998) voor Invoerprofiel (Input Profile).
Als Adobe RGB (1998) niet wordt weergegeven, plaatst u de installatie-cd-rom (Setup CD-ROM)
in het cd-station van de computer. Selecteert Aangepaste installatie (Custom Install) uit en
selecteer daarna Adobe RGB (1998) om de installatie te starten.
Naar boven
Lijnen worden verkeerd afgedrukt
Pagina 382 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Problemen oplossen > Afdrukresultaten niet naar behoren > Lijnen worden verkeerd afgedrukt
Lijnen worden verkeerd afgedrukt
Controle 1: Hebt u de instellingen voor papier en afdrukkwaliteit
gecontroleerd?
Afdrukresultaten niet naar behoren
Controle 2: Lijn de printkop uit.
Als u de printkop na de installatie niet hebt uitgelijnd, kunnen rechte lijnen verkeerd worden
afgedrukt. Nadat de printkop is geïnstalleerd, moet u deze uitlijnen.
Routineonderhoud
Opmerking
Als het probleem niet is opgelost nadat de printkop is uitgelijnd, voert u een handmatige
uitlijning van de printkop uit aan de hand van de aanwijzingen in Handmatig uitlijnen van de
printkop.
Controle 3: Is de omvang van de afdrukgegevens is extreem groot?
Klik op Afdrukopties (Print Options) op het tabblad Pagina-instelling (Page Setup). Schakel in het
dialoogvenster dat wordt geopend het selectievakje Verlies van afdrukgegevens voorkomen (Prevent
loss of print data) in.
Controle 4: Wordt de functie Pagina-indeling afdrukken of Bindmarge
gebruikt?
Als de functie Pagina-indeling afdrukken of Bindmarge wordt gebruikt, worden dunne lijnen mogelijk
niet afgedrukt. Probeer de lijnen in het document dikker te maken.
Naar boven
Afgedrukt papier krult om of vertoont inktvlekken
Pagina 383 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Problemen oplossen > Afdrukresultaten niet naar behoren > Afgedrukt papier krult om of
vertoont inktvlekken
Afgedrukt papier krult om of vertoont inktvlekken
Controle 1: Hebt u de instellingen voor papier en afdrukkwaliteit
gecontroleerd?
Afdrukresultaten niet naar behoren
Controle 2: Als de intensiteit te hoog is ingesteld, verlaagt u de instelling
Intensiteit (Intensity) in het printerstuurprogramma en probeert u
opnieuw af te drukken.
Als u gewoon papier gebruikt voor het afdrukken van afbeeldingen met een hoge intensiteit,
absorbeert het papier mogelijk te veel inkt. Hierdoor kan het gaan golven en kan er papierschuring
ontstaan.
Controleer de intensiteit via het printerstuurprogramma.
De intensiteit aanpassen
Controle 3: Wij adviseren u het afgedrukte papier telkens uit de voorste
lade te verwijderen en te laten opdrogen wanneer u afdrukt op twee of
meer vellen gewoon papier.
Als meerdere afdrukken op gewoon papier opdrogen terwijl ze op elkaar liggen, kunnen ze
opkrullen.
We raden u aan het afgedrukte papier telkens uit de voorste lade te verwijderen en te laten
opdrogen.
Controle 4: Wordt er fotopapier gebruikt voor het afdrukken van foto's?
Als u gegevens afdrukt met een hoge kleurverzadiging, zoals foto's of afbeeldingen met diepe
kleuren, raden wij het gebruik van Glossy Foto Papier Extra II (Photo Paper Plus Glossy II) of ander
speciaal papier van Canon aan.
Papier plaatsen
Naar boven
Papier vertoont vlekken/Papieroppervlak vertoont krassen
Pagina 384 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Problemen oplossen > Afdrukresultaten niet naar behoren > Papier vertoont vlekken/
Papieroppervlak vertoont krassen
Papier vertoont vlekken/Papieroppervlak vertoont krassen
Controle 1: Hebt u de instellingen voor papier en afdrukkwaliteit
gecontroleerd?
Afdrukresultaten niet naar behoren
Controle 2: Wordt de juiste papiersoort gebruikt? Controleer het
volgende:
Controleer of het papier waarop u afdrukt geschikt is voor het doel waarvoor het gebruikt wordt.
Papier plaatsen
Controleer als u afdrukt zonder marges of het gebruikte papier voor dit doel geschikt is.
Als het gebruikte papier niet geschikt is voor afdrukken zonder marges, kan de afdrukkwaliteit
aan de boven- en onderkant van het papier afnemen.
Afdrukgebied
Controle 3: Herstel het gekrulde papier en plaats het papier opnieuw.
Voor gewoon papier
Draai het papier om en plaats het zodanig dat het aan de andere kant bedrukt wordt.
Als het papier lange tijd in de achterste lade ligt, kan het ook gaan omkrullen. In dat geval kunt u
het papier het beste met de andere zijde naar boven in de lade plaatsen. Hiermee is het
probleem mogelijk verholpen.
Het is raadzaam ongebruikt papier weer in het pak te doen en het pak op een vlak oppervlak
neer te leggen.
Voor ander papier
Als het papier in de vier hoeken meer dan 0,1 inch / 3 mm (A) omhoog krult, kan de afdruk
vlekken vertonen of kan wordt het papier onjuist ingevoerd. Volg in zulke gevallen de
onderstaande procedure om het gekrulde papier te corrigeren.
Papier vertoont vlekken/Papieroppervlak vertoont krassen
Pagina 385 van 486 pagina's
1. Rol het papier op tegen de richting van de krul in, zoals hieronder wordt weergegeven.
2. Controleer of het papier nu vlak is.
Het is raadzaam om teruggekruld papier met één vel tegelijk in te voeren.
Opmerking
Er zijn bepaalde mediumtypen die snel besmeurd raken of niet goed kunnen worden
ingevoerd, ook al krullen ze niet naar binnen. Volg in zulke gevallen de onderstaande
procedure om het papier maximaal 0,1 inch / 3 mm naar buiten te krullen (B) voordat u begint
met afdrukken. Hiermee wordt het afdrukresultaat mogelijk verbeterd.
(C) Afdrukzijde
Het is raadzaam om papier dat naar buiten krult met één vel tegelijk in te voeren.
Controle 4: Als u op dik papier afdrukt, selecteert u de instelling
Schuring van papier voorkomen (Prevent paper abrasion).
Schakel de instelling Schuring van papier voorkomen (Prevent paper abrasion) in om de afstand
tussen de printkop en het geplaatste papier groter te maken. Als u merkt dat de printkop over het
papier schuurt, zelfs wanneer het mediumtype juist is ingesteld voor het geplaatste papier, stelt u de
printer in op het voorkomen van papierschuring via het printerstuurprogramma.
De afdruksnelheid neemt af als u de instelling Schuring van papier voorkomen (Prevent paper
abrasion) inschakelt.
* Schakel de instelling Schuring van papier voorkomen (Prevent paper abrasion) uit nadat het
afdrukken is voltooid. Als u de instelling niet uitschakelt, blijft deze ingeschakeld voor alle volgende
afdruktaken.
Open het dialoogvenster Printereigenschappen en ga naar het tabblad Onderhoud (Maintenance).
Schakel vervolgens onder Aangepaste instellingen (Custom Settings) het selectievakje Schuring
van papier voorkomen (Prevent paper abrasion) in en klik op Verzenden (Send).
Raadpleeg Het dialoogvenster Printereigenschappen openen (Windows) voor meer informatie over
het openen van het dialoogvenster Printereigenschappen.
Selecteer in Canon IJ Printer Utility de optie Aangepaste instellingen (Custom Settings) in het popupmenu, schakel het selectievakje Schuring van papier voorkomen (Prevent paper abrasion) in en
klik vervolgens op Verzenden (Send).
Raadpleeg Canon IJ Printer Utility openen (Macintosh) als u Canon IJ Printer Utility op een
Macintosh wilt openen.
Controle 5: Als de intensiteit te hoog is ingesteld, verlaagt u de instelling
Papier vertoont vlekken/Papieroppervlak vertoont krassen
Pagina 386 van 486 pagina's
Intensiteit (Intensity) in het printerstuurprogramma en probeert u
opnieuw af te drukken.
Als u gewoon papier gebruikt voor het afdrukken van afbeeldingen met een hoge intensiteit,
absorbeert het papier mogelijk te veel inkt. Hierdoor kan het gaan golven en kan er papierschuring
ontstaan.
Verlaag de Intensiteit (Intensity) in het printerstuurprogramma en probeer opnieuw af te drukken.
1. Open het dialoogvenster Printereigenschappen.
Het dialoogvenster Printereigenschappen openen (Windows)
Klik hier: Printerstuurprogramma
* Voordat u hier klikt om het dialoogvenster met printereigenschappen te openen, sluit u de
actieve toepassing.
2. Selecteer op het tabblad Afdruk (Main) de optie Handmatig (Manual) voor Kleur/
Intensiteit (Color/Intensity) en klik vervolgens op Instellen (Set).
3. Pas de intensiteit aan met behulp van de schuifregelaar Intensiteit (Intensity) op
het tabblad Kleuraanpassing (Color Adjustment).
1. Open het dialoogvenster Afdrukken.
De dialoogvensters Pagina-instelling en Afdrukken openen (Macintosh)
2. Selecteer Kleuropties (Color Options) in het pop-upmenu.
3. Stel de gewenste intensiteit in met behulp van de schuifregelaar Intensiteit
(Intensity).
Controle 6: Wordt het afdrukken uitgevoerd buiten het aanbevolen
afdrukgebied?
Als u buiten het aanbevolen afdrukgebied van het papier afdrukt, kunnen er vlekken ontstaan op de
onderste rand van het papier.
Wijzig het formaat van het origineel in uw toepassing.
Afdrukgebied
Controle 7: Is de papierinvoerrol vuil?
Reinig de papierinvoerrol.
Routineonderhoud
Opmerking
Het reinigen van de papierinvoerrol veroorzaakt slijtage van de rol. Reinig de rol daarom alleen
als dat nodig is.
Controle 8: Is de binnenkant van de printer vuil?
Als u dubbelzijdig afdrukt, kunnen er inktvlekken aan de binnenkant van de printer achterblijven
waardoor de afdrukken besmeurd kunnen raken.
Maak de binnenkant van de printer schoon door een reiniging van de onderste plaat uit te voeren.
De binnenkant van de printer reinigen
Papier vertoont vlekken/Papieroppervlak vertoont krassen
Pagina 387 van 486 pagina's
Opmerking
Stel het paginaformaat correct in om te voorkomen dat er vlekken aan de binnenkant van de
printer ontstaan.
Controle 9: Stel bij Droogtijd inkt (Ink Drying Wait Time) een langere
wachttijd in.
Op die manier geeft u het afgedrukte oppervlak voldoende tijd om te drogen, zodat er geen
inktvlekken en krassen ontstaan.
1. Zorg dat de printer is ingeschakeld.
2. Open het dialoogvenster Printereigenschappen.
Het dialoogvenster Printereigenschappen openen (Windows)
3. Klik op het tabblad Onderhoud (Maintenance) en vervolgens op Aangepaste
instellingen (Custom Settings).
4. Stel de gewenste wachttijd in met behulp van de schuifregelaar Droogtijd inkt
(Ink Drying Wait Time) en klik op Verzenden (Send).
5. Bevestig het bericht en klik op OK.
1. Zorg dat de printer is ingeschakeld.
2. Open Canon IJ Printer Utility.
Canon IJ Printer Utility openen (Macintosh)
3. Selecteer Aangepaste instellingen (Custom Settings) in het pop-upmenu.
4. Stel de gewenste wachttijd in met behulp van de schuifregelaar Droogtijd inkt
(Ink Drying Wait Time) en klik op Verzenden (Send).
5. Bevestig het bericht en klik op OK.
Controle 10: Wordt het papier bekrast door ander geplaatst papier?
Afhankelijk van het mediumtype kan het papier door ander geplaatst papier worden bekrast tijdens
de invoer vanuit de achterste lade. Plaats in dat geval maar één vel tegelijk.
Naar boven
Vegen op de achterzijde van het papier
Pagina 388 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Problemen oplossen > Afdrukresultaten niet naar behoren > Vegen op de achterzijde van het
papier
Vegen op de achterzijde van het papier
Controle 1: Hebt u de instellingen voor papier en afdrukkwaliteit
gecontroleerd?
Afdrukresultaten niet naar behoren
Controle 2: Maak de binnenkant van de printer schoon door een
reiniging van de onderste plaat uit te voeren.
De binnenkant van de printer reinigen
Opmerking
Als u zonder marges, dubbelzijdig of teveel afdrukt, kunnen er inktvlekken aan de binnenkant
van de printer achterblijven.
Naar boven
Er worden verticale lijnen afgedrukt op de zijden van de afdruk
Pagina 389 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Problemen oplossen > Afdrukresultaten niet naar behoren > Er worden verticale lijnen
afgedrukt op de zijden van de afdruk
Er worden verticale lijnen afgedrukt op de zijden van de afdruk
Controle 1: Hebt u de instellingen voor papiersoort en afdrukkwaliteit
gecontroleerd?
Afdrukresultaten niet naar behoren
Controle 2: Is het juiste papierformaat geplaatst?
De verticale lijnen worden mogelijk afgedrukt in de marge wanneer het formaat van het geplaatste
papier groter is dan is opgegeven in het printerstuurprogramma.
Stel het juiste papierformaat in voor het geplaatste papier.
Afdrukresultaten niet naar behoren
Opmerking
De richting van het verticale lijnenpatroon hangt af van de afbeeldingsgegevens en de
afdrukinstelling.
Deze printer voert zo nodig een automatische reiniging uit om te voorkomen dat afdrukken vuil
worden. Bij het reinigen wordt een klein beetje inkt uitgespoten.
De inkt wordt gewoonlijk op het absorptiekussen gespoten. Als u echter papier plaatst dat
groter is dan is opgegeven met het printerstuurprogramma, kan de inkt op het papier
terechtkomen.
Naar boven
Kleuren zijn ongelijkmatig of vertonen strepen
Pagina 390 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Problemen oplossen > Afdrukresultaten niet naar behoren > Kleuren zijn ongelijkmatig of
vertonen strepen
Kleuren zijn ongelijkmatig of vertonen strepen
Controle 1: Hebt u de instellingen voor papier en afdrukkwaliteit
gecontroleerd?
Afdrukresultaten niet naar behoren
Controle 2: Druk het controleraster voor de spuitopeningen af en voer
eventueel noodzakelijk onderhoud uit, zoals het reinigen van de
printkop.
Druk het controleraster voor de spuitopeningen af om te bepalen of de inkt op de juiste wijze uit de
spuitopeningen van de printkop wordt gespoten.
Raadpleeg Routineonderhoud voor het afdrukken van het controleraster voor de spuitopeningen, het
reinigen van de printkop en het uitvoeren van een diepte-reiniging van de printkop.
Als het controleraster voor de spuitopeningen niet correct wordt afgedrukt:
Controleer of de inkttank van een bepaalde kleur niet leeg is.
Als het controleraster voor de spuitopeningen niet correct wordt afgedrukt ook al is er voldoende
inkt, voert u een reiniging van de printkop uit en drukt u het controleraster voor de
spuitopeningen opnieuw af.
Als het probleem niet is opgelost nadat u de printkop tweemaal hebt gereinigd:
voert u de diepte-reiniging van de printkop uit.
Als het probleem niet is opgelost na de diepte-reiniging van de printkop, zet u de printer uit en
voert u na 24 uur nogmaals een diepte-reiniging van de printkop uit.
Als het probleem niet is opgelost nadat u de diepte-reiniging van de printkop tweemaal hebt
Kleuren zijn ongelijkmatig of vertonen strepen
Pagina 391 van 486 pagina's
uitgevoerd:
Als het probleem nog niet is verholpen na een diepte-reiniging van de printkop, is de printkop
mogelijk beschadigd. Neem contact op met het ondersteuningscentrum.
Controle 3: Lijn de printkop uit.
Routineonderhoud
Opmerking
Als het probleem niet is opgelost nadat de printkop is uitgelijnd, voert u een handmatige
uitlijning van de printkop uit aan de hand van de aanwijzingen in Handmatig uitlijnen van de
printkop.
Controle 4: Is de functie voor het automatisch onderhouden van de
inktkwaliteit ingeschakeld?
Als de functie voor het automatisch onderhouden van de inktkwaliteit is uitgeschakeld, kan de inkt in
een of meer tanks gaan ontbinden, wat resulteert in een ongelijkmatige dichtheid. Schakel de
functie voor het automatisch onderhouden van de inktkwaliteit in via het printerstuurprogramma.
1. Zorg dat de printer is ingeschakeld.
2. Open het dialoogvenster Printereigenschappen.
Het dialoogvenster Printereigenschappen openen (Windows)
3. Klik op het tabblad Onderhoud (Maintenance) en vervolgens op Aangepaste
instellingen (Custom Settings).
4. Schakel het selectievakje Onderhoud inktkwaliteit automatisch uitvoeren
(Execute ink quality maintenance automatically) in en klik vervolgens op
Verzenden (Send).
5. Bevestig het bericht en klik op OK.
1. Zorg dat de printer is ingeschakeld.
2. Open Canon IJ Printer Utility.
Canon IJ Printer Utility openen (Macintosh)
3. Selecteer Aangepaste instellingen (Custom Settings) in het pop-upmenu.
4. Schakel het selectievakje Onderhoud inktkwaliteit automatisch uitvoeren
(Execute ink quality maintenance automatically) in en klik vervolgens op
Verzenden (Send).
5. Bevestig het bericht en klik op OK.
Belangrijk
U wordt aanbevolen de functie voor het automatisch onderhouden van de inktkwaliteit in te
schakelen. Wanneer er niet minimaal een keer per week onderhoud aan de inktkwaliteit wordt
uitgevoerd, kan dit van invloed zijn op de afdrukkwaliteit.
Als de functie voor het automatisch onderhouden van de inktkwaliteit is uitgeschakeld, moet u
Kleuren zijn ongelijkmatig of vertonen strepen
Pagina 392 van 486 pagina's
minimaal een keer per week handmatig onderhoud aan de inktkwaliteit uitvoeren.
De inktkwaliteit op peil houden
Naar boven
De afdruktaak wordt niet gestart
Pagina 393 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Problemen oplossen > De afdruktaak wordt niet gestart
De afdruktaak wordt niet gestart
Controle 1: Controleer of de stekker goed is aangesloten en zet de
printer vervolgens aan.
De printer is bezig met initialiseren zo lang het aan/uit-lampje groen knippert. Wacht totdat het aan/
uit-lampje stopt met knipperen en groen blijft branden.
Opmerking
Als u omvangrijke gegevens afdrukt, bijvoorbeeld een foto of afbeelding, kan het langer duren
voordat met afdrukken wordt gestart. Zolang het aan/uit-lampje groen knippert, is de computer
bezig met het verwerken van gegevens en het versturen van gegevens naar de printer. Wacht
totdat het afdrukken wordt gestart.
Controle 2: Controleer de status van de inkttanks. Vervang de inkttank
als de inkt op is.
