rs8dy510

rs8dy510
Meubel-celregelaar
- EKC 102
REFRIGERATION AND
AIR CONDITIONING
Handleiding
Introductie
Toepassing
- De regelaar wordt gebruikt voor temperatuurregeling van koelobjecten in bijvoorbeeld supermarkten.
- Regeling van ontdooiing
- Paneelinbouw
Principe
De regelaar bevat een temperatuurregeling waarbij het signaal
ontvangen kan worden van één temperatuursensor.
De temperatuursensor wordt of geplaatst in de koude
luchtstroom na de verdamper of in de warme luchtstroom voor de
verdamper.
De regelaar kan een natuurlijke of elektrische ontdooiing uitvoeren. Inschakelen van de koeling na een ontdooiing kan op
basis van tijd of temperatuur.
Een meting van de ontdooisensor kan direct verkregen worden
door gebruik van een S5 sensor.
Eén, twee of drei relais zullen de vereiste functies in- en uitschakelen de toepassing bepaald welke. De opties zijn als volgt:
- Koeling (compressor of magneetklep)
- Ontdooiing
- Alarm
- Koeling 2 (compressor 2)
-� Ventilator
����������
De verschillende toepassingen worden op de volgende pagina
beschreven.
Voordelen
• Intelligente koeltechnische functies
• Ontdooien naar ‘behoefte’ voor 1:1 systemen
• Toetsen en pakking geïntegreerd in voorpaneel
• IP65 dichtheidsklasse voorpaneel
• Mogelijkheid tot regelen van twee compressoren
• Digitale ingang te programmeren voor:
- Deuralarm
- Ontdooistart
- Start/stop regeling
- Nachtbedrijf
- Overschakeling tussen twee temperatuurreferenties
- Schoonmaakfunctie
• Snel te programmeren door middel van kopieersleutel
• HACCP
Fabriekkalibratie garandeert een meetnauwkeurigheid beter
dan vereist in de EN 441-13 zonder dat de Pt1000 sensor verder
gekalibreerd behoeft te worden.
De serie
Dit zijn de 4 regelaars in de EKC 102 serie:
A-model voor eenvoudige regeling
B-model voor wanneer een alarmfunctie en digitale ingang benodigd is
C-model voor wanneer er ook elektrische ontdooiing benodigd is
D-model voor ventilatorfunctie, overschakeling tussen twee temperatuurreferenties, schoonmaakfunctie
Datacommunicatie is niet mogelijk met de EKC 102 regelaars.
Zie de EKC 202 of EKC 204A wanneer datacommunicatie benodigd is.
Handleiding RS8DY510 © Danfoss 10-2006
EKC 102
EKC 102A
Regelaar met één relaisuitgang en één temperatuursensor.
Temperatuurregeling door middel van start/stop compressor of
magneetklep in vloeistofleiding
Natuurlijke ontdooiing door compressorstop.
Verwarmingsfunctie
De regelaar kan ook worden gebruikt als eenvoudige AAN/UIT
thermostaat voor verwarmingstoepassingen.
EKC 102B
Regelaar met twee relaisuitgangen, extra temperatuursensor en
digitale ingang.
Relais 2 kan worden gebruikt voor alarmfunctie of voor het in- en
uitschakelen van koeling 2 (compressor 2).
Het extra temperatuursignaal kan gebruikt worden als
productsensor of als condensorsensor met alarmfunctie.
De digitale ingang kan worden gebruikt voor deuralarm,
ontdooistart, start/stop van de regeling of voor dag/
nachtregeling.
EKC 102C
Regelaar met twee relaisuitgangen, extra temperatuursensor en
digitale ingang.
Relais 2 kan worden gebruikt voor elektrische ontdooiing of
alarmfunctie.
Temperatuursignaal 2 kan worden gebruikt voor ontdooistop op
temperatuur of productsensor.
In een 1:1 systeem waar de sensor voor ontdooiing is gebruikt
kan de ‘ontdooien naar behoefte’ worden gebruikt. Deze functie
zal een ontdooiing uitvoeren zodra de capaciteit van de koeler
vermindert door ijsvorming.
De digitale ingang kan worden gebruikt voor deuralarm,
ontdooistart, start/stop van de regeling of voor dag/
nachtregeling.
EKC 102D
Regelaar met drie relaisuitgangen, twee temperatuursensoren en
een digitale ingang.
Temperatuurregeling door middel van start/stop compressor of
magneetklep
Ontdooisensor
Elektrische ontdooiing / heetgas ontdooiing
Relaisuitgang drie wordt gebruikt voor de ventilatorregeling
EKC 102
Handleiding RS8DY510 © Danfoss 10-2006
Ontdooistart
Een ontdooiing kan op de volgende wijzen worden gestart:
Interval:
Een ontdooiing wordt op vaste intervallen gestart, bijvoorbeeld iedere acht uur.
Koeltijd:
Een ontdooiing wordt na een vaste koeltijd (thermostaat) gestart, met andere woorden, een lage
belasting zal een volgende ontdooiing dus ‘uitstellen’.
Contact:
Een ontdooiing kan worden gestart door een puls op de digitale ingang.
Handmatig: Een extra ontdooiing kan worden geactiveerd door
onderste toets op de regelaar ingedrukt te houden
S5-temp.
Bij 1:1 systemen kan de effectiviteit van de
verdamper worden gevolgd. Bij ijsvorming zal een
ontdooiing worden gestart.
Opstart
Na een opstart (spanning) kan de regelaar
beginnen met een ontdooiing.
Een pulssignaal
start een
ontdooiing
Alle genoemde methoden kunnen willekeurig worden toegepast
- als één methode wordt geactiveerd zal een ontdooiing worden
gestart. Zodra een ontdooiing wordt gestart worden alle ontdooitimers op nul gezet.
Koelregeling met twee compressoren
Beide compressoren moeten dezelfde capaciteit hebben. Wanneer de regelaar koeling vraagt, zal eerst de compressor met het
minst aantal draaiuren inschakelen en zal na de tijdvertraging de
tweede compressor inschakelen.
Zodra de temperatuur gezakt is tot de ‘halve differentie’, zal de
laatst ingeschakelde compressor weer uitgeschakeld worden.
Als de lopende compressor er niet in slaagt om de temperatuur
op het setpoint te brengen, zal de tweede compressor weer
worden ingeschakeld. Dit zal gebeuren zodra de temperatuur de
‘bovenkant’ van de differentie bereikt. Als de temperatuur ‘vast’ zit
tussen het setpoint en de halve differentie gedurende twee uur,
zal er worden overgeschakeld naar de andere compressor om de
draaitijden te egaliseren.
De gebruikte compressoren moeten geschikt zijn om tegen een
hoge druk op te starten.
