Roland | RG-7 | Nederlandstalige handleiding Roland RG 3F

Gefeliciteerd met uw keuze voor de Roland RG-1F/RG-3F Digital Grand Piano.
Deze gebruikershandleiding is voor zowel de RG-1F als de RG-3F.
201b
Voordat u dit apparaat in gebruik neemt, leest u de secties getiteld 'Belangrijke veiligheidsinstructies' (p.4),
‘Het apparaat op een veilige manier gebruiken’(p.5-6), en ‘Belangrijke opmerkingen’(p. 7-8).
In deze secties vindt u belangrijke informatie over het op juiste wijze gebruiken van het apparaat. Bovendien
kunt u de gebruikershandleiding in zijn geheel doorlezen om een goed beeld te krijgen van alles dat dit te
bieden heeft.
Bewaar deze handleiding, zodat u er later aan kunt refereren.
202
Copyright © 2010 ROLAND CORPORATION
Alle rechten voorbehouden. Niets van deze publicatie mag in welke vorm dan
ook gereproduceerd worden zonder schriftelijke toestemming van ROLAND
CORPORATION.
Roland is een geregistreerd handelsmerk van Roland Corporation in de
Verenigde Staten van Amerika en/of andere landen.
IMPORTANT SAFETY INSTRUCTIONS
CAUTION
RISK OF ELECTRIC SHOCK
DO NOT OPEN
ATTENTION: RISQUE DE CHOC ELECTRIQUE NE PAS OUVRIR
WAARSCHUWING: VERWIJDER HET DEKSEL (OF DE
ACHTERKANT) NIET, OM HET RISICO OP EEN ELEKTRISCHE
SCHOK TE REDUCEREN. BINNENIN BEVINDEN ZICH GEEN
ONDERDELEN DIE DOOR DE GEBRUIKER ONDERHOUDEN
KUNNEN WORDEN. LAAT HET ONDERHOUD AAN ERKEND
ONDERHOUDSPERSONEEL OVER.
Het symbool van de bliksemflits met pijl, binnen een
gelijkzijdige driehoek, is bedoeld om de gebruiker te
waarschuwen voor de aanwezigheid van niet geïsoleerd,
’gevaarlijk voltage’ binnenin het apparaat, welke krachtig
genoeg kan zijn om een elektrische schok bij personen te
veroorzaken.
Het uitroepteken binnen een gelijkzijdige driehoek is
bedoeld om de gebruiker te waarschuwen voor de
aanwezigheid
van
belangrijke
bedieningsen
onderhoudsinstructies in de literatuur behorende bij het
product.
INSTRUCTIES MET BETREKKING TOT HET RISICO VAN BRAND, ELEKTRISCHE SCHOK
OF VERWONDINGEN AAN PERSONEN.
BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
BEWAAR DEZE INSTRUCTIES
WAARSCHUWING – Tijdens het gebruik van elektrische producten moeten de voorzorgsmaatregelen altijd opgevolgd worden,
inclusief de volgende:
1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
Lees deze instructies.
Bewaar deze instructies.
Neem alle waarschuwingen serieus.
Volg alle instructies.
Gebruik dit apparaat niet in de buurt van water.
Maak dit apparaat alleen met een droge doek schoon.
De ventilatie openingen mogen niet geblokkeerd worden.
Installeer in overeenstemming met de instructies van de
fabrikant.
8. Installeer het apparaat niet in de buurt van warmtebronnen,
zoals radiatoren, kachelschuiven, kachels of andere
apparaten (inclusief versterkers) die warmte produceren.
9. Bescherm het netsnoer, zodat er niet overheen gelopen kan
worden. Zorg dat het snoer, in het bijzonder bij de stekkers,
stopcontactdozen en op het punt waar zij uit het apparaat
komen, niet gedraaid of in elkaar gedrukt wordt.
10. Gebruik alleen door de fabrikant gespecificeerde
aanhangsels of accessoires.
4
11. Gebruik het apparaat met een door de
fabrikant gespecificeerde of bij het
apparaat geleverde kar, standaard,
statief, console of tafel. Voorzichtigheid is
geboden tijdens het verplaatsen van de
kar/apparaat combinatie, zodat deze niet
kan omvallen en daardoor stuk gaat.
12. Tijdens onweer of wanneer het apparaat gedurende een
langere periode niet gebruikt zal worden, haalt u de stekker
uit het stopcontact.
13. Laat al het onderhoud aan erkend onderhoudspersoneel
over. Onderhoud is vereist, wanneer het apparaat op
enigerlei wijze beschadigd is, bijvoorbeeld als het netsnoer
of de stekker beschadigd is, er vloeistof of objecten in het
apparaat terecht zijn gekomen, als het apparaat aan regen
of vochtigheid heeft blootgestaan, niet normaal functioneert
of is gevallen.
USING THE UNIT SAFELY
HET APPARAAT OP EEN VEILIGE MANIER GEBRUIKEN
HET APPARAAT OP EEN VEILIGE MANIER GEBRUIKEN
INSTRUCTIES OM BRAND, ELEKTRISCHE SCHOK OF LICHAMELIJK LETSEL TE VOORKOMEN
Over
WAARSCHUWING en
WAARSCHUWING
VOORZICHTIG
VOORZICHTIG opmerkingen
Over de symbolen
Het
symbool wijst de gebruiker op belangrijke
instructies of waarschuwingen. De specifieke betekenis
van het symbool wordt bepaald door het teken, dat zich
binnen de driehoek bevindt. Het symbool, dat zich in dit
geval aan de linkerkant bevindt, betekent dat dit teken
voor algemene voorzorgsmaatregelen, waarschuwingen,
of aanduidingen van gevaar wordt gebruikt.
Wordt gebruikt bij instructies, waarbij
de gebruiker attent gemaakt wordt op
het risico van overlijden of zwaar letsel,
wanneer het apparaat niet op juiste
wijze gebruikt wordt.
Wordt gebruikt bij instructies, waarbij
de gebruiker attent gemaakt wordt op
het risico van letsel of materiële schade,
wanneer het apparaat niet op juiste
wijze gebruikt wordt.
Het
symbool wijst de gebruiker op onderdelen, die
nooit verplaatst mogen worden (verboden). De
specifieke handeling, die niet uitgevoerd mag worden,
wordt aangegeven door het symbool, dat zich binnen
de cirkel bevindt. Het symbool, dat zich in dit geval aan
de linkerkant bevindt, betekent dat het apparaat nooit
uit elkaar gehaald mag worden.
* Materiële schade verwijst naar schade
of andere ongunstige effecten, die ten
aanzien van het huis en al het
aanwezige meubilair, en tevens aan
huisdieren kunnen optreden.
Het
wijst de gebruiker op onderdelen, die verwijderd
moeten worden. De specifieke handeling, die uitgevoerd
moet worden, wordt door het symbool binnen de cirkel
aangegeven. Het symbool, dat zich in dit geval aan de
linkerkant bevindt, geeft aan dat het netsnoer uit de
daarvoor bestemde aansluiting getrokken moet worden.
NEEM ALTIJD HET VOLGENDE IN ACHT
WAARSCHUWING
002a
•
Maak het apparaat of de adapter niet open en voer geen
interne modificaties uit.
..................................................................................................................................
003
•
WAARSCHUWING
002a
Tracht het apparaat niet te repareren of onderdelen in het
apparaat te vervangen (behalve wanneer daartoe specifieke
instructies in de handleiding staan). Ga voor alle onderhoud
naar uw handelaar, het dichtstbijzijnde Roland Service
Centrum of een erkende Roland distributeur die u op de
“Informatie” pagina kunt vinden.
..................................................................................................................................
•
..................................................................................................................................
009
•
Het apparaat mag nooit geïnstalleerd worden op plaatsen
die:
• aan extreme temperaturen onderhevig zijn (bijvoorbeeld
direct zonlicht in een afgesloten voertuig, dichtbij een
warmtekanaal of bovenop warmte genererende
apparatuur of die
• vochtig zijn (bijvoorbeeld badkamers, wasruimtes,
natte vloeren of
• aan stoom of rook blootstaan, of
• aan zout blootstaan, of
• aan regen blootstaan of
• stoffig of zanderig zijn of
• aan een hoge mate van vibratie onderhevig zijn.
..................................................................................................................................
..................................................................................................................................
•
Buig of draai het netsnoer niet overmatig en plaats er geen
zware objecten bovenop. Hierdoor kan het snoer
beschadigen, elementen kunnen afbreken en kortsluiting
kan ontstaan. Beschadigde snoeren brengen risico’s van
brand en schok met zich mee!
..................................................................................................................................
010
•
Dit apparaat, op zichzelf staand of in combinatie met een
versterker en koptelefoon of luidsprekers, kan
geluidsniveaus produceren die permanent gehoorsverlies
kunnen veroorzaken. Gebruik het apparaat niet gedurende
langere tijd op een hoog of oncomfortabel volumeniveau.
Indien u last heeft van enig gehoorsverlies of een piep in de oren, moet
u het apparaat niet meer gebruiken en een oorarts raadplegen.
..................................................................................................................................
011
•
add 7
•
Gebruik alleen het aan het apparaat bevestigde netsnoer.
Ook mag het bijbehorende netsnoer niet met een ander
apparaat worden gebruikt.
009
004
•
Het apparaat mag alleen op het type voeding dat in de
bedieningsinstructies wordt vermeld of op het jackpaneel
van het apparaat wordt aangegeven worden aangesloten.
(RG-3F)
Tijdens het installeren van de piano dient het wiel met
gebruik van de bijgeleverde wielhouders vastgezet te
worden.
Zorg dat er geen objecten (bijvoorbeeld brandbaar
materiaal, munten of spelden) of vloeistoffen (water,
frisdrank, enz.) in het apparaat terechtkomen.
..................................................................................................................................
007
•
Zorg dat het apparaat altijd zo wordt geplaatst, dat het
waterpas staat en stabiel zal blijven. Plaats het nooit op
standaards die kunnen wiebelen of op hellende
oppervlakken.
..................................................................................................................................
011
•
..................................................................................................................................
008a13
•
Bescherm het apparaat tegen zware schokken.
(Laat het niet vallen!)
..................................................................................................................................
In huishoudens met kleine kinderen moet een volwassene
toezicht houden, totdat het kind in staat is de regels die
essentieel zijn voor een veilige bediening van het apparaat
op te volgen.
..................................................................................................................................
013
5
USING THE UNIT SAFELY
WAARSCHUWING
•
VOORZICHTIG
101a
014
Zet direct de stroom uit, haal het netsnoer uit het
stopcontact en breng het apparaat voor onderhoud naar uw
handelaar, het dichtstbijzijnde Roland Service Centrum of
een erkend Roland distributeur, te vinden op de "Informatie"
pagina, indien:
• het netsnoer of de stekker is beschadigd, of
• er rook of een ongewone geur optreedt
• er objecten of vloeistof in het apparaat terecht zijn gekomen, of
• het apparaat in de regen heeft gestaan (of op andere wijze nat is
geworden), of
• het apparaat niet normaal schijnt te functioneren of een duidelijke
verandering in werking laat zien.
•
(RG-3F)
Aangezien het instrument een gevaar kan vormen wanneer
het beweegt, moeten alle gietijzeren wielen worden
geblokkeerd of op hun plaats worden vastgezet nadat het
instrument op de gewenste locatie is geplaatst of nadat het in een
voertuig is geladen
..................................................................................................................................
106
•
Ga nooit op het apparaat zitten of staan en plaats er geen
zware objecten op.
..................................................................................................................................
..................................................................................................................................
015
107b
•
Steek het netsnoer van dit apparaat niet in een stopcontact
waar een buitensporig aantal andere apparaten gebruik van
maakt. Wees in het bijzonder voorzichtig bij het gebruik van
verlengsnoeren – de totale hoeveelheid stroom die door alle
aangesloten apparaten wordt gebruikt, mag nooit de
stroom classificatie (watts/ampères) van het verlengsnoer
overschrijden. Door overmatige ladingen kan de isolatie van het snoer
verhit raken, en uiteindelijk smelten.
•
..................................................................................................................................
108d: Selection
•
..................................................................................................................................
016
•
Voordat u dit apparaat in het buitenland gaat gebruiken,
neemt u contact op met uw verkoper, het dichtstbijzijnde
Roland Service Centrum of een erkend Roland distributeur.
Deze zijn te vinden op de ‘Informatie’ pagina.
..................................................................................................................................
023
•
Speel GEEN CD-ROM disk op een conventionele audio
CD-speler af. Het resulterende geluid kan van een zodanig
niveau zijn dat permanent gehoorsverlies kan veroorzaken.
Dit kan tot beschadigingen aan luidsprekers of andere
systeemcomponenten leiden.
..................................................................................................................................
026
•
Plaats niets dat water bevat (bijvoorbeeld bloemenvazen)
op dit apparaat. Ook dient het gebruik van insecticiden,
parfums, alcohol, nagellak, spuitbussen enz. in de buurt van
het apparaat vermeden te worden. Vloeistof die op het
instrument is gelekt kan met een droge, zachte doek
worden afgenomen.
..................................................................................................................................
Raak het netsnoer en de stekkers nooit met natte handen
aan, als u deze in dit apparaat of een stopcontact steekt of
eruit haalt.
Aangezien dit product bijzonder zwaar is, moet u zorgen dat
er voldoende mensen zijn die u kunnen helpen het veilig op
te tillen en te verplaatsen, zonder overmatige belasting.
Zorg dat u het stevig vast heeft, om uzelf tegen
verwondingen en het instrument tegen beschadigingen te
beschermen.
• Als het apparaat verplaatst moet worden, neemt u notie van de
hieronder genoemde voorzorgsmaatregelen.
• Controleer of de schroeven waarmee het apparaat aan de standaard
wordt bevestigd niet zijn losgekomen. Zet deze opnieuw stevig vast
als u bemerkt dat deze losser zijn geworden.
• Ontkoppel het netsnoer.
• Ontkoppel alle snoeren van externe apparaten.
• (RG-1F) verhoog de regulateur op de standaard (p.20).
• Sluit de bovenkant.
• Sluit het deksel.
• Vouw de muziekstandaard in.
..................................................................................................................................
109a
•
Voordat het apparaat wordt schoongemaakt, zet u de
stroom uit en haalt u het netsnoer uit het stopcontact (p.19).
..................................................................................................................................
110a
•
VOORZICHTIG
Wanneer u onweer in uw omgeving verwacht, haalt u de
stekker uit het stopcontact.
101a
•
Dit apparaat dient zo geplaatst te worden dat de locatie of
positie de benodigde ventilatie niet belemmert.
..................................................................................................................................
116
..................................................................................................................................
•
102b
•
Als u de stekker van de adapter in het apparaat of een
stopcontact steekt of eruit haalt, houdt u deze of de
behuizing van de adapter vast.
..................................................................................................................................
..................................................................................................................................
add1
•
103a
•
U dient de adapter met enige regelmaat uit het stopcontact
te halen en deze schoon te maken met een droge doek om
stof en andere opeenhopingen tussen de vorken van de
stekker uit te halen. Ook haalt u de stekker uit het
stopcontact wanneer het apparaat gedurende langere tijd
niet gebruikt zal worden. Ophoping van stof tussen de twee stekkers
kan slechte isolatie veroorzaken, dat tot brand kan leiden..
..................................................................................................................................
104
•
Probeer het in de war raken van snoeren te voorkomen.
Tevens dienen alle snoeren buiten het bereik van kinderen
te blijven.
..................................................................................................................................
Wees voorzichtig tijdens het openen/sluiten van het deksel,
zodat uw vingers niet beklemd raken (p.18). Een volwassene
dient toezicht te houden wanneer kleine kinderen het
apparaat gebruiken.
Let op dat uw vingers niet beklemd raken tijdens het
behandelen van bewegende delen, zoals de volgende. Een
volwassene dient toezicht te houden wanneer kleine
kinderen het apparaat gebruiken.
Bewegende delen
• Bovenkant (p.16)
• Deksel (p.18)
• Muzieksteun (p.16)
• Klepstok (p.16-p.18)
..................................................................................................................................
118a
•
Wanneer u kleine onderdelen verwijdert, bewaart u deze op
een veilige plaats buiten het bereik van kinderen. Op die
manier kunnen deze niet per ongeluk door hen worden
ingeslikt.
• Schroeven
• Snoerklemmen
• Een vleugelmoer voor het vastzetten van de koptelefoonhaak.
..................................................................................................................................
6
Belangrijke opmerkingen
Stroomvoorziening
Onderhoud
•
•
(RG-1F)
Om het apparaat schoon te maken, gebruikt u een zachte, droge doek
of één die licht vochtig is. Veeg het gehele oppervlak met gelijkmatige
sterkte, met de nerf van het hout mee. Als u te hard op één plek wrijft,
kan de lak beschadigen.
•
(RG-3F)
Omdat uw piano een gepolijste afwerking heeft, die net zo kwetsbaar is
als die van ambachtelijk vervaardigd houten meubilair, is zorgvuldig
onderhoud op geregelde tijden noodzakelijk. Een aantal belangrijke
suggesties wat betreft het juiste onderhoud van het instrument volgt
hieronder.
• Voor het afstoffen van het instrument gebruikt u een zachte, schone
doek en/of een piano plumeau. Veeg het oppervlak voorzichtig af.
Zelfs de kleinste korrels zand of vuil kunnen krassen op het
oppervlak achterlaten wanneer u te hard veegt. Gebruik geen
poetsmiddelen of schoonmaakmiddelen, aangezien deze het
oppervlak van de kast kunnen beschadigen, en scheuren kunnen
veroorzaken.
• Als het oppervlak van de kast zijn glans verliest, neemt u deze
grondig af met een zachte doek die met wat polijstvloeistof
bevochtigd is. Gebruik geen poetsmiddelen of schoonmaakmiddelen, aangezien deze het oppervlak van de kast kunnen beschadigen, en scheuren kunnen veroorzaken. Gebruik geen stofdoeken
die chemicaliën bevatten.
•
Gebruik geen benzeen, thinner, alcohol of oplosmiddelen, omdat deze
vervorming of kleurverandering kunnen veroorzaken.
De pedalen van dit apparaat zijn gemaakt van koper.
Koper wordt op den duur donkerder, door het natuurlijke
oxidatieproces.
Als het koper verbleekt, poetst u dit met een in de winkel verkrijgbaar
poetsmiddel voor metalen.
Sluit dit apparaat niet op hetzelfde stopcontact aan dat door een
elektrisch apparaat wordt gebruikt waar een omvormer bij te pas komt
(zoals een koelkast, wasmachine, magnetronoven of airconditioner) of
dat een motor bevat. Afhankelijk van de manier waarop het apparaat
wordt gebruikt, kan de ruis van de stroomvoorziening veroorzaken dat
dit apparaat storingen gaat vertonen of hoorbare ruis produceert.
Wanneer het niet mogelijk is om een apart stopcontact te gebruiken,
plaatst u een ruisfilter tussen dit apparaat en het stopcontact.
•
Voordat u dit apparaat op andere apparaten aansluit, moeten alle
apparaten worden uitgeschakeld, om storingen en/of schade aan
luidsprekers te voorkomen.
•
Hoewel de LCD en LEDs uitgeschakeld worden als de POWER schakelaar
wordt uitgezet, betekent dit niet dat het apparaat volledig van de
stroombron is ontkoppeld. Als u de stroom geheel moet uitschakelen,
zet u eerst de POWER schakelaar uit, en vervolgens haalt u de stekker uit
het stopcontact. Daarom moet het stopcontact waarin u het netsnoer
steekt gemakkelijk te bereiken zijn.
Plaatsing
•
Wanneer het apparaat in de buurt van eindversterkers (of andere
apparatuur die grote transformators bevat) wordt gebruikt, kan ruis
worden opgewekt. Om dit probleem te verzachten verandert u de
richting van dit apparaat of plaatst u het verder weg van de
storingsbron.
•
Dit apparaat kan storingen in de ontvangst van televisie en radio
veroorzaken. Gebruik dit apparaat niet in de buurt van dit soort
ontvangers.
•
Ruis kan geproduceerd worden als draadloze communicatieapparaten,
zoals mobiele telefoons, in de buurt van dit apparaat worden gebruikt.
Dit soort ruis kan optreden als u gebeld wordt of zelf belt of tijdens een
gesprek. Als u dit soort problemen ondervindt, dient u dit soort
draadloze apparaten op meer afstand van dit apparaat te plaatsen of
deze uit te zetten.
•
Reparaties en data
•
Wees er op bedacht dat alle data in het geheugen van dit apparaat
verloren kunnen gaan wanneer het apparaat ter reparatie wordt
aangeboden. Sla belangrijke data altijd in een USB-geheugen op of
maak er een notitie van (indien mogelijk). Tijdens reparaties wordt altijd
geprobeerd om de inhoud van het geheugen in tact te houden, maar in
bepaalde gevallen kan de opgeslagen inhoud niet meer hersteld
worden (bijvoorbeeld als het circuit voor de geheugensectie een
storing heeft vertoond). Roland is niet aansprakelijk voor dit soort
verlies van data.
•
Stel het apparaat niet aan direct zonlicht bloot, plaats het niet in de
buurt van apparaten die warmte afgeven, laat het niet in een afgesloten
voertuig achter en onderwerp het niet aan temperatuur extremen. Laat
ook geen verlichting, die normaalgesproken met de lichtbron dicht op
het apparaat wordt gebruikt (zoals een pianolamp) of sterke
schijnwerpers gedurende langere tijd op dezelfde plaats op het
instrument schijnen. Door overmatige hitte kan het apparaat
vervormen of verkleuren.
•
Als het apparaat naar een locatie met een zeer afwijkende temperatuur
en/of vochtigheid wordt verplaatst, kunnen er waterdruppels
(condensatie) binnen in het apparaat worden gevormd. Wanneer u het
apparaat in deze staat gaat gebruiken, kunnen schade en storingen
ontstaan. Daarom moet u het apparaat, voordat u het in gebruik neemt,
enige uren laten staan totdat de condensatie volledig is verdampt.
USB-geheugen gebruiken
•
Het USB-geheugen mag niet verwijderd of aangesloten worden terwijl
het wordt gelezen of tijdens opslaan (d.w.z. terwijl de USB-geheugen
toegangsindicator knippert).
•
Laat rubber, vinyl of soortgelijke materialen niet gedurende langere tijd
op het apparaat liggen. Door dit soort objecten kan de lak verkleuren of
beschadigen.
•
Steek het USB-geheugen voorzichtig helemaal in, totdat het stevig op
zijn plaats zit.
•
•
Laat geen objecten boven op het klavier liggen. Hierdoor kunnen
storingen worden veroorzaakt, zoals toetsen die geen geluid
voortbrengen.
Plak geen plakplaatjes, etiketten of dergelijke op dit instrument.
Wanneer dit soort materiaal van het instrument moet worden
verwijderd, kan de afwerking beschadigen.
Raak de aansluiting van het externe geheugen nooit aan, en laat de
terminals niet vies worden.
•
USB-geheugens worden met gebruik precisiecomponenten
vervaardigd, daarom dient u de volgende punten in acht te nemen bij
de behandeling ervan.
• Om schade door statische elektriciteit te voorkomen, ontlaadt u
statische elektriciteit die mogelijke in uw lichaam aanwezig is,
voordat u met het USB-geheugen gaat werken.
• Metaal mag niet in contact komen met het contactgedeelte van de
USB-geheugens.
• Het USB-geheugen mag niet gebogen worden, laat het niet vallen
en stel het niet aan schokken bloot.
• Bewaar het USB-geheugen niet in direct zonlicht, in afgesloten
voertuigen en soortgelijke locaties.
• Zorg dat het USB-geheugen niet nat wordt.
• Haal het USB-geheugen niet uit elkaar, en breng geen wijzigingen
aan.
•
(Met gebruik van een optioneel USB-geheugen)
7
Belangrijke opmerkingen
Behandeling van CD-ROMs
Copyright
(Met gebruik van optionele CD-ROMs)
203
•
Vermijd het aanraken of krassen van de glanzende onderkant
(gecodeerd oppervlak) van de disk. Beschadigde of vuile disks kunnen
niet goed gelezen worden. Zorg dat uw disks schoon blijven, met een in
de winkel verkrijgbaar CD reinigingsproduct.
Aanvullende voorzorgsmaatregelen
•
Wees ervan bewust dat de inhoud van het geheugen onherstelbaar
verloren kan gaan, door een storing in het apparaat of door onjuiste
bediening. Om te voorkomen dat u belangrijke data verliest, adviseren
wij u regelmatig een reservekopie van belangrijke data die u in het
geheugen van het apparaat heeft opgeslagen op een USB-geheugen te
maken.
•
Helaas kan het soms onmogelijk zijn om de inhoud van data die in een
intern geheugen, een USB-geheugen of een extern geheugen werd
opgeslagen te herstellen nadat deze verloren is gegaan. Roland
Corporation is niet verantwoordelijk voor dit soort dataverlies.
•
Behandel de knoppen, schuifregelaars en andere regelaars voorzichtig.
Dit geldt ook voor het gebruik van de Jacks en aansluitingen.
•
Ruw gebruik kan tot storingen leiden.
•
Sla nooit op het beeldscherm en voer er geen druk op uit.
•
Het beeldscherm kan een geringe hoeveelheid ruis afgeven tijdens
normale werking.
•
Tijdens het aansluiten en/of loskoppelen van alle kabels, houdt u deze
bij de aansluiting zelf vast – trek nooit aan de kabel. Op deze manier
vermijdt u kortsluiting of schade aan de interne elementen van de
kabel.
•
Tijdens normale werking zal het apparaat een geringe hoeveelheid
warmte afgeven.
•
Om te vermijden dat u uw buren stoort, gebruikt u dit apparaat op een
passend volumeniveau. U kunt een koptelefoon gebruiken, zodat u zich
niet om anderen hoeft te bekommeren (in het bijzonder laat op de
avond en ‘s nachts).
•
Als u het apparaat moet transporteren, verpakt u het met voldoende
schokabsorberend materiaal. Krassen, beschadigingen of storingen
kunnen veroorzaakt worden als het zonder de juiste
verpakkingsmaterialen wordt getransporteerd.
•
Pas geen overmatige kracht op de muziekstandaard toe, wanneer deze
in gebruik is.
•
Sommige aansluitkabels bevatten weerstanden. Gebruik voor het
aansluiten van dit apparaat geen kabels die weerstanden hebben. Bij
gebruik van dit soort kabels kan het geluidsniveau extreem laag of zelfs
niet hoorbaar zijn. Informatie over kabelspecificaties kunt u bij de
fabrikant van de kabel verkrijgen.
•
Voordat het deksel geopend of gesloten wordt, moet u altijd
controleren of er geen huisdieren of andere kleine dieren boven op het
instrument zitten (ze moeten in het bijzonder van het toetsenbord en
het deksel worden weggehouden). Kleine huisdieren of andere dieren
kunnen door het ontwerp van dit instrument binnenin klem komen te
zitten. In een dergelijk situatie moet u direct de stroom uitschakelen en
het netsnoer uit het stopcontact halen. Dan neemt u contact op met de
winkel waar u het instrument heeft gekocht of met het dichtstbijzijnde
Roland Service Centrum.
