rs8ee110
Universele koelregelaar
- EKC 202D
REFRIGERATION AND
AIR CONDITIONING
Handleiding
Introductie
Toepassing
• De regelaar wordt gebruikt voor temperatuurregeling van koelobjecten in bijvoorbeeld supermarkten.
• Door de vele geprogrammeerde toepassingen biedt één
regelaar veel opties. De regelaar biedt een grote flexibiliteit
voor zowel nieuwe installaties als voor servicedoeleinden aan
bestaande installaties.
Principe
De regelaar bevat een temperatuurregeling waarbij het signaal
ontvangen kan worden van één of twee temperatuursensoren.
De temperatuursensoren worden of geplaatst in de koude
luchtstroom na de verdamper of in de warme luchtstroom voor
de verdamper, of in beide. Een instelling bepaald hoe groot de
invloed is van beide sensoren op de regeling.
Een meting van de ontdooisensor kan direct verkregen worden
door gebruik van een S5 sensor of indirect door gebruik van de S4
meting. Vier relais zullen de vereiste functies in- en uitschakelen
- de toepassing bepaald welke. De opties zijn als volgt:
• Koeling
• Ventilator
• Ontdooiing
• Randverwarming
• Alarm
• Licht
De verschillende toepassingen worden beschreven op pagina 6.
Voordelen
• Veel toepassingen met één regelaar
• De regelaar bevat geïntegreerde koeltechnische functies, zodat
de regelaar traditonele thermostaten en timers kan vervangen.
• Bedieningstoetsen en afdichtring geïntegreerd in voorpaneel.
• Eenvoudige montage datacommunicatie
• Twee temperatuurreferenties
• Digitale ingangen voor diverse functies
• Klokfunctie met ‘Super cap’ backup
Handleiding RS8EE110 © Danfoss 10-2006
EKC 202D
Bediening
Sensoren
Twee thermostaatsensoren kunnen op de regelaar worden
aangesloten. De gekozen toepassing bepaald hoe.
Een sensor in de luchtaanzuig voor de verdamper:
Deze mogelijkheid wordt voornamelijk gebruikt voor cellen.
Een sensor in de luchtuitblaas achter de verdamper:
Deze mogelijkheid wordt voornamelijk gebruikt bij meubelen.
Een sensor voor en achter de verdamper:
Deze aansluiting biedt de mogelijkheid om de thermostaat,
de alarmthermostaat en de displayuitlezing aan te passen aan
de betreffende toepassing. Het signaal naar de thermostaat,
alarmthermostaat en het display wordt ingesteld als een gewogen
waarde van beide sensoren. Met een instelling van 50% hebben
beide sensoren dezelfde invloed.
De gewogen waarde voor de thermostaat, alarmthermostaat en
de display kunnen onafhankelijk van elkaar worden ingesteld.
Ontdooisensor
Het beste signaal aangaande de verdampertemperatuur wordt
verkregen door een ontdooisensor direct op de verdamper te
plaatsen. Dit signaal kan gebruikt worden door de ontdooifunctie
zodat een zo kort en energiezuinig mogelijk ontdooiing kan
plaatsvinden.
Als een ontdooisensor niet vereist is, kan de ontdooiing ook op
basis van tijd of S4 gestopt worden.
Veranderen temperatuurreferentie
Voor gebruik op bijvoorbeeld actiemeubelen waar regelmatig
andere producten in liggen. De temperatuurreferentie kan
eenvoudig veranderd worden door een puls op de digitale ingang
te geven. Dit signaal verschuift de normale thermostaatwaarde
met een vooringestelde waarde. Tegelijkertijd worden ook de
alarmgrenzen met dezelfde waarde verschoven.
EKC 202D
Handleiding RS8EE110 © Danfoss 10-2006
Digitale ingangen
Er zijn twee digitale ingangen welke beiden voor de volgende
functies gebruikt kunnen worden:
- Schoonmaakfunctie
- Deurfunctie met alarmering
- Ontdooistart
- Gecoördineerde ontdooiing
- Schakelen tussen twee temperatuurreferenties
- Statusmelding contact via datacommunicatie
Schoonmaakfunctie
Deze functie maakt het eenvoudig om op een koelobject een
schoonmaakactie uit te voeren. Door middel van in totaal drie
pulsen op de digitale ingang kan van fase naar fase worden
geschakeld.
De eerste puls stopt de koeling; de ventilatoren draaien door.
De tweede puls stopt de ventilatoren.
De derde puls herstart de koeling en ventilatoren weer.
De verschillende fasen worden op de display weergegeven.
Op het netwerk wordt een schoonmaakalarm naar de systeemunit
gestuurd zodat later altijd kan worden aangetoond dat een
schoonmaakactie is uitgevoerd.
-
+
+
°C
1
÷
+
Fan
2
÷
÷
Off
3
+
+
°C
Deurfunctie
Voor koel- en vriescellen kan de deurschakelaar bij een open deur
het licht schakelen, de koeling stoppen en een alarm genereren
als de deur te lang open blijft. Zodra een alarm wordt gegenereerd zal ook de koeling worden hervat.
Ontdooiing
Afhankelijk van de toepassing kan voor de volgende ontdooimethoden worden gekozen:
Natuurlijk: Ventilatoren draaien door tijdens ontdooiing
Elektrisch: Verwarmingselement wordt geschakeld
Brine:
Klep blijft open zodat de brine door de verdamper
kan stromen.
Ontdooistart
Een ontdooiing kan op de volgende wijzen worden gestart:
Interval:
Een ontdooiing wordt op vaste intervallen gestart, bijvoorbeeld iedere acht uur.
Koeltijd: Een ontdooiing wordt na een vaste koeltijd (ther-
mostaat) gestart, met andere woorden, een lage
belasting zal een volgende ontdooiing dus ‘uitstellen’
Schema:
Een ontdooiing kan op maximaal 6 vaste tijden worden uitgevoerd (RTC)
Contact:
Een ontdooiing kan worden gestart door een puls op de digitale ingang
Netwerk:
het ontdooicommando wordt ontvangen van de systeemunit via de datacommunicatie.
S5 temp In 1:1 systemen kan de efficiency van de verdamper worden gevolgd. IJsopbouw zal een ontdooiing starten.
Handmatig: Een extra ontdooiing kan worden geactiveerd door
onderste toets op de regelaar in te drukken.
Alle genoemde methoden kunnen willekeurig worden toegepast
- als één methode wordt geactiveerd zal een ontdooiing worden
gestart.
Handleiding RS8EE110 © Danfoss 10-2006
EKC 202D
Gecoördineerde ontdooiing
Er zijn twee manieren waarop gecoördineerde ontdooiing kan
worden uitgevoerd:
Of door bedrading tussen de regelaars of via de datacommunicatie.
Bedrading
Eén van de regelaars wordt benoemd als ‘master’. Zodra een
ontdooiing wordt gestart, zullen ook de aangesloten regelaars
gaan ontdooien. Na de ontdooiing zullen de individuele regelaars
in een wachttijd gaan. Pas wanneer alle regelaars gereed zijn met
ontdooien, zal de koeling worden herstart. (Als één regelaar in de
groep gaat ontdooien, zal de rest volgen).
Datacommunicatie
Alle regelaars kunnen worden uitgerust met datacommunicatie
(Mod-bus, Lon-bus) en via de master control functie van de
systeemunit kan de ontdooiing gecoördineerd worden.
Ontdooien
1 Op basis van koeltijd
Als de opgetelde koeltijd een ingestelde tijd overschrijdt, zal
een ontdooiing worden gestart.
