Sulzer PC 242 Gebruikershandleiding

Add to my manuals
32 Pages

advertisement

Sulzer PC 242 Gebruikershandleiding | Manualzz

Pompbesturing Type ABS PC 242

PC 242

2012.04.04 14 :11 :30

0.60m

38.3 l/s

18.7 l/s

22.4 A

1

0.0 A

2

NL Gebruikersgids

www.sulzer.com

Copyright © 2014 Sulzer. Alle rechten voorbehouden.

Dit handboek en de software die erin wordt beschreven, wordt geleverd in licentie en mag alleen worden gebruikt en gekopieerd in overeenstemming met de bepalingen van een dergelijke licentie. De inhoud van dit handboek wordt alleen geleverd voor iformatief gebruik, kan zonder voorafgaand bericht worden gewijzigd en dient niet te worden geïnterpreteerd als een verplichting van de Sulzer. De Sulzer draagt geen verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor fouten of onjuistheden die eventueel in dit boek vermeld staan.

Met als uitzondering hetgeen wordt toegestaan door een dergelijke licentie, mag geen enkel deel van deze publicatie worden vermenigvuldigd, opgeslagen in een naslagsysteem of worden overgezet, in wat voor vorm of hoe dan ook, elektronisch, mechanisch, opgenomen of anderszins, zonder schriftelijke toestemming vooraf van de Sulzer.

Sulzer behoudt zich het recht voor specificaties te wijzigen vanwege technische ontwikkelingen.

II

iii

I

NHOUD

Over deze gids, gebruikers en voorwaarden 1

Hoofdstuk 1 Overzicht 3

1.1

PC 242 bedienings paneel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

3

1.2

Persoonlijk alarm en hoe het gereset moet worden . . . . . . . . . . .

5

Hoofdstuk 2 Doen van uw instellingen 7

2.1

Selecteren taal . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

7

2.2

Overzicht van instellingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

7

2.3

Systeeminstellingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

8

2.4

Pompputinstellingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

9

2.5

Pomp 1 en 2 instellingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13

2.6

Gemeenschappelijke instellingen voor pomp 1 en pomp 2 . . . . . . 15

2.7

Analoge logging . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 16

2.8

Instellingen voor grafieken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 16

2.9

Instellingen voor analoge ingangen . . . . . . . . . . . . . . . . . 17

2.10 Instellingen voor digitale ingangen . . . . . . . . . . . . . . . . . 18

2.11 Instellingen voor digitale uitgangen . . . . . . . . . . . . . . . . . 19

2.12 Instellingen voor pulskanalen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 19

2.13 Communicatie-instellingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 20

Hoofdstuk 3 Dagelijks gebruik (PC 242) 23

3.1

Handbediening . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 23

3.2

Alarmlijst . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 23

3.3

Toon Status . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 24

3.4

Grafieken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 24

Hoofdstuk 4 Technische gegevens en ENC-comptabiliteit 25

4.1

Technische gegevens . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 25

4.2

Elektromagnetische comptabiliteit . . . . . . . . . . . . . . . . . . 26

Hoofdstuk 5 Accessoires 27

5.1

Pompcontroller . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 27

5.2

Accessories . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 29

iv

1

O

VER DEZE GIDS

,

GEBRUIKERS EN VOORWAARDEN

Deze gids beschrijft de familie van pompcontroller PC 242. Deze controllers hebben dezelfde functionaliteit in termen van hun vermogen om de pompen te regelen en alarmsignalen te beheren—het enigste verschil is dat PC 242 een grafische display heeft waarop u alle aspecten van de pompen en de omstandigheden in de put kunt zien en regelen, waarbij PC 241 alleen kan worden geconfigureerd vanaf een computer met de AquaProg software van Sulzer. Deze pompcontroller kunnen individueel worden gebruikt of alle waarden en omstandigheden communiceren naar een centraal controle- en besturingssysteem, zoals AquaVision van Sulzer.

Gebruikers

Deze gids is bedoeld voor beheerders en gebruikers van de pompcontrollers

PC 242.

Voorwaarden

Deze gids gaat ervan uit dat u al bekend bent met deze pompen die u moet gaan besturen en alle sensors die zullen worden aangesloten op PC 242.

De beheerder moet ook het volgende weten:

Als de elektriciteit dagelijks variërende tarieven heeft, moet u de tijden van hoge/lage tarieven kennen.

U moet weten hoe overstorten zal worden gemeten; of deze zal worden gemeten met zowel een overstortsensor (om de start van de overstorten te detecteren) en een niveausensor (om de actuele stroom te meten), u moet de parameters kennen (exponenten en constanten) die moeten worden ingevoerd als instellingen, zodat de overstort accuraat kan worden gemeten door een berekening in PC 242.

U moet weten hoe de eenheid moet communiceren—via een modem of via een vaste lijn, en alle details die daaraan gerelateerd zijn.

U moet beschikken over een plan dat onderwerpen bevat als: welke alarmklasse (A-alarm of B-alarm) toe te wijzen aan ieder alarm; of de pompen moeten afwisselen; of ze regelmatig moeten draaien ingeval van lange stilstandperioden, etc.

Installatiegids

Er is een afzonderlijke installatiegids, zie referentie

[1]

hieronder.

Lezen van de gids

Begin met het lezen van Hoofdstuk 1

Overzicht

op pagina 3. Hij beschrijft de

algemene functionaliteit, de grafische display (PC 242), de betekenis en het gebruik van de knoppen, wachtwoorden etc.

De beheerder moet ervoor zorgen dat alle instellingen conform Hoofdstuk

2

Doen van uw instellingen

geschikt zijn voor uw toepassing. Voor PC 242, zijn deze instellingen direct toegankelijk via menu-items in de grafische display.

Sommige instellingen in Hoofdstuk 2 gelden voor degenen die alleen de controller bedienen—die instellingen zijn: taalselectie, datum- en tijdinstellingen, achtergrondverlichting time-out, wachtwoorden, start/stopniveaus.

Hoofdstuk 3

Dagelijks gebruik (PC 242)

op pagina 23 beslaat de onderwerpen

die nodig zijn voor de gewone dagelijkse bediening van PC 242.

2

O

VER DEZE GIDS

,

GEBRUIKERS EN VOORWAARDEN

Aanverwante literatuur

[1]

[2]

[3]

[4]

Geavanceerd pompcontroller PC 242, Installatiegids

(inbegrepen op zoewel Cd als in de vorm van een meertalig gedrukt boekje)

COMLI/Modbus PC 242

(inbegrepen op de Cd)

AquaProg 4 (voor het configureren van pompcontroller)

AquaVision 6 (Telemetrie- SCADA software)

Verklarende woordenlijst en afspraken

Om een menu-item aan te duiden in een hiërarchie, wordt een gehoekte haak gebruikt om de niveaus te scheiden. Voorbeeld: Instellingen > Systeem staat voor het menu-item dat u bereikt door eerst het menu-item Instellingen te kiezen, dat een aantal submenu's heeft, waar u het menu-item Systeem kiest.

Tekst in blauw (zoals blauw ) duidt op een hypertextlink. Als u dit document op een computer leest, kunt u klikken op het item en zult u naar de bestemming van de link worden gebracht.

Alarmklasse

: De alarmklasse kan een A-alarm of B-alarm zijn. A-alarmsignalen zijn die welke een onmiddellijke actie vereisen, dus operationeel personeel moet onmiddellijk worden gewaarschuwd, ongeacht het uur van de dag. Balarmsignalen zijn minder belangrijk, maar er moet aandacht aan worden geschonken tijdens de normale werkuren.

Tussentijds laten draaien van pompen

: Lange perioden van stilstand in corrosief besmette milieus zijn niet goed voor pompen. Als tegenmaatregel kunnen ze

"regelmatig proefdraaien" met regelmatige intervallen, die de corrosie en andere schadelijke effecten zullen reduceren.

Digitale Ingang

staat voor een signaal dat aan of uit is (hoog of laag), waarbij hoog iets is tussen 5 en 34 volt DC, en laag iets onder 2 volt.

Digitale Uitgangen

staat voor een relais dat normaal gesloten of normaal open is.

Analoge Ingang

is voor sensors en in het bereik 4-20mA of 0-20mA.

