YP125R - Roosbroeck

YP125R - Roosbroeck
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 1
Lees deze handleiding aandachtig
door voordat u deze machine gaat
gebruiken.
HANDLEIDING
YP125R
39D-F819P-D0
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 2
DAU26945
Lees deze handleiding aandachtig door voordat u deze machine gaat gebruiken. Deze handleiding dient bij de machine
te blijven als deze wordt verkocht.
DECLARATION of CONFORMITY
CONFORMITEITSVERKLARING
We
Company: YAMAHA MOTOR ELECTRONICS CO., LTD.
Address: 1450-6, Mori, Mori-Machi, Shuchi-gun, Shizuoka-Ken, 437-0292 Japan
Wij,
Bedrijf: YAMAHA MOTOR ELECTRONICS CO., LTD.
Adres: 1450-6, Mori, Mori-machi, Shuchi-gun, Shizuoka-ken, 437-0292 Japan
Hereby declare that the product:
Kind of equipment: IMMOBILIZER
Type-designation: 5SL-00
Verklaren hierbij dat het product:
Type apparaat: STARTBLOKKERING
Typeaanduiding: 5SL-00
is in compliance with following norm(s) or documents:
R&TTE Directive(1999/5/EC)
EN300 330-2 v1.1.1(2001-6), EN60950-1(2001)
Two or Three-Wheel Motor Vehicles Directive(97/24/EC: Chapter 8, EMC)
in overeenstemming is met de volgende norm(en) of documenten:
R&TTE richtlijn(1999/5/EG)
EN300 330-2 v1.1.1(2001-6), EN60950-1(2001)
Richtlijn betreffende motorvoertuigen op twee of drie wielen(97/24/EG: Hoofdstuk 8, EMC)
Place of issue: Shizuoka, Japan
Plaats van afgifte: Shizuoka, Japan
Date of issue: 1 Aug. 2002
Datum van afgifte: 1 augustus 2002
Revision record
No.
Contents
To change contact person and integrate type-designation.
1
Version up the norm of EN60950 to EN60950-1
2
To change company name
3
General manager of quality assurance div.
Date
9 Jun. 2005
27 Feb. 2006
1 Mar. 2007
Overzicht van wijzigingen
Nr.
Inhoud
Om contactpersoon te wijzigen en typeaanduiding te integreren.
1
Overgang van norm EN60950 naar EN60950-1
2
Om bedrijfsnaam te wijzigen
3
Algemeen directeur afdeling kwaliteitsbeheer
Datum
9 juni 2005
27 februari 2006
1 maart 2007
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 3
INLEIDING
DAU10113
Welkom in de wereld van MBK!
Als eigenaar van de YP125R profiteert u van de enorme ervaring en technische kennis van MBK op het gebied van het ontwerpen
en fabriceren van hoogwaardige producten, waarmee MBK zijn reputatie van betrouwbaarheid heeft verworven.
Neem rustig de tijd om deze handleiding aandachtig door te lezen, zodat u plezier zult hebben van alle functies van uw YP125R De
Gebruikershandleiding geeft instructies voor de bediening, inspectie en het onderhoud van de scooter, en beschrijft hoe u uzelf en
anderen kunt beschermen tegen persoonlijk letsel of schade.
De vele tips in deze handleiding helpen u bovendien om uw scooter in optimale conditie te houden. Als er ten slotte toch nog vragen zijn, aarzel dan niet en neem contact op met de MBK dealer.
Het MBK team wenst u veilig en plezierig rijden toe. En vergeet niet, veiligheid voor alles!
MBK werkt voortdurend aan verbeteringen ten aanzien van productontwerp en kwaliteit. Om deze reden kan er soms sprake zijn van
kleine verschillen tussen uw scooter en de beschrijving ervan in deze handleiding, ook al bevat de handleiding de meest recente productinformatie ten tijde van publicatie. Als u vragen hebt over deze handleiding, neem dan contact op met uw MBK dealer.
DWA12411
WAARSCHUWING
Lees deze handleiding aandachtig helemaal door voordat u deze scooter gaat gebruiken.
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 4
BELANGRIJKE INFORMATIE IN DE HANDLEIDING
DAU10132
Bijzonder belangrijke informatie is in deze handleiding gemarkeerd met de volgende aanduidingen:
Dit is het Safety Alert-symbool. Het wordt gebruikt om u te waarschuwen voor risico’s op
persoonlijk letsel. Volg alle veiligheidsaanwijzingen bij dit symbool op om mogelijk letsel
of overlijden te voorkomen.
WAARSCHUWING
Een WAARSCHUWING duidt een gevaarlijke situatie aan die, indien niet vermeden, kan
resulteren in ernstig letsel of overlijden.
LET OP
De aanduiding LET OP staat bij speciale voorzorgen die moeten worden genomen om
schade aan de machine of andere eigendommen te voorkomen.
OPMERKING
De aanduiding OPMERKING staat bij belangrijke informatie die procedures kan vergemakkelijken of verhelderen.
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 5
BELANGRIJKE INFORMATIE IN DE HANDLEIDING
DAUS1740
YP125R
HANDLEIDING
©2009 door YAMAHA MOTOR ESPAÑA S.A.
1e uitgave, Augustus 2009
Alle rechten voorbehouden.
Elke vorm van herdruk of onbevoegd gebruik
zonder schriftelijke toestemming van
YAMAHA MOTOR ESPAÑA S.A.
is uitdrukkelijk verboden.
Gedrukt in Nederland.
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 6
INHOUDSOPGAVE
VEILIGHEIDSINFORMATIE ................1-1
Andere aandachtspunten voor
veilig rijden ....................................1-4
BESCHRIJVING ..................................2-1
Aanzicht linkerzijde ...........................2-1
Aanzicht rechterzijde ........................2-2
Bedieningen en instrumenten...........2-3
FUNCTIES VAN INSTRUMENTEN
EN BEDIENINGEN ..............................3-1
Startblokkeersysteem .......................3-1
Contactslot/stuurslot ........................3-2
Controle- en
waarschuwingslampjes .................3-4
Controlelampjes richtingaanwijzers ...3-4
Controlelampje grootlicht ................3-4
Waarschuwingslampje
motorstoring .................................3-4
Controlelampje startblokkering.........3-4
Snelheidsmeter .................................3-5
Toerenteller .......................................3-5
Multifunctioneel display ....................3-6
Stuurschakelaars ............................3-11
Lichtsignaalschakelaar ..................3-11
Dimlichtschakelaar ........................3-11
Richtingaanwijzerschakelaar .........3-11
Claxonschakelaar ..........................3-11
Startknop .......................................3-11
Schakelaar alarmverlichting ...........3-11
Voorremhendel................................3-12
Achterremhendel ............................3-12
Tankdop ..........................................3-12
Brandstof ........................................3-13
Uitlaatkatalysatoren ........................3-14
Bevestigingssteun ..........................3-15
Zadel ...............................................3-15
Opbergcompartimenten..................3-16
Afstellen van de
schokdemperunits.......................3-18
Zijstandaard ....................................3-18
Startspersysteem............................3-19
VOOR UW VEILIGHEID – CONTROLES
VOOR HET RIJDEN ............................4-1
GEBRUIK EN BELANGRIJKE RIJINFORMATIE .......................................5-1
Starten van de motor........................5-1
Wegrijden ..........................................5-2
Sneller en langzamer rijden ..............5-2
Remmen ...........................................5-3
Tips voor een zuinig
brandstofverbruik ..........................5-3
Inrijperiode ........................................5-4
Parkeren............................................5-4
PERIODIEK ONDERHOUD EN
AFSTELLINGEN ..................................6-1
Boordgereedschapsset.....................6-1
Periodiek onderhoudsschema voor
het uitstootcontrolesysteem..........6-3
Algemeen smeer- en
onderhoudsschema.......................6-4
Verwijderen en aanbrengen van de
stroomlijn- en framepanelen .........6-8
Bougie controleren ...........................6-9
Motorolie.........................................6-10
Eindoverbrengingsolie ....................6-13
Koelvloeistof ...................................6-14
Luchtfilter en luchtfilterelementen
in v-snaarbehuizing reinigen .......6-16
Controleren van de vrije slag
gaskabel ......................................6-17
Klepspeling .....................................6-17
Banden ...........................................6-18
Gietwielen .......................................6-19
Vrije slag van voor- en
achterremhendel controleren ......6-20
Controleren van voor- en
achterremblokken........................6-20
Controleren van
remvloeistofniveau ......................6-21
Remvloeistof verversen ..................6-22
Controleren en smeren van
gasgreep en gaskabel .................6-22
Smeren van voor- en
achterremhendels........................6-23
Middenbok en zijstandaard
controleren en smeren ................6-23
Voorvork controleren ......................6-24
Stuursysteem controleren...............6-25
Controleren van wiellagers .............6-25
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 7
INHOUDSOPGAVE
Accu................................................6-25
Zekeringen vervangen ....................6-27
Koplampgloeilamp vervangen ........6-28
Gloeilamp in voorste richtingaanwijzer
vervangen ....................................6-28
Vervangen van een gloeilamp in
achterlicht/remlicht of van een
gloeilamp in achterste
richtingaanwijzer..........................6-28
Gloeilamp in kentekenverlichting
vervangen ....................................6-29
Parkeerlichtgloeilamp vervangen....6-30
Problemen oplossen .......................6-30
Storingzoekschema’s......................6-31
VERZORGING EN STALLING VAN
DE SCOOTER .....................................7-1
Matkleur, let op .................................7-1
Verzorging .........................................7-1
Stalling ..............................................7-3
SPECIFICATIES...................................8-1
GEBRUIKERSINFORMATIE ...............9-1
Identificatienummers ........................9-1
Sleutelnummer..................................9-1
Voertuigidentificatienummer .............9-1
Modelinformatiesticker .....................9-2
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 8
VEILIGHEIDSINFORMATIE
DAU10263
1
Wees een verantwoordelijke eigenaar
Als eigenaar van de machine bent u
verantwoordelijk voor de veilige en juiste
bediening ervan.
Scooters zijn tweewielige voertuigen.
Voor een veilig gebruik zijn de toepassing
van de juiste rijtechnieken en de ervaring
van de bestuurder van belang. Elke bestuurder moet bekend zijn met de volgende
vereisten alvorens met deze scooter te
gaan rijden.
Hij of zij moet:
G Door een competente informatiebron
grondig zijn ingelicht over alle aspecten van scooterrijden.
G Zich houden aan de waarschuwingen en onderhoudseisen zoals vermeld in deze Gebruikershandleiding.
G Grondig getraind zijn in veilige en
correcte rijtechnieken.
G Gebruikmaken van professionele
technische service, zoals aangegeven in deze Gebruikershandleiding
en/of wanneer de mechanische condities dit vereisen.
Veilig rijden
Voer vóór elke rit de controles voor het rijden uit om u ervan te verzekeren dat de
machine in veilige staat verkeert. Onvol-
doende inspectie of onderhoud van de
machine vergroot het risico op ongeval of
schade. Zie pagina 4-1 voor een lijst met
controles voor het rijden.
G Deze scooter is gebouwd voor het
vervoer van de bestuurder plus een
passagier.
G Het niet opmerken en herkennen van
scooters door andere weggebruikers
vormt de belangrijkste oorzaak van
auto-/scooterongevallen. Vaak worden ongevallen veroorzaakt doordat
een autobestuurder de scooter niet
heeft gezien. Zorg dat u opvalt, dat
blijkt het meest effectief om het risico
op een dergelijk type ongeval te verminderen.
Dus:
• Draag een jack in felle kleuren.
• Wees extra voorzichtig bij het
naderen en passeren van kruisingen, daar doen ongelukken met
scooters zich namelijk het meest
voor.
• Ga daar rijden waar andere weggebruikers u kunnen zien. Ga niet
rijden in de dode zichthoek van
een andere weggebruiker.
G Bij veel ongevallen zijn onervaren
bestuurders betrokken. Vaak waren
bij een ongeval betrokken bestuur1-1
ders zelfs niet in het bezit van een
geldig rijbewijs.
• Zorg dat u bekwaam bent om te
rijden en leen uw scooter alleen uit
aan ervaren scooterrijders.
• Weet wat u wel en niet aankunt.
Door rekening te houden met uw
beperkingen helpt u ongelukken
voorkomen.
• We raden aan om het scooterrijden te oefenen op plekken waar
geen verkeer is, totdat u grondig
bekend bent met de scooter en
zijn bediening.
G Ongelukken worden vaak veroorzaakt door een fout van de scooterbestuurder. Veel bestuurders houden bij
het ingaan van een bocht een te
hoge rijsnelheid aan of gaan onvoldoende schuinliggen voor de rijsnelheid, waardoor ze wijd uit de bocht
komen.
• Neem altijd de maximumsnelheid
in acht en rijd nooit sneller dan de
wegcondities en het verkeer toestaan.
• Geef altijd richting aan voordat u
afslaat of van rijstrook wisselt.
Zorg dat andere weggebruikers u
kunnen zien.
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 9
VEILIGHEIDSINFORMATIE
G De zithouding van de bestuurder en
de passagier is belangrijk voor een
goede besturing.
• De bestuurder moet tijdens het rijden beide handen aan het stuur
houden en beide voeten op de
bestuurdersvoetsteunen, om zo
de macht over het stuur te behouden.
• De passagier hoort steeds de bestuurder, de zadelband of de handgreep, indien aanwezig, met beide
handen vast te houden en beide
voeten op de passagiersvoetsteunen te houden. Neem nooit een
passagier mee die niet in staat is
om beide voeten stevig op de passagiersvoetsteunen te zetten.
G Rijd nooit onder invloed van alcohol
of andere drugs.
G Deze scooter is uitsluitend ontworpen voor gebruik op verharde wegen.
De machine is niet bedoeld voor offroadgebruik.
Beschermende kleding
Scooterongelukken met dodelijke afloop
betreffen meestal hoofdletsel. Het dragen
van een helm is de belangrijkste factor bij
het voorkomen of reduceren van hoofdletsel.
G Draag altijd een goedgekeurde helm.
G Draag ook een vizier of een veilig-
G
G
G
G
heidsbril. Zonder oogbescherming
kan uw zicht door de rijwind verslechteren, waardoor u gevaren
mogelijk te laat opmerkt.
Door een jack, stevige schoenen,
een lange broek, handschoenen e.d.
te dragen verkleint u de kans op
schaafwonden of ontvellingen.
Draag nooit loszittende kleding, deze
kan blijven haken aan schakelhandgrepen of door de wielen worden
gegrepen en zo een ongeval of letsel
veroorzaken.
Draag altijd beschermende kleding
die uw benen, enkels en voeten
bedekt. De motor en het uitlaatsysteem kunnen tijdens en na het rijden
zeer heet zijn en brandwonden veroorzaken.
De hierboven vermelde voorzorgsmaatregelen gelden ook voor passagiers.
Voorkom koolmonoxidevergiftiging
De uitlaatgassen van verbrandingsmotoren bevatten koolmonoxide, een dodelijk
gas. Inademing van koolmonoxide kan
hoofdpijn, duizeligheid, sufheid, misselijkheid, verwarring en uiteindelijk de dood
1-2
veroorzaken.
Koolmonoxide is een kleurloos, reukloos,
smaakloos gas dat ook aanwezig kan zijn
als u geen uitlaatgassen ziet of ruikt. Het
koolmonoxideniveau kan zeer snel oplopen, waardoor u het bewustzijn kunt verliezen en uzelf niet meer kunt redden. In
afgesloten of slecht geventileerde ruimtes
kunnen dodelijke hoeveelheden koolmonoxide dagenlang blijven hangen. Als u
symptomen van koolmonoxidevergiftiging
ervaart, verlaat de ruimte dan onmiddellijk, ga naar de open lucht en ROEP
MEDISCHE HULP IN.
G Laat de motor niet binnen draaien.
Zelfs als u ventileert met ventilatoren
of open ramen en deuren kan de
hoeveelheid koolmonoxide snel
oplopen tot gevaarlijke niveaus.
G Laat de motor niet draaien in slecht
geventileerde of deels afgesloten
ruimtes zoals schuren of garages.
• Laat de motor niet buiten draaien
op plaatsen waar de uitlaatgassen
in een gebouw kunnen worden
getrokken via openingen zoals
ramen en deuren.
Beladen
Het monteren van accessoires of het vervoer van bagage kan een negatief effect
1
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 10
VEILIGHEIDSINFORMATIE
1
hebben op de rijstabiliteit en het weggedrag als hierdoor de gewichtsverdeling
van de scooter verandert. Wees uiterst
voorzichtig bij het monteren van accessoires of het beladen van uw scooter, om zo
mogelijke ongevallen te vermijden. Pas
extra op wanneer u op een scooter rijdt
die beladen is of waaraan accessoires zijn
gemonteerd. Hieronder volgen naast de
informatie over accessoires enkele richtlijnen voor het beladen van uw scooter:
Het totale gewicht van de bestuurder,
passagier, accessoires en bagage mag de
maximale gewichtslimiet niet overschrijden. Rijden met een te zwaar belaste
machine kan leiden tot een ongeval.
Maximale belasting:
186 kg (410 lb)
Let op het volgende wanneer u tot deze
gewichtslimiet belaadt:
G Het zwaartepunt van bagage en
accessoires moet zo laag en zo dicht
mogelijk bij de scooter liggen.
Bevestig zware goederen zo dicht
mogelijk bij het midden van de
machine en verdeel het gewicht zo
gelijkmatig mogelijk over beide zijden om onbalans of instabiliteit te
minimaliseren.
G Als gewicht gaat schuiven kan zich
een plotselinge onbalans voordoen.
Controleer voordat u gaat rijden of
accessoires en bagage stevig aan de
scooter zijn bevestigd. Controleer de
bevestigingspunten voor accessoires
en bagage regelmatig.
• Pas de vering aan de te vervoeren
bagage aan (alleen voor modellen
met instelbare vering) en controleer de toestand en spanning van
uw banden.
• Bevestig nooit omvangrijke of
zware goederen aan het stuur, de
voorvork of het voorwielspatbord.
Dergelijke items kunnen een instabiel weggedrag of een te trage
reactie op het stuur veroorzaken.