2 Op basis van temperatuur
De regelaar volgt continue de S5 temperatuur. Tussen twee
ontdooiingen zal de S5 temperatuur steeds lager worden als
zich meer ijs op de verdamper vormt (de compressor draait
langer en zal de S5 temperatuur naar beneden trekken). Zodra
de temperatuur een in te stellen differentie overschrijdt, zal een
ontdooiing worden gestart.
Deze functie kan alleen in 1:1 systemen werken.
Extra module
• De regelaar kan naderhand worden uitgerust met een insteekkaart als de toepassing hierom vraagt.
De regelaar is uitgerust met een plug zodat de kaart makkelijk
gemonteerd kan worden.
- Batterij module
Deze module garandeert voeding voor de regelaar als de voedingsspanning voor een aantal uur wegvalt. De klokfunctie kan
op deze manier worden beschermd tegen spanningsval.
- Batterij en buzzer module
Als boven inclusief buzzer
- Datacommunicatie (Lon)
Met deze module kan de regelaar worden uitgerust met Lon
communicatie.
• Externe display
Als het nodig is om op een tweede locatie een temperatuuruitlezing te hebben, kan een externe display worden aangesloten.
Deze display zal dezelfde temperatuur weergeven als de regelaar, maar heeft geen druktoetsen.
EKC 202D
Handleiding RS8EE110 © Danfoss 10-2006
Toepassingen
Hieronder volgt een overzicht van alle verschillende toepassingen.
Een instelling bepaald hoe de relais gedefinieerd worden.
Op pagina 17 zijn de relevante instellingen te zien voor de te
kiezen elektrisch schema (toepassing).
Koelregeling met geïntegreerde compressor
Deze functies zijn aangepast voor koelsystemen met een geïntegreerde compressor.
Drie relais besturen de koeling, ontdooiing en ventilatoren en
het vierde relais kan gebruikt worden voor de alarmfunctie,
lichtregeling of randverwarming.
• De alarmfunctie kan gekoppeld worden aan de deurfunctie
(DI). Als de deur langer open is dan een ingestelde tijd, zal een
alarm actief worden.
• De lichtregeling kan ook gekoppeld worden aan de deurfunctie (DI). Een open deur zal dan het licht aanschakelen en het
licht blijft nog twee minuten branden nadat de deur weer is
gesloten.
• De randverwarming kan worden gebruikt voor koel- en vriesmeubelen of voor de deurverwarming van vriescellen
De ventilatoren kunnen tijdens de ontdooiing worden gestopt
en kunnen ook de deurfunctie volgen.
Er zijn diverse andere functies voor de alarmfunctie, lichtregeling, randverwarming en ventilatoren. Zie hiervoor de respectievelijke instellingen.
S3 en S4 zijn temperatuursensoren. De toepassing bepaald
of één of beiden sensoren worden gebruikt. S3 moet worden
geplaatst in de luchtaanzuig voor de verdamper en de S4 in de
luchtuitblaas na de verdamper. Een instelling in % bepaald op
welke sensor wordt geregeld.
S5 is de ontdooisensor en moet op de verdamper worden
geplaatst. DI1 en DI2 zijn potentiaal vrij digitale ingangen welke
voor één van de volgende functies kunnen worden gebruikt:
deurfunctie, alarmfunctie, ontdooistart, start/stop regeling,
dag/nacht functie, thermostaatreferentie, schoonmaakfunctie,
geforceerd koelen of gecoördineerde ontdooiing. Zie voor de
functies parameters o02 en o37.
1
2
3
Handleiding RS8EE110 © Danfoss 10-2006
EKC 202D
Functieoverzicht
Functie
Para- Parameter bij bediening via datameter communicatie
Normaal display
Normaal zal de temperatuurwaarde van de een van de thermostaatsensors S3 of S4 of
een weging hiervan worden weergegeven.
In o17 wordt de weging bepaald.
Thermostaat
Setpoint
De regeling wordt gebaseerd op de ingestelde waarde plus een verschuiving indien
van toepassing. Deze waarde wordt ingesteld via een druk op de middelste toets.
Het bereik van deze instelling kan worden begrensd door middel van parameters r02 en r03.
De referentietemperatuur kan ten alle tijden worden uitgelezen in parameter u28.
Differentie
Wanneer de temperatuur hoger is dan het setpoint plus de differentie, zal het koelcontact worden ingeschakeld. Het wordt uitgeschakeld wanneer de temperatuur
onder het setpoint komt.
Display air (u56)
Thermostat control
Cutout °C
r01
Differential
Maximale temperatuurinstelling
Minimale temperatuurinstelling
Correctie temperatuuruitlezing display
Als de temperatuur in het koelobject en de temperatuuruitlezing op de display niet
gelijk zijn, kan de uitlezing op de display worden gecorrigeerd
Temperatuurweergave
Instelling voor weergave van de temperatuureenheid in °C of in °F
r02
r03
r04
Max cutout °C
Min cutout °C
Disp. Adj. K
r05
Correctie van het S4 luchtuittredesignaal
(compensatie mogelijk voor lange kabellengten)
r09
Temp. unit
°C=0. / °F=1
(AKM geeft alleen °C)
Adjust S4
Correctie van het S3 luchtintredesignaal
(compensatie mogelijk voor lange kabellengten)
r10
Adjust S3
Start / stop van regeling
Met deze instelling kan de regeling gestart (1) en gestopt (0) worden en wordt handbediening van de uitgangen toegestaan (-1).
Dit kan ook door middel van een externe schakelaar aangesloten op de DI ingang.
Een gestopte regeling zal een ‘Standby alarm’ genereren.
r12
Main Switch
Nachtverschuiving
Het setpoint van de thermostaat kan worden verhoogd met deze waarde bij omschakeling van dag naar nacht. (Selecteer een negatieve waarde bij koude-accumulatie.)
Selectie van de thermostaatsensor
Hier kunt u de sensor kiezen die de thermostaat moet gebruiken, S3, S4 of een weging van beide sensors. Met de instelling 0% wordt alleen S3 (luchtintrede) gebruikt.
Bij 100% alleen S4 (uittrede)
r13
1: Start
0: Stop
-1: Handbediening uitgangen toegestaan
Night offset
r15
Ther. S4 %
Verschuiving referentie
Wanneer deze functie op ON wordt gezet, zal de thermostaatreferentie verschoven
worden met de in r40 ingestelde waarde. Deze functie kan ook geactiveerd worden
via ingangen DI1 en DI2 (definitie in o02 of o37)
r39
Th. offset
Ref.
Dif.
Setpoint begrenzing
De instelmogelijkheden voor het setpoint kunnen worden begrensd, waardoor ontoelaatbare instellingen onmogelijk zijn.
EKC 202D
Handleiding RS8EE110 © Danfoss 10-2006
Waarde voor verschuiving referentie
De thermostaatreferentie en alarmwaarden worden verschoven met deze waarde
wanneer de functie wordt geactiveerd. Geactiveerd worden via�����������������
r39 of DI ingang
r40
Th. offset K
Night setbck
(start van nachtsignaal)
Forced cool.
(Start van geforceerde koeling)
Alarm settings
Alarm
De regelaar kan in verschillende situaties een alarm genereren. Als er een alarm is,
zullen alle LED’s in de display knipperen en zal het alarmrelais schakelen.
Tijdvertraging van een temperatuuralarm (korte vertraging)
Als één van de twee alarmgrenzen A13 of A14 worden overschreden zal een timerfunctie worden gestart. Het alarm wordt actief als de ingestelde tijd is verstreken. De
tijdsinstelling is in minuten.
A03
Met datacommunicatie kan de prioriteit van de verschillende alarmen
gedefinieerd worden. De instelling
wordt uitgevoerd in het menu ‘Alarm
destinations’.
Alarm delay
Tijdvertraging voor deuralarm
De tijdvertraging is in minuten.
