(PSR-2000).
HANDLEIDING
HANDLEIDING
Lees voordat u de PSR-2000/1000/A1000 gebruikt de “Voorzorgsmaatregelen„ op de bladzijden 3-4.
SPECIALE MEDEDELINGEN
Dit product heeft batterijen of een externe spanningsvoorziening nodig (adapter). Sluit dit product NIET aan op een
andere spanningsvoorziening of adapter dan in de
handleiding wordt beschreven, dan op het naamplaatje
staat of die speciaal wordt aanbevolen door Yamaha.
WAARSCHUWING: Plaats dit product niet op een plaats
waar iemand over het netsnoer of aangesloten kabels kan
lopen, erop kan stappen of er iets overheen kan rollen. Het
gebruik van een verlengsnoer wordt niet aanbevolen! ALS u
toch een verlengsnoer moet gebruiken, dan is de minimum
draaddoorsnede voor een snoer van 8 meter (of minder ) 18
AWG. OPMERKING: Des te lager het AWG nummer, des te
groter het stroomdoorlatend vermogen. Raadpleeg voor
langere verlengsnoeren een plaatselijke elektriciën.
Dit product zou alleen gebruikt mogen worden met de
bijgeleverde componenten of een kar, rek of standaard die
speciaal wordt aanbevolen door Yamaha. Als een kar, enz., wordt
gebruikt, neem dan alstublieft alle veiligheidsmarkeringen en
instructies, die het product vergezellen, in acht.
SPECIFICATIES ONDERHEVIG AAN WIJZIGINGEN:
Wij menen dat de informatie die deze handleiding bevat
juist is op het moment van drukken. Yamaha houdt zich
echter het recht voor de specificaties te veranderen of aan
te passen, zonder kennisgeving en zonder de verplichting
reeds bestaande modellen daar aan aan te passen.
Dit product, alleen of in combinatie met een versterker en
hoofdtelefoon of luidsprekers, kan in staat zijn geluidsniveaus
voort te brengen die tot permanente gehoorbeschadiging kunnen leiden. Gebruik GEEN hoge of onaangename
volumeniveaus gedurende een langere tijd. Mocht u
gehoorbeschadiging of oorsuizen ervaren, dan kunt u het best
contact opnemen met een KNO-arts of gehoordeskundige.
BELANGRIJK: Des te harder het geluid, des te korter de
tijd die nodig is om tot gehoorbeschadiging te leiden.
Sommige Yamaha producten zijn voorzien van banken en/of
accessoire bevestigings montagebeugels die of zijn bijgeleverd
of als optionele accessoire leverbaar zijn. Sommige hiervan zijn
zo ontworpen dat ze door de dealer moeten worden
gemonteerd of geïnstalleerd. Zorg er alstublieft voor dat banken
stabiel zijn en eventuele optionele bevestigingen (waar
toepasbaar) goed bevestigd zijn VOOR gebruik.
Door Yamaha geleverde banken zijn uitsluiten ontworpen
om op te zitten. Ander gebruik wordt afgeraden.
Kennisgeving batterij:
Dit product KAN een kleine niet oplaadbare batterij bevatten die
(indien van toepassing) vastgesoldeerd zit. De gemiddelde
levensduur van zo’n batterij is ongeveer vijf jaar. Als vervanging
noodzakelijk wordt, neem dan contact op met gekwalificeerd
service personeel om de vervanging uit te voeren.
Het kan zijn dat dit product werkt met een normaal
gangbaar type batterij. Enkele daarvan kunnen
oplaadbaar zijn. Vergewis u ervan dat de op te laden
batterij inderdaad oplaadbaar is en dat de oplader
geschikt is voor het desbetreffende type batterij.
Als u batterijen plaatst, gebruik dan nooit oude en nieuwe
batterijen en verschillende soorten batterijen door elkaar.
De batterijen MOETEN juist worden geplaatst. Niet
overeenkomende soorten of foutieve plaatsing kunnen leiden tot oververhitting en scheuren van de batterijbehuizing.
Waarschuwing:
Probeer geen enkele batterij uit elkaar te halen of te
doorboren. Houd alle batterijen bij kinderen vandaan. Zorg
dat lege batterijen niet bij het normale afval komen, maar
zorg dat ze zo spoedig mogelijk als Klein Chemisch Afval
worden ingeleverd. Opmerking: Informeer bij een
willekeurige leverancier van batterijen in uw omgeving naar
informatie over de verwijderingsvoorschriften voor batterijen.
Opmerking over verwijdering:
Als u dit product weg wilt doen omdat het kapot is en
niet meer gemaakt kan worden of omdat het apparaat
om een of andere reden aan het eind van zijn bruikbare
levensduur is, vergewis u er dan van wat de wettelijke
regelingen op dat moment zijn voor het verwijderen van
producten die lood, batterijen, plastics, etc. bevatten. Als
uw leverancier u daarmee niet kan helpen, neem dan
alstublieft direct contact op met Yamaha.
POSITIE NAAMPLAATJE:
Het naamplaatje bevindt zich aan de onderzijde van het
product. U vindt hierop het modelnummer, serienummer,
vereisten voor de spanningsvoorziening, etc. Het is
verstandig om het modelnummer, het serienummer en de
aankoopdatum in de hieronder gereserveerde ruimte te
noteren. Bewaar ook uw officiële aankoopbon, aangezien
dat uw garantiebewijs is.
MERK OP:
Servicekosten die worden gemaakt vanwege een gebrek
aan kennis van hoe een functie of effect werkt (als het
apparaat wordt gebruikt waarvoor het is ontworpen) vallen
niet onder de fabrieksgarantie en komen derhalve voor rekening van de gebruiker. Bestudeer deze handleiding zorgvuldig en raadpleeg uw dealer voordat u om service verzoekt.
MILIEU ZAKEN:
Yamaha streeft ernaar om producten te maken die zowel
veilig als milieuvriendelijk zijn. Wij menen oprecht dat
onze producten en de gebruikte productie methodes aan
deze doelstellingen voldoen. Om ons zowel aan de letter
als de geest van de wet te houden, willen we dat u zich
bewust bent van de volgende zaken:
92-BP (onderkant)
Model
Serienummer
Aankoopdatum
BEWAAR DEZE HANDLEIDING ALSTUBLIEFT
VOORZORGSMAATREGELEN
LEES DIT ZORGVULDIG DOOR VOORDAT U VERDER GAAT
* Bewaar deze handleiding op een veilige plaats voor eventuele latere bestudering.
WAARSCHUWING
Volg altijd de algemene voorzorgsmaatregelen op die hieronder worden opgesomd om te voorkomen dat u gewond raakt of zelfs sterft als gevolg van elektrische schokken, kortsluiting, schade,
brand of andere gevaren. De maatregelen houden in, maar zijn niet beperkt tot:
Spanningsvoorziening/Netadapter
Waarschuwing tegen water
• Gebruik alleen het voltage dat is aangegeven voor het
•
•
•
• Stel het instrument niet bloot aan regen, gebruik het niet in de
instrument. Het vereiste voltage wordt genoemd op het
naamplaatje van het instrument.
Gebruik de uitsluitend de aangegeven adapter (PA-300 of een
door Yamaha aanbevolen equivalent). Gebruik van een andere
adapter kan brand en defecten veroorzaken.
Controleer zo nu en dan de stroomstekker en verwijder stof en
vuil dat zich heeft verzameld op de stekker.
Plaats de netadapter niet in de buurt van warmtebronnen zoals
kachels of radiatoren. Verbuig of beschadig het snoer niet, plaats er
geen zware voorwerpen op en leg het niet op een plaats waar mensen er over kunnen struikelen of er voorwerpen over kunnen rollen.
Niet openen
•
buurt van water of onder natte of vochtige omstandigheden en
plaats geen voorwerpen op het instrument die vloeistoffen bevatten die in de openingen kunnen vallen.
Haal nooit een stekker uit het stopcontact met natte handen.
Waarschuwing tegen brand
• Plaats geen brandende voorwerpen, zoals kandelaars, op het apparaat.
Een brandend voorwerp kan omvallen en brand veroorzaken.
Als u onregelmatigheden opmerkt
• Als het snoer van de adapter beschadigd is of stuk gaat, als er plotseling geluidsverlies is in het instrument, of als er plotseling een geur
of rook uit het instrument komt, moet u het instrument onmiddellijk
uit zetten, de stekker uit het stopcontact halen en het instrument na
laten kijken door een officieel Yamaha Service Center.
• Open het instrument niet, haal de interne onderdelen niet uit
elkaar en modificeer het instrument niet. Het instrument bevat
geen door de gebruiker te vervangen onderdelen. Als het
instrument stuk lijkt te zijn, stop dan met het gebruiken van het
instrument en laat het nakijken door een Yamaha Service Center.
PAS OP
Volg altijd de algemene voorzorgsmaatregelen op die hieronder worden opgesomd om eventuele
lichamelijke verwondingen te voorkomen, of beschadiging aan andere instrumenten of bezittingen.
De maatregelen houden in, maar zijn niet beperkt tot:
Spanningsvoorziening/Netadapter
Locatie
• Als u de stekker uit het stopcontact haalt, moet u altijd aan de
•
•
• Stel het instrument niet bloot aan extreme schokken of stof,
stekker trekken, nooit aan het snoer.
Haal de adapter uit het stopcontact gedurende een elektrische
storm (b.v. onweer), of als u het instrument gedurende lagere tijd
niet gebruikt.
Sluit het instrument niet aan op een stopcontact dat een T-plug
bevat. Dit kan resulteren in een verminderde geluidskwaliteit en
het stopcontact oververhitten.
•
•
•
•
(3)-7
extreme koude of warme omstandigheden (zoals in direct
zonlicht, bij de verwarming, of in de auto) om vervorming van het
paneel of schade aan de interne elektronica te voorkomen.
Gebruik het instrument niet in de nabijheid van een TV, radio,
stereo installatie, mobiele telefoon of andere elektrische apparaten.
Anders kan het instrument, de TV of radio kan ruis opwekken.
Plaats het instrument niet op een onstabiele plek waar het kan
omvallen.
Haal voordat u het instrument verplaatst alle kabels en de
adapter los.
Gebruik alleen een voor het instrument bedoelde standaard. Als
u het instrument vast maakt aan de standaard gebruik dan uitsluitend
de bijgeleverde schroeven. Anders kan dit leiden tot beschadiging van
de interne componenten of het vallen van het instrument.
1/2
PSR-2000/1000/A1000
3
Aansluitingen
Data wegschrijven
• Voordat u het instrument aansluit op andere elektronische
Wegschrijven en back-up van uw data
componenten moet u alle betreffende apparatuur uitzetten.
Voordat u alle betreffende apparatuur aanzet moet u alle
volumes op het minimum zetten. Voer de volumes van alle
componenten, na het aanzetten, geleidelijk op tot het gewenste
luisterniveau.
• De data in het geheugen (zie blz. 39) gaat verloren als u het
instrument uitzet. Sla de data op een diskette/de User Drive (zie
blz. 39).
Opgeslagen data kan verloren raken ten gevolge van een storing
of foutieve handelingen. Sla belangrijke data op op een diskette.
Onderhoud
Als u instellingen in een displaypagina wijzigt en die pagina
verlaat, wordt de System Setup data (opgesomd in de
Parameter Chart van het bijgaande engelstalige Data List
boek) automatisch opgeslagen. De gewijzigde data gaat
echter verloren als u het instrument uitzet, zonder dat u de
betreffende pagina eerst heeft verlaten.
• Gebruik bij het schoonmaken een zachte droge doek. Gebruik bij
het schoonmaken geen verfverdunners (b.v. thinner),
oplosmiddelen, schoonmaakmiddelen of chemische
schoonmaakdoekjes.
Zorgvuldig behandelen
Een backup van de diskette maken
• Om te voorkomen dat er data verloren gaat door beschadigde
• Steek geen vinger of hand in de openingen van het instrument.
• Steek of laat nooit papier, metaal of andere voorwerpen in de
•
•
•
media, adviseren wij u belangrijke data op twee afzonderllijke
diskettes op te slaan.
openingen op het paneel of het toetsenbord vallen. Als dit
gebeurt, zet dan onmiddellijk het instrument uit en trek het
netsnoer uit het stopcontact. Laat vervolgens uw instrument
nakijken door gekwalificeerd Yamaha service personeel.
Plaats geen vinylen, plastic of rubberen voorwerpen op het
instrument, aangezien dit verkleuring van het paneel of het
toetsenbord tot gevolg kan hebben.
Leun niet op en plaats geen zware voorwerpen op het
instrument, ga voorzichtig om met de knoppen, schakelaars en
aansluitingen.
Gebruik het instrument niet te lang op een niet comfortabel
geluidsniveau aangezien dit permanent gehoorverlies kan
veroorzaken. Als u gehoorbeschadiging of suizen in uw oor
constateert, neem dan contact op met een KNO-arts of
gehoordeskundige.
Yamaha kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor schade veroorzaakt door oneigenlijk gebruik of modificaties aan het instrument, of
data die verloren is gegaan of gewist.
Zet het instrument altijd uit als u het niet gebruikt.
Zelfs als de POWER schakelaar in de “STANDBY” positie staat, loopt er nog een minimale hoeveelheid stroom door het instrument. Als u het
instrument voor een lange tijd niet gebruikt, zorg er dan voor dat u de netadapter uit het stopcontact haalt.
(3)-7
4
PSR-2000/1000/A1000
2/2
Dank u voor de aanschaf van de Yamaha PSR-2000/1000/A1000!
We adviseren u deze handleiding zorgvuldig te lezen
zodat u volledig gebruik kunt maken van de geavanceerde
en handige functies van de PSR-2000/1000/A1000.
We adviseren u ook deze handleiding
op een veilige en handige plaats te bewaren voor toekomstige naslag.
PSR-2000/1000/A1000
5
Accessoires
■ PA-300 netadapter*
■ Diskette [bevat begeleiding stijl files (bladzijden 28 en 59), song files (PSR-A1000) en MIDI
Driver (blz. 154)]
■ Muziekstandaard (blz. 17)
■ Data List (apart engelstalig boekje)
■ Nederlandstalige Gebruiksaanwijzing
* Alleen in bepaalde landen bijgeleverd. Informeer hiernaar bij uw Yamaha dealer.
Over deze handleiding en Data List
Deze handleidingbestaat uit vier hoofdgedeelten: Introductie, Quick Guide, Basisbediening en Referentie.
Er is ook een afzonderlijke Data List (engelstalig boekje) bijgeleverd.
Introductie (blz. 2): Lees dit gedeelte alstublieft eerst.
Quick Guide (blz. 20): Dit gedeelte legt uit hoe u de basis functies kunt gebruiken.
Basisbediening (blz. 38): Dit gedeelte legt uit hoe de basis bediening werkt, inclusief de op de display-gebaseerde
regelaars.
Referentie (blz. 52): Dit gedeelte legt uit hoe u gedetailleerde instellingen voor de PSR-2000/1000/A1000’s
verscheidene functies kunt maken.
Data List (apart engelstalig boekje) : Voice Overzicht, MIDI Data Format, enz.
* Deze Nederlandstalige handleiding is in eerste instantie geschreven voor de PSR-1000 en PSR-2000.
De PSR-A1000 lijkt qua bediening en functioneren erg op de PSR1000. Het grootste verschil is dat de PSR-A1000 niet over
de MUSIC FINDER en ONE TOUCH SETTING functie beschikt, maar daarentegen wel over de ORIENTAL SCALE functie.
Over het algemeen kunt u als u over een PSR-A1000 beschikt, de bedieningsinstructies voor de PSR-1000 aanhouden. Waar
mogelijk zal de PSR-A1000 ook vermeld worden. Achterin deze handleiding (vanaf bladzijde 160) treft u een supplement aan
met de specifieke bedieningsinstructies voor de functies en gegevens waarin de PSR-A1000 afwijkt van de PSR1000/2000.
* De illustraties en LCD schermen zoals getoond in deze nederlandstalige’s handleiding zijn uitsluitend voor instructie
doeleinden en kunnen enigszins afwijken (bijvoorbeeld de voice- en stijlnamen) van die op uw instrument.
* De voorbeeld Bedieningsgids displays die in deze handleiding te zien zijn, zijn van de PSR-2000 en in het Engels.
* Dit product (PSR-2000) is gefabriceerd onder licentie van U.S. Patentnummers 5231671, 5301259,5428708, en 5567901
van IVL Technologies Ltd.
* De in dit instrument gebruikte bitmap fonts zijn geleverd door en het eigendom van Ricoh Co., Ltd.
* Ongeautoriseerd kopieren van software waarop auteursrechten rusten, voor andere doeleinden dan voor persoonlijk
gebruik van de koper, is verboden.
COPYRIGHT (AUTEURSRECHTEN)
Dit product bevat en gaat vergezeld van computerprogramma’s en gegevens waarvan Yamaha eigenaar is van de
auteursrechten of over de licentie beschikt om de auteursrechten van anderen te gebruiken. Materiaal waarop deze
auteursrechten van toepassing zijn, zijn onder andere, zonder enige beperking, alle computersoftware, stijlfiles, MIDI files,
WAVE data en geluidsopnamen. Elk ongeautoriseerd gebruik van dergelijke programma’s en gegevens, met uitzondering van
persoonlijk gebruik door de koper, is niet toegestaan en is beschermd door wetten. Schending van de auteursrechten heeft
strafrechtelijke gevolgen. MAAK, DISTRIBUEER EN GEBRUIK GEEN ILLEGALE KOPIEËN!
Deze handleiding is uitsluitend bedoeld om u te helpen zich de bediening van het instrument eigen te maken.
Er kunnen derhalve geen rechten aan ontleend worden.
Handelsmerken:
• Apple en Macintosh zijn handelsmerken van Apple Computer, Inc.
• IBM−PC/AT is een handelsmerk van International Business Machines Corporation.
• Windows is het geregistreerde handelsmerk van Microsoft® Corporation.
• Alle andere handelsmerken zijn eigendom van hun respectieve eigenaren.
6
PSR-2000/1000/A1000
Omgaan met de diskdrive (FDD) en diskette
Let er op de diskettes en de diskdrive met zorg te behandelen. Volg de onderstaande belangrijke voorzorgsmaatregelen.
Ondersteunde diskette soorten
• Er kunnen 3,5’’ 2DD en 2HD diskettes worden gebruikt.
Diskettes plaatsen en uitwerpen
Om een diskette in de diskdrive te plaatsen:
• Houd de diskette met het label naar boven en met het
sluitermechanisme naar voren in de richting van de
diskdrive. Plaats de diskette zorgvuldig in de opening,
langzaam verder duwend tot het einde, waar deze op
zijn plaats klikt en waardoor de uitwerp knop naar
buiten komt.
Diskdrive lamp
Als het instrument wordt aangezet, licht de diskdrive
lamp (links onderaan de diskdrive) op om aan te
geven de diskdrive kan worden gebruikt.
Om een diskette uit te werpen:
Let erop dat er geen data naar de diskette wordt
geschreven op het moment dat u de diskette wilt
uitwerpen.
Als er tijdens de volgende handelingen data op dat
moment naar diskette wordt geschreven staan er de
volgende mededelingen in de display: “Now
executing”, “Now copying” of “Now formatting”.
• Verplaatsen (move), kopiëren (copy), plakken
(paste), wegschrijven (save), of wissen (delete) van
data (blz. 42 - 44).
• Benoemen (name) van files en mappen (folders)
(blz. 41); een nieuwe map (folder) maken (blz. 44).
• Een diskette naar een andere diskette kopiëren (blz.
150); de diskette formatteren(blz. 150).
• Probeer nooit de disk uit te werpen of het instrument
uit te zetten als er data naar de diskette wordt
geschreven. Dit zou de diskette kunnen beschadigen
en mogelijk zelfs de diskdrive. Druk langzaam op de
uitwerp (eject) knop zo ver als deze gaat; de disk zal
automatisch naar buiten komen. Als de diskette er
gedeeltelijk uitsteekt, haal deze er dan voorzichtig uit
met de hand.
• Als de uitwerpknop te snel wordt ingedrukt, of niet ver
genoeg, kan het zijn dat de disk niet goed
uitgeworpen wordt. De uitwerpknop kan dan
halverwege vast komen te zitten waarbij de diskette
slechts een paar millimeter uit de opening steekt. Als
dit gebeurt, probeer dan niet de gedeeltelijk
uitgeworpen diskette eruit te trekken, aangezien het
uitoefenen van kracht in deze situatie de diskdrive en/
of de diskette kan beschadigen. Probeer nogmaals op
de uitwerpknop te drukken, om de gedeeltelijk
uitgeworpen diskette eruit te halen of druk de diskette
weer terug op zijn plaats en herhaal de
uitwerpprocedure.
• Zorg ervoor dat u de diskette uit de diskdrive haalt
voordat u de PSR-2000/1000/A1000 uitschakelt. Als
een diskette voor langere periodes in de diskdrive
wordt gelaten, kan deze gemakkelijk stof en vuil
aantrekken die lees en schrijffouten kunnen
veroorzaken.
De lees/schrijfkop reinigen
• Reinig de lees/schrijfkop regelmatig. Dit instrument
bevat een precisie magnetische lees/schrijfkop die, na
langdurig gebruik, een laag magnetische deeltjes vast
kan houden, die tenslotte lees− en schrijffouten
kunnen veroorzaken.
• Om de diskdrive in optimale toestand te houden,
beveelt Yamaha het gebruik van een commercieel
beschikbare droge−soort koppenreinigingsdiskette aan
om de kop eens per maand te reinigen. Vraag uw
Yamaha dealer over de beschikbaarheid van de juiste
reinigingsdiskette.
• Plaats nooit iets anders dan diskettes in de diskdrive.
Andere voorwerpen kunnen beschadiging van de
diskdrive of diskettes veroorzaken.
Uitwerp knop
PSR-2000/1000/A1000
7
Over de diskettes
Om de diskettes zorgvuldig te gebruiken:
• Plaats geen zware voorwerpen op de diskette en buig
de diskette niet en oefen er op geen enkele manier
druk op uit. Bewaar de diskettes altijd in hun
beschermende doosjes als ze niet worden gebruikt.
• Stel de diskette niet bloot aan direct zonlicht, extreme
hoge of lage temperaturen, overmatige vochtigheid,
stof of vloeistoffen.
• Open het sluitermechanisme niet en raak het oppervlak
van de daadwerkelijke disk in de diskette niet aan.
• Stel de diskette niet bloot aan magnetische velden,
zoals die worden geproduceerd door televisies,
luidsprekers, motors, enz., aangezien magnetische
velden de data op de diskette geheel of gedeeltelijk
kunnen wissen, waardoor deze onleesbaar wordt.
• Gebruik nooit een diskette met een verbogen
sluitermechanisme of behuizing.
• Plak niets anders dan de bijgeleverde labels op de
diskette. Let er ook op dat de labels op de juiste plaats
worden geplakt.
Om uw gegevens te beveiligen
(schrijfbeschermingsnokje):
• Om per ongeluk wissen van belangrijke data te
voorkomen, schuift u het diskettes schrijfbeveiligingsnokje
in de “protect” stand (vakje open).
schrijfbeveiligingsnokje
open(beveiligd positie)
Data backup
• Om uw gegevens optimaal veilig te stellen beveelt
Yamaha aan om van belangrijke gegevens twee
kopieën op verschillende diskettes te bewaren.
Hierdoor heeft u zelfs nog een kopie als één van de
diskettes beschadigd of kwijt is. Gebruik voor het
maken van een backup diskette de “Kopiëren van
diskette naar diskette” functie op blz. 150.
Over de display mededelingen
Er verschijnt soms een mededeling (informatie of bevestigings dialoog) op het scherm om de bediening te
vergemakkelijken.
Als zo’n mededelingen verschijnt, volg dan gewoon de aangegeven instructies door op de betreffende knop te drukken.
OPM.
F
G
H
I
J
Bij dit voorbeeld, drukt u op
de [G] (YES) knop om het
formatteren uit te voeren.
8
PSR-2000/1000/A1000
U kunt de gewenst taal van
de Help display (blz. 49)
selecteren.
Inhoudsopgave
Introductie ............................ 2
Referentie
VOORZORGSMAATREGELEN ................................... 3
Accessoires ............................................................... 6
Over deze handleiding en Data List ........................ 6
Omgaan met de diskdrive (FDD) en diskette.......... 7
Over de display mededelingen................................ 8
Toepassingsindex................................................... 12
Wat kunt u doen met de PSR-2000/1000.............. 14
Wat u kunt doen met de PSR-A1000 ................... 160
De PSR-2000/1000/A1000 opstellen ..................... 16
Bedieningspaneel en aansluitingen PSR-2000/1000...18
Bedieningspaneel en aansluitingen PSR-A1000 ........162
De demo’s afspelen................52
Quick Guide ........................... 20
Voices.....................................54
Een voice selecteren............................................... 54
Layer/Left — Verscheidene geluiden tegelijkertijd
spelen .................................................................. 56
Layer — Twee verschillende voices stapelen (layeren). 56
Left — Afzonderlijke voices instellen voor het linker
en rechter gedeelte van het toetsenbord.............. 57
Voice effecten toepassen ....................................... 57
PITCH BEND wiel & MODULATION wiel ............... 58
De octaaf instelling aanpassen .............................. 58
De demo’s afspelen................................................ 20
Song afspelen......................................................... 21
Stijlen .....................................59
Songs afspelen.........................................................21
Een stijl spelen........................................................ 59
Voices bespelen ..................................................... 25
Alleen de ritmekanalen van een stijl afspelen ........... 61
De volumebalans/kanaalonderdrukking (mute) aanpassen. 61
Een voice bespelen ..................................................25
Twee voices tegelijkertijd bespelen...........................26
Verschillende voices met de linker en rechterhand bespelen...27
Stijlen bespelen ...................................................... 28
Een stijl spelen .........................................................28
Stijl secties ...............................................................30
One Touch Setting (PSR-2000/1000) .......................32
Music Finder (PSR-2000/1000) .............................. 33
De Music Finder gebruiken ......................................33
De Music Finder Records (nummers) doorzoeken.....34
Music Finder data opslaan en terugroepen...............35
Met de songs (mee)spelen .................................... 36
Speel mee met de PSR-2000/1000/A1000 ...............36
Opnemen ................................................................37
Een Oriëntaalse stemming instellen (PSR-A1000).. 164
Basis bediening— Uw data
organiseren ........................... 38
Voorbeeld — Open/Save display voor voice.............39
Files en mappen selecteren ................................... 40
File/map-gerelateerde handelingen...................... 41
Files/mappen benoemen .........................................41
Files/mappen verplaatsen.........................................42
Files/mappen kopiëren.............................................43
Files/mappen wissen ................................................43
Files opslaan ............................................................44
Files organiseren door een nieuwe map aan te maken...44
Hogere niveau pagina’s tonen .................................44
Lettertekens invoeren en iconen veranderen ............44
De [DATA ENTRY] dial gebruiken .......................... 46
Direct Access (Directe Toegang) — Rechtstreekse
displayselectie PSR-2000/1000 ........................... 47
Direct Access (Directe Toegang) — Rechtstreekse
displayselectie PSR-A1000................................. 165
Help mededelingen................................................ 49
De metronoom gebruiken ..................................... 50
Het tempo aanpassen ............................................ 50
Akkoord Fingerings ................................................ 62
De stijlpatronen arrangeren (SECTIES:
MAIN A/B/C/D, INTRO, ENDING, BREAK) ......... 64
Stijlafspelen stoppen als u de toetsen loslaat (SYNC. STOP)...65
Intro en ending types selecteren (INTRO/ENDING) .... 66
Automatisch Fill-in patronen spelen als er van
begeleidingssectie wordt veranderd — Auto Fill In . 66
Passende paneelinstelling voor de geselecteerde stijl
(ONE TOUCH SETTING) (PSR-2000/1000) ......... 67
Automatisch de One Touch Settings veranderen
met de secties — OTS Link................................... 68
De paneelregelaars in een One Touch Setting
registreren (ONE TOUCH SETTING) ..................... 68
Ideale setups voor uw muziek oproepen
— Music Finder (PSR-2000/1000)....................... 69
De ideale setups zoeken — Music Finder Search ......... 70
Edit (bewerk) Records — Music Finder Record Edit.. 71
De Multi Pads.........................73
De Multi Pads bespelen ......................................... 73
Chord Match .......................................................... 73
Multi Pad Edit......................................................... 74
Song afspelen ........................75
Compatibele song types ........................................ 75
Song afspelen......................................................... 76
De interne songs afspelen ....................................... 76
Songs van diskette afspelen..................................... 78
Andere afspeel-gerelateerde handelingen................ 78
Bepaalde parts uitschakelen
— Track1/Track2/Extra Tracks ............................ 79
Herhaaldelijk afspelen van een bepaald gedeelte.... 79
Muzieknotatie weergeven — Score (alleen PSR-2000) .. 80
De songteksten weergeven ................................... 83
Tap tempo...............................................................51
PSR-2000/1000/A1000
9
Custom paneel setups opslaan/terugroepen — Registration Memory...........84
Paneel setups registreren — Registratie Memory. 84
Uw Registratie Memory Setups opslaan....................85
Een Registration Memory Setup terugroepen ...... 86
Voices bewerken — Sound Creator.87
Bediening ............................................................... 87
Regular Voice parameters...................................... 88
Organ Flutes (alleen de PSR-2000) ........................ 91
Uw spel opnemen en songs creëren
— Song Creator ..................... 92
Over song Record................................................... 92
Quick (Snel) Record ............................................... 93
Multi Record........................................................... 94
Afzonderlijke noten opnemen — Step Record...... 96
Bediening ................................................................96
Melodieën opnemen — Step Record (Noot) ............98
Akkoordwijzigingen voor de automatische
begeleiding opnemen — Step Record (Chord) .....99
Selecteer de opname opties: Starten, Stoppen,
Punch In/Out — Rec Mode ................................101
Een opgenomen song bewerken ......................... 102
Kanaal-gerelateerde parameters bewerken — Kanaal ..102
Noot Events bewerken — 1 - 16 ............................105
Akkoord events bewerken — CHD .........................106
Systeem events bewerken — SYS/EX. (Systeem Exclusief) 106
Songteksten invoeren en bewerken........................107
Het event overzicht naar eigen wens aanpassen — Filter.. 107
Begeleidingsstijlen creëren
— Style Creator ................... 108
Over begeleidingsstijlen creëren ......................... 108
Stijl File Format .................................................... 109
Bediening ............................................................. 109
Realtime Record — Basis...................................... 110
Step Record .......................................................... 111
Een begeleidingsstijl samenstellen
—Assembly ........................................................ 112
Bewerk de gecreëerde begeleidingsstijl.............. 113
Wijzig het ritmische gevoel — Groove en Dynamics .... 113
De kanaal data bewerken.......................................115
Stijl File Format instellingen maken —Parameter ....116
Multi Pad creëren
— Multi Pad Creator ........... 118
Bediening ............................................................. 118
Multi Pad realtime opnemen — Record .............. 119
Start het opnemen.................................................119
Stop opnemen.......................................................119
Step Record of Multi Pads bewerken — Edit ...... 120
10
PSR-2000/1000/A1000
De volume balans aanpassen
en voices wijzigen
— Mixing Console ................121
Bediening ............................................................. 121
De niveau balans en voice instellen
— Volume/Voice ............................................... 122
De klank van de voice wijzigen — Filter .............. 123
Toonhoogte-gerelateerde instellingen wijzigen — Tune. 123
De effecten aanpassen ......................................... 124
Effect structuur...................................................... 126
De equalizer instellen—EQ (alleen de PSR-2000)... 127
Microfoongebruiken—MIC.(PSR-2000).128
Een Vocal Harmony type selecteren .................... 129
Instellingen maken voor de Vocal Harmony
en microfoon — MICROPHONE SETTING ........ 130
De Vocal Harmony instellingen
en microfoon effecten — OVERALL SETTING...... 130
Het microfoonvolume en gerelateerde effecten instellen
— TALK SETTING............................................... 132
Totale en andere belangrijke instellingen maken — Function.133
Bediening ............................................................. 133
Toonhoogte fijnregelen/Stemming selecteren
— Master Tune/Scale Tune............................... 135
De totale toonhoogte regelen — Master Tune ...... 135
Selecteer een stemming — Scale Tune.................. 135
Song-gerelateerde parameters instellen
— Song Settings................................................ 137
Automatische begeleiding-gerelateerde parameters instellen
— Style Setting, splitpunt en Chord Fingering 138
Automatische begeleiding-gerelateerde parameters
instellen— Style Setting en Split Point............... 138
De Fingering Methode instellen — Chord Fingering . 139
Instellingen voor de pedalen en toetsenbord maken
— Controller...................................................... 139
Instellingen voor de pedalen maken...................... 139
De aanslaggevoeligheid, modulatie en transponering
veranderen — Keyboard/Panel.......................... 141
De registratie sequence, freeze en voice set
instellen ............................................................. 142
Geef de volgorde van het oproepen van de Registration
Memory Presets aan — Registration Sequence ... 142
Paneelinstellingen handhaven — Freeze................ 142
De automatisch geselecteerde voice instellingen wijzigen
— Voice Set ....................................................... 143
Harmony en Echo instellen .................................. 143
De MIDI parameters instellen.............................. 145
Overkoepelende systeeminstellingen maken
(Local Control, Clock, enz.) — System ............... 145
MIDI data verzenden — Transmit.......................... 146
MIDI data ontvangen — Receive........................... 147
Grondtoon noot kanalen instellen — Root ............ 147
Akkoordkanalen instellen — Chord Detect ............ 147
Overige instellingen — Utility ............................. 148
Instellingen maken voor Fade In/Out, Metronoom,
Parameter Lock en Tap — CONFIG 1..................148
Instellingen maken voor de display
en voicenummer indicatie — CONFIG 2 .............149
Diskettes kopiëren en formatteren — Disk..............150
Uw naam en taalvoorkeur invoeren — Owner........151
De fabrieksgeprogrammeerde instellingen van de
PSR-2000/1000/A1000 terugroepen
— System Reset .................................................151
Uw PSR-2000/1000/A1000 gebruiken met andere apparaten....152
De hoofdtelefoon gebruiken (PHONES aansluiting). 152
De microfoon of gitaar aansluiten
(MIC./LINE IN aansluiting) (PSR-2000)................152
De geluiden van de PSR-2000/1000/A1000 via een een externe
audio installatie afspelen, neem de geluiden op op een
externe recorder (AUX OUT/UITGANG aansluitingen) ... 153
Het pedaal (voetschakelaar) of de voetregelaar
gebruiken (FOOT PEDAL 1/2 aansluiting)............153
Externe MIDI apparaten aansluiten (MIDI aansluitingen).....153
Aansluiten op een computer
(MIDI aansluitingen/TO HOST aansluiting) .........154
Wat is MIDI? ..........................................................155
Wat u kunt doen met MIDI ....................................158
Data compatibiliteit ...............................................158
Diskette format ......................................................158
Sequence format ...................................................159
Voice allocatie format ............................................159
PSR-A1000 supplement .......... 160
Wat kunt u doen met de PSR-A1000?............. 162
Bedieningspaneel en aansluitingen ............... 162
Een Oriëntaalse stemming instellen (PSR-A1000) 164
Direct Access (Directe Toegang)
— Rechtstreekse displayselectie PSR-A1000 165
Oriëntaalse stemmingen (PSRA1000 – Scale Setting/Scale
Tuning/Scale Memory ......... 166
Een Oriëntaalse stemming instellen
— Scale Setting ................................................. 166
De toonhoogte van de stemming aanpassen
— Scale Tuning ................................................. 166
De stemmingsinstelling onthouden
– Scale Memory ................................................. 168
Uw Scale Settings (stemmingsinstellingen)
opslaan ............................................................. 168
De Scale Setting (stemmingsinstelling)
terugroepen ..................................................... 169
Introductie
Quick Guide
Basis handelingen - Uw data organiseren
De demo's afspelen
Voices
Stijlen
De Multi Pads
Song afspelen
Custom paneel setups opslaan en terugroepen
- Registration Memory
Voices bewerken - Sound Creator
Uw spel opnemen en songs creëren - Song Creator
Begeleidingsstijlen creëren
- Style Creator
Multi Pad creëren - Multi Pad Creator
De volume balans aanpassen en voices wijzigen
- Mixing Console
Een microfoon gebruiken - MIC. (PSR-2000)
Totale en andere belangrijke instellingen maken
- Function
Problemen oplossen ............ 170
Uw PSR-2000/1000/A1000 gebruiken met
andere apparaten
Specificaties (PSR-2000/1000) 172
Appendix
Specificaties (PSR-A1000) ...... 174
Index ................................... 176
PSR-2000/1000/A1000
11
Toepassingsindex
Gebruik deze index om reference bladzijden te vinden die van pas kunnen
komen bij uw specifieke toepassing en situatie.
Luisteren
Naar de interne songs luisteren ................................................................................................................blz. 76
Naar de diskette songs luisteren ............................................................ “Songs van diskette afspelen” op blz.78
Naar de demosongs luisteren ...................................................................................................................blz. 52
Naar de demo van de geselecteerde voices luisteren................................................................................blz. 54
Naar songs met de speciale voices van de PSR-2000/1000/A1000 luisteren............................................blz.122
Spelen
Een begeleiding afspelen met de juiste toonhoogte ............................................. “Transpose Assign” op blz.141
Twee voices combineren................................. “Layer - Twee verschillende voices stapelen (layeren)” op blz. 56
Afzonderlijke voices met de rechter en linker handen bespelen
........“Left - Afzonderlijke voices instellen voor het linker en rechter gedeelte van het toetsenbord” op blz. 57
Het geluid veranderen
Verbeter het geluid met aanslag (touch) en andere effecten...................... “Voice effecten toepassen” op blz. 57
...............................................................................................................“De effecten aanpassen” op blz. 124
De niveau balans aanpassen ..................................................................................................................blz. 122
Twee voices combineren................................. “Layer - Twee verschillende voices stapelen (layeren)” op blz. 56
Afzonderlijke voices met de rechter en linker handen bespelen
........“Left - Afzonderlijke voices instellen voor het linker en rechter gedeelte van het toetsenbord” op blz. 57
Voices creëren .........................................................................................................................................blz. 87
De automatische begeleiding afspelen
De begeleiding automatisch afspelen.......................................................................................................blz. 59
De ideale paneel instellingen voor uw muziek oproepen.........................................................................blz. 69
Oefenen
Oefenen met een accuraat en gelijkmatig tempo ................................... “De metronoom gebruiken” op blz. 50
Opnemen
Uw eigen spel opnemen ....................................................................................................................blz. 93, 94
Een song creëren door noten in te voeren ................................................................................................blz. 96
Uw originele instellingen creëren
Voices creëren .........................................................................................................................................blz. 87
Begeleidingsstijlen creëren.....................................................................................................................blz. 108
Multi Pad creëren...................................................................................................................................blz. 118
12
PSR-2000/1000/A1000
Toepassingsindex
Een microfoon gebruiken (alleen PSR-2000)
De microfoon aansluiten.................”De microfoon of gitaar aansluiten (MIC./LINE IN aansluiting)” op blz. 152
Automatische harmonieën aan uw zingen toevoegen..............................................................................blz.129
Instellingen
Paneel setups registreren ..........................................................................................................................blz. 84
De toonhoogte regelen/Een stemming selecteren ...................................................................................blz. 135
Gedetailleerde instellingen maken voor songs terugspelen......................................................................blz.137
Gedetailleerde instellingen maken voor de automatische begeleiding....................................................blz. 138
Gedetailleerde instellingen maken voor de toetsenbord voices ..............................................................blz. 141
Gedetailleerde instellingen maken voor MIDI ........................................................................................blz. 145
De PSR-2000/1000/A1000 op andere apparaten aansluiten
Basis informatie over MIDI....................................................................................... “Wat is MIDI?” op blz. 155
Uw eigen spel opnemen ”De geluiden van de PSR-2000/1000/A1000 via een externe audio installatie afspelen
en de geluiden opnemen op een externe recorder (AUX OUT/UITGANG aansluitingen)” op blz. 153
Het volume verhogen .... ”De geluiden van de PSR-2000/1000/A1000 via een externe audio installatie afspelen
en de geluiden opnemen op een externe recorder (AUX OUT/UITGANG aansluitingen)” op blz. 153
Een computer aansluiten..”Aansluiten op een computer (MIDI aansluitingen/TO HOST aansluitingen)” op blz. 154
Snelle oplossingen
Basisfuncties van de PSR-2000/1000/A1000 en hoe ze het best te gebruiken.....................................blz. 12, 14
De PSR-2000/1000/A1000 terugzetten naar de standaard instelling
........“De fabrieksgeprogrammeerde instellingen van de PSR-2000/1000/A1000 terugroepen - System Reset” op blz. 151
De mededelingen laten zien ............................................................. “Over de display mededelingen” op blz. 8
Problemen oplossen...............................................................................................................................blz. 160
PSR-2000/1000/A1000
13
Wat kunt u doen met de PSR-2000/1000?
Zie voor hetzelfde overzicht, maar dan specifiek voor de PSR-A1000: bladzijde 160.
SONG
Multi Pads
DEMO
Afspelen van reeds opgenomen
songs (blz. 21, 36, 75)
Uw spel kruiden met speciale
dynamische frases (blz. 73, 118)
Verken de Demo’s
(blz. 20, 52)
Geniet van een grote
verscheidenheid aan preset songs
alsook songs op commercieel
beschikbare diskettes.
Door gewoon op één van de Multi
Pads te drukken, kunt u korte
ritmische of melodische frases
afspelen. U kunt ook uw originele
Multi Pad frases creëren door ze
direct via het toetsenbord op te
nemen.
Deze geven niet alleen een
indruk van de verbluffende
voices en stijlen van het
instrument, maar ze laten u
ook kennis maken met de
verscheidene functies en
eigenschappen — en laten u
praktijkervaring opdoen met
de PSR-2000/1000!
SONG
EXTRA
TRACKS
TRACK
2
TRACK
1
(L)
(R)
(STYLE)
REC
TOP
NEW SONG
STYLE
POP & ROCK
METRONOME
REPEAT
START/STOP
REW
DIGITAL
STUDIO
SOUND CREATOR
FF
A
SYNC. START
SWING &
JAZZ
DIGITAL RECORDING
BALLROOM
MARCH &
WALTZ
B
MIXING CONSOLE
BALLAD
LATIN
DANCE
C
USER
PART
D
MENU
DEMO
E
TAP TEMPO
TRANSPOSE
TEMPO
RESET
RESET
HELP
MASTER VOLUME
STOP
FUNCTION
BALANCE
MULTI PAD
DIRECT
ACCESS
FADE
IN/OUT
MIN
STYLE CONTROL
ACMP
BREAK
MAIN
INTRO
STANDBY
ON
STIJL
Onderbouw uw spel met Automatische
begeleiding (blz. 28, 59)
Door een akkoord te spelen met uw linkerhand
speelt u automatisch de automatische begeleiding.
Selecteer een begeleidingsstijl — zoals pop, jazz,
Latin, enz. — en laat de PSR-2000/1000 uw
begeleidingsband zijn!
14
PSR-2000/1000/A1000
CHANNEL ON/OFF
MAX
ENDING
/ rit.
SYNC.
STOP
AUTO
FILL IN
SYNC.
START
1
PART
START/STOP
OTS
LINK
DIGITAAL OPNEMEN
Neem uw spel op (blz. 92, 108)
Met de krachtige en makkelijk-te-gebruiken
song opname eigenschappen, kunt u uw
eigen toetsenspel opnemen en uw eigen
volledig georkestreerde composities creëren
— die u dan kunt opslaan op de USER drive
of een diskette voor toekomstig gebruik.
2
3
4
LCD
MUSIC FINDER
VOICE
De grote LCD (samen met
de verscheidene paneel
knoppen) zorgt voor een
uitgebreide en makkelijkte-begrijpen bediening van
de PSR-2000/1000’s
functies.
Roep de perfecte begeleidingsstijl
op (blz. 33, 69)
Geniet van een enorme
verscheidenheid aan
realistische voices (blz. 25, 54)
BACK
NEXT
Als u weet welke song u wilt spelen,
maar u weet niet welke stijl of voice
geschikt zou zijn, laat de MUSIC
FINDER u dan helpen. Selecteer gewoon
de titel van de song en de PSR-2000/
1000 roept automatisch de meest
geschikte stijl en voice op.
VOICE EFFECT
LEFT
HOLD
TOUCH
HARMONY/
MONO
ECHO
SUSTAIN
VOICE
PIANO & HARPSI.
De PSR-2000/1000 beschikt over
een schat aan uitzonderlijk
authentieke en dynamische voices
— inclusief vleugel, strijkers,
houtblazers en meer!
DSP
VARIATION
E.PIANO
ORGAN &
ACCORDION
BASS
BRASS
WOODWIND
SYNTH.
XG
PERCUSSION
MAIN
F
GUITAR
LAYER
G
LEFT
H
STRINGS
CHOIR & PAD
Organ Flutes (PSR-2000)
I
ORGAN FLUTES
USER
UPPER OCTAVE
J
MUSIC
FINDER
Vervaardig uw eigen orgel voices
(blz. 91)
RESET
MIC.
VH TYPE
SELECT
MIC.
SETTING
VOCAL
HARMONY
EFFECT
TALK
Deze speciale functie geeft u niet
alleen een complete set aan rijke en
voluptueuze orgel geluiden, het
geeft u ook de mogelijkheid uw
eigen orgel voices te creëren, net als
op een traditioneel orgel, door de
fluit voetmaten toe of af te laten
MEMORY
nemen en percussieve geluiden toe
te voegen.
OVER
SIGNAL
ONE TOUCH SETTING
ENTER
EXIT
5
6
7
8
REGISTRATION MEMORY
DATA ENTRY
FREEZE
TO HOST aansluiting
Vocal Harmony (PSR-2000)
Muziek maken met een computer — snel en
makkelijk (blz. 154)
Voegt automatisch achtergrondstemmen aan uw
zangpartij toe (blz. 128)
Duik erin en doe uw voordeel met de uitgebreide
wereld aan computer muziek software.
Aansluitingen en opstellingen zijn uitzonderlijk
makkelijk en u kunt uw op de computer
opgenomen partijen afspelen met verschillende
instrumentgeluiden — alles met één enkele PSR2000/1000!
LCD
CONTRAST
TO HOST
De verbazingwekkende Vocal Harmony eigenschap (op de PSR2000) produceert automatisch achtergrondzangharmoniëen bij
de solozangpartij die u in de microfoon zingt. U kunt zelfs het
geslacht van de harmoniestemmen veranderen — u voegt
bijvoorbeeld een vrouwelijke achtergrondstem toe aan uw eigen
mannelijke stem (of andersom).
Mac
PC1 PC2
MIDI
HOST SELECT
IN
MIDI
OUT
2
FOOT PEDAL
MIC. LINE
INPUT
VOLUME
MIC./
LINE IN
R
L
AUX OUT
R
L/L+R
OUTPUT
DC IN 16V
(LEVEL FIXED)
PSR-2000/1000/A1000
15
De PSR-2000/1000/A1000 opstellen
Spanningsvoorziening
ervoor dat de PSR-2000/1000/A1000’s STANDBY/
1 Zorg
ON schakelaar in de STANDBY (uit) positie staat.
het éne eind van het netsnoer aan op de PA2 Sluit
300.
de PA-300’s DC stekker aan op de PSR-2000/
3 Sluit
1000/A1000’s DC IN aansluiting op het achterpaneel
Opstart Procedure
Als u alle nodige aansluitingen (blz. 152) heeft gemaakt
tussen uw PSR-2000/1000/A1000 en elk van de andere
apparaten, zorg er dan voor dat alle volume instellingen
helemaal dicht zijn gedraaid. Zet vervolgens elk
apparaat in uw setup aan in de volgende volgorde: MIDI
masters (verzenders), MIDI slaves (ontvangers),
vervolgens de audio apparatuur (mixers, versterkers,
luidsprekers, enz.). Dit zorgt voor een vloeiende MIDI
werking en voorkomt luidsprekerbeschadigingen.
Bij het uitzetten van de setup, zet u eerst weer het
volume van elk audio apparaat dicht en vervolgens zet u
alle apparaten in de omgekeerde volgorde uit (eerst de
audio apparaten, dan MIDI).
van het instrument.
MIDI master (verzendend apparaat)
R
L/L+R
OUTPUT
AAN
ZETTEN
DC IN 16V
)
DC IN
PSR-2000/1000/A1000 als MIDI slave
(MIDI ontvangend apparaat)
Naar een
stopcontact
het andere eind (normale netstekker) aan op het
4 Sluit
dichtsbijzijnde stopcontact.
WAARSCHUWING
Gebruik geen andere netadapter dan de Yamaha PA-300 of een door
Yamaha aanbevolen equivalent. Gebruik van een andere adapter kan
niet te repareren schade aan de PSR-2000/1000/A1000 veroorzaken
en kan zelfs een ernstige elektrische schok veroorzaken! HAAL DE
NETADAPTER ALTIJD LOS VAN HET STOPCONTACT ALS DE PSR2000/1000/A1000 NIET IN GEBRUIK IS.
PAS OP
Onderbreek nooit de spanningsvoorziening (bijv. de netadapter
loshalen) tijdens een PSR-2000/1000/A1000 opname handeling!
Dit zou namelijk kunnen resulteren in het verloren gaan van de
gegevens.
PAS OP
Zelfs als de schakelaar in de “STANDBY” positie staat, loopt er
nog een minimale hoeveelheid stroom door het instrument. Als
u de PSR-2000/1000/A1000 gedurende een langere periode niet
gebruikt, zorg er dan voor dat u de netadapter loshaalt van het
stopcontact.
16
PSR-2000/1000/A1000
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
L
R
Audio apparatuur (eerst de mixer, dan de versterker)
Aanzetten
Muziekstandaard
PAS OP
Schakel altijd eerst de PSR-2000/1000/A1000 aan voordat u de
versterkte luidsprekers of het mengpaneel en de versterker aanzet,
om mogelijke schade aan de luidsprekers of andere aangesloten
elektronische apparatuur te voorkomen. Andersom geldt, zet altijd de
PSR-2000/1000/A1000 uit nadat u de versterkte luidsprekers of het
mengpaneel en de versterker hebt uitgeschakeld.
PAS OP
Zelfs als de schakelaar in de "STANDBY" positie staat, loopt er nog
een minimale stroom door het instrument. Als u de PSR-2000/1000/
A1000 gedurende een langere periode niet gebruikt, zorg er dan voor
dat u de netadapter loshaalt van het stopcontact.
OPM.
De PSR-2000/1000/A1000 wordt geleverd met een
muziekstandaard die aan het instrument kan worden
bevestigd door deze in de uitsparing achter op het
bedieningspaneel te plaatsen.
Zet eerst het volume van alle aangesloten audio apparatuur uit, voordat u uw PSR-2000/1000/A1000 aan of uitzet.
1 Druk op de [STANDBY/ON] schakelaar.
→ De algemene (main) display verschijnt in de display.
De paneellogo’s
De logo’s die op het PSR-2000/1000/A1000 paneel gedrukt
zijn, geven de standaards/formats aan die worden ondersteund
en de speciale eigenschappen waarover ze beschikken.
GM System Level 1
“GM System Level 1” is een toevoeging aan de MIDI standaard
die garandeert dat elke data die voldoet aan de standaard
nauwkeurig zal worden afgespeeld op elke GM-compatibele
toongenerator of synthesizers van elke fabrikant.
XG Format
XG is een nieuwe Yamaha MIDI specificatie die een significante
uitbreiding en verbetering is van de “GM System Level 1” standaard
met een grotere voice capaciteit, expressieve aansturing en effect
mogelijkheden, terwijl de compatibiliteit met GM volledig behouden
blijft. Door de PSR-2000/1000/A1000 XG voices te gebruiken, is het
mogelijk om XG-compatibele song files op te nemen.
STANDBY
ON
BACK
NEXT
MAIN
A
F
B
G
C
H
LAYER
D
I
E
J
LEFT
MUSIC
FINDER
Als u klaar bent om het instrument uit te zetten, drukt
u nogmaals op de [STANDBY/ON] schakelaar.
→ Zowel de display- als de diskdrive lamp
(linksonderaan de diskdrive) zal uit gaan.
2 Het display contrast afstellen
Als de LCD moeilijk te lezen is, pas dan
het contrast aan met de [LCD
CONTRAST] knop op het achterpaneel.
3 Het volume instellen
Gebruik de [MASTER
VOLUME] dial om het
volume niveau naar wens
aan te passen.
LCD
CONTRAST
XF Format
Het Yamaha XF format verbetert de SMF (Standaard MIDI File)
standaard met meer functionaliteit en een open architectuur voor
latere uitbreidingsmogelijkheden. De PSR-2000/1000/A1000 is in
staat songteksten weer te geven als er een XF file met lyric (songtekst)
data wordt afgespeeld. (SMF is het meest gebruikte format bij MIDI
sequence files. De PSR-2000/1000/A1000 is compatibel met de SMF
Formats 0 en 1, en neemt “song” data op met SMF Format 0.)
Vocal Harmony (alleen de PSR-2000)
Vocal Harmony werkt met hoogwaardige digitale signaal verwerkings
technologie om automatisch geschikte vocale harmoniën toe te voegen
aan een door de gebruiker gezongen zangpartij. Vocal Harmony is zelfs
in staat het karakter en het geslacht van de solo stem te veranderen,
alsook die van de toegevoegde stemmen, om zo een uitgebreide reeks
aan harmonie effecten te produceren.
Disk Orchestra Collection
Het DOC voice allocatie format voorziet in een data afspeelcompatibiliteit
met een groot aantal Yamaha instrumenten en MIDI apparaten.
MASTER VOLUME
FADE
IN/OUT
MIN
MAX
Style File Format
Het Style File Format (SFF) is Yamaha’s originele stijl file format,
dat gebruik maakt van een uniek conversiesysteem om in een
hoge kwaliteit automatische begeleiding te voorzien, gebaseerd
op een uitgebreide reeks akkoordsoorten. De PSR-2000/1000/
A1000 gebruikt SFF intern, leest optionele SFF stijl diskettes, en
creëert SFF stijlen als u de Stijl Creator eigenschap gebruikt.
PSR-2000/1000/A1000
17
Bedieningspaneel en aansluitingen PSR-2000/1000
Zie voor hetzelfde overzicht, maar
dan specifiek voor de PSR-A1000:
bladzijde 162
SONG
EXTRA
TRACKS
TRACK
2
(STYLE)
74
TO HOST
75
Mac
9
START/STOP
11
NEW SONG
SYNC. START
STYLE
POP & ROCK
DIGITAL
STUDIO
SOUND CREATOR
FF
12 13
A
DIGITAL RECORDING
SWING &
JAZZ
BALLROOM
MARCH &
WALTZ
DANCE
LATIN
USER
TRANSPOSE
B
38
39
40
41
TEMPO
16
17
RESET
18
RESET
MASTER VOLUME
STOP
22
21 MULTI PAD
MAIN
BREAK
D
E
HELP
FUNCTION
BALANCE
DIRECT
ACCESS
20
24
26 27
25
43
SYNC.
STOP
AUTO
FILL IN
STANDBY
ON
23
28 29 30
44
CHANNEL ON/OFF
MAX
ENDING
/ rit.
INTRO
C
PART
MENU
DEMO
FADE
IN/OUT
ACMP
OUT
MIDI
42
36
37
14
TAP TEMPO
19
IN
5
REW
MIXING CONSOLE
BALLAD
STYLE CONTROL
MIDI
(R)
TOP
10
MIN
76
PC1 PC2
HOST SELECT
METRONOME
REPEAT
10
8
(L)
REC
15
TRACK
1
79
6
55
LCD
CONTRAST
SYNC.
START
45
PART
46
START/STOP
OTS
LINK
31 32 33 34
35
1
PITCH BEND
MODULATION
2
3
4
PHONES
C1
CLICK 36
D1
T 37
E1
38
S 39
POWER
1
[STANDBY/ON] schakelaar................................................blz. 17
WIELEN
2
3
PITCH BEND .....................................................................blz. 58
MODULATIE (alleen de PSR-2000)...................................blz. 58
HOOFDTELEFOONS
4
[PHONES] aansluiting..................................................... blz. 152
METRONOOM
5
[METRONOME] knop .......................................................blz. 50
SONG
6
7
8
9
10
11
12
13
14
[EXTRA TRACKS (STYLE)] knop ......................................blz. 79
[TRACK 2 (L)] knop............................................................blz. 79
[TRACK 1 (R)] knop ...........................................................blz. 79
[REPEAT] knop ..................................................................blz. 79
[REC] knop.........................................................................blz. 92
[TOP] knop .........................................................................blz. 78
[START / STOP] knop ........................................................blz. 76
[REW] knop........................................................................blz. 78
[FF] knop............................................................................blz. 78
STIJL
15 STIJL knoppen...................................................................blz. 59
TRANSPONERING
16 [E] [F] knoppen ........................................................ blz. 141
TEMPO
17 [E] [F] knoppen ...........................................................blz. 50
18 [TAP TEMPO] knop ............................................................blz. 51
18
PSR-2000/1000/A1000
F1
40
R 41
G1
42
L 43
A1
44
L 45
B1
46
M 47
C2
H 48
D2
49
M 50
E2
51
H 52
F2
G2
L 53
54
H 55
A2
56
L 57
B2
58
M 59
L
C3
M 60
H
D3
C 61
1
H 62
E3
R 63
1
F3
64
R 65
G3
66
S 67
MASTER VOLUME
19 [MASTER VOLUME] dial ...................................................blz. 17
20 [FADE IN / OUT] knop........................................................blz. 65
MULTI PAD
21 [1] - [4] knoppen.................................................................blz. 73
22 [STOP] knop ......................................................................blz. 73
STIJL REGELAARS
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
[ACMP] knop......................................................................blz. 60
[BREAK] knop....................................................................blz. 64
[INTRO] knop ...............................................................blz. 31, 66
MAIN [A] knop....................................................................blz. 64
MAIN [B] knop....................................................................blz. 64
MAIN [C] knop ...................................................................blz. 64
MAIN [D] knop ...................................................................blz. 64
[ENDING / rit.] knop .....................................................blz. 31, 66
[AUTO FILL IN] knop..........................................................blz. 66
[OTS LINK] knop................................................................blz. 68
[SYNC.STOP] knop ...........................................................blz. 65
[SYNC.START] knop ..........................................................blz. 60
[START / STOP] knop ........................................................blz. 60
DIGITALE STUDIO
36 [SOUND CREATOR] knop .................................................blz. 87
37 [DIGITAL RECORDING] knop ...................................blz. 92, 108
38 [MIXING CONSOLE] knop...............................................blz. 121
MENU
39 [DEMO] knop .....................................................................blz. 52
40 [HELP] knop.......................................................................blz. 49
41 [FUNCTION] knop ...........................................................blz. 133
77 78
79
72
2
FOOT PEDAL
INPUT
VOLUME
MIC. LINE
47
BACK
NEXT
73
80
R
L
AUX OUT
MIC./
LINE IN
R
VOICE EFFECT
LEFT
HOLD
48
TOUCH
63
MAIN
49
PIANO & HARPSI.
GUITAR
LAYER
G
LEFT
H
I
DC IN 16V
HARMONY/
MONO
ECHO
SUSTAIN
DSP
VARIATION
57 58 59 60 61 62
56
VOICE
42
F
81
L/L+R
OUTPUT
(LEVEL FIXED)
50
STRINGS
51
USER
E.PIANO
ORGAN &
ACCORDION
BASS
BRASS
WOODWIND
SYNTH.
XG
CHOIR & PAD
PERCUSSION
71
ORGAN FLUTES
UPPER OCTAVE
J
MUSIC
FINDER
64
RESET
65 MIC.
66
VH TYPE
SELECT
MIC.
SETTING
VOCAL
HARMONY
TALK
EFFECT
OVER
SIGNAL
67 ONE TOUCH SETTING
ENTER
EXIT
52
53
54
REGISTRATION MEMORY
FREEZE
DATA ENTRY
68
A3
S 67
68
C 69
2
B3
70
R 71
2
C4
H 72
D4
L 73
E4
74
H 75
MEMORY
69
F4
L 76
H 77
70
G4
L 78
H 79
A4
L 80
B4
81
82
H 83
C5
L 84
D5
S 85
L 86
E5
87
H 88
F5
L 89
G5
M 90
O 91
DISPLAY BESTURING
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52
53
54
55
[A] - [J] knoppen.................................................................blz. 40
[DIRECT ACCESS] knop ...................................................blz. 47
[BALANCE] knop ...............................................................blz. 61
[CHANNEL ON / OFF] knop ....................................... blz. 61, 78
[1▲▼] - [8▲▼] knoppen ............................................ blz. 38 - 45
[BACK] knop ............................................................... blz. 40, 46
[NEXT] knop................................................................ blz. 40, 46
VOICE PART AAN/UIT [MAIN] knop ..................................blz. 56
VOICE PART AAN/UIT [LAYER] knop ...............................blz. 56
VOICE PART AAN/UIT [LEFT] knop ..................................blz. 56
[ENTER] knop ....................................................................blz. 46
[DATA ENTRY] dial.............................................................blz. 46
[EXIT] knop ........................................................................blz. 40
[LCD CONTRAST] knop ....................................................blz. 17
VOICE EFFECT
56
57
58
59
60
61
62
[LEFT HOLD] knop ............................................................blz. 58
[TOUCH] knop....................................................................blz. 57
[SUSUTAIN] knop ..............................................................blz. 57
[HARMONY / ECHO] knop ................................................blz. 58
[MONO] knop .....................................................................blz. 58
[DSP] knop.........................................................................blz. 57
[VARIATION] knop..............................................................blz. 58
VOICE
63 VOICE knoppen .................................................................blz. 54
UPPER OCTAVE
A5
92
B5
93
94
C6
95
96
MIC.
65 MIC. knoppen (alleen op de PSR-2000) ..........................blz. 128
MUSIC FINDER
66 [MUSIC FINDER] knop ......................................................blz. 69
ONE TOUCH SETTING
67 [1] - [4] knoppen.................................................................blz. 67
REGISTRATION MEMORY
68 [FREEZE] knop..................................................................blz. 86
69 [1] – [8] knoppen ................................................................blz. 84
70 [MEMORY] knop ................................................................blz. 84
DISKETTE
71 Diskdrive (3,5”) ....................................................................blz. 7
Microfoon (alleen op de PSR-2000)
72 [INPUT VOLUME] knop ...................................................blz. 152
73 [MIC. LINE IN] aansluiting................................................blz. 152
Aansluitingen
74
75
76
77
78
79
80
81
[TO HOST] aansluiting.....................................................blz. 154
[HOST SELECT] schakelaar............................................blz. 154
MIDI [OUT] [IN] aansluitingen..........................................blz. 153
[FOOT PEDAL 1 (SWITCH) ] aansluiting.........................blz. 153
[FOOT PEDAL 2] aansluiting ...........................................blz. 153
AUX OUT (LEVEL FIXED) [L] [R] aansluitingen ..............blz. 153
OUTPUT [L / L+R] [R] aansluitingen................................blz. 153
DC IN aansluiting.............................................................blz. 153
64 [UPPER OCTAVE] knop.....................................................blz. 58
PSR-2000/1000/A1000
19
Quick Guide . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
De demo’s afspelen
Referentie
op blz. 52
De PSR-2000/1000/A1000 beschikt over een uitgebreide verscheidenheid aan demosongs, die een goede indruk geven van de rijke,
authentieke voices en zijn dynamische ritmes en stijlen.
Demo knop
Handiger nog, er is een speciale selectie aan demofuncties.
Aan de hand van praktijkvoorbeelden worden alle belangrijke
eigenschappen en functies van het instrument doorgenomen—
zodat u uit de eerste hand kunt zien hoe u de PSR-2000/1000/
A1000 effectief in uw eigen muziek kunt gebruiken.
1
2
Drukken op de [DEMO]
knop speelt automaMENU
DEMO
tisch de demosongs
af in willekeurige
HELP
volgorde
Druk op de [BACK]/[NEXT] knop om de
democategorieën te selecteren.
BACK
NEXT
FUNCTION
OPM.
Voicedemo’s geven een
indruk van de voices van de
PSR-2000/1000/A1000.
Stijldemo’s introduceren u
de ritmes en begeleidingsstijlen van de PSR-2000/
1000/A1000 (blz. 52).
Voor dit voorbeeld is
FUNCTION geselecteerd. De
functiedemo’s demonstreren
al de verschillende functies op
de PSR-2000/1000/A1000.
3
Druk op één van de [A] tot [J] knoppen of [8▼] [AUTO] knop (alleen in de FUNTION pagina) om de demosongs te selecteren.
Druk voor dit voorbeeld op de [8▼] (AUTO) knop.
Alle functiedemo’s worden achtereenvolgens afgespeeld.
OPM.
MAIN
A
F
B
G
C
H
D
I
E
J
Zie voor details over de
demo’s blz. 52.
LAYER
1
2
3
4
5
6
7
LEFT
8
Druk op de [EXIT] knop om de demomode te verlaten en terug te keren naar het MAIN display als u klaar bent met het
afspelen van de demosongs
Als u klaar bent met de demo’s, kunt u uw PSR-2000/1000/A1000 zelfs nog beter leren kennen met deze functies:
• Song afspelen (blz. 21)
• Korte demonstratie van de geselecteerde voice (in het Voice Open display; blz. 26).
20
Quick Guide
Song afspelen
Song afspelen
Referentie
op blz. 75
Hier komen alle verbazingwekkende voices, effecten, ritmes, stijlen en andere geavanceerde
eigenschappen van de PSR-2000/1000/A1000 samen — in songs!
OPM.
Song gerelateerde
knoppen
Let erop dat de taalinstelling
voor het instrument (blz.
151) gelijk is aan die van de
filenaam van de song die u
afspeelt.
BALANCE (balans) en
CHANNEL (kanaal)
knoppen
Diskdrive
De volgende songs zijn compatibel wat afspelen betreft op de PSR-2000/1000/A1000. Zie de bladzijden 75, 158 voor
meer details over de logo’s.
Diskettes die zijn voorzien van dit logo bevatten songdata voor voices zoals die zijn
vastgelegd in de GM standaard.
Diskettes voorzien van dit logo bevatten songdata volgens het XG format, een uitbreiding
van de GM standaard die in een grotere verscheidenheid aan voices voorziet en meer
uitgebreidere geluidsregelmogelijkheden.
Diskettes voorzien van dit logo bevatten songdata voor voices zoals vastgelegd in het
Yamaha DOC format.
OPM.
Songs die een grote hoeveelheid data bevatten, kunnen misschien niet goed
worden ingelezen door het
instrument, waardoor u ze
misschien ook niet kunt
selecteren. De maximale
capaciteit bedraagt ongeveer 200-300 KB, maar dit
kan afwijken tengevolge van
de inhoud van de data van
elk van de songs.
Songs afspelen
1
Als u een diskettesong wilt afspelen, plaats dan een geschikte diskette die songdata bevat in de diskdrive.
PAS OP !
• Zorg ervoor dat u het gedeelte “De diskdrive (FDD)
en diskettes gebruiken” op
blz. 7 heeft gelezen.
Quick Guide
21
Song afspelen
2
Druk op de [A] knop om de Song Open display op te roepen.
Als het MAIN scherm niet wordt weergegeven, druk dan op de [DIRECT ACCESS] knop gevolgd door de
[EXIT] knop.
OPM.
Vanuit de MAIN display (de
display die te zien is als u het
instrument aanzet), kunt u
songs, voices, begeleidingsstijlen, enz. selecteren
A
B
C
D
E
PRESET (Songs voor Demo’s)
FLOPPY DISK (commercieel beschikbare songs, uw eigen songs, enz.)
Druk op de [BACK]/[NEXT] knop om de drive te
selecteren. In het voorbeeld in de linker display, is
de PRESET pagina geselecteerd; rechts is FLOPPY
DISK (diskette) geselecteerd.
3
Druk op de [A] - [C] knop om de Voice/Style/Function map te selecteren.
A
B
C
D
E
22
Quick Guide
Song afspelen
4
5
Druk op één van de [A] tot [J] knoppen om de song file te selecteren.
Druk op de SONG [START/STOP] knop om het afspelen te starten.
REC
TOP
NEW SONG
6
OPM.
START/STOP
• Om terug te spoelen of snel vooruit naar het afspeelpunt van de song, drukt u op de
[REW] of [FF] knop.
• Bij songdatasoftware (Standard MIDI format 0) die teksten bevat, kunt u de teksten zien in
de display tijdens het afspelen. U kunt ook de notatie zien (alleen bij de PSR-2000). Zie
de bladzijden 80 en 83 voor details.
SYNC. START
Probeer de Mute functie eens uit, terwijl de song speelt, om bepaalde instrumentkanalen uit of aan te zetten
— waardoor u ter plekke dynamische arrangementen kunt vervaardigen!
1) Druk op de [CHANNEL ON/OFF] knop.
2) Druk op de [1 - 8▲▼] knop die overeenkomt met het kanaal dat u aan of uit wilt zetten.
CHANNEL ON/OFF
PART
1
2
3
4
5
6
7
8
1
2
3
4
5
6
7
8
Als de STYLE tab is
geselecteerd, drukt u
nogmaals op deze knop.
Quick Guide
23
Song afspelen
7
Neem, tenslotte, plaats op de producers stoel en neem de mix eens onderhanden. Deze balansregelaars
laten u de niveaus aanpassen van de afzonderlijke onderdelen — de song, de stijl, uw zangpartij (alleen bij
de PSR-2000) en uw spel.
1) Druk op de [BALANCE] knop.
2) Druk op de [1 - 8▲▼] knop die overeenkomt met de part waarvan u het volume wilt aanpassen.
BALANCE
OPM.
U kunt een volledige set
mengregelaars oproepen
door op de [MIXING
CONSOLE] knop te drukken (blz. 121).
1
8
3
4
5
6
7
8
Druk op de SONG [START/STOP] knop om het afspelen te stoppen.
REC
NEW SONG
24
2
Quick Guide
TOP
START/STOP
SYNC. START
OPM.
• De [FADE IN/OUT] knop
(blz. 65) kan worden
gebruikt om vloeiende
fade-ins en fade-outs te
maken als u de song of de
begeleiding start of stopt.
Voices bespelen
Voices bespelen
Referentie
op blz. 54
De PSR-2000/1000 beschikt over een verbluffende verscheidenheid van meer dan 700 dynamische,
rijke en realistische voices. Probeer nu eens enkele van deze voices te bespelen en luister eens naar
wat ze voor uw muziek kunnen betekenen. Hier leert u hoe u afzonderlijke voices selecteert, twee voices in een layer
combineert en twee voices apart neemt (split) voor uw linker en rechter hand.
Voice gerelateerde
knoppen
Een voice bespelen
1
Druk op de [MAIN] knop om de MAIN part aan te zetten en druk vervolgens op de [F] knop om het menu
voor het selecteren van de MAIN voice op te roepen.
Als het MAIN scherm niet wordt weergegeven, druk dan op de [DIRECT ACCESS] knop gevolgd door de [EXIT] knop.
OPM.
Zet MAIN aan.
MAIN
F
LAYER
G
De voice die u hier
selecteert, behoort toe aan
het MAIN gedeelte, en wordt
de MAIN voice genoemd.
(Zie blz. 56 voor meer informatie.)
LEFT
H
I
J
U wilt de MAIN voice helemaal
apart horen — zorg er dus voor
dat de LAYER en LEFT parts zijn
uitgezet.
2
Selecteer een voice groep.
Voor dit voorbeeld is STRINGS geselecteerd. Bij
de PSR-A1000 is dit een andere knop, maar er
staat wel STRINGS bij
VOICE
PIANO & HARPSI.
GUITAR
STRINGS
USER
E.PIANO
ORGAN &
ACCORDION
BASS
BRASS
WOODWIND
SYNTH.
XG
CHOIR & PAD
Druk op de [BACK/[NEXT] knop
om de geheugenlocatie van de
voice te selecteren. Voor dit
voorbeeld is PRESET
geselecteerd.
PERCUSSION
ORGAN FLUTES
Quick Guide
25
Voices bespelen
3
Selecteer een voice.
OPM.
