Rosemount 3144P- temperatuurtransmitter met HART -protocol

Rosemount 3144P- temperatuurtransmitter met HART -protocol
Snelstartgids
00825-0111-4021, versie JA
Januari 2014
Rosemount 3144Ptemperatuurtransmitter met
HART®-protocol
Januari 2014
Snelstartgids
MEDEDELING
Deze installatiegids bevat de elementaire richtlijnen voor de Rosemount 3144P. Er staan
geen instructies in voor gedetailleerde configuratie, diagnostiek, onderhoud, service of
probleemoplossing, noch voor explosieveilige, drukvaste of intrinsiek veilige (I.S.)
installaties. Zie de naslaghandleiding van model 3144P (publicatienummer
00809-0100-4021) voor verdere instructies.
De handleiding en deze beknopte installatiegids zijn tevens in elektronische vorm
beschikbaar op www.emersonprocess.com.
WAARSCHUWING
Explosies kunnen ernstig of dodelijk letsel veroorzaken:
Bij installatie van deze transmitter in een explosiegevaarlijke omgeving moeten de geldende
plaatselijke, landelijke en internationale normen, voorschriften en procedures worden
gevolgd. Raadpleeg het gedeelte over goedkeuringen in deze handleiding voor eventuele
beperkingen in verband met een veilige installatie.
Lekkage van het procesmedium kan leiden tot lichamelijk en zelfs dodelijk letsel.
 Monteer de beschermbuizen of sensoren en draai ze aan voordat u druk aanlegt op het
systeem.
 Verwijder de beschermbuis niet tijdens bedrijf.
Elektrische schokken kunnen ernstig of dodelijk letsel veroorzaken.
 Voorkom aanraking van de draden en aansluitklemmen. De draden kunnen onder hoge
spanning staan, die elektrische schokken kan veroorzaken.
Doorvoerbuis-/kabelopeningen
 De doorvoerbuis-/kabelopeningen in de transmitterbehuizing zijn voorzien van een
1/2-14 NPT-schroefdraad.
 Gebruik bij installatie op explosiegevaarlijke locaties in de kabel-/doorvoerbuisopeningen
uitsluitend pluggen, wartels of adapters met de juiste vermelding of met de certificering
Ex.
Inhoud
Gereedheid van het systeem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3
Controleer de configuratie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3
Stel de schakelaars in. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7
Monteer de transmitter . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7
Leg de bedrading en voeding aan . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 9
Voer een kringtest uit . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .12
Met veiligheidsinstrumenten uitgerust systeem (Safety
Instrumented System; SIS) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .13
Productcertificeringen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .14
2
Snelstartgids
Januari 2014
Stap 1: Gereedheid van het systeem
Controleer of het systeem kan werken met de
HART-revisie


Controleer als u een op HART gebaseerd systeem voor besturing of
middelenbeheer gebruikt eerst of deze systemen met HART kunnen worden
gebruikt voordat u de transmitter installeert. Niet alle systemen kunnen
communiceren volgens het protocol van HART-revisie 7. Deze transmitter kan
worden geconfigureerd voor HART-revisie 5 of 7.
Zie pagina 4 voor instructies over het wijzigen van de HART-revisie van de
transmitter.
Identificeer instrument
Stuurprogramma
veldinstrument
Revisie
NAMURsoftware
Revisie
HARTsoftware
Universele
HARTrevisie
Instrumentrevisie
7
6
Maart 2012
1.1.1
2
5
5
Februari 2007
N.v.t.
1
5
4
Datum
softwarerelease
Lees de instructies
Publicatienummer
handleiding
00809-0100-4021
00809-0100-4021
Stap 2: Controleer de configuratie
De Rosemount 3144P communiceert via een veldcommunicator (voor
communicatie is een kringweerstand tussen de 250 en 1100 ohm vereist) of
AMS Device Manager. Niet gebruiken als de spanning op de
transmitteraansluitklem lager is dan 12 V d.c. Raadpleeg de naslaghandleiding
van model 3144P (publicatienummer 00809-0100-4021) en de handleiding van
de veldcommunicator (publicatienummer 00809-0100-4276) voor meer
informatie.
Bijwerken van de software voor de veldcommunicator
Voor complete communicatie met de 3144P is de meeste recente
veldinstrumentrevisie Dev v5 of v6, DD v1 of hoger voor de veldcommunicator
vereist. De device descriptors zijn verkrijgbaar voor nieuwe communicators op
www.emersonprocess.com of kunnen in bestaande communicators worden
geladen bij elk servicecentrum van Emerson Process Management.
De device descriptors zijn als volgt:
Instrument in HART 5-modus: Device v5 DD v1
Instrument in HART 7-modus: Device v6 DD v1
Volg de volgende stappen om vast te stellen of het uitvoeren van een upgrade
nodig is. Zie Afbeelding 1.
1. Sluit de sensor aan (zie het bedradingsschema aan de binnenkant van het
behuizingsdeksel).
3
Januari 2014
Snelstartgids
2. Sluit de werktafelvoeding aan op de voedingsaansluitingen (“+” of “–”).
3. Sluit een veldcommunicator aan op de kring over een kringweerstand of bij de
voedings-/signaalaansluitingen op de transmitter.
4. Het volgende bericht verschijnt als de communicator een oudere versie van
de device descriptors (DD’s) bevat:
NOTICE: Upgrade the communicator software to access new XMTR functions.
Continue with old description? (MEDEDELING: Upgrade de software van de
communicator om over de nieuwe XMTR-functies te beschikken. Wilt u doorgaan
met de oude beschrijving?)
Opmerking:
Als dit bericht niet verschijnt, is de meest recente DD geïnstalleerd.
Als de meest recente versie niet beschikbaar is, communiceert de communicator
correct maar zullen sommige nieuwe functies mogelijk niet zichtbaar zijn
wanneer de transmitter wordt geconfigureerd.
Voer om dat te voorkomen een upgrade uit naar de nieuwste DD, of beantwoord
de vraag met NO (NEE), dan krijgt de transmitter weer de generieke
standaardfuncties.
Afbeelding 1. Het aansluiten van een communicator op een meetkring voor
kalibratie op de werktafel.
Voedings-/signaalaansluitingen
250  RL  1100 Voeding
Overschakelen op andere HART-revisie
Als het instrument voor HART-configuratie niet kan communiceren met
HART-revisie 7, laadt de 3144P een generiek menu met beperkte functionaliteit.