De functie wordt gedefinieerd in o02 of o37.
Opstarttijdvertraging hoog temperatuuralarm (lange vertraging)
Deze tijdvertraging wordt gebruikt na opstart, tijdens ontdooiing en direct na een
ontdooiing.
Er vindt overschakeling plaats naar de normale vertraging (A03) als de temperatuur
onder de ingestelde hoge temperatuur alarmgrens komt.
Tijdsinstelling is in minuten.
Hoge temperatuur alarmgrens
Hier wordt de temperatuur ingesteld waarbij een alarm moet worden gegenereerd na
de tijdvertraging (A3 of A12). Instelling in °C. De ingestelde waarde wordt bij nachtverhoging met dezelfde instelling verhoogd (r13). Verlaging van de alarmgrens vindt
bij negatieve instelling van r13 niet plaats.
De alarmgrens wordt ook verschoven in connectie met de referentieverschuiving
(r39).
Lage temperatuur alarmgrens
Hier wordt de temperatuur ingesteld waarbij een alarm moet worden gegenereerd na
de tijdvertraging (A3). Instelling in °C.
De alarmgrens wordt ook verschoven in connectie met de referentieverschuiving
(r39).
Vertraging voor DI1 alarm
Een schakeling van de ingang resulteert in een alarm wanneer de tijdvertraging is
verstreken. Deze functie van DI1 wordt gedefinieerd in o02.
Vertraging voor DI2 alarm
Een schakeling van de ingang resulteert in een alarm wanneer de tijdvertraging is
verstreken. Deze functie van DI1 wordt gedefinieerd in o37
Temperatuursignaal voor alarmering (alarmsensor)
Hier moet de weging van de sensoren gedefinieerd worden die de alarmthermostaat
moet gebruiken. S3, S4 of een combinatie van beiden.
Met een instelling van 0% wordt S3 gebruikt en bij 100% wordt S4 gebruikt.
A04
DoorOpen del
A12
Pulldown del
A13
HighLim Air
A14
LowLim Air
A27
AI.Delay DI1
A28
AI.Delay DI2
A36
Alarm S4%
Reset alarm
EKC error
Compressor
Compressor control
Het compressorrelais volgt de thermostaat. Als de thermostaat koeling vraagt wordt
het compressorrelais ingeschakeld.
Minimum AAN en UIT tijden
Om teveel compressorschakelingen te voorkomen kunnen minimum AAN en UIT
tijden worden ingesteld.
Deze tijden worden genegeerd als bijvoorbeeld een ontdooiing wordt gestart.
Minimale AAN-tijd in minuten
Minimale UIT-tijd in minuten
Omgekeerde functie relais DO1
0: Normale functie waarbij het relais inschakelt bij koelvraag.
1: Omgekeerde functie waarbij het relais uitschakelt bij koelvraag (deze regeling
zorgt ervoor dat er koeling is als de regelaar wegvalt).
De LED op de display geeft aan wanneer er koelvraag is.
Ontdooien
Handleiding RS8EE110 © Danfoss 10-2006
c01
c02
c30
Min. On time
Min. Off time
Cmp relay NC
Comp Relay
Uitlezing koelrelais, of handbediening
van dit relais.
Defrost control
EKC 202D
De regelaar bevat een timerfunctie welke na iedere ontdooistart gereset wordt. De
timerfunctie zal een ontdooiing starten als/zodra de tijdinterval verstreken is.
De timerfunctie start zodra voeding wordt gezet op de regelaar, maar wordt de eerste
keer verschoven met de instelling in d05.
Bij spanningsval zal de waarde van de timer worden opgeslagen en op dat punt
verder gaan zodra de spanning op de regelaar terugkomt. Deze timerfunctie kan gebruikt worden als een eenvoudige manier om een ontdooiing te starten, maar zal ook
altijd als back-up werken als een erop volgende ontdooistarts niet wordt ontvangen.
De regelaar bevat ook een real time klok. Als deze klok en de vereiste ontdooitijden
worden ingesteld, kan de ontdooiing op vaste tijden worden uitgevoerd. Als een
risico bestaat dat de spanning meer dan vier uur wegvalt, moet een batterij back-up
module worden geplaatst.
De ontdooiing kan ook worden gestart via de datacommunicatie, een digitale ingang
of handbediening. Alle startmethoden functioneren in de regelaar. De verschillende
functies moeten zo worden ingesteld zodat ontdooiingen niet vlak achter elkaar kunnen komen.
De ontdooiing kan op de volgende manieren worden uitgevoerd: elektrisch, heetgas
of brine.
De ontdooiing kan worden gestopt op basis van tijd of op basis van temperatuur.
Ontdooimethode
Hier wordt ingesteld hoe de ontdooiing moet worden uitgevoerd: elektrisch, heetgas,
brine of ‘geen’.
Tijdens een ontdooiing zal het ontdooirelais geschakeld zijn.
(Met brine ontdooiing zal de koelklep tijdens ontdooiing open blijven)
d01
Ontdooistoptemperatuur
Als een ontdooisensor is gemonteerd zal het ontdooien worden gestopt bij de
ingestelde temperatuur. De ontdooisensor wordt gedefinieerd in parameter d10.
Hier wordt de temperatuur ingesteld.
Interval tussen ontdooistarts
Na iedere ontdooiing wordt de timer gestart en zal zodra deze tijd is verstreken een
ontdooiing starten.
Deze functie wordt gebruikt als een eenvoudige ontdooistart, maar kan ook worden
gebruikt als beveiliging voor het geval een ander ontdooisignaal niet ontvangen
wordt.
Als een ontdooistart via de datacommunicatie niet wordt ontvangen, wordt deze
tijdsinterval gebruikt als maximale tijd tussen ontdooiingen. Wanneer de ontdooiing
wordt uitgevoerd met de klokfunctie of datacommunicatie, moet de tijdsinterval op
een langere periode worden ingesteld dan de geplande ontdooiing, anders zal op
deze tijdsinterval een ontdooiing worden gestart die even later wordt gevolgd door
een geplande ontdooiing.
Bij spanningsval zal de tijdsinterval gehandhaafd blijven en verder tellen zodra de
spanning op de regelaar terug komt.
De tijdsinterval is niet actief wanneer deze op 0 wordt ingesteld.
Maximum ontdooitijd
Deze instelling dient als beveiliging voor het geval dat de ingestelde ontdooitemperatuur niet wordt bereikt.
Bij selectie ontdooistop op tijd dan is dit de tijdsduur van het ontdooien.
Tijdverschuiving van ontdooistarts gedurende de opstartfase
Deze functie is alleen van belang als ontdooistarts van de diverse koelobjecten niet
gelijktijdig mogen plaatsvinden en bovendien gekozen is voor ontdooiing middels
de interne intervalfunctie (d03).
Met deze functie wordt de tijdsinterval, met het ingestelde aantal minuten vertraagd.
Afdruiptijd
Hier kan de afdruiptijd worden ingesteld. In deze tijd druipt het water na een
ontdooiing van de verdamper.
d02
Def. method
0 = geen
1 = Elektrisch
2 = Gas
3 = Brine
Def. Stop Temp
d03
Def Interval
(0=off )
d04
Max Def. time
d05
Time Stagg.
d06
DripOff time
Ventilatorstartvertraging na ontdooien
Instelling van de tijdvertraging voor het starten van de ventilator(en) na ontdooistop
en na afdruiptijd. (Tijdens deze vertraging zal het water aan de verdamper
vastvriezen)
Ventilator starttemperatuur
De ventilatoren kunnen ook op de, hier in te stellen, temperatuur (S5) inschakelen.
Als de ingestelde temperatuur niet wordt bereikt binnen de tijd van d07 zal op tijd
worden geschakeld.
