Belrobotics | GreenMow | Handleiding Belrobotics BigMow - ParcMow

Handleiding Belrobotics BigMow - ParcMow
BELROBOTICS
Handleiding voor de robotmaaiers
Belrobotics
– modellen 2013
Versie NL -25/07/2013
BELROBOTICS
INHOUDSOPGAVE
1. Voor uw veiligheid en die van anderen ............................. 3
A.
B.
C.
D.
E.
Beveiliging van kinderen en kwetsbare mensen .......................................................... 3
Vooraleer u de robot gebruikt ...................................................................................... 3
Gebruik ........................................................................................................................ 3
Onderhoud en opslag ................................................................................................... 4
Verantwoordelijkheid .................................................................................................. 4
2. Instructies & Pictogrammen .............................................. 5
3. Beschrijving....................................................................... 7
A.
B.
C.
D.
Algemene beschrijving ................................................................................................ 7
Beschrijving technische uitrusting BigMow ............................................................... 8
Beschrijving technische uitrusting ParcMow .............................................................. 9
Beschrijving technische uitrusting GreenMow ......................................................... 10
4. Technische kenmerken .................................................... 11
5. Algemene werking........................................................... 12
A.
B.
C.
Maaiwijze .................................................................................................................. 12
Maaihoogte ................................................................................................................ 12
Veiligheidssensoren ................................................................................................... 12
6. Eerste ingebruikname ...................................................... 13
A.
B.
C.
Batterijen ................................................................................................................... 13
Instelling van de parameters & opties ....................................................................... 13
Robot starten/stoppen ................................................................................................ 13
7. Gebruiksinstructies .......................................................... 14
A.
B.
C.
D.
E.
Gebruik van het controlepaneel en het beeldscherm ................................................. 14
De robot naar het laadstation laten terugkeren .......................................................... 15
Visuele en geluidsaanwijzingen ................................................................................ 15
Navigatie in het menu ................................................................................................ 16
Gebruik van de opties ................................................................................................ 19
8. Onderhoud ....................................................................... 22
A.
B.
C.
D.
E.
Batterijen ................................................................................................................... 22
Reiniging ................................................................................................................... 22
Laadcontacten ............................................................................................................ 22
Overwintering ............................................................................................................ 22
Maaimessen ............................................................................................................... 23
9. Installatie ......................................................................... 23
10. Problemen oplossen ......................................................... 24
2
BELROBOTICS
1.VOOR UW VEILIGHEID EN DIE VAN ANDEREN
De Belrobotics robotmaaier werd ontworpen met het oog op de veiligheid van de gebruiker.
Hij beschikt onder meer over een specifiek brevet voor zijn maaimessen. De messen zijn
immers inklapbaar wanneer zij in contact komen met een voorwerp, een van zijn grootste
troeven.
Bovendien detecteert zijn sonarsysteem de aanwezigheid van mensen of voorwerpen dicht
in de buurt, waardoor hij onmiddellijk vertraagt. Als hij licht in aanraking komt met een
hindernis, stopt en wijzigt hij automatisch zijn traject.
Wanneer de robot wordt opgetild terwijl hij in werking is, stoppen de sensoren onmiddellijk
de rotatie van de maaischijven.
In tegenstelling tot de onderhoudsrobots voor traditionele tuinen, biedt de Belrobotics robot
rust en veiligheid op het gazon. Desondanks is het belangrijk om bepaalde voorzorgsmaatregelen te nemen bij het bedienen van de robot.
A. BEVEILIGING VAN KINDEREN EN KWETSBARE MENSEN
- Dit apparaat is niet bedoeld om te worden gebruikt door kinderen of personen met
verminderde lichamelijke, zintuiglijke of geestelijke vermogens, of een gebrek aan
ervaring en kennis waardoor zij het apparaat niet zonder gevaar kunnen gebruiken
zonder toezicht of instructies van een verantwoordelijke persoon die hen een veilig
gebruik van het apparaat kan verzekeren.
- Laat de kinderen niet met de robot of het laadstation spelen.
- Houd kinderen en dieren weg van de robot wanneer hij operationeel is.
- Zonder toezicht mogen kinderen geen schoonmaak of onderhoud uitvoeren op de robot
of het laadstation.
B. VOORALEER U DE ROBOT GEBRUIKT
- Lees deze handleiding aandachtig en volledig.
- Zorg ervoor dat er op de kritische plaatsen (bijv. toegang tot een weg, een zwembad,
een vijver, enz.) een fysieke barrière geplaatst wordt.
- Controleer dat er op het gazon geen voorwerpen achterblijven (speelgoed, tak, enz.).
- Indien u over een sprinklerinstallatie in uw gazon beschikt, programmeer uw robot
zodat hij minstens een uur voor de besproeiing van start gaat, terugkeert naar het
laadstation.
- Meerdere personen zijn nodig om de robot te vervoeren/onderhouden.
C. GEBRUIK
- Zelfs nadat u de gebruiksinstructies aandachtig doorgenomen hebt, is het bij het
allereerste gebruik aanbevolen om enkele tests uit te voeren om het
bedieningssysteem en de voornaamste functies goed te lokaliseren en te begrijpen.
- Opgelet, steek nooit een voet of hand onderin de robot of meer bepaald aan de
voorwielen, wanneer die in werking is.
3
BELROBOTICS
- Stop de robot in alle veiligheid en wacht tot de maaimessen volledig tot stilstand
gekomen zijn alvorens hem op te tillen, te verplaatsen of voor elke andere
interventie.
- Laat de robot nooit in stilstand achter op een helling.
