Sulzer CP 116, CP 216 Gebruikershandleiding

Add to my manuals
34 Pages

advertisement

Sulzer CP 116, CP 216 Gebruikershandleiding | Manualzz

Bedieningsmodule Type ABS 116/216

ON ON ON ON ON ON

NL Gebruikshandleiding

www.sulzer.com

Copyright © 2014 Sulzer. Alle rechten voorbehouden.

Dit handboek en de software die erin wordt beschreven, wordt geleverd in licentie en mag alleen worden gebruikt en gekopieerd in overeenstemming met de bepalingen van een dergelijke licentie. De inhoud van dit handboek wordt alleen geleverd voor iformatief gebruik, kan zonder voorafgaand bericht worden gewijzigd en dient niet te worden geïnterpreteerd als een verplichting van de Sulzer. De Sulzer draagt geen verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor fouten of onjuistheden die eventueel in dit boek vermeld staan.

Met als uitzondering hetgeen wordt toegestaan door een dergelijke licentie, mag geen enkel deel van deze publicatie worden vermenigvuldigd, opgeslagen in een naslagsysteem of worden overgezet, in wat voor vorm of hoe dan ook, elektronisch, mechanisch, opgenomen of anderszins, zonder schriftelijke toestemming vooraf van de Sulzer.

Sulzer behoudt zich het recht voor specificaties te wijzigen vanwege technische ontwikkelingen.

NL

2

iii

I

NHOUD

Over deze handleiding, gebruikers en voorwaarden

Hoofdstuk 1 Overzicht van functies en gebruik

1

3

Hoofdstuk 2 Instellingen 7

2.1

Select language (selecteer taal) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7

2.2

Overzicht van instellingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7

2.3

Systeeminstellingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8

2.4

Pomp put instellingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 9

2.5

Pompinstellingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13

2.6

Algemene instellingen voor pomp 1 en pomp 2 . . . . . . . . . . . . . . . 15

2.7

Analoge Logging . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 16

2.8

Instellingen voor trendcurven . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 17

2.9

Instellingen analoge ingangen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 17

2.10 Instellingen digitale ingangen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 19

2.11 Instellingen voor digitale uitgangen (alarmrelais) . . . . . . . . . . . . . . . 19

2.12 Instellingen voor pulskanaal . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 20

2.13 Communicatie instellingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 20

Hoofdstuk 3 Dagelijks gebruik 23

3.1

Handbediening . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 23

3.2

Alarm Lijst . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 23

3.3

Show Status . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 24

3.4

Trend Curves . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 25

Hoofdstuk 4 Technische gegevens en

EMC-compatibiliteit 27

4.1

Technische gegevens . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 27

4.2

Maximale belasting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 27

4.3

Elektromagnetische compatibiliteit . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 28

iv

1

O

VER DEZE HANDLEIDING

,

GEBRUIKERS EN VOORWAARDEN

Deze handleiding beschrijft de pompbedieningspanelen CP 116 ⁄ 216. Het verschil tussen de twee producten is dat de CP 116 bedoeld is voor één pomp, terwijl deCP 216 twee pompen kan bedienen. De CP 116 heeft geen zekeringautomaat, terwijl de CP 216 een 3-polige automatische zekeringautomaat heeft voor elke pomp.

Installatiehandleiding

Er is een separaat document Installatiehandleiding dat beschrijft hoe het bedieningspaneel fysiek geïnstalleerd moet worden (afgedrukt document in het installatiepakket en eveneens een PDF op de CD).

Gebruikers

Deze handleiding is bedoeld voor systeembeheerders en gebruikers van bedieningspaneel CP 116 ⁄ 216.

Voorwaarden

Deze handleiding gaat er van uit dat u al bekend bent met de pompen die u wilt gaan besturen en de sensoren die zijn aangesloten op de CP 116 ⁄ 216.

De systeembeheerder moet eveneens op de hoogte zijn van en beslissen over het volgende:

Het bedieningspaneel kan gebruik maken van een analoge niveausensor, die het waterniveau in de put meet voor een nauwkeurige besturing van start- en stopniveau's of gebruik maken van eenvoudige vlotterschakelaars die zijn aangebracht op de start en stopniveaus.

Naast een analoge niveausensor kunnen vlotterschakelaars worden gebruikt als een back-up en aanvullende alarmingang.

Een analoge niveausensor heeft verschillende voordelen t.o.v. vlotterschakelaars: deze is robuuster (kan niet klem raken of mechanisch blokkeren); nauwkeuriger, flexibeler (u kunt de start- en stopniveaus makkelijker wijzigen); u kunt het waterniveau in de put eventueel aflezen, evenals de instroom, overloop en pompcapaciteit, u kunt de pompprestaties op verschillende manieren optimaliseren, incl. het periodiek kort laten lopen (exercising), alternatieve stopniveaus, tariefbepaling, etc.

Het is ook mogelijk een alternatief stopniveau te gebruiken, doorgaans een lager niveau dan normaal, dat gebruikt wordt nadat een aantal pompen gestart is. Dit kan zinvol zijn als het wenselijk is de put zo nu en dan "volledig" leeg te maken

U moet weten of de pomp(en) kort moet(en) draaien (exercising) bij lange stilstandperioden. Wanneer de installatie twee pompen heeft, moet u beslissen of de pompen afwisselend gebruikt moeten worden.

Als het elektriciteitsnet een dagelijks variërende tarieven heeft, moet u de tijden weten van de hoog/laag tarieven.

U moet weten hoe de overstroom gemeten wordt: als deze wordt gemeten met zowel een overloopdetector (voor het detecteren overloopstartmoment) en een niveausensor (voor het meten van de actuele doorstroming), moet u de parameters weten (exponenten en constanten) die moeten worden ingevoerd zodat de overloop nauwkeurig kan worden gemeten via een berekening in de

CP 116 ⁄ 216.

U moet weten welke alarmklasse, A-alarm of B-alarm (zie

Verklarende woordenlijst en leeswijzer op pagina 2) van toepassing is,

NL

2 O

VER DEZE HANDLEIDING

,

GEBRUIKERS EN VOORWAARDEN

Lees de handleiding

Lees voor de installatie het separate document Installatiehandleiding, dat zowel de CP 116 ⁄ 216 als de CP 112 ⁄ 212 beschrijft. Lees voordat u enige instel-

lingen maakt of het bedieningspaneel gebruikt Hoofdstuk 1 Overzicht van functies en gebruik — hierin is de algemene functionaliteit en de betekenis en het

gebruik van de bedieningselementen op het bedieningspaneel beschreven.

De systeembeheerder moet er ook voor zorgen dat alle instellingen volgens

Hoofdstuk 2 Instellingen geschikt zijn voor uw toepassing. De standaardinstel-

lingen zijn opgenomen in de Installatiehandleiding.

Het merendeel van de instellingen in Hoofdstuk 2

zijn alleen van toepassing voor de systeembeheerder, maar het volgende is ook van toepassing voor degenen die het bedieningspaneel gebruiken: taalselectie, datum en tijdinstellingen, eenheden, uitschakeltijd achtergrondverlichting, zoemer, gebruikerswachtwoord, start-/stopniveaus.

Hoofdstuk 3 op pagina 23 beschrijft de onderwerpen die nodig zijn voor het

dagelijks gebruik.

Verklarende woordenlijst en leeswijzer

Om binnen een hiërarchie een menu-keuze aan te geven wordt een groter dan teken gebruikt om de niveaus te scheiden. Voorbeeld: Instellingen > Systeem betekent dat de menukeuze kan worden bereikt door het kiezen van menukeuze

Instellingen, dat een aantal submenu's heeft, waaruit u de menukeuze Systeem kiest.

Tekst in blauw

geeft een verwijzing. Wanneer u dit document op een computer leest, kunt u op het item klikken, waarna u naar de bestemming wordt gebracht.

Pomp kort laten draaien (exercising) Lange stilstandperioden in een corrosieve, verontreinigde omgeving zijn niet goed voor pompen. Als tegenmaatregel de pompen met regelmatige tussenpozen "kort laten lopen" (exercising), waardoor de corrosie en andere nadelige effecten worden beperkt.

Cos

φ

: Cosinus van de fasehoek

φ

tussen de motorstroom en de spanning.

Alarmklasse: De alarmklasse kan een A-alarm of een B-alarm zijn. A-alarmen zijn alarmen die om onmiddellijke actie vragen, bedienend personeel in het veld moet dus ongeacht het tijdstip van de dag alert zijn. B-alarmen zijn minder belangrijk, maar moeten tijdens werktijd worden opgelost.

Digitaal in betekent een signaal dat aan of uit (hoog of laag) is, waarbij hoog alles tussen 5 en 24 Volt DC en laag alles onder 2 volt is.

Digitale uitgang betekent een alarmrelaiscontact dat normaal gesloten (NC) of normaal open (NO) is.