PC 242

2012.04.04 14 :11 :30

0.60m

38.3 l/s

18.7 l/s

22.4 A

1

0.0 A

2

3

1

O

VERZICHT

PC 242 is een familie van controllers voor twee pompen. Deze eenheden hebben dezelfde functionaliteit in termen van hun vermogen om de pompen te regelen en alarmsignalen te beheren—het verschil is dat PC 242 een grafische display heeft waarop u alle aspecten van de pompen en de omstandigheden in de put kunt zien en regelen, waarbij PC 241 alleen kan worden geconfigureerd vanaf een computer die draait AquaProg (zie referentie

[3] op pagina 2) vanaf Sulzer.

Deze pompcontroller kunnen individueel worden gebruikt of alle waarden en omstandigheden communiceren naar een centraal controle- en besturingssysteem, zoals AquaVision van Sulzer.

De eenheden bevatten alle functies die noodzakelijk zijn voor het communiceren van alle waarden en omstandigheden naar een centraal controle- en besturingssysteem. De communicatiemethoden omvatten:

• Analoge modem

• GSM-modem

• GPRS-modem

• Vaste verbinding via radio of kabel

Alarmsignalen kunnen worden verzondern naar het centraal controlesysteem of verzonden als een

SMS

naar een mobiele telefoon. Als de PC 242 communiceert via een modem, kunnen vier telefoonnummers worden ingesteld, die op volgorde worden geprobeerd tot het alarmsignaal succesvol kan worden doorgegeven of een pogingengrens wordt bereikt. Deze pogingen kunnen allemaal worden geconfigureerd voor verschillende omstandigheden, zoals de alarmklasse. Als een voorbeeld: als het er niet in slaagt een alarm door te geven aan een centraal controlesysteem, kan het een

SMS

sturen naar een mobiele telefoon, maar alleen als de alarmklasse een A-alarm is.

Alarmsignalen worden opgeslagen in een alarmlogboek en deze kunnen worden bevestigd, op afstand of lokaal op de pompcontroller.

Hierna beschrijven we het paneel inclusief de knoppen en led’s, en PC 242

(Paragraaf

1.1

) inclusief de grafische display, knoppen en led’s:

1.1

PC 242 bedienings paneel

Het standaard beeld van de display op de PC 242 toont dynamisch de bedieningsstatus van de pompen en de omstandigheden in de put, en toond alles wat u moet weten over de huidige situatie.

Afbeelding 1-1

toont de symbolen en verklaart hun betekenissen. De eenheid zal altijd terugkeren naar dit beeld na

10 minuten van inactiviteit in een ander beeld (zoals het tonen van menu's).

Rechts van de display zitten zes knoppen waarmee u navigeert in de menu's en

de controle-instellingen. Afbeelding 1-2

toont de lay-out en verklaart de functies van de knoppen.

4

O

VERZICHT

Alarmsymbool

Overstort sensor

Lage capaciteit P2

2,50 m

25,0 l/s

Alarmtekst

Hoogte van water in put

Outflow vanuit put

Hoog niveau wipper

Inflow naar put

5,3 l/s

5,8 A

1

4,7 A

2

Stroomverbruik voor pomp 2

Toont de werking (geanimeerde driehoek)

Pomp nummer 2

Laag niveau wipper

Hoogte van water (geanimeerd)

Afbeelding 1-1 De display op de PC 242 toont dynamisch de status van de pompen, en toont alles wat u moet weten. Het alarmsymbool en de -tekst zullen alleen worden getoond als er echt een alarm is en in dat geval zal een rood licht knipperen op de rechterkant van het paneel.

De overstort- en hoog/laag-niveau sensors zullen rood worden gekleurd als ze worden geactiveerd. De driehoek in de pomp zal groen worden als de pomp normaal werkt, terwijl deze rood zal zijn in geval van storingen en geel als hij stationair draait.

Als er waarden negatief zijn, dan duidt dat op een storing in de sensor of de communicatie met de sensor.

Omhoog

Links/Achteruit Rechts/Vooruit

Alarm

Escape/Annuleren Enter

Omlaag

Afbeelding 1-2 U navigeert in de menu's met de pijltjesknoppen. U gaat “in” een menu-item door te drukken op de Rechter/Vooruit knop of de Enter knop. U bevestigt een handeling met de Enter knop. De Escape knop zal de huidige handeling annuleren en u direct naar een overzichtsbeeld van de pompput brengen.

Het groene licht geeft aan dat de eenheid van spanning wordt voorzien. De Rx en Tx zullen alleen branden tijdens communicatie (ontvangen respectievelijk zenden). De rode alarmindicator zal knipperen als sprake is van een onbevestigd alarm (de display informeert u over het type alarm).

Als het alarm is bevestigd, blijft het licht rood branden en dat blijft zo tot de oorzaak verdwijnt.

Knopfuncties

o Om het overzichtsbeeld van de pompput te verlaten en in de menu's te gaan, drukt u op de Omhoog of Omlaag pijltjesknop.

o U gaat “in” een menu-item door te drukken op de Rechter/Vooruit knop of de Enter knop. o U bevestigt een handeling (of voert deze uit) met de Enter knop. Als het standaard van de display toont dat sprake is van een alarm, zal het drukken op de Enter knop een prompt doen verschijnen om het alarm te bevestigen, en als u nog eens drukt op Enter zal het worden bevestigd.

o Om de huidige handeling te annuleren, of de menu's te verlaten, en terug te keren naar het overzichtsbeeld van de pompput, drukt u op de Escape knop.

Led’s

Rechts van de knoppen zitten vier led’s die tonen: o Het groene licht geeft aan dat de eenheid van stroom wordt voorzien.

o TX zal branden bij het overzetten van data naar de modem.

o Rx zal branden als er data worden ontvangen van de modem.

o De rode alarmindicator zal knipperen als sprake is van een onbevestigd alarm en de display informeert u over het type alarm. Als het alarm is bevestigd, blijft het licht rood branden en dat blijft zo tot de oorzaak verdwijnt.

Hoofdmenu

Afbeelding 1-3 toont het Hoofdmenu, dat u bereikt vanuit jet overzichtsbeeld

door te drukken op de Omhoog of Omlaag pijl:

5

Esc

Hoofdmenu

Handbediening

Alarmlijst

Toon Status

Instellingen

Grafieken

Select Language

Naam van het menu

Menu-items

Deze symbolen tonen dat de navigatieknoppen "actief" zijn.

in het huidige beeld.

Afbeelding 1-3 Het standaard van de PC 242 grafische display.

Hoe het contrast af te stellen

Het contrast van de display kan worden afgesteld middels de volgende procedure: o Helderder: Houd de Rechts/Vooruit knop ingedrukt en druk op de Escape knop.

o Donkerder: Houd de Links/Achteruit knop ingedrukt en druk op de Escape knop.

Hoe waarden en strings in te voeren

Gebruik de Omhoog/Omlaag knoppen om een waarde of leter naar beneden te gaan. Voor waarden meer dan één cijfer/karaketer, gebruikt u de Links/Rechts knoppen om het tussenvoegpunt te bewegen naar het gewenste veld, zodat u de waarde kunt wijzigen met de Omhoog/Omlaag knoppen etc..

Wachtwoorden

Er zijn drie veiligheidsniveaus:

1. Dagelijkse handelingen, zoals bevestiging van een alarm of het stoppen van een pomp, vereisen geen wachtwoord of autorisatie.

2. Operationele instellingen, zoals de instelling van de start- of stopniveaus voor de pomp, vereisen een wachtwoord op het niveau van Gebruiker;

3. Configuratie-instellingen die van invloed zijn op de basisfunctionaliteit of de toegang, zoals instelling van het datumformaat, vereisen een wachtwoord op het niveau van Beheerder.

De fabrieksstandaardwachtwoorden zijn 1 respectievelijk 2, maar de wachtwoord kunnen worden gewijzigd onder het menu-item Instellingen > Systeem. Als een wachtwoord voor Gebruiker vereist is, kunt u de wachtwoord voor Gebruiker of Beheerder geven.

1.2 Persoonlijk alarm en hoe het gereset moet worden

Als het pompstation bemand is, kan een persoonlijk alarm worden uitgegeven als de onderhoudspersoon geen activiteiten heeft vertoond tijdens een bepaalde tijdsperiode. Voor details over instellingen die hieraan zijn gerelateerd, zie

Paragraaf 2.3

Systeeminstellingen

op pagina 8 (toewijzen Alarm Type,

Alarm Vertraging en Max. Tijd tot Reset),

Paragraaf 2.10

Instellingen voor digitale ingan-

gen

op pagina 18 (toewijzen Persoon in Station aan een Digitale In), en Paragraaf 2.11

Instellingen voor digitale uitgangen

op pagina 19 (toewijzen Person. Alarm Ind aan

Digital Out 4 of 5).