Deze voorzorgsmaatregelen zijn noodzakelijk voor uw veiligheid. De vermelde
aanbevelingen zijn echter onvolledig; gebruik uw robot altijd op een verstandige manier.
- Sluit nooit een uitwendig elektrisch element aan op de batterijkabel.
- Laad de batterijen nooit op buiten de robot en gebruik uitsluitend het laadstation.
- Gebruik nooit andere oplaadmogelijkheden (auto batterijlader, enz.).
Deze voorzorgsmaatregelen zijn noodzakelijk voor de goede werking van de batterijen
alsook voor hun garantiedekking.
D. ONDERHOUD EN OPSLAG
- Zie er op toe dat uw robot de voorziene onderhoudswerkzaamheden ondergaat: een
goed onderhoud zorgt ervoor dat de optimale productiviteit van uw robot behouden
blijft, de beste resultaten behaald worden en de levensduur verlengd wordt.
- Ontkoppel de elektriciteitskabel alvorens u een interventie uitvoert op het laadstation.
- Zet de hoofdschakelaar altijd eerst in de OFF-positie alvorens u een interventie uitvoert
op de robot.
- Kijk regelmatig na of de fixeerschroeven van de belangrijkste organen goed zijn
aangedraaid.
- Uw robot is een elektrisch apparaat: kuis hem nooit met een tuinslang.
- Draag veiligheidshandschoenen wanneer u aan de maaimessen wil werken.
- Vervang alle versleten onderdelen door originele wisselstukken van Belrobotics om de
werking en het voorziene veiligheidsniveau te kunnen behouden.
Indien u deze aanbevelingen niet opvolgt, kan u schade berokkenen aan uw robot of
uzelf blootstellen aan ernstige lichaamsverwondingen.
E. VERANTWOORDELIJKHEID
-
-
Indien u de gebruiksinstructies niet toepast zoals opgegeven in de handleiding, kan
Belrobotics in geen geval aansprakelijk worden gesteld.
U mag uw robot niet aanpassen zonder voorafgaandelijk akkoord van Belrobotics.
Iedere wijziging die niet door Belrobotics wordt goedgekeurd, kan uw robot gevaarlijk
maken en leiden tot ernstige verwondingen bij gebruik.
Het gebruik van “niet originele” bestanddelen leidt niet alleen tot een groter risico
voor de gebruiker maar ook tot de nietigverklaring van de garantie in geval van
hieruit resulterende schade.
Het bedrijf Belrobotics wijst elke verantwoordelijkheid af bij een ongeval ten gevolge van
het gebruik van een “niet origineel” bestanddeel.
4
BELROBOTICS
2.INSTRUCTIES & PICTOGRAMMEN
Lees aandachtig de handleiding om de inhoud ervan te begrijpen
alvorens u uw robot begint te gebruiken.
Dit automatische maaitoestel kan gevaarlijk zijn bij verkeerd gebruik. De
gebruiks- en veiligheidsinstructies moeten noodzakelijkerwijze toegepast
worden voor een optimaal en veilig gebruik.
Benader nooit de draaiende maaimessen en de onderkant van het
koetswerk met uw voeten en handen wanneer de robot in werking is.
Plaats niets op het koetswerk van de robot.
Niet op de robot gaan staan of zitten.
Gevaar voor wegschietende voorwerpen.
Houd u op een veilige afstand van de robot wanneer die in werking is.
Gebruik nooit de robot wanneer er zich kinderen, dieren of nietgeïnformeerde mensen in de werkzone bevinden. Laat uw robotmaaier
altijd alleen functioneren.
Verplaats/Verzorg het onderhoud van de robot met behulp van
minstens een andere persoon en houd de robot vast op de daartoe
voorziene plaatsen. Verplaats de robot wanneer hij uitstaat
(hoofdschakelaar in OFF-positie).
De robot niet besproeien, de robot niet met water schoonmaken, de
robot niet met een hogedrukreiniger reinigen, de robot niet gebruiken
als de sproeier aanstaat.
Gebruik altijd gepaste veiligheidshandschoenen wanneer u op de robot
werken uitvoert.
Afgedankte elektrische en elektronische apparaten worden apart
opgehaald.
Aanwezigheid van Lithium.
5
Station
GreenMow ParcMow
BigMow
BELROBOTICS
6
BELROBOTICS
3.BESCHRIJVING
A. ALGEMENE BESCHRIJVING
De Belrobotics robot is een maaier die volledig geautomatiseerd is. Hij wordt gebruikt om
oppervlakten tot 2 hectaren te onderhouden, waardoor de eigenaar op een regelmatige en
autonome manier zijn gazon kan onderhouden.
De robot verplaatst zich binnen een actiezone afgebakend door een ondergrondse
elektrische begrenzingsdraad en beweegt op willekeurige wijze. Hij past zich aan zijn
omgeving aan door elk obstakel te vermijden dankzij een sonarsysteem en verscheidene
andere sensoren. Wanneer de batterijen leeg zijn, laadt de robot zich vanzelf weer op.
Om de bescherming te optimaliseren in geval van eventuele foute handelingen door de
gebruiker is de robot voorzien van meerdere sensoren.
Hij doet eveneens beroep op geavanceerde technologie. Zijn elektronica en informatica gaan
over alle informatie die de sensoren doorgeven in real-time om op een optimale manier alle
situaties te beheren.