Digitale ingang
De EKC 102B en EKC 102C hebben een digitale ingang die voor de
volgende functies gebruikt kan worden:
- Deurcontactfunctie met alarmering als de deur te lang open is
- Ontdooistart
- Start/stop van regeling
- Overschakelen naar nachtregeling
- Schoonmaakfunctie
- Overschakelen naar andere temperatuurreferentie
- inject on/off (Relais de koeling bij geopende)
Handleiding RS8DY510 © Danfoss 10-2006
EKC 102
Schoonmaakfunctie
Deze functie maakt het eenvoudig om op een koelobject een
schoonmaakactie uit te voeren. Door middel van in totaal drie
pulsen op de digitale ingang kan van fase naar fase worden
geschakeld.
De eerste puls stopt de koeling; de ventilatoren draaien door.
De tweede puls stopt de ventilatoren.
De derde puls herstart de koeling en ventilatoren weer.
De verschillende fasen worden op de display weergegeven.
-
+
+
°C
1
÷
+
Fan
2
÷
÷
Off
3
+
+
°C
Er is geen temperatuurbewaking tijdens de schoonmaak.
Ontdooiing naar ‘behoefte’
1 Op basis van koeltijd
Als de opgetelde koeltijd een ingestelde tijd overschrijdt, zal
een ontdooiing worden gestart.
2 Op basis van temperatuur
De regelaar volgt continue de S5 temperatuur. Tussen twee ontdooiingen zal de S5 temperatuur steeds lager worden als zich
meer ijs op de verdamper vormt. Zodra de temperatuur een in
te stellen differentie overschrijdt, zal een ontdooiing worden
gestart.
Deze functie kan alleen bij 1 op 1 systemen worden
gebruikt.
EKC 102
Handleiding RS8DY510 © Danfoss 10-2006
Bediening
Display
De waarden worden getoond met drie karakters. De temperatuur
kan in °C of °F worden weergegeven.
LED’s op voorpaneel
De LED’s op het voorpaneel van de regelaar zullen oplichten als
het bijbehorende relais is geactiveerd.
= Koeling
= Ontdooiing
= Ventilator
In alarmsituaties zullen alle LED’s knipperen. De alarmmelding kan
getoond en opgeheven worden door de bovenste druktoets kort
in te drukken.
De bedieningstoetsen
Wanneer een instelling gewijzigd moet worden, zullen de bovenste en onderste toetsen een hogere of lagere waarde geven.
Voordat een waarde veranderd kan worden moet eerst het menu
geopend worden door de bovenste toets een aantal seconden
ingedrukt te houden. Zoek nu de te wijzigen parameter en druk
de middelste toets in om de huidige waarde te zien. Wanneer de
waarde is gewijzigd kan deze worden opgeslagen door nogmaals
de middelste toets in te drukken.
Voorbeelden
Wijzigen instelling
1. Houdt de bovenste toets ingedrukt tot parameter r01 zichtbaar
is.
2. Zoek de te wijzigen parameter met de bovenste of onderste
toets.
3. Druk op de middelste toets om de instelling uit te lezen.
4. Verander de waarde met de bovenste of onderste toets.
5. Druk op de middelste toets om de nieuwe waarde op te slaan.
Uitschakelen alarmrelais / aannemen alarm / zie alarmstatus
• Druk de bovenste toets kort in
Als er meerdere alarmen ‘achter elkaar’ staan, kunnen deze met
de bovenste en onderste toets worden uitgelezen.
Instellen setpoint
1. Druk op de middelste toets tot het setpoint zichtbaar wordt
2. Verander het setpoint met de bovenste of onderste toets.
3. Druk nogmaals op de middelste toets om de instelling op te
slaan.
Handmatige ontdooistart / stop
• Houdt de onderste toets gedurende vier seconden ingedrukt
Uitlezing temperatuur andere sensor
• Druk kort op de onderste toets
Als geen sensor is aangesloten, zal ‘non’ in de display verschijnen.
100 % dicht
De toetsen en pakking zijn geïntegreerd in het voorpaneel. Een
speciaal gietproces verenigd het harde plastic voorpaneel met de
zachtere toetsen en pakking zodat ze een geïntegreerd onderdeel
van het voorpaneel worden. Er zijn geen openingen waar vuil of
vocht door naar binnen kan.
Handleiding RS8DY510 © Danfoss 10-2006
EKC 102
Menuoverzicht
EKC 102A
SW = 1.1x
Parameters
Functie
Codes
Normale weergave
Temperatuur (set point)
--Thermostaat
Differentie
r01
Maximale temperatuurinstelling
r02
Minimale temperatuurinstelling
r03
Correctie temperatuuruitlezing display
r04
Temperatuureenheid (°C/°F)
r05
Correctie signaal sensor Sair
r09
Handbediening (-1), stop regeling (0), start regeling (1)
r12
Compressor
Minimum AAN-tijd
c01
Minimum UIT-tijd
c02
Omgekeerde functie DO1 relais (NC)
c30
Ontdooien
Ontdooimethode (0=geen/1=natuurlijk)
d01
Ontdooistoptemperatuur
d02
Interval tussen ontdooistarts
d03
Maximum ontdooitijd
d04
Tijdverschuiving ontdooistart
d05
Ontdooisensor (0=tijd, 1=Sair)
d10
Ontdooien na spanningsval (opstart)
d13
Diversen
Vertraging uitgangen na spanningsval
o01
Toegangscode
o05
Sensortype (Pt/PTC/NTC)
o06
Koelen of verwarmen (rE=koelen, HE=verwarmen)
o07
Nauwkeurigheid display (normaal 0,1 bij Pt sensor)
o15
Kopiëren van instellingen naar kopieersleutel. Selecteer een o65
nummer.
Kopiëren instellingen van kopieersleutel naar regelaar
o66
(eerder opgeslagen via o65). Kan alleen als regeling is
gestopt (r12=0)
Huidige instelling opslaan als fabrieksinstelling
o67
Service
Status relais
u58
Handbediening alleen mogelijk als r12=-1
Min.
waarde
Max.
waarde
Fabrieks- Huidige
instel.
instel.
-50°C
99°C
2°C
0,1 K
-49°C
-50°C
-20 K
°C
-10 K
-1
20 K
99°C
99°C
20 K
°F
10 K
1
2 K
99°C
-50°C
0K
°C
0K
1
0 min
0 min
OFF
30 min
30 min
On
0 min
0 min
OFF
0
0°C
0 hours
0 min
0 min
0
no
1
25°C
48 hours
180 min
240 min
1
yes
1
6°C
8 hours
45 min
0 min
0
no
0s
0
Pt
rE
no
0
600 s
100
ntc
HE
yes
25
5s
0
Pt
rE
no
0
0
25
0
OFF
On
OFF
Regeling start als de regelaar voeding
krijgt
Alarmcode display
A45
Koeling gestopt door ‘Hoofdschakelaar’ (Main Switch)
Foutcode display
E1
Fout in regelaar
E29
Fout Sair sensor
Statuscode display
S0
Regelen
S2
Compressor draait door op basis van
de min. AAN tijd
S3
Compressor blijft gestopt op basis
van de min. UIT tijd
S11
Koeling is gestopt door de thermostaat
S14
Ontdooiproces: ontdooiing is
gaande
S20
Noodkoeling
S32
Vertraging van uitgangen tijdens
opstart
non
Ontdooitemperatuur kan niet
worden uitgelezen. Ontdooiing
wordt gestopt op tijd.