Na de gespecificeerde Max. Tijd tot Reset, wordt het toegewezen Digitale Uitgang relais geactiveerd zodat een visueel of audiosignaal de onderhoudspersoon erop kan wijzen dat de alarmtimer moet worden gereset. Als de alarmtimer niet wordt gereset binnen Alarm Vertraging, wordt een persoonlijk alarm verzonden.

Om de timer te resetten, drukt u op een knop op het pompcontroller.

6

O

VERZICHT

Esc

Hoofdmenu

Handbediening

Alarmlijst

Toon Status

Instellingen

Grafieken

Select Language

7

2

D

OEN VAN UW INSTELLINGEN

De procedure voor het doen van deze instellingen wordt beschreven voor

PC 242, die beschikt over een grafische interface (zie Paragraaf 1.1

op pagina 3).

2.1 Selecteren taal

1. Kies het menu-item Select Language en druk twee keer op Enter.

2. Voer de wachtwoord in voor Gebruiker (standaard is 1). Druk op Enter.

3. Ga naar de taal van uw keuze met behulp van de Omhoog/Omlaag knoppen.

4. Druk op Enter en vervolgens op de Links/Achteruit pijl.

2.2 Overzicht van instellingen

Het menu-item Instellingen heeft 12 sub-menu's met een groot aantal instellingen die moeten worden ingevoerd door de beheerder, ofschoon ze allemaal redelijke standaardwaarden hebben. Dit zijn de 12 submenu's:

1. Systeem ( Table 2-1 in Paragraaf 2.3

op pagina 8)

2. Pomp put ( Table 2-2 in Paragraaf 2.4

op pagina 9)

3. Pomp 1 ( Table 2-3 in Paragraaf 2.5

op pagina 13)

4. Pomp 2 ( Table 2-3 in Paragraaf 2.5

op pagina 13)

5. Algemeen P1-P2 ( Table 2-4 in Paragraaf 2.6

op pagina 15)

6. Analoge logging (

Table 2-5

in Paragraaf

2.7

op pagina 16)

7. Grafieken ( Table 2-6 in Paragraaf 2.8

op pagina 16)

8. Analoge ingangen (

Table 2-7 in Paragraaf 2.9

op pagina 17)

9. Digitale ingangen (

Table 2-8 in Paragraaf 2.10

op pagina 18)

10. Digitale uitgangen ( Table 2-9 in Paragraaf 2.11

op pagina 19)

11. Pulskanalen ( Table 2-10

in Paragraaf

2.12

op pagina 19)

12. Communicatie (

Table 2-11 in Paragraaf 2.13

op pagina 20)

Alle instellingen vereisen een wachtwoord voor Beheerder behalve enkele instellingen onder het submenu Systeem en de start-/stopniveaus onder de submenu's

Pomp 1 en Pomp 2, die alleen een wachtwoord vereisen voor Gebruiker.

Alle 12 submenu's worden beschreven in afzonderlijke tabellen. De exacte procedure voor hoe de tabellen moeten worden geïnterpreteerd wordt hieronder met voorbeelden uitgelegd voor de instellingen onder het menu-item

Instellingen > Systeem > Systeem Alarmen > Spanning uitval in

Table 2-1 op pagina 8:

1. Kies het menu-item Instellingen en druk op Enter.

Het hoogste menu-item Systeem zal worden geselecteerd. Druk nog eens op

Enter

.

2. Selecteer het menu-item Systeem Alarmen met behulp van de Omhoog/Omlaag knoppen, druk op Enter.

3. Selecteer het menu-item Spanning uitval, druk op Enter..

4. Selecteer het menu-item Alarm Type, druk op Enter en voer het wachtwoord in voor Beheerder. Kies een van de {Inactief, B Alarm, A Alarm} en druk op Enter.

5. Selecteer het menu-item Alarm Vertraging, druk op Enter en geef het wachtwoord voor Beheerder. Stel het aantal seconden in en druk op Enter.

8

D

OEN VAN UW INSTELLINGEN

Het wachtwoord zal enkele seconden worden onthouden, dus in punt 5 hierboven hoeft u mogelijk het wachtwoord niet in te voeren. Hoe de knoppen op het paneel worden gebruikt, wordt beschreven in

Hoofdstuk 1

pagina 3.

Overzicht

op

Systeem

2.3 Systeeminstellingen

Table 2-1

toont de complete lijst van systeeminstellingen.

Table 2-1

Systeeminstellingen, onder het menu-item ‘Instellingen > Systeem’

Submenu Submenu Instelling Waarde Wachtwoord

Select Language

Commentaar

Gebruiker

Hetzelfde als de instelling beschreven in

Paragraaf

2.1

.

Datum Formaat

Stel Datum in

Stel Tijd in

Kies eenheid

Achtergrond verlicht

Grafisch bereik

Selecteer een taal

Selecteer een datumformaat

Datum

Tijd

{Metrisch}

Minuten

Beheerder

Gebruiker

Beheerder In de huidige versie is metrisch de enige keuze.

Gebruiker

Als u een waarde van 0 invoert, zal het achterlicht altijd aan zijn.

Systeem

Alarmen

Spanning uitval

Lage voedingsspannin

NV Checksum

Error

Persoonlijk

Alarm

Verander wachtwoord

Alarm Type

Alarm Vertraging

Alarm Type

Alarm Vertraging

Alarm Limiet

Hysteresis

Alarm Type

Alarm Vertraging

Alarm Type

Alarm Vertraging

Max. Tijd tot Reset

Gebruiker

Beheerder

Meters

{Inactief,

B Alarm, A Alarm}

Seconden

{Inactief,

B Alarm, A Alarm}

Seconden

Volt

Volt

{Inactief,

B Alarm, A Alarm}

Seconden

{Inactief,

B Alarm, A Alarm}

Seconden

Uren en minuten

Heel getal

Heel getal

Beheerder

NV Checksum Error wordt uitgegeven als de controlesom voor het niet vergankelijke geheugen een storing aangeeft. Het alarm blijft actief tot de stroom wordt uit-/aangezet.

Gebruiker

Beheerder

Na deze tijd moet de onderhoudsmonteur de timer resetten (door op een knop te drukken), anders wordt een persoonlijk alarm verzonden na Alarm Vertraging.

Voor gebruikertoegang. De code kan 1 tot 4 cijfers lang zijn. De standaardcode af fabriek is

1.

Voor beheerdertoegang. De code kan 1 tot 4 cijfers lang zijn. De standaardcode af fabriek is

2.

Historie/Alarm Reset

Alle Historische Log

Alle Alarmen

{Anuleer, Reset}

{Anuleer, Reset}

Beheerder

9

Pomp put

2.4 Pompputinstellingen

Table 2-2

toont de complete lijst van instellingen onder het submenu Pomp put.

Table 2-2

Pompputinstellingen, onder ‘Instellingen > Pomp put’ (Blad 1 van 5)

Submenu Submenu Instelling Waarde Wachtwoord

Type Niveau Sensor

Max.No. Pomp.tegelij

Kies Type

Kies Pompen bedrijf

{Analoge sensor,

Start/Stop Niv. wip}

{Max. 2 Pompen,

Max. 1 Pomp}

Beheerder

Beheerder

Min Relais Interval Min Tijd Seconden

Commentaar

Beheerder

Om de stroomdalen en pieken te minimaliseren die worden veroorzaakt doordat pompen tegelijkertijd starten of pompen, moet er altijd een minimumtijd zitten tussen twee relaisschakelstatussen.

Alternering

Normale

Alternering

Asymmet.

Alternering

Alt. Functie

Alterneren na

Primaire pomp

Aantal Stops tot Alt

Looptijd Alternering

{UIT, Normaal,

Asymmetrisch}

{Elke Pomp Stop,

Beide Pompen}

{Pomp 1, Pomp 2}

Heel getal

{AAN, UIT, }

Beheerder

Looptijd

Alternering

Starten op inflow

Station Flow

Meet

Parameters

Na Cont. Looptijd

Start Functie

Verander Start Niv.

Per

Stop Functie

Verander Stop Niv.

Per

Inflow berekening

Vorm v/d Put

Ledigen/Vullen

Inflow Calc. Interva

Flow Compensatie 2 P

Uren en minuten

{UIT, AAN}

Meters

Minuten

{UIT, AAN}

Meters

Minuten

{UIT, AAN}

{Rechthoekig,

Conisch}

{Ledigen Put,

Vullen Put}

Seconden

Percentage

Beheerder

Beheerder

Zal alleen omschakelen na een bepaald aantal stops van de primaire pomp.

