BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
OPGELET
RISICO VAN EEN ELEKTRISCHE SCHOK
NIET OPENEN
De bliksemflits met een pijlsymbool in een gelijkbenige driehoek is bedoeld om de gebruiker te wijzen op de
aanwezigheid van een niet geïsoleerde gevaarlijke spanning binnenin het product die voldoende krachtig is
om een elektrische schok bij een persoon te kunnen veroorzaken.
Het uitroepteken binnen een driehoek is bedoeld om de gebruiker erop te wijzen dat er in de handleiding
belangrijke instructies opgenomen zijn betreffende de werking en het onderhoud van de apparatuur.
1. LEES DE INSTRUCTIES – Alle veiligheids- en bedieningsinstructies moeten gelezen zijn voordat de apparatuur bediend
wordt.
2. BEWAAR DE INSTRUCTIES – De veiligheids- en de bedieningsinstructies moeten bewaard worden voor later gebruik.
3. AANDACHTSWAARSCHUWINGEN – Let op alle waarschuwingen op het product en in de gebruiksaanwijzing.
4. OPVOLGINSTRUCTIES – Alle instructies betreffende de werking en het gebruik moeten opgevolgd worden.
5. REINIGING – Trek de stekker van het product uit het stopcontact voordat u met de reiniging begint. Gebruik geen vloeibare
reinigingsmiddelen of reiningssprays. Gebruik een vochtige doek voor de reiniging.
6. TOEBEHOREN – Gebruik geen toebehoren dat niet aanbevolen wordt door de fabrikant van het product aangezien dit
gevaren kan veroorzaken.
7. WATER EN VOCHT – Gebruik dit product niet in de buurt van water – bijvoorbeeld in de buurt van een
badkuip, een wastafel, een spoelbak of een waskuip, in een natte kelder of in de buurt van een zwembad en
dergelijke.
8. TOEBEHOREN – Dit product niet op een onstabiele wagen, staander, driepoot, haak of tafel plaatsen. Het
product zou kunnen vallen en zou ernstige verwondingen kunnen veroorzaken bij een kind of volwassene en het
product zelf zou daarbij beschadigd kunnen geraken. Enkel gebruiken met een wagen, een staander, een
driepoot, een haak of een tafel die door de fabrikant aanbevolen wordt, of die met de apparatuur verkocht wordt. Het monteren
van het product moet gebeuren overeenkomstig de instructies van de fabrikant en moet gebruik maken van het
montagetoebehoren dat door de fabrikant aangeraden wordt.
Een combinatie van het product en een wagen moeten zorgvuldig verplaatst worden. - Snelle stops, overdreven kracht en
oneffen oppervlakken kunnen ervoor zorgen dat de combinatie van het product en de wagen omkantelt.
9. VENTILATIE – De gleuven en openingen in de behuizing zijn voorzien voor de ventilatie om te zorgen voor een betrouwbare
werking van het product en om oververhitting te vermijden. Deze openingen mogen niet geblokkeerd of afgedekt worden. De
openingen mogen nooit geblokkeerd worden door het product op een bed, een sofa, een tapijt of gelijkaardig oppervlak te
plaatsen. Dit product mag niet in een ingebouwde installatie geplaatst worden, zoals in een boekenkast of in een rack, tenzij
voor voldoende verluchting gezorgd is, of tenzij de instructies van de fabrikant opgevolgd werden.
10. STROOMBRONNEN – Dit product mag enkel bediend worden met het type stroombron dat op het etiket aangegeven wordt.
Als u niet zeker bent van het stroomtype bij u thuis, raadpleeg dan de verdeler waar u het product gekocht heeft, of uw
plaatselijke elektriciteitsmaatschappij. Raadpleeg de bedieningsinstructies voor producten die bedoeld zijn om op batterijkracht
of op andere stroombronnen te werken.
11. STROOMKABELBESCHERMING – De stroomkabels moeten zodanig gelegd worden dat men er niet op kan trappen, of
erover kan struikelen, of zodat ze niet verstrikt kunnen geraken op of tegen voorwerpen in de buurt. Hierbij dient vooral gelet te
worden op de punten aan de stekkers, de aansluitpunten en op de plaats waar ze uit de apparatuur komen.
12. PERIODEN ZONDER GEBRUIK – Het stroomsnoer van de apparatuur moet uit het stopcontact getrokken worden als de
apparatuur voor een langere periode niet meer gebruikt zal worden.
13. AARDING BUITENANTENNE – Als een buitenantenne of een kabelsysteem met het product verbonden is, moet de
antenne of het kabelsysteem geaard zijn, zodat het product beschermd is tegen overbelastingen en opgebouwde statische
elektriciteit. Artikel 810 van de “National Electrical Code”, ANSI/NFPA 70, verschaft informatie met betrekking tot de degelijke
aarding van de mast en de draagstructuur, de aarding van de aansluitdraad op een antenne ontladingseenheid, de afmeting of
de aardingsconnectoren, de plaats van de antenne-ontladingseenheid, de verbinding met de aardelektroden en de vereisten
voor de aardelektrode. Zie afbeelding 1.
14. BLIKSEM – Om dit product tijdens een bliksemstorm extra te beschermen, of
wanneer het onbewaakt achterblijft en voor langere tijd niet gebruikt zal worden,
trekt u de stekker best uit het stopcontact en koppelt u de antenne of het
kabelsysteem best af. Dit zal schade aan het product door bliksem en
overbelastingen voorkomen.
15. STROOMLIJNEN – Een buitenantennesysteem mag niet in de buurt geplaatst
worden van stroomkabels in de lucht of van andere elektrische licht- of
stroomkringen, of op plaatsen waar het in dergelijke stroomlijnen of –kringen kan
vallen. Bij het installeren van een buitenantennesysteem moet u er goed op letten geen stroomlijnen of –kringen aan te raken,
aangezien contact daarmee dodelijk kan zijn.
16. OVERBELASTING – De wandcontactdozen, verlengkabels, of de integrale stopcontacten niet overbelasten, want dit kan
resulteren in een risico van brand of een elektrische schok.
NL 1
17. BINNENDRINGEN VAN VOORWERPEN EN VLOEISTOF – Duw nooit enige voorwerpen in het product via de openingen,
aangezien zo gevaarlijke spanningspunten geraakt zouden kunnen worden, of kortsluitingen zouden kunnen ontstaan, wat tot brand
of een elektrische schok zou kunnen leiden. Nooit enige vloeistof op het product morsen.
18. ONDERHOUD – Probeer nooit om het product zelf te onderhouden, aangezien het openen of het verwijderen van de deksels u
aan gevaarlijke spanning of andere gevaren kan blootstellen. Laat het onderhoud over aan gekwalificeerd personeel.
19. SCHADE DIE EEN REPARATIE VEREIST – Trek de stekker van het product uit het stopcontact en raadpleeg een erkende
servicedienst onder de volgende omstandigheden:
a) Als het stroomsnoer of de netstekker beschadigd is.
b) Als vloeistof gemorst werd, of als er voorwerpen in het product gevallen zijn.
c) Als het product blootgesteld geweest is aan regen; of water.
d) Als het product niet normaal werkt terwijl de instructies van de gebruiksaanwijzing goed opgevolgd werden. Pas enkel de
controles aan die in de bedieningsinstructies vermeld worden; onjuiste aanpassingen van andere controles kan schade veroorzaken
en kan heel wat werk vergen van een gekwalificeerde technieker om de normale werking van het product te herstellen.
e) Als het product een verschil in prestatie vertoont – wijst dit erop dat het product nagekeken moet worden.
