Roland | BR-900CD | De BR-900CD aan - Roland Central Europe

Handleiding
Hartelijk dank en gefeliciteerd met uw aankoop van de BOSS
BR-900CD Digital Recording Studio.
Lees eerst aandachtig onderstaande rubrieken voor u dit
toestel gaat gebruiken:
• HET TOESTEL VEILIG GEBRUIKEN (p. 2–3)
• BELANGRIJKE OPMERKINGEN (p. 4–5)
Deze rubrieken bevatten belangrijke informatie over de
correcte bediening van het toestel.
Om zeker te zijn dat u alle functies van uw nieuwe toestel
voldoende beheerst, dient u de handleiding in haar geheel te
lezen. Bewaar de handleiding binnen handbereik zodat u ze
naar believen kunt raadplegen.
■ Enkel afspraken in deze handleiding
• Tekst of cijfers tussen vierkante haakjes [ ] verwijzen naar toetsen.
[PLAY]
PLAY-toets
[REC]
REC-toets (opnametoets)
• Vermeldingen zoals (p. **) verwijzen naar pagina’s elders in deze
handleiding, waar u bruikbare informatie kunt terugvinden.
Copyright 2005 ROLAND CORPORATION
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag, in welke vorm dan ook,
worden gereproduceerd zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van
BOSS CORPORATION.
HET TOESTEL VEILIG GEBRUIKEN
HET TOESTEL VEILIG GEBRUIKEN
INSTRUCTIES OM BRAND, ELEKTRISCHE SCHOKKEN OF VERWONDINGEN TE VOORKOMEN
Over de labels
WAARSCHUWING en
LET OP
Over de pictogrammen
Het
-pictogram maakt de gebruiker attent op belangrijke
instructies of waarschuwingen. De juiste betekenis van het
pictogram wordt bepaald door de tekening in de driehoek.
Het links getoonde pictogram wordt gebruikt voor algemene
waarschuwingen of om de aandacht te vestigen op gevaar.
Wordt gebruikt voor instructies die de
gebruiker wijzen op het risico op dodelijke
WAARSCHUWING ongevallen of zware verwondingen bij
onjuist gebruik van het toestel.
Wordt gebruikt voor instructies die de
gebruiker wijzen op het risico op
verwondingen of materiële schade bij onjuist
gebruik van het toestel.
LET OP
Het
-pictogram maakt de gebruiker attent op dingen die
nooit mogen worden uitgevoerd (verboden zijn). Wat nooit
mag worden gedaan, wordt aangegeven door de tekening in
de cirkel. Het links getoonde pictogram geeft aan dat het
toestel nooit uit elkaar mag worden gehaald.
* Materiële schade verwijst naar schade of
andere ongunstige gevolgen voor het huis
en de hele inboedel, huisdieren inbegrepen.
Het ●-pictogram maakt de gebruiker attent op dingen die
moeten worden uitgevoerd. Wat er moet worden gedaan,
wordt aangegeven door de tekening in de cirkel. Het links
getoonde pictogram betekent dat de stekker van het netsnoer
uit het stopcontact moet worden gehaald.
NEEM STEEDS HET VOLGENDE IN ACHT
WAARSCHUWING
WAARSCHUWING
001
009
• Lees aandachtig onderstaande instructies en de
volledige handleiding voor u dit toestel gebruikt.
• Buig en draai de stroomkabel niet te veel en plaats
er geen zware voorwerpen op. Als u dit wel doet,
kan de kabel beschadigd raken en kortsluiting
veroorzaken. Beschadigde kabels kunnen brand
of elektrocutie veroorzaken!
..........................................................................................................
..........................................................................................................
002c
• Maak het toestel of de adapter nooit open en
breng geen wijzigingen aan.
..........................................................................................................
003
• Probeer het toestel niet zelf te herstellen of onderdelen ervan te vervangen (tenzij deze handleiding
hiervoor specifieke instructies bevat). Laat alle
onderhoud uitvoeren door uw leverancier, het
dichtstbijzijnde Roland Service Center of een
erkend Roland-distributeur. U vindt hun
gegevens op de pagina 'Informatie'.
..........................................................................................................
004
• Gebruik of bewaar het toestel nooit op plaatsen die:
• onderhevig zijn aan extreme temperaturen
(bijv. direct zonlicht in een gesloten voertuig, op
of naast verwarmingsbuizen of in de buurt van
andere warmtebronnen);
• vochtig zijn (zoals badkamers, wasruimten,
op natte vloeren);
• een hoge luchtvochtigheid hebben;
• blootgesteld zijn aan regen;
• stoffig zijn;
• onderhevig zijn aan sterke trillingen.
..........................................................................................................
007
• Plaats het toestel steeds zo dat het waterpas en
stabiel staat. Plaats het nooit op een statief dat kan
gaan wiebelen of op hellende vlakken.
..........................................................................................................
008c
• Gebruik uitsluitend de adapter geleverd bij het
toestel. Zorg ook dat het voltage bij de installatie
overeenkomt met het voltage van de adapter.
Andere adapters kunnen een afwijkende polariteit
gebruiken of ontworpen zijn voor een ander voltage.
Het gebruik van deze adapters kan resulteren in
schade, defecten of elektrische schokken.
..........................................................................................................
2
010
• Dit toestel, alleen of in combinatie met een
versterker en een hoofdtelefoon of luidsprekers,
zou een geluidsniveau kunnen produceren dat
permanente gehoorschade kan veroorzaken.
Vermijd langdurig gebruik bij een hoog of
onaangenaam volumeniveau. Als u enig gehoorverlies of suizende oren gewaar wordt, staak dan
onmiddellijk het gebruik van dit toestel en raadpleeg een gehoorspecialist.
..........................................................................................................
011
• Zorg dat er geen voorwerpen (bijv. brandbare
materialen, muntstukken, spelden) of vloeistoffen
(water, frisdrank, enz.) in het toestel kunnen
terechtkomen.
..........................................................................................................
012c
• Schakel het toestel onmiddellijk uit, trek de
stekker van de adapter uit het stopcontact en laat
het toestel nakijken door uw leverancier, in het
dichtstbijzijnde Roland Service Center of door een
erkend Roland-distributeur zoals aangegeven op
de pagina ‘Informatie’, indien:
• de adapter of de stroomkabel beschadigd is;
• rook of een vreemde geur ontstaat;
• voorwerpen of vloeistoffen in het toestel zijn
terechtgekomen;
• het toestel in de regen heeft gestaan (of op een
andere manier nat is geworden);
• het toestel niet normaal blijkt te werken of
ongewone zaken vertoont.
..........................................................................................................
VOORZICHTIG
WAARSCHUWING
013
107d
• In gezinnen met kleine kinderen moet een
volwassene toezicht houden tot de kinderen in
staat zijn om het toestel op een veilige manier te
gebruiken.
..........................................................................................................
• Raak de adapter of de stekker nooit met natte
handen aan, wanneer u ze wilt aansluiten op
een stopcontact of dit toestel.
..........................................................................................................
014
• Bescherm het toestel tegen zware schokken.
(Laat het niet vallen!)
108b
• Trek de stekker uit het stopcontact en koppel alle
externe toestellen af, voor u het toestel verplaatst.
..........................................................................................................
109b
..........................................................................................................
015
• Steek de stekker van dit toestel niet in een
stopcontact waarop al een groot aantal andere
apparaten zijn aangesloten. Wees in het bijzonder
voorzichtig met verlengkabels – het gezamenlijke
vermogen van alle op de verlengkabel aangesloten
apparaten mag nooit meer zijn dan het vermogensbereik (watt/ampère) van de verlengkabel. Door
een te grote belasting kan de isolatie van de kabel
warm worden en zelfs smelten.
..........................................................................................................
016
• Raadpleeg, voor u dit toestel in het buitenland
gebruikt, eerst uw leverancier, het dichtstbijzijnde
Roland Service Center of een erkende Rolanddistributeur. Hun gegevens vindt u op de
"Informatie"-pagina.
..........................................................................................................
• Schakel het toestel uit en trek de stekker uit het
stopcontact, voor u toestel schoonmaakt.
..........................................................................................................
110b
• Trek de stekker uit het stopcontact wanneer u
gevaar voor blikseminslagen vermoedt.
111: Selection
• Batterijen kunnen bij onzorgvuldig gebruik gaan
lekken of zelfs ontploffen, en schade of
verwondingen veroorzaken. Neem voor uw eigen
veiligheid onderstaande voorzorgsmaatregelen in
acht (p. 23).
• Volg de plaatsingsinstructies voor batterijen en
respecteer de polariteit.
• Combineer geen oude en nieuwe batterijen.
Combineer ook geen batterijen van
verschillende merken/typen.
019
• Verwijder de batterijen als u het toestel een
tijdlang niet gebruikt.
• U mag batterijen nooit opladen, verhitten, uit
elkaar halen of in vuur of water werpen.
• Mochten een of meerdere batterijen gaan
lekken, verwijder dan de uitgelekte resten uit
het batterijcompartiment met een papieren of
een zacht doekje. Plaats vervolgens nieuwe
batterijen. Zorg dat u geen batterijvulling op uw
handen of huid krijgt om huidirritaties te
voorkomen. Handel met uiterste voorzichtigheid, zodat er geen vulling in de buurt van uw
ogen komt. Mocht dit wel voorkomen, gebruik
dan water om het snel te verwijderen.
..........................................................................................................
023
• Speel een cd-rom NOOIT af op een gewone
cd-speler. Het resulterende geluid zou zo luid
kunnen zijn, dat het permanente gehoorschade
veroorzaakt. Dit kan ook schade toebrengen aan
luidsprekers of andere componenten van uw
audiosysteem.
VOORZICHTIG
101b
• Plaats het toestel en de wisselstroomadapter zo
dat een goede ventilatie gewaarborgd blijft.
102d
• Neem enkel de stekker of de wisselstroomadapter
zelf vast wanneer u ze aansluit op dit toestel of op
een stopcontact.
..........................................................................................................
103b
• Een opeenhoping van stof tussen de adapter en
de stroomuitgang kan resulteren in een slechte
isolatie en brand veroorzaken. Veeg dit soort stof
geregeld weg met een droge doek. Trek de stekker
ook uit het stopcontact als u het toestel lange tijd
niet gebruikt.
..........................................................................................................
104
• Probeer ervoor te zorgen dat kabels en snoeren
niet verstrikt geraken. Hou alle kabels en snoeren
buiten het bereik van kinderen.
..........................................................................................................
106
• Klim nooit boven op het toestel en plaats er geen
zware voorwerpen op.
..........................................................................................................
• Bewaar batterijen nooit samen met metalen
voorwerpen zoals pennen, halskettingen,
haarspelden, enz.
..........................................................................................................
112
• Gebruikte batterijen moet u volgens de voorschriften
in uw regio verwijderen of vernietigen.
118a
• Als u schroeven moet verwijderen, bewaar ze dan
op een veilige plaats, buiten het bereik van
kinderen, zodat zij ze niet per ongeluk kunnen
inslikken.
..........................................................................................................
120
• Schakel de fantoomvoeding steeds uit als u
apparaten aansluit die deze voeding, in
tegenstelling tot condensatormicrofoons, niet
gebruiken. Als u per ongeluk dynamische
microfoons, audio-apparatuur of andere
apparaten die geen fantoomvoeding nodig
hebben, toch hiervan voorziet, kunt u deze
apparaten beschadigen. Raadpleeg daarom steeds
eerst de handleiding van iedere microfoon die u
wilt gebruiken.
(De fantoomvoeding van dit toestel: +48V DC,
7 mA Max)
..........................................................................................................
3
Belangrijke opmerkingen
291a
Gelieve naast de items onder “HET TOESTEL VEILIIG GEBRUIKEN” op p. 2 en 3, ook volgende zaken in acht te nemen:
Stroomvoorziening: het gebruik
van een batterij
301
• Gebruik dit toestel niet op eenzelfde stroomkring samen
met apparaten die ruis veroorzaken (zoals een elektrische
motor of een regelbaar lichtsysteem).
302
• De AC-adapter wordt warm na langdurig gebruik. Dit is
normaal en is dus geen reden tot ongerustheid.
303a
• Het gebruik van een adapter wordt aanbevolen vanwege het
relatief hoge stroomverbruik van het apparaat. Mocht u
batterijvoeding prefereren, gebruik dan alkalinebatterijen.
304a
• Schakel altijd het apparaat uit, en ontkoppel andere
eventueel aangesloten apparatuur, voordat u batterijen
plaatst of vervangt. Hierdoor voorkomt u mogelijk
verkeerd functioneren en/of beschadiging van luidsprekers of andere apparaten.
307
• Alvorens dit apparaat aan te sluiten op andere toestellen,
schakelt u best alle toestellen uit. Zo voorkomt u defecten
en/of schade aan luidsprekers of andere toestellen.
Plaatsing
Herstellingen en data
452
• Wees ervan bewust dat alle data, die in het geheugen van
het toestel zijn opgeslagen, verloren kunnen gaan
wanneer het toestel wordt gerepareerd. Van belangrijke
data moet u te allen tijde een back-up maken op een
geheugenkaart / computer. U kunt deze data (indien
nodig) ook op papier noteren. Er wordt bij het herstellen
voorzichtig omgegaan met de data om verlies ervan te
vermijden. In bepaalde gevallen (met name wanneer het
geheugen zelf beschadigd is) kunnen we de eventueel
gewiste data niet meer herstellen. Roland kan niet
aansprakelijk worden gesteld bij dit soort verlies van data.
Extra voorzorgen
551
• De inhoud van het geheugen kan onherstelbaar verloren
gaan als gevolg van een storing of onjuist gebruik van het
toestel. We raden u aan om van belangrijke data, die u in
het geheugen van het toestel heeft opgeslagen, regelmatig
een back-up te maken in het geheugen van het toestel of
een geheugenkaart / computer om uzelf tegen het verlies
van belangrijke data te beschermen.
552
• Als u dit toestel gebruikt nabij een vermogensversterker (of
een ander apparaat met grote transformators) kan er brom
ontstaan. Oriënteer het toestel anders of verwijder het van
de interferentiebron.
• Helaas kan het onmogelijk blijken om de inhoud van data
die op in het geheugen van het toestel of een geheugenkaart waren opgeslagen te herstellen, als deze eenmaal
verloren is gegaan. Roland Corporation is niet aansprakelijk voor zulk dataverlies.
352a
553
• Dit toestel kan radio- of televisie-ontvangst verstoren.
Gebruik het niet in de nabijheid van zulke ontvangers.
• Ga voorzichtig tewerk wanneer u de knoppen, regelaars
en andere bedieningsorganen van het toestel gebruikt.
Ruw omgaan met deze dingen kan defecten veroorzaken.
351
352b
• Er kan ruis ontstaan als er draadloze communicatietoestellen, bijv. gsm’s, gebruikt worden nabij dit toestel.
Deze ruis kan voorkomen wanneer u een oproep doet of
ontvangt, of tijdens het gesprek. Als u dergelijke problemen
ondervindt, plaatst u de draadloze toestellen verder van dit
apparaat of schakelt ze uit.
354a
• Stel het toestel niet bloot aan direct zonlicht, plaats het
niet nabij verwarmingstoestellen, laat het niet achter in
een gesloten voertuig, of stel het op geen enkele andere
manier bloot aan extreme temperaturen. Extreme hitte kan
het toestel doen verkleuren of vervormen.
355b
• Bij verplaatsing tussen locaties met een groot verschil in
temperatuur en/of luchtvochtigheid, kan er zich in de
pads en het pedaal condens vormen. Als u het apparaat in
deze conditie gebruikt, kunnen er beschadigingen of
storingen ontstaan. Laat het apparaat daarom voor
gebruik enkele uren acclimatiseren. Zo krijgt condens
de kans om volledig te verdampen.
Onderhoud
401a
• Gebruik voor een gewone schoonmaakbeurt een zachte
droge doek of een lichtjes met water bevochtigde doek.
Gebruik voor hardnekkig vuil een doek met een mild,
niet-bijtend schoonmaakmiddel. Veeg nadien het toestel
goed af met een zachte droge doek.
402
• Gebruik nooit benzine, thinner, alcohol of gelijk welk
oplosmiddel. Dit om verkleuring of vervorming te
voorkomen.
4
554
• Sla of druk nooit op de display.
556
• Neem bij het aan- en afkoppelen van kabels steeds de
stekker zelf vast – trek nooit aan de kabel. Zo voorkomt u
kortsluiting en schade aan de interne kabelelementen.
558a
• Hou, om uw buren niet te storen, het volume op een
redelijk niveau. U kunt ook een hoofdtelefoon gebruiken
zodat u zich geen zorgen hoeft te maken over de personen
in uw nabije omgeving (vooral in de late uren).
559a
• Om het toestel te transporteren, gebruikt u het best de
oorspronkelijke verpakking (inclusief opvulling). Anders
dient u te zorgen voor een gelijkwaardige verpakking.
561
• Gebruik het aangegeven expressiepedaal (EV-5; los
verkrijgbaar). Met andere expressiepedalen riskeert u
defecten en/of schade aan het toestel.
562
• Gebruik Roland-kabels voor de aansluitingen. Gebruikt
u kabels van een ander merk, let dan op het volgende.
• Sommige verbindingskabels bevatten weerstanden.
Sluit op dit toestel geen kabels aan die weerstanden
bevatten. Als u zulke kabels gebruikt, is het mogelijk
dat het geluid niet of nauwelijks hoorbaar is. Voor
meer informatie over de kabels wendt u zich best tot
de fabrikant van de betreffende kabel.
Belangrijke opmerkingen
Omgaan met CD-R/RW’s
Auteursrecht
801
851
• Vermijdt om de glanzende onderkant (beschreven oppervlak) van de cd aan te raken of te krassen. Op vuile of
bekraste cd's worden de data mogelijk foutief gelezen of
weggeschreven. Maak uw cd's schoon met een cd-reiniger
(in de handel verkrijgbaar).
• Het ongeoorloofd opnemen, verspreiden, verkopen,
uitlenen, publiekelijk uitvoeren, uitzenden enz., hetzij
geheel of gedeeltelijk, van een werk (muziekstuk, video,
uitzending, optreden, e.d.) waarvan het auteursrecht
eigendom is van een derde partij, is bij wet verboden.
853
Voordat u geheugenkaarten
gebruikt (CompactFlash)
Geheugenkaarten gebruiken
• Gebruik dit toestel niet voor projecten waarbij het
auteursrecht van derden geschonden wordt. Roland
neemt geen enkele verantwoordelijkheid op in verband
met inbreuken op het auteursrecht die het gevolg zijn van
uw gebruik van dit toestel.
704
• Schuif de geheugenkaart voorzichtig helemaal naar
binnen – tot hij stevig op zijn plaats zit.
705
• Raak nooit de contactpunten van de geheugenkaart aan.
Voorkom ook dat deze vuil worden.
707
• De geheugenkaarthouder van dit toestel aanvaardt
CompactFlash-geheugenkaarten. Microdrive-opslagmedia
van IBM zijn niet compatibel.
708
• CompactFlash-kaarten maken gebruik van precisieonderdelen. Behandel de kaarten voorzichtig en schenk
daarom extra aandacht aan het volgende:
• Om te voorkomen dat de kaarten worden beschadigd
door statische elektriciteit, moet u zich eerst ontladen
van deze statische elektriciteit, voordat u de kaarten
gebruikt.
• Raak de contactpunten van de kaarten niet aan met uw
handen of met metaal.
• Vermijd om de kaarten te buigen, laat ze niet vallen en
stel ze niet bloot aan hevige schokken of vibratie.
• Houd kaarten niet in direct zonlicht, in afgesloten
voertuigen of andere, soortgelijke plaatsen
(bewaartemperatuur: -25 tot 85 ˚C).
204
* Microsoft en Windows zijn geregistreerde handelsmerken
van Microsoft Corporation.
206e
* Schermafbeeldingen in deze documenten zijn afgedrukt
met toestemming van Microsoft Corporation.
206j
* Windows® is officieel bekend als: "Microsoft® Windows®
operating system".
207
* Apple en Macintosh zijn geregistreerde handelsmerken
van Apple Computer, Inc.
209
* MacOS is een handelsmerk van Apple Computer, Inc.
220
* Alle productnamen die in dit document worden
genoemd, zijn handelsmerken of geregistreerde
handelsmerken van de respectievelijke eigenaars.
• Laat de kaarten niet nat worden.
• Haal de kaart niet uit elkaar of pas de kaart niet aan.
5
Voordat u CD-R/RW's gebruikt
U kunt met de BR-900CD twee soorten cd's gebruiken:
CD-R's en CD-RW's.
●
Raak de lens niet aan.
●
Als de lens vuil is, kunt u deze schoonmaken met een
in de winkel verkrijgbaar blaasapparaat voor lenzen.
●
Maak, als er een schrijffout optreedt, de lens schoon met
een reiniger voor lenzen van CD-RW-stations.
Wat is een CD-R?
CD-R (Compact Disc Recordable) is een cd waarop data
kunnen worden weggeschreven. U kunt weggeschreven data
niet verwijderen of verplaatsen.
Dit soort schijven gebruikt u om audio-cd's te maken, die op
gewone cd-spelers zullen worden afgespeeld. Dergelijke
spelers kunnen geen CD-RW's weergeven. Daarnaast is het,
zelfs als u een audio-cd van het type "CD-R disc" gebruikt,
alleen mogelijk om deze af te spelen op spelers, die de
weergave van opneembare cd's ondersteunen.
Wat is een CD-RW?
CD-RW (Compact Disc ReWritable) is een cd waarop u data
kunt schrijven en opnieuw wissen. U kunt dit soort opneembare cd dus telkens opnieuw gebruiken.
Hoewel u CD-RW's kunt gebruiken om audio-cd's te maken,
kunt u deze cd's niet op gewone cd-spelers weergeven (u kunt
ze wel weergeven op het CD-R/RW-station van de BR-900CD).
Het CD-R/RW-station gebruiken
* Opmerking: sommige reinigers zijn bedoeld voor CD-R-stations,
andere voor CD-RW-stations. Let er dus op dat u een reiniger
voor CD-RW-stations kiest.
* Gebruik nooit een reiniger voor gewone cd-spelers. U kunt
dit soort reinigers niet gebruiken om de schrijflens van de
BR-900CD schoon te maken.
* Zelfs als het aanbevolen type CD-R/RW in een volkomen
normaal CD-R/RW-station wordt gebruikt, kunnen schrijffouten niet volledig worden uitgesloten. Houd er rekening mee
dat dit probleem sowieso kan optreden als gevolg van variaties
in CD-R/RW-stations en van fabricageverschillen tussen
verschillende CD-R/RW's.
CD-R/RW's gebruiken
* Lees naast de volgende voorzorgsmaatregelen ook de
instructies die bij de CD-R/RW's worden geleverd.
●
Speel een CD-R/RW (CD-R/RW met een back-up van
songdata) NIET op een gewone cd-speler af. Het
resulterende geluid kan zo luid zijn dat het permanente
gehoorschade zou kunnen veroorzaken. Dit kan ook
schade toebrengen aan luidsprekers of andere
componenten van uw audiosysteem.
●
Let bij gebruik van de cd's op het volgende:
Wanneer u het CD-R/RW-station gebruikt, mag u enkel
de meegeleverde AC-adapter gebruiken.
U kunt het CD-R/RW-station niet gebruiken wanneer u
met batterijvoeding werkt.
●
●
●
Plaats het toestel op een stevig, waterpas oppervlak in
een omgeving waar geen trillingen voorkomen. Indien u
het toestel toch onder een bepaalde hoek moet plaatsen,
zorg dan dat de helling niet te groot is.
Voorkom gebruik van het toestel, als het net is verplaatst
naar een locatie waarvan de vochtigheidsgraad sterk
verschilt van de vorige locatie. Snelle veranderingen van
omgeving kunnen condensatievorming in het CD-R/RWstation veroorzaken, wat een nadelige invloed heeft op de
werking ervan. Wanneer u het toestel hebt verplaatst, laat
het dan even (enkele uren) acclimatiseren in de nieuwe
omgeving, alvorens het te gebruiken.
Voorkom gebruik van het CD-R/RW-station op plaatsen
met hoge temperaturen. Als u deze voorzorgsmaatregel
niet in acht neemt, kan dit tot gevolg hebben dat het
station niet meer goed functioneert of dat er schrijffouten
optreden. Daarnaast kan dit soort omgeving de levensduur van het CD-R/RW-station verkorten.
