Cisco | NAS200 | Nederlandse handleiding Nas200

Nederlandse handleiding Nas200
GEBRUIKERSHANDLEIDING
Netwerkopslagsysteem
met 2 behuizingen
Model: NAS200 (NL)
Over deze handleiding
Over deze handleiding
Pictogrambeschrijvingen
Als u de gebruikershandleiding leest, kunt u diverse
pictogrammen tegenkomen die de aandacht vestigen op
een bepaald item. Hieronder vindt u een beschrijving van
deze pictogrammen:
OPMERKING:
dit
vinkje
geeft
een
aandachtspunt aan voor iets waarop u speciaal
moet letten bij het gebruik van het product.
WAARSCHUWING: dit uitroepteken geeft een
voorzorgsmaatregel of waarschuwing aan en
is bedoeld om u erop attent te maken dat bij
onvoorzichtig handelen uw eigendom of het
product beschadigd kan raken.
WEB: dit pictogram van een wereldbol geeft
een belangrijk websiteadres of e-mailadres aan.
Onlinebronnen
Websiteadressen in dit document worden vermeld zonder
http:// aan het begin van het adres omdat de meeste
huidige webbrowsers dit niet nodig hebben. Als u een
oudere webbrowser gebruikt, dient u mogelijk http:// toe
te voegen aan het begin van het webadres.
Bron
Website
Linksys
www.linksys.com
Linksys Europa
www.linksys.eu
Linksys International
www.linksys.com/international
Netwerkbeveiliging
www.linksys.com/security
Verklarende woordenlijst www.linksys.com/glossary
Copyright en handelsmerken
Specificaties kunnen worden gewijzigd zonder
kennisgeving vooraf. Linksys is een gedeponeerd
handelsmerk van Cisco Systems, Inc. en/of zijn
dochterondernemingen in de VS en bepaalde andere
landen. Copyright © 2007 Cisco Systems, Inc. Alle rechten
voorbehouden. Andere merken en productnamen zijn
handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van de
respectieve houders.
Netwerkopslagsysteem met 2 behuizingen
Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1: Productoverzicht
1
Voorpaneel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 1
Achterpaneel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 1
Afdekkingen van de stationsbehuizingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2
Notification Sounds (Meldingssignalen) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2
Hoofdstuk 2: Configuratie met behulp van de installatiewizard 3
De installatiewizard openen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3
Computer configureren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3
Tweede station installeren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4
Back-upsoftware . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7
Advanced Setup (Geavanceerde instellingen) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 9
Install Utility (Hulpprogramma installeren) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 9
Hoofdstuk 3: Geavanceerde configuratie
11
Het webgebaseerde hulpprogramma openen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 11
Home . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 11
My Files > Files (Mijn bestanden > Bestanden) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 11
My Files > My Downloads (Mijn bestanden > Mijn downloads) . . . . . . . . . . . . . . . . 12
My Files > Personal Info (Mijn bestanden > Persoonlijke gegevens) . . . . . . . . . . . . . 13
Administration > Status (Administratie > Status) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13
Administration > Users (Administratie > Gebruikers) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 14
Administration > Shared Folders (Administratie > Gedeelde mappen) . . . . . . . . . . . 16
Administration > System Options (Administratie > Systeemopties) . . . . . . . . . . . . . 17
Email Alert (Waarschuwing via e-mail). . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 19
Firmware Upgrade (Firmware-upgrade) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 20
Media Server (Mediaserver) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 21
Disk Utility (Schijfhulpprogramma) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 22
Disk Configuration (Schijfconfiguratie) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 24
Hoofdstuk 4: Gebruik
26
Toegang tot het netwerkopslagsysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 26
Het netwerkopslagsysteem openen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 26
USB-opslagapparaten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 28
Het Network Drive Mapping-programma gebruiken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 29
Bijlage A: Probleemoplossing
31
Bijlage B: Specificaties
33
Bijlage C: Informatie over garantie
34
Bijlage D: Informatie over regelgeving
35
FCC Statement . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 35
Safety Notices . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 35
Netwerkopslagsysteem met 2 behuizingen
ii
Inhoudsopgave
Industry Canada Statement . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 35
EC Declaration of Conformity (Europe) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 35
User Information for Consumer Products Covered by EU Directive 2002/96/
EC on Waste Electric and Electronic Equipment (WEEE) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 36
Bijlage E: Contactgegevens
40
Europa . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 40
Buiten Europa . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 40
Netwerkopslagsysteem met 2 behuizingen
iii
Productoverzicht
Hoofdstuk 1
Hoofdstuk 1:
Productoverzicht
Hartelijk dank dat u hebt gekozen voor het
netwerkopslagsysteem van Linksys met 2 behuizingen.
Het systeem bevat twee SATA-schijfstationsbehuizingen
zodat u opslagruimte kunt toevoegen aan uw netwerk. Er
zijn ook twee USB-poorten waarmee u USB-stations kunt
toevoegen voor extra opslagruimte of u kunt een USBflash-schijf aansluiten voor toegang tot uw draagbare
bestanden. (USB-stations hebben mogelijk externe
netvoedingseenheden nodig.)
Waarschuwing: blokkeer de luchtopeningen
niet en stapel geen apparaten bovenop
het
netwerkopslagsysteem;
anders
kan
er
oververhitting
plaatsvinden.
(Luchtopeningen bevinden zich aan de
zijkanten van het netwerkopslagsysteem. Houd
het gebied rond het netwerkopslagsysteem
schoon.)
Voorpaneel
POWER (VOEDING) (Groen/oranje) De LED
POWER heeft meerdere functies. De LED knippert
groen als het netwerkopslagsysteem wordt
opgestart of afgesloten, een schijf voorbereidt
of een controleert. De LED knippert groen
en oranje als het netwerkopslagsysteem de
firmware upgradet. De LED brandt voortdurend
groen als het netwerkopslagsysteem klaar
is voor gebruik. De LED brandt voortdurend
oranje als er zich een fout voordoet. (Zie “Bijlage
A: Probleemoplossing” voor meer informatie.)
ETHERNET (Groen) De LED ETHERNET heeft
twee functies. De LED brandt voortdurend als
een apparaat wordt aangesloten via de Ethernetpoort. De LED knippert om netwerkactiviteit
aan te geven.
DISK ACT (SCHIJFACTIVITEIT) (Groen) De LED
DISK ACT knippert als het netwerkopslagsysteem
gegevens opent op de schijf.
DISK FULL (SCHIJF VOL) (Groen) De LED DISK
FULL knippert als de beschikbare schijfcapaciteit
minder is dan 2% van de totale capaciteit of
minder dan het aantal dat u hebt ingesteld via
het webgebaseerde hulpprogramma.
Netwerkopslagsysteem met 2 behuizingen
DISK 1 (SCHIJF 1) (Groen) De LED DISK 1 heeft
twee functies. De LED brandt voortdurend
als de vaste schijf in de bovenste behuizing
klaar is voor gebruik. De LED knippert als de
vaste schijf opnieuw wordt geformatteerd of
gereconstrueerd met schijf 2 (RAID 1-modus).
DISK 2 (SCHIJF 2) (Groen) De LED DISK 2 heeft
twee functies. De LED brandt voortdurend
als de vaste schijf in de onderste behuizing
klaar is voor gebruik. De LED knippert als de
vaste schijf opnieuw wordt geformatteerd of
gereconstrueerd met schijf 1 (RAID 1-modus).
USB 1-2 (Groen) De LED USB heeft meerdere
functies. De LED brandt voortdurend als
het USB-apparaat is aangesloten via de
corresponderende poort. De LED knippert als
het netwerkopslagsysteem toegang heeft tot
het USB-apparaat. Als de LED is uitgeschakeld,
kan het USB-apparaat worden verwijderd.
Knop Back Up (Back-up) Druk op de knop
Back Up als u back-uptaken wilt starten die
zijn opgegeven door de back-upsoftware
op uw computer. (Uw computer dient te zijn
ingeschakeld zodat de taken kunnen worden
uitgevoerd.)
Achterpaneel
Knop POWER (VOEDING) Druk op de knop
POWER als u het netwerkopslagsysteem wilt inof uitschakelen.
POWER (VOEDING) De poort POWER
(VOEDING) is aangesloten op de meegeleverde
netstroomadapter.
ETHERNET De poort ETHERNET is aangesloten
op een Ethernet-netwerkapparaat, zoals een
router of een switch.
USB 1 De USB 1-poort is aangesloten op uw
USB-opslagapparaat. Druk op de knop USB
1 om het apparaat los te koppelen van de
USB 1-poort. Als het netwerkopslagsysteem
eenmaal een geluidssignaal laat horen en de
LED USB 1 is uitgeschakeld, kunt u het apparaat
verwijderen.
Productoverzicht
Hoofdstuk 1
USB 2 De USB 2-poort is aangesloten op uw
tweede USB-opslagapparaat. Druk op de knop
USB 2 om het apparaat los te koppelen van de USB
2-poort. Als het netwerkopslagsysteem eenmaal
een geluidssignaal laat horen en de LED USB 2 is
uitgeschakeld, kunt u het apparaat verwijderen.
RESET (OPNIEUW INSTELLEN) De knop RESET
heeft twee functies:
• Als u de netwerkinstellingen, zoals het
IP-adres, van het netwerkopslagsysteem
opnieuw wilt instellen, houdt u deze
knop twee seconden ingedrukt. Het
netwerkopslagsysteem wordt teruggezet op
DHCP en probeert een IP-adres te verkrijgen
van de DHCP-server op uw netwerk. Als
er zich geen DHCP-server op het netwerk
bevindt, wordt het netwerkopslagsysteem
ingesteld op het standaard-IP-adres,
169.254.xx.xx (de x’en vertegenwoordigen
willekeurig gegenereerde nummers). Het
netwerkopslagsysteem laat eenmaal een
geluidssignaal horen om aan te geven dat
het systeem opnieuw is ingesteld.
• Als u het wachtwoord van het
netwerkopslagsysteem wilt terugzetten
naar het standaardwachtwoord admin,
houdt u deze knop 10 seconden ingedrukt.
Het netwerkopslagsysteem laat tweemaal
een geluidssignaal horen om aan te geven
dat het systeem opnieuw is ingesteld.
Afdekkingen van de stationsbehuizingen
De afdekking van de stationsbehuizing bedekt de opening
van de stationsbehuizing waarin de vaste schijf zich
bevindt. Duw de clips naar elkaar toe als u de afdekking
van de stationsbehuizing wilt verwijderen. Schijf 1 wordt
in de bovenste behuizing geplaatst en schijf 2 wordt in de
onderste behuizing geplaatst.
Notification Sounds (Meldingssignalen)
Het netwerkopslagsysteem geeft signalen om
verschillende activiteiten of statusinformatie aan te
geven.
Notification Sounds (Meldingssignalen)
Geluid
1 geluidssignaal
Betekenis
Knop Power (Voeding) of Reset
(Opnieuw
instellen)
ingedrukt
USB-apparaat kan worden verwijderd
2 geluidssignalen
Knop Reset (Opnieuw instellen) meer
dan 10 seconden ingedrukt
Beschikbare schijfcapaciteit is minder
3
geluidssignalen dan 2% van de totale capaciteit of
om de 15 seconden minder dan het aantal MB’s dat u hebt
gedurende 3 minuten
ingesteld via het webgebaseerde
hulpprogramma (2 of 5 GB)
Netwerkopslagsysteem met 2 behuizingen
Configuratie met behulp van de installatiewizard
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 2:
Configuratie met behulp
van de installatiewizard
4. In dit scherm hebt u meerdere opties:
Als u het netwerkopslagsysteem voor het eerst hebt
geïnstalleerd met de installatiewizard (deze vindt u op
de cd-rom), is het netwerkopslagsysteem klaar voor
gebruik. Met de installatiewizard en het webgebaseerde
hulpprogramma kunt u nog meer configureren.
Gebruik de installatiewizard voor de volgende taken:
•
Een andere computer configureren
netwerkopslagsysteem te gebruiken
om
het
•
Een tweede vaste schijf toevoegen aan het reeds
geconfigureerde netwerkopslagsysteem
•
Back-upsoftware installeren op uw computer
•
Het webgebaseerde hulpprogramma openen.
•
Het Linksys Network Drive Mapping-programma
installeren
De gebruikershandleiding op de cd openen
Gebruik het webgebaseerde hulpprogramma voor
geavanceerde configuratie (raadpleeg “Hoofdstuk 3:
Geavanceerde configuratie” voor meer informatie).
•
De installatiewizard openen
1. Plaats de cd-rom met de Setup Wizard (Installatiewizard)
in het cd-romstation van uw computer. De
installatiewizard wordt automatisch gestart en het
venster Welcome (Welkom) wordt weergegeven. Is dit
niet het geval, klik dan op Start en kies Uitvoeren. In
het veld typt u D:\setup.exe (als “D” de letter van uw
cd-station is).
2. Als er een scherm voor taalkeuze wordt weergegeven,
selecteer dan de gewenste taal. Klik vervolgens op
Next/Install (Volgende/Installeren).
3. Klik op de knop Click Here to Start (Klik hier om te
beginnen).
Welkomstscherm met opties
–
Set up NAS200 (NAS200 installeren) Hiermee
installeert u het netwerkopslagsysteem voor
de eerste keer. (De instructies vindt u in de
installatiehandleiding.)
–
Set up Computer (Computer configureren)
Hiermee configureert u een andere computer
waarmee u het netwerksysteem kunt gebruiken.
–
Set up Second Drive (Tweede station installeren)
Hiermee voegt u een tweede vaste schijf toe aan het
reeds geconfigureerde netwerkopslagsysteem.
–
Exit (Afsluiten) Gebruik deze optie om de
installatiewizard te sluiten.
–
Backup Software (Back-upsoftware) Hiermee
installeert u een programma voor derden om backuptaken uit te voeren.
–
Advanced Setup (Geavanceerde instellingen) Met
deze optie hebt u toegang tot het webgebaseerde
hulpprogramma.
–
Install Utility (Hulpprogramma installeren) Hiermee
installeert u het Network Drive Mapping-programma.
–
User Guide (Gebruikershandleiding Hiermee opent
u de pdf van deze gebruikershandleiding.
Computer configureren
Volg de volgende instructies als u een andere computer
wilt configureren om het netwerkopslagsysteem te
gebruiken.
1. Klik op Set up Computer (Computer configureren).
Scherm Welkom
Netwerkopslagsysteem met 2 behuizingen
Configuratie met behulp van de installatiewizard
Hoofdstuk 2
2. Houd de standaardstationsletter voor de openbare
map of selecteer een andere letter uit het
vervolgkeuzemenu. Klik op Next (Volgende).
