MP630 series On line handleiding

MP630 series On line handleiding
Gebruik van deze handleiding
Sivu 1/836
Deze handleiding afdrukken
MC-2908-V1.00
Basis Handleiding
Uitgebreide Handleiding
Een overzicht van dit
product.
Een gedetailleerde
beschrijving van dit product.
Probleemoplossing
MP630 series Basis Handleiding
Sivu 2/836
Gebruik van deze handleiding
Deze handleiding afdrukken
Afdrukken op dvd/cd-label
MP-2302-V1.10
Uitgebreide Handleiding
Inhoud
Overzicht van het apparaat
Overige functies
Hoofdonderdelen
Gelinieerd papier of grafiekpapier afdrukken
Navigeren door de menu's op het LCD-scherm
Foto's rechtstreeks afdrukken vanaf uw mobiele
telefoon of digitale camera
Afdrukken vanaf een geheugenkaart
Apparaatinstellingen
Solution Menu en My Printer
Foto's op een geheugenkaart afdrukken
Verschillende functies gebruiken
Geheugenkaarten plaatsen
Papier/originelen plaatsen
Papier plaatsen
Kopiëren
Kopieën maken
Verschillende kopieerfuncties gebruiken
Originelen plaatsen om te kopiëren of scannen
Routineonderhoud
Inkttanks vervangen
Foto's afdrukken van afgedrukte foto's
Afgedrukte foto's opnieuw afdrukken
Vage afdrukken of onjuiste kleuren
De papierinvoerrol reinigen
Het cassettekussentje reinigen
Verschillende functies gebruiken
Bijlage
Scannen
Gescande gegevens opslaan
Afdrukken vanaf de computer
Foto's afdrukken (Easy-PhotoPrint EX)
Documenten afdrukken (Windows)
Documenten afdrukken (Macintosh)
Veiligheidsvoorschriften
Wettelijke beperkingen voor het gebruik van het
product en het gebruik van afbeeldingen
Tips over het gebruik van uw apparaat
Overzicht van het apparaat
Sivu 3/836
Uitgebreide Handleiding
Probleemoplossing
Inhoud > Overzicht van het apparaat
Overzicht van het apparaat
In dit gedeelte worden de namen van de onderdelen weergegeven en de basishandelingen die u moet
kennen voordat u het apparaat gebruikt.
Hoofdonderdelen
Vooraanzicht
Achteraanzicht
Binnenaanzicht
Bedieningspaneel
Navigeren door de menu's op het LCD-scherm
Menu's op het startscherm selecteren
Instellingsitems selecteren
Overige handelingen
Naar boven
Hoofdonderdelen
Sivu 4/836
Uitgebreide Handleiding
Probleemoplossing
Inhoud > Overzicht van het apparaat > Hoofdonderdelen
Hoofdonderdelen
Vooraanzicht
(1) Documentklep
Open deze klep als u een origineel op de glasplaat wilt plaatsen.
(2) Bedieningspaneel
Gebruik het bedieningspaneel om de apparaatinstellingen te wijzigen of het apparaat te bedienen.
Zie Bedieningspaneel .
(3) LCD-scherm (Liquid Crystal Display)
Hierop worden berichten, menuselecties en de werkingsstatus weergegeven. U kunt voor het afdrukken
ook voorbeelden van foto's bekijken op het LCD-scherm.
Opmerking
Het LCD-scherm wordt uitgeschakeld als het apparaat ongeveer 5 minuten niet wordt
gebruikt. Druk op een willekeurige knop (met uitzondering van de knop AAN) of voer een
afdruktaak uit als u het LCD-scherm weer wilt inschakelen.
(4) Papiersteun
Trek de steun uit en kantel hem iets achterover als u papier in de achterste lade wilt plaatsen.
(5) Papiergeleiders
Schuif de geleiders tegen beide zijden van de stapel papier aan.
(6) Achterste lade
Plaats in deze lade het papier dat u voor het apparaat wilt gebruiken (u kunt verschillende formaten of
soorten papier gebruiken). Er kunnen twee of meer vellen papier van hetzelfde formaat en type tegelijk
worden geplaatst. Het papier wordt automatisch met één vel tegelijk ingevoerd.
Zie Papier plaatsen .
(7) Klepje van de kaartsleuf
Open deze klep voor het plaatsen van een geheugenkaart.
Zie Geheugenkaarten plaatsen .
(8) Infraroodpoort
Gebruik deze poort om af te drukken vanaf een mobiele telefoon met draadloze infraroodcommunicatie.
Hoofdonderdelen
Zie Foto's afdrukken vanaf een draadloos communicatieapparaat .
(9) Poort voor Direct afdrukken
Sluit hier een PictBridge-compatibel apparaat aan, zoals een digitale camera of de optionele Bluetootheenheid BU30*, als u rechtstreeks wilt afdrukken.
Zie Foto's rechtstreeks afdrukken vanaf een mobiele telefoon of digitale camera .
U kunt ook een USB-flashstation in deze poort plaatsen om gescande gegevens op het station op te slaan.
Zie Gescande gegevens opslaan.
* De Bluetooth-eenheid is niet beschikbaar in bepaalde landen of regio's, afhankelijk van de lokale wet- en
regelgeving. Neem contact op met de plaatselijke helpdesk van Canon voor meer informatie.
Waarschuwing
Sluit geen andere apparaten dan PictBridge-compatibele apparaten, de optionele Bluetootheenheid BU-30 of USB-flashstations aan op de poort voor Direct afdrukken van het
apparaat. Als u andere apparaten op deze poort aansluit, kan dit brand, elektrische
schokken of schade aan het apparaat veroorzaken.
Let op
Raak het metalen omhulsel niet aan.
(10) Papieruitvoerlade
Deze lade wordt automatisch geopend als het afdrukken of kopiëren wordt gestart en er afgedrukt papier
wordt uitgevoerd.
(11) Verlengstuk van de uitvoerlade
Open het verlengstuk als u de afdrukken wilt ondersteunen. U kunt het verlengstuk zowel bij het afdrukken
als het kopiëren gebruiken.
(12) Glasplaat
Plaats hier het origineel dat u wilt kopiëren of scannen.
(13) Cassette
Plaats een vel normaal papier van A4,-, B5,-, A5,- of Letter-formaat en voer de cassette in het apparaat in.
Er kunnen twee of meer vellen papier van hetzelfde formaat tegelijk worden geplaatst. Het papier wordt
automatisch met één vel tegelijk ingevoerd.
Zie Papier plaatsen .
(14) Detectieknop voor scaneenheid
Hiermee vergrendelt u de scaneenheid (printerklep) als de documentklep open is. Deze knop wordt
ingedrukt wanneer de Documentklep is gesloten, zodat u de Scaneenheid (klep) kunt openen. (U hoeft deze
knop niet aan te raken.)
Zie Scaneenheid (klep) voor meer informatie over de Scaneenheid (klep).
Achteraanzicht
Sivu 5/836
Hoofdonderdelen
(15) USB-poort
Sluit hier de USB-kabel aan om het apparaat met een computer te verbinden.
Let op
Raak het metalen omhulsel niet aan.
Belangrijk
De USB-kabel mag niet worden losgekoppeld of aangesloten terwijl het apparaat bezig is
met afdrukken of het scannen van originelen naar de computer.
(16) Achterklep
Til de papiersteun omhoog en maak de achterklep open om het vastgelopen papier te verwijderen.
(17) Netsnoeraansluiting
Hier kunt u het meegeleverde netsnoer aansluiten.
Binnenaanzicht
(18) Inktlampje
Dit lampje brandt of knippert rood om de status van de inkttank aan te geven.
Zie De inktstatus controleren .
(19) Printkopvergrendeling
Hiermee vergrendelt u de printkop.
Belangrijk
Trek deze vergrendeling niet omhoog na installatie van de printkop.
(20) Printkophouder
Hier installeert u de printkop.
(21) Scaneenheid (klep)
Deze eenheid wordt gebruikt voor het scannen van originelen. Open deze klep als u inkttanks wilt
vervangen, inktlampjes wilt controleren of vastgelopen papier uit het apparaat wilt verwijderen. Als u de
Sivu 6/836
Hoofdonderdelen
scaneenheid (klep) opent, moet de documentklep gesloten blijven.
(22) Binnenklep
Sluit deze klep wanneer u afdrukt op papier.
(23) Kaartsleuf
Hier kunt u een geheugenkaart plaatsen.
Zie Geheugenkaarten plaatsen .
(24) Indicatielampje
Dit lampje brandt of knippert om de status van de geheugenkaart aan te geven.
Zie Geheugenkaarten plaatsen .
Opmerking
Raadpleeg voor meer informatie over het plaatsen van de printkop en inkttanks de gedrukte
handleiding: Aan de Slag-gids .
Bedieningspaneel
(1) Knop AAN
Hiermee kunt u het apparaat aan- of uitzetten. De documentklep moet gesloten zijn als het apparaat wordt
aangezet.
Belangrijk
De stekker uit het stopcontact halen
Zet eerst het apparaat uit en controleer vervolgens of het Aan/uit-lampje uit is voordat u
de stekker uit het stopcontact haalt. Als de stekker uit het stopcontact wordt gehaald
terwijl het Aan/uit-knopje nog brandt of knippert, kan dit schade veroorzaken waardoor u
mogelijk niet meer accuraat kunt afdrukken omdat de printkop niet wordt beschermd.
(2) Knoppen die u kunt gebruiken om door de menu's op het LCD-scherm te
navigeren
Zie Navigeren door de menu's op het LCD-scherm .
(3) Knop Zwart
Hiermee start u afdrukken, kopiëren of scannen in zwart-wit.
(4) Knop Kleur
Hiermee start u afdrukken, kopiëren of afdrukken in kleur.
(5) Knop Stoppen
Hiermee annuleert u een afdruktaak tijdens de uitvoering.
(6) Alarmlampje
Dit lampje brandt of knippert in de kleur oranje als er een fout optreedt (het papier of de inkt is bijvoorbeeld
op).
(7) Knoppen [+] [-]
Hiermee geeft u het aantal exemplaren op dat u wilt kopiëren of afdrukken.
(8) Lampje [Power] (Aan/uit)
Dit lampje knippert en brandt vervolgens groen wanneer de printer wordt aangezet.
Sivu 7/836
Hoofdonderdelen
Sivu 8/836
(9) Knop OK
Hiermee selecteert u een menu of instelling. Zie Navigeren door de menu's op het LCD-scherm .
Hiermee verhelpt u fouten wanneer een afdruktaak wordt uitgevoerd of hervat u de normale werking van
het apparaat nadat u vastgelopen papier hebt verwijderd.
Naar boven
Navigeren door de menu's op het LCD-scherm
Sivu 9/836
Uitgebreide Handleiding
Probleemoplossing
Inhoud > Overzicht van het apparaat > Navigeren door de menu's op het LCD-scherm
Navigeren door de menu's op het LCD-scherm
U kunt het apparaat gebruiken om zonder computer verschillende soorten afdrukken te maken. U kunt
(Rechts),
het apparaat bedienen met het Easy-Scroll Wheel, met de knoppen
(Links),
(Omhoog),
(Omlaag), of met de knop OK op het bedieningspaneel om door menu's te navigeren of
instellingsitems te selecteren op het LCD-scherm.
In dit gedeelte worden de basishandelingen beschreven voor het navigeren door de menu's van het
startscherm en voor het selecteren van instellingsitems voor afdrukken.
Menu's op het startscherm selecteren
Het startscherm wordt weergegeven wanneer het apparaat wordt ingeschakeld of wanneer er op de
knop HOME wordt gedrukt.
Selecteer menu's op het startscherm om foto's van een geheugenkaart af te drukken, te kopiëren, of te
scannen.
1.
Druk op de knop HOME (A).
Het startscherm verschijnt.
2.
Draai het Easy-Scroll Wheel (B) om menu's te selecteren die u wilt gebruiken en
druk op de knop OK (C).
U kunt ook de knoppen
(Links) of
(Rechts) (D) gebruiken om het menu te selecteren.
Het geselecteerde menuscherm wordt weergegeven.
De volgende menu's zijn beschikbaar op het start scherm.
Kopiëren (Copy)
:
U kunt de schaal voor afdrukken aanpassen, dubbelzijdig
afdrukken of in verschillende indelingen afdrukken. Zie Kopiëren .
Navigeren door de menu's op het LCD-scherm
U kunt foto's afdrukken die zijn opgeslagen op een geheugenkaart
in uw digitale camera. Zie Afdrukken vanaf een geheugenkaart .
Geheugenkaart
(Memory card)
:
Fotoreproductie (Easy
U kunt afgedrukte foto's scannen en eenvoudig afdrukken. U kunt
ook het aantal afdrukken voor elke foto opgeven. Zie Foto's
afdrukken van afgedrukte foto's .
:
photo reprint)
U kunt het apparaat onderhouden of de apparaatinstellingen
wijzigen. Zie Vage afdrukken of onjuiste kleuren , De
papierinvoerrol reinigen , of Apparaatinstellingen.
Instellingen (Settings)
:
Foto-indexblad (Photo
index sheet)
Scannen (Scan)
Sivu 10/836
Met een foto-indexblad kunt u gemakkelijk foto's afdrukken die op
een geheugenkaart zijn opgeslagen. Zie Afdrukken met het fotoindexblad .
:
:
Met het bedieningspaneel kunt u gescande gegevens opslaan op
uw computer of op een geheugenkaart of USB-flashstation dat in
het apparaat is geplaatst. Zie Scannen .
Opmerking
Als u een geheugenkaart plaatst terwijl het startscherm of een ander scherm van de menu's
Kopiëren (Copy), Fotoreproductie (Easy photo reprint) en Instellingen (Settings) zijn weergegeven,
verandert het scherm naar het fotoselectiescherm in Selecteer en druk af (Select and print) van het
menu Geheugenkaart (Memory card).
Als u een andere functie dan Selecteer en druk af (Select and print) wilt selecteren drukt u op de
knop HOME en wordt het startscherm weergegeven.
Instellingsitems selecteren
Het weergegeven scherm is afhankelijk van het geselecteerde menu maar de handelingen zijn
hetzelfde.
In dit gedeelte wordt beschreven hoe u de afdrukkwaliteit kunt aanpassen met behulp van het
bevestigingsscherm voor afdrukken in Selecteer en druk af (Select and print) van het menu
Geheugenkaart (Memory card).
1.
Gebruik het Easy-Scroll Wheel (B) of de knoppen (Omhoog) of
om de afdrukkwaliteit te selectere en druk op de knop OK (C).
2.
Gebruik het Easy-Scroll Wheel of de knoppen (Omhoog) of
andere afdrukkwaliteit te selecteren en druk op de knop OK.
(Omlaag) (D)
(Omlaag) om een
U keert terug naar het bevestigingsscherm voor het afdrukken in Selecteer en druk af (Select and print).
Navigeren door de menu's op het LCD-scherm
Sivu 11/836
Overige handelingen
Items onder aan het LCD-scherm selecteren
U kunt de twee Functie-knoppen (E) gebruiken om items te selecteren aan de onderkant van het LCDscherm.
U kunt op de rechter Functie-knop drukken om het item aan de rechterkant te selecteren, en u kunt op de
linker Functie-knop drukken om het item aan de linkerkant te selecteren. Het item dat aan de onderkant
van het LCD-scherm wordt weergegeven is afhankelijk van het scherm.
Terug naar het vorige scherm
U kunt op de knop Terug (F) drukken om terug te keren naar het vorige scherm.
De veel gebruikte functies uitvoeren met Easy Operation
U kunt de knop NAVI (G) gebruiken om de veel gebruikte functies eenvoudig uit te voeren, door de
aanwijzingen op het scherm te volgen. Informatie over de functies en instructies voor het plaatsen van
het papier kunnen ook worden weergeven.
1.
Druk op de knop NAVI (G).
Het NAVIscherm verschijnt.
Opmerking
Wanneer u op de knop Terug drukt als het scherm NAVI verschijnt, wordt het start-scherm
weer weergegeven.
2.
Gebruik het Easy-Scroll Wheel of de knoppen
item te selecteren en druk op de knop OK.
(Omhoog) of
(Omlaag) om het
Volg de instructies op het LCD-scherm.
Kopiëren of afdrukken annuleren
U kunt ook tijdens de uitvoering van een afdruktaak op de knop Stop (H) drukken als u de afdruktaak of
kopieertaak wilt annuleren.
Naar boven
Afdrukken vanaf een geheugenkaart
Sivu 12/836
Uitgebreide Handleiding
Probleemoplossing
Inhoud > Afdrukken vanaf een geheugenkaart
Afdrukken vanaf een geheugenkaart
U kunt voorbeelden van alle foto's die zijn gemaakt met de digitale camera weergeven op het LCDscherm en de foto's afdrukken.
Er zijn ook handige functies om miniaturen van foto's die zijn opgeslagen op de geheugenkaart af te
drukken op papier van het formaat A4 of Letter en foto's selecteren die u wilt afdrukken. Vervolgens kunt
u uw favoriete foto's afdrukken in een bepaalde indeling.
Foto's op een geheugenkaart afdrukken
Items instellen
Verschillende functies gebruiken
Foto's afdrukken in verschillende indelingen
De weergave wijzigen
Deel van een foto bijsnijden/Foto's zoeken op een bepaalde datum
Afbeeldingen corrigeren
Geheugenkaarten plaatsen
Voordat u de geheugenkaart plaatst
Geheugenkaarten plaatsen
De geheugenkaart uit de sleuf halen
Naar boven
Foto's op een geheugenkaart afdrukken
Sivu 13/836
Uitgebreide Handleiding
Probleemoplossing
Inhoud > Afdrukken vanaf een geheugenkaart > Foto's op een geheugenkaart afdrukken
Foto's op een geheugenkaart afdrukken
Voorbeelden van alle foto's die op de geheugenkaart zijn opgeslagen weergeven op het LCD-scherm en
de foto's afdrukken.
In dit gedeelte wordt de procedure omschreven. Daarbij worden de instellingen voor het afdrukken van
foto's zonder rand op papier van 4" x 6"/10 x 15 cm als voorbeeld gebruikt.
Raadpleeg voor de bediening de opmerkingen en de bedieningsprocedure die op de referentiepagina
worden beschreven.
U moet het volgende voorbereiden:
Een geheugenkaart waar foto's op staan. Zie Voordat u de geheugenkaart plaatst.
Papier om op af te drukken. Zie Mediumtypen die u kunt gebruiken .
1.
Bereid het afdrukken voor.
(1) Zet het apparaat aan.
Zie Bedieningspaneel .
(2) Plaats papier.
Zie Papier plaatsen .
In dit voorbeeld plaatsen we fotopapier van 4" x 6" / 10 x 15 cm in de achterste lade.
Foto's op een geheugenkaart afdrukken
Sivu 14/836
Opmerking
Plaats gewoon papier van A4, of Letter-formaat in de cassette. Plaats andere formaten of
typen papier in de achterste lade.
(3) Open de papieruitvoerlade voorzichtig en trek de verlenging van de uitvoerlade
uit.
2.
Hier kunt u een geheugenkaart plaatsen.
(1) Selecteer Geheugenkaart (Memory card)
OK.
in het scherm HOME en druk op
Zie Menu's op het startscherm selecteren .
(2) Controleer of Selecteer en druk af (Select and print)
op OK.
is geselecteerd en druk
(3) Plaats een geheugenkaart met de labelzijde naar links in de kaartsleuf.
Zie Geheugenkaarten plaatsen voor meer informatie over de typen geheugenkaarten die u kunt gebruiken
en de opening voor de geheugenkaart op het apparaat.
Het scherm voor fotoselectie wordt weergegeven.
Opmerking
U kunt het scherm voor fotoselectie ook weergeven in Selecteer en druk af (Select and
print) door een geheugenkaart te plaatsen terwijl het startscherm of een ander scherm
van de menu's Kopiëren (Copy), Fotoreproductie (Easy photo reprint) en Instellingen
(Settings) wordt weergegeven.
U kunt ook andere handige afdrukfuncties selecteren dan Selecteer en druk af (Select and
print).
Zie Verschillende functies gebruiken .
Als Schrijfbaar van pc (Writable from PC) is geselecteerd in Lees-/schrijfkenmerk (Read/
write attribute) van Geavanceerde instellingen (Advanced settings) onder
Apparaatinstellingen (Device settings), kunt u geen afbeeldingsgegevens afdrukken van
de geheugenkaart met het bedieningspaneel. Stel Lees-/schrijfkenmerk (Read/write
attribute) in op Niet beschrijfb. van pc (Not writable from PC).Raadpleeg voor meer
informatie de on line handleiding: Uitgebreide Handleiding .
3.
Selecteer de foto's die u wilt afdrukken.
(1) Selecteer met het Easy-Scroll Wheel of de knop
die u wilt afdrukken.
Opmerking
(links) of
(rechts) de foto
Foto's op een geheugenkaart afdrukken
Sivu 15/836
wordt mogelijk weergegeven op het LCD-scherm bij het lezen van foto's. Als u het
(links) of
(rechts) gebruikt om de foto weer te
Easy-Scroll Wheel of de knop
geven terwijl
wordt weergegeven op het LCD-scherm, wordt de gewenste foto
wellicht niet geselecteerd.
(2) Druk op de knop [+] of [-] om het aantal exemplaren op te geven.
(3) Herhaal stappen (1) en (2) voor elke foto waarvoor u het aantal afdrukken wilt
opgeven.
Opmerking
Overige opties
Zie De weergave wijzigen om de weergave van foto's te wijzigen.
Zie Deel van een foto bijsnijden/Foto's zoeken op een bepaalde datum als u een deel van
een foto wilt bijsnijden (Bijsnijden (Trimming)).
Zie Deel van een foto bijsnijden/Foto's zoeken op een bepaalde datum als u naar foto's wilt
zoeken op een bepaalde datum (Zoeken (Search)).
(4) Druk op OK.
Het bevestigingsscherm voor afdrukken verschijnt.
4.
Start het afdrukken.
(1) Controleer het paginaformaat, het mediumtype, de afdrukkwaliteit, enzovoort.
Hier wordt gecontroleerd of 4"x6" (10x15cm) is geselecteerd voor Paginaformaat (Page size) en het type
geplaatste fotopapier is geselecteerd bij Mediumtype (Media type).
Als u de instellingen wilt wijzigen, gebruikt u het Easy-Scroll Wheel of de knoppen
(omlaag) om het item te selecteren dat u wilt wijzigen en drukt u op de knop OK.
(omhoog) of
Zie Instellingsitems selecteren en Items instellen.
Opmerking
Als Gewoon papier (Plain paper) is geselecteerd voor Mediumtype (Media type) en A4 of
LTR(8,5"x11") (8.5"x11" (LTR)) voor Paginaformaat (Page size), wordt Cassette
weergegeven voor Papierbron (Paper source).
Wanneer andere papiersoorten zijn geselecteerd wordt de Achterste lade (Rear tray)
aangegeven.
Controleer of het geselecteerde papier in de juiste papierbron geladen is.
(2) Controleer het aantal vellen fat moet worden gebruikt voor het afdrukken van de
geselecteerde foto's.
(3) Druk op de functieknop aan de rechterzijde (B) om Controleer foto (Check
photo) te selecteren en controleer de geselecteerde foto's en het aantal
exemplaren van elke foto.
Druk op OK om terug te keren naar het bevestigingsvenster voor afdrukken.
Foto's op een geheugenkaart afdrukken
(4) Druk op Kleur.
Het apparaat begint foto's af te drukken.
Opmerking
U kunt foto's automatisch of handmatig corrigeren als u op de functie knop aan de linkerzijde
(A) drukt om Geavanceerd (Advanced) te selecteren. Het apparaat is standaard ingesteld
voor automatisch corrigeren van foto's. Zie Verschillende functies gebruiken .
Druk op de knop Stoppen om het afdrukken te annuleren.
Het afdrukken wordt niet gestart als u op de knop Zwart drukt.
U kunt het menu Geheugenkaart (Memory card) weergeven en andere handige afdrukfuncties
selecteren als u op de knop Zwart drukt nadat het afdrukken is voltooid.
Als u op de knop HOME drukt of de geheugenkaart verwijdert, wordt het startscherm
weergegeven.
Zie De geheugenkaart uit de sleuf halen als u de geheugenkaart wilt verwijderen.
Items instellen
Het bevestigingsvenster voor afdrukken in Selecteer en druk af (Select and print) wordt zoals hieronder
weergegeven:
(1) Paginaformaat (Page size)
Selecteer het paginaformaat van het papier waarmee u wilt afdrukken: 4"x6" (10x15cm), A4, enzovoort.
(2) Mediumtype (Media type)
Selecteer het mediumtype van het papier waarmee u wilt afdrukken: Glossy Extra II (Plus Glossy II),
Gewoon papier (Plain paper), enzovoort.
Opmerking
Als u niet het juiste papierformaat en mediumtype selecteert, wordt het papier mogelijk
vanuit de verkeerde papierbron ingevoerd of drukt het apparaat mogelijk niet af met de
juiste afdrukkwaliteit. Zie Papierbron voor het laden van papier .
(3) Afdrukkwaliteit (Print quality)
Pas de afdrukkwaliteit aan: Hoog (Kwaliteit heeft prioriteit) (High(quality-priority)) of Standaard (Standard).
(4) Zonder marge (Borderless print)
Selecteer afdrukken met of zonder rand: Met randen (Bordered) of Zonder randen (Borderless).
Opmerking
Als Gewoon papier (Plain paper) is geselecteerd voor Mediumtype (Media type), kunt u
Zonder marges (Borderless) niet selecteren.
(5) Papierbron (Paper source)
De papierbron voor het geselecteerde paginaformaat en mediumtype verschijnen op het scherm.
Wanneer gewoon papier van A4- of Letter-formaat is geselecteerd, wordt Cassette weergegeven.
Wanneer andere papiersoorten zijn geselecteerd wordt de Achterste lade (Rear tray) aangegeven.
Controleer of het geselecteerde papier in de papierbron geladen is die op scherm is weergegeven.
Raadpleeg voor meer informatie over de instellingen van de papierbron de on line handleiding: Uitgebreide
Handleiding .
Opmerking
De instellingen van het paginaformaat, het mediumtype, de afdrukkwaliteit, afdrukken zonder
rand, de afbeeldingscorrectie, enzovoort, blijven behouden en deze instellingen worden
weergegeven wanneer het menu Geheugenkaart (Memory card) weer wordt geselecteerd,
zelfs als het apparaat wordt uitgeschakeld en weer ingeschakeld.
Bepaalde combinaties van items kunnen niet worden opgegeven, afhankelijk van de functie.
Sivu 16/836
Foto's op een geheugenkaart afdrukken
Sivu 17/836
Afdrukken met foto-indexblad
Miniaturen van foto's worden afgedrukt op papier van A4- of Letter-formaat (het afgedrukte blad wordt een
foto-indexblad genoemd). Op dit blad kunt u foto's selecteren, het aantal exemplaren, het paginaformaat
enz. en deze vervolgens afdrukken.
Selecteer Foto-indexblad (Photo index sheet)
sheet print)
in het scherm HOME en Afdruk foto-indexbl. (Index
. Raadpleeg de on line handleiding voor meer informatie over de bediening: Uitgebreide
Handleiding.
Naar boven
Verschillende functies gebruiken
Sivu 18/836
Uitgebreide Handleiding
Probleemoplossing
Inhoud > Afdrukken vanaf een geheugenkaart > Verschillende functies gebruiken
Verschillende functies gebruiken
In dit gedeelte worden een paar handige functies van het menu Geheugenkaart (Memory card)
beschreven.
Raadpleeg voor meer informatie de on line handleiding: Uitgebreide Handleiding .
Foto's afdrukken in verschillende indelingen
U kunt verschillende indelingen selecteren in het menu Geheugenkaart (Memory card). U kunt ook DPOF
print selecteren.
<Layout print> (Indeling afdr.)
Sticker (Sticker print)
Foto-index afdrukken
Alle foto's afdrukken
ID-foto's afdrukken
Kalender afdrukken
Afdruk opgenomen info
De weergave wijzigen
U kunt de weergave van foto's wijzigen door op de functieknop aan de linkerzijde te drukken als Wijzig
weergave (Change display) onder aan het scherm wordt weergegeven. U kunt ook Diashow (Slide
show) selecteren.
Miniatuurweergave
(Thumbnail display)
Weergave voll. scherm (Fullscreen display)
Vergrote weergave
(Enlarged display)
Deel van een foto bijsnijden/Foto's zoeken op een bepaalde
datum
U kunt de functie opgeven door op de functieknop aan de rechterzijde te drukken als Bewerken (Edit)
onder aan het scherm wordt weergegeven.
Verschillende functies gebruiken
Breed (16:9) (Wide (16:9))
Sivu 19/836
Normaal (4:3) (Standard (4:3))
Bijsnijden
Zoeken (Search)
Afbeeldingen corrigeren
U kunt afbeeldingen corrigeren met de functieknop aan de linkerzijde wanneer Geavanceerd (Advanced)
onder aan het scherm wordt weergegeven. U kunt afbeeldingen automatisch of handmatig aanpassen,
zoals de helderheid, het contrast en kleurtint aanpassen of effecten toevoegen aan afbeeldingen.
Auto. fotocorr. AAN (Auto photo fix ON) (standaardinstelling)
Naar boven
Geheugenkaarten plaatsen
Sivu 20/836
Uitgebreide Handleiding
Probleemoplossing
Inhoud > Afdrukken vanaf een geheugenkaart > Geheugenkaarten plaatsen
Geheugenkaarten plaatsen
Voordat u de geheugenkaart plaatst
De volgende soorten geheugenkaarten en afbeeldingsgegevens zijn compatibel met het apparaat.
Belangrijk
Als u foto's hebt gemaakt of opgeslagen op een type geheugenkaart waarvan niet wordt
gegarandeerd dat deze kan worden gebruikt in uw digitale camera, kunnen de
afbeeldingsgegevens mogelijk niet door dit apparaat worden gelezen of kunnen ze beschadigd
raken. Raadpleeg de instructiehandleiding bij uw digitale camera voor meer informatie over
geheugenkaarten waarvan de garantie wordt gegeven dat ze werken met uw digitale camera.
Formatteer de geheugenkaart met een digitale camera die voldoet aan de DCF 1.0/2.0-standaard
(Design rule for Camera File system). De geheugenkaart is mogelijk ongeschikt voor het apparaat
als de kaart is geformatteerd op een computer.
Geheugenkaarten waarvoor geen kaartadapter nodig is
SD Secure Digital-geheugenkaart
SDHC-geheugenkaart
MultiMediaCard (ver.4.1)
MultiMediaCard Plus (ver.4.1)
Compact Flash (CF) Card
Ondersteunt type I/II (3,3 V)
Microdrive
Memory Stick
Memory Stick PRO
Memory Stick Duo
Memory Stick PRO Duo
Geheugenkaarten waarvoor een kaartadapter nodig is
Belangrijk
Zorg dat u de speciale kaartadapters aan de volgende geheugenkaarten bevestigt voordat u de
kaart in de sleuf plaatst.
Als u een van de volgende geheugenkaarten zonder de kaartadapter in de kaartsleuf plaatst, kunt u
de geheugenkaart mogelijk niet meer uit de kaartsleuf verwijderen. Raadpleeg in dat geval het
gedeelte ' Probleemoplossing' in de on line handleiding: Uitgebreide Handleiding .
miniSD Card *1
miniSDHC Card *1
microSD Card *1
microSDHC Card *1
xD-Picture Card *2
xD-Picture Card Type M *2
xD-Picture Card Type H *2
RS-MMC (ver.4.1) *3
Memory Stick Micro *4
Geheugenkaarten plaatsen
*1 Gebruik de speciale SD Card-adapter.
*2 U dient een afzonderlijke Compact Flash-kaartadapter voor xD-Picture Card aan te schaffen.
*3 Gebruik de speciale kaartadapter.
*4 Gebruik de speciale Memory Stick Micro Duo size-adapter.
Afdrukbare beeldgegevens
Dit apparaat ondersteunt afbeeldingen gemaakt met digitale camera's die voldoen aan de DCF 1.0/2.0standaard (Design rule for Camera File system) (compatibel met Exif 2.2/2.21, inclusief TIFF, enzovoort).
Andere typen afbeeldingen of films, zoals RAW-afbeeldingen, kunnen niet worden afgedrukt.
Geheugenkaarten plaatsen
Let op
Als u een geheugenkaart in de kaartsleuf plaatst, gaat het Indicatielampje branden. Als het
Indicatie -lampje knippert, is het apparaat bezig met het lezen van de geheugenkaart. Raak het
gebied rondom de kaartsleuf dan niet aan.
Opmerking
Als Beschrijfbaar van pc (Writable from PC) is geselecteerd bij Lees-/schrijfkenmerk (Read/write
attribute) van Geavanceerde instellingen (Advanced settings) onder Apparaatinstellingen (Device
settings) in het menu Instellingen (Settings), kunt u geen afbeeldingsgegevens op de geheugenkaart
afdrukken of gescande gegevens opslaan op de geheugenkaart met het bedieningspaneel. Nadat u
de kaartsleuf als het geheugenkaartstation van de computer hebt gebruikt, verwijdert u de
geheugenkaart en stelt u het Lees-/schrijfkenmerk (Read/write attribute) in op Niet schrijfbaar vanaf
pc (Not writable from PC).Raadpleeg voor meer informatie de on line handleiding: Uitgebreide
Handleiding .
Wanneer u een computer gebruikt om foto's op een geheugenkaart te bewerken of verbeteren,
moet u de foto's vanaf de computer afdrukken. Als u het bedieningspaneel gebruikt, worden de
foto's mogelijk niet goed afgedrukt.
1.
Bereid de geheugenkaart voor.
Bevestig een speciale kaartadapter als dat nodig is voor uw geheugenkaart.
Zie Geheugenkaarten waarvoor een kaartadapter nodig is .
2.
Zet het apparaat aan en open het klepje van de kaartsleuf.
3.
Plaats één geheugenkaart in de kaartsleuf.
Waar u de geheugenkaart plaatst, verschilt per type geheugenkaart. Plaats de geheugenkaart recht in de
kaartsleuf MET HET LABEL AAN DE LINKERZIJDE, op de plaats die is aangegeven in de onderstaande afbeelding
.
Sivu 21/836
Geheugenkaarten plaatsen
Sivu 22/836
Wanneer de geheugenkaart juist is geplaatst, begint het indicatie lampje (A) te branden.
Bevestig de kaartadapter indien uw geheugenkaart hieronder is gemarkeerd met een
kaart in de kaartsleuf.
Voor Memory Stick Duo, Memory Stick PRO Duo of Memory Stick Micro
(sterretje) en plaats de
:
Voor SD Secure Digital-geheugenkaart, SDHC-geheugenkaart, miniSD Card , miniSDHC Card ,
microSD Card , microSDHC Card , Memory Stick, Memory Stick PRO, MultiMediaCard (ver.4.1),
MultiMediaCard Plus (ver.4.1) of RS-MMC (ver.4.1) :
Voor Compact Flash (CF), Microdrive, xD-Picture Card
Card Type H :
, xD-Picture Card Type M
of xD-Picture
Let op
Een gedeelte van de geheugenkaart steekt uit de kaartsleuf. Dit hoort zo. Probeer de kaart niet
met kracht verder in de sleuf te duwen. Hiermee kunt u het apparaat of de geheugenkaart
beschadigen.
Controleer of u de geheugenkaart op de juiste manier in de kaartsleuf plaatst. Als u de
geheugenkaart in de kaartsleuf duwt terwijl de kaart verkeerd is geplaatst, beschadigt u
mogelijk de kaart en/of het apparaat.
Belangrijk
Plaats niet meer dan één geheugenkaart tegelijk.
4.
Sluit het klepje van de kaartsleuf.
De geheugenkaart uit de sleuf halen
Belangrijk
Als u de kaartsleuf gebruikt als een geheugenkaartstation voor de computer, moet u een 'veilige
verwijdering' uitvoeren op de computer voordat u de geheugenkaart uit het apparaat verwijdert.
- Klik in Windows met de rechtermuisknop op het pictogram van de verwisselbare schijf en klik op
Uitwerpen (Eject). Als Uitwerpen (Eject) niet op het scherm wordt weergegeven, controleert u of
het indicatie lampje brandt en verwijdert u de geheugenkaart.
- In Macintosh sleept u
1.
(toegewezen station) naar de Prullenmand.
Open het klepje van de kaartsleuf.
Geheugenkaarten plaatsen
2.
Sivu 23/836
Controleer of het indicatie -lampje brandt en verwijder de geheugenkaart.
Pak de geheugenkaart vast bij het gedeelte dat uit het apparaat steekt en trek de kaart recht uit de sleuf.
Let op
Verwijder de geheugenkaart niet wanneer het indicatie-lampje knippert. Het indicatie-lampje
knippert wanneer het apparaat gegevens leest van of schrijft naar de geheugenkaart. Als u
de geheugenkaart verwijdert of het apparaat uitschakelt terwijl het indicatie- -lampje knippert,
kunnen de gegevens die zijn opgeslagen op de geheugenkaart, beschadigd raken.
3.
Sluit het klepje van de kaartsleuf.
Naar boven
Kopiëren
Sivu 24/836
Uitgebreide Handleiding
Probleemoplossing
Inhoud > Kopiëren
Kopiëren
U kunt diverse methoden gebruiken voor kopiëren zoals vergroten/verkleinen of twee originele pagina's
naar één vel papier kopiëren.
Kopieën maken
Items instellen
Verschillende kopieerfuncties gebruiken
Naar boven
Kopieën maken
Sivu 25/836
Uitgebreide Handleiding
Probleemoplossing
Inhoud > Kopiëren > Kopieën maken
Kopieën maken
In dit gedeelte worden de basishandelingen beschreven. Hierbij worden de instellingen voor het
kopiëren van een document van A4-formaat op gewoon papier als voorbeeld genomen.
Raadpleeg voor de bediening de opmerkingen en de bedieningsprocedure die op de referentiepagina
worden beschreven.
U moet het volgende voorbereiden:
Originelen om te kopiëren. Zie Originelen die u kunt plaatsen .
Papier om op af te drukken. Zie Mediumtypen die u kunt gebruiken .
1.
Bereid het kopiëren voor.
(1) Zet het apparaat aan.
Zie Bedieningspaneel .
Kopieën maken
Sivu 26/836
(2) Plaats papier.
Zie Papier plaatsen .
In dit voorbeeld plaatsen we gewoon A4-papier in de cassette.
Opmerking
Plaats gewoon papier van A4, B5, A5 of Letter-formaat in de cassette. Plaats andere
formaten of typen papier in de achterste lade.
(3) Open de papieruitvoerlade voorzichtig en trek de verlenging van de uitvoerlade
uit.
(4) Controleer of Kopiëren (Copy)
op de knop OK.
is geselecteerd in het scherm HOME en druk
Zie Menu's op het startscherm selecteren .
(5) Plaats een origineel op de glasplaat.
Plaats het origineel met de te kopiëren zijde naar beneden en lijn het uit met de positiemarkering, zoals
hieronder wordt weergegeven.
Zie Orginelen plaatsen om te kopiëren of scannen .
2.
Begin met kopiëren.
(1) Controleer het paginaformaat, het mediumtype, de vergroting, enzovoort.
We controleren of 100% is geselecteerd bij Vergroting (Magnification), A4 voor Paginaformaat (Page size)
en Gewoon papier (Plain paper) voor Mediumtype (Media type).
Als u de instellingen wilt wijzigen, gebruikt u het Easy-Scroll Wheel of de knoppen
(Omlaag) om het item te selecteren dat u wilt wijzigen en drukt u op de knop OK.
(Omhoog) of
Zie Instellingsitems selecteren en Items instellen.
Opmerking
Als Gewoon papier (Plain paper) is geselecteerd voor Mediumtype (Media type) A4, B5,
A5 of LTR(8,5"x11") (8.5"x11" (LTR)) voor Paginaformaat (Page size), wordt Cassette
Kopieën maken
weergegeven voor Papierbron (Paper source).
Wanneer andere papiersoorten zijn geselecteerd wordt de Achterste lade (Rear tray)
aangegeven.
Controleer of het geselecteerde papier in de juiste papierbron geladen is.
U kunt het afdrukvoorbeeld controleren door op de rechter Functie -knop (B) te drukken
om Voorbeeld (Preview) te selecteren. Raadpleeg de online handleiding: Uitgebreide
Handleiding .
U kunt verschillende kopieerfuncties selecteren zoals Dubbelzijdige kopie (Two-sided
copy), Kopie zonder marges (Borderless copy), 2 op 1 kopie (2-on-1 copy) en Kader
wissen (Frame erase), als u op de functietoets aan de linkerzijde drukt (A) om Speciale
kopie (Special copy) te selecteren. Zie Verschillende kopieerfuncties gebruiken .
(2) Druk op de knop [+] of [-] om het aantal exemplaren op te geven.
(3) Druk op de knop Kleur als u in kleur wilt kopiëren of op de knop Zwart als u in
zwart-wit wilt kopiëren.
Het apparaat begint met kopiëren.
Verwijder de originelen van de glasplaat nadat het kopiëren is voltooid.
Belangrijk
Open de documentklep niet en verplaats het origineel niet totdat het kopiëren is voltooid.
Opmerking
Druk op knop Stop om het kopiëren te annuleren.
Herhaal de procedures van (5) in stap 1 en volgende om nog een origineel te kopiëren.
U kunt het menu Kopiëren (Copy) verlaten en een ander menu selecteren door op de knop
HOME te drukken.
Items instellen
(1) Vergroting (Magnification)
Kies de methode voor verkleinen/vergroten. U kunt de schaal voor kopiëren opgeven door het optionele
nummer of het paginaformaat te selecteren: A4 tot 8,5 x11 inch, A4 tot B5, enzovoort Als u het
paginaformaat niet wilt vergroten/verkleinen selecteert u 100%.Raadpleeg voor meer informatie de on line
handleiding: Uitgebreide Handleiding .
(2) Intensiteit (Intensity)
Geef de intensiteit op wanneer u een kopie wilt maken die donkerder/lichter moet worden. U kunt de
intensiteit ook zo instellen dat deze zich automatisch aanpast aan het het origineel. Raadpleeg voor meer
informatie de on line handleiding: Uitgebreide Handleiding .
(3) Paginaformaat (Page size)
Selecteer het paginaformaat van het papier waarmee u wilt afdrukken: A4, 8,5"x11" (LTR), enzovoort.
(4) Mediumtype (Media type)
Selecteer het mediumtype van het papier waarmee u wilt afdrukken: Gewoon papier (Plain paper), Glossy
Extra II (Plus Glossy II), enzovoort.
Opmerking
Als u niet het juiste papierformaat en mediumtype selecteert, wordt het papier mogelijk
vanuit de verkeerde papierbron ingevoerd of drukt het apparaat mogelijk niet af met de
juiste afdrukkwaliteit. Zie Papierbron voor het laden van papier .
(5) Afdrukkwaliteit (Print quality)
Pas de afdrukkwaliteit aan op basis van het origineel dat u wilt kopiëren: Hoog (Kwaliteit heeft prioriteit)
(High(quality-priority)), Normaal (Standard), enzovoort. De beschikbare instellingen voor afdrukkwaliteit zijn
afhankelijk van het papier dat is geselecteerd in Mediumtype (Media type).
(6) Papierbron (Paper source)
De papierbron voor het geselecteerde paginaformaat en mediumtype verschijnen op het scherm.
Sivu 27/836
Kopieën maken
Sivu 28/836
Wanneer gewoon papier van A4-, B5-, A5-, of Letter-formaat is geselecteerd, wordt Cassette
weergegeven.
Wanneer andere papiersoorten zijn geselecteerd wordt de Achterste lade (Rear tray) aangegeven.
Controleer of het geselecteerde papier in de papierbron geladen is die op scherm is weergegeven.
Raadpleeg voor meer informatie over de instellingen van de papierbron de on line handleiding: Uitgebreide
Handleiding .
Opmerking
De instellingen van het paginaformaat, het mediumtype, de afdrukkwaliteit en de automatische
intensiteit, enzovoort, blijven behouden en deze instellingen worden weergegeven wanneer
het menu Kopiëren (Copy) weer wordt geselecteerd, zelfs als het apparaat wordt
uitgeschakeld en weer ingeschakeld.
Bepaalde combinaties van items kunnen niet worden opgegeven, afhankelijk van de functie.
Als u Snel (snelh. prior.) (Fast (speed-priority)) selecteert in combinatie met het mediumtype
Gewoon papier (Plain paper) en de kwaliteit is lager dan u had verwacht, selecteert u Normaal
(Standard) of Hoog (kwalit. prior.) (High (quality-priority)) en probeert u het opnieuw.
Wanneer u zwart-witkopieën maakt met de knop Zwart , selecteert u Hoog (Kwaliteit heeft
prioriteit) (Hight (quality-priority)) als afdrukkwaliteit om te kopiëren in grijstinten. Met grijstinten
wordt een scala aan grijstonen gebruikt in plaats van alleen zwart en wit.
Naar boven
Verschillende kopieerfuncties gebruiken
Sivu 29/836
Uitgebreide Handleiding
Probleemoplossing
Inhoud > Kopiëren > Verschillende kopieerfuncties gebruiken
Verschillende kopieerfuncties gebruiken
U kunt kopiëren met behulp van diverse functies als u op de linker Functie-knop drukt om Speciale kopie
(Special copy) te selecteren aan de onderkant van het scherm Kopiëren (Copy).
Raadpleeg voor meer informatie de on line handleiding: Uitgebreide Handleiding .
Dubbelzijdige kopie (Two-sided copy)
Kopie zonder marges (Borderless copy)
2 op 1 kopie (2-on-1 copy)
4 op 1 kopie (4-on-1 copy)
Beeldherhaling (Image repeat)
Kader wissen (Frame erase)
Bijsnijden
Maskeren (Masking)
Naar boven
Foto's afdrukken van afgedrukte foto's
Sivu 30/836
Uitgebreide Handleiding
Probleemoplossing
Inhoud > Foto's afdrukken van afgedrukte foto's
Foto's afdrukken van afgedrukte foto's
U kunt afgedrukte foto's opnieuw afdrukken met verschillende indelingen.
Afgedrukte foto's opnieuw afdrukken
Verschillende functies gebruiken
Foto's afdrukken in verschillende indelingen
Afbeeldingen corrigeren
Naar boven
Afgedrukte foto's opnieuw afdrukken
Sivu 31/836
Uitgebreide Handleiding
Probleemoplossing
Inhoud > Foto's afdrukken van afgedrukte foto's > Afgedrukte foto's opnieuw afdrukken
Afgedrukte foto's opnieuw afdrukken
U kunt afgedrukte foto's opnieuw afdrukken.
In dit gedeelte wordt de procedure omschreven. Daarbij worden de instellingen voor het afdrukken van
afgedrukte foto's op papier van 4" x 6"/10 x 15 cm als voorbeeld gebruikt.
Opmerking
U kunt geen gescande afbeeldingen opslaan met deze functie. Gebruik de computer om
afbeeldingen te scannen en op te slaan.
Raadpleeg voor meer informatie de on line handleiding: Uitgebreide Handleiding .
U moet het volgende voorbereiden:
Afgedrukte foto's.
Papier om op af te drukken. Zie Mediumtypen die u kunt gebruiken .
1.
Tref de voorbereidingen voor het opnieuw afdrukken van afgedrukte foto's.
(1) Zet het apparaat aan.
Zie Bedieningspaneel .
(2) Plaats papier.
Zie Papier plaatsen .
In dit voorbeeld plaatsen we fotopapier van 4" x 6" / 10 x 15 cm in de achterste lade.
(3) Open de papieruitvoerlade voorzichtig en trek de verlenging van de uitvoerlade
uit.
(4) Selecteer Fotoreproductie (Easy photo reprint)
op OK.
in het startscherm en druk
Wanneer het scherm met richtlijnen wordt weergegeven, drukt u nogmaals op OK.
2.
Plaats de foto's op de glasplaat om ze te scannen.
(1) Open de documentklep.
(2) Plaats de foto met de zijde die u wilt scannen NAAR BENEDEN op de glasplaat.
Afgedrukte foto's opnieuw afdrukken
Sivu 32/836
Zie Orginelen plaatsen om te kopiëren of scannen .
(A) Vier foto's op de glasplaat plaatsen
(B) Twee foto's op de glasplaat plaatsen
Opmerking
Plaats de foto('s) op minimaal 10 mm/0,4 inch afstand van de randen en in rechte lijn met
de randen van de glasplaat.
Als u twee of meer foto's tegelijk plaatst, houdt u een afstand van ten minste 10 mm/0,4
inch aan tussen de foto's. Als foto's dichter bij elkaar worden geplaatst, worden zij
mogelijk als één afbeelding gescand.
De functie voor het corrigeren van scheve foto's zorgt voor automatische compensatie
voor foto's die onder een hoek van maximaal 10 graden zijn geplaatst.
Scheve foto's met een lange zijde van 180 mm/7,1 inch of meer kunnen niet worden
gecorrigeerd.
op een voorbeeldscherm wordt weergegeven, controleert u de volgende punten
Als
en plaatst u de foto's nogmaals op de juiste manier om ze opnieuw te scannen.
- De hoek van de scheve foto's is niet te groot.
- De foto's zijn niet te dicht bij de randen van de glasplaat geplaatst.
Foto's die kleiner zijn dan ongeveer 25 vierkante mm/1 vierkante inch, worden niet correct
gescand.
De onderstaande typen foto's kunnen mogelijk niet correct worden gescand.
- Foto's die niet rechthoekig zijn of een afwijkende vorm hebben (zoals uitgeknipte foto's)
- Foto's die volledig wit zijn
- Foto's met witte randen
De randen van foto's met randen kunnen mogelijk niet correct worden gescand. Snijd de
foto's zo nodig bij. Raadpleeg de online handleiding: Uitgebreide Handleiding .
(3) Sluit de documentklep voorzichtig en druk op OK.
Het apparaat begint met scannen.
Belangrijk
De foto's worden opnieuw gescand voordat het afdrukken wordt gestart. Open de
documentklep niet en verplaats de geplaatste foto's niet voordat het afdrukken is voltooid.
3.
Geef het aantal exemplaren op.
(1) Zorg dat Selecteer en druk af (Select and print)
OK.
is geselecteerd en druk op
Opmerking
U kunt ook andere handige afdrukfuncties selecteren dan Selecteer en druk af (Select and
print).
Zie Verschillende functies gebruiken .
(2) Gebruik het Easy-Scroll Wheel of de knop
weer te geven die u wilt afdrukken.
(links) of
(rechts) om een foto
(3) Druk op de knop [+] of [-] om het aantal exemplaren op te geven.
Afgedrukte foto's opnieuw afdrukken
Opmerking
naast een foto op het scherm wordt weergegeven, is de foto mogelijk niet correct
Als
gescand. Druk op de knop Terug en druk op de functieknop aan de linkerzijde om Opn.
scannen (Rescan) te selecteren. Bevestig het bericht en herhaal de procedure vanaf stap
2 om de foto opnieuw te scannen.
Overige opties
Zie De weergave wijzigen om de weergave van foto's te wijzigen.
(Naast Normale schermweergave (Normal screen display) kunt u ook Weergave voll.
scherm (Full-screen display) en Vergrote weergave (Enlarged display) selecteren.)
Zie Deel van een foto bijsnijden/Foto's zoeken op een bepaalde datum als u een deel van
een foto wilt bijsnijden (Bijsnijden (Trimming)).
(4) Herhaal stappen (2) en (3) voor elke foto waarvoor u het aantal afdrukken wilt
opgeven.
(5) Druk op OK.
4.
Start het afdrukken.
(1) Controleer het paginaformaat, het mediumtype, de afdrukkwaliteit, enzovoort.
Hier wordt gecontroleerd of 4"x6" (10x15cm) is geselecteerd voor Paginaformaat (Page size) en het type
geplaatste fotopapier is geselecteerd bij Mediumtype (Media type).
Opmerking
Als u de instellingen wilt wijzigen, selecteert u het item en drukt u op OK. Zie Items instellen
.
De instellingen van het paginaformaat, het mediumtype, de afdrukkwaliteit, afdrukken
zonder rand, de afbeeldingscorrectie, enzovoort blijven behouden en deze instellingen
worden weergegeven wanneer het menu Fotoreproductie (Easy photo reprint) weer
wordt geselecteerd, zelfs als het apparaat wordt uitgeschakeld en weer ingeschakeld.
(2) Controleer het aantal vellen fat moet worden gebruikt voor het afdrukken van de
geselecteerde foto's.
Opmerking
U kunt foto's automatisch of handmatig corrigeren als u op de functieknop aan de
linkerzijde drukt om Geavanceerd (Advanced) te selecteren.
Zie Verschillende functies gebruiken .
(3) Druk op de knop Kleur om in kleur af te drukken of op de knop Zwart om in
zwart-wit af te drukken.
Het apparaat begint af te drukken.
Verwijder de foto's van de glasplaat nadat het afdrukken is voltooid.
Opmerking
Druk op de knop Stoppen om het afdrukken te annuleren.
U kunt het menu Fotoreproductie (Easy photo reprint) sluiten en een ander menu selecteren als
Sivu 33/836
Afgedrukte foto's opnieuw afdrukken
Sivu 34/836
u op de knop HOME drukt nadat het afdrukken is voltooid. Bevestig het bericht en selecteer Ja
(Yes) om de gescande afbeeldingsgegevens te verwijderen.
Naar boven
Verschillende functies gebruiken
Sivu 35/836
Uitgebreide Handleiding
Probleemoplossing
Inhoud > Foto's afdrukken van afgedrukte foto's > Verschillende functies gebruiken
Verschillende functies gebruiken
In dit gedeelte worden een paar handige functies van het menu Fotoreproductie (Easy photo reprint)
beschreven.
Raadpleeg voor meer informatie de on line handleiding: Uitgebreide Handleiding .
Foto's afdrukken in verschillende indelingen
U kunt een indeling selecteren en foto's op een andere manier afdrukken dan met Selecteer en druk af
(Select and print).
Sticker (Sticker print)
Alle foto's afdrukken
Afbeeldingen corrigeren
U kunt afbeeldingen corrigeren met de functieknop aan de linkerzijde wanneer Geavanceerd (Advanced)
onder aan het scherm wordt weergegeven. U kunt afbeeldingen automatisch of handmatig corrigeren
door bijvoorbeeld de helderheid, het contrast en de kleurtint aan te passen of vervagingscorrectie toe te
passen.
Helderheid
Contrast
Naar boven
Scannen
Sivu 36/836
Uitgebreide Handleiding
Probleemoplossing
Inhoud > Scannen
Scannen
Gescande gegevens kunt u naar uw computer sturen of met behulp van de meegeleverde
softwaretoepassing bewerken of verwerken en vervolgens opslaan. U kunt de gescande gegevens ook
opslaan op een USB-flashstation die in het apparaat is geplaatst.
Gescande gegevens opslaan
Gescande gegevens opslaan op het USB-flashstation
Het USB-flashstation plaatsen
Het USB-flashstation verwijderen
Naar boven
Gescande gegevens opslaan
Sivu 37/836
Uitgebreide Handleiding
Probleemoplossing
Inhoud > Scannen > Gescande gegevens opslaan
Gescande gegevens opslaan
Met het bedieningspaneel kunt u de gescande documenten of foto's opslaan op een USB-flashstation,
geheugenkaart of een computer. U kunt ook originele scannen met de computer.
In dit gedeelte wordt beschreven hoe u documenten kunt scannen en ze kunt opslaan op het USBflashstation als PDF-gegevens.
Raadpleeg de on line handleiding voor andere handelingen: Uitgebreide Handleiding . Hierin vindt u
gedetailleerde procedures om gescande afbeeldingen te corrigeren of ze af te drukken met
verschillende instellingen.
Belangrijk
Het is raadzaam regelmatig een back-up van de gegevens op de geheugenkaart of het USBflashstation te maken en deze op te slaan op een ander opslagmedium, voor het geval dat de
gegevens op de kaart per ongeluk verloren gaan.
Canon is niet aansprakelijk voor enige schade of verlies van gegevens om welke reden dan ook,
ook niet binnen de garantieperiode van het apparaat.
Gescande gegevens opslaan op het USB-flashstation
1.
Bereid een USB-flashstation voor.
(1) Zet het apparaat aan.
Zie Bedieningspaneel .
(2) Plaats een USB-flashstation in de poort voor Direct afdrukken.
Zie Het USB-flashstation plaatsen .
2.
Selecteer de scanbewerking.
(1) Selecteer Scannen (Scan)
in het startscherm en druk op de knop OK.
(links) of
(2) Selecteer met het Easy-Scroll Wheel of de knop
USB-flashstation (USB flash drive)
en druk op OK.
(rechts) het
Het scherm voor het selecteren van de bewerking wordt weergegeven.
(links) of
(rechts) het
(3) Selecteer met het Easy-Scroll Wheel of de knop
Opsln op USB-flash (Save to USB flash)
en druk op OK.
Het scherm met scaninstellingen verschijnt.
3.
Geef de scaninstellingen op.
(1) Controleer het documenttype, het scanformaat, de scanresolutie, enzovoort.
Hier wordt gecontroleerd of Document geselecteerd is voor Documenttype (Document type), A4 voor
Scanformaat (Scan size), en PDF voor Gegegvensindeling (Data format).
Als u de instellingen wilt wijzigen, gebruikt u het Easy-Scroll Wheel of de knoppen
(Omlaag) om het item te selecteren dat u wilt wijzigen en drukt u op de knop OK.
(Omhoog) of
Opmerking
Raadpleeg de on line handleiding Uitgebreide Handleiding voor meer informatie over de
Gescande gegevens opslaan
instellingen en Geavanceerd (Advanced) van de functie knop.
Als PDF is geselecteerd, kunnen maximaal 100 pagina's in één bestand worden
opgeslagen.
(2) Selecteer Volgende (Next) en druk op OK.
4.
Start het scannen.
(1) Bevestig het bericht, druk op OK en plaats een origineel op de glasplaat.
Zie Orginelen plaatsen om te kopiëren of scannen .
Opmerking
De formaten van de originelen die kunnen worden gescand zijn: A4, 8.5"x11" (LTR), 4"x6"
(10x15cm), en 5"x7" (13x18cm).
(2) Druk op de knop Kleur voor kleurenscans of op Zwart-wit voor zwartwitscannen.
Het apparaat begint met scannen.
(3) Controleer het voorbeeld van de gescande gegevens op het scherm.
Opmerking
Het voorbeeldscherm wordt niet weergegeven als Voorbeeld UIT (Preview OFF)
geselecteerd is in Geavanceerd (Advanced) in de procedure van (1) in stap 3.
Als u het origineel opnieuw wilt scannen, drukt u op de functie knop aan de linkerkant om
Opn. scannen (Rescan) te selecteren. Bevestig het bericht en scan het origineel opnieuw.
Als u de gescande gegevens 90 graden naar rechts wilt draaien, drukt u op de
functie knop aan de rechterkant om Draaien (Rotate) te selecteren.
(4) Druk op OK om de gescande gegevens op te slaan.
Het bericht "Scannen beëindigen? (End scanning?" wordt weergegeven nadat het scannen is voltooid.
(5) Selecteer Beëindigen (End) en druk op OK.
Verwijder de originelen van de glasplaat nadat het scannen is voltooid.
Opmerking
Als u een document met meerdere pagina's wilt scannen in één bestand, selecteert u
Doorgaan (Continue) en drukt u op OK. Plaats de volgende pagina op de glasplaat en
herhaal de procedures van (2) in stap 4.
Herhaal dezelfde procedure totdat u alle pagina's hebt gescand.
Belangrijk
Verwijder het USB-flashstation niet en zet het apparaat niet uit als het bezig is met een
bewerking.
Open de documentklep niet en verplaats het origineel niet voordat het scannen is voltooid.
De gescande gegevens worden opgeslagen in de map 'CANON_SC' op het USB-flashstation.
U kunt de opgeslagen gegevens niet afdrukken via het bedieningspaneel op het apparaat.
Opmerking
Zie Het USB-flashstation verwijderen als u het USB-flashstation wilt verwijderen nadat het
scannen is voltooid.
U kunt het menu Scannen (Scan) sluiten en een ander menu selecteren als u op de knop
HOME drukt nadat het scannen is voltooid.
Sivu 38/836
Gescande gegevens opslaan
Sivu 39/836
De gescande gegevens verwijderen
1.
Bereid een USB-flashstation voor.
(1) Zet het apparaat aan.
Zie Bedieningspaneel .
(2) Plaats een USB-flashstation in de poort voor Direct afdrukken.
Zie Het USB-flashstation plaatsen .
2.
Verwijder de gescande gegevens.
(1) Selecteer Scannen (Scan)
in het startscherm en druk op de knop OK.
(links) of
(2) Selecteer met het Easy-Scroll Wheel of de knop
USB-flashstation (USB flash drive)
en druk op OK.
(rechts) het
Het scherm voor het selecteren van de bewerking wordt weergegeven.
(3) Selecteer met het Easy-Scroll Wheel of de knop
Gescande geg. verw. (Delete scanned data)
(links) of
(rechts) het
en druk op OK.
Het venster met de gegevenslijst wordt weergegeven.
(4) Selecteer met het Easy-Scroll Wheel of (Omhoog) of (Omlaag) de
afbeeldingsgegevens die u wilt verwijderen en druk op OK.
Opmerking
Selecteer de afbeeldingsgegevens en druk op de functie toets aan de linkerzijde om de
geselecteerde gegevens op het scherm weer te geven.
Druk op de functie toets aan de rechterzijde om de gegevenslijst te wijzigen van
bestanden met PDF-gegevens en bestanden met JPEG-gegevens.
U kunt alleen de afbeeldingsgegevens verwijderen die zijn gescand met het apparaat.
(5) Als het bericht 'Verwijderen?' (Delete?) wordt weergegeven, selecteert u Ja
(Yes) en drukt u op OK.
(6) Als het bericht 'Weet u zeker dat u wilt verwijderen?' (Are you sure you want to
delete?) wordt weergegeven, selecteert u Ja (Yes) en drukt u op OK.
De geselecteerde afbeeldingsgegevens worden verwijderd uit het USB-flashstation.
Het USB-flashstation plaatsen
Belangrijk
Voordat u het USB-flashstation plaatst
Als het USB-flashstation niet in de poort voor Direct afdrukken van het apparaat kan worden
geplaatst, moet u mogelijk een verlengsnoer voor het USB-flashstation gebruiken. U kunt dit kopen in
een elektronicawinkel.
Voor bepaalde USB-flashstations kan een juiste werking met dit apparaat niet worden
gegarandeerd.
U kunt USB-flashstation met een beveiligingsfunctie mogelijk niet gebruiken.
1.
Plaats de USB-flashstation in de poort voor Direct afdrukken.
Controleer of u het USB-flashstation in de juiste richting houdt voordat u dit recht in de poort voor Direct
afdrukken plaatst.
Gescande gegevens opslaan
Sivu 40/836
Het USB-flashstation verwijderen
1.
Controleer of het apparaat geen gegevens leest of schrijft van/naar het USBflashstation.
Controleer op het LCD-scherm of het lezen of schrijven is voltooid.
Belangrijk
Verwijder het USB-flashstation niet en zet het apparaat niet uit als het bezig is met een
bewerking.
Opmerking
Als u een USB-flashstation gebruikt met een indicatielampje, raadpleegt u de
gebruiksaanwijzing die bij het USB-flashstation is geleverd om te controleren of de lees- of
schrijfbewerking is voltooid op het USB-flashstation.
2.
Verwijder het USB-flashstation.
Pak het USB-flashstation vast en verwijder dit recht uit het apparaat.
Naar boven
Afdrukken vanaf de computer
Sivu 41/836
Uitgebreide Handleiding
Probleemoplossing
Inhoud > Afdrukken vanaf de computer
Afdrukken vanaf de computer
In dit gedeelte wordt beschreven hoe u documenten of foto's kunt afdrukken met behulp van een
computer.
Met Easy-PhotoPrint EX, dat bij uw apparaat is geleverd, kunt u eenvoudig foto's die u hebt gemaakt met
uw digitale camera afdrukken.
Foto's afdrukken (Easy-PhotoPrint EX)
Diverse functies van Easy-PhotoPrint EX gebruiken
Documenten afdrukken (Windows)
Documenten afdrukken (Macintosh)
Voor Mac OS X v.10.5.x
Voor Mac OS X v.10.4.x of Mac OS X v.10.3.9
Naar boven
Foto's afdrukken (Easy-PhotoPrint EX)
Sivu 42/836
Uitgebreide Handleiding
Probleemoplossing
Inhoud > Afdrukken vanaf de computer > Foto's afdrukken (Easy-PhotoPrint EX)
Foto's afdrukken (Easy-PhotoPrint EX)
Druk afbeeldingsgegevens op uw computer af met Easy-PhotoPrint EX, dat bij uw apparaat is geleverd.
In dit gedeelte wordt de procedure omschreven. Daarbij wordt de afdrukinstelling voor het afdrukken van
foto’s zonder marges op fotopapier van 4 x 6inch/10 x 15 cm als voorbeeld gebruikt.
Raadpleeg de on line handleiding voor informatie over Easy-PhotoPrint EX: Uitgebreide Handleiding .
Opmerking
De schermen in dit gedeelte hebben betrekking op het afdrukken in Windows. De bewerkingen zijn
hetzelfde voor het afdrukken in Macintosh.
Installeer Easy-PhotoPrint EX vanaf de installatie-cd-rom als de software nog niet is geïnstalleerd
of is verwijderd. Selecteer Easy-PhotoPrint EX bij Aangepaste installatie (Custom Install) om EasyPhotoPrint EX te installeren.
1.
Bereid het afdrukken voor.
(1) Zorg dat het apparaat is ingeschakeld.
Zie Bedieningspaneel .
(2) Plaats papier.
Zie Papier plaatsen .
In dit voorbeeld plaatsen we fotopapier van 4" x 6" / 10 x 15 cm in de achterste lade.
Opmerking
Plaats gewoon papier van A4- of Letter-formaat in de cassette en overige soorten en
formaten papier, zoals fotopapier, in de achterste lade.
(3) Open de papieruitvoerlade voorzichtig en trek de verlenging van de uitvoerlade
uit.
2.
Start Easy-PhotoPrint EX en selecteer Photo Print.
Foto's afdrukken (Easy-PhotoPrint EX)
Sivu 43/836
(1) Start Easy-PhotoPrint EX.
Dubbelklik op
(Easy-PhotoPrint EX) op het bureaublad.
Klik hier: Easy-PhotoPrint EX
Selecteer het menu Ga (Go), Programma’s (Applications) Canon Utilities, Easy-PhotoPrint EX, en dubbelklik
op Easy-PhotoPrint EX.
Opmerking
U kunt Easy-PhotoPrint EX starten via het Solution Menu door te dubbelklikken op
(Solution Menu) op het bureaublad en te klikken op
(Foto's of albums enz. afdrukken
(Print photos or albums, etc.)).
Zie Het Solution Menu starten .
U kunt Easy-PhotoPrint EX starten via het menu Start door achtereenvolgens Alle
programma’s (All Programs) (Programma’s (Programs) in Windows 2000), Canon Utilities,
Easy-PhotoPrint EX en Easy-PhotoPrint EX te selecteren.
U kunt Easy-PhotoPrint EX starten via het Solution Menu door te klikken op
Menu) in het Dock en te klikken op
albums, etc.)).
Zie Het Solution Menu starten .
(Solution
(Foto’s of albums enz. afdrukken (Print photos or
(2) Klik op Photo Print.
Opmerking
U kunt Album, Kalender (Calendar), Stickers enz. selecteren, naast Photo Print.
Zie Diverse functies van Easy-PhotoPrint EX gebruiken .
3.
Selecteer een foto die u wilt afdrukken.
(1) Selecteer de map waarin de afbeeldingen zijn opgeslagen.
(2) Klik op de afbeelding die u wilt afdrukken.
Het aantal exemplaren wordt weergegeven als '1' en de afbeelding die u hebt geselecteerd, wordt
weergegeven in het daarvoor bestemde gedeelte (A). U kunt twee of meer afbeeldingen tegelijk selecteren.
Opmerking
Foto's afdrukken (Easy-PhotoPrint EX)
Klik op
(pijl omhoog) om het aantal exemplaren te wijzigen als u twee of meer
exemplaren wilt afdrukken.
Klik op de afbeelding die u wilt annuleren en klik op
(Geïmporteerde afbeelding
(pijl
verwijderen (Delete Imported Image)) als u de selectie wilt annuleren. U kunt ook
omlaag) gebruiken om het aantal exemplaren te verlagen tot nul.
Tevens kunt u de geselecteerde afbeeldingen nog corrigeren of verbeteren voordat u ze
afdrukt.
Zie Diverse functies van Easy-PhotoPrint EX gebruiken .
(3) Klik op Papier selecteren (Select Paper).
4.
Selecteer het geplaatste papier.
(1) Controleer of de naam van uw apparaat is geselecteerd bij Printer.
(2) Controleer of Automatisch selecteren (Automatically Select) is geselecteerd bij
Papierbron (Paper Source).
Opmerking
Raadpleeg voor meer informatie over papierinvoer de on line handleiding: Uitgebreide
Handleiding .
(3) Selecteer het formaat en type van het geplaatste papier bij Papierformaat (Paper
Size) en Mediumtype (Media Type).
In dit voorbeeld selecteren we 10x15cm 4x6inch (4"x6" 10x15cm) bij Papierformaat (Paper Size) en het
type geplaatste fotopapier bij Mediumtype (Media Type).
Opmerking
Als u gewoon papier van A4- of Letter-formaat selecteert wanneer Automatisch
selecteren (Automatically Select) is geselecteerd bij Papierbron (Paper Source), wordt het
papier ingevoerd vanuit de cassette. Als u een ander formaat of type selecteert, zoals
fotopapier, wordt het papier ingevoerd vanuit de achterste lade.
Als u het verkeerde papierformaat en mediumtype selecteert, wordt het papier mogelijk
vanuit de verkeerde papierbron ingevoerd of drukt het apparaat mogelijk niet af met de
juiste afdrukkwaliteit.
(4) Klik op Opmaak/Afdrukken (Layout/Print).
5.
Selecteer een opmaak en start het afdrukken.
Sivu 44/836
Foto's afdrukken (Easy-PhotoPrint EX)
Sivu 45/836
(1) Selecteer de opmaak van de foto.
In dit voorbeeld selecteren we Geen randen (volledig) (Borderless (full)).
Het afdrukvoorbeeld wordt weergegeven in de geselecteerde opmaak, zodat u het vereiste resultaat kunt
controleren.
Opmerking
U kunt de afdrukrichting van de foto wijzigen of een deel van de foto bijsnijden.
Raadpleeg de on line handleiding voor meer informatie over de bediening: Uitgebreide
Handleiding .
(2) Klik op Afdrukken (Print).
Opmerking
Druk op de knop Stop op het apparaat of op Afdrukken annuleren (Cancel Printing) op de
printerstatusmonitor als u een actieve afdruktaak wilt annuleren. Nadat een afdruktaak is
geannuleerd, kunnen nog lege vellen papier worden uitgevoerd.
Klik op Canon XXX Printer (waarbij " XXX" de naam van uw printer is) op de taakbalk om de
printerstatusmonitor weer te geven.
Klik op het printerpictogram in het Dock om een lijst met actieve afdruktaken weer te geven.
Als u een actieve afdruktaak wilt annuleren, selecteert u de betreffende opdracht in de lijst
Naam (Name) en klikt u op Verwijder (Delete). Nadat een afdruktaak is geannuleerd,
kunnen nog lege vellen papier worden uitgevoerd.
Naar boven
Diverse functies van Easy-PhotoPrint EX gebruiken
Uitgebreide Handleiding
Sivu 46/836
Probleemoplossing
Inhoud > Afdrukken vanaf de computer > Foto's afdrukken (Easy-PhotoPrint EX) > Diverse functies van EasyPhotoPrint EX gebruiken
Diverse functies van Easy-PhotoPrint EX gebruiken
In dit gedeelte worden een paar handige functies van Easy-PhotoPrint EX beschreven.
Raadpleeg de on line handleiding voor meer informatie over de bediening: Uitgebreide Handleiding .
Uw eigen afdrukken maken
U kunt een album of kalender maken met uw eigen foto's.
Album
Kalender (Calendar)
Stickers
Opmaak afdrukken (Layout Print)
Afbeeldingen corrigeren
U kunt Correctie rode ogen (Red-Eye Correction), Gezicht scherper maken (Face Sharpener), Gezicht
digitaal effenen (Digital Face Smoothing), Helderheid (Brightness), Contrast enzovoort, gebruiken om
afbeeldingen automatisch of handmatig aan te passen, te corrigeren of te verbeteren.
Helderheid
Naar boven
Documenten afdrukken (Windows)
Sivu 47/836
Uitgebreide Handleiding
Probleemoplossing
Inhoud > Afdrukken vanaf de computer > Documenten afdrukken (Windows)
Documenten afdrukken (Windows)
Opmerking
De bewerkingen kunnen variëren, afhankelijk van uw softwaretoepassing. Raadpleeg de
instructiehandleiding van uw softwaretoepassing voor meer informatie over de bewerkingen.
De schermen in dit gedeelte hebben betrekking op het afdrukken in het besturingssysteem Windows
Vista Ultimate Edition (hierna 'Windows Vista' genoemd).
1.
Zorg dat het apparaat is ingeschakeld.
Zie Bedieningspaneel .
2.
Plaats papier.
Zie Papier plaatsen .
Opmerking
Plaats gewoon papier van A4-, B5-, A5- of Letter-formaat in de cassette en overige soorten
en formaten papier, zoals fotopapier, in de achterste lade.
3.
Open de papieruitvoerlade voorzichtig en trek de verlenging van de uitvoerlade uit.
4.
Maak (of open) een document met behulp van een geschikte softwaretoepassing.
5.
Open het dialoogvenster voor printereigenschappen.
(1) Selecteer Afdrukken (Print) in het menu Bestand (File) of op de werkbalk van uw
softwaretoepassing.
Het dialoogvenster Afdrukken (Print) wordt weergegeven.
(2) Controleer of de naam van uw apparaat is geselecteerd.
Opmerking
Selecteer de naam van uw apparaat als een andere printernaam is geselecteerd.
(3) Klik op Voorkeuren (Preferences) (of Eigenschappen (Properties)).
Documenten afdrukken (Windows)
6.
Geef de vereiste afdrukinstellingen op.
(1) Selecteer het mediumtype van het papier waarop u wilt afdrukken bij Mediumtype
(Media Type).
Opmerking
Als u gewoon papier met A4-, B5-, A5- of Letter-formaat selecteert wanneer Automatisch
selecteren (Automatically Select) is geselecteerd bij Papierbron (Paper Source), wordt het
papier ingevoerd vanuit de cassette. Als u een ander formaat of type selecteert, zoals
fotopapier, wordt het papier ingevoerd vanuit de achterste lade.
Als u het verkeerde papierformaat en mediumtype selecteert, wordt het papier mogelijk
vanuit de verkeerde papierbron ingevoerd of drukt het apparaat mogelijk niet af met de
juiste afdrukkwaliteit.
(2) Controleer of Automatisch selecteren (Automatically Select) is geselecteerd bij
Papierbron (Paper Source).
Opmerking
Raadpleeg voor meer informatie over papierinvoer de on line handleiding: Uitgebreide
Handleiding .
(3) Geef de gewenste Afdrukkwaliteit (Print Quality) en Kleur/Intensiteit (Color/
Intensity) op.
Opmerking
Raadpleeg de handleiding voor meer informatie over de afdrukinstellingen: Uitgebreide
Handleiding .
(4) Klik op OK.
Opmerking
Klik op het tabblad Pagina-instelling (Page Setup) om het paginaformaat te controleren. Als de
instelling niet overeenkomt met het paginaformaat van het document dat al is ingesteld in de
toepassing, moet u het paginaformaat herstellen of anders gebruikmaken van de opties
Afdrukken op schaal (Scaled Printing) of Passend op papierformaat (Fit-to-Page Printing).
Raadpleeg voor meer informatie de on line handleiding: Uitgebreide Handleiding .
Voor meer informatie over de functies van het printerstuurprogramma klikt u op Help of
Instructies (Instructions) om de on line Help of de on line handleiding weer te geven.
Uitgebreide Handleiding . De knop Instructies (Instructions) wordt alleen weergegeven op de
tabbladen Afdruk (Main) en Onderhoud (Maintenance) wanneer de on line handleiding op uw
computer is geïnstalleerd.
Schakel het selectievakje Afdrukvoorbeeld (Preview before printing) op het tabblad Afdruk
(Main) in als u het voorbeeld wilt bekijken en de afdrukresultaten wilt controleren. Sommige
toepassingen beschikken niet over een afdrukvoorbeeldfunctie.
7.
Start het afdrukken.
Klik op Afdrukken (Print) (of OK) om het afdrukken te starten.
Sivu 48/836
Documenten afdrukken (Windows)
Sivu 49/836
Opmerking
Druk op de knop Stop op het apparaat of op Afdrukken annuleren (Cancel Printing) op de
printerstatusmonitor als u een actieve afdruktaak wilt annuleren. Nadat een afdruktaak is
geannuleerd, kunnen nog lege vellen papier worden uitgevoerd.
Klik op Canon XXX Printer (waarbij " XXX" de naam van uw printer is) op de taakbalk om de
printerstatusmonitor weer te geven.
Als evenwijdige lijnen niet correct worden afgedrukt of als u niet tevreden bent over de
afdrukresultaten, dient u de positie van de printkop aan te passen. Zie De printkop uitlijnen .
Naar boven
Documenten afdrukken (Macintosh)
Sivu 50/836
Uitgebreide Handleiding
Probleemoplossing
Inhoud > Afdrukken vanaf de computer > Documenten afdrukken (Macintosh)
Documenten afdrukken (Macintosh)
Opmerking
De bewerkingen kunnen variëren, afhankelijk van uw softwaretoepassing. Raadpleeg de
instructiehandleiding van uw softwaretoepassing voor meer informatie over de bewerkingen.
Voor Mac OS X v.10.5.x
1.
Zorg dat het apparaat is ingeschakeld.
Zie Bedieningspaneel .
2.
Plaats papier.
Zie Papier plaatsen .
Opmerking
Plaats gewoon papier van A4-, B5-, A5- of Letter-formaat in de cassette en overige soorten
en formaten papier, zoals fotopapier, in de achterste lade.
3.
Open de papieruitvoerlade voorzichtig en trek de verlenging van de uitvoerlade uit.
4.
Maak (of open) een document met behulp van een geschikte softwaretoepassing.
5.
Open het dialoogvenster Druk af (Print).
Selecteer Afdrukken (Print) in het menu Bestand (File) in uw softwaretoepassing.
Het dialoogvenster Afdrukken (Print) wordt weergegeven.
Opmerking
Klik op
6.
(pijl omlaag) als het onderstaande dialoogvenster wordt weergegeven.
Geef de vereiste afdrukinstellingen op.
Documenten afdrukken (Macintosh)
(1) Controleer of de naam van uw apparaat is geselecteerd bij Printer.
(2) Selecteer het paginaformaat van het papier waarop u wilt afdrukken bij
Papierformaat (Paper Size).
(3) Selecteer Kwaliteit en media (Quality & Media) in het pop-upmenu.
(4) Selecteer het mediumtype van het papier waarop u wilt afdrukken bij Mediumtype
(Media Type).
Opmerking
Als u gewoon papier met A4-, B5-, A5- of Letter-formaat selecteert wanneer Automatisch
selecteren (Automatically Select) is geselecteerd bij Papierbron (Paper Source), wordt het
papier ingevoerd vanuit de cassette. Als u een ander formaat of type selecteert, zoals
fotopapier, wordt het papier ingevoerd vanuit de achterste lade.
Als u het verkeerde papierformaat en mediumtype selecteert, wordt het papier mogelijk
vanuit de verkeerde papierbron ingevoerd of drukt het apparaat mogelijk niet af met de
juiste afdrukkwaliteit.
(5) Controleer of Automatisch selecteren (Automatically Select) is geselecteerd bij
Papierbron (Paper Source).
Opmerking
Raadpleeg voor meer informatie over papierinvoer de on line handleiding: Uitgebreide
Handleiding .
(6) Selecteer de afdrukkwaliteit bij Afdrukkwaliteit (Print Quality).
Opmerking
Raadpleeg de on line handleiding voor informatie over de afdrukkwaliteit: Uitgebreide
Handleiding .
Opmerking
Klik op
(Vraag) op het scherm Kwaliteit en media (Quality & Media), Kleuropties (Color
Options), Afdrukken zonder marges (Borderless Printing) of Dubbelzijdig afdrukken en marge
(Duplex Printing & Margin) om de on line handleiding weer te geven voor meer informatie over
de functies van het printerstuurprogramma. Uitgebreide Handleiding . Als de on line
Sivu 51/836
Documenten afdrukken (Macintosh)
handleiding niet is geïnstalleerd, wordt deze niet weergegeven als u klikt op
(Vraag).
Het voorbeeld wordt links van het dialoogvenster weergegeven, zodat u het afdrukresultaat
kunt controleren. Sommige toepassingen beschikken niet over een afdrukvoorbeeldfunctie.
7.
Start het afdrukken.
Klik op Afdrukken (Print) om het afdrukken te starten.
Opmerking
Klik op het printerpictogram in het Dock om een lijst met actieve afdruktaken weer te geven.
Als u een actieve afdruktaak wilt annuleren, selecteert u de betreffende opdracht in de lijst
Naam (Name) en klikt u op Verwijder (Delete). Als u een actieve taak tijdelijk wilt stoppen, klikt u
op Stel uit (Hold). Klik op Afdrukken onderbreken (Pause Printer) als u alle taken in de lijst
tijdelijk wilt stoppen. Nadat een afdruktaak is geannuleerd, kunnen nog lege vellen papier
worden uitgevoerd.
Als evenwijdige lijnen niet correct worden afgedrukt of als u niet tevreden bent over de
afdrukresultaten, dient u de positie van de printkop aan te passen. Zie De printkop uitlijnen .
Voor Mac OS X v.10.4.x of Mac OS X v.10.3.9
Opmerking
De schermen in dit gedeelte hebben betrekking op het afdrukken in Mac OS X v.10.4.x.
1.
Zorg dat het apparaat is ingeschakeld.
Zie Bedieningspaneel .
2.
Plaats papier.
Zie Papier plaatsen .
Opmerking
Plaats gewoon papier van A4-, B5-, A5- of Letter-formaat in de cassette en overige soorten
en formaten papier, zoals fotopapier, in de achterste lade.
3.
Open de papieruitvoerlade voorzichtig en trek de verlenging van de uitvoerlade uit.
4.
Maak (of open) een document met behulp van een geschikte softwaretoepassing.
5.
Geef het paginaformaat op.
(1) Selecteer Pagina-instelling (Page Setup) in het menu Bestand (File) van uw
softwaretoepassing.
Sivu 52/836
Documenten afdrukken (Macintosh)
Het dialoogvenster Pagina-instelling (Page Setup) wordt weergegeven.
(2) Controleer of de naam van uw apparaat is geselecteerd bij Stel in voor (Format
for).
(3) Selecteer het paginaformaat van het papier voor afdrukken bij Papierformaat
(Paper Size).
(4) Klik op OK.
6.
Geef de vereiste afdrukinstellingen op.
(1) Selecteer Afdrukken (Print) in het menu Bestand (File) van uw
softwaretoepassing.
Het dialoogvenster Afdrukken (Print) wordt weergegeven.
(2) Controleer of de naam van uw apparaat is geselecteerd bij Printer.
(3) Selecteer Kwaliteit en media (Quality & Media) in het pop-upmenu.
(4) Selecteer het mediumtype van het papier waarop u wilt afdrukken bij Mediumtype
(Media Type).
Opmerking
Als u gewoon papier met A4-, B5-, A5- of Letter-formaat selecteert wanneer Automatisch
selecteren (Automatically Select) is geselecteerd bij Papierbron (Paper Source), wordt het
papier ingevoerd vanuit de cassette. Als u een ander formaat of type selecteert, zoals
fotopapier, wordt het papier ingevoerd vanuit de achterste lade.
Als u het verkeerde papierformaat en mediumtype selecteert, wordt het papier mogelijk
vanuit de verkeerde papierbron ingevoerd of drukt het apparaat mogelijk niet af met de
juiste afdrukkwaliteit.
(5) Controleer of Automatisch selecteren (Automatically Select) is geselecteerd bij
Papierbron (Paper Source).
Opmerking
Raadpleeg voor meer informatie over papierinvoer de on line handleiding: Uitgebreide
Handleiding .
(6) Selecteer de afdrukkwaliteit bij Afdrukkwaliteit (Print Quality).
Opmerking
Raadpleeg de on line handleiding voor informatie over de afdrukkwaliteit: Uitgebreide
Handleiding .
Opmerking
Klik op
(Vraag) op het scherm Kwaliteit en media (Quality & Media), Kleuropties (Color
Options), Speciale effecten (Special Effects),Afdrukken zonder marges (Borderless Printing)
of Dubbelzijdig afdrukken en marge (Duplex Printing & Margin) om de on line handleiding weer
te geven voor meer informatie over de functies van het printerstuurprogramma. Uitgebreide
Handleiding . Als de on line handleiding niet is geïnstalleerd, wordt deze niet weergegeven als
u klikt op
(Vraag).
Klik op Voorbeeld (Preview) om het voorbeeld weer te geven en het afdrukresultaat te
controleren. Sommige toepassingen beschikken niet over een afdrukvoorbeeldfunctie.
Sivu 53/836
Documenten afdrukken (Macintosh)
7.
Sivu 54/836
Start het afdrukken.
Klik op Afdrukken (Print) om het afdrukken te starten.
Opmerking
Klik op het printerpictogram in het Dock om een lijst met actieve afdruktaken weer te geven.
Als u een actieve afdruktaak wilt annuleren, selecteert u de betreffende opdracht in de lijst
Naam (Name) en klikt u op Verwijder (Delete). Als u een actieve taak tijdelijk wilt stoppen, klikt u
op Stel uit (Hold). Klik op Stop afdruktaken (Stop Jobs) als u alle afdruktaken in de lijst tijdelijk
wilt stoppen. Nadat een afdruktaak is geannuleerd, kunnen nog lege vellen papier worden
uitgevoerd.
Als evenwijdige lijnen niet correct worden afgedrukt of als u niet tevreden bent over de
afdrukresultaten, dient u de positie van de printkop aan te passen. Zie De printkop uitlijnen .
Naar boven
Overige functies
Sivu 55/836
Uitgebreide Handleiding
Probleemoplossing
Inhoud > Overige functies
Overige functies
In dit gedeelte worden de handelingen voor het afdrukken van gelinieerd papier of grafiekpapier, de
instellingen van het apparaat en de functie voor rechtstreeks afdrukken vanaf een digitale camera of
mobiele telefoon beschreven.
In dit gedeelte worden ook andere handige functies geïntroduceerd: Solution Menu en My Printer.
Gelinieerd papier of grafiekpapier afdrukken
Verschillende sjabloonformulieren afdrukken
Foto's rechtstreeks afdrukken vanaf uw mobiele telefoon of digitale camera
Foto's rechtstreeks afdrukken vanaf een PictBridge-compatibel apparaat
Foto's afdrukken vanaf een draadloos communicatieapparaat
Apparaatinstellingen
Solution Menu en My Printer
Naar boven
Gelinieerd papier of grafiekpapier afdrukken
Sivu 56/836
Uitgebreide Handleiding
Probleemoplossing
Inhoud > Overige functies > Gelinieerd papier of grafiekpapier afdrukken
Gelinieerd papier of grafiekpapier afdrukken
In dit gedeelte wordt de handeling beschreven om de sjabloonformulieren te selecteren en af te
drukken.
U moet het volgende voorbereiden:
Papier van A4- of Letter-formaat. Zie Mediumtypen die u kunt gebruiken .
1.
Bereid het afdrukken voor.
(1) Zet het apparaat aan.
Zie Bedieningspaneel .
(2) Zorg dat het papier van A4- of Letter-formaat in de cassette is geplaatst.
Zie Papier plaatsen .
(3) Open de papieruitvoerlade voorzichtig en trek de verlenging van de uitvoerlade
uit.
2.
Selecteer een sjabloonformulier.
(1) Selecteer Instellingen (Settings)
in het scherm HOME en druk op OK.
(2) Selecteer Sjabloonafdruk (Template print)
en druk op OK.
(links) of
(3) Selecteer met het Easy-Scroll Wheel of de knop
sjabloonformulier dat u wilt afdrukken en druk op OK.
(rechts) een
Opmerking
Zie Verschillende sjabloonformulieren afdrukken voor meer informatie over de beschikbare
Gelinieerd papier of grafiekpapier afdrukken
Sivu 57/836
sjabloonformulieren.
3.
Start het afdrukken.
(1) Controleer het paginaformaat en de instelling voor duplex/simplex afdrukken.
Als u de instellingen wilt wijzigen, gebruikt u het Easy-Scroll Wheel of de knoppen
(Omlaag) om het item te selecteren dat u wilt wijzigen en drukt u op de knop OK.
(Omhoog) of
Opmerking
U kunt alleen A4 of LTR(8,5"x11") (8,5"x11" (LTR)) selecteren bij Paginaformaat (Page
size). Het mediumtype is beperkt tot Gewoon papier (Plain paper) en kan niet worden
gewijzigd.
(2) Druk op de knop [+] of [-] om het aantal exemplaren op te geven.
(3) Druk op de knop Kleur of de knop Zwart.
Het apparaat begint af te drukken.
Verschillende sjabloonformulieren afdrukken
In dit gedeelte worden de sjabloonformulieren beschreven die u kunt selecteren bij Sjabloonafdruk
(Template print).
Gelinieerd papier 1 (Notebook Gelinieerd papier 2 (Notebook
paper 1)
paper 2)
8-mm spatiëring (8 mm
7-mm spatiëring (7 mm
spacing)
spacing)
Grafiekpapier 1 (Graph paper
1)
Grafiek 5 mm (Graph 5 mm)
Grafiekpapier 2 (Graph paper
2)
Grafiek 3 mm (Graph 3 mm)
Gelinieerd papier 3
(Notebook paper 3)
6-mm spatiëring (6 mm
spacing)
Gelinieerd papier of grafiekpapier afdrukken
Controlelijst (Checklist)
Lijst met selectievakjes (List
with checkboxes)
Sivu 58/836
Muziekpapier (Staff paper)
Muziekpapier met 10
notenbalken (Staff paper 10
staves)
Naar boven
Foto's rechtstreeks afdrukken vanaf uw mobiele telefoon of digitale camera
Uitgebreide Handleiding
Probleemoplossing
Inhoud > Overige functies > Foto's rechtstreeks afdrukken vanaf uw mobiele telefoon of digitale camera
Foto's rechtstreeks afdrukken vanaf uw mobiele telefoon of
digitale camera
Foto's rechtstreeks afdrukken vanaf een PictBridge-compatibel
apparaat
Wanneer u een PictBridge-compatibel apparaat op dit apparaat aansluit met een USB-kabel die is
aanbevolen door de fabrikant van het apparaat, kunt u opgeslagen foto's rechtstreeks afdrukken.
Voor meer informatie over het afdrukken van opgeslagen foto's via de aansluiting op het PictBridgecompatibele apparaat raadpleegt u de on line Handleiding: Uitgebreide Handleiding .
Raadpleeg de instructiehandleiding die bij het apparaat is geleverd voor meer informatie over de
afdrukinstellingen op het PictBridge-compatibele apparaat.
Apparaten die u kunt aansluiten:
Elk PictBridge-compatibel apparaat kan op dit apparaat worden aangesloten. De fabrikant of het model
zijn niet van belang, zolang het compatibel is met de PictBridge-standaard.
Opmerking
PictBridge is de standaard voor het rechtstreeks afdrukken van uw foto's zonder daarbij een
computer te gebruiken. U kunt bijvoorbeeld een digitale camera, camcorder of mobiele telefoon met
camera aansluiten.
(PictBridge) Apparaten die compatibel zijn met PictBridge, kunt u herkennen aan deze
markering.
Afdrukbare afbeeldingsgegevens
Met dit apparaat kunt u gegevens afdrukken die zijn opgenomen met een digitale camera die voldoet aan
de DCF-standaard (Design rule for Camera File system) 1.0/2.0- (compatibel met Exif ver. 2.2/2.21) en
PNG-bestanden.
Opmerking
Wanneer u afdrukt vanaf een met PictBridge compatibel apparaat, stelt u de afdrukkwaliteit in via
het bedieningspaneel op het apparaat. U kunt de afdrukkwaliteit niet instellen op het PictBridgecompatibele apparaat.
Foto's afdrukken vanaf een draadloos communicatieapparaat
U kunt gemakkelijk afbeeldingsgegevens afdrukken vanaf uw mobiele telefoon met draadloze
infraroodcommunicatie.
Als de optionele Bluetooth-eenheid BU-30 is aangesloten op het apparaat, kunt u afbeeldingsgegevens
ook via draadloze communicatie afdrukken vanaf Bluetooth-compatibele mobiele telefoons of
computers.
Raadpleeg de on line handleiding voor meer informatie over de bediening: Uitgebreide Handleiding .
Sivu 59/836
Foto's rechtstreeks afdrukken vanaf uw mobiele telefoon of digitale camera
Sivu 60/836
Naar boven
Apparaatinstellingen
Sivu 61/836
Uitgebreide Handleiding
Probleemoplossing
Inhoud > Overige functies > Apparaatinstellingen
Apparaatinstellingen
In dit gedeelte worden de items beschreven die u kunt instellen of wijzigen bij Apparaatinstellingen
(Device settings) in het menu Instellingen (Settings). Raadpleeg de on line handleiding Uitgebreide
Handleiding voor meer informatie over het instellen of wijzigen.
Invoerinst. normaal papier (Plain paper feed settings)
Hiermee selecteert u de papierbron (achterste lade of cassette) waarin u gewoon papier plaatst.
Het apparaat voert gewoon papier standaard in vanuit de cassette. Gebruik deze instelling om de
papierbron voor gewoon papier te wijzigen in de achterste lade.
Afdrukinstellingen (Print settings)
Papierschuring voorkomen (Prevent paper abrasion)
Gebruik deze instelling alleen als er vlekken op het afdrukoppervlak ontstaan.
Uitbr. kopiehoeveelheid (Extended copy amount)
Met deze instelling selecteert u het gedeelte van de afbeelding dat buiten het papier valt als u
afdrukt zonder marges.
Geavanceerde instellingen (Advanced settings)
Datumweergave (Date display)
Hiermee selecteert u de notatie van de datum die wordt afgedrukt of weergegeven op het scherm.
Lees-/schrijfkenmerk (Read/write attribute)
Hiermee selecteert u of de kaartsleuf van het apparaat kan worden gebruikt als het
geheugenkaartstation van een computer.
Instelling diashow (Slide show setting)
Hiermee geeft u de weergavekwaliteit van de afbeeldingen van de diavoorstelling op.
Stille modus (Quiet mode)
Hiermee wordt deze functie ingeschakeld als u het geluid van het apparaat wilt verminderen zoals
bij het 's nachts afdrukken (tijdens het kopiëren, afdrukken vanaf de geheugenkaart, afdrukken
vanaf het PictBridge-compatibele apparaat, afdrukken via draadloze communicatie, enzovoort).
Inst. handleidingweergave (Guide display settings)
Hiermee wijzigt u het tijdsinterval voordat de handleidingweergave, zoals Wijzig set. (Change set.)
en Kopiëren (Copy), boven aan het LCD-scherm wordt weergegeven. U kunt de
handleidingweergave ook verbergen.
Toets herhalen (Key repeat)
Hiermee wordt deze functie ingeschakeld om cijfers snel te verhogen of te verlagen door de knop
ingedrukt te houden wanneer u cijfers invoert. Als deze instelling is uitgeschakeld, is het ingedrukt
houden van deze knop gelijk aan eenmaal drukken op de knop.
Inst. afdrkn mobiele tel. (Mobile phone print setting)
Hiermee kunt u het papier, de indeling, enzovoort opgeven wanneer u afdrukt via een draadloos
communicatieapparaat.
Bluetooth-instellingen (Bluetooth settings)
Hiermee worden de Bluetooth-instellingen gewijzigd, zoals de apparaatnaam of wachtwoord. Deze
instelling wordt alleen weergegeven als de optionele Bluetooth-eenheid is aangesloten op het
apparaat.
Apparaatinstellingen
Sivu 62/836
PictBridge-afdrukinst. (PictBridge print settings)
Hiermee kunt u het papier, de afdrukkwaliteit, enzovoort opgeven wanneer u afdrukt via PictBridgecompatibel apparaat.
Taal kiezen (Language selection)
Hiermee wijzigt u de taal voor berichten en menu's op het LCD-scherm.
Instelling reset (Reset setting)
Hiermee worden de instellingen van het apparaat hersteld naar de standaardinstellingen, behalve
de taal van het LCD-scherm en de aanpassingswaarden voor het uitlijnen van de printkop.
Naar boven
Solution Menu en My Printer
Sivu 63/836
Uitgebreide Handleiding
Probleemoplossing
Inhoud > Overige functies > Solution Menu en My Printer
Solution Menu en My Printer
Via Solution Menu of My Printer kunt u gemakkelijk informatie opvragen over het apparaat of de
afdrukinstellingen wijzigen door alleen op knoppen op het scherm te klikken.
Met Solution Menu kunt u de softwaretoepassingen openen die met het apparaat zijn meegeleverd, of de
bedieningsinstructies weergeven. Daarnaast wordt informatie geboden over probleemoplossing.
Met My Printer kunt u het dialoogvenster met printereigenschappen van het printerstuurprogramma
weergeven. Daarnaast wordt informatie geboden over handelingen die u kunt uitvoeren wanneer u
problemen hebt met de werking. My Printer is niet beschikbaar voor Macintosh-computers.
Het Solution Menu starten
Dubbelklik op het bureaublad op
(Solution Menu).
Klik hier: Solution Menu
Klik op
(Solution Menu) in het Dock.
* De onderstaande schermen zijn voor Windows Vista.
Klik op de knop van een functie om deze te gebruiken.
Klik na het starten van Solution Menu op de knop op de titelbalk om het vensterformaat te verkleinen.
Opmerking
Installeer Solution Menu vanaf de installatie-cd-rom als de software nog niet is geïnstalleerd of is
verwijderd. Als u Solution Menu wilt installeren, selecteert u Solution Menu bij Aangepaste installatie
(Custom Install).
De knoppen die worden weergegeven op het scherm kunnen verschillen afhankelijk van het land of
de regio van aankoop.
Als u Solution Menu wilt starten via het menu Start, selecteert u Alle programma's (All Programs)
(Programma's (Programs) in Windows 2000), Canon Utilities, Solution Menu en vervolgens Solution
Menu.
Als u Solution Menu wilt starten vanaf de menubalk, selecteert u het menu Ga (Go), Programma's
(Applications), Canon Utilities, Solution Menu en dubbelklikt u vervolgens op Solution Menu.
My Printer starten
Dubbelklik op het bureaublad op
(My Printer).
Solution Menu en My Printer
Sivu 64/836
Opmerking
U kunt My Printer ook starten vanuit Solution Menu.
Installeer My Printer vanaf de installatie-cd-rom als de software nog niet is geïnstalleerd of is
verwijderd. Als u My Printer wilt installeren, selecteert u My Printer bij Aangepaste installatie
(Custom Install).
Als u My Printer wilt starten via het menu Start, selecteert u Alle programma's (All Programs)
(Programma's (Programs) in Windows 2000), Canon Utilities, My Printer en vervolgens My Printer .
Naar boven
Papier/originelen plaatsen
Sivu 65/836
Uitgebreide Handleiding
Probleemoplossing
Inhoud > Papier/originelen plaatsen
Papier/originelen plaatsen
In dit gedeelte wordt beschreven welke soorten papier of originelen u kunt plaatsen, hoe u afdrukpapier
in de achterste lade of cassette plaatst en hoe u originelen plaatst om te kopiëren of te scannen.
Papier plaatsen
Papierbron voor het laden van papier
Papier plaatsen
Enveloppen plaatsen
Mediumtypen die u kunt gebruiken
Mediumtypen die u niet kunt gebruiken
Originelen plaatsen om te kopiëren of scannen
Originelen die u kunt plaatsen
Originelen plaatsen
Naar boven
Papier plaatsen
Sivu 66/836
Uitgebreide Handleiding
Probleemoplossing
Inhoud > Papier/originelen plaatsen > Papier plaatsen
Papier plaatsen
Papierbron voor het laden van papier
Het apparaat heeft twee papierbronnen om papier in te voeren, een achterste lade en een cassette.
U kunt het papier, afhankelijk van het formaat en de soort, in één van de papierbronnen plaatsen. Als u
Automatisch selecteren (Automatically Select) selecteert bij Papierbron (Paper Source), wordt het papier
ingevoerd vanuit de cassette of de achterste lade, afhankelijk van het geselecteerde paginaformaat of
mediumtype. Zie Mediumtypen die u kunt gebruiken .
Opmerking
Zie Documenten afdrukken (Windows) of Documenten afdrukken (Macintosh) voor meer informatie
over Automatisch selecteren (Automatically Select).
Raadpleeg voor meer informatie over papierinvoer de on line handleiding: Uitgebreide Handleiding .
Als u gewoon papier met A4-, B5-, A5- of Letter-formaat selecteert wanneer Automatisch
selecteren (Automatically Select) is geselecteerd bij Papierbron (Paper Source), wordt het papier
ingevoerd vanuit de cassette. Als u een ander formaat of type selecteert, zoals fotopapier, wordt
het papier ingevoerd vanuit de achterste lade.
Selecteer tijdens het afdrukken het juiste paginaformaat en mediumtype. Als u het verkeerde
papierformaat en mediumtype selecteert, wordt het papier mogelijk vanuit de verkeerde papierbron
ingevoerd of drukt het apparaat mogelijk niet af met de juiste afdrukkwaliteit.
Zie Papier plaatsen of Enveloppen plaatsen voor meer informatie over het plaatsen van papier in elk
papierbron.
Gewoon papier in de cassette plaatsen
Wanneer u gewoon papier met A4-, B5-, A5- of Letter-formaat gebruikt, plaatst u dit in de cassette.
De cassette is onder in het apparaat geplaatst.
Het apparaat voert het papier automatisch in vanuit de cassette wanneer u tijdens het afdrukken gewoon
papier (van A4-, B5-, A5- of Letter-formaat) selecteert in de afdrukinstellingen van het
printerstuurprogramma of het bedieningspaneel.
Raadpleeg voor meer informatie over het wijzigen van de instelling voor de papierbron de on line
handleiding: Uitgebreide Handleiding .
Fotopapier plaatsen in de achterste lade
Wanneer u fotopapier gebruikt, plaatst u dit in de achterste lade.
Het apparaat voert het papier automatisch in vanuit de achterste lade wanneer u tijdens het afdrukken
andere mediumtypen dan gewoon papier, zoals fotopapier, selecteert in de afdrukinstellingen van het
printerstuurprogramma of het bedieningspaneel.
Wanneer u gewoon papier met een ander formaat dan A4, B5, A5, of Letter gebruikt, plaatst u dit ook in
de achterste lade.
Papier plaatsen
Sivu 67/836
Naar boven
Papier plaatsen
Sivu 68/836
Uitgebreide Handleiding
Probleemoplossing
Inhoud > Papier/originelen plaatsen > Papier plaatsen > Papier plaatsen
Papier plaatsen
Belangrijk
Als u gewoon papier verkleint tot 4x6 inch/10x15 cm, 4x8 inch/101,6x203,2 mm, 5x7 inch/13x18 cm
of 2,16x3,58 inch/55,0x91,0 mm (kaartformaat) voor een proefafdruk, kan het papier vastlopen.
Opmerking
U kunt alleen gewoon papier met A4-, B5-, A5- of Letter-formaat in de cassette plaatsen. Plaats
andere formaten of typen papier in de achterste lade.
Wij raden aan om origineel fotopapier van Canon te gebruiken voor het afdrukken van foto's.
Zie Mediumtypen die u kunt gebruiken voor meer informatie over papier van het merk Canon.
U kunt normaal kopieerpapier gebruiken. Wanneer u afdrukt op beide zijden, raden wij aan Super
Wit Papier van Canon te gebruiken.
Zie Mediumtypen die u kunt gebruiken voor meer informatie over de papierformaten en -gewichten
die u in dit apparaat kunt gebruiken.
Papier plaatsen in de achterste lade
1.
Zorg dat de vier hoeken van het papier plat zijn voordat u het papier plaatst.
Opmerking
Lijn de randen van het papier netjes uit voordat u het papier plaatst. Als u dit niet doet, kan het
papier vastlopen in de printer.
Als het papier gekruld is, buigt u de gekrulde hoeken in de tegenovergestelde richting naar
elkaar toe totdat het papier plat is.
Raadpleeg het gedeelte 'Probleemoplossing' in de on line handleiding Uitgebreide Handleiding .
2.
Bereid het plaatsen van het papier voor.
Papier plaatsen
(1) Open de papiersteun, til deze omhoog en duw deze naar achteren.
(2) Open de papieruitvoerlade voorzichtig en trek de verlenging van de uitvoerlade
uit.
3.
Plaats papier.
(1) Schuif de papiergeleiders open en plaats het papier in het midden van de
achterste lade MET DE AFDRUKZIJDE NAAR U TOE GERICHT.
Belangrijk
Plaats het papier altijd in de lengterichting (A). Wanneer u het papier in de breedterichting
plaatst (B), kan het papier vastlopen.
Sivu 69/836
Papier plaatsen
(2) Schuif de papiergeleiders tegen de zijkanten van de papierstapel aan.
Schuif de papiergeleiders niet te hard. Dan wordt het papier misschien niet goed ingevoerd.
Opmerking
Plaats het papier niet hoger dan de limietmarkering (C).
Opmerking
Na het plaatsen van papier
Als het apparaat gebruikt om af te drukken of te kopiëren zonder een computer, selecteert u
het formaat en type van het geplaatste papier bij Paginaformaat (Page size) en Mediumtype
(Media type) van de afdrukinstellingen van elk menu van het startscherm. Zie Items instellen in
'Foto's op een geheugenkaart afdrukken' en Items instellenin 'Kopieën maken'.
Wanneer u afdrukt met een computer, selecteert u het formaat en type van het geplaatste
papier bij Paginaformaat (Page Size) (of Papierformaat (Paper Size)) en Mediumtype (Media
Type) in het printerstuurprogramma. Zie Documenten afdrukken (Windows) of Documenten
afdrukken (Macintosh) .
Papier plaatsen in de cassette
U kunt alleen gewoon papier met A4-, B5-, A5- of Letter-formaat in de cassette plaatsen. Zie
Mediumtypen die u kunt gebruiken .
1.
Zorg dat de vier hoeken van het papier plat zijn voordat u het papier plaatst.
Zie Zorg dat de vier hoeken van het papier plat zijn voordat u het papier plaatst in 'Papier plaatsen in de
achterste lade'.
2.
Trek de cassette uit het apparaat.
Sivu 70/836
Papier plaatsen
3.
Plaats papier.
(1) Laad de papierstapel MET DE AFDRUKZIJDE NAAR BENEDEN en DE
VOORSTE RAND NAAR DE ACHTERKANT, en lijn de rechterrand van de
papierstapel uit tegen de rechterrand van de cassette.
(2) Schuif de papiergeleider (A) naar de markering van het papierformaat.
De papiergeleider (A) stopt wanneer deze is uitgelijnd met de papierformaatmarkering.
Opmerking
Er kan enige ruimte zijn tussen de papiergeleider (A) en de papierstapel.
(3) Schuif de papiergeleider (B) links om deze volledig uit te lijnen met de zijde van
de papierstapel.
Opmerking
Plaats het papier niet hoger dan de limietmarkering (C).
4.
Plaats de cassette in het apparaat.
Druk de cassette helemaal in het apparaat.
5.
Open de papieruitvoerlade voorzichtig en trek de verlenging van de uitvoerlade uit.
Opmerking
Sivu 71/836
Papier plaatsen
Sivu 72/836
Na het plaatsen van papier
Als het apparaat gebruikt om af te drukken of te kopiëren zonder een computer, selecteert u
het formaat en type van het geplaatste papier bij Paginaformaat (Page size) en Mediumtype
(Media type) van de afdrukinstellingen van elk menu van het startscherm. Zie Items instellen in
'Foto's op een geheugenkaart afdrukken' en Items instellen in 'Kopieën maken'.
Wanneer u afdrukt met een computer, selecteert u het formaat en type van het geplaatste
papier bij Paginaformaat (Page Size) (of Papierformaat (Paper Size)) en Mediumtype (Media
Type) in het printerstuurprogramma. Zie Documenten afdrukken (Windows) of Documenten
afdrukken (Macintosh) .
Naar boven
Enveloppen plaatsen
Sivu 73/836
Uitgebreide Handleiding
Probleemoplossing
Inhoud > Papier/originelen plaatsen > Papier plaatsen > Enveloppen plaatsen
Enveloppen plaatsen
Gebruik enveloppen van het formaat European DL en US Comm. Env. #10.
Het adres wordt automatisch geroteerd en afgedrukt aan de hand van de richting van de envelop, zoals
opgegeven in het printerstuurprogramma.
Belangrijk
U kunt alleen met een computer afdrukken op enveloppen.
De volgende enveloppen kunt u niet gebruiken.
- Enveloppen met een reliëf of een behandeld oppervlak
- Enveloppen met een dubbele (of zelfklevende) klep
- Enveloppen met druksluitingen
- Enveloppen waarvan de lijmkleppen al vochtig zijn gemaakt en plakken
Opmerking
Enveloppen kunnen niet in de cassette worden geplaatst. Plaats dergelijke papierformaten in de
achterste lade.
1.
Bereid enveloppen voor.
Druk de hoeken en randen van de enveloppen omlaag om deze zo plat mogelijk
te maken.
Als de enveloppen gekruld zijn, houdt u de tegenoverliggende hoeken vast en
buigt u deze voorzichtig in de tegengestelde richting.
Als de klep van de envelop is gevouwen, maakt u deze plat.
Gebruik een pen om de bovenrand van de envelop in de invoerrichting plat te
strijken en de vouw scherper te maken.
Hierboven ziet u een zijaanzicht van de bovenrand van de envelop.
Belangrijk
De enveloppen kunnen vastlopen in het apparaat als ze niet plat zijn of als de hoeken niet zijn
uitgelijnd. Zorg ervoor dat het papier niet meer dan 3 mm/0,1 inch is opgekruld of opgebold.
2.
Plaats enveloppen.
Enveloppen plaatsen
Sivu 74/836
(A) Achterzijde
(B) Adreszijde
(1) Schuif de papiergeleiders open en plaats de enveloppen in het midden van de
achterste lade MET DE ADRESZIJDE NAAR U TOE GERICHT.
De gevouwen klep van de envelop bevindt zich naar beneden gericht aan de linkerzijde.
Er kunnen maximaal 10 enveloppen tegelijk worden geplaatst.
(2) Schuif de papiergeleiders tegen de zijkanten van de enveloppen aan.
Schuif de papiergeleiders niet te hard. Dan worden de enveloppen misschien niet goed ingevoerd.
3.
Geef de instellingen op in het printerstuurprogramma.
(1) Selecteer Envelop (Envelope) bij Mediumtype (Media Type).
(2) Selecteer het formaat voor enveloppen.
Selecteer DL Env. of Comm. Env. #10 bij Paginaformaat (Page Size).
Selecteer DL-envelop (DL Envelope) of Envelop nr. 10 (#10 Envelope) bij Papierformaat (Paper Size).
(3) Selecteer Liggend (Landscape) bij Afdrukstand (Orientation).
Belangrijk
Als u het Paginaformaat (Page Size) (of Papierformaat (Paper Size)) of de Afdrukstand
(Orientation) niet correct opgeeft, wordt het adres ondersteboven of 90 graden gedraaid
afgedrukt.
Opmerking
Zie Documenten afdrukken (Windows) of Documenten afdrukken (Macintosh) voor meer
informatie over de instellingen van het printerstuurprogramma.
Als in Windows het afdrukresultaat ondersteboven is, selecteert u 180 graden roteren (Rotate
180 degrees) op de pagina Pagina-instelling (Page Setup) in het dialoogvenster met
printereigenschappen van het printerstuurprogramma.
Naar boven
Mediumtypen die u kunt gebruiken
Sivu 75/836
Uitgebreide Handleiding
Probleemoplossing
Inhoud > Papier/originelen plaatsen > Papier plaatsen > Mediumtypen die u kunt gebruiken
Mediumtypen die u kunt gebruiken
Kies voor het beste afdrukresultaat papier dat geschikt is om op af te drukken. Canon levert diverse
papiersoorten waarmee u het plezier van het afdrukken kunt verhogen, zoals stickers, en papiersoorten
voor foto's of documenten. Het verdient aanbeveling uw belangrijke foto's af te drukken op papier van het
merk Canon.
Mediumtypen
Verkrijgbare papiersoorten
Papiernaam <
Maximaal aantal vellen
> Modelnummer *1 Achterste
Cassette
lade
Gewoon papier
(gerecycled
Ongeveer
150 vel
*2
papier)
Enveloppen*3
Instellingen bij Mediumtype (Media Type)
Maximale
belasting
uitvoerlade Bedieningspaneel Printerstuurprogramma
A4, B5, A5
en Letter/8,
5x11 inch:
Ongeveer
150 vel
Kan niet
10
enveloppen worden
geplaatst *4
Ongeveer
50 vel
Gewoon papier
(Plain Paper)
Gewoon papier (Plain
Paper)
*5
-
Envelop (Envelope)
Papier van het merk Canon
Maximaal aantal
Instellingen bij Mediumtype (Media Type)
Maximale
belasting
> Modelnummer *1 Achterste
Cassette uitvoerlade Bedieningspaneel Printerstuurprogramma
lade
vellen
Papiernaam <
Voor het afdrukken van documenten:
Super Wit Papier
<SW-201>
Ongeveer
100 vel
A4:
Ongeveer
100 vel
Ongeveer
50 vel
Gewoon papier
(Plain Paper)
Gewoon papier (Plain
Paper)
Voor het afdrukken van foto's:
Pro Platinum
Professioneel Fotopapier
Platinum (Photo Paper Pro
Platinum)
Pro II
Professioneel Fotopapier II
(Photo Paper Pro II)
Glanzend
Fotopapier (Glossy
Photo Paper)
Glanzend Fotopapier
(Glossy Photo Paper)
<GP-502>*6
Glanzend
Fotopapier (Glossy
Photo Paper)
Glanzend Fotopapier
(Glossy Photo Paper)
Glossy Foto Papier
Extra II
Glossy Extra II (Plus
Glossy II)
Glossy Foto Papier Extra II
(Photo Paper Plus Glossy II)
Plus Halfglans (Plus
Semi-gloss)
Photo Paper Plus Halfglans
(Photo Paper Plus Semi-
Professioneel
Fotopapier Platinum
<PT-101>*6
Professioneel
Fotopapier II
<PR-201>*6
Glanzend Fotopapier
'voor frequent
gebruik'
<GP-501>*6
Glossy Foto Papier
*5
A4, Letter / Kan niet
8,5 x 11
worden
inch, 5 x 7 geplaatst *4
inch / 13 x
18 cm, en
8 x 10 inch
/ 20 x 25
cm: 10 vel
10 x 15 cm
/ 4" x 6":
20 vel
<PP-201>*6
Fotopapier Plus
Halfglans
Mediumtypen die u kunt gebruiken
Sivu 76/836
<SG-201>*6
gloss)
Matglans Foto
Papier (Matte Photo
Paper)
Matglans Foto Papier (Matte
Photo Paper)
50 vel
-
Hoge resolutie papier (High
Resolution paper)
*5
-
T-Shirt Transfers
Glanzend
Fotopapier (Glossy
Photo Paper)
Glanzend Fotopapier
(Glossy Photo Paper)
Matglans Foto Papier
<MP-101>
Voor het afdrukken van zakelijke documenten:
Hoge resolutie papier
80 vel
<HR-101N> *3
Kan niet
worden
geplaatst *4
Voor het maken van uw eigen afdrukken:
T-Shirt Transfers
1 vel
<TR-301>*3
Kan niet
worden
geplaatst *4
Fotostickers
<PS-101>*7
1 vel
*1 Papier met een modelnummer is papier van het merk Canon. Raadpleeg de instructiehandleiding bij
het papier voor gedetailleerde informatie over de bedrukbare zijde en notities over de behandeling van
papier. Bezoek onze website voor informatie over de papierformaten die voor de verschillende
papiersoorten van het merk Canon beschikbaar zijn. In sommige landen of regio's is bepaald papier van
Canon mogelijk niet beschikbaar. In de Verenigde Staten wordt papier niet op modelnummer verkocht.
In dat geval koopt u het papier op naam.
*2 Het correct invoeren van papier verloopt wellicht niet goed bij de maximumcapaciteit, afhankelijk van
de papiersoort of de omgevingsomstandigheden (zeer hoge of lage temperaturen of luchtvochtigheid).
Plaats in dergelijke gevallen per keer niet meer dan ongeveer de helft van de maximumcapaciteit (u kunt
100% gerecycled papier gebruiken).
*3 Alleen beschikbaar wanneer u afdrukt vanaf uw computer.
*4Als u dit papier via de cassette invoert, kunt u het apparaat beschadigen. Plaats dit papier altijd in de
achterste lade.
*5 Wij adviseren u het vorige afgedrukte vel uit de papieruitvoerlade te verwijderen voordat u verdergaat
met afdrukken om vlekken en verkleuringen te voorkomen.
*6 Wanneer u papier in stapels plaatst, kan de afdrukzijde bij het invoeren worden gemarkeerd of wordt
het papier mogelijk niet goed ingevoerd. Plaats in dat geval maar één vel tegelijk.
*7Wanneer u foto's op een geheugenkaart wilt afdrukken op stickerpapier, selecteert u Sticker (Sticker
print) in het menu Geheugenkaart (Memory card). Zie Foto's afdrukken in verschillende indelingen.
Wanneer u afgedrukte foto's scant en afdrukt op stickerpapier, selecteert u Sticker (Sticker print) in het
menu Fotoreproductie (Easy photo reprint). Zie Foto's afdrukken in verschillende indelingen.
Wanneer u foto's vanaf u mobiele telefoon wilt afdrukken op stickerpapier, selecteert u Stickers als
paginaformaat in Inst. afdrkn mobiele tel. (Mobile phone print setting). Raadpleeg de online handleiding:
Uitgebreide Handleiding .
Opmerking
Voor meer informatie over hoe u het paginaformaat en het mediumtype kunt instellen wanneer u
foto's vanaf een mobiele telefoon wilt afdrukken, raadpleegt u de on line handleiding: Uitgebreide
Handleiding .
Paginaformaten
U kunt de volgende paginaformaten gebruiken.
U kunt gewoon papier van de volgende formaten plaatsen in de cassette:
A4-, B5-, A5-, en Letter-formaat
Gewoon papier met andere formaten kan niet in de cassette worden geplaatst. Plaats dergelijke
papierformaten in de achterste lade.
In Macintosh zijn Choukei 3 en Choukei 4 niet beschikbaar.
Standaardformaten:
Mediumtypen die u kunt gebruiken
Sivu 77/836
Letter (8,5 x 11 inch / 215,9 x 279,4 mm)
Legal (8,5 x 14 inch / 215,9 x 355,6 mm)
A5 (5,83 x 8,27 inch / 148 x 210 mm)
A4 (8,27 x 11,69 inch / 210 x 297 mm)
B5 (7,17 x 10,12 inch / 182 x 257 mm)
4" x 6" (10 x 15 cm / 4" x 6")
4" x 8" (4 x 8 inch / 101,6 x 203,2 mm)
5" x 7" (5 x 7 inch / 13 x 18 cm)
8" x 10" (8 x 10 inch / 20 x 25 cm)
L (3,5 x 5 inch / 89 x 127 mm)
2L (5 x 7 inch / 127 x 178 mm)
Hagaki (3,94 x 5,83 inch / 100 x 148 mm)
Hagaki 2 (7,87 x 5,83 inch / 200 x 148 mm)
Comm. Env. #10 (4,12 x 9,50 inch/104,6 x 241,3 mm)
DL Env. (4,33 x 8,66 inch/110,0 x 220,0 mm)
Choukei 3 (4,72 x 9,25 inch / 120 x 235 mm)
Choukei 4 (3,54 x 8,07 inch / 90 x 205 mm)
Youkei 4 (4,13 x 9,25 inch / 105 x 235 mm)
Youkei 6 (3,86 x 7,48 inch / 98 x 190 mm)
Kaart (2,16 x 3,58 inch / 55,0 x 91,0 mm)
Breed (4 x 7,10 inch / 101,6 x 180,6 mm)
Afwijkende formaten:
U kunt ook een aangepast formaat opgeven binnen het volgende bereik.
2,17 x 3,58 inch/55 x 91 mm (Achterste lade)
Minimumformaat:
5,83 x 8,27 inch/148 x 210 mm (Cassette)
Maximumformaat:
8,50 x 26,61 inch/215,9 x 676 mm (Achterste lade)
8,50 x 11,69 inch/215,9 x 297 mm (Cassette)
Papiergewicht
64 tot 105 g/m²/17 tot 28 lb (gewoon papier, uitgezonderd papier van het merk Canon)
Gebruik geen zwaarder of lichter papier dan dit (met uitzondering van papier van het merk Canon),
anders kan het papier in de printer vast komen te zitten.
Notities over het opslaan van papier
Neem alleen het benodigde aantal vellen papier uit de verpakking, vlak voordat u gaat afdrukken.
Wanneer u niet afdrukt, verwijdert u niet-gebruikt papier uit de achterste lade, stopt u dat terug in het
pak en legt u het ergens vlak neer om te voorkomen dat het gaat omkrullen. Vermijd bij het opslaan
bovendien hitte, vochtigheid en rechtstreeks zonlicht.
Naar boven
Mediumtypen die u niet kunt gebruiken
Sivu 78/836
Uitgebreide Handleiding
Probleemoplossing
Inhoud > Papier/originelen plaatsen > Papier plaatsen > Mediumtypen die u niet kunt gebruiken
Mediumtypen die u niet kunt gebruiken
De onderstaande soorten papier mogen niet worden gebruikt. Het gebruik van dergelijke papiersoorten
levert niet alleen een onbevredigend resultaat op, maar kan ook leiden tot vastlopen of slecht
functioneren van het apparaat.
Gevouwen, gekruld of gekreukt papier
Vochtig papier
Papier dat te dun is (dat minder weegt dan 64 g/m²/17 lb)
Papier dat te dik is (gewoon papier, behalve papier van het merk Canon, dat meer weegt dan 105 g/
m²/28 lb)
Papier dat dunner is dan een briefkaart, inclusief gewoon papier of papier van een notitieblok dat
kleiner is gemaakt (wanneer u afdrukt op papier van formaat A5 of kleiner)
Briefkaarten
Kaarten waarop foto's of stickers zijn geplakt
Enveloppen met een dubbele (of zelfklevende) klep
Enveloppen met druksluitingen
Enveloppen met een reliëf of een behandeld oppervlak
Enveloppen waarvan de lijmkleppen al vochtig zijn gemaakt en plakken
Willekeurig papier met gaatjes
Papier dat niet rechthoekig is
Papier dat is ingebonden met nietjes of lijm
Voorgelijmd papier
Papier versierd met glitter, enzovoort
Naar boven
Originelen plaatsen om te kopiëren of scannen
Sivu 79/836
Uitgebreide Handleiding
Probleemoplossing
Inhoud > Papier/originelen plaatsen > Originelen plaatsen om te kopiëren of scannen
Originelen plaatsen om te kopiëren of scannen
In dit gedeelte wordt beschreven hoe u originelen op de glasplaat plaatst.
U moet het origineel mogelijk in een andere positie plaatsen, afhankelijk van de functie die u hebt
geselecteerd in het menu Kopiëren (Copy) of Fotoreproductie (Easy photo reprint). Plaats het origineel in
de juiste positie afhankelijk van de geselecteerde functie. Als u het origineel niet correct plaatst, wordt
het mogelijk niet goed gescand.
Belangrijk
Let erop dat u de documentklep sluit nadat u het origineel hebt geplaatst, voordat u begint met
kopiëren of scannen.
Wanneer u scant vanaf een computer met een toepassing of de gescande gegevens opslaat door
Computer (PC) in het menu Scannen (Scan) te selecteren met het bedieningspaneel van het
apparaat, moet u de originelen op een andere manier plaatsen. Raadpleeg voor meer informatie de
on line handleiding: Uitgebreide Handleiding .
Originelen die u kunt plaatsen
U kunt de volgende originelen kopiëren of scannen.
Typen originelen:
Foto's of tekst (documenten, boeken, tijdschriften enz.)
Formaat (B x L):
Maximaal 216 x 297 mm/8,5 x 11,7 inch
Naar boven
Originelen plaatsen
Sivu 80/836
Uitgebreide Handleiding
Probleemoplossing
Inhoud > Papier/originelen plaatsen > Originelen plaatsen om te kopiëren of scannen > Originelen plaatsen
Originelen plaatsen
In dit gedeelte wordt beschreven hoe u originelen op de glasplaat plaatst.
1.
Plaats een origineel op de glasplaat.
(1) Open de documentklep.
(2) Plaats het origineel met de te kopiëren of te scannen zijde NAAR BENEDEN op
de glasplaat.
Plaats het origineel voor elke functie in de juiste positie.
Belangrijk
Plaats geen voorwerpen die zwaarder zijn dan 2,0 kg / 4,4 lb op de glasplaat.
Druk niet te hard op het origineel en leg er niets op dat zwaarder is dan 2,0 kg/4,4 lb. Als u
dit wel doet, kan er een storing optreden in de scanner of kan de glasplaat breken.
2.
Sluit de documentklep voorzichtig.
Originelen plaatsen om te kopiëren of scannen
Wanneer u de volgende functies selecteert en het origineel op de glasplaat plaatst, lijnt u de
ongeacht de typen originelen
bovenhoek van het origineel uit met de marking voor uitlijnen
(teksten of foto's).
- Selecteer het menu Kopiëren (Copy) om originelen te kopiëren
- Selecteer USB-flashstation (USB flash drive) of Geheugenkaart (Memory card) in het menu
Scannen (Scan) om originelen te scannen
- Selecteer het menu Foto-indexblad (Photo index sheet) om het foto-indexblad te scannen
Originelen plaatsen
Sivu 81/836
Belangrijk
Het grijze gedeelte (A) (0,04 inch / 1 mm van de randen van de glasplaat) kan niet worden
gescand.
Wanneer u USB-flashstation (USB flash drive) of Geheugenkaart (Memory card) selecteert in
het menu Scannen (Scan), is Scanformaat (Scan size) de afstand vanaf de markering voor
uitlijnen
.
Als u het foto-indexblad plaatst om te scannen, lijnt u de hoek van het blad uit met de markering
voor uitlijnen
.
Afgedrukte foto's plaatsen om opnieuw af te drukken
Wanneer u het menu Fotoreproductie (Easy photo reprint) selecteert, en afgedrukte foto's op de
glasplaat plaatst, plaats u deze op de juiste manier afhankelijk van het aantal foto's.
Een afgedrukte foto plaatsen
Plaats de foto op minimaal 10 mm/0,4 inch afstand van de randen van de glasplaat en met de kant
die u wilt scannen NAAR BENEDEN.
Twee of meer foto's plaatsen
Plaats de foto's op minimaal 10 mm/0,4 inch afstand van de randen van de glasplaat en minstens
10 mm/0,4 inch van elkaar af.
Originelen plaatsen
Sivu 82/836
(A) 10 mm/0,4 inch
Opmerking
De functie voor het corrigeren van scheve foto's zorgt voor automatische compensatie voor
foto's die onder een hoek van maximaal 10 graden zijn geplaatst. Scheve foto's met een lange
zijde van 180 mm/7,1 inch of meer kunnen niet worden gecorrigeerd.
Naar boven
Routineonderhoud
Sivu 83/836
Uitgebreide Handleiding
Probleemoplossing
Inhoud > Routineonderhoud
Routineonderhoud
In dit gedeelte wordt beschreven hoe u inkttanks kunt vervangen als ze op raken, hoe u het apparaat kunt
reinigen als het afdrukresultaat vaag is, en wat u moet doen als het papier niet correct wordt ingevoerd.
Inkttanks vervangen
De inktstatus controleren
Vervangingsprocedure
Vage afdrukken of onjuiste kleuren
Controleraster voor de spuitopeningen afdrukken
Controleraster voor de spuitopeningen bekijken
De printkop reinigen
Een diepte-reiniging van de printkop uitvoeren
De printkop uitlijnen
De papierinvoerrol reinigen
Het cassettekussentje reinigen
Naar boven
Inkttanks vervangen
Sivu 84/836
Uitgebreide Handleiding
Probleemoplossing
Inhoud > Routineonderhoud > Inkttanks vervangen
Inkttanks vervangen
Als de inkt opraakt tijdens het afdrukken, wordt er wellicht een foutbericht weergegeven op het LCDscherm of de computer. Controleer welke inkttank leeg is en vervang de lege inkttank door een nieuwe.
Opmerking
Als het foutbericht wordt weergegeven, bevestigt u het weergegeven bericht en neemt u de juiste
maatregelen om het probleem op te lossen.
Raadpleeg het gedeelte 'Er wordt een foutbericht weergegeven op het LCD-scherm' in '
Probleemoplossing' in de on line Uitgebreide Handleiding voor meer informatie.
Meer informatie over geschikte inkttanks kunt u vinden in de gedrukte handleiding: Aan de Slag-gids .
Zie Vage afdrukken of onjuiste kleuren als de afdrukken vaag worden of als er witte strepen
verschijnen terwijl er toch voldoende inkt in de inkttanks zit.
Naar boven
De inktstatus controleren
Sivu 85/836
Uitgebreide Handleiding
Probleemoplossing
Inhoud > Routineonderhoud > Een inkttank vervangen > De inktstatus controleren
De inktstatus controleren
U kunt de inktstatus controleren op het LCD-scherm of met de inktlampjes.
Met het LCD-scherm of op het apparaat
(1) Controleer of het apparaat is ingeschakeld en druk op HOME.
(2) Druk op de functieknop aan de linkerzijde.
Controleer of er een symbool wordt weergegeven op het scherm voor de resterende inkt.
Er is voldoende inkt over voor afdrukken als er geen symbool wordt weergegeven.
De inkt aangeduid met
(inkt bijna op) is bijna op. U kunt nog een tijdje blijven afdrukken, maar het is
raadzaam dat u beschikt over een vervangende inkttank.
Opmerking
U kunt de inktstatus ook controleren in een scherm op het LCD-scherm dat tijdens het
afdrukken wordt weergegeven.
Met de inktlampjes
(1) Zorg dat het apparaat is ingeschakeld en open de papieruitvoerlade voorzichtig.
(2) Til de scannereenheid (klep) omhoog tot deze stopt.
Zie Til de scannereenheid (klep) omhoog totdat deze stopt. in Vervangingsprocedure.
(3) Controleer de inktlampjes.
Het inktlampje brandt
De inkttank is correct geplaatst en er resteert nog genoeg inkt om af te drukken.
Het inktlampje knippert
Langzaam knipperen (ongeveer om de 3 seconden)
..... Herhaalt
Het inktniveau is laag. U kunt nog een tijdje blijven afdrukken, maar het is raadzaam dat u beschikt over een
vervangende inkttank.
Snel knipperen (ongeveer om de seconde)
...... Herhaalt
De inkttank is op de verkeerde positie geplaatst of leeg. Plaats de inkttank op de juiste positie, zoals
aangegeven op het etiket van de printkophouder. Als de positie correct is terwijl het inktlampje knippert, is
de inkttank leeg. Vervang deze door een nieuwe inkttank.
Het inktlampje is uit
De inkttank is niet goed geplaatst of de functie voor het detecteren van de resterende hoeveelheid inkt is
De inktstatus controleren
Sivu 86/836
(Drukken) op de inkttank
uitgeschakeld. Als de inkttank niet goed is geplaatst, drukt u op de aanduiding
totdat de inkttank stevig vast zit. Als u geen klik hoort ten teken dat de inkttank op zijn plaats zit, moet u
controleren of het oranje beschermkapje van de onderzijde van de inkttank is verwijderd. Als de functie
voor het detecteren van de resterende hoeveelheid inkt is uitgeschakeld, vervangt u de inkttank. Zie
Vervangingsprocedure .
Als het de inktlampje nog steeds niet brandt nadat de inkttank opnieuw is geplaatst, is er een fout
opgetreden en kan er niet met het apparaat worden afgedrukt. Lees het foutbericht dat op het LCD-scherm
wordt weergegeven. Raadpleeg het gedeelte ' Probleemoplossing' in de online handleiding: Uitgebreide
Handleiding .
Naar boven
Vervangingsprocedure
Sivu 87/836
Uitgebreide Handleiding
Probleemoplossing
Inhoud > Routineonderhoud > Een FINE-inkttank vervangen > Vervangingsprocedure
Vervangingsprocedure
Volg onderstaande procedure om de inkttanks te vervangen als de inkt op is.
Belangrijk
Omgaan met inkt
°Voor een optimale afdrukkwaliteit raden wij het gebruik aan van originele inkttanks van Canon. Het
opnieuw vullen van de patronen wordt niet aangeraden.
Plaats meteen een nieuwe inkttank terug zodra u er een verwijdert. Laat het apparaat nooit staan
met verwijderde inkttanks.
Gebruik nieuwe inkttanks ter vervanging. De spuitopeningen kunnen verstopt raken als u gebruikte
inkttanks plaatst. Daarnaast kan het apparaat u bij gebruik van dergelijke inkttanks niet juist
informeren wanneer het tijd is om de tank te vervangen.
Plaats inkttanks in het apparaat vóór de datum op de verpakking voor een optimale afdrukkwaliteit.
Maak de inkttanks bovendien binnen een half jaar na het eerste gebruik leeg. (Het is raadzaam de
datum van plaatsing te noteren.)
Opmerking
Mogelijk wordt toch kleureninkt verbruikt wanneer u een zwart-wit document afdrukt of wanneer u
hebt aangegeven een zwart-wit afdruk te willen maken.
Beide soorten inkt worden ook verbruikt bij reiniging en diepte-reiniging van de printkop, dat nodig is
om het apparaat goed te laten werken. Wanneer een inkttank op is, moet u deze meteen vervangen
door een nieuwe.
1.
Zorg dat de printer is ingeschakeld en open de papieruitvoerlade voorzichtig.
2.
Til de scaneenheid (printerklep) omhoog tot deze stopt.
De printkophouder schuift naar de vervangingspositie.
Let op
Als de documentklep open staat, kunt u de scaneenheid (klep) niet openen. Open de
scannereenheid (klep) met de documentklep gesloten.
Pak niet het LCD-scherm of het bedieningspaneel vast.
Houd de printkop niet vast om deze te stoppen of te verplaatsen. Raak de printkophouder niet
aan voordat deze helemaal stilstaat.
Raak geen metalen delen of andere delen aan binnen in het apparaat.
Belangrijk
°Als de scaneenheid (klep) langer dan 10 minuten open is, schuift de inktkophouder naar
rechts. In dit geval moet u de scaneenheid (klep) sluiten en weer openen.
Opmerking
Vervangingsprocedure
Het apparaat kan geluid maken wanneer de printkophouder naar de vervangingspositie wordt
verplaatst.
3.
Vervang de inkttank waarvan het lampje snel knippert.
Druk op het lipje (A) en til de inkttank op om deze te verwijderen.
Raak de printkopvergrendeling (B) niet aan.
Belangrijk
°Wees voorzichtig met de inkttank om vlekken op kleding en dergelijke te voorkomen.
Houd bij het weggooien van lege inkttanks rekening met de plaatselijke regelgeving met
betrekking tot afvalverwerking.
Opmerking
Verwijder niet twee of meer inkttanks tegelijk. Vervang inkttanks één voor één als u twee of
meer inkttanks vervangt.
Zie De inktstatus controleren voor meer informatie over de knippersnelheden van de
inktlampjes.
4.
Bereid de nieuwe inkttank voor.
) in de
(1) Neem de nieuwe inkttank uit de verpakking, trek de oranje tape (
richting van de pijl om de tape te verwijderen en verwijder vervolgens de folie (
).
Belangrijk
Zorg dat de folie volledig is verwijderd uit de luchtopening (C). Als de luchtopening bedekt
is met folieresten, kan er inkt weglekken of kan de inkt niet goed worden uitgespoten.
(2) Houd het oranje beschermkapje (D) vast zoals in de afbeelding wordt
aangegeven en draai het kapje om dit van de onderkant van de inkttank te
verwijderen.
Sivu 88/836
Vervangingsprocedure
Sivu 89/836
Houd het beschermkapje vast terwijl u het verwijdert, om te voorkomen dat uw vingers vuil worden.
Gooi het beschermkapje na verwijderen weg.
Belangrijk
Raak de elektrische contactpunten (E) op de inkttank niet aan. Als u dit wel doet, werkt het
apparaat mogelijk niet meer naar behoren of kunt u niet meer afdrukken.
Belangrijk
Als u schudt met een inkttank, kunt u inkt morsen en vlekken op uw handen en dergelijke
krijgen. Behandel de inkttanks voorzichtig.
Knijp niet in de inkttanks, want dan kan er inkt uit de tanks lekken.
°Zorg dat er geen vlekken op uw handen en dergelijke komen door de inkt op het verwijderde
beschermkapje.
°Plaats het beschermkapje niet terug nadat u dit hebt verwijderd. Houd bij het weggooien
rekening met de lokale wet- en regelgeving met betrekking tot de afvalverwerking.
Raak de geopende inktopening niet aan nadat het beschermkapje is verwijderd, omdat dit
mogelijk verhindert dat de inkt goed wordt uitgespoten.
5.
De nieuwe inkttank installeren.
(1) Plaats de voorkant van de inkttank schuin in de printkop.
Controleer of de positie van de inkttank overeenkomt met die op het label.
(2) Druk op de aanduiding
zit.
(Drukken) op de inkttank totdat de inkttank stevig vast
Controleer of de inktlampjes rood gaan branden.
Vervangingsprocedure
Sivu 90/836
Belangrijk
U kunt niet afdrukken als de inkttank op de verkeerde positie is geplaatst. U moet de inkttank
installeren op de positie die is aangegeven op het label van de printkophouder.
De printer kan pas worden gebruikt als alle inkttanks zijn geïnstalleerd. Zorg dat alle inkttanks
zijn geïnstalleerd.
6.
Sluit de scaneenheid (klep) voorzichtig.