●
Verwijder, voordat u het toestel aan of uit zet, eventuele
cd's uit het station.
●
Plaats alleen CD-R/RW's in het station om het risico op
storing en/of schade te vermijden. Nooit een ander type
van schijf. Zorg dat er geen paperclips, muntstukken of
andere voorwerpen in het station terechtkomen.
6
●
❍
Raak het opgenomen oppervlak van de cd niet aan.
❍
Voorkom gebruik in stoffige omgevingen.
❍
Laat de cd niet in de zon of in een gesloten voertuig
liggen.
Bewaar de cd in het hoesje.
Compatibiliteit van CD-R/RW's
en CD-R/RW-stations
●
Zorg ervoor, dat u altijd het aanbevolen type CD-R/RW's
gebruikt. Als u deze voorzorgsmaatregel niet opvolgt,
kunnen er schrijffouten optreden.
●
Zelfs als u aanbevolen cd's gebruikt, zijn schrijffouten
mogelijk. Houd er rekening mee dat dit probleem sowieso
kan optreden als gevolg van variaties in CD-R/RWstations en van fabricageverschillen tussen verschillende
CD-R/RW's.
●
Het gebruik van cd's met bedrukbare labels wordt
afgeraden, zelfs als deze van het aanbevolen type zijn.
Bepaalde omstandigheden bij het opslaan kunnen ervoor
zorgen, dat cd's met bedrukbare labels gaan deviëren,
zodat er schrijffouten kunnen optreden.
Richtlijnen voor het gebruik van microfoons
Als u een CD-R/RW in het CD-R/RWstation plaatst…
Zet de CD-R/RW bij het plaatsen in het CD-R/RW-station
op de juiste positie vast, zoals aangegeven in "Een CD-R/RW
plaatsen". Plaats de CD-R/RW correct in de schijflade. Zoniet
kan de schijflade vastlopen en kunt u de CD-R/RW niet
meer verwijderen.
Een CD-R/RW verwijderen
1. Hou de stopper tegen en trek de buitenrand van de
CD-R/RW lichtjes omhoog.
fig.CD eject
Een CD-R/RW plaatsen
1. Druk op de Eject-knop om de schijflade te openen.
2. Schuif de schijflade open.
3. Plaats de CD-R/RW met het gaatje over de stopper van
het CD-R/RW-station.
4. Druk de CD-R/RW naar beneden. De CD-R/RW klikt
vast op de stopper.
fig.CD set
Als de schijflade niet open gaat
Als het toestel uitgeschakeld wordt terwijl de cd nog in het
station zit (zoals bij een stroompanne), kunt u de schijflade
niet openen met de Eject-toets. In dat geval moet u de lade
handmatig openen, met wat ijzerdraad bijvoorbeeld.
fig.Hole
Emergency eject-gaatje
Zorg dat de BR-900CD uit staat voor u de lade probeert te
openen via het Emergency Eject-gaatje. Als u hier iets
insteekt terwijl het toestel aan staat, zou u de cd kunnen
beschadigen of onvoorziene problemen veroorzaken.
* Controleer altijd of de CD-R/RW goed is geplaatst, aangezien
u enige kracht moet uitoefenen om hem te plaatsen. Als u een
cd niet goed en volledig plaatst, kan dat de schrijffunctie
belemmeren.
5. Sluit de schijflade zodat hij vastklikt in de BR-900CD.
Richtlijnen voor het gebruik van microfoons
Schakel de fantoomvoeding altijd uit tenzij u condensatormicrofoons aansluit, die fantoomvoeding nodig hebben. Wanneer u
dynamische microfoons, audio-apparatuur en andere apparaten die geen fantoomvoeding gebruiken, toch voorziet van fantoomvoeding, kan dit uw apparatuur beschadigen.
Voor meer uitleg over microfoons raadpleegt u het best de handleiding van de microfoon die u gebruikt.
* BR-900CD fantoomvoeding: +48 V DC, 7 mA Max.
Fantoomvoeding wordt gelijktijdig aan de XLR-aansluitingen voor MIC 1 en MIC 2 geleverd. U kunt de fantoomvoeding niet aanof uitzetten voor elke aansluiting apart.
Als u tegelijkertijd microfoons gebruikt die wel en niet fantoomvoeding nodig hebben, moet u de microfoons die geen
fantoomvoeding nodig hebben, aansluiten op een van de 1/4 inch phone jacks. Enkel de XLR-aansluitingen worden voorzien van
fantoomvoeding, niet de 1/4 inch phone jacks.
Sluit microfoons aan op de 1/4 inch phone jacks met een XLR-to-phone adapterkabel of een ander soort adapter uit de winkel.
7
Inhoud
Belangrijke opmerkingen .................4
Effect patches kiezen ...........................................35
Voordat u CD-R/RW's gebruikt .........6
Zonder insert-effecten opnemen........................36
Richtlijnen voor het gebruik van
microfoons .......................................7
Inhoud .............................................8
Inleiding tot de BR-900CD...............14
Functies .......................................................................14
Met de BR-900CD compatibele geheugenkaarten ....... 16
De kaartbescherming verwijderen ....................16
Beschrijving van de panelen ...........17
(6) Rhythm gebruiken ...............................................37
Rhythm weergeven..............................................37
Arrangementen wijzigen ....................................37
Patronen wijzigen ................................................38
Het tempo van de arrangementen of
patronen wijzigen ................................................38
Tikken om het tempo van patronen of
arrangementen te wijzigen .................................38
(7) Basisrichtlijnen voor opname .............................39
Het spoor voor opname selecteren....................39
Voorpaneel .................................................................17
Over de opnamefuncties (REC MODE)............39
Achterpaneel ..............................................................22
Procedure ..............................................................40
Batterijen plaatsen .....................................................23
(8) Opgenomen muziek weergeven........................41
Snelle start ............................ 25
Het geluid van specifieke sporen uitzetten
(Track Mute) .........................................................41
Randapparatuur aansluiten............26
Een geheugenkaart plaatsen ....................................27
(9) Overdubben
(een extra uitvoering opnemen terwijl u naar
een bestaande uitvoering luistert)...........................41
De BR-900CD aan- en uitzetten .......28
(10) Het geluid voor elk spoor regelen ...................42
Het toestel aanzetten.................................................28
De links-rechtspositie (pan) van het geluid
instellen .................................................................42
Het toestel uitzetten ..................................................28
Demosongs beluisteren ..................29
Een song selecteren (Song Select) ......................29
Een song weergeven............................................29
De huidige tijdspositie verplaatsen...................30
Een song opnemen/weergeven ......31
(1) De geheugenkaart gebruiks-klaar maken ........31
(2) Het toestel aanzetten ...........................................31
De geheugenkaart formatteren (Initialize).......31
(3) De song voor opname selecteren.......................32
Een nieuwe song opnemen (Song New) ..........32
(4) Instrumenten aansluiten .....................................33
Kies op welke ingang u uw instrument
aansluit ..................................................................33
Druk op de INPUT SELECT-toets van het
instrument dat u wilt opnemen .........................34
De interne microfoon aanzetten ........................34
De input-gevoeligheid regelen ..........................35
Het input-volume aanpassen .............................35
(5) Insert-effecten gebruiken ....................................35
8
De toon aanpassen (Track EQ)...........................43
Breedte aan het geluid toevoegen
(Loop-effect)..........................................................43
(11) Bouncing
Meerdere sporen samenvoegen........................45
(12) Het toestel uitzetten...........................................45
(13) De geheugenkaart verwijderen........................45
Hoofdstuk 1
Opnemen en weergeven........ 47
Hoofdstuk 2
Bewerken ..............................63
Opnemen .......................................48
Tijd registreren (Locator)................. 64
Het opnamespoor selecteren....................................48
Een locatorpunt registreren......................................64
Een andere V-Track kiezen ......................................49
Naar het locatorpunt verspringen...........................64
De positie van het input-signaal wijzigen (Pan) ...49
Een locatorpunt verwijderen ...................................64
Opnamefuncties.........................................................50
Begin- en eindposities zoeken
(Scrub/Preview) ............................. 65
De herhalende weergave (Repeat) .....51
Het repeat-fragment instellen..................................51
Het repeat-fragment met precieze timing instellen ...52
Enkel de fouten corrigeren
(Punch-in/out) ................................53
Manuele punch-in/out .............................................53
Manuele punch-in/out met de [REC]-toets .....53
Manuele punch-in/out met een voetschakelaar ....54
Auto punch-in/out....................................................54
Het fragment voor auto punch-in/out afbakenen .54
Een geregistreerde auto punch-in/out-positie
wissen ....................................................................55
Hoe opnemen? .....................................................55
Herhaaldelijk over hetzelfde fragment opnemen
(Loop Recording).......................................................56
De te herhalen passage instellen........................56
Hoe neemt u op? ..................................................56
Scrubben om begin- en eind-posities van
muziek te vinden .......................................................65
De scrub-punten wijzigen ........................................66
Het gebruik van preview bij [REW] en [FF]
mogelijk maken..........................................................66
De uitvoering op een spoor bewerken
(Track Editing) ................................ 67
Data kopiëren (Track Copy).....................................67
Het herhaalde deel kopiëren (AB).....................67
Kopiëren door de tijd aan te geven
(TME/MES) ..........................................................68
Een volledig spoor kopiëren (ALL)...................69
Data verplaatsen (Track Move) ...............................70
Het herhaalde deel (AB) verplaatsen ................70
Verplaatsen door de tijd aan
te geven (TME/MES) ..........................................71
Een volledig spoor verplaatsen (ALL) ..............72
Een opdracht annuleren (Undo/Redo) .57
Data verwijderen (Track Erase) ...............................73
De laatste handeling omkeren (Undo) ...................57
Het herhaalde deel (AB) wissen ........................73
De undo annuleren (Redo).......................................57
Verwijderen door de tijd op te geven
(TME/MES) ..........................................................74
Sporen samenvoegen (Bouncing) ....58
Direct naar een CD-R/RW bouncen
(Direct CD Bounce) ...................................................59
Een volledig spoor verwijderen (ALL) .............75
Data verwisselen (Track Exchange) ........................76
De input-bron selecteren en de opname naar
een CD-R/RW bouncen............................................60
Uw opgenomen songs beheren ...... 77
Met de BR-864/BR-532 gecreëerde
songs inladen.................................61
Songs verwijderen (Song Erase) ..............................77
Een song kopiëren (Song Copy) ..............................77
Met de BR-864 gecreëerde songs inladen...............61
Geheugen op de geheugen-kaart sparen
(Song Optimize) .........................................................78
Met de BR-532 gecreëerde songs inladen...............61
Songs een naam geven (Song name).......................78
De songinformatie weergeven........62
Een song beschermen (Song Protect)......................79
De resterende beschikbare opnametijd weergeven ...62
De huidige instellingen van de song opslaan
(Song Save) .................................................................79
Het verbruik van de geheugenkaart weergeven ..62
9
Een mastertape/disc maken ...........80
Bass Simulator ......................................................93
Opnemen op een cassette-recorder
(analoge aansluiting).................................................80
Chorus ...................................................................94
Opnemen op een digitale recorder
(digitale aansluiting) .................................................80
COSM Comp (compressor)/Limiter.................94
Digitaal kopiëren verhinderen
(Digital Copy Protect) .........................................80
Defretter ................................................................95
Hoofdstuk 3
Effecten gebruiken ................. 83
De insert-effecten gebruiken...........84
Effect patches en banken ..........................................84
De insert-effecten aanpassen ...................................85
Insert effect-instellingen opslaan (Write)...............86
Veranderen hoe de insert-effecten volgens
de functie worden gebruikt......................................87
Insert effect-parameterfuncties .......88
Compressor...........................................................94
De-esser .................................................................95
Delay ......................................................................95
Doubling................................................................95
Enhancer................................................................95
Equalizer................................................................96
Flanger ...................................................................96
Foot Volume .........................................................96
Lo-Fi Box ...............................................................96
Noise Suppressor .................................................97
Octave ....................................................................97
Phaser.....................................................................97
Pitch Shifter...........................................................98
Preamp...................................................................98
Lijst van de algoritmes..............................................88
Ring Modulator ....................................................99
BANK: GUITAR ........................................................88
Slow Attack ...........................................................99
1. COSM GTR AMP .............................................88
Speaker Simulator..............................................100
2. ACOUSTIC SIM ...............................................88
Tremolo/Pan ......................................................100
3. BASS SIM ..........................................................89
Voice Transformer .............................................100
4. COSM COMP GTR ..........................................89
Wah ......................................................................101
5. ACOUSTIC GTR ..............................................89
Mastering .................................... 102
6. BASS MULTI ....................................................89
7. COSM BASS AMP ...........................................90
8. COSM COMP BSS............................................90
BANK: MIC ................................................................90
9. VOCAL MULTI................................................90
10. VOICE TRANS ...............................................90
11. COSM COMP VCL ........................................91
BANK: LINE...............................................................91
12. STEREO MULTI.............................................91
13. LO-FI BOX.......................................................91
BANK: SIMUL ...........................................................92
14. VO+GT AMP ..................................................92
15. VO+AC.SIM....................................................92
16. VO+ACOUSTIC.............................................92
De instellingen van de Mastering Tool Kit
bewerken...................................................................103
De Mastering Tool Kit-instellingen opslaan
(Write) .......................................................................104
Parameterfuncties van de
Mastering Tool Kit ........................ 105
Algoritme ..................................................................105
Lijst van parameters ................................................105
Equalizer..............................................................105
Bass Cut Filter.....................................................106
Enhancer..............................................................106
Input.....................................................................106
Expander .............................................................106
Compressor.........................................................107
Lijst van parameters ..................................................93
Mixer ....................................................................107
Acoustic Guitar Simulator ..................................93
Limiter .................................................................107
Acoustic Processor...............................................93
Output .................................................................107
10
De loop-effecten/Track EQ gebruiken .108
Het loop-effect selecteren .......................................108
Tikken om het tempo van patronen of
arrangementen te veranderen ..........................122
Aanpassen hoe het loop-effect wordt toegepast ......109
Originele arrangementen creëren.. 123
De Track EQ instellen .............................................110
Een stap invoegen....................................................124
Loop effect-parameterfuncties ......111
Een stap verwijderen...............................................124
Lijst van parameters ................................................111
Arrangementen een naam geven ..........................124
CHORUS/DELAY/DBLN (Doubling)...........111
Arrangementen kopiëren .......................................125
REVERB...............................................................111
Arrangementen verwijderen..................................125
Track EQ-parameterfuncties..........112
Originele patronen creëren .......... 126
Lijst van parameters ................................................112
Opmerking over patronen creëren ..................126
De zangtoon corrigeren
(Pitch correction)...........................113
Pitch correction ........................................................113
Make-up van de pitch correction ..........................113
Pitch correction patches..........................................113
Voorzorgsmaatregelen bij het gebruik van
pitch correction ........................................................113
De pitch correction gebruiken ...............................114
De correctiemethode voor zang instellen
(Pitch Correction Edit) ............................................115
Patronen creëren in Realtime Recording..............126
Opnamen repeteren ...........................................128
Onnodige drumgeluiden verwijderen............129
Het volume van de metronoom wijzigen.......129
Patronen creëren in Step Recording......................130
De velocity veranderen .....................................132
Onnodige drumgeluiden verwijderen............132
Patronen een naam geven ......................................132
Patronen kopiëren ...................................................133
Patronen verwijderen..............................................133
De pitch correction-instellingen opslaan (Write) .....115
De drumkits gebruiken................. 134
Gedetailleerde pitch correction-instellingen
(Correction Event Map) ..........................................116
De drums uitvoeren ................................................134
Hoofdstuk 4
Rhythm gebruiken ............... 119
Rhythm gebruiken........................120
De patronen ..............................................................120
Drumkits selecteren.................................................134
Originele drumkits creëren (Tone Load)..............135
Vanaf de sporen laden.......................................135
Drumgeluiden van andere drumkits kopiëren ....137
De positie (pan) van de drumgeluiden wijzigen ...138
De arrangementen ...................................................120
Hoofdstuk 5
Het CD-R/RW-station gebruiken .139
Soorten arrangementen.....................................120
Een audio-cd maken..................... 140
De Rhythm-functie veranderen.............................121
Voorzorgsmaatregelen............................................140
Rhythm-uitvoeringen opnemen............................121
De tijdsduur tussen songs instellen (Pre-Gap) ....140
Arrangementen en patronen uitvoeren................121
Songs naar cd's schrijven ........................................140
Arrangementen selecteren................................121
De resterende opnametijd op audio-cd's nagaan ......142
Soorten patronen................................................120
Arrangementen uitvoeren ................................121
Patronen selecteren............................................122
Patronen uitvoeren ............................................122
Audio-cd’s weergeven ............................................143
De weergave op cd-spelers mogelijk maken
(Finaliseren) ..............................................................144
Het tempo van de arrangementen of
patronen veranderen .........................................122
11
Data uitwisselen via het
CD-R/RW-station ..........................145
Opgenomen songs op CD-R/RW's opslaan
(Backup) ....................................................................145
Songs een voor een op een CD-R/RW opslaan
(Song Backup)....................................................145
Alle songs van een geheugenkaart op een
CD-R/RW opslaan (All Backup) .....................146
Opgeslagen songs inladen in een geheugenkaart
(Recover) ...................................................................147
Songs een voor een inladen in een geheugenkaart (Song Recover) .........................................147
Alle opgeslagen songs in een geheugenkaart
inladen (All Recover).........................................147
Waveformdata kopiëren en wegschrijven ...........148
Waveformdata van een computer naar de
audiosporen kopiëren (WAV/AIFF Import)......148
Weergave met een MIDI-sequencer synchroniseren ...158
Gesynchroniseerde weergave met de
BR-900CD als master .........................................158
De MTC offset instellen.....................................159
MMC gebruiken.......................................................160
MMC-compatibele apparatuur vanaf de
BR-900CD bedienen...........................................160
Hoofdstuk 7
USB gebruiken .....................161
Voor u USB gebruikt (overzicht).... 162
Compatibele besturingssystemen .........................162
Samenstelling van data op geheugenkaarten......162
Een computer aansluiten ........................................163
Opmerkingen over het gebruik van USB .............163
WAV/AIFF-bestanden als drum-geluiden
kopiëren (Tone Load) ........................................149
Windows ..................................... 164
Waveformdata van audiosporen naar computers
kopiëren (WAV/AIFF Export) ............................150
Spoordata van de BR-900CD opslaan in de
WAV/AIFF-indeling (WAV/AIFF Export).........165
SMF gebruiken.........................................................151
WAV/AIFF-bestanden naar sporen van de
BR-900CD laden (WAV/AIFF Import).................167
SMF's met behulp van externe MIDIinstrumenten weergeven (SMF Player) ..........151
Drumpatronen vanaf het CD-R/RW-station
inladen (SMF Import)........................................152
Data verwijderen van een CD-RW (CD-RW Erase) ....153
Songs van cd's naar audiosporen
importeren ...................................154
Hoofdstuk 6
MIDI gebruiken.................... 155
MIDI: elementaire begrippen ........156
Wat is MIDI? ............................................................156
MIDI-aansluitingen .................................................156
MIDI-kanalen ...........................................................156
MIDI-implementatietabellen .................................156
Synchroniseren met MIDI-apparatuur .157
Rhythm gebruiken om een externe
MIDI-geluidsmodule te bespelen..........................157
12
Back-ups maken voor de data van de BR-900CD ......164
SMF's importeren en patronen maken .................169
Drumgeluiden van WAV/AIFF-bestanden inladen
(Tone Load) ..............................................................171
De data van de BR-864 / BR-532 gebruiken ........173
Macintosh .................................... 175
Back-ups van de BR-900CD-data ..........................175
Spoordata van de BR-900CD opslaan in de
WAV/AIFF-indeling (WAV/AIFF Export).........176
WAV/AIFF-bestanden naar sporen van de
BR-900CD laden (WAV/AIFF Import).................178
SMF's importeren en patronen maken .................179
Drumgeluiden van WAV/AIFF-bestanden inladen
(Tone Load) ..............................................................181
De data van de BR-864 / BR-532 gebruiken. .......183
Hoofdstuk 8
Andere handige functies ...... 185
Hoofdstuk 9
Bijlagen ...............................201
Het displaycontrast aanpassen.....186
Lijst van effect patches ................. 202
Een voetschakelaar of
expressiepedaal gebruiken ..........187
Lijst van Mastering Tool Kit patches .. 205
Een voetschakelaar gebruiken ...............................187
Een expressiepedaal gebruiken .............................187
Een instrument stemmen (Tuner) ...188
Het stemapparaat wijzigen ....................................188
Verklaring van de symbolen die tijdens
het stemmen verschijnen ..................................188
Lijst van Pitch Correction patches .. 205
Lijst van arrangementen/patronen ... 206
Lijst van preset arrangementen .............................206
Lijst van preset patronen ........................................207
Lijst van parameters..................... 208
Problemen oplossen ..................... 211
Stemmen ...................................................................189
Foutboodschappen ....................... 213
De referentietoon instellen .....................................189
MIDI-implementatie ...................... 216
De output van een extern MIDI-toestel
mixen met de output van de BR-900CD
(Audio Sub Mix) ............................190
Condensatormicrofoons gebruiken
(fantoomvoeding).........................191
Specificaties ................................. 219
Index ........................................... 221
Track Sheet .................................. 229
Moeilijke passages leren spelen
(Phrase Trainer)............................192
De weergave vertragen (Time Stretch).................192
Het centrale geluid uitschakelen (Center Cancel)....192
Instellingen van de BR-900CD
initialiseren ..................................194
Alle instellingen van de BR-900CD initialiseren ....194
Systeeminstellingen initialiseren...........................194
Effectinstellingen initialiseren ...............................195
De arrangementen/patronen/drumkits van
Rhythm initialiseren................................................195
De geheugenkaart initialiseren..............................196
Batterijcapaciteit sparen
(Power Save)................................197
De power save-functie uitschakelen ...............197
Lijst van de Utility-parameters ......198
De systeemparameters............................................198
De sync-parameters.................................................198
De scrub-parameters ...............................................199
13
Inleiding tot de BR-900CD
Functies
Eenvoudige bediening
De BR-900CD is zo ontworpen dat zelfs beginners hem net zo
gemakkelijk kunnen bedienen als een cassetterecorder.
Met de BR-900CD kan iedereen onmiddellijk de voordelen
van digitale opnames ervaren. Zo zult u de eerste dag met
uw nieuwe unit zeker al de demosongs hebben beluisterd
of zelfs een volledige audio-cd hebben opgenomen.
Het toestel is trouwens uitgerust met een CD-R/RW-station
zodat u opgenamen makkelijk op audio-cd's kunt opslaan.
Digital audio workstation
Achteraan in deze handleiding vindt u een "Track Sheet"
(p. 229). Maak kopieën van deze pagina zodat u hierop
kunt invullen wat u op uw V-Tracks opneemt.
Voorzien van een CD-R/RW-station
De BR-900CD heeft een ingebouwd CD-R/RW-station.
Daarmee kunt u CD-R/RW's lezen en branden. U maakt dus
in een handomdraai muziek-cd's van uw opnames.
U kunt verder back-ups van opnamen op geheugenkaarten
op CD-R/RW's zetten, zodat u uw geheugenkaarten nog
efficiënter en doeltreffender kunt gebruiken.
Alle processen zijn volledig digitaal
Behalve een digitale mixer en een digitale recorder heeft de
BR-900CD ook vijf digitale effectenprocessors. U kunt alle
stappen voor uw opnamen, zoals editing, spoorbouncing,
het gebruik van effecten en het afmixen, volledig digitaal
uitvoeren, zodat het audiosignaal niet aan kwaliteit inboet.
Wanneer u het CD-R/RW-station gebruikt, mag u enkel
de meegeleverde adapter gebruiken.
U kunt het CD-R/RW-station niet gebruiken, wanneer u
met de batterijvoeding werkt.
Via de USB-aansluiting kunt u alle songdata die u creëert,
ook op een computer opslaan.
De Rhythm-functie
Voorzien van V-Tracks
De BR-900CD beschikt over acht opnamesporen (tracks).
Zo kunt u twee sporen tegelijkertijd opnemen en de acht
sporen tegelijkertijd weergeven.