Controle 3: Open de bovenklep en controleer of de inktlampjes rood
knipperen.
Als er nog voldoende inkt is maar het inktlampje knippert rood, is er mogelijk een inkttank op de
verkeerde positie geïnstalleerd.
Routineonderhoud
Controle 4: Open de bovenklep en controleer of de inktlampjes rood
branden.
Als het inktlampje niet brandt, drukt u op de aanduiding
stevig vast zit.
op de inkttank totdat de inkttank
Controle 5: Als de printer enige tijd uitgeschakeld is geweest, kan het
langer duren voordat er wordt afgedrukt.
Wacht totdat het afdrukken wordt gestart.
Als de printer trilt nadat deze is ingeschakeld, worden de inkttanks geschud. Wacht totdat de printer
stopt met trillen.
De printer trilt/De printer maakt zelfs geluid wanneer deze niet in gebruik is
Controle 6: Controleer of de printer correct op de computer is
aangesloten.
Als de printer met een USB-kabel op de computer is aangesloten, controleert u of de USB-kabel
goed is aangesloten op de printer en de computer en controleert u daarna het volgende:
Als u een doorschakelapparaat zoals een USB-hub gebruikt, maakt u dit los en sluit u de printer
rechtstreeks aan op de computer. Probeer opnieuw af te drukken. Als het afdrukken normaal
wordt gestart, is er een probleem met het doorschakelapparaat. Neem contact op met de
verkoper van uw doorschakelapparaat voor meer informatie.
Er kan ook een probleem met de USB-kabel zijn. Vervang de USB-kabel en probeer nogmaals
af te drukken.
Als u de printer via een LAN gebruikt, controleert u of de printer op het netwerk is aangesloten met
een LAN-kabel en of de printer correct is ingesteld. Zie de installatiehandleiding voor meer
informatie.
De afdruktaak wordt niet gestart
Pagina 394 van 486 pagina's
Controle 7: Start de computer opnieuw op.
Verwijder eventuele overbodige afdruktaken.
Een ongewenste afdruktaak verwijderen
Controle 8: Komt de instelling voor Paginaformaat overeen met het
formaat van het papier dat in de printer is geplaatst?
Druk op de knop ANNULEREN/HERVATTEN (RESUME/CANCEL) op de printer om de fout te
annuleren. Controleer vervolgens in het printerstuurprogramma de instellingen bij Paginaformaat
(Page Size) op het tabblad Pagina-instelling (Page Setup) in het dialoogvenster met
printereigenschappen (Windows) of het dialoogvenster Papierformaat (Macintosh).
Als er niet wordt afgedrukt wanneer het geplaatste papier overeenkomt met de instelling, geeft u op
dat het printerstuurprogramma de breedte van het papier niet detecteert.
* Schakel het selectievakje Papierbreedte detecteren (Detect paper width) in zodra het afdrukken is
voltooid en klik vervolgens op Verzenden (Send).
De Aangepaste instellingen (Custom Settings) op het tabblad Onderhoud (Maintenance), schakel
het selectievakje Papierbreedte detecteren (Detect paper width) uit en klik vervolgens op Verzenden
(Send).
Selecteer in Canon IJ Printer Utility de optie Aangepaste instellingen (Custom Settings) in het popupmenu, schakel het selectievakje Papierbreedte detecteren (Detect paper width) uit en klik
vervolgens op Verzenden (Send).
Controle 9: Zijn de instellingen voor mediumtype en paginaformaat in
het printerstuurprogramma correct?
Als u Fine Art-papier 'Photo Rag' of speciaal papier van een andere fabrikant dan Canon gebruikt,
selecteert u het mediumtype bij Mediumtype (Media Type). Selecteer vervolgens bij Paginaformaat
(Page Size) of Papierformaat (Paper size) een formaat met de tekst 'Fine Art XX'.
Controleer de instellingen aan de hand van de onderstaande procedure en probeer opnieuw af te
drukken.
1. Zorg dat Fine Art A3+, Fine Art A3, Fine Art A4 of Fine Art Letter in de toepassing
is geselecteerd.
Als het gewenste papierformaat niet wordt weergegeven, opent u het menu Bestand (File) van
de toepassing en selecteert u Afdrukken (Print). Zorg er vervolgens voor dat de naam van uw
printer is geselecteerd.
2. Zorg ervoor dat het papier dat in het printerstuurprogramma bij Mediumtype
(Media Type) op het tabblad Afdruk (Main) (Windows) of in het dialoogvenster
Afdrukken (Macintosh) is geselecteerd, overeenkomt met het papier dat in de
printer is geladen.
3. Zorg dat in het printerstuurprogramma de instelling voor Paginaformaat (Page
Size) op het tabblad Pagina-instelling (Page Setup) (Windows) of de instelling
voor Papierformaat (Paper size) in het dialoogvenster Pagina-instelling
(Macintosh) overeenkomt met het formaat dat is opgegeven bij stap 1.
Controle 10: Controleer of de naam van uw printer is geselecteerd in het
dialoogvenster Afdrukken.
De printer drukt niet goed af als u een stuurprogramma voor een andere printer gebruikt.
Controleer in Windows of de naam van uw printer is geselecteerd in het dialoogvenster Afdrukken.
Controleer op een Macintosh of de naam van uw printer is geselecteerd bij Printer in het
De afdruktaak wordt niet gestart
Pagina 395 van 486 pagina's
dialoogvenster Afdrukken.
Opmerking
Als u de printer wilt instellen als standaardprinter, schakelt u Als standaardprinter instellen (Set
as Default Printer) (Windows), Standaardprinter (Default Printer) of Maak standaard (Make
Default) (Macintosh) in.
Controle 11: Configureer de printerpoort op de juiste wijze.
Controleer of de printerpoort correct is geconfigureerd in het printerstuurprogramma.
1. Meld u aan bij een gebruikersaccount met beheerdersrechten.
2. Klik op Configuratiescherm (Control Panel) en vervolgens op Printer onder
Hardware en geluiden (Hardware and Sound).
Klik in Windows XP op Configuratiescherm (Control Panel), Printers en andere hardware
(Printers and Other Hardware) en vervolgens op Printers en faxapparaten (Printers and Faxes).
Klik in Windows 2000 op Configuratiescherm (Control Panel) en vervolgens op Printers.
3. Klik met de rechtermuisknop op het pictogram Canon XXX en selecteer
vervolgens Eigenschappen (Properties).
4. Klik op het tabblad Poorten (Ports) om de poortinstellingen te bevestigen.
Zorg dat voor Afdrukken naar de volgende poort(en) (Print to the following port(s)) een poort met
de naam USBnnn (waarbij 'n' een getal is) is geselecteerd waarbij Canon XXX in de kolom
Printer wordt weergegeven.
Als de instelling niet juist is, moet u het printerstuurprogramma opnieuw installeren of de
printerpoort wijzigen in de juiste poort.
Opmerking
Als de printer via een LAN wordt gebruikt, wordt de poortnaam van de printer weergegeven
als CNBJNP_xxxxxxxxxx.
* xxxxxxxxxx is de tekenreeks die wordt gegenereerd op basis van het MAC-adres of een
tekenreeks die door de gebruiker wordt opgegeven wanneer deze de printer installeert.
Controle 12: Zijn de afgedrukte gegevens extreem groot?
Klik op Afdrukopties (Print Options) op het tabblad Pagina-instelling (Page Setup). Schakel in het
dialoogvenster dat wordt geopend het selectievakje Verlies van afdrukgegevens voorkomen (Prevent
loss of print data) in.
Naar boven
Afdruktaak wordt beëindigd voordat deze is voltooid
Pagina 396 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Problemen oplossen > Afdruktaak wordt beëindigd voordat deze is voltooid
Afdruktaak wordt beëindigd voordat deze is voltooid
Controle 1: Heeft de printer gedurende lange tijd voortdurend
afgedrukt?
Als de printer gedurende langere tijd doorlopend heeft afgedrukt, kan de printkop oververhit raken.
Om de printkop te beschermen, kan de printer aan het einde van een regel gedurende een
bepaalde tijd stoppen en vervolgens het afdrukken weer hervatten.
Onderbreek in dit geval de afdruktaak op een geschikt moment en schakel de printer vervolgens
gedurende ten minste 15 minuten uit.
Ook als de printer gedurende een bepaalde periode doorlopend afbeeldingen of foto's met felle
kleuren heeft afgedrukt, kan het afdrukken worden stopgezet om de printkop te beschermen. In dat
geval wordt het afdrukken niet automatisch hervat. Schakel de printer ten minste 15 minuten uit.
Let op
De printkop en het omringende gebied kunnen extreem heet worden in de printer. Raak de
printkop en de nabijgelegen onderdelen niet aan.
Controle 2: Is er papier geplaatst?
Controleer of er papier is geplaatst in de achterste lade, de cassette of de sleuf voor handmatige
invoer.
Controleer de papierbron en plaats het papier opnieuw.
Controle 3: Bevatten de af te drukken documenten veel foto's of
illustraties?
Als u omvangrijke gegevens afdrukt zoals foto's of afbeeldingen, hebben de printer en de computer
tijd nodig om deze te verwerken. Hierdoor lijkt het soms alsof de printer is gestopt.
Ook als u gegevens afdrukt waarbij voortdurend veel inkt op normaal papier wordt gebruikt, zal de
printer af en toe een pauze inlassen. Wacht in beide gevallen totdat dit proces is voltooid.
Opmerking
Als u een document afdrukt met een groot afdrukgebied of meerdere exemplaren van een
document, wordt het afdrukken soms stopgezet om de inkt te laten drogen.
Naar boven
Het afdrukken wordt afgebroken en de printer voert gedeeltelijk bedruk...
Pagina 397 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Problemen oplossen > Het afdrukken wordt afgebroken en de printer voert gedeeltelijk bedrukt
of leeg papier uit
Het afdrukken wordt afgebroken en de printer voert gedeeltelijk
bedrukt of leeg papier uit
Het verwerken van de afdrukgegevens duurt te lang, zodat het afdrukken wordt
beëindigd
Als het verwerken van de afdrukgegevens van de computer te lang duurt, kan de printer het
afdrukken beëindigen en leeg papier uitvoeren. Controleer het volgende en probeer opnieuw af te
drukken.
Controle 1: Wordt de printer via een netwerk door meerdere computers tegelijk
gebruikt?
Controle 2: Worden meerdere toepassingen op de computer uitgevoerd?
Als dat het geval is, sluit u onnodige toepassingen en probeert u opnieuw af te drukken.
Controle 3: Als u afdrukt vanaf een computer, stelt u de afdrukkwaliteit in op
Hoog (High) in het printerstuurprogramma en probeert u opnieuw af te drukken.
Controle 4: Wijzig de instelling Eenheid voor verwerking van afdrukgegevens
(Unit of Print Data Processing) in het printerstuurprogramma en probeer
opnieuw af te drukken.
Klik op Afdrukopties (Print Options) op het tabblad Pagina-instelling (Page Setup). Selecteer
vervolgens Maximum voor Eenheid voor verwerking van afdrukgegevens (Unit of Print Data
Processing) in het dialoogvenster dat wordt weergegeven en klik op OK.
Controle 5: Controleer de instelling voor de afdrukwachtrij in het
printerstuurprogramma en probeert u nogmaals af te drukken.
1.
Meld u aan bij een gebruikersaccount met beheerdersrechten.
2.
Klik op Configuratiescherm (Control Panel) en vervolgens op Printer onder Hardware
en geluiden (Hardware and Sound).
Klik in Windows XP op Configuratiescherm (Control Panel), Printers en andere hardware
(Printers and Other Hardware) en vervolgens op Printers en faxapparaten (Printers and
Faxes).
Klik in Windows 2000 op Configuratiescherm (Control Panel) en vervolgens op Printers.
3.
Klik met de rechtermuisknop op het pictogram Canon XXX en selecteer vervolgens
Eigenschappen (Properties).
4.
Klik op de tab Geavanceerd (Advanced), selecteer Afdrukken zodra de laatste pagina
in de wachtrij is geplaatst (Start printing after last page is spooled), schakel
Geavanceerde afdrukfuncties inschakelen (Enable advanced printing features) uit en
klik op OK.
Opmerking
Nadat de bovenstaande instelling is toegepast, kunnen de volgende opties op de
tabbladen Snel instellen (Quick Setup), Afdruk (Main) en Pagina-instelling (Page
Setup) van het printerstuurprogramma niet worden toegepast.
Snel instellen (Quick Setup):
- Afdrukvoorbeeld (Preview before printing)
Het afdrukken wordt afgebroken en de printer voert gedeeltelijk bedruk...
Pagina 398 van 486 pagina's
- 2 op 1 afdrukken (2-on-1 Printing)
- 4 op 1 afdrukken (4-on-1 Printing)
- Sorteren (Collate)
Afdruk (Main): Afdrukvoorbeeld (Preview before printing)
Pagina-instelling (Page Setup):
- Pagina-indeling (Page Layout), Poster of Boekje (Booklet) voor Paginaindeling (Page Layout)
- Marge instellen (Specify Margin)
- Vanaf de laatste pagina afdrukken (Print from Last Page) of Sorteren
(Collate) voor Aantal (Copies)
- Stempel/Achtergrond (Stamp/Background)
Naar boven
De printer beweegt, maar er wordt geen inkt toegevoerd
Pagina 399 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Problemen oplossen > De printer beweegt, maar er wordt geen inkt toegevoerd
De printer beweegt, maar er wordt geen inkt toegevoerd
Controle 1: Zijn de spuitopeningen van de printkop verstopt?
Druk het controleraster voor de spuitopeningen af om te bepalen of de inkt op de juiste wijze uit de
spuitopeningen van de printkop wordt gespoten.
Raadpleeg Routineonderhoud voor het afdrukken van het controleraster voor de spuitopeningen, het
reinigen van de printkop en het uitvoeren van een diepte-reiniging van de printkop.
Als het controleraster voor de spuitopeningen niet correct wordt afgedrukt:
Controleer of de inkttank van een bepaalde kleur niet leeg is.
Als het controleraster voor de spuitopeningen niet correct wordt afgedrukt ook al is er voldoende
inkt, voert u een reiniging van de printkop uit en drukt u het controleraster voor de
spuitopeningen opnieuw af.
Als het probleem niet is opgelost nadat u de printkop tweemaal hebt gereinigd:
voert u de diepte-reiniging van de printkop uit.
Als het probleem niet is opgelost na de diepte-reiniging van de printkop, zet u de printer uit en
voert u na 24 uur nogmaals een diepte-reiniging van de printkop uit.
Als het probleem niet is opgelost nadat u de diepte-reiniging van de printkop tweemaal hebt
uitgevoerd:
Als het probleem nog niet is verholpen na een diepte-reiniging van de printkop, is de printkop
mogelijk beschadigd. Neem contact op met het ondersteuningscentrum.
Controle 2: Is de inkt op?
Open de bovenklep en controleer de status van het inktlampje.
Routineonderhoud
Naar boven
De afdruksnelheid is lager dan verwacht
Pagina 400 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Problemen oplossen > De afdruksnelheid is lager dan verwacht
De afdruksnelheid is lager dan verwacht
Controle 1: Wordt het afdrukken uitgevoerd in de Stille modus (Quiet
Mode)?
De afdruksnelheid wordt verlaagd als u de Stille modus (Quiet Mode) hebt ingeschakeld in het
printerstuurprogramma. Schakel de Stille modus (Quiet Mode) uit als u sneller wilt printen.
Het geluid van de printer reduceren
Controle 2: Is de afdrukkwaliteit te hoog ingesteld?
Verhoog de instellingen voor de afdruksnelheid in het printerstuurprogramma. Als u de snelheid
verhoogt, verloopt het afdrukken sneller.
1. Open het dialoogvenster Printereigenschappen.
Het dialoogvenster Printereigenschappen openen (Windows)
Klik hier: Printerstuurprogramma
* Voordat u hier klikt om het dialoogvenster met printereigenschappen te openen, sluit u de
actieve toepassing.
2. Selecteer op het tabblad Afdruk (Main) de optie Snel (Fast) voor de instelling
Afdrukkwaliteit (Print Quality).
Afhankelijk van het mediumtype is het mogelijk dat de optie Snel (Fast) niet beschikbaar is.
1. Open het dialoogvenster Afdrukken.
De dialoogvensters Pagina-instelling en Afdrukken openen (Macintosh)
2. Selecteer Kwaliteit en media (Quality & Media) in het pop-upmenu en selecteer
vervolgens Snel (Fast) voor de instelling Afdrukkwaliteit (Print Quality).
Afhankelijk van het mediumtype is het mogelijk dat de optie Snel (Fast) niet beschikbaar is.
Opmerking
De afdruksnelheid zal niet altijd merkbaar verbeteren als u de bovenstaande instructies volgt. Dit is
afhankelijk van uw systeemomgeving.
Naar boven
Printkophouder beweegt niet naar de positie voor vervangen
Pagina 401 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Problemen oplossen > Printkophouder beweegt niet naar de positie voor vervangen
Printkophouder beweegt niet naar de positie voor vervangen
Controle 1: Is het aan/uit-lampje uit?
Controleer of het aan/uit-lampje groen brandt.
De printkophouder kan zich uitsluitend verplaatsen wanneer de printer is ingeschakeld. Als het
aan/uit-lampje uit is, sluit u de bovenklep en zet u de printer aan.
De printer is bezig met initialiseren zo lang het aan/uit-lampje groen knippert. Wacht totdat het
aan/uit-lampje stopt met knipperen en continu groen blijft branden voordat u de bovenklep weer
opent.
Controle 2: Knippert het alarm-lampje?
Sluit de bovenklep, controleer hoe vaak het alarm-lampje knippert, voer de juiste handelingen uit om
het probleem op te lossen en open de klep vervolgens opnieuw. Raadpleeg Alarm-lampje knippert
oranje voor informatie over het oplossen van het probleem.
Controle 3: Heeft de bovenklep langer dan 10 minuten opengestaan?
Als de bovenklep langer dan 10 minuten heeft opengestaan, wordt de printkophouder naar de
rechterzijde verplaatst om te voorkomen dat de printkop uitdroogt. Sluit de bovenklep en open deze
opnieuw zodat de printkophouder weer naar het midden beweegt.
Controle 4: Heeft de printer gedurende lange tijd voortdurend
afgedrukt?
Sluit de bovenklep, wacht een poosje en open de klep opnieuw.
Als de printer gedurende lange tijd voortdurend heeft afgedrukt, beweegt de printkophouder niet aan
het midden omdat de printkophouder oververhit kan raken.
Opmerking
Als de bovenklep tijdens het afdrukken wordt geopend, wordt de printkophouder naar rechts
verplaatst. Sluit de bovenklep en open deze pas weer nadat het afdrukken is voltooid.
Naar boven
Het papier wordt niet correct ingevoerd
Pagina 402 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Problemen oplossen > Het papier wordt niet correct ingevoerd
Het papier wordt niet correct ingevoerd
Controle 1: Let op het volgende bij het plaatsen van papier in de printer.