Met behulp van de volgende procedures wijzigt u vanuit het generieke menu de
HART-revisiemodus:
1. Manual Setup (handmatige instelling)>Device Information
(instrumentinformatie)>Identification (identificatie)>Message (bericht).
a. Om over te schakelen op HART-revisie 5 voert u “HART5” in het veld
Message in
b. Om over te schakelen op HART-revisie 7 voert u “HART7” in het veld
Message in
4
Snelstartgids
Januari 2014
Functie
Sneltoetsen voor HART 5
Sneltoetsen voor HART 7
2-wire Offset Sensor 1 (2-draads
offset-sensor 1)
2, 2, 1, 5
2, 2, 1, 6
2-wire Offset Sensor 2 (2-draads
offset-sensor 2)
2, 2, 2, 5
2, 2, 2, 6
Alarm Values (alarmwaarden)
2, 2, 5, 6
2, 2, 5, 6
Analog Calibration (analoge kalibratie)
3, 4, 5
3, 4, 5
Analog Output (analoge uitgang)
2, 2, 5
2, 2, 5
Average Temperature Setup (instelling
gemiddelde temperatuur)
2, 2, 3, 3
2, 2, 3, 3
Burst Modus (burstmodus)
2, 2, 8, 4
Comm Status (communicatiestatus)
1, 2
Configure additional messages (nog
meer berichten configureren)
2, 2, 8, 4, 7
Configure Hot Backup (hot backup
configureren)
2, 2, 4, 1, 3
2, 2, 4, 1, 3
Date (datum)
2, 2, 7, 1, 2
2, 2, 7, 1, 3
Descriptor (beschrijving)
2, 2, 7, 1, 3
2, 2, 7, 1, 4
Device Information
(instrumentinformatie)
2, 2, 7, 1
2, 2, 7, 1
Differential Temperature Setup
(instelling verschiltemperatuur)
2, 2, 3, 1
2, 2, 3, 1
Filter 50/60 Hz
2, 2, 7, 5, 1
2, 2, 7, 5, 1
Find Device (zoek instrument)
3, 4, 6, 2
First Good Temperature Setup
(instelling eerste goede temperatuur)
2, 2, 3, 2
2, 2, 3, 2
Hardware Revision (hardwarerevisie)
1, 8, 2, 3
1, 11, 2, 3
HART Lock (HART-vergrendeling)
Intermittent Sensor Detect (periodieke
sensordetectie)
2, 2, 9, 2
2, 2, 7, 5, 2
2, 2, 7, 5, 2
Lock Status (vergrendelingsstatus)
1, 11, 3, 7
Long Tag (lang label)
2, 2, 7, 2
Loop Test (kringtest)
3, 5, 1
3, 5, 1
LRV (Lower Range Value; minimale
meetwaarde)
2, 2, 5, 5, 3
2, 2, 5, 5, 3
Message (bericht)
2, 2, 7, 1, 4
2, 2, 7, 1, 5
5
Januari 2014
Snelstartgids
Functie
Sneltoetsen voor HART 5
Sneltoetsen voor HART 7
Open Sensor Holdoff (nog geen open
sensor)
2, 2, 7, 4
2, 2, 7, 4
Percent Range (percentagebereik)
2, 2, 5, 4
2, 2, 5, 4
Sensor 1 Configuration (configuratie
sensor 1)
2, 2, 1
2, 2, 2
Sensor 1 Serial Number (serienummer
sensor 1)
2, 2, 1, 7
2, 2, 1, 8
Sensor 1 Setup (instellen sensor 1)
2, 2, 1
2, 2, 1
Sensor 1 Status (status sensor 1)
2, 2, 1, 2
Sensor 1 Type (type sensor 1)
2, 2, 1, 2
2, 2, 1, 3
Sensor 1 Unit (eenheid sensor 1)
2, 2, 1, 4
2, 2, 1, 5
Sensor 2 Configuration (configuratie
sensor 2)
2, 2, 2
2, 2, 2
Sensor 2 Serial Number (serienummer
sensor 2)
2, 2, 2, 7
2, 2, 2, 8
Sensor 2 Setup (instellen sensor 2)
2, 2, 2
2, 2, 2
Sensor 2 Status (status sensor 2)
2, 2, 2, 2
Sensor 2 Type (type sensor 2)
2, 2, 2, 2
2, 2, 2, 3
Sensor 2 Unit (eenheid sensor 2)
2, 2, 2, 4
2, 2, 2, 5
Sensor Drift Alert (waarschuwing
sensorverschuiving)
2, 2, 4, 2
2, 2, 4, 2
Simulate Device Variables
(instrumentvariabelen simuleren)
6
3, 5, 2
Software Revision (softwarerevisie)
1, 8, 2, 4
1, 11, 2, 4
Tag (label)
2, 2, 7, 1, 1
2, 2, 7, 1, 1
Terminal Temperature Units (eenheid
aansluitklemtemperatuur)
2, 2, 7, 3
2, 2, 7, 3
URV (Upper Range Value; maximale
meetwaarde)
2, 2, 5, 5, 2
2, 2, 5, 5, 2
Variable Mapping (variabelen-mapping)
2, 2, 8, 5
2, 2, 8, 5
Thermocouple Diagnostic (diagnose
thermokoppel)
2, 1, 7, 1
2, 1, 7, 1
Min/Max Track (min./max. track)
2, 1, 7, 2
2, 1, 7, 2
Januari 2014
Snelstartgids
Stap 3: Stel de schakelaars in
Overschakelen op andere HART-revisie
De 3144P wordt geleverd met hardwareschakelaars voor de configuratie van
alarmen en vergrendeling van het instrument. Gebruik de volgende procedure
om de schakelaars in te stellen.
Zonder LCD-display
1. Stel de kring in op handmatig (indien van toepassing) en ontkoppel de
voeding.
2. Verwijder het deksel van de elektronicabehuizing.
3. Zet de alarm- en beveiligingsschakelaars in de gewenste stand. Bevestig het
behuizingsdeksel weer.
4. Schakel de voeding in en stel de kring in op automatische besturing.
Met LCD-display
1. Stel de kring in op handmatig (indien van toepassing) en ontkoppel de
voeding.
2. Verwijder het deksel van de elektronicabehuizing.
3. Draai de schroeven uit de LCD-display en schuif de meter er recht vanaf.
4. Zet de alarm- en beveiligingsschakelaars in de gewenste stand.
5. Plaats de LCD-display en het deksel van de elektronicabehuizing terug
(bedenk in welke richting de LCD-display moet staan – draai in stappen van
90 graden).
6. Schakel de voeding in en stel de kring in op automatische besturing.
Stap 4: Monteer de transmitter
Monteer de transmitter op een hoog punt in de leiding om te voorkomen dat er
vocht in de transmitterbehuizing lekt.
Standaardinstallatie voor veldmontage
1. Monteer de beschermbuis in de wand van het procesvat. Installeer de
beschermbuizen en haal ze aan. Controleer op lekken.
2. Bevestig alle benodigde verbindingsstukken, koppelingen en
verlengstukfittingen. Dicht de fittingschroefdraad af met goedgekeurde
schroefdraadafdichting, bijv. siliconenpasta of PTFE-tape (indien nodig).
3. Schroef de sensor in de beschermbuis of direct in het procesmedium
(afhankelijk van de installatievereisten).
4. Controleer of alle afdichtingen aan de eisen voldoen.
5. Bevestig de transmitter op de beschermbuis/sensor-constructie. Dicht alle
schroefdraad af met goedgekeurde schroefdraadafdichting, bijv.
siliconenpasta of PTFE-tape (indien nodig).