Bovendien bestaat elk spoor nog eens uit acht virtuele
sporen, de "V-Tracks", voor een totale opnamecapaciteit van
8 x 8 = 64 sporen! Dankzij deze veelzijdigheid kunt u bijv.
meerdere opnames van een gitaarsolo maken en nadien
beslissen welke versie u in uw uiteindelijke song wilt
gebruiken. Tijdens het weergeven van acht sporen kunt u
tevens de bounce-functie gebruiken om naar een V-Track te
bouncen, en stereo bouncing uit te voeren zonder dat u
gegevens hoeft te wissen.
Wat zijn V-Tracks?
Elk spoor bestaat uit acht virtuele sporen en u kunt gelijk
welk van deze sporen kiezen voor opname of weergave.
Dat betekent dat u maximaal 64 sporen kunt opnemen,
en vervolgens acht ervan kunt weergeven. Deze virtuele
sporen die samen de eigenlijke sporen vormen, noemen
we "V-Tracks".
fig.00-101
V-Track1
V-Track2
V-Track3
V-Track4
V-Track5
V-Track6
V-Track7
V-Track8
14
Dankzij de Rhythm-functie kunt u gemakkelijker frasen of
muzikale invallen vastleggen. U kiest gewoon een geschikt
ritmepatroon en stelt het tempo in.
Naast de interne ritmepatronen die al beschikbaar zijn, kunt
u ook uw eigen ritmepatronen maken. Als u met de Rhythmfunctie opneemt, wordt het maat-per-maat editen heel
eenvoudig.
“Hoofdstuk 4 Rhythm gebruiken” (p. 119)
Vijf veelzijdige digitale effectprocessors
De BR-900CD bevat vijf types van effectprocessors. Deze
systemen, waaronder opname-effecten (Insert Effects), send/
return (Loop Effects), toonaanpassingen (Track EQ),
zangtooncorrectie (Pitch Correction) en masteringeffecten
(Mastering Tool Kit), kunnen onafhankelijk van elkaar
worden gebruikt voor elke gewenste toepassing. Dit betekent
dat u met één enkel toestel hoogwaardige songs kunt
opnemen zonder dat u externe effectenmodules nodig hebt.
De BR-900CD bevat tal van ingebouwde simulaties en
effecten, waaronder amp modeling met COSM voor een
ruime keuze aan insert-effecten. Er zijn ook diverse andere
effecten voor zang-, keyboard- en gitaarsporen met allerhande toepassingen.
Bij de loop-effecten vinden we ruimtelijke effecten zoals
chorus, delay en reverb, die onmisbaar zijn voor een
degelijke stereo eindmix.
De Track EQ is een ingebouwde, tweebands equalizer die
zijn nut vooral bewijst bij het maken van toonaanpassingen
tijdens het afmixen.
Inleiding tot de BR-900CD
Met de Pitch Correction-functie kunt u vrij de toon van
zangpartijen aanpassen zodat u zeker bent van betrouwbare
en kwaliteitsuitvoeringen.
Met de Mastering Tool Kit kunt u compressie toevoegen aan
songs die zijn afgemixt. Daarnaast biedt deze functie nog tal
van andere effecten.
“De insert-effecten gebruiken” (p. 84)
“De loop-effecten/Track EQ gebruiken” (p. 108)
“De zangtoon corrigeren (Pitch correction)” (p. 113)
“Mastering” (p. 102)
Wat is COSM (Composite Object Sound Modeling)?
Met deze technologie kunt u een bestaande structuur of
materiaal virtueel reconstrueren door alle eigenschappen
ervan te "modelleren". COSM is een technologie van
Roland die nieuwe klanken creëert door diverse
modelleringstechnologieën te combineren.
Edit-functies
Met de BR-900CD kunt u bewerkingen zoals kopiëren,
verplaatsen en verwijderen uitvoeren, iets wat met multitrack bandrecorders helemaal niet kon. Nu kunt u makkelijk
een meerdelig akkoordenschema kopiëren en herhalen, het
naar een ander spoor verplaatsen, spoordata volledig of
gedeeltelijk wissen en gelijkaardige handelingen uitvoeren.
Non-destructive editing
Phrase Trainer-functie
Wanneer u een song weergeeft die u van een cd-speler of
MD-speler hebt opgenomen, kunt u het tempo vertragen
zonder de toon te wijzigen. Daarnaast kunt u het geluid
dat u in het middenbereik hoort (zoals zangpartijen en
gitaarsolo's), uit de song verwijderen (p. 192).
Alle vereiste aansluitingen (jacks)
Uw BR-900CD is uitgerust met onderstaande aansluitingen.
GUITAR/BASS:
Op deze ingang met hoge impedantie kunt u rechtstreeks een
gitaar of basgitaar inpluggen (1/4” phone plugs).
MIC1:
Dit zijn microfooningangen. Zowel een TRS-aansluiting als
een XLR-aansluiting zijn voorzien. Sluit uw microfoon
hierop aan als u zangpartijen of spraak wilt opnemen.
Het toestel is ook voorzien van een ingebouwde microfoon,
zodat u zelfs zonder aangesloten microfoon kunt opnemen
met de BR-900CD.
* U kunt de ingebouwde microfoon aan- of uitzetten (p. 34).
* U kunt de XLR-ingang voorzien van fantoomvoeding (p. 191).
MIC2:
Dit is een microfooningang van het XLR-type. Als u opneemt
met twee microfoons waarbij één microfoon is aangesloten
op de MIC 1-ingang, sluit u de tweede microfoon hier aan.
* U kunt de XLR-ingang voorzien van fantoomvoeding (p. 191).
Aangezien de BR-900CD een digitale recorder is, kunt u
"niet-destructief" editen. Dit betekent dat u na uw opnamen
en bewerkingen steeds kunt terugkeren naar de vorige
toestand van uw data (via undo en redo).
LINE:
“Een opdracht annuleren (Undo/Redo)” (p. 57)
Voor de output zijn er ook LINE OUT-aansluitingen (stereo
RCA phono jacks) voorzien.
Snel locaties opzoeken
USB:
U kunt markers plaatsen op elke willekeurige positie in een
spoor (locator-functie). Als u markers plaatst op plaatsen
zoals het einde van de intro of het begin van een solo, kunt u
onmiddellijk naar de gemarkeerde positie gaan waar u met
luisteren wilt beginnen.
Als u hier uw computer aansluit, kunt u gegevens
uitwisselen tussen de BR-900CD en een computer.
“Tijd registreren (Locator)” (p. 64)
U kunt de BR-900CD gebruiken op batterijen (zes droge
cellen van AA-formaat) of met de AC-adapter.
Voorzien van een chromatische tuner
(bereik van A0 tot B6)
Deze ingangen aanvaarden stereo-input van keyboards, cdspelers en andere line level-toestellen (RCA phono jacks).
Met de dubbele voeding
kunt u overal opnemen.
Dankzij de ingebouwde microfoon kunt u bovendien altijd
en overal opnamen maken.
Uw BR-900CD is ook voorzien van een chromatisch
stemapparaat. U kunt dus uw gitaar of basgitaar stemmen,
terwijl ze aangesloten is op de BR-900CD (p. 188).
15
Inleiding tot de BR-900CD
Met de BR-900CD compatibele
geheugenkaarten
De kaartbescherming
verwijderen
De BR-900CD gebruikt CompactFlash-kaarten als opslagmedium voor opnamen en weergaven.
Om diefstal van de geheugenkaart (CompactFlash) te
voorkomen, wordt de BR-900CD in de fabriek voorzien van
een kaartbescherming.
De BR-900CD gebruikt CompactFlash-kaarten van 32 MB
tot 1 GB bij een voeding van 3,3 V.
fig.00-103
Raadpleeg de aparte informatiepagina "Over geheugenkaarten" voor meer informatie over ondersteunde
geheugenkaarten (CompactFlash) voor de BR-900CD.
Kaartbescherming
CompactFlash Type II-kaarten zijn niet compatibel.
U kunt CompactFlash-kaarten kopen in een winkel voor
computers of digitale camera's.
De geheugenkaart formatteren
(CompactFlash)
CompactFlash-kaarten die u in een computerwinkel hebt
gekocht of die u voordien in een digitale camera hebt
gebruikt, kunt u niet zomaar met de BR-900CD gebruiken.
U moet deze CompactFlash-kaarten eerst initialiseren voor
gebruik met de BR-900CD.
Raadpleeg p. 31 en p. 196 voor meer info over initialiseren.
234
* CompactFlash en
zijn handelsmerken van SanDisk
Corporation en gepatenteerd door de CompactFlashvereniging.
235
* BOSS Corporation is gemachtigd vergunninghouder
van de handelsmerken CompactFlash™ en van het
CF-logo (
).
Kaarthouderklepje
Volg onderstaande procedure om de kaartbescherming te
verwijderen.
1. Zorg dat het kaarthouderklepje gesloten is en draai
vervolgens de BR-900CD om.
* Als u het apparaat op zijn kop zet, plaatst u het best een
stapeltje kranten of tijdschriften onder de vier hoeken of aan
beide kanten, om schade aan knoppen en regelaars te voorkomen. Plaats het toestel ook zo dat knoppen en regelaars niet
beschadigd kunnen worden.
* Draai het toestel voorzichtig om om te voorkomen dat u het
laat vallen of dat het apparaat voorover kantelt.
2. Gebruik een munt of
een schroevendraaier
om de schroef van het
onderpaneel te
verwijderen.
3. Trek het kaarthouderklepje eruit in de
richting van de pijl.
4. Bevestig de kaartbescherming zoals in
de illustratie, zodat u
hem na verwijdering
niet verliest. Schuif
de kaartbescherming
in de sleuf zoals door
de pijl is aangegeven.
5. Zet de BR-900CD
opnieuw in zijn
gewone positie.
Bewaar verwijderde schroeven op een veilige plek, buiten
het bereik van kinderen, zodat er geen gevaar bestaat dat ze
per ongeluk worden ingeslikt.
16
Beschrijving van de panelen
Voorpaneel
5
6
11
1
10
9
8
7
2
13
3
4
12
1 Input-gedeelte
SENS-knop
Met deze knop regelt u de gevoeligheid van de ingangen
(bijv. GUITAR/BASS, MIC1, MIC2 en LINE).
PEAK-indicator
Deze indicator geeft aan hoe hoog het input-niveau is op de
verschillende ingangen (bijv. GUITAR/BASS, MIC1 en MIC2).
Deze indicator licht op bij een signaalniveau dat 6 dB onder de
vervormingsgrens van het geluid ligt. Regel de gevoeligheid van
de input met de SENS-knop zodat deze indicator slechts nu en
dan oplicht, op de momenten dat u het luidst speelt op uw gitaar
(of ander instrument).
INPUT SELECT-toetsen
Met deze toetsen kiest u welke input-bron (ingang) u wilt
opnemen. De indicator van de geselecteerde toets licht op.
U kunt het input-signaal "muten" (uitschakelen) door op een
opgelichte toets te drukken.
[GUITAR/BASS/MIC2]
Hiermee selecteert u de GUITAR/BASS-ingang (voor gitaar
of bas) of de MIC 2-ingang (voor microfoon).
[MIC]
Hiermee selecteert u de MIC 1-ingang of de interne microfoon.
[LINE]
Hiermee selecteert u de LINE-ingang (stereo) voor de line
inputs, zoals keyboards of cd-spelers.
SIMUL
Als u [GUITAR/BASS/MIC2] en [MIC] tegelijkertijd
indrukt, kunt u tegelijkertijd van beide inputs opnemen.
* Als u de INPUT SELECT-instelling wijzigt, dan verandert de
insert effect bank automatisch (p. 35, p. 84).
INPUT LEVEL-knop
Hiermee regelt u het volume van de input-bron.
* Als u tijdens de opname het volume van de input-bron
verlaagt met de INPUT LEVEL-knop, dan wordt het geluid
met een lager volume opgenomen op het audiospoor, zodat er
meer ruis te horen is wanneer u het audiospoor weergeeft bij
een hoger volume. Als u het geluid van de input-bron die u
beluistert, wilt verlagen, dan moet u het volume aanpassen
met de MASTER-fader. U regelt het volume van de weergegeven sporen met de overeenkomstige TRACK-faders.
[TUNER]
Met deze toets schakelt u het stemapparaat in en uit (p. 188).
Hiermee stemt u het instrument dat aangesloten is op de
GUITAR/BASS-ingang.
* U kunt de interne microfoon in- en uitschakelen (p. 34).
17
Beschrijving van de panelen
2
[FF]
De song spoelt verder wanneer u deze toets ingedrukt houdt.
[EFFECTS]
[REPEAT]
Hiermee zet u de insert-effecten aan en uit (p. 35, p. 84) of
roept u het scherm voor het bewerken van instellingen op.
Hiermee kunt een bepaalde passage afbakenen om
herhaaldelijk te beluisteren (p. 51).
Stel met deze knop de parameters van de Mastering Tool Kit in.
Deze functie is handig wanneer u de opname tussen de
punch-in- en punch-out-posities (p. 53) herhaaldelijk wilt
beluisteren tot u tevreden bent, of wanneer u de phrase
trainer (p. 192) gebruikt om bijv. een moeilijke frase van een
3 REC/PLAY-gedeelte
AUTO PUNCH
cd na te spelen.
Hiermee stelt u de automatische punch-in/out-functie in.
[STOP]
[ON/OFF]
Hiermee stopt u de opname of de weergave van een song.
Hiermee zet u de auto punch-in/out-functie aan of uit. Als
de functie aan staat, licht de indicator op.
[PLAY]
[IN]
Hiermee bepaalt u de auto punch-in-positie. Druk op deze
toets om de punch-in-positie in te stellen. Wanneer de positie
ingesteld is, licht de toetsindicator op. Nadat u de punch-inpositie hebt ingesteld, kunt u steeds naar de ingestelde
punch-in-positie springen door op deze toets te drukken.
* Druk op deze toets terwijl u [ON/OFF] ingedrukt houdt om
de ingestelde punch-in-positie te wissen.
Hiermee start u de weergave van een song. Als u op [REC]
drukt zodat de REC-indicator knippert, dan start de opname
zodra u op [PLAY] drukt. Tijdens het opnemen of het
weergeven gaat de indicator van deze toets groen branden.
[REC] (recording)
Dit is de opnametoets. Naast de opnamefunctie dient deze
toets ook voor manual punch-in/out. In recording standby
knippert de indicator van deze toets rood; tijdens de opname
brandt de indicator rood.
[OUT]
Hiermee bepaalt u de auto punch-out-positie. Druk op deze
toets om de huidige tijdspositie op het spoor in te stellen als
punch-out-positie. Wanneer dit ingesteld is, licht de
toetsindicator op. Nadat u de punch-out-positie hebt
ingesteld, kunt u automatisch naar de punch-out-positie
springen door op deze toets te drukken.
* Druk op deze toets terwijl u [ON/OFF] ingedrukt houdt om
de ingestelde punch-out-positie te wissen.
4 Track/Fader-gedeelte
TRACK MIXER-faders 1–6, 7/8
Hiermee regelt u het weergavevolume van ieder spoor.
* We noemen de TRACK MIXER-faders verder "TRACK-faders".
RHYTHM-fader
Hiermee regelt u het volume van het Rhythm-spoor.
[LOCATOR]
MASTER-fader
Hiermee slaat u elke willekeurige positie op. Als u daarna op
deze toets drukt, gaat u automatisch naar die positie.
Hiermee regelt u het algemene volume van de BR-900CD.
De indicator van deze toets brandt wanneer u een positie
hebt ingesteld. Telkens als u nu op deze knop drukt, springt
u naar de ingestelde positie.
* Druk op deze toets terwijl u AUTO PUNCH [ON/OFF]
ingedrukt houdt om de ingestelde positie te wissen.
[ZERO]
Hiermee springt u naar de tijdspositie 00:00:000.0.
[REW]
De song spoelt terug wanneer u deze toets ingedrukt houdt.
18
[V-TRACK]
Hiermee roept u het scherm op waarin u de gewenste
V-Track kunt selecteren.
“Wat zijn V-Tracks?” (p. 14)
“Een andere V-Track kiezen” (p. 49)
REC TRACK (recording track)-toetsen 1–6, 7/8
Hiermee kiest u welk spoor u wilt opnemen. De toets van het
geselecteerde spoor knippert eerst rood en blijft vervolgens
rood branden wanneer de opname begint. Wanneer de
opname klaar is, knippert de toets van het geselecteerde
spoor afwisselend oranje en groen.
Beschrijving van de panelen
Het verband tussen de indicator en de toestand van het
spoor wordt hieronder uitgelegd.
Uit:
Het spoor bevat geen opgenomen data.
Groen:
Het spoor bevat opgenomen data.
Rood knipperend:
Het spoor is geselecteerd als opnamebestemming en staat in
standby voor opname.
Rood:
Het spoor wordt opgenomen.
Afwisselend oranje en groen knipperend:
Het spoor bevat opgenomen data en is geselecteerd voor
opname.
[UNDO/REDO]
Hiermee maakt u de laatst uitgevoerde opname- of editopdracht ongedaan en keren de data terug naar hun vorige
toestand. Door opnieuw op deze toets te drukken, kunt u de
geannuleerde opname terughalen of de edit-opdracht
opnieuw uitvoeren (p. 57).
[EXIT/NO]
Met deze toets keert u terug naar het vorige scherm of
annuleert u de laatste invoer.
[ENTER/YES]
Met deze toets bevestigt u een selectie of ingevoerde waarde.
CURSOR-toetsen
Met deze toetsen verplaatst u de cursor op de display.
6
Bij het aanmaken van ritmepatronen (p. 126) is aan elke toets
een ritmisch instrument toegewezen.
[CD-R/RW]
[TAP (TEMPO)]
De BR-900CD gebruikt dit schijfstation om CD-R/RW's
te lezen, te branden en weer te geven.
Door op deze toets te tikken, kunt u het tempo voor het ritme
(Rhythm) instellen.
[DELETE/MUTE]
Als u deze toets ingedrukt houdt en op een REC TRACKtoets drukt waarvan de indicator groen of afwisselend groen
en oranje is, dan schakelt u de weergave van dat spoor uit,
ongeacht de positie van zijn TRACK-fader (p. 41).
Als u dezelfde handeling herhaalt, wordt de uitschakeling
opgeheven. De REC TRACK-toets van een uitgeschakeld
spoor knippert afwisselend groen en oranje.
* Als een opnamespoor uitgeschakeld is, dan wordt de
uitschakeling opgeheven wanneer de opname eindigt.
7 Rhythm-gedeelte
Hier stelt u de Rhythm-functie in.
[ARRANGE/PATTERN/OFF]
Met deze toets bladert u door de verschillende selecties van
de Rhythm-functie: Arrangement → Pattern → Off.
[EDIT]
Hiermee roept u het scherm voor het programmeren van
arrangementen en patronen op.
[RHYTHM PAD]
Hiermee verandert u de TRACK-toetsfuncties in Rhythm-input.
Bij het aanmaken van ritmepatronen (p. 126) kunt u
ingevoerde ritmegeluiden verwijderen door deze toets
ingedrukt te houden en op de REC TRACK-toets te drukken.
5
TIME/VALUE-draaiknop
U kunt deze draaiknop gebruiken om de huidige tijdspositie
in een song te verschuiven (bijv. vooruit of achteruit).
Daarnaast kunt u met deze knop de parameterwaarden van
allerlei functies instellen.
[UTILITY]
Hiermee roept u verschillende functies van de BR-900CD op,
zoals track editing, songbeheer en geheugenkaartfuncties.
“Hoofdstuk 4 Rhythm gebruiken” (p. 119)
8
[PHRASE TRAINER]
Met deze toets stelt u de Phrase Trainer-functie in.
Wanneer u de Phrase Trainer gebruikt, kunt u met deze toets
Center Cancel (centrale zangpartijen verwijderen) of Time
Stretch (de weergave vertragen) aan- of uitzetten.
“Het centrale geluid uitschakelen (Center Cancel)” (p. 192)
“De weergave vertragen (Time Stretch)” (p. 192)
19
Beschrijving van de panelen
9
12
[PAN/EQ]
MIC (interne microfoon)
Hiermee roept u een scherm op waarin u de pan (linksrechtspositie van het geluid) kunt instellen voor de weergave
van elk spoor of voor het input-signaal (p. 42, p. 49).
U kunt deze microfoon gebruiken voor opnames met de
BR-900CD.
Hier kunt u voor elk spoor ook de toon (laag, hoog)
aanpassen (p. 42, p. 110).
“Druk op de INPUT SELECT-toets van het instrument dat u
wilt opnemen” (p. 34)
[LOOP EFFECTS]
“De interne microfoon aanzetten” (p. 34)
Hiermee roept u het scherm op om het verstuurniveau van
elk spoor op de loop-effecten in te stellen (p. 43, p. 108),
tussen reverb en chorus te wisselen, verschillende
parameters in te stellen en dergelijke meer.
Hoofdtelefoonuitgang (
“De loop-effecten/Track EQ gebruiken” (p. 108)
“Loop effect-parameterfuncties” (p. 111)
[PITCH CORRECTION]
)
Hier kunt u een hoofdtelefoon (apart aan te schaffen) aansluiten. Als u een hoofdtelefoon hebt aangesloten, hoort u
door de hoofdtelefoon dezelfde output als via de LINE OUT.
* Pas het hoofdtelefoonvolume aan met de MASTER-fader.
13 GEHEUGENKAART-sleuf
fig.00-202
Hiermee schakelt u de tooncorrectie in en uit. Zo kunt u de
toon van opgenomen zangpartijen aanpassen.
Eject-knop
“De pitch correction gebruiken” (p. 114)
10
[REC MODE] (opnamefunctie)
Hiermee kiest u de opnamemethode.
Basisrichtlijnen voor opname (p. 39, p. 48)
Bouncing - Meerdere sporen samenvoegen (p. 45, p. 58)
“Mastering” (p. 102)
11
MEMORY CARD-indicator
Deze indicator licht op wanneer gegevens van een geheugenkaart worden afgelezen of ernaar worden weggeschreven.
Schakel het toestel nooit uit zolang deze indicator brandt.
Dit kan de gegevens op de geheugenkaart beschadigen en
de kaart mogelijk onbruikbaar maken.
20
In deze sleuf passen geheugenkaarten (CompactFlash),
waarop u gegevens kunt opslaan. U kunt niets opnemen
als u hier geen geheugenkaart hebt geplaatst.
Eject-knop
Druk op deze knop om de geheugenkaart te verwijderen.
Beschrijving van de panelen
CD-R/RW-station
1
2
3
4
Lees eerst “Voordat u CD-R/RW's gebruikt” (p. 6), voor u het CD-R/RW-station gebruikt.
1.
Schijflade
Plaats de CD-R/RW's op deze lade.
2.
Als u overmatige kracht gebruikt om een cd uit het station te
verwijderen, kunt u het station beschadigen.
Toegangsindicator
Deze indicator licht op wanneer data op een CD-R/RW
worden gelezen of weggeschreven.
3.
EJECT-knop
Druk op deze knop om een CD-R/RW uit het station te
halen. Let op: u kunt een CD-R/RW alleen verwijderen als
de BR-900CD aan staat.
4.
Emergency Eject-gaatje
U kunt dit gaatje gebruiken om de schijflade in geval van
nood te openen.
Gebruik deze mogelijkheid enkel bij grote uitzondering en
pas als u de cd op geen enkele andere manier uit het station
kunt halen (p. 7).
Display
4.
fig.00-203d
1
2
3
Hier verschijnt het frame-nummer van de huidige tijdspositie in de song.
4
5
FRAME
6
Volgens de fabrieksinstellingen is één seconde gelijk aan 30
frames (non-drop). Dit is één type van een specificatie die we
MTC (MIDI Time Code) noemen. Gebruikt u de BR-900CD
om gesynchroniseerd met een ander MIDI-toestel te spelen,
dan moet u op beide toestellen hetzelfde MTC-type instellen.
Hier verschijnt het menuscherm, de schermen met parameterinstellingen of andere informatie, afhankelijk van
wat u precies instelt.
“Weergave met een MIDI-sequencer synchroniseren” (p. 158)
Raadpleeg “Het displaycontrast aanpassen” (p. 186). als de
display moeilijk leesbaar is.
Hier wordt de opnamefunctie weergegeven.
1.
MEAS (MEASURE)
Geeft de huidige positie binnen de song aan. Van links naar
rechts worden de maat, maatslag en klok weergegeven.
2.
TEMPO
Hier wordt het tempo van het ritme weergegeven.
3.
TIME
5.
6.