• U kunt onmiddellijk terugspringen naar de Main
display door op één van
de [A] - [J] knoppen te
"dubbel-klikken".
• De voices aangegeven op de
PSR-1000 en PSR-A1000
zijn afwijkend van de linker
voorbeeld-display; de handelingen zijn echter hetzelfde.
A
B
C
D
E
Voor dit voorbeeld is
”Strings”
geselecteerd.
Druk op de corresponderende knoppen om de
andere pagina’s te selecteren — en zelfs nog
meer voices te ontdekken.
4
Druk op de [8▲] knop om de demo voor
de geselecteerde voice te starten. Om de
demo te stoppen, drukt u nogmaals op
deze knop. Er komt echter meer kijken bij
de demofuncties dan alleen maar voices
– zie voor meer informatie blz. 52.
Bespeel de voices.
Uiteraard kunt u de voice zelf bespelen via het toetsenbord, maar u kunt de PSR-2000/
1000/A1000 ook de voice voor u laten demonstreren. Druk gewoon op de [8▲] knop
van de display hierboven en er wordt automatisch een demo van de voice afgespeeld.
Twee voices tegelijkertijd bespelen
1
Druk op de VOICE PART AAN/UIT [LAYER] knop om de
LAYER part aan te zetten.
MAIN
LAYER
2
3
Druk op de [G] knop om de LAYER part te selecteren.
Selecteer een voice groep.
In dit geval selecteren we een weelderige opvulling (pad)
om het totaalgeluid op te vullen. Roep de “CHOIR &
PAD” groep op. Bij de PSR-A1000 zit deze knop op een
ander plek, maar er staat wel “CHOIR & PAD” bij.
LEFT
VOICE
PIANO & HARPSI.
GUITAR
STRINGS
4
5
Selecteer een voice.
Selecteer voor dit voorbeeld “Gothic Vox.”
USER
E.PIANO
ORGAN &
ACCORDION
BASS
BRASS
WOODWIND
SYNTH.
XG
CHOIR & PAD
PERCUSSION
ORGAN FLUTES
Bespeel de voices.
Nu kunt u twee verschillende voices samen in een rijk
klinkende layer bespelen — de MAIN voice die u in het
voorgaande gedeelte heeft geselecteerd, plus de nieuwe
LAYER voice die u hier heeft geselecteerd.
En dat is pas het begin. Probeer deze andere voice-gerelateerde eigenschappen eens uit:
• Creëer uw eigen originele voices — snel en makkelijk — door de instellingen van bestaande voices te veranderen
(blz. 87).
• Stel uw favoriete paneelinstellingen in — inclusief voices, stijlen en meer — en roep ze op wanneer u ze ook maar
nodig heeft (blz. 84).
26
Quick Guide
Voices bespelen
Verschillende voices met de linker en rechterhand bespelen
1
Druk op de VOICE PART AAN/UIT [LEFT] knop om de LEFT part
aan te zetten.
MAIN
LAYER
LEFT
2
3
Druk op de [H] knop om de LEFT part te selecteren.
Selecteer een voice groep.
In dit geval selecteren we de “STRINGS” groep — zodat u rijke,
orkestrale akkoorden met uw linkerhand kunt spelen. De knop
bevindt zich bij de PSR-A1000 weer op een andere plek.
VOICE
PIANO & HARPSI.
GUITAR
STRINGS
4
5
USER
Selecteer een voice en druk vervolgens op de [EXIT] knop om
terug te keren naar de MAIN display.
Selecteer bijvoorbeeld “Symphon. Str.”
E.PIANO
ORGAN &
ACCORDION
BASS
BRASS
WOODWIND
SYNTH.
XG
CHOIR & PAD
PERCUSSION
ORGAN FLUTES
Roep de SPLIT POINT display op (blz. 138). Hier kunt u een bepaalde toets op het toetsenbord instellen die de
twee voices scheidt — het splitpunt genoemd. Om dit te doen, houdt u de [F] of [G] knop ingedrukt en drukt
u tegelijkertijd op de gewenste toets op het toetsenbord. (Zie voor meer informatie blz. 138.)
MENU
DEMO
A
B
HELP
C
D
FUNCTION
E
6
7
Bespeel de voices.
De noten die u met uw linkerhand speelt geven de éne voice,
terwijl de noten die u met uw rechterhand speelt een andere
voice (of voices) geven.
MAIN en LAYER voices zijn bedoeld om met de rechterhand te
worden bespeeld. De LEFT voice wordt gespeeld met de
linkerhand.
Splitpunt
LEFT
Druk op de [EXIT] knop om terug te keren naar de MAIN
display.
MAIN/LAYER
EXIT
Quick Guide
27
Stijlen bespelen
Stijlen bespelen
De PSR-2000/1000/A1000 heeft een enorme verscheidenheid aan muzikale “stijlen” die u kunt
oproepen om uw eigen spel te ondersteunen. Ze bieden u van alles, van een eenvoudige, maar
effectieve pianobegeleiding of percussiebegeleiding tot een volledige band of orkest.
Referentie
op blz. 59
Stijl gerelateerde
knoppen
Een stijl spelen
1
Selecteer een stijl groep en een stijl.
A
STYLE
POP & ROCK
SWING &
JAZZ
BALLROOM
MARCH &
WALTZ
DANCE
LATIN
USER
B
C
BALLAD
D
E
Voor dit voorbeeld is Dance geselecteerd.
Kies bij de PSR-A1000: DANCE & BALLROOM
2
Voor dit voorbeeld is EuroTrance
geselecteerd. Kies bij de PSR-A1000
voor VienneseWaltz
Druk op de [BACK/[NEXT] knop om
de geheugenlocatie van de stijl te
selecteren. Voor dit voorbeeld is
PRESET geselecteerd.
Zet ACMP aan.
Het als linkerhand sectie aangegeven gedeelte van het toetsenbord wordt het “Automatische begeleiding”
gedeelte, en akkoorden die in dit gedeelte worden gespeeld worden automatisch gedetecteerd en gebruikt als
een basis voor een volledig automatische begeleiding met de geselecteerd stijl.
OPM.
Splitpunt
ACMP
Automatisch
begeleidingsgedeelte
28
Quick Guide
• Het punt op het toetsenbord
dat het automatische
begeleidingsgedeelte en het
rechterhandgedeelte van
het toetsenbord scheidt,
wordt het “splitpunt”
genoemd. Kijk naar blz. 138
voor instructies over het
splitpunt instellen.
Stijlen bespelen
3
Zet SYNC.START aan.
SYNC.
START
4
Zodra u een akkoord met uw linkerhand speelt, begint de stijl.
Speel als voorbeeld een C majeur akkoord (zoals hieronder aangegeven).
Splitpunt
Automatische
begeleidingsgedeelte
5
6
7
Wijzig het tempo door indien nodig de TEMPO[ ] [ ] knoppen te gebruiken.
Druk tegelijkertijd op de TEMPO [ ] [ ] knoppen om het tempo terug te
zetten naar zijn originele instelling. Druk op de [EXIT] knop om de TEMPO
display te verlaten.
OPM.
U kunt het tempo ook
aanpassen door de [TAP
TEMPO] knop te gebruiken
Probeer eens andere akkoorden met uw linkerhand te spelen.
Zie voor informatie over hoe akkoorden in te voeren “Akkoord Fingerings” op blz. 62.
Druk op de STYLE [START/STOP] knop om de stijl te stoppen.
En er is nog veel meer. Probeer deze andere stijl-gerelateerde eigenschappen eens uit:
• Gemakkelijk uw eigen originele stijlen creëren (blz. 87).
• Stel uw favoriete paneel instellingen in — inclusief stijlen, voices en meer — en roep ze op wanneer u ze ook maar
nodig heeft (blz. 84).
Verrijk en verfraai uw melodieën — met de automatische Harmony en Echo effecten
Deze krachtige speeleigenschap laat u automatisch harmonienoten toevoegen aan de melodieën die u met uw rechterhand
speelt — gebaseerd op de akkoorden die u links speelt. Tremolo, Echo en andere effecten zijn ook beschikbaar.
1 Zet HARMONY/ECHO aan.
LEFT
HOLD
VOICE EFFECT
TOUCH
SUSTAIN
HARMONY/
MONO
ECHO
DSP
VARIATION
2 Zet ACMP aan (blz. 28).
3 Speel een akkoord met uw linkerhand en speel enkele noten in het
rechterhandbereik van het toetsenbord.
De PSR-2000/1000/A1000 heeft verscheidene Harmony/Echo types (blz. 143).
Het Harmony/Echo type kan wijzigen overeemkomstig de geselecteerde MAIN voice.
OPM.
Zie voor details over
Harmony/Echo types de
afzonderlijke engelstalige
Data List.
• Harmony/Echo is slechts één van de vele Voice Effecten die u kunt gebruiken.
Probeer eens enkele van de andere effecten uit en zie hoe ze uw spel kunnen verbeteren (blz. 57).
Quick Guide
29
Stijlen bespelen
Stijl secties
Elke stijl in de automatische begeleiding is opgebouwd uit “secties”. Aangezien elke sectie een ritmische variatie van de
basisstijl is, kunt u ze gebruiken om extra variatie aan te brengen in uw spel en om de beat op te sieren — terwijl u
speelt. Intro’s, Endings, Main Patterns en Breaks — ze zijn hier allemaal, u de dynamisch elementen aanrijkend die u
nodig heeft om uw eigen professioneel-klinkende arrangementen te creëren.
INTRO
MAIN
BREAK
ENDING
1-3
4
Deze wordt gebruikt voor het begin van de song. Als het intro klaar is met spelen, gaat de begeleiding door
met de main sectie.
Deze wordt gebruikt voor het spelen van het algemene gedeelte van de song. Deze speelt een begeleidingspatroon
van verscheidene maten en wordt eindeloos herhaald tot er een andere sectie knop wordt ingedrukt.
Deze laat u dynamisch variaties en breaks aan het ritme van de begeleiding toevoegen, om uw spel nog
professioneler te laten klinken.
Deze wordt gebruikt voor het einde van de song. Als de ending klaar is, stopt de automatische begeleiding automatisch.
Pas dezelfde bediening toe als bij “Een stijl spelen” op de bladzijden 28 en 29.
Druk op de [INTRO] knop.
5
MAIN
BREAK
ENDING
/ rit.
INTRO
Zodra u een akkoord speelt met uw linkerhand, begint het intro.
Speel als voorbeeld een C majeur akkoord (zoals hieronder aangegeven).
Splitpunt
Automatisch
begeleidingsgedeelte
Als het afspelen van het intro is afgerond, gaat deze automatisch over in de main sectie.
6
7
8
30
Druk desgewenst op één van de MAIN [A] tot [D]
knoppen of de [BREAK] knop. (Zie de
Begeleidingstructuur op de volgende bladzijde.)
MAIN
BREAK
of
Druk indien nodig op de [AUTO FILL IN] knop om een fillin toe te voegen.
Fill-in patronen worden automatisch afgespeeld tussen elke
wijziging in de Main sectie.
Druk op de [ENDING] knop.
Hierdoor wordt naar de ending sectie geschakeld. Als
de ending is afgerond, stopt de stijl automatisch.
Quick Guide
ENDING
/ rit.
INTRO
PSR-2000/1000:
AUTO
FILL IN
OTS
LINK
PSR-A1000:
MAIN
BREAK
INTRO
AUTO
FILL IN
FADE
IN/OUT
ENDING
/ rit.
Stijlen bespelen
■ Begeleidingsstructuur
INTRO(blz.
(blz.xx)
66)
INTRO
INTRO A
INTRO B
INTRO C
INTRO D
(max. vier patronen)
MAIN VARIATIE
via BREAK
MAIN
VARIATIE
B
via BREAK
MAIN
VARIATIE
A
MAIN
VARIATIE
C
via BREAK
MAIN
VARIATIE
D
via BREAK
Druk op de [ENDING] knop.
ENDING
(blz.
xx)
ENDING
(blz.
66)
ENDING A
ENDING B
ENDING C
ENDING D
U kunt de ending
geleidelijk laten
vertragen (ritardando)
door nogmaals op de
[ENDING] knop te
drukken terwijl de
ending afspeelt.
(max. vier patronen)
OPM.
• Een Intro hoeft niet noodzakelijkerwijs aan het begin te worden toegepast! Als u wilt, kunt u een Intro sectie in het midden van uw spel
afspelen door gewoon op het gewenste punt op de [INTRO] knop te drukken.
• Houd uw timing in de gaten bij de Break secties. Als u te dicht bij het einde van de maat op een [BREAK] knop drukt (dat wil zeggen, na
de laatste achtste noot), begint de Break sectie vanaf de volgende maat te spelen. Dit geldt ook voor de Auto Fill-in.
• Gooi uw intro’s door elkaar en gebruik één van de andere secties om de stijl te starten, als u wilt.
• Als u weer terug wilt keren naar de stijl, gelijk na een Ending, drukt u gewoon op de [INTRO] knop terwijl de Ending sectie afspeelt.
• Als u op de [BREAK] knop drukt terwijl de ending afspeelt, zal de break onmiddellijk gaan spelen spelen, gevolgd door de main sectie.
Andere regelaars
FADE IN/OUT
PSR-2000
/1000:
PSR-A1000
FADE
IN/OUT
FADE
IN/OUT
TAP TEMPO
TAP TEMPO
SYNC.STOP
SYNC.
STOP
De [FADE IN/OUT] knop kan worden gebruikt om vloeiende fade-ins en fade-outs te maken (blz. 65) bij het starten en
stoppen van de stijl
De stijl kan worden gestart in elk door u gewenste tempo door het tempo "in te tikken" met de [TAP/TEMPO] knop. Zie
voor details blz. 51.
Als Synchro Stop aan is, kunt u de stijl op elk moment stoppen en starten door gewoon de toetsen los te laten of te
spelen (in het automatische begeleidingsgedeelte van het toetsenbord). Dit is een te gekke manier om dramatische
breaks en accenten aan uw spel toe te voegen. Zie voor details blz. 65.
Quick Guide
31
Stijlen bespelen
ONE TOUCH SETTING
knoppen
One Touch Setting (alleen PSR-2000/1000)
One Touch Setting is een krachtige en handige eigenschap die automatisch de meest geschikte paneelinstellingen (voice
nummer, enz.) oproept voor de momenteel geselecteerde stijl, met één druk op een enkele knop. Dit is een fantastische
manier om onmiddellijk alle instellingen op de PSR-2000/1000 opnieuw te configureren overeenkomstig de stijl die u
wilt spelen.
1
2
3
4
5
Selecteer een stijl (blz. 28).
Druk op één van de [ONE TOUCH SETTING]
knoppen.
Dit roept niet alleen onmiddellijk alle instellingen
(voices, effecten, enz.) op die passen bij de huidige stijl
(zie blz. 67) — het zet ook automatisch ACMP en
SYNC.START aan, zodat u onmiddellijk de stijl kunt
gaan bespelen.
ONE TOUCH SETTING
Zodra u een akkoord speelt met uw linkerhand, begint de
automatische begeleiding.
Splitpunt
Speel melodieën met uw rechterhand en speel verscheidene
akkoorden met uw linkerhand.
Automatische
begeleidingsgedeelte
Probeer eens andere One Touch Setting setups uit.
U kunt ook uw eigen One Touch Setting setups creëren.
Zie voor details blz. 68.
ONE TOUCH SETTING
• Hier is nog een andere manier om muzikale wijzigingen verder te automatiseren en uw spel op te luisteren:
Gebruik de handige OTS (One Touch Setting) Link functie om automatisch One Touch Settings te wijzigen, als u
een andere Main sectie selecteert (blz. 68).
32
Quick Guide
Music Finder (alleen PSR-2000/1000)
Music Finder (alleen PSR-2000/1000)
Referentie
op blz. 69
MUSIC FINDER knop
Als u een bepaalde song wilt spelen, maar u weet niet welke stijl en voice instellingen het meest geschikt zouden zijn,
dan kan de handige Music Finder u helpen. Selecteer gewoonweg de songnaam in de Music Finder en de PSR-2000/
1000 maakt automatisch alle geschikte paneelinstellingen om u in die muziekstijl te laten spelen!
De Music Finder gebruiken (PSR-2000/1000)
1
Druk op de [MUSIC FINDER] knop.
MUSIC
FINDER
2
Selecteer een record (nummer).
Druk op de [BACK/[NEXT]
knop om de gewenst pagina
met records te selecteren.
Voor dit voorbeeld is ALL
geselecteerd.
Selecteer het
gewenste record.
1
2
3
4
5
6
7
8
Druk voor dit voorbeeld op de [1▲▼] - [3▲▼] knoppen om een record te selecteren op songnaam.
3
Meespelen terwijl de stijl afspeelt.
OPM.
Splitpunt
Ook kunnen de voice en
andere belangrijke instellingen automatisch met de stijl
wijzigingen meegewijzigd
worden. Om dit te doen, zet
u de OTS LINK (blz. 68) aan
en stelt u de OTS LINK
TIMING (blz. 138) in op
“REAL.”
Automatische
begeleidingsgedeelte
Druk op de [EXIT] knop om terug te keren naar de MAIN display.
Quick Guide
33
Music Finder (alleen PSR-2000/1000)
De Music Finder Records (nummers) doorzoeken (PSR-2000/1000)
De Music Finder is ook voorzien van een handige zoekfunctie die u in staat stelt om een song titel of sleutelwoord in te
voeren — en onmiddellijk alle opnamen die overeenkomen met uw zoekcriteria op te roepen.
1
Druk op de [MUSIC FINDER] knop.
MUSIC
FINDER
2
Druk op de [I] knop om de MUSIC FINDER SEARCH 1 display op te roepen.
OPM.
De resultaten van Search 1
en 2 verschijnen in de
overeenkomstig genummerde
SEARCH 1/2 displays.
F
G
H
I
J
OPM.
Zie blz. 45 voor instructies over
het invoeren van karakters.
4
Voor dit voorbeeld
drukt u op de [A]
knop om de display
voor het invoeren
van de de song titel
op te roepen.
A
F
B
G
C
H
D
I
E
J
Voor dit voorbeeld is
ANY geselecteerd.
5
1
2
3
4
5
6
Druk op [F], [G]
of [H] om, indien
nodig, de voorgaande condities
te wissen.
8
Voer de song titel in
en druk vervolgens op
de [8▲] (OK) knop.
Voor dit voorbeeld is
ALL geselecteerd.
34
7
3
Quick Guide
6
Druk op de [8▲] (START
SEARCH) knop.
De zoekfunctie roept alle
opnamen op die het ingevoerde
woord of de woorden bevat.
Music Finder (alleen PSR-2000/1000)
7
Selecteer een record (zie stap nr. 2 op blz. 33) en speel mee met de afspelende stijl.
Splitpunt
Automatische
begeleidingsgedeelte
Druk op de [EXIT] knop om terug te keren naar de MAIN display.
U kunt ook uw eigen Music Finder setups creëren en ze opslaan op diskette (bladzijden 38 en 44). Op deze
manier, kunt u uw Music Finder collectie uitbreiden door ze met andere PSR-2000/1000 gebruikers uit te
wisselen.
Zie voor details blz. 71.
Music Finder data opslaan en terugroepen
Om uw Music Finder data op te slaan, roept u het MUSIC FINDER Open/Save venster
van de SYSTEM RESET pagina (blz. 151) van de UTILITY display op, en volgt u dezelfde
procedure als bij het Open/Save venster voor Voice (blz. 40, 44). Om de opgeslagen data
terug te roepen, voert u de juiste handeling vanuit het MUSIC FINDER’s Open/Save
venster uit. Records kunnen worden vervangen of toegevoegd (blz. 71).
OPM.
Music Finder data is
compatibel voor zowel de
PSR-2000 als de PSR-1000.
In de bovenstaande instructies wordt alle Music Finder data samen verwerkt.
Daarnaast is het zo dat als u stijlfiles opslaat of laadt, de Music Finder data die door de
betreffende stijlfile(s) wordt gebruikt, ook automatisch wordt opgeslagen of
toegevoegd. Als u een stijlfile van een diskette kopiëert of verplaatst naar de USER
drive (blz. 42, 43), wordt de record die werd opgenomen toen u de betreffende stijl
opsloeg, automatisch toegevoegd aan de PSR-2000/1000.
• In het voorbeeld hierboven heeft u een bepaalde songtitel aangegeven, maar u kunt ook naar relevante records
zoeken met een sleutelwoord of muziekgenre — bijvoorbeeld, Latin, 8-beat, enz. (blz. 70).
Quick Guide
35
Met de songs (mee)spelen
Met de songs (mee)spelen
Referentie
op blz. 75
Song gerelateerde
knoppen
Speel mee met de PSR-2000/1000/A1000
Probeer in dit gedeelte de PSR-2000/1000/A1000 ’s song afspeelfuncties te gebruiken om de rechterhand melodie te
annuleren of muten (uitschakelen) en dan zelf het betreffende gedeelte te spelen. Het is net alsof u een getalenteerde en
veelzijdige collega heeft die u vergezelt terwijl u speelt.
1-4
5
Gebruik dezelfde handelingen als bij “Song afspelen” op de bladzijden 21 - 23.
Druk op de [TRACK 1] knop om het rechterhand melodie gedeelte te annuleren .
OPM.
TRACK
1
Om het linkerhand gedeelte
te annuleren, drukt u op de
[TRACK 2] knop.
(R)
6
Als u de notatie in het scherm wilt terwijl u speelt (alleen op de PSR-2000), druk dan op de [C] knop.
Als u de songtekst (PSR-2000/1000/A1000) wilt zien, drukt u op de [B] knop.
Als het MAIN scherm niet wordt weergegeven, druk dan op de [DIRECT ACCESS] knop gevolgd door de [EXIT] knop.
OPM.
Als de geselecteerde song
geen songtekst data bevat,
worden songteksten niet
weergegeven
A
B
C
D
E
7
Druk op de SONG [START/STOP] knop en speel de part.
Als u wilt, kunt u het tempo aanpassen door op de TEMPO[
knoppen te drukken.
REC
NEW SONG
8
]
START/STOP
SYNC. START
Druk op de SONG [START/STOP] knop om het afspelen te stoppen.
REC
NEW SONG
36
TOP
OPM.
][
Quick Guide
TOP
START/STOP
SYNC. START
• Als u de song gelijk wilt starten zonder een intro, gebruikt u de Sync
Start functie. Om de Sync Start
standby te zetten, drukt u terwijl u de
[TOP] knop ingedrukt houdt, op de
SONG [START/STOP] knop. Het
afspelen van de song begint
automatisch op het moment dat u de
melodie begint te spelen.
• Als u ook de PSR-2000/1000/A1000
de melodie hoort spelen, controleer
dan de kanaal instelling voor de
melodie part in de song data, en
wijzig het aan Track 1 toegewezen
kanaal (blz. 137). U kunt ook het
songkanaal zelf permanent wijzigen
(blz. 103).
Met de songs (mee)spelen
Opnemen
De PSR-2000/1000/A1000 laat u ook opnemen — snel en makkelijk. Probeer de Quick (Snel) record eigenschap eens
uit en leg uw toetsenbordspel vast.
1-3
Selecteer een voice voor opname. Gebruik dezelfde handelingen als bij “Een voice bespelen” op de
bladzijden 25, 26.
4
Druk tegelijkertijd op de [REC] en [TOP] knoppen om “New Song” voor opname te selecteren.
REC
TOP
NEW SONG
5
START/STOP
REW
FF
SYNC. START
Houd de [REC] knop ingedrukt en druk op de [TRACK1] knop.
SONG
REC
EXTRA
TRACKS
(STYLE)
TRACK
2
TRACK
1
(L)
(R)
6
Het opnemen begint zodra u het toetsenbord bespeelt.
7
Als klaar bent met opnemen, drukt u op de [REC] knop.
REC
8
Om uw zojuist opgenomen spel te beluisteren, zet u de song terug naar het
begin door op de [TOP] knop te drukken en de song te starten met de SONG
[START/STOP] knop.
REC
NEW SONG
9
TOP
START/STOP
SYNC. START
PAS OP !
De opgenomen data zal verloren gaan als u het
instrument uit zet. Om uw
belangrijke opnamen te
bewaren, is het noodzakelijk
ze op te slaan op de User
drive of op diskette.
Sla de opgenomen data op de gewenste manier op (bladzijden 38, 44).
Quick Guide: “Een Oriëntaalse stemming instellen (PSR-A1000)” vindt u op blz. 164.
Quick Guide
37
Basis bediening — Uw data organiseren
De PSR-2000/1000/A1000 past een verscheidenheid aan data soorten toe — inclusief voices, begeleidingsstijlen,
songs, multi pads en registration memory instellingen. Veel van deze data is reeds geprogrammeerd en vastgelegd in de
PSR-2000/1000/A1000; u kunt ook uw eigen data creëren en bewerken met enkele van de functies van het instrument.
Al deze data wordt in afzonderlijke files opgeslagen — net zoals het in een computer gebeurt.
Hier laten we u zien hoe de basis bediening van de display regelaars te gebruiken bij het verwerken en organiseren van
de data van de PSR-2000/1000/A1000 in files en mappen.
Files kunnen worden geopend, opgeslagen, benoemd, verplaatst of gewist in hun respectievelijke Open/Save displays.
U kunt deze displays ook selecteren via hun respectievelijke file types: Song, Voice, Stijl, enz. Sterker nog, u kunt uw
data efficiënt organiseren door sommige files van hetzelfde type in een enkele map te stoppen.
De Open/Save displays voor Song, Voice, Stijl, Multi Pad Bank en Registratie Bank kunnen worden opgeroepen vanuit de
MAIN display (de display die te zien is als het instrument wordt aangezet) door op de betreffende [A] - [J] knop te drukken.
Open/Save display voor
Song (blz. 76)
Open/Save display voor
Voice (blz. 54)
Open/Save display voor
Multi Pads (blz. 73, 118)
voor Song files beheer.
voor Voice files beheer.
voor MULTI PAD Bank files
beheer.
PSR-2000/1000/A1000: knop A
PSR-2000/1000: knop I
PSR-A1000: knop D
PSR-2000/1000/A1000: knop F,G,H
OPM.
A
Open/Save display voor
Stijl (blz. 59)
voor Stijl files beheer.
PSR-2000/1000: knop D
PSR-A1000: knop C
38
PSR-2000/1000/A1000
F
B
G
C
H
D
I
E
J
Open/Save display voor
Registratie Bank (blz. 85)
voor Registratie Bank files beheer.
PSR-2000/1000/A1000: knop J
De volgende Open/Save display
types zijn ook beschikbaar; deze
zijn echter geselecteerd via
andere displays dan de MAIN
display (blz. 151).
• SYSTEM SETUP
• MIDI SETUP
• USER EFFECT
• MUSIC FINDER (alleen
PSR-2000/1000)
Open/Save display voor
Scale Bank (blz. 166)
voor Scale Tune bankfiles beheer.
PSR-A1000: knop I
PSR-2000/1000: functie niet aanwezig
Basis bediening — Uw data organiseren
Voorbeeld — Open/Save display voor Voice
Elke Open/Save display bestaat uit PRESET, USER, en FLOPPY DISK drive pagina’s.
PRESET drive
De files die zijn voorgeprogrammeerd en intern in de PSR-2000/
1000/A1000 zijn opgeslagen
worden hier bewaard. Preset files
kunnen worden geladen maar
kunnen niet worden overschreven.
U kunt echter een preset file als
een basis gebruiken voor het
creëren van uw eigen originele file
(die kan worden opgeslagen in de
USER of FLOPPY DISK drive).
USER drive
Files die hier bewaard worden zijn
de files die uw eigen originele
data bevatten; gemaakt of bewerkt
met behulp van de verscheidene
functies van de PSR-2000/1000/
A1000.
Ze zijn zijn intern opgeslagen in
de PSR-2000/1000/A1000.
FLOPPY DISK drive
U kunt uw originele data ook
opslaan op diskette.
Commercieel beschikbare
diskette software kan hier ook
opgeroepen worden.
Uiteraard zijn deze files alleen
beschikbaar als de juiste
diskette in de diskdrive is
geplaatst.
BACK
NEXT
Wijzigt de drive tussen PRESET,
USER en FLOPPY DISK.
Roept de pagina van
het bovenliggende
niveau op. In dit
voorbeeld kan de
voice map
selectiepagina worden
opgeroepen.
File
Alle data, zowel
voorgeprogrammeerde als
uw eigen originele data,
wordt opgeslagen als “files”.
Current Memory (huidige geheugen)
“Current Memory” is het gebied waarin de voice wordt opgeroepen als
u een voice selecteert. Dit is ook het gebied waar u uw voice bewerkt
met behulp van de SOUND CREATOR functie. Uw bewerkte voice zou
dan moeten worden opgeslagen als een file in de USER of FLOPPY
DISK drive.
Het opnemen van songs (blz. 92) enhet creëren van begeleidingen
(blz. 108) vindt ook plaats in het current memory.
Let erop deze data op te slaan naar de USER/FLOPPY DISK drive als
file of files. De data gaat verloren als u het instrument uitzet zonder de
data op te slaan.
OPM.
De geselecteerde voice zelf (onbewerkt) kan ook worden opgeslagen als
een file in de USER of FLOPPY DISK drive.
PSR-2000/1000/A1000
39
Basis bediening — Uw data organiseren
Files en mappen selecteren
Selecteer een file die in de display te zien is. In dit voorbeeld selecteren we een voice file.
Druk eerst op de VOICE [PIANO & HARPSI.] ([PIANO] op de PSR-A1000) knop om de display op te roepen die de files bevat.
Deze display (“Open/Save” display) is typerend voor displays die gebruikt worden voor het oproepen en opslaan van voice files).
De PSR-2000/1000/A1000 bevat reeds een verscheidenheid aan voices in het PRESET gedeelte. U kunt uw eigen
originele voices, die gecreëerd zijn met de Sound Creator functie, opslaan in het USER of FLOPPY DISK gedeelte.
1
OPM.
Selecteer “PRESET”, “USER” of
“FLOPPY DISK” met behulp van de
[BACK][NEXT] knop.
BACK
A
F
B
G
C
H
D
I
E
J
NEXT
PSR-2000/1000: Als “JAPANESE” is
geselecteerd als Language (taal) parameter
(bladzijden 45, 151), en u wijzigt dit in één van de
westerse talen, worden de kanji en kana
karakters van de file naam die zijn opgeslagen op
de diskette, gewijzigd in westerse karakters.
Andersom geldt dat speciale Latijnse karakters
en markeringen in normale karakters worden veranderd. Ook wordt, in het geval van diskette data,
tekst in de files veranderd in karakters die niet
kunnen worden gelezen door het instrument.
PSR-2000/1000:Houd in gedachte dat
soortgelijke problemen zich voor kunnen doen als
u toegang probeert te krijgen tot files die afkomstig zijn van of bewerkt zijn met een computer die
met een operating system in een andere taal
werkt. Wees in het algemeen zorgvuldig als u
omschakelt van taal — u neemt het risico niet langer volledig toegang te krijgen tot de data.
ENTER
1
2
3
4
5
6
7
OPM.
Door op de betreffende [A] [J] knop te drukken roept u
de corresponderende file op
en keert u terug naar het
MAIN display.
8
DATA ENTRY
OPM.
2
Gebruik de [1▲] ~ [7▲] knoppen
om de pagina’s om te slaan.
Als de hoeveelheid beschikbare files of
mappen de tien (PSR-2000/1000) of
acht (PSR-A1000) overschrijdt,
verandert de onderkant van de display
zoals hieronder aangegeven.
Druk op Next
Druk op Prev.
END
Druk nogmaals op de
[EXIT] knop om terug te
keren naar het MAIN
display.
U kunt terugkeren naar
de voorgaande display
door op de [EXIT] knop
te drukken.
40
PSR-2000/1000/A1000
3
Selecteer de file/map.
Er zijn twee manieren om de file/map te
selecteren:
• Druk op de [A] - [J] knop.
Druk op de letter knop die overeenkomt met
de file/map die u op wilt roepen. (In de
voorbeeld display die hierboven te zien is,
worden de voice files getoond.)
• Gebruik de [DATA ENTRY] dial en de
[ENTER] knop.
Als u aan de [DATA ENTRY] dial draait,
wordt de keuzebalk verplaatst langs de
beschikbare files/mappen. Plaats de
keuzebalk op de gewenste file of map (in het
voorbeeld hierboven worden voice files
getoond) en druk op de [ENTER] knop om
het geselecteerde item op te roepen.
Kleine pop-up vensters sluiten
U kunt ook kleine pop-up
vensters (zoals in de illustratie
hiernaast) verlaten door op de
[EXIT] knop te drukken.
De keuzebalk op de
gewenste file plaatsen en
dubbelklikken met de
[ENTER] knop roept de
corresponderende file op en
u keert terug naar het MAIN
display.
Basis bediening — Uw data organiseren
File/map-gerelateerde handelingen
Files/mappen benoemen
U kunt namen toewijzen aan files en mappen. Elke file/map in de USER en FLOPPY DISK gedeelten kan worden
benoemd of hernoemd. Voer de volgende stappen uit als de data zich in de User drive bevindt. Als er Preset files/
mappen zijn die u wilt hernoemen, kopiëer ze dan van te voren (blz. 43) en gebruik ze als User files/mappen.
1
OPM.
Druk op de [1▼] (NAME) knop.
Een file/map naam kan tot
50 enkelvoudige letters
bevatten (of 25 Hiragana en
kanji letters), inclusief het
Icoon ID (zie de opmerking
onder) en de extensie.
De NAME display verschijnt.
OPM.
2 Selecteer de gewenste file/map en druk op de [7▼](OK) knop.
De momenteel geselecteerde file/map wordt van een keuzebalk voorzien. Om een andere file/
map te selecteren, drukt u op één van de [A] - [J] knoppen.
Om te annuleren, drukt u op de [8▼] (CANCEL) knop.
De file naam zal als volgt op
uw computer verschijnen. Als
u het Icoon ID of de extensie
wijzigt, kan het icoon veranderen of de file kan niet juist
herkend worden.
ABCDE.S002.MID
A
F
B
G
C
H
D
I
E
J
1
END
2
3
4
5
6
7
File ID
Icoon ID
Extensie
8
Voer de nieuwe naam in (blz. 45).
Druk op de [8▲] (OK) knop.
Om te annuleren, drukt u op de [8▼] (CANCEL)
knop.
PSR-2000/1000/A1000
41
Basis bediening — Uw data organiseren
Files/mappen verplaatsen
U kunt desgewenst files en folders verplaatsen, om uw data te organiseren. Elke file/map in de USER en FLOPPY DISK
gedeelten kan worden verplaatst, met behulp van de hieronder beschreven knip en plak (cut en paste) handeling.
1
Druk op de [2▼] (CUT) knop.
De CUT display verschijnt.
2 Selecteer de gewenst file/map voor verplaatsen.
Selecteer de gewenste file/map en druk op de [7▼](OK) knop.
De momenteel geselecteerde file/map wordt van een keuzebalk voorzien. Om een andere file/map
te selecteren, drukt u op één van de [A] - [J] knoppen.
Verscheidene files/mappen kunnen samen worden geselecteerd, zelfs die van verschillende
pagina’s. Om de selectie los te laten of te annuleren, drukt u nogmaals op de knop van de
geselecteerde file/map.
Druk op de [6▼] (ALL) knop om alle files/mappen in de display pagina (USER/FLOPPY DISK) te
selecteren. Als de [6▼] (ALL) knop wordt ingedrukt, verandert de [6▼] knop naar “ALL OFF”
knop om de selectie los te laten of te annuleren.
OPM.
Deze handeling kan niet worden gebruikt om een file/map
direkt van de éne diskette naar
een andere te verplaatsen. Als
u dit wilt doen, knip en plak dan
de file of map van de eerste
diskette naar de USER pagina,
verander vervolgens de
diskettes en plak het dan naar
de FLOPPY DISK pagina.
OPM.
Alle files/mappen op een
diskette kunnen met één
opdracht naar een andere
diskette worden gekopieerd
(blz. 150).
OPM.
Na te zijn geplakt, worden de
files automatisch opnieuw
gerangschikt op alfabet en
getoond.
3 Druk op de [7▼] (OK) knop.
Om de handeling te stoppen, drukt u op de [8▼] (CANCEL) knop.
4 Roep de bestemming (destination) display op.
Alleen de USER en FLOPPY DISK pagina’s kunnen worden geselecteerd als bestemming.
END
42
Druk op de [4▼] (PASTE) knop.
De file/map u die u heeft geknipt (cut) wordt nu in de bestemming geplakt (paste).
PSR-2000/1000/A1000
OPM.
Over files/mappen op een
diskette
In de FLOPPY DISK pagina
van de Open/Save display,
worden alleen de files die kunnen worden beheerd in die
Open/Save display getoond —
ofschoon een map op een
diskette verschillende soorten
files kan bevatten.
In het geval van een map
knip-en-plak handeling (voor
diskette), kan een hele map
worden geknipt; echter, alleen
de specifieke files die kunnen
worden beheerd in de huidige
Open/Save display zullen
worden geplakt.
Basis bediening — Uw data organiseren
Files/mappen kopiëren
U kunt desgewenst ook files en mappen kopiëren, voor het organiseren van uw data. Elke file/map in de PRESET, USER en
FLOPPY DISK gedeelten kan worden gekopieerd met behulp van de hieronder beschreven kopiëer-en-plak handeling.
1 Druk op de [3▼] (COPY) knop.
OPM.
De COPY display verschijnt.
2 Selecteer de gewenste file/map.
Selecteer de gewenste file/map en druk op de [7▼](OK) knop.
De momenteel geselecteerde file/map wordt van een keuzebalk voorzien. Om een andere file/map te
selecteren, drukt u op één van de [A] - [J] knoppen.
Verscheidene files/mappen kunnen samen worden geselecteerd, zelfs die van verschillende pagina’s.
Om de selectie los te laten of te annuleren, drukt u nogmaals op de knop van de geselecteerde file/
map.
Druk op de [6▼] (ALL) knop om alle files/mappen in de momenteel geselecteerde map (PRESET/
USER/DISKETTE) te selecteren. Als de [6▼] (ALL) knop wordt ingedrukt, verandert de [6▼] (ALL)
knop in “ALL OFF,” waardoor u de selectie kunt loslaten of annuleren.
op de [7▼]
3 Druk
(OK) knop.
de bestemming
4 Roep
(destination) display op.
Om de handeling te
stoppen, drukt u op de
[8▼] (CANCEL) knop.
END
Alleen de USER en FLOPPY
DISK pagina’s kunnen worden
geselecteerd als bestemming.
Deze handeling kan niet
worden gebruikt om een file/
map direkt van de éne naar
de andere diskette te
kopiëren. Als u dit wilt doen,
kopiëer en plak de file of
map dan van de eerste
diskette naar de User
pagina, verwissel de
diskkettes en plak het dan
naar de Floppy Disk pagina.
Druk op de [4▼]
(PASTE) knop.
De file/map die u heeft
gekopieerd is nu op de
bestemming geplakt.
Files/mappen wissen
U kunt desgewenst ook files en mappen wissen, voor het organiseren van uw data. Elke file/map in de USER en
FLOPPY DISK gedeelten kan worden gewist, met behulp van de onderstaande handeling.
1 Druk op de [5▼] (DELETE) knop.
De DELETE display verschijnt.
2 Selecteer de gewenste file/map.
Selecteer de gewenste file/map en druk op de [7▼](OK)
knop.
De momenteel geselecteerde file/map wordt van een
keuzebalk voorzien. Om een andere file/map te
selecteren, drukt u op één van de [A] - [J] knoppen.
Verscheidene files/mappen kunnen samen worden
geselecteerd, zelfs die van verschillende pagina’s. Om
de selectie los te laten of te annuleren, drukt u
nogmaals op de knop van de geselecteerde file/map.
Druk op de [6▼] (ALL) knop om alle files/mappen in de
display pagina (USER/FLOPPY DISK) te selecteren. Als
de [6▼] (ALL) knop wordt ingedrukt, verandert de [6▼]
(ALL) knop in “ALL OFF,” waardoor u de selectie kunt
loslaten of annuleren.
END
Druk op de [7▼] (OK) knop.
Om de handeling te annuleren, drukt u op de [8▼]
(CANCEL) knop.
De boodschap “Are you sure you want to delete the
“******” file (of data/folder)? YES/NO” verschijnt.
YES ..........Wist het item met de keuzebalk.
NO............Verlaat de vraag zonder te wissen.
Als er verscheidene files zijn geselecteerd, verschijnt de
boodschap “Are you sure you want to delete the “******”
file (of data/folder)? YES/YES ALL/NO/CANCEL”.
YES/NO...... Wist het item met de keuzebalk (YES), of
verlaat het item met de keuzebalk zonder
te wissen (NO).
YES ALL .... Wist alle geselecteerde items ineens.
CANCEL .... Verlaat de vraag zonder te wissen.
PSR-2000/1000/A1000
43
Basis bediening — Uw data organiseren
Files opslaan
Deze handeling laat u uw belangrijk data in files opslaan. Files kunt alleen worden
opgeslagen in de USER en FLOPPY DISK gedeelten.
op de [6▼]
1 Druk
(SAVE) knop.
Voer een naam in voor de nieuwe file
Druk op de [8▲] (OK) knop.
Om de handeling te stoppen,drukt u op de [8▼] (CANCEL) knop.
OPM.
De interne
geheugencapaciteit van de
PSR-2000/1000/A1000 is
ongeveer 580KB (PSR-2000)
/ 260KB (PSR-1000/A1000).
De geheugencapaciteit van
2DD en 2HD diskettes is
respectievelijk ongeveer
720KB en 1440KB. Als u
data opslaat naar deze
locaties, worden alle file
types van de PSR-2000/
1000/A1000 (Voice, Stijl,
Song, Registratie, enz.)
samen opgeslagen.
OPM.
Files organiseren door een nieuwe map aan te maken
Deze handeling laat u uw verschillende files makkelijk in categorieën organiseren door
een nieuwe map voor elke categorie aan te maken. Mappen kunt alleen worden
aangemaakt in de USER en FLOPPY DISK gedeelten.
de pagina op
1 Roep
waar u een nieuwe
map wilt creëren
en druk op de [7▼]
(NEW) knop.
Voer de naam in van de nieuwe map (blz. 45).
Druk op de [8▲] (OK) knop.
Om de handeling te stoppen,drukt u op de [8▼] (CANCEL) knop.
De files van commercieel
beschikbare DOC software en
Yamaha Disklavier software
en hun op de PSR-2000/
1000/A1000 bewerkte files,
kunnen worden opgeslagen in
de USER pagina, maar kunnen niet naar een andere
diskette worden gekopieerd.
OPM.
Map directories kunnen tot
vier niveaus bevatten.
Het maximum totaal aantal
files en mappen dat kan worden opgeslagen is 800
(PSR-2000) / 400 (PSR1000/A1000), maar dit kan,
afhankelijk van de lengte van
de filenamen, afwijken.
Het maximum aantal files
dat kan worden opgeslagen
in een map zal 250 zijn.
Hogere niveau pagina’s tonen
Druk op de [8▼] (UP) knop om de hogere niveau pagina’s op te roepen. U kunt bijvoorbeeld de map niveau pagina’s
oproepen vanuit de file niveau pagina’s.
Lettertekens invoeren en iconen veranderen
op de
1 Druk
[1▼] (NAME),
[6▼] (SAVE) of
[7▼] (NEW) knop.
Verander het lettertype door de [1▲] knop te gebruiken.
Als u Japans als taal selecteert in de FUNCTION display
(blz. 151), kunnen de volgende verschillende lettertypes
en groottes worden ingevoerd (alleen PSR-2000/1000):
(kana-kan)
Hiragana en kanji, leestekens (volledige grootte)
Roep de ICON SELECT display op door op de
(kana)
[1▼] knop te drukken. Dit laat u het icoon links
Katakana (normale grootte), leestekens (volledige grootte)
van de filenaam wijzigen.
(kana)
Katakana (halve grootte), leestekens (halve grootte)
A B C — Alfabet (hoofdletters en kleine letters, volledige grootte), nummers (volledige grootte),
leestekens (volledige grootte)
ABC — Alfabet (hoofdletters en kleine letters, halve grootte), nummers (halve grootte), leestekens (halve grootte)
Als u een andere taal dan Japans heeft geselecteerd in de FUNCTION display (blz. 151), zijn de
volgende lettertypes zijn beschikbaar (PSR-2000/1000/A1000):
CASE — Alfabet (hoofdletters, halve grootte), nummers (halve grootte), leestekens (halve grootte)
case — Alfabet (kleine letters, halve grootte), nummers (halve grootte), leestekens (halve grootte)
44
PSR-2000/1000/A1000
Basis bediening — Uw data organiseren
Lettertekens invoeren
De instructies die volgen tonen u hoe u lettertekens in kunt voeren bij het benoemen van uw files en mappen. De
methode lijkt veel op die van het invoeren van namen en nummers bij uw mobiele telefoon.
1
2
3
Verplaats de cursor naar de gewenste positie met behulp van de [DATA ENTRY] dial.
Druk op de juiste knop, [2▲] - [7▲] of [2▼]- [6▼], overeenkomstig het letterteken dat u wilt invoeren.
Verscheidene verschillende lettertekens zijn toegewezen aan elk van de knoppen, en het letterteken wijzigt elke
keer als u op de knop drukt. Om het geselecteerde letterteken daadwerkelijk in te voeren, verplaatst u de cursor of
drukt u op een andere letter-invoer knop.
Als per ongeluk een letterteken heeft ingevoerd, verplaats de cursor dan naar het letterteken dat u wilt verwijderen
en druk op de [7▼] (DELETE) knop. Als u in één keer alle lettertekens op de regel wilt wissen, druk dan op de
[7▼] (DELETE) knop en houdt deze even ingedrukt. Als de cursor negatief in de display (als bij de keuzebalk)
verschijnt, wordt alleen het negatieve gedeelte gewist.
Om daadwerkelijk de nieuwe naam in te voeren, drukt u op de [8▲] (OK) knop.
Om de handeling te annuleren, drukt u op de [8▼] (CANCEL) knop.
■ Omzetten naar Kanji (Japanse taal)(Alleen PSR-2000/1000)
Dit is alleen van toepassing als u de “
(kana-kan)” knop (in het Japans) gebruikt.
Als de ingevoerde “hiragana” lettertekens negatief worden getoond, drukt u één of
meerdere keren op de [ENTER] knop om de lettertekens om te zetten naar de juiste
kanji. Het negatieve gedeelte kan worden gewijzigd met behulp van de [DATA
ENTRY] dial. Het omgezette gedeelte kan worden teruggezet naar “hiragana” met de
[7▼] (DELETE) knop. Het negatieve gedeelte kan in één keer worden gewist met de
[8▼] (CANCEL) knop. Om de wijziging daadwerkelijk uit te voeren, drukt u op de
[8▲] (OK) knop of voert u het volgende letterteken in. Om “hiragana” zelf in te
voeren (zonder deze om te zetten), drukt u op de [8▲] (OK) knop.
OPM.
De volgende halve grootte
leestekens kunnen niet
worden gebruikt bij het
benoemen van files en
mappen:
¥\/:*?“<> |
■ Speciale leestekens invoeren (umlaut, accent, Japanse “ ” en “ ”)
Selecteer een letterteken waaraan een leesteken moet worden toegevoegd en druk op
de [6▼] knop (voordat u het letterteken daadwerkelijke invoert). De Japanse
leestekens kunnen alleen worden toegevoegd bij de PSR-2000/1000.
■ Overige lettertekens (leestekens) invoeren
U kunt het leestekenoverzicht oproepen door op de [6▼] knop te drukken na de
daadwerkelijke invoer van een letterteken.
Beweeg de cursor naar het gewenste leesteken met behulp van de [DATA ENTRY]
dial, druk vervolgens op de [8▲] (OK) of [ENTER] knop.
■ Nummers invoeren
PSR-2000/1000: Selecteer eerst één van de volgende instellingen: “A B C” (volledige
grootte alfabet), “ABC” “CASE” (halve grootte hoofdletters alfabet) en “case” (halve
grootte kleine letters alfabet).
PSR-2000/1000/A1000: Druk vervolgens op de juiste knop, [2▲] - [7▲] of [2▼] [5▼] en houd deze een tijdje ingedrukt of druk er herhaaldelijk op tot het gewenste
nummer is geselecteerd.
OPM.
In het geval van lettertekens
die niet vergezeld gaan van
een speciaal leesteken (met
uitzondering van kana-kan
en halve grootte katakana op
de PSR-2000/1000), kunt u
het leestekenoverzicht
oproepen door op de [6▼]
knop te drukken na het
selecteren van een
letterteken (voordat een
letterteken daadwerkelijk
wordt ingevoerd).
PSR-2000/1000/A1000
45
Basis bediening — Uw data organiseren
Het icoon veranderen
U kunt ook het icoon dat links van de
filenaam verschijnt wijzigen.
Roep de ICON SELECT display op door
op de [1▼] (ICON) knop van de
letterinvoer display te drukken (blz. 45).
Selecteer het gewenst icoon met
behulp van de [A] - [J] knoppen, of
met behulp van de [3▲▼] - [5▲▼]
knoppen, en voer vervolgens het
geselecteerde icoon in door op de
[8▲] (OK) knop te drukken.
BACK
A
F
B
G
C
H
D
I
E
J
NEXT
Slaat de pagina voor icoonselectie om.
Voert het geselecteerde
icoon in.
1
2
3
4
5
6
7
8
Annuleert de icoonselectie handeling.
De [DATA ENTRY] dial gebruiken
Deze handige regelaar laat u gemakkelijk items in de display selecteren of snel parameterwaarden wijzigen. De
daadwerkelijke functie van de [DATA ENTRY] dial is verschillend en afhankelijk van de geselecteerde display.
■ Waarden aanpassen
U kunt parameterwaarden wijzigen door
de [DATA ENTRY] dial te draaien. In de
voorbeeld [BALANCE] display, past
draaien aan de dial het volume van het
negatieve gedeelte in de display aan.
Om het volume van een andere part aan
te passen, selecteert u eerst de part door
op de [▲▼] knop die overeenkomt met
de part te drukken, en vervolgens aan de
[DATA ENTRY] dial te draaien.
DATA ENTRY
■ Items selecteren
U kunt het gewenste item of de functie in
de display selecteren door aan de [DATA
ENTRY] dial te draaien. Het
geselecteerde item kan dan worden
opgeroepen of uitgevoerd met behulp
van de [ENTER] knop.
In de voorbeeld VOICE display, kunt u de
gewenst voice file selecteren met de
[DATA ENTRY] dial, en het
geselecteerde item oproepen door op de
[ENTER] knop op het paneel te drukken.
46
PSR-2000/1000/A1000
ENTER
DATA ENTRY
Basis bediening — Uw data organiseren
Direct Access (Directe Toegang) — Rechtstreekse displayselectie
DIRECT
ACCESS
SONG
EXTRA
TRACKS
TRACK
2
TRACK
1
(L)
(R)
(STYLE)
REC
TOP
NEW SONG
STYLE
POP & ROCK
METRONOME
REPEAT
START/STOP
REW
SYNC. START
SWING &
JAZZ
BACK
F
B
G
C
H
PART
D
I
MENU
DEMO
E
J
MIXING CONSOLE
BALLAD
LATIN
DANCE
TOUCH
LAYER
LEFT
GUITAR
STRINGS
USER
TRANSPOSE
TEMPO
RESET
RESET
MIN
STANDBY
ON
BREAK
MAIN
INTRO
XG
SYNC.
START
ORGAN FLUTES
VH TYPE
SELECT
MIC.
SETTING
VOCAL
HARMONY
TALK
EFFECT
OVER
SIGNAL
ONE TOUCH SETTING
ENTER
EXIT
CHANNEL ON/OFF
SYNC.
STOP
AUTO
FILL IN
WOODWIND
SYNTH.
RESET
MIC.
BALANCE
DIRECT
ACCESS
MAX
ENDING
/ rit.
BRASS
PERCUSSION
UPPER OCTAVE
FUNCTION
FADE
IN/OUT
ACMP
VARIATION
BASS
CHOIR & PAD
MUSIC
FINDER
HELP
STOP
MULTI PAD
STYLE CONTROL
DSP
ORGAN &
ACCORDION
USER
TAP TEMPO
MASTER VOLUME
HARMONY/
MONO
ECHO
SUSTAIN
E.PIANO
MAIN
A
MARCH &
WALTZ
VOICE EFFECT
LEFT
HOLD
PIANO & HARPSI.
DIGITAL RECORDING
BALLROOM
NEXT
VOICE
DIGITAL
STUDIO
SOUND CREATOR
FF
1
2
3
4
5
6
7
8
REGISTRATION MEMORY
PART
START/STOP
DATA ENTRY
OTS
LINK
FREEZE
MEMORY
Met de handige Direct Access functie, kunt u onmiddellijk de gewenste display oproepen — met slechts één enkele
extra druk op de knop. Druk op de [DIRECT ACCESS] knop en er verschijnt een boodschap in de display die u vraagt op
de betreffende knop te drukken. Vervolgens drukt u gewoon op de knop die overeenkomt met de gewenste insteldisplay
om zo die display rechtstreeks op te roepen. In het voorbeeld hieronder, wordt Direct Access gebruikt om de display
voor selecteren van Akkoord Fingering op te roepen (blz. 139).
DIRECT
ACCESS
ACMP
Zie het Direct Access Overzicht (PSR-2000/1000: blz. 48; PSR-A1000: blz. 164) voor een
overzicht van de displays die kunnen worden opgeroepen met de Direct Access functie.
OPM.
Hier is een handige manier
om terug te keren naar de
MAIN display vanuit een
willekeurige andere display:
Druk gewoon op de [DIRECT
ACCESS] knop en vervolgens op de [EXIT] knop.
PSR-2000/1000/A1000
47
Basis bediening — Uw data organiseren
Direct Access (Directe Toegang) Overzicht PSR-2000/1000 (zie voor de PSR-A1000 blz. 165)
Handeling: [DIRECT ACCESS] knop + hieronder opgesomde knop
SONG
[TRACK1]
[TRACK2]
[EXTRA TRACKS]
[REPEAT]
[METRONOME]
[REC]
[TOP]
[START/STOP]
[REW]
[FF]
STYLE
[POP & ROCK]
[SWING & JAZZ]
[BALLROOM]
[MARCH & WALTZ]
[BALLAD]
[DANCE]
[LATIN]
[USER]
TRANSPOSE
[E
]
[
]
TEMPO
[E
]
[
]
[TAP TEMPO]
[FADE IN/OUT]
MULTI PAD
[1]
[2]
[3]
[4]
[STOP]
STYLE CONTROL
[ACMP]
[BREAK]
[INTRO]
MAIN [A]
MAIN [B]
MAIN [C]
MAIN [D]
[ENDING/rit.]
[AUTO FILL IN]
[OTS LINK]
[SYNC. STOP]
[SYNC. START]
[START/STOP]
DIGITAL STUDIO
[SOUND CREATOR]
[DIGITAL RECORDING]
[MIXING CONSOLE] PSR-2000
FUNCTION
Corresponderende LCD display en functie
TRACK1 CHANNEL selectie
TRACK2 CHANNEL selectie
SONG SETTING
137
UTILITY
METRONOME instellingen
148
STYLE SETTING/SPLIT POINT
SPLIT POINT (ACMP) instelling
138
CONTROLLER
TUNE
TRANSPOSE toewijzing
TRANSPOSE instellingen
141
123
MIDI
MIDI CLOCK instelling
145
UTILITY
TAP instellingen
FADE IN/OUT instellingen
149
148
—
—
—
—
—
FUNCTION
E
MIXING CONSOLE
E
FUNCTION
MULTI PAD
MULTI PAD EDIT
DIGITAL RECORDING
FUNCTION
MULTI PAD CREATOR
CHORD FINGERING
MIXING CONSOLE (STYLE PART)
[MUSIC FINDER]
[EXIT]
[ENTER]
VOICE EFFECT
VOICE
UPPER OCTAVE
MIC. (alleen op de PSR-2000)
ONE TOUCH SETTING
REGISTRATION MEMORY
PEDAL
WHEEL
48
PSR-2000/1000/A1000
REPEAT/CHORD MATCH instellingen
FINGERING TYPE selectie
VOICE instellingen
PANPOT instellingen
VOLUME instellingen
HARMONIC CONTENT instellingen
BRIGHTNESS instellingen
REVERB instellingen
CHORUS instellingen
DSP instellingen
FILTER
EFFECT
FUNCTION
STYLE SETTING/SPLIT POINT
SYNC. STOP WINDOW instelling
119
138
122
123
124
138
—
—
FUNCTION
MASTER TUNE/SCALE TUNE
MIXING CONSOLE
EQ instellingen
MASTER TUNING instelling
SCALE TUNING instelling
135
127
—
FUNCTION
UTILITY
MIDI
De Direct Access (Directe Toegang) mode verlaten
MIXING CONSOLE (SONG PART)
VOLUME/VOICE
LANGUAGE selectie
LCD BRIGHTNESS instellingen
MIDI Instellingen
151
149
145
VOLUME instellingen
VOICE instellingen
122
OCTAVE instellingen
123
—
—
[MAIN]
[LAYER]
[LEFT]
MIXING CONSOLE
TUNE
MUSIC FINDER
Terugkeren naar de MAIN display
MUSIC FINDER SEARCH1 (De opnamen doorzoeken)
34
—
[LEFT HOLD]
[TOUCH]
[SUSTAIN]
[HARMONIE/ECHO]
[MONO]
[DSP]
[VARIATION]
[PIANO & HARPSI]
[E.PIANO]
[ORGAN & ACCORDION]
[PERCUSSION]
[GUITAR]
[BASS]
[BRASS]
[WOODWIND]
[STRINGS]
[CHOIR&PAD]
[SYNTH.]
[XG]
[USER]
[ORGAN FLUTES] (alleen op PSR-2000)
[E
]
[
]
[VH TYPE SELECT]
[MIC. SETTING]
[VOCAL HARMONY]
EFFECT
[TALK]
[1]
[2]
[3]
[4]
[FREEZE]
[1]
[2]
[3]
[4]
[5]
[6]
[7]
[8]
[MEMORY]
[PEDAL1]
[PEDAL2]
[PITCH BEND]
[MODULATION] (alleen op PSR-2000)
FUNCTION
MIXING CONSOLE
FUNCTION
MIXING CONSOLE
STYLE SETTING/SPLIT POINT
CONTROLLER
EFFECT
HARMONY/ECHO
TUNE
EFFECT
SPLIT POINT (LEFT) instelling
KEYBOARD TOUCH toewijzing
REVERB instellingen
PORTAMENTO TIME instellingen
DSP instellingen
EFFECT TYPE selectie
138
141
123
143
123
124
FUNCTION
VOICE SET instellingen
143
MIXING CONSOLE
EQ instellingen
127
FUNCTION
—
—
VOCAL HARMONY EDIT (De VOCAL HARMONY parameters bewerken)
MIC. EFFECT TYPE selectie
EFFECT
MIC. REVERB instelling
MIC. DSP instelling
TALK SETTING
—
—
—
—
FREEZE
REGISTRATION BANK
REGISTRATION EDIT (De REGISTRATION bewerken)
E
[DIRECT ACCESS]
[BALANCE]
[CHANNEL ON/OFF]
[NEXT]
[BACK]
VOICE PART
[DEMO]
[HELP]
[FUNCTION]
74
VOLUME/VOICE
PSR-1000
MENU
Zie blz.
137
137
VOCAL HARMONY
MIXING CONSOLE
MIC. SETTING
FUNCTION
MIXING CONSOLE
FUNCTION
REGISTRATION SEQUENCE (De REGISTRATION SEQUENCE maken)
PEDAL1 functie toewijzing
CONTROLLER
PEDAL2 functie toewijzing
TUNE
PITCH BEND RANGE instellingen
CONTROLLER
MODULATION WHEEL instellingen
129
124
132
142
85
142
139
123
141
Basis bediening — Uw data organiseren
Help mededelingen
De Help mededelingen geven u uitleg en beschrijvingen van alle algemene functies en eigenschappen van de PSR-2000/1000/A1000.
HELP
SONG
EXTRA
TRACKS
TRACK
2
TRACK
1
(L)
(R)
(STYLE)
REC
TOP
NEW SONG
STYLE
POP & ROCK
METRONOME
REPEAT
START/STOP
REW
BACK
SYNC. START
SWING &
JAZZ
MARCH &
WALTZ
MIXING CONSOLE
BALLAD
LATIN
DANCE
TOUCH
PIANO & HARPSI.
A
F
B
G
C
H
D
I
GUITAR
LAYER
STRINGS
LEFT
USER
MENU
DEMO
E
TRANSPOSE
TEMPO
RESET
RESET
1
MENU
DEMO
VH TYPE
SELECT
SYNC.
START
MIC.
SETTING
VOCAL
HARMONY
TALK
EFFECT
ONE TOUCH SETTING
BALANCE
ENTER
DIRECT
ACCESS
EXIT
CHANNEL ON/OFF
SYNC.
STOP
AUTO
FILL IN
STANDBY
ON
XG
SIGNAL
MAX
ENDING
/ rit.
WOODWIND
SYNTH.
RESET
MIC.
FUNCTION
FADE
IN/OUT
MIN
MAIN
INTRO
BRASS
OVER
STOP
MULTI PAD
BREAK
BASS
CHOIR & PAD
ORGAN FLUTES
MUSIC
FINDER
HELP
ACMP
VARIATION
PERCUSSION
UPPER OCTAVE
J
TAP TEMPO
STYLE CONTROL
DSP
ORGAN &
ACCORDION
USER
PART
MASTER VOLUME
HARMONY/
MONO
ECHO
SUSTAIN
E.PIANO
MAIN
DIGITAL RECORDING
BALLROOM
VOICE EFFECT
LEFT
HOLD
NEXT
VOICE
DIGITAL
STUDIO
SOUND CREATOR
FF
1
2
3
4
5
6
7
8
REGISTRATION MEMORY
PART
START/STOP
FREEZE
DATA ENTRY
OTS
LINK
MEMORY
OPM.
2
Help Mededelingen kunnen in elk van
de volgende talen worden getoond:
ENGELS (PSR-2000/1000/A1000)
JAPANS (PSR-2000/1000)
DUITS (PSR-2000/1000/A1000)
FRANS (PSR-2000/1000/A1000)
SPAANS (PSR-2000/1000)
ITALIAANS
HELP
FUNCTION
OPM.
De taal kan ook worden geselecteerd
in de FUNCTION “LANGUAGE” (blz.
151) display.
OPM.
1
2-1
2
3
4
Selecteer het gewenste
Help onderwerp.
5
6
7
2-2
8
Roep het
onderwerp
op.
Selecteer indien nodig de taal. De hier
geselecteerde taal wordt ook gebruikt voor
verschillende “Mededelingen” die tijdens de
bediening te zien zijn.
3
BACK
NEXT
Als er twee of meer pagina’s
beschikbaar zijn, selecteer dan hier
de verschillende pagina’s mee.
ENTER
DATA ENTRY
PSR-2000/1000:
Als “JAPANESE” is geselecteerd voor
de taalparameter, en u wijzigt dit naar
één van de westerse talen, worden de
kanji en kana karakters van de
filenaam, die zijn opgeslagen in de
diskdrive, gewijzigd naar westerse
lettertekens. Andersom geldt dat speciale Latijnse karakters en markeringen
in normale karakters worden veranderd. Ook wordt, in het geval van
diskette data, tekst in de files veranderd
in karakters die niet kunnen worden
gelezen door het instrument.
Houd in gedachte dat soortgelijke problemen zich voor kunnen doen als u
toegang probeert te krijgen tot files die
afkomstig zijn van of bewerkt zijn met
een computer die met een operating
system in een andere taal werkt.
Wees in het algemeen zorgvuldig als u
omschakelt van taal — u neemt het
risico niet langer volledig toegang te
krijgen tot de data.
END
Druk hierop om
terug te keren naar
de voorgaande
EXIT
display.
Help Mededelingen beschikken over links naar de gedetailleerde uitleg of daadwerkelijke
instellingsdisplay van het geselecteerde onderwerp. Selecteer gewoon het onderstreepte woord
(met behulp van de [DATA ENTRY] dial), en druk op de [ENTER] knop om naar de gedetailleerde
uitleg of daadwerkelijke instellingsdisplay van het geselecteerde onderwerp te springen.
PSR-2000/1000/A1000
49
Basis bediening — Uw data organiseren
De metronoom gebruiken
De metronoom geeft een klikgeluid, zorgend voor een accurate tempo aanduiding als u oefent, of laat u horen en
controleren hoe een bepaald tempo klinkt.
METRONOME
SONG
EXTRA
TRACKS
TRACK
2
TRACK
1
(L)
(R)
(STYLE)
REC
TOP
NEW SONG
METRONOME
REPEAT
REW
START/STOP
BACK
SYNC. START
STYLE
POP & ROCK
BALLROOM
MARCH &
WALTZ
DANCE
LATIN
USER
TOUCH
A
F
B
G
C
H
LAYER
PART
D
I
MENU
DEMO
E
J
LEFT
GUITAR
STRINGS
TEMPO
RESET
RESET
MIN
AUTO
FILL IN
VOCAL
HARMONY
TALK
EFFECT
ENTER
EXIT
1
CHANNEL ON/OFF
STANDBY
ON
MIC.
SETTING
ONE TOUCH SETTING
DIRECT
ACCESS
SYNC.
STOP
ENDING
/ rit.
VH TYPE
SELECT
SIGNAL
BALANCE
MAX
MAIN
INTRO
XG
ORGAN FLUTES
RESET
MIC.
FUNCTION
MULTI PAD
BREAK
WOODWIND
SYNTH.
OVER
STOP
FADE
IN/OUT
ACMP
BRASS
PERCUSSION
UPPER OCTAVE
HELP
STYLE CONTROL
VARIATION
BASS
MUSIC
FINDER
TAP TEMPO
TRANSPOSE
DSP
ORGAN &
ACCORDION
CHOIR & PAD
USER
MASTER VOLUME
HARMONY/
MONO
ECHO
SUSTAIN
E.PIANO
MAIN
DIGITAL RECORDING
SWING &
JAZZ
VOICE EFFECT
LEFT
HOLD
PIANO & HARPSI.
MIXING CONSOLE
BALLAD
NEXT
VOICE
DIGITAL
STUDIO
SOUND CREATOR
FF
2
3
4
5
6
7
8
REGISTRATION MEMORY
PART
SYNC.
START
START/STOP
DATA ENTRY
OTS
LINK
FREEZE
MEMORY
De metronoom begint door op de [METRONOME] knop te drukken. Pas het
tempo aan door middel van de TEMPO[ ] [ ] knoppen (zie hieronder).
Om de metronoom te stoppen, drukt u nogmaals op de [METRONOME] knop.
OPM.
Het geluid, volume niveau, en
de beat (maatsoort) van de
metronoom kunnen allemaal
worden veranderd (blz. 148).
Het tempo aanpassen
Dit gedeelte laat u zien hoe u het afspeeltempo aan kunt passen — wat niet alleen invloed heeft op de metronoom,
maar ook op het afspelen van een song of een begeleidingsstijl.
PSR-2000/1000:
SONG
EXTRA
TRACKS
RESET
RESET
TRACK
1
(L)
(R)
REC
TOP
NEW SONG
STYLE
POP & ROCK
METRONOME
REPEAT
START/STOP
REW
BACK
SYNC. START
SWING &
JAZZ
LATIN
DANCE
TOUCH
F
B
G
C
H
PART
D
I
MENU
DEMO
E
J
LAYER
LEFT
GUITAR
STRINGS
USER
TRANSPOSE
TEMPO
RESET
RESET
MIN
MAIN
STANDBY
ON
MIC.
SETTING
VOCAL
HARMONY
TALK
EFFECT
ONE TOUCH SETTING
ENTER
DIRECT
ACCESS
SYNC.
START
VH TYPE
SELECT
SIGNAL
EXIT
CHANNEL ON/OFF
SYNC.
STOP
AUTO
FILL IN
XG
ORGAN FLUTES
RESET
MIC.
BALANCE
MAX
ENDING
/ rit.
INTRO
WOODWIND
SYNTH.
UPPER OCTAVE
FUNCTION
MULTI PAD
BREAK
BRASS
PERCUSSION
OVER
STOP
FADE
IN/OUT
ACMP
VARIATION
BASS
CHOIR & PAD
MUSIC
FINDER
HELP
STYLE CONTROL
DSP
ORGAN &
ACCORDION
USER
TAP TEMPO
MASTER VOLUME
HARMONY/
MONO
ECHO
SUSTAIN
E.PIANO
MAIN
A
MARCH &
WALTZ
VOICE EFFECT
LEFT
HOLD
PIANO & HARPSI.
DIGITAL RECORDING
BALLROOM
NEXT
VOICE
DIGITAL
STUDIO
SOUND CREATOR
FF
MIXING CONSOLE
BALLAD
TAP TEMPO
TEMPO
TRACK
2
(STYLE)
PSR-A1000:
TAP TEMPO
TEMPO
1
2
3
4
5
6
7
8
REGISTRATION MEMORY
PART
START/STOP
DATA ENTRY
OTS
LINK
FREEZE
MEMORY
OPM.
1
TAP TEMPO
TEMPO
2
RESET
Pas het tempo aan door of de tempo TEMPO [ ]
[ ] knoppen of de [DATA ENTRY] dial te gebruiken.
Het getal in de display geeft het aantal kwartnoten
(tellen) aan per minuut. Het bereik is van 5 tot 500.
Des te hoger de waarde, des te hoger het tempo.
Druk of op de TEMPO [ ]
knop of op de [ ] knop.
Druk hierop
ND om het TEMPO
display te
sluiten.
E
50
PSR-2000/1000/A1000
EXIT
Als u het tempo wijzigt, worden zowel het tempo
van de huidige song als van de stijl naar hetzelfde
tempo veranderd. Om hun respectievelijke
standaard (initial) tempo instellingen terug te
roepen, drukt u tegelijkertijd op de beide TEMPO
[ ] [ ] knoppen. Zie ook de “Tempo indicaties —
MAIN display” (blz. 51) voor meer over het tempo.
Songs en begeleidingsstijlen
zijn voorzien van standaard
(initial) tempo instellingen,
zo ontworpen dat ze het best
passen bij de song/stijl.
Basis bediening — Uw data organiseren
Tap Tempo
Deze nuttige eigenschap laat u het tempo intikken voor een song of een begeleidingsstijl.
Tik gewoon met de gewenste snelheid op de [TAP TEMPO] knop en het tempo van de
song of de begeleidingsstijl wijzigt overeenkomstig.
van de song of de
1 Afspelen
begeleidingsstijl (blz. 59, 76).
2
TAP TEMPO
TEMPO
RESET
Tik twee keer op de [TAP TEMPO]
knop om het tempo te veranderen.
■ Tempo indicaties — MAIN Display
Er zijn drie verschillende tempo indicaties in de Main display, zoals hieronder
aangegeven.
Geeft de standaard (initial) tempo
instelling aan voor de momenteel
geselecteerde song.
Geeft het huidige tempo aan voor
de geselecteerde song,
begeleidingsstijl of de metronoom
die nu afspeelt. Als er niets afspeelt
(gestopt), geeft dit het tempo aan
voor de geselecteerde stijl. Als de
song en stijl tegelijkertijd afspelen,
wordt het tempo van de stijl
automatisch gewijzigd
overeenkomstig het tempo van de
song, en wordt het hier
aangegeven. Dit tempo wordt
gebruikt voor opname, als u een
song of begeleidingsstijl opneemt.
OPM.
Tikken op de [TAP TEMPO]
knop produceert een tikkend
geluid. U kunt dit geluid
desgewenst wijzigen (blz. 149).
OPM.
U kunt Tap Tempo ook gebruiken om de song of begeleidingsstijl automatisch in het
gewenste tempo te starten.
Terwijl zowel de song als
begeleidingsstijl niet lopen, tikt
u verscheidene keren op de
[TAP TEMPO] knop, en de
geselecteerde begeleidingsstijl
begint automatisch in het door
u ingetikte tempo. Als een
song is ingesteld op Sync.