Let op
Houd de scannereenheid (klep) stevig met beide handen vast en zorg ervoor dat uw vingers
niet bekneld raken.
Pak niet het LCD-scherm of het bedieningspaneel vast.
Opmerking
Raadpleeg het gedeelte Probleemoplossing in de on line handleiding Uitgebreide Handleiding
als het foutbericht wordt weergegeven op het LCD-scherm nadat u de scannereenheid (klep)
hebt gesloten.
Het apparaat reinigt de printkop automatisch zodra u begint met afdrukken nadat u de inkttank
hebt vervangen. Voer geen andere handelingen uit tot het apparaat klaar is met het reinigen
van de printkop.
Pas de positie van de printkop aan als evenwijdige lijnen niet correct worden afgedrukt of
alsof als de positie van de printkop niet goed is uitgelijnd.
Zie De printkop uitlijnen .
Het apparaat kan lawaai maken tijdens de uitvoering, maar dit is normaal.
Naar boven
Vage afdrukken of onjuiste kleuren
Sivu 91/836
Uitgebreide Handleiding
Probleemoplossing
Inhoud > Routineonderhoud > Vage afdrukken of onjuiste kleuren
Vage afdrukken of onjuiste kleuren
Als de afdrukresultaten onduidelijk zijn of de kleuren niet correct worden afgedrukt, zijn de
spuitopeningen van de printkop waarschijnlijk verstopt. Voer de onderstaande procedure uit om het
controleraster voor de spuitopeningen af te drukken, de conditie van de spuitopeningen van de printkop
te controleren en vervolgens de printkop te reinigen.
Als evenwijdige lijnen niet correct worden afgedrukt of als u niet tevreden bent over de afdrukresultaten,
kan de afdrukkwaliteit mogelijk worden verbeterd door de printkop uit te lijnen.
Let op
Spoel de printkop en inkttanks niet af en veeg ze niet schoon. Dit kan allerlei problemen met de
printkop en inkttanks veroorzaken.
Opmerking
Voordat u onderhoud verricht
Open de scannereenheid (klep) en controleer of de lampjes van alle inkttanks rood branden.
Zie De inktstatus controleren als dit niet het geval is en voer de juiste bewerking uit.
Stel de afdrukkwaliteit hoger in via de instellingen van het printerstuurprogramma. Hierdoor kunnen
de afdrukresultaten verbeteren.
Raadpleeg voor meer informatie de on line handleiding: Uitgebreide Handleiding .
Onduidelijke of ongelijkmatige afdrukresultaten:
Stap 1
Zie Controleraster voor de spuitopeningen afdrukken .
Zie Controleraster voor de spuitopeningen bekijken .
Als het raster ontbreekt:
Druk na het reinigen van de
printkop het controleraster voor
spuitopeningen af en controleer dit.
Stap 2
Zie De printkop reinigen .
Als het probleem niet is opgelost nadat u de printkop
tweemaal hebt gereinigd:
Stap 3
Zie Een diepte-reiniging van de printkop uitvoeren .
Opmerking
Als u de procedure tot en met stap 3 hebt uitgevoerd en het probleem niet is opgelost, schakelt u de
printer uit en voert u de diepte-reiniging van de printkop 24 uur later nogmaals uit. Indien de fout zich
blijft voordoen, is de printkop mogelijk beschadigd. Neem contact op met de helpdesk van Canon.
Als de afdrukresultaten niet gelijkmatig zijn (de evenwijdige lijnen
zijn bijvoorbeeld niet correct afgedrukt):
Zie De printkop uitlijnen .
Opmerking
U kunt het onderhoud ook vanaf uw computer uitvoeren.
Raadpleeg voor meer informatie de on line handleiding: Uitgebreide Handleiding .
Vage afdrukken of onjuiste kleuren
Sivu 92/836
Naar boven
Controleraster voor de spuitopeningen afdrukken
Uitgebreide Handleiding
Sivu 93/836
Probleemoplossing
Inhoud > Routineonderhoud > Vage afdrukken of onjuiste kleuren > Controleraster voor de spuitopeningen afdrukken
Controleraster voor de spuitopeningen afdrukken
Druk het controleraster voor spuitopeningen af om te bepalen of de inkt op de juiste wijze uit de
spuitopeningen van de printkop wordt gespoten.
U moet het volgende voorbereiden: een vel gewoon papier van A4- of Letterformaat
Opmerking
Als de inkt bijna op is, wordt het controleraster niet goed afgedrukt. Vervang de inkttank die bijna
leeg is.
Zie Inkttanks vervangen .
1.
Controleer of het apparaat aan staat.
2.
Zorg dat er een of meer vellen gewoon papier van het formaat A4 of Letter in de
cassette zijn geplaatst.
3.
Open de papieruitvoerlade voorzichtig en trek de verlenging van de uitvoerlade uit.
Belangrijk
Sluit de binnenklep als deze is geopend.
4.
Druk het controleraster voor de spuitopeningen af.
(1) Selecteer Instellingen (Settings)
OK.
in het scherm HOMEscherm en druk op
(2) Selecteer Onderhoud (Maintenance) en druk op OK.
(3) Selecteer Controle spuitopening (Nozzle check pattern) en druk op OK.
(4) Selecteer Ja (Yes) en druk op OK.
Het controleraster voor spuitopeningen wordt afgedrukt en twee schermen voor bevestiging worden
weergegeven.
5.
Bekijk het controleraster voor de spuitopeningen.
Zie Controleraster voor de spuitopeningen bekijken .
Controleraster voor de spuitopeningen afdrukken
Sivu 94/836
Naar boven
Controleraster voor de spuitopeningen bekijken
Sivu 95/836
Uitgebreide Handleiding
Probleemoplossing
Inhoud > Routineonderhoud > Vage afdrukken of onjuiste kleuren > Controleraster voor de spuitopeningen bekijken
Controleraster voor de spuitopeningen bekijken
Bekijk het controleraster voor de spuitopeningen en reinig zo nodig de printkop.
1.
Controleer het raster (1) op ontbrekende lijnen en (2) de aanwezigheid van
horizontale witte strepen.
(A) Geen ontbrekende lijnen/Geen horizontale witte strepen
(B) Lijnen ontbreken/er zijn horizontale witte strepen aanwezig
2.
Selecteer het raster in het bevestigingsscherm dat het dichtst in de buurt komt van
het controleraster voor de spuitopeningen dat u hebt afgedrukt.
Voor (A) (geen ontbrekende lijnen of geen horizontale witte strepen) in (1) en (2):
Selecteer Alle A (All A) en druk op OK.
De reiniging is niet vereist.
U keert terug naar het scherm Onderhoud (Maintenance).
Voor (B) (lijnen ontbreken of horizontale witte lijnen zijn aanwezig) in (1) of (2):
(1) Selecteer Ook B (Also B) en druk op OK.
Reinig de printkop. Het scherm met reinigingsinformatie wordt weergegeven.
(2) Selecteer Ja (Yes) en druk op OK.
De reiniging van de printkop wordt gestart.
Zie De printkop reinigen .
Controleraster voor de spuitopeningen bekijken
Sivu 96/836
Naar boven
De printkop reinigen
Sivu 97/836
Uitgebreide Handleiding
Probleemoplossing
Inhoud > Routineonderhoud > Vage afdrukken of onjuiste kleuren > De printkop reinigen
De printkop reinigen
De printkop moet worden gereinigd als er in het afgedrukte controleraster voor de spuitopeningen lijnen
ontbreken of horizontale witte strepen worden weergegeven. Door een reiniging uit te voeren worden de
spuitopeningen vrij gemaakt en de toestand van de printkop hersteld. Bij het reinigen van de printkop
wordt inkt verbruikt. Reinig de printkop daarom alleen als het echt nodig is.
U moet het volgende voorbereiden: een vel gewoon papier van A4- of Letterformaat
1.
Controleer of het apparaat aan staat.
2.
Zorg dat er een of meer vellen gewoon papier van het formaat A4 of Letter in de
cassette zijn geplaatst.
3.
Open de papieruitvoerlade voorzichtig en trek de verlenging van de uitvoerlade uit.
Belangrijk
Sluit de binnenklep als deze is geopend.
4.
Reinig de printkop.
(1) Selecteer Instellingen (Settings)
in het startscherm en druk op OK.
(2) Selecteer Onderhoud (Maintenance) en druk op OK.
(3) Selecteer Reiniging (Cleaning) en druk op OK.
(4) Selecteer Ja (Yes) en druk op OK.
De reiniging van de printkop wordt gestart.
Voer geen andere handelingen uit tot het apparaat klaar is met het reinigen van de printkop. Dit duurt
ongeveer 1 minuut en 30 seconden.
(5) Selecteer Ja (Yes) en druk op OK.
Het controleraster voor de spuitopening wordt afgedrukt.
5.
Controleer het controleraster voor de spuitopeningen.
Zie Controleraster voor de spuitopeningen bekijken .
Opmerking
Als het probleem niet is opgelost nadat u de printkop tweemaal hebt gereinigd, voert u de dieptereiniging van de printkop uit.
Zie Een diepte-reiniging van de printkop uitvoeren .
De printkop reinigen
Sivu 98/836
Naar boven
Een diepte-reiniging van de printkop uitvoeren
Sivu 99/836
Uitgebreide Handleiding
Probleemoplossing
Inhoud > Routineonderhoud > Vage afdrukken of onjuiste kleuren > Een diepte-reiniging van de printkop uitvoeren
Een diepte-reiniging van de printkop uitvoeren
Als de afdrukkwaliteit niet is verbeterd door de normale reiniging van de printkop, moet u een dieptereiniging van de printkop uitvoeren. Bij een diepte-reiniging van de printkop wordt meer inkt verbruikt dan
bij een normale reiniging. Het is daarom raadzaam de diepte-reiniging alleen uit te voeren als het echt
nodig is.
U moet het volgende voorbereiden: een vel gewoon papier van A4- of Letterformaat
1.
Controleer of het apparaat aan staat.
2.
Zorg dat er een of meer vellen gewoon papier van het formaat A4 of Letter in de
cassette zijn geplaatst.
3.
Open de papieruitvoerlade voorzichtig en trek de verlenging van de uitvoerlade uit.
Belangrijk
Sluit de binnenklep als deze is geopend.
4.
Voer de diepte-reiniging van de printkop uit.
(1) Selecteer Instellingen (Settings)
in het startscherm en druk op OK.
(2) Selecteer Onderhoud (Maintenance) en druk op OK.
(3) Selecteer Diepte-reiniging (Deep cleaning) en druk op OK.
(4) Selecteer Ja (Yes) en druk op OK.
De diepte-reiniging van de printkop wordt gestart.
Voer geen andere handelingen uit tot het apparaat klaar is met de diepte-reiniging van de printkop. Dit duurt
ongeveer 3 minuten.
(5) Selecteer Ja (Yes) en druk op OK.
Het controleraster voor de spuitopening wordt afgedrukt.
5.
Controleer het controleraster voor de spuitopeningen.
Zie Controleraster voor de spuitopeningen bekijken .
Als een bepaalde kleur niet goed wordt afgedrukt, vervangt u de inkttank van de desbetreffende kleur.
Zie Inkttanks vervangen .
Als het probleem niet is opgelost, schakelt u het apparaat uit en voert u na 24 uur nogmaals een diepte-reiniging
van de printkop uit.
Indien de fout zich blijft voordoen, is de printkop mogelijk beschadigd. Neem contact op met de helpdesk van
Canon.
Een diepte-reiniging van de printkop uitvoeren
Sivu 100/836
Naar boven
De printkop uitlijnen
Sivu 101/836
Uitgebreide Handleiding
Probleemoplossing
Inhoud > Routineonderhoud > Vage afdrukken of onjuiste kleuren > De printkop uitlijnen
De printkop uitlijnen
Als de afgedrukte lijnen niet evenwijdig zijn of als u niet tevreden bent over de afdrukresultaten, dient u
de positie van de printkop aan te passen.
U moet het volgende voorbereiden: een vel bijgeleverd papier van A4- of Letterformaat of Canon Matglans Foto Papier MP-101
Opmerking
Als het bijgeleverde papier (Canon Matglans Foto Papier MP-101) opraakt en het opgegeven Canonpapier is niet beschikbaar, past u de printkop handmatig aan voor gewoon papier. Raadpleeg voor
meer informatie de on line handleiding: Uitgebreide Handleiding .
1.
Controleer of het apparaat aan staat.
2.
Plaats een vel bijgeleverd papier of een vel Canon Matglans Foto Papier MP-101 van
het formaat A4 of Letter met de afdrukzijde (wittere zijde) naar u toe in de achterste
lade.
Belangrijk
U kunt geen papier invoeren vanuit de Cassette voor het uitlijnen van de printkop. Plaats papier
in de achterste lade.
3.
Open de papieruitvoerlade voorzichtig en trek de verlenging van de uitvoerlade uit.
Belangrijk
Sluit de binnenklep als deze is geopend.
4.
Druk het uitlijningsraster voor de printkop af.
(1) Selecteer Instellingen (Settings)
in het scherm HOME en druk op OK.
(2) Selecteer Onderhoud (Maintenance) en druk op OK.
(3) Selecteer Autom. uitlijning printkop (Auto head align) endruk op OK.
Opmerking
Selecteer Kopuitlijning afdruk (Head alignment print) om de huidige aanpassingswaarden
van de printkoppositie af te drukken.
(4) Selecteer Ja (Yes) en druk op OK.
Het printkopraster na de uitlijning wordt afgedrukt en de printkop wordt automatisch aangepast.
Dit duurt ongeveer 7 minuten.
De printkop uitlijnen
Sivu 102/836
Opmerking
Het uitlijningspatroon voor de printkop wordt alleen in zwart en blauw afgedrukt.
Als de automatische aanpassing van de printkoppositie is mislukt, wordt het foutbericht
'Autom. uitlijning printkop mislukt.' (Auto head align has failed.) weergegeven op het LCDscherm. Raadpleeg voor meer informatie het gedeelte ' Probleemoplossing' in de on line
handleiding: Uitgebreide Handleiding .
Als u nog steeds niet tevreden bent over de afdrukresultaten nadat de printkoppositie is
aangepast op de hiervoor omschreven wijze, moet u de printkoppositie handmatig aanpassen.
Raadpleeg voor meer informatie de on line handleiding: Uitgebreide Handleiding .
Naar boven
De papierinvoerrol reinigen
Sivu 103/836
Uitgebreide Handleiding
Probleemoplossing
Inhoud > Routineonderhoud > De papierinvoerrol reinigen
De papierinvoerrol reinigen
Als de papierinvoerrol vies is of er papierstof op ligt, wordt het papier mogelijk niet goed ingevoerd.
Reinig in dat geval de papierinvoerrol. Als u de papierinvoerrol reinigt, slijt deze. Reinig de rol daarom
alleen als dat nodig is.
U moet het volgende voorbereiden: drie vellen gewoon papier van A4- of Letterformaat
1.
Zorg dat het apparaat is ingeschakeld en verwijder alle papier uit het apparaat.
2.
Open de papieruitvoerlade voorzichtig en trek de verlenging van de uitvoerlade uit.
Belangrijk
Sluit de binnenklep als deze is geopend.
3.
Reinig de papierinvoerrol.
(1) Selecteer Instellingen (Settings)
in het scherm HOME en druk op OK.
(2) Selecteer Onderhoud (Maintenance) en druk op OK.
(3) Selecteer Reiniging rollen (Roller cleaning) en druk op OK.
(4) Selecteer Ja (Yes) en druk op OK.
(5) Selecteer de papierbron die u wilt reinigen (Achterste lade (Rear tray) of
Cassette) en druk op OK.
Tijdens het reinigen draait de papierinvoerrol enkele malen rond.
4.
Controleer of de papierinvoerrol gestopt is met draaien en plaats papier.
Plaats drie vellen gewoon papier van het formaat A4 of Letter in de papierbron die u hebt geselecteerd bij (5) in
stap 3.
5.
Herhaal de procedures van (3) tot (5) in stap 3 nogmaals.
Het papier wordt uitgeworpen na het reinigen.
Als het probleem niet is opgelost nadat u de papierinvoerrol (A) hebt gereinigd in de achterste lade, zet u
het apparaat uit, haalt u de stekker uit het stopcontact en veegt u de papierinvoerrol in het midden van de
achterste lade schoon met een bijvoorbeeld een vochtig wattenstaafje. Draai de roller handmatig in de
richting van de pijl (B) tijdens het reinigen. Raak de rol niet aan met uw vingers. Gebruik een
wattenstaafje om de rol te draaien.
De papierinvoerrol reinigen
Sivu 104/836
Als het probleem hiermee niet is verholpen, neemt u contact op met de helpdesk van Canon.
Naar boven
Het cassettekussentje reinigen
Sivu 105/836
Uitgebreide Handleiding
Probleemoplossing
Inhoud > Routineonderhoud > Het cassettekussentje reinigen
Het cassettekussentje reinigen
Als het kussentje op de cassette besmeurd is geraakt met papierstof of vuil, kunnen twee of meer vellen
papier tegelijk worden uitgevoerd. Volg de onderstaande procedure om het kussentje van de cassette te
reinigen.
U moet het volgende voorbereiden: wattenstaafje
1.
Haal de cassette uit het apparaat en verwijder al het papier.
2.
Maak het kussentje van links naar rechts schoon met een vochtig wattenstaafje.
(A) Kussentje
Belangrijk
Nadat u het vuile kussentje hebt schoongemaakt, laat u dit volledig drogen.
Als het probleem hiermee niet is verholpen, neemt u contact op met de helpdesk van Canon.
Naar boven
Bijlage
Sivu 106/836
Uitgebreide Handleiding
Probleemoplossing
Inhoud > Bijlage
Bijlage
Veiligheidsvoorschriften
Wettelijke beperkingen voor het gebruik van het product en het gebruik van
afbeeldingen
Tips over het gebruik van uw apparaat
Naar boven
Veiligheidsvoorschriften
Sivu 107/836
Uitgebreide Handleiding
Probleemoplossing
Inhoud > Bijlage > Veiligheidsvoorschriften
Veiligheidsvoorschriften
Lees de veiligheidsvoorschriften en waarschuwingen in deze handleiding goed door, zodat u het
apparaat veilig kunt gebruiken. Gebruik het apparaat nooit op een manier die niet in deze handleiding is
beschreven. Dit kan ongelukken, brand of elektrische schokken tot gevolg hebben.
Waarschuwing
Dit product produceert een zwakke magnetische flux. Als u een pacemaker gebruikt en voelt dat er
afwijkingen optreden in de werking van de pacemaker, blijf dan uit de buurt van het apparaat en
raadpleeg uw arts.
U kunt een elektrische schok, brand of schade aan het apparaat veroorzaken wanneer u een van
de volgende veiligheidsvoorschriften negeert.
Een locatie kiezen
Plaats het apparaat niet in de buurt van ontvlambare
oplosmiddelen, zoals alcohol of verfverdunners.
Stroomvoorziening
Steek de stekker niet in het stopcontact of haal de
stekker niet uit het stopcontact als u natte handen hebt.
Steek de stekker altijd helemaal in het stopcontact.
U mag het netsnoer nooit
beschadigen, aanpassen,
uitrekken of overmatig buigen
of verdraaien. Plaats geen
zware voorwerpen op het
netsnoer.
Sluit het apparaat nooit aan op
een stopcontact dat met
andere apparatuur wordt
gedeeld (bijvoorbeeld via een
stekkerdoos of een twee- of
driewegstekker).
Gebruik het apparaat nooit als het netsnoer is opgerold
of in de knoop zit.
Als u rook, een ongebruikelijke geur of vreemde
geluiden waarneemt in de buurt van het apparaat, trek
dan onmiddellijk de stekker uit het stopcontact en
neem contact op met de helpdesk.
Haal van tijd tot tijd de stekker
van het apparaat uit het
stopcontact en gebruik
vervolgens een droge doek
om op de stekker en in het
stopcontact opgehoopt stof en
vuil te verwijderen. Als het
apparaat zich in een ruimte
met veel stof, rook of vocht bevindt, kan het stof op de
stekker vochtig worden en kortsluiting en/of brand
veroorzaken.
Als u hoort dat het onweert, haalt u de stekker uit het
stopcontact en gebruikt u het apparaat niet. Als u de
stekker in het stopcontact laat zitten, kan dit leiden tot
brand, elektrische schokken of schade aan het apparaat
vanwege het onweer.
Gebruik het netsnoer dat bij het apparaat is geleverd.
Het apparaat
reinigen
Reinig het apparaat met een
vochtige doek.Gebruik nooit
brandbare vloeistoffen zoals
alcohol, benzeen of
Veiligheidsvoorschriften
Sivu 108/836
verdunningsmiddelen.
Als brandbare oplosmiddelen in
contact komen met elektrische
onderdelen in het apparaat, kan dit brand of elektrische
schokken veroorzaken.
Trek altijd de stekker uit het stopcontact voordat u het
apparaat reinigt.
Mocht u onverhoeds het apparaat inschakelen terwijl u dit aan
het reinigen bent, kunt u gewond raken of kan het apparaat
beschadigd raken.
Het apparaat
onderhouden
Probeer het apparaat niet uit elkaar te halen of te
wijzigen. Het apparaat bevat geen onderdelen die door
de gebruiker kunnen worden gerepareerd.
In het apparaat bevinden zich onderdelen die onder hoge
spanning staan. Voer nooit onderhoudsprocedures uit die niet in
deze handleiding worden beschreven.
Werken in de buurt
van het apparaat
Gebruik geen brandbare sprays in de nabijheid van het
apparaat.
Wanneer een spray in aanraking komt met de elektrische
onderdelen in het apparaat, kan dit brand of een elektrische
schok tot gevolg hebben.
Let op
Als u een van deze veiligheidsvoorschriften negeert, kan dit persoonlijk letsel of schade aan het
apparaat tot gevolg hebben.
Een locatie kiezen
Installeer het apparaat op een stabiele plaats die vrij
van trillingen is.
Installeer het apparaat niet op een plaats die zeer
vochtig of stoffig is en niet in direct zonlicht,
buitenshuis of dicht bij een warmtebron.
U kunt het risico van brand of elektrische schokken
beperken door het apparaat te installeren op een
locatie met een omgevingstemperatuur tussen 5 °C en
35 °C (41 °F en 95 °F) en een relatieve luchtvochtigheid
tussen 10% en 90% (zonder condensatie).
Plaats het apparaat niet op een dik tapijt of vloerkleed.
Bevestig het apparaat niet met de achterkant aan een
muur.
Stroomvoorziening
Zorg ervoor dat het gebied
rond het stopcontact te allen
tijde vrij blijft, zodat u de
stekker indien nodig snel uit
het stopcontact kunt halen.
Verwijder de stekker nooit uit
het stopcontact door aan het
snoer te trekken.
Gebruik nooit een
verlengsnoer of stekkerdoos.
Veiligheidsvoorschriften
Werken in de buurt
van het apparaat
Sivu 109/836
Steek nooit uw handen of vingers in het apparaat
terwijl er wordt afgedrukt.
Als u het apparaat wilt verplaatsen, moet u dit aan
beide kanten oppakken.
Houd niet het bedieningspaneel vast.
Leg geen voorwerpen op het apparaat.
Plaats geen metalen voorwerpen (paperclips, nietjes)
of houders met brandbare vloeistoffen (alcohol,
verdunner) op het apparaat.
Haal direct de stekker uit het stopcontact en neem
contact op met de servicedienst wanneer er een
(metalen) voorwerp of een vloeistof in het apparaat
terechtkomt.
Het apparaat mag nooit schuin, verticaal of
ondersteboven worden gebruikt of vervoerd, omdat er
anders inkt kan lekken en het apparaat beschadigd kan
raken.
Druk bij het plaatsen van een dik boek op de glasplaat
niet te hard op de documentklep. Anders kan de
glasplaat breken en letsel veroorzaken.
Printkoppen en
inkttanks
Houd inkttanks buiten het bereik van kinderen.
Als men per ongeluk inkt in de mond krijgt, door likken of slikken,
spoelt men de mond en drinkt men een of twee glazen water.
Als er irritatie of ongemak optreedt, moet men onmiddellijk een
arts raadplegen.
Als inkt in contact komt met de ogen, moet men
onmiddellijk spoelen met water.
Als inkt in contact komt met de huid, moet men zich
onmiddellijk wassen met water en zeep.
Als de ogen of de huid geïrriteerd blijven, moet met onmiddellijk
een arts raadplegen.
Printkoppen en inkttanks mogen niet worden
geschud.
Er zou inkt kunnen lekken, waardoor vlekken kunnen ontstaan.
Raak na het afdrukken nooit
de elektrische contacten van
een printkop aan.
De metalen onderdelen kunnen erg
warm zijn en brandwonden
veroorzaken.
Gooi inkttanks nooit in het vuur.
Probeer de printkop en inkttanks niet uit elkaar te
halen of te wijzigen.
Ga voorzichtig met de printkop en inkttanks om. Oefen
geen overmatige druk uit en laat ze niet vallen.
Spoel de printkop en
inkttanks niet af en veeg ze
niet schoon.
Veiligheidsvoorschriften
Sivu 110/836
Verwijder eenmaal geïnstalleerde printkoppen en
inkttanks alleen wanneer dit noodzakelijk is.
Let op het volgende als u het apparaat vlakbij andere elektrische apparatuur, zoals TL-lampen,
plaatst
Plaats het apparaat op een afstand van ten minste 15 cm/5,91 inches van andere elektrische
apparatuur, zoals TL-lampen. Als het apparaat hier te dichtbij staat, wordt de goede werking wellicht
gehinderd door ruis van de lamp.
Het apparaat uitzetten
Als u het apparaat wilt uitzetten, druk dan altijd op de knop AAN en controleer of het groene Aan/uitlampje is gedoofd. Als u de stekker uit het stopcontact haalt terwijl het Aan/uit-lampje nog brandt of
knippert, is de printkop niet beschermd en kunt u mogelijk later niet meer met het apparaat
afdrukken.
Naar boven
Wettelijke beperkingen voor het gebruik van het product en het gebruik van afbeelding... Sivu 111/836
Uitgebreide Handleiding
Probleemoplossing
Inhoud > Bijlage > Wettelijke beperkingen voor het gebruik van het product en het gebruik van afbeeldingen
Wettelijke beperkingen voor het gebruik van het product en
het gebruik van afbeeldingen
Het maken van kopieën en het scannen, afdrukken of het gebruiken van reproducties van de volgende
documenten kan illegaal zijn.
Deze lijst is niet volledig. Raadpleeg in geval van twijfel een jurist uit uw rechtsgebied.
Papiergeld
Postwissels
Stortingsbewijzen
Postzegels (gestempeld of
ongestempeld)
Identificatiebewijzen of insignes
Bepaalde service- of
wisseldocumenten
Cheques of wissels die door
overheidsinstanties zijn
uitgegeven
Rijbewijzen en
eigendomsbewijzen
Travellercheques
Voedselbonnen
Paspoorten
Immigratiepapieren
Belastingzegels (gestempeld of
ongestempeld)
Obligaties of andere schuldbekentenissen
Aandelencertificaten
Werken/kunstwerken die vallen onder het
auteursrecht, zonder toestemming van de
rechthebbende
Naar boven
Tips over het gebruik van uw apparaat
Sivu 112/836
Uitgebreide Handleiding
Probleemoplossing
Inhoud > Bijlage > Tips over het gebruik van uw apparaat
Tips over het gebruik van uw apparaat
Dit gedeelte bevat tips over het gebruik van uw apparaat en het maken van optimale afdrukken.
Inkt wordt voor verschillende toepassingen gebruikt.
Hoe wordt de inkt, naast afdrukken, gebruikt voor andere
toepassingen?
Inkt kan, naast afdrukken, voor verschillende toepassingen worden gebruikt. De inkt wordt niet alleen
gebruikt voor het maken van afdrukken, maar ook voor het reinigen van de printkop. Dit zorgt ervoor dat
de optimale afdrukkwaliteit behouden blijft.
Het apparaat heeft een functie voor het automatisch reinigen van de spuitopeningen waaruit de inkt
wordt gespoten, zodat verstopping wordt voorkomen. Tijdens de reinigingsprocedure wordt inkt uit de
spuitopeningen gepompt. De hoeveelheid inkt die gebruikt wordt voor het reinigen van de
spuitopeningen, wordt tot een minimum beperkt.
Belangrijk
De inkt die uit de spuitopeningen word gepompt tijdens bijvoorbeeld het reinigen van de printkop,
wordt geabsorbeerd door het absorptiekussen in het apparaat. Een vol absorptiekussen moet
worden vervangen. U kunt het absorptiekussen niet zelf vervangen. Wanneer het foutbericht over
een vol absorptiekussen wordt weergegeven, moet u zo snel mogelijk contact opnemen met de
helpdesk van Canon.
Raadpleeg het gedeelte 'Probleemoplossing' in de online handleiding: Uitgebreide Handleiding .
Wordt er kleureninkt gebruikt voor het maken van zwart-witte
afdrukken?
De manier waarop kleureninkt of zwarte inkt wordt gebruikt, is afhankelijk van de kleur van de af te
drukken afbeelding of de inhoud van het document. Afhankelijk van het mediumtype dat u gebruikt voor
afdrukken of de instellingen van het printerstuurprogramma, worden twee soorten zwarte inkt (PGBK en
BK) automatisch gebruikt. PGBK wordt hoofdzakelijk gebruikt voor het afdrukken van tekstdocumenten
en BK voor het afdrukken van foto's, illustraties, enzovoort. Bepaalde zwarte en grijze tinten worden niet
gemaakt met zwarte inkt. Er kan dus kleureninkt worden gebruikt voor het maken van zwart-witte
afdrukken.
Het inktlampje geeft aan wanneer de inkt opraakt.
De inkttank bestaat uit het gedeelte waar de inkt is opgeslagen (A) en het gedeelte met de met inkt
doordrenkte spons (B).
Wanneer de inkt in (A) opraakt, knippert het inktlampje langzaam om aan te geven dat de inkt bijna op is.
Wanneer vervolgens de inkt in (B) opraakt, knippert het inktlampje snel om u op de hoogte te brengen
dat de inkttank moet worden vervangen.
Zie Inkttanks vervangen .
Afdrukken op speciaal papier: Hoe kunt u altijd afdrukken met een
optimale afdrukkwaliteit?
Tip: controleer de apparaatstatus voordat u gaat afdrukken.
Is de printkop in orde?
Tips over het gebruik van uw apparaat
Sivu 113/836
Als de spuitopeningen verstopt zijn, worden afdrukken vaag en wordt er papier verspild. Het is
raadzaam de printkop te controleren door het controleraster voor de spuitopeningen af te
drukken.
Zie Vage afdrukken of onjuiste kleuren .
Zijn er inktresten achtergebleven in het binnenste van het apparaat?
Nadat het apparaat grote hoeveelheden papier of afdrukken zonder marges heeft geproduceerd,
kan het gebied waar het papier doorheen wordt gevoerd, besmeurd raken met inkt. Maak het
binnenste van het apparaat schoon door een reiniging van de onderste plaat uit te voeren.
Raadpleeg de online handleiding: Uitgebreide Handleiding .
Tip: controleer de juiste plaatsing van het papier.
Is het papier in de juiste richting geplaatst?
Als u papier in de achterste lade of cassette laadt, moet u de richting van het papier controleren.
(A)
(B)
(A) Achterste lade
(B) Cassette
Het papier in de achterste lade moet met de
afdrukzijde naar u toe worden geplaatst.
Het papier in de cassette moet met de
afdrukzijde naar beneden worden geplaatst.
Is het papier gekruld?
Gekruld papier kan papierstoringen veroorzaken. Strijk gekruld papier eerst glad voordat u het
opnieuw in het apparaat plaatst.
Raadpleeg het gedeelte ' Probleemoplossing' in de online handleiding: Uitgebreide
Handleiding.
Tip: vergeet niet de papierinstellingen op te geven nadat het
papier is geplaatst.
Selecteer het geplaatste papier in Mediumtype (Media type) van het bedieningspaneel of Mediumtype
(Media Type) in het printerstuurprogramma. Als het type papier niet is geselecteerd, worden er mogelijk
geen goede afdrukresultaten geproduceerd.
Zie Papier plaatsen .
Er zijn verschillende soorten papier: papier met een speciale coating voor het optimaal afdrukken van
foto’s en papier dat geschikt is voor documenten. De optie Mediumtype (Media type) op het
bedieningspaneel of Mediumtype (Media Type) in het printerstuurprogramma hebben verschillende
instellingen die u vooraf voor elk type papier kunt instellen (zoals inkt gebruiken, inkt spuiten, de afstand
vanaf de spuitopeningen), zodat u op elke papiersoort afdrukken met een optimale beeldkwaliteit kunt
maken. U kunt afdrukken met verschillende instellingen bij Mediumtype (Media type) (of Mediumtype
(Media Type)) die geschikt zijn voor elk type geladen papier.
Gebruik de knop Stoppen als u het afdrukken wilt annuleren.
Tip: druk nooit op de knop AAN.
Als u tijdens het afdrukken op de knop AAN drukt, worden de afdrukgegevens die vanaf een computer
worden verzonden in de wachtrij van het apparaat geplaatst en kunt u mogelijk niet meer afdrukken.
Druk op de knop Stoppen om het afdrukken te annuleren.
Opmerking
Tips over het gebruik van uw apparaat
Als u afdrukt vanaf een computer, lukt het soms niet het afdrukken te annuleren door op de knop
Stoppen te drukken. Open in dat geval het dialoogvenster met printereigenschappen om de
overbodige afdruktaken uit de printerstatusmonitor (Windows) te verwijderen.
De optimale afdrukkwaliteit behouden.
Voor een optimale afdrukkwaliteit is het belangrijk dat de printkop niet uitdroogt of verstopt raakt. Volg
altijd de volgende stappen voor een optimale afdrukkwaliteit.
Verwijder als volgt de stekker van het netsnoer uit het stopcontact.
1 Druk op de knop AAN om het apparaat uit te zetten.
2 Controleer of het Aan/uit-lampje uit is.
3 Haal de stekker uit het stopcontact of schakel de stekkerdoos uit.
Als u op de knop AAN drukt om het apparaat uit te zetten, wordt de printkop (spuitopeningen)
automatisch bedekt om uitdrogen te voorkomen. Als u de stekker uit het stopcontact haalt of de
stekkerdoos uitschakelt voordat het Aan/uit-lampje is gedoofd, wordt de printkop niet correct
bedekt. Dit kan uitdroging of verstoppingen veroorzaken.
Volg altijd deze procedure als u de stekker uit het stopcontact verwijderd.
Druk regelmatig af
Als een viltstift een lange tijd niet wordt gebruikt, droogt de punt uit en wordt de stift onbruikbaar,
ook als het dopje op de viltstift is geplaatst. Hetzelfde geldt voor de printkop als het apparaat een
lange tijd niet wordt gebruikt.
Het is daarom raadzaam het apparaat ten minste één keer per maand te gebruiken.
Opmerking
Afhankelijk van het type papier kan de inkt vervagen als het afdrukgebied met een merk- of
markeerstift is aangeraakt of uitlopen als het afdrukgebied met water of transpiratievocht in
aanraking is geweest.
Maatregelen die u moet treffen voor het gebruik of vervoer van
het apparaat
Tip: het apparaat mag niet verticaal of schuin worden gebruikt of
vervoerd.
Als het apparaat verticaal of schuin wordt gebruikt of vervoerd, kan het apparaat beschadigen of kan er
inkt uit het apparaat lekken.
Let erop dat het apparaat niet verticaal of schuin wordt gebruikt of vervoerd.
De kleuren zijn ongelijkmatig en de afdrukresultaten zijn
onduidelijk.
Tip: druk het controleraster voor de spuitopeningen af
Sivu 114/836
Tips over het gebruik van uw apparaat
Sivu 115/836
indien de openingen verstopt zijn.
Als de spuitopeningen van de printkop verstopt zijn, kunnen de kleuren ongelijkmatig en de
afdrukresultaten onduidelijk worden.
In dat geval
Druk het controleraster voor de spuitopeningen af
Controleer het controleraster om te zien of de spuitopeningen verstopt zijn.
Zie Vage afdrukken of onjuiste kleuren .
Naar boven
MP630 series Uitgebreide Handleiding
Sivu 116/836
MC-2947-V1.00
Basis Handleiding
Afdrukken
Scannen
Kopiëren
Afdrukken
Afdrukken vanaf een computer
Afdrukken met de meegeleverde toepassingssoftware
Wat is Easy-PhotoPrint EX?
Probleemoplossing
Gebruik van deze handleiding
Foto's afdrukken
Easy-PhotoPrint EX openen
Een foto selecteren
Deze handleiding afdrukken
Papier selecteren
Afdrukken op dvd's/cd's
Afdrukken
Onderhoud
Informatie over Bluetooth-
communicatie
Een album maken
Easy-PhotoPrint EX openen
Papier en opmaak selecteren
Een foto selecteren
De apparaatinstellingen wijzigen
Bewerken
Bijlage
Afdrukken
Afdrukken op een dvd/cd
Wanneer u deze on line
handleiding weergeeft in een
taalomgeving anders dan Engels,
worden mogelijk Engelse
beschrijvingen weergegeven.
Kalenders afdrukken
Easy-PhotoPrint EX openen
Papier en opmaak selecteren
Een foto selecteren
Bewerken
Afdrukken
Stickers afdrukken
Easy-PhotoPrint EX openen
Papier en opmaak selecteren
Een foto selecteren
Bewerken
Afdrukken
Opmaak afdrukken
Easy-PhotoPrint EX openen
Papier en opmaak selecteren
Een foto selecteren
Bewerken
Afdrukken
Foto's corrigeren en verbeteren
De functie Automatische fotocorrectie gebruiken
De functie Correctie rode ogen gebruiken
De functie Helderheid gezicht gebruiken
De functie Scherpte gezicht gebruiken
De functie Gezicht digitaal effenen gebruiken
MP630 series Uitgebreide Handleiding
Sivu 117/836
De functie Vlekken verwijderen gebruiken
Afbeeldingen aanpassen
Venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren
Vragen en antwoorden
Hoe kan ik het opgeslagen bestand verplaatsen (of
kopiëren)?
Welke zijde van de weergegeven afbeelding wordt
het eerst afgedrukt?
Hoe kan ik met gelijke marges afdrukken?
Wat is 'C1' of 'C4'?
Bijlage 1: Instellingen van Easy-PhotoPrint EX
Afdrukken op een dvd/cd
Levendige foto's afdrukken
Ruis in foto's reduceren
Foto's bijsnijden (Photo Print)
Een datum op foto's (Photo Print) afdrukken
Meerdere foto's op één pagina afdrukken
Een index afdrukken
ID-foto's afdrukken (ID Photo Print)
Fotogegevens afdrukken
Foto's opslaan
Opgeslagen bestanden openen
Indeling wijzigen
Achtergrond wijzigen
Foto's toevoegen
Positie van foto's verwisselen
Foto's vervangen
Positie, hoek en formaat van foto's wijzigen
Foto's bijsnijden
Foto's in kader plaatsen
Een datum op foto's afdrukken
Opmerkingen aan foto's toevoegen
Tekst aan foto's toevoegen
Opslaan
Feestdagen instellen
Kalenderweergave instellen
Afdrukken met andere toepassingssoftware
Verschillende afdrukmethoden
Afdrukken met de basisinstellingen
Een paginaformaat en afdrukstand opgeven
Instellingen voor aantal en afdrukvolgorde opgeven
De nietmarge instellen
Afdrukken zonder marges
Passend op papierformaat
Afdrukken op schaal
Pagina-indeling afdrukken
Poster afdrukken
Boekje afdrukken
Dubbelzijdig afdrukken
Stempel/achtergrond afdrukken
MP630 series Uitgebreide Handleiding
Sivu 118/836
Een stempelinstelling opslaan
Afbeeldingsgegevens opslaan die u als achtergrond
wilt gebruiken
Een envelop afdrukken
Van papierbron wisselen zodat deze overeenkomt
met het doel
Afdrukresultaten weergeven vóór het afdrukken
Papierformaat instellen (aangepast formaat)
De afdrukkwaliteit wijzigen en afbeeldingsgegevens
corrigeren
Een combinatie van afdrukkwaliteit en
halftoningmethode selecteren
Een kleurendocument monochroom afdrukken
Kleurcorrectie opgeven
Een optimale foto van afbeeldingsgegevens
afdrukken
De kleuren aanpassen met het
printerstuurprogramma
Afdrukken met ICC-profielen
De kleurbalans aanpassen
De helderheid aanpassen
De intensiteit aanpassen
Het contrast aanpassen
Een illustratie simuleren
Afbeeldingsgegevens weergeven in een enkele kleur
Afbeeldingsgegevens weergeven in levendige
kleuren
Gekartelde randen verwijderen
Kleureigenschappen wijzigen om kleuren te
verbeteren
Ruis in foto's reduceren
Overzicht van het printerstuurprogramma
Canon IJ-printerstuurprogramma
Hoe u het eigenschappenvenster van het
printerstuurprogramma opent
Tabblad Onderhoud
Canon IJ-statusmonitor
Canon IJ-afdrukvoorbeeld
Afdrukken met het bedieningspaneel van het apparaat
Gelinieerd papier of grafiekpapier afdrukken
Sjabloonformulieren zoals gelinieerd papier of
grafiekpapier afdrukken
Afdrukken vanaf een geheugenkaart
Foto's op een geheugenkaart afdrukken
Items instellen
Afdrukken met het foto-indexblad
Handige afdrukfuncties gebruiken
Foto's op een geheugenkaart afdrukken in
verschillende indelingen
Instellingen voor het afdrukken van een foto op een
geheugenkaart
Meerdere foto's op één vel papier afdrukken
(Opmaak afdrukken)
MP630 series Uitgebreide Handleiding
Sivu 119/836
Afdrukken op stickers (Sticker)
DPOF print
Afdruk opgenomen info
Foto-index afdrukken
Alle foto's afdrukken
ID-foto's afdrukken – Id-fotoformaat afdrukken
Een kalender maken – Kalender afdrukken
Handige weergavefuncties gebruiken
De weergave wijzigen
Een bepaald gedeelte afdrukken (Afsnijden)
Foto's zoeken op opnamedatum (Zoeken)
De kaartsleuf instellen als het geheugenkaartstation van
de computer
Foto’s afdrukken van afgedrukte foto's
Afdrukken van afgedrukte foto's
Items instellen
Handige afdrukfuncties gebruiken
Speciale fotoafdrukken
Instellingen voor afdrukken van een gescande foto
Afdrukken op stickers (Sticker)
Alle foto’s afdrukken (Alle foto’s afdrukken)
Handige weergavefuncties gebruiken
De weergave wijzigen
Een bepaald gedeelte afdrukken (Afsnijden)
Foto’s rechtstreeks afdrukken vanaf een compatibel apparaat
of een draadloos apparaat
Foto's rechtstreeks afdrukken vanaf een compatibel apparaat
Foto's rechtstreeks afdrukken vanaf een compatibel
apparaat
Informatie over PictBridge-afdrukinstellingen
Instellingen op een PictBridge-compatibel apparaat
Instellingen op het apparaat
Foto's afdrukken vanaf een draadloos communicatieapparaat
Foto's afdrukken vanaf een draadloos
communicatieapparaat
Het paginaformaat, het mediumtype en de opmaak
instellen bij afdrukken vanaf een mobiele telefoon
Het scherm Instelling afdrukken mobiele telefoon
weergeven
Afdrukken via infraroodcommunicatie
Afdrukken via Bluetooth-communicatie
Afdrukken via Bluetooth-communicatie
De Bluetooth-instellingen wijzigen
Scannen
Scannen
Afbeeldingen scannen
Afbeeldingen scannen
Voordat u gaat scannen
Documenten plaatsen
Gescande gegevens op het USB-flashstation of de
MP630 series Uitgebreide Handleiding
Sivu 120/836
geheugenkaart opslaan vanaf het bedieningspaneel van het
apparaat
Gescande gegevens op het USB-flashstation of de
geheugenkaart opslaan vanaf het bedieningspaneel van
het apparaat
Items instellen
Gescande gegevens verwijderen van het USBflashstation of de geheugenkaart
Gescande gegevens op de pc opslaan vanaf het
bedieningspaneel van het apparaat
Gescande gegevens op de pc opslaan vanaf het
bedieningspaneel van het apparaat
Bijlage: Verschillende scaninstellingen
Een reactie op opdrachten van het bedieningspaneel
selecteren met MP Navigator EX
Scannen met de meegeleverde toepassingssoftware
Wat is MP Navigator EX (meegeleverde scansoftware)?
Scannen
MP Navigator EX starten
Foto's en documenten scannen
Meerdere documenten tegelijk scannen
Afbeeldingen scannen die groter zijn dan de
glasplaat (Assistent voor samenvoegen)
Eenvoudig scannen met één muisklik
Handige functies van MP Navigator EX
Afbeeldingen automatisch corrigeren/verbeteren
Afbeeldingen handmatig corrigeren/verbeteren
Afbeeldingen aanpassen
Afbeeldingen zoeken
Afbeeldingen in categorieën classificeren
Afbeeldingen in MP Navigator EX gebruiken
Opslaan
Opslaan als PDF-bestanden
PDF-bestanden maken/bewerken
Documenten afdrukken
Foto's afdrukken
Verzenden via e-mail
Bestanden bewerken
Wachtwoorden voor PDF-bestanden instellen
PDF-bestanden met wachtwoord openen/bewerken
Schermen van MP Navigator EX
Scherm navigatiemodus
Tabblad Documenten of abeeldingen scannen/
importeren
Tabblad Toon & gebruik afbeeldingen op de
computer
Tabblad Aangepast scannen met één muisklik
Scherm Foto's/documenten (glasplaat) (venster
Scannen/importeren)
Dialoogvenster Scaninstellingen (Foto's/
documenten)
Dialoogvenster Opslaan
Dialoogvenster Opslaan als PDF-bestand
MP630 series Uitgebreide Handleiding
Sivu 121/836
Dialoogvenster PDF-instellingen
Venster Geheugenkaart (Venster Scan/importeer)
Venster Toon & gebruik
Venster PDF-bestand maken/bewerken
Dialoogvenster Document afdrukken
Dialoogvenster Foto afdrukken
Dialoogvenster Verzenden via e-mail
Venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren
Scherm Eén-klikmodus
Dialoogvenster Opslaan (scherm Eén-klikmodus)
Dialoogvenster Scaninstellingen
Dialoogvenster Opslaan
Dialoogvenster Exif-instellingen
Dialoogvenster PDF
Dialoogvenster Opslaan als PDF-bestand
Dialoogvenster E-mail
Dialoogvenster OCR
Dialoogvenster Aangepast
Dialoogvenster Voorkeuren
Tabblad Algemeen
Tabblad Instellingen scannerknop (Opslaan)
Tabblad Instellingen scannerknop (Toevoegen aan e
-mail)
Tabblad Instellingen scannerknop (Openen met
toep.)
Bijlage: Andere bestanden dan gescande afbeeldingen
openen
Afbeeldingen importeren die zijn opgeslagen op een
geheugenkaart
Op een computer opgeslagen afbeeldingen openen
Scannen met andere toepassingssoftware
Wat is ScanGear (scannerstuurprogramma)?
Scannen met geavanceerde instellingen en ScanGear
(scannerstuurprogramma)
ScanGear starten (scannerstuurprogramma)
Scannen in de basismodus
Scannen in de geavanceerde modus
Scannen in de automatische scanmodus
Meerdere documenten tegelijk scannen in de
geavanceerde modus
Afbeeldingen corrigeren en kleuren aanpassen met
ScanGear (scannerstuurprogramma)
Afbeeldingen corrigeren (beeld verscherpen, stof en
krassen reduceren, correctie van vervaging
enzovoort.)
Kleuren aanpassen met behulp van een
kleurenpatroon
Kleurverzadiging en -balans aanpassen
Helderheid en contrast aanpassen
Histogram aanpassen
Tintcurve aanpassen
Drempel instellen
Schermen van ScanGear (scannerstuurprogramma)
MP630 series Uitgebreide Handleiding
Sivu 122/836
Tabblad Basismodus
Tabblad Geavanceerde modus
Instellingen voor invoer
Instellingen voor uitvoer
Instellingen voor afbeeldingen
Knoppen voor kleuraanpassing
Tabblad Automatische scanmodus
Dialoogvenster Voorkeuren
Tabblad Scanner
Tabblad Voorbeeld
Tabblad Scannen
Tabblad Kleurinstellingen
Bijlage: Handige informatie over scannen
Bijsnijdkaders aanpassen
Resolutie
Bestandsindelingen
Kleurafstemming
Andere scanmethoden
Scannen met het WIA-stuurprogramma
Scannen met behulp van het bedieningspaneel (alleen
Windows XP)
Kopiëren
Afdrukken met het bedieningspaneel van het apparaat
Kopiëren
Kopieën maken
Items instellen
Kopieën verkleinen of vergroten
Instelling voor intensiteit wijzigen
Het voorbeeldscherm weergeven
Handige kopieerfuncties gebruiken
<Special Copy> (Speciale kopie)
Instellingen voor speciale kopie
Kopiëren op beide zijden van het papier
(Dubbelzijdige kopie)
Kopiëren zonder marges (Kopie zonder marges)
Twee pagina's kopiëren op één pagina (2 op 1
kopie)
Vier pagina's kopiëren op één pagina (4 op 1 kopie)
Afbeelding herhalen op een pagina (Beeld herhalen)
Dikke originelen zoals boeken kopiëren (Kader
wissen)
Een bepaald gedeelte kopiëren (Afsnijden)
Afbeeldingen kopiëren en een deel verwijderen
(Maskeren)
Probleemoplossing
Probleemoplossing
Indien er een fout optreedt
Het apparaat kan niet worden ingeschakeld
Er wordt een foutbericht weergegeven op het LCD-scherm
MP630 series Uitgebreide Handleiding
LCD geeft geen beeld
Er wordt een ongewenste taal weergegeven op het LCDscherm
Kan de MP-stuurprogramma's niet installeren
Kan geen goede verbinding maken met de computer
Afdruk- of scansnelheid is laag/USB Hi-Speed-verbinding
werkt niet/Het bericht 'Dit apparaat kan sneller werken'
('This device can perform faster') wordt weergegeven
Afdrukresultaten niet naar behoren
De afdruktaak wordt niet voltooid
Een deel van de pagina wordt niet afgedrukt
Geen afdrukresultaten/onduidelijke afdrukken/onjuiste
kleuren/witte strepen
Lijnen worden verkeerd afgedrukt
Afgedrukt papier krult om of vertoont inktvlekken
Papier vertoont vlekken/Papieroppervlak vertoont krassen
Vegen op de achterzijde van het papier
Er worden verticale lijnen afgedrukt op de zijden van de
afdruk
Kleuren zijn ongelijkmatig of vertonen strepen
De afdruktaak wordt niet gestart
Kopieer-/afdruktaak wordt beëindigd voordat deze is voltooid
Het apparaat beweegt maar er wordt geen inkt toegevoerd
De afdruksnelheid is lager dan verwacht
Printkophouder beweegt niet naar de positie voor vervangen
Het papier wordt niet correct ingevoerd
Papier wordt niet ingevoerd vanuit de papierbron die is
opgegeven met het printerstuurprogramma
Papierstoringen
Er wordt een bericht weergegeven op het computerscherm
Servicefout 5100 wordt weergegeven
Er wordt een fout betreffende het automatisch
dubbelzijdig afdrukken weergegeven
Er wordt een fout betreffende het automatisch uitlijnen
van de printkop weergegeven
Schrijffout/Uitvoerfout/Communicatiefout
Foutcode: 300 wordt weergegeven
Foutcode: 1700 wordt weergegeven
Inktinformatienummer: 1600 wordt weergegeven
Inktinformatienummer: 1683 wordt weergegeven
Inktinformatienummer: 1688 wordt weergegeven
Foutcode: 1851 wordt weergegeven
Foutcode: 1856 wordt weergegeven
Foutcode: 2001 wordt weergegeven
Foutcode: 2002 wordt weergegeven
Foutcode: 2500 wordt weergegeven
Andere foutberichten
Automatisch dubbelzijdig afdrukken mislukt
Voor Windows-gebruikers
De printerstatusmonitor wordt niet weergegeven
Het scherm Inkjetprinter/Scanner - Uitgebreid
Enquêteprogramma (Inkjet Printer/Scanner Extended
Sivu 123/836
MP630 series Uitgebreide Handleiding
Survey Program) wordt weergegeven
Er wordt een foutbericht weergegeven op een PictBridgecompatibel apparaat
Er kan niet goed worden afgedrukt vanaf een draadloos
communicatieapparaat
Er kan niet goed worden afgedrukt vanaf een foto-indexblad
Een geheugenkaart kan niet worden verwijderd
Problemen met scannen
Scanner werkt niet
ScanGear (scannerstuurprogramma) wordt niet gestart
Er verschijnt een foutbericht en het ScanGear-scherm
(scannerstuurprogramma) verschijnt niet
Scankwaliteit (afbeelding op het scherm) is slecht
Gescande afbeelding wordt omringd door witte randen
Het scannen kan niet goed worden uitgevoerd met multibijsnijden
Het scannen kan niet worden uitgevoerd in de
Automatische scanmodus
Lage scansnelheid
Het bericht "Er is niet genoeg geheugen." ("There is not
enough memory.") wordt weergegeven
Computer stopt tijdens het scannen
De scanner werkt niet meer na een Windows-upgrade
Softwareproblemen
Het e-mailprogramma dat u wilt gebruiken verschijnt niet
in het scherm voor het selecteren van een emailprogramma
Gescande afbeelding wordt vergroot afgedrukt (verkleind)
Gescande afbeelding wordt vergroot (verkleind) op het
computerscherm
Gescande afbeelding wordt niet geopend
Problemen met MP Navigator EX
De afbeelding kan niet op het juiste formaat worden
gescand
Bij scannen vanaf het bedieningspaneel kan de positie of
het formaat van de afbeelding niet goed worden
vastgesteld
Het document is correct geplaatst, maar de gescande
afbeelding is scheef
Het document is correct geplaatst, maar de afdrukstand
van de gescande afbeelding is gewijzigd
Veelgestelde vragen
Als u het probleem niet kunt oplossen
Instructies voor gebruik (printerstuurprogramma)
Algemene opmerkingen (scannerstuurprogramma)
Easy-PhotoPrint EX gebruiken
MP Navigator EX gebruiken
Informatie over Solution Menu
Sivu 124/836
Gebruik van deze handleiding
Sivu 125/836
Uitgebreide Handleiding > Gebruik van deze handleiding
Gebruik van deze handleiding
Werken met het venster Inhoud
Werken met het venster Toelichting
Deze handleiding afdrukken
Trefwoorden gebruiken om een onderwerp te zoeken
Onderwerpen opslaan in Mijn handleiding
Symbolen in dit document
Handelsmerken
Naar boven
Werken met het venster Inhoud
Sivu 126/836
Uitgebreide Handleiding > Gebruik van deze handleiding > Werken met het venster Inhoud
Werken met het venster Inhoud
Wanneer u op een titel in het scherm Inhoud links van de on line handleiding klikt, worden de pagina's
van die titel weergegeven in het beschrijvingsvenster aan de rechterkant.
Wanneer u op
links van
klikt, worden de onderliggende titels weergegeven.
Opmerking
Klik op
om het scherm Inhoud te sluiten of weer te geven.
Naar boven
Werken met het venster Toelichting
Sivu 127/836
Uitgebreide Handleiding > Gebruik van deze handleiding > Werken met het venster Toelichting
Werken met het venster Toelichting
(1) Klik op de groene tekens om naar de bijbehorende pagina te gaan.
(2) De cursor wordt naar het begin van deze pagina verplaatst.
Naar boven
Deze handleiding afdrukken
Uitgebreide Handleiding > Gebruik van deze handleiding > Deze handleiding afdrukken
Deze handleiding afdrukken
Klik op
om het venster Afdrukken links van de on line handleiding weer te geven.
Opmerking
Klik op en vervolgens op Optie-instellingen (Option Settings) om het dialoogvenster Optieinstellingen (Option Settings) weer te geven. Nu kunt u de afdruktaken instellen.
Als u het dialoogvenster Afdrukken (Print) wilt weergeven, klikt u op en vervolgens op
Afdrukinstellingen (Print Settings). Als het dialoogvenster wordt weergegeven, selecteert u de
printer die u wilt gebruiken voor het afdrukken.
Nadat u de printer hebt geselecteerd, klikt u op Eigenschappen... (Properties...) om de
afdrukinstellingen op te geven.
De volgende vier afdrukmethoden zijn beschikbaar:
Huidig document
Geselecteerde documenten
Mijn handleiding
Alle documenten
Huidig document
U kunt het huidig weergegeven onderwerp afdrukken.
1. Selecteer in Doel selecteren (Select Target) de optie Huidig document (Current
Document)
De titel van het weergegeven onderwerp wordt weergegeven in de lijst Documenten die afgedrukt
moeten worden (Documents to Be Printed).
Opmerking
Als u Gekoppelde documenten afdrukken (Print linked documents) selecteert, kunt u ook
documenten afdrukken die zijn gekoppeld aan het huidige document. De gekoppelde
documenten worden toegevoegd aan de lijst Documenten die afgedrukt moeten worden
(Documents to Be Printed).
Klik op Afdrukvoorbeeld (Print Preview) om de afdrukresultaten te bekijken voordat u het
Sivu 128/836
Deze handleiding afdrukken
document daadwerkelijk afdrukt.
2. Klik op Afdrukken starten (Start Printing)
Het dialoogvenster Bevestiging paginateller voor afdrukken (Print Page Count Confirmation) wordt
weergegeven.
3. Voer het afdrukken uit
Bevestig het aantal af te drukken pagina's en klik op Ja (Yes).
De weergegeven onderwerpen worden afgedrukt.
Geselecteerde documenten
U kunt de gewenste onderwerpen selecteren en afdrukken.
1. Selecteer in Doel selecteren (Select Target) de optie Geselecteerde documenten
(Selected Documents)
De titels van alle onderwerpen worden weergegeven in de lijst Documenten die afgedrukt moeten
worden (Documents to Be Printed).
2. Selecteer de af te drukken onderwerpen
Schakel in de lijst Documenten die afgedrukt moeten worden (Documents to Be Printed) de
selectievakjes in met de titels van de onderwerpen die u wilt afdrukken.
Opmerking
Wanneer u het selectievakje Documenten in lagere hiërarchieën automatisch selecteren
(Automatically select documents in lower hierarchies) inschakelt, worden de selectievakjes
van alle titels in de lagere hiërarchieën ingeschakeld.
Klik op Alles selecteren (Select All) als u de selectievakjes van alle titels wilt inschakelen.
Klik op Alles wissen (Clear All) als u de selectie van alle titels ongedaan wilt maken.
Klik op Afdrukvoorbeeld (Print Preview) om de afdrukresultaten te bekijken voordat u het
document daadwerkelijk afdrukt.
3. Klik op Afdrukken starten (Start Printing)
Het dialoogvenster Bevestiging paginateller voor afdrukken (Print Page Count Confirmation) wordt
weergegeven.
4. Voer het afdrukken uit
Bevestig het aantal af te drukken pagina's en klik op Ja (Yes).
Alle onderwerpen waarvan het selectievakje is ingeschakeld, worden afgedrukt.
Mijn handleiding
U kunt alle onderwerpen in Mijn handleiding selecteren en afdrukken.
Zie "Onderwerpen opslaan in Mijn handleiding " voor meer informatie over Mijn handleiding.
1. Selecteer in Doel selecteren (Select Target) de optie Mijn handleiding (My Manual)
De titels van de onderwerpen die zijn opgeslagen in Mijn handleiding worden weergegeven in de
lijst Documenten die afgedrukt moeten worden (Documents to Be Printed).
2. Selecteer de af te drukken onderwerpen
Schakel in de lijst Documenten die afgedrukt moeten worden (Documents to Be Printed) de
selectievakjes in met de titels van de onderwerpen die u wilt afdrukken.
Opmerking
Klik op Alles selecteren (Select All) als u de selectievakjes van alle titels wilt inschakelen.
Klik op Alles wissen (Clear All) als u de selectie van alle titels ongedaan wilt maken.
Klik op Afdrukvoorbeeld (Print Preview) om de afdrukresultaten te bekijken voordat u het
document daadwerkelijk afdrukt.
Sivu 129/836
Deze handleiding afdrukken
Sivu 130/836
3. Klik op Afdrukken starten (Start Printing)
Het dialoogvenster Bevestiging paginateller voor afdrukken (Print Page Count Confirmation) wordt
weergegeven.
4. Voer het afdrukken uit
Bevestig het aantal af te drukken pagina's en klik op Ja (Yes).
Alle onderwerpen waarvan het selectievakje is ingeschakeld, worden afgedrukt.
Alle documenten
U kunt alle onderwerpen van de on line handleiding afdrukken.
1. Selecteer in Doel selecteren (Select Target) de optie Alle documenten (All
Documents).
De titels van alle onderwerpen worden weergegeven in de lijst Documenten die afgedrukt moeten
worden (Documents to Be Printed) en de selectievakjes worden automatisch ingeschakeld.
Opmerking
Als u het selectievakje van een onderwerp wist, wordt dat onderwerp niet afgedrukt.
Klik op Alles selecteren (Select All) als u de selectievakjes van alle titels wilt inschakelen.
Klik op Alles wissen (Clear All) als u de selectie van alle titels ongedaan wilt maken.
Klik op Afdrukvoorbeeld (Print Preview) om de afdrukresultaten te bekijken voordat u het
document daadwerkelijk afdrukt.
2. Klik op Afdrukken starten (Start Printing)
Het dialoogvenster Bevestiging paginateller voor afdrukken (Print Page Count Confirmation) wordt
weergegeven.
3. Voer het afdrukken uit
Bevestig het aantal af te drukken pagina's en klik op Ja (Yes).
Alle onderwerpen worden afgedrukt.
Belangrijk
Het afdrukken van alle onderwerpen kost veel papier. Controleer het aantal af te drukken
pagina's dat wordt weergegeven in het dialoogvenster Bevestiging paginateller voor afdrukken
(Print Page Count Confirmation) voordat u gaat afdrukken.
U kunt de vergroting van de afdruk wijzigen in het dialoogvenster Afdrukvoorbeeld (Print
Preview). Als echter de afdrukgegevens buiten het papier vallen met de nieuwe vergroting,
wordt dat gedeelte van het document niet afgedrukt op het papier.
Naar boven
Trefwoorden gebruiken om een onderwerp te zoeken
Uitgebreide Handleiding > Gebruik van deze handleiding > Trefwoorden gebruiken om een onderwerp te zoeken
Trefwoorden gebruiken om een onderwerp te zoeken
U kunt een trefwoord invoeren om te zoeken naar een bepaalde pagina.
Alle geïnstalleerde on line handleidingen (gebruikershandleidingen) worden doorzocht.
1. Klik op
Er wordt een zoekvenster links van de on line handleiding weergegeven.
Opmerking
Klik op
om het venster Zoeken te sluiten of weer te geven.
2. Voer een trefwoord in
Voer in het vak Trefwoord (Keyword) een trefwoord in voor het onderwerp waarnaar u wilt zoeken
Scheid trefwoorden met een spatie als u meerdere trefwoorden wilt invoeren.
Opmerking
U kunt maximaal 10 trefwoorden of 255 tekens invoeren.
Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen hoofdletters en kleine letters.
Het programma kan ook zoeken naar trefwoorden die spaties bevatten.
3. Klik op Zoeken starten (Start Searching)
De zoekopdracht wordt gestart en de titels van onderwerpen die het trefwoord bevatten, worden
weergegeven in de lijst met zoekresultaten.
Wanneer u een zoekopdracht met meerdere trefwoorden invoert, worden de zoekresultaten als volgt
weergegeven:
[Documenten met exacte overeenkomst] (Documents Containing Perfect Match)
Onderwerpen die de volledige gezochte tekenreeks (inclusief spaties) bevatten, precies zoals
ingevoerd (exacte overeenkomst)
[Documenten met alle trefwoorden] (Documents Containing All Keywords)
Onderwerpen die alle ingevoerde trefwoorden bevatten
[Documenten met een willekeurig trefwoord] (Documents Containing Any Keyword)
Onderwerpen die ten minste één van de ingevoerde trefwoorden bevatten
Sivu 131/836
Trefwoorden gebruiken om een onderwerp te zoeken
Sivu 132/836
4. Geef het onderwerp dat u wilt lezen weer
Dubbelklik in de lijst met zoekresultaten op de titel van het onderwerp dat u wilt lezen (of selecteer
dit onderwerp en druk op Enter).
De pagina’s van die titel worden weergegeven en de trefwoorden die gevonden zijn op die pagina's,
worden gemarkeerd.
Naar boven
Onderwerpen opslaan in Mijn handleiding
Uitgebreide Handleiding > Gebruik van deze handleiding > Onderwerpen opslaan in Mijn handleiding
Onderwerpen opslaan in Mijn handleiding
Sla de meest bekeken pagina's op als onderwerpen in Mijn handleiding zodat u deze pagina's snel kunt
raadplegen.
1. Geef het onderwerp weer
Geef het onderwerp weer dat u wilt toevoegen aan Mijn handleiding.
2. Klik op
Het venster Mijn handleiding wordt links van de on line handleiding weergegeven.
Opmerking
Klik op
om het venster Mijn handleiding te sluiten of weer te geven.
3. Sla het onderwerp op in Mijn handleiding
Klik op Toevoegen (Add).
Het weergegeven onderwerp wordt toegevoegd aan Lijst van mijn handleiding (List of My Manual).
Opmerking
U kunt ook in de lijst Onlangs weergegeven documenten (Recently Displayed Documents)
dubbelklikken op het onderwerp dat u wilt toevoegen aan Mijn handleiding (of dit onderwerp
selecteren en op Enter drukken) om dit onderwerp weer te geven, en vervolgens op Toevoegen
(Add) klikken.
4. Geef Mijn handleiding weer
Als u dubbelklikt op een onderwerp dat wordt weergegeven in de Lijst van mijn handleiding (List of
My Manual) of als u dit onderwerp selecteert en op Enter drukt, wordt het weergegeven in het venster
Beschrijving.
Opmerking
U kunt een onderwerp verwijderen uit de Lijst van mijn handleiding (List of My Manual) door het
te selecteren in de lijst en vervolgens op Verwijderen (Delete) te klikken (of op Delete te
drukken).
Sivu 133/836
Onderwerpen opslaan in Mijn handleiding
Sivu 134/836
Naar boven
Symbolen in dit document
Sivu 135/836
Uitgebreide Handleiding > Gebruik van deze handleiding > Symbolen in dit document
Symbolen in dit document
Waarschuwing
Instructies die u moet volgen om te voorkomen dat er als gevolg van een onjuiste bediening van het
apparaat gevaarlijke situaties ontstaan die mogelijk tot ernstig lichamelijk letsel of zelfs de dood kunnen
leiden. Deze instructies zijn essentieel voor een veilige werking van het apparaat.
Let op
Instructies die u moet volgen om lichamelijk letsel of materiële schade als gevolg van een onjuiste
bediening van het apparaat te voorkomen. Deze instructies zijn essentieel voor een veilige werking van
het apparaat.
Belangrijk
Deze instructies zijn essentieel voor een veilige werking van het apparaat.
Opmerking
Instructies in de vorm van opmerkingen bij handelingen en extra toelichtingen.
Duidt op procedures in Windows.
Duidt op procedures in een Macintosh-omgeving.
Naar boven
Handelsmerken
Sivu 136/836
Uitgebreide Handleiding > Gebruik van deze handleiding > Handelsmerken
Handelsmerken
Microsoft is een gedeponeerd handelsmerk van Microsoft Corporation.
Windows is een handelsmerk of gedeponeerd handelsmerk van Microsoft Corporation in de
Verenigde Staten en/of andere landen.
Windows Vista is een handelsmerk of gedeponeerd handelsmerk van Microsoft Corporation in de
Verenigde Staten en/of andere landen.
Macintosh en Mac zijn handelsmerken van Apple Inc., gedeponeerd in de Verenigde Staten en
andere landen.
Adobe, Adobe Photoshop, Adobe RGB en Adobe RGB (1998) zijn gedeponeerde handelsmerken of
handelsmerken van Adobe Systems Incorporated in de Verenigde Staten en/of andere landen.
Bluetooth is een handelsmerk van Bluetooth SIG, Inc., V.S. en gebruiksrecht van dit product is
verleend aan Canon Inc.
Naar boven
Afdrukken vanaf een computer
Sivu 137/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer
Afdrukken vanaf een computer
Afdrukken met de meegeleverde toepassingssoftware
Afdrukken met andere toepassingssoftware
Naar boven
Afdrukken met de meegeleverde toepassingssoftware
Sivu 138/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde toepassingssoftware
Afdrukken met de meegeleverde toepassingssoftware
Wat is Easy-PhotoPrint EX?
Foto's afdrukken
Een album maken
Afdrukken op een dvd/cd
Kalenders afdrukken
Stickers afdrukken
Opmaak afdrukken
Foto's corrigeren en verbeteren
Vragen en antwoorden
Bijlage 1: Instellingen van Easy-PhotoPrint EX
Naar boven
Wat is Easy-PhotoPrint EX?
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde toepassingssoftware > Wat
is Easy-PhotoPrint EX?
Wat is Easy-PhotoPrint EX?
U kunt met Easy-PhotoPrint EX op eenvoudige wijze albums, kalenders en stickers maken door foto's te
selecteren die met een digitale camera zijn gemaakt.
U kunt ook heel gemakkelijk foto's zonder rand afdrukken.
Belangrijk
Easy-PhotoPrint EX biedt geen ondersteuning voor Windows 95, Windows 98, Windows Me of
Windows NT4.
Easy-PhotoPrint EX kan alleen worden gebruikt voor Canon-inkjetprinters. Sommige printers,
waaronder Canon-compactprinters (SELPHY CP series) worden niet ondersteund.
Als er geen printer is geïnstalleerd die Easy-PhotoPrint EX ondersteunt, kunt u items die u maakt
niet afdrukken.
Als Easy-PhotoPrint EX is geïnstalleerd op een computer waarop Easy-LayoutPrint is geïnstalleerd,
wordt Easy-LayoutPrint vervangen door Easy-PhotoPrint EX.
Opmerking
Het afdrukken op papier groter dan A4 is alleen mogelijk bij het gebruik van ondersteunde printers.
Raadpleeg uw printerhandleiding voor meer informatie.
Raadpleeg de Help van Easy-PhotoPrint EX voor beschrijvingen van de vensters van EasyPhotoPrint EX.
Klik op Help in een scherm of dialoogvenster, of selecteer Easy-PhotoPrint EX Help in het menu
Help. De Help wordt weergegeven.
Informatie over Exif Print
Easy-PhotoPrint EX ondersteunt 'Exif Print'. Exif Print is een standaard voor het verbeteren van de
communicatie tussen digitale camera's en printers.
Wanneer u een digitale camera aansluit die geschikt is voor Exif Print, worden de afbeeldingsgegevens
van het moment van de opname gebruikt en geoptimaliseerd, wat resulteert in afdrukken van een zeer
hoge kwaliteit.
Easy-PhotoPrint EX openen vanuit andere toepassingen
Easy-PhotoPrint EX kan worden geopend vanuit andere toepassingen.
Raadpleeg de handleiding van het programma voor meer informatie over de procedure voor het openen
van Easy-PhotoPrint EX.
Sivu 139/836
Wat is Easy-PhotoPrint EX?
Sivu 140/836
De functie Album is beschikbaar met de volgende toepassingen:
MP Navigator EX versie.1.00 of later
ZoomBrowser EX versie 5.8 of later
De functie Photo Print is beschikbaar met de volgende toepassingen:
MP Navigator EX versie.1.00 of later
ZoomBrowser EX versie 6.0 of later
Digital Photo Professional Ver.3.2 of later
Opmerking
De volgende beperkingen zijn van toepassing als u Easy-PhotoPrint EX opent vanuit Digital Photo
Professional:
- Menu wordt niet weergegeven in het gedeelte knoppen voor stappen aan de linkerkant.
- U kunt afbeeldingen niet corrigeren/verbeteren.
- De weergavevolgorde van afbeeldingen kan niet worden gewijzigd.
- Bewerkte afbeeldingen kunnen niet worden opgeslagen.
- Alleen ICC-profiel inschakelen (Enable ICC Profile) kan worden geselecteerd voor Kleurcorrectie
voor afdrukken (Color correction for printing) op het tabblad Geavanceerd (Advanced) van het
dialoogvenster Voorkeuren (Preferences). U kunt daarom de functies Vivid Photo en Ruisreductie in
foto (Photo Noise Reduction) niet gebruiken.
Ondersteunde indelingen voor afbeeldingsbestanden (extensies)
BMP (.bmp)
JPEG (.jpg, .jpeg)
TIFF (.tif, .tiff)
PICT (.pict, .pct)
Easy-PhotoPrint-afbeeldingsbestanden (.epp)
Belangrijk
Wanneer u een afbeelding selecteert en er bevindt zich een TIFF-bestand in de geselecteerde map,
wordt de afbeelding wellicht niet correct weergegeven of wordt Easy-PhotoPrint EX wellicht
afgesloten, afhankelijk van de TIFF-indeling. Verplaats in dergelijke gevallen het TIFF-bestand naar
een andere map of sla het bestand op met een andere bestandsindeling en selecteer de map
opnieuw.
De miniaturen van bestanden in niet-ondersteunde indelingen worden weergegeven als
(vraagteken).
Opmerking
Als Easy-PhotoPrint EX wordt geopend vanuit Digital Photo Professional, worden alle
afbeeldingsbestanden die worden ondersteund door Digital Photo Professional weergegeven.
Bestandsindelingen (extensies) die worden ondersteund door Easy-PhotoPrint EX
Easy-PhotoPrint EX Photo Print-bestand (.el6)
Easy-PhotoPrint EX Albumbestand (.el1)
Easy-PhotoPrint EX Stickerbestand (.el2)
Easy-PhotoPrint EX Kalenderbestand (.el4)
Easy-PhotoPrint EX Indelingsbestand (.el5)
CD-LabelPrint-gegevens (.cld)
Naar boven
Foto's afdrukken
Sivu 141/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde toepassingssoftware >
Foto's afdrukken
Foto's afdrukken
Met Easy-PhotoPrint EX kunt u uw favoriete foto's in verschillende indelingen afdrukken.
U kunt ook heel gemakkelijk foto's zonder rand maken.
Tijdens het afdrukken worden automatisch de meest geschikte correcties op de foto's toegepast.
Stappen
1. Easy-PhotoPrint EX openen
2. Een foto selecteren
3. Papier selecteren
4. Afdrukken
Probeer dit
Foto's corrigeren en verbeteren
Afdrukken op een dvd/cd
Levendige foto's afdrukken
Ruis in foto's reduceren
Foto's bijsnijden (Photo Print)
Een datum op foto's (Photo Print) afdrukken
Meerdere foto's op één pagina afdrukken
Een index afdrukken
ID-foto's afdrukken (ID Photo Print)
Fotogegevens afdrukken
Foto's opslaan
Opgeslagen bestanden openen
Vragen en antwoorden
Hoe kan ik het opgeslagen bestand verplaatsen (of kopiëren)?
Welke zijde van de weergegeven afbeelding wordt het eerst afgedrukt?
Hoe kan ik met gelijke marges afdrukken?
Naar boven
Easy-PhotoPrint EX openen
Sivu 142/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde toepassingssoftware >
Foto's afdrukken > Easy-PhotoPrint EX openen
Easy-PhotoPrint EX openen
1. Klik op Start, selecteer (Alle) Programma's ((All) Programs) > Canon Utilities > Easy
-PhotoPrint EX > Easy-PhotoPrint EX.
Easy-PhotoPrint EX wordt gestart en Menu wordt weergegeven.
Naar boven
Een foto selecteren
Sivu 143/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde toepassingssoftware >
Foto's afdrukken > Een foto selecteren
Een foto selecteren
1. Klik in het Menu op Photo Print.
Het venster Afbeeld. selecteren (Select Images) verschijnt.
Belangrijk
De verkleinde afbeeldingen (miniaturen) die op het scherm worden weergegeven, kunnen er
als volgt uitzien:
- De afbeelding wordt weergegeven met een zwarte lijn langs de rand.
- Een rand van de afbeelding lijkt bijgesneden.
Dergelijke afbeeldingen worden echter vergroot of als voorbeeld normaal weergegeven, en dit
is niet van invloed op het afdrukresultaat.
2. Selecteer in de mappenstructuur de map die de afbeelding bevat die u wilt
afdrukken.
De afbeeldingen in de map worden weergegeven als miniaturen.
Opmerking
Als Easy-PhotoPrint EX wordt geopend vanuit een andere toepassing (MP Navigator EX,
ZoomBrowser EX of Digital Photo Professional), wordt het gedeelte met de mappenstructuur
niet weergegeven.
De afbeeldingen die in de toepassing worden geopend, worden weergegeven als miniaturen.
3. Klik op de afbeelding die u wilt afdrukken.
Het aantal exemplaren wordt als '1' weergegeven onder de aangeklikte afbeelding, terwijl de
geselecteerde afbeelding wordt weergegeven in het daarvoor bestemde gedeelte.
Opmerking
Als u een afbeelding wilt verwijderen uit de lijst met geselecteerde afbeeldingen, selecteert u
(Geïmporteerde afbeelding verwijderen).
de afbeelding en klikt u op de knop
Als u alle afbeeldingen wilt verwijderen uit de lijst met geselecteerde afbeeldingen, klikt u op
de knop
(Alle geïmporteerde afbeeldingen verwijderen).
Als u twee of meer exemplaren van een afbeelding wilt afdrukken, klikt u op de
(pijl
Een foto selecteren
Sivu 144/836
omhoog) tot het gewenste aantal exemplaren is bereikt. Klik om het aantal exemplaren in het
vak te verlagen op de
(pijl omlaag).
U kunt de volgorde van de foto's wijzigen met de lijst in de rechterbovenhoek van het venster.
U kunt kiezen uit Sorteren op datum (Sort by Date) en Sorteren op naam (Sort by Name).
Opmerking
U kunt de geselecteerde afbeeldingen nog corrigeren of verbeteren voordat u ze afdrukt.
Foto's corrigeren en verbeteren
Raadpleeg de Help voor meer informatie over het venster Afbeeld. selecteren (Select Images).
Naar boven
Papier selecteren
Sivu 145/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde toepassingssoftware >
Foto's afdrukken > Papier selecteren
Papier selecteren
1. Klik op Papier selecteren (Select Paper).
Het venster Papier selecteren (Select Paper) verschijnt.
2. Geef de instellingen op voor de volgende items op basis van de printer en het papier:
Printer
Papierbron (Paper Source)
Papierformaat (Paper Size)
Mediumtype (Media Type)
Opmerking
De papierformaten en mediumtypen variëren per printer. Raadpleeg de Help voor meer
informatie.
De papierbronnen variëren per printer en mediumtype.
Belangrijk
Als u bij Mediumtype (Media Type) de instelling Fine Art Photo Rag selecteert, wordt aan de bovenen onderkant van het papier automatisch een marge van 35 mm (1,38 inch) ingesteld.
U kunt het beste Voorbeeld gebruiken om in de weergegeven afbeelding het afdrukbereik te
controleren voordat u afdrukt.
Opmerking
U kunt rechtstreeks op het dvd/cd-oppervlak afdrukken door CD-R te kiezen bij Papier formaat
(Paper Size)
Afdrukken op een dvd/cd
U kunt foto's afdrukken met levendiger kleuren, of de ruis in de foto verminderen.
Levendige foto's afdrukken
Ruis in foto's reduceren
Raadpleeg de Help voor meer informatie over het venster Papier selecteren (Select Paper).
Naar boven
Afdrukken
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde toepassingssoftware >
Foto's afdrukken > Afdrukken
Afdrukken
1. Klik op Indeling/Afdruk (Layout/Print).
Het venster Indeling/Afdruk (Layout/Print) wordt weergegeven.
Belangrijk
De verkleinde afbeeldingen (miniaturen) die op het scherm worden weergegeven, kunnen er
als volgt uitzien:
- De afbeelding wordt weergegeven met een zwarte lijn langs de rand.
- Een rand van de afbeelding lijkt bijgesneden.
Dergelijke afbeeldingen worden echter vergroot of als voorbeeld normaal weergegeven, en dit
is niet van invloed op het afdrukresultaat.
2. Selecteer de gewenste opmaak.
Kies een indeling zonder rand wanneer u foto's zonder rand wilt afdrukken.
Opmerking
De getoonde indelingen variëren per printer, papierformaat en mediumtype.
3. Klik op Afdrukken (Print).
Belangrijk
Wanneer u afdrukt op papier met een groot formaat, zoals A3/A3+, kunnen sommige computers
niet correct afdrukken als u meer dan één pagina tegelijk afdrukt of kopieert. U kunt het beste
pagina voor pagina afdrukken wanneer u afdrukt op papier met een dergelijk formaat.
Als u afdrukt op papier met een formaat dat groter is dan A4, of afbeeldingen met een hoge
resolutie afdrukt, worden gegevens wellicht alleen op de bovenste helft van het papier afgedrukt als
er veel afbeeldingen tegelijk worden afgedrukt. Schakel in dit geval in het dialoogvenster
Voorkeuren (Preferences) het selectievakje Afdruktaak per pagina spoolen (Spool print job page by
page) in en druk het document nogmaals af.
Als u het dialoogvenster Voorkeuren (Preferences) wilt weergeven, klikt u op
(Instellingen) of u
selecteert Voorkeuren... (Preferences...) in het menu Bestand (File).
Als u bij Mediumtype (Media Type) in het venster Papier selecteren (Select Paper) de instelling Fine
Art Photo Rag selecteert, wordt aan de boven- en onderkant van het papier automatisch een marge
van 35 mm (1,38 inch) ingesteld.
U kunt het beste Voorbeeld gebruiken om in de weergegeven afbeelding het afdrukbereik te
Sivu 146/836
Afdrukken
Sivu 147/836
controleren voordat u afdrukt.
Opmerking
De afdrukinstellingen voor foto's worden verwijderd wanneer u Easy-PhotoPrint EX sluit zonder de
instellingen op te slaan. We raden u aan de afgedrukte afbeelding op te slaan wanneer u deze later
opnieuw wilt afdrukken.
Foto's opslaan
Wanneer u een indeling met randen kiest, is het mogelijk dat de marges links en rechts of boven
en onder niet gelijk zijn.
Hoe kan ik met gelijke marges afdrukken?
U kunt afbeeldingen bijsnijden of de datum op foto's afdrukken.
Foto's bijsnijden (Photo Print)
Een datum op foto's (Photo Print) afdrukken
U kunt de geselecteerde afbeeldingen nog corrigeren of verbeteren voordat u ze afdrukt.
Foto's corrigeren en verbeteren
U kunt geavanceerde instellingen voor Photo Print (aantal exemplaren, afdrukkwaliteit enz.)
instellen in het dialoogvenster Voorkeuren (Preferences).
Als u het dialoogvenster Voorkeuren (Preferences) wilt weergeven, klikt u op
(Instellingen) of u
selecteert Voorkeuren... (Preferences...) in het menu Bestand (File).
Raadpleeg de Help voor meer informatie over het venster Indeling/Afdruk (Layout/Print).
Naar boven
Een album maken
Sivu 148/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde toepassingssoftware > Een
album maken
Een album maken
Met Easy-PhotoPrint EX kunt u uw eigen persoonlijke fotoalbum maken.
Stappen
1. Easy-PhotoPrint EX openen
2. Papier en opmaak selecteren
3. Een foto selecteren
4. Bewerken
5. Afdrukken
Probeer dit
Foto's corrigeren en verbeteren
Indeling wijzigen
Achtergrond wijzigen
Foto's toevoegen
Positie van foto's verwisselen
Foto's vervangen
Positie, hoek en formaat van foto's wijzigen
Foto's bijsnijden
Foto's in kader plaatsen
Een datum op foto's afdrukken
Opmerkingen aan foto's toevoegen
Tekst aan foto's toevoegen
Opslaan
Opgeslagen bestanden openen
Vragen en antwoorden
Hoe kan ik het opgeslagen bestand verplaatsen (of kopiëren)?
Wat is 'O1' of 'O4'?
Naar boven
Easy-PhotoPrint EX openen
Sivu 149/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde toepassingssoftware > Een
album maken > Easy-PhotoPrint EX openen
Easy-PhotoPrint EX openen
1. Klik op Start, selecteer (Alle) Programma's ((All) Programs) > Canon Utilities > Easy
-PhotoPrint EX > Easy-PhotoPrint EX.
Easy-PhotoPrint EX wordt gestart en Menu wordt weergegeven.
Naar boven
Papier en opmaak selecteren
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde toepassingssoftware > Een
album maken > Papier en opmaak selecteren
Papier en opmaak selecteren
1. Klik bij Menu op Album.
Het venster Pagina-instelling (Page Setup) verschijnt.
2. Stel de volgende items in bij het gedeelte Algemene instellingen (General Settings):
Papierformaat (Paper Size)
Afdrukstand (Orientation)
Omslag (Cover)
Album met dubbele pagina's (Double page album)
Paginanummer (Page number)
Opmerking
Raadpleeg de Help voor meer informatie over de papierformaten die u kunt selecteren.
In het dialoogvenster Omslagopties (Cover Options) kunt u selecteren of u op de voor- of
achteromslag van uw album afbeeldingen wilt weergeven. Als u het dialoogvenster
Omslagopties (Cover Options) wilt openen, selecteert u Voor (Front) of Voor & achter (Front &
Back) bijOmslag (Cover) en klikt u op Opties... (Options...).
Schakel het selectievakje Album met dubbele pagina's (Double page album) in voor een
gespreide pagina-opmaak (met een model voor twee pagina's). In een album met dubbele
pagina's kunt u een afbeelding op de rechter- en linkerpagina's schikken.
U kunt de paginanummers aanpassen (positie, lettertype enz.) in het dialoogvenster
Instellingen paginanummer (Page Number Settings). Als u het dialoogvensterInstellingen
paginanummer (Page Number Settings) wilt weergeven, schakelt u het selectievakje
Paginanummer (Page number) in en klikt u op Instellingen... (Settings...).
U kunt de marges voor de voor- en achteromslag en de pagina's aan de binnenkant
aanpassen in het dialoogvenster Marge-instellingen (Margin Settings). Klik op Marges...
(Margins...) om het dialoogvenster Marge-instellingen (Margin Settings) weer te geven.
3. Selecteer het thema dat u wilt gebruiken bij Thema (Theme) in Voorbeeldindeling
(Sample Layout).
4. Als u de opmaak wilt wijzigen, klikt u op Indeling... (Layout...).
Het dialoogvenster Indeling wijzigen (Change Layout) wordt weergegeven.
Sivu 150/836
Papier en opmaak selecteren
Sivu 151/836
U kunt in het dialoogvenster Indeling wijzigen (Change Layout) de opmaak wijzigen of de datum
(waarop de foto is genomen) afdrukken op de foto.
Opmerking
De opmaak die u voor de albums kunt selecteren is afhankelijk van het Papierformaat (Paper
Size), de Afdrukstand (Orientation), het Album met dubbele pagina's (Double page album) of
het type pagina dat u hebt geselecteerd (voorblad, pagina's of achteromslag).
Met het dialoogvenster Datuminstellingen (Date Settings) kunt u voor de datum de positie,
grootte en kleur van de datum aanpassen. Als u het dialoogvenster Datuminstellingen (Date
Settings) wilt weergeven, schakelt u het selectievakje in van Afdrukdatum (Print date) in het
dialoogvenster Indeling wijzigen (Change Layout) en klikt u op Datuminstellingen... (Date
Settings...).
5. Als u de achtergrond wilt wijzigen, klikt u op Achtergrond... (Background...).
Het dialoogvenster Achtergrond wijzigen (Change Background) wordt weergegeven.
In het dialoogvenster Achtergrond wijzigen (Change Background) kunt u de achtergrond een effen
kleur geven, of u kunt een afbeeldingsbestand op de achtergrond plakken.
Opmerking
Raadpleeg de Help voor meer informatie over het venster Pagina-instelling (Page Setup).
Naar boven
Een foto selecteren
Sivu 152/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde toepassingssoftware > Een
album maken > Een foto selecteren
Een foto selecteren
1. Klik op Afbeeld. selecteren (Select Images).
Het venster Afbeeld. selecteren (Select Images) verschijnt.
2. Selecteer in de mappenstructuur de map die de afbeelding bevat die u wilt
afdrukken.
De afbeeldingen in de map worden weergegeven als miniaturen.
Opmerking
Als Easy-PhotoPrint EX wordt geopend vanuit een andere toepassing (MP Navigator EX of
ZoomBrowser EX), wordt het gedeelte met de mappenstructuur niet weergegeven.
De afbeeldingen die worden geopend met MP Navigator EX of ZoomBrowser EX worden
weergegeven als miniaturen.
3. Selecteer de afbeelding(en) die u wilt afdrukken en klik op een van de onderstaande
knoppen:
Als u op het voorblad wilt afdrukken, klikt u op
(Importeren naar voorblad).
Als u op de pagina's wilt afdrukken, klikt u op
(Importeren naar pagina's).
Als u op de achteromslag wilt afdrukken, klikt u op
(Importeren naar achteromslag).
De geselecteerde afbeeldingen worden weergegeven.
U kunt de afbeelding(en) die u wilt afdrukken ook selecteren door ze naar het vak voor
geselecteerde afbeeldingen te slepen.
Opmerking
Als u een afbeelding wilt verwijderen uit de lijst met geselecteerde afbeeldingen, selecteert u
(Geïmporteerde afbeelding verwijderen).
de afbeelding en klikt u op de knop
Als u alle afbeeldingen wilt verwijderen uit de lijst met geselecteerde afbeeldingen, klikt u op
de knop
(Alle geïmporteerde afbeeldingen verwijderen).
Een foto selecteren
Sivu 153/836
Opmerking
Raadpleeg de Help voor meer informatie over het venster Afbeeld. selecteren (Select Images).
Naar boven
Bewerken
Sivu 154/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde toepassingssoftware > Een
album maken > Bewerken
Bewerken
1. Klik op Bewerken (Edit).
Het venster Bewerken (Edit) verschijnt.
2. Bewerk uw album indien nodig.
Indeling wijzigen
Achtergrond wijzigen
Foto's toevoegen
Positie van foto's verwisselen
Foto's vervangen
Positie, hoek en formaat van foto's wijzigen
Foto's bijsnijden
Foto's in kader plaatsen
Een datum op foto's afdrukken
Opmerkingen aan foto's toevoegen
Tekst aan foto's toevoegen
Opmerking
De wijzigingen worden verwijderd wanneer u Easy-PhotoPrint EX sluit zonder het bewerkte
album op te slaan. We raden u aan het item op te slaan wanneer u dit later verder wilt
bewerken.
De paginanummers op de voor- en achteromslag van het album worden als volgt
weergegeven:
O1: Voorblad
O2: Binnenkant voorblad
O3: Binnenzijde achteromslag
O4: Achteromslag
Opslaan
Raadpleeg de Help voor meer informatie over het venster Bewerken (Edit).
Bewerken
Sivu 155/836
Naar boven
Afdrukken
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde toepassingssoftware > Een
album maken > Afdrukken
Afdrukken
1. Klik op Afdrukinstellingen (Print Settings).
Het venster Afdrukinstellingen (Print Settings) verschijnt.
2. Geef de instellingen op voor de volgende items op basis van de printer en het papier:
Printer
Mediumtype (Media Type)
Aantal (Copies)
Papierbron (Paper Source)
Afdrukkwaliteit (Print Quality)
Afdrukken zonder marges (Borderless Printing)
Opmerking
De mediumtypen variëren per printer en papierformaat.
Dubbelzijdig afdrukken (Duplex Printing) wordt weergegeven als de geselecteerde printer en
het geselecteerde mediumtype dubbelzijdig afdrukken ondersteunen. Schakel dit selectievakje
in om op beide zijden van het papier af te drukken.
De optie Automatisch (Automatic) wordt weergegeven als u het selectievakje Dubbelzijdig
afdrukken (Duplex Printing) inschakelt nadat u een printer hebt geselecteerd die automatisch
dubbelzijdig afdrukken ondersteunt en een mediumtype dat dubbelzijdig afdrukken
ondersteunt. Schakel dit selectievakje in om automatisch op beide zijden van het papier af te
drukken.
De papierbronnen variëren per printer en mediumtype.
U kunt een aangepast niveau voor de afdrukinstellingen opgeven in het dialoogvenster
Instellingen afdrukkwaliteit (Print Quality Settings). Als u het dialoogvenster Instellingen
afdrukkwaliteit (Print Quality Settings) wilt openen, selecteert u Aangepast (Custom) voor
Afdrukkwaliteit (Print Quality) en klikt u op Kwaliteitsinstellingen... (Quality Settings...).
Schakel het selectievakje Afdrukken zonder marges (Borderless Printing) om foto's zonder
randen af te drukken.
U kunt het afdrukbereik en de hoeveelheid uitbreiding voor het afdrukken zonder randen
opgeven in het dialoogvenster Afdrukinstellingen (Print Settings). Klik op Geavanceerd...
(Advanced...) om het dialoogvenster Afdrukinstellingen (Print Settings) weer te geven.
3. Klik op Afdrukken (Print).
Sivu 156/836
Afdrukken
Sivu 157/836
Opmerking
Raadpleeg de Help voor meer informatie over het venster Afdrukinstellingen (Print Settings).
Naar boven
Afdrukken op een dvd/cd
Sivu 158/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde toepassingssoftware >
Afdrukken op een dvd/cd
Afdrukken op een dvd/cd
Selecteer Dvd/cd-label (DVD/CD Label) in Menu om te starten met CD-LabelPrint. Met CD-LabelPrint
kunt u eenvoudig dvd/cd-labels afdrukken.
Voor meer informatie over het gebruik van CD-LabelPrint, installeert u CD-LabelPrint en raadpleegt u de
gebruikershandleiding als volgt. Selecteer in het menu Start de opties (Alle) programma's ((All)
Programs) > CD-LabelPrint > Handleiding (Manual).
Belangrijk
Dvd/cd-label (DVD/CD Label) wordt niet weergegeven in Menu als CD-LabelPrint niet op uw
computer is geïnstalleerd.
Naar boven
Kalenders afdrukken
Sivu 159/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde toepassingssoftware >
Kalenders afdrukken
Kalenders afdrukken
Met Easy-PhotoPrint EX kunt u uw eigen kalenders maken met uw favoriete foto's.
Stappen
1. Easy-PhotoPrint EX openen
2. Papier en opmaak selecteren
3. Een foto selecteren
4. Bewerken
5. Afdrukken
Probeer dit
Foto's corrigeren en verbeteren
Indeling wijzigen
Achtergrond wijzigen
Foto's toevoegen
Positie van foto's verwisselen
Foto's vervangen
Positie, hoek en formaat van foto's wijzigen
Foto's bijsnijden
Foto's in kader plaatsen
Een datum op foto's afdrukken
Tekst aan foto's toevoegen
Kalenderweergave instellen
Feestdagen instellen
Opslaan
Opgeslagen bestanden openen
Vragen en antwoorden
Hoe kan ik het opgeslagen bestand verplaatsen (of kopiëren)?
Naar boven
Easy-PhotoPrint EX openen
Sivu 160/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde toepassingssoftware >
Kalenders afdrukken > Easy-PhotoPrint EX openen
Easy-PhotoPrint EX openen
1. Klik op Start, selecteer (Alle) Programma's ((All) Programs) > Canon Utilities > Easy
-PhotoPrint EX > Easy-PhotoPrint EX.
Easy-PhotoPrint EX wordt gestart en Menu wordt weergegeven.
Naar boven
Papier en opmaak selecteren
Sivu 161/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde toepassingssoftware >
Kalenders afdrukken > Papier en opmaak selecteren
Papier en opmaak selecteren
1. Klik bij Menu op Kalender (Calendar).
Het venster Pagina-instelling (Page Setup) verschijnt.
2. Stel de volgende items in bij het gedeelte Algemene instellingen (General Settings):
Papierformaat (Paper Size)
Afdrukstand (Orientation)
Beginnen bij (Start from)
Periode (Period)
Opmerking
Raadpleeg de Help voor meer informatie over de papierformaten die u kunt selecteren.
U kunt feestdagen aan uw kalender toevoegen.
Feestdagen instellen
3. Selecteer een indeling.
Geef indien nodig geavanceerde instellingen op voor de kalender en kies een achtergrond.
Opmerking
U kunt de kalenderweergave aanpassen (de kleur van de datums en de dagen van de week,
positie en formaat van de kalender enz.).
Kalenderweergave instellen
In het dialoogvenster Achtergrond wijzigen (Change Background) kunt u de achtergrond een
effen kleur geven, of u kunt een afbeeldingsbestand op de achtergrond plakken. Klik op
Achtergrond... (Background...) om het dialoogvenster Achtergrond wijzigen (Change
Background) weer te geven.
Opmerking
Raadpleeg de Help voor meer informatie over het venster Pagina-instelling (Page Setup).
Naar boven
Een foto selecteren
Sivu 162/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde toepassingssoftware >
Kalenders afdrukken > Een foto selecteren
Een foto selecteren
1. Klik op Afbeeld. selecteren (Select Images).
Het venster Afbeeld. selecteren (Select Images) verschijnt.
2. Selecteer in de mappenstructuur de map die de afbeelding bevat die u wilt
afdrukken.
De afbeeldingen in de map worden weergegeven als miniaturen.
3. Selecteer de afbeelding(en) die u wilt afdrukken en klik op de knop
(Importeren
naar pagina's).
De geselecteerde afbeeldingen worden weergegeven.
U kunt de afbeelding(en) die u wilt afdrukken ook selecteren door ze naar het vak voor
geselecteerde afbeeldingen te slepen.
Opmerking
Als u een afbeelding wilt verwijderen uit de lijst met geselecteerde afbeeldingen, selecteert u
(Geïmporteerde afbeelding verwijderen).
de afbeelding en klikt u op de knop
Als u alle afbeeldingen wilt verwijderen uit de lijst met geselecteerde afbeeldingen, klikt u op
de knop
(Alle geïmporteerde afbeeldingen verwijderen).
Opmerking
Raadpleeg de Help voor meer informatie over het venster Afbeeld. selecteren (Select Images).
Naar boven
Bewerken
Sivu 163/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde toepassingssoftware >
Kalenders afdrukken > Bewerken
Bewerken
1. Klik op Bewerken (Edit).
Het venster Bewerken (Edit) verschijnt.
2. Bewerk de kalender indien nodig.
Indeling wijzigen
Achtergrond wijzigen
Foto's toevoegen
Positie van foto's verwisselen
Foto's vervangen
Positie, hoek en formaat van foto's wijzigen
Foto's bijsnijden
Foto's in kader plaatsen
Een datum op foto's afdrukken
Tekst aan foto's toevoegen
Kalenderweergave instellen
Feestdagen instellen
Opmerking
De wijzigingen worden verwijderd wanneer u Easy-PhotoPrint EX sluit zonder de bewerkte kalender
op te slaan. We raden u aan het item op te slaan wanneer u dit later verder wilt bewerken.
Opslaan
Raadpleeg de Help voor meer informatie over het venster Bewerken (Edit).
Naar boven
Afdrukken
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde toepassingssoftware >
Kalenders afdrukken > Afdrukken
Afdrukken
1. Klik op Afdrukinstellingen (Print Settings).
Het venster Afdrukinstellingen (Print Settings) verschijnt.
2. Geef de instellingen op voor de volgende items op basis van de printer en het papier:
Printer
Mediumtype (Media Type)
Aantal (Copies)
Papierbron (Paper Source)
Afdrukkwaliteit (Print Quality)
Afdrukken zonder marges
Opmerking
De mediumtypen variëren per printer en papierformaat.
Dubbelzijdig afdrukken (Duplex Printing) wordt weergegeven als de geselecteerde printer en
het geselecteerde mediumtype dubbelzijdig afdrukken ondersteunen. Schakel dit selectievakje
in om op beide zijden van het papier af te drukken.
De optie Automatisch (Automatic) wordt weergegeven als u het selectievakje Dubbelzijdig
afdrukken (Duplex Printing) inschakelt nadat u een printer hebt geselecteerd die automatisch
dubbelzijdig afdrukken ondersteunt en een mediumtype dat dubbelzijdig afdrukken
ondersteunt. Schakel dit selectievakje in om automatisch op beide zijden van het papier af te
drukken.
De papierbronnen variëren per printer en mediumtype.
U kunt een aangepast niveau voor de afdrukinstellingen opgeven in het dialoogvenster
Instellingen afdrukkwaliteit (Print Quality Settings). Als u het dialoogvenster Instellingen
afdrukkwaliteit (Print Quality Settings) wilt openen, selecteert u Aangepast (Custom) voor
Afdrukkwaliteit (Print Quality) en klikt u op Kwaliteitsinstellingen... (Quality Settings...).
U kunt het afdrukbereik en de hoeveelheid uitbreiding voor het afdrukken zonder randen
opgeven in het dialoogvenster Afdrukinstellingen (Print Settings). Klik op Geavanceerd...
(Advanced...) om het dialoogvenster Afdrukinstellingen (Print Settings) weer te geven.
3. Klik op Afdrukken (Print).
Opmerking
Sivu 164/836
Afdrukken
Sivu 165/836
Raadpleeg de Help voor meer informatie over het venster Afdrukinstellingen (Print Settings).
Naar boven
Stickers afdrukken
Sivu 166/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde toepassingssoftware >
Stickers afdrukken
Stickers afdrukken
U kunt uw favoriete foto's op speciale stickervellen afdrukken.
Stappen
1. Easy-PhotoPrint EX openen
2. Papier en opmaak selecteren
3. Een foto selecteren
4. Bewerken
5. Afdrukken
Probeer dit
Foto's corrigeren en verbeteren
Foto's toevoegen
Positie van foto's verwisselen
Foto's vervangen
Positie, hoek en formaat van foto's wijzigen
Foto's bijsnijden
Foto's in kader plaatsen
Tekst aan foto's toevoegen
Opslaan
Opgeslagen bestanden openen
Vragen en antwoorden
Hoe kan ik het opgeslagen bestand verplaatsen (of kopiëren)?
Naar boven
Easy-PhotoPrint EX openen
Sivu 167/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde toepassingssoftware >
Stickers afdrukken > Easy-PhotoPrint EX openen
Easy-PhotoPrint EX openen
1. Klik op Start, selecteer (Alle) Programma's ((All) Programs) > Canon Utilities > Easy
-PhotoPrint EX > Easy-PhotoPrint EX.
Easy-PhotoPrint EX wordt gestart en Menu wordt weergegeven.
Naar boven
Papier en opmaak selecteren
Sivu 168/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde toepassingssoftware >
Stickers afdrukken > Papier en opmaak selecteren
Papier en opmaak selecteren
1. Klik bij Menu op Stickers.
Het venster Pagina-instelling (Page Setup) verschijnt.
2. Stel de volgende items in bij het gedeelte Algemene instellingen (General Settings):
Papierformaat (Paper Size)
Afdrukstand (Orientation)
Afdrukdatum (Print date)
Dezelfde afbeelding gebruiken in alle kaders (Use the same image in all frames)
Opmerking
Andere papierformaten dan Fotostickers (Photo Stickers) kunnen niet worden geselecteerd.
Schakel het selectievakje Dezelfde afbeelding gebruiken in alle kaders (Use the same image
in all frames) om dezelfde afbeelding te gebruiken in alle kaders van de pagina.
Met het dialoogvenster Datuminstellingen (Date Settings) kunt u voor de datum de positie,
grootte en kleur van de datum aanpassen. Als u het dialoogvenster Datuminstellingen (Date
Settings) wilt weergeven, schakelt u het selectievakje in van Afdrukdatum (Print date) en klikt u
op Datuminstellingen... (Date Settings...).
Opmerking
Raadpleeg de Help voor meer informatie over het venster Pagina-instelling (Page Setup).
Naar boven
Een foto selecteren
Sivu 169/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde toepassingssoftware >
Stickers afdrukken > Een foto selecteren
Een foto selecteren
1. Klik op Afbeeld. selecteren (Select Images).
Het venster Afbeeld. selecteren (Select Images) verschijnt.
2. Selecteer in de mappenstructuur de map die de afbeelding bevat die u wilt
afdrukken.
De afbeeldingen in de map worden weergegeven als miniaturen.
3. Selecteer de afbeelding(en) die u wilt afdrukken en klik op de knop
(Importeren
naar pagina's).
De geselecteerde afbeeldingen worden weergegeven.
U kunt de afbeelding(en) die u wilt afdrukken ook selecteren door ze naar het vak voor
geselecteerde afbeeldingen te slepen.
Opmerking
Als u een afbeelding wilt verwijderen uit de lijst met geselecteerde afbeeldingen, selecteert u
(Geïmporteerde afbeelding verwijderen).
de afbeelding en klikt u op de knop
Als u alle afbeeldingen wilt verwijderen uit de lijst met geselecteerde afbeeldingen, klikt u op
de knop
(Alle geïmporteerde afbeeldingen verwijderen).
Opmerking
Raadpleeg de Help voor meer informatie over het venster Afbeeld. selecteren (Select Images).
Naar boven
Bewerken
Sivu 170/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde toepassingssoftware >
Stickers afdrukken > Bewerken
Bewerken
1. Klik op Bewerken (Edit).
Het venster Bewerken (Edit) verschijnt.
2. Bewerk de stickers indien nodig.
Foto's toevoegen
Positie van foto's verwisselen
Foto's vervangen
Positie, hoek en formaat van foto's wijzigen
Foto's bijsnijden
Een datum op foto's afdrukken
Tekst aan foto's toevoegen
Opmerking
De wijzigingen worden verwijderd wanneer u Easy-PhotoPrint EX sluit zonder de bewerkte stickers
op te slaan. We raden u aan het item op te slaan wanneer u dit later verder wilt bewerken.
Opslaan
Raadpleeg de Help voor meer informatie over het venster Bewerken (Edit).
Naar boven
Afdrukken
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde toepassingssoftware >
Stickers afdrukken > Afdrukken
Afdrukken
1. Klik op Afdrukinstellingen (Print Settings).
Het venster Afdrukinstellingen (Print Settings) verschijnt.
2. Geef de instellingen op voor de volgende items op basis van de printer en het papier:
Printer
Mediumtype (Media Type)
Aantal (Copies)
Papierbron (Paper Source)
Afdrukkwaliteit (Print Quality)
Afdrukken zonder marges
Opmerking
De mediumtypen variëren per printer en papierformaat.
De papierbronnen variëren per printer en mediumtype.
U kunt een aangepast niveau voor de afdrukinstellingen opgeven in het dialoogvenster
Instellingen afdrukkwaliteit (Print Quality Settings). Als u het dialoogvenster Instellingen
afdrukkwaliteit (Print Quality Settings) wilt openen, selecteert u Aangepast (Custom) voor
Afdrukkwaliteit (Print Quality) en klikt u op Kwaliteitsinstellingen... (Quality Settings...).
In het dialoogvenster Afdrukpositie aanpassen (Adjust Print Position) kunt u de afdrukpositie
op stickers aanpassen. Klik op Afdrukpositie... (Print Position...) om het dialoogvenster
Afdrukpositie aanpassen (Adjust Print Position) te openen.
U kunt het afdrukbereik en de hoeveelheid uitbreiding voor het afdrukken zonder randen
opgeven in het dialoogvenster Afdrukinstellingen (Print Settings). Klik op Geavanceerd...
(Advanced...) om het dialoogvenster Afdrukinstellingen (Print Settings) weer te geven.
3. Klik op Afdrukken (Print).
Opmerking
Raadpleeg de Help voor meer informatie over het venster Afdrukinstellingen (Print Settings).
Sivu 171/836
Afdrukken
Sivu 172/836
Naar boven
Opmaak afdrukken
Sivu 173/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde toepassingssoftware >
Opmaak afdrukken
Opmaak afdrukken
U kunt tekst toevoegen aan uw favoriete foto's en deze afdrukken in verschillende indelingen.
Stappen
1. Easy-PhotoPrint EX openen
2. Papier en opmaak selecteren
3. Een foto selecteren
4. Bewerken
5. Afdrukken
Probeer dit
Foto's corrigeren en verbeteren
Indeling wijzigen
Foto's toevoegen
Positie van foto's verwisselen
Foto's vervangen
Positie, hoek en formaat van foto's wijzigen
Foto's bijsnijden
Een datum op foto's afdrukken
Tekst aan foto's toevoegen
Opslaan
Opgeslagen bestanden openen
Vragen en antwoorden
Hoe kan ik het opgeslagen bestand verplaatsen (of kopiëren)?
Naar boven
Easy-PhotoPrint EX openen
Sivu 174/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde toepassingssoftware >
Opmaak afdrukken > Easy-PhotoPrint EX openen
Easy-PhotoPrint EX openen
1. Klik op Start, selecteer (Alle) Programma's ((All) Programs) > Canon Utilities > Easy
-PhotoPrint EX > Easy-PhotoPrint EX.
Easy-PhotoPrint EX wordt gestart en Menu wordt weergegeven.
Naar boven
Papier en opmaak selecteren
Sivu 175/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde toepassingssoftware >
Opmaak afdrukken > Papier en opmaak selecteren
Papier en opmaak selecteren
1. Klik bij Menu op Opmaak afdrukken (Layout Print).
Het venster Pagina-instelling (Page Setup) verschijnt.
2. Stel de volgende items in bij het gedeelte Algemene instellingen (General Settings):
Papierformaat (Paper Size)
Afdrukstand (Orientation)
Afdrukdatum (Print date)
Opmerking
Raadpleeg de Help voor meer informatie over de papierformaten die u kunt selecteren.
Met het dialoogvenster Datuminstellingen (Date Settings) kunt u voor de datum de positie,
grootte en kleur van de datum aanpassen. Als u het dialoogvenster Datuminstellingen (Date
Settings) wilt weergeven, schakelt u het selectievakje in van Afdrukdatum (Print date) en klikt u
op Datuminstellingen... (Date Settings...).
3. Selecteer een indeling bij Indelingen (Layouts).
Opmerking
De weergegeven indelingen kunnen variëren, afhankelijk van de Afdrukstand (Orientation).
Opmerking
Raadpleeg de Help voor meer informatie over het venster Pagina-instelling (Page Setup).
Naar boven
Een foto selecteren
Sivu 176/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde toepassingssoftware >
Opmaak afdrukken > Een foto selecteren
Een foto selecteren
1. Klik op Afbeeld. selecteren (Select Images).
Het venster Afbeeld. selecteren (Select Images) verschijnt.
2. Selecteer in de mappenstructuur de map die de afbeelding bevat die u wilt
afdrukken.
De afbeeldingen in de map worden weergegeven als miniaturen.
3. Selecteer de afbeelding(en) die u wilt afdrukken en klik op de knop
(Importeren
naar pagina's).
De geselecteerde afbeeldingen worden weergegeven.
U kunt de afbeelding(en) die u wilt afdrukken ook selecteren door ze naar het vak voor
geselecteerde afbeeldingen te slepen.
Opmerking
Als u een afbeelding wilt verwijderen uit de lijst met geselecteerde afbeeldingen, selecteert u
(Geïmporteerde afbeelding verwijderen).
de afbeelding en klikt u op de knop
Als u alle afbeeldingen wilt verwijderen uit de lijst met geselecteerde afbeeldingen, klikt u op
de knop
(Alle geïmporteerde afbeeldingen verwijderen).
Opmerking
Raadpleeg de Help voor meer informatie over het venster Afbeeld. selecteren (Select Images).
Naar boven
Bewerken
Sivu 177/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde toepassingssoftware >
Opmaak afdrukken > Bewerken
Bewerken
1. Klik op Bewerken (Edit).
Het venster Bewerken (Edit) verschijnt.
2. Bewerk de opmaak indien nodig.
Indeling wijzigen
Foto's toevoegen
Positie van foto's verwisselen
Foto's vervangen
Positie, hoek en formaat van foto's wijzigen
Foto's bijsnijden
Een datum op foto's afdrukken
Tekst aan foto's toevoegen
Opmerking
De wijzigingen worden verwijderd wanneer u Easy-PhotoPrint EX sluit zonder de bewerkte opmaak
op te slaan. We raden u aan het item op te slaan wanneer u dit later verder wilt bewerken.
Opslaan
Raadpleeg de Help voor meer informatie over het venster Bewerken (Edit).
Naar boven
Afdrukken
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde toepassingssoftware >
Opmaak afdrukken > Afdrukken
Afdrukken
1. Klik op Afdrukinstellingen (Print Settings).
Het venster Afdrukinstellingen (Print Settings) verschijnt.
2. Geef de instellingen op voor de volgende items op basis van de printer en het papier:
Printer
Mediumtype (Media Type)
Aantal (Copies)
Papierbron (Paper Source)
Afdrukkwaliteit (Print Quality)
Afdrukken zonder marges (Borderless Printing)
Opmerking
De mediumtypen variëren per printer en papierformaat.
Dubbelzijdig afdrukken (Duplex Printing) wordt weergegeven als de geselecteerde printer en
het geselecteerde mediumtype dubbelzijdig afdrukken ondersteunen. Schakel dit selectievakje
in om op beide zijden van het papier af te drukken.
De optie Automatisch (Automatic) wordt weergegeven als u het selectievakje Dubbelzijdig
afdrukken (Duplex Printing) inschakelt nadat u een printer hebt geselecteerd die automatisch
dubbelzijdig afdrukken ondersteunt en een mediumtype dat dubbelzijdig afdrukken
ondersteunt. Schakel dit selectievakje in om automatisch op beide zijden van het papier af te
drukken.
De papierbronnen variëren per printer en mediumtype.
U kunt een aangepast niveau voor de afdrukinstellingen opgeven in het dialoogvenster
Instellingen afdrukkwaliteit (Print Quality Settings). Als u het dialoogvenster Instellingen
afdrukkwaliteit (Print Quality Settings) wilt openen, selecteert u Aangepast (Custom) voor
Afdrukkwaliteit (Print Quality) en klikt u op Kwaliteitsinstellingen... (Quality Settings...).
Schakel het selectievakje Afdrukken zonder marges (Borderless Printing) om foto's zonder
randen af te drukken.
U kunt het afdrukbereik en de hoeveelheid uitbreiding voor het afdrukken zonder randen
opgeven in het dialoogvenster Afdrukinstellingen (Print Settings). Klik op Geavanceerd...
(Advanced...) om het dialoogvenster Afdrukinstellingen (Print Settings) weer te geven.
3. Klik op Afdrukken (Print).
Sivu 178/836
Afdrukken
Sivu 179/836
Opmerking
Raadpleeg de Help voor meer informatie over het venster Afdrukinstellingen (Print Settings).
Naar boven
Foto's corrigeren en verbeteren
Sivu 180/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde toepassingssoftware >
Foto's corrigeren en verbeteren
Foto's corrigeren en verbeteren
U kunt afbeeldingen corrigeren en verbeteren.
(Afbeeldingen corrigeren/verbeteren) in het venster Afbeeld. selecteren (Select Images) of
Klik op
Bewerken (Edit) of in het venster Indeling/Afdruk (Layout/Print) van Photo Print. U kunt de volgende
correcties en verbeteringen aanbrengen in het venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/
Enhance Images).
Belangrijk
Als u in Photo Print de optie ICC-profiel inschakelen (Enable ICC Profile) selecteert op het tabblad
Geavanceerd (Advanced) van het dialoogvenster Voorkeuren (Preferences), kunt u geen
afbeeldingen corrigeren/verbeteren.
Opmerking
Zie 'Venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images) ' voor meer informatie
over het venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images).
Automatische fotocorrectie
Deze functie analyseert de geselecteerde scène automatisch en past geschikte correcties toe.
De functie Automatische fotocorrectie gebruiken
De functie Correctie rode ogen
U kunt rode ogen, die het gevolg zijn van het flitsen, corrigeren.
De functie Correctie rode ogen gebruiken
De functie Helderheid gezicht
U kunt gezichten, die als gevolg van een lichte achtergrond donker lijken, helder maken.
De functie Helderheid gezicht gebruiken
De functie Scherpte gezicht
U kunt gezichten op een foto scherpstellen.
De functie Scherpte gezicht gebruiken
De functie Gezicht digitaal effenen
U kunt de huid verbeteren door oneffenheden en rimpels te verwijderen.
De functie Gezicht digitaal effenen gebruiken
De functie Vlekken verwijderen
U kunt moedervlekjes verwijderen.
De functie Vlekken verwijderen gebruiken
Afbeeldingen aanpassen
U kunt de helderheid, het contrast, enzovoort van afbeeldingen aanpassen.
Afbeeldingen aanpassen
Naar boven
De functie Automatische fotocorrectie gebruiken
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde toepassingssoftware >
Foto's corrigeren en verbeteren > De functie Automatische fotocorrectie gebruiken
De functie Automatische fotocorrectie gebruiken
U kunt correcties automatische toepassen op alle foto's voor een album of kalender.
Belangrijk
De functie Automatische fotocorrectie (Auto Photo Fix) is niet beschikbaar voor Photo Print. Met
Photo Print kunt u automatisch correcties toepassen op alle foto's die u afdrukt. Selecteer deze
optie bij Afbeelding (Image) op het tabblad Geavanceerd (Advanced) in het dialoogvenster
Voorkeuren (Preferences). Als u het dialoogvenster Voorkeuren (Preferences) wilt weergeven, klikt
u op
(Instellingen) in het venster Indeling/Afdruk (Layout/Print) of u selecteert Voorkeuren...
(Preferences...) in het menu Bestand (File).
Wanneer een afbeelding is gecorrigeerd met Automatische fotocorrectie en is opgeslagen, kan
deze niet nogmaals worden gecorrigeerd met Automatische fotocorrectie.
De functie Automatische fotocorrectie is wellicht niet beschikbaar voor die zijn bewerkt met
toepassingen, digitale camera's en dergelijke die zijn gemaakt door andere fabrikanten.
1. Selecteer foto's in het venster Afbeeld. selecteren (Select Images) en klik op
(Afbeeldingen corrigeren/verbeteren).
Het venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images) wordt weergegeven.
Opmerking
U kunt het venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images) ook
(Afbeeldingen corrigeren/verbeteren) in de vensters Indeling/
weergeven met de knop
Afdruk (Layout/Print) of Bewerken (Edit). In dat geval kan alleen de afbeelding worden
gecorrigeerd/verbeterd die als voorbeeld wordt weergegeven.
Zie 'Venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images) ' voor meer
informatie over het venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images).
2. Selecteer de afbeelding die u wilt corrigeren in de lijst onder in het venster
Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images).
De afbeelding wordt weergegeven in Voorbeeld.
Opmerking
Als slechts één afbeelding is geselecteerd, verschijnt de miniatuur niet in het
voorbeeldgedeelte.
Sivu 181/836
De functie Automatische fotocorrectie gebruiken
Sivu 182/836
3. Zorg ervoor dat Auto is geselecteerd.
4. Klik op Automatische fotocorrectie (Auto Photo Fix) en vervolgens op OK.
De volledige foto wordt automatisch gecorrigeerd en de aanduiding
(aanduiding voor corrigeren
en verbeteren) wordt weergegeven in de linkerbovenhoek van de afbeelding.
Opmerking
Klik op
(Vergelijken) om de afbeeldingen van voor en na de correctie naast elkaar weer te
geven, zodat u het verschil kunt zien.
Klik op Geselecteerde afbeelding herstellen (Reset Selected Image) om de bewerking
ongedaan te maken.
Wanneer u de correctie op alle geselecteerde afbeeldingen tegelijk wilt toepassen, schakelt u
het selectievakje Toepassen op alle afbeeldingen (Apply to all images) in.
5. Klik op Geselecteerde afbeelding opslaan (Save Selected Image) of Alle
gecorrigeerde afbeeldingen opslaan (Save All Corrected Images).
U kunt gecorrigeerde afbeeldingen opslaan als nieuwe bestanden.
Opmerking
Als u één afbeelding wilt opslaan, klikt u op Geselecteerde afbeelding opslaan (Save Selected
Image). Als u alle afbeeldingen wilt opslaan, klikt u op Alle gecorrigeerde afbeeldingen
opslaan (Save All Corrected Images).
Gecorrigeerde afbeeldingen kunnen alleen worden opgeslagen in JPEG/Exifbestandsformaat.
6. Klik op Afsluiten (Exit).
Opmerking
De correcties gaan verloren als u het programma afsluit voordat u gecorrigeerde afbeeldingen
hebt opgeslagen.
Naar boven
De functie Correctie rode ogen gebruiken
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde toepassingssoftware >
Foto's corrigeren en verbeteren > De functie Correctie rode ogen gebruiken
De functie Correctie rode ogen gebruiken
U kunt rode ogen, die het gevolg zijn van het flitsen, corrigeren.
U kunt de functie voor het corrigeren van rode ogen handmatig of automatisch uitvoeren.
Opmerking
Met Photo Print kunt u rode ogen automatisch corrigeren tijdens het afdrukken. Als u rode ogen
automatisch wilt corrigeren, selecteert u Automatische fotocorrectie inschakelen (Enable Auto
Photo Fix) in Kleurcorrectie voor afdrukken (Color correction for printing) op het tabblad
Geavanceerd (Advanced) van het dialoogvenster Voorkeuren (Preferences) en schakelt u het
selectievakje Correctie rode ogen inschakelen (Enable Red-Eye Correction) in.
1. Selecteer foto's in het venster Afbeeld. selecteren (Select Images) en klik op
(Afbeeldingen corrigeren/verbeteren).
Het venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images) wordt weergegeven.
Opmerking
U kunt het venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images) ook
weergeven met de knop
(Afbeeldingen corrigeren/verbeteren) in de vensters Indeling/
Afdruk (Layout/Print) of Bewerken (Edit). In dat geval kan alleen de afbeelding worden
gecorrigeerd/verbeterd die als voorbeeld wordt weergegeven.
Zie 'Venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images) ' voor meer
informatie over het venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images).
2. Selecteer de afbeelding die u wilt corrigeren in de lijst onder in het venster
Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images).
De afbeelding wordt weergegeven in Voorbeeld.
Opmerking
Als slechts één afbeelding is geselecteerd, verschijnt de miniatuur niet in het
voorbeeldgedeelte.
Automatische correctie
Sivu 183/836
De functie Correctie rode ogen gebruiken
Sivu 184/836
3. Zorg ervoor dat Auto is geselecteerd.
4. Klik op Correctie rode ogen (Red-Eye Correction).
5. Klik op OK.
Het rode-ogeneffect wordt verwijderd en de aanduiding
(aanduiding voor corrigeren en
verbeteren) wordt weergegeven in de linkerbovenhoek van de afbeelding.
Belangrijk
Afhankelijk van de afbeelding is het mogelijk dat ook gebieden buiten de ogen worden
gecorrigeerd.
Opmerking
Klik op
(Vergelijken) om de afbeeldingen van voor en na de correctie naast elkaar weer te
geven, zodat u het verschil kunt zien.
Klik op Geselecteerde afbeelding herstellen (Reset Selected Image) om de bewerking
ongedaan te maken.
Wanneer u de correctie op alle geselecteerde afbeeldingen tegelijk wilt toepassen, schakelt u
het selectievakje Toepassen op alle afbeeldingen (Apply to all images) in.
Handmatige correctie
3. Klik op Handmatig (Manual) en vervolgens op Corrigeren/verbeteren (Correct/
Enhance).
4. Klik op Correctie rode ogen (Red-Eye Correction).
Beweeg de cursor over de afbeelding. De cursor verandert in een
(penseelcursor).
5. Versleep de cursor om het gebied te selecteren dat u wilt corrigeren en klik op de
knop OK die op de afbeelding verschijnt.
Het rode-ogeneffect wordt verwijderd en de aanduiding
(aanduiding voor corrigeren en
De functie Correctie rode ogen gebruiken
Sivu 185/836
verbeteren) wordt weergegeven in de linkerbovenhoek van de afbeelding.
Opmerking
Klik op Herstellen (Undo) om de bewerking ongedaan te maken.
U kunt het niveau van het effect wijzigen met de schuifknop onder Correctie rode ogen (RedEye Correction).
6. Klik op Geselecteerde afbeelding opslaan (Save Selected Image) of Alle
gecorrigeerde afbeeldingen opslaan (Save All Corrected Images).
U kunt gecorrigeerde afbeeldingen opslaan als nieuwe bestanden.
Opmerking
Als u één afbeelding wilt opslaan, klikt u op Geselecteerde afbeelding opslaan (Save Selected
Image). Als u alle afbeeldingen wilt opslaan, klikt u op Alle gecorrigeerde afbeeldingen
opslaan (Save All Corrected Images).
Gecorrigeerde afbeeldingen kunnen alleen worden opgeslagen in JPEG/Exifbestandsformaat.
7. Klik op Afsluiten (Exit).
Opmerking
De correcties gaan verloren als u het programma afsluit voordat u gecorrigeerde afbeeldingen
hebt opgeslagen.
Naar boven
De functie Helderheid gezicht gebruiken
Sivu 186/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde toepassingssoftware >
Foto's corrigeren en verbeteren > De functie Helderheid gezicht gebruiken
De functie Helderheid gezicht gebruiken
U kunt gezichten, die als gevolg van een lichte achtergrond donker lijken, helder maken.
1. Selecteer foto's in het venster Afbeeld. selecteren (Select Images) en klik op
(Afbeeldingen corrigeren/verbeteren).
Het venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images) wordt weergegeven.
Opmerking
U kunt het venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images) ook
(Afbeeldingen corrigeren/verbeteren) in de vensters Indeling/
weergeven met de knop
Afdruk (Layout/Print) of Bewerken (Edit). In dat geval kan alleen de afbeelding worden
gecorrigeerd/verbeterd die als voorbeeld wordt weergegeven.
Zie 'Venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images) ' voor meer
informatie over het venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images).
2. Selecteer de afbeelding die u wilt corrigeren in de lijst onder in het venster
Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images).
De afbeelding wordt weergegeven in Voorbeeld.
Opmerking
Als slechts één afbeelding is geselecteerd, verschijnt de miniatuur niet in het
voorbeeldgedeelte.
3. Klik op Handmatig (Manual) en vervolgens op Corrigeren/verbeteren (Correct/
Enhance).
4. Klik op Helderheid gezicht (Face Brightener).
Beweeg de cursor over de afbeelding. De cursor verandert in een
(kruisje).
De functie Helderheid gezicht gebruiken
Sivu 187/836
5. Versleep de cursor om het gebied te selecteren dat u wilt corrigeren en klik op de
knop OK die op de afbeelding verschijnt.
De gehele afbeelding wordt bijgewerkt zodat het geselecteerde gedeelte met het gezicht helderder
wordt en de aanduiding
(aanduiding voor corrigeren en verbeteren) wordt weergegeven in de
linkerbovenhoek van de afbeelding.
Opmerking
U kunt de rechthoek ook roteren door deze te verslepen.
Klik op Herstellen (Undo) om de bewerking ongedaan te maken.
U kunt het niveau van het effect wijzigen met de schuifknop onder Helderheid gezicht (Face
Brightener).
6. Klik op Geselecteerde afbeelding opslaan (Save Selected Image) of Alle
gecorrigeerde afbeeldingen opslaan (Save All Corrected Images).
U kunt gecorrigeerde afbeeldingen opslaan als nieuwe bestanden.
Opmerking
Als u één afbeelding wilt opslaan, klikt u op Geselecteerde afbeelding opslaan (Save Selected
Image). Als u alle afbeeldingen wilt opslaan, klikt u op Alle gecorrigeerde afbeeldingen
opslaan (Save All Corrected Images).
Gecorrigeerde afbeeldingen kunnen alleen worden opgeslagen in JPEG/Exifbestandsformaat.
7. Klik op Afsluiten (Exit).
Opmerking
De correcties gaan verloren als u het programma afsluit voordat u gecorrigeerde afbeeldingen
hebt opgeslagen.
Naar boven
De functie Scherpte gezicht gebruiken
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde toepassingssoftware >
Foto's corrigeren en verbeteren > De functie Scherpte gezicht gebruiken
De functie Scherpte gezicht gebruiken
U kunt gezichten op een foto scherpstellen.
U kunt de functie voor het scherper maken van gezichten handmatig of automatisch uitvoeren.
1. Selecteer foto's in het venster Afbeeld. selecteren (Select Images) en klik op
(Afbeeldingen corrigeren/verbeteren).
Het venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images) wordt weergegeven.
Opmerking
U kunt het venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images) ook
(Afbeeldingen corrigeren/verbeteren) in de vensters Indeling/
weergeven met de knop
Afdruk (Layout/Print) of Bewerken (Edit). In dat geval kan alleen de afbeelding worden
gecorrigeerd/verbeterd die als voorbeeld wordt weergegeven.
Zie 'Venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images) ' voor meer
informatie over het venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images).
2. Selecteer de afbeelding die u wilt corrigeren in de lijst onder in het venster
Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images).
De afbeelding wordt weergegeven in Voorbeeld.
Opmerking
Als slechts één afbeelding is geselecteerd, verschijnt de miniatuur niet in het
voorbeeldgedeelte.
Automatische correctie
3. Zorg ervoor dat Auto is geselecteerd.
4. Klik op Scherpte gezicht (Face Sharpener).
5. Klik op OK.
Sivu 188/836
De functie Scherpte gezicht gebruiken
Sivu 189/836
Het gezicht wordt scherper gemaakt en de aanduiding
(aanduiding voor corrigeren en
verbeteren) wordt weergegeven in de linkerbovenhoek van de afbeelding.
Opmerking
U kunt het niveau van het effect wijzigen met de schuifknop onder Scherpte gezicht (Face
Sharpener).
Klik op
(Vergelijken) om de afbeeldingen van voor en na de correctie naast elkaar weer te
geven, zodat u het verschil kunt zien.
Klik op Geselecteerde afbeelding herstellen (Reset Selected Image) om de bewerking
ongedaan te maken.
Wanneer u de correctie op alle geselecteerde afbeeldingen tegelijk wilt toepassen, schakelt u
het selectievakje Toepassen op alle afbeeldingen (Apply to all images) in.
Handmatige correctie
3. Klik op Handmatig (Manual) en vervolgens op Corrigeren/verbeteren (Correct/
Enhance).
4. Klik op Scherpte gezicht (Face Sharpener).
Beweeg de cursor over de afbeelding. De cursor verandert in een
(kruisje).
5. Versleep de cursor om het gebied te selecteren dat u wilt corrigeren en klik op de
knop OK die op de afbeelding verschijnt.
De gezichtsdelen in en rond het geselecteerde gebied worden scherper gemaakt en de
(aanduiding voor corrigeren en verbeteren) wordt weergegeven in de
aanduiding
linkerbovenhoek van de afbeelding.
Opmerking
U kunt de rechthoek ook roteren door deze te verslepen.
Klik op Herstellen (Undo) om de bewerking ongedaan te maken.
U kunt het niveau van het effect wijzigen met de schuifknop onder Scherpte gezicht (Face
Sharpener).
De functie Scherpte gezicht gebruiken
Sivu 190/836
6. Klik op Geselecteerde afbeelding opslaan (Save Selected Image) of Alle
gecorrigeerde afbeeldingen opslaan (Save All Corrected Images).
U kunt gecorrigeerde afbeeldingen opslaan als nieuwe bestanden.
Opmerking
Als u één afbeelding wilt opslaan, klikt u op Geselecteerde afbeelding opslaan (Save Selected
Image). Als u alle afbeeldingen wilt opslaan, klikt u op Alle gecorrigeerde afbeeldingen
opslaan (Save All Corrected Images).
Gecorrigeerde afbeeldingen kunnen alleen worden opgeslagen in JPEG/Exifbestandsformaat.
7. Klik op Afsluiten (Exit).
Opmerking
De correcties gaan verloren als u het programma afsluit voordat u gecorrigeerde afbeeldingen
hebt opgeslagen.
Naar boven
De functie Gezicht digitaal effenen gebruiken
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde toepassingssoftware >
Foto's corrigeren en verbeteren > De functie Gezicht digitaal effenen gebruiken
De functie Gezicht digitaal effenen gebruiken
U kunt de huid verbeteren door oneffenheden en rimpels te verwijderen.
U kunt de functie voor het digitaal effenen van het gezicht handmatig of automatisch uitvoeren.
1. Selecteer foto's in het venster Afbeeld. selecteren (Select Images) en klik op
(Afbeeldingen corrigeren/verbeteren).
Het venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images) wordt weergegeven.
Opmerking
U kunt het venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images) ook
(Afbeeldingen corrigeren/verbeteren) in de vensters Indeling/
weergeven met de knop
Afdruk (Layout/Print) of Bewerken (Edit). In dat geval kan alleen de afbeelding worden
gecorrigeerd/verbeterd die als voorbeeld wordt weergegeven.
Zie 'Venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images) ' voor meer
informatie over het venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images).
2. Selecteer de afbeelding die u wilt verbeteren in de lijst onder in het venster
Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images).
De afbeelding wordt weergegeven in Voorbeeld.
Opmerking
Als slechts één afbeelding is geselecteerd, verschijnt de miniatuur niet in het
voorbeeldgedeelte.
Automatisch verbeteren
3. Zorg ervoor dat Auto is geselecteerd.
4. Klik op Gezicht digitaal effenen (Digital Face Smoothing).
5. Klik op OK.
Sivu 191/836
De functie Gezicht digitaal effenen gebruiken
Sivu 192/836
(aanduiding voor corrigeren en verbeteren) wordt
Het gezicht wordt bijgewerkt en de aanduiding
weergegeven in de linkerbovenhoek van de afbeelding.
Opmerking
U kunt het niveau van het effect wijzigen met de schuifknop onder Gezicht digitaal effenen
(Digital Face Smoothing).
Klik op
(Vergelijken) om de afbeeldingen van voor en na de verbetering naast elkaar weer
te geven, zodat u het verschil kunt zien.
Klik op Geselecteerde afbeelding herstellen (Reset Selected Image) om de verbetering
ongedaan te maken.
Wanneer u de verbetering op alle geselecteerde afbeeldingen tegelijk wilt toepassen,
schakelt u het selectievakje Toepassen op alle afbeeldingen (Apply to all images) in.
Handmatig verbeteren
3. Klik op Handmatig (Manual) en vervolgens op Corrigeren/verbeteren (Correct/
Enhance).
4. Klik op Gezicht digitaal effenen (Digital Face Smoothing).
Beweeg de cursor over de afbeelding. De cursor verandert in een
(kruisje).
5. Versleep de cursor om het gebied te selecteren dat u wilt verbeteren en klik op de
knop OK die op de afbeelding verschijnt.
Het deel van het gezicht in en rond het geselecteerde gedeelte wordt bijgewerkt en de aanduiding
(aanduiding voor corrigeren en verbeteren) wordt weergegeven in de linkerbovenhoek van de
afbeelding.
Opmerking
U kunt de rechthoek ook roteren door deze te verslepen.
Klik op Herstellen (Undo) om de bewerking ongedaan te maken.
U kunt het niveau van het effect wijzigen met de schuifknop onder Gezicht digitaal effenen
(Digital Face Smoothing).
De functie Gezicht digitaal effenen gebruiken
Sivu 193/836
6. Klik op Geselecteerde afbeelding opslaan (Save Selected Image) of Alle
gecorrigeerde afbeeldingen opslaan (Save All Corrected Images).
U kunt verbeterde afbeeldingen opslaan als nieuwe bestanden.
Opmerking
Als u één afbeelding wilt opslaan, klikt u op Geselecteerde afbeelding opslaan (Save Selected
Image). Als u alle afbeeldingen wilt opslaan, klikt u op Alle gecorrigeerde afbeeldingen
opslaan (Save All Corrected Images).
Verbeterde afbeeldingen kunnen alleen worden opgeslagen in JPEG/Exif-bestandsformaat.
7. Klik op Afsluiten (Exit).
Opmerking
De verbeteringen gaan verloren als u het programma afsluit voordat u verbeterde afbeeldingen
hebt opgeslagen.
Naar boven
De functie Vlekken verwijderen gebruiken
Sivu 194/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde toepassingssoftware >
Foto's corrigeren en verbeteren > De functie Vlekken verwijderen gebruiken
De functie Vlekken verwijderen gebruiken
U kunt moedervlekjes verwijderen.
1. Selecteer foto's in het venster Afbeeld. selecteren (Select Images) en klik op
(Afbeeldingen corrigeren/verbeteren).
Het venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images) wordt weergegeven.
Opmerking
U kunt het venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images) ook
(Afbeeldingen corrigeren/verbeteren) in de vensters Indeling/
weergeven met de knop
Afdruk (Layout/Print) of Bewerken (Edit). In dat geval kan alleen de afbeelding worden
gecorrigeerd/verbeterd die als voorbeeld wordt weergegeven.
Zie 'Venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images) ' voor meer
informatie over het venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images).
2. Selecteer de afbeelding die u wilt verbeteren in de lijst onder in het venster
Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images).
De afbeelding wordt weergegeven in Voorbeeld.
Opmerking
Als slechts één afbeelding is geselecteerd, verschijnt de miniatuur niet in het
voorbeeldgedeelte.
3. Klik op Handmatig (Manual) en vervolgens op Corrigeren/verbeteren (Correct/
Enhance).
4. Klik Vlekken verwijderen (Blemish Remover).
Beweeg de cursor over de afbeelding. De cursor verandert in een
(kruisje).
De functie Vlekken verwijderen gebruiken
Sivu 195/836
5. Versleep de cursor om het gebied te selecteren dat u wilt verbeteren en klik op de
knop OK die op de afbeelding verschijnt.
Vlekjes in en rond het geselecteerde gebied worden bijgewerkt en de aanduiding
(aanduiding
voor corrigeren en verbeteren) wordt weergegeven in de linkerbovenhoek van de afbeelding.
Opmerking
Klik op Herstellen (Undo) om de bewerking ongedaan te maken.
6. Klik op Geselecteerde afbeelding opslaan (Save Selected Image) of Alle
gecorrigeerde afbeeldingen opslaan (Save All Corrected Images).
U kunt verbeterde afbeeldingen opslaan als nieuwe bestanden.
Opmerking
Als u één afbeelding wilt opslaan, klikt u op Geselecteerde afbeelding opslaan (Save Selected
Image). Als u alle afbeeldingen wilt opslaan, klikt u op Alle gecorrigeerde afbeeldingen
opslaan (Save All Corrected Images).
Verbeterde afbeeldingen kunnen alleen worden opgeslagen in JPEG/Exif-bestandsformaat.
7. Klik op Afsluiten (Exit).
Opmerking
De verbeteringen gaan verloren als u het programma afsluit voordat u verbeterde afbeeldingen
hebt opgeslagen.