Analoge ingangen zijn voor sensoren, deze ingangen detecteren elektrische stroom in het bereik 4–20 mA of 0–20 mA.

NL

3

H

OOFDSTUK

1 O

VERZICHT VAN FUNCTIES EN GEBRUIK

RS-232 poort voor een computer

(servicepoort)

Voedingsindicatielampje

Alarmindicatielampje

De CP 116 en CP 216 zijn bedieningspanelen voor resp. één en twee pompen.

Deze eenheden hebben dezelfde functionaliteit voor wat betreft hun mogelijkheden pompen te besturen en alarmen te beheren — het enige verschil is dat de

CP 216 is bedoeld voor twee pompen terwijl de CP 116 is bedoeld voor één pomp.

Afbeelding 1-1

toont het bedieningspaneel en beschrijft de functies van de knoppen en de betekenis van de indicatielampjes. De zes knoppen aan de rechterkant van de display worden gebruikt voor het navigeren in menu's en het veranderen van instellingen, terwijl de knoppen aan de linkerkant van het display gebruikt worden voor het regelen van de pompmodus en het handmatig bedienen van de pomp.

Auto / Uit

Pomp 1, Pomp 2

CP 116: alleen P1

Links/Terug

Rechts/Vooruit

Op

Lage capaciteit P2

2,50 m

25,0 l/s

5,3 l/s

5,8 A

1 2

4,7 A

2

RS-232/modem communicatie indicatielampjes Handbediening

Pomp 1, Pomp 2

CP 116: alleen P1

Escape/Annuleer

Indicatielampjes voor pomp (groen/geel)

Neer

Enter

Afbeelding 1-1 Een groen lampje uiterst links geeft aan dat de eenheid wordt voorzien van voedingsspanning (door batterij of net). De rode alarmindicator knippert als er sprake is van een onbevestigd alarm.

Voor elke pomp (P1 en P2) is er een knop waarmee u de pomp in kunt stellen in de automatische modus of kunt blokkeren. Een indicatielampje geeft aan of de pomp in automatische modus is (groen) of handmatig geblokkeerd (geel). Daar onder is een knop (handsymbool) waarmee u de pomp handmatig kunt regelen.

U navigeert door de menu's met de pijlknoppen. Druk op Op of Neer pijlknop om over te schakelen tussen menuweergaven. U bevestigt een bediening of een alarm met de Enter knop. Druk op de Escape knop zal de huidige bediening onderbreken.

Alarmsymbool

Overstortdetectie

Ingaande flow naar put

Lage capaciteit P2

2,50 m

5,8 A

1 2

25,0 l/s

4,7 A

2

Alarmtekst

Waterhoogte in put

Uitgaande flow uit put

Hoog niveau wipper

Actueel verbruik voor pomp 2

Toont werking (geanimeerde driehoek)

Pomp nummer 2

Laag niveau wipper

5,3 l/s

Waterhoogte (geanimeerd)

Afbeelding 1-2 Het display en de informatievelden in de standaard hoofdweergave (

CP 216).

De standaard hoofdweergave op het display toont de bedieningsstatus van de pompen en in de put dynamisch.

Afbeelding 1-2 toont de symbolen en geeft

uitleg over hun betekenis. De eenheid keert na 10 minuten zonder activiteit in enige andere weergave altijd terug naar deze weergave (zoals tonen van menu's).

NL

4 H

OOFDSTUK

1 O

VERZICHT VAN FUNCTIES EN GEBRUIK

De weergave toont slechts één pomp bij CP 116 en als de CP 216 ingesteld is op het gebruik van slechts één pomp past de weergave zich aan en toont dan ook slechts één pomp.

Voedings- en alarmindicatielampje

De twee meet linker symbolen op het bedieningspaneel zijn voor voedings- en alarmindicatie: o Een groen lampje geeft aan dat de eenheid voedingsspanning krijgt.

o Het rode alarmindicatielampje knippert steeds als er een onbevestigd alarm is en het display geeft dan aan het type alarm aan. Als het alarm wordt bevestigd, gaat het lampje continu rood branden en blijft branden totdat er geen actieve alarmen meer zijn.

Communicatie indicatielampjes

Tx en Rx

Linker knoppen

Rechts naast het voedingsspannigsindicatielampje bevinden zich twee communicatie indicatielampjes: o Tx gaat branden bij het verzenden van data naar de RS-232 poort of een modem.

o Rx gaat branden bij het ontvangen van data van de RS-232 poort of een modem.

De knoppen links van het display hebben de volgende functies: o De knop met het label Auto/0 wordt gebruikt om de pompregeling om te schakelen naar auto-modus of deze uit te schakelen. In de stand Auto is het lampje rechts ervan aan en bedient het bedieningpaneel de pomp. In de stand 0 is het lampje rechts ervan aan en is de pomp uitgeschakeld.

o De knop met een handsymbool wordt gebruikt om te proberen de pomp te starten, waarbij de pompregeling wordt overbrugd, of om de pomp de stoppen als deze draait. Deze werkt alleen als de modus Auto is, d.w.z. als het groene lampje aan is.

Rechter knoppen

De knoppen rechts van het display hebben de volgende functies: o Druk op de Op of Neer pijlknop om het overzichtsplaatje van de pompput te verlaten en binnen te gaan in de menu's.

o U gaat een menu "binnen" door het indrukken van de Rechts/Vooruit of de

Enter knop. o U bevestigt/voert een bediening uit met de Enterknop (↵).

Als de hoofdweergave van het display aangeeft dat er een alarm is, zal door het indrukken van de Enter knop de zoemer stoppen en worden gevraagd om een bevestiging van het alarm, als u dan Enter nog een keer indrukt, zal deze bevestigd worden.

o Om de huidige bediening te onderbreken of de menu's te verlaten en weer terug te gaan naar het overzichtsplaatje van de pompput, kunt u op de Escape knop drukken.

Hoofdmenu

Afbeelding 1-3 toont het Hoofdmenu, dat u vanuit het overzichtplaatje kunt

bereiken door het indrukken van de Op of Neer pijl:

Esc

Hoofd Menu

Handbediening

Alarm Lijst

Show Status

Instellingen

Trend Curves

Select Language

Naam van menu

Menu-item

Deze symbolen geven aan welke navigatieknoppen "actief' zijn in de actuele weergave.

Afbeelding 1-3 Het hoofdmenu van het grafisch display van de CP 116 ⁄ 216.

Hoe u een taal kunt kiezen en alle instellingen (menu-items Select Language en

Instellingen) zijn beschreven in

Hoofdstuk 2 Instellingen

. De items Handbediening,

Alarm Lijst, Show Status, en Trend Curves zijn bedoeld voor dagelijks gebruik van de eenheid en zijn beschreven in

Hoofdstuk 3 Dagelijks gebruik

.

NL

5

Invoeren van waarden en tekenreeksen

Gebruik de Op/Neer knoppen om een waarde of letter omhoog of terug te stappen. Voor waarden/tekenreeksen die langer zijn dan één cijfer/karakter de Links/

Rechts knoppen gebruiken om naar het gewenste veld te gaan en de waarde aan te passen met de Op/Neer knoppen.

Wachtwoord

Er zijn drie beveiligingsniveaus:

1.

Voor het dagelijks gebruik, zoals het bevestigen van een alarm of het stoppen van een pomp is geen wachtwoord of autorisatie nodig.

2.

Operationele instellingen, zoals het instellen van de start- en stopniveau's van de pomp, vereisen een wachtwoord op het niveau van de gebruiker;

3.

Configuratie-instellingen die invloed hebben op de basisfunctionaliteit of toegang, zoals het type sensor, vereisen een wachtwoord op Systeem niveau.

De standaard wachtwoorden vanuit de fabriek zijn resp. 1 en 2, maar de wachtwoorden kunnen worden gewijzigd onder het menu-item Instellingen > Systeem. Als een gebruikerswachtwoord gevraagd wordt kunt u zowel het wachtwoord voor de gebruiker als voor het systeem geven.

Accu back-up

De CP 116 ⁄ 216 heeft een lader voor loodaccu back-up. De accu zelf is optioneel en kan in de schakelkast geïnstalleerd worden. Tijdens accubedrijf (geen netvoeding), zijn de pomprelais altijd uit. Het voedingsindicatielampje blijft aan en het alarmindicatielampje zal actief zijn. Het alarmrelais werkt volgens de instelling in

Tabel 2-9 Instellingen voor alarmrelais onder "Instellingen > Digitale Uitgangen" op pagina 19

Persoonlijk alarm en het resetten hiervan

Als het pompstation bemand is kan een persoonlijk alarm gegeven worden als de onderhoudsmedewerker geen activiteit getoond heeft binnen een bepaalde

periode. Zie Paragraaf 2.3 Systeeminstellingen op pagina 8 voor details (toewij-

zing Alarm Type, Alarm Vertraging en Max. Tijd tot Reset),

Paragraaf 2.10 Instellingen digitale ingangen op pagina 19 (toewijzing Persoon in Station aan een digitale ingang) en

Paragraaf 2.11 Instellingen voor digitale uitgangen (alarmrelais) op pagina 19

(toewijzing Person. Alarm Ind aan één van de alarmrelais).