Start stand-by (blz. 60, 76), zal
tikken op de [TAP TEMPO]
knop song afspelen op
dezelfde manier starten. Voor
songs en stijlen met een 2/4
en 4/4 maat, tikt u vier keer;
voor een 3/4 maat, tikt u drie
keer; voor een 5/4 maat, tikt u
vijf keer.
Geeft de standaard (initial) tempo
instelling aan voor de momenteel
geselecteerde begeleidingsstijl.
PSR-2000/1000/A1000
51
De demo’s afspelen
De PSR-2000/1000/A1000 is een uitzonderlijk veelzijdig en hoogwaardig instrument, dat beschikt over een grote verscheidenheid aan dynamische voices en ritmes, en een schat aan geavanceerde functies. Er zijn drie verschillende soorten demosongs
speciaal vervaardigd om u de verbluffende geluiden en eigenschappen van de PSR-2000/1000/A1000 te laten horen.
MENU
DEMO
SONG
EXTRA
TRACKS
TRACK
2
TRACK
1
(L)
(R)
(STYLE)
REC
TOP
METRONOME
REPEAT
START/STOP
REW
BACK
HELP
NEW SONG
SYNC. START
STYLE
POP & ROCK
BALLROOM
MARCH &
WALTZ
DANCE
LATIN
USER
TOUCH
PIANO & HARPSI.
A
F
B
G
C
H
D
I
DIGITAL RECORDING
SWING &
JAZZ
VOICE EFFECT
LEFT
HOLD
LAYER
PART
LEFT
GUITAR
STRINGS
USER
MENU
DEMO
FUNCTION
TEMPO
RESET
RESET
MIN
ACMP
BREAK
MAIN
1
SYNC.
START
BASS
BRASS
WOODWIND
SYNTH.
XG
CHOIR & PAD
RESET
MIC.
VH TYPE
SELECT
MIC.
SETTING
VOCAL
HARMONY
TALK
EFFECT
OVER
SIGNAL
ONE TOUCH SETTING
ENTER
EXIT
CHANNEL ON/OFF
SYNC.
STOP
AUTO
FILL IN
VARIATION
PERCUSSION
ORGAN FLUTES
MUSIC
FINDER
BALANCE
DIRECT
ACCESS
MAX
ENDING
/ rit.
INTRO
J
FUNCTION
FADE
IN/OUT
STYLE CONTROL
E
HELP
STOP
MULTI PAD
STANDBY
ON
DSP
ORGAN &
ACCORDION
UPPER OCTAVE
TAP TEMPO
TRANSPOSE
MASTER VOLUME
HARMONY/
MONO
ECHO
SUSTAIN
E.PIANO
MAIN
MIXING CONSOLE
BALLAD
NEXT
VOICE
DIGITAL
STUDIO
SOUND CREATOR
FF
1
2
3
4
5
6
7
8
REGISTRATION MEMORY
PART
START/STOP
DATA ENTRY
OTS
LINK
FREEZE
MEMORY
MENU
DEMO
Indrukken van de [[DEMO] knop speelt
automatisch de demosongs in een
willekeurige volgorde af.
HELP
FUNCTION
2
2-1
Gebruik de [BACK][NEXT] knoppen om de gewenste Democategorie te selecteren.
Function demo’s ....... Deze demonstreren elk van de verschillende functies van de PSR-2000/1000/A1000.
Voice demo’s ............. Deze geven een indruk van de voices van de PSR-2000/1000/A1000.
Style demo’s.............. Deze introduceren de ritmes en begeleidingsstijlen van de PSR-2000/1000/A1000 bij u.
BACK
A
F
B
G
C
H
D
I
E
J
NEXT
2-3
1
2-2
52
2
Gebruik deze om de
verschillende display
pagina’s te selecteren.
PSR-2000/1000/A1000
3
4
5
6
7
8
Druk twee keer op één van
deze knoppen — eenmaal om
de gewenste demo te
selecteren, en nogmaals om
hem te starten.
Druk hierop om alle demossongs/items continu af te laten spelen, te
beginnen bij het eerste item linksboven in de display. Deze functie is
alleen beschikbaar vanaf de FUNCTION pagina.
Alle beschikbare demo’s worden achtereenvolgens afgespeeld, te beginnen
met die links bovenaan. De VOICE en STYLE pagina’s hebben geen [AUTO]
knop; de demosongs worden echter achtereenvolgens gespeeld.
Drukken op deze knop annuleert de interactieve eigenschappen van de
Function demo’s (die anders beschikbaar zijn in stap 3 hierna).
De demo’s afspelen
OPM.
3
Voor de functiedemo’s, verschijnt er een introductiescherm in de display en
de demo begint spelen.
BACK
Dit voorbeeld laat het Sound Systeem in
de FUNCTION demo zien.
NEXT
Gebruik de [BACK][NEXT]
knoppen in het
introductiescherm om de
voorgaande of volgende
pagina op te roepen.
OPM.
Druk op de SONG [START/
STOP] knop om de
demosong te stoppen. Om
verder te gaan met de demo
waar deze is gestopt, drukt
u nogmaals op de SONG
[START/STOP] knop.
Terugspoelen en snel vooruit spoelen kan ook worden
gebruikt bij de demosongs
(blz. 78).
MAIN
F
LAYER
G
H
LEFT
I
J
Selecteer het gewenste woord of onderwerp
met behulp van de [DATAENTRY] dial en
druk vervolgens op de [ENTER] knop of
nummer knoppen ([1▼], [2▼], enz.) om
deze op te roepen.
ENTER
EXIT
END
Keer terug naar het MAIN
scherm.
PSR-2000/1000/A1000
53
Voices
De PSR-2000/1000/A1000 geeft u een enorme selectie aan authentieke voices, inclusief verscheidene
toetsenbordinstrumenten, strijkers en blazers — en nog veel, veel meer.
VOICE
PIANO & HARPSI.
E.PIANO
ORGAN &
ACCORDION
BASS
BRASS
WOODWIND
SYNTH.
XG
GUITAR
SONG
STRINGS
TRACK
2
EXTRA
TRACKS
TRACK
1
METRONOME
REPEAT
CHOIR & PAD
(STYLE)
(L)
(R)
TOP
REC
NEW SONG
STYLE
POP & ROCK
START/STOP
PERCUSSION
REW
BACK
SYNC. START
BALLROOM
MARCH &
WALTZ
DANCE
LATIN
USER
A
F
B
G
C
H
D
I
LAYER
PART
LEFT
MENU
DEMO
MIN
STYLE CONTROL
ACMP
BREAK
MAIN
WOODWIND
SYNTH.
XG
VH TYPE
SELECT
MIC.
SETTING
VOCAL
HARMONY
TALK
EFFECT
ONE TOUCH SETTING
BALANCE
ENTER
DIRECT
ACCESS
EXIT
CHANNEL ON/OFF
SYNC.
STOP
CHOIR & PAD
ORGAN FLUTES
SIGNAL
FUNCTION
MAX
AUTO
FILL IN
BRASS
VARIATION
PERCUSSION
OVER
STOP
ENDING
/ rit.
INTRO
BASS
DSP
RESET
MIC.
RESET
MULTI PAD
FADE
IN/OUT
STANDBY
ON
ORGAN &
ACCORDION
MUSIC
FINDER
HELP
RESET
HARMONY/
MONO
ECHO
SUSTAIN
E.PIANO
UPPER OCTAVE
J
E
TEMPO
MASTER VOLUME
GUITAR
STRINGS
USER
TAP TEMPO
TRANSPOSE
TOUCH
MAIN
DIGITAL RECORDING
SWING &
JAZZ
ORGAN FLUTES
VOICE EFFECT
LEFT
HOLD
PIANO & HARPSI.
MIXING CONSOLE
BALLAD
USER
NEXT
VOICE
DIGITAL
STUDIO
SOUND CREATOR
FF
1
2
3
4
5
6
7
8
REGISTRATION MEMORY
PART
SYNC.
START
START/STOP
DATA ENTRY
OTS
LINK
FREEZE
MEMORY
Een voice selecteren
1
Druk op de [MAIN] knop om het MAIN gedeelte aan te zetten en druk vervolgens op
de [F] knop op om het menu voor het selecteren van de MAIN voice op te roepen.
MAIN
Zet MAIN aan.
OPM.
De voice die u hier selecteert,
behoort toe aan de MAIN
part, en wordt de MAIN voice
genoemd. (Zie blz. 56 voor
meer informatie.)
F
LAYER
U wilt de MAIN voice
helemaal apart horen —
zorg er dus voor dat de
LAYER en LEFT parts
zijn uitgezet.
G
LEFT
H
I
J
2
VOICE
PIANO & HARPSI.
GUITAR
STRINGS
USER
54
OPM.
Selecteer de gewenst voicegroep.
PSR-2000/1000/A1000
E.PIANO
ORGAN &
ACCORDION
BASS
BRASS
WOODWIND
SYNTH.
XG
CHOIR & PAD
ORGAN FLUTES
PERCUSSION
Als u een voicegroep
selecteert, wordt automatisch
de laatst geselecteerde voice
geselecteerd.
Voices
3
OPM.
Geeft aan dat de display voor het selecteren van de MAIN voice is (blz. 25).
BACK
3-1
A
F
B
G
C
H
D
I
E
J
NEXT
Selecteer de
geheugenlocatie van de
voice (PRESET
/USER/FLOPPY
DISK).
Een voice selecteren
selecteert automatisch het
meest geschikte effect en
overige instellingen voor die
bepaalde voice. U kunt dit
uitschakelen zodat de instellingen niet automatisch worden geselecteerd (blz. 143).
OPM.
U kunt instellen in welke
mate het volume van de
voice wijzigt afhankelijk van
uw speelsterkte (blz. 141).
OPM.
3-3
3-2
Selecteer
de verscheidene
pagina’s in de
huidige
voicegroep.
Selecteer de
voice.
Druk hierop om de demo
van de geselecteerde
voice te starten. U kunt de
demo op elk gewenst
moment stoppen door
Druk hierop om de display voor het selecteren van de voicegroep op te roepen. nogmaals op deze knop
te drukken.
1
2
3
4
5
6
7
8
Kijk, voor een overzicht van
de beschikbare voices, naar
de afzonderlijke Data List
(apart engelstalig boekje).
OPM.
U kunt instellen of de voicebank en programmawijzigingsnummers (“MSB-LSB-Programmawijzigingsnummer” rechts
boven de voicenaam) wordt
aangegeven of niet (blz. 149).
OPM.
4
Bespeel het toetsenbord om de
geselecteerde voice te horen.
END
Druk hierop om
terug te keren EXIT
naar de MAIN
display.
XG is een enorme verbetering
van het GM System Level 1
format, en is speciaal door
Yamaha ontwikkeld om in meer
voices en variaties, alsook in een
sterk verbeterde expressieve
besturing van de voices en
effecten te voorzien, en om
compatibiliteit met te data tot ver
in de toekomst veilig te stellen.
Voice Karakteristieken
Het voicetype en zijn bepalende karakteristieken zijn aangeven boven de voicenaam.
Live! (alleen op de PSR-2000)
Deze akkoestische instrumentgeluiden zijn in stereo gesampled, om een echt authentiek, rijk geluid voort te
brengen — vol sfeer en ambience.
Cool!
Deze voices bevatten de dynamische motieven en subtiele nuances van elektrische instrumenten — dankzij een
kollosale hoeveelheid geheugen en wat zeer geavanceerd programmeren.
Sweet!
Deze akkoestisch instrumentgeluiden profiteren ook van Yamaha’s geavanceerde technologie — en beschikken
over een geluid dat zo precies gedetailleerd en natuurlijk is, dat u zou zweren dat u een echte bespeelt!
Drum
Verscheidene drum en percussie geluiden zijn aan afzonderlijke toetsen toegewezen, waardoor u de geluiden via
het toetsenbord kunt bespelen.
SFX
Verscheidene speciale effectgeluiden zijn aan afzonderlijke toetsen toegewezen, waardoor u de geluiden via het toetsenbord kunt bespelen.
Organ Flutes! (alleen op de PSR-2000)
Deze authentieke orgelvoice laat u de Sound Creator gebruiken om de verscheidene voetmaten aan te passen en
uw eigen originele orgelgeluiden te vervaardigen.
Keyboard Percussion
Als één van de drums van de SFX kits is geselecteerd in de PERCUSSION voicegroep, zijn verscheidene drum,
percussie en speciale effectgeluiden toegewezen aan afzonderlijke toetsen, waardoor u de geluiden via het
toetsenbord kunt bespelen. De verscheidene drum- en percussie-instrumenten van de Standard Kit zijn aangeven
door symbolen onder de toegewezen toetsen. Houd in gedachte dat ofschoon verschillende kits over verschillende
geluiden beschikken, enkele geluiden met dezelfde namen in verschillende kits identiek zijn.
Kijk naar de afzonderlijke Engelstalige Data List (Drum/key Assignment List) voor een overzicht van de geluiden in elke drum/SFX kit.
PSR-2000/1000/A1000
55
Voices
Layer/Left — Verscheidene geluiden tegelijkertijd spelen
De PSR-2000/1000/A1000 laat u drie voices instellen voor gelijktijdige bespeling: MAIN, LAYER en LEFT. Door deze
drie effectief te combineren, kunt u rijke gestructureerde, multi-instrumentale setups voor uw spel creëren.
MAIN
LAYER
SONG
EXTRA
TRACKS
TRACK
2
TRACK
1
(L)
(R)
(STYLE)
TOP
REC
NEW SONG
STYLE
POP & ROCK
METRONOME
REPEAT
START/STOP
REW
BACK
SYNC. START
PIANO & HARPSI.
A
F
B
G
C
H
D
I
E
J
DIGITAL RECORDING
SWING &
JAZZ
BALLROOM
MARCH &
WALTZ
DANCE
LATIN
USER
PART
MENU
DEMO
TOUCH
LAYER
LEFT
GUITAR
STRINGS
RESET
RESET
MIN
ACMP
BREAK
MAIN
INTRO
STANDBY
ON
SYNC.
START
XG
ORGAN FLUTES
VH TYPE
SELECT
MIC.
SETTING
VOCAL
HARMONY
TALK
EFFECT
SIGNAL
ONE TOUCH SETTING
BALANCE
ENTER
DIRECT
ACCESS
EXIT
CHANNEL ON/OFF
SYNC.
STOP
AUTO
FILL IN
WOODWIND
SYNTH.
RESET
MIC.
FUNCTION
MAX
ENDING
/ rit.
BRASS
VARIATION
PERCUSSION
OVER
STOP
MULTI PAD
FADE
IN/OUT
STYLE CONTROL
BASS
DSP
LEFT
UPPER OCTAVE
HELP
MASTER VOLUME
ORGAN &
ACCORDION
CHOIR & PAD
USER
TEMPO
E.PIANO
MUSIC
FINDER
TAP TEMPO
TRANSPOSE
HARMONY/
MONO
ECHO
SUSTAIN
MAIN
MIXING CONSOLE
BALLAD
VOICE EFFECT
LEFT
HOLD
VOICE
DIGITAL
STUDIO
SOUND CREATOR
FF
NEXT
1
2
3
4
5
6
7
8
REGISTRATION MEMORY
PART
START/STOP
OTS
LINK
DATA ENTRY
FREEZE
MEMORY
Een layer van twee voices bespelen
LAYER part
Twee voices afzonderlijk bespelen — op het
linker en rechter gedeelte van het toetsenbord
MAIN part
Splitpunt
LEFT part
MAIN part
Linker bereik
Drie verschillende voices bespelen — één
in het linker gedeelte van het toetsenbord,
plus een layer van twee voices rechts
Rechter bereik
LAYER part
Splitpunt
LEFT part
MAIN part
Linker bereik
Rechter bereik
Layer — Twee verschillende voices stapelen (layeren)
1
OPM.
Druk hierop om
de LAYER functie
aan te zetten.
Druk de knop nogmaals in om hem
weer uit te zetten.
MAIN
2
Selecteer Layer met de [G] knop. Druk op dezelfde knop
om de VOICE display op te roepen, waarvandaan u kunt de
specifieke voice, die u in een layer met de Main voice wilt
bespelen, kunt selecteren. De hiergebruikte methode
voor het selecteren van een voice is hetzelfde als die
bij de VOICE (MAIN) display (blz. 54).
LAYER
Er is een alternatieve manier
voor het snel selecteren van
zowel de MAIN als de LAYER
voices op het paneel: Druk,
terwijl u één paneel voice
knop ingedrukt houdt, op een
tweede voice knop. De eerst
geselecteerde voice wordt de
MAIN voice, en de tweede
wordt de LAYER.
LEFT
F
G
H
I
J
Druk hierop
ND om terug te
keren naar de
MAIN display.
E
EXIT
56
PSR-2000/1000/A1000
Voices
Left — Afzonderlijke voices instellen voor het linker en rechter gedeelte van het toetsenbord
1
2
Zet LEFT AAN.
Druk nogmaals
om hem op UIT te
zetten.
MAIN
OPM.
Selecteer LEFT met de [H] knop. Druk op dezelfde
knop om de VOICE display op te roepen, waarvandaan
u de specifieke voice, die u links wilt bespelen, kunt
selecteren. Het selecteren van de voice gaat op dezelfde
manier als bij het VOICE (MAIN) scherm (blz. 54).
LAYER
OPM.
Elk gedeelte (MAIN, LAYER en
LEFT) kan zijn eigen volume
instelling hebben (blz. 61).
OPM.
LEFT
F
U kunt ook de LAYER en
LEFT functies samen
gebruiken, om een combinatie layer/split te creëren. Om
dit te doen, stelt u de afzonderlijke voices voor het linker
en rechter gedeelte van het
toetsenbord in (zoals
aangeven), en stelt u een
layer van twee verschillende
voices in voor rechts.
G
H
I
J
EXIT
END
Het splitpunt kan vrij worden
ingesteld op elke
willekeurige toets van het
toetsenbord. (blz. 138).
Druk hierop om
terug te keren naar
de MAIN display.
Voice effecten toepassen
Dit gedeelte van het paneel laat u een verscheidenheid aan effecten aan de voices die u het toetsenbord speelt toevoegen.
VOICE EFFECT
LEFT
HOLD
SONG
EXTRA
TRACKS
TRACK
2
TRACK
1
(L)
(R)
(STYLE)
REC
TOP
NEW SONG
STYLE
POP & ROCK
TOUCH
REW
SYNC. START
BALLROOM
MARCH &
WALTZ
DANCE
LATIN
USER
VARIATION
PART
MENU
DEMO
NEXT
VOICE EFFECT
LEFT
HOLD
TOUCH
PIANO & HARPSI.
A
F
B
G
C
H
D
I
E
J
LAYER
LEFT
GUITAR
STRINGS
USER
TEMPO
RESET
RESET
MIN
ACMP
BREAK
MAIN
INTRO
STANDBY
ON
OTS
LINK
SYNC.
START
CHOIR & PAD
WOODWIND
SYNTH.
XG
ORGAN FLUTES
VH TYPE
SELECT
MIC.
SETTING
VOCAL
HARMONY
TALK
EFFECT
SIGNAL
ONE TOUCH SETTING
BALANCE
ENTER
DIRECT
ACCESS
EXIT
CHANNEL ON/OFF
SYNC.
STOP
AUTO
FILL IN
BRASS
VARIATION
PERCUSSION
RESET
MIC.
FUNCTION
MAX
ENDING
/ rit.
BASS
DSP
OVER
STOP
MULTI PAD
FADE
IN/OUT
STYLE CONTROL
ORGAN &
ACCORDION
UPPER OCTAVE
HELP
MASTER VOLUME
E.PIANO
MUSIC
FINDER
TAP TEMPO
TRANSPOSE
HARMONY/
MONO
ECHO
SUSTAIN
VOICE
MAIN
DIGITAL RECORDING
SWING &
JAZZ
DSP
BACK
DIGITAL
STUDIO
SOUND CREATOR
FF
MIXING CONSOLE
BALLAD
HARMONY/
MONO
ECHO
METRONOME
REPEAT
START/STOP
SUSTAIN
1
2
3
4
5
6
7
8
REGISTRATION MEMORY
PART
START/STOP
DATA ENTRY
FREEZE
MEMORY
Druk op één van de effect knoppen om de corresponderende effecten aan te zetten. Druk er nogmaals
op om het effect weer uit te zetten. Zie voor een uitleg van elk van de effecten, hieronder.
■ TOUCH
Deze knop zet de touch response (aanslaggevoeligheid) van het toetsenbord aan of uit. Als dit is ingesteld op uit, wordt
hetzelfde volume geproduceerd onafhankelijk van hoe hard of hoe zacht u op het toetsenbord speelt.
■ SUSTAIN
Als deze Sustain eigenschap aan is, hebben alle noten die op het toetsenbord worden gespeeld een langere sustain
(uitsterftijd). U kunt ook de Sustain diepte instellen (blz. 90).
■ DSP
De PSR-2000/1000/A1000 beschikt over een verscheidenheid aan dynamische
ingebouwde digitale effecten, die u het geluid op verscheidene manieren laat bewerken.
U kunt DSP gebruiken om de voices op subtiele manieren te verbeteren — zoals door
chorus toe te passen om levendigheid en diepte toe te voegen, of een symphonisch effect
om het geluid warmte en rijkheid te geven. DSP heeft ook effecten zoals distortion, die
het karakter van het geluid compleet kunnen veranderen.
OPM.
De DSP en VARIATION effect
types en hun diepte kan worden
geselecteerd en aangepast in
de MIXING CONSOLE display
(blz. 124).
PSR-2000/1000/A1000
57
Voices
■ VARIATION
Deze regelaar wijzigt de Variation effect instellingen, waardoor u enkele aspecten van het effect kunt veranderen,
afhankelijk van het geselecteerde type. Als voorbeeld: als het Rotary Speaker effect is geselecteerd (blz. 124), kunt u
hiermee de draaisnelheid tussen langzaam en snel schakelen.
■ HARMONY/ECHO
OPM.
Deze regelaar voegt Harmony of Echo effecten toe aan de voices die in het rechterhand
gedeelte van het toetsenbord worden bespeeld (blz. 143).
Het Portamento effect creëert
een vloeiende toonhoogte
overgang tussen achter elkaar
gespeelde noten.
■ MONO
Deze regelaar bepaalt of de voice monofoon (slechts een noot tegelijkertijd) of polyfoon
voor elke part (MAIN/LAYER/LEFT) wordt gespeeld. Dit is ingesteld op MONO als de
lamp aan is, en is ingesteld op polyfoon als de lamp uit is. Als het ingesteld is op MONO,
zal alleen de laatst gespeelde noot klinken. Hierdoor kunt u blaasintrument voices
realistischer laten klinken. Afhankelijk van de geselecteerde voice, zal de MONO
instelling u ook het Portamento effect effectief laten gebruiken, als u legato speelt.
■ LEFT HOLD
Deze functie zorgt ervoor dat de voice van het linker gedeelte wordt vastgehouden, zelfs
als de toetsen worden losgelaten — hetzelfde effect als wanneer de sustain pedaal wordt
ingedrukt. Deze functie is vooral effectief als deze bij de automatische begeleiding wordt
gebruikt. Als u bijvoorbeeld een akkoord speelt en loslaat in het automatische
begeleidingsgedeelte van het toetsenbord (met LEFT aan en de Left voice ingesteld op
strings), zal de strings part sustain krijgen, waardoor een natuurlijk rijkheid aan het totale
begeleidingsgeluid wordt toegevoegd.
U kunt speciale nadruk aan de
melodielijnen die u bij akkoorden
speelt toevoegen, door de Layer
functie te gebruiken met een
monofone voice. Stel de Main
voice in om polyfoon te spelen
en stel de Layer voice in op
monofoon spel (MONO). In dit
geval, zal de melodie die u speelt
— inclusief de bovenste noten
van elke van de akkoorden —
monofoon klinken.
Probeer dit eens uit met de
volgende voices.
MAIN voice: Brass Section
(polypfoon) + LAYER voice:
Sweet Trump (monofoon)
PITCH BEND wiel & MODULATION wiel
Gebruik het PSR-2000/1000/A1000 PITCH
BEND wiel om de toonhoogte te verhogen
(draai het wiel van u af) of te verlagen (draai
het wiel naar u toe) terwijl u het toetsenbord
bespeelt. Het PITCH BEND wiel is zelfcentrerend en zal automatisch terugkeren naar
de normale toonhoogte als deze wordt
losgelaten.
De Modulatie functie (alleen PSR-2000)
voegt een vibrato effect toe aan de noten die
worden gespeeld op het toetsenbord. Het
MODULATION wiel helemaal naar u toe
draaien, maakt de diepte van het effect
minimaal, terwijl van u af draaien het
maximaal maakt.
PITCH BEND
OPM.
Het maximum pitch bend
bereik kan worden gewijzigd
(blz. 123).
MODULATION
OPM.
Om per ongeluk toepassen
van modulatie te voorkomen,
stelt u de diepte in op
minimaal.
De octaaf instelling aanpassen
De [UPPER OCTAVE] knop maakt het u mogelijk de MAIN en LAYER parts tegelijkertijd
een octaaf omhoog of omlaag te transponeren.
UPPER OCTAVE
RESET
58
PSR-2000/1000/A1000
OPM.
Meer gedetailleerde octaafgerelateerde instellingen voor
elke van de parts kunnen
worden gemaakt door de
MIXING CONSOLE functie te
gebruiken (blz. 123).
Stijlen
De PSR-2000/1000/A1000 beschikt ook over stijlen (begeleidingspatronen) in een bonte mengeling aan verschillende
muzikale genres inclusief pop, jazz, latin en dance. om ze te gebruiken is het enige dat u hoeft te doen akkoorden
spelen met uw linkerhand en de geselecteerde begeleidingsstijl (style) die past bij uw muziek zal automatisch
meespelen, daarbij onmiddellijk de akkoorden volgend die u speelt. Probeer eens enkele van de verschillende stijlen te
selecteren (zie de afzonderlijke engelstalige Data List (Style List) ) en er mee te spelen.
STYLE CONTROL
ACMP
MAIN
SYNC.
STOP
ENDING
/ rit.
INTRO
BREAK
SONG
EXTRA
TRACKS
TRACK
2
TRACK
1
(L)
(R)
(STYLE)
REC
TOP
NEW SONG
STYLE
POP & ROCK
METRONOME
REPEAT
REW
START/STOP
BACK
SYNC. START
BALLROOM
MARCH &
WALTZ
DANCE
LATIN
USER
TOUCH
PIANO & HARPSI.
A
F
B
G
C
H
D
I
DIGITAL RECORDING
SWING &
JAZZ
VOICE EFFECT
LEFT
HOLD
LAYER
PART
LEFT
GUITAR
STRINGS
USER
MENU
DEMO
E
TRANSPOSE
TEMPO
RESET
RESET
MIN
MAIN
BREAK
ACMP
SYNC.
START
WOODWIND
SYNTH.
XG
VH TYPE
SELECT
MIC.
SETTING
VOCAL
HARMONY
TALK
EFFECT
SIGNAL
ONE TOUCH SETTING
ENTER
EXIT
CHANNEL ON/OFF
SYNC.
STOP
AUTO
FILL IN
BRASS
CHOIR & PAD
ORGAN FLUTES
OVER
BALANCE
DIRECT
ACCESS
MAX
ENDING
/ rit.
INTRO
BASS
PERCUSSION
RESET
MIC.
FUNCTION
FADE
IN/OUT
STYLE CONTROL
VARIATION
ORGAN &
ACCORDION
MUSIC
FINDER
HELP
STOP
MULTI PAD
STANDBY
ON
DSP
E.PIANO
UPPER OCTAVE
J
TAP TEMPO
MASTER VOLUME
HARMONY/
MONO
ECHO
SUSTAIN
START/STOP
MAIN
MIXING CONSOLE
BALLAD
NEXT
VOICE
DIGITAL
STUDIO
SOUND CREATOR
FF
SYNC.
START
OTS
LINK
AUTO
FILL IN
1
2
3
4
5
6
7
8
REGISTRATION MEMORY
PART
START/STOP
DATA ENTRY
OTS
LINK
FREEZE
MEMORY
Een stijl spelen
1
SONG
EXTRA
TRACKS
TRACK
2
TRACK
1
(L)
(R)
(STYLE)
TOP
REC
NEW SONG
METRONOME
REPEAT
START/STOP
REW
SYNC. START
STYLE
SWING &
JAZZ
POP & ROCK
BACK
STYLE
DIGITAL
STUDIO
SOUND CREATOR
FF
POP & ROCK
DANCE
A
F
B
G
DIGITAL RECORDING
LATIN
TOUCH
H
C
STRINGS
LEFT
PART
D
MENU
DEMO
E
USER
STYLE CONTROL
ACMP
MAIN
BREAK
STOP
SYNC.
STOP
MARCH &
WALTZ
MIC.
SETTING
VOCAL
HARMONY
TALK
USER
EFFECT
ONE TOUCH SETTING
BALANCE
ENTER
DIRECT
ACCESS
SYNC.
START
UPPER OCTAVE
LATIN
VH TYPE
SELECT
SIGNAL
EXIT
CHANNEL ON/OFF
AUTO
FILL IN
XG
RESET
MIC.
FUNCTION
MAX
ENDING
/ rit.
INTRO
WOODWIND
SYNTH.
OVER
MULTI PAD
STANDBY
ON
BRASS
ORGAN FLUTES
MUSIC
FINDER
RESET
FADE
IN/OUT
MIN
BASS
CHOIR & PAD
DANCE
J
HELP
MASTER VOLUME
VARIATION
PERCUSSION
I
BALLAD
TEMPO
RESET
DSP
ORGAN &
ACCORDION
USER
TAP TEMPO
TRANSPOSE
HARMONY/
MONO
ECHO
SUSTAIN
E.PIANO
BALLROOM
GUITAR
LAYER
MIXING CONSOLE
BALLAD
VOICE EFFECT
LEFT
HOLD
VOICE
PIANO & HARPSI.
MARCH &
WALTZ
BALLROOM
NEXT
SWING &
JAZZ
MAIN
1
2
3
4
5
6
7
8
REGISTRATION MEMORY
PART
START/STOP
DATA ENTRY
OTS
LINK
FREEZE
MEMORY
OPM.
2
BACK
A
F
B
G
C
H
D
I
E
J
1
2
3
4
5
6
7
8
NEXT
2-1
Selecteer een
locatie (Preset,
User, Floppy Disk)
voor het opslaan
van de stijl.
2-2
Selecteer een stijl.
Kijk voor een overzicht
van de beschikbare
begeleidingsstijlen, naar
de afzonderlijke engelstalige Data List.
Als u de display van een lagere directory
heeft geopend, laat deze knop (UP) u de
directory erboven oproepen, waar
vandaan u stijlgroepen kunt selecteren.
PSR-2000/1000/A1000
59
Stijlen
3
Als de [ACMP] knop is ingesteld op aan, kunt akkoorden spelen/aangeven via het
automatische begeleidingsgedeelte van het toetsenbord. (Afhankelijk van de
instellingen, kan dit het bereik zijn van de Left voice, of het gehele toetsenbord.)
STYLE CONTROL
ACMP
MAIN
BREAK
INTRO
ENDING
/ rit.
SYNC.
STOP
AUTO
FILL IN
4
START/STOP
OTS
LINK
Zet SYNC. (SYNCHRONIZED) START aan.
STYLE CONTROL
ACMP
SYNC.
START
MAIN
BREAK
INTRO
SYNC.
STOP
ENDING
/ rit.
AUTO
FILL IN
OPM.
U kunt het toetsbereik voor
de automatische begeleiding
instellen (blz. 138).
OPM.
SYNC.
START
START/STOP
OTS
LINK
Sync. Start
Dit aanzetten stelt u in staat
de stijl gewoon te starten
door het toetsenbord te
bespelen.
OPM.
5
Zodra u een akkoord in het automatische begeleidingsgedeelte speelt, begint de stijl.
Zie voor details over akkoord vingerzettingen blz. 62.
Splitpunt
Het tempo kan worden
aangepast met de TEMPO
[ ][ ] of [TAP TEMPO] knop.
Als u op de [TAP TEMPO] knop
tikt, zal het tempo worden
aangepast aan hetzelfde tempo
dat u tikt.
Automatisch begeleidingsgedeelte
• U kunt de ritmekanalen
(tracks) van de stijl starten
door op de [START/
STOP] knop te drukken.
• De ritmekanalen van de stijl
kunnen ook worden gestart
door op de [TAP TEMPO]
knop te tikken. Terwijl de
stijl stil staat, tikt u drie, vier
of vijf keer op de [TAP
TEMPO] knop (drie voor
een 3/4 maat, vier voor een
2/4 of 4/4 maat, vijf voor
een 5/4 maat).
OPM.
6
Stop de stijl.
SYNC.
STOP
SYNC.
START
START/STOP
END
Zet ACMP uit.
STYLE CONTROL
ACMP
BREAK
INTRO
Als u gelijktijdig begeleidingsstijlen afspeelt met een song,
zullen de begeleidingsparts
die bij de song zijn opgenomen (kanalen 9 - 16) tijdelijk
worden vervangen door de
geselecteerde begeleidingsstijl — waardoor u verschillende begeleidingen bij de
song kunt uitproberen en
gebruiken (blz. 77).
Begeleidingsstijl karakteristieken
Het begeleidingsstijl type en zijn bepalende karakteristieken worden aangeven boven de stijlnaam.
Session!
Deze stijlen voorzien in een nog groter realisme en authentieke begeleiding door originele akkoordsoorten en -wijzigingen te mengen, alsook
speciale riffs met akkoordwijzigingen, met de Main gedeelten. Deze zijn geprogrammeerd om “te kruiden” en een professionele touch aan
uw spel van bepaalde songs en aan bepaalde genres toe te voegen. Het gevolg hiervan kan zijn dat de stijlen niet per se geschikt — of zelfs
harmonisch correct — zijn voor alle songs en voor alle akkoorden die gespeeld worden. In enkele gevallen bijvoorbeeld, kan het spelen van
een eenvoudige mineur drieklank resulteren in een septiem akkoord, of het spelen van een on-bass akkoord kan resulteren in een onjuiste of
onverwachte begeleiding.
Piano Combo! (Floppy Disk)
Deze begeleidingsstijlen beschikken over een basis piano trio (piano, bas en drums), in enkele gevallen aangevuld met andere instrumenten.
Aangezien dit klinkt als een klein combo, is de begeleiding gepast eenvoudig, waardoor deze bruikbaar en effectief is voor een grote
verscheidenheid aan songs.
60
PSR-2000/1000/A1000
Stijlen
Alleen de ritmekanalen van een stijl afspelen
OPM.
1
De ritmekanalen maken
deel uit van de stijlen. Elke
stijl heeft verschillende
ritmepatronen.
Selecteer een stijl (blz. 59).
OPM.
2
U kunt het ritme ook
gewoon starten door een
toets op het toetsenbord te
bespelen, als Sync Start
aan staat (zet de
[SYNC.START] knop aan).
Het ritme begint.
STYLE CONTROL
ACMP
BREAK
MAIN
INTRO
ENDING
/ rit.
SYNC.
STOP
AUTO
FILL IN
SYNC.
START
START/STOP
OTS
LINK
Zet uit.
3
Meespelen met het afspelen van het ritme.
Het tempo kan worden aangepast met de TEMPO [ ][ ] of [TAP TEMPO] knoppen.
Als u op de [TAP TEMPO] knop tikt, zal het tempo worden aangepast aan
hetzelfde tempo dat u tikt.
END
Druk nogmaals op de STYLE [START/
STOP] knop om het ritme afspelen te
stoppen.
De volumebalans/kanaalonderdrukking (mute) aanpassen
BALANCE display
MULTI PAD part
MIC part (alleen PSR-2000)
Roept de
BALANCE
display op.
STYLE part (Automatische
begeleidingsgedeelte)
SONG part
BALANCE
Parts die gespeeld worden
vanaf het toetsenbord
(MAIN/LAYER/LEFT)
Past het uitgangsniveau van de part aan.
CHANNEL ON/OFF
OPM.
PART
Roept de
Channel ON/
OFF display
op.
CHANNEL ON/OFF display
Roep de STYLE display op door op de [CHANNEL ON/OFF] knop te
drukken, en zet dan het instrument dat u wilt annuleren uit.
Kanaal
Verwijst naar het MIDI
kanaal in de song data (blz.
157). De kanalen zijn
toegewezen zoals hieronder
aangegeven.
Song
1 - 16
Begeleidingsstijl
9 - 16
PSR-2000/1000/A1000
61
Stijlen
Akkoord Fingerings
Het afspelen van de stijl kan worden bestuurd door de akkoorden die u links van het splitpunt speelt. Er zijn 7 soorten
vingerzettingen, zoals hieronder wordt beschreven. Ga naar de CHORD FINGERING pagina (blz.139) en selecteer de
akkoord vingerzettingen. De pagina laat zien hoe de akkoorden met uw linkerhand te spelen.
SINGLE FINGER
Single Finger begeleiding maakt het makkelijk om een prachtig georchestreerde begeleiding te produceren met majeur,
septiem, mineur en mineur-septiem akkoorden, door een minimum aantal toetsen te bespelen in het begeleidingsgedeelte
van het toetsenbord. De ingekorte akkoordvingerzettingen die hieronder worden beschreven worden gebruikt.
Voor een majeur akkoord, drukt u alleen op de
grondtoon toets.
Voor een mineur akkoord, drukt u tegelijkertijd op de
grondtoon toets en een zwarte toets links daarvan.
Voor een septiem akkoord, drukt u tegelijkertijd op
de grondtoon toets en een witte toets links daarvan.
Voor een mineur-septiem akkoord, drukt u tegelijkertijd op de
grondtoontoets en een witte en een zwarte toets links daarvan.
MULTI FINGER
De Multi Finger mode detecteert automatisch Single Finger of Fingered Akkoord
vingerzettingen, zodat u beide types kunt gebruiken zonder de vingerzettingmode om te
hoeven schakelen. Als u een mineur, septiem, of mineur-septiem akkoorden wilt spelen en
de SINGLE FINGER bediening wilt gebruiken in de Multi Finger mode, druk dan altijd op
de witte/zwarte toets(en) die zich het dichtst bij de grondtoon van het akkoord bevinden.
FINGERED
Deze mode laat u een begeleiding produceren door volledige akkoorden in het
automatische begeleidingsgedeelte van het toetsenbord te spelen. De Fingered mode
herkent de verscheidene akkoordsoorten opgesomd op de volgende bladzijde.
FINGERED ON BASS
Deze mode accepteert dezelfde vingerzettingen als de FINGERED mode, maar de laagste noot
die in het automatische begeleidingsgedeelte van het toetsenbord wordt gespeeld, wordt
gebruikt als de basnoot, waardoor u “on bas” akkoorden kunt spelen. Om bijvoorbeeld een Cop-E akkoord aan te geven, speelt u een C majeur akkoord met de E als de laagste noot (E, G, C).
FULL KEYBOARD
Deze methode detecteert akkoorden in het gehele toetsbereik. Akkoorden worden
gedetecteerd op een manier die overeenkomt met Fingered, zelfs als u een split gebruikt
tussen uw linker- en rechterhand — als u bijvoorbeeld een basnoot speelt met uw
linkerhand en een akkoord met uw rechterhand, of als u een akkoord speelt met uw
linkerhand en een melodie met uw rechterhand.
AI FINGERED
Deze mode is in principe gelijk aan FINGERED, met uitzondering van het feit dat er minder dan drie noten
kunnen worden gespeeld om het akkoord aan te geven (gebaseerd op het voorgaand gespeelde akkoord, enz.).
OPM.
Akkoord detectie in de AI Full
Keyboard Mode vindt plaats
met intervallen van ongeveer
een achtste noot. Extreem
korte akkoorden — minder dan
een 8e noot in lengte — kunnen niet worden gedetecteerd.
OPM.
In Full Keyboard Mode, worden akkoorden gedetecteerd
op basis van de laagste en
de één na laagste noot die u
speelt. Als de twee laagste
noten binnen een enkele
octaaf vallen, bepalen deze
twee noten het akkoord. Als
de laagste noot en de één na
laagste noot meer dan een
octaaf uit elkaar liggen, wordt
de laagste noot de bas en het
akkoord wordt bepaalt door
de één na laagste noot en de
andere noten die in hetzelfde
octaaf worden gespeeld.
OPM.
AI
Artificial Intelligence
(kunstmatige intelligentie)
AI FULL KEYBOARD
Als deze geavanceeerde automatische begeleidingsmode wordt geactiveerd, zal de PSR-2000/1000/A1000 automatisch een
passende begeleiding creëren, terwijl het bijna niet uitmaakt wat u speelt, waar dan ook op het toetsenbord, met beide handen. U
hoeft zich geen zorgen te maken over het aangeven van de beleidingsakkoorden. Ofschoon de AI Full Keyboard mode is
ontworpen om met vele songs te werken, kan het zijn dat enkele arrangementen niet geschikt zijn voor gebruik met deze functie.
Deze mode is gelijk aan FULL KEYBOARD, met uitzondering van het feit dat er minder dan drie noten kunnen worden gespeeld om de
akkoorden aan te geven (gebaseerd op het voorgaand gespeelde akkoord, enz.). 9e en 11e akkoorden kunnen niet worden gespeeld.
62
PSR-2000/1000/A1000
Stijlen
Akkoordsoorten die herkend worden in de Fingered Mode (Voorbeelden van “C” akkoorden)
CmM7
CmM7 9
(
)
(
(
C5
CM7 5
Cm7 9
Cm7 11
)
CM7aug
11
(
Caug
CM7
)
Csus4
CM7 9
CM7
)
C6
)
C9
(
C6 9
C
Cm9
Cm6
Cm7
Cm7 5
CmM7 5
Cdim
Cdim7
C7
C7 13
C7
9
C7 5
C7aug
C7sus4
Normale Ligging
Displayvoorgrondtoon“C”
Majeur [M]
1-3-5
C
None [9]
1-2-3-5
C9
Sext [6]
1 - (3) - 5 - 6
C6
Sext met toegevoegde none [69]
1 - 2 - 3 - (5) - 6 of 3 - 6 - 2*
C69
Majeur septiem [M7]
1 - 3 - (5) - 7
CM7
Majeur septiem met toegevoegde none [M79]
1 - 2 - 3 - (5)j - 7
Majeur septiem met overmatige undecime [M7 11] 1 - (2) - 3 - 4 - 5 - 7 of 1 - 2 - 3 - 4 - (5) - 7
Verminderde kwint [ 5]
1 - 3 - 5
5
Majeur septiem met verminderde kwint [M7 ] 1 - 3 - 5 - 7
Toegevoegde kwart [sus4]
Vermeerderde majeur septiem [M7aug]
Mineur [m]
Mineur none [m9]
Mineur sext [m6]
1-4-5
1-3- 5
1 - (3) - 5 - 7
1- 3-5
1 - 2 - 3 - 5
1 - 3 - 5 - 6
Mineur septiem [m7]
1 - 3 - (5) - 7
9
Mineur septiem met toegevoegde none [m7 ] 1 - 2 - 3 - (5) - 7 of 3 - 7 - 2
Mineur septiem undecime [m711]
1 - (2) - 3 - 4 - 5 - ( 7)
Mineur majeur septiem [mM7]
1 - 3 - (5) - 7
Mineur majeur septiem met toegevoegde none [mM79] 1 - 2 - 3 - (5) - 7
Mineur septiem met verminderde kwint[m7 5] 1 - 3 - 5 - 7
Mineur majeur septiem verminderde kwint [mM7 5] 1 - 3 Verminderd [dim]
1 - 3 Verminderd septiem [dim7]
Septiem [7]
Septiem verminderde none [7 9]
Septiem toegevoegde verminderde
tredecime [7 13]
)
(
)
(
)
(
(
)
(
)
)
(
Akkoordnaam [Afkorting]
Vermeerderd [aug]
Csus2
(
)
11
(
C7
C7 13
C7 9
)
)
(
)
(
C7 9
(
(
)
)
(
)
Cm
CM79
CM7 11
C 5
CM7 5
Csus4
Caug
CM7aug
Cm
Cm9
Cm6
Cm7
Cm79
Cm711
CmM7
CmM79
Cm7 5
5 - 7
CmM7 5
5
Cdim
1 - 3 - 5 - 6
1 - 3 - (5) - 7 of 1 - (3) - 5 - 7
1 - 2 - 3 - (5) - 7
1 - 3 - 5 - 6 - 7
Cdim7
C7
C7 9
C7 13
OPM.
• Noten tussen haakjes kunnen worden weggelaten.
• Als u drie willekeurige
aangrenzende toetsen
(inclusief de zwarte toetsen)
speelt, wordt het geluid van
het akkoord geannuleerd en
zullen alleen de ritme
instrumenten verder spelen
(Chord Cancel (=akkoord
annuleer) functie). Hierdoor
kunt u alleen het ritme laten
spelen.
• Het spelen van twee
dezelfde grondtonen in
aangrenzende octaven
geeft een op de grondtoon
gebaseerde begeleiding.
• Een reine kwint (1 + 5)
produceert een begeleiding
gebaseerd op de
grondtoon en de kwint.
• De automatische begeleidingsstijl zal soms niet veranderen als achtereen-volgens gerelateerde akkoorden worden gespeeld (bijv.
sommige mineur akkoorden gevolgd door de
mineur septiem).
• U kunt ook zorgen dat de
PSR-2000/1000/A1000 u
“leert” hoe de Fingered
akkoorden te spelen. Vanuit
de CHORD FINGERING
display (blz. 139), geeft u
het akkoord aan dat u wilt
leren, en de noten die
gespeeld moeten worden,
worden aangeven in de
display.
1 - 2 - 3 - (5) - 7 of 3 - 7 - 2*
C79
1 - (2) - 3 - 4 - 5 - 7 of 1 - 2 - 3 - 4 - (5) - 7 C7 11
Septime met toegevoegde tredicime [713] 1 - 3 - (5) - 6 - 7 of 3 - 6 - 7
C713
9
Septiem met toegevoegde vermeerderde none [7 ] 1 - 2 - 3 - (5) - 7
C7 9
Septiem verminderde kwint [7 5]
1 - 3 - 5 - 7
C7 5
Septiem met toegevoegde none [79]
Septiem overmatige undecime [7 11]
Septiem met toegevoegd kwart [7sus4]
1 - 3 - 5 - 7
1 - 4 - 5 - 7
C7sus4
Opgeschorte seconde [sus2]
1-2-5
Csus2
Vermeerderd septiem [7aug]
C7aug
* Alleen deze ligging (inversie) wordt herkend. Overige akkoorden die niet zijn voorzien van een asterisk kunnen in elke willekeurige inversie worden gespeeld.
PSR-2000/1000/A1000
63
Stijlen
De stijlpatronen arrangeren (SECTIES: MAIN A/B/C/D, INTRO, ENDING, BREAK)
De PSR-2000/1000/A1000 beschikt over verscheidene soorten van automatische
begeleidingsecties die u in staat stellen het arrangement van de stijl de variëren. Dit zijn: Intro,
Main, Break en Ending. Door daartussen te schakelen terwijl u speelt, kunt u makkelijk de
dynamisch elementen van een professional-klinkend arrangement maken in uw spel.
OPM.
U kunt deze functie ook
gebruik om alleen ritmes te
spelen (blz. 61).
OPM.
1
2
Selecteer een stijl (blz. 59).
2-1
Zet de ACMP functie aan.
STYLE CONTROL
ACMP
MAIN
BREAK
SYNC.
STOP
ENDING
/ rit.
INTRO
AUTO
FILL IN
2-3
2-2
3
SYNC.
START
START/STOP
OTS
LINK
Zet de SYNC. START functie aan.
Druk op de [INTRO] knop. Om de INTRO sectie te annuleren voordat
de stijl gestart wordt, drukt u nogmaals op de [INTRO] knop.
De intro sectie begint zodra u een toets speelt in het automatische
begeleidingsgedeelte van het toetsenbord, en gaat over in de Main sectie.
Splitpunt
Automatisch begeleidingsgedeelte
4
Main secties kunnen verschoven worden.
STYLE CONTROL
ACMP
MAIN
BREAK
INTRO
SYNC.
STOP
ENDING
/ rit.
AUTO
FILL IN
Druk op deze knop breaks toe te voegen.
64
PSR-2000/1000/A1000
OTS
LINK
SYNC.
START
START/STOP
• Als u op de [INTRO]
knop drukt, kunt u kunt
een intro sectie afspelen,
terwijl een begeleiding
speelt.
• Sectie knop indicaties —
[BREAK], [INTRO],
[MAIN, [ENDING]
knoppen
De LED is groen
— De sectie is niet
geselecteerd.
De LED is rood
— De sectie is
momenteel geselecteerd.
De LED is uit
— Geen sectie data; de
sectie kan niet worden
gespeeld.
• U kunt dynamisch het
niveau van de
begeleiding regelen door
zacht of hard de toetsen
in het automatische
begeleidingsgedeelte van
het toetsenbord te
bespelen(blz. 138).
• Als u op de [SYNC.
START] knop drukt, terwijl een begeleiding
speelt, zal de begeleiding
stoppen en de PSR2000/1000/A1000 zal in
de Synchronized Start
standby status gaan.
• U kunt de stijlsecties ook
wijzigen met behulp van
het pedaal (blz. 139).
• De Break sectie laat u
dynamisch variaties en
breaks in het ritme van
de begeleiding
toevoegen, om zo uw
spel nog professioneler te
laten klinken. Als u op de
[BREAK] knop drukt, terwijl een begeleiding
speelt, zal de fill-in gedurende één maat spelen.
• De indicator van de
bestemmingssectie (Main
A/B/C/D) zal knipperen
terwijl de Break speelt.
• Als de [AUTO FILLIN]
knop is ingesteld op aan
en de MAIN [A][B] [C][D]
knop wordt ingedrukt na
de laatste halve tel
(achtste noot) van de
maat, zal de fill-in vanaf
de volgende maat spelen.
Stijlen
OPM.
Hierdoor wordt naar de ending sectie geschakeld. Als de ending klaar is, stopt de
stijl automatisch. U kunt de ending geleidelijk laten vertragen (ritardando) door
nogmaals op dezelfde [ENDING/rit.] knop te drukken, terwijl de ending afspeelt.
5
STYLE CONTROL
ACMP
BREAK
MAIN
SYNC.
STOP
ENDING
/ rit.
INTRO
AUTO
FILL IN
SYNC.
START
START/STOP
OTS
LINK
Fade-in/Fade-out
De begeleidingsstijl beschikt ook over een handige Fade-in/Fade-out functie waarmee u
de begeleiding geleidelijk kunt in- en uitfaden. Om de stijl te beginnen met een fade-in,
drukt u op de [FADE IN/OUT] knop, en zet dan SYNC. START aan. Om de fade-in te
annuleren voordat de stijl begint, drukt u nogmaals op de knop.
Om de stijl uit te faden en te stoppen, drukt u op deze knop terwijl de stijl speelt. De tijd
van de Fade-in/Fade-out kan ook worden ingesteld (blz. 148).
Het afspelen van de stijl stoppen als u de toetsen loslaat (SYNC. STOP)
Als de Synchro Stop functie is geactiveerd, zal het afspelen van de stijl volledig stoppen als
u alle toetsen in het automatische begeleidingsgedeelte van het toetsenbord loslaat. Het
afspelen van de stijl zal weer beginnen zodra er een toets in het automatische
begeleidingsgedeelte wordt gespeeld.
1
Zet ACMP (begeleiding) aan.
2
Zet SYNC. STOP aan. SYNC. START wordt ook automatisch ingesteld als
SYNC. STOP wordt aangezet.
STYLE CONTROL
ACMP
BREAK
MAIN
INTRO
SYNC.
STOP
ENDING
/ rit.
AUTO
FILL IN
3
SYNC.
START
START/STOP
OTS
LINK
• Stijlen kunt ook worden gestart
door op de STYLE [START/
STOP] knop te drukken.
• U kunt het intro en ending
type selecteren door op de
[E] knop in het MAIN
venster te drukken (blz. 66).
• Als u op de [INTRO] knop
drukt, terwijl de ending
speelt, zal de intro sectie
beginnen te spelen zodra
de ending klaar is.
• Als de [AUTO FILLIN]
knop is ingesteld op aan
en u drukt op een MAIN
knop terwijl de ending
speelt, zal de fill-in
begeleiding onmiddellijk
beginnen te spelen,
gevolgd door de Main
sectie.
• U kunt de begeleiding
starten door de ending te
gebruiken in plaats van de
intro sectie. In dit geval,
stopt de automatische
begeleiding niet als de
ending klaar is.
• Als u een andere stijl
selecteert, terwijl de stijl niet
speelt, zal het “standaard”
tempo voor die stijl ook worden geselecteerd. Als de stijl
speelt, wordt hetzelfde tempo
gehandhaaft, zelfs als u een
andere stijl selecteert.
• Als STOP ACMP is ingesteld
op aan en de begeleiding
speelt niet, kunt u zowel
akkoorden als de bas in het
automatische begeleidingsgedeelte van het toetsenbord
spelen (blz. 138).
Zodra u een akkoord speelt met uw linkerhand, begint de stijl.
Splitpunt
OPM.
U kunt de SYNC. STOP
functie ook gebruiken door
kort toetsen in het
automatische begeleidingsgedeelte/linkerhand bereik
in te drukken (blz. 138).
Automatisch begeleidingsgedeelte
4
De stijl stopt als u uw linkerhand van de toetsen haalt.
5
Een akkoord spelen met uw
linkerhand start automatisch de
stijl weer.
END
Druk nogmaals op de
[SYNC. STOP]/[SYNC.
START] knop om de stijl te
stoppen.
OPM.
Synchro Stop kan niet op
aan worden ingesteld als de
fingering mode is ingesteld
op FULL KEYBOARD/AI
FULL KEYBOARD of de
automatische begeleiding
op het paneel is ingesteld
op uit.
PSR-2000/1000/A1000
65
Stijlen
Intro en ending types selecteren (INTRO/ENDING)
OPM.
1
Om de [MAIN] display op te
roepen, drukt u eerst op de
[DIRECT ACCES] knop en
vervolgens op de [EXIT]
knop.
A
B
C
D
E
2
3
D
E
Selecteer een intro
Speel de stijl met de
intro of ending sectie
(blz 30, 31).
Selecteer een ending
Automatisch Fill-in patronen spelen als er van
begeleidingssectie wordt veranderd — Auto Fill In
1
STYLE CONTROL
ACMP
BREAK
MAIN
INTRO
SYNC.
STOP
ENDING
/ rit.
AUTO
FILL IN
SYNC.
START
OPM.
Fill
Een korte frase wordt gebruikt om
variatie in de stijl aan te brengen.
START/STOP
OTS
LINK
OPM.
2
Speel de stijl en schakel tussen de begeleidingssecties terwijl ze spelen
(blz. 30, 31).
Fill-in patronen worden automatisch gespeeld bij elke wijziging in de Main
sectie.
U kunt ook een fill-in
toevoegen door nogmaals
op de geselecteerde MAIN
knop te drukken.
OPM.
END
66
Om de Auto Fill te annuleren, drukt u nogmaals op de [AUTO FILLIN] knop.
PSR-2000/1000/A1000
U kunt tijdelijk de Auto Fill In
uitschakelen tijdens het
spelen door twee keer snel
op de volgende Main
sectie’s knop te drukken.
Stijlen
Passende paneelinstelling voor de geselecteerde stijl
(ONE TOUCH SETTING) (alleen PSR-2000/1000)
De handige One Touch Setting functie maakt het u makkelijk om voices en effecten te selecteren die geschikt zijn voor de stijl die u
speelt. Elke preset stijl heeft vier voorgeprogrammeerde paneel setups die u met het drukken op een enkele knop kunt selecteren.
SONG
EXTRA
TRACKS
TRACK
2
TRACK
1
(L)
(R)
(STYLE)
TOP
REC
NEW SONG
METRONOME
REPEAT
START/STOP
REW
SYNC. START
STYLE
POP & ROCK
BACK
BALLROOM
MARCH &
WALTZ
DANCE
LATIN
USER
PART
VOICE EFFECT
LEFT
HOLD
TOUCH
PIANO & HARPSI.
A
F
B
G
C
H
D
I
LAYER
LEFT
GUITAR
STRINGS
USER
MENU
DEMO
TRANSPOSE
TEMPO
RESET
RESET
MAIN
BREAK
INTRO
AUTO
FILL IN
STANDBY
ON
1
2
SYNC.
START
WOODWIND
SYNTH.
XG
VH TYPE
SELECT
MIC.
SETTING
VOCAL
HARMONY
TALK
ONE TOUCH SETTING
EFFECT
SIGNAL
ONE TOUCH SETTING
ENTER
EXIT
CHANNEL ON/OFF
SYNC.
STOP
BRASS
OVER
BALANCE
DIRECT
ACCESS
MAX
ENDING
/ rit.
BASS
CHOIR & PAD
RESET
MIC.
FUNCTION
FADE
IN/OUT
MIN
ACMP
VARIATION
PERCUSSION
ORGAN FLUTES
MUSIC
FINDER
HELP
STOP
MULTI PAD
STYLE CONTROL
DSP
ORGAN &
ACCORDION
UPPER OCTAVE
J
E
TAP TEMPO
MASTER VOLUME
HARMONY/
MONO
ECHO
SUSTAIN
E.PIANO
MAIN
DIGITAL RECORDING
SWING &
JAZZ
MIXING CONSOLE
BALLAD
NEXT
VOICE
DIGITAL
STUDIO
SOUND CREATOR
FF
1
2
3
4
5
6
7
8
REGISTRATION MEMORY
PART
START/STOP
DATA ENTRY
OTS
LINK
FREEZE
MEMORY
Selecteer een stijl (blz. 59).
3
Druk op één van de ONE TOUCH SETTING knoppen ([1] - [4]).
De LED is rood — De One Touch Setting is momenteel geselecteerd.
ONE TOUCH SETTING
Zodra u een akkoord
speelt met uw linkerhand,
begint de automatische
begeleiding.
Splitpunt
De LED is uit — Geen One
Touch Setting data. De knop
is niet beschikbaar.
De LED is groen — De One Touch Setting is niet geselecteerd.
Automatisch begeleidingsgedeelte
Verscheidene instellingen (zoals voices, effecten, enz.) die passen bij de geselecteerde stijl kunnen onmiddellijk worden opgeroepen. Als de stijl niet speelt, zullen
de automatische begeleiding en Sync. Start automatisch worden aangezet.
Zie voor details over de One Touch Setting parameters, de
afzonderlijke engelstalige Data List (Parameter Chart).
4
Stop de automatische begeleiding.
STYLE CONTROL
ACMP
BREAK
MAIN
INTRO
SYNC.
STOP
ENDING
/ rit.
AUTO
FILL IN
5
SYNC.
START
START/STOP
OTS
LINK
Probeer eens andere One Touch Setting setups uit. U kunt ook uw eigen
One Touch Setting setups creëren (blz. 68).
ONE TOUCH SETTING
PSR-2000/1000/A1000
67
Stijlen
Automatisch de One Touch Settings veranderen met de secties — OTS Link
De handige OTS (One Touch Setting) Link functie laat u automatisch de One Touch Settings wijzigen als u een andere
Main sectie (A - D) selecteert.
OPM.
1
AUTO
FILL IN
END
OTS
LINK
2
Als u tussen de Main secties (A - D) schakelt,
zal de corresponderende One Touch Setting
automatisch worden opgeroepen.
De Main secties A, B, C en D komen overeen
met respectievelijk de One Touch Instellingen
1, 2, 3 en 4.
De One Touch Settings kunnen met twee verschillende
timings worden ingesteld
om met de secties te veranderen (blz. 138):
• Onmiddellijk als u op een
sectieknop drukt.
• Bij de volgende maat (in
een begeleidingsstijl),
nadat u op een
sectieknop drukt.
Om de OTS Link functie te annuleren, drukt u nogmaals op de [OTS LINK] knop.
De paneel regelaars in een One Touch Setting registreren (ONE TOUCH SETTING)
Dit gedeelte behandelt hoe u uw eigen One Touch Setting setups (vier setups per stijl) kunt creëren. Zie voor een
overzicht van One Touch Setting setup parameters, de afzonderlijke engelstalige Data List (Parameter Chart).
2
1
Selecteer een stijl.
4
Druk op één van de ONE TOUCH SETTING knoppen:[1] tot [4].
Stel de paneel regelaars,
zoals het selecteren van
een voice, in zoals gewenst.
3
Druk op de
[MEMORY] knop.
MEMORY
ONE TOUCH SETTING
De items die u kunt registreren in een One Touch Setting zijn voice, harmonie, multi pad en pedaal instellingen.
OPM.
END
68
Er verschijnt een boodschap die u vraagt of u de huidige stijl op wilt slaan. Selecteer “YES”
om de STYLE display op te roepen, en sla vervolgens de paneel instellingen op (blz. 38, 44).
PSR-2000/1000/A1000
De geregistreerde instellingen
zullen worden gewist als u
een andere begeleidingsstijl
selecteert, tenzij u hier de
paneelinstellingen opslaat.
Stijlen
Ideale setups voor uw muziek oproepen — Music Finder
(alleen PSR-2000/1000)
De Music Finder functie laat u onmiddellijk de geschikte instellingen voor het instrument
oproepen — inclusief voice, stijl, en One Touch Settings — door eenvoudig de gewenste songtitel te selecteren. Als u een bepaalde song wilt spelen, maar u weet niet welke stijl en voice
instellingen geschikt zijn, zal de handige Music Finder functie u helpen. De aanbevolen
instellingen, die samen een “record” vormen, kunnen ook worden bewerkt en opgeslagen. Dit
laat u uw eigen Music Finder records creëren en opslaan om ze later te kunnen terugroepen.
SONG
EXTRA
TRACKS
TRACK
2
TRACK
1
(L)
(R)
(STYLE)
REC
TOP
NEW SONG
STYLE
POP & ROCK
METRONOME
REPEAT
START/STOP
REW
BACK
FF
SYNC. START
BALLROOM
MARCH &
WALTZ
DANCE
LATIN
USER
TOUCH
PIANO & HARPSI.
A
F
B
G
C
H
D
I
DIGITAL RECORDING
SWING &
JAZZ
MUSIC
FINDER
VOICE EFFECT
LEFT
HOLD
GUITAR
LAYER
PART
STRINGS
LEFT
USER
MENU
DEMO
TRANSPOSE
TEMPO
RESET
RESET
J
E
MIN
ACMP
BREAK
MAIN
XG
VH TYPE
SELECT
MIC.
SETTING
VOCAL
HARMONY
TALK
ONE TOUCH SETTING
1
2
3
4
5
6
7
8
REGISTRATION MEMORY
PART
START/STOP
DATA ENTRY
FREEZE
MEMORY
MUSIC
FINDER
Selecteer een record. Selecteer bijvoorbeeld
de bovenste record door op de [1▲▼] knop te
drukken om de aanbevolen setups op te roepen.
De instellingsdata die hier is te zien wordt een
“record” genoemd.
All .......................... Laat alle records zien.
FAVORITE ................Laat de records zien die zijn toegevoegd aan de “Favorite” pagina.
SEARCH1,2............ Laat het resultaat van de SEARCH(zoek) functie zien (blz. 70).
De records sorteren
MUSIC..........De records worden gesorteerd op songtitel.
STYLE..........De records worden gesorteerd op stijlnaam.
BEAT..............De records worden gesorteerd op maatsoort.
TEMPO .......De records worden gesorteerd op tempo.
F
G
Selecteren
een record op
songtitel.
Als de records
op songtitel
zijn
geselecteerd,
gebruik dan
de [1▲▼]
knop om
alfabetisch
omhoog of
omlaag te
springen door
de songs.
Druk tegelijkertijd op de
[▲▼] knoppen
om de cursor
naar de eerste record te
verplaatsen.
EFFECT
SIGNAL
ENTER
OTS
LINK
1
2
SYNC.
START
WOODWIND
SYNTH.
EXIT
CHANNEL ON/OFF
SYNC.
STOP
AUTO
FILL IN
BRASS
OVER
BALANCE
DIRECT
ACCESS
MAX
ENDING
/ rit.
INTRO
BASS
CHOIR & PAD
RESET
MIC.
FUNCTION
FADE
IN/OUT
STYLE CONTROL
VARIATION
PERCUSSION
ORGAN FLUTES
MUSIC
FINDER
HELP
STOP
MULTI PAD
STANDBY
ON
DSP
ORGAN &
ACCORDION
UPPER OCTAVE
TAP TEMPO
MASTER VOLUME
HARMONY/
MONO
ECHO
SUSTAIN
E.PIANO
MAIN
MIXING CONSOLE
BALLAD
NEXT
VOICE
DIGITAL
STUDIO
SOUND CREATOR
OPM.
De MUSIC FINDER records
en hun inhoud is slechts één
voorbeeld van de
aanbevolen paneel setups.
U kunt ook uw eigen Music
Finder instellingen voor uw
favoriete songs en genres
creëren.
H
Wijzigt de volgorde van de records
(oplopend of aflopend).
I
J
Laat het
aantal records
van elke
pagina zien.
1
2
3
4
5
6
7
8
Selecteren een record op stijlnaam. Als de
records op stijlnaam zijn geselecteerd, druk
dan op deze knoppen om de cursor naar de
volgende/voorgaande stijl te verplaatsen.
Druk tegelijkertijd op de [▲▼] knoppen om de
cursor naar de eerste record te verplaatsen.
Voegt de geselecteerde record toe aan de “Favorite
(Bookmark)” pagina
Als u op de [H] knopdrukt, zal de “Add selected data
to the favorite list? YES/NO” boodschap worden
weergegeven. Selecteer [YES] om de geselecteerde
pagina aan de “FAVORITE” pagina toe te voegen.
Record(s) zoeken. Voer de voorwaarden van het zoeken in
in de MUSIC FINDER SEARCH display (blz. 70). De
resultaten van SEARCH 1 of 2 verschijnen respectievelijk in
de “SEARCH 1” of “SEARCH 2” pagina.
Roepen de MUSIC FINDER RECORD EDIT (blz. 71) display op
(voor het bewerken van de geselecteerde opname).
Zetten TEMPO LOCK aan/uit. De TEMPO LOCK functie laat u
tempowijzigingen tijdens het stijl afspelen vermijden, als er een
andere record wordt geselecteerd. De aan/uit instelling heeft invloed
op alle pagina’s (ALL/FAVORITE/SEARCH 1/SEARCH 2).
OPM.
3
Speel de stijl (blz. 60).
Records kunnen worden
geselecteerd met de [DATA
ENTRY] dial en door op de
[ENTER] knop te drukken.
PSR-2000/1000/A1000
69
Stijlen
De ideale setups zoeken — Music Finder Search
U kunt records zoeken op muziektitel of sleutelwoorden. De resultaten verschijnen in de display.
1
Druk op de [I]
(SEARCH 1)
knop of [J]
(SEARCH 2)
knop in de
MUSIC FINDER
display.
2
Voer de
voorwaarden voor
het zoeken (zie
hieronder) in, en
start vervolgens
het zoeken met de
[START SEARCH]
knop.
Start het zoeken naar de
record. De resultaten
waarbij aan alle
voorwaarden wordt voldaan
verschijnen in de SEARCH
pagina. Zie voor details
over de zoek instellingen in
deze display hieronder.
A
F
B
G
C
H
D
I
E
J
1
2
3
4
5
6
7
8
■ [A] MUSIC
Zoekt op muziek- of songtitel. Druk op deze knop om de display voor het
invoeren van de songtitel op te roepen.
Als u de songtitel invoert (blz. 45), roept de zoekfunctie alle records op die het
ingevoerde woord of woorden bevat.
■ [B] KEYWORD
Zoekt op sleutelwoord. Druk op deze knop om de display voor het invoeren
van het sleutelwoord op te roepen.
Als u het sleutelwoord invoert (blz. 45), roept de zoekfunctie alle records op die het ingevoerde woord of woorden
bevat. U kunt verscheidene verschillende sleutelwoorden tegelijkertijd zoeken, door er een scheidingsteken (komma)
tussen te voegen. De zoekfunctie vindt alle records die ten minste één van de sleutelwoorden bevat en laat ze zien.
■ [C] STYLE
Zoekt op stijlnaam. Druk op deze knop om de STYLE FILE SELECT display op te roepen.
Druk op de [A] tot [J] knop in de display om de gewenste begeleidingsstijl te selecteren.
Deze handige functie laat u alle songs vinden die een bepaalde begeleidingsstijl gebruiken.
■ [D] BEAT
Zoekt op maatsoort of ritmisch gevoel.
OPM.
De STYLE FILE SELECT
display kan alleen worden
gebruikt om de stijlnaam voor
het zoeken te selecteren; het
kan niet worden gebruikt om
de feitelijke begeleidingsstijl
op te roepen.
■ [E] SEARCH AREA
Selecteert een bepaalde locatie voor het zoeken. U kunt uw zoekactie verder begrenzen door de SEARCH 1 en 2
selecties te gebruiken.
■ [F]~[H] CLEAR
Wist het ingevoerde item aan de linkerkant.
■ [1▲▼] TEMPO FROM (vanaf)
U kunt uw zoekactie ook begrenzen door een tempobereik te bepalen. Hiermee stelt u het minimum tempo in voor de
zoekactie. Druk de [▲▼] knoppen tegelijkertijd in om de tempowaarde terug te zetten naar het minimum.
■ [2▲▼]TEMPO TO(t)
U kunt uw zoekactie ook begrenzen door een tempobereik te bepalen. Hiermee stelt u het maximale tempo in voor de
zoekactie. Druk de [▲▼] knoppen tegelijkertijd in om onmiddellijk de tempowaarde terug te zetten naar het maximum.
■ [3▲▼]~[5▲▼] GENRE
Selecteert het bepaalde muziek genre voor de zoekactie. Het beschikbare bereik bevatten alle genres (ANY), de preset
genres, en alle genres die u zelf heeft ingevoerd (blz. 69).
■ [8▼] CANCEL (annuleer)
Druk hierop om de handeling te annuleren en terug te keren naar de voorgaande display.
70
PSR-2000/1000/A1000
Stijlen
Edit (bewerk) records — Music Finder Record Edit
Vanuit deze display, kunt u alle bestaande records oproepen en ze bewerken om ze aan uw
behoefte te laten voldoen. U kunt dit zelfs gebruiken om uw eigen Music Finder records te creëren.
1
Druk op de [8 ▲▼] (RECORD EDIT) knop in de MUSIC FINDER display.
OPM.
U kunt ook een preset record
wijzigen/wissen. Om records
wijzigingen/wissen te vermijden,
registreert u de record als een
nieuwe record na het bewerken.
OPM.
2
Wijzig/wis de record data. U kunt ook een nieuwe record registreren Zie
voor details over alle instellingen en handelingen, hieronder.
A
F
B
G
C
H
D
I
E
J
1
2
3
4
5
6
7
Alle Music Finder records kunnen
samen worden opgeslagen als één
enkele file (blz. 151). Als u een
opgeslagen file oproept, verschijnt
er een boodschap die vraagt of u de
de gewenste records wilt vervangen of toevoegen.
• Replace (vervang):
Alle Music Finder records die
zich momenteel in het
instrument bevinden worden
gewist en vervangen door de
records van de
geselecteerde file.
• Append (toevoegen):
De opgeroepen records worden toegevoegd aan de vrije
recordnummers.
8
■ [A] MUSIC
Selecteert de muziek- of songtitel voor het bewerken. Druk op de knop om de display voor het
invoeren van de muziek- of songtitel op te roepen, en bewerk vervolgens de naam zoals gewenst.
■ [B] KEYWORD
Selecteert het sleutelwoord voor het bewerken. Druk op de knop om de display voor
het invoeren van het sleutelwoord op te roepen, en bewerk deze dan zoals gewenst.
U kunt verscheidene verschillende sleutelwoorden invoeren door een
scheidingsteken (komma) tussn te voegen.
■ [C] STYLE
Selecteert de stijlnaam voor bewerking. Voer altijd de naam in als er een nieuwe opname wordt
geregistreerd. Druk op de knop om de STYLE FILE SELECT display op te roepen. Druk op één van
de [A] tot [J] knoppen in de display om de file die u wilt wijzigen/wissen/registreren op te roepen.