Als u twee of meer vellen papier plaatst, moet u het papier uitwaaieren voordat u het papier
plaatst.
Als u twee of meer vellen papier plaatst, moet u de vellen precies op elkaar leggen voordat u het
papier in de printer plaatst.
Als u twee of meer vellen papier plaatst, moet u ervoor zorgen dat de stapel papier de
maximumcapaciteit van het apparaat niet overschrijdt.
Bij de maximumcapaciteit kan het papier mogelijk niet correct worden ingevoerd, afhankelijk
van de papiersoort of de omgevingsomstandigheden (zeer hoge of lage temperaturen en
luchtvochtigheid). Plaats in dergelijke gevallen per keer niet meer vellen dan de helft van de
maximumcapaciteit.
Plaats het papier in de achterste lade, de cassette of de sleuf voor handmatige invoer van de
voorste lade altijd in de lengterichting, ongeacht de afdrukrichting.
Wanneer u het papier in de achterste lade laadt, plaatst u het papier met de afdrukzijde naar
BOVEN en schuift u de papiergeleiders tegen de zijkanten van het papier.
Wanneer u het papier in de sleuf voor handmatige invoer van de voorste lade plaatst, plaatst u
het papier met de afdrukzijde naar BENEDEN en schuift u de papiergeleiders van de
handmatige invoer tegen de zijkanten van het papier.
Wanneer u het papier in de cassette plaatst, plaatst u het papier met de afdrukzijde naar
BENEDEN en schuift u de papiergeleiders tegen de zijkanten en de onderkant van het papier.
Papier plaatsen
Controle 2: Controleer of het papier waarop u afdrukt, niet te dik of
gekruld is.
Papier plaatsen
Controle 3: Let op het volgende bij het plaatsen van enveloppen in de
printer.
Als u wilt afdrukken op enveloppen, raadpleegt u Papier plaatsen en bereidt u de enveloppen voor.
Plaats de enveloppen nadat u deze hebt voorbereid in de lengterichting in de printer. Als u de
enveloppen in de breedterichting plaatst, worden ze niet goed ingevoerd.
Controle 4: Bevestig de papierbroninstelling.
* Als u de instelling voor de papierbron niet hebt gewijzigd nadat u deze printer hebt aangeschaft, is
de cassette de papierbron voor gewoon papier.
Van papierbron wisselen zodat deze overeenkomt met het doel
Controle 5: Verwijder het voorwerp uit de cassette of de sleuf voor
handmatige invoer.
Controle 6: Controleer of zich geen vreemde voorwerpen in de
Het papier wordt niet correct ingevoerd
Pagina 403 van 486 pagina's
achterste lade bevinden.
Raadpleeg Papierstoringen om het papier te verwijderen als het papier scheurt in de achterste lade.
Als er vreemde voorwerpen in de achterste lade zitten, schakelt u de printer uit, haalt u de stekker uit
het stopcontact en verwijdert u het voorwerp.
Controle 7: Reinig de papierinvoerrol.
Routineonderhoud
Opmerking
Het reinigen van de papierinvoerrol veroorzaakt slijtage van de rol. Reinig de rol daarom alleen
als dat nodig is.
Controle 8: Is de achterklep volledig gesloten?
Er kan papier vastlopen als de achterste klep niet volledig is gesloten. Sluit de achterklep volledig.
Raadpleeg Overzicht van de printer voor de locatie van de achterste klep.
Controle 9: Als gewoon papier van A3-formaat vaak vastloopt in de
buurt van de papieruitvoeropening of omkrult, selecteert u de instelling
Papierstoring voorkomen (Prevent paper jam).
Selecteer de instelling Papierstoring voorkomen (Prevent paper jam) in het printerstuurprogramma
alleen als gewoon papier van A3-formaat vaak vastloopt in de buurt van de papieruitvoeropening of
Het papier wordt niet correct ingevoerd
Pagina 404 van 486 pagina's
omkrult.
Als u Papierstoring voorkomen (Prevent paper jam) selecteert, leidt dit tot een lagere afdruksnelheid
of afdrukkwaliteit.
* Schakel de instelling Papierstoring voorkomen (Prevent paper jam) uit nadat het afdrukken is
voltooid. Als u de instelling niet uitschakelt, blijft deze ingeschakeld voor alle volgende afdruktaken.
Open het dialoogvenster met printereigenschappen, schakel bij Aangepaste instellingen (Custom
Settings) op het tabblad Onderhoud (Maintenance) het selectievakje Papierstoring voorkomen
(Prevent paper jam) in en klik vervolgens op Verzenden (Send).
Raadpleeg Het dialoogvenster Printereigenschappen openen (Windows) voor meer informatie over
het openen van het dialoogvenster Printereigenschappen.
Selecteer in Canon IJ Printer Utility de optie Aangepaste instellingen (Custom Settings) in het popupmenu, schakel het selectievakje Papierstoring voorkomen (Prevent paper jam) in en klik
vervolgens op Verzenden (Send).
Raadpleeg Canon IJ Printer Utility openen (Macintosh) als u Canon IJ Printer Utility op een
Macintosh wilt openen.
Naar boven
Papier wordt niet ingevoerd vanuit de papierbron die is opgegeven met ...
Pagina 405 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Problemen oplossen > Papier wordt niet ingevoerd vanuit de papierbron die is opgegeven met
het printerstuurprogramma
Papier wordt niet ingevoerd vanuit de papierbron die is
opgegeven met het printerstuurprogramma
Controle: Is de papierbroninstelling tussen de toepassing en het
printerstuurprogramma inconsistent?
Wijzig de instelling van de toepassing die overeenkomt met de instelling van het
printerstuurprogramma of klik op Afdrukopties (Print Options) op het tabblad Pagina-instelling (Page
Setup) in het printerstuurprogramma en selecteer Instelling voor papierbron van de toepassing
uitschakelen (Disable the paper source setting of the application software) in het scherm
Afdrukopties (Print Options).
Wanneer de papierbroninstelling tussen de toepassing en het printerstuurprogramma inconsistent
is, gaat de instelling van de toepassing voor.
Naar boven
Papierstoringen
Pagina 406 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Problemen oplossen > Papierstoringen
Papierstoringen
Opmerking
Soms moet u tijdens het afdrukken de printer uitzetten om vastgelopen papier te verwijderen. Druk
in dat geval op de knop HERVATTEN/ANNULEREN (RESUME/CANCEL) om afdruktaken te annuleren
voordat u de printer uitzet.
Papier is vastgelopen in de papieruitvoeropening of de achterste lade
Papier is vastgelopen in de transporteenheid van de printer
Het vastgelopen papier is niet verwijderd bij automatisch dubbelzijdig afdrukken
In andere gevallen
Naar boven
Papier is vastgelopen in de papieruitvoeropening of de achterste lade
Pagina 407 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Problemen oplossen > Papierstoringen > Papier is vastgelopen in de papieruitvoeropening of
de achterste lade
Papier is vastgelopen in de papieruitvoeropening of de
achterste lade
Verwijder het papier aan de hand van de volgende procedure.
1. Trek het papier langzaam uit de achterste lade of de papieruitvoeropening. (Kies de
manier die het gemakkelijkst is.)
Opmerking
Als het papier scheurt en er een stuk papier in de printer achterblijft, opent u de bovenklep en
verwijdert u het stuk papier.
Raak de interne onderdelen van de printer niet aan.
Nadat u al het papier hebt verwijderd, sluit u de bovenklep, zet u de printer uit en zet u de printer
weer aan.
Als u het papier niet kunt verwijderen, zet u de printer uit en vervolgens weer aan. Het papier
wordt dan mogelijk automatisch uitgevoerd.
Het papier kon niet worden verwijderd in stap 1:
2. Open de achterklep.
Belangrijk
Wanneer u de achterklep opent, mag u de transportrol of andere onderdelen in de printer niet
aanraken.
Papier is vastgelopen in de papieruitvoeropening of de achterste lade
Pagina 408 van 486 pagina's
(A) Raak de oranje rol (transportrol) niet aan.
3. Trek het papier er langzaam uit.
Als het vastgelopen papier niet gemakkelijk kan worden verwijderd, verwijdert u het papier
langzaam uit de achterklep.
4. Sluit de achterklep.
5. Plaats het papier weer in de printer en druk op de knop HERVATTEN/ANNULEREN
(RESUME/CANCEL) .
Stel de papiergeleider goed in wanneer u afdrukt vanuit de achterste lade. Het papier wordt mogelijk
niet goed ingevoerd als de papiergeleider niet goed is ingesteld.
Als u de printer bij stap 1 hebt uitgezet, zijn alle afdruktaken in de wachtrij geannuleerd. Druk de
taken zo nodig opnieuw af.
Opmerking
Let er tijdens het opnieuw plaatsen van het papier op of u de juiste papiersoort gebruikt en het
papier correct wordt geplaatst.
Papier plaatsen
Papier van A5-formaat is geschikt om documenten af te drukken die voornamelijk uit tekst
bestaan. Het is niet raadzaam om op dit soort papier documenten met foto's of afbeeldingen af
Papier is vastgelopen in de papieruitvoeropening of de achterste lade
Pagina 409 van 486 pagina's
te drukken, omdat de afdruk kan omkrullen en kan vastlopen tijdens het uitvoeren.
Neem contact op met het ondersteuningscentrum als u het papier niet kunt verwijderen, het papier in de
printer scheurt of het foutbericht niet verdwijnt nadat u het vastgelopen papier hebt verwijderd.
Naar boven
Papier is vastgelopen in de transporteenheid van de printer
Pagina 410 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Problemen oplossen > Papierstoringen > Papier is vastgelopen in de transporteenheid van de
printer
Papier is vastgelopen in de transporteenheid van de printer
Verwijder het papier aan de hand van de volgende procedure.
1. Open de achterklep.
Belangrijk
Wanneer u de achterklep opent, mag u de transportrol of andere onderdelen in de printer niet
aanraken.
(A) Raak de oranje rol (transportrol) niet aan.
2. Trek het papier er langzaam uit.
Opmerking
Als u het papier niet kunt verwijderen, zet u de printer uit en vervolgens weer aan. Het papier
wordt dan mogelijk automatisch uitgevoerd.
Het papier kon niet worden verwijderd in stap 2:
Papier is vastgelopen in de transporteenheid van de printer
Pagina 411 van 486 pagina's
3. Als het papier in de sleuf voor handmatige invoer van de voorste lade is geplaatst,
verwijdert u het papier uit de voorste lade.
4. Laat de achterklep open staan en verwijder de cassette.
Trek met beide handen aan de cassette totdat deze stopt en trek de cassette vervolgens eruit terwijl
u de voorste zijde iets omhoog tilt.
5. Trek het papier er langzaam uit.
6. Sluit de achterklep.
7. Als er papier uit de cassette steekt, verwijdert u het papier, maakt u er een nette
stapel van en plaatst u dit opnieuw in de cassette.
Als u het vastgelopen papier er niet uit heeft gehaald in stap 1 tot en met 6 bij automatisch
dubbelzijdig afdrukken, controleert u het transport gedeelte voor dubbelzijdig afdrukken.
Het vastgelopen papier is niet verwijderd bij automatisch dubbelzijdig afdrukken
Opmerking
Let erop dat u de juiste papiersoort gebruikt en het papier correct in de printer plaatst wanneer
u het papier opnieuw plaatst.
Papier plaatsen
8. Plaats de cassette weer in de printer en druk op de knop
HERVATTEN/ANNULEREN (RESUME/CANCEL) .
Als u de printer bij stap 2 hebt uitgezet, zijn alle afdruktaken in de wachtrij geannuleerd. Druk de
taken zo nodig opnieuw af.
Neem contact op met het ondersteuningscentrum als u het papier niet kunt verwijderen, het papier in de
printer scheurt of het foutbericht niet verdwijnt nadat u het vastgelopen papier hebt verwijderd.
Naar boven
Het vastgelopen papier is niet verwijderd bij automatisch dubbelzijdig af... Pagina 412 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Problemen oplossen > Papierstoringen > Het vastgelopen papier is niet verwijderd bij
automatisch dubbelzijdig afdrukken
Het vastgelopen papier is niet verwijderd bij automatisch
dubbelzijdig afdrukken
Voordat u het vastgelopen papier verwijdert, raadpleegt u Papier is vastgelopen in de transporteenheid
van de printer om het papier uit de transporteenheid te verwijderen. Als de papierstoring nog steeds niet
is verholpen, verwijdert u het papier aan de hand van de volgende procedure.
1. Open de achterklep.
Belangrijk
Wanneer u de achterklep opent, mag u de transportrol of andere onderdelen in de printer niet
aanraken.
(A) Raak de oranje rol (transportrol) niet aan.
2. Trek het papier er langzaam uit.
Opmerking
Als u het papier niet kunt verwijderen, zet u de printer uit en vervolgens weer aan. Het papier
Het vastgelopen papier is niet verwijderd bij automatisch dubbelzijdig af... Pagina 413 van 486 pagina's
wordt dan mogelijk automatisch uitgevoerd.
Het papier kon niet worden verwijderd in stap 2:
3. Als het papier in de sleuf voor handmatige invoer van de voorste lade is geplaatst,
verwijdert u het papier uit de voorste lade.
4. Laat de achterklep open staan en verwijder de cassette.
Trek met beide handen aan de cassette totdat deze stopt en trek de cassette vervolgens eruit terwijl
u de voorste zijde iets omhoog tilt.
5. Druk op de ontgrendelingshendel voor papier in de printer en trek het papier er
langzaam uit.
6. Sluit de achterklep.
7. Plaats de cassette weer in de printer en druk op de knop
HERVATTEN/ANNULEREN (RESUME/CANCEL) .
Als u de printer bij stap 2 hebt uitgezet, zijn alle afdruktaken in de wachtrij geannuleerd. Druk de
taken zo nodig opnieuw af.
Neem contact op met het ondersteuningscentrum als u het papier niet kunt verwijderen, het papier in de
printer scheurt of het foutbericht niet verdwijnt nadat u het vastgelopen papier hebt verwijderd.
Naar boven
In andere gevallen
Pagina 414 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Problemen oplossen > Papierstoringen > In andere gevallen
In andere gevallen
Voer de volgende controles uit:
Controle 1: Bevinden zich vreemde voorwerpen bij de
papieruitvoeropening?
Controle 2: Bevinden zich vreemde voorwerpen in de achterste lade?
Als er vreemde voorwerpen in de achterste lade zitten, schakelt u de printer uit, haalt u de stekker uit
het stopcontact en verwijdert u het voorwerp.
Controle 3: Is de achterklep volledig gesloten?
Controle 4: Is het papier gekruld?
Controle 3: Herstel het gekrulde papier en plaats het papier opnieuw.
Controle 5: Is gewoon papier van A3-formaat geplaatst?
Controle 9: Als gewoon papier van A3-formaat vaak vastloopt in de buurt van de
In andere gevallen
Pagina 415 van 486 pagina's
papieruitvoeropening of omkrult, selecteert u de instelling Papierstoring voorkomen (Prevent paper
jam).
Naar boven
Er wordt een bericht weergegeven op het computerscherm
Pagina 416 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Problemen oplossen > Er wordt een bericht weergegeven op het computerscherm
Er wordt een bericht weergegeven op het computerscherm
Foutcode: B200 Er is een printerfout opgetreden. Zet de printer uit en verwijder het netsnoer van de
printer uit het stopcontact. Neem vervolgens contact op met het ondersteuningscentrum. wordt
weergegeven
Foutcode: **** Er is een printerfout opgetreden. Zet de printer uit en weer aan. Als de fout zich blijft
voordoen, raadpleegt u de gebruikershandleiding voor meer informatie. wordt weergegeven
Er wordt een fout betreffende het automatisch dubbelzijdig afdrukken weergegeven
Er wordt een fout betreffende de breedte van het papier weergegeven
Er wordt een fout betreffende het automatisch uitlijnen van de printkop weergegeven
Schrijffout/Uitvoerfout/Communicatiefout
Foutcode: 300 wordt weergegeven
Bericht: 1350 wordt weergegeven
Foutcode: 1700 wordt weergegeven
Inktinformatienummer: 1600 wordt weergegeven
Inktinformatienummer: 1688 wordt weergegeven
Inktinformatienummer: 1689 wordt weergegeven
Inktinformatienummer: 1692 wordt weergegeven
Inktinformatienummer: 1693 wordt weergegeven
Inktinformatienummer: 1698 wordt weergegeven
Inktinformatienummer: 1699 wordt weergegeven
Foutcode: 2500 wordt weergegeven
Foutcode: 2600 wordt weergegeven
Andere foutberichten
Het venster Inkjetprinter/Scanner/Fax - Extended Survey Program wordt weergegeven
Het pictogram Inkjetprinter/Scanner/Fax - Extended Survey Program wordt weergegeven
Foutcode: B200 Er is een printerfout opgetreden. Zet de printer uit en verwijder het
netsnoer van de printer uit het stopcontact. Neem vervolgens contact op met het
ondersteuningscentrum. wordt weergegeven
Zet de printer uit en trek de stekker van de printer uit het stopcontact.
Neem contact op met het ondersteuningscentrum.
Foutcode: **** Er is een printerfout opgetreden. Zet de printer uit en weer aan. Als de fout
zich blijft voordoen, raadpleegt u de gebruikershandleiding voor meer informatie. wordt
weergegeven
****' staat voor een alfanumerieke tekencombinatie en is afhankelijk van de opgetreden fout.
5100 of 5110 wordt weergegeven
Bevestig of de verplaatsing van de printkophouder is geblokkeerd.
Annuleer het afdrukken vanaf de computer en zet de printer uit. Verwijder het vastgelopen
papier of beschermend materiaal waardoor de beweging van de printkophouder wordt
belemmerd, en schakel de printer weer in.
Er wordt een bericht weergegeven op het computerscherm
Pagina 417 van 486 pagina's
Belangrijk
Raak de interne onderdelen van de printer niet aan. Als u deze toch aanraakt, drukt de
printer mogelijk niet goed meer af.
Als het probleem hiermee niet is verholpen, neemt u contact op met het
ondersteuningscentrum.
6000 wordt weergegeven
Als zich een voorwerp voor de printer bevindt, verwijdert u dit.
Open de voorste lade voorzichtig en zet de printer uit en weer aan.
Een viercijferige alfanumerieke code en 'Er is een printerfout opgetreden' wordt
weergegeven
Zet de printer uit en trek de stekker van de printer uit het stopcontact.
Steek de stekker van de printer weer in het stopcontact en zet de printer weer aan.
Als het probleem hiermee niet is verholpen, neemt u contact op met het
ondersteuningscentrum.
Er wordt een fout betreffende het automatisch dubbelzijdig afdrukken weergegeven
Controle: Raadpleeg Automatisch dubbelzijdig afdrukken mislukt en voer de
juiste handelingen uit.
Er wordt een fout betreffende de breedte van het papier weergegeven
Controle: Zorg ervoor dat de instelling voor Paginaformaat (Page Size)
overeenkomt met het formaat van het papier dat in de printer is geplaatst.