•
De uitleg in deze handleiding bevat illustraties die afbeelden wat er
normaalgesproken in het scherm wordt getoond. Uw apparaat kan
echter een nieuwere, verbeterde versie van het systeem bevatten (het
kan bijvoorbeeld nieuwere geluiden bevatten), dus dat wat u
daadwerkelijk in het scherm ziet, hoeft niet altijd overeen te komen met
hetgeen in de handleiding wordt getoond.
8
*
GS (
) is een geregistreerd handelsmerk van Roland
Corporation.
220
*
XGlite (
) is een geregistreerd handelsmerk van Yamaha
Corporation.
220
*
MMP (Moore Microprocessor Portfolio) verwijst naar een patent
portfolio dat zich bezighoudt met microprocessor architectuur,
ontwikkeld door Technology Properties Limited (TPL). Roland heeft
deze technologie van de TPL Group onder licentie.
220
*
Alle in dit document genoemde productnamen zijn handelsmerken
of geregistreerde handelsmerken van hun respectievelijke
eigenaars.
Inhoud
BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES .................................................. 4
HET APPARAAT OP EEN VEILIGE MANIER GEBRUIKEN ............................. 5
Belangrijke opmerkingen ........................................................................... 7
Paneelbeschrijvingen................................................................................ 13
Voorpaneel....................................................................................................................................... 13
Jackpaneel (RG-1F/RG-3F paneel links aan de onderkant) .......................................................... 14
Externe geheugenaansluiting (RG-1F/RG-3F paneel rechts aan de onderkant) ........................ 15
Voorbereidingen........................................................................................ 16
De bovenklep openen/sluiten ........................................................................................................ 16
De klavierklep openen/sluiten ....................................................................................................... 18
Het pedaalsnoer en het netsnoer aansluiten ................................................................................ 19
De stroom aan/uitzetten ................................................................................................................. 19
Het volume en de helderheid van het geluid aanpassen ............................................................. 20
De pedalen gebruiken ..................................................................................................................... 20
Koptelefoons aansluiten ................................................................................................................. 21
De koptelefoonhaak gebruiken...............................................................................................................................21
Het contrast van het scherm bijstellen .......................................................................................... 21
Spelen ......................................................................................................... 22
Verschillende klanken spelen......................................................................................................... 22
Twee klanken stapelen (Dual Performance).................................................................................. 23
Weerkaatsing toevoegen (Reverb)................................................................................................. 24
De diepte van de Reverb aanpassen .....................................................................................................................24
Verschillende klanken met de rechter- en linkerhanden spelen (Split Performance) ............... 25
Het splitspunt van het klavier veranderen ..........................................................................................................26
De toonhoogte van het klavier veranderen (Transpose) ............................................................. 27
Spelen met de metronoom ............................................................................................................. 28
De gevoeligheid van het klavier veranderen (Key Touch) ........................................................... 30
9
Inhoud
Het pianogeluid aan uw smaak aanpassen (Piano Designer) ................ 31
Wat is Piano designer? .................................................................................................................... 31
Piano designer gebruiken............................................................................................................... 31
Piano Designer instellingen............................................................................................................ 32
User programma registratie ..................................................................... 33
De uitvoeringsinstelllingen opslaan (User Program) ................................................................... 34
Opgeslagen User programma-instellingen oproepen ................................................................. 35
Een set User programma’s opslaan ................................................................................................ 36
Een set User programma’s laden.................................................................................................... 38
Een set User programma’s verwijderen......................................................................................... 40
Een pedaal gebruiken om van User programma te veranderen.................................................. 42
Een song beluisteren ................................................................................. 43
Een song afspelen ............................................................................................................................ 43
De afspeelinstellingen voor interne songs of SMF-muziekbestanden veranderen................... 45
Individuele gedeeltes afspelen (Track Mute)......................................................................................................45
Het volume waarop een song wordt afgespeeld veranderen (Song Volume).......................................46
Het songtempo veranderen .....................................................................................................................................46
De toonsoort van de song veranderen (Playback Transpose)......................................................................47
De afspeelinstellingen voor geluidsbestanden of muziek-CD’s veranderen ............................. 48
Het volume van een geluidsbestand of muziek-CD veranderen ................................................................48
Het tempo van een song veranderen ...................................................................................................................48
De afspeeltoonsoort van een song veranderen (Playback Transpose).....................................................48
Het afspeelvolume van geluiden in het midden minimaliseren (Center Cancel) .................................49
Uw uitvoering opnemen ........................................................................... 50
Uw uitvoering opnemen ................................................................................................................. 50
Een opgenomen uitvoering afspelen............................................................................................. 51
Een opgenomen uitvoering verwijderen....................................................................................... 51
Een opgenomen uitvoering opslaan.............................................................................................. 52
10
Inhoud
Diverse instellingen maken ...................................................................... 54
Voorkomen dat de huidige instellingen veranderen (Panel Lock).............................................. 55
Voorkomen dat een song wordt afgespeeld (Playback Lock)...................................................... 55
Instellingen voor het stemmen....................................................................................................... 56
De toonhoogte met die van een ander instrument overeen laten komen (Master Tuning) ............56
Changing the Tuning (Temperament) ..................................................................................................................56
De stemmingscurve veranderen (Stretch Tuning) ...........................................................................................57
Equalizerinstellingen....................................................................................................................... 58
Het geluid aanpassen om de gewenste klankkwaliteit te bereiken (Equalizer) ....................................58
File Menu .......................................................................................................................................... 59
Een song kopiëren........................................................................................................................................................59
Een song uit ‘Favorites’ of USB-geheugen verwijderen .................................................................................60
User-geheugen of USB-geheugen formatteren ................................................................................................61
uitvoeringsinstelllingen.................................................................................................................. 62
Het geluid van een specifiek Part als leidraad gebruiken (Mute Volume) ...............................................62
De methode voor het afspelen van een song veranderen (Play Mode) ...................................................62
Het Part dat een elke track voor SMF afspelen is toegewezen veranderen (Track Assign) ...............63
Aanbevolen klanken voor een VIMA CD-ROM aan/uitzetten.......................................................................63
Het type CD dat gespeeld wordt specificeren (CD/Audio Type).................................................................64
De timing van de piano de automatische begeleiding overeen laten komen ......................................64
MIDI-instellingen ............................................................................................................................. 65
Verdubbelde noten voorkomen wanneer een sequencer is aangesloten (Local Control)................65
Het MIDI-zendkanaal instellen.................................................................................................................................66
Opgenomen uitvoeringsdata naar een MIDI-apparaat sturen (Composer MIDI Out).........................66
De V-LINK functie gebruiken ....................................................................................................................................67
Boodschappen voor klankselectie verzenden
(Program Change/Bank Select MSB/Bank Select LSB).....................................................................................68
Overige instellingen ........................................................................................................................ 68
De volumebalans voor Dual Performance aanpassen (Dual Balance) ......................................................68
Selecteren wat er getransponeerd wordt (Transpose Mode).......................................................................69
Het pedaaleffect veranderen (Damper Pedal Part) ..........................................................................................69
Een functie aan de pedalen toewijzen..................................................................................................................70
De toonhoogte van de klank in stappen van octaven veranderen (Octave Shift)................................71
De USB-geheugen communicatie-instellingen veranderen (External Memory Mode) ......................71
Instellingen voor de USB-driver maken................................................................................................................72
Instellingen behouden als de stroom wordt uitgezet (Memory Backup) ................................................72
De fabrieksinstellingen herstellen (Factory Reset) ...........................................................................................73
11
Inhoud
Andere apparaten aansluiten................................................................... 74
De CD-drive aansluiten.................................................................................................................... 74
Aansluiten op geluidsapparatuur .................................................................................................. 75
Luidsprekers op de RG-1F/RG-3F aansluiten en geluiden uitvoeren.........................................................75
Geluiden van een geluidsapparaat via de RG-1F/RG-3F spelen ..................................................................76
MIDI-apparaten aansluiten ............................................................................................................. 77
Een MIDI-sequencer op de RG-1F/RG-3F aansluiten .......................................................................................77
Geluiden van een MIDI-geluidsmodule produceren door het bespelen van de RG-1F/RG-3F........77
Een computer aansluiten ................................................................................................................ 78
Appendix .................................................................................................... 79
Probleemoplossing.......................................................................................................................... 79
Storingsmeldingen .......................................................................................................................... 81
Klankenlijst....................................................................................................................................... 82
Lijst met interne songs .................................................................................................................... 85
Parameters die in het interne geheugen worden opgeslagen .................................................... 86
Parameters die in Memory Backup worden opgeslagen ...............................................................................86
Parameters die zonder gebruik van Memory Backup worden opgeslagen............................................87
Onderdelen die als User-programma’s worden opgeslagen .......................................................................87
Muziekbestanden die de RG-1F/RG-3F kan gebruiken................................................................. 88
Hoofdspecificaties ........................................................................................................................... 89
Over het Ivory Feel (ivoorgevoel) klavier ................................................ 91
Index ........................................................................................................... 92
12
Paneelbeschrijvingen
Voorpaneel
fig.FrontPanel_e.eps
1
2
3
4
5
6
7
1.
[Power] schakelaar
8.
Zet de stroom aan/uit (p.19).
2.
[Volume] knop
[Brilliance] knop
Past de helderheid van de klank aan (p.20).
4.
Klankknoppen
Deze worden gebruikt voor het kiezen van de verschillende
soorten klanken (klankgroepen) die op het klavier worden
gespeeld (p.22).
[Piano] knop
[E. Piano] knop
[Strings] knop
[Others] knop
5.
[Reverb] knop
Voegt weerkaatsing toe, gelijkend op de galm die hoorbaar
is wanneer u in een concertzaal speelt (p.24).
6.
9
10
11
[Play/Stop]/[▲] knop
• Speelt/stopt een interne song of een opgenomen
uitvoering (p.43).
• Start/stopt het opnemen van uw uitvoering (p.50).
Past het algehele volumeniveau aan (p.20).
3.
8
• Selecteert een onderdeel in het instellingenscherm.
9.
[Rec]/[▼] knop
• Neemt uw eigen uitvoering in de RG-1F/RG-3F op (p.50).
• Selecteert een onderdeel in het instellingen scherm.
10. [+]/[
], [–]/[
] knoppen
• Verandert een waarde in een instellingenscherm.
• Selecteert de klank die door het klavier wordt gespeeld
(p.22).
• Selecteert een song (p.43).
• Een song vooruitspoelen/terugspoelen (p.43).
11. [Song]/[Enter] knop
• Toont het song selectiescherm.
• Bevestigt een instelling die u heeft veranderd.
Beeldscherm
Klanknamen, songnamen en verscheidene instellingen
worden hier getoond,
7.
[Piano Designer]/[Exit] knop
Schakelt naar een scherm waar u verscheidene instellingen
kunt maken (p.54).
Deze knop wordt ook gebruikt om naar het vorige scherm
terug te keren of een instelling te annuleren.
13
Paneelbeschrijvingen
Jackpaneel (RG-1F/RG-3F paneel links aan de onderkant)
fig.JackPanel1_e.eps
1
1.
3
2
4
3.
Phone Jacks
Sluit een koptelefoon op deze Jacks aan (p.21).
2.
MIDI In/Out aansluitingen
U kunt externe MIDI-apparaten op deze Jacks aansluiten
om uitvoeringsdata uit te wisselen (p.77).
Input Jacks (RCA Phone type) (L/Mono, R)
4.
Hier kunt u een geluidsapparaat of ander elektronisch
muziekinstrument aansluiten, en het geluid daarvan via de
luidsprekers van de RG-1F/RG-3F beluisteren (p.76).
USB (MIDI) aansluiting
U kunt dit met een computer verbinden om
uitvoeringsdata uit te wisselen (p.78).
fig.JackPanel2_e.eps
6
7
8
9
5
5.
LCD Contrast knop
8.
Past de helderheid van het beeldscherm op het voorpaneel
aan (p.21).
9.
6.
Input Jacks (Phone type) (L/Mono, R)
U kunt hier een geluidsapparaat of ander elektronisch
muziekinstrument aansluiten, en het geluid daarvan via de
luidsprekers van de RG-1F/RG-3F beluisteren (p.76).
7.
Output Jacks (Phone type) (L/Mono, R)
U kunt deze Jacks met een geluidssysteem verbinden en
van krachtige geluiden genieten (p.75).
14
Pedal aansluiting
Sluit hier het pedaalsnoer aan (p. 19).
AC ingang
Sluit het bijgeleverde netsnoer hier aan (p.19).
Paneelbeschrijvingen
Externe geheugenaansluiting (RG-1F/RG-3F paneel rechts aan de onderkant)
fig.ExtMemory.eps
1
1.
Externe geheugenaansluiting
U kunt een USB-geheugen of CD-drive hier aansluiten, en
deze gebruiken om opgeslagen songs af te spelen (p.43).
Songs die u op de RG-1F/RG-3F opneemt, kunnen ook in
USB-geheugen worden opgeslagen (p.52).
Door de voet te draaien kunt u een USB-geheugen en
USB-kabel netjes opbergen.
* Wanneer een USB-kabel op de externe geheugenaansluiting
wordt aangesloten, moet deze in de correcte richting,
helemaal in de aansluiting worden gestoken. Gebruik geen
overmatige kracht.
* Voordat u een nieuw USB-geheugen gebruikt, dient dit op
de RG-1F/RG-3F geïnitialiseerd (geformatteerd) worden.
Voor details kijkt u bij ‘Het User geheugen of USB-geheugen
formatteren’ (p.61).
* Gebruik een USB-geheugen van Roland. De werking kan niet
gegarandeerd worden wanneer een ander USB-geheugen
wordt gebruikt.
15
Voorbereidingen
De bovenklep openen (voor de RG-1F)
De bovenklep openen/sluiten
WAARSCHUWING
De muzieksteun opzetten
De bovenklep mag alleen door een volwassene geopend of
gesloten worden.
VOORZICHTIG
Verhoog de muzieksteun voordat u de bovenklep opent.
Sluit de bovenklep voordat u de muzieksteun verlaagt.
1. Breng de muzieksteun voorzichtig omhoog en zet deze
3. Pak de rechterkant van de bovenklep (aan de kant van de
hoge noten: positie A in de illustratie) met beide handen
stevig vast, en breng deze voorzichtig omhoog.
fig.LidOpen1_e.eps
op zijn plaats vast.
2. Om de muzieksteun op te vouwen ondersteunt u deze
met uw hand, buigt u de metalen spanners en verlaagt u
de muzieksteun tot de opgevouwen positie.
fig.music-rest1_e.eps
A
(1)
(2)
(2)
De muziekhouders gebruiken (voor de RG-3F)
Door de muziekhouders omhoog te brengen kunt u een
muziekboek op de gewenste pagina openhouden.
Als u de muziekhouders niet gebruikt, vouwt u deze op.
fig.music-rest2_e.eps
Indrukken
WAARSCHUWING
Wanneer de bovenklep wordt geopend, moet u opletten dat
deze niet te ver wordt geopend. Een hoek van ongeveer 30
graden is geschikt. Als de bovenklep aanzienlijk verder
wordt geopend kan de piano beschadigen of de bovenklep
kan vallen. Voordat u de bovenklep opent, zorgt u dat
niemand zich in de richting bevindt waarin de bovenklep
opent.
VOORZICHTIG
Vervoer de piano nooit terwijl de bovenklep geopend is.
Hierdoor kan de klepstok uit zijn houder komen, waardoor
de bovenklep kan vallen.
4. Terwijl u de bovenklep met één hand ondersteunt, tilt u
de klepstok op en plaatst u deze in zijn houder.
16
Voorbereidingen
5. Breng het eind van de klepstok naar positie B van de
houder, en zet deze op zijn plaats vast.
De klepstok moet in de houder worden vastgezet om te
voorkomen dat de bovenklep valt.
Laat het eind niet los voordat de klepstok veilig vastzit.
fig.TopstickLock_e.eps
VOORZICHTIG
Vervoer de piano nooit terwijl de bovenklep geopend is.
Hierdoor kan de klepstok uit zijn houder komen, waardoor
de bovenklep kan vallen.
4. Terwijl u de bovenklep met één hand ondersteunt, tilt u
de klepstok op en plaatst u deze in zijn houder.
Over de klepstokken en houders
De RG-3F heeft twee klepstokken van verschillende lengtes.
Met deze klepstokken kunt u de mate van opening van de
bovenklep variëren.
B
fig.tsukiage2_e.eps
Lange klepstok
Korte klepstok
* Om de bovenklep te sluiten voert u de procedure waarmee u
deze heeft geopend in omgekeerde volgorde uit.
De klepstokken passen als volgt in de houders.
Lange klepstok: binnenste houder (locatie B).
Korte klepstok: buitenste houder (locatie C).
De bovenklep openen (voor de RG-3F)
fig.tsukiage_e.eps
B
C
WAARSCHUWING
De bovenklep moet door een volwassene geopend en
gesloten worden.
3. Pak de rechterkant van de bovenklep (daar waar de hoge
noten zich bevinden: positie A in de illustratie), met
beide handen stevig vast, en breng deze voorzichtig
omhoog.
fig.LidOpen2_e.eps
A
WAARSCHUWING
Wanneer de bovenklep wordt geopend, moet u opletten dat
deze niet te ver wordt geopend. Een hoek van ongeveer 30
graden is geschikt. Als de bovenklep aanzienlijk verder
wordt geopend, kan de piano beschadigen of de bovenklep
kan vallen. Voordat u de bovenklep opent, zorgt u dat
niemand zich bevindt in de richting waarin de bovenklep
opent.
17
Voorbereidingen
5. Breng het eind van de klepstok naar positie D van de
houder, en zet deze op zijn plaats vast.
Voor de RG-3F
fig.OpenLid2.eps
De klepstok moet in de houder worden vastgezet om te
voorkomen dat de bovenklep valt.
Laat het eind niet los voordat de klepstok veilig vastzit.
fig.TopstickLock2_e.eps
1. Om de klavierklep te openen gebruikt u beide handen om
de klep omhoog te brengen.
D
2. Om de klavierklep te sluiten verlaagt u de klep
voorzichtig met beide handen.
VOORZICHTIG
• Als u de voorkant van de klavierklep te ver vastpakt, kunnen
uw vingers beklemd raken. Pak alleen de voorkant vast
tijdens het openen of sluiten van de klep.
* Om de bovenklep te sluiten voert u de procedure waarmee u
deze heeft geopend in omgekeerde volgorde uit.
De klavierklep openen/sluiten
Voor de RG-1F
fig.OpenLid.eps
1. Om de klavierklep te openen pakt u de klep met beide
handen vast. Til de klep lichtjes op en schuif deze naar
achteren.
2. Om de klavierklep te sluiten gebruikt u beide handen om
de klep langzaam naar u toe te trekken. Wanneer deze
niet verder naar u toe kan bewegen, verlaagt u de klep
voorzichtig.
VOORZICHTIG
• Pas op dat uw vingers niet beklemd raken tijdens het
openen of sluiten van de klavierklep. Als een klein kind de
piano gebruikt, moet een volwassene daarbij helpen.
• Voor de veiligheid dient de klavierklep gesloten te worden
voordat de piano wordt verplaatst.
• Sluit de klavierklep niet wanneer er bladmuziek en dergelijke
op het klavier is geplaatst.
18
• Pas op dat uw vingers niet beklemd raken tijdens het
openen of sluiten van het deksel. Als een klein kind de piano
gebruikt, moet een volwassene daarbij helpen.
• Voor de veiligheid dient de klavierklep gesloten te worden
voordat de piano wordt verplaatst.
• Sluit de klavierklep niet wanneer er bladmuziek en dergelijke
op het klavier is geplaatst.
Voorbereidingen
Het pedaalsnoer en het netsnoer
aansluiten
De stroom aan/uitzetten
941
Nadat de aansluitingen zijn gemaakt (p.19), zet u de
stroom van de verscheidene apparaten in de
gespecificeerde volgorde aan. Wanneer apparaten in de
verkeerde volgorde worden aangezet, riskeert u
storingen en/of beschadigingen aan luidsprekers en
andere apparaten.
fig.ACPdlConnect.eps
De stroom aanzetten
1. Draai de [Volume] knop op het voorpaneel helemaal
naar links.
Zorg dat het volume altijd helemaal laag is gedraaid
voordat de stroom wordt aangezet. Zelfs als het volume
helemaal laag is ingesteld, kan er nog steeds geluid te
horen zijn wanneer de stroom wordt aangezet. Dit is
normaal en duidt niet op een storing.
1. Sluit het pedaalsnoer op de Pedal aansluiting van het
jackpaneel aan, dat zich links op onderkant de van de
piano bevindt.
2. Verbind het netsnoer met de AC ingang van het
2. Druk op de [Power] schakelaar.
De stroom wordt aangezet, en in het beeldscherm op het
voorpaneel wordt het volgende getoond.
fig.d-PowerOn.eps
jackpaneel.
3. Gebruik de snoerklemmen (met dubbelzijdig tape) om
het pedaalsnoer en het netsnoer op locaties A, B en C, die
hieronder worden getoond, vast te zetten (aanbevolen).
Na korte tijd is geluid hoorbaar als u het klavier bespeelt.
Gebruik de [Volume] knop om het volume aan te passen.
4. Het netsnoer vastzetten.
Voor de RG-1F:
Bevestig de snoerklemmen (met schroeven) op de hieronder
getoonde locaties D, E en F, en gebruik deze om de kabel
vast te zetten.
Voor de RG-3F:
Bevestig snoerklemmen (met dubbelzijdig tape) op de
hieronder getoonde locaties D, E en F (aanbevolen), en
gebruik deze om de kabel vast te zetten.
Dit apparaat is uitgerust met een beveiligingscircuit.
Daarom duurt het na opstarten korte tijd (enkele
seconden) voordat het apparaat normaal zal werken.
De stroom uitzetten
1. Draai de [Volume] knop op het voorpaneel helemaal
naar links om het volume te minimaliseren.
fig.CordClamp_e.eps
2. Druk op de [Power] schakelaar.
D
A
B
C
Snoerklemmen (met dubbelzijdig tape)
Het beeldscherm op het voorpaneel wordt donker, en de
stroom wordt uitgezet.
Als u de stroom volledig uit moet zetten, zet u eerst de
[Power] schakelaar uit. Daarna haalt u het netsnoer uit
het stopcontact. Zie ‘Stroomvoorziening’(p.7).
E
Snoerklemmen (RG-1F:
met schroeven, RG-3F:
met dubbelzijdig tape)
F
5. Sluit het netsnoer op een stopcontact aan.
19
Voorbereidingen
Het volume en de helderheid van het
geluid aanpassen
Het geluid van de demper die de snaar loslaat en het
geluid van de natuurlijke vibratie kan gewijzigd worden
(p.32).
1. Draai aan de [Volume] knop om het algehele volume aan
Sostenuto pedaal (middelste pedaal)
te passen.
2. Draai aan de [Brilliance] knop om de helderheid van het
geluid aan te passen.
De noten die u speelt terwijl dit pedaal is ingedrukt zullen
doorklinken.
fig.Vol_adjust_e.eps
Soft pedaal (linkerpedaal)
De pedaal wordt gebruikt om het geluid zachter te maken.
Min
Max
Mellow
Bright
De markering boven de [Volume] knop geeft het
volumeniveau aan dat kenmerkend door een
akoestische piano wordt geproduceerd. Dit is
normaalgesproken het meest geschikte volume voor
uw piano-uitvoeringen.
De pedalen gebruiken
De pedalen voeren de volgende functies uit. U zult deze
hoofdzakelijk gebruiken wanneer u piano speelt.
Als u speelt terwijl het Soft pedaal is ingedrukt, wordt een
geluid geproduceerd dat niet zo sterk is als het geluid dat
anders met gelijke sterkte gespeeld zou worden. Dit is
dezelfde functie als het linkerpedaal van een akoestische
piano.
De zachtheid van de klank kan subtiel gevarieerd worden
door het pedaal dieper of minder diep in te drukken.
De functies van het Sostenuto pedaal en het Soft pedaal
kunnen veranderd worden (p.70).
Als u de piano verplaatst (RG-1F)
fig.pedalName_e.eps
Als u de piano naar een andere
locatie verplaatst, moet de
reguleerknop onder de pedalen
worden bijgesteld.
Draai aan de regulateur om deze te
verlagen, zodat deze stevig in contact
met de vloer staat.
Soft pedaal
Demperpedaal
Sostenuto pedaal
Demperpedaal (rechterpedaal)
Gebruik dit pedaal om het geluid door te laten klinken.
Terwijl dit pedaal is ingedrukt blijven noten langer
doorklinken, zelfs als u uw vingers van het klavier neemt.
De lengte van het doorklinken (sustain) verandert op
subtiele wijze, afhankelijk van hoe diep het pedaal wordt
ingedrukt.
Als het demperpedaal van een akoestische piano wordt
ingedrukt, is een lichte ruis hoorbaar wanneer de demper de
snaren loslaat, en een rijke, ruimtelijke resonantie wordt
toegevoegd door de snaren die met de snaren van noten die
u speelt meetrillen. Het geluid dat gecreëerd wordt wanneer
de demper de snaar loslaat (‘demperruis’) en de natuurlijke
vibratie (‘demperresonantie’) wordt door de RG-1F/RG-3F
nagebootst.
20
Adjuster knob
Als er ruimte tussen de regulateur en de vloer is, kan de piano
instabiel zijn of het pedaal beschadigd raken. In het bijzonder
wanneer de piano op een tapijtvloer wordt geplaatst, moet de
regulateur stevig op de vloer drukken.
Voorbereidingen
Koptelefoons aansluiten
Dit instrument heeft twee koptelefoonjacks.
Omdat twee personen gelijktijdig een koptelefoon kunnen
gebruiken, is dit zeer praktisch voor lessen of voor het spelen van
duetten.
Hiermee kunt u ook laat op de avond spelen, zonder andere
mensen te storen.
fig.Phones.eps
De koptelefoonhaak gebruiken
Wanneer u de koptelefoon(s) niet gebruikt, kunt u deze op de
koptelefoonhaak van de RG-1F/RG-3F hangen.
1. Druk en draai de koptelefoonhaak behorend bij de
RG-1F/RG-3F in het gat linksonder op de RG-1F/RG-3F
(zie het figuur hieronder).
2. Draai aan de vleugelmoer van de koptelefoonhaak om
de haak vast te zetten.
RG-1F
fig.Hook_e.eps
Vleugelmoer
om vast te
zetten
Koptelefoonhaak
RG-3F
fig.Hook_3F_e.eps
1. Sluit de koptelefoon op een Jackaansluiting in het
jackpaneel links op de onderkant van de piano aan.
Vleugelmoer
om vast te
zetten
Wanneer een koptelefoon is aangesloten wordt er geen
geluid via de luidsprekers van de piano geproduceerd.
Gebruik de [Volume] knop op het voorpaneel om het
volume van de koptelefoon aan te passen.
• Gebruik koptelefoons met een stereo Jack.
• Om schade aan de interne geleiders van het snoer te
voorkomen behandelt u de koptelefoon voorzichtig. Pak de
koptelefoon alleen bij de stekker of de oorschelpen vast.
• De koptelefoon kan beschadigen als het volume van een
apparaat reeds hoog is ingesteld wanneer u de koptelefoon
aansluit. Minimaliseer het volume voordat u de koptelefoon
aansluit.