Ventilator(en) ingeschakeld tijdens ontdooien
Keuze ventilator(en) AAN of UIT gedurende ontdooien.
d07
FanStartDel
d08
FanStartTemp
d09
Ontdooisensor
Keuze ontdooisensor S4 of S5.
0: Geen ontdooisensor. Ontdooistop gebaseerd op tijd.
1: S5
2: S4
d10
FanDuringDef
0= nee
1= ja
DefStopSens.
EKC 202D
Handleiding RS8EE110 © Danfoss 10-2006
Pumpdownvertraging
Stel de tijd in waarin de verdamper wordt ‘afgepompt’ voor de ontdooiing.
Ontdooien – op basis van koeltijd
Stel hier de maximale toegestane koeltijd zonder ontdooiing in. Zodra deze tijd
wordt overschreden, zal een ontdooiing worden gestart.
Met een instelling van 0 is deze functie niet actief.
Ontdooien – op basis van S5 temperatuur
De regelaar zal de effectiviteit van de verdamper volgen en zal, via interne berekeningen en metingen van de S5 temperatuur, een ontdooiing starten als de variatie van
de S5 temperatuur te groot wordt.
Stel hier in hoe groot het ‘verval’ van de S5 temperatuur mag zijn. Zodra deze waarde
wordt overschreden, zal een ontdooiing worden gestart.
De functie kan alleen worden gebruikt bij 1:1 systemen waar de verdampingstemperatuur lager wordt om te garanderen dat de luchttemperatuur stabiel blijft. In
centrale systemen moet deze functie uit staan.
Met een instelling van 20 is deze functie niet actief.
Druk op de onderste toets om de ��������������������������������������������������
ontdooiing ���������������������������������������
temperatuur in de display uit te lezen.
Houdt de onderste toets vier seconden ingedrukt om een extra ontdooiing uit te
voeren.
Op deze manier kan ook een actieve ontdooiing worden gestopt.
d16
Pump dwn del.
d18
MaxTherRunT
d19
CutoutS5Dif.
Defrost temp.
Def Start
Start handontdooiing
De LED op de display geeft wanneer een ontdooiing actief is.
Ventilatorregeling
Ventilator stop bij thermostaatuitschakeling
Selecteer hier of de ventilatoren moeten stoppen bij uitgeschakelde thermostaat.
F01
Defrost Relay
Lees hier de status van het ontdooirelais of bedien het relais handmatig.
Hold After Def
Toont ON als de regelaar in werking is
met gecoördineerde ontdooistart.
Fan control
Fan stop CO
(Yes = Ventilator stopt)
Vertraagde ventilator stop bij thermostaatuitschakeling
Als gekozen is voor ventilator stop bij thermostaatuitschakeling kan hier worden
ingesteld hoe lang de ventilatoren nog moeten doordraaien.
F02
Fan del. CO
Ventilator stop op temperatuur
Deze functie stopt de ventilatoren als de hier ingestelde temperatuur aan de
ontdooisensor wordt bereikt. (Om extra opwarming van bijvoorbeeld een vriescel te
voorkomen).
Herstart vindt plaats bij 2K onder de instelling.
Deze functie is niet actief gedurende het ontdooiproces of opstart na ontdooien.
Bij instelling op +50°C is de functie inactief.
De LED op de display geeft wanneer een ontdooiing actief is.
F04
FanStopTemp.
Fan Relay
Status van het ventilatorrelais of bedien het relais handmatig
Real Time Klok
De regelaar kan één insteekmodule bevatten. Dit kan een module voor datacommunicatie zijn of een module voor batterij back-up van de real time klok.
De batterij module is gekoppeld aan de real time klok en zal de juiste tijd waarborgen
tijdens een lange spanningsval.
(De tijden kunnen niet via de datacommunicatie worden ingesteld. Deze
instellingen zijn alleen relevant bij
stand-alone toepassingen)
Real-time klok
Per 24 uur kunnen zes individuele ontdooistarts worden gedefinieerd. Ook wordt een
datumindicatie gebruikt voor de registratie van temperatuurmetigen
Ontdooistart, instelling uur
t01-t06
Ontdooistart, instelling minuten (t01 en t11 horen bij elkaar, etc.)
t11-t16
Wanneer t01 tot en met t16 op 0 worden ingesteld, zal de klok geen ontdooiingen
starten.
Klok: instelling uur
t07
Klok: instelling minuten
t08
Klok: instelling datum
t45
Klok: instelling maand
t46
Klok: instelling jaar
t47
10
Handleiding RS8EE110 © Danfoss 10-2006
EKC 202D
Diverse functies
Vertraging uitgangen na spanningsval
Bij terugkeer van de voeding na spanningsval kunnen de uitgangen vertraagd ingeschakeld worden om overbelasting van het netwerk te voorkomen. Deze tijdvertraging is hier in te stellen.
o01
Digitale ingang – DI1
De digitale ingang DI1 van de regelaar kan worden gebruikt voor één van de volgende functies:
Off: ingang wordt niet gebruikt
1) Statusuitlezing van een contactfunctie
2) Deurfunctie. Als de DI wordt verbroken, zal de regelaar de koeling en ventilatoren
stoppen. Een ‘deuralarm’ zal gegenereerd worden als de ingestelde tijdvertraging is
verstreken (A04). De koeling zal na deze tijdsvertraging hervatten.
3) Deuralarm. Onderbroken deurschakelaar wordt geregistreerd en deuralarm wordt
geactiveerd na vertragingstijd (A04)
4) Ontdooistart. D.m.v. een pulscontact kan een ontdooiing worden gestart. Als meer
regelaars op deze wijze gelijktijdig moeten starten is het belangrijk dat alle aansluitingen op dezelfde wijze worden aangesloten (DI naar DI en GND naar GND)
5) Regeling AAN/UIT. Regeling vindt plaats bij kortgesloten ingang en stopt bij geopende ingang.
6) Nachtschakeling. Bij kortgesloten ingang staat de regelaar in de nachtstand. Verschuiving met r13
7) Referentieverschuiving als de ingang is kortgesloten. Verschuiving met parameter
r40.
8) Alarmfunctie. Alarm wordt gegenereerd wanneer de ingang is kortgesloten.
9) Alarmfunctie. Alarm wordt actief wanneer de ingang is geopend. (Voor 8 en 9
wordt de tijdvertraging ingesteld in A27)
10) Schoonmaakfunctie. Deze functie wordt gestart door een puls. (zie pagina 4)
11) Geforceerde koeling voor heetgas ontdooiing bij kortgesloten ingang.
Als de regelaar in een datacommunicatienetwerk is opgenomen moet een adres
worden ingesteld en dit adres moet worden doorgegeven aan de master-gateway.
Deze instellingen kunnen alleen worden gedaan als de datacommunicatie naar de
gateway in orde is. Het installeren van de datacommunicatie is vermeld in brochure
“RC8AC..”
Het adres in te stellen van 1 t/m 240.
o02
Het adres wordt verzonden naar de gateway bij instelling op ON
BELANGRIJK: voordat o04 wordt geactiveerd, MOET o61 zijn ingesteld.
Toegangscode 1 (toegang tot alle instellingen)
Als de menu-instellingen van de regelaar beschermd moeten worden met een toegangscode, kan hier een waarde tussen 0 en 100 ingesteld worden. Met een waarde
van 0 is de functie niet actief. (99 geeft altijd toegang)
Sensor type
Normaal worden Pt 1000 sensors met grote nauwkeurigheid toegepast. Er kunnen
echter ook PTC (1000 Ohm bij 25°C) of NTC sensors (5000 Ohm bij 25°C) worden
toegepast.