Druk op de knop ANNULEREN/HERVATTEN (RESUME/CANCEL) op de printer om de fout te
annuleren. Controleer vervolgens in het printerstuurprogramma de instellingen bij
Paginaformaat (Page Size) op het tabblad Pagina-instelling (Page Setup) in het
dialoogvenster met printereigenschappen (Windows) of het dialoogvenster Papierformaat
(Macintosh).
Als er niet wordt afgedrukt wanneer het geplaatste papier overeenkomt met de instelling,
geeft u op dat het printerstuurprogramma de breedte van het papier niet detecteert.
* Schakel het selectievakje Papierbreedte detecteren (Detect paper width) in zodra het
afdrukken is voltooid en klik vervolgens op Verzenden (Send).
De Aangepaste instellingen (Custom Settings) op het tabblad Onderhoud (Maintenance),
schakel het selectievakje Papierbreedte detecteren (Detect paper width) uit en klik vervolgens
op Verzenden (Send).
Selecteer in Canon IJ Printer Utility de optie Aangepaste instellingen (Custom Settings) in het
pop-upmenu, schakel het selectievakje Papierbreedte detecteren (Detect paper width) uit en
klik vervolgens op Verzenden (Send).
Er wordt een fout betreffende het automatisch uitlijnen van de printkop weergegeven
Controle: Raadpleeg Elf keer: in Alarm-lampje knippert oranje en voer de juiste
handelingen uit.
Schrijffout/Uitvoerfout/Communicatiefout
Controle 1: Als het aan/uit -lampje uit is, controleert u of de stekker in het
stopcontact zit en zet u de printer vervolgens aan.
Er wordt een bericht weergegeven op het computerscherm
Pagina 418 van 486 pagina's
De printer is bezig met initialiseren zo lang het aan/uit-lampje groen knippert. Wacht totdat het
lampje AAN/UIT (Power) niet meer knippert en continue groen blijft branden.
Controle 2: Controleer of de printerpoort correct is geconfigureerd in het
printerstuurprogramma.
* In de volgende instructies verwijst ' XXX' naar de naam van uw printer.
1.
Meld u aan bij een gebruikersaccount met beheerdersrechten.
2.
Klik op Configuratiescherm (Control Panel) en vervolgens op Printer onder Hardware
en geluiden (Hardware and Sound).
Klik in Windows XP op Configuratiescherm (Control Panel), Printers en andere hardware
(Printers and Other Hardware) en vervolgens op Printers en faxapparaten (Printers and
Faxes).
Klik in Windows 2000 op Configuratiescherm (Control Panel) en vervolgens op Printers.
3.
Klik met de rechtermuisknop op het pictogram Canon XXX en selecteer vervolgens
Eigenschappen (Properties).
4.
Klik op het tabblad Poorten (Ports) om de poortinstellingen te bevestigen.
Zorg dat voor Afdrukken naar de volgende poort(en) (Print to the following port(s)) een
poort met de naam USBnnn (waarbij 'n' een getal is) is geselecteerd waarbij Canon XXX
in de kolom Printer wordt weergegeven.
Als de poortinstelling onjuist is, installeert u het printerstuurprogramma opnieuw of
wijzigt u de poortinstelling, al naar gelang de interface die u gebruikt.
Opmerking
Als de printer via een LAN wordt gebruikt, wordt de poortnaam van de printer
weergegeven als CNBJNP_xxxxxxxxxx.
* xxxxxxxxxx is de tekenreeks die wordt gegenereerd op basis van het MAC-adres of een
tekenreeks die door de gebruiker wordt opgegeven wanneer deze de printer installeert.
Controle 3: Controleer of de printer correct op de computer is aangesloten.
Als de printer met een USB-kabel op de computer is aangesloten, controleert u of de USBkabel goed is aangesloten op de printer en de computer en controleert u daarna het
volgende:
Als u een doorschakelapparaat zoals een USB-hub gebruikt, maakt u dit los en sluit u
de printer rechtstreeks aan op de computer. Probeer opnieuw af te drukken. Als het
afdrukken normaal wordt gestart, is er een probleem met het doorschakelapparaat.
Neem contact op met de verkoper van uw doorschakelapparaat voor meer informatie.
Er kan ook een probleem met de USB-kabel zijn. Vervang de USB-kabel en probeer
nogmaals af te drukken.
Als u de printer via een LAN gebruikt, controleert u of de printer op het netwerk is aangesloten
met een LAN-kabel en of de printer correct is ingesteld. Zie de installatiehandleiding voor
meer informatie.
Controle 4: Controleer of het printerstuurprogramma correct is geïnstalleerd.
Verwijder het printerstuurprogramma aan de hand van de procedure in Het onnodige
printerstuurprogramma verwijderen . Plaats vervolgens de installatie-cd-rom (Setup CD-ROM) in
het cd-station van de computer, selecteer Aangepaste installatie (Custom Install) op de
installatie-cd-rom (Setup CD-ROM) en selecteer IJ-printerstuurprogramma (IJ Printer Driver)
om het stuurprogramma opnieuw te installeren.
Controle 5: Als de printer met een USB-kabel op de computer is aangesloten,
controleert u de status van de printer op de computer.
Volg de onderstaande procedure om de status van het apparaat te controleren.
1.
Klik achtereenvolgens op Configuratiescherm (Control Panel), Hardware en geluiden
Er wordt een bericht weergegeven op het computerscherm
Pagina 419 van 486 pagina's
(Hardware and Sound) en Apparaatbeheer (Device Manager).
Als het venster Gebruikersaccountbeheer (User Account Control) wordt geopend, volgt u
de aanwijzingen op het scherm.
Klik in Windows XP achtereenvolgens opConfiguratiescherm (Control Panel), Prestaties
en onderhoud (Performance and Maintenance) en Systeem (System). Klik vervolgens op
Apparaatbeheer (Device Manager) op het tabblad Hardware.
Klik in Windows 2000 op Configuratiescherm (Control Panel) en op Systeem (System).
Klik vervolgens op Apparaatbeheer (Device Manager) op het tabblad Hardware.
2.
Dubbelklik op USB-controllers (Universal Serial Bus controllers) en vervolgens op
Ondersteuning voor USB-afdrukken (USB Printing Support).
Als Ondersteuning voor USB-afdrukken (USB Printing Support) niet wordt weergegeven,
controleert u of de printer correct op de computer is aangesloten.
Controle 3: Controleer of de printer correct op de computer is aangesloten.
3.
Klik op de tab Algemeen (General) en controleer of er geen problemen met het
apparaat worden weergegeven.
Als er een apparaatfout wordt weergegeven, raadpleegt u de Windows Help om de fout te
verhelpen.
Foutcode: 300 wordt weergegeven
Controle 1: Als het aan/uit -lampje uit is, controleert u of de stekker in het
stopcontact zit en zet u de printer vervolgens aan.
De printer is bezig met initialiseren zo lang het aan/uit-lampje groen knippert. Wacht totdat het
lampje AAN/UIT (Power) niet meer knippert en continue groen blijft branden.
Controle 2: Controleer of de printer correct op de computer is aangesloten.
Als de printer met een USB-kabel op de computer is aangesloten, controleert u of de USBkabel goed is aangesloten op de printer en de computer en controleert u daarna het
volgende:
Als u een doorschakelapparaat zoals een USB-hub gebruikt, maakt u dit los en sluit u
de printer rechtstreeks aan op de computer. Probeer opnieuw af te drukken. Als het
afdrukken normaal wordt gestart, is er een probleem met het doorschakelapparaat.
Neem contact op met de verkoper van uw doorschakelapparaat voor meer informatie.
Er kan ook een probleem met de USB-kabel zijn. Vervang de USB-kabel en probeer
nogmaals af te drukken.
Als u de printer via een LAN gebruikt, controleert u of de printer op het netwerk is aangesloten
met een LAN-kabel en of de printer correct is ingesteld. Zie de installatiehandleiding voor
meer informatie.
Controle 3: Controleer of de naam van uw printer is geselecteerd in het
dialoogvenster.
De dialoogvensters Pagina-instelling en Afdrukken openen (Macintosh)
Bericht: 1350 wordt weergegeven
Raadpleeg Twaalf keer: in Alarm-lampje knippert oranje en voer de juiste
handelingen uit.
Foutcode: 1700 wordt weergegeven
Raadpleeg Acht keer: in Alarm-lampje knippert oranje en voer de juiste
handelingen uit.
Er wordt een bericht weergegeven op het computerscherm
Pagina 420 van 486 pagina's
Inktinformatienummer: 1600 wordt weergegeven
Raadpleeg Vier keer: in Alarm-lampje knippert oranje en voer de juiste
handelingen uit.
Inktinformatienummer: 1688 wordt weergegeven
Raadpleeg Zeventien keer: in Alarm-lampje knippert oranje en voer de juiste
handelingen uit.
Inktinformatienummer: 1689 wordt weergegeven
Raadpleeg Achttien keer: in Alarm-lampje knippert oranje en voer de juiste
handelingen uit.
Inktinformatienummer: 1692 wordt weergegeven
Raadpleeg Vier keer: in Alarm-lampje knippert oranje en voer de juiste
handelingen uit.
Inktinformatienummer: 1693 wordt weergegeven
Raadpleeg Zestien keer: in Alarm-lampje knippert oranje en voer de juiste
handelingen uit.
Inktinformatienummer: 1698 wordt weergegeven
Raadpleeg Zeventien keer: in Alarm-lampje knippert oranje en voer de juiste
handelingen uit.
Inktinformatienummer: 1699 wordt weergegeven
Raadpleeg Achttien keer: in Alarm-lampje knippert oranje en voer de juiste
handelingen uit.
Foutcode: 2500 wordt weergegeven
Raadpleeg Elf keer: in Alarm-lampje knippert oranje en voer de juiste
handelingen uit.
Foutcode: 2600 wordt weergegeven
Raadpleeg Elf keer: in Alarm-lampje knippert oranje en voer de juiste
handelingen uit.
Andere foutberichten
Er wordt een bericht weergegeven op het computerscherm
Pagina 421 van 486 pagina's
Controle: Controleer het volgende als er een foutbericht buiten de
printerstatusmonitor wordt weergegeven.
'Kan niet spoolen wegens onvoldoende schijfruimte' ("Could not spool successfully
due to insufficient disk space")
Verwijder onnodige bestanden om schijfruimte vrij te maken.
'Kan niet spoolen wegens onvoldoende geheugen' ("Could not spool successfully due
to insufficient memory")
Verhoog de hoeveelheid geheugen door andere actieve toepassingen te sluiten.
Als u nog steeds niet kunt afdrukken, start u uw computer opnieuw op en probeert u
vervolgens nogmaals af te drukken.
'Kan printerstuurprogramma niet vinden' ("Printer driver could not be found")
Verwijder het printerstuurprogramma aan de hand van de procedure in Het onnodige
printerstuurprogramma verwijderen en installeer het programma vervolgens opnieuw.
'Afdrukken Toepassingsnaam – Bestandsnaam mislukt' ("Could not print Application
name - File name")
Probeer nogmaals af te drukken nadat de huidige taak is voltooid.
Het venster Inkjetprinter/Scanner/Fax - Extended Survey Program wordt
weergegeven
Als Inkjetprinter/Scanner/Fax - Extended Survey Program is geïnstalleerd, verschijnt er een
bevestigingsvenster waarin wordt gevraagd of u ermee akkoord gaat dat drie maanden en zes
maanden na de installatie gegevens over het printergebruik worden verzonden. Daarna verschijnt
het bevestigingsvenster gedurende ongeveer vier jaar om de zes maanden.
Lees de instructies op het scherm en voer de onderstaande procedure uit.
Indien u wilt deelnemen aan het enquêteprogramma:
Klik op Akkoord (Agree) en volg de aanwijzingen op het scherm. De gebruiksgegevens van de
printer worden via internet verstuurd. Als u de aanwijzingen op het scherm hebt opgevolgd,
worden de gegevens vanaf de volgende keer automatisch verzonden en wordt het
bevestigingsvenster niet meer weergegeven.
Opmerking
Wanneer deze gegevens worden verzonden, kan een waarschuwingsvenster voor
internetbeveiliging worden weergegeven. Controleer in dit geval of de programmanaam
'IJPLMUI.exe' is en geef vervolgens toestemming.
Als u het selectievakje Vanaf de volgende keer automatisch verzenden (Send
automatically from the next time) uitschakelt, worden de gegevens de volgende keer niet
automatisch verzonden en wordt de volgende keer een bevestigingsvenster
weergegeven. Raadpleeg De instelling voor het bevestigingsvenster wijzigen: als u de
Er wordt een bericht weergegeven op het computerscherm
Pagina 422 van 486 pagina's
gegevens automatisch wilt verzenden.
Indien u niet wilt deelnemen aan het enquêteprogramma:
Klik op Niet akkoord (Do not agree). Het bevestigingsvenster wordt gesloten en de enquête
wordt overgeslagen. Het bevestigingsvenster wordt na drie maanden opnieuw weergegeven.
Inkjetprinter/Scanner/Fax - Extended Survey Program verwijderen:
Als u Inkjetprinter/Scanner/Fax - Extended Survey Program wilt verwijderen, klikt u op
Verwijderen (Uninstall) en volgt u de aanwijzingen op het scherm.
De instelling voor het bevestigingsvenster wijzigen:
1. Selecteer items in het menu Start zoals hieronder wordt aangegeven.
In Windows Vista selecteert u het menu Start > Configuratiescherm (Control
Panel) > Een programma verwijderen (Uninstall a program).
In Windows XP selecteert u het menu Start > Configuratiescherm (Control Panel)
> Software (Add or Remove Programs).
In Windows 2000 selecteert u het menu Start > Instellingen (Settings) >
Configuratiescherm (Control Panel) > Software (Add/Remove Programs).
Opmerking
In Windows Vista wordt mogelijk een bevestigings- of waarschuwingsvenster
weergegeven wanneer u software installeert, verwijdert of start.
Dit dialoogvenster verschijnt wanneer beheerdersrechten zijn vereist voor het
uitvoeren van een taak.
Als u bent aangemeld bij een beheerdersaccount, klikt u op Doorgaan (Continue) of
Toestaan (Allow) om door te gaan.
2. Selecteer Canon Inkjetprinter/Scanner/Fax - Extended Survey Program (Canon Inkjet
Printer/Scanner/Fax - Extended Survey Program).
3. Selecteer Wijzigen (Change).
Als u Ja (Yes) selecteert nadat u de aanwijzingen op het scherm hebt opgevolgd, wordt
het bevestigingsvenster weergegeven bij de volgende enquête.
Als u Nee (No) selecteert, worden de gegevens automatisch verzonden.
Opmerking
Als u Verwijderen (Uninstall) (of (Remove)) selecteert, wordt Inkjetprinter/Scanner/
Fax - Extended Survey Program verwijderd. Volg de aanwijzingen op het scherm.
Het pictogram Inkjetprinter/Scanner/Fax - Extended Survey Program wordt
weergegeven
Als Inkjetprinter/Scanner/Fax - Extended Survey Program is geïnstalleerd, worden de gegevens
over het printergebruik drie maanden en zes maanden na de installatie verzonden. Daarna
worden de gegevens gedurende ongeveer vier jaar om de zes maanden verzonden. Het
pictogram Inkjetprinter/Scanner/Fax - Extended Survey Program (Inkjet Printer/Scanner/Fax Extended Survey Program) verschijnt in het Dock wanneer de gegevens over het printerverbruik
worden verzonden.
In Mac OS X v.10.3.9 wordt Inkjetprinter/Scanner/Fax - Extended Survey Program niet geïnstalleerd.
Klik op het pictogram, lees de aanwijzingen op het scherm en voer de onderstaande procedure
uit.
Er wordt een bericht weergegeven op het computerscherm
Pagina 423 van 486 pagina's
Indien u wilt deelnemen aan het enquêteprogramma:
Klik op Akkoord (Agree) en volg de aanwijzingen op het scherm. De gebruiksgegevens van de
printer worden via internet verstuurd. Als u de aanwijzingen op het scherm hebt opgevolgd,
worden de gegevens vanaf de volgende keer automatisch verzonden en wordt het
bevestigingsvenster niet meer weergegeven.
Opmerking
Als u het selectievakje Vanaf de volgende keer automatisch verzenden (Send
automatically from the next time) uitschakelt, worden de gegevens de volgende keer niet
automatisch verzonden en wordt Inkjetprinter/Scanner/Fax - Extended Survey Program
(Inkjet Printer/Scanner/Fax - Extended Survey Program) bij de volgende enquête in het
Dock weergegeven.
Indien u niet wilt deelnemen aan het enquêteprogramma:
Klik op Niet akkoord (Do not agree). Het bevestigingsvenster wordt gesloten en de enquête
wordt overgeslagen. Het bevestigingsvenster wordt na drie maanden opnieuw weergegeven.
Het verzenden van gegevens stoppen:
Klik op Uitschakelen (Turn off). Inkjetprinter/Scanner/Fax - Extended Survey Program wordt
gestopt en de gegevens worden niet verzonden. Raadpleeg De instelling wijzigen: als u de
enquête wilt hervatten.
Inkjetprinter/Scanner/Fax - Extended Survey Program verwijderen:
1. Stop Inkjetprinter/Scanner/Fax - Extended Survey Program.
De instelling wijzigen:
2. Selecteer de optie Toepassingen (Applications) in het menu Ga (Go). Dubbelklik op de
map Canon Utilities en dubbelklik vervolgens op de map Inkjet Extended Survey
Program.
3. Plaats het bestand Canon Inkjetprinter/Scanner/Fax - Extended Survey Program.app
Er wordt een bericht weergegeven op het computerscherm
Pagina 424 van 486 pagina's
(Canon Inkjet Printer/Scanner/Fax - Extended Survey Program.app) in de Prullenmand
(Trash).
4. start de computer opnieuw op.
Maak de Prullenmand (Trash) leeg en start de computer opnieuw op.
De instelling wijzigen:
Als u het bevestigingsvenster altijd wilt weergegeven wanneer de gegevens over het
printergebruik worden verzonden of als u de enquête wilt hervatten, voert u de volgende
procedure uit.
1. Selecteer de optie Toepassingen (Applications) in het menu Ga (Go). Dubbelklik op de
map Canon Utilities en dubbelklik vervolgens op de map Inkjet Extended Survey
Program.
2. Dubbelklik op het pictogram Canon Inkjetprinter/Scanner/Fax - Extended Survey Program
(Canon Inkjet Printer/Scanner/Fax - Extended Survey Program).
Het bevestigingsvenster niet weergeven wanneer gegevens worden verzonden
(Do not display the confirmation screen when information is sent):
Als dit selectievakje is ingeschakeld, worden de gegevens automatisch
verzonden.
Als het selectievakje niet is ingeschakeld, wordt het pictogram Inkjetprinter/
Scanner/Fax - Extended Survey Program (Inkjet Printer/Scanner/Fax - Extended
Survey Program) bij de volgende enquête weergegeven in het Dock. Klik op het
pictogram en volg de aanwijzingen op het scherm.
De knop Uitschakelen (Turn off)/Inschakelen (Turn on):
Klik op de knop Uitschakelen (Turn off) als u Inkjetprinter/Scanner/Fax - Extended
Survey Program wilt stoppen.