REC MODE
Level meter
Bij de weergavefunctie verschijnen hier de volumeniveaus
van de input-signalen en van de verschillende sporen.
De niveaus die hier worden weergegeven, zijn de niveaus
nadat u met de INPUT LEVEL-knop en de TRACK-fader
(d.w.z. post-fader) aanpassingen hebt gedaan. U kunt de
level meter zo instellen dat elk soort ingesteld niveau wordt
weergegeven.
Hier verschijnt de tijdswaarde van de huidige tijdspositie in
de song (uren-minuten-seconden).
21
Beschrijving van de panelen
Achterpaneel
fig.00-204
13
12
9
11
8
7
6
5 4
3
2
1
10
14
1.
GUITAR/BASS-ingang
Op deze ingang met hoge impedantie kunt u rechtstreeks een
gitaar of een basgitaar aansluiten.
2.
MIC2-ingang (XLR)
Op deze ingang kunt u een microfoon aansluiten. Er is een
XLR-aansluiting voorzien.
De BR-900CD kan fantoomvoeding leveren aan een op deze
ingang aangesloten condensatormicrofoon (p. 191).
* Wanneer u zowel de GUITAR/BASS- als de MIC2-ingangen
gebruikt, krijgt de GUITAR/BASS-ingang prioriteit.
3.
MIC1-ingangen (TRS/XLR)
Op deze ingangen kunt u een microfoon aansluiten. Er zijn
zowel gewone TRS- (p. 26) als XLR-aansluitingen voorzien.
De BR-900CD kan fantoomvoeding leveren aan een op deze
ingang aangesloten condensatormicrofoon (p. 191).
* Als u op beide ingangen een microfoon aansluit,
krijgt de TRS-aansluiting prioriteit.
4.
LINE IN-aansluitingen
Dit zijn de ingangen voor analoge audiosignalen. Hierop
kunt u cd-spelers en andere audiotoestellen, keyboards,
drumcomputers en andere externe audiobronnen aansluiten.
5.
LINE OUT-aansluitingen
Dit zijn de uitgangen voor het analoge audiosignaal. Hierop
kunt u bandrecorders of andere opnameapparatuur aansluiten om het analoge output-signaal van de BR-900CD op
te nemen.
6.
DIGITAL OUT-aansluiting
Via deze optische uitgang kunt u digitale audiosignalen
uitvoeren. Het signaal van DIGITAL OUT is hetzelfde als dat
van LINE OUT. U kunt hierop een DAT- of cd-recorder
aansluiten om het output-signaal van de BR-900CD digitaal
op te nemen.
7.
USB-poort
Op deze poort sluit u de USB-kabel aan die de BR-900CD
verbindt met uw computer.
22
8.
FOOT SW/EXP PEDAL-ingang
Op deze ingang kunt u een apart aan te schaffen voetschakelaar (BOSS FS-5U, Roland DP-2) of een expressiepedaal (BOSS Roland EV-5, BOSS FV-300L) aansluiten.
Via deze FOOT SW-aansluiting kunt u de weergave van een
song starten/stoppen, punch-in/out uitvoeren en meer.
Wanneer u een expressiepedaal gebruikt, kunt u met uw
voet de diepte van insert-effecten regelen.
“Een voetschakelaar of expressiepedaal gebruiken” (p. 187)
9.
MIDI OUT-aansluiting
Via deze uitgang worden de MIDI-data verzonden. Verbind
deze met de MIDI IN-aansluiting van een extern MIDItoestel (drumcomputer of geluidsmodule).
10. POWER-schakelaar
Met deze schakelaar zet u de BR-900CD aan en uit.
11. DC IN-aansluiting (AC-adapter)
Sluit hierop de bijgeleverde AC-adapter (PSA-serie) aan.
Gebruik enkel de AC-adapter van de PSA-serie. Andere
adapters kunnen oververhitting of schade veroorzaken.
12. Kabelhaak
Leg de stroomkabel rond deze haak zodat het niet per
ongeluk uit de stroomaansluiting wordt getrokken.
* Als tijdens het gebruik de stroom onderbroken wordt,
zou u belangrijke opnamedata kunnen verliezen.
13. Beveiligingsgleuf (
http://www.kensington.com/
)
Beschrijving van de panelen
Batterijen plaatsen
Afhankelijk van de omstandigheden waarin het toestel
opgesteld is, kan het paneel soms ruw en korrelig aanvoelen. Datzelfde onaangename gevoel kan optreden
wanneer u aangesloten microfoons of de metalen
onderdelen van aangesloten instrumenten zoals gitaren
aanraakt.
Dit komt door een minieme elektrische lading, die
volkomen ongevaarlijk is. Als dit u toch zorgen baart,
kunt u het aardingspunt (achterpaneel: zie figuur 14 )
verbinden met een externe aarding. Wanneer het toestel
geaard is, kan een licht gezoem hoorbaar zijn,
afhankelijk van uw installatie.
Als u niet zeker bent hoe u de aarding moet aansluiten,
neemt u het best contact op met een Roland Service
Center of een erkende Roland-distributeur. Hun
gegevens vindt u op de "Informatie"-pagina.
Sluit de aarding NOOIT aan op:
• Waterleidingen (gevaar voor elektrische schokken of
elektrocutie)
1. Zorg ervoor dat de BR-900CD uit staat.
2. Verwijder het batterijklepje op het achterpaneel.
* Als u het toestel op zijn kop zet, plaatst u het best een stapeltje
kranten of tijdschriften onder de vier hoeken of aan beide
kanten, om schade aan knoppen en regelaars te voorkomen.
Plaats het toestel ook zo dat knoppen en regelaars niet
beschadigd kunnen worden.
* Draai het toestel voorzichtig om om te voorkomen dat u het
laat vallen of dat het apparaat voorover kantelt.
3. Plaats zes AA-batterijen in de batterijhouder. Let erop
dat u de polariteit (+/-) niet verwisselt.
* BOSS beveelt alkalinebatterijen met langere levensduur aan.
* Meng geen nieuwe batterijen met deels gebruikte batterijen;
gebruik geen batterijen van verschillende merken door elkaar.
* Gebruik geen oplaadbare batterijen.
4. Sluit het batterijklepje.
fig.00-205
• Gasleidingen (brand- en ontploffingsgevaar)
• Een telefoonaarding of een bliksemafleider
(kan gevaarlijk zijn bij bliksem)
Wanneer de batterijspanning laag wordt, verschijnt de
boodschap "Battery Low!" op de display. Vervang de oude
batterijen zo snel mogelijk door nieuwe wanneer u deze
boodschap te zien krijgt.
23
MEMO
24
Snelle
start
25
Randapparatuur aansluiten
Maak de aansluitingen zoals in onderstaand schema. Zorg dat daarbij alle toestellen uitgeschakeld zijn.
fig.00-301
Microfoons
Elektrische gitaar
of
Elektrische bas
CD-recorder enz.
Drumcomputer enz.
Adapter
(PSC-serie)
Voetschakelaar
(FS-5U enz.)
CD-speler enz.
Muziekinstallatie enz.
Expressiepedaal
(Roland EV-5 enz.)
Keyboard enz.
●
Om defecten en/of schade aan luidsprekers of andere
toestellen te voorkomen, moet u steeds het volume
dichtzetten en alle toestellen uitschakelen alvorens
aansluitingen te maken.
●
Veranker de stroomkabel met de kabelhaak zoals in de
illustratie om te voorkomen dat de stroomvoorziening
van uw toestel plots wordt onderbroken (als de stekker
per ongeluk zou worden uitgetrokken) en om een
onnodige belasting van de aansluiting voor de adapter
te vermijden.
fig.00-302
Afhankelijk van de positie van de microfoons ten
opzichte van de luidsprekers kan er feedback ontstaan.
Dit kunt u verhelpen door:
1. De oriëntatie van de microfoon(s) te veranderen.
2. De microfoon(s) verder van de luidsprekers te
plaatsen.
3. Het volume te verlagen.
* Er zijn twee soorten microfooningangen voorzien, tulpstekkers
(TRS phone jacks), die compatibel zijn met een gebalanceerde
input, en XLR-aansluitingen. De volgorde van de aansluitpinnen voor de MIC-ingang is zoals hieronder staat aangegeven. Voor u aansluitingen maakt, moet u controleren dat
deze volgorde overeenstemt met de aansluitpunten in de
stekkers van alle andere apparatuur.
fig.00-303
26
Randapparatuur aansluiten
* Wanneer u de FS-5U voetschakelaar (apart verkrijgbaar)
gebruikt, moet u de polariteitschakelaar instellen zoals in
onderstaande tekening. Als deze schakelaar niet in de juiste
positie staat, werkt de voetschakelaar mogelijk niet correct.
fig.00-304
Polariteitschakelaar
* U kunt ook een FS-6 (optioneel) als voetschakelaar gebruiken.
Als u een FS-6 gebruikt, kunt u die enkel aansluiten op een
van de FS-6-ingangen, de A- of de B-ingang. Zet de polariteitschakelaar ook op "FS-5U". De A&B-aansluiting kunt u niet
gebruiken.
* Stel bij gebruik van een expressiepedaal (EV-5 of FV-300L)
het minimumvolume in op “0".
Een geheugenkaart plaatsen
Snelle start
Plaats de geheugenkaart (CompactFlash) met de vergulde
contactpunten naar beneden gericht (de kant zonder
contactpunten moet naar boven gericht zijn).
* Schuif de geheugenkaart voorzichtig helemaal naar binnen,
tot hij stevig op zijn plek zit.
* Raak de contactpunten van de geheugenkaart niet aan en laat
ze niet vuil worden.
fig.00-305
Zet de BR-900CD uit voor u de geheugenkaart plaatst. Als u
een geheugenkaart plaatst terwijl het toestel aan staat, kunt u
de data op de geheugenkaart vernietigen of de geheugenkaart onbruikbaar maken.
27
De BR-900CD aan- en uitzetten
Het toestel aanzetten
Het toestel uitzetten
Als u alle verbindingen hebt gemaakt, kunt u de toestellen in
de opgegeven volgorde aanzetten. Als u uw apparatuur in
de verkeerde volgorde aanzet, riskeert u defecten en/of
schade aan luidsprekers en andere toestellen.
1. Zorg ervoor dat de weergave van de song is gestopt.
1. Let op het volgende voor u het toestel aanzet:
❒
Zijn alle externe apparaten correct aangesloten?
❒
Staat het volume van de BR-900CD en van alle
andere apparaten op het minimum?
❒
Is de geheugenkaart geïnstalleerd?
* De BR-900CD wordt geleverd met een geheugenkaart,
die van tevoren in de sleuf is geïnstalleerd.
2. Zet de MASTER-fader van de BR-900CD dicht.
fig.00-306
Zorg altijd dat de recorder is gestopt, voordat u de BR-900CD
uitzet. Als u het toestel uitzet terwijl een opname of een
weergave bezig is, kunnen (song)data, mixerinstellingen,
en/of effect patchdata verloren gaan.
2. Zet elk toestel uit in de omgekeerde volgorde van het
aanzetten.
3. Zet de POWER-schakelaar van de BR-900CD op "OFF".
Play-scherm
Het Play-scherm is het hoofdscherm van de BR-900CD
en verschijnt als eerste wanneer de BR-900CD wordt
aangezet (zie hieronder).
fig.00-308d
3. Zet het toestel aan dat aangesloten is op de inputaansluitingen (bijv. GUITAR/BASS, MIC1, MIC2
of LINE IN).
4. Zet de POWER-schakelaar op het achterpaneel aan.
fig.00-307
* Zorg altijd dat het volume laag staat voor u het toestel aanzet.
Zelfs met het volume op nul kunt u nog een geluid horen als u
het toestel aanzet. Dat is normaal en wijst niet op een defect.
* Dit toestel is uitgerust met een beveiligingscircuit. Na het
opstarten duurt het eventjes (enkele seconden) voordat de
normale werking van het toestel begint.
5. Zet het toestel aan dat aangesloten is op de outputaansluiting (LINE OUT of DIGITAL OUT).
Zorg dat de AC-adapter tijdens het gebruik niet wordt
uitgetrokken. Als de stroom plots onderbroken wordt,
kunnen uw opnamedata beschadigd raken.
28
Demosongs beluisteren
Een song selecteren (Song Select)
■ Als u de opname of editing hebt gewijzigd
Na het opstarten wordt automatisch de song gekozen, die
voor het uitzetten was geselecteerd, en worden de data van
die song geladen. Zodra de data zijn geladen, verschijnt het
Play-scherm op de display. Volg onderstaande procedure om
een demosong te beluisteren.
Aangezien de BR-900CD de opgenomen data en de gebruikersgeschiedenis automatisch opslaat wanneer de opname of de
editing gewijzigd zijn, hoeft u voor het opslaan geen speciale
commando’s uit te voeren.
fig.00-312
1
Tijdens het updaten verschijnt "Keep power on!" in de
bovenste regel van de display, terwijl de onderste regel
laat zien wat er wordt verwerkt.
* Als u data van een beschermde demosong probeert op te nemen
of te bewerken, verschijnt de boodschap "Protected!".
3
2,4
2
Een song weergeven
1. Plaats de TRACK-faders 1–6, 7/8 en de RHYTHM-fader
in onderstaande posities en zet de MASTER-fader dicht.
fig.00-315
1. Druk op [UTILITY].
Het Song Select-scherm verschijnt.
Snelle start
2. Druk op CURSOR [ ] [ ]om de cursor op "SEL"
te zetten en druk op [ENTER].
2. Druk op [PLAY].
fig.00-313d
fig.00-316
De song start. Schuif langzaam de MASTER-fader
omhoog en zet het volume op het gewenste niveau.
3. Draai aan de TIME/VALUE-draaiknop om
"01: SOLOBANG" te selecteren.
Titel
Componist
SOLOBANG!
Yutaka Nakano
4. Druk op [ENTER].
Auteursrecht
Copyright © 2005
BOSS Corporation
Het is bij wet verboden om de demosong bij dit product voor
andere doeleinden te gebruiken dan het beluisteren in
private, huiselijke kring, zonder toestemming van de houder.
Evenmin mogen deze data worden gekopieerd, noch
gebruikt in een secundair auteursrechtelijk beschermd werk
zonder de toestemming van de houder van het auteursrecht.
Door de TRACK-faders te bedienen, kunt u de sporen samen
of apart beluisteren of de gewenste volumebalans instellen.
Met [FF] spoelt u de song verder en met [REW] spoelt u
de song terug. Druk op [ZERO] om naar de tijdspositie
00:00:00-00.0 te gaan.
29
Demosongs beluisteren
Naast de bovenstaande procedures kunt u uw huidige
positie in de song ook wijzigen op onderstaande manieren.
De huidige tijdspositie verplaatsen
Verstreken tijd
De waarde die op de display bij "TIME" staat, is de reeds
verstreken tijd van de song in MTC (MIDI time code) en
wordt uitgedrukt als: uren-minuten-seconden-framessubframes.
De specificaties van de tijdcode kunnen verschillen naargelang het toestel. Om de werking te synchroniseren met een
ander toestel via MTC, moet u eerst zorgen dat de tijdcodes
van beide toestellen overeenstemmen. Volgens de fabrieksinstellingen is 1 seconde gelijk aan 30 frames (non-drop)
(p. 158).
Naar het songbegin verspringen
U kunt rechtstreeks verspringen naar de tijdspositie van het
eerst omgenomen geluid in een song. Houd hiervoor [STOP]
ingedrukt en druk op [REW].
Elke V-Track van het geselecteerde spoor wordt gecontroleerd en u gaat naar de positie van het eerst opgenomen
geluid in de song.
Druk op [ZERO] om naar tijdspositie 00:00:00-00.0 te gaan.
Naar het songeinde verspringen
Houd [STOP] ingedrukt en druk op [FF] om naar de tijdspositie van het laatst opgenomen geluid van een song te
verspringen.
Elke V-Track van het geselecteerde spoor wordt gecontroleerd en u gaat naar de positie van het laatste opgenomen
geluid in de song.
fig.00-317
TIJD
00:00:00-00.0
23:59:59-29.9
Opname van de song
[ZERO]
30
[STOP] + [REW]
[STOP] + [FF]
De gewenste tijdspositie invoeren
Druk op [ ] [ ] om de cursor naar de weergave van de
uren, minuten, seconden, frames of subframes te verplaatsen,
en wijzig de tijdspositie in de song met de TIME/VALUEdraaiknop.
De tijdspositie verplaatsen per maat
of per maatslag
De maat-maatslag-klok van de huidige tijdspositie verschijnt
onder "MEAS" (measure) op de display.
* Voor demosongs is er al een arrangement (p. 37, p. 120)
gemaakt. Dit is zo ingesteld dat maat, maatslag, klok en
song perfect gesynchroniseerd zijn.
Druk op [ ] [ ] om de cursor naar de "measure" (maat) of
"beat" (maatslag) weergave te verplaatsen, en wijzig de
huidige maat of maatslag in de song met de TIME/VALUEdraaiknop.
* U kunt de cursor niet naar "Clock" verplaatsen (dit kan niet
worden gewijzigd).
Een song opnemen/weergeven
(1) De geheugenkaart gebruiksklaar maken
fig.00-401
1 4
De BR-900CD schrijft de opgenomen data direct naar de
geplaatste geheugenkaart. Voor opname of weergave moet
u daarom eerst de geheugenkaart plaatsen.
2,3,4
2,3
“Met de BR-900CD compatibele geheugenkaarten” (p. 16)
De geheugenkaart plaatsen
Zet de BR-900CD uit voor u de geheugenkaart (CompactFlash)
plaatst. Als u een geheugenkaart verwijdert terwijl het toestel
aan staat, kunt u de data op de geheugenkaart vernietigen of de
geheugenkaart onbruikbaar maken.
1. Plaats de geheugenkaart in de kaarthouder.
De meegeleverde geheugenkaart heeft nog wat
beschikbare ruimte. Voor lange opnamen moet u echter
enkele demosongs te wissen of een nieuwe geheugenkaart te plaatsen (64 MB of meer wordt aanbevolen).
1. Druk op [UTILITY].
2. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "INI"
te zetten en druk op [ENTER].
fig.00-402d
Snelle start
* De demosongs zijn beschermd.
Om demosongs te verwijderen moet u eerst de bescherming
uitschakelen. Daarna kunt u songs verwijderen.
“Een song beschermen (Song Protect)” (p. 79)
“Songs verwijderen (Song Erase)” (p. 77)
(2) Het toestel aanzetten
Volg de procedure van “Het toestel aanzetten” (p. 28).
3. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "CARD"
te zetten en druk op [ENTER].
De boodschap "Are you sure?" verschijnt.
De geheugenkaart formatteren
(Initialize)
fig.00-403d
* Voor geheugenkaarten die al voor de BR-900CD zijn gebruikt,
is dit niet nodig.
Nieuwe geheugenkaarten of geheugenkaarten die eerder
voor een computer zijn gebruikt, moet u eerst gebruiksklaar
maken voor de BR-900CD.
Voer de volgende stappen uit in de aangegeven volgorde om
de procedure te voltooien (dit voorbereidende proces wordt
"initaliseren" genoemd.
31
Een song opnemen/weergeven
4. Druk op [ENTER] (YES) om het initialiseren voort te
zetten. Druk op [EXIT] (NO) (of [UTILITY]) om de
opdracht te annuleren.
Als u op [ENTER] (YES) drukt, begint het initialiseren.
Als het initialiseren is voltooid, verschijnt "Completed!"
op de display.
Vervolgens verschijnt "Keep power on! Song creating..."
en wordt er automatisch een nieuwe song aangemaakt.
In dit geval werd het datatype HiFi (MT2) geselecteerd.
Als het aanmaken van de song voltooid is, verschijnt het
Play-scherm opnieuw.
* Afhankelijk van de capaciteit van de geheugenkaart kan de
initialisatie meer dan tien minuten in beslag nemen. Dit is
geen defect. De voortgang van de initialisatie wordt op de
display weergegeven. Zet de BR-900CD niet uit voordat de
initialisatie voltooid is.
Verwijder de geheugenkaart niet en zet de BR-900CD niet uit
zolang de display "Keep power on!" weergeeft. Als u dat wel
doet, kunt u de gegevens op de geheugenkaart beschadigen
en/of de geheugenkaart zelf onbruikbaar maken.
(3) De song voor opname
selecteren
Als de geheugenkaart meer dan één song bevat, wordt
automatisch de laatst opgenomen song geselecteerd. Volg
onderstaande procedure voor de opname van nieuwe songs.
Een nieuwe song opnemen
(Song New)
Datatypes
Voor de opname van nieuwe songs kunt u met de BR-900CD
het datatype instellen. Zo kunt u de optimale combinatie van
audiokwaliteit en opnametijd kiezen voor de muziek die u
opneemt. U kunt kiezen uit de volgende datatypes.
* Nadat u de song hebt aangemaakt, kunt u het datatype niet
meer wijzigen.
HiFi (MT2) (multitrack 2):
Voor opnamen van hoge kwaliteit. Dit datatype wordt
aanbevolen als u veel spoor-bouncing gaat uitvoeren.
Normaliter dient u dit type te selecteren. Gebruik dit type
voor de meeste van uw opnamen.
STD (LV1) (live 1):
Voor opnamen die langer duren dan de beschikbare tijd bij
het MT2-datatype. Dit is het meest geschikte type voor het
live-opnamen.
LONG (LV2) (live 2):
Van de drie datatypes geeft dit de langste opnametijd. Dit is
de juiste keuze als de kaart weinig opnamecapaciteit heeft.
Opnametijd
Hieronder vindt u de opnametijden die voor elk datatype op
één geheugenkaart mogelijk zijn (bij opname op één spoor).
Datatype
32 MB
64 MB
128 MB
256 MB
512 MB
1 GB
Opnametijd (ca.)
HiFi (MT2)
STD (LV1)
16 min.
19 min.
32 min.
39 min.
65 min.
78 min.
130 min.
156 min.
260 min.
312 min.
520 min.
624 min.
LONG (LV2)
24 min.
49 min.
98 min.
196 min.
392 min.
784 min.
* Dit zijn geschatte opnametijden. Afhankelijk van het aantal
songs zou de beschikbare opnametijd nog kunnen afnemen.
* De vermelde opnametijden gelden wanneer u op slechts één
spoor opneemt. Als u bijv. op alle acht sporen opneemt, wordt
de opnametijd voor elk spoor 1/8ste van de tijd in de tabel.
* Uw BR-900CD ondersteunt CompactFlash geheugenkaarten
van 32 MB tot 1 GB voor een stroomtoevoer van 3,3 V.
32
Een song opnemen/weergeven
(4) Instrumenten aansluiten
fig.00-405
1
3
2,4,5
2
Kies op welke ingang u uw
instrument aansluit
Uw BR-900CD is uitgerust met een aantal ingangen waarop
u verschillende soorten instrumenten kunt aansluiten.
Gebruik de meest geschikte ingang voor uw instrument.
fig.00-408
1. Druk op [UTILITY].
2. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "NEW"
te zetten en druk op [ENTER].
Op de display verschijnt het "Type".
fig.00-406d
GUITAR/BASS
Op deze ingang sluit u een elektrische gitaar of een basgitaar
aan. Omdat dit een ingang met hoge impedantie is, kunt u de
gitaar of de basgitaar rechtstreeks aansluiten.
MIC1
Op deze ingangen kunt u een microfoon aansluiten. Er zijn
zowel TRS- als XLR-aansluitingen.
* Als beide aansluitingen worden gebruikt, heeft de TRSaansluiting prioriteit.
* Gebruik de GUITAR/BASS-aansluiting als u een elektroakoestische gitaar via een gitaarkabel opneemt.
* U kunt de XLR-aansluiting ook voorzien van fantoomvoeding
(p. 191).
3. Kies het gewenste datatype (opnamemethode)
met de TIME/VALUE-draaiknop.
* De BR-900CD gebruikt een samplefrequentie van 44,1 kHz.
U kunt de samplefrequentie niet veranderen.
4. Druk op [ENTER].
De boodschap "Are you sure?" verschijnt.
fig.00-407d
MIC2
Op deze ingang sluit u een microfoon aan. Dit is een XLRaansluiting.
* Wanneer u zowel de GUITAR/BASS- als MIC2-aansluitingen
gebruikt, krijgt de GUITAR/BASS-aansluiting prioriteit.
* U kunt de XLR-aansluiting ook voorzien van fantoomvoeding
(p. 191).