Na de gespecificeerde Max. Tijd tot Reset wordt het toegewezen alarmrelais geactiveerd en kan een visueel of audiosignaal de onderhoudsmedewerker erop wijzen dat de alarmtimer gereset moet worden. Als de alarmtimer niet binnen

Alarm Vertraging gereset wordt, wordt een persoonlijk alarm gegeven.

Voor het resetten van de timer kan elke knop op de pompregeling ingedrukt worden.

NL

6 H

OOFDSTUK

1 O

VERZICHT VAN FUNCTIES EN GEBRUIK

NL

7

Esc

Hoofd Menu

Handbediening

Alarm Lijst

Show Status

Instellingen

Trend Curves

Select Language

Esc

Hoofd Menu

Handbediening

Alarm Lijst

Show Status

Instellingen

Trend Curves

Select Language

H

OOFDSTUK

2 I

NSTELLINGEN

Dit hoofdstuk omschrijft alle instellingen die goed ingesteld moeten worden voordat de pompregelaar wordt gebruikt. Het navigeren door de menu's en het invoeren van waarden is omschreven in

Hoofdstuk 1 Overzicht van functies en gebruik . De standaardinstellingen zijn opgenomen in de Installatiehandleiding.

Voor uw gemak kunnen naast het direct op het bedieningspaneel regelen van de instellingen, deze ook geregeld worden vanaf een computer met AquaProg

(separaat verkocht).

2.1

Select language (selecteer taal)

1.

Kies het menu-item Select Language en druk twee keer op Enter.

2.

Voer het wachtwoord voor de Gebruiker in (standaard is 1). Druk op Enter.

3.

Blader naar de taal van uw keuze met de Op/Neer knoppen.

4.

Druk op Enter en daarna op de Links/Terug pijl.

2.2

Overzicht van instellingen

Het menu-item Instellingen heeft veel submenu's met veel instellingen die moeten worden ingevoerd door de systeembeheerder, hoewel ze allemaal bruikbare standaardwaarden hebben. Er zijn de volgende submenu's:

1.

Systeem (

Tabel 2-1 in Paragraaf 2.3

op pagina 8)

2.

Pomp put (

Tabel 2-2 in Paragraaf 2.4

op pagina 9)

3.

CP 116: Pomp

CP 216: Pomp 1, Pomp 2

(

Tabel 2-3 in Paragraaf 2.5

op pagina 13)

4.

CP 216: Algemeen P1-P2 ( Tabel 2-4 in Paragraaf 2.6

op pagina 15)

5.

Analoge Logging ( Tabel 2-5

in

Paragraaf 2.7

op pagina 16)

6.

Trend Curves (

Tabel 2-6 in Paragraaf 2.8

op pagina 17)

7.

Analoge ingangen ( Tabel 2-7 in Paragraaf 2.9

op pagina 17)

8.

Digitale ingangen ( Tabel 2-8 in Paragraaf 2.10

op pagina 19)

9.

Digitale uitgangen (

Tabel 2-9 in Paragraaf 2.11

op pagina 19)

10. Pulse Channel (

Tabel 2-10 in Paragraaf 2.12

op pagina 20)

11. Communicatie ( Tabel 2-11 in Paragraaf 2.13

op pagina 20)

Voor alle instellingen is een Systeem wachtwoord nodig, behalve voor sommige i n s t e l l i n g e n u i t h e t s u b m e n u Sys tee m e n d e s t a r t / s t o p n i v e a u ' s

(

pagina 13 ),waarvoor slechts een Gebruiker wachtwoord nodig is.

Alle submenu's zijn beschreven in aparte tabellen. Hoe de tabellen geïnterpreteerd moeten worden is uitgelegd voor de volgende instellingen in het menuitem Instellingen > Systeem > Systeem Alarmen > Voedings Fout in

Tabel 2-1 :

NL

8 H

OOFDSTUK

2 I

NSTELLINGEN

1.

Kies het menu-item Instellingen met de Op/Neer knoppen en druk op Enter. Het bovenste menu-item Systeem zal geselecteerd worden. Druk weer op Enter.

Alle submenu's onder Systeem zijn weergegeven in Tabel 2-1

.

2.

Kies het menu-item Systeem Alarmen en druk op Enter.

3.

Kies het menu-item Voedings Fout en druk op Enter.

4.

Kies het menu-item Alarm Type, druk op Enter en voer een Systeem wachtwoord in. Kies uit een van {Inactief, B-Alarm, A-Alarm} en druk op Enter.

5.

Kies het menu-item Alarm Vertraging, druk op Enter en voer een Systeemwachtwoord in. Stel het aantal seconden in en druk op Enter.

Het wachtwoord wordt 50 seconden onthouden, dus moet u wellicht in de

bovenstaande stap 5 wellicht het wachtwoord invoeren. Hoe de knoppen op het

paneel gebruikt worden is beschreven in

Hoofdstuk 1 Overzicht van functies en gebruik op pagina 3.

Systeem

2.3

Systeeminstellingen

Tabel 2-1

geeft een volledige lijst van instellingen onder het submenu Systeem.

Submenu

Tabel 2-1 Systeeminstellingen onder het menu-item "Instellingen > Systeem" (Blad 1 van 2)

Submenu Instelling Waarde

Select Language

Wachtwoord

Opmerkingen

Gebruiker

Hetzelfde als de instellingen beschreven in

Paragraaf 2.1

.

Datum Formaat

Stel Datum in

Stel Tijd in

Kies eenheid

Achtergrond verlicht

Grafisch bereik

Buzzer

Buzzer Alert Time

Buzzer Pause Time

Selecteer een taal

{YYYY.MM.DD,

DD.MM.YYYY,

MM.DD.YYYY}

Datum

Tijd

{Metrisch,

US}

Minuten m, ft

{Aan, Uit}

Minuten

Minuten

Systeem

Gebruiker

Systeem

Gebruiker

Metrisch: m, m

2

, m

3

, l/s (liter/s), bar, mm, °C

US: ft, ft

2

, gal, GPM (gal/min), °F

Bij instelling nul, blijft de achtergrondverlichting altijd aan.

Gebruiker

Deze tijden worden ook gebruikt als een alarmrelais is ingesteld op Alarm Alert

( Paragraaf 2.11

Instellingen voor digitale uitgangen (alarmrelais)

op pagina 19)

NL

9

Submenu

Systeem

Alarmen

Tabel 2-1 Systeeminstellingen onder het menu-item "Instellingen > Systeem" (Blad 2 van 2)

Submenu Instelling Waarde Wachtwoord

Opmerkingen

Voedings Fout

Phase Missing

In

NV Checksum

Error

Persoonlijk

Alarm

Wrong Phase

Order

Com. Error I/O

PCB

NV Error I/O

PCB

Alarm Type

Alarm Vertraging

Alarm Type

Alarm Vertraging

Alarm Type

Alarm Vertraging

Alarm Type

Alarm Vertraging

Max. Tijd tot Reset

Alarm Type

Alarm Vertraging

Alarm Type

Alarm Vertraging

Alarm Type

Alarm Vertraging

{Inactief,

B-Alarm, A-Alarm}

Seconden

{Inactief,

B-Alarm, A-Alarm}

Seconden

{Inactief,

B-Alarm, A-Alarm}

Seconden

{Inactief,

B-Alarm, A-Alarm}

Seconden

Uren en minuten

{Inactief,

B-Alarm, A-Alarm}

Seconden

{Inactief,

B-Alarm, A-Alarm}

Seconden

{Inactief,

B-Alarm, A-Alarm}

Seconden

Systeem

Er wordt een Phase Missing In alarm gegeven als

één van de fasen van de voedingsspanning ontbreekt.

NV Checksum Error wordt gegeven als de checksum voor het permanente geheugen fout is.

Het alarm blijft actief tot de voeding uitgeschakeld is.

Na de Max. Tijd tot Reset moet de onderhoudsmedewerker de timer resetten (door het indrukken van een willekeurige knop), anders wordt er een Persoonlijk Alarm gegeven na de

Alarm Vertraging.

Verander wachtwoord

Gebruiker

Systeem

Integer

Integer

Gebruiker

Systeem

Voor toegang door gebruiker. Het wachtwoord mag een lengte hebben van 1 tot 4 cijfers. Het standaard wachtwoord vanuit de fabriek is 1.

Voor Systeem(beheerder) toegang. Het wachtwoord mag een lengte hebben van 1 tot 4 cijfers. Het standaard wachtwoord vanuit de fabriek is 2.