-dOntdooiing is gaande
PS
Toegangscode vereist.
Fabrieksinstelling
Als u naar de fabrieksinstellingen terug wilt, handel als volgt:
- Schakel de voeding van de regelaar uit
- Houdt de bovenste en onderste knoppen ingedrukt en schakel tegelijkertijd de voeding weer in
EKC 102
Handleiding RS8DY510 © Danfoss 10-2006
EKC 102B en EKC 102C
Parameters
EKC
102B
EKC
102C
Functie
Codes
Normale weergave
Temperatuur (setpoint)
--Thermostaat
Differentie
r01
Maximale temperatuurinstelling
r02
Minimale temperatuurinstelling
r03
Correctie temperatuuruitlezing display
r04
Temperatuureenheid (°C/°F)
r05
Correctie signaal sensor Sair
r09
Handbediening (-1), stop regeling (0), start regeling (1)
r12
Nachtverschuiving
r13
Alarm
Vertraging temperatuuralarm
A03
Vertraging deuralarm
A04
Vertraging temperatuuralarm na ontdooiing
A12
Hoge temperatuur alarmgrens
A13
Lage temperatuur alarmgrens
A14
Hoog temperatuur alarm condensor (o69)
A37
Compressor
Minimum AAN-tijd
c01
Minimum UIT-tijd
c02
Tijdvertraging voor inschakelen compressor 2
c05
Omgekeerde functie DO1 relais (NC)
c30
Ontdooien
Ontdooimethode (0=geen / 1=ontdooien aan)
d01
*
Ontdooistoptemperatuur
d02
Interval tussen ontdooistarts
d03
Maximum ontdooitijd
d04
Tijdverschuiving ontdooistart
d05
Ontdooisensor (0=tijd, B:1=Sair, C: 1=S5, 2=Sair)
d10 1=Sair 1=S5
Ontdooien na spanningsval (bij opstart)
d13
Maximale opgetelde koeltijd tussen twee ontdooiingen
d18
Ontdooien naar ‘behoefte’ - maximale variatie S5 tijdens
d19
ijsopbouw. Kies 20 K (=uit) voor centrale installaties.
Diversen
Vertraging uitgangen na spanningsval
o01
Ingangssignaal DI1. Functies:
o02
0=niet gebruikt. 1=deuralarm als open. 2=ontdooistart
(puls). 3=externe start/stop. 4=nachtfunctie.
Toegangscode 1 (alle instellingen)
o05
Sensortype (Pt/PTC/NTC)
o06
Nauwkeurigheid display (normaal 0,1 bij Pt sensor)
o15
Toegangscode 2 (gedeeltelijke toegang)
o64
Kopiëren van instellingen naar kopieersleutel. Selecteer een o65
nummer.
Kopiëren instellingen van kopieersleutel naar regelaar
o66
(eerder opgeslagen via o65).
(Kan alleen als regeling is gestopt)
Huidige instelling opslaan als fabrieksinstelling
o67
Selecteer toepassing Saux sensor (0=niet gebruikt,
o69
1=produktsensor, 2=condensorsensor)
Selecteer toepassing S5 sensor (0=ontdooisensor,
o70
1=produktsensor)
Selecteer toepassing relais 2: 1=compressor 2/ontdooiing,
o71 Comp. / Defrost/
Alarm
Alarm
2=alarmrelais
Service
Temperatuur Saux sensor
u03
Temperatuur ontdooisensor S5
u09
Status DI1 ingang. ON/1=gesloten
u10
Status koelrelais
u58
Handbediening alleen als r12=-1
Status relais 2
u70
Handbediening alleen als r12=-1
SW = 1.1X
Min.
waarde
Max. Fabrieks Huidige
waarde instel.
instel.
-50°C
50°C
2°C
0,1 K
-49°C
-50°C
-20 K
°C
-10 K
-1
-10 K
20 K
50°C
49°C
20 K
°F
10 K
1
10 K
2 K
50°C
-50°C
0K
°C
0K
1
0K
0 min
0 min
0 min
-50°C
-50°C
0°C
240 min
240 min
240 min
50°C
50°C
99°C
30 min
60 min
90 min
8°C
-30°C
50°C
0 min
0 min
0 sec
OFF
30 min
30 min
999 sec
On
0 min
0 min
5 sec
OFF
0
0°C
0 hours
0 min
0 min
0
no
0 hours
0K
1
25°C
48 hours
180 min
240 min
1 (2)
yes
48 hours
20 k
1
6°C
8 hours
45 min
0 min
0
no
8 hours
2 K
0s
0
600 s
4
5s
0
0
Pt
no
0
0
100
ntc
yes
100
25
0
Pt
no
0
0
0
25
0
OFF
0
On
2
OFF
0
0
1
0
1
2
1
Regeling start als de
regelaar voeding krijgt.
Alarmcode display
A1
Alarm te hoge temperatuur
A2
Alarm te lage temperatuur
A4
Deuralarm
A45
Koeling gestopt door ‘Hoofdschakelaar’ (Main Switch)
A61
Condensoralarm
Foutcode display
E1
Fout in regelaar
E27
Fout S5 sensor
E29
Fout Sair sensor
E30
Fout Saux sensor
Status code display
S0
Regelen
S2
Compressor draait door op
basis van de min. AAN tijd
S3
Compressor blijft gestopt op
basis van de min. UIT tijd
S10
Koeling is gestopt door een
hoofdschakelaar (r12)
S11
Koeling is gestopt door de
thermostaat
S14
Ontdooiproces: ontdooiing is
gaande
S17
Deur is open. DI ingang is open
S20
Noodkoeling
S25
Handmatige bediening van de
uitgangen actief
S32
Vertraging van uitgangen
tijdens opstart
non Ontdooitemperatuur kan niet
worden uitgelezen. Ontdooiing
wordt gestopt op tijd.
-dOntdooiing is gaande
PS
Toegangscode vereist
Fabrieksinstelling
Als u naar de fabrieksinstellingen terug wilt, handel als volgt:
- Schakel de voeding van de regelaar uit
- Houdt de bovenste en onderste knoppen ingedrukt en schakel tegelijkertijd de voeding weer in
* 1=> EL if o71 =1
Handleiding RS8DY510 © Danfoss 10-2006
EKC 102
EKC 102D
SW = 1.2X
Parameters
Functie
Normale weergave
Temperatuur (setpoint)
Thermostaat
Differentie
Maximale temperatuurinstelling
Minimale temperatuurinstelling
Correctie temperatuuruitlezing display
Temperatuureenheid (°C/°F)
Correctie signaal sensor Sair
Handbediening (-1), stop regeling (0), start regeling (1)
Nachtverschuiving
Activeer verschuiving referentie r40
Waarde voor verschuiving referentie (activeer via r39 of DI)
Alarm
Vertraging temperatuuralarm
Vertraging deuralarm
Vertraging temperatuuralarm na ontdooiing
Hoge temperatuur alarmgrens
Lage temperatuur alarmgrens
Vertraging alarm DI1
Hoog temperatuur alarm condensor (o69)
Compressor
Minimum AAN-tijd
Minimum UIT-tijd
Omgekeerde functie DO1 relais (NC)
Ontdooien
Ontdooimethode (none/EL/gas)
Ontdooistoptemperatuur
Interval tussen ontdooistarts
Maximum ontdooitijd
Tijdverschuiving ontdooistart
Afdruiptijd
Ventilatorvertraging
Ventilator starttemperatuur
Ventilator tijdens ontdooien
Ontdooisensor (0=tijd, 1=S5, 2=Sair)
Ontdooien na spanningsval (bij opstart)
Maximale opgetelde koeltijd tussen twee ontdooiingen
Ontdooien naar ‘behoefte’ - maximale variatie S5 tijdens ijsopbouw. Kies 20 K
(=uit) voor centrale installaties.