■ [D] BEAT
Selecteert de beat (maatsoort) voor bewerking. Als een andere file is geselecteerd door op de [C] knop te
drukken, zal de huidige maatsoortinstelling worden vervangen door de instelling van de geselecteerde file.
■ [E] FAVORITE
Voegt de geselecteerde record toe aan de FAVORITE pagina (blz. 69).
■ [F]~[H] CLEAR
Wist het ingevoerde item aan de linkerkant.
OPM.
De STYLE FILE SELECT
display kan alleen worden
gebruikt om de stijlnaam voor
record bewerking op te roepen; het kan niet worden
gebruikt om de feitelijke
begeleidingsstijl op te roepen.
OPM.
Houd in gedachte dat de hier
gemaakte beatinstelling
alleen voor de Music Finder
Search functie geldt; dit heeft
geen invloed op de
daadwerkelijke Beatinstelling
van de begeleidingsstijl zelf.
■ [I] DELETE (wis) RECORD
Wist de geselecteerde record. Het gewiste recordnummer wordt leeg. Als u op deze knop drukt, verschijnt er een
boodschap die u vraagt om de handeling uit te voeren, af te breken of te annuleren.
YES .................. Druk hierop om de record te wissen en de display te verlaten.
NO .................. Druk hierop om de display te sluiten zonder de record te wissen.
CANCEL........... Druk hierop om het mededelingvenster te sluiten en terug te keren naar de voorgaande display.
PSR-2000/1000/A1000
71
Stijlen
■ [J] NEW (nieuw) RECORD
OPM.
Registreert een nieuw record. Het laagst beschikbare lege recordnummer wordt gebruikt
Het maximum aantal records
is 2500 (PSR-2000)/
voor het registreren. Als u op deze knop drukt, verschijnt er een boodschap die u vraagt
1200 (PSR-1000), inclusief
om de handeling uit te voeren, af te breken of te annuleren.
interne records.
YES .................. Druk hierop om de record te registreren en de display te sluiten.
NO .................. Druk hierop om de display te sluiten zonder de record te registreren.
CANCEL........... Druk hierop om het mededelingvenster te sluiten en terug te keren naar de voorgaande display.
■ [1▼▲] TEMPO
Bepaalt het tempo voor de geselecteerde record. Als de file wordt veranderd met de [C] knop, wordt het tempo
automatisch gewijzigd naar dat van de gewijzigde file.
■ [3▼▲]~[5▼▲] GENRE
Selecteert het bepaalde genre voor bewerking. Het beschikbare bereik bevat alle preset genres alsook datgene wat u
zelf heeft ingevoerd.
■ [6▼▲] GENRE NAME (naam)
Voor het invoeren van een genre naam. Druk op de knop om de display op te
roepen voor het invoeren van de genre naam, en bewerk vervolgens de naam
zoals gewenst. Er kunnen maximaal 200 genre namen worden opgeslagen.
De genre naam die u invoert, wordt effective als de huidige record is bewerkt (overschreven) door op de [8▲] (OK)
knop te drukken, of als er een nieuwe record wordt geregistreerd door op de [J] (NEW RECORD) knop te drukken.
Als u de MUSIC FINDER EDIT display verlaat zonder in feite de record te hebben bewerkt of geregistreerd, wordt de
ingevoerde genre naam gewist.
■ [8▲] OK
Voert uit alle bewerkingen en wijzigingen aan de record uit. Als u op deze knop drukt, verschijnt er een boodschap die
u vraagt om de handeling uit te voeren, af te breken of te annuleren.
YES .................. Druk hierop om de record te vervangen en de display te sluiten.
NO .................. Druk hierop om de display te sluiten zonder de record te vervangen.
CANCEL........... Druk hierop om het mededelingvenster te sluiten en terug te keren naar de voorgaande display.
■ [8▼] CANCEL (annuleer)
Druk hierop om de handeling te annuleren en terug te keren naar de MUSIC FINDER display.
72
PSR-2000/1000/A1000
De Multi Pads
De PSR-2000/1000/A1000 multi pads kunnen worden gebruikt om een aantal korte voor-opgenomen ritmische en melodische
sequences af te spelen die kunnen worden gebruikt om impact en verscheidenheid aan uw toetsenbordspel toe te voegen.
PSR-A1000:
PSR-2000/1000:
Multi Pads
Multi Pads
De Multi Pads bespelen
1
2
Selecteer de gewenst bank in de MULTI PAD Bank display (blz. 38).
Druk op een willekeurige multi pad.
STOP
MULTI PAD
De corresponderende frase (in dit geval voor Pad 4) begint helemaal af te spelen
zodra de pad wordt ingedrukt.
De multi pad functie voorziet in twee verschillende manieren om tijdens de frase te stoppen:
• Om alle pads te stoppen, drukt u op de [STOP] knop en laat deze weer los.
• Om bepaalde pads te stoppen, houdt u de [STOP] knop ingedrukt en drukt
tegelijkertijd op de pad of pads die u wilt stoppen.
OPM.
• Tik gewoon op een
willekeurig moment, op een
willekeurige multi pad om
de corresponderende frase
in het huidig ingestelde
tempo af te spelen.
• U kunt zelfs twee, drie of
vier multi pads tegelijkertijd bespelen.
• Op de pad drukken terwijl
deze al afspeelt zal het
afspelen stoppen en het
afspelen weer starten
vanaf het begin.
Chord Match
1
2
Zet ACMP aan (blz. 60).
Speel een akkoord met uw linkerhand en druk op een willekeurige multi pad.
Splitpunt
OPM.
De status van Chord Match
aan/uit is afhankelijk van de
geselecteerde Multi Pad Bank.
Automatisch
begeleidingsgedeelte
STOP
MULTI PAD
In dit voorbeeld, zal de frase voor Pad 1 worden getransponeerd naar F majeur voordat deze wordt afgespeeld.
Probeer eens andere akkoorden te spelen en op de pads te drukken. Houd in gedachte dat ook akkoorden kunt wijzigen
terwijl een pad afspeelt.
PSR-2000/1000/A1000
73
De multi pad
Multi Pad Edit
Deze functie laat u afzonderlijke multi pad instellingen van de éne multi pad bank kopiëren naar een andere.
Selecteren de gewenste multi pad(s).
Open/Save display voor Multi Pads (blz. 38)
A
F
B
G
C
H
D
I
E
J
Gelijk aan de Open/Save display
op de bladzijden 41 en 44.
1
74
2
3
4
PSR-2000/1000/A1000
5
6
7
8
Roept de pagina van
het bovenliggende
niveau op.
Song afspelen
Hier leert u hoe u songs af kunt spelen. Songs bevatten de interne songs van het instrument, spel wat u zelf heeft
opgenomen met de opname functies (blz. 92), en commercieel beschikbare song data. U kunt deze uiterst veelzijdige
eigenschap op verschillende manieren gebruiken — meespelend op het toetsenbord met de opgenomen song. U kunt
ook de muzieknotatie (alleen op de PSR-2000) en songteksten in de LCD weergeven.
Als u een microfoon aansluit op de PSR-2000, kunt u meezingen met de song of automatische begeleiding en
automatisch vocal harmony parts laten toevoegen (blz. 128).
SONG
EXTRA
TRACKS
TRACK
2
TRACK
1
(L)
(R)
(STYLE)
TOP
REC
NEW SONG
STYLE
POP & ROCK
METRONOME
REPEAT
START/STOP
REW
BACK
SYNC. START
BALLROOM
MARCH &
WALTZ
DANCE
LATIN
USER
PART
MENU
DEMO
VOICE EFFECT
LEFT
HOLD
TOUCH
PIANO & HARPSI.
A
F
B
G
C
H
D
I
E
J
LAYER
LEFT
GUITAR
STRINGS
USER
TEMPO
RESET
RESET
SONG
ACMP
STANDBY
ON
BREAK
MIN
EXTRA
TRACKS
MAIN
INTRO
(STYLE)
AUTO
FILL IN
TRACK
1
SYNC.
STOP
OTS
LINK
(L)
REC
NEW SONG
SYNC.
START
WOODWIND
SYNTH.
XG
ORGAN FLUTES
VH TYPE
SELECT
MIC.
SETTING
VOCAL
HARMONY
TALK
EFFECT
SIGNAL
ONE TOUCH SETTING
BALANCE
ENTER
DIRECT
ACCESS
EXIT
CHANNEL ON/OFF
ENDING
/ rit.
CHOIR & PAD
RESET
MIC.
FUNCTION
MAX
TRACK
2
BRASS
VARIATION
PERCUSSION
OVER
STOP
MULTI PAD
FADE
IN/OUT
STYLE CONTROL
BASS
DSP
UPPER OCTAVE
HELP
MASTER VOLUME
ORGAN &
ACCORDION
MUSIC
FINDER
TAP TEMPO
TRANSPOSE
HARMONY/
MONO
ECHO
SUSTAIN
E.PIANO
MAIN
DIGITAL RECORDING
SWING &
JAZZ
MIXING CONSOLE
BALLAD
NEXT
VOICE
DIGITAL
STUDIO
SOUND CREATOR
FF
1
PART
START/STOP
2
REPEAT
3
4
5
6
7
METRONOME
8
REGISTRATION MEMORY
DATA ENTRY
FREEZE
MEMORY
(R)
TOP
START/STOP
REW
FF
SYNC. START
Compatibele song types
Diskettes met dit logo bevatten song data die compatibel is met GM (General MIDI).
Diskettes met dit logo bevatten song data die compatibel is met het Yamaha
XG format. XG is een significante verbetering van de “GM System Level 1”
standaard, voorziet in meer voices, een groter aantal bewerkingsregelaars, en
ondersteuning voor meerdere effectsecties en effecttypes.
OPM.
Op commercieel beschikbare
muziek data rusten
auteursrechten, en is uitsluitend bedoeld voor persoonlijk
gebruik door de koper.
OPM.
Diskettes met dit logo bevatten song data die compatibel is met het Yamaha
DOC (Disk Orchestra Collection) format.
Diskettes met dit logo bevatten song data die compatibel is met het Yamaha
originele MIDI file format.
Zie voor meer informatie
over de song file types die
compatibel zijn met de PSR2000/1000/A1000, blz. 159.
PSR-2000/1000/A1000
75
Song afspelen
Song afspelen
De interne songs afspelen
OPM.
1
BACK
NEXT
Als het MAIN scherm (links) iniet
wordt weergegeven, druk dan
op de [DIRECT ACCESS] knop
gevolgd door de [EXIT] knop.
A
F
B
G
C
H
D
I
E
J
OPM.
U kunt ook een
verscheidenheid aan
andere instellingen maken
(zoals tempo, voice selectie,
enz.) en ze automatisch
laten terugroepen als u de
song afspeelt (blz. 104).
OPM.
2
2-1
A
F
B
G
C
I
E
J
Open een map en
selecteer een song om
te worden afgespeeld.
3
De song begint.
EXTRA
TRACKS
NEXT
OPM.
U kunt het volume
automatisch laten in-faden en
uit-faden aan het begin en
eind van de song. Druk
gewoon op de [FADEIN/
OUT] knop aan het begin van
het afspelen van de song om
de song in te faden en druk er
nogmaals op aan het eind
van de song om uit te faden.
H
D
2-2
SONG
BACK
Selecteer de PRESET tab met
de [BACK] knop.
U kunt Synchro Start voor
de song aanzetten door
tegelijkertijd op de [TOP]
knop en de SONG [START/
STOP] knop te drukken. De
song begint zodra u het
toetsenbord bespeelt. U
kunt deze functie ook samen
met de Stijl Synchro Start
functie gebruiken (blz. 60).
END
TRACK
2
TRACK
1
(L)
(R)
REPEAT
METRONOME
START/STOP
(STYLE)
REC
TOP
START/STOP
REW
FF
Om de song onmiddellijk te
stoppen, drukt u nogmaals op de
knop.
EXIT
NEW SONG
SYNC. START
Pas het tempo aan met de TEMPO [ ][ ] knoppen
(blz. 50) of de [TAP TEMPO] knop.
U kunt zelfs de afspeelsnelheid wijzigen door het tempo in te
tikken — tik gewoon twee keer op de [TAP TEMPO] knop.
76
PSR-2000/1000/A1000
Druk op de
knop om terug te keren naar
het voorgaande scherm.
Song afspelen
OPM.
Tegelijkertijd een song en een begeleidingsstijl afspelen
Als u een song en een begeleidingsstijl tegelijkertijd afspeelt, worden de kanalen 9 - 16
van de song data vervangen door de begeleidingsstijl kanalen — waardoor u de
automatische begeleidingsstijlen en -eigenschappen kunt gebruiken in plaats van de
begeleidingsparts van de song. Maak de hieronderstaande instellingen en speel uw
eigen vervangende akkoorden in plaats van de song’s akkoord data.
De begeleiding stopt als u
de song stopt. Als de
begeleidingsstijl speelt en u
start de song, stopt de
begeleiding automatisch.
• [ACMP] knop..................... ...AAN
• [AUTO FILL IN] knop ........ ...AAN
1
Selecteer de song en start het afspelen door op de SONG [START/STOP] knop te
drukken.
2
3
4
Selecteer de gewenste begeleidingsstijl.
Start de stijl door op de STYLE [START/STOP] knop te drukken.
Voeg een break toe of wijzig van sectie (met de STYLE sectie knoppen), terwijl de
song speelt.
Er spelen fill-in patronen als u van sectie verandert.
END
De stijl stopt automatisch als de song klaar is of wordt gestopt.
PSR-2000/1000/A1000
77
Song afspelen
Songs van diskette afspelen
OPM.
Zorg ervoor dat, voordat u verder
gaat, u het gedeelte “Omgaan
met de diskdrive (FDD) en
diskette” leest (blz. 7).
Plaats de diskette in de diskdrive.
OPM.
Plaats de diskette met de
sluiter naar voren en het label
naar boven.
De methode voor het afspelen is gelijk aan die in de “De interne songs afspelen” instructies (blz. 76), met
uitzondering van het feit dat u de FLOPPY DISK pagina in de SONG display moet selecteren.
U kunt instellen of de PSR-2000/
1000/A1000 wel of niet automatisch de eerste diskettesong
oproept als er een diskette wordt
geplaatst (blz. 150).
OPM.
Sommige song data voor de
PSR-2000/1000/A1000 is
opgenomen met speciale
“free tempo” (vrije tempo)
instellingen. Tijdens het
afspelen van zulke song
data, komen de maatnummers die te zien zijn in
Repeat / Rewind / Fast forward (herhalen / terugspoelen / snel vooruit spoelen) de display niet overeen met
de daadwerkelijke maat; dit
dient alleen als een indicatie
Tijdens het afspelen, kunt u de song terug laten keren naar het begin en weer van
van hoeveel er van de song
het begin af aan af laten spelen door op deze knop te drukken. Als het afspelen
is afgespeeld.
is gestopt, zal drukken op deze knop de song terugzetten naar het begin.
Andere afspeel-gerelateerde handelingen
■
REC
TOP
NEW SONG
START/STOP
REW
FF
SYNC. START
Druk op deze knop om de SONG POSITION display op te roepen
(zie hieronder). Om terug te keren naar de SONG display, drukt u
op de [EXIT] knop.
SONG POSITION display
Als “BAR” is geselecteerd, kunt u een maatnummer aangeven (geteld vanaf het begin
van de song) met de [REW] en [FF] knoppen.
Als “PHRASE MARK” is geselecteerd, kunt u een frasemarkeringsnummer aangeven
met de [REW] en [FF] knoppen.
OPM.
Het kan zijn dat song die een
grote hoeveelheid data
bevatten niet goed gelzen
kunnen worden door het
instrument en dat u ze niet
kunt selecteren. De
maximum kapaciteit is ongeveer 200-300 KB, maar dit
kan variëren afhankelijk van
de data inhoud van een
song.
OPM.
Phrase Mark
(frasemarkering)
Deze data geeft een
bepaalde locatie in de song
data aan.
“PHRASE MARK” wordt alleen aangegeven als de song frasemarkeringen bevat. Druk op de
[J] knop om te schakelen tussen “BAR” en “PHRASE MARK” en gebruik vervolgens de
[REW] en [FF] knoppen om de gewenste maat of frasemarkering te selecteren.
■ De volumebalans aanpassen / Bepaalde kanalen uitschakelen (muten)
BALANCE
Druk op deze knop om de BALANCE display op te roepen (blz. 61).
CHANNEL ON/OFF
Druk op deze knop om de CHANNEL ON/OFF display op te roepen (zie hieronder).
PART
CHANNEL ON/OFF display
Selecteer de [SONG] tab met de [CAHNNEL ON/OFF] knop, en schakel het gewenste
kanaal uit (mute) door deze op [OFF] in te stellen. Om een kanaal solo te zetten (alleen dat
kanaal zal klinken), houdt u de betreffende knop, die met het kanaal correspondeert,
ingedrukt. Om de solo voor het kanaal weer uit te schakelen, drukt u nogmaals op de knop
van dat kanaal.
78
PSR-2000/1000/A1000
OPM.
Kanaal
Verwijst naar het MIDI kanaal
in de song data. De kanalen
zijn toegewezen zoals
hieronder aangegeven, voor
de PSR-2000/1000/A1000.
Song
1 - 16
Begeleidingsstijl
9 - 16
Song afspelen
Bepaalde parts uitschakelen — Track1/Track2/Extra Tracks
Deze eigenschap laat u bepaalde parts van de song (Track1, Track2, Extra Tracks) uitschakelen (muten), en alleen die
parts afspelen die u wilt horen. Als u, bijvoorbeeld, de melodie van een song wilt oefenen, kunt u alleen de rechterhand
part uitschakelen en die part zelf spelen.
1
OPM.
Selecteer de song die afgespeeld moet
worden (blz. 75).
U kunt de kanaal toewijzingen voor Track 1 en Track 2
wijzigen (blz. 137), waardoor
u aan kunt geven welke
parts worden uitgeschakeld
als u op de [TRACK 1]/
[TRACK 2]/[EXTRA
TRACKS] knoppen drukt.
Gebruik deze knop om de overige speelparts (alle parts behalve
die van de rechterhand/linkerhand) aan/uit te schakelen.
2
SONG
EXTRA
TRACKS
TRACK
2
TRACK
1
(L)
(R)
(STYLE)
REPEAT
METRONOME
Gebruik deze knop om de
rechterhand part aan/uit te
schakelen.
OPM.
Alle tracks worden automatisch ingesteld op aan als u
een andere song selecteert.
Gebruik deze knop om de linkerhand part aan/uit te schakelen.
3
Start de song.
Het tempo aanpassen met de TEMPO [
REC
TOP
NEW SONG
START/STOP
REW
][
] knoppen (blz. 50).
END
FF
START/STOP
Om de song te stoppen,
drukt u nogmaals op de
knop.
SYNC. START
Herhaaldelijk afspelen van een bepaald gedeelte
Deze eigenschap maakt het u mogelijk om een bepaald gedeelte van de song (tussen Punt A en Punt B) aan te geven, en dit herhaaldelijk af te spelen.
1
Speel de song af (blz. 76, 78).
2
SONG
EXTRA
TRACKS
TRACK
2
TRACK
1
(L)
(R)
(STYLE)
OPM.
U kunt ook de punten A en B aangeven als de song niet loopt. Stel Punt A in door op de
[REPEAT] knop te drukken, gebruik vervolgens de [FF] knop om naar de gewenste
eindlocatie te gaan en stel dan Punt B in door nogmaals op de [REPEAT] te drukken.
REPEAT
METRONOME
Druk op deze knop op het punt waar u wilt
dat de te herhalen frase begint (Punt A).
Druk op deze knop op het punt waar u
wilt dat de te herhalen frase eindigt
(Punt B).
OPM.
Punt B kan niet worden
geselecteerd tenzij eerst
Punt A is geselecteerd.
OPM.
3
4
Na een automatische inleiding (om u te helpen in de frase te komen), wordt het
gedeelte van punt A tot punt B herhaaldelijk afgespeeld.
Onafhankelijk van of de song afspeelt of is gestopt, zal drukken op [TOP] knop
de song terugzetten naar punt A.
Stop de song.
START/STOP
END
Om de Repeat functie te
annuleren, drukt u nogmaals op de
REPEAT
knop.
Alleen Punt A aangeven
resulteert in herhaaldelijk
afspelen tussen Punt A en
het einde van de song.
OPM.
De aangegeven A en B
punten zullen worden
gewist als u een ander
songnummer selecteert, de
herhalingsfunctie annuleert,
of een andere
herhalingsmode selecteert
— zoals fraseherhaling of
herhalen bij songketen
afspelen (blz. 133).
PSR-2000/1000/A1000
79
Song afspelen
Muzieknotatie weergeven — Score (alleen de PSR-2000)
Met deze eigenschap, kunt u de notatie automatisch in de display laten zien terwijl de song speelt. Dit kan worden
gebruikt bij uw eigen opnamen alsook bij de interne demosongs.
1
Selecteer de
gewenste song
(blz. 76, 78).
OPM.
2
Als het MAIN scherm (links)
niet wordt weergegeven,
druk dan op de [DIRECT
ACCESS] knop gevolgd
door de [EXIT] knop.
A
B
C
D
OPM.
E
De weergegeven notatie
wordt gegenereed door de
PSR-2000 op basis van de
song data. Gevolg hiervan is
dat het kan zijn dat het niet
exact gelijk is aan de
commercieel beschikbare
bladmuziek van dezelfde
song — vooral bij de
weergegeven notatie van
gecompliceerde passages
met veel korte noten.
3
OPM.
Sommige song data voor de
PSR-2000/1000/A1000 is
opgenomen met speciale
“free tempo” (vrije tempo)
instellingen. Voor dergelijke
song data worden het
tempo, de tel, de maat en
de muziek-notatie niet goed
weergegeven.
Schakelt het weergeven van het linkerhand
toetsgedeelte aan/uit. Afhankelijk van andere
instellingen, kan deze parameter niet beschikbaar
zijn en er grijs uitzien. Als dit het geval is, ga dan
naar de gedetailleerde instellings display (hieronder
te zien); gebruik de [8▲▼] knoppen) en stel de
LEFT CH. parameter in op een willekeurig kanaal
behalve op “AUTO.” Of ga naar de SONG SETTING
display in het Function menu (blz. 133) en stel de
TRACK 2 parameter in op een willekeurig kanaal
behalve op “OFF.”
OPM.
1
2
3
4
5
6
Schakelt het weergeven van het rechterhand
toetsgedeelte aan/uit.
Kanaal 1 wordt automatisch geselecteerd als
[TRACK1] is ingesteld op [OFF] vanuit de SONG
SETTING display (blz. 137).
Schakelt het weergeven van de songtekst aan/uit.
Als de geselecteerde song geen songtekst data bevat,
worden songteksten niet weergegeven
Schakelt het weergeven van de akkoorden aan/uit.
Als de geselecteerde song geen akkoord data bevat,
worden akkoorden niet weergegeven.
Schakelt het weergeven van de nootnaam
(toonhoogte) aan/uit.
Bepaalt de display resolutie (oftewel het zoom niveau) van de notatie.
SMALL ..... De notatie wordt klein weergegeven.
LARGE ..... De notatie wordt groot weergegeven.
Dit roept de gedetailleerd instellingsdisplay voor
notatie op. Zie voor details, de volgende bladzijde.
7
8
[RIGHT] en [LEFT] kunnen niet
tegelijkertijd worden uitgezet.
OPM.
De nootnaam wordt links van de
noot aangeven. Als de ruimte tussen de noten te klein is, kan het
zijn dat de indicatie linksboven de
noot wordt geplaatst.
OPM.
U kunt het aantal maten dat zal
worden weergegeven vergroten
door het aantal andere items dat
wordt weergegeven te verminderen (parts, songteksten,
akkoorden, enz.).
OPM.
Als verplaatsingstekens (mollen
en kruizen) en noten niet op één
regel kunnen worden weergegeven, worden ze in het midden
van de maat van de volgende
regel weergegeven.
OPM.
De notatie functies kunnen niet
worden gebruikt om song data te
creëren door het invoeren van
noten. Zie voor informatie over het
creëren van song data, blz. 96.
80
PSR-2000/1000/A1000
Song afspelen
Gedetailleerde instellingen voor notatie
OPM.
Als “LEFT” en “RIGHT” zijn
ingesteld op hetzelfde kanaal,
wordt de notatie van de
rechterhand noten en de
linkerhand noten weergegeven
in piano format (twee verbonden notenbalken).
1
2
3
4
5
6
7
8
■ [1▲▼] LEFT CH/[2▲▼] RIGHT CH
Dit bepaalt het linkerkanaal (kanaal voor het linkerhand gedeelte) en rechterkanaal (kanaal voor het rechterhand
gedeelte). Deze instelling gaat terug naar AUTO als er een andere song wordt geselecteerd.
AUTO .........................De kanalen voor de rechter- en linkerhand parts worden automatisch toegewezen — waarbij
de parts op dezelfde kanalen worden ingesteld als de aangegeven kanalen in de SONG
SETTING display van van het Function menu (blz. 137).
1-16 ............................Wijst de part toe aan het aangegeven kanaal, 1- 16.
OFF (alleen LEFT CH) .Geen kanaal toewijzing.
■ [3▲▼], [4▲▼] KEY SIGNATURE
Hiermee kunt u midden in een song, op de plaats waar gestopt is, toonsoortwijzigingen aanbrengen, waardoor u de
toonhoogte op elk gewenst moment in een song kunt transponeren. Zie voor een overzicht van de toonsoortem, met
hun overeenkomstige mineur liggingen en verplaatsingstekens, het overzicht hieronder.
Toonsoorten en verplaatsingstekens
C Maj (A min)
G Maj (E min)
D Maj (B min)
A Maj (F min)
E Maj (C min)
B Maj (G min)
F Maj (D min)
C Maj (A min)
G Maj (E min)
D Maj (B min)
A Maj (F min)
E Maj (C min)
B Maj (G min)
F Maj (D min)
De
noot geeft de grondtoon noot aan van de majeur toonsoort en de
C Maj (A min)
noot geeft de grontoon van de overeenkomstige mineur.
■ [5▲▼] QUANTIZE
Dit laat u de nootresolutie in de notatie regelen, waarbij u de timing van alle
weergegeven noten kunt verschuiven of corrigeren, zodat ze rechtgetrokken worden
naar een bepaalde nootwaarde. Zorg ervoor dat u de kortste nootwaarde die in de song
wordt gebruikt selecteert.
OPM.
Noten die korter zijn dan de
lengte van de nootresolutie
zullen niet in de notatie worden weergegeven.
Nootresolutie:
1/4 noot, 1/8 noot, 1/16 noot, 1/32 noot, 1/4 noot triool, 1/8 noot triool, 1/16 noot
triool, 1/32 noot triool
PSR-2000/1000/A1000
81
Song afspelen
■ [6▲▼] NOTE NAME
Als [NOTE NAME] is ingesteld op ON, worden de nootnaam en solfègenaam (do, re, mi, enz.) aangeven.
ABC ................. Nootnamen worden aangeven met letters (C, D, E, F, G, A, B).
Fixed Do .......... Nootnamen worden aangeven in solfège en kunnen verschillen, afhankelijk van de geselecteerde
taal (blz. 49).
Engels............... Do Re Mi Fa Sol La Ti
Frans ................ Ut Re Mi Fa Sol La Si
Italiaans ........... Do Re Mi Fa Sol La Si
Duits ................ Do Re Mi Fa Sol La Si
Spaans.............. Do Re Mi Fa Sol La Si
Japans ..............
Movable Do..... Nootnamen worden aangeven in solfège volgens de toonladder intervallen, en zijn daardoor
relatief ten opzichte van de grondtoon. De grondtoon wordt aangeven als Do. In de toonsoort G
majeur zou de grondtoon van Sol worden aangeven als Do.
Net als bij “Fixed Do,” is de indicatie verschillend en afhankelijk van de geselecteerde taal.
■ [8▲] OK
Dit sluit de gedetailleerde instellingsdisplay en begint de notatie te generenen. U kunt
deze handeling ook uitvoeren door op de [ENTER] knop op het paneel te drukken .
■ [8▼] CANCEL
Dit sluit de gedetailleerde instellingsdisplay zonder de instellingen te veranderen. U
kunt deze handeling ook uitvoeren door op de [EXIT] knop of [RECORD] knop op het
paneel te drukken.
82
PSR-2000/1000/A1000
OPM.
U kunt de display pagina’s
selecteren (degene ervoor
en erna) met de [BACK/
[NEXT] knoppen of de
pedaal (blz. 139).
Song afspelen
De songteksten weergeven
Deze functie laat u de songteksten weergeven terwijl de song afspeelt — het daardoor gemakkelijk makend om met uw
spel of song afspelen mee te zingen.
* De microfooningang is alleen beschikbaar op de PSR-2000.
1
Selecteer de
gewenste song
(blz. 76, 78).
OPM.
2
PSR-2000/1000:
De voor songtekst
weergave gebruikte taal
wordt bepaald door de specifieke songtekst data. Als
de songteksten verminkt of
onleesbaar zijn, kunt u dit
misschien oplossen door de
“LYRICS LANGUAGE”
instelling vanuit de SONG
SETTING display te veranderen (blz. 137).
A
B
C
D
E
OPM.
3
Als de geselecteerde song
geen songtekst data bevat,
worden songteksten niet
weergegeven
OPM.
Selecteer voor dit voorbeeld
“Lyrics” in de Function map
van de PRESET (SONG)
pagina.
OPM.
4
SONG
Start de song.
EXTRA
TRACKS
(STYLE)
TRACK
2
TRACK
1
(L)
(R)
REC
TOP
NEW SONG
START/STOP
REPEAT
REW
METRONOME
Als de geselecteerde song
akkoord data bevat, worden
de akkoordnamen
weergegeven bij de
songteksten.
FF
SYNC. START
OPM.
5
Tijdens het
song afspelen
wordt de
betreffende
tekst negatief
weergegeven.
END
SONG
EXTRA
TRACKS
(STYLE)
TRACK
2
TRACK
1
(L)
(R)
REC
NEW SONG
TOP
START/STOP
REPEAT
REW
METRONOME
De songteksten kunnen
worden gewijzigd (blz. 107).
FF
SYNC. START
Stop de song.
Om terug te keren naar de
voorgaande pagina, drukt u op de
EXIT
knop.
PSR-2000/1000/A1000
83
Custom paneel setups opslaan en terugroepen — Registratie Memory
Registratie Memory is een krachtige eigenschap die u in staat stelt om de PSR-2000/1000/A1000 net zo in te stellen als u wilt —
bepaalde voices, stijlen, effect instellingen enz. selecterend— en uw custom paneel setup opslaan voor het in de toekomst op kunnen
roepen ervan. Als u vervolgens deze instellingen nodig heeft, drukt u gewoon op de betreffende REGISTRATION MEMORY knop.
SONG
EXTRA
TRACKS
TRACK
2
TRACK
1
(L)
(R)
(STYLE)
TOP
REC
NEW SONG
STYLE
POP & ROCK
METRONOME
REPEAT
START/STOP
REW
BACK
SYNC. START
BALLROOM
MARCH &
WALTZ
DANCE
LATIN
USER
TOUCH
PIANO & HARPSI.
A
F
B
G
C
H
DIGITAL RECORDING
SWING &
JAZZ
VOICE EFFECT
LEFT
HOLD
LAYER
PART
D
I
MENU
DEMO
E
J
LEFT
RESET
FREEZE
STYLE CONTROL
ACMP
BREAK
MAIN
SYNC.
STOP
SYNC.
START
MIC.
SETTING
VOCAL
HARMONY
XG
TALK
EFFECT
ONE TOUCH SETTING
BALANCE
ENTER
DIRECT
ACCESS
EXIT
CHANNEL ON/OFF
AUTO
FILL IN
VH TYPE
SELECT
SIGNAL
FUNCTION
MAX
ENDING
/ rit.
INTRO
STANDBY
ON
WOODWIND
SYNTH.
OVER
STOP
MULTI PAD
FADE
IN/OUT
REGISTRATION MEMORY
CHOIR & PAD
RESET
MIC.
HELP
RESET
BRASS
VARIATION
PERCUSSION
UPPER OCTAVE
TAP TEMPO
MIN
BASS
DSP
ORGAN FLUTES
MUSIC
FINDER
TEMPO
MASTER VOLUME
ORGAN &
ACCORDION
GUITAR
STRINGS
USER
TRANSPOSE
HARMONY/
MONO
ECHO
SUSTAIN
E.PIANO
MAIN
MIXING CONSOLE
BALLAD
NEXT
VOICE
DIGITAL
STUDIO
SOUND CREATOR
FF
1
2
3
4
5
6
7
8
REGISTRATION MEMORY
PART
MEMORY
START/STOP
OTS
LINK
DATA ENTRY
FREEZE
MEMORY
Paneel setups registreren — Registratie Memory
Dit laat zien u hoe u uw custom paneel instellingen naar de REGISTRATION MEMORY
knoppen kunt registreren. Maak alle instellingen die u wilt met de paneelregelaars en de
Registratie Memory zal ze voor u “onthouden”.
1
Stel de paneel regelaars in zoals gewenst.
Zie voor een overzicht van de instellingen die kunnen worden geregistreerd
de afzonderlijke engelstalige Data List (Parameter Chart).
REGISTRATION MEMORY
2
FREEZE
MEMORY
OPM.
Houd in gedachte dat songs
of stijlen op disk niet kunnen
worden geregistreerd in de
Registratie Memory. Als u
een diskette gebaseerde
song of stijl wilt registreren,
kopiëer dan de relevante
data naar “USER” in de
SONG/STYLE display (blz.
38) en registreer de data
apart.
3
Selecteer de gewenst parameter
groepen voor de instellingen die u
wilt registreren. U kunt ook de [DATA
ENTRY] dial gebruiken om door deze
display te navigeren. Vink het
corresponderende vakje af om een
parameter groep te registreren.
Groepen die niet worden afgevinkt,
zullen geen onderdeel uitmaken van de
Registration Memory instelling. Dit
maakt het u mogelijk om bepaalde
instellingen te handhaven, zelfs als er
tussen Registratie Memory Presets
wordt geschakeld. U kunt ook de
Freeze functie gebruiken (blz. 86) om
de Registratie Memory wijzigingen te
voorkomen — waarmee u kunt
voorkomen dat bepaalde paneel
instellingen worden gewijzigd.
Annuleert de registratie en
keert terug naar de MAIN
display. U kunt ook gebruik
de [EXIT] knop gebruiken.
F
G
H
I
J
Vinkt het geselecteerde
vakje af. U kunt ook de
[ENTER] knop gebruiken.
1
2
3
4
5
6
7
Verwijdert het vinkje van het
geselecteerde vakje. U kunt
ook de [ENTER] knop gebruiken.
8
Druk op de gewenste REGISTRATION MEMORY
ND nummer knop voor het
registeren van de
instellingen.
Indicator is groen ......De paneel instelling is geregistreerd, maar niet geselecteerd.
Indicator is rood..........De paneel instelling is geregistreerd en is momenteel geselecteerd.
Indicator is uit ..........De paneel instelling is niet geregistreerd.
E
FREEZE
OPM.
De hier geregistreerde registraties gaan verloren als het instrument wordt uitgezet, tenzij u de
opslag (SAVE) handeling uitvoert die op de volgende bladzijde wordt uitgelegd..
84
PSR-2000/1000/A1000
MEMORY
OPM.
Alle data die reeds was
geregistreerd onder de
geselecteerde
REGISTRATION MEMORY
knop (indicator is groen of
rood) zal worden gewist en
vervangen door de nieuwe
instellingen.
Custom paneel setups opslaan en terugroepen — Registratie Memory
Uw Registratie Memory Setups opslaan
De instellingen die geregistreerd zijn naar de REGISTRATION MEMORY [1]-[8] knoppen worden opgeslagen als een enkele file.
OPM.
Alle instellingen geregistreerd naar
de knoppen [1]-[8] worden een
“bank” genoemd. De banken
kunnen worden oppgeslagen naar
“USER” of “FLOPPY DISK” als
Registratie bank files.
BANK 01
Houd in gedachte dat de
grootte van de Registratie
bank files en de
geheugenruimte die ze in
beslag nemen, afhankelijk is
van het aantal functies dat in
elk ervan is ingesteld.
OPM.
1
Druk op de [DIRECT
ACCESS] knop en [EXIT]
knop de MAIN display op te
roepen.
F
G
H
I
J
2
Sla de instellingen die u heeft gemaakt op naar de Registratie
Memory knoppen als een enkele Registratie bank file (blz. 44).
De REGISTRATION EDIT display
verschijnt. Zie voor details over deze
display, hieronder.
1
2
3
4
5
6
7
8
REGISTRATION EDIT display
De inhoud van de huidige Registration Memory bank (1 REGIST.) wordt opgesomd in het REGISTRATION EDIT
scherm. De namen van de opgeslagen Registratie Memory Presets worden getoond in de display en de indicators
van de relevante REGISTRATION MEMORY knoppen lichten groen op.
Vanuit dit scherm, kunt u de Registratie Memory Presets selecteren, benoemen of wissen.
Select ...............Druk op de [A] - [J] knoppen. De REGIST. display is gekoppeld aan de REGISTRATION MEMORY
[1] - [8] knoppen. Als u de Registration Memory preset in the display selecteert, gaat de
gerelateerde knop aan (indicator is rood).
Name ...............Deze handeling is gelijk aan die van “Files en mappen benoemen” (blz. 41) in “Basis bediening
— Uw data organiseren.”
Delete ..............Deze handeling is gelijk aan die van “Files/mappen wissen” (blz. 43) in “Basis bediening — Uw
data organiseren.”
OPM.
Het resultaat van de Name/Delete handeling zal verloren gaan als het instrument wordt uitgezet, tenzij u via de [8
knop terug gaat naar de REGISTRATION BANK display en de data opslaat (blz. 44).
▲ ] (omhoog)
PSR-2000/1000/A1000
85
Custom paneel setups opslaan en terugroepen — Registratie Memory
Een Registration Memory Setup terugroepen
U kunt alle paneel instellingen die u heeft gemaakt terugroepen — of alleen diegenen die
u precies wilt of nodig heeft. Als u, bijvoorbeeld “STYLE” in de REGISTRATION
MEMORY display de-selecteert, kunt u de momenteel geselecteerde stijl aanhouden,
zelfs als u de Registration Memory preset wijzigd.
OPM.
Selecteer de gewenste bank
in de REGISTRATION
BANK display (blz. 85).
De geregistreerde instellingen terugroepen
Druk op de betreffende REGISTRATION MEMORY knop (één waarvan de indicator
groen is) om de gewenste instellingen op te roepen.
OPM.
U kunt uw Registration Memory
Presets programmeren om
achtereenvolgens te worden
opgeroepen, in de volgorde die
u wenst. Eenmaal geprogrammeerd, kunnen de presets 1 - 8
achtereenvolgens worden
geselecteerd met de [BACK]
[NEXT] knoppen of de pedaal
(blz. 142).
REGISTRATION MEMORY
FREEZE
MEMORY
De Freeze instellingen selecteren
1
2
MENU
DEMO
HELP
FUNCTION
Roep de “FREEZE”
pagina op vanuit het
REGIST.SEQUENCER/
FREEZE/VOICE SET
scherm (blz. 142).
Vinkt het geselecteerde vakje af.
1
2
3
4
5
6
7
8
Selecteer de Freeze instellingen.
3
Verwijdert het vinkje
van het geselecteerde vakje.
Druk op de [FREEZE] knop. Als Freeze actief is (lamp is aan), zullen de instellingen die u heeft aangegeven in de
Freeze pagina worden gehandhaafd of onveranderd blijven, zelfs bij het veranderen van Registration Memory Preset.
REGISTRATION MEMORY
FREEZE
4
MEMORY
Druk op de betreffende REGISTRATION MEMORY knop (één waarvan de indicator groen is) om de
gewenste instellingen op te roepen.
REGISTRATION MEMORY
FREEZE
86
PSR-2000/1000/A1000
MEMORY
Voices bewerken — Sound Creator
De PSR-2000/1000/A1000 heeft een Sound Creator functie die het u mogelijk maakt om uw
eigen voices te creëren door het bewerken van enkele parameters van de bestaande voices.
Als u eenmaal een voice heeft gecreëerd, kunt u deze opslaan als een USER voice zodat u
hem later kunt terugroepen.
SONG
EXTRA
TRACKS
TRACK
2
TRACK
1
(L)
(R)
(STYLE)
TOP
REC
NEW SONG
STYLE
POP & ROCK
METRONOME
REPEAT
START/STOP
REW
BACK
SYNC. START
BALLROOM
MARCH &
WALTZ
DANCE
LATIN
USER
PART
VOICE EFFECT
LEFT
HOLD
TOUCH
PIANO & HARPSI.
A
F
B
G
C
H
D
I
LAYER
LEFT
GUITAR
STRINGS
USER
MENU
DEMO
E
TEMPO
RESET
RESET
MIN
ACMP
BREAK
MAIN
INTRO
OTS
LINK
SYNC.
START
WOODWIND
SYNTH.
XG
VH TYPE
SELECT
MIC.
SETTING
VOCAL
HARMONY
TALK
EFFECT
SIGNAL
ONE TOUCH SETTING
ENTER
EXIT
CHANNEL ON/OFF
DIGITAL
STUDIO
SOUND CREATOR
SYNC.
STOP
AUTO
FILL IN
BRASS
OVER
BALANCE
DIRECT
ACCESS
MAX
ENDING
/ rit.
BASS
CHOIR & PAD
RESET
MIC.
FUNCTION
FADE
IN/OUT
STYLE CONTROL
VARIATION
PERCUSSION
ORGAN FLUTES
MUSIC
FINDER
HELP
STOP
MULTI PAD
STANDBY
ON
DSP
ORGAN &
ACCORDION
UPPER OCTAVE
J
TAP TEMPO
TRANSPOSE
MASTER VOLUME
HARMONY/
MONO
ECHO
SUSTAIN
E.PIANO
MAIN
DIGITAL RECORDING
SWING &
JAZZ
MIXING CONSOLE
BALLAD
NEXT
VOICE
DIGITAL
STUDIO
SOUND CREATOR
FF
OPM.
• De voice kan in realtime
worden bewerkt terwijl
een song/stijl speelt.
• Houd in gedachte dat het
kan zijn dat aanpassingen
van de parameters niet
veel in het daadwerkelijke
geluid wijzigen vanwege
de originele instellingen
van de voice.
1
2
3
4
5
6
7
8
REGISTRATION MEMORY
PART
START/STOP
DATA ENTRY
FREEZE
MEMORY
Bediening
1
2
Druk op de [F], [G] of [H] knop om de Part
te selecteren (MAIN, LAYER of LEFT) die de
voice bevat die u wilt bewerken.
Druk op de
[SOUND
CREATOR] knop.
DIGITAL
STUDIO
SOUND CREATOR
F
G
H
DIGITAL RECORDING
I
J
MIXING CONSOLE
PART
3
PAS OP
De instellingen gaan verloren als voice waarvan de
part is bewerkt wordt
omgeschakeld naar een
andere voice. Belangrijk
data zou moeten worden
opgeslagen naar de USER
drive of diskette.
De voice parameters bewerken.
De handelingen voor elke functie die in deze stap zijn geselecteerd worden in detail behandeld, te
beginnen op blz. 89 (Regular Voice) en blz. 91 (Organ Flutes).
REGULAR VOICE
Selecteer het gewenste
menu door op de [NEXT]/
[BACK] knop te drukken.
Geeft de parameters
aan die beschikbaar
zijn voor bewerking in
deze display. Deze
komen overeen met
de parameters/
waarden die onderin
de display te zien zijn.
Kan worden gebruikt tijdens het bewerken
om het geluid van de originele voice te
vergelijken met de bewerkte voice.
Selecteer het gewenste menu.
Het geselecteerde menu is voorzien
van een keuzebalk.
4
OPM.
De voice kan ook worden
geselecteerd in de SOUND
CREATOR display.
ORGAN FLUTES (alleen de PSR-2000)
A
F
B
G
C
H
D
I
E
J
Selecteer of pas de parameters aan.
Opent de Save (Voice) display voor het opslaan van
de bewerkte voice als een User voice (blz. 44).
Sla de bewerkte voice op naar de USER drive
(Flash ROM) als een USER voice (blz. 44).
5
Druk op de [USER] knop om de bewerkte voice
te selecteren, en bespeel het toetsenbord.
PSR-2000/1000/A1000
87
De voice bewerken -SOUND CREATOR-
Regular Voice parameters
OPM.
COMMON
Bepaalt de common (gemeenschappelijke) instellingen zoals voice volume of octaaf.
SOUND
Bepaalt de klankkleur/EG (Envelope Generator)/vibrato van de voice.
EFFECT/EQ (PSR-2000)
EFFECT (PSR-1000/A1000)
Bepaalt de/het effect diepte/type en equalizer instellingen.
HARMONY
Bepaalt de Harmonie/Echo instellingen.
Houd in gedachte dat er
bepaalde parameters zijn
waarvan Sound Creator
instellingen alleen invloed
hebben op de MAIN part’s
voice.
De volgende parameters zijn gekoppeld aan die in elke display.
Common parameter
Andere locatie
MONO
VOICE EFFECT (Bedieningspaneel)
blz. 58
PORTAMENTO TIME
MIXING CONSOLE
blz. 128
FILTER BRIGHTNESS
MIXING CONSOLE
blz. 123
FILTER HARMONIC CONTENT
MIXING CONSOLE
blz. 123
REVERB DEPTH
MIXING CONSOLE
blz. 124
CHORUS DEPTH
MIXING CONSOLE
blz. 124
DSP ON/OFF
VOICE EFFECT (Bedieningspaneel)
blz. 57
DSP DEPTH
MIXING CONSOLE
blz. 124
DSP TYPE/VARIATION
MIXING CONSOLE/VOICE EFFECT (Bedieningspaneel)
blz. 58,124
EQ LOW/GAIN (alleen PSR-2000)
MIXING CONSOLE
blz. 121
EQ HIGH/GAIN (alleen PSR-2000)
MIXING CONSOLE
blz. 121
HARMONY/ECHO TYPE
HARMONY/ECHO (FUNCTION)
blz. 143
HARMONY/ECHO VOLUME
HARMONY/ECHO (FUNCTION)
blz. 143
HARMONY/ECHO SPEED
HARMONY/ECHO (FUNCTION)
blz. 143
HARMONY/ECHO ASSIGN
HARMONY/ECHO (FUNCTION)
blz. 143
HARMONY/ECHO CHORD NOTE ONLY
HARMONY/ECHO (FUNCTION)
blz. 143
HARMONY/ECHO TOUCH LIMIT
HARMONY/ECHO (FUNCTION)
blz. 143
COMMON
De uiteenzettingen hier gelden voor stap nr. 3 op blz. 87.
Stellen het volume in van de huidige
bewerkte voice.
Bepalen de aanslaggevoeligheid,
oftewel in welke mate het volume
reageert op uw speelsterkte.
0 —–– Produceert meer
dramatische niveau
verlagingen, naarmate u
zachter speelt.
64 —– Normale response.
127 — Produceert een hoog
volume voor elke
speelsterkte (fixed=vast)
88
PSR-2000/1000/A1000
Stellen de portamento tijd in van
elke part (MAIN/LAYER/VOICE)
(blz. 123).
Dezebepalen of de voice monofoon
wordt gespeeld (blz. 58).
1
2
3
4
5
6
7
8
Verschuiven het octaafbereik van de
geselecteerde voice omhoog of
omlaag in octaven. Als de Main of
Lyer part’s voice wordt gebruikt, is
de M/LYR parameter beschikbaar;
als de Left part’s voice wordt
gebruikt, is de LEFT parameter
beschikbaar.
De voice bewerken -SOUND CREATORSOUND
De uiteenzettingen hier gelden voor stap nr. 3 op blz. 87.
1
2
3
4
5
6
7
Bepalen de filter, EG en vibrato
instellingen (zie hieronder).
8
■ FILTER
FILTER instellingen bepalen de totale klankkleur van het geluid door een bepaald
frequentiebereik op te krikken of te verzwakken.
• BRIGHTNESS
Bepaalt de afsnijfrequentie of het
effectieve frequentie (resonantie) bereik
van het filter (zie diagram). Hogere
waarden resulteren in een helderder
geluid.
Volume
Afsnij (cutoff) frequentie
Deze frequenties worden
doorgelaten door het filter.
• Harmonic Content (harmonische
inhoud)
Bepaalt de nadruk die aan de
afsnijfrequentie gegeven wordt, die in
BRIGHTNESS hierboven is ingesteld (zie
diagram). Hogere waarden resulteren in
een meer geprononceerd effect.
OPM.
Naast dat het geluid
helderder of milder gemaakt
kan worden, kan Filter
worden gebruikt om
elektronische, synthesizerachtige effecten te maken.
Frequentie
(toonhoogte)
afsnijbereik
Volume
Resonance
Resonantie
Frequentie
(toonhoogte)
■ EG
De EG (Envelope Generator) instellingen bepalen hoe het niveau van het geluid wijzigt in de tijd. Dit laat u veel
geluidskarakteristieken van natuurlijke akoestische instrumenten reproduceren — zoals de snelle attack en decay
van percussie geluiden, of de lange release van een piano klank met sustain.
• ATTACK ...... Bepaalt hoe snel het geluid zijn maximum niveau bereikt
als de toets wordt gespeeld. Des te hoger de waarde, des
te langzamer de attack.
Niveau
• DECAY ........ Bepaalt hoe snel het geluid zijn sustain niveau bereikt
(een net iets lager niveau dan het maximum). Des te
hoger de waarde, des te langzamer de decay.
ATTACK
Toets in
• RELEASE ..... Bepaalt hoe snel het geluid terugvalt (decay) naar stilte
als de toets wordt losgelaten. Des te hoger de waarde, des te
langzamer de release.
DECAY
RELEASE
Tijd
Toets los
OPM.
Als RELEASE is ingesteld
op een grote waarde, wordt
de sustain lang.
PSR-2000/1000/A1000
89
De voice bewerken -SOUND CREATOR■ VIBRATO
OPM.
• DEPTH........ Bepaalt de intensiteit van het Vibrato effect (zie diagram). Hogere
instellingen resulteren in a meer geprononceerde Vibrato.
VIBRATO
Creëert een golving in het
geluid door periodiek de
toonhoogte te veranderen.
• SPEED ......... Bepaalt de snelheid van het Vibrato effect (zie diagram).
• DELAY ........ Bepaalt de hoeveelheid tijd die verstrijkt tussen het
spelen van een toets en het begin van het Vibrato effect
(zie diagram). Hogere instellingen vergroten de delay
(vertraging) van de Vibrato aan instelling.
SPEED
Niveau
DEPTH
DELAY
Tijd
EFFECT/EQ (EQ alleen op de PSR-2000)
De uiteenzettingen hier gelden voor stap nr. 3 op blz. 87.
Bepaalt het DSP Type.
Zie voor informatie over de effect
structuur, blz. 126; zie voor een
overzicht van beschikbare effect
types, de afzonderlijke engelstalige
Data List.
Bepaalt de Frequentie en Gain
(versterking) van de Low (lage)
en High (hoge) EQ banden
(alleen de PSR-2000).
1
2
3
4
5
6
7
8
Hetzelfde als bij de “MIXING
CONSOLE” op blz. 124.
Bepalen de Sustain diepte van
elke voice als de [SUSTAIN]
knop is ingesteld op aan.
HARMONY
De uiteenzettingen hier gelden voor stap nr. 3 op blz. 87.
De parameters zijn hetzelfde als die voor de HARMONY/ECHO display van FUNCTION. Zie voor details blz. 144.
90
PSR-2000/1000/A1000
De voice bewerken -SOUND CREATOR-
Organ Flutes (alleen op de PSR-2000)
Naast de vele orgel voices in de ORGAN voice categorie, heeft de PSR-2000 een ORGAN FLUTES voice.
De uiteenzettingen hier gelden voor stap nr. 3 op blz. 87.
Pas de Footage
(voetmaat) aan.
■ Parameters
Organ Type
Deze parameter bepaalt het type orgelklankopwekking dat gesimuleerd moet worden: Sine or Vintage.
Rotary SP Speed
De Rotary SP Speed ([C]) knop schakelt beurtelings tussen de langzame en de snel draaiende
luidspreker als er een "rotary speaker" effect is geselecteerd voor de Organ Flutes (zie “DSP Type”
hieronder), en de VOICE EFFECT [DSP] knop is aangezet (de Rotary SP Speed knop geeft hetzelfde
effect als de VOICE EFFECT [VARIATION] knop).
Vibrato On/Off
Deze ([G]) knop zet beurtelings het vibrato effect voor de Organ Flutes voice ON (aan) of OFF (uit).
Vibrato Depth
Kan worden ingesteld op elk van de drie niveaus via de Vibrato Depth ([H]) knop. De knop selecteert
achtereenvolgens een diepte van “1”, “2” of “3”.
Footage
De footage (voetmaat) instellingen bepalen het basis geluid van de organ flutes.
De term “footage” (voetmaat) is een referentie naar de klankopwekking met traditionele orgelpijpen, waarbij het
geluid wordt geproduceerd door pijpen met verschillende lengten (in voeten). Des te langer de pijp, des te
lager de toonhoogte van het geluid. Vandaar dat de 16’ instelling het component met de laagste toonhoogte
van het geluid vormt, terwijl de 1’ instelling de component met de hoogste toonhoogte vormt. Des te hoger de
waarde van de instelling, des te hoger het volume van de corresponderende voetmaat. Het mengen van de
verscheidene volumes van de voetmaten laat u uw eigen onderscheidende orgelgeluiden creëren.
Volume (VOL)
Past het totale volume van de Organ Flutes aan. Des te langer de grafische balk, des te hoger het
volume.
Response (RESP)
De Response regelaar heeft invloed op zowel het attack- als het sustain gedeelte van het geluid, door het
verhogen of verlagen van de responsetijd van het aanzwellen bij aanvang en van de release, gebaseerd
op de FOOTAGE regelaars. Des te hoger de waarde des te langzamer het aanzwellen en de release.
Vibrato Speed (VIB. SPEED)
Bepaalt de snelheid van het Vibrato effect, geregeld door de vibrato aan/uit en vibratodiepte hierboven.
Mode
De MODE regeling selecteert tussen twee modes: FIRST en EACH. In de FIRST (eerste) mode, wordt
de attack alleen toegepast op de eerste noot die gespeeld wordt en tegelijkertijd wordt vastgehouden;
terwijl de eerste noten worden vastgehouden, wordt op alle achtereenvolgens gespeelde noten geen
attack toegepast. In de EACH (elke) mode, wordt attack op alle noten toegepast.
Attack (4’, 2 2/3’, 2’)
De ATTACK regelaars passen het attack geluid van de ORGAN FLUTE voice aan. De 4’, 2 2/3 ‘en 2’
regelaars vergroten of verkleinen de hoeveelheid attackgeluid bij de corresponderende voetmaten. Des
te langer de grafische balk des te harder het attack geluid.
Length (LENG)
De LENGTH (lengte) regelaar heeft invloed op het attack gedeelte van het geluid waardoor een
langere of kortere decay onmiddellijk na de aanvangsattack wordt geproduceerd. Des te langer de
grafische balk des te langer de decay.
Reverb Depth
Chorus Depth
DSP on/off
DSP Depth
Zie voor details over de digitale effecten, blz 57, 124.
DSP Type
Bepaalt het DSP effect type dat wordt toegepast op de Organ Flutes voice. Normaal gesproken zal dit één
van de zeven beschikbare Rotary Speaker effecten zijn. Als er een ander type effect wordt geselecteerd, zal
de Rotary SP Speed ([C]) knop in de FOOTAGE/VOL/ATTACK display niet de Rotary Speaker snelheid
regelen. In plaats daarvan zal het hetzelfde effect hebben als de VOICE EFFECT [VARIATION] knop.
Variation
EQ Low
EQ High
Variation
Bepaalt of de DSP variatie zal worden ingesteld op Slow of Fast als de Organ Flutes voice is
geselecteerd (als de Voice Set functie aan is — blz. 143).
Value
Stelt de DSP variatie parameter waarde in (bijv. “LFO Freq” voor een Rotary Speaker effect) als de
DSP variatie is aangezet.
De EQ parameters bepalen de Frequentie en Gain (versterking) van de Low (lage) en High (hoge) EQ
banden.
PSR-2000/1000/A1000
91
Uw spel opnemen en songs creëren
— Song Creator
Met deze krachtige maar makkelijk-te-gebruiken song creëerfunctie, kunt u uw eigen toetsenbordspel opnemen en opslaan
voor toekomstig gebruik. Verscheidene verschillende opnamemethodes zijn beschikbaar: Quick (Snel) Record (blz. 93), laat
u makkelijk en snel opnemen; Multi Record (blz. 94), laat u verscheidene verschillende parts opnemen; en Step Record
(blz. 96), laat u de noten één voor één invoeren. Songs kunnen niet alleen de voice instellingen voor het toetsenbord
performance (Main, Layer, Left) bevatten, maar ook de effecten, vocal harmony (alleen PSR-2000) en automatische
begeleidingsparts. De opgenomen song kan worden opgeslagen naar het interne geheugen of diskette (blz. 38, 44).
SONG
EXTRA
TRACKS
TRACK
2
TRACK
1
(L)
(R)
(STYLE)
TOP
REC
NEW SONG
METRONOME
REPEAT
START/STOP
REW
BACK
SYNC. START
STYLE
POP & ROCK
BALLROOM
MARCH &
WALTZ
DANCE
LATIN
USER
PART
VOICE EFFECT
LEFT
HOLD
TOUCH
PIANO & HARPSI.
A
F
B
G
C
H
D
I
LAYER
LEFT
GUITAR
STRINGS
USER
MENU
DEMO
E
TEMPO
RESET
RESET
MIN
STYLE CONTROL
ACMP
MAIN
BREAK
SONG
SYNC.
START
WOODWIND
SYNTH.
XG
VH TYPE
SELECT
MIC.
SETTING
VOCAL
HARMONY
TALK
EFFECT
SIGNAL
ONE TOUCH SETTING
BALANCE
ENTER
DIRECT
ACCESS
EXIT
CHANNEL ON/OFF
SYNC.
STOP
AUTO
FILL IN
CHOIR & PAD
RESET
MIC.
FUNCTION
MAX
ENDING
/ rit.
INTRO
BRASS
VARIATION
PERCUSSION
OVER
STOP
MULTI PAD
FADE
IN/OUT
STANDBY
ON
BASS
DSP
ORGAN FLUTES
MUSIC
FINDER
HELP
MASTER VOLUME
ORGAN &
ACCORDION
UPPER OCTAVE
J
TAP TEMPO
TRANSPOSE
HARMONY/
MONO
ECHO
SUSTAIN
E.PIANO
MAIN
DIGITAL RECORDING
SWING &
JAZZ
MIXING CONSOLE
BALLAD
NEXT
VOICE
DIGITAL
STUDIO
SOUND CREATOR
FF
1
2
3
4
5
6
7
8
REGISTRATION MEMORY
PART
START/STOP
DATA ENTRY
OTS
LINK
FREEZE
MEMORY
DIGITAL RECORDING
EXTRA
TRACKS
TRACK
2
TRACK
1
(L)
(R)
(STYLE)
REC
NEW SONG
TOP
START/STOP
REPEAT
REW
METRONOME
FF
SYNC. START
Over Song Opname
■ Quick (Snel) Record (blz. 93)
Dit is de makkelijkste opname methode, en laat u snel de piano song die u
oefent opnemen. U kunt kiezen uit vier parts: rechterhand, linkerhand en
automatische begeleiding/multi pad. U kunt bijvoorbeeld alleen uw
rechterhandspel opnemen, of u kunt tegelijkertijd zowel uw rechterhand als de
automatische begeleiding opnemen.
■ Multi Record (blz. 94)
Dit laat u een song met verscheidene verschillende instrumentgeluiden
opnemen, en het geluid van een volledige band of orkest creëren Neem het
spel van elke instrument afzonderlijk op en creëer volledig georkestreerde
composities. U kunt ook over een bestaande part van een interne song of een
song van diskette opnemen met uw eigen spel.
■ Step Record (blz. 96)
Deze methode is als het schrijven van muzieknotatie op papier. Het laat u elke
noot afzonderlijk invoeren, door de toonhoogte en lengte aan te geven. Dit is
ideaal voor het maken van nauwkeurige opnamen, of voor het opnemen van
parts die te moeilijk zijn om te spelen.
■ Song Editing (bewerken) (blz. 102)
De PSR-2000/1000/A1000 laat u ook de songs die u heeft opgenomen met de
Quick Record, Multi Record en Step Record methodes bewerken.
92
PSR-2000/1000/A1000
OPM.
• De interne geheugencapaciteit van de
PSR-2000/1000/A1000 is ongeveer
580KB (PSR-2000) / 260KB (PSR1000/A1000) . De geheugencapaciteit
voor 2DD en 2HD diskettes is
respectievelijk ongeveer 720KB en
1,44MB. Als u data opslaat naar deze
locaties, worden alle file soorten van
de PSR-2000/1000/A1000 (Voice,
Stijl, Song, Registratie, enz.) samen
opgeslagen.
• Het microfooningangsignaal
(alleen de PSR-2000) kan niet worden opgenomen.
• Songs opgenomen op de PSR2000/1000/A1000 worden
automatisch opgenomen als SMF
(Standard MIDI File format 0) data.
Zie voor details over SMF, blz. 159.
• Afspelen van de opgenomen song
data kan worden verzonden via
MIDI OUT, u de mogelijkheid
gevend de geluiden van een
aangesloten externe toongenerator
te bespelen(blz. 146).
• Het volume niveau van elke kanaal
van de song kan worden aangepast
vanaf de Mixing Console en de instellingen kunnen worden opgeslagen.
Sterker nog, zelfs nadat u een voice
heeft ingesteld voor uw toetsenbordspel tijdens het opnemen, kunt u
voice selecties opnemen, zodat de
voice tijdens het afspelen automatisch verandert (blz. 104).
Uw spel opnemen en songs creëren— Song Creator
Quick (Snel) Record
Dit is de makkelijkste opname methode — perfect voor het snel opnemen en terugspelen van een piano song die u aan
het oefenen bent, zodat u kunt uw vooruitgang kunt controleren.
■ Als u over een bestaande part van een
interne song of een song van diskette
opneemt met uw eigen spel:
■ Als u een nieuwe song creëert:
1
REC
NEW SONG
2
TOP
START/STOP
REW
FF
1
SYNC. START
Selecteer de gewenste song (blz. 76, 78).
Selecteer de voice en begeleidingsstijl die u wilt gebruiken in de song.
Als u wilt de MAIN/Layer/Left voices op wilt nemen, zorg er dan voor dat de [MAIN]/[LAYER]/[LEFT] knoppen aan staan.
Maak ook alle andere gewenste instellingen (Reverb, Chorus, enz.).
OPM.
3
Houdt de [REC] knop ingedrukt en druk tegelijkertijd op de knop die
correspondeert met de track die u wilt opnemen.
U kunt TRACK 1 of TRACK 2 en de EXTRA TRACKS selecteren voor tegelijkertijd opnemen.
Om toetsenbordspel op te nemen:
Druk of op de [TRACK 1] of [TRACK 2] knop.
Om de automatische begeleiding en
multi pad spel op te nemen :
Druk op de [EXTRA TRACKS] knop.
OPM.
REC
Om het opnemen te
stoppen drukt u nogmaals
op de [REC] knop.
4
Als de "LAYER" of "LEFT" knop
aan is voordat u op de REC
knop drukt, worden de corresponderende Layer en Left
parts automatisch op verschillende kanalen opgenomen.
EXTRA
TRACKS
(STYLE)
TRACK
2
TRACK
1
(L)
(R)
Opnemen begint zodra u het toetsenbord bespeelt.
U kunt ook het opnemen starten door op de SONG/
STYLE [START/STOP] knop te drukken. Het opnemen
kan ook gestart worden door de pedaal in te drukken,
als de song start/stop functie op de juiste manier is
toegewezen aan het pedaal (blz. 139).
Het spel van track 1/2 wordt
opgenomen op het kanaal
zoals aangegeven in de SONG
SETTING display (blz. 137).
OPM.
U kunt een tweede rechterhandspel op Track 2 "overdubben" na het opnemen van
het eerste rechterhandspel
(inclusief de layer voices) op
Track 1. Om dit te doen, stelt u
de [LEFT] knop in op OFF en
herhaalt u de stappen 2 en 3.
OPM.
Om te pauzeren drukt u op de
SONG [START/STOP] knop.
Om het opnemen te vervolgen,
drukt u nogmaals op de SONG
[START/STOP] knop.
OPM.
END
Om het opnemen te stoppen drukt u nogmaals op de [RECORD] knop.
Het opnemen kan ook worden gestopt door het pedaal in te drukken, als de song
start/stop functie op de juiste manier is toegewezen aan het pedaal (blz. 139).
■ Uw nieuw song afspelen
Om uw net opgenomen spel terug te spelen gaat u terug naar het begin van de song met
de [TOP] knop en drukt u op de SONG [START/STOP] knop.
Het terugspelen stopt automatisch aan het einde van de song, en schakelt terug naar het
begin van de song.
U kunt de opgenomen song data via de SONG CREATOR (1 - 16) displays bewerken (blz. 105).
Druk op de [6▼] knop vanuit de SONG display om de opgenomen data op te slaan (blz. 38, 44).
U kunt ook de metronoomklik
gebruiken als een leidraad
terwijl u opneemt.
Het geluid van de metronoom
wordt niet opgenomen.
PAS OP
Het instrument uitzetten wist
automatisch uw opgenomen
spel. Als u de opname wilt
bewaren, zorg er dan voor
dat u hem opslaat naar het
interne geheugen of diskette
(blz. 38, 44).
PSR-2000/1000/A1000
93
Uw spel opnemen en songs creëren — Song Creator
Multi Record
Dit laat u een song met verscheidene verschillende instrument geluiden opnemen tot op zestien kanalen, en het geluid
van een volledige band of orkest creëren.
De structuur van de kanalen en parts wordt in het overzicht hieronder getoond.
7
Parts
Beschikbare parts
(standaard instellingen)
Voice MAIN, LAYER, LEFT
Voice MAIN
Multi Pad1
Multi Pad2
Voice MAIN
Multi Pad3
Multi Pad4
Voice MAIN
Begeleidingsstijl RHYTHM 1
Begeleidingsstijl RHYTHM 2
Begeleidingsstijl BASS
Voice MAIN
Begeleidingsstijl CHORD1
Begeleidingsstijl CHORD2
Voice MAIN
Begeleidingsstijl PAD
Begeleidingsstijl PHRASE1
Voice MAIN
Begeleidingsstijl PHRASE2
MIDI
Voice MAIN
8
Voice MAIN
Kanalen
1
2
3
4
5
6
Kanalen
9
10
11
12
13
14
15
16
Parts
(standaard instellingen)
Begeleidingsstijl
RHYTHM 1
Begeleidingsstijl
RHYTHM 2
Begeleidingsstijl
BASS
Begeleidingsstijl
CHORD1
Begeleidingsstijl
CHORD2
Begeleidingsstijl
PAD
Begeleidingsstijl
PHRASE1
Begeleidingsstijl
PHRASE2
Beschikbare parts
Voice MAIN, LAYER, LEFT
Multi Pad1
Multi Pad2
Multi Pad3
Multi Pad4
Begeleidingsstijl RHYTHM 1
Begeleidingsstijl RHYTHM 2
Begeleidingsstijl BASS
Begeleidingsstijl CHORD1
Begeleidingsstijl CHORD2
Begeleidingsstijl PAD
Begeleidingsstijl PHRASE1
Begeleidingsstijl PHRASE2
MIDI
Over de begeleidingsstijl parts
Rhythm .....Dit is de basis voor de begeleiding en bevat de drum en percussie ritme patronen. Gewoonlijk wordt één van de drum kits gebruikt.
Bass .......... De bas part gebruikt verscheidene geschikte instrumentgeluiden die bij de stijl passen, zoals een akoestische bas, synthesizerbas of anderen.
Chord ........Dit is de ritmische akkoordbegeleiding, in het algemeen gebruikt met piano of gitaar voices.
Pad ............Deze part beschikt over liggende akkoorden en gebruikt in het algemeen weelderige geluiden zoals strijkers, orgel of koor.
Phrase ....... Deze part wordt gebruikt voor verscheidene verfraaiingen en riffs die de song verbeteren, zoals accenten met kopersecties of akkoord arpeggios.
■ Als u over een bestaande part van een
interne song of een song van diskette
opneemt met uw eigen spel:
■ Als u een nieuwe song creëert:
1
REC
NEW SONG
2
TOP
START/STOP
REW
FF
1
SYNC. START
OPM.
Selecteer het gewenste kanaal voor opname (stel het in op “REC”) door de [REC]
knop ingedrukt te houden en tegelijkertijd de betreffende knop [1▲▼] - [8▲▼]
in te drukken. Verscheidene kanalen kunnen tegelijkertijd worden geselecteerd.
REC ......................... Maakt opnemen voor het kanaal mogelijk
ON ......................... Maakt terugspelen van het kanaal mogelijk
OFF......................... Schakelt het kanaal uit
Om het opnemen te
REC
annuleren of
onmogelijik te maken,
drukt u nogmaals op
de [REC] knop.
1
94
Selecteer de gewenste song (blz. 76, 78).
PSR-2000/1000/A1000
2
3
4
5
6
7
8
De part wordt automatisch
geselecteerd als er verscheidene kanalen tegelijk op
“REC” worden ingesteld.
Uw spel opnemen en songs creëren— Song Creator
3
Selecteer de part die u toe wilt wijzen aan het kanaal dat opgenomen wordt.
Dit bepaalt welke van de via het toetsenbord bespeelde parts (Main/Layer/Left) en de
begeleidingsstijl parts (RHYTHME 1/2, BASS, enz.) worden opgenomen naar de in
stap nr. 2 geselecteerde
opnamekanalen.
Zie voor een overzicht
van de standaard
aanvangstoewijzingen,
blz. 94.
C
D
4
Het opnemen begint zodra u het toetsenbord bespeelt.
U kunt ook het opnemen starten door op de
SONG/STYLE [START/STOP] knop te drukken.
Het opnemen kan worden gestart/gestopt door op
het pedaal te drukken als de recording punch in/
out functie is ingesteld op het pedaal (blz. 101).
OPM.
Als de MIDI part wordt
geselecteerd
• Een enkel kanaal
instellen op MIDI
Alle binnenkomende data
ontvangen via elk van de
MIDI Kanalen 1 - 16 wordt
opgenomen. Als u een extern
MIDI toetsenbord of controller
gebruikt om op te nemen, laat
dit u opnemen zonder dat u
het MIDI verzendkanaal op
het op het externe apparaat
hoeft in te stellen.
• Verscheidene kanalen
instellen op MIDI
Als u een extern MIDI toetsenbord of controller gebruikt om
op te nemen, wordt er hierbij
alleen data geregistreerd op
het ingestelde kanaal — hetgeen inhoudt dat ook het
externe apparaat op hetzelfde
kanaal moet zijn ingesteld.
OPM.
Een enkele part (met uitzondering van MIDI parts) kan
niet worden toegewezen aan
verscheidene kanalen.
OPM.
5
6
Om het opnemen te stoppen drukt u nogmaals op de [REC] knop.
U kunt ook het pedaal gebruiken om het opnemen te stoppen door hem los te laten,
als de recording punch in/out functie is toegewezen aan het pedaal (blz. 101).
De instellingen van de opgenomen parts zijn tijdelijk opgeslagen
tot u Quick Recording uitvoert ,
een song selecteert, of het
instrument uitzet.
OPM.
Om te pauzeren drukt u op de
SONG [START/STOP] knop.
Om het opnemen te vervolgen,
drukt u nogmaals op de SONG
[START/STOP] knop.
Uw nieuwe song afspelen.
Om uw net opgenomen spel terug te spelen gaat u terug naar het begin van
de song met de [TOP] knop en drukt u op de SONG [START/STOP] knop.
Het terugspelen stopt automatisch aan het einde van de song, en schakelt
terug naar het begin van de song.
OPM.
U kunt ook de metronoomklik gebruiken als een
leidraad, terwijl u opneemt.
Het geluid van de metronoom
wordt niet opgenomen.