Naar boven
Afbeeldingen aanpassen
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde toepassingssoftware >
Foto's corrigeren en verbeteren > Afbeeldingen aanpassen
Afbeeldingen aanpassen
U kunt de helderheid, het contrast, enzovoort van afbeeldingen aanpassen.
1. Selecteer foto's in het venster Afbeeld. selecteren (Select Images) en klik op
(Afbeeldingen corrigeren/verbeteren).
Het venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images) wordt weergegeven.
Opmerking
U kunt het venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images) ook
(Afbeeldingen corrigeren/verbeteren) in de vensters Indeling/
weergeven met de knop
Afdruk (Layout/Print) of Bewerken (Edit). In dat geval kan alleen de afbeelding worden
gecorrigeerd/verbeterd die als voorbeeld wordt weergegeven.
Zie 'Venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images) ' voor meer
informatie over het venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images).
2. Selecteer de afbeelding die u wilt aanpassen in de lijst onder in het venster
Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images).
De afbeelding wordt weergegeven in Voorbeeld.
Opmerking
Als slechts één afbeelding is geselecteerd, verschijnt de miniatuur niet in het
voorbeeldgedeelte.
3. Klik op Handmatig (Manual) en vervolgens op Aanpassen (Adjust).
4. Verplaats de schuifregelaar van het item dat u wilt aanpassen en stel het
effectniveau in.
U kunt de volgende eigenschappen aanpassen:
Helderheid
Contrast
Scherpte (Sharpness)
Vervagen (Blur)
Sivu 196/836
Afbeeldingen aanpassen
Sivu 197/836
Doorschijnendheid verwijderen (Show-through Removal)
Opmerking
Klik op Standaard (Defaults) om aanpassingen ongedaan te maken.
5. Klik op Geselecteerde afbeelding opslaan (Save Selected Image) of Alle
gecorrigeerde afbeeldingen opslaan (Save All Corrected Images).
U kunt aangepaste afbeeldingen opslaan als nieuwe bestanden.
Opmerking
Als u één afbeelding wilt opslaan, klikt u op Geselecteerde afbeelding opslaan (Save Selected
Image). Als u alle afbeeldingen wilt opslaan, klikt u op Alle gecorrigeerde afbeeldingen
opslaan (Save All Corrected Images).
Aangepaste afbeeldingen kunnen alleen worden opgeslagen in JPEG/Exif-bestandsformaat.
6. Klik op Afsluiten (Exit).
Opmerking
De aanpassingen gaan verloren als u het programma afsluit voordat u aangepaste
afbeeldingen hebt opgeslagen.
Naar boven
Venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images)
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde toepassingssoftware >
Foto's corrigeren en verbeteren > Venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images)
Venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance
Images)
In dit venster kunt u afbeeldingen corrigeren en verbeteren.
Als u het venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images) wilt weergeven, klikt u
op de knop
(Afbeeldingen corrigeren/verbeteren) in het venster Afbeeld. selecteren (Select Images)
of Bewerken (Edit) of in het venster Indeling/Afdruk (Layout/Print) van Photo Print.
(1)Werkbalk
Werkbalk
(Inzoomen/Uitzoomen)
Hiermee vergroot of verkleint u het voorbeeld van de pagina.
(Volledig scherm)
Hiermee geeft u de hele afbeelding weer in Voorbeeld
(Vergelijken)
Hiermee geeft u het vensterAfbeeldingen vergelijken (Compare Images) weer. U kunt de
afbeeldingen van voor en na de correctie naast elkaar vergelijken.
De afbeelding voor de correctie/verbetering wordt links weergegeven en de afbeelding na de
correctie/verbetering wordt rechts weergegeven.
Sivu 198/836
Venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images)
(2)Taakgebied
De taken en instellingen die beschikbaar zijn, variëren tussen het tabblad Auto en Handmatig (Manual).
Klik op Auto of Handmatig (Manual) om het betreffende tabblad te openen.
Tabblad Auto
Selecteer dit tabblad om correcties automatisch te laten toepassen.
Automatische fotocorrectie
Hiermee worden automatische fotocorrecties toegepast.
Belangrijk
De functie Automatische fotocorrectie (Auto Photo Fix) is niet beschikbaar voor Photo Print. Met
Photo Print kunt u automatisch correcties toepassen op alle foto's die u afdrukt. Selecteer deze
optie bij Afbeelding (Image) op het tabblad Geavanceerd (Advanced) in het dialoogvenster
Voorkeuren (Preferences). Als u het dialoogvenster Voorkeuren (Preferences) wilt weergeven,
klikt u op
(Instellingen) in het venster Indeling/Afdruk (Layout/Print) of u selecteert
Voorkeuren... (Preferences...) in het menu Bestand (File).
Correctie rode ogen (Red-Eye Correction)
Hiermee worden rode ogen gecorrigeerd.
Opmerking
Voor Photo Print kunt u rode ogen ook corrigeren door Automatische fotocorrectie inschakelen
Sivu 199/836
Venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images)
(Enable Auto Photo Fix) te selecteren in Kleurcorrectie voor afdrukken (Color correction for
printing) op het tabblad Geavanceerd (Advanced) van het dialoogvenster Voorkeuren
(Preferences) en het selectievakje Correctie rode ogen inschakelen (Enable Red-Eye
Correction) in te schakelen.
Scherpte gezicht (Face Sharpener)
Hiermee kunt u gezichten op een foto scherpstellen.
Geef met de schuifknop het niveau van het effect op.
Gezicht digitaal effenen (Digital Face Smoothing)
Hiermee kunt u de huid verbeteren door oneffenheden en rimpels te verwijderen.
Geef met de schuifknop het niveau van het effect op.
Toepassen op alle afbeeldingen
Wanneer u deze optie selecteert, worden alle afbeeldingen in de lijst automatisch gecorrigeerd.
OK
Hiermee past u het geselecteerde effect toe op de geselecteerde afbeelding of op alle afbeeldingen.
Geselecteerde afbeelding herstellen (Reset Selected Image)
Hiermee annuleert u alle correcties en verbeteringen die u op de geselecteerde afbeelding hebt
toegepast.
Geselecteerde afbeelding opslaan (Save Selected Image)
Hiermee slaat u de geselecteerde afbeelding op.
Alle gecorrigeerde afbeeldingen opslaan (Save All Corrected Images)
Hiermee worden alle de afbeeldingen in de lijst opgeslagen.
Afsluiten (Exit)
Klik hier om het venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images) af te sluiten.
Tabblad Handmatig
Selecteer dit tabblad om afbeeldingen handmatig te corrigeren.
Gebruik Aanpassen (Adjust) om helderheid en contrast aan te passen of de gehele afbeelding scherper
te maken.
Gebruik Corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance) om specifieke gedeelten te corrigeren/verbeteren.
Aanpassen
Helderheid
De algemene helderheid van de afbeelding wordt aangepast.
Verplaats de schuifregelaar naar links om de afbeelding donkerder te maken en naar rechts om
deze lichter te maken.
Contrast
Sivu 200/836
Venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images)
Het contrast van de afbeelding wordt aangepast. Als de afbeelding flets is vanwege gebrek aan
contrast, kunt u het contrastniveau aanpassen.
Verplaats de schuifregelaar naar links om het contrast van de afbeelding te verlagen en naar rechts
om het te verhogen.
Scherpte (Sharpness)
Versterkt de contouren van onderwerpen om de afbeelding scherper te maken. Pas de scherpte aan
als de foto onscherp is of tekst vaag leesbaar is.
Verplaats de schuifregelaar naar rechts om de afbeelding scherper te maken.
Vervagen (Blur)
Vervaagt de contouren van onderwerpen om de afbeelding een zachtere uitstraling te geven.
Verplaats de schuifregelaar naar rechts om de afbeelding te vervagen.
Doorschijnendheid verwijderen (Show-through Removal)
Verwijdert doorschijnendheid van tekst of de basiskleur door de achterkant. Pas het niveau van
doorschijnendheid aan om te voorkomen dat tekst of de basiskleur van de achterkant van een dun
document doorschijnt op de voorkant.
Verplaats de schuifregelaar naar rechts om doorschijnendheid meer te verwijderen.
Standaard (Defaults)
Herstelt alle aanpassingen (helderheid, contrast, scherpte, vervagen en verwijderen van
doorschijnendheid).
Geselecteerde afbeelding herstellen (Reset Selected Image)
Hiermee annuleert u alle aanpassingen die u op de geselecteerde afbeelding hebt toegepast.
Geselecteerde afbeelding opslaan (Save Selected Image)
Hiermee slaat u de geselecteerde afbeelding op.
Alle gecorrigeerde afbeeldingen opslaan (Save All Corrected Images)
Hiermee worden alle afbeeldingen in de lijst opgeslagen.
Afsluiten (Exit)
Klik hier om het venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images) af te sluiten.
Corrigeren/Verbeteren
Correctie rode ogen (Red-Eye Correction)
Hiermee worden rode ogen gecorrigeerd.
U kunt het gedeelte opgeven waarop u het effect wilt toepassen. Geef met de schuifknop het niveau
van het effect op.
Opmerking
Voor Photo Print worden rode ogen automatisch gecorrigeerd wanneer Automatische
fotocorrectie inschakelen (Enable Auto Photo Fix) is geselecteerd in Kleurcorrectie voor
afdrukken (Color correction for printing) op het tabblad Geavanceerd (Advanced) van het
dialoogvenster Voorkeuren (Preferences) en het selectievakje Correctie rode ogen inschakelen
Sivu 201/836
Venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images)
Sivu 202/836
(Enable Red-Eye Correction) is ingeschakeld. Schakel het selectievakje uit als u de
automatische correctie wilt uitschakelen.
Helderheid gezicht (Face Brightener)
Hiermee wordt de hele afbeelding gecorrigeerd, zodat het geselecteerde deel van het gezicht
helderder wordt.
Geef met de schuifknop het niveau van het effect op.
Scherpte gezicht (Face Sharpener)
Hiermee kunt u gezichten op een foto scherpstellen.
U kunt het gedeelte opgeven waarop u het effect wilt toepassen. Geef met de schuifknop het niveau
van het effect op.
Gezicht digitaal effenen (Digital Face Smoothing)
Hiermee kunt u de huid verbeteren door oneffenheden en rimpels te verwijderen.
U kunt het gedeelte opgeven waarop u het effect wilt toepassen. Geef met de schuifknop het niveau
van het effect op.
Vlekken verwijderen (Blemish Remover)
Hiermee kunt u moedervlekjes verwijderen.
U kunt het gedeelte opgeven waarop u het effect wilt toepassen.
Herstellen (Undo)
Hiermee wordt de laatste correctie/verbetering geannuleerd.
OK
Hiermee past u het geselecteerde effect toe op het opgegeven gebied.
Geselecteerde afbeelding herstellen (Reset Selected Image)
Hiermee annuleert u alle correcties en verbeteringen die u op de geselecteerde afbeelding hebt
toegepast.
Geselecteerde afbeelding opslaan (Save Selected Image)
Hiermee slaat u de geselecteerde afbeelding op.
Alle gecorrigeerde afbeeldingen opslaan (Save All Corrected Images)
Hiermee worden alle afbeeldingen in de lijst opgeslagen.
Afsluiten (Exit)
Klik hier om het venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images) af te sluiten.
Naar boven
Vragen en antwoorden
Sivu 203/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde toepassingssoftware >
Vragen en antwoorden
Vragen en antwoorden
Hoe kan ik het opgeslagen bestand verplaatsen (of kopiëren)?
Welke zijde van de weergegeven afbeelding wordt het eerst afgedrukt?
Hoe kan ik met gelijke marges afdrukken?
Wat is 'O1' of 'O4'?
Naar boven
Hoe kan ik het opgeslagen bestand verplaatsen (of kopiëren)?
Sivu 204/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde toepassingssoftware >
Vragen en antwoorden > Hoe kan ik het opgeslagen bestand verplaatsen (of kopiëren)?
Hoe kan ik het opgeslagen bestand verplaatsen (of kopiëren)?
Als u een bestand dat is gemaakt en opgeslagen met Easy-PhotoPrint EX wilt verplaatsen (of kopiëren)
van de ene map naar de andere, moet u ook de map verplaatsen (of kopiëren) die automatisch is
gemaakt toen het bestand werd opgeslagen.
Als u bijvoorbeeld een bestand opslaat met de naam MyAlbum.el1, wordt automatische een map
MyAlbum.el1.Data gemaakt in dezelfde map als waar het bestand MyAlbum.e11 staat. Als u het bestand
MyAlbum.el1 naar een andere map wilt verplaatsen (of kopiëren), moet u ook de map MyAlbum.el1.Data
verplaatsen.
De map 'MyAlbum.el1.Data' bevat de foto's (afbeeldingen) die worden gebruikt in het album.
Opmerking
De pictogrammen variëren, afhankelijk van de items.
Belangrijk
Wijzig de naam van de map Data niet, anders kunt u geen foto's weergeven die u hebt bewerkt met
Easy-PhotoPrint EX.
Naar boven
Welke zijde van de weergegeven afbeelding wordt het eerst afgedrukt?
Sivu 205/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde toepassingssoftware >
Vragen en antwoorden > Welke zijde van de weergegeven afbeelding wordt het eerst afgedrukt?
Welke zijde van de weergegeven afbeelding wordt het eerst
afgedrukt?
Zoals hieronder weergegeven, wordt het afdrukken gestart aan de linkerkant van de afbeelding die in het
venster Indeling/Afdruk (Layout/Print) wordt weergegeven.
Het papier wordt uitgevoerd in de richting die door de pijl wordt aangegeven.
Raadpleeg de handleiding van uw printer voor meer informatie over het plaatsen van papier (afdrukken
op de voorzijde/achterzijde enz.).
Naar boven
Hoe kan ik met gelijke marges afdrukken?
Sivu 206/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde toepassingssoftware >
Vragen en antwoorden > Hoe kan ik met gelijke marges afdrukken?
Hoe kan ik met gelijke marges afdrukken?
Wanneer u een indeling met randen kiest, is het mogelijk dat de marges links en rechts of boven en
onder niet gelijk zijn, afhankelijk van de afbeelding en de printer.
U kunt ervoor zorgen dat de marges altijd gelijk zijn door het selectievakje Afbeeldingen altijd uitsnijden
wanneer een indeling met randen is geselecteerd (Always crop images when selecting a layout with
margins) in te schakelen op het tabblad Geavanceerd (Advanced) van het dialoogvenster Voorkeuren
(Preferences).
Als u het dialoogvenster Voorkeuren (Preferences) wilt weergeven, klikt u op
(Instellingen) in het
venster Indeling/Afdruk (Layout/Print) of u selecteert Voorkeuren... (Preferences...) in het menu Bestand
(File).
Snijd de foto bij om gelijke marges te krijgen.
Foto's bijsnijden (Photo Print)
Opmerking
De volgende instelling is alleen beschikbaar voor Photo Print.
Naar boven
Wat is 'O1' of 'O4'?
Sivu 207/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde toepassingssoftware >
Vragen en antwoorden > Wat is 'O1' of 'O4'?
Wat is 'O1' of 'O4'?
Wanneer een album wordt afgedrukt, worden labels als O1 en O4 afgedrukt als paginanummers.
De O1 en O4 staan respectievelijk voor voor- en achteromslag.
O1: Voorblad
O2: Binnenkant voorblad
O3: Binnenzijde achteromslag
O4: Achteromslag
Naar boven
Bijlage 1: Instellingen van Easy-PhotoPrint EX
Sivu 208/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde toepassingssoftware >
Bijlage 1: Instellingen van Easy-PhotoPrint EX
Bijlage 1: Instellingen van Easy-PhotoPrint EX
Afdrukken op een dvd/cd
Levendige foto's afdrukken
Ruis in foto's reduceren
Foto's bijsnijden (Photo Print)
Een datum op foto's (Photo Print) afdrukken
Meerdere foto's op één pagina afdrukken
Een index afdrukken
ID-foto's afdrukken (ID Photo Print)
Fotogegevens afdrukken
Foto's opslaan
Opgeslagen bestanden openen
Indeling wijzigen
Achtergrond wijzigen
Foto's toevoegen
Positie van foto's verwisselen
Foto's vervangen
Positie, hoek en formaat van foto's wijzigen
Foto's bijsnijden
Foto's in kader plaatsen
Een datum op foto's afdrukken
Opmerkingen aan foto's toevoegen
Tekst aan foto's toevoegen
Opslaan
Feestdagen instellen
Kalenderweergave instellen
Naar boven
Afdrukken op een dvd/cd
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde toepassingssoftware >
Bijlage 1: Instellingen van Easy-PhotoPrint EX > Afdrukken op een dvd/cd
Afdrukken op een dvd/cd
U kunt met Photo Print afdrukken op een dvd/cd.
Selecteer CD-R bij Papierformaat (Paper Size) in het venster Papier selecteren (Select Paper) en
selecteer de gewenste indeling en geef een titel op.
Als u de details wilt bewerken, keert u terug naar het Menu en selecteert u Dvd/cd-label (DVD/CD Label)
om af te drukken/te bewerken met CD-LabelPrint.
Volg de stappen voor andere items om de selectie van afbeeldingen in het scherm Afbeeldingen
selecteren (Select Images) te voltooien.
Een foto selecteren
1. Selecteer CD-R bij Papierformaat (Paper Size) in het venster Papier selecteren
(Select Paper).
Geef de instellingen op voor Printer en Mediumtype (Media Type) op basis van de printer en de dvd/
cd die u gebruikt.
Opmerking
Als CD-R is geselecteerd, kunt u alleen Disclade (Disc tray) selecteren bij Papierbron (Paper
Source).
2. Klik op Indeling/Afdruk (Layout/Print).
Het venster Indeling/Afdruk (Layout/Print) wordt weergegeven.
Sivu 209/836
Afdrukken op een dvd/cd
Sivu 210/836
3. Selecteer de gewenste opmaak.
4. Voer de titel in en geef de details van de indeling op in Geavanceerd (Advanced).
Opmerking
De items die u kunt instellen, kunnen verschillen afhankelijk van de geselecteerde indeling.
5. Klik op Afdrukken (Print).
Stel een dvd/cd in en druk af volgens de berichten op het venster.
Het afdrukken begint bij de bovenkant van de afbeelding die wordt weergegeven in Voorbeeld.
Belangrijk
Installeer geen CD-R-lade totdat het bericht wordt weergegeven dat u een dvd/cd moet
instellen.
Opmerking
U kunt de afdrukpositie op de dvd/cd wijzigen in het dialoogvenster Aanpassen (Adjust). Als u het
(Afdrukgedeelte/
dialoogvenster Aanpassen (Adjust) wilt weergeven, klikt u op de knop
Afdrukpositie aanpassen).
U kunt geavanceerde instellingen voor Photo Print (aantal exemplaren, afdrukkwaliteit enz.)
instellen in het dialoogvenster Voorkeuren (Preferences). Als u het dialoogvenster Voorkeuren
(Preferences) wilt weergeven, klikt u op
(Instellingen) of u selecteert Voorkeuren...
(Preferences...) in het menu Bestand (File).
Naar boven
Levendige foto's afdrukken
Sivu 211/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde toepassingssoftware >
Bijlage 1: Instellingen van Easy-PhotoPrint EX > Levendige foto's afdrukken
Levendige foto's afdrukken
Schakel het selectievakje Vivid Photo in het venster Papier selecteren (Select Paper) in om de kleuren in
een foto de verlevendigen voordat u deze afdrukt.
Belangrijk
Deze functie is alleen beschikbaar voor printers die Vivid Photo ondersteunen.
Deze functie is niet beschikbaar als ICC-profiel inschakelen (Enable ICC Profile) is geselecteerd
op het tabblad Geavanceerd (Advanced) van het dialoogvenster Voorkeuren (Preferences).
Opmerking
De selectie van Vivid Photo is alleen van invloed op de afdruk. De oorspronkelijke afbeelding of het
afdrukvoorbeeld blijft ongewijzigd.
Naar boven
Ruis in foto's reduceren
Sivu 212/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde toepassingssoftware >
Bijlage 1: Instellingen van Easy-PhotoPrint EX > Ruis in foto's reduceren
Ruis in foto's reduceren
Een foto die op een donkere locatie (bijvoorbeeld 's nachts) met een digitale camera is gemaakt, kan
ruis bevatten.
Schakel het selectievakje Ruisreductie in foto's (Photo Noise Reduction) in het venster Papier selecteren
(Select Paper) in om ruis in de foto te verminderen en de afgedrukte foto's helderder te maken.
Belangrijk
Deze functie is niet beschikbaar als ICC-profiel inschakelen (Enable ICC Profile) is geselecteerd
op het tabblad Geavanceerd (Advanced) van het dialoogvenster Voorkeuren (Preferences).
Opmerking
Bij veel ruis wijzigt u Normaal (Normal) in Krachtig (Strong).
Deze functie heeft alleen effect op het afdrukresultaat. De oorspronkelijke afbeelding of het
afdrukvoorbeeld blijft ongewijzigd.
Naar boven
Foto's bijsnijden (Photo Print)
Sivu 213/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde toepassingssoftware >
Bijlage 1: Instellingen van Easy-PhotoPrint EX > Foto's bijsnijden (Photo Print)
Foto's bijsnijden (Photo Print)
Bij het bijsnijden van foto's selecteert u het deel dat u wilt behouden en wordt het overige deel
verwijderd.
Klik op
(Afbeelding bijsnijden) in het venster Indeling/Afdruk (Layout/Print).
Verplaats het witte kader over het gedeelte dat u wilt afdrukken en klik op OK.
Opmerking
U kunt het bijsnijdgebied ook verplaatsen door de cursor in het witte kader te plaatsen en dit te
verslepen. Versleep de witte lijnen om het bijsnijdgebied te vergroten of verkleinen.
Schakel het selectievakje in bij De regel van drie (The Rule of Thirds) om de witte streepjeslijnen
weer te geven. U kunt een evenwichtige compositie maken door een van de kruispunten (witte
vierkantjes) of witte streepjeslijnen over het hoofdonderwerp van de foto te verslepen.
Het bijsnijden heeft alleen effect op het afdrukresultaat. De oorspronkelijke afbeelding wordt niet
bijgesneden.
Raadpleeg de Help voor meer informatie over het venster Bijsnijden (Crop).
Naar boven
Een datum op foto's (Photo Print) afdrukken
Sivu 214/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde toepassingssoftware >
Bijlage 1: Instellingen van Easy-PhotoPrint EX > Een datum op foto's (Photo Print) afdrukken
Een datum op foto's (Photo Print) afdrukken
Als u de datum waarop de foto is gemaakt wilt afdrukken op de foto, klikt u op
(Datuminstellingen) in
het venster Indeling/Afdruk (Layout/Print) en schakelt u in het dialoogvenster Datuminstellingen (Date
Settings) het selectievakje Afdrukdatum (Print date) in.
Opmerking
De datum wordt weergegeven volgens de datumnotatie die is ingesteld in uw besturingssysteem
(mm-dd-jjjj, enzovoort).
In het dialoogvenster Datuminstellingen (Date Settings) kunt u de tekstkleur, de grootte en de
afdrukpositie van de datum aanpassen aan de stand en achtergrond van de foto. Raadpleeg de
Help voor meer informatie.
Naar boven
Meerdere foto's op één pagina afdrukken
Sivu 215/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde toepassingssoftware >
Bijlage 1: Instellingen van Easy-PhotoPrint EX > Meerdere foto's op één pagina afdrukken
Meerdere foto's op één pagina afdrukken
U kunt meerdere foto's op één pagina afdrukken door een indeling met meerdere foto's te selecteren in
het venster Indeling/Afdruk (Layout/Print).
Opmerking
Zie het volgende onderwerp voor meer informatie over het selecteren van een foto.
Een foto selecteren
De aantallen foto's en indelingen kunnen per mediumtype variëren.
De foto's worden als volgt gerangschikt.
Voorbeeld: Geen randen (x4)
U kunt de afdrukvolgorde wijzigen bij Afdrukvolgorde (Printing Order) op het tabblad Afdrukken
(Print) in het dialoogvenster Voorkeuren (Preferences).
U kunt hier kiezen uit Op datum (By Date), Op naam (By Name) en Op selectie (By Selection).
Als u het dialoogvenster Voorkeuren (Preferences) wilt weergeven, klikt u op
selecteert Voorkeuren... (Preferences...) in het menu Bestand (File).
(Instellingen) of u
Naar boven
Een index afdrukken
Sivu 216/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde toepassingssoftware >
Bijlage 1: Instellingen van Easy-PhotoPrint EX > Een index afdrukken
Een index afdrukken
U kunt een index afdrukken van geselecteerde foto's. Op een indexafdruk worden de miniaturen van de
foto's weergegeven op één pagina. Dit is een handige manier om uw foto's te beheren.
Als u een index wilt afdrukken, selecteert u Index bij de indelingen in het venster Indeling/Afdruk (Layout/
Print).
Opmerking
Zie het volgende onderwerp voor meer informatie over het selecteren van een foto.
Een foto selecteren
U kunt geen index afdrukken als u één van de volgende papierformaten hebt geselecteerd.
- Creditcard
- Fine Art A4
- Fine Art A3
- Fine Art A3+
- Fine Art Letter
- CD-R
Per pagina kunnen maximaal 80 miniaturen worden afgedrukt.
De foto's worden als volgt gerangschikt.
Voorbeeld: Index (x20)
U kunt de afdrukvolgorde wijzigen bij Afdrukvolgorde (Printing Order) op het tabblad Afdrukken
(Print) in het dialoogvenster Voorkeuren (Preferences).
U kunt hier kiezen uit Op datum (By Date), Op naam (By Name) en Op selectie (By Selection).
Als u het dialoogvenster Voorkeuren (Preferences) wilt weergeven, klikt u op
selecteert Voorkeuren... (Preferences...) in het menu Bestand (File).
(Instellingen) of u
Naar boven
ID-foto's afdrukken (ID Photo Print)
Sivu 217/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde toepassingssoftware >
Bijlage 1: Instellingen van Easy-PhotoPrint EX > ID-foto's afdrukken (ID Photo Print)
ID-foto's afdrukken (ID Photo Print)
U kunt verschillende ID-foto's afdrukken.
Belangrijk
De foto is mogelijk niet geschikt als een officiële ID-foto.
Raadpleeg voor meer informatie de instantie waarvoor u de foto wilt gebruiken.
Als u ID-foto's wilt afdrukken, selecteert u 10 x 15 cm (4" x 6") voor Papierformaat (Paper Size) in het
venster Papier selecteren (Select Paper) en selecteert u een opmaak voor de ID-foto in het venster
Indeling/Afdruk (Layout/Print).
Opmerking
Zie het volgende onderwerp voor meer informatie over het selecteren van een foto.
Een foto selecteren
De foto's worden als volgt gerangschikt.
Voorbeeld: ID-foto (3,5 x 4,5 cm)
U kunt de afdrukvolgorde wijzigen bij Afdrukvolgorde (Printing Order) op het tabblad Afdrukken
(Print) in het dialoogvenster Voorkeuren (Preferences).
U kunt hier kiezen uit Op datum (By Date), Op naam (By Name) en Op selectie (By Selection).
Als u het dialoogvenster Voorkeuren (Preferences) wilt weergeven, klikt u op
selecteert Voorkeuren... (Preferences...) in het menu Bestand (File).
(Instellingen) of u
Naar boven
Fotogegevens afdrukken
Sivu 218/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde toepassingssoftware >
Bijlage 1: Instellingen van Easy-PhotoPrint EX > Fotogegevens afdrukken
Fotogegevens afdrukken
Selecteer Opnamegegevens (Captured Info) in het venster Indeling/Afdruk (Layout/Print) om de foto en
Exif-informatie naast elkaar af te drukken.
Opmerking
Zie het volgende onderwerp voor meer informatie over het selecteren van een foto.
Een foto selecteren
Deze functie is alleen beschikbaar voor de papierformaten Letter 8,5" x 11"en A4.
Naar boven
Foto's opslaan
Sivu 219/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde toepassingssoftware >
Bijlage 1: Instellingen van Easy-PhotoPrint EX > Foto's opslaan
Foto's opslaan
U kunt bewerkte foto's opslaan. De gegevens over het bijsnijden en de indeling kunnen worden
opgeslagen.
Klik op Opslaan (Save) in het venster Indeling/Afdruk (Layout/Print).
Wanneer het dialoogvenster Opslaan als (Save As) wordt weergegeven, geeft u de locatie en de
bestandsnaam op en klikt u op Opslaan (Save).
Belangrijk
Als u een opgeslagen bestand bewerkt en opnieuw opslaat, wordt het bestand overschreven.
Als u een bestand opnieuw wilt opslaan onder een nieuwe naam of op een andere locatie,
selecteert u Opslaan als... (Save As...) in het menu Bestand (File) en slaat u het bestand op.
Opmerking
De knop Opslaan (Save) wordt niet weergegeven in de vensters Afbeeld. selecteren (Select
Images) of Papier selecteren (Select Paper).
Naar boven
Opgeslagen bestanden openen
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde toepassingssoftware >
Bijlage 1: Instellingen van Easy-PhotoPrint EX > Opgeslagen bestanden openen
Opgeslagen bestanden openen
U kunt bestanden openen die zijn gemaakt met Easy-PhotoPrint EX.
1. Klik bij Menu op Bibliotheek (Library).
Het dialoogvenster Openen (Open) wordt weergegeven.
U kunt bestanden die zijn gemaakt en opgeslagen met Easy-PhotoPrint EX bekijken in de
pictogramweergave (alleen voor Windows Vista) of de miniatuurweergave.
Belangrijk
Wanneer u de 64-bits versie van Windows Vista of Windows XP gebruikt, kan de inhoud van
bestanden niet worden weergegeven in de Verkenner.
2. Selecteer het bestand dat u wilt openen en klik op Openen (Open).
Het venster Bewerken (Edit) of Papier selecteren (Select Paper) verschijnt.
Opmerking
De volgende bestandsindelingen (extensies) worden ondersteund door Easy-PhotoPrint EX.
- Easy-PhotoPrint EX Photo Print-bestand (.el6)
- Easy-PhotoPrint EX Albumbestand (.el1)
- Easy-PhotoPrint EX Stickerbestand (.el2)
- Easy-PhotoPrint EX Kalenderbestand (.el4)
- Easy-PhotoPrint EX Indelingsbestand (.el5)
- CD-LabelPrint-gegevens (.cld)
3. Bewerk het bestand indien nodig.
Opmerking
Zie de volgende onderwerpen voor meer informatie over bewerkingsprocedures.
Album Bewerken
Kalender Bewerken
Stickers Bewerken
Opmaak afdrukken Bewerken
Opmerking
Sivu 220/836
Opgeslagen bestanden openen
Sivu 221/836
U kunt bestanden die zijn gemaakt met Easy-PhotoPrint EX behalve via Bibliotheek (Library) in
Menu op de volgende manieren openen.
- Dubbelklik of klik op het bestand.
- Klik in het menu Bestand (File) op Openen... (Open...) en selecteer het bestand dat u wilt
bewerken.
U kunt een onlangs geopend bestand ook openen door op de bestandsnaam te klikken in het
menu Bestand (File).
Naar boven
Indeling wijzigen
Sivu 222/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde toepassingssoftware >
Bijlage 1: Instellingen van Easy-PhotoPrint EX > Indeling wijzigen
Indeling wijzigen
U kunt de opmaak van elke pagina afzonderlijk wijzigen.
Selecteer de pagina waarvan u de opmaak wilt veranderen in het venster Bewerken (Edit) en klik
vervolgens op
(Indeling wijzigen).
Selecteer de opmaak die u wilt gebruiken in het dialoogvenster Indeling wijzigen (Change Layout) en klik
op OK.
Album
Belangrijk
De indelingen voor albums die u kunt selecteren zijn afhankelijk van Papierformaat (Paper Size),
Afdrukstand (Orientation) of het type pagina dat u hebt geselecteerd (voorblad, pagina's of
achteromslag).
Als de nieuwe opmaak een ander aantal kaders bevat dan de huidige opmaak, gebeurt er het
volgende:
Als het aantal kaders : De afbeeldingen van de volgende pagina's worden naar voren gehaald
om alle kaders in de nieuwe opmaak te vullen.
is verhoogd
Als het aantal kaders : Pagina's met de nieuwe opmaak worden toegevoegd tot alle
is verlaagd
afbeeldingen op de pagina's met de huidige opmaak passen.
Als u een opmaak voor de voor- of achteromslag kiest die minder kaders bevat, worden
afbeeldingen die niet in de nieuwe opmaak passen verwijderd, te beginnen met de afbeelding die
als laatste is toegevoegd aan de eerdere opmaakpagina.
Opmerking
Schakel het selectievakje Toepassen op alle pagina's (Apply to all pages) in om de opmaak van
alle pagina's te wijzigen in de nieuwe opmaak.
Kalender (Calendar)
Indeling wijzigen
Sivu 223/836
Belangrijk
De opmaak die u kunt selecteren, is afhankelijk van het Papierformaat (Paper Size) en de
Afdrukstand (Orientation).
De opmaak van alle pagina's wordt gewijzigd in de geselecteerde opmaak.
Alle afbeeldingen die niet in de nieuwe opmaak passen, worden op één pagina verzameld.
Opmaak afdrukken (Layout Print)
Belangrijk
De opmaak die u kunt selecteren, is afhankelijk van het Papierformaat (Paper Size) en de
Afdrukstand (Orientation).
Als de nieuwe opmaak een ander aantal kaders bevat dan de huidige opmaak, gebeurt er het
volgende:
Als het aantal kaders : De afbeeldingen van de volgende pagina's worden naar voren gehaald
om alle kaders in de nieuwe opmaak te vullen.
is verhoogd
Als het aantal kaders
is verlaagd
: Pagina's met de nieuwe opmaak worden toegevoegd tot alle
afbeeldingen op de pagina's met de huidige opmaak passen.
Opmerking
Schakel het selectievakje Toepassen op alle pagina's (Apply to all pages) in om de opmaak van
alle pagina's te wijzigen in de nieuwe opmaak.
Naar boven
Achtergrond wijzigen
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde toepassingssoftware >
Bijlage 1: Instellingen van Easy-PhotoPrint EX > Achtergrond wijzigen
Achtergrond wijzigen
U kunt de achtergrond van elke pagina wijzigen.
Belangrijk
U kunt niet de achtergrond wijzigen van Photo Print, Stickers en Opmaak afdrukken (Layout Print).
Selecteer de pagina waarvan u de achtergrond wilt veranderen in het venster Bewerken (Edit) en klik
vervolgens op
(Achtergrond wijzigen).
Opmerking
De vensters voor het afdrukken van albums worden gebruikt als voorbeelden in de volgende
beschrijvingen. De vensters kunnen verschillen afhankelijk van wat u maakt.
Selecteer het gewenste achtergrondtype in het dialoogvenster Achtergrond wijzigen (Change
Background).
Als Selecteren uit voorbeelden (Select from samples) is geselecteerd
Selecteer de afbeelding die wilt gebruiken bij Voorbeelden (Samples) en klik op OK.
Opmerking
Selecteren uit voorbeelden (Select from samples) wordt alleen weergegeven als Album is
geselecteerd.
Als Enkele kleur (Single color) is geselecteerd
Selecteer de gewenste kleur bij Standaardkleur (Standard color) of Aangepaste kleur (Custom color) en
klik op OK.
Sivu 224/836
Achtergrond wijzigen
Als Afbeeldingsbestand (Image file) is geselecteerd
Stel Pad afbeeldingsbestand (Image File Path) en Indeling afbeelding (Image Layout) in en klik op OK.
Sivu 225/836
Achtergrond wijzigen
Sivu 226/836
Opmerking
Raadpleeg de Help voor meer informatie over het instellen van de achtergrond in het
dialoogvenster Achtergrond wijzigen (Change Background).
Naar boven
Foto's toevoegen
Sivu 227/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde toepassingssoftware >
Bijlage 1: Instellingen van Easy-PhotoPrint EX > Foto's toevoegen
Foto's toevoegen
U kunt foto's aan pagina's toevoegen.
Selecteer de pagina waaraan u foto's wilt toevoegen in het venster Bewerken (Edit) en klik vervolgens op
(Afbeelding toevoegen).
Opmerking
De vensters voor het afdrukken van albums worden gebruikt als voorbeelden in de volgende
beschrijvingen. De vensters kunnen verschillen afhankelijk van wat u maakt.
Selecteer de map met de afbeelding die u wilt toevoegen uit de mappenstructuur aan de linkerkant van
het dialoogvenster Afbeelding toevoegen (Add Image) en selecteer de afbeelding die u wilt toevoegen in
het venster met miniaturen aan de rechterkant.
Opmerking
Klik op een afbeelding om die te selecteren (de achtergrond wordt blauw) of om de selectie op te
heffen (de achtergrond wordt wit). U kunt ook meerdere afbeeldingen selecteren.
Selecteer een optie bij Toevoegen aan (Add to) en klik op OK.
Belangrijk
U kunt maximaal 20 afbeeldingen tegelijk toevoegen aan één pagina.
U kunt maximaal 99 afbeeldingen aan alle pagina's toevoegen.
U kunt dezelfde afbeelding niet gelijktijdig meerdere malen toevoegen. In dat geval voegt u de
afbeeldingen een voor een toe.
Als u het aantal pagina's waaraan u afbeeldingen wilt toevoegen verhoogt, kunt u geen
afbeeldingen toevoegen na pagina 400.
Opmerking
U kunt alle afbeeldingen tegelijk selecteren of het formaat en verdeling van de afbeeldingen
wijzigen in het dialoogvenster Afbeelding toevoegen (Add Image). Raadpleeg de Help voor meer
informatie.
Naar boven
Positie van foto's verwisselen
Sivu 228/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde toepassingssoftware >
Bijlage 1: Instellingen van Easy-PhotoPrint EX > Positie van foto's verwisselen
Positie van foto's verwisselen
U kunt de positie van afbeeldingen verwisselen.
Klik op
(Afbeeldingsposities wisselen) in het venster Bewerken (Edit).
Opmerking
De vensters voor het afdrukken van albums worden gebruikt als voorbeelden in de volgende
beschrijvingen. De vensters kunnen verschillen afhankelijk van wat u maakt.
Selecteer de twee afbeeldingen die u wilt verwisselen en klik op Wisselen (Swap).
Wanneer u klaar bent met het omwisselen van foto's, klikt u op Terug naar bewerken (Back to Edit).
Naar boven
Foto's vervangen
Sivu 229/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde toepassingssoftware >
Bijlage 1: Instellingen van Easy-PhotoPrint EX > Foto's vervangen
Foto's vervangen
U kunt een afbeelding vervangen door een andere afbeelding.
Selecteer de afbeelding die u wilt vervangen in het venster Bewerken (Edit) en klik vervolgens op
(Geselecteerde afbeelding vervangen).
Selecteer de map met de afbeelding waardoor u deze wilt vervangen uit de mappenstructuur aan de
linkerkant van het dialoogvenster Afbeelding vervangen (Replace Image).
Selecteer de afbeelding waardoor u deze wilt vervangen uit het venster met miniaturen aan de
rechterkant van het venster en klik op OK.
Als u een afbeelding wilt kiezen die al is geïmporteerd, klikt u op de tab Geïmporteerde afbeeldingen
(Imported Images), selecteert u de gewenste afbeelding uit het venster met miniaturen en klikt u op OK.
Belangrijk
Het is niet mogelijk meerdere afbeeldingen te selecteren in het dialoogvenster Afbeelding
vervangen (Replace Image).
Opmerking
Als u meerdere afbeeldingen die u wilt vervangen selecteert in het venster Bewerken (Edit) en de
vervangingsfunctie gebruikt, worden alle afbeeldingen die zijn geselecteerd in het venster
Bewerken (Edit) vervangen door de afbeelding die is geselecteerd in het dialoogvenster Afbeelding
vervangen (Replace Image).
Wanneer afbeeldingen worden vervangen, worden de volgende instellingen overgenomen in de
nieuwe afbeelding.
- Positie
- Formaat
- Kader
- Positie en formaat van de datum
De informatie over bijsnijden en stand wordt niet overgenomen.
U kunt in het dialoogvenster Afbeelding vervangen (Replace Image) het weergaveformaat en de
volgorde van de miniaturen wijzigen. Raadpleeg de Help voor meer informatie.
Naar boven
Positie, hoek en formaat van foto's wijzigen
Sivu 230/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde toepassingssoftware >
Bijlage 1: Instellingen van Easy-PhotoPrint EX > Positie, hoek en formaat van foto's wijzigen
Positie, hoek en formaat van foto's wijzigen
U kunt de positie, de hoek en het formaat van foto's wijzigen.
Selecteer de afbeelding waarvan u de positie of afmetingen wilt wijzigen in het venster Bewerken (Edit)
en klik op de knop
(Afbeelding bewerken) of dubbelklik op de afbeelding.
Stel deMiddenpositie (Center Position), de Rotatie (Rotation) en de Grootte (Size) in en klik op OK.
Opmerking
U kunt de positie en afmetingen van een afbeelding ook wijzigen door de afbeelding te verslepen in
het venster Bewerken (Edit).
Selecteer een afbeelding in het venster Bewerken (Edit), klik op
(Vrij draaien) en versleep een
hoek van de afbeelding om deze te draaien.
Raadpleeg de Help voor meer informatie over de positie en afmetingen van afbeeldingen..
Naar boven
Foto's bijsnijden
Sivu 231/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde toepassingssoftware >
Bijlage 1: Instellingen van Easy-PhotoPrint EX > Foto's bijsnijden
Foto's bijsnijden
Bij het bijsnijden van foto's selecteert u het deel dat u wilt behouden en wordt het overige deel
verwijderd.
Selecteer de afbeelding die u wilt bijsnijden in het venster Bewerken (Edit) en klik vervolgens op
(Afbeelding bewerken) of dubbelklik op de afbeelding.
Klik op de tab Bijsnijden (Crop) in het dialoogvenster Afbeelding bewerken (Edit Image).
Versleep de witte blokjes in de afbeelding om het gedeelte dat u wilt bijsnijden te wijzigen en klik op OK.
Opmerking
Raadpleeg de Help voor meer informatie over bijsnijden.
Naar boven
Foto's in kader plaatsen
Sivu 232/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde toepassingssoftware >
Bijlage 1: Instellingen van Easy-PhotoPrint EX > Foto's in kader plaatsen
Foto's in kader plaatsen
U kunt kaders om foto's plaatsen
Belangrijk
U kunt geen kaders om foto's plaatsen in Photo Print, Stickers en Opmaak afdrukken (Layout Print).
Selecteer de afbeelding die u in een kader wilt plaatsen in het venster Bewerken (Edit) en klik vervolgens
op
(Afbeelding bewerken) of dubbelklik op de afbeelding.
Klik op de tab Kader (Frame) in het dialoogvenster Afbeelding bewerken (Edit Image).
Selecteer het kader dat u wilt gebruiken bij Kaders (Frames) en klik op OK.
Belangrijk
U kunt geen datums afdrukken op omkaderde foto's.
Opmerking
Schakel het selectievakje the Toepassen op alle afbeeldingen op de pagina (Apply to all images in
the page) in om hetzelfde kader gelijktijdig aan alle foto's op een geselecteerde pagina toe te
voegen.
Raadpleeg de Help voor meer informatie over kaders.
Naar boven
Een datum op foto's afdrukken
Sivu 233/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde toepassingssoftware >
Bijlage 1: Instellingen van Easy-PhotoPrint EX > Een datum op foto's afdrukken
Een datum op foto's afdrukken
U kunt een datum afdrukken op afbeeldingen.
Selecteer de afbeelding waarop u een datum wilt afdrukken in het venster Bewerken (Edit) en klik op de
knop
(Afbeelding bewerken) of dubbelklik op de afbeelding.
Klik op de tab Datum (Date) in het dialoogvenster Afbeelding bewerken (Edit Image).
Schakel het selectievakje in bij Datum weergeven (Show date).
Stel de Tekstrichting (Text Orientation), de Positie (Position), de Tekengrootte (Font Size) en de Kleur
(Color) in en klik op OK.
Belangrijk
U kunt geen datums afdrukken op omkaderde afbeeldingen.
Opmerking
De datum wordt weergegeven volgens de datumnotatie die is ingesteld in uw besturingssysteem
(mm-dd-jjjj, enzovoort).
Raadpleeg de Help voor meer informatie over het instellen van de datum.
Naar boven
Opmerkingen aan foto's toevoegen
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde toepassingssoftware >
Bijlage 1: Instellingen van Easy-PhotoPrint EX > Opmerkingen aan foto's toevoegen
Opmerkingen aan foto's toevoegen
U kunt opmerkingen toevoegen aan foto's en deze in uw album weergeven. De naam van de foto, de
opnamedatum en de opmerkingen worden weergegeven (van boven naar beneden) in een
opmerkingenvak.
Belangrijk
U kunt geen opmerkingen toevoegen aan Photo Print, Kalender (Calendar), Stickers en Opmaak
afdrukken (Layout Print).
Selecteer de afbeelding waaraan u een opmerking wilt toevoegen in het venster Bewerken (Edit) en klik
op de knop
(Afbeelding bewerken) of dubbelklik op de afbeelding.
Klik op de tab Opmerkingen (Comments) in het dialoogvenster Afbeelding bewerken (Edit Image).
Schakel het selectievakje in bij Opmerkingenvak weergeven (Show comment box).
Schakel de selectievakjes in van de items die u wilt weergeven en voer de opmerkingen in.
Selecteer de tekengrootte, kleur en positie van de opmerkingen en klik op OK.
Sivu 234/836
Opmerkingen aan foto's toevoegen
Sivu 235/836
Opmerking
Raadpleeg de Help voor meer informatie over opmerkingen.
Naar boven
Tekst aan foto's toevoegen
Sivu 236/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde toepassingssoftware >
Bijlage 1: Instellingen van Easy-PhotoPrint EX > Tekst aan foto's toevoegen
Tekst aan foto's toevoegen
U kunt tekst aan foto's toevoegen.
Klik op
(Tekst toevoegen) in het venster Bewerken (Edit) en sleep de muis over het gedeelte waar
u de tekst wilt plaatsen.
Opmerking
De vensters voor het afdrukken van albums worden gebruikt als voorbeelden in de volgende
beschrijvingen. De vensters kunnen verschillen afhankelijk van wat u maakt.
Selecteer de tab Tekst (Text) in het dialoogvenster Tekstvak bewerken (Edit Text Box) en voer uw tekst in.
Opmerking
In het dialoogvenster Tekstvak bewerken (Edit Text Box) kunt u de positie, hoek en grootte van de
tekst wijzigen. U kunt ook de kleur en omlijning van het tekstvak instellen. Raadpleeg de Help voor
meer informatie.
Als u de ingevoerde tekst wilt wijzigen, selecteert u de tekst en klikt u op
(Tekstvak bewerken).
Het dialoogvenster Tekstvak bewerken (Edit Text Box) wordt weergegeven. U kunt de tekst wijzigen.
Naar boven
Opslaan
Sivu 237/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde toepassingssoftware >
Bijlage 1: Instellingen van Easy-PhotoPrint EX > Opslaan
Opslaan
U kunt bewerkte items opslaan.
Klik op Opslaan (Save) in het venster Bewerken (Edit) of het venster Afdrukinstellingen (Print Settings).
Opmerking
De vensters voor het afdrukken van albums worden gebruikt als voorbeelden in de volgende
beschrijvingen. De vensters kunnen verschillen afhankelijk van wat u maakt.
Wanneer het dialoogvenster Opslaan als (Save As) wordt weergegeven, geeft u de locatie en de
bestandsnaam op en klikt u op Opslaan (Save).
Belangrijk
Als u een opgeslagen bestand bewerkt en opnieuw opslaat, wordt het bestand overschreven.
Als u een bestand opnieuw wilt opslaan onder een nieuwe naam of op een andere locatie,
selecteert u Opslaan als... (Save As...) in het menu Bestand (File) en slaat u het bestand op.
Opmerking
De knop Opslaan (Save) wordt niet weergegeven in de vensters Pagina-instelling (Page Setup) of
Afbeeld. selecteren (Select Images).
Naar boven
Feestdagen instellen
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde toepassingssoftware >
Bijlage 1: Instellingen van Easy-PhotoPrint EX > Feestdagen instellen
Feestdagen instellen
U kunt feestdagen aan uw kalender toevoegen.
Klik op Feestdagen instellen... (Set Holidays...) in het venster Pagina-instelling (Page Setup) van
(Periode/feestdagen instellen) in het venster Bewerken (Edit) en
Kalender (Calendar), of klik op
klik op Feestdagen instellen... (Set Holidays...) in het dialoogvenster Algemene kalenderinstellingen
(Calendar General Settings) om het dialoogvenster Instellingen feestdag (Holiday Settings) weer te
geven.
Als u een feestdag wilt toevoegen, klikt u op Toevoegen... (Add...). Het dialoogvenster Feestdag
toevoegen/bewerken (Add/Edit Holiday) wordt weergegeven. Als u een opgeslagen feestdag wilt
bewerken, selecteert u deze en klikt u op Bewerken... (Edit...).
Als u een feestdag wilt verwijderen, selecteert u deze en klikt u op Verwijderen (Delete). Als u alle
opgeslagen feestdagen in uw kalenderperiode wilt verwijderen, klikt u op Wissen (Clear).
Voer de naam in bij Naam feestdag (Holiday Name) en geef de datum op.
Sivu 238/836
Feestdagen instellen
Sivu 239/836
Schakel het selectievakje Instellen als feestdag (Set as Holiday) in om die dag weer te geven als
feestdag in uw kalender.
Opmerking
Raadpleeg de Help voor meer informatie over elk dialoogvenster.
Naar boven
Kalenderweergave instellen
Sivu 240/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met de meegeleverde toepassingssoftware >
Bijlage 1: Instellingen van Easy-PhotoPrint EX > Kalenderweergave instellen
Kalenderweergave instellen
U kunt de kalenderweergave aanpassen (lettertypen, lijnen, kleuren, positie, afmetingen enz.).
Klik op Instellingen... (Settings...) in het venster Pagina-instelling (Page Setup) van Kalender (Calendar),
of selecteer een kalender in het venster Bewerken (Edit) en klik op
(Kalender instellen) om het
dialoogvenster Kalenderinstellingen (Calendar Settings) weer te geven.
Belangrijk
Het tabblad Positie en formaat (Position & Size) wordt weergegeven nadat het dialoogvenster
Kalenderinstellingen (Calendar Settings) is geopend in het venster Bewerken (Edit).
Opmerking
Raadpleeg de Help voor meer informatie over het dialoogvenster Kalenderinstellingen (Calendar
Settings).
Naar boven
Afdrukken met andere toepassingssoftware
Sivu 241/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingssoftware
Afdrukken met andere toepassingssoftware
Verschillende afdrukmethoden
De afdrukkwaliteit wijzigen en afbeeldingsgegevens corrigeren
Overzicht van het printerstuurprogramma
Naar boven
Verschillende afdrukmethoden
Sivu 242/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingssoftware > Verschillende
afdrukmethoden
Verschillende afdrukmethoden
Afdrukken met de basisinstellingen
Een paginaformaat en afdrukstand opgeven
Instellingen voor aantal en afdrukvolgorde opgeven
De nietmarge instellen
Afdrukken zonder marges
Passend op papierformaat
Afdrukken op schaal
Pagina-indeling afdrukken
Poster afdrukken
Boekje afdrukken
Dubbelzijdig afdrukken
Stempel/achtergrond afdrukken
Een stempelinstelling opslaan
Afbeeldingsgegevens opslaan die u als achtergrond wilt gebruiken
Een envelop afdrukken
Van papierbron wisselen zodat deze overeenkomt met het doel
Afdrukresultaten weergeven vóór het afdrukken
Papierformaat instellen (aangepast formaat)
Naar boven
Afdrukken met de basisinstellingen
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingssoftware > Verschillende
afdrukmethoden > Afdrukken met de basisinstellingen
Afdrukken met de basisinstellingen
De procedure voor het opgeven van de basisinstellingen die voldoende zijn voor een juiste afdruk met dit
apparaat, is als volgt:
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Selecteer het mediumtype
Selecteer het type papier dat in het apparaat is geplaatst in de lijst Mediumtype (Media Type) op het
tabblad Afdruk (Main).
3. Selecteer de papierbron
Selecteer Automatisch selecteren (Automatically Select), Achterste lade (Rear Tray), Cassette,
Doorl. autom. invoer (Continuous Autofeed) of Papiertoewijzing (Paper Allocation) bij Papierbron
(Paper Source).
Belangrijk
De instellingen voor Papierbron (Paper Source) die geselecteerd kunnen worden,kunnen
verschillen afhankelijk van de papiersoort en het papierformaat.
4. Selecteer de afdrukkwaliteit
Selecteer Hoog (High), Standaard (Standard) of Snel (Fast) bij Afdrukkwaliteit (Print Quality).
5. Selecteer kleur/intensiteit
Selecteer Auto bij Kleur/Intensiteit (Color/Intensity).
6. Controleer de instellingen
Controleer de opgegeven instellingen, zoals de papiersoort en papierbron, in het
instellingenvoorbeeld links op het scherm.
7. Voltooi de instellingen
Klik op OK.
Het document wordt afgedrukt in overeenstemming met het mediumtype en -formaat dat wordt
gebruikt.
Sivu 243/836
Afdrukken met de basisinstellingen
Sivu 244/836
Naar boven
Een paginaformaat en afdrukstand opgeven
Sivu 245/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingssoftware > Verschillende
afdrukmethoden > Een paginaformaat en afdrukstand opgeven
Een paginaformaat en afdrukstand opgeven
Het papierformaat en de afdrukstand worden in principe bepaald door de toepassing. Als de instellingen
voor Paginaformaat (Page Size) en Afdrukstand (Orientation) op het tabblad Pagina-instelling (Page
Setup) hetzelfde zijn als de instellingen in de toepassing, hoeft u deze niet te wijzigen op het tabblad
Pagina-instelling (Page Setup).
Als u deze instellingen niet in de toepassing kunt opgeven, geeft u als volgt een paginaformaat en
afdrukstand op:
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Selecteer het papierformaat
Selecteer een paginaformaat in de lijst Paginaformaat afdrukken (Page Size) op het tabblad Paginainstelling (Page Setup).
3. Selecteer Afdrukstand (Orientation)
Selecteer Staand (Portrait) of Liggend (Landscape) bij Afdrukstand (Orientation). Schakel het
selectievakje 180 graden roteren (Rotate 180 degrees) in als u de afdrukgegevens 180 graden wilt
roteren.
4. Voltooi de instellingen
Klik op OK.
Het document wordt met het geselecteerde paginaformaat en de geselecteerde afdrukstand
afgedrukt.
Naar boven
Instellingen voor aantal en afdrukvolgorde opgeven
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingssoftware > Verschillende
afdrukmethoden > Instellingen voor aantal en afdrukvolgorde opgeven
Instellingen voor aantal en afdrukvolgorde opgeven
Standaardinstelling
Vanaf de laatste pagina afdrukken (Print from Last Page)
Sorteren
Vanaf de laatste pagina afdrukken (Print from Last Page) + Sorteren (Collate)
U geeft als volgt het aantal en de afdrukvolgorde op:
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Geef het aantal exemplaren dat u wilt afdrukken op
Geef bij Aantal (Copies) op het tabblad Pagina-instelling (Page Setup) het aantal af te drukken
exemplaren op.
3. Geef de afdrukvolgorde op
Schakel het selectievakje Vanaf de laatste pagina afdrukken (Print from Last Page) in wanneer u wilt
dat bij het afdrukken met de laatste pagina wordt begonnen. Wanneer u dit doet, hoeft u de pagina's
na het afdrukken niet meer op de juiste volgorde te leggen.
4. Stel gesorteerd afdrukken in als u meerdere exemplaren opgeeft in het vak Aantal
(Copies)
Schakel het selectievakje Sorteren (Collate) in als u meerdere pagina’s tegelijk opgeeft.
Selecteer deze optie niet wanneer u het document zo wilt afdrukken dat alle pagina’s met hetzelfde
nummer bij elkaar worden gegroepeerd.
5. Voltooi de instellingen
Sivu 246/836
Instellingen voor aantal en afdrukvolgorde opgeven
Sivu 247/836
Klik op OK.
Het opgegeven aantal exemplaren wordt in de gekozen volgorde afgedrukt.
Belangrijk
Wanneer uw toepassing dezelfde functie heeft, geeft u de instellingen in de toepassing op.
Wanneer u het aantal exemplaren en de afdrukvolgorde in zowel de toepassing als dit
stuurprogramma opgeeft, is het mogelijk dat de waarden in deze twee instellingen voor het aantal
exemplaren worden vermenigvuldigd of de opgegeven afdrukvolgorde niet wordt ingeschakeld.
Vanaf de laatste pagina afdrukken (Print from Last Page) en Sorteren (Collate) zijn niet beschikbaar
voor selectie wanneer Boekje afdrukken (Booklet Printing) bij Pagina-indeling (Page Layout) is
geselecteerd.
Vanaf de laatste pagina afdrukken (Print from Last Page) is niet beschikbaar voor selectie wanneer
Poster afdrukken (Poster Printing) bij Pagina-indeling (Page Layout) is geselecteerd.
Opmerking
Als u zowel Vanaf de laatste pagina afdrukken (Print from Last Page) als Sorteren (Collate)
inschakelt, worden de exemplaren van een document vanaf de laatste pagina en per exemplaar
afgedrukt.
Deze instellingen kunnen worden gebruikt in combinatie met Afdrukken zonder marges (Borderless
Printing), Afdrukken op normaal formaat (Normal-size Printing), Passend op papierformaat (Fit-toPage Printing), Afdrukken op schaal (Scaled Printing), Pagina-indeling afdrukken (Page Layout
Printing) en Dubbelzijdig afdrukken (Duplex Printing).
Naar boven
De nietmarge instellen
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingssoftware > Verschillende
afdrukmethoden > De nietmarge instellen
De nietmarge instellen
De procedure voor het instellen van de nietpositie en de breedte van de nietmarge is als volgt:
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Geef op aan welke zijde de nietjes moeten komen
Controleer de positie van de nietmarge met Zijkant nieten (Staple Side) op het tabblad Paginainstelling (Page Setup).
De printer selecteert automatisch de beste nietpositie op basis van de instellingen voor Afdrukstand
(Orientation) en Pagina-indeling (Page Layout). Wanneer u de instelling wilt wijzigen, selecteert u
een andere instelling in de lijst.
3. Stel de breedte van de marge in
Klik zo nodig op Marge instellen... (Specify Margin...) om de breedte van de nietmarge in te stellen,
en klik op OK.
4. Voltooi de instellingen
Klik op OK op het tabblad Pagina-instelling (Page Setup).
Wanneer u een document afdrukt, worden de opgegeven nietzijde en nietmarge toegepast.
Sivu 248/836
De nietmarge instellen
Sivu 249/836
Belangrijk
Zijkant nieten (Staple Side) en Marge instellen... (Specify Margin...) zijn niet beschikbaar voor
selectie wanneer:
Poster afdrukken (Poster Printing) of Boekje afdrukken (Booklet Printing) is geselecteerd bij
Pagina-indeling (Page Layout).
Afdrukken op schaal (Scaled Printing) is geselecteerd bij Pagina-indeling (Page Layout) (als
Dubbelzijdig afdrukken (Duplex Printing) ook is geselecteerd, is alleen Zijkant nieten (Staple
Side) beschikbaar voor selectie).
Afdrukken zonder marges (Borderless Printing) is geselecteerd (als Dubbelzijdig afdrukken
(Duplex Printing) ook is geselecteerd, is alleen Zijkant nieten (Staple Side) beschikbaar voor
selectie).
Naar boven
Afdrukken zonder marges
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingssoftware > Verschillende
afdrukmethoden > Afdrukken zonder marges
Afdrukken zonder marges
U kunt met de functie voor het afdrukken zonder marges randloos afdrukken door de gegevens te
vergroten, zodat deze enigszins van het papier aflopen. Zonder deze functie wordt het document met een
marge afgedrukt. Als u gegevens, zoals een foto, wilt afdrukken zonder marges, selecteert u Afdrukken
zonder marges.
De procedure voor het afdrukken zonder marges is als volgt:
Afdrukken zonder marges instellen
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Stel afdrukken zonder marges in
Schakel het selectievakje Afdrukken zonder marges (Borderless Printing) op het tabblad Paginainstelling (Page Setup) in.
Klik op OK in het bevestigingsbericht.
Wanneer een bericht verschijnt dat aangeeft dat u het mediumtype moet wijzigen, selecteert u een
mediumtype in de lijst en klikt u op OK.
3. Controleer het papierformaat
Controleer de lijst Paginaformaat (Page Size). Wanneer u dit wilt wijzigen, selecteert u een ander
paginaformaat in de lijst. In de lijst worden alleen formaten weergegeven die kunnen worden
gebruikt voor het afdrukken zonder marges.
4. Pas de hoeveelheid uitbreiding van het papier aan
Pas met de schuifregelaar Hoeveelheid uitbreiding (Amount of Extension) de hoeveelheid
Sivu 250/836
Afdrukken zonder marges
Sivu 251/836
uitbreiding aan.
Wanneer u de schuifregelaar naar rechts schuift, wordt de hoeveelheid groter en wanneer u hem
naar links schuift wordt de hoeveelheid kleiner.
De tweede positie van rechts is geschikt voor de meeste situaties.
Belangrijk
Als u de schuifregelaar helemaal rechts zet, is het mogelijk dat er vegen op de achterzijde van
het papier terechtkomen.
5. Voltooi de instellingen
Klik op OK.
Het document wordt zonder marges op het papier afgedrukt.
Belangrijk
Als een paginaformaat is geselecteerd dat niet kan worden gebruikt voor het afdrukken zonder
marges, wordt het formaat automatisch gewijzigd in een formaat dat geschikt is voor het afdrukken
zonder marges.
U kunt niet zonder marges afdrukken wanneer Hoge Resolutie Papier (High Resolution Paper), TShirt Transfers of Envelop (Envelope) is geselecteerd in de lijst Mediumtype (Media Type) op het
tabblad Afdruk (Main).
Wanneer Afdrukken zonder marges is geselecteerd, zijn de instellingen Papierformaat printer
(Printer Paper Size), Pagina-indeling (Page Layout), Zijkant nieten (Staple Side) (wanneer
Dubbelzijdig afdrukken (Duplex Printing) niet is geselecteerd) en de knop Stempel/Achtergrond...
(Stamp/Background...) op het tabblad Pagina-instelling (Page Setup) niet beschikbaar voor
selectie.
Het is mogelijk dat de kwaliteit van de afdruk afneemt of het papier aan de boven- en onderkant
vlekken bevat, afhankelijk van het gebruikte type medium.
Wanneer de hoogte-breedteverhouding veel afwijkt van de afbeeldingsgegevens, is het mogelijk
dat een gedeelte niet wordt afgedrukt, afhankelijk van het formaat van het medium.
In dit geval verkleint u de afbeeldingsgegevens in de toepassingssoftware, zodat deze op het
papierformaat passen.
Opmerking
Wanneer Gewoon papier (Plain Paper) is geselecteerd bij Mediumtype (Media Type) op het tabblad
Afdruk (Main), wordt het afdrukken zonder marges niet aanbevolen. Daarom verschijnt in dit geval
het dialoogvenster voor het selecteren van een mediumtype.
Als u normaal papier gebruikt voor testafdrukken, selecteert u Gewoon papier (Plain Paper) en klikt
u op OK.
Het bereik van het af te drukken document vergroten
Wanneer u een grote hoeveelheid uitbreiding opgeeft, kunt u probleemloos zonder marges afdrukken.
Het gedeelte van het document dat echter van het papier afloopt, wordt niet afgedrukt. Het is dus
mogelijk dat een foto niet volledig wordt afgedrukt.
Probeert u het afdrukken zonder marges eerst uit. Als u niet tevreden bent met het resultaat, vermindert u
de hoeveelheid uitbreiding. De hoeveelheid uitbreiding wordt kleiner naarmate de schuifregelaar
Hoeveelheid uitbreiding (Amount of Extension) meer naar links wordt geschoven.
Belangrijk
Als de Hoeveelheid uitbreiding wordt verkleind, kan een onverwachte marge worden afgedrukt,
afhankelijk van het papierformaat.
Opmerking
Als u Afdrukvoorbeeld (Preview before printing) selecteert op het tabblad Afdruk (Main), kunt u nog
bevestigen of u zonder marges wilt afdrukken nog voordat daadwerkelijk wordt afgedrukt.
Naar boven
Passend op papierformaat
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingssoftware > Verschillende
afdrukmethoden > Passend op papierformaat
Passend op papierformaat
De procedure voor het afdrukken van een document dat wordt verkleind of vergroot in overeenstemming
met het paginaformaat, is als volgt:
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Stel Passend op papierformaat in
Selecteer Passend op papierformaat (Fit-to-Page Printing) in de lijst Pagina-indeling (Page Layout)
op het tabblad Pagina-instelling (Page Setup).
3. Selecteer het papierformaat voor de gegevens
Geef bij Paginaformaat (Page Size) het paginaformaat op dat in de toepassing is ingesteld.
4. Selecteer het papierformaat
Selecteer in de lijst Papierformaat printer (Printer Paper Size) het formaat van het papier dat voor het
afdrukken wordt gebruikt.
Als het papierformaat voor de printer kleiner is dan het Paginaformaat (Page Size), wordt de
afbeelding van de pagina kleiner. Als het papierformaat voor de printer groter is dan het
paginaformaat, wordt de afbeelding van de pagina groter.
De huidige instellingen worden weergegeven in het instellingenvoorbeeld aan de linkerkant van het
printerstuurprogramma.
Sivu 252/836
Passend op papierformaat
Sivu 253/836
5. Voltooi de instellingen
Klik op OK.
Het document wordt bij het afdrukken vergroot of verkleind, zodat dit op het paginaformaat past.
Belangrijk
Wanneer het selectievakje Afdrukken zonder marges (Borderless Printing) is ingeschakeld, kan
Passend op papierformaat (Fit-to-Page Printing) niet worden geselecteerd.
Naar boven
Afdrukken op schaal
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingssoftware > Verschillende
afdrukmethoden > Afdrukken op schaal
Afdrukken op schaal
De procedure voor het afdrukken van een document met pagina’s die zijn vergroot of verkleind is als
volgt:
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Stel afdrukken op schaal in
Selecteer Afdrukken op schaal (Scaled Printing) in de lijst Pagina-indeling (Page Layout) op het
tabblad Pagina-instelling (Page Setup).
3. Selecteer het papierformaat voor de gegevens
Geef bij Paginaformaat (Page Size) het paginaformaat op dat in de toepassing is ingesteld.
4. Stel de schaalverhouding op een van de volgende manieren in:
Selecteer een instelling voor Papierformaat printer (Printer Paper Size)
Selecteer in de lijst Papierformaat printer een papierformaat dat anders is dan het
Paginaformaat. Als het papierformaat voor de printer kleiner is dan het Paginaformaat (Page
Size), wordt de afbeelding van de pagina kleiner. Als het papierformaat voor de printer groter is
dan het paginaformaat, wordt de afbeelding van de pagina groter.
Sivu 254/836
Afdrukken op schaal
Sivu 255/836
Geef een schaalfactor op
Typ een waarde in het vak Schaling (Scaling).
De huidige instellingen worden weergegeven in het instellingenvoorbeeld aan de linkerkant van
het printerstuurprogramma.
5. Voltooi de instellingen
Klik op OK.
De afbeelding wordt met de opgegeven schaal afgedrukt.
Belangrijk
Als de toepassing waarin u het origineel hebt gemaakt, een functie heeft voor het afdrukken op
schaal, geeft u de instelling in uw toepassing op. U hoeft niet deze instelling niet ook in het
printerstuurprogramma op te geven.
Wanneer Afdrukken op schaal (Scaled Printing) is geselecteerd, is Zijkant nieten (Staple Side) niet
beschikbaar voor selectie (wanneer Dubbelzijdig afdrukken (Duplex Printing) niet is geselecteerd).
Wanneer het selectievakje Afdrukken zonder marges (Borderless Printing) is ingeschakeld, kan
Afdrukken op schaal (Scaled Printing) niet worden geselecteerd.
Opmerking
Bij het gebruik van Afdrukken op schaal (Scaled Printing) wordt het afdrukgebied gewijzigd.
Naar boven
Pagina-indeling afdrukken
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingssoftware > Verschillende
afdrukmethoden > Pagina-indeling afdrukken
Pagina-indeling afdrukken
U kunt met de functie voor het afdrukken van een pagina-indeling meer dan een paginabeeld op een
enkel vel papier afdrukken.
De procedure voor het afdrukken van een pagina-indeling is als volgt:
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Stel Pagina-indeling afdrukken in
Selecteer Pagina-indeling afdrukken (Page Layout Printing) in de lijst Pagina-indeling (Page Layout)
op het tabblad Pagina-instelling (Page Setup).
De huidige instellingen worden weergegeven in het instellingenvoorbeeld aan de linkerkant van het
printerstuurprogramma.
3. Selecteer het papierformaat
Selecteer in de lijst Papierformaat printer (Printer Paper Size) het formaat van het papier dat voor het
afdrukken wordt gebruikt.
U hebt nu de instelling opgegeven voor een indeling van links naar rechts.
4. Stel het aantal af te drukken pagina’s op één vel en de paginavolgorde in
Klik zo nodig op Opgeven... (Specify…), geef de volgende instellingen op in het dialoogvenster
Pagina-indeling afdrukken (Page Layout Printing) en klik op OK.
Sivu 256/836
Pagina-indeling afdrukken
Sivu 257/836
Pagina's
Selecteer het gewenste aantal pagina’s in de lijst om het aantal pagina’s op één vel te verhogen.
Paginavolgorde
Selecteer een pictogram in de lijst om de volgorde van de pagina's te wijzigen.
Paginarand (Page Border)
Schakel dit selectievakje in als u een paginarand rond elke documentpagina wilt afdrukken.
5. Voltooi de instellingen
Klik op OK op het tabblad Pagina-instelling (Page Setup).
Als u het afdrukken start, wordt het opgegeven aantal pagina’s in de opgegeven volgorde op elk vel
papier gerangschikt.
Belangrijk
Wanneer het selectievakje Afdrukken zonder marges (Borderless Printing) is ingeschakeld, kan
Pagina-indeling afdrukken (Page Layout Printing) niet worden geselecteerd.
Naar boven
Poster afdrukken
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingssoftware > Verschillende
afdrukmethoden > Poster afdrukken
Poster afdrukken
Met deze functie kunt u de af te drukken afbeeldingsgegevens vergroten, over meerdere pagina's
verdelen en deze pagina's op afzonderlijke vellen papier afdrukken. Wanneer de pagina’s aan elkaar
worden geplakt, vormen zij één grote afdruk zoals die van een poster.
De procedure voor het afdrukken van een poster is als volgt:
Instellingen opgeven voor Poster afdrukken
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Stel poster afdrukken in
Selecteer Poster afdrukken (Poster Printing) in de lijst Pagina-indeling (Page Layout) op het tabblad
Pagina-instelling (Page Setup).
De huidige instellingen worden weergegeven in het instellingenvoorbeeld aan de linkerkant van het
printerstuurprogramma.
3. Selecteer het papierformaat
Selecteer in de lijst Papierformaat printer (Printer Paper Size) het formaat van het papier dat voor het
afdrukken wordt gebruikt.
U hebt nu de instellingen opgegeven voor het afdrukken van een poster in de indeling 2 bij 2.
4. Stel het aantal af te drukken beeldscheidingen en het aantal af te drukken pagina’s
in.
Klik zo nodig op Opgeven... (Specify…), geef de volgende instellingen op in het dialoogvenster
Sivu 258/836
Poster afdrukken
Poster afdrukken (Poster Printing) en klik op OK.
Beeldscheidingen
Selecteer het aantal scheidingen (verticaal x horizontaal) in de lijst Beeldscheidingen. Naarmate het
aantal scheidingen toeneemt, neemt ook aantal af te drukken pagina’s toe zodat er een grotere
poster kan worden gemaakt.
“Knippen/Plakken” afdrukken in marges
Schakel dit selectievakje uit om de woorden “Knippen” en “Plakken" weg te laten.
Belangrijk
Deze functie is niet beschikbaar als de 64-bits versie van het printerstuurprogramma wordt
gebruikt.
Lijnen “Knippen/Plakken” afdrukken in marges
Schakel dit selectievakje uit om de kniplijnen weg te laten.
Pagina's
Voer het af te drukken paginanummer in om alleen specifieke pagina’s opnieuw af te drukken. U
kunt meerdere pagina's afdrukken door de paginanummers te scheiden met een komma of
koppelteken.
Opmerking
U kunt ook het afdrukbereik opgeven door op de pagina’s in het voorbeeld te klikken.
5. Voltooi de instellingen
Klik op OK op het tabblad Pagina-instelling (Page Setup).
Het document wordt bij het afdrukken over meerdere pagina's verdeeld.
Als alles is afgedrukt, plakt u de pagina's aan elkaar om zo een poster te maken.
Alleen bepaalde pagina's afdrukken
Als de inkt vager wordt of opraakt tijdens het afdrukken, kunt u als volgt de pagina's afdrukken die u nog
nodig hebt:
1. Stel het afdrukbereik in
Klik in het instellingenvoorbeeld links op het tabblad Pagina-instelling (Page Setup)
achtereenvolgens op de pagina's die u niet wilt afdrukken.
De pagina's waarop u hebt geklikt, worden verborgen en alleen de af te drukken pagina's worden
weergegeven.
Sivu 259/836
Poster afdrukken
Sivu 260/836
Opmerking
U kunt de pagina's weer weergeven door er nogmaals op te klikken.
Klik met de rechtermuisknop op het instellingenvoorbeeld om Alle pagina’s afdrukken (Print all
pages) of Alle pagina’s verwijderen (Delete all pages) te selecteren.
2. Voltooi de instellingen
Klik op OK wanneer u klaar bent met het selecteren van pagina's.
Alleen de opgegeven pagina’s worden afgedrukt.
Belangrijk
Wanneer Poster afdrukken (Poster Printing) is geselecteerd, zijn de opties Dubbelzijdig afdrukken
(Duplex Printing) en Vanaf de laatste pagina afdrukken (Print from Last Page) en de keuzelijst
Zijkant nieten (Staple Side) niet beschikbaar voor selectie.
Wanneer het selectievakje Afdrukken zonder marges (Borderless Printing) is ingeschakeld, kan
Poster afdrukken (Poster Printing) niet worden geselecteerd.
Omdat het document wordt vergroot bij het afdrukken van posters, kan het resultaat ruw zijn.
Naar boven
Boekje afdrukken
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingssoftware > Verschillende
afdrukmethoden > Boekje afdrukken
Boekje afdrukken
Met deze functie kunt u gegevens voor een boekje afdrukken. De gegevens worden op beide zijden van
het papier afgedrukt. Bij dit afdruktype wordt ervoor gezorgd dat de pagina's in de juiste volgorde liggen
(op paginanummer) wanneer het papier in het midden wordt gevouwen en geniet.
De procedure voor het afdrukken van een boekje is als volgt:
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Stel het afdrukken van een boekje in
Selecteer Boekje afdrukken (Booklet Printing) in de lijst Pagina-indeling (Page Layout) op het
tabblad Pagina-instelling (Page Setup).
De huidige instellingen worden weergegeven in het instellingenvoorbeeld links op het scherm.
3. Selecteer het papierformaat
Selecteer in de lijst Papierformaat printer (Printer Paper Size) het formaat van het papier dat voor het
afdrukken wordt gebruikt.
4. Stel de nietmarge en de breedte van de marge in
Klik op Opgeven... (Specify…), geef de volgende instellingen op in het dialoogvenster Boekje
afdrukken (Booklet Printing) en klik op OK.
Sivu 261/836
Boekje afdrukken
Sivu 262/836
Nietmarge (Margin for stapling)
Selecteer aan welke zijde de nietmarge moet komen als het boekje is voltooid.
Lege pagina invoegen (Insert blank page)
Om één zijde van een pagina leeg te laten, schakelt u het selectievakje Lege pagina invoegen in en
selecteert u de pagina die u leeg wilt laten.
Marge (Margin)
Voer de breedte van de marge in. De opgegeven breedte vanaf het midden van de pagina wordt de
nietmarge voor één pagina.
Paginarand (Page Border)
Schakel het selectievakje Paginarand in als u een paginarand rond elke documentpagina wilt
afdrukken.
5. Voltooi de instellingen
Klik op OK op het tabblad Pagina-instelling (Page Setup).
Wanneer u afdrukt, wordt het document automatisch eerst op één zijde van het papier afgedrukt en
vervolgens op de andere zijde.
Wanneer het afdrukken is voltooid, vouwt u het papier in het midden van de marge om het boekje te
maken.
Belangrijk
Boekje afdrukken (Booklet Printing) is niet beschikbaar wanneer:
Een ander mediumtype dan Gewoon papier (Plain Paper) of Hagaki in de lijst Mediumtype (Media
Type) is geselecteerd.
Het selectievakje Afdrukken zonder marges (Borderless Printing) is ingeschakeld.
Wanneer Boekje afdrukken (Booklet Printing) is geselecteerd, zijn Dubbelzijdig afdrukken (Duplex
Printing), Zijkant nieten (Staple Side), Vanaf de laatste pagina afdrukken (Print from Last Page) en
Sorteren (Collate) niet beschikbaar voor selectie.
Opmerking
De stempel en achtergrond worden niet afgedrukt op lege vellen die zijn ingevoegd met behulp van
de functie Lege pagina invoegen (Insert blank page) van Boekje afdrukken.
Naar boven
Dubbelzijdig afdrukken
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingssoftware > Verschillende
afdrukmethoden > Dubbelzijdig afdrukken
Dubbelzijdig afdrukken
De procedure voor het afdrukken van gegevens op beide zijden van een vel papier is als volgt:
Automatisch dubbelzijdig afdrukken
U kunt ook dubbelzijdig afdrukken zonder dat u het papier zelf hoeft om te draaien.
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Automatisch dubbelzijdig afdrukken instellen
Schakel het selectievakje Dubbelzijdig afdrukken (Duplex Printing) in op het tabblad Paginainstelling (Page Setup) en controleer of het selectievakje Automatisch (Automatic) is ingeschakeld.
3. Selecteer de indeling
Selecteer Afdrukken op normaal formaat (Normal-size Printing) (of Passend op papierformaat (Fit-to
-Page Printing), Afdrukken op schaal (Scaled Printing) of Pagina-indeling afdrukken (Page Layout
Printing)) in de lijst Pagina-indeling (Page Layout).
4. Stel het afdrukgebied in
Wanneer u dubbelzijdig afdrukken uitvoert, wordt het afdrukgebied van het document iets kleiner
dan normaal en is het mogelijk dat het document niet op één pagina past.
Klik op Afdrukgebied instellen… (Print Area Setup…) en selecteer een van de volgende
verwerkingsmethoden.
Sivu 263/836
Dubbelzijdig afdrukken
Afdrukken op normaal formaat (Use normal-size printing)
Afdrukken zonder de pagina te verkleinen.
Gereduceerd afdrukken (Use reduced printing)
De pagina enigszins verkleind afdrukken.
5. Geef op aan welke zijde de nietjes moeten komen
De printer selecteert automatisch de beste instelling voor Zijkant nieten (Staple Side) op basis van
de instellingen voor Afdrukstand (Orientation) en Pagina-indeling (Page Layout). Wanneer u de
instelling wilt wijzigen, selecteert u een andere waarde in de lijst.
6. Stel de breedte van de marge in
Klik zo nodig op Marge instellen... (Specify Margin...) om de breedte van de nietmarge in te stellen,
en klik op OK.
7. Voltooi de instellingen
Klik op OK op het tabblad Pagina-instelling (Page Setup).
Dubbelzijdig afdrukken wordt gestart.
Handmatig dubbelzijdig afdrukken
U kunt het dubbelzijdig afdrukken handmatig uitvoeren.
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Stel dubbelzijdig afdrukken in
Schakel het selectievakje Dubbelzijdig afdrukken (Duplex Printing) in en het selectievakje
Automatisch (Automatic) uit op het tabblad Pagina-instelling (Page Setup).
3. Selecteer de indeling
Selecteer Afdrukken op normaal formaat (Normal-size Printing) (of Passend op papierformaat (Fit-to
-Page Printing), Afdrukken op schaal (Scaled Printing) of Pagina-indeling afdrukken (Page Layout
Printing)) in de lijst Pagina-indeling (Page Layout).
Sivu 264/836
Dubbelzijdig afdrukken
Sivu 265/836
4. Geef op aan welke zijde de nietjes moeten komen
De printer selecteert automatisch de beste instelling voor Zijkant nieten (Staple Side) op basis van
de instellingen voor Afdrukstand (Orientation) en Pagina-indeling (Page Layout). Wanneer u de
instelling wilt wijzigen, selecteert u een andere waarde in de lijst.
5. Stel de breedte van de marge in
Klik zo nodig op Marge instellen... (Specify Margin...) om de breedte van de nietmarge in te stellen,
en klik op OK.
6. Voltooi de instellingen
Klik op OK op het tabblad Pagina-instelling (Page Setup).
Wanneer u het afdrukken uitvoert, wordt het document op één zijde van het papier afgedrukt.
Wanneer het afdrukken van één zijde is voltooid, plaatst u het papier correct in de printer door de
instructie in het bericht te volgen en klikt u op OK. Het document wordt op de andere zijde van het
papier afgedrukt.
Belangrijk
Dubbelzijdig afdrukken (Duplex Printing) is niet beschikbaar wanneer:
Een ander mediumtype dan Gewoon papier (Plain Paper) of Hagaki in de lijst Mediumtype (Media
Type) is geselecteerd.
Poster afdrukken (Poster Printing) is geselecteerd in de lijst Pagina-indeling (Page Layout)..
Wanneer Boekje afdrukken (Booklet Printing) is geselecteerd in de lijst Pagina-indeling (Page
Layout), zijn Dubbelzijdig afdrukken (Duplex Printing) en Zijkant nieten (Staple Side) niet
beschikbaar voor selectie.
Na het afdrukken van de voorzijde, wordt gewacht met de achterzijde tot de inkt droog is (het
afdrukken wordt tijdelijk onderbroken). Raak het papier niet aan. U kunt de droogtijd van de inkt
wijzigen bij Aangepaste instellingen (Custom Settings) op het tabblad Onderhoud (Maintenance).
Wanneer u automatisch dubbelzijdig op Hagaki afdrukt, drukt u eerst het adres en vervolgens het
bericht af.
Opmerking
Wanneer het dialoogvenster Mediumtype verschijnt wanneer u bij het dubbelzijdig afdrukken zonder
marges afdrukt, selecteert u Gewoon papier (Plain Paper).
Gebruik bij het automatisch dubbelzijdig afdrukken geen gewoon papier dat kleiner is dan A5.
Selecteer ook geen andere papiersoort dan Gewoon papier (Plain Paper) of Hagaki bij Mediumtype
(Media Type).
Als tijdens het dubbelzijdig afdrukken vegen op de achterzijde van het papier ontstaan, voert u een
Reiniging onderste plaat (Bottom Plate Cleaning) uit via het tabblad Onderhoud (Maintenance).
Naar boven
Stempel/achtergrond afdrukken
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingssoftware > Verschillende
afdrukmethoden > Stempel/achtergrond afdrukken
Stempel/achtergrond afdrukken
Deze functie is niet beschikbaar als de 64-bits versie van het printerstuurprogramma wordt gebruikt.
Met de functie Stempel (Stamp) kunt u een stempel bestaande uit tekst of een bitmap over of achter de
documentgegevens afdrukken. Met de functie Achtergrond (Background) kunt u een lichte illustratie
achter de documentgegevens afdrukken.
De procedure voor het afdrukken van een stempel/achtergrond is als volgt:
Een stempel afdrukken
"VERTROUWELIJK", "BELANGRIJK" en andere stempels die vaak door bedrijven worden gebruikt, zijn
standaard aanwezig.
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Klik op Stempel/Achtergrond… (Stamp/Background…) op het tabblad Paginainstelling (Page Setup)
Het dialoogvenster Stempel/Achtergrond (Stamp/Background) wordt geopend.
3. Selecteer een stempel
Schakel het selectievakje Stempel (Stamp) in en selecteer de gewenste stempel in de lijst.
De huidige instellingen worden weergegeven in het instellingenvoorbeeld aan de linkerkant van het
tabblad Pagina-instelling (Page Setup).
4. Stel de stempelinstellingen in
Sivu 266/836
Stempel/achtergrond afdrukken
Geef desgewenst de volgende instellingen op en klik op OK.
Stempel over tekst plaatsen (Place stamp over text)
Schakel dit selectievakje in als u de stempel voorop het document wilt afdrukken.
Opmerking
De stempel krijgt prioriteit omdat deze over de documentgegevens heen wordt afgedrukt in de
gedeelten waar de stempel en de documentgegevens elkaar overlappen. Als het selectievakje
Stempel over tekst plaatsen (Place stamp over text) niet is ingeschakeld, wordt de stempel
achter de documentgegevens afgedrukt en in overlappende gedeelten mogelijk niet
weergegeven (afhankelijk van de gebruikte toepassing).
Achtergrond alleen op eerste pagina (Background first page only)
Schakel dit selectievakje in als u de stempel alleen op de eerste pagina wilt afdrukken.
De knop Stempel definiëren… (Define Stamp…)
Klik op deze knop als u de tekst, bitmap of positie van de stempel wilt wijzigen (zie Een
stempelinstelling opslaan).
5. Voltooi de instellingen
Klik op OK op het tabblad Pagina-instelling (Page Setup).
Wanneer u de gegevens afdrukt, worden deze met de opgegeven stempel afgedrukt.
Een achtergrond afdrukken
1. Selecteer de achtergrond waarvoor u de instellingen wilt wijzigen
Het programma bevat twee bitmapbestanden die als voorbeeld dienen.
2. Klik op Stempel/Achtergrond… (Stamp/Background…) op het tabblad Paginainstelling (Page Setup)
Het dialoogvenster Stempel/Achtergrond (Stamp/Background) wordt geopend.
3. Selecteer de achtergrond
Schakel het selectievakje Achtergrond (Background) in en selecteer de gewenste achtergrond in de
lijst.
De huidige instellingen worden weergegeven in het instellingenvoorbeeld aan de linkerkant van het
tabblad Pagina-instelling (Page Setup).
4. Stel de achtergrondinstellingen in
Geef desgewenst de volgende instellingen op en klik op OK.
Achtergrond alleen op eerste pagina (Background first page only)
Schakel dit selectievakje in als u de achtergrond alleen op de eerste pagina wilt afdrukken.
De knop Achtergrond selecteren… (Select Background…)
Klik op deze knop als u een ander bitmapbestand wilt gebruiken of de opmaak of dichtheid van een
achtergrond wilt wijzigen (raadpleeg Afbeeldingsgegevens opslaan die u als achtergrond wilt
gebruiken).
5. Voltooi de instellingen
Klik op OK op het tabblad Pagina-instelling (Page Setup).
Wanneer u de gegevens afdrukt, worden deze met de opgegeven achtergrond afgedrukt.
Belangrijk
Als het selectievakje Afdrukken zonder marges (Borderless Printing) is ingeschakeld, is de knop
Stempel/Achtergrond... (Stamp/Background…) niet beschikbaar voor selectie.
Opmerking
De stempel en achtergrond worden niet afgedrukt op lege vellen die zijn ingevoegd met behulp van
de functie Lege pagina invoegen (Insert blank page) van Boekje afdrukken.
Sivu 267/836
Stempel/achtergrond afdrukken
Sivu 268/836
Verwante onderwerpen
Een stempelinstelling opslaan
Afbeeldingsgegevens opslaan die u als achtergrond wilt gebruiken
Naar boven
Een stempelinstelling opslaan
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingssoftware > Verschillende
afdrukmethoden > Stempel/achtergrond afdrukken > Een stempelinstelling opslaan
Een stempelinstelling opslaan
Deze functie is niet beschikbaar als de 64-bits versie van het printerstuurprogramma wordt gebruikt.
U kunt een nieuwe stempel maken en opslaan. U kunt ook bepaalde instellingen van een bestaande
stempel wijzigen en opslaan. Niet langer benodigde stempels kunt u op elk gewenst moment
verwijderen.
De procedure voor het opslaan van een nieuwe stempel is als volgt:
Een nieuwe stempel opslaan
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Klik op Stempel/Achtergrond… (Stamp/Background…) op het tabblad Paginainstelling (Page Setup)
Het dialoogvenster Stempel/Achtergrond (Stamp/Background) wordt geopend.
3. Klik op Stempel definiëren… (Define Stamp…)
Het dialoogvenster Stempelinstellingen (Stamp Settings) wordt geopend.
Sivu 269/836
Een stempelinstelling opslaan
4. Configureer de stempel terwijl u het effect in het voorbeeldvenster bekijkt
Tabblad Stempel (Stamp)
Selecteer Tekst (Tekst) of Bitmap bij Stempeltype (Stamp Type).
Wanneer u tekst opslaat, moeten de tekens al zijn ingevoerd in Stempeltekst (Stamp Text). Wijzig
zo nodig de instellingen voor TrueType-lettertype (True Type Font), Stijl (Style), Grootte (Size) en
Contour (Outline). U kunt de kleur van de stempel selecteren door te klikken op Kleur selecteren
… (Select Color…).
Klik voor Bitmap op Bestand selecteren… (Select File…) en selecteer het gewenste
bitmapbestand (.bmp). Wijzig zo nodig de instellingen voor Grootte (Size) en Transparant wit
gebied (Transparent white area).
Tabblad Plaatsing (Placement)
Selecteer de stempelpositie in de lijst Positie (Position). U kunt ook Aangepast (Custom)
selecteren in de lijst Positie (Position) en coördinaten opgeven voor de X-positie (X-Position) en
Y-positie (Y-Position).
Daarnaast kunt u de stempelpositie wijzigen door de stempel naar het voorbeeldscherm te
slepen.
Als u de hoek van de stempelpositie wilt wijzigen, kunt u direct een waarde in het vak Afdrukstand
(Orientation) typen.
5. Sla de stempel op
Klik op het tabblad Instellingen opslaan (Save settings), typ een nieuwe naam in het vak Titel (Title)
en klik vervolgens op Opslaan (Save).
Klik op OK in het bevestigingsbericht.
6. Voltooi de instellingen
Klik op OK. Het dialoogvenster Stempel/Achtergrond (Stamp/Background) wordt opnieuw geopend.
De opgeslagen naam wordt weergegeven in de lijst Stempel (Stamp).
Stempelinstellingen wijzigen en opslaan
1. Selecteer de stempel waarvoor u de instellingen wilt wijzigen
Schakel het selectievakje Stempel (Stamp) in het dialoogvenster Stempel/Achtergrond (Stamp/
Background) in en selecteer vervolgens de naam van te wijzigen stempel in de lijst Stempel
(Stamp).
2. Klik op Stempel definiëren… (Define Stamp…)
Het dialoogvenster Stempelinstellingen (Stamp Settings) wordt geopend.
3. Configureer de stempel terwijl u het effect in het voorbeeldvenster bekijkt
Sivu 270/836
Een stempelinstelling opslaan
Sivu 271/836
4. Sla de stempel op
Klik op Opslaan overschrijven (Save overwrite) op het tabblad Instellingen opslaan (Save settings).
Als u het stempel onder een andere naam wilt opslaan, typt u deze naam in het vak Titel (Title) en
klikt u op Opslaan (Save).
Klik op OK in het bevestigingsbericht.
5. Voltooi de instellingen
Klik op OK. Het dialoogvenster Stempel/Achtergrond (Stamp/Background) wordt opnieuw geopend.
De opgeslagen naam wordt weergegeven in de lijst Stempel (Stamp).
Een stempel verwijderen
1. Klik op Stempel definiëren... (Define Stamp…) in het dialoogvenster Stempel/
Achtergrond (Stamp/Background)
Het dialoogvenster Stempelinstellingen (Stamp Settings) wordt geopend.
2. Selecteer de stempel die u wilt verwijderen
Selecteer de naam van de stempel die u wilt verwijderen van de lijst Stempels (Stamps) op het
tabblad Instellingen opslaan (Save settings). Klik vervolgens op Verwijderen (Delete).
Klik op OK in het bevestigingsbericht.
3. Voltooi de instellingen
Klik op OK. Het dialoogvenster Stempel/Achtergrond (Stamp/Background) wordt opnieuw geopend.
Naar boven
Afbeeldingsgegevens opslaan die u als achtergrond wilt gebruiken
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingssoftware > Verschillende
afdrukmethoden > Stempel/achtergrond afdrukken > Afbeeldingsgegevens opslaan die u als achtergrond wilt gebruiken
Afbeeldingsgegevens opslaan die u als achtergrond wilt
gebruiken
Deze functie is niet beschikbaar als de 64-bits versie van het printerstuurprogramma wordt gebruikt.
U kunt een bitmapbestand selecteren en als een nieuwe achtergrond opslaan. U kunt ook bepaalde
instellingen van een bestaande achtergrond wijzigen en opslaan. Niet langer benodigde achtergronden
kunt u op elk gewenst moment verwijderen.
De procedure voor het opslaan van afbeeldingsgegevens voor een achtergrond is als volgt:
Afbeeldingsgegevens opslaan die u als achtergrond wilt gebruiken
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Klik op Stempel/Achtergrond… (Stamp/Background…) op het tabblad Paginainstelling (Page Setup)
Het dialoogvenster Stempel/Achtergrond (Stamp/Background) wordt geopend.
3. Klik op Achtergrond selecteren... (Select Background...)
Het dialoogvenster Achtergrondinstellingen (Background Settings) wordt weergegeven.
Sivu 272/836
Afbeeldingsgegevens opslaan die u als achtergrond wilt gebruiken
4. Selecteer de afbeeldingsgegevens die u wilt opslaan op de achtergrond
Klik op Bestand selecteren... (Select File...). Selecteer de gewenste afbeeldingsgegevens (het
bitmapbestand) en klik op Openen (Open).
5. Geef de volgende instellingen op wanneer u het voorbeeldvenster controleert:
Lay-outmethode
Geef aan hoe de afbeeldingsgegevens moeten worden gerangschikt.
Wanneer u Aangepast (Custom) selecteert, kunt u de coördinaten voor de X-positie (X-Position) en
de Y-positie (Y-Position) opgeven.
U kunt ook de positie van de achtergrond wijzigen door de afbeelding in het voorbeeldscherm te
verslepen.
Intensiteit (Intensity)
Stel de intensiteit van de achtergrond in met de schuifregelaar Intensiteit (Intensity). Voor een
lichtere achtergrond schuift u de regelaar naar links. Voor een donkerdere achtergrond schuift u de
regelaar naar rechts. Als u de achtergrond wilt afdrukken met de intensiteit van de oorspronkelijke
bitmap, sleept u de schuifregelaar helemaal naar rechts.
6. Sla de achtergrond op
Klik op het tabblad Instellingen opslaan (Save settings), typ een nieuwe naam in het vak Titel (Title)
en klik vervolgens op Opslaan (Save).
Klik op OK in het bevestigingsbericht.
7. Voltooi de instellingen
Klik op OK. Het dialoogvenster Stempel/Achtergrond (Stamp/Background) wordt opnieuw geopend.
De opgeslagen naam wordt weergegeven in de lijst Achtergrond (Background).
Achtergrondinstellingen wijzigen en opslaan
1. Selecteer de achtergrond waarvoor u de instellingen wilt wijzigen
Schakel het selectievakje Achtergrond (Background) in het dialoogvenster Stempel/Achtergrond
(Stamp/Background) in en kies vervolgens de naam van de achtergrond die u wilt wijzigen in de lijst
Achtergrond.
2. Klik op Achtergrond selecteren... (Select Background...)
Het dialoogvenster Achtergrondinstellingen (Background Settings) wordt weergegeven.
3. Bekijk het afdrukvoorbeeld en stel de items in op het tabblad Achtergrond
(Background)
4. Sla de achtergrond op
Klik op Opslaan overschrijven (Save overwrite) op het tabblad Instellingen opslaan (Save settings).
Als u de achtergrond onder een andere naam wilt opslaan, typt u deze naam in het vak Titel (Title)
Sivu 273/836
Afbeeldingsgegevens opslaan die u als achtergrond wilt gebruiken
Sivu 274/836
en klikt u op Opslaan (Save).
Klik op OK in het bevestigingsbericht.
5. Voltooi de instellingen
Klik op OK. Het dialoogvenster Stempel/Achtergrond (Stamp/Background) wordt opnieuw geopend.
De opgeslagen naam wordt weergegeven in de lijst Achtergrond (Background).
Een overbodige achtergrond verwijderen
1. Klik op Achtergrond selecteren... (Select Background...) in het dialoogvenster
Stempel/Achtergrond (Stamp/Background).
Het dialoogvenster Achtergrondinstellingen (Background Settings) wordt weergegeven.
2. Selecteer de achtergrond die u wilt verwijderen
Selecteer de naam van de achtergrond die u wilt verwijderen uit de lijst Achtergronden
(Backgrounds) op het tabblad Instellingen opslaan (Save settings) en klik op Verwijderen (Delete).
Klik op OK in het bevestigingsbericht.
3. Voltooi de instellingen
Klik op OK. Het dialoogvenster Stempel/Achtergrond (Stamp/Background) wordt opnieuw geopend.
Naar boven
Een envelop afdrukken
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingssoftware > Verschillende
afdrukmethoden > Een envelop afdrukken
Een envelop afdrukken
Raadpleeg voor meer informatie over het plaatsen van enveloppen in het apparaat het hoofdstuk
'Enveloppen plaatsen' in de handleiding: Basis Handleiding.
De procedure voor het afdrukken op enveloppen is als volgt:
1. Plaats een envelop in het apparaat
Vouw de envelopflap naar beneden.
Plaats de envelop zo dat de klep naar links is gericht en het gevouwen oppervlak naar beneden is
gericht.
2. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
3. Selecteer het mediumtype
Selecteer Envelop (Envelope) in de lijst Mediumtype (Media Type) op het tabblad Afdruk (Main).
4. Selecteer het papierformaat
Klik op het tabblad Pagina-instelling (Page Setup) en selecteer Youkei 4, Youkei 6, Comm.Env. #10,
of DL Env. bij Paginaformaat (Page Size).
5. Selecteer de liggende afdrukstand
Selecteer Liggend (Landscape) bij Afdrukstand (Orientation) om het adres horizontaal af te drukken.
6. Voltooi de instellingen
Klik op OK.
Wanneer u de afdruk uitvoert, worden de gegevens afgedrukt op de envelop.
Sivu 275/836
Een envelop afdrukken
Sivu 276/836
Naar boven
Van papierbron wisselen zodat deze overeenkomt met het doel
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingssoftware > Verschillende
afdrukmethoden > Van papierbron wisselen zodat deze overeenkomt met het doel
Van papierbron wisselen zodat deze overeenkomt met het doel
Dit apparaat heeft twee papierbronnen, een achterste lade en een cassette.
U kunt het afdrukken vereenvoudigen door een papierbron te selecteren die overeenkomt met uw
afdrukomgeving en doelstellingen.
De procedure voor het instellen van de papierbron is als volgt:
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Selecteer de papierbron
Selecteer de papierbron die geschikt is voor uw doel in de lijst Papierbron (Paper Source) op het
tabblad Afdruk (Main).
Automatisch selecteren (Automatically Select)
Gewoon papier met het paginaformaat (Page Size) is Letter 8.5"x11", A5, A4 of B5 wordt ingevoerd
vanuit de cassette. Andere formaten en papiertypen dan gewoon papier worden ingevoerd vanaf de
achterste lade.
Achterste lade
Het papier wordt altijd vanuit de achterste lade ingevoerd.
Cassette
Papier wordt altijd ingevoerd vanuit de cassette.
Belangrijk
Gewoon papier dat niet het formaat Letter 8.5"x11", A5, A4 of B5 heeft, en andere papiertypen
dan gewoon papier kunnen niet vanuit de cassette worden ingevoerd.
Doorl. autom. invoer (Continuous Autofeed)
Als het papier in de geselecteerde papierbron op raakt, schakelt de printer automatisch over naar
de andere papierbron.
Wanneer u grote hoeveelheden gegevens afdrukt, plaatst u gewoon papier van hetzelfde formaat in
beide papierbronnen. Op deze manier hoeft u niet steeds papier te plaatsen, omdat de printer
automatisch naar een andere papierbron schakelt wanneer het papier in de papierbron op raakt.
Belangrijk
Doorlopende automatische invoer (Continuous Autofeed) is niet beschikbaar wanneer ander
papier dan Gewoon papier (Plain Paper) is geselecteerd bij Mediumtype (Media Type).
Het papier wordt ingevoerd vanuit de papierbron die gebruikt is tijdens de laatste keer dat
Doorl. auto. invoer (Continuous Autofeed) geselecteerd was en het afdrukken was voltooid.
Sivu 277/836
Van papierbron wisselen zodat deze overeenkomt met het doel
Sivu 278/836
Laad daarom hetzelfde papier in de achterste lade en de cassette.
Papiertoewijzing (Paper Allocation)
Als het mediumtype voor de afdrukgegevens gewoon papier is en het papierformaat overeenkomt
met de instellingen voor papiertoewijzing, wordt het papier automatisch vanuit de cassette
ingevoerd. Als dit niet het geval is, wordt het papier ingevoerd vanuit de achterste lade.
Als u de instellingen voor papiertoewijzing wilt wijzigen, klikt u op Papiertoewijzing... (Paper
Allocation...), geeft u het Papierformaat (Paper Size) van het papier in de cassette op en klikt u op
OK.
Als u papier dat vaak wordt gebruikt, zoals gewoon papier, in de cassette plaatst, wordt het papier
vanuit de achterste lade ingevoerd wanneer voor de afdrukgegevens een andere papiersoort is
opgegeven. U kunt er zo voor zorgen dat u niet zelf ander papier hoeft te plaatsen.
3. Voltooi de instellingen
Klik op OK.
Bij het afdrukken wordt het papier in de opgegeven papierbron gebruikt.
Naar boven
Afdrukresultaten weergeven vóór het afdrukken
Sivu 279/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingssoftware > Verschillende
afdrukmethoden > Afdrukresultaten weergeven vóór het afdrukken
Afdrukresultaten weergeven vóór het afdrukken
U kunt de afdrukresultaten vóór het afdrukken bekijken en controleren.
De procedure voor het bekijken van een afdrukvoorbeeld is als volgt:
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Stel het voorbeeld in
Schakel het selectievakje Afdrukvoorbeeld (Preview before printing) op het tabblad Afdruk (Main) in.
3. Voltooi de instellingen
Klik op OK.
Het Canon IJ-afdrukvoorbeeld wordt vóór het afdrukken weergegeven. U kunt hierin de
afdrukresultaten zien.
Verwant onderwerp
Canon IJ-afdrukvoorbeeld
Naar boven
Papierformaat instellen (aangepast formaat)
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingssoftware > Verschillende
afdrukmethoden > Papierformaat instellen (aangepast formaat)
Papierformaat instellen (aangepast formaat)
U kunt de hoogte en breedte van het papier opgeven als u het formaat niet kunt selecteren bij
Paginaformaat (Page Size). Een dergelijk papierformaat wordt een aangepast formaat genoemd.
De procedure voor het opgeven van een aangepast papierformaat is als volgt:
1. Stel het aangepaste formaat in de toepassing in
Gebruik de functie voor papierformaat in de toepassing om het aangepaste papierformaat op te
geven.
Belangrijk
Als de toepassing waarmee het document is gemaakt een functie heeft voor het opgeven van
de hoogte en breedte, geeft u de waarden op met de toepassing. Als de toepassing geen
dergelijke functie heeft of als het document niet correct wordt afgedrukt, gebruikt u het
printerstuurprogramma om de waarden in te stellen.
2. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
3. Selecteer het papierformaat
Selecteer Aangepast... (Custom…) bij Paginaformaat (Page Size) op het tabblad Pagina-instelling
(Page Setup).
Het dialoogvenster Aangepast papierformaat (Custom Paper Size) verschijnt.
4. Stel het aangepaste formaat in de toepassing in
Geef de Eenheden (Units) op en voer de Breedte (Width) en Hoogte (Height) van het te gebruiken
papier in. Klik vervolgens op OK.
Sivu 280/836
Papierformaat instellen (aangepast formaat)
Sivu 281/836
5. Voltooi de instellingen
Klik op OK op het tabblad Pagina-instelling (Page Setup).
Wanneer u de gegevens afdrukt, worden deze met het opgegeven papierformaat afgedrukt.
Naar boven
De afdrukkwaliteit wijzigen en afbeeldingsgegevens corrigeren
Sivu 282/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingssoftware > De
afdrukkwaliteit wijzigen en afbeeldingsgegevens corrigeren
De afdrukkwaliteit wijzigen en afbeeldingsgegevens corrigeren
Een combinatie van afdrukkwaliteit en halftoningmethode selecteren
Een kleurendocument monochroom afdrukken
Kleurcorrectie opgeven
Een optimale foto van afbeeldingsgegevens afdrukken
De kleuren aanpassen met het printerstuurprogramma
Afdrukken met ICC-profielen
De kleurbalans aanpassen
De helderheid aanpassen
De intensiteit aanpassen
Het contrast aanpassen
Een illustratie simuleren
Afbeeldingsgegevens weergeven in een enkele kleur
Afbeeldingsgegevens weergeven in levendige kleuren
Gekartelde randen verwijderen
Kleureigenschappen wijzigen om kleuren te verbeteren
Ruis in foto's reduceren
Naar boven
Een combinatie van afdrukkwaliteit en halftoningmethode selecteren
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingssoftware > De
afdrukkwaliteit wijzigen en afbeeldingsgegevens corrigeren > Een combinatie van afdrukkwaliteit en halftoningmethode
selecteren
Een combinatie van afdrukkwaliteit en halftoningmethode
selecteren
U kunt het niveau van de afdrukkwaliteit en de halftoningmethode instellen.
De procedure voor het instellen van een afdrukkwaliteit en halftoningmethode is als volgt:
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Selecteer de afdrukkwaliteit
Selecteer Aangepast (Custom) bij Afdrukkwaliteit (Print Quality) op het tabblad Afdruk (Main) en klik
op Instellen... (Set…).
Het dialoogvenster Aangepast (Custom) verschijnt.
3. De afdrukkwaliteit en de halftoningmethode instellen
Verplaats de schuifregelaar Kwaliteit (Quality) naar het gewenste kwaliteitsniveau.
Selecteer Halftoning en klik op OK.
Sivu 283/836
Een combinatie van afdrukkwaliteit en halftoningmethode selecteren
Sivu 284/836
Opmerking
Halftonen zijn de kleurschakeringen tussen de donkerste kleur en de helderste kleur.
De kleurschakeringen worden bij het afdrukken vervangen door een verzameling kleine punten
die de halftonen voorstellen. Bij Dithering (Dither) worden de punten volgens vaste regels
gerangschikt om de halftonen te produceren. Bij Diffusie (Diffusion) worden de punten
willekeurig gerangschikt om halftonen te produceren. Wanneer u Auto selecteert, worden de
gegevens afgedrukt met de optimale halftoningmethode voor de geselecteerde afdrukkwaliteit.
4. Voltooi de instellingen
Klik op OK op het tabblad Afdruk (Main).
Wanneer u het document afdrukt, wordt de opgegeven halftoningmethode gebruikt.
Belangrijk
Bepaalde niveaus van afdrukkwaliteit en halftoningmethoden kunnen niet worden geselecteerd bij
bepaalde instellingen voor Mediumtype (Media Type).
Opmerking
Wanneer een deel niet wordt afgedrukt, kunt u dit mogelijk oplossen door Diffusie (Diffusion) te
selecteren bij Halftoning.
Verwante onderwerpen
Kleurcorrectie opgeven
De kleurbalans aanpassen
De helderheid aanpassen
De intensiteit aanpassen
Het contrast aanpassen
Naar boven
Een kleurendocument monochroom afdrukken
Sivu 285/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingssoftware > De
afdrukkwaliteit wijzigen en afbeeldingsgegevens corrigeren > Een kleurendocument monochroom afdrukken
Een kleurendocument monochroom afdrukken
De procedure voor het monochroom afdrukken van een kleurendocument is als volgt:
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Stel Afdrukken in grijstinten in
Schakel het selectievakje Afdrukken in grijstinten (Grayscale Printing) op het tabblad Afdruk (Main)
in.
3. Voltooi de instellingen
Klik op OK.
Wanneer u de afdruk uitvoert, worden de gegevens van het document omgezet in grijstinten.
Hierdoor kunt u het kleurendocument monochroom afdrukken.
Belangrijk
Wanneer het selectievakje Afdrukken in grijstinten (Grayscale Printing) is ingeschakeld, worden de
afbeeldingsgegevens als sRGB-gegevens verwerkt. In dit geval kunnen de afgedrukte kleuren
verschillen van de kleuren in de oorspronkelijke afbeelding.
Wanneer u de functie Afdrukken in grijstinten gebruikt om Adobe RGB-gegevens af te drukken,
converteert u de gegevens naar sRGB-gegevens in een softwaretoepassing.
Opmerking
Tijdens het Afdrukken in grijstinten (Grayscale Printing) kunnen zowel kleureninkt als zwarte inkt
gebruikt worden.
Naar boven
Kleurcorrectie opgeven
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingssoftware > De
afdrukkwaliteit wijzigen en afbeeldingsgegevens corrigeren > Kleurcorrectie opgeven
Kleurcorrectie opgeven
U kunt de methode voor kleurcorrectie aanpassen aan het type document dat u wilt afdrukken.
Normaal gesproken worden de kleuren aangepast met gebruikmaking van Canon Digital Photo Color,
zodat de gegevens worden afgedrukt met kleurtinten waaraan de meeste mensen de voorkeur geven.
Deze methode is geschikt voor het afdrukken van sRGB-gegevens.
U kunt afdrukken door effectief gebruik te maken van de kleurruimte van sRGB- of Adobe RGB-gegevens
en ICM te selecteren. Wanneer u met een softwaretoepassing een ICC-profiel wilt opgeven, selecteert u
Geen (None).
De procedure voor het opgeven van de kleurcorrectie is als volgt:
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Selecteer de handmatige kleuraanpassing
Selecteer op het tabblad Afdruk (Main) de optie Handmatig (Manual) voor Kleur/Intensiteit (Color/
Intensity) en klik op Instellen... (Set…).
Het dialoogvenster Handmatige kleuraanpassing (Manual Color Adjustment) wordt geopend.
3. Selecteer de kleurcorrectie
Klik op het tabblad Afstemming (Matching), selecteer de instelling voor Kleurcorrectie (Color
Correction) die het best past bij uw doel en klik op OK.
Sivu 286/836
Kleurcorrectie opgeven
Sivu 287/836
Driververgelijking
Door gebruik te maken van Canon Digital Photo Color kunt u sRGB-gegevens afdrukken met
kleurtinten waaraan de meeste mensen de voorkeur geven.
Driververgelijking (Driver Matching) is de standaardinstelling voor Kleurcorrectie.
ICM
U kunt afdrukken door effectief gebruik te maken van de kleurruimte van sRGB- of Adobe RGBgegevens.
Geen
Er wordt geen kleuraanpassing uitgevoerd. Selecteer deze instelling wanneer u een afzonderlijk
gemaakt profiel of een profiel voor speciaal Canon-papier gebruikt voor het afdrukken van gegevens
in een toepassing.
4. Voltooi de instellingen
Klik op OK op het tabblad Afdruk (Main).
Wanneer u de gegevens afdrukt, worden deze met de opgegeven methode voor kleuraanpassing
afgedrukt.
Belangrijk
Wanneer ICM in de softwaretoepassing is uitgeschakeld, is ICM niet beschikbaar voor
Kleurcorrectie (Color Correction) en is het mogelijk dat de afbeeldingsgegevens niet correct
worden afgedrukt.
Wanneer het selectievakje Afdrukken in grijstinten (Grayscale Printing) op het tabblad Afdruk (Main)
is ingeschakeld, is Kleurcorrectie (Color Correction) niet beschikbaar voor selectie.
Verwante onderwerpen
Een optimale foto van afbeeldingsgegevens afdrukken
De kleuren aanpassen met het printerstuurprogramma
Afdrukken met ICC-profielen
Naar boven
Een optimale foto van afbeeldingsgegevens afdrukken
Sivu 288/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingssoftware > De
afdrukkwaliteit wijzigen en afbeeldingsgegevens corrigeren > Kleurcorrectie opgeven > Een optimale foto van
afbeeldingsgegevens afdrukken
Een optimale foto van afbeeldingsgegevens afdrukken
Wanneer mensen foto's afdrukken die met een digitale camera zijn gemaakt, krijgen zij soms het gevoel
dat de afgedrukte kleuren anders zijn dan de kleuren in de oorspronkelijke foto of de kleuren op het
scherm.
Om een afdruk te krijgen die de gewenste kleurtinten zo dicht mogelijk benadert, moet u een
afdrukmethode kiezen die geschikt is voor de gebruikte software of het doel van de afdruk.
Kleurbeheer
Digitale camera's, scanners, beeldschermen en printers verwerken kleuren niet op dezelfde manier. Met
kleurbeheer (kleurafstemming) kunnen 'kleuren' van verschillende apparaten via een
gemeenschappelijke kleurruimte worden verwerkt. Windows heeft een ingebouwd kleurbeheersysteem
genaamd 'ICM'.
De kleurruimten sRGB en Adobe RGB worden vaak gebruikt. Adobe RGB heeft een bredere kleurruimte
dan sRGB.
Met ICC-profielen kunnen de 'kleuren' van verschillende apparaten naar een gemeenschappelijke
kleurruimte worden geconverteerd.
Door gebruik te maken van een ICC-profiel en kleurbeheer kunt u de kleurruimte van
afbeeldingsgegevens afstemmen op het kleurreproductiegebied dat de printer kan produceren.
Een afdrukmethode kiezen die geschikt is voor de afbeeldingsgegevens
De aanbevolen afdrukmethode is afhankelijk van de kleurruimte (Adobe RGB of sRGB) van de
afbeeldingsgegevens of de softwaretoepassing die wordt gebruikt. In het algemeen zijn er twee
afdrukmethoden. Controleer de kleurruimte (Adobe GRB of sRGB) van de afbeeldingsgegevens en de
softwaretoepassing die wordt gebruikt, en selecteer vervolgens de geschikte afdrukmethode.
Afdrukken met Canon Digital Photo Color
Doelgegevens: sRGB-gegevens
Afdrukmethode: De kleuren aanpassen met het printerstuurprogramma
Afdrukken met een effectief gebruik van de kleurruimte van de gegevens
Doelgegevens: Adobe RGB-gegevens of sRGB-gegevens
Toepassingssoftware: een ICC-profiel kan wel of niet worden opgegeven.
Afdrukmethode: Afdrukken met ICC-profielen
Naar boven
De kleuren aanpassen met het printerstuurprogramma
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingssoftware > De
afdrukkwaliteit wijzigen en afbeeldingsgegevens corrigeren > Kleurcorrectie opgeven > De kleuren aanpassen met het
printerstuurprogramma
De kleuren aanpassen met het printerstuurprogramma
U kunt de functie voor kleurcorrectie van het printerstuurprogramma zo instellen dat sRGB-gegevens
worden afgedrukt met kleurtinten waaraan veel mensen de voorkeur geven (door het gebruik van Canon
Digital Photo Color).
De procedure voor het aanpassen van kleuren met het printerstuurprogramma is als volgt:
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Selecteer het mediumtype
Selecteer het type papier dat in het apparaat is geplaatst in de lijst Mediumtype (Media Type) op het
tabblad Afdruk (Main).
3. Selecteer de afdrukkwaliteit
Selecteer Hoog (High), Standaard (Standard) of Snel (Fast) bij Afdrukkwaliteit (Print Quality).
4. Selecteer de handmatige kleuraanpassing
Selecteer Handmatig (Manual) voor Kleur/Intensiteit (Color/Intensity) en klik op Instellen... (Set…).
Het dialoogvenster Handmatige kleuraanpassing (Manual Color Adjustment) wordt geopend.
5. Selecteer de kleurcorrectie
Klik op het tabblad Afstemming (Matching) en selecteer Driververgelijking (Driver Matching) bij
Kleurcorrectie (Color Correction).
Sivu 289/836
De kleuren aanpassen met het printerstuurprogramma
Sivu 290/836
6. Stel de andere items in
Klik zo nodig op het tabblad Kleuraanpassing (Color Adjustment), pas de kleurbalans van Cyaan
(Cyan), Magenta en Geel (Yellow) aan en pas Helderheid (Brightness), Intensiteit (Intensity) en
Contrast aan. Klik vervolgens op OK.
7. Voltooi de instellingen
Klik op OK op het tabblad Afdruk (Main).
De kleuren van de gegevens worden bij het afdrukken aangepast.
Verwante onderwerpen
Een combinatie van afdrukkwaliteit en halftoningmethode selecteren
Kleurcorrectie opgeven
De kleurbalans aanpassen
De helderheid aanpassen
De intensiteit aanpassen
Het contrast aanpassen
Naar boven
Afdrukken met ICC-profielen
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingssoftware > De
afdrukkwaliteit wijzigen en afbeeldingsgegevens corrigeren > Kleurcorrectie opgeven > Afdrukken met ICC-profielen
Afdrukken met ICC-profielen
Wanneer voor de afbeeldingsgegevens een ICC-profiel is opgegeven, kunt u bij het afdrukken effectief
gebruikmaken van de kleurruimte (Adobe RGB of sRGB) van de gegevens.
De procedure voor het instellen van het printerstuurprogramma is afhankelijk van de softwaretoepassing
die voor het afdrukken wordt gebruikt.
Afbeeldingsgegevens afdrukken vanuit een toepassing waarin een ICC-profiel kan
worden opgegeven
Wanneer u Adobe Photoshop, Canon Digital Photo Professional of een andere softwaretoepassing
gebruikt waarin u een ICC-profiel kunt opgeven, kunt u bij het afdrukken van de gegevens gebruikmaken
van het kleurbeheersysteem (ICM) van Windows. U kunt de bewerkingen en verbeteringen gemaakt in
een softwaretoepassing effectief afdrukken door gebruik te maken van de kleurruimte van het ICC-profiel
dat in de afbeeldingsgegevens is opgegeven.
Wanneer u deze afdrukmethode wilt gebruiken, moet u eerst met behulp van een softwaretoepassing
een ICC-profiel voor de afbeeldingsgegevens instellen. Zie de handleiding bij de softwaretoepassing
voor instructies over het opgeven van een ICC-profiel.
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Selecteer het mediumtype
Selecteer het type papier dat in het apparaat is geplaatst in de lijst Mediumtype (Media Type) op het
tabblad Afdruk (Main).
3. Selecteer de afdrukkwaliteit
Selecteer Hoog (High), Standaard (Standard) of Snel (Fast) bij Afdrukkwaliteit (Print Quality).
4. Selecteer de handmatige kleuraanpassing
Selecteer Handmatig (Manual) voor Kleur/Intensiteit (Color/Intensity) en klik op Instellen... (Set…).
Het dialoogvenster Handmatige kleuraanpassing (Manual Color Adjustment) wordt geopend.
5. Selecteer de kleurcorrectie
Klik op het tabblad Afstemming (Matching) en selecteer ICM bij Kleurcorrectie (Color Correction).
Sivu 291/836
Afdrukken met ICC-profielen
6. Stel de andere items in
Klik zo nodig op het tabblad Kleuraanpassing (Color Adjustment), pas de kleurbalans van Cyaan
(Cyan), Magenta en Geel (Yellow) aan en pas Helderheid (Brightness), Intensiteit (Intensity) en
Contrast aan. Klik vervolgens op OK.
7. Voltooi de instellingen
Klik op OK op het tabblad Afdruk (Main).
Wanneer u afdrukt, wordt de kleurruimte van de afbeeldingsgegevens gebruikt.
Belangrijk
Selecteer Geen (None) in het menu Kleurcorrectie (Color Correction) van het
printerstuurprogramma wanneer u een afzonderlijk gemaakt profiel of een profiel voor speciaal
Canon-papier gebruikt voor het afdrukken van een afbeelding.
Afbeeldingsgegevens afdrukken vanuit een toepassing waarin geen ICC-profiel kan
worden opgegeven
Wanneer u afdrukt vanuit een softwaretoepassing waarin u geen ICC-profiel kunt opgeven, geeft u het
ICC-profiel op in de afdrukinstellingen van het printerstuurprogramma en drukt u de gegevens af.
Wanneer u Adobe RGB-gegevens afdrukt, kunt u de gegevens met de Adobe RGB-kleurruimte
afdrukken, zelfs wanneer de softwaretoepassing Adobe RGB niet ondersteunt.
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Selecteer het mediumtype
Selecteer het type papier dat in het apparaat is geplaatst in de lijst Mediumtype (Media Type) op het
tabblad Afdruk (Main).
Sivu 292/836
Afdrukken met ICC-profielen
3. Selecteer de afdrukkwaliteit
Selecteer Hoog (High), Standaard (Standard) of Snel (Fast) bij Afdrukkwaliteit (Print Quality).
4. Selecteer de handmatige kleuraanpassing
Selecteer Handmatig (Manual) voor Kleur/Intensiteit (Color/Intensity) en klik op Instellen... (Set…).
Het dialoogvenster Handmatige kleuraanpassing (Manual Color Adjustment) wordt geopend.
5. Selecteer de kleurcorrectie
Klik op het tabblad Afstemming (Matching) en selecteer ICM bij Kleurcorrectie (Color Correction).
6. Selecteer het invoerprofiel
Selecteer een Invoerprofiel (Input Profile) dat overeenkomt met de kleurruimte van de
afbeeldingsgegevens.
Voor sRGB-gegevens of gegevens zonder een ICC-profiel:
Selecteer Standaard (Standard).
Voor Adobe RGB-gegevens:
Selecteer Adobe RGB (1998).
Belangrijk
Wanneer in de softwaretoepassing een invoerprofiel is opgegeven, wordt de instelling voor het
invoerprofiel in het printerstuurprogramma ongeldig.
Als er geen ICC-profielen op uw computer zijn geïnstalleerd, wordt Adobe RGB (1998) niet
Sivu 293/836
Afdrukken met ICC-profielen
Sivu 294/836
weergegeven. U kunt ICC-profielen installeren vanaf de installatie-cd-rom die bij het apparaat
wordt geleverd.
7. Stel de andere items in
Klik zo nodig op het tabblad Kleuraanpassing (Color Adjustment), pas de kleurbalans van Cyaan
(Cyan), Magenta en Geel (Yellow) aan en pas Helderheid (Brightness), Intensiteit (Intensity) en
Contrast aan. Klik vervolgens op OK.
8. Voltooi de instellingen
Klik op OK op het tabblad Afdruk (Main).
Wanneer u afdrukt, worden de gegevens afgedrukt met de kleurruimte van de geselecteerde
afbeeldingsgegevens.
Verwante onderwerpen
Een combinatie van afdrukkwaliteit en halftoningmethode selecteren
Kleurcorrectie opgeven
De kleurbalans aanpassen
De helderheid aanpassen
De intensiteit aanpassen
Het contrast aanpassen
Naar boven
De kleurbalans aanpassen
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingssoftware > De
afdrukkwaliteit wijzigen en afbeeldingsgegevens corrigeren > De kleurbalans aanpassen
De kleurbalans aanpassen
U kunt de kleurtinten tijdens het afdrukken aanpassen.
Aangezien de kleurbalans van de afdruk wordt aangepast omdat u de inktverhoudingen van elke kleur
wijzigt, wordt de gehele kleurbalans van het document aangepast. Gebruik de software als u uitgebreide
wijzigingen wilt aanbrengen in de kleurbalans. Gebruik het printerstuurprogramma alleen als u de
kleurbalans een klein beetje wilt aanpassen.
In het volgende voorbeeld ziet u hoe Kleurbalans wordt gebruikt om de intensiteit van cyaan te verhogen
en die van geel te verlagen zodat de kleuren beter op elkaar zijn afgestemd.
Geen aanpassing
Aangepast met Kleurbalans
De procedure voor het aanpassen van de kleurbalans is als volgt:
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Selecteer de handmatige kleuraanpassing
Selecteer op het tabblad Afdruk (Main) de optie Handmatig (Manual) voor Kleur/Intensiteit (Color/
Intensity) en klik op Instellen... (Set…).
Het dialoogvenster Handmatige kleuraanpassing (Manual Color Adjustment) wordt geopend.
3. Pas de kleurbalans aan
Er zijn afzonderlijke schuifregelaars voor Cyaan (Cyan), Magenta en Geel (Yellow). Elke kleur wordt
krachtiger wanneer u de bijbehorende schuifregelaar naar rechts schuift en zwakker wanneer u de
schuifregelaar naar links schuift. Wanneer bijvoorbeeld cyaan zwakker wordt, wordt de kleur rood
sterker.
U kunt ook rechtstreeks een waarde invoeren voor de schuifregelaar. Voer een waarde in met een
bereik van -50 tot 50.
Klik op OK nadat u een kleur hebt aangepast.
Sivu 295/836
De kleurbalans aanpassen
Sivu 296/836
4. Voltooi de instellingen
Klik op OK op het tabblad Afdruk (Main).
Wanneer u het document afdrukt, wordt de aangepaste kleurbalans gebruikt.
Belangrijk
Wanneer het selectievakje Afdrukken in grijstinten (Grayscale Printing) op het tabblad Afdruk (Main)
is ingeschakeld, zijn Cyaan (Cyan), Magenta en Geel (Yellow) niet beschikbaar voor selectie.
Verwante onderwerpen
Een combinatie van afdrukkwaliteit en halftoningmethode selecteren
Kleurcorrectie opgeven
De helderheid aanpassen
De intensiteit aanpassen
Het contrast aanpassen
Naar boven
De helderheid aanpassen
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingssoftware > De
afdrukkwaliteit wijzigen en afbeeldingsgegevens corrigeren > De helderheid aanpassen
De helderheid aanpassen
U kunt de helderheid van afbeeldingsgegevens tijdens het afdrukken aanpassen.
Puur wit en zwart worden niet veranderd, maar de helderheid van de tussenliggende kleuren wordt wel
veranderd.
Het volgende voorbeeld toont het afdrukresultaat wanneer de helderheid is aangepast.
Licht (Light) is geselecteerd Normaal (Normal) is geselecteerd Donker (Dark) is geselecteerd
De procedure voor het aanpassen van de helderheid is als volgt:
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Selecteer de handmatige kleuraanpassing
Selecteer op het tabblad Afdruk (Main) de optie Handmatig (Manual) voor Kleur/Intensiteit (Color/
Intensity) en klik op Instellen... (Set…).
Het dialoogvenster Handmatige kleuraanpassing (Manual Color Adjustment) wordt geopend.
3. Geef de helderheid op
Selecteer Licht (Light), Normaal (Normal) of Donker (Dark) bij Helderheid (Brightness) en klik op
OK.
Sivu 297/836
De helderheid aanpassen
Sivu 298/836
4. Voltooi de instellingen
Klik op OK op het tabblad Afdruk (Main).
Wanneer u de gegevens afdrukt, worden deze met de opgegeven helderheid afgedrukt.
Verwante onderwerpen
Een combinatie van afdrukkwaliteit en halftoningmethode selecteren
Kleurcorrectie opgeven
De kleurbalans aanpassen
De intensiteit aanpassen
Het contrast aanpassen
Naar boven
De intensiteit aanpassen
Sivu 299/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingssoftware > De
afdrukkwaliteit wijzigen en afbeeldingsgegevens corrigeren > De intensiteit aanpassen
De intensiteit aanpassen
U kunt de kleuren van de beeldgegevens helderder of donkerder maken tijdens het afdrukken.
Wanneer u een scherpere afdruk wilt, moet u de intensiteit van de kleuren verhogen.
Het volgende voorbeeld laat zien wat er gebeurt wanneer de intensiteit wordt verhoogd: de kleuren van
de afbeeldingsgegevens worden donkerder afgedrukt.
Geen aanpassing
Hogere intensiteit
De procedure voor het aanpassen van de intensiteit is als volgt:
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Selecteer de handmatige kleuraanpassing
Selecteer op het tabblad Afdruk (Main) de optie Handmatig (Manual) voor Kleur/Intensiteit (Color/
Intensity) en klik op Instellen... (Set…).
Het dialoogvenster Handmatige kleuraanpassing (Manual Color Adjustment) wordt geopend.
3. Pas de intensiteit aan
Wanneer u de schuifregelaar Intensiteit (Intensity) naar rechts verplaatst, worden de kleuren
donkerder. Wanneer u de schuifregelaar naar links verplaatst, worden de kleuren helderder.
U kunt ook rechtstreeks een waarde invoeren voor de schuifregelaar. Voer een waarde in met een
bereik van -50 tot 50.
Klik op OK nadat u een kleur hebt aangepast.
De intensiteit aanpassen
Sivu 300/836
Belangrijk
Verschuif de schuifregelaar langzaam.
4. Voltooi de instellingen
Klik op OK op het tabblad Afdruk (Main).
Wanneer u het document afdrukt, wordt de aangepaste intensiteit gebruikt.
Verwante onderwerpen
Een combinatie van afdrukkwaliteit en halftoningmethode selecteren
Kleurcorrectie opgeven
De kleurbalans aanpassen
De helderheid aanpassen
Het contrast aanpassen
Naar boven
Het contrast aanpassen
Sivu 301/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingssoftware > De
afdrukkwaliteit wijzigen en afbeeldingsgegevens corrigeren > Het contrast aanpassen
Het contrast aanpassen
U kunt het beeldcontrast tijdens het afdrukken aanpassen.
Wanneer u de verschillen tussen de lichte en donkere gebieden van afbeeldingen groter en duidelijker
wilt maken, verhoogt u het contrast. Wanneer u echter de verschillen tussen de lichte en donkere
gebieden van afbeeldingen kleiner en minder duidelijk wilt maken, verlaagt u het contrast.
Geen aanpassing
Pas het contrast aan
De procedure voor het aanpassen van het contrast is als volgt:
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Selecteer de handmatige kleuraanpassing
Selecteer op het tabblad Afdruk (Main) de optie Handmatig (Manual) voor Kleur/Intensiteit (Color/
Intensity) en klik op Instellen... (Set…).
Het dialoogvenster Handmatige kleuraanpassing (Manual Color Adjustment) wordt geopend.
3. Pas het contrast aan
Wanneer u de schuifregelaar Contrast naar rechts schuift, wordt het contrast groter en wanneer u
de schuifregelaar naar links schuift, wordt het contrast kleiner.
U kunt ook rechtstreeks een waarde invoeren voor de schuifregelaar. Voer een waarde in met een
bereik van -50 tot 50.
Klik op OK nadat u een kleur hebt aangepast.
Het contrast aanpassen
Sivu 302/836
4. Voltooi de instellingen
Klik op OK op het tabblad Afdruk (Main).
Bij het afdrukken wordt het aangepaste contrast gebruikt.
Verwante onderwerpen
Een combinatie van afdrukkwaliteit en halftoningmethode selecteren
Kleurcorrectie opgeven
De kleurbalans aanpassen
De helderheid aanpassen
De intensiteit aanpassen
Naar boven
Een illustratie simuleren
Sivu 303/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingssoftware > De
afdrukkwaliteit wijzigen en afbeeldingsgegevens corrigeren > Een illustratie simuleren
Een illustratie simuleren
Met de functie Illustratie simuleren (Simulate Illustration) kunt u een full-colour afbeelding of een
afbeelding met 256 kleuren zo afdrukken dat deze lijkt op een met de hand getekende illustratie. U kunt
effecten toevoegen aan het profiel en de kleuren van de oorspronkelijke afbeelding.
De procedure voor het gebruik van Illustratie simuleren (Simulate Illustration) is als volgt:
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Stel Illustratie simuleren (Simulate Illustration) in
Schakel het selectievakje Illustratie simuleren (Simulate Illustration) op het tabblad Effecten
(Effects) in, en pas zo nodig het Contrast aan.
Wanneer u de schuifregelaar naar rechts schuift, wordt de afbeelding lichter en wanneer u de
schuifregelaar naar links schuift, wordt de afbeelding donkerder.
De huidige instellingen worden weergegeven in het instellingenvoorbeeld aan de linkerkant van het
printerstuurprogramma.
3. Voltooi de instellingen
Klik op OK.
De afbeelding wordt als een met de hand getekende illustratie afgedrukt.
Naar boven
Afbeeldingsgegevens weergeven in een enkele kleur
Sivu 304/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingssoftware > De
afdrukkwaliteit wijzigen en afbeeldingsgegevens corrigeren > Afbeeldingsgegevens weergeven in een enkele kleur
Afbeeldingsgegevens weergeven in een enkele kleur
U kunt met de functie Monochroomeffecten (Monochrome Effects) een foto in een enkele kleur
weergeven, bijvoorbeeld sepia.
De procedure voor het gebruik van Monochroomeffecten (Monochrome Effects) is als volgt:
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Stel Monochroomeffecten (Monochrome Effects) in
Schakel het selectievakje Monochroomeffecten (Monochrome Effects) op het tabblad Effecten
(Effects) in en selecteer de gewenste kleur.
Als u Kleur selecteren (Select Color) kiest, kunt u met de schuifregelaar Kleur (Color) de gewenste
kleur kiezen.
De huidige instellingen worden weergegeven in het instellingenvoorbeeld aan de linkerkant van het
printerstuurprogramma.
3. Voltooi de instellingen
Klik op OK.
Wanneer u de afbeelding afdrukt, wordt deze in een enkele kleur afgedrukt.
Belangrijk
Wanneer het selectievakje Afdrukken in grijstinten (Grayscale Printing) op het tabblad Afdruk (Main)
is ingeschakeld, is Monochroomeffecten (Monochrome Effects) niet beschikbaar voor selectie.
Naar boven
Afbeeldingsgegevens weergeven in levendige kleuren
Sivu 305/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingssoftware > De
afdrukkwaliteit wijzigen en afbeeldingsgegevens corrigeren > Afbeeldingsgegevens weergeven in levendige kleuren
Afbeeldingsgegevens weergeven in levendige kleuren
Met de functie Vivid Photo kunt u afbeeldingsgegevens afdrukken in levendige kleuren.
Een belangrijk kenmerk van deze functie is dat de kleuren in achtergronden worden benadrukt, terwijl de
huidkleur van personen natuurlijk blijft. Met deze functie kunt u levendige kleuren nog levendiger maken.
De procedure voor het gebruik van Vivid Photo is als volgt:
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Stel Vivid Photo in
Schakel het selectievakje Vivid Photo in op het tabblad Effecten (Effects).
3. Voltooi de instellingen
Klik op OK.
Wanneer u de afbeelding afdrukt, wordt deze met levendige kleuren afgedrukt.
Naar boven
Gekartelde randen verwijderen
Sivu 306/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingssoftware > De
afdrukkwaliteit wijzigen en afbeeldingsgegevens corrigeren > Gekartelde randen verwijderen
Gekartelde randen verwijderen
Met de functie Image Optimizer kunt u de gekartelde randen herstellen van foto’s en afbeeldingen die in
de toepassing zijn vergroot. Deze functie is vooral handig wanneer u afbeeldingen met een lage
resolutie uit webpagina’s afdrukt.
De procedure voor het gebruik van Image Optimizer is als volgt:
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Voer Image Optimizer uit
Schakel het selectievakje Image Optimizer in op het tabblad Effecten (Effects).
3. Voltooi de instellingen
Klik op OK.
Foto's en afbeeldingen worden met scherpe randen afgedrukt.
Opmerking
Afhankelijk van de toepassingssoftware of de resolutie van de afbeeldingsgegevens is het mogelijk
dat Image Optimizer geen zichtbaar effect heeft.
Bij het gebruik van Image Optimizer kan het afdrukken langzamer verlopen.
Naar boven
Kleureigenschappen wijzigen om kleuren te verbeteren
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingssoftware > De
afdrukkwaliteit wijzigen en afbeeldingsgegevens corrigeren > Kleureigenschappen wijzigen om kleuren te verbeteren
Kleureigenschappen wijzigen om kleuren te verbeteren
De functie Photo Optimizer PRO corrigeert de kleuren van afbeeldingen gemaakt met een digitale
camera of gescande afbeeldingen. De functie is speciaal ontworpen om kleurverschuiving,
overbelichting en onderbelichting te compenseren.
De procedure voor het gebruik van Photo Optimizer PRO is als volgt:
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Stel de automatische fotomodus in
Schakel het selectievakje Photo Optimizer PRO in op het tabblad Effecten (Effects).
Normaal gesproken is het niet nodig om het selectievakje Op hele pagina toepassen (Apply
Throughout Page) in te schakelen.
De afbeeldingen op een pagina worden afzonderlijk geoptimaliseerd.
Opmerking
Selecteer de optie Op hele pagina toepassen (Apply Throughout Page) wanneer de
afbeeldingsgegevens zijn bewerkt, zoals bijgesneden of geroteerd. In dit geval wordt de hele
pagina gezien als een enkele afbeelding die moet worden geoptimaliseerd.
3. Voltooi de instellingen
Klik op OK.
Wanneer u de afbeeldingen afdrukt, worden de kleuren van de afbeeldingen gecorrigeerd.
Belangrijk
Photo Optimizer PRO werkt niet wanneer:
Achtergrond (Background) is ingesteld in het dialoogvenster Stempel/Achtergrond (Stamp/
Background) op het tabblad Pagina-instelling (Page Setup).
Sivu 307/836
Kleureigenschappen wijzigen om kleuren te verbeteren
Sivu 308/836
Stempel definiëren... (Define Stamp…) is geselecteerd in het dialoogvenster Stempel/
Achtergrond (Stamp/Background) op het tabblad Pagina-instelling (Page Setup) en een bitmap
als stempel is opgegeven.
Opmerking
Afhankelijk van de afbeelding is het mogelijk dat Photo Optimizer PRO geen zichtbaar effect heeft.
Naar boven
Ruis in foto's reduceren
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingssoftware > De
afdrukkwaliteit wijzigen en afbeeldingsgegevens corrigeren > Ruis in foto’s reduceren
Ruis in foto's reduceren
U kunt met Ruisreductie in foto (Photo Noise Reduction) de ruis in foto's reduceren die kan ontstaan bij
het gebruik van een digitale camera. Op deze manier kunt u de kwaliteit van de digitale afdruk
verbeteren.