7
BELROBOTICS
B. BESCHRIJVING TECHNISCHE UITRUSTING BIGMOW
5
5
1
Koetswerk
2
Hindernissendetectie - sonar
3
Hindernissendetectie - bumper
4
Laadcontacten
5
Controlepaneel en beeldscherm
6
Hoofdschakelaar – robot ON/OFF
7
Bedieningshendel maaihoogte
8
Locatie batterijen
9
Doos met elektronisch moederbord
10
Maaikoppen (x5)
11
Beschermkappen
12
Tractiewielen
13
Voorwielen (x4)
14
Sensorsignaal begrenzingsdraad
15
Laadstation
16
Handlift
17
Sonar station
18
LED- signalisatie
8
BELROBOTICS
C. BESCHRIJVING TECHNISCHE UITRUSTING PARCMOW
5
5
1
Koetswerk
2
Hindernissendetectie - sonar
3
Hindernissendetectie - bumper
4
Laadcontacten
5
Controlepaneel en beeldscherm
6
Hoofdschakelaar – robot ON/OFF
7
Bedieningshendel maaihoogte
8
Locatie batterijen
9
Doos met elektronisch moederbord
10
Maaikoppen (x3)
11
Beschermkappen
12
Tractiewielen
13
Voorwielen (x2)
14
Sensorsignaal begrenzingsdraad
15
Laadstation
16
Handlift
17
Sonar station
18
LED- signalisatie
9
BELROBOTICS
D. BESCHRIJVING TECHNISCHE UITRUSTING GREENMOW
5
5
1
Koetswerk
2
Hindernissendetectie - sonar
3
/
4
Laadcontacten
5
Controlepaneel en beeldscherm
6
Hoofdschakelaar – robot ON/OFF
7
Bedieningshendel maaihoogte
8
Locatie batterijen
9
Doos met elektronisch moederbord
10
Maaikoppen (x2)
11
Beschermkappen
12
Tractiewielen
13
Voorwielen (x1)
14
Sensorsignaal begrenzingsdraad
15
Laadstation
16
Handlift
17
Sonar station
18
LED- signalisatie
10
BELROBOTICS
4.TECHNISCHE KENMERKEN
BigMow
ParcMow
GreenMow
125W
92W
58W
2 wielen, φ 45 cm
2 wielen, φ 36 cm
2 wielen, φ26 cm
3,6 km/h
2,9 km/h
2,2 km/h
30%
30%
30%
Li-Ion / 15Ah
Li-Ion / 10Ah
Li-Ion / 10Ah
800 kWh
555 kWh
450 kWh
ABS
HD-PE
HD-PE
< 65 dB
< 65 dB
< 62 dB
120 x 120 x 50 cm
102 x 100 x 45 cm
80 x 65 x 36 cm
51 kg
36 kg
25 kg
105 cm / 5 koppen
65 cm / 3 koppen
44 cm / 2 koppen
11 posities
8 posities
8 posities
Van 22 tot 80 mm
Van 22 tot 65 mm
Van 22 tot 75 mm
Tot 20.000 m²
Tot 10.000 m²
Tot 6.000 m²
Tastsensor
Ja
Ja
Nee
Hindernissendetector
Ja
Ja
Ja
Hefsensor
Ja
Ja
Ja
Waterdichte sonar
Ja
Ja
Ja
Aandrijving
Snelheid
Maximale helling
Type / Batterijcapaciteit
Maximaal verbruik op 9
maanden tijd
Koetswerk
Geluidsniveau (op 1 m)
Afmeting l x b x h
Gewicht
Maaibreedte
Maaihoogte
Maaicapaciteit
Laadstation
In- en uitgangsspanning
In: 230 Vac 50Hz / Uit: 32Vdc
Verbruik
3W (randsignaal), 320W (opladen robot)
Randsignaal
0,12A rms maximum
Gewicht
6 kg
Afmeting
85 x 45 x 35 cm
11
BELROBOTICS
5.ALGEMENE WERKING
A. MAAIWIJZE
De Belrobotics robot werkt volgens de “aleatoire” maaiwijze. De “aleatoire” wijze bestaat
erin om het te volgen parcours toevallig uit te kiezen. Als hij een hindernis of de
begrenzingsdraad aantreft, kiest de boordcomputer een nieuwe richting uit. Op die manier is
het parcours telkens anders en neemt de robot iedere keer een verschillende weg.
Uiteindelijk zal elke vierkante meter van het gazon gemaaid zijn. Voor de dichter begroeide
zones in het gazon, past de robot zich automatisch aan; hij gaat vertragen of in een vierkant
maaien.
Wanneer de batterijen moeten opgeladen worden, gaat de robot zijn begrenzingsdraad
volgen om zich op te laden. Wanneer de batterijen weer helemaal opgeladen zijn, hervat hij
automatisch het werk.
Ingeval de robot detecteert dat het gazon niet gemaaid hoeft te worden, wacht hij aan zijn
laadstation en last hij een verlengde rustpauze in. Achteraf herneemt hij het maaien. Hij
werkt alleen wanneer het nodig is.
B. MAAIHOOGTE
I. Instellingsprocedure
De maaihoogte kan ingesteld worden tussen ‘x’ mm en ‘y’ mm (zie tabel pagina 11) via
tussenliggende vaste waarden.
a. Open het koetswerk
b. Til de selectiecursor op
c. Schuif de selectiestaaf
op de gewenste hoogte
C. VEILIGHEIDSSENSOREN
De robot is voorzien van een sonarsysteem en meerdere crashsensoren. Wanneer hij
hindernissen nadert die minimum 50 cm hoog zijn en een diameter van minimum 10 cm
hebben, geven deze hem aan dat hij moet vertragen of van richting veranderen.