PAS OP
END
Om een nieuwe part op te nemen, herhaalt u de stappen 2 - 6 hierboven.
U kunt reeds opgenomen parts instellen om af te spelen, en ze
afluisteren terwijl u een nieuwe part opneemt. Ga zo door tot u klaar
bent met de song.
U kunt de opgenomen song data via de SONG CREATOR (1 - 16)
displays bewerken (blz. 105).
Druk op de [6▼] knop vanuit de SONG display om de opgenomen
data op te slaan (blz. 38, 44).
Het instrument uitzetten wist
automatisch uw opgenomen
spel. Als u de opname wilt
bewaren, zorg er dan voor
dat u hem opslaat naar het
interne geheugen of diskette
(blz. 38, 44).
PSR-2000/1000/A1000
95
Uw spel opnemen en songs creëren — Song Creator
Afzonderlijke noten opnemen — Step Record
Deze methode laat u een song creëren door de noten één voor één in te voeren, zonder dat u ze in real time hoeft te
spelen. Dit is ook handig voor het afzonderlijk opnemen van de akkoorden en de melodie.
Bediening
1
Selecteer een bestaande song (blz. 76, 78) waaraan
u parts wilt toevoegen of opnieuw op wilt nemen.
2
Druk op de [DIGITAL RECORDING] knop.
3
Druk op de [A] knop om de Song Creator
display op te roepen.
A
DIGITAL
STUDIO
SOUND CREATOR
B
C
D
DIGITAL RECORDING
E
MIXING CONSOLE
PART
4
5
Gebruik de [BACK/[NEXT]
knoppen om de “1 -16” tab
voor het opnemen van
melodiëen en andere parts,
of om de “CHD” (Akkoord)
tab te selecteren voor het
opnemen van akkoorden en
selecteer na het selecteren
van de “1 - 16” tab, een
opname kanaal met de [F]
(CH) knop.
BACK
NEXT
F
G
H
I
J
Roep de Step Record
display op door op de [G]
knop te drukken.
OPM.
F
Elke voice, elk effect en alle
overige instellingen die u in
de MIXING CONSOLE
maakt worden automatisch
geannuleerd als u de CHD
(Akkoord) pagina oproept.
G
H
I
J
96
PSR-2000/1000/A1000
OPM.
De voices in de USER en
DISKETTE pagina’s kunnen
niet worden geselecteerd
voor Step Record. U kunt
voices van de PRESET
pagina selecteren; deze kunnen echter enigszins afwijken
van de originele voice.
Uw spel opnemen en songs creëren— Song Creator
6
Geef eerst de lengte en de kracht (loudness) in deze display aan, voordat de noot wordt ingevoerd en
voer vervolgens de toonhoogte in door de noot op het toetsenbord te spelen.
Verplaatsen de cursor
omhoog en omlaag.
Zetten de cursor terug naar
het begin van de song (de
eerste noot van de eerste
maat).
Gebruik deze om het
geselecteerde event te
verplaatsen, in de eenheden:
maten (BAR), tellen en
clocks. Zie voor informatie
over maat/tel/clock
instellingen, hieronder.
END
A
F
B
G
C
H
D
I
E
J
1
2
3
4
5
6
7
Geven het type noot aan dat vervolgens ingevoerd moet
worden. (Er zijn slechts zestien noten beschikbaar bij
het opnemen van de melodie.) Dit bepaalt ook de positie
waarvandaan verder gegaan zal worden nadat er een
noot is ingevoerd.
Bepaalt de aanslagsnelheid
(kracht) van de noot die wordt
ingevoerd (alleen bij het
opnemen van de melodie). Zie
voor informatie over
aanslagsnelheid instellingen,
hieronder.
Bepaalt de lengte van de noot
(in een percentage) vanaf de
positie waarop deze is
ingevoerd. (Dit is alleen
beschikbaar bij het opnemen
van de melodie.) Zie voor
informatie over gate tijd
instellingen, hieronder.
Elke keer als er op deze knop wordt
gedrukt wordt er naar de volgende
van de drie basisnoot selectors
geschakeld, onderin de display.
normaal, gepunteerd en triool. (Dit is
alleen beschikbaar bij het opnemen
van de melodie.)
8
Wist het event bij de cursor.
Om de STEP RECORD display te sluiten, drukt u op de [EXIT] knop. Zorg ervoor dat de
opgenomen data wordt opgeslagen door op de [I] (SAVE) knop te drukken (blz. 44).
■ Maat/Tel/Clock
Measure 1
Beat
Clock
1
2
2
3
4
1
000- 000- 000- 0001919 1919 1919 1919
2
3
4
000- 000- 000- 0001919 1919 1919 1919
■ Aanslagsnelheid
De tabel hieronder laat de beschikbare instellingen en de corresponderende aanslagsnelheidswaarden zien.
Kbd. Vel
Daadwerkelijk
speelsterkte
fff
ff
f
mf
mp
p
pp
ppp
127
111
95
79
63
47
31
15
■ Gate Time
De volgende instellingen zijn beschikbaar:
Normal .......................
80%
Tenuto ........................
99%
Staccato......................
40%
Staccatissimo ..............
20%
Manual ....................... De gate time (nootlengte) kan worden aangegeven met een percentage.
PSR-2000/1000/A1000
97
Uw spel opnemen en songs creëren — Song Creator
Melodieën opnemen — Step Record (Noot)
In dit gedeelte laten we u zien hoe u Step Record kunt
gebruiken door u door een daadwerkelijk muzikaal
voorbeeld te leiden, dat rechts te zien is.
De handelingen hier zijn van toepassing op stap 6 op blz. 97.
1
1-1
Selecteer deze noot.
2
1-2
Terwijl u deze noot ingedrukt houdt...
1-3
...drukt u hierop, om een verbinding in te voeren.
2-2
2-3
2-4
2-1
Selecteer deze noot.
3
3-1
Druk op deze knop om
de gepunteerde noten
weer te geven.
3-3
3-2
Selecteer deze noot.
4
4-1
Roep de normale noten
op door op deze knop te
drukken.
4-3
4-2
Selecteer deze noot.
OPM.
Om een rust in te voeren, zet u gewoon de maat/tel/clock (measure/beat/clock) de gewenste rusttijdsduur verder en voert u vervolgens de volgende noot in
■ Speel de nieuw gecreëerde melodie terug
Gebruik de [C] ( ▲ ) knop om de cursor naar het begin van de song te verplaatsen en druk op de SONG [START/
STOP] knop om de nieuw ingevoerde noten te beluisteren. Om de opgenomen data daadwerkelijk in te voeren,
drukt u op de [EXIT] knop. De ingevoerde data kan worden bewerkt vanuit de SONG CREATOR (1 - 16) display
(blz. 105).
98
PSR-2000/1000/A1000
Uw spel opnemen en songs creëren— Song Creator
Akkoordwijzigingen voor de automatische begeleiding opnemen —
Step Record (Chord)
De Chord Step opname functie maakt het mogelijk om automatische begeleidingsakkoordwijzigingen één voor één op
te nemen met exacte timing. Aangezien de wijzigingen niet in real time gespeeld hoeven te worden, kunt u makkelijk
complexe, strakke akkoordwijzigingen creëren — waar u de melodie op de normale manier later bij op kunt nemen.
De handelingen hier zijn van toepassing op stap 6 op blz. 97.
Akkoorden en secties invoeren (Chord Step)
U kunt bijvoorbeeld de volgende akkoordprogressie invoeren met de procedure die hieronder beschreven wordt.
MAIN A
C
1
BREAK
F
G
F
MAIN B
G7
C
Druk op de MAIN [A] knop om de sectie aan te geven, en voer de akkoorden in zoals rechts te zien is.
MAIN A
C
MAIN
F
C
001:1:000
F
Selecteer deze nootwaarde en speel
de rechts aangegeven akkoorden.
2
G
001:3:000
G
002:1:000
Druk op de [BREAK] knop om de Break sectie aan te geven, en voer de akkoorden in zoals rechts aangegeven.
MAIN A
C
BREAK
F
G
F
G7
F
BREAK
002:3:000
INTRO
G7
002:4:000
Selecteer deze nootwaarde en speel
de rechts aangegeven akkoorden.
PSR-2000/1000/A1000
99
Uw spel opnemen en songs creëren — Song Creator
3
Druk op de MAIN [B] knop om de sectie aan te geven en voer het akkoord in zoals rechts aangegeven.
MAIN A
BREAK
MAIN B
MAIN
C
F
G
F
G7
C
C
003:1:000
Selecteer deze nootwaarde en speel
de rechts aangegeven akkoorden.
■ Speel de nieuw gecreërde akkoordprogressie terug
Gebruik de [C] ( ▲ ) knop om de cursor naar het begin van de song te verplaatsen en
druk op de SONG [START/STOP] knop om de nieuw ingevoerde noten te beluisteren.
Om de opgenomen data daadwerkelijk in te voeren, drukt u op de [EXIT] knop. De
ingevoerde data kan worden bewerkt vanuit de SONG CREATOR (CHD) display
(blz. 106). Druk tenslotte op de [F] (EXPAND) knop vanuit de SONG CREATOR
(CHD) display om de ingevoerde data om te zetten naar songdata.
OPM.
Om een fill-in in te voeren,
drukt u op de [AUTO FILL
IN] knop en op één van de
MAIN [A]–[D] knoppen.
OPM.
END Mark
Een “END” markering wordt
aangeven in de display, om
het einde van de songdata
aan te geven.
De daadwerkelijke positie
van de End markering is verschillend en afhankelijk van
de sectie die is ingevoerd
aan het einde van de song.
Als een Ending sectie is
ingevoerd, volgt de End
markering automatisch de
Ending data. Als een andere
sectie dan Ending is
ingevoerd, wordt de End
markering twee maten na de
laatste sectie ingesteld.
De End markering kan vrij
op elke gewenste postitie
worden ingesteld.
100
PSR-2000/1000/A1000
Uw spel opnemen en songs creëren— Song Creator
Selecteer de opname opties: Starten, Stoppen, Punch In/Out
— Rec Mode
Via deze display kunt u instellen hoe het opnemen moet worden begonnen en beëindigd voor of de Quick opname of
Multi opname. Om deze instellingen op te roepen selecteert u de REC MODE display met de [BACK]/[NEXT] knoppen,
na het uitvoeren van de stappen 1 t/m 3 van bladzijde 96.
Deze instellingen bepaalt hoe het opnemen
zal start.
Normal
Drukken op de SONG [START/STOP] knop zet
Synchro standby aan en het overschrijf- opnemen
begint zodra u het toetsenbord bespeelt.
F
G
Roept de SONG display op,
waarvandaan u de bewerkte
data kunt opslaan.
H
First Key On
Het overschrijf- opnemen begint zodra u het
toetsenbord bespeelt. Deze instelling
handhaaft ook de reeds opgenomen
inleidings data, waardoor u over de originele
inleiding op kunt nemen, zonder deze te
wissen.
I
J
Bepalen de Punch Out maat
— de maat waar het Punch In
overschrijf-opnemen stopt (als
“PUNCH OUT AT” is
geselecteerd).
Punch In At
De song speelt normaal terug tot aan de
aangeven Punch In maat (stel in met de
[3▲▼] knoppen), en begint vervolgens het
overschrijf-opnemen bij die Punch In maat.
1
Bepalen de maat waar het Punch In
overschrijf- opnemen begint (als “PUNCH
IN AT” is geselecteerd).
2
3
4
5
6
7
8
Deze instellingen bepalen hoe het opnemen zal stop
alsook wat er gebeurt met de reeds opgenomen data.
Replace All
Dit wist alle data die volgt op het punt waarop het opnemen is gestopt.
Punch Out
Dit handhaaft alle data die volgt op het punt waarop het opnemen is gestopt.
Als dit is ingesteld op ON, kunt
u pedaal 2 gebruiken om de
punch-in en punch-out punten
te regelen. (De huidige functie
toewijzing van het pedaal
wordt geannuleerd.) Druk op
en houdt het pedaal ingedrukt
om op te nemen. Het
opnemen stopt als het pedaal
loslaat.
Punch Out At
Het overschrijf-opnemen gaat door tot de aangeven Punch Out maat (stel in met de [6▲▼] knoppen),
vervolgens stopt het op die Punch Out maat, waarna het song afspelen normaal verder gaat.
Over Punch In/Out
Deze eigenschap is hoofdzakelijk handig voor het opnieuw opnemen of het vervangen van een bepaald gedeelte
van een reeds opgenomen kanaal. De illustraties hieronder geeft een verscheidenheid aan situaties waarin de
geselecteerde maten in een acht-maat frase opnieuw worden opgenomen.
REC START instelling
REC END instelling
NORMAL
REPLACE ALL
NORMAL
PUNCH OUT
NORMAL
PUNCH OUT AT=006
FIRST KEY ON
REPLACE ALL
FIRST KEY ON
PUNCH OUT
FIRST KEY ON
PUNCH OUT AT=006
PUNCH IN AT=003
REPLACE ALL
PUNCH IN AT=003
PUNCH OUT
PUNCH IN AT=003
PUNCH OUT AT=006
Originele data
1
2
3
4
2
3
4
2
3
4
1
1
Start/
speel originele data af
1
Start/
speel originele data af
1
Start/
speel originele data af
1
Start/
speel originele data af
1
Start/
speel originele data af
1
8
5
5
*2 U moet op de [REC] knop
drukken aan het eind van 5
maten.
Gewist
6
*1 Als de maten 1 - 2 niet worden
overschreven, begint het
opnemen bij maat 3.
7
8
7
8
Stop overschrijf-opnemen/
speel originele data af
Start/start overschrijf-opnemen *1
Start/
speel originele data af
7
Stop opnemen *2
Start/start overschrijf-opnemen *1
1
6
Stop opnemen *2
Start/start overschrijf-opnemen *1
1
5
2
3
4
Start bespelen van de toetsen/
start overschrijf-opnemen
2
3
3
4
3
4
3
4
3
4
3
6
7
8
5
6
7
8
5
Gewist
Stop opnemen *2
4
5
6
7
Stop overschrijf-opnemen/
speel originele data af
Start overschrijf-opnemen
2
5
Stop opnemen *2
Start overschrijf-opnemen
2
Gewist
Stop overschrijf-opnemen/
speel originele data af
Start overschrijf-opnemen
2
5
Stop opnemen *2
Start playing the keys/
start overschrijf-opnemen
2
6
Stop opnemen *2
Start bespelen van de toetsen/
start overschrijf-opnemen
2
5
4
5
7
8
Reeds opgenomen data
Nieuw opgenomen data
Gewiste data
PSR-2000/1000/A1000
101
Uw spel opnemen en songs creëren — Song Creator
Een opgenomen song bewerken
Of u nu een song heeft opgenomen met Quick Record, Multi Record of Step Record, u kunt de
bewerkingseigenschappen gebruiken om de song data te wijzigen.
Kanaal-gerelateerde parameters bewerken — Kanaal
De hier opgeroepen handelingen zijn van toepassing op stap 4 op blz. 96. Op de hieronder getoonde dsiplay op te
roepen, gebruikt u de [BACK]/[NEXT] knoppen.
Quantizeren
Quantizeren laat u de timing van een reeds opgenomen kanaal "opschonen" of strak trekken. De volgende muzikale
passage bijvoorbeeld, is geschreven met exacte kwart- en achtste-noot waarden.
Zelfs als u denkt dat u een passage accuraat heeft opgenomen, kan het zijn dat uw spel net iets voor of achter loopt op
de maat. Quantizeren maakt u het mogelijk om alle de noten van een kanaal strak te trekken zodat de timing absoluut
accuraat op de aangegeven nootwaarde is (zie hieronder).
Gebruik deze om de
gewenste
bewerkingshandeling te
selecteren.
Voert de quantizeringshandeling uit. Als de handeling
is afgerond, verandert deze
knop naar [UNDO], waardoor u
de originele data kunt
terugroepen als u niet tevreden
bent met het quantizerings
resultaat. De Undo functie heeft
slechts één niveau; alleen de
voorgaande handeling kan
ongedaan gemaakt worden.
A
F
B
G
C
H
D
I
E
J
1
2
3
4
5
6
7
8
Roept de SONG display op,
waarvandaan u de bewerkte
data kunt opslaan.
Bepalen hoe sterk de noten
zullen worden gequantizeerd.
Als een waarde lager dan
100% wordt geselecteerd,
zullen de noten slechts in de
aangegeven hoeveelheid in de
richting van de juiste tel worden
gequantizeerd. Het gebruik van
een quantizering van minder
dan 100% zorgt ervoor dat er
nog wat “menselijk” gevoel in
de opname gehandhaaft blijft.
Selecteren de quantizerings grootte
(resolutie).
Zie voor de details hieronder.
Selecteren het gewenste kanaal
dat gequantizeerd moet worden.
■ Over de quantizerings grootte
Stel de quantizerings grootte zo in dat deze overeenkomt met de kleinste nootwaarde van het kanaal waarin u aan het werk bent
Als bijvoorbeeld de de data is opgenomen met zowel kwartnoten als achtste noten, gebruik dan de 1/8 noot als quantizerings
grootte. Als u een quantizerings grootte van 1/4 zou gebruiken, zouden de achtste noten naar de kwartnoten worden geplaatst.
Eén maat van achtste noten voor het quantizeren
Na 1/8 noot quantizering
Quantizerings grootte
1/4 noot
1/4 noot triool
1/8 noot
1/8 noot triool
1/16 noot
1/16 noot triool
1/32 noot
1/8 noot +
1/8 noot triool *
1/16 noot +
1/8 noot triool *
1/16 noot +
1/16 noot triool *
De drie quantizerings instellingen gemarkeerd met asterisken (*) zijn uitzonderlijk handige, aangezien ze u de mogelijkheid geven naar twee
verschillende noot waarden tegelijkertijd te quantizeren, zonder afbreuk te doen aan de kwaliteit van de quantizering van de beide nootwaarden.
Als u, bijvoorbeeld zowel normale 1/8 noten als 1/8 noot triolen op hetzelfde kanaal heeft opgenomen, en u quantizeert naar normale 1/8 noten,
worden alle noten van het kanaal gequantizeerd naar normale 1/8 noten — waardoor elk triool gevoel in het ritme volledig geëlimineerd wordt.
Als u echter de 1/8 noot + 1/8 noot triool instelling gebruikt, worden zowel de normale als de triool noten goed gequantizeerd.
102
PSR-2000/1000/A1000
Uw spel opnemen en songs creëren— Song Creator
Delete (wissen)
Dit laat u opgenomen data van het aangegeven kanaal wissen.
Gebruik deze om de gewenste
bewerkingshandeling te
selecteren.
Wist alle data van het
geselecteerde kanaal. Als
de handeling is afgerond,
verandert deze knop naar
[UNDO], waardoor u de
originele data kunt
terugroepen. De Undo
functie heeft slechts één
niveau; alleen de
voorgaande handeling kan
ongedaan gemaakt worden.
A
F
B
G
C
H
D
I
E
J
1
2
3
4
5
6
7
Roept de SONG display op,
waarvandaan u de bewerkte
data kunt opslaan.
Deze selecteert het kanaal
dat gewist moet worden.
8
Mix
Deze functie laat u de data van twee kanalen mixen en plaatst de resultaten in een ander kanaal. Het laat u ook de data
van één kanaal naar een ander kanaal kopiëren.
OPM.
Gebruik deze om de gewenste
bewerkingshandeling te
selecteren.
Voert de Mix handeling uit.
Als de handeling is
afgerond, verandert deze
knop naar [UNDO],
waardoor u de originele
data kunt terugroepen als u
niet tevreden bent met het
mix resultaat. De Undo
functie heeft slechts één
niveau; alleen de
voorgaande handeling kan
ongedaan gemaakt worden.
A
F
B
G
C
H
D
I
E
J
1
2
3
4
5
6
7
Alle andere dan de gemixte
noot data wordt ontrokken
aan het Source 1.
Roept de SONG display op,
waarvandaan u de bewerkte
data kunt opslaan.
8
Deze laten u de twee bron
Bepalen het kanaal waarin de mix- of
kanalen aangeven die gemixt
kopiëerresultaten zullen worden geplaatst.
moeten worden.
Als hier “COPY” is geselecteerd,
wordt de data van Source (bron) 1
gekopieerd naar het Destination
(bestemmings)kanaal.
PSR-2000/1000/A1000
103
Uw spel opnemen en songs creëren — Song Creator
Channel Transpose (kanaal transponering)
Dit maakt het u mogelijk om de opgenomen data van afzonderlijke kanalen omhoog of omlaag te transponeren met
een maximum van twee octaven in stappen van halve noten.
Gebruik deze om de gewenste
bewerkingshandeling te
selecteren.
Voert de kanaal transponeringshandeling uit. Als de
handeling is afgerond,
verandert deze knop naar
[UNDO], waardoor u de
originele data kunt terugroepen als u niet tevreden
bent met het kanaal
transponeringsresultaat. De
Undo functie heeft slechts
één niveau; alleen de
voorgaande handeling kan
ongedaan gemaakt worden.
A
F
B
G
C
H
D
I
E
J
Schakelt tussen de twee
kanaal displays: Kanalen 1 8 en Kanalen 9 - 16.
Om tegelijkertijd alle
kanalen op dezelfde waarde
in te stellen, past u de
kanaal transponering aan
voor één van de kanalen
terwijl u deze knop
ingedrukt houdt.
Roept de SONG display op,
waarvandaan u de bewerkte
data kunt opslaan.
1
2
3
4
5
6
7
8
Bepalen de hoeveelheid kanaal transponering voor elke kanaal.
Set Up
U kunt de aanvangsinstellingen van de song — zoals voice, niveau en tempo — wijzigen naar de huidige instellingen
van de mixing console of paneelregelaars.
Gebruik deze om de gewenste
bewerkingshandeling te
selecteren.
Voert de SET UP
handeling uit. Als
SET UP eenmaal is
uitgevoerd, kan de
handeling niet meer
worden geannuleerd
of ongedaan
gemaakt worden.
A
F
B
G
C
H
D
I
E
J
1
2
3
4
5
6
7
8
Roept de SONG display op,
waarvandaan u de bewerkte
data kunt opslaan.
Gebruik deze om het
geselecteerde item af te
vinken. Afgevinkte items
worden met de song
opgeslagen.
Bepalen welke afspeel eigenschappen en functies automatisch opgeroepen zullen worden met de geselecteerde song mee. Alle events, met
uitzondering van “KEYBOARD VOICE” kunnen alleen aan het begin van de song worden opgenomen.
Zorg ervoor dat u, voordat u één van deze items (anders dan de Keyboard Voice) selecteert of afvinkt, de song terug gezet wordt naar het
begin met de [TOP] knop en het afspelen stopt.
Song ............................ Slaat de tempo instelling en alle andere gemaakte instellingen van de Mixing Console op.
Keyboard Voice........... Dit laat u automatisch de voice van de via het toetsenbord-gespeelde parts (Main/Layer/Left) instellen, als de song
wordt teruggespeeld. Slaat de via het toetsenbord-bespeelde voice en de part ON/OFF instellingen op. Om een voice
wijziging voor het via het toetsenbord-bespeelde part tijdens een song op te nemen, stopt u de song op het gewenste
punt, maakt de voice wijziging en drukt op de [D] (EXECUTE) knop.
Lyrics language.......... Slaat de instellingen van de Lyrics display op.
Score Instelling .......... Slaat de instellingen van de Score display (alleen op de PSR-2000) op.
Mic. Settings ............... Slaat de microfooninstellingen in de mixing console (alleen op de PSR-2000) op.
104
PSR-2000/1000/A1000
Uw spel opnemen en songs creëren— Song Creator
Noot Events bewerken — 1 - 16
Via deze display, kunt u afzonderlijke noot events bewerken (zie hieronder). Hier opgeroepen handelingen zijn van
toepassing op stap 4 op blz. 96. Gebruik de [BACK/[NEXT] knoppen om de hieronder getoonde display op te roepen.
Gebruik deze om de cursor
omhoog/omlaag te
bewegen en selecteer het
gewenste event.
Bepaalt het kanaal dat moet
worden bewerkt.
A
F
Keert terug naar de
beginpositie van de huidige
song (de eerste noot van de
eerste maat).
B
G
C
H
D
I
Gebruik deze om de
cursor naar links/rechts te
bewegen en selecteer de
gewenste parameter van
het event met de keuzebalk.
Houd in gedachte dat de
cursor van de zojuist
bewerkte waarde af halen,
automatisch die waarde
invoert.
E
J
Roept de Step Recording
display op (blz. 97).
Roept de Filter display op
(blz. 107), waardoor alleen die
events die u wilt zien in het Event
overzicht worden getoond.
Roept de SONG display op,
waarvandaan u de bewerkte
data kunt opslaan.
Deze knop ingedrukt houden
terwijl u de [A] en [B]
knoppen gebruikt, laat u
meerdere events selecteren.
1
2
3
4
5
Bepalen de huidige positie
van het event dat wordt
bewerkt.
Voor grove instelling van de event
waarde.
Voor fijn aanpassing van de event
waarde.
Cuts (knipt weg) alle geselecteerde events. De
weggeknipte events zijn gekopieerd en kunnen op
een andere locatie worden geplakt (paste).
Voegen een nieuw event toe aan het
Event overzicht.
6
7
8
Plakt alle weggeknipte of
gekopieerde events op de
geselecteerde locatie.
Als de waarde bij de cursor is
gewijzigd, zal drukken hierop de
originele waarde terugroepen.
Kopieert alle geselecteerde events. De
gekopieerde events kunnen op een
andere locatie worden geplakt (paste).
Wist het event bij
de cursor
positie.
OPM.
Om een bewerkte waarde
daadwerkelijk in te voeren,
beweegt u de cursor bij de
waarde vandaan of drukt u op de
SONG [START/STOP] knop.
Note Events
Parameter
Note
Ctrl (Besturings Wijziging)
Prog (Programma wijziging)
P.Bnd (Pitch bend)
A.T. (Aftertouch)
Beschrijving
Bepaalt de toonhoogte, aanslagsnelheid (volume) en lengte van de noot.
Bepaalt het besturings wijzigingsnummer en de waarde. Zie voor details over besturings
wijzigingsmededelingen, het afzonderlijke Engsltalige Data List boekje (MIDI Data Format).
Bepaalt het voice (programma) nummer. Zie voor details over programma wijzigingsmededelingen en hoe ze in
te stellen, het afzonderlijke Engelstalige Data List boekje (Voice List).
Bepaalt de pitch bend waarde.
Bepaalt de aftertouch waarde.
OPM.
Het geluid van de voices
opgenomen met Step
Record kan enigszins
afwijken van de van de
originele voices.
PSR-2000/1000/A1000
105
Uw spel opnemen en songs creëren — Song Creator
Akkoord events bewerken — CHD
Via deze display, kunt u de akkoord events die u heeft opgenomen in de song bewerken.
De hier opgeroepen handelingen zijn van toepassing op stap 4 op blz. 96. Gebruik de [BACK/[NEXT] knoppen om de
hieronder getoonde display op te roepen. Met uitzondering van de [F] (EXPAND) knop, zijn de handelingen hier
hetzelfde als die bij Noot events bewerken (blz. 105).
A
F
B
G
C
H
D
I
E
J
Druk hierop om de
opgenomen akkoord en
sectie invoer om te zetten in
song data.
OPM.
Om een bewerkte waarde
daadwerkelijk in te voeren,
beweegt u de cursor bij de
waarde vandaan of drukt u
op de SONG [START/
STOP] knop.
Akkoord events
Parameter
Style (Begeleidingsstijl)
Tempo
Chord
Sect (Sectie)
OnOff (Kanaal aan/uit)
CH.Vol (Kanaalvolume)
S.Vol (Stijlvolume)
Beschrijving
Toont de begeleidingsstijl naam. Om een begeleidingsstijl in te voeren, roept u de STYLE display op en selecteert
u de gewenste stijl.
Bepaalt de tempowaarde.
Geeft het akkoord aan — zijn grondtoon, akkoordsoort en on-bas noot.
Geeft de sectie aan — zijn naam en variatie.
Bepaalt of bepaalde kanalen (ritme, bas, enz.) zijn aan/uitgezet.
Bepaalt het niveau van bepaalde kanalen (ritme, bas, enz.).
Bepaalt het niveau van de gehele begeleidingsstijl.
Systeem events bewerken — SYS/EX. (Systeem Exclusief)
Via deze display, kunt u opgenomen systeem events bewerken.
De hier opgeroepen handelingen zijn van toepassing op stap 4 op blz. 96. Gebruik de [BACK/[NEXT] knoppen om de
hieronder getoonde display op te roepen. De handelingen hier zijn hetzelfde als die bij Noot events bewerken (blz. 105).
Systeem Events
Parameter
ScBar (Aanvangsmaat
notatie)
Beschrijving
Dit bepaalt het nummer van de eerste maat. Het maatnummer wordt aangeven in de MAIN display of in de
muzieknotatie (alleen de PSR-2000). Slechts één waarde kan worden aangegeven aan het begin van de song
data.
Tempo
Bepaalt de tempowaarde.
Time (Maatsoort)
Bepaalt de maatsoort.
Toets
Bepaalt de toonsoort, alsook de majeur/mineur instelling.
XG Prm (XG parameters)
Maakt het u mogelijk verscheidene gedetailleerde wijzigingen in de data te maken. Zie voor meer informatie
over XG parameters, het afzonderlijke Engelstalige Data List boekje (MIDI Data Format).
SYS/EX. (Systeem Exclusief) Toont de Systeem Exclusief data in de song. Dit laat u niet de daadwerkelijke inhoud van de data wijzigen; het
laat u echter de data wissen, knippen, kopiëren en plakken.
Meta (Meta event)
Toont de SMF meta events in de song. Dit laat u niet de daadwerkelijke inhoud van de data wijzigen; het laat u
echter de data wissen, knippen, kopiëren en plakken.
106
PSR-2000/1000/A1000
Uw spel opnemen en songs creëren— Song Creator
Songteksten invoeren en bewerken
Deze handige functie laat u de Songnaam en de songteksten voor de song invoeren. Het laat u ook reeds bestaande
songteksten wijzigen of corrigeren. Zie voor meer informatie over lyric events, het onderstaande overzicht. De hier
opgeroepen handelingen zijn van toepassing op stap 4 op blz. 96. Gebruik de [BACK/[NEXT] knoppen om de hieronder
getoonde display op te roepen. De handelingen hier zijn hetzelfde als die bij Noot events bewerken (blz. 105).
In het volgende voorbeeld, herschrijven we een gedeelte van één van de songs, “Twinkle Twinkle Little Star.”
Selecteer de interne song “Twinkle Twinkle Little Star.” De methode voor selecteren is hetzelfde als beschreven op bladzijden 76 en 83.
1
Verplaats de cursor
naar het event dat
de tekst (lyric)
“star” bevat.
2
Verplaats de cursor
naar het woord “star.”
3
Gebruik deze knoppen op de
Lyric display op te roepen, waar
u songteksten in kunt voeren.
Voer via de Lyric display
(blz. 45), het nieuwe woord
“(uw naam)” in.
A
F
B
G
C
H
D
I
E
J
4
Druk op deze knop
om de nieuwe
gewijzigde songtekst
data op te slaan.
OPM.
1
2
3
4
5
6
7
Om een bewerkte waarde
daadwerkelijk in te voeren,
beweegt u de cursor bij de
waarde vandaan of drukt u op de
SONG [START/STOP] knop.
8
Songteksten events
Parameter
Name (Songnaam)
Songteksten
Code (overige
regelaars)
Beschrijving
Bepaalt de songnaam. Dit roept de NAME display op, waar u de naam kunt invoeren.
Maakt het u mogelijk songteksten in te voeren.
CR : Voert een regelafbreking in de songtekst in.
LF : Wist de momenteel getoonde songteksten en toont de volgende set songteksten.
Het event overzicht naar eigen wens aanpassen — Filter
Deze functie laat u bepalen welke event soorten in de event bewerk displays zullen worden getoond. Om een event
voor vertoning te selecteren, vinkt u het vakje dat correspondereert met de event naam af. Om een event weg te
filteren, zodat deze niet is te zien, verwijdert u het vinkje zodat het vakje leeg is.
Om de onderstaande display op te roepen, drukt u op de [H] (FILTER) knop vanuit één van de volgende displays: CHD,
1 - 16, SysEX, of LYRICS (blz. 105 - blz. 107).
Roept de Main Filter
display op. Zie voor meer
informatie over elke van de
event types, het afzonderlijke
Engelstalige Data List boekje
(MIDI Data Format).
Roept de Control Change
Filter display op. Zie voor meer
informatie over elke van de
event types, het afzonderlijke
Engelstalige Data List boekje
(MIDI Data Format).
A
F
B
G
C
H
D
I
E
J
1
END
Voer de instellingen door, door
op de [EXIT] knop te drukken.
Selecteert alleen noot data;
de vinkjes voor alle andere
vakjes worden verwijderd.
Verandert het vinkje voor
alle vakjes afzonderlijk. Met
andere woorden, dit vinkt
alle vakjes af die niet waren
afgevinkt en andersom.
Roept de Accompaniment Filter display op.
Zie voor meer informatie over elke van de
event types, het afzonderlijke Engelstalige
Data List boekje (MIDI Data Format).
EXIT
Vinkt alle items af.
2
3
4
5
6
7
8
Plaatsen/verwijderen het vinkje
voor het geselecteerde item.
Selecteren het item, één item per
keer omhoog of omlaag scrollend.
Als “MAIN FILTER” of “ACCOMPANIMENT FILTER” is geselecteerd, selecteren deze het item,
omhoog of omlaag scrollend naar het begin of het eind. Als “CONTROL CHANGE FILTER” is
geselecteerd, selecteren deze het item, acht items per keer omhoog of omlaag scrollend.
PSR-2000/1000/A1000
107
Begeleidingsstijlen creëren — Stijl Creator
Deze krachtige eigenschap laat u uw eigen originele stijlen creëren, die vervolgens gebruikt kunnen worden voor de
automatische begeleiding — net als met de preset stijlen.
SONG
EXTRA
TRACKS
TRACK
2
TRACK
1
(L)
(R)
(STYLE)
REC
TOP
NEW SONG
STYLE
POP & ROCK
DIGITAL RECORDING
METRONOME
REPEAT
START/STOP
REW
BACK
SYNC. START
BALLROOM
MARCH &
WALTZ
DANCE
LATIN
USER
PART
MENU
DEMO
VOICE EFFECT
LEFT
HOLD
TOUCH
PIANO & HARPSI.
A
F
B
G
C
H
D
I
E
J
LAYER
LEFT
GUITAR
STRINGS
USER
TEMPO
RESET
RESET
MIN
ACMP
BREAK
MAIN
INTRO
STANDBY
ON
SYNC.
STOP
SYNC.
START
WOODWIND
SYNTH.
XG
ORGAN FLUTES
VH TYPE
SELECT
MIC.
SETTING
VOCAL
HARMONY
TALK
EFFECT
SIGNAL
ONE TOUCH SETTING
BALANCE
ENTER
DIRECT
ACCESS
ACMP
CHANNEL ON/OFF
AUTO
FILL IN
BRASS
RESET
MIC.
STYLE CONTROL
FUNCTION
MAX
ENDING
/ rit.
BASS
CHOIR & PAD
OVER
STOP
MULTI PAD
FADE
IN/OUT
STYLE CONTROL
VARIATION
PERCUSSION
UPPER OCTAVE
HELP
MASTER VOLUME
DSP
ORGAN &
ACCORDION
MUSIC
FINDER
TAP TEMPO
TRANSPOSE
HARMONY/
MONO
ECHO
SUSTAIN
E.PIANO
MAIN
DIGITAL RECORDING
SWING &
JAZZ
MIXING CONSOLE
BALLAD
NEXT
VOICE
DIGITAL
STUDIO
SOUND CREATOR
FF
1
2
3
4
5
6
BREAK
7
EXIT
8
START/STOP
OTS
LINK
MAIN
ENDING
/ rit.
INTRO
DATA ENTRY
FREEZE
SYNC.
STOP
AUTO
FILL IN
REGISTRATION MEMORY
PART
SYNC.
START
START/STOP
OTS
LINK
MEMORY
Over begeleidingsstijlen creëren
Het overzicht rechts laat de basis parts (of “kanalen”) zien die elk sectie van een
begeleidingsstijl vormen. Om een begeleidingsstijl te creëren, neemt u de patronen
één voor één op verscheidene kanalen op, voor elke part die u wilt creëren.
Sectie
Kanaal
INTRO A - D
MAIN A - D
■ Realtime Record (blz. 110)
RHYTHM 1, RHYTHM 2,
BASS, CHORD 1,
CHORD 2, PAD,
PHRASE 1, PHRASE 2
FILL IN A - D
U kunt begeleidingsstijlen opnemen door gewoon de parts in real time via het
toetsenbord te bespelen. U hoeft echter niet elke part zelf op te nemen — u kunt een
bestaande preset begeleidingsstijl kiezen die de stijl die u wilt benadert, vervolgens voegt
u dan de delen toe of vervangt delen in die stijl om zo uw eigen custom stijl te creëren.
BREAK
ENDING A - D
OPM.
Zie voor informatie over de
part structuur van begeleidingsstijlen, blz. 94.
Realtime Record karakteristieken
• Loop Record
Aangezien de automatische begeleiding herhalingen van de begeleidingspatronen van verscheidenen maten herhaald in
een “loop,” kunt u ook patronen opnemen in een loop. Als u bijvoorbeeld start met opnemen van een twee-maten main
sectie, worden de twee maten herhaaldelijk opgenomen. Noten die u opneemt zullen in de volgende loop (herhaling)
worden teruggespeeld, waardoor u nieuw materiaal op kunt nemen terwijl u de parts hoort die reeds zijn opgenomen.
• Overdub Record
Deze eigenschap laat u nieuw materiaal opnemen op een track die reeds opgenomen data bevat, zonder de
originele data te wissen. In stijl opname, blijft de opgenomen data intact, tenzij u zelf aangeeft dat het gewist moet
worden. Als u, bijvoorbeeld, start met een twee-maat Main sectie opnemen, worden de twee maten herhaald.
Terwijl u, elke keer als de loop wordt herhaald, noten opneemt, worden deze noten in de volgende loop afgespeeld,
waardoor u nieuw materiaal kunt overdubben, terwijl u de reeds opgenomen data hoort.
■ Step Record (blz. 111)
Deze methode is als het schrijven van muzieknotatie op papier, aangezien
het u mogelijk maakt elke noot afzonderlijk in te voeren, en zijn lengte aan
te geven. Dit is ideaal voor het maken van nauwkeurige opnamen, of voor
het opnemen van parts die te moeilijk zijn om te spelen.
■ Assembleer een begeleidingsstijl (blz. 112)
Deze handige eigenschap laat u samengestelde stijlen creëren door
verscheidene patronen van de interne preset begeleidingsstijlen te
combineren. Als u bijvoorbeeld uw eigen originele 8-beatl stijl wilt creëren,
kunt u ritme patronen van de “8 Beat 1” stijl nemen, het bas patroon van
“8 Beat 2” kunnen gebruiken en het akkoord patronen van de “60’s 8 Beat”
stijl kunnen importeren — daarbij de verscheidene elementen
combinerend om één begeleidingsstijl te creëren.
■ De gecreërde begeleidingsstijl bewerken (blz. 113)
Met de bewerkings (edit) eigenschappen, kunt u de stijlen die u heeft
gecreëerd met real time record, step record en assemblage van andere
stijlen naar eigen wens bewerken.
108
PSR-2000/1000/A1000
8Beat 1
Rhythm 1
Rhythm 2
Bass
Chord 1
Chord 2
Pad
Phrase 1
Phrase 2
60’s 8 Beat
Rhythm 1
Rhythm 2
Bass
Chord 1
Rhythm 1
Rhythm 2
Bass
Chord 1
Chord 2
Pad
Phrase 1
Phrase 2
Chord 2
8Beat 2
Rhythm 1
Rhythm 2
Bass
Chord 1
Chord 2
Pad
Phrase 1
Phrase 2
Pad
Phrase 1
Phrase 2
OPM.
Elke voice kan worden
geselecteerd voor het RHY1
kanaal, met uitzondering van
Organ Flutes.
Begeleidingsstijlen creëren — Stijl Creator
Stijl File Format
Bron Pattern
Het Stijl File Format (SFF) combineert alle
automatische begeleidings know-how van
Yamaha in één enkele unifom format. Door de
bewerkingsfuncties te gebruiken, kunt u
volledig voordeel trekken van het SFF format
en naar eigen wens uw eigen stijlen creëren.
Het overzicht rechts geeft een indruk van de manier
waarop de begeleiding wordt teruggespeeld. (Dit is
niet van toepassing op de ritme tracks.) Het basis of
“bron” patroon in het overzicht is de originele stijl
data. Dit bron patroon is opgenomen met
begeleidingsstijl opnemen (zie hieronder).
Zoals te zien is in het overzicht rechts, wordt het
daadwerkelijke uitgangssignaal van de
begeleiding bepaald door verscheidene parameter
instellingen en akkoord wijzigingen (gespeeld in
het automatische begeleidingsgedeelte van het
toetsenbord) ingevoerd in dit bron patroon.
1 Source Root (grondtoonnoot basisakkoord)
2 Source Chord (type basisakkoord)
Akkoord wijzigingen (in het automatische
begeleidingsgedeelte van het toetsenbord)
Pitch (toonhoogte) conversie
3 NTR (Noot Transponerings Regel)
4 NTT (Noot Transponerings Tabel)
Dit zijn de patronen die
zijn opgenomen in de
begeleidingsstijlen
(blz. 116).
Deze data is gecreëerd
door de akkoorden die
zijn gespeeld in het
automatische
begeleidingsgedeelte
van het toetsenbord
(blz. 62).
Deze instellingen zijn
bewerkt vanuit de
PARAMETER display.
Deze parameters
bepalen hoe de
toonhoogte van het
bron patroon wordt
omgezet als u
akkoorden speelt in
het automatische
begeleidingsgedeelte
van het toetsenbord.
Overige instellingen
5 High Key (basisinstelhoogte van de pitch
(toonhoogte) conversie)
6 Note Limit (nootbereik dat geluid geeft)
7 RTR (Retrigger Rule; hoe de toonhoogte
van het akkoord wijzigt)
Output (uitgangssignaal)
Bediening
1
Selecteer de gewenste begeleidingsstijl
voor bewerken. Om een nieuwe
begeleidingsstijl vanuit niets op te nemen,
roept u de BASIS pagina in de Style
Creator display op en selecteert u “New
Style” door op de [C] knop te drukken.
3
A
B
C
D
2
E
DIGITAL
STUDIO
SOUND CREATOR
DIGITAL RECORDING
MIXING CONSOLE
PART
4
De begeleidingsstijl opnemen en bewerken. Zie voor details
over de handelingen voor elke display, de uitleg die op de
volgende bladzijde begint
BACK
F
G
H
NEXT
Gebruik de [BACK/
[NEXT] knoppen om
de verscheidene
pagina’s te
selecteren.
5
Roep de Style display op
door op de [I] (SAVE)
knop te drukken (in de
Assembly pagina: [J]
knop), sla vervolgens de
opgenomen/bewerkte
data op naar de USER of
FLOPPY DISK pagina.
I
J
END
Druk op de
[EXIT] knop om
de STYLE
CREATOR display
te sluiten.
PSR-2000/1000/A1000
109
Begeleidingsstijlen creëren — Stijl Creator
Realtime record — Basis
U kunt de Realtime record eigenschappen gebruiken om uw eigen begeleidingsstijl te creëren — of vanuit het niets of
gebaseerd op de preset begeleidings data. De handelingen hier zijn van toepassing op stap 4 op blz. 109.
1
Selecteer het gewenste kanaal voor opname door de [F] (REC CH) knop ingedrukt te houden en
tegelijkertijd op de betreffende [1▲▼] - [8▲▼] knop te drukken.
Zorg ervoor dat, voordat u opneemt op één van de niet-ritme kanalen (BASS - PHR 2), de bestaande data
van het betreffende kanaal is gewist. U kunt andere instellingen maken (zie het kader “Overige parameters
in de BASIC pagina” op blz. 111) na het sluiten van de REC CHANNEL display door op de [EXIT] knop te
drukken. Om de REC CHANNEL display weer terug te roepen, drukt u op de [F] (REC CH) knop.
Roept display voor het wijzigen van
het tempo of de beat (maatsoort) op.
Selecteert een lege stijl,
waardoor u een nieuwe
stijl vanuit het niets kunt
opbouwen.
A
B
C
D
E
Dit is aleen beschikbaar als het kanaal is
ingesteld op [RHY1] of [RHY2], en laat u
bepaalde percussie geluiden wissen tijdens
opnemen. Houdt deze knop ingedrukt en en
druk tegelijkertijd op de toets die
overeenkomt met het instrument dat u wilt
wissen.
Als deze knop wordt ingedrukt, zal er “DELETE” verschijnen voor
die kanalen die data bevatten. Om de data van een bepaald kanaal
te wissen, houdt u tegelijkertijd deze knop ingedrukt en drukt u op
de betreffende [1▲] - [8▲] knop.
Om de selectie te
annuleren of los te laten,
drukt u op de [1▼] - [8▼]
knop die overeenkomt met
het kanaal dat u wilt
annuleren. Zo lang u de [J]
F
knop ingedrukt houdt, kunt
G
u omschakelen tussen het
wissen en terugroepen van
H
de geselecteerde data. De
I
[J] knop loslaten wist de
data voorgoed. Zorg
J
ervoor dat, voordat u
opneemt op één van de
niet-ritme kanalen (BASS PHR 2), de bestaande data
van het betreffende kanaal
is gewist.
REC.... Kanaal is aangezet voor opname.
ON ...... Kanaal is aangezet voor terugspelen.
OFF .... Kanaal is uitgeschakeld.
OPM.
2
Start het opnemen door op de STYLE [START/STOP] knop te drukken.
De geselecteerde sectie van de stijl begint af te spelen. Aangezien het ritmepatroon
herhaaldelijk loopt, kunt u elk keer als het patroon langs komt nieuwe geluiden en
noten opnemen, terwijl u naar het patroon luistert. Het icoon boven de toetsen geeft
handig aan welke percussie instrumenten aan welke toetsen zijn toegewezen.
3
Stop het opnemen door nogmaals op de STYLE [START/STOP] knop te drukken.
Als u Sync Start heeft
aangezet (door op de
SYNC. START knop te drukken), kunt u het opnemen
starten door gewoon op een
toets op het toetsenbord te
drukken.
OPM.
END
110
Terwijl de REC CHANNEL
display wordt getoond,
sluit u de display door op
de [EXIT] knop te drukken.
PSR-2000/1000/A1000
• Alleen Drum Kit/SFX Kit
kan worden geselecteerd
voor het RHY 2 kanaal.
• Voor de niet-ritme kanalen
(BASS - PHR 2), kunnen
alle voices met uitzondering van de Organ Fultes
voice/Drum Kit/SFX Kit
worden geselecteerd.
Begeleidingsstijlen creëren — Stijl Creator
OPM.
Overige parameters in de Basic display
[I] (SAVE) knop
Roept de Style display op voor het opslaan van de begeleidingsstijl data.
[3▲▼][4▲▼] (Sectie) knoppen
Bepalen de sectie die zal worden opgenomen.
[5▲▼][6▲▼] (Patronen lengte) knoppen
Bepalen de lengte van de geselecteerde sectie’s patronen in maten (1 - 32). De Fill
In/Break sectielengte ligt vast met een lengte van één maat.
[D] (Execute) knop
Voert het wijzigen van de patroon lengte uit.
U kunt ook de gewenst sectie
voor opnemen selecteren door
op de betreffende paneel knop
te drukken. Op één van de
Sectie knoppen drukken roept
de SECTION display op,
vanwaaruit u secties kunt
wijzigen met de [6▲▼]/[7▲▼]
knoppen. Om de wijzigingen
daadwerkelijk in te voeren,
drukt u op de [8▲] knop.Om de
Fill In sectie te selecteren, drukt
u op de [AUTO FILL IN] knop.
Opnemen — Voorzorgsmaatregelen
• Het basis akkoord dat gebruikt wordt voor de begeleidingsstijl wordt het bron akkoord
genoemd. Alle akkoorden die worden gespeeld en de en de toonhoogtes waarop ze klinken
C R C
C R C
zijn afgeleid van het bron akkoord. Als de Main en Fill In parts worden opgenomen (voor een
C
=
akkoord
noot
bron akkoord van CM7), houdt dan de volgende punten in gedachten:
C, R = aanbevolen noot
* Als er wordt opgenomen naar de Bass of Phrase kanalen, probeer dan alleen de
aanbevolen noten te gebruiken; dit zal er voor zorgen dat u verscheidene akkoorden met de begeleidingsstijl
kunt spelen en optimaal resultaat krijgt. (Andere noten kunnen werken, vooropgesteld dat u ze als korte
tussennoten gebruikt.)
* Als er wordt opgenomen naar de Chord of Pad kanalen, gebruik dan alleen de noten van het CM7 akkoord;
dit zal er voor zorgen dat u verscheidene akkoorden met de begeleidingsstijl kunt spelen en optimaal
resultaat krijgt. (Andere noten kunnen werken, vooropgesteld dat u ze als korte tussennoten gebruikt.)
Het bron akkoord is standaard ingesteld op CM7; u kunt dit echter wijzigen naar elk akkoord dat u wenst. Zie het
gedeelte “Stijl File Format instellingen maken – Parameter” op blz. 116.
• Als er wordt opgenomen naar de Intro en Ending parts, kunt u het bron akkoord negeren en alle noten of akkoord progressies
gebruiken die u wilt. Als u in dit geval de NTR parameter instelt op “ROOT TRANSPOSE” en NTT op “HARMONIC MINOR” of
“MELODIC MINOR” (in de PARAMETER pagina), zal de normaal toonhoogte conversie, die het resultaat zou zijn van het spelen
van verschillende akkoorden, worden geannuleerd (voor terugspelen) — inhoudend dat de begeleidings Pitch Conversion
(toonhoogte conversie) alleen zal plaatsvinden bij wijzigingen in de grondtoon noot of majeur/mineur verschuivingen.
Step Record
Met deze methode, kunt u een stijlpatroon creëren door noten en andere data afzonderlijk in te voeren, zonder dat u ze
in real time hoeft te spelen. De handelingen hier zijn van toepassing op stap 4 op blz. 109.
F
G
H
I
J
Het daadwerkelijke opname proces is hetzelfde als bij Step Record van songs (blz. 96), met uitzondering van de punten die hieronder worden
beschreven. U kunt ook elk event via de Edit pagina bewerken, en het bewerkingsproces is hetzelfde als bij songs bewerken (blz. 105)
• Bij song opname kan de end markeringspositie vrijelijk gewijzigd worden. Het kan echter niet gewijzigd worden bij het
begeleidingsstijlen creëren. Dit komt doordat de lengte van de begeleidingsstijl automatisch is vastgelegd overeenkomstig de
geselecteerde sectie. Bij het creëren van bijvoorbeeld een begeleidingsstijl gebaseerd op een viermaatssectie, zal de end markeerpositie
automatisch worden ingesteld op het einde van de vierde maat en kan niet worden gewijzigd vanuit het Step Record scherm.
• Als de opgenomen data via de Edit pagina bewerkt wordt, kunt u schakelen tussen de types data die u wilt bewerken
(event data of control(regel)data). Druk op de [F] (TRACK EVT) knop om te schakelen tussen de Event display (noot,
besturingswijziging, enz.) en de Control display (Systeem Exclusief, enz.).
Zorg ervoor dat van te voren het opname kanaal vanuit een andere dispay (bijv. BASIS display; blz. 109) wordt ingesteld.
PSR-2000/1000/A1000
111
Begeleidingsstijlen creëren — Stijl Creator
Een begeleidingsstijl samenstellen —Assembly
Deze handige functie laat u begeleidingselementen combineren — zoals ritme, bas en akkoord patronen —van
bestaande stijlen, en ze gebruiken om uw eigen originele begeleidingsstijlen te creëren. De handelingen hier zijn van
toepassing op stap 4 op blz. 109.
1
Deze laten u de begeleidingsstijl selecteren die zal
worden gebruikt voor elk kanaal van uw originele
stijl. Selecteer het gewenste kanaal door op de [A]
– [D], [F] – [I] knoppen te drukken en druk op
dezelfde knop om het Style scherm op te roepen,
vanwaaruit u de begeleidingsstijl kunt selecteren.
3
A
F
B
G
C
H
D
I
E
J
Na desgewenst de stappen 1 en 2
herhaald te hebben, drukt u op de
[J] (SAVE) knop om de
samengestelde stijl data op te slaan.
Van hieruit, kunt u de instellingen
van alle kanalen (RHYTHM 1,
RHYTHM 2, BASS, enz.) opslaan
naar een enkele begeleidingsstijl.
OPM.
1
2
2
3
4
5
6
7
8
Selecteer de stijl sectie en het
kanaal dat zal worden gekopieerd
naar de corresponderende
kanalen, geselecteerd met de [A][D] en [F]-[I] knoppen hierboven.
Bepalen de terugspeelinstellingen voor elk kanaal. U kunt de
begeleidingsstijl samenstellen terwijl de stijl sectie en het kanaal
dat zal worden gekopieerd afspelen.
SOLO ................Schakelt alle behalve het geselecteerde kanaal uit.
RHYTHM kanalen ingesteld op REC in de REC CHANNEL
display (blz. 111) worden tegelijkertijd afgespeeld.
ON ................Speelt de geselecteerd kanalen af. Elk kanaal dat is
ingesteld op ON in de REC CHANNEL display
(blz. 110) speelt tegelijkertijd af.
OFF ...............Als het geselecteerde kanaal is ingesteld op ON in
de REC KANAAL display (blz. 110), verschijnt OFF
niet en is niet beschikbaar.
112
PSR-2000/1000/A1000
Als u de sectie en het kanaal
in stappen nr. 1 en nr. 2
wijzigt, worden de
momenteel aangegeven
sectie en kanaal ook
gewijzigd. De kanalen die
zijn opgenomen worden ook
gewijzigd en het opnemen
stopt automatisch.
OPM.
De PLAY TYPE parameter
heeft alleen invloed op het
afspelen, en wijzigt niet de
daadwerkelijke
begeleidingsstijl data.
Begeleidingsstijlen creëren — Stijl Creator
Bewerk de gecreëerde begeleidingsstijl
Wijzig het ritmische gevoel — Groove en Dynamics
Deze veelzijdige eigenschappen geven u een grote verscheidenheid aan hulpmiddelen voor het veranderen van het
ritmische gevoel van uw gecreëerde begeleidingsstijl. De handelingen hier zijn van toepassing op stap 4 op blz. 109.
■ Groove
Gebruik deze om de gewenste
bewerkingshandeling te
selecteren.
Voert de Groove handeling uit. Als de
handeling is afgerond, verandert deze
knop naar [UNDO], waardoor u de
originele data kunt terugroepen als u
niet tevreden bent met de Groove
resultaten. De Undo functie heeft
slechts één niveau; alleen de
voorgaande handeling kan ongedaan
gemaakt worden.
A
F
B
G
C
H
D
I
E
J
Roept de Style display op en
laat u de bewerkte
begeleidingsstijl data opslaan.
Bepalen de instellingen voor elk van de
Groove parameters (zie het overzicht
hieronder).
1
2
3
4
5
6
7
8
Groove parameters
Original Beat
Geeft de tellen aan waarop de Groove timing wordt toegepast. Met andere woorden, als “8 Beat” wordt geselecteerd,
wordt Groove timing toegepast op de 1/8e noten; als “12 Beat” wordt geselecteerd, wordt Groove timing toegepast op 1/
8e noot triool.
Beat Converter
Wijzigt in feite de timing van de tellen (aangegeven in de ORIGINAL BEAT parameter hierboven) naar de geselecteerde
waarde. Als bijvoorbeeld Original Beat is ingesteld op “8 Beat” en Beat Converter is ingesteld op “12,” worden allen 1/8
noten in de sectie verschoven naar de 1/8e noot triool timing. De “16A” en “16B” Beat Converter die verschijnt als
Original Beat is ingesteld op “12 Beat” zijn variaties op een basis 1/16e-noot instelling.
Swing
Produceert een “swing” gevoel door de timing van noten op de even tellen te verschuiven, afhankelijk van de Original
Beat parameter hierboven. Als bijvoorbeeld de aangegeven Original Beat waarde 8e noten is, zal de Swing parameter
selectief de 2e, 4e, 6e en 8e tellen van elke maat vertragen om een swing gevoel te creëren. De instellingen “A” tot “E”
geven verschillende gradatie van swing, waarbij “A” de meest subtiele en “E” de meest uitgesproken is.
Fine
Selecteert een verscheidenheid aan Groove “templates” (voorinstellingen) die op de geselecteerde sectie worden
toegepast. De “PUSH” instellingen veroorzaken dat bepaalde tellen eerder gespeeld worden, terwijl “HEAVY”
instellingen de timing van bepaalde tellen vertraagt. De nummerinstellingen (2, 3, 4, 5) bepalen op welke tellen ze
invloed hebben. Alle tellen tot aan de aangegeven tel —maar niet inclusief de eerst tel — zullen worden eerder of later
worden gespeeld (bijvoorbeeld de 2e en 3e tellen, als “3” is geselecteerd). In alle gevallen geven de “A” types een
minimum effect, “B” types een gemiddeld effect en “C” types een maximum effect.
PSR-2000/1000/A1000
113
Begeleidingsstijlen creëren — Stijl Creator
■ Dynamics
Gebruik deze om de gewenste
bewerkingshandeling te selecteren.
A
F
B
G
C
H
D
I
E
J
Voert de Dynamics handeling uit. Als de
handeling is afgerond, verandert deze knop
naar [UNDO], waardoor u de originele data
kunt terugroepen als u niet tevreden bent
met de Dynamics resultaten. De Undo
functie heeft slechts één niveau; alleen de
voorgaande handeling kan ongedaan
gemaakt worden.
1
2
3
4
5
6
7
Roept de Style display op
en laat u de bewerkte
begeleidingsstijl data
opslaan.
8
Selecteren het gewenste kanaal waarop
Dynamics moet worden toegepast.
Bepalen de instellingen voor elk van de
Dynamics parameters (zie het
overzicht hieronder).
Dynamics parameters
Accent Type
Selecteert het accent type.
Strength
Bepaalt hoe sterk het geselecteerde Accent Type (hierboven) zal worden
toegepast. Des te hoger de waarde, des te sterker het effect.
114
Expand/Compress
Breidt het bereik van aanslagsnelheidswaarden uit (expands) of drukt het bereik in
elkaar (compresses), rond een centrale aanslagsnelheidswaarde “64.” Waarden
hoger dan 100% vergroten het dynamisch bereik, terwijl waarden lager dan 100%
het verkleinen.
Boost/Cut
Boosts (opkrikken) of cuts (dempen) alle aanslagsnelheidswaarden in de
geselecteerde sectie/kanaal. Waarden boven 100% krikken de totale
aanslagsnelheid op, terwijl waarden onder 100% het verminderen.
PSR-2000/1000/A1000
OPM.
Aanslagsnelheid wordt
bepaalt door hoe hard u het
toetsenbord bespeeld.
Des te harder u het
toetsenbord bespeeld, des
te hoger de
aanslagsnelheidswaarde en,
daardoor, des te harder het
geluid.
Begeleidingsstijlen creëren — Stijl Creator
De kanaal data bewerken
In deze display, zijn vijf verschillende kanaal-gerelateerde bewerkingsfuncties, inclusief Quantizeren, voor bewerking
van de opgenomen begeleidingsstijl data. De handelingen hier zijn van toepassing op stap 4 op blz. 109.
OPM.
Zie de uitleg hieronder.
Preset kanaal BASSPHRASE 2 kan niet worden
bewerkt.
■ Quantize
Zie blz. 102.
■ Velocity Change
Versterkt of verzwakt de aanslagsnelheid van alle noten in het aangegeven kanaal (geselecteerd met de [1▲▼]/
[2▲▼] (KANAAL) knoppen), volgens het aangegeven percentage (geselecteerd met de [4▲▼]/[5▲▼] (Boost/Cut)
knoppen).
■ Bar Copy (maat kopiëren)
Deze functie maakt het mogelijk data te kopiëren van één maat of een groep maten naar een andere locatie binnen
het aangegeven kanaal. Gebruik de [4▲▼] (TOP) en [5▲▼] (LAST) knoppen om de eerste en laatste maten aan te
geven van het gedeelte dat gekopieerd moet worden. Gebruik de [6▲▼] (DEST) knop om de eerste maat van de
bestemmingslocatie aan te geven, waarnaar de data moet worden gekopieerd.
■ Bar Clear (maat leegmaken)
Deze functie wist alle data in het aangegeven bereik aan maten van het geselecteerde kanaal. Gebruik de [4▲▼]
(TOP) en [5▲▼] (LAST) knoppen om de eerste en laatste maten aan te geven van het gedeelte dat gewist moet
worden.
■ Remove (verwijder) Event
Deze functie laat u bepaalde events uit het geselecteerde kanaal verwijderen. Gebruik de [4▲▼] - [6▲▼]
(EVENT) knoppen om het gewenste event type dat verwijderd moet worden te selecteren.
PSR-2000/1000/A1000
115
Begeleidingsstijlen creëren — Stijl Creator
Stijl File Format instellingen maken — Parameter
Deze display geeft een verscheidenheid aan stijl regelaars — zoals bepalen hoe de toonhoogte en het geluid van de opgenomen stijl
veranderen terwijl er akkoorden in het linkerhand bereik van het toetsenbord worden gespeeld. Zie voor details over het verband
tussen de parameters, “Stijl File Format” op blz. 109. De handelingen hier zijn dezelfde zoals beschreven in stap 4 op blz. 109.
OPM.
Als NTR is ingesteld op
“Root Fixed” en NTT is
ingesteld op “Bypass,” worden de “Source Root” en
“Source Chord” parameters
gewijzigd naar respectievelijk
“Play Root” en “Play Chord.”
In dit geval, kunt u akkoorden
veranderen en het
resulterende geluid horen
van alle kanalen.
Zie de uitleg hieronder.
■ Source Root/Chord (bron grondtoon/akkoord)
Deze instellingen bepalen de originele toonsoort van het bron patroon (dat wil zeggen de grondtoon die wordt gebruikt bij het
opnemen van het patroon). De standaard instelling, CM7 (met een bron grondtoon “C” en een bron akkoordsoort “M7”),
wordt automatisch geselecteerd als de preset data wordt gewist voordat een nieuwe stijl wordt opgenomen, ongeacht de bron
grondtoon en het akkoord zoals die onderdeel uitmaken van de preset data. Als u de bron grondtoon / akkoord wijzigt van de
standaard CM7 naar een ander akkoord, zullen ook de akkoordnoten en aanbevolen noten veranderen, afhankelijk van het
nieuwe geselecteerde akkoordsoort. Zie voor details over akkoordnoten en aanbevolen noten, blz. 111.
Als de bron grondtoon C is:
C6
CMaj
CM711
CM7
CM79
C9
C69
C
C R C
C R
C R C
Caug
C C R
R C R
R C
C
C7 5
C
C
C
C
C C C
C
C R C R
C
R C
C
C
C
C C
C1+5
C C
C
C R
C
C
C
C
C
R
C
C C
C R C
C
C
C
C
C R
C C
C C
C C R
C
C
C
R
C
C
C=
akkoordnoot
C, R = aanbevolen
noot
R C C
C R C
C
C
C79
Csus2
Csus4
C
R C
C7sus4
C713
C
C C R
C
R C
C R
R
C C C
C
C7
C
C
C R C
Cm79
C C
C79
C
C R C
C R C
R
C R
C
C R
R C
C R
R
C C C
Cm9
C
C713
C
C R C
C R
Cdim7
C
R C
C1+8
C7aug
CM7aug
C C
C
R C
Cdim
C711
C79
C R C
C
C
R C
C C C
Cm75
C
R C C
CmM79
C
C R
C C
C R C
Cm7
C R
CmM7
C
C R
C R C
C
C
C R
Cm711
C R C
Cm6
Cm
C R C
C R C
C R
■ NTR (Noot Transponerings Regel) en NTT (Noot Transponerings Tabel)
• NTR (Noot Transponerings Regel)
Dit bepaalt het systeem voor Pitch Conversion (toonhoogte conversie) van het bron patroon. Er zijn twee
instellingen beschikbaar.
Root Trans (Grondtoon Transponering)
Als de grondtoon noot wordt getransponeerd, wordt het toonhoogteverband tussen noten gehandhaaft. De noten
C3, E3 en G3 in de toonsoort C bijvoorbeeld worden F3, A3 en C4 als ze naar F worden getransponeerd. Gebruik
deze instelling voor kanalen die melodielijnen bevatten.
Root Fixed (grondtoon vast)
De noot is wordt zo dicht mogelijk bij het voorgaande noot bereik gehouden. De noten C3, E3 en G3 in de toonsoort C bijvoorbeeld,
worden C3, F3 en A3 als ze worden getransponeerd naar F. Gebruik deze instelling voor kanalen die akkoordgedeelten bevatten.
116
PSR-2000/1000/A1000
Begeleidingsstijlen creëren — Stijl Creator
• NTT (Noot Transponerings Tabel)
Dit bepaalt de noot transponerings tabel voor het bron patroon. Er zijn zes transponeringstypes beschikbaar.
Bypass
Geen transponering.
Melody
Geschikt voor melodielijn transponeringen. Gebruik dit voor melodie kanalen zoals Phrase 1 en Phrase 2.
Chord (akkoord)
Geschikt voor akkoord transponering. Gebruik deze voor de Chord 1 en Chord 2 kanalen, vooral als ze piano of
gitaar-achtige akkoordgedeelten gebruiken.
Bass
Geschikt voor baslijn transponering. Deze tabel is in principe gelijk aan de bovenstaande Melodie tabel, maar herkent on-bas
akkoorden zoals die zijn toegestaan bij de FINGERED ON BASS fingering mode. Gebruik dit hoofdzakelijk voor baslijnen.
Melodic Minor
Als het gespeelde akkoord wijzigt van een majeur naar een mineur akkoord, verlaagt deze tabel de derde interval
in de toonladder met een halve noot. Als het akkoord wijzigt van een mineur naar een majeur akkoord, wordt de
derde mineur interval met een halve noot verhoogd. Andere noten worden niet gewijzigd.
Harmonic Minor
Als het gespeelde akkoord wijzigt van een majeur naar een mineur akkoord, verlaagt deze tabel de derde en de zesde
interval in de toonladder met een halve noot. Als het akkoord wijzigt van een mineur naar een majeur akkoord, wordt
de derde mineur en de verminderde sext interval met een halve noot verhoogd. Andere noten worden niet gewijzigd.
■ High Key/Note Limit
• High Key (hoge toets)
Dit bepaalt de hoogste toets (bovenste
octaaflimiet) van de noot transponering voor
de akkoordgrondtoon wijzigen. Alle noten
die hoger berekend worden dan de hoogste
toets worden omlaag getransponeerd naar
het octaaf net onder de hoogste toets. Deze
instelling werkt alleen als de NTR parameter
(blz. 116) is ingesteld op “Root Trans.”
Voorbeeld — Als de hoogste toets F is
Grondtoon wijzigingen
CM
CM
Gespeelde noten
C3-E3-G3
C 3-F3-G 3
FM
F3-A3-C4
FM
F 2-A 2-C 3
• Note Limit (nootlimiet)
Dit bepaalt het noot bereik (hoogste en
Voorbeeld — Als de laagste noot C3 is en de hoogste is D4
laagste noten) voor voices opgenomen naar
Grondtoon wijzigingen
CM
CM
FM
de stijl kanalen. Door verstandige instelling
Gespeelde noten
E3-G3-C4
F3-G 3-C 4
F3-A3-C4
van dit bereik, kunt u ervoor zorgen dat de
voices zo realistisch mogelijk klinken — met
andere woorden, dat er geen noten buiten
het natuurlijke bereik klinken (bijv., hoge
basgeluiden of een laag piccologeluid). De
daadwerkelijke noten die klinken worden automatisch verschoven naar het ingestelde bereik.
High Limit
Low Limit
■ RTR (Retrigger Regel)
Deze instellingen bepalen of noten stoppen met klinken of niet en hoe de toonhoogte verandert in reactie op
akkoord wijzigingen.
Stop
De noten stoppen met klinken.
Pitch Shift (toonhoogte verschuiving)
De toonhoogte van de noot zal afbuigen zonder een nieuwe attack overeenkomend met het type van het nieuwe akkoord.
Pitch Shift to Root (toonhoogte verschuiving naar grondtoon)
De toonhoogte van de noot zal afbuigen zonder een nieuwe attack overeenkomstig de grondtoon van het nieuwe akkoord.
Retrigger (opnieuw triggeren)
De noot wordt opnieuw getriggerd met een nieuwe attack met een nieuwe toonhoogte corresponderend met het
volgende akkoord.
Retrigger To Root (opnieuw triggeren naar grondtoon)
De noot wordt opnieuw getriggered met een nieuwe attack met de grondtoon van het volgende akkoord. De
octaafinstelling van de nieuwe noot blijft echter hetzelfde.
PSR-2000/1000/A1000
117
Multi Pad creëren — Multi Pad Creator
De PSR-2000/1000/A1000 laat u uw eigen originele MULTI PAD frases creëren — die u op dezelfde manier kunt
gebruiken in uw spel als de preset Multi Pads.
DIGITAL RECORDING
SONG
EXTRA
TRACKS
TRACK
2
TRACK
1
(L)
(R)
(STYLE)
TOP
REC
NEW SONG
STYLE
POP & ROCK
METRONOME
REPEAT
START/STOP
REW
BACK
SYNC. START
BALLROOM
MARCH &
WALTZ
DANCE
LATIN
USER
PART
VOICE EFFECT
LEFT
HOLD
TOUCH
PIANO & HARPSI.
A
F
B
G
C
H
D
I
GUITAR
LAYER
STRINGS
LEFT
USER
MENU
DEMO
E
TEMPO
RESET
RESET
MIN
STYLE CONTROL
ACMP
BREAK
MAIN
INTRO
MIC.
SYNC.
START
XG
VH TYPE
SELECT
MIC.
SETTING
VOCAL
HARMONY
TALK
EFFECT
ONE TOUCH SETTING
ENTER
EXIT
1
2
3
4
5
6
7
8
REGISTRATION MEMORY
PART
START/STOP
DATA ENTRY
OTS
LINK
PSR-2000/1000:
WOODWIND
SYNTH.
SIGNAL
BALANCE
DIRECT
ACCESS
CHANNEL ON/OFF
SYNC.
STOP
AUTO
FILL IN
CHOIR & PAD
RESET
FUNCTION
MAX
ENDING
/ rit.
BRASS
VARIATION
PERCUSSION
OVER
STOP
MULTI PAD
FADE
IN/OUT
STANDBY
ON
BASS
DSP
ORGAN FLUTES
MUSIC
FINDER
HELP
MASTER VOLUME
ORGAN &
ACCORDION
UPPER OCTAVE
J
TAP TEMPO
TRANSPOSE
HARMONY/
MONO
ECHO
SUSTAIN
E.PIANO
MAIN
DIGITAL RECORDING
SWING &
JAZZ
MIXING CONSOLE
BALLAD
NEXT
VOICE
DIGITAL
STUDIO
SOUND CREATOR
FF
FREEZE
PSR-A1000:
STOP
MEMORY
STOP
MULTI PAD
MULTI PAD
Bediening
1
Selecteer de gewenste Multi Pad Bank voor
bewerking. Om een nieuwe Multti Pad
vanuit het niets op te nemen, roept u de
RECORD pagina in de Multi Pad Creator
display op en selecteert “New Bank” door
op de [C] (NEW BANK) knop te drukken.
3
A
B
C
D
2
DIGITAL
STUDIO
SOUND CREATOR
E
DIGITAL RECORDING
MIXING CONSOLE
PART
4
De multi pad opnemen en bewerken. Zie voor details over de
handelingen voor elke display, de uitleg die op de volgende
bladzijde begint.
BACK
F
G
H
NEXT
Gebruik de
[BACK/[NEXT]
knoppen om de
RECORD of
EDIT pagina te
selecteren.