Naast de normale of asymmetrische alternering kunt u het controlemechanisme zo instellen dat de pomp wordt uitgeschakeld als die pomp een bepaalde tijdsperiode voortdurend heeft gedraaid.

Als het niveau toeneemt met minstens

Verander Start Niv. gedurende de tijdsperiode Per., zal één pomp starten. Als het niveau zoveel blijft toenemen, zal de volgende pomp starten.

Als het niveau afneemt met meer dan

Verander Stop Niv. gedurende de tijdsperiode Per., zal één pomp stoppen. Als het niveau zoveel blijft afnemen, zal de volgende pomp stoppen.

Is de pomp bezig met het vullen of leegmaken van de put?

Tijdsinterval tussen metingen.

100% betekent dat 2 pompen tweemaal zoveel leveren als een enkele pomp. 50 % betekent dat 2 pompen niet meer leveren dan een enkele pomp.

Put oppervlakte

Niveau 0

Oppervlakte 0

Niveau 9

Oppervlakte 9

Gefixeerd op 0 meter

Vierkante meters

Meters

Vierkante meters

Beheerder

U kunt de vorm van de put specificeren door het oppervlak te specificeren op 10 verschillende niveaus vanaf de bodem van de put, niveau 0, tot de bovenkant, niveau 9.

10

D

OEN VAN UW INSTELLINGEN

Table 2-2

Pompputinstellingen, onder ‘Instellingen > Pomp put’ (Blad 2 van 5)

Submenu Submenu Instelling Waarde Wachtwoord

Calc. Pomp Cap.

Overstort

Functie

Min. niveau P.Cap.

Berek.

Start Vertraging

Calculatie Tijd

Stop Vertraging

Overstort Detectie

Overstort Berekening

{UIT, AAN}

Meters

Seconden

Seconden

Seconden

{UIT,

Overstort Sensor,

Niveau Limiet}

{Gebr. Hist. Infl..,

Exp. & Constant}

Beheerder

Beheerder

Commentaar

Voor dompelpompen, instellen Min. niveau P.Cap.

Berek als bovenkant van de pomp—dit verbetert de nauwkeurigheid. De berekening start na Start Vertraging, als de pompstromen zijn gestabiliseerd en dat doorgaat gedurende de

Calculatie Tijd.

Stop Vertraging is niet van invloed op de berekening van de pompcapaciteit, maar de berekening van de instroom wordt verhinderd gedurende de Stop Vertraging nadat de pomp stopt als de stroom is gestabiliseerd.

Om een overstort te detecteren, is een overstortsensor veel nauwkeuriger dan een drempel van de niveausensor. Door het instellen van parameters (exponenten en constanten) kan de overstort ook veel nauwkeuriger worden gemeten door een berekening.

"Vergrendeling op inflow" maakt eenvoudig gebruik van de historische waarde van de instroom.

Exponent &

Constant

Exponent 1

Constante 1

Exponent 2

Constante2

Aantal

Aantal

Aantal

Aantal

Overflow

=

h e

1

c

1

+

h e

2

c

2

h

= height of water

[ m

3

⁄ s

]

Overstort

Niveau

Backup Running

Niveau Limiet

Pomp 1 Backup Start

Pomp 2 Backup Start

Looptijd

Meters

{UIT, AAN}

{UIT, AAN}

Seconden

Beheerder

Het niveau waarbij een overstort wordt verwacht. NB: niet zo nauwkeurig als het gebruik van een overstortsensor.

Als de normale regeling via de start- en stopniveaus mislukt, kan dit functioneren als een noodback-up:

Als de hoog niveau vlotter wordt geactiveerd, kunnen de pompen 1 en/of 2 worden ingesteld om te beginnen met draaien gedurende een periode van Looptijd.

11

Table 2-2

Pompputinstellingen, onder ‘Instellingen > Pomp put’ (Blad 3 van 5)

Submenu Submenu Instelling Waarde Wachtwoord

Put Alarmen

Hoog Niveau

Laag Niveau

Hoog Niveau

Wipper

Laag Niveau

Wipper

Hoge Inflow

Lage Inflow

Backup Start

Afstand

Blokkering

Te Hoge Druk

Te Lage Druk

Overstort

Alarm

Druk

Blokkering

Drainage

Pomp loopt

Alarm Type

Alarm Vertraging

Alarm Limiet

Hysteresis

Alarm Type

Alarm Vertraging

Alarm Limiet

Hysteresis

Alarm Type

Alarm Vertraging

Alarm Type

Alarm Vertraging

Alarm Type

Alarm Vertraging

Alarm Limiet

Hysteresis

Alarm Type

Alarm Vertraging

Alarm Limiet

Hysteresis

Alarm Type

Alarm Vertraging

Alarm Type

Alarm Vertraging

Alarm Type

Alarm Vertraging

Alarm Limiet

Hysteresis

Alarm Type

Alarm Vertraging

Alarm Limiet

Hysteresis

Alarm Type

Alarm Vertraging

Alarm Type

Alarm Vertraging

Alarm Type

Alarm Vertraging

Seconden

Liters/seconde

Liters/seconde

{Inactief,

B Alarm, A Alarm}

Seconden

Liters/seconde

Liters/seconde

{Inactief,

B Alarm, A Alarm}

Seconden

{Inactief,

B Alarm, A Alarm}

Seconden

{Inactief,

B Alarm, A Alarm}

Seconden

{Inactief,

B Alarm, A Alarm}

Seconden

Meters

Meters

{Inactief,

B Alarm, A Alarm}

Seconden

Meters

Meters

{Inactief,

B Alarm, A Alarm}

Seconden

{Inactief,

B Alarm, A Alarm}

Seconden

{Inactief,

B Alarm, A Alarm}

Bar

Bar

{Inactief,

B Alarm, A Alarm}

Seconden

Bar

Bar

{Inactief,

B Alarm, A Alarm}

Seconden

{Inactief,

B Alarm, A Alarm}

Seconden

{Inactief,

B Alarm, A Alarm}

Seconden

Beheerder

Commentaar

De drukdrempel voor het alarm is ingesteld in het menu hieronder voor pompblokkering.

12

D

OEN VAN UW INSTELLINGEN

Table 2-2

Pompputinstellingen, onder ‘Instellingen > Pomp put’ (Blad 4 van 5)

Submenu Submenu Instelling Waarde Wachtwoord

Put Alarmen

Sensor Fout

Motor Protect.

DO 6

Beide

Pompen

Geblokk

Afstand

Blokkering

Alarm Type

Alarm Vertraging

Alarm Type

Alarm Vertraging

Alarm Type

Alarm Vertraging

Afstand Blokkering

Blokkering Timeout

{Inactief,

B Alarm, A Alarm}

Seconden

{Inactief,

B Alarm, A Alarm}

Seconden

{Inactief,

B Alarm, A Alarm}

Seconden

{UIT, AAN}

Seconden

Beheerder

Laag Niveau

Wipper

Laag Niveau Wipper {UIT, AAN}

Pomp

Blokkering

Druk

Blokkering

Druk Blokkering

Blok. Vertraging

Blok Druk

{UIT, AAN}

Seconden

Bar

Beheerder

Blok. Timeout Seconden

Commentaar

Een waarde van nul voor Blokkering Timeout betekent dat voor de blokkade nooit een timeout zal optreden.

NB: Druk Blokkering kan worden gebruikt als een druksensor is geïnstalleerd op de uitstroomzijde, als deze een te hoge druk voor de pomp aangeeft, kan deze worden geblokkeerd. Een waarde van nul voor

Blok. Timeout betekent dat voor de blokkade nooit een time-out zal optreden.

Blok.op

Lekkage

Mixer Control

Mengerregeli ng

Dit menu volgt de instelling van

DO 6 in

Table 2-9

, dat kan worden ingesteld in een van de menu's rechts:

(Mixer regeling)

Cleaning

Control

Reinigingsreg eling

Drain Pomp

Control

Afvoerpompr egeling

Blok.op Lekkage

Blok. Vertraging

Stop Pomp bij Mixen

Mixer Tijd

Aantal Starts

Timer Interval

Max. Niveau

Min. Niveau

Spoelen bij:

Spoeltijd

No. Start tot Spoel

Start Vertraging

Stop Vertraging

{UIT, AAN}

Seconden

{NEE, JA} seconden

Heel getal

Uren en minuten

Meters

Meters

{Pomp Start,

Pomp Stop}

Seconden

Heel getal

Seconden

Seconden

Beheerder

De mixer wordt gestart na Aantal Starts pomp start, of na Timer interval. Het invoeren van nul schakelt de corresponderende activator uit.