Hij is ook uitgerust met een systeem dat de rotatie van de maaikoppen onmiddellijk stopt
zodra hij waarneemt dat hij wordt opgetild.
12
BELROBOTICS
I. Instellingsfrequentie
Wanneer u het apparaat in werking stelt of na een werkonderbreking van een aantal dagen,
zal het gazon te hoog of te dicht begroeid zijn. In dat geval is het aanbevolen om het eerste
aantal dagen de maaihoogte te verhogen en die vervolgens geleidelijk aan in te korten (één
gleufje om de 2 dagen).
Wanneer de grashoogte oneven is, maait de Belrobotics robot de hogere grasgedeelten
trager (voor een beter resultaat). Indien de maaiweerstand te groot wordt, maait de robot in
een vierkant.
6.EERSTE INGEBRUIKNAME
A. BATTERIJEN
De batterijen van de Belrobotics robot zijn voldoende opgeladen zodat uw erkende
installateur Belrobotics de tests kan uitvoeren met betrekking tot de eerste ingebruikname.
Eens de tests afgelopen zijn, is het beter om de robot naar het laadstation terug te sturen
om zich volledig te kunnen opladen alvorens aan het onderhoud van uw terrein te beginnen.
B. INSTELLING VAN DE PARAMETERS & OPTIES
De robot verlaat de fabriek met standaard parameters en opties. Bij de eerste
ingebruikname van uw robot, is het essentieel om bepaalde parameters en opties aan te
passen.
De gebruikstaal, het aantal meters van uw begrenzingsdraad, het parcours terug naar het
laadstation, de pauzemomenten, enz. Een goede instelling van deze opties en parameters
zorgen voor een optimale werking van uw robot ten opzichte van de configuratie van de
oppervlakte die moet worden onderhouden.
Gelieve contact op te nemen met uw erkende installateur Belrobotics om uw robot af te
stellen. U kunt ook het hoofdstuk "Gebruiksinstructies" raadplegen.
C. ROBOT STARTEN/STOPPEN
I. Robot starten
Om de robot te starten, is dit de te volgen procedure:
a. Open de toegangsklep van de robot.
b. Zet de hoofdschakelaar op "I".
c. Duw de "I" toets in van het controlepaneel. Het scherm gaat aan.
d. Duw een tweede maal de "I" toets in van het controlepaneel. Het scherm knippert.
e. De toegangsklep binnen de 8 seconden sluiten. De robot start.
II. Robot stoppen
Om de robot te stoppen, moet men enkel de toegangsklep opheffen.
Hij start pas opnieuw bij het uitvoeren van de verrichtingen vermeld in de vorige paragraaf.
13
BELROBOTICS
7.GEBRUIKSINSTRUCTIES
A. GEBRUIK VAN HET CONTROLEPANEEL EN HET BEELDSCHERM
Het controlepaneel bestaat uit 17 toetsen. 10 “Cijfer” toetsen en 7 “Actie” toetsen.
Bij het inschakelen, geeft het beeldscherm het uur en de datum van het systeem weer,
alsook de spanning van de batterijen in volt.
Menu
27,2
Toetsen
Za 04/05
09 :34
Acties
De robot aanzetten en starten.
F1
De robot naar het laadstation laten terugkeren. Wanneer de batterij
opgeladen is, zal de robot automatisch zijn maaicyclus weer opnemen.
Navigatie in de menu’s en submenu’s.
F2
De robot naar het laadstation laten terugkeren. De robot blijft aan het
laadstation zelfs al is de batterij opgeladen. De gebruiker zal de toets
moeten indrukken om zijn maaicyclus opnieuw te starten.
Navigatie in de menu’s en submenu’s.
F3
#
De “magnetische afstand” aangeven van de robot in functie van de
begrenzingsdraad (in plaats van het uur). Deze functie is nuttig voor de dienst
na verkoop.
- Toegang tot de menu’s en submenu’s.
- Een optie (de)selecteren.
Terugkeren in de menu’s en submenu’s.
C
De alarmsignalen van de robot die op het scherm staan, wissen.
*
- Een geheime code of een toegangscode tot de parameters invoeren.
- De rustdagen (de)selecteren.
14
BELROBOTICS
B. DE ROBOT NAAR HET LAADSTATION LATEN TERUGKEREN
I. Voor een enkele cyclus (Terugkeer station F1)
Om de robot de maaicyclus te laten heropnemen na het laden:
a. Stop de machine door de toegangsklep op te tillen.
b. Druk op F1. Aanduiding op het scherm: “O01 GaLaden: √”.
c. Druk op om de robot te starten.
d. De toegangsklep binnen de 8 seconden sluiten.
II. Voor meerdere cycli (Rust station F2)
Om de robot aan het laadstation te laten blijven tot hij nieuwe instructies krijgt:
a. Stop de machine door de toegangsklep op te tillen.
b. Druk op F2. Aanduiding op het scherm: “O02 BlijfLaden: √”.
c. Druk op om de robot te starten.
d. De toegangsklep binnen de 8 seconden sluiten.
Om de robot zijn maaicycli te laten heropnemen na een rustperiode op station “F2”:
a. Til de toegangsklep van de robot op het station.
b. Druk op om de robot herop te starten.
c. De toegangsklep binnen de 8 seconden sluiten.
d. De robot verlaat zijn station wanneer zijn batterijen volledig opgeladen zijn.
C. VISUELE EN GELUIDSAANWIJZINGEN
De Belrobotics robot communiceert zijn verschillende statussen door te biepen of via
informatie op het beeldscherm.