5
Roep de multi pad
display op door op de [I]
(SAVE) knop te drukken,
sla vervolgens de
opgenomen/bewerkte
data op naar de USER of
FLOPPY DISK pagina.
I
J
END
118
PSR-2000/1000/A1000
Druk op de [EXIT]
knop om de
MULTI PAD
display te sluiten.
Multi Pad creëren — Multi Pad Creator
Multi Pad realtime opnemen — Record
De handelingen hier zijn van toepassing op stap 4 op blz. 118.
Selecteren de gewenste
multi pad voor opname of
bewerking. U kunt deze ook
selecteren door op de
MULTI PAD [1] tot [4] knop
te drukken.
A
F
B
G
C
H
D
I
E
J
Selecteer dit om de Record
standby mode te activeren
(gesynchronizeerde
standby).
Selecteer dit om de
opgenomen pad data
naar USER of FLOPPY
DISK drive op te slaan.
Selecteert een lege Multi
Pad bank, waardoor u vanuit
het niets een nieuwe Multi Pad
kunt creëren.
Roept de NAME display op
om een nieuwe naam in te
voeren.
Zet Repeat/Chord Match van elke pad
aan of uit (zie hieronder).
Start het opnemen
Druk op de [H] (REC) knop om de Record standby mode in te stellen. Het opnemen
begint automatisch zodra u op het toetsenbord speelt. U kunt het opnemen ook starten
door op de STYLE [START] knop te drukken. Als Chord Match (zie hieronder) ingesteld is
op aan voor de multi pad die wordt opgenomen, moet u de noten van de C majeur
septiem toonladder (C, D, E, G, A en B) gebruiken.
C R C
C R C
C = akkoord noot
C, R = aanbevolen noot
Overigen: niet-aanbevolen noot
OPM.
• Andere noten behalve die
van de C majeur septiem
toonladder kunnen worden opgenomen; dit kan
er echter in resulteren dat
de opgenomen frase niet
past bij het akkoord als
het wordt afgespeeld.
• De t ritme part van de
momenteel geselecteerde
stijl wordt gebruikt als een
ritmische leidraad (in
plaats van een
metronoom), die afspeelt
tijdens het opnemen. Dit
wordt echter niet opgenomen in de multi pad.
Stop opnemen
Druk op de [H] (STOP) knop of de paneel STYLE/MULTI PAD [STOP] knop om het opnemen te stoppen als u klaar bent
met het spelen van de frase.
Chord Match en Repeat aan/uitzetten
■ Repeat (herhalen)
Tenzij de Repeat functie aan is voor het geselecteerde pad, zal het automatisch stoppen zodra het eind van de
frase is bereikt. Een frase kan worden gestopt terwijl hij afspeelt door op de MULTI PAD [STOP] knop te drukken.
■ Chord Match
Als er een Multi Pad wordt afspeeld terwijl de Stijl speelt en de Chord Match functie voor die pad ON (aan) is, zal
de frase automatisch opnieuw worden geharmoniseerd overeenkomstig de begeleiding akkoorden.
PSR-2000/1000/A1000
119
Multi Pad creëren — Multi Pad Creator
Step Record of Multi Pads bewerken — Edit
Met deze methode, kunt u een Multi Pad creëren door noten en andere data afzonderlijk in te voeren, zonder ze in
realtime te hoeven spelen. De handelingen hier zijn van toepassing op stap 4 op blz. 118.
F
F
G
G
H
H
I
I
J
J
Het daadwerkelijke opname proces is hetzelfde als bij Step Record van songs (blz. 96), met uitzondering van de punten
die hieronder worden beschreven. U kunt ook elke event via de Edit pagina bewerken, en het bewerkingsproces is
hetzelfde als bij songs bewerken (blz. 105)
• Net als bij Song Record, kan de End markering positie vrijelijk worden gewijzigd in de Multi Pad Creator. Dit maakt
het u mogelijk om de fraselengte fijn aan te passen voor de pad. Dit zou handig kunnen zijn, bijvoorbeeld, bij het
gelijktrekken van het herhaaldelijk afspelen van een Pad (ingesteld op Repeat On) met het toetsenbord en het
afspelen van de automatische begeleiding.
• Aangezien de Multi Pads slechts één track (kanaal) hebben, kan de track (kanaal) niet worden gewijzigd.
120
PSR-2000/1000/A1000
De volumebalans aanpassen en voices wijzigen
— Mixing Console
Werkt net als een echt mengpaneel. Deze display geeft u uitgebreide besturing over het geluid.
SONG
EXTRA
TRACKS
TRACK
2
TRACK
1
(L)
(R)
(STYLE)
REC
TOP
NEW SONG
STYLE
POP & ROCK
METRONOME
REPEAT
START/STOP
REW
BACK
SYNC. START
BALLROOM
MARCH &
WALTZ
DANCE
LATIN
USER
PART
VOICE EFFECT
LEFT
HOLD
TOUCH
PIANO & HARPSI.
A
F
B
G
C
H
D
I
LAYER
LEFT
GUITAR
STRINGS
USER
MENU
DEMO
E
RESET
MIN
STYLE CONTROL
ACMP
BREAK
MAIN
INTRO
SYNC.
STOP
AUTO
FILL IN
VH TYPE
SELECT
MIC.
SETTING
VOCAL
HARMONY
XG
TALK
EFFECT
ONE TOUCH SETTING
BALANCE
ENTER
DIRECT
ACCESS
SYNC.
START
WOODWIND
SYNTH.
SIGNAL
FUNCTION
MAX
ENDING
/ rit.
CHOIR & PAD
OVER
STOP
MULTI PAD
FADE
IN/OUT
MIXING CONSOLE
STANDBY
ON
BRASS
VARIATION
PERCUSSION
RESET
MIC.
HELP
RESET
BASS
DSP
ORGAN FLUTES
MUSIC
FINDER
TEMPO
MASTER VOLUME
ORGAN &
ACCORDION
UPPER OCTAVE
J
TAP TEMPO
TRANSPOSE
HARMONY/
MONO
ECHO
SUSTAIN
E.PIANO
MAIN
DIGITAL RECORDING
SWING &
JAZZ
MIXING CONSOLE
BALLAD
NEXT
VOICE
DIGITAL
STUDIO
SOUND CREATOR
FF
OPM.
Mixing Console
Deze set regelaars
laten u de balans van
de voices en hun
stereo positie
aanpassen, alsook
de hoeveelheid effect
die op elke voice
wordt toegepast.
EXIT
CHANNEL ON/OFF
1
2
3
4
5
6
7
8
REGISTRATION MEMORY
PART
START/STOP
OTS
LINK
DATA ENTRY
FREEZE
MEMORY
PART
U kunt extra basis mengregelaars oproepen met de [BALANCE knop en de [CHANNEL ON/OFF] knop (blz 61).
Bediening
OPM.
1
MIXING CONSOLE
PART
Druk vanuit de MIXING CONSOLE display, herhaaldelijk op de
knop tot de gewenste display wordt opgeroepen. Elke druk op de
knop schakelt tussen de hieronder opgesomde displays.
PANEL PART
Bevat de via het toetsenbord-bespeelde parts
(Main/Layer, Left), begeleidingsparts, song,
microfoon ingang (alleen de PSR-2000)
STYLE PART
Begeleidingsparts
SONG CH 1 - 8
Kanalen 1 - 8 van song afspelen
SONG CH 9 - 16
Kanalen 9 - 16 van song afspelen
2
Selecteer de andere Mixing Console pagina’s met de [BACK]/
[NEXT] knoppen en stel de gewenste parameters in.
Zie voor informatie over de verscheidene parameters en
instellingen en hoe ze te gebuiken, de uitleg die begint op blz. 122.
U kunt snel en makkelijk alle
parts op dezelfde waarde
voor dezelfde parameter
instellen (met uitzondering
van de VOICE parameter).
Houd de [A] - [J] knop die
overeenkomt met de
parameter die u wilt wijzigen
ingedrukt en gebruik tegelijkertijd de [1] - [8] knoppen
of de [DATA ENTRY] dial
om de waarde te wijzigen.
OPM.
Zie voor details over
parameters die gerelateerd
zijn aan het geluid de
Sound Creator, blz. 88.
END
Sluit de Mixing
Console display door
op de [EXIT] knop te
drukken
■ Over de parameters
• VOL/VOICE (Volume/Voice) (blz. 122)
Dit bevat instellingen gerelateerd aan het volume en de voice van elke part/kanaal. Hier kunt u de Auto Revoice
eigenschap aanzetten — die automatisch XG-compatibele songs (blz. 159) afspeelt met de rijke en dynamische
voices die exclusief voor de PSR-2000/1000/A1000 zijn. Dit geeft u veel authentiekere en realistischere instrument
geluiden voor het afspelen van uw song.
• FILTER (blz. 123)
Deze regelaars beïnvloeden de klankkwailiteit van de voice, waarbij u power, punch, of helderheid aan het geluid
kunt toevoegen.
• TUNE (blz. 123)
Dit geeft u verscheidene stemmingsregelaars.
• EFFECT (blz. 124)
Deze regelen de hoeveelheid effect dat op het geluid wordt toegepast.
• EQ (Equalizer) (alleen op de PSR-2000) (blz. 127)
Bepaalt de totale klankkwailiteit van het instrument, waarbij u het geluid zo kunt aanpassen dat het past bij de
ruimte waar u speelt. Ook kunt u het volume of de klankkwailiteit voor elke part aanpassen.
PSR-2000/1000/A1000
121
De volumebalans aanpassen en voices wijzigen — Mixing Console
De niveau balans en voice instellen — Volume/Voice
De handelingen voor deze pagina zijn van toepassing op stap 2 van de procedure op blz. 121.
OPM.
1
Stel dit in op ON om automatische vervanging van de
XG voices (in XG song data) met de speciale voices
van de PSR-2000/1000/A1000 mogelijk te maken. Om
de normale XG voice set te gebruiken, zet u dit uit.
Gebruik deze om de VOICE,
PANPOT of VOLUME
parameter rijen te selecteren.
DIGITAL
STUDIO
SOUND CREATOR
OPM.
A
F
B
G
C
H
D
I
E
J
Het [RHY1] kanaal in de
STYLE PART display kan
worden toegewezen aan
elke voice met uitzondering
van de Organ Flutes voice.
DIGITAL RECORDING
MIXING CONSOLE
PART
Elke druk op deze
knop schakelt tussen
de verscheidene
parts/kanalen.
OPM.
Maakt het u mogelijk
de aangegeven
voice te selecteren
die moet worden
vervangen.
Deze laten u de
voice voor elke part
selecteren en de
panpot en het
volume aanpassen.
1
2
3
4
5
6
7
8
VOICE
Roept de VOICE display op, van waaruit u de gewenste voice kunt selecteren (blz. 54). Als de
Style part is geselecteerd, kunnen noch Organ Flutes voices noch User voices worden
geselecteerd. Als de SONG part is geselecteerd, kunnen User voices niet worden geselecteerd.
PANPOT
Bepaalt de stereo positie van de geselecteerde voice of track. De instelling 0 zet het geluid
helemaal links, terwijl 64 het midden is en 127 helemaal rechts.
VOLUME
Bepaalt het niveau van elk kanaal, waardoor u de balans van alle parts kunt fijnregelen.
2
F
ALL REVOICE
Vervang alle vervangbare XG
voices door de rijke en authentieke voices van de PSR-2000/
1000/A1000.
G
H
I
J
BASIC REVOICE
Vervang alleen de aanbevolen
voices die geschikt zijn voor het
afspelen van de song.
ALL NO REVOICE
Alle voices worden teruggezet naar
de originele XG voices.
1
2
3
4
Selecteren de XG voices die
zullen worden vervangen
(voices die gewoonlijk worden
gebuikt tijdens het afspelen)
122
De [RHY2] categorieën in de
STYLE PART display zijn
alleen voor de Drum Kit/SFX
Kit (percussie) voice.
PSR-2000/1000/A1000
5
6
7
8
Voert de instellingen uit en sluit de Auto
Revoice Setup display.
Sluit het Auto Revoice Setup scherm zonder de
instellingen uit te voeren.
Selecteren de voices die worden gebruikt om de XG voices te
vervangen (als SONG AUTO REVOICE is ingesteld op ON).
Als er GM song data wordt
afgespeeld, kan kanaal 10 (in
de SONG CH 9 - 16 pagina)
alleen worden gebruikt voor
een Drum Kit voice.
OPM.
Als de ritme/percussie voices
(drum kits, enz.) van de
begeleidingsstijl en song via de
VOICE parameter worden veranderd, worden de
gedetailleerde instellingen
gerelateerd aan de drum voice
teruggezet, en in enkele gevallen
kan het onmogelijk zijn het
originele geluid terug te roepen.
In het geval van het afspelen van
een song, kun u het originele
geluid terugroepen door terug te
gaan naar het begin van de song
en af te spelen vanaf dat punt. In
het geval van het spelen van een
begeleidingsstijl, kunt u het
originele geluid terugroepen door
dezelfde stijl weer te selecteren.
OPM.
Houd in gedachte dat gebruik
van de Revoice functie kan
resulteren in onnatuurlijk of
onverwacht geluid, afhankelijk
van de specifieke song data.
De volumebalans aanpassen en voices wijzigen — Mixing Console
De klank van de voice wijzigen — Filter
De handelingen voor deze pagina zijn van toepassing op stap 2 van de procedure op blz. 121.
Schakelen tussen de HARMONIC en BRIGHTNESS parameters.
OPM.
Zie voor details over het
filter, blz. 89.
DIGITAL
STUDIO
SOUND CREATOR
OPM.
A
F
B
G
C
H
D
I
E
J
DIGITAL RECORDING
MIXING CONSOLE
PART
Wees zorgvuldig met deze
regelaars. Afhankelijk van de
geselecteerd voice, kunnen
extreme instellingen resulteren
in ruis of vervorming.
Elke druk op deze knop
schakelt tussen de
verscheidene parts/
kanalen.
1
2
3
4
5
6
7
HARMONIC .........Maakt het u mogelijk het resonantie effect
aan te passen (zie “Harmonische Inhoud”
op blz. 89).
BRIGHTNESS .....Bepaalt de helderheid van het geluid door
de cutoff (afsnij) frequentie aan te passen
(blz. 89).
8
Toonhoogte-gerelateerde instellingen wijzigen — Tune
De handelingen voor deze pagina zijn van toepassing op stap 2 van de procedure op blz. 121.
Schakelen tussen de beschikbare parameters: PORTAMENTO
TIME, PITCH BEND RANGE, OCTAVE, en TUNING.
A
F
B
G
C
H
D
I
E
J
OPM.
Portamento wordt gebruikt
om een geleidelijke
overgang in toonhoogte van
de éne noot naar de volgende te creëren.
Zie de onderstaande uitleg.
1
2
3
4
5
6
7
8
Deze verhogen/verlagen (transponeren) de toonhoogte in stappen van een halve noot.
MASTER ... Transponeert zowel de toonhoogte van het toetsenbord als die van song afspelen.
SONG........ Transponerert de toonhoogte van het song afspelen.
KBD .......... Transponeert de toonhoogte van het toetsenbord.
PORTAMENTO TIME ..............Als de part is ingesteld op Mono (blz. 58, 88), bepaalt dit de Portamento tijd. Des te hoger de
waarde, des te langer de tijd die nodig is voor de toonhoogte om te wijzigen. Portamento wordt
alleen toegepast als u legato speelt (de volgende noot speelt voordat u de voorgaande noot loslaat).
PITCH BEND RANGE ...........Bepaalt het bereik van het pitch bend wiel voor de corresponderende part. Het bereik is
van “0” to ”12” waarbij elke stap overeenkomt met één halve noot.
OCTAVE................................Bepaalt het bereik van de toonhoogtewijziging in octaven, met tot twee octaaf omhoog of
omlaag. De waarde van deze parameter wordt toegevoegd aan de waarde die is ingesteld
met de [UPPER OCTAVE] knop.
TUNING ...............................Bepaalt de toonhoogte van het instrument.
PSR-2000/1000/A1000
123
De volumebalans aanpassen en voices wijzigen — Mixing Console
De effecten aanpassen
De handelingen voor deze pagina zijn van toepassing op stap 2 van de procedure op blz. 121.
1
Geeft de type naam voor elk effect blok aan.
Druk hierop om het effect
te bewerken en op te
slaan (blz. 124, 125).
DIGITAL
STUDIO
SOUND CREATOR
A
F
B
G
C
H
DIGITAL RECORDING
MIXING CONSOLE
PART
D
I
E
J
Elke druk op
deze knop
schakelt tussen
de
verscheidene
parts/kanalen.
1
2
3
4
5
6
7
Schakelen tussen de
effect secties:
REVERB, CHORUS
en DSP.
8
Bepalen de hoeveelheid effect dat wordt toegepast op elke part. Zie voor meer informatie
over de karakteristieken van elk effect, zie het Effect Blok overzicht op blz. 125.
2
F
G
H
I
J
1
2
3
4
5
6
7
8
Als de BLOCK
parameter is ingesteld op
REVERB, CHORUS of
DSP1-4/DSP, druk dan
hierop om de display op
te roepen, van waaruit u
de gedetailleerde
instellingen voor de
effecten kunt wijzigen.
Deze bepalen het effect blok en laten u het effect toewijzen.
BLOCK............ Bepaalt het effect blok (groep van gelijke of gerelateerde effecten).
PART...................Bepaalt de part waarop het Insertie effect wordt toegepast. Dit heeft aleen effect als
BLOCK is ingesteld op “DSP1/DSP,” PARAMETER is ingesteld op “CONNECTION” en
VALUE is ingesteld op “Insertion” — of als BLOCK is ingesteld op “DSP2–4” (PSR-2000).
CATEGORY ......De verscheidene effect programma’s (in Type onder) zijn gegroepeerd in categorieën. Het
kan zijn dat deze parameter niet beschikbaar is, afhankelijk van het geselecteerde blok.
TYPE ............... Bepaalt het type effect dat is toegewezen aan het geselecteerde effect blok. De
daadwerkelijke effect types die beschikbaar zijn kunnen verschillen, afhankelijk
van het geselecteerde blok.
124
PSR-2000/1000/A1000
OPM.
Er zijn drie effect secties:
Reverb, Chorus en DSP (die
een verscheidenheid aan
effect types bevat). Zie voor
details het Effect Blok
overzicht (blz. 125).
De volumebalans aanpassen en voices wijzigen — Mixing Console
3
A
F
B
G
C
H
D
I
E
J
Schakelen tussen de
bovenste/onderste
parameters. Voor de
onderste parameter,
kan de diepte
worden gewijzigd als
de [VARIATION]
knop aan is.
1
2
3
4
5
6
7
Roept de display
voor het opslaan
van het effect op.
Bepalen het niveau van het
effect (retour niveau). Dit is
niet beschikbaar als BLOCK is
ingesteld op “DSP1/DSP,”
PARAMETER is ingesteld op
“CONNECTION” en VALUE is
ingesteld op “Insertion” of als
BLOCK is ingesteld op
“DSP2–4” (PSR-2000).
8
Bepalen het
effect blok.
Bepalen de waarde van de
geselecteerde parameter.
Bepalen de effect categorie.
Bepalen de effect parameter die aangepast moet worden.
Bepalen het effect type.
OPM.
4
F
Roept de display voor
het benoemen van
het USER EFFECT
op (blz. 45).
G
Selecteer de
bestemming
waarop het effect
moet worden
opgeslagen. Het
aantal
geheugenruimten
dat beschikbaar is
voor de
bestemming is
anders voor elk
blok (zie het
onderstaande
overzicht).
Houd in gedachte dat er in
enkele gevallen ruis kan
klinken, als u de effect
parameters aanpast terwijl
het instrument speelt.
H
I
J
1
2
3
4
5
6
7
8
Slaat de effect instellingen op die
u hierboven heeft gemaakt naar
een USER EFFECT locatie
(SYSTEEM) om ze later te
kunnen terugroepen. Om het
effect op te roepen, selecteert u
USER via de CATEGORIE
parameter en selecteert u het
gewenste effect via de TYPE
parameter.
Effect Blok
Blok
REVERB
CHORUS
DSP 1 (alleen PSR-2000)
DSP (alleen PSR-1000/
A1000)
DSP2 - 4 (alleen PSR-2000)
Parts
Karakteristieken
Alle parts
Reproduceert de warme entourage van het
spelen in een concertzaal of jazzclub.
Aantal User Effects
3
Alle parts
Produceert een rijk “vet” geluid alsof
verscheidene parts tegelijk worden bespeeld.
3
Main, Layer, Left, Song (kan. 1 - 16),
MIC (alleen de PSR-2000), Stijl
Naast de reverb en chorus effecten, beschikt
deze sectie over een verscheidenheid aan
speciale effecten, inclusief distortion.
3
Main, Layer, Left, Song (kan. 1 - 16),
MIC (automatisch toegewezen)
Elk ongebruikte DSP block wordt automatisch
toegewezen aan de overblijvende actieve
parts.
10
PSR-2000/1000/A1000
125
De volumebalans aanpassen en voices wijzigen — Mixing Console
Effect structuur
De PSR-2000/1000/A1000 beschikt over de volgende digitale effect systemen. Het effect type, diepte en verscheidene
parameters kunnen met de paneel regelaars worden ingesteld.
Over de effect aansluitingen – System en Insertion
Alle effect blokken zijn aangesloten of gekoppeld op één van twee manieren: System of Insertion. System brengt het
geselecteerde effect van toepassing op alle parts, terwijl Insertion het geselecteerde effect van toepassing op één
aangegeven part. Reverb en Chorus zijn Systeem effecten, en DSP 2 - DSP 4 (alleen op de PSR-2000) zijn Insertie
effecten. Het DSP1/DSP effect kan echter als Systeem of als Insertie koppeling worden geconfigureerd.
De illustratie hieronder laat zien hoe de verscheidene effect blokken zijn opgesteld en geeft het signaalstroomschema
voor de verzend/retour regelaars ingesteld op de PSR-2000/1000/A1000.
PSR-2000
Ongebruikte DSP blokken worden automa
tisch toegewezen aan de actieve parts.
Dry
MAIN VOICE
DSP2
DRY LINE = DROOG SIGNAAL
REVERB
Rev Send
Reverb Return
Cho Send
DSP Send
Dry
LAYER VOICE
DSP3
Rev Send
Cho Send
Dry
LEFT VOICE
DSP4
Rev Send
Master EQ
CHORUS
Chorus Return
Cho Send
Dry
MIC
MIC
Effect
Vocal
Harmony
Rev Send
Cho Send
DSP Send
SONG
(elk kanaal)
Dry
Rev Send
Cho Send
DSP Send
STYLE
(elk kanaal)
Dry
DSP1
Als DSP is ingesteld als een Insertion effect
(hier is PART ingesteld op één van de STYLE kanalen),
wordt deze hier geplaatst.
Rev Send
Cho Send
Als DSP wordt ingesteld als System effect,
wordt deze hier in tussengevoegd.
DSP Send
DSP1
DSP Return
DRY LINE = DROOG SIGNAAL
PSR-1000/A1000
Dry
MAIN VOICE
DSP
Als DSP is ingesteld als een Insertion effect
(hier PART ingesteld op MAIN),
wordt deze hier geplaatst.
REVERB
Reverb Return
Rev Send
Cho Send
DSP Send
Dry
LAYER VOICE
Rev Send
Cho Send
OUT
CHORUS
Chorus Return
DSP Send
Dry
LEFT VOICE
Rev Send
Cho Send
DSP Send
Dry
STYLE/SONG
(elk kanaal)
Rev Send
Cho Send
Als DSP is ingesteld als een System effect,
wordt deze hier tussengevoegd.
DSP Send
DSP
DSP Return
126
PSR-2000/1000/A1000
OUT
De volumebalans aanpassen en voices wijzigen — Mixing Console
De equalizer instellen—EQ (alleen de PSR-2000)
Gewoonlijk wordt een equalizer gebruikt om het uitgangsgeluid van de versterkers of luidsprekers aan te passen aan
het speciale karakter van de kamer. Het geluid is opgedeeld in verscheidene frequentiebanden, waardoor u het geluid
kunt corrigeren door het niveau voor elke band te verhogen of verlagen. De equalizer maakt het u mogelijk de klank of
klankkleur van het geluid aan te passen om het zo geschikt te maken voor de ruimte waar u speelt, of om bepaalde
akoestische karakteristieken in uw kamer te compenseren. U kunt bijvoorbeeld enkele van de lage frequentiebereiken
dempen als u op het podium of in een grote studio speelt waar het geluid te “bonkerig” klinkt of de hoge frequenties
opkrikken in ruimtes en ingesloten plaatsen waar het geluid relatief “dood” klinkt en en geen echo’s zijn. De PSR-2000
beschikt over een hoge kwaliteit vijf-bands digitale equalizer functie. Met deze functie kan een laatste effect —klank
regeling— worden toegevoegd aan de uitgang van uw instrument.
De handelingen voor deze pagina zijn van toepassing op stap 2 van de procedure op blz. 121.
1
Roep de MASTER EQ
EDIT display op
Selecteer het
gewenste
Master EQ type.
A
F
B
G
C
H
D
I
E
J
Selecteer het EQ type om de
EQ HIGH aan te passen met
de [1▲▼] - [8▲▼] knoppen.
Selecteer het EQ type om de
EQ LOW aan te passen met
de [1▲▼] - [8▲▼] knoppen.
2
Selecteer
het gewenste
Master EQ type.
A
F
B
G
C
H
D
I
E
J
1
Q
2
3
4
5
6
7
8
Een bewerkte PRESET of
USER curve kan worden
opgeslagen naar USER 1 of 2.
De PRESET en USER curves kunnen
desgewenst worden bewerkt via de
corresponderende LCD knoppen — EQ1 tot
EQ5. Elk van de 5 bands kan worden opgekrikt
(“+” waarden) of gedempt (“–”waarden) met
maximaal 12 dB.
Past de totale versterking van alle EQ banden
tegelijkertijd aan.
Gain
FREQ
Zodra een EQ band wordt bewerkt, wordt de corresponderende EQ waarde geaccentueerd en het
aantal bewerkte banden verschijnt boven de Q en FREQ regelaars. De Q en FREQ regelaars
kunnen dan worden gebruikt om de Q (bandbreedte) en de FREQ (midden frequentie) van de
geselecteerde band aan te passen. Des te hoger de “Q,” des te smaller de bandbreedte. Het
beschikbare FREQ bereik is verschillend voor elke band.
PSR-2000/1000/A1000
127
Een microfoon gebruiken — MIC. (PSR-2000)
Deze buitengewoon krachtige eigenschap maakt gebruik van geavanceerde voice-processing technologie om automatisch
vocale harmonieën te maken gebaseerd op een enkele solo stem. Er is in vier aparte harmonie modes alsook een
uitgebreide selectie aan preset harmonie types voorzien. Naast de recht toe recht aan harmonie, laat de PSR-2000 u ook
het schijnbare geslacht van de harmonie en/of het solostemgeluid wijzigen. Als u, bijvoorbeeld een mannelijke zanger
bent, kunt u de PSR-2000 automatisch twee achtergrondzangeressen laten genereren. Een uitgebreide set aan parameters
geeft u een uitzonderlijk nauwkeurige en flexibele besturing van het vocal harmony geluid.
OPM.
MIC.
VH TYPE
SELECT
VOCAL
HARMONY
MIC.
SETTING
TALK
Zie voor details over een
microfoon aansluiten, blz.
152.
EFFECT
OVER
SIGNAL
SONG
EXTRA
TRACKS
TRACK
2
TRACK
1
(L)
(R)
(STYLE)
REC
TOP
NEW SONG
STYLE
POP & ROCK
METRONOME
REPEAT
START/STOP
REW
BACK
SYNC. START
BALLROOM
MARCH &
WALTZ
DANCE
LATIN
USER
TOUCH
A
F
B
G
C
H
D
I
LAYER
PART
LEFT
GUITAR
STRINGS
USER
MENU
DEMO
E
TEMPO
RESET
RESET
MIN
STYLE CONTROL
ACMP
BREAK
MAIN
INTRO
SYNC.
START
WOODWIND
SYNTH.
XG
VH TYPE
SELECT
MIC.
SETTING
VOCAL
HARMONY
TALK
EFFECT
SIGNAL
ONE TOUCH SETTING
BALANCE
ENTER
DIRECT
ACCESS
EXIT
CHANNEL ON/OFF
SYNC.
STOP
AUTO
FILL IN
CHOIR & PAD
RESET
MIC.
FUNCTION
MAX
ENDING
/ rit.
BRASS
VARIATION
PERCUSSION
OVER
STOP
MULTI PAD
FADE
IN/OUT
STANDBY
ON
BASS
DSP
ORGAN FLUTES
MUSIC
FINDER
HELP
MASTER VOLUME
ORGAN &
ACCORDION
UPPER OCTAVE
J
TAP TEMPO
TRANSPOSE
HARMONY/
MONO
ECHO
SUSTAIN
E.PIANO
MAIN
DIGITAL RECORDING
SWING &
JAZZ
VOICE EFFECT
LEFT
HOLD
PIANO & HARPSI.
MIXING CONSOLE
BALLAD
NEXT
VOICE
DIGITAL
STUDIO
SOUND CREATOR
FF
1
2
3
4
5
6
7
8
REGISTRATION MEMORY
PART
START/STOP
DATA ENTRY
OTS
LINK
FREEZE
MEMORY
Gebruik de SIGNAL en OVER indicators om de geschikte instelling te bepalen (blz. 152).
MIC.
VH TYPE
SELECT
MIC.
SETTING
VOCAL
HARMONY
TALK
EFFECT
OVER
SIGNAL
Dit roept de VOCAL HARMONY TYPE
display op (blz. 129) en laat u het gewenste
harmony type instellen.
Dit roept de MICROPHONE SETTING
display op (blz. 130) en laat u het niveau van
de microfoon en het vocal harmony effect
aanpassen.
128
PSR-2000/1000/A1000
Bepaalt de aan/uit instelling van het effect dat
is toegepast op de microfoon, zoals ingesteld
in de MIXING CONSOLE display (blz. 124).
Deze handige functie laat u tijdelijk de vocal harmony of
andere microfoon effecten annuleren als u een
aangesloten microfoon gebruikt. Dit is vooral bruikbaar
als u tijdens uw optreden spreekt tussen de songs.
Als u een microfoon aansluit op de PSR-2000, kunt u met
de song of automatische begeleiding meezingen en
worden de vocal harmony parts automatisch toegevoegd.
Een microfoon gebruiken — MIC. (PSR-2000)
Een Vocal Harmony Type selecteren (PSR-2000)
1
Druk op de [VH TYPE SELECT] knop.
2
Selecteer een Vocal Harmony Type.
A
F
B
G
C
H
D
I
E
J
Dit laat u de hoeveelheid harmonie
effect die wordt toegepast aanpassen.
1
2
3
4
5
6
7
8
3
A
F
B
G
C
H
D
I
E
J
Selecteer een Vocal Harmony type.
Slaat de gewijzigde
data op (blz. 38, 44).
Keer terug naar de VOCAL
HARMONY TYPE display.
1
2
3
4
5
Selecteer een Vocal Harmony parameter.
6
7
8
Pas de parameter waarde aan.
OPM.
END
Druk op de [EXIT] knop om terug te keren naar
de voorgaande display.
De opgeslagen instellingen kunnen
worden benoemd (blz. 41) of gewist
(blz. 43) in de USER pagina.
OPM.
Zie voor details over de Vocal
Harmony parameter, de afzonderlijke engelstalige Data List.
PSR-2000/1000/A1000
129
Een microfoon gebruiken — MIC. (PSR-2000)
Instellingen maken voor de Vocal Harmony en microfoon
— MICROPHONE SETTING (PSR-2000)
Bediening
1
2
Druk op de
[MIC.
SETTING] knop.
Selecteer de MICROPHONE SETTING pagina met de [BACK/[NEXT]
knop en stel de parameters in.
BACK
NEXT
Zie voor informatie over de verscheidene parameters en
instellingen en hoe ze te gebuiken, de uitleg
onder.
END
Druk op de [EXIT] knop
om terug te keren naar
de voorgaande display.
A
F
B
G
C
H
D
I
E
J
De Vocal Harmony instellingen en microfoon effecten aanpassen —
OVERALL SETTING (PSR-2000)
De uiteenzettingen hier gelden voor stap nr.2 hierboven.
A
F
B
G
C
H
D
I
E
J
Selecteren de 3BAND EQ
Selecteren de NOISE GATE/
COMPRESSOR.
Selecteren de VOCAL
HARMONY CONTROL/MIC.
Gebruik deze om de waarde te wijzigen voor elke
functie of instelling. Zie voor details, hieronder.
1
2
3
4
5
6
7
8
■ 3BAND EQ (3-BAND EQUALIZER)
Gewoonlijk wordt een equalizer gebruikt om het uitgangsgeluid van de versterkers of luidsprekers aan te passen aan
het speciale karakter van de kamer. Het geluid is opgedeeld in verscheidene frequentiebanden, waardoor u het
geluid kunt corrigeren door het niveau voor elke band te verhogen of verlagen. De PSR-2000 beschikt over een
hoge kwaliteit drie-bands digitale equalizer functie voor het microfoongeluid.
Hz .............. Past de midden frequentie van de corresponderende band aan.
dB ............... Krikt het niveau van de corresponderende band op of dempt het met maxiaal 12 dB.
■ NOISE GATE
Dit effect dempt het ingangssignaal als het ingangsniveau van de microfoon onder een aangegeven niveau zakt. Dit
dempt effectief de ongewenste ruis, waarbij het gewenste signaal (stem, enz.) doorgelaten wordt.
SW .............. “SW” is de afkorting van schakelaar. Dit zet NOISE GATE aan of uit.
TH. ..................“TH.” is de afkorting van Threshold (drempelwaarde). Dit past het ingangsniveau aan waarop de noise gate open gaat.
130
PSR-2000/1000/A1000
Een microfoon gebruiken — MIC. (PSR-2000)
■ COMPRESSOR
Dit effect houdt het uitgangssignaal laag als het ingangssignaal van de microfoon een aangegeven niveau
overschrijdt. Dit is bruikbaar als u een signaal opneemt met een uitgebreid variërende dynamiek. Het “compresses”
(=samendrukken) het signaal, waardoor zachte gedeeltes harder klinken en hardere gedeeltes zachter.
SW .............. “SW” is de afkorting van schakelaar. Dit zet de Compressor aan of uit.
TH. ............. “TH.” is de afkorting van Threshold (drempelwaarde). Dit pas het ingangsniveau aan waarop de
compressie gaat worden toegepast aan.
RATIO ........ Dit past de compressie ratio (verhouding) aan.
OUT ........... Past het uiteindelijke uitgangsniveau aan.
■ VOCAL HARMONY CONTROL
De volgende parameters bepalen hoe de harmony wordt geregeld.
VOCODER CONTROL
Het Vocal Harmony effect wordt bestuurd door noot data — de noten die u op het toetsenbord speelt en/of de noten
van de song data. Deze parameter laat u bepalen welke noten worden gebruikt om de harmony te besturen.
• SONG CHANNEL
MUTE/PLAY:
Bij de “MUTE” instelling wordt het hieronder geselecteerde kanaal gemute (uitgezet) tijdens toetsenbordspel of
song afspelen.
OFF:
De song data besturing van de harmony wordt uitgezet.
1-16:
Als een song van diskette of een externe MIDI sequencer afspeelt, zal de noot data opgenomen op het
toegewezen songkanaal de harmony besturen.
• KEYBOARD
OFF: De toetsenbord besturing van de harmony wordt uitgezet.
UPPER: De noten die rechts van het splitpunt worden gespeeld besturen de harmony.
LOWER: De noten die links van het splitpunt worden gespeeld besturen de harmony.
BALANCE
Dit laat u de balans instellen tussen de solo stem (uw eigen stem) en Vocal Harmony. Deze waarde verhogen, verhoogt het
volume van de Vocal Harmony en verlaagt dat van de solo stem. Als dit is ingesteld op L<H63 (L: Lead Vocal, H: Vocal
Harmonie), gaat alleen Vocal Harmony naar de uitgang; als het is ingesteld op L63>H, gaat alleen de solo stem naar de uitgang.
MODE
Alle Vocal Harmony types vallen onder één van drie modes die op verschillende manieren harmony produceren.
Het harmony effect is onafhankelijk van de geselecteerde Vocal Harmony Mode en Track, en deze parameter
bepaalt hoe de harmony op uw stem wordt toegepast. De drie modes worden hieronder beschreven.
VOCODER:
De harmony noten worden bepaald door de noten die u op het toetsenbord speelt (Main, Layer en Left) en/ of
song data die Vocal Harmony tracks bevatten.
CHORDAL:
Tijdens het afspelen van begeleidingen, besturen akkoorden, gespeeld in het automatische begeleidingsgedeelte
van het toetsenbord, de harmony. Tijdens het afspelen van songs, besturen akkoorden in de song data de
harmony. (Niet beschikbaar als de song geen enkele akkoord data bevat.)
AUTO:
Als de automatische begeleiding of Left part is ingesteld op ON en als er akkoord data in de song zit, wordt de
mode automatisch ingesteld op CHORDAL. In alle andere gevallen, wordt de mode ingesteld op VOCODER.
CHORD
De volgende parameters geven de song data aan die zal worden gebruikt voor akkoord detectie.
OFF: Akkoorden worden niet gedetecteerd.
XF: Akkoorden van XF format worden gedetecteerd.
1-16: Akkoorden worden gedetecteerd op basis van noot data op het aangegeven song kanaal.
■ MIC (MICROPHONE)
De volgende parameters bepalen hoe het microfoon geluid wordt bestuurd.
MUTE .............. Bij de OFF instelling wordt het microfoon geluid uitgezet.
VOLUME ......... Past het volume van het microfoon geluid aan.
PSR-2000/1000/A1000
131
Een microfoon gebruiken — MIC. (PSR-2000)
Het microfoonvolume en gerelateerde effecten instellen
— TALK SETTING (PSR-2000)
Bepaalt de instellingen als de [TALK] knop aan is.
De uiteenzettingen hier gelden voor stap nr. 2 op blz. 130.
VOLUME/PAN/REVERB DEPTH/CHORUS DEPTH/TOTAL VOLUME ATTENUATOR
A
F
B
G
C
H
D
I
E
J
Deze bepalen de hoeveelheid
verzwakking dat wordt toegepast op het
totale geluid (met uitzondering van de
microfoon ingang) — waardoor u
effectief de balans aan kunt passen
tussen uw stem en het totale
instrumentgeluid.
Deze bepalen het volume van
het microfoongeluid.
1
2
3
4
5
6
Deze stellen de stereo
panoramapositie van het
microfoongeluid in.
7
8
Deze stellen de diepte van de reverb en chorus effecten
dat wordt toegepast op het microfoongeluid in.
DSP/TYPE/DEPTH
A
F
B
G
C
H
D
I
E
J
Deze stellen de diepte van het DSP
effect dat wordt toegepast op het
microfoongeluid in.
1
2
Deze zetten het DSP effect dat wordt
toegepast op het microfoongeluid ON of OFF.
132
PSR-2000/1000/A1000
3
4
5
6
7
8
Deze selecteren het type DSP effect dat wordt
toegepast op het microfoongeluid.
Totale en andere belangrijke instellingen maken — Function
De Function mode geeft u toegang tot verscheidene geavanceerde functies die gerelateerd zijn aan het instrument als geheel.
Deze geavanceerde functies laten u de PSR-2000/1000/A1000 aanpassen aan uw eigen muzikale wensen en voorkeur.
SONG
EXTRA
TRACKS
TRACK
2
TRACK
1
(L)
(R)
(STYLE)
TOP
REC
NEW SONG
METRONOME
REPEAT
START/STOP
REW
BACK
SYNC. START
STYLE
POP & ROCK
BALLROOM
MARCH &
WALTZ
DANCE
LATIN
USER
PART
MENU
DEMO
VOICE EFFECT
LEFT
HOLD
TOUCH
PIANO & HARPSI.
A
F
B
G
C
H
D
I
E
J
LAYER
LEFT
GUITAR
STRINGS
USER
TEMPO
RESET
RESET
MIN
STYLE CONTROL
ACMP
BREAK
MAIN
SYNC.
START
OTS
LINK
XG
ORGAN FLUTES
VH TYPE
SELECT
MIC.
SETTING
VOCAL
HARMONY
TALK
EFFECT
SIGNAL
ONE TOUCH SETTING
BALANCE
ENTER
DIRECT
ACCESS
EXIT
CHANNEL ON/OFF
SYNC.
STOP
AUTO
FILL IN
WOODWIND
SYNTH.
CHOIR & PAD
RESET
MIC.
FUNCTION
MAX
ENDING
/ rit.
INTRO
BRASS
VARIATION
PERCUSSION
OVER
STOP
MULTI PAD
FADE
IN/OUT
STANDBY
ON
BASS
DSP
UPPER OCTAVE
HELP
MASTER VOLUME
ORGAN &
ACCORDION
MUSIC
FINDER
TAP TEMPO
TRANSPOSE
HARMONY/
MONO
ECHO
SUSTAIN
E.PIANO
MAIN
DIGITAL RECORDING
SWING &
JAZZ
MIXING CONSOLE
BALLAD
NEXT
VOICE
DIGITAL
STUDIO
SOUND CREATOR
FF
FUNCTION
1
2
3
4
5
6
7
8
REGISTRATION MEMORY
PART
START/STOP
DATA ENTRY
FREEZE
MEMORY
Bediening
1
MENU
DEMO
2
Selecteer de gewenste functie.
HELP
FUNCTION
3
Stel de parameters van de
geselecteerde functie in.
De handelingen voor elke functie worden
behandeld in de volgende uitleggingen.
END
Om terug te keren naar de voorgaande display,
drukt u op de [EXIT] knop.
De toonhoogte en stemming aanpassen — Master Tune en Scale Tune (alleen PSR-2000/1000)
■ Master Tune (blz. 135)
Dit maakt het u mogelijk om nauwkeurige aanpassingen te maken in de totale toonhoogte van het instrument —
waarbij u deze precies overeen kunt laten komen met die van andere instrumenten.
■ Scale Tune (alleen PSR-2000/1000) (blz. 135)
Dit bepaalt het bijzondere stemmingssysteem (of temperatuur) van het instrument. Dit is vooral bruikbaar voor het
spelen van historische stukken, om de stemming overeen te laten komen met het systeem dat gebruikt werd tijdens
bepaalde muzikale tijdperken.
Song-gerelateerde parameters instellingen — Song Settings (blz. 137)
Deze stellen u in staat om song-afspeel gerelateerde parameters in te stellen.
Automatische begeleiding-gerelateerde parameters instellen — Style Setting, Split Point
en Chord Fingering
■ Style Setting / Split Point (blz. 138)
Deze bepalen de automatische begeleiding-gerelateerde instellingen, en laten u het splitpunt instellen.
■ Chord Fingering (blz. 139)
Dit bepaalt de methode van spelen/aangeven van akkoorden als u de automatische begeleidings eigenschappen
gebruikt. U kunt zelfs controleren hoe het akkoord gespeeld moet worden, aangezien de afzonderlijke noten
worden aangeven in de display.
PSR-2000/1000/A1000
133
Totale en andere belangrijke instellingen maken — Function
Instellingen voor het pedaal en
toetsenbord maken — Controller
■ Pedal (blz. 139)
Deze instellingen bepalen hoe het aangesloten
pedaal (inclusief voetregelaars en voetschakelaars)
worden gebruikt. Ze kunnen worden toegewezen aan
een verscheidenheid aan functies, waarbij u
handelingen kunt regelen met uw voeten — zoals de
begeleidingsstijl aan/uitzetten, of Fill In patronen
triggeren.
■ Keyboard / Panel (blz. 141)
Deze instellingen bepalen de touch sensitivity
(aanslaggevoeligheid) van het toetsenbord (welke
invloed aanslag op volume heeft), de aan/uit status
van het modulatiewiel (alleen de PSR-2000) en de
toonhoogte transponeringsinstellingen (voor het
toetsenbord, song data en het gehele instrument).
De registratie sequence, freeze en voice set
instellen
■ Registratie Sequence (blz. 142)
Dit bepaalt de volgorde waarin de Registration
Memory Presets (1 - 8) worden opgeroepen — met de
[BACK][NEXT] knoppen of het pedaal.
■ Freeze (blz. 142)
Dit laat u de instellingen die u wilt handhaven of
ongewijzigd wil laten, aangeven, zelfs als de
Registration Memory Presets veranderen.
■ Voice Set (blz. 143)
Dit laat u bepalen of bepaalde voice-gerelateerde
instellingen (zoals effecten, EQ, harmony, enz.)
automatisch worden opgeroepen of niet als u een
voice selecteert.
MIDI instellingen maken
■ System (blz. 145)
Deze bepalen verscheidene systeem boodschappen
instellingen (zoals Clock, Start/Stop, Systeem
Exclusief), alsook Local (=Lokale) Besturing aan/uit.
■ Transmit (blz. 146)
Dit bepaalt hoe afgespeelde data wordt verzonden
naar aangesloten MIDI apparaten — dat wil zeggen,
welke parts worden toegewezen aan welke MIDI
verzendkanalen. Dit laat u ook het type data
aangeven dat moet worden verzonden over elk
kanaal.
■ Receive (blz. 147)
Dit bepaalt hoe de parts van de PSR-2000/1000/
A1000 reageren op data van aangesloten MIDI
apparaten — dat wil zeggen welke parts worden
toegewezen aan welke MIDI ontvangstkanalen. Dit
laat u ook het type van data aangeven dat ontvangen
moet worden over elk kanaal.
■ Root (blz. 147)
Dit bepaalt het kanaal/de kanalen die gebruikt
worden voor het herkennen van de grondtoon noten,
voor gebruik met de automatische begeleiding.
■ Chord Detect (blz. 147)
Dit bepaalt het kanaal/de kanalen die gebruikt
worden voor het herkennen van de akkoorden, voor
gebruik met de automatische begeleiding.
Other Settings — Utility
■ Config 1 (blz. 148)
Deze pagina bevat instellingen voor Fade In/Out,
Metronoom, Parameter Lock en het Tap geluid.
■ Config 2 (blz. 149)
Via deze pagina kunt u de display aanpassen, en de
voice nummer indicatie wijzigen.
Harmony en Echo instellen (blz. 143)
Deze laten u het type Harmony of Echo effect dat wordt
toegepast op de via het toetsenbord-gespeelde voices
instellen, alsook de hoeveelheid effect.
■ Disk (blz. 150)
Via deze pagina, kunt u diskettes formatteren, en van
diskette naar diskette kopiëren.
■ Owner (blz. 151)
Via deze pagina, kunt u de taal van het instrument
instellen en uw eigen naam invoeren — die
automatisch is te zien elke keer als het instrument
wordt aangezet.
■ System Reset (blz. 151)
Deze functie zet de PSR-2000/1000/A1000 terug
naar zijn originele fabriekinstellingen. U kunt ook
aangeven welke soorten instellingen moeten worden
teruggeroepen, alsook uw eigen originele instellingen
opslaan om ze later te kunnen terugroepen.
134
PSR-2000/1000/A1000
Totale en andere belangrijke instellingen maken — Function
Toonhoogte fijnregelen/Stemming selecteren — Master Tune/Scale Tune
De uitleggingen hier zijn van toepassing op stap nr. 3 van de procedure op blz. 133.
De totale toonhoogte regelen — Master Tune
OPM.
Hz (Hertz)
Deze meeteenheid kijkt naar
de frequentie van een geluid,
en geeft het aantal keer weer
dat een geluidsgolf trilt in een
seconde.
OPM.
De Tune functie heeft geen
invloed op de Drum Kit of
SFX Kit voices.
1
2
3
4
5
6
7
Bepalen de totale
toonhoogte van de PSR2000/1000/A1000, van
414,8 - 466,8 Hz. Druk
tegelijkertijd op de 4 of 5
[▲▼] knoppen om de
waarde onmiddellijk terug
te zetten naar de fabriek
instelling: 440,0 Hz.
8
Selecteer een stemming — Scale Tune (alleen PSR-2000/1000)
OPM.
De huidige stemming wordt aangegeven
boven of onder de corresponderende toets.
Cent
Een eenheid van toonhoogte
die overeenkomt met 1/100
van een halve noot (100
cents = 1 halve noot).
OPM.
U kunt uw originele scale
tunings (stemmingen)
registreren onder een
REGISTRATION MEMORY
knop. Om dit te doen, vinkt u
“SCALE” af in de
REGISTRATION MEMORY
display (blz. 84).
1
2
Bepalen de stemming (blz. 136).
3
4
5
6
7
8
Bepalen de basisnoot voor elke stemming.
Als de basisnoot wordt gewijzigd, wordt de
toonhoogte van het toetsenbord
getransponeerd, maar de originele
toonhoogterelatie tussen de noten blijft
gehandhaafd.
Bepalen de fijnstemming van de geselecteerde
noot in stappen van 1 cent. Druk tegelijkertijd op de
5 of 6 [▲▼] knoppen om de waarde onmiddellijk
terug te zetten naar de fabriek instelling.
Bepalen de noot die gestemd moet worden en de hoeveelheid verstemming.
Het het stembereik is van “-64” via “0” tot “+63.” Elke toename komt overeen
met één cent (één “cent” is één honderdste van een halve noot).
PSR-2000/1000/A1000
135
Totale en andere belangrijke instellingen maken — Function
Scale (Stemming) voor PSR-2000/1000; zie blz. 167 voor de PSR-A1000
■ Equal Temperament (Gelijkzwevende temperatuur)
Het toonhoogtebereik van elk octaaf is in twaalf gelijke delen verdeeld, waarbij elke halve noot een zelfde
toonsafstand ten opzichte van de volgende noot heeft. Dit is de meest algemeen gebruikte stemming in de
hedendaagse muziek.
■ Pure Major/Pure Minor (Reine Majeur/Reine Mineur)
Deze stemmingen houden de zuivere wiskundige intervalllen van elke stemming in stand, vooral voor drieklank
akkoorden (grondtoon, terts, kwint). U kunt dit het best horen bij daadwerkelijke vocale harmonieën — zoals koren
en a capella zingen.
■ Pythagorean (Pythagoreaans)
Deze stemming is uitgedacht door de beroemde Griekse filosoof en is gecreëerd met een serie reine kwinten, die
zijn samengebracht in een enkel octaaf. De tertsen in deze stemming zijn lichtelijk onstabiel, maar de kwarten en
kwinten zijn prachtig en geschikt voor enkelvoudige solo’s.
■ Mean-Tone (Middentoon)
Deze stemming is gecreëerd als een verbetering van de Pythagorean stemming, door de majeur terts interval meer
“in stemming” te brengen. Het was vooral populair van de 16e tot de 18e eeuw. Händel, onder andere, gebruikte
deze stemming.
■ Werckmeister/Kirnberger
Deze samengestelde stemming combineert de Werckmeister en Kirnberger systemen, die op zich verbeteringen van
de Mean-Tone en Pythagorean stemmingen waren. De belangrijkste eigenschap van deze stemming is dat elke toets
zijn eigen unieke karakter heeft. De stemming werd op grote schaal gebruikt in de tijd van Bach en Beethoven, en
wordt zelfs nu nog vaak gebruikt als er muziek uit een bepaald tijdperk wordt gespeeld op de clavecimbel.
■ Arabic
Gebruik deze stemmingen bij het spelen van Arabische muziek.
Toonhoogte instellingen voor elke stemming (in cents; voorbeeld stemming in C)
C
C
D
E
E
F
F
G
A
136
A
B
B
Equal Temperament
0.0
0.0
0.0
0.0
0.0
0.0
0.0
0.0
0.0
0.0
0.0
0.0
PureMajor
0.0
-29,7
3,9
15,6
-14,1
-2,3
-9,4
2,3
-27,3
-15,6
18,0
-11,7
PureMinor
0.0
33,6
3,9
15,6
-14,1
-2,3
31,3
2,3
14,1
-15,6
18,0
-11,7
Pythagorean
0.0
14,1
3,9
-6,3
7,8
-2,3
11,7
2,3
15,6
6,3
-3,9
10,2
Mean-Tone
0.0
-24,2
-7,0
10,2
-14,1
3,1
-20,3
-3,1
-27,3
-10,2
7,0
-17,2
Werckmeister
0.0
-10,2
-7,8
-6,3
-10,2
-2,3
-11,7
-3,9
-7,8
-11,7
-3,9
-7,8
Kirnberger
0.0
-10,2
-7,0
-6,3
-14,1
-2,3
-10,2
-3,1
-7,8
-10,2
-3,9
-11,7
Arabic1
0.0
0
-50.0
0.0
0.0
0.0
0.0
0.0
0.0
-50.0
0.0
0.0
Arabic2
0.0
0
0.0
0.0
-50.0
0.0
0.0
0.0
0.0
0.0
0.0
-50.0
PSR-2000/1000/A1000
Totale en andere belangrijke instellingen maken — Function
Song-gerelateerde parameters instellen — Song Settings
De uitleggingen hier zijn van toepassing op stap nr. 3 van de procedure op blz. 133.
Maakt het u mogelijk alle songs in
dezelfde map continu af te spelen.
Zet Quick Start aan/uit (zie opm.).
A
F
B
G
C
H
D
I
E
J
OPM.
Quick Start (Snel Starten)
Bij enkele commercieel
beschikbare song data, zijn
bepaalde song gerelateerde
instellingen (zoals voice
selectie, volume, enz.) opgenomen in de eerste maat,
voor de daadwerkelijke noot
data. Als Quick Start (Snel
Starten) is ingesteld op “ON,”
leest de PSR-2000/1000/
A1000 alle initële niet-noot
van de song op de hoogst
mogelijke snelheid, om vervolgens te vertragen naar
het passende tempo bij de
eerste noot. Dit maakt het u
mogelijk om het afspelen zo
snel mogelijk te beginnen,
met een minimale pauze
voor het lezen van data.
OPM.
1
Bepalen het MIDI kanaal toegewezen
aan de [TRACK2] knop.
Bepalen het MIDI kanaal toegewezen
aan de [TRACK1] knop.
PSR-2000:Bepalen het harmony kanaal
voor de Vocoder (blz. 132).
2
3
4
5
6
7
8
Bepalen of de Phrase Mark
Repeat functie voor de song aan
of uit is. Als deze aan is, kunt u
herhaaldelijk een aangegeven
phrase (selectie van maten) van
de song afspelen. De methode
voor het instellen van een
frasemarkering is hetzelfde als
die van de SONG POSITION
display (blz. 78).
Channel
Verwijst naar het MIDI kanaal
(blz. 157). De kanalen zijn als
volgt toegewezen:
Song
1 - 16
Begeleidingsstijl
9 - 16
OPM.
Phrase Mark
(frasemarkering)
Deze data geeft een
bepaalde locatie in de song
data aan.
PSR-2000/1000: Bepalen de taal
van de weergegeven songteksten.
Als dit is ingesteld op “AUTO,”
wordt de standaard taal van de
songdata ingesteld. Als dit niet
op “AUTO” is ingesteld, wordt de
standaard taal Japans als de
interne instelling (blz. 151)
JAPANESE is; voor alle andere
talen wordt dit ingesteld op
“INTERNATIONAL.”
Bij de instelling “ON,” stelt dit
automatisch de juiste Track 1 en
Track 2 kanalen in. Normaal, zou
deze ingesteld moeten zijn op
“ON.”
PSR-2000/1000/A1000
137
Totale en andere belangrijke instellingen maken — Function
Automatische begeleiding-gerelateerde parameters
instellen — Style Setting, Split Point en Chord Fingering
De uitleggingen hier zijn van toepassing op stap nr. 3 van de procedure op blz. 133.
Automatische begeleiding-gerelateerde parameters instellen — Stijl
Setting en Split Point
OPM.
F
G
H
I
J
1
2
3
4
5
6
7
8
Deze selecteren de part waarop de splitpunt instelling
Over Sectie Set (instellen)
van toepassing is: begeleiding, linkerhand bereik, of
Als één van de Main A-D
beiden. Druk op de gewenste toets voor het splitpunt
secties geen onderdeel
terwijl u één van deze knoppen ingedrukt houdt. De
uitmaakt van de begeleidingsingedrukte toets maakt onderdeel uit van het bereik
stijl data, wordt automatisch de
voor het automatische begeleidingsgedeelte van het
dichtstbijzijnde sectie geselectoetsenbord (ACMP) of het linkerhand bereik (LEFT).
teerd. Als bijvoorbeeld Main D
A+L (ACMP + LEFT)
geen onderdeel uitmaakt van
Maakt het u mogelijk tegelijkertijd het
de geselecteerde begeleisplitpunt voor zowel het linkerhand bereik als
dingsstijl, zal Main C worden
het automatische begeleidingsgedeelte van
opgeroepen.
het toetsenbord in te stellen.
L (LEFT)
Maakt het u mogelijk het splitpunt voor het linkerhand bereik van het toetsenbord in te stellen.
A (ACMP)
Maakt het u mogelijk het splitpunt voor het automatische
begeleidingsgedeelte van het toetsenbord in te stellen.
Bepalen de splitpunten voor de automatische begeleiding (ACMP) en het
linkerhand bereik (LEFT). Dezelfde waarde kan worden ingesteld voor beide of
voor elk onafhankelijk, met de [F], [G] en [H] knoppen (zie hierboven). U kunt
deze knoppen ook zelfstandig gebruiken om de splitpunt waarde in te stellen.
Bepalen de standaard sectie die automatisch wordt opgeroepen bij het
selecteren van andere begeleidingsstijlen (als begeleiding is gestopt).
Zetten de aanslaggevoeligheid voor de begeleiding aan/uit. Als dit is ingesteld
op “ON,” zal het begeleidings volume wijzigingen in reactie om uw speelsterkte
(in het automatische begeleidingsgedeelte van het toetsenbord).
De PSR-2000/1000/A1000 laat u automatisch Sync Stop mogelijk maken
(blz. 65) door gewoon snel toetsen in het automatische begeleidingsgedeelte
van het toetsenbord in te drukken/los te laten. Deze parameter laat u de lengte
van de toets-vasthoudt (hold) tijd instellen.
PSR-2000/1000: Dit geldt voor de OTS Link functie, waarin One Touch Settings automatisch
worden opgeroepen bij het wijzigen van de sectie. Deze bepalen de timing waarin de One Touch
Settings wijzigen met de sectie. (De [OTS LINK] knop moet aan zijn.)
Real Time
One Touch Setting wordt onmiddellijk opgeroepen als u op een sectie knop drukt.
Next Bar
One Touch Setting wordt opgeroepen bij de volgende maat, nadat u op een sectie knop drukt.
Zetten de Stop Accompaniment (ACMP) functie aan/uit. Als dit is ingesteld op
“ON,” kunt u het akkoord en de bas geluiden van de begeleiding spelen door
akkoorden te spelen — zelfs als de begeleidingsstijl niet afspeelt.
Over splitpunt
Splitpunt is de positie op het toetsenbord dat het automatische
begeleidingsgedeelte (ACMP) en het linkerhandgedeelte (LEFT) scheidt
van het rechterhandgedeelte (MAIN). Het LEFT splitpunt kan niet lager
worden ingesteld dan het ACMP splitpunt, en het ACMP splitpunt kan
niet hoger worden ingesteld dan het LEFT splitpunt.
Splitpunt (A)
Automatisch
begeleidings
gedeelte
Rechterhand
Linkerhand
gedeelte
gedeelte
Splitpunt (A) + (L)
Automatisch begeleidingsgedeelte
+ Linkerhand gedeelte
138
PSR-2000/1000/A1000
Splitpunt (L)
Rechterhand
gedeelte
Totale en andere belangrijke instellingen maken — Function
De Fingering Methode instellen — Chord Fingering
OPM.
Geeft de noten aan die tot het
akkoord in de muziek behoren.
Sommige noten kunnen
worden weggelaten. De
akkoord naam wordt aangeven
naast de “CHORD NAME".
1
2
3
4
5
6
7
...Vereist
... Kan worden weggelaten
...Zowel de ene als de
andere noot kan
worden weggelaten
...Kan worden
weggelaten als de noot
aangeven bij
wordt
weggelaten
8
Bepalen het vingerzettingstype (blz. 62).
Deze laten u het akkoord
type wijzigen.
Geeft de noten aan die tot het
akkoord in de muziek behoren.
De akkoord indicatie in de
display geldt voor de
Fingered methode, ongeacht
of er in feite een andere
methode is geselecteerd.
OPM.
Chord Tutor (Akkoordleraar)
De Chord Tutor eigenschap is
in essentie een elektronisch
“akkoordenboek” dat u de
geschikte vingerzetting voor
akkoorden laat zien; het is
nuttig als u bepaalde
akkoorden wilt spelen. Geef
gewoon het gewenste akkoord
aan via de [6▲▼] - [8▲▼]
knoppen, en de vingerzetting
voor de Fingered methode
wordt aangeven in de display.
Deze laten u de grondtoon noot
van het akkoord wijzigen.
Instellingen voor het pedaal en toetsenbord maken — Controller
De uitleggingen hier zijn van toepassing op stap nr. 3 van de procedure op blz. 133.
Instellingen voor de pedaal het toetsenbord maken
Bepalen de bepaalde
pedaal waaraan een functie
moet worden toegewezen.
A
F
B
G
C
H
D
I
E
J
1
2
3
Bepalen de functie die moet worden toegewezen aan
het geselecteerde pedaal. Elk van de beschikbare
functies kan worden toegewezen aan elk pedaal.
Zie voor informatie over de toewijsbare functies,
“Pedaal-geregelde functies” op de volgende bladzijde.
4
5
6
7
8
Pedaal aan/uit bediening
kan verschillen, afhankelijk
van het specifieke pedaal
dat u heeft aangesloten op
de [FOOT PEDAL 1/2]
aansluiting. Het indrukken
van één pedaal bijvoorbeeld
kan de geselecteerde
functie aanzetten, terwijl
indrukken van een pedaal
van een ander fabricaat/
merk de functie uit kan
zetten. Gebruik indien nodig
deze instelling om de
bediening om te draaien.
Indien nodig kunt u de
corresponderende part ON/
OFF zetten of de control
diepte instellen (zie de
volgende badzijde).
PSR-2000/1000/A1000
139
Totale en andere belangrijke instellingen maken — Function
Pedaal-bestuurbare functies
VOLUME*
Maakt het u mogelijk een voetregelaar (alleen FOOT PEDAL 2) te gebuiken om het volume te regelen.
SUSTAIN
Indrukken van het pedaal geeft gespeelde noten een lange sustain. Loslaten van het pedaal dempt de sustainnoten gelijk.
SOSTENUTO
Als u hier het pedaal indrukt en het ingedrukt houdt, zal alleen de eerste noot sustain krijgen (de noot die u speelde
op het moent dat u het pedaal indrukte). Dit maakt het mogelijk om bijvoorbeeld een akkoord sustain te geven,
terwijl andere noten die gespeeld worden staccato klinken.
SOFT
Het pedaal indrukken reduceert subtiel het volume en verandert enigszins de klankkleur van de gespeelde noten.
Het werkt aleen bij bepaalde voices — PIANO bijvoorbeeld.
GLIDE
Als het pedaal wordt ingedrukt wijzigt de toonhoogte, en gaat vervolgens terug naar de normale toonhoogte als het pedaal wordt losgelaten.
PORTAMENTO
Het portamento effect (een geleidelijke overgang tussen de noten) kan worden geproduceerd als het pedaal wordt ingedrukt.
Portamento wordt geproduceerd als noten in legato stijl worden gespeeld (dat wil zeggen een noot wordt gespeeld terwijl de
voorgaande noot nog niet is losgelaten). De portamento tijd kan worden ingesteld via de Mixing Console display (blz. 123).
PITCHBEND*
Buigt de toonhoogte van noten omhoog of omlaag terwijl het pedaal wordt ingedrukt (alleen FOOT PEDAL 2).
Hetzelfde als het PITCH BEND wiel.
MODULATION*
Past een vibrato effect toe op de op het toetsenbord gespeelde noten. De diepte van het effect neemt toe, naarmate
het pedaal verder wordt ingedrukt (alleen FOOT PEDAL 2). Hetzelfde als het MODULATION wiel.
DSP VARIATION
Hetzelfde als de [VARIATION] knop.
HARMONY/ECHO
Hetzelfde als de [HARMONIE/ECHO] knop.
VOCAL HARMONY (alleen PSR-2000) Hetzelfde als de [VOCAL HARMONY] knop
TALK (alleen PSR-2000)
Hetzelfde als de [TALK] knop.
SCORE PAGE+ (alleen PSR-2000) Terwijl de song stil staat, kunt u naar de voorgaande notatiepagina omslaan (slechts één pagina).
SCORE PAGE- (alleen PSR-2000) Terwijl de song stil staat, kunt u naar de volgende notatiepagina omslaan (slechts één pagina).
SONG START/STOP
Hetzelfde als de SONG [START/STOP] knop.
STYLE START/STOP
Hetzelfde als de STIJL [START/STOP] knop.
TAP TEMPO
Hetzelfde als de [TAP TEMPO] knop.
SYNCRO START
Hetzelfde als de [SYNC. START] knop.
SYNCRO STOP
Hetzelfde als de [SYNC. STOP] knop.
INTRO
Hetzelfde als de [INTRO] knop.
MAIN A
Hetzelfde als de [MAIN A] knop.
MAIN B
Hetzelfde als de [MAIN B] knop.
MAIN C
Hetzelfde als de [MAIN C] knop.
MAIN D
Hetzelfde als de [MAIN D] knop.
FILL DOWN
Een fill-in speelt, automatisch gevolgd door de Main sectie van de knop onmiddellijk links.
FILL SELF
Fill-in begint te spelen.
BREAK
Break begint te spelen.
FILL UP
Een fill-in speelt, automatisch gevolgd door de Main sectie van de knop onmiddellijk rechts.
ENDING
Hetzelfde als de [ENDING/rit.] knoppen.
FADE IN/OUT
Hetzelfde als de [FADE IN/OUT] knop.
FING/ON BASS
Het pedaal schakelt beurtelings tussen de Fingered en On Bass modes (blz. 62).
BASS HOLD
Terwijl het pedaal wordt ingedrukt, zal de begeleidingsstijl basnoot worden vastgehouden zelfs als het akkoord wordt
gewijzigd. Als de vingerzetting is ingesteld op “FULL KEYBOARD,” werkt de functie niet.
PERCUSSION
Het pedaal speelt een percussie instrument geselecteerd met de [4▲▼] - [8▲▼] knoppen. U kunt het toetsenbord
gebruiken om het gewenste percussie instrument te selecteren.
MAIN ON/OFF
Hetzelfde als de [MAIN] knop.
LAYER ON/OFF
Hetzelfde als de [LAYER] knop.
LEFT ON/OFF
Hetzelfde als de [LEFT] knop.
OTS+ (alleen PSR-2000/1000)
Roept de volgende One Touch Setting op.
OTS- (alleen PSR-2000/1000)
Roept de voorgaande One Touch Setting op.
* Gebruik voor de beste resultaten, de optionele Yamaha FC7 Voetregelaar.
De parameters hieronder komen overeen met de knoppen [2▲▼] - [8▲▼] en hun beschikbaarheid hangt af van het geselecteerde besturings type. Als
bijvoorbeeld SUSTAIN is geselecteerd als het type, verschijnen de parameters “HALF PEDAL POINT”, “MAIN”, “LAYER” en “LEFT” automatisch in de display.
SONG, STYLE, MIC (alleen PSR- Deze bepaalt de part(s) die zal worden beïnvloed door het pedaal.
2000), LEFT, LAYER, MAIN
HALF PEDAL POINT*
U kunt aangeven hoever naar beneden u de pedaal moet drukken voordat het dampereffect begint werken. Dit kan
worden ingesteld voor bepaalde soorten pedalen, zoals de voetregelaar (YAMAHA FC7) (alleen FOOT PEDAL 2).
UP/DOWN
Als GLIDE of PITCH BEND is geselecteerd, bepaalt dit of de toonhoogte omhoog gaat of naar omlaag.
RANGE
Als GLIDE of PITCH BEND is geselecteerd, bepaalt dit het bereik van de toonhoogtewijziging in halve noten.
ON SPEED
Als GLIDE is geselecteerd, bepaalt dit de snelheid van de toonhoogtewijziging, als het pedaal wordt ingedrukt.
OFF SPEED
Als GLIDE is geselecteerd, bepaalt dit de snelheid van de toonhoogte wijziging, als het pedaal wordt losgelaten.
KIT
Als PERCUSSION is toegewezen aan het pedaal, worden alle beschikbaar drum kits worden hier getoond, waardoor u
de bepaalde drum kit kunt selecteren die u wilt gebruiken voor het pedaal.
PERCUSSION
Als PERCUSSION is toegewezen aan het pedaal, worden alle geluiden van de geselecteerd drum kit (in KIT hierboven)
hier getoond. Dit bepaalt het specifieke instrument geluid dat wordt toegewezen aan het pedaal.
* Gebruik voor de beste resultaten, de optionele Yamaha FC7 Voetregelaar.
140
PSR-2000/1000/A1000
Totale en andere belangrijke instellingen maken — Function
De aanslaggevoeligheid, modulatie en transponering veranderen — Keyboard/Panel
Keyboard Touch/Modulation Wheel
De Touch (aanslag) eigenschap laat u het volume van de voices met uw speelsterkte regelen. Deze instellingen stellen u in
staat de aanslagreactie (gevoeligheid) van het toetsenbord aan uw smaak aan te passen naar uw persoonlijke speelvoorkeur.
U kunt ook instellen of het modulatie wiel moet werken of niet — voor elke afzonderlijk toetsenbordgedeelte.
Selecteren de
gewenste parameter:
Keyboard Touch,
Modulation Wheel
(PSR-2000) of
Transpose Assign.
HARD 2
Vereist sterks spelen om een hoog
volume te produceren. Het best voor
spelers met een harde aanslag.
HARD 1
Vereist matig sterk spelen voor een
hoger volume.
A
B
C
NORMAL Standaard aanslagreactie.
D
SOFT 1
Produceert een hoog volume bij spelen
met gemiddelde sterkte.
SOFT 2
Produceert een relatief hoog volume
zelfs bij een lichte speelsterkte. Het best
voor spelers met een lichte aanslag.
E
Bepalen de
aanslaggevoeligheidsinstelling (alleen
toetsenbordaanslag;
zie de tabel rechts).
OPM.
Bepalen het vaste
volume niveau als
de touch (aanslag)
is ingesteld op
“off” (alleen toetsenbordaanslag).
1
2
3
4
5
6
7
8
De TOUCH instelling heeft invloed op alle voices.
Houd in gedachte dat u voor elke voice een andere
aanslaggevoeligheid (TOUCH SENSE) in kunt stellen. Om bijvoorbeeld een pijporgel voice zo natuurlijk
mogelijk te bespelen, kunt u dit zo instellen dat de
voice niet wordt beïnvloed door de aanslag (blz. 88).
Bepalen of Touch en Modulatie Wiel (alleen PSR-2000) regelaars aan zijn of niet voor de corresponderende parts.
Transpose Assign
Dit bepaalt welk aspect van het instrument wordt beïnvloed door de [TRANSPOSE] knop.
Transpose (transponering)
Maakt het u mogelijk de toonhoogte van de via het toetsenbordbespeelde voices, het afspelen van de begeleidingsstijl en song
data in eenheden van een halve noot te verschuiven.
1
Druk op één van de [TRANSPOSE] knoppen.
TRANSPOSE
RESET
1
2
3
4
5
6
7
2
Er verschijnt een TRANSPOSE pop-up venster,
geselecteerd via TRANSPOSE ASSIGN.
3
Pas de waarde aan met de [TRANSPOSE] knoppen.
8
KEYBOARD
Bij deze instelling, heeft Transpose invloed op de
toonhoogte van de via het toetsenbord-bespeelde
voices (Main, Layer en Left) en de begeleidingsstijlen.
SONG
Bij deze instelling, heeft Transpose alleen invloed
op de toonhoogte van de songs.
MASTER
Bij deze instelling, heeft Transpose invloed op de
toonhoogte van het gehele instrument (toetsenbord
voices, begeleidingsstijlen en songs).