Klik op de knop Inschakelen (Turn on) als u Inkjetprinter/Scanner/Fax - Extended
Survey Program opnieuw wilt starten.
Naar boven
Automatisch dubbelzijdig afdrukken mislukt
Pagina 425 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Problemen oplossen > Automatisch dubbelzijdig afdrukken mislukt
Automatisch dubbelzijdig afdrukken mislukt
Controle: Is het paginaformaat of soort afdrukmateriaal juist?
Controleer of het huidige papierformaat geschikt is voor automatisch dubbelzijdig afdrukken.
De mediumformaten die geschikt zijn voor automatisch dubbelzijdig afdrukken zijn A3, Legal,
279,4 x 431,8 mm/11 x 17 inch (Tabloid), B4, A4, Letter, 25 x 30 cm/10 x 12 inch, 20 x 25 cm/8 x
10 inch, B5 en A5.
Plaats papier met een geschikt formaat in de printer en druk op de knop
HERVATTEN/ANNULEREN (RESUME/CANCEL) .
Controleer of de instelling bij Paginaformaat of Papierformaat overeenkomt met het
daadwerkelijke formaat van het papier met een formaat dat geschikt is voor automatisch
dubbelzijdig afdrukken.
Controleer eerst de instelling bij Paginaformaat in de toepassing van waaruit u afdrukt.
Controleer vervolgens de instelling bij Paginaformaat (Page Size) op het tabblad Paginainstelling (Page Setup) in het dialoogvenster met printereigenschappen (Windows) of de
instelling bij Papierformaat (Paper Size) in het dialoogvenster Pagina-instelling (Macintosh).
Opmerking
Mogelijk wordt automatisch dubbelzijdig afdrukken in bepaalde versies van een
toepassing niet ondersteund.
Controleer of het geplaatste papier geschikt is voor automatisch dubbelzijdig afdrukken op het
tabblad Afdruk (Main) (Windows) of het tabblad Kwaliteit en media (Quality & Media) van het
dialoogvenster (Macintosh).
Volg de onderstaande procedure om te schakelen naar handmatig dubbelzijdig afdrukken.
Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma, schakel het selectievakje
Automatisch (Automatic) uit op het tabblad Pagina-instelling (Page Setup) en druk opnieuw af.
Als u handmatig dubbelzijdig afdrukt, moet u met het volgende rekening houden.
Als u drie of meer pagina's van een document wilt afdrukken met handmatig dubbelzijdig
afdrukken, wordt eerst de ene kant van alle vellen papier bedrukt. Draai daarna de stapel
papier om en plaats het papier opnieuw in de printer. Vervolgens wordt de andere kant van
alle vellen papier bedrukt. Wijzig de volgorde van de papieren in de stapel niet.
De procedure voor het omdraaien van het papier is afhankelijk van de nietzijde en de
afdrukrichting. Volg de aanwijzingen op het scherm.
Handmatig dubbelzijdig afdrukken is niet beschikbaar.
Naar boven
Voor Windows-gebruikers
Pagina 426 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Problemen oplossen > Voor Windows-gebruikers
Voor Windows-gebruikers
De printerstatusmonitor wordt niet weergegeven
Controle: Is de printerstatusmonitor ingeschakeld?
Controleer of Statusmonitor inschakelen (Enable Status Monitor) is geselecteerd in het menu
Optie (Option) van de printerstatusmonitor.
1.
Open het dialoogvenster Printereigenschappen.
Het dialoogvenster Printereigenschappen openen (Windows)
2.
Ga naar het tabblad Onderhoud (Maintenance) en klik op Printerstatus weergeven
(View Printer Status).
3.
Selecteer Statusmonitor inschakelen (Enable Status Monitor) in het menu Optie
(Option) als dit nog niet is geselecteerd.
Naar boven
Veelgestelde vragen
Pagina 427 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Problemen oplossen > Veelgestelde vragen
Veelgestelde vragen
Geen afdrukresultaten/Onduidelijke afdrukken/Onjuiste kleuren/Witte strepen
De printer beweegt, maar er wordt geen inkt toegevoerd
Kan het printerstuurprogramma niet installeren
De afdruktaak wordt niet gestart
Afdruktaak wordt beëindigd voordat deze is voltooid
Schrijffout/Uitvoerfout/Communicatiefout
Afdrukresultaten niet naar behoren
Papierstoringen
Het papier wordt niet correct ingevoerd
Naar boven
Als u het probleem niet kunt oplossen
Pagina 428 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Problemen oplossen > Als u het probleem niet kunt oplossen
Als u het probleem niet kunt oplossen
Als u het probleem niet kunt oplossen met een van de suggesties in dit hoofdstuk, neemt u contact op
met de verkoper van de printer of met het ondersteuningscentrum.
Het ondersteuningspersoneel van Canon is opgeleid voor het verschaffen van technische
ondersteuning aan klanten.
Let op
Schakel de printer onmiddellijk uit als deze een ongewoon geluid, rook of geur produceert. Trek de
stekker uit het stopcontact en neem contact op met de verkoper of het ondersteuningscentrum.
Probeer de printer nooit zelf te repareren of uit elkaar te halen.
Alle garanties vervallen als een klant de printer zelf probeert te repareren of uit elkaar te halen,
ongeacht de geldigheidsduur van de garantie.
Verzamel de volgende gegevens voordat u contact opneemt met het ondersteuningscentrum:
Productnaam:
* De naam van de printer staat vermeld op het voorblad van de installatiehandleiding.
Serienummer: raadpleeg de installatiehandleiding
Details van het probleem
Wat u hebt gedaan om het probleem op te lossen en wat daarvan het resultaat was
Naar boven
Instructies voor gebruik (Printerstuurprogramma)
Pagina 429 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Problemen oplossen > Instructies voor gebruik (Printerstuurprogramma)
Instructies voor gebruik (Printerstuurprogramma)
Voor deze versie van het printerstuurprogramma gelden de volgende beperkingen. Houd bij het gebruik
van het printerstuurprogramma rekening met het volgende.
Beperkingen van het printerstuurprogramma
Afhankelijk van het type document dat wordt afgedrukt, is het mogelijk dat de methode voor
papierinvoer die in het printerstuurprogramma is ingesteld niet goed werkt.
Open in dit geval het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma via het dialoogvenster
Afdrukken (Print) van de toepassing en controleer de instellingen in Papierbron (Paper Source) op
het tabblad Afdruk (Main).
In sommige toepassingen is de instelling Aantal (Copies) op het tabblad Pagina-instelling (Page
Setup) van het printerstuurprogramma niet beschikbaar voor selectie.
Gebruik in dit geval de instelling voor het aantal exemplaren in het dialoogvenster Afdrukken (Print)
van de toepassing.
Als de geselecteerde Taal (Language) in het dialoogvenster Info (About) niet overeenkomt met de
taal van het besturingssysteem, wordt het venster van het stuurprogramma mogelijk niet goed
weergegeven.
Normaal gesproken moet u instellingen voor de items op het tabblad Geavanceerd (Advanced) van
de printereigenschappen niet wijzigen. Als u deze wijzigt, werken de volgende functies niet goed.
Als Afdrukken naar bestand (Print to file) in het dialoogvenster Afdrukken (Print) van de toepassing is
geselecteerd en EMF-spooling met deze toepassing (bijvoorbeeld Adobe PhotoShop LE en MS
Photo Editor) niet mogelijk is, werken de volgende functies ook niet.
Afdrukvoorbeeld (Preview before printing) op het tabblad Afdruk (Main)
Verlies van afdrukgegevens voorkomen (Prevent loss of print data) in het dialoogvenster
Afdrukopties (Print Options)
Pagina-indeling (Page Layout), Poster, Boekje (Booklet), Marge instellen... (Specify Margin...),
Vanaf de laatste pagina afdrukken (Print from Last Page), Sorteren (Collate) en Stempel/
Achtergrond... (Stamp/Background...) op het tabblad Pagina-instelling (Page Setup)
Aangezien de resolutie in het voorbeeld afwijkt van de resolutie in de afdruk, kunnen tekst en lijnen
in het voorbeeld er anders uitzien dan in de uiteindelijke afdruk.
In sommige toepassingen wordt het afdrukken in meerdere afdruktaken onderverdeeld.
Verwijder al deze taken als u het afdrukken wilt annuleren.
Als afbeeldingsgegevens niet correct worden weergegeven, opent u het dialoogvenster Afdrukopties
(Print Options) via het tabblad Pagina-instelling (Page Setup) en wijzigt u de instelling van ICM
uitschakelen in de toepassingssoftware vereist (Disable ICM required from the application
software). Hiermee kunt u het probleem mogelijk verhelpen.
Softwarevensters worden wellicht niet correct weergegeven in Windows Vista als de lettertypen zijn
ingesteld op Grotere schaal (Larger scale). Als u de vensters wilt weergeven met lettertypen met de
instelling Grotere schaal (Larger scale), moet u het bureaubladthema als volgt op Windowsklassiek (Windows Classic) instellen:
1. Selecteer Configuratiescherm (Control Panel) in het menu Start.
2. Selecteer Vormgeving aan persoonlijke voorkeur aanpassen (Appearance and Personalization)
-> Persoonlijke instellingen (Personalization) -> Thema (Theme).
Het dialoogvenster Instellingen voor thema's (Theme Settings) wordt geopend.
3. Klik in het dialoogvenster Instellingen voor thema's (Theme Settings) op het tabblad Thema's
(Themes) en selecteer Windows-klassiek (Windows Classic) bij Thema (Theme).
Instructies voor gebruik (Printerstuurprogramma)
Pagina 430 van 486 pagina's
4. Klik op OK.
Het bureaublad wordt gewijzigd in de klassieke weergave van Windows.
Opmerkingen over toepassingen
Voor Microsoft Word (Microsoft Corporation) gelden de volgende beperkingen.
Als Microsoft Word dezelfde afdrukfuncties heeft als het printerstuurprogramma, stelt u deze in
Word in.
Als u Op schaal (Scaled), Passend op papier (Fit-to-Page) of Pagina-indeling (Page Layout) in de
lijst Pagina-indeling (Page Layout) op het tabblad Pagina-instelling (Page Setup) selecteert, heeft
de geselecteerde functie mogelijk geen effect. Dit is afhankelijk van de versie van Word.
Als dit gebeurt, volgt u onderstaande procedure.
1. Open het dialoogvenster Afdrukken (Print) van Word.
2. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma, geef de Pagina-indeling
(Page Layout) op het tabblad Pagina-instelling (Page Setup) op en klik op OK.
3. Sluit het dialoogvenster Afdrukken (Print) zonder het afdrukken te starten.
4. Open het dialoogvenster Afdrukken (Print) van Word opnieuw.
5. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma opnieuw en klik op OK.
6. Start het afdrukken.
Illustrator/Adobe Systems Inc.
Als Bitmap afdrukken is ingeschakeld, kan het afdrukken lang duren of worden bepaalde gegevens
mogelijk niet afgedrukt. Start het afdrukken pas nadat u het selectievakje Bitmap afdrukken (Bitmap
Printing) in het dialoogvenster Afdrukken (Print) hebt uitgeschakeld.
Naar boven
Bijlage
Pagina 431 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Bijlage
Bijlage
Voordat u afdrukt op kunstpapier
Afdrukgebied
Een ongewenste afdruktaak verwijderen
Het printerbesturingsbestand bijwerken
On line handleidingen verwijderen
De printer vervoeren
Het dialoogvenster Printereigenschappen openen (Windows)
De dialoogvensters Pagina-instelling en Afdrukken openen (Macintosh)
Canon IJ Printer Utility openen (Macintosh)
Naar boven
Voordat u afdrukt op kunstpapier
Pagina 432 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Bijlage > Voordat u afdrukt op kunstpapier
Voordat u afdrukt op kunstpapier
Wanneer u afdrukt op kunstpapier, is de kans groot dat er papierstof ontstaat. Daarom verdient het
aanbeveling papierstof van het kunstpapier te verwijderen vlak voordat u afdrukt.
U hebt daarvoor een zachte haarborstel (of een borstel waarmee
kantoorapparatuur wordt schoongemaakt) nodig.
Hoe breder de borstel, hoe effectiever.
Belangrijk
Gebruik geen borstels zoals hieronder afgebeeld: hiermee kunt u namelijk het afdrukoppervlak
beschadigen.
Procedure voor verwijdering van papierstof:
1. Controleer of de borstel droog en vrij van stof en vuil is.
2. Borstel voorzichtig in één richting over het hele afdrukoppervlak.
Belangrijk
Zorg ervoor dat u over het hele papier borstelt en dat u niet in het midden begint of
halverwege stopt.
Zorg ervoor dat u het afdrukoppervlak zo weinig mogelijk aanraakt.
3. Om het papierstof volledig te verwijderen, borstelt u het papier in de andere
richting, van boven naar beneden.
Voordat u afdrukt op kunstpapier
Pagina 433 van 486 pagina's
Naar boven
Afdrukgebied
Pagina 434 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Bijlage > Afdrukgebied
Afdrukgebied
De beste afdrukkwaliteit wordt verkregen door aan alle zijden van het papier een marge vrij te laten. Het
eigenlijke afdrukgebied is het gebied binnen deze marges.
Aanbevolen afdrukgebied
Afdrukgebied
: Canon raadt u aan binnen dit gebied af te drukken.
: In dit gebied is afdrukken mogelijk.
Als u hier afdrukt, kan de afdrukkwaliteit of de precisie van de papierinvoer echter afnemen.
Opmerking
Afdrukken zonder marges
U kunt afdrukken zonder marges maken met behulp van de functie Afdrukken zonder marges.
Als u afdrukt zonder marges, wordt de afbeelding aan de randen mogelijk enigszins
bijgesneden omdat de afgedrukte afbeelding zodanig is vergroot dat de hele pagina wordt
gevuld.
Gebruik voor afdrukken zonder marges het volgende papier:
Photo Paper Plus Halfglans SG-201
Professioneel Fotopapier Platinum PT-101
Glossy Foto Papier Extra II PP-201
Matglans Foto Papier MP-101
Als u zonder marges afdrukt op een andere papiersoort, kan de afdrukkwaliteit aanzienlijk
afnemen en/of kunnen afdrukken een andere kleurtint krijgen.
Afdrukken zonder marges is niet beschikbaar voor papier van Legal-, A5-, B5- of B4-formaat,
enveloppen en kunstpapier.
Afhankelijk van het type papier bestaat bij afdrukken zonder marges de kans dat de
afdrukkwaliteit aan de boven- en onderrand van het papier afneemt of dat er vlekken op het
papier ontstaan.
Wanneer u automatisch dubbelzijdig afdrukken gebruikt, is de bovenmarge van het afdrukgebied 2
mm kleiner.
Letter, Legal
Enveloppen
Andere formaten dan Letter, Legal, Enveloppen
Formaten voor kunstpapier
Naar boven
Andere formaten dan Letter, Legal, Enveloppen
Pagina 435 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Bijlage > Afdrukgebied > Andere formaten dan Letter, Legal, Enveloppen
Andere formaten dan Letter, Legal, Enveloppen
Formaat
Afdrukgebied (breedte x hoogte)
A5
141,2 x 202,0 mm / 5,56 x 7,95 inch
A4
203,2 x 289,0 mm / 8,00 x 11,38 inch
A3
290,2 x 412,0 mm / 11,4 x 16,2 inch
A3+ (32,9 x 48,3 cm/13 x 19 inch)
322,2 x 475,0 mm / 12,7 x 18,7 inch
B5
175,2 x 249,0 mm / 6,90 x 9,80 inch
B4
250,2 x 356,0 mm / 9,9 x 14 inch
10 x 15 cm / 4 x 6 inch
94,8 x 144,4 mm / 3,73 x 5,69 inch
10 x 20 cm / 4 x 8 inch
94,8 x 195,2 mm / 3,73 x 7,69 inch
13 x 18 cm / 5 x 7 inch
120,2 x 169,8 mm / 4,73 x 6,69 inch
279,4 x 431,8 mm / 11 x 17 inch (Tabloid)
272,6 x 423,8 mm / 10,7 x 16,7 inch
20 x 25 cm / 8 x 10 inch
196,4 x 246,0 mm / 7,73 x 9,69 inch
254,0 x 304,8 mm / 10 x 12 inch
247,2 x 296,8 mm / 9,7 x 11,7 inch
Breed
94,8 x 172,6 mm / 3,73 x 6,80 inch
Aanbevolen afdrukgebied
Afdrukgebied
Naar boven
Letter, Legal
Pagina 436 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Bijlage > Afdrukgebied > Letter, Legal
Letter, Legal
Formaat
Afdrukgebied (breedte x hoogte)
Letter
203,2 x 271,4 mm / 8,00 x 10,69 inch
Legal
203,2 x 347,6 mm / 8,00 x 13,69 inch
Aanbevolen afdrukgebied
Afdrukgebied
Naar boven
Formaten voor kunstpapier
Pagina 437 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Bijlage > Afdrukgebied > Formaten voor kunstpapier
Formaten voor kunstpapier
Wanneer u Fine Art-papier 'Photo Rag' of speciaal papier van een andere fabrikant dan Canon gebruikt,
wordt er niet afgedrukt in een marge van 35 mm/1,38 inch langs de boven- en onderrand. Er wordt een
limiet ingesteld om te voorkomen dat wordt afgedrukt in de marge van 35 mm/1,38 inch langs de bovenen onderrand van het papier, wanneer een papierformaat voor kunstpapier wordt geselecteerd in het
printerstuurprogramma.
Fine Art A4, Fine Art A3, Fine Art A3+
Formaat
Afdrukgebied (breedte x hoogte)
Fine Art A4
203,2 x 227,0 mm/8,0 x 8,9 inch
Fine Art A3
290,2 x 350,0 mm/11,4 x 13,8 inch
Fine Art A3+
322,2 x 413,0 mm/12,7 x 16,3 inch
Aanbevolen afdrukgebied
Fine Art Letter
Formaat
Fine Art Letter
Afdrukgebied (breedte x hoogte)
203,2 x 209,4 mm/8,0 x 8,2 inch
Aanbevolen afdrukgebied
Naar boven
Enveloppen
Pagina 438 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Bijlage > Afdrukgebied > Enveloppen
Enveloppen
Formaat
Aanbevolen afdrukgebied (breedte x hoogte)
Europees DL
103,2 x 190,5 mm/4,06 x 7,50 inch
US Comm. Env. #10
98,0 x 211,8 mm/3,86 x 8,34 inch
Aanbevolen afdrukgebied
Naar boven
Een ongewenste afdruktaak verwijderen
Pagina 439 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Bijlage > Een ongewenste afdruktaak verwijderen
Een ongewenste afdruktaak verwijderen
Wanneer de printer niet start met afdrukken, is het mogelijk dat de geannuleerde of niet-uitgevoerde
afdrukgegevens in de wachtrij blijven staan.
U kunt de ongewenste afdruktaak met behulp van de Canon IJ-statusmonitor verwijderen.
1. Geef de Canon IJ-statusmonitor weer
Klik op de knop Statusmonitor op de taakbalk.