7
Januari 2014
Snelstartgids
6. Installeer een veldbedradingsdoorvoerbuis in de open kabelingang van de
transmitter (voor montage op afstand) en voer de draden de
transmitterbehuizing in.
7. Trek de draden van de veldbedrading de aansluitzijde van de behuizing in.
8. Sluit de sensordraden aan op de sensoraansluitklemmen van de transmitter
(het bedradingsschema bevindt zich op de binnenkant van het
behuizingsdeksel).
9. Bevestig beide transmitterdeksels en draai ze vast.
C
B
A
E
D
A. Beschermbuis
B. Verlengstuk (nippel)
C. Verbindingsstuk of koppeling
D. Doorvoerbuis voor veldbedrading (gelijkstroomvoeding)
E. Lengte verlengstukfitting
Standaardinstallatie voor montage op afstand
1. Monteer de beschermbuis in de wand van het procesvat. Installeer de
beschermbuizen en haal ze aan. Controleer op lekken.
2. Sluit een verbindingskop aan op de beschermbuis.
3. Steek de sensor in de beschermbuis en leg bedrading van de sensor naar de
verbindingskop (het bedradingsschema bevindt zich in de verbindingskop).
4. Monteer de transmitter op een buis van 50 mm (2 inch) of op een paneel met
behulp van een van de optionele montagebeugels (hieronder is een
B4-beugel afgebeeld).
5. Bevestig kabelwartels aan de afgeschermde kabel tussen de verbindingskop
en de kabelingang van de transmitter.
6. Leid de afgeschermde kabel vanaf de tegenoverliggende kabelingang op de
transmitter terug naar de controlekamer.
7. Steek de draden van de afgeschermde kabel via de kabelingangen in de
verbindingskop/transmitter. Sluit de kabelwartels aan en zet ze vast.
8. Sluit de draden van de afgeschermde kabel aan op de
verbindingskopaansluitingen (in de verbindingskop) en op de
sensorbedradingsaansluitingen (in de transmitterbehuizing).
A
D
E
B
C
A. Kabelwartel
B. Afgeschermde kabel van sensor naar transmitter
C. Afgeschermde kabel van transmitter naar controlekamer
D. Buis van 50 mm (2 inch)
E. B4-montagebeugel
8
Snelstartgids
Januari 2014
Stap 5: Leg de bedrading en voeding aan
Bedraad de transmitter

De bedradingsschema’s bevinden zich binnen op het deksel van het
aansluitklemmenblok. Zie 3144P enkele sensor hieronder.
3144P enkele sensor
RTD met 2
RTD met 3 draden
RTD met 4
draden en ohm
en ohm**
draden en ohm
T/C’s en
millivolt
RTD met
compensatiekring*
*
De transmitter moet worden geconfigureerd voor een 3-draads RTD om een RTD met compensatiekring te
kunnen herkennen.
**
Rosemount levert 4-draads sensoren voor alle RTD’s met één element. U kunt deze RTD’s gebruiken in
3-draadsconfiguraties door de ongebruikte draden niet aan te sluiten en ze af te schermen met isolatietape.
3144P twee sensoren
T/hot
backup/twee
sensoren met 2
RTD’s*
*
T/hot backup/twee
T/hot
T/hot backup/ T/hot backup/twee
sensoren met
sensoren met 2
backup/twee
twee sensoren
RTD’s met
sensoren met 2 RTD’s/thermokoppels*
met RTD’s/
thermokoppels*
thermokoppels* compensatiekring*
Rosemount levert 4-draads sensoren voor alle RTD’s met één element. U kunt deze RTD’s gebruiken in
3-draadsconfiguraties door de ongebruikte draden niet aan te sluiten en ze af te schermen met isolatietape.
De transmitter voorzien van stroom

Voor gebruik van de transmitter is een externe voeding vereist.
Sensoraansluitingen (1—5)
“—”
“+”
Test
Aarde
1. Verwijder het deksel van het aansluitklemmenblok.
2. Sluit de positieve voedingsdraad aan op de “+” aansluitklem.
3. Sluit de negatieve voedingsdraad aan op de “–” aansluitklem.
4. Draai de aansluitklemschroeven aan.
5. Bevestig het deksel weer en draai het vast.
6. Schakel de voeding in.
9
Januari 2014
Snelstartgids
Belastingslimieten

De vereiste spanning over de voedingsaansluitingen van de transmitter
bedraagt 12 tot 42,4 V d.c. (de voedingsaansluitingen hebben een nominale
belastbaarheid van 42,4 V d.c.). Voorkom de kans op beschadiging van de
transmitter door ervoor te zorgen dat de spanning over de aansluitingen
tijdens het wijzigen van de configuratieparameters niet onder de 12,0 V d.c.
komt te liggen.
Belasting (ohm)
Maximale belasting = 40,8 X (voedingsspanning — 12,0)1
1240
1100
1000
4—20 mA d.c.
750
HART en analoog
bedrijfsbereik
500
250
0
Uitsluitend analoog
bedrijfsbereik
10
18,1 30
42,4
Ten minste 12,0
Voedingsspanning (V d.c.)
1.Zonder overspanningsbeveiliging (optioneel)
Aard de transmitter
Ongeaarde thermokoppel-, mV- en RTD-/ohmingangen
Elke procesinstallatie heeft specifieke aardingsvereisten. Gebruik de aardopties
die door de fabriek voor dit specifieke sensortype worden aanbevolen of begin
met aardoptie 1 (de meest gebruikelijke).
Optie 1 (aanbevolen voor niet-geaarde transmitterbehuizing):
1. Verbind de afscherming van de signaalbedrading met de afscherming van de
sensorbedrading.
2. Zorg dat de twee afschermingen op elkaar bevestigd zijn en elektrisch
geïsoleerd zijn van de transmitterbehuizing.
3. Aard de afscherming uitsluitend aan de voedingszijde.

Zorg dat de sensorafscherming elektrisch geïsoleerd is van de omliggende
geaarde objecten.
Behuizing externe
sensor
Sensor
10
Transmitter
Aardpunten
afscherming
Snelstartgids
Januari 2014
Optie 2 (aanbevolen voor geaarde transmitterbehuizing):
1. Sluit de afscherming van de sensorbedrading aan op de transmitterbehuizing
(alleen als de behuizing geaard is).
2. Zorg dat de sensorafscherming elektrisch geïsoleerd is van omliggende
objecten die geaard kunnen zijn.
3. Aard de afscherming van de signaalbedrading aan de voedingszijde.
Transmitter
Behuizing externe
sensor
Aardpunt
afscherming
Sensor
Optie 3:
1. Aard de afscherming van de sensorbedrading indien mogelijk bij de sensor.
2. Zorg dat de afscherming van de sensorbedrading en die van de
signaalbedrading elektrisch geïsoleerd is van de transmitterbehuizing en van
andere objecten die geaard kunnen zijn.