Het laadstation communiceert ook zijn verschillende statussen via een tweekleurige LED.
ROBOT
STATION
Bieps
LED
- 1 lange biep: Robot gestopt of foute
handeling op het controlepaneel
- 1 korte biep: Handeling op een toets
- 2 lange bieps / 10 sec: Opladen robot
- 2 korte bieps / 1 sec: Starten maaikop
- 1 korte biep /2 sec: Alarm
- Groen knipperend: OK, normale modus
- Rood knipperend: begrenzingsdraad
afgesneden of te lang (typisch > 1200
m)
Laden
- S.L. : Snelle lading, normale modus
- T.L. : Trage lading, rust
- W.G. : Wachten gebruiker
- W.SU. : Wachten start uur
- W.BW. : Wachten batterij warm
- W.VT. : Wachten vries temperatuur
- Rood continu: elektronische kaart van
het station defect of draad te kort
(typisch < 200 m)
- Geen kleur: het station krijgt geen
stroom.
15
BELROBOTICS
D. NAVIGATIE IN HET MENU
I. Data
In dit menu vindt u de basisinformatie aangaande uw Belrobotics robot. Het reeksnummer
van de primaire elektrische kaart, de software-versie, de algemene data en de
werkingshistoriek van de robot.
Het detail van de 4 submenu’s van het menu "DATA" vindt u hieronder terug.
a.ALGEMENE DATA
Deze tabel bevat de codes van de verschillende algemene data met hun betekenis.
Algemene data
S0
S1
S2
S3
S4
S5
S6
S7
Werktijd in minuten
Laadtijd in minuten
Totaal aantal cycli
Afstand linkerwiel in meters
Afstand rechterwiel in meters
Laatste laadvermogen
Laatste ontladingscapaciteit
Tijdsrust in minuten
b. HISTORIEK
Deze tabel bevat de codes en betekenis van de verschillende gebeurtenissen die de robot
registreert. Het geheugen heeft een capaciteit van 1000 gebeurtenissen. Dit submenu zal
voornamelijk door uw kleinhandelaar gebruikt worden.
Historiek
SZ
Wl
Lw
Bl
G
GO
ON
-AL
NP
Terugkeer naar het laadstation
Start werk
Start laden
Rust op station
Gebruiker opent de toegangsklep
Robot starten
Robot inschakelen
Robot uitschakelen
Beveiliging
Actualisering van het robotprogramma
c. VERSIE
Dit submenu geeft de programmaversie van uw robot aan.
d. REEKS NUMMER
Dit submenu geeft het reeks nummer aan van uw primaire elektronische kaart.
16
BELROBOTICS
II. Instelling
Opgesteld uit 7 submenu’s, laat het menu "INSTELLING" toe om het aantal parameters aan te
passen om uw Belrobotics robot te personaliseren en in te stellen in functie van uw terrein.
De uitleg omtrent deze 7 submenu’s kan u hieronder terugvinden.
1. RUSTEN REGELEN
Via dit submenu kan u tot 4 rustregels programmeren; gedurende deze regels zal de robot
niet werken en op zijn laadstation blijven.
1. De uren en minuten invoeren van begin rust en vervolgens de uren en minuten
invoeren van einde rust via de toetsen 0 tot 9. Bevestigen door op # te drukken.
2. De toetsen F2 & F3 gebruiken om
zich tussen de weekdagen te
verplaatsen en  om de rustdagen
van de robot aan te geven.
Bevestigen door op # te drukken.
3. Vanaf "RUSTEN REGELEN 2", de
bovenstaande stappen herhalen
indien nodig.
4. Eens de rust regels geprogrammeerd
zijn, meermaals op C drukken om
terug te keren naar "MENU".
Rust regel 1# : _ _ : _ _ → _ _ : _ _
□Ma □Di □Wo □Do □Vr □Za □Zo
Rust regel 2# : _ _ : _ _ → _ _ : _ _
□Ma □Di □Wo □Do □Vr □Za □Zo
Rust regel 3# : _ _ : _ _ → _ _ : _ _
□Ma □Di □Wo □Do □Vr □Za □Zo
Rust regel 4# : _ _ : _ _ → _ _ : _ _
□Ma □Di □Wo □Do □Vr □Za □Zo
N.B: Nachtrust regelen
Om een rustperiode in te stellen waarbij het tijdsinterval middernacht (00u00) omvat,
moet men 2 regels instellen; de rustperiode is namelijk geprogrammeerd over 2 dagen.
Voorbeeld 1: De robot is op rust op maandag om 21u en herneemt zijn activiteiten de
volgende dag om 06u.
Rust regel 1# : 2 1 : 0 0 → 0 0 : 0 0
□Ma □Di □Wo □Do □Vr □Za □Zo
Rust regel 2# : 0 0 : 0 0 → 0 6 : 0 0
Di □Wo □Do □Vr □Za □Zo
□Ma □
Voorbeeld 2: Een rustperiode van 2u, elke weekdag (maandag tot vrijdag) vanaf 23u
omwille van een automatische besproeiing.
Rust regel 1# : 2 3 : 0 0 → 0 0 : 0 0
Vr □Za □Zo
Do □
□
□Di □
Ma 
Wo □
Rust regel 2# : 0 0 : 0 0 → 0 1 : 0 0
Di □
Do □
Wo □
Vr □
□Ma □
Za □Zo
17
BELROBOTICS
2. KLOK
Via dit submenu stelt men het uur en de datum in dat op het scherm van de robot staat.