20. WISSELSTUKKEN – Als wisselstukken vereist zijn, moet u zich ervan vergewissen dat de servicemonteur wisselstukken gebruikt
die door de producent gespecificeerd zijn, of die dezelfde kenmerken hebben als het origineel deel.
21. VEILIGHEIDSNAZICHT – Vraag na een onderhoudsbeurt of een reparatie van dit product aan de servicemonteur om een
veiligheidsnazicht te doen om te bepalen of het product in goede staat van werking verkeert.
22. HITTE –De apparatuur moet uit de buurt van warmtebronnen geplaatst worden, zoals radiatoren, kachels en andere apparatuur
(inclusief versterkers) die warmte afgeeft.
OPGELET!
GEVAARLIJKE LASERSTRALING ALS HET APPARAAT OPEN IS EN
ALS DE VERGRENDELING GEFAALD HEEFT, OF DEFECT IS.
VERMIJD RECHTSTREEKSE BLOOTSTELLING AAN DE STRAAL
LASERPRODUCT KLASSE 1
VOORZORGSMAATREGELEN VOOR DE EENHEID
VEILIGHEID
• Controleer voor het gebruik of de spanning van de eenheid dezelfde is als die van het plaatselijk net.
• Houd de stekker zelf vast om hem uit het stopcontact te trekken. Niet aan het stroomsnoer trekken.
• Als de stekker van de eenheid in het stopcontact zit, is de eenheid nog steeds met het stroomnet verbonden, ook al
is de eenheid uitgeschakeld.
• Trek de stekker uit zodra er vloeistoffen of voorwerpen in de eenheid geraken. De eenheid kan dan niet meer gebruikt
worden voordat ze nagekeken werd door een vakman.
• De behuizing niet openen. Laserstralen die in de eenheid gebruikt worden, kunnen de ogen beschadigen. Herstellingen
en onderhoud moeten overgelaten worden aan gekwalificeerd personeel.
PLAATSING
• Zet de eenheid op een goed verluchte plaats, zodat oververhitting vermeden wordt.
• Zet de eenheid nooit in het rechtstreeks zonlicht of vlakbij warmtebronnen.
• Plaats de eenheid horizontaal en zet nooit enig zwaar voorwerp op de eenheid.
• Om de pickup te beschermen, de eenheid niet op een zeer stoffige plaats zetten. Als er stof op de pick-uplens zit,
maak dan gebruik van een reinigingsdisc om deze te reinigen.
• Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van de reinigingsdisc die u gekocht heeft.
CONDENSATIE
In de volgende gevallen kan zich vocht op de pickup-lens voordoen:
• De eenheid wordt plots van een koude plaats naar een warme plaats gebracht.
• Bij gebruik van de eenheid op een vochtige plaats. In deze gevallen kan de eenheid niet werken. Haal de disc eruit
en laat de eenheid gedurende ongeveer een uur staan om het water te laten verdampen.
REINIGING:
• Gebruik een zachte doek met een beetje neutraal reinigingsmiddel om de behuizing, het paneel en de bedieningstoetsen
te reinigen. Gebruik nooit schurend papier, polish poeder of oplosmiddelen zoals alcohol en benzine.
VOORZORGSMAATREGELEN VOOR DISCS
DE BEHANDELING VAN EEN DISC
• Om de disc schoon te houden, het discoppervlak niet aanraken.
• Geen papier of plakband op de disc aanbrengen.
• De disc niet rechtstreeks in het de zon of dicht bij warmtebronnen leggen.
• Bewaar de disc na de weergave in een cd-hoes of -doosje.
REINIGEN VAN DISCS
• Voor de weergave de disc vanuit het midden naar de buitenrand toe schoonvegen met een propere doek.
• Gebruik geen solvent zoals thinner, benzine, in de handel verkrijgbare cleaners of antistatische spray.
NL 2
INHOUDSTABEL
BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES ...................................................................................... 1
VOORZORGSMAATREGELEN VOOR DE EENHEID ......................................................................... 2
VOORZORGSMAATREGELEN VOOR DISCS .................................................................................... 2
INHOUDSTABEL................................................................................................................................... 3
BELANGRIJKE OPMERKINGEN ......................................................................................................... 4
VOORBEREIDING VOOR HET GEBRUIK ........................................................................................... 5
PLAATS VAN DE BEDIENINGSTOETSEN .......................................................................................... 6
BEDIENINGSINSTRUCTIES ................................................................................................................ 8
VERZORGING EN ONDERHOUD ..................................................................................................... 21
GIDS VOOR HET VERHELPEN VAN STORINGEN .......................................................................... 23
TECHNISCHE KENMERKEN ............................................................................................................. 24
VOORDAT WE STARTEN
Dank u wel voor het kopen van dit audioproduct. Dit is uw garantie van kwaliteit, goede prestaties en
waarde.
Onze ingenieurs hebben dit product van talrijke nuttige en handige functies voorzien. Lees deze
handleiding in ieder geval volledig door zodat u elke functie optimaal kunt benutten.
Dit product werd met de grootste zorg en vakmanschap vervaardigd met componenten van
hoogstaande kwaliteit. Het werd getest door de inspecteurs en het werd in perfecte staat van werking
bevonden, toen het de fabriek verlaten heeft. Niettemin is het altijd mogelijk dat zich een probleem
voordoet door bijvoorbeeld een ruwe behandeling tijdens het transport naar de winkel of naar de
eindklant. Als u na het lezen van deze handleiding enige moeilijkheden heeft bij de bediening van dit
product, raadpleeg dan achteraan in de handleiding de instructies om een beroep te doen op de
service. Wij willen u nogmaals bedanken voor het kopen van dit audioproduct.
Noteer het serienummer in de daartoe voorziene ruimte voor later gebruik.
Model nr.: QX-5570UF
Serienummer:
LASERPRODUCT KLASSE 1
CLASS 1 LASER PRODUCT
APPAREIL A LASER DE
CLASSE 1
PRODUCTO LASER DE
CLASE 1
OPGELET
ONZICHTBARE LASERSTRALING ALS HET
APPARAAT OPEN IS EN ALS DE VERGRENDELING
GEFAALD HEEFT OF DEFECT IS.
VERMIJD RECHTSTREEKSE
BLOOTSTELLING AAN DE STRAAL.
Dit product bevat een lasereenheid met gering vermogen.
NL 3
BELANGRIJKE OPMERKINGEN
• Vermijd om deze eenheid te installeren:
plaatsen waar ze blootgesteld wordt aan
rechtstreeks zonlicht, plaatsen waar ze dicht
tegen apparatuur aanstaat die warmte afgeven
zoals elektrische verwarmingstoestellen, en
gelieve het apparaat niet plaatsen op andere
stereoapparatuur. Tevens niet installeren op
plaatsen waar onvoldoende ventilatie is, te veel
stof of op plaatsen die doorlopend onderhevig
zijn aan trillingen en/of een natte of vochtige
omgeving.