G Deze machine is niet ontworpen
voor het trekken van een aanhanger of bevestiging van een zijspan.
Originele MBK accessoires
De keuze van accessoires voor uw machine vormt een belangrijke beslissing. Originele MBK accessoires, die alleen verkrijgbaar zijn bij de MBK dealer, zijn door MBK
ontwikkeld, getest en goedgekeurd voor
gebruik op uw machine.
Veel bedrijven die niet zijn gelieerd aan
MBK produceren onderdelen en acces1-3
soires of bieden aanpassingssets voor
MBK voertuigen. MBK kan niet alle producten testen die deze bedrijven produceren. Om die reden kan MBK accessoires die niet door MBK zijn verkocht of
wijzigingen die niet door zijn MBK zijn
aangeraden niet goedkeuren of aanbevelen, zelfs niet als deze zijn verkocht en
geïnstalleerd door een MBK dealer.
In de handel verkrijgbare onderdelen,
accessoires en aanpassingssets
Hoewel er producten verkrijgbaar zijn die
qua ontwerp en kwaliteit sterk lijken op
originele MBK accessoires, dient u te
beseffen dat sommige in de handel verkrijgbare accessoires of aanpassingssets
niet geschikt zijn vanwege mogelijke veiligheidsrisico’s voor uzelf of anderen. Het
monteren van in de handel verkrijgbare
producten of het verrichten van aanpassingen die de ontwerp- of bedieningskenmerken van uw machine wijzigen kan het
risico op ernstig letsel of overlijden van
uzelf of anderen vergroten. U bent verantwoordelijk voor letsel dat voortvloeit uit
wijzigingen aan de machine.
Volg bij de montage van accessoires de
onderstaande richtlijnen en die vermeld
onder het kopje “Beladen”.
G Monteer nooit accessoires en vervo-
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 11
VEILIGHEIDSINFORMATIE
er nooit bagage als deze een nadelige invloed hebben op de prestaties
van uw scooter. Inspecteer het
accessoire zorgvuldig alvorens het te
gebruiken om te waarborgen dat het
de grondspeling of de hellinghoek op
geen enkele manier vermindert, de
veerweg, de stuuruitslag of de bediening niet beperkt en geen lampen of
reflectors afdekt.
• Accessoires die aan of nabij het
stuur of de voorvork zijn gemonteerd zullen mogelijk instabiliteit
veroorzaken door een foutieve
gewichtsverdeling of door aerodynamische effecten. Accessoires
aan het stuur of nabij de voorvork
moeten zo licht mogelijk zijn en tot
een minimum worden beperkt.
• Omvangrijke accessoires kunnen
door hun aerodynamisch effect
van invloed zijn op de rijstabiliteit
van de scooter. De scooter kan
door rijwind worden opgetild of bij
zijwind instabiel worden. Zulke
accessoires kunnen ook instabiliteit veroorzaken terwijl u grote
voertuigen inhaalt of door deze
wordt ingehaald.
• Sommige accessoires dwingen de
bestuurder om een andere dan de
normale zitpositie in te nemen.
Zo’n verkeerde zitpositie beperkt
de bewegingsvrijheid van de bestuurder en kan een comfortabele
bediening hinderen, zodat we dergelijke accessoires sterk afraden.
G Wees voorzichtig bij het aanbrengen
van elektrische accessoires. Als
elektrische accessoires de capaciteit
van het elektrisch systeem van de
scooter te boven gaan, kan zich een
gevaarlijke elektrische storing voordoen waardoor de verlichting of de
motor uitvalt.
DAU10372
Andere aandachtspunten voor
veilig rijden
G Geef duidelijk richting aan wanneer u
G
G
G
In de handel verkrijgbare banden en
velgen
De banden en velgen die bij uw scooter
werden geleverd zijn ontworpen om de
mogelijkheden van de machine te ondersteunen en bieden de beste combinatie
van rijprestaties, remvermogen en comfort. Andere banden, velgen, maten of
combinaties zijn mogelijk niet geschikt.
Zie pagina 6-18 voor bandenspecificaties
en meer informatie over het vervangen
van uw banden.
1-4
G
een bocht neemt.
Op een nat wegdek kan remmen
uiterst lastig zijn. Vermijd te hard
remmen, de scooter zou kunnen slippen. Bedien de remmen rustig wanneer u op een nat wegdek wilt stoppen.
Minder snelheid bij het naderen van
een bocht of een afslag. Trek langzaam op nadat u de bocht hebt genomen.
Wees voorzichtig bij het passeren
van geparkeerde auto’s. Een bestuurder merkt u mogelijk niet op en
kan het portier openslaan in uw rijrichting.
Spoorwegovergangen,
tramrails,
ijzeren platen gebruikt in de wegenbouw en putdeksels worden in natte
toestand zeer glad. Minder snelheid
en passeer ze voorzichtig. Houd de
scooter recht, anders kan hij gaan
schuiven.
1
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 12
VEILIGHEIDSINFORMATIE
G De remvoeringen kunnen nat worden
1
bij het wassen van de scooter. Controleer de remmen na het wassen
van de scooter, voordat u gaat rijden.
G Draag steeds een helm, handschoenen, een lange broek (taps toelopend
bij de enkel/omslag, om flapperen te
voorkomen), en een felgekleurd jack.
G Vervoer op uw scooter niet te veel
bagage. Een overbeladen scooter is
onstabiel. Gebruik degelijke snelbinders om bagage aan de bagagedrager vast te binden (indien het voertuig
is
voorzien
van
een
bagagedrager). Losse bagage beïnvloedt de stabiliteit van de scooter en
kan uw aandacht afleiden van het
verkeer. (Zie pagina 1-1).
1-5
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 13
BESCHRIJVING
DAU10410
Aanzicht linkerzijde
2
1. Koplamp (pagina 6-28)
2. Tankdop (pagina 3-12)
3. Boordgereedschapsset (pagina 6-2)
4. Luchtfilterelement in V-snaarbehuizing (pagina 6-16)
5. Achterste opbergcompartiment (pagina 3-16)
6. Luchtfilterelement (pagina 6-16)
7. Stelring voor veervoorspanning schokdemperunit (pagina 3-18)
8. Olieaftapplug (pagina 6-10)
9. Middenbok (pagina 6-23)
10. Zijstandaard (pagina 3-18)
2-1
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 14
BESCHRIJVING
DAU10420
Aanzicht rechterzijde
2
1. Handgreep (pagina 5-2)
2. Zadel (pagina 3-15)
3. Dop koelvloeistofreservoir (pagina 6-14)
4. Accu (pagina 6-25)
5. Zekeringen (pagina 6-27)
6. Voorremblokken (pagina 6-20)
7. Kijkglas koelvloeistofniveau (pagina 6-14)
8. Motoroliepeilstok (pagina 6-10)
9. Achterremblokken (pagina 6-20)
10. Stelring voor veervoorspanning schokdemperunit (pagina 3-18)
2-2
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 15
BESCHRIJVING
DAU10430
Bedieningen en instrumenten
2
1. Achterremhendel (pagina 3-12)
2. Schakelaargroep linkerstuurzijde (pagina 3-11)
3. Snelheidsmeter (pagina 3-5)
4. Multifunctioneel display (pagina 3-6)
5. Toerenteller (pagina 3-5)
6. Schakelaargroep rechterstuurzijde (pagina 3-11)
7. Voorremhendel (pagina 3-12)
8. Gasgreep (pagina 6-17)
9. Contactslot/stuurslot (pagina 3-2)
10. Voorste opbergcompartiment (pagina 3-16)
2-3
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 16
FUNCTIES VAN INSTRUMENTEN EN BEDIENINGEN
DAU10976
Startblokkeersysteem
1
3
2
ZAUM0695
De sleutel met het rode bovendeel wordt
gebruikt om de twee standaardsleutels te
coderen. Het wijzigen van de codes is een
ingewikkelde procedure. Breng het voertuig daarom met alle drie sleutels naar een
MBK dealer om deze opnieuw te laten
coderen. Gebruik de sleutel met het rode
bovendeel niet om met het voertuig te rijden. Deze sleutel dient uitsluitend te worden gebruikt voor het opnieuw coderen
van de standaardsleutels. Gebruik altijd
een standaardsleutel om met het voertuig
te rijden.
1. Codeersleutel (rood bovendeel)
2. Standaardsleutels (zwart bovendeel)
Dit voertuig is voorzien van een startblokkeersysteem waarmee diefstal kan worden bemoeilijkt door de codering van de
standaardsleutels te wijzigen. Het systeem bestaat uit de volgende onderdelen:
G een codeersleutel (met een rood
bovendeel)
G twee standaardsleutels (met een
zwart bovendeel) die opnieuw kunnen worden gecodeerd
G een transponder (die is geïntegreerd
in de codeersleutel)
G een startblokkeereenheid
G een ECU
G een controlelampje van het startblokkeersysteem (Zie pagina 3-4).
G
G
G
G
DCA11821
LET OP
G ZORG DAT U DE CODEERSLEU-
TEL NIET VERLIEST! NEEM
DIRECT CONTACT OP MET UW
DEALER ALS U HEM VERLOREN
HEBT! Als de codeersleutel verloren is, kunnen de standaardsleutels niet opnieuw gecodeerd
worden. U kunt het voertuig dan
nog steeds starten met de standaardsleutels, maar als ze
opnieuw gecodeerd moeten worden (d.w.z. als er een nieuwe
standaardsleutel is gemaakt of
als alle sleutels verloren zijn),
dient het gehele startblokke3-1
G
G
G
G
G
ersysteem vervangen te worden.
Daarom wordt u sterk aangeraden een van de standaardsleutels te gebruiken en de codeersleutel op een veilige plek te
bewaren.
Dompel de sleutels nooit in
water.
Stel de sleutels nooit bloot aan
extreem hoge temperaturen.
Leg de sleutels nooit vlakbij
magnetische voorwerpen (zoals
bijvoorbeeld speakers enz.).
Plaats nooit voorwerpen die
elektrische signalen uitzenden
vlakbij de sleutels.
Plaats nooit zware voorwerpen
op de sleutels.
U mag de sleutels nooit slijpen of
de vorm ervan wijzigen.
U mag het plastic gedeelte van
de sleutels nooit demonteren.
Hang nooit twee sleutels van
een startblokkeersysteem aan
dezelfde sleutelring.
Bewaar de standaardsleutels en
ook de sleutels van andere startblokkeersystemen altijd op een
andere plek dan de codeersleutel
van het voertuig.
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 17
FUNCTIES VAN INSTRUMENTEN EN BEDIENINGEN
G Houd sleutels van andere start-
blokkeersystemen altijd uit de
buurt van het contactslot, want
anders kunnen ze signaalstoring
veroorzaken.
DAU10472
Contactslot/stuurslot
Via het contactslot/stuurslot worden het
ontstekingssysteem en de verlichtingssystemen bediend en wordt het stuur
vergrendeld. De diverse standen worden
hierna beschreven.
OPMERKING
Gebruik de standaardsleutel (zwarte greep) voor regelmatig gebruik van de machine. Bewaar de codeersleutel (rode greep)
op een veilige plaats en gebruik deze uitsluitend voor hercodering om het risico op
verlies te minimaliseren.
3-2
DAU34121
ON
Alle elektrische circuits worden voorzien
van stroom; de instrumentenverlichting,
het achterlicht, de kentekenverlichting en
de parkeerlichten gaan branden en de
motor kan worden gestart. De sleutel kan
niet worden uitgenomen.
OPMERKING
De koplampen gaan automatisch branden
wanneer de motor wordt gestart en blijven
aan totdat de sleutel naar “OFF” wordt
gedraaid of de zijstandaard omlaag wordt
bewogen.
DAU10661
OFF
Alle elektrische systemen zijn uitgeschakeld. De sleutel kan worden uitgenomen.
DWA10061
WAARSCHUWING
Draai nooit de sleutel naar “OFF” of
“LOCK” terwijl de machine rijdt. Hierdoor worden de elektrische systemen
uitgeschakeld, wat mogelijk kan leiden
tot verlies van de controle of een ongeval.
3
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 18
FUNCTIES VAN INSTRUMENTEN EN BEDIENINGEN
DAU10683
Om het stuur te ontgrendelen
LOCK
Het stuur is vergrendeld en alle elektrische
systemen zijn uitgeschakeld. De sleutel
kan worden uitgenomen.
DAU10941
(Parkeren)
Het stuur is vergrendeld en het achterlicht,
de kentekenverlichting en het parkeerlicht
branden. De alarmverlichting en richtingaanwijzers kunnen worden ingeschakeld,
maar alle andere elektrische systemen zijn
uit. De sleutel kan worden uitgenomen.
Het stuur moet zijn vergrendeld om de
sleutel naar “
” te kunnen draaien.
Om het stuur te vergrendelen
3
DCA11020
1. Drukken
2. Draaien
LET OP
Druk de sleutel in en draai deze dan naar
“OFF”. Houd de sleutel hierbij ingedrukt.
1. Drukken
2. Draaien
1. Draai het stuur helemaal naar links.
2. Druk de sleutel in de “OFF”-stand in
en draai deze dan naar “LOCK”.
Houd de sleutel hierbij ingedrukt.
3. Neem de sleutel uit.
3-3
Gebruik de parkeerstand niet gedurende langere tijd, anders kan de accu
ontladen raken.
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 19
FUNCTIES VAN INSTRUMENTEN EN BEDIENINGEN
DAU11004
Controle- en
waarschuwingslampjes
1
2
3
1. Controlelampjes richtingaanwijzers “
en “
”
2. Controlelampje grootlicht “
”
3. Controlelampje startblokkering
4. Waarschuwingslampje motorstoring “
4
”
”
DAU11030
Controlelampjes richtingaanwijzers
“
” en “
”
Het bijbehorende controlelampje knippert
terwijl de schakelaar voor richtingaanwijzers naar de linker- of rechterstand is
gedrukt.
DAU11080
Controlelampje grootlicht “
”
Dit controlelampje brandt terwijl de
koplamp is ingeschakeld voor grootlicht.
DAU43023
Waarschuwingslampje motorstoring
“
”
Dit waarschuwingslampje gaat branden
wanneer een elektrisch systeem dat de
motorwerking controleert, defect is. Vraag
in dat geval een MBK dealer het zelfdiagnosesysteem te controleren.
Het elektrisch circuit voor het waarschuwingslampje controleert u door de sleutel
naar “ON” te draaien. Het waarschuwingslampje moet enkele seconden
oplichten en dan uitgaan.
Licht het waarschuwingslampje niet meteen op wanneer u de sleutel naar “ON” draait of blijft het lampje branden, laat het
elektrisch circuit dan door een MBK dealer controleren.
OPMERKING
Dit waarschuwingslampje gaat branden
als de sleutel naar “ON” wordt gedraaid
en de startknop wordt ingedrukt. Dit wijst
echter niet op een storing.
DAU38623
Controlelampje startblokkering
Het elektrisch circuit voor het controlelampje kan worden gecontroleerd door de
sleutel naar “ON” te draaien. Het controlelampje moet enkele seconden oplichten
en dan uitgaan.
3-4
Licht het controlelampje niet meteen op
wanneer u de sleutel naar “ON” draait of
blijft het lampje branden, laat het elektrisch circuit dan door een MBK dealer
controleren.
Als de sleutel naar “OFF” wordt gedraaid,
begint het controlelampje na 30 seconden
te knipperen om aan te geven dat het
startblokkeersysteem is ingeschakeld.
Het controlelampje stopt na 24 uur met
knipperen, maar het startblokkeersysteem
blijft ingeschakeld.
Dit model is ook uitgerust met een zelfdiagnosesysteem voor het startblokkeersysteem. (Zie pagina 3-6 voor uitleg
over de werking van het zelfdiagnosesysteem.)
3
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 20
FUNCTIES VAN INSTRUMENTEN EN BEDIENINGEN
DAUS1860
Snelheidsmeter
1
Wanneer de sleutel naar “ON” wordt
gedraaid, slaat de naald van de snelheidsmeter eenmaal helemaal uit tot aan de
hoogste snelheid en keert daarna weer
terug naar nul om het elektrische circuit te
testen.
DAU11872
Toerenteller
1
2
3
1. Snelheidsmeter
1. Toerenteller
2. Rode zone toerenteller
ALLEEN VOOR GROOT-BRITTANNIË
Met de elektrische toerenteller kan de
motorrijder het motortoerental controleren
en dit binnen het ideale bereik houden.
Als de sleutel naar “ON” wordt gedraaid,
slaat de naald van de toerenteller eenmaal helemaal uit tot aan het hoogste aantal
toeren per minuut en keert daarna weer
terug naar nul tpm om het elektrische circuit te testen.
1
DCA10031
LET OP
Laat de motor niet draaien terwijl de
toerenteller in de rode zone wijst.
Rode zone: 8250 tpm en hoger
1. Snelheidsmeter
De snelheidsmeter toont de actuele rijsnelheid.
3-5
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 21
FUNCTIES VAN INSTRUMENTEN EN BEDIENINGEN
DAUS1681
Multifunctioneel display
DWA12312
1
3
2
4
ve
WAARSCHUWING
G een indicator olieverversing
G een indicator V-snaarvervanging
Zet de machine stil voordat u wijzigingen aanbrengt in de instellingen van
het multifunctionele display. Het aanbrengen van wijzigingen tijdens het rijden kan u afleiden en vergroot het risico op een ongeval.
1
2
3
4
5
6
1. Klok/omgevingstemperatuurdisplay
2. Temperatuurmeter koelvloeistof
3. Brandstofniveaumeter
4. Kilometerteller/ritteller brandstofreserve
5. “SELECT”-toets
6. “RESET”-toets
G een klok
G een omgevingstemperatuurweerga-
1. Indicator V-snaarvervanging “V-BELT”
2. Waarschuwingsindicator brandstofniveau
“ ”
3. Waarschuwingsindicator koelvloeistoftemperatuur “ ”
4. Indicator olieverversing “OIL”
Het multifunctionele display toont de volgende voorzieningen:
G een brandstofniveaumeter
G een temperatuurmeter koelvloeistof
G een kilometerteller
G twee rittellers (die de afgelegde afstand aangeven sinds de tellers het
laatst werden teruggesteld op nul)
G een ritteller voor brandstofreserve
(die de afgelegde afstand weergeeft
vanaf het moment dat het onderste
segment van de brandstofniveaumeter en de waarschuwingsindicator
brandstofniveau gaan knipperen)
G een voorziening voor zelfdiagnose
3-6
OPMERKING
G Vergeet niet de sleutel naar “ON” te
draaien voordat u de “SELECT”- en
“RESET”-toets gebruikt.