3. Aard de afscherming van de signaalbedrading aan de voedingszijde.
Transmitter
Sensor
Aardpunt
afscherming
Geaarde thermokoppelingangen
1. Aard de afscherming van de sensorbedrading bij de sensor.
2. Zorg dat de afscherming van de sensorbedrading en die van de
signaalbedrading elektrisch geïsoleerd is van de transmitterbehuizing en van
andere objecten die geaard kunnen zijn.
3. Aard de afscherming van de signaalbedrading aan de voedingszijde.
Transmitter
4—20 mA-kring
Sensordraden
Aardpunt afscherming
11
Snelstartgids
Januari 2014
Stap 6: Voer een kringtest uit
Met de Loop test (kringtest) controleert u de transmitter-uitgang, de integriteit
van de kring en de werking van opnameapparatuur of gelijksoortige apparaten
die in de kring zijn geïnstalleerd.
Device Dashboard — instrumentrevisie 5 en 6, DD v1
Start een kringtest
1. Sluit een externe ampèremeter aan in serie met de transmitterkring (zodat de
stroom naar de transmitter ergens in de kring door de meter loopt).
2. Selecteer op het scherm Home (start) vervolgens 3 Service Tools
(onderhoudstools), 5 Simulate (simuleren), 1 Perform Loop Test (kringtest
uitvoeren). De communicator geeft het kringtest-menu weer.
3. Selecteer een afgemeten uitgangsniveau in milliampère voor de transmitter.
Selecteer bij Choose Analog Output (kies analoge uitgang) 1 4 mA, 2 20 mA of
selecteer 4 Other (anders) om handmatig een waarde tussen de 4 en
20 milliampère in te stellen. Selecteer Enter (invoeren) om de ingestelde
uitgang weer te geven. Selecteer OK.
4. Controleer in de testkring of de feitelijke mA-uitgang van de transmitter en de
HART mA-waarden overeenkomen. Als de waarden niet identiek zijn, moet de
transmitteruitgang worden getrimd, of werkt de meter niet goed.
5. Nadat de test is voltooid, wordt op de display weer het kringtestscherm
weergegeven en kunt u een andere uitgangswaarde kiezen. Selecteer om de
kringtest te beëindigen 5 End (beëindigen) en Enter (invoeren).
Starten van een gesimuleerd alarm
1. Selecteer vanaf het scherm Home (start) nu 3 Service Tools
(onderhoudstools), 5 Simulate (simuleren), 1 Perform Loop Test (kringtest
uitvoeren), 3 Simulate Alarm (alarm simuleren).
2. De transmitter voert dan de alarmstroomsterkte uit, gebaseerd op de
geconfigureerde alarmparameter en de instellingen van de schakelaars.
3. Selecteer 5 End (beëindigen) om de transmitter weer in de gewone stand te
zetten.
12
Januari 2014
Snelstartgids
Met veiligheidsinstrumenten uitgerust
systeem (Safety Instrumented System;
SIS)
Raadpleeg voor installaties met veiligheidscertificering de naslaghandleiding van
de Rosemount 3144P (publicatienummer 00809-0100-4021). Deze handleiding
is op www.rosemount.com elektronisch beschikbaar en tevens verkrijgbaar bij
vertegenwoordigers van Emerson Process Management.
13
Snelstartgids
Januari 2014
Productcertificeringen
Informatie over Europese richtlijnen
Achterin deze snelstartgids vindt u een exemplaar van de EG-verklaring van
overeenstemming. De recentste versie van de EG-verklaring van
overeenstemming vindt u op www.rosemount.com.
Certificering normale locaties van FM Approvals
De transmitter is volgens de standaardprocedure door FM Approvals onderzocht
en getest, waarbij is vastgesteld dat het ontwerp voldoet aan de elementaire
elektrische, mechanische en brandveiligheidsvereisten. FM Approvals is een in de
VS nationaal erkend onderzoekslaboratorium (nationally recognized testing
laboratory; NRTL) dat is geaccrediteerd door de Amerikaanse Occupational
Safety and Health Administration (OSHA).
Noord-Amerika
E5 FM explosieveilig, stofontstekingsbestendig en niet-vonkend
Certificaat: 3012752
Toegepaste normen: FM-klasse 3600: 1998, FM-klasse 3611: 2004, FM-klasse 3615:
1989, FM-klasse 3810: 2005, NEMA-250: 1991, ANSI/ISA 60079-0: 2009,
ANSI/ISA 60079-11: 2009
Markeringen: XP CL I, DIV 1, GP A, B, C, D; T5(-50 °C Ta +85 °C); DIP CL II/III, DIV 1,
GP E, F, G; T5(-50 °C Ta +75 °C); T6(-50 °C Ta +60 °C); indien geïnstalleerd
volgens Rosemount-tekening 03144-0320; NI CL I, DIV 2, GP A, B, C, D; T5(-60 °C Ta 
+75 °C); T6(-60 °C Ta +50 °C); indien geïnstalleerd volgens Rosemount-tekening
03144-0321, 03144-5075;
I5 FM intrinsieke veiligheid en niet-vonkend
Certificaat: 3012752
Toegepaste normen: FM-klasse 3600: 1998, FM-klasse 3610: 2010, FM-klasse 3611:
2004, FM-klasse 3810: 2005, NEMA-250: 1991, ANSI/ISA 60079-0: 2009,
ANSI/ISA 60079-11: 2009
Markeringen: IS CL I / II / III, DIV 1, GP A, B, C, D, E, F, G; T4(-60 °C Ta +60 °C);
IS [entiteit] CL I, zone 0, AEx ia IIC T4(-60 °C Ta +60 °C); NI CL I, DIV 2, GP A, B, C, D;
T5(-60 °C Ta +75 °C); T6(-60 °C  Ta +50 °C); indien geïnstalleerd volgens
Rosemount-tekening 03144-0321, 03144-5075;
I6 CSA intrinsieke veiligheid en divisie 2
Certificaat: 1242650
Toegepaste normen: CAN/CSA C22.2 nr. 0-M91 (R2001), CAN/CSA-C22.2 nr. 94-M91,
CSA-norm C22.2 nr. 142-M1987, CAN/CSA-C22.2 nr. 157-92, CSA-norm C22.2
nr. 213-M1987;
Markeringen:intrinsiek veilig voor klasse I, groep A, B, C, D; klasse II, groep E, F, G;
klasse III;
Intrinsiek veilig voor klasse I zone 0 groep IIC; T4(-50 °C Ta +60 °C); type 4X;
Geschikt voor klasse I, divisie 2, groep A, B, C, D;
Geschikt voor klasse I zone 2 groep IIC; T6(-60 °C Ta +60 °C); T5(-60 °C Ta 
+85 °C); indien geïnstalleerd volgens Rosemount-tekening 03144-5076;
14
Januari 2014
Snelstartgids
K6 CSA explosieveilig, intrinsieke veiligheid en divisie 2
Certificaat: 1242650
Toegepaste normen: CAN/CSA C22.2 nr. 0-M91 (R2001), CSA-norm C22.2
nr. 30-M1986; CAN/CSA-C22.2 nr. 94-M91, CSA-norm C22.2 nr. 142-M1987,
CAN/CSA-C22.2 nr. 157-92, CSA-norm C22.2 nr. 213-M1987;
Markeringen: explosieveilig voor klasse I, groep A, B, C, D; klasse II, groep E, F, G;
klasse III;
Geschikt voor klasse I zone 1 groep IIC;
Intrinsiek veilig voor klasse I, groep A, B, C, D; klasse II, groep E, F, G; klasse III;
Geschikt voor klasse I zone 0 groep IIC; T4(-50 °C Ta +60 °C); type 4X;
Geschikt voor klasse I, divisie 2, groep A, B, C, D;
Geschikt voor klasse I zone 2 groep IIC; T6(-60 °C Ta +60 °C); T5(-60 °C Ta 
+85 °C); indien geïnstalleerd volgens Rosemount-tekening 03144-5076;
Europa
E1 ATEX drukvast
Certificaat: FM12ATEX0065X
Toegepaste normen: EN 60079-0: 2012, EN 60079-1: 2007, EN 60529:1991 +A1:2000
Markeringen:
II 2 G Ex d IIC T6…T1 Gb, T6(-50 °C  Ta +40 °C), T5…T1(-50 °C  Ta 
+60 °C);
Zie Tabel 1 aan het einde van het onderdeel Productcertificeringen voor informatie over
procestemperaturen
Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (X):