De Canon IJ-statusmonitor verschijnt.
2. Geef de afdruktaken weer
Klik op Afdrukrij weergeven... (Display Print Queue...).
Het venster met de afdrukwachtrij wordt geopend.
3. Verwijder de afdruktaken
Selecteer Alle documenten annuleren (Cancel All Documents) in het menu Printer.
Klik op Ja (Yes) in het bevestigingsbericht.
Het verwijderen van de afdruktaak is voltooid.
Belangrijk
Gebruikers die geen toegangsrechten hebben voor printerbeheer, kunnen de afdruktaak van een
andere gebruiker niet verwijderen.
Opmerking
Als u deze bewerking uitvoert, worden alle afdruktaken verwijderd. Als de afdrukwachtrij ook
gewenste afdruktaken bevatte, moet u het afdrukproces opnieuw starten.
Naar boven
Het printerbesturingsbestand bijwerken
Pagina 440 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Bijlage > Het printerbesturingsbestand bijwerken
Het printerbesturingsbestand bijwerken
Het nieuwste printerbestand ophalen
Het onnodige printerstuurprogramma verwijderen
Voordat u het printer bestand installeert
Het printerbestand installeren
Naar boven
Het nieuwste printerstuurprogramma ophalen
Pagina 441 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Bijlage > Het printerstuurprogramma bijwerken > Het nieuwste printerstuurprogramma ophalen
Het nieuwste printerstuurprogramma ophalen
Door het printerstuurprogramma bij te werken naar de nieuwste versie, kunt u onopgeloste problemen
mogelijk verhelpen.
U kunt de versie van het printerstuurprogramma controleren via de knop Info... (About...) op het tabblad
Onderhoud (Maintenance).
Ga naar onze website en download het nieuwste printerstuurprogramma voor uw model.
Belangrijk
U kunt het printerstuurprogramma gratis downloaden, maar de kosten van de internetverbinding
zijn voor uw eigen rekening.
Verwijder de oudere versie voordat u het nieuwste printerstuurprogramma installeert.
Raadpleeg Het onnodige printerstuurprogramma verwijderen voor informatie over het verwijderen
van het printerstuurprogramma.
Verwante onderwerpen
Voordat u het printerstuurprogramma installeert
Het printerstuurprogramma installeren
Naar boven
Het onnodige printerstuurprogramma verwijderen
Pagina 442 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Bijlage > Het printerstuurprogramma bijwerken > Het onnodige printerstuurprogramma
verwijderen
Het onnodige printerstuurprogramma verwijderen
Wanneer u een printerstuurprogramma niet meer nodig hebt, kunt u dit verwijderen.
Sluit eerst alle actieve toepassingen voordat u het printerstuurprogramma gaat verwijderen.
De procedure voor het verwijderen van het overbodige printerstuurprogramma is als volgt:
Als er een verwijderprogramma is
1. Start het verwijderprogramma
Selecteer in Windows Vista Start -> Alle programma's (All Programs) -> 'Naam van uw
apparaatmodel' -> Verwijderprogramma voor printerstuurprogramma (Printer Driver Uninstaller).
Selecteer in Windows XP Start -> Alle programma's (All Programs) -> 'Naam van uw
apparaatmodel' -> Verwijderprogramma voor printerstuurprogramma (Printer Driver Uninstaller).
In Windows 2000 selecteert u het menu Start -> Programma's (Programs) -> 'Naam van uw
printermodel' ("Your model name") -> Verwijderprogramma voor printerstuurprogramma (Printer
Driver Uninstaller).
Het dialoogvenster Verwijderprogramma voor printerstuurprogramma (Printer Driver Uninstaller)
wordt weergegeven.
Belangrijk
In Windows Vista wordt wellicht een bevestigings-/waarschuwingsvenster weergegeven bij het
installeren, verwijderen of starten van software.
Dit dialoogvenster verschijnt wanneer beheerdersrechten zijn vereist voor het uitvoeren van
een taak.
Als u bent aangemeld bij een beheerdersaccount, klikt u op Doorgaan (Continue) of Toestaan
(Allow) om door te gaan.
Voor sommige toepassingen is een beheerdersaccount vereist om door te gaan. Als u bent
aangemeld bij een standaardaccount, schakelt u over naar een beheerdersaccount en start u
de bewerking opnieuw.
2. Voer het verwijderprogramma uit
Klik op Uitvoeren (Execute). Klik op Ja (Yes) in het bevestigingsbericht.
Klik op Voltooien (Complete) wanneer alle bestanden zijn verwijderd.
Het verwijderen van het printerstuurprogramma is voltooid.
Als er geen verwijderprogramma is
Volg deze stappen als er geen verwijderprogramma in het menu Start van Windows Vista aanwezig is:
1. Selecteer de printer die u wilt verwijderen
Selecteer Start -> Configuratiescherm (Control Panel) -> Hardware en geluiden (Hardware and
Sound) -> Printers.
Klik op het model dat u wilt verwijderen en druk op de Alt-toets op het toetsenbord. Klik in het menu
Bestand (File) op Verwijderen (Delete).
2. Verwijder de printer
Als het dialoogvenster Gebruikersaccountbeheer (User Account Control) wordt weergegeven, klikt u
op Doorgaan (Continue). Klik vervolgens op Ja (Yes) in het bevestigingsbericht.
Het pictogram wordt verwijderd.
Het onnodige printerstuurprogramma verwijderen
Pagina 443 van 486 pagina's
3. Selecteer het printerstuurprogramma dat u wilt verwijderen
Druk op de Alt-toets. Selecteer in het menu Bestand (File) de optie Als administrator uitvoeren (Run
as administrator) en klik op Eigenschappen van server... (Server Properties...).
Als het dialoogvenster Gebruikersaccountbeheer (User Account Control) wordt weergegeven, klikt u
op Doorgaan (Continue).
Klik op de tab Stuurprogramma's (Drivers). Klik in de lijst Geïnstalleerde printerstuurprogramma's
(Installed printer drivers) op de printer die u wilt verwijderen.
4. Verwijder het printerstuurpogramma
Als u op Verwijderen... (Remove...) klikt, wordt het dialoogvenster Stuurprogramma en pakket
verwijderen (Remove Driver And Package) weergegeven.
Selecteer Stuurprogramma en pakket verwijderen (Remove driver and driver package) en klik op
OK.
Klik op Ja (Yes) in het bevestigingsbericht.
Nadat de gegevens zijn verzameld, klikt u in het dialoogvenster Stuurprogrammapakket verwijderen
(Remove Driver Package) op Verwijderen (Delete).
5. Klik op OK
Het verwijderen van het printerstuurprogramma is voltooid.
Belangrijk
U kunt het printerstuurprogramma mogelijk niet verwijderen uit de lijst Geïnstalleerde
printerstuurprogramma's (Installed printer drivers).
In dit geval moet u de computer opnieuw opstarten en het nogmaals proberen.
Naar boven
Voordat u het printerstuurprogramma installeert
Pagina 444 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Bijlage > Het printerstuurprogramma bijwerken > Voordat u het printerstuurprogramma
installeert
Voordat u het printerstuurprogramma installeert
Hier leest u wat u moet controleren voordat u het printerstuurprogramma gaat installeren. U moet dit
gedeelte ook raadplegen als het printerstuurprogramma niet kan worden geïnstalleerd.
De printerstatus controleren
Sluit de printer op de computer aan. Voor meer informatie over het aansluiten raadpleegt u het
hoofdstuk 'De printer en de computer instellen' in de Aan de Slag-gids.
Zet de printer uit.
De instellingen van de computer controleren
Sluit alle actieve toepassingen.
Meld u in Windows Vista aan als gebruiker met beheerdersrechten.
Meld u in Windows XP aan als de beheerder van de computer.
Meld u in Windows 2000 aan als een lid van de groep Beheerders.
Opmerking
Wanneer een oudere versie van het printerstuurprogramma op de computer is geïnstalleerd,
verwijdert u die versie eerst. Raadpleeg Het onnodige printerstuurprogramma verwijderen voor
informatie over het verwijderen van het printerstuurprogramma.
Verwante onderwerpen
Het nieuwste printerstuurprogramma ophalen
Het printerstuurprogramma installeren
Naar boven
Het printerstuurprogramma installeren
Pagina 445 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Bijlage > Het printerstuurprogramma bijwerken > Het printerstuurprogramma installeren
Het printerstuurprogramma installeren
U kunt vanaf onze website het nieuwste printerstuurprogramma voor uw model downloaden.
De procedure voor het installeren van het printerstuurprogramma is als volgt:
1. Zet de printer uit
Belangrijk
Wanneer u de computer aanzet terwijl de printer aanstaat, wordt de Plug en Play-functie van
Windows automatisch uitgevoerd en wordt het venster Nieuwe hardware gevonden (Found
New Hardware) (Windows Vista) of Wizard Nieuwe hardware gevonden (Found New Hardware
Wizard) (Windows XP, Windows 2000) weergegeven. Klik in dit geval op Annuleren (Cancel).
2. Start het installatieprogramma
Dubbelklik op het pictogram van het bestand dat u hebt gedownload.
Het installatieprogramma wordt gestart.
Belangrijk
In Windows Vista wordt wellicht een bevestigings-/waarschuwingsvenster weergegeven bij het
installeren, verwijderen of starten van software.
Dit dialoogvenster verschijnt wanneer beheerdersrechten zijn vereist voor het uitvoeren van
een taak.
Als u bent aangemeld bij een beheerdersaccount, klikt u op Doorgaan (Continue) of Toestaan
(Allow) om door te gaan.
Voor sommige toepassingen is een beheerdersaccount vereist om door te gaan. Als u bent
aangemeld bij een standaardaccount, schakelt u over naar een beheerdersaccount en start u
de bewerking opnieuw.
3. Installeer het stuurprogramma
Klik in het venster Welkom (Welcome) op Volgende (Next).
Lees de inhoud van het venster Licentieovereenkomst (License Agreement). Klik op Ja (Yes) nadat
u de inhoud hebt gecontroleerd.
De installatie van het printerstuurprogramma wordt gestart.
Wanneer het venster Installatie voltooid (Installation Complete) wordt weergegeven, controleert u of
de printer met een kabel op de computer is aangesloten.
Wanneer de printer direct met het netwerk is verbonden, volgt u onderstaande procedure om de
bestemming van de printerverbinding te selecteren.
1. Schakel het selectievakje Printerpoort selecteren (Select printer port) in en klik op Handmatige
selectie (Manual Selection).
2. Selecteer in het venster Poort selecteren (Select Port) de optie CNBJBP_XXX (XXX is de vorige
poortnaam) als bestemming van de verbinding en klik op OK.
4. Voltooi de installatie
Klik op Voltooien (Complete).
Zet de printer aan en wacht tot de verbinding wordt herkend.
Wanneer u een USB-verbinding gebruikt, is de installatie van het printerstuurprogramma voltooid.
Afhankelijk van de omgeving die u gebruikt, wordt wellicht een bericht weergegeven dat u de computer
opnieuw moet opstarten. Start de computer opnieuw op om de installatie te voltooien.
Belangrijk
U kunt het printerstuurprogramma gratis downloaden, maar de kosten van de internetverbinding
Het printerstuurprogramma installeren
Pagina 446 van 486 pagina's
zijn voor uw eigen rekening.
Verwante onderwerpen
Het nieuwste printerstuurprogramma ophalen
Voordat u het printerstuurprogramma installeert
Naar boven
Online handleidingen verwijderen
Pagina 447 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Bijlage > Online handleidingen verwijderen
Online handleidingen verwijderen
Voer de volgende procedure uit als u alle geïnstalleerde online handleidingen van de computer wilt
verwijderen.
Sluit alle geopende online handleidingen voordat u de online handleidingen verwijdert.
Alle geïnstalleerde online handleidingen worden tegelijkertijd verwijderd.
1. Klik op Start > Alle programma's (All Programs) (Programma's (Programs) in
Windows 2000) > Canon XXX Manual (waar ' XXX ' de naam van uw printer aanduidt)
> Verwijderen (Uninstall).
2. Klik op OK in het bevestigingsbericht.
Opmerking
Klik bij de vraag of u de computer opnieuw wilt opstarten op OK. De computer wordt opnieuw
opgestart.
Online handleidingen, anders dan de Help van het printerstuurprogramma, worden tegelijk verwijderd.
1. Selecteer Programma's (Applications) in het menu Ga (Go).
2. Dubbelklik achtereenvolgens op de map Canon Utilities en de map IJ-handleiding (IJ
Manual).
3. Sleep de map met de naam van uw printer naar de prullenbak.
4. Sleep het bureaubladpictogram
Online handleiding Canon XXX (waarbij XXX de
naam van uw printer is) naar de prullenbak.
Naar boven
De printer vervoeren
Pagina 448 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Bijlage > De printer vervoeren
De printer vervoeren
Als u de printer verplaatst, moet u de printer weer inpakken met het oorspronkelijke
verpakkingsmateriaal.
Als u het originele verpakkingsmateriaal niet meer hebt, verpakt u de printer zorgvuldig met
beschermend materiaal en plaatst u het apparaat in een stevige doos.
Belangrijk
De printer mag nooit schuin, verticaal of ondersteboven worden opgeslagen of vervoerd, omdat er
dan inkt uit de printer kan lekken waardoor het apparaat beschadigd kan raken.
Wanneer u de printer vervoert, raden wij aan deze door iemand te laten dragen.
1. Zet de printer uit.
2. Controleer of het aan/uit-lampje uit is en haal de stekker uit het stopcontact.
Belangrijk
Als het aan/uit-lampje brandt of groen knippert, mag u de stekker niet uit het stopcontact halen.
Dit kan namelijk storingen of schade veroorzaken waardoor u niet meer met de printer kunt
afdrukken.
3. Trek de papiersteun uit en sluit vervolgens de voorste lade.
4. Verwijder de cassette.
Trek met beide handen aan de cassette totdat deze stopt en trek de cassette vervolgens eruit terwijl
u de voorste zijde iets omhoog tilt.
Opmerking
Pak de cassette in met het oorspronkelijke verpakkingsmateriaal.
Als u het originele verpakkingsmateriaal niet meer hebt, pakt u de cassette zorgvuldig in met
beschermend materiaal, los van de printer.
5. Koppel de printerkabel los van de computer en de printer en trek vervolgens de
stekker van de printer uit het stopcontact.
6. Zet met plakband alle kleppen van de printer vast, zodat deze tijdens het vervoer niet
kunnen opengaan. Verpak de printer vervolgens in de plastic zak.
7. Bevestig het beschermend materiaal aan de printer.
Belangrijk
Verwijder de printkop en inkttanks niet uit de printer wanneer u deze vervoert.
Opmerking
Markeer de doos met de tekst BREEKBAAR of VOORZICHTIG.
Naar boven
Het dialoogvenster Printereigenschappen openen (Windows)
Pagina 449 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Bijlage > Het dialoogvenster Printereigenschappen openen (Windows)
Het dialoogvenster Printereigenschappen openen (Windows)
U kunt het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma openen via de toepassing waarin u
werkt of via het menu Start van Windows.
Het dialoogvenster Printereigenschappen via de toepassing openen
Volg onderstaande procedure om de afdrukinstellingen op te geven voor het afdrukken.
1.
Selecteer de opdracht voor het afdrukken in het programma dat u gebruikt.
Meestal doet u dit door Afdrukken (Print) te kiezen in het menu Bestand (File) waardoor het
dialoogvenster Afdrukken (Print) wordt weergegeven.
2.
Selecteer de naam van uw printermodel en klik op Voorkeuren (Preferences) of
Eigenschappen (Properties).
Het eigenschappenvenster van de printer wordt geopend.
Opmerking
Afhankelijk van de toepassing die u gebruikt, kunnen de namen van opdrachten of
menu's verschillen en kan de procedure uit meer stappen bestaan. Raadpleeg de
gebruikershandleiding bij de toepassing voor meer informatie.
Het dialoogvenster Printereigenschappen via het menu Start openen
Volg onderstaande procedure om onderhoudswerkzaamheden uit te voeren, zoals het reinigen
van de printkop, of afdrukinstellingen op te geven die in alle toepassingen vrijwel hetzelfde zijn.
1.
Selecteer items in het menu Start zoals hieronder wordt aangegeven.
In Windows Vista selecteert u het menu Start > Configuratiescherm (Control Panel) >
Hardware en geluid (Hardware and Sound) > Printers.
In Windows XP selecteert u Start > Configuratiescherm (Control Panel) > Printers en andere
hardware (Printers and Other Hardware) > Printers en faxapparaten (Printers and Faxes).
In Windows 2000 selecteert u Start > Instellingen (Settings) > Printers.
2.
Klik met de rechtermuisknop op het pictogram van uw model en selecteer
Voorkeursinstellingen voor afdrukken (Printing Preferences) in het weergegeven menu.
Het eigenschappenvenster van de printer wordt geopend.
Belangrijk
Wanneer u het dialoogvenster met printereigenschappen via Eigenschappen
(Properties) opent, worden tabbladen met Windows-functies weergegeven, zoals
Poorten (Ports) of Geavanceerd (Advanced). Deze tabbladen verschijnen niet wanneer u
het printerstuurprogramma opent via Voorkeursinstellingen voor afdrukken (Printing
Preferences) of een toepassing. Raadpleeg de gebruikershandleiding bij Windows voor
meer informatie over de tabbladen met Windows-functies.
Naar boven
De dialoogvensters Pagina-instelling en Afdrukken openen (Macintosh)
Pagina 450 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Bijlage > De dialoogvensters Pagina-instelling en Afdrukken openen (Macintosh)
De dialoogvensters Pagina-instelling en Afdrukken openen
(Macintosh)
U kunt het dialoogvenster Pagina-instelling en Afdrukken openen vanuit de toepassing die u gebruikt.
Het dialoogvenster Pagina-instelling openen
Open het dialoogvenster Pagina-instelling als u de pagina- of papierinstellingen wilt opgeven
voordat u gaat afdrukken.
1.
Selecteer Pagina-instelling... (Page Setup...) in het menu Bestand (File) van uw toepassing.
Het dialoogvenster Pagina-instelling wordt geopend.
Het dialoogvenster Afdrukken openen
Open het dialoogvenster Afdrukken als u de afdrukinstellingen wilt opgeven voordat u gaat
afdrukken.
1.
Selecteer Afdrukken... (Print...) in het menu Bestand (File) van uw toepassing.
Het dialoogvenster Afdrukken wordt geopend.
Naar boven
Canon IJ Printer Utility openen (Macintosh)
Pagina 451 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Bijlage > Canon IJ Printer Utility openen (Macintosh)
Canon IJ Printer Utility openen (Macintosh)
Volg de onderstaande procedure om Canon IJ Printer Utility te openen.
In Mac OS X v.10.5.x
1.
Selecteer Systeemvoorkeuren (System Preferences) in het Apple-menu.
2.
Klik op Afdrukken en faxen (Print & Fax).
3.
Selecteer de naam van uw printer in de lijst met Printers en klik op Open afdrukwachtrij…
(Open Print Queue...) .