Als max. > min. niveau, dan is dit het scherm waarin de mixer kan draaien. Als max. < min. niveau, dan mag de menger alleen draaien buiten dat scherm.

Slaafcontact voor Digital In-type

Drain Pomp Wipper.

Niveau Sensor Contro

Bij Hoog Niv. Wipper

Niv. bij Hoog Wipper

Max. Afwijking +/–

Bij Laag Niv. Wipper

Niv. bij Laag Wipper

{UIT, AAN}

Meters

Meters

{UIT, AAN}

Meters

Beheerder

Controleert of de niveausensor goed functioneert. Controles kunnen plaatsvinden bij een hoge vlotter, bij een lage vlotter en om te verzekeren dat de uitgangen varieert.

Bij hoge/lage vlotter kan een alarmsignaal worden uitgegeven als de niveausensor een waarde geeft die niet ligt binnen Max. Afwijking van het gespecificeerde niveau van de hoge/ lage wipper.

Max. Afwijking +/– Meters

Niv. Verand. Contr.

Niveau Wijzigingstijd

Min. Niv. Verander.

{UIT, AAN}

Seconden

Meters

Om ervoor te zorgen dat de waarde varieert, zie hieronder:

Een sensoralarm lan worden uitgegeven als de niveausensor zijn uitgangs waarden niet minstens wijzigt in Min. Niv. Verander. in de tijdsperiode Niveau Wijzigingstijd.

13

Table 2-2

Pompputinstellingen, onder ‘Instellingen > Pomp put’ (Blad 5 van 5)

Submenu Submenu Instelling Waarde Wachtwoord

Dag/Nacht

Tarief

Piek op

Maandag tot

Piek op

Zondag

Dag/Nacht Tarief

Tijd voor H. Tarief

Pomp tot Niv.

Piek Tijd 1 Aan

Piek Tijd 1 Uit

Piek Tijd 2 Aan

Piek Tijd 2 Uit

{UIT, AAN}

Minuten

Meters

Uren en minuten

Uren en minuten

Uren en minuten

Uren en minuten

Beheerder

N.A.P. Niveau Set Niveau Meters

Commentaar

Beheerder

Als tariefcontrole wordt gebruikt, kunt u de pompen instellen om te beginnen met het leegmaken van de put Tijd voor H. Tarief voordat het hoge tarief start. In dat geval zal de put worden leeggemaakt tot het Pomp tot Niv.

(of tot een stopniveau, wat het eerst aan de orde is).

Voor iedere dag van de week kunt u twee tijdsperioden met hoog tarief specificeren (door het specificeren van de aan- en uittijden).

Als het tonen van de huidige niveaus moet gaan om absolute niveaus t.o.v. zeeniveau, voer dan het niveau van de pompput t.o.v. zeeniveau in.

Pomp 1

Pomp 2

2.5 Pomp 1 en 2 instellingen

Table 2-3

toont de complete lijst van instellingen die u kunt doen onder de submenu's Pomp 1 en Pomp 2.

Table 2-3

Pomp 1 en 2 instellingen, onder ‘Instellingen > Pomp 1’ en ‘Instellingen > Pomp 2’ (Blad 1 van 3)

Submenu Submenu Instelling Waarde Wachtwoord

Commentaar

Relais Control

Start/Stop Niveaus

Pomp Inbedr. Ind.

Tijd Instellingen

Pomp Capaciteit

Pomp aanwezig ?

Start Niveau

Stop Niveau

Rand. Start bereik

Start Niv. H.Tarief

Stop Niv. H.Tarief

Kies Type

Stroom >=

Demping Sign. aan

Demping Sign. uit

Max. Cont. Looptijd

Lage Capaciteit bij:

{NEE, JA}

Meters

Meters

Meters

Meters

Meters

{UIT, Digitale Ingang,

Motor Stroom}

Ampère

Seconden

Seconden

Uren en minuten

Liters per seconde

Beheerder

Gebruiker

Beheerder

Beheerder

Beheerder

Als een pomp niet is aangesloten, werkt het relais nog steeds conform de start-/stopniveaus.

NB: Deze niveaus worden alleen gebruikt tijdens perioden van laag tarief en als tariefcontrole wordt gebruikt.

Het startniveau wordt willekeurig gemaakt ± dit bereik rond Start Niveau.

Tijdens pertiode van hoog tarief worden deze niveaus gebruikt als de start- en stopniveaus.

De omstandigheden/sensor waarbij een pomp wordt beschouwd als draaiend.

De pomp wordt beschouwd als draaiend boven deze opgenomen stroom(A) de drempel.

Om pieken en geluid te onderdrukken, kunnen het vereist zijn dat geactiveerde drempels van sensors een bepaalde tijd aanhouden voordat een wijziging van de status wordt geaccepteerd.

De pompen worden gestopt als de Max. Cont.

Looptijd is bereikt. De timer wordt gereset iedere keer dat een startniveau wordt bereikt.

Er wordt een alarm uitgegeven als de gemeten capaciteit onder deze drempel ligt.

14

D

OEN VAN UW INSTELLINGEN

Table 2-3

Pomp 1 en 2 instellingen, onder ‘Instellingen > Pomp 1’ en ‘Instellingen > Pomp 2’ (Blad 2 van 3)

Submenu Submenu Instelling Waarde Wachtwoord

Commentaar

Pomp

Alarmen

Geen Run

Indicatie

Therm. beveiliging.

Mot.Prot

Reset Fout

Te hoge

Motor Stroom

Te Lage Motor

Stroom

Water in Olie

Klikson

Te Lage Pomp

Cap.

Pomp Niet in

Auto

Pomp Fout

Max. Cont.

Looptijd

Pomp Alarm geblok.

Alarm Type

Alarm Vertraging

Alarm Type

Alarm Vertraging

Alarm Type

Alarm Vertraging

Alarm Type

Alarm Vertraging

Alarm Limiet

Hysteresis

Alarm Type

Alarm Vertraging

Alarm Limiet

Hysteresis

Alarm Type

Alarm Vertraging

Alarm Type

Alarm Vertraging

Alarm Limiet

Hysteresis

Alarm Type

Alarm Vertraging

Alarm Limiet

Hysteresis

Alarm Type

Alarm Vertraging

Alarm Type

Alarm Vertraging

Alarm Type

Alarm Vertraging

Alarm Type

Alarm Vertraging

{Inactief,

B Alarm, A Alarm}

Seconden

{Inactief,

B Alarm, A Alarm}

Seconden

{Inactief,

B Alarm, A Alarm}

Seconden

{Inactief,

B Alarm, A Alarm}

Seconden

Ampère

Ampère

{Inactief,

B Alarm, A Alarm}

Seconden

Ampère

Ampère

{Inactief,

B Alarm, A Alarm}

Seconden

{Inactief,

B Alarm, A Alarm}

Seconden

Graden Celsius

Graden Celsius

{Inactief,

B Alarm, A Alarm}

Seconden

Liters per seconde

Liters per seconde

{Inactief,

B Alarm, A Alarm}

Seconden

{Inactief,

B Alarm, A Alarm}

Seconden

{Inactief,

B Alarm, A Alarm}

Seconden

{Inactief,

B Alarm, A Alarm}

Seconden

Beheerder

Vereist een oliecontrole sensor in de pomp.

15

Table 2-3

Pomp 1 en 2 instellingen, onder ‘Instellingen > Pomp 1’ en ‘Instellingen > Pomp 2’ (Blad 3 van 3)

Submenu Submenu Instelling Waarde Wachtwoord

Commentaar

Blok. Pomp bij Alarm

Droogloop Detectie

Te hoge Motor Stroom

Te Lage Motor Stroom

Therm. beveiliging.

Klikson

Te Lage Pomp Cap.

Water in Olie

Geen Run Indicatie

Pomp Fout

Blok. Lage Stroom

Blok. Vertraging

Blok. Stroom

Blok. Timeout

{NEE, JA}

{NEE, JA}

{NEE, JA}

{NEE, JA}

{NEE, JA}

{NEE, JA}

{NEE, JA}

{NEE, JA}

{UIT, AAN}

Seconden

Ampère

Seconden

Beheerder

Beheerder

Als de instelling NEE is, zal de pomp slechts worden geblokkeerd zolang de oorzaak van het alarm aanhoudt.