Ventilator
Ventilatorstop bij thermostaatuitschakeling
Vertraging ventilatorstop
Ventilatorstoptemperatuur (S5)
Diversen
Vertraging uitgangen na spanningsval
Ingangssignaal DI1. Functies:
0=niet gebruikt. 1=status DI1. 2=deurfunctie met deur open alarm.
3=deuralarm. 4=ontdooistart (puls). 5=externe start/stop. 6=nachtfunctie.
7=verschuiven referentie (activering van r40) 8=alarmfunctie als gesloten.
9=alarmfunctie als open. 10=schoonmaakfunctie (puls). 11=Inject off als
open.
Toegangscode 1 (alle instellingen)
Sensortype (Pt/PTC/NTC)
Nauwkeurigheid display (normaal 0,1 bij Pt sensor)
Schoonmaakfunctie. 0=geen schoonmaak. 1=alleen vent. 2=alle uitg. uit
Toegangscode 2 (gedeeltelijke toegang)
Kopiëren van instellingen naar kopieersleutel. Selecteer een nummer.
Kopiëren instellingen van kopieersleutel naar regelaar (eerder opgeslagen
via o65).
(Kan alleen als regeling is gestopt)
Huidige instelling opslaan als fabrieksinstelling
Selecteer toepassing S5 sensor (0=ontdooisensor, 1=produktsensor 2=condensorsensor)
Service
Temperatuur ontdooisensor S5
Status DI1 ingang. ON/1=gesloten
Status dag/nacht. 1=gesloten
Thermostaat regeltemperatuur
Status koelrelais (handbediening alleen als r12=-1)
Status ventilatorrelais (handbediening alleen als r12=-1)
Status ontdooirelais (handbediening alleen als r12=-1)
Temperatuur Sair
Codes
Min.
waarde
Max. Fabrieks Huidige
waarde instel.
instel.
---
-50°C
50°C
2°C
r01
r02
r03
r04
r05
r09
r12
r13
r39
r40
0,1 K
-49°C
-50°C
-20 K
°C
-10 K
-1
-10 K
OFF
-50 K
20 K
50°C
49°C
20 K
°F
10 K
1
10 K
on
50 K
2 K
50°C
-50°C
0.0 K
°C
0K
1
0K
OFF
0K
A03
A04
A12
A13
A14
A27
A37
0 min
0 min
0 min
-50°C
-50°C
0 min
0°C
240 min
240 min
240 min
50°C
50°C
240 min
99°C
30 min
60 min
90 min
8°C
-30°C
30 min
50°C
c01
c02
c30
0 min
0 min
0 / OFF
30 min
30 min
1 / on
0 min
0 min
0 / OFF
d01
d02
d03
d04
d05
d06
d07
d08
d09
d10
d13
d18
d19
no
0°C
0 hours
0 min
0 min
0 min
0 min
-15°C
no
0
no
0 hours
0K
gas
25°C
48 hours
180 min
240 min
60 min
60 min
0°C
yes
2
yes
48 hours
20 K
EL
6°C
8 hours
45 min
0 min
0 min
0 min
-5°C
yes
0
no
0 hours
20 K
F01
F02
F04
no
0 min
-50°C
yes
30 min
50°C
no
0 min
50°C
o01
o02
0s
0
600 s
11
5s
0
o05
o06
o15
o46
o64
o65
o66
0
Pt
no
0
0
0
0
100
ntc
yes
2
100
25
25
0
Pt
no
0
0
0
0
o67
o70
OFF
0
On
2
OFF
0
u09
u10
u13
u28
u58
u59
u60
u69
Regeling start als de
regelaar voeding krijgt.
Alarmcode display
A1
Alarm te hoge temperatuur
A2
Alarm te lage temperatuur
A4
Deuralarm
A15
Alarm. Signaal van DI1.
A45
Koeling gestopt door ‘Hoofdschakelaar’ (Main Switch)
A59
Schoonmaakfunctie.
A61
Condensoralarm
Foutcode display
E1
Fout in regelaar
E27
Fout S5 sensor
E29
Fout Sair sensor
Status code display
S0
Regelen
S2
Compressor draait door op
basis van de min. AAN tijd
S3
Compressor blijft gestopt op
basis van de min. UIT tijd
S4
De regeling wacht op basis van
de afdruiptijd
S10
Koeling is gestopt door een
hoofdschakelaar (r12)
S11
Koeling is gestopt door de
thermostaat
S14
Ontdooiproces: ontdooiing is
gaande
S15
Ontdooiproces: ventilatorvertraging
S16
Koeling is gestopt. DI ingang
is open
S17
Deur is open. DI ingang is open
S20
Noodkoeling
S25
Handmatige bediening van de
uitgangen actief
S29
Schoonmaakactie actief
S32
Vertraging van uitgangen
tijdens opstart
non Ontdooitemperatuur kan niet
worden uitgelezen. Ontdooiing
wordt gestopt op tijd.
-dOntdooiing is gaande
PS
Toegangscode vereist
Fabrieksinstelling
Als u naar de fabrieksinstellingen terug wilt, handel als volgt:
- Schakel de voeding van de regelaar uit
- Houdt de bovenste en onderste knoppen ingedrukt en schakel tegelijkertijd de voeding weer in
EKC 102
Handleiding RS8DY510 © Danfoss 10-2006
Functieoverzicht
Hieronder volgt een beschrijving van alle individuele functies.
Niet iedere regelaar bevat al deze functies. Zie menuoverzicht.
Functie
No.
Normaal display
Normaal zal de temperatuurwaarde van de Sair sensor
worden weergegeven.
Thermostaat
Set point
De regeling wordt gebaseerd op de ingestelde waarde
plus een verschuiving indien van toepassing. Deze
waarde wordt ingesteld via een druk op de middelste
toets.
Het bereik van deze instelling kan worden begrensd door
middel van parameters r02 en r03.
De referentietemperatuur kan ten alle tijden worden
uitgelezen in parameter u28.
Differentie
Wanneer de temperatuur hoger is dan het setpoint plus
de differentie, zal het koelcontact worden ingeschakeld.
Het wordt uitgeschakeld wanneer de temperatuur onder
het setpoint komt.
Ref.
Dif.