5. De netwerkstation(s) worden toegewezen aan uw
computer.
Klik op Exit (Afsluiten) om de installatiewizard af te
sluiten of klik op Next (Volgende) om terug te keren
naar het scherm Welcome (Welkom).
Netwerkstation toewijzen
3. Klik op Yes (Ja) om het Linksys Network Drive Mappingprogramma op uw computer te installeren.
Netwerkstation toegewezen
De computer is geconfigureerd.
Tweede station installeren
Drive Mapping-programma installeren
4. De installatiewizard installeert het programma
automatisch. Klik op OK.
Opmerking: zorg ervoor dat uw tweede vaste
schijf een 3,5-inch, Serial-ATA (SATA) vaste schijf is.
Als u striping (RAID 0) of mirroring (RAID 1) wilt
toepassen op uw stations, zorg er dan voor
dat de stations dezelfde grootte hebben voor
maximaal rendement.
Drive Mapping-programma geïnstalleerd
Waarschuwing: vaste schijven met een laag
profiel of halve hoogte kunnen op eigen risico
worden gebruikt, maar Linksys ondersteunt het
gebruik van deze schijven niet, omdat ze niet
goed op hun plaats worden gehouden in het
netwerkopslagsysteem.
Volg de instructies om een tweede vaste schijf toe te voegen
aan uw eerder geconfigureerde netwerkopslagsysteem.
Als u een tweede station fysiek installeert zonder dat u
de installatiewizard uitvoert, wordt het tweede station
niet geformatteerd. Het station moet handmatig
geformatteerd worden met behulp van het webgebaseerde
hulpprogramma (raadpleeg “Hoofdstuk 3: Geavanceerde
configuratie”).
Netwerkopslagsysteem met 2 behuizingen
Configuratie met behulp van de installatiewizard
Hoofdstuk 2
1. Klik op Set up Second Drive (Tweede station
installeren).
Fysieke installatie van de tweede vaste schijf
Tweede station installeren
2. In de installatiewizard wordt uitgelegd dat
deze instructies over de fysieke installatie en de
stationsconfiguratie gaan. Klik op Next (Volgende).
4. De Setup Wizard (Installatiewizard) zoekt automatisch
of er een netwerkopslagsysteem op uw netwerk
voorkomt. Als het netwerkopslagsysteem niet wordt
gedetecteerd, controleer dan de kabelverbindingen
en controleer of het apparaat is ingeschakeld.
Klik op Search Again (Opnieuw zoeken) om het
netwerkopslagsysteem te vinden.
Selecteer het gewenste netwerkopslagsysteem. Klik
op Next (Volgende).
Overzicht
3. Als u de tweede vaste schijf wilt installeren:
a. Schakel het netwerkopslagsysteem uit.
b. Duw de clips naar elkaar toe en verwijder de onderste
afdekking van de stationsbehuizing.
Netwerkopslagsysteem gedetecteerd
c. Til het lint op.
d. Zorg ervoor dat de connectorzijde van het station naar
de behuizing toe is gericht, met het label naar boven.
e. Zorg ervoor
lint in de
dat het station onder het
behuizing wordt geschoven.
Duw het station aan tot het stevig in de behuizing zit.
f. Breng de afdekking van de behuizing weer aan.
g. Wacht totdat u twee geluidssignalen hoort van het
netwerkopslagsysteem. Klik vervolgens op Next
(Volgende).
Netwerkopslagsysteem met 2 behuizingen
Configuratie met behulp van de installatiewizard
Hoofdstuk 2
5. Selecteer de juiste configuratie voor het gebruik van
uw schijfstations:
Opmerking: als u de instelling voor
stationsconfiguratie wijzigt (bijvoorbeeld van
Separate Disks (Aparte schijven) naar RAID 1),
worden de stations opnieuw geformatteerd en
alle huidige gegevens gewist. Maak een backup van alle reeds bestaande gegevens voordat
u de stations opnieuw configureert.
–
Maximum Storage - Separate Disks (Maximale
opslag - Aparte schijven) De stations worden
apart gezien.
–
Maximum Storage - Multiple Disks (JBOD/LVM)
(Maximale opslag - Meerdere stations (JBOD/
LVM)) De stations worden gezien als één virtueel
station.
–
Maximum Security - Mirroring (RAID 1) (Maximale
beveiliging - Mirroring (RAID 1)) Vereist twee
vaste schijven.
–
Maximum Speed - Striping (RAID 0) (Maximale
snelheid - Striping (RAID 0)) Vereist twee vaste
schijven.
Klik op Next (Volgende).
6. Controleer de nieuwe instellingen. Klik op Save
(Opslaan) als de instellingen correct zijn. Als u ze wilt
wijzigen, klikt u op Back (Terug) om terug te gaan naar
het vorige scherm.
Confirm New Settings (Nieuwe instellingen bevestigen)
7. Klik op Next (Volgende) om te bevestigen dat u de
stations wilt formatteren en alle gegevens van de
schijven wilt wissen.
Waarschuwing: voordat u een station of
stations formatteert, maakt u een kopie van
reeds bestaande gegevens omdat alle gegevens
op uw station of stations worden gewist als
deze stations worden geformatteerd.
Als de stations eerder zijn geformatteerd door het
netwerkopslagsysteem, klikt u op Skip (Overslaan) om
door te gaan zonder dat de stations opnieuw worden
geformatteerd.
Stationsconfiguratie selecteren
Formatteren bevestigen
Netwerkopslagsysteem met 2 behuizingen
Configuratie met behulp van de installatiewizard
Hoofdstuk 2
8. Klik op Set up Computer (Computer configureren).
12. De netwerkstation(s) worden toegewezen aan uw computer.
Klik op Exit (Afsluiten) om de installatiewizard af te
sluiten of klik op Next (Volgende) om terug te keren
naar het scherm Welcome (Welkom).
Computer configureren
9. Gebruik de standaardstationsletter voor de openbare
map van de tweede vaste schijf of selecteer een
andere letter uit het vervolgkeuzemenu. Klik op Next
(Volgende).
Netwerkstation toegewezen
Opmerking: Als het hulpprogramma al is
geïnstalleerd op uw computer (u kunt het
programma zien in uw lijst met programma’s),
slaat de installatiewizard de installatie over.
Programmamap
De tweede vaste schijf is geïnstalleerd.
Back-upsoftware
Volg de volgende instructies als u programma voor derden
wilt installeren om back-uptaken uit te voeren.
Netwerkstation toewijzen
1. Klik op Backup Software (Back-upsoftware).
10. Klik op Yes (Ja) om het Linksys Network Drive Mappingprogramma op uw computer te installeren.
Drive Mapping-programma installeren
11. De installatiewizard installeert het programma
automatisch. Klik op OK.
Drive Mapping-programma geïnstalleerd
Netwerkopslagsysteem met 2 behuizingen
Back-upsoftware
Configuratie met behulp van de installatiewizard
Hoofdstuk 2
2. Klik op Install (Installeren).
Back-upsoftware installeren
3. De InstallShield Wizard wordt weergeven. Klik op Next
(Volgende).
5. Typ uw gegevens in de velden User Name
(Gebruikersnaam) en Company Name (Bedrijfsnaam).
Selecteer vervolgens de gebruikers van de backupsoftware:
• Anyone who uses this computer (all users)
(Iedereen die deze computer gebruikt (alle
gebruikers))
• Only for me (Alleen voor mij)
Klik op Next (Volgende).
Gebruikersinformatie
Installatie starten van back-upsoftware
4. Als u de licentieovereenkomst accepteert, klikt u op
Yes (Ja).
6. Gebruik de standaardinstallatiemap of klik op Browse
(Bladeren) als u een andere map wilt selecteren. Klik
op Next (Volgende).
Choose Destination Location (Doellocatie kiezen)
Licentieovereenkomst
Netwerkopslagsysteem met 2 behuizingen
7. De back-upsoftware wordt geïnstalleerd. Klik op Finish
(Voltooien).
Back-upsoftware geïnstalleerd
Hoofdstuk 2
Configuratie met behulp van de installatiewizard
Dubbelklik op het bureaubladpictogram voor toegang tot
de software.
3. De installatiewizard meldt u dat u een gebruikersnaam
en een wachtwoord nodig hebt voor toegang. Klik op
OK.
Bureaubladpictogram voor back-upsoftware
Voor meer informatie klikt u op Help in het hoofdmenu
van de back-upsoftware.
Advanced Setup (Geavanceerde instellingen)
Volg de instructies om het webgebaseerde hulpprogramma
te openen via de installatiewizard.
1. Klik op Advanced Setup (Geavanceerde instellingen).
User Name and Password required (Gebruikersnaam en wachtwoord
vereist)
4. Typ uw gegevens in de velden User Name
(Gebruikersnaam) en Password (Wachtwoord). Klik op
OK.
Advanced Setup (Geavanceerde instellingen)
Login Screen (Aanmeldscherm)
2. De Setup Wizard (Installatiewizard) zoekt automatisch
of er een netwerkopslagsysteem op uw netwerk
voorkomt. Als het netwerkopslagsysteem niet wordt
gedetecteerd, controleer dan de kabelverbindingen
en controleer of het apparaat is ingeschakeld.
Klik op Search Again (Opnieuw zoeken) om het
netwerkopslagsysteem te vinden.
Selecteer het gewenste netwerkopslagsysteem. Klik
op Next (Volgende).
Raadpleeg “Hoofdstuk 3: Geavanceerde configuratie”
voor meer informatie over het webgebaseerde
hulpprogramma.
Netwerkopslagsysteem gedetecteerd
Netwerkopslagsysteem met 2 behuizingen
Install Utility (Hulpprogramma installeren)
Volg de volgende instructies om het Network Drive
Mapping-programma te installeren.
1. Klik op Install Utility (Hulpprogramma installeren).
Install Utility (Hulpprogramma installeren)
Configuratie met behulp van de installatiewizard
Hoofdstuk 2
2. Klik op Yes (Ja).
Shared Folder Mapped (Gedeelde map toegewezen)
9. De gedeelde map wordt automatisch geopend in een
apart venster.
Drive Mapping-programma installeren
3. De installatiewizard installeert het programma
automatisch. Klik op OK.
Herhaal stappen 5-8 om meer netwerkstations toe te
wijzen.
10. Als u het hulpprogramma wilt afsluiten, klikt u op
Close (Sluiten) in het scherm Shared Folder Mapping
(Gedeelde map toewijzen).
Voor meer informatie over het hulpprogramma, raadpleegt
u “Hoofdstuk 4: Gebruik”.
Drive Mapping-programma geïnstalleerd
4. Selecteer in het scherm Shared Folder Mapping
(Gedeelde
map
toewijzen)
het
gewenste
netwerkopslagsysteem.
Gebruikershandleiding
Klik op deze optie om de
gebruikershandleiding te openen.
PDF
van
deze
Netwerkstation toewijzen
5. Selecteer de gewenste gedeelde map. Als u de gewenste
map niet ziet, klikt u op Refresh (Vernieuwen).
6. Gebruik de standaardstationsletter of selecteer
een andere letter uit het vervolgkeuzemenu. Klik
vervolgens op Map (Toewijzen).
7. Typ uw gegevens in de velden User Name
(Gebruikersnaam) en Password (Wachtwoord). Klik op
OK.
Gebruikershandleiding
Als u Adobe Reader wilt installeren, klikt u op Yes (Ja). Als
u wilt annuleren, klikt u op No (Nee).
Adobe Reader
Login Screen (Aanmeldscherm)
8. U krijgt een melding als de gedeelde map is
toegewezen. Klik op OK.
Netwerkopslagsysteem met 2 behuizingen
10
Geavanceerde configuratie
Hoofdstuk 3
Hoofdstuk 3:
Geavanceerde configuratie
Het webgebaseerde hulpprogramma wordt weergegeven.
Opmerking: gebruik de Setup Wizard
(Installatiewizard) op de installatie-cd-rom als
u het netwerkopslagsysteem voor het eerst
installeert. Als u geavanceerde instellingen wilt
configureren, gebruikt u dit hoofdstuk.
Als u het netwerkopslagsysteem instelt met de Setup
Wizard (Installatiewizard) (die u op de cd-rom vindt), is
het klaar voor gebruik. Als u de geavanceerde instellingen
ervan wilt wijzigen, gebruikt u het webgebaseerde
hulpprogramma. In dit hoofdstuk komen alle webpagina’s
van het hulpprogramma en de belangrijkste functies op
deze pagina’s aan de orde. U kunt het hulpprogramma
openen via een webbrowser op een computer die is
aangesloten op de netwerkrouter.
Op de startpagina van het webgebaseerde hulpprogramma
(alleen Engels) hebt u twee opties, Access My Files (Mijn
bestanden openen) en Administration Login (Aanmelden
beheer). Nadat u op één van de hoofdopties hebt geklikt,
worden meer tabbladen weergegeven.
Het webgebaseerde hulpprogramma openen
Als u toegang wilt hebben tot het netwerkopslagsysteem
vanaf een willekeurige computer met een webbrowser,
volgt u de volgende instructies:
1. Open uw webbrowser.
2. Typ in het veld Address (Adres) http://<IP_address_
of_the_Network_Storage_System>. Druk op Enter.
Als u het IP-adres niet weet, voer dan de Setup Wizard
(Installatiewizard) uit. Klik op de knop Click Here
to Start (Klik hier om te beginnen). Klik vervolgens
op Advanced Setup (Geavanceerde instellingen).
Selecteer het desbetreffende netwerkopslagsysteem
en het IP-adres wordt weergegeven. (Voor meer
informatie raadpleegt u “Hoofdstuk 2: Configuratie met
behulp van de installatiewizard”.)
3. Er wordt een aanmeldscherm weergegeven. (Gebruikers
met een ander besturingsprogramma dan Windows XP
zien een soortgelijk scherm.) Als u het
webgebaseerde hulpprogramma voor het eerst
gebruikt, oert u het standaardgebruikersnaam en het
standaardwachtwoord admin in. (U kunt een nieuw
wachtwoord instellen in het scherm Access My Files >
Personal Info (Mijn bestanden openen > Persoonlijke
gegevens.) Klik op OK om door te gaan.
Login Screen (Aanmeldscherm)
Netwerkopslagsysteem met 2 behuizingen
Beginscherm
Home
Op de startpagina van het webgebaseerde hulpprogramma
hebt u twee opties:
Access My Files (Mijn bestanden openen) Klik op
deze optie om mappen te openen of uw wachtwoord te
wijzigen.
Administration Login (Aanmelden beheer) Klik op
deze optie om het netwerkopslagsysteem te beheren via
het webgebaseerde hulpprogramma.