LINE
Op deze stereo-ingangen kunt u de uitgang van een cdspeler, cassettedeck, drumcomputer, externe geluidsmodule,
keyboard of een andere geluidsbron aansluiten.
5. Druk op [ENTER].
Wanneer de nieuwe song is ingesteld, keert u terug
naar het Play-scherm.
* Tijdens het updaten verschijnt "Keep power on!" in de
bovenste regel van de display, terwijl de onderste regel
laat zien wat er wordt verwerkt.
33
Snelle start
De TRS-aansluiting is geschikt voor zowel gebalanceerde als
niet-gebalanceerde input.
Een song opnemen/weergeven
Druk op de INPUT SELECT-toets van
het instrument dat u wilt opnemen
De interne microfoon aanzetten
fig.00-410
1–3
Kies welke input-bron u wilt opnemen. De indicator van de
geselecteerde toets gaat branden.
2
fig.00-409
[GUITAR/BASS/MIC2]
Druk op deze toets om een instrument op te nemen, dat
aangesloten is op de GUITAR/BASS-ingang.
[MIC]
Druk op deze toets wanneer u het signaal wilt opnemen van
een microfoon aangesloten op de MIC-ingang of het signaal
van de interne microfoon.
Wanneer de MIC-indicator van de INPUT SELECT-toets
brandt, kunt u de microfoon die op de MIC-ingang is
aangesloten, en de interne microfoon gelijktijdig gebruiken.
1. Druk in het Play-scherm op de [MIC] INPUT SELECTtoets.
Het Mic Select-scherm verschijnt wanneer [MIC]
ingedrukt is.
fig.00-411d
* Bij levering is de interne microfoon van de BR-900CD
uitgeschakeld. Zet de interne microfoon uit als u hem niet
gebruikt (zie volgende paragraaf).
[LINE]
Druk op deze toets wanneer u het signaal wilt opnemen
van een instrument of een cd-speler aangesloten op de
LINE-ingangen.
[SIMUL]
Om zang en gitaar simultaan op te nemen drukt u tegelijkertijd op [GUITAR/BASS] en [MIC]. Beide indicators lichten
op, als teken dat u nu simultaan kunt opnemen.
U kunt de bron selecteren zelfs als u twee microfoons
tegelijkertijd op de MIC 1- en de MIC 2-ingangen hebt
aangesloten.
Als u twee opnamesporen hebt geselecteerd, wordt de
GUITAR/BASS/MIC2 op spoor 1, 3, 5, 7 en de MIC1 op
spoor 2, 4, 6, 8 opgenomen.
Hebt u één opnamespoor geselecteerd, dan worden de
GUITAR/BASS/MIC2 en MIC1 gemixt en vervolgens
opgenomen.
34
2. Houd [MIC] ingedrukt en kies "ONBRD+EXT" met
de TIME/VALUE-draaiknop.
ONBRD+EXT:
De ingebouwde microfoon wordt aangezet en de input
is een mix van de geluiden van de interne microfoon en
die van de externe microfoon aangesloten op MIC 1.
EXTERNAL:
De ingebouwde microfoon wordt uitgezet en de input
bestaat enkel uit de geluiden van de externe microfoon
aangesloten op MIC 1.
3. Laat [MIC] los.
De interne microfoon wordt aangezet.
* Tijdens het updaten verschijnt "Keep power on!" in de
bovenste regel van de display, terwijl de onderste regel laat
zien wat er wordt verwerkt.
* U kunt de interne microfoon ook instellen via de [UTILITY]
systeemparameters. Raadpleeg voor meer informatie de “Lijst
van de Utility-parameters” (p. 198).
Een song opnemen/weergeven
De input-gevoeligheid regelen
Als u de input van GUITAR/BASS/MIC2 of MIC1 hebt
geselecteerd, dan kunt u de gevoeligheid van die input
regelen met de overeenkomstige SENS-knop.
fig.00-412a
MASTER-fader weer. Wanneer u het geluid met een hoofdtelefoon beluistert, gebruikt u de MASTER-fader om het
volume op het gewenste niveau te zetten.
(5) Insert-effecten gebruiken
De BR-900CD bevat vijf interne effectenprocessors: Insert
Effect, Loop Effects, Track EQ, Pitch Correction en Mastering
Tool Kit. De insert-effecten gebruikt u als volgt.
Wat is een insert-effect?
Om op te nemen met een goed signaalniveau, moet u de
input-volumes zodanig regelen dat de PEAK-indicator heel
even oplicht wanneer een gitaar hard wordt aangeslagen of
wanneer de zang het luidst is.
Het input-volume aanpassen
Een effect dat direct wordt toegepast op een specifieke
signaallijn (bij de BR-900CD de instrumentale geluiden van
een INPUT-aansluiting), noemen we een "insert-effect". De
effectpedalen die een gitarist tussen zijn gitaar en versterker
schakelt, zijn een soort insert-effect. Loop-effecten zijn
effecten die op de send/return-aansluitingen van mixers en
gelijkaardige apparaten worden aangesloten (zie p. 43).
Regel het volume van de input-bron voor opname.
1. Zet de MASTER-fader dicht.
2. Zet INPUT LEVEL-draaiknop in de centrale positie en
schuif langzaam de MASTER-fader omhoog.
Regel nu met de INPUT LEVEL-draaiknop het inputniveau zodat het signaalniveau op de "IN" level meter
varieert tussen -12 (tussen -24 en -6) en 0 dB.
U kunt het volume regelen met de MASTER-fader en
de INPUT LEVEL-knoppen.
Level meter-scherm
Dit laat de volumeniveaus voor elk spoor zien.
De BR-900CD bevat allerhande effecten voor zang, gitaar,
enz. en u kunt twee of meer van deze effecten tegelijkertijd
gebruiken. Een dergelijke combinatie van effecten (d.w.z.
de effecttypes en de volgorde waarin ze geschakeld zijn)
noemen we een "algoritme".
Elk effect in een algoritme heeft een aantal parameters, waarmee u
het geluid kunt veranderen (net zoals u aan de knoppen draait op
een gitaarpedaal). Het algoritme en de bijbehorende parameterinstellingen vormen samen wat we "effect patches" noemen.
Door een andere effect patch te kiezen, roept u dus in feite
een andere combinatie van effecten en parameterinstellingen
op zodat u een totaal ander geluid krijgt.
1. Druk op [EFFECTS] voor de huidige effect patch.
fig.00-414d
fig.00-413d
Naam
algoritme
P: Preset / S: Song / U: User
Bank
Nummer Patchnaam
IN:
De level meter geeft het signaal van de INPUT weer.
1–8:
De level meter geeft de output van sporen 1–8 weer.
RHYTHM:
Met uw BR-900CD kunt u automatisch de meest
geschikte "banken" selecteren door op een INPUT
SELECT-toets te drukken.
LR:
Als u bijv. de [GUITAR/BASS] INPUT SELECT-toets
indrukt, schakelt u naar een gitaar bank patch, en door
[LINE] in te drukken schakelt u naar een line bank patch.
De level meter geeft het output-niveau van de post-
Een bank is een verzameling van effect patches.
De level meter geeft de output van Rhythm weer.
35
Snelle start
ig.00-421b
Effect patches kiezen
Een song opnemen/weergeven
GTR:
Effect patches voor gitaren.
MIC:
Effect patches voor het geluid van de MIC-ingang
(d.w.z zang).
LIN (LINE):
Effect patches voor het geluid van cd's, MD's en andere
externe apparaten op de LINE-ingang.
SML (SIMUL):
Effect patches voor het simultaan opnemen van zang
en gitaar.
Sommige effect patches zijn nuttig voor stereo-opnamen.
Raadpleeg “Het spoor voor opname selecteren” (p. 39) voor
opnemen in stereo.
“Lijst van effect patches” (p. 202)
“Lijst van de algoritmes” (p. 88)
Zonder insert-effecten opnemen
Druk meermaals op [EFFECTS] om de insert-effecten uit te
schakelen. De indicator gaat uit en het geluid wordt zonder
insert-effecten opgenomen.
“Effect patches en banken” (p. 84)
2. Druk op CURSOR [
][
] om de cursor op het effect
patch te zetten en wijzig de effect patch met de TIME/
VALUE-draaiknop.
Preset patches (P)
De preset patches bevatten voorgeprogrammeerde data.
U kunt hun instellingen wel wijzigen, maar u kunt geen
nieuwe preset patches aanmaken.
User patches (U)
User patches kunt u herschrijven en in het geheugen
opslaan. Wilt u een gemaakte patch ook voor andere
songs gebruiken, dan slaat u die als user patch op.
Song patches (S)
Net als user patches kunt u zelf song patches schrijven.
De data voor song patches worden echter samen met de
songdata op de geheugenkaart opgeslagen. Dit is handig
wanneer u een patch hebt aangemaakt voor een
specifieke opname, en u die patch samen met de song
wilt opslaan.
fig.00-415
BR-900CD
Geheugenkaart
Song
Preset
Patch
User
Patch
Song
Patch
3. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op het patchnummer te zetten en wijzig het nummer met de TIME/
VALUE-draaiknop.
4. Met [EXIT] keert u terug naar het Play-scherm.
Raadpleeg “De insert-effecten gebruiken” (p. 84) voor meer
informatie over het gebruik van insert-effecten.
36
Door "INPUT <REC DRY>" te kiezen als het punt waarmee
de insert-effecten worden verbonden, kunt u de geluiden
opnemen zonder de insert-effecten, terwijl u luistert naar
de geluiden met de insert-effecten toegepast.
“Veranderen hoe de insert-effecten volgens de functie
worden gebruikt” (p. 87)
Een song opnemen/weergeven
(6) Rhythm gebruiken
Rhythm weergeven
Wat is Rhythm?
Telkens als u op [ARRANGE/PATTERN/OFF] van Rhythm
drukt, verandert de status zoals in onderstaande afbeelding.
Bij het opnemen is de ingebouwde Rhythm erg handig.
fig.00-417
Rhythm is een apart ritmespoor dat niet alleen weerklinkt als
begeleiding tijdens opnamen, maar dat u ook kunt gebruiken
om zowel interne als zelfgemaakte ritmepatronen weer te
geven, en om deze patronen weer te geven of op te nemen als
uw eigen ritmische uitvoeringen.
Door bij opname Rhythm te gebruiken, kunt u met de spooreditor in eenheden van maten editeren, uitgaande signalen
met een extern apparaat synchroniseren en andere handige
functies uitvoeren. Raadpleeg voor meer informatie “De
uitvoering op een spoor bewerken (Track Editing)” (p. 67) en
“Weergave met een MIDI-sequencer synchroniseren” (p. 158).
U kunt ook het tempo of ritmepatroon in de loop van een
song wijzigen. Raadpleeg voor meer informatie “Hoofdstuk
4 Rhythm gebruiken” (p. 119).
Rhythm heeft twee functies: pattern en arrangement.
Pattern (patroonfunctie)
ARRANGE: brandt (arrangementfunctie)
Wanneer u op [PLAY] drukt om het ritmearrangement weer
te geven of op te nemen. Wanneer u op [STOP] drukt, stopt
ook het ritmearrangement.
PATTERN: knippert (patroonfunctie)
Wanneer u op [PLAY] drukt om het ritmepatroon weer te
geven of op te nemen. Wanneer u op [STOP] drukt, stopt ook
het ritmepatroon. Er wordt geen geluid weergegeven als u
"BREAK" kiest als patroon (p. 207).
OFF: uitgedoofd
De Rhythm-functie is uitgeschakeld.
* Gebruik de Rhythm-fader om het volume van Rhythm te regelen.
fig.00-418a
Snelle start
U kunt bestaande patronen uitvoeren en uw eigen patronen
maken.
Arrangement (arrangementfunctie)
U kunt bestaande arrangementen uitvoeren en uw eigen
arrangementen maken.
Patronen en arrangementen worden samengesteld zoals
hieronder beschreven.
Patronen
Dit zijn frasen van drumuitvoeringen met een lengte van
één tot verscheidene maten.
Arrangementen wijzigen
1. Druk meermaals op [ARRANGE/PATTERN/OFF]
totdat de indicator oplicht.
fig.00-418
De interne patronen (voorgeprogrammeerde patronen)
omvatten patronen voor intro’s, coupletten, fill-ins en eindes.
Arrangementen
Een song bestaat uit patronen die in de volgorde waarop ze
worden uitgevoerd (bijvoorbeeld intro, couplet, fill-in en
einde), worden gearrangeerd en op het geselecteerde tempo
worden afgespeeld.
fig.00-416
2. Selecteer een arrangement.
Gebruik CURSOR [ ] [ ] en de TIME/VALUEdraaiknop om de Preset/Song en het nummer te kiezen.
fig.00-419d
Intro
Couplet
Fill-in
Couplet
Einde
P: Preset / S: Song
Nummer Arrangementnaam
De Rhythm is voorgeprogrammeerd met een grote variatie
aan arrangementen, inclusief het geluid van een gewone
metronoom. Raadpleeg “Lijst van arrangementen/patronen”
(p. 206) voor meer informatie over de voorgeprogrammeerde
arrangementen.
37
Een song opnemen/weergeven
Preset arrangements (P)
De preset arrangements bevatten voorgeprogrammeerde
data. U kunt hun instellingen niet wijzigen en u kunt ook
geen nieuwe preset arrangements maken.
Song arrangements (S)
U kunt song arrangements schrijven. De data voor deze
song arrangements worden wel samen met de songdata
op de geheugenkaart opgeslagen.
fig.00-420
BR-900CD
Geheugenkaart
Het tempo van de arrangementen of
patronen wijzigen
U kunt het tempo van het weergegeven arrangement of
patroon tijdelijk wijzigen door de volgende procedure uit
te voeren terwijl het Play-scherm wordt weergegeven.
* De tempo-instelling van het arrangement is tijdelijk
uitgeschakeld.
1. Druk op [CURSOR] om de cursor op "TEMPO"
te zetten op de display.
Song
Preset
Arrangement
Song
Arrngement
2. Pas het tempo aan met de TIME/VALUE-draaiknop.
fig.00-421d
Tempo
3. Keer naar het Play-scherm terug met [EXIT].
Patronen wijzigen
1. Druk meermaals op [ARRANGE/PATTERN/OFF],
totdat de indicator knippert.
fig.00-420a
* De tempowijziging is slechts van tijdelijke aard. Raadpleeg
“Het tempo van de arrangementen of patronen veranderen”
(p. 122) om het daadwerkelijke tempo van het arrangement te
wijzigen.
* Voor patronen kunt u het tempo niet opslaan.
2. Selecteer een patroon.
Gebruik CURSOR [ ] [ ] en de TIME/VALUEdraaiknop om de Preset/Song en het nummer te kiezen.
fig.00-420bd
P: Preset / S: Song
Nummer Patroonnaam
Tikken om het tempo van patronen
of arrangementen te wijzigen
U kunt het tempo van een arrangement of een patroon
tijdelijk wijzigen door de timing waarmee u op [TAP] tikt.
Tik vier keer of meer op [TAP] om het tempo van een
arrangement of een patroon te wijzigen. De timing van
uw tikken wordt het nieuwe tempo.
* De tempo-instelling van het arrangement is tijdelijk
uitgeschakeld.
Preset patterns (P)
De preset patterns bevatten voorgeprogrammeerde data.
U kunt hun instellingen niet wijzigen en u kunt ook geen
nieuwe voorgeprogrammeerde patronen maken.
Song patterns (S)
U kunt song patterns schrijven. De data voor deze song
patterns worden wel samen met de songdata op de
geheugenkaart opgeslagen.
fig.00-420c
BR-900CD
Geheugenkaart
Song
Preset
Pattern
Song
Pattern
3. Keer naar het Play-scherm terug met [EXIT].
38
fig.00-422
* De tempowijziging is slechts van tijdelijke aard. Raadpleeg
“Het tempo van de arrangementen of patronen veranderen”
(p. 122) om het daadwerkelijke tempo van het arrangement
te wijzigen.
* Voor patronen kunt u het tempo niet opslaan.
Een song opnemen/weergeven
(7) Basisrichtlijnen voor
opname
fig.00-425
(Opname in mono)
Het spoor voor opname selecteren
1. Druk op REC TRACK [1] – [7/8] om het opnamespoor
te selecteren.
(Opname in stereo)
Als de toets rood knippert, is dat spoor klaar voor opname.
fig.00-423
INPUT SELECT [LINE] of [SIMUL] branden
U kunt de status van elk spoor afleiden van de indicator
op de toets.
Uit:
Het spoor bevat geen opgenomen data.
Groen:
Het spoor bevat opgenomen data.
Rood:
Het spoor is geselecteerd voor opname.
Als u een spoor met data voor opname selecteert, brandt
de indicator afwisselend oranje en groen.
fig.00-424
of
of
Aangezien de input stereo is, gebeurt de opname normaal
gezien op twee sporen. Druk op REC TRACK [1] of [2] om
sporen 1 en 2, of op [3] of [4] om sporen 3 en 4 te selecteren.
Als u echter het linker- en rechterkanaal van de input wilt
samenvoegen op één spoor, terwijl sporen 1 en 2 geselecteerd
zijn, drukt u nogmaals op REC TRACK [1] om spoor 1 te
selecteren. Op dezelfde manier kunt u gelijk welk spoor van
1 tot 6 selecteren als opnamespoor.
Bovendien zijn sporen 7/8 stereosporen zodat ze altijd
stereo-opnamen produceren.
Aangezien de input mono is, wordt de opname normaal
gezien als mono-opname op één spoor uitgevoerd. Kies een
opnamespoor met REC TRACK [1] tot [6].
Over de opnamefuncties
(REC MODE)
Als u in stereo wilt opnemen om de impact van inserteffecten te vergroten, kunt u tegelijkertijd de REC TRACKtoetsen [1] en [2], [3] en [4] of [5] en [6] indrukken voor een
stereo-opname op twee sporen.
De opnamen op de BR-900CD zijn onderverdeeld in drie
hoofdfuncties. Gebruik steeds de meest geschikte functie
om uw song te voltooien.
Bovendien zijn sporen 7/8 stereosporen zodat ze altijd
stereo-opnamen produceren.
fig.00-427
INPUT
1
2
3
.
.
.
8
Gitaar
Bas
Zang
BOUNCE
1
2
L
R
Afmixen naar
twee sporen
MASTERING
1
2
L
R
Afwerking van de song met
geoptimaliseerde niveaus
Keyboard
39
Snelle start
INPUT SELECT [GUITAR/BASS/MIC2]
of [MIC] branden
fig.00-426
Een song opnemen/weergeven
INPUT:
Alleen de geluiden van instrumenten of van andere inputbronnen worden op de sporen opgenomen. Geluiden die
vanaf andere sporen worden gespeeld, worden niet
opgenomen.
Procedure
fig.00-428a
1
BOUNCE:
Terwijl de geluiden op verschillende sporen worden
weergegeven, worden ze samen op een ander spoor
opgenomen. Met de bounce-functie kunt u acht sporen
tegelijkertijd afspelen en ze allemaal op één enkel,
afzonderlijk virtueel spoor (V-Track) opnemen.
Als de input-bron met INPUT SELECT is geselecteerd,
kunt u ook die geluiden aan de opname toevoegen.
U kunt verder ook nog geluiden van de Rhythm-functie
aan de opname toevoegen.
U kunt ook het CD-R/RW-station als bestemming voor
de opname selecteren (p. 59).
4 3 2
1. Druk meermaals op [REC MODE] tot links op de
display "INPUT" als REC MODE verschijnt.
fig.00-428d
MASTERING:
Hiermee past u de "Mastering Tool Kit" toe op de twee sporen
waarop een bounce-opname van andere sporen is gemaakt,
om ze af te werken tot een song met geoptimaliseerde niveaus
(volume).
* Hier kunt u de Rhythm-functie niet gebruiken.
Wat is een Mastering Tool Kit?
Als u een audio-cd van uw opgenomen songs maakt of als
u op een MD of gelijksoortige media opneemt, moet u het
algemene volume beperken, zodat zelfs de luidste passages
van de songs passend op de cd of de MD kunnen worden
verwerkt. Vaak resulteert dit echter in een algemene verlaging
van het volume, waardoor uw cd of uw MD een tamme en
expressieloze indruk maakt.
Bovendien kan het geluid in het lage frequentiegebied, waarvoor het menselijke gehoor niet zo gevoelig is, vrij zacht
klinken, hoewel de meter het maximale niveau aangeeft. Dit
maakt het ook moeilijk om dynamische geluiden te maken.
Met de "Mastering Tool Kit" kunt u de verschillen in volume,
die in de loop van een song optreden, uitvlakken en ook de
balans in het lage bereik corrigeren.
We raden u aan om songs pas in het eindstadium met de
Mastering Tool Kit af te mixen.
“Mastering” (p. 102)
“Lijst van Mastering Tool Kit patches” (p. 205)
40
2. Druk op [REC].
[REC] knippert rood en de BR-900CD staat in standby
voor opname.
fig.00-429
Knippert
3. Druk op [PLAY].
De [REC]- en REC TRACK-toetsen knipperen niet meer,
maar blijven branden. De opname begint.
fig.00-430
Brandt
4. Druk op [STOP] wanneer u klaar bent met de opname.
De REC TRACK-toets knippert afwisselend oranje en
groen, als teken dat het spoor opgenomen data bevat.
* U kunt opgenomen geluiden die korter zijn dan één seconde
niet afspelen.
* Tijdens het updaten verschijnt "Keep power on!" in de
bovenste regel van de display, terwijl de onderste regel
laat zien wat er wordt verwerkt.
Een song opnemen/weergeven
(9) Overdubben
(een extra uitvoering opnemen terwijl u
naar een bestaande uitvoering luistert)
Hoe de sporen georganiseerd zijn
De BR-900CD is voorzien van acht audiosporen die u
kunt gebruiken voor opname en weergave. Sporen 1 tot
en met 6 zijn onafhankelijke monosporen. Sporen 7 en 8
zijn met elkaar verbonden als stereosporen.
Sporen 7 en 8 zijn vast ingesteld als respectievelijk
linker- en rechterspoor, terwijl fader-bewegingen, loopeffecten en andere processen op beide sporen samen
worden toegepast. Hierdoor vormen deze twee sporen
een handige bestemming voor bouncing (p. 58).
Sporen 7 en 8 fungeren ook als speciale masteringsporen
tijdens de mastering (p. 102).
De sporen waarvoor de REC TRACK-toets groen oplicht
(of afwisselend oranje en groen), zijn sporen die reeds
opgenomen data bevatten.
Het proces waarbij u naar een eerder opgenomen uitvoering
luistert, terwijl u extra materiaal op een ander spoor
opneemt, wordt "overdubben" genoemd. Door de bas, gitaar
en zangpartijen op verschillende sporen op te nemen, kunt u
vervolgens het volume van elk instrument ten opzichte van
elkaar aanpassen, de links-rechtsbalans wijzigen, gegevens
uitwisselen en andere functies uitvoeren.
fig.00-434a
Daarnaast, en los van de audiosporen, heeft de BR-900CD
ook speciale stereosporen voor de weergave van de
interne ritmes (p. 37).
1. Druk op [ZERO] om naar tijdspositie 00:00:00-00.0 te gaan.
fig.00-431
5 4 3
1
2
1. Kies een opnamespoor met REC TRACK [1] tot [7/8].
2. Druk op [PLAY].
Met de TRACK-faders kunt u het volume voor elke
spoor individueel regelen.
Het geluid van specifieke sporen
uitzetten (Track Mute)
Houd tijdens de weergave [DELETE/MUTE] ingedrukt en
druk op een REC TRACK-toets die afwisselend oranje en
groen, of volledig groen brandt.
De REC TRACK-toets begint oranje of groen te knipperen en
het geluid van dat spoor wordt uitgeschakeld (mute).
Als u deze handeling herhaalt, keert de toets terug naar haar
vorige status en hoort u het geluid van het spoor opnieuw.
fig.00-433
Door voor de opname een ander spoor te kiezen dan
datgene waarop u eerder hebt opgenomen, kunt u een
nieuwe partij opnemen, terwijl u naar de eerder opgenomen partij luistert.
U kunt de status van elk spoor afleiden van de indicator
op de toets.
Uit:
Het spoor bevat geen opgenomen data.
Groen:
Het spoor bevat opgenomen data.
Rood:
Het spoor is geselecteerd voor opname.
Als u een spoor met data voor opname selecteert,
brandt de indicator afwisselend oranje en groen.