Setpoint begrenzing
De instelmogelijkheden voor het setpoint kunnen
worden begrensd, waardoor ontoelaatbare instellingen
onmogelijk zijn.
Maximale temperatuurinstelling
Minimale temperatuurinstelling
Correctie temperatuuruitlezing display
Als de temperatuur in het koelobject en de temperatuuruitlezing op de display niet gelijk zijn, kan de uitlezing op
de display worden gecorrigeerd.
Temperatuurweergave
Instelling voor weergave van de temperatuureenheid in
°C of in °F.
Correctie van het Sair sensor
(compensatie mogelijk voor lange kabellengten)
Start / stop van regeling
Met deze instelling kan de regeling gestart en gestopt
worden en wordt handbediening van de uitgangen
toegestaan.
1 = regelen
0 = regeling gestopt
-1= regeling gestopt – handbediening toegestaan
Een gestopte regeling zal een ‘Standby alarm’ genereren.
Nachtverschuiving
Het setpoint van de thermostaat kan worden verhoogd
met deze waarde bij omschakeling van dag naar nacht.
(Selecteer een negatieve waarde bij koude-accumulatie.)
Verschuiving referentie
Wanneer deze functie op ON wordt gezet, zal de thermostaatreferentie verschoven worden met de in r40 ingestelde waarde. Deze functie kan ook geactiveerd worden
via de DI ingang (definitie in o02)
10
r01
r02
r03
r04
r05
r09
r12
r13
r39
Waarde voor verschuiving referentie
De thermostaatreferentie en alarmwaarden worden
verschoven met deze waarde wanneer de functie wordt
geactiveerd. Geactiveerd worden via�����������������
r39 of DI ingang
Alarm
De regelaar kan in verschillende situaties een alarm genereren. Als er een alarm is, zullen alle LED’s in de display
knipperen en zal het alarmrelais schakelen.
Tijdvertraging van een temperatuuralarm (korte
vertraging)
Als één van de twee alarmgrenzen wordt overschreden
zal een timerfunctie worden gestart. Het alarm wordt
actief als de ingestelde tijd is verstreken. De tijdsinstelling is in minuten.
Tijdvertraging voor deuralarm
De tijdvertraging is in minuten.
De functie wordt gedefinieerd in o02.
Opstarttijdvertraging hoog temperatuuralarm (lange
vertraging)
Deze tijdvertraging wordt gebruikt na opstart, tijdens
ontdooiing en direct na een ontdooiing.
Er vindt overschakeling plaats naar de normale vertraging (A03) als de temperatuur onder de ingestelde hoge
temperatuur alarmgrens komt.
Tijdsinstelling is in minuten.
Hoge temperatuur alarmgrens
Hier wordt de temperatuur ingesteld waarbij een alarm
moet worden gegenereerd na de tijdvertraging. Instelling in °C (absolute waarde). De ingestelde waarde wordt
bij nachtverhoging met dezelfde instelling verhoogd.
Verlaging van de alarmgrens vindt bij negatieve instelling van r13 niet plaats.
De alarmgrens wordt ook verschoven in connectie met
de referentieverschuiving (r39).
Lage temperatuur alarmgrens
Hier wordt de temperatuur ingesteld waarbij een alarm
moet worden gegenereerd na de tijdvertraging (A03).
Instelling in °C (absolute waarde).
De alarmgrens wordt ook verschoven in connectie met
de referentieverschuiving (r39).
Vertraging voor DI alarm
Een schakeling van de ingang resulteert in een alarm.
Deze functie van DI wordt gedefinieerd in o02
Hoog temperatuuralarm voor condensor
Als de Saux (S5) sensor wordt gebruikt voor het
bewaken van de condensatietemperatuur moet hier de
alarmwaarde worden ingesteld. De waarde is in °C. Er is
geen alarmvertraging. De definitie van de Saux (s5) sensor wordt gedaan in o69/o70. Het alarm wordt 10K onder
de alarmwaarde opgeheven.
Compressor
Het compressorrelais volgt de thermostaat. Als de
thermostaat koeling vraagt wordt het compressorrelais
ingeschakeld.
Minimum AAN en UIT tijden
Om teveel compressorschakelingen te voorkomen kunnen minimum AAN en UIT tijden worden ingesteld.
Deze tijden worden genegeerd als bijvoorbeeld een
ontdooiing wordt gestart.
Minimale AAN-tijd in minuten
Minimale UIT-tijd in minuten
Tijdvertraging voor tweede compressor
Deze instelling geeft aan hoeveel tijd moet verstrijken
tussen het inschakelen van de eerste compressor en het
inschakelen van de tweede compressor.
Handleiding RS8DY510 © Danfoss 10-2006
r40
A03
A04
A12
A13
A14
A27
A37
c01
c02
c05
EKC 102
Omgekeerde functie compressorrelais
0: Normale functie waarbij het relais inschakelt bij koelvraag.
1: Omgekeerde functie waarbij het relais uitschakelt bij
koelvraag (deze regeling zorgt ervoor dat er koeling
is als de regelaar wegvalt). (Als twee compressoren
worden geschakeld, werken de twee relais tegenovergesteld)
Ontdooien
De regelaar bevat een timerfunctie welke na iedere ontdooistart gereset wordt.
De timerfunctie zal een ontdooiing starten als/zodra de
tijdinterval verstreken is.
De timerfunctie start zodra voeding wordt gezet op de
regelaar, maar wordt de eerste keer verschoven met de
instelling in d05.
Deze timerfunctie kan gebruikt worden als een eenvoudige manier om een ontdooiing te starten, maar zal ook
altijd als back-up werken als erop volgende ontdooistarts
niet wordt ontvangen.
De ontdooiing kan ook worden gestart via de digitale
ingang of handbediening.
Alle startmethoden functioneren in de regelaar. De
verschillende functies moeten zo worden ingesteld zodat
ontdooiingen niet vlak achter elkaar kunnen komen.
De ontdooiing kan op de volgende manieren worden
uitgevoerd: elektrisch of natuurlijk.
De ontdooiing kan worden gestopt op basis van tijd of
op basis van temperatuur.
Ontdooimethode
Hier wordt ingesteld hoe de ontdooiing moet worden
uitgevoerd: elektrisch, natuurlijk of ‘geen’.
A en B: "natuurlijk" = 1, "geen" = 0
C: "natuurlijk" = 1+o71 = 2, "geen" = 0, "el" = 1+o71=1
D: "geen" = No, "el" = EL, "Gas" =GAS
Tijdens een ontdooiing zal het ontdooirelais geschakeld
zijn.
Bij heetgas ontdooiing zal tijdens de ontdooiing het
compressorrelais worden ingeschakeld.
Ontdooistoptemperatuur
Als een ontdooisensor is gemonteerd zal het ontdooien
worden gestopt bij de ingestelde temperatuur. De
ontdooisensor wordt gedefinieerd in parameter d10.
Interval tussen ontdooistarts
Na iedere ontdooiing wordt de timer gestart en zal zodra
deze tijd is verstreken een ontdooiing starten.