• Probeer niet om deze eenheid te reinigen met
chemische solventen, aangezien de afwerklaag
daardoor beschadigd kan worden. Maak
gebruik van een schone, droge doek.
• Gebruik de draaiknoppen en de schakelaars
zoals dit in de handleiding aangegeven wordt.
• Voordat u de stroom aanzet, dient u te
controleren of alle eventuele aansluitsnoeren en
het stroomsnoer goed aangesloten zijn.
• Bewaar uw cassettes of CD’s op een koele
plaats om schade door de warmte te vermijden.
• Als u de set verplaatst, zorg er dan voor dat u
eerst het stroomsnoer uittrekt en verwijder de
snoeren waarmee de set aan andere
apparatuur aangesloten is.
WAARSCHUWING: OM BRAND OF GEVAAR VAN EEN
ELEKTRISCHE SCHOK TE VERMIJDEN, DEZE EENHEID NIET
AAN REGEN OF VOCHT BLOOTSTELLEN
NL 4
VOORBEREIDING VOOR HET GEBRUIK
UITPAKKEN EN OPSTELLING
• Haal de eenheid zorgvuldig uit de verpakking en verwijder al het verpakkingsmateriaal
van de eenheid zelf.
• Verwijder alle etiketten of stickers die zich eventueel op de voorkant of op de
bovenkant van de set bevinden, maar verwijder geen etiketten die zich op de
achterzijde of op de onderkant bevinden.
• We stellen voor dat u de originele doos en het verpakkingsmateriaal bewaart voor het
geval het nodig zou zijn om uw eenheid voor enig onderhoud terug te sturen. Dit is de
enige zekere manier om uw eenheid tijdens het transport tegen schade te
beschermen.
• Als u de doos en het verpakkingsmateriaal toch zou weggooien, gelieve dat dan op
een milieuvriendelijke manier te doen.
AC Outlet
AC Plug
STROOMBRON
Dit systeem is ontworpen om te werken met 230V 50Hz AC huishoudelijke stroom of met
8 "C" celbatterijen. Als u dit systeem op een andere spanning aansluit, kan de eenheid
hierdoor beschadigd worden en dit soort schade valt niet onder de garantie.
WERKING MET WISSELSTROOM (AC)
1. Wikkel het AC-stroomsnoer volledig af.
2. Steek de stekker in een geschikt AC-stopcontact van 230 V 50 Hz AC.
AC-stopcontact
NL 5
PLAATS VAN DE BEDIENINGSTOETSEN
10
13
1
17
11
12
9
15
26
24
25
2
3
27
4
20
18
28
16
6
5
14
22
23
7
19
21
8
1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
8.
9.
10.
11.
12.
13.
14.
STANDBY / AAN-toets
FUNCTIE
TUNER/BAND
STOP
PRE-UP
PRE-Down
SKIP/SEARCH DOWN
(NEERWAARTS
VERSPRINGEN/ZOEKEN)
KOPTELEFOON
DBBS
LCD-SCHERM
SENSOR AFSTANDSBEDIENING
VOL-UP
STANDBY-INDICATOR
VOL-DOWN
15. PRESET EQ
16. PLAY/PAUSE (WEERGAVE/PAUZE)
17. OPENEN/SLUITEN
18. SKIP/SEARCH UP
(OPWAARTS
VERSPRINGEN/ZOEKEN)
19. DEUR CD-VAK
20. FM-ANTENNEDRAAD
21. WISSELSTROOMSNOER
22. LUIDSPREKER R
23. LUIDSPREKER L
24. SLEUF FLASH-GEHEUGENKAART
25. SLEUF FLASH-USB
26. FLASH-GEHEUGEN USB-INDICATOR
27. LINE – OUT RCA-AANSLUITING
(uitgang)
28. AUX IN RCA-AANSLUITING (ingang)
NL 6
AFSTANDSBEDIENING
11
10
2
9
5
21
1.
2.
3.
4.
5.
6.
15
7
18
17
6
8
14
12
19
4
1
20
22
3
16
13
7.
8.
9.
10.
11.
12.
13.
14.
15.
16.
17.
18.
19.
20.
Beschermblad
batterij
21.
22.
Mute-toets
Aux-toets
Tuner/Band-toets
Preset Down Album/kanaaltoets
Toets Cd-weergave/pauze
Verspringen neerwaartse TUNING
/Achterwaarts zoeken
CD-stoptoets
Toets willekeurige weergave/RDS
Sleep-toets
Timer-toets
STROOM-toets (POWER)
Toets FIND/ST/ESP
Toets voor volumevermindering
Preset Up Album/Mem.Ch-toets
Toets Voorwaarts
Zoeken/Verspringen/Opwaarts (up)
Toets om volume te verhogen
Toets Intro <CD-MODE>
Herhaaltoets/PTY-toets
Programmatoets (klok)
EQ-toets (Pass, Classic, Rock, Pop, Jazz
mode Preset Equalizer in cyclische
volgorde)
Functietoets
DBBS-toets
AANBRENGEN VAN DE BATTERIJ
Breng (lithium CR 2025) batterijen in het batterijvak van de afstandsbediening aan en sluit het deksel.
VERVANGEN VAN DE BATTERIJEN
Als de batterijen zwak worden, wordt de werkingsafstand van de afstandsbediening fel
gereduceerd en zult u de batterijen moeten vervangen.
OPMERKINGEN:
• Om de nauwkeurigheid en de lange levensduur van de transmitter in stand te houden, niet meer
dan twee of meer toetsen tegelijk indrukken.
• Als de afstandsbediening voor een langere tijd niet gebruikt wordt, verwijder dan de batterijen
om schade door het lekken van de batterijen te vermijden
DE AFSTANDSBEDIENING JUIST GEBRUIKEN
• Richt de afstandsbediening op de sensor voor de afstandsbediening.
• De functies van de toetsen op de afstandsbediening zijn dezelfde als de overeenkomstige
toetsen op de hoofdeenheid.
• Als er een sterke bron van omgevingslicht is, kan de prestatie van de infraroodsensor voor de
afstandsbediening aangetast worden, waardoor een onbetrouwbare werking ontstaat.
• De maximum effectieve afstand voor de werking van de afstandsbediening bedraagt ongeveer 5
meter (15 voet).
Batterijen niet weggooien, maar inleveren als KCA.
NL 7
GEBRUIKSAANWIJZING
AANSLUITING VAN DE LUIDSPREKERS
Sluit elke luidspreker aan op de overeenkomstige luidsprekerterminal aan de achterzijde
van de hoofdeenheid. Zorg ervoor dat de linker luidspreker aangesloten is op de linker
luidsprekeraansluiting (L) en de rechter luidsprekerplug op de rechter
luidsprekeraansluiting (R).
AANSLUITING VAN EXTERNE AUDIO-EENHEDEN
• Aansluiting van een cassettedeck of platenspeler enz. (AUX IN)
Het is mogelijk om een extern cassettedeck of een platenspeler op deze eenheid aan
te sluiten en deze klankbronnen weer te geven.
Aansluitkabel (niet inbegrepen)
LINE OUT
AUX IN
Pin-plug x 2
Aan te sluiten audio apparatuur
Pin-plug x 2
• Verbinding met een cassettedeck enz.