1. Zie certificaat voor omgevingstemperatuurbereik.
2. Het niet-metallische label kan elektrostatisch geladen raken en een ontstekingsbron
vormen in omgevingen van groep III.
3. Bescherm het LCD-deksel tegen stootenergie van meer dan 4 joule.
4. Raadpleeg de fabrikant als u informatie over de afmetingen van de drukvaste naden
nodig hebt.
I1 ATEX intrinsieke veiligheid
Certificaat: BAS01ATEX1431X;
Toegepaste normen: EN 60079-0: 2012; EN 60079-11:2012;
Markeringen:
II 1 G Ex ia IIC T5/T6 Ga; T6(-60 °C Ta +50 °C), T5(-60 °C Ta 
+75 °C);
Zie Tabel 2 aan het einde van het onderdeel Productcertificeringen voor de
entiteitsparameters
Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (X):
1. Als de apparatuur is voorzien van het optionele aansluitklemmenblok met
overspanningsbeveiliging kan de apparatuur de 500 V-isolatietest niet doorstaan.
Hiermee moet bij installatie rekening worden gehouden.
2. De behuizing is mogelijk vervaardigd van een aluminiumlegering en afgewerkt met
een beschermende polyurethaanverf; in zone 0 moet echter worden opgelet dat de
behuizing niet wordt blootgesteld aan stoten of schuring.
15
Snelstartgids
Januari 2014
N1 ATEX type n
Certificaat: BAS01ATEX3432X
Normen: EN 60079-0:2012, EN 60079-15:2010
Markeringen:
II 3 G Ex nA IIC T5/T6 Gc; T6(-40 °C  Ta  +50 °C), T5(-40 °C  Ta 
+75 °C);
Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (X):
1. Als de apparatuur is voorzien van de optionele aansluitklemmen met
overspanningsbeveiliging, is de apparatuur niet bestand tegen de isolatietest van
500 V zoals beschreven in artikel 6.5.1 van EN 60079-15: 2010. Hiermee moet bij
installatie rekening worden gehouden.
ND ATEX stof
Certificaat: FM12ATEX0065X
Toegepaste normen: EN 60079-0: 2012, EN 60079-31: 2009, EN 60529:1991 +A1:2000
Markeringen:
II 2 D Ex tb IIIC T130 °C Db, (-40 °C  Ta +70 °C); IP66
Zie Tabel 1 aan het einde van het onderdeel Productcertificeringen voor informatie
over procestemperaturen
Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (X):
1. Zie certificaat voor omgevingstemperatuurbereik.
2. Het niet-metallische label kan elektrostatisch geladen raken en een ontstekingsbron
vormen in omgevingen van groep III.
3. Bescherm het LCD-deksel tegen stootenergie van meer dan 4 joule.
4. Raadpleeg de fabrikant als u informatie over de afmetingen van de drukvaste naden
nodig hebt.
Internationaal
E7 IECEx drukvast
Certificaat: IECEx FMG 12.0022X
Toegepaste normen: IEC 60079-0:2011, IEC 60079-1:2007-04, IEC 60079-31:2008
Markeringen: Ex d IIC T6…T1 Gb, T6(-50 °C  Ta +40 °C), T5…T1(-50 °C  Ta  +60 °C);
Ex tb IIIC T130°C Db, (-40 °C  Ta  +70 °C); IP66;
Zie Tabel 1 aan het einde van het onderdeel Productcertificeringen voor informatie
over procestemperaturen
Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (X):
1. Zie certificaat voor omgevingstemperatuurbereik.
2. Het niet-metallische label kan elektrostatisch geladen raken en een ontstekingsbron
vormen in omgevingen van groep III.
3. Bescherm het LCD-deksel tegen stootenergie van meer dan 4 joule.
4. Raadpleeg de fabrikant als u informatie over de afmetingen van de drukvaste naden
nodig hebt.
I7 IECEx intrinsieke veiligheid
Certificaat: IECEx BAS 07.0002X
Toegepaste normen: IEC 60079-0: 2011; IEC 60079-11: 2011;
Markeringen: Ex ia IIC T5/T6 Ga; T6(-60 °C Ta +50 °C), T5(-60 °C Ta +75 °C);
Zie Tabel 2 aan het einde van het onderdeel Productcertificeringen voor de
entiteitsparameters
16
Januari 2014
Snelstartgids
Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (X):
1. Als de apparatuur is voorzien van de optionele aansluitklemmen met
overspanningsbeveiliging is de apparatuur niet bestand tegen de isolatietest van
500 V zoals bepaald in artikel 6.3.13 van IEC 60079-11: 2011. Hiermee moet bij
installatie rekening worden gehouden.
2. De behuizing is mogelijk vervaardigd van een aluminiumlegering en afgewerkt met
een beschermende polyurethaanverf; in zone 0 moet echter worden opgelet dat de
behuizing niet wordt blootgesteld aan stoten of schuring.
N7 IECEx type n
Certificaat: IECEx BAS 070003X
Toegepaste normen: IEC 60079-0:2011, IEC 60079-15:2010
Markeringen: Ex nA IIC T5/T6 Gc; T6(-40 °C  Ta  +50 °C), T5(-40 °C  Ta  +75 °C);
Brazilië
E2 INMETRO drukvast
Certificaat: CEPEL 04.0307X
Toegepaste normen: ABNT NBR IEC 60079-0:2008, ABNT NBR IEC 60079-1:2009,
ABNT NBR IEC 60079-26:2008, ABNT NBR IEC 60529:2009
Markeringen: Ex d IIC T* Gb; T6(-40 °C Ta +65 °C), T5(-40 °C Ta +80 °C)
Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (X):
1. De accessoires voor kabelpoorten of doorvoerbuizen moeten voorzien zijn van de
certificering drukvast en geschikt zijn voor de gebruiksomstandigheden.