My Files > Files (Mijn bestanden > Bestanden)
Ga als volgt te werk als u mappen wilt openen of uw
wachtwoord wilt wijzigen:
1. Klik op Access My Files (Mijn bestanden openen).
2. Typ uw gegevens in de velden User Name
(Gebruikersnaam) en Password (Wachtwoord).
3. Klik op OK.
Het scherm Files (Bestanden) wordt automatisch
weergegeven. U hebt twee opties ter beschikking, Files
(Bestanden) en Personal Info (Persoonlijke gegevens),
in de kolom My Files (Mijn bestanden). Als de functie
Download Manager (Downloadbeheer) is ingeschakeld via
het scherm Administration > System Options (Administratie
> Systeemopties) en uw aanmeldingsnaam toegang
tot het downloadbeheer heeft, dan wordt de optie My
Downloads (Mijn downloads) ook weergegeven.
Opmerking: met de functie Download Manager
(Downloadbeheer) kunt u downloadtaken
opgeven voor het netwerkopslagsysteem. Het
voordeel is dat het netwerkopslagsysteem
de downloadtaak afzonderlijk kan uitvoeren,
zonder dat het uw computer gebruikt.
Als u bijvoorbeeld online een film bestelt,
kunt u de film laten downloaden door het
netwerkopslagsysteem, in plaats van door uw
computer.
11
Geavanceerde configuratie
Hoofdstuk 3
Aanmelden
De aanmeldingsnaam die u gebruikt voor toegang tot uw
bestanden wordt weergegeven.
My Files > My Downloads (Mijn bestanden
> Mijn downloads)
Als de functie Download Manager (Downloadbeheer)
is ingeschakeld via het scherm Administration >
System Options (Administratie > Systeemopties) en uw
aanmeldingsnaam toegang tot het downloadbeheer
heeft, dan wordt het scherm My Downloads (Mijn
downloads) beschikbaar. U kunt downloadtaken op dit
scherm configureren.
My Files > Files (Mijn bestanden > Bestanden)
Gedeelde mappen
Het scherm Files (Bestanden) geeft een lijst weer met
gedeelde mappen die u kunt openen, afhankelijk van
uw gebruikersaccount. In een gedeelde map kunnen
gebruikers met toegang tot die gedeelde map andere
mappen en bestanden maken.
Public Folders (Openbare mappen) Dit zijn gedeelde
mappen die voor alle gebruikers toegankelijk zijn. Schijf 1
en Schijf 2 worden vermeld als PUBLIC DISK 1 (Public Data)
en PUBLIC DISK 2 (Public Data).
Private Folders (Privémappen) Dit zijn uw persoonlijke
map en de gedeelde mappen die behoren bij uw
aanmeldingsnaam. (De beheerder beheert de toegang
tot mappen via het scherm Administration > Shared Folders
(Administratie > Gedeelde mappen).)
USB Storage Devices (USB-opslagapparaten) Alle
gebruikers hebben toegang tot de apparaten die zijn
verbonden met het netwerkopslagsysteem.
My Files > My Downloads (Mijn bestanden > Mijn downloads)
Download Manager (Downloadbeheer) De status van
de functie Download Manager (Downloadbeheer) wordt
weergegeven.
User Name (Gebruikersnaam) Uw aanmeldingsnaam
wordt weergegeven.
Maximum Concurrent Tasks (Maximaal aantal
gelijktijdige taken) Het maximale aantal taken dat
tegelijkertijd kan worden uitgevoerd, wordt weergegeven.
Voor elke downloadtaak geeft het scherm de bestandsnaam,
de bestandsgrootte, de voortgang, de snelheid en de
statusinformatie weer.
Add Task (Taak toevoegen) Klik op deze optie om een
nieuwe downloadtaak toe te voegen. Er wordt een nieuw
scherm weergegeven.
Huidige map
De gedeelde map die u momenteel hebt geopend, wordt
weergegeven. De submappen die voor u beschikbaar zijn
worden vermeld met de volgende informatie: type, naam,
grootte, en laatst gewijzigde datum en tijd.
Klik op de map die u wilt openen. Als u een bestand wilt
weergeven, klikt u op de bestandsnaam. Als u een bestand
wilt downloaden, klikt u met de rechtermuisknop op de
bestandsnaam en selecteert u Save Target as... (Doel
opslaan als...)
Klik op Refresh (Vernieuwen) voor de recentste
gegevens.
Netwerkopslagsysteem met 2 behuizingen
Nieuwe downloadtaak maken
Bron
•
URL Voer de URL van de FTP of HTTP URL in.
•
Destination (Bestemming) Klik op Browse (Bladeren).
Het scherm Folders Browser (Mappenbrowser) wordt
weergegeven.
12
Geavanceerde configuratie
Hoofdstuk 3
My Files > Personal Info (Mijn bestanden >
Persoonlijke gegevens)
Wijzig uw wachtwoord in dit scherm.
Mappenbrowser
–
Current Folder (Huidige map) Selecteer de
locatie van de gedeelde map die u wilt opgeven
als de huidige map.
–
New Folder (Nieuwe map) Als u een nieuwe map
wilt maken, voert u de naam ervan in en klikt u op
Create (Maken). Selecteer de nieuwe map in de
lijst, en het pad ervan wordt weergegeven in het
veld Current Folder (Huidige map).
Klik op Apply (Toepassen) om de locatie op te slaan.
Klik op Close (Sluiten) om dit scherm af te sluiten.
•
The Remote Server Requires Authentication (De
externe server vereist verificatie) Als verificatie
is vereist voor toegang tot de URL, selecteert u deze
optie en voert u de volgende handelingen uit:
–
User
Name
(Gebruikersnaam) Voer
de
gebruikersnaam in die is gebruikt voor toegang tot
de URL.
–
Password (Wachtwoord) Voer het wachtwoord
in dat is gebruikt voor toegang tot de URL.
Opmerking: voor meer informatie over de
verificatie van de externe server neemt u
contact op met de beheerder van de externe
server.
Klik op Save (Opslaan) om de nieuwe downloadtaak
op te slaan of klik op Cancel (Annuleren) om uw
wijzigingen te wissen.
My Files > Personal Info (Mijn bestanden > Persoonlijke gegevens)
User Name (Gebruikersnaam) Uw aanmeldingsnaam
wordt weergegeven.
Current Password (Huidige wachtwoord) Hier voert u
uw huidige wachtwoord in.
New Password (Nieuwe wachtwoord) Hier voert u uw
nieuwe wachtwoord in.
Confirm New Password (Nieuw wachtwoord
bevestigen) Hier voert u uw nieuwe wachtwoord
nogmaals in.
Klik op Save (Opslaan) om uw nieuwe wachtwoord op te
slaan of klik op Cancel (Annuleren) om uw wijziging te
wissen.
Administration > Status (Administratie >
Status)
Ga als volgt te werk om het netwerkopslagsysteem te
beheren:
1. Klik op Administration Login (Aanmelden beheer).
2. Typ uw gegevens in de velden User Name
(Gebruikersnaam) en Password (Wachtwoord).
3. Klik op OK.
Het scherm Status geeft informatie weer over het
netwerkopslagsysteem.
Start/Stop Selecteer de gewenste downloadtaak en klik
op Start/Stop om de geselecteerde taak te starten of te
stoppen.
Cancel (Annuleren) Als u een downloadtaak wilt
verwijderen, selecteert u de taak en klikt u op Cancel
(Annuleren).
Refresh (Vernieuwen) Klik op Refresh (Vernieuwen) om
de statusinformatie op het scherm weer te geven.
Administration > Status (Administratie > Status)
Netwerkopslagsysteem met 2 behuizingen
13
Geavanceerde configuratie
Hoofdstuk 3
Disk Status (Schijfstatus)
Hier wordt informatie over de vaste schijf of schijven
weergegeven.
Internal Disks (Interne schijven)
Volume Mode (Volumemodus) De schijfconfiguratie
wordt weergegeven.
Volume Status (Volumestatus) De status van de indeling
van elke vaste schijf wordt weergegeven.
Disk 1-2, LVM, RAID 1, or RAID 0 (Schijf 1-2, LVM,
RAID 1 of RAID 0) De totale en vrije ruimte worden
weergegeven.
Log File (Logboekbestand)
Information (Informatie) Het modelnummer en de
status van elke vaste schijf worden weergegeven.
External Disks (Externe schijven)
USB-poort
Voor elk USB-opslagapparaat wordt informatie over de
partitie, het bestandssysteem, de gedeelde map, de totale
ruimte en de vrije ruimte weergegeven.
System Status (Systeemstatus)
Voor het netwerkopslagsysteem worden de servernaam,
de firmwareversie, het hardwareadres, het IP-adres,
de datum, de tijd en informatie over de huidige status
weergegeven.
Klik op Refresh (Vernieuwen) voor de recentste
gegevens. Klik op Clear (Wissen) om alle vermeldingen
te verwijderen. Klik op Close (Sluiten) om dit scherm af
te sluiten en terug te keren naar het scherm Status.
Administration > Users (Administratie >
Gebruikers)
Met het scherm Users (Gebruikers) kunt u alle gebruikers van
netwerkopslagsystemen beheren. Linksys raadt aan dat u
een gebruikersaccount maakt voor iedere gebruiker, zodat
elke gebruiker een unieke map met een aanmeldingsnaam
en een persoonlijke map heeft. (De gebruiker heeft
automatische lees-/schrijftoegang tot de persoonlijke map
die de aanmeldingsnaam als de mapnaam gebruikt.)
Administration > Users (Administratie > Gebruikers)
User List (Gebruikerslijst)
De gebruikerslijst geeft alle bestaande gebruikers weer.
De gebruikers die beheerder zijn en de gebruikers die gast
zijn worden vooraf gedefinieerd en kunnen niet worden
verwijderd.)
Schijf- en systeemstatus
Klik op Refresh (Vernieuwen) voor de recentste gegevens.
Klik op View Log (Logboek bekijken) om een lijst met
systeemactiviteiten weer te geven. Het scherm Log File
(Logboekbestand) wordt weergegeven.
New (Nieuw)
Klik op deze optie om een gebruikersaccount toe te
voegen. Het scherm Create User (Gebruiker maken) wordt
weergegeven.
New User (Nieuwe gebruiker)
•
Netwerkopslagsysteem met 2 behuizingen
Name (Naam) Hier maakt u een unieke
aanmeldingsnaam voor de gebruiker. Leestekens en
andere speciale tekens (bijvoorbeeld * / | \ ) kunnen
niet in de naam worden gebruikt.
14
Geavanceerde configuratie
Hoofdstuk 3
Password (Wachtwoord) Hier voert u het wachtwoord
in dat deze gebruiker gebruikt voor toegang tot het
netwerkopslagsysteem.
• Verify Password (Wachtwoord controleren) Hier
voert u het wachtwoord nogmaals in.
• Allow Download Manager Access (Toegang tot
downloadbeheer toestaan) Als u deze gebruiker
wilt toestaan om het downloadbeheer te gebruiken,
selecteert u deze optie.
•
Opmerking: met de functie Download Manager
(Downloadbeheer) kunt u downloadtaken
opgeven voor het netwerkopslagsysteem. Het
voordeel is dat het netwerkopslagsysteem de
downloadtaak afzonderlijk kan uitvoeren, zonder
dat het uw computer gebruikt. Als u bijvoorbeeld
online een film bestelt, kunt u de film laten
downloaden door het netwerkopslagsysteem,
in plaats van door uw computer.
Restrict Disk Quota to __ MB (Schijfquota beperken
tot __ MB) Selecteer deze optie als u de maximale
hoeveelheid schijfruimte wilt instellen voor deze gebruiker.
Voer vervolgens het aantal MB’s in dat u wilt toestaan.
• Create
Personal Folder (Persoonlijke map
maken) Linksys raadt aan dat u deze optie ingeschakeld
laat, zodat iedere gebruiker een persoonlijke map heeft.
(De gebruiker heeft automatische lees-/schrijftoegang
tot de persoonlijke map die de aanmeldingsnaam als de
mapnaam gebruikt.)
Password (Wachtwoord) Hier wijzigt u het
wachtwoord dat deze gebruiker gebruikt voor toegang
tot het netwerkopslagsysteem.
• Verify Password (Wachtwoord controleren) Hier
voert u het wachtwoord nogmaals in.
• Allow Download Manager Access (Toegang tot
downloadbeheer toestaan) Als u deze gebruiker
wilt toestaan om het downloadbeheer te gebruiken,
selecteert u deze optie.
• Restrict Disk Quota to __ MB (Schijfquota beperken
tot __ MB) Selecteer deze optie als u de maximale
hoeveelheid schijfruimte wilt instellen voor deze
gebruiker. Voer vervolgens het aantal MB’s in dat u wilt
toestaan.
•
•
User Properties (Eigenschappen gebruiker)
Klik op Save (Opslaan) om uw wijzigingen op te slaan
of klik op Cancel (Annuleren) om uw wijzigingen te
wissen.
Delete (Verwijderen) Als u een gebruiker wilt verwijderen, selecteert u de
gebruiker op de gebruikerslijst. Klik vervolgens op deze
optie. Het bevestigingsscherm wordt weergegeven.
New User (Nieuwe gebruiker)
Klik op Save (Opslaan) om een nieuwe gebruiker
te maken of klik op Cancel (Annuleren) om uw
wijzigingen te wissen.
Edit (Bewerken) Verwijdering bevestigen
Klik op OK om de verwijdering te bevestigen of klik op
Cancel (Annuleren) om de verwijdering te annuleren.
Er wordt nog een scherm weergegeven, waarin u
wordt gevraagd of u de desbetreffende persoonlijke
map van de gebruiker wilt verwijderen.
Klik op deze optie om de instellingen van een
gebruikersaccount te wijzigen. Het scherm User Properties
(Eigenschappen gebruiker) wordt weergegeven.
User Properties (Eigenschappen gebruiker)
•
Name (Naam) Hier wijzigt u de aanmeldingsnaam
van de gebruiker. Leestekens en andere speciale
tekens (bijvoorbeeld * / | \ ) kunnen niet in de naam
worden gebruikt.
Netwerkopslagsysteem met 2 behuizingen
Verwijdering van persoonlijke map bevestigen
Klik op OK om de persoonlijke map te verwijderen of
klik op Cancel (Annuleren) om de persoonlijke map en
de inhoud ervan te behouden.
15
Geavanceerde configuratie
Hoofdstuk 3
Administration > Shared Folders
(Administratie > Gedeelde mappen)
Met het scherm Shared Folders (Gedeelde mappen) kunt
u gedeelde mappen maken en beheren. In een gedeelde
map kunnen gebruikers met toegang tot die gedeelde
map andere mappen en bestanden maken.