G Als de sleutel naar “ON” wordt
gedraaid, verschijnen alle segmenten
op het multifunctionele display en
verdwijnen dan weer om het elektrisch circuit te testen.
Kilometerteller- en rittellermodus
Door indrukken van de “SELECT”-toets
wisselt de weergave tussen de kilometertellermodus “Odo” en de rittellermodi
“Trip”, in de onderstaande volgorde:
Odo/Trip (boven) 씮 Trip (beneden)/Trip
(boven) 씮 Odo/Trip (boven)
3
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 22
FUNCTIES VAN INSTRUMENTEN EN BEDIENINGEN
lang ingedrukt. Wanneer u de brandstofreserve-ritteller niet zelf met de hand op
nul terugstelt, wordt deze automatisch
teruggesteld zodra na het tanken 5 km (3
mi) is gereden en verschijnt de vorige
weergavemodus weer.
3
OPMERKING
Het display kan niet worden teruggesteld
naar “Trip F” nadat de “RESET”-toets is
ingedrukt.
1
1. Ritteller brandstofreserve
Als er ongeveer 1,7 L (0,45 US gal, 0,37
Imp.gal) brandstof in de tank over is,
beginnen het onderste segment van de
brandstofniveaumeter en de waarschuwingsindicator brandstofniveau te knipperen. De displayweergave wisselt automatisch naar de brandstofreserve-ritteller
“Trip F”, waarop de afgelegde afstand
vanaf dat punt wordt aangegeven. In dat
geval wordt door het indrukken van de
“SELECT”-toets in de onderstaande volgorde gewisseld tussen de diverse weergaven van rittellers en kilometerteller:
Trip F/Trip (boven) 씮 Trip (beneden)/Trip
(boven) 씮 Odo/Trip (boven) 씮 Trip F/Trip
(boven)
Om een ritteller op nul terug te stellen,
selecteert u deze door de toets “SELECT”
ingedrukt te houden totdat “Trip” of “Trip
F” begint te knipperen (“Trip” of “Trip F”
knippert slechts vijf seconden). Terwijl
“Trip” of “Trip F” knippert, houdt u de
toets “RESET” minstens één seconde
3-7
Brandstofniveaumeter
Als de contactsleutel op “ON” staat,
geeft de brandstofniveaumeter de hoeveelheid brandstof in de brandstoftank
aan. De displaysegmenten van de
brandstofniveaumeter verdwijnen richting “E” (leeg) naarmate het brandstofniveau verder daalt. Wanneer het brandstofniveau het onderste segment vlakbij
“E” bereikt, gaan de waarschuwingsindicator brandstofniveau en het onderste
segment knipperen. Vul zo snel mogelijk
brandstof bij.
Temperatuurmeter koelvloeistof
Met de contactsleutel in de stand “ON”
geeft de temperatuurmeter voor koelvloeistof de temperatuur van de koelvloeistof
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 23
FUNCTIES VAN INSTRUMENTEN EN BEDIENINGEN
aan. De koelvloeistoftemperatuur is
afhankelijk van de weersomstandigheden
en de motorbelasting. Als het bovenste
segment en de waarschuwingsindicator
voor koelvloeistoftemperatuur knipperen,
stop de machine dan en laat de motor
afkoelen. (Zie pagina 6-30).
DCA10021
LET OP
Laat de motor niet draaien terwijl deze
oververhit is.
Indicator olieverversing “OIL”
Deze indicator knippert zodra de eerste
1000 km (600 mi) zijn afgelegd en na 6000
km (3500 mi). Vervolgens gaat de indicator om de 6000 km (3500 mi) knipperen,
om zo aan te geven dat het tijd is om de
motorolie te verversen.
Nadat de motorolie is ververst moet de
indicator olieverversing worden teruggesteld. (Zie pagina 6-10).
Als de motorolie werd ververst voordat
de indicator olieverversing brandde (dus
voordat de intervalperiode voor olieverversing was verstreken), moet de indicator na de olieverversing worden teruggesteld zodat het eerstvolgende tijdstip
voor olieverversing weer correct wordt
aangegeven. (Zie pagina 6-10).
Het elektrisch circuit van de indicator kan
via de volgende procedure worden
getest.
1. Draai de sleutel naar “ON”.
2. Kijk of de indicator een paar seconden oplicht en dan dooft.
3. Als de indicator niet gaat branden,
vraag dan een MBK dealer het elektrisch circuit te testen.
Indicator V-snaarvervanging “V-BELT”
Deze indicator knippert om de 18000 km
(10500 mi), wanneer de V-snaar moet
worden vervangen.
Het elektrisch circuit van de indicator kan
via de volgende procedure worden getest.
1. Draai de sleutel naar “ON”.
3-8
2. Kijk of de indicator een paar seconden oplicht en dan dooft.
3. Als de indicator niet gaat branden,
vraag dan een MBK dealer het elektrisch circuit te testen.
Zelfdiagnosesysteem
Dit model is uitgerust met een zelfdiagnosesysteem voor diverse elektrische circuits.
Als in een van deze circuits een storing
wordt gedetecteerd, toont het multifunctionele display een foutcode.
Noteer zo’n foutcode als die op het multifunctionele display staat aangegeven en
vraag een MBK dealer het voertuig na te
zien.
DCA11790
LET OP
Wanneer het multifunctionele display
een foutcode aangeeft, moet het voertuig zo spoedig mogelijk worden
gecontroleerd om motorschade te
voorkomen.
Het zelfdiagnosesysteem detecteert ook
storingen in de circuits van het startblokkeersysteem.
3
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 24
FUNCTIES VAN INSTRUMENTEN EN BEDIENINGEN
Als in de circuits van het startblokkeersysteem een storing wordt gedetecteerd,
gaat het controlelampje startblokkering
knipperen en geeft het multifunctionele
display een foutcode weer wanneer de
sleutel naar “ON” is gedraaid.
3
OPMERKING
Als het multifunctionele display foutcode
52 weergeeft, betreft dit mogelijk een storing in het transpondersignaal. Als deze
fout zich voordoet, probeer dan het volgende.
1
1. Start de motor met behulp van de
codeersleutel.
OPMERKING
Houd andere startblokkeersleutels uit de
buurt van het contactslot en bewaar niet
meer dan één startblokkeersleutel aan
dezelfde sleutelring! Startblokkeersleutels
kunnen signaalstoring veroorzaken, waardoor de motor mogelijk niet kan worden
gestart.
2. Als de motor start, zet deze dan weer
uit en probeer hem opnieuw te starten met de standaardsleutels.
3. Als de motor niet kan worden gestart
met een of beide standaardsleutels,
breng dan het voertuig, de codeersleutel en beide standaardsleutels
naar een MBK dealer en laat de standaardsleutels opnieuw coderen.
Als het multifunctionele display foutcodes
toont, noteer deze dan en vraag een MBK
dealer om het voertuig te controleren.
1. Weergave foutcode
3-9
Klokweergave
De klok op tijd zetten:
1. Houd de “SELECT”-toets en de
“RESET”-toets tegelijkertijd minstens
twee seconden lang ingedrukt.
2. Als de uuraanduiding begint te knipperen, drukt u op de “RESET”-toets
om de uren in te stellen.
3. Druk op de “SELECT”-toets en de
minutenaanduiding zal gaan knipperen.
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 25
FUNCTIES VAN INSTRUMENTEN EN BEDIENINGEN
4. Druk op de “RESET”-toets om de
minuten in te stellen.
5. Druk op de “SELECT”-toets en laat
deze dan los om de klok te starten.
OPMERKING
G Daalt de omgevingstemperatuur tot
onder –10 °C, dan wordt geen lagere
temperatuur dan –10 °C weergegeven.
G Stijgt de omgevingstemperatuur tot
boven 50 °C, dan wordt geen hogere
temperatuur dan 50 °C weergegeven.
G De nauwkeurigheid van de temperatuuraflezing kan worden beïnvloed
door langzaam rijden (ongeveer
onder 20 km/h (12.5 mi/h)) of door
het oponthoud bij verkeerslichten,
spoorwegovergangen etc.
Omgevingstemperatuurweergave
Door de toets “SELECT” minstens twee
seconden lang ingedrukt te houden, wisselt de klokweergave naar de omgevingstemperatuurweergave. Dit display toont
de omgevingstemperatuur van –10 °C tot
50 °C in stappen van 1 °C. De weergegeven temperatuur kan afwijken van de
omgevingstemperatuur. Door de toets
“SELECT” minstens twee seconden lang
ingedrukt te houden, wisselt de omgevingstemperatuurweergave terug naar de
klokweergave.
3-10
3
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 26
FUNCTIES VAN INSTRUMENTEN EN BEDIENINGEN
DAU12348
Stuurschakelaars
Links
DAU12350
DAU41700
Lichtsignaalschakelaar “PASS”
Druk deze schakelaar in om de koplamp
een lichtsignaal te laten afgeven.
Het waarschuwingslampje voor motorstoring gaat branden als de sleutel naar “ON”
wordt gedraaid en de startknop wordt
ingedrukt. Dit wijst echter niet op een storing.
DAU12400
Dimlichtschakelaar “
/
”
Zet deze schakelaar op “
” voor grootlicht en op “
” voor dimlicht.
3
DAU12460
1. Lichtsignaalschakelaar “PASS”
2. Dimlichtschakelaar “
/ ”
3. Richtingaanwijzerschakelaar “
4. Claxonschakelaar “
”
/
Rechts
”
Richtingaanwijzerschakelaar “ /
”
Druk deze schakelaar naar “
” om afslaan naar rechts aan te geven. Druk deze
schakelaar naar “
” om afslaan naar
links aan te geven. Na loslaten keert de
schakelaar terug naar de middenstand.
Om de richtingaanwijzers uit te schakelen
wordt de schakelaar ingedrukt nadat hij is
teruggekeerd in de middenstand.
DAU12500
Claxonschakelaar “
”
Druk deze schakelaar in om een claxonsignaal te geven.
DAU12721
1. Schakelaar alarmverlichting “
2. Startknop “
”
”
Startknop “
”
Druk met de zijstandaard omhoog op
deze knop terwijl u de voor- of achterrem
bekrachtigt om de motor te starten met de
startmotor. Zie pagina 5-1 voor startinstructies voordat u de motor start.
3-11
DAU12733
Schakelaar alarmverlichting “
”
Met de sleutel in de stand “ON” of “
”
kan deze schakelaar worden gebruikt
voor het inschakelen van de alarmverlichting (gelijktijdig knipperen van alle richtingaanwijzers).
De alarmverlichting wordt gebruikt in een
noodgeval of om andere verkeersdeelnemers te waarschuwen als uw machine
stilstaat in een mogelijk gevaarlijke verkeerssituatie.
DCA10061
LET OP
Gebruik de alarmverlichting niet gedurende langere tijd als de motor niet draait omdat hierdoor de accu kan ontladen.
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 27
FUNCTIES VAN INSTRUMENTEN EN BEDIENINGEN
DAU12900
Voorremhendel
DAU12950
Achterremhendel
DAUS1661
Tankdop
Openen van de tankdop
1. Open het tankdopdeksel door het
voorste gedeelte omlaag te drukken.
3
1. Voorremhendel
1. Achterremhendel
De voorremhendel bevindt zich aan de
rechterstuurgreep. Trek deze hendel naar
het stuur toe om de voorrem te bekrachtigen.
De achterremhendel bevindt zich aan de
linkerstuurgreep. Trek deze hendel naar
het stuur toe om de achterrem te bekrachtigen.
1. Tankdop
2. Tankdopdeksel
2. Steek de sleutel in het slot en draai
hem rechtsom. Het slot wordt ontgrendeld en de tankdop kan worden
verwijderd.
3-12
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 28
FUNCTIES VAN INSTRUMENTEN EN BEDIENINGEN
3. Sluit het tankdopdeksel.
DAU13212
DWA11091
WAARSCHUWING
Na het tanken moet de tankdop goed
worden aangedraaid. Door brandstoflekkage ontstaat brandgevaar.
Brandstof
Controleer of er voldoende brandstof in
de brandstoftank aanwezig is.
DWA10881
WAARSCHUWING
Benzine en benzinedampen zijn zeer
brandbaar. Volg de onderstaande instructies om brand en ontploffing te
voorkomen en het letselrisico tijdens
het tanken te verlagen.
3
1. Tankdop
1. Zet alvorens te tanken de motor af en
zorg dat er niemand op de machine
zit. Rook nooit tijdens het tanken en
tank nooit in de nabijheid van vonken, open vuur of andere ontstekingsbronnen zoals de waakvlammen van geisers en kledingdrogers.
2. Maak de brandstoftank niet te vol.
Stop met vullen zodra de brandstof
de onderkant van de vulhals heeft
bereikt. Omdat brandstof uitzet als
deze warm wordt, kan de warmte
van de motor of de zon ervoor zorgen dat brandstof uit de brandstoftank stroomt.
Sluiten van de tankdop
1. Zorg dat het merkteken naar voren
wijst en druk de tankdop in zijn oorspronkelijke positie.
1. Lijn merktekens uit
2. Draai de sleutel linksom en neem
hem uit.
3-13
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 29
FUNCTIES VAN INSTRUMENTEN EN BEDIENINGEN
op uw huid terechtkomt, was deze dan
af met water en zeep. Als u benzine op
uw kleding morst, trek dan andere kleding aan.
DAU13445
Uitlaatkatalysatoren
Dit voertuig is uitgerust met uitlaatkatalysatoren in het uitlaatsysteem.
DWA10862
DAU33520
Voorgeschreven brandstof:
UITSLUITEND NORMALE
LOODVRIJE BENZINE
Inhoud brandstoftank:
11,8 L (3,12 US gal, 2,60 Imp.gal)
1. Vulpijp brandstoftank
2. Maximaal brandstofniveau
3. Veeg
uitgestroomde
brandstof
onmiddellijk af. LET OP: Veeg
gemorste brandstof onmiddellijk
af met een schone, droge, zachte
doek, aangezien de brandstof de
gelakte oppervlakken en kunststof
delen kan aantasten. [DCA10071]
4. Draai de tankdop stevig vast.
DWA15151
WAARSCHUWING
Benzine is giftig en kan letsel of overlijden veroorzaken. Spring zorgvuldig om
met benzine. Probeer nooit om benzine
via de mond over te hevelen. Roep
onmiddellijk medische hulp in nadat u
benzine heeft ingeslikt, veel benzinedamp heeft ingeademd of benzine in
uw ogen heeft gekregen. Als benzine
DCA11400
LET OP
Gebruik uitsluitend loodvrije benzine.
Loodhoudende benzine veroorzaakt
ernstige schade aan inwendige motoronderdelen als kleppen en zuigerveren
en ook aan het uitlaatsysteem.
Uw MBK motorblok is gebouwd op het
gebruik van normale loodvrije benzine met
een octaangetal van RON 91 of hoger. Als
de motor gaat detoneren (pingelen),
gebruik dan benzine van een ander merk
of gebruik loodvrije superbenzine. Door
loodvrije benzine te gebruiken gaan bougies langer mee en blijven de onderhoudskosten beperkt.
3-14
WAARSCHUWING
Het uitlaatsysteem is heet nadat de
motor heeft gedraaid. Let op het volgende om brandgevaar of brandwonden te voorkomen:
G Parkeer de machine nooit nabij
brandgevaarlijke stoffen, zoals op
gras of op ander materiaal dat
gemakkelijk vlam vat.
G Parkeer de machine op een plek
waar voetgangers of kinderen niet
gemakkelijk met het hete uitlaatsysteem in aanraking kunnen
komen.
G Controleer of het uitlaatsysteem is
afgekoeld alvorens onderhoudswerkzaamheden uit te voeren.
G Laat de motor niet langer dan
enkele minuten stationair draaien.
Lang stationair draaien kan leiden
tot oververhitting.
3
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 30
FUNCTIES VAN INSTRUMENTEN EN BEDIENINGEN
DCA10701
LET OP
DAUT1040
Bevestigingssteun
DAU13932
Zadel
Gebruik uitsluitend loodvrije benzine.
Bij gebruik van loodhoudende benzine
zal onherstelbare schade worden toegebracht aan de uitlaatkatalysator.
Openen van het zadel
1. Zet de scooter op de middenbok.
2. Steek de sleutel in het contactslot en
draai deze dan linksom naar
“OPEN”.
3
1. Bevestigingssteun
Om diefstal te voorkomen kan de scooter
via de bevestigingssteun aan een vaststaand object zoals een lantaarnpaal of hek
worden vastgemaakt.
Als u de scooter met een ketting- of
kabelslot wilt vastzetten, zet u de scooter
op de middenbok, haalt u de ketting of
kabel door de bevestigingssteun en om
het vaststaande object heen, en doet u de
ketting of kabel op slot.
DWAT1020
WAARSCHUWING
Let erop dat u het ketting- of kabelslot
verwijdert voordat u gaat rijden, want
anders kan de scooter omslaan en
schade of letsel veroorzaken.
3-15
1. Openen
OPMERKING
Druk de sleutel niet in terwijl u deze draait.
3. Klap het zadel omhoog.
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 31
FUNCTIES VAN INSTRUMENTEN EN BEDIENINGEN
DAUS1621
1
Opbergcompartimenten
Opbergcompartiment voorzijde
Steek om het afgesloten opbergcompartiment te openen de sleutel in het slot, draai linksom en houd dan het slot vast terwijl
u de knop indrukt.
Om een niet-afgesloten opbergcompartiment te openen houdt u gewoon het slot
vast terwijl u de knop indrukt.
1. Zadel open
2
Sluiten van het zadel
1. Klap het zadel omlaag en druk dan
aan om te vergrendelen.
2. Neem de sleutel uit het contactslot
als de scooter onbeheerd wordt achtergelaten.
OPMERKING
Controleer of het zadel stevig is vergrendeld alvorens te gaan rijden.