Historie/Alarm Reset

Alle Historische Log

Alle Alarmen

{Cancel, Reset}

{Cancel, Reset}

Systeem

Pomp put

Submenu

2.4

Pomp put instellingen

Tabel 2-2 geeft een volledige lijst van instellingen onder het submenu Pomp put.

Tabel 2-2 Pomp put instellingen, onder "Instellingen > Pomp put" (Blad 1 van 5)

Submenu Instelling Waarde Wachtwoord

Opmerkingen

Type Niveau Sensor

Max.No. Pomp.tegelijk

Kies Type

Analogue Input:

Kies Pompen bedrijf

{Analoge Sensor,

Start/Stop Niv. wip}

{Int. Press. Sensor,

Ext. Sensor mA 1}

{2 Pompen,

Max 1 Pump}

Systeem

Systeem

Systeem

NL

10 H

OOFDSTUK

2 I

NSTELLINGEN

Submenu

Tabel 2-2 Pomp put instellingen, onder "Instellingen > Pomp put" (Blad 2 van 5)

Submenu Instelling Waarde Wachtwoord

Opmerkingen

Min Relais Interval Min Tijd Seconden Systeem

Om het aantal spanningsschommelingen en piekspanningen door tegelijk startende pompen te verminderen, moet er altijd een minimale tijd zijn tussen twee omschakelende relais.

Alternering

Alternat. Stop Niveau

Starten op inflow

Station Flow

Normale

Alternering

Asymmet.

Alternering

Looptijd

Alternering

Meet

Parameters

Alternat. Functie

Alterneren na

Primaire Pomp

Aantal Stops tot Alt

Looptijd Alternering

Na Cont. Looptijd

Alternat. Stop Niveau

After No. Starts

Stop Niveau

Stop Vertraging

Start Functie

Verander Start Niv.

Per

Stop Functie

Verander Stop Niv.

Per

Inflow berekening

Vorm v/d Put

Ledigen/Vullen

Inflow Calc. Interval

Flow Compensatie

2 pompen

{Uit, Normaal,

Asymmetrisch}

{Elke Pomp Stop,

Beide Pompen}

{Pomp 1, Pomp 2}

Integer

{Aan, Uit}

Uren en minuten

{Aan, Uit}

Integer m, ft

Seconden

{Aan, Uit} m, ft

Minuten

{Aan, Uit} m, ft

Minuten

{Aan, Uit}

{Rechthoekig,

Conisch}

{Ledigen Put,

Vullen Put}

Seconden

Percentage

Systeem

Systeem

Systeem

Systeem

Schakelt pas na een bepaald aantal stops van de primaire pomp.

Naast de normale of asymmetrische alternatering, kunt u de pompregelaar ook zo instellen dat gewisseld wordt als die pomp een periode continu gedraaid heeft.

Het Alternat. Stop Niveau, is doorgaans een lager niveau dan normaal, dat gebruikt wordt na elke After No. Starts pomp starts.

Door het instellen van een Stop Vertraging wordt het actuele niveau waarop de pomp stopt nog lager. (Elk laag niveau alarm of laag niveau wipper wordt geblokkeerd, maar een droogloopdetectie zal de pomp nog steeds blokkeren).

Als het niveau met minimaal Verander Start Niv. toeneemt tijdens periode Per, zal één pomp starten. Als het niveau nog steeds met dezelfde hoeveelheid toeneemt, zal de volgende pomp starten.

Als het niveau met meer dan Verander Stop Niv. afneemt tijdens periode Per, zal één pomp stoppen. Als het niveau nog steeds met dezelfde hoeveelheid afneemt, zal de andere pomp ook stoppen.

Vult of leegt de pomp de put?

Periode tussen metingen.

100 % betekent dat 2 pompen twee keer zoveel pompen dan één enkele pomp. 50 % betekent dat 2 pompen niet meer leveren dan

één enkele pomp.

Put oppervlakte

Niveau 0

Oppervlakte 0

Niveau 9

Oppervlakte 9

Vast op 0 m, ft m

2

, ft

2

… m, ft m

2

, ft

2

Systeem

U kunt de vorm van de put specificeren door het specificeren van het oppervlak op 10 verschillende niveau's vanaf de bodem van de put, van niveau 0 tot het bovenste niveau, niveau 9.

NL

11

Submenu

Calc. Pomp Capaciteit

Overstort

Tabel 2-2 Pomp put instellingen, onder "Instellingen > Pomp put" (Blad 3 van 5)

Submenu Instelling Waarde

Exponent &

Constant

Functie

Min.Niv.P. Cap Cal

Start Vertraging

Calculatie Tijd

Stop Vertraging

Overstort Detectie

Overstort Berekening

Exponent 1

Constante 1

Exponent 2

Constante 2

{Aan, Uit} m, ft

Seconden

Seconden

Seconden

{UIT, Overstort Sensor,

Niveau Limiet}

{Gebr. Hist. Infl.,

Exp. & Constant}

Getal

Getal

Getal

Getal

Wachtwoord

Opmerkingen

Systeem

Voor ondergedompelde pompen, Min.Niv.P. Cap

Cal instellen op de bovenkant van de pomp —

dit verhoogt de nauwkeurigheid. De berekening start na Start Vertraging, als de doorstroming van de pompen gestabiliseerd is en gaat

Calculatie Tijd door. Stop Vertraging heeft geen gevolg voor de pompcapaciteitsberekening, maar de calculatie van de instroom wordt onderdrukt gedurende Stop Vertraging nadat de pomp stopt terwijl de doorstroming stabiliseert.

Om overstort te detecteren is een overstort sensor veel nauwkeuriger dan de schakeldrempel van de niveau sensor. Door het instellen van parameters (exponenten en constanten) kan de overstort nauwkeurig gemeten worden via een berekening. "Gebr.

Hist. Infl." maakt eenvoudig gebruik van de historische waarde van de instroom.

Systeem

Overflow =

h e

1

c

1

+

h e

2

c

2

h

= height of water. [m or ft]

[m

3

⁄ s or ft

3

⁄ s]

Overstort

Niveau

Backup Running

Niveau Limiet

Pomp 1 Backup Start

Pomp 2 Backup Start

Loop Tijd m, ft

{Aan, Uit}

{Aan, Uit}

Systeem

Het niveau waarop overstort verwacht wordt.

Let op: niet net zo nauwkeurig als bij het gebruik van een overstortschakelaar.

Als de normale regeling via start en stop niveau's faalt, kan dit als een noodbackup werken:

Als de hoog Niveau wipper aanspreekt, kunnen pompen 1 en/of 2 ingesteld worden zodat ze een periode Loop Tijd gaan draaien.

Put Alarmen

Hoog Niveau

Laag Niveau

Hoog Niveau wipper

Laag Niveau wipper

High Inflow

Alarm Type

Alarm Vertraging

Alarm Limiet

Hysteresis

Alarm Type

Alarm Vertraging

Alarm Limiet

Hysteresis

Alarm Type

Alarm Vertraging

Alarm Type

Alarm Vertraging

Alarm Type

Alarm Vertraging

Alarm Limiet

Hysteresis

Seconden

{Inactief,

B-Alarm, A-Alarm}

Seconden m, ft m, ft

{Inactief,

B-Alarm, A-Alarm}

Seconden m, ft m, ft

{Inactief,

B-Alarm, A-Alarm}

Seconden

{Inactief,

B-Alarm, A-Alarm}

Seconden

{Inactief,

B-Alarm, A-Alarm}

Seconden liter/seconde, GPM liter/seconde, GPM

Systeem

NL

12 H

OOFDSTUK

2 I

NSTELLINGEN

Submenu

Put Alarmen

Pomp

Blokkering

Alarm Type

Alarm Vertraging

Alarm Limiet

Hysteresis

Alarm Type

Alarm Vertraging

Alarm Type

Alarm Vertraging

Alarm Type

Alarm Vertraging

Alarm Limiet

Hysteresis

Alarm Type

Alarm Vertraging

Alarm Limiet

Hysteresis

Alarm Type

Alarm Vertraging

Alarm Type

Alarm Vertraging

Alarm Type

Alarm Vertraging

Alarm Type

Alarm Vertraging

Afstand Blokkering

Blokkering Timeout

Laag Niveau wipper

Druk Blokkering

Blok. Vertraging

Blok Druk

Blokkering Timeout

Blok.op Lekkage

Blok. Vertraging

Tabel 2-2 Pomp put instellingen, onder "Instellingen > Pomp put" (Blad 4 van 5)

Submenu Instelling Waarde Wachtwoord

Opmerkingen

Lage Inflow

Backup Start

Afstand

Blokkering

Te Hoge Druk

Te Lage Druk

Overstort

Alarm

Druk

Blokkering

Sensor Fout

Beide

Pompen

Geblokk

Afstand

Blokkering

Laag Niveau wipper

Druk

Blokkering

Blok.op

Lekkage

{Inactief,

B-Alarm, A-Alarm}

Seconden liter/seconde, GPM liter/seconde, GPM

{Inactief,

B-Alarm, A-Alarm}

Seconden

{Inactief,

B-Alarm, A-Alarm}

Seconden

{Inactief,

B-Alarm, A-Alarm}

Seconden bar, ft bar, ft

{Inactief,

B-Alarm, A-Alarm}

Seconden bar, ft bar, ft

{Inactief,

B-Alarm, A-Alarm}

Seconden

{Inactief,

B-Alarm, A-Alarm}

Seconden

{Inactief,

B-Alarm, A-Alarm}

Seconden

{Inactief,

B-Alarm, A-Alarm}

Seconden

{Aan, Uit}

Seconden

{Aan, Uit}

{Aan, Uit}

Seconden bar, ft

Seconden

{Aan, Uit}

Seconden

Systeem

Systeem

De drukdrempel voor het alarm wordt ingesteld in het onderstaande menu voor pompblokkering.