De taaklijst van uw printer wordt weergegeven.
4.
Klik op Hulpprogramma (Utility).
De Printerlijst (Printer List) wordt geopend.
5.
Selecteer de naam van uw printer in de lijst Product en klik op Onderhoud (Maintenance).
Canon IJ Printer Utility openen (Macintosh)
Pagina 452 van 486 pagina's
Canon IJ Printer Utility wordt gestart.
In Mac OS X v.10.4.x of Mac OS X v 10.3.9
1.
Selecteer Programma's (Applications) in het menu Ga (Go).
2.
Dubbelklik op de map Hulpprogramma's (Utilities) en dubbelklik vervolgens op het
pictogram Printer Setup Utility.
De Printerlijst (Printer List) wordt geopend.
3.
Selecteer de naam van uw printer in de lijst Naam (Name) en klik op Hulpprogramma
(Utility).
4.
Selecteer de naam van uw printer in de lijst Product en klik op Onderhoud (Maintenance).
Canon IJ Printer Utility wordt gestart.
Naar boven
Easy-PhotoPrint EX gebruiken
Pagina 453 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Easy-PhotoPrint EX gebruiken
Easy-PhotoPrint EX gebruiken
--- Creatieve kunstwerken maken van uw foto's --U kunt met Easy-PhotoPrint EX op eenvoudige wijze albums, kalenders en stickers maken door foto's te
selecteren die met een digitale camera zijn gemaakt.
U kunt ook heel gemakkelijk foto's zonder rand afdrukken.
Easy-PhotoPrint EX openen
Klik hier: Easy-PhotoPrint EX
Opmerking
Raadpleeg het volgende gedeelte voor meer informatie over het gebruik van Easy-PhotoPrint EX.
Afdrukken met de meegeleverde software
Maak een persoonlijk fotoalbum
Met Easy-PhotoPrint EX maakt u heel gemakkelijk een persoonlijk fotoalbum.
U hoeft alleen maar de gewenste foto's te selecteren, een indeling te selecteren, het papier in de printer
te plaatsen en af te drukken. Nadat u de afgedrukte pagina's hebt ingebonden, hebt u een uniek album
met uw herinneringen.
U kunt de indeling en de achtergrond wijzigen en
opmerkingen aan de foto's toevoegen.
U kunt ook de grootte en de afdrukstand
selecteren.
U kunt foto's schikken op de linker- en
rechterpagina's.
KIJK!
Selecteer een thema (achtergrondontwerp) om een album met één thema te maken.
Decoreer onderdelen met tekst en kaders
U kunt tekst aan foto's toevoegen. Voeg een beschrijving toe aan een foto in een album en plaats er een
kader omheen om de sfeer van de foto te versterken.
Easy-PhotoPrint EX gebruiken
Pagina 454 van 486 pagina's
KIJK!
Selecteer Album om tekst en kaders toe te voegen. U kunt geen foto's decoreren met Photo Print.
Maak een kalender met uw favoriete foto's
Met Easy-PhotoPrint EX maakt u heel gemakkelijk kalenders. Maak uw eigen kalender met uw favoriete
foto's. Dan wordt het pas spannend om de kalenderpagina's om te slaan.
U kunt alle soorten foto's gebruiken.
U kunt ook kalenders maken voor twee, zes of twaalf
maanden.
Maak stickers
Met Easy-PhotoPrint EX maakt u heel gemakkelijk stickers.
Maak stickers van uw favoriete foto's en deel ze uit aan uw vrienden.
KIJK!
U kunt tekst aan foto's toevoegen.
Easy-PhotoPrint EX gebruiken
Pagina 455 van 486 pagina's
Naar boven
Informatie over Solution Menu
Pagina 456 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Informatie over Solution Menu
Informatie over Solution Menu
Snelkoppelingen via Solution Menu
Vanuit het venster Solution Menu hebt u vanaf het bureaublad snel toegang tot Canon-toepassingen,
handleidingen en online productinformatie.
Belangrijk
Hoeveel en welke knoppen worden weergegeven in het venster varieert, afhankelijk van uw printer
en uw regio.
Solution Menu openen
Klik hier: Solution Menu
Raadpleeg het gedeelte hieronder voor informatie over hoe u Solution Menu kunt openen vanaf het
bureaublad.
Dubbelklik op het pictogram Canon Solution Menu op het bureaublad. U kunt ook op Start klikken en
vervolgens op (Alle) Programma's ((All) Programs) > Canon Utilities > Solution Menu > Solution Menu.
De volgende keer wordt Solution Menu gestart wanneer Windows start.
Als het selectievakje Solution Menu weergeven wanneer Windows start (Start Solution Menu when
Windows starts) in de linkerbenedenhoek van het venster niet is ingeschakeld, wordt Solution Menu niet
gestart wanneer Windows start.
Opmerking
Solution Menu wordt automatisch gestart wanneer u het installeert met de installatie-cd-rom die bij
de printer is geleverd.
Vensterformaat wijzigen
Informatie over Solution Menu
(vensterformaat: groot) of
Klik op
wijzigen (groot of klein).
Pagina 457 van 486 pagina's
(vensterformaat: klein) op de titelbalk om het vensterformaat te
Solution Menu wordt de volgende keer geopend met het laatstgebruikte vensterformaat.
Als het vensterformaat klein is
Een toepassing starten
1. Wijs een knop in het venster aan om de beschrijving van de toepassing weer te
geven.
2. Als u op de knop klikt, wordt de toepassing geopend.
Voer dezelfde procedure uit om de handleidingen of online productinformatie weer te geven.
Belangrijk
Voor toegang tot de online informatie is een internetverbinding vereist. Aan de
internetverbinding zijn de gebruikelijke kosten verbonden.
Opmerking
om alleen vanaf deze computer naar de website te gaan
Klik op
waar u gratis afdrukmateriaal kunt downloaden.
Solution Menu sluiten
Klik op
(Sluiten) op de titelbalk.
Beperking voor het gebruik van Solution Menu
Bij het gebruik van deze software geldt de volgende beperking. Houd hier rekening mee wanneer u de
software gebruikt.
Alle pictogrammen van de geïnstalleerde toepassingen die Solution Menu ondersteunen worden in
het venster weergegeven. Na de installatie kunt u de pictogrammen niet herschikken of alleen de
pictogrammen verwijderen.
Naar boven
Over netwerkcommunicatie
Pagina 458 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Over netwerkcommunicatie
Over netwerkcommunicatie
Netwerkinstellingen wijzigen en controleren
Problemen oplossen
Bijlage
Verklarende woordenlijst
Naar boven
Netwerkinstellingen wijzigen en controleren
Pagina 459 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Over netwerkcommunicatie > Netwerkinstellingen wijzigen en controleren
Netwerkinstellingen wijzigen en controleren
Canon IJ Network Tool
Dialoogvenster Canon IJ Network Tool
Menu's van de Canon IJ Network Tool
Instellingen wijzigen op het tabblad Bekabeld LAN
Instellingen wijzigen op het tabblad Beheerderswachtwoord
Netwerkinstellingen van de printer initialiseren
Aangepaste instellingen weergeven
Naar boven
Canon IJ Network Tool
Pagina 460 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Over Netwerkcommunicatie > Netwerkinstellingen wijzigen en controleren > Canon IJ Network
Tool
Canon IJ Network Tool
Canon IJ Network Tool is een programma waarmee u de netwerkinstellingen van de printer kunt
weergeven en wijzigen. Het wordt geïnstalleerd bij het instellen van de printer.
Belangrijk
Start Canon IJ Network Tool niet tijdens het afdrukken.
Druk niet af terwijl Canon IJ Network Tool actief is.
Als de firewallfunctie van uw beveiligingssoftware is ingeschakeld, wordt wellicht een bericht
weergegeven dat Canon-software probeert toegang te krijgen tot het netwerk. Als de waarschuwing
wordt weergegeven, stelt u de beveiligingssoftware zo in dat toegang altijd wordt toegestaan.
Canon IJ Network Tool starten
1.
Dubbelklik op de snelkoppeling
Canon IJ Network Tool op het bureaublad.
Klik op Start en selecteer Alle programma's (All programs) (of Programma's (Programs)),
Canon IJ Network Utilities, Canon IJ Network Tool en Canon IJ Network Tool.
Naar boven
Dialoogvenster Canon IJ Network Tool
Pagina 461 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Over Netwerkcommunicatie > Netwerkinstellingen wijzigen en controleren > Dialoogvenster
Canon IJ Network Tool
Dialoogvenster Canon IJ Network Tool
In dit gedeelte worden de items beschreven die worden weergegeven in het dialoogvenster Canon IJ
Network Tool.
Belangrijk
Als u de printer wilt gebruiken via LAN, moet u de juiste accessoires hebben voor het
verbindingtype, zoals een LAN-kabel.
1. Printers
De printernaam, status, printermodel en poortnaam worden weergegeven.
Een vinkje naast de printer in de lijst Naam (Name) geeft aan dat deze is ingesteld als
standaardprinter.
Configuratiewijzigingen worden toegepast op de geselecteerde printer.
2. Bijwerken (Update)
Er wordt opnieuw naar printers gezocht. Klik op deze knop als de doelprinter niet wordt
weergegeven.
Belangrijk
Als u de netwerkinstellingen van de printer wilt wijzigen met Canon IJ Network Tool, moet de
printer zijn aangesloten via USB of LAN.
Als Geen stuurprogramma (No Driver) wordt weergegeven voor de naam, koppelt u de printer
aan de poort.
Als de status Niet gevonden (Not Found) wordt weergegeven, controleert u of de printer is
ingeschakeld, correct is en of de netwerkinstellingen juist zijn.
Als de printer op een netwerk niet wordt gedetecteerd, controleert u of de printer is
uitgeschakeld en klikt u op Bijwerken (Update). Het kan enkele minuten duren voor de printers
worden gedetecteerd. Als de printer nog steeds niet wordt gedetecteerd, sluit u de printer aan
op de computer met een USB-kabel en klikt u op Bijwerken (Update).
Als de printer wordt gebruikt door een andere computer, wordt een dialoogvenster
weergegeven met deze informatie.
Opmerking
Dit item heeft dezelfde functie als Vernieuwen (Refresh) in het menu Weergave (View).
3. Configuratie (Configuration)
Dialoogvenster Canon IJ Network Tool
Pagina 462 van 486 pagina's
Klik hierop om de instellingen van de geselecteerde printer te wijzigen.
Opmerking
U kunt een printer niet configureren als deze de status Niet gevonden (Not Found) heeft.
Dit item heeft dezelfde functie als Configuratie (Configuration) in het menu Instellingen
(Settings).
Naar boven
Menu's van de Canon IJ Network Tool
Pagina 463 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Over Netwerkcommunicatie > Netwerkinstellingen wijzigen en controleren > Menu's van de
Canon IJ Network Tool
Menu's van de Canon IJ Network Tool
In dit gedeelte worden de menu's beschreven van het dialoogvenster Canon IJ Network Tool.
1. Menu Bestand (File)
Afsluiten (Exit)
Canon IJ Network Tool wordt gesloten.
2. Menu Weergave (View)
Status
Deze functie is niet beschikbaar voor deze printer.
Vernieuwen (Refresh)
De inhoud van Printers wordt bijgewerkt en weergegeven.
Belangrijk
Als u de netwerkinstellingen van de printer wilt wijzigen met Canon IJ Network Tool, moet de
printer zijn aangesloten via USB of LAN.
Als Geen stuurprogramma (No Driver) wordt weergegeven voor de naam, koppelt u de printer
aan de poort.
Als de status Niet gevonden (Not Found) wordt weergegeven, controleert u of de printer is
ingeschakeld, correct is en of de netwerkinstellingen juist zijn.
Als de printer op een netwerk niet wordt gedetecteerd, controleert u of de printer is
uitgeschakeld en klikt u op Bijwerken (Update). Het kan enkele minuten duren voor de printers
worden gedetecteerd. Als de printer nog steeds niet wordt gedetecteerd, sluit u de printer aan
op de computer met een USB-kabel en klikt u op Bijwerken (Update).
Als de printer wordt gebruikt door een andere computer, wordt een dialoogvenster
weergegeven met deze informatie.
Opmerking
Dit item heeft dezelfde functie als Bijwerken (Update) in het dialoogvenster Canon IJ Network
Tool.
Netwerkgegevens (Network Information)
Het dialoogvenster Netwerkgegevens (Network Information) wordt weergegeven om de
netwerkinstellingen van de printer en de computer te controleren.
Waarschuwing automatisch weergeven (Display Warning Automatically)
Hiermee kunt u automatische weergave van waarschuwingen in- of uitschakelen.
Menu's van de Canon IJ Network Tool
Pagina 464 van 486 pagina's
Als deze functie is geselecteerd, wordt een waarschuwing weergegeven als er een of meer poort
niet beschikbaar zijn voor afdrukken.
3. Menu Instellingen (Settings)
Configuratie (Configuration)
Hiermee wordt het dialoogvenster Configuratie (Configuration) weergegeven waarin u de
instellingen van de geselecteerde printer kunt instellen.
Opmerking
Dit item heeft dezelfde functie als Configuratie (Configuration) in het dialoogvenster Canon IJ
Network Tool.
Poort koppelen (Associate Port)
Hiermee wordt het dialoogvenster Poort koppelen (Associate Port) weergegeven en kunt u een
poort toewijzen aan de printer.
Dit menu is beschikbaar als Geen stuurprogramma (No Driver) wordt weergegeven voor de
geselecteerde printer. Als u een poort koppelt aan een printer kunt u deze gebruiken.
Onderhoud (Maintenance)
Het dialoogvenster Onderhoud (Maintenance) wordt weergegeven om de netwerkinstellingen van
de printer terug te zetten op de fabrieksinstellingen.
4. Menu Help
Help-onderwerpen (Help Topics)
Hiermee wordt de online Help van de toepassing weergegeven.
Informatie over (About)
Hiermee wordt de versie weergegeven van Canon IJ Network Tool.
Naar boven
Instellingen wijzigen op het tabblad Bekabeld LAN
Pagina 465 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Over Netwerkcommunicatie > Netwerkinstellingen wijzigen en controleren > Instellingen
wijzigen op het tabblad Bekabeld LAN
Instellingen wijzigen op het tabblad Bekabeld LAN
1. Start Canon IJ Network Tool.
Canon IJ Network Tool starten
2. Selecteer de printer in Printers.
3. Selecteer Configuratie (Configuration) in het menu Instellingen (Settings).
4. Klik op de tab Bekabeld LAN (Wired LAN).
Klik op OK nadat u de configuratie hebt gewijzigd. Er wordt een dialoogvenster weergegeven waarin
u de instellingen moet bevestigen voordat u deze naar de printer verstuurt. Als u op Ja (Yes) klikt,
worden de instellingen naar de printer verzonden en wordt het dialoogvenster Verzonden
instellingen (Transmitted Settings) weergegeven.
1. TCP/IP instellen (TCP/IP Setup)
Hiermee kunt u het IP-adres instellen van de printer dat moet worden gebruikt op het LAN. Voer
een waarde in die geschikt is voor uw netwerkomgeving.
IP-adres automatisch ophalen (Get IP address automatically)
Selecteer deze optie als u een IP-adres wilt gebruiken dat automatisch wordt toegewezen door
een DHCP-server. DHCP-serverfunctionaliteit moet zijn ingeschakeld op uw draadloze LANrouter of toegangspunt.
Volgende IP-adres gebruiken (Use next IP address)
Als er geen DHCP-serverfunctionaliteit beschikbaar is in uw installatie als u de printer gebruikt
of als u een bepaald IP-adres gebruikt, selecteert u deze optie om een vastgesteld IP-adres te
gebruiken.
Naar boven
Instellingen wijzigen op het tabblad Wachtwoord beheerder
Pagina 466 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Over Netwerkcommunicatie > Netwerkinstellingen wijzigen en controleren > Instellingen
wijzigen op het tabblad Beheerderswachtwoord
Instellingen wijzigen op het tabblad Beheerderswachtwoord
1. Start Canon IJ Network Tool.
Canon IJ Network Tool starten
2. Selecteer de printer in Printers.
3. Selecteer Configuratie (Configuration) in het menu Instellingen (Settings).
4. Klik op de tab Beheerwachtwoord (Admin Password).
1. Beheerwachtwoord gebruiken (Use admin password)
Stel een wachtwoord in voor de beheerder met rechten om de gedetailleerde opties in te
stellen en te wijzigen. Als u deze functie wilt gebruiken, schakelt u dit selectievakje in en geeft u
een wachtwoord op.
Belangrijk
Het wachtwoord moet bestaan uit alfanumerieke tekens en mag maximaal 32 tekens
bevatten. Het wachtwoord is hoofdlettergevoelig. Onthoud het wachtwoord dat u instelt.
2. Wachtwoord (Password)
Voer het gewenste wachtwoord in.
3. Wachtwoord bevestigen (Password Confirmation)
Voer ter bevestiging nogmaals hetzelfde wachtwoord in.
5. Klik op OK.
Er wordt een dialoogvenster weergegeven waarin u de instellingen moet bevestigen voordat u deze
naar de printer verstuurt. Als u op Ja (Yes) klikt, worden de instellingen naar de printer verzonden en
wordt het dialoogvenster Verzonden instellingen (Transmitted Settings) weergegeven.
Naar boven
Netwerkinstellingen van de printer initialiseren
Pagina 467 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Over Netwerkcommunicatie > Netwerkinstellingen wijzigen en controleren >
Netwerkinstellingen van de printer initialiseren
Netwerkinstellingen van de printer initialiseren
Belangrijk
Houd er rekening mee dat door initialisatie alle netwerkinstellingen op de printer worden gewist en
dat afdrukken vanaf een computer via een netwerk wellicht onmogelijk wordt. Raadpleeg de
installatiehandleiding van de printer om deze opnieuw in te stellen als u de printer via een netwerk
wilt gebruiken.
Voordat u de netwerkinstellingen initialiseert, sluit u de printer aan op de computer aan met een
USB-kabel.
1. Start Canon IJ Network Tool.
Canon IJ Network Tool starten
2. Selecteer de printer in Printers.
3. Selecteer Onderhoud (Maintenance) in het menu Instellingen (Settings).
1. Instellingen initialiseren (Setting Initialization)
Initialiseren (Initialize)
Hiermee herstelt u alle netwerkinstellingen van de printer naar fabrieksstandaard. Klik op
Initialiseren (Initialize) om het dialoogvenster Instellingen initialiseren (Initialize Settings) en klik
op Ja (Yes) om de netwerkinstellingen van de printer te initialiseren. Zet tijdens het initialiseren
de printer niet uit. Klik op OK wanneer de initialisatie is voltooid.
Naar boven
Aangepaste instellingen weergeven
Pagina 468 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Over Netwerkcommunicatie > Netwerkinstellingen wijzigen en controleren > Aangepaste
instellingen weergeven
Aangepaste instellingen weergeven
Het dialoogvenster Bevestigen (Confirmation) wordt weergegeven wanneer u de printerinstellingen
aanpast in het dialoogvenster Configuratie (Configuration). Als u op Ja (Yes) klikt in het dialoogvenster
Bevestigen (Confirmation), wordt het volgende scherm weergegeven om de gewijzigde instellingen te
bevestigen.