De procedure voor het gebruik van Ruisreductie in foto (Photo Noise Reduction) is als volgt:
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Stel Ruisreductie in foto (Photo Noise Reduction) in
Schakel het selectievakje Ruisreductie in foto (Photo Noise Reduction) op het tabblad Effecten
(Effects) in en selecteer Normaal (Normal) of Krachtig (Strong).
3. Voltooi de instellingen
Klik op OK.
De afbeelding wordt met minder digitale cameraruis afgedrukt.
Opmerking
De aanbevolen instelling is Normaal (Normal). Selecteer Krachtig (Strong) als u met Normaal
(Normal) niet het gewenste resultaat krijgt.
Afhankelijk van de gebruikte toepassing of de resolutie van de afbeeldingsgegevens, is het
mogelijk dat het reduceren van ruis geen zichtbaar effect heeft.
Wanneer u deze functie gebruikt voor andere afbeeldingen dan foto's gemaakt met een digitale
camera, kan de afbeelding vervormen.
Sivu 309/836
Ruis in foto's reduceren
Sivu 310/836
Naar boven
Overzicht van het printerstuurprogramma
Sivu 311/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingssoftware > Overzicht van
het printerstuurprogramma > Overzicht van het printerstuurprogramma
Overzicht van het printerstuurprogramma
Canon IJ-printerstuurprogramma
Hoe u het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma opent
Tabblad Onderhoud
Canon IJ-statusmonitor
Canon IJ-afdrukvoorbeeld
Naar boven
Canon IJ-printerstuurprogramma
Sivu 312/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingssoftware > Overzicht van
het printerstuurprogramma > Canon IJ-printerstuurprogramma
Canon IJ-printerstuurprogramma
Het Canon IJ-printerstuurprogramma is de software die op uw computer wordt geïnstalleerd voor het
afdrukken van gegevens op het apparaat.
Het Canon IJ-printerstuurprogramma converteert de afdrukgegevens die in de Windows-toepassing zijn
gemaakt, naar gegevens die de printer begrijpt en stuurt de geconverteerde gegevens naar de printer.
Aangezien de indeling van de afdrukgegevens per printermodel verschilt, moet u een Canon IJprinterstuurprogramma gebruiken dat geschikt is voor het model dat u gebruikt.
Informatie over het gebruik van de help
In de help worden de instellingen van het stuurprogramma beschreven. U kunt deze help openen via het
venster Voorkeursinstellingen voor afdrukken van het Canon IJ-printerstuurprogramma.
Alle beschrijvingen van een tabblad weergeven...
Klik op de knop Help op elk tabblad.
Er verschijnt een beschrijving voor elk item op het tabblad.
U kunt ook een beschrijving van een dialoogvenster weergeven door te klikken op de koppeling die
op het bijbehorende tabblad staat.
Een beschrijving van elk item weergeven...
Klik met de rechtermuisknop op het item waarover u informatie wilt weergeven en klik op Help.
U kunt ook klikken op de knop
[Help] rechts op de titelbalk en vervolgens klikken op het item
waarover u meer informatie wilt weergeven.
Er wordt een beschrijving van het item weergegeven.
Verwant onderwerp
Hoe u het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma opent
Naar boven
Hoe u het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma opent
Sivu 313/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingssoftware > Overzicht van
het printerstuurprogramma > Canon IJ-printerstuurprogramma > Hoe u het eigenschappenvenster van het
printerstuurprogramma opent
Hoe u het eigenschappenvenster van het
printerstuurprogramma opent
U kunt het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma openen via de toepassing waarin u
werkt of via het menu Start van Windows.
Opmerking
In deze handleiding wordt de procedure voor Windows Vista beschreven. De procedure kan voor
een andere versie van Windows anders zijn.
Het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma via de toepassing openen
Volg onderstaande procedure om de afdrukinstellingen op te geven voor het afdrukken.
1. Selecteer de opdracht voor het afdrukken in het programma dat u gebruikt
Meestal doet u dit door Afdrukken (Print) te kiezen in het menu Bestand (File) waardoor het
dialoogvenster Afdrukken (Print) wordt weergegeven.
2. Selecteer de naam van uw printermodel en klik op Voorkeuren (Preferences) of
Eigenschappen (Properties).
Het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma verschijnt.
Opmerking
Afhankelijk van de toepassing die u gebruikt, kunnen de namen van opdrachten of menu's
verschillen en kan de procedure uit meer stappen bestaan. Raadpleeg de
gebruikershandleiding bij de toepassing voor meer informatie.
Het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma via het menu Start openen
Volg onderstaande procedure om onderhoudswerkzaamheden uit te voeren, zoals het reinigen van de
printkop, of afdrukinstellingen op te geven die in alle toepassingen vrijwel hetzelfde zijn.
1. Selecteer items in het menu Start zoals hieronder aangegeven:
In Windows Vista selecteert u Start -> Configuratiescherm (Control Panel) -> Hardware en geluid
(Hardware and Sound) -> Printers.
In Windows XP selecteert u Start -> Configuratiescherm (Control Panel) -> Printers en andere
hardware (Printers and Other Hardware) -> Printers en faxapparaten (Printers and Faxes).
In Windows 2000 selecteert u Start -> Instellingen (Settings) -> Printers.
2. Klik met de rechtermuisknop het pictogram van uw model en selecteer
Voorkeursinstellingen voor afdrukken (Printing Preferences) in het weergegeven
menu.
Het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma verschijnt.
Belangrijk
Wanneer u het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma via Eigenschappen
(Properties) opent, worden de Windows-tabbladen Poorten (Ports) (of Geavanceerd
(Advanced)) weergegeven. Deze tabbladen verschijnen niet wanneer u het
printerstuurprogramma via Voorkeursinstellingen voor afdrukken (Printing Preferences) of een
toepassing opent. Voor de tabbladen met Windows-functies kunt u meer informatie vinden in
de gebruikershandleiding bij Windows.
Naar boven
Tabblad Onderhoud
Sivu 314/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingssoftware > Overzicht van
het printerstuurprogramma > Canon IJ-printerstuurprogramma > Tabblad Onderhoud
Tabblad Onderhoud
Op het tabblad Onderhoud (Maintenance) kunt u onderhoudswerkzaamheden uitvoeren aan het
apparaat of de instellingen van het apparaat wijzigen.
Kenmerken
De printkoppen reinigen
De papierinvoerrollen reinigen
De positie van de printkop uitlijnen
De spuitopeningen van de printkop controleren
De papierbron instellen voor gewoon papier
De binnenkant van het apparaat reinigen
De stroomvoorziening van het apparaat beheren
Verwante kenmerken
Het geluidsvolume van het apparaat verlagen/Stille modus
De bedieningsmodus van het apparaat aanpassen
Naar boven
Canon IJ-statusmonitor
Sivu 315/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingssoftware > Overzicht van
het printerstuurprogramma > Canon IJ-statusmonitor
Canon IJ-statusmonitor
De Canon IJ-statusmonitor is een toepassing die de status van de printer en de voortgang van het
afdrukken op het Windows-scherm weergeeft. U kunt aan de hand van de afbeeldingen, pictogrammen
en berichten zien wat de status van de printer is.
De Canon IJ-statusmonitor starten
De Canon IJ-statusmonitor wordt automatisch gestart wanneer gegevens naar de printer worden
gestuurd. De Canon IJ-statusmonitor verschijnt als een knop op de taakbalk.
Klik op de knop Statusmonitor op de taakbalk. De Canon IJ-statusmonitor verschijnt.
Opmerking
U kunt de Canon IJ-statusmonitor openen wanneer er niet wordt afgedrukt door het
eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma te openen en op Printerstatus weergeven...
(View Printer Status…) op het tabblad Onderhoud (Maintenance) te klikken.
Wanneer fouten optreden
De Canon IJ-statusmonitor wordt automatisch weergegeven wanneer er een fout optreedt (bijvoorbeeld
wanneer het papier op is of de inkt op raakt).
Voer in dergelijke gevallen de beschreven maatregelen uit.
Naar boven
Canon IJ-afdrukvoorbeeld
Sivu 316/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken vanaf een computer > Afdrukken met andere toepassingssoftware > Overzicht van
het printerstuurprogramma > Canon IJ-afdrukvoorbeeld
Canon IJ-afdrukvoorbeeld
Canon IJ-afdrukvoorbeeld is een toepassing die de afdrukresultaten op het scherm laat zien, voordat er
daadwerkelijk wordt afgedrukt.
Hierbij worden de instellingen gebruikt die in het printerstuurprogramma zijn opgegeven. Op deze
manier kunt u de lay-out, de afdrukvolgorde en het aantal pagina’s van een document controleren. U kunt
ook de instelling voor het mediumtype en de papierbron wijzigen.
Als u eerst een afdrukvoorbeeld wilt zien, opent u het eigenschappenvenster van het
printerstuurprogramma , klikt u op het tabblad Afdruk (Main) en schakelt u het selectievakje
Afdrukvoorbeeld (Preview before printing) in.
Als u niet eerst een afdrukvoorbeeld wilt zien, schakelt u het selectievakje uit.
Verwant onderwerp
Afdrukresultaten weergeven vóór het afdrukken
Naar boven
Afdrukken met het bedieningspaneel van het apparaat
Sivu 317/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken via het bedieningspaneel van het apparaat
Afdrukken met het bedieningspaneel van het apparaat
Gelinieerd papier of grafiekpapier afdrukken
Kopiëren
Afdrukken vanaf een geheugenkaart
Foto's afdrukken van afgedrukte foto's
Naar boven
Gelinieerd papier of grafiekpapier afdrukken
Sivu 318/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken met het bedieningspaneel van het apparaat > Gelinieerd papier of grafiekpapier
afdrukken
Gelinieerd papier of grafiekpapier afdrukken
Sjabloonformulieren zoals gelinieerd papier of grafiekpapier afdrukken
Naar boven
Sjabloonformulieren zoals gelinieerd papier of grafiekpapier afdrukken
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken via het bedieningspaneel van het apparaat > Gelinieerd papier of grafiekpapier
afdrukken > Sjabloonformulieren zoals gelinieerd papier of grafiekpapier afdrukken
Sjabloonformulieren zoals gelinieerd papier of grafiekpapier
afdrukken
U kunt een sjabloonformulier zoals gelinieerd papier, grafiekpapier of een controlelijst afdrukken op
gewoon A4- of Letter-papier. Gebruik het afgedrukte sjabloon als een kladblok.
Sjabloonformulieren afdrukken
1.
Zorg dat het apparaat is ingeschakeld.
2.
Plaats gewoon papier van A4- of Letter-formaat in de cassette.
3.
Selecteer
4.
Selecteer met het Easy-Scroll Wheel of de knop
(Template print) en druk op OK.
of
de optie Sjabloonafdruk
5.
Selecteer met het Easy-Scroll Wheel of de knop
druk op OK.
of
de optie Sjabloonformulier en
Instellingen (Settings) op het scherm HOME en druk op OK.
De volgende sjablonen zijn beschikbaar:
Gelinieerd papier
U kunt drie indelingen voor de regelafstand selecteren.
Gelinieerd papier 1: 8-mm spatiëring (Notebook paper 1: 8 mm spacing)
Gelinieerd papier 2: 7-mm spatiëring (Notebook paper 2: 7 mm spacing)
Gelinieerd papier 3: 6-mm spatiëring (Notebook paper 3: 6 mm spacing)
Grafiekpapier
U kunt twee groottes voor de vierkantjes selecteren.
Grafiekpapier 1: Grafiek 5 mm (Graph paper 1: Graph 5 mm)
Grafiekpapier 2: Grafiek 3 mm (Graph paper 2: Graph 3 mm)
Controlelijst
U kunt een notitieblok met selectievakjes afdrukken.
Muziekpapier
U kunt muziekpapier met 10 notenbalken afdrukken.
6.
Geef het papierformaat op en druk op OK.
Opmerking
Selecteer Dubbelzijdig afdrukken (Duplex printing) bij Dubbelzijdig/enkelzijdig afdrukken
(Duplex/simplex printing) om op beide zijden af te drukken.
Sivu 319/836
Sjabloonformulieren zoals gelinieerd papier of grafiekpapier afdrukken
7.
Geef het aantal exemplaren op.
8.
Druk op de knop Kleur om te beginnen met afdrukken.
Sivu 320/836
Het apparaat begint sjablonen af te drukken.
Naar boven
Kopiëren
Sivu 321/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken via het bedieningspaneel van het apparaat > Kopiëren
Kopiëren
Kopieën maken
Handige kopieerfuncties gebruiken
Naar boven
Kopieën maken
Sivu 322/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken via het bedieningspaneel van het apparaat > Kopiëren > Kopieën maken
Kopieën maken
Zie Kopiëren voor de basishandelingen voor kopiëren.
Handige kopieerfuncties gebruiken
1. Zorg dat het apparaat is ingeschakeld.
2. Selecteer
Kopiëren (Copy) op het scherm HOME en druk op OK.
3. Plaats papier.
4. Plaats het originele document op de glasplaat.
5. Bevestig het paginaformaat en mediumtype.
Opmerking
Selecteer het item en druk op OK als u de instellingen wilt wijzigen.
Items instellen
De instellingen voor het paginaformaat en mediumtype worden in elke modus opgeslagen.
Wanneer u kopieën maakt, kunt u diverse indelingen opgeven op het scherm dat wordt
weergegeven wanneer u drukt op de functieknop aan de linkerzijde.
Handige kopieerfuncties gebruiken
6. Druk op de knop + of - om het aantal exemplaren op te geven.
7. Druk op de knop Kleur als u in kleur wilt kopiëren of op de knop Zwart als u in zwart
-wit wilt kopiëren.
Het apparaat begint met kopiëren.
Verwijder de originelen van de glasplaat nadat het kopiëren is voltooid.
Belangrijk
Open de documentklep niet en laat het origineel op de glasplaat liggen totdat het kopiëren is
voltooid.
Kopieën maken
Sivu 323/836
Opmerking
Wanneer u op de functieknop aan de rechterzijde drukt terwijl Voorbeeld (Preview) wordt
weergegeven op het scherm, kunt u een voorbeeld van de afdruk weergeven op het
voorbeeldscherm.
Het voorbeeldscherm weergeven
Druk op de knop Stop om het afdrukken te annuleren.
Naar boven
Items instellen
Sivu 324/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken via het bedieningspaneel van het apparaat > Kopiëren > Kopieën maken > Items
instellen
Items instellen
Selecteer
weer te geven.
Kopiëren (Copy) op het scherm HOME en druk op OK om het scherm Kopiëren (Copy)
Opmerking
De instellingen voor het paginaformaat en mediumtype worden in elke modus opgeslagen.
De instellingen voor paginaformaat, mediumtype enzovoorts blijven behouden ook als het apparaat
wordt uitgeschakeld.
Afhankelijk van de specifieke functie kunnen bepaalde combinaties van opties niet worden
opgegeven.
1. Vergroting
Geef de methode voor verkleinen of vergroten op.
Een kopie vergroten of verkleinen
2. Intensiteit
Geef de intensiteit op.
Instelling voor intensiteit wijzigen
3. Paginaformaat
Selecteer het paginaformaat van het geplaatste papier.
4. Mediumtype
Selecteer het mediumtype van het geplaatste papier.
5. Afdrukkwaliteit
Pas de afdrukkwaliteit aan op basis van het origineel.
Belangrijk
Als u Snel (snelh. prior.) (Fast (speed-priority)) gebruikt in combinatie met het mediumtype
Gewoon papier (Plain paper) en de kwaliteit is lager dan u had verwacht, selecteert u
Standaard (Standard) of Hoog (kwalit. prior.) (High (quality-priority)) en probeert u het opnieuw.
Selecteer Hoog (kwalit. prior.) (High (quality-priority) om te kopiëren in grijstinten. Met grijstinten
wordt een scala aan grijstonen gebruikt in plaats van alleen zwart en wit.
Naar boven
Kopieën verkleinen of vergroten
Sivu 325/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken via het bedieningspaneel van het apparaat > Kopiëren > Kopieën maken > Kopieën
verkleinen of vergroten
Kopieën verkleinen of vergroten
U kunt kiezen uit de volgende methoden voor verkleinen/vergroten.
Passend (Fit-to-page)
Het apparaat vergroot of verkleint de afbeelding automatisch tot het paginaformaat.
Zoom (25 - 400%)
U kunt de kopieerschaal opgeven als een percentage om kopieën te vergroten of te verkleinen.
Wijzig in het scherm dat wordt weergegeven als u Zoom (25 - 400%) selecteert, de verhouding met
,
,
of
het Easy-Scroll Wheel of de knop
en druk op OK om de instelling te bevestigen.
Vaste schaal (Preset ratio)
U kunt een van de vaste schalen selecteren om een kopie te verkleinen of te vergroten.
Selecteer in het scherm dat wordt weergegeven als u Vaste schaal) (Preset ratio) selecteert, de
, of
verhouding met het Easy-Scroll Wheel of de knop
en druk op OK om de instelling te
bevestigen.
Opmerking
Wanneer u Passend (Fit-to-page) selecteert, wordt het documentformaat mogelijk niet bij alle
originelen goed herkend. Selecteer in dit geval Vaste schaal (Preset ratio) Zoom (25 - 400%) of
100%.
Als u een kopie wilt maken met hetzelfde formaat als het origineel, kiest u 100%.
Naar boven
Instelling voor intensiteit wijzigen
Sivu 326/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken via het bedieningspaneel van het apparaat > Kopiëren > Kopieën maken > Instelling
voor intensiteit wijzigen
Instelling voor intensiteit wijzigen
Draai het Easy-Scroll Wheel rechtsom om de intensiteit te verhogen en linksom om de intensiteit te
verlagen.
U kunt ook instellingen opgeven met de knop
of
.
Druk op de functieknop aan de rechterzijde in het scherm Intensiteit (Intensity) om de intensiteit
automatisch aan te passen aan het origineel op de glasplaat en druk de afbeelding af.
De schuifbalk voor de aanpassing van de intensiteit op het LCD-scherm verandert in Auto wanneer u
klaar bent.
Belangrijk
Als Auto is geselecteerd, kunt u de intensiteit niet wijzigen met het Easy-Scroll Wheel. Druk op de
functieknop aan de rechterzijde om handmatige instelling van de intensiteit weer in te schakelen en
geef de intensiteit op.
Naar boven
Het voorbeeldscherm weergeven
Sivu 327/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken via het bedieningspaneel van het apparaat > Kopiëren > Kopieën maken > Het
voorbeeldscherm weergeven
Het voorbeeldscherm weergeven
Wanneer u op de functieknop aan de rechterzijde drukt terwijl Voorbeeld (Preview) wordt weergegeven
op het scherm, kunt u een voorbeeld van de afdruk weergeven op het voorbeeldscherm.
Belangrijk
Het origineel wordt gescand en het voorbeeld wordt weergegeven. U mag de documentklep niet
openen voordat het voorbeeldscherm wordt weergegeven.
Her origineel wordt opnieuw gescand nadat het voorbeeldscherm is weergegeven en voordat het
kopiëren begint. Open de documentklep niet en laat het origineel op de glasplaat liggen totdat het
kopiëren is voltooid.
1. Voorbeeld van het originele document
Het origineel op de glasplaat wordt weergegeven. Zie Papier/originelen plaatsen als de afbeelding
scheef is, leg het origineel goed neer, geef het voorbeeldscherm opnieuw weer en bekijk het
voorbeeld..
2. Paginaformaat
Er wordt een kader met het geselecteerde paginaformaat over de afbeelding geplaatst. Het
gedeelte binnen in het kader wordt afgedrukt.
3. Vergroting
De vergrotingsinstelling, die is ingesteld tijdens de weergave van het voorbeeldscherm, wordt
weergegeven. Als Vaste schaal (Preset ratio), Zoom (25 - 400%) of 100% is geselecteerd, kunt u de
vergrotingsinstelling wijzigen op het voorbeeldscherm.
Naar boven
Handige kopieerfuncties gebruiken
Sivu 328/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken via het bedieningspaneel van het apparaat > Kopiëren > Handige kopieerfuncties
gebruiken
Handige kopieerfuncties gebruiken
<Special Copy> (Speciale kopie)
Kies de gewenste kopieermethode.
Dubbelzijdige kopie
U kunt twee pagina’s kopiëren op de zijden van één vel papier.
Kopiëren op beide zijden van het papier (Dubbelzijdige kopie)
Kopie zonder marges
U kunt afbeeldingen zo kopiëren dat deze de hele pagina vullen zonder marges.
Kopiëren zonder marges (Kopie zonder marges)
2 op 1 kopie
U kunt twee pagina's van een origineel op één vel papier kopiëren door elke pagina verkleind
weer te geven.
Twee pagina's kopiëren op één pagina (2 op 1 kopie)
4 op 1 kopie
U kunt vier pagina's van een origineel op één vel papier kopiëren door elke pagina verkleind
weer te geven. Er zijn vier verschillende indelingen beschikbaar.
Vier pagina's kopiëren op één pagina (4 op 1 kopie)
Beeld herhalen
U kunt een afbeelding meerdere malen op één pagina kopiëren. U kunt het apparaat zo
instellen dat automatisch het aantal malen wordt gekozen dat de afbeelding op de pagina
wordt weergegeven of u kunt zelf een aantal opgeven.
Afbeelding herhalen op een pagina (Beeld herhalen)
Kader wissen
Wanneer u een dik origineel document kopieert, zoals een boek, kunt u kopiëren zonder
zwarte marges rondom het beeld of de schaduw in de vouw lichter maken.
Dikke originelen zoals boeken kopiëren (Kader wissen)
Bijsnijden
U kunt een benodigd deel van het te kopiëren originele document afsnijden.
Een bepaald gedeelte kopiëren (Afsnijden)
Maskeren
U kunt een benodigd deel van het te kopiëren originele document wissen (maskeren).
Afbeeldingen kopiëren en een deel verwijderen (Maskeren)
Naar boven
Instellingen voor speciale kopie
Sivu 329/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken via het bedieningspaneel van het apparaat > Kopiëren > Handige kopieerfuncties
gebruiken > Instellingen voor speciale kopie
Instellingen voor speciale kopie
1. Zorg dat het apparaat is ingeschakeld.
2. Selecteer
Kopiëren (Copy) op het scherm HOME en druk op OK.
3. Plaats papier in de achterste lade.
4. Plaats het originele document op de glasplaat.
Opmerking
Zie Papier/originelen plaatsen voor informatie over soorten documenten en voorwaarden voor
het kopiëren.
5. Druk op de functieknop aan de linkerzijde wanneer het bevestingsscherm voor de
afdrukinstellingen wordt weergegeven.
Het scherm Speciale kopie (Special copy) wordt weergegeven.
Opmerking
Als u deze functies gebruikt, zijn sommige opties voor vergroting, paginaformaat en
mediumtype niet beschikbaar.
Als u Speciale kopie (Special copy) eerst instelt, worden onbeschikbare opties uitgeschakeld
of verborgen in het scherm met de algemene kopieerinstellingen.
Als u eerst de algemene kopieerinstellingen instelt, een instelling voor Speciale kopie (Special
copy) instelt en dan teruggaat naar de algemene kopieerinstellingen, worden de items die
.
moeten worden aangepast, automatisch gecorrigeerd of weergegeven met
Als u de instellingen voor Speciale kopie (Special copy) wilt annuleren, drukt u op de knop
Stop. Als het aantal exemplaren of de intensiteit al is ingesteld, drukt u tweemaal op de knop
Stop.
Naar boven
Kopiëren op beide zijden van het papier (Dubbelzijdige kopie)
Sivu 330/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken via het bedieningspaneel van het apparaat > Kopiëren > Handige kopieerfuncties
gebruiken > Kopiëren op beide zijden van het papier (Dubbelzijdige kopie)
Kopiëren op beide zijden van het papier (Dubbelzijdige kopie)
U kunt twee pagina’s kopiëren op de zijden van één vel papier.
(A) Nieten aan lange zijde
(B) Nieten korte zijde
Instellingen voor speciale kopie
1. Selecteer Dubbelzijdige kopie (Two-sided copy) en druk op OK.
Volg de instructies op het scherm.
2. Druk op de knop Kleur als u in kleur wilt kopiëren of op de knop Zwart als u in zwart
-wit wilt kopiëren.
Opmerking
U kunt het scannen van de tweede pagina van het origineel overslaan en alleen de eerste pagina
kopiëren. Na het scannen van de eerste pagina van het origineel met de knop Kleur of Zwart drukt
u op de functieknop aan de linkerzijde om Druk voorzijde af (Print front side) te selecteren in het
scherm dat wordt weergegeven.
Als u kopieert in zwart-wit kan de afdrukintensiteit van een Dubbelzijdige kopie (Two-sided copy)
afwijken van die van een enkelzijdige kopie.
Naar boven
Kopiëren zonder marges (Kopie zonder marges)
Sivu 331/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken via het bedieningspaneel van het apparaat > Kopiëren > Handige kopieerfuncties
gebruiken > Kopiëren zonder marges (Kopie zonder marges)
Kopiëren zonder marges (Kopie zonder marges)
U kunt afbeeldingen zo kopiëren dat deze de hele pagina vullen zonder marges.
Instellingen voor speciale kopie
1. Selecteer Kopie zonder marges (Borderless copy) en druk op OK.
Volg de instructies op het scherm.
2. Druk op de knop Kleur als u in kleur wilt kopiëren of op de knop Zwart als u in zwart
-wit wilt kopiëren.
Opmerking
De afbeelding kan aan de randen enigszins worden afgekapt omdat de gekopieerde afbeelding
wordt vergroot om de hele pagina te vullen.
Zo nodig kunt u instellen tot welke breedte de randen van de originele afbeelding wordt
bijgesneden.
De apparaatinstellingen wijzigen op het LCD-scherm
Naar boven
Twee pagina's kopiëren op één pagina (2 op 1 kopie)
Sivu 332/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken via het bedieningspaneel van het apparaat > Kopiëren > Handige kopieerfuncties
gebruiken > Twee pagina’s kopiëren op één pagina (2 op 1 kopie)
Twee pagina's kopiëren op één pagina (2 op 1 kopie)
U kunt twee pagina's van een origineel (A) (B) op één vel papier (C) kopiëren door beide verkleind weer
te geven.
Instellingen voor speciale kopie
1. Selecteer 2 op 1 kopie (2-on-1 copy) en druk op OK.
Volg de instructies op het scherm.
2. Druk op de knop Kleur als u in kleur wilt kopiëren of op de knop Zwart als u in zwart
-wit wilt kopiëren.
Opmerking
U kunt het scannen van de tweede pagina van het origineel overslaan en alleen de eerste pagina
kopiëren. Na het scannen van de eerste pagina van het origineel met de knop Kleur of Zwart drukt
u op de functieknop aan de linkerzijde om Druk 1ste vel af (Print first sheet) te selecteren in het
scherm dat wordt weergegeven.
Als Apparaatgeheugen is vol (Device memory is full) wordt weergegeven op het LCD-scherm
tijdens het scannen, stelt u de afdrukkwaliteit in op Standaard (Standard) en probeert u te kopiëren.
Als het probleem niet is opgelost, verlaagt u het aantal vellen of documenten of stelt u de
afdrukkwaliteit in op Snel (snelh. prior.) (Fast (speed-priority) en probeert u opnieuw te kopiëren.
Naar boven
Vier pagina's kopiëren op één pagina (4 op 1 kopie)
Sivu 333/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken via het bedieningspaneel van het apparaat > Kopiëren > Handige kopieerfuncties
gebruiken > Vier pagina’s kopiëren op één pagina (4 op 1 kopie)
Vier pagina's kopiëren op één pagina (4 op 1 kopie)
U kunt vier pagina's van een origineel op één vel papier kopiëren door elke pagina verkleind weer te
geven. Er zijn vier verschillende indelingen beschikbaar.
Instellingen voor speciale kopie
1. Selecteer 4 op 1 kopie (4-on-1 copy) en druk op OK.
Volg de instructies op het scherm.
2. Druk op de knop Kleur als u in kleur wilt kopiëren of op de knop Zwart als u in zwart
-wit wilt kopiëren.
Opmerking
Als u alleen 1, 2 of 3 pagina’s wilt kopiëren, drukt u op de functieknop aan de linkerzijde om Druk nu
af (Print now) te selecteren na het scannen van de laatste pagina die u wilt kopiëren.
Als Apparaatgeheugen is vol (Device memory is full) wordt weergegeven op het LCD-scherm
tijdens het scannen, stelt u de afdrukkwaliteit in op Standaard (Standard) en probeert u te kopiëren.
Als het probleem niet is opgelost, verlaagt u het aantal vellen of documenten of stelt u de
afdrukkwaliteit in op Snel (snelh. prior.) (Fast (speed-priority) en probeert u opnieuw te kopiëren.
Naar boven
Afbeelding herhalen op een pagina (Beeld herhalen)
Sivu 334/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken via het bedieningspaneel van het apparaat > Kopiëren > Handige kopieerfuncties
gebruiken > Afbeelding herhalen op een pagina (Beeld herhalen)
Afbeelding herhalen op een pagina (Beeld herhalen)
U kunt een afbeelding meerdere malen op één pagina kopiëren. U kunt het apparaat zo instellen dat
automatisch het aantal malen wordt gekozen dat de afbeelding op de pagina wordt weergegeven of u
kunt zelf een aantal opgeven.
Instellingen voor speciale kopie
1. Selecteer Beeld herhalen (Image repeat) en druk op OK.
Volg de instructies op het scherm.
2. Druk op de knop Kleur als u in kleur wilt kopiëren of op de knop Zwart als u in zwart
-wit wilt kopiëren.
Opmerking
Het hangt af van de gekozen instelling voor vergroting/verkleining hoe groot het gedeelte is dat van
het origineel wordt gescand.
Naar boven
Dikke originelen zoals boeken kopiëren (Kader wissen)
Sivu 335/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken via het bedieningspaneel van het apparaat > Kopiëren > Handige kopieerfuncties
gebruiken > Dikke originelen zoals boeken kopiëren (Kader wissen)
Dikke originelen zoals boeken kopiëren (Kader wissen)
Wanneer u een dik origineel document kopieert, zoals een boek, kunt u kopiëren zonder zwarte marges
rondom het beeld of de schaduw in de vouw lichter maken. Met deze functie vermindert u het onnodige
verbruik van inkt.
Instellingen voor speciale kopie
1. Selecteer Kader wissen (Frame erase) en druk op OK.
Volg de instructies op het scherm.
2. Druk op de knop Kleur als u in kleur wilt kopiëren of op de knop Zwart als u in zwart
-wit wilt kopiëren.
Opmerking
Sluit de documentklep.
Er kan een smalle zwarte marge rondom het beeld verschijnen. Met deze functie worden alleen de
donkere marges verwijderd. Als een gescand boek te dun is of als de machine dicht bij een raam
of in een fel verlichte omgeving wordt gebruikt, kan er toch een vaag zwart kader overblijven. Als het
origineel een donkere kleur heeft, kan het apparaat bovendien de documentkleur niet
onderscheiden van de schaduw, waardoor het document mogelijk enigszins wordt bijgesneden of
schaduw in de vouw wordt weergegeven.
Wanneer u op de functieknop aan de rechterzijde drukt terwijl Voorbeeld (Preview) wordt
weergegeven op het scherm, kunt u een voorbeeld van de afdruk weergeven op het
voorbeeldscherm.
Het voorbeeldscherm weergeven
Naar boven
Een bepaald gedeelte kopiëren (Afsnijden)
Sivu 336/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken via het bedieningspaneel van het apparaat > Kopiëren > Handige kopieerfuncties
gebruiken > Een bepaald gedeelte kopiëren (Afsnijden)
Een bepaald gedeelte kopiëren (Afsnijden)
U kunt een benodigd deel van het te kopiëren originele document afsnijden.
Instellingen voor speciale kopie
1. Selecteer Maskeren (Masking) en geef de linker- en rechterbovenhoek op van het
bijsnijdgebied met de knop
scherm te volgen.
,
,
of
of door de instructies op het LCD-
2. Druk na het opgeven van het afsnijdgebied op OK.
U kunt een voorbeeld van een afbeelding weergeven in het voorbeeldscherm.
3. Druk op de knop Kleur als u in kleur wilt kopiëren of op de knop Zwart als u in zwart
-wit wilt kopiëren.
Opmerking
Als u op de functieknop aan de linkerzijde drukt nadat u op OK hebt gedrukt in het scherm
Afbeelding bijsnijden (Trimming image) om het scherm voor de afdrukinstellingen weer te geven,
kunt u het scannen van het originele document herhalen.
Naar boven
Afbeeldingen kopiëren en een deel verwijderen (Maskeren)
Sivu 337/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken via het bedieningspaneel van het apparaat > Kopiëren > Handige kopieerfuncties
gebruiken > Afbeeldingen kopiëren en een deel verwijderen (Maskeren)
Afbeeldingen kopiëren en een deel verwijderen (Maskeren)
U kunt een benodigd deel van het te kopiëren originele document wissen (maskeren).
Instellingen voor speciale kopie
1. Selecteer Maskeren (Masking) en geef de linker- en rechterbovenhoek op van het
maskeringsgedeelte met de knop
scherm te volgen.
,
,
of
of door de instructies op het LCD-
2. Druk na het opgeven van het maskeergebied op OK.
U kunt een voorbeeld van een afbeelding weergeven in het voorbeeldscherm.
3. Druk op de knop Kleur als u in kleur wilt kopiëren of op de knop Zwart als u in zwart
-wit wilt kopiëren.
Opmerking
Als u op de functieknop aan de linkerzijde drukt nadat u op OK hebt gedrukt in het scherm
Afbeelding maskeren (Masking image) om het scherm voor de afdrukinstellingen weer te geven,
kunt u het scannen van het originele document herhalen.
Naar boven
Afdrukken vanaf een geheugenkaart
Sivu 338/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken met het bedieningspaneel van het apparaat > Afdrukken vanaf een geheugenkaart
Afdrukken vanaf een geheugenkaart
Foto's op een geheugenkaart afdrukken
Handige afdrukfuncties gebruiken
Handige weergavefuncties gebruiken
De kaartsleuf instellen als het geheugenkaartstation van de computer
Naar boven
Foto's op een geheugenkaart afdrukken
Sivu 339/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken met het bedieningspaneel van het apparaat > Afdrukken vanaf een geheugenkaart
>Foto's op een geheugenkaart afdrukken
Foto's op een geheugenkaart afdrukken
Zie Afdrukken vanaf een geheugenkaart voor de basisprocedure voor afdrukken vanaf een
geheugenkaart.
Naar boven
Items instellen
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken met het bedieningspaneel van het apparaat > Afdrukken vanaf een geheugenkaart
> Foto's op een geheugenkaart afdrukken > Items instellen
Items instellen
Scherm bevestiging afdrukinstellingen
Selecteer in de modus Memory card (Geheugenkaart) de foto die u wilt afdrukken met het Easyof
Scroll Wheel of de knop
, geef het aantal exemplaren op, druk op OK en vervolgens wordt
het scherm weergegeven.
Opmerking
Afhankelijk van de specifieke functie kunnen bepaalde combinaties van opties niet worden
opgegeven.
1.
Paginaformaat
Selecteer het paginaformaat van het geplaatste papier.
2.
Mediumtype
Selecteer het mediumtype van het geplaatste papier.
3.
Afdrukkwaliteit
Pas de afdrukkwaliteit aan op basis van het origineel.
4.
Met marges/Zonder marges
Hiermee selecteert u afdrukken met of zonder rand.
Opmerking
Wanneer u Gewoon papier (Plain paper) instelt bij Mediumtype (Media type), wordt de
foto afgedrukt met randen, ook al hebt u Zonder marges (Borderless) geselecteerd.
Scherm Geavanceerd (Advanced)
Wanneer u op de functieknop aan de linkerzijde drukt in het scherm voor bevestiging van de
afdrukinstellingen, wordt het scherm Geavanceerd (Advanced) weergegeven.
Als Auto fotocorrectie AAN (Auto photo fix ON) is geselecteerd, wordt de scène of het gezicht van
Sivu 340/836
Items instellen
een persoon op een foto geanalyseerd en wordt de meest geschikte correctie op elke foto
automatisch toegepast. Een donker gezicht als gevolg van tegenlicht wordt lichter gemaakt bij het
afdrukken. De functie herkent bijvoorbeeld ook landschappen, nachtopnames, personen,
enzovoort. en corrigeert automatisch elke foto door de meest geschikte kleur, helderheid of
contrast toe te passen voordat de foto wordt afgedrukt.
Opmerking
Foto’s op een geheugenkaart worden standaard met Auto fotocorrectie afgedrukt. In Auto
fotocorrectie kunt u alleen (1) datum, (2) bestandsnummer of (3) correctie rode ogen
opgeven.
Als u niet tevreden bent over het afdrukresultaat met Auto fotocorrectie, kunt u Handmatige
correctie (Manual correction) selecteren. Als u Handmatige correctie (Manual correction)
selecteert, kunt u elke geavanceerde instelling hieronder opgeven.
1.
Datum
De afdruk van de opnamedatum op de foto in-/uitschakelen.
2.
Bestandsnummer
De afdruk van het bestandsnummer op de foto in-/uitschakelen.
Opmerking
Het is niet mogelijk om zowel de opnamedatum als het bestandsnummer af te drukken
als Opmaak afdrukken is geselecteerd als afdrukfunctie in de geheugenkaartmodus.
Zelfs als Datum AAN (Date ON) en Bestandsnummer AAN (File no. ON) zijn ingesteld,
wordt alleen de opnamedatum afgedrukt. Als u het bestandsnummer wilt afdrukken,
selecteert u Datum UIT (Date OFF).
3.
Correctie rode ogen
Sivu 341/836
Items instellen
Sivu 342/836
Hiermee worden rode ogen in portretfoto's gecorrigeerd die worden veroorzaakt door
fotograferen met flitser.
4.
Vivid photo
Hiermee maakt u groen en blauw levendiger.
5.
Photo Optimizer PRO
Hiermee worden de helderheid en toonwaarden van een foto automatisch geoptimaliseerd.
6.
Ruisreductie
Hiermee vermindert u de beeldruis in blauwe gebieden, zoals de lucht, en in donkere
gebieden.
7.
Helderheid gezicht
Hiermee maakt u donkere gezichten lichter, bijvoorbeeld op foto's die met tegenlicht zijn
genomen.
8.
Image optimizer
Hiermee worden de rafelige randen van afdrukken gecorrigeerd en vloeiender gemaakt.
9.
Helderheid
Hiermee wordt de helderheid aangepast.
10.
Contrast
Hiermee wordt het contrast aangepast.
11.
Kleurtint
Hiermee wordt de kleurtint aangepast.
U kunt bijvoorbeeld de huidtint aanpassen door meer rood of geel toe te voegen.
12.
Effecten
Hiermee worden speciale effecten toegepast op de foto, zoals afdrukken in sepiatinten of met
een getekende afbeelding.
Naar boven
Afdrukken met het foto-indexblad
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken met het bedieningspaneel van het apparaat > Afdrukken vanaf een geheugenkaart
> Foto's op een geheugenkaart afdrukken > Afdrukken met het foto-indexblad
Afdrukken met het foto-indexblad
Een foto-indexblad is een vel gewoon papier van A4- of Letter-formaat waarop miniatuurafbeeldingen
worden afgedrukt van foto's op een geheugenkaart die zijn opgeslagen. Druk een foto-indexblad af,
markeer de afbeeldingen die u wilt afdrukken, scan het vel en de geselecteerde afbeeldingen worden
automatisch afgedrukt. U kunt met dit blad ook andere instellingen opgeven, zoals het papierformaat en
mediumtype. U hoeft daardoor geen instellingen op te geven via het bedieningspaneel van het apparaat.
1. Zorg dat het apparaat is ingeschakeld.
2. Plaats gewoon papier van A4- of Letter-formaat in de cassette.
3. Selecteer
Foto-indexblad (Photo index sheet) in het scherm HOME en druk
vervolgens op OK.
4. Controleer of
Afdruk foto-indexbl. (Index sheet print) is geselecteerd en druk
Sivu 343/836
Afdrukken met het foto-indexblad
vervolgens op OK.
5. Plaats een geheugenkaart in de kaartsleuf volgens de instructies op het LCDscherm.
Let op
Haal de geheugenkaart pas uit de kaartsleuf nadat het afdrukken van de foto-indexbladen is
voltooid.
Opmerking
Zie Afdrukken vanaf een geheugenkaart voor meer informatie over het plaatsen van de
geheugenkaart.
6. Selecteer een bereik van afbeeldingen die u wilt opnemen in het foto-indexblad en
druk vervolgens op OK.
U hebt de volgende mogelijkheden voor het bereik.
Alle foto's afdrukken (Print all photos):
Hiermee worden alle afbeeldingen afgedrukt.
Aantal kopieën instellen (Set no. of copies):
Hiermee wordt het opgegeven aantal afbeeldingen afgedrukt, te beginnen bij de meest recente.
Zoeken (Search):
Hiermee drukt u foto's af door het datumbereik voor de opname op te geven.
Opmerking
Afhankelijk van het aantal foto's dat op de geheugenkaart is opgeslagen kan het even duren
voordat het scherm Zoeken (Search) wordt weergegeven.
7. Druk op de knop Kleur om het afdrukken van het foto-indexblad te starten.
Er worden een of meer foto-indexbladen afgedrukt.
Opmerking
Wanneer er 31 of meer afbeeldingen zijn geselecteerd, worden er twee of meer fotoindexbladen afgedrukt.
8. Vul op het foto-indexblad de gewenste keuzerondjes in.
Vul de gewenste keuzerondjes in (
) met een donker potlood of een zwarte pen om de gewenste
foto's en instellingen voor het afdrukken te selecteren.
Juist
Onjuist
(a) Vinkje
(b) Alleen een streepje
(c) Te licht
Sivu 344/836
Afdrukken met het foto-indexblad
A. Selecteer het paginaformaat en andere afdrukinstellingen.
B. Selecteer indien nodig de optie Datum/Auto afbeeldingscorrectie.
C. Vul dit keuzerondje in als u van alle foto's een exemplaar wilt afdrukken.
* Wanneer u dit keuzerondje invult, wordt een aantal exemplaren dat u eventueel voor iedere
foto opgeeft, genegeerd en wordt van alle foto's één exemplaar afgedrukt.
D. Selecteer het aantal exemplaren (vul een keuzerondje in onder elke foto die u wilt afdrukken).
E. Bevestig de instellingen en volg de beschreven afdrukprocedure.
F. Vul dit keuzerondje in als u hetzelfde foto-indexblad nogmaals wilt afdrukken.
* Als u dit keuzerondje invult, worden alle andere gekozen instellingen genegeerd.
G. Zorg ervoor dat er geen vlekken op de streepjescode komen.
Als de streepjescode vuil is of gekreukeld raakt, wordt het foto-indexblad wellicht niet goed
gescand.
Belangrijk
Zorg dat u voor elke instelling een keuzerondje invult (de opties Datum, Automatische
afbeeldingscorrectie en Correctie van rode ogen zijn niet verplicht).
Als er meerdere foto-indexbladen zijn, vult u alle bladen in.
Als de ingevulde keuzerondjes op het foto-indexblad niet donker of groot genoeg zijn, kan
het Foto-indexblad mogelijk niet goed worden gescand.
9. Plaats het papier.
Controleer of het paginaformaat en het mediumtype van het geplaatste papier overeenkomen met
de gegevens op het foto-indexblad.
Opmerking
Wanneer u afbeeldingen afdrukt met het foto-indexblad, kunt u als paginaformaat 4 x 6 inch
(101,6 x 152,4 mm), 5 x 7 inch (127 x 177,8 mm), 8,5 x 11 inch (Letter) of A4 opgeven.
10. Controleer of
Scan blad en druk af (Scan sheet and print) is geselecteerd
en druk vervolgens op OK.
11. Plaats het foto-indexblad met de beeldzijde naar beneden op de glasplaat en druk op
de knop OK.
Plaats het foto-indexblad met de voorzijde omlaag en lijn de linker bovenhoek uit met de
Sivu 345/836
Afdrukken met het foto-indexblad
Sivu 346/836
positiemarkering, zoals wordt weergegeven in de volgende afbeelding.
Het foto-indexblad wordt gescand en de opgegeven foto's worden afgedrukt.
Verwijder het foto-indexblad van de glasplaat nadat het afdrukken is voltooid.
Belangrijk
Als Foto-indexblad kan niet worden gescand (Failed to scan Photo Index Sheet) op het LCDscherm wordt weergegeven, drukt u op OK en controleert u het volgende:
Is de glasplaat of het foto-indexblad misschien vuil?
Is het foto-indexblad in de juiste positie geplaatst, met de voorzijde naar beneden?
Hebt u alle vereiste keuzerondjes op het blad ingevuld?
Zijn er misschien meerdere opties geselecteerd voor een item waarvoor de selectie van
meerdere opties niet is toegestaan?
Verwijder de geheugenkaart niet tijdens het afdrukken.
Opmerking
Druk op de knop Stop om het afdrukken te annuleren.
Als u meer foto's wilt afdrukken met volgende foto-indexbladen, herhaalt u de procedure vanaf
stap 10.
Als de geheugenkaart uit de kaartsleuf is gehaald en weer is teruggeplaatst en u vervolgens
gaat afdrukken met het foto-indexblad, kan het enige tijd duren voordat het afdrukken begint.
Naar boven
Handige afdrukfuncties gebruiken
Sivu 347/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken via het bedieningspaneel van het apparaat > Afdrukken vanaf een geheugenkaart >
Handige afdrukfuncties gebruiken
Handige afdrukfuncties gebruiken
Foto's op een geheugenkaart afdrukken in verschillende indelingen
U kunt kiezen uit de volgende afdrukmethoden.
Opmaak afdrukken (Layout Print)
U kunt foto's van uw keuze afdrukken in de opgegeven indeling.
Meerdere foto's op één vel papier afdrukken (Opmaak afdrukken)
Stickers afdrukken
U kunt uw favoriete foto met rand afdrukken op Canon-fotostickers.
Afdrukken op stickers (Sticker)
DPOF print
Als u DPOF-instellingen (Digital Print Order Format) op uw digitale camera hebt gekozen, kunt
u met deze instellingen afdrukken.
DPOF print
Afdruk opgenomen info
U kunt foto-informatie over het moment dat de opname werd gemaakt (Exif-informatie)
afdrukken in de marge van een foto-indexblad of in de marge van geselecteerde afzonderlijke
foto's.
Afdruk opgenomen info
Foto-index afdrukken
U kunt een overzicht afdrukken van alle foto's die zijn opgeslagen op een geheugenkaart.
Foto-index afdrukken
Alle foto's afdrukken
U kunt alle foto's afdrukken die op een geheugenkaart zijn opgeslagen.
Alle foto's afdrukken
ID-foto's afdrukken
U kunt een foto op een geheugenkaart afdrukken in het ID-fotoformaat.
ID-foto's afdrukken – Id-fotoformaat afdrukken
Kalender afdrukken
U kunt een kalender afdrukken met foto's die zijn opgeslagen op een geheugenkaart.
Een kalender maken – Kalender afdrukken
Naar boven
Instellingen voor het afdrukken van een foto op een geheugenkaart
Sivu 348/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken met het bedieningspaneel van het apparaat > Afdrukken vanaf een geheugenkaart
> Handige afdrukfuncties gebruiken > Instellingen voor het afdrukken van een foto op een geheugenkaart
Instellingen voor het afdrukken van een foto op een
geheugenkaart
1. Zorg dat het apparaat is ingeschakeld.
2. Plaats papier.
3. Selecteer
Geheugenkaart (Memory card) op het scherm HOME en druk op
OK.
4. Plaats een geheugenkaart in de kaartsleuf.
Het menu van de geheugenkaart wordt weergegeven.
Opmerking
Zie Afdrukken vanaf een geheugenkaart voor meer informatie over het plaatsen van de
geheugenkaart.
Naar boven
Meerdere foto's op één vel papier afdrukken (Opmaak afdrukken)
Sivu 349/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken met het bedieningspaneel van het apparaat > Afdrukken vanaf een geheugenkaart
> Handige afdrukfuncties gebruiken > Meerdere foto’s op één vel papier afdrukken (Opmaak afdrukken)
Meerdere foto's op één vel papier afdrukken (Opmaak
afdrukken)
U kunt foto's van uw keuze afdrukken in de opgegeven indeling.
Instellingen voor het afdrukken van een foto op een geheugenkaart
Selecteer Opmaak afdrukken (Layout print) en druk op OK.
Volg de instructies op het scherm.
Opmerking
Als u een geselecteerd kader overslaat zonder er een foto in te plakken bij het selecteren van
Afzonderlijk plakken (Paste one by one), drukt u op de functieknop aan de linkerzijde op het fotoopmaakscherm.
Als u Zonder marges (Borderless) selecteert, kunt u het mediumtype niet instellen op Gewoon
papier (Plain paper).
Wanneer Gemengd 1 (Mixed 1), Gemengd 2 (Mixed 2) of Gemengd 3 (Mixed 3) is geselecteerd,
kunt u A4 of LTR(8,5"x11") (8.5" x 11" (LTR)) kiezen voor het paginaformaat.
U kunt niet tegelijkertijd foto's over meerdere pagina's heen afdrukken. Als u foto's hebt die twee of
meer pagina's omvatten, drukt u elke pagina af nadat u het gedeelte van de foto op de
desbetreffende pagina hebt geplakt.
Zelfs als Datum AAN (Date ON) en Bestandsnummer AAN (File no. ON) zijn ingesteld, wordt alleen
de opnamedatum afgedrukt. Als u het bestandsnummer wilt afdrukken, selecteert u Datum UIT
(Date OFF). U kunt niet zowel de opnamedatum als het bestandsnummer afdrukken.
Overige opties
Een bepaald gedeelte afdrukken (Afsnijden)
Foto's zoeken op opnamedatum (Zoeken)
Naar boven
Afdrukken op stickers (Sticker)
Sivu 350/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken via het bedieningspaneel van het apparaat > Afdrukken vanaf een geheugenkaart >
Handige afdrukfuncties gebruiken > Afdrukken op stickers (Sticker)
Afdrukken op stickers (Sticker)
U kunt uw favoriete foto met rand afdrukken op Canon-fotostickers.
Instellingen voor het afdrukken van een foto op een geheugenkaart
Selecteer Sticker (Sticker print) en druk op OK.
Volg de instructies op het scherm.
Opmerking
U kunt de cassette niet gebruiken om stickers af te drukken. Plaats de stickers in de achterste lade.
U kunt maar één vel met stickers tegelijk in de achterste lade plaatsen.
.
of
Selecteer het kader dat u wilt gebruiken met het Easy-Scroll Wheel of de knop
Als u zonder kader wilt afdrukken drukt u op de functieknop aan de linkerzijde wanneer Geen kader
wordt weergegeven op het scherm.
of
om het kader 180 graden te draaien
Wanneer de foto ondersteboven is gebruikt u de knop
totdat deze op de juiste manier tegen de foto is geplaatst.
Gebruik het scherm voor bijsnijden om het bijsnijdgebied te draaien en de foto 90 graden te
draaien zodat deze in het kader past.
Een bepaald gedeelte afdrukken (Afsnijden)
Overige opties
Handige weergavefuncties gebruiken
Een bepaald gedeelte afdrukken (Afsnijden)
Foto's zoeken op opnamedatum (Zoeken)
Naar boven
DPOF print
Sivu 351/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken via het bedieningspaneel van het apparaat > Afdrukken vanaf een geheugenkaart >
Handige afdrukfuncties gebruiken > DPOF print
DPOF print
Instellingen voor het afdrukken van een foto op een geheugenkaart
Selecteer DPOF print en druk op OK.
Als u DPOF-instellingen (Digital Print Order Format) op uw digitale camera hebt gekozen, kunt u met
deze instellingen afdrukken.
Opmerking
Dit apparaat ondersteunt de volgende DPOF-functies:
Versie:
Gebaseerd op versie 1.00
Ondersteunde indelingen:
CIFF, Exif (TIFF) en JFIF
Afdrukstijl standaardafdruk:
Hiermee worden foto's afgedrukt die met DPOF als 'standaardafdruk' zijn opgegeven.
Afdrukstijl indexafdruk:
Hiermee wordt een index van foto's afgedrukt die met DPOF als 'indexafdruk' zijn opgegeven.
Afdrukstijl meerdere exemplaren:
Hiermee wordt een foto afgedrukt die met DPOF als 'afdruk meerdere exemplaren' is opgegeven
(met het opgegeven aantal exemplaren en de opgegeven indeling)
Fotoselectie afdrukken:
Hiermee worden alleen foto's afgedrukt die zijn opgegeven met DPOF
Aantal kopieën:
Hiermee wordt het aantal exemplaren afgedrukt dat is opgegeven met DPOF
Afdrukken worden automatisch vergroot of verkleind om deze aan te passen aan het
paginaformaat. De randen van de foto kunnen worden afgesneden, afhankelijk van het
paginaformaat.
De volgorde van de foto's die zijn gesorteerd op opnamedatum, komt overeen met die van DPOF.
DPOF is een standaardindeling voor het vastleggen van informatie over afbeeldingen, zoals welke
afbeeldingen en hoeveel exemplaren moeten worden afgedrukt.
Naar boven
Afdruk opgenomen info
Sivu 352/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken via het bedieningspaneel van het apparaat > Afdrukken vanaf een geheugenkaart >
Handige afdrukfuncties gebruiken > Afdruk opgenomen info
Afdruk opgenomen info
U kunt foto-informatie over het moment dat de opname werd gemaakt (Exif-informatie) afdrukken in de
marge van een foto-indexblad of in de marge van geselecteerde afzonderlijke foto's.
Instellingen voor het afdrukken van een foto op een geheugenkaart
Selecteer Afdruk opgenomen info (Captured info print) en druk op OK.
Volg de instructies op het scherm.
Opmerking
De volgende afdrukmethoden zijn beschikbaar:
Eén foto (Single photo):
Hiermee wordt de informatie afgedrukt in de marge van de geselecteerde afzonderlijke foto's.
Lijst (List):
Hiermee wordt de informatie afgedrukt in de marge van het foto-indexblad van alle foto's of de
geselecteerde foto's. U kunt foto's selecteren om af te drukken op datum opname.
Overige opties
Handige kopieerfuncties gebruiken (Deze functie is alleen beschikbaar als Eén foto (Single
photo) is geselecteerd.)
Een bepaald gedeelte afdrukken (Afsnijden) (Deze functie is alleen beschikbaar als Eén foto
(Single photo) is geselecteerd.)
Foto's zoeken op opnamedatum (Zoeken)
Naar boven
Foto-index afdrukken
Sivu 353/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken via het bedieningspaneel van het apparaat > Afdrukken vanaf een geheugenkaart >
Handige afdrukfuncties gebruiken > Foto-index afdrukken
Foto-index afdrukken
U kunt een overzicht afdrukken van alle foto's die zijn opgeslagen op een geheugenkaart.
Instellingen voor het afdrukken van een foto op een geheugenkaart
1. Selecteer Foto-index afdrukken (Photo index print) en druk op OK.
2. Selecteer Alle foto's (All photos) en druk vervolgens op OK.
Volg de instructies op het scherm.
Opmerking
De volgende afdrukmethoden zijn beschikbaar:
Contactafdruk (Contact print): Afbeeldingen van 35-mm film worden afgedrukt in het negatieve
formaat, als bij een contactafdruk.
Normaal (Standard): Het aantal foto's dat op één vel papier kan worden afgedrukt, is afhankelijk van
het formaat van het papier.
A4/Letter: 80 foto's, 8 x 10 inch/203,2 x 254 mm: 72 foto's, 5 x 7 inch/127 x 177,8 mm: 35 foto's
4 x 6 inch/101,6 x 152,4 mm: 24 foto's, Breed/101,6 x 180,6 mm: 28 foto's
U kunt zoeken naar foto's die u wilt afdrukken met de opnamedatum.
Zoeken met de opnamedatum.
Foto's zoeken op opnamedatum (Zoeken)
Naar boven
Alle foto's afdrukken (Print all photos)
Sivu 354/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken via het bedieningspaneel van het apparaat > Afdrukken vanaf een geheugenkaart >
Handige afdrukfuncties gebruiken > Alle foto's afdrukken
Alle foto's afdrukken
U kunt alle foto's afdrukken die op een geheugenkaart zijn opgeslagen.
Instellingen voor het afdrukken van een foto op een geheugenkaart
Selecteer Alle foto's afdrukken (Print all photos) en druk op OK.
Volg de instructies op het scherm.
Opmerking
Overige opties
Foto's zoeken op opnamedatum (Zoeken)
Naar boven
ID-foto's afdrukken – Id-fotoformaat afdrukken
Sivu 355/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken via het bedieningspaneel van het apparaat > Afdrukken vanaf een geheugenkaart >
Handige afdrukfuncties gebruiken > ID-foto's afdrukken - Id-fotoformaat afdrukken
ID-foto's afdrukken – Id-fotoformaat afdrukken
U kunt foto's van een geheugenkaart afdrukken in speciale formaten zoals een ID-foto.
Instellingen voor het afdrukken van een foto op een geheugenkaart
1. Selecteer Id-fotoformaat afdrukken (ID photo size print) en druk op OK.
2. Selecteer de foto die u wilt afdrukken met het Easy-Scroll Wheel of de knop
of
en druk op OK.
Volg de instructies op het scherm.
Opmerking
De volgende formaten zijn beschikbaar:
Afdrukken op papier dat groter is dan het opgegeven papierformaat.
1,18 x 0,98 inch (3 x 2,5 cm)
1,57 x 1,18 inch (4 x 3 cm)
1,57 x 1,57 inch (4 x 4 cm)
1,57 x 2,36 inch (4 x 6 cm)
1,77 x 1,38 inch (4,5 x 3,5 cm)
1,77 x 1,77 inch (4,5 x 4,5 cm)
1,97 x 1,97 inch (5 x 5 cm)
2,17 x 2,17 inch (5,5 x 5,5 cm)
2,36 x 1,77 inch (4 x 6 cm)
4,72 x 4,72 inch (12 x 12 cm)
1 x 1,43 inch (2,5 x 3,6 cm)
1,43 x 2 inch (3,6 x 5,1 cm)
1,77 x 2,17 inch (4,5 x 5,5 cm)
Overige opties
Handige weergavefuncties gebruiken
Foto's zoeken op opnamedatum (Zoeken)
Naar boven
Een kalender maken – Kalender afdrukken
Sivu 356/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken via het bedieningspaneel van het apparaat > Afdrukken vanaf een geheugenkaart >
Handige afdrukfuncties gebruiken > Een kalender maken - Kalender afdrukken
Een kalender maken – Kalender afdrukken
U kunt een originele kalender samenstellen met uw favoriete foto's en een kalender.
Instellingen voor het afdrukken van een foto op een geheugenkaart
1. Selecteer Kalender afdrukken (Calendar print) en druk op OK.
Volg de instructies op het scherm.
Belangrijk
Plaats het papier altijd in de lengterichting.
Opmerking
De volgende indelingen zijn beschikbaar:
Papier: Staand Foto: Onder (liggend)
Papier: Staand Foto: Boven (liggend)
Papier: Liggend Foto: Rechts (staand)
Papier: Liggend Foto: Links (staand)
Selecteer liggend voor een foto met een liggende afdrukstand en staand voor een foto met een
staande afdrukstand.
of
Selecteer de indeling met het Easy-Scroll Wheel of de knop
. Als de foto ondersteboven is
of
de foto 180 graden draaien.
geplaatst, kunt u met de knop
Als u het begin van de week wilt aanpassen op de kalender drukt u op de linker functietoets op het
scherm waar Geavanceerd (Advanced) wordt weergegeven, en selecteert u vervolgens Begin van
de week (Start of the week).
Als u instellingen, zoals helderheid, wilt bevestiging of wijzigen drukt u op de linker functietoets op
het scherm waar Geavanceerd (Advanced) wordt weergegeven, en selecteert u vervolgens
Geavanceerde instellingen (Advanced settings).
Zelfs als Datum AAN (Date ON) en Bestandsnummer AAN (File no. ON) zijn ingesteld, wordt alleen
de opnamedatum afgedrukt. Als u het bestandsnummer wilt afdrukken, selecteert u Datum UIT
(Date OFF). U kunt niet zowel de opnamedatum als het bestandsnummer afdrukken.
Overige opties
Een bepaald gedeelte afdrukken (Afsnijden) (Deze functie is alleen beschikbaar als Eén foto
(Single photo) is geselecteerd.)
Foto's zoeken op opnamedatum (Zoeken)
Naar boven
Handige weergavefuncties gebruiken
Sivu 357/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken via het bedieningspaneel van het apparaat > Afdrukken vanaf een geheugenkaart >
Handige weergavefuncties gebruiken
Handige weergavefuncties gebruiken
De weergave wijzigen
Als u op de linker functietoets drukt wanneer Wijzig weergave (Change display) op het scherm
wordt weergegeven, kunt u de weergave van foto's wijzigen.
Normale schermweergave (Normal screen display) :
Hiermee wordt één foto weergegeven.
Miniatuurweergave (Thumbnail display):
Hiermee worden negen foto's weergegeven. Selecteer de foto met het Easy-Scroll Wheel of
,
,
of
en druk op + of - om het aantal exemplaren op te geven.
de knop
Weergave voll. scherm (Full-screen display):
Hiermee wordt één foto weergegeven op het volledige scherm.
Vergrote weergave (Enlarged display):
Hiermee wordt de foto tweemaal zo groot als het origineel weergegeven. Verplaats het
,
,
of
. Druk op OK om terug te keren
gedeelte dat moet worden weergegeven met
naar de vorige weergavemodus.
Diashow (Slide show):
Hiermee worden automatisch één voor één de volgende foto's weergegeven. Klik op de knop
Stop om de diavoorstelling te stoppen.
Naar boven
Een bepaald gedeelte afdrukken (Afsnijden)
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken via het bedieningspaneel van het apparaat > Afdrukken vanaf een geheugenkaart >
Handige weergavefuncties gebruiken > Een bepaald gedeelte afdrukken (afsnijden)
Een bepaald gedeelte afdrukken (Afsnijden)
U kunt afbeeldingen op het LCD-scherm bewerken door deze bij te snijden.
Opmerking
Snijd afbeeldingen pas bij nadat u op het scherm Afdrukinstellingen het paginaformaat en
mediumtype hebt opgegeven en hebt aangegeven of u afbeeldingen wilt afdrukken met of zonder
randen. Als u een papierformaat opgeeft nadat u de afbeelding hebt bijgesneden, kan het
afgesneden gedeelte aan het papier worden aangepast of volledig worden genegeerd.
1. Selecteer de foto die u wilt bijsnijden.
2. Druk op de rechter functietoets wanneer Bewerken (Edit) op het scherm wordt
weergegeven.
3. Selecteer Bijsnijden (Trimming) en druk op OK.
Het scherm voor bijsnijden wordt weergegeven.
4. Selecteer het gebied dat u wilt afdrukken.
,
,
en
:
Plaats het snijkader in de gewenste positie.
Easy-Scroll Wheel:
Hiermee stelt u het formaat van het snijkader in.
Draai het Easy-Scroll Wheel rechtsom om het formaat van het snijkader te vergroten en linksom om
het te verkleinen.
Linkerfunctietoets:
Hiermee past u de verhouding van het snijkader aan.
Rechter functietoets:
Hiermee draait u het snijkader.
Gebruik deze knop om het snijkader in te stellen op staand of liggend.
5. Druk op de knop OK om te bevestigen dat het door u geselecteerde gedeelte moet
worden bijgesneden.
Het bij te snijden gedeelte is opgegeven en de originele foto wordt weergegeven.
Opmerking
De bijgesneden afbeelding kan niet als nieuwe afbeelding op de geheugenkaart worden
opgeslagen.
Alleen voor bijgesneden foto's wordt het bijsnijdgebied weergegeven.
U kunt het ingestelde bijsnijdgebied aanpassen door op de rechter functietoets te drukken
wanneer Bijwerken (Edit) wordt weergegeven op het scherm, Afsnijden (Trimming) te
selecteren en vervolgens op OK te drukken.
U kunt het ingestelde bijsnijdgebied annuleren door op de rechter functietoets te drukken
wanneer Bijwerken (Edit) wordt weergegeven op het scherm, Afsnijden annuleren (Cancel
trimming) te selecteren en vervolgens op OK te drukken. Selecteer Getoonde afbeeldingen
Sivu 358/836
Een bepaald gedeelte afdrukken (Afsnijden)
Sivu 359/836
(Displayed images only) of Alle afbeeldingen (All images) en klik vervolgens op OK.
Naar boven
Foto's zoeken op opnamedatum (Zoeken)
Sivu 360/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken met het bedieningspaneel van het apparaat > Afdrukken vanaf een geheugenkaart
> Handige afdrukfuncties gebruiken > Foto's zoeken op opnamedatum (Zoeken)
Foto's zoeken op opnamedatum (Zoeken)
Wanneer op een geheugenkaart veel foto's zijn opgeslagen, kunt u desgewenst alleen foto's weergeven
en afdrukken die op een bepaalde datum of tussen bepaalde datums zijn genomen.
Opmerking
Als u het gewenste aantal afdrukken voor sommige foto's al hebt opgegeven voordat u zoekt op
opnamedatum of als sommige foto's al zijn toegekend aan een indeling, blijven deze foto's
geselecteerd voor afdrukken, ook als deze zijn genomen op een datum die niet de opgegeven
datum is of niet in het opgegeven bereik valt.
1. Het scherm voor de zoekmethode wordt weergegeven.
Instelling in Bewerken (Edit):
1. Druk op de rechter functietoets wanneer Bewerken (Edit) op het scherm wordt
weergegeven.
2. Selecteer Zoeken (Search) en druk op OK.
Het scherm Zoeken (Search) wordt weergegeven.
Instelling in Zoeken (Search) in het scherm Afdrukbereik opgeven (Specify print range):
1. Selecteer Zoeken (Search) en druk op OK.
Het scherm Zoeken (Search) wordt weergegeven.
2. Stel de zoekmethode in.
Als u slechts één datum wilt opgeven:
Selecteer Eén datum (One date only).
Als u het datumbereik wilt opgeven:
Selecteer Datumbereik kiezen (Select date range).
3. Druk op de knop OK.
Het scherm voor datuminvoer wordt weergegeven.
Opmerking
Afhankelijk van het aantal foto's dat op de geheugenkaart is opgeslagen kan het even duren
voordat het scherm voor datuminvoer wordt weergegeven.
4. Geef het datumbereik op en druk op OK.
Als u Eén datum (One date only) hebt geselecteerd:
1. Geef de datum op waarop u wilt zoeken en druk op OK.
Als u Datumbereik kiezen (Select date range) heeft geselecteerd:
1. Geef de startdatum op waarop u wilt zoeken en druk op OK.
2. Geef de einddatum op waarop u wilt zoeken en druk op OK.
Opmerking
De op te geven datum wordt weergegeven volgens de instellingen van Datumweergave (Date
display) in Geavanceerde instellingen (Advanced settings) onder Apparaatinstellingen (Device
settings).
De apparaatinstellingen wijzigen op het LCD-scherm
Als u het geselecteerde datumbereik wilt annuleren, drukt u op de rechter functieknop wanneer
Bewerken (Edit) wordt weergegeven op het scherm, en selecteer Gekozen datum annuleren
(Cancel selected date) en drukt u vervolgens op OK.
Naar boven
De kaartsleuf instellen als het geheugenkaartstation van de computer
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken met het bedieningspaneel van het apparaat > Afdrukken vanaf een geheugenkaart
>De kaartsleuf instellen als het geheugenkaartstation van de computer
De kaartsleuf instellen als het geheugenkaartstation van de
computer
De kaartsleuf van het apparaat kan ook worden gebruikt als het geheugenkaartstation van de
computer.
Belangrijk
Als Lees-/schrijfkenmerk (Read/write attribute) in Geavanceerde Instellingen (Advanced
settings) bij Apparaatinstellingen (Device settings) is ingesteld op Bechrijfbaar van pc
(Writable from PC), kunt u geen foto's op een geheugenkaart afdrukken via het
bedieningspaneel van het apparaat. Nadat u de kaartsleuf als het geheugenkaartstation van
de computer hebt gebruikt, verwijdert u de geheugenkaart en stelt u het Lees-/schrijfkenmerk
(Read/write attribute) in op Niet beschrijfb. van pc (Not writable from PC). Als u het apparaat
uitschakelt, wordt Beschrijfbaar van pc (Writable from pc) geannuleerd en wordt Niet
beschrijfb. van pc (Not writable from pc) weer ingesteld wanneer u het apparaat de volgende
keer inschakelt.
1. Controleer of de geheugenkaart niet is geplaatst.
Als de geheugenkaart wel is geplaatst, verwijdert u deze uit de kaartsleuf. Zie Afdrukken vanaf
een geheugenkaart voor meer informatie.
2. Selecteer
Instellingen (Settings) op het scherm HOME en druk op OK.
3. Selecteer
Apparaatinstellingen (Device settings) en druk op OK.
4. Selecteer Geavanceerde instellingen (Advanced settings) en druk op OK.
5. Selecteer Lees-/schrijfkenmerk (Read/write attribute) en druk vervolgens op
OK.
6. Geef het lees-/schrijfkenmerk op.
Niet beschrijfb. van pc (Not writable from PC)
De kaartsleuf wordt alleen gebruikt om te lezen. Selecteer deze modus als u foto's vanaf een
geheugenkaart afdrukt.
Beschrijfbaar van pc (Writable from PC)
De kaartsleuf wordt gebruikt als het geheugenkaartstation van een computer die via de USBkabel met het apparaat is verbonden. Gegevens kunnen op de geheugenkaart gezet worden
vanaf de computer die met USB is verbonden.
7. Druk op de knop OK.
Belangrijk
Als u de kaartsleuf gebruikt als een geheugenkaartstation voor de computer, moet u een
'veilige verwijdering' uitvoeren op de computer voordat u de geheugenkaart uit het apparaat
verwijdert.
Klik in Windows met de rechtermuisknop op het pictogram van de verwisselbare schijf
en klik op Uitwerpen (Eject). Als Uitwerpen (Eject) niet op het scherm wordt
weergegeven, controleert u of het lampje [Access] (Indicatie) niet knippert en verwijdert u
de geheugenkaart.
Op een Macintosh sleept u het pictogram
de prullenmand.
Toegewezen station (Mount drive) naar
Sivu 361/836
De kaartsleuf instellen als het geheugenkaartstation van de computer
Sivu 362/836
Naar boven
Foto's afdrukken van afgedrukte foto's
Sivu 363/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken met het bedieningspaneel van het apparaat > Foto's afdrukken van afgedrukte
foto's
Foto's afdrukken van afgedrukte foto's
Afdrukken van afgedrukte foto's
Handige afdrukfuncties gebruiken
Handige weergavefuncties gebruiken
Naar boven
Afdrukken van afgedrukte foto's
Sivu 364/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken met het bedieningspaneel van het apparaat > Foto's afdrukken van afgedrukte
foto's > Afdrukken van foto's
Afdrukken van afgedrukte foto's
Zie Foto's afdrukken van afgedrukte foto's voor meer informatie over de algemene procedures voor het
afdrukken van een afgedrukte foto.
Naar boven
Items instellen
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken met het bedieningspaneel van het apparaat > Foto's afdrukken van afgedrukte
foto's > Afdrukken van afgedrukte foto's > Items instellen
Items instellen
Scherm bevestiging afdrukinstellingen
Selecteer in de modus Fotoreproductie de foto die u wilt afdrukken met het Easy-Scroll Wheel of
of
, geef het aantal exemplaren op, druk op OK en vervolgens wordt het scherm
de knop
weergegeven.
Opmerking
Afhankelijk van de specifieke functie kunnen bepaalde combinaties van opties niet worden
opgegeven.
1.
Paginaformaat
Selecteer het paginaformaat van het geplaatste papier.
2.
Mediumtype
Selecteer het fotopapier dat u wilt gebruiken.
3.
Afdrukkwaliteit
Pas de afdrukkwaliteit aan op basis van het origineel.
4.
Met marges/Zonder marges
Hiermee selecteert u afdrukken met of zonder rand.
Scherm geavanceerde afdrukinstellingen
Wanneer u op de functieknop aan de linkerzijde drukt in het scherm voor bevestiging van de
afdrukinstellingen, wordt het scherm Geavanceerd (Advanced) weergegeven.
Als Auto fotocorrectie AAN (Auto photo fix ON) is geselecteerd, wordt de scène of het gezicht van
een persoon op een foto geanalyseerd en wordt de meest geschikte correctie op elke foto
automatisch toegepast. Een donker gezicht als gevolg van tegenlicht wordt lichter gemaakt bij het
afdrukken. De functie herkent bijvoorbeeld ook landschappen, nachtopnames, personen,
enzovoort en corrigeert automatisch elke foto door de meest geschikte kleur, helderheid of
contrast toe te passen voordat de foto wordt afgedrukt.
Sivu 365/836
Items instellen
Sivu 366/836
Opmerking
Als u niet tevreden bent over het afdrukresultaat met Auto fotocorrectie, kunt u Handmatige
correctie (Manual correction) selecteren. Als u Handmatige correctie (Manual correction)
selecteert, kunt u de volgende geavanceerde instellingsitems opgeven.
1.
Helderheid gezicht
Hiermee maakt u donkere gezichten lichter, bijvoorbeeld op foto's die met tegenlicht zijn
genomen.
2.
Vervagingscorrectie
Hiermee worden kleuren gecorrigeerd van foto's die door de tijd heen zijn vervaagd of
verkleurd.
3.
Helderheid
Hiermee wordt de helderheid aangepast.
4.
Contrast
Hiermee wordt het contrast aangepast.
5.
Kleurtint
Hiermee wordt de kleurtint aangepast.
U kunt bijvoorbeeld de huidtint aanpassen door meer rood of geel toe te voegen.
Naar boven
Handige afdrukfuncties gebruiken
Sivu 367/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken via het bedieningspaneel van het apparaat > Foto afdrukken van afgedrukte foto's >
Handige afdrukfuncties gebruiken
Handige afdrukfuncties gebruiken
Speciale fotoafdrukken
Kies de gewenste afdrukmethode.
Sticker (Sticker print)
U kunt uw favoriete foto met rand afdrukken op Canon-fotostickers of u kunt uw eigen stickers
maken.
Afdrukken op stickers (Sticker)
Alle foto's afdrukken
U kunt alle gescande foto's afdrukken.
Alle foto’s afdrukken (Alle foto’s afdrukken)
Naar boven
Instellingen voor afdrukken van een gescande foto
Sivu 368/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken via het bedieningspaneel van het apparaat > Foto afdrukken van afgedrukte foto's >
Handige afdrukfuncties gebruiken > Instellingen voor afdrukken van een gescande foto
Instellingen voor afdrukken van een gescande foto
1. Zorg dat het apparaat is ingeschakeld.
2. Selecteer
Fotoreproductie (Easy photo reprint) in het scherm HOME en druk
op OK.
3. Volg de aanwijzingen op het scherm en druk vervolgens op de knop OK om een
afgedrukte foto te scannen.
Het scherm Fotoreproductie (Easy photo reprint) wordt weergegeven.
4. Plaats papier in de achterste lade.
Opmerking
Zie Foto's afdrukken van afgedrukte foto's voor meer informatie over de algemene procedures voor
het afdrukken van een afgedrukte foto.
Naar boven
Afdrukken op stickers (Sticker)
Sivu 369/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken via het bedieningspaneel van het apparaat > Foto afdrukken van een afgedrukte
foto > Handige afdrukfuncties gebruiken > Afdrukken op stickers (Sticker)
Afdrukken op stickers (Sticker)
U kunt uw eigen stickers maken van een gescande foto met Canon-fotostickers.
Instellingen voor afdrukken van een gescande foto
1. Selecteer Sticker (Sticker print) en druk op OK.
2. Selecteer indeling en druk op OK.
Volg de instructies op het scherm.
Opmerking
U kunt de cassette niet gebruiken om stickers af te drukken. Plaats de stickers in de achterste lade.
U kunt maar één vel met stickers tegelijk in de achterste lade plaatsen.
Overige opties
De weergave wijzigen
Een bepaald gedeelte afdrukken (Afsnijden)
Naar boven
Alle foto’s afdrukken (Alle foto’s afdrukken)
Sivu 370/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken via het bedieningspaneel van het apparaat > Foto afdrukken van een afgedrukte
foto > Handige afdrukfuncties gebruiken > Alle foto's afdrukken (Alle foto's afdrukken)
Alle foto's afdrukken (Alle foto's afdrukken)
U kunt alle gescande foto's afdrukken.
Instellingen voor afdrukken van een gescande foto
1. Selecteer Alle foto's afdrukken (Print all photos) en druk op OK.
Volg de instructies op het scherm.
Naar boven
Handige weergavefuncties gebruiken
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken via het bedieningspaneel van het apparaat > Foto's afdrukken van afgedrukte foto's
> Handige weergavefuncties gebruiken
Handige weergavefuncties gebruiken
De weergave wijzigen
Als u op de linkerfunctietoets drukt wanneer Wijzig weergave (Change display) op het scherm
wordt weergegeven, kunt u de weergave van foto's wijzigen.
Normale schermweergave (Normal screen display)
Hiermee wordt één foto weergegeven.
Weergave voll. scherm (Full-screen display)
Hiermee wordt één foto weergegeven op het volledige scherm.
Vergrote weergave (Enlarged display)
Hiermee wordt de foto tweemaal zo groot als het origineel weergegeven. Verplaats het
,
,
of
. Druk op OK om terug te keren
gedeelte dat moet worden weergegeven met
naar de vorige weergavemodus.
Een bepaald gedeelte afdrukken (Afsnijden)
U kunt afbeeldingen op het LCD-scherm bewerken door deze bij te snijden.
1. Selecteer de foto die u wilt bijsnijden.
2. Druk op de rechterfunctietoets wanneer Bewerken (Edit) op het scherm wordt
weergegeven.
3. Selecteer Bijsnijden (Trimming) en druk op OK.
Het scherm voor bijsnijden wordt weergegeven.
4. Selecteer het gebied dat u wilt afdrukken.
,
,
en
:
Plaats het snijkader in de gewenste positie.
Easy-Scroll Wheel:
Hiermee stelt u het formaat van het snijkader in.
Draai het Easy-Scroll Wheel rechtsom om het formaat van het snijkader te vergroten en
linksom om het te verkleinen.
Linkerfunctietoets:
Hiermee past u de verhouding van het snijkader aan.
Rechterfunctietoets:
Hiermee draait u het snijkader.
Gebruik deze knop om het snijkader in te stellen op staand of liggend.
5. Druk op de knop OK om te bevestigen dat het door u geselecteerde gedeelte
Sivu 371/836
Handige weergavefuncties gebruiken
Sivu 372/836
moet worden bijgesneden.
Het bij te snijden gedeelte is opgegeven en de originele foto wordt weergegeven.
Opmerking
Alleen voor bijgesneden foto's wordt het bijsnijdgebied weergegeven.
U kunt het ingestelde bijsnijdgebied aanpassen door op de rechterfunctietoets te
drukken wanneer Bijwerken (Edit) wordt weergegeven op het scherm, Afsnijden
(Trimming) te selecteren en vervolgens op OK te drukken.
U kunt het ingestelde bijsnijdgebied annuleren door op de rechterfunctietoets te drukken
wanneer Bijwerken (Edit) wordt weergegeven op het scherm, Afsnijden annuleren
(Cancel trimming) te selecteren en vervolgens op OK te drukken. Selecteer Getoonde
afbeeldingen (Displayed images only) of Alle afbeeldingen (All images) en klik
vervolgens op OK.
Naar boven
Scannen
Sivu 373/836
Uitgebreide Handleiding > Scannen
Scannen
Afbeeldingen scannen
Gescande gegevens op het USB-flashstation of de geheugenkaart opslaan vanaf het
bedieningspaneel van het apparaat
Gescande gegevens op de pc opslaan vanaf het bedieningspaneel van het apparaat
Scannen met de meegeleverde toepassingssoftware
Scannen met andere toepassingssoftware
Andere scanmethoden
Naar boven
Afbeeldingen scannen
Sivu 374/836
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Afbeeldingen scannen
Afbeeldingen scannen
Afbeeldingen scannen
Voordat u gaat scannen
Documenten plaatsen
Naar boven
Afbeeldingen scannen
Sivu 375/836
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Afbeeldingen scannen > Afbeeldingen scannen
Afbeeldingen scannen
U kunt afbeeldingen vanaf het apparaat naar een computer scannen zonder ze af te drukken. Vervolgens
kunt u ze als gangbare afbeeldingsgegevens opslaan, zoals JPEG, TIFF, bitmaps of PDF. U kunt de
gescande afbeeldingen ook in PDF- of JPEG-gegevensindeling opslaan op de geheugenkaart of op een
USB-flashstation.
Selecteer de gewenste scanmethode.
Gescande gegevens op het USB-flashstation of de geheugenkaart opslaan vanaf het
bedieningspaneel van het apparaat
Gescande gegevens op de pc opslaan vanaf het bedieningspaneel van het apparaat
Scannen met de meegeleverde toepassingssoftware
Scannen met andere toepassingssoftware
Naar boven
Voordat u gaat scannen
Sivu 376/836
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Afbeeldingen scannen > Voordat u gaat scannen
Voordat u gaat scannen
Voordat u afbeeldingen gaat scannen, controleert u het volgende:
Voldoet het te scannen document aan de vereisten voor een origineel
dat op de glasplaat moet worden gelegd?
Als u de gegevens opslaat op een pc, raadpleegt u Documenten plaatsen voor meer informatie.
Zie Papier/originelen plaatsen voor meer informatie als u de gegevens opslaan op het USBflashstation of de geheugenkaart.
Naar boven
Documenten plaatsen
Sivu 377/836
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Afbeeldingen scannen > Documenten plaatsen
Documenten plaatsen
Informatie over het plaatsen van documenten op de Foto's/documenten (plaat) van het apparaat. Plaats
documenten op de juiste manier, volgens het type document dat u scant. Anders worden de
documenten mogelijk niet goed gescand.
Belangrijk
Zorg dat de documentklep tijdens het scannen van documenten is gesloten.
Plaats documenten zoals hieronder wordt beschreven, zodat het apparaat het document
automatisch kan herkennen.Wanneer u scant met opgave van het documentformaat, lijnt u een
bovenhoek van het document uit met de hoek met het pijltje op de glasplaat, ongeacht het
documenttype.
Documenten plaatsen
Voor het scannen van foto's, Hagaki,
visitekaartjes of CD's/DVD's
Voor het scannen van tijdschriften, nieuwsbladen
of tekstdocumenten
Eén document plaatsen
Plaats het document met de bedrukte zijde naar
beneden op de glasplaat. Lijn de bovenhoek van
het document uit met de hoek bij de pijl van de
glasplaat.
Plaats het document met de te scannen zijde naar
beneden op de glasplaat, waarbij u 1 cm (3/8 inch)
of meer ruimte vrij laat tussen de randen van de
glasplaat en van het document.
Belangrijk
Als het document te groot is om ruimte vrij te
laten tussen de rand/pijl van de glasplaat
(bijvoorbeeld een foto van A4-formaat), scant u
door het bestandsformaat op te geven.
Reflecterende CD/DVD-labels worden
mogelijk niet correct gescand.
Meerdere documenten plaatsen
Houd een ruimte vrij van 1 cm (3/8 inch) of meer
tussen de rand van de glasplaat en het document
en tussen de documenten.
Documenten plaatsen
Sivu 378/836
Opmerking
U kunt maximaal 10 documenten plaatsen.
Als u documenten iets scheef plaatst (10
graden of minder), wordt de positie
automatisch gecorrigeerd.
Naar boven
Gescande gegevens op het USB-flashstation of de geheugenkaart opslaan vanaf het ... Sivu 379/836
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Gescande gegevens op het USB-flashstation of de geheugenkaart opslaan vanaf
het bedieningspaneel van het apparaat
Gescande gegevens op het USB-flashstation of de
geheugenkaart opslaan vanaf het bedieningspaneel van het
apparaat
Gescande gegevens op het USB-flashstation of de geheugenkaart opslaan vanaf het
bedieningspaneel van het apparaat
Naar boven
Gescande gegevens op het USB-flashstation of de geheugenkaart opslaan vanaf het ... Sivu 380/836
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Gescande gegevens op het USB-flashstation of de geheugenkaart opslaan vanaf
het bedieningspaneel van het apparaat > Gescande gegevens op het USB-flashstation of de geheugenkaart opslaan
vanaf het bedieningspaneel van het apparaat
Gescande gegevens op het USB-flashstation of de
geheugenkaart opslaan vanaf het bedieningspaneel van het
apparaat
U kunt gescande gegevens op het USB-flashstation of de geheugenkaart opslaan vanaf het
bedieningspaneel.
Belangrijk
Voordat u het USB-flashstation plaatst.
Als het USB-flashstation niet in de poort voor direct afdrukken van het apparaat kan worden
geplaatst, moet u mogelijk een verlengsnoer gebruiken. Vraag een elektronicahandel om meer
informatie.
Afhankelijk van het type USB-flashstation kan de werking niet worden gegarandeerd.
U kunt sommige USB-flashstations met beveiligingsinstellingen mogelijk niet gebruiken.
Verwijder het USB-flashstation of de geheugenkaart niet uit het apparaat bij de volgende
omstandigheden:
als er wordt gescand
voordat gescande gegevens zijn opgeslagen
U kunt het USB-flashstation en de geheugenkaart niet tegelijkertijd gebruiken. Gebruik een van
deze twee media om gescande gegevens op te slaan.
Gescande gegevens die zijn opgeslagen op het USB-flashstation of de geheugenkaart, kunnen
niet worden afgedrukt.
Om veiligheidsredenen wordt u aangeraden de gescande gegevens die op een geheugenkaart of
USB-flashstation zijn opgeslagen, regelmatig op een ander medium op te slaan om onverwacht
verlies te voorkomen.
Canon is niet aansprakelijk voor enige schade of verlies van gegevens om welke reden dan ook,
ook niet binnen de garantieperiode.
1. Zorg dat het apparaat is ingeschakeld.
2. Selecteer
Scannen (Scan) in het scherm HOME en druk op OK.
Het scherm waarin u kunt selecteren waar de gegevens worden opgeslagen, wordt weergegeven.
3. Plaats het USB-flashstation in de poort voor Direct afdrukken of plaats de
geheugenkaart in de kaartsleuf.
Opmerking
Zie Afdrukken vanaf een geheugenkaart voor meer informatie over de typen geheugenkaarten
die compatibel zijn met het apparaat.
4. Selecteer USB-flashstation (USB flash drive) of Geheugenkaart (Memory card) en
druk op OK.
5. Selecteer Opsln op USB-flash (Save to USB flash) als u USB-flashstation (USB
Gescande gegevens op het USB-flashstation of de geheugenkaart opslaan vanaf het ... Sivu 381/836
flash drive) hebt geselecteerd in stap 3, of Opslaan op geheugenkaart (Save to
memory card) als u Geheugenkaart (Memory card) hebt geselecteerd, drukt u op
OK.
Het scherm Document scannen (Scan document) wordt weergegeven.
6. Geef de benodigde instellingen op en druk op OK.
Items instellen
7. Plaats het origineel op de glasplaat volgens de instructies op het LCD-scherm.
Opmerking
Zie Papier/originelen plaatsen voor informatie over het plaatsen van originelen op de glasplaat.
8. Druk op Kleur als u in kleur wilt scannen of op de knop Zwart als u in zwart-wit wilt
scannen.
Als Voorbeeld AAN is geselecteerd, drukt u op de knop OK nadat het voorbeeldscherm wordt
weergegeven op het LCD-scherm.
Het scannen begint en de gescande gegevens worden opgeslagen op het USB-flashstation of op
de geheugenkaart, afhankelijk van uw selectie.
Verwijder de originelen van de glasplaat nadat het scannen is voltooid.
Opmerking
U kunt afbeeldingen alleen doorlopend scannen als u PDF selecteert. Ga door met scannen
volgens het bevestigingsscherm. U kunt maximaal 100 pagina's met afbeeldingen opslaan in
één PDF-bestand.
Als het USB-flashstation of de geheugenkaart vol raakt tijdens het scannen van afbeeldingen,
kunt u alleen de al gescande afbeeldingen opslaan.
U kunt maximaal 2000 bestanden met gescande gegevens in JPEG- en PDFgegevensindeling opslaan.
De gescande gegevens worden opgeslagen in de volgende map op het USB-flashstation of
de geheugenkaart en de bestandsnaam is als volgt:
Mapnaam (bestandsextensie: PDF): CANON_SC\DOCUMENT\0001
Mapnaam (bestandsextensie: JPG): CANON_SC\IMAGE\0001
Bestandsnaam: opeenvolgende nummers, beginnend bij SCN_0001
Bestandsdatum: 01/01/2008
Gescande gegevens die zijn opgeslagen op de geheugenkaart importeren naar de computer.
Als u de gescande gegevens die zijn opgeslagen op de geheugenkaart importeert naar de
computer, importeert u de gegevens nadat een van de onderstaande bewerkingen is uitgevoerd:
-Het apparaat uitschakelen en weer inschakelen.
-De geheugenkaart verwijderen en opnieuw in de kaartsleuf plaatsen.
U kunt de gescande gegevens die zijn opgeslagen op de geheugenkaart optimaliseren of afdrukken
met MP Navigator EX. Zie Afbeeldingen importeren die zijn opgeslagen op een geheugenkaart voor
meer informatie.
Gescande gegevens die zijn opgeslagen op het USB-flashstation importeren naar de computer.
U kunt de gescande gegevens die zijn opgeslagen op het USB-flashstation importeren op de
computer.
Nadat u de gegevens hebt gescand, sluit u het USB-flashstation aan op de computer en importeert
u de gegevens met Windows Verkenner.
U kunt de gescande gegevens die zijn opgeslagen op het USB-flashstation importeren op de
computer.
Nadat u de gegevens hebt gescand, sluit u het USB-flashstation aan op de computer en importeert
u de gegevens.
Naar boven
Items instellen
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Gescande gegevens op het USB-flashstation of de geheugenkaart opslaan vanaf
het bedieningspaneel van het apparaat > Gescande gegevens op het USB-flashstation of de geheugenkaart opslaan
vanaf het bedieningspaneel van het apparaat > Items instellen
Items instellen
Scherm Document scannen (Scan document)
Instellingen uitvoeren in gescande gegevens die zijn opgeslagen op het USB-flashstation of de
geheugenkaart.
1.
Documenttype
Selecteer het type origineel dat op de glasplaat is geplaatst.
2.
Scanformaat (Scan size)
Selecteer het formaat origineel dat op de glasplaat is geplaatst.
3.
Scanresolutie (Scan resolution)
Selecteer de resolutie voor scannen.
4.
Gegevensindeling
Selecteer de gegevensindeling van de gescande gegevens.
Scherm Geavanceerd (Advanced)
Als u op de linkerfunctietoets drukt in het scherm Document scannen (Scan document), wordt het
scherm Geavanceerd (Advanced) weergegeven.
1.
Voorbeeld (Preview)
U kunt met deze optie opgeven of u een voorbeeld wilt weergeven van de gegevens.
2.
Beeld verscherpen (Unsharp mask)
De contouren van kleine tekens of dunne objecten kunnen worden geaccentueerd. Selecteer
Onschrp masker AAN (Unsharp mask ON) als u de contouren van de gescande gegevens
wilt accentueren.
Sivu 382/836
Items instellen
3.
Sivu 383/836
Moiré-reductie (Descreen)*1
Een afdruk bestaat uit miniscule punten waarmee tekens of grafieken worden gemaakt. Als u
elke punt wijzigt, kan dit oneven schaduwen of een streeppatroon veroorzaken. Selecteer
Onteffenen AAN (Descreen ON) als u oneven schaduwen of een streeppatroon waarneemt
op de gescande afbeelding.
Opmerking
Zelfs als Moiré reduceren is ingesteld op AAN (ON), is het mogelijk dat moiré-effecten
zichtbaar blijven als Beeld verscherpen (Unsharp Mask) is ingesteld op AAN (ON). Stel
in dit geval Beeld verscherpen in op UIT (OFF).
4.
Doorzicht. verbergen (Hide show-through)*1
Tekens op de achterkant kunnen doorschijnen als u een dun document scant zoals een
krant. Selecteer Doorzicht. verbergen (Hide show through) als tekens door het document
lijken te schijnen.
*1 Niet beschikbaar als u foto's scant.
Naar boven
Gescande gegevens verwijderen van het USB-flashstation of de geheugenkaart
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Gescande gegevens op het USB-flashstation of de geheugenkaart opslaan vanaf
het bedieningspaneel van het apparaat > Gescande gegevens op het USB-flashstation of de geheugenkaart opslaan
vanaf het bedieningspaneel van het apparaat > Gescande gegevens verwijderen van het USB-flashstation of de
geheugenkaart
Gescande gegevens verwijderen van het USB-flashstation of
de geheugenkaart
U kunt gescande gegevens op het USB-flashstation of de geheugenkaart verwijderen vanaf het
bedieningspaneel.
1. Selecteer
Scannen (Scan) in het startscherm en druk op OK.
2. Plaats het USB-flashstation in de poort voor Direct afdrukken of plaats de
geheugenkaart in de kaartsleuf.
Belangrijk
U kunt het USB-flashstation en de geheugenkaart niet tegelijkertijd gebruiken.
3. Selecteer USB-flashstation (USB flash drive) of Geheugenkaart (Memory card) en
druk op OK.
4. Selecteer Gescande geg. verw. (Delete scanned data) en druk op OK.
De lijst met bestanden wordt weergegeven.
5. Selecteer het bestand dat u wilt verwijderen en druk op OK.
Opmerking
U kunt een voorbeeld van het bestand weergeven of de bestandslijst schakelen tussen PDF
en JPEG.
Alleen de eerste pagina van de afbeelding wordt op het LCD-scherm weergegeven.
1. Wijzig weergave (Change display)
De weergave wordt geschakeld tussen lijst en voorbeeld.
2. Geg.lijst wijzigen (Switch data list)
De weergave wordt geschakeld tussen de lijst met PDF-gegevens en de lijst met JPEGgegevens.
6. Selecteer Ja (Yes) in het bevestigingvenster en druk op OK.
7. Druk op OK.
Het apparaat verwijdert het bestand.
Naar boven
Sivu 384/836
Gescande gegevens op de pc opslaan vanaf het bedieningspaneel van het apparaat
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Gescande gegevens op de pc opslaan vanaf het bedieningspaneel van het
apparaat
Gescande gegevens op de pc opslaan vanaf het
bedieningspaneel van het apparaat
Gescande gegevens op de pc opslaan vanaf het bedieningspaneel van het apparaat
Bijlage: Verschillende scaninstellingen
Naar boven
Sivu 385/836
Gescande gegevens op de pc opslaan vanaf het bedieningspaneel van het apparaat
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Gescande gegevens op de pc opslaan vanaf het bedieningspaneel van het
apparaat > Gescande gegevens op de pc opslaan vanaf het bedieningspaneel van het apparaat
Gescande gegevens op de pc opslaan vanaf het
bedieningspaneel van het apparaat
U kunt afbeeldingen scannen met het bedieningspaneel van het apparaat.
Belangrijk
Als de software (MP Navigator EX) nog niet is geïnstalleerd, raadpleegt u de installatiehandleiding.
Wanneer u afbeeldingen scant met het apparaat of wanneer de computer in de slaapstand of in de
stand-bymodus staat, dient u geen USB-kabels aan te sluiten of te verwijderen.
1.
Stel de starttoepassing in.
U moet MP Navigator EX in Fotolader instellen als starttoepassing onder Programma's
(Applications) in Mac OS X.
Deze bewerking is niet vereist voor Mac OS X v. 10.4.x.
Als u Mac OS X v.10.3.9 gebruikt:
Selecteer Programma's (Applications) in het menu Ga (Go) en dubbelklik vervolgens op het
pictogram Fotolader (Image Capture). Klik links onder in het scannervenster op Opties (Options),
selecteer MP Navigator EX 2 bij Open bij indrukken scannerknop (Application to launch when
scanner button is pressed) en klik op OK.. Selecteer Fotolader afsluiten (Quit Image Capture) in het
menu Fotolader (Image Capture) als u Fotolader wilt afsluiten.
Belangrijk
Als Opties (Options) niet wordt weergegeven, selecteert u Voorkeuren (Preferences) in het
menu Fotolader (Image Capture), klikt u op Scanner en vervolgens op Gebruik TWAIN-software
indien mogelijk (Use TWAIN software whenever possible) om de optie uit te schakelen. Sluit
Image Capture (Fotolader) vervolgens af en start de toepassing opnieuw op.
2. Zorg dat het apparaat is ingeschakeld.
3. Plaats het origineel op de glasplaat.
Opmerking
Raadpleeg Documenten plaatsen voor informatie over het plaatsen van het origineel op de
glasplaat.
4. Selecteer
Scannen (Scan) in het startscherm en druk op OK.
Het scherm waarin u kunt selecteren waar de gegevens worden opgeslagen, wordt weergegeven.
5. Selecteer Computer (PC) en druk op OK.
Het selectiescherm voor documenttypen wordt weergegeven.
6. Selecteer het documenttype en druk op OK.
Auto detecteren (Auto detect)
Het apparaat detecteert automatisch het type origineel dat op de glasplaat is geplaatst en de
afbeelding wordt opgeslagen in de geoptimaliseerde gegevens.
Ga verder met stap 8.
Document
Het origineel op de glasplaat wordt gescand, waarbij de optimale instellingen worden toegepast
voor het scannen van een document.
[Photo/Foto]
Het origineel op de glasplaat wordt gescand, waarbij de optimale instellingen worden toegepast
voor het scannen van een foto.
Sivu 386/836
Gescande gegevens op de pc opslaan vanaf het bedieningspaneel van het apparaat
Belangrijk
Controleer of het document correct is geplaatst, overeenkomstig het documenttype dat u hebt
geselecteerd.
7. Als u Document of Foto (Photo) selecteert in stap 5, selecteert u de
bestandsindeling en drukt u op OK.
Opslaan naar comp. (Save to PC):
Het origineel wordt gescand en opgeslagen.
Opslaan als PDF-bestand (Save as PDF file):
Het origineel wordt gescand en opgeslagen als een PDF-bestand. Deze optie kan alleen worden
geselecteerd als Document is geselecteerd op het selectiescherm voor documenttypen.
Toevoegen aan e-mail (Attach to E-mail):
Het origineel wordt gescand en de afbeelding wordt met de e-mailtoepassingssoftware toegevoegd
aan een e-mailbericht.
Openen met toepassing (Open with application):
Het origineel wordt gescand en weergegeven met de geregistreerde toepassingssoftware.
Opmerking
Opties voor scanbewerkingen kunnen worden opgegeven in MP Navigator EX. Raadpleeg Een
reactie op opdrachten van het bedieningspaneel selecteren met MP Navigator EX voor meer
informatie.
8. Druk op Kleur of Zwart-wit .
De vanuit MP Navigator EX geconfigureerde instellingen zijn van toepassing bij het scannen.
Verwijder de originelen van de glasplaat nadat het scannen is voltooid.
9.
MP Navigator EX 2.0 opgeven
Als u Windows Vista gebruikt:
Mogelijk wordt het venster waarin u een programma kunt selecteren weergegeven nadat u op de
knop Kleur of Zwart drukt. Selecteer in dat geval MP Navigator EX Ver2.0 en klik op OK.
U kunt MP Navigator EX instellen om te starten wanneer de knop Kleur of Zwart wordt ingedrukt.
Raadpleeg Een reactie op opdrachten van het bedieningspaneel selecteren met MP Navigator EX
voor meer informatie.
Als u Windows XP gebruikt:
Mogelijk wordt het venster waarin u een programma kunt selecteren weergegeven wanneer u voor
de eerste keer op de knop Kleur of Zwart drukt. Geef in dat geval MP Navigator EX 2.0 op als de
toepassingssoftware die u wilt gebruiken en schakel het selectievakje Voor deze actie altijd dit
programma gebruiken (Always use this program for this action) in. Klik vervolgens op OK. Voortaan
wordt MP Navigator EX automatisch gestart.
Sivu 387/836
Gescande gegevens op de pc opslaan vanaf het bedieningspaneel van het apparaat
Belangrijk
Als de positie of het formaat van de afbeelding niet goed wordt ingescand bij bepaalde typen
originelen, raadpleegt u Foto's en documenten scannen en wijzigt u de instellingen voor
Documenttype (Document Type) en Documentformaat (Document Size) voor MP Navigator EX
zodat deze overeenkomen met het type en het formaat van het origineel dat wordt gescand.
Opmerking
De bewerking die wordt uitgevoerd na het scannen van het origineel, is afhankelijk van de
instelling voor de scanbewerking die u hebt geselecteerd in stap 6. Zie Een reactie op
opdrachten van het bedieningspaneel selecteren met MP Navigator EX voor meer informatie
over het aanpassen van de instellingen voor bewerkingen.
Als u de gescande afbeeldingen wilt bewerken of afdrukken
Met MP Navigator EX kunt u de gescande afbeeldingen bewerken. U kunt deze bijvoorbeeld
optimaliseren of bijsnijden.
U kunt ook toepassingssoftware van MP Navigator EX gebruiken om de gescande afbeeldingen te
bewerken of af te drukken.
Scannen
Als u originelen wilt scannen met geavanceerde instellingen
Met ScanGear kunt u originelen scannen met geavanceerde instellingen, bijvoorbeeld voor de
resolutie.
Scannen met geavanceerde instellingen en ScanGear (scannerstuurprogramma)
Opmerking
U kunt ook toepassingssoftware die compatibel is met TWAIN of WIA (alleen Windows Vista en
Windows XP), en het Configuratiescherm (alleen Windows Vista en Windows XP) gebruiken
om originelen te scannen met dit apparaat.
Zie Andere scanmethoden voor meer informatie.
Naar boven
Sivu 388/836
Bijlage: diverse scaninstellingen
Sivu 389/836
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Afbeeldingen scannen > Bijlage: diverse scaninstellingen
Bijlage: diverse scaninstellingen
Opgeven hoe gereageerd moet worden bij gebruik van het bewerkingspaneel om te scannen
Reacties op opdrachten van het bewerkingspaneel selecteren met behulp van MP Navigator EX
Naar boven
Reacties op opdrachten van het bewerkingspaneel selecteren met behulp van MP Na... Sivu 390/836
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Afbeeldingen scannen > Bijlage: diverse scaninstellingen > Reacties op opdrachten
van het bewerkingspaneel selecteren met behulp van MP Navigator EX
Reacties op opdrachten van het bewerkingspaneel selecteren
met behulp van MP Navigator EX
Met MP Navigator EX kunt u opgeven welke reactie moet volgen op het indrukken van de knop Start (kleur
of zwart) op het apparaat.U kunt de reactie voor elke gebeurtenis afzonderlijk opgeven.
1. Start MP Navigator EX.
MP Navigator EX starten
2. Klik op Voorkeuren (Preferences).
Het dialoogvenster Voorkeuren (Preferences) wordt geopend.
Opmerking
Het dialoogvenster Voorkeuren (Preferences) kan ook worden geopend door op Voorkeuren
(Preferences) te klikken in het scherm van de modus eenmaal klikken.
3. Geef op het tabblad Instellingen scannerknop (Scanner Button Settings) Gebeurtenis
(Event) of Acties(Actions) op.
Reacties op opdrachten van het bewerkingspaneel selecteren met behulp van MP Na... Sivu 391/836
Opmerking
Zie het onderstaande onderwerp voor meer informatie.
Tabblad Instellingen scannerknop (Scanner Button Settings) (Opslaan)
Tabblad Instellingen scannerknop (Scanner Button Settings) (Toevoegen aan e-mail)
Tabblad Instellingen scannerknop (Scanner Button Settings) (Openen met toepassing)
4. Klik op OK.
Wanneer u op de scanknop op het apparaat drukt, wordt de bewerking volgens de instellingen
uitgevoerd wanneer u op de knop Start (kleur) of Start (zwart) drukt.
Naar boven
Scannen met de meegeleverde toepassingssoftware
Sivu 392/836
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met de meegeleverde toepassingssoftware
Scannen met de meegeleverde toepassingssoftware
Wat is MP Navigator EX (meegeleverde scansoftware)?
Scannen
Handige functies van MP Navigator EX
Afbeeldingen in MP Navigator EX gebruiken
Schermen van MP Navigator EX
Bijlage: Andere bestanden dan gescande afbeeldingen openen
Naar boven
Wat is MP Navigator EX (meegeleverde scannersoftware)?
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met de meegeleverde toepassingssoftware > Wat is MP Navigator EX
(meegeleverde scannersoftware)?
Wat is MP Navigator EX (meegeleverde scannersoftware)?
MP Navigator EX is een toepassing waarmee u op eenvoudige wijze foto's en documenten kunt
scannen. De toepassing is ook geschikt voor beginners.
De mogelijkheden van deze software
Met deze software kunt u meerdere documenten tegelijk scannen of afbeeldingen scannen die groter
zijn dan de glasplaat. U kunt gescande afbeeldingen ook opslaan, toevoegen aan een e-mail of
afdrukken met de meegeleverde toepassingen.
Schermen
Hoofdmenu's
Het hoofdmenu in MP Navigator EX kan op twee manieren worden weergegeven: het scherm
Navigatiemodus (Navigation Mode) en het scherm Modus Eenmaal klikken (One-click Mode).
Scherm Navigatiemodus (Navigation Mode)
U kunt verschillende taken starten vanaf het scherm voor de Navigatiemodus (Navigation Mode),
waaronder eenvoudig scannen, scannen met ScanGear (scannerstuurprogramma) en afbeeldingen
verbeteren/corrigeren.
Scherm voor modus eenmaal klikken (One-click Mode)
U kunt scannen, opslaan, enzovoort. in één handeling door op het bijbehorende pictogram in het scherm
voor de modus eenmaal klikken (One-click Mode) te klikken.
Opmerking
(Modus schakelen) om naar het scherm voor de Navigatiemodus
Klik op de knop
(Navigation Mode) te gaan.
Venster Scan/Import. (Scan/Import)
Sivu 393/836
Wat is MP Navigator EX (meegeleverde scannersoftware)?
Sivu 394/836
In het venster Scan/Import. (Scan/Import) kunt u foto's en documenten scannen of afbeeldingen
importeren die op een geheugenkaart zijn opgeslagen.
Venster Toon & gebruik (View & Use)
In het venster Toon & gebruik (View & Use) kunt u bepalen wat u wilt doen met de gescande
afbeeldingen.
Opmerking
MP Navigator EX start wellicht niet met een knop op het apparaat. Start in dit geval de computer
opnieuw op.
Gebruik de standaardlettergrootte van het besturingssysteem. Als u een andere lettergrootte instelt,
worden softwareschermen mogelijk niet correct weergegeven.
Naar boven
We gaan scannen
Sivu 395/836
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met de meegeleverde toepassingssoftware > We gaan scannen
We gaan scannen
Scannen met behulp van MP Navigator EX
MP Navigator EX starten
MP Navigator EX starten
Documenten, foto's, tijdschriften, enzovoort, scannen vanaf de plaat.
Foto's en documenten scannen
Twee of meer foto's (kleine documenten) tegelijk scannen
Meerdere documenten tegelijk scannen
Afbeeldingen scannen die groter zijn dan de glasplaat
Afbeeldingen scannen die groter zijn dan de glasplaat (Assistent voor samenvoegen (Stitch Assist))
Eenvoudig scannen naar behoefte (scannen en opslaan, als bijlage aan e-mail toevoegen,
enzovoort)
Eenvoudig scannen met eenmaal klikken
Naar boven
MP Navigator EX starten
Sivu 396/836
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met de meegeleverde toepassingssoftware > We gaan scannen > MP
Navigator EX starten
MP Navigator EX starten
MP Navigator EX starten
1. Dubbelklik op het pictogram
MP Navigator EX 2.0 op het bureaublad.
MP Navigator EX wordt gestart.
Opmerking
U kunt ook op het menu Starten klikken en vervolgens op (Alle) Programma's) ((All) Programs)
> Canon-hulpprogramma's (Canon Utilities) > MP Navigator EX 2.0 > MP Navigator EX 2.0.
Modus eenmaal klikken (One-click Mode) starten
1. Klik links onder in het scherm op
.
Het scherm voor de modus eenmaal klikken (One-click Mode) wordt weergegeven.
MP Navigator EX starten
Sivu 397/836
Opmerking
Schakel in het scherm voor de Navigatiemodus (Navigation Mode) het selectievakje Dit venster
bij het opstarten weergeven (Show this window at startup) in om bij het opstarten altijd het
scherm Navigatiemodus (Navigation Mode) te openen.Als u dit selectievakje niet inschakelt,
wordt bij het opstarten het laatst gebruikte scherm weergegeven.
Naar boven
Foto's en documenten scannen
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met de meegeleverde toepassingssoftware > We gaan scannen > Foto's
en documenten scannen
Foto's en documenten scannen
Foto's en documenten scannen die op de glasplaat zijn gelegd.
1. Start MP Navigator EX en open het venster voor de Navigatiemodus (Navigation
Mode).
MP Navigator EX starten
2. Wijs Scan/Import. (Scan/Import) aan en klik op Foto's/documenten (plaat) (Photos/
Documents (Platen)).
3. Plaats het document op de glasplaat en selecteer Documenttype (Document Type).
Documenten plaatsen
Opmerking
Als u Tijdschrift (kleur) (Magazine(Color)) selecteert, wordt de functie Moiré-reductie (Descreen)
geactiveerd en duurt het scannen langer dan normaal. U kunt de functie Moiré-reductie
(Descreen) uitschakelen door het selectievakje Moiré-reductie (Descreen) in het
dialoogvenster Scan-instellingen (Scan Settings) uit te schakelen.
Selecteer Tekst (OCR) (Text(OCR))om de tekst uit de afbeelding te halen en te converteren
naar tekst die u kunt bewerken met MP Navigator EX.
Sivu 398/836
Foto's en documenten scannen
Sivu 399/836
4. Klik op Opgeven... (Specify...) en geef desgewenst het documentformaat en de
resolutie op.
Het Dialoogvenster Scan-instellingen (Scan Settings) (Foto's/documenten (Photos/Documents))
wordt geopend.
Opmerking
Lijn bij het scannen van een groot document (zoals een foto op A4-formaat) de hoek van het
document uit met de hoek bij de pijl van de glasplaat en geef de documentgrootte op in het
dialoogvenster Scan-instellingen (Scan Settings).
5. Klik op Scannen (Scan).
Het scannen begint.
Wanneer het scannen is voltooid, wordt het dialoogvenster Scannen voltooid (Scan Complete)
weergegeven. Selecteer Scannen (Scan) of Afsluiten (Exit).Selecteer Scannen (Scan) om het
volgende document te scannen of selecteer Afsluiten (Exit) om af te sluiten.
De gescande afbeeldingen worden weergegeven in het venster met miniaturen.
6. Bewerk desgewenst de gescande afbeeldingen.
Gebruik de hulpmiddelen voor bijwerken om afbeeldingen te draaien, een deel van een afbeelding
te selecteren, enzovoort.
Zie de bewerkingshulpmiddelen in ' Scherm Foto's/documenten (plaat) (Photos/Documents
(Platen)) (venster Scan/Import. (Scan/Import)) ' voor meer informatie.
Opmerking
Selecteer eerst de afbeeldingen die u wilt bewerken. (Geselecteerde afbeeldingen worden in
een oranje kader geplaatst.) U kunt de muis verslepen of Shift + pijltoetsen gebruiken om
meerdere afbeeldingen te selecteren.
7. Sla de gescande afbeeldingen op.
Opslaan
Opslaan als PDF-bestanden
Naar boven
Meerdere documenten tegelijk scannen
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met de meegeleverde toepassingssoftware > We gaan scannen >
Meerdere documenten tegelijk scannen
Meerdere documenten tegelijk scannen
U kunt twee of meer foto's (kleine documenten) tegelijk scannen door het Documentformaat (Document
Size) in te stellen op Autom. detecteren (meer documenten) (Auto Detect (Multiple Documents)) in het
dialoogvenster Scan-instellingen (Scan Settings) van MP Navigator EX.
Belangrijk
De volgende typen documenten kunnen niet goed worden bijgesneden.
- Documenten die kleiner zijn dan 3 vierkante cm (1,18 inch).
- Foto's die in verschillende vormen zijn uitgesneden
De volgende typen documenten worden mogelijk niet goed bijgesneden. Start in dat geval
ScanGear (scannerstuurprogramma), stel het bijsnijdkader op het tabblad Geavanceerde modus
(Advanced Mode) bij en voer de scan opnieuw uit.
- Foto's die een witte (lichte) rand hebben
- Documenten die op wit papier zijn afgedrukt, handgeschreven tekst, visitekaartjes, enzovoort.
- Dunne documenten
- Dikke documenten
Scannen in de Geavanceerde modus (Advanced Mode)
1. Plaats het document op de glasplaat.
Documenten plaatsen
2. Start MP Navigator EX en open het venster voor de Navigatiemodus (Navigation
Mode).
MP Navigator EX starten
3. Wijs Scan/Import. (Scan/Import) aan en klik op Foto's/documenten (plaat) (Photos/
Documents (Platen)).
4. Selecteer bij Documenttype (Document Type) het type document dat u wilt
scannen.
Sivu 400/836
Meerdere documenten tegelijk scannen
5. Klik op Opgeven... (Specify...).
Het Dialoogvenster Scan-instellingen (Scan Settings) (Foto's/documenten (Photos/Documents))
wordt geopend.
6. Select Autom. detecteren (meer documenten) (Auto Detect (Multiple Documents))
bij Documentformaat (Document Size) en klik op OK.
7. Ga terug naar het scherm Scan/Import. (Scan/Import) en klik op Scannen (Scan).
Er worden meerdere documenten tegelijk gescand.
Wanneer het scannen is voltooid, wordt het dialoogvenster Scannen voltooid (Scan Complete)
weergegeven. Selecteer Scannen (Scan) of Afsluiten (Exit).Selecteer Scannen (Scan) om het
volgende document te scannen of selecteer Afsluiten (Exit) om af te sluiten.
De gescande afbeeldingen worden weergegeven in het venster met miniaturen.
Sivu 401/836
Meerdere documenten tegelijk scannen
Sivu 402/836
8. Bewerk desgewenst de gescande afbeeldingen.
Gebruik de hulpmiddelen voor bijwerken om afbeeldingen te draaien, een deel van een afbeelding
te selecteren, enzovoort.
Zie de bewerkingshulpmiddelen in ' Scherm Foto's/documenten (plaat) (Photos/Documents
(Platen)) (venster Scan/Import. (Scan/Import)) ' voor meer informatie.
Opmerking
Selecteer eerst de afbeeldingen die u wilt bewerken. (Geselecteerde afbeeldingen worden in
een oranje kader geplaatst.) U kunt de muis verslepen of Shift + pijltoetsen gebruiken om
meerdere afbeeldingen te selecteren.
9. Sla de gescande afbeeldingen op.
Opslaan
Opslaan als PDF-bestanden
Opmerking
Als u de afbeeldingen wilt bekijken voordat u gaat scannen, start u ScanGear
(scannerstuurprogramma) en gebruikt u het tabblad Geavanceerde modus (Advanced Mode).
Meerdere documenten tegelijk scannen in de Geavanceerde modus (Advanced Mode)
Naar boven
Afbeeldingen scannen die groter zijn dan de glasplaat (Assistent voor samenvoegen (... Sivu 403/836
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met de meegeleverde toepassingssoftware > We gaan scannen >
Afbeeldingen scannen die groter zijn dan de glasplaat (Assistent voor samenvoegen (Stitch Assist))
Afbeeldingen scannen die groter zijn dan de glasplaat
(Assistent voor samenvoegen (Stitch Assist))
U kunt met de Assistent voor samenvoegen (Stitch Assist) de linker- en rechterhelft van een groot
document afzonderlijk scannen en deze tot één afbeelding samenvoegen. U kunt documenten scannen
die maximaal twee keer zo groot zijn als de glasplaat.
1. Start MP Navigator EX en open het venster voor de Navigatiemodus (Navigation
Mode).
MP Navigator EX starten
Opmerking
U kunt scannen, opslaan, enzovoort. in één handeling door op het bijbehorende pictogram in
het scherm voor de modus eenmaal klikken (One-click Mode) te klikken. De Assistent voor
samenvoegen (Stitch Assist) is ook beschikbaar in het scherm voor de modus eenmaal
klikken (One-click Mode), door het documentformaat te wijzigen. Klik op het bijbehorende
pictogram en selecteer de Assistent voor samenvoegen (Stitch Assist) voor Documentformaat
(Document Size). Ga vervolgens verder met stap 5.
2. Wijs Scan/Import. (Scan/Import) aan en klik op Foto's/documenten (plaat) (Photos/
Documents (Platen)).
3. Selecteer bij Documenttype (Document Type) het type document dat u wilt
scannen.
Afbeeldingen scannen die groter zijn dan de glasplaat (Assistent voor samenvoegen (... Sivu 404/836
4. Klik op Opgeven... (Specify...).
Het Dialoogvenster Scan-instellingen (Scan Settings) (Foto's/documenten (Photos/Documents))
wordt geopend.
Selecteer de Assistent voor samenvoegen (Stitch Assist) voor Documentformaat (Document Size)
en geef vervolgens de gewenste Scanresolutie (Scanning Resolution) op.
5. Ga terug naar het scherm Scan/Import. (Scan/Import) en klik op Scannen (Scan).
Het venster Assistent voor samenvoegen (Stitch Assist) wordt geopend.
6. Plaats de linkerhelft van het document met de bedrukte zijde naar beneden op de
glasplaat.
Afbeeldingen scannen die groter zijn dan de glasplaat (Assistent voor samenvoegen (... Sivu 405/836
7. Klik op Scannen (Scan).
De linkerhelft van het document wordt gescand en weergegeven in het dialoogvenster Assistent
voor samenvoegen (Stitch Assist).
8. Plaats de rechterhelft van het document met de bedrukte zijde naar beneden op de
glasplaat.
9. Klik op Scannen (Scan).
De rechterhelft van het document wordt gescand.
10. Pas de gescande afbeelding desgewenst aan.
Gebruik de pictogrammen om de linker- en rechterhelft te wisselen, de afbeelding 180 graden te
draaien of de afbeelding te vergroten of verkleinen.
(Links en rechts wisselen)
De linker- en rechterhelft worden omgewisseld.
Belangrijk
Deze functie is niet beschikbaar tijdens het vergroten/verkleinen van de afbeelding.
180° roteren (Rotate 180°)
Hiermee word de rechter helft van de afbeelding 180 graden gedraaid.
Belangrijk
Deze functie is niet beschikbaar tijdens het vergroten/verkleinen van de afbeelding.
Afbeeldingen scannen die groter zijn dan de glasplaat (Assistent voor samenvoegen (... Sivu 406/836
(Vergroten (Enlarge))
De weergegeven afbeelding wordt vergroot.
(Verkleinen (Reduce))
De weergegeven afbeelding wordt verkleind.
(Volledig scherm (Full-screen))
De afbeelding wordt vergroot/verkleind voor weergave op een volledig scherm.
Opmerking
Vergroten (Enlarge)/Verkleinen (Reduce)/Volledig scherm (Full Screen) zijn niet van invloed op
de werkelijke grootte van de gescande afbeelding.
Als het document ondersteboven wordt gescand, wordt de afbeelding in het dialoogvenster
Assistent voor samenvoegen (Stitch Assist) ook ondersteboven weergegeven. Klik op 180°
Stitch Assist (Rotate 180°) om de afbeelding naar de juiste positie te draaien.
U kunt de rechterhelft van de afbeelding van rechts naar links of omhoog/omlaag slepen om
de positie aan te passen.
Als de linker- en rechterhelft niet overeenkomen omdat een document scheef ligt, plaatst u het
document correct en klikt u op Terug (Back) en scant u opnieuw.
11. Klik op Volgende (Next).
12. Sleep met de muis om het gebied dat moet worden opgeslagen te selecteren en klik
op OK.
De gecombineerde afbeelding wordt weergegeven in het venster met miniaturen.
Wanneer het scannen is voltooid, wordt het dialoogvenster Scannen voltooid (Scan Complete)
weergegeven. Selecteer Scannen (Scan) of Afsluiten (Exit).Selecteer Scannen (Scan) om het
volgende document te scannen of selecteer Afsluiten (Exit) om af te sluiten.
Afbeeldingen scannen die groter zijn dan de glasplaat (Assistent voor samenvoegen (... Sivu 407/836
13. Sla de gescande afbeeldingen op.
Opslaan
Opslaan als PDF-bestanden
Naar boven
Eenvoudig scannen met eenmaal klikken
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met de meegeleverde toepassingssoftware > > We gaan scannen >
Eenvoudig scannen met eenmaal klikken
Eenvoudig scannen met eenmaal klikken
U kunt scannen, opslaan, enzovoort. in één handeling, door op het bijbehorende pictogram te klikken.
1. Plaats het document op de glasplaat.
Documenten plaatsen
2. Start MP Navigator EX.
MP Navigator EX starten
Het scherm voor de Navigatiemodus (Navigation Mode) of de modus voor eenmaal klikken (Oneclick Mode) van MP Navigator EX wordt geopend.
Scherm Navigatiemodus (Navigation Mode)
Scherm voor modus eenmaal klikken (One-click Mode)
Opmerking
Als het scherm voor de modus eenmaal klikken (One-click Mode) is geopend, gaat u door naar
stap 4.
3. Wijs Eenmaal klikken (One-click) aan.
Sivu 408/836
Eenvoudig scannen met eenmaal klikken
Sivu 409/836
4. Klik op het bijbehorende pictogram.
Opmerking
Zie de onderstaande onderwerpen voor meer informatie over elk pictogram.
Tabblad Aangepaste scan met eenmaal klikken (Custom Scan with One-click)
Scherm voor modus eenmaal klikken (One-click Mode)
Naar boven
Handige functies van MP Navigator EX
Sivu 410/836
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met de meegeleverde toepassingssoftware > Handige functies van MP
Navigator EX
Handige functies van MP Navigator EX
Met MP Navigator EX kunt u gescande afbeeldingen op een mooie manier corrigeren/verbeteren en
opgeslagen afbeeldingen snel vinden.
Afbeeldingen automatisch corrigeren/verbeteren
Afbeeldingen automatisch corrigeren/verbeteren
Afbeeldingen handmatig corrigeren/verbeteren
Afbeeldingen handmatig corrigeren/verbeteren
Kleurkenmerken zoals helderheid en contrast aanpassen
Afbeeldingen aanpassen
Zoeken naar verloren afbeeldingen
Afbeeldingen zoeken
Afbeeldingen classificeren en sorteren
Afbeeldingen classificeren in categorieën
Naar boven
Afbeeldingen automatisch corrigeren/verbeteren
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met de meegeleverde toepassingssoftware > Handige functies van MP
Navigator EX > Afbeeldingen automatisch corrigeren/verbeteren
Afbeeldingen automatisch corrigeren/verbeteren
Met MP Navigator EX kunt u gescande afbeeldingen automatisch analyseren en corrigeren/verbeteren.
1. Scan documenten in MP Navigator EX en sla ze op. Open vervolgens het venster
Toon & gebruik (View & Use) vanuit het scherm voor de scherm Navigatiemodus
(Navigation Mode) en selecteer de foto's die u wilt corrigeren/verbeteren.
Opmerking
Zie 'We gaan scannen ' voor meer informatie over het scannen van afbeeldingen in MP
Navigator EX.
U kunt ook afbeeldingen selecteren die zijn opgeslagen op een geheugenkaart of computer.
Afbeeldingen importeren die zijn opgeslagen op een geheugenkaart
Afbeeldingen openen die op een computer zijn opgeslagen
2. Klik op Bewerken/converteren (Edit/Convert) en klik op Foto Afbeeldingen herstellen
(Fix Photo Images) in de lijst.
Het venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images) wordt geopend.
Opmerking
U kunt het venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images) ook openen
(Afbeeldingen corrigeren/verbeteren) op de werkbalk of in het
door te klikken op
dialoogvenster Inzoomen (Zoom in). In dit geval kan alleen de doelafbeelding (met een oranje
kader) worden gecorrigeerd/verbeterd.
3. Selecteer de afbeelding die u wilt corrigeren/verbeteren in het venster met
miniaturen.
De geselecteerde afbeelding wordt weergegeven in het voorbeeldgebied.
Sivu 411/836
Afbeeldingen automatisch corrigeren/verbeteren
Opmerking
Als u één afbeelding hebt geselecteerd in het venster Toon & gebruik (View & Use), wordt het
gedeelte met miniaturen niet weergegeven en wordt alleen de voorbeeldafbeelding
weergegeven.
4. Zorg ervoor dat Auto is geselecteerd.
5. Klik op Automatische fotocorrectie (Auto Photo Fix), Gezicht scherper maken (Face
Sharpener) of Gezicht digitaal effenen (Digital Face Smoothing).
Automatische fotocorrectie (Auto Photo Fix)
De afbeelding analyseren en automatisch geschikte correcties aanbrengen.
Gezicht scherper maken (Face Sharpener)
Hiermee kunt u gezichten waarop niet is scherpgesteld, scherper weergeven.
Gezicht digitaal effenen (Digital Face Smoothing)
Creëer een zachter effect door vlekken en rimpels te verwijderen.
Opmerking
De effectniveaus van Gezicht scherper maken (Face Sharpener) en Gezicht digitaal effenen
(Digital Face Smoothener) kunt u aanpassen met de schuifknop die wordt weergegeven
wanneer u op de betreffende knoppen drukt.
Wanneer een afbeelding eenmaal is gecorrigeerd met Automatische fotocorrectie (Auto Photo
Fix) en is opgeslagen, kan deze niet nogmaals worden gecorrigeerd met Automatische
fotocorrectie (Auto Photo Fix).Automatische fotocorrectie (Auto Photo Fix) is mogelijk niet
beschikbaar voor afbeeldingen die zijn bewerkt met een toepassing, digitale camera, enz. van
een andere fabrikant.
Sivu 412/836
Afbeeldingen automatisch corrigeren/verbeteren
Sivu 413/836
6. Klik op OK.
De gehele afbeelding wordt automatisch gecorrigeerd/verbeterd en
(Corrigeren/verbeteren
(Correct/Enhance)) wordt weergegeven in de linkerbovenhoek van de miniatuur en de
voorbeeldafbeelding.
Opmerking
Klik op Geselecteerde afbeelding herstellen (Reset Selected Image) om de correctie/
verbetering ongedaan te maken.
Selecteer Op alle afbeeldingen toepassen (Apply to all images) om alle geselecteerde
afbeeldingen te corrigeren/verbeteren.
7. Klik op Geselecteerde afbeelding opslaan (Save Selected Image) of op Alle
gecorrigeerde afbeeldingen opslaan (Save All Corrected Images).
U kunt gecorrigeerde/verbeterde afbeeldingen opslaan als nieuwe bestanden.
Opmerking
Als u alleen bepaalde afbeeldingen wilt opslaan, selecteert u deze en klikt u op Geselecteerde
afbeelding opslaan (Save Selected Image).Als u alle afbeeldingen wilt opslaan, klikt u op Alle
gecorrigeerde afbeeldingen opslaan (Save All Corrected Images).
De bestandsindeling van gecorrigeerde/verbeterde afbeeldingen is JPEG/Exif.
Adobe RGB-afbeeldingen worden opgeslagen als sRGB-afbeeldingen.
8. Klik op Afsluiten (Exit).
Opmerking
De correcties/verbeteringen gaan verloren als u afsluit voordat de gecorrigeerde/verbeterde
afbeeldingen zijn opgeslagen.
Naar boven
Afbeeldingen handmatig corrigeren/verbeteren
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met de meegeleverde toepassingssoftware > Handige functies van MP
Navigator EX > Afbeeldingen handmatig corrigeren/verbeteren
Afbeeldingen handmatig corrigeren/verbeteren
U kunt gescande afbeeldingen handmatig corrigeren of verbeteren.
1. Scan documenten in MP Navigator EX en sla ze op. Open vervolgens het venster
Toon & gebruik (View & Use) vanuit het scherm voor de scherm Navigatiemodus
(Navigation Mode) en selecteer de foto's die u wilt corrigeren/verbeteren.
Opmerking
Zie 'We gaan scannen ' voor meer informatie over het scannen van afbeeldingen in MP
Navigator EX.
U kunt ook afbeeldingen selecteren die zijn opgeslagen op een geheugenkaart of computer.
Afbeeldingen importeren die zijn opgeslagen op een geheugenkaart
Afbeeldingen openen die op een computer zijn opgeslagen
2. Klik op Bewerken/converteren (Edit/Convert) en klik op Foto Afbeeldingen herstellen
(Fix Photo Images) in de lijst.
Het venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images) wordt geopend.
Opmerking
U kunt het venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images) ook openen
(Afbeeldingen corrigeren/verbeteren) op de werkbalk of in het
door te klikken op
dialoogvenster Inzoomen (Zoom in). In dit geval kan alleen de doelafbeelding (met een oranje
kader) worden gecorrigeerd/verbeterd.
3. Selecteer de afbeelding die u wilt corrigeren/verbeteren in het venster met
miniaturen.
De geselecteerde afbeelding wordt weergegeven in het voorbeeldgebied.
Sivu 414/836
Afbeeldingen handmatig corrigeren/verbeteren
Opmerking
Als u één afbeelding hebt geselecteerd in het venster Toon & gebruik (View & Use), wordt het
gedeelte met miniaturen niet weergegeven en wordt alleen de voorbeeldafbeelding
weergegeven.
4. Klik op Handmatig (Manual) en klik vervolgens op Corrigeren/verbeteren (Correct/
Enhance).
5. Klik op Helderheid gezicht (Face Brightener), Gezicht scherper maken (Face
Sharpener), Gezicht digitaal effenen (Digital Face Smoothing) of Vlekken verwijderen
(Blemish Remover).
Helderheid gezicht (Face Brightener)
Hiermee maakt u donkere gezichten helderder op foto's met tegenlicht.
Gezicht scherper maken (Face Sharpener)
Hiermee kunt u gezichten waarop niet is scherpgesteld, scherper weergeven.
Gezicht digitaal effenen (Digital Face Smoothing)
Creëer een zachter effect door vlekken en rimpels te verwijderen.
Vlekken verwijderen (Blemish Remover)
Hiermee verwijdert u puistjes en moedervlekken.
Opmerking
Beweeg de muisaanwijzer over de afbeelding. De vorm van de muisaanwijzer verandert in
(Kruis)
Sivu 415/836
Afbeeldingen handmatig corrigeren/verbeteren
Sivu 416/836
6. Sleep om het gebied te selecteren dat u wilt corrigeren/verbeteren en klik op OK (dit
wordt op de afbeelding weergegeven).
Het gedeelte binnen en rond het geselecteerde gebied wordt gecorrigeerd/verbeterd en
(Corrigeren/verbeteren (Correction/Enhancement)) wordt linksboven de miniatuur weergegeven.
Opmerking
Bij Helderheid gezicht (Face Brightener), Gezicht scherper maken (Face Sharpener) en Gezicht
digitaal effenen (Digital Face Smoothing) kunt u slepen om de rechthoek te roteren.
Klik op Ongedaan maken (Undo) om de laatste correctie/verbetering ongedaan te maken.
Het niveau van de effecten Helderheid gezicht (Face Brightener), Gezicht scherper maken
(Face Sharpener) en Gezicht digitaal effenen (Digital Face Smoothing) kan worden gewijzigd
met de schuifknop die verschijnt wanneer u op de betreffende knoppen klikt.
Klik op Geselecteerde afbeelding herstellen (Reset Selected Image) om de correctie/
verbetering ongedaan te maken.
7. Klik op Geselecteerde afbeelding opslaan (Save Selected Image) of op Alle
gecorrigeerde afbeeldingen opslaan (Save All Corrected Images).
U kunt gecorrigeerde/verbeterde afbeeldingen opslaan als nieuwe bestanden.
Opmerking
Als u alleen bepaalde afbeeldingen wilt opslaan, selecteert u deze en klikt u op Geselecteerde
afbeelding opslaan (Save Selected Image).Als u alle afbeeldingen wilt opslaan, klikt u op Alle
gecorrigeerde afbeeldingen opslaan (Save All Corrected Images).
De bestandsindeling van gecorrigeerde/verbeterde afbeeldingen is JPEG/Exif.
8. Klik op Afsluiten (Exit).
Opmerking
De correcties/verbeteringen gaan verloren als u afsluit voordat de gecorrigeerde/verbeterde
afbeeldingen zijn opgeslagen.
Naar boven
Afbeeldingen aanpassen
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met de meegeleverde toepassingssoftware > Handige functies van MP
Navigator EX > Afbeeldingen aanpassen
Afbeeldingen aanpassen
U kunt kleine aanpassingen opgeven voor de algehele helderheid, contrast, enzovoort, van
afbeeldingen.
1. Scan documenten in MP Navigator EX en sla ze op. Open het venster Toon &
gebruik (View & Use) vanuit het scherm voor de navigatiemodus en selecteer de
foto's die u wilt aanpassen.
Opmerking
Zie 'We gaan scannen ' voor meer informatie over het scannen van afbeeldingen in MP
Navigator EX.
U kunt ook afbeeldingen selecteren die zijn opgeslagen op een geheugenkaart of computer.
Afbeeldingen importeren die zijn opgeslagen op een geheugenkaart
Afbeeldingen openen die op een computer zijn opgeslagen
2. Klik op Bewerken/converteren (Edit/Convert) en klik op Foto Afbeeldingen herstellen
(Fix Photo Images) in de lijst.
Het venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images) wordt geopend.
Opmerking
U kunt het venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images) ook openen
(Afbeeldingen corrigeren/verbeteren) op de werkbalk of in het
door te klikken op
dialoogvenster Inzoomen (Zoom in). In dit geval kan alleen de doelafbeelding (met een oranje
kader) worden gecorrigeerd/verbeterd.
3. Selecteer de afbeelding die u wilt aanpassen in het venster met miniaturen.
De geselecteerde afbeelding wordt weergegeven in het voorbeeldgebied.
Sivu 417/836
Afbeeldingen aanpassen
Opmerking
Als u één afbeelding hebt geselecteerd in het venster Toon & gebruik (View & Use), wordt het
gedeelte met miniaturen niet weergegeven en wordt alleen de voorbeeldafbeelding
weergegeven.
4. Klik op Handmatig (Manual) en vervolgens op Aanpassen (Adjust).
5. Verplaats de schuifknop van het item dat u wilt aanpassen en stel de sterkte van het
effect in.
Sivu 418/836
Afbeeldingen aanpassen
Sivu 419/836
Helderheid (Brightness)
De algemene helderheid van de afbeelding wordt aangepast.Pas de helderheid aan wanneer de
afbeelding te donker of te licht is.
Sleep de schuifknop naar links om de afbeelding donkerder te maken en naar rechts om de
afbeelding lichter te maken.
Contrast
Hiermee past u het contrast van de afbeelding aan.Pas het contrast aan wanneer de afbeelding
flets is door gebrek aan contrast.
Sleep de schuifknop naar links om het contrast van de afbeelding te verkleinen en naar rechts
om het contrast te vergroten.
Scherpte (Sharpness)
Hiermee versterkt u de contouren van onderwerpen om de foto scherper te maken.Pas de
scherpte aan als de foto onscherp is of tekst vaag leesbaar is.
Schuif de knop naar rechts om de afbeelding scherper te maken.
Vervagen (Blur)
Hiermee vervaagt u de contouren van onderwerpen om de foto te verzachten.
Schuif de knop naar rechts om de afbeelding zachter te maken.
Doorschijnendheid verwijderen (Show-through Removal)
Hiermee kunt u ervoor zorgen dat de tekst aan de andere zijde of de basiskleur niet meer
doorschijnt. Gebruik deze functie om te voorkomen dat tekst aan de andere zijde van een dun
document of de basiskleur van een document op de afbeelding zichtbaar is.
Schuif de knop naar rechts om doorschijnendheid van kleur of tekst verder te verwijderen.
Opmerking
Klik op Standaard (Defaults) om alle aanpassingen ongedaan te maken.
6. Klik op Geselecteerde afbeelding opslaan (Save Selected Image) of op Alle
gecorrigeerde afbeeldingen opslaan (Save All Corrected Images).
U kunt aangepaste afbeeldingen opslaan als nieuwe bestanden.
Opmerking
Als u alleen bepaalde afbeeldingen wilt opslaan, selecteert u deze en klikt u op Geselecteerde
afbeelding opslaan (Save Selected Image).Als u alle afbeeldingen wilt opslaan, klikt u op Alle
gecorrigeerde afbeeldingen opslaan (Save All Corrected Images).
De bestandsindeling van gecorrigeerde/verbeterde afbeeldingen is JPEG/Exif.
7. Klik op Afsluiten (Exit).
Opmerking
De aanpassingen gaan verloren als u afsluit voordat aangepaste afbeeldingen zijn
opgeslagen.
Naar boven
Afbeeldingen zoeken
Sivu 420/836
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met de meegeleverde toepassingssoftware > Handige functies van MP
Navigator EX > Afbeeldingen zoeken
Afbeeldingen zoeken
In het venster Toon & gebruik (View & Use) van het scherm in de Navigatiemodus (Navigation Mode)
kunt u zoeken naar gescande afbeeldingen die op uw computer zijn opgeslagen, en deze openen in MP
Navigator EX. Geopende afbeeldingen kunt u afdrukken, bewerken, enzovoort.
Opmerking
U kunt afbeeldingen zoeken in Mijn vak (gesc./geïmp. afb.) (My Box (Scanned/Imported Images)),
Recent opgesl. afbeeldingen (Recently Saved Images) of een geselecteerde map en de
submappen daarvan. U kunt ook een map opgeven en zoeken in Map opgeven (Specify Folder).
Zie 'MP Navigator EX starten ' om MP Navigator EX te starten.
Snel zoeken
Geef in
op de werkbalk een of meer woorden op die voorkomen in de
. Als u
bestandsnaam, Exif-informatie of PDF-tekst van de afbeelding die u zoekt. Klik vervolgens op
Exif-informatie hebt opgegeven, wordt gezocht naar tekst in Gemaakt door (Maker), Model, Beschrijving
(Description) en Opmerking gebruiker (User Comment ).
Geavanceerd zoeken
Klik op Zoeken (Search) links op het scherm om de zoekopties te openen. Geef informatie op over de
afbeelding die u wilt zoeken en klik op Zoeken starten (Start Search).
Afbeeldingen zoeken
Zoeken in (Search in)
Selecteer het station, de map of het netwerk bij Map opgeven (Specify Folder) als u weet waar u
moet zoeken.