Als de Blokkering Timeout op wordt ingesteld op nul, is er geen time-out voor de blokkering.

Let op: Druk Blokkering kan worden gebruikt als een druksensor geïnstalleerd is aan de uitstroomzijde, als deze een te hoge pompdruk aangeeft, kan deze geblokkeerd worden. Als de Blokkering Timeout op wordt ingesteld op nul, is er geen time-out voor de blokkering.

NL

13

Submenu

Tabel 2-2 Pomp put instellingen, onder "Instellingen > Pomp put" (Blad 5 van 5)

Submenu Instelling Waarde

Niveau Sensor contro

Dag/Nacht

Tarief

Piek Maandag tm.

Piek Zondag

N.A.P. niveau

Bij Hoog Niv. Wipper

Niv. bij hoog wipper

Max. Afwijking +/-

Bij Laag Niv. Wipper

Niv. bij Laag wipper

Max. Afwijking +/-

Niv. Verand. Contr.

Niveau verandering

Min. Niv. verander.

Dag/Nacht Tarief

Tijd voor H. tarief

Pomp tot Niv.

Piek Tijd 1 AAN

Piek Tijd 1 UIT

Piek Tijd 2 AAN

Piek Tijd 2 UIT

Niveau

{Aan, Uit} m, ft m, ft

{Aan, Uit} m, ft m, ft

{Aan, Uit}

Seconden m, ft

{Aan, Uit}

Minuten m, ft

Uren en minuten

Uren en minuten

Uren en minuten

Uren en minuten m, ft

Wachtwoord

Opmerkingen

Systeem

Systeem

Systeem

Controleert of de niveausensor goed werkt.

Controles kunnen worden uitgevoerd bij hoog niveau wipper en op laag niveau wipper om ervoor te zorgen dat de output varieert.

Bij hoog/laag niveau wipper, kan een sensoralarm worden gegeven als de sensor een waarde geeft die niet binnen de Max. Afwijking

+/- vanaf het gespecificeerd niveau van de hoog/laag niveau wipper valt.

Om te garanderen dat de waarden variëren, zie onderstaande:

Een sensoralarm kan worden gegeven als de output van de niveausensor niet minimaal

Min. Niv. verander wijzigt in de periode

Niveau verandering .

Als dag/nacht tarief wordt gebruikt, kunt u de pompen zo instellen dat de put Tijd voor H. tarief vóór het begin van hoogtarief leeggepompt wordt. In dat geval zal de put leeggepompt worden tot Pomp tot Niv. (of tot een stop niveau, welke eerst komt).

Voor elke dag van de week kunt u twee hoog tarief perioden specificeren (door het specificeren van de AAN en UIT tijden).

Als de weergave van de actuele niveau's absolute waarden boven N.A.P. (zeeniveau) moeten zijn, voer dan het N.A.P. niveau van de pompput in.

Pomp

Pomp 1

Pomp 2

CP 116

CP 216

CP 216

2.5

Pompinstellingen

Tabel 2-3

geeft een volledige lijst van instellingen onder het submenu Pomp

(CP 116) of voor CP 216: Pomp 1 en Pomp 2.

Tabel 2-3 Pompinstellingen, onder "Instellingen > Pomp" of "Instellingen > Pomp 1/2" (Blad 1 van 3)

Submenu Submenu Instelling Waarde Wachtwoord

Opmerkingen

Relais Control Pomp aanwezig ?

{JA, NEE} Systeem

Als een pomp niet aangesloten is, werkt het relais nog steeds volgens de start/stop niveaus.

Pump Parameters

Start-/stopniveaus

Nominal Current

Nominal Cos φ

Temperature Monitor

Leakage Monitor

Start Niveau P1

Stop Niveau

Rand. Start bereik

Start Niv. H.Tarief

StopNiv. H.Tarief

Ampère

Getal

{Aan, Uit}

{Aan, Uit} m, ft m, ft m, ft m, ft m, ft

Systeem

Gebruiker

Let op: deze niveau's worden alleen gebruikt tijden laag tarief perioden als hoog/laag tarief gebruikt wordt.

Het startniveau is willekeurig ± dit bereik rond

Start Niveau.

Tijdens hoog tarief perioden, worden deze niveau's gebruikt als start en stop niveau's.

NL

14 H

OOFDSTUK

2 I

NSTELLINGEN

Tabel 2-3 Pompinstellingen, onder "Instellingen > Pomp" of "Instellingen > Pomp 1/2" (Blad 2 van 3)

Submenu Submenu Instelling Waarde Wachtwoord

Opmerkingen

Pomp Inbedr. Ind.

Tijd Instellingen

Pomp Capaciteit

Stroom

Demping Sign. aan

Demping Sign. uit

Max. Cont. Looptijd

Lage Capaciteit bij:

Ampère

Seconden

Seconden

Uren en minuten

Systeem

Systeem

Systeem

Pomp wordt geacht te draaien boven drempel. Indien ingesteld op nul, is de functie uitgeschakeld evenals de pomp fasefoutdetectie.

Voor het onderdrukken van pieken en ruis, kanhet nodig zijn aanspreekdrempelwaarden van sensoren aan een bepaalde tijdsduur te koppelen, voordat een statusverandering wordt geaccepteerd.

Pompen worden gestopt als Max. Cont. Looptijd is bereikt. De timer wordt telkens als een startniveau bereikt wordt gereset.

Er wordt een alarm gegeven als de gemeten capaciteit onder deze drempel ligt.

Pomp

Alarmen

Geen Run

Indicatie

Therm. beveiliging.

Mot.Prot

Reset Fout

Te hoge

Motor Stroom

Te Lage Motor

Stroom

Water in Olie

Klikson

Te Lage Pomp

Cap.

Pomp Niet in

Auto

Pomp Fout

Max. Cont.

Looptijd

Alarm Type

Alarm Vertraging

Alarm Type

Alarm Vertraging

Alarm Type

Alarm Vertraging

Alarm Type

Alarm Vertraging

Alarm Limiet

Hysteresis

Alarm Type

Alarm Vertraging

Alarm Limiet

Hysteresis

Alarm Type

Alarm Vertraging

Alarm Type

Alarm Vertraging

Alarm Type

Alarm Vertraging

Alarm Limiet

Hysteresis

Alarm Type

Alarm Vertraging

Alarm Type

Alarm Vertraging

Alarm Type

Alarm Vertraging liter/seconde, GPM

Ampère

{Inactief,

B-Alarm, A-Alarm}

Seconden

{Inactief,

B-Alarm, A-Alarm}

Seconden

{Inactief,

B-Alarm, A-Alarm}

Seconden liter/seconde, GPM liter/seconde, GPM

{Inactief,

B-Alarm, A-Alarm}

Seconden

{Inactief,

B-Alarm, A-Alarm}

Seconden

{Inactief,

B-Alarm, A-Alarm}

Seconden

{Inactief,

B-Alarm, A-Alarm}

Seconden

{Inactief,

B-Alarm, A-Alarm}

Seconden

{Inactief,

B-Alarm, A-Alarm}

Seconden

{Inactief,

B-Alarm, A-Alarm}

Seconden

Ampère

Ampère

{Inactief,

B-Alarm, A-Alarm}

Seconden

Ampère

Systeem

Hiervoor is een lekkagedetectie in de pomp nodig.

Hiervoor is een temperatuurdetectie in de pomp nodig.

NL

15

Tabel 2-3 Pompinstellingen, onder "Instellingen > Pomp" of "Instellingen > Pomp 1/2" (Blad 3 van 3)

Submenu Submenu Instelling Waarde Wachtwoord

Opmerkingen

Pomp Alarmen

Phase Missing

Dry Run

Alarm Type

Alarm Vertraging

Alarm Type

Alarm Vertraging

Pomp Alarm geblok.

Blok. Pomp bij Alarm

Droogloop Detectie

Alarm Type

Alarm Vertraging

Te hoge Motor Stroom

Te Lage Motor Stroom

Therm. beveiliging.