Als de instelling JA is, zal de pomp worden geblokkeerd tot het alarm wordt bevestigd.

Om te detecteren of de pomp droogdraait, wordt een drempel voor te lage stroom gebruikt.

Algemeen P1-P2

2.6 Gemeenschappelijke instellingen voor pomp 1 en pomp 2

Table 2-4 toont de complete lijst van instellingen die u kunt doen onder het

submenu Algemeen P1-P2.

Table 2-4

Gemeenschappelijke instellingen voor pomp 1 en pomp 2, onder ‘Instellingen > Algemeen P1-P2’

Submenu Submenu Instelling Waarde Wachtwoord

Commentaar

Therm. P. Autoreset

Pomp Exercising

Reset Therm. P1

Reset Therm. P2

Puls Tijd

Vertragingstijd

Max. Aant. Pogingen

Exercise P1

Exercise P2

Max. Stilstand Tijd

Loop Tijd

Start als Niveau >

Start als Niveau <

{NEE, JA}

{NEE, JA}

Seconden

Seconden

Heel getal

{NEE, JA}

{NEE, JA}

Uren en minuten

Seconden

Meters

Meters

Beheerder

Beheerder

Puls Tijd is de duur van de resetpuls.

Vertragingstijd wordt gebruikt voor twee doelen:

(1) de afkoeltijd voordat een nieuwe reset wordt geprobeerd;

(2) de teller voor Max. Aant. Pogingen wordt gereset als de pomp heeft gedraaid gedurende Vertragingstijd.

Dit wordt gebruikt om de pompen te laten draaien "oefenen" als ze hebben stilgestaan gedurende de Max. Stilstand Tijd.

Als ‘Start Start als Niveau >‘ lager is dan ‘Start als

Niveau <‘, dan is dit het scherm waarin de pomp(en) mogen draaien.

In het tegenovergestelde geval, mag (mogen) de pomp(en) alleen draaien buiten dat scherm. Als aan de voorwaarde wordt voldaan, zal (zullen) de pomp(en) draaien gedurende de Loop Tijd

Log Pomp Events Log Pomp Events {NEE, JA} Beheerder

16

D

OEN VAN UW INSTELLINGEN

Analoge Logging

2.7 Analoge logging

Table 2-5

toont de complete lijst van instellingen die u kunt doen onder het submenu Analoge Logging.

Table 2-5

Analoog registreren, onder ‘Instellingen > Analoge Logging’

Submenu Submenu Instelling Waarde Wachtwoord

Log Kanaal 1 tot

Log Kanaal 8

Log Signaal

Log Interval

Log Functie

{Dicht,

Niveau in Pomp Pit,

Inflow,

Outflow,

Motor Stroom P1,

Motor Stroom P2,

Druk/Optioneel,

Temperatuur P1,

Temperatuur P2,

Overstort Niveau,

Overstort Flow

Pomp Capaciteit P1,

Pomp Capaciteit P2,

Puls Kanaal 1,

Puls Kanaal 2,

Voedingsspanning}

Minuten

{Dicht,

Actuele Waarde,

Gemiddelde Waarde,

Min. Waarde,

Max. Waarde}

Beheerder

Commentaar

In totaal 8 analoge kanalen waarvan u de uitgangen kunt kiezen uit de lijst.

Druk/Optioneel is bedoeld voor een druksensor of een optionele gebruikergedefinieerde sensor.

Puls Kanaal 1 en Puls Kanaal 2 worden gebruikt voor regen- en energiewaarden.

Grafieken

2.8 Instellingen voor grafieken

Table 2-6

toont de complete lijst van instellingen die u kunt doen onder het submenu Grafieken.

Table 2-6

Instellingen voor grafieken, onder ‘Instellingen > Grafieken’

Submenu Submenu Instelling Waarde

— Sample Tijd

Wachtwoord

Beheerder

Trend Curve 1 tot

Trend Curve 4

Trend Signaal

Max. Waarde

Min. Waarde

Seconden

{Dicht,

Niveau in Pomp Pit,

Inflow,

Outflow,

Motor Stroom P1,

Motor Stroom P2,

Druk/Optioneel

Temperatuur P1

Temperatuur P2

Overstort Niveau,

Overstort Flow

Pomp Capaciteit P1,

Pomp Capaciteit P2}

Ieder aantal

Ieder aantal

Beheerder

Commentaar

In totaal 4 grafieken kunt u kiezen uit de lijst.

De maximum- en minimumwaarden worden gebruikt om de schalen van de grafieken in te stellen.

17

Analoge Ingangen

2.9 Instellingen voor analoge ingangen

Table 2-7 toont de complete lijst van instellingen die u kunt doen onder het

submenu Analoge Ingangen.

Table 2-7

Instellingen voor analoge inputs, onder ‘Instellingen > Analoge Ingangen’

Submenu Submenu Instelling Waarde Wachtwoord

AI 1 Niveau Sensor

AI 2 Stroom P1

AI 3 Stroom P2

Signaal Bereik

0% =

100% =

Nul Offset

Filter Constante

Signaal Bereik

0% =

100% =

Deadband

Filter Constante

Signaal Bereik

0% =

100% =

Deadband

Filter Constante

{4-20 mA,

0-20 mA}

Meters

Meters

Meters

Seconden

{4-20 mA,

0-20 mA}

Ampère

Ampère

Ampère

Seconden

{4-20 mA,

0-20 mA}

Meters

Meters

Ampère

Seconden

— Functie

{Pers-Druk,

Vrije keuze}

Commentaar

AI 4 Druk/Option is bedoeld voor een druksensor of een optionele gebruikergedefinieerde sensor.

AI 4 Druk/

Option

Instellingen

AI 5 Temperatuur P1

AI 6 Temperatuur P2

Benaming

Aantal of Decimalen

Eenheid

Signaal Bereik

0% =

100% =

Filter Constante

AI 4 Hoog Alarm

AI 4 Hoog Alarm

Sensor Type

Filter Constante

Pt100 kabel Offset

Sensortype

Filter Constante

Pt100 Kabel Offset

String

Heel getal

String

{4-20 mA,

0-20 mA}

Waarde

Waarde

Seconden

Alarm Type: {Inactief,

B Alarm, A Alarm}

Alarm Vertraging: __

Alarm Limiet: __

Hysteresis: __

Alarm Type: {Inactief,

B Alarm, A Alarm}

Alarm Vertraging: __

Alarm Limiet: __

Hysteresis: __

{PTC, Pt100}

Seconden

Graden Celsius

{PTC, Pt100}

Seconden

Graden Celsius

Beheerder

Voor Vrije keuze, een optionele gebruikergedefinieerde sensor.

Voor Vrije keuze, een optionele gebruikergedefinieerde sensor.

18

D

OEN VAN UW INSTELLINGEN

Digitale Ingangen

2.10 Instellingen voor digitale ingangen

Table 2-8

toont de complete lijst van instellingen die u kunt doen onder het submenu Digitale Ingangen. De standaardconfiguratie voor de digitale inputs vindt u in de Installatiegids

Table 2-8

Instellingen voor analoge inputs, onder ‘Instellingen > Digitale Ingangen’

Submenu Submenu Instelling Waarde i

Wachtwoord

Digitale In 1 tot

Digitale In 12

Functie

{UIT,

Run Indicator P1,

Run Indicator P2,

Hand Start P1,

Hand Start P2,

P1 Niet in Auto,

P2 Niet in Auto,

Start Wipper P1,

Start Wipper P2,

Stop Wipper P1-P2,

P1 Pomp Fout;

P2 Pomp Fout;

Laag Niv. Wipper,

Voedings Fout,

Drain Pomp Wipper,

Persoon in Station,

Alarm Reset,

Hoog Niveau wipper,

Overstort Sensor,

Motor Prot. P1,

Motor Prot. P2,

Motor Prot. DO 6}

Commentaar

Er zijn in totaal 14 digitale (aan/uit) ingangkanalen. De eerste 12 kunnen worden gekozen uit een lijst van 20 functies. We bevelen echter aan de standaardconfiguratie aan te houden, die staat vermeld in de Installatiegids.

Persoon in Station wordt gebruikt voor een persoonlijk alarm; gewoonlijk wordt een schakelaar aangesloten op de lichtschakelaar om aan te geven dat op dat moment een persoon werkzaam is in de nabijheid van de put.