Mappenbrowser
Current Folder (Huidige map) Selecteer de
locatie van de gedeelde map die u wilt opgeven
als de huidige map.
– New Folder (Nieuwe map) Als u een nieuwe map
wilt maken, voert u de naam ervan in en klikt u op
Create (Maken). Selecteer de nieuwe map in de
lijst, en het pad ervan wordt weergegeven in het
veld Current Folder (Huidige map).
Klik op Apply (Toepassen) om de locatie op te slaan.
Klik op Close (Sluiten) om dit scherm af te sluiten.
• Display Name (Weergavenaam) Hier voert u de
weergavenaam van de map in. Leestekens en andere
speciale tekens (bijvoorbeeld * / | \ ) kunnen niet in de
naam worden gebruikt.
• Description (Beschrijving) Hier voert u een
beschrijving van de map in.
Klik op Save (Opslaan) om een nieuwe gedeelde map te
maken of klik op Cancel (Annuleren) om uw wijzigingen
te wissen. De gedeelde map wordt weergegeven in het
scherm My Files > Files (Mijn bestanden > Bestanden) van
gebruikers die toegang hebben tot die gedeelde map.
–
Administration > Shared Folders (Administratie > Gedeelde mappen)
Shared Folder List (Lijst met gedeelde mappen)
De lijst met gedeelde mappen geeft alle bestaande
gedeelde mappen weer.
Een gebruiker heeft toegang tot het volgende:
• Openbare mappen die voor alle gebruikers toegankelijk
zijn
• Privémappen: persoonlijke map en gedeelde mappen
die door de beheerder zijn opgegeven
• USB-opslagapparaten die toegankelijk zijn voor alle
gebruikers
Share (Delen)
Alleen gebruikers met beheerdersrechten kunnen
gedeelde mappen maken. Klik op deze optie om een
nieuwe gedeelde map te maken.
New Shared Folder (Nieuwe gedeelde map)
Als de gedeelde map is gemaakt, kan de locatie niet
worden gewijzigd.
Edit (Bewerken)
Alleen gebruikers met beheerdersrechten kunnen
gedeelde mappen bewerken. Als u de eigenschappen van
een gedeelde map wilt wijzigen, selecteert u de map in de
lijst met gedeelde mappen en klikt u op deze optie. Het
scherm Shared Folder Properties (Eigenschappen gedeelde
map) wordt weergegeven.
Shared Folder Properties (Eigenschappen gedeelde map)
In dit scherm kunt u de weergavenaam of de beschrijving
wijzigen.
New Shared Folder (Nieuwe gedeelde map)
•
Location (Locatie) Klik op Browse (Bladeren). Het
scherm Folders Browser (Mappenbrowser) wordt
weergegeven.
Netwerkopslagsysteem met 2 behuizingen
Shared Folder Properties (Eigenschappen gedeelde map)
16
Geavanceerde configuratie
Hoofdstuk 3
•
Location (Locatie) De locatie kan niet worden
gewijzigd.
•
Display Name (Weergavenaam) Hier wijzigt u de
weergavenaam van de map. Leestekens en andere
speciale tekens (bijvoorbeeld * / | \ ) kunnen niet in de
naam worden gebruikt.
•
Description (Beschrijving) Hier
beschrijving van de map.
wijzigt
u
de
Klik op Save (Opslaan) om uw wijzigingen op te slaan
of klik op Cancel (Annuleren) om uw wijzigingen te
wissen.
Delete (Verwijderen)
Als u gedeelde map wilt wijzigen, selecteert u de gedeelde
map in de lijst met gedeelde mappen. Klik vervolgens op
deze optie. Het bevestigingsscherm wordt weergegeven.
Administration > System Options
(Administratie > Systeemopties)
In dit scherm worden de huidige instellingen van het
netwerkopslagsysteem weergegeven. U kunt een
willekeurige instelling wijzigen in de volgende secties:
•
Identification (Identificatie)
•
IP Address (IP-adres)
•
DNS Server (DNS-server)
•
WINS
•
DDNS
•
Date & Time (Datum en tijd)
•
Email Alert (Waarschuwing via e-mail).
•
Scheduled Shutdown (Gepland afsluiten)
•
Download Manager (Downloadbeheer)
•
UPnP
•
Options (Opties)
Opmerking: in de meeste gevallen hoeft u de
instellingen op dit scherm niet te wijzigen.
Verwijdering van gedeelde map bevestigen
Klik op OK om de verwijdering te bevestigen of klik op
Cancel (Annuleren) om de verwijdering te annuleren.
Er wordt nog een scherm weergegeven, waarin u
wordt gevraagd of u de inhoud van de gedeelde map
wilt verwijderen.
Verwijdering van inhoud bevestigen
Klik op OK om de inhoud te verwijderen of klik op
Cancel (Annuleren) om de inhoud te behouden.
User List (Gebruikerslijst)
Als u de toegangsrechten van gebruikers wilt wijzigen, selecteert
u de desbetreffende gedeelde map. Selecteer vervolgens
No Access (Geen toegang), Read Only (Alleen lezen) of
Read/Write (Lezen/schrijven) voor iedere gebruiker. Alle
gebruikers hebben lees-/schrijftoegang tot de gedeelde
mappen van USB-opslagapparaten. De gebruiker die
beheerder is heeft lees-/schrijftoegang tot alle gedeelde
mappen.
Administration > System Options (Administratie > Systeemopties)
Index
Een lijst met koppelingen naar de verschillende secties
van het scherm System Options (Systeemopties) wordt
weergegeven. Klik op de koppeling naar de instellingen
die u wilt configureren.
Klik op Save (Opslaan) om uw wijzigingen op te slaan of
klik op Cancel (Annuleren) om alle wijzigingen te wissen.
Netwerkopslagsysteem met 2 behuizingen
17
Geavanceerde configuratie
Hoofdstuk 3
•
Network Mask (Netmasker) Hier voert u het netof subnetmasker in dat moet overeenkomen met
het subnetmasker van de andere apparaten op uw
netwerk. De standaardwaarde is 255.255.255.0.
•
Gateway Als u een router hebt op uw netwerk,
voert u het IP-adres ervan in. De standaardwaarde is
192.168.1.1.
DNS Server (DNS-server)
Obtain DNS Server Addresses from DHCP Server (DNSserveradressen van DHCP-server ophalen) Als u een
router of een andere DHCP-server op uw netwerk hebt,
selecteert u deze optie.
Use Fixed DNS Server Addresses (Vaste DNSserveradressen gebruiken) Als u specifieke DNSinstellingen wilt maken, selecteert u deze optie. Voer
vervolgens de volgende informatie in:
• Primary (Primair) Hier voert u het IP-adres van de
DNS-server van uw netwerk in.
• Backup 1-2 (Optional) (Back-up 1-2 (Optioneel)) Hier
voert u de IP-adressen in van de back-up-DNS-servers
van uw netwerk. Als er meerdere DNS-servers worden
vermeld, wordt de eerst beschikbare server gebruikt.
Identification (Identificatie), IP Address (IP-adres), DNS Server
(DNS-server) en WINS
Identification (Identificatie)
Server Name (Servernaam) Hier voert u een andere
naam in voor het netwerkopslagsysteem. Leestekens en
andere speciale tekens (bijvoorbeeld * / | \ ) kunnen niet in
de naam worden gebruikt.
Comment (Opmerking) Hier voert u een beschrijving in
van het netwerkopslagsysteem, zoals de locatie.
Workgroup (Werkgroep) Hier voert u de werkgroepnaam
in van de computers op uw netwerk. Als de werkgroepnaam
van het netwerkopslagsysteem niet overeenkomt met de
werkgroepnaam van de computers op uw netwerk, is toegang
tot het netwerkopslagsysteem nog steeds mogelijk, maar
wordt het netwerkopslagsysteem niet weergegeven als u
dubbelklikt op My Network Places (Mijn netwerklocaties) of
Network Neighborhood (Netwerkomgeving). (Voor meer
informatie over de werkgroepnaam van uw computers,
raadpleegt u Windows Help.)
WINS
Enable WINS (WINS inschakelen) Als uw netwerk
een WINS-server heeft, selecteert u deze optie om het
netwerkopslagsysteem aan te melden bij de WINS-server.
WINS Server (WINS-server) Hier voert u het IP-adres van
uw WINS-server in.
IP Address (IP-adres)
Obtain IP Address Automatically (DHCP Client)
(Automatisch een IP-adres laten toewijzen (DHCPclient)) Als u een router of een andere DHCP-server
automatisch IP-adressen wilt laten toewijzen, selecteert u
deze optie.
Fixed IP Address (Vast IP-adres) Als u specifieke
netwerkinstellingen wilt instellen, selecteert u deze optie.
Voer vervolgens de volgende informatie in:
• IP Address (IP-adres) Voer het IP-adres van het
netwerkopslagsysteem in en zorg ervoor dat dit adres
zich in hetzelfde LAN-segment bevindt als de computer
waarop de installatiewizard wordt uitgevoerd.
Netwerkopslagsysteem met 2 behuizingen
DDNS, Date & Time (Datum en tijd) en E-Mail Alert (Waarschuwing via e-mail)
18
Geavanceerde configuratie
Hoofdstuk 3
DDNS
NTP Server (NTP-server) Als u een vooraf
geselecteerde NTP-server wilt gebruiken, selecteert u
Choose (Kiezen) en selecteert u een NTP-server in het
vervolgkeuzemenu.
Als u een NTP-server handmatig wilt selecteren,
selecteert u Specify (Opgeven) en voert u het URL- of
IP-adres van een NTP-server in.
• NTP Status (NTP-status) De status van de NTP-server
wordt weergegeven.
• Synchronize with NTP Server (Synchroniseren
met NTP-server) Selecteer hoe vaak u wilt dat het
netwerkopslagsysteem wordt gesynchroniseerd met
de NTP-server. Voer daarna de tijd in waarop u wilt dat
de synchronisatie begint.
• Synchronize Now (Nu synchroniseren) Klik op deze
optie als u wilt dat het netwerkopslagsysteem nu met
de NTP-server wordt gesynchroniseerd.
•
Het netwerkopslagsysteem beschikt over een DDNSfunctie (Dynamic Domain Name System). Met DDNS
kunt u een vaste host- en domeinnaam toewijzen aan
een dynamisch IP-adres voor internet, zodat u het
netwerkopslagsysteem kunt vinden zonder dat u het
dynamische IP-adres voor internet kent.
U kunt bijvoorbeeld een vaste host- en domeinnaam
voor het netwerkopslagsysteem toewijzen via www.
mystorage.com. Als u onderweg bent kunt u het
netwerkopslagsysteem vinden via www.mystorage.com
(de leverancier van de DDNS-service houdt het dynamische
IP-adres voor internet van het netwerkopslagsysteem bij.)
U dient u voor een DDNS-dienst aan te melden bij
TZO via een DDNS-provider (www.TZO.com) voordat
u deze functie kunt gebruiken. Hiervoor gaat u naar
www.tzo.com. Klik op Sign up for a TZO DDNS account
(Aanmelden voor een TZO DDNS-account).
Opmerking: als u de DDNS-functie van het
netwerkopslagsysteem wilt gebruiken, moet u
port forwarding (poort doorsturen) configureren
op uw netwerkrouter. Raadpleeg de documentatie
van de router voor meer informatie.
Enable TZO DDNS (TZO DDNS inschakelen) Selecteer
deze optie om de DDNS-functie te gebruiken.
E-Mail Address, TZO Key, and Domain Name (E-mailadres,
TZO-wachtwoord en domeinnaam) Geef de instellingen
op van uw account bij TZO.
Update Period (Periode bijwerken) Selecteer hoe vaak u
wilt dat uw IP-adres voor internet bij TZO wordt bijgewerkt.
Update Now (Nu bijwerken) Klik op deze optie als u direct
handmatig een update van het IP-adres wilt starten.
Date & Time (Datum en tijd)
Time Zone (Tijdzone) Selecteer de lokale tijdzone.
Enable Daylight Saving (Zomertijd inschakelen) Klik op
deze optie als in uw regio de zomertijd van toepassing is.
Change System Time as Following (Systeemtijd als
volgt wijzigen) Selecteer deze optie als u de datum
en tijd van het netwerkopslagsysteem handmatig wilt
instellen. Selecteer vervolgens de datum en tijd.
• Date (Datum) Hiermee configureert u de huidige
datum (maand, dag, jaar). Het netwerkopslagsysteem
stelt een eigen kalender in volgens de datum die u
hebt opgegeven.
• Time (Tijd) Voer de huidige tijd in (uur, minuten, am
of pm). Het netwerkopslagsysteem stelt een eigen klok
in volgens de tijd die u hebt opgegeven. Vergeet niet
dat de tijd die u hebt ingevoerd pas wordt opgeslagen
als u op Save (Opslaan) klikt.
Enable NTP (Network Time Protocol) NTP (Network
Time Protocol) inschakelen NTP-servers worden vaak
gebruikt om klokken te synchroniseren. Selecteer deze
optie als u een NTP-server wilt gebruiken. Configureer
daarna de volgende instellingen:
Netwerkopslagsysteem met 2 behuizingen
Email Alert (Waarschuwing via e-mail).
Send E-Mail Alerts when Problems are Detected
(Waarschuwingen via e-mail verzenden als er problemen
worden gedetecteerd) Selecteer deze optie als u wilt dat het
netwerkopslagsysteem e-mails verzendt op het moment dat
het problemen ondervindt. (Het probleem wordt beschreven
in de e-mail.)
E-Mail Address (1-3) (E-mailadres (1-3) Hier voert u de
e‑mailadressen in die e-mailwaarschuwingen moeten ontvangen.
From Address (Adres afzender) Hier voert u het retouradres
van e-mailwaarschuwingen in dat u in de e-mails wilt
gebruiken. (Dit kan een dummy-adres zijn.)
Subject (Onderwerp) Hier voert u de onderwerpkop in die u
in de e-mails wilt gebruiken.
SMTP Port (SMTP-poort) Hier voert u het SMTP-poortnummer
in dat door de waarschuwingen via e-mail moet worden
gebruikt. Als u niet zeker weet welk SMTP-poortnummer u
moet gebruiken, gebruikt u de standaard 25.
Scheduled Shutdown (Gepland afsluiten), Download Manager
(Downloadbeheer), UPnP en Options (Opties)
19
Hoofdstuk 3
Scheduled Shutdown (Gepland afsluiten)
Shutdown (Afsluiten) Selecteer de dag en tijd waarop u
het automatisch afsluiten wilt laten plaatsvinden. Gebruik de
standaard Never (Nooit) als u het afsluiten handmatig wilt
starten. (Als het netwerkopslagsysteem wordt afgesloten, dient
u het netwerkopslagsysteem handmatig in te schakelen.)