Klikson

Te Lage Pomp Cap.

Water in Olie

Geen Run Indicatie

Pomp Fout

Phase Missing

Low Cos φ

Blok. Vertraging

Block Delta Cos φ

Blokkering Timeout

{Inactief,

B-Alarm, A-Alarm}

Seconden

{Inactief,

B-Alarm, A-Alarm}

Seconden

{Inactief,

B-Alarm, A-Alarm}

Seconden

{JA, NEE}

{JA, NEE}

{JA, NEE}

{JA, NEE}

{JA, NEE}

{JA, NEE}

{JA, NEE}

{JA, NEE}

{JA, NEE}

{Aan, Uit}

Seconden

Getal

Seconden

Systeem

Systeem

Als instelling NEE is, zal de pomp alleen geblokkeerd worden zolang de reden voor het alarm nog aanwezig is.

Als de instelling JA is, zal de pomp geblokkeerd worden tot het alarm bevestigd is.

Systeem

Om te detecteren of de pomp droogloopt, wordt een drempel gebaseerd op cos φ gebruikt.

Voor de CP 116 volgen de menu's uit

Tabel 2-4

(volgende tabel) direct hier.

Algemeen P1-P2

2.6

Algemene instellingen voor pomp 1 en pomp 2

Tabel 2-4 geeft een volledige lijst van instellingen onder het submenu Algemeen

P1-P2.

Tabel 2-4 Algemene instellingen voor pomp 1 en pomp 2, onder "Instellingen > Algemeen P1-P2" (Blad 1 van 2)

Submenu Submenu Instelling Waarde Wachtwoord

Opmerkingen

Therm. P. Autoreset

Reset Therm. P1

Reset Therm. P2

Vertragings tijd

Max. Aant. Pogingen

{JA, NEE}

{JA, NEE}

Seconden

Integer

Systeem

Vertragings tijd wordt voor twee doeleinden gebruikt:

(1) de afkoeltijd tot een nieuwe resetpoging;

(2) de teller voor Max. Aant. Pogingen wordt gereset als de pomp Vertragings tijd gedraaid heeft.

NL

16 H

OOFDSTUK

2 I

NSTELLINGEN

Tabel 2-4 Algemene instellingen voor pomp 1 en pomp 2, onder "Instellingen > Algemeen P1-P2" (Blad 2 van 2)

Submenu Submenu Instelling Waarde Wachtwoord

Opmerkingen

Pomp Exercising

Exercise P1

Exercise P2

Max. Stilstand Tijd

Loop Tijd

Start als Niveau >

Start als Niveau <

{JA, NEE}

{JA, NEE}

Uren en minuten

Seconden m, ft m, ft

Systeem

Dit wordt gebruikt om de pompen kort laten draaien ("exercising") als ze Max. Stilstand Tijd hebben stilgestaan.

Als het Start als Niveau > lager is dan Start als

Niveau < is dit het venster waarbinnen de pomp(en) mag/mogen draaien.

In het tegengestelde geval, mag/mogen de pomp(en) alleen draaien buiten dat venster.

Als aan de conditie voldaan wordt, zal/zullen de pomp(en) gedurende Loop Tijd draaien.

Log Pomp Events Log Pomp Events {JA, NEE} Systeem

Analoge Logging

Submenu Submenu

2.7

Analoge Logging

Tabel 2-5 geeft een volledige lijst van instellingen onder het submenu Analoge

Logging.

Tabel 2-5 Analoge logging onder "Instellingen > Analoge Logging"

Instelling Waarde Wachtwoord

Opmerkingen

Log Kanaal 1 tm.

Log Kanaal 8

Log Signaal

Log Interval

Log Functie

{Dicht,

Niveau in Pomp Put,

Inflow,

Outflow,

Motor Stroom P1,

Motor Stroom P2,

Druk/Optioneel,

Cos φ P1,

Cos φ P2,

Overstort Niveau,

Overstort Flow,

Pomp Capaciteit P1,

Pomp Capaciteit P2,

Pulse Kanalen}

Minuten

{Dicht,

Actuele Waarde,

Gemiddelde Waarde,

Min. Waarde,

Max. Waarde}

Systeem

Totaal 8 analoge kanalen waarvan u de uitgangssignalen uit de lijst kunt kiezen.

Druk/Optioneel in bedoeld voor een druksensor of een optionele door de gebruiker gedefinieerde sensor.

Puls Channel wordt gebruikt voor precipitatie

(neerslag), energie of flowwaarden.

NL

17

Trend Curves

Submenu

2.8

Instellingen voor trendcurven

Tabel 2-6

geeft een volledige lijst van instellingen onder het submenu

Trend Curves.

Tabel 2-6 Instellingen voor trendcurven onder "Instellingen > Trend Curves"

Submenu Instelling

Sample Tijd

Waarde Wachtwoord

Systeem

Opmerkingen

Trend Curve 1 tm.

Trend Curve 4

Trend Signaal

Max. Waarde

Min. Waarde

Seconden

{Dicht,

Niveau in Pomp Put,

Inflow,

Outflow,

Motor Stroom P1,

Motor Stroom P2,

Druk/Optioneel,

Cos φ P1,

Cos φ P2,

Overstort Niveau,

Overstort Flow,

Pomp Capaciteit P1,

Pomp Capaciteit P2}

Getal

Getal

Systeem

Totaal 4 trendcurven die u uit de lijst kunt kiezen.

De maximum en minimum waarden worden gebruikt voor het bepalen van de schaal voor de grafieken.

Analoge Ingangen

2.9

Instellingen analoge ingangen

Tabel 2-7

geeft een volledige lijst van instellingen onder het submenu

Analoge Ingangen.

Tabel 2-7 Instellingen voor analoge ingangen onder "Instellingen > Instellingen" (Blad 1 van 2)

Submenu Submenu Instelling Waarde Wachtwoord

Opmerkingen

Ext. Niveausensor:

Stroom P1

Stroom P2

Signaal Bereik

0% =

100% =

Zero Offset

Filter Constante

Deadband

Filter Constante

Deadband

Filter Constante

{4-20 mA,

0-20 mA} m, ft m, ft m, ft

Seconden

Ampère

Seconden

Ampère

Seconden

Systeem

Dit is een optionele sensor aangesloten op de aansluiting met label "mA in 1".

NL

18 H

OOFDSTUK

2 I

NSTELLINGEN

Submenu

Druk/

Option

Tabel 2-7 Instellingen voor analoge ingangen onder "Instellingen > Instellingen" (Blad 2 van 2)

Submenu Instelling Waarde Wachtwoord

Opmerkingen

Instellingen

Int. Press Sensor

Functie

Benaming

Aantal of Decimalen

Eenheid

Signaal Bereik

0% =

100% =

Filter Constante

Hoog alarm

Laag Alarm

Zero Offset

Filter Constante

{Pers Druk,

Vrije keuze}

Tekenreeks

Integer

Tekenreeks

{4-20 mA,

0-20 mA} bar, ft, gebruiker bar, ft, gebruiker

Seconden

Alarm Type: {Inactief,

B-Alarm, A-Alarm}

Alarm Vertraging:

Seconden

Alarm Limiet: Waarde

Hysteresis: Waarde

Alarm Type: {Inactief,

B-Alarm, A-Alarm}

Alarm Vertraging:

Seconden

Alarm Limiet: Waarde

Hysteresis: Waarde m, ft

Seconden

Systeem

Druk/Option. is bedoeld voor een druksensor of een optionele door de gebruiker gedefinieerde sensor.

Alleen beschikbaar als Vrije keuze, d.w.z. als een optionele door de gebruiker gedefinieerde sensor wordt gebruikt.

Alleen beschikbaar als Vrije keuze, d.w.z. als een optionele door de gebruiker gedefinieerde sensor wordt gebruikt.

De ingebouwde druksensor.

NL

19

Digitale Ingangen

2.10

Instellingen digitale ingangen

Tabel 2-8

geeft een volledige lijst van instellingen onder het submenu

Digitale Ingangen. De standaardconfiguratie voor de digitale ingangen zijn opgesomd in de installatiehandleiding.

Tabel 2-8 Instellingen voor digitale ingangen onder "Instellingen > Digitale Ingangen"

Submenu Submenu Instelling Waarde

i

Wachtwoord

Opmerkingen

Digitale In 1 tm.

Digitaal In 6

Functie

Norm. Open/Dicht

{UIT

Hand Start P1,

Hand Start P2,

Start Wipper P1,

Start Wipper P2,

Start Wipper P1-P2,

P1 Pomp Fout,

P2 Pomp Fout,

Laag Niv. Wipper

Persoon in Station,

Alarm Reset,

Hoog Niv. wipper

Overstort Sensor}

Digital In 2 kan eveneens ingesteld worden als pulskanaal

{NO, NC}

Systeem

Er zijn in totaal 6 digitale (aan/uit) ingangskanalen die voor verschillende doeleinden geconfigureerd kunnen worden. Digital In 2 is speciaal, omdat dit het enige kanaal is dat geconfigureerd kan worden als het Pulse

Channel.