Bij het opnemen vanaf de CD-speler of de radio van deze eenheid naar een extern
cassettedeck enz., de kabel van de uitgaande terminals (line out) van de eenheid
verbinden met de ingaande terminals op de cassettespeler enz.
Aansluitkabel (niet inbegrepen)
LINE OUT
AUX IN
Pin-plug x 2
Aan te sluiten audio apparatuur
Pin-plug x 2
PRESET EQUALIZER
• Deze eenheid is voorzien van een voorgeregelde equalizer die toegevoegd werd om het
luistergenot te bevorderen door de frequentieweergave van de muziek te veranderen.
• Druk herhaaldelijk op de PRESET EQ-toets om de volgende equalizing-mogelijkheden te
doorlopen.
CLASSIC
ROCK
POP
JAZZ
NL 8
PASS
DBBS
Druk op de DBBS-knop om het DBBS-effect te verkrijgen. Op het scherm zal "BBS-ON"
verschijnen. Druk nogmaals op de toets "DBBS" om het normale klankeffect te hervatten.
Random (willekeurige weergave)
Druk in de CD-mode op de "Random"-toets (OP DE AFSTANDSBEDIENING). Op het
scherm zal "RNDM" verschijnen en de CD-disc zal onmiddellijk in willekeurige volgorde
weergegeven worden. Druk nogmaals op "Random". De "RNDM"-markering zal van het
scherm verdwijnen en de CD-disc zal terug in de normale volgorde weergegeven worden.
Druk op de "Stop"-toets om de CD te stoppen.
SLEEP-FUNCTIE
U kunt de eenheid als volgt instellen zodat ze na een bepaalde tijd uitschakelt:
1. Druk op STANDBY /ON om de speler aan te zetten.
2. Druk op de SLEEP-toets (OP DE AFSTANDSBEDIENING) Op het scherm verschijnt
"SLEEP" en "90".
3. Blijf de SLEEP-toets indrukken om de minuten op het scherm te wijzigen. U kunt de
eenheid zodanig instellen dat ze na 10-90 minuten uitschakelt.
4. Laat de SLEEP-toets los om de ingestelde tijd te activeren.
5. U kunt de SLEEP-toets op elk moment een tweede keer indrukken om de sleep-functie
te annuleren.
NAAR DE RADIO LUISTEREN
1. Druk op de toets STANDBY/ON om de eenheid aan te zetten (‘ON’). De STANDBY/ONindicator staat "OFF".
2. Kies de tunerfunctie door op de TUNER/BAND-toets te drukken.
3. Kies de gewenste band (AM/MW of FM) met de TUNER/BAND-toets.
4. Stem af op de gewenste radiozender door op de toetsen UP TUNING of DOWN TUNING
op de eenheid of op de afstandsbediening te drukken.
5. Als u de toets UP TUNING of DOWN TUNING gedurende langer dan een halve seconde
ingedrukt houdt, zal de tuner automatisch beginnen te scannen tot een sterk signaal
gevonden wordt.
6. Om de radio uit te schakelen, de STANDBY/ON-toets (Standby / aan) indrukken om
de eenheid in standby-mode te plaatsen. De STANDBY/ON-indicator licht ‘ROOD’ op.
HET OPSLAAN VAN VOORGEPROGRAMMEERDE ZENDERS
1. Stem automatisch of handmatig af (zoals beschreven in
stappen 4 of 5 hierboven) op de zender die u wilt opslaan.
2. Druk één keer op de toets PROGRAMMMA (Geheugen)
klokdisplay . Het kanaalnummer zal op het scherm knipperen
en "PROG" zal gedurende 5 seconden verschijnen.
Gedurende deze tijd moet de gewenste geheugenplaats
geselecteerd worden door op de toets REPEAT/ M-UP te
drukken.
3. Druk nogmaals op de PROGRAMMA (geheugen)-toets om
de zender op die geheugenplaats op te slaan.
4. De eenheid kan tot 30 FM-zenders en 10 AM-zenders opslaan.
NL 9
FM
FM
AFSTEMMEN OP EEN VOORKEUZEZENDER
Druk op de toets PER-UP/PER-DOWN om de zender als een preset in te stellen.
ANTENNE
Voor de FM-ontvangst bevindt er zich een ingebouwde FM-antennedraaad aan de
achterkant van de eenheid. Trek de draad uit en beweeg deze om de beste ontvangst
te verkrijgen.
RDS (RADIO DATA SYSTEM)
RDS is een systeem dat bijkomende informatie doorgeeft via FM-zenders. RDS-zenders
geven bijvoorbeeld hun programmanaam of het programmatype door. Dit wordt aangegeven
op het multifunctioneel scherm.
Herzien van RDS-zenders:
Terwijl u een RDS-zender ontvangt, drukt u op de toets voor de RDS-mode om het
programmatype, de radionaam, programmatype, radiotest indien beschikbaar van de
ontvangen stations te herzien.
1. Druk herhaaldelijk op de toets "RDS MODE".
PS
RANDAM
RDS
PTY
RT
Frequency
REPEAT/PTY
2. RT (Radio Tekstmode)
• Weergave van radiotekstinformatie
• Als de zender geen radiotekst voorziet, of als de ontvangst
slecht is, verschijnt (NORT) op het scherm
Het opsporen van zenders volgens het programmatype.
PTY (Programmatype)
1. Druk op de PTY-toets. "PTY SEL" verschijnt.
2. Druk herhaaldelijk op de toets "Skip Up" of "Skip Down" en kies tussen de 29
programmatypes waarop de tuner moet zoeken.
3. Om de zoekmodus te starten, de PTY-toets indrukken:
Als een zender met het gewenst programmatype gevonden wordt, stopt de zoekmodus
en verschijnt de programmanaam op de display van de eenheid.
NL 10
INSTELLING VAN DE KLOK
1) Druk op STANDBY/ON (Standby/Aan) om de eenheid uit standby
te halen.
2) Druk op de geheugentoets MEMORY. De "24u"-weergave zal op
het beeldscherm verschijnen. Druk op de toets skip/search
of
op
. Druk de toets een keer in om het uur op de klok in te
stellen.
3) Druk EEN keer op de geheugentoets MEMORY. Het segment
van de minuten zal "0" tonen. Het segment van het uur zal
voortdurend knipperen.
4) Druk op de toets Skip/Search
of op
om het gewenst uur in
te stellen.
5) Druk nogmaals op de PROGRAM-toets en het segment van de
minuten zal knipperen.
6) Druk op de toets Skip/Search
of op
om de gewenste
minuten in te stellen.
7) Druk nogmaals op PROGRAM (programmatoets). Het knipperen
houdt op en de tijd is ingesteld.
ON
OM DE TIMER IN TE STELLEN
1) Druk de TIMER-toets in en houd hem ingedrukt. Het LCD-scherm
zal overgaan naar de TIMER-mode en vervolgens zullen de
uurdigits knipperen.
2) Druk op de toets Skip/Search
of op
om het gewenst uur
voor de inschakeling in te stellen.
3) Druk nogmaals op de TIMER-toets Het segment van het uur
houdt op met knipperen. Het segment van de minuten knippert.
4) Druk op de toets Skip/Search
of op
om de minuten voor
de gewenste inschakeling in te stellen.
5) Druk nogmaals op de toets TIMER. Het segment van de minuten
houdt op met knipperen. Het uursegment knippert.