1
3
2
1. Vergrendelen
2. Deksel
DWA10961
WAARSCHUWING
G Overschrijd het maximumlaadge-
3
1. Openen
2. Knop
3. Deksel
Om het opbergcompartiment af te sluiten
drukt u het paneel in de oorspronkelijke
stand. Steek dan de sleutel in het slot,
draai rechtsom en neem de sleutel weer
uit.
3-16
wicht van 1 kg (2 lb) voor het
opbergcompartiment niet.
G Overschrijd het maximumgewicht
van 186 kg (410 lb) voor het voertuig niet.
Achterste opbergcompartiment
Het achterste opbergcompartiment
bevindt zich onder het zadel. (Zie pagina
3-15).
Als de Gebruikershandleiding of andere
documentatie in het opbergcompartiment
wordt opgeborgen, doe ze dan in een
plastic zak om nat worden te voorkomen.
Zorg bij het wassen van de machine dat
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 32
FUNCTIES VAN INSTRUMENTEN EN BEDIENINGEN
geen water het opbergcompartiment kan
binnendringen.
In het opbergcompartiment kunnen twee
helmen worden opgeborgen.
3
1. Achterste opbergcompartiment
DWA10961
WAARSCHUWING
DCA10080
LET OP
DWA11171
WAARSCHUWING
Let op het volgende bij het gebruik van
het opbergcompartiment.
G Het opbergcompartiment wordt
snel warmer als het is blootgesteld
aan direct zonlicht, bewaar hierin
dus geen goederen die slecht
tegen warmte kunnen.
G Wikkel natte voorwerpen in een
plastic zak, om zo vochtig worden
van het opbergcompartiment te
voorkomen.
G Het opbergcompartiment kan nat
worden als de scooter wordt
gewassen, omwikkel te bewaren
voorwerpen dus in een plastic zak.
G Bewaar geen waardevolle of breekbare voorwerpen in het opbergcompartiment.
G Overschrijd het maximumlaadge-
wicht van 5 kg (11 lb) voor het
opbergcompartiment niet.
G Overschrijd het maximumgewicht
van 186 kg (410 lb) voor het voertuig niet.
3-17
Overschrijd de volgende maximumlaadgewichten niet:
G Opbergcompartiment voorzijde:
1 kg (2 lb)
G Opbergcompartiment achterzijde:
5 kg (11 lb)
G Maximumlaadgewicht voor het
voertuig: 186 kg (410 lb)
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 33
FUNCTIES VAN INSTRUMENTEN EN BEDIENINGEN
DAU14882
DAU15303
Afstellen van de
schokdemperunits
Zijstandaard
DWA10210
1
WAARSCHUWING
Geef beide vorkpoten steeds dezelfde
afstelling, anders kan slecht weggedrag en verminderde rijstabiliteit het
gevolg zijn.
Elke schokdemperunit is uitgerust met
een stelring voor veervoorspanning.
DCA10101
LET OP
Probeer nooit voorbij de maximum- of
minimuminstellingen te draaien om
schade aan het mechanisme te voorkomen.
Stel de veervoorspanning als volgt af.
Draai om de veervoorspanning te verhogen en zo de vering stugger te maken de
stelring op beide schokdemperunits in de
richting (a). Draai om de veervoorspanning te verlagen en zo de vering zachter te
maken de stelring op beide schokdemperunits in de richting (b).
Zet de gewenste inkeping in de stelring
tegenover de positie-indicator op de
schokdemper.
4
3
2
1
1. Stelring veervoorspanning
2. Positie-indicator
3. Stelgereedschap veervoorspanning
Afstelling veervoorspanning:
Minimum (zacht):
1
Standaard:
2
Maximum (hard):
4
3-18
3
ZAUM0648
1. Zijstandaardschakelaar
De zijstandaard bevindt zich aan de linkerzijde van het frame. Trek of druk de
zijstandaard met uw voet omhoog of
omlaag terwijl u de machine rechtop
houdt.
OPMERKING
De ingebouwde sperschakelaar voor de
zijstandaard maakt deel uit van het startspersysteem, dat in bepaalde situaties de
werking van het ontstekingssysteem blokkeert. (Zie pagina 3-19 voor een uitleg
over het startspersysteem.)
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 34
FUNCTIES VAN INSTRUMENTEN EN BEDIENINGEN
DWA10240
WAARSCHUWING
3
Met de machine mag nooit worden
gereden terwijl de zijstandaard omlaag
staat of niet behoorlijk kan worden
opgetrokken (of niet omhoog blijft),
anders kan de zijstandaard de grond
raken en zo de bestuurder afleiden,
waardoor de machine mogelijk onbestuurbaar wordt. Het MBK startspersysteem is ontworpen om de bestuurder te
helpen bij zijn verantwoordelijkheid de
zijstandaard op te trekken alvorens
weg te rijden. Controleer dit systeem
daarom regelmatig zoals hierna beschreven en laat het repareren door een
MBK dealer als de werking niet naar
behoren is.
DAU45051
Startspersysteem
Het startspersysteem (waarvan de zijstandaardschakelaar en de remlichtschakelaars deel uitmaken) heeft de volgende
functies:
G Het verhindert starten wanneer de
zijstandaard is opgetrokken, terwijl
geen der remmen is bekrachtigd.
G Het verhindert starten wanneer een
der remmen is bekrachtigd, terwijl de
zijstandaard nog omlaag staat.
G Het schakelt een draaiende motor af
zodra de zijstandaard omlaag bewogen wordt.
Controleer de werking van het startspersysteem regelmatig volgens de
onderstaande procedure.
3-19
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 35
FUNCTIES VAN INSTRUMENTEN EN BEDIENINGEN
WAARSCHUWING
Met de motor uit:
1. Beweeg de zijstandaard omlaag.
2. Controleer of de noodstopschakelaar aan staat.
3. Draai de sleutel naar aan.
4. Knijp de voor- of achterrem in en houd deze vast.
5. Druk op de startknop.
Start de motor?
NEE
Als zich een storing voordoet, vraag dan alvorens
te gaan rijden een MBK dealer het systeem te
controleren.
De zijstandaardschakelaar werkt mogelijk niet
goed.
De scooter mag niet worden gebruikt voordat
deze is nagekeken door een MBK dealer.
JA
Met de motor nog uit:
6. Beweeg de zijstandaard omhoog.
7. Knijp de voor- of achterrem in en houd deze vast.
8. Druk op de startknop.
Start de motor?
JA
NEE
De remschakelaar werkt mogelijk niet goed.
De scooter mag niet worden gebruikt
voordat deze is nagekeken door een MBK
dealer.
NEE
De zijstandaardschakelaar werkt mogelijk niet
goed.
De scooter mag niet worden gebruikt voordat
deze is nagekeken door een MBK dealer.
Met de motor nog aan:
9. Beweeg de zijstandaard omlaag.
Slaat de motor af?
JA
Het systeem is in orde. De scooter mag worden gebruikt.
3-20
3
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 36
VOOR UW VEILIGHEID – CONTROLES VOOR HET RIJDEN
DAU15596
Inspecteer uw machine voor elk gebruik om te waarborgen dat deze in een veilige werkende staat is. Volg altijd de schema’s en procedures voor inspectie en onderhoud in de gebruikershandleiding.
DWA11151
WAARSCHUWING
Onvoldoende inspectie of onderhoud van de machine vergroot het risico op ongeval of schade. Rijd niet met de machine als
u een probleem hebt gevonden. Als een probleem niet kan worden opgelost via de procedures in deze handleiding, laat de
machine dan nazien door een MBK dealer.
Controleer voor het gebruik van deze machine de volgende punten:
4
ITEM
Brandstof
Motorolie
Versnellingsbakolie
Koelvloeistof
Voorrem
CONTROLES
• Controleer het brandstofniveau in de brandstoftank.
• Vul indien nodig brandstof bij.
• Controleer de brandstofleiding op lekkage.
• Controleer het olieniveau in de motor.
• Vul indien nodig het aanbevolen type olie bij tot aan het voorgeschreven
niveau.
• Controleer de machine op olielekkage.
• Controleer de machine op olielekkage.
• Controleer het koelvloeistofniveau in het reservoir.
• Vul indien nodig de aanbevolen koelvloeistof bij tot aan het voorgeschreven
niveau.
• Controleer het koelsysteem op lekkage.
• Controleer de werking.
• Als de koppeling zacht of sponzig aanvoelt, vraag dan een MBK dealer het
hydraulisch systeem te ontluchten.
• Controleer de remblokken op slijtage.
• Vervang indien nodig.
• Controleer het vloeistofniveau in het reservoir.
• Vul indien nodig het aanbevolen type remvloeistof bij tot aan het
voorgeschreven niveau.
• Controleer het hydraulisch systeem op lekkage.
4-1
PAGINA
3-13
6-10
6-13
6-14
6-20, 6-21
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 37
VOOR UW VEILIGHEID – CONTROLES VOOR HET RIJDEN
ITEM
Achterrem
Gasgreep
Wielen en banden
Remhendels
Middenbok, zijstandaard
Framebevestigingen
CONTROLES
• Controleer de werking.
• Als de koppeling zacht of sponzig aanvoelt, vraag dan een MBK dealer het
hydraulisch systeem te ontluchten.
• Controleer de remblokken op slijtage.
• Vervang indien nodig.
• Controleer het vloeistofniveau in het reservoir.
• Vul indien nodig het aanbevolen type remvloeistof bij tot aan het
voorgeschreven niveau.
• Controleer het hydraulisch systeem op lekkage.
• Controleer of de werking soepel is.
• Controleer de vrije slag van de kabel.
• Vraag indien nodig de MBK dealer om de vrije slag van de kabel af te
stellen, en de kabel en het kabelhuis te smeren.
• Controleer op schade.
• Controleer de conditie van de band en de profieldiepte.
• Controleer de bandspanning.
• Corrigeer indien nodig.
• Controleer of de werking soepel is.
• Smeer indien nodig de hendelscharnierpunten.
• Controleer of de werking soepel is.
• Smeer indien nodig de scharnierpunten.
• Controleer of alle moeren, bouten en schroeven stevig zijn vastgezet.
• Zet indien nodig vast.
Instrumenten, verlichting,
signaleringssysteem en
schakelaars
• Controleer de werking.
• Corrigeer indien nodig.
Zijstandaardschakelaar
• Controleer de werking van het startspersysteem.
• Als het systeem niet correct werkt, vraag dan een MBK dealer de machine
te controleren.
PAGINA
6-20, 6-21
6-17, 6-22
6-18, 6-19
6-23
6-23
—
—
4-2
3-18
4
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 38
GEBRUIK EN BELANGRIJKE RIJ-INFORMATIE
DAU15951
Lees de gebruikershandleiding zorgvuldig
door om u vertrouwd te maken met alle
bedieningselementen. Als u de werking
van een functie of bedieningselement niet
begrijpt, vraag dan uw MBK dealer om
uitleg.
DWA10271
WAARSCHUWING
5
Een onvoldoende vertrouwdheid met
de bedieningselementen kan leiden tot
verlies van de controle, met mogelijk
een ongeval of letsel tot gevolg.
DAU45310
OPMERKING
Dit model is uitgerust met een hellingshoeksensor, waarbij de motor afslaat bij kanteling. Om de motor na een kanteling weer
te starten zet u het contactslot eerst op
“OFF” en daarna op “ON”. Als u dat niet
doet zal de motor niet starten, ondanks
dat de motor wordt aangezwengeld als u
op de startknop drukt.
DAUS1650
Starten van de motor
DCA10250
LET OP
Zie pagina 5-4 voor instructies over het
inrijden van de motor alvorens de
machine in gebruik wordt genomen.
Het startspersysteem staat starten alleen
toe als de zijstandaard is opgetrokken.
Zie pagina 3-19 voor meer informatie.
1. Draai de sleutel naar “ON”.
Het volgende waarschuwingslampje,
controlelampje en de volgende indicatoren moeten enkele seconden
oplichten en dan uitgaan.
G Waarschuwingslampje motorstoring
G Controlelampje startblokkering
G Indicator V-snaarvervanging
G Olieverversingsindicator
DCA15022
LET OP
Als een waarschuwingslampje, controlelampje of indicator niet dooft, zie dan
pagina 3-4, 3-6 of 3-8 voor een controle van het circuit van het desbetreffende waarschuwingslampje of controlelampje of de desbetreffende indicator.
2. Sluit de gasklep volledig.
5-1
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 39
GEBRUIK EN BELANGRIJKE RIJ-INFORMATIE
3. Start de motor door de startknop in
te drukken terwijl de voor- of achterrem wordt bekrachtigd. LET OP:
Trek voor een maximale levensduur van de motor nooit hard op
als de motor koud is! [DCA11041]
DAU45091
Wegrijden
DAU16780
Sneller en langzamer rijden
1. Houd met uw linkerhand de achterremhendel ingedrukt, houd met uw
rechterhand de rechterhandgreep
vast en duw de scooter van de middenbok af.
(b)
(a)
3. Als de motor niet wil starten, laat dan
de startknop los, wacht een paar
seconden en probeer het dan
opnieuw. Iedere startpoging moet zo
kort mogelijk duren om de accu te
sparen. Laat de startmotor nooit langer dan 10 seconden achtereen draaien.
De rijsnelheid wordt geregeld door de
gasgreep open of dicht te draaien. Draai
de gasgreep richting (a) om sneller te
gaan rijden. Draai de gasgreep richting (b)
om langzamer te gaan rijden.
1. Handgreep
2. Ga schrijlings op het zadel zitten en
stel de achteruitkijkspiegels af.
3. Zet de richtingaanwijzers aan.
4. Controleer op tegemoetkomend verkeer en draai voorzichtig aan de gasgreep (rechts) om weg te rijden.
5. Schakel de richtingaanwijzers uit.
5-2
5
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 40
GEBRUIK EN BELANGRIJKE RIJ-INFORMATIE
DAU16793
Voor
DAU16820
Remmen
Tips voor een zuinig
brandstofverbruik
DWA10300
WAARSCHUWING
Het brandstofverbruik is vooral afhankelijk
van uw rijstijl. Hierna volgen enkele tips
om het brandstofverbruik te verlagen:
G Voer het motortoerental tijdens accelereren niet te hoog op.
G Voer het toerental niet te hoog op terwijl de motor onbelast draait.
G Laat de motor niet langdurig stationair draaien maar zet hem af (bijvoorbeeld in files, bij stoplichten of bij
spoorwegovergangen).
G Vermijd hard en abrupt remmen
5
(met name wanneer u naar één
kant overhelt). De scooter zou
namelijk kunnen slippen of omvallen.
G Spoorwegovergangen, tramrails,
ijzeren platen gebruikt in de
wegenbouw en putdeksels worden
in natte toestand zeer glad. U dient
deze obstakels daarom met aangepaste snelheid te naderen en
voorzichtig te passeren.
G Onthoud dat remmen op een nat
wegdek veel moeilijker is.
G Rijd langzaam heuvelafwaarts,
remmen kan tijdens afdalingen
soms lastig zijn.
Achter
1. Sluit de gasklep volledig.
2. Bekrachtig de voor- en achterrem
gelijktijdig en oefen daarbij geleidelijk
meer druk uit.
5-3
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 41
GEBRUIK EN BELANGRIJKE RIJ-INFORMATIE
DAU16830
Inrijperiode
DCA10310
LET OP
De belangrijkste periode in de levensduur
van het motorblok is de tijd tussen 0 en
1000 km (600 mi). Lees daarom de volgende informatie aandachtig door.
Omdat het motorblok gloednieuw is, mag
dit gedurende de eerste 1000 km (600 mi)
niet te zwaar worden belast. De verschillende onderdelen van de motor slijten op
elkaar in totdat de juiste bedrijfsspelingen
zijn bereikt. Rijd tijdens deze periode nooit
langdurig volgas en vermijd ook andere
manoeuvres die tot oververhitting van de
motor kunnen leiden.
DAU17213
Parkeren
G Voer het toerental niet zover op dat
de toerenteller in de rode zone
wijst.
G Als tijdens de inrijperiode motorschade optreedt, vraag dan direct
een MBK dealer de machine te
controleren.
DAUS1840
0–500 km (0–300 mi)
G Laat de motor niet langdurig meer
dan 4000 tpm maken.
500–1000 km (300–600 mi)
G Laat de motor niet langdurig meer
dan 6000 tpm draaien. LET OP: Na
1000 km (600 mi) moeten de motorolie, eindoverbrengingsolie en het
oliefilterelement worden vervangen. [DCA12931]
1000 km (600 mi) en verder
G De machine kan nu normaal worden
gebruikt.
5-4
Zet om te parkeren de motor af en neem
dan de sleutel uit het contactslot.
DWA10311
WAARSCHUWING
G De motor en het uitlaatsysteem
kunnen zeer heet worden, parkeer
dus op een plek waar voetgangers
of kinderen niet gemakkelijk met
deze onderdelen in aanraking kunnen komen en brandwonden kunnen oplopen.
G Parkeer nooit op een helling of een
zachte ondergrond, hierdoor kan
de machine kantelen met mogelijk
brandstoflekkage en brand tot
gevolg.
G Parkeer niet nabij gras of andere
brandbare materialen die vlam
zouden kunnen vatten.
5
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 42
PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN
DAUS1820
6
Door periodiek inspecties, afstellingen en
smeerbeurten uit te laten voeren, zorgt u
ervoor dat uw machine in zo veilig en efficiënt mogelijke conditie blijft. De eigenaar/bestuurder van de machine is verplicht
de optimale veiligheid te waarborgen. Op
de volgende pagina’s wordt de belangrijkste informatie met betrekking tot inspecties, afstellingen en smeerbeurten
gegeven.
De intervalperioden vermeld in het periodieke smeer- en onderhoudsschema
moeten worden beschouwd als een algemene richtlijn onder normale rijcondities.
Het is echter mogelijk dat de intervalperioden voor onderhoud moeten worden
verkort afhankelijk van het weer, het
terrein, de geografische locatie en individueel gebruik.
DWA15121
WAARSCHUWING
Zet voor het uitvoeren van onderhoud
de motor af tenzij anders aangegeven.