2. Bij een omgevingstemperatuur boven 60 °C moet de isolatietemperatuur van de
kabelbedrading ten minste 90 °C bedragen voor overeenstemming met de
bedrijfstemperatuur van het instrument.
3. Als de bedrading via een doorvoerbuis binnenkomt, moet de vereiste
afdichtvoorziening direct naast de behuizing worden gemonteerd.
I2
INMETRO intrinsieke veiligheid
Certificaat: CEPEL 05.0723X
Toegepaste normen: ABNT NBR IEC 60079-0:2008, ABNT NBR IEC 60079-11:2009,
ABNT NBR IEC 60079-26:2008, ABNT NBR IEC 60529:2009
Markeringen: Ex ia IIC T* Ga; T6(-60 °C Ta +50 °C), T5(-60 °C Ta +75 °C), T4(-60 °C
Ta +60 °C); IP66 (behuizingen van aluminium), IP66W (behuizingen van roestvast
staal)
Zie Tabel 2 aan het einde van het onderdeel Productcertificeringen voor de
entiteitsparameters
Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (X):
1. De behuizing van het apparaat kan lichte metalen bevatten. Het apparaat moet zo
worden geïnstalleerd dat het risico van stoten of wrijving met andere metalen
oppervlakken tot een minimum beperkt wordt.
2. Er kan desgewenst een overspanningsbeveiliger worden gemonteerd, in welk geval
het instrument de 500 V-test niet zal kunnen doorstaan.
China
E3 China drukvast
Certificaat: GYJ11.1650X
Toegepaste normen: GB3836.1-2000, GB3836.2-2010
Markeringen: Ex d IIC T5/T6 Gb
17
Januari 2014
Snelstartgids
Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (X):
1. Het symbool “X” wordt gebruikt voor aanduiding van specifieke
gebruiksvoorwaarden: Raadpleeg de fabrikant voor informatie over de afmetingen
van de drukvaste naden. Dit moet in de handleiding worden vermeld.
2. Het verband tussen de T-code en de omgevingstemperatuur is als volgt:
T-code
Omgevingstemperatuur
T6
-40 °C Ta +70 °C
T5
-40 °C Ta +80 °C
3. De voorziening voor aardverbinding op de behuizing moet op betrouwbare wijze
worden aangesloten.
4. Er mag tijdens installatie geen mengsel worden gebruikt dat de drukvaste behuizing
zou kunnen beschadigen.
5. Bij installaties in een explosiegevaarlijke omgeving moeten kabelwartels,
doorvoerbuizen en afsluitpluggen worden gebruikt die door overheidsinstanties als
klasse Ex d IIC Gb gecertificeerd zijn.
6. Bij installatie, gebruik en onderhoud in een explosieve gasatmosfeer moet de
waarschuwing “Niet openen wanneer ingeschakeld” in acht worden genomen.
7. Het is eindgebruikers niet toegestaan om interne onderdelen te verwisselen; ze
dienen problemen in overleg met de fabrikant op te lossen om beschadiging van het
product te voorkomen.
8. Bij installatie, gebruik en onderhoud van dit product moeten de volgende normen in
acht worden genomen:
GB3836.13-1997 “Electrical apparatus for explosive gas atmospheres Part 13:
Repair and overhaul for apparatus used in explosive gas atmospheres” (Elektrische
apparaten voor een explosieve gasatmosfeer Deel 13: Reparatie en revisie van
apparaten die in een explosieve gasatmosfeer worden gebruikt)
GB3836.15-2000 “Electrical apparatus for explosive gas atmospheres Part 15:
Electrical installations in hazardous area (other than mines)” (Elektrische apparaten
voor een explosieve gasatmosfeer Deel 15: Elektrische installaties in een
explosiegevaarlijke omgeving [behalve in mijnen])
GB3836.16-2006 “Electrical apparatus for explosive gas atmospheres Part 16:
Inspection and maintenance of electrical installation (other than mines)”
(Elektrische apparaten voor een explosieve gasatmosfeer Deel 16: Inspectie en
onderhoud van elektrische installaties [behalve in mijnen])
GB50257-1996 “Code for construction and acceptance of electric device for
explosion atmospheres and fire hazard electrical equipment installation
engineering” (Voorschrift voor de bouw en acceptatie van elektrische instrumenten
voor explosieve atmosfeer en de installatie van brandgevaarlijke elektrische
apparatuur)
I3 Intrinsieke veiligheid China
Certificaat: GYJ11.1536X
Toegepaste normen: GB3836.1-2000, GB3836.4-2010
Markeringen: Ex ia IIC T4/T5/T6
18
Snelstartgids
Januari 2014
Speciale voorwaarden voor veilig gebruik (X):
1. Het symbool “X” wordt gebruikt voor aanduiding van specifieke
gebruiksvoorwaarden:
a. De behuizing kan lichte metalen bevatten. Er moet bij gebruik in zone 0 derhalve
worden gezorgd dat ontstekingsgevaar vanwege stoten of wrijving wordt
voorkomen.
b. Als dit apparaat is voorzien van de “optie voor aansluitklemmen met
overspanningsbeveiliging” kan het de volgens bepaling 6.3.12 van
GB3836.4-2010 vereiste 500 V r.m.s.-test niet doorstaan.
2. Het verband tussen de T-code en de omgevingstemperatuur is als volgt:
T-code
T6
T5
Omgevingstemperatuur
-60 °C Ta +50 °C
-60 °C Ta +70 °C
3. Parameters:
Aansluitklemmen voeding/kring (+ en —)
Maximale
ingangsspanning:
Ui (V)
Maximale
ingangsstroom:
li (mA)
30
300
Maximale inwendige
Maximaal
parameters:
ingangsvermogen:
Pi (W)
Ci (nF)
Li (H)
1
5
0
Sensoraansluitklem (1 t/m 5)
Maximale
ingangsspanning:
Uo (V)
Maximale
ingangsstroom:
lo (mA)
13,6
56
Maximale inwendige
Maximaal
parameters:
ingangsvermogen:
Po (W)
Ci (nF)
Li (H
0,19
78
0
Belasting aangesloten op sensoraansluitklemmen (1 tot 5)
Groep
IIC
IIB
IIA
Maximale uitwendige parameters
Co (F)
Lo (mH)
0,74
5,12
18,52
11,7
44
94
De temperatuurtransmitters voldoen aan de eisen voor FISCO-veldinstrumenten zoals
voorgeschreven in GB3836.19-2010. De FISCO-parameters zijn als volgt:
Maximale
ingangsspanning:
Ui (V)
Maximale
ingangsstroom:
Ii (mA)
17,5
380
Maximale inwendige
Maximaal
parameters:
ingangsvermogen:
Pi (W)
Ci (nF)
Li (H)
5,32
2,1
0
19
Snelstartgids
Januari 2014
4. Het product moet worden gebruikt met een bijbehorend apparaat met
Ex-certificering om een explosiebeschermingssysteem te verkrijgen dat in een
explosieve gasatmosfeer kan worden gebruikt. De bedrading en aansluitklemmen
moeten voldoen aan de voorschriften in de instructiehandleiding van het product en
de bijbehorende apparatuur.