1. Bij het bericht "KLOK", één maal op # drukken.
2. De uren en minuten invoeren via de toetsen 0 tot 9.
3. Eens de uren en minuten ingevoerd zijn, gaat de cursor automatisch op de dag staan.
Gebruik de toetsen 1 tot 7 om een weekdag van maandag tot zondag uit te kiezen.
4. Druk op F3 om van de weekdag naar de datum over te gaan, gebruik vervolgens de
toetsen 0 tot 9 om de datum van de dag en het jaar in omloop in te voeren. Bevestig
door op # te drukken.
5. Eens de datum ingevoerd is, meermaals op C drukken om terug te keren naar "MENU".
3. NIEUWE CODE
De robot kan vergrendeld worden via een veiligheidscode (PIN) om zijn bescherming te
versterken. Via dit submenu kan u de code van de robot of invoeren, of wijzigen, of
vernietigen.
1. Bij het bericht "NIEUWE CODE", één maal op # drukken.
2. Het scherm toont "# - - - -"; voer uw nieuwe 4-cijferige code in, gevolgd door # om te
bevestigen.
3. Het scherm toont nu"# DAGEN: 030", de robot zal u bijgevolg vragen om om de 30
dagen uw code in te voeren. Deze frequentie kan verlaagd of verhoogd worden via
de toetsen 0 tot 9. Bevestig door op # te drukken.
4. Om uw code te wijzigen bij de mededeling " ", één maal op # drukken.
5. Het scherm toont "* - - - -"; voer uw oude code in en bevestig door op # te drukken.
6. Het scherm toont nu "# - - - -"; voer uw nieuwe code in, bevestig door op # te drukken,
voer het aantal dagen in en bevestig door op # te drukken.
7. Om de code te vernietigen, voer ‘ 0000’ als nieuwe code in.
4. TAAL
Via dit submenu kiest u de navigatietaal.
1. Bij het bericht "TAAL", één maal op # drukken.
2. Kies de taal via de toetsen F2 en/of F3 en bevestig door op # te drukken.
3. Meermaals op C drukken om terug te keren naar "MENU".
5. OPTIES
Zie hoofdstuk E, "Gebruik van de opties" op pagina 19.
18
BELROBOTICS
E. GEBRUIK VAN DE OPTIES
Deze submenu bevat 11 opties. De opties kunnen, in functie van de configuratie van uw
terrein, door uw aangestelde installateur aangevinkt ' ' of uitgevinkt ' - ' worden dankzij de
toets #.
Wees voorzichtig wanneer u deze submenu gebruikt want een aanpassing kan de goede
werking van de robot danig veranderen.
OPTIES
Optie 00: MultiRobot
Optie 01: Terugkeren station
Optie 02: Rust station
Optie 03: Demo mode
Optie 04: Stil laden
Optie 08: Fase inversie
Optie 09: Afwisselende koppenrotatie
Optie 10: Terugkeer naar station
Optie 11: Laden 2 zijden
Optie 13: Terug naar station in U-vorm
STANDAARD
-
 Optie "O00 – MultiRobot":
De "Multi Robot" optie moet geselecteerd worden als er meerdere robots in dezelfde
zones werken.
Bij het bericht "OPTIES", druk op # - F2 en gebruik # opnieuw om de optie te selecteren
of te deselecteren.
O00 MultiRobot: " - ", de robot laadt zich op bij om het even welk laadstation.
O00 MultiRobot: " ", de robot sluit zich enkel aan op een vrij en gepast laadstation.
In de praktijk moet deze optie enkel in specifieke gevallen (Golf…) aangevinkt worden.
 Optie "O01 – GaLaden":
Deze optie vraagt aan de robot om onmiddellijk naar zijn laadstation terug te keren.
Wanneer de batterijen opgeladen zijn, neemt hij automatisch zijn werk weer op.
Bij het bericht "MENU", druk op F1.
O01 GaLaden: " - ", de robot werkt op normale wijze verder.
O01 GaLaden: " ", de robot keert onmiddellijk terug naar zijn laadstation.
19
BELROBOTICS
 Optie "O02 – BlijfLaden":
Deze optie verplicht de robot terug te keren naar zijn laadstation en daar te blijven tot
de gebruiker nieuwe instructies geeft.
Bij het bericht "MENU", druk op F2.
O02 BlijfLaden: " - ", de robot werkt op normale wijze verder.
O02 BlijfLaden: " ", de robot keert onmiddellijk terug naar zijn laadstation en blijft er.
Om de ladende robot opnieuw te starten, open de toegangsklep, druk op F2 - # - ON en
sluit de toegangsklep binnen de 8 seconden.
 Optie "O03 –DemoMode":
In de demo mode kan de robot zich verplaatsen met of zonder randsignaal. De
maaikoppen worden in deze modus niet gebruikt: de robot werkt zonder te maaien.
Bij het bericht "OPTIES", druk op # – 3 en gebruik de # toets om de optie te selecteren of
te deselecteren.
O03 DemoMode: " - ", de robot werkt op normale wijze, met randsignaal.
O03 DemoMode: " ", de robot werkt zonder te maaien, met of zonder randsignaal.
 Optie "O04 – StilLaden":
Om te bevestigen dat hij zich goed heeft aangesloten op zijn laadstation, biept de
ladende robot 2 maal / 10 sec. Indien hij zich dicht bij een woning, een terras, enz.
bevindt, kan men hem echter vragen om geen geluid te maken.
Bij het bericht "OPTIES", druk op # – 4 en gebruik de # toets om de optie te selecteren of
te deselecteren.