6) Druk op de toets Skip/Search
of op
om het gewenste uur
voor de uitschakeling in te stellen.
7) Druk nogmaals op de TIMER-toets. Het uursegment stopt met
knipperen en het segment van de minuten knippert.
8) Druk op de toets Skip/Search
of op
om het gewenste uur
voor de uitschakeling in te stellen.
9) Druk nogmaals op de TIMER-toets om de activeermodus (wakeup mode) (Tuner/CD/Tape/Volumeniveau) in te stellen.
10)Druk nogmaals op de TIMER-toets om de timer-instelling te
vervolledigen.
ON
OFF
OFF
TUNER
VOL
NL 11
15
OPMERKING:
• De kloktijd wordt enkel behouden zolang de stekker van de eenheid in het stopcontact zit.
Bij een stroomonderbreking zal de klok opnieuw ingesteld moeten worden als de stroom
hersteld is.
WEERGEVEN VAN COMPACT DISCS/MP3-DISCS
HET LADEN EN UITNEMEN VAN COMPACT DISCS/MP3-DISCS
1. Druk op de toets STANDBY/ON om de eenheid aan te zetten (‘ON’). De STANDBY/ONindicator staat "OFF" en de LCD-achtergrondverlichting is aan (’ON’).
2. Selecteer de CD-functie door op de functietoets te drukken.
3. Druk op de toets OPENEN/SLUITEN CD om het disc-compartiment te openen.
4. Als het disc-compartiment geopend is, de disc met de etiketzijde naar boven insteken.
5. Sluit het disc-compartiment door op de toets "CD OPEN/CLOSE" (openen/sluiten CDdeur) te drukken. Als het compartiment volledig gesloten is, zal de disc automatisch
beginnen draaien. Het totaal aantal tracks en de totale weergavetijd verschijnen op het
scherm.
6. Het disc compartiment kan op elk moment geopend worden door op de stoptoets
te
drukken en door vervolgens op de toets "CD OPEN/CLOSE" te drukken. Verwijder de CD
pas nadat het compartiment volledig geopend is en de disc niet langer draait.
OPGELET
• Leg niets anders in het compartiment dan een compact disc.
• Vreemde voorwerpen kunnen het mechanisme beschadigen.
• Houd het disc-compartiment gesloten als het niet gebruikt wordt om te voorkomen dat er
stof en vuil in het mechanisme binnendringt.
• Plaats nooit meer dan een disc tegelijk in het disc-compartiment.
• Als de disc correct geladen is, zal het totaal aantal tracks op de disc weergegeven worden.
OPMERKINGEN:
Nadat het disc-compartiment volledig gesloten is, kan het zijn dat de disc-informatie niet op
het scherm verschijnt. Dit betekent dat de disc niet juist geladen is (vermoedelijk onderste
boven). Om dat te controleren, het disc-compartiment opnieuw openen en de disc terug in het
compartiment plaatsen.
Het is mogelijk dat de CD-deur niet volledig gesloten wordt als de stroom uitgeschakeld wordt
terwijl de CD-deur nog geopend was. De CD-deur kan gesloten worden door de stroom terug
aan te zetten.
WEERGAVE CD-RW
Deze eenheid kan CD-RW-discs weergeven.
MP3-WEERGAVE
Deze eenheid kan MP3-discs weergeven.
OPMERKING:
De capaciteit van deze eenheid om "CD-R/CD-RW weer te geven kan sterk afhankelijk zijn
van de kwaliteit van de media, de Cd-brander en de toepassingssoftware.
De weergave van MP3 CD-R en CD-RW zal afhankelijk zijn van de opnameomstandigheden.
NL 12
WEERGAVE CD/MP3-DISCS (USB. FLASHKAART)
1. Plaats een CD zoals dat in het vorige hoofdstukje beschreven werd en sluit het
disc-compartiment.
2. Op het scherm zullen vervolgens het totaal aantal tracks en de totale weergavetijd
getoond worden.
3. Druk op de WEERGAVE/PAUZE-toets
. De discweergave zal aan het begin van
het eerste track van de disc starten.
4. Telkens als een track van de CD-disc weergegeven wordt, wordt dit op het scherm
getoond.
CD MODE
MP3 MODE
CD
5. Het is mogelijk om een specifieke track te kiezen met een van de toetsen CD Skip
/ . Als u dit doet voordat u de PLAY/PAUSE (WEERGAVE/PAUZETOETS)
indrukt, zal de disc met het gekozen track beginnen als de weergave/pauzetoets
ingedrukt wordt.
6. Aan het einde van de disc zal de eenheid automatisch stoppen.
OPMERKINGEN:
• Als de disc zware krassen vertoont of te vuil is, kan het zijn dat de weergave niet
zal starten.
• Als de disc niet correct aangebracht is, of als de disc beschadigd is, zal de
boodschap "no disc" op het scherm verschijnen.
NO DISC
DISCFOUTEN
• Deze compact disc-speler heeft ingebouwde circuits om fouten te compenseren en
kan kleine defecten in een disc te verbeteren. Er zijn wel grenzen aan het beschikbaar
verbeteringsniveau.
• In sommige gevallen zal de CD-speler tijdens de weergave enkele tracks of delen van
tracks van een disc overslaan. Dit probleem kan veroorzaakt worden door defecten
(zoals krassen) in de weergegeven disc die te groot zijn om gecompenseerd te
worden door de circuits voor de foutcompensatie. Als dit probleem zich voordoet,
controleer de werking van de CD-speler dan als volgt voordat u de eenheid wegbrengt
voor een onderhoudsbeurt. Leg een nieuwe disc in de CD-lade. Als de CD-speler
normaal werkt, is het probleem van de overgeslagen nummers vermoedelijk aan een
beschadigde disc te wijten.
NL 13
OM EEN CD TE STOPPEN VOOR HET EINDE VAN CD/MP3 (USB. FLASHKAART)
1. Druk op de Stop-toets . De discweergave zal stoppen en het scherm zal het totaal
aantal tracks tonen.
2. Om de discweergave tijdelijk te stoppen (pauze-modus), op de weergave/pauzetoets
drukken. De discweergave zal op die plaats van de weergave stoppen. Het
scherm zal knipperen.
CD MODE
MP3 MODE
CD
3. Om de discweergave te hervatten, nogmaals op de weergave/pauzetoets
drukken.
TRACK OVERSLAAN OP CD/MP3 (USB.FLASHKAART)
De discweergave vanaf een bepaalde track beginnen.
Druk op de toetsen voor voorwaarts of achterwaarts verspringen om het gewenst
track te selecteren. Het nummer van de geselecteerde track zal in de CD-display
verschijnen. Druk op de WEERGAVE-/PAUZETOETS
om de weergave te starten.
Naar de volgende track verspringen
Bijvoorbeeld om naar het begin van nummer 5 te verspringen terwijl nummer 4
weergegeven wordt.
1. Druk één keer op de toets voor voorwaarts verspringen (Forward Skip) . De
discweergave zal aan het begin van track 5 hervat worden.