* Als u voor opname een spoor kiest, waarop al data staan
(waarvan de REC TRACK-toets groen verlicht is), licht de
indicator afwisselend oranje en groen op, en overschrijft de
nieuwe muziek de eerder opgenomen data.
2. Pas de faders zo aan dat de weergegeven sporen op
een passend niveau staan.
3. Druk op [REC].
[REC] knippert rood en de BR-900CD staat in standby
voor opname.
41
Snelle start
(8) Opgenomen muziek
weergeven
Een song opnemen/weergeven
4. Druk op [PLAY].
De indicators van de [REC]- en REC TRACK-toetsen
veranderen van knipperend in rood naar constant
verlicht, en de opname begint.
(10) Het geluid voor elk
spoor regelen
[PLAY] licht op.
U kunt de toon, de paninstelling en de volumebalans voor
elk spoor afzonderlijk regelen.
Enkel wat u momenteel inspeelt, wordt opgenomen op
het nieuwe spoor. De muziek van de weergegeven
sporen wordt niet mee opgenomen.
De links-rechtspositie (pan) van het
geluid instellen
* Als u tijdens de opname het volume van de input-bron
verlaagt met de INPUT LEVEL-draaiknop, dan wordt het
geluid met een lager volume opgenomen op het audiospoor,
zodat er meer ruis te horen is wanneer u het audiospoor
weergeeft bij een hoger volume.
Gebruik de TRACK-fader voor de individuele sporen om het
volume van de weergegeven muziek te wijzigen.
5. Druk op [STOP] wanneer u klaar bent met de opname.
* U kunt opgenomen geluiden die korter zijn dan één seconde
niet afspelen.
1. Druk op [PAN/EQ].
fig.00-434b
2. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "PAN"
te zetten en druk op [ENTER].
Het scherm met de paninstellingen verschijnt.
fig.00-434d
Enkele tips voor overdubben
Wanneer u nieuw materiaal opneemt terwijl u reeds
opgenomen sporen beluistert, zou het kunnen dat de
nieuwe partij overstemd wordt door de andere sporen,
wat voor u het spelen bemoeilijkt. In dat geval kunt u de
faders van de weergavesporen iets lager zetten, of de
weergavesporen naar links (of rechts) pannen en de
partij die u inspeelt naar rechts (of links), zodat u
zichzelf beter hoort spelen.
“De links-rechtspositie (pan) van het geluid instellen” (p. 42)
“De positie van het input-signaal wijzigen (Pan)” (p. 49)
3. Druk op CURSOR [ ] [ ] en draai aan de TIME/
VALUE-draaiknop om de paninstellingen van elk
spoor te wijzigen.
* Als u op een REC TRACK-toets drukt, gaat de cursor naar het
spoor dat bij de ingedrukte toets hoort.
* Door op [ENTER] te drukken, stelt u dit in op "C00" (midden).
4. Druk op [EXIT] (of [PAN/EQ]) om naar het Play-scherm
terug te keren.
Sporen 7 en 8 zijn stereosporen en alle paninstellingen die u
maakt, gelden voor de beide sporen samen.
• Bij de instelling "C00": spoor 7 wordt links gepand en
spoor 8 wordt rechts gepand.
• Bij de instelling "L50": sporen 7 en 8 worden beide links
gepand.
• Bij de instelling "R50": sporen 7 en 8 worden beide rechts
gepand.
42
Een song opnemen/weergeven
De toon aanpassen (Track EQ)
"Track EQ" is een onafhankelijke 2-bands equalizer voor elk
spoor waarmee u de tonale kwaliteiten van hoge en lage
frequenties afzonderlijk kunt instellen.
1. Druk op [PAN/EQ].
fig.00-435a
Breedte aan het geluid toevoegen
(Loop-effect)
De BR-900CD bevat chorus, delay en doubling (elk van deze
drie effecten kan op ieder willekeurig moment worden
geselecteerd) als loop-effecten, en tevens reverb. Met die
effecten kunt u het geluid veel ruimer laten klinken.
Wat is een loop-effect?
2. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "EQ"
te zetten en druk op [ENTER].
Het scherm met de EQ-instellingen verschijnt.
fig.00-435d
Effecten die verbonden zijn met de send en return van mixereffecten, noemen we "loop-effecten". U kunt de diepte van het
effect aanpassen door het verstuurniveau (send) van elk mixerkanaal (gelijk aan de sporen van de BR-900CD) te wijzigen.
Aangezien elk spoor zijn eigen verstuurniveau heeft, kunt u
de diepte individueel regelen. Zo kunt u bijvoorbeeld een
diepe reverb op de zang zetten en een lichte reverb op de
drums, of gelijk welke andere combinatie.
In tegenstelling tot insert-effecten (p. 35), die op specifieke
geluiden worden toegepast, worden loop-effecten op het hele
spoor toegepast.
* U kunt chorus, delay en doubling niet gelijktijdig gebruiken.
U kunt een van deze drie effecten selecteren als de loop-effecten
in gebruik zijn.
Snelle start
1. Druk op [LOOP EFFECTS].
fig.00-437a
3. Druk op CURSOR [ ] [ ] en draai aan de TIME/
VALUE-draaiknop om elke Track EQ in of uit te
schakelen.
* Als u op een REC TRACK-toets drukt, gaat de cursor naar het
spoor dat bij de ingedrukte toets hoort.
2. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "CHO/DLY"
of "REV" te zetten en druk op [ENTER].
fig.00-437d
4. Druk bij het wijzigen van de EQ-instellingen meermaals op CURSOR [
] om het parameterscherm op
te roepen en gebruik vervolgens de [CURSOR] en
TIME/VALUE-draaiknop om de waarde van de
instelling te wijzigen.
fig.00-436d
Raadpleeg “Track EQ-parameterfuncties” (p. 112) voor meer
informatie over deze instellingen.
3. Druk op CURSOR [ ] [ ] totdat "FX Type" of "Type"
wordt weergegeven, en draai vervolgens aan de TIME/
VALUE-draaiknop om het loop-effect te selecteren.
5. Druk als u alles hebt ingesteld op [EXIT] (of [PAN/EQ])
om terug te keren naar het Play-scherm.
43
Een song opnemen/weergeven
Wanneer u CHO/DLY gebruikt.
Kies uit "CHORUS", "DELAY" of "DBLN" (doubling).
6. Pas met de CURSOR [ ] [ ] en de TIME/VALUEdraaiknop het verstuurniveau van elk spoor aan.
fig.00-438d
* Als u op een REC TRACK-toets drukt, gaat de cursor naar het
spoor dat bij de ingedrukte toets hoort.
Het "verstuurniveau" is het volumeniveau van het
signaal dat van elk respectievelijk spoor naar elk effect
wordt verzonden. U kunt de hoeveelheid toegepast
effect wijzigen door het verstuurniveau aan te passen.
Wanneer u REV gebruikt.
Kies uit "HALL" of "ROOM".
fig.00-439d
4. Als u de instellingen voor het geselecteerde effect wilt
wijzigen, drukt u CURSOR [ ] [ ] om de parameter
te selecteren. Vervolgens brengt u de wijziging aan met
de TIME/VALUE-draaiknop.
Het verstuurniveau voor elk spoor wordt ook op de
onderste rij van de display weergegeven.
fig.00-443d
Send level van elk spoor
7. Nadat het verstuurniveau is aangepast, drukt u meermaals op [EXIT] om naar het Play-scherm terug te keren.
fig.00-440d
U kunt elke keer dat u [LOOP EFFECTS] indrukt, in de
volgende volgorde tussen verschillende schermen wisselen.
Loop Effects-selectiescherm → Send Level-scherm →
Type-scherm → Play-scherm
Raadpleeg “Loop effect-parameterfuncties” (p. 111) voor
meer informatie over deze instellingen.
5. Druk op CURSOR [ ] [ ] om het scherm voor
de Send Level-instellingen weer te geven.
Wanneer u CHO/DLY gebruikt.
fig.00-441d
Wanneer u REV gebruikt.
fig.00-442d
44
Een song opnemen/weergeven
(11) Bouncing
4. Druk op [PLAY].
De [REC]- en REC TRACK-toetsen knipperen niet meer
rood, maar blijven branden. De opname begint.
Meerdere sporen samenvoegen
fig.00-444a
fig.00-447
Brandt
1
2
2
5. Druk op [STOP] wanneer u klaar bent met de opname.
* Tijdens het updaten verschijnt "Keep power on!" in de
bovenste regel van de display, terwijl de onderste regel
laat zien wat er wordt verwerkt.
Om klaar te zijn voor verdere opnamen na het voltooien van
bouncing, schakelt de BR-900CD automatisch over naar een
lege V-Track op de bounce-bestemming.
5 4 3
1. Druk meermaals op [REC MODE] tot links op de
display "BOUNCE" als REC MODE staat aangegeven.
fig.00-444d
Opnamebestemming
Na het bouncen naar twee sporen, kunt u de "Mastering Tool
Kit" gebruiken om in de hele song variaties in volume weg te
werken en de juiste balans bij de lage tonen te creëren.
Raadpleeg hiervoor “Mastering” (p. 102).
Snelle start
(12) Het toestel uitzetten
■:
V-Tracks met opgenomen data.
❐:
V-Tracks zonder opgenomen data.
“Wat zijn V-Tracks?” (p. 14)
2. Gebruik CURSOR [ ] [ ] en de TIME/VALUEdraaiknop om het spoor of de V-Track waarop u wilt
opnemen, te selecteren.
U kunt ook het CD-R/RW-station als bestemming voor de
opname selecteren. Raadpleeg voor meer informatie “Direct
naar een CD-R/RW bouncen (Direct CD Bounce)” (p. 59).
3. Druk op [REC].
[REC] knippert rood en de BR-900CD staat in standby
voor opname.
fig.00-446
Volg voor het uitzetten van het toestel de procedure in
“Het toestel uitzetten” (p. 28).
Stop alle opnamen voor u de BR-900CD uitzet. Als u tijdens
weergave/opname met een geheugen-kaart de BR-900CD
uitzet, kunnen de opgenomen data, de mixerinstellingen en
de effect patch data verloren gaan.
(13) De geheugenkaart
verwijderen
Voor u een geheugenkaart verwijdert, moet u de BR-900CD
eerst uitzetten. Als u een geheugenkaart verwijdert terwijl
het toestel aan staat, kunt u de data op de geheugenkaart
vernietigen of de geheugenkaart onbruikbaar maken.
Knippert
45
MEMO
46
Hoofdstuk 1
Opnemen
en
weergeven
47
Opnemen
Het opnamespoor selecteren
1. Druk bij REC TRACK op [1]–[7/8] om het opnamespoor
te selecteren.
Als INPUT SELECT [GUITAR/BASS/MIC2]
of [MIC] branden
fig.01-102
Als de toets rood knippert, is dat spoor klaar voor opname.
fig.01-101
of
U kunt de status van elk spoor afleiden van de indicator
op de toets.
Uit:
Het spoor bevat geen opgenomen data.
Groen:
Het spoor bevat opgenomen data.
Rood:
Het spoor is geselecteerd voor opname.
Als u een spoor met data selecteert voor opname, brandt
de indicator afwisselend oranje en groen.
Aangezien de invoer mono is, wordt de opname normaal
gezien als mono-opname op één spoor uitgevoerd. Kies een
opnamespoor met REC TRACK [1] tot [6].
Als u in stereo wilt opnemen of het effect van insert-effecten
wilt vergroten, kunt u tegelijkertijd de REC TRACK-toetsen
[1] en [2], [3] en [4] of [5] en [6] indrukken voor een stereoopname op twee sporen.
Bovendien zijn sporen 7/8 stereosporen zodat ze altijd
stereo-opnames produceren.
fig.01-103
(Opname in mono)
(Opname in stereo)
Als INPUT SELECT [LINE] of [SIMUL]
branden
fig.01-104
of
Aangezien de input stereo is, gebeurt de opname normaal
gezien op twee sporen. Druk op REC TRACK [1] of [2] om
sporen 1 en 2, of op [3] of [4] om sporen 3 en 4 te selecteren.
Als u echter het linker- en rechterkanaal van de input wilt
samenvoegen op één spoor, terwijl sporen 1 en 2 geselecteerd
zijn, drukt u nogmaals op REC TRACK [1] om spoor 1 te
selecteren. Op dezelfde manier kunt u gelijk welk spoor van
1 tot 6 selecteren als opnamespoor.
Bovendien zijn sporen 7/8 stereosporen zodat ze altijd
stereo-opnamen produceren.
48
Opnemen
De BR-900CD is een 8-sporen multitrack recorder en elk
spoor bestaat uit acht V-Tracks. U kunt elke V-Track
gebruiken voor opname of weergave.
Dankzij die talrijke V-Tracks kunt u de BR-900CD dus
gebruiken alsof het een 64-sporen multitrack recorder is.
Dit laat vele toepassingsmogelijkheden toe. U kunt bijv. een
take van een gitaarsolo of zangpartij opnemen en daarna een
andere take zonder dat u de eerste take hoeft te wissen.
Vervolgens kunt u gewoon de stukjes die u nodig hebt, uit
de V-Tracks plukken en ze samenvoegen op één spoor.
“De uitvoering op een spoor bewerken (Track Editing)” (p. 67)
De positie van het inputsignaal wijzigen (Pan)
Wanneer u nieuw materiaal opneemt terwijl u eerder opgenomen sporen beluistert, zou het kunnen dat de nieuwe
partij overstemd wordt door de andere sporen, wat voor u
het spelen bemoeilijkt.
Als dat het geval is, kunt u de positionering (of panning) van
de INPUT (het instrument dat u bespeelt) wijzigen, en het zo
opnemen dat het niet door andere signalen wordt overstemd.
1. Druk op [PAN/EQ].
2. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "PAN"
te zetten en druk op [ENTER].
Het scherm met de Pan-instellingen verschijnt.
1. Druk op [V-TRACK].
fig.01-107d
fig.01-105
Het V-Track Selection-scherm verschijnt. Op dit scherm
verschijnen de nummers van de V-Tracks die voor elk
spoor zijn geselecteerd.
fig.01-106d
3. Druk op CURSOR [
■:
V-Tracks met opgenomen data.
❐:
V-Tracks zonder opgenomen data.
] om "IN" weer te geven.
fig.01-108d
2. Selecteer het spoor dat u wilt wijzigen met REC
TRACK [1]–[7/8].
* U kunt sporen ook met CURSOR [
][
] selecteren.
3. Selecteer met de TIME/VALUE-draaiknop een andere
V-Track.
4. Wanneer u een andere V-Track hebt geselecteerd,
drukt u op [V-TRACK] (of [EXIT]) om terug te keren
naar het Play-scherm.
4. Regel de Pan-instelling met de TIME/VALUEdraaiknop.
De Pan-instellingen die u hier maakt, worden automatisch toegepast op het spoor waarop u opneemt, zodat u
na de opname het spoor kunt beluisteren met dezelfde
panning als waarmee het werd opgenomen.
5. Druk op [PAN] (of [EXIT]) om naar het Play-scherm
terug te keren.
Pan de weergavesporen naar links (of rechts), en het geluid
dat u speelt naar rechts (of links) om uzelf beter te kunnen
horen.
49
Hoofdstuk 1
Een andere V-Track kiezen
Opnemen
Opnamefuncties
1. Druk meermaals op [REC MODE] tot links op de
display "INPUT" als REC MODE staat aangegeven.
fig.01-109d
* De volgende functies kunnen niet worden gebruikt of zijn
uitgeschakeld, als de recorder in gebruik is (tijdens opname
en weergave).
• Patronen opnemen
• Arrangementen bewerken
• Drumkits selecteren
• Het USB-scherm oproepen
• Het Tone Load-scherm oproepen
• Het Song Selection-scherm oproepen
• Het Song New-scherm oproepen
2. Druk op [REC].
• Het Song Information-scherm oproepen
[REC] knippert rood en de BR-900CD staat in standby
voor opname.
• Het Edit Song-scherm oproepen
• Sporen editen
fig.01-110
Knippert
• Het Sync-scherm oproepen
• Het Initialize-scherm oproepen
• Het CD-R/RW-station bedienen
3. Druk op [PLAY].
De [REC]- en REC TRACK-toetsen knipperen niet meer,
maar blijven branden. De opname begint.
fig.01-111
Brandt
4. Druk op [STOP] wanneer u klaar bent met de opname.
De REC TRACK-toets knippert afwisselend oranje en
groen, als teken dat het spoor opgenomen data bevat.
* U kunt opgenomen geluiden die korter zijn dan één seconde
niet afspelen.
* Tijdens het updaten verschijnt "Keep power on!" in de
bovenste regel van de display, terwijl de onderste regel
laat zien wat er wordt verwerkt.
50
De herhalende weergave (Repeat)
2. Registreer na de repeat start-positie (A) ook de repeat
end-positie (B).
De positie in de song waar [REPEAT] een eerste keer wordt
ingedrukt, noemen we de repeat start-positie (A) en de
fig.01-203
Ga naar de positie waar u wilt dat de herhaling eindigt,
en druk op [REPEAT].
positie waar [REPEAT] een tweede keer wordt ingedrukt,
noemen we de repeat end-positie (B). Het fragment tussen
deze twee punten wordt dan steeds herhaald.
fig.01-201
Deze positie wordt als repeat end-positie (B) ingesteld.
Repeat
De [REPEAT]-indicator begint te knipperen, zodat u
weet dat de repeat eindpositie (B) is geregistreerd.
Tijd
Repeat Start
(A)
Repeat End
(B)
Druk opnieuw op [REPEAT] om de repeat-functie te
stoppen. De begin- en eindposities worden gewist.
Het repeat-fragment instellen
1. Voer de repeat start-positie (A) in.
Ga naar de positie waar u de herhalende weergave wilt
beginnen en druk op [REPEAT].
fig.01-202
Om de registratie opnieuw te doen drukt u nogmaals
op [REPEAT].
De [REPEAT]-indicator gaat uit en de geregistreerde
beginpositie (A) en eindpositie (B) worden gewist.
Druk vervolgens opnieuw op [REPEAT] en registreer
de gewenste beginpositie (A) en eindpositie (B).
* De beginpositie (A) en de eindpositie (B) van de herhalende
weergave moeten minstens één seconde uit elkaar liggen.
U kunt de eindpositie niet op minder dan één seconde van
de beginpositie instellen.
* Drukt u op [REPEAT] drukt voor de repeat start-positie (A),
dan wordt die eerdere positie als repeat start-positie (A)
ingesteld.
3. Houd [STOP] ingedrukt en druk op [REC] als u de
instellingen in de geselecteerde song wilt bewaren.
Deze positie wordt als repeat start-positie (A) ingesteld.
De [REPEAT]-indicator begint te knipperen, zodat u
weet dat de repeat start-positie (A) is geregistreerd.
Als u deze beginpositie opnieuw wilt registreren, kunt u
ze wissen door op [REPEAT] te drukken wanneer de
huidige tijdspositie op de repeat start-positie (A) staat.
“De huidige instellingen van de song opslaan (Song Save)” (p. 79)
* Tijdens het updaten verschijnt "Keep power on!" in de
bovenste regel van de display, terwijl de onderste regel
laat zien wat er wordt verwerkt.
Als de huidige tijdspositie zich na de repeat start-positie
(A) bevindt, drukt u tweemaal op [REPEAT] om de
registratie te annuleren.
De [REPEAT]-indicator gaat uit en de geregistreerde
startpositie (A) en eindpositie (B) worden gewist.
51
Hoofdstuk 1
Met de repeat-functie kunt u een specifieke passage
herhaaldelijk weergeven. Door de weergave te herhalen,
kunt u de balans van de mix controleren of loop-opnamen
(p. 56) maken met de punch in/out-functies.
De herhalende weergave (Repeat)
Het repeat-fragment met
precieze timing instellen
Normaalgesproken worden de begin- en en eindpositie van
de repeat precies ingesteld op de positie waar [REPEAT]
wordt ingedrukt. Hierdoor kan het voor u moeilijk zijn om
het repeat-fragment precies zo in te stellen als u wilt.
Als dit het geval is, kunt u de quantize-functie gebruiken om
de tijd waarop [REPEAT] wordt ingedrukt, aan de timing
van de song aan te passen.
Met behulp van deze quantize-functie kunt u de timing in
eenheden van één maat instellen.
Voer de onderstaande procedure uit om de meetfunctie te
gebruiken.
1. Druk op [UTILITY].
2. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "SYS"
te zetten en druk op [ENTER].
fig.01-204d
3. Druk op CURSOR [ ] [ ] om "AB Qtz" te selecteren,
en draai aan de TIME/VALUE-draaiknop om de
instelling in te schakelen.
Als deze op uit staat, werkt de quantize-functie niet.
fig.01-205d
4. Druk op [UTILITY] (of meermaals op [EXIT]) om naar
het Play-scherm terug te keren.
* Tijdens het updaten verschijnt "Keep power on!" in de
bovenste regel van de display, terwijl de onderste regel
laat zien wat er wordt verwerkt.
* Als u het tempo wijzigt nadat u de quantize-functie hebt
ingesteld in een repeat-fragment, kan dit in de timing
tegenstrijdigheden veroorzaken tussen de begin- en de
eindpositie van de repeat en het begin en het einde van maten.
* U kunt het repeat-fragment op één maat instellen door op
dezelfde positie tweemaal op [REPEAT] te drukken.
52
Wanneer het repeat-fragment is ingesteld, kunt u de
volgende functies gebruiken om de opgenomen
spoordata te bewerken.
• Het herhaalde deel kopiëren (p. 67)
• Het herhaalde deel verplaatsen (p. 70)
• Het herhaalde deel wissen (p. 73)
Voordat u deze functies instelt, kunt u de quantizefunctie gebruiken om het repeat-fragment met precieze
timing in te stellen.
Enkel de fouten corrigeren (Punch-in/out)
Overschakelen naar opname tijdens de weergave van een
song noemen we punch-in, en van opname terugkeren naar
weergave, noemen we punch-out.
Dus, punch-in op de positie waar u de nieuwe opname wilt
beginnen, en punch-out op de positie waar u de nieuwe
opname wilt beëindigen.
fig.01-301
Manuele punch-in/out met de
[REC]-toets
De onderstaande uitleg, die dient als gebruiksvoorbeeld, gaat
ervan uit dat u manueel punch-in/out uitvoert om een deel
van spoor 1, een spoor waarop u al hebt opgenomen, opnieuw op te nemen.
1. Druk op REC TRACK [1].
REC TRACK [1] brandt afwisselend oranje en groen.
2. Zet de fader voor spoor 1 in onderstaande positie.
fig.01-302
Weergave
Opname
Weergave
Tijd
Start
Punch-In
Punch-Out
Stop
[PLAY]
[REC]
[REC]
[STOP]
Met uw BR-900CD kunt u kiezen uit manuele of automatische punch-in/out.
* U kunt Undo (p. 57) gebruiken om de toestand voor de nieuwe
opname te herstellen.
* De data van voor de punch-in/out blijven op de geheugenkaart
staan zonder gewist te worden. Als u deze data niet meer
nodig hebt, kunt u Song Optimize (p. 78) gebruiken om
onnodige gegevens van de geheugenkaart te verwijderen.
Manuele punch-in/out
3. Start de weergave en regel het volume van de inputbron met de INPUT LEVEL-toets.
Beluister het opnieuw op te nemen spoor en de inputbron en regel met de INPUT LEVEL-knop het volume
van de input-bron zodat dit hetzelfde is als dat van het
spoor.
4. Ga naar een positie vóór het fragment dat u opnieuw
wilt opnemen, en start de weergave met [PLAY].
5. Druk op [REC] wanneer u de positie bereikt waar u
de opname wilt starten.
De BR-900CD start de opname.
U kunt punch-in/out uitvoeren via de toets op de BR-900CD
of via een voetschakelaar.
Als u op een instrument speelt, is het niet altijd zo vanzelfsprekend om de punch-in/out uit voeren via de toetsen van
de BR-900CD. In zulke gevallen is het handiger om een
voetschakelaar (apart verkrijgbaar; bijv. BOSS FS-5U, Roland
DP-2, enz.) te gebruiken voor de punch-in/out.
* Bij manuele punch-in/out moet u een interval van tenminste
één seconde tussen de punch-in- en punch-out-posities laten.
6. Druk nogmaals op [REC] (of [PLAY]) om punch-out uit
te voeren.