Deze functie wordt gebruikt als een eenvoudige
ontdooistart, maar kan ook worden gebruikt als beveiliging voor het geval een ander ontdooisignaal niet
ontvangen wordt.
Wanneer de ontdooiing wordt uitgevoerd met een
klokfunctie op de DI ingang, moet de tijdsinterval op
een langere periode worden ingesteld dan de geplande
ontdooiing, anders zal op deze tijdinval een ontdooiing
worden gestart die even later wordt gevolgd door een
geplande ontdooiing.
De tijdsinterval is niet actief wanneer deze op 0 wordt
ingesteld.
Maximum ontdooitijd
Deze instelling dient als beveiliging voor het geval dat de
ingestelde ontdooitemperatuur niet wordt bereikt.
Bij selectie ontdooistop op tijd is dit de tijdsduur van het
ontdooien.
EKC 102
c30
d01
d02
d03
d04
Tijdverschuiving van ontdooistarts gedurende de
opstartfase. Deze functie is alleen van belang als ontdooistarts van
de diverse koelobjecten niet gelijktij-dig mogen plaatsvinden en bovendien gekozen is voor ontdooiing middels de interne intervalfunctie (d03). Met deze functie
wordt de tijdsinterval, met het ingestelde aantal minuten
vertraagd.
Afdruiptijd
Hier kan de afdruiptijd worden ingesteld. In deze tijd
druipt het water na een ontdooiing van de verdamper.
Ventilatorstartvertraging na ontdooien
Instelling van de tijdvertraging voor het starten van de
ventilator(en) na ontdooistop
en na afdruiptijd. (Tijdens deze vertraging zal het water
aan de verdamper vastvriezen)
Ventilatorstarttemperatuur
De ventilatoren kunnen ook op de, hier in te stellen,
temperatuur (S5) inschakelen. Als de ingestelde temperatuur niet wordt bereikt binnen de tijd van d07 zal op tijd
worden geschakeld.
d05
Ventilator(en) ingeschakeld tijdens ontdooien
Keuze ventilator(en) AAN of UIT gedurende ontdooien.
d09
Ontdooisensor
Keuze ontdooisensor
0: Geen ontdooisensor. Ontdooistop gebaseerd op tijd.
EKC 102A: 1=Sair
EKC 102B: 1=Sair.
EKC 102C, 102D: 1=S5. 2=Sair
Ontdooien bij opstart
Hier is in te stellen of de regelaar moet beginnen met
een ontdooiing na een spanningsval.
Ontdooien naar behoefte – op basis van totale
koeltijd
Stel hier de maximale toegestane koeltijd zonder
ontdooiing in. Zodra deze tijd wordt overschreden, zal
een ontdooiing worden gestart.
Met een instelling van 0 is deze functie niet actief.
Ontdooien naar behoefte – op basis van S5 temperatuur
De regelaar zal de effectiviteit van de verdamper volgen
en zal, via interne berekeningen en metingen van de S5
temperatuur, een ontdooiing starten als de variatie van
de S5 temperatuur te groot wordt.
Stel hier in hoe groot het ‘verval’ van de S5 temperatuur
mag zijn. Zodra deze waarde wordt overschreden, zal
een ontdooiing worden gestart.
Deze functie kan alleen in 1:1 systemen worden toegepast waar de zuigdruk lager wordt om de luchttemperatuur te handhaven. In centrale systemen moet deze
functie worden uitgeschakeld.
Met een instelling van 20 is deze functie niet actief.
Druk op de onderste toets om de S5 temperatuur in de
display uit te lezen.
Houdt de onderste toets vier seconden ingedrukt om
een extra ontdooiing uit te voeren.
Op deze manier kan ook een actieve ontdooiing worden
gestopt.
De LED op de display geeft aan wanneer een ontdooiing
gaande is.
d10
Handleiding RS8DY510 © Danfoss 10-2006
d06
d07
d08
d13
d18
d19
11
Ventilatorregeling
Ventilator stop bij thermostaatuitschakeling
Selecteer hier of de ventilatoren moeten stoppen bij
uitgeschakelde thermostaat.
Vertraagde ventilator stop bij thermostaatuitschakeling
Als gekozen is voor ventilator stop bij thermostaatuitschakeling kan hier worden ingesteld hoe lang de
ventilatoren nog moeten doordraaien.
Ventilator stop op temperatuur
Deze functie stopt de ventilatoren als de hier ingestelde
temperatuur aan de ontdooisensor wordt bereikt. (Om extra opwarming van bijvoorbeeld een vriescel te voorkomen).
Herstart vindt plaats bij 2K onder de instelling.
Deze functie is niet actief gedurende het ontdooiproces
of opstart na ontdooien.
Bij instelling op +50°C is de functie inactief.
Diverse functies
Vertraging uitgangen na spanningsval
Bij terugkeer van de voeding na spanningsval kunnen de
uitgangen vertraagd ingeschakeld worden om overbelasting van het net te voorkomen.
Deze tijdvertraging is hier in te stellen.
Digitale ingang – DI (EKC 102A, B, C)
De digitale ingang DI van de regelaar kan worden gebruikt voor één van de volgende functies:
Off: ingang wordt niet gebruikt
1) Deuralarm. Onderbroken deurschakelaar wordt ge registreerd en deuralarm wordt geactiveerd na vertragingstijd (A04)
2) Ontdooistart. D.m.v. een pulscontact (2 seconden) kan
een ontdooiing worden gestart. Als meer regelaars op
deze wijze gelijktijdig moeten starten is het belangrijk dat alle aansluitingen op dezelfde wijze worden
aangesloten (DI naar DI en GND naar GND)
3) Regeling AAN/UIT. Regeling vindt plaats bij kortgesloten ingang en stopt bij geopende ingang.
4) Nachtschakeling. Bij kortgesloten ingang staat de
regelaar in de nachtstand. Verschuiving met r13.
Digitale ingang – DI (EKC 102D)
De digitale ingang DI van de regelaar kan worden gebruikt voor één van de volgende functies:
Off: ingang wordt niet gebruikt
1) Statusuitlezing van een contactfunctie
2) Deurfunctie. Als de DI wordt verbroken, zal de regelaar
de koeling en ventilatoren stoppen. Een ‘deuralarm’ zal
gegenereerd worden als de ingestelde tijdvertraging is
verstreken (A04). De koeling zal na deze tijdsvertraging
hervatten.
3) Deuralarm. Onderbroken deurschakelaar wordt geregistreerd en deuralarm wordt geactiveerd na vertragingstijd (A04)
4) Ontdooistart. D.m.v. een pulscontact kan een ontdooiing worden gestart. Als meer regelaars op deze wijze
gelijktijdig moeten starten is het belangrijk dat alle
aansluitingen op dezelfde wijze worden aangesloten
(DI naar DI en GND naar GND)
5) Regeling AAN/UIT. Regeling vindt plaats bij kortgesloten ingang en stopt bij geopende ingang.
6) Nachtschakeling. Bij kortgesloten ingang staat de
regelaar in de nachtstand. Verschuiving met r13.
7) Referentieverschuiving als de ingang is kortgesloten.