Niet in Auto is gewoonlijk een signaal van een handbediende schakelaar die de pomp volledige ontkoppelt van regeling door deze controller.

Hand Start kan zijn aangesloten op een handbediende schakelaar— waarvan de werking identiek is aan die van het starten van de

pomp met behulp van het menu ( Paragraaf 3.1

Handbediening op pagina 23).

NO staat voor Normaal open.

NC staat voor Normaal dicht (closed).

Norm. Open/Dicht {NO, NC}

Digitale In 13 en

Digitale In 14

Functie

Norm. Open/Dicht

{UIT,

Run Indicator P1,

Run Indicator P2,

Hand Start P1,

Hand Start P2,

P1 Niet in Auto,

P2 Niet in Auto,

Start Wipper P1,

Start Wipper P2,

Stop Wipper P1-P2,

P1 Pomp Fout;

P2 Pomp Fout;

Laag Niv. Wipper,

Voedings Fout,

Drain Pomp Wipper,

Persoon in Station,

Alarm Reset,

Hoog Niveau wipper,

Overstort Sensor,

Motor Prot. P1,

Motor Prot. P2,

Motor Prot. DO 6,

Puls Ch.1,

Puls Ch.2}

{NO, NC}

Beheerder i.

Dezelfde waarde mag niet worden toegewezen aan twee verschillende Digitale Ingangen.

De laatste 2 digitale inputkanalen, nummer 13 en 14, kunnen worden gekozen uit een lijst van

22 functies. We bevelen echter aan de standaardconfiguratie aan te houden, waar deze worden gebruikt voor Puls Ch.1 en Puls Ch.2 respectievelijk.

19

Digitale Uitgangen

2.11 Instellingen voor digitale uitgangen

Table 2-9 toont de complete lijst van instellingen die u kunt doen onder het

submenu Digitale Uitgangen. De standaardconfiguratie voor DO 4-6 vindt u in de

Installatiegids.

Table 2-9

Instellingen voor digitale uitgangen, onder ‘Instellingen > Digitale Uitgangen’

Submenu Submenu Instelling Waarde Wachtwoord

DO 1 Alarm Uitgang

DO 2 Control P1

DO 2 Control P2

DO 4 P1-Opties

DO 5 P2-Opties

DO 6 Put Opties

Relais Functie

Norm. Open/Dicht

Norm. Open/Dicht

Norm. Open/Dicht

Relaisfunctie

Norm. Open/Dicht

Relaisfunctie

Norm. Open/Dicht

Relais Functie

Norm. Open/Dicht

{Not Ackn. Alarm,

Actieve Alarm}

{NO, NC}

{NO, NC}

{NO, NC}

{Reset M.Prot P1+P2,

Reset M. Prot. P1,

Pomp Fail P1,

Modem Voeding,

Afstand bediening,

Person. Alarm Ind}

{NO, NC}

{Reset M. Prot. P2,

Pomp Fout P2,

Modem Voeding,

Afstand bediening,

Person. Alarm Ind}

{NO, NC}

{Mixer Control,

Cleaner Control,

Drain Pomp Control}

{NO, NC}

Beheerder

Commentaar

NO staat voor Normaal open.

NC staat voor Normaal dicht (closed).

Voor instellingen hiervan, zie

Table 2-2

,

pagina 12

.

Puls Kanalen

2.12 Instellingen voor pulskanalen

Table 2-10

toont de complete lijst van instellingen die u kunt doen onder het submenu Puls Kanalen.

Table 2-10

Instellingen voor pulskanalen, onder ‘Instellingen > Puls Kanalen’

Submenu Submenu Instelling Waarde Wachtwoord

Instellingen Ch.1

en

Instellingen Ch.2

Functie Ch.1

Functie Ch.2

1 Puls =

Alarm Hoog Neerslag/

Alarm Hoog

Vermogen

Alarm Vertraging

Alarm Limiet

Hysteresis

{Neerslag,

Energie}

{Neerslag,

Energie} mm of kWh

{Inactief,

B Alarm,

A Alarm}

Seconden l ⁄ (s . ha) of kW l ⁄ (s . ha) of kW

Beheerder

Commentaar

De menu's passen zich aan de keuze die u maakte voor de functie van kanaal 1 en kanaal

2 aan.

l ⁄ (s . ha) is: liters per seconde en hectare, hetgeen gelijk is aan 0,36 mm per uur.

20

D

OEN VAN UW INSTELLINGEN

Communicatie

2.13 Communicatie-instellingen

Table 2-11 toont de complete lijst van instellingen die u kunt doen onder het

submenu Communicatie.

Table 2-11

Communicatie-instellingen, onder ‘Instellingen > Communicatie’ (Blad 1 van 2)

Submenu Submenu

Protocol

Instelling

Protocol

Waarde Wachtwoord

Beheerder

Service Poort

Communicatie Poort

Baudrate

Station ID

Station Naam

Baudrate

Parity

Handshake

Comli/Modbus ID

Comli/Modbus

Timeout

{Modbus, Comli}

{UIT,

300,

600,

1200,

2400,

4800,

9600,

19 200,

38 400,

57 600,

115 200}

Heel getal

String

{UIT,

300,

600,

1200,

2400,

4800,

9600,

19 200,

38 400,

57 600,

115 200}

{Geen, Odd, Even}

{UIT, AAN}

Heel getal

Seconden

Beheerder

Beheerder

Modem Verbonden

Modem Init

Hayes voor Bellen

Hayes na verbreken

Sign. voor Verbind.

Modem PIN Code

Modem PUK Code

{NEE, Analoog, GSM,

GPRS modem CA5521}

{Anuleer, Init}

String

String

Heel getal

String

String

Beheerder

Commentaar

Een modem is niet nodig voor vaste kabel aansluitingen.

Modem

SMSC ServCenter No.

String

Leeg laten om de standaard SIM-card te gebruiken.

Anders moet het formaat internationaal zijn

(maar het inleidende ‘+’ teken mag worden weggelaten).

GPRS APN

GPRS APN Cont.

GPRS Heart Beat

GPRS Remote IP Adr.

GPRS TCP-IP Port

String

String

Minuten

String

Heel getal

21

Table 2-11

Communicatie-instellingen, onder ‘Instellingen > Communicatie’ (Blad 2 van 2)

Submenu Submenu Instelling Waarde Wachtwoord

Max. no. Opr./Alarm

Interv. Opr. Poging

Heel getal

Commentaar

Het maximaal aantal pogingen om te bellen.

Het gaat door via Belpoging 1-4 (zie onderstaande instellingen) tot het Max. no. Opr./Alarm is bereikt.

De tijd tussen twee belpogingen

Alarm Oproep

Oproep Acknowledge.

Seconden

{No

Acknowledgement,

Ring Signaal,

Schrijf Reg. 333,

All Data Com.}

Beheerder

Alarm Ackn. Reg. 333 {NEE, JA}

Dit is voor de locale indicatie. Indien JA, wordt het bevestigd als het centrale systeem zich over het alarm heeft ontfermd.

Connect ID-String String

Bel poging 1 tot

Bel poging 4

Telefoon Nummer

Alarm ontvanger

Cond. Alarm oproep

Timeout Alarm Ackn.

String

{UIT, Centraal Systeem,

SMS GSM (PDU)}

{A Alarm Aan,

A Alarm Aan/Uit,

A+B Alarm Aan,

A+B Alarm Aan/Uit}

Seconden

Beheerder

Belpoging 1-4 gaat ervan uit dat een modem is aangesloten. Niet nodig voor vaste kabelverbindingen.

Voor SMS moet het GSM-nummer het inetrnationale formaat hebben (maar het inleidende

‘+’ teken mag worden weggelaten).

Type alarmontvanger. Indien UIT, gaat het naar de volgende belpoging in de lijst.

Er wordt alleen een oproep geprobeerd als aan de voorwaarde wordt voldaan. Aan/Uit geeft aan of het alarm aan- of uitgaat. Voorbeeld:

A+B Alarm Aan/Uit betekent dat een A of B alarm aan- of uitgaat.

De tijd tot deze poging wordt egstaakt en de volgend ewordt geprobeerd.

Verzend ID-nummer {NEE, JA}

ID-nummer Vertrag.

Seconden

De tijd tussen de start van de verbinding en het verzenden van de ID-string (indien ingesteld op JA).