Koptelefoonhaak
Hang niets anders dan koptelefoons op de
koptelefoonhaak. Hierdoor kan het instrument of de
haak beschadigen.
Het contrast van het scherm bijstellen
1. Draai aan de [LCD Contrast] knop in het jackpaneel links
op de onderkant van de RG-1F/RG-3F om de helderheid
van het scherm bij te stellen.
fig.Contrast.eps
• Overmatige invoer belast niet alleen de koptelefoon, maar
kan ook uw gehoor beschadigen. Geniet alstublieft op een
passend volume van muziek.
21
Spelen
Verschillende klanken spelen
Op de RG-1F/RG-3F kunt u een verscheidenheid aan geluiden spelen (meer dan
300 in totaal), waaronder pianoklanken en andere klanken.
Elk van deze geluiden wordt een ‘klank’ genoemd. De klanken zijn in vier
groepen ondergebracht, waarbij elke groep aan een klankknop is toegewezen.
fig.Buttons.eps
Een klankgroep selecteren
1
Druk op één van de klankknoppen.
De indicator van de knop die u indrukte licht op.
Bespeel het klavier en u zult de geselecteerde klank horen.
Variatieklanken selecteren
2
Gebruik de [+] [-] knoppen om een klank te selecteren.
In het scherm wordt de naam van de geselecteerde klank getoond.
fig.d-GrandPiano1.eps
Speel op het klavier en u zult de geselecteerde klank horen.
Over de beschikbare klanken
Knop
Omschrijving
[Piano] knop
Deze knop selecteert een verscheidenheid aan instrumenten uit de geschiedenis van
de piano, variërend van concertvleugel tot honky-tonk.
[E. Piano] knop
Deze knop selecteert een verscheidenheid aan elektrische pianoklanken die in pop en
rock worden gebruikt, en diverse instrumenten die met hameraanslag worden
gespeeld.
[Strings] knop
Deze knop selecteert orkestinstrumenten zoals viool en andere snaarinstrumenten,
alsmede instrumenten die geschikt zijn voor een tweevoudige uitvoering samen met
pianoklanken (p.23).
Deze knop selecteert een verscheidenheid aan klanken, waaronder orgel, bas en GM2
geluiden (p.88).
[Others] knop
22
*
Als klanknummers 35-42 worden geselecteerd, werkt het klavier als een drumset.
*
Als u een klank heeft geselecteerd waarop het Rotary-effect is toegepast, kunt u
op de [Others] knop drukken om de modulatiesnelheid van het Rotary-effect te
veranderen.
*
Bij sommige klanken zijn er toetsen die geen geluid produceren.
*
Meer over de klanken vindt u in de ‘Klankenlijst’ (p.82).
Spelen
Twee klanken stapelen (Dual Performance)
U kunt twee klanken gelijktijdig met één enkele toets spelen.
Dit wordt ‘Dual Performance’ genoemd.
Hier volgt een voorbeeld, wanneer piano en strijkersklanken samen worden
gespeeld.
1
Houd de [Piano] knop ingedrukt en druk op de [Strings] knop.
Beide knoppen lichten op.
Als u het klavier bespeelt, zullen de piano en strijkersklanken samen klinken.
fig.d-Dual.eps
Klank 1
Klank 2
Als u op één van de klankknoppen drukt, worden de Dual
uitvoeringsinstelllingen geannuleerd en zal alleen de klank van de knop die u
indrukte te horen zijn.
Over de klanken
Klanknaam
Corresponderende knop
Hoe u van geluid verandert
Tone 1
De linker klankknop
Gebruik de [+] [-] knoppen.
Tone 2
De rechter klankknop
Houd de knop van klank 2 (de rechter van
de twee verlichte klankknoppen)
ingedrukt en gebruik de [+] [-] knoppen.
*
Dual Performance is niet mogelijk als Split Performance is ingeschakeld (p.25).
*
Afhankelijk van de combinatie van klanken zullen er gevallen zijn waarbij een
klank anders klinkt, omdat er geen effect op klank 2 wordt toegepast.
De toonhoogte van klank 2
kan in stappen van octaven
worden veranderd (p.71).
Als u het demperpedaal
indrukt terwijl Dual
Performance wordt gebruikt,
wordt het effect op zowel
klank 1 als klank 2 toegepast.
U kunt deze instelling echter
veranderen, zodat het effect
op slechts één klank wordt
toegepast (p.69).
U kunt de volumebalans van
de twee klanken aanpassen
(p.68).
23
Spelen
Weerkaatsing toevoegen (Reverb)
U kunt een prettige galm aan de geluiden die u via het klavier speelt toevoegen.
Dit geeft de illusie dat u in een concertzaal speelt.
Dit effect wordt ‘Reverb’ genoemd.
1
Druk op de [Reverb] knop.
fig.Rev-Button.eps
De [Reverb] knop licht op. Reverb wordt op de klanken die u op het klavier
speelt toegepast.
Om het Reverbeffect op te heffen drukt u nogmaals op de [Reverb] knop, zodat
zijn verlichting uitdooft.
De diepte van de Reverb aanpassen
1
Houd de [Reverb] knop ingedrukt en druk op de [+] of [-] knop.
De Reverb diepte-instelling wordt in het scherm aangegeven.
fig.d-RevDepth.eps
Reeks
1–10
Hogere waardes produceren een diepere Reverb.
24
*
De Reverbdiepte kan niet voor elke klank individueel worden ingesteld. Elke
klank heeft dezelfde Reverbdiepte.
*
De diepte van de Reverb die op het afspeelgeluid van een song wordt
toegepast zal niet veranderen.
Met gebruik van de Memory
Backup functie kunt u deze
instelling in het geheugen
van de RG-1F/RG-3F opslaan
(p.72).
Spelen
Verschillende klanken met de rechter- en linkerhanden
spelen (Split Performance)
‘Split Performance’ is een eigenschap waarmee u het klavier op een specifieke
noot kunt splitsen en u met de rechter- en linkerhanden verschillende klanken
kunt spelen. Wanneer Split Performance wordt gebruikt, noemt men de noot
waarop het klavier wordt gesplitst het ‘splitspunt’.
De splitspunt noot behoort tot de linkerhandsectie van het klavier.
fig.Split-KBD_e.eps
U kunt het splitspunt
veranderen.
Kijk bij ‘Het splitspunt van het
klavier veranderen’ (p.26).
Splitspunt (de fabrieksinstelling is ‘F#3’ ).
A0 B0 C1 D1 E1 F1 G1 A1 B1 C2
…
Linkerhandklank
1
C3
C4
C5
B7 C8
Rechterhandklank
Selecteer een klank (p.22).
De klank die u selecteert is de klank voor de rechterhand.
2
Druk op de [Piano Designer] knop, zodat de indicator is verlicht.
3
Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘9. Function’ te selecteren.
fig.d-PD9-Function.eps
4
Druk op de [Enter] knop.
5
Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘Split’ te selecteren.
fig.d-split.eps
6
Druk op de [+] knop om de instelling op ‘On’ te zetten.
Het klavier wordt in linkerhand en rechterhandsecties verdeeld.
De rechterhandsectie van het klavier speelt de klank die u speelde voordat Split
Performance werd geselecteerd.
Houd de klankknop van de klank die u in de linkerhandsectie wilt spelen
ingedrukt. De klanknaam wordt in het scherm aangegeven. Nu kunt u de [+] [-]
knoppen gebruiken om de gewenste variatie voor de klank van de linkerhand te
selecteren.
*
7
Om de Splitfunctie op te heffen drukt u op de [-] knop om de Split instelling op
‘Off’ in te stellen.
Druk meerdere malen op de [Piano Designer] knop, zodat de indicator
uitdooft.
Om de Splitfunctie aan/uit te
zetten houdt u een
klankknop ingedrukt en
drukt u op de [Song] knop.
Wanneer de Splitfunctie is
ingeschakeld, zal een scherm
als het volgende worden
getoond.
fig.d-split1.eps
Houd de klankknop van de
linkerhandsectie ingedrukt
en gebruik de [+] [-] knoppen
om de gewenste variatie
voor de klank van de
rechterhand te selecteren.
25
Spelen
Het splitspunt van het klavier veranderen
Hier ziet u, hoe het splitspunt veranderd kan worden wanneer Split
Performance wordt gebruikt.
1
2
Druk op de [Piano designer] knop, zodat de indicator verlicht is.
Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘9. Function’ te selecteren.
fig.d-PD9-Function.eps
3
4
Met gebruik van de Memory
Backup functie kunt u deze
instelling in het geheugen
van de RG-1F/RG-3F opslaan
(p.72).
Druk op de [Enter] knop.
Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘Split Point’ te selecteren.
fig.d-SplitPoint.eps
5
Gebruik de [+] [-] knoppen om het splitspunt te specificeren.
Range
6
26
B1–B6
Op het moment dat u het
instrument aanschaft is dit
op ‘F#3’ ingesteld.
Druk meerdere malen op de [Piano Designer] knop, zodat de indicator
uitdooft.
Spelen
De toonhoogte van het klavier veranderen (Transpose)
‘Transpose’ is een functie waarmee u de toonhoogte kunt verschuiven, zonder
dat de vingerzettingen waarmee u het klavier bespeelt veranderen.
Als een song bijvoorbeeld in een moeilijke toonsoort met talloze kruizen ( ) of
mollen ( ) staat, kunt u met gebruik van de Transpose functie de song in een
gemakkelijkere toonsoort spelen.
Als u een zanger begeleidt, kunt u op eenvoudige naar een toonsoort
transponeren die comfortabel voor de stem is, terwijl dezelfde vingerzettingen
behouden blijven (d.w.z. terwijl de muziek zoals geschreven gespeeld wordt).
1
Druk op de [Piano designer] knop, zodat de indicator verlicht is.
2
Met de RG-1F/RG-3F kunt u
kiezen hoe u wilt
transponeren. U kunt alleen
het klavier, zowel het klavier
als de song of alleen de song
transponeren. In de
fabrieksinstellingen worden
zowel het klavier als de song
getransponeerd (p.69). Als u
deze instelling verandert,
zodat alleen de song wordt
getransponeerd, wordt de
Transpose functie niet op het
klavier toegepast.
Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘9. Function’ te selecteren.
fig.d-PD9-Function.eps
3
Druk op de [Enter] knop.
4
Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘Transpose Value’ te selecteren.
fig.d-TransposeValue.eps
5
Gebruik de [+] [-] knoppen om de toonsoort waarnaar u wilt transponeren
te specificeren.
Elke keer dat u op de [+] of [-] knop drukt, verandert de toonhoogte van het
klavier met een halve toon.
Door de [+] [-] knoppen tegelijk in te drukken kunt u de transpositie op zijn
oorspronkelijke instelling (0) terugzetten.
*
Instelling
Omschrijving
-6–0–+5
Stappen van halve tonen.
Met een instelling van ‘0’ wordt de Transpose functie opgeheven.
Als u van song verandert keert de transpositie-instelling naar ‘0’ terug.
Voorbeeld:
De song staat in E Majeur, maar u wilt deze met de vingerzettingen van de
C-ladder spelen.
Deze instelling is aan de grondtoon (C) van de C-ladder gerelateerd. Omdat E
vier chromatische stappen boven C is, stelt u de transpositie-instelling op ‘4’ in.
fig.Ex-Trnspse_e.eps
Als u C E G
speelt
6
dan klinkt
EG#B
Druk meerdere malen op de [Piano Designer] knop, zodat de indicator
uitdooft.
27
Spelen
Spelen met de metronoom
U kunt de metronoom laten klinken terwijl u speelt.
Het volume en de maatsoort van de metronoom kunnen veranderd worden.
Als een song speelt, klinkt de metronoom op het tempo en in de maatsoort van
de betreffende song.
1
2
Druk op de [Piano designer] knop, zodat de indicator verlicht is.
Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘4. Metronome’ te selecteren.
fig.d-PD4-Metronome.eps
3
4
Druk op de [Enter] knop.
Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘Metronome’ te selecteren.
fig.d-Metronome.eps
5
Druk op de [+] knop om de instelling op ‘On’ te zetten.
De metronoom begint te spelen.
Om de metronoom te stoppen zet u de instelling uit (Off).
Het tempo van de metronoom veranderen
6
7
Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘Tempo’ te selecteren.
Gebruik de [+] [-] knoppen om het tempo in te stellen.
Correspondentie tussen maat en tempoweergave
Maatsoort
Tempowaarde
28
2/2
=5–250
0/4, 2/4,
3/4, 4/4,
5/4, 6/4,
7/4
=10–500
3/8
=20–999
6/8, 9/8,
12/8
=7–333
Spelen
De maatsoort van de metronoom veranderen
8
9
Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘Beat’ te selecteren.
Als een song wordt
afgespeeld, wordt de
metronoom op de maatsoort
van die song ingesteld.
Gebruik de [+] [-] knoppen om de maatsoort in te stellen.
Instelling
Omschrijving
2/2, 0/4, 2/4, 3/4,
4/4, 5/4, 6/4, 7/4,
3/8, 6/8, 9/8, 12/8
Als u ‘0/4’ kiest, is alleen het geluid van de zwakke maten
hoorbaar.
U kunt de maatsoort van de
metronoom niet veranderen
terwijl een song wordt
afgespeeld.
Het volume van de metronoom veranderen
10
11
12
Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘Metronome Vol’ te selecteren.
Gebruik de [+] [-] knoppen om het metronoomvolume in te stellen.
Instelling
Omschrijving
0–10
De metronoom is niet hoorbaar als u het metronoomvolume op ‘0’
instelt.
Druk meerdere malen op de [Piano Designer] knop, zodat de indicator
uitdooft.
29
Spelen
De gevoeligheid van het klavier veranderen (Key Touch)
Hier ziet u, hoe de gevoeligheid waarmee het klavier op uw spel reageert
veranderd kan worden.
1
2
Druk op de [Piano Designer] knop, zodat de indicator verlicht is.
Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘1. Piano Designer’ te selecteren.
fig.d-PD1-PDesigner.eps
3
4
Druk op de [Enter] knop.
De klank ‘Grand Piano 1’ wordt geselecteerd.
Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘Key Touch’ te selecteren.
fig.d-KeyTouch.eps
5
6
Gebruik de [+] [-] knoppen om de Key Touch instelling te kiezen.
Instelling
Omschrijving
Fixed
Noten klinken op een vaststaand volume, ongeacht hoe
sterk u het klavier bespeelt.
S.Light (Super Light)
Zeer licht
Light
Licht
Medium
Standaard
Heavy
Zwaar
S.Heavy (Super Heavy)
Zeer zwaar
Druk meerdere malen op de [Piano Designer] knop, zodat de indicator
uitdooft.
Met een lichtere instelling kunt u fortissimo (ff) produceren met een lichtere
aanslag, hetgeen het klavier lichter aan doet voelen. Deze instelling is geschikt
voor kinderen, die hun vingersterkte nog niet volledig ontwikkeld hebben.
Met een zwaardere instelling moet u sterker dan anders spelen om fortissimo
(ff) te produceren, hetgeen het klavier zwaarder doet aanvoelen. Met deze
instelling kunt u expressiever spelen als u uw speeldynamiek varieert.
Met de ‘Medium’ instelling kunt u met de meest natuurlijke aanslag spelen.
Deze instelling lijkt het meest op die van een akoestische piano.
30
Met gebruik van de Memory
Backup functie kunt u deze
instelling in het geheugen
van de RG-1F/RG-3F opslaan
(p.72).
Het pianogeluid aan uw smaak aanpassen
(Piano Designer)
Wat is Piano designer?
De RG-1F/RG-3F stelt u in staat het pianogeluid naar uw smaak aan te passen,
door verscheidene aspecten van het geluid van een concertvleugel te wijzigen.
Hieronder vallen resonanties van snaren, pedalen en klavier, alsmede de
gevoeligheid van het klavier.
Deze functie wordt ‘Piano designer’ genoemd.
Met gebruik van de Memory
Backup functie kunt u deze
instelling in het geheugen
van de RG-1F/RG-3F opslaan
(p.72).
Piano designer gebruiken
1
2
Druk op de [Piano Designer] knop, zodat de indicator verlicht is.
Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘1. Piano designer’ te selecteren.
fig.d-PD1-PDesigner.eps
3
4
Druk op de [Enter] knop.
De klank ‘Grand Piano 1’ wordt geselecteerd.
Druk op de [▲] [▼] knoppen om het onderdeel dat u wilt bewerken te
selecteren (p.32).
fig.d-KeyTouch.eps
5
6
7
Gebruik de [+] [-] knoppen om de waarde aan te passen.
Herhaal stappen 4-5 om het pianogeluid naar uw smaak aan te passen.
Druk meerdere malen op de [Piano Designer] knop, zodat de indicator
uitdooft.
31
Het pianogeluid aan uw smaak aanpassen (Piano Designer)
Piano Designer instellingen
Parameter
Waarde
Omschrijving
Key Touch
Fixed,
S.Light (Super Light),
Light,
Medium,
Heavy,
S.Heavy (Super Heavy)
Past de aanslaggevoeligheid van het klavier aan.
Als u ‘Fixed’ selecteert, klinken noten op een gelijk volume, ongeacht hoe sterk u het klavier
bespeelt.
Key Touch Offset -10–0–9
Hiermee kunt u verdere gedetailleerde aanpassingen in de klaviergevoeligheid maken,
passend bij de sterkte van uw vingers.
Hogere instellingen produceren een zwaarder aanslaggevoel.
Lid
0–6
Past de mate waarmee de bovenklep van de piano is geopend aan.
Lagere waardes produceren een zachter geluid.
Hogere instellingen produceren een helderder geluid.
Tone Character
-5–0– +5
Grote waardes produceren een harder geluid, en lage waardes produceren een zachter
geluid.
Off, 1–10
Hiermee wordt de demperresonantie van het akoestische pianogeluid aangepast (de
natuurlijke vibratie die optreedt bij snaren van noten die u niet speelt wanneer u het
demperpedaal indrukt).
Hogere instellingen maken de natuurlijke vibratie luider.
String
Resonance
Off, 1–10
Hiermee wordt de snaarresonantie van het akoestische pianogeluid aangepast (de
natuurlijke vibraties van snaren van eerder gespeelde noten die optreden wanneer u een
andere noot speelt).
Hogere instellingen maken de natuurlijke vibratie luider.
Key Off
Resonance
Off, 1–10
Hiermee worden natuurlijke vibraties, zoals het key-off geluid van een akoestische piano
(het subtiele geluid dat optreedt als u een noot loslaat) aangepast.
Hogere instellingen maken de natuurlijke vibratie luider.
Cabinet
Resonance
Off, 1–10
Past de klankkastresonantie van de concertvleugel zelf aan.
Hogere waardes produceren een grotere klankkastresonantie.
Hammer Noise
-2–0– +2
Dit past het geluid aan dat geproduceerd wordt wanneer de hamer van een akoestische
piano de snaar aanslaat.
Hogere instellingen produceren een luider geluid van de hamer die de snaar aanslaat.
Hammer
Response
Off, 1–10
Hiermee wordt de tijd vanaf het moment dat u een toets aanslaat, totdat het pianogeluid
hoorbaar wordt aangepast.
Hogere instellingen produceren een tragere respons.
Duplex Scale
Off, 1–10
Dit past de natuurlijke vibraties van de Duplex schaal van een akoestische piano aan.
Hogere instellingen maken de natuurlijke vibratie luider.
Damper Noise
Off, 1–10
Damper
Resonance
Hiermee wordt de demperruis van het akoestische pianogeluid (het geluid van de demper
die de snaren loslaat als u het demperpedaal indrukt) aangepast.
*
Als demperresonantie op ‘Off’ is ingesteld, is de demperruis niet hoorbaar.
Wat is de Duplex schaal?
De Duplex schaal is een systeem van natuurlijk vibrerende snaren, die soms in
concertvleugels wordt aangetroffen.
Deze natuurlijk vibrerende snaren worden niet rechtsreeks met hamers aangeslagen, maar
klinken doordat deze met de vibraties van andere snaren meetrillen. Doordat deze met de
boventonen resoneren, maken deze snaren het geluid rijker en meer briljant. Deze
meetrillende snaren worden alleen aan het hoge register, boven ongeveer C4 toegevoegd.
Aangezien deze geen demper hebben (een mechanisme dat zorgt dat het geluid van de
snaren stopt), blijven deze doorklinken, zelfs nadat u een noot speelt en deze dan loslaat om
het geluid van de snaar die feitelijk werd aangeslagen te stoppen.
32
User programma registratie
Instellingen zoals de op dat moment geselecteerde klankknop, transpositie en
volumebalans kunnen als een ‘User programma’ worden opgeslagen.
U kunt uw opgeslagen favoriete instellingen op elk gewenst moment
oproepen.
Het is handig om uw veelgebruikte instellingen als een User programma op te
slaan, zodat u deze later opnieuw kunt gebruiken.
Meer over de inhoud die op
deze manier wordt
opgeslagen vindt u bij
‘Onderdelen die als User
programma’s worden
opgeslagen’ (p.87).
fig.favorites_e.eps
Performance instellingen
1 User Program
Schrijven
RG-1F/RG-3F
User-geheugen
Tijdelijk geheugen
1
2
3
7
8
9 10 11 12
4
5
6
Opslaan
13 14 15 16 17 18
19 20 21 22 23 24
25 26 27 28 29 30
31 32 33 34 35 36
Laden
36 User programma's
(1 User programmaset)
11 22 33 44 55 66
11 22 33 44 55 66
33 11
44 12
55 66
77 1818 2929 10
11
12
77 88 99 10
10
11
12
10
11
12
714
99 10
11
12
13
7 815
8 16
10
17
11
18
12
13
14
15
16
17
18
13
14
15
16
17
18
13
14
15
16
17
18
13
14
15
16
17
18
19
13
20
14
21
15
22
16
23
17
24
18
19
20
21
22
23
24
19
20
21
22
23
24
19
20
21
22
23
24
19
20
21
22
23
24
25
19
26
20
27
21
28
22
29
23
30
24
25
26
27
28
29
30
25
26
27
28
29
30
25
26
27
28
29
30
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
31
32
33
34
35
36
31
32
33
34
35
36
31
32
33
34
35
36
31 32 33 34 35 36
.....
Max. 99 User programmasets
USB-geheugen
Opslaan
Laden
11 22 33 44 55 66
11 22 33 44 55 66
33 11
44 12
55 66
77 1818 2929 10
11
12
77 88 99 10
10
11
12
10
11
12
714
99 10
11
12
7 815
8 16
10
11
12
13
17
18
13
14
15
16
17
18
13
14
15
16
17
18
13
14
15
16
17
18
13
14
15
16
17
18
19
13
20
14
21
15
22
16
23
17
24
18
19
20
21
22
23
24
19
20
21
22
23
24
19
20
21
22
23
24
19
20
21
22
23
24
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
25
26
27
28
29
30
25
26
27
28
29
30
25
26
27
28
29
30
25
26
27
28
29
30
31
25
32
26
33
27
34
28
35
29
36
30
31
32
33
34
35
36
31
32
33
34
35
36
31
32
33
34
35
36
31
32
33
34
35
36
31 32 33 34 35 36
.....
Max. 99 User programmasets
33
User programma registratie
De uitvoeringsinstelllingen opslaan (User Program)
Dit instrument stelt u in staat tot het opslaan van 36 verschillende User
programma’s.
1
Maak de gewenste instellingen door een klank, enz. te selecteren.
2
Druk op de [Piano Designer] knop, zodat de indicator verlicht is.
3
Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘6. User Program’ te selecteren.
fig.d-PD6-UserProgram.eps
4
Druk op de [Enter] knop.
5
Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘WRITE’ te selecteren.
fig.d-UP-write.eps
6
Druk op de [Enter] knop.
Het volgende scherm zal verschijnen.
fig.d-UP-write1.eps
7
Gebruik de [+] [-] knoppen om het bestemmingsnummer (UPG 01-UPG 36)
te selecteren.
fig.d-UP-write2.eps
8
Druk op de [Enter] knop.
Een bevestigingsboodschap zal in het scherm verschijnen.
fig.d-UP-write3.eps
*
9
10
34
Om naar het vorige scherm terug te keren zonder uw instellingen op te slaan,
drukt u op de [EXIT] knop.
Druk nogmaals op de [Enter] knop.
De huidige uitvoeringsinstelllingen worden opgeslagen, en u keert naar het
User PROGRAM scherm terug.
Druk een aantal malen op de [Piano Designer] knop, totdat de indicator is
uitgedoofd.
User programma registratie
Opgeslagen User programma-instellingen oproepen
De opgeslagen User programma-instellingen kunnen snel en gemakkelijk
worden opgeroepen.
1
2
Druk op de [Piano Designer] knop, zodat de indicator verlicht is.
Terwijl u de [Piano Designer] knop ingedrukt houdt, gebruikt u de [+] [-]
knoppen om een User programma (User Program 01-User Program 36) te
selecteren.
Het is ook mogelijk om een
pedaal te gebruiken om uw
opgeslagen User
programma-instellingen op
te roepen.
Voor details kijkt u bij ‘Een
pedaal gebruiken om van
User programma te
veranderen’ (p.42).
fig.d-UP-call.eps
De knoppen en overige uitvoeringsinstelllingen zullen veranderen in de
instellingen die u heeft opgeslagen.
De onderste regel van het scherm geeft de naam van het geluid dat in de User
programma-instellingen is opgeslagen aan.
Het User programma annuleren
Hier ziet u, hoe de User programma-instellingen geannuleerd kunnen worden.
1
Bij stap 2 van bovenstaande procedure kiest u ‘User Program 01’.
fig.d-UP-call.eps
1
Terwijl u de [Piano Designer] knop ingedrukt houdt, drukt u op de [-] knop.
De User programma-instellingen worden geannuleerd.
35
User programma registratie
Een set User programma’s opslaan
De 36 User programma’s die in dit instrument zijn opgeslagen kunnen als één
enkele set in het User-geheugen (p.44) of USB-geheugen (apart verkrijgbaar)
worden opgeslagen.
*
1
2
Als u in USB-geheugen wilt opslaan, sluit u het USB-geheugen op de externe
geheugenaansluiting aan (p.15).
Druk op de [Piano Designer] knop, zodat de indicator verlicht is.
Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘6. User Program’ te selecteren.
fig.d-PD6-UserProgram.eps
3
4
Druk op de [Enter] knop.
Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘SAVE’ te selecteren.
fig.d-UP-save.eps
5
6
Druk op de [Enter] knop.
Gebruik de [+] [-] knoppen om de bestemming, waar u de set User
programma’s wilt opslaan, te selecteren.
fig.d-UP-save1.eps
36
Instelling
Omschrijving
User Memory
De set User programma’s wordt in het User-geheugen opgeslagen.
Ext Memory
De set User programma’s wordt in USB-geheugen opgeslagen.
User programma registratie
7
Druk op de [▼] knop om de onderste regel van het scherm te selecteren, en
gebruik dan de [+] [-] knoppen om het nummer van de opslagbestemming
voor de set User programma’s te selecteren.
fig.d-UP-save2.eps
Instelling
*
8
9
UPG Set 01 – UPG Set 99
Om naar het vorige scherm terug te keren zonder de User programmaset op te
slaan, drukt u op de [EXIT] knop.
Druk op de [Enter] knop.
De set User programma’s wordt opgeslagen.