Alle aangesloten sensoren moeten van hetzelfde type zijn.
Nauwkeurigheid display
Yes: geeft stappen van 0,5 °C
No: geeft stappen van 0,1 °C
Maximum “standby” tijd na gecoördineerde ontdooiing
Als een regelaar zijn ontdooiing heeft beëindigd zal deze op een signaal wachten
alvorens weer te gaan inspuiten. Als het signaal onverhoopt wegblijft zal de regelaar
zichzelf weer opstarten als deze standby tijd is verstreken.
Selecteer sensorsignaal voor het display
Via een % waarde kunt u de uitlezing op de display vastleggen; de temperatuur van
S3, die van S4 of een mix van beide.
Met de instelling 0% wordt alleen S3 getoond. Met de instelling 100% wordt alleen S4
getoond.
o04
EKC 202D
Handleiding RS8EE110 © Danfoss 10-2006
Miscellaneous
DelayOfOutp.
DI 1 Config.
Definitie vind plaats met de hier links
getoonde waarden.
DI state
(Meting)
De status van de DI wordt hier aangegeven met ON of OFF.
Na installatie van een datacommunicatiemodule kan de regelaar op
dezelfde manier bediend worden als
alle andere ADAP-KOOL regelaars.
o03
o05
-
o06
SensorConfig
Pt = 0
PTC = 1
NTC = 2
o15
Disp. Step = 0.5
o16
Max HoldTime
o17
Disp. S4%
11
Digitale ingang – DI2
De digitale ingang DI2 van de regelaar kan worden gebruikt voor één van de volgende functies
Off: ingang wordt niet gebruikt
1)Statusuitlezing van een contactfunctie
2) Deurfunctie. Als de DI wordt verbroken, zal de regelaar de koeling en ventilatoren
stoppen. Een ‘deuralarm’ zal actief worden als de ingestelde tijdvertraging is verstreken (A04). De koeling zal na deze tijdsvertraging hervatten.
3) Deuralarm. Onderbroken deurschakelaar wordt geregistreerd en deuralarm wordt
geactiveerd na vertragingstijd (A04)
4) Ontdooistart. D.m.v. een pulscontact kan een ontdooiing worden gestart. Als meer
regelaars op deze wijze gelijktijdig moeten starten is het belangrijk dat alle aansluitingen op dezelfde wijze worden aangesloten (DI naar DI en GND naar GND)
5) Regeling AAN/UIT. Regeling vindt plaats bij kortgesloten ingang en stopt bij geopende ingang.
6) Nachtschakeling. Bij kortgesloten ingang staat de regelaar in de nachtstand. Verschuiving met r13.
7) Referentieverschuiving als de ingang is kortgesloten. Verschuiving met parameter
r40.
8) Alarmfunctie. Alarm wordt gegenereerd wanneer de ingang is kortgesloten.
9) Alarmfunctie. Alarm wordt actief wanneer de ingang is geopend.
10) Schoonmaakfunctie. Deze functie wordt gestart door een puls. (zie pagina 4)
11) Geforceerde koeling voor heetgas ontdooiing bij kortgesloten ingang.
12) De ingang wordt gebruikt voor gecoördineerde ontdooiing samen met andere
regelaars van hetzelfde type.
Configuratie van lichtfunctie (relais 4 in toepassing 2)
1) Relais schakelt met dag/nachtconditie
2) Relais wordt geregeld via datacommunicatie
3) Relais wordt geregeld door de deurschakeling gedefinieerd in o02 of 037 waar de
instelling 2 is 3. Zodra de deur wordt geopend, zal het lichtrelais schakelen. Wanneer
de deur weer gesloten wordt, zal het licht nog twee minuten aan blijven om insluiting te voorkomen.
Activering van lichtrelais
Het lichtrelais kan hier geactiveerd worden, maar alleen als o38 op 2 ingesteld is.
o37
DI2 config.
o38
Light config
o39
Light remote
Randverwarming gedurende dagconditie
De AAN-tijd wordt ingesteld als percentage van de periodetijd
Randverwarming gedurende nachtconditie
De AAN-tijd wordt ingesteld als percentage van de periodetijd
Randverwarming periode
Tijdperiode (AAN + UIT periode voor relais)
Schoonmaakfunctie
De status van de functie kan hier worden gevolgd of de functie kan handmatig worden gestart.
0 = Normale regeling (geen schoonmaak)
1 = koeling uit, ventilatoren aan. Alle andere uitgangen zijn uit.
2 = alle uitgangen uit.
Als de functie wordt geregeld door ene signaal op DI1 of DI2, kan de relevante status
hier worden uitgelezen.
Selectie van toepassing
De regelaar kan worden aangepast aan een aantal verschillende toepassingen. Hier
kan worden gedefinieerd welk van de 3 toepassingen is gewenst. Op pagina 6 is een
overzicht van deze toepassingen te zien.
Deze parameter kan alleen worden ingesteld wanneer de regeling is gestopt, bijv. r12 op 0.
Toegangscode 2 (beperkte toegang)
Deze code geeft toegang tot het aanpassen van waarden, maar niet tot configuratieinstellingen. Als de menu-instellingen van de regelaar beschermd moeten worden
met een toegangscode, kan hier een waarde tussen 0 en 100 ingesteld worden. Met
een waarde van 0 is de functie niet actief. Als deze functie wordt gebruikt, moet
toegangscode 1 (o05) ook worden gebruikt.
Kopiëren van huidige instellingen regelaar
Met deze functie kunnen de instellingen van de regelaar gekopieerd worden naar
een kopieersleutel. De sleutel kan 25 verschillende instellingen bevatten. Selecteer
hier een nummer. Alle instellingen, behalve die voor ‘Toepassing’ (o61) en ‘Adres’
(o03), worden gekopieerd. Als het kopiëren is gestart zal op de display weer o65
verschijnen. Na twee seconden kan aan de status in parameter o65 worden gezien of
het kopiëren is gelukt.
Zie hoofdstuk ‘Foutmeldingen’ voor de betekenis van de statusmeldingen.
Kopiëren van kopieersleutel
Deze functie kopieert een eerder opgeslagen set instellingen naar de regelaar.
Selecteer het relevante nummer. Alle instellingen, behalve die voor ‘Toepassing’ (o61)
en ‘Adres’ (o03), worden gekopieerd. Als het kopiëren is gestart zal op de display
weer o66 verschijnen. Na twee seconden kan aan de status in parameter o65 worden
gezien of het kopiëren is gelukt.
Zie hoofdstuk ‘Foutmeldingen’ voor de betekenis van de statusmeldingen.
o41
Railh.ON day%
o42
Railh.ON ngt%
o43
Railh. cycle
o46
Case clean
o61
--- Appl. Mode (Alleen uitlezing in
Danfoss Only)
o64
-
o65
-
o66
-
12
Handleiding RS8EE110 © Danfoss 10-2006
EKC 202D
Opslaan als fabrieksinstelling
Met deze instelling worden de huidige instellingen van de regelaar opgeslagen als
‘nieuwe’ basisinstelling (de originele fabrieksinstellingen worden overschreven).
o67
- - - Night Setback
0=Dag
1=Nacht
Service
Temperatuur van de S5 sensor
Status DI1 ingang. ON/1=gesloten
Temperatuur van de S3 sensor
Status van dag / nacht. 1=gesloten
Temperatuur van de S4 sensor
Temperatuur overeenkomstig die waarmee de thermostaatfunctie regelt
Uitlezing temperatuurreferentie
Status DI2 ingang. ON/1=gesloten
Displaytemperatuur
Uitlezing van (gewogen) S3/S4 temperatuur voor alarmering
** Status koelrelais (compressor 1)
** Status ventilatorrelais
** Status ontdooirelais
** Status randverwarmingsrelais
** Status alarmrelais
** Status lichtrelais
*) Niet alles wordt getoond. Alleen de functie behorende bij de geselecteerde toepassing zijn te zien.