We raden aan de standaardconfiguratie te gebruiken, die is beschreven in de installatiehandleiding.

Persoon in Station wordt gebruikt als personenalarm; een schakelaar die doorgaans aangesloten is aan de lichtschakelaar om aan te geven dat een persoon aan het werk is in de buurt van de put.

Hand Start kan worden aangesloten op een handbediende schakelaar — de werking hiervan is identiek aan het starten van de pomp via de knop op het bedieningspaneel (zie

Hoofdstuk 1

Overzicht van functies en gebruik

op

pagina 3 ).

NO betekent Normally Open.

NC betekent Normally Closed.

i.

Aan twee verschillende digitale ingangen mogen geen verschillende waarden worden toegewezen.

Digitale Uitgangen

Submenu

2.11

Instellingen voor digitale uitgangen (alarmrelais)

Tabel 2-9

geeft een volledige lijst van instellingen onder het submenu

Digitale Uitgangen. De standaardconfiguratie is opgenomen in de Installatiehandleiding.

Tabel 2-9 Instellingen voor alarmrelais onder "Instellingen > Digitale Uitgangen"

Submenu Instelling Waarde

Alarm Relay 1,

Alarm Relay 2,

Alarm Relay 3

Relais Functie

Norm. Open/Dicht

{UIT

Not Ackn. A-Alarm,

Not Ackn. A-B Alarm,

Actieve A-Alarm,

Actieve A-B Alarm,

Hoog Niveau,

Pump Fail P1,

Afstand bediening,

Person. Alarm Ind,

Alarm Alert,

Pomp Fout P2,

Pomp Fail P1-P2,

P1&P2 Pomp Fout}

{NO, NC}

Wachtwoord

Opmerkingen

Systeem

NO betekent Normally Open.

NC betekent Normally Closed.

Person. Alarm Ind moet worden gebruikt in combinatie met een Digitale In ingesteld op

Persoon in Station. Deze is bedoeld voor een alarmtoestel, zoals een zoemer, die periodiek het personeel waarschuwt om activiteiten te bevestigen door het indrukken van een knop op het bedieningspaneel, die zoemer/alarmtoestel stopt.

Voor Alarm Alert, de tijden zijn conform de buzzer alert time in

Paragraaf 2.3

Systeeminstellingen

op pagina 8

NL

20 H

OOFDSTUK

2 I

NSTELLINGEN

Pulse Channel

Submenu

2.12

Instellingen voor pulskanaal

Tabel 2-10

geeft een volledige lijst van instellingen onder het submenu

Pulse Channel.

Tabel 2-10 Instellingen voor pulskanalen onder "Instellingen > Pulse Channel"

Submenu Instelling Waarde Wachtwoord

Opmerkingen

Instellingen

Functie

1 Puls =

{Neerslag,

Energie,

Flow}

Metrisch: mm, kWh, m

3

US: inch, kWh, gal

Alarm Hoog Neerslag./

Alarm Hoog

Vermogen/

Alarm High Flow

Alarm Vertraging

Alarm Limiet

Hysteresis

{Inactief,

B-Alarm,

A-Alarm}

Seconden

Metrisch: l ⁄ (s · ha), kW, m

3

/h

US: Inch/h, kW, GPM

Metrisch: l ⁄ (s · ha), kW, m

3

/h

US: Inch/h, kW, GPM

Systeem

Digital In 2 moet ingesteld worden als pulska-

naal Pulse Channel. (Zie Paragraaf 2.10

Instellingen digitale ingangen

op pagina 19).

De menu's passen zich aan aan de keuze die u maakt voor de functie van het pulskanaal.

l ⁄ (s · ha) is: liter per seconde en hectare, wat overeenkomt met 0,36 mm per uur. GPM is gallons per minuut.

Communicatie

Submenu

2.13

Communicatie instellingen

Tabel 2-11

geeft een volledige lijst van instellingen onder het submenu

Communicatie.

Tabel 2-11 Communicatie instellingen onder "Instellingen > Communicatie" (Blad 1 van 3)

Submenu

Protocol

Instelling

Protocol

Waarde Wachtwoord

Systeem

Opmerkingen

Service Poort Baudrate

{Modbus, Comli}

{UIT

300,

600,

1 200,

2 400,

4 800,

9 600,

19 200,

38 400,

57 600,

115 200}

Systeem

NL

21

Submenu

Tabel 2-11 Communicatie instellingen onder "Instellingen > Communicatie" (Blad 2 van 3)

Submenu Instelling Waarde Wachtwoord

Opmerkingen

Communicatie Poort

Station ID

Station Naam

Baudrate

Parity

Handshake

Comli/Modbus ID

Comli/Modbus

Timeout

Modem Verbonden

Modem Init

Hayes voor Bellen

Hayes na verbreken

Sign. voor Verbind.

Modem PIN Code

Modem PUK Code

Integer

Tekenreeks

{UIT

300,

600,

1 200,

2 400,

4 800,

9 600,

19 200,

38 400,

57 600,

115 200}

{None, Odd, Even}

{Aan, Uit}

Integer

Seconden

{NEE, Analoog, GSM,

GPRS modem CA 522}

{Cancel, Init}

Tekenreeks

Tekenreeks

Integer

Tekenreeks

Tekenreeks

Systeem

Modem is niet nodig voor vaste lijnaansluitingen.

Modem

SMSC ServCenter No.

Tekenreeks

Systeem

Leeg laten bij gebruik van de standaard SIMkaart.

Anders aangeven in een internationaal format

(maar het voorloopkarakter "+" kan achterwege gelaten worden).

GPRS APN

GPRS APN Cont.

GPRS Heart Beat

GPRS Remote IP Addr.

GPRS TCP-IP Port

GPRS Username

GPRS Password

GPRS SMS backup

SMS Backup number

GPRS Event log

HB Operator scan

Tekenreeks

Tekenreeks

Minuten

Tekenreeks

Integer

Tekenreeks

Tekenreeks

{Aan, Uit}

Tekenreeks

{Aan, Uit}

{Aan, Uit}

NL

22 H

OOFDSTUK

2 I

NSTELLINGEN

Submenu

Tabel 2-11 Communicatie instellingen onder "Instellingen > Communicatie" (Blad 3 van 3)

Submenu Instelling Waarde Wachtwoord

Opmerkingen

Max. no. Opr./Alarm

Interv. Opr. Poging

Integer

Het maximaal aantal belpogingen. Belpoging

1-4 worden steeds doorlopen (zie instelling hieronder) tot Max. no. Opr./Alarm is bereikt.

De tijd tussen belpogingen.

Alarm Oproep Oproep Acknowledge.

Seconden

{No

Acknowledgement,

Ring Signaal,

Schrijf Reg. 333,

All Data Com.}

Systeem

Alarm Ackn.

Reg 333

Connect ID-String

{JA, NEE}

Tekenreeks

Dit is voor de lokale aanduiding. Indien JA, wordt deze bevestigd als het centrale systeem het alarm verwerkt heeft.

Bel poging 1 tm.

Bel poging 4

Telefoon Nummer

Alarm ontvanger

Cond. Alarm oproep

Timeout Alarm Ackn.

Verzend ID-nummer

Tekenreeks

{UIT, Hoofd post,

SMS GSM (PDU)}

{A-Alarm Aan,

A Alarm Aan/Uit,

A+B Alarm Aan,

A+B Alarm Aan/Uit}

Seconden

{JA, NEE}

Systeem

Bij belpoging 1-4 wordt er vanuit gegaan dat een modem is aangesloten. Niet nodig voor vaste aansluitingen.

Voor SMS, moet het GSM nummer voldoen aan een internationaal format (maar het voorloopkarakter "+" kan achterwege gelaten worden).

Type alarmontvanger. Indien UIT, springt deze naar de volgende belpoging in de lijst.

Er wordt alleen een belpoging gedaan als de conditie waar is. Aan/Uit geeft aan of het alarm aan of uit gaat. Voorbeeld: A+B Alarm

Aan/Uit betekent dat het A of B alarm aan of uit gaat.

De tijd waarna deze poging gestopt wordt en naar de volgende gesprongen wordt.

ID-nummer Vertrag.

Seconden

De tijd tussen het begin van de aansluiting tot de ID-tekenreeks gestuurd wordt (indien ingesteld op JA).