Druk een aantal malen op de [Piano Designer] knop, totdat de indicator is
uitgedoofd.
Zet nooit de stroom uit
terwijl ‘Executing…’ in het
scherm wordt weergegeven.
Hierdoor kan het USBgeheugen of User-geheugen
beschadigen, waardoor het
onbruikbaar kan worden.
Nummers waarin geen data is opgeslagen, worden als ‘2: (Empty)’ in het scherm
getoond.
fig.d-UP-save3.eps
Als u een nummer selecteert waarin al uitvoeringsinstelllingen zijn opgeslagen,
en dan probeert op te slaan, zal het volgende scherm verschijnen.
fig.d-UP-save4.eps
Als u data opslaat in een nummer dat reeds data bevat, zal de eerder
opgeslagen data gewist worden.
Als u de eerder opgeslagen data wilt wissen en deze door de nieuwe data die u
opslaat wilt vervangen, drukt u op de [Enter] knop.
Als u de eerder opslagen data niet wilt wissen, drukt u op de [Exit] knop om de
Save operatie te annuleren.
Als u een opgeslagen set
User programma’s wilt
verwijderen, kijkt u bij ‘Een
set User programma’s
verwijderen’ (p.40).
37
User programma registratie
Een set User programma’s laden
Hier ziet u, hoe een volledige set User programma’s die u in het User-geheugen
(p.44) of USB-geheugen (apart verkrijgbaar) heeft opgeslagen kunt laden.
Als u een set User programma’s die in USB-geheugen is opgeslagen wilt laden,
sluit u het USB-geheugen op de externe geheugenaansluiting aan (p.15).
1
2
Druk op de [Piano Designer] knop, zodat de indicator verlicht is.
Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘6. User Program’ te selecteren.
fig.d-PD6-UserProgram.eps
3
4
Druk op de [Enter] knop.
Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘LOAD’ te selecteren.
fig.d-UP-load.eps
5
6
Druk op de [Enter] knop.
Gebruik de [+] [-] knoppen om de ‘LOAD from’ instelling (de locatie van de
set User programma’s die u wilt laden) te veranderen.
fig.d-UP-load1.eps
38
Instelling
Omschrijving
User Memory
Laadt een set User programma’s die in het User-geheugen is
opgeslagen.
Ext Memory
Laadt een set User programma’s die in het USB-geheugen is
opgeslagen.
Wees ervan bewust dat alle
User programma’s die in dit
instrument zijn opgeslagen
verloren zullen gaan als u een
set User programma’s laadt.
User programma registratie
7
Druk op de [▼] knop om de onderste regel van het scherm te selecteren, en
gebruik de [+] [-] knoppen om het nummer van de User programmaset die
u wilt laden te selecteren.
8
Druk op de [Enter] knop.
Een bevestigingsboodschap verschijnt in het scherm.
fig.d-UP-load2.eps
*
9
10
Om naar het vorige scherm terug te keren zonder de User programmaset te
laden, drukt u op de [Exit] knop.
Als u data laadt die in een
USB-geheugen is
opgeslagen, mag het USBgeheugen niet ontkoppeld
worden voordat het laden is
voltooid.
Druk nogmaals op de [Enter] knop.
De geselecteerde User programmaset zal geladen worden.
Druk een aantal malen op de [Piano Designer] knop, totdat de indicator is
uitgedoofd.
39
User programma registratie
Een set User programma’s verwijderen
Hier ziet u, hoe een volledige set User programma’s, die in het User-geheugen
(p.44) of USB-geheugen (apart verkrijgbaar) is opgeslagen, verwijderd kan
worden.
*
1
2
Als u een set User programma’s die in een USB-geheugen is opgeslagen wilt
verwijderen, sluit u het USB-geheugen op de externe geheugenaansluiting aan
(p.15).
Druk op de [Piano Designer] knop, zodat de indicator verlicht is.
Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘6. User Program’ te selecteren.
fig.d-PD6-UserProgram.eps
3
4
Druk op de [Enter] knop.
Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘DEL’ te selecteren.
fig.d-UP-del.eps
5
6
Druk op de [Enter] knop.
Gebruik de [+] [-] knoppen om de locatie van de User programmaset die u
wilt verwijderen te selecteren.
fig.d-UP-del1.eps
40
Instelling
Omschrijving
User Memory
Verwijdert een User programmaset die in User-geheugen is
opgeslagen.
Ext Memory
Verwijdert een User programmaset die in USB-geheugen is
opgeslagen.
User programma registratie
7
Druk op de [▼] knop om de onderste regel van het scherm te selecteren, en
gebruik de [+] [-] knoppen om het nummer van de User programmaset die
u wilt verwijderen te selecteren.
Instelling
8
UPG Set 01 – UPG Set 99
Druk op de [Enter] knop.
Een bevestigingsboodschap zal in het scherm verschijnen.
fig.d-UP-del2.eps
*
9
10
Om naar het vorige scherm terug te keren zonder de User programmaset te
verwijderen, drukt u op de [Exit] knop.
Druk nogmaals op de [Enter] knop.
De geselecteerde User programmaset wordt verwijderd.
Druk een aantal malen op de [Piano Designer] knop, totdat de indicator is
uitgedoofd.
Als u data die in USBgeheugen is opgeslagen
verwijdert, mag het USBgeheugen niet verwijderd
worden voordat het
verwijderen geheel is
voltooid.
Zet nooit de stroom uit
terwijl ‘Executing…’ in het
scherm wordt weergegeven.
Hierdoor kan het USBgeheugen of User-geheugen
beschadigen, zodat het
onbruikbaar wordt.
41
User programma registratie
Een pedaal gebruiken om van User programma te
veranderen
De functie van het selecteren van verschillende User programma’s kan aan een
pedaal worden toegewezen. Nadat de toewijzing is ingesteld, kunt u het pedaal
indrukken om in numerieke volgorde als volgt door de User programma’s te
lopen: 1, 2, 3…36, en dan terug naar 1.
1
2
Druk op de [Piano Designer] knop, zodat de indicator verlicht is.
Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘6. User Program’ te selecteren.
fig.d-PD6-UserProgram.eps
3
4
Druk op de [Enter] knop.
Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘DEL’ te selecteren.
fig.d-UP-del.eps
5
6
Druk op de [▼] knop.
Gebruik de [+] [-] knoppen om het pedaal dat u voor het veranderen van
User programma’s wilt gebruiken te selecteren.
fig.d-UP-PShift.eps
7
42
Instelling
Omschrijving
Off
Er wordt geen pedaal gebruikt om van User programma’s te
veranderen.
Left
U kunt met het linkerpedaal van User programma veranderen. De
functie die daarvoor aan het pedaal was toegewezen is niet
beschikbaar.
Center
U kunt met het middelste pedaal van User programma veranderen. De
functie die daarvoor aan het pedaal was toegewezen is niet
beschikbaar.
Druk een aantal malen op de [Piano Designer] knop, totdat de indicator is
uitgedoofd.
Elke keer dat u het pedaal dat voor het veranderen van User programma’s
wordt gebruikt indrukt, zal het User programma veranderen.
Een song beluisteren
De RG-1F/RG-3F bevat een verscheidenheid aan ingebouwde songs. Hier ziet u,
hoe deze songs beluisterd kunnen worden.
U kunt ook de volgende types songs (data) afspelen.
SMF muziekdata (p.88).
Geluidsbestanden
Wanneer USB-geheugen/CD-drive
• Bestandsnaamextensie ‘.wav’ 1
is aangesloten
• 6-bit lineair
• Samplesnelheid van ’44.1 kHz’
Wanneer een CD-drive is
aangesloten
De volgende functies kunnen
niet gebruikt worden
wanneer een geluidsbestand
wordt afgespeeld.
• Kopiëren naar ‘Favorieten’
(p.59).
• Trackdemping (Mute)
(p.45).
Muziek CD
Een song afspelen
1
2
3
Als u een song van een extern medium (muziek CD/CD-ROM/USBgeheugen) wilt afspelen, maakt u het betreffende externe medium gereed.
• Sluit het USB-geheugen op de externe geheugenaansluiting aan (p.15).
• Plaats de muziek CD of CD-ROM in de CD-drive.
Druk op de [Song] knop, zodat de indicator oplicht.
Houd de [Song] knop ingedrukt en gebruik de [+] [-] knoppen om het
geheugen te selecteren dat de song bevat die u wilt afspelen.
fig.d-Song1.eps
Waarde
Omschrijving
Song
Kies dit als u een nieuwe song wilt opnemen (p.50).
Een song uit een extern geheugen afspelen.
Ext Memory
CD
*
U kunt dit niet selecteren als er niets op de externe
geheugenaansluiting is aangesloten of als er geen songs in het
externe geheugen zijn opgeslagen.
Als opgenomen songdata al
bestaat, wordt in het scherm
gevraagd: ‘Delete User Song
OK?” Als u de opgenomen
song wilt verwijderen, drukt
u op de [Enter] knop.
Als u de opgenomen song
niet wilt verwijderen, drukt u
op de [Exit] knop. Sla dan de
song in de ‘Favorieten’ of in
USB-geheugen op (p.52).
Een muziek CD of muziekdata of geluidsbestanden die op CD-ROM zijn
opgeslagen afspelen.
*
U kunt dit niet selecteren als er geen songs op de CD-ROM zijn
opgeslagen.
Een song die in de Favorieten is opgeslagen afspelen (p.44).
Favorites
*
U kunt dit niet selecteren als er geen songs in de favorieten zijn
opgeslagen.
Een interne song afspelen.
Preset Song * Voor de titels van de interne songs raadpleegt u de ‘Lijst van
interne songs’ (p.85).
43
Een song beluisteren
4
Gebruik de [+] [-] knoppen om de song die u wilt afspelen te selecteren.
fig.d-Song2.eps
Een song binnen een map selecteren
(1) Gebruik de
knoppen om de map te selecteren
(2) Druk op de [Play/Stop] knop.
De eerste song in die map zal weergegeven worden.
(3) Gebruik de
selecteren.
*
knoppen om de song die u wilt afspelen te
Dit kan even duren, afhankelijk van het aantal songs in de map.
Een map verlaten
(1) Druk een aantal malen op de
verschijnt.
• Als een map 500 of meer
bestanden of mappen
bevat, worden sommige
van deze mappen
mogelijk niet
weergegeven.
• Bestanden waarvan de
naam met een ‘.’(punt)
begint worden niet
weergegeven.
knop totdat ‘ Up’ in het scherm
(2) Druk op de [Play/Stop] knop.
5
Druk op de [Play/Stop] knop.
Om te pauzeren drukt u nogmaals op de [Play/Stop] knop.
De volgende keer dat u op de [Play/Stop] knop drukt, gaat het afspelen verder
vanaf het punt waarop u bent gepauzeerd.
Operatie
Button
Naar het begin van de
volgende song gaan
Druk op de [Play/Stop] knop terwijl de song speelt. Als u
nogmaals op de [Play/Stop] knop drukt, wordt er verder
afgespeeld vanaf het punt waarop u bent gepauzeerd.
Naar het begin van de
huidige song gaan
Druk op de [
] knop.
De song
vooruitspoelen
Druk op de [
] knop.
De song terugspoelen
Houd de [
afgespeeld.
] knop ingedrukt terwijl de song wordt
Naar het begin van de
volgende song gaan
Houd de [
afgespeeld.
] knop ingedrukt terwijl de song wordt
Als u heeft gespecificeerd dat
er slechts één song per keer
wordt afgespeeld (p.62), zal
het afspelen automatisch
eindigen wanneer de song
eindigt.
Wat zijn ‘Favorieten’?
De RG-1F/RG-3F heeft een User-geheugen (intern geheugen) waarin ‘Favorieten’ en ‘User programma’s
worden opgeslagen.
‘Favorites’ verwijst naar een gebied waar u uitvoeringsdata die u op de RG-1F/RG-3F heeft opgenomen
kunt opslaan of waarnaar u songs van CD-ROM of USB-geheugen kunt kopiëren. Als u een song naar
‘Favorieten’ heeft gekopieerd, kunt u die song gemakkelijk oproepen, door slechts de [Song] knop in te
drukken en ‘Favorites’ te kiezen.
44
Een song beluisteren
De afspeelinstellingen voor interne songs of
SMF-muziekbestanden veranderen
Individuele gedeeltes afspelen (Track Mute)
Hier ziet u, hoe alleen de geselecteerde gedeeltes van een song afgespeeld
kunnen worden.
U kunt deze instelling niet
voor geluidsbestanden
gebruiken.
Op deze manier kunt u oefenen door met één hand tegelijk met een song mee
te spelen.
1
Druk op de [Play/Stop] knop om een song af te spelen.
2
Druk op de [Piano Designer] knop, zodat de indicator verlicht is.
3
Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘7. Composer’ te selecteren.
fig.d-PD7-Composer.eps
4
Druk op de [Enter] knop.
5
Gebruik de [▲] [▼] knoppen om het gedeelte dat u wilt dempen te
selecteren.
6
Parameter
Omschrijving
Right Track
Rechterhandgedeelte
Left Track
Linkerhandgedeelte
Accomp Track
Begeldingsgedeelte
Gebruik de [+] [-] knoppen om de Mute-instelling te specificeren.
De functie die het geluid van een specifiek gedeelte tijdelijk dempt wordt ‘Track
Mute’ genoemd.
Waarde
Als u bijvoorbeeld de
rechterhand wilt oefenen,
stelt u Right Track op Mute in.
Omschrijving
Er is geen geluid te horen.
Mute
*
7
*
U kunt het Mute Volume (p.62) veranderen, zodat het gedeelte op een
laag volume wordt afgespeeld, en u het als leidraad voor uw eigen spel
kunt gebruiken.
On
Er is geen geluid hoorbaar.
----
Geen data aanwezig.
De instelling is ‘On’ als u naar een andere song overschakelt.
Druk meerdere malen op de [Piano Designer] knop, zodat de indicator
uitdooft.
45
Een song beluisteren
Het volume waarop een song wordt afgespeeld veranderen
(Song Volume)
Hier wordt uitgelegd hoe het afspeelvolume van songs die in de RG-1F/RG-3F
zijn opgeslagen of SMF-muziekbestanden die via een extern geheugen (USBgeheugen/CD-ROM) worden gespeeld, aangepast kunnen worden.
Als u oefent door met een song mee te spelen, kunt u hiermee de volumebalans
tussen uw spel op het klavier en het afspeelgeluid van de song aanpassen.
1
Houd de [Play/Stop] knop ingedrukt en druk op de [+] of [-] knop.
Het afspeelvolume van de song wordt weergegeven terwijl u de [Play/Stop]
knop ingedrukt houdt.
fig.d-Song-volume.eps
Waarde
0–10
Het songtempo veranderen
Hier ziet u, hoe het tempo waarop de song wordt gespeeld veranderd kan
worden.
Dit is gemakkelijk als u een moeilijke song op een comfortabeler tempo wilt
spelen.
1
2
3
Selecteer de song die u wilt afspelen (p.43).
Druk op de [Piano Designer] knop, zodat de indicator verlicht is.
Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘4. Metronome’ te selecteren.
fig.d-PD4-Metronome.eps
4
5
Druk op de [Enter] knop.
Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘Tempo’ te selecteren.
fig.d-Metro-tempo.eps
46
Met gebruik van de Memory
Backup functie (p.72) kunt u
deze instelling in het
geheugen van de RG-1F/RG3F opslaan.
Een song beluisteren
6
Om naar het oorspronkelijke
tempo terug te keren, drukt u
de [+] [-] knoppen gelijktijdig
in.
Gebruik de [+] [-] knoppen om het tempo aan te passen.
Hoe maatsoort en tempo-indicaties corresponderen
Maatsoort
Tempowaarde
7
2/2
=5–250
0/4, 2/4, 3/4,
4/4, 5/4, 6/4,
7/4
=10–500
3/8
6/8, 9/8, 12/8
=20–999
=7–333
Als een muziek-CD of
geluidsbestand is
geselecteerd, is de reeks ’75100-125 (%)’ (p.48).
Druk op de [Piano Designer] knop, zodat de indicator uitdooft.
De toonsoort van de song veranderen (Playback Transpose)
U kunt het afspeelgeluid van een SMF-muziekbestand of uw eigen opgenomen
uitvoering transponeren.
Het afspeelgeluid van een muziek-CD of geluidsbestand kan ook
getransponeerd worden.
1
Selecteer de song die u wilt afspelen (p.43).
2
Als u een song van een
muziek-CD of geluidsbestand
heeft geselecteerd, kan het
gebruik van Playback
Transpose het klankkarakter
beïnvloed worden.
Druk op de [Piano Designer] knop, zodat de indicator verlicht is.
3
Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘9. Function’ te selecteren.
fig.d-PD9-Function.eps
4
Druk op de [Enter] knop.
5
Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘Transpose Value’ te selecteren.
fig.d-TransposeValue.eps
6
Gebruik de [+] [-] knoppen om de instelling te veranderen.
De song wordt in stappen van halve tonen getransponeerd.
Waarde
*
7
Om naar de oorspronkelijke
waarde terug te keren drukt
u de [+] [-] knoppen
gelijktijdig in.
-6-0-+5 (stappen van halve tonen)
Als u een andere song selecteert, keert de transpositie-instelling naar ‘0’ terug.
Druk een aantal malen op de [Piano Designer] knop, zodat de indicator
uitdooft.
Met de RG-1F/RG-3F kunt u
kiezen hoe u wilt
transponeren. U kunt alleen
de song, zowel het klavier als
de song of alleen het klavier
transponeren (p.69). In de
fabrieksinstellingen worden
zowel het klavier als de song
getransponeerd.
47
Een song beluisteren
De afspeelinstellingen voor geluidsbestanden of muziekCD’s veranderen
Het volume van een geluidsbestand of muziek-CD veranderen
Hier ziet u, hoe het volume van een song van een geluidsbestand of een
muziek-CD veranderd kan worden.
1
2
Speel het geluidsbestand of de muziek-CD af (p.43).
Houd de [Play/Stop] knop ingedrukt en gebruik de [+] [-] knoppen om het
volume aan te passen.
Waarde
0–10
Het tempo van een song veranderen
U kunt het song afspeeltempo van een geluidsbestand of muziek-CD song
veranderen (p.46). In dit geval is de reeks instellingen als volgt.
Waarde
75–100–125 (%)
De afspeeltoonsoort van een song veranderen (Playback Transpose)
U kunt de afspeeltoonsoort van een muziek-CD song of een geluidsbestand
veranderen (Playback Transpose) (p.47).
48
Met gebruik van de Memory
Backup functie (p.72) kunt u
deze instelling in het
geheugen van de RG-1F/RG3F opslaan.
Een song beluisteren
Het afspeelvolume van geluiden in het midden minimaliseren (Center
Cancel)
U kunt het volume van geluiden (vocalen, sommige melodie-instrumenten,
enz.) die in het midden van het stereo geluidsveld zijn te horen, minimaliseren
wanneer een geluidsbestand of song van een muziek-CD wordt gespeeld.
1
Speel het geluidsbestand of een muziek-CD af (p.43).
2
Druk op de [Piano Designer] knop, zodat de indicator verlicht is.
3
Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘7. Composer’ te selecteren.
fig.d-PD7-Composer.eps
4
Druk op de [Enter] knop.
5
Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘Center Cancel’ te selecteren.
fig.d-Cmp_CCancel.eps
6
Gebruik de [+] [-] knoppen om de Center Cancel functie aan/uit te zetten.
*
7
Waarde
Omschrijving
On
Het volume van de melodie of vocaal zal afnemen.
Off
Center Cancel wordt niet gebruikt.
Bij sommige songs kan het
effect moeilijk te bemerken
zijn.
Center Cancel wordt uitgeschakeld als u naar een andere song overschakelt.
Druk meerdere malen op de [Piano Designer] knop, zodat de indicator
uitdooft.
49
Uw uitvoering opnemen
Neem dit is acht wanneer u gaat opnemen
U kunt uw opgenomen uitvoering in ‘Favorites’ opnemen (p.44). Als u de
stroom uitzet zonder dat de opgenomen uitvoering in de ‘Favorites’ is
opgeslagen, zal de opgenomen inhoud verloren gaan.
Om uw opgenomen uitvoering te behouden moet u deze in ‘Favorites’ opslaan.
U kunt uitvoeringsdata ook in USB-geheugen opslaan (p.52).
Uw uitvoering opnemen
1
2
3
Selecteer de klank die u wilt spelen (p.22).
Maak de gewenste metronoominstellingen (p.28).
Druk op de [Rec] knop.
De [Play/Stop] knop knippert.
De opname starten
4
Druk op de [Play/Stop] knop of speel op het klavier om de opname te
starten.
Als u de opname heeft gestart door de [Play/Stop] knop in te drukken, zal de
opname na een aftelling van twee maten beginnen.
Als u de opname heeft gestart door het klavier te bespelen, zal er geen aftelling
worden gespeeld.
Tijdens de opname knippert ‘Recording…’.
fig.d-Song_recording.eps
De opname stoppen
5
Druk op de [Play/Stop] knop.
De opname zal stoppen.
Het volgende scherm zal verschijnen.
fig.d-Song_new.eps
50
Gebruik een door Roland
verkocht USB-geheugen.
Een juiste werking kan niet
gegarandeerd worden
wanneer een ander USBgeheugen wordt gebruikt
(p.15).
Uw uitvoering opnemen
Een opgenomen uitvoering afspelen
1
Druk op de [Play/Stop] knop.
De opgenomen uitvoering wordt afgespeeld.
Om het afspelen te stoppen, drukt u nogmaals op de [Play/Stop] knop.
Als de volgende indicatie verschijnt
Wanneer u probeert een andere song te selecteren wanneer een opgenomen
uitvoering reeds bestaat, zal het volgende scherm verschijnen.
fig.d-RECORD-c1.eps
Als het OK is om de uitvoering te verwijderen, drukt u op de [Enter] knop.
Indien u de uitvoering niet wilt verwijderen, drukt u op de [Exit] knop en gaat u
verder volgens de beschrijving in ‘Een opgenomen uitvoering opslaan’ (p.52).
Een opgenomen uitvoering verwijderen
1
Houd de [Song] knop ingedrukt en druk op de [Rec] knop.
Een bevestigingsboodschap zal in het scherm verschijnen.
fig.d-RECORD-c1.eps
2
Druk op de [Enter] knop.
De opgenomen uitvoering zal verwijderd worden.
Indien u besluit de uitvoering niet te verwijderen, drukt u op de [Exit] knop.
51
Uw uitvoering opnemen
Een opgenomen uitvoering opslaan
Hier ziet u, hoe uw opgenomen uitvoering in het ‘Favorites’ gebied van het
interne geheugen of in USB-geheugen opgeslagen kan worden.
Als u de stroom uitzet zonder dat de uitvoering in ‘Favorites’ of USB-geheugen
is opgeslagen, zal de opgenomen uitvoering verloren gaan. Indien u de
uitvoering die u heeft opgenomen wilt behouden, moet deze in ‘Favorites’ of in
USB-geheugen worden opgeslagen.
1
2
Druk op de [Piano Designer] knop, zodat de indicator verlicht is.
Als u een nieuw USBgeheugen gebruikt, moet dit
eerst op de RG-1F/RG-3F
geformatteerd worden.
Voor details kijkt u bij ‘Usergeheugen of USB-geheugen
formatteren’ (p.61).
Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘5. File Menu’ te selecteren.
fig.d-PD5-File.eps
Gebruik een door Roland
verkocht USB-geheugen.
Een juiste werking kan niet
gegarandeerd worden als u
een ander USB-geheugen
gebruikt.
3
4
Druk op de [Enter] knop.
Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘SAVE’ te selecteren.
fig.d-File-save.eps
5
6
7
8
9
52
Druk op de [Enter] knop.
Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘SAVE Dest’ te selecteren, en gebruik de
[+] [-] knoppen om de opslagbestemming voor de uitvoeringsdata te
selecteren.
Parameter
Omschrijving
Favorites
Slaat de uitvoeringsdata in ‘Favorites’ op.
Ext Memory
Slaat de uitvoeringsdata in USB-geheugen op.
Gebruik de [▲] [▼] knoppen om de onderste regel van het scherm te
selecteren, en gebruik de [+] [-] knoppen om het nummer van de
opslagbestemming, waarin de uitvoeringsdata opgeslagen zal worden, te
selecteren.
Druk op de [Enter] knop.
De uitvoeringsdata zal opgeslagen worden.
Druk meerdere malen op de [Piano Designer] knop, zodat de indicator
uitdooft.
Als u in USB-geheugen
opslaat, mag het USBgeheugen niet verwijderd
worden voordat het opslaan
is voltooid.
Uw uitvoering opnemen
Nummers waarin geen song is opgeslagen worden als ‘4: (Empty)’ in het scherm
weergegeven.
fig.d-File-save5.eps
Als u probeert een nummer te selecteren waarin al een song is opgeslagen, en
daar in op te slaan, zal het volgende scherm verschijnen.
fig.d-FILE-Save-c2.eps
Als u de eerder opgeslagen song wilt verwijderen en deze met de huidige song
wilt vervangen, drukt u op de [Enter] knop.
Indien u de eerder opgeslagen song niet wilt verwijderen, drukt u op de [Exit]
knop om de Save operatie te annuleren.
uitvoeringsdata die eerder in
‘Favorites’ werd opgeslagen
kan naar USB-geheugen
gekopieerd worden.
uitvoeringsdata die in USBgeheugen is opgeslagen kan
naar het interne ‘Favorites’
gebied worden gekopieerd
(p.59).
Als u uitvoeringsdata uit de
‘Favorites’ of een USBgeheugen wilt verwijderen,
kijkt u op p.60.
53
Diverse instellingen maken
De RG-1F/RG-3F biedt een verscheidenheid aan instellingen die uw spel nog plezieriger kunnen maken.
U kunt de volgende instellingen maken.