Verschuiving met parameter r40.
8) Alarmfunctie. Alarm wordt gegenereerd wanneer de
ingang is kortgesloten.
9) Alarmfunctie. Alarm wordt actief wanneer de ingang
is geopend. (Voor 8 en 9 wordt een tijdvertraging
ingesteld in A27)
10) Schoonmaakfunctie. Deze functie wordt gestart door
een puls. (zie pagina 4)
11) Inject ON. Inspuiting stopt bij geopende DI.
De koeling stopt, de ventilatoren draaien door of
stopt. Zie F01.
12
F01
F02
F04
o01
o02
o02
Toegangscode 1 (toegang tot alle instellingen)
Als de menu-instellingen van de regelaar beschermd
moeten worden met een toegangscode, kan hier een
waarde tussen 0 en 100 ingesteld worden. Met een
waarde van 0 is de functie niet actief. (99 geeft altijd
toegang)
Sensor type
Normaal worden Pt 1000 sensors met grote nauwkeurigheid toegepast. Er kunnen echter ook PTC (1000 Ohm
bij 25°C) of NTC sensors (5000 Ohm bij 25°C) worden
toegepast.
Alle aangesloten sensoren moeten van hetzelfde type
zijn.
Functie regelaar
De thermostaatfunctie kan op de volgende manier
worden gebruikt:
rE: Koelen. Het relais schakelt in wanneer een lagere
temperatuur benodigd is.
HE: Verwarmen. Het relais schakelt in wanneer een hogere temperatuur benodigd is (vergeet niet ontdooien compressorinstellingen uit te zetten). Bij deze
functie ligt de differentie onder het setpoint (het
relais schakelt in bij het setpoint min de differentie).
Nauwkeurigheid display
Yes: geeft stappen van 0,5 °C
No: geeft stappen van 0,1 °C
Schoonmaakfunctie
De status van de functie kan hier worden gevolgd of de
functie kan handmatig worden gestart.
0 = Normale regeling (geen schoonmaak)
1 = koeling uit, ventilatoren aan. Alle andere uitgangen
zijn uit.
2 = alle uitgangen uit.
Als de functie wordt geregeld door een signaal op DI
ingang, kan de relevante status hier worden uitgelezen.
Toegangscode 2 (beperkte toegang)
Deze code geeft toegang tot het aanpassen van waarden, maar niet tot configuratie-instellingen. Als de menuinstellingen van de regelaar beschermd moeten worden
met een toegangscode, kan hier een waarde tussen 0
en 100 ingesteld worden. Met een waarde van 0 is de
functie niet actief. Als deze functie wordt gebruikt, moet
toegangscode 1 (o05) ook worden gebruikt.
Kopiëren van huidige instellingen regelaar
Met deze functie kunnen de instellingen van de regelaar
gekopieerd worden naar een kopieersleutel. De sleutel
kan 25 verschillende instellingen bevatten. Selecteer hier
een nummer. Als het kopiëren is gestart zal op de display
weer o65 verschijnen. Na twee seconden kan aan de
status in parameter o65 worden gezien of het kopiëren
is gelukt.
Zie hoofdstuk ‘Foutmeldingen’ voor de betekenis van de
statusmeldingen.
Kopiëren van kopieersleutel
Deze functie kopieert een eerder opgeslagen set instellingen naar de regelaar. Selecteer het relevante nummer.
Als het kopiëren is gestart zal op de display weer o66
verschijnen. Na twee seconden kan aan de status in parameter o66 worden gezien of het kopiëren is gelukt.
Zie hoofdstuk ‘Foutmeldingen’ voor de betekenis van de
statusmeldingen.
Opslaan als fabrieksinstelling
Met deze instelling worden de huidige instellingen van
de regelaar opgeslagen als ‘nieuwe’ basisinstelling (de
originele fabrieksinstellingen worden overschreven).
Extra sensor
Definieer hier de toepassing van de Saux sensor.
0: Geen, geen sensor aangesloten
1: Productsensor
2: Condensortemperatuursensor met alarmfunctie
Handleiding RS8DY510 © Danfoss 10-2006
o05
o06
o07
o15
o46
o64
o65
o66
o67
o69
EKC 102
S5 sensor (EKC 102A, B, C)
Definieer hier de toepassing van de S5 sensor
0: Ontdooisensor
1: Productsensor
Toepassing S5 sensor (EKC 102D)
Houdt deze instelling op 0 als de S5 sensor in D10 als
ontdooisensor is gedefinieerd. Als D10 is ingesteld op 0
of 2 kan de S5 sensor ook worden gebruikt als productof condensorsensor.
0: Ontdooisensor
1: Productsensor
2: Condensorsensor met alarmering
Relais 2
Definieer hier de toepassing van relais 2
EKC 102B: 1=compressor. 2=alarm
EKC 102C: 1=ontdooiing. 2=alarm
Service
Temperatuur van de Saux sensor
Temperatuur van de S5 sensor
Status DI1 ingang. ON/1=gesloten
Status van dag / nacht. 1=gesloten
Regelreferentie thermostaatfunctie
* Status koelrelais
* Status ventilatorrelais
* Status ontdooirelais
* Temperatuur Sair sensor
* Status relais 2 (compressor 2, alarm of ontdooiing)
*) Niet alles wordt getoond. Alleen de functie behorende
bij de geselecteerde toepassing zijn te zien.
o70
o70
o71
u03
u09
u10
u13
u28
u58
u59
u60
u69
u70
Status werking regelaar
Er kunnen zich regelsituaties voordoen waarbij de regelaar
staat te wachten voor de volgende stap in de regeling. Om
deze “waarom gebeurt er niets?” situaties zichtbaar te maken
volstaat het om de bovenste druktoets kort (1sec) in te drukken.
Hierdoor wordt de status weergegeven in het display. Is er
echter een alarm, dan wordt de alarmstatus weergegeven. De
individuele statuscodes hebben de volgende betekenis:
S0: Regelen
S2: Compressor draait door op basis van de min. AAN tijd
S3: Compressor blijft gestopt op basis van de min. UIT tijd
S10: Koeling is gestopt door een intern of extern signaal (r12 of
DI)
S11: Koeling is gestopt door de thermostaat
S14: Ontdooiproces: ontdooiing is gaande
S15: Ontdooiproces: ventilatorvertraging
S16: Koeling is gestopt. DI ingang is open
S17: Deur is open. DI ingang is open
S20: Noodkoeling actief door sensorfout
S25: Handmatige bediening van de uitgangen actief
S29: Schoonmaakactie actief
S32: Vertraging van uitgangen tijdens opstart
Andere uitlezingen:
non: Ontdooitemperatuur kan niet worden uitgelezen. Geen
sensor aangesloten
-d-: Ontdooiing is gaande
PS: Toegangscode vereist. Vul toegangscode in.
EKC 102
Foutmeldingen
In geval van een foutmelding zullen de LED’s op de display
knipperen en de alarmuitgang worden geactiveerd. Bij drukken
op de bovenste toets volgt in het display de foutmelding. Als er
meerdere alarmen in ‘rij’ staan, kunnen deze worden uitgelezen
door meermaals op deze toets te drukken.