EKC 202D
Handleiding RS8EE110 © Danfoss 10-2006
u09
u10
u12
u13
u16
u17
u28
u37
u56
u57
u58
u59
u60
u61
u62
u63
Service
S5 temp.
DI1 status
S3 air temp
Night Cond.
S4 air temp
Ther. air
Temp. ref.
DI2 status
Display air
Alarm air
Comp1/LLSV
Fan relay
Def. relay
Railh. relay
Alarm relay
Light relay
13
Foutmeldingen
Alarms
In geval van een foutmelding zullen de LED’s op de display knipperen en de alarmuitgang worden geactiveerd. Bij drukken op de bovenste toets volgt in het display de
foutmelding.
Er zijn twee soorten meldingen - een melding ontstaan tijdens het dagelijks gebruik,
of er is een defect in de installatie.
A-meldingen worden niet zichtbaar voordat de vertraging verstreken is.
E-meldingen zullen direct zichtbaar worden.
(Een A-melding wordt niet zichtbaar zo lang een E-melding actief is).
De volgende meldingen kunnen verschijnen:
A1: Alarm te hoge temperatuur
1 = alarm
High t. alarm
A2: Alarm te lage temperatuur
Low t. alarm
A4: Deuralarm
Door Alarm
A5: De “o16” timer is vertreken
Max Hold Time
A15: Alarm. Signaal van DI1.
DI1 alarm
A16: Alarm. Signaal van DI2.
DI2 alarm
A45: Koeling gestopt door ‘Hoofdschakelaar’ (Main Switch)
Standby mode
A59: Schoonmaakfunctie. Signaal van DI1 of DI2.
Case cleaning
Max. def time
E1: Fout in regelaar
EKC error
E6: Fout in real-time klok. Controleer batterij / stel klok opnieuw in.
-
E25: Fout S3 sensor
S3 error
E26: Fout S4 sensor
S4 error
E27: Fout S5 sensor
S5 error
Bij het kopiëren van instellingen van en naar een kopieersleutel met functies o65 of
o66, kan de volgende status verschijnen:
0: Kopiëren gedaan en OK
4: Kopieersleutel onjuist geplaatst
5: Kopiëren mislukt. Probeer opnieuw.
6: kopiëren naar EKC mislukt. Probeer opnieuw.
7: Kopiëren naar kopieersleutel mislukt. Probeer opnieuw.
8: Kopiëren niet mogelijk. Codenummer en SW versie komen niet overeen.
9: Communicatiefout
10: Kopiëren nog gaande
(Deze informatie kan worden uitgelezen in o65 of o66 een paar seconden na het
starten van een kopieercommando).
Alarm destinations
De prioriteit van individuele alarmen
Kan met een instelling worden gedefinieerd
(0, 1, 2 of 3)
14
Handleiding RS8EE110 © Danfoss 10-2006
EKC 202D
Status werking regelaar
(Measurement)
Er kunnen zich regelsituaties voordoen waarbij de regelaar staat te wachten voor
de volgende stap in de regeling. Om deze “waarom gebeurt er niets?” situaties
zichtbaar te maken volstaat het om de bovenste druktoets kort (1sec) in te drukken.
Hierdoor wordt de status weergegeven in het display. Is er echter een alarm, dan
wordt de alarmstatus weergegeven. De individuele statuscodes hebben de volgende
betekenis:
EKC State:
(Zichtbaar in alle menu’s
S0: Regelen
0
S1: Wacht op einde gecoördineerde ontdooiing
1
S2: Compressor draait door op basis van de min. AAN tijd
2
S3: Compressor blijft gestopt op basis van de min. UIT tijd
3
S4: De regeling wacht op basis van de afdruiptijd
4
S10: Koeling is gestopt door een intern of extern signaal (r12 of DI)
10
S11: Koeling is gestopt door de thermostaat
11
S14: Ontdooiproces: ontdooiing is gaande
14
S15: Ontdooiproces: ventilatorstart wacht op verstrijken startvertraging
15
S17: Deur is open. DI ingang is open
17
S20: Noodkoeling actief door sensorfout *)
20
S25: Handmatige bediening van de uitgangen actief
25
S29: Schoonmaakactie actief
29
S30: Geforceerde koeling
30
S32: Vertraging van uitgangen tijdens opstart
32
Andere uitlezingen:
non: Ontdooitemperatuur kan niet worden uitgelezen. Ontdooiing wordt gestopt op
tijd.
-d-: Ontdooiing is gaande/ Opstart na ontdooiing
PS: Toegangscode vereist. Vul toegangscode in.
*) Noodkoeling zal plaatsvinden wanneer het signaal van een gedefinieerde S3 of S4 voeler wegvalt. De regeling zal verder gaan met de geregistreerde
gemiddelde inschakelduur. Hier zijn twee waarden voor - 1 voor de nachtregeling en 1 voor de dagregeling.
EKC 202D
Handleiding RS8EE110 © Danfoss 10-2006
15
Bediening
Display
De waarden worden getoond met drie karakters. De temperatuur
kan in °C of °F worden weergegeven.
Instellen setpoint
1. Druk op de middelste toets tot het setpoint zichtbaar wordt
2. Verander het setpoint met de bovenste of onderste toets.
3. Druk nogmaals op de middelste toets om de instelling op te
slaan.
Uitlezen temperatuur ontdooisensor
• Druk kort op de onderste toets
LED’s op voorpaneel
De LED’s op het voorpaneel van de regelaar zullen oplichten als
het bijbehorende relais is geactiveerd.
Handmatige ontdooistart / stop
• Houdt de onderste toets gedurende vier seconden ingedrukt
= Koeling
= Ontdooiing
= Ventilator
In alarmsituaties zullen alle LED’s knipperen. De alarmmelding kan
getoond en opgeheven worden door de bovenste druktoets kort
in te drukken.
De bedieningstoetsen
Wanneer een instelling gewijzigd moet worden, zullen de bovenste en onderste toetsen een hogere of lagere waarde geven.
Voordat een waarde veranderd kan worden moet eerst het menu
geopend worden door de bovenste toets een aantal seconden
ingedrukt te houden. Zoek nu de te wijzigen parameter en druk
de middelste toets in om de huidige waarde te zien. Wanneer de
waarde is gewijzigd kan deze worden opgeslagen door nogmaals
de middelste toets in te drukken.
Voorbeelden
Wijzigen instelling
1. Houdt de bovenste toets ingedrukt tot parameter r01 zichtbaar
is.
2. Zoek de te wijzigen parameter met de bovenste of onderste
toets.
3. Druk op de middelste toets om de instelling uit te lezen
4. Verander de waarde met de bovenste of onderste toets.
5. Druk op de middelste toets om de nieuwe waarde op te slaan.
Uitschakelen alarmrelais / aannemen alarm / zie alarmstatus
Druk de bovenste toets kort in
Als er meerdere alarmen ‘achter elkaar’ staan, kunnen deze met
de bovenste en onderste toets worden uitgelezen.
16
Een goed begin
Door de volgende procedure te volgen kan de regelaar snel worden opgestart:
1 Open parameter r12 en stop de regeling (in een nieuwe regelaar
zal r12 al op 0 staan)
2 Selecteer de toepassing gebaseerd op de tekeningen op pagina
6
3 Open parameter o61 en stel de toepassing in
4 Open parameter r12 en start de regeling
5 Doorloop de fabrieksinstellingen en maak indien nodig wijzigingen. De waarden in de grijze velden zijn afhankelijk van andere
ingevoerde instellingen.