Instelling
Pagina
Paneelinstellingen
Instelling
Pagina
8. MIDI
Voorkomen dat de huidige instellingen veranderen
(Panel Lock)
p. 55
Verdubbelde noten voorkomen wanneer een
sequencer is aangesloten (Local Control)
p. 65
Voorkomen dat een song wordt afgespeeld
(Playback Lock)
p. 55
Het MIDI-zendkanaal instellen
p. 66
1. Piano Designer
p. 32
Opgenomen uitvoeringsdata naar een MIDIapparaat sturen (Composer MIDI Out)
p. 66
2. Tuning
p. 56
De V-LINK functie gebruiken
p. 67
De toonhoogte met die van een ander instrument
overeen laten komen (Master Tuning)
p. 56
Klankselectie boodschappen verzenden (Program
Change/ Bank Select MSB/Bank Select LSB)
p. 68
De stemming veranderen
p. 56
9. Function (overige instellingen)
De stemmingscurve veranderen (Stretch Tuning)
p. 57
p. 25
3. Equalizer
p. 58
Met de rechter- en linkerhand verschillende
klanken spelen (Split Performance)
Het splitspunt van het klavier veranderen
p. 26
De volumebalans voor Dual Performance
aanpassen (Dual Balance)
p. 68
De toonhoogte van het klavier veranderen
(Transpose)
p. 27
Selecteren wat er getransponeerd wordt
(Transpose Mode)
p. 69
Het pedaaleffect veranderen (Damper Pedal Part)
p. 69
Een functie aan de pedalen toewijzen
p. 70
4. Metronome
Spelen met de metronoom
p. 28
Het tempo van de metronoom veranderen
p. 28
De maatsoort van de metronoom veranderen
p. 29
Het volume van de metronoom veranderen
p. 29
5. File Menu
Een opgenomen uitvoering opslaan
p. 52
Een song kopiëren
p. 59
Een song uit ‘Favorites’ of USB-geheugen
verwijderen
p. 60
De toonhoogte van een klank in stappen van
octaven veranderen (Octave Shift)
p. 71
Het User-geheugen of USB-geheugen formatteren
p. 61
De USB-geheugen communicatie-instellingen
veranderen )External Memory Mode)
p. 71
6. User Program-instellingen
p. 34
Instellingen voor de USB-driver maken
p. 72
Individuele gedeeltes afspelen (Track Mute)
p. 45
Instellingen behouden wanneer de stroom wordt
uitgezet (Memory Backup)
p. 72
Het geluid van een specifiek gedeelte als leidraad
gebruiken (Mute Volume)
p. 62
De fabrieksinstellingen herstellen (Factory Reset)
p. 73
De methode voor het afspelen van een song
veranderen (Play Mode)
p. 62
Het Part veranderen dat aan elke track voor SMF
afspelen is toegewezen (Track Assign)
p. 63
Aanbevolen klanken voor een VIMA CD-ROM aan/
uitzetten
p. 63
Het afspeelvolume van geluiden in het midden
minimaliseren (Center Cancel)
p. 49
Het type CD dat wordt gespeeld specificeren (CD/
Audio Type)
p. 64
De timing van de piano en de automatische
begeleiding overeen laten komen
p. 64
7. Composer (uitvoeringsinstelllingen)
54
Diverse instellingen maken
Voorkomen dat de huidige instellingen
veranderen (Panel Lock)
De ‘Panel Lock’ knop schakelt alle knoppen uit. Op die manier
kunt u voorkomen dat de instellingen zullen veranderen wanneer een knop per ongeluk wordt ingedrukt.
Voorkomen dat een song wordt
afgespeeld (Playback Lock)
De ‘Playback Lock’ instelling voorkomt dat een song wordt afgespeeld wanneer de [Play/Stop] knop wordt ingedrukt.
Instelling
Op deze manier kunt u voorkomen dat een ongewenste song
wordt gespeeld, wanneer de knop per ongeluk wordt ingedrukt
als u op het klavier speelt.
1. Maak de gewenste klankinstellingen en andere
Instelling
instellingen.
2. Houd de [Piano Designer] knop ingedrukt en druk op de
[Song] knop.
Panel Lock wordt geactiveerd, en het volgende scherm zal
verschijnen.
fig.d-PanelLock.eps
1. Houd de [Piano Designer] knop ingedrukt en druk op de
[Play/Stop] knop.
Playback Lock wordt geactiveerd.
Als u de [Play/Stop] knop in deze staat indrukt, zal het
volgende scherm verschijnen.
fig.d-PlayLock.eps
* Als u deze operatie uitvoert terwijl een song wordt
afgespeeld of opgenomen, zal het afspelen of opnemen
stoppen.
Terwijl Panel Lock actief is, kunt u op het klavier spelen, de
[Volume] knop gebruiken om het volume aan te passen en
de [Brilliance] knop gebruiken om de helderheid aan te
passen.
Opheffen
* Als u deze operatie uitvoert terwijl een song wordt
afgespeeld of popgenomen, zal het afspelen of opnemen
stoppen.
Opheffen
1. Om Playback Lock op te heffen, houdt u de [Piano
Designer] knop nogmaals ingedrukt en drukt u op de
[Play/Stop] knop.
1. Om Panel Lock op te heffen houdt u wederom de [Piano
Designer] knop ingedrukt en drukt u op de [Song] knop.
55
Diverse instellingen maken
Instellingen voor het stemmen
De toonhoogte met die van een ander
instrument overeen laten komen (Master
Tuning)
Als u samen met andere instrumenten speelt, kunt u de referentietoonhoogte van de RG-1F/RG-3F met die van het andere
instrument overeen laten komen.
De referentietoonhoogte wordt meestal uitgedrukt als de toonhoogte van de middelste A noot.
“Tuning’ betekent het overeen laten komen van de referentietoonhoogte met die van een ander instrument.
U kunt deze instellingen in het geheugen van de RG-1F/
RG-3F opslaan, met gebruik van de Memory Backup
functie (p.72).
Changing the Tuning (Temperament)
U kunt klassieke stijlen, zoals Barok, met gebruik van historische
temperaturen (stemmingmethodes) spelen.
De meeste moderne songs worden gecomponeerd voor, en
gespeeld in de gelijkzwevende stemming, de meest gangbare
stemming vandaag de dag. Echter, lang geleden, was er een
grote verscheidenheid aan andere stemmingsystemen.
Als u speelt in de temperatuur (stemming) die gebruikt werd op
het moment dat een compositie werd gecreëerd, kunt u de klanken van akkoorden die oorspronkelijk voor de betreffende song
waren bedoeld ervaren.
U kunt deze instellingen in het geheugen van de RG-1F/
RG-3F opslaan, met gebruik van de Memory Backup
functie (p.72).
1. Druk op de [Piano Designer] knop, zodat de indicator
verlicht is.
1. Druk op de [Piano Designer] knop, zodat de indicator
2. Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘2. Tuning’ te selecteren.
verlicht is.
2. Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘2. Tuning’ te selecteren.
3. Druk op de [Enter] knop.
3. Druk op de [Enter] knop.
4. Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘Temperament’ te
selecteren.
4. Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘Master Tune’ te
fig.d-Temperament.eps
selecteren.
fig.d-MasterTune.eps
5. Druk op de [+] of [-] knop om de stemming te selecteren.
5. Druk op de [+] of [-] knop om de referentietoonhoogte te
veranderen.
Waarde
U kunt uit de volgende acht stemmingen kiezen.
Waarde
Kwaliteiten
Equal
In deze stemming is elk octaaf in twaalf
gelijke stappen verdeeld. Elk interval
produceert ongeveer dezelfde
hoeveelheid lichte dissonantie.
Just Maj
(Just Major)
Deze stemming elimineert
tweeslachtigheid in de kwinten en
tertsen. Dit is niet geschikt voor het
spelen van melodieën en kan niet
getransponeerd worden, maar kan
prachtige klanken voortbrengen.
Just Min
(Just Minor)
De Reine stemmingen verschillen van
majeur en mineur toonsoorten. U kunt
met de mineur ladder en de majeur
ladder hetzelfde effect verkrijgen.
Arabic
Deze stemming is geschikt voor
Arabische muziek.
415.3–440.0–466.2 (Hz)
* Vanuit de fabriek is dit op ‘440.0’ ingesteld.
6. Als u de instelling in het interne geheugen wilt opslaan,
drukt u op de [Enter] knop.
Een bevestigingsboodschap zal in het scherm verschijnen.
fig.d-MasterTune2.eps
7. Druk nogmaals op de [Enter] knop.
De Mater Tune instelling wordt in de RG-1F/RG-3F
opgeslagen.
8. Druk meerdere malen op de [Piano Designer] knop,
zodat de indicator uitdooft.
56
Diverse instellingen maken
Waarde
Kwaliteiten
Kirnbrgr
(Kirnberger)
Dit is een verbetering van de
Middentoon en Reine stemmingen, en
biedt een hoge mate aan
modulatievrijheid. Uitvoeringen zijn in
alle toonsoorten mogelijk (III).
Meantone
Deze schaal is een compromis van de
Reine stemming, waardoor
transpositie naar andere toonsoorten
mogelijk is.
Pythagor
(Pythagorean)
Deze stemming, uitgedacht door de
filosoof Pythagoras, elimineert
dissonantie in kwarten en kwinten.
Dissonantie wordt door tertsinterval
akkoorden geproduceerd, maar
melodieën zijn euforisch.
Werckmst
(Werckmeister)
In deze stemming worden de
Middentoon- en Pythagorische
stemmingen gecombineerd.
Uitvoeringen zijn in alle toonsoorten
mogelijk (eerste techniek, III).
De stemmingscurve veranderen (Stretch Tuning)
Een piano is normaalgesproken zo gestemd dat de lage noten
iets lager dan de gelijkzwevende stemming zijn, en de hogere
noten iets hoger zijn. Deze stemmingsmethode is kenmerkend
voor de piano, en wordt ‘Stretch Tuning’ genoemd.
Het verschil tussen de gelijkzwevende toonhoogtes en de werkelijke toonhoogtes wordt de ‘stemmingscurve’ genoemd. Als de
stemmingscurve wordt veranderd, beïnvloedt dit de manier
waarop akkoorden resoneren op subtiele wijze.
U kunt deze instellingen in het geheugen van de RG-1F/
RG-3F opslaan, met gebruik van de Memory Backup
functie (p.72).
Deze instelling wordt alleen op pianoklanken toegepast.
Dit kan niet voor andere geluiden worden ingesteld.
1. Druk op de [Piano Designer] knop, zodat de indicator
verlicht is.
2. Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘2. Tuning’ te selecteren.
De tonica (grondtoon) instellen
Als u met andere stemmingen dan de gelijkzwevende speelt,
moet u de grondtoon voor het stemmen van de song die wordt
uitgevoerd specificeren (dat betekent de noot die met C correspondeert voor een majeur toonsoort of met A voor een mineur
toonsoort).
Als u de gelijkzwevende stemming selecteert, hoeft de grondtoon niet geselecteerd te worden.
U kunt deze instellingen in het geheugen van de RG-1F/
RG-3F opslaan, met gebruik van de Memory Backup
functie (p.72).
3. Druk op de [Enter] knop.
4. Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘Stretch Tune’ te
selecteren.
fig.d-StretchTune.eps
5. Druk op de [+] knop of de [-] knop om de Stretch Tuning
instellingen te veranderen.
Waarde
Omschrijving
Off
Stretch Tuning wordt niet gebruikt.
Preset
De kenmerkende methode voor het stemmen
van de piano (Stretch Tuning) wordt gebruikt,
waarbij hoge noten iets hoger, en lage noten
iets lager zijn. Als u ‘Preset’ kiest, zal de
standaard stemmingscurve van de RG-1F/RG3F worden gebruikt.
User
Hiermee kunt u uw eigen Stretch Tuning
instellingen specificeren. Ga verder naar stap 6.
6. Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘Temperament Key’ te
selecteren.
fig.d-TemperamentKey.eps
7. Druk op de [+] of [-] knop om de grondtoon te selecteren.
6. Als u ‘User’ heeft geselecteerd, drukt u op de [Enter]
Waarde
C, C#, D, Eb, E, F, F#, G, Ab, A, Bb, B
knop.
7. Speel de noot waarvan u de instelling wilt aanpassen, en
Als u samen met andere instrumenten speelt, kan er
afhankelijk van de toonsoort enige verschuiving van de
toonhoogte optreden.
Stem de RG-1F/RG-3F op de fundamentele toonhoogte
van de andere instrumenten.
8. Druk meerdere malen op de [Piano Designer] knop,
zodat de indicator uitdooft.
gebruik de [+] [-] knoppen om zijn stemming aan te passen.
fig.d-StretchTune1.eps
De waardereeks verschilt, afhankelijk van de toonsoort.
8. Druk op de [Piano Designer] knop, zodat de indicator
uitdooft.
57
Diverse instellingen maken
Equalizerinstellingen
Het geluid aanpassen om de gewenste
klankkwaliteit te bereiken (Equalizer)
De RG-1F/RG-3F heeft een ingebouwde vierbands digitale Equalizer. U kunt ook vier sets equalisatie-instellingen opslaan, waarbij
elk de instellingen bevat die u heeft gekozen om een gewenste
klankkwaliteit te bereiken.
Een Equalizer duwt specifieke geluidstoonhoogtes (frequentiereeksen) omhoog of kapt deze af, om de geluidsbalans aan te
passen.
U kunt bijvoorbeeld het hoog omhoogduwen om een meer knisperig geluid te verkrijgen of het laag omhoogduwen voor een
krachtiger geluid.
U kunt het geluid ook aanpassen, zodat de akoestische kenmerken van de uitvoeringsruimte gecompenseerd worden.
Als het geluid vervormt wanneer aparte frequenties worden verhoogd, kunt u de ‘Master Gain’ gebruiken om dit soort vervorming te regelen.
U kunt deze instellingen in het geheugen van de RG-1F/
RG-3F opslaan, met gebruik van de Memory Backup
functie (p.72).
6. Gebruik de [▲] [▼] knoppen om het onderdeel dat u wilt
instellen te selecteren.
7. Druk op de [+] of [-] knop om de waarde te veranderen.
Parameter
Waarde
Omschrijving
Low Gain
-12 –
+12dB
Past het niveau van de lage
frequentiereeks aan.
Low Freq
100 –
1.0k (Hz)
Frequentiepunt in de lage
frequentiereeks.
Normaalgesproken verandert
dit het niveau op en onder
deze frequentie.
Lo Mid
Gain
-12 –
+12dB
Past het niveau van de lage
frequentiereeks tot
middenreeks aan.
16 –
16.0k (Hz)
Frequentiepunt in de lage
frequentiereeks tot
middenreeks. Dit verandert
het niveau van de
gespecificeerde bandbreedte
die zich in het midden van
deze frequentie bevindt.
Lo Mid Q
0.5, 1.0,
2.0, 4.0,
8.0
Verandert de bandbreedte
van de lage frequentiereeks
tot middenreeks.
De bandbreedte die door de
regeling wordt beïnvloed,
wordt smaller naarmate de
waarde toeneemt.
Hi Mid
Gain
-12 –
+12dB
Past het niveau van de
midden- tot hoge
frequentiereeks aan.
16 –
16.0k (Hz)
Frequentiepunt in de midden
tot hoge frequentiereeks. Dit
verandert het niveau van de
specifieke bandbreedte die
zich in het midden van deze
frequentie bevindt.
Hi Mid Q
0.5, 1.0,
2.0, 4.0,
8.0
Verandert de bandbreedte
van de midden- tot hoge
frequentiereeks.
De bandbreedte die door de
regeling wordt beïnvloed
wordt smaller naarmate de
waarde toeneemt.
High Gain
-12 –
+12dB
Past het niveau van de hoge
frequentiereeks aan.
1.25k –
16.0k (Hz)
Frequentiepunt in de hoge
frequentiereeks.
Normaalgesproken verandert
dit het niveau op en boven
deze frequentie.
-12 –
+12dB
U kunt de vervorming in het
geluid temperen door het
niveau te verlagen. Als het
niveau teveel verhoogd wordt
kan het geluid vervormd raken.
Lo Mid
Freq
1. Druk op de [Piano Designer] knop, zodat de indicator
verlicht is.
2. Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘3. Equalizer’ te
selecteren.
3. Druk op de [Enter] knop.
fig.d-Equalizer.eps
Hi Mid
Freq
4. Druk op de [+] knop of de [-] knop om het Equalizer
setnummer te selecteren.
Als u een andere instelling dan ‘Off’ selecteert, zal de [Enter]
knop knipperen.
fig.d-Equalizer1.eps
Waarde
Off, Set1–Set4
High Freq
5. Druk op de [Enter] knop.
Het instellingenscherm voor de Equalizer verschijnt.
fig.d-Equalizer2.eps
Master
Gain
8. Druk meerdere malen op de [Piano Designer] knop,
58
zodat de indicator uitdooft.
Diverse instellingen maken
fig.d-File-Copy2.eps
File Menu
Een song kopiëren
Een uitvoering die in ‘Favorites’ is opgeslagen kan naar USBgeheugen gekopieerd worden. Een song die in USB-geheugen of
op een CD-ROM is opgeslagen kan naar het ‘Favorites’ gebied
van de RG-1F/RG-3F worden gekopieerd.
Als u veelgebruikte songs naar de ‘Favorites’ kopieert, kunt u
deze op elk gewenst moment gemakkelijk selecteren en spelen.
Een song van een muziek-CD of een geluidsbestand kan
niet naar de ‘Favorites’ worden gekopieerd.
1. Als u een song van CD-ROM of USB-geheugen kopieert,
maakt u de CD-ROM of het USB-geheugen gereed.
9. Druk op de [Enter] knop.
10. Gebruik de [+} [-] knoppen om het songnummer van de
kopieerbestemming te specificeren.
fig.d-File-Copy4.eps
11. Druk op de [Enter] knop.
Een bevestigingsboodschap zal in het scherm verschijnen.
fig.d-File-Copy5.eps
• Sluit het USB-geheugen op de externe geheugenaansluiting
aan.
• Steek de CD-ROM in de CD-drive.
2. Druk op de [Piano Designer] knop, zodat de indicator
verlicht is.
12. Druk nogmaals op de [Enter] knop.
De song wordt gekopieerd.
3. Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘5. File Menu’ te
selecteren.
4. Druk op de [Enter] knop.
5. Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘COPY’ te selecteren.
fig.d-File-Copy.eps
Om naar het vorige scherm terug te keren zonder de song te
kopiëren, drukt u op de [Exit] knop.
Als u een song kopieert met gebruik van een USBgeheugen, mag het USB-geheugen niet losgekoppeld
worden voordat het kopiëren geheel is voltooid.
13. Druk een aantal malen op de [Piano Designer] knop,
zodat de indicator uitdooft.
6. Druk op de [Enter] knop.
7. Gebruik de [+] [-] knoppen om de kopieerbron te
Nummers waarin geen song is opgeslagen, worden als ‘4:
(Empty)’ in het scherm weergegeven.
fig.d-File-Copy6.eps
selecteren.
fig.d-File-Copy1.eps
Waarde
Omschrijving
PresetSong
Een song van het interne geheugen naar
de ‘Favorites’ kopiëren.
Favorites
Een song van de ‘Favorites’ naar USBgeheugen kopiëren.
CD
Een song van een CD-ROM naar
‘Favorites’ kopiëren.
Ext Memory
Een song van USB-geheugen naar
‘Favorites’ kopiëren.
8. Druk op de [▼] knop om de onderste regel van het
scherm te selecteren, en gebruik de [+] [-] knoppen om
het nummer van de song die u wilt kopiëren te
selecteren.
Als u probeert een nummer dat reeds een song bevat te
selecteren en daarin op te slaan, zal het volgende scherm
verschijnen.
fig.d-File-Copy7.eps
Als u de eerder opgeslagen song wilt verwijderen en deze
door de gekopieerde song wilt vervangen, drukt u op de
[Enter] knop.
Als u de eerder opgeslagen song niet wilt verwijderen,
drukt u op de [Exit] knop om de kopieeroperatie te annuleren.
59
Diverse instellingen maken
Een song uit ‘Favorites’ of USB-geheugen
verwijderen
9. Druk op de [Enter] knop.
Een bevestigingsboodschap zal in het scherm verschijnen.
fig.d-FILE-Del-5.eps
Hier ziet u, hoe een song die in ‘Favorites’ of een USB-geheugen
werd opgeslagen verwijderd kan worden.
1. Als u een song uit een USB-geheugen wilt verwijderen,
sluit u het USB-geheugen op de externe
geheugenaansluiting aan.
10. Druk nogmaals op de [Enter] knop.
De geselecteerd song zal verwijderd worden.
2. Druk op de [Piano Designer] knop, zodat de indicator
verlicht is.
3. Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘5. File Menu’ te
selecteren.
4. Druk op de [Enter] knop.
Als u in plaats daarvan op de [Exit] knop drukt, keert u naar
het vorige scherm terug, zonder dat de song wordt
verwijderd.
Als u een song uit een USB-geheugen verwijdert, mag
het USB-geheugen niet losgekoppeld worden voordat
het verwijderen geheel is voltooid.
5. Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘DEL’ te selecteren.
11. Druk meerdere malen op de [Piano Designer] knop,
fig.d-File-Del.eps
zodat de indicator uitdooft.
6. Druk op de [Enter] knop.
7. Gebruik de [+] [-] knoppen om de locatie die de te
verwijderen song bevat te selecteren.
fig.d-File-Del2.eps
Waarde
Omschrijving
Favorites
Een song uit ‘Favorites’ verwijderen.
Ext Memory
Een song uit USB-geheugen
verwijderen.
8. Druk op de [▼] knop om de onderste regel van het
scherm te selecteren, en gebruik de [+] [-] knoppen om
het nummer van de song die u wilt verwijderen te
selecteren.
fig.d-File-Del3.eps
60
Diverse instellingen maken
User-geheugen of USB-geheugen formatteren
Hier ziet u, hoe de gehele inhoud van het User-geheugen of USBgeheugen gewist kan worden, en het opnieuw op de vanuit de
fabriek ingestelde (geïnitialiseerde) status wordt ingesteld.
De RG-1F/RG-3F voorziet in een intern geheugengebied waarin u
data als opgenomen uitvoeringen kunt opslaan. Dit gebied
wordt het ‘User-geheugen’ genoemd.
De inhoud die u in ‘Favorites’ opslaat en de User programma’s die
u opslaat, worden in het User-geheugen opgeslagen.
* Als deze procedure wordt uitgevoerd, worden geen andere
instellingen dan de inhoud van het User-geheugen
geïnitialiseerd. Als u andere instellingen dan die van het
User-geheugen opnieuw op de fabrieksinstellingen wilt
terugzetten, moet u de Factory Reset operatie uitvoeren
(p.73).
8. Druk op de [Enter] knop.
Een bevestigingsboodschap zal in het scherm verschijnen.
fig.d-FILE-FMT-3.eps
9. Druk nogmaals op de [Enter] knop.
De inhoud van het User-geheugen of USB-geheugen wordt
gewist.
Als u in plaats daarvan op de [Exit] knop drukt, keert u naar
het vorige scherm terug, zonder de inhoud van het Usergeheugen of USB-geheugen te wissen.
Zet nooit de stroom uit terwijl de ‘Executing…’ indicatie
in het scherm wordt weergegeven.
1. Als u een USB-geheugen wilt formatteren, sluit u het
USB-geheugen op de externe geheugenaansluiting aan.
10. Druk meerdere malen op de [Piano Designer] knop,
zodat de indicator uitdooft.
2. Druk op de [Piano Designer] knop, zodat de indicator
verlicht is.
3. Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘5. File Menu’ te
selecteren.
4. Druk op de [Enter] knop.
5. Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘FORMT’ te selecteren.
fig.d-File-Format.eps
6. Druk op de [Enter] knop.
7. Gebruik de [+] [-] knoppen om het geheugen dat u wilt
formatteren te selecteren.
fig.d-File-Format1.eps
Waarde
Omschrijving
User Memory
Inhoud van het User-geheugen.
Ext Memory
Inhoud van het USB-geheugen dat op
de externe geheugenaansluiting is
aangesloten.
61
Diverse instellingen maken
uitvoeringsinstelllingen
Het geluid van een specifiek Part als leidraad
gebruiken (Mute Volume)
Bij het veranderen van de Track Mute instelling (p. 45) in ‘Mute’,
kunt u specificeren dat het volume gereduceerd zal worden, in
plaats van het geluid volledig te dempen.
Met deze instelling kunt u het volume van een Part verlagen, en
het als een leidraad voor uw eigen spel gebruiken.
De methode voor het afspelen van een song
veranderen (Play Mode)
Wanneer songs op de RG-1F/RG-3F worden afgespeeld, kunt u
specificeren of songs individueel worden gespeeld of dat alle
songs opeenvolgend worden afgespeeld.
U kunt deze instelling in het geheugen van de RG-1F/
RG-3F opslaan, met gebruik van de Memory Backup
functie (p.72).
1. Druk op de [Piano Designer] knop, zodat de indicator
1. Druk op de [Piano Designer] knop, zodat de indicator
verlicht is.
verlicht is.
2. Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘7. Composer’ te
2. Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘7. Composer’ te
selecteren.
selecteren.
3. Druk op de [Enter] knop.
3. Druk op de [Enter] knop.
4. Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘Play Mode’ te
4. Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘Mute Volume’ te
selecteren.
selecteren.
fig.d-Cmp-PlayMode.eps
fig.d-Cmp-MuteVol.eps
5. Gebruik de [+] [-] knoppen om de Play Mode voor de
5. Druk op de [+] of [-] knop om de waarde te veranderen.
Waarde
Omschrijving
0–10
Hogere waardes maken het geluid luider.
song te selecteren.
Waarde
Omschrijving
All Song
Alle songs in de categorie worden
opeenvolgend afgespeeld, beginnend bij
de geselecteerde song.
Wanneer de laatste song binnen de
geselecteerde categorie is afgespeeld,
gaat het afspelen automatisch verder
vanaf de eerste song binnen die categorie.
One Song
Alleen de geselecteerde song wordt
gespeeld.
Als de song is afgespeeld, zal het afspelen
stoppen.
6. Druk meerdere malen op de [Piano Designer] knop,
zodat de indicator uitdooft.
Als u de stroom uitzet, keert het Track Mute volume
naar ‘0’ terug.
6. Druk meerdere malen op de [Piano Designer] knop,
zodat de indicator uitdooft.
62
Diverse instellingen maken
Het Part dat een elke track voor SMF afspelen is
toegewezen veranderen (Track Assign)
Normaalgesproken, als u een SMF-muziekbestand afspeelt (p.88)
dat compatibel is met Roland Digitale Piano’s, wordt het linkerhandgedeelte aan de Left track toegewezen, en het rechterhandgedeelte aan de Right track toegewezen.
Sommige SMF-muziekbestanden gebruiken echter andere tracktoewijzingen voor de rechter- en linkerhandgedeeltes.
Als dit op ‘Auto’ is ingesteld, en de rechter- en linkerhandgedeeltes niet correct zijn toegewezen, kunt u deze instelling veranderen.
U kunt deze instelling in het geheugen van de RG-1F/
RG-3F opslaan, met gebruik van de Memory Backup
functie (p.72).
1. Druk op de [Piano Designer] knop, zodat de indicator
verlicht is.
Aanbevolen klanken voor een VIMA CD-ROM
aan/uitzetten
Elke song op een VIMA CD-ROM (VIMA TUNES) specificeert ‘aanbevolen klanken’ die bij de betreffende song passen.
Als u een song selecteert, wordt een aanbevolen klank aan de
klanknoppen van de RG-1F/RG-3F toegewezen, en die klankknop
zal dan knipperen.
Als u de knipperende klankknop indrukt, wordt de aanbevolen
klank geselecteerd, zodat u met een geschikte klank met de song
mee kunt spelen.
De RG-1F/RG-3F laat u kiezen of de aanbevolen klank automatisch (On) of niet (Off) wordt toegewezen.
U kunt deze instelling in het geheugen van de RG-1F/
RG-3F opslaan, met gebruik van de Memory Backup
functie (p.72).
1. Druk op de [Piano Designer] knop, zodat de indicator
2. Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘7. Composer’ te
selecteren.
verlicht is.
2. Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘7. Composer’ te
3. Druk op de [Enter] knop.
4. Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘Track Assign’ te
selecteren.
selecteren.
3. Druk op de [Enter] knop.
4. Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘Recommended Tone’ te
fig.d-Cmp-TrackAsgn.eps
selecteren.
fig.d-Cmp-Recommend.eps
5. Gebruik de [+] [-] knoppen om de toewijzingsinstellingen
van de track te veranderen.
5. Druk op de [+] of [-] knop om de instelling voor de
aanbevolen klank aan of uit te zetten.