Shutdown Now (Nu afsluiten) Klik op deze optie om het
netwerkopslagsysteem onmiddellijk af te sluiten.
Download Manager (Downloadbeheer)
Gebruik dit gedeelte om de functie Download
Manager (Downloadbeheer) in te schakelen en te
configureren, zodat u downloadtaken kunt opgeven
voor het netwerkopslagsysteem. Het voordeel is dat het
netwerkopslagsysteem de downloadtaak afzonderlijk kan
uitvoeren, zonder dat het uw computer gebruikt. Als u
bijvoorbeeld online een film bestelt, kunt u de film laten
downloaden door het netwerkopslagsysteem, in plaats van
door uw computer.
Enable
Download
Manager
(Downloadbeheer
inschakelen) Selecteer deze optie om de functie Download
Manager (Downloadbeheer) in te schakelen. Gebruikers
met toegang tot de Download Manager (Downloadbeheer)
kunnen downloadtaken plannen via het scherm My Files >
My Downloads (Mijn bestanden > Mijn downloads).
Maximum Concurrent Tasks (Maximaal aantal
gelijktijdige taken) Hier selecteert u het maximale aantal
taken die tegelijkertijd kunnen worden uitgevoerd.
Speed Limit Per Task (Snelheidslimiet per taak) Hier
voert u de maximale downloadsnelheid in van elke taak.
Als u de standaard 0 gebruikt, is er geen snelheidslimiet.
Language Support for URLs (Taalondersteuning voor
URL’s) Hier kunt u de gewenste taal selecteren in het
vervolgkeuzemenu.
Enable Schedule (Schema inschakelen) Selecteer deze
optie als u de Download Manager (Downloadbeheer) alleen
wilt uitvoeren tijdens de opgegeven tijd. Als deze optie
niet wordt geselecteerd, wordt de Download Manager
(Downloadbeheer) altijd uitgevoerd.
• Day (Dag) Hier kunt u Every Day (Elke dag) selecteren
of een bepaalde dag van de week.
• Time (Tijd) Hier kunt u de uren selecteren waarop de
Download Manager (Downloadbeheer) moet worden
uitgevoerd.
UPnP
Enable
UPnP
Support
(UPnP-ondersteuning
inschakelen) Selecteer deze optie als u wilt dat het
netwerkopslagsysteem de beschikbaarheid ervan voor
gebruikers verzendt en een eigen bureaubladpictogram
heeft op computers die UPnP ondersteunen (zoals
Windows Vista of XP).
Geavanceerde configuratie
Convert Failed Logins to “guest” Logins (Windows
Networks) (Mislukte aanmeldingen converteren naar
‘gastaanmeldingen’ (Windows-netwerken) Als
u
alle Windows-gebruikers toegang wilt verlenen tot het
netwerkopslagsysteem met rechten voor gasttoegang,
selecteert u deze functie. Standaard heeft de gastgebruiker
lees-/schrijftoegang tot openbare gegevens op elke schijf
(dit kan niet worden gewijzigd door de beheerder).
Enable FTP Server (FTP-server inschakelen) Als u het gebruik
van een FTP-server wilt toestaan, selecteert u deze optie.
• Port Number (Poortnummer) Hier kunt u het poortnummer
voor de FTP-server selecteren. De standaard is 21.
• Language Support for Clients (Taalondersteuning voor
clients) Hier kunt u de gewenste taal selecteren in het
vervolgkeuzemenu.
Allow Anonymous FTP Login (“guest” rights) (Anonieme
FTP-aanmelding
(gastaanmeldingen)
toestaan) Als
u FTP-gebruikers wilt toestaan om zich anoniem aan te
melden, selecteert u deze optie. Iedere FTP-gebruiker kan het
woord “Anoniem” als de gebruikersnaam gebruiken, en elke
combinatie van letters of nummers kan als het wachtwoord
worden gebruikt.
HTTP (Web Browser) Port Number (HTTP-poortnummer
(webbrowser) Hier kunt u het poortnummer invoeren
dat wordt gebruikt voor HTTP-verbindingen met het
netwerkopslagsysteem. Dit nummer wordt gebruikt voor
externe toegang tot het netwerkopslagsysteem. Het
standaardnummer is 80. Als u dit nummer wilt wijzigen, dient
u een nummer te gebruiken dat groter is dan 1024 (vaak wordt
8080 gebruikt). Als de poort niet 80 is, dient u bovendien de
poort in uw webbrowser op te geven zodat er verbinding kan
worden gemaakt. Als u dit wilt doen voegt u een dubbele punt
(“:”) en het poortnummer achter het adres toe, zoals http://19
2.168.1.77:8080. (In dit voorbeeld wordt aangenomen dat het
IP-adres van het netwerkopslagsysteem 192.168.1.77 is en dat
het poortnummer 8080 is.)
Klik op Save (Opslaan) om uw wijzigingen op te slaan of klik op
Cancel (Annuleren) om alle wijzigingen te wissen.
Klik op Reset to Default (Standaardinstellingen terugzetten) om
de instellingen op het scherm System Options (Systeemopties)
terug te zetten naar de fabrieksinstellingen.
Firmware Upgrade (Firmware-upgrade)
Gebruik dit scherm om de firmware van het
netwerkopslagsysteem te upgraden. U kunt ook een
reservekopie maken van het configuratiebestand of dit
configuratiebestand herstellen. Het configuratiebestand
bevat de instellingen van het netwerkopslagsysteem.
Options (Opties)
Enable
Guest
Logins
(Gastaanmeldingen
inschakelen) Als u gebruikers wilt toestaan om het woord
“gast” als aanmeldingsnaam te gebruiken, selecteert u
Enable Guest Logins (Gastaanmeldingen inschakelen).
Administration > Firmware Upgrade (Administratie > Firmware-upgrade)
Netwerkopslagsysteem met 2 behuizingen
20
Geavanceerde configuratie
Hoofdstuk 3
Current Firmware (Huidige firmware)
Klik op Save (Opslaan) om het configuratiebestand
op te slaan op uw computer en volg vervolgens de
instructies op het scherm. Klik op Cancel (Annuleren)
om het downloaden van het bestand te annuleren.
Gebruik dit gedeelte om te zoeken naar geüpdatete
firmware.
Current Firmware Version (Huidige firmwareversie) De
firmwareversie van het netwerkopslagsysteem wordt
weergegeven.
Check for Upgrade (Controleren op upgrade) Klik
op deze optie om de Linksys-website (www.linksys.
com/international) te bezoeken en te controleren op
geüpdatete firmware. Volg de instructies op het scherm.
Als u het nieuwe firmwarebestand hebt gedownload,
pakt u het bestand uit op uw computer. Ga vervolgens
verder naar het gedeelte Upgrade als u een upgrade wilt
uitvoeren van de firmware.
Restore (Herstellen) Klik op Restore (Herstellen) om een
eerder opgeslagen configuratiebestand te herstellen. Het
scherm Restore Configuration File (Configuratiebestand
herstellen) wordt weergegeven.
Upgrade
Gebruik dit gedeelte als u wilt verdergaan met de
firmware-upgrade.
Upgrade File (Upgrade-bestand) Klik op Browse
(Bladeren) om het uitgepakte firmwarebestand te
selecteren.
Klik op Start Upgrade (Upgrade starten) om de firmwareupgrade te starten. Volg de instructies op het scherm.
Restore Configuration File (Configuratiebestand herstellen)
•
Select File (Bestand selecteren) Klik op Browse
(Bladeren) om het configuratiebestand te selecteren
op uw computer.
•
Options (Opties) Selecteer de gegevens die u wilt
herstellen: System Options (Systeemopties), Users
(Gebruikers), Shared Folders (Gedeelde mappen),
en/of Utility Settings (Instellingen hulpprogramma).
Selecteer All Settings (Alle instellingen) om alle
configuratiegegevens te herstellen, met uitzondering
van de instelling van de schijfconfiguratie. Deze
instelling kan niet worden hersteld.
•
Restore (Herstellen) Klik op deze optie om de eerder
opgeslagen instellingen te herstellen die u hebt
geselecteerd in het gedeelte Options (Opties).
•
Restore
to
Default
(Herstellen
naar
standaardwaarde) Klik op deze optie om
de instellingen die u hebt geselecteerd in het
gedeelte Options (Opties) terug te zetten naar de
fabrieksinstellingen. (Aangepaste instellingen worden
verwijderd.)
•
Cancel (Annuleren) Klik op deze optie om dit scherm
af te sluiten zonder wijzigingen aan te brengen.
Current Firmware (Huidige firmware), Upgrade en Configuration Backup
(Back-up van configuratie)
Configuration Backup (Back-up van configuratie)
Back Up (Back-up) Klik op Back Up (Back-up) om
het huidige configuratiebestand te downloaden op
uw computer. Het scherm File Download (Bestand
downloaden) wordt weergegeven.
Media Server (Mediaserver)
Als u een media-adapter gebruikt om inhoud te
verzenden naar uw entertainmentsysteem, kunt u het
netwerkopslagsysteem als een mediaserver gebruiken.
Het netwerkopslagsysteem kan worden gevonden door
compatibele media-adapters die gebruikmaken van
de UPnP AV-standaard. U kunt dan toegang krijgen tot
media-inhoud op het netwerkopslagsysteem en deze
inhoud afspelen via de media-adapters.
File Download (Bestand downloaden)
Netwerkopslagsysteem met 2 behuizingen
Configureer het netwerkopslagsysteem als een
mediaserver op het scherm Media Server (Mediaserver).
21
Geavanceerde configuratie
Hoofdstuk 3
Klik op Apply (Toepassen) om de locatie op te slaan. Klik op
Close (Sluiten) om dit scherm af te sluiten.
Directory (Map) Het pad en de naam van de geselecteerde
map worden weergegeven.
All (Alle) Als u wilt, kan elke map worden beperkt tot een
specifiek mediatype. Via de standaardinstelling, All (Alle) wordt
een controle op alle inhoudstypen uitgevoerd. Selecteer het
gewenste mediatype of de gewenste mediatypen: All (Alle),
Music (Muziek), Picture (Foto) of Video.
Content Scan (Inhoudsscan)
Administration > Media Server (Administratie > Mediaserver)
Media Server (Mediaserver)
Enable Media Server (Mediaserver inschakelen) Indien
ingeschakeld kan het netwerkopslagsysteem worden
gevonden door compatibele media-adapters die
gebruikmaken van de UPnP AV-standaard. U kunt
dan toegang krijgen tot media-inhoud op het
netwerkopslagsysteem en deze inhoud afspelen via de
media-adapters.
Server Name (Servernaam) Hier kunt u de naam
invoeren van de mediaserver zoals deze dient te worden
weergegeven op client-apparaten.
Geef het scangedrag op van de mediaserver.
Continuous Scan (Continue scan) Selecteer deze optie
als u wilt dat de mediaserver mediabestanden automatisch
opnieuw controleert als aan de bestanden wijzigingen worden
aangebracht.
Scheduled Scan in __ Minutes (Geplande scan over __
minuten) Selecteer deze optie als u wilt dat de mediaserver
mediabestanden gedurende het opgegeven interval controleert.
Voer daarna het aantal minuten in voor elk interval.
Scan Now (Nu scannen) Als u wilt dat de mediaserver
mediabestanden nu controleert, klikt u op deze optie.
Klik op Save (Opslaan) om uw wijzigingen op te slaan of klik op
Cancel (Annuleren) om alle wijzigingen te wissen.
Content Directory (Map met inhoud)
Disk Utility (Schijfhulpprogramma)
Standaard wordt de hoofdmap van elk station weergegeven
als de functie Media Server (Mediaserver) is ingeschakeld.
Gebruik dit scherm als u het geïnstalleerde station of de
geïnstalleerde stations wilt formatteren of behouden.
U kunt maximaal vier mappen opgeven die door de
mediaserver dienen te worden gecontroleerd op mediainhoud. Selecteer het gewenste selectievakje om een map
te selecteren of de selectie ervan op te heffen.
Browse (Bladeren) Klik op Browse (Bladeren). Het scherm
Folders Browser (Mappenbrowser) wordt weergegeven.
Administration > Disk Utility (Administratie > Schijfhulpprogramma)
Format Disk (Schijf formatteren)
Mappenbrowser
•
Current Folder (Huidige map) Selecteer de locatie van de
gedeelde map die u wilt opgeven als de huidige map.
•
New Folder (Nieuwe map) Als u een nieuwe map wilt
maken, voert u de naam ervan in en klikt u op Create (Maken).
Selecteer de nieuwe map in de lijst, en het pad ervan wordt
weergegeven in het veld Current Folder (Huidige map).
Netwerkopslagsysteem met 2 behuizingen
Gebruik deze optie om een pas geïnstalleerd station te
partitioneren en te formatteren als u de installatiewizard
niet hebt uitgevoerd toen u het nieuwe station fysiek
installeerde.
Opmerking: als u een nieuw station fysiek
installeert zonder dat u de installatiewizard
uitvoert, wordt het station niet geformatteerd.
U dient het nieuwe station handmatig te
formatteren met behulp van de functie Format
Disk (Schijf formatteren).
22
Hoofdstuk 3
Waarschuwing: voordat u een station of
stations formatteert, maakt u een kopie van
reeds bestaande gegevens omdat alle gegevens
op uw station of stations worden gewist als
deze stations worden geformatteerd.
Geavanceerde configuratie
(Vrije ruimte opvullen). Als de optie Fill Up Free Space
(Vrije ruimte opvullen) is geselecteerd, neemt de partitie
al het resterende geheugen in en kunnen er geen extra
partities worden gemaakt.
Klik op Apply (Toepassen) om uw wijzigingen op te slaan of
klik op Cancel (Annuleren) om alle wijzigingen te wissen.
Opmerking: de instellingen op dit scherm
hangt af van de schijfconfiguratie. Er wordt een
apart station vermeld als schijf 1. Er worden
twee stations vermeld als schijf 1 en 2 als deze
worden geconfigureerd als aparte schijven.
Er worden twee stations vermeld als LVM als
deze worden geconfigureerd als JBOD/LVM. Er
worden twee stations vermeld als RAID 1 als deze
worden geconfigureerd als RAID 1 (Mirroring).
De stations worden vermeld als RAID 0 als deze
worden geconfigureerd als RAID 0 (Striping).