OPM.
De transponeerfunctie
heeft geen invloed op de
Drum Kit of SFX Kit
voices.
END
Sluit de TRANSPOSE vensters door op de [EXIT] knop
te drukken.
• Selectief het toetsenbord/ de song transponeren
Deze instellingen kunnen worden gebruikt om zowel de song als uw
toetsenbordspel met een bepaalde toonsoort overeen te laten komen.
Laten we bijvoorbeeld eens zeggen dat u met een bepaalde opgenomen
song mee wilt spelen en zingen. De song data staat in F, maar u voelt zich
het best bij het zingen in D en u bent gewend het toetsenbord te bespelen
in C. Om deze toonsoorten overeen te laten komen, houdt u de Master
Transponering op de instelling “0”, stelt de toetsenbordtransponering in op
“2” en stel de songtransponering in op “-3.” Dit zet het toetsenbordgedeelte omhoog in toonhoogte en de songdata omlaag, naar de door u
gewenste toonsoort voor het zingen.
PSR-2000/1000/A1000
141
Totale en andere belangrijke instellingen maken — Function
De registratie sequence, freeze en voice set instellen
De uitleggingen hier zijn van toepassing op stap nr. 3 van de procedure op blz. 133.
Geef de volgorde van het oproepen van de registration memory
presets aan — Registration Sequence
U kunt uw zelfgemaakte paneel instellingen opslaan naar de Registration Memory Presets, en ze oproepen door op de betreffende
REGISTRATION MEMORY knoppen te drukken [1] - [8]. De handige Registration Sequence functie laat u de presets in elke door u
aangegeven volgorde terugroepen, door gewoon de [BACK]/[NEXT] knoppen of het pedaal te gebruiken, terwijl u speelt.
Geeft de file naam van de geselecteerde
Registration Memory bank aan.
Bepaalt welk pedaal wordt gebruikt om
verder te gaan (toename) door de sequence.
Bepaalt welk pedaal
wordt gebruikt om
terug te gaan (afname)
door de sequence.
A
F
B
G
C
H
D
I
E
J
Bepaalt hoe Registration
Sequence zich gedraagt als het
eind van de sequence wordt
bereikt.
Stop
Op de [NEXT] knop of de
“verder gaan” pedaal drukken
heeft geen effect. De sequence
is “gestopt.”
Top
De sequence begint weer aan
het begin.
Next Bank
De sequence gaat automatisch
naar het begin van de volgende
Registration Memory bank in
dezelfde map.
1
2
3
4
5
6
7
8
OPM.
De instelling Registration
Sequence Enable op “ON”
negeert elke andere
pedaalinstellingen (voor
pedalen toegewezen aan
“Regist (+) Pedal” en “Regist () Pedal” hier). Dit is inclusief de
pedaal instellingen op blz. 139,
en in Voice Set op blz. 143.
OPM.
Zet de Registration
Sequence functie
aan/uit. Als dit is
ingesteld op “ON,”
wordt de
geprogrammeerde
Registration
Sequence rechts
boven in de Main
display getoond, en
kunt u door de
sequence in deze
display stappen met
de [BACK]/[NEXT]
knoppen of het
pedaal.
Als zowel “Regist (+) Pedal” en
“Regist (-) Pedal” zijn ingesteld
op “OFF,” kunnen de pedalen
niet worden gebruikt om door de
Registration Sequence te stappen; alleen de [BACK]/[NEXT]
knoppen kunnen worden
gebruikt in de MAIN display.
OPM.
Als zowel “Regist (+) Pedal”
en “Regist (-) Pedal” zijn
ingesteld op hetzelfde
pedaal, krijgt “Regist (+)
Pedal” voorrang.
Wist alle Registration Memory
nummers in de sequence.
Geeft de Registration Memory preset
nummers aan, in de volgorde van de
huidige Registration Sequence.
Deze verplaatst de cursorpositie in de sequence.
Vervangt het nummer op de cursorpositie met het
momenteel geselecteerde Registration Memory nummer.
END
Wist het nummer op de
cursor positie.
Zorgt ervoor dat het nummer van de
momenteel geselecteerde Registration
Memory preset wordt tussengevoegd,
onmiddellijk voor de cursorpositie.
Voer de instellingen uit door op de [EXIT] knop te
drukken
OPM.
Registration Sequence data is
onderdeel van de Registration
Memory bank file. Om uw
nieuw geprogrammeerde
Registration Sequence op te
slaan, slaat u de huidige
Registration Memory bank file
op (blz. 38, 44). Alle
Registration Sequence data
gaat verloren als er wordt
gewijzigd van Registration
Memory bank, tenzij u deze
heeft opgeslagen met de
Registration Memory bank file.
Paneelinstellingen handhaven — Freeze
Dit laat u de instellingen die u wilt handhaven of ongewijzigd wil laten, aangeven, zelfs als de Registration Memory
Presets veranderen. Zie voor details blz. 86.
142
PSR-2000/1000/A1000
Totale en andere belangrijke instellingen maken — Function
De automatisch geselecteerde voice instellingen wijzigen — Voice Set
Als voices veranderd worden (een voice file selecteren), worden de instellingen die het best bij de voice passen —
dezelfde als die ingesteld zijn in de Sound Creator — altijd en automatisch opgeroepen. Via deze pagina, kunt u de in/uit
status voor elk part instellen. Elk van de preset voices, bijvoorbeeld, heeft zijn eigen LEFT PEDAL instelling; zelfs het
veranderen van voices zal echter niet de LEFT PEDAL instelling veranderen, als het in deze pagina op “OFF” is ingesteld.
OPM.
Normaal zouden deze allemaal on “ON” moeten worden ingesteld.
A
Gebruik deze om het
gewenste part te
selecteren.
B
OPM.
C
Harmony/echo kan niet worden ingesteld voor de Layer
en Left parts.
D
E
1
2
3
4
5
6
7
8
Deze bepalen of de corresponderende voice-gerelateerde instellingen
(Voice selectie, Effecten, EQ (PSR-2000) en Harmony/echo toewijzing)
automatisch worden opgeroepen of niet als u een voice selecteert. Deze
instellingen kunnen voor elk part afzonderlijk worden aan of uitgezet .
Harmony en Echo instellen
De uitleggingen hier zijn van toepassing op stap nr. 3 van de procedure op blz. 133.
Bepalen het Harmony type. Zie
voor details blz. 144.
1
2
3
4
5
Bepalen het niveau van het Harmony effect.
Bepalen de snelheid van de Echo, Tremolo en Trill
effecten. Deze parameter is alleen beschikbaar als
Echo, Tremolo of Trill is geselecteerd bij Type
hierboven.
6
7
8
Bepalen de laagste aanslagsnelheid
waarde waarop de harmony noot zal
klinken. Dit maakt het u mogelijk om de
harmony selectief toe te passen met uw
speelsterkte, waardoor u harmony
accenten in de melodie kunt creëren. Het
harmonie effect wordt toegepast als u de
toets hard bespeeld (boven de ingestelde
waarde).
Als dit is ingesteld op “ON,” wordt het
Harmony effect alleen toegepast op de
noot die tot het akkoord behoort dat in het
automatische begeleidingsgedeelte van
het toetsenbord wordt gespeeld. Deze
parameter is niet beschikbaar als Multi
Assign , Echo, Tremolo of Trill is
geselecteerd bij Type hierboven.
Dit laat u het Harmony effect aan
verscheidene parts toewijzen. Zie
voor details blz. 144.
PSR-2000/1000/A1000
143
Totale en andere belangrijke instellingen maken — Function
Over de Harmony Types
Als er een normaal Harmony Type (“Standard Duet” tot “Strum”) is geselecteerd
Splitpunt
Akkoorden links van het
splitpunt gespeeld besturen
de harmony.
Harmony noten (gebaseerd op het
akkoord en het geselecteerde type)
worden automatisch toegevoegd aan de
melodie die rechts van het splitpunt
wordt gespeeld.
Als “Multi Assign” is geselecteerd
Multi Assign wijst automatisch noten die in het rechterhand gedeelte van het toetsbord worden gespeeld toe aan
afzonderlijke parts (voices). Als u, bijvoorbeeld twee opeenvolgende noten speelt, wordt de eerste gespeeld door de
Main voice en de tweede door de Layer voice.
Als “Echo” is geselecteerd
Een echo effect wordt toegepast op de noot, die op het toetsenbord wordt gespeeld, in de maat met het momenteel
ingestelde tempo.
Als “Tremolo” is geselecteerd
Een tremolo effect wordt toegepast op de noot, die op het toetsenbord wordt gespeeld, in de maat met het
momenteel ingestelde tempo.
Als “Trill” is geselecteerd
Twee noten die ingedrukt worden gehouden op het toetsenbord worden beurtelings gespeeld, in de maat met het
momenteel ingestelde tempo.
Over de Harmony Toewijzingen
AUTO
Harmonie noten worden automatisch toegewezen aan de MAIN en LAYER parts.
Multi
Dit wijst automatisch de 1e, 2e, 3e en 4e toegevoegde harmonie noten toe aan de verschillende parts (voices). Als
bijvoorbeeld de Main en Layer parts zijn aangezet en het “Standard Duet” type is geselecteerd, zal de noot die u op het
toetsenbord speelt worden gespeeld door de Main voice, en de toegevoegde harmony noot zal worden gespeeld door
de Layer voice.
Main
Harmony wordt alleen toegepast op de MAIN part. Als de MAIN part wordt uitgezet, wordt Harmony niet toegepast.
Layer
Harmony wordt alleen toegepast op de LAYER part. Als de LAYER part wordt uitgezet, wordt Harmony niet toegepast.
144
PSR-2000/1000/A1000
Totale en andere belangrijke instellingen maken — Function
De MIDI Parameters instellen
In dit gedeelte, kunt u MIDI-gerelateerde instellingen maken voor het instrument. Deze instellingen kunnen allemaal samen worden opgeslagen
vanuit de USER display, om ze later te kunnen terugroepen. Zie voor algemene informatie en details over MIDI, “Wat is MIDI?” (blz. 155).
De uitleggingen hier zijn van toepassing op stap nr. 3 van de procedure op blz. 133.
1
A
F
B
G
C
H
D
I
E
J
1
3
2
3
4
Roep de User display op en
drukt u op deze knop om
de nieuwe bewerkte MIDI
instellingen op te slaan.
Er kunnen tot tien setups
worden opgeslagen.
END
Preset MIDI Templates (Fabrieksset)
Selecteer de gewenste
template (voorinstelling).
5
2
6
7
All Parts
Verzendt alle parts inclusief Main, Layer
en Left.
Master KBD
De PSR-2000/1000/A1000 functioneert
als een Master Keyboard voor het
aansturen van externe toongenerators of
andere apparaten.
KBD & Style
Verzendt het rechterhand (upper) en
linkerhand (lower) toetsenbordspel in
plaats van de afzonderlijke parts (Main/
Layer/Left).
Song
Alle verzendkanalen worden ingesteld
overeenkomstig de Song kanalen 1-16.
Gebruik dit om de PSR-2000/1000/
A1000 song data af te spelen met een
externe toongenerator, of om uw
complete spel op te nemen op een
externe sequencer.
Clock Ext.
De MIDI IN aansluiting ontvangt MIDI clock
en PSR-2000/1000/A1000 synchroniseert
met een extern MIDI apparaat.
MIDI Accord 1
Een ideale setup voor het bedienen van
de toetsenbord voice en begeleidingsstijl
met een MIDI accordeon.
MIDI Accord 2
Akkoord en bas knoppen op een MIDI
accordeon regelen de begeleidingsstijl, alsook
het spelen van de akkoord- en basparts.
MIDI Pedal 1
Het MIDI pedaal aangesloten op de MIDI
IN aansluiting regelt de basnoot van de
begeleiding.
MIDI Pedal 2
Het MIDI pedaal aangesloten op de MIDI
IN aansluiting speelt de baspart.
MIDI OFF
MIDI signalen worden noch verzonden
noch ontvangen.
8
Roep de Edit display op,
selecteer vervolgens de gewenste
functies/parameters en stel ze in.
Zie voor details over elk van de
MIDI edit (bewerk) displays, de
volgende bladzijden.
Druk op de [EXIT] knop om terug te keren naar de voorgaande display.
OPM.
De opgeslagen instellingen kunnen worden
benoemd (blz. 41) of gewist (blz. 43) in de
USER pagina.
Overkoepelende systeeminstellingen maken (Local Control Clock, enz.) — System
Voor het bewerken van de Clock,
Transmit Clock, Receive Transpose en
Start/Stop parameters.
Voor het bewerken van de Local Control
parameters.
Voor het bewerken van de Message
Switch parameters.
Local (=Lokale) Besturing
Zet de Local (=Lokale) Besturing voor elke part aan of uit. Als Local Control is ingesteld op “ON,” bestuurt het toetsenbord
van de PSR-2000/1000/A1000 zijn eigen (locale) interne toongenerator, waardoor de interne voices direct vanaf het
toetsenbord kunnen worden bespeeld. Als u Local op “OFF” instelt, worden het toetsenbord en regelaars intern losgekoppeld
van de PSR-2000/1000/A1000’s toongenerator sectie zodat er geen geluid wordt geproduceerd als u het toetsenbord bespeelt
of de regelaars gebruikt. Dit maakt het u bijvoorbeeld mogelijk om een externe MIDI sequencer te gebuiken om de PSR2000/1000/A1000’s interne voices te bespelen, en het PSR-2000/1000/A1000 toetsenbord te gebruiken om noten op te
nemen in de externe sequencer en/of een externe toongenerator te bespelen.
PSR-2000/1000/A1000
145
Totale en andere belangrijke instellingen maken — Function
Clock, Transmit Clock, Receive Transpose, Start/Stop
■ Clock
Bepaalt of de PSR-2000/1000/A1000 wordt bestuurd door zijn eigen interne clock of een MIDI clock signaal
ontvangen van een extern apparaat. “INTERNAL” is de normale Clock instelling als de PSR-2000/1000/A1000 is
apart gebruikt wordt. Als u de PSR-2000/1000/A1000 gebruikt met een externe sequencer, MIDI computer of ander
MIDI apparaat, en u wilt de PSR-2000/1000/A1000 synchroon laten lopen met het externe apparaat, stel deze
functie dan in op “EXTERNAL”. In het laatst genoemde geval, moet het externe apparaat worden aangesloten op de
PSR-2000/1000/A1000 MIDI IN aansluiting, en moet een geschikte MIDI clock signaal verzenden.
■ Transmit Clock
Zet MIDI clock verzending aan of uit. Als dit is ingesteld op “OFF” wordt geen MIDI clock of START/STOP data
verzonden.
■ Receive Transpose
Als deze parameter is ingesteld op “OFF” wordt door de PSR-2000/1000/A1000 ontvangen nootdata niet
getransponeerd en als het is ingesteld op “ON” wordt de ontvangen noot data getransponeerd volgens de huidige
PSR-2000/1000/A1000 toetsenbord transponerings (blz. 141) instelling.
OPM.
■ Start/Stop
FA, FC
MIDI boodschappen voor starten/
stoppen van de song of stijl. De “FA”
boodschap komt overeen starten en
“FC” komt overeen stoppen.
Bepaalt of binnenkomende FA (start) en FC (stop) boodschappen invloed
hebben op het song of stijl afspelen.
Message Switch
SYS/EX. Tx (VERZENDEN).................. Zet MIDI verzending van MIDI systeem exclusief boodschap data ON of OFF.
SYS/EX. Rx (ONTVANGEN) ............... Zet MIDI ontvangst van MIDI exclusive data opgewekt door externe apparatuur
ON of OFF.
CHORD SYS/EX. Tx (VERZENDEN) ... Zet MIDI verzending van MIDI akkoord exclusieve data (akkoord detectie —
grondtoon en type) ON of OFF.
CHORD SYS/EX. Rx (ONTVANGEN). Zet MIDI ontvangst van MIDI akkoord exclusieve data opgewekt door externe
apparatuur ON of OFF.
MIDI data verzenden — Transmit
Dit bepaalt welke parts MIDI data zullen verzenden en over welke MIDI kanaal de data zal worden verzonden.
A
Bepalen het kanaal
voor veranderen van
verzend instellingen.
B
C
D
E
Bepalen de part voor het
geselecteerde kanaal.
De punten corresponderend
met de kanalen (1-16)
knipperen kort elke keer als er
data wordt verzonden op het
kanaal/de kanalen.
1
2
3
4
5
6
7
8
Zetten verzending van het
aangegeven data type aan of
uit. Zie hieronder zie voor
details over de data types.
Data types in de MIDI TRANSMIT/RECEIVE display
Note
Deze boodschap wordt gegenereerd als het toetsenbord wordt bespeeld. Elke boodschap bevat een bepaald noot nummer
dat overeenkomt met de toets die is ingedrukt, plus een aanslagsnelheidwaarde gebaseerd op hoe snel de toets is ingedrukt.
Control Change (CC)
Besturings wijzigingsdata bevat onder andere pedaal- en alle andere regeldata.
Program Change (PC)
Programma wijzigingsdata komt overeen met de voice of “patch” nummers.
Pitch Bend (PB)
Zie blz. 140.
After Touch (AT)*
Met deze functie, tast de PSR-2000/1000/A1000 af hoeveel druk u op de toetsen uitoefend nadat een toets is ingedrukt,
en gebruikt die druk om het geluid op verscheidene manieren te beïnvloeden, afhankelijk van de geselecteerde voice.
Dit maakt het u mogelijk om met meer expressiviteit te spelen en effecten toe te voegen middels uw speltechniek.
* Alleen beschikbaar in de RECEIVE display (blz. 147).
146
PSR-2000/1000/A1000
Totale en andere belangrijke instellingen maken — Function
MIDI data ontvangen — Receive
Dit bepaalt welke parts MIDI data zullen ontvangen en over welke MIDI kanalen de data zal worden ontvangen.
OPM.
De MIDI IN/OUT
aansluitingen en Port A van
de TO HOST aansluiting (Port
A van de CBX driver) komen
overeen met de kanalen 1 16. Port B van de TO HOST
aansluiting (Port B van de
CBX driver) komt overeen met
de kanalen 17 - 32.
A
Bepalen het kanaal voor
veranderen van ontvangen
instellingen.
B
C
De punten corresponderend
met de kanalen (1 - 32)
knipperen kort elke keer als er
data wordt ontvangen op het
kanaal/de kanalen.
D
E
Bepalen de part voor het
geselecteerde kanaal. Zie
hieronder voor details over de
ontvangst parts.
1
2
3
4
5
6
7
8
Zetten ontvangst van het
aangegeven data type aan of uit.
Zie blz. 146 zie voor details over
de data types.
MIDI ontvangst parts
OFF
Er wordt geen MIDI data ontvangen.
SONG
Normaal komt de part die de MIDI data ontvangt overeen met de part/voice die gebruikt wordt bij het afspelen van de songdata.
Kanalen 1 - 16 komen respectievelijk overeen met song kanalen 1 - 16.
MAIN
De MAIN part wordt bestuurd door de MIDI data ontvangen op het corresponderende kanaal.
LAYER
De LAYER part wordt bestuurd door de MIDI data ontvangen op het corresponderende kanaal.
LEFT
De LEFT part wordt bestuurd door de MIDI data ontvangen op het corresponderende kanaal.
KEYBOARD
MIDI noot data ontvangen door de PSR-2000/1000/A1000 speelt de corresponderende noten op dezelfde manier alsof ze op het
toetsenbord gespeeld zouden zijn.
ACMP RHYTHM1-2
De ontvangen noten worden gebruikt als de begeleiding RHYTHM 1 en RHYTHM 2.
ACMP BASS
De ontvangen noten worden gebruikt als de begeleiding BASS.
ACMP CHORD1-2
De ontvangen noten worden gebruikt als de begeleiding CHORD 1 en CHORD 2.
ACMP PAD
De ontvangen noten worden gebruikt als de begeleiding PAD.
ACMP PHRASE1-2
De ontvangen noten worden gebruikt als de begeleiding PHRASE 1 en PHRASE 2.
EXTRA PART1-5
Er zijn vijf delen speciaal gereserveerd voor ontvangen en spelen van MIDI data. Normaal worden deze parts niet gebruikt door het
instrument zelf. Als deze vijf kanalen zijn aangezet, kunt u het instrument als een 32-kanaals multitimbrale toongenerator gebruiken.
Grondtoon noot kanalen instellen — Root
De noot ON/OFF boodschappen ontvangen op het kanaal/de kanalen die ingesteld zijn op “ON” worden herkend als de grondtoon noten in
het begeleidingsgedeelte. De grondtoon noten zullen worden gedetecteerd ongeacht de begeleiding aan/uit en splitpunt instellingen.
OPM.
De MIDI IN/OUT aansluitingen
en Port A van de TO HOST
aansluiting (Port A van de CBX
driver) komen overeen met de
kanalen 1 - 16. Port B van de TO
HOST aansluiting (Port B van
de CBX driver) komt overeen
met de kanalen 17 - 32.
A
Selecteren de kanalen in groepen
van acht: respectievelijk 1 - 8, 9 16, 17 - 24, en 25 - 32.
B
C
D
E
OPM.
Als verscheidene kanalen
tegelijkertijd zijn ingesteld op
“ON,” wordt de grondtoon
noot gedetecteerd van de
gemengde MIDI data ontvangen op die kanalen.
Stellen de gewenste kanalen in op ON of
OFF.
1
2
3
4
5
6
7
8
Stelt alle kanalen in op OFF.
Akkoordkanalen instellen — Chord Detect
De noot ON/OFF boodschappen ontvangen op het kanaal/de kanalen die zijn ingesteld op “ON” worden herkend als
de akkoordnoten in het begeleidingsgedeelte. De akkoorden die moeten worden gedetecteerd hangen af van het
fingering type. De grondtoon noten zullen worden gedetecteerd ongeacht de begeleiding ON/OFF en splitpunt
instellingen. De bedieningsprocedure is in principe hetzelfde als bij de ROOT display hierboven.
PSR-2000/1000/A1000
147
Totale en andere belangrijke instellingen maken — Function
Overige instellingen — Utility
De uitleggingen hier zijn van toepassing op stap nr. 3 van de procedure op blz. 133.
Instellingen maken voor Fade In/Out, Metronome, Parameter Lock
en Tap — CONFIG 1
Fade In Time, Fade Out Time, Fade Out Hold Time
Deze bepalen hoe lang het duurt dat de begeleidingsstijl en song worden ingefade of uitgefade.
Bepalen de tijd die nodig is voor het
volumeom in te faden, of van minimum
naar maximum te gaan (bereik van 0 20,0 seconden).
Bepalen de tijd dat het volume wordt
vastgehouden op 0 volgend op de fade
out (bereik van 0 - 5,0 seconden).
1
2
3
4
5
6
7
8
Bepalen de tijd die nodig is voor het
volume om uit te faden, of van maximum
naar minimum te gaan (bereik van 0 20,0 seconden).
Metronoom
Deze laten u instellingen maken voor de metronoom-gerelateerde parameters.
1
2
3
4
5
6
7
8
Bepalen het niveau van het
metronoom geluid.
Bepalen welke geluid wordt gebruikt voor de metronoom.
Bell Off ........................ Conventioneel metronoom geluid, zonder bel.
Bell On......................... Conventioneel metronoom geluid, met bel.
148
PSR-2000/1000/A1000
Bepalen de maatsoort van
het metronoom geluid.
Als u de song of
begeleidingsstijl start,
worden automatisch de
waarden die daarmee
overeenkomen ingesteld.
Totale en andere belangrijke instellingen maken — Function
Parameter Lock
Deze functie wordt gebruikt om de aangegeven parameter "op slot" te zetten, zodat ze alleen direct via de paneel
regelaars kunnen worden gewijzigd — m.a.w. in plaats van via Registration Memory, One Touch Setting (PSR-2000/
1000), Music Finder (PSR-2000/1000) of song en sequence data.
alleen PSR-2000
Selecteren de gewenste
parameter voor locking/
unlocking (op slot/van slot).
1
2
3
4
5
6
7
8
Bepalen of de geselecteerde
parameter op slot gaat (afgevinkt)
of van slot (leeg).
Tap Count
Dit laat u de instellingen van het tap geluid wijzigen, dat wordt gebruikt voor de Tap Start functie (blz. 51).
Bepalen het specifieke geluid
dat wordt gebruikt voor de Tap
Start functie. Elk drum of
percussie geluid in de Standard
Kit (blz. 55) kan worden
geselecteerd.
1
2
3
4
5
6
7
8
Bepalen het niveau van het tap
geluid.
Instellingen maken voor de display en voicenummer indicatie
— CONFIG 2
Bepalen de helderheid van de
achtergrondverlichte display.
1
2
3
4
5
6
7
8
Bepalen of de voice bank en nummer wel
of niet worden getoond in de PRESET
pagina van de VOICE display (blz. 54). Dit
is nuttig als u de juiste bank selectie
MSB/LSB waarden en het programma
nummer wilt controleren die u moet
instellen als u de voice via een extern
MIDI apparaat selecteert.
PSR-2000/1000/A1000
149
Totale en andere belangrijke instellingen maken — Function
Diskettes kopiëren en formatteren — Disk
Deze functie kopieert alle de data
van één diskette naar een andere,
waardoor u een backup kunt maken
van al uw belangrijke data voor
bewerking. Zie voor instructies,
“Van diskette naar diskette
kopiëren” hieronder.
F
G
H
I
Deze functie
formatteert een diskette
(zie hieronder).
J
1
2
3
4
5
6
7
8
OPM.
Zetten de Song Auto Open functie aan of uit.
Als dit is ingesteld op “ON,” roept de PSR2000/1000/A1000 automatisch de eerste
diskette song op als er een diskette wordt
geplaatst.
• Er kan niet worden
gekopieerd van 2DD naar
2HD diskettes en
andersom. Zorg ervoor dat
als u kopieert, de diskettes
van dezelfde soort zijn.
• Afhankelijk van de hoeveelheid data die de
originele brondiskette
bevat, kan het zijn dat u
de twee diskettes
verscheidenen malen
moet verwisselen tot alle
data goed is gekopieerd.
• Zorg ervoor dat u het gedeelte “De diskdrive (FDD)
en diskettes gebruiken” op
blz. 7 heeft gelezen.
Kopiëren van diskette naar diskette
Zoals hieronder aangegeven, kopieert u eerst de data van de originele (bron) diskette naar de
PSR-2000/1000/A1000, vervolgens kopieert u de data naar de backup (bestemming) diskette.
1
3
Druk op de [F] knop. Er verschijnt
een boodschap die u vraagt de
bron (source) diskette te plaatsen.
Bij de “Please insert a destination
disk and press the OK button ”
prompt, werpt u de brondiskette
uit en vervangt deze door een lege,
geformatteerde diskette en drukt
dan op “OK.” Om de handeling af
te breken, drukt u op “CANCEL.”
2
4
Plaats de diskette met de originele
data in de drive en druk op “OK.”
De “Now copying” boodschap
verschijnt en de PSR-2000/1000
/A1000 begint de data naar het
interne geheugen te kopiëren.
Om de handeling af te breken,
drukt u op “CANCEL”.
Als de handeling is afgerond (of
desgevraagd), werpt u de
bestemmingsdiskette uit.
Een diskette formatteren
Zorg ervoor dat als u een ongeformatteerde diskette voor de eerste keer
gebruikt, deze juist geformatteerd wordt op de PSR-2000/1000/A1000. Dit
geldt ook voor lege diskettes alsook diskettes die reeds zijn geïnitialiseerd
in een ander format. Formatteren wist alle data op de diskette.
Disk Lamp
Als het instrument wordt
aangezet, licht de disk
lamp (linksonder op de
drive) op om aan te
geven dat de drive kan
worden gebruikt.
Plaats de diskette met de sluiter van u af en het label omhoog. Om de
Format handeling te beginnen, drukt u op de [H] (DISK FORMAT) knop, in
de DISK pagina hierboven.
150
PSR-2000/1000/A1000
Intern geheugen
Copy
Bron
diskette
Copy
Bestemmings
diskette
OPM.
Commercieel beschikbare
muziekdata wordt beschermd
door auteursrechten.
Commercieel beschikbaar
data kopiëren is ten strengste
verboden, met uitzondering
van kopiëren voor eigen
gebruik door de koper.
Sommige muzieksoftware
is opzettelijk kopiëerbeveiligd en kan niet worden gekopieerd.
OPM.
De Format handeling initialiseert een
diskette met een bepaald file systeem,
waardoor het corresponderende apparaat (in dit geval, de PSR-2000/1000/
A1000) er goed toegang toe heeft.
Aangezien er verscheidene soorten
van formats en diskettes beschikbaar
zijn, zou u moeten weten welke er
gebruikt worden door de PSR-2000/
1000/A1000. 2DD disks zijn geformatteerd naar een capaciteit van 720 KB,
en 2HD disks zijn geformatteerd naar
een capaciteit van 1,44 MB.
PAS OP
Een diskette formatteren wist compleet
alle data van de diskette. Zorg ervoor
dat de diskette die u formatteert geen
belangrijke data bevat!
Totale en andere belangrijke instellingen maken — Function
Uw naam en taalvoorkeur invoeren — Owner
OPM.
F
Druk op deze knop om
een eigenaarsnaam in
te voeren (blz. 17; zie
voor instructies over
benoemen blz. 45).
Deze naam wordt
automatisch
aangegeven als u het
instrument aanzet.
Bepalen de taal die gebruikt
wordt voor de display
mededelingen. Als u deze
instelling eenmaal wijzigt,
zullen alle mededelingen
worden getoond in de
geselecteerde taal.
PSR-2000/1000: Als “JAPANESE” is
geselecteerd voor de taalparameter, en u wijzigt
dit naar één van de westerse talen, worden de
kanji en kana karakters van de filenaam, die zijn
opgeslagen in de diskdrive gewijzigd naar westerse lettertekens. Andersom geldt dat speciale
Latijnse karakters en markeringen in normale
karakters worden veranderd. Ook wordt, in het
geval van diskette data, tekst in de files veranderd in karakters die niet kunnen worden gelezen door het instrument.
Houd in gedachte dat soortgelijke problemen
zich voor kunnen doen als u toegang probeert te krijgen tot files die afkomstig zijn van
of bewerkt zijn met een computer die met
een operating system in een andere taal
werkt. Wees in algemeen zorgvuldig als van
taal wisselt— u riskeert niet langer goed
toegang tot de data te hebben.
G
H
I
J
1
2
3
4
5
6
7
8
De fabrieksgeprogrammeerde instellingen van de
PSR-2000/1000/A1000 terugroepen — System Reset
Deze handeling laat u de PSR-2000/1000/A1000 terugzetten naar zijn originele fabrieksinstellingen. Deze instellingen
bevatten o.a. System Setup, MIDI Setup, User Effect, Music Finder en Files & Folders.
De System Setup parameters terugzetten naar de
originele fabrieksinstellingen. U kunt ook alleen de
System Setup instellingen terugzetten door de
hoogste toets op het toetsenbord (C6) ingedrukt te
houden en dan het instrument aan te zetten.
De MIDI templates
terugzetten naar de
originele
fabrieksinstellingen.
De User Effecten (blz.
125) terugzetten naar de
originele
fabrieksinstellingen.
OPM.
A
F
B
G
C
H
D
I
E
J
De functies en instellingen
hieronder zijn niet van toepassing op de Fabriek Reset
handeling. U kunt deze echter terugzetten naar hun
originele instellingen via de
PRESET paginain het
SYSTEM SETUP Open/
Save display.
Taal
Eigenaarsnaam
LCD Helderheid
OPM.
Zet de Music Finder data
terug naar de originele
fabrieksinstellingen.
Wist alle files en mappen
opgeslagen in de User
pagina.
1
Voeren de Fabriek Reset handeling
uit voor alle items die hierboven zijn
afgevinkt.
2
3
4
5
6
7
8
Deze roepen de corresponderende Open/Save
displays op. Deze laten u de corresponderende
data opslaan, om ze later te kunnen
terugroepen. Via de PRESET pagina, kunt u
ook de betreffende fabrieksinstellingen
terugroepen.
PSR-2000/1000: Alle Music
Finder records kunnen
samen worden opgeslagen
in een enkele file. Als u een
opgeslagen file oproept,
verschijnt er een boodschap
die vraagt of u de de
gewenste records wilt vervangen of toevoegen.
Replace:
Alle Music Finder records die
zich momenteel in het instrument bevinden worden gewist
en vervangen door de records
van de geselecteerde file.
Append:
De opgeroepen records worden toegevoegd aan de vrije
recordnummers.
PSR-2000/1000/A1000
151
Uw PSR-2000/1000/A1000 met andere
apparaten gebruiken
uw microfoon aan op de MIC./LINE IN aansluiting
1 Sluit
(standaard 6,3 mm hoofdtelefoon aansluiting).
PAS OP
Zet voordat u de PSR-2000/1000/A1000 aansluit op elektronische
componenten, alle componenten uit. Stel, voordat u alle
componenten aan of uit zet, alle volume niveaus op het minimum.
Anders zou een elektrische schok of beschadigen van de
componenten plaats kunnen vinden.
OPM.
Gebruik een richtingsgevoelige microfoon voor het beste resultaat.
2
Stel de [MIC. LINE] schakelaar (die zich onder de [MIC./
LINE IN] aansluiting bevindt) in op de MIC. positie.
MIC. LINE
MIC. LINE
Als u een microfoon aansluit
Als u een gitaar aansluit
1
OPM.
1 De hoofdtelefoon gebruiken
(PHONES aansluiting).
Hier kan een standaard stereo hoofdtelefoon op
aangesloten worden voor privé oefenen of laat spelen.
Het interne stereo luidsprekers systeem wordt
automatisch uitgeschakeld als er een hoofdtelefoon op de
PHONES aansluiting wordt aangesloten (blz. 149).
2 De microfoon of gitaar
aansluiten (MIC./LINE IN
aansluiting) (alleen PSR-2000).
U zou de [MIC. LINE] schakelaar in de LINE positie moeten zetten
als u een audio bron met lijn-niveau uitgang op de MIC./LINE IN
aansluiting aansluit.
3
Gebruik de [INPUT VOLUME
knop (die zich naast de MIC./
LINE IN aansluiting bevindt)
om het microfoon volume in te
stellen en probeer het dan uit
door in de microfoon te zingen.
Het volume zou hoog genoeg ingesteld moeten
worden zodat het SIGNAL lampje op het bedieningspaneel gelijkmatig oplicht als u zingt, maar niet zo
hoog dat het OVER lampje oplicht (blz. 128).
BLz.153
BLz.152
2
Door een microfoon op de PSR-2000 aan te sluiten, kunt
u plezier beleven aan het meezingen met uw eigen spel
of met een afspelende song. (Een dynamisch microfoon
wordt aanbevolen.) De PSR-2000 leidt uw zangpartijen of
gitaargeluiden naar de ingebouwde luidsprekers.
MIC. LINE
INPUT
VOLUME
3
MIC./
LINE IN
R
L
AUX OUT
BLz.154 BLz.153
6
5
TO HOST
Mac
PC1 PC2
MIDI
HOST SELECT
152
PSR-2000/1000/A1000
R
L/L+R
OUTPUT
(LEVEL FIXED)
IN
MIDI
OUT
BLz.153
4
2
FOOT PEDAL
DC IN 16V
Uw PSR-2000/1000/A1000 met andere apparaten gebruiken
3 De geluiden van de PSR2000/1000/A1000 via een
externe audio installatie
afspelen, en de geluiden
opnemen op een externe
recorder (AUX OUT/OUTPUT
aansluitingen)
U kunt de PSR-2000/1000/A1000 aansluiten op een
uitgebreide reeks van audio apparatuur door de AUX
OUT en OUTPUT aansluitingen te gebruiken.
Sluit aan zoals aangegeven in de illustraties hieronder en
gebruik standaard audio kabels.
4 Het pedaal (voetschakelaar) of
voetregelaar gebruiken (FOOT
PEDAL 1/2 aansluiting)
Door een voetschakelaar (de FC4 of FC5) aan te sluiten
op één van de FOOT PEDAL aansluitingen, kunt u de
functie van enkele paneelknoppen kopiëren, waardoor u
bijvoorbeeld de begeleiding kunt starten en stoppen.
Door een optionele voetregelaar (zoals de FC7) op de
FOOT PEDAL 2 aansluiting aan te sluiten, kunt u één van
een verscheidenheid aan belangrijke functies met uw voet
regelen — zoals dynamisch het volume aanpassen terwijl
u speelt (blz. 139).
OPM.
De polariteit van de voetschakelaar (normaal of ondersom) kan ook
worden gewijzigd (blz. 139).
OPM.
Gebruik audio kabels en pluggen zonder impedantiewaarde.
PAS OP
Let erop dat het pedaal alleen wordt aangesloten of losgekoppeld
als het instrument uitgeschakeld is.
PAS OP
Als de PSR-2000/1000/A1000 AUX OUT en OUTPUT
aansluitingen zijn aangesloten op een externe audio installatie, zet
dan eerst de PSR-2000/1000/A1000 aan, en vervolgens de
externe audio installatie. Draai deze volgorde om als u de
apparatuur uit zet.
Audiokabel
Tulp (cinch)
plug
Naar speakers met versterker
Steekplug
(standaard)
Tulp (cinch) plug
AUX IN
R
L
AUX OUT
R
L/L+R
OUTPUT
(LEVEL FIXED)
Cassette tape recorder
stereo installatie
Als deze zijn aangesloten (met
een cinch-plug=tulpstekkertje);
LEVEL FIXED), wordt het
geluid uitgestuurd met een
vaste niveauinstelling naar het
externe apparaat, ongeacht de
[MASTER VOLUME] regelaar
instelling.
Als deze zijn aangesloten
(met standaard hoofdtelefoon
pluggen), kunt u de
[MASTER VOLUME] regelaar
gebruiken om het volume van
het geluid, dat wordt
uitgestuurd naar het externe
apparaat, aan te passen.
5 Externe MIDI apparaten
aansluiten (MIDI
aansluitingen)
Sluit het externe MIDI apparaat aan op de MIDI
aansluitingen van de PSR-2000/1000/A1000, met een
standaard MIDI kabel. Zorg ervoor dat de HOST SELECT
schakelaar (blz. 18) op MIDI wordt ingesteld als u deze
aansluitingen gebruikt. Zie voor meer informatie over
aansluitingen, “Wat u kunt doen met MIDI” op blz. 158.
MIDI IN ...........Ontvangt MIDI boodschappen van een
extern MIDI apparaat
MIDI OUT........Stuurt MIDI boodschappen gegenereerd
door de PSR-2000/1000/A1000
Kijk, voor een algemeen overzicht van MIDI en hoe u het
effectief kunt gebruiken naar de volgende delen:
• Wat is MIDI? (blz. 155)
• Wat u kunt doen met MIDI (blz. 158)
• MIDI functies (blz. 145)
OPM.
OPM.
• Gebruik nooit MIDI kabels langer dan 15 meter.
• Als u de PSR-2000/1000/A1000 aansluit op een mono apparaat,
gebruik dan alleen de OUTPUT L/L+R aansluiting.
PSR-2000/1000/A1000
153
Uw PSR-2000/1000/A1000 met andere apparaten gebruiken
6 Aansluiten op een computer
(MIDI aansluitingen/TO
HOST aansluiting)
Sluit uw PSR-2000/1000/A1000 aan op de computer en
profiteer van de uitgebreide reeks aan krachtige en
veelzijdige software voor het creëren en bewerken van
muziek. De PSR-2000/1000/A1000 kan op drie manieren
worden aangesloten.
■ De TO HOST aansluiting gebruiken
■ De MIDI aansluitingen gebruiken
■ Op een USB aansluiting aansluiten d.m.v. een
optionele USB interface (UX serie)
OPM.
• U heeft een geschikt muziek/MIDI software programma (zoals
een sequencer) nodig, compatibel met uw computer systeem.
• Als de PSR-2000/1000/A1000 wordt aangesloten op een
personal computer, zet dan eerst zowel de PSR-2000/1000 als
de computer uit voordat u kabels aansluit en de HOST SELECT
schakelaar insteld. Na het maken van de passende aansluitingen
en instellingen, zet u eerst de computer aan, en vervolgens de
PSR-2000/1000/A1000.
De TO HOST aansluiting gebruiken
Sluit de seriële poort van de personal computer (RS-232C
aansluiting of RS-422 aansluiting) aan op de TO HOST
aansluiting van de PSR-2000/1000/A1000. Gebruik als
aansluitingkabel, de juiste kabel (afzonderlijke te koop)
die overeenkomt het personal computer type.
OPM.
Als uw systeem niet goed werkt met de aansluitingen en instellingen hierboven, kan het zijn dat u andere instellingen in uw software
moet maken. Controleer uw softwarehandleiding en stel de HOST
SELECT schakelaar in op de juiste data overdrachtssneldheid.
(Data overdrachtssnelheid van “PC-1” is 31.250 bps.)
■ IBM-PC/AT (Windows)
Sluit de RS-232C aansluiting van de computer aan op
de TO HOST aansluiting van de PSR-2000/1000/
A1000 met een seriële kabel (D-SUB 9P → MINI DIN
8P cross kabel). Stel de PSR-2000/1000/A1000 HOST
SELECT schakelaar in op “PC-2.” (Data
overdrachtssnelheid is 38.400 bps.)
NEC MultiSync
• Als u de TO HOST aansluiting van de PSR-2000/1000/A1000
niet gebruikt, zorg er dan voor dat u de kabel van de aansluiting
loskoppelt. Als de kabel is aangesloten blijft, kan het zijn dat de
PSR-2000/1000/A1000 niet goed functioneert.
• Als de HOST SELECT schakelaar op “PC-1,” “PC-2,” of “Mac”
staat, kunt u de TO HOST aansluiting gebruiken, maar de MIDI
aansluitingen niet, aangezien er geen data overdracht plaats
vindt via de MIDI aansluitingen. Aan de andere kant, als de
HOST SELECT schakelaar op “MIDI,” staat, kunt u de MIDI
aansluitingen gebruiken, maar niet de TO HOST aansluiting aangezien er geen overdracht plaatsvindt via de TO HOST
aansluiting.
PC-9821 AS
MINI DIN
8-pin
Mac
PC-1
MIDI
PC-2
MINI DIN
8-pin
D-sub
9-pin
D-sub
25-pin
NEC
D-sub
9-pin
* Als u een D-SUB 25P →
MINI DIN 8P cross kabel
gebruikt, sluit dan een DSUB9P verloopplug aan
aan de computerkant van
de kabel.
■ Macintosh
Opmerking voor Windows gebruikers
(betreffende de MIDI driver)
Om data overdracht via de computers seriële poort en
de PSR-2000/1000/A1000’s TO HOST aansluiting
mogelijk te maken , is het noodzakelijk dat u een
specifieke MIDI driver installeert (Yamaha CBX driver
voor Windows). De diskette die bij uw PSR-2000/
1000/A1000 werd geleverd bevat de gecomprimeerde driver file “mididrv.zip.” Na extractie van de
file, voert u de installatie uit door te dubbelklikken op
de “Setup.exe” file in de “MidiDrv” map en de
aanwijzingen op het scherm op te volgen. Daarnaast
kunt u deze driver downloaden van de XG Library op
de Yamaha Web site:
http://www.yamaha-xg.com
Sluit de RS-422 aansluiting (modem of printer) van de
computer aan op de TO HOST aansluiting van de PSR2000/1000/A1000 met een seriële kabel (system
peripheral kabel, 8 bit). Stel de PSR-2000/1000/A1000
HOST SELECT schakelaar in op “MAC” (Data
overdrachtssnelheid is 31.250 bps).
Stel de MIDI interface clock in de sequencersoftware
die u gebruikt in op 1 MHz. Zie voor details de
gebruikershandleiding van het softwareprogramma dat
u gebruikt.
MINI DIN
8-pin
Mac
PC-1
154
PSR-2000/1000/A1000
MIDI
PC-2
MINI DIN
8-pin
Uw PSR-2000/1000/A1000 met andere apparaten gebruiken
De MIDI aansluitingen gebruiken
Als u een MIDI interface op de computer heeft
aangesloten en geïnstalleerd, moet u de MIDI
aansluitingen van de personal computer met de MIDI
aansluitingen van de PSR-2000/1000/A1000 verbinden
met standaard MIDI kabels.
• Als de computer een geinstalleerde MIDI interface
heeft, sluit dan de MIDI OUT aansluiting van de
personal computer aan op de MIDI IN aansluiting. Stel
de HOST SELECT schakelaar in op “MIDI.”
De USB aansluiting op uw computer
gebruiken met een USB/MIDI interface
(UX256/UX96, enz.)
Sluit de UX256/UX96 en de computer op elkaar aan met
een USB kabel. Installeer de bijgeleverde UX256/UX96
driver in de computer, en sluit de UX256/UX96 aan op de
PSR-2000/1000/A1000 met een MIDI kabel. Stel de
HOST SELECT schakelaar op de PSR-2000/1000/A1000
in op “MIDI.” Zie voor details de gebruikershandleiding
van de UX256/UX96.
IN
MIDI IN
MIDI OUT
MIDI OUT
MIDI IN
OUT
MIDI
NEC MultiSync
PC-9821 AS
USB
kabel
NEC MultiSync
NEC
UX256
MIDI IN
PC-9821 AS
MIDI OUT
NEC
Personal computer
Mac
PC-1
MIDI
PC-2
Mac
PC-1
• Als u een MIDI interface gebruikt met een Macintosh
computer, sluit dan de RS-422 aansluiting van de
computer (modem of printer aansluiting) aan op de
MIDI interface, sluit vervolgens de MIDI OUT
aansluiting van de MIDI interface aan op de MIDI IN
aansluiting van de PSR-2000/1000/A1000, zoals te
zien is in illustratie hieronder.
Stel de HOST SELECT schakelaar in op “MIDI.”
MIDI IN
RS422
MIDI OUT
MINI DIN
8-pin
Mac
PC-1
MIDI
PC-2
Zie voor details over de nodig MIDI Instellingen voor
computer en sequencesoftware die u gebruikt, de
betreffende gebruikershandleiding.
Wat is MIDI?
We nemen even een akoestische piano en een klassieke
gitaar als representatieve akoestische instrumenten. Bij de
piano slaat u een toets aan en intern slaat een hamertje
tegen een snaar en speelt een noot. Bij de gitaar tokkelt u
direct aan de snaar en de noot speelt.
Maar hoe speelt een digitaal instrument een noot?
Noot productie bij een
akoestische gitaar
• Als de HOST SELECT schakelaar is ingesteld op
“MIDI,” is de TO HOST aansluiting uitgeschakeld.
• Als u een Macintosh computer gebruikt, stel dan de
clock van software zo in dat deze overeenkomt met
die van de gebruikte MIDI-interface. Zie voor
details de gebruikershandleiding van het
softwareprogramma dat u gebruikt.
MIDI
PC-2
Noot productie bij een digitaal
instrument
Toongenerator
L
Interne versterker
(Elektronische
schakeling)
Interne versterker
R
Het toetsenbord
bespelen
Tokkel aan een snaar en de
kast resoneert het geluid.
Gebaseerd op de speelinformatie
van het toetsenbord, wordt een in
de toongenerator opgeslagen
gesampelde noot via de
luidsprekers afgespeeld.
Zoals te zien in de bovenstaande illustratie, wordt in een
elektronisch instrument de gesampelde noot (reeds
opgenomen noot) opgeslagen in de toongenerator sectie
(elektronische schakeling) gespeeld op basis van de
informatie die ontvangen wordt van het toetsenbord, en
via luidsprekers ten gehore gebracht.
PSR-2000/1000/A1000
155
Uw PSR-2000/1000/A1000 met andere apparaten gebruiken
Laten we nu eens onderzoeken wat er gebeurt als we een
opname afspelen. Als u een muziek CD (bijvoorbeeld,
een solo piano opname) afspeeld, hoort u het
daadwerkelijke geluid (luchttrillingen) van het akoestische
instrument. Dit wordt audio data genoemd, om het te
onderscheiden van MIDI data.
Het spel op een akoestisch instrument (audio data) opnemen
en afspelen
Opnemen
Afspelen
De “controller” en “toongenerator” in de illustratie
hiervoor zijn het equivalent van de piano in ons
akoestische voorbeeld. Hier, wordt het optreden van de
speler op het toetsenbord geregistreerd als MIDI song data
(zie illustratie hieronder). Om de audio van het spel op
een akoestisch piano op te nemen, is speciale opname
apparatuur nodig. Echter, aangezien de PSR-2000/1000/
A1000 beschikt over een ingebouwde sequencer die u in
staat stelt om speeldata op te nemen, is deze opname
apparatuur niet nodig. In plaats daarvan maakt uw
digitale instrument — de PSR-2000/1000/A1000 — het u
mogelijk de data zowel op te nemen als af te spelen.
Toongenerator
Sequencer
In het bovenstaande voorbeeld, worden de
daadwerkelijke akoestisch geluiden van het optreden van
de pianist geregistreerd in de opname als audio data, en
dit wordt opgenomen op CD. Als u die CD op uw audio
installatie afspeeld, kunt u het daadwerkelijke piano
optreden horen. De piano zelf is niet nodig, aangezien de
opname de daadwerkelijke geluiden van de piano bevat,
en uw luidsprekers ze reproduceren.
Het spel op een digitaal instrument (MIDI data) opnemen en
afspelen
Opnemen
Afspelen
Toongenerator
Sequencer
Controller (toetsenbord, enz.)
FD
Toetsenbord spel
(MIDI data)
We hebben echter ook een geluidsbron nodig om de
audio te produceren, die uiteindelijk uit uw luidsprekers
komt. De toongenerator van de PSR-2000/1000/A1000
neemt deze functie voor zijn rekening. Het opgenomen
spel wordt gereproduceerd door de sequencer, die de
song data afspeelt, met gebruikmaking van een
toongenerator die in staat is accuraat verscheidene
instrument geluiden te produceren — inclusief dat van
een piano. Op een andere manier bekeken, de relatie
tussen de sequencer en de toongenerator komt overeen
met die tussen de pianist en de piano — de ene bespeelt
de andere. Aangezien digitale instrumenten onafhankelijk
van elkaar met afspeeldata en de daadwerkelijke geluiden
omgaat , kunnen we ons pianospel door een ander
instrument gespeeld horen, zoals een gitaar of viool.
OPM.
Ofschoon het een enkel muziekinstrument is, kan over de PSR-2000/1000/
A1000 gedacht worden alsof deze verscheidene elektronisch
componenten bevat: een controller, een toongenerator en een sequencer.
FD
OPM.
In het geval van digitale instrumenten, worden de audio signalen
via de uitgangsaansluitingen (zoals AUX OUT) op het instrument
verzonden.
156
PSR-2000/1000/A1000
Tenslotte, kijken we eens naar de daadwerkelijke data die
wordt opgenomen en die als basis dient voor het spelen
van de geluiden. Laten we bijvoorbeeld zeggen dat u een
“C” kwartnoot speelt met het vleugelgeluid op het PSR2000/1000/A1000 toetsenbord. In tegenstelling tot een
akoestisch instrumentgeluid, stuurt het elektronische
instrument informatie van het toetsenbord uit zoals “met
welke voice,” “met welke toets,” “hoe sterk,” “wanneer
werd deze ingedrukt,” en “wanneer werd deze
losgelaten.” Deze stukjes informatie worden vervolgens
omgezet in numerieke waarden en verzonden naar de
toongenerator. Door deze nummers als basis te
gebruiken, kan de toongenerator de opgeslagen
gesampelde noot spelen.
Uw PSR-2000/1000/A1000 met andere apparaten gebruiken
■ Voorbeeld van toetsenbord data
Voicenummer (met welke voice) 01 (vleugel)
Nootnummer (met welke toets)
60 (C3)
Noot aan (wanneer ingedrukt)
en
noot uit (wanneer losgelaten)
Timing numeriek uitgedrukt
(kwartnoot)
Aanslag (hoe sterk)
120 (sterk)
Paneelhandelingen op de PSR-2000/1000/A1000, zoals
het toetsenbord bespelen en voices selecteren, worden
verwerkt en opgeslagen als MIDI data. De automatische
begeleidingsstijlen en songs bestaan ook uit MIDI data.
MIDI is een afkorting van Musical Instrument Digital Interface,
waarmee u elektronische muziekinstrumenten met elkaar kunt
laten communiceren, door het versturen en ontvangen van
uitwisselbare gegevens zoals Noten, Control Change (besturingswijzigingen), Program Change (programma wijzigingen) en
verscheidene andere soorten MIDI gegevens en boodschappen.
De PSR-2000/1000/A1000 kan een MIDI apparaat besturen door
noot gerelateerde data en verscheidene soorten controllerdata te
versturen. De PSR-2000/1000 /A1000 kan worden bestuurd door
binnenkomende MIDI boodschappen die automatisch de
toongenerator mode bepalen, de MIDI kanalen, voices en effecten
selecteren, de parameterwaarden wijzigen en natuurlijk de voices
die zijn aangegeven voor de verscheidene parts te bespelen.
OPM.
MIDI Kanalen
MIDI speeldata wordt toegewezen aan één van zestien
MIDI kanalen. Door deze kanalen te gebruiken, 1 - 16, kan
de speeldata voor zestien verschillende instrument parts
tegelijkertijd over één MIDI kabel worden verzonden.
Denk bij MIDI kanalen als aan TV kanalen. Elke TV
station verzendt zijn uitzendingen over een bepaald
kanaal. Uw TV ontvangt veel verschillende
programma’s tegelijkertijd van verscheidene TV stations
en u selecteer het geschikte kanaal om het gewenste
programma te bekijken.
Weerbericht
Nieuws
1
2
MIDI werkt op basis van hetzelfde principe. Het
zendende instrument stuurt MIDI data op een bepaald
MIDI kanaal (MIDI verzendenkanaal) via één enkele
MIDI kabel naart het ontvangende instrument. Als het
MIDI kanaal (MIDI ontvangstkanaal) van het
ontvangende instrument overeenkomt met het
verzendkanaal, zal het ontvangende instrument klinken
overeenkomstig de door het verzendende instrument
verzonden data.
MIDI data heeft het volgende voordeel ten opzichte van audio data:
• De hoeveelheid data is veel minder, waardoor u makkelijk MIDI
songs op diskette kunt opslaan.
• De data kan effectief en makkelijk worden bewerkt, zelfs zover
dat voices kunnen worden veranderd en data wordt omgezet.
MIDI
kabel
MIDI verzendkanaal 2
MIDI boodschappen bestaan uit twee groepen:
kanaalboodschappen en systeemboodschappen.
2
Nieuws
MIDI ontvangstkanaal 2
OPM.
De PSR-2000/1000/A1000’s toetsenbord en interne
toongenerator zijn ook aangesloten via MIDI (blz. 145).
■ Kanaalboodschappen (Channel Messages)
De PSR-2000/1000/A1000 is een elektronisch instrument dat kan
omgaan met 16 kanalen (of 32 kanalen, als deTO HOST aansluiting
wordt gebruikt). Er wordt dan meestal gezegd: “het kan 16 instrumenten
tegelijk spelen.” Kanaalboodschappen bevatten informatie zoals noot
aan/uit, programmawisselingen, voor elk van de 16 kanalen.
Naam van de
boodschap
PSR-2000/1000/A1000 Bediening/
Paneelinstelling
Noot aan/uit
Boodschappen wordt gegenereerd als het
toetsenbord wordt bespeeld. Elke boodschap
bevat een bepaald noot nummer dat
overeenkomt met de toets die wordt ingedrukt,
plus een aanslagsnelheidwaarde gebaseerd
op hoe snel de toets wordt ingedrukt.
Programma
Wijziging
Voice selecteren (besturingswijziging bank
selectie MSB/LSB instelling)
Besturings Wijziging Volume, panpot (Mixing Console), enz.
OPM.
Verscheidene tracks (kanalen) kunnen bijvoorbeeld
tegelijkertijd worden verzonden, inclusief de stijl data
(zoals hieronder aangegeven).
Voorbeeld: De automatische begeleiding van de PSR-2000/1000/
A1000 opnemen op een externe sequencer
MIDI kabel of
seriële kabel
PSR-2000/1000 track (kanaal)
MAIN
LAYER
LEFT
STYLE instrument
STYLE instrument
STYLE instrument
STYLE instrument
STYLE instrument
STYLE instrument
STYLE instrument
STYLE instrument
Kanaal 1
Kanaal 2
Kanaal 3
Kanaal 4
Kanaal 5
Kanaal 6
Kanaal 7
Kanaal 8
Kanaal 9
Kanaal 10
Kanaal 11
Externe sequencer
Track 1
Track 2
Track 3
Track 4
Track 5
Track 6
Track 7
Track 8
Track 9
Track 10
Track 11
De speeldata van alle songs en stijlen worden behandeld als MIDI
data.
PSR-2000/1000/A1000
157
Uw PSR-2000/1000/A1000 met andere apparaten gebruiken
Zoals u kunt zien, is het essentieel om te bepalen over
welk MIDI kanaal welke data moet worden verzonden
als er MIDI data wordt verzonden (blz. 146). De PSR2000/1000/A1000 maakt het u ook mogelijk te bepalen
hoe de ontvangen data wordt afgespeeld. (blz. 147).
■ Systeem boodschappen (System Messages)
Deze informatie geldt over het algemeen voor het hele
MIDI systeem. Systeem boodschappen bevatten
boodschappen zoals Exclusieve Boodschappen die
unieke data bevat voor elke instrumenten-fabrikant en
Realtime Boodschappen die het MIDI apparaat besturen.
Naam van de
boodschap
PSR-2000/1000/A1000 Bediening/
Paneelinstelling
Systeem Exclusief
Boodschap
Effect type instellingen (Mixing
Console), enz.
Realtime boodschap
Clock instelling, Start/stop bediening
De door de PSR-2000/1000 verzonden/ontvangen boodschappen
worden getoond in het MIDI Data Format en de MIDI
Implementation Chart in de afzonderlijke engelstalige Data List.
Wat u kunt doen met MIDI
De volgende MIDI Instellingen kunnen op de PSR-2000/
1000/A1000 worden gemaakt:
• MIDI templates (preset MIDI setups voor verscheidene
toepassingen) (blz. 145)
• Transmit (verzenden) (blz. 146)
• Receive (ontvangen) (blz. 147)
• Local Control (Locale besturing) (blz. 145)
• Clock (blz. 146)
■ Neem speeldata (1-16 kanalen) op door de PSR-2000/1000/
A1000’s automatische begeleidings eigenschappen te
gebruiken op een externe sequencer (zoals een personal
computer). Na het opnemen, bewerkt u de data met de
sequencer, en speelt deze weer af op de PSR-2000/1000/
A1000 (afspelen).
PSR-2000/1000
MIDI ontvangst
MIDI IN
MIDI OUT
MIDI OUT
MIDI IN
NEC MultiSync
PC-9821 AS
NEC
MIDI verzending
Personal cumputer,
QY serie enz.
Als u de PSR-2000/1000/A1000 als een XG-compatibele
multitimbrale toongenerator wilt gebruiken, stel dan de
ontvangst parts voor de MIDI Kanalen 1 t/m 16 in op
“SONG” bij MIDI Receive (blz. 147).
■ De PSR-2000/1000/A1000 bespelen en besturen vanaf
een afzonderlijke toetsenbord
PSR-2000/1000
MIDI ontvangst
MIDI IN
158
PSR-2000/1000/A1000
MIDI OUT
Data compatibiliteit
Dit gedeelte bevat de basis informatie over data
compatibiliteit: of andere MIDI apparaten de data
opgenomen door de PSR-2000/1000/A1000 af kunnen
spelen of niet, en of de PSR-2000/1000/A1000
commercieel beschikbare song data of song data
gecreëerd voor andere instrumenten of op een computer
kan afspelen of niet. Afhankelijk van het MIDI apparaat of
data karakteristieken, kan het zijn dat u de data zonder
problemen kunt afspelen, of het kan zijn dat u bepaalde
handelingen moet verrichten voordat de data kan worden
teruggespeeld. Als u in de problemen raakt met het
afspelen van data, kijk dan alstublieft naar de informatie
hieronder.
Diskette format
Diskettes zijn het meest gangbare opslagmedium voor
data die wordt gebruikt met verscheidene apparaten,
inclusief computers. Verschillende apparaten hebben
verschillende systemen van dataopslag, daarom is het
nodig eerst de diskette te configureren naar het systeem
van het apparaat dat wordt gebruikt. Deze handeling
wordt “formatteren” genoemd.
• Er zijn twee soorten diskettes: MF2DD (dubbelzijdig,
dubbele dichtheid) en MF2HD (dubbelzijdig, hoge
dichtheid), en elke type heeft verschillende format
systemen.
• PSR-2000/1000/A1000 kan met beide soorten
diskettes opnemen en afspelen.
• Door de PSR-2000/1000/A1000 geformatteerd, kan
een 2DD diskette tot 720 KB (kilobytes) opslaan en
een 2HD diskette tot 1,44 MB (megabytes). (De cijfers
“720 KB” en “1,44MB” geven de data
geheugencapaciteit aan. Ze worden ook gebruikt om
het format type van de diskette aan te geven.)
• Afspelen is alleen mogelijk als het MIDI apparaat dat
wordt gebruikt, compatibel is met het format van de
diskette.
Uw PSR-2000/1000/A1000 met andere apparaten gebruiken
Sequence Format
Voice allocatie format
Het systeem waarop song data wordt opgenomen wordt
“sequencer format” genoemd.
Terugspelen is alleen mogelijk als het sequencer format
van de diskette overeenkomt met dat van het MIDI
apparaat. De PSR-2000/1000/A1000 is compatibel met
de volgende formats.
Bij MIDI, zijn voices toegewezen aan bepaalde nummers,
“Programma nummers” genaamd. De standaard
nummering (volgorde van voice allocatie) wordt “voice
allocatie format” genoemd.
■ SMF (Standard MIDI File)
Dit is het meest algemene sequence format.
Standard MIDI Files zijn in het algemeen beschikbaar in
twee types: Format 0 en Format 1. Veel MIDI apparaten
zijn compatibel met Format 0, en de meeste commercieel
beschikbaar software is opgenomen in Format 0.
• De PSR-2000/1000/A1000 is compatibel met zowel
Format 0 als Format 1.
• Song data opgenomen op de PSR-2000/1000/A1000
wordt automatisch opgenomen als SMF Format 0.
• Song data geladen in de PSR-2000/1000/A1000 wordt
automatisch opgeslagen als SMF Format 0 ongeacht
het originele format.
■ ESEQ
Dit sequence format is compatibel met veel Yamaha MIDI
apparaten, inclusief de PSR-2000/1000/A1000 serie
instrumenten. Dit is een algemeen format dat gebruikt
wordt bij verscheidene Yamaha software.
■ XF
Het Yamaha XF format verbetert het SMF (Standard MIDI
File) format met een grotere functionaliteit en een
flexibele uitbreidingsmogelijkheid voor de toekomst.
• De PSR-2000/1000/A1000 is in staat om songteksten
weer te geven als een XF file die songtekstdata bevat
wordt afgespeeld.
■ Style File
Het Style File Format — SFF — is het originele stijlfile
format van Yamaha dat een uniek conversiesysteem
gebruikt om te voorzien in een hoge kwaliteit
automatische begeleiding gebaseerd op een groot aantal
akkoordsoorten.
Het kan zijn dat voices niet terugspelen zoals verwacht,
tenzij het voice allocatie format van de song data
overeenkomt met dat van het compatibele MIDI apparaat
dat gebruikt wordt voor afspelen.
De PSR-2000/1000/A1000 is compatibel met de volgende
formats.
OPM.
Zelfs als de apparaten en data die gebruikt worden voldoen aan
alle bovenstaande voorwaarden, kan het zijn dat de data niet
volledig compatibel is, afhankelijk van de specificaties van de
apparaten en bepaalde data opname methodes.
■ GM System Level 1
Dit is één van de meest algemene voice allocatie formats.
• Veel MIDI apparaten zijn compatibel met GM System
Level1, zoals ook de meeste commercieel beschikbaar
software.
■ XG
XG is een enorme verbetering van het GM System Level 1
format, en is speciaal ontwikkeld door Yamaha om in
meer voices en variaties, alsook in een grotere
expressieve besturing van de voices en effecten te
voorzien, en om een goede data compatibiliteit in de
toekomst veilig te stellen.
• Song data opgenomen op de PSR-2000/1000/A1000
met gebruikmaking van voices uit de [XG] categorie is
XG-compatibel.
■ DOC
Dit voice allocatie format is compatibel met veel Yamaha
MIDI apparaten, inclusief de PSR serie instrumenten. Dit
is ook een algemeen format dat wordt gebruikt bij
verscheidene Yamaha software.
PSR-2000/1000/A1000
159
Wat kunt u doen met de PSR-A1000?
SONG
Afspelen van reeds opgenomen
songs (blz. 21, 36, 75)
Geniet van een grote verscheidenheid
aan preset songs alsook songs op
commercieel beschikbare diskettes..
SCALE SETTING/
SCALE MEMORY
De Scale Setting eigenschap laat u
gemakkelijk de toonhoogte van bepaalde
noten verlagen met 50 cents om zo uw
eigen oriëntaalse stemmingen te creëren.
Er kunnen tot maximaal zes stemmingen
worden opgeslagen voor onmiddellijk
terugroepen (Scale Memory), wanneer u
ze maar nodig heeft.
Verken de demo’s (blz. 20, 52)
Deze geven niet alleen een indruk
van de verbluffende voices en
stijlen van het instrument, maar ze
laten u ook kennis maken met de
verscheidene functies en
eigenschappen — en laten u
praktijkervaring opdoen met de
PSR-A1000!
STIJL
DIGITAAL OPNEMEN
Onderbouw uw spel met automatische
begeleiding (blz. 28, 59)
Neem uw eigen spel op (blz. 92, 108)
Door een akkoord te spelen met uw linkerhand,
speelt u automatisch de automatische begeleiding.
Selecteer een begeleidingsstijl — zoals pop, jazz,
Latin, enz. — en laat de PSR-A1000 uw
begeleidingsband zijn!
160
DEMO
PSR-2000/1000/A1000
Met de krachtige en makkelijk te gebruiken
song opname eigenschappen, kunt u uw
eigen toetsenspel opnemen en uw eigen
volledig georkestreerde composities creëren
— die u dan kunt opslaan op de USER drive
of een diskette voor toekomstig gebruik.
LCD
SCALE TUNING
VOICE
De grote LCD (samen met de
verscheidene paneelknoppen) zorgt voor een
uitgebreide en makkelijk te
begrijpen bediening van de
PSR-A1000 functies.
U kunt een gewenste voorgeprogrammeerde stemming
selecteren waaronder oriëntaalse
stemmingen en uw eigen
stemming creëren door een
stemming naar wens aan te
passen.
Geniet van een enorme
verscheidenheid aan realistische
voices (blz. 25, 54)
TO HOST aansluiting
Muziek maken met een computer — snel en
makkelijk (blz. 154)
Duik erin en die uw voordeel met de uitgebreide
wereld aan computermuzieksoftware.
Aansluitingen en opstellingen zijn uitzonderlijk
makkelijk en u kunt uw op de computer opgenomen
partijen afspelen met verschillende instrumentgeluiden — alles met één enkele PSR-A1000!
De PSR-A1000 beschikt over een schat
aan uitzonderlijk authentieke en
dynamische voices — waaronder
vleugels, strijkers, houtblazers en meer!
Multi Pads
Uw spel kruiden met speciale dynamische frases (blz.
73, 118)
Door gewoon op één van de Multi Pdas te drukken, kunt u
korte ritmische of melodische frases afspelen. U kunt ook uw
originele Multi Pad frases creëren door ze direct via het
toetsenbord op te nemen.
PSR-2000/1000/A1000
161
Bedieningspaneel en aansluitingen PSR-A1000
5
6
7
10
9
73
72
71
51
4
8
38
32
11 12 13
33
14
34
35
36
15
37
18
16
40
17
39
41
42
19
21
20
22 23 24 25 26 27 28 29 30
31
1
2
3
C1
CLICK 36
D1
T 37
E1
38
S 39
POWER
1
[STANDBY/ON] schakelaar................................................blz. 17
WIEL
2
PITCH BEND .....................................................................blz. 58
HOOFDTELEFOON
3
[PHONES] aansluiting..................................................... blz. 152
METRONOOM
4
[METRONOME] knop ........................................................blz. 50
SONG
5
6
7
8
9
10
11
12
13
[EXTRA TRACKS (STYLE)] knop ......................................blz. 79
[TRACK 2 (L)] knop............................................................blz. 79
[TRACK 1 (R)] knop ...........................................................blz. 79
[REPEAT] knop ..................................................................blz. 79
[REC] knop.........................................................................blz. 92
[TOP] knop .........................................................................blz. 78
[START / STOP] knop ........................................................blz. 76
[REW] knop........................................................................blz. 78
[FF] knop............................................................................blz. 78
STIJL
14 STYLE knoppen.................................................................blz. 59
SCALE SETTING (Stemmingsinstelling)
15 [SCALE SETTING] knoppen........................................... blz. 166
SCALE MEMORY (Stemmingsgeheugen)
16 [MEMORY] knop ............................................................. blz. 168
17 [SCALE MEMORY] knoppen .......................................... blz. 168
162
PSR-2000/1000/A1000
F1
40
R 41
G1
42
L 43
A1
44
L 45
B1
46
M 47
C2
H 48
D2
49
M 50
E2
51
H 52
F2
G2
L 53
54
H 55
A2
56
L 57
B2
58
M 59
L
C3
M 60
H
D3
C 61
1
H 62
E3
R 63
1
F3
64
R 65
G3
66
S 67
MASTER VOLUME
18 [MASTER VOLUME] draaiknop .........................................blz. 17
STIJL REGELAARS
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
[ACMP] knop......................................................................blz. 60
[BREAK] knop....................................................................blz. 64
[INTRO] knop ...............................................................blz. 31, 66
MAIN [A] knop....................................................................blz. 64
MAIN [B] knop....................................................................blz. 64
MAIN [C] knop ...................................................................blz. 64
MAIN [D] knop ...................................................................blz. 64
[ENDING / rit.] knop .....................................................blz. 31, 66
[AUTO FILL IN] knop..........................................................blz. 66
[FADE IN / OUT] knop........................................................blz. 65
[SYNC.STOP] knop ...........................................................blz. 65
[SYNC.START] knop ..........................................................blz. 60
[START / STOP] knop ........................................................blz. 60
DIGITALE STUDIO
32 [SOUND CREATOR] knop .................................................blz. 87
33 [DIGITAL RECORDING] knop ...................................blz. 92, 108
34 [MIXING CONSOLE] knop...............................................blz. 121
MENU
35 [DEMO] knop .....................................................................blz. 52
36 [HELP] knop.......................................................................blz. 49
37 [FUNCTION] knop ...........................................................blz. 133
74 75
77
76
78
43 44
53 54 55 56 57 58
52
38
59
45
46
70
47
61
60
64
66
65
48
49
50
62
63
69
67 68
A3
68
C 69
2
B3
70
R 71
2
C4
H 72
D4
L 73
E4
74
H 75
F4
L 76
H 77
G4
L 78
H 79
A4
L 80
B4
81
82
H 83
C5
L 84
D5
S 85
L 86
E5
87
H 88
F5
L 89
G5
M 90
O 91
A5
92
DISPLAY REGELAARS
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
[A] - [J] knoppen.................................................................blz. 40
[DIRECT ACCESS] knop ...................................................blz. 47
[BALANCE] knop ...............................................................blz. 61
[CHANNEL ON / OFF] knop ....................................... blz. 61, 78
[1▲▼] - [8▲▼] knoppen ............................................ blz. 35 - 45
[BACK] knop ............................................................... blz. 40, 46
[NEXT] knop................................................................ blz. 40, 46
VOICE PART AAN / UIT [MAIN] knop ................................blz. 56
VOICE PART AAN / UIT [LAYER] knop .............................blz. 56
VOICE PART AAN / UIT [LEFT] knop ................................blz. 56
[ENTER] knop ....................................................................blz. 46
[DATA ENTRY] dial.............................................................blz. 46
[EXIT] knop ........................................................................blz. 40
[LCD CONTRAST] knop ....................................................blz. 17
VOICE EFFECT
52
53
54
55
56
57
58
[LEFT HOLD] knop ............................................................blz. 58
[TOUCH] knop....................................................................blz. 57
[SUSUTAIN] knop ..............................................................blz. 57
[HARMONY / ECHO] knop ................................................blz. 58
[MONO] knop .....................................................................blz. 58
[DSP] knop.........................................................................blz. 57
[VARIATION] knop..............................................................blz. 58
VOICE
59 VOICE knoppen .................................................................blz. 54
TRANSPONERING
60 [E] [F] knoppen ........................................................ blz. 145
B5
93
94
C6
95
96
TEMPO
61 [E] [F] knoppen...........................................................blz. 50
62 [TAP TEMPO] knop............................................................blz. 51
UPPER OCTAVE
63 [UPPER OCTAVE] knop.....................................................blz. 58
SCALE TUNING (Stemming regelen)
64 [SCALE TUNING] knop....................................................blz. 166
MULTI PAD
65 [1] - [4] knoppen.................................................................blz. 73
66 [STOP] knop ......................................................................blz. 73
REGISTRATION MEMORY
67 [FREEZE] knop..................................................................blz. 86
68 [1] – [8] knoppen ................................................................blz. 84
69 [MEMORY] knop ................................................................blz. 84
DISKETTE
70 Diskdrive (3,5") ....................................................................blz. 7
Aansluitingen
71
72
73
74
75
76
77
78
[TO HOST] aansluiting.....................................................blz. 154
[HOST SELECT] schakelaar............................................blz. 154
MIDI [OUT] [IN] aansluitingen..........................................blz. 153
[FOOT PEDAL 1 (SWITCH) ] aansluiting.........................blz. 153
[FOOT PEDAL 2] aansluiting ...........................................blz. 153
AUX OUT (LEVEL FIXED) [L] [R] aansluitingen ..............blz. 153
OUTPUT [L / L+R] [R] aansluitingen................................blz. 153
DC IN aansluiting.............................................................blz. 153
PSR-2000/1000/A1000
163
Een Oriëntaalse stemming instellen (PSR-A1000)
Een Oriëntaalse stemming instellen (PSR-A1000)
De Scale Setting (stemming instel) eigenschap laat u eenvoudig de toonhoogte van bepaalde noten
met 50 cent verlagen. Er kunnen tot zes stemmingsinstellingen worden opgeslagen om
ogenblikkelijk terug te roepen (Scale Memory), op het moment dat u ze nodig heeft.