Bestandsnaam (File name)
Als u de bestandsnaam weet, geeft u deze op.
Woord of woordgroep in het bestand (A word or phrase in the file)
Voer een woord of een woordgroep in die voorkomt in de items die u hebt geselecteerd in Meer
geavanceerde opties (More Advanced Options).
Opmerking
U kunt alleen zoeken naar PDF-bestanden die zijn gemaakt met MP Navigator EX. U kunt geen
PDF-bestanden zoeken die in andere toepassingen zijn gemaakt of bewerkt. Ook is het zoeken
naar PDF-bestanden alleen mogelijk wanneer het zoeken op sleutelwoorden is ingeschakeld.
Zie 'Dialoogvenster PDF-instellingen (PDF settings) ' voor meer informatie over het maken van
PDF-bestanden waarin zoeken op sleutelwoorden is ingeschakeld.
U kunt niet zoeken in PDF-bestanden die met een wachtwoord zijn beveiligd.
Categorieën (Categories)
U kunt afbeeldingen zoeken op categorie.
Datum gewijzigd (Modified Date)
Als u wilt zoeken naar bestanden die in een bepaalde periode zijn gewijzigd, geeft u de eerste en
laatste datum van de periode op.
Datum opname (Shooting Date)
Als u wilt zoeken naar bestanden die in een bepaalde periode zijn opgenomen, geeft u de eerste en
laatste datum van de periode op.
Opmerking
De opnamedatum is de datum en de tijd waarop de gegevens tot stand zijn gekomen. Deze
informatie maakt deel uit van de Exif-informatie van het document.
Meer geavanceerde opties (More Advanced Options)
Woord of woordgroep in het bestand (A word or phrase in the file)
Selecteer in Woord of woordgroep in het bestand (A word or phrase in the file) de items die u
Sivu 421/836
Afbeeldingen zoeken
Sivu 422/836
wilt zoeken. Als u het selectievakje Exif-informatie (Exif information) inschakelt, wordt gezocht
naar tekst in Gemaakt door (Maker), Model, Beschrijving (Description) en Opmerking gebruiker
(User Comment ). Als u het selectievakje PDF-tekst (PDF text) inschakelt, wordt gezocht naar
tekst in PDF-bestanden.
Opmerking
U kunt niet zoeken in PDF-bestanden die met een wachtwoord zijn beveiligd.
In submappen zoeken (Search subfolders)
Schakel dit selectievakje in als u wilt zoeken in submappen.
Hoofdlettergevoelig (Case sensitive)
Schakel dit selectievakje in als u wilt zoeken naar tekst waarvan de hoofdletters en kleine letters
overeenkomen.
Aan alle criteria voldoen (Match all criteria)
Er wordt gezocht naar bestanden die voldoen aan alle opgegeven criteria.
Aan een van de criteria voldoen (Match any criteria)
Er wordt gezocht naar bestanden die voldoen aan ten minste een van de opgegeven criteria.
Zoeken starten (Start Search)
Zoeken starten.
Opmerking
Zie 'Venster Toon & gebruik (View & Use) ' voor informatie over het venster Toon & gebruik(View &
Use).
Naar boven
Afbeeldingen classificeren in categorieën
Sivu 423/836
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met de meegeleverde toepassingssoftware > Handige functies van MP
Navigator EX > Afbeeldingen classificeren in categorieën
Afbeeldingen classificeren in categorieën
U kunt afbeeldingen die met MP Navigator EX zijn gescand, weergeven per categorie. U kunt nietgeclassificeerde afbeeldingen automatisch classificeren en aangepaste categorieën maken.U kunt een
afbeelding slepen als u deze van de ene categorie naar de andere wilt verplaatsen.
1. Scan documenten met MP Navigator EX en sla ze op. Vervolgens opent u het
venster Toon & gebruik (View & Use) in het scherm Navigatiemodus (Navigation
Mode).
Opmerking
Zie 'We gaan scannen ' voor meer informatie over het scannen van afbeeldingen in MP
Navigator EX.
U kunt ook afbeeldingen selecteren die zijn opgeslagen op een geheugenkaart of computer.
Afbeeldingen importeren die zijn opgeslagen op een geheugenkaart
Afbeeldingen openen die op een computer zijn opgeslagen
2. Selecteer Categorieën (Categories) in
(Sorteren op).
Afbeeldingen worden automatisch gesorteerd op categorie en weergegeven in het venster met
miniaturen.
Afbeeldingen worden gesorteerd in de volgende categorieën.
Foto's: Staand (Portrait), Overig (Others)
Documenten: Visitekaartje (Business Card), Hagaki, Standaardformaat (Standard Size), PDFbestand (PDF File) en Overig (Others)
Aangepaste categorieën (Custom categories): hiermee geeft u uw aangepaste categorieën weer.
Raadpleeg " Aangepaste categorieën maken" voor meer informatie over het maken van aangepaste
categorieën.
Afbeeldingen classificeren in categorieën
Sivu 424/836
Niet-geclassificeerd (Unclassified): hiermee geeft u afbeeldingen weer die niet zijn geclassificeerd.
Opmerking
Klik op Afbeeldingen classificeren (Classify Images) om de afbeeldingen die worden
weergegeven in Niet-geclassificeerd (Unclassified) automatisch te classificeren.Klik op
Annuleren (Cancel) als u wilt stoppen.
Het classificeren kan even duren als er veel afbeeldingen geclassificeerd moeten worden.
Belangrijk
Als u afbeeldingen classificeert die zijn opgeslagen op verwijderbare media zoals een USBflashdrive of een externe hard disk, wordt de informatie over de classificatie verwijderd zodra u de
media verwijderd. De volgende keer worden deze afbeeldingen geclassificeerd als Nietgeclassificeerd (Unclassified).
Opmerking
Sommige afbeeldingen worden mogelijk niet juist gedetecteerd en daardoor niet in de juiste
categorieën geclassificeerd. Sleep in dat geval de afbeelding naar de juiste categorie.
Afbeeldingen kunnen niet worden geclassificeerd wanneer Recent opgesl. afbeeldingen (Recently
Saved Images) is geselecteerd in het venster Toon & gebruik (View & Use).
U kunt zoeken naar afbeeldingen op categorie.Zie ' Afbeeldingen zoeken ' voor meer informatie.
Aangepaste categorieën maken
1. Sorteer in het venster Toon & gebruik (View & Use) de afbeeldingen op categorie en
klik op Aangepaste categorieën bewerken (Edit Custom Categories).
Het dialoogvenster Aangepaste categorieën bewerken (Edit Custom Categories) wordt geopend.
2. Klik op Toevoegen aan lijst (Add to List).
Het dialoogvenster Categorie toevoegen (Add Category) wordt geopend.
3. Voer de Categorienaam (Category name) in en klik op OK.
Belangrijk
U kunt maximaal 20 aangepaste categorieën maken.
Een categorienaam kan maximaal 50 enkelbyte-tekens lang zijn.
Opmerking
Dubbelklik op een gemaakte categorie om het dialoogvenster Categorienaam wijzigen
(Change Category Name) te openen, waarin u de categorienaam kunt wijzigen.
Als u een aangepaste categorie wilt verwijderen, selecteert u de categorie en klikt u op
Verwijderen (Delete).
Opmerking
Zie 'Venster Toon & gebruik (View & Use) ' voor informatie over het venster Toon & gebruik(View &
Use).
Naar boven
Afbeeldingen in MP Navigator EX gebruiken
Sivu 425/836
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met de meegeleverde toepassingssoftware > Afbeeldingen in MP
Navigator EX gebruiken
Afbeeldingen in MP Navigator EX gebruiken
U kunt afbeeldingen scannen met MP Navigator EX en de opgeslagen afbeeldingen bewerken of
afdrukken.
Zie onderstaande onderwerpen voor meer informatie over het opslaan van gescande
afbeeldingen.
Gescande afbeeldingen opslaan op een computer
Opslaan
Gescande afbeeldingen opslaan als PDF-bestand
Opslaan als PDF-bestanden
Zie onderstaande onderwerpen voor meer informatie over het gebruiken van
afbeeldingen/bestanden.
PDF-bestanden maken van gescande afbeeldingen en PDF-bestanden bewerken
PDF-bestanden maken/bewerken
Meerdere gescande afbeeldingen tegelijk afdrukken of afdrukken met een bepaald formaat, een
bepaalde kwaliteit, enzovoort.
Documenten afdrukken
Gescande foto's afdrukken
Foto's afdrukken
Gescande afbeeldingen via e-mail verzenden
Via e-mail verzenden
Gescande afbeeldingen corrigeren/verbeteren of converteren naar tekst
Bestanden bewerken
Wachtwoorden instellen voor PDF-bestanden die u hebt gemaakt
Wachtwoorden voor PDF-bestanden instellen
PDF-bestanden die met een wachtwoord zijn beveiligd openen of bewerken
Naar boven
Opslaan
Sivu 426/836
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met de meegeleverde toepassingssoftware > Afbeeldingen in MP
Navigator EX gebruiken > Opslaan
Opslaan
U kunt afbeeldingen die met MP Navigator EX zijn gescand, opslaan op een computer.
1. Schakel de selectievakjes in van de afbeeldingen die u wilt opslaan en klik op
Opslaan (Save).
2. Geef de instellingen voor opslaan op in het dialoogvenster Opslaan (Save).
Geef de doelmap, de bestandsnaam en het bestandstype op.
Belangrijk
Wanneer Documenttype (Document Type) is ingesteld op Tekst (OCR) (Text(OCR)), kunt u
geen JPEG/Exif selecteren.
Opmerking
Zie 'Dialoogvenster Opslaan (Save) ' voor meer informatie over het dialoogvenster Opslaan
(Save).
Standaard zijn de volgende mappen opgegeven als doelmappen.
Windows Vista: de map MP Navigator EX in de map Afbeelding (Picture)
Windows XP: de map MP Navigator EX in de map Mijn afbeeldingen (My Pictures)
Windows 2000: de map MP Navigator EX in de map Mijn afbeeldingen (My Pictures)
3. Klik op Opslaan (Save).
De gescande afbeeldingen worden volgens de instellingen opgeslagen.
Als u de gescande afbeeldingen verder wilt gebruiken/bewerken met MP Navigator EX, klikt u op
Opslaglocatie openen (Open saved location) in het dialoogvenster Opslaan voltooid (Save
Opslaan
Sivu 427/836
Complete).
PDF-bestanden maken/bewerken
Documenten afdrukken
Foto's afdrukken
Via e-mail verzenden
Bestanden bewerken
Naar boven
Opslaan als PDF-bestanden
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met de meegeleverde toepassingssoftware > Afbeeldingen in MP
Navigator EX gebruiken > Opslaan als PDF-bestanden
Opslaan als PDF-bestanden
U kunt afbeeldingen die zijn gescand met MP Navigator EX, opslaan als PDF-bestanden.
1. Schakel de selectievakjes in van de afbeeldingen die u wilt opslaan en klik op
Opslaan als PDF-bestand (Save as PDF file).
2. Geef in het dialoogvenster Opslaan als PDF-bestand (Save as PDF file) de
instellingen op voor het opslaan.
Geef de bestandsnaam, het bestandstype en de doelmap op.
Selecteer een PDF-bestandstype uit de volgende opties:
PDF
Sla elk van de geselecteerde afbeeldingen op als afzonderlijk PDF-bestand.
PDF (meerdere pagina's) (PDF(Multiple pages))
Meerdere afbeeldingen als één PDF-bestand opslaan.
Belangrijk
Sivu 428/836
Opslaan als PDF-bestanden
Sivu 429/836
PDF (meerdere pagina's) (PDF(Multiple Pages)) wordt weergegeven wanneer er meerdere
afbeeldingen zijn geselecteerd.
PDF (pagina toevoegen) (PDF(Add Page))
De gescande afbeeldingen toevoegen aan een PDF-bestand. De afbeeldingen worden
toegevoegd aan het eind van het PDF-bestand. U kunt de pagina's van het PDF-bestand
waaraan de afbeeldingen worden toegevoegd, niet opnieuw rangschikken.
Belangrijk
Afbeeldingen kunnen alleen worden toegevoegd aan PDF-bestanden die zijn gemaakt met
MP Navigator EX. U kunt geen PDF-bestanden opgeven die met andere toepassingen zijn
gemaakt. Het is evenmin mogelijk PDF-bestanden op te geven die in andere toepassingen
zijn bewerkt.
Als een met wachtwoord beveiligd PDF-bestand wordt bewerkt, worden de wachtwoorden
verwijderd.Stel de wachtwoorden opnieuw in.
Opmerking
Zie 'Dialoogvenster Opslaan als PDF-bestand (Save as PDF file) ' voor meer informatie over het
dialoogvenster Opslaan als PDF-bestand (Save as PDF file) en Instellen... (Set...).
Standaard zijn de volgende mappen opgegeven als doelmappen.
Windows Vista: de map MP Navigator EX in de map Afbeelding (Picture)
Windows XP: de map MP Navigator EX in de map Mijn afbeeldingen (My Pictures)
Windows 2000: de map MP Navigator EX in de map Mijn afbeeldingen (My Pictures)
U kunt wachtwoorden instellen voor PDF-bestanden.
Wachtwoorden voor PDF-bestanden instellen
3. Klik op Opslaan (Save).
De gescande afbeeldingen worden volgens de instellingen opgeslagen.
Als u de gescande afbeeldingen verder wilt gebruiken/bewerken met MP Navigator EX, klikt u op
Opslaglocatie openen (Open saved location) in het dialoogvenster Opslaan voltooid (Save
Complete).
PDF-bestanden maken/bewerken
Documenten afdrukken
Foto's afdrukken
Via e-mail verzenden
Bestanden bewerken
Naar boven
PDF-bestanden maken/bewerken
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met de meegeleverde toepassingssoftware > Afbeeldingen in MP
Navigator EX gebruiken > PDF-bestanden maken/bewerken
PDF-bestanden maken/bewerken
U kunt PDF-bestanden maken/bewerken met MP Navigator EX. Scan documenten en sla ze op. Open
daarna het venster Toon & gebruik (View & Use) om PDF-bestanden te maken en pagina's toe te voegen
of te verwijderen, de paginavolgorde aan te passen, enzovoort.
Opmerking
Zie 'We gaan scannen ' voor meer informatie over het scannen van afbeeldingen in MP Navigator
EX.
U kunt ook afbeeldingen selecteren die zijn opgeslagen op een geheugenkaart of computer.
Afbeeldingen importeren die zijn opgeslagen op een geheugenkaart
Afbeeldingen openen die op een computer zijn opgeslagen
PDF-bestanden met MP Navigator EX maken/bewerken
1. Selecteer de bestanden en klik op PDF.
2. Klik op PDF-bestand maken/bewerken (Create/Edit PDF file) in de lijst.
Belangrijk
U kunt PDF-, JPEG-, TIFF- en BMP-bestanden selecteren.
U kunt alleen PDF-bestanden bewerken die zijn gemaakt met MP Navigator EX. U kunt geen
PDF-bestanden bewerken die in andere toepassingen zijn gemaakt. Het is evenmin mogelijk
PDF-bestanden te bewerken die in andere toepassingen zijn bewerkt.
Als u een PDF-bestand selecteert dat met een wachtwoord is beveiligd, wordt u gevraagd het
wachtwoord op te geven.
PDF-bestanden die met een wachtwoord zijn beveiligd openen of bewerken
3. Voeg naar behoefte pagina's toe of verwijder deze.
Klik op Pagina toevoegen (Add Page) als u een bestaand bestand wilt toevoegen en selecteer het
bestand. Als u een pagina wilt verwijderen, selecteert u de pagina en klikt u op Geselecteerde
pagina's verwijderen (Delete Selected Pages).
Sivu 430/836
PDF-bestanden maken/bewerken
Opmerking
U kunt PDF-, JPEG-, TIFF- en BMP-bestanden toevoegen.
Als u een PDF-bestand toevoegt dat met een wachtwoord is beveiligd, wordt u gevraagd het
wachtwoord op te geven.
4. Wijzig naar behoefte de volgorde van de pagina's.
Gebruik de pictogrammen om de volgorde te wijzigen.U kunt ook de miniatuurafbeelding slepen en
neerzetten op de doellocatie.
Opmerking
Zie 'Venster PDF-bestand maken/bewerken (Create/Edit PDF file) ' voor meer informatie over
het venster PDF-bestand maken/bewerken (Create/Edit PDF file).
5. Klik op Geselecteerde pagina's opslaan (Save Selected Pages) of Alle pagina's
opslaan (Save All Pages).
Het dialoogvenster Opslaan als PDF-bestand (Save as PDF file) wordt geopend.
Belangrijk
U kunt afbeeldingen die gescand zijn met 10501 of meer pixels in verticale en horizontale
richting niet opslaan.
Als een met wachtwoord beveiligd PDF-bestand wordt bewerkt, worden de wachtwoorden
verwijderd. In het dialoogvenster Opslaan als PDF-bestand (Save as PDF file) kunt u de
wachtwoorden opnieuw instellen.
Wachtwoorden voor PDF-bestanden instellen
Opmerking
Zie 'Dialoogvenster Opslaan als PDF-bestand (Save as PDF file) ' voor meer informatie over het
dialoogvenster Opslaan als PDF-bestand (Save as PDF file).
6. Geef de instellingen voor opslaan op in het dialoogvenster Opslaan als PDF-bestand
(Save as PDF file) en klik op Opslaan (Save).
Afbeeldingen worden volgens de opgegeven instellingen opgeslagen.
PDF-bestanden in een toepassing openen
U kunt PDF-bestanden die met MP Navigator EX zijn gemaakt openen in een aan PDF-bestanden
gekoppelde toepassing en ze bewerken en afdrukken.
1. Selecteer de PDF-bestanden en klik op PDF.
Belangrijk
U kunt alleen PDF-bestanden selecteren die zijn gemaakt met MP Navigator EX. U kunt geen
PDF-bestanden selecteren die met andere toepassingen zijn gemaakt. Het is evenmin
mogelijk PDF-bestanden te selecteren die in andere toepassingen zijn bewerkt.
Sivu 431/836
PDF-bestanden maken/bewerken
Sivu 432/836
2. Klik op PDF-bestand openen (Open PDF file) in de lijst.
De toepassing die in het besturingssysteem aan de extensie .pdf is gekoppeld, wordt gestart.
Belangrijk
U kunt PDF-bestanden die met een wachtwoord zijn beveiligd, niet openen in toepassingen
die geen PDF-beveiliging ondersteunen.
3. Gebruik de toepassing om het bestand te bewerken of af te drukken.
Meer informatie vindt u in de handleiding van de toepassing.
Belangrijk
In sommige toepassingen kunnen de opdrachten (afdrukken, bewerken, enzovoort) die alleen
met een wachtwoord kunnen worden uitgevoerd, verschillen van die in MP Navigator EX.
Naar boven
Documenten afdrukken
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met de meegeleverde toepassingssoftware > Afbeeldingen in MP
Navigator EX gebruiken > Documenten afdrukken
Documenten afdrukken
U kunt meerdere gescande afbeeldingen tegelijk afdrukken, afdrukken met een bepaalde kwaliteit,
enzovoort, met MP Navigator EX.
1. Scan documenten in MP Navigator EX en sla ze op. Open het venster Toon &
gebruik (View & Use) vanuit het scherm voor de navigatiemodus (Navigation Mode)
en selecteer de gewenste afbeeldingen.
Opmerking
Zie 'We gaan scannen ' voor meer informatie over het scannen van afbeeldingen in MP
Navigator EX.
U kunt ook afbeeldingen selecteren die zijn opgeslagen op een geheugenkaart of computer.
Afbeeldingen importeren die zijn opgeslagen op een geheugenkaart
Afbeeldingen openen die op een computer zijn opgeslagen
2. Klik op Afdrukken (Print) en klik op Document afdrukken (Print Document) in de lijst.
Belangrijk
Als u een PDF-bestand selecteert dat met een wachtwoord is beveiligd, wordt u gevraagd het
wachtwoord op te geven.
PDF-bestanden die met een wachtwoord zijn beveiligd openen of bewerken
3. Geef de gewenste afdrukinstellingen op.
Geef in het dialoogvenster het aantal afdrukken, de kwaliteit, schaal, enzovoort op.
Sivu 433/836
Documenten afdrukken
Sivu 434/836
Belangrijk
Bij 100% Normaal formaat (100% Normal-size) is het mogelijk dat bepaalde afbeeldingen
klein worden afgedrukt of dat sommige stukken zijn afgekapt. Selecteer in dit geval Auto om het
formaat van de afdruk in verhouding te brengen met het papierformaat.
Opmerking
Zie 'Dialoogvenster Document afdrukken (Print Document) ' voor meer informatie.
4. Klik op Afdrukken (Print).
Het afdrukken wordt gestart.
Belangrijk
Wanneer u een PDF-bestand met meer pagina's afdrukt met behulp van Document afdrukken
(Print Document), kan het afdrukken enige tijd duren. Dit is afhankelijk van uw computer. Volg
in dat geval de onderstaande stappen en wijzig de instellingen.
1. Selecteer Configuratiescherm (Control Panel) in het menu Starten.
2. Klik op Printers.
3. Rechts-klik op het pictogram van de printer en klik op Eigenschappen (Properties).
Het eigenschappenvenster van de printer wordt geopend.
4. Klik op het tabblad Geavanceerd (Advanced).
5. Selecteer Afdrukdocumenten in wachtrij glasplaatsen (programma is eerder gereed) (Spool
print documents so program finishes printing faster).
6. Selecteer Afdrukken zodra de laatste pagina in de wachtrij is geplaatst (Start printing after
last page is spooled).
7. Nadat het document is afgedrukt, stelt u de instelling op het tabblad Voorkeuren
(Preferences) weer in op Afdrukken starten (Start printing immediately).
Opmerking
Als u wilt annuleren tijdens het spoolen, klikt u op Annuleren (Cancel).Als u het afdrukken wilt
annuleren, selecteert u het afdrukpictogram op de taakbalk en klikt u op Afdrukken annuleren
(Cancel Printing).
Naar boven
Foto's afdrukken
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met de meegeleverde toepassingssoftware > Afbeeldingen in MP
Navigator EX gebruiken > Foto's afdrukken
Foto's afdrukken
U kunt foto's afdrukken met MP Navigator EX of een toepassing die bij het apparaat is geleverd. Scan
documenten en sla ze op. Open daarna het venster Toon & gebruik (View & Use) om aan te geven hoe u
de foto's wilt afdrukken.
Opmerking
Zie 'We gaan scannen ' voor meer informatie over het scannen van afbeeldingen in MP Navigator
EX.
U kunt ook afbeeldingen selecteren die zijn opgeslagen op een geheugenkaart of computer.
Afbeeldingen importeren die zijn opgeslagen op een geheugenkaart
Afbeeldingen openen die op een computer zijn opgeslagen
Wanneer u foto's afdrukt met een toepassing die bij het apparaat is geleverd
U kunt een toepassing die bij het apparaat is geleverd gebruiken om gescande foto's af te drukken met
een hoge kwaliteit of afbeeldingen op te maken en af te drukken.
1. Selecteer afbeeldingen en klik op Afdrukken (Print).
2. Klik op Foto afdrukken (Print Photo) of Album afdrukken (Print Album) in de lijst.
Easy-PhotoPrint EX wordt gestart.Zie ' Foto's afdrukken' voor meer informatie
Opmerking
Als Easy-PhotoPrint EX niet is geïnstalleerd, kunt u afdrukken met MP Navigator EX.
Wanneer u foto's afdrukt met MP Navigator EX
1. Selecteer afbeeldingen en klik op Afdrukken (Print).
2. Klik op Foto afdrukken (Print Photo) in de lijst.
3. Geef de gewenste afdrukinstellingen op.
Sivu 435/836
Foto's afdrukken
Sivu 436/836
Geef in het weergegeven dialoogvenster het papierformaat, het aantal afdrukken enz. op.
Opmerking
Zie 'Dialoogvenster Foto afdrukken (Print Photo) ' voor meer informatie.
4. Klik op Afdrukken (Print).
Het afdrukken wordt gestart.
Opmerking
Als u wilt annuleren tijdens het spoolen, klikt u op Annuleren (Cancel).Als u het afdrukken wilt
annuleren, selecteert u het afdrukpictogram op de taakbalk en klikt u op Afdrukken annuleren
(Cancel Printing).
Naar boven
Via e-mail verzenden
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met de meegeleverde toepassingssoftware > Afbeeldingen in MP
Navigator EX gebruiken > Via e-mail verzenden
Via e-mail verzenden
U kunt gescande afbeeldingen via e-mail verzenden.
Belangrijk
MP Navigator EX is compatibel met de volgende e-mailprogramma's:
- Windows Mail (Windows Vista)
- Outlook Express (Windows XP/Windows 2000)
- Microsoft Outlook
- EUDORA
- Netscape Mail
(Als een e-mailprogramma niet naar behoren functioneert, controleert u of de MAPI-instelling van
het mailprogramma is ingeschakeld. Raadpleeg de handleiding van het e-mailprogramma voor
informatie over het inschakelen van MAPI.)
1. Scan documenten in MP Navigator EX en sla ze op. Open het venster Toon &
gebruik (View & Use) vanuit het scherm voor de navigatiemodus (Navigation Mode)
en selecteer de gewenste afbeeldingen.
Opmerking
Zie 'We gaan scannen ' voor meer informatie over het scannen van afbeeldingen in MP
Navigator EX.
U kunt ook afbeeldingen selecteren die zijn opgeslagen op een geheugenkaart of computer.
Afbeeldingen importeren die zijn opgeslagen op een geheugenkaart
Afbeeldingen openen die op een computer zijn opgeslagen
2. Klik op Verzenden (Send) en klik vervolgens op Toevoegen aan e-mail (Attach to Email) in de lijst.
3. Stel de opties voor opslaan in zoals gewenst.
Geef de doelmap en bestandsnaam op.
Sivu 437/836
Via e-mail verzenden
Sivu 438/836
Belangrijk
U kunt een compressietype selecteren als u JPEG-afbeeldingen via e-mail verzendt.Klik op
Instellen... (Set...) om een dialoogvenster te openen en selecteer Hoog (lage compressie)
(High(Low Compression)), Standaard (Standard) of Laag (hoge compressie) (Low(High
Compression)).
Opmerking
Zie 'Dialoogvenster Via e-mail verzenden (Send via E-mail) ' voor meer informatie over het
dialoogvenster Via e-mail verzenden (Send via E-mail).
4. Klik op OK.
De bestanden worden opgeslagen volgens de instellingen en het e-mailprogramma start.
5. Geef de geadresseerde op, voer het onderwerp en de berichttekst in en verzend het
bericht.
Raadpleeg de handleiding van het e-mailprogramma voor meer informatie.
Naar boven
Bestanden bewerken
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met de meegeleverde toepassingssoftware > Afbeeldingen in MP
Navigator EX gebruiken > Bestanden bewerken
Bestanden bewerken
U kunt afbeeldingen bewerken of ze converteren naar tekst met MP Navigator EX of een toepassing bij
het apparaat. Scan documenten en sla ze op. Open daarna het venster Toon & gebruik (View & Use) om
aan te geven wat u wilt doen met de afbeeldingen.
Opmerking
Zie 'We gaan scannen ' voor meer informatie over het scannen van afbeeldingen in MP Navigator
EX.
U kunt ook afbeeldingen selecteren die zijn opgeslagen op een geheugenkaart of computer.
Afbeeldingen importeren die zijn opgeslagen op een geheugenkaart
Afbeeldingen openen die op een computer zijn opgeslagen
Foto's corrigeren
U kunt afbeeldingen corrigeren en verbeteren in het venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/
Enhance Images).
1. Selecteer afbeeldingen en klik op Bewerken/converteren (Edit/Convert).
2. Klik vervolgens op Foto Afbeeldingen herstellen (Fix photo images) in de lijst.
Het venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images) wordt geopend.
3. Afbeeldingen corrigeren/verbeteren in het venster Afbeeldingen corrigeren/
verbeteren (Correct/Enhance Images).
Opmerking
Zie 'Venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images) ' voor meer
informatie over het venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images).
Zie de betreffende onderstaande onderwerpen voor het corrigeren/verbeteren van
afbeeldingen.
Afbeeldingen automatisch corrigeren/verbeteren
Afbeeldingen handmatig corrigeren/verbeteren
Documenten converteren naar tekst
Sivu 439/836
Bestanden bewerken
Sivu 440/836
Tekst scannen in gescande tijdschriften en kranten en weergeven in Kladblok (geleverd bij Windows).
1. Selecteer afbeeldingen en klik op Bewerken/converteren (Edit/Convert).
2. Klik vervolgens in de lijst op Converteren naar tekstbestand (Convert to text file).
Textedit (geleverd bij Windows) wordt gestart en bewerkbare tekst wordt weergegeven.
Opmerking
U kunt alleen teksten in talen exporteren naar Kladblok (geleverd bij Windows)die
geselecteerd kunnen worden op het tabblad Algemeen (General) Klik op Instellen... (Set...) op
het tabblad Algemeen (General) en geef de taal op van het document dat u wilt scannen.
Tabblad Algemeen (General)
Tekst die wordt weergegeven in Kladblok (geleverd bij Windows) kan alleen als leidraad
worden gebruikt. Tekst in de afbeeldingen van de volgende documenttypen wordt mogelijk niet
correct gelezen.
- Documenten die tekst bevatten met een tekengrootte kleiner dan 8 of groter dan 40 punten
(op 300 dpi)
- Scheve documenten
- Documenten die verkeerd om zijn geplaatst of documenten met een verkeerde afdrukstand
(gedraaide tekens)
- Documenten met speciale lettertypen, effecten, cursieve letters of met de hand geschreven
tekst
- Documenten met een smalle regelafstand
- Documenten met kleuren op de achtergrond of tekst
- Documenten met meerdere talen
Naar boven
Wachtwoorden voor PDF-bestanden instellen
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met de meegeleverde toepassingssoftware > Afbeeldingen in MP
Navigator EX gebruiken > Wachtwoorden voor PDF-bestanden instellen
Wachtwoorden voor PDF-bestanden instellen
U kunt wachtwoorden instellen voor het openen, bewerken en afdrukken van PDF-bestanden.
U kunt twee wachtwoorden instellen: een om het bestand te openen en een om het bestand te
bewerken of af te drukken.
Belangrijk
Voor deze functie is Internet Explorer 5.5 Service Pack 2 of hoger vereist.
Als u het wachtwoord vergeet, kunt u het bestand niet meer openen of bewerken. Bewaar uw
wachtwoorden op een veilige plaats, zodat u ze altijd kunt raadplegen.
U kunt PDF-bestanden die met een wachtwoord zijn beveiligd, niet openen in toepassingen die
geen PDF-beveiliging ondersteunen.
In sommige toepassingen kunnen de opdrachten (afdrukken, bewerken, enzovoort) die alleen met
een wachtwoord kunnen worden uitgevoerd, verschillen van die in MP Navigator EX.
U kunt in PDF-bestanden die met een wachtwoord zijn beveiligd geen tekst zoeken via het Venster
Toon & gebruik (View & Use) .
1. Scan documenten in MP Navigator EX en klik vervolgens op Opslaan als PDFbestand (Save as PDF file).
U kunt ook bestaande bestanden bewerken in het venster PDF-bestand maken/
bewerken (Create/Edit PDF file) en vervolgens klikken op Geselecteerde pagina's
opslaan (Save Selected Pages) of Alle pagina's opslaan (Save All Pages).
Het dialoogvenster Opslaan als PDF-bestand (Save as PDF file) wordt geopend.
Opmerking
Zie 'We gaan scannen ' voor informatie over het scannen van afbeeldingen.
Zie 'PDF-bestanden maken/bewerken ' als u PDF-bestanden wilt maken van bestaande
bestanden of als u bestanden wilt bewerken.
U kunt geen wachtwoorden instellen als afbeeldingen automatisch worden opgeslagen nadat
ze zijn gescand, bijvoorbeeld wanneer u scant vanuit het scherm in de modus voor eenmaal
klikken of met het bewerkingspaneel van het apparaat.
2. Schakel het selectievakje Instellingen wachtwoordbeveiliging (Password security
settings) in.
Sivu 441/836
Wachtwoorden voor PDF-bestanden instellen
Het dialoogvenster Wachtwoordbeveiliging - Instellingen (Password Security -Settings) wordt
geopend.
Opmerking
U kunt het dialoogvenster Wachtwoordbeveiliging - Instellingen (Password Security -Settings)
ook openen door op Instellen... (Set...) te klikken en vervolgens Wachtwoordbeveiliging
(Password Security) te selecteren bij Beveiliging (Security) in het dialoogvenster PDFinstellingen (PDF Settings).
3. Schakel het selectievakje Wachtwoord vereist om document te openen (Require a
password to open the document) of Wachtwoord gebruiken om afdrukken en
bewerken van document en beveiligingsinstellingen te beperken (Use a password to
restrict printing and editing of the document and its security settings) in en geef een
wachtwoord op.
Belangrijk
U kunt een wachtwoord van maximaal 32 alfanumerieke enkele-bytetekens opgeven.
Wachtwoorden zijn hoofdlettergevoelig.
Opmerking
Schakel beide selectievakjes in om het Wachtwoord voor openen document (Document Open
Password) en het Wachtwoord machtigingen (Permissions Password) in te stellen. U kunt niet
hetzelfde wachtwoord voor beide doeleinden gebruiken.
Sivu 442/836
Wachtwoorden voor PDF-bestanden instellen
Sivu 443/836
4. Klik op OK.
Het dialoogvenster Het wachtwoord voor het openen van het document bevestigen (Confirm
Document Open Password) of Bevestig toestemmingenwachtwoord (Confirm Permissions
Password) wordt geopend.
Wachtwoord voor openen document
Wachtwoord machtigingen
5. Geef het wachtwoord opnieuw op en klik op OK.
Het dialoogvenster Opslaan als PDF-bestand (Save as PDF file) wordt opnieuw weergegeven.
Belangrijk
Als u het dialoogvenster Opslaan als PDF-bestand (Save as PDF file) sluit zonder op Opslaan
(Save) te klikken, worden de instellingen in het dialoogvenster Wachtwoordbeveiliging Instellingen (Password Security -Settings) verwijderd.
Wachtwoorden worden verwijderd zodra het bestand wordt bewerkt. Als u een bewerkt bestand
opslaat, moet u het wachtwoord opnieuw instellen.
Opmerking
Als u de wachtwoorden instelt via het dialoogvenster PDF-instellingen (PDF Settings), gaat u
terug naar het dialoogvenster PDF-instellingen (PDF Settings). Klik op OK. Het dialoogvenster
Opslaan als PDF-bestand (Save as PDF file) wordt opnieuw weergegeven.
6. Klik op Opslaan (Save).
Bestanden worden volgens de instellingen opgeslagen.
Verwant onderwerp
PDF-bestanden die met een wachtwoord zijn beveiligd openen of bewerken
Naar boven
PDF-bestanden die met een wachtwoord zijn beveiligd openen of bewerken
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met de meegeleverde toepassingssoftware > Afbeeldingen in MP
Navigator EX gebruiken > PDF-bestanden die met een wachtwoord zijn beveiligd openen of bewerken
PDF-bestanden die met een wachtwoord zijn beveiligd openen
of bewerken
Als u een PDF-bestand dat met een wachtwoord is beveiligd wilt openen of bewerken/afdrukken, moet u
een wachtwoord opgeven.
Hoe u het wachtwoord moet opgeven, hangt af van de bewerking. De volgende procedures dienen
alleen als voorbeeld.
Belangrijk
U kunt alleen PDF-bestanden openen, bewerken of afdrukken waarbij het wachtwoord is ingesteld
met MP Navigator EX. U kunt geen PDF-bestanden bewerken die in andere toepassingen zijn
bewerkt, of waarvan het wachtwoord is ingesteld met andere toepassingen.Alleen MP Navigator EX
versie 1.1 en 2.0 or later ondersteunt het openen, bewerken en afdrukken van PDF-bestanden die
met een wachtwoord zijn beveiligd.
U hebt Internet Explorer 5.5 Service Pack 2 of hoger nodig om PDF-bestanden met een wachtwoord
te kunnen openen, bewerken of afdrukken.
Wachtwoorden zijn hoofdlettergevoelig.
Een wachtwoord opgeven om een bestand te openen
1. Selecteer in het venster Toon & gebruik (View & Use) het PDF-bestand dat u wilt
openen en klik op
Inzoomen (Zoom in).
U kunt ook dubbelklikken op het PDF-bestand.
Opmerking
Alleen het Wachtwoord voor openen document (Document Open Password) is vereist. U hoeft
het Wachtwoord machtigingen (Permissions Password) niet op te geven.
Als het dialoogvenster Inzoomen (Zoom in) wordt geopend met een slotpictogram, klikt u op
Voer wachtwoord in (Enter Password).
Sivu 444/836
PDF-bestanden die met een wachtwoord zijn beveiligd openen of bewerken
2. Het dialoogvenster Wachtwoord (Password) wordt geopend. Geef het wachtwoord
op en klik op OK.
Het PDF-bestand wordt geopend in het dialoogvenster Inzoomen (Zoom in).
Belangrijk
Als u het bestand opnieuw wilt openen nadat u het dialoogvenster Inzoomen (Zoom in) hebt
gesloten, geeft u het wachtwoord opnieuw op.
Een wachtwoord (Wachtwoord machtigingen) opgeven om een bestand te bewerken of af
te drukken
1. Selecteer PDF-bestanden in het venster Toon & gebruik (View & Use) en klik op
PDF of Afdrukken (Print).
Sivu 445/836
PDF-bestanden die met een wachtwoord zijn beveiligd openen of bewerken
2. Als u een PDF-bestand wilt maken of het bestand wilt bewerken, selecteert u PDFbestand maken/bewerken (Create/Edit PDF file) in de lijst. Als u het bestand wilt
afdrukken, klikt u op Document afdrukken (Print Document).
In het dialoogvenster Wachtwoord (Password) wordt u gevraagd een wachtwoord op te geven.
Belangrijk
Als het Wachtwoord voor openen document (Document Open Password) ook is ingesteld,
moet u eerst het Wachtwoord voor openen document (Document Open Password) opgeven en
vervolgens het Wachtwoord machtigingen (Permissions Password).
3. Geef het wachtwoord op en klik op OK.
Het bijbehorende dialoogvenster wordt geopend.
Belangrijk
Als een met wachtwoord beveiligd PDF-bestand wordt bewerkt, worden de wachtwoorden
verwijderd.Stel de wachtwoorden opnieuw in.
Wachtwoorden voor PDF-bestanden instellen
Verwant onderwerp
Wachtwoorden voor PDF-bestanden instellen
Naar boven
Sivu 446/836
Schermen van MP Navigator EX
Sivu 447/836
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met de meegeleverde toepassingssoftware > Schermen van MP
Navigator EX
Schermen van MP Navigator EX
Informatie over de schermen en functies van MP Navigator EX.
Tabblad Documenten of afbeeldingen scannen/importeren (Scan/Import Documents or
Images)
Scherm Foto's/documenten (plaat) (Photos/Documents (Platen)) (venster Scan/Import. (Scan/Import))
Dialoogvenster Scan-instellingen (Scan Settings) (Foto's/documenten (Photos/Documents))
Dialoogvenster Opslaan (Save)
Dialoogvenster Opslaan als PDF-bestand (Save as PDF file)
Scherm Geheugenkaart (Memory Card) (venster Scan/Import. (Scan/Import))
Tabblad Afbeeldingen op de computer weergeven en gebruiken (View & Use Images on
your Computer)
Venster Toon & gebruik (View & Use)
Venster PDF-bestand maken/bewerken (Create/Edit PDF file)
Dialoogvenster Document afdrukken (Print Document)
Dialoogvenster Foto afdrukken (Print Photo)
Dialoogvenster Via e-mail verzenden (Send via E-mail)
Venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images)
Tabblad Aangepaste scan met eenmaal klikken (Custom Scan with One-click) / Scherm
voor modus eenmaal klikken (One-click Mode)
Dialoogvenster Opslaan (Save) (Scherm voor modus eenmaal klikken (One-click Mode))
Dialoogvenster PDF
Dialoogvenster Verzenden (Mail)
Dialoogvenster OCR
Dialoogvenster Aangepast (Custom)
Dialoogvenster Voorkeuren (Preferences)
Tabblad Algemeen (General)
Tabblad Instellingen scannerknop (Scanner Button Settings) (Opslaan)
Tabblad Instellingen scannerknop (Scanner Button Settings) (Toevoegen aan e-mail)
Tabblad Instellingen scannerknop (Scanner Button Settings) (Openen met toepassing)
Naar boven
Scherm Navigatiemodus (Navigation Mode)
Sivu 448/836
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met de meegeleverde Toepassingssoftware > Schermen van MP
Navigator EX > Scherm Navigatiemodus (Navigation Mode)
Scherm Navigatiemodus (Navigation Mode)
Dit is een van de opstartschermen van MP Navigator EX.
Plaats de muisaanwijzer op een pictogram boven aan het scherm om het bijbehorende tabblad weer te
geven. Gebruik de tabbladen op basis van de handelingen die u wilt uitvoeren.
Scan/Import. (Scan/Import)
U kunt foto's en documenten scannen of afbeeldingen importeren die zijn opgeslagen op een
geheugenkaart.
Tabblad Documenten of afbeeldingen scannen/importeren (Scan/Import Documents or Images)
Toon & gebruik (View & Use)
U kunt afbeeldingen openen die op een computer zijn opgeslagen en deze afdrukken of aan een email toevoegen.U kunt deze bestanden ook bewerken met een toepassing die is meegeleverd met het
apparaat.
Tabblad Afbeeldingen op de computer weergeven en gebruiken (View & Use Images on your
Computer)
Eenmaal klikken (One-click)
U kunt scannen, opslaan, enzovoort. in één handeling, door op het bijbehorende pictogram te klikken.
Tabblad Aangepaste scan met eenmaal klikken (Custom Scan with One-click)
(Modus schakelen (Switch Mode))
Ga naar het scherm voor de modus eenmaal klikken. In het scherm voor de modus eenmaal klikken
(One-click Mode) kunt u scannen, opslaan, enzovoort in één handeling, door op het bijbehorende
pictogram te klikken.
Scherm voor modus eenmaal klikken (One-click Mode)
Dit venster bij het opstarten weergeven (Show this window at startup)
Schakel dit selectievakje in om het hoofdmenu bij het opstarten te openen. Het laatst gebruikte
scherm wordt geopend als dit selectievakje niet is ingeschakeld.
Voorkeuren (Preferences)
Het dialoogvenster Voorkeuren (Preferences) wordt geopend. In het dialoogvenster Voorkeuren
(Preferences) kunt u geavanceerde instellingen definiëren voor MP Navigator EX-functies.
Dialoogvenster Voorkeuren (Preferences)
Handleiding (Guide)
Deze handleiding openen.
Naar boven
Tabblad Documenten of afbeeldingen scannen/importeren (Scan/Import Documents o... Sivu 449/836
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met de meegeleverde toepassingssoftware > Schermen van MP
Navigator EX > Tabblad Documenten of afbeeldingen scannen/importeren (Scan/Import Documents or Images)
Tabblad Documenten of afbeeldingen scannen/importeren
(Scan/Import Documents or Images)
Wijs in het scherm Navigatiemodus Scan/Import. (Scan/Import) aan om het tabblad Documenten of
afbeeldingen scannen/importeren (Scan/Import Documents or Images) weer te geven.
U kunt foto's en documenten scannen of afbeeldingen importeren die zijn opgeslagen op een
geheugenkaart.
Foto's/documenten (plaat) (Photos/Documents (Platen))
Het venster Scan/Import. (Scan/Import)openen. Foto's en documenten scannen die op de plaat zijn
gelegd.
Scherm Foto's/documenten (plaat) (Photos/Documents (Platen)) (venster Scan/Import. (Scan/
Import))
Geheugenkaart (Memory Card)
Het venster Scan/Import. (Scan/Import) openen met Geheugenkaart (Memory Card) geselecteerd.
Importeer afbeeldingen die op geheugenkaarten zijn opgeslagen.
Scherm Geheugenkaart (Memory Card) (venster Scan/Import. (Scan/Import))
(Modus schakelen (Switch Mode))
Ga naar het scherm voor de modus eenmaal klikken. In het scherm voor de modus eenmaal klikken
(One-click Mode) kunt u scannen, opslaan, enzovoort in één handeling, door op het bijbehorende
pictogram te klikken.
Scherm voor modus eenmaal klikken (One-click Mode)
Dit venster bij het opstarten weergeven (Show this window at startup)
Schakel dit selectievakje in om het hoofdmenu bij het opstarten te openen. Het laatst gebruikte
scherm wordt geopend als dit selectievakje niet is ingeschakeld.
Voorkeuren (Preferences)
Het dialoogvenster Voorkeuren (Preferences) wordt geopend. In het dialoogvenster Voorkeuren
(Preferences) kunt u geavanceerde instellingen definiëren voor MP Navigator EX-functies.
Dialoogvenster Voorkeuren (Preferences)
Handleiding (Guide)
Deze handleiding openen.
Naar boven
Tabblad Afbeeldingen op de computer weergeven en gebruiken (View Use Images ...
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met de meegeleverde toepassingssoftware > Schermen van MP
Navigator EX > Tabblad Afbeeldingen op de computer weergeven en gebruiken (View & Use Images on your Computer)
Tabblad Afbeeldingen op de computer weergeven en
gebruiken (View & Use Images on your Computer)
Wijs Toon & gebruik (View & Use) aan op het scherm voor de Navigatiemodus (Navigation Mode) om het
tabblad Afbeeldingen op de computer weergeven en gebruiken (View & Use Images on your Computer)
weer te geven.
U kunt afbeeldingen openen die op een computer zijn opgeslagen en deze afdrukken of aan een e-mail
toevoegen.U kunt deze bestanden ook bewerken met een toepassing die is meegeleverd met het
apparaat.
Mijn vak (gesc./geïmp. afb.) (My Box (Scanned/Imported Images))
Open het venster Toon & gebruik (View & Use) met Mijn vak (gesc./geïmp. afb.) (My Box (Scanned/
Imported Images)) geselecteerd.
U kunt afbeeldingen die zijn opgeslagen in Mijn vak (My Box) openen en gebruiken.
Mijn vak (My Box) is een speciale map voor het opslaan van afbeeldingen die met MP Navigator EX zijn
gescand.
Opmerking
Standaard zijn de volgende mappen opgegeven.
Windows Vista: de map MP Navigator EX in de map Afbeelding (Picture)
Windows XP: de map MP Navigator EX in de map Mijn afbeeldingen (My Pictures)
Windows 2000: de map MP Navigator EX in de map Mijn afbeeldingen (My Pictures)
Map opgeven (Specify Folder)
Open het venster Toon & gebruik (View & Use) met Map opgeven (Specify Folder) geselecteerd.
U kunt afbeeldingen die zijn opgeslagen in specifieke mappen openen en gebruiken.
Recent opgesl. afbeeldingen (Recently Saved Images)
Open het venster Toon & gebruik (View & Use) met Recent opgesl. afbeeldingen (Recently Saved
Images) geselecteerd.
U kunt afbeeldingen openen en gebruiken waarvoor geldt dat deze recentelijk zijn 'Gescand/
geïmporteerd', 'Toegevoegd aan e-mail' of 'Verzonden naar toepassing'.
Opmerking
Zie 'Venster Toon & gebruik (View & Use) ' voor informatie over het venster Toon & gebruik(View &
Use).
(Modus schakelen (Switch Mode))
Ga naar het scherm voor de modus eenmaal klikken. In het scherm voor de modus eenmaal klikken
(One-click Mode) kunt u scannen, opslaan, enzovoort in één handeling, door op het bijbehorende
pictogram te klikken.
Scherm voor modus eenmaal klikken (One-click Mode)
Sivu 450/836
Tabblad Afbeeldingen op de computer weergeven en gebruiken (View Use Images ...
Dit venster bij het opstarten weergeven (Show this window at startup)
Schakel dit selectievakje in om het hoofdmenu bij het opstarten te openen. Het laatst gebruikte
scherm wordt geopend als dit selectievakje niet is ingeschakeld.
Voorkeuren (Preferences)
Het dialoogvenster Voorkeuren (Preferences) wordt geopend. In het dialoogvenster Voorkeuren
(Preferences) kunt u geavanceerde instellingen definiëren voor MP Navigator EX-functies.
Dialoogvenster Voorkeuren (Preferences)
Handleiding (Guide)
Deze handleiding openen.
Verwant onderwerp
Afbeeldingen openen die op een computer zijn opgeslagen
Naar boven
Sivu 451/836
Tabblad Aangepaste scan met eenmaal klikken (Custom Scan with One-click)
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met de meegeleverde toepassingssoftware > Schermen van MP
Navigator EX > Tabblad Aangepaste scan met eenmaal klikken (Custom Scan with One-click)
Tabblad Aangepaste scan met eenmaal klikken (Custom Scan
with One-click)
Wijs Eenmaal klikken (One-click) in het scherm voor de Navigatiemodus aan om het tabblad
Aangepaste scan met eenmaal klikken (Custom Scan with One-click) weer te geven.
U kunt met slechts één klik een document scannen, enzovoort, door op het bijbehorende pictogram te
klikken.
Opslaan naar computer (Save to PC)
Documenten scannen en opslaan.Het documenttype wordt automatisch gedetecteerd.De
bestandsindeling wordt automatisch ingesteld.Bestanden worden opgeslagen naar een computer.
Wanneer u op dit pictogram klikt, wordt het dialoogvenster Opslaan (Save) geopend en kunt u de
instellingen voor scannen en opslaan opgeven.
Dialoogvenster Opslaan (Save) (Scherm voor modus eenmaal klikken (One-click Mode))
Opslaan als PDF-bestand (Save as PDF file)
Documenten scannen en opslaan als PDF-bestanden.
Wanneer u op dit pictogram klikt, wordt het dialoogvenster PDF geopend en kunt u de instellingen voor
de toepassing en voor scannen/opslaan opgeven.
Dialoogvenster PDF
Toevoegen aan e-mail (Attach to E-mail)
Documenten of foto's scannen en ze toevoegen aan een e-mailbericht.
Wanneer u op dit pictogram klikt, wordt het dialoogvenster Verzenden (Mail) geopend en kunt u de
instellingen voor scannen/opslaan en voor het e-mailprogramma opgeven.
Dialoogvenster Verzenden (Mail)
OCR
Tekstdocumenten scannen en vervolgens tekst uit de afbeeldingen halen en weergeven in Kladblok
(geleverd bij Windows)
Wanneer u op dit pictogram klikt, wordt het dialoogvenster OCR geopend en kunt u de instellingen
voor de toepassing en voor scannen/opslaan opgeven.
Dialoogvenster OCR
Belangrijk
Raadpleeg de handleiding van de toepassing voor de verdere procedure.
Aangepast (Custom)
Documenten scannen en openen in een opgegeven toepassing.Het documenttype wordt automatisch
gedetecteerd.
Wanneer u op dit pictogram klikt, wordt het dialoogvenster Aangepast (Custom) geopend en kunt u de
instellingen voor de toepassing en voor scannen/opslaan opgeven.
Dialoogvenster Aangepast (Custom)
Belangrijk
Sivu 452/836
Tabblad Aangepaste scan met eenmaal klikken (Custom Scan with One-click)
Raadpleeg de handleiding van de toepassing voor de verdere procedure.
Het scannen starten door op de knop te klikken (Start scanning by clicking the button)
Schakel dit selectievakje in en klik op een pictogram om meteen te beginnen met scannen
(Modus schakelen (Switch Mode))
Ga naar het scherm voor de modus eenmaal klikken (One-click Mode).Het scherm voor de modus
eenmaal klikken (One-click Mode) wordt weergegeven.
Scherm voor modus eenmaal klikken (One-click Mode)
Dit venster bij het opstarten weergeven (Show this window at startup)
Schakel dit selectievakje in om het hoofdmenu bij het opstarten te openen. Het laatst gebruikte
scherm wordt geopend als dit selectievakje niet is ingeschakeld.
Voorkeuren (Preferences)
Het dialoogvenster Voorkeuren (Preferences) wordt geopend. In het dialoogvenster Voorkeuren
(Preferences) kunt u geavanceerde instellingen definiëren voor MP Navigator EX-functies.
Dialoogvenster Voorkeuren (Preferences)
Handleiding (Guide)
Deze handleiding openen.
Belangrijk
De volgende beperkingen zijn van toepassing wanneer u scant met Documenttype (Document
Type) ingesteld op Auto-mode (Auto Mode) in het dialoogvenster Opslaan (Save) of Aangepast
(Custom).
Geef het Documenttype (Document Type) op (anders dan Auto-mode (Auto Mode)) om na het
scannen de tekst in de afbeelding te extraheren en te converteren naar bewerkbare tekst.
Verwant onderwerp
Eenvoudig scannen met eenmaal klikken
Naar boven
Sivu 453/836
Scherm Foto's/documenten (plaat) (Photos/Documents (Platen)) (venster Scan/Import... Sivu 454/836
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met de meegeleverde toepassingssoftware > Schermen van MP
Navigator EX > Scherm Foto's/documenten (plaat) (Photos/Documents (Platen)) (venster Scan/Import. (Scan/Import))
Scherm Foto's/documenten (plaat) (Photos/Documents
(Platen)) (venster Scan/Import. (Scan/Import))
Wijs Scan/Import. (Scan/Import) aan in het scherm voor de Navigatiemodus en klik op Foto's/
documenten (plaat) (Photos/Documents (Platen)).
Open dit venster om documenten te scannen vanaf de glasplaat.
(1) Knoppen voor de instellingen en bewerkingen
(2) Werkbalk
(3) Venster met miniaturen
(4) Gebied met geselecteerde afbeeldingen
Knoppen voor de instellingen en bewerkingen
(Toon & gebruik (View & Use))
Klik hierop als u afbeeldingen en PDF-bestanden die op uw computer zijn opgeslagen wilt openen.
Het scherm Toon & gebruik (View & Use) wordt geopend.
Venster Toon & gebruik (View & Use)
Foto's/documenten (plaat) (Photos/Documents (Platen))
Hiermee wordt het scherm voor het scannen van foto's, documenten, tijdschriften en andere
afdrukmaterialen geopend.
Geheugenkaart (Memory Card)
Klik hierop als u afbeeldingen wilt importeren die op een geheugenkaart zijn opgeslagen. Het
scherm voor het importeren van afbeeldingen van een geheugenkaart wordt weergegeven.
Scherm Geheugenkaart (Memory Card) (venster Scan/Import. (Scan/Import))
Documenttype (Document Type)
Selecteer het type document dat u wilt scannen.
Foto's scannen: Kleurenfoto (Color Photo) of Zwart-wit foto (Black and White Photo)
Tekstdocumenten scannen: Kleurendocument (Color Document), Zwart-wit document (Black and
White Document) of Tekst (OCR) (Text(OCR))
Tijdschriften scannen: Tijdschrift (kleur) (Magazine(Color))
Belangrijk
U kunt Documenttype (Document Type) niet selecteren als het selectievakje Het
scannerstuurprogramma gebruiken (Use the scanner driver) is ingeschakeld.
Scherm Foto's/documenten (plaat) (Photos/Documents (Platen)) (venster Scan/Import... Sivu 455/836
Opgeven... (Specify...)
Het documentformaat, de resolutie en andere geavanceerde scaninstellingen opgeven.
Dialoogvenster Scan-instellingen (Scan Settings) (Foto's/documenten (Photos/Documents))
Belangrijk
Als het selectievakje Het scannerstuurprogramma gebruiken (Use the scanner driver) is
ingeschakeld, is Opgeven... (Specify...) niet beschikbaar.
Het scannerstuurprogramma gebruiken (Use the scanner driver)
Schakel dit selectievakje in als u wilt scannen met ScanGear (scannerstuurprogramma). Gebruik
ScanGear (scannerstuurprogramma) om tijdens het scannen van documenten afbeeldingen te
corrigeren en kleuren aan te passen.
Scannen (Scan)
Het scannen begint.
Opmerking
Deze knop verandert in Scannerstuurprogramma openen (Open Scanner Driver) als u het
selectievakje Het scannerstuurprogramma gebruiken (Use the scanner driver) inschakelt.
Scannerstuurprogramma openen (Open Scanner Driver)
ScanGear (scannerstuurprogramma) wordt gestart.
Zie 'Schermen van ScanGear (scannerstuurprogramma) ' voor meer informatie over de schermen
van ScanGear (scannerstuurprogramma).
Opmerking
Deze knop verandert in Scannen (Scan) als u het selectievakje Het scannerstuurprogramma
gebruiken (Use the scanner driver) inschakelt.
Wissen (Clear)
Alle afbeeldingen in het venster voor miniaturen verwijderen.
Belangrijk
Afbeeldingen die niet op de computer zijn opgeslagen, worden verwijderd.Gebruik Opslaan
(Save) of een andere methode als u belangrijke afbeeldingen op de computer wilt opslaan,
voordat u op Wissen (Clear) klikt.
Opslaan (Save)
De geselecteerde afbeeldingen opslaan. Klik hier om het Dialoogvenster Opslaan (Save) te openen
en instellingen voor het opslaan op te geven.
Opslaan als PDF-bestand (Save as PDF file)
De geselecteerde afbeeldingen opslaan als PDF-bestanden. Klik hier om het
DialoogvensterOpslaan als PDF-bestand (Save as PDF file) te openen en instellingen voor het
opslaan op te geven.
Naar het hoofdmenu gaan (Jump to Main Menu)
Naar het hoofdmenu gaan (Jump to Main Menu)
Werkbalk
Voorkeuren (Preferences)
Het dialoogvenster Voorkeuren (Preferences) wordt geopend. In het dialoogvenster Voorkeuren
(Preferences) kunt u geavanceerde instellingen definiëren voor MP Navigator EX-functies.
Dialoogvenster Voorkeuren (Preferences)
Handleiding (Guide)
Deze handleiding openen.
Bewerkingshulpmiddelen
(Alles selecteren (Select All))
Hiermee selecteert u alle afbeeldingen in het venster met miniaturen.
Scherm Foto's/documenten (plaat) (Photos/Documents (Platen)) (venster Scan/Import... Sivu 456/836
(Alles annuleren (Cancel All))
Hiermee annuleert u alle selecties in het venster met miniaturen.
(Linksom roteren (Rotate Left))
Hiermee draait u de doelafbeelding (in het oranje kader) 90 graden linksom.
(Rechtsom roteren (Rotate Right))
Hiermee draait u de doelafbeelding (in het oranje kader) 90 graden rechtsom.
(Omkeren (Invert))
Hiermee keert u de doelafbeelding (in het oranje kader) horizontaal om.
(Bijsnijden (Trimming))
Hiermee snijdt u de doelafbeelding bij (in het oranje kader) in het venster voor miniaturen. Met
bijsnijden selecteert u het gebied in een foto dat u wilt behouden en verwijdert u de rest. Klik op
deze knop om het scherm Uitsnijden (Crop) te openen en het bijsnijdkader aan te geven.
Inzoomen (Zoom in)
Hiermee vergroot u de doelafbeelding (in het oranje kader).U kunt de afbeelding ook vergroten
door erop te dubbelklikken.
(Weergaveformaat (Display Size))
Hiermee wijzigt u het formaat van afbeeldingen in het venster voor miniaturen.
(Sorteren op)
Hiermee sorteert u de afbeeldingen in het venster voor miniaturen op categorie of op datum
(oplopend of aflopend).
Venster met miniaturen
Venster met miniaturen
Hier worden de afbeeldingen weergegeven die op de glasplaat zijn gescand.
Wanneer u het selectievakje van een afbeelding inschakelt, wordt de afbeelding weergegeven in het
gebied met geselecteerde afbeeldingen.
Belangrijk
Miniaturen kunnen worden weergegeven als '?' wanneer er onvoldoende geheugen is om de
afbeeldingen weer te geven.
Wanneer afbeeldingen zijn gesorteerd op Categorieën (Categories)
Alles openen (Open All)
Hiermee geeft u alle afbeeldingen weer.
Alles sluiten (Close All)
Hiermee verbergt u alle afbeeldingen.
Gebied met geselecteerde afbeeldingen
(Alles annuleren (Cancel All))
Hiermee maakt u de selectie ongedaan van alle afbeeldingen in het gebied met geselecteerde
afbeeldingen.
(Selectie annuleren (Cancel Selection))
Hiermee maakt u de selectie ongedaan van de doelafbeelding (in het oranje kader) in het gebied
met geselecteerde afbeeldingen.
Gebied met geselecteerde afbeeldingen
Scherm Foto's/documenten (plaat) (Photos/Documents (Platen)) (venster Scan/Import... Sivu 457/836
Hier worden de afbeeldingen weergegeven die in het venster met miniaturen zijn geselecteerd.
Verwant onderwerp
Foto's en documenten scannen
Naar boven
Dialoogvenster Scan-instellingen (Scan Settings) (Foto's/documenten (Photos/Docum... Sivu 458/836
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met de meegeleverde toepassingssoftware > Schermen van MP
Navigator EX > Dialoogvenster Scan-instellingen (Scan Settings) (Foto's/documenten (Photos/Documents))
Dialoogvenster Scan-instellingen (Scan Settings) (Foto's/
documenten (Photos/Documents))
Het dialoogvenster Scan-instellingen (Scan Settings) wordt geopend wanneer u klikt op Opgeven...
(Specify...) in het venster Scan/Import. (Scan/Import).
In het dialoogvenster Scan-instellingen (Scan Settings) kunt u geavanceerde instellingen voor scannen
opgeven.
Documenttype (Document Type)
Selecteer het type document dat u wilt scannen.
Foto's scannen: Kleurenfoto (Color Photo) of Zwart-wit foto (Black and White Photo)
Tekstdocumenten scannen: Kleurendocument (Color Document), Zwart-wit document (Black and
White Document) of Tekst (OCR) (Text(OCR))
Tijdschriften scannen: Tijdschrift (kleur) (Magazine(Color))
Belangrijk
Voor een correcte scan moet u een documenttype selecteren dat overeenkomt met het document
dat u wilt scannen.
Documentformaat (Document Size)
Selecteer het formaat van het document dat u wilt scannen.
Wanneer u Aangepast (Custom) selecteert, wordt een dialoogvenster geopend waarin u het
documentformaat kunt opgeven.Selecteer een van de Eenheden (Units), voer de Breedte (Width) en
Hoogte (Height) in en klik op OK.
Belangrijk
Wanneer u Automatisch detecteren (Auto Detect) selecteert, wordt de afbeelding mogelijk niet
gescand op de juiste positie en met het juiste formaat. Wijzig in dat geval het formaat in het
werkelijke documentformaat (A4, Letter, enzovoort) en lijn een hoek van het document uit met de
hoek bij de pijl op de plaat.
Zie 'Documenten plaatsen ' voor meer informatie over het plaatsen van documenten.
U kunt Autom. detecteren (meer documenten) (Auto Detect (Multiple Documents)) of Automatisch
detecteren (Auto Detect) niet selecteren wanneer het Documenttype (Document Type) is
ingesteld op Tekst (OCR) (Text(OCR)).
Scanresolutie (Scanning Resolution)
Hier kunt u de resolutie selecteren waarmee documenten moeten worden gescand.
Resolutie (Resolution)
Dialoogvenster Scan-instellingen (Scan Settings) (Foto's/documenten (Photos/Docum... Sivu 459/836
Opmerking
Wanneer Documenttype (Document Type) is ingesteld op Tekst (OCR) (Text(OCR)), kunt u de
volgende scanresoluties opgeven.
300 dpi / 400 dpi
Moiré-reductie (Descreen)
Schakel dit selectievakje in om Moiré-patronen te reduceren.
Afgedrukte foto's en afbeeldingen worden weergegeven als een verzameling kleine puntjes. Moiré is
een effect waarbij puntjes elkaar kunnen verstoren en oneffen gradaties en een streeppatroon in de
afbeelding veroorzaken. Moiré-reductie is de functie waarmee u dit effect kunt verkleinen.
Belangrijk
U kunt dit selectievakje niet inschakelen wanneer Documenttype (Document Type) is ingesteld
op Kleurenfoto (Color Photo), Zwart-wit foto (Black and White Photo) of Tekst (OCR) (Text(OCR)).
Opmerking
Het scannen neemt meer tijd in beslag als u Moiré-reductie (Descreen) inschakelt.
Beeld verscherpen (Unsharp Mask)
Schakel dit selectievakje in als u de contouren van de onderwerpen wilt benadrukken en het beeld wilt
verscherpen.
Belangrijk
Wanneer Documenttype (Document Type) is ingesteld op Tekst (OCR) (Text(OCR)), kunt u deze
instelling niet selecteren.
Doorschijnen van het document voorkomen (Prevent show-through of the document)
Schakel dit selectievakje in om tekst in een document scherper te maken of om het doorschijnen van
tekst in en te voorkomen.
Belangrijk
U kunt dit selectievakje niet inschakelen wanneer Documenttype (Document Type) is ingesteld
op Kleurenfoto (Color Photo), Zwart-wit foto (Black and White Photo) of Tekst (OCR) (Text(OCR)).
Schakel dit selectievakje in als het Documenttype (Document Type) een tekstdocument is en als
de gescande afbeelding doorschijnend is.
Schaduw van rugmarge verwijderen (Remove gutter shadow)
Schakel dit selectievakje in om schaduwen tussen pagina's bij het scannen van open boekjes te
corrigeren
Belangrijk
Lijn het document goed uit met de markeringen op de plaat.
Schaduwen van rugmarges kunnen alleen worden gecorrigeerd als het Documentformaat
(Document Size) is ingesteld op een standaardformaat.
U kunt dit selectievakje niet inschakelen als Documentformaat (Document Size) is ingesteld op
Automatisch detecteren (Auto Detect), Autom. detecteren (meer documenten) (Auto Detect
(Multiple Documents)) of als de Assistent voor samenvoegen is geselecteerd.
Opmerking
Gebruik het tabblad Geavanceerde modus (Advanced Mode) van ScanGear om schaduwen van
rugmarges te corrigeren bij het scannen van documenten die geen standaardformaat hebben of
wanneer u aangepaste bijsnijdkaders hebt ingesteld.
Zie Schaduwcorrectie van rugmarge (Gutter Shadow Correction) in ' Instellingen voor
afbeeldingen (Image Settings) ' (tabblad Geavanceerde modus (Advanced Mode) van ScanGear).
Scheve documenten corrigeren (Correct slanted document)
Schakel dit selectievakje in als u de gescande tekst wilt detecteren en de hoek van het document te
corrigeren (binnen -0,1 en -10 graden of +0,1 en +10 graden)
Belangrijk
U kunt dit selectievakje niet inschakelen wanneer het Documenttype (Document Type) is
ingesteld op Kleurenfoto (Color Photo) of Zwart-wit foto (Black and White Photo).
U kunt dit selectievakje niet inschakelen als de Assistent voor samenvoegen is geselecteerd bij
Documentformaat (Document Size).
Dialoogvenster Scan-instellingen (Scan Settings) (Foto's/documenten (Photos/Docum... Sivu 460/836
De helling van de volgende typen documenten wordt mogelijk niet gecorrigeerd wanneer de tekst
niet correct kan worden gedetecteerd.
- Documenten waarvan de tekstregels een hellingspercentage hebben van meer dan 10 graden
of waarvan de regels niet hetzelfde hellingspercentage hebben
- Documenten met zowel verticale als horizontale tekst
- Documenten met een zeer groot of zeer klein lettertype
- Documenten met weinig tekst
- Documenten met illustraties/afbeeldingen of met de hand geschreven tekst
- Documenten met zowel verticale als horizontale lijnen (tabellen)
Opmerking
Het scannen neemt meer tijd in beslag als u Scheve documenten corrigeren (Correct slanted
document) inschakelt.
Afdrukstand van tekstdocumenten detecteren en afbeeldingen roteren (Detect the orientation of
text documents and rotate images)
Schakel dit selectievakje in om de afdrukstand van het document af te leiden uit de gescande tekst en
de gescande afbeelding te roteren in de juiste afdrukstand. Selecteer de taal van het te scannen
document bij Documenttaal (Document Language).
Belangrijk
U kunt dit selectievakje niet inschakelen wanneer het Documenttype (Document Type) is
ingesteld op Kleurenfoto (Color Photo) of Zwart-wit foto (Black and White Photo).
U kunt dit selectievakje niet inschakelen als de Assistent voor samenvoegen is geselecteerd bij
Documentformaat (Document Size).
Afhankelijk van de taal van het document is het mogelijk dat deze functie niet goed werkt. Alleen
tekstdocumenten geschreven in een taal die beschikbaar is voor selectie bij Documenttaal
(Document Language), worden ondersteund.
De afdrukstand van de volgende typen documenten wordt mogelijk niet gecorrigeerd wanneer de
tekst niet correct kan worden gedetecteerd. Selecteer in dat geval de gescande afbeelding in het
venster met miniaturen in het Scherm Foto's/documenten (plaat) (Photos/Documents (Platen))
(venster Scan/Import. (Scan/Import)) en roteer de afbeelding met de bewerkingshulpmiddelen.
- Resolutie ligt buiten het bereik van 300 dpi tot 600 dpi
- Tekengrootte ligt buiten het bereik van 8 punten tot 48 punten
- Documenten met speciale lettertypen, effecten, cursieve letters of met de hand geschreven tekst
- Documenten met achtergrondpatronen
Opmerking
Het scannen duurt langer dan gebruikelijk wanneer u Afdrukstand van tekstdocumenten
detecteren en afbeeldingen roteren (Detect the orientation of text documents and rotate images)
inschakelt.
Documenttaal (Document Language)
Selecteer de taal van het document dat u wilt scannen.
Belangrijk
U kunt dit selectievakje niet inschakelen wanneer het Documenttype (Document Type) is
ingesteld op Kleurenfoto (Color Photo) of Zwart-wit foto (Black and White Photo).
U kunt dit selectievakje niet inschakelen als de Assistent voor samenvoegen is geselecteerd bij
Documentformaat (Document Size).
Standaard (Defaults)
Standaardinstellingen herstellen.
Naar boven
Dialoogvenster Opslaan (Save)
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met de meegeleverde toepassingssoftware > Schermen van MP
Navigator EX > Dialoogvenster Opslaan (Save)
Dialoogvenster Opslaan (Save)
Het dialoogvenster Opslaan (Save) wordt geopend wanneer u klikt op Opslaan (Save) in het venster
Scan/Import. (Scan/Import).
In het dialoogvenster Opslaan (Save) kunt u instellingen opgeven voor het opslaan van afbeeldingen op
een computer.
Opslaan in (Save in)
Hiermee wordt de map weergegeven waarin de gescande documenten moeten worden opgeslagen.
Als u de map wilt wijzigen, klikt u op Bladeren... (Browse...) om een andere map op te geven.
Standaard zijn de volgende mappen opgegeven.
Windows Vista: de map MP Navigator EX in de map Afbeelding (Picture)
Windows XP: de map MP Navigator EX in de map Mijn afbeeldingen (My Pictures)
Windows 2000: de map MP Navigator EX in de map Mijn afbeeldingen (My Pictures)
Belangrijk
Wanneer u opslaat op een geheugenkaart, moet u schrijven naar de kaartsleuf van het apparaat
inschakelen. Zie De kaartsleuf instellen als station voor geheugenkaarten van de computer ' voor
meer informatie over het inschakelen van schrijven.
Bestandsnaam (File name)
Voer een bestandsnaam in voor de afbeelding die u wilt opslaan (maximaal 32 tekens). Wanneer u
meerdere bestanden opslaat, worden 4 cijfers aan elke bestandsnaam toegevoegd.
Type bestanden (Save as type)
Selecteer een bestandstype om de gescande afbeeldingen op te slaan.
Selecteer JPEG/Exif, TIFF of BMP.
Belangrijk
Wanneer Documenttype (Document Type) is ingesteld op Tekst (OCR) (Text(OCR)), kunt u geen
JPEG/Exif selecteren.
Instellen... (Set...)
U kunt een compressietype opgeven voor JPEG-bestanden.
Selecteer Hoog (lage compressie) (High (Low Compression)), Standaard (Standard) of Laag (hoge
compressie) (Low(High Compression))
Belangrijk
Deze functie is alleen beschikbaar wanneer JPEG/Exif is geselecteerd bij Type bestanden (Save
as type).
Opslaan in een submap met huidige datum (Save to a Subfolder with Current Date)
Schakel dit selectievakje in om een submap te maken in de map die is opgegeven in Opslaan in
(Save in) met de huidige datum en de gescande afbeeldingen in de map op te slaan.Er wordt een
submap gemaakt met een naam als '2008_01_01' (jaar_maand_datum).
Als dit selectievakje niet is ingeschakeld, worden bestanden rechtstreeks opgeslagen in de map die
is opgegeven in Opslaan in (Save in).
Sivu 461/836
Dialoogvenster Opslaan (Save)
Sivu 462/836
Naar boven
Dialoogvenster Opslaan als PDF-bestand (Save as PDF file)
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met de meegeleverde toepassingssoftware > Schermen van MP
Navigator EX > Dialoogvenster Opslaan als PDF-bestand (Save as PDF file)
Dialoogvenster Opslaan als PDF-bestand (Save as PDF file)
In het dialoogvenster Opslaan als PDF-bestand (Save as PDF file) kunt u geavanceerde instellingen
opgeven voor het opslaan van gescande afbeeldingen als PDF-bestand. U kunt meerdere documenten
opslaan als één PDF-bestand of u kunt pagina's toevoegen aan een PDF-bestand dat is gemaakt met
MP Navigator EX.
Belangrijk
U kunt afbeeldingen die gescand zijn met 10501 of meer pixels in verticale en horizontale richting
niet opslaan.
Dialoogvenster dat wordt geopend wanneer u op Opslaan als PDF-bestand (Save as PDF
file) in het venster Scan/Import. (Scan/Import) klikt.
Dialoogvenster dat wordt geopend wanneer u klikt op Geselecteerde pagina's opslaan
(Save Selected Pages) of Alle pagina's opslaan (Save All Pages) in het venster PDFbestand maken/bewerken (Create/Edit PDF file)
Type bestanden (Save as type)
Selecteer een PDF-bestandstype om de gescande afbeeldingen op te slaan.
PDF
Sla elk van de geselecteerde afbeeldingen op als afzonderlijk PDF-bestand.
PDF (meerdere pagina's) (PDF(Multiple pages))
Sivu 463/836
Dialoogvenster Opslaan als PDF-bestand (Save as PDF file)
Sivu 464/836
Meerdere afbeeldingen als één PDF-bestand opslaan.
Belangrijk
PDF (meerdere pagina's) (PDF(Multiple Pages)) wordt weergegeven wanneer er
meerdere afbeeldingen zijn geselecteerd.
PDF (pagina toevoegen) (PDF(Add Page))
De gescande afbeeldingen toevoegen aan een PDF-bestand. De afbeeldingen worden
toegevoegd aan het eind van het PDF-bestand. U kunt de pagina's van het PDF-bestand
waaraan de afbeeldingen worden toegevoegd, niet opnieuw rangschikken.
Belangrijk
Afbeeldingen kunnen alleen worden toegevoegd aan PDF-bestanden die zijn gemaakt met
MP Navigator EX. U kunt geen PDF-bestanden opgeven die met andere toepassingen zijn
gemaakt. Het is evenmin mogelijk PDF-bestanden op te geven die in andere
toepassingen zijn bewerkt.
Als een met wachtwoord beveiligd PDF-bestand wordt bewerkt, worden de wachtwoorden
verwijderd.Stel de wachtwoorden opnieuw in.
Wachtwoorden voor PDF-bestanden instellen
Instellen... (Set...)
Hiermee geeft u geavanceerde instellingen voor het maken van PDF-bestanden op.
Zie 'Dialoogvenster PDF-instellingen (PDF Settings) ' voor meer informatie.
Instellingen wachtwoordbeveiliging (Password security settings)
Schakel dit selectievakje in om het dialoogvenster Wachtwoordbeveiliging - Instellingen (Password
Security -Settings) te openen, waarin u wachtwoorden kunt instellen voor het openen, bewerken en
afdrukken van PDF-bestanden.
Wachtwoorden voor PDF-bestanden instellen
Toevoegen aan (Add to)
Dit wordt weergegeven wanneer u PDF (pagina toevoegen) (PDF(Add Page)) selecteert bij Opslaan
als type (Save as type) en het PDF-bestand opgeeft waaraan afbeeldingen worden toegevoegd. Als
u het bestand wilt wijzigen, klikt u op Bladeren... (Browse...) om een ander bestand op te geven.
Belangrijk
Afbeeldingen kunnen alleen worden toegevoegd aan PDF-bestanden die zijn gemaakt met MP
Navigator EX. U kunt geen PDF-bestanden opgeven die met andere toepassingen zijn
gemaakt. Het is evenmin mogelijk PDF-bestanden op te geven die in andere toepassingen zijn
bewerkt.
Bestandsnaam (File name)
Voer een bestandsnaam in voor de afbeelding die u wilt opslaan (maximaal 32 tekens). Wanneer u
meerdere bestanden opslaat, worden 4 cijfers aan elke bestandsnaam toegevoegd.
Opslaan in (Save in)
Hier wordt de map weergegeven waarin de PDF-bestanden moeten worden opgeslagen. Als u de
map wilt wijzigen, klikt u op Bladeren... (Browse...) om een andere map op te geven.
Standaard zijn de volgende mappen opgegeven.
Windows Vista: de map MP Navigator EX in de map Afbeelding (Picture)
Windows XP: de map MP Navigator EX in de map Mijn afbeeldingen (My Pictures)
Windows 2000: de map MP Navigator EX in de map Mijn afbeeldingen (My Pictures)
Opslaan in een submap met huidige datum (Save to a Subfolder with Current Date)
Schakel dit selectievakje in om een submap te maken in de map die is opgegeven in Opslaan in
(Save in) met de huidige datum en de gescande afbeeldingen in de map op te slaan.Er wordt een
submap gemaakt met een naam als '2008_01_01' (jaar_maand_datum).
Als dit selectievakje niet is ingeschakeld, worden bestanden rechtstreeks opgeslagen in de map
die is opgegeven in Opslaan in (Save in).
Naar boven
Dialoogvenster PDF-instellingen (PDF Settings)
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met de meegeleverde toepassingssoftware > Schermen van MP
Navigator EX > Dialoogvenster PDF-instellingen (PDF Settings)
Dialoogvenster PDF-instellingen (PDF Settings)
In het dialoogvenster PDF-instellingen (PDF Settings) kunt u het PDF-compressietype en andere
geavanceerde instellingen voor het maken van PDF-bestanden opgeven.
Zoeken op sleutelwoorden inschakelen (Enable keyword search)
Schakel dit selectievakje in als u tekens in een document wilt converteren naar tekstgegevens. U kunt
dan gemakkelijk zoeken op sleutelwoorden.
Documenttaal (Document Language)
Selecteer de taal van het document dat u wilt scannen.
Afdrukstand van tekstdocumenten detecteren en afbeeldingen roteren (Detect the orientation of
text documents and rotate images)
Schakel dit selectievakje in om de afdrukstand van het document af te leiden uit de gescande tekst en
de gescande afbeelding te roteren in de juiste afdrukstand.
Belangrijk
Afhankelijk van de taal van het document is het mogelijk dat deze functie niet goed werkt. Alleen
tekstdocumenten geschreven in een taal die beschikbaar is voor selectie bij Documenttaal
(Document Language), worden ondersteund.
De afdrukstand van de volgende typen documenten wordt mogelijk niet gecorrigeerd wanneer de
tekst niet correct kan worden gedetecteerd.
- Resolutie ligt buiten het bereik van 300 dpi tot 600 dpi
- Tekengrootte ligt buiten het bereik van 8 punten tot 48 punten
- Documenten met speciale lettertypen, effecten, cursieve letters of met de hand geschreven tekst
- Documenten met achtergrondpatronen
Scheve documenten corrigeren (Correct slanted document)
Schakel dit selectievakje in als u de gescande tekst wilt detecteren en de hoek van het document te
corrigeren (binnen -0,1 en -10 graden of +0,1 en +10 graden)
Belangrijk
De helling van de volgende typen documenten wordt mogelijk niet gecorrigeerd wanneer de tekst
niet correct kan worden gedetecteerd.
- Documenten waarvan de tekstregels een hellingspercentage hebben van meer dan 10 graden
of waarvan de regels niet hetzelfde hellingspercentage hebben
- Documenten met zowel verticale als horizontale tekst
- Documenten met een zeer groot of zeer klein lettertype
- Documenten met weinig tekst
- Documenten met illustraties/afbeeldingen of met de hand geschreven tekst
- Documenten met zowel verticale als horizontale lijnen (tabellen)
PDF-compressie (PDF Compression)
Selecteer een type compressie voor het opslaan.
Standaard (Standard)
Deze instelling wordt aanbevolen.
Hoog (High)
Sivu 465/836
Dialoogvenster PDF-instellingen (PDF Settings)
Sivu 466/836
Hiermee wordt het bestand gecomprimeerd tijdens het opslaan, waardoor u de netwerk-/
serverbelasting kunt verminderen.
Opmerking
De volgende afbeeldingen kunnen efficiënt worden gecomprimeerd.
- Afbeeldingen met resoluties in het bereik van 75 dpi tot 600 dpi
Beveiliging (Security)
Hiermee kunt u wachtwoorden instellen voor het openen, bewerken en afdrukken van de gemaakte
PDF-bestanden.
Belangrijk
Voor deze functie is Internet Explorer 5.5 Service Pack 2 of hoger vereist.
Deze functie is niet beschikbaar als afbeeldingen automatisch worden opgeslagen nadat ze zijn
gescand, bijvoorbeeld wanneer u scant vanuit het scherm in de modus voor eenmaal klikken of
met het bewerkingspaneel van het apparaat.
Opmerking
Selecteer Wachtwoordbeveiliging (Password Security) en geef wachtwoorden op in het
dialoogvenster Wachtwoordbeveiliging - Instellingen (Password Security -Settings).
Wachtwoorden voor PDF-bestanden instellen
Naar boven
Scherm Geheugenkaart (Memory Card) (venster Scan/Import. (Scan/Import))
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met de meegeleverde toepassingssoftware > Schermen van MP
Navigator EX > Scherm Geheugenkaart (Memory Card) (venster Scan/Import. (Scan/Import))
Scherm Geheugenkaart (Memory Card) (venster Scan/Import.
(Scan/Import))
Wijs Scan/Import. (Scan/Import) aan in het scherm in de navigatiemodus en klik op Geheugenkaart
(Memory Card), of klik op Geheugenkaart (Memory Card) in het venster Scan/Import. (Scan/Import).
Open dit venster om afbeeldingen (waaronder PDF-bestanden die via het bewerkingspaneel zijn
gescand) te importeren die op een geheugenkaart zijn opgeslagen.
(1) Knoppen voor de instellingen en bewerkingen
(2) Werkbalk
(3) Venster met miniaturen
(4) Gebied met geselecteerde afbeeldingen
Knoppen voor de instellingen en bewerkingen
(Toon & gebruik (View & Use))
Klik hierop als u afbeeldingen en PDF-bestanden die op uw computer zijn opgeslagen wilt openen.
Het scherm Toon & gebruik (View & Use) wordt geopend.
Venster Toon & gebruik (View & Use)
Foto's/documenten (plaat) (Photos/Documents (Platen))
Klik hierop als u foto's, documenten, tijdschriften en andere materialen wilt scannen. Het scherm
voor het scannen van foto's en documenten wordt weergegeven.
Scherm Foto's/documenten (plaat) (Photos/Documents (Platen)) (venster Scan/Import. (Scan/
Import))
Geheugenkaart (Memory Card)
Hiermee geeft u mappen met afbeeldingen en PDF-bestanden op een geheugenkaart in een
boomstructuur weer (gegroepeerd per jaar, jaar/maand en jaar/maand/datum).Selecteer een map
om de inhoud weer te geven in het miniaturenvenster aan de rechterkant.
De bestandsdatum is de datum waarop de afbeelding is opgenomen of gewijzigd.
Importeren (Import)
De geselecteerde afbeeldingen importeren en deze in het venster Toon & gebruik (View & Use)
openen.
Venster Toon & gebruik (View & Use)
Naar het hoofdmenu gaan (Jump to Main Menu)
Sivu 467/836
Scherm Geheugenkaart (Memory Card) (venster Scan/Import. (Scan/Import))
Naar het hoofdmenu gaan (Jump to Main Menu)
Werkbalk
Voorkeuren (Preferences)
Het dialoogvenster Voorkeuren (Preferences) wordt geopend. In het dialoogvenster Voorkeuren
(Preferences) kunt u geavanceerde instellingen definiëren voor MP Navigator EX-functies.
Dialoogvenster Voorkeuren (Preferences)
Handleiding (Guide)
Deze handleiding openen.
Bewerkingshulpmiddelen
(Alles selecteren (Select All))
Hiermee selecteert u alle afbeeldingen in het venster met miniaturen.
(Alles annuleren (Cancel All))
Hiermee annuleert u alle selecties in het venster met miniaturen.
Inzoomen (Zoom in)
Hiermee vergroot u de doelafbeelding (in het oranje kader).U kunt ook dubbelklikken op de
afbeelding om die te vergroten. U kunt alle pagina's selecteren wanneer u een PDF-bestand
selecteert.
(Vernieuwen)
Hiermee vernieuwt u de inhoud van het venster met miniaturen.
(Weergaveformaat (Display Size))
Hiermee wijzigt u het formaat van afbeeldingen in het venster voor miniaturen.
(Sorteren op)
Hiermee sorteert u de afbeeldingen in het venster met miniaturen op datum (oplopend of
aflopend).
Venster met miniaturen
Venster met miniaturen
Afbeeldingen die op de geheugenkaart zijn opgeslagen, worden per jaar of per jaar/maand
weergegeven.
Wanneer u het selectievakje van een afbeelding inschakelt, wordt de afbeelding weergegeven in het
gebied met geselecteerde afbeeldingen.
Gebied met geselecteerde afbeeldingen
(Alles annuleren (Cancel All))
Hiermee maakt u de selectie ongedaan van alle afbeeldingen in het gebied met geselecteerde
afbeeldingen.
(Selectie annuleren (Cancel Selection))
Hiermee maakt u de selectie ongedaan van de doelafbeelding (in het oranje kader) in het gebied
met geselecteerde afbeeldingen.
Gebied met geselecteerde afbeeldingen
Hier worden de afbeeldingen weergegeven die in het venster met miniaturen zijn geselecteerd.
Verwant onderwerp
Afbeeldingen importeren die zijn opgeslagen op een geheugenkaart
Sivu 468/836
Scherm Geheugenkaart (Memory Card) (venster Scan/Import. (Scan/Import))
Naar boven
Sivu 469/836
Venster Toon gebruik (View Use)
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met de meegeleverde toepassingssoftware > Schermen van MP
Navigator EX > Venster Toon & gebruik (View & Use)
Venster Toon & gebruik (View & Use)
Wijs Toon & gebruik (View & Use) aan in het scherm voor de Navigatiemodus (Navigation Mode) en klik
op Mijn vak (gesc./geïmp. afb.) (My Box (Scanned/Imported Images)), Map opgeven (Specify Folder) of
Recent opgesl. afbeeldingen (Recently Saved Images).
Open dit venster om gescande afbeeldingen of op een computer opgeslagen afbeeldingen weer te
geven of te gebruiken.
Belangrijk
Alleen PDF-bestanden die zijn gemaakt met MP Navigator EX worden weergegeven. U kunt geen
PDF-bestanden weergeven die met andere toepassingen zijn gemaakt. Het is evenmin mogelijk
PDF-bestanden weer te geven die in andere toepassingen zijn bewerkt.
(1) Knoppen voor de instellingen en bewerkingen
(2) Werkbalk
(3) Venster met miniaturen
(4) Gebied met geselecteerde afbeeldingen
Knoppen voor de instellingen en bewerkingen
Scan/Import. (Scan/Import)
Klik hierop om foto's, documenten, tijdschriften en ander gedrukt materiaal te scannen.Het venster
Scan/Import.(Scan/Import) wordt geopend.
Scherm Foto's/documenten (plaat) (Photos/Documents (Platen)) (venster Scan/Import. (Scan/
Import))
Mijn vak (gesc./geïmp. afb.) (My Box (Scanned/Imported Images))
Geef de mappen met afbeeldingen (gerangschikt op jaar, jaar/maand en jaar/maand/datum) weer
Sivu 470/836
Venster Toon gebruik (View Use)
in de structuur Mijn vak (My Box). Selecteer een map om de inhoud weer te geven in het venster met
miniaturen rechts op het scherm.
De datum van de afbeelding is de datum waarop deze is gescand, opgenomen of bijgewerkt.
Map opgeven (Specify Folder)
Geeft alle vaste schijven en mappen in een mapstructuur weer. Selecteer een map om de
afbeeldingen weer te geven in het venster met miniaturen rechts op het scherm.
Recent opgesl. afbeeldingen (Recently Saved Images)
Afbeeldingen die onlangs zijn 'gescand/geïmporteerd', 'toegevoegd aan e-mails' of 'verzonden naar
een toepassing', worden weergegeven op datum in de structuurweergave. Gescande/
geïmporteerde afbeeldingen, afbeeldingen die vanaf het apparaat zijn gescand en afbeeldingen die
zijn geïmporteerd van geheugenkaarten worden apart weergegeven.Selecteer een map met jaar/
maand/datum om de afbeeldingen weer te geven op datum in het miniaturenvenster aan de
rechterkant.
De datum van de afbeelding is de datum waarop deze is gescand of verzonden.
Zoeken (Search)
Hiermee opent u de geavanceerde zoekopties.
Afbeeldingen zoeken
Gebied met taakknoppen
Hier kunt u opgeven wat er moet gebeuren met de geselecteerde afbeeldingen. Zie de
onderstaande onderwerpen voor meer informatie over elke knop.
PDF-bestanden maken/bewerken
Documenten afdrukken
Foto's afdrukken
Via e-mail verzenden
Bestanden bewerken
Opmerking
De knoppen in het gebied met taakknoppen worden weergegeven wanneer de bijbehorende
toepassingen zijn geïnstalleerd.
Naar het hoofdmenu gaan (Jump to Main Menu)
Naar het hoofdmenu gaan (Jump to Main Menu)
Werkbalk
Voorkeuren (Preferences)
Het dialoogvenster Voorkeuren (Preferences) wordt geopend. In het dialoogvenster Voorkeuren
(Preferences) kunt u geavanceerde instellingen definiëren voor MP Navigator EX-functies.
Dialoogvenster Voorkeuren (Preferences)
Handleiding (Guide)
Deze handleiding openen.
Bewerkingshulpmiddelen
(Alles selecteren (Select All))
Hiermee selecteert u alle afbeeldingen in het venster met miniaturen.
(Alles annuleren (Cancel All))
Hiermee annuleert u alle selecties in het venster met miniaturen.
(Afbeeldingen corrigeren/verbeteren)
Hiermee kunt u de doelafbeelding corrigeren (in het oranje kader) Klik op deze knop om het
dialoogvenster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images) te openen waarin
u afbeeldingen kunt corrigeren/verbeteren en de helderheid, het contrast, enzovoort kunt
aanpassen.
Belangrijk
Het corrigeren/verbeteren van afbeeldingen kan niet worden toegepast op PDF-bestanden
of zwart-wit binaire bestanden.
Sivu 471/836
Venster Toon gebruik (View Use)
Opmerking
Zie 'Venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images) ' voor meer
informatie.
Inzoomen (Zoom in)
Hiermee vergroot u de doelafbeelding (in het oranje kader).U kunt ook dubbelklikken op de
afbeelding om die te vergroten. U kunt alle pagina's selecteren wanneer u een PDF-bestand
selecteert.
U kunt ook bestandsinformatie selecteren zoals de bestandsnaam, datum, grootte en
beveiligingsinstellingen.Voor PDF-bestanden waarvoor een Wachtwoord voor openen
document (Document Open Password) is ingesteld, wordt een vergrendelingspictogram
weergegeven.
Opmerking
Zie 'PDF-bestanden die met een wachtwoord zijn beveiligd openen of bewerken ' als u met
een wachtwoord beveiligde bestanden wilt openen.
(Zoeken (Search))
Voer een woord of zinsdeel in dat deel uitmaakt van de bestandsnaam, de Exif-informatie of de
PDF-tekst van de afbeelding die u wilt opzoeken en klik op
.Voor Exif-Informatie wordt de
tekst in Gemaakt door (Maker), Model, Beschrijving (Description) en Opmerking gebruiker (User
Comment) doorzocht.
Opmerking
Zoek naar afbeeldingen in Mijn vak (gesc./geïmp. afb.) (My box (Scanned/Imported
Images)), Recent opgesl. afbeeldingen (Recently Saved Images) of in een geselecteerde
map en de bijbehorende submappen.
(Vernieuwen)
Hiermee vernieuwt u de inhoud van het venster met miniaturen.
(Weergaveformaat (Display Size))
Hiermee wijzigt u het formaat van afbeeldingen in het venster voor miniaturen.
(Sorteren op)
Hiermee sorteert u de afbeeldingen in het venster voor miniaturen op categorie, datum
(oplopend of aflopend) of naam (oplopend of aflopend).
Afbeeldingen kunnen alleen op categorie worden gesorteerd als Mijn vak (gesc./geïmp. afb.)
(My Box (Scanned/Imported Images)) of Map opgeven (Specify Folder) wordt weergegeven.
Venster met miniaturen
Venster met miniaturen
Hier worden de afbeeldingen weergegeven die op de glasplaat zijn gescand.
Wanneer u het selectievakje van een afbeelding inschakelt, wordt de afbeelding weergegeven in het
gebied met geselecteerde afbeeldingen.
Belangrijk
Voor PDF-bestanden waarvoor een Wachtwoord voor openen document (Document Open
Password) is ingesteld, wordt een vergrendelingspictogram weergegeven.
Afbeeldingen kunnen worden weergegeven als '?' in de volgende gevallen.
- U opent niet-ondersteunde afbeeldingen
- Het bestandsformaat is te groot en er is onvoldoende geheugen beschikbaar om de
afbeelding weer te geven
- Het bestand is beschadigd
Voor het openen van met een wachtwoord beveiligde PDF-bestanden is Internet Explorer 5.5
met Service Pack 2 of hoger vereist.
Wanneer afbeeldingen zijn gesorteerd op Categorieën (Categories)
Sivu 472/836
Venster Toon gebruik (View Use)
Hier worden de afbeeldingen die op de plaat zijn gescand per categorie weergegeven.
Opmerking
Sommige afbeeldingen worden mogelijk niet juist gedetecteerd en daardoor niet in de juiste
categorieën geclassificeerd.In dat geval versleept u de afbeelding van de ene naar de andere
categorie.
Categorienaam afbeeldingen: N (Geselecteerd: n)
Categorienaam (Category Name)
U beschikt over de volgende categorieën.
Foto's: Staand (Portrait), Overig (Others)
Documenten: Visitekaartje (Business Card), Hagaki, Standaardformaat (Standard Size), PDFbestand (PDF File) en Overig (Others)
Aangepaste categorieën (Custom categories): hiermee geeft u uw aangepaste categorieën
weer.
Niet-geclassificeerd (Unclassified): hiermee geeft u afbeeldingen weer die niet zijn
geclassificeerd.
Afbeelding: N (Image: N)
Het aantal afbeeldingen dat in die categorie is geclassificeerd wordt weergegeven.
(Geselecteerd: n) (Selected: n)
Het aantal afbeeldingen waarvan het selectievakje is ingeschakeld wordt weergegeven.
Opmerking
Dit gedeelte wordt alleen weergegeven als een of meer afbeeldingen zijn geselecteerd.
Alles openen (Open All)
Hiermee geeft u alle afbeeldingen weer.
Alles sluiten (Close All)
Hiermee verbergt u alle afbeeldingen.
Aangepaste categorieën bewerken (Edit Custom Categories)
Als Mijn vak (gesc./geïmp. afb.) (My Box (Scanned/Imported Images)) of Map opgeven (Specify
Folder) is weergegeven, opent u het dialoogvenster Aangepaste categorieën bewerken (Edit
Custom Categories).
In het dialoogvenster Aangepaste categorieën bewerken (Edit Custom Categories) kunt u
categorieën toevoegen of verwijderen die worden weergegeven in Aangepaste categorieën (Custom
Categories).
Zie 'Afbeeldingen classificeren in categorieën ' voor meer informatie.
Afbeeldingen classificeren (Classify Images)
Afbeeldingen die vanaf hard disks of geheugenkaarten zijn geïmporteerd, worden weergegeven bij
Niet-geclassificeerd (Unclassified). Klik op Afbeeldingen classificeren (Classify Images) om ze
automatisch in te delen.
Deze knop wordt alleen weergegeven als Mijn vak (gesc./geïmp. afb.) (My Box (Scanned/Imported
Images)) of Map opgeven (Specify Folder) wordt weergegeven.
Opmerking
Het classificeren kan even duren als er veel afbeeldingen geclassificeerd moeten worden.
Gebied met geselecteerde afbeeldingen
(Alles annuleren (Cancel All))
Hiermee maakt u de selectie ongedaan van alle afbeeldingen in het gebied met geselecteerde
Sivu 473/836
Venster Toon gebruik (View Use)
Sivu 474/836
afbeeldingen.
(Selectie annuleren (Cancel Selection))
Hiermee maakt u de selectie ongedaan van de doelafbeelding (in het oranje kader) in het gebied
met geselecteerde afbeeldingen.
Gebied met geselecteerde afbeeldingen
Hier worden de afbeeldingen weergegeven die in het venster met miniaturen zijn geselecteerd.
Verwant onderwerp
Afbeeldingen openen die op een computer zijn opgeslagen
Naar boven
Venster PDF-bestand maken/bewerken (Create/Edit PDF file)
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met de meegeleverde toepassingssoftware > Schermen van MP
Navigator EX > Venster PDF-bestand maken/bewerken (Create/Edit PDF file)
Venster PDF-bestand maken/bewerken (Create/Edit PDF file)
Klik op PDF in het scherm Toon & gebruik (View & Use) en klik op PDF-bestand maken/bewerken
(Create/Edit PDF file) in de lijst om het dialoogvenster PDF-bestand maken/bewerken (Create/Edit PDF
file) te openen.
In het dialoogvenster PDF-bestand maken/bewerken (Create/Edit PDF file) kunt u pagina's toevoegen of
verwijderen en de volgorde wijzigen van pagina's in PDF-bestanden die zijn gemaakt met MP Navigator
EX.
Belangrijk
U kunt afbeeldingen die gescand zijn met 10501 of meer pixels in verticale en horizontale richting
niet opslaan.
Als een met wachtwoord beveiligd PDF-bestand wordt bewerkt, worden de wachtwoorden
verwijderd.Stel de wachtwoorden opnieuw in.
Wachtwoorden voor PDF-bestanden instellen
Pagina's opnieuw schikken (Rearrange Pages)
U kunt de geselecteerde afbeelding (in een oranje kader) verplaatsen.
Hiermee verplaatst u de geselecteerde afbeelding naar het begin.
Hiermee verplaatst u de geselecteerde afbeelding één pagina omhoog.
Hiermee verplaatst u de geselecteerde afbeelding één pagina omlaag.
Hiermee verplaatst u de geselecteerde afbeelding naar het einde.
Opmerking
U kunt de afbeelding ook slepen om de volgorde te wijzigen.
Geselecteerde pagina's verwijderen (Delete Selected Pages)
Hiermee verwijdert u de geselecteerde afbeelding.
Pagina toevoegen (Add Page)
Hiermee kunt u een bestaand PDF-bestand selecteren en toevoegen.
Opmerking
Sivu 475/836
Venster PDF-bestand maken/bewerken (Create/Edit PDF file)
Als u een met wachtwoord beveiligd PDF-bestand wilt toevoegen, hebt u het wachtwoord nodig.
Ongedaan maken (Undo)
Hiermee annuleert u de laatste wijziging.
Herstellen (Reset)
Hiermee annuleert u alle aangebrachte wijzigingen.
Geselecteerde pagina's opslaan (Save Selected Pages)
Opent het dialoogvenster Opslaan als PDF-bestand (Save as PDF file). Geef de gewenste instellingen
op. Alleen de geselecteerde pagina wordt opgeslagen.
Opmerking
Wanneer er meerdere pagina's zijn geselecteerd, wordt een PDF-bestand met meerdere
pagina's gemaakt.
Zie 'Dialoogvenster Opslaan als PDF-bestand (Save as PDF file) ' voor meer informatie over het
dialoogvenster Opslaan als PDF-bestand (Save as PDF file).
Alle pagina's opslaan (Save All Pages)
Opent het dialoogvenster Opslaan als PDF-bestand (Save as PDF file). Geef de gewenste instellingen
op. Hiermee slaat u alle PDF-bestanden in de lijst op als één PDF-bestand.
Voltooien (Finish)
Hiermee sluit u het dialoogvenster PDF-bestand maken/bewerken (Create/Edit PDF file).
Werkbalk
(Linksom roteren (Rotate Left))
Het bestand wordt 90 graden tegen de klok in gedraaid.
(Rechtsom roteren (Rotate Right))
Het bestand wordt 90 graden met de klok mee gedraaid.
(Voorbeeldmodus (Preview Mode))
Hiermee schakelt u over op de voorbeeldmodus.
Het geselecteerde bestand wordt weergegeven bij Voorbeeld (Preview).
(Vergroten (Enlarge))
De afbeelding in het voorbeeldgebied wordt vergroot.
(Verkleinen (Reduce))
De afbeelding in het voorbeeldgebied wordt verkleind.
(Volledig scherm (Full-screen))
De afbeelding wordt vergroot of verkleind zodat deze in het voorbeeldgebied in volledig scherm
wordt weergegeven.
Sivu 476/836
Venster PDF-bestand maken/bewerken (Create/Edit PDF file)
Sivu 477/836
(Miniatuurmodus (Thumbnail Mode))
Hiermee schakelt u over op de miniatuurmodus. Er worden miniatuurweergaven van bestanden
weergegeven.
Naar boven
Dialoogvenster Document afdrukken (Print Document)
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met de meegeleverde toepassingssoftware > Schermen van MP
Navigator EX > Dialoogvenster Document afdrukken (Print Document)
Dialoogvenster Document afdrukken (Print Document)
Klik op Afdrukken (Print) in het scherm Toon & gebruik (View & Use), en klik vervolgens op Document
afdrukken (Print Document) in de lijst om het dialoogvenster Document afdrukken (Print Document) te
openen.
In het dialoogvenster Document afdrukken (Print Document) kunt u geavanceerde instellingen opgeven
voor het afdrukken van meerdere gescande afbeeldingen tegelijk.
Opmerking
De mogelijke instellingen in het dialoogvenster Document afdrukken (Print Document) variëren per
printer.
Printer
Selecteer de printer die u wilt gebruiken.
Papierbron (Paper Source)
Selecteer de papierbron.
Pagina-indeling (Page Layout)
Selecteer een afdruktype.
Afdrukken op normaal formaat (Normal-size Printing)
Er wordt één afbeelding per vel afgedrukt.
Afdrukken op schaal (Scaled Printing)
U kunt afbeeldingen afdrukken op de geselecteerde schaal (vergroot of verkleind).
Passend op papierformaat (Fit-to-Page Printing)
De afbeelding wordt aangepast aan het papierformaat (vergroot of verkleind).
Afdrukken zonder marges (Borderless Printing)
De afbeelding wordt afgedrukt op een volledig vel papier, zonder marges.
Pagina-ind. afdr. (2 op 1) (Page Layout Printing (2 on 1))
Twee pagina's indelen en op een vel papier afdrukken.
Pagina-ind. afdr. (4 op 1)(Page Layout Printing (4 on 1))
Vier pagina's indelen en op een vel papier afdrukken.
Automatisch dubbelzijdig (Auto Duplex)
Automatisch afdrukken op beide zijden van een vel papier.
Automatisch dubbelzijdig (Auto Duplex)
Selecteer of u automatisch op beide zijden wilt afdrukken.
Zijkant nieten (Staple Side)
Sivu 478/836
Dialoogvenster Document afdrukken (Print Document)
Selecteer een nietmarge in de lijst.
Marge instellen... (Specify Margin...)
Geef de breedte van de marge op (0 mm tot 30 mm).
Belangrijk
Automatisch dubbelzijdig wordt weergegeven wanneer Pagina-indeling (Page Layout) is
ingesteld op Afdrukken op normaal formaat (Normal-size Printing) of Afdrukken op schaal
(Scaled Printing), en is beschikbaar wanneer Mediumtype (Media Type) is ingesteld op Normaal
papier (Plain paper).
Zijkant nieten (Staple Side) en Marge instellen... (Specify Margin...) zijn beschikbaar wanneer
Automatisch dubbelzijdig Aan (Auto Duplex On) is ingesteld.
Als een pagina niet op één pagina past door de instelling Marge instellen... (Specify Margin...)
wordt het document verkleind afgedrukt.
Vergroten/verkleinen
Afbeeldingen bij het afdrukken vergroten of verkleinen.
Een vergrote of verkleinde afbeelding afdrukken door een schaal op te geven in stappen van 1%.
100% Normaal formaat (100% Normal-size)
De afbeelding afdrukken op normaal formaat.
Schaal (Scale)
Selecteer een factor in de lijst.
Auto
Schaal wordt automatisch aangepast op basis van de gedetecteerde papierbreedte en het
geselecteerde papierformaat. De afbeelding kan 90 graden gedraaid worden afgedrukt,
afhankelijk van het formaat.
Belangrijk
Bij 100% Normaal formaat (100% Normal-size) is het mogelijk dat bepaalde afbeeldingen klein
worden afgedrukt of dat sommige stukken zijn afgekapt. Selecteer in dit geval Auto om het
formaat van de afdruk in verhouding te brengen met het papierformaat.
Papierformaat (Paper Size)
Selecteer het formaat van het papier waarop u afdrukt. Stel het formaat in op het formaat van het papier
dat in de printer is geladen.
Opmerking
De mogelijke papierformaten hangen af van de geselecteerde printer.
Mediumtype (Media Type)
Selecteer het type papier waarop u afdrukt. De geboden afdrukkwaliteit kan afhankelijk zijn van het
ingestelde papiertype.
Opmerking
De mogelijke papiersoorten zijn afhankelijk van de geselecteerde printer.
Afdrukkwaliteit (Print Quality)
Selecteer de afdrukkwaliteit.
Dichtheid
om de afdrukdichtheid te selecteren.
Klik op
De dichtheid van afbeeldingen die zijn gescand met het Documenttype (Document Type) Tekst (OCR)
(Text(OCR)) kan niet worden gewijzigd.
Aantal (Copies)
Klik op
om het aantal af te drukken exemplaren te selecteren.
Afdrukken in grijstinten (Grayscale Printing)
Schakel dit selectievakje in wanneer u het document in zwart-wit wilt afdrukken.
Afdrukvoorbeeld (Preview before printing)
Sivu 479/836
Dialoogvenster Document afdrukken (Print Document)
Sivu 480/836
Schakel dit selectievakje in om voorafgaand aan het afdrukken het resultaat weer te geven.
Standaard (Defaults)
Standaardinstellingen herstellen.
Afdrukken (Print)
Afdrukken starten met de opgegeven instellingen.
Opmerking
Als u wilt annuleren tijdens het spoolen, klikt u op Annuleren (Cancel).Als u het afdrukken wilt
annuleren, selecteert u het afdrukpictogram op de taakbalk en klikt u op Afdrukken annuleren
(Cancel Printing).
Naar boven
Dialoogvenster Foto afdrukken (Print Photo)
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met de meegeleverde toepassingssoftware > Schermen van MP
Navigator EX > Dialoogvenster Foto afdrukken (Print Photo)
Dialoogvenster Foto afdrukken (Print Photo)
Klik op Afdrukken (Print) in het scherm Toon & gebruik (View & Use) en klik op Foto afdrukken (Print
Photo) in de lijst om het dialoogvenster Foto afdrukken (Print Photo) te openen.
Belangrijk
Het dialoogvenster Foto afdrukken (Print Photo) wordt niet weergegeven als Easy-PhotoPrint EX is
geïnstalleerd.
PDF-bestanden kunnen niet worden afgedrukt.
Opmerking
Dubbelklik op een afbeelding om deze weer te geven in een ander venster.
Printer
Selecteer de printer die u wilt gebruiken.
Eigenschappen... (Properties...)
Hiermee geeft u het scherm met geavanceerde printerinstellingen weer.
Papierformaat (Paper Size)
Selecteer het formaat van het papier waarop u afdrukt. Stel het formaat in op het formaat van het papier
dat in de printer is geladen.
Mediumtype (Media Type)
Selecteer het type papier waarop u afdrukt. De geboden afdrukkwaliteit kan afhankelijk zijn van het
ingestelde papiertype.
Pagina-indeling (Page Layout)
Selecteer een afdruktype.
Afdrukken op normaal formaat (Normal-size Printing)
Er wordt één afbeelding per vel afgedrukt.
Passend op papierformaat (Fit-to-Page Printing)
De afbeelding wordt aangepast aan het papierformaat (vergroot of verkleind).
Afdrukken zonder marges (Borderless Printing)
Schakel dit selectievakje in om de afbeelding op een gehele pagina, zonder kader, af te drukken.
Belangrijk
Sivu 481/836
Dialoogvenster Foto afdrukken (Print Photo)
Sivu 482/836
De instelling Pagina-indeling (Page Layout) wordt uitgeschakeld als u Afdrukken zonder marges
(Borderless Printing) selecteert.
Deze instelling is alleen beschikbaar voor printers die afdrukken zonder marges ondersteunen.
Afdrukstand (Orientation)
Geef de afdrukstand op.
Belangrijk
Deze instelling is alleen beschikbaar wanneer Pagina-indeling (Page Layout) is ingesteld op
Afdrukken op normaal formaat (Normal-size Printing). Bij andere instellingen wordt de afbeelding
automatisch geroteerd zodat deze goed op het papier past.
Aantal (Copies)
Geef het aantal af te drukken exemplaren op.
Vivid Photo
Schakel dit selectievakje in om de afbeelding af te drukken met levendige kleuren.
Afdrukvoorbeeld (Preview before printing)
Schakel dit selectievakje in om voorafgaand aan het afdrukken het resultaat weer te geven.
Afdrukken (Print)
Starten met afdrukken.
Opmerking
Alleen de afbeeldingen waarbij het selectievakje in het venster met miniaturen is ingeschakeld,
worden afgedrukt.
Sluiten (Close)
Hiermee sluit u het dialoogvenster zonder de foto af te drukken.
Naar boven
Dialoogvenster Via e-mail verzenden (Send via E-mail)
Sivu 483/836
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met de meegeleverde toepassingssoftware > Schermen van MP
Navigator EX > Dialoogvenster Via e-mail verzenden (Send via E-mail)
Dialoogvenster Via e-mail verzenden (Send via E-mail)
Klik Op Verzenden (Send) in het scherm Toon & gebruik (View & Use) en klik op Toevoegen aan e-mail
(Attach to E-mail) in de lijst om het dialoogvenster Via e-mail verzenden (Send via E-mail) te openen.
In het dialoogvenster Via e-mail verzenden (Send via E-mail) kunt u geavanceerde instellingen opgeven
voor het bijvoegen van afbeeldingen aan e-mailberichten.
Belangrijk
MP Navigator EX is compatibel met de volgende e-mailprogramma's:
- Windows Mail (Windows Vista)
- Outlook Express (Windows XP/Windows 2000)
- Microsoft Outlook
- EUDORA
- Netscape Mail
(Als een e-mailprogramma niet naar behoren functioneert, controleert u of de MAPI-instelling van
het mailprogramma is ingeschakeld. Raadpleeg de handleiding van het e-mailprogramma voor
informatie over het inschakelen van MAPI.)
E-mailprogramma (Mail Program)
Het e-mailprogrammma dat is ingesteld via Voorkeuren (Preferences) in het scherm voor de
Navigatiemodus (Navigation Mode) wordt weergegeven. Selecteer het gewenste e-mailprogramma.
Bestandsgrootte van bijlage aanpassen (Adjust attachment file size)
Wanneer bij Type bestanden (Save as type) JPEG is geselecteerd, kunt u dit selectievakje inschakelen
om de grootte van de afbeeldingen te wijzigen.Selecteer een grootte bij Grootte (Size).
Opslaan in (Save in)
Hiermee geeft u de map weer waarin de afbeeldingen moeten worden opgeslagen. Als u de map wilt
wijzigen, klikt u op Bladeren... (Browse...) om een andere map op te geven.Als de grootte is gewijzigd,
worden de afbeeldingen met de gewijzigde grootte opgeslagen.
Standaard zijn de volgende mappen opgegeven.
Windows Vista: de map MP Navigator EX in de map Afbeelding (Picture)
Windows XP: de map MP Navigator EX in de map Mijn afbeeldingen (My Pictures)
Windows 2000: de map MP Navigator EX in de map Mijn afbeeldingen (My Pictures)
Bestandsnaam (File name)
Voer een bestandsnaam in voor de afbeelding die u wilt toevoegen (maximaal 32 tekens). Wanneer u
meerdere bestanden opslaat, worden 4 cijfers aan elke bestandsnaam toegevoegd.
Instellen... (Set...)
U kunt een compressietype opgeven voor JPEG-bestanden.
Selecteer Hoog (lage compressie) (High (Low Compression)), Standaard (Standard) of Laag (hoge
compressie) (Low(High Compression))
Naar boven
Venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images)
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met de meegeleverde toepassingssoftware > Schermen van MP
Navigator EX > Venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images)
Venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance
Images)
Klik op
(Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images)) in het scherm Toon &
gebruik (View & Use) of klik op Foto Afbeeldingen herstellen (Fix Photo Images) in het gebied met
taakknoppen om het dialoogvenster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images) te
openen.
U kunt in het dialoogvenster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images)
geavanceerde instellingen definiëren, zoals instellingen voor het corrigeren en verbeteren van
afbeeldingen en het aanpassen van de helderheid en het contrast.
U kunt ook de bronafbeelding naast de bijgewerkte afbeelding weergeven om deze te vergelijken.
Belangrijk
Het corrigeren/verbeteren van afbeeldingen kan niet worden toegepast op PDF-bestanden of zwartwit binaire bestanden.
Opmerking
U kunt het venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images) ook openen door
te klikken op
(Afbeeldingen corrigeren/verbeteren) op de werkbalk of in het dialoogvenster
Inzoomen (Zoom in).
Het corrigeren van grote afbeeldingen kan enige tijd duren.
(1) Taakgebied
(2) Werkbalk
Taakgebied
Beschikbare taken en instellingen zijn verschillend op de tabbladen Auto en Handmatig (Manual).
Klik op Auto of Handmatig (Manual) om het bijbehorende tabblad te openen.
Tabblad Auto
Met de functies op het tabblad Auto kunt u correcties en verbeteringen op de afbeelding in zijn geheel
toepassen.
Zie 'Afbeeldingen automatisch corrigeren/verbeteren ' voor meer informatie.
Sivu 484/836
Venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images)
Automatische fotocorrectie (Auto Photo Fix)
Hiermee past u automatisch voor foto's geschikte correcties toe.
Gezicht scherper maken (Face Sharpener)
Hiermee kunt u gezichten waarop niet is scherpgesteld, scherper weergeven. Gebruik de
schuifregelaar om het niveau van het effect in te stellen.
Gezicht digitaal effenen (Digital Face Smoothing)
Creëer een zachter effect door vlekken en rimpels te verwijderen. Gebruik de schuifregelaar om het
niveau van het effect in te stellen.
Op alle afbeeldingen toepassen (Apply to all images)
Hiermee past u de correctie toe op alle afbeeldingen.
OK
Hiermee wordt het geselecteerde effect toegepast op de geselecteerde afbeelding of alle
afbeeldingen.
Geselecteerde afbeelding herstellen (Reset Selected Image)
Hiermee annuleert u alle correcties en verbeteringen die op de geselecteerde afbeelding zijn
toegepast.
Geselecteerde afbeelding opslaan (Save Selected Image)
Hiermee slaat u de geselecteerde afbeelding op.
Alle gecorrigeerde afbeeldingen opslaan (Save All Corrected Images)
Hiermee slaat u alle gecorrigeerde afbeeldingen op die worden weergegeven in het venster·met
miniaturen.
Afsluiten (Exit)
Het venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images) sluiten.
Tabblad Handmatig (Manual)
Gebruik Aanpassen (Adjust) om helderheid en contrast te regelen of om de afbeelding in zijn geheel
scherper weer te geven.
Gebruik Corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance) om specifieke gedeelten te corrigeren/verbeteren.
Zie 'Afbeeldingen handmatig corrigeren/verbeteren ' voor meer informatie.
Aanpassing
Sivu 485/836
Venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images)
Helderheid (Brightness)
Hiermee past u de algehele helderheid van de afbeelding aan
Sleep de schuifknop naar links om de afbeelding donkerder te maken en naar rechts om de
afbeelding lichter te maken.
Contrast
Hiermee past u het contrast van de afbeelding aan.Pas het contrast aan wanneer de afbeelding
flets is door gebrek aan contrast.
Sleep de schuifknop naar links om het contrast van de afbeelding te verkleinen en naar rechts om
het contrast te vergroten.
Scherpte (Sharpness)
Hiermee versterkt u de contouren van onderwerpen om de foto scherper te maken.Pas de scherpte
aan als de foto onscherp is of tekst vaag leesbaar is.
Schuif de knop naar rechts om de afbeelding scherper te maken.
Vervagen (Blur)
Hiermee vervaagt u de contouren van onderwerpen om de foto te verzachten.
Schuif de knop naar rechts om de afbeelding zachter te maken.
Doorschijnendheid verwijderen (Show-through Removal)
Hiermee kunt u ervoor zorgen dat de tekst aan de andere zijde of de basiskleur niet meer
doorschijnt. Gebruik deze functie om te voorkomen dat tekst aan de andere zijde van een dun
document of de basiskleur van een document op de afbeelding zichtbaar is.
Schuif de knop naar rechts om doorschijnendheid van kleur of tekst verder te verwijderen.
Standaard (Defaults)
Hiermee zet u helderheid, contrast, scherpte, vervaging en doorschijnendheid terug op de
standaardwaarden.
Geselecteerde afbeelding herstellen (Reset Selected Image)
Hiermee annuleert u alle correcties, verbeteringen en aanpassingen die op de geselecteerde
afbeelding zijn toegepast.
Geselecteerde afbeelding opslaan (Save Selected Image)
Hiermee slaat u de geselecteerde afbeelding op.
Alle gecorrigeerde afbeeldingen opslaan (Save All Corrected Images)
Hiermee slaat u alle gecorrigeerde afbeeldingen op die worden weergegeven in het venster·met
miniaturen.
Afsluiten (Exit)
Het venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images) sluiten.
Correctie/verbetering
Sivu 486/836
Venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images)
Helderheid gezicht (Face Brightener)
Hiermee corrigeert u de gehele afbeelding zodanig dat het geselecteerde gebied van het gezicht
helderder wordt. Gebruik de schuifregelaar om het niveau van het effect in te stellen.
Ongedaan maken (Undo)
Hiermee annuleert u de laatste correctie.
Gezicht scherper maken (Face Sharpener)
Hiermee corrigeert u de gehele afbeelding om het gezicht scherper weer te geven. U kunt het
gebied selecteren waarop u het effect wilt toepassen. Gebruik de schuifregelaar om het niveau van
het effect in te stellen.
Gezicht digitaal effenen (Digital Face Smoothing)
Creëer een zachter effect door vlekken en rimpels te verwijderen. U kunt het gebied selecteren
waarop u het effect wilt toepassen. Gebruik de schuifregelaar om het niveau van het effect in te
stellen.
Vlekken verwijderen (Blemish Remover)
Hiermee verwijdert u puistjes en moedervlekken. U kunt het gebied selecteren waarop u het effect
wilt toepassen.
Geselecteerde afbeelding herstellen (Reset Selected Image)
Hiermee annuleert u alle correcties, verbeteringen en aanpassingen die op de geselecteerde
afbeelding zijn toegepast.
Geselecteerde afbeelding opslaan (Save Selected Image)
Hiermee slaat u de geselecteerde afbeelding op.
Alle gecorrigeerde afbeeldingen opslaan (Save All Corrected Images)
Hiermee slaat u alle gecorrigeerde afbeeldingen op die worden weergegeven in het venster·met
miniaturen.
Afsluiten (Exit)
Het venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images) sluiten.
OK
Voor het toepassen van het geselecteerde effect op het aangegeven gebied.
Werkbalk
Werkbalk
(Linksom roteren (Rotate Left))
De afbeelding wordt 90 graden tegen de klok in gedraaid.
(Rechtsom roteren (Rotate Right))
De afbeelding wordt 90 graden met de klok mee gedraaid.
(Omkeren (Invert))
Sivu 487/836
Venster Afbeeldingen corrigeren/verbeteren (Correct/Enhance Images)
Sivu 488/836
De afbeelding wordt horizontaal omgekeerd.
(Bijsnijden (Trimming))
Met bijsnijden selecteert u het gebied in een foto dat u wilt behouden en verwijdert u de rest.
Sleep het witte kader in het weergegeven dialoogvenster om het te behouden gebied aan te
geven.Verplaats de muisaanwijzer binnen het witte kader en sleep de aanwijzer om het gebied
te verplaatsen.
Opmerking
Plaats de hoofdonderwerpen langs de witte stippellijnen of op de snijpunten om een
evenwichtig beeld te maken.
(Vergroten (Enlarge))
De weergegeven afbeelding wordt vergroot.
(Verkleinen (Reduce))
De weergegeven afbeelding wordt verkleind.
(Volledig scherm (Full-screen))
De afbeelding wordt vergroot/verkleind voor weergave op een volledig scherm.
(Vergelijken (Compare))
De bronafbeelding wordt geopend voor vergelijkingsdoeleinden.
De bronafbeelding wordt links weergegeven en de gecorrigeerde afbeelding rechts.
Naar boven
Scherm voor modus eenmaal klikken (One-click Mode)
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met de meegeleverde toepassingssoftware > Schermen van MP
Navigator EX > Scherm voor modus eenmaal klikken (One-click Mode)
Scherm voor modus eenmaal klikken (One-click Mode)
(Modus schakelen) links onder in het scherm voor de Navigatiemodus
Klik op de knop
(Navigation Mode) om het scherm voor de modus eenmaal klikken (One-click Mode) weer te geven.
U kunt met slechts één klik een document scannen, enzovoort, door op het bijbehorende pictogram te
klikken.
Opslaan (Save)
Documenten scannen en opslaan.Het documenttype wordt automatisch gedetecteerd.De
bestandsindeling wordt automatisch ingesteld.Bestanden worden opgeslagen naar een computer.
Wanneer u op dit pictogram klikt, wordt het dialoogvenster Opslaan (Save) geopend en kunt u de
instellingen voor scannen en opslaan opgeven.
Dialoogvenster Opslaan (Save) (Scherm voor modus eenmaal klikken (One-click Mode))
PDF
Documenten scannen en opslaan als PDF-bestanden.
Wanneer u op dit pictogram klikt, wordt het dialoogvenster PDF geopend en kunt u de instellingen voor
de toepassing en voor scannen/opslaan opgeven.
Dialoogvenster PDF
Verzenden (Mail)
Documenten of foto's scannen en ze toevoegen aan een e-mailbericht.
Wanneer u op dit pictogram klikt, wordt het dialoogvenster Verzenden (Mail) geopend en kunt u de
instellingen voor scannen/opslaan en voor het e-mailprogramma opgeven.
Dialoogvenster Verzenden (Mail)
OCR
Tekstdocumenten scannen en vervolgens tekst uit de afbeeldingen halen en weergeven in Kladblok
(geleverd bij Windows)
Wanneer u op dit pictogram klikt, wordt het dialoogvenster OCR geopend en kunt u de instellingen
voor de toepassing en voor scannen/opslaan opgeven.
Dialoogvenster OCR
Belangrijk
Raadpleeg de handleiding van de toepassing voor de verdere procedure.
Aangepast (Custom)
Documenten scannen en openen in een opgegeven toepassing.Het documenttype wordt automatisch
gedetecteerd.
Wanneer u op dit pictogram klikt, wordt het dialoogvenster Aangepast (Custom) geopend en kunt u de
instellingen voor de toepassing en voor scannen/opslaan opgeven.
Dialoogvenster Aangepast (Custom)
Belangrijk
Raadpleeg de handleiding van de toepassing voor de verdere procedure.
(Modus schakelen (Switch Mode))
Schakel over naar de Navigatiemodus (Navigation Mode). Het scherm Navigatiemodus (Navigation
Mode) wordt weergegeven.
Tabblad Aangepaste scan met eenmaal klikken (Custom Scan with One-click)
Voorkeuren (Preferences)
Het dialoogvenster Voorkeuren (Preferences) wordt geopend. In het dialoogvenster Voorkeuren
(Preferences) kunt u geavanceerde instellingen definiëren voor MP Navigator EX-functies.
Sivu 489/836
Scherm voor modus eenmaal klikken (One-click Mode)
Sivu 490/836
Dialoogvenster Voorkeuren (Preferences)
Handleiding (Guide)
Deze handleiding openen.
Belangrijk
De volgende beperkingen zijn van toepassing wanneer u scant met Documenttype (Document
Type) ingesteld op Auto-mode (Auto Mode) in het dialoogvenster Opslaan (Save) of Aangepast
(Custom).
Geef het Documenttype (Document Type) op (anders dan Auto-mode (Auto Mode)) om na het
scannen de tekst in de afbeelding te extraheren en te converteren naar bewerkbare tekst.
Verwant onderwerp
Eenvoudig scannen met eenmaal klikken
Naar boven
Dialoogvenster Opslaan (Save) (Scherm voor modus eenmaal klikken (One-click Mod... Sivu 491/836
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met de meegeleverde toepassingssoftware > Schermen van MP
Navigator EX > Dialoogvenster Opslaan (Save) (Scherm voor modus eenmaal klikken (One-click Mode))
Dialoogvenster Opslaan (Save) (Scherm voor modus eenmaal
klikken (One-click Mode))
Klik op Opslaan naar computer (Save to PC) op het tabblad Aangepaste scan met eenmaal klikken
(Custom Scan with One-click) of klik op Opslaan (Save) in het scherm voor de modus eenmaal klikken
om het dialoogvenster Opslaan (Save) te openen.
Scan-instellingen (Scan Settings)
Documenttype (Document Type)
Selecteer het type document dat u wilt scannen. Als de Auto-mode (Auto Mode) is geselecteerd,
wordt het documenttype automatisch gedetecteerd. In dat geval worden de Kleurenmodus (Color
Mode), het Documentformaat (Document Size) en de Resolutie (Resolution) ook automatisch
ingesteld.
Belangrijk
De volgende documenttypen kunnen niet goed worden gescand in de Auto-mode (Auto Mode).
In dat geval moet u het Documenttype (Document Type) opgeven.
- Andere documenten dan foto's, Hagaki, visitekaartjes, tijdschriften, tekstdocumenten en CD/
DVD
- Foto's op A4-formaat.
- Tekstdocumenten kleiner dan 2L (127 x 178 mm) (5 x 7 inch), zoals pagina's van een pocket
waarvan de rug is afgesneden
- Documenten die zijn afgedrukt op dun wit papier
- Brede documenten, zoals panoramafoto's
Reflecterende CD/DVD-labels worden mogelijk niet correct gescand.
Plaats documenten op de juiste manier, volgens het type document dat u scant. Anders
worden de documenten mogelijk niet goed gescand.
Zie 'Documenten plaatsen ' voor meer informatie over het plaatsen van documenten.
Voor Moiré-reductie stelt u het Documenttype (Document Type) in op Tijdschrift (Magazine).
Kleurenmodus (Color Mode)
Selecteer hoe u het document wilt scannen.
Documentformaat (Document Size)
Dialoogvenster Opslaan (Save) (Scherm voor modus eenmaal klikken (One-click Mod... Sivu 492/836
Selecteer het formaat van het document dat u wilt scannen.
Wanneer u Aangepast (Custom) selecteert, wordt een dialoogvenster geopend waarin u het
documentformaat kunt opgeven.Selecteer een van de Eenheden (Units), voer de Breedte (Width) en
Hoogte (Height) in en klik op OK.
Belangrijk
Wanneer u Automatisch detecteren (Auto Detect) selecteert, wordt de afbeelding mogelijk niet
gescand op de juiste positie en met het juiste formaat. Wijzig in dat geval het formaat in het
werkelijke documentformaat (A4, Letter, enzovoort) en lijn een hoek van het document uit met
de hoek bij de pijl op de plaat.
Zie 'Documenten plaatsen ' voor meer informatie over het plaatsen van documenten.
Resolutie (Resolution)
Hier kunt u de resolutie selecteren waarmee documenten moeten worden gescand.
Resolutie (Resolution)
Het scannerstuurprogramma gebruiken (Use the scanner driver)
Schakel dit selectievakje in om het scherm van ScanGear (scannerstuurprogramma) weer te geven
en geavanceerde instellingen voor het scannen te definiëren.
De instellingen Kleurenmodus (Color Mode), Documentformaat (Document Size), Resolutie
(Resolution) en andere instellingen in het dialoogvenster Opslaan (Save) worden uitgeschakeld.
Geef deze instellingen op in het scherm van ScanGear (scannerstuurprogramma).
Opgeven... (Specify...)
Bij Documenttype (Document Type), Kleurenmodus (Color Mode), Documentformaat (Document
Size) en Scanresolutie (Scanning Resolution) worden de instellingen weergegeven die zijn
opgegeven in het dialoogvenster Opslaan (Save).
Voor Moiré-reductie (Descreen), Beeld verscherpen (Unsharp Mask) en andere functies raadpleegt
u de desbetreffende beschrijvingen in ' Dialoogvenster Scan-instellingen (Scan Settings) '.
Instellingen opslaan (Save Settings)
De afbeelding na het scannen automatisch opslaan op de computer (Automatically save the
image to your computer after scanning it)
Selecteer deze optie om de afbeeldingen na het scannen op de opgegeven manier op de computer
op te slaan.
De instellingen Bestandsnaam (File name), Opslaan als type (Save as type) en Opslaan in (Save in)
worden weergegeven.
Belangrijk
Als u deze functie selecteert, kunt u geen wachtwoorden voor PDF-bestanden instellen.
Bestandsnaam (File name)
Voer een bestandsnaam in voor de afbeelding die u wilt opslaan (maximaal 32 tekens). Wanneer u
meerdere bestanden opslaat, worden 4 cijfers aan elke bestandsnaam toegevoegd.
Type bestanden (Save as type)
Selecteer een bestandstype om de gescande afbeeldingen op te slaan.
Selecteer Auto, JPEG/Exif, TIFF of BMP. Auto wordt weergegeven wanneer Documenttype (Document
Type) is ingesteld op Auto-mode (Auto Mode). Wanneer u afbeeldingen opslaat als PDF-bestand,
selecteert u PDF, PDF (meerdere pagina's) (PDF(Multiple Pages)) of PDF (pagina toevoegen)
(PDF(Add Page)).
Belangrijk
Wanneer u Auto selecteert, worden bestanden opgeslagen in de volgende indelingen, volgens
het documenttype.
Foto's, Hagaki, visitekaartjes en CD's/DVD's:JPEG
Tijdschriften, en en tekstdocumenten: PDF
U kunt de bestandsindeling wijzigen via Instellen... (Set...).
Dialoogvenster Opslaan (Save) (Scherm voor modus eenmaal klikken (One-click Mod... Sivu 493/836
Afbeeldingen die als PDF-bestand zijn opgeslagen, worden in sommige toepassingen
mogelijk niet geopend. Selecteer in dat geval een andere optie dan PDF bij Opslaan als type
(Save as type).
Als Documenttype (Document Type) is ingesteld op Auto-mode (Auto Mode) en Opslaan als
type (Save as type) op Auto, kan de bestandsindeling verschillen, afhankelijk van hoe u het
document plaatst.
Zie 'Documenten plaatsen ' voor meer informatie over het plaatsen van documenten.
Grote documenten (zoals A4-foto's) die niet binnen de randen/pijlen van de plaat kunnen
worden gelegd, worden mogelijk niet in de juiste bestandsindeling opgeslagen wanneer
Opslaan als type (Save as type) is ingesteld op Auto.Selecteer in dat geval een
bestandsindeling die past bij het te scannen document.
Als u JPEG/Exif selecteert, kunt u het selectievakje JPEG/Exif-bestand in AdobeRGB opslaan
inschakelen.
Instellen... (Set...)
Wanneer Opslaan als type (Save as type) is ingesteld op Auto
U kunt opgeven in welke bestandsindeling afbeeldingen moeten worden opgeslagen. Selecteer
een bestandsindeling voor een Document en een Foto (Photo).
Wanneer Opslaan als type (Save as type) is ingesteld opJPEG/Exif
U kunt een compressietype opgeven voor JPEG-bestanden.Selecteer Hoog (lage compressie)
(High(Low Compression)), Standaard (Standard) of Laag (hoge compressie) (Low(High
Compression)).
Wanneer Opslaan als type (Save as type) is ingesteld op PDF, PDF (meerdere
pagina's) (PDF(Multiple Pages)) of PDF (pagina toevoegen) (PDF(Add Page))
Geef geavanceerde instellingen voor het maken van PDF-bestanden op.Zie ' Dialoogvenster PDFinstellingen (PDF Settings) ' voor meer informatie.
Opslaan in (Save in)
Hiermee wordt de map weergegeven waarin de gescande documenten moeten worden
opgeslagen. Als u de map wilt wijzigen, klikt u op Bladeren... (Browse...) om een andere map op te
geven.
Standaard zijn de volgende mappen opgegeven.
Windows Vista: de map MP Navigator EX in de map Afbeelding (Picture)
Windows XP: de map MP Navigator EX in de map Mijn afbeeldingen (My Pictures)
Windows 2000: de map MP Navigator EX in de map Mijn afbeeldingen (My Pictures)
Opslaan in een submap met huidige datum (Save to a Subfolder with Current Date)
Schakel dit selectievakje in om een submap te maken in de map die is opgegeven in Opslaan in
(Save in) met de huidige datum en de gescande afbeeldingen in de map op te slaan.Er wordt een
submap gemaakt met een naam als '2008_01_01' (jaar_maand_datum).
Als dit selectievakje niet is ingeschakeld, worden bestanden rechtstreeks opgeslagen in de map
die is opgegeven in Opslaan in (Save in).
JPEG/Exif-bestand in AdobeRGB opslaan (Save the JPEG/Exif file in AdobeRGB)
Schakel dit selectievakje in om de afbeeldingen op te slaan met kleuren die overeenkomen met
Adobe RGB.
Belangrijk
Deze functie is alleen beschikbaar wanneer JPEG/Exif is geselecteerd bij Opslaan als type
(Save as type).
Deze functie is niet beschikbaar wanneer het Adobe RGB-profiel niet is geïnstalleerd.
Opmerking
U kunt deze instelling niet selecteren als het selectievakje Scannerstuurpr. gebruiken (Use the
scanner driver) is ingeschakeld.
Als u een afbeelding opslaat terwijl het selectievakje JPEG/Exif-bestand in AdobeRGB opslaan
(Save the JPEG/Exif file in AdobeRGB) is ingeschakeld, wordt aan het begin van de
bestandsnaam een onderstrepingsteken toegevoegd. (Voorbeeld: _Image0001.jpg)
Het dialoogvenster Opslaan openen na het scannen van de afbeelding (Exif-informatie invoeren)
(Open the save dialog box after scanning the image (Input Exif information))
Dialoogvenster Opslaan (Save) (Scherm voor modus eenmaal klikken (One-click Mod... Sivu 494/836
Hiermee opent u het dialoogvenster Opslaan (Save) nadat de afbeeldingen zijn gescand en geeft u
instellingen voor opslaan op als de doelmap, bestandsnaam en Exif-informatie.
Dialoogvenster Opslaan (Save)
Opmerking
Als u wachtwoorden voor PDF-bestanden wilt instellen, selecteert u Het dialoogvenster
Opslaan openen na het scannen van de afbeelding (Exif-informatie invoeren). Nadat de
afbeelding is gescand, kunt u de wachtwoorden instellen in het dialoogvenster Opslaan
(Save).
Wachtwoorden voor PDF-bestanden instellen
Toepassingsinstellingen (Application Settings)
Openen met (Open with)
U kunt selecteren of u nadat de afbeeldingen zijn opgeslagen het venster Toon & gebruik (View &
Use) of de Verkenner wilt openen.
Scannen starten door op de eenmaal-klikken-knop te klikken (Start scanning by clicking the oneclick button)
Schakel dit selectievakje in om het scannen te starten wanneer u op een pictogram klikt.
Toepassen (Apply)
Hiermee worden de opgegeven instellingen opgeslagen en toegepast.
Klik op Annuleren (Cancel) in plaats van Toepassen (Apply) om de opgegeven instellingen te
annuleren.
Annuleren (Cancel)
Hiermee annuleert u de opgegeven instellingen.Het huidige dialoogvenster wordt afgesloten.
Standaard (Defaults)
Hiermee zet u alle instellingen in het dialoogvenster terug op hun standaardwaarde.
Scannen (Scan)
Hiermee kunt u documenten scannen en opslaan met de opgegeven instellingen.
Wanneer Opslaan als type (Save as type) is ingesteld op Auto, wordt een bevestiging weergegeven.
Klik op Handleiding openen (Open Manual) om deze handleiding te openen (als deze is
geïnstalleerd).
Naar boven
Dialoogvenster Scan-instellingen (Scan Settings)
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met de meegeleverde toepassingssoftware > Schermen van MP
Navigator EX > Dialoogvenster Scan-instellingen (Scan Settings)
Dialoogvenster Scan-instellingen (Scan Settings)
Het dialoogvenster Scan-instellingen (Scan Settings) wordt geopend wanneer u op Opgeven...
(Specify...) klikt in het dialoogvenster dat wordt geopend als u scant vanuit het scherm voor de modus
eenmaal klikken of vanuit het tabblad Aangepaste scan met eenmaal klikken (Custom Scan with Oneclick).
In het dialoogvenster Scan-instellingen (Scan Settings) kunt u geavanceerde instellingen voor scannen
opgeven.
Belangrijk
De weergegeven items zijn afhankelijk van het documenttype en de manier waarop het scherm is
geopend.
Opmerking
U kunt het dialoogvenster Scan-instellingen (Scan Settings) ook openen door te klikken op
Opgeven... (Specify...) op het tabblad Instellingen scannerknop (Scanner Button Settings) van het
dialoogvenster Voorkeuren (Preferences).