Waarde
Omschrijving
Auto
Parts worden automatisch, volgens de
songdata, aan de tracks toegewezen.
Waarde
Omschrijving
On
De aanbevolen klank wordt automatisch
aan de klankknoppen van de RG-1F/RG-3F
worden toegewezen.
2/1
Part 1 wordt aan de Right Track
toegewezen, Part 2 wordt aan de Left Track
toegewezen en overige Parts worden aan
de Accomp (begeleiding) track
toegewezen.
Off
De aanbevolen klank wordt niet
automatisch aan de klankknoppen van de
RG-1F/RG-3F toegewezen.
3/4
Part 4 wordt aan de Right Track
toegewezen, Part 3 aan de Left Track en
overige Parts worden aan de Accomp
(begeleiding) track toegewezen.
* De fabrieksinstelling is ‘On’.
6. Druk meerdere malen op de [Piano Designer] knop,
zodat de indicator uitdooft.
6. Druk meerdere malen op de [Piano Designer] knop,
zodat de indicator uitdooft.
Deze instelling wordt toegepast als u een song
selecteert nadat de instelling is veranderd.
63
Diverse instellingen maken
Het type CD dat gespeeld wordt specificeren
(CD/Audio Type)
Bij sommige CD’s kan de piano het CD-type mogelijk niet vaststellen. In dit geval kunt u het CD-type handmatig specificeren.
1. Druk op de [Piano Designer] knop, zodat de indicator
De timing van de piano de automatische
begeleiding overeen laten komen
Op sommige Player Piano CD’s kan het geluid van de piano
mogelijk niet met de timing van de begeleiding overeenkomen.
In dat geval ziet u hier hoe het geluid van de piano en de begeleiding gesynchroniseerd kan worden.
verlicht is.
1. Druk op de [Piano Designer] knop, zodat de indicator
2. Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘7. Composer’ te
verlicht is.
selecteren.
2. Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘7. Composer’ te
3. Druk op de [Enter] knop.
4. Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘CD/Audio Type’ te
selecteren.
3. Druk op de [Enter] knop.
selecteren.
fig.d-Cmp-CDType.eps
4. Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘CD/Audio Sync’ te
selecteren.
fig.d-Cmp-CDSync.eps
5. Druk op de [+] of [-] knoppen om het CD-type dat u gaat
afspelen te specificeren.
5. Druk op de [+] of [-] knoppen om de timing van de piano
Waarde
Omschrijving
Auto
Het CD-type wordt automatisch
gedetecteerd.
Type A
Type B
Stereo
Typische CD's voor Player Piano bevatten
geluidsdata en MIDI-data, en het
dataformaat verschilt per CD.
Als het dataformaat niet met de instellingen
van de RG-1F/RG-3F overeenkomt, zal een
‘pieptoon’ worden gespeeld. Sommige
Player Piano CD's kunnen niet gespeeld
worden.
Commercieel verkrijgbare muziek CD's (geen
Player Piano CD's).
6. Druk meerdere malen op de [Piano Designer] knop,
zodat de indicator uitdooft.
Onthoud dat sommige commercieel verkrijgbare Player
Piano CD's niet gespeeld kunnen worden.
64
aan te passen.
Waarde
Omschrijving
0–100
Hogere instellingen vertragen de timing
waarop de piano hoorbaar is.
6. Druk meerdere malen op de [Piano Designer] knop,
zodat de indicator uitdooft.
Diverse instellingen maken
MIDI-instellingen
Verdubbelde noten voorkomen wanneer een
sequencer is aangesloten (Local Control)
Wanneer een MIDI-sequencer is aangesloten, moet u de Local
Control instelling op ‘Off’ zetten. Als u de stroom aanzet, is dit op
‘On’ (Local On) ingesteld.
Gewoonlijk is de ‘Thru’ functie van een sequencer ingeschakeld,
zodat data van het klavier en data die door de Recorder worden
afgespeeld via twee routes (1) en (2) in de illustratie naar de
geluidsgenerator worden gestuurd, waardoor noten verdubbeld
of onverwacht onderbroken worden.
Om dit te voorkomen kunnen we route (1) ontkoppelen. Dit is de
‘Local Off’ instelling.
fig.Local1_e.eps
1. Druk op de [Piano Designer] knop, zodat de indicator
verlicht is.
2. Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘8. MIDI’ te selecteren.
3. Druk op de [Enter] knop.
4. Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘Local Control’ te
selecteren.
(1) Local On
Sequencer
Geluidsgenerator
Als de RG-1F/RG-3F op een apparaat uit de Roland
MT-serie is aangesloten, hoeft de Local instelling niet
uitgezet te worden.
Instrumenten uit de MT-serie verzenden een Local Off
boodschap wanneer deze worden aangezet. Als u de
RG-1F/RG-3F eerst aanzet, en dan het apparaat uit de
MT-serie, wordt de RG-1F/RG-3F automatisch op de
Local Off instelling ingesteld.
fig.d-MIDI-LocalC.eps
MIDI MIDI
OUT
IN
Geheugen
MIDI MIDI
OUT
IN
5. Druk op de [+] of [-] knoppen om Local Control aan of uit
Geluidsgenerator
(2) Soft Thru On
Local On:
Het klavier en de Recorder zijn met de interne
geluidsgenerator verbonden.
fig.Local2_e.eps
Geluid wordt geproduceerd
te zetten.
Waarde
Omschrijving
On
Local Control is ingeschakeld.
Off
Local Control is uitgeschakeld.
6. Druk meerdere malen op de [Piano Designer] knop,
zodat de indicator uitdooft.
Geluidsgenerator
Local On
Local Off:
Het klavier en de Recorder zijn niet met de interne
geluidsgenerator verbonden. Wanneer u op het klavier
speelt of een song afspeelt, zal er geen geluid te horen zijn.
fig.Local3_e.eps
Er wordt geen geluid geproduceerd
Geluidsgenerator
Local Off
65
Diverse instellingen maken
Het MIDI-zendkanaal instellen
Hier ziet u, hoe het MIDI-kanaal, dat de RG-1F/RG-3F voor verzenden gebruikt, wordt ingesteld.
MIDI gebruikt zestien kanalen, genummerd 1-16. Wanneer MIDIapparaten zijn aangesloten, kunnen klanken gespeeld of geselecteerd worden als de MIDI-kanalen van beide apparaten overeenkomen.
De RG-1F/RG-3F ontvangt alle kanalen 1-16.
U kunt deze instellingen in het geheugen van de RG-1F/
RG-3F opslaan, met gebruik van de Memory Backup
functie (p.72).
1. Druk op de [Piano Designer] knop, zodat de indicator
verlicht is.
Opgenomen uitvoeringsdata naar een MIDIapparaat sturen (Composer MIDI Out)
Als de ‘Composer MIDI Out’ instelling op ‘On’ staat, kan uitvoeringsdata die op de RG-1F/RG-3F is opgenomen naar een aangesloten MIDI-apparaat of een computer worden verzonden.
U kunt deze instelling in het geheugen van de RG-1F/
RG-3F opslaan, met gebruik van de Memory Backup
functie (p.72).
1. Druk op de [Piano Designer] knop, zodat de indicator
verlicht is.
2. Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘8. MIDI’ te selecteren.
3. Druk op de [Enter] knop.
2. Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘8. MIDI’ te selecteren.
3. Druk op de [Enter] knop.
4. Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘Composer MIDI Out’ te
selecteren.
fig.d-MIDI-MIDIOut.eps
4. Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘MIDI Tx Channel’ te
selecteren.
fig.d-MIDI-TxCh.eps
5. Druk op de [+] of [-] knop om de Composer MIDI Out
instelling aan of uit te zetten.
5. Druk op de [+] of [-] knoppen om het MIDI-zendkanaal in
Waarde
Omschrijving
On
De met de RG-1F/RG-3F opgenomen
uitvoeringsdata kan naar het aangesloten
MIDI-apparaat of een computer worden
verzonden.
Off
De met de RG-1F/RG-3F opgenomen
uitvoeringsdata kan niet naar het
aangesloten MIDI-apparaat of een computer
worden verzonden.
te stellen.
Waarde
Off, 1–16
6. Druk meerdere malen op de [Piano Designer] knop,
zodat de indicator uitdooft.
Voor details over het aansluiten van MIDI-apparaten
kijkt u bij ‘MIDI-apparaten aansluiten’ (p.77).
6. Druk meerdere malen op de [Piano Designer] knop,
zodat de indicator uitdooft.
66
Diverse instellingen maken
De V-LINK functie gebruiken
Wanneer de RG-1F/RG-3F op een V-LINK-compatibel beeldapparaat wordt aangesloten, kunt u de beelden met de RG-1F/RG-3F
besturen.
7. Gebruik de [+] [-] knoppen om het V-LINK zendkanaal te
specificeren.
Waarde
1–16
8. Druk meerdere malen op de [Piano Designer] knop,
zodat de indicator uitdooft.
V-LINK
V-LINK (
) is een functie waarmee muziek en afbeeldingen samen uitgevoerd kunnen worden. Als MIDI wordt
gebruikt om twee of meer V-LINK-compatibele apparaten met
elkaar te verbinden, kunt u op eenvoudige wijze genieten van
een brede reeks visuele effecten, die aan de expressieve elementen van een muzikale uitvoering zijn gekoppeld.
Als V-LINK is ingeschakeld, wordt het V-LINK icoon
(
) in het scherm weergegeven.
1. Druk op de [Piano Designer] knop, zodat de indicator
verlicht is.
2. Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘8. MIDI’ te selecteren.
3. Druk op de [Enter] knop.
4. Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘V-LINK’ te selecteren.
fig.d-MIDI-VLink.eps
5. Druk op de [+] of [-] knop om de V-LINK functie in of uit te
schakelen.
Waard
e
Omschrijving
On
De V-LINK functie is ingeschakeld.
Met de twaalf toetsen aan de linkerkant van
het klavier kunt u beelden besturen.
Off
De V-LINK functie is uitgeschakeld.
* Dit is op ‘Off’ ingesteld wanneer u de stroom aanzet.
Terwijl V-LINK is ingeschakeld, wordt er geen geluid
geproduceerd als u één van de twaalf toetsen aan de
linkerkant van het klavier indrukt.
6. Druk op de [▼] knop om ‘V-LINK Channel’ te selecteren.
fig.d-MIDI-VLinkCh.eps
67
Diverse instellingen maken
Boodschappen voor klankselectie verzenden
(Program Change/Bank Select MSB/Bank Select LSB)
Hier wordt uitgelegd hoe Program Change (PC), Bank Select MSB
en Bank select LSB boodschappen naar een MIDI-apparaat verzonden kunnen worden. U kunt het zendkanaal (Tx PC Channel)
ook specificeren.
1. Druk op de [Piano Designer] knop, zodat de indicator
Overige instellingen
De volumebalans voor Dual Performance
aanpassen (Dual Balance)
Hier ziet u, hoe de volumebalans tussen de twee klanken (klank 1
en klank 2) verandert kan worden wanneer Dual Performance
wordt gebruikt.
verlicht is.
1. Druk op de [Piano Designer] knop, zodat de indicator
2. Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘8. MIDI’ te selecteren.
verlicht is.
2. Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘9. Function’ te
3. Druk op de [Enter] knop.
selecteren.
4. Gebruik de [▲] [▼] knoppen om het onderdeel dat u wilt
instellen te selecteren. Gebruik de [+] [-] knoppen om de
waarde te veranderen.
3. Druk op de [Enter] knop.
4. Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘Dual Balance’ te
fig.d-MIDI-TxPC.eps/fig.d-MIDI-BankSel.eps
selecteren.
fig.d-Func-DBalance.eps
5. Druk op de [+] of [-] knop om de waarde te veranderen.
Parameter
Waarde
Omschrijving
Tx PC
Channel
Off, 1–16
Specificeert het zendkanaal
voor Program Changes.
PC
001 (00)–
128 (7F)
Specificeert de Program
Change.
Bank MSB,
Bank LSB
000 (00)–
127 (7F)
Specificeert de Bank Select
MSB/LSB.
5. Druk meerdere malen op de [Piano Designer] knop,
zodat de indicator uitdooft.
68
Waarde
1:9 (klank 2 is luider)5:5 (hetzelfde volume)9:1 (klank 1 is luider)
6. Druk meerdere malen op de [Piano Designer] knop,
zodat de indicator uitdooft.
Diverse instellingen maken
Selecteren wat er getransponeerd wordt
(Transpose Mode)
U kunt specificeren wat er getransponeerd wordt wanneer u de
Transpose functie (p.27) of de Playback transpose functie (p.47)
gebruikt.
U kunt zowel de song als het klavier transponeren, alleen de song
transponeren of alleen het klavier transponeren.
U kunt deze instelling in het geheugen van de RG-1F/
RG-3F opslaan, met gebruik van de Memory Backup
functie (p.72).
1. Druk op de [Piano Designer] knop, zodat de indicator
verlicht is.
Het pedaaleffect veranderen (Damper Pedal
Part)
Als u het rechterpedaal indrukt terwijl Dual Performance of Split
Performance wordt gebruikt, wordt het pedaaleffect gewoonlijk
op beide klanken toegepast. Indien gewenst kunt u ervoor kiezen
dit op slechts één klank toe te passen.
U kunt deze instelling in het geheugen van de RG-1F/
RG-3F opslaan, met gebruik van de Memory Backup
functie (p.72).
1. Druk op de [Piano Designer] knop, zodat de indicator
verlicht is.
2. Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘9. Function’ te
2. Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘9. Function’ te
selecteren.
selecteren.
3. Druk op de [Enter] knop.
3. Druk op de [Enter] knop.
4. Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘Mode’ te selecteren.
4. Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘Damper Pdl Part’ te
selecteren.
fig.d-Func-DamperP.eps
fig.d-Func-TMode.eps
5. Druk op de [+] of [-] knop om de transpositiemodus in te
5. Druk op de [+] of [-] knop om de Parts waarop het
rechterpedaal van invloed is te specificeren.
stellen.
Waarde
Omschrijving
Waarde
Omschrijving
Keyboard
Klaviernoten
R&L
Wordt op beide klanken toegepast.
Song
Afspeelgeluid van de song
R
Wordt alleen op klank 1 toegepast (bij Dual
Performance)/rechterhand klank (bij Split
Performance).
L
Wordt alleen op klank 2 toegepast (bij Dual
performance)/linkerhand klank (bij Split
Performance).
Keyboard&Song
Klaviernoten en afspeelgeluid van
de song
6. Druk meerdere malen op de [Piano Designer] knop,
zodat de indicator uitdooft.
6. Druk meerdere malen op de [Piano Designer] knop,
zodat de indicator uitdooft.
69
Diverse instellingen maken
Een functie aan de pedalen toewijzen
U kunt functies aan het linkerpedaal en het middelste pedaal toewijzen, zodat de toegewezen functie geactiveerd wordt wanneer
u het corresponderende pedaal indrukt.
U kunt deze instelling in het geheugen van de RG-1F/
RG-3F opslaan, met gebruik van de Memory Backup
functie (p.72).
1. Druk op de [Piano Designer] knop, zodat de indicator
verlicht is.
2. Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘9. Function’ te
selecteren.
3. Druk op de [Enter] knop.
4. Gebruik de [▲] [▼] knoppen om het pedaal waarvoor u
instellingen wilt maken te selecteren.
fig.d-Func-PedalC.eps
Parameter
Omschrijving
Pedal Cent
Een functie aan het middelste pedaal
toewijzen.
Pedal Left
Een functie aan het linkerpedaal
toewijzen.
5. Gebruik de [+] [-] knoppen om de functie die aan het
pedaal wordt toegewezen te selecteren.
Waarde
Omschrijving
Sostenuto
Het pedaal werkt als een Sostenuto
pedaal (p.20).
Soft
Het pedaal werkt als een Soft pedaal
(p.20).
Play/Stop
Het pedaal start of stopt het afspelen.
Pedal EX
Wanneer Dual Performance (p.23) wordt
gebruikt, en het pedaal niet wordt
gebruikt, klinkt alleen de klank van de
klankknop aan de linkerkant. Als u speelt
terwijl het pedaal wordt ingedrukt, wordt
de andere klank op die klank gestapeld.
Het volume van de toegevoegde klank is
afhankelijk van de manier waarop u het
pedaal indrukt.
*
70
Een pedaal dat aan de ‘Pedal EX’
functie is toegewezen doet niets als u
Dual Performance niet gebruikt.
Waarde
Omschrijving
Octave
Wanneer u het klavier bespeelt terwijl het
pedaal wordt ingedrukt, worden noten
één octaaf boven de toetsen die u speelt
aan de noten die u speelt toegevoegd.
Het volume van het toegevoegde hogere
octaaf hangt af van de diepte waarmee
het pedaal wordt ingedrukt.
6. Druk meerdere malen op de [Piano Designer] knop,
zodat de indicator uitdooft.
Diverse instellingen maken
De toonhoogte van de klank in stappen van
octaven veranderen (Octave Shift)
U kunt de toonhoogte van klank 2 in Dual Performance (p.23) en
de linkerhandklank in Split Performance (p.25) met één octaaf
tegelijk veranderen.
Het veranderen van de toonhoogte in eenheden van een octaaf
wordt ‘Octave Shift’ genoemd.
De USB-geheugen communicatie-instellingen
veranderen (External Memory Mode)
Wanneer u een USB-geheugen op de externe geheugenaansluiting aansluit, kan het in sommige gevallen even duren voordat
data gelezen wordt of data kan mogelijk niet correct gelezen
worden.
U kunt in Split Performance bijvoorbeeld de toonhoogte van de
linkerhandklank naar dezelfde toonhoogte als die van de rechterhandklank verhogen.
In dit geval kunt u het probleem oplossen door de communicatie-instelling van het USB-geheugen te veranderen.
* Normaalgesproken hoeft deze instelling niet veranderd te
worden.
1. Druk op de [Piano Designer] knop, zodat de indicator
1. Druk op de [Piano Designer] knop, zodat de indicator
verlicht is.
verlicht is.
2. Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘9. Function’ te
2. Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘9. Function’ te
selecteren.
selecteren.
3. Druk op de [Enter] knop.
3. Druk op de [Enter] knop.
4. Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘Octave Shift’ te
4. Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘EXT Memory Mode’ te
selecteren.
selecteren.
fig.d-Func-EXTMem.eps
fig.d-Func-Octave.eps
5. Druk op de [+] of [-] knop om de waarde te veranderen.
Waarde
-2 – 0 – +2
6. Druk meerdere malen op de [Piano Designer] knop,
zodat de indicator uitdooft.
5. Druk op de [+] of [-] knop om de waarde te veranderen.
Waarde
1, 2
6. Druk meerdere malen op de [Piano Designer] knop,
zodat de indicator uitdooft.
• U moet de stroom uitzetten, en dan weer aan, om de
veranderde instelling in werking te laten treden.
• Deze instelling wordt onthouden nadat de stroom is
uitgezet.
71
Diverse instellingen maken
Instellingen voor de USB-driver maken
Normaalgesproken hoeft u geen driver te installeren om de
RG-1F/RG-3F op de computer aan te sluiten. Echter, als er een
probleem optreedt of de uitvoering matig is, kan het gebruik van
de Roland originele driver het probleem mogelijk oplossen.
Specificeer de USB-driver die u wilt gebruiken, en installeer dan
de driver.
Instellingen behouden als de stroom wordt
uitgezet (Memory Backup)
Gewoonlijk, als u de stroom uitzet, keren de verscheidene instellingen die u heeft gemaakt naar hun oorspronkelijke staat terug.
U kunt instellingen echter opslaan, zodat deze gehandhaafd blijven wanneer de stroom wordt uitgezet, en dan weer wordt aangezet.
Dit wordt de ‘Memory Backup’ functie genoemd.
1. Druk op de [Piano Designer] knop, zodat de indicator
verlicht is.
2. Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘9. Function’ te
selecteren.
3. Druk op de [Enter] knop.
4. Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘USB Driver’ te
selecteren.
fig.d-Func-USBDrv.eps
Details over de instellingen die met de Memory Backup
functie opgeslagen kunnen worden vindt u bij
‘Parameters die in Memory Backup worden opgeslagen’
(p.86).
1. Druk op de [Piano Designer] knop, zodat de indicator
verlicht is.
2. Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘9. Function’ te
selecteren.
3. Druk op de [Enter] knop.
4. Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘Memory Backup’ te
5. Druk op de [+] of [-] knop om de USB-driver te
selecteren.
fig.d-Func-MemBack.eps
selecteren..
Waarde
Omschrijving
Generic
Kies dit als u de standaard USB-driver die
bij de computer behoort wilt gebruiken.
Normaalgesproken dient u deze mode te
gebruiken.
Original
Kies dit als u een USB-driver wilt gebruiken
die van de Roland website wordt
gedownload.
5. Druk op de [Enter] knop.
Een bevestigingsboodschap verschijnt in het scherm.
fig.d-Func-MemBack1.eps
6. Druk meerdere malen op de [Piano Designer] knop,
zodat de indicator uitdooft.
• Als u deze instelling verandert, zet u de stroom opnieuw aan.
• Deze instelling wordt onthouden, ook nadat de stroom is
uitgezet.
• Voor details over het downloaden en installeren van de
Roland originele driver kijkt u op de Roland website.
Roland website:
http://www.roland.com/
• Voor details over het aansluiten van de computer via de
USB-aansluiting kijkt u bij ‘Een computer aansluiten’ (p.78).
Als u in plaats daarvan op de [Exit] knop drukt, keert u naar
het vorige scherm terug zonder de instellingen op te slaan.
6. Druk nogmaals op de [Enter] knop.
De Memory Backup wordt uitgevoerd.
Zet nooit de stroom uit terwijl ‘Executing…’ in het
scherm wordt getoond.
Wanneer de Memory Backup is voltooid, keert u naar het
vorige scherm terug.
7. Druk meerdere malen op de [Piano Designer] knop,
zodat de indicator uitdooft.
72
Diverse instellingen maken
De fabrieksinstellingen herstellen (Factory
Reset)
Hier ziet u, hoe de instellingen die u met gebruik van de Memory
Backup functie heeft opgeslagen (p.72) opnieuw op de fabrieksinstellingen kunt terugzetten.
Dit wordt de ‘Factory Reset’ functie genoemd.
Als u de ‘Factory Reset’ functie uitvoert, worden alle
opgeslagen instellingen gewist en opnieuw op die van
de fabriek ingesteld.
Als u de inhoud van het User-geheugen opnieuw op de
fabrieksinstelling wilt terugzetten, kijkt u bij ‘Usergeheugen of USB-geheugen formatteren’ (p.61).
1. Druk op de [Piano Designer] knop, zodat de indicator
verlicht is.
2. Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘9. Function’ te
selecteren.
3. Druk op de [Enter] knop.
4. Gebruik de [▲] [▼] knoppen om ‘Factory Reset’ te
selecteren.
fig.d-Func-Factory.eps
5. Druk op de [Enter] knop.
Een bevestigingsboodschap verschijnt in het scherm.
fig.d-Func-Factory1.eps
Als u in plaats daarvan op de [Exit] knop drukt, keert u naar
het vorige scherm terug zonder de Factory Reset uit te
voeren.
6. Druk nogmaals op de [Enter] knop.
De Factory Reset zal uitgevoerd worden.
Nadat de Factory Reset is voltooid en het volgende scherm
verschijnt, zet u de stroom uit, en dan weer aan.
fig.d-Func-Factory2.eps
Zet nooit de stroom uit voordat dit scherm verschijnt.
73
Andere apparaten aansluiten
De CD-drive aansluiten
1. Zet de stroom van de RG-1F/RG-3F en de CD-drive uit.
2. Zoals in de illustratie wordt getoond, gebruikt u de gaten
Wanneer u een CD-drive aansluit, kunt u muziek CD’s of CD-ROM
disks waarop SMF-muziekdata is opgeslagen afspelen.
U kunt ook songs op VIMA CD-ROMs (VIMA TUNES) van
Roland afspelen.
in de onderkant van de piano om de CD-drive te
bevestigen.
* Voor details raadpleegt u de gebruikershandleiding van de
(apart verkrijgbare) CD-drive.
fig.CDD.eps
Gebruik een CD-drive van Roland. De werking kan niet
gegarandeerd worden als een andere CD-drive wordt
gebruikt.
Voorzorgsmaatregelen betreffende gebruik van
de CD
• CD’s die zowel muziektracks als data bevatten zullen niet
correct worden gespeeld.
• De RG-1F/RG-3F kan alleen commerciële CD's spelen, die
voldoen aan de officiële standaard. Dit zijn de CD’s die het
‘COMPACT disc DIGITAL AUDIO’ logo dragen.
• De bruikbaarheid en geluidskwaliteit van geluidsdisks met
beveiligingstechnologie voor auteursrecht en andere nietstandaard CD’s kan niet gegarandeerd worden.
• U kunt geen songs op CD’s opslaan, en songs die op CD zijn
opgenomen kunnen niet verwijderd worden. Bovendien
kunnen CD’s niet geformatteerd worden.
3. Sluit de bij de CD-drive behorende USB-kabel op de
externe geheugenaansluiting van de RG-1F/RG-3F aan.
fig.ExtUSB-Connect.eps
Wanneer de USB-kabel wordt aangesloten moet u deze
in de juiste richting plaatsen, en stevig helemaal in de
aansluiting duwen. Gebruik geen overmatige kracht.
4. Zet de stroom van de aangesloten CD-drive aan.
5. Zet de stroom van de RG-1F/RG-3F aan.
Voor informatie over het aan en uitzetten van de
CD-drive en de manier waarop een CD wordt geplaatst
of verwijderd, raadpleegt u de gebruikershandleiding
die bij de CD-drive hoort.
74
Andere apparaten aansluiten
Aansluiten op geluidsapparatuur
5. Zet de aangesloten luidsprekers aan.
6. Pas het volumeniveau op de RG-1F/RG-3F en de
Als u de RG-1F/RG-3F aansluit op actieve luidsprekers of op een
geluidssysteem dat lijninvoer Jacks heeft, kunt u het geluid van
de RG-1F/RG-3F via de actieve luidsprekers of het geluidssysteem
beluisteren. Als u een draagbare geluidsspeler of ander afspeelapparaat voor geluid op de RG-1F/RG-3F aansluit, kunt u het
geluid daarvan via de RG-1F/RG-3F beluisteren.
Gebruik geluidskabels (in de winkel verkrijgbaar) om aanslui-
aangesloten luidsprekers aan.
Als u het klavier van de RG-1F/RG-3F bespeelt, wordt het
geluid via de RG-1F/RG-3F en de aangesloten luidsprekers
gespeeld.
De stroom uitzetten
tingen te maken.
1. Stel het volume van de RG-1F/RG-3F en de luidspreker op
Wanneer aansluitkabels met weerstanden worden
gebruikt, kan het volume van apparatuur die op de
invoerjacks is aangesloten laag zijn. Als dit gebeurt,
gebruik dan aansluitkabels die geen weerstanden
bevatten.
de minimale stand in.
2. Zet de aangesloten luidsprekers uit.
3. Zet de RG-1F/RG-3F uit.
Om storingen en/of beschadigingen aan luidsprekers of
andere apparaten te voorkomen, minimaliseert u het
volume en zet u de stroom van alle apparaten uit
voordat u aansluitingen maakt.