NL

23

H

OOFDSTUK

3 D

AGELIJKS GEBRUIK

Esc

Hoofdmenu

Handbediening

Alarm Lijst

Show Status

Instellingen

Trend Curves

Select Language

Handbediening,

Alarm Lijst,

Show Status,

Trend Curves

Voor het dagelijks gebruik, als er geen instellingen gewijzigd hoeven worden, zijn er slechts vier menu's waar u mee te maken hebt naast de hoofdweergave die grafisch de actuele omstandigheden geeft. Deze vier menu's zijn:

Handbediening, Alarm Lijst, Show Status, Trend Curves en zijn individueel beschreven in de volgende secties.

Als de hoofdweergave van het display aangeeft dat er een alarm is (zie

Hoofdstuk 1 Overzicht van functies en gebruik op pagina 3), zal door het indruk-

ken van de Enter knop worden gevraagd om een bevestiging van het alarm, als u dan Enter nog een keer indrukt, zal deze bevestigd worden.

3.1

Handbediening

Het menu-item Handbediening wordt gebruikt voor het resetten van de motorbeveiliging of het opheffen van een blokkering van de pomp door afstandsbediening.

Tabel 3-1 geeft een lijst van handmatige bedieningen.

Tabel 3-1 Handbediening

Menu

Handbediening

Instelling

Reset Therm. P1

Reset Therm. P2

Afstand Blokkering

Opmerkingen

Reset met de Enter knop.

Als de pomp via afstandsbediening is geblokkeerd, kunt u deze afstandsblokkering teniet doen (verwijderen) door het indrukken van de Enter knop.

Esc

Hoofdmenu

Handbediening

Alarm Lijst

Show Status

Instellingen

Trend Curves

Select Language

3.2

Alarm Lijst

Tabel 3-3 toont de inhoud van het menu-item Alarm Lijst.

Tabel 3-2 Alarm Lijst

Submenu

Unackn.

Alarmen

Actieve

Alarmen

Alle Events

Waarde

Toont een lijst van onbevestigde alarmen.

Een lijst van alarmen worden getoond in omgekeerde chronologische volgorde.

Opmerkingen

Druk op Enter om het geselecteerde alarm te resetten.

Een lijst van gebeurtenissen worden getoond in omgekeerde chronologische volgorde.

Gebeurtenissen zijn: start/stop van pomp, als een alarm

aan gegeven wordt, als die wordt bevestigd en als het alarm

uit gaat.

NL

24 H

OOFDSTUK

3 D

AGELIJKS GEBRUIK

Esc

Hoofdmenu

Handbediening

Alarm Lijst

Show Status

Instellingen

Trend Curves

Select Language

3.3

Show Status

Tabel 3-3

toont de de lijst met informatie onder het menu-item Show Status.

Tabel 3-3 Show Status

Submenu Submenu Waarde

Systeem

Pomp put

Pomp 1/

Pomp 2

Overstort

I/O Cpu Status

GPRS Modem

Verpompt

Volume

Loop Tijd

Aantal Starts

Pomp

Capaciteit

Overstort Tijd

Overstort

Volume

Aantal

Overstorten

Versie

Option

Program Version

Cabinet Temp.

Status, IP Adres,

Signal Strength,

Manufacturer, Model,

Firmware, SIM card ID,

Subscriber ID,

Equipment ID,

Connect error cause,

Operator 1-7,

Cell info 1-7

Niveau

Inflow

Outflow

Totaal

Vandaag

Dag 1 – Dag 7

Motor Stroom

Cos φ

Totaal

Vandaag

Dag 1 – Dag 7

Totaal

Vandaag

Dag 1 – Dag 7

Laatste Waarde

Nominaal

Gemid. Vandaag

Gemid. Dag 1 tm.

Dag 7

Overstort Niveau

Overstort Flow

Totaal

Vandaag

Dag 1 – Dag 7

Totaal

Vandaag

Dag 1 – Dag 7

Totaal

Vandaag

Dag 1 – Dag 7

Pers Druk

/Vrije keuze

Neerslag/

Energie/

Puls Flow

Totaal Volume

Pers Druk/

Vrije keuze

Actuele waarden

Totaal

Vandaag

Dag 1 – Dag 7

Opmerkingen

Afhankelijk van de Instelling van

Druk/Option in

Tabel 2-7 op pagina 17.

Afhankelijk van de Instelling van pulskanaal in

Tabel 2-10 op pagina 20.

NL

Esc

Hoofdmenu

Handbediening

Alarm Lijst

Show Status

Instellingen

Trend Curves

Select Language

25

3.4

Trend Curves

Binnen dit menu wordt een grafiek van de laatste 100 meetwaarden gegeven op basis van uw instellingen in

Tabel 2-6 op pagina 17. Door het drukken op de Neer

knop wordt een legenda gegeven voor de curven, d.w.z. een interpretatie van de kleuren en de laatste waarden. Het drukken op de Op knop zal het legendakader verwijderen.

NL

26 H

OOFDSTUK

3 D

AGELIJKS GEBRUIK

NL

27

H

OOFDSTUK

4 T

ECHNISCHE GEGEVENS EN

EMC-

COMPATIBILITEIT

180mm

5,5x9mm

4.1

Technische gegevens

Omgevingstemperatuur tijdens bedrijf:

Omgevingstemperatuur voor opslag:

Schakelkast en bevestiging:

Afmetingen:

Gewicht:

Vochtigheid:

Voeding:

Opgenomen vermogen:

Relais, max. belasting:

Zekeringen (alleen CP 216):

Zekering voor externe luchtpomp:

Maximale belasting alarmrelais:

Max. stroom 12 V DC uitgang:

Ingangsspanning op digitale ingang en blok.

–20 tot +50 °C

–30 tot +80 °C

DIN rail, IP65. Montagegaten: zie figuur

H x W x D: 370 x 250 x 123 mm

< 5 kg, CP 216 met accu

0–95 % RH niet-condenserend

230/400 V AC, maximaal 16 A gezekerd

<

16 VA

ABB B7-30-10, 5.5 kW, 12 A, spoel 24 V AC

3 x10 A 3-polig type D zekeringautomaten

500 mA traag

250 V AC, 4 A, 100 VA ohmse belasting

50 mA

5–24 V DC pomp:

Weerstand op digitale ingang en blok. pomp: 5 kOhm

Analoge sensor:

Analoge ingangsweerstand:

Temperatuursensor:

Lekkagesensor:

Maximale lengte van I/O kabels:

4–20 mA

110 Ohm

PTC, limiet: 3 kOhm

Limiet: 50 kOhm

30 meter

Laadstroom voor loodzuuraccu: Max 80 mA, 13,7 V DC

4.2

Maximale belasting

CP 116

Omdat deze geen zekeringen heeft, wordt deze slechts gelimiteerd door het relais. Maximale belasting is 5,5 kW, 12 A bij 400 V AC.

CP 216

Deze versie heeft twee zekeringen. Maximale belasting is 3,5 kW, 7,5 A bij

400 V AC als beide pompen tegelijkertijd kunnen draaien. Als deze zo is ingesteld dat slechts één pomp kan draaien (menu-item Max. Loop Tijd Pompen ingesteld op 1), is een hogere belasting toegestaan: maximale belasting wordt gelimiteerd door de zekeringen, dat betekent ca. 4,3 kW, 9,5 A.

NL

28 H

OOFDSTUK

4 T

ECHNISCHE GEGEVENS EN

EMC-

COMPATIBILITEIT

4.3

Elektromagnetische compatibiliteit

Omschrijving

Ongevoeligheid voor elektrostatische ontlading (ESD)

Ongevoeligheid voortransiënten/storingspieken

Ongevoeligheid voor spanningschommelingen

1,2 ⁄ 50 μs. Zie opmerking

ii

Ongevoeligheid voor geleideverstoringen die worden geïnduceerd door

RF–velden

Ongevoeligheid voor uitgestraalde RF-velden

Ongevoeligheid voor korteonderbrekingen en spanningsvariaties

Standaard Klasse Niveau Opmerkingen Criteria

i

EN 61000-4-2

EN 61000-4-4

EN 61000-4-5

EN 61000-4-6

EN 61000-4-3

EN 61000-4-11

4

4

4

4

4

3

3

15 kV

8 kV

4 kV

4 kV CMV

2 kV NMV

10 V

10 V/m

Luchtontlading

Contactontlading

150 kHz – 80 MHz

80 MHz – 1 GHz

B

B

A

A

A

A

A

A i.

Prestatiecriteria A = normale prestaties binnen de specificatielimieten.

Prestatiecriteria B = tijdelijke verslechtering of verlies van werking of prestaties die zelfherstellend is.

ii.

Maximale lengte van I/O kabels is 30 meter.

NL

29

NL

2014 Copyright © Sulzer

Sulzer Pump Solutions Ireland Ltd, Clonard Road, Wexford, Ireland

Tel +353 53 91 63 200, Fax +353 53 91 42 335, www.sulzer.com

advertisement

Was this manual useful for you? Yes No
Thank you for your participation!

* Your assessment is very important for improving the workof artificial intelligence, which forms the content of this project

Related manuals