Documenttype (Document Type)
Selecteer het type document dat u wilt scannen. Als de Auto-mode (Auto Mode) is geselecteerd, wordt
het documenttype automatisch gedetecteerd.
In dat geval worden de Kleurenmodus (Color Mode), het Documentformaat (Document Size)
enzovoort, ook automatisch ingesteld.
Belangrijk
Voor een correcte scan moet u een documenttype selecteren dat overeenkomt met het document
dat u wilt scannen.
Als het dialoogvenster Scan-instellingen (Scan Settings) is geopend van het tabblad Instellingen
scannerknop (Scanner Button Settings), wordt het Documenttype (Document Type) weergegeven
dat is opgegeven op het tabblad Instellingen scannerknop (Scanner Button Settings) en kunt u
deze instelling niet wijzigen in dit dialoogvenster.
Kleurenmodus (Color Mode)
Selecteer hoe u het document wilt scannen.
Kleur (Color)
In deze modus wordt de afbeelding opgebouwd met 256 niveaus (8-bits) van R(ood), G(roen) en
B(lauw).
Grijswaarden (Grayscale)
In deze modus wordt de afbeelding opgebouwd met 256 niveaus (8-bits) van zwart-wit.
Zwart-wit (Black and White)
In deze modus wordt de afbeelding opgebouwd uit zwart en wit. Het contrast in de afbeelding is
op bepaalde niveaus (drempelniveau) verdeeld in zwart en wit en wordt met twee kleuren
Sivu 495/836
Dialoogvenster Scan-instellingen (Scan Settings)
opgebouwd.
Opmerking
Kleurenmodus (Color Mode) wordt niet weergegeven als het dialoogvenster Scan-instellingen
(Scan Settings) is geopend van het tabblad Instellingen scannerknop (Scanner Button Settings).
Documentformaat (Document Size)
Selecteer het formaat van het document dat u wilt scannen.
Wanneer u Aangepast (Custom) selecteert, wordt een dialoogvenster geopend waarin u het
documentformaat kunt opgeven.Selecteer een van de Eenheden (Units), voer de Breedte (Width) en
Hoogte (Height) in en klik op OK.
Belangrijk
Wanneer u Automatisch detecteren (Auto Detect) selecteert, wordt de afbeelding mogelijk niet
gescand op de juiste positie en met het juiste formaat. Wijzig in dat geval het formaat in het
werkelijke documentformaat (A4, Letter, enzovoort) en lijn een hoek van het document uit met de
hoek bij de pijl op de plaat.
Zie 'Documenten plaatsen ' voor meer informatie over het plaatsen van documenten.
Scanresolutie (Scanning Resolution)
Hier kunt u de resolutie selecteren waarmee documenten moeten worden gescand.
Resolutie (Resolution)
Moiré-reductie (Descreen)
Schakel dit selectievakje in om Moiré-patronen te reduceren.
Afgedrukte foto's en afbeeldingen worden weergegeven als een verzameling kleine puntjes. Moiré is
een effect waarbij puntjes elkaar kunnen verstoren en oneffen gradaties en een streeppatroon in de
afbeelding veroorzaken. Moiré-reductie is de functie waarmee u dit effect kunt verkleinen.
Opmerking
Het scannen neemt meer tijd in beslag als u Moiré-reductie (Descreen) inschakelt.
Beeld verscherpen (Unsharp Mask)
Schakel dit selectievakje in als u de contouren van de onderwerpen wilt benadrukken en het beeld wilt
verscherpen.
Doorschijnen van het document voorkomen (Prevent show-through of the document)
Schakel dit selectievakje in om tekst in een document scherper te maken of om het doorschijnen van
tekst in en te voorkomen.
Belangrijk
Schakel dit selectievakje in als het Documenttype (Document Type) een tekstdocument is en als
de gescande afbeelding doorschijnend is.
Schaduw van rugmarge verwijderen (Remove gutter shadow)
Schakel dit selectievakje in om schaduwen tussen pagina's bij het scannen van open boekjes te
corrigeren
Belangrijk
Lijn het document goed uit met de markeringen op de plaat.
Schaduwen van rugmarges kunnen alleen worden gecorrigeerd als het Documentformaat
(Document Size) is ingesteld op een standaardformaat.
U kunt dit selectievakje niet inschakelen als Documentformaat (Document Size) is ingesteld op
Automatisch detecteren (Auto Detect), Autom. detecteren (meer documenten) (Auto Detect
(Multiple Documents)) of als de Assistent voor samenvoegen is geselecteerd.
Opmerking
Gebruik het tabblad Geavanceerde modus (Advanced Mode) van ScanGear om schaduwen van
rugmarges te corrigeren bij het scannen van documenten die geen standaardformaat hebben of
Sivu 496/836
Dialoogvenster Scan-instellingen (Scan Settings)
Sivu 497/836
wanneer u aangepaste bijsnijdkaders hebt ingesteld.
Zie Schaduwcorrectie van rugmarge (Gutter Shadow Correction) in ' Instellingen voor
afbeeldingen (Image Settings) ' (tabblad Geavanceerde modus (Advanced Mode) van ScanGear).
Scheve documenten corrigeren (Correct slanted document)
Schakel dit selectievakje in als u de gescande tekst wilt detecteren en de hoek van het document te
corrigeren (binnen -0,1 en -10 graden of +0,1 en +10 graden)
Belangrijk
U kunt dit selectievakje niet inschakelen als de Assistent voor samenvoegen is geselecteerd bij
Documentformaat (Document Size).
De helling van de volgende typen documenten wordt mogelijk niet gecorrigeerd wanneer de tekst
niet correct kan worden gedetecteerd.
- Documenten waarvan de tekstregels een hellingspercentage hebben van meer dan 10 graden
of waarvan de regels niet hetzelfde hellingspercentage hebben
- Documenten met zowel verticale als horizontale tekst
- Documenten met een zeer groot of zeer klein lettertype
- Documenten met weinig tekst
- Documenten met illustraties/afbeeldingen of met de hand geschreven tekst
- Documenten met zowel verticale als horizontale lijnen (tabellen)
Opmerking
Het scannen neemt meer tijd in beslag als u Scheve documenten corrigeren (Correct slanted
document) inschakelt.
Afdrukstand van tekstdocumenten detecteren en afbeeldingen roteren (Detect the orientation of
text documents and rotate images)
Schakel dit selectievakje in om de afdrukstand van het document af te leiden uit de gescande tekst en
de gescande afbeelding te roteren in de juiste afdrukstand. Selecteer de taal van het te scannen
document bij Documenttaal (Document Language).
Belangrijk
U kunt dit selectievakje niet inschakelen als de Assistent voor samenvoegen is geselecteerd bij
Documentformaat (Document Size).
Afhankelijk van de taal van het document is het mogelijk dat deze functie niet goed werkt. Alleen
tekstdocumenten geschreven in een taal die beschikbaar is voor selectie bij Documenttaal
(Document Language), worden ondersteund.
De afdrukstand van de volgende typen documenten wordt mogelijk niet gecorrigeerd wanneer de
tekst niet correct kan worden gedetecteerd.
- Resolutie ligt buiten het bereik van 300 dpi tot 600 dpi
- Tekengrootte ligt buiten het bereik van 8 punten tot 48 punten
- Documenten met speciale lettertypen, effecten, cursieve letters of met de hand geschreven tekst
- Documenten met achtergrondpatronen
Opmerking
Het scannen duurt langer dan gebruikelijk wanneer u Afdrukstand van tekstdocumenten
detecteren en afbeeldingen roteren (Detect the orientation of text documents and rotate images)
inschakelt.
Documenttaal (Document Language)
Selecteer de taal van het document dat u wilt scannen.
Belangrijk
U kunt dit selectievakje niet inschakelen als de Assistent voor samenvoegen is geselecteerd bij
Documentformaat (Document Size).
Standaard (Defaults)
Standaardinstellingen herstellen.
Naar boven
Dialoogvenster Opslaan (Save)
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met de meegeleverde toepassingssoftware > Schermen van MP
Navigator EX > Dialoogvenster Opslaan (Save)
Dialoogvenster Opslaan (Save)
Het dialoogvenster Opslaan (Save), waarin u de bestandsnaam en bestemming voor de afbeelding kunt
opgeven, wordt geopend nadat u hebt gescand met Het dialoogvenster Opslaan openen na het scannen
van de afbeelding (Exif-informatie invoeren) (Open the save dialog box after scanning the image (Input
Exif information)) geselecteerd in het dialoogvenster Opslaan (Save). Dit dialoogvenster wordt geopend
als u klikt op Opslaan naar computer (Save to PC) op het tabblad Aangepaste scan met eenmaal klikken
(Custom Scan with One-click) of op Opslaan (Save) in het scherm voor de modus eenmaal klikken. U
kunt het bestandstype en de bestemming opgeven terwijl u de miniaturen weergeeft.
Type bestanden (Save as type)
Selecteer een bestandstype om de gescande afbeeldingen op te slaan.
Selecteer JPEG/Exif, TIFF, BMP, PDF, PDF (meerdere pagina's) (PDF(Multiple Pages)) of PDF (pagina
toevoegen) (PDF(Add Page)).
PDF
Sla elk van de geselecteerde afbeeldingen op als afzonderlijk PDF-bestand.
PDF (meerdere pagina's) (PDF(Multiple pages))
Meerdere afbeeldingen als één PDF-bestand opslaan.
Belangrijk
PDF (meerdere pagina's) (PDF(Multiple Pages)) wordt weergegeven wanneer er meerdere
afbeeldingen zijn geselecteerd.
PDF (pagina toevoegen) (PDF(Add Page))
De gescande afbeeldingen toevoegen aan een PDF-bestand. De afbeeldingen worden
toegevoegd aan het eind van het PDF-bestand. U kunt de pagina's van het PDF-bestand waaraan
de afbeeldingen worden toegevoegd, niet opnieuw rangschikken.
Belangrijk
Afbeeldingen kunnen alleen worden toegevoegd aan PDF-bestanden die zijn gemaakt met
MP Navigator EX. U kunt geen PDF-bestanden opgeven die met andere toepassingen zijn
gemaakt. Het is evenmin mogelijk PDF-bestanden op te geven die in andere toepassingen
zijn bewerkt.
Als een met wachtwoord beveiligd PDF-bestand wordt bewerkt, worden de wachtwoorden
verwijderd.Stel de wachtwoorden opnieuw in.
Wachtwoorden voor PDF-bestanden instellen
Sivu 498/836
Dialoogvenster Opslaan (Save)
Sivu 499/836
Belangrijk
PDF, PDF (meerdere pagina's) (PDF(Multiple Pages)) en PDF (pagina toevoegen) (PDF(Add
Page)) kan niet worden geselecteerd voor afbeeldingen die zijn gescand met het
bewerkingspaneel van het apparaat.
Instellen... (Set...)
Wanneer Opslaan als type (Save as type) is ingesteld opJPEG/Exif
U kunt een compressietype opgeven voor JPEG-bestanden.Selecteer Hoog (lage compressie)
(High(Low Compression)), Standaard (Standard) of Laag (hoge compressie) (Low(High
Compression)).
Wanneer Opslaan als type (Save as type) is ingesteld op PDF, PDF (meerdere pagina's)
(PDF(Multiple Pages)) of PDF (pagina toevoegen) (PDF(Add Page))
Geef geavanceerde instellingen voor het maken van PDF-bestanden op.Zie ' Dialoogvenster PDFinstellingen (PDF Settings) ' voor meer informatie.
Toevoegen aan (Add to)
Dit wordt weergegeven wanneer u PDF (pagina toevoegen) (PDF(Add Page)) selecteert bij Opslaan
als type (Save as type) en het PDF-bestand opgeeft waaraan afbeeldingen worden toegevoegd. Als u
het bestand wilt wijzigen, klikt u op Bladeren... (Browse...) om een ander bestand op te geven.
Belangrijk
Afbeeldingen kunnen alleen worden toegevoegd aan PDF-bestanden die zijn gemaakt met MP
Navigator EX. U kunt geen PDF-bestanden opgeven die met andere toepassingen zijn gemaakt.
Het is evenmin mogelijk PDF-bestanden op te geven die in andere toepassingen zijn bewerkt.
Exif-instellingen... (Exif Settings...)
Wanneer Opslaan als type (Save as type) is ingesteld op JPEG/Exif, kunt u Exif-informatie opgeven
voor het bestand dat wordt opgeslagen.
Dialoogvenster Exif-instellingen (Exif Settings)
Instellingen wachtwoordbeveiliging (Password security settings)
Schakel dit selectievakje in om het dialoogvenster Wachtwoordbeveiliging - Instellingen (Password
Security -Settings) te openen, waarin u wachtwoorden kunt instellen voor het openen, bewerken en
afdrukken van PDF-bestanden.
Wachtwoorden voor PDF-bestanden instellen
Opmerking
Deze functie is alleen beschikbaar wanneer Opslaan als type (Save as type) is ingesteld op PDF,
PDF (meerdere pagina's) (PDF(Multiple Pages)) of PDF (pagina toevoegen) (PDF(Add Page)).
90° links Stitch Assist/90° rechts Stitch Assist (Rotate Left 90°/Rotate Right 90°)
Gescande afbeeldingen 90 graden linksom of rechtsom draaien.
Selecteer de afbeelding die u wilt draaien en klik op 90° links Stitch Assist (Rotate Left 90°) of 90°
rechts Stitch Assist (Rotate Right 90°).
Bestandsnaam (File name)
Voer een bestandsnaam in voor de afbeelding die u wilt opslaan (maximaal 32 tekens). Wanneer u
meerdere bestanden opslaat, worden 4 cijfers aan elke bestandsnaam toegevoegd.
Opslaan in (Save in)
Hiermee wordt de map weergegeven waarin de gescande documenten moeten worden opgeslagen.
Als u de map wilt wijzigen, klikt u op Bladeren... (Browse...) om een andere map op te geven.
Standaard zijn de volgende mappen opgegeven.
Windows Vista: de map MP Navigator EX in de map Afbeelding (Picture)
Windows XP: de map MP Navigator EX in de map Mijn afbeeldingen (My Pictures)
Windows 2000: de map MP Navigator EX in de map Mijn afbeeldingen (My Pictures)
Opslaan in een submap met huidige datum (Save to a Subfolder with Current Date)
Schakel dit selectievakje in om een submap te maken in de map die is opgegeven in Opslaan in
(Save in) met de huidige datum en de gescande afbeeldingen in de map op te slaan.Er wordt een
submap gemaakt met een naam als '2008_01_01' (jaar_maand_datum).
Als dit selectievakje niet is ingeschakeld, worden bestanden rechtstreeks opgeslagen in de map die
is opgegeven in Opslaan in (Save in).
Naar boven
Dialoogvenster Exif-instellingen (Exif Settings)
Sivu 500/836
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met de meegeleverde toepassingssoftware > Schermen van MP
Navigator EX > Dialoogvenster Exif-instellingen (Exif Settings)
Dialoogvenster Exif-instellingen (Exif Settings)
U kunt Exif-informatie toevoegen aan het bestand dat u wilt opslaan. Exif is een standaardindeling
waarmee u verschillende opnamegegevens kunt toevoegen aan afbeeldingen van digitale camera's
(JPEG).Wanneer u Exif-informatie opneemt in gescande afbeeldingen, kunt u deze samen met
afbeeldingen van digitale camera's organiseren en afdrukken.
Het dialoogvenster Exif-instellingen (Exif Settings) kan worden geopend wanneer bij Type bestanden
(Save as type) JPEG/Exif is geselecteerd.
Basisinformatie (Basic Information)
Hier wordt de informatie weergegeven die automatisch worden opgehaald vanaf het apparaat of uit de
software.
Geavanceerde informatie (Advanced Information)
Hier wordt de informatie weergegeven die aan de rechterkant van het venster is opgegeven.
Gedeelte met instellingen voor Geavanceerde informatie (Advanced information)
U kunt Exif-informatie zoals de titel en de opnamedatum opgeven.Schakel de selectievakjes in van de
items die u wilt opgeven en selecteer informatie of geef deze op.
Deze instelling voor invoeritems automatisch toepassen (Apply the Same Setting of Input Items
Automatically)
Schakel dit selectievakje in om automatisch de informatie weer te geven die u voor de vorige
afbeelding hebt opgegeven.
Toepassen (Apply)
Nadat u alle benodigde informatie hebt opgegeven, klikt u op Toepassen (Apply) om de informatie bij
de afbeelding te voegen.De informatie wordt weergegeven in Geavanceerde informatie (Advanced
Information).
OK
Hiermee voegt u de opgegeven informatie toe aan de afbeelding en sluit u het venster.De opgegeven
informatie wordt opgeslagen.
Annuleren (Cancel)
Klik hierop om de instellingen te annuleren en het venster te sluiten.
Informatie is opgeslagen wanneer u op Annuleren (Cancel) klikt nadat u op Toepassen (Apply) hebt
geklikt.
Naar boven
Dialoogvenster PDF
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met de meegeleverde toepassingssoftware > Schermen van MP
Navigator EX > Dialoogvenster PDF
Dialoogvenster PDF
Klik op Opslaan als PDF-bestand (Save as PDF file) op het tabblad Aangepaste scan met eenmaal
klikken (Custom Scan with One-click) of klik op PDF in het scherm voor de modus eenmaal klikken (One
-click Mode) om het dialoogvenster PDF te openen.
Scan-instellingen (Scan Settings)
Documenttype (Document Type)
Selecteer het type document dat u wilt scannen.
Kleurenmodus (Color Mode)
Selecteer hoe u het document wilt scannen.
Documentformaat (Document Size)
Selecteer het formaat van het document dat u wilt scannen.
Wanneer u Aangepast (Custom) selecteert, wordt een dialoogvenster geopend waarin u het
documentformaat kunt opgeven.Selecteer een van de Eenheden (Units), voer de Breedte (Width) en
Hoogte (Height) in en klik op OK.
Resolutie (Resolution)
Hier kunt u de resolutie selecteren waarmee documenten moeten worden gescand.
Resolutie (Resolution)
Opgeven... (Specify...)
Voor Documenttype (Document Type), Kleurenmodus (Color Mode), Documentformaat (Document
Size) en Scanresolutie (Scanning Resolution) worden de instellingen weergegeven die zijn
opgegeven in het dialoogvenster PDF.
Sivu 501/836
Dialoogvenster PDF
Voor Moiré-reductie (Descreen), Beeld verscherpen (Unsharp Mask) en andere functies raadpleegt
u de desbetreffende beschrijvingen in ' Dialoogvenster Scan-instellingen (Scan Settings) '.
Instellingen opslaan (Save Settings)
De afbeelding na het scannen automatisch opslaan op de computer (Automatically save the
image to your computer after scanning it)
Selecteer deze optie om de afbeeldingen na het scannen op de opgegeven manier op de computer
op te slaan.
Belangrijk
Als u deze functie selecteert, kunt u geen wachtwoorden voor PDF-bestanden instellen.
Bestandsnaam (File name)
Voer een bestandsnaam in voor de afbeelding die u wilt opslaan (maximaal 32 tekens). Wanneer u
meerdere bestanden opslaat, worden 4 cijfers aan elke bestandsnaam toegevoegd.
Type bestanden (Save as type)
Selecteer een bestandstype om de gescande afbeeldingen op te slaan.
Selecteer PDF, PDF (meerdere pagina's) (PDF(Multiple Pages)) of PDF (pagina toevoegen)
(PDF(Add Page)).
PDF
Sla elk van de geselecteerde afbeeldingen op als afzonderlijk PDF-bestand.
PDF (meerdere pagina's) (PDF(Multiple pages))
Meerdere afbeeldingen als één PDF-bestand opslaan.
PDF (pagina toevoegen) (PDF(Add Page))
De gescande afbeeldingen toevoegen aan een PDF-bestand. De afbeeldingen worden
toegevoegd aan het eind van het PDF-bestand. U kunt de pagina's van het PDF-bestand
waaraan de afbeeldingen worden toegevoegd, niet opnieuw rangschikken.
Belangrijk
U kunt geen afbeeldingen toevoegen aan PDF-bestanden die met een wachtwoord zijn
beveiligd.
Belangrijk
Klik op Instellen... (Set...) om het dialoogvenster PDF-instellingen (PDF Settings) te openen,
waarin u het PDF-compressietype en andere geavanceerde instellingen voor het maken van
PDF-bestanden kunt opgeven.
Dialoogvenster PDF-instellingen (PDF Settings)
Opmerking
Zie 'PDF-bestanden maken/bewerken ' voor informatie over het verwijderen of opnieuw ordenen
van pagina's in opgeslagen PDF-bestanden.
Opslaan in (Save in)
Hiermee wordt de map weergegeven waarin de gescande documenten moeten worden
opgeslagen. Als u de map wilt wijzigen, klikt u op Bladeren... (Browse...) om een andere map op te
geven.
Standaard zijn de volgende mappen opgegeven.
Windows Vista: de map MP Navigator EX in de map Afbeelding (Picture)
Windows XP: de map MP Navigator EX in de map Mijn afbeeldingen (My Pictures)
Windows 2000: de map MP Navigator EX in de map Mijn afbeeldingen (My Pictures)
Opslaan in een submap met huidige datum (Save to a Subfolder with Current Date)
Schakel dit selectievakje in om een submap te maken in de map die is opgegeven in Opslaan in
(Save in) met de huidige datum en de gescande afbeeldingen in de map op te slaan.Er wordt een
submap gemaakt met een naam als '2008_01_01' (jaar_maand_datum).
Als dit selectievakje niet is ingeschakeld, worden bestanden rechtstreeks opgeslagen in de map
die is opgegeven in Opslaan in (Save in).
Het dialoogvenster voor opslaan openen na het scannen van de afbeelding (Open the save dialog
box after scanning the image)
Hiermee opent u het dialoogvenster Opslaan als PDF-bestand (Save as PDF file) nadat de
afbeeldingen zijn gescand en geeft u instellingen op als de doelmap en bestandsnaam.
Sivu 502/836
Dialoogvenster PDF
Sivu 503/836
Dialoogvenster Opslaan als PDF-bestand (Save as PDF file)
Opmerking
Als u wachtwoorden voor PDF-bestanden wilt instellen, selecteert u Het dialoogvenster voor
opslaan openen na het scannen van de afbeelding (Open the save dialog box after scanning
the image). Nadat de afbeelding is gescand, kunt u de wachtwoorden instellen in het
dialoogvenster Opslaan als PDF-bestand (Save as PDF file).
Wachtwoorden voor PDF-bestanden instellen
Toepassingsinstellingen (Application Settings)
Openen met (Open with)
Geef een toepassing op waarmee u de gescande afbeelding wilt openen. Sleep het pictogram van
een toepassing naar dit vak die de bestandsindeling ondersteunt die wordt weergegeven in Type
bestanden (Save as type). De opgegeven toepassing wordt gestart nadat de afbeeldingen zijn
gescand.
Belangrijk
Afhankelijk van de opgegeven toepassing worden de afbeeldingen mogelijk niet correct
weergegeven of wordt de toepassing niet gestart.
Herstellen (Reset)
De toepassingsinstelling annuleren.
Instellen... (Set...)
Hiermee kunt u een toepassing instellen die moet worden gestart.
Scannen starten door op de eenmaal-klikken-knop te klikken (Start scanning by clicking the oneclick button)
Schakel dit selectievakje in om het scannen te starten wanneer u op een pictogram klikt.
Toepassen (Apply)
Hiermee worden de opgegeven instellingen opgeslagen en toegepast.
Klik op Annuleren (Cancel) in plaats van Toepassen (Apply) om de opgegeven instellingen te
annuleren.
Annuleren (Cancel)
Hiermee annuleert u de opgegeven instellingen.Het huidige dialoogvenster wordt afgesloten.
Standaard (Defaults)
Hiermee zet u alle instellingen in het dialoogvenster terug op hun standaardwaarde.
Scannen (Scan)
Hiermee kunt u documenten als PDF-bestanden scannen en opslaan met de opgegeven
instellingen.
Naar boven
Dialoogvenster Opslaan als PDF-bestand (Save as PDF file)
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met de meegeleverde toepassingssoftware > Schermen van MP
Navigator EX > Dialoogvenster Opslaan als PDF-bestand (Save as PDF file)
Dialoogvenster Opslaan als PDF-bestand (Save as PDF file)
Het dialoogvenster Opslaan als PDF-bestand (Save as PDF file) wordt geopend wanneer u scant vanuit
Opslaan als PDF-bestand (Save as PDF file) op het tabblad Aangepaste scan met eenmaal klikken
(Custom Scan with One-click) of vanuit PDF in het scherm voor de modus eenmaal klikken (One-click
Mode) nadat u Het dialoogvenster voor opslaan openen na het scannen van de afbeelding (Open the
save dialog box after scanning the image) hebt geselecteerd.
In het dialoogvenster Opslaan als PDF-bestand (Save as PDF file) kunt u instellingen opgeven voor het
opslaan van afbeeldingen op een computer.
Belangrijk
U kunt afbeeldingen die gescand zijn met 10501 of meer pixels in verticale en horizontale richting
niet opslaan.
Type bestanden (Save as type)
Selecteer een PDF-bestandstype om de gescande afbeeldingen op te slaan.
PDF
Sla elk van de geselecteerde afbeeldingen op als afzonderlijk PDF-bestand.
PDF (meerdere pagina's) (PDF(Multiple pages))
Meerdere afbeeldingen als één PDF-bestand opslaan.
Belangrijk
PDF (meerdere pagina's) (PDF(Multiple Pages)) wordt weergegeven wanneer er meerdere
afbeeldingen zijn geselecteerd.
PDF (pagina toevoegen) (PDF(Add Page))
De gescande afbeeldingen toevoegen aan een PDF-bestand. De afbeeldingen worden
toegevoegd aan het eind van het PDF-bestand. U kunt de pagina's van het PDF-bestand waaraan
de afbeeldingen worden toegevoegd, niet opnieuw rangschikken.
Belangrijk
Afbeeldingen kunnen alleen worden toegevoegd aan PDF-bestanden die zijn gemaakt met
MP Navigator EX. U kunt geen PDF-bestanden opgeven die met andere toepassingen zijn
gemaakt. Het is evenmin mogelijk PDF-bestanden op te geven die in andere toepassingen
zijn bewerkt.
PDF (pagina toevoegen) (PDF(Add Page)) kan niet worden geselecteerd voor gescande
Sivu 504/836
Dialoogvenster Opslaan als PDF-bestand (Save as PDF file)
Sivu 505/836
afbeeldingen via het bewerkingspaneel van het apparaat.
Als een met wachtwoord beveiligd PDF-bestand wordt bewerkt, worden de wachtwoorden
verwijderd.Stel de wachtwoorden opnieuw in.
Belangrijk
U kunt wachtwoorden instellen voor PDF-bestanden.
Wachtwoorden voor PDF-bestanden instellen
Instellen... (Set...)
Hiermee geeft u geavanceerde instellingen voor het maken van PDF-bestanden op.
Zie 'Dialoogvenster PDF-instellingen (PDF Settings) ' voor meer informatie.
Instellingen wachtwoordbeveiliging (Password security settings)
Schakel dit selectievakje in om het dialoogvenster Wachtwoordbeveiliging - Instellingen (Password
Security -Settings) te openen, waarin u wachtwoorden kunt instellen voor het openen, bewerken en
afdrukken van PDF-bestanden.
Wachtwoorden voor PDF-bestanden instellen
90° links Stitch Assist/90° rechts Stitch Assist (Rotate Left 90°/Rotate Right 90°)
Gescande afbeeldingen 90 graden linksom of rechtsom draaien.
Selecteer de afbeelding die u wilt draaien en klik op 90° links Stitch Assist (Rotate Left 90°) of 90°
rechts Stitch Assist (Rotate Right 90°).
Bestandsnaam (File name)
Voer een bestandsnaam in voor de afbeelding die u wilt opslaan (maximaal 32 tekens). Wanneer u
meerdere bestanden opslaat, worden 4 cijfers aan elke bestandsnaam toegevoegd.
Opslaan in (Save in)
Hier wordt de map weergegeven waarin de PDF-bestanden moeten worden opgeslagen. Als u de
map wilt wijzigen, klikt u op Bladeren... (Browse...) om een andere map op te geven.
Standaard zijn de volgende mappen opgegeven.
Windows Vista: de map MP Navigator EX in de map Afbeelding (Picture)
Windows XP: de map MP Navigator EX in de map Mijn afbeeldingen (My Pictures)
Windows 2000: de map MP Navigator EX in de map Mijn afbeeldingen (My Pictures)
Opslaan in een submap met huidige datum (Save to a Subfolder with Current Date)
Schakel dit selectievakje in om een submap te maken in de map die is opgegeven in Opslaan in
(Save in) met de huidige datum en de gescande afbeeldingen in de map op te slaan.Er wordt een
submap gemaakt met een naam als '2008_01_01' (jaar_maand_datum).
Als dit selectievakje niet is ingeschakeld, worden bestanden rechtstreeks opgeslagen in de map die
is opgegeven in Opslaan in (Save in).
Naar boven
Dialoogvenster Verzenden (Mail)
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met de meegeleverde toepassingssoftware > Schermen van MP
Navigator EX > Dialoogvenster Verzenden (Mail)
Dialoogvenster Verzenden (Mail)
Klik op Toevoegen aan e-mail (Attach to E-mail) op het tabblad Aangepaste scan met eenmaal klikken
(Custom Scan with One-Click) of klik op Verzenden (Mail) in het scherm Modus (Mode) om het
dialoogvenster Verzenden (Mail) te openen.
Scan-instellingen (Scan Settings)
Documenttype (Document Type)
Selecteer het type document dat u wilt scannen.
Kleurenmodus (Color Mode)
Selecteer hoe u het document wilt scannen.
Documentformaat (Document Size)
Selecteer het formaat van het document dat u wilt scannen.
Wanneer u Aangepast (Custom) selecteert, wordt een dialoogvenster geopend waarin u het
documentformaat kunt opgeven.Selecteer een van de Eenheden (Units), voer de Breedte (Width) en
Hoogte (Height) in en klik op OK.
Resolutie (Resolution)
Hier kunt u de resolutie selecteren waarmee documenten moeten worden gescand.
Resolutie (Resolution)
Het scannerstuurprogramma gebruiken (Use the scanner driver)
Schakel dit selectievakje in om het scherm van ScanGear (scannerstuurprogramma) weer te geven
en geavanceerde instellingen voor het scannen te definiëren.
Opgeven... (Specify...)
Voor Documenttype (Document type), Kleurenmodus (Color mode), Documentformaat (Document
Size) en Scanresolutie (Scanning Resolution) worden de instellingen weergegeven die zijn
Sivu 506/836
Dialoogvenster Verzenden (Mail)
opgegeven in het dialoogvenster Verzenden (Mail).
Voor Moiré-reductie (Descreen), Beeld verscherpen (Unsharp Mask) en andere functies raadpleegt
u de desbetreffende beschrijvingen in ' Dialoogvenster Scan-instellingen (Scan Settings) '.
Instellingen opslaan (Save Settings)
Bestandsgrootte (File Size)
Maak een keuze uit de formaten Klein (past in 640 bij 480-venster) (Small (fits in a 640 by 480
window)), Medium (past in 800 bij 600-venster) (Medium (fits in a 800 by 600 window)), Groot (past
in 1024 bij 768-venster) (Large (fits in a 1024 by 768 window)) en Origineel (Original).
Bestandsnaam (File name)
Voer een bestandsnaam in voor de afbeelding die u wilt opslaan (maximaal 32 tekens). Wanneer u
meerdere bestanden opslaat, worden 4 cijfers aan elke bestandsnaam toegevoegd.
Type bestanden (Save as type)
Selecteer een bestandstype om de gescande afbeeldingen op te slaan.
Selecteer JPEG/Exif, PDF of PDF (meerdere pagina's) (PDF (Multiple Pages)).
Belangrijk
Voor JPEG/Exif-afbeeldingen klikt u op Instellen... (Set...) om een dialoogvenster te openen
waarin u een compressietype kunt selecteren. U kunt kiezen uit Hoog (lage compressie) (High
(Low Compression)), Standaard (Standard) en Laag (hoge compressie) (Low (High
Compression)).
U kunt geen wachtwoorden instellen voor PDF-bestanden.
Opslaan in (Save in)
Hiermee wordt de map weergegeven waarin de gescande documenten moeten worden
opgeslagen. Als u de map wilt wijzigen, klikt u op Bladeren... (Browse...) om een andere map op te
geven.
Standaard zijn de volgende mappen opgegeven.
Windows Vista: de map MP Navigator EX in de map Afbeelding (Picture)
Windows XP: de map MP Navigator EX in de map Mijn afbeeldingen (My Pictures)
Windows 2000: de map MP Navigator EX in de map Mijn afbeeldingen (My Pictures)
Opslaan in een submap met huidige datum (Save to a Subfolder with Current Date)
Schakel dit selectievakje in om een submap te maken in de map die is opgegeven in Opslaan in
(Save in) met de huidige datum en de gescande afbeeldingen in de map op te slaan.Er wordt een
submap gemaakt met een naam als '2008_01_01' (jaar_maand_datum).
Als dit selectievakje niet is ingeschakeld, worden bestanden rechtstreeks opgeslagen in de map
die is opgegeven in Opslaan in (Save in).
Instellingen voor bijlagen (Attachment Settings)
E-mailprogramma (Mail Program)
Hiermee geeft u een e-mailprogramma op.
Opmerking
Selecteer Toevoegen... (Add...) om het dialoogvenster E-mailprogramma selecteren (Select
Mail Program) te openen. Hier kunt u een e-mailprogramma selecteren. Als het gewenste emailprogramma niet wordt weergegeven, klikt u op Toevoegen aan lijst (Add to List) en
selecteert u het programma.
Scannen starten door op de eenmaal-klikken-knop te klikken (Start scanning by clicking the oneclick button)
Schakel dit selectievakje in om het scannen te starten wanneer u op een pictogram klikt.
Sivu 507/836
Dialoogvenster Verzenden (Mail)
Sivu 508/836
Toepassen (Apply)
Hiermee worden de opgegeven instellingen opgeslagen en toegepast.
Klik op Annuleren (Cancel) in plaats van Toepassen (Apply) om de opgegeven instellingen te
annuleren.
Annuleren (Cancel)
Hiermee annuleert u de opgegeven instellingen.Het huidige dialoogvenster wordt afgesloten.
Standaard (Defaults)
Hiermee zet u alle instellingen in het dialoogvenster terug op hun standaardwaarde.
Scannen (Scan)
Hiermee scant u documenten met de opgegeven instellingen.
Na afloop van het scannen wordt het e-mailprogramma automatisch gestart en wordt een nieuw
berichtvenster geopend met de afbeelding toegevoegd.
Naar boven
Dialoogvenster OCR
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met de meegeleverde toepassingssoftware > Schermen van MP
Navigator EX > Dialoogvenster OCR
Dialoogvenster OCR
Klik op OCR op het tabblad Aangepaste scan met eenmaal klikken (Custom Scan with One-click) of klik
op OCR in het scherm voor de modus eenmaal klikken (One-click Mode) om het dialoogvenster OCR te
openen.
Scan-instellingen (Scan Settings)
Documenttype (Document Type)
Selecteer het type document dat u wilt scannen.
Kleurenmodus (Color Mode)
Selecteer hoe u het document wilt scannen.
Documentformaat (Document Size)
Selecteer het formaat van het document dat u wilt scannen.
Wanneer u Aangepast (Custom) selecteert, wordt een dialoogvenster geopend waarin u het
documentformaat kunt opgeven.Selecteer een van de Eenheden (Units), voer de Breedte (Width) en
Hoogte (Height) in en klik op OK.
Resolutie (Resolution)
Hier kunt u de resolutie selecteren waarmee documenten moeten worden gescand.
Resolutie (Resolution)
Het scannerstuurprogramma gebruiken (Use the scanner driver)
Schakel dit selectievakje in om het scherm van ScanGear (scannerstuurprogramma) weer te geven
en geavanceerde instellingen voor het scannen te definiëren.
Opgeven... (Specify...)
Voor Documenttype (Document Type), Kleurenmodus (Color Mode), Documentformaat (Document
Sivu 509/836
Dialoogvenster OCR
Size) en Scanresolutie (Scanning Resolution) worden de instellingen weergegeven die zijn
opgegeven in het dialoogvenster OCR.
Voor Moiré-reductie (Descreen), Beeld verscherpen (Unsharp Mask) en andere functies raadpleegt
u de desbetreffende beschrijvingen in ' Dialoogvenster Scan-instellingen (Scan Settings) '.
Opmerking
Wanneer u scheve documenten wilt corrigeren, selecteert u het selectievakje Scheve
documenten corrigeren (Correct slanted document) om de nauwkeurigheid van
tekstherkenning te verbeteren
Instellingen opslaan (Save Settings)
Bestandsnaam (File name)
Voer een bestandsnaam in voor de afbeelding die u wilt opslaan (maximaal 32 tekens). Wanneer u
meerdere bestanden opslaat, worden 4 cijfers aan elke bestandsnaam toegevoegd.
Type bestanden (Save as type)
Selecteer een bestandstype om de gescande afbeeldingen op te slaan.
Selecteer JPEG/Exif, TIFF of BMP.
Belangrijk
Voor JPEG/Exif-afbeeldingen klikt u op Instellen... (Set...) om een dialoogvenster te openen
waarin u een compressietype kunt selecteren. U kunt kiezen uit Hoog (lage compressie) (High
(Low Compression)), Standaard (Standard) en Laag (hoge compressie) (Low (High
Compression)).
Opslaan in (Save in)
Hiermee wordt de map weergegeven waarin de gescande documenten moeten worden
opgeslagen. Als u de map wilt wijzigen, klikt u op Bladeren... (Browse...) om een andere map op te
geven.
Standaard zijn de volgende mappen opgegeven.
Windows Vista: de map MP Navigator EX in de map Afbeelding (Picture)
Windows XP: de map MP Navigator EX in de map Mijn afbeeldingen (My Pictures)
Windows 2000: de map MP Navigator EX in de map Mijn afbeeldingen (My Pictures)
Opslaan in een submap met huidige datum (Save to a Subfolder with Current Date)
Schakel dit selectievakje in om een submap te maken in de map die is opgegeven in Opslaan in
(Save in) met de huidige datum en de gescande afbeeldingen in de map op te slaan.Er wordt een
submap gemaakt met een naam als '2008_01_01' (jaar_maand_datum).
Als dit selectievakje niet is ingeschakeld, worden bestanden rechtstreeks opgeslagen in de map
die is opgegeven in Opslaan in (Save in).
Toepassingsinstellingen (Application Settings)
OCR met (OCR with)
Nadat de afbeelding is gescand, wordt de tekst in de afbeelding geëxporteerd naar en weergegeven
in TextEdit (geleverd bij Macintosh)
Opmerking
U kunt alleen teksten in talen exporteren naar Kladblok (geleverd bij Windows)die geselecteerd
kunnen worden op het tabblad Algemeen (General) Klik op Instellen... (Set...) op het tabblad
Algemeen (General) en geef de taal op van het document dat u wilt scannen.
Tabblad Algemeen (General)
Tekst die wordt weergegeven in Kladblok (geleverd bij Windows) kan alleen als leidraad
worden gebruikt. Tekst in de afbeeldingen van de volgende documenttypen wordt mogelijk niet
correct gelezen.
- Documenten die tekst bevatten met een tekengrootte kleiner dan 8 of groter dan 40 punten
(op 300 dpi)
- Scheve documenten
- Documenten die verkeerd om zijn geplaatst of documenten met een verkeerde afdrukstand
(gedraaide tekens)
- Documenten met speciale lettertypen, effecten, cursieve letters of met de hand geschreven
tekst
- Documenten met een smalle regelafstand
- Documenten met kleuren op de achtergrond of tekst
- Documenten met meerdere talen
Sivu 510/836
Dialoogvenster OCR
Sivu 511/836
Herstellen (Reset)
De toepassingsinstelling annuleren.
Instellen... (Set...)
Hiermee kunt u een toepassing selecteren.
Belangrijk
U kunt geen ander tekstverwerkingsprogramma dan Kladblok opgeven (geleverd bij Windows).
Scannen starten door op de eenmaal-klikken-knop te klikken (Start scanning by clicking the oneclick button)
Schakel dit selectievakje in om het scannen te starten wanneer u op een pictogram klikt.
Toepassen (Apply)
Hiermee worden de opgegeven instellingen opgeslagen en toegepast.
Klik op Annuleren (Cancel) in plaats van Toepassen (Apply) om de opgegeven instellingen te
annuleren.
Annuleren (Cancel)
Hiermee annuleert u de opgegeven instellingen.Het huidige dialoogvenster wordt afgesloten.
Standaard (Defaults)
Hiermee zet u alle instellingen in het dialoogvenster terug op hun standaardwaarde.
Scannen (Scan)
Hiermee scant u documenten met de opgegeven instellingen.
Naar boven
Dialoogvenster Aangepast (Custom)
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met de meegeleverde toepassingssoftware > Schermen van MP
Navigator EX > Dialoogvenster Aangepast (Custom)
Dialoogvenster Aangepast (Custom)
Klik op Aangepast (Custom) op het tabblad Aangepaste scan met eenmaal klikken (Custom Scan with
One-click) of klik op Aangepast (Custom) in het scherm voor de modus eenmaal klikken om het
dialoogvenster Aangepast (Custom) te openen.
Scan-instellingen (Scan Settings)
Documenttype (Document Type)
Selecteer het type document dat u wilt scannen. Als de Auto-mode (Auto Mode) is geselecteerd,
wordt het documenttype automatisch gedetecteerd. In dat geval worden de Kleurenmodus (Color
Mode), het Documentformaat (Document Size) en de Resolutie (Resolution) ook automatisch
ingesteld.
Belangrijk
De volgende documenttypen kunnen niet goed worden gescand in de Auto-mode (Auto Mode).
In dat geval moet u het Documenttype (Document Type) opgeven.
- Andere documenten dan foto's, Hagaki, visitekaartjes, tijdschriften, tekstdocumenten en CD/
DVD
- Foto's op A4-formaat.
- Tekstdocumenten kleiner dan 2L (127 x 178 mm) (5 x 7 inch), zoals pagina's van een pocket
waarvan de rug is afgesneden
- Documenten die zijn afgedrukt op dun wit papier
- Brede documenten, zoals panoramafoto's
Reflecterende CD/DVD-labels worden mogelijk niet correct gescand.
Plaats documenten op de juiste manier, volgens het type document dat u scant. Anders
worden de documenten mogelijk niet goed gescand.
Zie 'Documenten plaatsen ' voor meer informatie over het plaatsen van documenten.
Voor Moiré-reductie stelt u het Documenttype (Document Type) in op Tijdschrift (Magazine).
Kleurenmodus (Color Mode)
Selecteer hoe u het document wilt scannen.
Documentformaat (Document Size)
Selecteer het formaat van het document dat u wilt scannen.
Sivu 512/836
Dialoogvenster Aangepast (Custom)
Wanneer u Aangepast (Custom) selecteert, wordt een dialoogvenster geopend waarin u het
documentformaat kunt opgeven.Selecteer een van de Eenheden (Units), voer de Breedte (Width) en
Hoogte (Height) in en klik op OK.
Resolutie (Resolution)
Hier kunt u de resolutie selecteren waarmee documenten moeten worden gescand.
Resolutie (Resolution)
Het scannerstuurprogramma gebruiken (Use the scanner driver)
Schakel dit selectievakje in om het scherm van ScanGear (scannerstuurprogramma) weer te geven
en geavanceerde instellingen voor het scannen te definiëren.
Opgeven... (Specify...)
Bij Documenttype (Document Type), Kleurenmodus (Color Mode), Documentformaat (Document
Size) en Scanresolutie (Scanning Resolution) worden de instellingen weergegeven die zijn
opgegeven in het dialoogvenster Aangepast (Custom).
Voor Moiré-reductie (Descreen), Beeld verscherpen (Unsharp Mask) en andere functies raadpleegt
u de desbetreffende beschrijvingen in ' Dialoogvenster Scan-instellingen (Scan Settings) '.
Instellingen opslaan (Save Settings)
De afbeelding na het scannen automatisch opslaan op de computer (Automatically save the
image to your computer after scanning it)
Selecteer deze optie om de afbeeldingen na het scannen op de opgegeven manier op de computer
op te slaan.
Opmerking
Als in Toepassingsinstellingen (Application Settings) is aangegeven welke toepassing wordt
gestart, wordt de gescande afbeelding in die toepassing geopend.
Bestandsnaam (File name)
Voer een bestandsnaam in voor de afbeelding die u wilt opslaan (maximaal 32 tekens). Wanneer u
meerdere bestanden opslaat, worden 4 cijfers aan elke bestandsnaam toegevoegd.
Type bestanden (Save as type)
Selecteer een bestandstype om de gescande afbeeldingen op te slaan.
Selecteer Auto, JPEG/Exif, TIFF of BMP. Auto wordt weergegeven en is standaard geselecteerd
wanneer het Documenttype (Document Type) is ingesteld op Auto-mode (Auto Mode).
Belangrijk
Wanneer u Auto selecteert, worden bestanden opgeslagen in de volgende indelingen, volgens
het documenttype.
Foto's, Hagaki, visitekaartjes en CD's/DVD's:JPEG
Tijdschriften, en en tekstdocumenten: PDF
U kunt de bestandsindeling wijzigen via Instellen... (Set...).
Afbeeldingen die als PDF-bestand zijn opgeslagen, worden in sommige toepassingen
mogelijk niet geopend. Selecteer in dat geval een andere optie dan PDF bij Opslaan als type
(Save as type).
Als Documenttype (Document Type) is ingesteld op Auto-mode (Auto Mode) en Opslaan als
type (Save as type) op Auto, kan de bestandsindeling verschillen, afhankelijk van hoe u het
document plaatst.
Zie 'Documenten plaatsen ' voor meer informatie over het plaatsen van documenten.
Grote documenten (zoals A4-foto's) die niet binnen de randen/pijlen van de plaat kunnen
worden gelegd, worden mogelijk niet in de juiste bestandsindeling opgeslagen wanneer
Opslaan als type (Save as type) is ingesteld op Auto.Selecteer in dat geval een
bestandsindeling die past bij het te scannen document.
Als u JPEG/Exif selecteert, kunt u het selectievakje JPEG/Exif-bestand in AdobeRGB opslaan
inschakelen.
Instellen... (Set...)
Sivu 513/836
Dialoogvenster Aangepast (Custom)
Wanneer Opslaan als type (Save as type) is ingesteld op Auto
U kunt opgeven in welke bestandsindeling afbeeldingen moeten worden opgeslagen. Selecteer
een bestandsindeling voor een Document en een Foto (Photo).
Wanneer Opslaan als type (Save as type) is ingesteld opJPEG/Exif
U kunt een compressietype opgeven voor JPEG-bestanden.Selecteer Hoog (lage compressie)
(High(Low Compression)), Standaard (Standard) of Laag (hoge compressie) (Low(High
Compression)).
Opslaan in (Save in)
Hiermee wordt de map weergegeven waarin de gescande documenten moeten worden
opgeslagen. Als u de map wilt wijzigen, klikt u op Bladeren... (Browse...) om een andere map op te
geven.
Standaard zijn de volgende mappen opgegeven.
Windows Vista: de map MP Navigator EX in de map Afbeelding (Picture)
Windows XP: de map MP Navigator EX in de map Mijn afbeeldingen (My Pictures)
Windows 2000: de map MP Navigator EX in de map Mijn afbeeldingen (My Pictures)
Opslaan in een submap met huidige datum (Save to a Subfolder with Current Date)
Schakel dit selectievakje in om een submap te maken in de map die is opgegeven in Opslaan in
(Save in) met de huidige datum en de gescande afbeeldingen in de map op te slaan.Er wordt een
submap gemaakt met een naam als '2008_01_01' (jaar_maand_datum).
Als dit selectievakje niet is ingeschakeld, worden bestanden rechtstreeks opgeslagen in de map
die is opgegeven in Opslaan in (Save in).
JPEG/Exif-bestand in AdobeRGB opslaan (Save the JPEG/Exif file in AdobeRGB)
Schakel dit selectievakje in om de afbeeldingen op te slaan met kleuren die overeenkomen met
Adobe RGB.
Belangrijk
Deze functie is alleen beschikbaar wanneer JPEG/Exif is geselecteerd bij Opslaan als type
(Save as type).
Deze functie is niet beschikbaar wanneer het Adobe RGB-profiel niet is geïnstalleerd.
Opmerking
U kunt deze instelling niet selecteren als het selectievakje Scannerstuurpr. gebruiken (Use the
scanner driver) is ingeschakeld.
Als u een afbeelding opslaat terwijl het selectievakje JPEG/Exif-bestand in AdobeRGB opslaan
(Save the JPEG/Exif file in AdobeRGB) is ingeschakeld, wordt aan het begin van de
bestandsnaam een onderstrepingsteken toegevoegd. (Voorbeeld: _Image0001.jpg)
Het dialoogvenster Opslaan openen na het scannen van de afbeelding (Exif-informatie invoeren)
(Open the save dialog box after scanning the image (Input Exif information))
Hiermee opent u het dialoogvenster Opslaan (Save) nadat de afbeeldingen zijn gescand en geeft u
instellingen voor opslaan op als de doelmap, bestandsnaam en Exif-informatie.
Opmerking
Zie 'Dialoogvenster Opslaan (Save) ' voor meer informatie over het dialoogvenster Opslaan
(Save).
Toepassingsinstellingen (Application Settings)
Openen met (Open with)
Geef een toepassing op waarmee u de gescande afbeelding wilt openen. Sleep het pictogram van
een toepassing naar dit vak die de bestandsindeling ondersteunt die wordt weergegeven in Type
bestanden (Save as type). De opgegeven toepassing wordt gestart nadat de afbeeldingen zijn
gescand.
Belangrijk
Afhankelijk van de opgegeven toepassing worden de afbeeldingen mogelijk niet correct
weergegeven of wordt de toepassing niet gestart.
Herstellen (Reset)
Sivu 514/836
Dialoogvenster Aangepast (Custom)
Sivu 515/836
De toepassingsinstelling annuleren.
Instellen... (Set...)
Hiermee kunt u een toepassing instellen die moet worden gestart.
Scannen starten door op de eenmaal-klikken-knop te klikken (Start scanning by clicking the oneclick button)
Schakel dit selectievakje in om het scannen te starten wanneer u op een pictogram klikt.
Toepassen (Apply)
Hiermee worden de opgegeven instellingen opgeslagen en toegepast.
Klik op Annuleren (Cancel) in plaats van Toepassen (Apply) om de opgegeven instellingen te
annuleren.
Annuleren (Cancel)
Hiermee annuleert u de opgegeven instellingen.Het huidige dialoogvenster wordt afgesloten.
Standaard (Defaults)
Hiermee zet u alle instellingen in het dialoogvenster terug op hun standaardwaarde.
Scannen (Scan)
Hiermee kunt u documenten scannen en opslaan met de opgegeven instellingen.
Wanneer Opslaan als type (Save as type) is ingesteld op Auto, wordt een bevestiging weergegeven.
Klik op Handleiding openen (Open Manual) om deze handleiding te openen (als deze is
geïnstalleerd).
Naar boven
Dialoogvenster Voorkeuren (Preferences)
Sivu 516/836
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met de meegeleverde toepassingssoftware > Schermen van MP
Navigator EX > Dialoogvenster Voorkeuren (Preferences)
Dialoogvenster Voorkeuren (Preferences)
Klik op Voorkeuren (Preferences) in het scherm in de Navigatiemodus om het dialoogvenster
Voorkeuren (Preferences) te openen.
In het dialoogvenster Voorkeuren (Preferences) kunt u geavanceerde instellingen opgeven voor functies
van MP Navigator EX. U doet dit op de tabbladen Algemeen (General) en Instellingen scannerknop
(Scanner Button Settings).
Opmerking
Zie de onderstaande gedeelten voor meer informatie over elk tabblad.
Tabblad Algemeen (General)
Tabblad Instellingen scannerknop (Scanner Button Settings) (Opslaan)
Tabblad Instellingen scannerknop (Scanner Button Settings) (Toevoegen aan e-mail)
Tabblad Instellingen scannerknop (Scanner Button Settings) (Openen met toepassing)
Naar boven
Tabblad Algemeen (General)
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met de meegeleverde toepassingssoftware > Schermen van MP
Navigator EX > Tabblad Algemeen (General)
Tabblad Algemeen (General)
Op het tabblad Algemeen (General) kunt u algemene instellingen voor MP Navigator EX opgeven.
Productnaam (Product Name)
Hier wordt de productnaam weergegeven van het apparaat waarvoor MP Navigator EX momenteel is
geconfigureerd.
Als het weergegeven product niet het gewenste product is, selecteert u het gewenste product in de
lijst.
Gescande afbeeldingen bij het overbrengen comprimeren (Compress scanned images when
transferring)
Gescande afbeeldingen comprimeren en overplaatsen met de MP Navigator EX of het
bewerkingspaneel van het apparaat. Dit is handig wanneer het appraat verbonden is met een
langzame interface zoals USB 1.1. Dit selectievakje is niet geselecteerd als de instelling Standaard is.
Belangrijk
Wanneer Foto (Photo) is geselecteerd voor Documenttype (Document type) op het tabblad
Instellingen scannerknop (Scanner Button Settings), kunt u het beste een ruimte van 1 cm (3/8
inch) of meer vrijlaten tussen de randen van de plaat en het document. Als u dit niet doet, is het
mogelijk dat de positie of het formaat van sommige afbeeldingen niet correct wordt gescand.
Visitekaartjes, panoramafoto's en foto's met randen worden mogelijk niet correct gescand. Maak
in dit geval de selectie van het selectievakjeGescande afbeeldingen bij het overbrengen
comprimeren (Compress scanned images when tranferring) ongedaan en probeer nogmaals te
scannen.
Het is aanbevolen dat u scant met een resolutio van 300 dpi of hoger wanneer u meerdere foto's
met deze functie wilt scannen.
Pas de volgende beperkingen toe wanneer het selectievakje Gescande afbeeldingen bij het
overbrengen comprimeren (Compress scannend images when transferring) is geselecteerd.
- De volgende zwart-wit binaire scanfuncties zijn niet beschikbaar:
Tekst (OCR) kan niet worden geselecteerd voor Documenttype (Document Type) in het venster
Scan/Import.
Zwart-wit kan niet worden geselecteerd in de instellingen voor Kleurenmodus (Color Mode)
voor de modus Eenmaal klikken (One-click Mode).
- Schaduw van rugmarge verwijderen (Remove gutter shadow) is niet beschikbaar
- JPEG/Exif-bestand in AdobeRGB opslaan voor de modus Eenmaal klikken (One-click Mode) is
niet beschikbaar
- Beschikbare resoluties: 75 dpi, 150 dpi, 300 dpi en 600 dpi
Sivu 517/836
Tabblad Algemeen (General)
Sivu 518/836
- Het maximale aantal documenten dat in één keer gescand kan worden: 4
De volgende afbeeldingen worden niet gecomprimeerd, zelfs niet wanneer het selectievakje
Gescande afbeeldingen bij het overbrengen comprimeren (Compress scanned images when
transferring) is geselecteerd.
- Afbeeldingen die worden gescand met het bewerkingspaneel van het apparaat door
automatisch het documenttype te detecteren
-Afbeeldingen die worden gescand in de modus voor Eenmaal klikken (One-click Mode) door
automatisch het documenttype te detecteren
- Afbeeldingen die worden gescand met ScanGear (scannerstuurprogramma)
Opmerking
Wanneer het selectievakje Gescande afbeeldingen bij het overbrengen comprimeren (Compress
scanned images when tranferring) is geselecteerd, wordt Beeld verscherpen (Unsharp Mask)
altijd toegepast.
Opslaan in (Mijn vak) (Save in (My Box))
Hier wordt de map weergegeven waarin de gescande documenten moeten worden opgeslagen. Als u
de map wilt wijzigen, klikt u op Bladeren... (Browse...) om een andere map op te geven.
Standaard zijn de volgende mappen opgegeven.
Windows Vista: de map MP Navigator EX in de map Afbeelding (Picture)
Windows XP: de map MP Navigator EX in de map Mijn afbeeldingen (My Pictures)
Windows 2000: de map MP Navigator EX in de map Mijn afbeeldingen (My Pictures)
Locatie van tijdelijke bestanden (Location of Temporary Files)
Hier wordt de map weergegeven waarin de afbeeldingen tijdelijk moeten worden opgeslagen. Als u
de map wilt wijzigen, klikt u op Bladeren... (Browse...) om een andere map op te geven.
Belangrijk
Er kan een fout optreden als u de hoofdmap van het station waarin het besturingssysteem is
geïnstalleerd, opgeeft als bestemming. Zorg dat u een andere map opgeeft.
Uit te voeren toepassing (Application to run)
Hier worden de toepassingen weergegeven die vanuit MP Navigator EX kunnen worden gestart.
Installeer de toepassingen vanaf de installatie-CD die u bij het apparaat hebt ontvangen.
Bij Toevoegen aan e-mail (Attach to E-mail) kunt u een e-mailprogramma selecteren dat moet worden
gestart.
Als u wiltConverteren naar tekstbestand (Convert to text file), wordt Kladblok (geleverd bij Windows)
weergegeven. Klik in dit geval op Instellen... (Set...) en geeft de taal op van het document dat u wilt
scannen.U kunt alleen tekst eporteren naar Kladblok die geschreven is in talen die u kunt selecteren
in Documenttaal (Document Language).
Belangrijk
U kunt kiezen welke items worden geïnstalleerd vanaf de installatie-CD door Aangepaste
installatie (Custom Install) te selecteren. Als u via Aangepaste installatie (Custom Install)
aangeeft dat u enkele toepassingen niet wilt installeren, zijn de bijbehorende functies van MP
Navigator EX niet beschikbaar. Als u die functies wilt gebruiken, moet u de bijbehorende
toepassingen installeren.
Bij PDF-bestand openen (Open PDF file) wordt de toepassing weergegeven die in het
besturingssysteem is gekoppeld aan de bestandsextensie .pdf.
Naar boven
Tabblad Instellingen scannerknop (Scanner Button Settings) (Opslaan)
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met de meegeleverde toepassingssoftware > Schermen van MP
Navigator EX > Tabblad Instellingen scannerknop (Scanner Button Settings) (Opslaan)
Tabblad Instellingen scannerknop (Scanner Button Settings)
(Opslaan)
Op het tabblad Instellingen scannerknop (Scanner Button Settings) kunt u de volgende instellingen
opgeven.
In dit gedeelte worden de instellingen beschreven die beschikbaar zijn Selecteer gebeurtenis (Select
Event) ingesteld is op Opslaan naar computer (Save to PC) of Opslaan als PDF-bestand (Save as PDF
file).
U kunt instellen welke bewerking wordt uitgevoerd wanneer u scant met het bediendingspaneel van het
apparaat en de scanmodus (Scan Mode) ingesteld is op Opslaan naar computer (Save to PC) of
Opslaan als PDF-bestand (save as PDF-file).
Gebeurtenis (Event)
Selecteer gebeurtenis (Select Event)
Hiermee wordt de scanmodus weergegeven die geselecteerd kan worden op het
bewerkingspaneel van het apparaat
Opslaan naar computer (Save to PC)
Selecteer deze optie om details voor de scanmodus Opslaan naar computer (Save to PC) in te
stellen.
Opslaan als PDF-bestand (Save as PDF file)
Selecteer deze optie om details voor de scanmodus Opslaan als PDF-bestand (Save as PDF
file) in te stellen.
Documenttype (Document Type)
Selecteer het type document dat u wilt scannen. Als de Auto-mode (Auto Mode) is geselecteerd,
wordt het documenttype automatisch gedetecteerd. In dat geval worden het Documentformaat
Sivu 519/836
Tabblad Instellingen scannerknop (Scanner Button Settings) (Opslaan)
(Document Size) en de Resolutie (Resolution) ook automatisch ingesteld.
Belangrijk
Voor een correcte scan moet u een documenttype selecteren dat overeenkomt met het
document dat u wilt scannen.
Auto-mode (Auto Mode) kan alleen worden geselecteerd als Opslaan naar computer (Save to
PC) geselecteerd is voor Selecteer gebeurtenis: (Select Event).
De volgende documenttypen kunnen niet goed worden gescand in de Auto-mode (Auto Mode).
In dat geval moet u het Documenttype (Document Type) opgeven.
- Andere documenten dan foto's, Hagaki, visitekaartjes, tijdschriften, tekstdocumenten en CD/
DVD
- Foto's op A4-formaat.
- Tekstdocumenten kleiner dan 2L (127 x 178 mm) (5 x 7 inch), zoals pagina's van een pocket
waarvan de rug is afgesneden
- Documenten die zijn afgedrukt op dun wit papier
- Brede documenten, zoals panoramafoto's
Reflecterende CD/DVD-labels worden mogelijk niet correct gescand.
Plaats documenten op de juiste manier, volgens het type document dat u scant. Anders
worden de documenten mogelijk niet goed gescand.
Zie 'Documenten plaatsen ' voor meer informatie over het plaatsen van documenten.
Acties (Actions)
Scan-instellingen (Scan Settings)
Documentformaat (Document Size)
Selecteer het formaat van het document dat u wilt scannen.
Wanneer u Aangepast (Custom) selecteert, wordt een dialoogvenster geopend waarin u het
documentformaat kunt opgeven.Selecteer een van de Eenheden (Units), voer de Breedte (Width) en
Hoogte (Height) in en klik op OK.
Belangrijk
Wanneer u Automatisch detecteren (Auto Detect) selecteert, wordt de afbeelding mogelijk niet
gescand op de juiste positie en met het juiste formaat. Wijzig in dat geval het formaat in het
werkelijke documentformaat (A4, Letter, enzovoort) en lijn een hoek van het document uit met
de hoek bij de pijl op de plaat.
Zie 'Documenten plaatsen ' voor meer informatie over het plaatsen van documenten.
Deze instelling is niet beschikbaar wanneer Selecteer gebeurtenis (Select Event) is ingesteld
op Opslaan naar computer (Save to PC) met het Documenttype (Document Type) ingesteld op
Auto-mode (Auto Mode).
Resolutie (Resolution)
Hier kunt u de resolutie selecteren waarmee documenten moeten worden gescand.
Resolutie (Resolution)
Belangrijk
Deze instelling is niet beschikbaar wanneer Selecteer gebeurtenis (Select Event) is ingesteld
op Opslaan naar computer (Save to PC) met het Documenttype (Document Type) ingesteld op
Auto-mode (Auto Mode).
Opgeven... (Specify...)
Bij Documenttype (Document Type), Documentformaat (Document Size) en Scanresolutie
(Scanning Resolution) worden de instellingen weergegeven die zijn opgegeven in het tabblad
Instellingen scannerknop (Scanner Button Settings).
Voor Moiré-reductie (Descreen), Beeld verscherpen (Unsharp Mask) en andere functies gaat u naar
de desbetreffende beschrijvingen in 'Dialoogvenster Scan-instellingen (Scan Settings) '.
Belangrijk
Sivu 520/836
Tabblad Instellingen scannerknop (Scanner Button Settings) (Opslaan)
Deze instelling is niet beschikbaar wanneer Selecteer gebeurtenis (Select Event) is ingesteld
op Opslaan naar computer (Save to PC) met het Documenttype (Document Type) ingesteld op
Auto-mode (Auto Mode).
Instellingen opslaan (Save Settings)
De afbeelding na het scannen automatisch opslaan op de computer (Automatically save the
image to your computer after scanning it)
Selecteer deze optie om de afbeeldingen na het scannen op de opgegeven manier op de computer
op te slaan.
De instellingen Bestandsnaam (File name), Opslaan als type (Save as type) en Opslaan in (Save in)
worden weergegeven.
Belangrijk
Als u deze functie selecteert, kunt u geen wachtwoorden voor PDF-bestanden instellen.
Bestandsnaam (File name)
Voer een bestandsnaam in voor de afbeelding die u wilt opslaan (maximaal 32 tekens).
Type bestanden (Save as type)
Selecteer een bestandstype om de gescande afbeeldingen op te slaan.
Wanneer u wilt opslaan op een computer selecteert u Auto, JPEG/Exif, TIFF of BMP. Auto wordt
weergegeven en is standaard geselecteerd wanneer het Documenttype (Document Type) is
ingesteld op Auto-mode (Auto Mode).Wanneer u wilt opslaan als PDF-bestanden, is PDF
(meerdere pagina's) (PDF (Multiple Pages)) ingesteld.
Belangrijk
Wanneer u Auto selecteert, worden bestanden opgeslagen in de volgende indelingen,
volgens het documenttype.
Foto's, Hagaki, visitekaartjes en CD's/DVD's:JPEG
Tijdschriften, en en tekstdocumenten: PDF
U kunt de bestandsindeling wijzigen via Instellen... (Set...).
Afbeeldingen die als PDF-bestand zijn opgeslagen, worden in sommige toepassingen
mogelijk niet geopend. Selecteer in dat geval een andere optie dan PDF bij Opslaan als
type (Save as type).
Als Documenttype (Document Type) is ingesteld op Auto-mode (Auto Mode) en Opslaan
als type (Save as type) op Auto, kan de bestandsindeling verschillen, afhankelijk van hoe u
het document plaatst.
Zie 'Documenten plaatsen ' voor meer informatie over het plaatsen van documenten.
Grote documenten (zoals A4-foto's) die niet binnen de randen/pijlen van de plaat kunnen
worden gelegd, worden mogelijk niet in de juiste bestandsindeling opgeslagen wanneer
Opslaan als type (Save as type) is ingesteld op Auto.Selecteer in dat geval een
bestandsindeling die past bij het te scannen document.
Instellen... (Set...)
Wanneer Opslaan als type (Save as type) is ingesteld op Auto
U kunt opgeven in welke bestandsindeling afbeeldingen moeten worden opgeslagen.
Selecteer een bestandsindeling om een Document en een Foto (Photo) op te slaan.
Wanneer Opslaan als type (Save as type) is ingesteld opJPEG/Exif
U kunt een compressietype opgeven voor JPEG-bestanden.Selecteer Hoog (lage compressie)
(High(Low Compression)), Standaard (Standard) of Laag (hoge compressie) (Low(High
Compression)).
Wanneer Opslaan als type (Save as type) is ingesteld op PDF (meerdere pagina's)
(PDF(Multiple Pages))
Geef geavanceerde instellingen voor het maken van PDF-bestanden op. Zie ' Dialoogvenster
PDF-instellingen (PDF Settings) ' voor meer informatie.
Opslaan in (Save in)
Hiermee wordt de map weergegeven waarin de gescande documenten moeten worden
opgeslagen. Als u de map wilt wijzigen, klikt u op Bladeren... (Browse...) om een andere map op
Sivu 521/836
Tabblad Instellingen scannerknop (Scanner Button Settings) (Opslaan)
Sivu 522/836
te geven.
Standaard zijn de volgende mappen opgegeven.
Windows Vista: de map MP Navigator EX in de map Afbeelding (Picture)
Windows XP: de map MP Navigator EX in de map Mijn afbeeldingen (My Pictures)
Windows 2000: de map MP Navigator EX in de map Mijn afbeeldingen (My Pictures)
Opslaan in een submap met huidige datum (Save to a Subfolder with Current Date)
Schakel dit selectievakje in om een submap te maken in de map die is opgegeven in Opslaan
in (Save in) met de huidige datum en de gescande afbeeldingen in de map op te slaan.Er wordt
een submap gemaakt met een naam als '2008_01_01' (jaar_maand_datum).
Als dit selectievakje niet is ingeschakeld, worden bestanden rechtstreeks opgeslagen in de
map die is opgegeven in Opslaan in (Save in).
Het dialoogvenster voor opslaan openen na het scannen van de afbeelding (Open the save dialog
box after scanning the image)
Hiermee opent u het dialoogvenster Opslaan (Save) nadat de afbeeldingen zijn gescand en geeft u
instellingen voor opslaan op als de doelmap, bestandsnaam en Exif-informatie.
Opmerking
Zie het "Dialoogvenster Opslaan " (wanneer Selecteer gebeurtenis (Select Event) is ingesteld
op Opslaan naar computer (Save to PC)) of het " Dialoogvenster Opslaan als PDF-bestand
(Save as PDF file) " (wanneer Selecteer gebeurtenis: (Select Event) is ingestelt op Opslaan als
PDF-bestand (Save as PDF file)) voor meer informatie over beide dialoogvensters.
Als u wachtwoorden voor PDF-bestanden wilt instellen, selecteert u Het dialoogvenster voor
opslaan openen na het scannen van de afbeelding (Open the save dialog box after scanning
the image). Nadat de afbeelding is gescand, kunt u de wachtwoorden instellen in het
dialoogvenster Opslaan als PDF-bestand (Save as PDF file).
Wachtwoorden voor PDF-bestanden instellen
Verwant onderwerp
Tabblad Instellingen scannerknop (Scanner Button Settings) (Toevoegen aan e-mail)
Tabblad Instellingen scannerknop (Scanner Button Settings) (Openen met toepassing)
Naar boven
Tabblad Instellingen scannerknop (Scanner Button Settings) (Toevoegen aan e-mail)
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met de meegeleverde toepassingssoftware > Schermen van MP
Navigator EX > Tabblad Instellingen scannerknop (Scanner Button Settings) (Toevoegen aan e-mail)
Tabblad Instellingen scannerknop (Scanner Button Settings)
(Toevoegen aan e-mail)
Op het tabblad Instellingen scannerknop (Scanner Button Settings) kunt u de volgende instellingen
opgeven.
Dit gedeelte beschrijft de beschikbare instellingen wanneer Selecteer gebeurtenis: (Select Event) in
ingesteld op Toevoegen aan e-mail (Attach to E-mail).
U kunt opgeven hoe er gereageerd moet worden tijdens het scannen met het bewerkingspaneel van het
apparaat als de scanmocus is ingesteld op Toevoegen aan e-mail (Attach to E-mail).
Gebeurtenis (Event)
Selecteer gebeurtenis (Select Event)
Hiermee wordt de scanmodus weergegeven die geselecteerd kan worden op het
bewerkingspaneel van het apparaat Selecteer Toevoegen aan e-mail (Attach to E-mail).
Documenttype (Document Type)
Selecteer het type document dat u wilt scannen.
Belangrijk
Voor een correcte scan moet u een documenttype selecteren dat overeenkomt met het
document dat u wilt scannen.
Acties (Actions)
Scan-instellingen (Scan Settings)
Documentformaat (Document Size)
Selecteer het formaat van het document dat u wilt scannen.
Wanneer u Aangepast (Custom) selecteert, wordt een dialoogvenster geopend waarin u het
documentformaat kunt opgeven.Selecteer een van de Eenheden (Units), voer de Breedte (Width) en
Hoogte (Height) in en klik op OK.
Sivu 523/836
Tabblad Instellingen scannerknop (Scanner Button Settings) (Toevoegen aan e-mail)
Belangrijk
Wanneer u Automatisch detecteren (Auto Detect) selecteert, wordt de afbeelding mogelijk niet
gescand op de juiste positie en met het juiste formaat. Wijzig in dat geval het formaat in het
werkelijke documentformaat (A4, Letter, enzovoort) en lijn een hoek van het document uit met
de hoek bij de pijl op de plaat.
Zie 'Documenten plaatsen ' voor meer informatie over het plaatsen van documenten.
Resolutie (Resolution)
Hier kunt u de resolutie selecteren waarmee documenten moeten worden gescand.
Resolutie (Resolution)
Opgeven... (Specify...)
Bij Documenttype (Document Type), Documentformaat (Document Size) en Scanresolutie
(Scanning Resolution) worden de instellingen weergegeven die zijn opgegeven in het tabblad
Instellingen scannerknop (Scanner Button Settings).
Voor Moiré-reductie (Descreen), Beeld verscherpen (Unsharp Mask) en andere functies raadpleegt
u de desbetreffende beschrijvingen in ' Dialoogvenster Scan-instellingen (Scan Settings) '.
Instellingen opslaan (Save Settings)
Bestandsgrootte (File Size)
Maak een keuze uit de formaten Klein (past in 640 bij 480-venster) (Small (fits in a 640 by 480
window)), Medium (past in 800 bij 600-venster) (Medium (fits in a 800 by 600 window)), Groot (past
in 1024 bij 768-venster) (Large (fits in a 1024 by 768 window)) en Origineel (Original).
Bestandsnaam (File name)
Voer een bestandsnaam in voor de afbeelding die u wilt opslaan (maximaal 32 tekens).
Type bestanden (Save as type)
Selecteer een bestandstype om de gescande afbeeldingen op te slaan.
Selecteer JPEG/Exif of PDF.
Instellen... (Set...)
Wanneer Opslaan als type (Save as type) is ingesteld opJPEG/Exif
U kunt een compressietype opgeven voor JPEG-bestanden.Selecteer Hoog (lage compressie)
(High(Low Compression)), Standaard (Standard) of Laag (hoge compressie) (Low(High
Compression)).
Wanneer Opslaan als type (Save as type) is ingesteld opPDF
Geef geavanceerde instellingen voor het maken van PDF-bestanden op.Zie ' Dialoogvenster PDFinstellingen (PDF Settings) ' voor meer informatie.
Opslaan in (Save in)
Hiermee wordt de map weergegeven waarin de gescande documenten moeten worden
opgeslagen. Als u de map wilt wijzigen, klikt u op Bladeren... (Browse...) om een andere map op te
geven.
Standaard zijn de volgende mappen opgegeven.
Windows Vista: de map MP Navigator EX in de map Afbeelding (Picture)
Windows XP: de map MP Navigator EX in de map Mijn afbeeldingen (My Pictures)
Windows 2000: de map MP Navigator EX in de map Mijn afbeeldingen (My Pictures)
Opslaan in een submap met huidige datum (Save to a Subfolder with Current Date)
Schakel dit selectievakje in om een submap te maken in de map die is opgegeven in Opslaan in
(Save in) met de huidige datum en de gescande afbeeldingen in de map op te slaan.Er wordt een
submap gemaakt met een naam als '2008_01_01' (jaar_maand_datum).
Als dit selectievakje niet is ingeschakeld, worden bestanden rechtstreeks opgeslagen in de map
die is opgegeven in Opslaan in (Save in).
Instellingen voor bijlagen (Attachment Settings)
E-mailprogramma (Mail Program)
Hiermee geeft u een e-mailprogramma op.
Verwant onderwerp
Sivu 524/836
Tabblad Instellingen scannerknop (Scanner Button Settings) (Toevoegen aan e-mail)
Tabblad Instellingen scannerknop (Scanner Button Settings) (Opslaan)
Tabblad Instellingen scannerknop (Scanner Button Settings) (Openen met toepassing)
Naar boven
Sivu 525/836
Tabblad Instellingen scannerknop (Scanner Button Settings) (Openen met toepassing) Sivu 526/836
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met de meegeleverde toepassingssoftware > Schermen van MP
Navigator EX > Tabblad Instellingen scannerknop (Scanner Button Settings) (Openen met toepassing)
Tabblad Instellingen scannerknop (Scanner Button Settings)
(Openen met toepassing)
Op het tabblad Instellingen scannerknop (Scanner Button Settings) kunt u de volgende instellingen
opgeven.
In dit gedeelte worden de instellingen beschreven die beschikbaar zijn wanneer Selecteer gebeurtenis
(Select Event) is ingesteld op Openen met toepassing (Open with application).
U kunt opgeven hoe er gereageerd moet worden tijdens het scannen met het bewerkingspaneel van het
apparaat als de scanmocus is ingesteld op Openen met toepassing (Open with application).
Gebeurtenis (Event)
Selecteer gebeurtenis (Select Event)
Hiermee wordt de scanmodus weergegeven die geselecteerd kan worden op het
bewerkingspaneel van het apparaat Selecteer Openen met toepassing (Open with application).
Documenttype (Document Type)
Selecteer het type document dat u wilt scannen.
Belangrijk
Voor een correcte scan moet u een documenttype selecteren dat overeenkomt met het
document dat u wilt scannen.
Acties (Actions)
Scan-instellingen (Scan Settings)
Documentformaat (Document Size)
Selecteer het formaat van het document dat u wilt scannen.
Wanneer u Aangepast (Custom) selecteert, wordt een dialoogvenster geopend waarin u het
documentformaat kunt opgeven.Selecteer een van de Eenheden (Units), voer de Breedte (Width) en
Hoogte (Height) in en klik op OK.
Belangrijk
Tabblad Instellingen scannerknop (Scanner Button Settings) (Openen met toepassing) Sivu 527/836
Wanneer u Automatisch detecteren (Auto Detect) selecteert, wordt de afbeelding mogelijk niet
gescand op de juiste positie en met het juiste formaat. Wijzig in dat geval het formaat in het
werkelijke documentformaat (A4, Letter, enzovoort) en lijn een hoek van het document uit met
de hoek bij de pijl op de plaat.
Zie 'Documenten plaatsen ' voor meer informatie over het plaatsen van documenten.
Resolutie (Resolution)
Hier kunt u de resolutie selecteren waarmee documenten moeten worden gescand.
Resolutie (Resolution)
Opgeven... (Specify...)
Bij Documenttype (Document Type), Documentformaat (Document Size) en Scanresolutie
(Scanning Resolution) worden de instellingen weergegeven die zijn opgegeven in het tabblad
Instellingen scannerknop (Scanner Button Settings).
Voor Moiré-reductie (Descreen), Beeld verscherpen (Unsharp Mask) en andere functies raadpleegt
u de desbetreffende beschrijvingen in ' Dialoogvenster Scan-instellingen (Scan Settings) '.
Instellingen opslaan (Save Settings)
Bestandsnaam (File name)
Voer een bestandsnaam in voor de afbeelding die u wilt opslaan (maximaal 32 tekens).
Type bestanden (Save as type)
Selecteer een bestandstype om de gescande afbeeldingen op te slaan.
Selecteer JPEG/Exif, TIFF of BMP.
Instellen... (Set...)
Wanneer Opslaan als type (Save as type) is ingesteld opJPEG/Exif
U kunt een compressietype opgeven voor JPEG-bestanden.Selecteer Hoog (lage compressie)
(High(Low Compression)), Standaard (Standard) of Laag (hoge compressie) (Low(High
Compression)).
Opslaan in (Save in)
Hiermee wordt de map weergegeven waarin de gescande documenten moeten worden
opgeslagen. Als u de map wilt wijzigen, klikt u op Bladeren... (Browse...) om een andere map op te
geven.
Standaard zijn de volgende mappen opgegeven.
Windows Vista: de map MP Navigator EX in de map Afbeelding (Picture)
Windows XP: de map MP Navigator EX in de map Mijn afbeeldingen (My Pictures)
Windows 2000: de map MP Navigator EX in de map Mijn afbeeldingen (My Pictures)
Opslaan in een submap met huidige datum (Save to a Subfolder with Current Date)
Schakel dit selectievakje in om een submap te maken in de map die is opgegeven in Opslaan in
(Save in) met de huidige datum en de gescande afbeeldingen in de map op te slaan.Er wordt een
submap gemaakt met een naam als '2008_01_01' (jaar_maand_datum).
Als dit selectievakje niet is ingeschakeld, worden bestanden rechtstreeks opgeslagen in de map
die is opgegeven in Opslaan in (Save in).
Toepassingsinstellingen (Application Settings)
Openen met (Open with)
Geef een toepassing op waarmee u de gescande afbeelding wilt openen. De opgegeven
toepassing wordt gestart nadat de afbeeldingen zijn gescand.
Verwant onderwerp
Tabblad Instellingen scannerknop (Scanner Button Settings) (Opslaan)
Tabblad Instellingen scannerknop (Scanner Button Settings) (Toevoegen aan e-mail)
Naar boven
Bijlage: Andere bestanden openen dan gescande afbeeldingen
Sivu 528/836
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met de meegeleverde toepassingssoftware > Bijlage: Andere bestanden
openen dan gescande afbeeldingen
Bijlage: Andere bestanden openen dan gescande afbeeldingen
U kunt andere gegevens dan gescande afbeeldingen opslaan of afdrukken met MP Navigator EX.
Afbeeldingen gebruiken die op een geheugenkaart zijn opgeslagen
Afbeeldingen importeren die zijn opgeslagen op een geheugenkaart
Afbeeldingen gebruiken die op een computer zijn opgeslagen
Afbeeldingen openen die op een computer zijn opgeslagen
Naar boven
Afbeeldingen importeren die zijn opgeslagen op een geheugenkaart
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met de meegeleverde toepassingssoftware > Bijlage: Andere bestanden
openen dan gescande afbeeldingen > Afbeeldingen importeren die zijn opgeslagen op een geheugenkaart
Afbeeldingen importeren die zijn opgeslagen op een
geheugenkaart
U kunt afbeeldingen importeren die zijn opgeslagen op een geheugenkaart (waaronder PDF-bestanden
die met het bewerkingspaneel zijn gescand) en deze opslaan op een computer of afdrukken met MP
Navigator EX. U kunt deze afbeeldingen ook als bijlage aan e-mail toevoegen of bewerken met een
toepassing op het apparaat.
Wanneer u PDF-bestanden opslaat, kunt u selecteren of u zoeken met sleutelwoorden wilt inschakelen,
en het compressietype en andere geavanceerde instellingen opgeven.
Belangrijk
Verwijder of plaats geen geheugenkaarten terwijl deze worden gelezen of terwijl het
toegangslampje op het apparaat knippert.
Het apparaat kan slechts één geheugenkaart tegelijk detecteren. Plaats niet meerdere
geheugenkaarten tegelijk.
Wanneer u overstapt op een andere geheugenkaart van hetzelfde type of wanneer u een andere
geheugenkaart in een andere kaartsleuf plaatst, controleert u eerst of het toegangslampje op het
apparaat niet knippert en verwijdert u vervolgens de geheugenkaart. Plaats vervolgens een andere
geheugenkaart.
Mogelijk hebt u geen toegang tot de kaartsleuf (geheugenkaart) van het apparaat. Start in dat geval
het apparaat opnieuw of schakel het apparaat uit en sluit de USB-kabel opnieuw aan.
1. Plaats een geheugenkaart met afbeeldings-/PDF-bestanden in de kaartsleuf van het
apparaat.
Als u meer wilt weten over het plaatsen van een geheugenkaart in het apparaat, gaat u naar de
Basishandleiding op het scherm.
2. Start MP Navigator EX als volgt.
Windows Vista en Windows XP:
Het dialoogvenster voor programmaselectie wordt geopend. Klik op MP Navigator EX Ver2.0.
Opmerking
Als u wilt dat MP Navigator EX steeds wordt gestart wanneer een geheugenkaart in het
apparaat wordt geplaatst, voert u de volgende stappen uit.
Windows Vista:
Schakel het selectievakje Always do this for pictures in en klik op MP Navigator EX Ver2.0.
Windows XP:
Selecteer MP Navigator EX Ver2.0, schakel het selectievakje De geselecteerde actie altijd
uitvoeren (Always do the selected action) in en klik op OK.
Het scherm Geheugenkaart (Memory Card) van het venster Scan/Import. (Scan/Import) wordt
weergegeven. De afbeeldingen en PDF-bestanden die op de geheugenkaart zijn opgeslagen,
worden in het venster met miniaturen weergegeven.
Sivu 529/836
Afbeeldingen importeren die zijn opgeslagen op een geheugenkaart
Opmerking
Zie 'Scherm Geheugenkaart (Memory Card) (venster Scan/Import. (Scan/Import)) ' voor meer
informatie over het scherm Geheugenkaart (Memory Card) van het venster Scan/Import.
(Scan/Import).
Windows 2000:
Start MP Navigator EX en open het venster voor de Navigatiemodus (Navigation Mode).
MP Navigator EX starten
Wijs Scan/Import. (Scan/Import) en klik op Geheugenkaart (Memory Card). Het scherm
Geheugenkaart (Memory Card) van het venster Scan/Import. (Scan/Import) wordt weergegeven.
De afbeeldingen en PDF-bestanden die op de geheugenkaart zijn opgeslagen, worden in het
venster met miniaturen weergegeven.
3. Schakel de selectievakjes in van de afbeeldingen en PDF files die u wilt importeren
en klik op Importeren (Import).
Het dialoogvenster Importeren (Import) wordt geopend. Geef de map op waarin u de geïmporteerde
bestanden wilt opslaan.
Sivu 530/836
Afbeeldingen importeren die zijn opgeslagen op een geheugenkaart
Opslaan in (Save in)
Hier wordt de map weergegeven waarin de geïmporteerde afbeeldingen en PDF-bestanden
worden opgeslagen. Als u de map wilt wijzigen, klikt u op Bladeren... (Browse...) om een andere
map op te geven.
Standaard zijn de volgende mappen opgegeven.
Windows Vista: de map MP Navigator EX in de map Afbeelding (Picture)
Windows XP: de map MP Navigator EX in de map Mijn afbeeldingen (My Pictures)
Windows 2000: de map MP Navigator EX in de map Mijn afbeeldingen (My Pictures)
Opslaan in een submap met huidige datum (Save to a Subfolder with Current Date)
Schakel dit selectievakje in om een submap te maken in de map die is opgegeven in Opslaan in
(Save in) met de huidige datum en de gescande afbeeldingen in de map op te slaan.Er wordt
een submap gemaakt met een naam als '2008_01_01' (jaar_maand_datum).
Als dit selectievakje niet is ingeschakeld, worden bestanden rechtstreeks opgeslagen in de map
die is opgegeven in Opslaan in (Save in).
De eigenschappen van het PDF-bestand wijzigen (Change the PDF file properties)
Deze optie wordt weergegeven wanneer de geheugenkaart een PDF-bestand bevat.
Schakel dit selectievakje in om de instellingen van een PDF-bestand te wijzigen. U kunt de
instellingen van PDF-bestanden ook wijzigen door te scannen met het bedieningspaneel. Klik op
Instellen... (Set...) om een dialoogvenster te openen waarin u geavanceerde instellingen kunt
opgeven.Zie ' Dialoogvenster PDF-instellingen (PDF Settings) ' voor meer informatie.
4. Klik op Opslaan (Save).
De geïmporteerde afbeeldingen en PDF-bestanden verschijnen in het venster Toon & gebruik (View
& Use).
Zie de onderstaande bijbehorende onderwerpen voor meer informatie over het gebruik van de
geïmporteerde afbeeldingen en PDF-bestanden.
PDF-bestanden maken/bewerken
Documenten afdrukken
Foto's afdrukken
Via e-mail verzenden
Sivu 531/836
Afbeeldingen importeren die zijn opgeslagen op een geheugenkaart
Sivu 532/836
Bestanden bewerken
Naar boven
Afbeeldingen openen die op een computer zijn opgeslagen
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met de meegeleverde toepassingssoftware > Bijlage: Andere bestanden
openen dan gescande afbeeldingen > Afbeeldingen openen die op een computer zijn opgeslagen
Afbeeldingen openen die op een computer zijn opgeslagen
U kunt met MP Navigator EX afbeeldingen openen die op een computer zijn opgeslagen en deze
afdrukken of aan een e-mail toevoegen.U kunt deze bestanden ook bewerken met een toepassing die is
meegeleverd met het apparaat.
1. Start MP Navigator EX en open het venster voor de Navigatiemodus (Navigation
Mode).
MP Navigator EX starten
2. Wijs Toon & gebruik (View & Use) aan in het scherm voor de Navigatiemodus
(Navigation Mode) en klik op Mijn vak (gesc./geïmp. afb.) (My Box (Scanned/Imported
Images)), Map opgeven (Specify Folder) of Recent opgesl. afbeeldingen (Recently
Saved Images).
Klik op Mijn vak (gesc./geïmp. afb.) (My Box (Scanned/Imported Images)) als u afbeeldingen wilt
openen die zijn opgeslagen in Mijn vak (gesc./geïmp. afb.) (My Box (Scanned/Imported Images)), klik
op Map opgeven (Specify Folder) als u afbeeldingen wilt openen die in een bepaalde map zijn
opgeslagen of klik op Recent opgesl. afbeeldingen (Recently Saved Images) als u Recent opgesl.
afbeeldingen (Recently Saved Images) wilt openen.
Opmerking
Als het selectievakje Dit venster bij het opstarten weergeven (Show this window at startup) niet
is ingeschakeld, wordt het laatst gebruikte scherm weergegeven. Als het venster Scan/Import.
(Scan/Import) wordt weergegeven, klikt u op
(Toon & gebruik) linksboven in het scherm.
Het scherm Toon & gebruik (View & Use) wordt geopend.
Zie 'Tabblad Afbeeldingen op de computer weergeven en gebruiken (View & Use Images on
your Computer)' voor meer informatie over het tabblad Afbeeldingen op de computer
weergeven en gebruiken (View & Use Images on your Computer).
3. Klik op de map met de afbeeldingen die u wilt openen.
De afbeeldingen die in de map zijn opgeslagen, worden weergegeven in het venster met
miniaturen.
Sivu 533/836
Afbeeldingen openen die op een computer zijn opgeslagen
Sivu 534/836
4. Selecteer de afbeeldingen die u wilt gebruiken en selecteer vervolgens wat u ermee
wilt doen.
Zie onderstaande onderwerpen voor meer informatie over het gebruiken van afbeeldingen.
PDF-bestanden maken/bewerken
Documenten afdrukken
Foto's afdrukken
Via e-mail verzenden
Bestanden bewerken
Naar boven
Scannen met andere toepassingssoftware
Sivu 535/836
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met andere toepassingssoftware
Scannen met andere toepassingssoftware
Wat is ScanGear (scannerstuurprogramma)?
Scannen met geavanceerde instellingen en ScanGear (scannerstuurprogramma)
Afbeeldingen corrigeren en kleuren aanpassen met ScanGear (scannerstuurprogramma)
Schermen van ScanGear (scannerstuurprogramma)
Bijlage: Handige informatie over scannen
Naar boven
Wat is ScanGear (scannerstuurprogramma)?
Sivu 536/836
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met andere toepassingssoftware > Wat is ScanGear
(scannerstuurprogramma)?
Wat is ScanGear (scannerstuurprogramma)?
ScanGear (scannerstuurprogramma) is software die nodig is voor het scannen van documenten. U kunt
hiermee het uitvoerformaat opgeven en afbeeldingen corrigeren wanneer u documenten scant.
ScanGear kan worden gestart vanuit MP Navigator EX of andere toepassingen die compatibel zijn met
de standaardinterface die TWAIN wordt genoemd. (ScanGear (scannerstuurprogramma) is een TWAINcompatibel stuurprogramma.)
De mogelijkheden van deze software
Met deze software kunt u een voorbeeld van de scanresultaten bekijken of het documenttype en
uitvoerformaat instellen, enzovoort, tijdens het scannen van documenten. Het is handig als u in een
bepaalde kleurtint wilt scannen. U kunt namelijk voor het scannen diverse correcties aanbrengen en de
helderheid, het contrast, enzovoort, aanpassen.
Schermen
Er zijn drie modi: Basismodus (Basic Mode), Geavanceerde modus (Advanced Mode) en Automatische
scanmodus (Auto Scan Mode).
U kunt tussen de modi schakelen door op een tabblad rechts boven op het scherm te klikken.
Opmerking
ScanGear (scannerstuurprogramma) wordt gestart in de laatst gebruikte modus.
De instellingen blijven niet behouden als u schakelt tussen modi.
Basismodus (Basic Mode)
In de Basismodus (Basic Mode) kunt u gemakkelijk scannen aan de hand van drie eenvoudige stappen
die op het scherm worden weergegeven (
,
en
).
Geavanceerde modus (Advanced Mode)
In de Geavanceerde modus (Advanced Mode) kunt u de kleurenmodus (Color Mode) selecteren, de
resolutie opgeven, afbeeldingen corrigeren, kleuren aanpassen, enzovoort, tijdens het scannen van
documenten.
Wat is ScanGear (scannerstuurprogramma)?
Sivu 537/836
Automatische scanmodus (Auto Scan Mode)
In de Automatische scanmodus (Auto Scan Mode) kunt u gemakkelijk scannen door het document op de
glasplaat te leggen en op Scannen (Scan) te klikken.
Naar boven
Scannen met geavanceerde instellingen met ScanGear (scannerstuurprogramma)
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met andere toepassingssoftware > Scannen met geavanceerde
instellingen met ScanGear (scannerstuurprogramma)
Scannen met geavanceerde instellingen met ScanGear
(scannerstuurprogramma)
ScanGear (scannerstuurprogramma) starten
ScanGear (scannerstuurprogramma) starten
Documenten scannen nadat u eenvoudige afbeeldingscorrecties hebt aangebracht
Scannen in de Basismodus (Basic Mode)
Documenten scannen nadat u geavanceerde afbeeldingscorrecties hebt toegepast en de
helderheid/kleur hebt aangepast
Scannen in de Geavanceerde modus (Advanced Mode)
Scannen met eenvoudige bediening
Scannen in de Automatische scanmodus
Meerdere documenten tegelijk scannen nadat u afbeeldingscorrecties en kleuraanpassingen hebt
aangebracht
Meerdere documenten tegelijk scannen in de Geavanceerde modus (Advanced Mode)
Naar boven
Sivu 538/836
ScanGear (scannerstuurprogramma) starten
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met andere toepassingssoftware > Scannen met geavanceerde
instellingen met ScanGear (scannerstuurprogramma) > ScanGear (scannerstuurprogramma) starten
ScanGear (scannerstuurprogramma) starten
Met ScanGear (scannerstuurprogramma) kunt u bij het scannen van documenten afbeeldingscorrecties
en kleuraanpassingen aanbrengen. ScanGear (scannerstuurprogramma) kan vanuit MP Navigator EX of
een toepassing worden gestart.
Ga als volgt te werk om ScanGear (scannerstuurprogramma) te starten.
Starten vanuit MP Navigator EX
Scherm Navigatiemodus (Navigation Mode)
Volg deze stappen om ScanGear (scannerstuurprogramma) te starten vanuit het scherm voor de
navigatiemodus (Navigation Mode) van MP Navigator EX.
1. Start MP Navigator EX en open het venster voor de Navigatiemodus (Navigation
Mode).
MP Navigator EX starten
2. Wijs Scan/Import. (Scan/Import) aan en klik op Foto's/documenten (plaat) (Photos/
Documents (Platen)).
Het venster Scan/Import. (Scan/Import) wordt geopend.
3. Schakel het selectievakje Het scannerstuurprogramma gebruiken (Use the scanner
driver) in en klik op Scannerstuurprogramma openen (Open Scanner Driver).
Het scherm van ScanGear (scannerstuurprogramma) wordt weergegeven.
Scherm voor modus eenmaal klikken (One-click Mode)
Volg deze stappen om ScanGear (scannerstuurprogramma) te starten vanuit het scherm voor de modus
eenmaal klikken (One-click Mode) van MP Navigator EX.
1. Start MP Navigator EX en open het scherm voor de modus eenmaal klikken (One-
click Mode).
MP Navigator EX starten
2. Klik op het bijbehorende pictogram.
Sivu 539/836
ScanGear (scannerstuurprogramma) starten
Sivu 540/836
Het bijbehorende dialoogvenster wordt geopend.
3. Schakel het selectievakje Het scannerstuurprogramma gebruiken (Use the scanner
Driver) in bij Scan-instellingen (Scan Settings) en klik op Scannen (Scan).
Het scherm van ScanGear (scannerstuurprogramma) wordt weergegeven.
Belangrijk
Het scannerstuurprogramma gebruiken (Use the scanner driver) wordt niet weergegeven in
het dialoogvenster PDF.
Starten vanuit een toepassing
Ga (bijvoorbeeld) als volgt te werk om ScanGear (scannerstuurprogramma) te starten vanuit een
toepassing.
De procedure varieert, afhankelijk van de toepassing.Raadpleeg de handleiding van de toepassing voor
meer informatie
1. Start de toepassing.
2. Selecteer Bron selecteren (Select source) in het menu Bestand (File) van de
toepassing en selecteer het apparaat.
3. Selecteer de opdracht voor het scannen van een document (bijvoorbeeld Scan/
Import. (Scan/Import) of Beeld inlezen (Acquire image)) enz.
Het scherm van ScanGear (scannerstuurprogramma) wordt weergegeven.
Naar boven
Scannen in de Basismodus (Basic Mode)
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met andere toepassingssoftware > Scannen met geavanceerde
instellingen met ScanGear (scannerstuurprogramma) > Scannen in de Basismodus (Basic Mode)
Scannen in de Basismodus (Basic Mode)
In Basismodus (Basic Mode) kunt u gemakkelijk scannen door de stappen op het scherm uit te voeren.
1. Plaats het document op de glasplaat en start ScanGear (scannerstuurprogramma).
ScanGear (scannerstuurprogramma) starten
Belangrijk
Plaats het document met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat. Lijn de bovenhoek
van het document uit met de hoek bij de pijl van de glasplaat.
2. Selecteer bij Bron selecteren (Select Source) het type document dat u wilt scannen.
Opmerking
Als u tijdschriften wilt scannen met veel kleurenfoto's, scant u in de Geavanceerde modus
(Advanced Mode) met Kleurenmodus (Color Mode) ingesteld op Kleur (Color) en Moiréreductie (Descreen) ingesteld op AAN (ON).
Scannen in de Geavanceerde modus (Advanced Mode)
3. Klik op Voorbeeld (Preview).
Er verschijnt een scanvoorbeeld van het document in het voorbeeldgebied.
Sivu 541/836
Scannen in de Basismodus (Basic Mode)
Sivu 542/836
Opmerking
Als u scant zonder eerst een voorbeeld weer te geven, worden de kleuren aangepast aan het
documenttype dat onder Bron selecteren (Select Source) is geselecteerd.
4. Selecteer Doel (Destination).
Opmerking
Als u met 301 dpi of meer wilt scannen, gaat u naar het tabblad Geavanceerde modus
(Advanced Mode).
Scannen in de Geavanceerde modus (Advanced Mode)
5. Selecteer Uitvoerformaat (Output Size).
De beschikbare opties voor het uitvoerformaat zijn afhankelijk van wat u onder Bron selecteren
(Select Source) en Doel (Destination) hebt geselecteerd.
6. Geef naar wens het scangebied (bijsnijdkader) op.
Pas de grootte en de positie van het scangebied (bijsnijdkader) aan in het voorbeeldgebied. U kunt
ook twee of meer bijsnijdkaders maken.
Als een gebied niet is opgegeven, wordt het document gescand op documentformaat (Automatisch
bijsnijden). Wanneer een gebied is geselecteerd, wordt alleen het geselecteerde gebied gescand.
Bijsnijdkaders aanpassen
7. Stel de gewenste Afbeeldingscorrecties (Image corrections) in.
8. Klik op Scannen (Scan).
Het scannen begint.
Opmerking
Wat er met ScanGear (stuurprogramma) gebeurt na het scannen kan worden opgegeven bij
Status van dialoogvenster ScanGear na het scannen (Status of ScanGear dialog after
scanning) op het tabblad Scannen (Scan) van het dialoogvenster Voorkeuren (Preferences).
Tabblad Scannen (Scan)
Opmerking
Zie 'Tabblad Basismodus (Basic mode) ' voor meer informatie over het tabblad Basismodus (Basic
Mode).
Naar boven
Scannen in de Geavanceerde modus (Advanced Mode)
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met andere toepassingssoftware > Scannen met geavanceerde
instellingen met ScanGear (scannerstuurprogramma) > Scannen in de Geavanceerde modus (Advanced Mode)
Scannen in de Geavanceerde modus (Advanced Mode)
In de Geavanceerde modus (Advanced Mode) kunt u de kleurenmodus, uitvoerresolutie, helderheid van
de afbeelding, kleurtint, enzovoort, opgeven tijdens het scannen van documenten.
1. Plaats het document op de glasplaat en start ScanGear (scannerstuurprogramma).
ScanGear (scannerstuurprogramma) starten
Belangrijk
Plaats het document met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat. Lijn de bovenhoek
van het document uit met de hoek bij de pijl van de glasplaat.
2. Klik op Geavanceerde modus (Advanced Mode).
Het tabblad Geavanceerde modus (Advanced Mode) wordt weergegeven.
Opmerking
De instellingen blijven niet behouden als u schakelt tussen modi.
3. Stel het Papierformaat (Paper Size) en de Kleurenmodus (Color Mode) in.
Opmerking
Zie 'Instellingen voor invoer (Input Settings) ' voor meer informatie over het Papierformaat
(Paper Size) en de Kleurenmodus (Color Mode).
4. Klik op Voorbeeld (Preview).
Er verschijnt een scanvoorbeeld van het document in het voorbeeldgebied.
Sivu 543/836
Scannen in de Geavanceerde modus (Advanced Mode)
Sivu 544/836
Opmerking
Als u scant zonder een voorbeeld weer te geven, is de preventiefunctie voor doorschijnen
actief. Deze functie is handig als u tijdschriften scant. Wanneer u echter foto's scant, kan door
deze functie de kleurtint van de gescande afbeelding verschillen van de bron.Gebruik in dat
geval eerst de voorbeeldfunctie.
5. Instellingen voor uitvoer (Output Settings) instellen.
Instellingen voor uitvoer (Output Settings)
6. Stel het bijsnijdkader in en breng indien gewenst afbeeldingscorrecties en
kleuraanpassingen aan.
Opmerking
In de onderstaande onderwerpen vindt u meer informatie over de instellingen voor
afbeeldingen en de knoppen voor kleuraanpassing (Color Adjustment).
Instellingen voor afbeeldingen (Image Settings)
Knoppen voor kleuraanpassing (Color Adjustment)
Zie 'Bijsnijdkaders aanpassen ' voor meer informatie over bijsnijdkaders.
7. Klik op Scannen (Scan).
Het scannen begint.
Opmerking
Wat er met ScanGear (stuurprogramma) gebeurt na het scannen kan worden opgegeven bij
Status van dialoogvenster ScanGear na het scannen (Status of ScanGear dialog after
scanning) op het tabblad Scannen (Scan) van het dialoogvenster Voorkeuren (Preferences).
Tabblad Scannen (Scan)
Opmerking
Zie 'Tabblad Geavanceerde Modus (Advanced Mode) ' voor meer informatie over het tabblad
Geavanceerde modus (Advanced Mode).
Naar boven
Scannen in de Automatische scanmodus
Sivu 545/836
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met andere toepassingssoftware > Scannen met geavanceerde
instellingen met ScanGear (scannerstuurprogramma) > Scannen in de Automatische scanmodus
Scannen in de Automatische scanmodus
U kunt gemakkelijk scannen in de Automatische scanmodus (Auto Scan Mode) van ScanGear
(scannerstuurprogramma) door het programma automatisch te laten bepalen welk type document op de
plaat ligt.
Opmerking
De ondersteunde documenttypen zijn foto's, Hagaki, visitekaartjes, tijdschriften, en,
tekstdocumenten en CD/DVD. Als u andere documenten wilt scannen, moet u het documenttype
opgeven op het tabblad Basismodus (Basic Mode) of Geavanceerde modus (Advanced Mode).
Scannen in de Basismodus (Basic Mode)
Scannen in de Geavanceerde modus (Advanced Mode)
Zie 'Tabblad Automatische Scanmodus (Auto Scan Mode) voor meer informatie over het tabblad
Automatische scanmodus (Auto Scan Mode).
1. Plaats het document op de glasplaat en start ScanGear (scannerstuurprogramma).
Documenten plaatsen
ScanGear (scannerstuurprogramma) starten
2. Klik op Automatische scanmodus (Auto Scan Mode).
Het tabblad Automatische scanmodus (Auto Scan Mode) wordt weergegeven.
3. Klik op Scannen (Scan).
Het scannen begint.
Opmerking
Wat er met ScanGear (stuurprogramma) gebeurt na het scannen kan worden opgegeven bij
Status van dialoogvenster ScanGear na het scannen (Status of ScanGear dialog after
scanning) op het tabblad Scannen (Scan) van het dialoogvenster Voorkeuren (Preferences).
Tabblad Scannen (Scan)
Naar boven
Meerdere documenten tegelijk scannen in de Geavanceerde modus (Advanced Mode) Sivu 546/836
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met andere toepassingssoftware > Scannen met geavanceerde
instellingen met ScanGear (scannerstuurprogramma) > Meerdere documenten tegelijk scannen in de Geavanceerde
modus (Advanced Mode)
Meerdere documenten tegelijk scannen in de Geavanceerde
modus (Advanced Mode)
U kunt twee of meer foto's (kleine documenten) tegelijk op de glasplaat scannen met Multi-bijsnijden
(Multi-Crop) in de Geavanceerde modus (Advanced Mode) van ScanGear (scannerstuurprogramma).
Belangrijk
De volgende typen documenten kunnen niet goed worden bijgesneden.
- Documenten die kleiner zijn dan 3 vierkante cm (1,18 inch).
- Foto's die in verschillende vormen zijn uitgesneden
De volgende typen documenten worden mogelijk niet goed bijgesneden. Start in dat geval
ScanGear (scannerstuurprogramma), stel het bijsnijdkader op het tabblad Geavanceerde modus
(Advanced Mode) bij en voer de scan opnieuw uit.
- Foto's die een witte (lichte) rand hebben
- Documenten die op wit papier zijn afgedrukt, handgeschreven tekst, visitekaartjes, enzovoort.
- Dunne documenten
- Dikke documenten
Scannen in de Geavanceerde modus (Advanced Mode)
1. Plaats het document op de glasplaat en start ScanGear (scannerstuurprogramma).
Documenten plaatsen
ScanGear (scannerstuurprogramma) starten
2. Klik op Geavanceerde modus (Advanced Mode).
Het tabblad Geavanceerde modus (Advanced Mode) wordt weergegeven.
3. Klik op Voorbeeld (Preview).
Er verschijnt een scanvoorbeeld van het document in het voorbeeldgebied.
4. Klik op Multi-bijsnijden (Multi-Crop) boven het voorbeeldgebied.
Meerdere documenten tegelijk scannen in de Geavanceerde modus (Advanced Mode) Sivu 547/836
Elke afbeelding wordt automatisch naar gelang het documentformaat bijgesneden (het scangebied
wordt aangegeven).
Als u een afbeelding niet wilt scannen, selecteert u de afbeelding en drukt u op de Delete-toets. U
kunt ook de afbeelding selecteren en op
(Bijsnijdkader verwijderen) op de werkbalk klikken.
Opmerking
Wanneer u op Multi-bijsnijden (Multi-Crop) klikt, verandert Multi-bijsnijden (Multi-Crop) in
Herstellen (Reset).
Klik op Herstellen (Reset) om Multi-bijsnijden (Multi-Crop) te annuleren.
Annuleer Multi-bijsnijden (Multi Crop) om aangepaste bijsnijdkaders te maken.
Bijsnijdkaders aanpassen
5. Stel Kleurenmodus (Color Mode), Uitvoerresolutie (Output Resolution), enzovoort,
naar wens in.
Opmerking
Zie 'Instellingen voor invoer (Input Settings) ' voor meer informatie over de Kleurenmodus (Color
Mode).
Zie 'Instellingen voor uitvoer (Output Settings) ' voor meer informatie over de Uitvoerresolutie
Meerdere documenten tegelijk scannen in de Geavanceerde modus (Advanced Mode) Sivu 548/836
(Output Resolution).
De instellingen worden toegepast op alle bijsnijdkaders.
6. Breng naar wens afbeeldingscorrecties aan.
Opmerking
Zie 'Instellingen voor afbeeldingen (Image Settings) ' voor meer informatie over elke functie.
De instellingen worden toegepast op alle bijsnijdkaders.
7. Klik op Scannen (Scan).
Elk bijsnijdkader wordt als aparte afbeelding gescand.
Opmerking
Wat er met ScanGear (stuurprogramma) gebeurt na het scannen kan worden opgegeven bij
Status van dialoogvenster ScanGear na het scannen (Status of ScanGear dialog after
scanning) op het tabblad Scannen (Scan) van het dialoogvenster Voorkeuren (Preferences).
Tabblad Scannen (Scan)
Naar boven
Afbeeldingen corrigeren en kleuren aanpassen met ScanGear (scannerstuurprogram... Sivu 549/836
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met andere toepassingssoftware > Afbeeldingen corrigeren en kleuren
aanpassen met ScanGear (Scannerstuurprogramma)
Afbeeldingen corrigeren en kleuren aanpassen met ScanGear
(scannerstuurprogramma)
In de volgende onderwerpen vindt u tips en weetjes over geavanceerde scantechnieken voor het
aanpassen van kleuren, helderheid, enzovoort.
Onscherpe foto's scherper maken, stof en krassen reduceren en vervaagde kleuren corrigeren
Afbeeldingen corrigeren (Beeld verscherpen, Stof en krassen reduceren, Correctie van vervaging,
enzovoort)
Een voorbeeld bekijken en de kleur wijzigen van de afbeelding die wordt gescand
Kleuren aanpassen met een kleurenpatroon
Kleuren helderder maken die in de loop der tijd of als gevolg van overkleuring zijn vervaagd
Verzadiging en kleurbalans aanpassen
Afbeeldingen aanpassen die te donker of te licht zijn of te weinig contrast vertonen
Helderheid en contrast aanpassen
De kleurtint aanpassen met een histogram (een grafiek waarop de verdeling van de helderheid
wordt weergegeven)
Histogram aanpassen
De helderheid van de afbeelding aanpassen met een tintcurve (een grafiek waarop de balans van
de helderheid wordt weergegeven)
Tintcurve aanpassen
Tekens in tekstdocumenten verscherpen of doorschijneffecten reduceren
Drempel instellen
Naar boven
Afbeeldingen corrigeren (Beeld verscherpen, Stof en krassen reduceren, Correctie va... Sivu 550/836
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met andere toepassingssoftware > Afbeeldingen corrigeren en kleuren
aanpassen met ScanGear (scannerstuurprogramma) > Afbeeldingen corrigeren (Beeld verscherpen, Stof en krassen
reduceren, Correctie van vervaging, enzovoort)
Afbeeldingen corrigeren (Beeld verscherpen, Stof en krassen
reduceren, Correctie van vervaging, enzovoort)
Met de functies voor Instellingen voor afbeeldingen (Image Settings) in de Geavanceerde modus
(Advanced Mode) van ScanGear (scannerstuurprogramma) kunt u bij het scannen van afbeeldingen de
contouren van het onderwerp verscherpen, stof/krassen verminderen en vervaagde kleuren corrigeren.
Items instellen
Klik op de
van een functie en selecteer een item in het keuzemenu.
Belangrijk
Gebruik deze functies niet voor afbeeldingen zonder moiré, stof/krassen of vervaagde kleuren. De
kleurtint kan dan nadelig beïnvloed worden.
Zie het onderstaande onderwerp voor bijzonderheden en voorzorgsmaatregelen van iedere functie.
Instellingen voor afbeeldingen (Image Settings)
Opmerking
Zie het onderstaande onderwerp voor het starten van ScanGear (scannerstuurprogramma) in de
Geavanceerde modus (Advanced Mode) en het maken van scans.
Scannen in de Geavanceerde modus (Advanced Mode)
De helderheid en kleurtint aanpassen
Stel Automatisch kleur aanpassen (Auto Tone) in op AAN (ON).
UIT (OFF)
AAN (ON)
Afbeeldingen corrigeren (Beeld verscherpen, Stof en krassen reduceren, Correctie va... Sivu 551/836
Afbeeldingen verscherpen die niet helemaal scherp zijn
Stel Beeld verscherpen (Unsharp Mask) in op AAN (ON).
AAN (ON)
UIT (OFF)
Gradaties en streeppatronen verminderen
Stel Moiré-reductie (Descreen) in op AAN (ON).
AAN (ON)
UIT (OFF)
Opmerking
Moiré is een ongelijkmatige gradatie of een streeppatroon dat zichtbaar is in de delen van een
gescande afbeelding waar de punten elkaar verstoren. Moiré-reductie (Descreen) is de functie
waarmee u dit effect kunt verkleinen.
Stof en krassen reduceren
Stel Stof en krassen reduceren (Reduce Dust and Scratches) in op Laag (Low), Middel (Medium) of
Hoog (High), afhankelijk van de hoeveelheid stof en krassen.
Geen (None)
Middel (Medium)
Foto's corrigeren die in de loop der tijd of als gevolg van overkleuring zijn vervaagd
Stel Correctie van vervaging (Fading Correction) in op Laag (Low), Middel (Medium) of Hoog (High),
afhankelijk van de mate van vervaging of overkleuring.
Geen (None)
Middel (Medium)
Afbeeldingen corrigeren (Beeld verscherpen, Stof en krassen reduceren, Correctie va... Sivu 552/836
Korreligheid verminderen
Stel Correctie van korreligheid (Grain Correction) in op Laag (Low), Middel (Medium) of Hoog (High),
afhankelijk van de mate van de korreligheid.
Geen (None)
Middel (Medium)
Tegenlicht in afbeeldingen corrigeren
Stel Correctie van tegenlicht (Backlight Correction) in op Laag (Low), Middel (Medium) of Hoog (High),
afhankelijk van de mate van tegenlicht.
Geen (None)
Middel (Medium)
Schaduwen tussen pagina's corrigeren die zichtbaar zijn wanneer geopende boekjes
worden gescand
Stel Schaduwcorrectie van rugmarge (Gutter Shadow Correction) in op Laag (Low), Middel (Medium) of
Hoog (High), afhankelijk van de grootte van de schaduwen.
Geen (None)
Middel (Medium)
Naar boven
Kleuren aanpassen met een kleurenpatroon
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met andere toepassingssoftware > Afbeeldingen corrigeren en kleuren
aanpassen met ScanGear (scannerstuurprogramma) > Kleuren aanpassen met een kleurenpatroon
Kleuren aanpassen met een kleurenpatroon
Met de functie Kleurenpatroon (Color Pattern) in de Basismodus (Basic Mode) van ScanGear kunt u
voorbeelden van kleurwijzigingen bekijken en natuurlijke kleuren reproduceren.
Kleuraanpassing (Color Adjustment)
Hiermee kunt u kleuren corrigeren die in de loop der tijd of als gevolg van overkleuring zijn vervaagd.
Overkleuring is het fenomeen waarbij een bepaalde kleur de gehele foto beïnvloedt als gevolg van
weersomstandigheden of sterke omgevingskleuren.
Klik op een pijl bij Kleuraanpassing (Color Adjustment) om de bijbehorende kleur te benadrukken.
Cyaan & rood, magenta & groen en geel & blauw zijn complementaire kleuren (als de twee kleuren van
een kleurenpaar worden gemengd, ontstaat een grijstint). U kunt de natuurlijke kleuren van een
fotosituatie reproduceren door de te veel benadrukte kleur te verminderen en de complementaire kleur te
verhogen.
Het beste kunt u een gedeelte op de foto zoeken dat wit zou moeten zijn, en de kleuren zo aanpassen
dat dit gedeelte wit wordt.
Sivu 553/836
Kleuren aanpassen met een kleurenpatroon
Sivu 554/836
Er verschijnt een scanvoorbeeld van het document in het midden. De kleuren van het voorbeeld
veranderen met uw aanpassingen mee.
Hieronder ziet u een voorbeeld van het corrigeren van een blauwige afbeelding.
Omdat Blauw (Blue) en Groen (Green) te sterk zijn, klikt u op de pijlen bij de kleuren Geel (Yellow) en
Magenta om de kleur te corrigeren.
Voor
Na
Opmerking
Kleuraanpassingen worden alleen toegepast op het scangebied (het bijsnijdkader) dat is
opgegeven in het voorbeeldgedeelte.
U kunt ook een kleurtint kiezen uit het kleurenpatroon dat links in het scherm Kleurenpatroon (Color
Pattern) wordt weergegeven.
U kunt deze functie ook gebruiken om een afbeelding een bepaalde tint te geven. Met meer
magenta creëert u een warme tint, terwijl de afbeelding koeler wordt als u meer blauw toevoegt.
Naar boven
Verzadiging en kleurbalans aanpassen
Sivu 555/836
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met andere toepassingssoftware > Afbeeldingen corrigeren en kleuren
aanpassen met ScanGear (scannerstuurprogramma) > Verzadiging en kleurbalans aanpassen
Verzadiging en kleurbalans aanpassen
Klik in de Geavanceerde modus (Advanced Mode) van ScanGear op
(Saturation/Color Balance)).
(Verzadiging/Kleurbalans
Verzadiging (Saturation)
De verzadiging (levendigheid) van de afbeelding aanpassen. U kunt kleuren helderder maken die in de
loop der tijd of door andere oorzaken zijn vervaagd.
Sleep de schuifknop
onder Verzadiging (Saturation) naar links om de verzadiging van de afbeelding
te verminderen (de afbeelding donkerder te maken) en naar rechts om de verzadiging te vergroten (de
afbeelding lichter te maken). U kunt ook een waarde invoeren (-127 tot 127).
Originele afbeelding
Minder verzadiging
Meer verzadiging
Opmerking
Als u de verzadiging te veel vergroot, kan de natuurlijke kleurtint van de originele afbeelding verloren
gaan.
Kleurbalans (Color Balance)
Afbeeldingen met overkleuring aanpassen. Overkleuring is het fenomeen waarbij een bepaalde kleur de
gehele foto beïnvloedt als gevolg van weersomstandigheden of sterke omgevingskleuren.
Sleep de schuifknop
benadrukken.
onder elk kleurenpaar naar links of rechts om de bijbehorende kleur te
Cyaan en rood (Cyan & Red)
Magenta en groen (Magenta & Green)
Verzadiging en kleurbalans aanpassen
Sivu 556/836
Geel en blauw (Yellow & Blue)
Dit zijn de complementaire kleuren (als de twee kleuren van een kleurenpaar worden gemengd, ontstaat
een grijstint). U kunt de natuurlijke kleuren van een fotosituatie reproduceren door de te veel benadrukte
kleur te verminderen en de complementaire kleur te verhogen.
Het is vaak lastig om de afbeelding helemaal te corrigeren door slechts één kleurenpaar aan te passen.
Het beste kunt u een gedeelte op de foto zoeken dat wit zou moeten zijn, en alle drie de kleurenparen zo
aanpassen dat dit gedeelte wit wordt.
U kunt ook een waarde invoeren (-127 tot 127).
Hieronder ziet u een voorbeeld van een afbeelding waarin het kleurenpaar Cyaan (Cyan) en Rood (Red)
is aangepast.
Meer cyaan (Cyan)
Meer rood (Red)
Opmerking
Klik op Standaard (Defaults) om alle aanpassingen in het huidige venster ongedaan te maken.
Naar boven
Helderheid en contrast aanpassen
Sivu 557/836
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met andere toepassingssoftware > Afbeeldingen corrigeren en kleuren
aanpassen met ScanGear (scannerstuurprogramma) > Helderheid en contrast aanpassen
Helderheid en contrast aanpassen
Klik in de Geavanceerde modus (Advanced Mode) van ScanGear op
(Helderheid/contrast).
Opmerking
om over te schakelen naar de gedetailleerde weergaveKlik op
Klik op
naar de vorige weergave.
om terug te keren
Kanaal (Channel)
Iedere punt van een afbeelding is een mengsel van rood (Red), groen (Green) en blauw (Blue) in
verschillende verhoudingen (gradaties). Deze kleuren kunnen afzonderlijk worden aangepast als een
'kanaal'.
Model (Master)
Rood, groen en blauw aanpassen.
Rood (Red)
Het rode kanaal aanpassen.
Groen (Green)
Het groene kanaal aanpassen.
Blauw (Blue)
Het blauwe kanaal aanpassen.
Opmerking
Alleen Grijswaarden (Grayscale) wordt weergegeven in Kanaal (Channel) als de Kleurenmodus
(Color Mode) is ingesteld op Grijswaarden (Grayscale).
Helderheid en contrast aanpassen
Sivu 558/836
Helderheid (Brightness)
De helderheid van de afbeelding aanpassen. Sleep de schuifknop
onder Helderheid (Brightness)
naar links om de afbeelding donkerder te maken en naar rechts om deze lichter te maken. U kunt ook
een waarde invoeren (-127 tot 127).
Donkerder
Originele afbeelding
Lichter
Opmerking
Als u de afbeelding te licht maakt kunnen de lichte gebieden verloren gaan, en als u de afbeelding
te donker maakt kan dit ten koste gaan van de schaduwgebieden.
Contrast
Contrast is de mate van verschil tussen de lichte en donkere delen van een afbeelding. Wanneer u het
contrast verhoogt, verhoogt u het verschil, waardoor de afbeelding scherper wordt. Wanneer u het
contrast verlaagt, verlaagt u het verschil, waardoor de afbeelding zachter wordt.
onder Contrast naar links om het contrast van de afbeelding te verlagen en
Sleep de schuifknop
naar rechts om dit te verhogen. U kunt ook een waarde invoeren (-127 tot 127).
Minder contrast
Originele afbeelding
Meer contrast
Opmerking
Door het contrast te verhogen, geeft u zachte afbeeldingen een meer driedimensionale uitstraling.
Als u het contrast echter te veel verhoogt, kan dit ten koste gaan van lichte gebieden en
schaduwgebieden.
Opmerking
Klik op Standaard (Defaults) om alle aanpassingen in het huidige venster ongedaan te maken.
Naar boven
Histogram aanpassen
Sivu 559/836
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met andere toepassingssoftware > Afbeeldingen corrigeren en kleuren
aanpassen met ScanGear (scannerstuurprogramma) > Histogram aanpassen
Histogram aanpassen
Klik in de Geavanceerde modus (Advanced Mode) van ScanGear op
(Histogram).
Kanaal (Channel)
Iedere punt van een afbeelding is een mengsel van rood (Red), groen (Green) en blauw (Blue) in
verschillende verhoudingen (gradaties). Deze kleuren kunnen afzonderlijk worden aangepast als een
'kanaal'.
Model (Master)
Rood, groen en blauw aanpassen.
Rood (Red)
Het rode kanaal aanpassen.
Groen (Green)
Het groene kanaal aanpassen.
Blauw (Blue)
Het blauwe kanaal aanpassen.
Opmerking
Alleen Grijswaarden (Grayscale) wordt weergegeven in Kanaal (Channel) als de Kleurenmodus
(Color Mode) is ingesteld op Grijswaarden (Grayscale).
Histogrammen lezen
U kunt een Histogram van een bepaald gebied openen voor elk Kanaal (Channel). Hoe hoger de piek
van het Histogram, hoe meer gegevens er op dat niveau zijn verspreid.
(1) Helder gebied
(2) Donker gebied
(3) Hele afbeelding
Histogram aanpassen
In het lichte gebied zijn
meer gegevens verdeeld.
Sivu 560/836
In het schaduwgebied zijn
meer gegevens verdeeld.
De gegevens zijn gelijk verdeeld tussen
het lichte gebied en het schaduwgebied.
Histogrammen aanpassen (met de schuifknop)
(schuifknop voor zwartpunt) of de
Selecteer een Kanaal (Channel) en versleep de
(schuifknop
voor witpunt) om het niveau op te geven dat moet worden ingesteld als schaduwgebied of licht gebied.
- Alle gedeelten links van de
- De gedeelten bij de
en het witpunt ligt.
(schuifknop voor zwartpunt) worden zwart (niveau 0).
(schuifknop voor middenpunt) krijgen de kleur die exact tussen het zwartpunt
- Alle gedeelten rechts van de
(schuifknop voor witpunt) worden wit (niveau 255).
De functie Automatisch kleur aanpassen (Auto Tone) staat standaard ingesteld op AAN (ON). De
hieronder weergegeven aanpassingen worden automatisch uitgevoerd.
De schuifknoppen voor zwartpunt en witpunt verslepen
Versleep de schuifknop voor zwartpunt of de schuifknop voor witpunt om de helderheid aan te passen.
Afbeeldingen waarin in het lichte gebied meer gegevens zijn verdeeld
Sleep de schuifknop zwartpunt naar het lichte gebied.
Afbeeldingen waarin in het schaduwgebied meer gegevens zijn verdeeld
Sleep de schuifknop witpunt naar het schaduwgebied.
Afbeeldingen waarin de gegevens gelijk zijn verdeeld
Sleep de schuifknop zwartpunt naar het lichte gebied en de schuifknop witpunt naar het schaduwgebied.
De schuifknop voor middenpunt verslepen
Versleep de schuifknop voor middenpunt om het niveau op te geven dat moet worden ingesteld als het
midden van het tintbereik.
Histogram aanpassen
Sivu 561/836
Afbeeldingen waarin in het lichte gebied meer gegevens zijn verdeeld
Sleep de schuifknop voor middenpunt naar het lichte gebied.
Afbeeldingen waarin in het schaduwgebied meer gegevens zijn verdeeld
Sleep de schuifknop voor middenpunt naar het schaduwgebied.
Histogrammen aanpassen (met de pipetten)
Als u een Kanaal (Channel) selecteert en op de pipet voor zwartpunt, middenpunt of witpunt klikt,
verandert de muisaanwijzer in de voorbeeldweergave in een pipet. Klik op een van de pipetten onder het
histogram om de instelling te wijzigen.
- Het punt waarop u klikt met het
waarde invoeren (0 tot 245).
(pipet voor zwartpunt) wordt het donkerste punt. U kunt ook een
- Het punt waarop u klikt met het
(pipet voor middenpunt) wordt het midden van het toonbereik. U
kunt ook een waarde invoeren (5 tot 250).
- Het punt waarop u klikt met het
waarde invoeren (10 tot 255).
(pipet voor witpunt) wordt het helderste punt. U kunt ook een
Klik op
om Grijsbalans (Gray Balance) te openen en klik op het gebied waarvan u de kleur in de
voorbeeldafbeelding wilt aanpassen.
Het punt waarop u klikt, wordt ingesteld als achromatische kleurreferentie en de rest van de afbeelding
wordt hieraan aangepast. Als sneeuw er op een foto bijvoorbeeld blauwig uitziet, kunt u op het blauwige
gedeelte klikken om de hele afbeelding aan te passen en de natuurlijke kleuren te reproduceren.
Opmerking
Klik op Standaard (Defaults) om alle aanpassingen in het huidige venster ongedaan te maken.
Naar boven
Tintcurve aanpassen
Sivu 562/836
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met andere toepassingssoftware > Afbeeldingen corrigeren en kleuren
aanpassen met ScanGear (scannerstuurprogramma) > Tintcurve aanpassen
Tintcurve aanpassen
Klik in de Geavanceerde modus (Advanced Mode) van ScanGear op
(Tintcurve-instellingen).
Kanaal (Channel)
Iedere punt van een afbeelding is een mengsel van rood (Red), groen (Green) en blauw (Blue) in
verschillende verhoudingen (gradaties). Deze kleuren kunnen afzonderlijk worden aangepast als een
'kanaal'.
Model (Master)
Rood, groen en blauw aanpassen.
Rood (Red)
Het rode kanaal aanpassen.
Groen (Green)
Het groene kanaal aanpassen.
Blauw (Blue)
Het blauwe kanaal aanpassen.
Opmerking
Alleen Grijswaarden (Grayscale) wordt weergegeven in Kanaal (Channel) als de Kleurenmodus
(Color Mode) is ingesteld op Grijswaarden (Grayscale).
Tintcurves lezen
Met ScanGear (scannerstuurprogramma) is het scannen van afbeeldingen via een scanner de invoer en
de weergave op een monitor de uitvoer. Tintcurve (Tone Curve) laat de balans van de tintinvoer en uitvoer zien voor ieder Kanaal (Channel).
Tintcurve aanpassen
Tintcurve aanpassen
Selecteer een tintcurve in Tintcurve selecteren (Select Tone Curve). Kies uit Geen correctie (No
correction), Overbelichting (Overexposure), Onderbelichting (Underexposure), Veel contrast (High
Contrast), Negatief/positief beeld omdraaien (Reverse the negative/positive image) en Aangepaste curve
bewerken (Edit custom curve).
Geen correctie (No Correction) (geen aanpassing)
Overbelichting (Overexposure) (bolle curve)
De middentoongegevens van de invoerzijde worden naar het lichte gebied van de uitvoerzijde uitgerekt.
Dit geeft een beeld met heldere tinten bij weergave op een monitor.
Onderbelichting (Underexposure) (bolle curve)
De middentoongegevens van de invoerzijde worden naar het schaduwgebied van de uitvoerzijde
uitgerekt. Dit geeft een beeld met donkere tinten bij weergave op een monitor.
Veel contrast (High contrast) (S-curve)
De lichte en schaduwgebieden van de invoerzijde verscherpt. Dit geeft een beeld met veel contrast.
Negatief/positief beeld omdraaien (Reverse the negative/positive image) (aflopende lijn)
De invoer- en uitvoerzijden worden omgedraaid. Dit geeft een beeld met negatief en positief omgekeerd.
Sivu 563/836
Tintcurve aanpassen
Sivu 564/836
Aangepaste curve bewerken (Edit custom curve)
U kunt bepaalde punten op de tintcurve slepen, zodat u de helderheid van de bijbehorende gebieden
naar wens kunt aanpassen.
Opmerking
Klik op Standaard (Defaults) om alle aanpassingen in het huidige venster ongedaan te maken.
Naar boven
Drempel instellen
Sivu 565/836
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met andere toepassingssoftware > Afbeeldingen corrigeren en kleuren
aanpassen met ScanGear (scannerstuurprogramma) > Drempel instellen
Drempel instellen
De helderheid van kleurenafbeeldingen en afbeeldingen in grijswaarden wordt uitgedrukt in een waarde
tussen 0 en 255. Bij het maken van zwart-wit afbeeldingen worden echter alle kleuren omgezet in zwart
(0) of wit (255). De drempel is de grenswaarde die bepaalt of een kleur zwart of wit is. Door het
drempelniveau aan te passen, kunt u de tekst in een document scherper maken en voorkomen dat tekst
op de achterzijde van het papier doorschijnt (wat vooral bij en gebeurt).
Deze functie is beschikbaar wanneer Kleurenmodus (Color Mode) is ingesteld op Zwart-wit (Black and
White).
Klik in de Geavanceerde modus (Advanced Mode) van ScanGear op
(Drempel) ((Threshold)).
Drempel (Threshold) aanpassen
Sleep
(schuifknop) naar rechts om de drempel te verhogen en zo het aantal zwarte gebieden te
vergroten. Sleep de schuifknop naar links om de waarde te verlagen en zo het aantal witte gebieden te
verhogen. U kunt ook een waarde invoeren (0 tot 255).
Opmerking
Klik op Standaard (Defaults) om alle aanpassingen in het huidige venster ongedaan te maken.
Naar boven
Schermen van ScanGear (scannerstuurprogramma)
Sivu 566/836
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met andere toepassingssoftware > Schermen van ScanGear
(scannerstuurprogramma)
Schermen van ScanGear (scannerstuurprogramma)
In de volgende onderwerpen worden de schermen en functies en het gebruik van ScanGear
(scannerstuurprogramma) beschreven.
Tabblad Basismodus (Basic Mode)
Tabblad Geavanceerde modus (Advanced Mode)
Instellingen voor invoer (Input Settings)
Instellingen voor uitvoer (Output Settings)
Instellingen voor afbeeldingen (Image Settings)
Knoppen voor kleuraanpassing (Color Adjustment)
Tabblad Automatische scanmodus (Auto Scan Mode)
Dialoogvenster Voorkeuren (Preferences)
Tabblad Scanner
Tabblad Voorbeeld (Preview)
Tabblad Scannen (Scan)
Tabblad Kleurinstellingen (Color Settings)
Naar boven
Tabblad Basismodus (Basic Mode)
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met andere toepassingssoftware > Schermen van ScanGear
(scannerstuurprogramma) > Tabblad Basismodus (Basic Mode)
Tabblad Basismodus (Basic Mode)
In deze modus kunt u eenvoudig scannen door de instructies op het scherm te volgen.
In dit gedeelte worden instellingen en functies beschreven die beschikbaar zijn in de Basismodus
(Basic Mode).
De weergegeven items zijn afhankelijk van het documenttype en de manier waarop het scherm is
geopend.
(1) Knoppen voor de instellingen en bewerkingen
(2) Werkbalk
(3) Voorbeeldgebied
Knoppen voor de instellingen en bewerkingen
Bron selecteren (Select Source)
Foto (kleur) (Photo(Color))
Kleurenfoto's scannen.
Tijdschrift (kleur) (Magazine(Color))
Kleurentijdschriften scannen.
Krant (grijswaarden) (Newspaper(Grayscale))
Tekst en lijntekeningen in zwart-wit scannen.
Document (grijswaarden) (Document(Grayscale)
Foto's en documenten in zwart-wit scannen.
Selecteer deze modus om zwart-witafbeeldingen met een hoge resolutie te maken.
Opmerking
Als u een andere optie dan Krant (grijswaarden) (Newspaper(Grayscale) selecteert, wordt de
functie Beeld verscherpen (Unsharp Mask) geactiveerd.
Als u Foto (kleur) (Photo(Color)), Tijdschrift (kleur) (Magazine(Color)) of Document
(grijswaarden) (Document(Grayscale)) selecteert, wordt de functie Automatisch kleur
aanpassen (Auto Tone) geactiveerd.Als u echter Altijd automatisch kleur aanpassen (Always
Execute the Auto Tone) uitschakelt op het tabblad Kleurinstellingen (Color settings) van het
dialoogvenster Voorkeuren (Preferences), wordt de functie Automatisch kleur aanpassen (Auto
Tone) uitgeschakeld.
Als u Tijdschrift (kleur) (Magazine(Color)) selecteert, wordt de functie Moiré-reductie (Descreen)
geactiveerd.
Sivu 567/836
Tabblad Basismodus (Basic Mode)
Voorbeeldafbeelding weergeven (Display Preview Image)
Klik op Voorbeeld (Preview) om een testscan te maken. Het gescande document wordt
weergegeven in het voorbeeldgebied. Er wordt een bijsnijdkader (scangebied) weergegeven met
dezelfde afmetingen als het document.
Opmerking
Als u scant zonder eerst een voorbeeld weer te geven, worden de kleuren aangepast aan het
documenttype dat onder Bron selecteren (Select Source) is geselecteerd.
Wanneer u het apparaat voor de eerste keer gebruikt, wordt de scanner automatisch
gekalibreerd.Wacht even tot de voorbeeldafbeelding wordt weergegeven.
Doel (Destination)
Selecteer wat u wilt doen met de gescande afbeelding.
Afdrukken (Print) (300dpi)
Selecteer deze optie om de gescande afbeelding op een printer af te drukken.
Afbeeldingsweergave (Image display) (150 dpi)
Selecteer deze optie om de gescande afbeelding weer te geven op het beeldscherm.
OCR (OCR) (300 dpi)
Selecteer deze optie om de gescande afbeelding te gebruiken in combinatie met OCRsoftware.
OCR-software is software waarmee een als afbeelding gescande tekst wordt geconverteerd
naar een tekstbestand, zodat deze kan worden bewerkt in tekstverwerkers en andere
programma's.
Opmerking
Als u met 301 dpi of hoger wilt scannen, scant u in de Geavanceerde modus (Advanced Mode)
nadat u de Uitvoerresolutie (Output Resolution) hebt ingesteld.
Zie 'Scannen in de Geavanceerde modus ' voor informatie over scannen in de Geavanceerde
modus (Advanced Mode).
Uitvoerformaat (Output Size)
Selecteer een uitvoerformaat.
De beschikbare opties voor het uitvoerformaat zijn afhankelijk van wat u bij Doel (Destination) hebt
geselecteerd.
Aanpasbaar (Flexible)
Wanneer een bijsnijdkader wordt weergegeven, wordt het gedeelte in het bijsnijdkader op 100
% gescand. Wanneer er geen bijsnijdkader wordt weergegeven, wordt het hele
voorbeeldgebied gescand.
Papierformaat (L, A4 enz.)
Papierformaat voor de uitvoer selecteren. Het gedeelte in het bijsnijdkader wordt gescand op
het formaat van het geselecteerde papierformaat. U kunt het bijsnijdkader vergroten of
verkleinen door dit te verslepen. Hierbij blijft de verhouding bewaard.
Beeldschermformaat (bijvoorbeeld 1024 x 768 pixels)
Sivu 568/836
Tabblad Basismodus (Basic Mode)
Het uitvoerformaat in pixels selecteren.
Een bijsnijdkader van het geselecteerde beeldschermformaat wordt weergegeven en alleen het
gedeelte in het bijsnijdkader wordt gescand. U kunt het bijsnijdkader vergroten of verkleinen
door dit te verslepen. Hierbij blijft de verhouding bewaard.
Toevoegen/verwijderen... (Add/Delete...)
Open het dialoogvenster Uitvoerformaat toevoegen/verwijderen (Add/Delete the Output Size),
waarin u aangepaste uitvoerformaten kunt opslaan.U kunt deze optie selecteren wanneer Doel
(Destination) is ingesteld op Afdrukken (Print) (300 dpi) of Afbeeldingsweergave (Image display)
(150 dp)).
In het dialoogvenster Uitvoerformaat toevoegen/verwijderen (Add/Delete the Output Size) kunt u
meerdere uitvoerformaten opgeven en gelijktijdig opslaan.Opgeslagen items worden samen
met de vooraf gedefinieerde items weergegeven in de lijst Uitvoerformaat (Output Size).
Toevoegen (Add)
Als u een formaat wilt toevoegen, geeft u de Naam van uitvoerformaat (Output Size Name),
Breedte (Width) en Hoogte (Height) op en klikt u vervolgens op Toevoegen (Add).Als voor Doel
(Destination) de optie Afdrukken (Print) (300dpi) is geselecteerd, kunt u voor Eenheid (Unit) mm
of inch selecteren, maar als voor Doel (Destination) de optie Afbeeldingsweergave (Image
display) (150dpi) is geselecteerd, kunt u alleen pixels selecteren.De naam van het toegevoegde
formaat wordt weergegeven in de Lijst van uitvoerformaten (Output Size List).Klik op Opslaan
(Save) om de uitvoerformaten in de Lijst van uitvoerformaten (Output Size List) op te slaan.
Verwijderen (Delete)
Als u een item wilt verwijderen, selecteert u het in de Lijst van uitvoerformaten (Output Size List)
en klikt u op Verwijderen (Delete).Klik op Opslaan (Save) om de items in de Lijst van
uitvoerformaten (Output Size List) op te slaan.
Belangrijk
U kunt de vooraf gedefinieerde uitvoerformaten, zoals A4 en 1024 x 768 pixels niet
verwijderen.
Opmerking
U kunt maximaal 10 uitvoerformaten opslaan in de Lijst van uitvoerformaten (Output Size
List).
Wanneer u een waarde invoert die buiten het instellingenbereik valt, wordt een foutmelding
weergegeven. Geef een waarde binnen het instellingenbereik op.
Opmerking
Of en hoe het bijsnijdkader aanvankelijk wordt weergegeven voor een voorbeeldweergave, kan
worden opgegeven op het tabblad Voorbeeld (Preview) in het dialoogvenster Voorkeuren
(Preferences).Zie Kader van voorbeeldafbeelding bijsnijden (Cropping Frame on Previewed
Images) in ' Tabblad Voorbeeld (Preview) '.