G Een draaiende motor heeft bewegende delen die lichaamsdelen of
kleding kunnen grijpen en elektrische onderdelen die schokken of
brand kunnen veroorzaken.
G Het laten draaien van de motor tijdens het uitvoeren van onderhoud
kan leiden tot oogletsel, brandwonden, brand of koolmonoxidevergiftiging, mogelijk met de dood
tot gevolg. Zie pagina 1-1 voor
meer informatie over koolmonoxide.
DWA10330
DWA10321
WAARSCHUWING
Het niet of onjuist uitvoeren van onderhoud aan de machine vergroot het risico op letsel of overlijden tijdens het uitvoeren van onderhoud of het rijden met
de machine. Als u niet bekend bent met
voertuigonderhoud, laat het onderhoud
dan uitvoeren door uw MBK dealer.
WAARSCHUWING
Deze scooter is uitsluitend ontworpen
voor gebruik op verharde wegen. Wanneer deze scooter wordt gebruikt in
een abnormaal stoffige, modderige of
vochtige omgeving, dient het luchtfilterelement vaker te worden gereinigd of
te worden vervangen om snelle slijtage
van de motor te voorkomen. Raadpleeg
een MBK dealer voor de juiste onderhoudsperiodes.
6-1
DAUS1830
Boordgereedschapsset
1. Boordgereedschapsset
De boordgereedschapsset is te vinden
onder het zadel. (Zie pagina 3-15).
De onderhoudsinformatie in deze handleiding en het gereedschap in de boordgereedschapsset zijn bedoeld om u te ondersteunen bij het uitvoeren van preventief
onderhoud en kleinere reparaties. Voor de
correcte uitvoering van bepaalde onderhoudswerkzaamheden kan echter het
gebruik van extra gereedschap zoals een
momentsleutel vereist zijn.
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 43
PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN
OPMERKING
Laat een MBK dealer onderhoud verrichten als u niet beschikt over het gereedschap of de ervaring die voor bepaalde
werkzaamheden vereist zijn.
OPMERKING
Een zekeringtang en een tas met reservezekeringen maken deel uit van de boordgereedschapsset. Let erop dat u deze
spullen niet kwijtraakt bij het openen van
de gereedschapsset.
6
6-2
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 44
PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN
DAU46871
OPMERKING
G De jaarlijkse controles horen eenmaal per jaar te worden uitgevoerd, behalve wanneer in plaats daarvan een onderhoudsbeurt op kilometerbasis of, voor Groot-Brittannië, op mijlbasis wordt verricht.
G Herhaal de onderhoudsintervallen vanaf 30000 km (17500 mi), beginnend vanaf 6000 km (3500 mi).
G Werkzaamheden gemarkeerd met een asterisk horen te worden uitgevoerd door een MBK dealer, omdat hiertoe speciaal gereedschap, technische gegevens en vakmanschap vereist zijn.
DAU46920
Periodiek onderhoudsschema voor het uitstootcontrolesysteem
KILOMETERSTAND
NR.
ITEM
CONTROLE OF
ONDERHOUDSBEURT
6000 km
(3500 mi)
12000 km
(7000 mi)
18000 km
(10500 mi)
• Controleer de brandstofslangen
op scheurtjes of beschadigingen.
√
√
√
• Controleer de conditie.
• Reinigen en elektrodenafstand
afstellen.
√
6
1 *
2
Brandstofleiding
Bougie
1000 km
(600 mi)
• Vervangen.
3 * Ventielen
• Controleer de klepspeling.
• Afstellen.
4 * Brandstofinjectie
• Controleer het stationair toerental.
Uitlaatdemper en
5 * uitlaatpijp
• Controleer of de schroefklem(men)
goed vastzit(ten).
JAARLIJKSE
24000 km CONTROLE
(14000 mi)
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
6-3
√
√
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 45
PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN
DAU17717
Algemeen smeer- en onderhoudsschema
KILOMETERSTAND
NR.
ITEM
CONTROLE OF
ONDERHOUDSBEURT
1
Luchtfilterelement
2
Luchtfilterelement in • Reinigen.
v-snaarbehuizing
3 * Voorrem
1000 km
(600 mi)
6000 km
(3500 mi)
• Vervangen.
• Controleer de werking en het
vloeistofniveau en controleer de
machine op vloeistoflekkage.
4 * Achterrem
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
Wanneer de slijtagelimiet is bereikt
√
√
• Vervang de remblokken.
5 * Remslangen
18000 km
(10500 mi)
√
• Vervang de remblokken.
• Controleer de werking en het
vloeistofniveau en controleer de
machine op vloeistoflekkage.
12000 km
(7000 mi)
JAARLIJKSE
24000 km CONTROLE
(14000 mi)
√
√
Wanneer de slijtagelimiet is bereikt
• Controleer op scheurtjes en
beschadigingen.
√
√
• Vervangen.
Elke 4 jaar
6 * Wielen
• Controleer de speling en
controleer op beschadigingen.
√
√
√
√
7 * Banden
• Controleer op slijtage en
beschadigingen.
• Vervang indien nodig.
• Controleer de bandspanning.
• Corrigeer indien nodig.
√
√
√
√
8 * Wiellagers
• Controleer op speling of
beschadigingen.
√
√
√
√
6-4
√
6
39D-F819D-D0
4/11/09
20:11
Página 46
PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN
KILOMETERSTAND
NR.
ITEM
9 * Balhoofdlagers
CONTROLE OF
ONDERHOUDSBEURT
• Controleer de lagers op speling
en oppervlakteruwheid.
1000 km
(600 mi)
6000 km
(3500 mi)
12000 km
(7000 mi)
18000 km
(10500 mi)
√
√
√
√
• Smeren met lithiumvet.
10 * Framebevestigingen
JAARLIJKSE
24000 km CONTROLE
(14000 mi)
√
Elke 24000 km (14000 mi)
• Controleer of alle moeren, bouten
en schroeven stevig zijn vastgezet.
√
√
√
√
√
11
Scharnieras van
voorremhendel
• Smeren met siliconenvet.
√
√
√
√
√
12
Scharnieras van
achterremhendel
• Smeren met siliconenvet.
√
√
√
√
√
13
Zijstandaard,
middenbok
• Controleer de werking.
• Smeren.
√
√
√
√
√
Zijstandaardscha14 * kelaar
• Controleer de werking.
√
√
√
√
√
15 * Voorvork
• Controleer op een correcte
werking en olielekkage.
√
√
√
√
16 * Schokdemperunits
• Controleer op een correcte
werking en olielekkage.
√
√
√
√
6
• Verversen. (Zie pagina’s
3-6 en 6-10.)
17
√
√
Motorolie
• Controleer het olieniveau en
controleer de machine op
olielekkage.
18
Oliefilterelement
• Vervangen.
Wanneer de olieverversingsindicator begint te knipperen
[5000 km (3000 mi) na de eerste 1000 km (600 mi)
en daarna elke 6000 km (3500 mi)]
Elke 3000 km (1800 mi)
√
6-5
√
√
√
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 47
PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN
KILOMETERSTAND
NR.
ITEM
19 * Koelsysteem
CONTROLE OF
ONDERHOUDSBEURT
1000 km
(600 mi)
• Controleer het koelvloeistofniveau
en controleer de machine op
vloeistoflekkage.
6000 km
(3500 mi)
12000 km
(7000 mi)
18000 km
(10500 mi)
√
√
√
• Verversen.
20
Versnellingsbakolie
√
• Verversen.
√
• Vervangen.
Voor- en achterrem22 * schakelaar
• Controleer de werking.
23
Bewegende delen
en kabels
Gaskabelhuis en
24 * gaskabel
√
√
Elke 3 jaar
• Controleer de machine op
olielekkage.
21 * V-snaar
JAARLIJKSE
24000 km CONTROLE
(14000 mi)
√
√
√
√
Wanneer de indicator V-snaarvervanging
knippert [elke 18000 km (10500 mi)]
√
√
√
√
√
√
6
• Smeren.
√
√
√
√
√
• Controleer de werking en speling.
• Stel indien nodig de speling af.
• Smeer het gaskabelhuis en de
gaskabel.
√
√
√
√
√
√
√
√
√
√
25 * Lampen, richtingaan- • Controleer de werking.
wijzers en
schakelaars
• Stel de koplamplichtbundel af.
√
6-6
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 48
PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN
DAU38262
OPMERKING
G Motorluchtfilter en luchtfilters van V-snaarbehuizing
• Het motorluchtfilter op dit model is voorzien van een geolied papieren filterelement. Reinig dit niet met perslucht om beschadiging te voorkomen.
• Het motorluchtfilterelement moet vaker worden vervangen en de luchtfilterelementen van de V-snaarbehuizing moeten vaker
worden gereinigd bij rijden in zeer stoffige of vochtige gebieden.
G Hydraulisch remsysteem
• Ververs na het demonteren van de remhoofdcilinders en remklauwen altijd de remvloeistof. Controleer regelmatig de remvloeistofniveaus en vul de reservoirs indien nodig bij.
• Elke twee jaar moeten de inwendige onderdelen van de hoofdremcilinders en de remklauwen worden vervangen en de remvloeistof worden ververst.
• De remslangen dienen elke vier jaar te worden vervangen, of wanneer deze zijn gescheurd of beschadigd.
6
6-7
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 49
PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN
DAU18740
Verwijderen en aanbrengen van
de stroomlijn- en framepanelen
Bij het uitvoeren van sommige onderhoudswerkzaamheden beschreven in dit
hoofdstuk moeten de hierboven afgebeelde stroomlijn- en framepanelen worden
verwijderd. Neem deze paragraaf door
wanneer een stroomlijn- of framepaneel
moet worden verwijderd of aangebracht.
2. Verwijder de schroeven en trek het
stroomlijnpaneel dan los zoals getoond.
DAUS1790
Stroomlijnpaneel A
1. Stroomlijnpaneel A
2. Paneel
Verwijderen van stroomlijnpaneel
1. Verwijder het paneel door het uit het
achterste gedeelte van het stroomlijnpaneel te duwen, zoals in de afbeelding.
1. Stroomlijnpaneel A
Aanbrengen van het stroomlijnpaneel
1. Plaats het stroomlijnpaneel in de
oorspronkelijke positie en breng dan
de schroeven aan.
2. Bevestig het paneel door het in te
drukken.
DAU47890
Paneel A
1. Paneel A
Om het paneel te verwijderen
Verwijder de schroeven en trek dan het
paneel naar buiten.
1. Paneel
2. Drukken
6-8
6
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 50
PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN
DAU19622
Bougie controleren
1. Schroef
Om het paneel aan te brengen
Plaats het paneel in de oorspronkelijke
positie en breng dan de schroeven aan.
6
De bougie is een belangrijk motoronderdeel dat periodiek moet worden gecontroleerd, bij voorkeur door een MBK dealer.
Omdat bougies door verhitting en neerslag altijd langzaam slijten, moet de bougie
worden verwijderd en gecontroleerd op
de tijden genoemd in het periodieke smeer- en onderhoudsschema. Bovendien
kan aan het uiterlijk van de bougie de conditie van de motor worden afgelezen.
De porseleinen isolator rond de centrale
elektrode moet licht tot gemiddeld bruin
verkleurd zijn (de ideale kleur als normaal
met de machine wordt gereden). Wanneer
de bougie een heel andere kleur vertoont,
werkt de motor mogelijk niet naar behoren. Probeer dergelijke problemen niet zelf
vast te stellen. Laat in plaats daarvan uw
machine nakijken door een MBK dealer.
Vervang de bougie als de elektroden blijken te zijn afgesleten en als overmatige
koolaanslag of andere neerslag gevonden
wordt.
Voorgeschreven bougie:
NGK/CPR9EA-9
6-9
Voordat een bougie wordt aangebracht
moet de elektrodenafstand met een draadvoelmaat worden gemeten; breng
indien nodig de elektrodenafstand op
specificatie.
1
ZAUM0037
1. Elektrodenafstand
Elektrodenafstand:
0,8–0,9 mm (0,031–0,035 in)
Reinig het oppervlak van de bougiepakking en het pasvlak en verwijder eventueel vuil uit de schroefdraad van de bougie.
Aanhaalmoment:
Bougie:
12,5 Nm (1,25 m•kgf, 9,0 ft•lbf)
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 51
PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN
OPMERKING
Als geen momentsleutel beschikbaar is,
wordt de bougie correct vastgezet door
handvast te zetten en dan nog 1/4–1/2
slag verder te draaien. De bougie moet
echter zo snel mogelijk naar het juiste
aanhaalmoment worden aangedraaid.
DAUS1701
Motorolie
Vóór iedere rit moet het motorolieniveau
worden gecontroleerd. Verder moet de
olie worden ververst volgens de intervalperioden vermeld in het periodieke smeeren onderhoudsschema en wanneer het
controlelampje
olieverversingstermijn
gaat branden.
ZAUM0701
Om het motorolieniveau te controleren
1. Zet de scooter op de middenbok.
Wanneer de machine iets schuin staat, kan het niveau al foutief worden
afgelezen.
2. Start de motor, laat deze een paar
minuten warmdraaien en zet hem
dan af.
3. Wacht een paar minuten om de olie
tot rust te laten komen, verwijder de
olievuldop, veeg de peilstok schoon,
steek deze weer in de vulopening
(zonder vast te draaien) en neem dan
weer uit om het olieniveau te controleren.
OPMERKING
Het motorolieniveau moet tussen de
merkstrepen voor minimum- en maximumniveau staan.
6-10
1
1. Olievuldop
4. Als de motorolie beneden de merkstreep voor minimumniveau staat, vul
dan voldoende olie, van de aanbevolen soort, bij tot het correcte niveau.
5. Steek de peilstok in de vulopening en
draai dan de olievuldop vast.
Om de motorolie te verversen (met of
zonder vervanging van het
oliefilterelement)
1. Start de motor, laat deze een paar
minuten warmdraaien en zet hem
dan af.
2. Zet een olieopvangbak onder de
motor om de gebruikte olie op te
vangen.
3. Verwijder de olievuldop en de aftapplug om de olie uit het carter te laten
stromen.
6
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 52
PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN
OPMERKING
Sla de stappen 5–9 over als het oliefilterelement niet wordt vervangen.
5. Verwijder het oliefilterdeksel door de
bouten te verwijderen.
1
2
ZAUM0702
1
ZAUM0712
1. Olieaftapplug
4. Controleer of de onderlegring van de
aftapplug beschadigd is en vervang
hem indien nodig.
6
3
1. Oliefilterelement
2. O-ring
3. Oliefilterdeksel
1
ZAUM0711
1. Oliefilterdeksel
6. Verwijder het oliefilterelement en de
o-ring.
7. Controleer de o-ring op beschadiging en vervang hem indien nodig.
8. Monteer het nieuwe oliefilterelement
en een o-ring.
9. Monteer het oliefilterdeksel door de
bouten aan te brengen en zet deze
dan vast met het voorgeschreven
aanhaalmoment.
Aanhaalmoment:
Bevestigingsbout oliefilterdeksel:
10 Nm (1,0 m•kgf, 7,2 ft•lbf)
1. Olieaftapplug
2. Ring
OPMERKING
Zorg dat de o-ring correct aanligt.
6-11
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 53
PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN
10. Breng de onderlegring en de olieaftapplug aan en zet de plug dan vast
met het voorgeschreven aanhaalmoment.
Aanhaalmoment:
Olieaftapplug:
32 Nm (3,2 m•kgf, 23 ft•lbf)
Aanbevolen motorolie:
Zie pagina 8-1
Oliehoeveelheid bij verversing:
Zonder vervanging van het
oliefilterelement:
1,40 L (1,48 US qt, 1,23 Imp.qt)
Met vervanging van het
oliefilterelement:
1,50 L (1,59 US qt, 1,32 Imp.qt)
OPMERKING
Controleer of de onderlegring correct aanligt.
OPMERKING
Veeg enige gemorste olie af nadat de
motor en het uitlaatsysteem zijn afgekoeld.
11. Vul bij met de voorgeschreven hoeveelheid van de aanbevolen motorolie, breng dan de olievuldop aan en
zet deze vast.
DCA11670
motor dan direct af en zoek de oorzaak.
13. Zet de motor af, controleer dan het
olieniveau en corrigeer indien nodig.
14. Stel de indicator olieverversing terug.
Terugstellen van de indicator
olieverversing
1. Draai de sleutel naar “ON”.
2. Houd de “OIL CHANGE”-knop 15 tot
20 seconden ingedrukt.
6
LET OP
G Gebruik geen olie met een “CD”-
dieselspecificatie of een hogere
kwaliteit dan gespecificeerd.
Gebruik ook geen olie met een
“ENERGY CONSERVING II” of
hogere aanduiding.
G Zorg dat er geen verontreinigingen
in het carter terecht komen.
12. Start de motor, laat deze een paar
minuten stationair draaien en controleer daarbij op olielekkage. Als er
sprake is van olielekkage, zet de
6-12
1
1. “OIL CHANGE”-knop
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 54
PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN
“OIL CHANGE”-knop is losgelaten; zo
niet, herhaal dan de procedure.
Het eindoverbrengingshuis moet voor
elke rit worden gecontroleerd op olielekkage. In geval van lekkage dient u de scooter door een MBK dealer te laten nakijken en repareren. Bovendien dient de
eindoverbrengingsolie als volgt te worden
ververst op de tijdstippen vermeld in het
periodieke onderhouds- en smeerschema.
1. Start de motor, warm de eindoverbrengingsolie op door enkele minuten te rijden en zet dan de motor af.
2. Zet de scooter op de middenbok.
3. Plaats een olieopvangbak onder het
eindoverbrengingshuis
om
de
gebruikte olie op te vangen.
4. Verwijder de olievuldop en de aftapplug van de eindoverbrenging om de
olie uit het eindoverbrengingshuis af
te tappen.
1
1. “OIL CHANGE”-knop
3. Laat de “OIL CHANGE”-knop los, de
indicator olieverversing zal nu uitgaan.