2. De CD-speler zal iedere keer dat de toets voor voorwaarts verspringen ingedrukt
wordt naar het volgend nummer verspringen. Bij herhaaldelijk indrukken van de toets
voor voorwaarts verspringen zal de CD-speler track per track op de disc
verspringen. Als het begin van de laatste track (nummer) bereikt is, zal de CD-speler
verder gaan naar de eerste track.
NL 14
OM NAAR HET VORIG TRACK OP EEN CD/MP3 (USB.FLASHKAART) TE VERSPRINGEN
Bijvoorbeeld om naar het begin van track 3 te verspringen terwijl track 4 weergegeven wordt.
1. Druk twee keer op de toets
voor achterwaarts verspringen. De discweergave zal aan het
begin van track 3 hervat worden.
2. De CD-speler zal iedere keer dat de toets voor achterwaarts verspringen
ingedrukt wordt
één track terugspringen. Als de toets in het midden van een track ingedrukt wordt, zal de CDspeler terugspringen naar het begin van die track. Om terug te springen naar een vorig track
twee keer op de toets voor achterwaarts verspringen
drukken.
3. Bij herhaaldelijk indrukken van de toets voor achterwaarts verspringen
zal de CD-speler
nummer track per track op de disc verspringen. Als het begin van het eerste nummer bereikt
is, zal de CD-speler verder gaan naar de laatste track.
OPMERKINGEN:
De toesten voor voorwaarts
en achterwaarts
verspringen kunnen gebruikt worden om een
gewenst track te kiezen voordat de discweergave start. In dit geval zal het nummer van de
geselecteerde track getoond worden tot de weergave/pauzetoets ingedrukt wordt.
TRACK OPZOEKEN OP CD/MP3 (USB.FLASHKAART)
U kunt een track zoeken door de toets Voorwaarts verspringen
of Achterwaarts
verspringen
in te drukken. De normale weergave zal hervat worden als de knop losgelaten
wordt.
DISCWEERGAVE VAN EEN VAN DE TRACKS OP CD/MP3 (USB.FLASHKAART)
HERHALEN
1. Selecteer de gewenste track met behulp van de toetsen voor voorwaarts
of achterwaarts
verspringen
. Het nummer zal in het scherm getoond worden.
2. Druk een keer op de toets REPEAT/PTY. De "
" -indicator
zal op het scherm verschijnen.
3. Druk op de WEERGAVE/PAUZE-toets
.
4. De geselecteerde track zal weergegeven worden tot het einde.
Daarna zal de weergave automatisch terug aan het begin van
diezelfde track starten. Dit gaat zo door tot de stoptoets
ingedrukt wordt.
5. Als de toets REPEAT/PTY nog twee keer ingedrukt wordt (nog
drie keer voor MP3- mode), zal de "
"-indicator verdwijnen
en zal de herhaalde weergave eindigen. De normale
discweergave zal vanaf dat punt terug starten.
6. Als de laatste track weergegeven werd, zal de CD-speler stoppen.
NL 15
HERHAALDE WEERGAVE CD/MP3 (USB.FLASHKAART)
Gebruik de herhaaltoets REPEAT om een volledige disc of een track continu te spelen.
Herhaalde weergave van alle tracks
CD MODE
1. Druk twee keer op de toets REPEAT/PTY. De "ALL
"
indicator verschijnt op het scherm.
2. Druk op de Weergave/Pauzetoets
.
3. De disc begint vervolgens tot het einde van de laatste track te
spelen. Daarna zal de weergave automatisch terug aan het
MP3 MODE
begin van de eerste track starten. Dit gaat zo door tot de
stoptoets
ingedrukt wordt.
4. Als de toets REPEAT/PTY nogmaals ingedrukt wordt (nog
twee keer voor MP3- mode), zal de " ALL"-indicator
verdwijnen en zal de herhaalde weergave eindigen. De
normale discweergave zal vanaf dat punt terug starten.
5. Als de laatste track weergegeven werd, zal de CD-speler stoppen.
HERHAALDE ALBUMWEERGAVE (ENKEL MP3-MODE)
1. Kies het gewenste album door op de toets PRE-UP of PRE-DOWN te drukken. De album zal
in het scherm getoond worden.
2. Druk drie keer op de herhaaltoets REPEAT/PTY. De "
ALBUM"-indicator verschijnt op het scherm.
3. Druk op de WEERGAVE/PAUZE-toets
.
4. De disc start de weergave vervolgens tot het einde van het
album. Daarna zal de weergave automatisch terugkeren naar
het begin van het album. Dit gaat zo door tot de stoptoets ingedrukt wordt.
5. Als REPEAT (de herhaaltoets) nogmaals ingedrukt wordt, zal de "
ALBUM"-indicator
verdwijnen en zal de herhaalde weergave eindigen. De normale discweergave zal vanaf dat
punt terug starten.
6. Als de laatste track weergegeven werd, zal de CD-speler stoppen.
GEPROGRAMMEERDE DISCWEERGAVE (ENKEL VOOR CD)
• Het is ook mogelijk om tracks te programmeren die u in de door u gekozen volgorde wilt
weergeven. Het is niet mogelijk om programma’s in te geven tijdens de discweergave. Druk
eerst op de stoptoets
en volg dan de onderstaande instructies.
• Het is gemakkelijker om de afstandsbediening te gebruiken voor de volgende instellingen,
hoewel u ook de bedieningstoetsen op de hoofdeenheid kunt gebruiken als u dat wenst.
NL 16
EEN PROGRAMMA INGEVEN
1. Druk op de toets PROGRAM/Clock-Display. "PROG" verschijnt
en de volgende informatie zal op het scherm verschijnen:
2. Selecteer het gewenst track met behulp van de toetsen voor
voorwaarts
of achterwaarts verspringen
.
3. Druk op de toets PROGRAM/Clock-Display. De eerste
programmakeuze is nu in het programmageheugen
opgeslagen. Op het scherm zal nu het volgende verschijnen:
4. Selecteer de volgende gewenste track met behulp van de
toetsen voor voorwaarts
of achterwaarts verspringen
.
5. Druk op de toets PROGRAM/Clock-Display. Geef de overige
tracks op dezelfde manier in tot het gewenst aantal tracks
opgeslagen is (maximum 64 tracks).
GEPROGRAMMEERDE DISCWEERGAVE (ENKEL VOOR MP3)
• Het is ook mogelijk om tracks te programmeren die u in de door u gekozen volgorde wilt
weergeven. Het is niet mogelijk om programma’s in te geven tijdens de discweergave. Druk
eerst op de stoptoets
en volg dan de onderstaande instructies.
• Het is gemakkelijker om de afstandsbediening te gebruiken voor de volgende instellingen,
hoewel u ook de bedieningstoetsen op de hoofdeenheid kunt gebruiken als u dat wenst.
EEN PROGRAMMA INGEVEN
1. Druk op de toets PROGRAM/Clock-Display. "PROG" verschijnt en de volgende informatie zal
op het scherm verschijnen: Het "album Nr" zal knipperen.
2. Selecteer het eerste gewenste album met de toetsen voor
voorwaarts
of achterwaarts verspringen
.
3. Druk op de toets PROGRAM/CLOCK-Display om het eerste
track te kiezen met behulp van de toetsen voor voorwaarts
of
achterwaarts verspringen
.
4. Druk op de toets PROGRAM/Clock-Display. De eerste
programmakeuze is nu in het programmageheugen opgeslagen.