1. Instellingen (Settings)
Een lijst met veranderingen die zijn aangebracht in het dialoogvenster Configuratie (Configuration)
wordt weergegeven.
Naar boven
Problemen oplossen
Pagina 469 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Over netwerkcommunicatie > Problemen oplossen
Problemen oplossen
Problemen oplossen
Kan niet communiceren met de printer/Kan niet afdrukken vanaf de printer
Het volgende scherm wordt weergegeven tijdens de installatie
Printerstatusmonitor van de printer werkt niet
U kunt niet afdrukken vanaf een computer die op het netwerk is aangesloten
Het duurt erg lang voordat het afdrukken start
U bent het Wachtwoord beheerder van de printer vergeten
Informatie over het netwerk controleren
De fabrieksstandaard van de netwerkinstellingen van de printer herstellen
Het printerbesturingsbestand bijwerken
De Canon IJ Network Tool verwijderen
Naar boven
Problemen oplossen
Pagina 470 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Over Netwerkcommunicatie > Problemen oplossen > Problemen oplossen
Problemen oplossen
In dit gedeelte worden tips beschreven voor het oplossen van problemen die kunnen optreden tijdens
het gebruik van de printer. Zie Netwerkprobleem oplossingen voor tips om problemen met de installatie
op te lossen.
Naar boven
Kan niet communiceren met de printer/Kan niet afdrukken vanaf de prin... Pagina 471 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Over Netwerkcommunicatie > Problemen oplossen > Kan niet communiceren met de printer/
Kan niet afdrukken vanaf de printer
Kan niet communiceren met de printer/Kan niet afdrukken
vanaf de printer
Kan niet communiceren met de printer nadat de netwerkinstellingen zijn gewijzigd
Kan niet communiceren met de printer met een USB-verbinding
Kan niet communiceren met de printer via het netwerk
De printer wordt niet gedetecteerd in het netwerk
Kan niet communiceren met de printer nadat de netwerkinstellingen zijn gewijzigd
Wacht tot het IP-adres is toegewezen aan de computer. U moet mogelijk de computer opnieuw
opstarten.
Zoek nogmaals naar de printer nadat u hebt gecontroleerd dat een geldig IP-adres is toegewezen
aan de computer.
Kan niet communiceren met de printer met een USB-verbinding
Controle 1: Zorg dat de printer is ingeschakeld.
Controle 2: Zorg dat de USB-kabel correct is aangesloten.
Raadpleeg de handleiding van de printer om de USB-kabel op de juiste manier aan te
sluiten.
Controle 3: Start Canon IJ Network Tool niet tijdens het afdrukken.
Controle 4: Druk niet af terwijl Canon IJ Network Tool actief is.
Controle 5: Controleer of Bi-directionele ondersteuning inschakelen (Enable
bidirectional support) is geselecteerd op het tabblad Poorten (Ports) van het
eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma.
Het dialoogvenster Printereigenschappen openen (Windows)
Kan niet communiceren met de printer via het netwerk
Controle 1: Zorg dat de printer is ingeschakeld.
Controle 2: Zorg dat de LAN-kabel correct is aangesloten.
Controle 3: Zorg dat de netwerkinstellingen van de computer correct zijn.
Raadpleeg de handleiding van uw netwerkapparaat of neem contact op met de fabrikant om
het netwerkapparaat te verbinden met de computer en in te stellen.
Controle 4: Zorg dat de firewall van de beveiligingssoftware is uitgeschakeld.
Als de firewallfunctie van uw beveiligingssoftware is ingeschakeld, wordt wellicht een bericht
weergegeven dat Canon-software probeert toegang te krijgen tot het netwerk. Als de
waarschuwing wordt weergegeven, stelt u de beveiligingssoftware zo in dat toegang altijd
wordt toegestaan.
Als u programma's gebruikt die de netwerkomgeving wijzigen controleert u de instellingen.
Sommige programma's zullen standaard een firewall inschakelen.
Controle 5: Wanneer u een router gebruikt, sluit u de printer en de computer
aan op de LAN-kant (zelfde netwerksegment).
Kan niet communiceren met de printer/Kan niet afdrukken vanaf de prin... Pagina 472 van 486 pagina's
De printer wordt niet gedetecteerd in het netwerk
Controle 1: Zorg dat de printer is ingeschakeld.
Controle 2: Zorg dat de USB-kabel correct is aangesloten.
Raadpleeg de handleiding van de printer om de USB-kabel op de juiste manier aan te
sluiten.
Controle 3: Controleer of de installatie van de printer is voltooid.
Als dit niet het geval is, raadpleegt u de handleiding van de printer om de installatie te
voltooien.
Controle 4: Zorg dat de LAN-kabel correct is aangesloten.
Controle 5: Klik op Bijwerken (Update) om opnieuw naar de printer te zoeken
als u de Canon IJ Network Tool gebruikt.
Dialoogvenster Canon IJ Network Tool
Controle 6: Als u zoekt naar een printer via een netwerk, moet u controleren of
de printer aan het poortstuurprogramma is gekoppeld.
Als Geen stuurprogramma (No Driver) wordt weergegeven onder Naam (Name) in Canon IJ
Network Tool, is er geen koppeling. Selecteer Poort koppelen (Associate Port) in het menu
Instellingen (Settings) en koppel de poort aan de printer.
Menu's van de Canon IJ Network Tool
Controle 7: Zorg dat de netwerkinstellingen van de computer correct zijn.
Controle 8: Controleer of Bidirectionele ondersteuning inschakelen (Enable
bidirectional support) is ingeschakeld op het tabblad Poorten (Ports) van het
eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma.
Het dialoogvenster Printereigenschappen openen (Windows)
Controle 9: Zorg dat de firewall van de beveiligingssoftware is uitgeschakeld.
Als de firewallfunctie van uw beveiligingssoftware is ingeschakeld, wordt wellicht een bericht
weergegeven dat Canon-software probeert toegang te krijgen tot het netwerk. Als de
waarschuwing wordt weergegeven, stelt u de beveiligingssoftware zo in dat toegang altijd
wordt toegestaan.
Als u programma's gebruikt die de netwerkomgeving wijzigen controleert u de instellingen.
Sommige programma's zullen standaard een firewall inschakelen.
Controle 10: Wanneer u een router gebruikt, sluit u de printer en de computer
aan op de LAN-kant (zelfde netwerksegment).
Naar boven
Het volgende scherm wordt weergegeven tijdens de installatie
Pagina 473 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Over Netwerkcommunicatie > Problemen oplossen > Het volgende scherm wordt
weergegeven tijdens de installatie
Het volgende scherm wordt weergegeven tijdens de installatie
Het dialoogvenster Voer wachtwoord in (Enter Password) wordt weergegeven tijdens de
installatie
Het volgende dialoogvenster wordt weergegeven als een beheerderswachtwoord wordt ingesteld
op de printer die al is ingesteld.
Voer het ingestelde beheerderswachtwoord in.
Instellingen wijzigen op het tabblad Beheerderswachtwoord
Naar boven
Printerstatusmonitor van de printer werkt niet
Pagina 474 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Over Netwerkcommunicatie > Problemen oplossen > Printerstatusmonitor van de printer werkt
niet
Printerstatusmonitor van de printer werkt niet
Gebruik het printerstuurprogramma met bidirectionele communicatie.
Selecteer Bi-directionele ondersteuning inschakelen (Enable bidirectional support) op het tabblad
Poorten (Ports) van het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma.
Het dialoogvenster Printereigenschappen openen (Windows)
Naar boven
U kunt niet afdrukken vanaf een computer die op het netwerk is aanges... Pagina 475 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Over Netwerkcommunicatie > Problemen oplossen > U kunt niet afdrukken vanaf een computer
die op het netwerk is aangesloten
U kunt niet afdrukken vanaf een computer die op het netwerk is
aangesloten
Controle 1: Zorg dat de netwerkinstellingen van de computer correct
zijn.
Raadpleeg de handleiding van uw computer of neem contact op net de fabrikant voor informatie over
het instellen van uw computer.
Controle 2: Als het printerstuurprogramma niet is geïnstalleerd, moet u
dit installeren.
Plaats installatie-cd-rom (Setup CD-ROM) in het schijfstation van de computer en voer een
Aangepaste installatie (Custom Install) uit. Selecteer IJ Printer Driver om het printerstuurprogramma
opnieuw te installeren.
Naar boven
Het duurt erg lang voordat het afdrukken start
Pagina 476 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Over Netwerkcommunicatie > Problemen oplossen > Het duurt erg lang voordat het afdrukken
start
Het duurt erg lang voordat het afdrukken start
Controle 1: De printer is bezig met het afdrukken of scannen van een
grote taak van een andere computer.
Naar boven
U bent het Wachtwoord beheerder van de printer vergeten
Pagina 477 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Over Netwerkcommunicatie > Problemen oplossen > U bent het Wachtwoord beheerder van
de printer vergeten
U bent het Wachtwoord beheerder van de printer vergeten
De LAN-instellingen initialiseren.
De fabrieksstandaard van de netwerkinstellingen van de printer herstellen
Nadat u de LAN-instellingen hebt geïnitialiseerd, raadpleegt de installatiehandleiding van de printer om
deze opnieuw in te stellen.
Naar boven
Informatie over het netwerk controleren
Pagina 478 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Over Netwerkcommunicatie > Problemen oplossen > Informatie over het netwerk controleren
Informatie over het netwerk controleren
Het IP-adres of het MAC-adres van de printer controleren
Het IP-adres of het MAC-adres van de computer controleren
Het IP-adres of het MAC-adres van de printer controleren
In de Canon IJ Network Tool kunt u informatie over de netwerkinstellingen weergeven door
Netwerkgegevens (Network Information) in het menu Weergeven (View) te selecteren.
Menu's van de Canon IJ Network Tool
Het IP-adres of het MAC-adres van de computer controleren
Volg de hierna beschreven procedure als u wilt controleren welk IP-adres of MAC-adres is
toegewezen aan de computer.
1.
Klik op Start > Alle programma's (All Programs) (of Programma's (Programs)) > Bureauaccessoires > Opdrachtprompt (Command Prompt).
2.
Voer 'ipconfig/all' in en druk op Enter.
De IP- en MAC-adressen van de netwerkapparaten die zijn geïnstalleerd op uw computer,
worden weergegeven. Wanneer het netwerkapparaat niet is aangesloten op het netwerk,
wordt er geen IP-adres weergegeven.
Naar boven
De fabrieksstandaard van de netwerkinstellingen van de printer herstellen
Pagina 479 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Over Netwerkcommunicatie > Problemen oplossen > De fabrieksstandaard van de
netwerkinstellingen van de printer herstellen
De fabrieksstandaard van de netwerkinstellingen van de
printer herstellen
Belangrijk
Houd er rekening mee dat door initialisatie alle netwerkinstellingen op de printer worden gewist en
dat afdrukken vanaf een computer via een netwerk wellicht onmogelijk wordt. Raadpleeg de
installatiehandleiding van de printer om deze opnieuw in te stellen als u de printer via een netwerk
wilt gebruiken.
Voordat u de netwerkinstellingen initialiseert, sluit u de printer aan op de computer aan met een
USB-kabel.
Initialiseren met behulp van de knop op de printer
Houd de knop RESUME/CANCEL ingedrukt totdat het lampje Aan/uit (Power) 10 maal knippert en
laat de knop dan los.
Initialiseren met Canon IJ Network Tool
Start de Canon IJ Network Tool, selecteer Onderhoud (Maintenance) in het menu Instellingen
(Settings) en klik op Initialiseren (Initialize) onder Instellingen initialiseren (Setting Initialization) in
het dialoogvenster Onderhoud (Maintenance).
Netwerkinstellingen van de printer initialiseren
Naar boven
Het printerbesturingsbestand bijwerken
Pagina 480 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Over Netwerkcommunicatie > Problemen oplossen > Het printerbesturingsbestand bijwerken
Het printerbesturingsbestand bijwerken
Download eerst het nieuwste printerstuurprogramma.
Opmerking
Als er meerdere printers op een netwerk zijn aangesloten of als er meerdere netwerkpoorten voor
printers zijn geopend op uw computer, moet u eerst de poortnaam van de printer controleren
voordat u het printerstuurprogramma verwijdert.
Raadpleeg Het dialoogvenster Printereigenschappen openen (Windows) voor meer informatie over
het opzoeken van de poortnaam.
Nadat u het printerstuurprogramma hebt verwijderd, installeert u het nieuwste printerstuurprogramma
volgens de normale procedure. Wanneer de installatie is voltooid, selecteert u handmatig de printerpoort
CNBJNP_XXX als verbindingsbestemming ("XXX" is de eerder ingestelde poortnaam).
Naar boven
De Canon IJ Network Tool verwijderen
Pagina 481 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Over Netwerkcommunicatie > Problemen oplossen > De Canon IJ Network Tool verwijderen
De Canon IJ Network Tool verwijderen
Voer de onderstaande procedure uit als u de Canon IJ Network Tool van de computer wilt verwijderen.
Belangrijk
Ook wanneer de Canon IJ Network Tool is verwijderd, kunt u via het netwerk afdrukken. U kunt dan
echter geen netwerkinstellingen via het netwerk wijzigen.
Meld u aan bij een gebruikersaccount met beheerdersrechten.
1. Klik op Start > Alle programma'ss (All Programs) (of Programma'ss (Programs)) >
Canon IJ Network Utilities > Canon IJ Network Tool > Verwijderprogramma
(Uninstaller).
2. Klik op Ja (Yes) als het bevestigingsvenster wordt weergegeven.
Klik bij de vraag of u de computer opnieuw wilt opstarten op OK. De computer wordt opnieuw
opgestart.
Opmerking
Als u de Canon IJ Network Tool opnieuw wilt installeren, verwijdert u de Canon IJ Network
Tool, voert u Aangepaste installatie (Custom Install) uit met de installatie-cd-rom (Setup CDROM) en selecteert u de Canon IJ Network Tool om deze opnieuw te installeren.
U kunt de Canon IJ Network Tool ook verwijderen door te dubbelklikken op CNMNUU.exe op
de installatie-cd-rom (Setup CD-ROM) of in de map waar u het gedownloade
installatieprogramma hebt opgeslagen.
U kunt ook Een programma verwijderen (Uninstall a program) (of Software (Add or Remove
Programs) of Toepassingen installeren of verwijderen (Add/Remove Applications)) in het
Configuratiescherm (Control Panel) gebruiken om de Canon IJ Network Tool te verwijderen.
Naar boven
Bijlage
Pagina 482 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Over netwerkcommunicatie > Bijlage
Bijlage
In de fabriek ingestelde waarden (netwerk)
Naar boven
In de fabriek ingestelde waarden (netwerk)
Pagina 483 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Over Netwerkcommunicatie > Bijlage > In de fabriek ingestelde waarden (netwerk)
In de fabriek ingestelde waarden (netwerk)
TCP/IP-instellingen
IP-adres automatisch ophalen
Wachtwoord beheerder (Admin Password)
Uitschakelen (Disable)
Naar boven
Verklarende woordenlijst
Pagina 484 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Over netwerkcommunicatie > Verklarende woordenlijst
Verklarende woordenlijst
Info over technische termen
Naar boven
Info over technische termen
Pagina 485 van 486 pagina's
Uitgebreide Handleiding > Over Netwerkcommunicatie > Verklarende woordenlijst > Info over technische termen
Info over technische termen
In dit gedeelte worden de technische termen beschreven die in de handleiding worden gebruikt.
A
D
F
I
M
O
R
S
T
A
Wachtwoord beheerder (Admin Password)
Beheerwachtwoord in Canon IJ Network Tool om toegang te beperken voor
netwerkgebruikers. Het wachtwoord moet worden opgegeven om toegang te krijgen tot de
printer en de printerinstellingen te wijzigen.
Wanneer de netwerkinstellingen van de printer de fabrieksinstellingen zijn, hoeft u het
beheerwachtwoord niet in te voeren.
Opmerking
U kunt het beheerwachtwoord wissen door instellingen te initialiseren.
Selecteer in Canon IJ Network Tool Onderhoud (Maintenance) in het menu Instellingen
(Settings) en selecteer Initialiseren (Initialize) onder Instellingen initialiseren (Setting
Initialization).
Na initialisatie zijn alle instellingen gewist. U moet de printer opnieuw instellen.
D
Standaardgateway (Default Gateway)
Een doorschakelapparaat waarmee verbinding wordt gemaakt met een ander netwerk, zoals
een router of een computer.
DHCP-serverfunctionaliteit
De router of het toegangspunt wijst automatisch een IP-adres toe wanneer de printer of
computer in een netwerk wordt opgestart.
F
Firewall
Dit is een systeem dat ongeautoriseerde toegang tot de computer in het netwerk voorkomt.
Om dergelijke toegang te voorkomen, kunt u de firewallfunctie van een breedbandrouter, de
beveiligingssoftware of het besturingssysteem van de computer gebruiken.
I
IP-adres
Een uniek nummer bestaand uit vier delen, gescheiden door punten. Elk netwerkapparaat dat
Info over technische termen
Pagina 486 van 486 pagina's
verbinding heeft met internet heeft een IP-adres. Voorbeeld: 192.168.0.1
Een IP-adres wordt normaal gesproken automatisch toegewezen door een DHCP-server of
de router.
Zie Het IP-adres of het MAC-adres van de printer controleren voor meer informatie over de
procedure voor het controleren van het IP-adres van de printer.
IPv4/IPv6
Dit zijn internetwerk-protocollen die worden gebruikt op internet. IPv4 maakt gebruik van 32-bit
adressen en IPv6 maakt gebruik van 128-bit adressen.
M
MAC-adres
Dit wordt ook het fysieke adres genoemd. Een unieke en permanente hardwareaanduiding
die is toegewezen aan netwerkapparaten door de fabrikant. MAC-adressen zijn 48 bits lang
en zijn geschreven als hexadecimale nummers, gescheiden door dubbele
punten:11:22:33:44:55:66. Zie Het IP-adres of het MAC-adres van de printer controleren voor
meer informatie over het controleren van het MAC-adres van deze printer.
O
Werkingsstatus (Operation Status)
Hiermee wordt de status van de printer weergegeven.
R
Router
Een doorschakelapparaat waarmee verbinding wordt gemaakt met een ander netwerk.
S
Subnetmasker
Een IP-adres bestaat uit twee delen: het netwerkadres en het hostadres. Subnetmasker
wordt gebruikt om het subnetmaskeradres uit het IP-adres te berekenen. Een subnetmasker
wordt normaal gesproken automatisch toegewezen door een DHCP-server of de router.
Voorbeeld:
IP-adres: 192.168.127.123
Subnetmasker: 255.255.255.0
Subnetmaskeradres: 192.168.127.0
T
TCP/IP
Verzameling van communicatieprotocollen die worden gebruikt om verbinding te maken met
hosts op internet of het LAN. Dit protocol maakt communicatie tussen verschillende terminals
mogelijk.
Naar boven