6
DAU20064
Eindoverbrengingsolie
OPMERKING
Als de motorolie werd ververst voordat de
indicator olieverversing brandde (dus
voordat de intervalperiode voor olieverversing was verstreken), moet de indicator
na de olieverversing worden teruggesteld
zodat het eerstvolgende tijdstip voor olieverversing weer correct wordt aangegeven. Volg de hierboven beschreven werkwijze om de indicator olieverversing terug
te stellen voordat de olieverversingstermijn is verstreken, maar kijk wel of de indicator ca. 1.4 seconde brandt nadat de
6-13
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 55
PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN
DAU20070
Aanhaalmoment:
Aftapplug eindoverbrengingsolie:
20 Nm (2,0 m•kgf, 14 ft•lbf)
1. Vuldop versnellingsbakolie
2. O-ring
5. Breng de aftapplug voor de eindoverbrengingsolie aan en zet deze
vast met het voorgeschreven aanhaalmoment.
6. Vul bij met de voorgeschreven hoeveelheid van de aanbevolen eindoverbrengingsolie, breng dan de olievuldop aan en zet deze vast.
WAARSCHUWING! Zorg ervoor
dat geen vreemde materialen in
het
eindoverbrengingshuis
terechtkomen. Zorg ervoor dat
geen olie op de band of het wiel
terechtkomt. [DWA11311]
Aanbevolen
eindoverbrengingsolie:
Zie pagina 8-1
Oliehoeveelheid:
0,21 L (0,22 US qt, 0,18 Imp.qt)
7. Controleer het eindoverbrengingshuis op olielekkage. Zoek in geval
van lekkage naar de oorzaak.
1
Koelvloeistof
Voor iedere rit moet het koelvloeistofniveau worden gecontroleerd. Ook moet de
koelvloeistof worden ververst volgens de
intervalperioden vermeld in het periodieke
smeer- en onderhoudsschema.
DAUS1670
Controleren van het
koelvloeistofniveau
1. Zet de machine op een vlakke ondergrond en houd deze rechtop.
OPMERKING
G Het koelvloeistofniveau moet worden
gecontroleerd terwijl de motor koud
is, temperatuurverschillen zijn namelijk van invloed op het niveau.
G Zorg dat de machine rechtop staat
bij het controleren van het koelvloeistofniveau. Wanneer de machine iets
schuin staat, kan het niveau al foutief
worden afgelezen.
2. Controleer het koelvloeistofniveau
via het kijkglas.
ZAUM0703
OPMERKING
Het koelvloeistofniveau moet tussen de
merkstrepen voor minimum- en maximumniveau staan.
1. Aftapplug versnellingsbakolie
6-14
6
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 56
PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN
FULL
LOW
1. Merkstreep maximumniveau
2. Merkstreep minimumniveau
3. Kijkglas koelvloeistofniveau
6
3. Als de koelvloeistof op of beneden
de merkstreep voor minimumniveau
staat, til dan de voetplaatmat aan de
rechterzijde omhoog zoals getoond.
4. Open de dop van het koelvloeistofreservoir, en vul koelvloeistof bij tot aan
de merkstreep voor maximumniveau.
WAARSCHUWING! Verwijder alleen de dop van het koelvloeistofreservoir. Probeer nooit om de radiatorvuldop te verwijderen als de
motor koud is. [DWA15161]
LET OP: Als er geen koelvloeistof
aanwezig is, gebruik dan in plaats
daarvan gedistilleerd water of onthard leidingwater. Gebruik geen
hard water of zout water, dit is
schadelijk voor de motor. Als er in
plaats van koelvloeistof water is
gebruikt, vervang dit dan zo snel
mogelijk
door
koelvloeistof,
anders is het systeem niet beschermd tegen vorst en corrosie.
Als er water aan de koelvloeistof is
toegevoegd, laat dan een MBK
dealer zo snel mogelijk het antivriesgehalte van de koelvloeistof
controleren om te voorkomen dat
de effectiviteit van de koelvloeistof
afneemt. [DCA10472]
1. Mat op de voetplaat
6-15
1. Dop koelvloeistofreservoir
Inhoud koelvloeistofreservoir:
0,25 L (0,26 US qt, 0,22 Imp.qt)
5. Sluit de dop van het koelvloeistofreservoir
6. Plaats de voetplaatmat in de oorspronkelijke positie en druk deze vast.
DAU33031
De koelvloeistof verversen
De koelvloeistof moet volgens de intervalperioden vermeld in het periodieke smeeren onderhoudsschema ververst worden.
Laat de koelvloeistof verversen door een
MBK dealer. WAARSCHUWING! Probeer
nooit om de radiatorvuldop te verwijderen als de motor warm is. [DWA10381]
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 57
PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN
DAUM2242
Luchtfilter en
luchtfilterelementen in vsnaarbehuizing reinigen
Het luchtfilterelement moet worden vervangen en het luchtfilterelement in de vsnaarbehuizing moet worden gereinigd
volgens de intervalperioden vermeld in
het periodieke smeer- en onderhoudsschema. Reinig de luchtfilterelementen
vaker als u in zeer stoffige of vochtige
gebieden rijdt.
3. Trek het luchtfilterelement uit.
4. Breng een nieuw luchtfilterelement
aan in het luchtfilterhuis.
5. Monteer het luchtfilterdeksel door de
schroeven aan te brengen.
Reinigen van het luchtfilterelement in
de v-snaarbehuizing
1. Verwijder de luchtfilterdeksels op de
v-snaarbehuizing door de schroeven
te verwijderen.
1
2
1. Schroef
2. Luchtfilterdeksel v-snaarbehuizing
Het luchtfilterelement vervangen
1. Zet de scooter op de middenbok.
2. Verwijder het luchtfilterdeksel door
de schroeven te verwijderen.
2. Verwijder het luchtfilterelement en
blaas vervolgens het vuil weg met
perslucht zoals getoond.
2
1
ZAUM0704
1
2
1. Luchtfilterdeksel v-snaarbehuizing
2. Schroef
1
ZAUM0706
ZAUM0662
2
3
1. Luchtfilterelement in V-snaarbehuizing
1. Luchtfilterdeksel
2. Schroef
3. Luchtfilterelement
6-16
6
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 58
PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN
3. Controleer het luchtfilterelement op
beschadiging en vervang het indien
nodig.
4. Breng het luchtfilterelement aan met
de gekleurde kant naar buiten.
5. Bevestig de luchtfilterdeksels in de vsnaarbehuizing door de schroeven
aan te brengen. LET OP: Zorg ervoor dat elk filterelement goed aanligt in de behuizing. Laat de motor
nooit draaien met de filterelementen uitgenomen, hierdoor kunnen
de zuiger(s) en/of cilinder(s) overmatig versleten raken. [DCA10531]
DAU21382
Controleren van de vrije slag
gaskabel
1. Vrije slag gaskabel
6
De vrije slag van de gaskabel dient 3,0-5,0
mm (0,12-0,20 in) te bedragen bij de gasgreep. Controleer de vrije slag van de gaskabel regelmatig en laat de vrije slag
indien nodig afstellen door een MBK dealer.
6-17
DAU21401
Klepspeling
De klepspeling kan tijdens gebruik gaan
afwijken, waardoor de lucht/brandstofverhouding kan veranderen en/of het
motorgeluid toeneemt. Om dit te voorkomen moet de klepspeling door een MBK
dealer worden afgesteld volgens de intervalperioden vermeld in het periodieke
smeer- en onderhoudsschema.
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 59
PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN
DAU21873
Banden
Let ten aanzien van de voorgeschreven
banden op het volgende voor een optimale prestatie, levensduur en veilige werking
van uw voertuig.
Bandenspanning
ZAUM0053
De bandenspanning moet voor elke rit
worden gecontroleerd en indien nodig
worden bijgesteld.
DWA10501
WAARSCHUWING
Rijden met deze machine met een
onjuiste bandenspanning kan leiden tot
verlies van de controle met mogelijk
ernstig letsel of overlijden tot gevolg.
G De bandspanning moet worden
gecontroleerd en afgesteld terwijl
de banden koud zijn (wanneer de
temperatuur van de banden gelijk
is aan de omgevingstemperatuur).
G De bandspanning moet worden
aangepast aan de rijsnelheid en
het totale gewicht van rijder, passagier, bagage en accessoires dat
voor dit model is vastgesteld.
Bandenspanning (gemeten op
koude banden):
0–90 kg (0–198 lb):
Voor:
190 kPa (1,90 kgf/cm2, 28 psi,
1,90 bar)
Achter:
220 kPa (2,20 kgf/cm2, 32 psi,
2,20 bar)
90 kg - Maximale belasting
Voor:
210 kPa (2,10 kgf/cm2, 30 psi,
2,10 bar)
Achter:
250 kPa (2,50 kgf/cm2, 36 psi,
2,50 bar)
Maximale belasting*:
186 kg (410 lb)
* Totaal gewicht van bestuurder,
passagier, bagage en accessoires
DWA10511
WAARSCHUWING
Belaad uw machine nooit te zwaar. Rijden met een te zwaar belaste machine
kan leiden tot een ongeval.
Inspectie van banden
1
2
ZAUM0054
1. Bandprofieldiepte
2. Wang van band
Voor elke rit moeten de banden worden
gecontroleerd. Als de bandprofieldiepte
op het midden van de band de vermelde
limiet heeft bereikt, de band spijkers of
stukjes glas bevat of wanneer de wang
van de band scheurtjes vertoont, moet de
band onmiddellijk door een MBK dealer
worden vervangen.
Minimale bandprofieldiepte (voor
en achter):
1,6 mm (0,06 in)
6-18
6
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 60
PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN
OPMERKING
De slijtagelimiet voor bandprofieldiepte is
voor diverse landen verschillend. Neem
altijd de lokale voorschriften in acht.
Bandeninformatie
Dit model is uitgerust met tubeless banden.
Na uitgebreide tests zijn alleen de hieronder vermelde banden voor dit model
goedgekeurd door Yamaha Motor Co.,
Ltd.
6
Voorband:
Maat:
120/70-15 M/C 56P - 56S
Fabrikant/model:
MICHELIN/GOLD STANDARD
MICHELIN/CITY GRIP
PIRELLI/GTS23
METZELER/FEELFREE
Achterband:
Maat:
140/70-14 M/C 68P - 68S
Fabrikant/model:
MICHELIN/GOLD STANDARD
MICHELIN/CITY GRIP
PIRELLI/GTS24
METZELER/FEELFREE
DWA10470
WAARSCHUWING
G Laat sterk versleten banden door
een MBK dealer vervangen. Rijden
op een machine met versleten
banden is niet alleen verboden,
maar dit heeft ook een averechts
effect op de rijstabiliteit, waardoor
u de macht over het stuur zou kunnen verliezen.
G De vervanging van onderdelen van
wielen en remmen, inclusief banden, dient te worden overgelaten
aan een MBK dealer, die over de
nodige vakkundige kennis en ervaring beschikt.
6-19
DAU21960
Gietwielen
Let ten aanzien van de voorgeschreven
wielen op het volgende voor een optimale
prestatie, levensduur en veilige werking
van uw voertuig.
G Controleer de velgen voor iedere rit
op scheurtjes, verbuiging of kromtrekken. Laat ingeval van schade het
wiel door een MBK dealer vervangen. Probeer het wiel nooit zelf te
repareren, hoe klein de reparatie ook
is. Vervang een wiel dat vervormd is
of haarscheurtjes vertoont.
G Na het vervangen van een wiel of
band moet het wiel worden uitgebalanceerd. Een niet uitgebalanceerd
wiel zal mogelijk slecht functioneren,
of kan een slechte wegligging en een
verkorte levensduur van de banden
tot gevolg hebben.
G Rijd niet te snel direct na het verwisselen van een band. Het bandoppervlak dient eerst te zijn ingereden
voordat het zijn optimale eigenschappen verkrijgt.
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 61
PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN
DAUM2061
Vrije slag van voor- en
achterremhendel controleren
de remhendel regelmatig en laat indien
nodig een MBK dealer het remsysteem
controleren.
DWA10641
WAARSCHUWING
Als de vrije slag van de remhendel niet
normaal is, wijst dat op een serieus
defect in het remsysteem. Laat het
remsysteem vóór gebruik van het voertuig nakijken of repareren door een
MBK dealer.
DAU22392
Controleren van voor- en
achterremblokken
De remblokken in de voor- en achterrem
moeten worden gecontroleerd op slijtage
volgens de intervalperioden voorgeschreven in het periodieke smeer- en onderhoudsschema.
DAU22430
Remblokken voorrem
1. Vrije slag remhendel
6
1. Slijtage-indicatorgroef
Elk voorremblok is voorzien van slijtageindicatorgroeven, zodat het remblok kan
worden gecontroleerd zonder de rem te
hoeven demonteren. Let op de slijtageindicatorgroeven om de remblokslijtage te
controleren. Wanneer een remblok zover
is afgesleten dat de slijtage-indicatorgroeven vrijwel zijn verdwenen, vraag dan een
1. Vrije slag remhendel
De vrije slag van de remhendel dient 3,05,0 mm (0,12-0,20 in) te bedragen, zoals
weergegeven. Controleer de vrije slag van
6-20
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 62
PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN
MBK dealer de remblokken als set te vervangen.
DAU22580
Controleren van
remvloeistofniveau
DAU22510
Remblokken achterrem
6
1. Remvoeringsdikte
De achterrem heeft een inspectieplug;
nadat deze is verwijderd kan de remblokslijtage worden gecontroleerd zonder
de rem te hoeven demonteren. Als de
remvoeringsdikte minder is dan 0,8 mm
(0,03 in), vraag dan een MBK dealer de
remblokken als set te vervangen.
Voorrem
1. Merkstreep minimumniveau
Achterrem
Bij een tekort aan remvloeistof kan lucht
het remsysteem binnendringen, waarna
de remwerking mogelijk minder effectief
is.
Controleer alvorens te gaan rijden of de
remvloeistof boven de merkstreep voor
minimumniveau staat en vul indien nodig
bij. Een laag remvloeistofniveau wijst
mogelijk op verregaande remblokslijtage
en/of lekkage in het remsysteem. Als het
remvloeistofniveau laag is, controleer dan
de remblokken op slijtage en het remsysteem op lekkage.
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen
in acht:
G Bij het controleren van het remvloeistofniveau moet het bovenvlak van
het remvloeistofreservoir horizontaal
staan.
G Gebruik uitsluitend de voorgeschreven kwaliteit remvloeistof, anders
kunnen de rubber afdichtingen verslechteren en zo lekkage en slechte
remwerking teweegbrengen.
Aanbevolen remvloeistof:
DOT 4
G Vul bij met hetzelfde type remvloeis-
1. Merkstreep minimumniveau
6-21
tof. Bij vermengen van verschillende
typen remvloeistof kunnen schadelij-
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 63
PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN
ke chemische reacties optreden en
kan de remwerking verslechteren.
G Pas op en zorg dat tijdens bijvullen
geen water het remvloeistofreservoir
kan binnendringen. Water zal het
kookpunt van de remvloeistof aanzienlijk verlagen zodat dampbelvorming kan optreden.
G Remvloeistof kan gelakte of kunststof onderdelen aantasten. Veeg
gemorste remvloeistof steeds direct
af.
G Naarmate de remblokken afslijten,
zal het remvloeistofniveau geleidelijk
verder dalen. Vraag echter wel een
MBK dealer om een inspectie als het
remvloeistofniveau plotseling sterk is
gedaald.
DAU22731
Remvloeistof verversen
Vraag een MBK dealer de remvloeistof te
verversen volgens de intervalperioden
voorgeschreven onder OPMERKING in
het periodieke smeer- en onderhoudsschema. Laat bovendien de oliekeerringen
van de hoofdremcilinders, de remklauwen
en de remslangen vervangen volgens de
intervalperioden of wanneer ze lek of beschadigd zijn.
G Vloeistofafdichtingen: Vervang elke
twee jaar.
G Remslangen: Vervang elke vier jaar.
DAU23112
Controleren en smeren van
gasgreep en gaskabel
De werking van de gasgreep hoort voorafgaand aan elke rit te worden gecontroleerd. Daarnaast moet de kabel door een
MBK dealer worden gesmeerd volgens de
intervalperioden vermeld in het periodieke
onderhoudsschema.
6
6-22
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 64
PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN
DAU23172
Smeren van voor- en
achterremhendels
Voorremhendel
ven in het periodieke smeer- en onderhoudsschema.
DAU23213
Middenbok en zijstandaard
controleren en smeren
Aanbevolen smeermiddel:
Siliconenvet
1. Zijstandaard
6
Achterremhendel
1. Middenbok
De scharnierpunten van de voor- en achterremhendels moeten worden gesmeerd
volgens de intervalperioden voorgeschre-
De werking van de middenbok en de zijstandaard moet voorafgaand aan elke rit
6-23
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 65
PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN
worden gecontroleerd en de scharnierpunten en de metaal-op-metaal contactvlakken moeten indien nodig worden gesmeerd.
DWA10741
WAARSCHUWING
Als de middenbok of de zijstandaard
niet soepel omhoog en omlaag beweegt, vraag dan een MBK dealer deze te
controleren of te repareren. Een slecht
functionerende middenbok of zijstandaard kan het wegdek raken en u afleiden, waardoor u de controle over de
machine kunt verliezen.
DAU23272
Voorvork controleren
De conditie en de werking van de voorvork moeten als volgt worden gecontroleerd volgens de intervalperioden vermeld
in het periodieke smeer- en onderhoudsschema.
2. Bekrachtig de voorrem en druk het
stuur een paar keer stevig naar beneden om te controleren of de voorvork
soepel in- en uitveert.
Om de conditie te controleren
1. Controleer de binnenste vorkbuizen
op krassen, beschadigingen en overmatige olielekkage.
DCA10590
LET OP
Aanbevolen smeermiddel:
Lithiumvet
Als schade wordt gevonden of de voorvork niet soepel beweegt, vraag dan
een MBK dealer te repareren of te controleren.
Om de werking te controleren
1. Zet de machine op een vlakke ondergrond en houd deze rechtop.
WAARSCHUWING! Ondersteun de
machine zorgvuldig om omvallen
en mogelijk letsel te voorkomen.
[DWA10751]
6-24
6
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 66
PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN
DAU45511
DAU23291
Stuursysteem controleren
Controleren van wiellagers
Losse of versleten balhoofdlagers kunnen
gevaarlijk zijn. De werking van het
stuursysteem moet als volgt worden
gecontroleerd volgens de intervalperioden
vermeld in het periodieke smeer- en
onderhoudsschema.