Verhouding omkeren (Invert aspect ratio)
Deze knop Is beschikbaar wanneer een andere optie dan Aanpasbaar (Flexible) is geselecteerd bij
Uitvoerformaat (Output Size).
Klik op deze knop om het bijsnijdkader te draaien. Klik nogmaals op de knop om de oorspronkelijke
richting weer te herstellen.
Bijsnijdkaders aanpassen (Adjust cropping frames)
U kunt het scangebied aanpassen in het voorbeeldgebied.
Als geen gebied is opgegeven, wordt het document gescand op het documentformaat (Automatisch
uitsnijden (Auto Crop)). Als er een gebied is opgegeven, wordt alleen het gedeelte in het
bijsnijdkader gescand.
Sivu 569/836
Tabblad Basismodus (Basic Mode)
Opmerking
Zie 'Bijsnijdkaders aanpassen ' voor meer informatie over bijsnijdkaders.
Afbeeldingscorrecties (Image corrections)
Correctie van vervaging (Fading Correction)
Vervaagde foto's of foto's met een overkleuring corrigeren en scannen.
Tegenlichtcorrectie (Backlight Correction)
Hiermee worden foto's gecorrigeerd die met tegenlicht zijn gemaakt.
Schaduwcorrectie van rugmarge (Gutter Shadow Correction)
Deze instelling wordt gebruikt om schaduwen tussen pagina's te corrigeren die kunnen
optreden wanneer geopende boekjes worden gescand.
Belangrijk
Zie Schaduwcorrectie van rugmarge (Gutter Shadow Correction) in ' Instellingen voor
afbeeldingen (Image Settings) ' op het tabblad Geavanceerde modus (Advanced Mode)
voor voorzorgsmaatregelen aangaande het gebruik van deze functie.
Kleurenpatroon... (Color Pattern...)
Hiermee kunt u de algehele kleur van de afbeelding aanpassen. U kunt vervaagde kleuren vanwege
overkleuring, enzovoort corrigeren en de natuurlijke kleuren herstellen en hier een voorbeeld van
weergeven.
Opmerking
Zie 'Kleuren aanpassen met een kleurenpatroon ' voor meer informatie.
Scannen (Perform Scan)
Klik op Scannen (Scan) om een scan te maken.
Opmerking
Wanneer het scannen begint, wordt de voortgang weergegeven. Klik op Annuleren (Cancel) om
de scan te annuleren.
Voorkeuren... (Preferences...)
Het dialoogvenster Voorkeuren (Preferences) wordt geopend. Hier kunt u scan- en
voorbeeldinstellingen opgeven.
Zie "Dialoogvenster Voorkeuren (Preferences) " voor meer informatie.
Sluiten (Close)
ScanGear (scannerstuurprogramma) sluiten.
Werkbalk
Werkbalk
U kunt voorbeeldafbeeldingen roteren met de werkbalk.
(Automatisch bijsnijden)
Het bijsnijdkader weergeven en automatisch aanpassen aan de grootte van het document dat
Sivu 570/836
Tabblad Basismodus (Basic Mode)
Sivu 571/836
wordt weergegeven in het voorbeeldgebied. Het scangebied wordt verkleind telkens wanneer u
op deze knop klikt als er in het bijsnijdkader een bijsnijdgebied is.
(Bijsnijdkader verwijderen (Remove Cropping Frame))
Hiermee verwijdert u het geselecteerde bijsnijdkader.
(Linksom roteren (Rotate Left))
De voorbeeldafbeelding wordt 90 graden tegen de klok in gedraaid.
- Het resultaat is zichtbaar in de gescande afbeelding.
- Wanneer u de afbeelding opnieuw als voorbeeld weergeeft, wordt de oorspronkelijke staat
hersteld.
(Rechtsom roteren (Rotate Right))
De afbeelding wordt 90 graden met de klok mee gedraaid.
- Het resultaat is zichtbaar in de gescande afbeelding.
- Wanneer u de afbeelding opnieuw als voorbeeld weergeeft, wordt de oorspronkelijke staat
hersteld.
(Informatie (Information))
Hiermee geeft u de versie en huidige instellingen van ScanGear (scannerstuurprogramma)
weer.
(Handleiding openen (Open Guide))
Deze pagina wordt weergegeven.
Voorbeeldgebied
Voorbeeldgebied
Hier wordt de afbeelding weergegeven wanneer u op Voorbeeld (Preview) hebt geklikt.
U kunt het scangebied (bijsnijdkader) opgeven op de weergegeven afbeelding.
U kunt ook twee of meer bijsnijdkaders maken.
Opmerking
Zie 'Bijsnijdkaders aanpassen ' voor meer informatie over bijsnijdkaders.
Verwant onderwerp
Scannen in de Basismodus (Basic Mode)
Naar boven
Tabblad Geavanceerde modus (Advanced Mode)
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met andere toepassingssoftware > Schermen van ScanGear
(scannerstuurprogramma) > Tabblad Geavanceerde modus (Advanced Mode)
Tabblad Geavanceerde modus (Advanced Mode)
In deze modus kunt u geavanceerde scaninstellingen opgeven, zoals de kleurenmodus, resolutie,
helderheid van de afbeelding en kleurtint.
In dit gedeelte worden instellingen en functies beschreven die beschikbaar zijn in de Geavanceerde
modus (Advanced Mode).
De weergegeven items zijn afhankelijk van het documenttype en de manier waarop het scherm is
geopend.
(1) Knoppen voor de instellingen en bewerkingen
(2) Werkbalk
(3) Voorbeeldgebied
Knoppen voor de instellingen en bewerkingen
Voorkeursinstellingen (Favorite Settings)
U kunt een groep instellingen (instellingen voor invoer en uitvoer, instellingen voor afbeeldingen en
knoppen voor kleuraanpassing) een naam geven en opslaan. Vervolgens kunt u deze instellingen
laden wanneer u ze nodig hebt. Als u een groep instellingen vaak gebruikt, is het handig deze op te
slaan. U kunt hiermee ook de standaardinstellingen opnieuw laden.
Selecteer Toevoegen/verwijderen... (Add/Delete...) in het keuzemenu. Het dialoogvenster Favoriete
instellingen toevoegen/verwijderen (Add/Delete Favorite Settings).
Sivu 572/836
Tabblad Geavanceerde modus (Advanced Mode)
Geef een naam op bij Naam instelling (Setting Name) en klik op Toevoegen (Add). De naam wordt
weergegeven in de Lijst voorkeursinstellingen (Favorite Settings List).
Wanneer u op Opslaan (Save) klikt, wordt het item weergegeven in de lijst bij Voorkeursinstellingen
(Favorite Settings), samen met de vooraf gedefinieerde items.
Belangrijk
U kunt Toevoegen/verwijderen... (Add/Delete...) instellen in Voorkeursinstellingen (Favorite
Settings) nadat het voorbeeld is weergegeven.
Opmerking
U kunt maximaal 10 items opslaan in de Lijst voorkeursinstellingen (Favorite Settings List). Als
u een item wilt verwijderen, selecteert u het item in de Lijst voorkeursinstellingen (Favorite
Settings List) en klikt u op Verwijderen (Delete). Klik op Opslaan (Save) als u instellingen wilt
weergeven in de Lijst voorkeursinstellingen (Favorite Settings List).
Instellingen voor invoer (Input Settings)
Geef de instellingen voor invoer op, zoals het documenttype en -formaat.
Instellingen voor invoer (Input Settings)
Instellingen voor uitvoer (Output Settings)
Geef de instellingen voor uitvoer op, zoals de uitvoerresolutie en het formaat.
Instellingen voor uitvoer (Output Settings)
Instellingen voor afbeeldingen (Image Settings)
Hier kunt u diverse functies voor afbeeldingscorrectie in- of uitschakelen.
Instellingen voor afbeeldingen (Image Settings)
Knoppen voor kleuraanpassing (Color Adjustment)
Met deze knoppen kunt u nauwkeurige correcties aanbrengen in de helderheid en de kleurtonen van
de afbeelding. U kunt de algemene helderheid of het contrast van de afbeelding aanpassen en de
waarden (histogram) of balans (tintcurve) aanpassen voor de lichte en donkere gedeelten.
Knoppen voor kleuraanpassing (Color Adjustment)
In-/uitzoomen (Zoom)
Het gedeelte binnen het bijsnijdkader wordt opnieuw gescand met een sterkere vergroting.
Wanneer op de afbeelding is ingezoomd, verandert In-/uitzoomen (Zoom) in Ongedaan maken
(Undo). Klik op Ongedaan maken (Undo) om terug te keren naar de weergave op de oorspronkelijke
grootte.
Opmerking
Met In-/uitzoomen (Zoom) wordt de afbeelding opnieuw gescand en wordt de afbeelding met
hoge resolutie weergegeven in het voorbeeldgebied.
Vergroten/Verkleinen (Enlarge/Reduce) op de werkbalk biedt u de mogelijkheid snel in of
uit te zoomen op de voorbeeldafbeelding. De resolutie van de afbeelding die wordt
weergegeven, is echter laag.
Voorbeeld (Preview)
Een proefscan uitvoeren.
Sivu 573/836
Tabblad Geavanceerde modus (Advanced Mode)
Scannen (Scan)
Starten met scannen.
Opmerking
Wanneer het scannen begint, wordt de voortgang weergegeven. Klik op Annuleren (Cancel) om
de scan te annuleren.
Wanneer het scannen is voltooid, wordt er mogelijk een dialoogvenster weergegeven waarin u
wordt gevraagd de volgende acties te selecteren. Beantwoord de vragen. Zie Status van
dialoogvenster ScanGear na het scannen (Status of ScanGear dialog after scanning) in '
Tabblad Scannen (Scan) ' (dialoogvenster Voorkeuren (Preferences)) voor meer informatie.
Als de totale grootte van het aantal afbeeldingen dat moet worden gescand, groter is dan 100
MB, verschijnt er een bericht met de waarschuwing dat het scannen enige tijd in beslag kan
nemen. Klik op OK om door te gaan of op Annuleren (Cancel) om de scan te annuleren.
Voorkeuren... (Preferences...)
Het dialoogvenster Voorkeuren (Preferences) wordt geopend. Hier kunt u scan- en
voorbeeldinstellingen opgeven.
Zie "Dialoogvenster Voorkeuren (Preferences) " voor meer informatie.
Sluiten (Close)
ScanGear (scannerstuurprogramma) sluiten.
Werkbalk
Werkbalk
Met behulp van de werkbalk in de Geavanceerde modus (Advanced Mode) kunt u de
voorbeeldafbeelding aanpassen en een gedeelte van de weergegeven afbeelding selecteren.
(Wissen)
Klik op deze knop om de voorbeeldafbeelding te verwijderen.
Hiermee worden ook de instellingen die met de werkbalk en kleuraanpassing zijn gemaakt,
ingesteld op de standaardwaarden.
(Bijsnijden)
Hiermee kunt u het scangebied bepalen door met de muis te slepen.
Sivu 574/836
Tabblad Geavanceerde modus (Advanced Mode)
Sivu 575/836
(Afbeelding verplaatsen)
Als een vergrote afbeelding te groot is om in het voorbeeldgebied te passen, kunt u op deze
knop klikken en de afbeelding op het scherm verplaatsen tot het gedeelte wordt weergegeven
dat u wilt bekijken. U kunt de afbeelding ook verplaatsen met de schuifbalken.
(Vergroten/verkleinen)
Klik op deze knop en klik vervolgens op de afbeelding om deze te vergroten (inzoomen).Rechtsklik op de afbeelding om deze te verkleinen (uitzoomen).
(Linksom roteren (Rotate Left))
De voorbeeldafbeelding wordt 90 graden tegen de klok in gedraaid.
- Het resultaat is zichtbaar in de gescande afbeelding.
- Wanneer u de afbeelding opnieuw als voorbeeld weergeeft, wordt de oorspronkelijke staat
hersteld.
(Rechtsom roteren (Rotate Right))
De afbeelding wordt 90 graden met de klok mee gedraaid.
- Het resultaat is zichtbaar in de gescande afbeelding.
- Wanneer u de afbeelding opnieuw als voorbeeld weergeeft, wordt de oorspronkelijke staat
hersteld.
(Informatie (Information))
Hiermee geeft u de versie en huidige instellingen van ScanGear (scannerstuurprogramma)
weer.
(Handleiding openen (Open Guide))
Deze pagina wordt weergegeven.
(Automatisch bijsnijden)
Het bijsnijdkader weergeven en automatisch aanpassen aan de grootte van het document dat
wordt weergegeven in het voorbeeldgebied. Het scangebied wordt verkleind telkens wanneer u
op deze knop klikt als er in het bijsnijdkader een bijsnijdgebied is.
(Bijsnijdkader verwijderen (Remove Cropping Frame))
Hiermee verwijdert u het geselecteerde bijsnijdkader.
Alle uitsnedes selecteren (Select All Crops)
Deze knop is beschikbaar wanneer er twee of meer bijsnijdkaders zijn.
Alle bijsnijdkaders worden weergegeven met dikke onderbroken lijnen. De instellingen worden
toegepast op alle bijsnijdkaders.
Multi-bijsnijden (Multi-Crop)
Hiermee worden meerdere documenten op de plaat automatisch gedetecteerd en
bijgesneden.
U kunt de bijsnijdkaders verwijderen van de afbeeldingen die u niet wilt scannen.
Opmerking
Zie 'Meerdere documenten tegelijk scannen in de Geavanceerde modus (Advanced Mode) '
als u meerdere documenten tegelijk wilt scannen.
Voorbeeldgebied
Voorbeeldgebied
Hier wordt de afbeelding weergegeven wanneer u op Voorbeeld (Preview) hebt geklikt.
U kunt het scangebied (bijsnijdkader) opgeven op de weergegeven afbeelding.
U kunt ook twee of meer bijsnijdkaders maken.
Opmerking
Zie 'Bijsnijdkaders aanpassen ' voor meer informatie over bijsnijdkaders.
Verwant onderwerp
Scannen in de Geavanceerde modus (Advanced Mode)
Naar boven
Instellingen voor invoer (Input Settings)
Sivu 576/836
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met andere toepassingssoftware > Schermen van ScanGear
(scannerstuurprogramma) > Instellingen voor invoer (Input Settings)
Instellingen voor invoer (Input Settings)
Bij Instellingen voor invoer (Input Settings) kunt u de volgende opties instellen:
Bron selecteren (Select Source)
Het type document dat wordt gescand wordt weergegeven.
Papierformaat (Paper Size)
Selecteer het formaat van het document dat u wilt scannen.
Als u een formaat selecteert, wordt het formaat van het voorbeeldgebied daaraan aangepast.
Belangrijk
Bepaalde toepassingen kunnen maar een beperkte hoeveelheid scangegevens ontvangen. Met
ScanGear (scannerstuurprogramma) kunt gegevens scannen van:
- 21000 pixels x 30000 pixels of minder
Als u het Papierformaat (Paper Size) wijzigt nadat het voorbeeld is weergegeven, wordt de
voorbeeldafbeelding verwijderd.
Opmerking
Als u niet zeker weet welk formaat u moet selecteren bij Papierformaat (Paper Size), stelt u het
Papierformaat (Paper Size) in op Volledige plaat (Full Platen), meet u het formaat van het
document en geeft u de waarden op bij
(Breedte) en
(Hoogte).
Kleurenmodus (Color Mode)
Selecteer hoe u het document wilt scannen.
Kleur (Color)
Selecteer deze modus om kleurendocumenten te scannen en kleurenafbeeldingen te maken. In
deze modus wordt de afbeelding opgebouwd met 256 niveaus (8-bits) van R(ood), G(roen) en
B(lauw).
Grijswaarden (Grayscale)
Selecteer deze modus om zwart-wit foto's te scannen of om zwart-wit afbeeldingen te maken. In
deze modus wordt de afbeelding opgebouwd met 256 niveaus (8-bits) van zwart-wit.
Zwart-wit (Black and White)
Instellingen voor invoer (Input Settings)
Sivu 577/836
Selecteer deze modus om foto's en andere documenten in zwart-wit te scannen.In deze modus
wordt de afbeelding opgebouwd uit zwart en wit. Het contrast in de afbeelding is op bepaalde
niveaus (drempelniveau) verdeeld in zwart en wit en wordt met twee kleuren opgebouwd. Het
drempelniveau kan worden ingesteld met de knop
(Drempel).
Invoerformaat
Het Papierformaat (Paper Size) wordt voorafgaand aan het voorbeeld weergegeven. Na het voorbeeld
wordt het formaat van het bijsnijdkader weergegeven.
U kunt het formaat van het bijsnijdkader (scangebied) aanpassen door de waarden op te geven bij
(Breedte) en
(Hoogte).
Klik op
(Verhouding behouden) en wijzig dit in
wanneer u het formaat van het bijsnijdkader opgeeft.
(Vergrendeld) om de verhouding te behouden
Belangrijk
Instellingen voor het invoerformaat zijn alleen beschikbaar wanneer het Uitvoerformaat (Output
Size) in Instellingen voor uitvoer (Output Settings) is ingesteld op Aanpasbaar (Flexible). Als u
een ander formaat dan Aanpasbaar (Flexible) selecteert, wordt een bijsnijdkader weergegeven
dat is berekend op basis van Uitvoerformaat (Output Size) en Uitvoerresolutie (Output Resolution)
en met een vaste verhouding.
Opmerking
U kunt waarden invoeren binnen het bereik voor het geselecteerde documentformaat. Het
minimumformaat is 96 pixels x 96 pixels wanneer de Uitvoerresolutie (Output Resolution) 600
dpi is en Vergroten/verkleinen (Enlarge/Reduce) 100% is.
Als u de afbeelding automatisch bijsnijdt, wordt de verhouding niet behouden, omdat het formaat
prioriteit heeft.
Zie 'Bijsnijdkaders aanpassen ' voor meer informatie over bijsnijdkaders.
Naar boven
Instellingen voor uitvoer (Output Settings)
Sivu 578/836
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met andere toepassingssoftware > Schermen van ScanGear
(scannerstuurprogramma) > Instellingen voor uitvoer (Output Settings)
Instellingen voor uitvoer (Output Settings)
Bij Instellingen voor uitvoer (Output Settings) kunt u de volgende opties instellen:
Uitvoerresolutie (Output Resolution)
Selecteer de resolutie waarmee u wilt scannen.
Hoe hoger de resolutie (waarde), hoe gedetailleerder de afbeelding.
Selecteer een resolutie uit de weergegeven opties door op de knop te klikken, of voer een waarde in
tussen 25 dpi en 19200 dpi (met verhogingen van 1 dpi).
Opmerking
Zie 'Resolutie (Resolution) ' voor meer informatie.
Uitvoerformaat (Output Size)
Selecteer een uitvoerformaat.
Selecteer Aanpasbaar (Flexible) om aangepaste afmetingen op te geven of selecteer een formaat voor
het afdrukken of weergeven van de afbeelding. Selecteer Toevoegen/verwijderen... (Add/Delete...) om
een aangepast formaat in te stellen en dit op te slaan als een nieuwe optie voor het uitvoerformaat.
Aanpasbaar (Flexible)
U kunt de uitvoerresolutie en schaal opgeven en het bijsnijdkader aanpassen. Wanneer er geen
bijsnijdkader wordt weergegeven, wordt het hele voorbeeldgebied gescand. Wanneer een
bijsnijdkader wordt weergegeven, wordt het gedeelte in het bijsnijdkader gescand.
Als u de gescande afbeelding wilt vergroten/verkleinen, voert u waarden in bij
(Breedte
(Width)) en
(Hoogte (Height) in de Instellingen uitvoer (Output Settings) of geeft u een waarde
op in procenten bij %.De maximumwaarde die beschikbaar is voor %, is afhankelijk van wat er
voor Uitvoerresolutie (Output Resolution) is opgegeven. U kunt een % opgeven voor maximaal
19200 dpi (de maximaal beschikbare uitvoerresolutie).
Papierformaat (Paper Size) (bijvoorbeeld L) & Beeldschermformaat (Monitor Size)
(bijvoorbeeld 1024 x 768 pixels)
De breedte, de hoogte en de schaal kunnen niet worden opgegeven. De voorbeeldafbeelding
wordt bijgesneden op basis van het geselecteerde uitvoerformaat en de opgegeven resolutie. Het
gedeelte in het bijsnijdkader wordt gescand met het formaat van het geselecteerde papier-/
beeldschermformaat. U kunt het bijsnijdkader vergroten of verkleinen door dit te verslepen. Hierbij
blijft de verhouding bewaard.
Instellingen voor uitvoer (Output Settings)
Toevoegen/verwijderen... (Add/Delete...)
Open het dialoogvenster Uitvoerformaat toevoegen/verwijderen (Add/Delete the Output Size),
waarin u aangepaste uitvoerformaten kunt opslaan/verwijderen.
In het dialoogvenster Uitvoerformaat toevoegen/verwijderen (Add/Delete the Output Size) kunt u
meerdere uitvoerformaten opgeven en gelijktijdig opslaan.Opgeslagen items worden samen met
de vooraf gedefinieerde items weergegeven in de lijst Uitvoerformaat (Output Size).
Toevoegen (Add)
Als u een formaat wilt toevoegen, selecteert u Afdrukken (Print) of Afbeeldingsweergave (Image
Display) voor Doel (Destination), geeft u de Naam van uitvoerformaat (Output Size Name), Breedte
(Width) en Hoogte (Height) op en klikt u op Toevoegen (Add).De naam van het toegevoegde
formaat wordt weergegeven in de Lijst van uitvoerformaten (Output Size List).
Klik op Opslaan (Save) om alle toegevoegde items op te slaan. Klik op Annuleren (Cancel) om
alle items te annuleren die zij toegevoegd sinds u het dialoogvenster Uitvoerformaat toevoegen/
verwijderen (Add/Delete the Output Size)hebt geopend.
Verwijderen (Delete)
Als u een item wilt verwijderen, selecteert u het in de Lijst van uitvoerformaten (Output Size List) en
klikt u op Verwijderen (Delete).De verwijderde items worden niet meer weergegeven in de Lijst
van uitvoerformaten (Output Size List).
Wanneer u op Opslaan (Save) klikt, worden de items die niet meer in de Lijst van uitvoerformaten
(Output Size List) worden weergegeven, verwijderd. Als u op Annuleren (Cancel) klikt, worden ze
niet verwijderd.
Belangrijk
U kunt de vooraf gedefinieerde uitvoerformaten, zoals A4 en 1024 x 768 pixels niet
verwijderen.
Opmerking
U kunt voor elk doel maximaal 10 uitvoerformaten opslaan in de Lijst van uitvoerformaten
(Output Size list).
Waneer u een waarde invoert die buiten het instellingsbereik valt, wordt een foutmelding
weergegeven.Voer een waarde in binnen het bereik dat in het bericht wordt vermeld.
De Eenheid (Unit) varieert, afhankelijk van het Doel (Destination).Selecteer voor Afdrukken
(Print) mm of inch (inches).Voor Afbeeldingsweergave (Image Display) is de eenheid pixels.
Opmerking
Zie 'Bijsnijdkaders aanpassen ' voor meer informatie over bijsnijdkaders.
Of en hoe het bijsnijdkader aanvankelijk wordt weergegeven voor een voorbeeldweergave, kan
worden opgegeven op het tabblad Voorbeeld (Preview) in het dialoogvenster Voorkeuren
(Preferences).Zie Kader van voorbeeldafbeelding bijsnijden (Cropping Frame on Previewed
Images) in ' Tabblad Voorbeeld (Preview) '.
(Lengte-breedteverhouding schakelen (Switch Aspect Ratio))
Het bijsnijdkader 90 graden draaien.Klik nogmaals om de oorspronkelijke stand te herstellen.
Gegevensgrootte (Data Size)
Wanneer de voorbeeldafbeelding wordt gescand, wordt een afbeeldingsbestand gemaakt. De grootte
voor een BMP-indeling wordt weergegeven.
Opmerking
Wanneer de bestandsgrootte 100 MB of meer is, wordt de waarde rood weergegeven. In dat
Sivu 579/836
Instellingen voor uitvoer (Output Settings)
Sivu 580/836
geval wordt er een waarschuwingsbericht weergegeven wanneer u op Scannen (Scan) klikt. U
wordt aanbevolen alle instellingen in te stellen op Gegevensgrootte (Data Size) 99 MB of minder,
en dan te scannen.
Naar boven
Instellingen voor afbeeldingen (Image Settings)
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met andere toepassingssoftware > Schermen van ScanGear
(scannerstuurprogramma) > Instellingen voor afbeeldingen (Image Settings)
Instellingen voor afbeeldingen (Image Settings)
Belangrijk
Gebruik deze functies niet voor afbeeldingen zonder moiré, stof/krassen of vervaagde kleuren. De
kleurtint kan dan nadelig beïnvloed worden.
Welke instellingen u kunt selecteren, is afhankelijk van de instellingen voor de kleurenmodus.
Wanneer u Instellingen voor afbeeldingen (Image Settings) gebruikt, kan het scannen langer duren.
Resultaten van afbeeldingscorrecties worden mogelijk niet weergegeven in de
voorbeeldafbeelding.
Bij Instellingen voor afbeeldingen (Image Settings) kunt u de volgende opties instellen:
Automatisch kleur aanpassen (Auto Tone)
Wanneer deze functie is ingesteld op AAN (ON), wordt de helderheid van het gespecificeerde gedeelte
van de afbeelding automatisch geoptimaliseerd. Het resultaat van de kleuraanpassing is in de gehele
afbeelding te zien.Deze instelling is standaard AAN (ON).
Belangrijk
U kunt Automatisch kleur aanpassen (Auto Tone) instellen nadat u een voorbeeld hebt bekeken.
U kunt deze instelling selecteren wanneer u Aanbevolen (Recommended) selecteert op het
tabblad Kleurinstellingen (Color Settings) van het dialoogvenster Voorkeuren (Preferences).
Wanneer u op Multi-bijsnijden (Multi-Crop) klikt, wordt deze optie ingesteld op AAN (ON) en kunt u
deze niet wijzigen.
Opmerking
Wanneer u een voorbeeld weergeeft van afbeeldingen met een consistente achtergrond (zoals
de lucht), of dergelijke afbeeldingen scant, kan de kleurtint van de bronafbeelding veranderen als
gevolg van de functie Automatisch kleur aanpassen (Auto Tone).In dat geval moet u Automatisch
kleur aanpassen (Auto Tone) instellen op UIT (OFF).
Beeld verscherpen (Unsharp Mask)
Wanneer deze optie is ingesteld op AAN ON), worden de contouren van het onderwerp versterkt om de
afbeelding scherper te maken.Deze instelling is standaard AAN (ON).
Moiré-reductie (Descreen)
Gedrukte foto's en illustraties worden weergegeven als een verzameling fijne puntjes. Moiré houdt in
Sivu 581/836
Instellingen voor afbeeldingen (Image Settings)
dat punten elkaar verstoren, waardoor een onregelmatige gradatie ontstaat en een gestreept patroon
in de afbeelding verschijnt. Moiré-reductie (Descreen) is de functie waarmee u dit effect kunt
verkleinen.Deze instelling is standaard UIT (OFF).
Opmerking
Zelfs wanneer Moiré-reductie (Descreen) is ingesteld op AAN (ON), Is het mogelijk dat dit effect
niet helemaal wordt verwijderd als Beeld verscherpen (Unsharp Mask) ook is ingesteld op AAN
(ON).In dat geval moet u Beeld verscherpen (Unsharp Mask) instellen op UIT (OFF).
Wanneer U Tijdschrift (kleur) (Magazine(color)) selecteert bij Bron selecteren (Select Source) in
de Basismodus (Basic Mode) heeft dit hetzelfde effect als wanneer u Moiré-reductie (Descreen)
instelt op AAN (ON) in de Geavanceerde modus (Advanced Mode).
Stof en krassen reduceren (Reduce Dust and Scratches)
Een gescande foto kan witte puntjes bevatten. Dit wordt veroorzaakt door stof of krassen. Gebruik deze
functie om dergelijke ruis te reduceren. Deze instelling is standaard Geen (None).
Geen (None)
Stof en krassen worden niet gereduceerd.
Laag (Low)
Selecteer deze optie om kleine stofdeeltjes en krasjes te verminderen.Grotere deeltjes en
krassen blijven mogelijk achter.
Middel (Medium)
Deze instelling wordt aanbevolen.
Hoog (High)
Selecteer deze optie om kleine en grote stofdeeltjes en krassen te reduceren. Het is echter
mogelijk dat het reductieproces zichtbaar blijft en dat ook fijnere delen van de afbeelding worden
verwijderd.
Belangrijk
Deze instelling heeft mogelijk geen effect bij bepaalde typen foto's.
Opmerking
U wordt aanbevolen deze optie in te stellen op Geen (None) wanneer u gedrukte materialen
scant.
Correctie van vervaging (Fading Correction)
Gebruik deze functie om foto's te corrigeren die in de loop der tijd zijn vervaagd of waarbij overkleuring
is opgetreden. Overkleuring is het fenomeen waarbij een bepaalde kleur de gehele foto beïnvloedt als
gevolg van weersomstandigheden of sterke omgevingskleuren. Deze instelling is standaard Geen
(None).
Geen (None)
Er wordt geen correctie van vervaging toegepast.
Laag (Low)
Selecteer deze instelling om een lichte mate van vervaging of overkleuring te corrigeren.
Middel (Medium)
Deze instelling wordt aanbevolen.
Hoog (High)
Selecteer deze instelling om een hoge mate van vervaging en overkleuring te corrigeren. Dit kan
van invloed zijn op de tint van de afbeelding.
Belangrijk
U kunt Correctie van vervaging (Fading Correction) instellen nadat u het voorbeeld hebt bekeken.
Correctie van vervaging (Fading Correction) heeft mogelijk weinig effect als het scangebied te
klein is.
U kunt deze instelling selecteren wanneer u Aanbevolen (Recommended) selecteert op het
tabblad Kleurinstellingen (Color Settings) van het dialoogvenster Voorkeuren (Preferences).
Wanneer u op Multi-bijsnijden (Multi-Crop) klikt, wordt deze optie ingesteld op Geen (None) en
kunt u dit niet wijzigen.
Correctie van korreligheid (Grain Correction)
Sivu 582/836
Instellingen voor afbeeldingen (Image Settings)
Gebruik deze functie om korreligheid (grofheid) te reduceren in foto's die met hoge snelheid of
gevoelige film zijn genomen. Deze instelling is standaard Geen (None).
Geen (None)
Korreligheid wordt niet gereduceerd.
Laag (Low)
Selecteer deze instelling wanneer de foto iets korrelig is.
Middel (Medium)
Deze instelling wordt aanbevolen.
Hoog (High)
Selecteer deze instelling als de foto zeer korrelig is. Dit kan van invloed zijn op de gradatie en de
scherpte van de afbeelding.
Belangrijk
Correctie van korreligheid (Grain Correction) heeft mogelijk weinig effect als het scangebied te
klein is.
Tegenlichtcorrectie (Backlight Correction)
Gebruik deze functie om foto's te corrigeren die met tegenlicht zijn genomen.
Wanneer u de instelling voor Tegenlichtcorrectie (Backlight Correction) wijzigt, is het resultaat daarvan
zichtbaar in de voorbeeldweergave.
Geen (None)
Er wordt geen tegenlichtcorrectie toegepast.
Laag (Low)
Selecteer deze instelling om foto's met weinig tegenlicht te corrigeren.Dit heeft geen invloed op
het contrast van de afbeelding.
Middel (Medium)
Deze instelling wordt aanbevolen.
Hoog (High)
Selecteer deze instelling om foto's met sterk tegenlicht te corrigeren.Dit kan van invloed zijn op het
contrast van de afbeelding.
Belangrijk
U kunt Tegenlichtcorrectie (Backlight Correction) instellen nadat u het voorbeeld hebt bekeken.
U kunt deze instelling selecteren wanneer u Aanbevolen (Recommended) selecteert op het
tabblad Kleurinstellingen (Color Settings) van het dialoogvenster Voorkeuren (Preferences).
Tegenlichtcorrectie (Backlight Correction) heeft mogelijk weinig effect als het scangebied te klein
is.
Wanneer u op Multi-bijsnijden (Multi-Crop) klikt, kunt u deze instelling niet wijzigen.
Opmerking
Mogelijk is er ruis zichtbaar als Tegenlichtcorrectie (Backlight Correction) wordt toegepast.Als u
Correctie van korreligheid (Grain Correction) toepast en Beeld verscherpen (Unsharp Mask)
instelt op UIT (OFF), kunt u de ruispatronen mogelijk reduceren.
Schaduwcorrectie van rugmarge (Gutter Shadow Correction)
Gebruik deze functie om schaduw tussen pagina's te corrigeren wanneer u geopende boeken scant.
Wanneer u Schaduwcorrectie van rugmarge (Gutter Shadow Correction) instelt in de
voorbeeldweergave, is het resultaat van de instelling zichtbaar. Bekijk eerst een afdrukresultaat
voordat u gaat scannen. Afhankelijk van het type document en hoe hierop wordt gedrukt, kan het
afdrukresultaat namelijk variëren.
Onduidelijke of vervaagde tekst/lijnen als gevolg van gebogen pagina's, worden niet gecorrigeerd.
Geen (None)
Schaduw van rugmarge wordt niet gecorrigeerd.
Laag (Low)
Selecteer deze instelling wanneer het effectniveau met de instelling Middel (Medium) te sterk is.
Middel (Medium)
Deze instelling wordt aanbevolen.
Sivu 583/836
Instellingen voor afbeeldingen (Image Settings)
Sivu 584/836
Hoog (High)
Selecteer deze instelling wanneer het effectniveau met de instelling Middel (Medium) te zwak is.
Belangrijk
Plaats geen items op de glasplaat van 2 kg of meer.Oefen ook geen druk van meer dan 2 kg uit
op het document.Als u te hard drukt, werkt de scanner mogelijk niet goed of kunt u het glas
breken.
Wanneer u op Multi-bijsnijden (Multi-Crop) klikt, is deze instelling niet beschikbaar. Klik op
Herstellen (Reset) en wijzig de instelling.
Lijn het document uit met de rand van de glasplaat. Wanneer u dit niet doet, wordt de schaduw
niet goed gecorrigeerd.
Afhankelijk van het document is het mogelijk dat schaduwen niet goed worden gecorrigeerd. Als
de pagina geen witte achtergrond heeft, is het mogelijk dat schaduwen niet goed worden
gedetecteerd of helemaal niet worden gedetecteerd.
Druk bij het scannen net zo hard op de rug als bij de voorbeeldscan. Als het boek niet gelijkmatig
is gebonden, wordt de schaduw niet goed gecorrigeerd.
Hoe u het document moet plaatsen, is afhankelijk van het model en het document dat u wilt
scannen.
Opmerking
Bedek het document met een zwarte doek als er punten, strepen of gekleurde patronen op de
scan voorkomen. Dit kan het resultaat zijn van omgevingslicht dat tussen het document en de
glasplaat is binnengedrongen.
Als de schaduw niet goed is gecorrigeerd, past u het bijsnijdkader op de voorbeeldafbeelding
aan.
Bijsnijdkaders aanpassen
Naar boven
Knoppen voor kleuraanpassing (Color Adjustment)
Uitgebreide Handleiding > Scann > Scannen met andere toepassingssoftware > Schermen van ScanGear
(scannerstuurprogramma) > Knoppen voor kleuraanpassing (Color Adjustment)
Knoppen voor kleuraanpassing (Color Adjustment)
Met de knoppen voor kleuraanpassing (Color Adjustment) kunt u fijne correcties aanbrengen aan de
helderheid en kleurtonen va de afbeelding.U kunt de algehele helderheid of het contrast van de
afbeelding aanpassen, en de waarden voor lichte en schaduwgebieden (histogram) of de balans
(tintcurve) wijzigen.
Belangrijk
De knoppen voor kleuraanpassing (Color Adjustment) zijn niet beschikbaar wanneer u Multibijsnijden (Multi-Crop) toepast of Kleurafstemming (Color Matching) selecteert op het tabblad
Kleurinstellingen (Color Settings) in het dialoogvenster Voorkeuren (Preferences).
Welke instellingen u kunt selecteren, is afhankelijk van de instellingen voor de kleurenmodus.
Opmerking
Wanneer u de afbeelding aanpast met de knoppen voor kleuraanpassing (Color Adjustment), is het
resultaat daarvan zichtbaar in de voorbeeldweergave
Klik op een knop voor kleuraanpassing om de volgende opties in te stellen:
(Verzadiging/kleurbalans (Saturation/Color Balance))
Hiermee past u de levendigheid en kleurtoon van de afbeelding aan. Gebruik deze functie om kleuren
die in de loop van de tijd zijn vervaagd of overkleuringen te corrigeren. Overkleuring is het fenomeen
waarbij een bepaalde kleur de gehele foto beïnvloedt als gevolg van weersomstandigheden of sterke
omgevingskleuren.
Verzadiging en kleurbalans aanpassen
(Helderheid/contrast (Brightness/Contrast))
De helderheid en het contrast van een afbeelding aanpassen. Als de afbeelding te donker of te licht is
of als de beeldkwaliteit te vlak is door gebrek aan contrast, kunt u de helderheid en het contrast
aanpassen.
Helderheid en contrast aanpassen
(Histogram)
In een histogram kunt u de gegevensconcentratie zien op elk helderheidsniveau van een afbeelding. U
kunt de donkerste (schaduw) en helderste (oplichtende) niveaus in een afbeelding opgeven, de
Sivu 585/836
Knoppen voor kleuraanpassing (Color Adjustment)
niveaus verlagen en de middentinten van een afbeelding uitbreiden.
Histogram aanpassen
(Tintcurve-instellingen (Tone Curve Settings))
De helderheid van een afbeelding aanpassen door het type grafiek (tintcurve) te selecteren die de
balans van de tintinvoer en -uitvoer aangeeft. U kunt subtiele aanpassingen opgeven voor de
helderheid van een bepaald gebied.
Tintcurve aanpassen
(Laatste controle (Final Review))
De kleuraanpassingen voor een laatste keer controleren. De definitieve gesynthetiseerde tintcurve en
het histogram dat is afgeleid van de navolgende beeldverwerking worden weergegeven. U kunt geen
instellingen opgeven in dit scherm.
Voor een kleurenafbeelding selecteert u een kleur bij Kanaal (Channel) om alleen Rood (Red),
Groen (Green) of Blauw (Blue) in te schakelen. Selecteer Model (Master) om de drie kleuren
samen in te schakelen.
Als u de muisaanwijzer op de voorbeeldafbeelding plaatst, wordt het gedeelte vergroot en worden
de RGB-waarden (alleen K wanneer Kleurenmodus (Color Mode) is ingesteld op Grijswaarden
(Grayscale)) van voor en na de aanpassingen aan het gebied weergegeven.
(Drempel (Treshold))
Stel de grens (de drempel) in waar zwart en wit worden gescheiden. Door het drempelniveau aan te
passen, kunt u de tekst in een document scherper maken en voorkomen dat tekst op de achterzijde
van het papier doorschijnt (wat vooral bij en gebeurt).
Drempel instellen
Aangepast (Custom)
U kunt een tintcurve en drempel die met de knoppen voor kleuraanpassing (Color Adjustment) zijn
gemaakt, een naam geven en de set opslaan.
Selecteer Toevoegen/verwijderen... (Add/Delete...) in het keuzemenu.Wanneer voor Kleurenmodus
(Color Mode) een andere optie dan Zwart-wit (Black and White) is ingesteld, wordt het dialoogvenster
Tintcurve-instellingen toevoegen/verwijderen (Add/Delete Tone Curve Settings) geopend.Wanneer
voor Kleurenmodus (Color Mode) de optie Zwart-wit (Black and White) is ingesteld, wordt
dialoogvenster Drempelinstellingen toevoegen/verwijderen (Add/Delete Threshold Settings)
weergegeven.
Sivu 586/836
Knoppen voor kleuraanpassing (Color Adjustment)
Sivu 587/836
Geef een naam op bij Naam instelling (Setting Name) en klik op Toevoegen (Add).De naam wordt
weergegeven in de Lijst met tintcurve-instellingen (Tone Curve Settings List) of de Lijst met
drempelinstellingen (Threshold Settings List).
Klik op Opslaan (Save) om op te slaan.
U kunt de opgeslagen tintcurve- en drempelinstellingen ook toepassen op een
voorbeeldafbeelding.Selecteer hiervoor het opgeslagen item in het vervolgkeuzemenu.
Als u een item wilt verwijderen, selecteert u het in de Lijst met tintcurve-instellingen (Tone Curve
Settings List) of de Lijst met drempelinstellingen (Threshold Settings List) en klikt u op Verwijderen
(Delete).
Opmerking
U kunt maximaal 20 items opslaan.
Standaard (Defaults)
Hiermee maakt u alle aanpassingen ongedaan (verzadiging/kleurbalans, helderheid/contrast,
histogram en tintcurve).
Naar boven
Tabblad Automatische scanmodus (Auto Scan Mode)
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met andere toepassingssoftware > Schermen van ScanGear
(scannerstuurprogramma) > Tabblad Automatische scanmodus (Auto Scan Mode)
Tabblad Automatische scanmodus (Auto Scan Mode)
In deze modus kunt u gemakkelijk scannen door eenvoudig documenten op de glasplaat te plaatsen en
op een knop te klikken.
In de Automatische scanmodus (Auto Scan Mode) worden documenten automatisch gedetecteerd.U
hoeft geen bijsnijdkaders op te geven of afbeeldingscorrecties aan te brengen.
Ondersteunde documenten
Foto's, Hagaki, visitekaartjes, tijdschriften, kranten, tekstdocumenten en CD's/DVD's.
Belangrijk
De volgende documenttypen kunnen niet correct worden gescand.
In dat geval geeft u het documenttype op het tabblad Basismodus (Basic Mode) of het tabblad
Geavanceerde modus (Advanced Mode) op en scant u het document opnieuw.
- Andere documenten dan foto's, Hagaki, visitekaartjes, tijdschriften, tekstdocumenten en CD/
DVD
- Tekstdocumenten kleiner dan 2L (127 x 178 mm) (5 x 7 inch), zoals pagina's van een pocket
waarvan de rug is afgesneden
- Documenten die zijn afgedrukt op dun wit papier
- Brede documenten, zoals panoramafoto's
Scannen in de Basismodus (Basic Mode)
Scannen in de Geavanceerde modus (Advanced Mode)
Reflecterende CD/DVD-labels worden mogelijk niet correct gescand.
Plaats documenten op de juiste manier, volgens het type document dat u scant. Anders worden
de documenten mogelijk niet goed gescand.
Zie 'Documenten plaatsen ' voor meer informatie over het plaatsen van documenten.
Voer de scan uit vanaf het tabblad Basismodus (Basic Mode) of het tabblad Geavanceerde
modus (Advanced Mode) om moiré te reduceren.
Documenten plaatsen (How to set documents)
Documenten plaatsen wordt weergegeven.
Gescande beelden weergeven (View scanned images)
Schakel dit selectievakje in om de miniaturen van de gescande afbeeldingen weer te geven in een
ander venster.
Sivu 588/836
Tabblad Automatische scanmodus (Auto Scan Mode)
Sivu 589/836
Scannen (Scan)
Het scannen begint.
Opmerking
Wanneer het scannen begint, wordt de voortgang weergegeven. Klik op Annuleren (Cancel) om
de scan te annuleren.
Wanneer het scannen is voltooid, wordt er mogelijk een dialoogvenster weergegeven waarin u
wordt gevraagd de volgende acties te selecteren. Beantwoord de vragen. Zie Status van
dialoogvenster ScanGear na het scannen (Status of ScanGear dialog after scanning) in ' Tabblad
Scannen (Scan) ' (dialoogvenster Voorkeuren (Preferences)) voor meer informatie.
Instructies (Instructions)
Deze pagina wordt weergegeven.
Voorkeuren... (Preferences...)
Het dialoogvenster Voorkeuren (Preferences) wordt geopend. Hier kunt u scan- en
voorbeeldinstellingen opgeven.
Dialoogvenster Voorkeuren (Preferences)
Sluiten (Close)
ScanGear (scannerstuurprogramma) sluiten.
Verwant onderwerp
Scannen in de Automatische scanmodus
Naar boven
Dialoogvenster Voorkeuren (Preferences)
Sivu 590/836
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met andere toepassingssoftware > Schermen van ScanGear
(scannerstuurprogramma) > Dialoogvenster Voorkeuren (Preferences)
Dialoogvenster Voorkeuren (Preferences)
Klik op Opgeven... (Specify...) in het scherm van ScanGear (scannerstuurprogramma) om het
dialoogvenster Voorkeuren (Preferences).
In het dialoogvenster Voorkeuren (Preferences) kunt u geavanceerde instellingen opgeven voor functies
van ScanGear (scannerstuurprogramma) via de tabbladen Scanner, Voorbeeld (Preview), Scannen
(Scan) en Kleurinstellingen (Color Settings).
Tabblad Scanner
Hier kunt u een map opgeven waarin de afbeeldingen tijdelijk worden opgeslagen. Daarnaast kunt u
hier een muziekbestand selecteren dat moet worden afgespeeld tijdens het scannen of wanneer het
scannen is voltooid.
Tabblad Scanner
Tabblad Voorbeeld (Preview)
Hier kunt u selecteren hoe u het voorbeeld wilt gebruiken wanneer ScanGear (scannerstuurprogramma)
wordt gestart en hoe bijsnijdkaders worden weergegeven nadat voorbeelden van afbeeldingen zijn
weergegeven.
Tabblad Voorbeeld (Preview)
Tabblad Scannen (Scan)
Hier kunt u selecteren wat u met ScanGear (scannerstuurprogramma) wilt doen nadat u afbeeldingen
hebt gescand.
Tabblad Scannen (Scan)
Tabblad Kleurinstellingen (Color Settings)
Hier kunt u aangeven hoe de kleuren moeten worden aangepast, de functie Automatisch kleur
aanpassen in-/uitschakelen en de gammawaarde voor de monitor opgeven.
Tabblad Kleurinstellingen (Color Settings)
Naar boven
Tabblad Scanner
Sivu 591/836
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met andere toepassingssoftware > Schermen van ScanGear
(scannerstuurprogramma) > Tabblad Scanner
Tabblad Scanner
Op het tabblad Scanner kunt u de volgende instellingen opgeven.
Stille modus (Quiet Mode)
Schakel dit selectievakje in om het geluid van de scanner te reduceren door de scannerkop te
vertragen wanneer u documenten scant of een voorbeeld weergeeft. Dit selectievakje is niet standaard
ingeschakeld.
Opmerking
Het scannen neemt meer tijd in beslag als u deze functie inschakelt.
Map voor tijdelijke bestanden (Select Folder Where Temporary Files are Saved)
Hier wordt de map weergegeven waarin de afbeeldingen tijdelijk moeten worden opgeslagen. Als u
de map wilt wijzigen, klikt u op Bladeren... (Browse...) om een andere map op te geven.
Geluidsinstellingen (Sound Settings)
U kunt het apparaat zodanig instellen dat er een geluidsbestand wordt afgespeeld tijdens het
scannen of wanneer het scannen is voltooid.
Schakel het selectievakje Muziek afspelen tijdens scannen (Play Music During Scanning) of
Geluidssignaal na voltooiing scan (Play Sound When Scanning is Completed) in, klik op Bladeren...
(Browse...) en geef een geluidsbestand op.
U kunt de volgende bestanden opgeven.
MIDI-bestand (*.mid, *.rmi, *.midi)
Audiobestand (*.wav, *.aif, *.aiff)
MP3-bestand (*.mp3)
Kalibratie-instellingen (Calibration Settings)
Wanneer u voor Uitvoeren bij elke scan (Execute at Every Scan) AAN (ON) selecteert, wordt de scanner
telkens voor een voorbeeldweergave en scan gekalibreerd zodat de juiste kleurtinten in de gescande
afbeeldingen worden weergegeven.
Opmerking
Zelfs als Uitvoeren bij elke scan (Execute at Every Scan) is ingesteld op UIT (OFF), wordt de
scanner mogelijk automatisch gekalibreerd in bepaalde gevallen (bijvoorbeeld meteen nadat u
het apparaat hebt ingeschakeld).
De kalibratie kan, afhankelijk van uw computer, enige tijd duren.
Naar boven
Tabblad Voorbeeld (Preview)
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met andere toepassingssoftware > Schermen van ScanGear
(scannerstuurprogramma) > Tabblad Voorbeeld (Preview)
Tabblad Voorbeeld (Preview)
Op het tabblad Voorbeeld (Preview) kunt u de volgende instellingen opgeven.
Voorbeeld bij starten van ScanGear (Preview at Start of ScanGear)
Selecteer wat u wilt doen met Voorbeeld (Preview) wanneer ScanGear (scannerstuurprogramma)
wordt gestart. Opgeslagen voorbeeldafbeelding weergeven (Display Saved Preview Image) is
standaard geselecteerd.
Voorbeeld automatisch uitvoeren (Automatically Execute Preview)
ScanGear (scannerstuurprogramma) begint automatisch met een voorbeeldweergave bij het
opstarten.
Opgeslagen voorbeeldafbeelding weergeven (Display Saved Preview Image)
De eerder bekeken voorbeeldafbeelding wordt weergegeven.
De instellingen voor de knoppen voor kleuraanpassing, de werkbalkinstellingen en de
instellingen voor de geavanceerde modus worden ook opgeslagen.
Geen (None)
Bij het opstarten wordt geen voorbeeldafbeelding weergegeven.
Opmerking
Selecteer Geen (None) als u de voorbeeldafbeelding niet wilt opslaan.
Kader van voorbeeldafbeelding bijsnijden (Cropping Frame on Previewed Images)
Selecteer hoe u het bijsnijdkader wilt weergeven nadat u een voorbeeld van de afbeelding hebt
bekeken. Voorbeeldafbeeldingen automatisch bijsnijden (Execute Auto Cropping on Previewed
Images) is standaard geselecteerd.
Voorbeeldafbeeldingen automatisch bijsnijden (Execute Auto Cropping on Previewed Images)
Het bijsnijdkader wordt automatisch weergegeven in het documentformaat na de
voorbeeldweergave.
Het laatste kader van voorbeeldafbeeldingen weergeven (Display the Last Frame on Previewed
Images)
Na de voorbeeldweergave wordt er een bijsnijdkader weergegeven met dezelfde afmetingen als
het vorige bijsnijdkader dat u hebt gebruikt.
Geen (None)
Sivu 592/836
Tabblad Voorbeeld (Preview)
Sivu 593/836
Nadat het voorbeeld is bekeken, wordt er geen bijsnijdkader weergegeven.
Naar boven
Tabblad Scannen (Scan)
Sivu 594/836
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met andere toepassingssoftware > Schermen van ScanGear
(scannerstuurprogramma) > Tabblad Scannen (Scan)
Tabblad Scannen (Scan)
Op het tabblad Scannen (Scan) kunt u de volgende instellingen opgeven.
Status van dialoogvenster ScanGear na het scannen (Status of ScanGear dialog after scanning)
Selecteer wat u wilt doen met ScanGear (scannerstuurprogramma) nadat afbeeldingen zijn gescand.
ScanGear automatisch sluiten (Close ScanGear automatically) is standaard ingeschakeld.
ScanGear automatisch sluiten (Close ScanGear automatically)
Selecteer deze optie wanneer u na het scannen wilt teruggaan naar de oorspronkelijke
toepassing.
ScanGear niet automatisch sluiten (Do not close ScanGear automatically)
Selecteer deze optie wanneer u na het scannen wilt teruggaan naar het scherm ScanGear
(scannerstuurprogramma) om nog een scan te maken.
Dialoogvenster weergeven om volgende actie te selecteren (Display the dialog to select next
action)
Selecteer deze optie om na het scannen een dialoogvenster te openen waarin u kunt aangeven
wat de volgende actie is.
Opmerking
De instellingen ScanGear niet automatisch sluiten (Do not close ScanGear automatically) of
Dialoogvenster weergeven om volgende actie te selecteren (Display the dialog to select next
action) worden mogelijk niet door alle toepassingen ondersteund.
Naar boven
Tabblad Kleurinstellingen (Color Settings)
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met andere toepassingssoftware > Schermen van ScanGear
(scannerstuurprogramma) > Tabblad Kleurinstellingen (Color Settings)
Tabblad Kleurinstellingen (Color Settings)
Op het tabblad Kleurinstellingen (Color Settings) kunt u de volgende instellingen opgeven.
Kleuraanpassing (Color Adjustment)
Selecteer een van de volgende opties. Standaard is Aanbevolen (Recommended) geselecteerd.
Deze functie is beschikbaar wanneer de Kleurenmodus (Color Mode) is ingesteld op Kleur (Color) of
Grijswaarden (Grayscale).
Aanbevolen (Recommended)
Gebruik deze optie om een levendige reproductie van de tint van een document weer te geven op
het scherm. Deze instelling wordt aanbevolen.
Kleurafstemming (Color Matching)
Selecteer deze optie om de kleuren van de scanner, de monitor en de kleurenprinter op elkaar af
te stemmen, waardoor u de tijd en moeite bespaart van het handmatig afstemmen van de kleuren
van de printer en de monitor.
De knoppen voor kleuraanpassing (Color Adjustment) zijn niet beschikbaar.
Deze functie is beschikbaar wanneer de Kleurenmodus (Color Mode) is ingesteld op Kleur
(Color).
- Bron (Scanner) (Source(scanner): een scannerprofiel selecteren.
- Doel (Target): een doelprofiel selecteren.
- Monitor: selecteer deze optie om een voorbeeldafbeelding weer te geven met een optimale
correctie voor het beeldscherm.
- Standaard (Defaults): de standaardinstellingen voor Kleurafstemming (Color Matching) worden
hersteld.
Geen (None)
Selecteer deze optie om de kleurcorrectie van ScanGear (scannerstuurprogramma) uit te
schakelen.
Opmerking
Kleurafstemming (Color Matching) is beschikbaar wanneer ScanGear
(scannerstuurprogramma), de monitor, een compatibele toepassing voor kleurbeheer (zoals
Photoshop) en de printer correct zijn ingesteld.
Raadpleeg de handleiding bij de monitor, printer en toepassing voor de instellingen.
Altijd automatisch kleur aanpassen (Always Execute the Auto Tone)
Schakel dit selectievakje in als u altijd automatisch de kleur van gescande afbeeldingen wilt
Sivu 595/836
Tabblad Kleurinstellingen (Color Settings)
Sivu 596/836
aanpassen. Dit selectievakje is standaard ingeschakeld.
Belangrijk
Deze functie is beschikbaar wanneer de Kleurenmodus (Color Mode) is ingesteld op Kleur
(Color) of Grijswaarden (Grayscale).
U kunt deze instelling niet selecteren wanneer Geen (None) of Kleurafstemming (Color Matching)
is geselecteerd op het tabblad Kleurinstellingen (Color Settings).
Opmerking
Wanneer u een voorbeeld weergeeft van afbeeldingen met een gewone achtergrond, of
dergelijke afbeeldingen scant, kan de kleurtint van de bronafbeelding veranderen als gevolg van
de functie Automatisch kleur aanpassen. Schakel in dat geval het selectievakje Altijd automatisch
kleur aanpassen (Always Execute the Auto Tone) uit.
Monitorgamma (Monitor Gamma)
Als u de gammawaarde van een beeldscherm instelt, kunt u de invoergegevens aanpassen aan de
helderheidskenmerken van het beeldscherm. Pas de waarde aan als de gammawaarde van uw
monitor niet overeenkomt met de standaardwaarde in ScanGear (scannerstuurprogramma) en de
kleuren van de oorspronkelijke afbeelding niet goed worden weergegeven op de monitor.
Klik op Standaard (Defaults) om de gammawaarde terug te zetten op de standaardwaarde (2,20).
Opmerking
Raadpleeg de handleiding van uw monitor voor de gammawaarde. Neem contact op met de
fabrikant als de gammawaarde niet in de handleiding staat vermeld.
Naar boven
Bijlage: handige informatie over scannen
Sivu 597/836
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met andere toepassingssoftware > Bijlage: handige informatie over
scannen
Bijlage: handige informatie over scannen
Het bijsnijdkader (scangebied) aanpassen
Bijsnijdkaders aanpassen
De beste resolutie (Resolution) selecteren
Resolutie (Resolution)
Informatie over bestandsindelingen
Bestandsindelingen
Informatie over kleurafstemming
Kleurafstemming (Color Matching)
De kleuren van het document en de monitor op elkaar afstemmen
Zie Monitorgamma (Monitor Gamma) in het volgende onderwerp.
Tabblad Kleurinstellingen (Color Settings)
Naar boven
Bijsnijdkaders aanpassen
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met andere toepassingssoftware > Bijlage: Handige informatie over
scannen > Bijsnijdkaders aanpassen
Bijsnijdkaders aanpassen
U kunt het scangebied opgeven door een bijsnijdkader te maken op de afbeelding die wordt
weergegeven in het voorbeeldgebied. Wanneer u op de knop Scannen (Scan) klikt, wordt alleen het
gedeelte binnen het bijsnijdkader gescand en doorgestuurd naar de toepassing.
U kunt ook twee of meer bijsnijdkaders opgeven. Wanneer u op Scannen (Scan) klikt, worden alle
bijsnijdkaders gescand.(Het scannen wordt herhaald voor elk bijsnijdkader.)
Belangrijk
Als u in de Geavanceerde modus (Advanced Mode) van ScanGear de optie Multi-bijsnijden (MultiCrop) hebt gebruikt, kunt u geen bijsnijdkaders meer opgeven.
Soorten bijsnijdkaders
(1) Bijsnijdkader met focus (Focus Cropping Frame) (bewegende dikke stippellijnen)
De instellingen in Basismodus (Basic Mode) of Geavanceerde modus (Advanced Mode) worden
toegepast.
(2) Geselecteerd bijsnijdkader (Selected Cropping Frame) (stilstaande dikke stippellijnen)
De instellingen worden gelijktijdig toegepast op het Bijsnijdkader met focus (Focus Cropping Frame) en
het Geselecteerd bijsnijdkader (Selected Cropping Frame). U kunt meerdere bijsnijdkaders selecteren
door de Ctrl-toets ingedrukt te houden terwijl u ze selecteert.
(3) Niet-geselecteerd bijsnijdkader (Unselected Cropping Frame) (stilstaande dunne stippellijnen)
De instellingen worden niet toegepast.
Oorspronkelijk bijsnijdkader (Initial Cropping Frame)
Er wordt automatisch een bijsnijdkader (bijsnijdkader met focus (Focus Cropping Frame)) rondom de
voorbeeldafbeelding weergegeven op basis van het documentformaat. U kunt het bijsnijdkader ook
opgeven door de muis in het voorbeeldgebied te slepen.
Een bijsnijdkader aanpassen
De cursor verandert in een
wanneer deze boven een bijsnijdkader wordt geplaatst. Als u nu
op de muisknop klikt en de muisaanwijzer in de richting van de pijl sleept, wordt het bijsnijdkader
dienovereenkomstig vergroot of verkleind.
wanneer deze binnen een bijsnijdkader wordt geplaatst.Klik op de
De cursor verandert in een
muisknop en sleep de muis om het hele bijsnijdkader te verplaatsen.
Sivu 598/836
Bijsnijdkaders aanpassen
Sivu 599/836
U kunt een bijsnijdkader 90 graden roteren door te klikken op
(Lengte-breedteverhouding schakelen
(Switch Aspect Ratio).
(Lengte-/breedteverhouding schakelen (Switch Aspect ratio)) is echter niet
beschikbaar wanneer Uitvoerformaat (Output Size) is ingesteld op Aanpasbaar (Flexible).
In de Geavanceerde modus (Advanced Mode) kunt u de grootte van het bijsnijdkader opgeven door
waarden in te voeren bij
Settings).
(Breedte (Width)) en
(Hoogte (Height)) in Instellingen voor invoer (Input
Opmerking
Bijsnijdkaders worden standaard ingesteld op basis van het documentformaat (Automatisch
uitsnijden (Auto Crop)). Zie Bijsnijdkader in voorbeeldafbeeldingen (Cropping Frame on Previewed
Images) in ' Tabblad Voorbeeld (Preview) ' (Dialoogvenster Voorkeuren (Preferences). voor meer
informatie.
Meerdere bijsnijdkaders maken
Klik en sleep de muisaanwijzer buiten de grenzen van het bestaande bijsnijdkader om een nieuw
bijsnijdkader in het voorbeeldgebied te maken. Het nieuwe bijsnijdkader wordt het bijsnijdkader met
focus (Focus Cropping Frame) en het eerste bijsnijdkader wordt het niet-geselecteerde bijsnijdkader
(Unselected Cropping Frame).
U kunt meerdere bijsnijdkaders maken en op elk daarvan verschillende scaninstellingen toepassen.
U kunt meerdere bijsnijdkaders selecteren door de Ctrl-toets ingedrukt te houden terwijl u ze selecteert.
Als u meerdere bijsnijdkaders selecteert en de instellingen op het tabblad aan de rechterkant van
ScanGear (scannerstuurprogramma) wijzigt, worden deze instellingen op alle geselecteerde
bijsnijdkaders toegepast.
Wanneer u een nieuw bijsnijdkader maakt, behoudt het kader de kenmerken van het laatste
bijsnijdkader.
Opmerking
U kunt maximaal 10 bijsnijdkaders maken.
Het scannen duurt langer dan gebruikelijk wanneer er meerdere bijsnijdkaders zijn geselecteerd.
Bijsnijdkaders verwijderen
U verwijdert een bijsnijdkader door het kader te selecteren en te klikken op
(Bijsnijdkader
verwijderen (Remove Cropping Frame)) op de werkbalk. U kunt ook op de toets Delete drukken.
Als er meerdere bijsnijdkaders zijn, worden alle geselecteerde bijsnijdkaders (Bijsnijdkader met focus
(Focus Cropping Frame) en Geselecteerd bijsnijdkader (Selected Cropping Frame) gelijktijdig
verwijderd.
Naar boven
Resolutie (Resolution)
Sivu 600/836
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met andere toepassingssoftware > Bijlage: handige informatie over
scannen > Resolutie (Resolution)
Resolutie (Resolution)
Wat is resolutie?
De gegevens in de door u gescande afbeelding zijn een verzameling puntjes die informatie over
helderheid en kleur bevatten. De dichtheid van deze puntjes wordt 'resolutie' genoemd. De resolutie
bepaalt hoeveel details de afbeelding bevat. De resolutie wordt uitgedrukt in het aantal puntjes per inch
(dpi). Dpi is het aantal puntjes per vierkante inch (2,54 vierkante cm).
Hoe hoger de resolutie (waarde), des te gedetailleerder de afbeelding. Hoe lager de resolutie (waarde),
des te minder details in de afbeelding.
De resolutie instellen in MP Navigator EX
In MP Navigator EX kunt u de resolutie instellen met de optie Scanresolutie (Scanning Resolution) in het
dialoogvenster Scan-instellingen (Scan Settings).
Afbeeldingen die worden afgedrukt
Afbeeldingen die worden afgedrukt, moeten worden gescand met een resolutie die overeenkomt met de
resolutie van de printer.
Als u bijvoorbeeld wilt afdrukken op een 600 dpi zwart-wit printer, stelt u de resolutie in op 600 dpi.
Als u een kleurenprinter gebruikt kunt u de resolutie instellen op de helft van de resolutie van de printer.
Als u bijvoorbeeld gescand papier of foto's wilt afdrukken op een 600 dpi kleurenprinter, stelt u de
resolutie in op 300 dpi. Het afdrukken duurt echter langer dan gewoonlijk als u op een printer met een
hoge resolutie de helft van de resolutie instelt voor het afdrukken.
Voorbeeld van de juiste resolutie bij afdrukken op schaal
Wanneer u een document zowel verticaal als horizontaal tweemaal zo groot afdrukt, wordt de resolutie
van het document gehalveerd. Als de resolutie van het oorspronkelijke document 300 dpi is, is de
resolutie van het vergrote document 150 dpi. Als u het document afdrukt op een 600 dpi kleurenprinter, is
het gebrek aan details duidelijk zichtbaar. In dat geval wordt, zelfs wanneer u het document tweemaal zo
groot afdrukt, de resolutie 300 dpi gebruikt wanneer u scant met een Scanresolutie (Scanning
Resolution) van 600 dpi en kunt u het document met voldoende kwaliteit afdrukken. Omgekeerd is het zo
dat als u een document op de helft van de grootte wilt afdrukken, het voldoende moet zijn om te scannen
met de helft van de resolutie.
Kleurenfoto's tweemaal zo groot afdrukken
Documentresolutie: 300
dpi
Scanresolutie: 600 dpi
Schaal: 200%
Afdrukken op dubbel formaat
Scanresolutie/werkelijke scanresolutie: 600
dpi
Afdrukresolutie: 300 dpi
De resolutie instellen in ScanGear (scannerstuurprogramma)
In ScanGear kunt u de resolutie opgeven bij Uitvoerresolutie (Output Resolution) in Instellingen voor
uitvoer (Output Settings) op het tabblad Geavanceerde modus (Advanced Mode).
Resolutie (Resolution)
Sivu 601/836
Voorbeeld van de juiste resolutie bij afdrukken op schaal
De scanresolutie wordt automatisch ingesteld, zodat de waarde die bij Uitvoerresolutie (Output
Resolution) is ingesteld als resolutie van de gescande afbeelding wordt gebruikt. Als u de
Uitvoerresolutie (Output Resolution) instelt op 300 dpi en op dubbele grootte scant, dan wordt het
document automatisch gescand op 600 dpi en zal de resolutie van de gescande afbeelding 300 dpi zijn.
U kunt het document met voldoende kwaliteit afdrukken op een 600 dpi kleurenprinter.
Foto's op L-formaat (8,9 cm x 12,7 cm) tweemaal zo groot afdrukken
Documentresolutie: 300
dpi
Uitvoerresolutie (Output
resolution): 300 dpi
Schaal: 200%
Scannen op dubbel
formaat
Werkelijke
scanresolutie: 600 dpi
Afbeeldingsresolutie/afdrukresolutie (Image
resolution/printing resolution): 300 dpi
Correcte resolutie-instellingen
Stel de resolutie in die hoort bij het gebruik van de gescande afbeelding.
Voor weergave op een beeldscherm: 150 dpi
Voor afdrukken: 300 dpi
Wanneer het Uitvoerformaat (Output Size) is ingesteld op Aanpasbaar (Flexible) in de Geavanceerde
modus van ScanGear (Bron selecteren (Select Source) is Plaat (Platen) en de schaal is 100%):
Document
Gebruik (Use)
Kleurenmodus (Color Mode)
Uitvoerresolutie
(Output Resolution)
Kleurenfoto (Color
photo)
Kopiëren
(Afdrukken)
Kleur (Color)
300 dpi
Een briefkaart maken
Kleur (Color)
300 dpi
Op een computer
opslaan
Kleur (Color)
75 dpi - 300 dpi
Op een website
gebruiken of toevoegen
aan een e-mail
Kleur (Color)
75 dpi - 150 dpi
Op een computer
opslaan
Grijswaarden (Grayscale)
75 dpi - 300 dpi
Op een website
gebruiken of toevoegen
aan een e-mail
Grijswaarden (Grayscale)
75 dpi - 300 dpi
Kopiëren
Kleur (Color), Grijswaarden
(Grayscale) of Zwart-wit (Black
and White)
300 dpi
Toevoegen aan e-mail
Kleur (Color), Grijswaarden
(Grayscale) of Zwart-wit (Black
and White)
300 dpi
Zwart-wit foto
Tekstdocument
Opmerking
Hoewel u de Uitvoerresolutie (Output Resolution) in ScanGear (scannerstuurprogramma) kunt
wijzigen, kunt u het beste scannen met de standaardwaarde.
Als u de resolutie verdubbelt, wordt het bestand viermaal zo groot. Als het bestand te groot is,
vermindert de uitvoersnelheid aanzienlijk en kan er bijvoorbeeld een gebrek aan geheugen
ontstaan. Stel minimaal de resolutie in die hoort bij het gebruik van de gescande afbeelding.
Naar boven
Bestandsindelingen
Sivu 602/836
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met andere toepassingssoftware > Bijlage: Handige informatie over
scannen > Bestandsindelingen
Bestandsindelingen
Bij het opslaan van gescande afbeeldingen kunt u een bestandsindeling kiezen. Geef de meest
geschikte indeling op, in overeenstemming met het gebruik van de afbeelding in een bepaalde
toepassing.
De beschikbare bestandsindelingen zijn afhankelijk van de toepassing en de computer (Windows of
Macintosh).
Zie hieronder voor de eigenschappen van iedere indeling voor afbeeldingsbestanden.
BMP (standaardbestandsextensie: .bmp)
Een standaardbestandsindeling van Windows.
BMP wordt vaak geselecteerd voor afbeeldingen die alleen in Windows worden gebruikt.
JPEG (standaardbestandsextensie: .jpg)
Een bestandsindeling die vaak wordt gebruikt op websites en voor digitale camera's.
JPEG beschikt over een hoge compressiegraad. De kwaliteit van JPEG-afbeeldingen neemt echter
enigszins af elke keer wanneer de afbeelding opnieuw wordt opgeslagen. De oorspronkelijke kwaliteit
kan dan niet meer worden hersteld.
JPEG is niet beschikbaar voor zwart-wit afbeeldingen.
Exif (standaardbestandsextensie: .jpeg)
Een bestandsindeling die door veel digitale camera's wordt ondersteund.
Met deze indeling worden ook gegevens zoals de opnamedatum, het cameramodel, de sluitertijd, de
opnamemodus en opmerkingen opgeslagen in de JPEG-bestanden.
De versie van de bestandsindeling moet Exif 2.2 of hoger zijn voor afdrukken op een printer die
compatibel is met Direct Print.
TIFF (standaardbestandsextensie: .tif)
Een bestandsindeling met een relatief hoge mate van compatibiliteit tussen verschillende computers en
toepassingen.(Sommige TIFF-bestanden zijn niet compatibel.) TIFF is geschikt voor het bewerken van
opgeslagen afbeeldingen.
Opmerking
MP Navigator EX ondersteunt de volgende TIFF-bestandsindelingen.
- Binair zwart-wit zonder compressie
- RGB (8 bits per kanaal) zonder compressie
- YCC (8 bits per onderdeel) zonder compressie
- Grijswaarden (Grayscale)
PDF (standaardbestandsextensie: .pdf)
Een bestandsindeling die is ontwikkeld door Adobe Systems.Deze indeling is geschikt voor diverse
computers en besturingssystemen. PDF-bestanden kunnen daardoor worden uitgewisseld tussen
personen met verschillende besturingssystemen, lettertypen, enzovoort, ongeacht de verschillen.
Opmerking
Alleen PDF-bestanden die met MP Navigator EX zijn gemaakt, worden ondersteund.PDFbestanden die met andere toepassingen zijn gemaakt of bewerkt worden niet ondersteund.
Naar boven
Kleurafstemming (Color Matching)
Sivu 603/836
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Scannen met andere toepassingssoftware > Bijlage: Handige informatie over
scannen > Kleurafstemming
Kleurafstemming (Color Matching)
Met kleurafstemming (Color Matching) worden apparaten aangepast (zie onderstaande afbeelding) om
ervoor te zorgen dat de kleuren van een afbeelding op een beeldscherm of een gedrukte afbeelding
overeenkomen met de kleuren van het originele document.
Voorbeeld: sRGB is geselecteerd als uitvoerprofiel (doel)
Invoerprofiel (Bron)
Scanner
ScanGear (scannerstuurprogramma)
Uitvoerprofiel (Doel)
sRGB
Besturingssysteem
Toepassing
Toepassing
Printerstuurprogramma
Monitor
Printer
ScanGear (scannerstuurprogramma) converteert de kleurruimte van de afbeelding van de kleurruimte
van de scanner naar sRGB.
Wanneer de afbeelding wordt weergegeven op een monitor, wordt de kleurruimte van de afbeelding op
basis van de monitorinstellingen van het besturingssysteem en de instellingen voor de werkruimte van
de toepassing geconverteerd van sRGB naar de kleurruimte van de monitor.
Wanneer de afbeelding wordt afgedrukt, wordt de kleurruimte van de afbeelding op basis van de
afdrukinstellingen van de toepassing en de instellingen van het printerstuurprogramma geconverteerd
van sRGB naar de kleurruimte van de printer.
Naar boven
Andere scanmethoden
Sivu 604/836
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Andere scanmethoden
Andere scanmethoden
Scannen met het WIA-stuurprogramma
Scannen met behulp van het bedieningspaneel (alleen Windows XP)
Naar boven
Scannen met WIA-stuurprogramma
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Overige scanmethoden > Scannen met WIA-stuurprogramma
Scannen met WIA-stuurprogramma
U kunt een afbeelding scannen vanuit een toepassing die compatibel is met WIA en de afbeelding in die
toepassing gebruiken.
De procedure varieert, afhankelijk van de toepassing.De volgende procedures dienen alleen als
voorbeeld.
Meer informatie vindt u in de handleiding van de toepassing.
Belangrijk
In Windows 2000 kunt u niet scannen met het WIA-stuurprogramma.
Scannen met WIA-stuurprogramma 2.0
Hieronder wordt een voorbeeld gegeven van scannen met Windows Fotogalerie.
1. Plaats het document op de glasplaat.
Documenten plaatsen
2. Klik bij Bestand (File) op Van scanner of camera... (From Scanner or Camera...) en
dubbelklik op WIA Canon (modelnaam) (WIA Canon (model name)).
Het scherm met scaninstellingen wordt geopend.
3. Geef de instellingen op.
Scanner
De momenteel ingestelde productnaam wordt weergegeven. Als u de scanner wilt wijzigen, klikt
u op Wijzigen... (Change...) en selecteert u het product dat u wilt gebruiken.
Profiel (Profile)
Selecteer de standaardwaarde, Foto (Photo), of Documenten (Documents), afhankelijk van het
document dat u wilt scannen. Als u een nieuw Profiel (Profile) wilt opslaan, selecteert u Profiel
toevoegen... (Add profile...). U kunt de details opgeven in het dialoogvenster Nieuw profiel
toevoegen (Add New Profile).
Bron (Source)
Selecteer een scantype.
Papierformaat (Paper Size)
Deze instelling is niet beschikbaar voor dit apparaat.
Kleurindeling (Color format)
Selecteer hoe u het document wilt scannen.
Bestandstype (File type)
Sivu 605/836
Scannen met WIA-stuurprogramma
Selecteer een bestandstype uit JPEG, BMP, PNG en TIFF.
Resolutie (Resolution)
Geef de resolutie op. Geef een waarde op tussen 50 en 600 dpi. 300 dpi is standaard ingesteld.
Resolutie (Resolution)
Helderheid (Brightness)
Pas de helderheid aan met de schuifknop.Sleep de schuifknop naar links om de afbeelding
donkerder te maken en naar rechts om de afbeelding lichter te maken. U kunt ook een waarde
invoeren (-100 tot 100).
Contrast
Pas het contrast aan met de schuifknop. Als u de schuifknop naar links verplaatst wordt het
contrast van de afbeelding lager, waardoor de afbeelding zachter wordt. Als u de schuifknop naar
rechts verplaatst wordt het contrast van de afbeelding groter, waardoor de afbeelding scherper
wordt. U kunt ook een waarde invoeren (-100 tot 100).
Afbeeldingen als voorbeeld weergeven of afbeeldingen scannen als afzonderlijke bestanden
(Preview or scan images as separate files)
Schakel dit selectievakje in wanneer u meerdere afbeeldingen als afzonderlijke bestanden wilt
bekijken (in een voorbeeld) of scannen.
Meer informatie over het scannen van een afbeelding (See how to scan a picture)
Klik hierop om Windows Help en ondersteuning te openen.
4. Klik op Voorbeeld (Preview) om een voorbeeld van de afbeelding te bekijken.
De afbeelding wordt aan de rechterkant weergegeven.
5. Klik op Scannen (Scan).
Wanneer het scannen is voltooid, verschijnt de gescande afbeelding in de toepassing.
Scannen met WIA-stuurprogramma 1.0
Hieronder wordt een voorbeeld gegeven van scannen met Paint.
1. Plaats het document op de glasplaat.
Documenten plaatsen
2. Klik bij Bestand (File) op Van scanner of camera... (From Scanner or Camera...).
(Selecteer de opdracht om een document naar de toepassing te scannen.)
3. Selecteer een afbeeldingstype dat overeenkomt met het document dat u wilt
scannen.
Opmerking
Als u wilt scannen met de waarden die zijn ingesteld bij De kwaliteit van de gescande foto
aanpassen (Adjust the quality of the scanned picture), selecteert u Aangepaste instellingen
(Custom Settings).
4. Klik op De kwaliteit van de gescande foto aanpassen (Adjust the quality of the
scanned picture) en stel de gewenste voorkeuren in.
Sivu 606/836
Scannen met WIA-stuurprogramma
Sivu 607/836
Helderheid (Brightness)
Pas de helderheid aan met de schuifknop. Sleep de schuifknop naar links om de afbeelding
donkerder te maken en naar rechts om de afbeelding lichter te maken. U kunt ook een waarde
invoeren (-127 tot 127).
Contrast
Pas het contrast aan met de schuifknop. Als u de schuifknop naar links verplaatst wordt het
contrast van de afbeelding lager, waardoor de afbeelding zachter wordt. Als u de schuifknop naar
rechts verplaatst wordt het contrast van de afbeelding groter, waardoor de afbeelding scherper
wordt. U kunt ook een waarde invoeren (-127 tot 127).
Resolutie (Resolution)
Geef de resolutie op. Geef een waarde op tussen 50 en 600 dpi.
Resolutie (Resolution)
Type afbeelding (Picture type)
Selecteer het gewenste type scan voor uw document.
Herstellen (Reset)
Klik hierop om terug te gaan naar de oorspronkelijke instellingen.
5. Klik op Scannen (Scan).
Wanneer het scannen is voltooid, verschijnt de gescande afbeelding in de toepassing.
Naar boven
Scannen via het Configuratiescherm (alleen Windows XP)
Uitgebreide Handleiding > Scannen > Andere scanmethoden > Scannen via het Configuratiescherm (alleen Windows XP)
Scannen via het Configuratiescherm (alleen Windows XP)
U kunt afbeeldingen scannen via het Configuratiescherm van Windows XP met het WIAstuurprogramma.
WIA (Windows Imaging Acquisition) is een stuurprogrammamodel dat onderdeel is van Windows XP.
Hiermee kunt u documenten scannen zonder een toepassing te gebruiken. Scan documenten vanuit
een toepassing die compatibel is met TWAIN om geavanceerde instellingen voor het scannen op te
geven.
1. Klik op Starten en selecteer Configuratiescherm (Control Panel).
2. Klik op Printers en andere hardware (Printers and Other Hardware), Scanners en
camera's (Scanners and Cameras) en dubbelklik vervolgens op WIA Canon
(modelnaam)(WIA Canon (model name)).
Het dialoogvenster Wizard Scanner en camera (Scanner and Camera Wizard) verschijnt.
3. Klik op Volgende (Next).
4. Selecteer bij Type afbeelding (Picture type) het type document dat u wilt scannen.
Opmerking
Selecteer Aangepast (Custom) om te scannen met de waarden die eerder zijn ingesteld bij
Aangepaste instellingen (Custom settings).
5. Klik op Aangepaste instellingen (Custom settings) en stel de gewenste voorkeuren
in.
Helderheid (Brightness)
Pas de helderheid aan met de schuifknop. Sleep de schuifknop naar links om de afbeelding
Sivu 608/836
Scannen via het Configuratiescherm (alleen Windows XP)
Sivu 609/836
donkerder te maken en naar rechts om de afbeelding lichter te maken. U kunt ook een waarde
invoeren (-127 tot 127).
Contrast
Pas het contrast aan met de schuifknop. Als u de schuifknop naar links verplaatst wordt het
contrast van de afbeelding lager, waardoor de afbeelding zachter wordt. Als u de schuifknop naar
rechts verplaatst wordt het contrast van de afbeelding groter, waardoor de afbeelding scherper
wordt. U kunt ook een waarde invoeren (-127 tot 127).
Resolutie (Resolution)
Geef de resolutie op. Geef een waarde op tussen 50 en 600 dpi.
Resolutie (Resolution)
Type afbeelding (Picture type)
Selecteer het gewenste type scan voor uw document.
Herstellen (Reset)
Klik hierop om terug te gaan naar de oorspronkelijke instellingen.
6. Klik op Voorbeeld (Preview) om een voorbeeld van de afbeelding te bekijken.
De afbeelding wordt aan de rechterkant weergegeven. Sleep
om het scangebied op te geven.
7. Klik op Volgende (Next) en volg de instructies.
Naar boven
Afdrukken op dvd's/cd's
Sivu 610/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken op dvd's/cd's
Afdrukken op dvd's/cd's
Afdrukken op de labelzijde van dvd's/cd's
Probleemoplossing
Naar boven
Afdrukken op de labelzijde van dvd's/cd's
Sivu 611/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken op dvd's/cd's > Afdrukken op de labelzijde van dvd's/cd's
Afdrukken op de labelzijde van dvd's/cd's
Voorbereidingen
Waarschuwingen voor het bedrukken van dvd's/cd's
De cd-r-lade bevestigen/verwijderen
Afdrukken op de labelzijde van dvd's/cd's
Vanaf een dvd-/cd-label afdrukken
Van fotogegevens afdrukken
Afdrukken van afgedrukte foto’s
Afdrukken vanaf een film (MP980 series)
Met CD-LabelPrint afdrukken vanaf de computer
Afdrukken vanaf een PictBridge-compatibel apparaat
Afdrukgebied
Naar boven
Voorbereidingen
Sivu 612/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken op dvd's/cd's > Afdrukken op de labelzijde van dvd's/cd's > Voorbereidingen
Voorbereidingen
Voor het bedrukken van dvd's of cd's hebt u het volgende nodig:
Cd-r-lade
Op de bovenzijde staat een "G".
Cd-r-adapter voor 8 cm
Alleen nodig bij het bedrukken van dvd's en cd's van 8 cm.
Bij verzending bevestigd aan de cd-r-lade.
Belangrijk
U kunt niet afdrukken op dvd's/cd's van 8 cm (3 inch) in de kopieermodus, in de
geheugenkaartmodus of vanaf een PictBridge compatibel apparaat. Afdrukken op dvd's/cd's
van 8 cm (3 inch) is alleen mogelijk vanaf een computer.
Bedrukbare dvd's/cd's
Zorg voor een dvd of cd van 12 cm of 8 cm met een labeloppervlak dat met een inkjetprinter kan
worden bedrukt.
Het verschil tussen een "bedrukbare schijf" en een normale dvd of cd is dat het labeloppervlak een
speciale bewerking heeft ondergaan en daardoor kan worden bedrukt met een inkjetprinter.
Naar boven
Waarschuwingen voor het bedrukken van dvd's/cd's
Sivu 613/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken op dvd's/cd's > Afdrukken op de labelzijde van dvd's/cd's > Waarschuwingen voor
het bedrukken van dvd's/cd's
Waarschuwingen voor het bedrukken van dvd's/cd's
Gebruik alleen de cd-r-lade die bij dit apparaat is geleverd. Op de bovenzijde staat een "G".
Druk niet af op dvd's/cd's die niet geschikt zijn voor inkjetprinters. De inkt droogt niet en de inkt kan
problemen veroorzaken bij de schijf zelf of bij apparaten waarin de schijf wordt geplaatst.
Druk niet af op het opnameoppervlak van dvd's/cd's. Als u dat wel doet, worden de gegevens
onleesbaar die op de dvd's/cd's zijn opgenomen.
Houd dvd's/cd's bij de rand vast. Raak de labelzijde (afdrukoppervlak) en het opnameoppervlak niet
aan.
Verwijder voordat u een dvd of cd in de cd-r-lade plaatst eventueel stof of ander vuil uit de lade.
Wanneer een schijf in een niet-gereinigde cd-r-lade wordt geplaatst, kunnen er krassen op het
opnameoppervlak van de schijf ontstaan.
Laat het afdrukoppervlak na het afdrukken op natuurlijke wijze drogen. Gebruik geen haardroger of
direct zonlicht om de inkt te drogen. Raak het bedrukte oppervlak pas aan als de inkt helemaal
droog is.
Bevestig de cd-r-lade niet als het apparaat in bedrijf is.
Verwijder de cd-r-lade niet terwijl een dvd of cd wordt bedrukt. Hierdoor kan het apparaat, de cd-rlade of de schijf beschadigd raken.
Zorg ervoor dat de reflectoren van de cd-r-lade schoon blijven en dat er geen krassen op komen.
Anders is het mogelijk dat de dvd of cd niet wordt herkend wanneer de schijf wordt geladen of dat de
afgedrukte gegevens niet goed worden uitgelijnd. Als de reflectoren op de cd-r-lade vuil worden,
veegt u de reflectoren voorzichtig met een zachte, droge doek schoon zodat er geen krassen op de
reflecteren komen.
De cd-r-lade kan vuil worden bij gebruik van andere software dan CD-LabelPrint of Easy-PhotoPrint
EX.
Gebruik altijd de cd-r-adapter voor 8 cm voor het bedrukken van dvd's of cd's van 8 cm.
Sluit altijd de binnenklep nadat u een dvd of cd hebt bedrukt.
Naar boven
De cd-r-lade bevestigen/verwijderen
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken op dvd's/cd's > Afdrukken op de gelabelde kant van dvd's/cd's > De cd-r-lade
bevestigen/verwijderen
De cd-r-lade bevestigen/verwijderen
De weergave kan afwijken, afhankelijk van het apparaat dat u gebruikt.
De cd-r-lade bevestigen
1.
Open de papieruitvoerlade (A) en open de binnenklep (B).
2.
Plaats de dvd/cd.
Belangrijk
Controleer of er geen vuil op de cd-r-lade zit voordat u de dvd/cd op de Cd-r-lade plaatst.
Raak het te bedrukken oppervlak van de schijf en de reflectoren (C) op de cd-r-lade niet
aan wanneer u de dvd/cd in de cd-r-lade plaatst.
Bevestig de meegeleverde cd-r-adapter (8 cm) wanneer u een dvd of cd van 8 cm gaat
bedrukken. Als u dit niet doet, is de afdrukkwaliteit niet optimaal of kan de dvd/cd
beschadigd raken.
Dvd's/cd's van 12 cm:
1. Plaats de schijf in de cd-r-lade met het te bedrukken oppervlak naar boven.
Raak de reflectoren niet aan (C).
Dvd's/cd's van 8 cm:
1. Zorg ervoor dat de nokjes aan beide zijden van de cd-r-adapter voor 8 cm
samenvallen met de uitsparingen in de cd-r-lade.
Sivu 614/836
De cd-r-lade bevestigen/verwijderen
Sivu 615/836
2. Plaats de schijf van 8 cm in de cd-r-lade met het te bedrukken oppervlak naar
boven.
3.
Plaats de cd-r-lade.
Belangrijk
Bevestig de cd-r-lade pas als het bericht wordt weergegeven waarin u wordt gevraagd
de dvd/cd te plaatsen. Anders kan het apparaat beschadigd raken.
Opmerking
De cd-r-lade kan worden uitgeworpen nadat een bepaalde periode is verstreken. Als dit
gebeurt, volgt u de aanwijzingen op het scherm om de cd-r-lade te plaatsen.
4.
Houd de cd-r-lade recht terwijl u deze plaatst. Schuif de cd-r-lade door totdat de pijl (
op de binnenklep bijna samenvalt met de pijl (
) op de cd-r-lade.
(D) Houd de cd-r-lade horizontaal wanneer u de lade plaatst.
(E) Breng de pijl (
) op de cd-r-lade op één lijn met de pijl (
) op de binnenklep.
Belangrijk
Schuif de cd-r-lade niet voorbij de pijl (
De cd-r-lade verwijderen
) op de binnenklep.
)
De cd-r-lade bevestigen/verwijderen
1.
Trek de cd-r-lade naar buiten.
2.
Sluit de binnenklep.
Belangrijk
Als de binnenklep open is, kunt u niet afdrukken omdat het papier dan niet juist wordt
ingevoerd. Controleer of de binnenklep is gesloten.
3.
Verwijder de dvd/cd.
Let op
Raak het bedrukte oppervlak van de schijf niet aan wanneer u deze uit de cd-r-lade
verwijdert.
Opmerking
Laat het bedrukte oppervlak lang genoeg drogen voordat u de schijf verwijdert. Als u op
de cd-r-lade of op de transparante delen van de binnen- of buitenrand van de dvd of cd
afdrukresten ziet, laat u het bedrukte oppervlak drogen en veegt u vervolgens de
afdrukresten weg.
Dvd's/cd's van 12 cm:
1. Verwijder de schijf uit de cd-r-lade.
Dvd's/cd's van 8 cm:
1. Verwijder de cd-r-adapter voor 8 cm uit de cd-r-lade.
Sivu 616/836
De cd-r-lade bevestigen/verwijderen
Sivu 617/836
2. Verwijder de schijf van 8 cm uit de cd-r-lade.
Naar boven
Afdrukken op de gelabelde kant van dvd's/cd's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken op dvd's/cd's > Afdrukken op de labelzijde van dvd's/cd's > Afdrukken op de
labelzijde van dvd's/cd's
Afdrukken op de gelabelde kant van dvd's/cd's
Met de meegeleverde cd-r-lade kunt u afbeeldingen afdrukken op bedrukbare dvd's en cd's.
In dit gedeelte wordt beschreven hoe u gescande foto's of afbeeldingen afdrukt op bedrukbare
dvd's of cd's.
Opmerking
U wordt aangeraden eerst een proefafdruk te maken op een bedrukbare dvd/cd die u niet
nodig hebt.
Afdrukken op dvd's/cd's
Kies een van onderstaande methoden, afhankelijk van uw doel.
Afdrukken op een dvd-/cd-label
U kunt de labelzijde van de dvd/cd op een bedrukbare dvd/cd afdrukken door het label op
de glasplaat te plaatsen.
Vanaf een dvd-/cd-label afdrukken
Een foto die is opgeslagen op een geheugenkaart afdrukken op een
bedrukbare dvd/cd
U kunt een foto die is opgeslagen op een geheugenkaart afdrukken op een bedrukbare
dvd/cd door de geheugenkaart in de kaartsleuf te plaatsen.
Van fotogegevens afdrukken
Een gedrukte foto afdrukken op een dvd/cd-label
U kunt een gedrukte foto afdrukken op een bedrukbare dvd/cd door de foto op de
glasplaat te plaatsen.
Afdrukken van afgedrukte foto's
Een film afdrukken op een dvd/cd-label
U kunt een afbeelding op een film (35 mm negatief/positief (rolletje/dia)) afdrukken op
een dvd/cd door de film op de glasplaat te plaatsen.
Afdrukken vanaf een film (MP980 series)
Een dvd/cd-label afdrukken met de meegeleverde toepassing
CD-LabelPrint is gebundelde software waarmee u gegevens kunt bewerken en wijzigen
voordat u gaat afdrukken. Installeer de software op de computer als u deze wilt
gebruiken.
Met CD-LabelPrint afdrukken vanaf de computer
Het afdrukgebied aanpassen
Als de afbeelding niet in het bedoelde gebied is afgedrukt, volgt u de onderstaande stappen
om het afdrukgebied aan te passen.
1.
Zorg dat het apparaat is ingeschakeld.
2.
Selecteer
3.
Selecteer
4.
Selecteer Afdrukinstellingen (Print Settings) en druk op OK.
Instellingen (Settings) op het scherm HOME en druk op OK.
Apparaatinstellingen (Device settings) en druk op OK.
Sivu 618/836
Afdrukken op de gelabelde kant van dvd's/cd's
Sivu 619/836
5.
Selecteer DVD/CD-afdrukgeb. aanp. (DVD/CD print area adjust) en druk op OK.
6.
Selecteer met
of
Rechts/links (Right/left) of Onder/boven (Top/bottom) en pas
het afdrukgedeelte aan met
of
.
U kunt het afdrukgebied aanpassen per 0,1 mm, van -0,9 mm tot +0,9 mm.
7.
Druk op de knop OK.
Naar boven
Vanaf een dvd-/cd-label afdrukken
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken op dvd's/cd's > Afdrukken op de labelzijde van dvd's/cd's > Vanaf een dvd-/cdlabel afdrukken
Vanaf een dvd-/cd-label afdrukken
Kopieer het label van een bestaande dvd of cd en druk de kopie af op een bedrukbare dvd of cd.
Belangrijk
U kunt geen afdrukken maken op dvd's en cd's van 8 cm.
Opmerking
Pas de afdrukpositie aan wanneer de afdruk niet correct is. Zie Het afdrukgebied aanpassen voor
meer informatie over het aanpassen van de afdrukpositie.
1. Zorg dat het apparaat is ingeschakeld.
2. Selecteer
DVD/CD-labelafdr. (DVD/CD label print) in het scherm HOME en
druk daarna op OK.
3. Selecteer
Van DVD/CD-label (From DVD/CD label) en druk op OK.
Het scherm voor het instellen van het afdrukgebied wordt weergegeven.
4. Gebruik de knop
of
om Buitenste cirk (Outer circle) of Binnenste cirk (Inner
of
om het afdrukgebied te wijzigen.
circle) te selecteren en gebruik de knop
5. Druk op de knop OK.
Opmerking
Meet de buiten- en binnendiameter van het te bedrukken oppervlak van de bedrukbare dvd of
cd. Zorg ervoor dat u een waarde instelt die kleiner is dan de gemeten buitendiameter en een
waarde die groter is dan de gemeten binnendiameter.
Voor meer informatie over bedrukbare schijven neemt u contact op met de fabrikant van de
schijven.
6. Gebruik de knop
of
om Aanbevolen DVD/CD (Recommended DVD/CD) of
Andere DVD/CD (Other DVD/CD) te selecteren en druk op OK.
Opmerking
Als het medium de aanbevolen dvd of cd is, geeft u Aanbevolen DVD/CD (Recommended DVD/
CD) op voor de geschikte afdrukdichtheid. Geef in andere gevallen Andere DVD/CD (Other DVD
/CD) op.
7. Plaats de dvd/cd die u wilt kopiëren op de glasplaat en druk vervolgens op de knop
OK.
Belangrijk
Plaats de dvd/cd die u kopieert met de labelzijde naar beneden op het midden van de
glasplaat. Als u de schijf aan de rand van de glasplaat plaatst, is het mogelijk dat een deel van
de afbeelding wordt afgesneden.
8. Controleer de afdrukinstellingen en druk op OK.
Er wordt een bericht over de voorbereiding weergegeven.
Opmerking
Druk op de knop Zwart als u in zwart-wit wilt kopiëren.
Sivu 620/836
Vanaf een dvd-/cd-label afdrukken
Sivu 621/836
Als u de afdrukinstellingen wilt wijzigen, drukt u herhaaldelijk op de knop Terug tot het scherm
voor het te wijzigen item wordt weergegeven. Wijzig daarna de instelling.
Belangrijk
Kijk niet rechtstreeks in de lichtbron tijdens het kopiëren.
9. Plaats de bedrukbare dvd/cd.
Druk op de functieknop aan de linkerzijde om te zien hoe u de bedrukbare dvd/cd moet plaatsen.
10. Druk op de knop Kleur.
Opmerking
Als u in stap 8 op de knop Zwart hebt gedrukt, wordt het kopiëren in zwart-wit gestart, ook al
drukt u op de knop Kleur.
Druk op de knop Stop om het afdrukken te annuleren.
Laat het afdrukoppervlak na het afdrukken op natuurlijke wijze drogen. Gebruik geen
haardroger of direct zonlicht om de inkt te drogen. Raak het bedrukte oppervlak pas aan als de
inkt helemaal droog is.
Naar boven
Van fotogegevens afdrukken
Sivu 622/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken op dvd's/cd's > Afdrukken op de labelzijde van dvd's/cd's > Van fotogegevens
afdrukken
Van fotogegevens afdrukken
Druk een afbeelding die is opgeslagen op een geheugenkaart af op een bedrukbare dvd/cd.
Belangrijk
U kunt geen afdrukken maken op dvd's en cd's van 8 cm.
Opmerking
Pas de afdrukpositie aan wanneer de afdruk niet correct is. Zie Het afdrukgebied aanpassen voor
meer informatie over het aanpassen van de afdrukpositie.
1. Zorg dat het apparaat is ingeschakeld.
2. Selecteer
DVD/CD-labelafdr. (DVD/CD label print) in het scherm HOME en
druk daarna op OK.
3. Selecteer
Vanaf fotogegevens (From photo data) en druk op OK.
4. Bevestig het bericht en plaats daarna de geheugenkaart in de kaartsleuf.
Het scherm voor het instellen van het afdrukgebied wordt weergegeven.
5. Gebruik de knop
of
om Buitenste cirk (Outer circle) of Binnenste cirk (Inner
of
om het afdrukgebied te wijzigen.
circle) te selecteren en gebruik de knop
6. Druk op de knop [OK] (Scannen) .
Opmerking
Meet de buiten- en binnendiameter van het te bedrukken oppervlak van de bedrukbare dvd of
cd. Zorg ervoor dat u een waarde instelt die kleiner is dan de gemeten buitendiameter en een
waarde die groter is dan de gemeten binnendiameter.
Voor meer informatie over bedrukbare schijven neemt u contact op met de fabrikant van de
schijven.
7. Gebruik de knop
of
om Aanbevolen DVD/CD (Recommended DVD/CD) of
Andere DVD/CD (Other DVD/CD) te selecteren en druk op OK.
Opmerking
Als het medium de aanbevolen dvd of cd is, geeft u Aanbevolen DVD/CD (Recommended DVD/
CD) op voor de geschikte afdrukdichtheid. Geef in andere gevallen Andere DVD/CD (Other DVD
/CD) op.
8. Gebruik de knop
of
om de af te drukken foto te selecteren en druk op OK.
9. Bevestig de afbeelding die op de dvd/cd moet worden afgedrukt en druk vervolgens
op OK.
Opmerking
Overige opties
Een bepaald gedeelte afdrukken (Afsnijden)
Foto's zoeken op opnamedatum (Zoeken)
Van fotogegevens afdrukken
Sivu 623/836
10. Controleer de afdrukinstellingen en druk op OK.
Er wordt een bericht over de voorbereiding weergegeven.
Opmerking
Als u de afdrukinstellingen wilt wijzigen, drukt u herhaaldelijk op de knop Terug tot het scherm
voor het te wijzigen item wordt weergegeven. Wijzig daarna de instelling.
11. Plaats de bedrukbare dvd/cd.
Druk op de functieknop aan de linkerzijde om te zien hoe u de bedrukbare dvd/cd moet plaatsen.
12. Druk op de knop Kleur.
Opmerking
Het afdrukken wordt niet gestart als u op de knop (Zwart) drukt.
Druk op de knop Stop om het afdrukken te annuleren.
Laat het afdrukoppervlak na het afdrukken op natuurlijke wijze drogen. Gebruik geen
haardroger of direct zonlicht om de inkt te drogen. Raak het bedrukte oppervlak pas aan als de
inkt helemaal droog is.
Naar boven
Afdrukken van afgedrukte foto's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken op dvd's/cd's > Afdrukken op de labelzijde van dvd's/cd's > Afdrukken van
afgedrukte foto’s
Afdrukken van afgedrukte foto's
Druk een afbeelding van een afgedrukte foto af op een bedrukbare dvd/cd.
Belangrijk
U kunt geen afdrukken maken op dvd's en cd's van 8 cm.
Opmerking
Pas de afdrukpositie aan wanneer de afdruk niet correct is. Zie Het afdrukgebied aanpassen voor
meer informatie over het aanpassen van de afdrukpositie.
1. Zorg dat het apparaat is ingeschakeld.
2. Selecteer
DVD/CD-labelafdr. (DVD/CD label print) in het scherm HOME en
druk daarna op OK.
3. Selecteer
Vanaf afgedr. foto (From printed photo) en druk op OK.
Het scherm voor het instellen van het afdrukgebied wordt weergegeven.
4. Gebruik de knop
of
om Buitenste cirk (Outer circle) of Binnenste cirk (Inner
of
om het afdrukgebied te wijzigen.
circle) te selecteren en gebruik de knop
5. Druk op de knop [OK] (Scannen) .
Opmerking
Meet de buiten- en binnendiameter van het te bedrukken oppervlak van de bedrukbare dvd of
cd. Zorg ervoor dat u een waarde instelt die kleiner is dan de gemeten buitendiameter en een
waarde die groter is dan de gemeten binnendiameter.
Voor meer informatie over bedrukbare schijven neemt u contact op met de fabrikant van de
schijven.
6. Gebruik de knop
of
om Aanbevolen DVD/CD (Recommended DVD/CD) of
Andere DVD/CD (Other DVD/CD) te selecteren en druk op OK.
Opmerking
Als het medium de aanbevolen dvd of cd is, geeft u Aanbevolen DVD/CD (Recommended DVD/
CD) op voor de geschikte afdrukdichtheid. Geef in andere gevallen Andere DVD/CD (Other DVD
/CD) op.
7. Plaats de foto’s op de glasplaat.
Druk op OK om de foto’s te scannen.
Belangrijk
Kijk niet rechtstreeks in de lichtbron tijdens het scannen.
8. Gebruik de knop
of
om de af te drukken foto te selecteren en druk op OK.
Opmerking
Als
wordt weergegeven in het voorbeeldvenster, worden de foto's wellicht niet juist
gescand . Druk op Zwart en herhaal de procedure vanaf stap 7.
Sivu 624/836
Afdrukken van afgedrukte foto's
Sivu 625/836
9. Bevestig de afbeelding die op de dvd/cd moet worden afgedrukt en druk vervolgens
op OK.
Opmerking
Overige opties
'Een bepaald gedeelte afdrukken (Afsnijden)' in Handige weergavefuncties gebruiken
10. Controleer de afdrukinstellingen en druk op OK.
Er wordt een bericht over de voorbereiding weergegeven.
Opmerking
Druk op de knop Zwart als u in zwart-wit wilt kopiëren.
Als u de afdrukinstellingen wilt wijzigen, drukt u herhaaldelijk op de knop Terug tot het scherm
voor het te wijzigen item wordt weergegeven. Wijzig daarna de instelling.
11. Plaats de bedrukbare dvd/cd.
Druk op de functieknop aan de linkerzijde om te zien hoe u de bedrukbare dvd/cd moet plaatsen.
12. Druk op de knop Kleur.
Opmerking
Als u in stap 10 op de knop Zwart hebt gedrukt, wordt het kopiëren in zwart-wit gestart, ook al
drukt u op de knop Kleur.
Druk op de knop Stop om het afdrukken te annuleren.
Laat het afdrukoppervlak na het afdrukken op natuurlijke wijze drogen. Gebruik geen
haardroger of direct zonlicht om de inkt te drogen. Raak het bedrukte oppervlak pas aan als de
inkt helemaal droog is.
Naar boven
Afdrukken vanaf een film (MP980 series)
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken op dvd's/cd's > Afdrukken op de labelzijde van dvd's/cd's > Afdrukken vanaf een
film (MP980 series)
Afdrukken vanaf een film (MP980 series)
Druk een afbeelding op een film (35 mm negatief/positief (rolletje/dia)) af op een bedrukbare dvd/cd.
Belangrijk
U kunt geen afdrukken maken op dvd's en cd's van 8 cm.
Opmerking
Pas de afdrukpositie aan wanneer de afdruk niet correct is. Zie Het afdrukgebied aanpassen voor
meer informatie over het aanpassen van de afdrukpositie.
1. Zorg dat het apparaat is ingeschakeld.
2. Selecteer
DVD/CD-labelafdr. (DVD/CD label print) in het scherm HOME en
druk daarna op OK.
3. Selecteer
Vanaf film (From film) en druk op OK.
Het scherm voor het instellen van het afdrukgebied wordt weergegeven.
4. Gebruik de knop
of
om Buitenste cirk (Outer circle) of Binnenste cirk (Inner
of
om het afdrukgebied te wijzigen.
circle) te selecteren en gebruik de knop
5. Druk op de knop [OK] (Scannen) .
Opmerking
Meet de buiten- en binnendiameter van het te bedrukken oppervlak van de bedrukbare dvd of
cd. Zorg ervoor dat u een waarde instelt die kleiner is dan de gemeten buitendiameter en een
waarde die groter is dan de gemeten binnendiameter.
Voor meer informatie over bedrukbare schijven neemt u contact op met de fabrikant van de
schijven.
6. Gebruik de knop
of
om Aanbevolen DVD/CD (Recommended DVD/CD) of
Andere DVD/CD (Other DVD/CD) te selecteren en druk op OK.
Opmerking
Als het medium de aanbevolen dvd of cd is, geeft u Aanbevolen DVD/CD (Recommended DVD/
CD) op voor de geschikte afdrukdichtheid. Geef in andere gevallen Andere DVD/CD (Other DVD
/CD) op.
7. Selecteer het type film.
Opmerking
U kunt Kleurennegatief film (Color negative film), Z-W negatief (B&W negative film), Positieve
kleurenfilm (Color positive film) of Plaatsen (voor dia's) (Mount (for slides)) selecteren.
8. Plaats de film op de glasplaat.
Druk op de knop Kleur om de film te scannen.
Belangrijk
Kijk niet rechtstreeks in de lichtbron tijdens het scannen.
Sivu 626/836
Afdrukken vanaf een film (MP980 series)
9. Gebruik de knop
of
Sivu 627/836
om de af te drukken foto te selecteren en druk op OK.
Opmerking
Als
wordt weergegeven in het voorbeeldvenster, worden de foto's wellicht niet juist
gescand . Druk op Zwart en herhaal de procedure vanaf stap 8.
10. Bevestig de afbeelding die op de dvd/cd moet worden afgedrukt en druk vervolgens
op OK.
Opmerking
Overige opties
'Een bepaald gedeelte afdrukken (Afsnijden)' in Handige weergavefuncties gebruiken
11. Controleer de afdrukinstellingen en druk op OK.
Er wordt een bericht over de voorbereiding weergegeven.
Opmerking
Druk op de knop Zwart als u in zwart-wit wilt kopiëren.
Als u de afdrukinstellingen wilt wijzigen, drukt u herhaaldelijk op de knop Terug tot het scherm
voor het te wijzigen item wordt weergegeven. Wijzig daarna de instelling.
12. Plaats de bedrukbare dvd/cd.
Druk op de functieknop aan de linkerzijde om te zien hoe u de bedrukbare dvd/cd moet plaatsen.
13. Druk op de knop Kleur.
Opmerking
Als u in stap 11 op de knop Zwart hebt gedrukt, wordt het kopiëren in zwart-wit gestart, ook al
drukt u op de knop Kleur.
Druk op de knop Stop om het afdrukken te annuleren.
Laat het afdrukoppervlak na het afdrukken op natuurlijke wijze drogen. Gebruik geen
haardroger of direct zonlicht om de inkt te drogen. Raak het bedrukte oppervlak pas aan als de
inkt helemaal droog is.
Naar boven
Met CD-LabelPrint afdrukken vanaf de computer
Sivu 628/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken op dvd's/cd's > Afdrukken op de gelabelde kant van dvd's/cd's > Met CD-LabelPrint
afdrukken vanaf de computer
Met CD-LabelPrint afdrukken vanaf de computer
CD-LabelPrint is gebundelde software waarmee u gegevens kunt bewerken en wijzigen voordat u
gaat afdrukken. Installeer de software op de computer als u deze wilt gebruiken. Raadpleeg de
installatiehandleiding voor meer informatie over het installeren van deze software.
Raadpleeg de handleiding van CD-LabelPrint voor informatie over afdrukken met CDLabelPrint.
Als u Windows gebruikt, klikt u op Start > Alle programma's (All Programs) (of Programma's
(Programs) in Windows 2000) > CD-LabelPrint > Help.
Als u Macintosh gebruikt, opent u de map Programma's (Application) op de locatie waar de MP
Drivers zijn geïnstalleerd > de map CD-LabelPrint > de map Handleiding (Manual) > dubbelklik
op Handleiding.htm (Manual.htm).
Naar boven
Afdrukken vanaf een PictBridge-compatibel apparaat
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken op dvd's/cd's > Afdrukken op de labelzijde van dvd's/cd's > Afdrukken vanaf een
PictBridge-compatibel apparaat
Afdrukken vanaf een PictBridge-compatibel apparaat
In dit gedeelte wordt beschreven hoe u foto's afdrukt op bedrukbare dvd's of cd's vanaf een
PictBridge-compatibel apparaat.
Belangrijk
Afhankelijk van uw met PictBridge compatibele apparaat kunt u mogelijk niet afdrukken op de
labelzijde van dvd's/cd's.
Raadpleeg de instructiehandleiding van uw met PictBridge compatibele apparaat voor meer
informatie.
U kunt geen afdrukken maken op dvd's en cd's van 8 cm.
1. Zorg dat het apparaat is ingeschakeld.
2. Sluit het PictBridge-compatibele apparaat aan op het afdrukapparaat met een
USB-kabel die wordt aanbevolen door de fabrikant van het apparaat.
Raadpleeg voor meer informatie Foto's rechtstreeks afdrukken vanaf een compatibel
apparaat.
3. Geef de afdrukinstellingen als volgt op
Papierformaat: Dvd's/cd's van 12 cm
Papiersoort: Standaard
Indeling: Met randen of Standaard
U kunt instellingen configureren via het menu op het LCD-scherm van uw met PictBridge
compatibele apparaat. Raadpleeg voor meer informatie Informatie over PictBridgeafdrukinstellingen .
Opmerking
Als uw met PictBridge compatibele apparaat geen menu voor instellingen heeft, wijzigt u
de instelling vanaf de printer.
De PictBridge-afdrukinstellingen opgeven op het apparaat
4. Plaats de bedrukbare dvd/cd.
De cd-r-lade bevestigen/verwijderen
5. Begin met afdrukken vanaf uw PictBridge-compatibele apparaat.
De PictBridge-afdrukinstellingen opgeven op het apparaat
U kunt de PictBridge-afdrukinstellingen op het apparaat opgeven.
Opmerking
Wanneer een PictBridge-compatibel apparaat is aangesloten op het apparaat, kunt u
het scherm PictBridge-afdrukinst. (PictBridge print settings) ook weergeven door te
drukken op de functieknop aan de linkerzijde.
1.
Zorg dat het apparaat is ingeschakeld.
2.
Selecteer
Instellingen (Settings) op het scherm HOME en druk op OK.
Het scherm Instellingen (Settings) wordt weergegeven.
3.
Selecteer
Apparaatinstellingen (Device settings) en druk op OK.
Sivu 629/836
Afdrukken vanaf een PictBridge-compatibel apparaat
Sivu 630/836
Het scherm Apparaatinstellingen (Device settings) wordt weergegeven.
4.
Selecteer PictBridge-afdrukinst. (PictBridge print settings) en druk op OK.
Het scherm PictBridge-afdrukinst. (PictBridge print settings) wordt weergegeven.
5.
Selecteer Inst. DVD/CD afdrukkn (DVD/CD print setting) en druk op OK.
6.
Gebruik de knop
of
om Buitenste cirk (Outer circle) of Binnenste cirk (Inner
circle) te selecteren en gebruik de knop
7.
of
om het afdrukgebied te wijzigen.
Druk op de knop OK.
Opmerking
Meet de buiten- en binnendiameter van het te bedrukken oppervlak van de
bedrukbare dvd of cd. Zorg ervoor dat u een waarde instelt die kleiner is dan de
gemeten buitendiameter en een waarde die groter is dan de gemeten
binnendiameter.
Voor meer informatie over bedrukbare schijven neemt u contact op met de
fabrikant van de schijven.
8.
of
Gebruik de knop
om Aanbevolen DVD/CD (Recommended DVD/CD) of Andere
DVD/CD (Other DVD/CD) te selecteren en druk op OK.
Opmerking
Als het medium de aanbevolen dvd of cd is, geeft u Aanbevolen DVD/CD
(Recommended DVD/CD) op voor de geschikte afdrukdichtheid. Geef in andere
gevallen Andere DVD/CD (Other DVD/CD) op.
Naar boven
Afdrukgebied
Sivu 631/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken op dvd's/cd's > Afdrukken op de gelabelde kant van dvd's/cd's > Afdrukgebied
Afdrukgebied
Bedrukbare dvd's/cd's
Het afdrukgebied van bedrukbare dvd's en cd's is het gebied tussen de binnen- en buitendiameter
van het label, minus 1 mm aan beide zijden.
Aanbevolen afdrukgebied
Naar boven
Probleemoplossing
Sivu 632/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken op dvd's/cd's > Problemen oplossen
Probleemoplossing
Er wordt een foutbericht weergegeven op het LCD-scherm
Er wordt een bericht weergegeven op het computerscherm
Kan niet afdrukken op dvd's/cd's
Er wordt een foutbericht weergegeven op een PictBridge-compatibel apparaat
Naar boven
Er wordt een foutbericht weergegeven op het LCD-scherm
Sivu 633/836
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken op dvd's/cd's > Probleemoplossing > Er wordt een foutbericht weergegeven op het
LCD-scherm
Er wordt een foutbericht weergegeven op het LCD-scherm
Als er een foutbericht wordt weergegeven op het LCD-scherm, voert u de bijbehorende actie uit die
hieronder wordt beschreven.
Bericht
Open de binnenste klep, plaats de
CD-R-lade en druk op OK.
Actie
Als de binnenste klep is gesloten als u begint met het
bedrukken van dvd's of cd's, opent u de binnenste klep
terwijl de scaneenheid (klep) gesloten blijft, plaatst u de
cd-r-lade en drukt u vervolgens op OK op het apparaat.
Open of sluit de binnenklep niet als er een afdruktaak
wordt uitgevoerd. Daardoor kan het apparaat beschadigd
raken.
Naar boven
Er wordt een bericht weergegeven op het computerscherm
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken op dvd's/cd's > Probleemoplossing > Er wordt een bericht weergegeven op het
computerscherm
Er wordt een bericht weergegeven op het computerscherm
Er worden fouten weergegeven over het bedrukken van dvd's/cd's
Bericht: 1001 wordt weergegeven
Foutcode: 1002 wordt weergegeven
Bericht: 1850 wordt weergegeven
Er worden fouten weergegeven over het bedrukken van dvd's/cd's
Controle 1: Is de cd-r-lade correct geplaatst?
Open de binnenklep, plaats de cd-r-lade nogmaals op de juiste manier en druk op de knop
OK.
Controleer of u de met het apparaat meegeleverde cd-r-lade gebruikt (op de bovenzijde staat
een "G").
Zie De cd-r-lade bevestigen/verwijderen voor meer informatie over het plaatsen van de cd-rlade.
Controle 2: Is de dvd/cd correct op de cd-r-lade geplaatst?
Plaats de dvd/cd op de juiste wijze in de cd-r-lade, bevestig de cd-r-lade opnieuw en druk
op OK.
Controleer of u de met dit apparaat meegeleverde cd-r-lade gebruikt (op de bovenzijde
staat een "G").
Zie De cd-r-lade bevestigen/verwijderen voor meer informatie over het plaatsen van de cd
-r-lade.
Controle 3: Er kan een niet-herkende dvd/cd zijn geplaatst.
Canon raadt u aan dvd's/cd's te gebruiken die speciaal zijn behandeld om te worden
bedrukt met een inkjetprinter.
Controle 4: Is de dvd/cd op de cd-r-lade al bedrukt?
Als u dvd's/cd's op de cd-r-lade plaatst die al zijn bedrukt, wordt de cd-r-lade
uitgeworpen.
In dit geval wijzigt u de instellingen van het printerstuurprogramma en probeert u
nogmaals af te drukken.
Schakel het selectievakje Afdrukbare disc in de CD-R-lade detecteren
(Detects a printable disc in the CD-R tray) uit bij Aangepaste instellingen
(Custom Settings) op het tabblad Onderhoud (Maintenance) en klik op
Verzenden (Send).
Nadat de afdruk is gemaakt, schakelt u het selectievakje Afdrukbare disc in
de CD-R-lade detecteren (Detects a printable disc in the CD-R tray) in en klikt
u op Verzenden (Send).
Opmerking
Als het selectievakje Afdrukbare disc in de CD-R-lade detecteren (Detects a
printable disc in the CD-R tray) is uitgeschakeld, wordt het afdrukken mogelijk
gestart zonder dat de dvd/cd is geplaatst. Door het selectievakje in te schakelen
wordt voorkomen dat de cd-r-lade vuil raakt.
Controle 5: Is de binnenklep geopend terwijl het afdrukken op papier
werd gestart of tijdens het afdrukken?
Sluit de binnenste klep en druk vervolgens op OK op het apparaat.
Open of sluit de binnenklep niet als er een afdruktaak wordt uitgevoerd. Als u dit wel
doet, kan het apparaat beschadigd raken.
Sivu 634/836
Er wordt een bericht weergegeven op het computerscherm
Sivu 635/836
Bericht: 1001 wordt weergegeven
Controle: Plaats de cd-r-lade op de juiste manier.
Plaats de cd-r-lade op de juiste manier en druk op OK.
Controleer of u de met het apparaat meegeleverde cd-r-lade gebruikt (op de
bovenzijde staat een "G").
Zie De cd-r-lade bevestigen/verwijderen voor meer informatie over het plaatsen van
de cd-r-lade.
Foutcode: 1002 wordt weergegeven
Controle 1: Plaats de dvd/cd op de juiste manier op de cd-r-lade.
Plaats de dvd/cd op de juiste wijze in de cd-r-lade en druk op OK.
Controleer of u de met het apparaat meegeleverde cd-r-lade gebruikt (op de bovenzijde staat
een "G").
Zie De cd-r-lade bevestigen/verwijderen voor meer informatie over het plaatsen van de cd-rlade.
Controle 2: Er kan een niet-herkende dvd/cd zijn geplaatst.
Canon raadt u aan dvd's/cd's te gebruiken die speciaal zijn behandeld om te worden bedrukt
met een inkjetprinter.
Controle 3: Is de dvd/cd op de cd-r-lade al bedrukt?
Als u dvd's/cd's op de cd-r-lade plaatst die al zijn bedrukt, wordt de cd-r-lade uitgeworpen.
In dit geval wijzigt u de instellingen van het printerstuurprogramma en probeert u nogmaals af
te drukken.
Schakel het selectievakje Afdrukbare disc in de CD-R-lade detecteren (Detects a
printable disc in the CD-R tray) uit bij Aangepaste instellingen (Custom Settings) in het
dialoogvenster Canon IJ Printer Utility en klik op Verzenden (Send).
Nadat de afdruk is gemaakt, schakelt u het selectievakje Afdrukbare disc in de CD-Rlade detecteren (Detects a printable disc in the CD-R tray) in en klikt u op Verzenden
(Send).
Opmerking
Als het selectievakje Afdrukbare disc in de CD-R-lade detecteren (Detects a printable
disc in the CD-R tray) is uitgeschakeld, wordt het afdrukken mogelijk gestart zonder dat
de dvd/cd is geplaatst. Door het selectievakje in te schakelen wordt voorkomen dat de cd
-r-lade vuil raakt.
Bericht: 1850 wordt weergegeven
Controle: Open de binnenste klep en plaats vervolgens de CD-R-lade op de
juiste manier.
Open de binnenklep, plaats de cd-r-lade op de juiste manier en druk op de knop OK.
Zie De cd-r-lade bevestigen/verwijderen voor meer informatie over het plaatsen van de cd-rlade.
Naar boven
Kan niet afdrukken op dvd's/cd's
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken op dvd's/cd's > Probleemoplossing > Kan niet afdrukken op dvd's/cd's
Kan niet afdrukken op dvd's/cd's
Het bedrukken van dvd's/cd's wordt niet gestart
De cd-r-lade wordt niet goed ingevoerd
Cd-r-lade geblokkeerd
Het bedrukken van dvd's/cd's wordt niet gestart
Controle 1: Is de cd-r-lade correct geplaatst?
Open de binnenklep, plaats de cd-r-lade nogmaals op de juiste manier en druk op de knop
OK.
Gebruik de cd-r-lade die bij dit apparaat is meegeleverd (op de bovenzijde staat een "G").
Zie De cd-r-lade bevestigen/verwijderen voor meer informatie over het plaatsen van de cd-rlade.
Controle 2: Is de dvd/cd correct op de cd-r-lade geplaatst?
Plaats de dvd/cd op de juiste wijze in de cd-r-lade en druk op OK.
Controleer of u de met het apparaat meegeleverde cd-r-lade gebruikt (op de bovenzijde staat
een "G").
Zie De cd-r-lade bevestigen/verwijderen voor meer informatie over het plaatsen van de cd-rlade.
Controle 3: Als het bedrukken van dvd's/cd's stopt voordat dit is voltooid,
probeert u de bewerking nogmaals uit te voeren.
Als een bepaalde periode is verstreken tijdens het bedrukken van een dvd/cd, wordt het
initialiseren van het apparaat gestopt.
Als u op OK drukt, wordt de initialisatie van het apparaat hervat.
Probeer de bewerking nogmaals door de aanwijzingen op het scherm te volgen.
De cd-r-lade wordt niet goed ingevoerd
Controle 1: Is de cd-r-lade correct geplaatst?
Plaats de cd-r-lade nogmaals op de juiste manier en druk op OK.
Controleer of u de met het apparaat meegeleverde cd-r-lade gebruikt (op de bovenzijde staat
een "G").
Zie De cd-r-lade bevestigen/verwijderen voor meer informatie over het plaatsen van de cd-rlade.
Controle 2: Er kan een niet-herkende dvd/cd zijn geplaatst.
Canon raadt u aan dvd's/cd's te gebruiken die speciaal zijn behandeld om te worden bedrukt
met een inkjetprinter.
Controle 3: Is de dvd/cd op de cd-r-lade al bedrukt?
Als u dvd's/cd's op de cd-r-lade plaatst die al zijn bedrukt, wordt de cd-r-lade uitgeworpen.
In dit geval wijzigt u de instellingen van het printerstuurprogramma en probeert u nogmaals af
te drukken.
Schakel het selectievakje Afdrukbare disc in de CD-R-lade detecteren (Detects a
printable disc in the CD-R tray) uit bij Aangepaste instellingen (Custom Settings) op
het tabblad Onderhoud (Maintenance) en klik op Verzenden (Send).
Nadat de afdruk is gemaakt, schakelt u het selectievakje Afdrukbare disc in de CD-Rlade detecteren (Detects a printable disc in the CD-R tray) in en klikt u op Verzenden
(Send).
Sivu 636/836
Kan niet afdrukken op dvd's/cd's
Sivu 637/836
Schakel het selectievakje Afdrukbare disc in de CD-R-lade detecteren (Detects a
printable disc in the CD-R tray) uit bij Aangepaste instellingen (Custom Settings) in het
dialoogvenster Canon IJ Printer Utility en klik op Verzenden (Send).
Nadat de afdruk is gemaakt, schakelt u het selectievakje Afdrukbare disc in de CD-Rlade detecteren (Detects a printable disc in the CD-R tray) in en klikt u op Verzenden
(Send).
Opmerking
Als u het selectievakje Afdrukbare disc in de CD-R-lade detecteren (Detects a printable
disc in the CD-R tray) uitgeschakeld laat en het bedrukken van een andere dvd/cd start,
wordt het afdrukken mogelijk gestart zonder dat de dvd/cd is geplaatst. Door het
selectievakje in te schakelen wordt voorkomen dat de cd-r-lade vuil raakt.
Cd-r-lade geblokkeerd
Trek de cd-r-lade voorzichtig naar buiten.
Als de cd-r-lade niet uit het apparaat kan worden getrokken, schakelt u het apparaat uit en
vervolgens weer in. De cd-r-lade wordt nu automatisch uitgeworpen.
Nadat de cd-r-lade naar buiten is getrokken, plaatst u de cd-r-lade (met op de bovenzijde een "G")
opnieuw en probeert u nogmaals af te drukken. Plaats de dvd/cd correct.
De cd-r-lade bevestigen/verwijderen
Als de cd-r-lade nog steeds vastzit, controleert u of er een probleem met de dvd/cd is.
De cd-r-lade wordt niet goed ingevoerd
Naar boven
Er wordt een foutbericht weergegeven op een PictBridge-compatibel apparaat
Uitgebreide Handleiding > Afdrukken op dvd's/cd's > Probleemoplossing > Er wordt een foutbericht weergegeven op een
PictBridge-compatibel apparaat
Er wordt een foutbericht weergegeven op een PictBridgecompatibel apparaat
Hieronder volgen de foutberichten die kunnen worden weergegeven wanneer u rechtstreeks vanaf een
PictBridge-compatibel apparaat afdrukt, evenals de maatregelen die u kunt nemen om de problemen op
te lossen.
Opmerking
Raadpleeg ook de gebruikershandleiding van het PictBridge-compatibele apparaat voor informatie
over de fouten die op dit apparaat worden weergegeven en de bijbehorende oplossingen. Neem
contact op met de fabrikant voor andere problemen met het apparaat.
Foutbericht op een PictBridgecompatibel apparaat
Actie
Geen Papier
Zie Kan niet afdrukken op dvd's/cd's en voer de juiste
handelingen uit.
'Papierfout'
Zie Kan niet afdrukken op dvd's/cd's en voer de juiste
handelingen uit.
Naar boven
Sivu 638/836
Foto's rechtstreeks afdrukken vanaf een compatibel apparaat of een draadloos appar... Sivu 639/836
Uitgebreide Handleiding > Foto's rechtstreeks afdrukken vanaf een compatibel apparaat of een draadloos apparaat
Foto's rechtstreeks afdrukken vanaf een compatibel apparaat
of een draadloos apparaat
Foto's rechtstreeks afdrukken vanaf een compatibel apparaat
Foto's afdrukken vanaf een draadloos communicatieapparaat
Naar boven
Foto's rechtstreeks afdrukken vanaf een compatibel apparaat
Sivu 640/836
Uitgebreide Handleiding > Foto's rechtstreeks afdrukken vanaf een compatibel apparaat of een draadloos apparaat >
Foto's rechtstreeks afdrukken vanaf een compatibel apparaat
Foto's rechtstreeks afdrukken vanaf een compatibel apparaat
Foto's rechtstreeks afdrukken vanaf een compatibel apparaat
Informatie over PictBridge-afdrukinstellingen
Naar boven
Foto's rechtstreeks afdrukken vanaf een compatibel apparaat
Uitgebreide Handleiding > Foto's rechtstreeks afdrukken vanaf een compatibel apparaat of een draadloos apparaat >
Foto's rechtstreeks afdrukken vanaf een compatibel apparaat > Foto's rechtstreeks afdrukken vanaf een compatibel
apparaat
Foto's rechtstreeks afdrukken vanaf een compatibel apparaat
U kunt een PictBridge-compatibel apparaat, zoals een digitale camera, een camcorder of een mobiele
telefoon, aansluiten met een door de fabrikant van het apparaat aanbevolen USB-kabel, zodat u
opgeslagen foto's rechtstreeks kunt afdrukken zonder daarbij een computer te gebruiken.
Opmerking
Wanneer u foto's afdrukt terwijl het PictBridge-compatibele apparaat is aangesloten, raden we u
aan de netspanningsadapter te gebruiken die bij het apparaat is geleverd. Als u de accu van het
apparaat gebruikt, moet die volledig zijn opgeladen.
Afhankelijk van het merk en het type van het apparaat moet u mogelijk een afdrukmodus selecteren
die compatibel is met PictBridge voordat u het apparaat aansluit. U moet het apparaat mogelijk ook
handmatig inschakelen of de afspeelmodus selecteren nadat u het apparaat hebt aangesloten.
Voer de benodigde handelingen uit op het PictBridge-compatibele apparaat voordat u het aansluit
op dit apparaat. Raadpleeg hiervoor de instructiehandleiding van het apparaat.
1. Zorg dat het apparaat is ingeschakeld.
2. Plaats papier.
3. Controleer of de juiste papierbron is geselecteerd.
4. Controleer of het PictBridge-compatibele apparaat is uitgeschakeld.
5. Sluit het PictBridge-compatibele apparaat aan op het afdrukapparaat met een USBkabel (A) die wordt aanbevolen door de fabrikant van het apparaat.
Het PictBridge-compatibele apparaat wordt automatisch ingeschakeld.
Zet het apparaat handmatig aan als het niet automatisch wordt ingeschakeld.
wordt weergegeven op het LCD-scherm van het apparaat als het apparaat correct is
aangesloten.
Sivu 641/836
Foto's rechtstreeks afdrukken vanaf een compatibel apparaat
Sivu 642/836
6. Geef de afdrukinstellingen zoals de papiersoort en opmaak op.
U kunt instellingen opgeven via het menu op het LCD-scherm van uw PictBridge-compatibele
apparaat. Selecteer het papierformaat en de papiersoort die u in het apparaat hebt geplaatst.
Instellingen op een PictBridge-compatibel apparaat
Als uw met uw PictBridge-compatibele apparaat geen menu voor instellingen heeft, wijzigt u de
instelling vanaf de printer.
Instellingen op het apparaat
7. Begin met afdrukken vanaf uw PictBridge-compatibele apparaat.
Belangrijk
Koppel de USB-kabel nooit los tijdens het afdrukken, tenzij dat expliciet is toegestaan voor het
PictBridge-compatibele apparaat. Volg de aanwijzingen in de instructiehandleiding van het
apparaat wanneer u de USB-kabel tussen het PictBridge-compatibele apparaat en dit
apparaat loskoppelt.
Naar boven
Informatie over PictBridge-afdrukinstellingen
Uitgebreide Handleiding > Foto's rechtstreeks afdrukken vanaf een compatibel apparaat of een draadloos apparaat >
Foto's rechtstreeks afdrukken vanaf een compatibel apparaat > Informatie over PictBridge-afdrukinstellingen
Informatie over PictBridge-afdrukinstellingen
Instellingen op een PictBridge-compatibel apparaat
Instellingen op het apparaat
Instellingen op een PictBridge-compatibel apparaat
In dit gedeelte wordt de PictBridge-functie van het apparaat beschreven. Raadpleeg de
instructiehandleiding van het apparaat voor informatie over de afdrukinstellingen op het PictBridge
-compatibele apparaat.
Opmerking
In de volgende beschrijving worden de namen van instellingen gebruikt van PictBridgecompatibele apparaten van het merk Canon. De namen van de instellingen kunnen afwijken,
afhankelijk van het merk of model van uw apparaat.
Mogelijk zijn niet alle hieronder beschreven instellingen beschikbaar op bepaalde apparaten.
In dat geval worden de instellingen van het apparaat gebruikt. Wanneer sommige
instellingen op een PictBridge-compatibel apparaat zijn ingesteld op Standaard (Default),
worden voor deze instellingen eveneens de apparaatinstellingen gebruikt.
Instellingen op het apparaat
Wanneer u afdrukt vanaf een PictBridge-compatibel apparaat, kunt u de volgende papierformaten
en -soorten gebruiken.
Papierformaat
4 x 6 inch/10 x 15 cm, 5 x 7 inch*1, 8 x 10 inch/ 20 x 25 cm, A4, 8.5 x 11 inch
(Letter), 4 x 7,1 inch / 10,1 x 18 cm*2
*1 10x15 kan worden weergegeven op bepaalde PictBridge-compatibele
apparaten.
*2 Op een PictBridge-compatibel apparaat van een ander merk dan
Canon kanHi Vision worden weergegeven.
Papiersoort
Standaard (selectie op basis van de apparaatinstelling)
Foto:
[Photo Paper Plus Glossy II PP-201/Glossy Foto Papier Extra II PP-201]
/[Glossy Photo Paper "Everyday Use" GP-501/Glanzend Fotopapier
'voor frequent gebruik' GP-501]/[Photo Paper Glossy GP-502/Glossy
Foto Papier GP-502]/[Photo Paper Plus Semi-gloss SG-201/
Fotopapier Plus Halfglans SG-201]/[Photo Stickers/Fotostickers]*
* Als u afdrukt op stickervellen, selecteert u 10 x 15 cm/4" x 6" bij
Papierformaat (Paper size). Stel Indeling (Layout) niet in op Zonder
marges (Borderless).
Fast Photo:
[Photo Paper Pro PR-201/Professioneel Fotopapier II PR-201]
Gewoon:
A4/Letter
Wanneer Papiersoort (Paper type) is ingesteld opGewoon (Plain), is
afdrukken zonder marges uitgeschakeld, ook als Indeling (Layout) is
ingesteld op Zonder marges (Borderless).
Indeling
Standaard (selectie op basis van de apparaatinstelling), index, met
marges, zonder marges, N-up (2, 4, 6, 16)*1, 20-up*2, 35-up*3
*1 Indeling compatibel met A4- of Letter-papier en bovenstaande
Canon-stickers.
A4/Letter: 4-up
Fotostickers: 2-up, 4-up, 9-up, 16-up.
*2 Als u met een PictBridge-compatibel apparaat van Canon items
selecteert met een 'i'-markering, kunt u opnamegegevens (Exif Data)
afdrukken in lijstindeling (20-up) of op de marges van de
geselecteerde gegevens (1-up). (Deze functie is mogelijk niet
beschikbaar met sommige PictBridge-compatibele apparaten van
Canon.)
*3 Afgedrukt in 35 mm filmindeling (opmaak afdrukken). Alleen
beschikbaar met een PictBridge-compatibel apparaat van Canon.
(Deze functie is mogelijk niet beschikbaar met sommige PictBridge-
Sivu 643/836
Informatie over PictBridge-afdrukinstellingen
Sivu 644/836
compatibele apparaten van Canon.)
Afdrukdatum en
Standaard (Uit: Niet afdrukken), Datum, Bestandsnummer, Beide, Uit
bestandsnummer
Afbeelding
optimaliseren
Standaard*1*2, Aan (Exif Print), Uit, NR (Noise Reduction; ruisreductie)*2,
Levendig*2, Gezicht*2, Rode ogen*2
*1 Foto's worden geoptimaliseerd voor afdrukken met de functie Photo
Optimizer Pro.
*2 Kan alleen worden geselecteerd op bepaalde PictBridge-compatibele
apparaten van het merk Canon. (Kan mogelijk niet worden geselecteerd,
afhankelijk van het apparaat.)
Bijsnijden
Standaard (Uit: Niet bijsnijden, Aan (instellingen van camera volgen), Uit
Instellingen op het apparaat
U kunt de PictBridge-afdrukinstellingen wijzigen op het schermPictBridge-afdrukinst. (PictBridge
print settings). Stel de afdrukinstellingen op het PictBridge-compatibele apparaat in op Standaard
(Default) als u wilt afdrukken met de instellingen op het apparaat.
In dit gedeelte wordt de procedure beschreven om het scherm PictBridge-afdrukinst. (PictBridge
print settings) weer te geven. Zie PictBridge-afdrukinst. voor informatie over instellingen.
1.
Zorg dat het apparaat is ingeschakeld.
2.
Selecteer
3.
Selecteer
4.
Selecteer PictBridge-afdrukinst. (PictBridge print settings) en druk op OK.
Instellingen (Settings) op het scherm HOME en druk op OK.
Apparaatinstellingen (Device settings) en druk op OK.
Het scherm PictBridge-afdrukinst. (PictBridge print settings) wordt weergegeven.
Naar boven
Foto's afdrukken vanaf een draadloos communicatieapparaat
Sivu 645/836
Uitgebreide Handleiding > Foto's rechtstreeks afdrukken vanaf een compatibel apparaat of een draadloos apparaat >
Foto's afdrukken vanaf een draadloos communicatieapparaat
Foto's afdrukken vanaf een draadloos communicatieapparaat
Foto's afdrukken vanaf een draadloos communicatieapparaat
Het paginaformaat, het mediumtype en de opmaak instellen bij afdrukken vanaf een mobiele telefoon
Afdrukken via infraroodcommunicatie
Afdrukken via Bluetooth-communicatie
Naar boven
Foto's afdrukken vanaf een draadloos communicatieapparaat
Sivu 646/836
Uitgebreide Handleiding > Foto's rechtstreeks afdrukken vanaf een compatibel apparaat of een draadloos apparaat >
Foto's afdrukken vanaf een draadloos communicatieapparaat > Foto's afdrukken vanaf een draadloos
communicatieapparaat
Foto's afdrukken vanaf een draadloos communicatieapparaat
U kunt foto's van een mobiele telefoon afdrukken via infraroodcommunicatie. Als de optionele Bluetootheenheid BU-30 is aangesloten op het apparaat, kunt u ook draadloos afdrukken vanaf Bluetoothcompatibele mobiele telefoons of computers.
Belangrijk
Als u correct wilt afdrukken vanaf een mobiele telefoon via infraroodcommunicatie, moet aan de
volgende voorwaarden worden voldaan.
Compatibele apparaten: een mobiele telefoon met een IrDA-poort die de overdracht van
afbeeldingsgegevens ondersteunt via infraroodcommunicatie.
Afdrukbare gegevens: afbeeldingen die zijn gemaakt met de camera van de mobiele telefoon.
Foto's afdrukken via infraroodcommunicatie:
Het paginaformaat, het mediumtype en de opmaak instellen bij afdrukken vanaf een mobiele
telefoon
Afdrukken via infraroodcommunicatie
Afdrukken via Bluetooth-communicatie
Het paginaformaat, het mediumtype en de opmaak instellen bij afdrukken vanaf een mobiele
telefoon
Afdrukken via Bluetooth-communicatie
Naar boven
Het paginaformaat, het mediumtype en de opmaak instellen bij afdrukken vanaf een m... Sivu 647/836
Uitgebreide Handleiding > Foto's rechtstreeks afdrukken vanaf een compatibel apparaat of een draadloos apparaat >
Foto's afdrukken vanaf een draadloos communicatieapparaat > Het paginaformaat, het mediumtype en de opmaak
instellen bij afdrukken vanaf een mobiele telefoon
Het paginaformaat, het mediumtype en de opmaak instellen bij
afdrukken vanaf een mobiele telefoon
Wanneer u afdrukt vanaf een mobiele telefoon via infraroodcommunicatie of Bluetooth-communicatie,
selecteert u instellingen voor het paginaformaat, het mediumtype, de opmaak en afdrukken zonder
marges in het scherm Inst. afdrkn mobiele tel. (Mobile phone print setting). Zie Informatie over Bluetoothcommunicatie voor meer informatie over het afdrukken vanaf een computer via Bluetooth-communicatie.
* De standaardinstelling is afdrukken zonder marges op L-formaat Glossy Foto Papier Extra II.
Het scherm Inst. afdrkn mobiele tel. (Mobile phone print setting) weergeven.
In dit gedeelte wordt beschreven hoe u het scherm Inst. afdrkn mobiele tel. (Mobile phone setting)
kunt weergeven. Zie Instelling afdrukken mobiele telefoon voor informatie over instellingen.