Referentie
blz. 166
Stemming (scale)
gerelateerde
knoppen
1
2
De [SCALE SETTING] knoppen stellen een één octaafs toetsenbord voor (C t/m B). Druk op de knop die
overeenkomt met de toets waarvan u de toonhoogte wilt verlagen (de knop licht op). Druk nogmaals om de
toonhoogte terug te zetten naar de normale toonhoogte.
De stemmingsinstellingen die u maakt, worden onthouden door de Scale Memory functie.
Druk, terwijl u de [MEMORY] knop ingedrukt houdt, op één van de SCALE
OPM.
MEMORY knoppen. U kunt de opgeslagen instelling terugroepen door op een
Zorg ervoor dat, om de opgewillekeurige moment op de betreffende knop te drukken.
slagen stemmingsinstellingen
zelfs te onthouden als het
instrument wordt uitgezet, de
instellingen worden opgeslagen als een file (blz. 168).
OPM.
In de SCALE TUNE display,
kunt u een gewenste
voorgeprogrammeerde
stemming, waaronder
oriëntaalse stemmingen,
selecteren en uw eigen
stemmingen creëren door de
stemmingsnoten fijn te stemmen (blz. 166).
164
Quick Guide
Basis bediening — Uw data organiseren
Direct Access (Directe Toegang) Overzicht PSR-A1000 (zie voor de PSR-2000/1000 blz. 48)
Handeling: [DIRECT ACCESS] knop + hieronder opgesomde knop
SONG
Corresponderende LCD display en functie
[TRACK1]
[TRACK2]
[EXTRA TRACKS]
FUNCTION
SONG SETTING
Zie blz.
TRACK1 CHANNEL selectie
137
TRACK2 CHANNEL selectie
137
METRONOME instellingen
148
SPLIT POINT (ACMP) instelling
138
137
[REPEAT]
[METRONOME]
STYLE
UTILITY
[REC]
—
[TOP]
—
[START/STOP]
—
[REW]
—
[FF]
—
[POP & ROCK] [LATIN & JAZZ]
[DANCE & BALLROOM]
[
] [
[
] [
]
FUNCTION
STYLE SETTING/SPLIT POINT
]
[USER]
SCALE SETTING buttons
SCALE MEMORY
SCALE TUNE BANK
[MEMORY]
SCALE TUNE BANK
[1]–[6]
STYLE CONTROL
[ACMP]
FUNCTION
166
SCALE TUNE EDIT
168
CHORD FINGERING
FINGERING TYPE selectie
[BREAK]
VOICE instellingen
[INTRO]
VOLUME/VOICE
PANPOT instellingen
MAIN [A]
MAIN [B]
MAIN [C]
MIXING CONSOLE (STYLE PART)
HARMONIC CONTENT instellingen
FILTER
BRIGHTNESS instellingen
EFFECT
CHORUS instellingen
[AUTO FILL IN]
FUNCTION
UTILITY
FADE IN/OUT instelling
STYLE SETTING/SPLIT POINT
SYNC. STOP WINDOW instelling
—
[SOUND CREATOR]
—
[DIGITAL RECORDING]
—
—
[DEMO]
[HELP]
FUNCTION
[FUNCTION]
[DIRECT ACCESS]
UTILITY
MIDI
LANGUAGE selectie
151
LCD BRIGHTNESS instellingen
149
MIDI instellingen
145
Direct Access (Directe Toegang) mode verlaten
[BALANCE]
MIXING CONSOLE (SONG PART)
[CHANNEL ON/OFF]
VOLUME instellingen
VOLUME/VOICE
[NEXT]
122
VOICE instellingen
—
[BACK]
VOICE PART
148
138
—
[START/STOP]
[MIXING CONSOLE]
MENU
124
DSP instellingen
[SYNC. START]
DIGITAL STUDIO
123
REVERB instellingen
[ENDING/rit.]
[SYNC. STOP]
122
VOLUME instellingen
MAIN [D]
[FADE IN/OUT]
138
—
[MAIN]
[LAYER]
MIXING CONSOLE
TUNE
[SCALE TUNING]
SCALE TUNE BANK
SCALE TUNE BANK
[EXIT]
Terugkeren naar de MAIN display
OCTAVE instellingen
123
[LEFT]
[ENTER]
VOICE EFFECT
—
[LEFT HOLD]
[TOUCH]
FUNCTION
STYLE SETTING/SPLIT POINT
SPLIT POINT (LEFT) instelling
138
CONTROLLER
KEYBOARD TOUCH toewijzing
141
REVERB instellingen
123
PORTAMENTO TIME instellingen
123
[SUSTAIN]
MIXING CONSOLE
EFFECT
[HARMONY/ECHO]
FUNCTION
HARMONY/ECHO
[MONO]
[DSP]
143
TUNE
MIXING CONSOLE
[VARIATION]
VOICE
164
DSP instellingen
EFFECT
124
EFFECT TYPE selectie
[PIANO]
[ORGAN & ACCORDION]
[GUITAR]
[TRUMPET]
[SAX & FLUTE]
[STRINGS]
FUNCTION
VOICE SET settings
[E
]
FUNCTION
CONTROLLER
TRANSPOSE toewijzing
141
[
MIXING CONSOLE
TUNE
TRANSPOSE instellingen
123
MIDI
MIDI CLOCK instelling
145
UTILITY
TAP instellingen
149
[CHOIR & PAD]
143
[SYNTHESIZER]
[XG]
[
]
[PERCUSSION]
[USER]
TRANSPOSE
E
TEMPO
]
[E
]
E
[
]
FUNCTION
[TAP TEMPO]
UPPER OCTAVE
[E
]
—
[
—
E
MULTI PAD
]
[1]
[2]
MULTI PAD
MULTI PAD EDIT
[STOP]
DIGITAL RECORDING
MULTI PAD CREATOR
[FREEZE]
FUNCTION
FREEZE
142
REGISTRATION BANK
REGISTRATION EDIT (De RAGISTRATION bewerken)
85
[3]
74
[4]
REGISTRATION MEMORY
REPEAT / CHORD MATCH instellingen
119
[1]
[2]
[3]
[4]
[5]
[6]
[7]
[8]
[MEMORY]
PEDAL
[PEDAL1]
REGISTRATION SEQUENCE (De REGISTRATION SEQUENCE maken)
FUNCTION
[PEDAL2]
WHEEL
[PITCH BEND]
MIXING CONSOLE
CONTROLLER
TUNE
PEDAL1 functietoewijzing
142
139
PEDAL2 functietoewijzing
PITCH BEND RANGE instellingen
123
PSR-2000/1000/A1000
165
Oriëntaalse stemmingen gebruiken (PSR-A1000)
– Scale Setting/Scale Tuning/Scale Memory
De Oriental Scales (Oriëntaalse stemmings) eigenschap laat u makkelijk en eenvoudig de toonhoogte van bepaalde noten verhogen en verlagen,
om zo uw eigen stemmingen te creëren. U kunt de stemmingsinstellingen op elk moment veranderen — zelfs als u aan het spelen bent. Er
kunnen tot zes stemmingsinstellingen worden opgeslagen, zodat u ze ogenblikkelijk terug kunt roepen op het moment dat u ze nodig heeft.
Een Oriëntaalse stemming instellen — Scale Setting
De [SCALE SETTING] knoppen stellen een één octaafs toetsenbord voor (C t/m B).
U kunt op elk gewenst moment de stemmingsinstellingen eenvoudig veranderen
door op één van de [SCALE SETTING] knoppen te drukken, die zich aan de
linkerkant van het bedieningspaneel bevinden. Drukken op één van de knoppen
zet de Scale Setting eigenschap voor de betreffende noot aan en uit.
De Scale Setting eigenschap heeft invloed op alle zelfde noten in elk van de
octaven. Als u deze aanzet (de geselecteerde knop zelf licht op), kunt u het
toetsenbord in de geselecteerde oriëntaalse stemming bespelen.
De stemmingsinstelling voor elke noot is -50 cent. U kunt de toonhoogte van de
stemming ook regelen in stappen van 1-cent in de SCALE TUNE display.
OPM.
De [SCALE SETTING] knoppen
lichten op of gaan uit afhankelijk
van de song afspeeldata.
OPM.
De Scale Setting functie heeft
geen invloed op de Drum Kit/
SFX Kit voices.
De toonhoogte van de stemming aanpassen — Scale Tuning
U kunt een gewenste voorgeprogrammeerde stemming, waaronder oriëntaalse stemmingen, selecteren en uw eigen
stemmingen creëren door de stemmingsnoten fijn af te regelen. Druk op de [SCALE TUNING] knop die zich rechts van de
display bevindt om de SCALE TUNE display op te roepen.
OPM.
Selecteer de parts die
beïnvloed moeten worden
door de stemmingsinstelling.
Selecteer de part die
ingesteld moet worden door
op de 6 of 7 [▲/▼] te
drukken en zet de functie aan
of uit door op [8▲/▼] te
drukken.
Selecteer de
gewenste voorgeprogrammeerde
stemming. BAYAT
en RAST zijn twee
typische oriëntaalse
stemmingen.
Bepaalt de grondtoon
voor elke stemming.
Als de grondtoon
wordt veranderd,
wordt de toonhoogte
van het toetsenbrord
getransponeerd, maar
de originele toonhoogterelatie tussen de
noten blijft gehandhaafd.
166
PSR-2000/1000/A1000
1
2
3
Selecteert de te
stemmen noot.
4
5
6
7
8
Past de stemming van de
geselecteerde noten aan.
[4▲/▼] : in 50-cent stappen
[5▲/▼] : in 1-cent stappen
(van –64 tot +63)
Druk tegelijkertijd op de 4 of
5 [▲/▼] knoppen om de
waarde onmiddellijk terug te
zetten naar de fabrieksinstelling.
Als u de stemming aanpast, verandert de voorgeprogrammeerde stemmingsnaam boven in de display naar “EDITED
SCALE” om aan te geven dat er wijzigingen zijn aangebracht
ten opzichte van de voorgeprogrammeerde stemming.
De [SCALE SETTING]
knoppen lichten op als de
stemmingswaarde van de
overeenkomstige noot anders
dan op “0” zijn ingesteld. Ook
de waardes die u instelt met de
[SCALE SETTING] knoppen,
hebben automatisch invloed op
de SCALE TUNE display.
OPM.
Cent
Een eenheid van toonhoogte
overeenkomend met 1/100 of
van een halve noot (100 cents
= 1 halve noot).
OPM.
U kunt uw originele stemming
onder een REGISTRATION
MEMORY knop registreren.
Vink, om dit te doen, “SCALE”
af in de REGISTRATION
MEMORY display (blz. 168).
Oriëntaalse stemmingen gebruiken (PSR-A1000) – Scale Setting/Scale Tuning/Scale Memory
Scale (stemming) PSR-A1000; zie voor de PSR-2000/1000 blz. 136
■ Equal Temperament (Gelijkzwevende temperatuur)
Het toonhoogtebereik van elk octaaf is in twaalf gelijke delen verdeeld, waarbij elke halve noot een zelfde
toonsafstand ten opzichte van de volgende noot heeft.
■ Bayat/Rast
Gebruik deze stemmingen als u Arabische muziek speelt.
■ Pure Major/Pure Minor (Reine Majeur/Reine Mineur)
Deze stemmingen houden de zuivere wiskundige intervalllen van elke stemming in stand, vooral voor drieklank
akkoorden (grondtoon, terts, kwint). U kunt dit het best horen bij daadwerkelijke vocale harmonieën — zoals koren
en a capella zingen.
■ Pythagorean (Pythagoreaans)
Deze stemming is uitgedacht door de beroemde Griekse filosoof en is gecreëerd met een serie reine kwinten, die
zijn samengebracht in een enkel octaaf. De tertsen in deze stemming zijn lichtelijk onstabiel, maar de kwarten en
kwinten zijn prachtig en geschikt voor enkelvoudige solo’s.
■ Mean-Tone (Middentoon)
Deze stemming is gecreëerd als een verbetering van de Pythagorean stemming, door de majeur terts interval meer
“in stemming” te brengen. Het was vooral populair van de 16e tot de 18e eeuw. Händel, onder andere, gebruikte
deze stemming.
■ Werckmeister/Kirnberger
Deze samengestelde stemming combineert de Werckmeister en Kirnberger systemen, die op zich verbeteringen van
de Mean-Tone en Pythagorean stemmingen waren. De belangrijkste eigenschap van deze stemming is dat elke toets
zijn eigen unieke karakter heeft. De stemming werd op grote schaal gebruikt in de tijd van Bach en Beethoven, en
wordt zelfs nu nog vaak gebruikt als er muziek uit een bepaald tijdperk wordt gespeeld op de clavecimbel.
Toonhoogte instellingen voor elke stemming (in cents; voorbeeld stemming in C)
De in dit overzicht aangegeven waarden zijn in feite afgerond naar hele getallen voor het gebruik op dit instrument.
C
C
D
E
E
F
F
G
A
A
B
B
Equal Temperament
0.0
0.0
0.0
0.0
0.0
0.0
0.0
0.0
0.0
0.0
0.0
0.0
Bayat
0.0
0
-50.0
0.0
0.0
0.0
0.0
0.0
0.0
-50.0
0.0
0.0
Rast
0.0
0
0.0
0.0
-50.0
0.0
0.0
0.0
0.0
0.0
0.0
-50.0
Pure Major
0.0
-29.7
3.9
15.6
-14.1
-2.3
-9.4
2.3
-27.3
-15.6
18.0
-11.7
Pure Minor
0.0
33.6
3.9
15.6
-14.1
-2.3
31.3
2.3
14.1
-15.6
18.0
-11.7
Pythagorean
0.0
14.1
3.9
-6.3
7.8
-2.3
11.7
2.3
15.6
6.3
-3.9
10.2
Mean-Tone
0.0
-24.2
-7.0
10.2
-14.1
3.1
-20.3
-3.1
-27.3
-10.2
7.0
-17.2
Werckmeister
0.0
-10.2
-7.8
-6.3
-10.2
-2.3
-11.7
-3.9
-7.8
-11.7
-3.9
-7.8
Kirnberger
0.0
-10.2
-7.0
-6.3
-14.1
-2.3
-10.2
-3.1
-7.8
-10.2
-3.9
-11.7
PSR-2000/1000/A1000
167
Oriëntaalse stemmingen gebruiken (PSR-A1000) – Scale Setting/Scale Tuning/Scale Memory
De Scale Setting onthouden – Scale Memory
De stemmingsinstelling die u zojuist heeft gemaakt (met de [SCALE SETTING] knoppen of in de SCALE TUNE display)
worden onthouden door de Scale Memory functie. Er kunnen tot zes stemmingsinstellingen worden opgeslagen voor
ogenblikkelijk terugroepen, op het moment dat u ze nodig heeft.
1
Maak de gewenste stemmingsinstelling met de [SCALE SETTING] knoppen of in de SCALE TUNE display.
2
Druk, terwijl u de [MEMORY] knop ingedrukt houdt, op een van de SCALE MEMORY [1]–[6] knoppen.
De corresponderende SCALE MEMORY knop licht op. Reeds onder de geselecteerde knop aanwezige data
wordt gewist en vervangen door de nieuwe instellingen.
OPM.
De hier onthouden stemmingsinstellingen gaan verloren als u het instrument uitzet, tenzij u de Save handeling uitvoert (zie het
volgende gedeelte).
Uw Scale Settings opslaan
De onder de SCALE MEMORY [1]–[6] knoppen opgeslagen stemmingsinstellingen worden als een enkele file opgeslagen.
OPM.
BANK 01
De instellingen die samen onder de
knoppen [1]–[6] zijn opgeslagen
worden een “bank” genoemd. De
banken kunnen worden weggeschreven naar “USER” of “FLOPPY DISK”
als Scale Tune Bank files.
1
F
G
H
I
J
168
PSR-2000/1000/A1000
Druk op de [DIRECT
ACCESS] knop en de [EXIT]
button om de MAIN display
op te roepen.
Oriëntaalse stemmingen gebruiken (PSR-A1000) – Scale Setting/Scale Tuning/Scale Memory
2
Sla de instellingen die u heeft gemaakt op onder de SCALE MEMORY
knoppen als een enkele Scale Tune Bank file (blz. 44).
1
2
3
4
5
6
7
8
De SCALE TUNE EDIT
display verschijnt. Kijk
hieronder voor details
over deze display.
SCALE TUNE EDIT display
De inhoud van de huidige Scale Tune Bank worden opgesomd in het SCALE TUNE EDIT scherm. De namen van de
opgeslagen Scale Settings (stemmingsinstellingen) worden aangegeven in de display.
Via dit scherm kunt u elk van de stemmingsinstellingen selecteren, benoemen, wissen.
Select ..... Druk op de [A]–[C]/[F]–[H] knoppen. The SCALE TUNE EDIT display is gekoppeld aan de SCALE
MEMORY [1]–[6] knoppen. Als u de Scale Settings in de display selecteert, licht de corresponderende
SCALE MEMORY knop op.
Name .... Deze handeling is gelijk aan die in de “Files/mappen benoemen” (blz.41) in “Basis handelingen — Uw
data organiseren.”
Delete .... Deze handeling is gelijk aan die in de “Files/mappen wissen” (blz.43) in “Basis handelingen — Uw data
organiseren.”
OPM.
Het resultaat van de benoem/wis (Name/Delete) handeling gaat verloren als u het instrument uit zet, tenzij u terug gaat naar de
SCALE TUNE BANK display door op de [8] (▲)knop te drukken en de data op te slaan (blz. 44).
De Scale Setting (stemmingsinstelling) terugroepen
Om de opgeslagen stemmingsinstelling terug te roepen, selecteert u de gewenste bank in
de SCALE TUNE BANK display (blz. 166). Druk op de betreffende SCALE MEMORY [1]–
[6] knop waaronder u de instelling heeft opgeslagen. De corresponderende SCALE
MEMORY knop zal oplichten.
De Scale Memory functie kan worden uitgezet door op de SCALE MEMORY knop te
drukken die momenteel aan is, waardoor deze uitgaat. De standaard Equal Temperament
(gelijkzwevende temperatuur) stemming (de toonhoogte instelling voor alle noten is “0”)
zal worden teruggeroepen.
OPM.
Als u op een SCALE
MEMORY knop drukt,
waaronder niets is
opgeslagen, blijven de
huidige stemmingsinstellingen gehandhaafd en
verandert er niets.
PSR-2000/1000/A1000
169
Problemen oplossen
Probleem
170
Mogelijke oorzaak en oplossing
• De PSR-2000/1000/A1000 gaat niet aan; er is
geen spanning.
Zorg ervoor dat de PSR-2000/1000/A1000 goed is aangesloten (blz. 16).
• Er is een klik of plop te horen als het
instrument wordt aan- of uitgezet.
Dit is normaal als er een elektrische stroom aan het instrument wordt geleverd.
• Er is ruis te horen uit de luidsprekers van de
PSR-2000/1000/A1000.
Het gebruik van een mobiele telefoon in de nabijheid van de PSR-2000/1000/
A1000 kan interferentie veroorzaken. Zet, om dit te voorkomen de mobiele
telefoon uit, of gebruik deze verder uit de buurt van de PSR-2000/1000/A1000.
• De display is te licht of te donker om te lezen.
De helderheid van de display kan worden beïnvloed door de omgevings
temperatuur; probeer het contrast aan te passen (blz. 17).
• Het toetsenbord volume is laag vergeleken
met dat van de automatische begeleiding of
song afspelen.
Het totale toetsenbordvolume of het onafhankelijke volume niveau van het toetsenbord
gedeelte kan te laag zijn ingesteld. Verhoog de MAIN/LAYER/LEFT voice volumes of
verlaag het STYLE/SONG volume in de BALANCE display (blz. 61).
• Het volume van de automatische begeleiding
of afspelen van de song is laag vergeleken
met dat van het toetsenbord.
Het volume niveau van één of meer begeleidingsparts of song kanalen is te laag
ingesteld. Verhoog de part of kanaal niveau(s) in de betreffende MIXER display
(blz. 122).
• Het totale volume is laag, of er is geen geluid
te horen.
• Het Master Volume is te laag ingesteld; stel het in op een geschikt niveau met
de [MASTER VOLUME] dial.
• Het volume van de afzonderlijke parts kan ook te laag ingesteld zijn. Verhoog het
volume van MAIN, LAYER, LEFT, STYLE enSONG in de BALANCE display (blz. 61).
• Zorg ervoor dat het gewenste kanaal is ingesteld op ON (blz. 61, 78).
• Er is een hoofdtelefoon aangesloten, waardoor de luidsprekers worden
uitgeschakeld. Haal de hoofdtelefoon los.
• Zorg ervoor de Local (=Lokale) Besturingsfunctie is ingesteld op ON (blz. 145).
• Niet alle tegelijkertijd gespeelde noten
klinken.
Het kan zijn dat u de maximale polyfonie van de PSR-2000/1000/A1000 overschrijdt. Als
dit gebeurt, zullen de eerst gespeeld noten niet meer klinken, waardoor de laatst
gespeelde noten wel kunnen klinken. Zie blz. 162 voor informatie over de maximale
polyfonie.
• Begeleidingsstijl of song afspelen start niet.
• MIDI clock kan ingesteld zijn op “EXTERNAL.” Zorg ervoor dit wordt ingesteld
op “INTERNAL” (blz. 146).
• Zorg ervoor dat u op de juiste [START/STOP] knop drukt. Druk, om een
begeleidingsstijl te spelen, op de STYLE [START/STOP] knop (blz. 61); om
een song af te spelen, op de SONG [START/STOP] knop (blz. 76).
• Er is “New Song” (een lege song) geselecteerd. Zorg ervoor dat een geschikte
song in de SONG display wordt geselecteerd (blz. 76).
• De song is gestopt aan het eind van de songdata. Keer terug naar het begin
van de song door op de [TOP] knop te drukken (blz. 78).
• De Multi Pads spelen niet af, zelfs niet als één
van de MULTI PAD knoppen wordt ingedrukt.
MIDI clock kan ingesteld zijn op “EXTERNAL.” Zorg ervoor dit wordt ingesteld op
“INTERNAL” (blz. 146).
• Alleen het ritme kanaal speelt.
Zorg ervoor de automatische begeleidingsfunctie is aangezet; druk op de
[ACMP] knop.
• De begeleidingsstijl start niet, zelfs niet als
Synchro Start standby staat en er een toets
wordt ingedrukt.
Het kan zijn dat u probeert een begeleiding te starten door een toets in het
rechterhandgedeelte van het toetsenbord te spelen. Zorg ervoor dat u een toets
in de linkerhand (begeleiding) gedeelte van het toetsenbord speelt.
• Het gewenste akkoord wordt niet herkend of
gespeeld door de automatische begeleiding.
• Het kan zijn dat u niet de juiste noten speelt om het akkoord aan te geven. Kijk
naar “Akkoordsoorten die herkend worden in de Fingered Mode” (blz. 63).
• Het kan zijn dat u de noten bespeelt volgens een andere fingering mode, en
niet degene die momenteel is geselecteerd. Controleer de begeleidingsmode,
en speel de toetsen volgens de geselecteerde mode (blz. 62).
• Er heeft een onverwachts resultaat of storing
plaats gevonden tijdens een handeling.
Als, tijdens het uitvoeren van een handeling, u tegelijkertijd op drie of meer
knoppen drukt die geen relatie hebben met de handeling of normale procedure,
kunnen er zich onverwachtse of ongebruikelijke resulaten voordoen.
• Automatische begeleidingsakkoorden worden
herkend ongeacht het splitpunt of waar
akkoorden worden gespeeld op het
toetsenbord.
Dit is normaal als de fingering mode is ingesteld op “Full Keyboard” of “AI Full
Keyboard.” Als ëén van deze is geselecteerd, worden akkoorden herkend over
het gehele toetsenbordbereik, zonder op de splitpunt instelling te letten.
Selecteer desgewenst een andere fingering mode (blz. 62).
PSR-2000/1000/A1000
Problemen oplossen
Probleem
Mogelijke oorzaak en oplossing
• Bepaalde noten klinken op de verkeerde
toonhoogte.
De Scale (stemming) parameter is waarschijnlijk ingesteld op iets anders dan
“Equal,” waardoor de stemmingssyteem van het keyboard verandert. Zorg ervoor
dat “Equal” wordt geselecteerd als Scale in de Scale Tune pagina (blz. 135).
• Sommige kanalen spelen niet goed terug als
er songdata wordt afgespeeld.
Zorg ervoor dat afspelen van het/de relevante kanaal/kanalen wordt aangezet
(blz. 78).
•
De oplossing voor dit probleem is er voor te zorgen dat zo weinig mogelijk
vreemde geluiden worden opgepikt door uw stem microfoon.
• Zing zo dicht mogelijk bij de microfoon.
• Gebruik een richtingsgevoelige microfoon.
• Zet het MASTER VOLUME lager of het volume voor elke part.
• Houd de microfoon zoveel mogelijk bij de luidsprekers van het instrument vandaan.
• Demp de Low (lage) band via de 3 Bands EQ functie in de MICROPHONE
SETTING display (blz. 130).
• Verhoog het microfoon ingangsniveau (“TH.”) in de Compressor functie van de
MICROPHONE SETTING display (blz. 130).
Als u vervormd of ontstemt geluid krijgt bij de
Vocal Harmony op de PSR-2000, kan het zijn
dat uw stemmicrofoon vreemde geluiden
oppikt (andere dan uw stem) — het geluid van
de automatische begeleiding van de PSR2000 bijvoorbeeld. Met name basgeluiden
kunnnen misleiding van de Vocal Harmonie
eigenschap veroorzaken (alleen op de PSR2000).
• De juiste harmonie noten worden niet geproduceerd
door de Vocal Harmony functie (alleen PSR-2000).
Zorg ervoor dat u de juiste methode gebruikt om de harmonie noten aan te
geven voor de huidige Vocal Harmony mode. Zie blz. 130.
• De Harmony functie werkt niet.
Harmony kan niet worden gebruikt met de Full Keyboard of AI Full Keyboard
fingering modes. Selecteer een geschikte fingering mode (blz. 62).
• Het microfoon ingangssignaal en Vocal
Harmony geluid (alleen de PSR-2000)
kunnen niet worden opgenomen.
Dit is normaal; de audio ingang van de microfoon opnemen is niet mogelijk.
• Er wordt geen MIDI data verzonden of
ontvangen via de MIDI aansluitingen, zelfs
niet als de MIDI kabels goed zijn aangesloten.
Zorg ervoor de HOST SELECT schakelaar is ingesteld op “MIDI” (blz. 155). De
MIDI aansluitingen kunnen niet worden gebruikt bij een andere schakelaar
instellingen.
• Als een voice wordt gewijzigd, wordt het
daarvoor geselecteerde effect gewijzigd.
Elke voice heeft zijn eigen geschikte preset waarden die automatisch worden
teruggeroepen als de corresponderende Voice Set parameters zijn aangezet
(blz. 143).
• Er is een klein verschil in geluidskwaliteit
tussen de gespeelde noten op het
toetsenbord.
• Enkele voices hebben een looping geluid.
• Er is wat ruis of vibrato merkbaar bij de
hogere toonhoogtes, afhankelijk van de voice.
Dit is normaal en is een gevolg van de PSR-2000/1000/A1000’s sampling
systeem.
• Enkele voices verspringen een octaaf in
toonhoogte als er in de hogere of lagere
registers gespeeld wordt.
Dit is normaal. Enkele voices hebben een toonhoogte limiet die, als die bereikt
wordt, dit soort van toonhoogte verschuiving veroorzaakt.
• Diskette opslaghandelingen duren lange tijd.
Dit is normaal. Houd in gedachte dat het ongeveer 1 minuut duurt om 1
megabyte aan data op een diskette op te slaan.
• De voice produceert overdreven ruis.
Bepaalde voices kan ruis produceren, afhankelijk van de Harmonic Content en/of
Brightness instellingen in de FILTER pagina van de Mixing Console display (blz.
123).
• Het geluid klinkt vervormd of ruist.
• Het volume kan ook te hoog zijn gezet. Zorg ervoor dat alle relevante volume
instellingen passend zijn.
• Dit kan veroorzaakt worden door de effecten. Probeer alle onnodige effecten,
vooral distortion-type effecten, uit te schakelen (blz. 124).
• Sommige filter resonantie instellingen in de Custom Voice Creator display
(blz. 89) kunnen resulteren in vervormd geluid. Pas deze instellingen indien
nodig aan.
• Is de gain (versterking) van de Low (lage) band te hoog ingesteld in de Master
Equalizer display (Mixing Console — blz. 127) ? (alleen de PSR-2000)
• Er doet zich een “flanging” of “verdubbeling”
van het geluid voor. Ook, is het geluid steeds
iets verschillend, elke keer als er toetsen
worden gespeeld.
Zowel de Main als Layer parts zijn ingesteld op “ON,” en beide delen zijn
ingesteld op het spelen van dezelfde voice. Stel de Layer part in op “OFF” (blz.
56) of wijzig de voice voor elke part (blz. 54).
PSR-2000/1000/A1000
171
Specificaties PSR-2000/1000
: beschikbaar
Modelnaam
PSR-2000
Klankopwekking
320 ✕ 240 pixels grafische LCD met achtergrondverlichting
Display
Toetsenbord
Voice
PSR-1000
AWM Dynamische Stereo Sampling
61 toetsen (C1 - C6 met aanslaggevoeligheid)
Polyfonie (max)
Voice Selectie
Regular Voice
64
32
313 voices + 480 XG voices
+ 16 Drum Kits
233 voices + 480 XG voices
+ 15 Drum Kits
303
233
Sweet Voice
8
3
Cool Voice
2
1
Live Voice
3
—
Overigen
290
229
Organ Flutes
10 (8 voetmaten)
—
Sound Creator
Effecten
Effect Blokken
Effect Types
Reverb
1
Chorus
1
DSP
4
1
Microfoon
1
—
REVERB
29 Preset+3 User
23 Preset+3 User
CHORUS
25 Preset+3 User
15 Preset+3 User
DSP1/DSP
164 Preset+3 User
93 Preset+3 User
DSP2, 3, 4
88 Preset +10 User
—
Master EQ
5 Preset +2 User
—
27 Parts
—
Part EQ
Vocal Harmony
Begeleidingsstijl
Aantal begeleidingsstijlen
49 Preset +10 User
—
181
169
Aantal Sessie Stijlen
4
Diskette
28 stijlen (bevinden zich op de bijgeleverde diskette)
Fingering
Single Finger, Fingered, Fingered On Bass, Multi Finger, AI Fingered,
Full Keyboard, AI Full Keyboard
Style Creator
OTS (One Touch Setting)
4/Accompaniment Style
OTS link
Music Finder
2500 (max.)
1200 (max.)
Edit (bewerk)
Song
Format
SMF (Format 0,1), ESEQ
Preset Songs
Lyrics (songteksten)
Score (notatie)
Recording
(opnemen)
Multi Pad
Preset
Memory
(geheugen)
Apparaat
Diskette (2HD,2DD)
Tempo
Tempo Bereik
—
Quick Recording, Multi Recording, Step Recording, Song Editing
Record Channels
(opnamekanalen)
16
4 Pads ✕ 54 Banken
Flash Memory (intern)
Flash beschikbaarheid
580KB
260KB
Song (SMF), Stijl (SFF), Registratie, Voice, enz.
5 - 500
Tap Tempo
Metronoom
Geluid
172
PSR-2000/1000/A1000
Bel aan/uit
Specificaties PSR-2000/1000
Modelnaam
Registration
Memory
PSR-2000
PSR-1000
Knoppen
8
Regist Sequence
Freeze
Overigen
Demo
Language (taal)
Functie, Voice, Stijl
6 talen (Engels, Japans, Duits, Frans, Spaans, Italiaans)
Help
Direct Access (Directe Toegang)
Master Volume
Fade In/Out
Transpose (transponeren)
Toetsenbord/Song/Master
Tuning
Scale
Equal Temperament, Pure Major/Pure Minor, Pythagorean, Mean-Tone,
Werckmeister/Kirnberger, Arabic 1/2
Touch Response (aanslagreactie)
Aansluitingen
5 niveaus
DC IN, PHONES, MIDI (OUT, IN), TO HOST,
HOST SELECT SW, FOOT PEDAL1 (SWITCH), FOOT PEDAL2,
AUX OUT (LEVEL FIXED) (L/R), OUTPUT (L/L+R)
MIC (INPUT VOLUME, MIC./ LINE)
Pedaal Functies
Versterkers/
Luidsprekers
—
VOLUME, SUSTAIN, SOSTENUTO, SOFT, GLIDE, PORTAMENTO,
PITCHBEND, MODULATION, DSP VARIATION, SONG START/STOP,
STYLE START/STOP, enz.
12 W ✕ 2
Versterkers
Luidsprekers
[12 cm + 4 cm (dome)] ✕ 2
Vermogensdissipatie
(12 cm + 5 cm) ✕ 2
31 W
Spanningsvoorziening
Yamaha netadapter PA-300 (bijgeleverd*)
* In Nederland en België. Informeer voor andere landen bij de Yamaha leverancier.
Afmetingen [B ✕ D ✕ H]
(zonder muziekstandaard)
Gewicht
Optionele
Accessoires
973 ✕ 399 ✕ 161 mm
10,5 Kg
10,0 Kg
Hoofdtelefoon
HPE-150
Voetschakelaar
FC4 / FC5
Voetregelaar
Keyboardstandaard
FC7
L-6, L-7
* Specificaties en beschrijvingen in deze gebruiksaanwijzing zijn uitsluitend voor informatiedoeleinden. Yamaha Corp. houdt zich
het recht voor om producten of hun specificaties op elk gewenst moment te wijzigen of te modificeren, zonder kennisgeving.
Aangezien specificaties, apparatuur en opties per lokatie kunnen verschillen, kunt u het best contact opnemen met uw Yamaha
dealer.
PSR-2000/1000/A1000
173
Specificaties PSR-A1000
: beschikbaar
Modelnaam
PSR-A1000
Klankopwekking
AWM Dynamische Stereo Sampling
320 ✕ 240 pixels grafische LCD met achtergrondverlichting
Display
Toetsenbord
Voice
61 toetsen (C1 - C6 met aanslaggevoeligheid)
Polyfonie (max)
32
Aantal Voices
276 gewone voices + 480 XG voices + 20 Drum Kits
Aantal Oriëntaalse Voices
43
Aantal Oriëntaalsel Drum Kits
6
Aantal Sweet Voices
3
Aantal Cool Voices
1
Sound creator
Effecte
Effect Blokken
Effect Types
Begeleidingsstijl
Reverb
1
Chorus
1
DSP
1
REVERB
23 Preset+3 User
CHORUS
15 Preset+3 User
DSP
93 Preset+3 User
Aantal Begeleidingsstijlen
Aantal Oriëntaalse Stijlen
Aantal Sessie Stijlen
Fingering
190
123
4
Single Finger, Fingered, Fingered On Bass, Multi Finger, AI Fingered,
Full Keyboard, AI Full Keyboard
Style Creator
Song
Format
SMF (Format 0,1), ESEQ
Preset Songs
Lyrics (songteksten)
Recording
(opnemen)
Multi Pad
Preset
Memory
(geheugen)
Apparaat
Diskette (2HD,2DD)
Tempo
Tempo Bereik
Quick Recording, Multi Recording, Step Recording, Song Editing
Record Channels
(opname kanalen)
16
4 Pads ✕ 80 Banken
Flash Memory (intern)
260KB
Flash Beschikbaarheid
Song (SMF), Style (SFF), Registration, Voice, enz.
5 - 500
Tap Tempo
Metronoom
Geluid
174
PSR-/2000/1000/A1000
Bel aan/uit
Specificaties PSR-A1000
Modelnaam
Scale (stemming)
PSR-A1000
Scale Tuning
(stemming aanpassen)
Scale Memory knoppen
(stemmingsgeheugen)
Scale Template
(voorgeprogrammeerde stemmingen)
Registration
Memory
(registratiegeheugen)
Knoppen
Regist Sequence
Overigen
Demo
6
Equal Temperament, Bayat, Rast, Pure Major, Pure Minor, Pythagorean,
Mean-Tone, Werckmeister, Kirnberger
8
Freeze
Language (taal)
Functien, Voice, Stijl
3 talen (Engels, Duits, Frans)
Help
Direct Access (Directe Toegang)
Master Volume
Fade In/Out
Transpose (transponeren)
Toetsenbord/Song/Master
Tuning (stemmen)
Touch Response (aanslagreactie)
Aansluitingen
Pedaal Functies
Versterkers/
Luidsprekers
5 niveaus
DC IN, PHONES, MIDI (OUT, IN), TO HOST,
HOST SELECT SW, FOOT PEDAL1 (SWITCH), FOOT PEDAL2,
AUX OUT (LEVEL FIXED) (L/R), OUTPUT (L/L+R)
VOLUME, SUSTAIN, SOSTENUTO, SOFT, GLIDE, PORTAMENTO,
PITCHBEND, MODULATION, DSP VARIATION, SONG START/STOP,
STYLE START/STOP, enz.
Versterkers
Luidsprekers
12 W ✕ 2
(12 cm + 5 cm) ✕ 2
Vermogensdissipatie
31 W
Spanningsvoorziening
Yamaha netadaptor PA-300 (bijgeleverd*)
*In Nederland en België.Informeer voor andere landen bij uw Yamaha leverancier.
Afmetingen [B ✕ D ✕ H]
(zonder muziekstandaard)
Gewicht
Optionele
accessoires
973 ✕ 399 ✕ 161 mm
[38-5/16" ✕ 15-11/16" ✕ 6-5/16"]
1,0 Kg (22 lbs., 1 oz)
Hoofdtelefoon
HPE-150
Voetschakelaar
FC4 / FC5
Voetregelaar
Keyboardstandaard
FC7
L-6, L-7
* Specificaties en beschrijvingen in deze gebruiksaanwijzing zijn uitsluitend voor informatiedoeleinden. Yamaha Corp. houdt zich
het recht voor om producten of hun specificaties op elk gewenst moment te wijzigen of te modificeren, zonder kennisgeving.
Aangezien specificaties, apparatuur en opties per lokatie kunnen verschillen, kunt u het best contact opnemen met uw Yamaha
dealer.
Hartelijk Dank!
De YAMAHA Corporation wil graag de volgende personen
hartelijke bedanken:
Mr. Mohammed Saleh (Libanon)
Mr. Sairos Isa (Bahrein)
Mr. Wadea Al Kandari (Koeweit)
Mr. Fawaz Al Kandari (Koeweit)
Mr. Arash Adelpour (Iran)
Mr. Dimitris Vassiliou (Griekenland)
Mr. Ahmet Can Basar (Turkije)
Mr. Mehmet Dogdu (Turkije)
voor het componeren van Stijlen/Demo’s en hun
medewerking.
PSR-2000/1000/A1000
175
Index
Cijfers
1 - 16 ........................................................................... 96, 105
[1▲▼] - [8▲▼] knoppen ......................................... 19, 38–45
3BAND EQ (3-BANDS EQUALIZER) .................................. 130
A
A (ACMP) ........................................................................... 138
[A] - [J] knoppen............................................................. 19, 40
Aanpassen van effecten ...................................................... 124
Aanpassen van tempo .......................................................... 50
Aanpassen van Vocal Harmony instellingen
en microfoon effecten ..................................................... 130
Aanpassen van volumebalans............................................... 61
Aanpassen van volumebalans/ Bepaalde kanalen uitschakelen
(muten) ............................................................................. 78
Aanpassen van volumebalans en voices wijzigen ............... 121
Aanpassen van waarden ....................................................... 46
Aanslaggevoeligheid, modulatie en transponering veranderen 141
Aanslagsnelheid ........................................................... 97, 114
Aansluiten op een computer............................................... 154
Aanzetten ............................................................................. 17
Accent type ........................................................................ 114
Accessoires ............................................................................ 6
[ACMP] knop ................................................................. 18, 60
ACMP TOUCH .................................................................. 138
ADD TO FAVORITE ............................................................. 69
Afstellen van het display contrast ......................................... 17
Afzonderlijke noten opnemen .............................................. 96
AI ......................................................................................... 62
AI FINGERED ....................................................................... 62
AI FULL KEYBOARD ............................................................ 62
Akkoord ............................................................................... 94
Akkoord events bewerken .................................................. 106
Akkoorden en secties invoeren (Chord Step)........................ 99
Akkoordkanalen instellen ................................................... 147
Akkoordsoorten die herkend worden in de Fingered Mode .. 63
Akkoordwijzigingen voor de automatische begeleiding
opnemen .......................................................................... 99
A+L (ACMP + LEFT)............................................................ 138
Alleen de ritmekanalen van een stijl afspelen ....................... 61
Andere afspeel-gerelateerde handelingen ............................. 78
Append (toevoegen) ............................................................. 71
Arabic (PSR-2000/1000) ..................................................... 136
ASSIGN (HARMONY) .......................................................... 90
Attack (Organ Flutes) ............................................................ 91
ATTACK (Regular Voice) ...................................................... 89
AUTO .................................................................................. 20
AUTO CH SET ................................................................... 137
[AUTO FILL IN] knop ..................................................... 18, 66
Auto Revoice...................................................................... 122
Automatische begeleiding-gerelateerde parameters
instellen .......................................................................... 138
Automatisch Fill-in patronen spelen als er van
begeleidingssectie wordt veranderd .................................. 66
Automatisch geselecteerde voice instellingen wijzigen....... 143
Automatisch One Touch Settings veranderen
met de secties ................................................................... 68
AUX OUT (LEVEL FIXED) [L] [R] aansluitingen............. 19, 153
B
[BACK] knop ............................................................ 19, 40, 46
176
PSR-2000/1000/A1000
BALANCE .............................................................................61
[BALANCE] knop ............................................................19, 61
Bar Clear (maat leegmaken) ................................................115
Bar Copy (maat kopiëren) ...................................................115
Basis bediening — Uw data organiseren ...............................38
Bas........................................................................................94
Bayat ..................................................................................167
BEAT...............................................................................70, 71
Beat Converter ....................................................................113
Begeleidingsstijl parts............................................................94
Begeleidingsstijl samenstellen .............................................112
Begeleidingsstijlen creëren..................................................108
Bepaalde parts uitschakelen (muten) .....................................79
Bewerk (Edit).......................................................................111
Bewerk de gecreëerde begeleidingsstijl...............................113
Boodschappen ........................................................................8
Boost/Cut ............................................................................114
[BREAK] knop .................................................................18, 64
BRIGHTNESS........................................................................89
C
Cent....................................................................................135
Channel Messages (kanaalboodschappen) ..........................157
CHANNEL ON/OFF........................................................61, 78
[CHANNEL ON / OFF] knop.....................................19, 61, 78
CHD ...................................................................................106
Chord Detect ......................................................................147
Chord Events.......................................................................106
Chord Fingering ............................................................62, 139
CHORD NOTE ONLY (HARMONY).....................................90
Chord Tutor (Akkoordleraar) ...............................................139
Chorus ................................................................................126
CHORUS DEPTH (MIC.) .....................................................132
CHORUS DEPTH (Sound Creator) ........................................90
Chorus Diepte (Organ Flutes)................................................91
Clock ..................................................................................146
COMMON ...........................................................................88
COMPARE ............................................................................87
Compatibele song types ........................................................75
COMPRESSOR....................................................................131
CONFIG 1 ..........................................................................148
CONFIG 2 ..........................................................................149
Controller ...........................................................................139
Cool! ....................................................................................55
COPY ...................................................................................43
Current Memory (huidige geheugen).....................................39
CUT......................................................................................42
D
Data compatibiliteit ............................................................158
[DATA ENTRY] dial ........................................................19, 46
Data types in de MIDI TRANSMIT/RECEIVE display ............146
DC IN aansluiting .........................................................19, 153
DECAY .................................................................................89
DELETE (Basis bediening)......................................................43
DELETE (wis) RECORD .........................................................71
[DEMO] knop ............................................................14, 18,52
Demo’s afspelen .............................................................20, 52
DEPTH..................................................................................90
DESTINATION....................................................................103
[DIGITAL RECORDING] knop ..........................14, 18, 92, 108
Index
[DIRECT ACCESS] knop ................................................. 19, 47
Direct Access Overzicht (PSR-2000/1000)............................ 48
Direct Access Overzicht (PSR-A/1000) ............................... 165
Disk Orchestra Collection .................................................... 17
Diskdrive.......................................................................... 19, 7
Diskette .............................................................................. 150
Diskette format ................................................................... 158
Diskette formatteren ........................................................... 150
Diskettes kopiëren en formatteren ...................................... 150
DISPLAY VOICE NUMMER ................................................ 149
DOC .................................................................................. 159
Drum ................................................................................... 55
[DSP] knop............................................................. 19, 57, 126
DSP aan/uit (Organ Flutes) ................................................... 91
DSP DEPTH (Sound Creator) ................................................ 90
DSP Diepte (Organ Flutes).................................................... 91
DSP Type (Organ Flutes) ...................................................... 91
Dynamics ......................................................................... 114
E
ECHO .......................................................................... 58, 143
Eerste toets aan................................................................... 101
[EFFECT] knop.............................................................. 19, 128
Effect aansluitingen ............................................................ 126
Effect Blok .......................................................................... 125
Effect structuur ................................................................... 126
Effecten .............................................................................. 124
EFFECT/EQ ........................................................................... 90
EFFECT/EQ (Organ Flutes) .................................................... 91
EG ........................................................................................ 89
EG ATTACK (Sound Creator) ................................................ 89
EG DECAY (Sound Creator) .................................................. 89
EG RELES. (Sound Creator) ................................................... 89
Eigenaar ............................................................................. 151
END Markering .................................................................. 100
ENDING .............................................................................. 66
[ENDING / rit.] knoppen .......................................... 18, 30, 65
[ENTER] knop................................................................. 19, 46
EQ.............................................................................. 121, 127
EQ High (Organ Flutes) ........................................................ 91
EQ Low (Organ Flutes) ......................................................... 91
Equal Temperament (Gelijkzwevende temperatuur............. 136
ESEQ .................................................................................. 159
Event overzicht naar eigen wens aanpassen — Filter .......... 107
[EXIT] knop .................................................................... 19, 40
Expand/Compress ............................................................... 114
Externe MIDI apparaten aansluiten ..................................... 153
[EXTRA TRACKS (STYLE)] knop ...................................... 18, 79
F
Fabrieksgeprogrammeerde instellingen
van de PSR-2000/1000/A1000 terugzetten ...................... 151
Fade In Time, Fade Out Time, Fade Out Hold Time ........... 148
[FADE IN / OUT] knop ................................................... 18, 65
FAVORITE ............................................................................ 71
[FF] knop........................................................................ 18, 78
Fijn..................................................................................... 113
File ....................................................................................... 39
Files en mappen benoemen.................................................. 41
Files en mappen selecteren .................................................. 40
Files opslaan ........................................................................ 44
Files organiseren door een nieuwe map aan te maken.......... 44
File/map-gerelateerde handelingen....................................... 41
Files/mappen kopiëren ......................................................... 43
Files/mappen op een diskette ............................................... 42
Files/mappen verplaatsen ..................................................... 42
Files/mappen wissen .............................................................43
Fill ........................................................................................66
Filter .....................................................................89, 107, 123
FILTER BRIGHT (Sound Creator) ...........................................89
FILTER HARMO. (Sound Creator)..........................................89
FINGERED ............................................................................62
FINGERED ON BASS ............................................................62
Fingering Methode instellen................................................139
FLOPPY DISK drive...............................................................39
FLOPPY DISK SONG AUTO OPEN ....................................150
FOOT PEDAL 1/2 aansluiting..............................................153
[FOOT PEDAL 1 (SWITCH) ]aansluiting........................19, 153
[FOOT PEDAL 2] aansluiting ........................................19, 153
FOOTAGE (Organ Flutes) .....................................................91
Frase .....................................................................................94
Frasemarkering .............................................................78, 137
Freeze...........................................................................86, 142
Freeze instellingen selecteren ...............................................86
[FREEZE] knop ................................................................19, 86
FULL KEYBOARD .................................................................62
[FUNCTION] knop .......................................................18, 133
G
Gate Time.............................................................................97
Gedetailleerde instellingen voor notatie................................81
Geluiden van de PSR-2000/1000/A1000 via een externe
audio installatie afspelen, en de geluiden opnemen op
een externe recorder........................................................153
GENRE............................................................................70, 72
GENRE NAME (naam............................................................72
Geregistreerde instellingen terugroepen ................................86
GM System Level 1 .......................................................17, 159
Grondtoon ..........................................................................147
Grondtoon noot kanalen instellen.......................................147
Groove ...............................................................................113
Groove parameters .............................................................113
GROUP SELECT....................................................................84
H
Harmonische Inhoud ............................................................89
HARMONY ............................................................58, 90, 143
[HARMONY / ECHO] knop ............................................19, 58
Harmony en Echo instellen .................................................143
Harmony toewijzingen .......................................................144
Harmony types ...................................................................144
[HELP] knop ...................................................................18, 49
Help mededelingen kan worden weergegeven in één van de
volgende talen...................................................................49
Herhaaldelijk afspelen van een bepaald gedeelte..................79
High Key (hoge toets)..........................................................117
Hogere niveau pagina’s tonen...............................................44
Hoofdtelefoon.....................................................................152
[HOST SELECT] schakelaar ...........................................19, 153
Hz ......................................................................................135
I
ICON....................................................................................46
ICON SELECT .......................................................................46
Icoon veranderen..................................................................46
Ideale setups voor uw muziek oproepen ...............................69
Ideale setups zoeken.............................................................70
[INPUT VOLUME] knop ...............................................19, 152
Instelling afzonderlijke voices voor de linker en rechter
gedeelten van het toetsenbord ...........................................57
Instellingen maken voor Fade In/Out, Metronoom,
Parameter Lock en Tap ....................................................148
PSR-2000/1000/A1000
177
Index
Instellingen maken voor display en voicenummer
Indicatie.......................................................................... 149
Instellingen maken voor pedalen en toetsenbord ................ 139
Instellingen maken voor Vocal Harmony en Microfoon...... 130
Interne songs afspelen .......................................................... 76
INTRO ................................................................................. 66
Intro en ending types selecteren ........................................... 66
[INTRO] knop .......................................................... 18, 31, 64
Items selecteren.................................................................... 46
K
Kanaal .................................................... 61, 78, 102, 115, 137
Kanaal data bewerken ........................................................ 115
Kanaal-gerelateerde parameters bewerken.......................... 102
Kanaal onderdrukking (mute) ............................................... 61
Kanaal transponering.......................................................... 104
Kbd.Vel ................................................................................ 97
KEY SIGNATURE.................................................................. 81
Keyboard percussion ............................................................ 55
Keyboard Touch ................................................................. 141
Keyboard/Panel .................................................................. 141
KEYWORD..................................................................... 70, 71
Kirnberger .......................................................................... 136
Klank van de voice wijzigen............................................... 123
Kleine pop-up vensters verlaten............................................ 40
Kopiëren van diskette naar diskette .................................... 150
L
L (LEFT) .............................................................................. 138
Layer .................................................................................... 56
LCD ..................................................................................... 15
[LCD CONTRAST] knop................................................. 19, 17
Left ....................................................................................... 57
LEFT CH ............................................................................... 81
[LEFT HOLD] knop......................................................... 19, 58
Length (LENG) (Organ Flutes). .............................................. 91
Lettertekens invoeren ........................................................... 45
Live! ..................................................................................... 55
Local (=Lokale) Besturing ................................................... 145
Loop record........................................................................ 108
Lyrics ........................................................................... 83, 107
LYRICS LANGUAGE .......................................................... 137
M
Maat/Tel/Clock ..................................................................... 97
MAIN A/B/C/D ..................................................................... 64
MAIN [A] knop .............................................................. 18, 64
MAIN [B] knop............................................................... 18, 64
MAIN [C] knop .............................................................. 18, 64
MAIN [D] knop .............................................................. 18, 64
Master Stemming................................................................ 135
[MASTER VOLUME] dial ................................................ 18, 17
Mean-Tone......................................................................... 136
Measure/Beat/Clock ............................................................. 97
Meespelen met de songs ...................................................... 36
Melodieën opnemen ............................................................ 98
Melodieën verfraaien en verbeteren
— met de automatische Harmony en Echo effecten .......... 29
[MEMORY] knop............................................................ 19, 84
Message Switch .................................................................. 146
Messages ................................................................................ 8
Metronoom ........................................................................ 148
[METRONOME] knop .................................................... 18, 50
MIC. ................................................................................... 128
MIC. knoppen (alleen PSR-2000).................................. 19, 128
[MIC. LINE IN] aansluiting ........................................... 19, 152
178
PSR-2000/1000/A1000
[MIC. SETTING] knop ...................................................19, 128
Microfoon gebruiken ..........................................................128
Microfoon of gitaar aansluiten (alleen op de PSR-2000) ......152
Microfoonvolume en gerelateerde effecten instellen ...........132
MICROPHONE SETTING....................................................130
MIDI ...................................................................................145
MIDI aansluitingen .....................................................153, 154
MIDI data ontvangen ..........................................................147
MIDI data verzenden ..........................................................146
MIDI IN ..............................................................................153
MIDI kanalen......................................................................157
MIDI ontvangst parts...........................................................147
MIDI OUT ..........................................................................153
MIDI [OUT] [IN] aansluitingen .....................................19, 153
MIDI parameters instellen ...................................................145
MIDI SET UP.......................................................................151
Mix .....................................................................................103
[MIXING CONSOLE] knop ...........................................18, 121
Mode (Organ Flutes) .............................................................91
MODULATION ......................................................18, 58, 141
[MONO] knop................................................................19, 58
MONO POLY (Sound Creator)..............................................88
MULTI FINGER.....................................................................62
MULTI PAD [1] - [4] knoppen ........................................18, 73
Multi Pads.............................................................................14
Multi Record.........................................................................94
Music Finder gebruiken (PSR-2000/1000) .............................33
[MUSIC FINDER] knop (PSR-2000/1000) ............15, 19, 33, 69
Music Finder Record bewerken (PSR-2000/1000) .................71
Music Finder Records (nummers) doorzoeken
(PSR-2000/1000) ...............................................................34
Music Finder Search (PSR-2000/1000) ..................................70
Muzieknotatie weergeven (PSR-2000)...................................80
Muziekstandaard ..................................................................17
N
Naam en taalvoorkeur invoeren..........................................151
NAME.............................................................................41, 44
NEW (Map)...........................................................................44
NEW RECORD .....................................................................72
[NEXT] knop .............................................................19, 40, 46
Niveaubalans en voice instellen..........................................122
NOISE GATE.......................................................................130
Normaal .............................................................................101
Noot events ........................................................................105
Noot events bewerken ........................................................105
Notatie (alleen de PSR-2000) ................................................80
Note Limit (nootlimiet)........................................................117
NOTE NAME ........................................................................82
Nrm. .....................................................................................97
NTR (Noot Transponerings Regel) .......................................116
NTT (Noot Transponerings Tabel) .......................................117
NUMBER OF RECORDS .......................................................69
Nummers invoeren ...............................................................45
O
OCTAVE .............................................................................123
OCTAVE LEFT (Sound Creator) .............................................88
OCTAVE M/LYR (Sound Creator) ..........................................88
Omgaan met de diskdrive (FDD) en diskette ...........................7
Omzetten naar Kanji (Japanse taal) (PSR-2000/1000) ............45
One Touch Setting (PSR-2000/1000).....................................32
ONE TOUCH SETTING [1] - [4]
knoppen (PSR-2000/1000).....................................19, 67, 68
Ontvangen..........................................................................147
Open/Save displays...............................................................38
Index
Opgenomen song bewerken............................................... 102
Opmerking voor Windows gebruikers (betreffende de
MIDI driver) .................................................................... 154
opname ................................................................................ 69
Opnemen ............................................................................. 37
Opslaan ......................................................................... 38, 44
Opstart Procedure ................................................................ 16
Organ Flutes............................................................. 15, 55, 91
Organ Type (Organ Flutes) (PSR-2000) ................................. 91
Oriëntaalse stemmingen (Oriental Scales) (PSR-A1000) ...... 166
Oriëntaalse stemming instellen (PSR-A1000) ...................... 164
Oriëntaalse stemming instellen (PSR-A1000)
— Scale Setting ............................................................... 166
Oriëntaalse stemmingen gebruiken (PSR-A1000)
— Scale Setting/Scale Tuning/Scale Memory................... 166
Original Beat ...................................................................... 113
[OTS LINK] knop............................................................ 18, 68
OTS LINK TIMING ............................................................. 138
OUTPUT [L / L+R] [R] aansluitingen ............................ 19, 153
OVERALL SETTING ............................................................ 130
Overdub record.................................................................. 108
Overige instellingen ........................................................... 148
Overige lettertekens (leestekens) invoeren) ........................... 45
Overige parameters in de Basic display .............................. 111
Overkoepelende systeem instellingen maken (Local (=Lokale)
Besturing, Clock, enz.) .................................................... 145
P
Pad....................................................................................... 94
PAN (MIC.)......................................................................... 132
Paneelinstellingen handhaven ............................................ 142
Paneel regelaars in een One Touch Setting registreren.......... 68
Paneel setups registreren ...................................................... 84
PANEL SUSTAIN (Sound Creator) ......................................... 90
Parameter ........................................................................... 116
Parameter Lock................................................................... 149
Passende paneelinstelling voor de geselecteerde stijl............ 67
PASTE ............................................................................ 42, 43
Pedaal ................................................................................ 139
Pedaal-bestuurbare functies................................................ 140
PEDAL 1/2 POLARITY ........................................................ 139
PEDAL PUNCH IN/OUT .................................................... 101
[PHONES] aansluiting .................................................. 18, 152
Phrase .................................................................................. 94
Phrase Mark ................................................................. 78, 137
PHRASE MARK REPEAT ..................................................... 137
PITCH BEND.................................................................. 18, 58
PITCH BEND RANGE......................................................... 123
PORTAMENT TIME (Sound Creator) ..................................... 88
PORTAMENTO TIME (Mixing Console).............................. 123
PRESET drive ........................................................................ 39
Preset MIDI Templates........................................................ 145
PSR-2000/1000 met andere apparaten gebruiken ............... 152
Punch In/Out...................................................................... 101
Pure Major ......................................................................... 136
Pure Minor ......................................................................... 136
Pythagorean ....................................................................... 136
Q
QUANTIZE .......................................................................... 81
Quantizeren ............................................................... 102, 115
Quantizerings grootte ......................................................... 102
Quick (Snel) Record ............................................................. 93
QUICK START.................................................................... 137
Quick Start ......................................................................... 137
R
Rast.....................................................................................167
Realtime Record .................................................................110
Realtime opname karakteristieken.......................................108
[REC] knop .....................................................................18, 92
REC END ............................................................................101
Rec Mode ...........................................................................101
REC START .........................................................................101
Rechtstreekse displayselectie ................................................47
Records bewerken ................................................................71
Receive Transpose ..............................................................146
RECORD EDIT ......................................................................71
Registratie Memory Setups opslaan .......................................85
Registratie sequence, freeze en voice set instellen...............142
Registratie Sequence ...........................................................142
REGISTRATION EDIT display ...............................................85
Registration Memory.............................................................84
REGISTRATION MEMORY [1] – [8] knoppen .................19, 84
REGISTRATION MEMORY CONTENTS................................84
Registration Memory Setup terugroepen................................86
Regular Voice parameters .....................................................88
RELEASE ...............................................................................89
Remove (verwijder) Event ...................................................115
[REPEAT] knop................................................................18, 79
Replace.................................................................................71
Resonantie ............................................................................89
Response (RESP) (Organ Flutes).............................................91
Reverb ................................................................................126
REVERB DEPTH (MIC.) .......................................................132
REVERB DEPTH (Sound Creator)...........................................90
Reverb Diepte (Organ Flutes) ................................................91
[REW] knop ....................................................................18, 78
RIGHT CH ............................................................................81
Ritme ....................................................................................94
Rotary SP Speed (Organ Flutes) .............................................91
RTR (Retrigger Regel) ..........................................................117
S
S.STOP WINDOW..............................................................138
SAVE.....................................................................................44
Scale (PSR-2000/1000)........................................................136
Scale (PSR-A1000) ..............................................................167
[SCALE MEMORY] knop (PSR-A1000) ................................169
Scale Memory (PSR-A1000) ................................................168
[SCALE SETTING] knop (PSR-A1000)..................................166
Scale Setting (PSR-A1000)...................................................166
Scale Setting terugroepen (PSR-A1000) ...............................169
Scale Tune (PSR-2000/1000)...............................................135
Scale Tune (PSR-A1000) .....................................................166
SCALE TUNE BANK display (PSR-A1000) ...........................169
SCALE TUNE display (PSR-A1000)......................................166
SCALE TUNE EDIT display (PSR-A1000) .............................169
[SCALE TUNING] knop (PSR-A1000)..................................166
Scale Tuning (PSR-A1000) ..................................................166
Score (PSR-2000) ..................................................................80
Sectie knop indicaties
— [BREAK], [INTRO], [MAIN], [ENDING] knoppen..........64
secties...................................................................................30
SECTION SET......................................................................138
Selecteer de opname opties: Starten, Stoppen,
Punch In/Out...................................................................101
SEQUENCE END ................................................................142
Sequence format .................................................................159
sequencer ...........................................................................156
Set Up.................................................................................104
SFX .......................................................................................55
PSR-2000/1000/A1000
179
Index
PSR-2000/1000/A1000
T
[TALK] knop .................................................................19, 128
TALK SETTING ...................................................................132
Tap Count...........................................................................149
[TAP TEMPO] knop ........................................................18, 51
Tegelijkertijd een song en een begeleidingsstijl afspelen ...........77
TEMPO [E] [ ] knoppen............................................18, 50
TEMPO FROM (vanaf) ..........................................................70
Tempo indicaties — MAIN Display.......................................51
TEMPO TO(t) ........................................................................70
[TO HOST] aansluiting ...........................................15, 19, 154
TO HOST aansluiting..........................................................154
Toetsenbord percussie ..........................................................55
Toonhoogte gerelateerde instellingen wijzigen ...................123
Toonhoogte instellingen voor elke stemming ......................136
[TOP] knop.....................................................................18, 78
TOTAL VOLUME ATTENUATOR (MIC.).............................132
Totale en andere belangrijke instellingen maken.................133
Totale toonhoogte regelen ..................................................135
[TOUCH] knop...............................................................19, 57
TOUCH LIMIT (HARMONY) ................................................90
TOUCH SENSE (Sound Creator)............................................88
[TRACK 1 (R)] knop ........................................................18, 79
[TRACK 2 (L)] knop.........................................................18, 79
Transmit..............................................................................146
Transmit Clock....................................................................146
TRANSPOSE [E] [ ] knoppen..................................18, 141
Transpose Assign ................................................................141
TUNING.............................................................................123
Twee verschillende voices stapelen (layeren) ........................56
Twee voices tegelijkertijd bespelen.......................................26
TYPE (HARMONY) ...............................................................90
E
180
Systeem en Insertie .............................................................126
Systeem Events....................................................................106
Systeem events bewerken ...................................................106
Systeem Reset .....................................................................151
SYSTEM SET UP..................................................................151
E
SINGLE FINGER ................................................................... 62
SMF (Standard MIDI File) ................................................... 159
Song ............................................................................... 14, 75
Song afspelen ........................................................... 21, 75, 76
SONG AUTO REVOICE ..................................................... 122
SONG CHAIN PLAY .......................................................... 137
Song Creator ........................................................................ 92
Song-gerelateerde parameters instellen............................... 137
Song instellingen ................................................................ 137
Song Opname ...................................................................... 92
SONG [START / STOP] knop.......................................... 18, 76
Songs afspelen...................................................................... 21
Songs van diskette afspelen .................................................. 78
Songteksten .................................................................. 83, 107
Songteksten invoeren en bewerken .................................... 107
Songteksten weergeven ........................................................ 83
SORT BY .............................................................................. 69
SORT ORDER....................................................................... 69
SOUND (SOUND CREATOR) .............................................. 89
[SOUND CREATOR] knop ............................................. 18, 87
Source Root/Chord (bron grondtoon/akkoord) .................... 116
SOURCE1 .......................................................................... 103
SOURCE2 .......................................................................... 103
Spanningsvoorziening .......................................................... 16
Speel mee met de PSR-2000/1000........................................ 36
Speciale leestekens invoeren (umlaut, accent,
Japanse “ ” en “ ”)-Japans alleen op PSR-2000/1000 ... 45
SPEED .................................................................................. 90
SPEED (HARMONY)............................................................. 90
Spel opnemen en songs creëren ........................................... 92
Spelen van de stijl stoppen als u de toetsen loslaat ............... 65
Splitpunt............................................................................. 138
[STANDBY/ON] schakelaar...................................... 14, 18, 17
START SEARCH.................................................................... 70
Stemmen ............................................................................ 123
Stemming selecteren (PSR-2000/1000) ............................... 135
Stemming selecteren (PSR-A1000) ...................................... 166
Stemmingsinstellingen ........................................................ 166
Stemmingsinstellingen terugroepen (PSR-A1000)................ 169
Step Record .......................................................................... 96
Step Record ........................................................................ 111
Step Record (Akkoord).......................................................... 99
Step Record (Noot) ............................................................... 98
Stijl................................................................................. 14, 59
Stijl File Format .................................................................. 109
Stijl File Format instellingen maken .................................... 116
Stijl instellingen .................................................................. 138
Stijl secties ........................................................................... 30
Stijl spelen...................................................................... 28, 59
Stijlpatronen arrangeren ....................................................... 64
Stijlen bespelen .................................................................... 28
STOP ACMP....................................................................... 138
[STOP] knop (MULTI PAD) ............................................ 18, 73
Strength .............................................................................. 114
STYLE [START / STOP] knop .......................................... 18, 60
Style Creator....................................................................... 108
Style File ...................................................................... 17, 159
STYLE knoppen .............................................................. 18, 59
sustain ............................................................................ 89, 90
[SUSTAIN] knop............................................................. 19, 57
Sweet! .................................................................................. 55
Swing ................................................................................. 113
[SYNC.START] knop....................................................... 18, 60
[SYNC.STOP] knop ........................................................ 18, 65
SYS/EX. (Systeem Exclusief)................................................. 106
Systeem .............................................................................. 145
Systeem boodschappen (System Messages)......................... 158
U
[UPPER OCTAVE] knop ..................................................19, 58
USB aansluiting op uw computer gebruiken
met een USB/MIDI interface (UX256, enz.) .....................155
USER drive............................................................................39
USER EFFECT (Functie) .......................................................151
User Effect (Mixing Console) ...............................................125
Utility .................................................................................148
V
[VARIATION] knop.........................................................19, 58
Variation (Organ Flutes) ........................................................91
Velocity Change .................................................................115
Velocity Speed..............................................................97, 114
Verscheidene geluiden tegelijkertijd bespelen.......................56
Verschillende voices met de linker en rechterhand bespelen 27
Vervang ................................................................................71
Verzenden ..........................................................................146
[VH TYPE SELECT] knop ...............................................19, 128
VIBRATO..............................................................................90
Vibrato Aan/Uit (Organ Flutes)..............................................91
VIBRATO DELAY (Sound Creator).........................................89
VIBRATO DEPTH (Sound Creator) ........................................89
Vibrato Diepte (Organ Flutes) ...............................................91
VIBRATO SPEED (Sound Creator) .........................................89
Vibrato Snelheid (VIB. SPEED) (Organ Flutes)........................91
Vocal Harmony ....................................................................15
Index
[VOCAL HARMONY] knop.......................................... 19, 128
VOCAL HARMONY CONTROL......................................... 131
Vocal Harmony Type ......................................................... 129
Voetmaat (Organ Flutes) ....................................................... 91
Voice Allocation Format..................................................... 159
Voice Effecten ...................................................................... 57
Voice effecten toepassen ...................................................... 57
Voice Karakteristieken .......................................................... 55
VOICE knoppen ....................................................... 15, 19, 54
VOICE PART AAN / UIT [LAYER] knop .......................... 19, 56
VOICE PART AAN / UIT [LEFT] knop ............................. 19, 56
VOICE PART AAN / UIT [MAIN] knop ........................... 19, 56
Voice selecteren ................................................................... 54
Voice Set ............................................................................ 143
Voices bespelen .................................................................. 25
Voices bewerken .................................................................. 87
VOL/ATTACK (Organ Flutes) ................................................ 91
Volgorde van het oproepen van de registratie memory presets
aangeven ........................................................................ 142
VOLUME (HARMONY) ........................................................ 90
Volume instellen .................................................................. 17
VOLUME (MIC.) ................................................................. 132
VOLUME (Sound Creator) .................................................... 88
Volume (VOL) (Organ Flutes) ............................................... 91
Volume/Voice .................................................................... 122
Voorbeeld van toetsenbord data ......................................... 157
W
Wat u kunt doen met MIDI................................................. 158
Wat is MIDI? ...................................................................... 155
Werckmeister ..................................................................... 136
Wijzig het ritmische gevoel ................................................ 113
Wissen (Song Creator) ........................................................ 103
X
XF ................................................................................ 17, 159
XG ............................................................................... 17, 159
PSR-2000/1000/A1000
181
Yamaha PK CLUB (Portable Keyboard Home Page, alleen Engels)
http://www.yamahaPKclub.com
Yamaha Handleidingen Bibliotheek (ook Nederlandstalige versies)
http://www2.yamaha.co.jp/manual/dutch/
M.D.G., Pro Audio & Digital Musical Instrument Division, Yamaha Corporation
© 2002 Yamaha Corporation
Productie Nederlandstalige handleiding: TerrActs (www.terracts.nl) i.o.v. Yamaha
Was this manual useful for you? yes no
Thank you for your participation!

* Your assessment is very important for improving the work of artificial intelligence, which forms the content of this project

Download PDF

advertising