1. Zet de machine op de middenbok.
WAARSCHUWING! Ondersteun de
machine zorgvuldig om omvallen
en mogelijk letsel te voorkomen.
De voor- en achterwiellagers moeten worden gecontroleerd volgens de intervalperioden voorgeschreven in het periodieke
smeer- en onderhoudsschema. Als de
wielnaaf speling vertoont of het wiel niet
soepel draait, vraag dan een MBK dealer
de wiellagers te controleren.
DAU34224
Accu
[DWA10751]
6
1. Accu
2. Houd de voorvorkpoten aan het
onderste uiteinde beet en probeer ze
naar voren en achteren te bewegen.
Als speling wordt gevoeld, vraag dan
een MBK dealer het stuursysteem te
inspecteren of repareren.
De accu bevindt zich achter stroomlijnpaneel A. (Zie pagina 6-8).
Dit model is voorzien van een VRLA (Valve
Regulated Lead Acid)-accu. De elektrolyt
hoeft niet te worden gecontroleerd en er
hoeft geen gedistilleerd water te worden
bijgevuld. Het is echter wel nodig om de
accukabelverbindingen te controleren en,
indien nodig, vast te zetten.
DWA10760
WAARSCHUWING
G Elektrolyt is giftig en gevaarlijk
omdat het zwavelzuur bevat, een
stof die ernstige brandwonden
veroorzaakt. Vermijd contact met
de huid, ogen of kleding en bes6-25
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 67
PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN
cherm uw ogen altijd bij werkzaamheden nabij accu’s. Voer als
volgt EERSTE HULP uit als er
lichamelijk contact is geweest met
elektrolyt.
• UITWENDIG: Spoel overvloedig
met water.
• INWENDIG: Drink grote hoeveelheden water of melk en roep
direct de hulp in van een arts.
• OGEN: Spoel gedurende 15 minuten met water en roep direct
medische hulp in.
G Accu’s produceren het explosieve
waterstofgas. Houd daarom vonken, open vuur, sigaretten e.d. uit
de buurt van de accu en zorg voor
voldoende ventilatie bij acculaden
in een afgesloten ruimte.
G HOUD DEZE EN ALLE ACCU’S
BUITEN BEREIK VAN KINDEREN.
DCA16520
LET OP
Voor het opladen van een VRLA (Valve
Regulated Lead Acid)-accu is een speciale acculader (met constante spanning) vereist. Bij gebruik van een conventionele acculader raakt de accu
beschadigd. Als u niet beschikt over
een acculader met constante spanning,
laat de accu dan opladen door uw MBK
dealer.
Om de accu op te bergen
1. Verwijder de accu als het voertuig
langer dan een maand niet wordt
gebruikt, laad hem volledig bij en zet
dan weg op een koele en droge plek.
LET OP: Draai voordat u de accu
verwijdert de sleutel naar “OFF” en
haal dan eerst de negatieve kabel
en daarna de positieve kabel los.
[DCA16302]
Om de accu op te laden
Vraag zo snel mogelijk een MBK dealer de
accu te laden als deze ontladen lijkt te
zijn. Vergeet niet dat de accu sneller ontladen raakt als de machine is uitgerust met
optionele elektrische accessoires.
2. Als de accu langer dan twee maanden wordt weggeborgen, moet deze
minstens eenmaal per maand worden gecontroleerd; laad de accu dan
indien nodig steeds volledig bij.
3. Laad de accu volledig bij alvorens te
installeren.
6-26
4. Controleer na installatie of de accukabels correct zijn aangesloten op de
accupolen.
DCA16530
LET OP
Houd de accu steeds opgeladen. Stallen van een ontladen accu kan leiden
tot permanente accuschade.
6
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 68
PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN
DAUS1771
Zekeringen vervangen
breng een nieuwe zekering met de voorgeschreven
ampèrewaarde
aan.
WAARSCHUWING! Gebruik geen
zekeringen met een hogere amperage dan aanbevolen om ernstige schade aan het elektrische systeem en
mogelijk brand te voorkomen. [DWA15131]
OPMERKING
Een zekeringtang en een tas met reservezekeringen maken deel uit van de boordgereedschapsset. Gebruik de tang om een
zekering te verwijderen en te plaatsen.
1. Zekeringenkastje
2. Zekering alarmverlichtingssysteem
6
Het zekeringenkastje met de zekeringen voor
de afzonderlijke circuits bevindt zich achter
het stroomlijnpaneel A. (Zie pagina 6-8).
OPMERKING
De hoofdzekering, die zich op een andere
en moeilijk bereikbare plaats bevindt,
moet door een MBK dealer worden vervangen.
Vervang een zekering voor de afzonderlijke circuits als volgt als deze is doorgebrand.
1. Draai de contactsleutel naar “OFF”
en schakel het betreffende elektrische circuit uit.
2. Verwijder de doorgebrande zekering en
1. Zekering radiatorkoelvin
2. Zekering elektronische regeleenheid
3. Backup-zekering
4. Zekering signaleringssysteem
5. Koplampzekering
6. Zekering ontstekingssysteem
7. Reservezekering
8. Reservezekering
9. Reservezekering
6-27
Voorgeschreven zekeringen:
Hoofdzekering:
30,0 A
Koplampzekering:
15,0 A
Zekering signaleringssysteem:
10,0 A
Zekering ontstekingssysteem:
10,0 A
Zekering radiatorkoelvin:
7,5 A
Circuitzekering
alarmverlichtingssysteem:
10,0 A
Zekering ECU (elektronische
regeleenheid):
5,0 A
Backup-zekering:
5,0 A
3. Draai de contactsleutel naar “ON” en
schakel het betreffende elektrische
circuit in om te zien of de apparatuur
werkt.
4. Als de zekering direct opnieuw doorbrandt, vraag dan een MBK dealer
het elektrisch systeem te controleren.
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 69
PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN
DAU34240
Koplampgloeilamp vervangen
De koplampen op dit model hebben halogeen gloeilampen. Als een koplampgloeilamp is doorgebrand, laat deze dan door
een MBK dealer vervangen en laat indien
nodig de koplamplichtbundel afstellen.
DAU43051
Gloeilamp in voorste
richtingaanwijzer vervangen
1. Zet de scooter op de middenbok.
2. Verwijder de lampfitting (samen met
de gloeilamp) door deze linksom te
draaien.
DAUS1781
Vervangen van een gloeilamp in
achterlicht/remlicht of van een
gloeilamp in achterste
richtingaanwijzer
1. Zet de machine op de middenbok.
2. Verwijder het paneel A. (Zie pagina
6-8).
3. Verwijder de achterlicht-/remlichtunit
door de schroeven los te draaien.
6
1. Gloeilamp richtingaanwijzer
2. Fitting gloeilamp richtingaanwijzer
3. Verwijder de defecte gloeilamp door
deze uit te trekken.
4. Steek een nieuwe gloeilamp in de fitting.
5. Breng de lampfitting aan (samen met
de gloeilamp) door deze rechtsom te
draaien.
6-28
1. Schroef
4. Verwijder het achterlicht/remlicht en
de lamphouder van de richtingaanwijzergloeilamp samen met de stofbeschermer door op de lippen te
drukken en vervolgens beiden naar
buiten te trekken.
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 70
PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN
6. Plaats een nieuwe gloeilamp in de fitting, druk deze in en draai rechtsom
tot hij stuit.
7. Breng de gloeilamphouder samen
met de stofbeschermer aan door beiden in de oorspronkelijke positie te
drukken.
1. Stofbeschermer
2. Lipje
DAU47910
Gloeilamp in
kentekenverlichting vervangen
1. Verwijder het kapje over de kentekenverlichting door de schroef los te
draaien.
OPMERKING
Plaats de gloeilamphouder en stofkap op
de juiste manier om te voorkomen dat stof
en water binnendringen.
8. Breng de schroeven en de achterlicht-/remlichtunit aan.
9. Monteer het paneel.
6
1. Schroef
2. Gloeilampfitting kentekenverlichting
2. Verwijder de doorgebrande gloeilamp door deze uit de fitting te trekken.
3. Steek een nieuwe gloeilamp in de fitting.
4. Monteer de kap over de kentekenverlichting door de schroef aan te
brengen.
1. Gloeilamp richtingaanwijzer
2. Gloeilamp remlicht/achterlicht
5. Verwijder de defecte gloeilamp door
deze in te drukken en linksom te draaien.
6-29
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 71
PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN
DAU43231
Parkeerlichtgloeilamp
vervangen
Dit model is voorzien van twee parkeerlichten. Vervang een parkeerlichtgloeilamp als volgt als deze is doorgebrand.
1. Verwijder de lampfitting (samen met
de gloeilamp) door deze naar buiten
te trekken.
1. Fitting parkeerlichtgloeilamp
2. Verwijder de defecte gloeilamp door
deze uit te trekken.
3. Steek een nieuwe gloeilamp in de fitting.
4. Breng de lampfitting aan (samen met
de gloeilamp) door deze vast te drukken.
DAU25881
Problemen oplossen
MBK scooters ondergaan een grondige
inspectie voordat ze vanaf de fabriek op
transport gaan, maar tijdens gebruik kunnen toch storingen optreden. Problemen
in de brandstof-, compressie- of ontstekingssystemen kunnen bijvoorbeeld de
oorzaak zijn van slecht starten of een
afname in motorvermogen.
In de volgende storingzoekschema’s is
een snelle en gemakkelijke werkwijze
weergegeven om deze vitale systemen
zelf te kunnen controleren. Ga met uw
scooter echter wel naar een MBK dealer
als reparaties nodig zijn, hier zijn vakkundige monteurs aanwezig die beschikken
over het benodigde gereedschap en de
ervaring en vakkennis om het nodige
onderhoud aan de scooter correct te
verrichten.
Gebruik uitsluitend originele MBK vervangingsonderdelen. Niet-originele onderdelen lijken misschien op MBK onderdelen
maar zijn toch vaak van mindere kwaliteit
en hebben een kortere levensduur, zodat
dan later mogelijk toch dure reparaties
nodig zijn.
6-30
DWA15141
WAARSCHUWING
Rook niet tijdens het controleren van
het brandstofsysteem en let erop dat er
geen open vuur of vonken in de omgeving zijn, inclusief waakvlammen van
geisers of ovens. Benzine en benzinedampen kunnen vlam vatten of exploderen, met ernstig letsel of schade aan
eigendommen tot gevolg.
6
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 72
PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN
DAU42131
Storingzoekschema’s
Startproblemen of slechte werking van de motor
1. Brandstof
Controleer het
brandstofniveau in de
brandstoftank.
Er is voldoende brandstof aanwezig.
Controleer de compressie.
Er is geen brandstof aanwezig.
Vul brandstof bij.
De motor start niet.
Controleer de compressie.
2. Compressie
Er is compressie.
Controleer de ontsteking.
Er is geen compressie.
Vraag een MBK dealer de
machine te controleren.
Bedien de elektrische
startknop.
6
3. Ontsteking
Nat
Schoonvegen met een droge doek. Stel de
elektrodenafstand van de bougie af of vervang de bougie.
Bedien de elektrische startknop.
Vraag een MBK dealer de machine te controleren.
De motor start niet. Controleer de accu.
Verwijder de bougie en
controleer de elektroden.
Droog
4. Accu
De motor draait snel rond.
De accu is in orde.
De motor draait langzaam rond.
Controleer de aansluitingen van de
accukabels en laad de accu indien nodig.
Bedien de elektrische
startknop.
6-31
De motor start niet. Vraag een
MBK dealer de machine te
controleren.
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 73
PERIODIEK ONDERHOUD EN AFSTELLINGEN
Oververhitte motor
DWA10400
WAARSCHUWING
G Verwijder de koelvloeistofradiatorvuldop niet terwijl de motor en de koelvloeistofradiator nog heet zijn. Hete vloeistof
en stoom kan naar buiten spuiten en zo ernstige brandwonden veroorzaken. Wacht tot de motor is afgekoeld.
G Breng na verwijderen van de borgbout voor de radiatorvuldop een dikke doek, bijvoorbeeld een handdoek, aan over de
radiatorvuldop en draai deze dan langzaam linksom tegen de aanslag zodat de nog aanwezige druk kan ontsnappen.
Druk de dop omlaag zodra het sisgeluid stopt en draai deze linksom en verwijder de dop.
Er is lekkage.
Vraag een MBK dealer het
koelsysteem te controleren en te
repareren.
Er is geen
lekkage.
Vul koelvloeistof bij.
(Zie OPMERKING.)
Het koelvloeistofniveau is
laag. Controleer het
koelsysteem op lekkage.
Wacht tot de
motor is afgekoeld.
Controleer het
koelvloeistofniveau in het
reservoir en in de radiator.
6
Het koelvloeistofniveau is
in orde.
Start de motor. Vraag een MBK dealer het koelsysteem
te controleren en te repareren als de motor opnieuw
oververhit raakt.
OPMERKING
Als geen koelvloeistof beschikbaar is, kan tijdelijk leidingwater worden gebruikt, maar dit moet wel zo snel mogelijk door de voorgeschreven koelvloeistof worden vervangen.
6-32
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 74
VERZORGING EN STALLING VAN DE SCOOTER
DAU37833
Matkleur, let op
DCA15192
LET OP
Sommige modellen zijn uitgerust met
matkleurige onderdelen. Raadpleeg
een MBK dealer voor advies over wat
voor producten gebruikt moeten worden om het voertuig te reinigen.
Het gebruik van een borsteltje, chemische producten of reinigingsmiddelen
tijdens het reinigen van deze onderdelen kan het oppervlak bekrassen of
beschadigen. Ook was moet niet worden aangebracht op een van de matkleurige onderdelen.
7
DAU26094
Reinigen
Verzorging
DCA10783
De open constructie van een scooter
maakt de fraaie techniek beter zichtbaar,
maar de machine is hierdoor ook meer
kwetsbaar. Er kan roestvorming en corrosie optreden, ook al zijn hoogwaardige
componenten gebruikt. Een roestige uitlaatpijp valt bij een auto niet zo op, bij een
scooter is dit echter nadelig voor de algehele aanblik. Regelmatige en correcte verzorging is niet alleen vereist volgens de
garantiebepalingen, maar verzekert ook
een fraai uiterlijk van de scooter, verlengt
de levensduur en verbetert de prestaties.
Alvorens te reinigen
1. Dek de uitlaatdemperopening af met
een plastic zak nadat de motor is
afgekoeld.
2. Controleer of alle doppen en afdekpluggen en alle elektrische stekkers
en aansluitingen, inclusief de bougiedoppen, stevig zijn bevestigd.
3. Verwijder hardnekkige vervuiling,
zoals verbrande olie op het carter,
met een ontvetter en een borstel,
maar gebruik dergelijke producten
nooit op afdichtingen, pakkingen en
wielassen. Spoel vuil en ontvetter
altijd af met water.
7-1
LET OP
G Vermijd het gebruik van sterke en
bijtende wielreinigingsmiddelen,
vooral bij spaakwielen. Als dergelijke producten toch worden
gebruikt om hardnekkig vuil los te
maken, laat het reinigingsmiddel
dan niet langer inwerken dan is
vermeld in de gebruiksinstructies.
Spoel vervolgens grondig na met
water, laat direct drogen en breng
daarna een corrosiewerende spray
aan.
G Bij verkeerd reinigen kunnen
kunststof delen (zoals stroomlijnpanelen, framepanelen, kuipruiten,
koplamplenzen, lenzen van de instrumentenverlichting enz.) en de
uitlaatdempers beschadigd raken.
Gebruik alleen een zachte, schone
doek of een spons met water om
kunststof delen te reinigen. Als de
kunststof delen met water niet
afdoende kunnen worden gereinigd, kan een mild reinigingsmiddel met water worden gebruikt.
Spoel
reinigingsmiddelresten
zorgvuldig af met grote hoeveelheden water, aangezien ze de
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 75
VERZORGING EN STALLING VAN DE SCOOTER
kunststof delen kunnen beschadigen.
G Gebruik geen bijtende chemische
reinigingsmiddelen op kunststof
delen. Vermijd het gebruik van
doeken of sponzen die in contact
zijn geweest met bijtende of schurende reinigingsmiddelen, oplosmiddelen of thinner, brandstof
(benzine), roestverwijderingsmiddelen of corrosieremmers, remvloeistof, antivries of elektrolyt.
G Gebruik geen hogedrukreinigers of
stoomreinigers, omdat dan op de
volgende plaatsen water kan doordringen en zo schade kan ontstaan: afdichtingen (van wiel- en achterbruglagers,
voorvork
en
remmen), elektrische componenten (kabelstekkers, messtekkers,
instrumenten, schakelaars en verlichting), beluchtings- en ontluchtingsslangen.
G Bij scooters met een kuipruit:
Gebruik geen bijtende reinigingsmiddelen of harde sponzen, deze
veroorzaken dofheid en laten krasjes achter. Sommige reinigingsmiddelen voor kunststof laten eveneens krasjes achter op de
kuipruit. Test het product op een
klein, niet-zichtbaar gedeelte van
de kuipruit om zeker te zijn dat
geen sporen achterblijven op de
kuipruit. Als de kuipruit krasjes
vertoont, breng dan na wassen
een hoogwaardige polish voor
gebruik op kunststof aan.
Na normaal gebruik
Verwijder vuil met warm water, een mild
reinigingsmiddel en een zachte, schone
spons en spoel dan grondig met schoon
water. Gebruik een tandenborstel of flessenborstel voor moeilijk bereikbare plekken. Hardnekkig vastzittend vuil en insectenresten laten gemakkelijker los als de
bewuste plek alvorens te reinigen een
paar minuten met een vochtige doek
wordt bedekt.
Na rijden in regen, aan de kust of op
bepekelde wegen
Zilte zeelucht en wegenzout waarmee
wegen in de winter worden bestrooid hebben in combinatie met water een zeer
corrosieve werking; handel daarom als
volgt na een rit in een regenbui, nabij de
kust of op bepekelde wegen.
7-2
OPMERKING
In de winter gestrooid wegenzout kan nog
tot in de lente aanwezig blijven.