Op het scherm zal nu het volgende verschijnen:
5. Herhaal stappen 2-3.
6. Druk op de toets PROGRAM/Clock-Display. Geef de overige
tracks op dezelfde manier in tot het gewenst aantal tracks opgeslagen is (maximum 64
tracks).
NL 17
OPMERKINGEN:
• Als de toets PLAY/PAUSE
(weergave/pauze) ingedrukt wordt, voordat de toets
PROGRAM/Clock-Display ingedrukt is om een track op te slaan, zal het track niet
geprogrammeerd worden en zal de disc de weergave starten vanaf het eerste geselecteerde
nummer.
• Elk track kan geprogrammeerd worden om meer dan één keer te spelen.
• Door de toets PROGRAM/Clock-Display herhaaldelijk in te drukken kunt u het programma indien
nodig controleren.
HET BELUISTEREN VAN GEPROGRAMMEERDE TRACKS
1. Geef alle tracks in die u in het geheugen wilt programmeren volgens de bovenstaande
procedures.
2. Druk op de WEERGAVE/PAUZE-toets
. De discweergave zal aan het begin van de als eerst
geprogrammeerde track starten. De "PROG"-indicator verschijnt op het scherm.
CD
OM HET PROGRAMMAGEHEUGEN TE WISSEN
• druk op de toets PROGRAM/Clock-Display om naar de programmeermode te gaan en druk
vervolgens op de stop-toets
.
• Het programmageheugen zal ook gewist worden als het disc-compartiment geopend wordt, als
de functie veranderd wordt, of als de stroom uitgeschakeld wordt ("OFF").
MUTE
• Druk op de MUTE-toets op de afstandsbediening om het geluid uit te schakelen. De MUTEindicator zal verschijnen.
• Druk nogmaals op de MUTE-toets om de klank op het vorig niveau te herstellen.
AANSLUITING STEREO OORTELEFOON
Om privé te luisteren zonder de anderen te storen, een stereo oortelefoon (niet inbegrepen)
aansluiten op de PHONES-aansluiting aan de achterkant van de eenheid. De ingebouwde
luidsprekers worden automatisch uitgeschakeld als een oortelefoon aangesloten wordt. Als u
gebruik maakt van een stereo oortelefoon, begin dan steeds met de volumeregeling op een laag
niveau en draai het volume geleidelijk hoger tot u het door u gewenst niveau bereikt heeft.
NL 18
ZOEKEN IN MP3
In de MP3-mode, drukt u op de toets FIND (van de afstandsbediening) om over te gaan naar de
zoekmode. Druk twee keer op de toets FIND om over te gaan naar de mode om albums op te zoeken.
Gebruik de toets Skip Up & Down om een song (lied) te zoeken. Druk gedurende 2 seconden op FIND.
Het LCD-scherm zal IDT3-informatie tonen. Druk nogmaals op FIND om terug te keren naar de normale
mode.
OPMERKINGEN BETREFFENDE MP3-DISCS
Een MP3-bestand bewaart audiogegevens die gecomprimeerd werden met MPEG 1/2, het audio layer-3
file-codeerschema . In deze handleiding noemen we datgene waarnaar in de PC-terminologie verwezen
wordt als "mappen" en "bestanden" respectievelijk "albums" en "tracks".
Opmerkingen betreffende het weergeven van MP3-discs
• Een MP3-track moet opgenomen worden op een disc in een formaat dat voldoet aan de ISO 9660.
Houd er rekening mee dat het systeem de tracks eventueel niet zal weergeven in de volgorde waarin
ze opgenomen werden.
• Het maximum toegelaten aantal tracks en/of albums op een disc is 255, inclusief het hoofdalbum
(bestandenlijst).
• De maximum toegelaten diepte van een ingenestelde map is 8, inclusief tracks. Aangezien de
maximum padlengte 128 karakters telt, moet het totaal aantal karakters inclusief schuine strepen,
koppeltekens en lage streepjes van de naam van het hoofdalbum naar de tracknaam minder dan 128
karakters bedragen.
• Als een disc audiotracks en MP3-tracks bevat, kan het systeem enkel audiotracks weergeven.
• Het systeem kan multi-sessie discs correct weergeven.
• Het systeem kan enkel MP3-tracks weergeven die omgezet zijn met een schakelfrequentie van 44,1
kHz en een vaste of variabele bit rate.
• Het systeem mag geen MP3-tracks weergeven die opgenomen zijn met gebruik van een tool voor
packet writing.
• Het systeem kan enkel MP3-tracks weergeven die een bestandsextensie "mp3" hebben.
• Het kan 30 seconden of meer duren voor het systeem de weergave van MP3-tracks, kan starten,
afhankelijk van het aantal opgenomen tracks en de complexiteit van de boomstructuur van het album.
• Als u een non-MP3 track weergeeft dat een ".mpa" bestandsextensie heeft, kan het zijn dat u wat ruis
hoort.
Opmerkingen over de schermgegevens tijdens de weergave
• Er worden tot 30 karakters weergegeven voor de naam van een album en tot 30 karakters voor de
naam van een track .
• Andere karakters dan letters ("A" tot "Z" en "a" tot "z"), nummers (‘0" tot "9"), koppelteken (-) en plat
streepje (_) kunnen niet weergegeven worden, of kunnen weergegeven worden als andere karakters.
• Het systeem ondersteunt ID3TAG.
• Het is mogelijk dat de weergavetijd niet correct weergeven wordt voor MP3-tracks.
Woordenlijst
Bestandsextensie:
Een string van 3 karakters die aan een bestandsnaam wordt toegevoegd in een Window- of DOSomgeving wordt een "bestandsextensie" genoemd. De bestandsextensie wordt vooral gebruikt om
bestandstypes te identificeren. De bestandsextensie voor MP3-bestanden is ".mp3".
ISO 9660:
ISO staat voor de "International Organization for Standardization" (Internationale Organisatie voor
Standaardisatie). ISO 9660 bepaalt de bestandsstructuur voor CD-ROM's. Dit systeem kan MP3bestanden weergeven die opgenomen zijn in het formaat dat voldoet aan ISO 9660.
Innesteling van mappen (albums):
Om databestanden te organiseren die opgeslagen worden op een PC, kunt u verwante bestanden in een
map bewaren. Een map kan andere mappen, alsook bestanden bevatten. Zo kan map A bijvoorbeeld
map B bevatten en map B kan map C bevatten. Dit wordt het "innestelen van mappen" genoemd.
Sessie:
Een sessie is een ononderbroken gedeelte van geschreven data op een disc.
Een multi-sessie disc is een dics die twee of meer sessies heeft.
NL 19
OPMERKING:
• Bij weergave van de Flash-geheugenkaart. De indicator brandt rood.
• Bij weergave van de Flash-USB. De indicator brandt groen.
WEERGAVE FLASH-GEHEUGENKAART OF FLASH-USB
LADEN EN ONTLADEN FLASH-GEHEUGENKAART OF FLASH-USB
1. Druk op de toets STANDBY/ON om de eenheid aan te zetten (‘ON’). De
STANDBY/ON-indicator staat "OFF" en de LCD-achtergrondverlichting is aan (’ON’).