5. De kabels tussen dit product en bijbehorende apparatuur moeten ommanteld zijn
(de kabels moeten een geïsoleerde mantel hebben). De afscherming moet goed
worden geaard in een niet-gevaarlijke omgeving.
6. Het is eindgebruikers niet toegestaan om interne onderdelen te verwisselen; ze
dienen het probleem in overleg met de fabrikant op te lossen om beschadiging van
het product te voorkomen.
7. Bij installatie, gebruik en onderhoud van dit product moeten de volgende normen in
acht worden genomen:
GB3836.13-1997 “Electrical apparatus for explosive gas atmospheres Part 13:
Repair and overhaul for apparatus used in explosive gas atmospheres” (Elektrische
apparaten voor een explosieve gasatmosfeer Deel 13: Reparatie en revisie van
apparaten die in een explosieve gasatmosfeer worden gebruikt)
GB3836.15-2000 “Electrical apparatus for explosive gas atmospheres Part 15:
Electrical installations in hazardous area (other than mines)” (Elektrische apparaten
voor een explosieve gasatmosfeer Deel 15: Elektrische installaties in een
explosiegevaarlijke omgeving [behalve mijnen])
GB3836.6-2006 “Electrical apparatus for explosive gas atmospheres Part 16:
Inspection and maintenance of electrical installation (other than mines)”
(Elektrische apparaten voor een explosieve gasatmosfeer Deel 16: Inspectie en
onderhoud van elektrische installaties [behalve in mijnen])
GB50257-1996 “Voorschrift voor de bouw en acceptatie van elektrische
instrumenten voor explosieve atmosfeer en de installatie van brandgevaarlijke
elektrische apparatuur”
Japan
E4 TIIS drukvast
Certificaat: TC16120, TC16121
Markeringen: Ex d IIB T6 (-20 °C  Ta +55 °C)
Certificaat: TC16127, TC16128, TC16129, TC16130
Markeringen: Ex d IIB T4 (-20 °C Ta +55 °C)
Combinaties
K1
K2
K5
K7
KA
KB
20
Combinatie van E1, I1, N1 en ND
Combinatie van E2 en I2
Combinatie van E5 en I5
Combinatie van E7, I7 en N7
Combinatie van K1 en K6
Combinatie van K5, I6 en K6
Snelstartgids
Januari 2014
Tabellen
Tabel 1. Procestemperatuur
Procestemperatuur zonder LCD-deksel (°C)
Temperatuurklasse
Omgevingstemperatuur
Onverlengd
3 inch
6 inch
9 inch
T6
T5
T4
T3
T2
T1
-50 °C tot +40 °C
-50 °C tot +60 °C
-50 °C tot +60 °C
-50 °C tot +60 °C
-50 °C tot +60 °C
-50 °C tot +60 °C
55
70
100
170
280
440
55
70
110
190
300
450
60
70
120
200
300
450
65
75
130
200
300
450
Tabel 2. Entiteitsparameters
Spanning Ui (V)
Stroom Ii (mA)
Vermogen Pi (W)
Elektrische capaciteit Ci (nF)
Zelfinductie Li (mH)
Fieldbus/Profibus
HART 5
30
300
1
5
0
30
300
1,3
2,1
0
21
Januari 2014
Snelstartgids
EC Declaration of Conformity
No: RMD 1045 Rev. G
We,
Rosemount Inc.
8200 Market Boulevard
Chanhassen, MN 55317-9685
USA
declare under our sole responsibility that the product,
Model 3144P Temperature Transmitter
manufactured by,
Rosemount Inc.
8200 Market Boulevard
Chanhassen, MN 55317-9685
USA
to which this declaration relates, is in conformity with the provisions of the European
Community Directives, including the latest amendments, as shown in the attached schedule.
Assumption of conformity is based on the application of the harmonized standards and, when
applicable or required, a European Community notified body certification, as shown in the
attached schedule.
Vice President of Global Quality
(signature)
(function name - printed)
Kelly Klein
May 6, 2013
(name - printed)
(date of issue)
Page 1 of 3
22
Document Rev: 2013_A
Snelstartgids
Januari 2014
EC Declaration of Conformity
No: RMD 1045 Rev. G
EMC Directive (2004/108/EC)
All Models
Harmonized Standards: EN61326-1:2006, EN61326-2-3: 2006
ATEX Directive (94/9/EC)
Model 3144P Temperature Transmitter (4-20mA/Hart Output)
BAS01ATEX1431X – Intrinsic Safety Certificate
Equipment Group II, Category 1 G (Ex ia IIC T6/T5 Ga)
Harmonized Standards Used:
EN60079-0:2012, EN60079-11:2012
BAS01ATEX3432X – Type n Certificate
Equipment Group II, Category 3 G (Ex nA IIC T6/T5 Gc)
Harmonized Standards Used:
EN60079-0:2012, EN60079-15:2010
Model 3144P Temperature Transmitter (Fieldbus Output)
Baseefa03ATEX0708X – Intrinsic Safety Certificate
Equipment Group II, Category 1 G (Ex ia IIC T4 Ga)
Harmonized Standards Used:
EN60079-0:2012, EN60079-11:2012
Baseefa03ATEX0709 – Type n Certificate
Equipment Group II, Category 3 G (Ex nA IIC T5 Gc)
Harmonized Standards Used:
EN60079-0:2012, EN60079-15:2010
Page 2 of 3
Document Rev: 2013_A
23
Januari 2014
Snelstartgids
EC Declaration of Conformity
No: RMD 1045 Rev. G
Model 3144P Temperature Transmitter (all Output Protocols)
FM12ATEX0065X – Dust Certificate
Equipment Group II, Category 2 D (Ex tb IIIC T130°C Db)
Harmonized Standards Used:
EN 60079-0:2012, EN 60079-31:2009
FM12ATEX0065X – Flameproof Certificate
Equipment Group II, Category 2 G (Ex d IIC T6…T1)
Harmonized Standards Used:
EN 60079-0:2012, EN 60079-1:2007
ATEX Notified Bodies for EC Type Examination Certificate
BASEEFA Limited [Notified Body Number: 1180]
Rockhead Business Park
Staden Lane
Buxton, Derbyshire SK17 9RZ
United Kingdom
FM Approvals Ltd. [Notified Body Number: 1725]
1 Windsor Dials
Windsor, Berkshire, SL4 1RS
United Kingdom
ATEX Notified Body for Quality Assurance
BASEEFA Limited [Notified Body Number: 1180]
Rockhead Business Park
Staden Lane
Buxton, Derbyshire SK17 9RZ
United Kingdom
Page 3 of 3
24
Document Rev: 2013_A
Snelstartgids
Januari 2014
EG-verklaring van overeenstemming
Nr.: RMD 1045 rev. G
Wij,
Rosemount Inc.