O04 StilLaden: " - ", de robot biept 2 maal / 10 sec wanneer hij zijn batterijen oplaadt.
O04 StilLaden: " ", de robot blijft geluidloos wanneer hij zijn batterijen oplaadt.
 Optie "O08 – FaseInv":
Deze optie is gereserveerd voor uw erkende installateur.
Deze optie is enkel nuttig bij de eerste ingebruikname van uw robot en biedt de
mogelijkheid om de juiste fase uit te kiezen in functie van de installatie van de
begrenzingsdraad.
Bij het bericht "OPTIES", druk op # – 8 en gebruik de # toets om de optie te selecteren of
te deselecteren.
O08 FaseInv : " - ", in functie van de installatie.
O08 FaseInv : " ", in functie van de installatie.
20
BELROBOTICS
 Optie "O09 – KoppenInv":
Deze optie wisselt de rotatierichting van de maaikoppen af na elke maaicyclus.
Bij het bericht "OPTIES", druk # – 9 en gebruik de # toets om de optie te selecteren of te
deselecteren.
O09 KoppenInv: " - ", geen afwisseling van de rotatierichting van de maaikoppen.
O09 KoppenInv: " ", cyclische afwisseling van de rotatierichting van de maaikoppen.
 Optie "O10 – TerugTKlok":
Deze optie verplicht de robot om rechtsom terug te keren naar het laadstation.
Bij het bericht "OPTIES", druk # – 9 – F3 en gebruik de # toets om de optie te selecteren
of te deselecteren.
O10 TerugTKlok: " - ", terugkeer rechtsom naar het station.
O10 TerugTKlok: " ", terugkeer linksom naar het station.
Indien de optie O11 niet geselecteerd is, geeft de optie O10 eerst de huidige keuze aan
van de robot maar die kan door de gebruiker omgekeerd worden.
 Optie "O11 – Laad2Zijd":
Deze optie laat de robot toe om in beide richting naar het station terug te keren.
Bij het bericht "OPTIES", druk # – 9 – F3 – F3 en gebruik de # toets om de optie te
selecteren of te deselecteren.
O11 Laad2Zijd: " - ", terugkeer naar het station in 1 richting, bepaald door optie O010.
O11 Laad2Zijd: " ", terugkeer naar het station in beide richtingen.
 Optie "O13 – U Terug":
Deze optie bepaalt het terugkeermaneuver naar het station.
Terugkeer in "U" vorm: de robot rijdt zijn station voorbij alvorens rechtsomkeer te
maken om zich op het station aan te sluiten.
Terugkeer in "S" vorm: de robot keert onmiddellijk terug naar zijn station zonder er
voorbij te rijden.
Bij het bericht "OPTIES", druk # – 9 – F3 – F3 – F3 en gebruik de # toets om de optie te
selecteren of te deselecteren.
O13 U Terug: " - ", terugkeer in "S" vorm.
O13 U Terug: " ", terugkeer in "U" vorm.
21
BELROBOTICS
8.ONDERHOUD
Voor een optimale levensduur van uw robot is het aanbevolen om een à twee
onderhoudsbeurten te voorzien per jaar: een kleine onderhoudsbeurt halverwege het
seizoen en een grote onderhoudsbeurt tijdens de winter.
A. BATTERIJEN
De Belrobotics robotmaaiers zijn voorzien van Li-Ion batterijen van de laatste generatie.
Standaard verschilt hun capaciteit in functie van het robot model.
De automatische werking van de robot optimaliseert de levensduur van de batterijen.
Daarom is het beter dat de robot zijn werkcycli zoveel mogelijk op autonome wijze bestuurt.
Indien de werkcycli abnormaal kort zijn, neemt u best contact op met uw handelaar om de
staat van uw batterijen te laten nakijken.
B. REINIGING
Een goed gereinigde en onderhouden machine heeft altijd een langere levensduur. Een
wekelijkse reiniging is aanbevolen. U hoeft enkel met een borstel de onderkant van de robot
af te borstelen en, indien nodig, moet u de eventuele grasophopingen weghalen rond de
voorwielen, op de achterwielen en op de maaischijven.
Het is verboden om een tuinslang of hogedrukreiniger te gebruiken.
C. LAADCONTACTEN
De laadcontacten, zowel op de robot als op het station, zijn belangrijke elementen om de
lading van de batterijen te verzekeren.
Het is dus sterk aanbevolen om de laadcontacten van de robot en het station te reinigen met
behulp van schuurpapier met een korrel van minstens P180:
- tijdens het onderhoud halverwege het seizoen,
- bij de ingebruikname in het begin van het jaar,
- indien er problemen worden vastgesteld bij het laden.
Deze handelingen bevatten geen enkel risico voor de gebruiker aangezien de voltage aan de
aansluitklemmen van deze elementen op een laag veiligheidsniveau is ingesteld.
D. OVERWINTERING
Aan het einde van het maaiseizoen, moet u de robot opladen en vervolgens op een droge,
beveiligde plek opbergen waar het niet kan vriezen.
De hoofdschakelaar MOET in de OFF-positie staan tijdens de volledige duur van de
overwintering, anders kunnen de batterijen beschadigd worden.
22
BELROBOTICS
Het is aanbevolen om tijdens de volledige duur van de overwintering de uitwendige
alimentatie van het laadstation uit te schakelen (stekker, elektrisch paneel, enz.).
E. MAAIMESSEN
De messen zijn de hoofdelementen die een goed maairesultaat verzekeren. Het is
aangeraden om ze minstens een keer per maand na te kijken en ze te vervangen zodra ze te
versleten zijn. Het is aanbevolen om ze bij het begin van het seizoen en gedurende de
maand juni te vervangen.