1. Zorg dat het apparaat is ingeschakeld.
2. Selecteer
Instellingen (Settings) op het scherm HOME en druk op OK.
3. Selecteer
Apparaatinstellingen (Device settings) en druk op OK.
4. Selecteer Inst. afdrkn mobiele tel. (Mobile phone print setting) en druk op OK.
Het scherm Inst. afdrkn mobiele tel. (Mobile phone print setting) wordt weergegeven. Zie
Instelling afdrukken mobiele telefoon voor informatie over instellingen.
Naar boven
Afdrukken via infraroodcommunicatie
Uitgebreide Handleiding > Foto's rechtstreeks afdrukken vanaf een compatibel apparaat of een draadloos apparaat >
Foto's rechtstreeks afdrukken vanaf een draadloos communicatieapparaat > Afdrukken via infraroodcommunicatie
Afdrukken via infraroodcommunicatie
U kunt foto's van een mobiele telefoon afdrukken via infraroodcommunicatie.
Wanneer u afdrukt via infraroodcommunicatie, moet u ook de instructiehandleiding van uw mobiele
telefoon raadplegen.
1. Zorg dat het apparaat is ingeschakeld.
2. Plaats papier.
3. Stel de afdrukinstellingen en indeling in.
Het paginaformaat, het mediumtype en de opmaak instellen bij afdrukken vanaf een mobiele
telefoon
4. Plaats de mobiele telefoon zo dat de infraroodpoort gericht is op het apparaat op een
afstand minder dan ongeveer 20 cm (8 inches).
Opmerking
De effectieve hoek van de IrDA-poort (B) van het apparaat is ongeveer 10 graden naar boven,
links of rechts ten opzichte van de centrale as (A). Het effectieve bereik van communicatie met
het apparaat is afhankelijk van de mobiele telefoon die u gebruikt. Raadpleeg de
instructiehandleiding van uw mobiele telefoon voor meer informatie.
(A) Effectieve hoek: 10 graden omhoog, naar links of naar rechts ten opzichte van de centrale
as
(B) IrDA-poort van het apparaat
(C) Ongeveer 20 cm (8 inches) (Blokkeer deze niet met een object.)
(D) IrDA-poort van de mobiele telefoon
5. Selecteer de foto die u wilt afdrukken en verzend de gegevens naar het apparaat
met de infraroodcommunicatiefunctie van de mobiele telefoon.
Het afdrukken wordt gestart na het ontvangen van alle gegevens.
Opmerking
Plaats geen obstakels tussen de infraroodpoorten van het apparaat en de mobiele telefoon
omdat de gegevensverzending hierdoor wordt geblokkeerd.
Tijdens het ontvangen van gegevens moet u de infraroodcommunicatie met het apparaat niet
Sivu 648/836
Afdrukken via infraroodcommunicatie
Sivu 649/836
onderbreken. Als deze wordt onderbroken, moet u de gegevens opnieuw verzenden van de
mobiele telefoon.
Afhankelijk van het apparaat kan de afdrukkwaliteit minder worden vanwege de beperkingen
van de infraroodoverdrachtscapaciteit.
U kunt het beste afdrukken op stickers als de afdrukkwaliteit op andere papiersoorten niet
goed is.
Videobestanden kunnen niet worden afgedrukt.
Afhankelijk van het formaat van een foto kan het enige tijd duren voordat het apparaat begint
met afdrukken nadat de infraroodcommunicatie is gestart.
Informatie over verzendbare gegevens
Vanwege beveiligingsinstellingen op de mobiele telefoon kunnen inhoud en foto's die u
hebt gedownload van een URL die aan een e-mail is toegevoegd, niet worden
afgedrukt.
Afhankelijk van uw apparaat kunnen gegevens die zijn opgeslagen op een
geheugenkaart mogelijk niet worden afgedrukt.
De afdrukkwaliteit en afdrukstand (staand of liggend) worden automatisch bepaald op
basis van het formaat van de opgenomen foto.
Afhankelijk van het formaat van de opgenomen foto op de mobiele telefoon, kunnen de
randen van de afbeelding worden bijgesneden wanneer u afdrukt zonder marges. De
grootte van de marges kan veranderen wanneer u met marges afdrukt.
Als het fotobestand groter is dan 1,8 MB, is het wellicht niet mogelijk het bestand te
verzenden.
Naar boven
Afdrukken via Bluetooth-communicatie
Uitgebreide Handleiding > Foto's rechtstreeks afdrukken vanaf een compatibel apparaat of een draadloos apparaat >
Foto's rechtstreeks afdrukken vanaf een draadloos communicatieapparaat > Afdrukken via Bluetooth-communicatie
Afdrukken via Bluetooth-communicatie
In dit gedeelte wordt de procedure beschreven om foto's via Bluetooth-communicatie vanaf een mobiele
telefoon af te drukken met de optionele Bluetooth-eenheid BU-30.
Wanneer u afdrukt vanaf een mobiele telefoon via Bluetooth-communicatie, moet u ook de
instructiehandleiding van het product raadplegen.
Zie Informatie over Bluetooth-communicatie voor de procedure voor afdrukken vanaf de computer via
Bluetooth-communicatie.
Opmerking
Met mobiele telefoons, PDA's en digitale camera's die OPP (Object Push Profile) of BIP (Basic
Image Profile) ondersteunen, kunnen foto's worden afgedrukt.
Afhankelijk van uw mobiele telefoon kunt u mogelijk niet afdrukken, ook niet wanneer uw mobiele
telefoon de bovenstaande profielen ondersteunt. Raadpleeg de instructiehandleiding bij de
telefoon voor informatie over de profielen die uw telefoon ondersteunt.
Afdrukken via Bluetooth-communicatie
1. Zorg dat het apparaat is ingeschakeld.
2. Plaats papier in de achterste lade.
3. Sluit de optionele Bluetooth-eenheid BU-30 aan.
Plaats de Bluetooth-eenheid BU-30 in de poort voor Direct afdrukken.
4. Stel het paginaformaat en de opmaak in.
Het paginaformaat, het mediumtype en de opmaak instellen bij afdrukken vanaf een
mobiele telefoon.
5.
Begin met afdrukken vanaf een mobiele telefoon.
Als apparaatnaam kiest u de standaardwaarde Canon XXX-1 (waarbij
"XXX" de naam van uw apparaat is).
Sivu 650/836
Afdrukken via Bluetooth-communicatie
Sivu 651/836
Als u een wachtwoord moet invoeren, voert u de standaardwaarde "0000"
in.
U kunt de apparaatnaam van het apparaat, het wachtwoord en dergelijke wijzigen in
het scherm Bluetooth-instellingen (Bluetooth settings).
De Bluetooth-instellingen wijzigen
Opmerking
Communicatie is mogelijk tot circa 10 meter (33 feet) afstand, afhankelijk van de
onderstaande omstandigheden. De afdruksnelheid kan variëren als gevolg van
de volgende omstandigheden:
De aanwezigheid van obstakels tussen de communicatieapparatuur en
omstandigheden die van invloed zijn op radiogolven.
De aanwezigheid van magnetische velden, statische elektriciteit of
elektromagnetische interferentie.
De gevoeligheid van de ontvanger en de prestaties van de antenne van de
communicatieapparatuur.
Zie Informatie over verzendbare gegevens voor de verzendbare gegevens.
Naar boven
De Bluetooth-instellingen wijzigen
Sivu 652/836
Uitgebreide Handleiding > Foto's rechtstreeks afdrukken vanaf een compatibel apparaat of een draadloos apparaat >
Foto's rechtstreeks afdrukken vanaf een draadloos communicatieapparaat > Afdrukken via Bluetooth-communicatie > De
Bluetooth-instellingen wijzigen
De Bluetooth-instellingen wijzigen
Ter voorbereiding op het afdrukken via Bluetooth-communicatie kunt u de apparaatnaam van het
apparaat, het wachtwoord en dergelijke wijzigen in het scherm Bluetooth-instellingen (Bluetooth
settings).
In dit gedeelte wordt de procedure beschreven om het scherm Bluetooth-instellingen (Bluetooth
settings) weer te geven. Zie Bluetooth-instellingen (Bluetooth settings) voor informatie over elke
instelling.
1. Zorg dat het apparaat is ingeschakeld.
2. Sluit de optionele Bluetooth-eenheid BU-30 aan.
Plaats de Bluetooth-eenheid BU-30 in de poort voor Direct afdrukken.
3. Selecteer
Instellingen (Settings) op het scherm HOME en druk op OK.
4. Selecteer
Apparaatinstellingen (Device settings) en druk op OK.
5. Selecteer Bluetooth-instellingen (Bluetooth settings) en druk op OK.
Het scherm Bluetooth-instellingen (Bluetooth settings) wordt weergegeven.
Naar boven
Onderhoud
Sivu 653/836
Uitgebreide Handleiding > Onderhoud
Onderhoud
Het apparaat reinigen
De printkop handmatig uitlijnen
Onderhoud uitvoeren vanaf een computer
Naar boven
Het apparaat reinigen
Sivu 654/836
Uitgebreide Handleiding > Onderhoud > Het apparaat reinigen
Het apparaat reinigen
Reiniging
De buitenkant van het apparaat reinigen
De glasplaat en de documentklep reinigen
Het binnenste van het apparaat reinigen (Reiniging onderste plaat)
De uitstekende delen binnen in het apparaat reinigen
Naar boven
Reiniging
Sivu 655/836
Uitgebreide Handleiding > Onderhoud > Het apparaat reinigen > Reiniging
Reiniging
In dit gedeelte wordt de reinigingsprocedure beschreven die noodzakelijk is voor het onderhoud van het
apparaat.
Let op
Gebruik voor het reinigen geen tissues, papieren handdoekjes, doeken met een grove structuur of
soortgelijk materiaal omdat deze krassen kunnen veroorzaken. Poeder of dunne draadjes van
tissues en papier kunnen bovendien in het apparaat achterblijven en problemen veroorzaken,
bijvoorbeeld een verstopte printkop of slechte afdrukresultaten. Gebruik altijd een zachte doek.
Gebruik nooit vluchtige vloeistoffen zoals verdunners, wasbenzine, aceton of andere chemische
reinigingsmiddelen om het apparaat te reinigen. Deze kunnen de onderdelen van het apparaat
beschadigen.
De buitenkant van het apparaat reinigen
De glasplaat en de documentklep reinigen
Het binnenste van het apparaat reinigen (Reiniging onderste plaat)
De uitstekende delen binnen in het apparaat reinigen
Naar boven
De buitenkant van het apparaat reinigen
Sivu 656/836
Uitgebreide Handleiding > Onderhoud > Het apparaat reinigen > De buitenkant van het apparaat reinigen
De buitenkant van het apparaat reinigen
Deze kunnen het oppervlak van het apparaat beschadigen. Gebruik een zachte doek zoals een
brillendoek en veeg vuilresten voorzichtig van het oppervlak. Strijk eventuele kreukels in de doek zo nodig
glad voordat u de doek gebruikt.
Let op
Schakel het apparaat altijd uit en haal de stekker uit het stopcontact voordat u het apparaat gaat
reinigen.
Gebruik geen tissues, papieren handdoekjes, doeken met een grove structuur of soortgelijk
materiaal omdat deze krassen kunnen veroorzaken.
Naar boven
De glasplaat en de documentklep reinigen
Sivu 657/836
Uitgebreide Handleiding > Onderhoud > Het apparaat reinigen > De glasplaat en de documentklep reinigen
De glasplaat en de documentklep reinigen
Let op
Schakel het apparaat altijd uit en haal de stekker uit het stopcontact voordat u het apparaat gaat
reinigen.
Veeg de glasplaat (A) en de binnenkant van de documentklep (witte plaat) (B) voorzichtig af met een
schone, zachte, pluisvrije doek. Zorg ervoor dat er geen restanten achterblijven, vooral niet op de
glasplaat.
Belangrijk
De binnenzijde van de documentklep (witte plaat) (B) raakt snel beschadigd. Veeg deze dus
voorzichtig af.
Naar boven
Het binnenste van het apparaat reinigen (Reiniging onderste plaat)
Uitgebreide Handleiding > Onderhoud > Het apparaat reinigen > Het binnenste van het apparaat reinigen (Reiniging
onderste plaat)
Het binnenste van het apparaat reinigen (Reiniging onderste
plaat)
In dit gedeelte wordt beschreven hoe u het binnenste van het apparaat kunt reinigen. Als het binnenste
van het apparaat vuil wordt, kan bedrukt papier ook vuil worden. Daarom raden we u aan de binnenkant
van het apparaat regelmatig te reinigen.
1. Zorg dat het apparaat is ingeschakeld.
2. Verwijder papier uit de achterste lade.
3. Open de papieruitvoerlade.
Plaats uw vinger in het midden boven op de papieruitvoerlade en open deze voorzichtig.
4. Trek de verlenging van de uitvoerlade uit.
5. Vouw een vel normaal papier van het formaat A4 of Letter in de breedte dubbel en
vouw het papier weer open.
6. Plaats alleen dit vel papier in de achterste lade met de geopende zijde naar voren.
(A) Plaats het papier nadat u het hebt opengevouwen.
7. Selecteer
Instellingen (Settings) op het scherm HOME en druk op OK.
Het scherm Instellingen (Settings) wordt weergegeven.
8. Selecteer Onderhoud (Maintenance) en druk op OK.
Het scherm Onderhoud (Maintenance) wordt weergegeven.
9. Selecteer Reiniging onderste plaat (Bottom plate cleaning) en druk op OK.
Het bevestigingsscherm wordt weergegeven.
10. Selecteer Ja (Yes) en druk op OK.
Het papier reinigt het binnenste van het apparaat terwijl het wordt doorgevoerd.
Sivu 658/836
Het binnenste van het apparaat reinigen (Reiniging onderste plaat)
Sivu 659/836
Controleer het gevouwen gedeelte van het uitgevoerde papier. Als dit inktvlekken bevat, moet u de
onderste plaat opnieuw reinigen.
Als het probleem zich blijft voordoen nadat u de onderste plaat nogmaals hebt gereinigd, zijn de
uitstekende delen aan de binnenkant van het apparaat mogelijk vuil. Reinig ze op de manier zoals
in de instructies is beschreven.
De uitstekende delen binnen in het apparaat reinigen
Opmerking
Gebruik een nieuw vel papier wanneer u de onderplaat opnieuw reinigt.
Naar boven
De uitstekende delen binnen in het apparaat reinigen
Sivu 660/836
Uitgebreide Handleiding > Onderhoud > Het apparaat reinigen > De uitstekende delen binnen in het apparaat reinigen
De uitstekende delen binnen in het apparaat reinigen
Als er inktresten aanwezig zijn op de uitstekende delen binnen in het apparaat, reinigt u deze delen met
bijvoorbeeld een wattenstaafje.
Let op
Schakel het apparaat altijd uit en haal de stekker uit het stopcontact voordat u het apparaat gaat
reinigen.
Naar boven
De printkop handmatig uitlijnen
Sivu 661/836
Uitgebreide Handleiding > Onderhoud > De printkop handmatig uitlijnen
De printkop handmatig uitlijnen
Handmatig uitlijnen van de printkop
Naar boven
Handmatig uitlijnen van de printkop
Uitgebreide Handleiding > Onderhoud > De printkop handmatig uitlijnen > Handmatig uitlijnen van de printkop
Handmatig uitlijnen van de printkop
In dit gedeelte wordt beschreven hoe u de printkop handmatig kunt uitlijnen.
Als het automatisch uitlijnen van de printkop niet het gewenste resultaat oplevert, kunt u de volgende
procedure uitvoeren om de printkop handmatig uit te lijnen voor een nauwkeuriger resultaat.
Zie Routineonderhoud voor meer informatie over het automatisch uitlijnen van de printkop.
Opmerking
Sluit de binnenklep als deze is geopend.
Het uitlijningspatroon voor de printkop wordt alleen in zwart en blauw afgedrukt.
1. Zorg dat het apparaat is ingeschakeld.
2. Plaats drie vellen papier van A4- of Letter-formaat in de cassette.
3. Open de papieruitvoerlade en trek de verlenging van de uitvoerlade uit.
4. Selecteer
Instellingen (Settings) op het scherm HOME en druk op OK.
Het scherm Instellingen (Settings) wordt weergegeven.
5. Selecteer Onderhoud (Maintenance) en druk op OK.
Het scherm Onderhoud (Maintenance) wordt weergegeven.
6. Selecteer Handm. uitlijning printkop (Manual head align) en druk op OK.
Het bevestigingsscherm wordt weergegeven.
Opmerking
Als u Kopuitlijning afdruk (Head alignment print) selecteert, wordt het proces beëindigd nadat
de waarden voor aanpassing van de huidige positie van de printkop zijn afgedrukt.
7. Selecteer Ja (Yes) en druk op OK.
Het uitlijningsraster voor de printkop wordt afgedrukt.
Belangrijk
Open de scannereenheid (klep) niet als er een afdruktaak wordt uitgevoerd.
8. Wanneer Zijn de rasters correct afgedrukt? (Did the patterns print correctly?) wordt
weergegeven, controleert u of het raster juist is afgedrukt, selecteert u Ja (Yes) en
drukt u op OK.
Het invoerscherm voor de waarden voor het aanpassen van de printkoppositie wordt weergegeven.
Sivu 662/836
Handmatig uitlijnen van de printkop
9. Controleer de afgedrukte rasters en gebruik de knop
of
om in kolom A het
nummer in te voeren van het raster met de minst waarneembare verticale strepen.
Opmerking
Als het moeilijk is het beste raster te kiezen, selecteert u de instelling waarbij de verticale witte
strepen het minst duidelijk zichtbaar zijn.
(A) Minder duidelijk zichtbare verticale witte strepen
(B) Duidelijk zichtbare verticale witte strepen
10. Herhaal dezelfde procedure totdat u het rasternummer voor de kolommen B tot en
met G hebt ingevoerd en druk vervolgens op OK.
Selecteer voor kolom F en G de instellingen die door een pijl wordt aangewezen en die de minst
waarneembare horizontale strepen veroorzaken.
Opmerking
Als het moeilijk is het beste raster te kiezen, selecteert u de instelling waarbij de horizontale
witte strepen het minst duidelijk zichtbaar zijn.
(C) Minder duidelijk zichtbare horizontale witte strepen
(D) Duidelijk zichtbare horizontale witte strepen
11. Bevestig het weergegeven bericht en druk op OK.
Het tweede raster wordt afgedrukt.
Sivu 663/836
Handmatig uitlijnen van de printkop
Belangrijk
Open de scannereenheid (klep) niet als er een afdruktaak wordt uitgevoerd.
12. Controleer de afgedrukte rasters en gebruik de knop
of
om in kolom H het
nummer in te voeren van het raster met de minst waarneembare verticale strepen.
Opmerking
Als het moeilijk is het beste raster te kiezen, selecteert u de instelling waarbij de verticale witte
strepen het minst duidelijk zichtbaar zijn.
(E) Minder duidelijk zichtbare verticale witte strepen
(F) Duidelijk zichtbare verticale witte strepen
13. Herhaal dezelfde procedure totdat u het rasternummer voor de kolommen I tot en
met Q hebt ingevoerd en druk vervolgens op OK.
14. Bevestig het weergegeven bericht en druk op OK.
Het derde raster wordt afgedrukt.
Belangrijk
Open de scannereenheid (klep) niet als er een afdruktaak wordt uitgevoerd.
15. Controleer de afgedrukte rasters en gebruik de knop
of
om in kolom A het
nummer in te voeren van het raster met de minst waarneembare horizontale
strepen.
Sivu 664/836
Handmatig uitlijnen van de printkop
Sivu 665/836
Opmerking
Als het moeilijk is het beste raster te kiezen, selecteert u de instelling waarbij de horizontale
strepen het minst duidelijk zichtbaar zijn.
(G) Minder zichtbare horizontale witte strepen
(H) Beter zichtbare horizontale witte strepen
16. Herhaal dezelfde procedure totdat u het rasternummer voor de kolommen B tot en
met J hebt ingevoerd en druk vervolgens op OK.
Naar boven
Onderhoud uitvoeren vanaf een computer
Sivu 666/836
Uitgebreide Handleiding > Onderhoud > Onderhoud uitvoeren vanaf een computer
Onderhoud uitvoeren vanaf een computer
De printkoppen reinigen
De papierinvoerrollen reinigen
De positie van de printkop uitlijnen
De spuitopeningen van de printkop controleren
De binnenkant van het apparaat reinigen
Naar boven
De printkoppen reinigen
Uitgebreide Handleiding > Onderhoud > Onderhoud uitvoeren vanaf een computer > De printkoppen reinigen
De printkoppen reinigen
U kunt met de functie voor het reinigen van de printkop de spuitopeningen weer vrijmaken. Reinig de
printkoppen wanneer de afdruk vaag is of een bepaalde kleur niet wordt afgedrukt, ook al is er genoeg
inkt.
De procedure voor het reinigen van de printkoppen is als volgt:
Reiniging
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Klik op Reiniging (Cleaning) op het tabblad Onderhoud (Maintenance).
Het dialoogvenster Reiniging printkop (Print Head Cleaning) wordt geopend. Volg de instructies in
het dialoogvenster op.
Klik op Initiële controle-items (Initial Check Items) om de items te bekijken die u moet controleren
voordat u een Reiniging (Cleaning) uitvoert.
3. Reiniging uitvoeren
Zorg dat het apparaat aan staat en klik vervolgens op Uitvoeren (Execute).
Het reinigen van de printkop wordt gestart.
4. Voltooi de reiniging
Klik op OK in het bevestigingsbericht.
Vervolgens wordt het dialoogvenster Controle spuitopening (Nozzle Check) geopend.
5. Controleer de resultaten
Klik op de knop Controleraster afdrukken (Print Check Pattern) om te controleren of de
afdrukkwaliteit is verbeterd. Klik op Annuleren (Cancel) wanneer u deze controle niet wilt uitvoeren.
Als het eenmaal reinigen van de printkop het probleem niet oplost, herhaalt u het reinigingsproces.
Diepte-reiniging
Een Diepte-reiniging (Deep Cleaning) is grondiger dan een normale Reiniging (Cleaning). U gebruikt
deze functie wanneer een probleem met de printkop niet wordt opgelost als u deze tweemaal hebt
gereinigd.
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Klik op Diepte-reiniging (Deep Cleaning) op het tabblad Onderhoud (Maintenance)
Het dialoogvenster Diepte-reiniging (Deep Cleaning) wordt weergegeven. Volg de instructies in het
dialoogvenster op.
Klik op Initiële controle-items (Initial Check Items) om de items te bekijken die u moet controleren
voordat u een Diepte-reiniging (Deep Cleaning) uitvoert.
3. Zorg dat het apparaat aan staat en klik vervolgens op Uitvoeren (Execute).
Klik op OK in het bevestigingsbericht.
De diepte-reiniging wordt gestart.
Belangrijk
Sivu 667/836
De printkoppen reinigen
Sivu 668/836
Bij Reiniging (Cleaning) wordt een kleine hoeveelheid inkt gebruikt. Bij Diepte-reiniging (Deep
Cleaning) wordt meer inkt gebruikt dan bij Reiniging (Cleaning).
Wanneer u de printkoppen vaak reinigt, zal de inktvoorraad snel slinken. Voer daarom alleen een
reiniging uit wanneer dit noodzakelijk is.
Opmerking
Als na Diepte-reiniging (Deep Cleaning) geen verbetering optreedt, schakelt u het apparaat uit,
wacht u 24 uur, en voert u Diepte-reiniging (Deep Cleaning) opnieuw uit. Als er nog steeds geen
verbetering optreedt, is de inkt op of de printkop versleten. Zie " Het apparaat beweegt maar er wordt
geen inkt toegevoerd " voor meer informatie over de te nemen maatregelen.
Verwant onderwerp
De spuitopeningen van de printkop controleren
Naar boven
De papierinvoerrollen reinigen
Sivu 669/836
Uitgebreide Handleiding > Onderhoud > Onderhoud uitvoeren vanaf een computer > De papierinvoerrollen reinigen
De papierinvoerrollen reinigen
U kunt de papierinvoerrol reinigen met de functie voor het reinigen van de papierinvoerrol. U doet dit
wanneer er stukjes papier aan de papierinvoerrol vastzitten en het papier niet goed wordt ingevoerd.
De procedure voor het reinigen van de papierinvoerrollen is als volgt:
Reiniging rollen
1. Bereid het apparaat voor
Verwijder alle vellen papier uit de papierbron vanwaar papier niet goed kan worden ingevoerd.
2. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
3. Klik op Reiniging rollen (Roller Cleaning) op het tabblad Onderhoud (Maintenance)
Het dialoogvenster Reiniging rollen (Roller Cleaning) wordt weergegeven.
4. Selecteer Achterste lade (Rear Tray) of Cassette en klik vervolgens OK
Er wordt een bevestigingsbericht weergegeven.
5. Voer het reinigen van de papierinvoerrollen uit
Zorg dat het apparaat is ingeschakeld en klik op OK.
Het reinigen van de papierinvoerrol wordt gestart.
6. Voltooi het reinigen van de papierinvoerrollen
Wanneer de rollen zijn gestopt, volgt u de instructie in het bericht, laadt u drie vellen gewoon papier
in de geselecteerde papierbron van het apparaat en klikt u op OK.
Het papier wordt uitgevoerd en het reinigen van de invoerrollen is voltooid.
Naar boven
De positie van de printkop uitlijnen
Sivu 670/836
Uitgebreide handleiding > Onderhoud > Onderhoud uitvoeren vanaf een computer > De positie van de printkop uitlijnen
De positie van de printkop uitlijnen
Bij het uitlijnen van de printkoppen worden de installatieposities van de printkop gecorrigeerd waardoor
kleuren en lijnen beter worden afgedrukt.
Dit apparaat ondersteunt twee methoden voor het uitlijnen van de printkop: automatische uitlijning en
handmatige uitlijning. Normaal gesproken staat de printer ingesteld op automatische uitlijning.
Zie 'De printkop handmatig uitlijnen ' als u een automatische printkopuitlijning uitvoert en het
afdrukresultaat nog steeds niet naar wens is en voer handmatige uitlijning uit. U kunt een handmatige
uitlijning uitvoeren door te klikken op Aangepaste instellingen (Custom Settings) op het tabblad
Onderhoud (Maintenance) en vervolgens het selectievakje Koppen handmatig uitlijnen (Align heads
manually) in te schakelen.
De procedure voor het uitlijnen is van de printkop is als volgt:
Printkop uitlijnen
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Klik op Uitlijning printkop (Print Head Alignment) op het tabblad Onderhoud
(Maintenance)
Het dialoogvenster Uitlijning printkop starten (Start Print Head Alignment) wordt geopend.
3. Plaats papier in het apparaat
Plaats een vel Matglans Foto Papier (MP-101) van A4- of Letter-formaat in de achterste lade.
Opmerking
De mediatypen en aantallen vellen die u kunt gebruiken zijn anders als u de handmatige
uitlijning van koppen heeft geselecteerd.
4. Voer het uitlijnen van de printkop uit
Zorg dat het apparaat is ingeschakeld en klik op Printkop uitlijnen (Align Print Head).
Volg de instructie in het bericht.
Opmerking
Wanneer u de huidige instelling wilt controleren voordat u de printkoppositie aanpast, klikt u op
Uitlijningswaarde afdrukken (Print Alignment Value).
Naar boven
De spuitopeningen van de printkop controleren
Sivu 671/836
Uitgebreide Handleiding > Onderhoud > Onderhoud uitvoeren vanaf een computer > De spuitopeningen van de printkop
controleren
De spuitopeningen van de printkop controleren
U kunt met de functie Controle spuitopening controleren of de printkoppen goed functioneren. Hierbij
wordt een controleraster afgedrukt. Druk een controleraster af wanneer de afdruk vaag is of een
bepaalde kleur niet wordt afgedrukt.
De procedure voor het afdrukken van een controleraster is als volgt:
Controle spuitopening
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Klik op Controle spuitopening (Nozzle Check) op het tabblad Onderhoud
(Maintenance)
Het dialoogvenster Controle spuitopening (Nozzle Check) wordt weergegeven.
Om een lijst weer te geven van de items die u moet controleren voordat u het controleraster afdrukt,
klikt u op Initiële controle-items (Initial Check Items).
3. Plaats papier in het apparaat
Plaats een vel gewoon papier van A4- of Letter-formaat in de cassette.
4. Druk een controleraster voor de spuitopeningen af
Zorg dat het apparaat is ingeschakeld en klik op Controleraster afdrukken (Print Check Pattern).
Het controleraster voor de spuitopening wordt afgedrukt.
Klik op OK in het bevestigingsbericht.
Het dialoogvenster Rastercontrole (Pattern Check) wordt weergegeven.
5. Controleer het afdrukresultaat
Controleer het afdrukresultaat. Klik op Afsluiten (Exit) als het afdrukresultaat normaal is.
Klik op Reiniging (Cleaning) om de printkop te reinigen als de afdruk vegen bevat of bepaalde
secties niet zijn afgedrukt.
Verwant onderwerp
De printkoppen reinigen
Naar boven
De binnenkant van het apparaat reinigen
Sivu 672/836
Uitgebreide Handleiding > Onderhoud > Onderhoud uitvoeren vanaf een computer > De binnenkant van het apparaat
reinigen
De binnenkant van het apparaat reinigen
U kunt met de functie voor het reinigen van de onderste plaat voorkomen dat er vegen achter op het
papier ontstaan. Voer een reiniging van de onderste plaat uit voordat u dubbelzijdig afdrukt.
Voer ook een reiniging van de onderste plaat uit als er inktvegen op een afdruk voorkomen die niet
worden veroorzaakt door de afdrukgegevens.
Zie “Het binnenste van het apparaat reinigen (Reiniging onderste plaat) ” voor meer informatie over het
laden van papier in het apparaat.
De procedure voor het reinigen van de onderste plaat is als volgt:
Reiniging onderste plaat
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Klik op Reiniging onderste plaat (Bottom Plate Cleaning) op het tabblad Onderhoud
(Maintenance)
Het dialoogvenster Reiniging onderste plaat (Bottom Plate Cleaning) wordt weergegeven.
3. Plaats papier in het apparaat
Vouw het normale papier van A4- of Letter-formaat horizontaal doormidden en vervolgens weer uit,
zoals aangegeven in het dialoogvenster.
Plaats het papier in de lengte en met de punt van de vouw naar beneden gericht in de achterste
lade.
4. Voer de reiniging van de onderste plaat uit
Zorg dat het apparaat is ingeschakeld en klik op Uitvoeren (Execute).
Het reinigen van de onderste plaat wordt gestart.
Naar boven
Informatie over Bluetooth-communicatie
Sivu 673/836
Uitgebreide Handleiding > Informatie over Bluetooth-communicatie
Informatie over Bluetooth-communicatie
Voorzorgsmaatregelen voor transport
Voorbereiding op het gebruik van de Bluetooth-eenheid
Gegevens afdrukken via Bluetooth-communicatie
Basisprocedure voor afdrukken via Bluetooth-communicatie
Bluetooth-instellingen
Probleemoplossing
Specificaties
Naar boven
Voorzorgsmaatregelen voor transport
Sivu 674/836
Uitgebreide Handleiding > Informatie over Bluetooth-communicatie > Voorzorgsmaatregelen voor transport
Voorzorgsmaatregelen voor transport
Het product verzenden
Naar boven
Het product verzenden
Sivu 675/836
Uitgebreide Handleiding > Informatie over Bluetooth-communicatie > Voorzorgsmaatregelen voor transport > Het product
verzenden
Het product verzenden
Dit product mag vanwege lokale wetgeving niet worden gebruikt in andere landen en regio's dan het
land of de regio waar het werd aangeschaft. Denk eraan dat het gebruik van dit product in dergelijke
landen of regio's verboden en strafbaar is en dat Canon niet aansprakelijk mag worden gehouden voor
dergelijke straffen.
Naar boven
Voorbereiding op het gebruik van de Bluetooth-eenheid
Sivu 676/836
Uitgebreide Handleiding > Informatie over Bluetooth-communicatie > Voorbereiding op het gebruik van de Bluetootheenheid
Voorbereiding op het gebruik van de Bluetooth-eenheid
Bluetooth-eenheid
Aansluiten op en loskoppelen van de printer
Naar boven
Bluetooth-eenheid
Sivu 677/836
Uitgebreide Handleiding > Informatie over Bluetooth-communicatie > Voorbereiding op het gebruik van de Bluetootheenheid > Bluetooth-eenheid
Bluetooth-eenheid
De Bluetooth-eenheid BU-30 (hierna de Bluetooth-eenheid genoemd) is een adapter die kan worden
gebruikt met een Canon IJ-printer met Bluetooth-interface.
Als u een Bluetooth-eenheid aansluit op een Canon IJ-printer met Bluetooth-interface is draadloos
afdrukken mogelijk via een Bluetooth-apparaat, zoals een computer of mobiele telefoon.
Opmerking
Communicatie is mogelijk tot circa 10 meter (33 feet) afstand, afhankelijk van de onderstaande
omstandigheden. De afdruksnelheid kan variëren als gevolg van de volgende omstandigheden:
-De aanwezigheid van obstakels tussen de communicatieapparatuur en omstandigheden die van
invloed zijn op radiogolven
-De aanwezigheid van magnetische velden, statische elektriciteit of elektromagnetische
interferentie
-Te gebruiken software en besturingssysteem
-De gevoeligheid van de ontvanger en de prestaties van de antenne van de
communicatieapparatuur
Naar boven
Aansluiten op en loskoppelen van de printer
Uitgebreide Handleiding > Informatie over Bluetooth-communicatie > Voorbereiding op het gebruik van de Bluetootheenheid > Aansluiten op en loskoppelen van de printer
Aansluiten op en loskoppelen van de printer
De Bluetooth-eenheid aansluiten op de printer
De Bluetooth-eenheid loskoppelen van de printer
De Bluetooth-eenheid aansluiten op de printer
Sluit de Bluetooth-eenheid aan op de Direct Print-poort (A) van de printer volgens onderstaande
procedure.
De weergave kan afwijken, afhankelijk van de printer die u gebruikt.
1.
Controleer het aan/uit-lampje.
Zorg dat het aan/uit-lampje aan is.
2.
Plaats de Bluetooth-eenheid in de poort voor Direct afdrukken van de printer.
Haal het kapje van de Bluetooth-eenheid. Bewaar het kapje op een veilige plek.
Sivu 678/836
Aansluiten op en loskoppelen van de printer
Sivu 679/836
Opmerking
Als de Bluetooth-eenheid goed op de printer is aangesloten, knippert het aan/uit-lampje
op de printer tweemaal.
De Bluetooth-eenheid van de printer loskoppelen
Koppel de Bluetooth-eenheid los van de poort voor direct afdrukken van de printer volgens
onderstaande procedure.
1.
Verwijder de Bluetooth-eenheid uit de poort voor Direct afdrukken van de printer.
Let op
Controleer of het lampje op de Bluetooth-eenheid niet brandt of knippert voordat u de
Bluetooth-eenheid loskoppelt.
Belangrijk
Bewaar de Bluetooth-eenheid met het kapje bevestigd.
Naar boven
Gegevens afdrukken via Bluetooth-communicatie
Sivu 680/836
Uitgebreide Handleiding > Informatie over Bluetooth-communicatie > Gegevens afdrukken via Bluetooth-communicatie
Gegevens afdrukken via Bluetooth-communicatie
Voorbereiding
MP Drivers installeren
De printer instellen
De printer registreren
De printer verwijderen
Naar boven
Voorbereiding
Uitgebreide Handleiding > Informatie over Bluetooth-communicatie > Afdrukken via een Bluetooth-verbinding >
Voorbereiding
Voorbereiding
Als u wilt afdrukken via Bluetooth-communicatie met Windows, moet aan de volgende systeemvereisten
worden voldaan.
Computer
Een computer met een interne Bluetooth-module of een computer waarop een optionele Bluetoothadapter (beschikbaar van verschillende fabrikanten) is aangesloten.
Besturingssysteem
Microsoft Windows Vista (waarbij aan een van de volgende vereisten moet worden voldaan)
Bluetooth-apparaten (Bluetooth Devices) wordt weergegeven bij Hardware en
geluid (Hardware and Sound) onder Configuratiescherm (Control Panel)
Bluetooth Stack voor Windows van Toshiba versie 5.10.04 of later is geïnstalleerd
Microsoft Windows XP (waarbij aan een van de volgende vereisten moet worden voldaan)
Windows XP SP2 of later is geïnstalleerd en Bluetooth-apparaten (Bluetooth
Devices) wordt weergegeven bij Printers en andere hardware (Printers and Other
Hardware) onder Configuratiescherm (Control Panel).
Bluetooth Stack voor Windows van Toshiba versie 3.00.10 of later is geïnstalleerd
Zie voor meer informatie over het bevestigen van de versie van Bluetooth-stack voor Windows
van Toshiba Controle 2: wordt er een niet-ondersteund Bluetooth-stuurprogramma gebruikt?
Als u de Bluetooth-eenheid wilt aansluiten en via Bluetooth-communicatie wilt afdrukken, zijn de
volgende stappen nodig.
1. Controleer of de Bluetooth-eenheid goed op de printer is aangesloten.
Zie Aansluiten op en loskoppelen van de printer .
2. Installeer de MP-printerstuurprogramma's.
Zie De MP-printerstuurprogramma's installeren .
3. Controleer de apparaatnaam van de printer met behulp van het LCD-scherm.
Zie De printer instellen .
4. Registreer de printer als een Bluetooth-apparaat met behulp van Bluetoothapparaten (Bluetooth Devices).
Als u Windows Vista gebruikt, wordt Bluetooth-apparaten (Bluetooth Devices) weergegeven
bij Hardware en geluiden (Hardware and Sound) onder Configuratiescherm (Control Panel).
Registreer de printer als een Bluetooth-apparaat in Bluetooth-apparaten (Bluetooth Devices)
bij Hardware en geluiden (Hardware and Sound) onder Configuratiescherm (Control Panel).
Zie De printer registreren .
Als u Windows XP SP2 of later gebruikt, wordt Bluetooth-apparaten (Bluetooth Devices)
weergegeven bij Printers en andere hardware (Printers and Other Hardware) onder
Configuratiescherm (Control Panel).
Registreer de printer als een Bluetooth-apparaat in Bluetooth-apparaten (Bluetooth Devices)
bij Printers en andere hardware (Printers and Other Hardware) onder Configuratiescherm
(Control Panel).
Zie De printer registreren .
Als u een Toshiba-computer met Windows Vista of Windows XP gebruikt
Registreer de printer als een Bluetooth-apparaat met behulp van Bluetooth-instellingen
(Bluetooth Settings).
Sivu 681/836
Voorbereiding
Sivu 682/836
* De computer kan eenvoudig een printer registreren, als de computer wordt gebruikt waarop
Bluetooth-stack voor Windows van Toshiba of het programma dat op de Bluetooth-adapter
met de optie Gefabriceerd door Toshiba is aangesloten.
Bluetooth-instellingen (Bluetooth Settings) kan worden gestart door op Start te klikken en Alle
programma's (All Programs), TOSHIBA, Bluetooth en Bluetooth-instellingen (Bluetooth
Settings) te selecteren.
Raadpleeg de handleiding bij uw computer voor details over Bluetooth-instellingen (Bluetooth
Settings).
Afhankelijk van het besturingssysteem kan de werkwijze verschillen. Raadpleeg in dat geval
de handleiding bij uw computer.
Naar boven
MP Drivers installeren
Sivu 683/836
Uitgebreide Handleiding > Informatie over Bluetooth-communicatie > Gegevens afdrukken via Bluetooth-communicatie >
MP Drivers installeren
MP Drivers installeren
Opmerking
Als u de printer gekoppeld aan een computer gebruikt, zijn de MP Drivers al geïnstalleerd. Ga in dit
geval door naar de volgende stap.
De printer instellen
Voordat u de Bluetooth-eenheid op de printer aansluit om draadloos af te drukken, moet u eerst de
printer en de computer via een USB-kabel met elkaar verbinden en de MP Drivers installeren met behulp
van de installatie-cd-rom .
Installeer de MP Drivers volgens uw installatiehandleiding.
Naar boven
De printer instellen
Uitgebreide Handleiding > Informatie over Bluetooth-communicatie > Gegevens afdrukken via Bluetooth-communicatie >
De printer instellen
De printer instellen
In dit gedeelte worden de procedures beschreven voor het controleren van de instellingen van de
Bluetooth-eenheid op het LCD-scherm van de printer ter voorbereiding op het afdrukken via Bluetooth.
De vensters kunnen verschillen afhankelijk van welke printer u gebruikt.
Zie Afdrukken via Bluetooth instellen voor meer informatie over de Bluetooth-instellingen.
1. Controleer of de Bluetooth-eenheid is aangesloten en of de printer aan staat.
Zie Aansluiten op en loskoppelen van de printer voor informatie over het aansluiten van de Bluetooth
-eenheid.
2. Ga naar het scherm Bluetooth-instellingen (Bluetooth settings) op het LCD-scherm.
Zie De apparaatinstellingen wijzigen op het LCD-scherm voor informatie over het weergeven van het
scherm Bluetooth-instellingen.
Opmerking
Als het scherm Bluetooth-instellingen (Bluetooth settings) niet op het LCD-scherm wordt
weergegeven, is de Bluetooth-eenheid mogelijk niet goed aangesloten. Koppel de Bluetootheenheid los van de printer en sluit deze opnieuw aan.
Zie voor details Aansluiten op en loskoppelen van de printer .
Als het scherm Bluetooth-instellingen (Bluetooth settings) nog steeds niet wordt weergegeven,
is de Bluetooth-eenheid mogelijk defect. Neem in dat geval contact op met de helpdesk van
Canon.
3. Selecteer Apparaatnaam (Device name).
Het scherm Apparaatnaam (Device name) wordt weergegeven.
4. Controleer de apparaatnaam.
De apparaatnaam is nodig om de printer als een Bluetooth-apparaat te registreren. Zorg ervoor dat
u de apparaatnaam noteert.
Opmerking
Als meerdere printers met dezelfde modelnaam op het systeem zijn aangesloten, raden we u
aan om elke printer een andere apparaatnaam te geven zodat u de printer die u gaat gebruiken
Sivu 684/836
De printer instellen
Sivu 685/836
sneller kunt identificeren. Zie Scherm Bluetooth-instellingen .
Druk op de printer op OK nadat u de apparaatnaam hebt gecontroleerd.
Registreer de printer op uw computer via het LCD-scherm nadat u de Bluetooth-instellingen hebt
gecontroleerd.
De printer registreren
Naar boven
De printer registreren
Uitgebreide Handleiding > Informatie over Bluetooth-communicatie > Gegevens afdrukken via Bluetooth-communicatie >
De printer registreren
De printer registreren
Registreer de printer als een Bluetooth-apparaat met behulp van Bluetooth-apparaten (Bluetooth
Devices) onder Configuratiescherm (Control Panel).
Opmerking
Bij de volgende procedure die wordt beschreven, wordt ervan uitgegaan dat Windows Vista op uw
computer is geïnstalleerd.
Schakel de Bluetooth-functie van uw computer in voordat u de printer registreert bij Bluetoothapparaten (Bluetooth Devices) onder Configuratiescherm (Control Panel).
Raadpleeg voor meer informatie de bedieningshandleiding bij uw computer.
Als u de printer opnieuw wilt registreren als een Bluetooth-apparaat, moet u eerst de
geregistreerde printer verwijderen en deze vervolgens opnieuw registreren.
Zie De printer verwijderen .
1. Meld u aan bij een gebruikersaccount met beheerdersrechten.
2. Klik op Configuratiescherm (Control Panel) en vervolgens op Bluetooth-apparaten
(Bluetooth Devices) onder Hardware en geluiden (Hardware and Sound).
Als u een andere versie dan Windows Vista gebruikt, klikt u op Configuratiescherm (Control Panel),
Printers en andere hardware (Printers and Other Hardware) en vervolgens op Bluetooth-apparaten
(Bluetooth Devices).
3. Klik op Toevoegen (Add) op de pagina Apparaten (Devices).
De Wizard Bluetooth-apparaat toevoegen (Add Bluetooth Device Wizard) wordt gestart.
4. Zorg dat de printer aan staat, schakel het selectievakje Mijn apparaat is geïnstalleerd
en gereed voor detectie (My device is set up and ready to be found) in en klik op
Volgende (Next).
Sivu 686/836
De printer registreren
5. Selecteer de apparaatnaam van de printer en klik op Volgende (Next).
Selecteer dezelfde apparaatnaam als die u hebt gekozen bij De printer instellen .
Opmerking
als de apparaatnaam niet wordt weergegeven, raadpleegt u Controle 3: wordt de printernaam
die u wilt registreren weergegeven in de printerlijst?
6. Selecteer Geen sleutel gebruiken (Don't use a passkey) en vervolgens Volgende
(Next).
Sivu 687/836
De printer registreren
Sivu 688/836
Opmerking
Als u een sleutel voor de printer hebt ingesteld, selecteert u De sleutel uit de handleiding
gebruiken (Use the passkey found in the documentation) en voert u de sleutel in. Klik
vervolgens op Volgende (Next).
Zie Scherm Bluetooth-instellingen voor meer informatie over sleutels.
7. Klik op Voltooien (Finish).
8. Controleer of de apparaatnaam die u bij stap 5 hebt geselecteerd, is geregistreerd
op de pagina Apparaten (Devices) en klik op OK.
De instellingen voor afdrukken via Bluetooth-communicatie zijn nu gereed.
Opmerking
In Windows Vista kan het scherm Het stuurprogramma voor uw Bluetooth-apparaat moet
worden geïnstalleerd (Windows needs to install driver software for your Bluetooth Peripheral
Device) automatisch worden weergegeven. Klik in dat geval op Bericht niet meer weergeven
voor dit apparaat (Don't show this message again for this device).
Naar boven
De printer verwijderen
Sivu 689/836
Uitgebreide Handleiding > Informatie over Bluetooth-communicatie > Gegevens afdrukken via Bluetooth-communicatie >
De printer verwijderen
De printer verwijderen
In dit gedeelte wordt de procedure beschreven voor het verwijderen van de geregistreerde printer.
Als u de printer opnieuw wilt registreren als een Bluetooth-apparaat, moet u eerst onderstaande
procedure volgen om de printer te verwijderen en deze vervolgens opnieuw te registreren.
Zie De printer registreren voor de procedure om de printer opnieuw te registreren.
1. Meld u aan bij een gebruikersaccount met beheerdersrechten.
2. Klik op Configuratiescherm (Control Panel) en vervolgens op Printers onder
Hardware en geluiden (Hardware and Sound).
Als u een andere versie dan Windows Vista gebruikt, klikt u op Configuratiescherm (Control Panel)
en vervolgens op Printers en faxapparaten (Printers and Faxes) onder Printers en andere hardware
(Printers and Other Hardware).
3. Klik op het pictogram van de printer om af te drukken via Bluetooth-communicatie.
4. Selecteer Verwijderen (Delete) in het menu Organiseren (Organize).
Als u een andere versie dan Windows Vista gebruikt, selecteert u Verwijderen (Delete) in het menu
Bestand (File).
Naar boven
Basisprocedure voor afdrukken via Bluetooth-communicatie
Sivu 690/836
Uitgebreide Handleiding > Informatie over Bluetooth-communicatie > Basisprocedure voor afdrukken via Bluetoothcommunicatie
Basisprocedure voor afdrukken via Bluetooth-communicatie
Afdrukken vanaf computers
Afdrukken met andere Bluetooth-compatibele apparaten dan een computer
Naar boven
Afdrukken vanaf computers
Uitgebreide Handleiding > Informatie over Bluetooth-communicatie > Basisprocedure voor afdrukken via Bluetoothcommunicatie> Afdrukken vanaf computers
Afdrukken vanaf computers
Zie ook de instructiehandleiding van de computer als u Bluetooth-communicatie gebruikt.
Wanneer u afdrukt vanaf een Bluetooth-compatibel apparaat dat geen computer is, raadpleegt u
Afdrukken met andere Bluetooth-compatibele apparaten dan een computer .
Opmerking
Afhankelijk van uw toepassing kunnen bewerkingen afwijken. Raadpleeg de instructiehandleiding
bij de softwaretoepassing voor meer informatie.
De stappen in dit gedeelte hebben betrekking op het afdrukken in Windows Vista.
Afstand Bluetooth-communicatie: Ongeveer 10 meter (33 feet) in een normale omgeving.
De afstand kan verschillen, afhankelijk van omstandigheden die van invloed zijn op radiogolven, of
de communicatieapparatuur.
1. Zet de printer aan en laad het papier.
2. Maak een document of open een bestand met behulp van geschikte
toepassingssoftware.
3. Open het dialoogvenster voor printereigenschappen.
1. Selecteer Druk af (Print) in het menu Bestand (File) van de toepassingssoftware.
Het dialoogvenster Afdrukken (Print) wordt weergegeven.
2. Selecteer de printer waarop u de Bluetooth-eenheid hebt aangesloten, zoals Canon XXX printer
(kopie X) (Canon XXX Printer (Copy X)), in het menu Printer selecteren (Select Printer).
3. Klik op Voorkeuren (Preferences) (of Eigenschappen (Properties)).
Het tabblad Algemeen (Main) van het dialoogvenster Voorkeursinstellingen voor afdrukken
(Printing Preferences) wordt weergegeven.
Opmerking
De printer die is geregistreerd onder Bluetooth-apparaten (Bluetooth Devices) wordt
weergegeven als Canon XXX Printer (kopie X) (Canon XXX Printer (Copy X)).
"X" is een apparaatnaam of een getal. Het aantal cijfers kan verschillen, afhankelijk van de
printer.
4. Geef de vereiste instellingen op.
Sivu 691/836
Afdrukken vanaf computers
1. Selecteer het mediumtype van het geplaatste papier bij Mediumtype (Media Type).
2. Stel de Afdrukkwaliteit (Print Quality) en de Kleur/Intensiteit (Color/Intensity) in op de gewenste
instelling.
Opmerking
Raadpleeg Verschillende afdrukmethoden voor meer informatie over de
afdrukinstellingen.
3. Klik op OK.
Het dialoogvenster Afdrukken (Print) wordt weergegeven.
5. Klik op Afdrukken (Print) of op OK om het document af te drukken.
Het afdrukken wordt gestart.
Opmerking
Selecteer Canon XXX-printer (Canon XXX Printer) in het menu Printer selecteren (Select
Printer) als u een USB-kabel gebruikt voor het afdrukken.
Druk op de knop Stop op de printer of klik op Afdrukken annuleren (Cancel Printing) op de
printerstatusmonitor als u een actieve afdruktaak wilt annuleren. Nadat een afdruktaak is
geannuleerd, kan er nog een vel papier worden uitgevoerd zonder afdrukresultaat.
Als u de printerstatusmonitor wilt weergeven, klikt u op Canon XXX Printer (kopie X) (Canon
Sivu 692/836
Afdrukken vanaf computers
Sivu 693/836
XXX Printer (Copy X)) op de taakbalk.
"X" is een apparaatnaam of een getal. Het aantal cijfers kan verschillen, afhankelijk van de
printer.
Naar boven
Afdrukken met andere Bluetooth-compatibele apparaten dan een computer
Uitgebreide Handleiding > Informatie over Bluetooth-communicatie > Basisprocedure voor afdrukken via Bluetoothcommunicatie> Afdrukken met andere Bluetooth-compatibele apparaten dan een computer
Afdrukken met andere Bluetooth-compatibele apparaten dan
een computer
In het LCD-scherm van de printer kunt u instellingen configureren voor afdrukken met andere Bluetoothcompatibele apparaten dan een computer.
Zie ook de instructiehandleiding bij uw product als u met een van deze apparaten afdrukt.
Als u vanaf een computer afdrukt, raadpleegt u Afdrukken vanaf computers .
Opmerking
Met mobiele telefoons, PDA's en digitale camera's die OPP (Object Push Profile) of BIP (Basic
Imaging Profile) ondersteunen, kunnen foto's worden afgedrukt.
Afhankelijk van uw product kunt u mogelijk niet afdrukken, ook niet wanneer uw product de
bovenstaande profielen ondersteunt. Raadpleeg voor meer informatie de instructiehandleiding bij
uw product.
1. Zet de printer aan en laad het papier.
2. Ga naar het scherm Inst. afdrkn mobiele tel. (Mobile phone print settings) of Inst.
mobiele tel. (Mobile phone settings) op het LCD-scherm en stel het mediumtype en
het papierformaat in.
Zie De apparaatinstellingen wijzigen op het LCD-scherm voor informatie over het weergeven van het
scherm Inst. afdrkn mobiele tel. (Mobile phone print settings) of Inst. mobiele tel. (Mobile phone
settings).
3. Begin met afdrukken vanaf uw Bluetooth-compatibele apparaat.
Bij het selecteren van de apparaatnaam kiest u de beginwaarde van de printer "Canon XXX-1"
(waarbij "XXX" de naam van uw printer is).
Als u een wachtwoord moet invoeren, voert u de beginwaarde "0000" in.
U kunt de apparaatnaam van de printer of het wachtwoord wijzigen in het scherm Bluetoothinstellingen (Bluetooth settings) op het LCD-scherm.
Afdrukken via Bluetooth instellen
Naar boven
Sivu 694/836
Bluetooth-instellingen
Sivu 695/836
Uitgebreide Handleiding > Informatie over Bluetooth-communicatie > Bluetooth-instellingen
Bluetooth-instellingen
Afdrukken via Bluetooth instellen
Scherm Bluetooth-instellingen
Naar boven
Afdrukken via Bluetooth instellen
Sivu 696/836
Uitgebreide Handleiding > Informatie over Bluetooth-communicatie > Bluetooth-instellingen > Afdrukken via Bluetooth
instellen
Afdrukken via Bluetooth instellen
1. Controleer of de printer aan staat en sluit de Bluetooth-eenheid aan.
Opmerking
Als de Bluetooth-eenheid goed op de printer is aangesloten, knippert het aan/uit-lampje op de
printer tweemaal.
2. Ga naar het scherm Bluetooth-instellingen (Bluetooth settings) op het LCD-scherm.
Zie De apparaatinstellingen wijzigen op het LCD-scherm voor informatie over het weergeven van het
scherm Bluetooth-instellingen (Bluetooth settings).
3. Selecteer de inhoud die u op het LCD-scherm wilt instellen.
Scherm Bluetooth-instellingen
Opmerking
Zie De apparaatinstellingen wijzigen op het LCD-scherm voor meer informatie over het
instellen van een mediumtype en een papierformaat wanneer u afdrukt vanaf een mobiele
telefoon.
Naar boven
Scherm Bluetooth-instellingen
Uitgebreide Handleiding > Informatie over Bluetooth-communicatie > Bluetooth-instellingen > Scherm Bluetoothinstellingen
Scherm Bluetooth-instellingen (Bluetooth Settings)
De vensters kunnen verschillen afhankelijk van welke printer u gebruikt.
1. Apparaatnaam (Device name):
Hiermee wordt de apparaatnaam van de printer weergegeven waarop de Bluetooth-eenheid is
aangesloten.
Scherm Apparaatnaam
2. Weigering toegang (Access refusal):
Als u AAN (ON) of Inschakelen (Enable) selecteert, wordt deze printer uitgesloten van zoekacties
vanaf Bluetooth-apparaten.
Scherm Weigering toegang
3. Beveiliging (Security):
Selecteer Inschakelen (Enable) en geef vervolgens de modus op waarmee u het wachtwoord
activeert dat u in het scherm Wachtwoord (Passkey) hebt ingesteld.
Scherm Beveiliging
4. Wachtwoord (Passkey)
U kunt het wachtwoord wijzigen. Het wachtwoord verwijst naar een identificatienummer dat moet
worden vastgesteld. Dit wordt gebruikt om ongewenste toegang vanaf andere Bluetooth-apparaten
te voorkomen. De beginwaarde is ingesteld op 0000.
Scherm Wachtwoord
Scherm Apparaatnaam (Device name).
Hiermee kunt u de apparaatnaam van de printer op een Bluetooth-apparaat instellen.
Voorbeeld:
Als u MP630 series-2 selecteert, is de printernaam die op het Bluetooth-apparaat wordt
weergegeven Canon MP630 series-2.
De beginwaarde is ingesteld op MP630 series-1.
Scherm Weigering toegang (Access refusal).
Sivu 697/836
Scherm Bluetooth-instellingen
Sivu 698/836
Als u een zoekactie uitvoert vanaf een Bluetooth-apparaat, kunt u de weergave van de printernaam
in- of uitschakelen.
AAN (ON) of Inschakelen (Enable)
Hiermee worden zoekacties vanaf een Bluetooth-apparaat uitgeschakeld.
UIT (OFF) of Uitschakelen (Disable) (standaardinstelling)
Hiermee worden zoek- en afdrukacties vanaf een Bluetooth-apparaat ingeschakeld.
Scherm Beveiliging (Security).
Inschakelen (Enable)
Als u Inschakelen (Enable) selecteert, kunt u een van de onderstaande beveiligingsmodi
kiezen.
<Mode 3(recommended)> (Modus 3(aanbevolen))
Deze modus wordt geactiveerd bij beveiliging op koppelingsniveau.
Het wachtwoord is vereist als een Bluetooth-apparaat met het apparaat
communiceert. Meestal kiest u deze modus.
Modus 2 (Mode 2)
Deze modus wordt geactiveerd bij beveiliging op serviceniveau.
Het wachtwoord is vereist als u afdrukt via Bluetooth-communicatie.
Nadat u de beveiligingsmodus hebt ingesteld, kunt u het beste een proefafdruk via Bluetoothcommunicatie maken. Als het afdrukken niet wordt gestart, wijzigt u de beveiligingsmodus en
probeert u het opnieuw.
Uitschakelen (Disable) (standaardinstelling)
Bij het registreren van de printer hoeft u geen wachtwoord in te voeren.
Het instellen van een wachtwoord helpt ongewenste toegang vanaf andere Bluetoothapparaten voorkomen. U kunt het wachtwoord wijzigen in het scherm Wachtwoord (Passkey).
Scherm Wachtwoord (Passkey)
Als u Inschakelen (Enable) selecteert in het scherm Beveiliging (Security) moet u een wachtwoord
instellen om de printer op andere Bluetooth-apparaten te registreren.
Nadat u het wachtwoord hebt gewijzigd, wordt u mogelijk gevraagd om het wachtwoord in te
voeren op de Bluetooth-apparaten waarmee u kon afdrukken voordat het wachtwoord werd
gewijzigd. Voer in dit geval het nieuwe wachtwoord in.
Naar boven
Probleemoplossing
Sivu 699/836
Uitgebreide Handleiding > Informatie over Bluetooth-communicatie > Probleemoplossing
Probleemoplossing
Probleemoplossing
Printer kan niet worden geregistreerd
De afdruktaak wordt niet gestart
Naar boven
Probleemoplossing
Sivu 700/836
Uitgebreide Handleiding > Informatie over Bluetooth-communicatie > Probleemoplossing > Probleemoplossing
Probleemoplossing
In dit gedeelte wordt beschreven hoe u problemen kunt oplossen die zich tijdens het gebruik van de
Bluetooth-eenheid hebben voorgedaan.
Problemen gerelateerd aan de hardware van de printer, de installatie van MP Drivers, enzovoort, worden
ook beschreven in Probleemoplossing.
Naar boven
Printer kan niet worden geregistreerd
Uitgebreide Handleiding > Informatie over Bluetooth-communicatie > Probleemoplossing > Printer kan niet worden
geregistreerd
Printer kan niet worden geregistreerd
Controle 1: zijn MP Drivers geïnstalleerd?
Installeer MP Drivers aan de hand van uw installatiehandleiding.
Controle 2: wordt er een niet-ondersteund Bluetooth-stuurprogramma
gebruikt?
Controleer of het Bluetooth-stuurprogramma dat op uw computer is geïnstalleerd, wordt
ondersteund.
Toshiba-computer met Windows Vista of Windows XP
Klik in Windows Vista op Start en selecteer Alle programma's (All Programs), TOSHIBA,
Bluetooth en vervolgens Bluetooth-instellingen (Bluetooth Settings).
Klik in het dialoogvenster Bluetooth-instellingen (Bluetooth Settings) op de knop help en het
versienummer en controleer of het versienummer 5.10.04 of hoger is.
Klik in Windows XP op Start en selecteer Alle programma's (All Programs), TOSHIBA, Bluetooth
en vervolgens Bluetooth-instellingen (Bluetooth Settings).
Klik in het dialoogvenster Bluetooth-instellingen (Bluetooth Settings) op de knop help en het
versienummer en controleer of het versienummer 3.00.10 of hoger is.
Windows Vista (behalve Toshiba-computers met Windows Vista)
Meld u aan bij een gebruikersaccount met beheerdersrechten en klik op Configuratiescherm
(Control Panel) en vervolgens op Hardware en geluiden (Hardware and Sound).
Zorg ervoor dat het pictogram
Bluetooth-apparaten (Bluetooth Devices) wordt weergegeven
in het dialoogvenster.
Windows XP SP2 of later (behalve Toshiba-computers met Windows XP)
Meld u aan bij een gebruikersaccount met beheerdersrechten en klik op Configuratiescherm
(Control Panel) en vervolgens op Printers en andere hardware (Printers and Other Hardware).
Zorg ervoor dat het pictogram
in het dialoogvenster.
Bluetooth-apparaten (Bluetooth Devices) wordt weergegeven
Afhankelijk van het besturingssysteem kan de werkwijze verschillen. Raadpleeg in dat geval de
handleiding bij uw computer.
Controle 3: wordt de printernaam die u wilt registreren weergegeven in
de Printerlijst (Printer List)?
Controleer of de printer aan staat.
Zorg dat het aan/uit-lampje aan is.
Zorg dat de printer niet in bedrijf is.
Controleer of de Bluetooth-eenheid kan worden gebruikt.
Zorg ervoor dat het scherm Bluetooth-instellingen (Bluetooth settings) op het LCD-scherm van
de printer kan worden weergegeven. Als het scherm niet kan worden weergegeven, is de
Bluetooth-communicatie uitgeschakeld. Koppel de Bluetooth-eenheid los van de printer en sluit
deze opnieuw aan.
Aansluiten op en loskoppelen van de printer
Zorg ervoor dat het scherm Bluetooth-instellingen (Bluetooth settings) op het LCD-scherm van
de printer kan worden weergegeven en probeer de registratie vervolgens opnieuw uit te voeren.
Controleer of toegang vanaf een Bluetooth-compatibel apparaat wordt geweigerd.
Controleer de instellingen voor printertoegang door het scherm Bluetooth-instellingen
(Bluetooth settings) op het LCD-scherm van de printer weer te geven.
1. Ga naar het scherm Bluetooth-instellingen (Bluetooth settings) op het LCDscherm van de printer.
Zie De apparaatinstellingen wijzigen op het LCD-scherm voor informatie over het weergeven
van het scherm Bluetooth-instellingen (Bluetooth settings).
2. Selecteer Weigering toegang (Access refusal).
Sivu 701/836
Printer kan niet worden geregistreerd
Sivu 702/836
3. Selecteer UIT (OFF) of Uitschakelen (Disable) en druk op de knop OK op de
printer.
Naar boven
De afdruktaak wordt niet gestart
Sivu 703/836
Uitgebreide Handleiding > Informatie over Bluetooth-communicatie > Probleemoplossing > De afdruktaak wordt niet
gestart
De afdruktaak wordt niet gestart
Controle 1: is de Bluetooth-eenheid gereed voor gebruik?
Zorg ervoor dat het scherm Bluetooth-instellingen (Bluetooth settings) op het LCD-scherm van de
printer kan worden weergegeven. Als het scherm niet kan worden weergegeven, is de Bluetoothcommunicatie uitgeschakeld. Koppel de Bluetooth-eenheid los van de printer en sluit deze opnieuw
aan.
Aansluiten op en loskoppelen van de printer
Zorg ervoor dat het scherm Bluetooth-instellingen (Bluetooth settings) op het LCD-scherm van de
printer kan worden weergegeven en probeer vervolgens opnieuw af te drukken.
Als het scherm Bluetooth-instellingen (Bluetooth settings) nog steeds niet wordt weergegeven
nadat u de Bluetooth-eenheid van de printer hebt losgekoppeld en weer hebt aangesloten, is de
Bluetooth-eenheid mogelijk defect. Neem in dat geval contact op met de helpdesk van Canon.
Controle 2: is er een probleem met de locatie van de printer of is de
afstand tussen de printer en de computer te groot?
De maximale communicatieafstand tussen de printer en een computer is ongeveer 10 meter (33
feet), maar dit hangt af van de volgende omstandigheden:
De aanwezigheid van obstakels tussen de communicatieapparatuur en omstandigheden die
van invloed zijn op radiogolven
Locatie waar magnetische velden, statische elektriciteit of radiostoringen optreden
Typen software en besturingssysteem die worden gebruikt
De gevoeligheid van de ontvanger en de prestaties van de antenne van de
communicatieapparatuur
Installeer de printer op een andere plek of plaats de printer dichter bij de computer.
Controle 3: is de te gebruiken printer juist geselecteerd?
Volg de hieronder beschreven procedure om de printer te selecteren waarop de Bluetooth-eenheid
is bevestigd.
1. Meld u aan bij een gebruikersaccount met beheerdersrechten.
2. Klik op Configuratiescherm (Control Panel) en vervolgens op Printers onder
Hardware en geluiden (Hardware and Sound).
Als u een andere versie dan Windows Vista gebruikt, klikt u op Configuratiescherm (Control
Panel) en vervolgens op Printers en faxapparaten (Printers and Faxes) onder Printers en
andere hardware (Printers and Other Hardware).
3. Klik op het pictogram
van de te gebruiken printer om af te drukken via
Bluetooth-communicatie.
De pictogramnaam is standaard Canon XXX-printer (kopie X) (Canon XXX Printer (Copy X)).
Opmerking
"X" is een apparaatnaam of een getal. Het aantal cijfers kan verschillen, afhankelijk van de
printer.
4. Selecteer Eigenschappen (Properties) in het menu Organiseren (Organize)
(Bestand (File) in andere Windows-versies dan Vista).
5. Klik op het tabblad Poorten (Ports) en selecteer een geschikte printer in Poort
(Port).
Dit hangt af van de manier waarop u de printer verifieert.
Als u de printer registreert als een Bluetooth-apparaat (Bluetooth device) in het
De afdruktaak wordt niet gestart
Sivu 704/836
Configuratiescherm (Control Panel)
BTHnnn (Canon XXX-printer (kopie X)) (BTHnnn (Canon XXX Printer (Copy X))) ('n' staat voor een
getal)
Als u de printer registreert als een Bluetooth-apparaat met behulp van de Bluetooth-instellingen
(Bluetooth Settings) die in de computer zijn ingebouwd
TPBnnn (Canon XXX-printer (kopie X)) (TPBnnn (Canon XXX Printer (Copy X))) ('n' staat voor een
getal)
Zie Registreer de printer als een Bluetooth-apparaat met behulp van Bluetooth-apparaten. in
Voorbereiding voor meer informatie over het registreren van de printer.
6. Klik op OK.
Controle 4: wordt het bericht 'Dit document kan niet worden afgedrukt'
weergegeven?
Probeer niet opnieuw af te drukken. Lees het foutbericht dat op het LCD-scherm wordt
weergegeven.
Annuleer de fout volgens Er wordt een foutbericht weergegeven op het LCD-scherm .
Als u een Microsoft Bluetooth-stuurprogramma gebruikt, moet u ervoor zorgen dat de service
Afdrukken (HCRP) (Printing (HCRP)) op uw computer werkt.
Klik op Configuratiescherm (Control Panel), Bluetooth-apparaten (Bluetooth Devices) onder
Hardware en geluiden (Hardware and Sound) (Printers en andere hardware (Printers and Other
Hardware) in andere Windows-versies dan Vista) en selecteer vervolgens de printer die u voor
Bluetooth-communicatie wilt gebruiken. Klik daarna op Eigenschappen (Properties).
Zorg ervoor dat Afdrukken (HCRP) (Printing (HCRP)) op het blad Services is geselecteerd.
Als Afdrukken (HCRP) (Printing (HCRP)) niet is geselecteerd of als de service Afdrukken
(HCRP) (Printing (HCRP)) niet wordt gevonden, volgt u de onderstaande procedure en
registreert u de printer opnieuw.
1. Klik op Configuratiescherm (Control Panel) en vervolgens op Printers onder
Hardware en geluiden (Hardware and Sound).
Als u een andere versie dan Windows Vista gebruikt, klikt u op Configuratiescherm (Control
Panel) en vervolgens op Printers en faxapparaten (Printers and Faxes) onder Printers en
andere hardware (Printers and Other Hardware).
2. Klik op het pictogram
van de printer om af te drukken via Bluetooth-
communicatie.
3. Selecteer Verwijderen (Delete) in het menu Organiseren (Organize) (Bestand
(File) in andere Windows-versies dan Vista).
4. Registreer de printer als een Bluetooth-apparaat bij Bluetooth-apparaten
(Bluetooth Devices) onder Configuratiescherm (Control Panel).
Zie De printer registreren voor meer informatie over de procedure.
Dit bericht wordt weergegeven als de afdruktaak vanaf het Bluetooth-apparaat wordt verzonden
terwijl een andere afdruktaak via de USB-poort wordt afgedrukt.
Het afdrukken wordt automatisch gestart als de wachtrij is voltooid.
Er kan niet tegelijkertijd vanaf meer dan één computer met Bluetooth-communicatie worden
afgedrukt. In dat geval wordt dit bericht op de computer weergegeven in de stand-bymodus.
Het afdrukken wordt automatisch gestart als de wachtrij is voltooid.
Controle 5: zijn de MP Drivers geïnstalleerd na het registreren van de
printer onder Bluetooth-apparaten?
Als u MP Drivers hebt geïnstalleerd na het registreren van de printer als een Bluetooth-apparaat bij
Bluetooth-apparaten (Bluetooth Devices), verwijdert u de printer en registreert u deze opnieuw.
Zie Voorbereiding voor meer informatie over de procedure.
Naar boven
Specificaties
Sivu 705/836
Uitgebreide Handleiding > Informatie over Bluetooth-communicatie > Specificaties
Specificaties
Communicatiemethode
Bluetooth v2.0
Maximumsnelheid
1,44 Mbps
Uitvoer
Bluetooth Power Class 2
Communicatieafstand
Gezichtsveldafstand: ongeveer 10 meter (33 feet)*
* De afstand kan verschillen, afhankelijk van factoren zoals de
aanwezigheid van obstakels tussen de communicatieapparatuur en
radiogolven, de aanwezigheid van magnetische velden rond magnetrons en
locaties waar elektrostatische of radiostoringen optreden, de typen software
en besturingssystemen die worden gebruikt, en de gevoeligheid van de
ontvanger en de antenneprestaties van de communicatieapparatuur.
Profiel
SPP (Serial Port Profile)
OPP (Object Push Profile)
BIP (Basic Imaging Profile)
HCRP (Hardcopy Cable Replacement Profile)
Compatibele pc's
Een computer met een interne Bluetooth-module of een computer waarop
een optionele Bluetooth-adapter (beschikbaar van verschillende
fabrikanten) is aangesloten.
Besturingssysteem/software:
Microsoft Windows Vista (waarbij aan een van de volgende vereisten moet
worden voldaan)
Bluetooth-apparaten (Bluetooth Devices) wordt weergegeven bij
Hardware en geluid (Hardware and Sound) onder Configuratiescherm
(Control Panel)
Bluetooth Stack voor Windows van Toshiba versie 5.10.04 of later is
geïnstalleerd
Microsoft Windows XP (waarbij aan een van de volgende vereisten moet
worden voldaan)
Windows XP SP2 of later is geïnstalleerd en Bluetooth-apparaten
(Bluetooth Devices) wordt weergegeven bij Printers en andere hardware
(Printers and Other Hardware) onder Configuratiescherm (Control
Panel).
Bluetooth Stack voor Windows van Toshiba versie 3.00.10 of later is
geïnstalleerd
Frequentieband
2,4 GHz-band (2,400 GHz tot 2,4835 GHz)
Stroomvoorziening
Geleverd via de poort voor direct afdrukken op de printer, DC 4,4 V tot 5,25 V
Maximaal stroomverbruik 500 mW (MAX)
Gebruikstemperatuur
5 tot 35˚C (41 tot 95˚F)
Gebruiksvochtigheid
10 tot 90% relatieve vochtigheid (geen condensatie)
Afmetingen (Breedte x
Diepte x Hoogte)
18,5 (B) x 47,5 (D) x 8,7 (H) mm (met kapje bevestigd)
Dikte
Ongeveer 7g
Naar boven
De apparaatinstellingen wijzigen
Sivu 706/836
Uitgebreide Handleiding > De apparaatinstellingen wijzigen
De apparaatinstellingen wijzigen
De apparaatinstellingen wijzigen op het LCD-scherm
Apparaatinstellingen vanaf uw computer wijzigen
Naar boven
De apparaatinstellingen wijzigen op het LCD-scherm
Sivu 707/836
Uitgebreide Handleiding > De apparaatinstellingen wijzigen > De apparaatinstellingen wijzigen op het LCD-scherm
De apparaatinstellingen wijzigen op het LCD-scherm
De apparaatinstellingen wijzigen op het LCD-scherm
Invoerinstellingen voor normaal papier
Afdrukinstellingen
Geavanceerde instellingen
Instelling afdrukken mobiele telefoon
Bluetooth-instellingen
PictBridge-afdrukinstellingen
Taal kiezen
Instelling reset
Naar boven
De apparaatinstellingen wijzigen op het LCD-scherm
Uitgebreide Handleiding > De apparaatinstellingen wijzigen > De apparaatinstellingen wijzigen op het LCD-scherm > De
apparaatinstellingen wijzigen op het LCD-scherm
De apparaatinstellingen wijzigen op het LCD-scherm
In dit gedeelte wordt de procedure voor het wijzigen van de instellingen in het scherm
Apparaatinstellingen (Device settings) beschreven. Daarbij worden de stappen voor het opgeven van de
optie Uitbr. kopiehoeveelheid (Extended copy amount) als voorbeeld genomen.
1. Zorg dat het apparaat is ingeschakeld.
2. Selecteer
Instellingen (Settings) op het scherm HOME en druk op OK.
Het scherm Instellingen (Settings) wordt weergegeven.
3. Selecteer
Apparaatinstellingen (Device settings) en druk op OK.
Het scherm Apparaatinstellingen (Device settings) wordt weergegeven.
4. Selecteer het in te stellen item en druk op OK.
Het instellingsscherm voor het geselecteerde item wordt weergegeven.
5. Selecteer het menu en druk op OK.
6. Selecteer het in te stellen item en druk op OK.
Sivu 708/836
De apparaatinstellingen wijzigen op het LCD-scherm
Invoerinstellingen voor normaal papier
Afdrukinstellingen
Geavanceerde instellingen
Instelling afdrukken mobiele telefoon
Bluetooth-instellingen
PictBridge-afdrukinstellingen
Taal kiezen
Instelling reset
Invoerinstellingen voor normaal papier
Hiermee geeft u de papierbron op voor gewoon papier op A4-, Brief-, A5- en B5-formaat.
Opmerking
A4, Brief, A5 en B5 kunnen in de cassette worden geplaatst. Plaats andere typen papier in de
achterste lade.
Afdrukinstellingen
Papierschuring voorkomen (Prevent paper abrasion)
Gebruik deze instelling alleen als er vlekken op het afdrukoppervlak ontstaan.
Belangrijk
Stel dit item na het afdrukken weer in op UIT (OFF), omdat dit tot een lagere
afdruksnelheid of -kwaliteit kan leiden.
Uitbr. kopiehoeveelheid (Extended copy amount)
Met deze instelling selecteert u het gedeelte van de afbeelding dat buiten het papier valt als u
afdrukt zonder marges.
Belangrijk
Deze instelling kunt u alleen toepassen wanneer de kopieer- of fotoreproductiemodus is
geselecteerd.
Opmerking
Als u afdrukt zonder marges, maar de afdrukken toch marges bevatten, kunt u hiervoor
Groot (Large) opgeven om dit probleem te verhelpen.
Geavanceerde instellingen (Advanced settings)
Datumweergave (Date display)
Hiermee wordt de weergavenotatie van opnamedatum gewijzigd wanneer u de foto's afdrukt.
Opmerking
Wanneer Datum AAN (Date ON) is geselecteerd op het scherm voor de geavanceerde
afdrukinstellingen in de modus voor de geheugenkaart, wordt de opnamedatum
afgedrukt in de datumweergave die u hebt geselecteerd. Zie Items instellen voor meer
informatie over afdrukinstellingen.
De opnamedatum wordt weergegeven zoals opgegeven in de DPOF-instelling voor
DPOF-afdrukken.
Lees-/schrijfkenmerk (Read/write attribute)
Hiermee geeft u op of gegevens vanaf een computer naar geheugenkaarten mogen worden
geschreven.
Belangrijk
Verwijder de geheugenkaart voordat u deze instelling wijzigt. Zie De kaartsleuf instellen
als het geheugenkaartstation van de computer voor meer informatie.
Als u Beschrijfbaar van pc (Writable from PC) opgeeft bij deze instelling, kunt u niet
rechtstreeks vanaf de kaart afdrukken. Als u het speciale geheugenkaartstation niet
meer gebruikt, moet u deze instelling weer wijzigen in Niet beschrijfb. van pc (Not
Sivu 709/836
De apparaatinstellingen wijzigen op het LCD-scherm
writable from PC).
Instelling diashow (Slide show setting)
Hiermee geeft u de weergavekwaliteit van de afbeeldingen van de diavoorstelling op.
Opmerking
Als Beeldkwaliteit: Standaard (Image quality: Standard) is geselecteerd, worden
afbeeldingen met een tussenpoos van ongeveer 5 seconden weergegeven. Als
Beeldkwaliteit: Hoog (Image quality: High) is geselecteerd, worden afbeeldingen met
verschillende tussenpozen, afhankelijk van hun resolutie, weergegeven.
Stille modus (Quiet mode)
Hiermee schakelt u deze functie in als u het geluidsniveau van het apparaat wilt beperken,
bijvoorbeeld wanneer u 's nachts afdrukt.
Met deze functie beperkt u het geluid dat wordt gegenereerd bij:
Kopiëren
Afdrukken vanaf een geheugenkaart
Afdrukken vanaf een PictBridge-compatibel apparaat
Afdrukken vanaf een draadloos communicatieapparaat
Afdrukken met een sjabloonafdruk
Belangrijk
De afdruksnelheid kan lager zijn dan wanneer dit item is ingesteld opUIT (OFF).
Afhankelijk van de instelling voor afdrukkwaliteit, kan deze functie minder effect hebben.
Bovendien worden bepaalde geluiden, zoals wanneer het apparaat zich voorbereidt op
afdrukken, niet gereduceerd.
Opmerking
De geluiden die worden gegenereerd wanneer u scant of afdrukt vanaf de computer,
kunt u ook beperken. Hiervoor moet u de instellingen van de computer configureren.
Zie Tabblad Scanner voor informatie over geluiden tijdens het scannen.
Zie Het geluidsvolume van het apparaat verlagen voor meer informatie over de geluiden
tijdens het afdrukken vanaf de computer.
Inst. handleidingweergave (Guide display settings)
Hiermee wijzigt u de tijd waarna de handleiding wordt weergegeven op het LCD-scherm of
selecteert u dat de handleiding niet wordt weergegeven.
Toets herhalen (Key repeat)
,
,
of
Hiermee schakelt u herhaling van de invoer in of uit door de knoppen
ingedrukt te houden terwijl u het aantal kopieën, het zoompercentage, enzovoort, instelt.
Instelling afdrukken mobiele telefoon
Wanneer u afdrukt vanaf een mobiele telefoon via Bluetooth-communicatie, selecteert u hier het
paginaformaat, het mediumtype, de opmaak, enzovoort.
Zie Foto's afdrukken vanaf een draadloos communicatieapparaat voor meer informatie over het
afdrukken vanaf een mobiele telefoon via Bluetooth-communicatie.
1.
Selecteer het paginaformaat voor het afdrukken van foto's die op een mobiele telefoon zijn
opgeslagen.
Sivu 710/836
De apparaatinstellingen wijzigen op het LCD-scherm
2.
Selecteer het mediumtype voor het afdrukken van foto's die op een mobiele telefoon zijn
opgeslagen.
3.
Selecteer Image optimizer AAN (Image optimizer ON) om de rafelige randen te corrigeren
en vloeiender te maken tijdens het afdrukken.
4.
Selecteer de opmaak van de foto's op basis van de gebruikte papiersoort.
Stickers afdrukken:
Stickers x16, Stickers x9, Stickers x4, Stickers x2, Vrijgesn. stickers 1, Vrijgesn. stickers 2,
Vrijgesn. stickers 3, Vrijgesn. stickers 4
Afdrukken op ander papier dan stickers:
Met randen x1, x2, x4, x8
Zonder randen x1, x2, x4, x8
Gemengd 1, 2, 3
Opmerking
Gemengd 1 (Mixed 1) Gemengd 2 (Mixed 2) of Gemengd 3 (Mixed 3) kan alleen worden
geselecteerd als het paginaformaat is ingesteld op A4 of LTR(8,5"x11") (8.5" x 11"
(LTR)).
Bluetooth-instellingen (Bluetooth settings)
U kunt de naam van het apparaat, het wachtwoord en dergelijke wijzigen in de Bluetoothinstellingen.
Zie Foto's afdrukken vanaf een draadloos communicatieapparaat voor meer informatie over het
afdrukken vanaf een mobiele telefoon via Bluetooth-communicatie.
Zie Informatie over Bluetooth-communicatie voor meer informatie over het afdrukken vanaf een
computer via Bluetooth-communicatie.
Opmerking
Bluetooth-instellingen (Bluetooth settings) wordt alleen weergegeven als de optionele
Bluetooth-eenheid is aangesloten.
Apparaatnaam (Device name):
De naam van dit apparaat, die wordt weergegeven op een Bluetooth-compatibel apparaat.
Als u bijvoorbeeld XXX-2 instelt, is de apparaatnaam die op het Bluetooth-apparaat wordt
weergegeven 'Canon XXX-2'. De standaardwaarde is XXX-1 (waarbij 'XXX' staat voor de naam
van uw apparaat).
Weigering toegang (Access refusal):
Als u ON (AAN) selecteert, wordt dit apparaat uitgesloten van zoekacties vanaf Bluetoothapparaten.
Beveiliging (Security):
Als u Inschakelen (Enable) selecteert, wordt het wachtwoord actief dat u in het scherm
Wachtwoord (Passkey) hebt ingesteld. Het instellen van een wachtwoord helpt ongewenste
toegang vanaf andere Bluetooth-apparaten voorkomen. U kunt een van de onderstaande
beveiligingsmodi kiezen.
Modus 2 (Mode 2)
Deze modus wordt geactiveerd bij beveiliging op serviceniveau.
Het wachtwoord is vereist als u afdrukt via Bluetooth-communicatie.
Nadat u de beveiligingsmodus hebt ingesteld, raadt Canon u aan een proefafdruk via
Bluetooth-communicatie te maken.
Als het afdrukken niet wordt gestart, wijzigt u de beveiligingsmodus en probeert u het
opnieuw.
Modus 3 (aanbevolen) (Mode 3 (recommended))
Deze modus wordt geactiveerd bij beveiliging op koppelingsniveau.
Het wachtwoord is vereist als een Bluetooth-apparaat met het apparaat
communiceert.
Meestal kiest u deze modus.
Wachtwoord (Passkey)
U kunt het wachtwoord wijzigen. Het wachtwoord is een getal van vier cijfers dat wordt
gebruikt om ongewenste toegang vanaf andere Bluetooth-apparaten te voorkomen.
Sivu 711/836
De apparaatinstellingen wijzigen op het LCD-scherm
De beginwaarde is 0000.
Nadat u het wachtwoord hebt gewijzigd, wordt u mogelijk gevraagd om het nieuwe
wachtwoord in te voeren op een Bluetooth-apparaat, ook wanneer u hiermee eerder al
toegang tot het apparaat had. Voer in dit geval het nieuwe wachtwoord op het apparaat in.
PictBridge-afdrukinstellingen (PictBridge print settings)
U kunt de afdrukinstellingen wijzigen wanneer u afdrukt vanaf een PictBridge-compatibel
apparaat.
Stel de afdrukinstellingen op het PictBridge-compatibele apparaat in op Standaard (Default) als u
wilt afdrukken met de instellingen op het apparaat.
Zie Instellingen op een PictBridge-compatibel apparaat als u afdrukinstellingen wilt wijzigen vanaf
het PictBridge-compatibele apparaat.
Instellingen foto afdrukken (Photo print setting)
Selecteer de afdrukkwaliteit wanneer u rechtstreeks afdrukt vanaf een PictBridge-compatibel
apparaat.
1.
Selecteer het papierformaat wanneer u rechtstreeks afdrukt vanaf een PictBridgecompatibel apparaat.
Als u PictBridge-instellingen vanaf het apparaat uitvoert, stelt u Papiersoort (Paper type)
in op Standaard (Default) op het PictBridge-compatibele apparaat.
2.
Selecteer het mediumtype wanneer u rechtstreeks afdrukt vanaf een PictBridgecompatibel apparaat.
Als u PictBridge-instellingen vanaf het apparaat uitvoert, stelt u Papiersoort (Paper type)
in op Standaard (Default) op het PictBridge-compatibele apparaat.
3.
Selecteer de afdrukkwaliteit wanneer u rechtstreeks afdrukt vanaf een PictBridgecompatibel apparaat.
4.
Hiermee selecteert u afdrukken met of zonder rand.
Als u PictBridge-instellingen vanaf het apparaat uitvoert, stelt u Opmaak (Layout) in op
Standaard (Default) op het PictBridge-compatibele apparaat.
5.
Selecteer automatische of handmatige afbeeldingscorrectie.
Als Auto fotocorrectie AAN (Auto image fix ON) is geselecteerd, wordt de scène of het
gezicht van een persoon op een foto geanalyseerd en wordt de meest geschikte correctie
op elke foto automatisch toegepast. Een donker gezicht als gevolg van tegenlicht wordt
Sivu 712/836
De apparaatinstellingen wijzigen op het LCD-scherm
lichter gemaakt bij het afdrukken. De functie herkent bijvoorbeeld ook landschappen,
nachtopnames, personen, enzovoort en corrigeert automatisch elke foto door de meest
geschikte kleur, helderheid of contrast toe te passen voordat de foto wordt afgedrukt.
Opmerking
Als u Auto. fotocorr. AAN (Auto photo fix ON) hebt geselecteerd, selecteert u Corr.
rode ogen AAN (Red-Eye correc. ON) of Red-Eye correc. UIT (Red-Eye correc. OFF).
Wanneer Handmatige correctie (Manual correction) is geselecteerd, kunt u de
instellingen van items 6 tot 15 hieronder opgeven. Stel Image Optimizer in op Standaard
(Default) op het met PictBridge compatibele apparaat.
6.
Photo Optimizer PRO
Hiermee worden de helderheid en toonwaarden van een foto automatisch
geoptimaliseerd.
7.
Vivid photo
Hiermee maakt u groen en blauw levendiger.
8.
Helderheid gezicht
Hiermee maakt u donkere gezichten lichter, bijvoorbeeld op foto's die met tegenlicht zijn
genomen.
9.
Ruisreductie
Hiermee vermindert u de beeldruis in blauwe gebieden, zoals de lucht, en in donkere
gebieden.
10.
Image optimizer
Sivu 713/836
De apparaatinstellingen wijzigen op het LCD-scherm
Sivu 714/836
Hiermee worden de rafelige randen van afdrukken gecorrigeerd en vloeiender gemaakt.
11.
Correctie rode ogen
Hiermee worden rode ogen in portretfoto's gecorrigeerd die worden veroorzaakt door
fotograferen met flitser.
12.
Helderheid
Hiermee wordt de helderheid aangepast.
13.
Contrast
Hiermee wordt het contrast aangepast.
14.
Kleurtint
Hiermee wordt de kleurtint aangepast. U kunt bijvoorbeeld de huidtint aanpassen door
meer rood of geel toe te voegen.
15.
Effecten
Hiermee worden speciale effecten toegepast op de foto, zoals afdrukken in sepiatinten of
met een getekende afbeelding.
Taal kiezen
Hiermee wijzigt u de taal voor berichten en menu's op het LCD-scherm.
Instelling reset
U kunt de instellingen van het apparaat herstellen naar de standaardinstellingen, behalve de taal
van het LCD-scherm en de huidige positie van de printkop.
Naar boven
Apparaatinstellingen vanaf uw computer wijzigen
Sivu 715/836
Uitgebreide Handleiding > De apparaatinstellingen wijzigen > Apparaatinstellingen vanaf uw computer wijzigen
Apparaatinstellingen vanaf uw computer wijzigen
Afdrukopties wijzigen
Een gewijzigd afdrukprofiel opslaan
De papierbron instellen voor gewoon papier
De stroomvoorziening van het apparaat beheren
Het geluidsvolume van het apparaat verlagen
De bedieningsmodus van het apparaat aanpassen
Naar boven
Afdrukopties wijzigen
Sivu 716/836
Uitgebreide Handleiding > De printerinstellingen wijzigen > Printerinstellingen vanaf uw computer wijzigen > Afdrukopties
wijzigen
Afdrukopties wijzigen
Gedetailleerde instellingen voor het printerstuurprogramma wijzigen voor afdrukgegevens die worden
verzonden vanuit een toepassing.
In sommige toepassingen wordt een deel van de afbeeldingsgegevens afgesneden, is de papierbron
tijdens het afdrukken anders dan de instellingen in het stuurprogramma, of mislukt het afdrukken. Dit
zijn de enige gevallen waarin u dit selectievakje moet inschakelen.
De procedure voor het wijzigen van de afdrukopties is als volgt:
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Klik op Afdrukopties... (Print Options…) op het tabblad Pagina-instelling (Page
Setup)
Het dialoogvenster Afdrukopties (Print Options) wordt geopend.
3. Wijzig de individuele instellingen
Wijzig desgewenst de instelling van elk item en klik op OK.
Het tabblad Pagina-instelling (Page Setup) verschijnt weer.
Naar boven
Een gewijzigd afdrukprofiel opslaan
Uitgebreide Handleiding > De printerinstellingen wijzigen > Printerinstellingen vanaf uw computer wijzigen > Een
gewijzigd afdrukprofiel opslaan
Een gewijzigd afdrukprofiel opslaan
U kunt een naam toekennen aan de instellingen die u hebt opgegeven op de tabbladen Afdruk (Main),
Pagina-instelling (Page Setup) en Effecten (Effects) en deze als een afdrukprofiel opslaan. U kunt op elk
gewenst moment het opgeslagen afdrukprofiel via het tabblad Profielen (Profiles) weer ophalen en
gebruiken. Niet langer benodigde afdrukprofielen kunt u op elk gewenst moment verwijderen.
De procedure voor het opslaan van een afdrukprofiel is als volgt:
Een afdrukprofiel opslaan
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Stel de benodigde items in
Maak de gewenste instellingen op de tabbladen Afdruk (Main), Pagina-instelling (Page Setup) en
Effecten (Effects).
3. Klik op Toevoegen aan profielen... (Add to Profiles...) op het tabblad Profielen
(Profiles)
Het dialoogvenster Toevoegen aan profielen (Add to Profiles) wordt geopend.
4. Sla de instellingen op
Stel Naam (Name), Pictogram (Icon) en Beschrijving (Description) in en klik op OK.
Het profiel wordt opgeslagen en het tabblad Profielen (Profiles) wordt opnieuw weergegeven.
De naam en het pictogram worden toegevoegd aan de lijst Afdrukprofielen (Printing Profiles).
Sivu 717/836
Een gewijzigd afdrukprofiel opslaan
Sivu 718/836
Opmerking
Wanneer u het printerstuurprogramma opnieuw installeert of een upgrade van het stuurprogramma
installeert, worden de geregistreerde afdrukinstellingen uit Afdrukprofielen (Printing Profiles)
verwijderd.
U kunt de opgeslagen afdrukinstellingen niet bewaren. U moet in dit geval de afdrukinstellingen
opnieuw registreren.
Opgeslagen afdrukinstellingen gebruiken
1. Selecteer de te gebruiken afdrukinstellingen
Selecteer een afdrukprofiel in de lijst Afdrukprofielen (Printing Profiles) op het tabblad Profielen
(Profiles).
De parameters en instellingen van het profiel worden weergegeven in het vak Details.
2. Ophalen uit profielen
Klik op Ophalen uit profielen (Retrieve from Profiles).
Klik op OK in het bevestigingsbericht.
De instellingen van het geselecteerde profiel worden toegepast op de tabbladen Afdruk (Main),
Pagina-instelling (Page Setup) en Effecten (Effects).
Opmerking
Als u de standaardinstellingen weer wilt herstellen, selecteert u Standaardinstellingen (Default
Settings) in de lijst Afdrukprofielen (Printing Profiles) en klikt u op Ophalen uit profielen (Retireve
from Profiles). Klik op OK wanneer een bevestigingsbericht verschijnt. De standaardinstellingen
van de tabbladen Afdruk (Main), Pagina-instelling (Page Setup) en Effecten (Effects) worden
hersteld.
Een afdrukprofiel verwijderen
1. Selecteer het afdrukprofiel dat u wilt verwijderen
Selecteer het afdrukprofiel dat u wilt verwijderen uit de lijst Afdrukprofielen (Printing Profiles) op het
tabblad Profielen (Profiles).
2. Verwijder het afdrukprofiel
Klik op Verwijderen (Delete). Klik op OK in het bevestigingsbericht.
Het geselecteerde afdrukprofiel wordt verwijderd uit de lijst Afdrukprofielen (Printing Profiles).
Opmerking
Huidige instellingen (Current Settings) en Standaardinstellingen (Default Settings) kunnen niet
worden verwijderd.
Naar boven
De papierbron instellen voor gewoon papier
Sivu 719/836
Uitgebreide Handleiding > De printerinstellingen wijzigen > Printerinstellingen vanaf uw computer wijzigen > De
papierbron instellen voor gewoon papier
De papierbron instellen voor gewoon papier
Wanneer u Automatisch selecteren (Automatically Select) selecteert in Papierbron (Paper Source), kunt
u het printerstuurprogramma gebruiken om de papierbron voor gewoon papier te selecteren.
De procedure voor het instellen van de papierbron is als volgt:
Papierbroninstellingen voor gewoon papier
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Klik op Papierbroninstelling voor gewoon papier (Paper Source Setting for Plain
Paper) op het tabblad Onderhoud (Maintenance)
Het dialoogvenster Papierbroninstelling voor gewoon papier (Paper Source Setting for Plain Paper).
3. Verzend de instellingen
Selecteer de papierbron voor gewoon papier, en klik vervolgens op de knop Verzenden (Send).
De geselecteerde instellingen zijn geactiveerd.
Belangrijk
De beschrijvingen in de handleiding van het apparaat gaan ervan uit dat het gewone papier wordt
ingevoerd vanuit de cassette. Als u de papierbroninstellingen wijzigt kunt u 'cassette' in alle
gevallen vervangen met de nieuwe papierbron.
Naar boven
De stroomvoorziening van het apparaat beheren
Sivu 720/836
Uitgebreide Handleiding > De printerinstellingen wijzigen > Printerinstellingen vanaf uw computer wijzigen > De
stroomvoorziening van het apparaat beheren
De stroomvoorziening van het apparaat beheren
Met deze functie kunt u de stroomvoorziening van het apparaat vanuit het printerstuurprogramma
beheren.
De procedure voor het beheren van de stroomvoorziening is als volgt:
Printer uit
Met de functie Printer uit (Power Off) schakelt u het apparaat uit. Als u deze functie gebruikt, kunt u het
apparaat niet inschakelen vanuit het printerstuurprogramma.
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Voer het uitzetten van de printer uit
Klik op Printer uit (Power Off) op het tabblad Onderhoud (Maintenance). Klik op OK in het
bevestigingsbericht.
Het apparaat schakelt uit en het tabblad Onderhoud (Maintenance) wordt opnieuw weergegeven.
Naar boven
Het geluidsvolume van het apparaat verlagen
Sivu 721/836
Uitgebreide Handleiding > De printerinstellingen wijzigen > Printerinstellingen vanaf uw computer wijzigen > Het
geluidsvolume van het apparaat verlagen
Het geluidsvolume van het apparaat verlagen
U kunt er met deze functie voor zorgen dat het apparaat minder geluid maakt. Selecteer deze functie als
u bijvoorbeeld 's nachts het geluid van de printer wilt verlagen.
Wanneer u deze functie selecteert, kan het afdrukken langzamer verlopen.
De procedure voor het instellen van de stille modus is als volgt:
Stille modus
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Klik op Stille modus (Quiet Mode) op het tabblad Onderhoud (Maintenance)
Het dialoogvenster Stille modus (Quiet Mode) wordt geopend.
3. Stel de stille functie in
Geef desgewenst een van de volgende items op:
Stille modus niet gebruiken (Do not use quiet mode)
Het geluid van het apparaat blijft op het normale volume staan.
Stille modus altijd gebruiken (Always use quiet mode)
Selecteer deze optie als u wilt dat het apparaat minder geluid maakt.
Stille modus gebruiken binnen de opgegeven tijd (Use quiet mode within specified time)
Het geluid van het apparaat wordt gedurende de opgegeven periode in stille modus gezet.
Geef de Begintijd (Start time) en de Eindtijd (End time) op van de periode waarin de stille modus
actief moet zijn.
Belangrijk
U moet voor Begintijd (Start time) en Eindtijd (End time) een andere tijd opgeven.
4. Verzend de instellingen
Zorg dat het apparaat aan staat en klik op Verzenden (Send).
Klik op OK in het bevestigingsbericht.
De geselecteerde instellingen zijn geactiveerd.
Opmerking
De effecten van de stille modus kunnen misschien minder zijn afhankelijk van de instellingen van
de papierbron en de afdrukkwaliteit.
Naar boven
De bedieningsmodus van het apparaat aanpassen
Sivu 722/836
Uitgebreide Handleiding > De printerinstellingen wijzigen > Printerinstellingen vanaf uw computer wijzigen > De
bedieningsmodus van het apparaat aanpassen
De bedieningsmodus van het apparaat aanpassen
Met deze functie kunt u schakelen tussen verschillende bedieningsmodi van het apparaat.
De procedure voor wijzigen van de printerinstellingen is als volgt:
Aangepaste instellingen
1. Open het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
2. Zorg dat de printer is ingeschakeld en klik op Aangepaste instellingen (Custom
Settings) op het tabblad Onderhoud (Maintenance)
Het dialoogvenster Aangepaste instellingen (Custom Settings) wordt weergegeven.
Opmerking
Als het apparaat is uitgeschakeld of bi-directionele communicatie is uitgeschakeld, kan een
bericht verschijnen omdat de computer de apparaatstatus niet kan vaststellen.
Als dit gebeurt, klikt u op OK om de meest recente instellingen weer te geven die zijn
opgegeven op de computer.
3. Geef desgewenst de volgende instellingen op:
Papierschuring voorkomen (Prevent paper abrasion)
Bij het gebruik van een hoge dichtheid kan de ruimte tussen de printkop en het papier worden
vergroot om schuring van het papier te voorkomen.
Selecteer deze optie als u deze functie wilt gebruiken.
Koppen handmatig uitlijnen
De functie Uitlijning printkop (Print Head Alignment) op het tabblad Onderhoud (Maintenance) staat
normaal gesproken op automatische uitlijning. U kunt dit echter wijzigen in handmatige uitlijning.
Zie 'De printkop handmatig uitlijnen ' als u een automatische printkopuitlijning uitvoert en het
afdrukresultaat nog steeds niet naar wens is en voer handmatige uitlijning uit.
Schakel dit selectievakje in om de printkop automatisch te laten uitlijnen.
Droogtijd inkt
U kunt instellen hoe lang het apparaat moet wachten tot het afdrukken van de volgende pagina
begint. Wanneer u de schuifregelaar naar rechts schuift, is de wachttijd langer en wanneer u de
schuifregelaar naar links schuift, is de wachttijd korter.
Als het papier inktvlekken bevat, omdat de volgende pagina wordt uitgeworpen voordat de inkt op de
afgedrukte pagina heeft kunnen drogen, verhoogt u de droogtijd voor de inkt.
Wanneer u de droogtijd verlaagt, verloopt het afdrukken sneller.
4. Verzend de instellingen
Klik op Verzenden (Send). Klik op OK in het bevestigingsbericht.
Hierna staat het apparaat in de geselecteerde modus.
Naar boven
Probleemoplossing
Sivu 723/836
Uitgebreide Handleiding > Probleemoplossing
Probleemoplossing
Indien er een fout optreedt
Het apparaat kan niet worden ingeschakeld
Er wordt een foutbericht weergegeven op het LCD-scherm
LCD geeft geen beeld
Er wordt een ongewenste taal weergegeven op het LCD-scherm
Kan de MP-stuurprogramma's niet installeren
Kan geen goede verbinding maken met de computer
Afdrukresultaten niet naar behoren
De afdruktaak wordt niet gestart
Kopieer-/afdruktaak wordt beëindigd voordat deze is voltooid
Het apparaat beweegt maar er wordt geen inkt toegevoerd
De afdruksnelheid is lager dan verwacht
Printkophouder beweegt niet naar de positie voor vervangen
Het papier wordt niet correct ingevoerd
Papier wordt niet ingevoerd vanuit de papierbron die is opgegeven met het printerstuurprogramma
Papierstoringen
Er wordt een bericht weergegeven op het computerscherm
Automatisch dubbelzijdig afdrukken mislukt
Voor Windows-gebruikers
Er wordt een foutbericht weergegeven op een PictBridge-compatibel apparaat
Er kan niet goed worden afgedrukt vanaf een draadloos communicatieapparaat
Er kan niet goed worden afgedrukt vanaf een foto-indexblad
Een geheugenkaart kan niet worden verwijderd
Problemen met scannen
Softwareproblemen
Problemen met MP Navigator EX
Veelgestelde vragen
Als u het probleem niet kunt oplossen
Instructies voor gebruik (printerstuurprogramma)
Algemene opmerkingen (scannerstuurprogramma)
Naar boven
Indien er een fout optreedt
Uitgebreide Handleiding > Probleemoplossing > Indien er een fout optreedt
Indien er een fout optreedt
Als er een fout optreedt tijdens het afdrukken (het papier is bijvoorbeeld op of vastgelopen), wordt
automatisch een probleemoplossingsbericht weergegeven. Neem de maatregelen die in het bericht
worden beschreven. Afhankelijk van de versie van uw besturingssysteem kan het bericht er enigszins
anders uitzien.
In Mac OS X v.10.5.x:
In Mac OS X v.10.4.x of Mac OS X v.10.3.9:
Sivu 724/836
Indien er een fout optreedt
Sivu 725/836
Naar boven
Het apparaat kan niet worden ingeschakeld
Sivu 726/836
Uitgebreide Handleiding > Probleemoplossing > Het apparaat kan niet worden ingeschakeld
Het apparaat kan niet worden ingeschakeld
Controle 1: Druk op de knop [ON] (Aan).
Controle 2: Controleer of de stekker goed in de netsnoeraansluiting is
bevestigd en zet vervolgens het apparaat weer aan.
Controle 3: Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact. Wacht
ten minste vijf minuten en doe de stekker vervolgens weer in het
stopcontact en zet het apparaat weer aan.
Als het probleem hiermee niet is verholpen, neemt u contact op met de helpdesk van Canon.
Naar boven
Er wordt een foutbericht weergegeven op het LCD-scherm
Uitgebreide Handleiding > Probleemoplossing > Er wordt een foutbericht weergegeven op het LCD-scherm
Er wordt een foutbericht weergegeven op het LCD-scherm
Als er een foutbericht wordt weergegeven op het LCD-scherm, voert u de bijbehorende actie uit die
hieronder wordt beschreven.
Actie
Bericht
De volgende inkt is wellicht op.
U kunt het beste de inkttank vervangen.
U041
Als het lampje op de inkttank knippert, is de inkt wellicht op.
U kunt het beste de inkttank vervangen.
Als de printer bezig is met een afdruktaak en u wilt doorgaan
met afdrukken, drukt u op de knop [OK] terwijl de inkttank is
geïnstalleerd. U kunt hierdoor toch afdrukken. Aanbevolen
wordt de inkttank na het afdrukken te vervangen. Als u de
printer blijft gebruiken wanneer de inkttank leeg is, kan de
printer beschadigd raken.
Routineonderhoud
Opmerking
Zie Routineonderhoud als er meerdere inktlampjes
rood knipperen en controleer de status van elke
inkttank.
De printkop is niet geïnstalleerd.
Installeer de printkop.
U051/
Het type printkop is onjuist.
Installeer de juiste printkop.
U052
Sommige inkttanks zijn niet op de juiste
plaats geïnstalleerd
U072/
Er is meer dan een inkttank met de
volgende kleur geïnstalleerd.
U071
Het resterende niveau van de volgende
inkt kan niet correct worden vastgesteld.
Vervang de inkttank.
U130
Volg de aanwijzingen in de Eenvoudige installatie-instructies
voor het installeren van de printkop.
Als de printkop reeds is geïnstalleerd, verwijdert u de
printkop en installeert u deze opnieuw.
Indien de fout zich blijft voordoen, is de printkop mogelijk
beschadigd. Neem contact op met de helpdesk van Canon.
Sommige inkttanks zijn niet op de juiste positie
geïnstalleerd. (Het lampje op de inkttank knippert.)
Er zijn meerdere inkttanks met dezelfde kleur
geïnstalleerd. (Het lampje op de inkttank knippert.)
Controleer of de inkttanks in de juiste posities zijn
geïnstalleerd.
Routineonderhoud
Het resterende inktniveau van de volgende inkt kan niet juist
worden vastgesteld. (Het lampje op de inkttank knippert.)
Vervang de inkttank en sluit de scannereenheid (klep).
Afdrukken met een inkttank die leeg is geweest, kan het
apparaat beschadigen.
Als u wilt doorgaan met afdrukken terwijl de inkt op is, moet
u de functie voor het vaststellen van het resterende
inktniveau uitschakelen. Houd de knop [Stop] (Stoppen)
minstens 5 seconden ingedrukt.
Hierdoor wordt het uitschakelen van de functie voor het
detecteren van het resterende inktniveau in het geheugen
opgeslagen. Canon is niet aansprakelijk voor een slechte
werking van of schade aan de printer veroorzaakt door
opnieuw gevulde inkttanks.
Routineonderhoud
Opmerking
Als de functie voor het detecteren van de resterende
hoeveelheid inkt is uitgeschakeld, wordt op het LCDscherm de grijze inkttank weergegeven als het huidige
inktniveau wordt gecontroleerd.
Routineonderhoud
De volgende inkttank wordt niet
herkend.
U043
De inkttank is niet geïnstalleerd. Installeer de inkttank.
Routineonderhoud
De inkttank is mogelijk niet compatibel met dit apparaat.
Sivu 727/836
Er wordt een foutbericht weergegeven op het LCD-scherm
U140
U150
De volgende inkt is op.
Vervang de inkttank.
U163
(Het lampje op de inkttank is uit.)
Installeer de juiste inkttank.
Routineonderhoud
Er heeft zich een fout voorgedaan met een inkttank. (Het
lampje op de inkttank is uit.)
Vervang de inkttank.
Routineonderhoud
De inkt is op. (Het lampje op de inkttank knippert.)
Vervang de inkttank en sluit de scannereenheid (klep).
Wanneer u in deze situatie afdrukt, kan de printer
beschadigd raken.
Als u wilt doorgaan met afdrukken terwijl de inkt op is, moet
u de functie voor het vaststellen van het resterende
inktniveau uitschakelen. Houd de knop [Stop] (Stoppen)
minstens 5 seconden ingedrukt.
Hierdoor wordt het uitschakelen van de functie voor het
detecteren van het resterende inktniveau in het geheugen
opgeslagen. Canon is niet aansprakelijk voor een slechte
werking of problemen veroorzaakt door het voortzetten van
het afdrukken met een lege inkttank.
Routineonderhoud
Opmerking
Als de functie voor het detecteren van de resterende
hoeveelheid inkt is uitgeschakeld, wordt op het LCDscherm de grijze inkttank weergegeven als het huidige
inktniveau wordt gecontroleerd.
Routineonderhoud
De geheugenkaart bevat geen foto's.
De geheugenkaart bevat geen afbeeldingsgegevens die
kunnen worden gelezen door dit apparaat.
Mogelijk herkent het apparaat het bestand niet als de
bestandsnaam of het pad naar de map bepaalde tekens
bevat. Gebruik alleen alfanumerieke tekens.
Fotogegevens die zijn bewerkt of verwerkt op een
computer, moeten worden afgedrukt vanaf de computer.
Contact opnemen met het
ondersteuningscentrum of
servicecentrum voor het vervangen van
het absorptiekussen.
Druk op OK om door te gaan met
afdrukken.
Het absorptiekussen voor inkt is bijna vol.
Het apparaat heeft een ingebouwd absorptiekussen voor de
inkt die wordt verbruikt tijdens het reinigen van de printkop.
Druk op de knop OK om de fout te annuleren, zodat u kunt
doorgaan met afdrukken. Neem contact op met de
servicedesk van Canon voordat het absorptiekussen
helemaal vol is. (U zult een bepaald onderdeel van het
apparaat moeten vervangen.)
Het absorptiekussen voor inkt is vol.
Reparatie noodzakelijk.
Het absorptiekussen voor inkt is vol.
Het apparaat heeft een ingebouwd absorptiekussen voor de
inkt die wordt verbruikt tijdens het reinigen van de printkop.
Neem contact op met de servicedesk van Canon wanneer
het absorptiekussen helemaal vol is. (U zult een bepaald
onderdeel van het apparaat moeten vervangen.)
Er is een time-outfout opgetreden.
Er zijn enkele fouten opgetreden tijdens het kopiëren en
er is een bepaalde tijd verstreken.
Druk op OK om de fout te annuleren en probeer opnieuw
te kopiëren.
Het apparaat is mogelijk incompatibel.
Verwijder het apparaat en raadpleeg de
handleiding van het aangesloten
apparaat.
Controleer het apparaat dat is aangesloten op de poort
voor Direct afdrukken. Het direct afdrukken van foto's is
mogelijk met een PictBridge-compatibel apparaat of de
optionele Bluetooth-eenheid BU-30.
Er treedt een time-out in de communicatie op als het
afdrukken of het verzenden van gegevens te lang duurt.
Het afdrukken kan hierdoor worden afgebroken. Als dat
het geval is, koppelt u de USB-kabel los en sluit u deze
weer aan.
Wanneer u afdrukt vanaf een met PictBridge-compatibel
Sivu 728/836
Er wordt een foutbericht weergegeven op het LCD-scherm
apparaat, moet u, afhankelijk van het merk en het type
van het apparaat, mogelijk een afdrukmodus selecteren
die compatibel is met PictBridge voordat u het apparaat
aansluit op dit afdrukapparaat. U moet het apparaat
mogelijk ook handmatig inschakelen of de
afspeelmodus selecteren nadat u het apparaat hebt
aangesloten. Voer de vereiste bewerkingen uit volgens
de handleiding bij het apparaat voordat u het apparaat
aansluit.
Indien de fout zich blijft voordoen, controleert u of u een
andere foto kunt afdrukken.
Autom. uitlijning printkop mislukt.
Druk op OK en herhaal de bewerking. <
Zie handleiding>
De spuitopeningen van de printkop zijn verstopt.
Druk op de knop OK om het foutbericht te verwijderen en
druk het controleraster voor spuitopeningen af om de
status van de printkop te controleren.
Routineonderhoud
Er is papier van een ander formaat dan A4 of Letter in de
achterste lade geplaatst.
Druk op OK om het foutbericht te verwijderen, plaats een
vel bijgeleverd papier (papier voor uitlijning van de
printkop) of Matglans Foto Papier MP-101 van Canon van
het formaat A4/Letter met de afdrukzijde (wittere zijde)
naar BOVEN in de achterste lade.
Plaats voor automatische uitlijning van de printkop altijd
papier in de achterste lade.
De papieruitvoerlade is blootgesteld aan een sterke
lichtbron.
Druk op OK om het foutbericht te verwijderen en pas
vervolgens uw werkomgeving en/of de positie van het
apparaat aan zodat de papieruitvoerlade niet langer
rechtstreeks wordt blootgesteld aan sterk licht.
Als het probleem nog steeds niet is verholpen nadat u de
vorige handelingen hebt uitgevoerd en u nogmaals de
printkop hebt uitgelijnd, drukt u op de knop OK om het
foutbericht te verwijderen en voert u vervolgens een
handmatige uitlijning van de printkop uit.
Handmatig uitlijnen van de printkop
Een niet-ondersteunde USB-hub is
aangesloten.
Verwijder de hub.
Als een PictBridge-compatibel apparaat is aangesloten via
een USB-hub, verwijdert u de hub en sluit u het apparaat
rechtstreeks aan.
B200
Er is een printerfout opgetreden.
Zie handleiding.
Zet het apparaat uit en trek de stekker van het apparaat uit
het stopcontact.
Als het probleem hiermee niet is verholpen, neemt u contact
op met de helpdesk van Canon.
****
Er is een printerfout opgetreden.
"****" wordt weergegeven in het alfanumerieke teken en is
afhankelijk van de opgetreden fout.
5100/5110 wordt weergegeven:
Annuleer het afdrukken en schakel het apparaat uit.
Verwijder vervolgens de papierstoring of het object dat de
printkophouder blokkeert.
Zet het apparaat uit en zet het
vervolgens weer aan.
Raadpleeg de handleiding als de fout
blijft optreden.
Let op
Raak de interne onderdelen van het apparaat niet
aan. Als u deze toch aanraakt, drukt de printer
mogelijk niet goed meer af.
Zet het apparaat weer aan.
Als het probleem hiermee niet is verholpen, neemt u
contact op met de helpdesk van Canon.
In andere gevallen:
Zet het apparaat uit en trek de stekker van het apparaat
uit het stopcontact.
Steek de stekker van het apparaat weer in het
stopcontact en zet het apparaat weer aan.
Als het probleem hiermee niet is verholpen, neemt u
contact op met de helpdesk van Canon.
Sivu 729/836
Er wordt een foutbericht weergegeven op het LCD-scherm
Sivu 730/836
Scanner werkt niet goed.
Zet het apparaat uit en trek de stekker van het apparaat uit
het stopcontact.
Steek na een ogenblik de stekker van het apparaat weer in
het stopcontact en zet het apparaat aan. Als het probleem
zich blijft voordoen, neemt u contact op met de helpdesk van
Canon.
De kaart kan nu worden beschreven
van computer.
De kaartsleuf is ingesteld op Beschrijfbaar van pc (Writable
from PC).
U kunt niet afdrukken vanaf de geheugenkaart of de
gescande gegevens opslaan op de geheugenkaart als de
kaartsleuf is ingesteld Beschrijfb. van USB pc (Writable from
USB PC)of Beschrijfb. van LAN pc (Writable from LAN PC).
Nadat u hebt geschreven op de geheugenkaart, stelt u Niet
beschr. van pc (Not writable from PC) opnieuw in.
Stel in op [Niet beschrijfb. van pc].
Naar boven
LCD geeft geen beeld
Sivu 731/836
Uitgebreide Handleiding > Probleemoplossing > LCD geeft geen beeld
LCD geeft geen beeld
Als het lampje [Power] (Aan/uit) brandt:
Het apparaat is niet ingeschakeld. Sluit het netsnoer aan en druk op de knop AAN.
Als het lampje [Power] (Aan/uit) brandt:
Mogelijk bevindt het LCD-scherm zich in de schermbeveiligingsmodus. Druk op het
bedieningspaneel op een andere knop dan AAN.
Naar boven
Er wordt een ongewenste taal weergegeven op het LCD-scherm
Sivu 732/836
Uitgebreide Handleiding > Probleemoplossing > Er wordt een ongewenste taal weergegeven op het LCD-scherm
Er wordt een ongewenste taal weergegeven op het LCDscherm
Selecteer de taal die u wilt weergeven met behulp van de volgende procedure.
1. Druk op HOME en wacht ongeveer 5 seconden.
2. Selecteer
3. Druk op
en druk op OK.
om
te selecteren en druk op OK.
4. Druk vijf keer op de knop
en druk vervolgens op de knop [OK].
Als de Bluetooth-eenheid is aangesloten op het apparaat, drukt u zes keer op de knop
5. Gebruik de knoppen
en op OK.
om de taal voor het LCD-scherm te selecteren en druk
vervolgens op OK.
Naar boven
Kan de MP-stuurprogramma's niet installeren
Sivu 733/836
Uitgebreide Handleiding > Probleemoplossing > Kan de MP-stuurprogramma's niet installeren
Kan de MP-stuurprogramma's niet installeren
Indien de installatie ook niet wordt gestart nadat de installatie-cd-rom in
het cd-rom-station van uw computer is geplaatst:
Start de installatie met behulp van de volgende procedure.
1. Klik op Start en vervolgens op Computer.
Klik in Windows XP op Start en vervolgens op Deze computer (My Computer).
Dubbelklik in Windows 2000 op het pictogram
bureaublad.
Deze computer (My Computer) op het
2. Dubbelklik in het weergegeven venster op het cd-rompictogram
.
Als de inhoud van de cd-rom wordt weergegeven, dubbelklikt u op MSETUP4.EXE.
Dubbelklik op het
cd-rom-pictogram op het bureaublad om de installatie te starten.
Opmerking
Probeer het volgende als het cd-rom-pictogram niet wordt weergegeven:
Verwijder de cd-rom uit de computer en plaats de cd-rom opnieuw.
Start de computer opnieuw op.
Indien het pictogram nog altijd niet wordt weergegeven, plaatst u een andere cd en controleert
u of deze wordt weergegeven. Als andere cd's wel worden weergegeven, is er een probleem
met de installatie-cd-rom . Neem in dat geval contact op met de helpdesk van Canon.
Als u niet verder komt dan het scherm Printerverbinding (Printer
Connection):
Kan de MP-stuurprogramma's niet installeren
Sivu 734/836
Als u niet verder komt dan het scherm Printerverbinding (Printer Connection), controleert u of de
USB-kabel goed is aangesloten op de USB-poort van het apparaat en is aangesloten op de
computer. Volg daarna de onderstaande procedure om de MP-stuurprogramma's opnieuw te
installeren.
Opmerking
In Windows Vista kan de melding 'De printer wordt niet herkend. Controleer de verbinding.'
(The printer is not detected. Check the connection.) worden weergegeven, afhankelijk van de
computer die u gebruikt. Wacht in dit geval enige tijd. Als u niet kunt verdergaan met de
volgende stap, voert u de volgende procedure uit om de MP-stuurprogramma's opnieuw te
installeren.
1. Klik op Annuleren (Cancel) in het scherm Printerverbinding (Printer Connection).
2. Klik op Opnieuw (Start Over) in het scherm Installatie mislukt (Installation
Failure).
3. Klik in het volgende scherm op Terug (Back).
4. Klik op Afsluiten (Exit) in het scherm PIXMA XXX en verwijder vervolgens de cdrom.
5. Zet het apparaat uit.
6. Start de computer opnieuw op.
7. Zorg ervoor dat er geen andere toepassingen worden uitgevoerd.
8. Volg de procedure in de installatiehandleiding om de MP-stuurprogramma's
opnieuw te installeren.
In andere gevallen:
Volg de procedure in de installatiehandleiding om de MP-stuurprogramma's opnieuw te installeren.
Als de MP-stuurprogramma's niet op de juiste wijze zijn geïnstalleerd, verwijdert u de MPstuurprogramma's, start u de computer opnieuw op en installeert u de MP-stuurprogramma's
opnieuw.
MP Drivers verwijderen
Als u de MP-stuurprogramma's opnieuw installeert, selecteert u Aangepaste installatie (Custom
Install) op de installatie-cd-rom .
Opmerking
Als het installatieprogramma werd beëindigd als gevolg van een fout in Windows, is het
systeem mogelijk instabiel en kunnen de stuurprogramma's wellicht niet worden
geïnstalleerd. Start uw computer opnieuw op voordat u de installatie opnieuw uitvoert.
Naar boven
Kan geen goede verbinding maken met de computer
Sivu 735/836
Uitgebreide Handleiding > Probleemoplossing > Kan geen goede verbinding maken met de computer
Kan geen goede verbinding maken met de computer
Afdruk- of scansnelheid is laag/USB Hi-Speed-verbinding werkt niet/
'Dit apparaat kan sneller werken' wordt weergegeven
Het bericht
Als uw systeemomgeving niet volledig compatibel is met Hi-Speed USB, werkt het apparaat
langzamer, op de snelheid van USB 1.1. In dit geval werkt het apparaat goed, maar kan de
afdruksnelheid afnemen door de lagere communicatiesnelheid.
Controle: Controleer het volgende om na te gaan of uw systeemomgeving een
Hi-Speed USB-verbinding ondersteunt.
Ondersteunt de USB-poort op uw computer Hi-Speed USB-verbindingen?
Ondersteunt de USB-kabel, en eventueel de USB-hub als u daar gebruik van maakt,
Hi-Speed USB-verbindingen?
Gebruik een voor Hi-Speed USB goedgekeurde kabel. Het is verstandig om geen
kabel te gebruiken die langer is dan 3 meter/10 feet.
Ondersteunt het besturingssysteem van uw computer Hi-Speed USB-verbindingen?
Zorg ervoor dat de meeste recente update voor uw computer is geïnstalleerd.
Werkt het Hi-Speed USB-stuurprogramma naar behoren?
Zorg ervoor dat de meest recente versie van het Hi-Speed USB-stuurprogramma dat
compatibel is met uw hardware op uw computer is geïnstalleerd.
Belangrijk
Voor meer informatie over Hi-Speed USB in uw systeemomgeving neemt u contact op
met de fabrikant van uw computer, USB-kabel of USB-hub.
Naar boven
Afdrukresultaten niet naar behoren
Sivu 736/836
Uitgebreide Handleiding > Probleemoplossing > Afdrukresultaten niet naar behoren
Afdrukresultaten niet naar behoren
Als u niet tevreden bent over de afdrukresultaten en de afdrukken bijvoorbeeld witte strepen, verkeerd
afgedrukte lijnen of ongelijkmatige kleuren bevatten, moet u eerst controleren of de instellingen voor
papier en afdrukkwaliteit juist zijn.
Controle 1: Komen de instellingen voor het paginaformaat en
mediumtype overeen met het formaat en type papier dat is geplaatst?
Als deze instellingen onjuist zijn, kunt u geen goed afdrukresultaat verkrijgen.
Als u een foto of een illustratie wilt afdrukken, kan de kwaliteit van de afgedrukte kleuren afnemen
wanneer de papiersoort onjuist is ingesteld.
Wanneer u afdrukt met een onjuiste instelling voor de papiersoort, kan het afgedrukte oppervlak
bovendien worden bekrast.
Wanneer u afdrukt zonder marges, kunnen de kleuren ongelijkmatig zijn, afhankelijk van de
combinatie van de instelling voor de papiersoort en het geplaatste papier.
De methode waarmee u de instellingen voor het papier en de afdrukkwaliteit bevestigt, verschillen
afhankelijk van de taken die u uitvoert met het apparaat.
Kopiëren met de bediening van het apparaat
Bevestig de instellingen via het
bedieningspaneel van het apparaat.
Items instellen
Afdrukken vanaf de geheugenkaart via het
apparaat
Bevestig de instellingen via het
bedieningspaneel van het apparaat.
Items instellen
Afdrukken vanaf een afgedrukte foto via het
apparaat
Bevestig de instellingen via het
bedieningspaneel van het apparaat.
Items instellen
Rechtstreeks afdrukken vanaf een PictBridgecompatibel apparaat
Bevestig de instellingen via het PictBridgecompatibele apparaat.
Foto's rechtstreeks afdrukken vanaf een
compatibel apparaat
Bevestig de instellingen via het
bedieningspaneel van het apparaat.
De apparaatinstellingen wijzigen op het LCDscherm
Afdrukken vanaf een draadloos
communicatieapparaat
Bevestig de instellingen via het
bedieningspaneel van het apparaat.
De apparaatinstellingen wijzigen op het LCDscherm
Afdrukken vanaf een computer
Bevestig de instellingen via het
printerstuurprogramma.
Afdrukken met de basisinstellingen
Controle 2: Controleer via de tabel in controle 1 of de juiste
afdrukkwaliteit is geselecteerd voor het mediumtype en de
afdrukgegevens.
Selecteer een optie voor de afdrukkwaliteit die geschikt is voor het papier en de afbeelding die u
afdrukt. Als de afdruk vlekken of ongelijkmatige kleuren vertoont, verhoogt u de instelling voor de
afdrukkwaliteit en probeert u het opnieuw.
Opmerking
Wanneer u afdrukt vanaf een PictBridge-compatibel apparaat, stelt u de afdrukkwaliteit in via
het bedieningspaneel op het apparaat.
U kunt deze instellingen niet opgeven op een PictBridge-compatibel apparaat.
U kunt de instelling voor de afdrukkwaliteit niet wijzigen wanneer u afdrukt vanaf een draadloos
communicatieapparaat.
Afdrukresultaten niet naar behoren
Sivu 737/836
Controle 3: Als het probleem nog niet is opgelost, kunnen er andere
oorzaken zijn.
Zie ook de volgende gedeelten:
De afdruktaak wordt niet voltooid
Een deel van de pagina wordt niet afgedrukt
Geen afdrukresultaten/Onduidelijke afdrukken/Onjuiste kleuren/Witte strepen
Lijnen worden verkeerd afgedrukt
Afgedrukt papier krult om of vertoont inktvlekken
Papier vertoont vlekken/Papieroppervlak vertoont krassen
Vegen op de achterzijde van het papier
Er worden verticale lijnen afgedrukt op de zijden van de afdruk
Kleuren zijn ongelijkmatig of vertonen strepen
Naar boven
De afdruktaak wordt niet voltooid
Sivu 738/836
Uitgebreide Handleiding > Probleemoplossing > Afdrukresultaten niet naar behoren > De afdruktaak wordt niet voltooid
De afdruktaak wordt niet voltooid
Controle 1: Is de omvang van de afdrukgegevens extreem groot?
Klik op Afdrukopties (Print Options) op het tabblad Pagina-instelling (Page Setup). Schakel
vervolgens in het dialoogvenster dat wordt geopend het selectievakje Verlies van afdrukgegevens
voorkomen (Prevent loss of print data) in.
Controle 2: Is er voldoende ruimte op de vaste schijf van uw computer?
Verwijder onnodige bestanden om schijfruimte vrij te maken.
Naar boven
Een deel van de pagina wordt niet afgedrukt
Sivu 739/836
Uitgebreide Handleiding > Probleemoplossing > Afdrukresultaten niet naar behoren > Een deel van de pagina wordt niet
afgedrukt
Een deel van de pagina wordt niet afgedrukt
Controle: Als u automatisch dubbelzijdig afdrukt, kan het probleem
worden veroorzaakt door het onderstaande.
Wanneer u automatisch dubbelzijdig afdrukken gebruikt, is het afdrukgebied boven aan de pagina 0,
08 inch/2 mm smaller dan normaal.
Dit betekent dat de onderzijde van de pagina mogelijk niet wordt afgedrukt. U voorkomt dit door
Gereduceerd afdrukken (Use reduced printing) te selecteren in het printerstuurprogramma.
Belangrijk
Bij gereduceerd afdrukken kan de opmaak worden beïnvloed afhankelijk van uw document.
1. Open het dialoogvenster voor printereigenschappen.
Het dialoogvenster Printereigenschappen openen (Windows)
Klik hier: Printerstuurprogramma
* Voordat u hier klikt om het dialoogvenster met printereigenschappen te openen, sluit u de
actieve toepassing.
2. Klik op Afdrukgebied instellen (Print Area Setup) op het tabblad Pagina-instelling
(Page Setup) en selecteer Gereduceerd afdrukken (Use reduced printing).
1. Open het dialoogvenster Afdrukken (Print).
Het dialoogvenster Pagina-instelling openen (Macintosh)
2. Selecteer Dubbelzijdig afdrukken en marge (Duplex Printing & Margin) in het pop
-upmenu.
3. Selecteer Automatisch dubbelzijdig afdrukken (Automatic Duplex Printing).
4. Klik op Gereduceerd afdrukken (Use reduced printing) bij Afdrukgebied (Print
Area).
Naar boven
Geen afdrukresultaten/onduidelijke afdrukken/onjuiste kleuren/witte strepen
Uitgebreide Handleiding > Probleemoplossing > Afdrukresultaten niet naar behoren > Geen afdrukresultaten/Onduidelijke
afdrukken/Onjuiste kleuren/Witte strepen
Geen afdrukresultaten/Onduidelijke afdrukken/Onjuiste kleuren
/Witte strepen
Controle 1: Hebt u de instellingen voor papier en afdrukkwaliteit
gecontroleerd?
Afdrukresultaten niet naar behoren
Sivu 740/836
Geen afdrukresultaten/onduidelijke afdrukken/onjuiste kleuren/witte strepen
Controle 2: Controleer de status van de inkttanks. Vervang de inkttank
als de inkt op is.
Routineonderhoud
Controle 3: Is de oranje tape of beschermende folie verwijderd?
Controleer of alle beschermende folie is verwijderd en het luchtgat vrij is zoals weergegeven bij (A).
Als de oranje tape is achtergebleven zoals bij (B), trekt u aan de oranje tape en verwijdert u het.
Controle 4: Druk het controleraster voor de spuitopeningen af en voer
eventueel noodzakelijke onderhoud uit, zoals het reinigen van de
printkop.
Druk het controleraster voor de spuitopeningen af om te bepalen of de inkt op de juiste wijze uit de
spuitopeningen van de printkop wordt gespoten.
Zie Routineonderhoud voor het afdrukken van het controleraster voor de spuitopeningen, het
reinigen van de printkop en de diepte-reiniging van de printkop.
Als het controleraster voor de spuitopeningen niet correct wordt afgedrukt:
Controleer of de inkttank van een bepaalde kleur niet leeg is.
Als het controleraster voor de spuitopeningen niet correct wordt afgedrukt ookal is er voldoende
inkt, voert u een reiniging van de printkop uit en drukt u het controleraster voor de
spuitopeningen opnieuw af.
Als het probleem niet is opgelost nadat u de printkop tweemaal hebt gereinigd:
voert u de diepte-reiniging van de printkop uit.
Als het probleem niet is opgelost na de dieptereiniging van de printkop, zet u het apparaat uit en
voert u na 24 uur nogmaals een dieptereiniging van de printkop uit.
Als het probleem niet is opgelost nadat u de diepte-reiniging van de printkop tweemaal hebt
uitgevoerd:
Als het probleem nog niet is verholpen na een diepte-reiniging van de printkop, is de printkop
mogelijk beschadigd. Neem contact op met de helpdesk van Canon.
Controle 5: Als u papier met één bedrukbare zijde gebruikt, controleer
dan of het paper met de bedrukbare zijde naar boven is geplaatst.
Als u afdrukt op de verkeerde zijde van dit soort papier, kunnen de afdrukken onduidelijk worden of
kan de kwaliteit minder worden.
Raadpleeg de instructiehandleiding bij het papier voor gedetailleerde informatie over de bedrukbare
zijde.
Zie ook de volgende gedeelten als u gaat kopiëren:
Controle 6: Controleer of het origineel goed op de glasplaat is geplaatst.
Papier/originelen plaatsen
Controle 7: Is het origineel met de te kopiëren zijde naar beneden op de
glasplaat geplaatst?
Controle 8: Hebt u een afdruk gekopieerd die met dit apparaat is
Sivu 741/836
Geen afdrukresultaten/onduidelijke afdrukken/onjuiste kleuren/witte strepen
gemaakt?
Druk rechtstreeks vanaf de geheugenkaart of digitale camera af, of druk nogmaals af vanaf de
computer.
De afdrukkwaliteit kan minder zijn als u een afdruk kopieert die met dit apparaat is gemaakt.
Naar boven
Sivu 742/836
Lijnen worden verkeerd afgedrukt
Sivu 743/836
Uitgebreide Handleiding > Probleemoplossing > Afdrukresultaten niet naar behoren > Lijnen worden verkeerd afgedrukt
Lijnen worden verkeerd afgedrukt
Controle 1: Hebt u de instellingen voor papier en afdrukkwaliteit
gecontroleerd?
Afdrukresultaten niet naar behoren
Controle 2: Lijn de printkop uit
Als u de printkop na de installatie niet hebt uitgelijnd, kunnen rechte lijnen verkeerd worden
afgedrukt. Nadat de printkop is geïnstalleerd, moet u deze uitlijnen.
Routineonderhoud
Opmerking
Als het probleem niet is opgelost na het uitlijnen van de printkop, voert u een handmatige
uitlijning van de printkop uit aan de hand van de aanwijzingen in Handmatig uitlijnen van de
printkop.
Controle 3: Is de omvang van de afdrukgegevens extreem groot?
Klik op Afdrukopties (Print Options) op het tabblad Pagina-instelling (Page Setup). Schakel
vervolgens in het dialoogvenster dat wordt geopend het selectievakje Verlies van afdrukgegevens
voorkomen (Prevent loss of print data) in.
Controle 4: Wordt de functie Opmaak afdrukken of Bindmarge gebruikt?
Als de functie Opmaak afdrukken of Bindmarge wordt gebruikt, worden dunne lijnen mogelijk niet
afgedrukt. Probeer de lijnen in het document dikker te maken.
Naar boven
Afgedrukt papier krult om of vertoont inktvlekken
Sivu 744/836
Uitgebreide Handleiding > Probleemoplossing > Afdrukresultaten niet naar behoren > Afgedrukt papier krult om of
vertoont inktvlekken
Afgedrukt papier krult om of vertoont inktvlekken
Controle 1: Hebt u de instellingen voor papier en afdrukkwaliteit
gecontroleerd?
Afdrukresultaten niet naar behoren
Controle 2: Is de intensiteit te hoog ingesteld? Verlaag zo nodig de
instelling Intensiteit via het printerstuurprogramma en probeer het
opnieuw.
Als u gewoon papier gebruikt voor het afdrukken van afbeeldingen met een hoge intensiteit,
absorbeert het papier mogelijk te veel inkt. Hierdoor kan het gaan golven en kan er papierschuring
ontstaan.
Bij het afdrukken vanaf de computer
Controleer de intensiteit via het printerstuurprogramma.
De intensiteit aanpassen
Tijdens het kopiëren
Items instellen
Controle 3: Wordt er fotopapier gebruikt voor het afdrukken van foto's?
Als u gegevens afdrukt met een hoge kleurverzadiging, zoals foto's of afbeeldingen met diepe
kleuren, raden wij het gebruik van Glossy Foto Papier Extra II (Photo Paper Plus Glossy II) of ander
speciaal papier van Canon aan.
Papier/originelen plaatsen
Naar boven
Papier vertoont vlekken/Papieroppervlak vertoont krassen
Uitgebreide Handleiding > Probleemoplossing > Afdrukresultaten niet naar behoren > Papier vertoont vlekken/
Papieroppervlak vertoont krassen
Papier vertoont vlekken/Papieroppervlak vertoont krassen
Controle 1: Hebt u de instellingen voor papier en afdrukkwaliteit
gecontroleerd?
Afdrukresultaten niet naar behoren
Controle 2: Wordt de juiste papiersoort gebruikt? Controleer het
volgende:
Controleer of het papier waarop u afdrukt geschikt is voor het doel waarvoor het gebruikt wordt.
Papier/originelen plaatsen
Controleer als u afdrukt zonder marges of het gebruikte papier voor dit doel geschikt is.
Als het gebruikte papier niet geschikt is voor afdrukken zonder marges, kan de afdrukkwaliteit
aan de boven- en onderkant van het papier afnemen.
Afdrukgebied
Controle 3: Herstel het gekrulde papier en plaats het papier opnieuw.
Voor gewoon papier
Draai het papier om en plaats het zodanig dat het aan de andere kant bedrukt wordt.
Als het papier lange tijd in de achterste lade ligt, kan het ook gaan omkrullen. In dat geval kunt u
het papier het beste met de andere zijde naar boven in de lade plaatsen. Hiermee is het
probleem mogelijk verholpen.
Het is raadzaam ongebruikt papier weer in het pak te doen en het pak op een vlak oppervlak
neer te leggen.
Voor ander papier
1. Leg het papier met de afdrukzijde (A) omhoog voor u neer en bedek het papier met een
nieuw vel normaal papier om vlekken of krassen te voorkomen.
2. Rol het papier op tegen de richting van de krul in, zoals hieronder wordt weergegeven.
Sivu 745/836
Papier vertoont vlekken/Papieroppervlak vertoont krassen
3. Controleer of de bolling van het papier niet hoger is dan ongeveer 2 tot 5 mm/0,08 tot 0,2
inch (B).
Het is raadzaam om teruggekruld papier met één vel tegelijk in te voeren.
Opmerking
Er zijn ook bepaalde mediumtypen die snel besmeurd raken of niet goed kunnen worden
ingevoerd, ook al zijn ze niet gekruld. Volg in dergelijke gevallen de bovenstaande procedure
om het papier te krullen voordat u gaat afdrukken. Hiermee wordt het afdrukresultaat mogelijk
verbeterd.
Controle 4: Als u op dik papier afdrukt, selecteert u de instelling
Schuring van papier voorkomen (Prevent paper abrasion).
Schakel de instelling Schuring van papier voorkomen (Prevent paper abrasion) in om de afstand
tussen de printkop en het geplaatste papier groter te maken. Als u merkt dat de printkop over het
papier schuurt, zelfs wanneer het mediumtype juist is ingesteld voor het geladen papier, stelt u het
apparaat in op het voorkomen van papierschuring. U doet dit via het bedieningspaneel of het
printerstuurprogramma.
De afdruksnelheid gaat achteruit als u de instelling Schuring van papier voorkomen (Prevent paper
abrasion) inschakelt.
*Schakel de instelling Schuring van papier voorkomen (Prevent paper abrasion) uit nadat het
afdrukken is voltooid. Als u de instelling niet uitschakelt, blijft deze ingeschakeld voor alle volgende
afdruktaken.
Instellen met het bedieningspaneel
Selecteer in het startscherm de opties Instellingen (Settings), Apparaatinstellingen(Device
settings) en Afdrukinstellingen (Print settings) in deze volgorde, en stel Schuring van papier
voorkomen (Prevent paper abrasion) in op AAN (ON).
De apparaatinstellingen wijzigen op het LCD-scherm
Instellen via het printerstuurprogramma
Open het dialoogvenster met printereigenschappen en schakel bij Aangepaste instellingen
(Custom Settings) op