Telkens als u op [REC] drukt, voert u punch-in of punchout uit. Als er wat verder in de song nog een fragment is
dat u wilt overdoen, kan dat dus op dezelfde manier.
7. Druk op [STOP] om de opname te stoppen.
* Tijdens het updaten verschijnt "Keep power on!" in de
bovenste regel van de display, terwijl de onderste regel
laat zien wat er wordt verwerkt.
8. Beluister de nieuwe opname.
Keer terug naar een positie vóór het opnieuw
opgenomen fragment en druk op [PLAY].
Regel het volume van spoor 1 met de TRACK-fader.
53
Hoofdstuk 1
Het kan wel eens gebeuren dat u een foutje speelt bij het
opnemen of dat het resultaat niet helemaal naar wens is.
In dat geval kunt u via punch-in/out enkel fragmenten met
fouten opnieuw opnemen.
Enkel de fouten corrigeren (Punch-in/out)
Manuele punch-in/out met een
voetschakelaar
Auto punch-in/out
Druk bij het gebruik van de voetschakelaar tijdens het
afspelen van een song (manuele punch-in/out) eenmaal op
de voetschakelaar om punch-in uit te voeren. Druk een
tweede maal om punch-out uit te voeren.
Als u op exacte tijdsposities punch-in/out wilt uitvoeren of
als u zich liever concentreert op uw instrument dan op de
bediening van de BR-900CD, dan is de functie auto punchin/out zeer handig.
Een voetschakelaar gebruiken
Wanneer u een voetschakelaar (BOSS FS-5U, Roland DP-2,
enz.) gebruikt om punch-in/out uit te voeren, sluit u die aan
op de FOOT SW-aansluiting van de BR-900CD, en wijzigt u
de functie van de FOOT SW-aansluiting volgens onderstaande procedure.
1. Druk op [UTILITY].
2. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "SYS"
te zetten en druk op [ENTER].
fig.01-303d
Automatische punch-in/out op vooraf bepaalde tijdsposities
in de song noemen we "Auto punch-in/out".
Het fragment voor auto punchin/out afbakenen
Alvorens u begint op te nemen, moet u de tijdsposities voor
de automatische punch-in/out instellen.
1. Stel de punch-in-positie in.
Ga naar de tijdspositie waar u punch-in wilt uitvoeren.
Druk op AUTO PUNCH [IN] om die positie voor
automatische punch-in te registreren.
De AUTO PUNCH [IN]-indicator licht op, als teken dat
de punch-in-positie geregistreerd is.
fig.01-305
3. Druk op CURSOR [
][
] en selecteer "Foot SW".
fig.01-304d
* Als de AUTO PUNCH [IN]-indicator brandt, gaat u automatisch naar de ingestelde punch-in-positie wanneer u op deze
knop drukt.
2. Stel de punch-out-positie in.
Ga naar de tijdspositie waar u punch-out wilt uitvoeren.
Druk op AUTO PUNCH [OUT] om die positie voor
automatische punch-out te registreren.
De AUTO PUNCH [OUT]-indicator licht nu op, als teken
dat de punch-out-positie geregistreerd is.
4. Draai aan de TIME/VALUE-draaiknop en selecteer
"PUNCH" (PUNCH IN/OUT).
fig.01-306
5. Druk op [UTILITY] (of meermaals op [EXIT]) om naar
het Play-scherm terug te keren.
* Tijdens het updaten verschijnt "Keep power on!" in de
bovenste regel van de display, terwijl de onderste regel
laat zien wat er wordt verwerkt.
* Als de AUTO PUNCH [OUT]-indicator brandt, gaat u
automatisch naar de ingestelde punch-out-positie wanneer
u op deze knop drukt.
Als u punch-in/out wilt uitvoeren op een eerder ingestelde
locator-positie, drukt u op [LOCATOR] om naar de locatorpositie (p. 64) te gaan. Vervolgens drukt u op AUTO PUNCH
[IN] of AUTO PUNCH [OUT].
54
Enkel de fouten corrigeren (Punch-in/out)
■
■
Houd AUTO PUNCH [ON/OFF] ingedrukt en druk
vervolgens op [IN] om een auto punch-in-positie te
wissen.
Houd AUTO PUNCH [ON/OFF] ingedrukt en druk op
[OUT] om een auto punch-out-positie te wissen.
Als de instellingen gewist zijn, gaan de indicatoren van
AUTO PUNCH [ON/OFF], [IN] en [OUT] uit.
* Houd [STOP] ingedrukt en druk op [REC], als u de auto
punch-in/out-instellingen in de geselecteerde song wilt
bewaren.
* Tijdens het updaten verschijnt "Keep power on!" in de
bovenste regel van de display, terwijl de onderste regel
laat zien wat er wordt verwerkt.
6. Druk op [REC] om de BR-900CD in standby voor
opname te zetten en druk dan op [PLAY].
De opname start automatisch bij de auto punch-inpositie, dus speel wat u wilt opnemen.
Bij de punch-out-positie schakelt het spoor automatisch
opnieuw van opname naar weergave.
7. Druk op [STOP] om de opname te stoppen.
* Tijdens het updaten verschijnt "Keep power on!" in de
bovenste regel van de display, terwijl de onderste regel
laat zien wat er wordt verwerkt.
8. Beluister de nieuwe opname.
Spoel de song terug tot vóór het fragment dat u opnieuw
hebt opgenomen en druk op [PLAY].
Regel het volume van spoor 1 met de TRACK-fader.
Hoe opnemen?
Laten we ter illustratie aannemen dat u punch-in/out wilt
toepassen op een fragment van spoor 1, een spoor waarop
al een opname is gemaakt.
1. Druk op REC TRACK [1].
REC TRACK [1] licht afwisselend oranje en groen op.
2. Zet de fader voor spoor 1 in onderstaande positie.
fig.01-307
3. Controleer dat de AUTO PUNCH [ON/OFF]-indicator
niet brandt.
Druk op AUTO PUNCH [ON/OFF] om de indicator
eventueel te laten uitgaan.
4. Start de weergave en regel het volume van de inputbron met de INPUT LEVEL-toets.
Beluister het opnieuw op te nemen spoor en de inputbron en regel met de INPUT LEVEL-toets het volume
van de input-bron zodat dit hetzelfde is als dat van het
spoor.
5. Ga naar een positie voor het punt, waarop u wilt dat het
opnieuw opnemen start, en druk op AUTO PUNCH
[ON/OFF].
De indicator licht op, als teken dat de posities voor auto
punch-in/out ingesteld zijn.
55
Hoofdstuk 1
Een geregistreerde auto punchin/out-positie wissen
Enkel de fouten corrigeren (Punch-in/out)
Herhaaldelijk over hetzelfde
fragment opnemen
(Loop Recording)
Hoe neemt u op?
Met de repeat-functie (p. 51) kunt u een bepaalde passage
van een song (de loop-passage) telkens weer herhalen.
1. Druk op REC TRACK [1].
Als u auto punch-in/out samen met de repeat-functie
gebruikt, dan wordt de passage herhaald zodat u het
resultaat van de opname meteen hoort.
Laten we aannemen dat u punch-in/out wilt toepassen op
een fragment van spoor 1, een spoor waarop al een opname
is gemaakt.
REC TRACK [1] licht afwisselend oranje en groen op.
2. Zet de fader voor spoor 1 in onderstaande positie.
fig.01-309
Als de opname niet klinkt zoals u had gewild, drukt u
gewoon op [REC] en doet u de opname over.
Dit gelijktijdige gebruik van repeat en auto punch-in/out om
herhaaldelijk op te nemen, noemen we "loop recording".
* Hoe u de op te nemen passage (de passage tussen de punch-inen de punch-out-positie) afbakent, leest u hierboven in "Auto
punch-in/out".
De te herhalen passage instellen
Voor u begint op te nemen, moet u de begin- en eindpositie
van de te herhalen passage instellen.
* De te herhalen passage moet het op te nemen fragment
(het fragment tussen punch-in en punch-out) omvatten.
fig.01-308
Repeat
Weergave
Opname
Punch-In
Beluister het opnieuw op te nemen spoor en de inputbron en regel het volume van de input-bron zodat dit
hetzelfde is als dat van het spoor.
4. Druk op [STOP].
5. Druk op AUTO PUNCH [ON/OFF].
De indicator licht op, zodat u weet dat de auto punchin/out-posities zijn ingesteld.
6. Druk op [REC] als u klaar bent voor de opname, en
druk vervolgens op [PLAY] om de opname te starten.
Weergave
Tijd
Repeat Start
(A)
3. Gebruik de repeat-functie (p. 51) om de weergave van
de song te herhalen en regel het volume van de inputbron met de INPUT LEVEL-draaiknop.
Punch-Out Repeat End
(B)
Als het op te nemen fragment niet volledig binnen de te
herhalen passage valt, zal de opname misschien niet
beginnen of eindigen zoals gewenst.
Nadat u [PLAY] indrukt, kunt u opnemen vanaf de
eerste punch-in tot aan de punch-out. Neem de passage
op de gewenste wijze op.
Wanneer de song herhaald wordt, kunt u de nieuwe
opname beluisteren. Als de opname niet naar wens is,
drukt u op [REC] en neemt u opnieuw op.
7. Druk op [STOP] om de opname te stoppen.
* Tijdens het updaten verschijnt "Keep power on!" in de
bovenste regel van de display, terwijl de onderste regel
laat zien wat er wordt verwerkt.
8. Druk op [REPEAT] zodat de toetsindicator uitgaat.
9. Druk op AUTO PUNCH [ON/OFF] om de indicator te
doen uitdoven.
56
Een opdracht annuleren (Undo/Redo)
De undo-functie maakt de laatst uitgevoerde handeling
ongedaan en brengt u terug naar de toestand van vóór die
De laatste handeling
omkeren (Undo)
Hoofdstuk 1
Het kan soms gebeuren dat het resultaat van uw opname niet
naar wens is of dat u een bewerking doet met de verkeerde
instellingen, en dat u uw handeling ongedaan wilt maken.
Hiervoor kunt u de undo-functie gebruiken.
1. Druk op [UNDO/REDO].
"UNDO?" verschijnt.
fig.01-401d
handeling. U kunt de undo weer ongedaan maken met de
redo-functie.
Bijvoorbeeld, stel dat u tijdens loop recording punch-in
uitvoert en twee keer over dezelfde passage opneemt. Om de
laatst gemaakte opname te annuleren en terug te keren naar
de eerste opname, gebruikt u de undo-functie.
Om de undo te annuleren en terug te keren naar de toestand
van onmiddellijk na de tweede opname, zou u dan de redofunctie gebruiken.
* Nadat u een undo hebt uitgevoerd, kunt u alleen maar een redo
uitvoeren (u kunt niet nogmaals een undo uitvoeren).
* Als u een opname maakt of Track Edit uitvoert nadat u een
undo hebt uitgevoerd, kunt u niet langer een redo uitvoeren.
* Undo’s gelden enkel voor audiodata opgenomen op de sporen.
Wijzigingen aan de parameterinstellingen of aan andere data
dan audiodata kunt u niet op deze manier herroepen.
* Houd er rekening mee dat de lijst van alle uitgevoerde
handelingen m.b.t. de opgenomen data, gewist wordt zodra u
een Song Optimize (p. 78) uitvoert . Dit betekent dat u niet
langer een undo kunt uitvoeren, nadat Song Optimize is
uitgevoerd.
2. Druk op [ENTER] (YES) om de undo uit te voeren.
Druk op [ENTER] om terug te keren naar de toestand
voor de laatst uitgevoerde opname of edit.
Als u besluit geen undo uit te voeren, dan drukt u op
[EXIT] (NO).
De undo annuleren (Redo)
Om een zopas uitgevoerde undo weer te annuleren, voert u
een redo uit.
1. Druk op [UNDO/REDO].
'REDO?' verschijnt.
fig.01-402d
2. Druk op [ENTER] (YES) om de redo uit te voeren.
De laatste rndo wordt geannuleerd.
Als u besluit geen redo uit te voeren, dan drukt u op
[EXIT] (NO).
57
Sporen samenvoegen (Bouncing)
Hoewel u met de BR-900CD acht sporen tegelijk kunt
weergeven, kan het toch gebeuren dat u te weinig vrije
sporen hebt. Met de BR-900CD kunt u sporen vrijmaken door
de opnamen van meerdere sporen samen te voegen op één
spoor (V-Track). Dit heet "bouncing" (ook wel: bounce
recording of ping-pong recording). Door op deze manier
meerdere sporen te combineren, kunt u andere sporen
vrijmaken voor de opname van extra uitvoeringen.
Ter illustratie mixen we in onderstaand voorbeeld de monoopname op sporen 1 en 2 en de stereo-opname op sporen 3
en 4 en bouncen we ze op V-Track 2 van sporen 3 en 4.
1. Stel de pan voor de sporen 1 en 2 naar wens in, voor
spoor 3 helemaal links (L50) en voor spoor 4 helemaal
rechts (R50).
“De links-rechtspositie (pan) van het geluid instellen” (p. 42)
Bij bouncing kunt u acht sporen tegelijkertijd weergeven,
en ze allemaal op één afzonderlijke V-Track opnemen.
Als u met INPUT SELECT input-bronnen hebt
geselecteerd, kunt u die geluiden samen opnemen.
Verder kunt u de geluiden van de Rhythm-functie
aan de opname toevoegen.
fig.01-601
TRACK 8-V1
TRACK 7-V1
TRACK 6-V1
TRACK 5-V1
TRACK 4-V1
TRACK 3-V1
TRACK 2-V1
TRACK 1-V1
INPUT
Sporen 1–8
TRACK 8-V2
TRACK 7-V2
2. Speel de song af en pas de volumes van de sporen 1 tot
4 aan met de REC TRACK-faders.
Het algemene volume regelt u met de MASTER-fader.
Zet het volume nu zo hoog mogelijk zonder dat het
geluid vervormt.
Verlaag de faders van de sporen die u niet wilt mixen.
* Bij Bounce Recording kunt u de geluiden opnemen met inserteffecten (p. 84), loop-effecten (p. 108), Track-EQ (p. 110) of
tooncorrectie (p. 114). Raadpleeg “Veranderen hoe de inserteffecten volgens de functie worden gebruikt” (p. 87) voor het
gebruik van insert-effecten.
3. Druk op [STOP].
RHYTHM
Ritme
4. Druk meermaals op [REC MODE] tot links op de display
"BOUNCE" als REC MODE staat aangegeven.
De INPUT SELECT-indicator gaat uit en de input-bron
wordt automatisch uitgeschakeld. Dit betekent dat de
input-bron niet mee gemixt of opgenomen wordt tijdens
Bounce Recording.
* Als u echter wel een input-bron mee wilt opnemen, kunt u deze
selecteren met [INPUT SELECT]. Op dit moment kunt u loopeffecten (p. 108) op het geluid van de input-bron toepassen.
Aparte V-Track
5. Als u het ritme ook in uw mix wilt opnemen, verhoogt
u de Rhythm-fader.
Verlaag de fader, als u het ritme niet wilt opnemen.
58
Sporen samenvoegen (Bouncing)
Stel dit in op "34V2" (V-Track 2 van sporen 3 en 4).
fig.01-602d
Opnamebestemming
Direct naar een CD-R/RW bouncen
(Direct CD Bounce)
Met de BR-900CD kunt u data rechtstreeks naar een CD-R/RW
bouncen in plaats van naar de audiosporen. Dit is handig om
een kopie van songschetsen te bewaren na opname.
• Wanneer u sporen rechtstreeks naar een cd bouncet,
kunt u Rhythm en Tone Load niet gebruiken. Enkel de
audiosporen worden gebouncet.
■:
V-Tracks met opgenomen data.
❐:
V-Tracks zonder opgenomen data.
(bouncing bij een in mono-opname)
Als u nu aan de TIME/VALUE-draaiknop draait,
verschijnt het scherm waarin u het spoor voor monoopname kunt aangeven.
fig.01-603d
• Omdat de karakteristieken van CD-R/RW’s nogal eens
verschillen, kan een 100% foutloze schrijfprocedure niet
worden gegarandeerd.
Daarom kan het bouncen afgebroken worden als er een
fout optreedt bij het wegschrijven naar de CD-R/RW.
Gebruik deze functie nooit voor belangrijke opnames.
1. Gebruik een blanco CD-R/RW, of een CD-R/RW met data
van de BR-900CD die nog niet gefinaliseerd is (p. 144).
2. Plaats de CD-R/RW op de lade.
De indicator van het CD-R/RW-station knippert.
Wacht tot de indicator niet meer knippert.
3. Druk meermaals op [REC MODE] tot de BOUNCEindicator oplicht.
7. Druk op [ZERO] om naar de tijdspositie 00:00:00-00.0
terug te keren. Druk nu achtereenvolgens op [REC] en
[PLAY] om bounce recording te starten.
De BR-900CD schakelt over op de BOUNCE-functie.
fig.01-604d
8. Druk op [STOP] wanneer u klaar bent met opnemen.
* Tijdens het updaten verschijnt "Keep power on!" in de
bovenste regel van de display, terwijl de onderste regel laat
zien wat er wordt verwerkt.
9. Zet alle TRACK-faders dicht behalve die voor sporen 3
en 4. Druk nu op [PLAY] en controleer de geluiden die
naar sporen 3 en 4 zijn gebouncet.
4. Selecteer "CD" met de TIME/VALUE-draaiknop.
fig.01-605d
* De pan voor sporen 3 en 4, waarop de bounce recording werd
gemaakt, is respectievelijk helemaal op links en rechts ingesteld.
10. Houd [STOP] ingedrukt en druk op [REC] als u de
instellingen in de geselecteerde song wilt bewaren.
* Tijdens het updaten verschijnt "Keep power on!" in de
bovenste regel van de display, terwijl de onderste regel
laat zien wat er wordt verwerkt.
* Als u een input-bron aan de bounce-opname wilt toevoegen,
kunt u deze selecteren met [INPUT SELECT]. Raadpleeg
“De input-bron selecteren en de opname naar een CD-R/RW
bouncen” (p. 60).
59
Hoofdstuk 1
6. Gebruik CURSOR [ ] [ ] en de TIME/VALUEdraaiknop om het spoor / de V-Track voor de opname
te selecteren.
Sporen samenvoegen (Bouncing)
5. Druk op [REC].
De motor van het CD-R/RW-station start.
De boodschap "Now Checking..." verschijnt.
Deze boodschap verdwijnt zo'n tien seconden later.
Dit geeft aan dat de voorbereidingen voor bouncing
voltooid zijn.
• In tegenstelling tot een normale opname kunt u niet op
[REC] (manuele punch-in) drukken nadat u eerst op
[PLAY] hebt gedrukt.
• Zodra u [REC] hebt ingedrukt, wordt op de cd een zone
gecreëerd met ten minste één song. Zelfs als u nu op
[STOP] drukt zonder sporen te bouncen, kan de song
niet worden verwijderd.
6. Druk op [PLAY].
[PLAY] en [REC] gaan branden en het bouncen naar de
CD-R/RW begint.
De geluiden worden naar de CD-R/RW geschreven
precies zoals ze worden weergegeven.
De input-bron selecteren
en de opname naar een
CD-R/RW bouncen
U kunt tegelijkertijd de input-brongeluiden selecteren en
opnemen wanneer u rechtstreeks naar een cd bouncet, net
zoals wanneer u sporen op de gewone manier bouncet.
1. Voer stappen 1–4 uit van “Direct naar een CD-R/RW
bouncen (Direct CD Bounce)” (p. 59).
2. Druk op een van de INPUT SELECT-toetsen om de
gewenste input-bron te selecteren.
De toets van de geselecteerde input-bron gaat branden
en de geluiden van de input-bron worden hoorbaar.
3. Voer stap 5 en de daarop volgende stappen uit van
“Direct naar een CD-R/RW bouncen (Direct CD
Bounce)” (p. 59)
Het geluid van de input-bron wordt gemixt met de
geluiden die weergegeven worden van de sporen,
en gebouncet naar de CD-R/RW.
7. Druk aan het einde van de song op [STOP].
Vervolgens verschijnt "Keep power on! Closing Track..."
op de display. Wanneer de boodschap verdwijnt, is het
bouncen voltooid.
Het kan verschillende seconden duren voor u de
volgende handeling kunt uitvoeren.
8. Om de resultaten van de bouncing te bekijken, speelt
u de schijf af als een audio-cd (p. 143).
9. Om de gebouncete sporen te kunnen weergeven op een
gewone cd-speler, moet u de schijf finaliseren (p. 144).
Als u een CD-R/RW finaliseert, kunt u de inhoud beluisteren
op een gewone cd-speler, maar kunt u geen nieuwe sporen
naar de schijf bouncen of schrijven. Finaliseer de schijf niet
als u er nog andere sporen naar wilt bouncen of schrijven.
60
U kunt ook alleen maar het geluid van de input-bron naar
de cd bouncen door de faders 1–6 en 7/8, en de RHYTHMfaders volledig dicht de zetten.
Met de BR-864/BR-532 gecreëerde songs inladen
Met de BR-864 gecreëerde
songs inladen
Bewaar de songdata die met de BR-864 werden aangemaakt,
eerst op een geheugenkaart en plaats de geheugenkaart
vervolgens in de BR-900CD.
Zodra u geïmporteerde songdata van de BR-864 opneemt,
bewerkt of anders instelt, kunt u die songdata niet meer
gebruiken op de BR-864.
Als bescherming tegen ongewild opnemen of editen wordt
song protect (p. 79) automatisch ingeschakeld voor geïmporteerde songdata van de BR-864. Als u het niet erg vindt dat u
de songdata niet meer kunt gebruiken op de BR-864, kunt u
song protect uitschakelen en de nodige opnamen of edits
uitvoeren.
1. Druk op [UTILITY].
2. Druk op CURSOR [ ] [ ]om de cursor op "SEL"
te zetten en druk op [ENTER].
Het Song Select-scherm verschijnt.
Het Song Protect-pictogram (
) wordt weergegeven
voor songs van de BR-864.
Om op te nemen of te editen moet u song protect uitschakelen (p. 79). Wanneer u song protect uitschakelt,
verschijnt "Overwrite OK?" op de display. Druk op [ENTER]
(YES). Song protect wordt uitgeschakeld en tegelijkertijd
worden de data geconverteerd naar het BR-900CD-formaat.
Na deze stap kunnen de songdata niet meer worden gebruikt
op de BR-864.
Met de BR-532 gecreëerde
songs inladen
Wanneer u songdata die met de BR-532 van SmartMedia
werden gecreëerd, kopieert naar een BR-900CD-geheugenkaart, kunt u de data inladen als een BR-900CD-song.
Om BR-532-data te kunnen lezen moet u beschikken over een
pc met een SmartMedia-lezer en een CompactFlash-schrijver.
Kopieer de data op de BR-532-geheugenkaart (SmartMedia)
eerst naar de pc met de SmartMedia-lezer. Kopieer de data
vervolgens met de CompactFlash-schrijver van de pc naar
een BR-900CD-geheugenkaart.
Plaats vervolgens de geheugenkaart met de kopie van de
gewenste data in de BR-900CD.
1. Druk op [UTILITY].
2. Druk op CURSOR [ ] [ ]om de cursor op "SEL"
te zetten en druk op [ENTER].
Het Song Select-scherm verschijnt.
3. Selecteer met de TIME/VALUE-draaiknop de data
die u wilt inladen.
4. Druk op [ENTER].
3. Selecteer met de TIME/VALUE-draaiknop de data
die u wilt inladen.
4. Druk op [ENTER].
De songdata worden ingeladen.
De songdata worden ingeladen.
Patches met het "Guitar Synth"-algoritme van de BR-864
worden bij het inladen vervangen door "P001".
De data blijven in het BR-532-formaat meteen na het inladen.
Wanneer u de geladen song bewaart, worden de data
geconverteerd (p. 79) naar het BR-900CD-formaat.
De "Harmonist" van de BR-864 wordt bij het inladen
vervangen door "Flanger".
61
Hoofdstuk 1
U kunt songs die u met de BR-864 of de BR-532 hebt aangemaakt, inladen in de BR-900CD via geheugenkaarten.
De songinformatie weergeven
De resterende beschikbare
opnametijd weergeven
Het verbruik van de geheugenkaart
weergeven
Volg de onderstaande procedure om de verstreken
opnametijd in de Recording Standby- en Recordingschermen weer te geven.
Volg de onderstaande procedure om de huidige toestand van
de geheugenkaart weer te geven.