Luidsprekers op de RG-1F/RG-3F aansluiten en
geluiden uitvoeren
fig.Output-SP_e.eps
Geluidsinstallatie, enz.
1. Stel het volume van de RG-1F/RG-3F en de luidspreker op
de minimale stand in.
2. Zet de stroom van de RG-1F/RG-3F en de luidsprekers uit.
3. Gebruik geluidskabels (in de winkel verkrijgbaar) om de
aansluiting te maken.
4. Zet de RG-1F/RG-3F aan.
75
Andere apparaten aansluiten
Geluiden van een geluidsapparaat via de
RG-1F/RG-3F spelen
5. Zet de RG-1F/RG-3F aan.
6. Pas het volume van de RG-1F/RG-3F en het aangesloten
geluidsapparaat aan.
fig.Input-Audio2_e.eps
De geluiden van het aangesloten geluidsapparaat worden
door de RG-1F/RG-3F gespeeld.
Pas het volume met gebruik van de regelaars van het
geluidsapparaat aan.
De stroom uitzetten
1. Stel het volume van de RG-1F/RG-3F en het
Input connector
geluidsapparaat op de minimale stand in.
2. Zet de RG-1F/RG-3F uit.
3. Zet het aangesloten geluidsapparaat uit.
RCA PIN
Draagbare
geluidsspeler, enz.
fig.Input-Audio_e.eps
Geluidsinstallatie, enz.
1. Stel het volume van de RG-1F/RG-3F en het
geluidsapparaat op de minimale stand in.
2. Zet de stroom van de RG-1F/RG-3F en het
geluidsapparaat uit.
3. Gebruik geluidskabels (in de winkel verkrijgbaar) om de
aansluiting te maken.
4. Zet het aangesloten geluidsapparaat aan.
76
Andere apparaten aansluiten
MIDI-apparaten aansluiten
Door een extern MIDI-apparaat aan te sluiten en uitvoeringsdata
uit te wisselen, kunt u één apparaat vanaf het andere besturen.
U kunt bijvoorbeeld geluid vanaf het andere apparaat uitvoeren
of op het andere instrument van klank veranderen.
* Externe MIDI-apparaten kunnen niet gebruikt worden voor
het op afstand veranderen van klanken die via het klavier
van de RG-1F/RG-3F worden gespeeld.
aangesloten, zet u deze op ‘Local Off’. Zie ‘Dubbele
noten voorkomen wanneer een sequencer is
aangesloten (Local Control)’(p.65).
Geluiden van een MIDI-geluidsmodule
produceren door het bespelen van de
RG-1F/RG-3F
fig.MIDI-OUT_e.eps
Wat is MIDI?
MIDI, een afkorting van ‘Musical Instrument Digital Interface’,
werd als een universele standaard ontworpen voor het uitwisselen van uitvoeringsdata tussen elektronische instrumenten en
computers. De RG-1F/RG-3F is met MIDI-aansluitingen uitgerust,
zodat uitvoeringsdata met externe apparaten uitgewisseld kan
worden. Deze aansluitingen kunnen gebruikt worden om de
RG-1F/RG-3F op een extern apparaat aan te sluiten, voor een nog
grotere veelzijdigheid.
Om storingen en/of beschadigingen aan luidsprekers of
andere apparaten te voorkomen, minimaliseert u het
volume en zet u de stroom van alle apparaten uit
voordat u aansluitingen maakt.
Een MIDI-sequencer op de RG-1F/RG-3F
aansluiten
THRU
MIDI
OUT
IN
fig.MIDI-MT_e.eps
MIDI-geluidsmodule
1. Minimaliseer het volume op de RG-1F/RG-3F en het
MIDI-apparaat.
2. Zet de RG-1F/RG-3F en het MIDI-apparaat uit.
3. Gebruik MIDI-kabels (in de winkel verkrijgbaar) om de
MIDI-aansluitingen met elkaar te verbinden.
4. Zet de RG-1F/RG-3F en het aangesloten MIDI-apparaat
aan.
5. Pas het volumeniveau op de RG-1F/RG-3F en het
aangesloten MIDI-apparaat aan.
6. Indien nodig dient het MIDI-zendkanaal te worden
ingesteld.
Details over het MIDI-zendkanaal vindt u bij ‘Het MIDIzendkanaal instellen’ (p.66).
OUT
MIDI
IN
MIDI-sequencer
Wanneer de RG-1F/RG-3F op een MIDI-sequencer is
77
Andere apparaten aansluiten
Als de verbinding met de computer niet succesvol
is…
Een computer aansluiten
Als u een commercieel verkrijgbare USB-kabel gebruikt om de
USB-aansluiting van de RG-1F/RG-3F met een USB-aansluiting op
de computer te verbinden, kunt u de volgende dingen doen.
• De RG-1F/RG-3F gebruiken om een SMF-muziekbestand te
spelen dat door de MIDI-compatibele software afgespeeld
wordt.
• MIDI-data uitwisselen tussen de RG-1F/RG-3F en de
sequencer software voor meer geavanceerde
muziekproductie en bewerkingsmogelijkheden.
Sluit de RG-1F/RG-3F op de computer aan, op de hieronder
getoonde wijze.
fig.USB-PC_e.eps
Normaalgesproken hoeft u geen driver te installeren om de
RG-1F/RG-3F met de computer te verbinden. Echter, als er een
probleem optreedt of de uitvoering matig is, kan het gebruik van
de Roland originele driver het probleem mogelijk oplossen.
Voor details over het downloaden en installeren van de Roland
originele driver kijkt u op de Roland website.
Roland website:
http://www.roland.com/
Specificeer de USB-driver die u wilt gebruiken, en installeer dan
de driver. Voor details, zie ‘De instellingen voor de USB-driver
maken’ (p.72).
Let op
• Om storingen en/of beschadigingen aan luidsprekers of
andere apparaten te voorkomen, minimaliseert u het
volume en zet u de stroom van alle apparaten uit
voordat u aansluitingen maakt.
• Alleen MIDI-data kan met gebruik van USB worden
verzonden.
• USB-kabels zijn niet inbegrepen. Raadpleeg uw Roland
handelaar wanneer u deze wilt aanschaffen.
Computer
USBaansluiting
* Raadpleeg de Roland website voor systeemvereisten.
Roland website:
http://www.roland.com/
78
• Zet de stroom van de RG-1F/RG-3F aan voordat MIDItoepassingen op de computer worden gestart. Zet de
RG-1F/RG-3F niet aan of uit terwijl een MIDI-toepassing
actief is.
Appendices
Probleemoplossing
Probleem
Stroom gaat niet aan
Oorzaak/Oplossing
Is het netsnoer correct aangesloten? (p.19)
Is het pedaal correct aangesloten?
Zorg dat het pedaal secuur op de pedaalaansluiting is aangesloten (p.19).
Pedaal werkt niet of ‘blijft hangen’
Is er een andere functie aan het pedaal toegewezen?
Zie ‘Een functie aan de pedalen toewijzen’ (p.70).
Het volume van het instrument
Gebruikt u een aansluitkabel die een weerstand bevat?
dat op de invoerjacks is
Gebruik een aansluitkabel die geen weerstand bevat.
aangesloten is te laag
Zijn de externe apparaten op meer dan één stopcontact aangesloten?
Een ‘zoem’ is vanaf externe
Als u externe apparaten aansluit, moeten deze allemaal op hetzelfde stopcontact worden
apparaten hoorbaar
aangesloten.
Gebruikt u een (optioneel) USB-geheugen?
Een betrouwbare werking kan niet gegarandeerd worden als u andere USB-geheugenproducten
Kan niet lezen van/opslaan in
dan die van Roland gebruikt.
USB-geheugen
Probeer de communicatie-instellingen van het USB-geheugenapparaat te veranderen (p.71).
Probeer de volgende procedure. Als u na deze stappen de CD nog steeds niet kunt uitwerpen, leest
u de gebruikershandleiding van de CD-drive.
1. Zet alle aangesloten apparaten uit.
Kan de CD niet uitwerpen
2. Zet de CD-drive aan.
3. Zet de RG-1F/RG-3F aan.
4. Wacht een moment nadat de stroom is aangezet, en druk dan stevig op de ejectknop.
Scherm flikkert wanneer het
Dit treedt op als gevolg van de aard van een Liquid Crystal beeldscherm, en duidt niet op een
apparaat wordt uitgezet
storing.
Geen geluid
Kan het volume van de RG-1F/RG-3F of het volume van de aangesloten apparatuur laag zijn
gedraaid? (p.20).
Is een koptelefoon aangesloten? (p.21). Is er een plug in de Jack gestoken?
De luidsprekers produceren geen geluid als een koptelefoon of plug op de Jack-aansluitingen is
Geen geluid
aangesloten.
Zijn de niveaus van alle frequentiereeksen geheel laag gedraaid in de equalizerinstellingen? (p.58).
Is V-LINK ingeschakeld? Terwijl V-LINK is ingeschakeld wordt er geen geluid geproduceerd als u één
van de twaalf toetsen aan de linkerkant van het klavier indrukt (p.67).
Zijn alle apparaat aangezet?
Geen geluid
(wanneer een MIDI-apparaat is
Zijn de MIDI-kabels op juiste wijze aangesloten? (p.77).
aangesloten)
Komt het MIDI-kanaal met dat van het aangesloten instrument overeen? (p.66).
Geen geluid hoorbaar wanneer
Is Local Control op ‘Off’ ingesteld?
het klavier wordt bespeeld of een Wanneer Local Control op ‘Off’ staat, wordt er geen geluid geproduceerd als het klavier wordt
song wordt afgespeeld
bespeeld en een song wordt afgespeeld. Zet Local Control op ‘On’ (p.65).
De maximale gelijktijdige polyfonie is 128 stemmen.
Als u met een song meespeelt en zwaar gebruikmaakt van het demperpedaal, kan het aantal noten
Niet alle gespeelde noten klinken
dat de RG-1F/RG-3F probeert te produceren de maximale polyfonie mogelijk overschrijden. Dit
betekent dat sommige noten uit kunnen vallen.
Noten klinken niet juist
Geluiden zijn twee keer
(verdubbeld) te horen wanneer
het klavier wordt bespeeld
Toonhoogte van het klavier of de
song is onjuist
Galm is nog steeds hoorbaar
nadat Reverb is uitgeschakeld
Als de RG-1F/RG-3F op een externe sequencer is aangesloten, zet u Local Control op ‘Off’ (p.65).
Anders moet de sequencer zo worden ingesteld dat zijn Soft Thru functie op ‘Off’ staat.
Heeft u transpositie-instellingen gemaakt? (p.27, p.48).
Zijn de instellingen voor ‘Temperament’ en ‘Stretch Tuning’ correct? (p.56, p.57).
Is de Master Tune instelling juist? (p.56).
Het pianogeluid van de RG-1F/RG-3F simuleert de diepte en resonantie van een akoestische piano
op getrouwe wijze, en dit kan de indruk van galm geven, zelfs als u het Reverb-effect heeft
uitgeschakeld.
U kunt enige galm mogelijk ook elimineren door de waarde die voor ‘Cabinet Resonance’ is
ingesteld te reduceren (p.32).
79
Probleemoplossing
Probleem
Het geluid van de hogere noten
verandert plotseling vanaf een
bepaalde toets
Een hoog rinkelend geluid is
hoorbaar
Lage noten klinken verkeerd of
zijn brommerig
Oorzaak/Oplossing
Op een akoestische piano blijven de noten binnen ongeveer het bovenste anderhalve octaaf op het
klavier doorklinken, ongeacht het demperpedaal. Deze noten hebben ook een enigszins ander
klankkarakter. De RG-1F/RG-3F simuleert dit kenmerk van akoestische piano’s op getrouwe wijze.
Op de RG-1F/RG-3F verandert de reeks die niet door het demperpedaal wordt beïnvloed volgens de
Key Transpose instelling.
Als u dit in de koptelefoon hoort:
Pianogeluiden met een helder en knisperig karakter bevatten aanzienlijke hoge
frequentiecomponenten, die kunnen klinken alsof een metaalachtig gerinkel is toegevoegd. Dit
komt doordat het karakter van een akoestische piano op getrouwe wijze wordt gereproduceerd, en
is geen storing. Dit gerinkel is meer indringerig als het Reverb-effect zwaar wordt toegepast, dus u
kunt het minimaliseren door de Reverb te verminderen.
Als u dit niet in de koptelefoon hoort:
Er is waarschijnlijk een andere oorzaak (zoals resonanties binnen het apparaat). Neem contact op
met een handelaar of een Roland Service Centrum.
Als u dit niet in de koptelefoon hoort:
Het spelen op hoge volumes kan veroorzaken dat de luidsprekers of objecten in de buurt van de
RG-1F/RG-3F resoneren.
Fluorescerende lampen of glazen deuren kunnen ook meetrillen. Dit gebeurt vaker bij lage noten en
hoge volumes. U kunt de volgende maatregelen nemen om resonanties te minimaliseren.
• Plaats de luidsprekers 10-15 cm van muren of andere oppervlakken.
• Speel op een lag volume
• Plaats het apparaat verder weg van objecten die resoneren.
Als u dit in de koptelefoon hoort:
Er is waarschijnlijk een andere oorzaak. Neem contact op met een handelaar of een Roland Service
Centrum.
De song wordt niet correct afgespeeld
Song wordt niet afgespeeld
Wordt ‘Delete User Song OK?’ in het scherm weergegeven? (p.51).
De interne songs kunnen niet worden afgespeeld terwijl opgenomen uitvoeringsdata in het
geheugen van de RG-1F/RG-3F aanwezig is.
Wis de uitvoeringsdata of sla deze in de ‘Favorites’ of in een USB-geheugen op voordat u de song
afspeelt.
Is de ‘Playback Lock’ instelling (p.55) geactiveerd?
Wanneer de Playback Lock instelling is geactiveerd, functioneert de [Play/Stop] knop niet langer als
de knop voor het starten en stoppen van het afspelen van een song, en kan niet gebruikt worden
om de song af te spelen.
U moet Playback Lock opheffen.
Als de [
] knop wordt
ingedrukt, wordt er niet naar het
begin van de song teruggekeerd
Sommige muziekbestanden bevatten instellingen die het afspelen halverwege de song stopzetten.
Druk meerdere malen op de [
] knop om naar het begin van de song terug te keren.
De [
] en [
werken niet.
] knoppen
Er is geen geluid hoorbaar
wanneer een song wordt
afgespeeld
Als u probeert uitvoeringsdata af te spelen die meer data bevat dan de totale capaciteit van het RG1F/RG-3F geheugen, kan het voorkomen dat andere operaties dan afspelen (zoals terugspoelen of
vooruitspoelen) niet langer beschikbaar zijn.
Is Local Control op ‘Off’ ingesteld?
Als Local Control op ‘Off’ staat, wordt er geen geluid geproduceerd wanneer een song wordt
afgespeeld. Stel Local Control op ‘On’ in.
Is het afspeelvolume van de song (p.46) of voor het geluidsbestand of muziek CD (p.48) te laag
ingesteld?
Kan niet opnemen/kan niet afspelen
De opgenomen uitvoering is
verdwenen
Kan geen song van CD afspelen
80
Elke uitvoering die is opgenomen wordt verwijderd als de stroom van de RG-1F/RG-3F wordt
uitgezet of een andere song wordt geselecteerd.
Een uitvoering kan niet hersteld worden nadat deze is verwijderd. Sla deze in een USB-geheugen of
User-geheugen op, voordat u de stroom uitzet (p.52).
Het lezen van data van de CD begint wanneer de CD in de drive is geplaatst.
Het kan even duren voordat het lezen van de data is voltooid.
Storingsmeldingen
Indicatie
Betekenis
Error 01:
Het muziekbestand kan alleen gelezen worden. Het kan niet opgeslagen worden.
Error 02:
Een storing is opgetreden tijdens het opslaan. De beveiligingstab van het medium kan zich in de ‘Protect’ positie
bevinden (beveiligd tegen opslaan) of het opslagmedium kan mogelijk nog niet geïnitialiseerd zijn.
Error 10:
Er is geen opslagmedium aangebracht. Plaats het opslagmedium en probeer het opnieuw.
Error 11:
Er is niet voldoende vrij geheugen in de opslagbestemming.
Plaats een ander opslagmedium of verwijder onnodige bestanden en probeer het opnieuw.
Error 14:
Tijdens het lezen is een storing is opgetreden .
Het opslagmedium kan beschadigd zijn. Plaats een ander opslagmedium en probeer het opnieuw.
Anders kunt u het opslagmedium initialiseren.
Error 15:
Het bestand is onleesbaar.
Het dataformaat is niet compatibel met de RG-1F/RG-3F.
Error 16:
Data werd niet op tijd opgeroepen voor het afspelen van de song.
Nadat u enkele seconden heeft gewacht, kunt u de song mogelijk afspelen door de [Play/Stop] knop nogmaals in
te drukken.
Error 18:
Dit geluidsformaat wordt niet ondersteund.
Gebruik 44.1 kHz 16-bit lineaire WAV formaat geluidsbestanden.
Error 30:
De interne geheugencapaciteit van de RG-1F/RG-3F is vol.
Error 40:
De RG-1F/RG-3F kan de overmatige hoeveelheid MIDI-data die vanaf het externe MIDI-apparaat wordt verzonden
niet verwerken.
Reduceer de hoeveelheid MIDI-data die naar de RG-1F/RG-3F wordt verzonden.
Error 41:
Een MIDI-kabel is losgekoppeld.
Sluit deze correct en secuur aan.
Error 43:
Er is een storing in de MIDI-overdracht opgetreden.
Controleer de MIDI-kabel en het aangesloten MIDI-apparaat.
Error 51:
Er kan een probleem met het systeem zijn. Herhaal de procedure vanaf het begin.
Als dit niet is opgelost nadat u het meerdere malen heeft geprobeerd, neemt u contact op met het Roland Service
Centrum.
Error 65:
De externe geheugenaansluiting heeft een stroomstoot gehad.
Controleer het opslagmedium om te controleren of dit niet beschadigd is.
81
Klankenlijst
Piano
Others
Naam
Naam
44
Piano 1
1
Grand Piano1
1
ChurchOrgan1
45
Piano 1w
2
Piano + Str.
2
ChurchOrgan2
46
Piano 1d
3
Harpsichord
3
Combo Jz.Org
47
Piano 2
4
Grand Piano2
4
Ballad Organ
48
Piano 2w
5
Piano + Pad
5
Accordion
49
Piano 3
6
Grand Piano3
6
Nason flt 8’
50
Piano 3w
7
MagicalPiano
7
Gospel Spin
51
Honky-tonk
8
Rock Piano
8
Full Stops
52
Honky-tonk w
9
Piano+Choir
9
Mellow Bars
53
E.Piano 1
10
Honky-tonk
10
Light Organ
54
Detuned EP 1
11
Coupled Hps.
11
Lower Organ
55
Vintage EP
12
’60s Organ
56
’60s E.Piano
13
Aerial Choir
57
E.Piano 2
14
Jazz Scat
58
Detuned EP 2
15
Harpvox
59
St.FM EP
16
Glass Pad
60
EP Legend
17
Angels Choir
61
EP Phase
18
Beauty Vox
62
Harpsichord
19
Soft Pad
63
Coupled Hps.
20
Female Aahs
64
Harpsi.w
21
Male Aahs
65
Harpsi.o
22
Thum Voice
66
Clav.
23
Lunar Strngs
67
Pulse Clav.
24
Decay Choir
*
68
Celesta
25
Dcy ChoirPad
*
69
Glockenspiel
26
Nylon-str.Gt
70
Music Box
27
Steel-str.Gt
71
Vibraphone
28
Jazz Guitar
72
Vibraphone w
29
AcousticBass
73
Marimba
30
A.Bass+Cymbl
74
Marimba w
31
FingeredBass
75
Xylophone
32
BrassSection
76
TubularBells
33
Alto Sax
77
Church Bell
34
Tenor Sax
78
Carillon
79
Santur
Nr.
Naam
Nr.
E. Piano
Nr.
Naam
1
Pop E.Piano
2
Vintage EP
3
FM E. Piano
4
Vibraphone
5
EP Belle
6
Celesta
7
’60s E.Piano
8
Clav.
9
Mallet Isle
10
Morning Lite
11
Marimba
12
Stage Phaser
13
Ballad Bells
14
’70s E.Piano
15
E.Grand
Strings
Nr.
Naam
1
Rich Strings
2
OrchestraStr
3
Orchestra
4
ChamberWinds
5
Harp
6
Violin
7
Velo Strings
8
Flute
9
Cello
10
OrchestraBrs
11
PizzicatoStr
12
DecayStrings
GM2
*
* Klanken die met ‘*’ worden aangegeven
zijn geschikt om samen met een
pianoklank gestapeld te worden.
82
Nr.
35
STANDARD Set
80
Organ 1
36
ROOM Set
81
TremoloOrgan
37
POWER Set
82
’60s Organ
38
ELEC.Set
83
Organ 2
39
ANALOG Set
84
Perc.Organ 1
40
JAZZ Set
85
Chorus Organ
41
BRUSH Set
86
Perc.Organ 2
42
ORCH.Set
87
Rock Organ
43
SFX Set
88
Church Org.1
* 35–42 are drum sets.
89
Church Org.2
90
Church Org.3
91
Reed Organ
92
Puff Organ
Klankenlijst
Nr.
Naam
Nr.
Naam
Nr.
Naam
93
Accordion 1
142
Tremolo Str.
191
Piccolo
94
Accordion 2
143
PizzicatoStr
192
Flute
95
Harmonica
144
Harp
193
Recorder
96
Bandoneon
145
Yang Qin
194
Pan Flute
97
Nylon-str.Gt
146
Timpani
195
Bottle Blow
98
Ukulele
147
Strings
196
Shakuhachi
99
Nylon Gt o
148
Orchestra
197
Whistle
100
Nylon Gt 2
149
’60s Strings
198
Ocarina
101
Steel-str.Gt
150
Slow Strings
199
Square Lead1
102
12-str.Gt
151
Syn.Strings1
200
Square Lead2
103
Mandolin
152
Syn.Strings3
201
Sine Lead
104
Steel+Body
153
Syn.Strings2
202
Saw Lead 1
105
Jazz Guitar
154
Choir 1
203
Saw Lead 2
106
Hawaiian Gt
155
Choir 2
204
Doctor Solo
107
Clean Guitar
156
Voice
205
Natural Lead
108
Chorus Gt 1
157
Humming
206
SequencedSaw
109
Mid Tone Gt
158
Synth Voice
207
Syn.Calliope
110
Muted Guitar
159
Analog Voice
208
Chiffer Lead
111
Funk Guitar1
160
OrchestraHit
209
Charang
112
Funk Guitar2
161
Bass Hit
210
Wire Lead
113
Chorus Gt 2
162
6th Hit
211
Solo Vox
114
Overdrive Gt
163
Euro Hit
212
5th Saw Lead
115
Guitar Pinch
164
Trumpet
213
Bass+Lead
116
DistortionGt
165
Dark Trumpet
214
Delayed Lead
117
Gt Feedback1
166
Trombone 1
215
Fantasia
118
Dist.Rtm Gt
167
Trombone 2
216
Warm Pad
119
Gt Harmonics
168
Bright Tb
217
Sine Pad
120
Gt Feedback2
169
Tuba
218
Polysynth
121
AcousticBass
170
MuteTrumpet1
219
Space Voice
122
FingeredBass
171
MuteTrumpet2
220
Itopia
123
Finger Slap
172
French Horn1
221
Bowed Glass
124
Picked Bass
173
French Horn2
222
Metallic Pad
125
FretlessBass
174
Brass 1
223
Halo Pad
126
Slap Bass 1
175
Brass 2
224
Sweep Pad
127
Slap Bass 2
176
Synth Brass1
225
Ice Rain
128
Synth Bass 1
177
Synth Brass3
226
Soundtrack
129
WarmSyn.Bass
178
AnalogBrass1
227
Crystal
130
Synth Bass 3
179
Jump Brass
228
Synth Mallet
131
Clav.Bass
180
Synth Brass2
229
Atmosphere
132
Hammer
181
Synth Brass4
230
Brightness
133
Synth Bass 2
182
AnalogBrass2
231
Goblins
134
Synth Bass 4
183
Soprano Sax
232
Echo Drops
135
RubberSyn.Bs
184
Alto Sax
233
Echo Bell
136
Attack Pulse
185
Tenor Sax
234
Echo Pan
137
Violin
186
Baritone Sax
235
Star Theme
138
Slow Violin
187
Oboe
236
Sitar 1
139
Viola
188
English Horn
237
Sitar 2
140
Cello
189
Bassoon
238
Banjo
141
Contrabass
190
Clarinet
239
Shamisen
83
Klankenlijst
84
Nr.
Naam
Nr.
Naam
240
Koto
289
Burst Noise
241
Taisho Koto
290
Applause
242
Kalimba
291
Laughing
243
Bagpipe
292
Screaming
244
Fiddle
293
Punch
245
Shanai
294
Heart Beat
246
Tinkle Bell
295
Footsteps
247
Agogo
296
Gun Shot
248
Steel Drums
297
Machine Gun
249
Woodblock
298
Laser Gun
250
Castanets
299
Explosion
251
Taiko
252
Concert BD
253
Melodic Tom1
254
Melodic Tom2
255
Synth Drum
256
TR-808 Tom
257
Elec.Perc.
258
Reverse Cym.
259
Gt FretNoise
260
Gt Cut Noise
261
BsStringSlap
262
Breath Noise
263
Fl.Key Click
264
Seashore
265
Rain
266
Thunder
267
Wind
268
Stream
269
Bubble
270
Bird 1
271
Dog
272
Horse Gallop
273
Bird 2
274
Telephone 1
275
Telephone 2
276
DoorCreaking
277
Door
278
Scratch
279
Wind Chimes
280
Helicopter
281
Car Engine
282
Car Stop
283
Car Pass
284
Car Crash
285
Siren
286
Train
287
Jetplane
288
Starship
* Als u in de klankgroep ‘Others’ de [+] of [-]
knop ingedrukt houdt om opeenvolgend
van klank te veranderen, zullen de klanken
op nummer 35 en nummer 44 niet meer
veranderen.
Om het volgende geluid te selecteren, laat
u de [+] knop of [-] knop los en drukt u
deze daarna weer in.
Lijst met interne songs
Nr.
Songnaam
Componist
Nr.
Songnaam
Componist
1
Polonaise op.53
Fryderyk Franciszek Chopin
41
Blumenlied
Gustav Lange
2
Valse, op.34-1
Fryderyk Franciszek Chopin
42
Brautchor
Wilhelm Richard Wagner
3
Nocturne No.20
Fryderyk Franciszek Chopin
43
Gavotte
François Joseph Gossec
4
Die Forelle
Franz Peter Schubert = Franz Liszt
44
Windy Afternoon
* Masashi Hirashita
5
Reflets dans l’Eau
Claude Achille Debussy
45
Scrambled Egg
* Masashi Hirashita
6
My Pleasure
46
One Down And Easy
* John Maul
7
La Fille aux Cheveux de Lin
Claude Achille Debussy
47
Bop On The Rock
* John Maul
8
La Campanella
Franz Liszt
48
Fly Free
* John Maul
9
Trio Grande
* John Maul
49
Late Night Chopin
* John Maul
10
Scherzo No.2
Fryderyk Franciszek Chopin
50
Wedding Song
* John Maul
11
Étude, op.10-12
Fryderyk Franciszek Chopin
51
Yesterday’s Dream
* John Maul
12
Liebesträume 3
Franz Liszt
52
Sun Daze
* John Maul
13
Étude, op.10-3
Fryderyk Franciszek Chopin
53
Keepers Tale
* John Maul
14
Je te veux
Erik Satie
54
Kismet’s Salsa
* John Maul
15
Valse, op.64-1
Fryderyk Franciszek Chopin
55
Roll Over Ludwig
* John Maul
16
Golliwog’s Cakewalk
Claude Achille Debussy
56
A Prelude To ...