8200 Market Boulevard
Chanhassen, MN 55317-9685
VS
verklaren onder onze volledige verantwoordelijkheid dat het product
Temperatuurtransmitter van model 3144P
vervaardigd door
Rosemount Inc.
8200 Market Boulevard
Chanhassen, MN 55317-9685
VS
waarop deze verklaring betrekking heeft, in overeenstemming is met de bepalingen in de
richtlijnen van de Europese Gemeenschap, met inbegrip van de meest recente wijzigingen, welke
staan vermeld in bijgevoegd schema.
De aanname van overeenstemming is gebaseerd op de toepassing van de geharmoniseerde
normen en, waar van toepassing of vereist, certificering door een aangemelde instantie van de
Europese Gemeenschap, zoals vermeld in het bijgevoegde schema.
Vice President of Global Quality
(functie – in blokletters)
(handtekening)
Kelly Klein
(naam – in blokletters)
(datum van uitgifte)
Pagina 1 van 3
Documentrev.: 2013_A
25
Januari 2014
Snelstartgids
EG-verklaring van overeenstemming
Nr.: RMD 1045 rev. G
EMC-richtlijn (2004/108/EG)
Alle modellen
Geharmoniseerde normen: EN61326-1:2006, EN61326-2-3: 2006
ATEX-richtlijn (94/9/EG)
Temperatuurtransmitter van model 3144P (4-20mA/Hart-uitgang)
BAS01ATEX1431X – certificering intrinsieke veiligheid
Apparatuurgroep II, categorie 1 G (Ex ia IIC T6/T5 Ga)
Toegepaste geharmoniseerde normen:
EN60079-0:2012, EN60079-11:2012
BAS01ATEX3432X – certificaat type n
Apparatuurgroep II, categorie 3 G (Ex na IIC T6/T5 Gc)
Toegepaste geharmoniseerde normen:
EN60079-0:2012, EN60079-15:2010
Temperatuurtransmitter van model 3144P (Fieldbus-uitgang)
Baseefa03ATEX0708X – certificaat intrinsieke veiligheid
Apparatuurgroep II, categorie 1 G (Ex ia IIC T4 Ga)
Toegepaste geharmoniseerde normen:
EN60079-0:2012, EN60079-11:2012
Baseefa03ATEX0709 – certificaat type n
Apparatuurgroep II, categorie 3 G (Ex nA IIC T5 Gc)
Toegepaste geharmoniseerde normen:
EN60079-0:2012, EN60079-15:2010
Pagina 2 van 3
26
Documentrev.: 2013_A
Snelstartgids
Januari 2014
EG-verklaring van overeenstemming
Nr.: RMD 1045 rev. G
Temperatuurtransmitter van model 3144P (alle uitgangsprotocollen)
FM12ATEX0065X – stofcertificaat
Apparatuurgroep II, categorie 2 D (Ex tb IIIC T130 °C Db)
Toegepaste geharmoniseerde normen:
EN 60079-0:2012, EN 60079-31:2009
FM12ATEX0065X – certificaat drukvastheid
Apparatuurgroep II, categorie 2 G (Ex d IIC T6…T1)
Toegepaste geharmoniseerde normen:
EN 60079-0:2012, EN 60079-1:2007
ATEX aangemelde instanties voor onderzoekscertificaat type EG
BASEEFA Limited [nummer aangemelde instantie: 1180]
Rockhead Business Park
Staden Lane
Buxton, Derbyshire SK17 9RZ
Verenigd Koninkrijk
FM Approvals Ltd. [nummer aangemelde instantie: 1725]
1 Windsor Dials
Windsor, Berkshire, SL4 1RS
Verenigd Koninkrijk
ATEX aangemelde instantie voor kwaliteitsborging
BASEEFA Limited [nummer aangemelde instantie: 1180]
Rockhead Business Park
Staden Lane
Buxton, Derbyshire SK17 9RZ
Verenigd Koninkrijk
Pagina 3 van 3
Documentrev.: 2013_A
27
Snelstartgids
00825-0111-4021, versie JA
Januari 2014
Rosemount Inc.
8200 Market Boulevard
Chanhassen, MN 55317, VS
T (VS) (800) 999-9307
T (andere landen) (952) 906-8888
F (952) 906-8889
Emerson Process Management bv
Postbus 212
2280 AE Rijswijk
Nederland
T (31) 70 413 66 66
F (31) 70 390 68 15
E info.nl@emerson.com
www.emersonprocess.nl
Emerson Process Management,
Russia
29 Komsomolsky prospekt
Chelyabinsk, 454138
Rusland
T (7) 351 798 8510
F (7) 351 741 8432
Emerson Process Management Emerson Process Management
Asia Pacific Private Limited
nv/sa
Emerson Process Management,
Dubai
Emerson Process Management Emerson Process Management
GmbH & Co. OHG
(India) Private Ltd.
Emerson Process Management
Latin America
1 Pandan Crescent
Singapore 128461
T (65) 6777 8211
F (65) 6777 0947/65 6777 0743
De Kleetlaan, 4
B-1831 Diegem
België
T (32) 2 716 7711
F (32) 2 725 83 00
www.emersonprocess.be
Argelsrieder Feld 3
82234 Wessling, Duitsland
T 49 (8153) 9390, F 49 (8153) 939172
Delphi Building, B Wing, 6th Floor
Hiranandani Gardens, Powai
Mumbai 400076, India
T (91) 22 6662-0566
F (91) 22 6662-0500
Beijing Rosemount Far East
Instrument Co., Limited
Emerson Process Management,
Brazil
No. 6 North Street, Hepingli,
Dong Cheng District
Beijing 100013, China
T (86) (10) 6428 2233
F (86) (10) 6422 8586
Emerson FZE
P.O. Box 17033,
Jebel Ali Free Zone - South 2
Dubai, V.A.E.
T (971) 4 8118100
F (971) 4 8865465
1300 Concord Terrace, Suite 400
Sunrise Florida 33323, VS
Tel. + 1 954 846 5030
Av. Hollingsworth, 325 - Iporanga
Sorocaba, SP – 18087-000, Brazilië
T (55) 15 3238-3788
F (55) 15 3228-3300
© 2014 Rosemount, Inc. Alle rechten voorbehouden. Alle merken eigendom van de merkhouder.
Het Emerson-logo is een handelsmerk en dienstmerk van Emerson Electric Co
Rosemount en het Rosemount-logo zijn gedeponeerde handelsmerken van Rosemount Inc.
Was this manual useful for you? yes no
Thank you for your participation!

* Your assessment is very important for improving the work of artificial intelligence, which forms the content of this project

Related manuals

Download PDF

advertising