Disk 1-2, LVM, RAID 1, or RAID 0 (Schijf 1-2, LVM,
RAID 1 of RAID 0) De status van het station wordt
weergegeven. Als het station niet is geformatteerd, klikt u
op Format (Formatteren). Het bevestigingsscherm wordt
weergegeven.
Format Disk (Schijf formatteren), Scandisk (Scannen van schijven),
S.M.A.R.T., Standby (Stand-by) en Disk Full (Schijf vol)
ScanDisk (Scannen van schijven)
Confirm Reformatting (Opnieuw formatteren bevestigen)
Klik op OK om het formatteren te bevestigen. Klik op
Cancel (Annuleren) om het formatteren te annuleren.
USB 1-2 De status van het station wordt weergegeven.
Als het station niet is geformatteerd, klikt u op Format
(Formatteren). Het scherm Partition & Format (Partitioneren
en formatteren) wordt weergegeven.
Het programma voor het scannen van schijven (ScanDisk)
controleert het station of de stations op fouten en verhelpt
fouten als dat mogelijk is. Het programma wordt automatisch
uitgevoerd als er een fout is gedetecteerd. Dit is bijvoorbeeld
het geval als het systeem wordt uitgeschakeld als gevolg van
een onverwacht vermogensverlies. Als het programma voor
het scannen van schijven wordt uitgevoerd, hebt u geen
toegang tot het station dat wordt gecontroleerd.
Disk 1-2, LVM, RAID 1, or RAID 0 (Schijf 1-2, LVM, RAID
1 of RAID 0) De ScanDisk-status van het station wordt
weergegeven. Klik op Start/Stop om het Scandisk-programma
te starten. Het bevestigingsscherm wordt weergegeven.
ScanDisk bevestigen
Partition & Format (Partitioneren en formatteren)
Model De naam van het USB-station wordt
weergegeven.
• Total Disk Size (Totale schijfruimte) Het aantal MB’s op
het station wordt weergegeven.
• New Partitions (Nieuwe partities) U kunt maximaal vier
partities opgeven. Voor elke geselecteerde partitie geeft
u de grootte in MB op of selecteert u Fill Up Free Space
•
Netwerkopslagsysteem met 2 behuizingen
Klik op OK om het uitvoeren van het ScanDisk-programma te
bevestigen. Klik op Cancel (Annuleren) om het uitvoeren van
het ScanDisk-programma te annuleren.
Indien u toegang wilt hebben tot het station als het
ScanDisk-programma wordt uitgevoerd, klikt u op Start/
Stop om het ScanDisk-programma te stoppen.
Run Scandisk (ScanDisk uitvoeren) U kunt het ScanDiskprogramma zo plannen dat het periodiek wordt uitgevoerd.
Selecteer de dag en tijd waarop u het ScanDisk-programma
wilt uitvoeren. Gebruik de standaard Never (Nooit) als u
het ScanDisk-programma handmatig wilt starten.
23
Hoofdstuk 3
S.M.A.R.T.
S.M.A.R.T. (Self-Monitoring Analysis and Reporting
Technology) kan u waarschuwen voor dreigende
problemen met het station voordat het station uitvalt.
Disk 1-2, LVM, RAID 1, or RAID 0 (Schijf 1-2, LVM,
RAID 1 of RAID 0) De S.M.A.R.T.-status van het station
wordt weergegeven. Klik op Test Now (Nu testen) om de
S.M.A.R.T.-controle te starten.
Geavanceerde configuratie
Cancel (Annuleren) heeft dat geen invloed op bewerkingen die
op dat moment worden uitgevoerd, waaronder het formatteren
van stations en het uitvoeren van het ScanDisk-programma en
de S.M.A.R.T.-controle.)
Klik op Disk Log (Schijflogboek) als u een lijst met schijfactiviteiten
wilt weergeven, waaronder Scandisk- en S.M.A.R.T.-resultaten.
Het scherm Disk Log (Schijflogboek) wordt weergegeven.
Standby (Stand-by)
Het station schakelt of de stations schakelen over naar de
stand-bymodus als de opgegeven periode zonder activiteit
is verstreken. Tijdens de stand-bymodus gebruikt het
netwerkopslagsysteem minder energie en geeft het minder
warmte af. Als de ventilator is uitgeschakeld, wordt ook het
geluid verminderd.
Set Hard Disk to Standby Mode after (Vaste schijf instellen
op stand-bymodus na) Gebruik de standaard Idle 30 minutes
(30 minuten inactief) als u wilt dat de periode zonder activiteit
30 minuten is. Selecteer Idle 10 minutes (10 minuten inactief)
als u wilt dat de periode zonder activiteit 10 minuten is.
Power off the fan after All Hard Drives are in Standby
Mode (De ventilator uitschakelen als alle vaste schijven
zich in de stand-bymodus bevinden) De ventilator van het
netwerkopslagsysteem wordt uitgeschakeld als het station
of de stations een periode inactief zijn. Gebruik de standaard
20 Minutes (20 minuten) als u wilt dat de ventilator na
20 minuten van inactiviteit wordt uitgeschakeld. Selecteer
40 Minutes (40 minuten) als u wilt dat de ventilator na
40 minuten van inactiviteit wordt uitgeschakeld. Selecteer
40 Minutes (40 minuten) als u wilt dat de ventilator na
40 minuten van inactiviteit wordt uitgeschakeld. Selecteer
Never (Nooit) als u wilt dat de ventilator altijd is ingeschakeld
zolang het netwerkopslagsysteem is ingeschakeld.
Disk Log (Schijflogboek)
Klik op Refresh (Vernieuwen) als u de gegevens in het
scherm wilt vernieuwen. Klik op Close (Sluiten) om dit
scherm af te sluiten.
Disk Configuration (Schijfconfiguratie)
Gebruik dit scherm als u de configuratie wilt wijzigen
van het geïnstalleerde station of de geïnstalleerde
stations die voor het eerst zijn geconfigureerd met de
installatiewizard. Als u de configuratie wijzigt, moet het
station of de stations opnieuw worden geformatteerd;
zorg ervoor dat u van alle gegevens op het station of de
stations een reservekopie maakt voordat het station of de
stations opnieuw worden geformatteerd.
Opmerking: tijdens de stand-bymodus
worden de vaste schijf of vaste schijven en
de ventilator mogelijk geactiveerd voor een
capaciteitscontrole of andere netwerkactiviteit.
Als er geen activiteit meer is, keren de vaste schijf
of vaste schijven terug naar de stand-bymodus.
Vervolgens wordt de ventilator gestopt.
Disk Full (Schijf vol)
Als de capaciteit van het station bijna volledig is benut,
registreert het netwerkopslagsysteem dit en verzendt het een
waarschuwing via e-mail.
Send E-Mail Alert when Disk Available Capacity is Less
than (Waarschuwing via e-mail verzenden als beschikbare
schijfcapaciteit minder is dan) Gebruik de standaard 2%
als u een waarschuwing wilt ontvangen als minder dan 2%
van de totale schijfcapaciteit beschikbaar is. Selecteer 2GB
als u een waarschuwing wilt ontvangen als minder dan
2 GB beschikbaar is. Selecteer 5GB als u een waarschuwing
wilt ontvangen als minder dan 5 GB beschikbaar is. (Als u
klaar bent met het aanbrengen van wijzingen in het Disk
Utility (Schijfhulpprogramma), klikt u op System Options
(Systeemopties) om een e-mailadres of e-mailadressen in te
voeren in het gedeelte E-Mail Alert (Waarschuwing via e-mail).)
Klik op Save (Opslaan) om uw wijzigingen op te slaan of klik op
Cancel (Annuleren) om alle wijzigingen te wissen. (Als u klikt op
Netwerkopslagsysteem met 2 behuizingen
Administration > Disk Configuration (Administratie > Schijfconfiguratie)
Volume Mode (Volumemodus)
Selecteer de gewenste configuratie voor het gebruik van
uw schijfstations.
Waarschuwing: voordat u een station of
stations formatteert, maakt u een kopie van
reeds bestaande gegevens omdat alle gegevens
op uw station of stations worden gewist als
deze stations worden geformatteerd.
Maximum Storage (Maximale opslag)
Separate Disks (Aparte schijven) Schijf 1 en schijf 2
werken apart.
24
Hoofdstuk 3
Geavanceerde configuratie
Multiple Disks (JBOD/LVM) (Meerdere schijven (JBOD/
LVM)) Schijf 1 en schijf 2 zijn samengevoegd tot één
logisch volume. Totale capaciteit is gelijk aan de capaciteit
van de bestaande schijf of schijven. Als deze configuratie
is geselecteerd terwijl er slechts één schijf is geïnstalleerd,
wordt de tweede schijf geconfigureerd om de capaciteit
van het logische volume uit te breiden als deze schijf is
geïnstalleerd.
Maximum Security (Maximale beveiliging)
Mirroring (RAID 1) Van schijf 1 wordt een mirror gemaakt
op schijf 2. Totale capaciteit is gelijk aan de capaciteit van
de kleinere schijf of schijven.
Opmerking: voor Mirroring (RAID 1) en Striping
(RAID 0) zijn twee vaste schijven nodig.
Maximum Speed (Maximale snelheid)
Striping (RAID 0) Van schijf 1 en schijf 2 wordt één logisch
volume gemaakt. Totale capaciteit is gelijk aan twee keer
de kleinere capaciteit van de twee schijven.
Klik op Save (Opslaan) om uw wijziging op te slaan.
Netwerkopslagsysteem met 2 behuizingen
25
Gebruik
Hoofdstuk 4
Hoofdstuk 4: Gebruik
In dit hoofdstuk vindt u informatie over toegangsrechten,
toegangsmethoden en het gebruik van USB-opslagapparaten.
Waarschuwing: blokkeer de luchtopeningen
niet en stapel geen apparaten bovenop
het
netwerkopslagsysteem;
anders
kan
er
oververhitting
plaatsvinden.
(Luchtopeningen bevinden zich aan de zijkanten
van het netwerkopslagsysteem. Houd het gebied
rond het netwerkopslagsysteem schoon.)
Toegang tot het netwerkopslagsysteem
Alle Windows-gebruikers kunnen toegang krijgen tot
het netwerkopslagsysteem met toegangsrechten voor
gasten. Gastgebruikers kunnen met name toegang
krijgen tot alle gedeelde mappen met toegangsrechten
voor gastgebruikers en alle aangesloten USBopslagapparaten.
Linksys raadt aan dat u een gebruikersaccount maakt
voor iedere gebruiker, zodat elke gebruiker een unieke
map met een aanmeldingsnaam en een persoonlijke map
heeft. (De aanmeldingsnaam wordt gebruikt als de naam
van de persoonlijke map.)
Web Access (Internettoegang)
Als u toegang wilt hebben tot het netwerkopslagsysteem
vanaf een willekeurige computer met een webbrowser, volgt
u de volgende instructies:
1. Open uw webbrowser.
2. Typ in het veld Address (Adres) http://<IP_address_of_
the_Network_Storage_System>.
Als u het IP-adres niet weet, voer dan de Setup Wizard
(Installatiewizard) uit. Klik op de knop Click Here to
Start (Klik hier om te beginnen). Klik vervolgens op
Advanced Setup (Geavanceerde instellingen). Selecteer
het desbetreffende netwerkopslagsysteem en het
IP-adres wordt weergegeven. (Voor meer informatie
raadpleegt u “Hoofdstuk 2: Configuratie met behulp van
de installatiewizard”.)
3. Het
webgebaseerde
hulpprogramma
wordt
weergegeven.
Op de startpagina, hebt u twee opties:
Access My Files (Mijn bestanden openen) Klik op deze
optie om mappen te openen of uw wachtwoord te wijzigen.
Administration Login (Aanmelden beheer) Klik op deze
optie om het netwerkopslagsysteem te beheren via het
webgebaseerde hulpprogramma. Raadpleeg “Hoofdstuk 3:
Geavanceerde configuratie” voor meer informatie.
Het netwerkopslagsysteem openen
Er zijn twee manieren om het netwerkopslagsysteem te
openen. De eerste manier maakt gebruik van het pictogram
Mijn netwerklocaties of het pictogram Netwerkomgeving
op het bureaublad van het Windows-besturingssysteem.
De tweede manier maakt gebruik van uw webbrowser.
De toegang wordt geregeld met een aanmeldingsnaam
en een wachtwoord.
Toegang tot Windows
Als u het netwerkopslagsysteem wilt openen vanaf een
Windows-computer, volgt u de onderstaande instructies:
1. Dubbelklik op het pictogram Mijn netwerklocaties of
het pictogram Netwerkomgeving).
2. Dubbelklik op het netwerkopslagsysteem. Als
u het niet ziet, wijzigt u de werkgroep van het
netwerkopslagsysteem
zodat
de
werkgroep
overeenkomt met de werkgroep van de computer
(raadpleeg het gedeelte Administration > System
Options (Administratie > Systeemopties) van
“Hoofdstuk 3: Geavanceerde configuratie”).
3. Voer uw aanmeldingsnaam en wachtwoord in als u
daarom wordt gevraagd. Als u geen aanmeldingsnaam
hebt, voert u guest in voor de gebruikersnaam. Laat
het veld Password (Wachtwoord) leeg.
Als u een gedeelde map wilt toewijzen aan een
stationsletter op uw computer, raadpleegt u de Windows
Help voor meer informatie of gebruikt u het Network
Drive Mapping-programma (raadpleeg het gedeelte, “Het
Network Drive Mapping-programma gebruiken”).
Netwerkopslagsysteem met 2 behuizingen
Beginscherm
My files (Mijn bestanden)
Alle gebruikers hebben toegang tot het gedeelte My Files
(Mijn bestanden). Ga als volgt te werk als u mappen wilt
openen of uw wachtwoord wilt wijzigen:
1. Klik op Access My Files (Mijn bestanden openen).
2. Typ uw gegevens in de velden User Name
(Gebruikersnaam) en Password (Wachtwoord).
3. Klik op OK.
4. Het scherm Files (Bestanden) wordt weergegeven. U
hebt twee opties ter beschikking, Files (Bestanden) en
Personal Info (Persoonlijke gegevens), in de kolom
My Files (Mijn bestanden).
Als de functie Download Manager (Downloadbeheer)
is ingeschakeld via het scherm Administration >
System Options (Administratie > Systeemopties) en uw
aanmeldingsnaam toegang tot het downloadbeheer
heeft, dan wordt de optie My Downloads (Mijn
downloads) ook weergegeven.