22

D

OEN VAN UW INSTELLINGEN

23

3

D

AGELIJKS GEBRUIK

(PC 242)

Esc

Hoofdmenu

Handbediening

Alarmlijst

Toon Status

Instellingen

Grafieken

Select Language

Handbediening,

Alarmlijst,

Toon Status,

Grafieken

Voor het dagelijks gebruik, als instellingen niet te hoeven worden gewijzigd, zijn er slechts vier menu's waarover u zich druk hoeft te maken, naast het standaardmenu dat grafisch de huidige omstandigheden toont. Die vier menu's zijn: Handbediening, Alarmlijst, Toon Status, Grafieken, en deze worden alle beschreven in de volgenden paragrafen.

Als het standaardmenu van de display toont dat er een alarm is (zie Hoofdstuk 1

Overzicht

op pagina 3), zal drukken op de Enter knop een prompt doen verschijnen om het alarm te bevestigen, en als u nog eens drukt op Enter, zal het worden bevestigd.

3.1 Handbediening

Het menu-item Handbediening wordt gebruikt voor het starten en stoppen van pompen, reset van de motorbescherming, starten van de reiniger, en het verwijderen van een blokkering op afstand van de pompen.

Table 3-1

toont de complete lijst van handmatige handelingen die u kunt uitvoeren.

Table 3-1

Handbediening

Menu Instelling

Start/Stop P1

Start/Stop P2

Reset Therm. P1

Reset Therm. P2

Handbediening

DO 6 Mixer/Cleaner/

Drain Pomp

Afstand Blokkering

Commentaar

Starten/stoppen met de Enter knop. (Van toepassing als het niveau ligt binnen de geconfigureerde start/ stop-niveaus.)

Reset met de Enter knop.

Afhankelijk van de instelling van DO 6, starten/ stoppen van de mixer/cleaner/drain pomp met de

Enter knop.

Als de pomp werd geblokkeerd door een afstandbediening, kunt u de afstandblokkering opheffen (verwijderen) door te drukken op de Enter knop.

Esc

Hoofdmenu

Handbediening

Alarmlijst

Toon Status

Instellingen

Grafieken

Select Language

3.2 Alarmlijst

Table 3-2

toont de inhoud onder het menu-item Alarmlijst.

Table 3-2

Alarmlijst

Submenu

Unackn.

Alarmen

Actieve

Alarmen

Alle Events

Waarde

Toont een lijst van onbevestigde alarmsignalen.

Een lijst van actieve alarmsignalen wordt getoond in omgekeerde chronologische volgorde.

Commentaar

Druk op Enter om het geselecteerde alarm te bevestigen.

Een lijst van alle gebeurtenissen wordt getoond in omgekeerde chronologische volgorde.

Gebeurtenissen zijn: starten/stoppen van pomp, als een alarm afgaat, als het wordt bevestigd en als het alarm ophoudt.

24

D

AGELIJKS GEBRUIK

(PC 242)

Esc

Hoofdmenu

Handbediening

Alarmlijst

Toon Status

Instellingen

Grafieken

Select Language

Esc

Hoofdmenu

Handbediening

Alarmlijst

Toon Status

Instellingen

Grafieken

Select Language

3.3 Toon Status

Table 3-3

toont de complete lijst van informatie onder het menu-item Toon Status.

Table 3-3

Toon Status

Submenu Submenu Waarde Commentaar

Systeem

GPRS Modem

Pomp put

Pomp 1/

Pomp 2

Overstort

Pers Druk/

Vrije keuze

Neerslag

Ch.1/

Energie Ch.2

Verpompt

Volume

Looptijd

Aantal Starts

Pomp

Capaciteit

Overstort Tijd

Overstort

Volume

Aantal

Overstorten

Totaal Volume

PC 242 Versie

Opties

Voedingsspanning

Status, IP adres

Niveau

Inflow

Outflow

Totaal

Vandaag

Dag 1 - Dag 7

Motor Stroom

Temperatuur

Totaal

Vandaag

Dag 1 - Dag 7

Totaal

Vandaag

Dag 1 - Dag 7

Laatste Waarde

Nominaal

Gemid. Vandaag

Gemid. Dag 1 - Gemid.

Dag 7

Overstort Niveau

Overstort Flow

Totaal

Vandaag

Dag 1 - Dag 7

Totaal

Vandaag

Dag 1 - Dag 7

Totaal

Vandaag

Dag 1 - Dag 7

Pers Druk/

Vrije keuze

Actuele waarden

Totaal

Vandaag

Dag 1 - Dag 7

Als sensors zijn aangesloten.

Zie AI 4

Table 2-7 op pagina 17.

Er is een menu voor ieder van de kanalen 1 respectievelijk 2, en deze kunnen zijn voor neerslag of energie, afhankelijk van uw keus in

Table 2-10 op pagina 19

3.4 Grafieken

Het kiezen voor dit menu toont een grafiek van de laatste 100 monsters conform

uw instellingen in Table 2-6 op pagina 16. Het drukken op de Omlaag knop toont

een verklaring van de grafiek, d.w.z. de interpretatie van de kleuren en ook de laatste waarden. Het drukken op de Omhoog knop zal het verklaringvak verwijderen.

25

4

T

ECHNISCHE GEGEVENS EN

ENC-

COMPTABILITEIT

4.1 Technische gegevens

Bedieningstemperatuur

Opslagtemperatuur

Mate van bescherming

Materiaal van de behuizing

Montage

Vochtigheid

Afmetingen

Voedings spanning

Stroomverbruik

Max. belasting Digital-Uitgang relais

Digitale-Ingang spanning

Digitale-Ingang weerstand

Max. pulswaarde op Digitale In 13 en 14

Analoge Ingang

Temperatuursensor

Analoge-Ingang resolutie

Registratiecapaciteit

Telemetrie-interface

–20 tot +70

°

C

–30 tot +80

°

C

IP 20

PPO en PC

DIN Rail 35 mm

0–95 % RH niet condenserend

H xB xD 86 x160x 60

9-34V DC

< 150 mA gemiddeld bij 24V DC

250VAC 4A Max 100 VA resistente belasting

5-34 V DC

10 kohm

500 Hz

0-20 of 4-20 mA

PTC of Pt100

16 bits voor niveausensor; 10 bits voor overige AI

8 kanalen voor 15 dagen (plus huidige dag).

RS-232

26

T

ECHNISCHE GEGEVENS EN

ENC-

COMPTABILITEIT

4.2 Elektromagnetische comptabiliteit

Beschrijving Standaard Klas se

Niveau Opmerkingen Criteria i

Elektrostatische ontlading immuniteit

(ESD)

Snelle transiënte/ gebarsten immuniteit

(Gebarsten)

Schommelingsimmun iteit

1.2/50 μs

(Schommeling)

Immuniteit voor RFveld geïnduceerde storingen in geleiders

Immuniteit voor bestraalde RF-velden

Immuniteit voor spanningsval en variaties

EN 61000-4-2

EN 61000-4-4

EN 61000-4-5

EN 61000-4-6

EN 61000-4-3

EN 61000-4-11

4

4

4

4

4

3

3

15 kV

8 kV

4 kV

4 kV CMV

2 kV NMV

10 V

10 V/m

Luchtontlading

Contactontlading

150 kHz - 80 MHz

80 MHz -1 GHz

A

A

A

A

A

A

A

B i.

Prestatie criterium A is normale prestatie binnen de specificatiegrenzen.

Prestatie criterium B is tijdelijke verlaging of verlies van functie of prestatie die zichzelf kan herstellen.

5

A

CCESSOIRES

29

5.1 Pompcontroller

Artikel

12700001

Beschrijving

PC 242, 2-pomps pompcontroller met LCD kleurendisplay

5.2 Accessories

Artikel

47000000

39000041

17000664

28000011

43320588

28000011

Beschrijving

Loodaccu 12 V 4 Ah

Loodaccuhouder voor 2 stuks 47000000

MD 124 DIN op rail gemonteerde druksensor 4-20 mA / 0-3,5 meter waterkolom

CA 521 GSM - GPRS modem

9-polig3 RS232 modemkabel (male)

9-polige RS232 PC-kabel M-V

2014 Copyright © Sulzer

Sulzer Pump Solutions Ireland Ltd., Clonard Road, Wexford, Ireland

Tel. +353 53 91 63 200, Fax +353 53 91 42 335, www.sulzer.com

advertisement

Was this manual useful for you? Yes No
Thank you for your participation!

* Your assessment is very important for improving the workof artificial intelligence, which forms the content of this project

Related manuals

Download PDF

advertisement