6 Voor netwerk. Stel het adres in in o03 en stuur dit adres naar de
gateway/systeem unit met parameter o04.
Handleiding RS8EE110 © Danfoss 10-2006
EKC 202D
Menuoverzicht
SW = 2.0x
Parameters
Functie
Normale weergave
Temperatuur (setpoint)
Thermostaat
Differentie
Maximale temperatuurinstelling
Minimale temperatuurinstelling
Correctie temperatuuruitlezing display
Temperatuureenheid (°C/°F)
Correctie signaal sensor S4
Correctie signaal sensor S3
Handbediening, start/stop regeling (-1, 0, 1)
Nachtverschuiving
Definitie thermostaatsensor S4% (100%=S4, 0%=S3)
Verschuiving referentie r40
Waarde voor verschuiving referentie (activeer via r39 of DI)
Alarm
Vertraging temperatuuralarm
Vertraging deuralarm
Vertraging temperatuuralarm na ontdooiing
Hoge temperatuur alarmgrens
Lage temperatuur alarmgrens
Vertraging DI1 alarm
Vertraging DI2 alarm
Definitie alarmsensor. (100%=S4, 0%=S3)
Compressor
Minimum AAN-tijd
Minimum UIT-tijd
Omgekeerde functie DO1 relais (NC)
Ontdooien
Ontdooimethode (geen/EL/GAS/BRINE)
Ontdooistoptemperatuur
Interval tussen ontdooistarts
Maximum ontdooitijd
Tijdverschuiving ontdooistart
Afdruiptijd
Ventilatorvertraging
Ventilator starttemperatuur
Ventilator tijdens ontdooien
Ontdooisensor (0=tijd, 1=S5, 2=S4)
Pumpdownvertraging
Ontdooien op maximale koeltijd
Ontdooien op maximale variatie S5. Kies 20 (uit) voor centrale installaties
Ventilator
Ventilatorstop bij thermostaatuitschakeling
Vertraging ventilatorstop
Ventilatorstoptemperatuur (S5)
Real time klok
Zes starttijden voor ontdooien
Instelling uren
0=OFF
Zes starttijden voor ontdooien
Instelling minuten
0=OFF
Klok – instelling uren
Klok – instelling minuten
Klok – instelling datum
Klok – instelling maand
Klok – instelling jaar
Diversen
Vertraging uitgangen na spanningsval
Ingangssignaal DI1. Functies:
0=niet gebruikt. 1=status DI1. 2=deurfunctie met deur open alarm.
3=deuralarm. 4=ontdooistart (puls).
5=externe start/stop. 6=nachtfunctie. 7=verschuiven referentie (activering
van r40). 8=alarmfunctie als gesloten. 9=alarmfunctie als open. 10=schoonmaakfunctie (puls). 11=geforceerde koeling bij heetgas ontdooiing
Netwerkadres
Aan/uit schakelaar (service-pin melding)
BELANGRIJK! o61 moet ingesteld zijn.
Toegangscode 1 (alle instellingen)
Sensortype (Pt/PTC/NTC)
Nauwkeurigheid display (normaal 0,1 bij Pt sensor)
Max. stand-by tijd na gecoördineerde ontdooiing
EKC 202D
Codes
***
***
***
***
***
***
***
***
***
***
***
Toepassing
(pagina 6)
1
2
3
Min.waarde Max.waarde
Fabrieks
instel.
---
-50.0°C
50.0°C
2.0°C
r01
r02
r03
r04
r05
r09
r10
r12
r13
r15
r39
r40
0.0 K
-49.0°C
-50.0°C
-20.0 K
°C
-10.0 K
-10.0 K
-1
-10.0 K
0%
OFF
-50.0 K
20.0K
50°C
49.0°C
20.0 K
°F
+10.0 K
+10.0 K
1
10.0 K
100%
ON
50.0 K
2.0 K
50.0°C
-50.0°C
0.0 K
°C
0.0 K
0.0 K
0
0.0 K
100%
OFF
0.0 K
A03
A04
A12
A13
A14
A27
A28
A36
0 min
0 min
0 min
-50.0°C
-50.0°C
0 min
0 min
0%
240 min
240 min
240 min
50.0°C
50.0°C
240 min
240 min
100%
30 min
60 min
90 min
8.0°C
-30.0°C
30 min
30 min
100%
c01
c02
c30
0 min
0 min
0
OFF
30 min
30 min
1
ON
0 min
0 min
0
OFF
d01
d02
d03
d04
d05
d06
d07
d08
d09
d10
d16
d18
d19
no
0.0°C
0 hours
0 min
0 min
0 min
0 min
-15.0°C
no
0
0 min
0 hours
0.0 K
bri
25.0°C
48 hours
180 min
240 min
60 min
60 min
0.0°C
yes
2
60 min
48 hours
20.0 k
EL
6.0°C
8 hours
45 min
0 min
0 min
0 min
-5.0°C
yes
0
0 min
0 hours
20.0 K
F01
F02
F04
no
0 min
-50.0°C
yes
30 min
50.0°C
no
0 min
50.0°C
t01-t06
0 hours
23 hours
0 hours
t11-t16
0 min
59 min
0 min
t07
t08
t45
t46
t47
0 hours
0 min
1
1
0
23 hours
59 min
31
12
99
0 hours
0 min
1
1
0
o01
o02
0s
1
600 s
11
5s
0
o03
o04
0
OFF
240
ON
0
OFF
o05
o06
o15
o16
0
Pt
no
0 min
100
ntc
yes
60 min
0
Pt
no
20
Handleiding RS8EE110 © Danfoss 10-2006
huidige
instel.
17
Definitie displaysensor. (100%=S4, 0%=S3)
Ingangssignaal DI2. Functies:
0=niet gebruikt. 1=status DI2. 2=deurfunctie met deur open alarm.
3=deuralarm. 4=ontdooistart (puls).
5=externe start/stop. 6=nachtfunctie. 7=verschuiven referentie (activering
van r40). 8=alarmfunctie als gesloten. 9=alarmfunctie als open. 10=schoonmaakfunctie (puls). 11=geforceerde koeling bij heetgas ontdooiing.
12=gecoördineerde ontdooiing
Configuratie van lichtfunctie (relais 4)
1=AAN gedurende nachtconditie. 2=AAN/UIT via datacommunicatie. 3=AAN
volgt de DI functie als deze is geselecteerd als deurfunctie of deuralarm
Activering van lichtrelais (alleen als o38=2)
AAN-tijd randverwarming gedurende dagconditie
AAN-tijd randverwarming gedurende nachtconditie
Periodetijd randverwarming (AAN+UIT tijd)
Schoonmaakfunctie. 0=geen schoonmaak. 1=alleen ventilatoren draaien.
2=alle uitgangen uit
Selecteer toepassing (elek. schema). Zie pagina 6.
Toegangscode 2 (gedeeltelijke toegang)
Kopiëren van instellingen naar kopieersleutel. Selecteer een nummer.