26
Gebruik
Hoofdstuk 4
Opmerking: met de functie Download Manager
(Downloadbeheer) kunt u downloadtaken
opgeven voor het netwerkopslagsysteem. Het
voordeel is dat het netwerkopslagsysteem de
downloadtaak afzonderlijk kan uitvoeren, zonder
dat het uw computer gebruikt. Als u bijvoorbeeld
online een film bestelt, kunt u de film laten
downloaden door het netwerkopslagsysteem,
in plaats van door uw computer.
My Files > Files (Mijn bestanden > Bestanden)
Het scherm Files (Bestanden) geeft een lijst weer
met mappen die u kunt openen, afhankelijk van uw
gebruikersaccount.
My Files > My Downloads (Mijn bestanden > Mijn downloads)
Download Manager (Downloadbeheer) De status van
de functie Download Manager (Downloadbeheer) wordt
weergegeven.
User Name (Gebruikersnaam) Uw aanmeldingsnaam
wordt weergegeven.
Maximum Concurrent Tasks (Maximaal aantal
gelijktijdige taken) Het maximale aantal taken
dat tegelijkertijd kan worden uitgevoerd, wordt
weergegeven.
Voor elke downloadtaak geeft het scherm de
bestandsnaam, de bestandsgrootte, de voortgang, de
snelheid en de statusinformatie weer.
My Files > Files (Mijn bestanden > Bestanden)
Public Folders (Openbare mappen) Dit zijn gedeelde
mappen die voor iedereen toegankelijk zijn. Schijf 1 en
Schijf 2 worden vermeld als PUBLIC DISK 1 (Public Data)
en PUBLIC DISK 2 (Public Data).
Add Task (Taak toevoegen) Klik op deze optie om
een nieuwe downloadtaak toe te voegen aan het
netwerkopslagsysteem. Er wordt een nieuw scherm
weergegeven.
Private
Folders
(Privémappen) Dit
zijn
uw
persoonlijke map en de mappen die behoren bij uw
aanmeldingsnaam.
USB Storage Devices (USB-opslagapparaten) Alle
gebruikers hebben toegang tot de apparaten die
zijn verbonden met het netwerkopslagsysteem. USBapparaten kunnen worden gebruikt om inhoud toe te
voegen of te verplaatsen.
Klik op de map die u wilt openen. Als u een bestand wilt
weergeven, klikt u op de bestandsnaam. Als u een bestand
wilt downloaden, klikt u met de rechtermuisknop op de
bestandsnaam en selecteert u Save Target as... (Doel
opslaan als...)
Klik op Refresh (Vernieuwen) voor de recentste gegevens
over de mappen.
My Files > My Downloads (Mijn bestanden > Mijn downloads)
Nieuwe downloadtaak maken
Bron
•
URL Voer de URL van de FTP of HTTP URL in.
•
Destination (Bestemming) Klik op Browse (Bladeren).
Het scherm Folders Browser (Mappenbrowser) wordt
weergegeven.
Als de functie Download Manager (Downloadbeheer)
is ingeschakeld via het scherm Administration >
System Options (Administratie > Systeemopties) en uw
aanmeldingsnaam toegang tot het downloadbeheer
heeft, dan wordt het scherm My Downloads (Mijn
downloads) beschikbaar.
Netwerkopslagsysteem met 2 behuizingen
27
Gebruik
Hoofdstuk 4
4. Voer uw nieuwe wachtwoord in de velden New
Password (Nieuw wachtwoord) en Confirm New
Password (Nieuw wachtwoord bevestigen) in.
5. Klik op Save (Opslaan) om uw nieuwe wachtwoord op
te slaan of klik op Cancel (Annuleren) om uw wijziging
te wissen.
Mappenbrowser
Current Folder (Huidige map) Selecteer de
locatie van de gedeelde map die u wilt opgeven
als de huidige map.
– New Folder (Nieuwe map) Als u een nieuwe map
wilt maken, voert u de naam ervan in en klikt u op
Create (Maken). Selecteer de nieuwe map in de
lijst, en het pad ervan wordt weergegeven in het
veld Current Folder (Huidige map).
Klik op Apply (Toepassen) om de locatie op te slaan.
Klik op Close (Sluiten) om dit scherm af te sluiten.
• The Remote Server Requires Authentication (De
externe server vereist verificatie) Als verificatie
is vereist voor toegang tot de URL, selecteert u deze
functie en voert u de volgende handelingen uit:
– User Name (Gebruikersnaam) Voer
de
gebruikersnaam in die is gebruikt voor toegang tot
de URL.
– Password (Wachtwoord) Voer het wachtwoord
in dat is gebruikt voor toegang tot de URL.
–
Opmerking: voor meer informatie over de
verificatie van de externe server neemt u contact
op met de beheerder van de externe server.
Klik op Save (Opslaan) om de nieuwe downloadtaak
op te slaan of klik op Cancel (Annuleren) om uw
wijzigingen te wissen.
Start/Stop Selecteer de gewenste downloadtaak en klik op
Start/Stop om de geselecteerde taak te starten of te stoppen.
Cancel (Annuleren) Als u een downloadtaak wilt
verwijderen, selecteert u de taak en klikt u op Cancel
(Annuleren). (Voltooide taken worden niet automatisch
verwijderd, u dient ze dus handmatig te verwijderen.)
Refresh (Vernieuwen) Klik op Refresh (Vernieuwen) om
de statusinformatie op het scherm weer te geven.
My Files > Personal Info (Mijn bestanden > Persoonlijke gegevens)
USB-opslagapparaten
U kunt op elk gewenst moment USB-opslagapparaten
aansluiten op de USB-poorten. Gebruikersaccounts zijn
niet van toepassing op USB-opslagapparaten. Alle mappen
en bestanden op deze apparaten zijn beschikbaar voor
alle gebruikers terwijl de USB-opslagapparaten worden
aangesloten op het netwerkopslagsysteem.
Als u wilt kunt u het Network Drive Mapping-programma
gebruiken om een aangesloten USB-opslagapparaat toe
te wijzen als een netwerkstation op uw computer. U kunt
het hulpprogramma ook gebruiken om het apparaat te
verwijderen.
Een USB-opslagapparaat toevoegen
Als u een USB-opslagapparaat wilt toevoegen, sluit u
het apparaat aan op de USB 1- of USB 2-poort. Als de
desbetreffende LED USB oplicht, is het USB-apparaat
beschikbaar voor gebruik.
Een USB-opslagapparaat verwijderen
Als u een USB-opslagapparaat veilig wilt verwijderen, gaat
u als volgt te werk:
1. Als de LED USB voortdurend brandt, raadt Linksys u
aan dat u wacht tot het apparaat niet wordt gebruikt.
Druk op de knop USB 1 om het apparaat los te koppelen
van de USB 1-poort of druk op de knop USB 2 om het
apparaat los te koppelen van de USB 2-poort.
My Files > Personal Info (Mijn bestanden > Persoonlijke gegevens)
Iedere gebruiker kan het wachtwoord wijzigen in het
gedeelte My Files (Mijn bestanden). Als u uw wachtwoord
wilt wijzigen, gaat u als volgt te werk:
1. Klik op Personal Info (Persoonlijke gegevens).
2. Voer uw aanmeldingsnaam in het veld User Name
(Gebruikersnaam) in.
3. Voer uw huidige wachtwoord in het veld Current
Password (Huidige wachtwoord) in.
Netwerkopslagsysteem met 2 behuizingen
Achterpaneel
28
Gebruik
Hoofdstuk 4
2. Als het netwerkopslagsysteem eenmaal een
geluidssignaal laat horen en de desbetreffende LED USB
is uitgeschakeld, kunt u het apparaat loskoppelen.
U kunt het Network Drive Mapping-programma ook
gebruiken om het apparaat te verwijderen. Hierover vindt
u informatie in het volgende gedeelte, “Het Network Drive
Mapping-programma gebruiken”.
3. Het scherm Shared Folder Mapping (Gedeelde map
toewijzen) wordt weergegeven. Selecteer het
gewenste netwerkopslagsysteem.
Het Network Drive Mapping-programma
gebruiken
Iedere gebruiker kan het Network Drive Mappingprogramma gebruiken om het volgende te doen:
•
Een gedeelde map toewijzen aan een stationsletter op
een computer
•
Een USB-opslagapparaat toewijzen
stationsletter op een computer
aan
een
Een USB-opslagapparaat veilig verwijderen van het
netwerkopslagsysteem
(Als u dit hulpprogramma niet hebt geïnstalleerd, kunt u
Windows nog steeds gebruiken om een gedeelde map
of USB-opslagapparaat handmatig toe te wijzen aan een
stationsletter. Raadpleeg de Windows Help voor meer
informatie.)
•
Shared Folder Mapped (Gedeelde map toewijzen)
4. Selecteer de gewenste gedeelde map. Als u de gewenste
map niet ziet, klikt u op Refresh (Vernieuwen).
5. Gebruik de standaardstationsletter of selecteer
een andere letter uit het vervolgkeuzemenu. Klik
vervolgens op Map (Toewijzen).
6. De gedeelde map wordt automatisch geopend en er
wordt een nieuw venster weergegeven dat u waarschuwt
dat de gedeelde map is toegewezen. Klik op OK.
Als het hulpprogramma niet is geïnstalleerd, voert u de
installatiewizard uit. Raadpleeg “Hoofdstuk 2: Configuratie
met behulp van de installatiewizard”.
Systeemvakpictogram
Shared Folder Mapped (Gedeelde map toegewezen)
Terwijl het hulpprogramma wordt uitgevoerd, wordt het
pictogram weergegeven in het systeemvak. Dit pictogram
vindt u rechtsonder op uw bureaublad.
7. In het scherm Shared Folder Mapping (Bedeelde map
toewijzen) klikt u Close (Sluiten).
8. Dubbelklik op Deze computer. De gedeelde map
wordt weergegeven als een netwerkstation.
Een USB-opslagapparaat toewijzen
Systeemvakpictogram
Als het hulpprogramma niet wordt uitgevoerd, gaat
u verder met het gedeelte “Bureaubladpictogram”
of “Programmamap” voor informatie over hoe u het
hulpprogramma kunt activeren.
1. Klik met de rechtermuisknop op het pictogram in het
systeemvak.
2. Klik op USB Device Mapping (USB-apparaat toewijzen).
3. Het scherm Map Network Drive (Netwerkstation toewijzen)
wordt weergegeven. Gebruik de standaardstationsletter
of voer een andere letter in het veld Drive (Station) in.
Een gedeelde map toewijzen
1. Klik
met
de
rechtermuisknop
systeemvakpictogram.
op
het
Netwerkstation toewijzen
Snelmenu
2. Klik op Shared Folder Mapping (Gedeelde map
toewijzen).
Netwerkopslagsysteem met 2 behuizingen
4. Gebruik de standaardinstelling Reconnect at logon
(Opnieuw verbinden bij aanmelden) als u wilt dat er
met het USB-opslagapparaat automatisch opnieuw
verbinding wordt gemaakt.
5. Klik op OK.
6. Dubbelklik op Deze computer. Het USB-opslagapparaat
wordt weergegeven als een netwerkstation.
29
Gebruik
Hoofdstuk 4
Een USB-opslagapparaat verwijderen
Programmamap
1. Klik met de rechtermuisknop op het pictogram in het
systeemvak.
Als het hulpprogramma inactief is, wordt het pictogram
niet weergegeven in het systeemvak.
2. Klik op Safely Remove USB Device (USB-apparaat
veilig verwijderen).
Als u een gedeelde map of een USB-opslagapparaat
wilt toewijzen, of als u een USB-opslagapparaat wilt
verwijderen, gaat u verder naar het gedeelte “Het
hulpprogramma activeren”.
3. Selecteer het gewenste USB-opslagapparaat en klik
op Eject (Loskoppelen). Als u het gewenste apparaat
niet ziet, klikt u op Refresh (Vernieuwen).
Het hulpprogramma activeren
1. Klik op Start.
2. Selecteer Alle programma’s.
3. Selecteer Network Drive Mapping Utility (Network
Drive Mapping-programma).
4. Klik op Network Drive Mapping Utility (Network
Drive Mapping-programma).
Programmamap
Selecteer het USB-apparaat
4. Een bericht waarschuwt u wanneer het apparaat kan
worden verwijderd. Klik op OK.
Het hulpprogramma wordt uitgevoerd en het bijbehorende
pictogram wordt weergegeven in het systeemvak.
Raadpleeg het gedeelte “Systeemvakpictogram” voor
meer informatie.
Het hulpprogramma verwijderen
Ga als volgt te werk als u het hulpprogramma wilt
verwijderen van uw computer:
1. Klik op Start.
2. Selecteer Alle programma’s.
USB-apparaat kan worden verwijderd
Als u het hulpprogramma wilt afsluiten, klikt u met de
rechtermuisknop op het pictogram in het systeemvak.
Klik vervolgens op Exit (Afsluiten).
Bureaubladpictogram
Als het hulpprogramma inactief is, wordt het pictogram
niet weergegeven in het systeemvak.
3. Selecteer Network Drive Mapping Utility (Network
Drive Mapping-programma).
4. Klik op Uninstall (Verwijderen).
5. Het bevestigingsscherm wordt weergegeven. Klik op
Yes (Ja) om de verwijdering van het hulpprogramma
te bevestigen of klik op No (Nee) om de verwijdering
van het hulpprogramma te annuleren.
Als u een gedeelde map of een USB-opslagapparaat
wilt toewijzen, of als u een USB-opslagapparaat wilt
verwijderen, dubbelklikt u op het bureaubladpictogram.
Bureaubladpictogram
Het hulpprogramma wordt uitgevoerd en het bijbehorende
pictogram wordt weergegeven in het systeemvak.
Raadpleeg het gedeelte “Systeemvakpictogram” voor
meer informatie.
Netwerkopslagsysteem met 2 behuizingen
30
Bijlage A
Bijlage A:
Probleemoplossing
De installatiewizard detecteert alle netwerkopslagsystemen.
Volg de onderstaande instructies totdat uw probleem is
verholpen:
1. Zorg
ervoor
het
netwerkopslagsysteem
is
ingeschakeld.
2. Controleer
de
kabelverbindingen
van
het
netwerkopslagsysteem.
3. Zorg ervoor dat uw computer en het
netwerkopslagsysteem
zich
in
hetzelfde
netwerksegment bevinden. (Als u geen router hebt,
slaat u deze stap over.)
4. Bij alle Windows-besturingssystemen, wordt het TCP/
IP-protocol standaard geïnstalleerd. Als u het TCP/IPprotocol hebt verwijderd, raadpleegt u de Windows
Help voor instructies over hoe u het TCP/IP-protocol
opnieuw installeert.