Er zijn twee soorten meldingen - een melding ontstaan tijdens
het dagelijks gebruik, of er is een defect in de installatie.
A-meldingen worden niet zichtbaar voordat de vertraging
verstreken is.
E-meldingen zullen direct zichtbaar worden.
(Een A-melding wordt niet zichtbaar zo lang een E-melding
actief is).
De volgende meldingen kunnen verschijnen:
A1: Alarm te hoge temperatuur
A2: Alarm te lage temperatuur
A4: Deuralarm
A15: Alarm. Signaal van DI
A45: Koeling gestopt door ‘Hoofdschakelaar’ (r12 of DI)
A59: Schoonmaakfunctie. Signaal van DI.
A61: Condensor alarm
E1: Fout in regelaar
E27: Fout S5 sensor
E29: Fout Sair sensor
E30: Fout Saux sensor
Bij het kopiëren van instellingen van en naar een kopieersleutel
met functies o65 of o66, kan de volgende status verschijnen:
0: Kopiëren gedaan en OK
4: Kopieersleutel onjuist geplaatst
5: Kopiëren mislukt. Probeer opnieuw.
6: Kopiëren naar EKC mislukt. Probeer opnieuw.
7: Kopiëren naar kopieersleutel mislukt. Probeer opnieuw.
8: Kopiëren niet mogelijk. Codenummer of SW versie komen niet
overeen.
9: Communicatiefout
10: Kopiëren nog gaande
(Deze informatie kan worden uitgelezen in o65 of o66 een paar
seconden na het starten van een kopieercommando).
Handleiding RS8DY510 © Danfoss 10-2006
13
Aansluitingen
EKC 102A
(115 V)
of
(115 V)
EKC 102B
EKC 102C
(115 V)
(115 V)
of
of
(115 V)
(115 V)
EKC 102D
(115 V)
Voedingsspanning
230 V a.c. of 115 V a.c. Sensoren
Sair is de thermostaatsensor.
Saux is een extra meetsensor bijvoorbeeld voor de condensortemperatuur
S5 is een ontdooisensor en wordt gebruikt als de ontdooiing op
temperatuur moet worden gestopt, maar kan ook als productsensor worden gebruikt. (EKC 102C)
Kan ook als product- of condensorsensor worden gebruikt.
Digitaal aan/uit signaal
Een kortgesloten ingang activeert een functie. De mogelijke functies worden beschreven in o02.
Relais
De algemene aansluitingen zijn:
Relais 1
Koeling. Het relais zal inschakelen als de regelaar koelvraag
heeft
Relais 2
Alarm. Het relais is uitgeschakeld tijdens normaal bedrijf en ingeschakeld gedurende alarmsituaties en als de regelaar
spanningsloos is
Koeling 2. Het relais schakelt in als koelstap 2 (compressor 2)
ingeschakeld moet worden
Ontdooiing Het contact schakelt in als ontdooiing gaande is.
Relais 3
Ventilator
De regelaar kan niet worden aangesloten op een m2 of AK2AM.
Elektrisch ‘lawaai’
Kabels voor sensoren, DI ingangen en datacommunicatie moeten
apart gehouden worden van andere elektrische kabels;
- Gebruik aparte kabelgoten (afscheiding)
- Houdt een afstand van tenminste 10 cm
- Lange kabels voor DI ingangen moeten worden vermeden
14
Handleiding RS8DY510 © Danfoss 10-2006
EKC 102
Bestellen
Type
Functie
Voeding
Code no.
EKC 102A
Meubel- celregelaar (koelen of verwarmen)
230 V a.c.
084B8500
115 V a.c.
084B8503
EKC 102B
Meubel-celregelaar (compressor 2 of alarmfunctie)
230 V a.c.
084B8501
115 V a.c.
084B8504
EKC 102C
Meubel- celregelaar (elektrische ontdooiing of
alarmfunctie)
230 V a.c.
084B8502
115 V a.c.
084B8505
EKC 102D
Koel-celregelaar met ventilatorfunctie
230 V a.c.
084B8506
115 V a.c.
084B8507
EKA 182A
Kopieersleutel
084B8567
Temperatuursensoren: zie document RK0YG
EKC 102
Handleiding RS8DY510 © Danfoss 10-2006
15
Specificaties
Voeding
Gewicht = 170 g
Danfoss can accept no responsibility for possible errors in catalogues, brochures and other printed material. Danfoss reserves the right to alter its products without notice. This also applies to products
already on order provided that such alternations can be made without subsequential changes being necessary in specifications already agreed.
All trademarks in this material are property of the respecitve companies. Danfoss and Danfoss logotype are trademarks of Danfoss A/S. All rights reserved.
16
Handleiding RS8DY510 © Danfoss 10-2006
DE-BD
230 V a.c. (115 V) +10/-15 %. 1,5 VA
Pt 1000 of
Sensoren
PTC (1000 ohm / 25°C) of
NTC-M2020 (5000 ohm / 25°C)
Meetbereik
-60 tot +99°C
±1 K onder -35°C
Regelaar
±0,5 K tussen -35 tot +25°C
Nauwkeurigheid
±1 K boven +25°C
±0.3 K bij 0°C
Pt 1000 sensor
±0.005 K per graad
Display
LED, 3 karakters
Signaal van contactfuncties
Digitale
Eisen aan contacten: goud gecoat
ingangen
Maximale kabellengte 15 m.
Gebruik hulprelais bij langere kabels
Max. 1,5mm2 meer aderig voor voeding en relais.
Aansluiten
Max. 1 mm2 voor sensoren en DI ingangen Klemmen
kabels
zijn gemonteerd op de print
CE
UL **
(250 V a.c.)
(240 V a.c.)
DO1
10 A Resistive
10 (6) A
Koeling
5FLA, 30LRA
DO2
Alarm/
10 A Resistive
Relais*
10 (6) A
Ontdooiing/
5FLA, 30LRA
Koeling 2
6 A Resistive
DO3
3FLA, 18LRA
6 (3) A
Ventilator
131 VA Pilot
duty
0 tot +55°C, tijdens bedrijf
-40 tot +70°C, tijdens transport
Omgeving 20 - 80% Rh, geen condensvorming
Geen schokken of trillingen
IP 65 voorpaneel
Dichtheid
Toetsen en pakking geïntegreerd in front
EU Low Voltage Directive en EMC eisen in overeenstemming met CE-markering
Keurmerken
LVD-getest volgens EN 60730-1 en EN 60730-2-9, A1, A2
EMC-getest volgens EN50082-1 en EN 60730-2-9, A2
* DO1 en DO2 zijn max. 16 A relais. DO3 zijn max. 8 A relais. Maximale
belasting mag niet overschreden worden.
** UL-approved
������������������������������������������
gebaseerd op 30000 koppelingen
EKC 102
Was this manual useful for you? yes no
Thank you for your participation!

* Your assessment is very important for improving the work of artificial intelligence, which forms the content of this project

Download PDF

advertisement