Kopiëren instellingen van kopieersleutel naar regelaar (eerder opgeslagen via
o65)
Huidige instelling opslaan als fabrieksinstelling
Service
Zie statusmeldingen
Ontdooisensor S5
Status DI1 ingang. ON/1=gesloten
Luchttemperatuur S3
Status dag/nacht. 1=gesloten
Luchttemperatuur S4
Thermostaat regeltemperatuur
Thermostaat regelreferentie
Status DI2 ingang. ON/1=gesloten
Temperatuur display
Temperatuur voor alarmthermostaat
Status koelrelais
Status ventilatorrelais
Status ontdooirelais
Status randverwarminsrelais
Status alarmrelais
Status lichtrelais
***
*
***
*
o17
o37
0%
0
100%
12
100%
0
o38
1
3
1
o39
o41
o42
o43
o46
OFF
0%
0%
6 min
0
ON
100%
100%
60 min
2
OFF
0
0
10 min
0
1
0
0
0
3
100
25
25
1
0
0
0
OFF
On
OFF
o61
o64
o65
o66
1
2
o67
***
***
***
***
**
**
**
**
**
**
3
S0-S33
u09
u10
u12
u13
u16
u17
u28
u37
u56
u57
u58
u59
u60
u61
u62
u63
*) Kan alleen worden ingesteld als regeling is gestopt (r12=0)
**) Kan handmatig worden bediend als r12=-1
***)Met toegangscode 2 zal de toegang tot deze instellingen geperkt zijn.
Fabrieksinstelling
Als u naar de fabrieksinstellingen terug wilt, handel als volgt:
- Schakel de voeding van de regelaar uit
- Houdt de ���������
middelste knoppen ingedrukt en schakel tegelijkertijd de voeding weer in
18
Handleiding RS8EE110 © Danfoss 10-2006
EKC 202D
Master control
De regelaar bevat een aantal functies die gebruikt kunnen worden
samen met de master control functies van de gateway / System
Manager.
Functies via datacommunicatie
Te gebruiken master control functies
Gebruikte parameter door EKC 202D
Ontdooistart
Ontdooiing
Kalender
- - - Def.start
Gecoördineerde ontdooing
Ontdooiing
- - - HoldAfterDef
u60 Def.relay
Nachtconditie
Dag/nacht regeling
Kalender
- - - Night setbck
Lichtregeling
Dag/nacht regeling
Kalender
o39 Light Remote
Bestellen
Type
Functie
EKC 202D
Temperatuurregelaar, voorbereid voor montage van insteekmodule
Codenummer
230 V a.c.
084B8536
115 V a.c.
084B8537
EKA 179A
Datacommunicatiemodule
LON RS 485
084B8565
EKA 181A
Batterij- en buzzermodule beschermd de klokfunctie tegen langdurige spanningsval.
084B8566
EKA 181C
Batterijmodule beschermd de klokfunctie tegen langdurige spanningsval.
084B8577
EKA 182A
Kopieersleutel EKC – EKC
084B8567
EKA 163A
Externe display
084B8562
EKC 202D
Handleiding RS8EE110 © Danfoss 10-2006
19
Aansluitingen
Relais
Het algemene gebruik wordt hier beschreven. Zie ook pagina 6 waar de verschillende toepassingen worden beschreven.
DO1: Koeling. Het relais zal inschakelen als de regelaar koelvraag
heeft
DO2: Ontdooiing. Het relais zal inschakelen tijdens een ontdooiing
DO3: Ventilatoren
Het relais schakelt als de ventilatoren moeten draaien
DO4: Voor alarm, randverwarming of licht
Alarm: Zie diagram. Het relais is geschakeld tijdens normaal bedrijf en schakelt uit tijdens alarmsituaties of wanneer de regelaar spanningsloos is.
Randverwarming: Het relais schakelt de randverwarming
moet werken
Licht: Het relais schakelt wanneer het licht aan moet
Voeding
230 V a.c.
Sensoren
S3 en S4 zijn temperatuursensoren
Een instelling bepaald of S3, S4 of beiden worden gebruikt.
S5 is een ontdooisensor en wordt gebruikt als de ontdooiing op
temperatuur moet worden gestopt.
Digitale aan/uit signalen
Een kortgesloten ingang activeert een functie. De mogelijke functies worden beschreven bij o02 en o37.
Externe display
Aansluiting voor display type EKA 163.
Datacommunicatie
De regelaar is verkrijgbaar in verschillende versies waarbij datacommunicatie mogelijk is met de volgende systemen:
MOD-bus of LON-RS485.
Als datacommunicatie gebruikt wordt, is het van belang dat bekabeling hiervan juist wordt uitgevoerd.
Zie document RC8AC
De regelaar kan niet worden aangesloten aan een m2.
Elektrisch ‘lawaai’
Kabels voor sensoren, DI ingangen en datacommunicatie moeten
apart gehouden worden van andere elektrische kabels;
- Gebruik aparte kabelgoten (afscheiding)
- Houdt een afstand van tenminste 10 cm
- Lange kabels voor DI ingangen moeten worden vermeden
Gecoördineerde ontdooiing via
externe bedrading
De volgende regelaars kunnen op deze
manier worden aangesloten:
EKC204A, EKC 202D
Koeling wordt hervat wanneer alle regelaars
hun ontdooiing hebben beëindigd.
Gecoördineerde ontdooiing via
datacommunicatie
20
Handleiding RS8EE110 © Danfoss 10-2006
EKC 202D
Specificaties
Voeding
230 V a.c. (115 V a.c.) +10/-15 %. 2,5 VA
Pt 1000 of
Sensoren
PTC (1000 ohm / 25°C) of
NTC-M2020 (5000 ohm / 25°C)
Meetbereik
-60 tot +99°C
±1 K onder -35°C
Regelaar
±0,5 K tussen -35 tot +25°C
Nauwkeurigheid
±1 K boven +25°C
±0.3 K bij 0°C
Pt 1000 sensor
±0.005 K per grad
Display
LED, 3 karakters
Externe display
Digitale
ingangen
Voedingskabel
EKA 163A
Signaal van contactfuncties
Eisen aan contacten: goud gecoat
Maximale kabellengte 15 m.
Gebruik hulprelais bij langere kabels
Max. 1,5mm2 meer aderig
CE
(250 V a.c.)
DO1.
koeling
10 (6) A
DO2. ontdooiing 10 (6) A
Relais*
DO3.ventilatoren 6 (3) A
DO4. Alarm
Omgeving
Behuizing
Back-up klok
4 (1) A
Min. 100 mA**
UL ***
(240 V a.c.)
10 A Resistive
5FLA, 30LRA
10 A Resistive
5FLA, 30LRA
6 A Resistive
3FLA, 18LRA
131 VA Pilot
duty
4 A Resistive
131 VA Pilot
duty
0 tot +55°C, tijdens bedrijf
-40 tot +70°C, tijdens transport
20 - 80% Rh, geen condensvorming
Geen schokken of trillingen
IP 65 voorpaneel
Toetsen en pakking geïntegreerd in front
4 uur
EU Low Voltage Directive en EMC eisen in overeenstemming met CE-markering
Keurmerken LVD-getest volgens EN 60730-1 en EN 60730-2-9
EMC-getest volgens EN 50081-1 en EN 50082-2
* DO1 en DO2 zijn max. 16 A relais. DO3 en DO4 zijn max. 8 A relais. Maximale belasting mag niet overschreden worden.
** Goud gecoate contacten garanderen een goed contact
*** UL-approved gebaseerd op 30000 koppelingen
EKC 202D
Handleiding RS8EE110 © Danfoss 10-2006
21
22
Handleiding RS8EE110 © Danfoss 10-2006
EKC 202D
EKC 202D
Handleiding RS8EE110 © Danfoss 10-2006
23
24
Handleiding RS8EE110 © Danfoss 10-2006
DE-BD
Danfoss can accept no responsibility for possible errors in catalogues, brochures and other printed material. Danfoss reserves the right to alter its products without notice. This also applies to products
already on order provided that such alternations can be made without subsequential changes being necessary in specifications already agreed.
All trademarks in this material are property of the respecitve companies. Danfoss and Danfoss logotype are trademarks of Danfoss A/S. All rights reserved.
EKC 202D
Was this manual useful for you? yes no
Thank you for your participation!

* Your assessment is very important for improving the work of artificial intelligence, which forms the content of this project

Download PDF

advertisement