5. Selecteer in de installatiewizard Automatically obtain
an IP address (DHCP recommended) (Automatisch IPadres toewijzen (aanbevolen voor DHCP) als uw lokale
netwerk een DHCP-server heeft (meestal een router))
voor het toewijzen van IP-adressen of selecteert
u Set IP configuration manually (IP-configuratie
handmatig instellen) als uw lokale netwerk geen
DHCP-server heeft.
Als u Set IP configuration manually, (IP-configuratie
handmatig instellen) hebt geselecteerd, vult u de velden
IP Address (IP-adres), Subnet Mask (Subnetmasker) en
Gateway in. Het bereik dat veel wordt gebruikt voor
IP-adressen is 192.168.1.1 tot 192.168.1.254, met een
subnetmasker van 255.255.255.0. (Elk apparaat op uw
lokale netwerk vereist een uniek IP-adres en hetzelfde
subnetmasker.)
U hebt geen toegang tot het webgebaseerde
hulpprogramma van het netwerkopslagsysteem.
Controleer het IP-adres van het netwerkopslagsysteem.
Standaard gebruikt het netwerkopslagsysteem een
dynamisch IP-adres dat is toegewezen door uw DHCPserver (meestal een router); voer de installatiewizard uit
of controleer het hulpprogramma voor het huidige IPadres van het netwerkopslagsysteem. Als het netwerk
geen DHCP-server heeft, voert u de installatiewizard uit
om het gewenste vaste IP-adres toe te wijzen aan het
netwerkopslagsysteem (zorg ervoor dat dit vaste IP-adres
zich binnen het IP adresbereik bevindt dat wordt gebruikt
door het netwerk).
U hebt het netwerkopslagsysteem geconfigureerd,
maar u ziet het niet in Mijn netwerklocaties of in
Netwerkomgeving.
Wijzig de werkgroep van het netwerkopslagsysteem
zodat de werkgroep overeenkomt met de werkgroep
van de computer (raadpleeg het gedeelte Administration
> System Options (Administratie > Systeemopties) van
“Hoofdstuk 3: Geavanceerde configuratie”). Als dit niet
Netwerkopslagsysteem met 2 behuizingen
Probleemoplossing
werkt, volgt u de onderstaande instructies totdat uw
probleem is verholpen:
1. Klik op Start. Klik op Zoeken. Klik op Computers of
mensen. Klik op Een computer op het netwerk. Voer
de naam in van het netwerkopslagsysteem en klik op
Zoeken.
2. Bij alle Windows-besturingssystemen, wordt het TCP/
IP-protocol standaard geïnstalleerd. Als u het TCP/IPprotocol hebt verwijderd, raadpleegt u de Windows
Help voor instructies over hoe u het TCP/IP-protocol
opnieuw installeert.
3. Klik op Start. Selecteer Configuratiescherm. Klik met
de rechtermuisknop op Netwerkverbindingen. Klik op
Openen. Klik op Geavanceerd. Klik op Geavanceerde
instellingen. Selecteer de LAN-verbinding (Local Area
Connection) die u gebruikt. Zorg er in het gedeelte
Bindingen voor LAN voor dat deze twee instellingen,
Bestand en printer delen voor Microsoft-netwerken en
Client voor Microsoft-netwerken zijn geselecteerd. Zo
niet, dan selecteert u deze instellingen. Klik vervolgens
op OK.
4. Als uw lokale netwerk een DHCP-server heeft (meestal
een router), voert u de installatiewizard uit en zorgt u
ervoor dat het netwerkopslagsysteem zich in hetzelfde
netwerksegment bevindt als uw computer. (Als u geen
router hebt, slaat u deze stap over.)
5. Als uw lokale netwerk geen DHCP-server heeft
(meestal een router), zorgt u ervoor dat het IPadres van uw computer compatibel is met het
IP-adres van het netwerkopslagsysteem. Het
bereik dat veel wordt gebruikt voor IP-adressen is
192.168.1.1 tot 192.168.1.254, met een subnetmasker
van 255.255.255.0. (Elk apparaat op uw lokale
netwerk vereist een uniek IP-adres en hetzelfde
subnetmasker.)
Alsukliktophetpictogramvanhetnetwerkopslagsysteem
in Mijn netwerklocaties of in Netwerkomgeving, wordt u
om een wachtwoord gevraagd.
Een van de volgende situaties hebben zich mogelijk
voorgedaan:
• Het netwerkopslagsysteem herkent de Windowsgebruikersnaam die u hebt gebruikt om u aan te melden
uw computer, maar het herkent het wachtwoord
niet. Typ uw wachtwoord bij de prompt voor het
netwerkopslagsysteem. (Later kunt u uw Windowswachtwoord wijzigen zodat deze overeenkomt met
het wachtwoord van het netwerkopslagsysteem.)
• Het netwerkopslagsysteem herkent de Windowsgebruikersnaam niet die u hebt gebruikt om u aan
te melden bij uw computer. Zo herkent het systeem
u als een gast met toegangsrechten voor gasten.
Gebruik de installatiewizard of het webgebaseerde
hulpprogramma van het netwerkopslagsysteem
om een account te maken voor uw Windowsgebruikersnaam.
• U hebt GEEN toegang tot het netwerkopslagsysteem.
Gebruik de installatiewizard of het webgebaseerde
hulpprogramma om het gewenste toegangsniveau
voor uw account toe te wijzen.
31
Probleemoplossing
Bijlage A
Opmerking:
Windows
gebruikt
de
computernaam als de standaardgebruikersnaam
in het aanmeldscherm. Als u een nieuwe
Windows-gebruikersnaam
wilt
maken,
voert u in het aanmeldscherm een nieuwe
gebruikersnaam en een nieuw wachtwoord in.
U hebt de USB-flash-schijf aangesloten op het
netwerkopslagsysteem en deze schijf toegewezen als
een station. Nu hebt u de USB-flash-schijf losgekoppeld
van het netwerkopslagsysteem en de schijf rechtstreeks
aangesloten op uw computer. De USB-flash-schijf leest
als een losgekoppeld netwerkstation.
Windows wijst zowel het netwerkstation (USB-flashschijf die is aangesloten via het netwerkopslagsysteem)
en het lokale station (USB-flash-schijf die rechtstreeks
is aangesloten op de computer) toe aan dezelfde
stationsletter. U kunt nog steeds dubbelklikken op het
losgekoppelde netwerkstation voor toegang tot de USBflash-schijf. U kunt ook de volgende instructies volgen om
de lokale USB-flash-schijf toe te wijzen aan een andere
stationsletter:
3. Voer in het scherm Netwerkverbinding maken de
maplocatie in via het IP-adres \\<IP_address_
of_Network_Storage_System\<folder_name>
(bijvoorbeeld \\192.168.1.100\holidaypictures), in
plaats van de apparaatnaam.
4. Klik op Andere gebruikersnaam.
5. Het scherm Verbinden als... wordt weergegeven. Voer
uw gebruikersnaam en wachtwoord in. Klik op OK.
6. Klik in het scherm Netwerkverbinding maken op
Voltooien.
Als uw vragen hier niet zijn behandeld, kunt u één van de
volgende bronnen raadplegen:
Bron
Website
Linksys Europa
www.linksys.eu
Linksys International
www.linksys.com/international
Linksys Ondersteuning www.linksys.com/support
1. Klik met de rechtermuisknop op Deze computer.
2. Klik op Beheren.
3. Klik op Schijfbeheer.
4. Klik met de rechtermuisknop op de USB-flash-schijf.
5. Klik op Stationsletter en paden wijzigen.
6. Selecteer een andere stationsletter en klik op OK.
7. Klik op OK om de wijziging te bevestigen.
8. Klik nogmaals op OK. Als u wilt kunt u de eerdere
stationsletter opnieuw toewijzen als u de computer
opnieuw hebt opgestart.
U kon geen gedeelde map toewijzen met behulp van het
Network Drive Mapping-programma.
Uw computer kan het netwerkopslagsysteem niet vinden
via de apparaatnaam. In plaats daarvan dient u het IPadres te gebruiken en handmatig een gedeelde map in
Windows toe te wijzen. (Als het netwerkopslagsysteem
een dynamisch IP-adres gebruikt dat is toegewezen door
uw netwerkrouter, voert u de installatiewizard uit of
controleert u het hulpprogramma van de router voor het
huidige IP-adres van het netwerkopslagsysteem.) Volg de
onderstaande instructies:
1. Klik met de rechtermuisknop op het pictogram Mijn
netwerklocaties.
2. Klik op Netwerkverbinding maken.
Netwerkopslagsysteem met 2 behuizingen
32
Specificaties
Bijlage B
Bijlage B:
Specificaties
Model
NAS200
Standaarden
IEEE 802.3, IEEE 802.3u
USB 2.0
Poorten
Power, Ethernet, USB 1,
USB 2, SATA (interface)
Knoppen
Power, USB 1, USB 2,
RESET, BACK UP
LED’s
Power, Ethernet, Disk
(Act, Full, 1, 2), USB 1, USB 2
Type bekabeling
UTP CAT5 of beter
Beveiligingsfuncties
Gebruikersnaam en wachtwoord voor zowel systeembeheer als bestandstoegang
Omgeving
Afmetingen
170 x 114 x 195 mm
Gewicht
893 g
Voeding
12 V DC, 5A, overschakeling,
100-240 V AC, 50-60 Hz, netstroomadapter
meegeleverd
Certificatie
FCC, CE
Bedrijfstemperatuur
5 tot 40ºC
Opslagtemperatuur
–10 tot 60ºC
Bedrijfsvochtigheid
condenserend
10 to 80%, niet-
Opslagvochtigheid
condenserend
5 tot 90%, niet-
Netwerkopslagsysteem met 2 behuizingen
33
Bijlage C
Bijlage C:
Informatie over garantie
Linksys garandeert u dat uw Linksys-product gedurende
een periode van twee jaar (de “garantieperiode”) bij
normaal gebruik vrij is van materiaal- en constructiefouten.
Uw enige verhaalmogelijkheid en de volledige
aansprakelijkheid van Linksys krachtens deze garantie
bestaan ter keuze van Linksys in hetzij het repareren of
vervangen van het product hetzij het vergoeden van het
aankoopbedrag verminderd met eventuele kortingen.
Deze beperkte garantie is alleen van toepassing op de
oorspronkelijke koper.
Als het product gebreken vertoont tijdens de
garantieperiode, neemt u contact op met de technisch
ondersteuningsafdeling van Linksys voor een
retourgoedkeuringsnummer, indien van toepassing. ZORG
DAT U UW AANKOOPBEWIJS BIJ DE HAND HEBT WANNEER
U CONTACT OPNEEMT. Als u wordt verzocht het product
te retourneren, brengt u het retourgoedkeuringsnummer
duidelijk op de buitenzijde van het pakket aan en stuurt
u een kopie van het oorspronkelijke aankoopbewijs mee.
VERZOEKEN MET BETREKKING TOT GERETOURNEERDE
PRODUCTEN KUNNEN NIET WORDEN VERWERKT
ZONDER AANKOOPBEWIJS. U bent verantwoordelijk
voor de verzending van defecte producten naar Linksys.
Linksys betaalt alleen voor terugzending naar u met
UPS over land. Klanten buiten de Verenigde Staten en
Canada zijn verantwoordelijk voor alle verzend- en
afhandelingskosten.
Informatie over garantie
VOOR ZOVER WETTELIJK TOEGESTAAN IS LINKSYS
GEENSZINS AANSPRAKELIJK VOOR GEGEVENSVERLIES,
DERVING VAN INKOMSTEN OF WINST, OF VOOR SPECIALE,
INDIRECTE OF INCIDENTELE SCHADE, GEVOLGSCHADE
OF SCHADEVERGOEDINGEN HOGER DAN DE FEITELIJK
GELEDEN SCHADE, ONGEACHT DE THEORIE VAN
AANSPRAKELIJKHEID (MET INBEGRIP VAN NALATIGHEID),
DIE HET GEVOLG IS VAN OF BETREKKING HEEFT OP HET
GEBRUIK OF HET NIET KUNNEN GEBRUIKEN VAN HET
PRODUCT (MET INBEGRIP VAN SOFTWARE), ZELFS INDIEN
LINKSYS OP DE HOOGTE WAS VAN DE MOGELIJKHEID
VAN DERGELIJKE SCHADE. DE AANSPRAKELIJKHEID
VAN LINKSYS IS IN GEEN GEVAL HOGER DAN HET
AANKOOPBEDRAG DAT U VOOR HET PRODUCT HEBT
BETAALD. De bovengenoemde beperkingen zijn ook
van toepassing als het wezenlijke doel van garanties of
verhaalmogelijkheden krachtens deze Overeenkomst niet
is bereikt. In sommige rechtsgebieden is de uitsluiting of
beperking van incidentele schade of gevolgschade niet
toegestaan. Mogelijk is de bovenstaande beperking of
uitsluiting niet op u van toepassing.
Deze garantie is alleen van kracht in het land van
aankoop.
U kunt al uw vragen richten aan: Linksys, P.O. Box 18558,
Irvine, CA 92623, Verenigde Staten.
ALLE STILZWIJGENDE GARANTIES EN VOORWAARDEN
VAN VERHANDELBAARHEID OF GESCHIKTHEID VOOR
EEN BEPAALD DOEL GELDEN UITSLUITEND GEDURENDE
DE GARANTIEPERIODE. ALLE ANDERE UITDRUKKELIJKE
OF STILZWIJGENDE VOORWAARDEN, VERKLARINGEN
EN GARANTIES, MET INBEGRIP VAN STILZWIJGENDE
GARANTIES INZAKE AFWEZIGHEID VAN INBREUKEN OP
RECHTEN VAN DERDEN, WORDEN AFGEWEZEN. Aangezien
in sommige rechtsgebieden geen beperkingen zijn
toegestaan inzake de duur van een impliciete garantie,
geldt deze beperking mogelijk niet voor u. Deze garantie
geeft u specifieke wettelijke rechten, en u kunt ook andere
rechten hebben die per rechtsgebied variëren.
Deze garantie vervalt als het product (a) is gewijzigd,
anders dan door Linksys, (b) niet is geïnstalleerd, bediend,
gerepareerd of onderhouden overeenkomstig de
instructies van Linksys, of (c) is blootgesteld aan abnormale
fysieke of elektrische belasting, misbruik, nalatigheid of een
ongeval. Als gevolg van de voortdurende ontwikkeling van
nieuwe technieken inzake het binnendringen en hacken
van netwerken, geeft Linksys bovendien geen garantie
dat het product niet kwetsbaar is voor binnendringing en
hacking.
Voettekst
34
Was this manual useful for you? yes no
Thank you for your participation!

* Your assessment is very important for improving the work of artificial intelligence, which forms the content of this project

Download PDF

advertising