Dit is de procedure om de messen te vervangen:
1. Machine op OFF en veiligheidshandschoenen.
2. De robot rechtzetten.
3. De opening van de schijf tegenover de kopschroef van het mes plaatsen.
4. Het mes afschroeven.
5. Het onderdeel uit de houder halen.
6. Het nieuwe mes insteken en aanschroeven.
Als u twijfelt over de handelswijze of de manier waarop een van uw messen moet vastgezet
worden, kan u contact opnemen met uw kleinhandelaar.
9.INSTALLATIE
Het plaatsen van de begrenzingsdraad en het laadstation zijn fundamentele punten voor de
goede werking van uw robot.
Bovendien moet de elektrische installatie door een professional gebeuren (aansluiting
laadstation op het elektriciteitsnet).
Het is dus ten sterkste aanbevolen om de hele installatie door een erkende professional te
laten uitvoeren.
23
BELROBOTICS
10. PROBLEMEN OPLOSSEN
De tabel hieronder overloopt situaties die het vaakst bij de gebruikers voorvallen.
Voor ander problemen of abnormale situaties, contacteer onmiddellijk uw installateur.
Situatie
1
Alarm weergegeven op
het scherm:
“Kop…“
2
Alarm weergegeven op
het scherm:
“Opgetilt”
Uitleg
Oplossing
1
Het afgesneden gras stond te hoog
en heeft een of meerdere
maaikoppen besmeurd.
Reinig de maaikoppen (het is
verplicht om veiligheidshandschoenen te dragen).
2
Een voorwerp hindert een of
meerdere maaikoppen (tak, fruit,
enz.)
Reinig de maaikoppen (het is
verplicht om veiligheidshandschoenen te dragen).
1
De robot werd door een persoon
opgetild terwijl hij in werking was.
Dit alarm is op actief gezet
om veiligheidsredenen. Start
de robot gewoon opnieuw.
2
De robot werd zwaar doorheen
geschud door een onregelmatigheid
op het terrein (diep gat, groef, enz.).
Herstel het terrein zodat er
geen onregelmatigheden
meer zijn.
Start de robot opnieuw.
1
3
De robot was aangesloten op zijn
station en werd er vanaf geduwd.
Alarm weergegeven op
het scherm:
“Geen voeding”
2
De robot lijkt in contact te zijn met
de handlift van zijn station.
Als u de robot manueel in
oplaadmodus zet, vergeet
niet om op de toets te
drukken zodat hij
automatisch weer aan het
werk gaat wanneer hij
opgeladen is.
Kijk na of het station
ingeschakeld is en of de
laadcontacten van het
station en de robot niet
geoxideerd zijn.
Zie §8.C, p.22.
4
Alarm weergegeven op
het scherm:
“Lader Kontacten”
1
Toen de robot naar zijn station
terugkeerde, heeft hij
gemaneuvreerd om in contact te
komen met de handlift; de lader
werd echter niet gedetecteerd en
de robot is van het station
weggereden.
Kijk na of de laadcontacten
van het station en de robot
niet geoxideerd zijn.
Zie §8.C, p.22.
24
BELROBOTICS
Situatie
Uitleg
Bericht op het scherm: T.L.
(zie §7.C, p.15)
1
Het gras op de actiezone is correct
gemaaid. Bijgevolg blijft de robot op
zijn station om zichzelf te sparen en
om niet onnodig het terrein te
beschadigen.
Bericht op het scherm: W.G.
(zie §7.C, p.15)
2
5
De robot blijft lang op
zijn station en verlaat
hem niet.
3
De robot werd manueel door een
gebruiker op het station geplaatst
en wil niet meer starten.
Bericht op het scherm: W.SU
(zie §7.C, p.15)
De robot bevindt zich in een
geprogrammeerde rustperiode.
Bericht op het scherm: W.BW of
W.VT (zie §7.C, p.15)
4
6
Deze situatie is normaal.
De robot zal zijn werkcyclus
hervatten wanneer het
nodig is.
Opdat de motor
automatisch zou starten
nadat hij manueel werd
opgeladen, moet u op de
toets
drukken.
Deze situatie is normaal.
De robot zal zijn werkcyclus
hervatten wanneer het
nodig is.
Deze situatie is normaal.
De robot zal zijn werkcyclus
hervatten wanneer het
nodig is.
5
Er werd voor de optie
O02 “BlijfLaden” gekozen.
Om de motor opnieuw te
starten, moet u op de toets
drukken.
1
Het LED aan de achterkant van het
station is uit.
Het station wordt niet van
elektriciteit voorzien.
Kijk de alimentatie van het
laadstation na. Als het LED
dan nog niet aangaat, neemt
u best contact op met uw
installateur.
Alarm weergegeven op
het scherm:
“Geen draad”
Om te vermijden dat de batterijen
of het te onderhouden terrein
beschadigd worden, werkt de robot
niet als de temperatuur van zijn
batterijen te hoog of te laag is.
Oplossing
2
3
Het LED aan de achterkant van het
station knippert rood.
De begrenzingsdraad is
afgesneden of beschadigd.
Het LED aan de achterkant van het
station knippert groen.
Het probleem kan komen van de
robot of het terrein.
Neem contact op met uw
installateur.
Neem contact op met uw
installateur.
25
Was this manual useful for you? yes no
Thank you for your participation!

* Your assessment is very important for improving the work of artificial intelligence, which forms the content of this project

Download PDF

advertising