* John Maul
17
Fantaisie-Impromptu
Fryderyk Franciszek Chopin
57
From Matthew’s Passion
* John Maul
18
Arabesque 1
Claude Achille Debussy
58
Hungarian Rag
* John Maul
19
An der schönen, blauen Donau
Johann Strauss, Sohn
59
Paganini Boogie
* John Maul
20
Auf Flügeln des Gesanges
Felix Mendelsshon
60
L’éveil de l’amour
* Masashi Hirashita
21
Mazurka No.5
Fryderyk Franciszek Chopin
22
Gymnopédie 1
Erik Satie
23
Étude, op.25-1
Fryderyk Franciszek Chopin
24
Clair de Lune
Claude Achille Debussy
25
Étude, op.10-5
Fryderyk Franciszek Chopin
26
Dr. Gradus ad Parnassum
Claude Achille Debussy
27
Grande Valse Brillante
Fryderyk Franciszek Chopin
28
La prière d’une Vierge
Tekla Badarzewska
29
Course en Troïka
Peter Ilyich Tchaikovsky
30
Valse, op.64-2
Fryderyk Franciszek Chopin
31
Radetzky Marsch
Johann Baptist Strauss
32
Träumerei
Robert Alexander Schumann
33
Moments Musicaux 3
Franz Peter Schubert
34
Prèlude, op.28-15
Fryderyk Franciszek Chopin
35
Ungarische Tänze 5
Johannes Brahms
36
Nocturne No.2
Fryderyk Franciszek Chopin
37
Frühlingslied
Felix Mendelsshon
38
Für Elise
Ludwig van Beethoven
39
Türkischer Marsch
Wolfgang Amadeus Mozart
40
Humoreske
Antonín Dvořák
* Masashi Hirashita
*
Songs die met een asterisk (*) worden aangegeven zijn originele
songs die voor de Roland Corporation zijn gecomponeerd. Het
auteursrecht van deze songs is in eigendom van de Roland
Corporation.
*
Alle rechten voorbehouden. Onbevoegd gebruik van dit materiaal
voor andere doeleinden dan strikt privé is een overtreding van de
hierop toepasbare wetgeving.
85
Parameters die in het interne geheugen worden opgeslagen
Parameters die in Memory Backup worden opgeslagen
Parameter
Omschrijving
Key Touch
Aanslaggevoeligheid
p. 30
Key Touch Offset
Aanslaggevoeligheid Offset
p. 32
Lid
Deksel
p. 32
Tone Character
Klankkarakter
p. 32
Damper Resonance
Demperresonantie
p. 32
String Resonance
Snaarresonantie
p. 32
KeyOff Resonance
Key Off resonantie
p. 32
CabinetResonance
Klankkast resonantie
p. 32
Hammer Noise
Hamerruis
p. 32
Hammer Response
Hamerrespons
p. 32
Duplex Scale
Duplex schaal
p. 32
Damper Noise
Demperruis
p. 32
Master Tune
Master Tuning
p. 56
Temperament
Temperatuur
p. 56
Temperament Key
Grondtoon
p. 57
Stretch Tune
Stretch Tune
p. 57
Equalizer
Equalizer setnummer
p. 58
EQ Low Gain
Niveau van de lage frequentiereeks
EQ Low Freq
Frequentiepunt in de lage frequentiereeks
EQ Lo Mid Gain
Niveau van de midden tot lage frequentiereeks
EQ Lo Mid Freq
Middenfrequentie van de midden tot lage frequentiereeks
EQ Lo Mid Q
Bandbreedte van de midden tot lage frequentiereeks
EQ Hi Mid Gain
Niveau van de midden tot hoge frequentiereeks
EQ Hi Mid Freq
Middenfrequentie van de midden tot hoge frequentiereeks
EQ Hi Mid Q
Bandbreedte van de midden tot hoge frequentiereeks
EQ High Gain
Niveau van de hoge frequentiereeks
EQ High Freq
Frequentiepunt in de hoge frequentiereeks
Equalizer Master Gain
Equalizer Masterniveau
Play Mode
Song afspeelmethode
p. 62
Track Assign
Track Assign
p. 63
Recommended Tone
Aanbevolen klank functie aan/uit
p. 63
CD/Audio Type
Af te spelen CD-type
p. 64
MIDI Tx Channel
MIDI-zendkanaal
p. 66
Componist MIDIOut
Composer MIDI Out
p. 66
V-LINK Channel
V-LINK zendkanaal
p. 67
Split Point
Splitspunt
p. 26
Dual Balance
Dual Balance
p. 68
Transpose Mode
Transpose mode
p. 69
Damper Pdl Part
Damper Pedal Part
p. 69
Pedal Cent
De functie die aan het middelste pedaal is toegewezen
Pedal Left
De functie die aan het linkerpedaal is toegewezen
Song Volume
Afspeelvolume van een song
p. 46
Audio Volume
Audio CD/geluidsbestand afspeelvolume
p. 48
Reverb
Reverbinstellingen (on/off, depth)
p. 24
86
Pagina
p. 58
p. 70
Parameters die in het interne geheugen worden opgeslagen
Parameters die zonder gebruik van Memory Backup worden opgeslagen
Parameter
Omschrijving
EXT Memory Mode
De communicatie-instellingen voor USB-geheugen veranderen
Pagina
p. 71
USB Driver
Instellingen voor de USB-driver
p. 72
Onderdelen die als User-programma’s worden opgeslagen
Parameter
Omschrijving
-
Geselecteerde klank
Pagina
p. 22
-
Klank 1/klank 2 (Dual Performance)
p. 23
-
Rechterhandklank/linkerhandklank (Split Performance)
p. 25
-
Dual Performance aan/uit
p. 23
Split
Split Performance aan/uit
p. 25
Split Point
Splitspunt
p. 26
Dual Balance
Dual Balance
p. 68
Transpose Waarde
Transpositiewaarde
p. 27
Transpose Mode
Transpose mode
p. 69
Damper Pdl Part
Damper Pedal Part
p. 69
Pedal Cent
De functie die aan het middelste pedaal is toegewezen
Pedal Left
De functie die aan het linkerpedaal is toegewezen
Octave Shift
Octave Shift (toonverbuiging)
Tx PC Channel
MIDI-kanaal voor het verzenden van Program Changes
PC
Program Change
Bank MSB
Bank Select MSB
Bank LSB
Bank Select LSB
Song Volume
Afspeelvolume van een song
p. 46
Audio Volume
Audio CD/geluidsbestand afspeelvolume
p. 48
Reverb
Reverbinstellingen (on/off, depth)
p. 24
p. 70
p. 71
p. 68
87
Muziekbestanden die de RG-1F/RG-3F kan gebruiken
Wat zijn muziekbestanden?
Muziekbestanden bevatten muzikale informatie zoals hoe lang de toets van een corresponderende toonhoogte wordt gespeeld, de
sterkte waarmee de gespeelde toets wordt aangeslagen en meer van dien aard. uitvoeringsdata wordt naar de RG-1F/RG-3F verzonden van muziekbestanden die in USB-geheugen zijn opgeslagen, en onveranderd als songs worden afgespeeld. Dit is anders dan een
audio CD, aangezien het muziekbestand geen opname van het geluid zelf bevat. Dit maakt het mogelijk om bepaalde gedeeltes te
wissen of instrumenten, tempo’s en toonsoorten vrijelijk te veranderen, zodat u het op veel verschillende manieren kunt gebruiken.
Over auteursrecht
Gebruik van de songdata die bij dit product wordt geleverd voor andere doeleinden dan strikt privé, zonder toestemming van de houder van het auteursrecht is bij de wet verboden. Bovendien mag deze data niet gekopieerd worden, noch in een tweede auteursrechtelijk beschermd werk gebruikt worden zonder toestemming van de houder van het auteursrecht.
Wees ervan bewust dat als u afgeleide werken creëert die op bestaand auteursrechtelijk beschermd materiaal zijn gebaseerd, zoals
commercieel verkrijgbare SMF-muziekbestanden, dit soort werken de wet op het auteursrecht overtreden wanneer gebruikt voor
andere doeleinden dan strikt privé. Roland is niet aansprakelijk voor mogelijke overtredingen van auteursrecht die u mogelijk begaat
wanneer u dit soort werken creëert.
Met de RG-1F/RG-3F kunnen de volgende muziekbestanden worden gebruikt
VIMA TUNES
VIMA TUNES is een Roland specificatie voor muziekbestanden die beeld- en geluidsdata bevatten, zodat geluiden met
teksten en beeldmateriaal gelijktijdig gespeeld kunnen worden. Wanneer data met het ‘VIMA TUNES’ logo op een apparaat dat hetzelfde logo draagt wordt afgespeeld, kunnen de
teksten in een scherm van een aangesloten beeldscherm of
televisie worden weergegeven, zodat u Karaoke kunt uitvoeren of een foto voorstelling kunt afspelen.
* Dit instrument (RG-1F/RG-3F) kan geen VIMA TUNES afbeeldingen en tekstdata afspelen.
SMF muziekbestanden
SMF’s (Standard MIDI Files) gebruiken een standaard formaat voor muziekbestanden, dat zo ontworpen is dat
bestanden die muziekbestanden bevatten zeer breed uitwisselbaar zijn, ongeacht de fabrikant van het afluisterapparaat.
Er is een enorme variëteit aan muziek beschikbaar om naar
te luisteren, voor het leren bespelen van muziekinstrumenten, voor Karaoke, enz.
General MIDI
De General MIDI is een serie aanbevelingen die tot doel
heeft een manier te bieden om de beperkingen van merkgebonden ontwerpen te ontstijgen, en de MIDI mogelijkheden
van geluidsgenererende apparaten te standaardiseren.
Geluidsgenererende apparaten en muziekbestanden die aan
de General MIDI standaard voldoen, dragen het General
MIDI logo. Muziekbestanden met het General MIDI logo kunnen op elk General MIDI geluidsgenererend apparaat worden afgespeeld, waarbij op ieder apparaat vrijwel dezelfde
muzikale uitvoering wordt geproduceerd.
General MIDI 2
De opwaarts compatibele General MIDI 2 aanbevelingen
gaan verder waar de originele General MIDI ophield, en bieden verbeterde expressieve mogelijkheden en een nog grotere compatibiliteit. Zaken die niet door de originele General MIDI aanbevelingen werden ondervangen, zoals de
manier waarop geluiden worden bewerkt, en hoe effecten
behandeld dienen te worden, zijn nu nauwkeurig gedefinieerd.
88
Bovendien zijn de beschikbare geluiden uitgebreid. General
MIDI 2 geluidsgeneratoren kunnen muziekbestanden die het
General MIDI of General MIDI 2 logo dragen op betrouwbare
wijze afspelen.
In sommige gevallen wordt de conventionele vorm van
General MIDI, welke de nieuwe verbeteringen niet bevat,
‘General MIDI 1’ genoemd, ter onderscheiding van General
MIDI 2.
GS Format
Het GS formaat is de serie specificaties van Roland voor standaardisering van de uitvoering van geluidsgenererende
apparaten.
Naast ondersteuning voor alles dat door General MIDI is
gedefinieerd, biedt het uitermate compatibele GS formaat
een groter aantal geluiden, de geluiden kunnen bewerkt
worden en vele details voor een brede reeks extra mogelijkheden, waaronder effecten als Reverb en Chorus. Ontworpen met de toekomst in gedachten, kan het GS formaat
nieuwe geluiden direct onderbrengen en nieuwe hardware
mogelijkheden ondersteunen wanneer deze gereed zijn.
Omdat dit naar omhoog compatibel is met General MIDI, kan
het GS formaat van Roland GM-scores op betrouwbare wijze
afspelen, evenals het uitvoeren van GS muziekbestanden
(muziekbestanden die met het GS formaat in gedachten zijn
gecreëerd). Dit product ondersteunt zowel het General MIDI
2 als het GS formaat, en kan gebruikt worden voor het afspelen van muziekbestanden die één van deze logo’s dragen.
XGlite
XG is een geluidsgenerator formaat van YAMAHA Corporation, dat de manieren waarop stemmen worden uitgebreid
of bewerkt, en de structuur en het type van effecten definieert, ter aanvulling op de General MIDI 1 specificatie. XGLite
is een vereenvoudigde versie van het XG geluidsgeneratie
formaat. U kunt XG muziekbestanden met gebruik van een
XGLite geluidsgenerator afspelen. U moet echter onthouden dat sommige muziekbestanden in vergelijking met de
originele bestanden anders worden afgespeeld , door het
gereduceerde aantal regelingsparameters en effecten.
Hoofdspecificaties
RG-1F/RG-3F
<Keyboard>
Klavier
88 toetsen (PHA III Ivory Feel klavier met echappement)
Aanslag: 100 niveaus, vaststaande aanslag
Aanslaggevoeligheid
Hamerrespons: Uit, 1-10
Keyboard Mode
Whole, Dual (aanpasbare volumebalans), Split (aanpasbaar splitspunt)
<Geluidsgenerator> in overeenstemming met GM2/GS/XGlite
Pianoklank
SuperNATURAL pianoklank
Max. polyfonie
128 stemmen
Klanken
337 klanken (inclusief 8 drumsets, 1 SFX set)
Temperatuur
8 types, selecteerbare toonsoorten
Stretched Tuning
Off, Preset, gebruikersstemming (aanpasbaar in individuele noten)
Master Tuning
415.3-466.2 Hz (aan te passen met toenames van 0.1 Hz)
Transpositie
Key Transpose: -6-+5 (in halve tonen)
Playback Transpose (met Audio CD/geluidsbestand): -6-+5 (in halve tonen)
Reverb (Uit, 1-10)
Effecten
Alleen voor pianoklanken:
Klep openen/sluiten (7 niveaus), Hammer Noise (5 niveaus), klankkarakter (-5-+5), Demperresonantie (Off,
1-10), snaarresonantie (Off, 1-10), Key Off resonantie (Off, 1-10), klankkastresonantie (Off, 1-10), Hammer
Noise (5 niveaus), Duplex schaal (Off, 1-10), Damper Noise (Off, 1-10)
Alleen voor orgelklanken:
Roterende luidspreker effect (Slow/Fast)
Equalizer
4-band digitale equalizer
<Metronoom>
Tempo
Kwartnoot = 10 tot 500
Maatsoort
2/2, 0/4, 2/4, _, 4/4, 5/4, 6/4, 7/4, 3/8, 6/8, 9/8, 12/8
Volume
11 niveaus
<User-programma’s>
Intern
36
User-geheugen
Max. 99 User programmasets
USB-geheugen
Max. 99 User programmasets
<Recorder>
Track
1 track
Song
Recorder sectie: 1 song
Nootopslag
Ongeveer 30.000 noten
Tempo
Kwartnoot = 10 tot 500
Resolutie
120 tikken per kwartnoot
Regelaars
Song selectie, Play/Stop, terugspoelen naar begin van de song, terugspoelen, vooruitspoelen, Track Mute,
Mute Volume, Tempo, All Songs Play, Count-In (alleen voor het afspelen van muziekbestanden), Song
Volume, Center Cancel (alleen voor het afspelen van geluid)
89
Hoofdspecificaties
RG-1F/RG-3F
<Intern geheugen>
Songs
Max. 99 songs
Save Song
Standaard MIDI-bestanden (Formaat 0)
<Extern geheugen>
Externe opslag
USB-geheugen (apart verkrijgbaar)
Speelbare software
Standaard MIDI-bestanden (Formaat 0/1)
Roland Original Format (i-Format)
Geluidsbestand (WAV 44.1 kHz / 16-bit lineair formaat)
Audio CD’s (CD-DA) (wanneer een USB CD-drive wordt gebruikt)
Save Song
Standaard MIDI-bestanden (Formaat 0)
<Overige>
Internal songs
60 songs
Nominaal
uitgangsvermogen
RG-1F: 40 W x 2
Luidsprekers
20 cm x 2.5 cm x 2
Beeldscherm
20 tekens, 2 regels LCD
Regelingen
Volume, Brilliance, LCD Contrast
Pedalen
Demper (progressief demper actie pedaal, doorlopende detectie mogelijk),
Soft (doorlopende detectie mogelijk, toewijsbare functie),
Sostenuto (toewijsbare functie)
Overige functies
Panel Lock, Playback Lock, V-LINK
Aansluitingen
AC ingang, Pedal-aansluiting, Input Jacks (L/Mono, R), Input Jacks (RCA phono type) (L/Mono, R), Output
Jacks (L/Mono, R), USB (MIDI) aansluiting, MIDI-aansluitingen (IN, OUT), koptelefoon Jack (stereo) x 2,
externe geheugenaansluiting (USB)
RG-3F : 60 W x 2
RG-1F: 95 W
Stroomverbruik
RG-3F: 140 W
RG-1F:
1.420 (B) x 730 (D) x 1.270 (H) mm (bovenklep geopend)
1.420 (B) x 730 (D) x 890 (H) mm (bovenklep gesloten)
Afmetingen
RG-3F:
1.490 (B) x 950 (D) x 1.540 (H) mm (bovenklep geopend)
1.490 (B) x 950 (D) x 920 (H) mm (bovenklep gesloten)
RG-1F: 75 Kg
Gewicht
RG-3F: 110 Kg
Accessoires
Gebruikershandleiding, netsnoer, koptelefoonhaak, beugels (RG-1F), onderhoudskit (RG-3F),
toetsenafdekking (RG-3F), meubelrollen (RG-3F)
962a
* In het belang van productverbetering kunnen de specificaties en/of het uiterlijk van dit apparaat zonder voorafgaande mededeling
veranderen.
90
Over het Ivory Feel (ivoorgevoel) klavier
Traditionele pianotoetsen worden van de beste materialen vervaardigd - ivoor (voor witte
toetsen) en ebbenhout (voor zwarte toetsen). Het Ivory Feel (ivoorgevoel) klavier maakt
gebruik van de nieuwste technologie voor het reproduceren van het gevoel van deze
materialen.
• In de oppervlakken zijn strippen vochtabsorberend materiaal aangebracht, voor een betere aanslag
en speelbaarheid.
• De toetsen hebben een subtiele glans en bescheiden kleuring, die het voorkomen en de elegantie
versterkt.
• De witte toetsen zijn met een lichtgeelachtige tint afgewerkt, zodat deze op ivoor lijken.
• We weten zeker dat u een voorliefde voor de karakteristieke textuur van deze toetsen zult
ontwikkelen, die beter aanvoelen hoe meer u speelt.
Opmerking: om u van gebruik in optimale omstandigheden te verzekeren
Behandeling
• Schrijf niet op het klavier met pennen of ander gereedschap, en breng geen merktekens op het
instrument aan. Inkt sijpelt in de groeven van het oppervlak en kan niet meer verwijderd worden.
• Plak geen etiketten op het klavier. Etiketten met een sterke kleefstof kunnen mogelijk niet meer
verwijderd worden, en de kleefstof kan verkleuring veroorzaken.
Verzorging en onderhoud
Neem de volgende punten in acht. Het negeren hiervan kan resulteren in krassen in de afwerking,
beschadigde glans of andere verkleuring of vervorming.
• Voor het verwijderen van vuil gebruikt u een zachte doek.
Met een vochtige en stevig uitgewrongen doek veegt u het vuil voorzichtig af.
Wrijf niet hard.
• Voor het verwijderen van hardnekkig vuil gebruikt u een in de winkel verkrijgbare klavierreiniger die
geen schuurmiddelen bevat.
Begin met het licht afnemen van het instrument.
Als het vuil niet wordt verwijderd, wrijft u gaandeweg met meer druk. Hierbij moet u opletten dat de
toetsen niet bekrast raken.
• Gebruik geen benzeen, thinner of alcohol op het instrument.
91
Index
A
H
Aanbevolen klank .......................................................................... 63
Aansluiten
Geluidsapparatuur ................................................................... 75
CD-drive ....................................................................................... 74
Computer..................................................................................... 78
Extern geheugen....................................................................... 15
Koptelefoons .............................................................................. 21
MIDI-apparaten.......................................................................... 77
AC ingang .................................................................................. 14, 19
Hamerruis..........................................................................................32
Hamerrespons .................................................................................32
Hi Mid Freq........................................................................................58
Hi Mid Gain .......................................................................................58
Hi Mid Q .............................................................................................58
High Freq...........................................................................................58
High Gain...........................................................................................58
B
Beeldscherm .................................................................................... 13
Contrast ........................................................................................ 21
Bestand .............................................................................................. 59
[Brilliance] knop....................................................................... 13, 20
I
Ingangsjacks.....................................................................................14
Instellingen .......................................................................................54
Intern geheugen.............................................................................44
J
Jackpaneel ........................................................................................14
C
Cabinet Resonance........................................................................ 32
CD ........................................................................................................ 59
CD/Audio Sync................................................................................ 64
CD/Audio Type................................................................................ 64
CD-ROM............................................................................................. 59
Center................................................................................................. 42
Center Cancel .................................................................................. 49
Composer MIDI Out ...................................................................... 66
D
Damper Noise.................................................................................. 32
Damper Pdl Part ............................................................................. 69
Demperpedaal ................................................................................ 20
Demperresonantie ........................................................................ 32
Driver ........................................................................................... 72, 78
Dual Balance .................................................................................... 68
Dual Performance .......................................................................... 23
Duplex schaal .................................................................................. 32
E
[E. Piano] knop ................................................................................ 13
[Enter] knop...................................................................................... 13
Equalizer............................................................................................ 58
[Exit] knop......................................................................................... 13
Ext Memory .............................................36, 38, 40, 43, 52, 59-61
EXT Memory Mode ........................................................................ 71
Externe geheugenaansluiting................................................... 15
External Memory Mode ............................................................... 71
F
Factory Reset ................................................................................... 73
Favorites ...............................................................................44, 59-60
Fixed ................................................................................................... 30
G
Gelijkzwevende stemming......................................................... 56
General MIDI .................................................................................... 88
General MIDI 2................................................................................. 88
GS......................................................................................................... 88
92
K
Key Off Resonance .........................................................................32
Key Touch...................................................................................30, 32
Key Touch Offset.............................................................................32
Klank....................................................................................................22
Klankknoppen ..........................................................................13, 22
Klankkarakter ...................................................................................32
Klavierdeksel ....................................................................................18
Klep......................................................................................................32
Klepstokken......................................................................................17
Koptelefoon......................................................................................21
Koptelefoonhaak ............................................................................21
L
LCD contrastknop ...................................................................14, 21
Linker ..................................................................................................42
Lo Mid Freq.......................................................................................58
Lo Mid Gain.......................................................................................58
Lo Mid Q.............................................................................................58
Local Off.............................................................................................65
Local On .............................................................................................65
Low freq .............................................................................................58
Low Gain............................................................................................58
M
Maatsoort
Metronoom .................................................................................28
Map......................................................................................................44
Master Gain.......................................................................................58
Master Tune......................................................................................56
Master Tuning..................................................................................56
Memory Backup .......................................................................72, 86
Metronoom.......................................................................................28
MIDI ..............................................................................................65, 77
MIDI IN-aansluiting ........................................................................14
MIDI OUT-aansluiting....................................................................14
MIDI Tx Channel..............................................................................66
Muziek CD .........................................................................................48
Muziekbestanden...........................................................................88
Muziekhouders................................................................................16
Muzieksteun .....................................................................................16
Mute ....................................................................................................45
Index
Mute Volume ................................................................................... 62
N
Netsnoer............................................................................................ 19
O
Octave Shift...................................................................................... 71
Opnemen.......................................................................................... 50
Opslaan
Memory Backup......................................................................... 72
Opgenomen uitvoering.......................................................... 52
User programma ....................................................................... 33
[Others] knop................................................................................... 13
P
Panel Lock......................................................................................... 55
Pedaal................................................................................... 20, 42, 70
Pedaalaansluiting ................................................................... 14, 19
Pedaalsnoer...................................................................................... 19
Phones Jack............................................................................... 14, 21
[Piano] knop..................................................................................... 13
[Piano Designer] knop.................................................................. 13
Piano Designer................................................................................ 31
Piano bovenkant ............................................................................ 16
Play Mode ......................................................................................... 62
[Play/Stop] knop............................................................................. 13
Playback Lock .................................................................................. 55
Playback Transpose.................................................................47-48
[+/-] knoppen .................................................................................. 13
[Power] schakelaar.................................................................. 13, 19
Temperament Key..........................................................................57
Tempo
Metronoom .................................................................................28
Song ........................................................................................46, 48
Tonica .................................................................................................57
Toonsoort..........................................................................................47
Track Assign......................................................................................63
Track Mute ........................................................................................45
Transponeren............................................................................27, 47
Transpose Mode .............................................................................69
U
Uitgangsjacks...................................................................................14
USB (MIDI) aansluiting ..................................................................14
USB-driver .........................................................................................72
USB-geheugen ................................................................................15
User-geheugen ...................................................36, 38, 40, 44, 61
User programma.............................................................................34
V
Variatieklanken................................................................................22
VIMA CD-ROM..................................................................................63
VIMA TUNES...............................................................................63, 88
V-LINK .................................................................................................67
V-LINK kanaal ...................................................................................67
[Volume] knop..........................................................................13, 20
Volume
Song ...............................................................................................46
Voorpaneel .......................................................................................13
X
XGlite...................................................................................................88
R
[Rec] knop ......................................................................................... 13
Registratie
User programma ....................................................................... 33
Reguleerknop .................................................................................. 20
[Reverb] knop .................................................................................. 13
Reverb ................................................................................................ 24
Z
Zendkanaal ............................................................................................
MIDI ................................................................................................66
V-LINK ............................................................................................67
S
SMF muziekbestanden................................................................. 88
Snaarresonantie.............................................................................. 32
Snoerklemmen................................................................................ 19
Soft pedaal................................................................................. 20, 70
[Song] knop...................................................................................... 13
Song Volume ................................................................................... 46
Sostenuto pedaal .................................................................... 20, 70
Split Performance .......................................................................... 25
Splitspunt....................................................................................25-26
Standaard MIDI-bestanden ........................................................ 88
Stemmen........................................................................................... 56
Stemmingscurve ............................................................................ 57
Stretch Tune..................................................................................... 57
Stretch Tuning................................................................................. 57
[Strings] knop .................................................................................. 13
T
Temperament.................................................................................. 56
93
Voor EU-Landen
Voor EU-Landen
Dit product voldoet aan de voorwaarden van de Europese richtlijnen EMCD 2004/108/EC en LVD 2006/95/EC.
Was this manual useful for you? yes no
Thank you for your participation!

* Your assessment is very important for improving the work of artificial intelligence, which forms the content of this project

Download PDF

advertising