2. Selecteer de CARD (kaart) of USB-functie door op FUNCTION te drukken.
3. Steek de KAART of USB in de sleuf. Het totaal aantal tracks en de totale weergavetijd
verschijnen op het scherm.
4. Druk op PLAY (weergavetoets).
OPGELET
• Steek niets behalve een KAART of USB in de sleuf.
• Vreemde voorwerpen kunnen de sleuf beschadigen.
• Houd de sleuf schoon als ze niet in gebruik is om te vermijden dat er stof en vuil
binnendringt.
• Als de KAART of de USB correct geladen wordt, zal het totaal aantal tracks op de
kaart of op de USB aangeduid worden.
NL 20
ONDERHOUD EN VERZORGING
VERZORGING VAN DE COMPACT DISC
• Om een disc uit haar behuizing te verwijderen, drukt u op het midden van de doos en
pakt u de disc voorzichtig aan de randen vast om ze eruit te trekken.
• Vingerafdrukken en vuil moeten met een zachte doek zorgvuldig van het
opnameoppervlak van de disc geveegd worden. In tegenstelling tot klassieke
fonoplaten hebben compact discs geen groeven waar stof in kruipt en microscopisch
vuil in terecht komt. Als u de disc dus zachtjes schoonwrijft met een zachte doek,
zouden de meeste vuildeeltjes verwijderd moeten worden. Wrijf in een rechte lijn van
de binnenkant naar de buitenkant van de disc. Kleine vuildeeltjes en lichte vlekken
zullen absoluut geen invloed hebben op de kwaliteit van de weergave.
• Maak de disc periodiek toe schoon met een zachte, pluisvrije, droge doek. Gebruik
nooit detergenten of bijtende reinigingsmiddelen om de disc te reinigen. Gebruik
indien nodig een reinigingskit.
• Schrijf nooit op het oppervlak van compact discs en breng er geen stickers op aan.
REINIGING VAN DE BEHUIZINGEN
• Als de behuizingen stoffig worden, ze met een zachte, droge doek afstoffen. Gebruik
geen was of polish sprays op de behuizing.
• Als het voorpaneel vuil wordt of vingerafdrukken vertoont, mag dat gereinigd worden
met een zachte doek die lichtjes bevochtigd werd in een lichte oplossing van zeep en
water. Gebruik nooit schurende reinigingsmiddelen of polishes, aangezien deze de
finish van uw eenheid kunnen beschadigen.
OPGELET:
Zorg ervoor dat er geen water of een andere vloeistof in de eenheid terechtkomt terwijl u
deze aan het reinigen bent.
NL 21
Het reinigen van de eenheid
• Om het gevaar van brand of een elektrische schok te vermijden, de stekker van de
eenheid uittrekken voordat u met het reinigen ervan begint.
• Als de behuizing stoffig wordt, ze met een zachte, droge doek afstoffen. Gebruik geen
was of polish sprays op de behuizing.
• Als het voorpaneel vuil wordt of vingerafdrukken vertoont, mag dat gereinigd worden
met een zachte doek die lichtjes bevochtigd werd in een lichte oplossing van zeep en
water. Gebruik nooit schurende reinigingsmiddelen of polishes, aangezien deze de finish
van uw eenheid kunnen beschadigen.
Opgelet:
Zorg ervoor dat er geen water of een andere vloeistof in de eenheid terechtkomt terwijl u
deze aan het reinigen bent.
NL 22
GIDS VOOR HET VERHELPEN VAN STORINGEN
Als deze eenheid een probleem zou vertonen, gelieve dan volgende zaken te
controleren voordat u de eenheid naar een technische dienst brengt.
Symptoom
Mogelijke oorzaak
Oplossing
De zender is niet goed
afgesteld voor AM of AM.
FM: De staafantenne is
niet uitgetrokken.
AM: De eenheid is niet
juist gepositioneerd.
FM station is mono of het
zendersignaal is zwak.
De functie is niet ingesteld
op Tuner.
Volume op minimum
Stel de AM- of FM
-zender opnieuw af.
Trek de FM-staafantenne uit.
Radio
Vervormd geluid of
vervormde klank op
AM- of FM-zenders .
FM- STEREO-indicator
brandt niet
AM of FM, geen geluid.
Draai de eenheid tot
de ontvangst verbetert.
Stel de bandschakelaar
in op de FM ST-positie.
Zet de functieschakelaar op
RADIO
Volume verhogen.
Compact Disc-speler
CD-speler wil niet spelen. Functieschakelaar is niet op
CD ingesteld.
Geen of verkeerd aangebrachte
CD.
CD slaat stukken over
De disc is vuil of gekrast.
tijdens de weergave.
Druk op de CD-toets om de
CD-functie te selecteren.
Steek de CD erin met de
etiketzijde naar boven.
Wrijf de disc schoon met een
doek, of gebruik een andere disc.
Kaart of USB-speler
Kaart of USB wil niet
weergeven.
De functie is niet ingesteld
op Kaart of USB.
Kaart of USB is niet of onjuist
geïnstalleerd.
Druk op de knop Kaart of USB
Om de functie Kaart of USB te
kiezen.
Steek de Kaart of USB in de poort
Opmerkingen:
Als de bovenstaande tabel voor het verhelpen van storingen (zie hierboven) de storing niet
kan verhelpen, trek de stekker dan even uit en steek hem na enkele seconden terug in. Bij
een resetting wordt de eenheid terug op de oorspronkelijke fabrieksinstellingen gezet en
worden alle instellingen van de gebruiker gewist.
NL 23
Model: QX-5570UF
Technische kenmerken
Hoofdeenheid
FM-tunergedeelte
Tuningbereik
Nuttige gevoeligheid (S/R = 30 dB)
Antenneterminals
87,5 MHz 108 MHz (50 KHz stap)
22 dBµ
Antennedraad
MW-tunergedeelte
Tuningbereik
522 MHz 1620 MHz (9 KHz stap)
Nuttige gevoeligheid
Antenne
65 dB/M
Ferrietstaaf
Versterker
Uitgangsvermogen:
Output (uitgang):
Compact disc-speler
Laser
D-A omzetter
Signaal-ruisverhouding
Harmonische vervorming
RMS 5,0 Watt (3,0 )
PHONES (Stereo miniaansluiting) : aanvaardt
koptelefoons van 32 ohm of meer
Halfgeleider laser (760 ~ 800nm)
1 bit dual
60 dB (1 KHz, 0 dB)
0,5%(1 kHz, 0 dB)
Geheugenkaart
USB Flash
Algemeen
Stroomvereisten:
Stroomverbruik
Stroomverbruik in standby
Afmetingen van de hoofdeenheid:
Gewicht van de hoofdeenheid:
Luidsprekersysteem
Behuizingstype
Luidsprekers
230 VAC, 50 Hz
32 W
8W
149 (B) X 210 (H) X 256 (D) mm.
2,9 Kg.
Impedantie:
2-wegs basreflex
Hout
Tweeter:
27mm piëzo
3 ohm
DBBS (Dynamic Bass Boost)
4-bands EQ
100 Hz 8 dB
Classic/Rock/Pop/Jazz
Het ontwerp en de technische kenmerken kunnen zonder voorafgaand bericht gewijzigd worden.
NL 24
Importeur AKAI Benelux - Elmarc B.V.
Informatie www.akai.nl <http://www.akai.nl>
NL 25