1. Reinig de scooter met koud water en
zachte zeep nadat de motor is afgekoeld. WAARSCHUWING! Gebruik
geen warm water, dit versnelt de
corrosieve werking van het zout.
[DCA10791]
2. Breng met een spuitbus een corrosiewerend middel aan op alle metalen delen, ook op verchroomde en
vernikkelde componenten, om zo
corrosie te voorkomen.
Na reiniging
1. Droog de scooter met een zeemleren
lap of een vochtabsorberende doek.
2. Gebruik een chroompolish om verchroomde, aluminium en roestvrijstalen
delen te doen glanzen, ook het uitlaatsysteem. (Zelfs thermische verkleuringen op roestvrijstalen uitlaatsystemen kunnen door oppoetsen
worden verwijderd.)
3. Het is aan te bevelen om met een
spuitbus een corrosiewerend middel
aan te brengen op alle metalen
delen, ook op verchroomde en vernikkelde componenten, om zo corrosie te voorkomen.
7
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 76
VERZORGING EN STALLING VAN DE SCOOTER
4. Gebruik oliespray als universeel
schoonmaakmiddel om nog achtergebleven vuil te verwijderen.
5. Werk kleine lakbeschadigingen door
steenslag e.d. bij.
6. Zet alle gelakte oppervlakken in de
was.
7. Laat de scooter volledig drogen alvorens te stallen of af te dekken.
DWA10942
WAARSCHUWING
7
Verontreiniging van de remmen of banden kan leiden tot verlies van de controle over de machine.
G Controleer of er geen olie of was
op de remmen of banden zit. Reinig de remschijven en remvoeringen indien nodig met een normale
remschijfreiniger of aceton en
spoel de banden schoon met lauw
water en een mild reinigingsmiddel.
G Test voor u de scooter in gebruik
neemt eerst de remwerking en het
weggedrag in bochten.
DCA10800
DAU36561
Stalling
LET OP
G Breng een geringe hoeveelheid
oliespray en was aan en verwijder
overtollige hoeveelheden.
G Breng oliespray of was nooit aan
op rubber of kunststof delen,
behandel deze met een daartoe
bestemd verzorgingsmiddel.
G Vermijd het gebruik van schurende
poetsmiddelen, deze tasten de lak
aan.
OPMERKING
G Vraag een MBK dealer om advies
over de te gebruiken producten.
G Door wassen, regenachtig weer of
een vochtig klimaat kan de koplamplens beslagen raken. Inschakelen
van de koplamp gedurende een korte periode zal helpen bij de verwijdering van het vocht.
Korte termijn
Stal uw scooter steeds op een koele en
droge plek en bescherm indien nodig
tegen stof met een luchtdoorlatende stallinghoes.
DCA10820
LET OP
G Als de scooter wordt gestald in
een slecht geventileerde ruimte of
in vochtige toestand wordt afgedekt met een dekzeil, zal water en
vocht kunnen binnendringen en
roestvorming veroorzaken.
G Voorkom corrosie door de machine niet te stallen in een vochtige
kelder, een stal (i.v.m. de aanwezigheid van ammoniakdamp) en in
een opslagruimte voor sterke chemicaliën.
Lange termijn
Alvorens uw scooter gedurende meerdere
maanden aaneen te stallen:
1. Volg alle instructies op in de paragraaf “Verzorging” in dit hoofdstuk.
2. Vul de brandstoftank en voeg een
stabilisatoradditief (indien verkrijgbaar) toe om roestvorming in de tank en
7-3
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 77
VERZORGING EN STALLING VAN DE SCOOTER
achteruitgang van de brandstof te
voorkomen.
3. Voer de volgende stappen uit om de
cilinder, de zuigerveren etc. te beschermen tegen corrosie.
a. Verwijder de bougiedop en de
bougie.
b. Giet een theelepel motorolie in
het bougiegat.
c. Breng de bougiedop aan op de
bougie en leg dan de bougie
zodanig op de cilinderkop dat de
elektroden aan massa liggen. (Dit
voorkomt vonken tijdens de volgende stap.)
d. Laat de motor een paar keer
ronddraaien op de startmotor.
(De cilinderwand wordt zo geolied.)
e. Haal de bougiedop los van de
bougie en breng dan de bougie
en de bougiedop weer aan.
WAARSCHUWING! Verbind de
bougie-elektrodes met de
massa bij het ronddraaien van
de motor om schade of letsel
door vonkvorming te voorkomen. [DWA10951]
4. Smeer alle bedieningskabels en
scharnierpunten van alle hendels en
pedalen en van de zijstandaard/middenbok.
5. Controleer de bandspanning en
corrigeer deze indien nodig en breng
dan de scooter omhoog zodat beide
wielen los van de grond zijn. Een
andere mogelijkheid is de wielen elke
maand iets te draaien, zodat de banden niet op één gedeelte sterker achteruitgaan.
6. Dek de uitlaatdemper af met een
plastic zak om te voorkomen dat
vocht kan binnendringen.
7. Verwijder de accu en laad deze volledig bij. Berg de accu op een koele en
droge plek op en laad deze eens per
maand bij. Berg de accu niet op een
overmatig koude of warme plek op
[onder 0 °C (30 °F) of boven 30 °C (90
°F)]. Zie pagina 6-25 voor meer informatie over het opbergen van de
accu.
OPMERKING
Verricht eventueel noodzakelijke reparaties alvorens de scooter te stallen.
7-4
7
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 78
SPECIFICATIES
Afmetingen:
Totale lengte:
2.201 mm (86,7 in)
Totale breedte:
776 mm (30,6 in)
Totale hoogte:
1.337 mm (52,6 in)
Zadelhoogte:
792 mm (31,2 in)
Wielbasis:
1.545 mm (60,8 in)
Grondspeling:
134 mm (5,30 in)
Kleinste draaicirkel:
1.805 mm (71,1 in)
Gewicht:
Incl. olie en brandstof:
171,6 kg (378 lb)
Motor:
8
Type motor:
Vloeistofgekoeld, 4-takt, SOHC
Cilinderopstelling:
1-cilinder, vooroverhellend
Slagvolume:
124 cm3
Boring x slag:
52,0 x 58,6 mm (2,05 x 2,31 in)
Compressieverhouding:
11,20 :1
Startsysteem:
Elektrische startmotor
Smeersysteem:
Wet sump
Motorolie:
Luchtfilter:
Type:
SAE 10W-30 of SAE 10W-40 of SAE
15W-40 of SAE 20W-40 of SAE 20W-50
-20 -10
0
10 20 30 40 50 ˚C
SAE 10W-30
SAE 10W-40
SAE 10W-50
SAE 15W-40
SAE 20W-40
SAE 20W-50
Aanbevolen kwaliteit motorolie:
Type API service SG of hoger, JASO MA
norm
Hoeveelheid motorolie:
Zonder vervanging van oliefilterelement:
1,40 L (1,48 US qt, 1,23 Imp.qt)
Met vervanging van oliefilterelement:
1,50 L (1,59 US qt, 1,32 Imp.qt)
Eindoverbrengingsolie:
Type:
SAE 10W-30 type SE motorolie
Hoeveelheid:
0,21 L (0,22 US qt, 0,18 Imp.qt)
Koelsysteem:
Inhoud koelvloeistofreservoir (tot aan de
merkstreep voor maximumniveau):
0,25 L (0,26 US qt, 0,22 Imp.qt)
Inhoud radiator (inclusief alle leidingen):
1,00 L (1,06 US qt, 0,88 Imp.qt)
8-1
Luchtfilterelement:
Papieren element met oliecoating
Brandstof:
Aanbevolen brandstof:
Uitsluitend normale loodvrije benzine
Inhoud brandstoftank:
12,5 L (3,30 US gal, 2,75 Imp.gal)
Hoeveelheid reservebrandstof:
1,7 L (0,45 US gal, 0,37 Imp.gal)
Brandstofinjectie:
Gasklephuis:
Het teken van identificatie:
1B91 00
Fabrikant:
AISAN
Bougie(s):
Fabrikant/model:
NGK/CPR9EA-9
Elektrodenafstand:
0,8–0,9 mm (0,031–0,035 in)
Koppeling:
Type koppeling:
Droog. automatisch centrifugaal
Versnellingsbak:
Primair reductiesysteem:
Schroeftandwiel
Primaire reductieverhouding:
41/14 (2,929)
Secundair reductiesysteem:
Schroeftandwiel
Secundaire reductieverhouding:
44/13 (3,385)
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 79
SPECIFICATIES
Type versnellingbak:
Automatisch, V-snaar
Bediening:
Automatisch centrifugaal
Chassis:
Type frame:
Stalen onderdraagbuis
Spoorhoek:
28,0 graad
Naspoor:
100,0 mm (3,94 in)
Voorband:
Type:
Tubeless
Maat:
120/70-15 M/C 56P - 56S
Fabrikant/model:
MICHELIN/GOLD STANDARD
Fabrikant/model:
MICHELIN/CITY GRIP
Fabrikant/model:
PIRELLI/GTS23
Fabrikant/model:
METZELER/FEELFREE
Achterband:
Type:
Tubeless
Maat:
140/70-14 M/C 68P - 68S
Fabrikant/model:
MICHELIN/GOLD STANDARD
Fabrikant/model:
CITY GRIP
Fabrikant/model:
PIRELLI/GTS24
Fabrikant/model:
METZELER/FEELFREE
Bediening:
Bediening met rechterhand
Aanbevolen remvloeistof:
DOT 4
Belading:
Achterrem:
Maximale belasting:
186 kg (410 lb)
Bandenspanning (gemeten aan koude
banden):
Gewichtsverdeling:
0–90 kg (0–198 lb)
Voor:
190 kPa (1,90 kgf/cm2, 28 psi,
Achter:
220 kPa (2,20 kgf/cm2, 32 psi,
Gewichtsverdeling:
90 kg - Maximale belasting
Voor:
210 kPa (2,10 kgf/cm2, 30 psi,
Achter:
250 kPa (2,50 kgf/cm2, 36 psi,
Voorwiel:
Type wiel:
Gietwiel
Velgmaat:
15 x MT3,5
Type:
Enkele schijfrem
Bediening:
Bediening met linkerhand
Aanbevolen remvloeistof:
DOT 4
Voorwielophanging:
1,90 bar)
2,20 bar)
2,10 bar)
2,50 bar)
Type:
Telescoopvork
Veer/schokdempertype:
Schroefveer/oliedemper
Veerweg:
110,0 mm (4,33 in)
Achterwielophanging:
Type:
Unit swing
Veer/schokdempertype:
Schroefveer/oliedemper
Veerweg:
95,0 mm (3,74 in)
Elektrische installatie:
Ontstekingssysteem:
Transistorontsteking (digitaal)
Laadsysteem:
Wisselstroomdynamo met permanente
magneten
Achterwiel:
Type wiel:
Gietwiel
Velgmaat:
14 x MT3,75
Accu:
Voorrem:
Type:
Enkele schijfrem
8-2
Model:
GTX9-BS
8
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 80
SPECIFICATIES
Voltage, capaciteit:
12 V, 8,0 Ah
Koplamp:
Type gloeilamp:
Halogeenlamp
Gloeilampen voltage, wattage x aantal:
8
Dimlicht:
12 V, 55,0 W x 1
Grootlicht:
12 V, 55,0 W x 1
Achterlicht/remlicht unit:
12 V, 5,0 W/21,0 W x 2
Voorste richtingaanwijzer:
12 V, 10,0 W x 2
Achterste richtingaanwijzer:
12 V, 10,0 W x 2
Parkeerlicht:
12 V, 5,0 W x 2
Kentekenverlichting:
12 V, 5,0 W x 1
Instrumentenverlichting:
12 V, 2,0 W x 3
Controlelampje grootlicht:
12 V, 1,4 W x 1
Controlelampje richtingaanwijzers:
12 V, 1,4 W x 2
Waarschuwingslampje motorstoring:
12 V, 1,4 W x 1
Controlelampje startblokkering:
LED
Koplampzekering:
15,0 A
Zekering signaleringssysteem:
10,0 A
Zekering ontstekingssysteem:
10,0 A
Zekering radiatorkoelvin:
7,5 A
Circuitzekering alarmverlichtingssysteem:
10,0 A
Zekering ECU (elektronische regeleenheid):
5,0 A
Backup-zekering:
5,0 A
Zekeringen:
Hoofdzekering:
30,0 A
8-3
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 81
GEBRUIKERSINFORMATIE
DAU26352
Identificatienummers
DAU26381
Sleutelnummer
DAU26410
Voertuigidentificatienummer
Noteer het sleutelnummer, het voertuigidentificatienummer en de gegevens op de
modelinformatiesticker in onderstaande
ruimtes. Deze nummers heeft u nodig om
reserveonderdelen bij een MBK dealer te
bestellen of wanneer uw voertuig is gestolen.
SLEUTELNUMMER:
1
1. Sleutelnummer
2. Codeersleutel (rood bovendeel)
3. Standaardsleutels (zwart bovendeel)
VOERTUIGIDENTIFICATIENUMMER:
Het sleutelnummer is ingeslagen op het
sleutelplaatje. Noteer dit nummer in het
daartoe bestemde vakje en gebruik dit als
referentie bij het bestellen van een nieuwe
sleutel.
1. Voertuigidentificatienummer
Het voertuigidentificatienummer is ingeslagen op het frame.
OPMERKING
Het voertuigidentificatienummer is bedoeld voor identificatie van uw machine en
kan worden gebruikt om deze in uw land
aan te melden voor kentekenregistratie.
MODELINFORMATIESTICKER:
9
9-1
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 82
GEBRUIKERSINFORMATIE
DAU26460
Modelinformatiesticker
1
1. Modelinformatiesticker
De modelinformatiesticker is bevestigd op
de getoonde locatie. Noteer de informatie
op deze sticker in het daartoe bestemde
vakje. Deze informatie is nodig om reserve-onderdelen te bestellen bij een MBK
dealer.
9
9-2
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 83
INHOUDSOPGAVE
A
Aandachtspunten voor veilig rijden ...........1-4
Accu .........................................................6-25
Klepspeling ..............................................6-17
Koelvloeistof.............................................6-14
Koplampgloeilamp, vervangen ................6-28
B
Banden.....................................................6-18
Bevestigingssteun....................................3-15
Bougie, controleren....................................6-9
Brandstof .................................................3-13
Brandstofverbruik, tips voor een
zuinig........................................................5-3
C
Claxonschakelaar.....................................3-11
Contactslot/stuurslot .................................3-2
Controle- en waarschuwingslampjes.........3-4
Controlelampje grootlicht...........................3-4
Controlelampje startblokkeersysteem .......3-4
Controlelampjes richtingaanwijzers ...........3-4
D
Dimlichtschakelaar...................................3-11
E
Eindoverbrengingsolie..............................6-13
G
Gasgreep en gaskabel, controleren en
smeren ...................................................6-22
Gereedschapsset .......................................6-1
Gloeilamp in achterlicht/remlicht of
gloeilamp in achterste richtingaanwijzer,
vervangen ..............................................6-28
Gloeilamp kentekenverlichting,
vervangen ..............................................6-29
Gloeilamp richtingaanwijzer (voor),
vervangen ..............................................6-28
I
Identificatienummers..................................9-1
Sleutelnummer ...........................................9-1
Smering en onderhoud, periodiek .............6-4
Snelheidsmeter ..........................................3-5
Sneller en langzamer rijden .......................5-2
Specificaties...............................................7-3
Stalling .......................................................7-3
Startblokkeersysteem ................................3-1
Starten van de motor .................................5-1
Startknop .................................................3-11
Startspersysteem .....................................3-19
Storingzoekschema’s ..............................6-31
Stroomlijnpanelen en framepaneel,
verwijderen en aanbrengen .....................6-8
Stuurschakelaars .....................................3-11
Stuursysteem, controleren.......................6-25
Inrijperiode .................................................5-4
K
L
Lichtsignaalschakelaar.............................3-11
Luchtfilter en luchtfilterelementen in
v-snaarbehuizing ...................................6-16
M
Matkleur, let op ..........................................7-1
Middenbok en zijstandaard, controleren en
smeren ...................................................6-23
Modelinformatiesticker ..............................9-2
Motorolie ..................................................6-10
Multifunctioneel display .............................3-6
O
Onderhoud, uitstootcontrolesysteem ........6-3
Opbergcompartimenten...........................3-16
P
Parkeerlichtgloeilamp, vervangen............6-30
Parkeren .....................................................5-4
Plaats van de onderdelen ..........................2-1
Problemen oplossen ................................6-30
R
Remhendel, achterrem.............................3-12
Remhendels, smeren ...............................6-23
Remmen.....................................................5-3
Remvloeistof, verversen...........................6-22
Remvloeistofniveau, controleren..............6-21
Richtingaanwijzerschakelaar....................3-11
S
Schakelaar alarmverlichting .....................3-11
Schokdemperunits, afstellen ...................3-18
T
Tankdop ...................................................3-12
Toerenteller.................................................3-5
U
Uitlaatkatalysatoren .................................3-14
V
Veiligheidsinformatie ..................................1-1
Verzorging ..................................................7-1
Voertuigidentificatienummer ......................9-1
Voor- en achterremblokken controleren ..6-20
Voorremhendel .........................................3-12
Voorvork, controleren...............................6-24
Vrije slag gaskabel, controleren ...............6-17
Vrije slag voor- en achterremhendel,
controleren.............................................6-20
W
Waarschuwingslampje motorstoring .........3-4
Wegrijden ...................................................5-2
Wielen ......................................................6-19
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 84
INHOUDSOPGAVE
Wiellagers controleren .............................6-25
Z
Zadel ........................................................3-15
Zekeringen, vervangen.............................6-27
Zijstandaard .............................................3-18
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 85
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 86
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 87
39D-F819P-D0
4/11/09
20:20
Página 88
YAMAHA MOTOR ESPAÑA
Aiguaders, 10-16 • Pol. Ind. Riera de Caldes
08184 Palau-Solità i Plegamans • Barcelona • Spain
PRINTED IN THE NETHERLANDS
2009.08
(D)
Was this manual useful for you? yes no
Thank you for your participation!

* Your assessment is very important for improving the work of artificial intelligence, which forms the content of this project

Download PDF

advertisement