1. Druk op [UTILITY].
1. Druk op [UTILITY].
2. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "SYS"
te zetten en druk op [ENTER].
2. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "INF"
te zetten en druk op [ENTER].
fig.01-904d
fig.01-901d
3. Druk op CURSOR [ ] [ ] om "Remain Inf" te
selecteren en selecteer "ON" met de TIME/VALUEdraaiknop.
fig.01-902d
3. Druk op CURSOR [ ] [
parameter te selecteren.
] om de gewenste
Naam van de geselecteerde song
fig.01-905d
ON:
Geeft de resterende beschikbare opnametijd
weer in "minuten: seconden".
OFF:
Geeft de resterende beschikbare opnametijd
niet weer.
Datatype en geheugengebruik van de song (in MB)
fig.01-906d
4. Druk op [UTILITY] (of meermaals op [EXIT]) om naar
het Play-scherm terug te keren.
* Tijdens het updaten verschijnt "Keep power on!" in de
bovenste regel van de display, terwijl de onderste regel
laat zien wat er wordt verwerkt.
* Als u in het Play-scherm op [REC] drukt en de BR-900CD
in standby voor opname zet ([REC] knippert), wordt de
resterende opnametijd weergegeven in het TIME-gedeelte.
fig.01-903d
Datatype (opnamemethode)
HiFi: (MT2):
Opname van hoge kwaliteit
STD (LV1):
Standaardopname
LONG (LV2):
Lange opname
Resterend geheugen
fig.01-907d
* De omvang van de song wordt uitgedrukt in eenheden van 1M
(= 1.000.000 bytes). De getoonde cijfers zijn bij benadering.
4. Druk op [UTILITY] (of meermaals op [EXIT]) om naar
het Play-scherm terug te keren.
62
Hoofdstuk 2
Bewerken
63
Tijd registreren (Locator)
Met de locator-functie kunt u elke gewenste tijdspositie in
een song als een "locatorpunt" registreren, zodat u later met
één druk op de knop naar dat punt kunt verspringen.
Deze functie is bijzonder handig bij het editen.
Een locatorpunt registreren
1. Ga in het Play-scherm naar de plaats waar u het
locatorpunt wilt registreren.
2. Druk op [LOCATOR].
Als de [LOCATOR]-indicator oplicht, is de registratie
voltooid.
fig.02-101
Naar het locatorpunt
verspringen
1. Druk op [LOCATOR].
Hiermee gaat u naar de tijdspositie in de song die als
locatorpunt is geregistreerd.
Een locatorpunt verwijderen
1. Houd AUTO PUNCH [ON/OFF] ingedrukt en druk op
[LOCATOR].
Het locatorpunt wordt verwijderd.
64
Begin- en eindposities zoeken (Scrub/Preview)
Scrub-functie
Tijdens het bewerken van een geluid dient u soms exact te
weten, waar het geluid begint of waar de opname precies
met een auto punch-in begint.
Wanneer u de scrub-functie tijdens het weergeven gebruikt
(dit wordt "scrubben" genoemd), wordt het gedeelte van uw
opname voor of na de huidige positie (ongeveer 45 msec)
afgespeeld en herhaald.
Preview-functie
Met de preview-functie kunt u een fragment van 1 seconde
voor of na de huidige tijdspositie beluisteren.
Als u dit combineert met de scrub-functie en tegelijk uw
huidige tijdspositie langzaam verschuift, wordt het
eenvoudig om het exacte overgangspunt van de ene frase
naar de volgende te vinden.
1. Houd [STOP] ingedrukt en druk op [PLAY].
De [PLAY]-indicator begint te knipperen en het
"scrubben" begint.
Nu worden de level meters van Spoor 1-7/8
weergegeven.
De "
" (SCRUB TO) en "
" (SCRUB FROM), die in
het TEMPO-gedeelte van de display worden
weergegeven, zijn de scrub-posities ten opzichte van de
huidige positie.
Als de cursor onder het scrub-punt wordt gezet, kunt u
dit scrub-punt wijzigen met de TIME/VALUE-knop.
fig.02-202d
fig.02-201
Huidige tijd
Geluidsdata
fig.02-203d
Tijd
SCRUB
TO
SCRUB
FROM
Ca. 45 msec
PREVIEW
TO
PREVIEW
FROM
Ca. 1.0 msec
Ca. 1.0 msec
U kunt [PLAY] indrukken om het materiaal tot of vanaf het
geselecteerde scrub-punt te beluisteren.
PREVIEW FROM
PREVIEW TO
Om het geluid van een bepaald spoor uit te zetten, houdt u
[DELTE/MUTE] ingedrukt en drukt u op de desbetreffende
REC TRACK-toets.
2. Draai langzaam aan de TIME/VALUE-draaiknop om
de huidige tijdspositie te verschuiven en zoek het
beginpunt van de frase (bijv. daar waar u voor het
eerst geluid hoort).
3. Hebt u het exacte beginpunt van de muziek gevonden,
druk dan op [STOP] om het scrubben te stoppen.
U kunt nu op [LOCATOR] drukken om een locatorpunt te
registreren, zodat u deze plaats later makkelijk terugvindt.
65
Hoofdstuk 2
Om u te helpen deze posities exact te vinden, is de BR-900CD
voorzien van de scrub-functie.
Scrubben om begin- en eindposities van muziek te vinden
Begin- en eindposities zoeken (Scrub/Preview)
De scrub-punten wijzigen
U kunt het scrub-punt in het Play-scherm wijzigen (p. 65) of
volgens onderstaand methode.
1. Druk op [UTILITY].
2. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "SCR"
te zetten en druk op [ENTER].
fig.02-204d
Het gebruik van preview bij
[REW] en [FF] mogelijk maken
U kunt niet alleen [PLAY] voor de preview-functie gebruiken
(p. 65). U kunt het toestel ook zo instellen dat [REW] en [FF]
voor de preview-functie kunnen worden gebruikt.
1. Druk op [UTILITY].
2. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "SCR"
te zetten en druk op [ENTER].
fig.02-206d
3. Druk op CURSOR [ ] [ ] om "FROM/TO" te
selecteren en draai aan de TIME/VALUE-draaiknop om
de scrub-punten te wijzigen.
fig.02-205d
3. Druk op CURSOR [ ] om "Preview SW" te selecteren
en zet de functie op "ON" met de TIME/VALUE-knop.
fig.02-207d
TO:
u scrubt naar uw huidige positie.
FROM:
u scrubt vanaf uw huidige positie.
4. Druk op [UTILITY] (meermaals op [EXIT]) om naar het
Play-scherm terug te keren.
* Tijdens het updaten verschijnt "Keep power on!" in de
bovenste regel van de display, terwijl de onderste regel
laat zien wat er wordt verwerkt.
Nu kunt u de preview-functie gebruiken.
4. Druk op [UTILITY] (of meermaals op [EXIT]) om naar
het Play-scherm terug te keren.
* Tijdens het updaten verschijnt "Keep power on!" in de
bovenste regel van de display, terwijl de onderste regel
laat zien wat er wordt verwerkt.
U tijdelijk overschakelen naar preview tijdens het scrubben
met de volgende commando’s:
Druk op [REW]: PREVIEW TO
Druk op [FF]:
66
PREVIEW FROM
De uitvoering op een spoor bewerken (Track Editing)
Met de BR-900CD kunt u uw songs bewerken aan de hand
van edit-functies, zoals het kopiëren en verplaatsen van de
data die op sporen zijn opgenomen.
Het Measure/Time Specification-scherm
Voer de onderstaande procedure uit om het gedeelte vanaf
repeat beginpositie (A) tot en met repeat eindpositie (B) te
kopiëren.
Vb. 1: tweemaal kopiëren naar hetzelfde spoor
fig.02-302
Hoofdstuk 2
Maten en tijd worden zoals hieronder in de schermen "S"
(Start), "E" (End) en "T" (To) in Track Edit aangegeven.
Het herhaalde deel kopiëren (AB)
fig.02-301d
S (Start) / E (End) / T (To)
(Vb.)
Maat Maatslag
Repeat
Start (A)
Repeat
End (B)
TO
Tijd
Vb. 2: tweemaal kopiëren naar een ander spoor
fig.02-303
Uren
Seconden
Subframe
Minuten
Frame
Data worden in hun bewerkte vorm opgeslagen als u van het
Track Edit-scherm terugkeert naar het Play-scherm.
* Tijdens het maken van updates verschijnt "Keep power on!" in
de bovenste regel van de display, terwijl de onderste regel laat
zien wat er wordt verwerkt.
Repeat
Start (A)
Repeat
End (B)
TO
Tijd
1. Druk op [UTILITY].
2. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "TRK"
te zetten en druk op [ENTER].
fig.02-304d
Om herhaalde passages te kopiëren, te verplaatsen of te
wissen, moet u de te herhalen passage eerst instellen volgens
de procedure op p. 51.
Data kopiëren (Track Copy)
Met Track Copy kunt u een specifiek gedeelte van de data
kopiëren, en vervolgens ergens anders neerzetten.
U kunt edit-functies, zoals de data in één keer op een spoor
kopiëren of de data van een specifiek deel kopiëren, zo vaak
uitvoeren als u wilt.
Als u bijvoorbeeld een frase van een bepaald spoor wilt
gebruiken, of dezelfde frase telkens wilt herhalen, dan zal
de kopieerfunctie u veel tijd besparen.
3. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "CPY"
te zetten en druk op [ENTER].
fig.02-305d
* Als de kopieerbestemming al data bevat, worden die overschreven.
* Het gedeelte dat wordt gekopieerd, moet langer zijn dan 1,0
seconde. Als het gekopieerde gedeelte 1,0 seconde of minder is,
is er geen geluid hoorbaar, zelfs als de kopieeropdracht wordt
uitgevoerd.
Er zijn drie soorten Track Copy.
67
De uitvoering op een spoor bewerken (Track Editing)
4. Draai aan de TIME/VALUE-draaiknop om "AB"
te selecteren en druk op [ENTER].
fig.02-306d
Kopiëren door de tijd aan te
geven (TME/MES)
Volg de onderstaande procedure om het gedeelte tussen
twee specifieke tijdsposities te kopiëren.
Vb. 1: tweemaal kopiëren naar hetzelfde spoor
fig.02-309
5. Selecteer met CURSOR [ ] [ ] en de TIME/VALUEknop het spoor/de V-Track vanwaar u wilt kopiëren,
en het spoor/de V-Track waarheen u wilt kopiëren.
6. Druk op [ENTER].
START
END
TO
Tijd
Vb. 2: tweemaal kopiëren naar een ander spoor
fig.02-310
fig.02-307d
7. Gebruik [CURSOR] en geef met de TIME/VALUEdraaiknop de begintijd aan voor positie "T" (To),
waar u de data wilt plaatsen.
1. Druk op [UTILITY].
8. Druk op [ENTER].
2. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "TRK"
te zetten en druk op [ENTER].
fig.02-308d
START
END
TO
Tijd
fig.02-311d
9. Selecteer met de TIME/VALUE-draaiknop het aantal
kopieën dat u wilt plaatsen.
10. Druk op [ENTER].
Op de display verschijnt de boodschap "Are you sure?",
zodat u de functie kunt bevestigen.
11. Druk op [ENTER].
De kopieeropdracht wordt uitgevoerd.
12. Druk op [UTILITY] (of meermaals op [EXIT]) om naar
het Play-scherm terug te keren.
3. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "CPY"
te zetten en druk op [ENTER].
fig.02-312d
* Tijdens het updaten verschijnt "Keep power on!" in de
bovenste regel van de display, terwijl de onderste regel
laat zien wat er wordt verwerkt.
4. Selecteer met TIME/VALUE-draaiknop "TME/MES"
en druk op [ENTER].
68
De uitvoering op een spoor bewerken (Track Editing)
fig.02-319d
13. Selecteer met de TIME/VALUE-draaiknop het aantal
kopieën dat u wilt plaatsen.
14. Druk op [ENTER].
Op de display verschijnt de boodschap "Are you sure?",
zodat u de functie kunt bevestigen.
5. Selecteer met CURSOR [ ] [ ] en de TIME/VALUEknop het spoor/de V-Track vanwaar u wilt kopiëren,
en het spoor/V-Track waarheen u wilt kopiëren.
6. Druk op [ENTER].
fig.02-314d
De kopieeropdracht wordt uitgevoerd.
16. Druk op [UTILITY] (of meermaals op [EXIT]) om naar
het Play-scherm terug te keren.
* Tijdens het updaten verschijnt "Keep power on!" in de
bovenste regel van de display, terwijl de onderste regel
laat zien wat er wordt verwerkt.
* Nadat de tijd in de bovenstaande procedure is aangegeven, kan
er een "+" verschijnen om aan te geven, dat er een verschil is
tussen de eigenlijke huidige positie en de weergegeven positie.
7. Gebruik [CURSOR] en draai aan de TIME/VALUEdraaiknop om de beginpositie "S" (Start) aan te geven
voor de data die u wilt kopiëren.
8. Druk op [ENTER].
fig.02-315d
Als u de positie in maten aangeeft, moet u de posities op elk
scherm aangeven met de TIME/VALUE-draaiknop, zodat het
verschil verdwijnt.
U kunt het tijdstip ook invoeren door [LOCATOR], [ZERO],
[STOP] + [REW], [STOP] + [FF] en AUTO PUNCH [IN/OUT]
te gebruiken.
Een volledig spoor kopiëren (ALL)
9. Gebruik [CURSOR] en draai aan de TIME/VALUEdraaiknop om de eindpositie "E" (End) aan te geven voor
de data die u wilt kopiëren.
10. Druk op [ENTER].
fig.02-316d
Voer de onderstaande procedure uit om alle opgenomen
data van het ene spoor naar het andere te kopiëren.
1. Druk op [UTILITY].
2. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "TRK"
te zetten en druk op [ENTER].
fig.02-318d
11. Gebruik [CURSOR] en draai aan de TIME/VALUEdraaiknop om de begintijd voor locatie "T" (To) waar
u de gekopieerde data wilt plaatsen, aan te geven.
12. Druk op [ENTER].
fig.02-317d
3. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "CPY"
te zetten en druk op [ENTER].
69
Hoofdstuk 2
15. Druk op [ENTER].
De uitvoering op een spoor bewerken (Track Editing)
fig.02-319d
Data verplaatsen (Track Move)
Met Track Move kunt u een specifiek gedeelte van de data
naar een andere locatie verplaatsen.
* Nadat de gegevens zijn verplaatst, blijft de locatie waar ze zich
eerst bevonden leeg.
4. Selecteer "All" met de TIME/VALUE-draaiknop en
druk op [ENTER].
fig.02-320d
Er zijn drie soorten Track Move.
Het herhaalde deel (AB) verplaatsen
Voer de onderstaande procedure uit om het gedeelte vanaf
repeat start-positie (A) tot en met repeat end-positie (B) te
verplaatsen.
Vb. 1: naar hetzelfde spoor verplaatsen
fig.02-321
5. Selecteer met CURSOR [ ] [ ] en de TIME/VALUEknop het spoor/de V-Track waarvan u wilt kopiëren,
en het spoor/de V-Track waarheen u wilt kopiëren.
6. Als u de kopieeropdracht hebt ingegeven, drukt u op
[ENTER].
Op de display verschijnt de boodschap "Are you sure?",
zodat u de functie kunt bevestigen.
Repeat
Start (A)
Repeat
End (B)
TO
Tijd
Vb. 2: naar een ander spoor verplaatsen
fig.02-322
7. Druk op [ENTER].
De kopieeropdracht wordt uitgevoerd.
8. Druk op [UTILITY] (of meermaals op [EXIT]) om naar
het Play-scherm terug te keren.
* Tijdens het updaten verschijnt "Keep power on!" in de
bovenste regel van de display, terwijl de onderste regel
laat zien wat er wordt verwerkt.
Repeat
Start (A)
Repeat
Start (B)
TO
Tijd
1. Druk op [UTILITY].
2. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "TRK"
te zetten en druk op [ENTER].
fig.02-323d
70
De uitvoering op een spoor bewerken (Track Editing)
3. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "MOV"
te zetten en druk op [ENTER].
Verplaatsen door de tijd aan
te geven (TME/MES)
fig.02-324d
Volg de onderstaande procedure uit om het gedeelte tussen
twee specifieke tijdsposities te verplaatsen.
Vb. 1: naar hetzelfde spoor verplaatsen
Hoofdstuk 2
fig.02-327
4. Draai aan de TIME/VALUE-draaiknop om "AB"
te selecteren en druk op [ENTER].
fig.02-325d
START
END
TO
Tijd
Vb. 2: naar een ander spoor verplaatsen
fig.02-328
5. Selecteer met CURSOR [ ] [ ] en de TIME/VALUEknop het spoor/de V-Track vanwaar u wilt verplaatsen,
en het spoor/de V-Track waarheen u wilt verplaatsen.
6. Druk op [ENTER].
START
END
TO
Tijd
1. Druk op [UTILITY].
fig.02-326d
2. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "TRK"
te zetten en druk op [ENTER].
fig.02-329d
7. Gebruik CURSOR [ ] [ ] en de TIME/VALUEdraaiknop om de beginpositie van locatie "T" (To)
waarheen u de data wilt verplaatsen, aan te geven.
8. Druk op [ENTER] als u klaar bent om het verplaatsen
uit te voeren.
Op de display verschijnt de boodschap "Are you sure?",
zodat u de functie kunt bevestigen.
9. Druk op [ENTER].
De verplaatsopdracht wordt uitgevoerd.
10. Druk op [UTILITY] (of meermaals op [EXIT]) om naar
het Play-scherm terug te keren.
3. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "MOV"
te zetten en druk op [ENTER].
fig.02-330d
* Tijdens het updaten verschijnt "Keep power on!" in de
bovenste regel van de display, terwijl de onderste regel
laat zien wat er wordt verwerkt.
4. Selecteer met TIME/VALUE-draaiknop "TME/MES"
en druk op [ENTER].
71
De uitvoering op een spoor bewerken (Track Editing)
fig.02-331d
5. Selecteer met CURSOR [ ] [ ] en de TIME/VALUEknop het spoor/de V-Track vanwaar u wilt verplaatsen,
en het spoor/V-Track waarheen u wilt verplaatsen.
* Nadat de tijd in de bovenstaande procedure is aangegeven, kan
een "+" verschijnen om aan te geven dat er een verschil is tussen
de werkelijke positie en de weergegeven positie. Als u de posities
in maten aangeeft, moet u de posities op elk scherm aangeven met
de TIME/VALUE-draaiknop, zodat het verschil verdwijnt.
U kunt het tijdstip ook invoeren door [LOCATOR], [ZERO],
[STOP] + [REW], [STOP] + [FF] en AUTO PUNCH [IN/OUT]
te gebruiken.
6. Druk op [ENTER].
fig.02-332d
Een volledig spoor verplaatsen (ALL)
Voer de onderstaande procedure uit om alle opgenomen
gegevens van het ene spoor naar het andere te verplaatsen.
1. Druk op [UTILITY].
7. Geef met [CURSOR] en de TIME/VALUE-knop de beginpositie "S" (Start) aan voor de data die u wilt verplaatsen.
2. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "TRK"
te zetten en druk op [ENTER].
fig.02-335d
8. Druk op [ENTER].
fig.02-333d
9. Geef met [CURSOR] en de TIME/VALUE-knop de eindpositie "E" (End) aan voor de data die u wilt verplaatsen.
10. Druk op [ENTER].
fig.02-334d
3. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "MOV"
te zetten en druk op [ENTER].
fig.02-336d
11. Geef met [CURSOR] en de TIME/VALUE-draaiknop
de begintijd aan van positie "T" (To) waarheen u de
data wilt verplaatsen.
12. Druk op [ENTER]om het verplaatsen uit te voeren.
Op de display verschijnt de boodschap "Are you sure?",
zodat u de functie kunt bevestigen.
13. Druk op [ENTER].
De verplaatsopdracht wordt uitgevoerd.
14. Druk op [UTILITY] (of meermaals op [EXIT]) om naar
het Play-scherm terug te keren.
* Tijdens het updaten verschijnt "Keep power on!" in de bovenste
regel van de display, terwijl de onderste regel laat zien wat er
wordt verwerkt.
72
4. Draai aan de TIME/VALUE-draaiknop om "ALL"
te selecteren en druk op [ENTER].
fig.02-337d
De uitvoering op een spoor bewerken (Track Editing)
5. Selecteer met CURSOR [ ] [ ] en de TIME/VALUEknop het spoor/de V-Track vanwaar u wilt verplaatsen,
en het spoor/de V-Track waarheen u wilt verplaatsen.
6. Druk op [ENTER].
fig.02-338d
Data verwijderen (Track Erase)
* Laat na het gewiste gedeelte geen gedeelte van minder dan
1,0 seconde achter. Als zo’n kort gedeelte achterblijft, wordt
dat uiteindelijk stil.
Er zijn drie soorten Track Erase.
7. Gebruik [CURSOR] en de TIME/VALUE-draaiknop
om de begintijd aan te geven van locatie "T" (To)
waarheen u de data wilt verplaatsen.
8. Druk op [ENTER] om het verplaatsen uit te voeren.
Op de display verschijnt de boodschap "Are you sure?",
zodat u de functie kunt bevestigen.
Het herhaalde deel (AB) wissen
Voer onderstaande procedure uit om het deel vanaf repeat
start-positie (A) tot en met repeat end-positie (B) te wissen.
fig.02-339
9. Druk op [ENTER].
De verplaatsopdracht wordt uitgevoerd.
10. Druk op [UTILITY] (of meermaals op [EXIT]) om naar
het Play-scherm terug te keren.
* Tijdens het updaten verschijnt "Keep power on!" in de
bovenste regel van de display, terwijl de onderste regel
laat zien wat er wordt verwerkt.
Repeat
Start (A)
Repeat
End (B)
Tijd
1. Druk op [UTILITY].
2. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "TRK"
te zetten en druk op [ENTER].
fig.02-304d
3. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "ERS"
te zetten en druk op [ENTER].
73
Hoofdstuk 2
Met Track Erase kunt u een specifiek gedeelte van de data
wissen. Zelfs als er na het specifieke deel nog data komen,
worden ze niet naar voren geplaatst om de leemte te vullen,
die door het wissen wordt achtergelaten. Analogie met een
bandrecorder: u neemt stilte op over de ongewenste passage.
De uitvoering op een spoor bewerken (Track Editing)
fig.02-341d
Verwijderen door de tijd op
te geven (TME/MES)
Volg de onderstaande procedure uit om het gedeelte tussen
twee specifieke tijdsposities te wissen.
fig.02-343
4. Draai aan de TIME/VALUE-draaiknop om "AB"
te selecteren en druk op [ENTER].
fig.02-342d
START
END
Tijd
1. Druk op [UTILITY].
5. Selecteer met CURSOR [ ] [ ] en de TIME/VALUEdraaiknop het spoor/de V-Track waarvan u wilt
verwijderen.
2. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "TRK"
te zetten en druk op [ENTER].
fig.02-334d
6. Druk op [ENTER] als u klaar bent om te verwijderen.
Op de display verschijnt de boodschap "Are you sure?",
zodat u de functie kunt bevestigen.
7. Druk op [ENTER].
Het verwijderen wordt uitgevoerd.
8. Druk op [UTILITY] (of meermaals op [EXIT]) om naar
het Play-scherm terug te keren.
* Tijdens het updaten verschijnt "Keep power on!" in de
bovenste regel van de display, terwijl de onderste regel
laat zien wat er wordt verwerkt.
3. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "ERS"
te zetten en druk op [ENTER].
fig.02-345d
4. Selecteer met TIME/VALUE-draaiknop "TME/MES"
en druk op [ENTER].
fig.02-346d
74
De uitvoering op een spoor bewerken (Track Editing)
5. Selecteer met CURSOR [ ] [ ] en de TIME/VALUEknop het spoor/de V-Track waarvan u wilt verwijderen.
6. Druk op [ENTER].
fig.02-347d
Een volledig spoor verwijderen (ALL)
1. Druk op [UTILITY].
2. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "TRK"
te zetten en druk op [ENTER].
fig.02-349d
Hoofdstuk 2
7. Gebruik [CURSOR] en de TIME/VALUE-draaiknop
om de beginpositie "S" (Start) van de te verwijderen
data aan te geven.
8. Druk op [ENTER].
fig.02-348d4
3. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "ERS"
te zetten en druk op [ENTER].
fig.02-350d
9. Gebruik [CURSOR] en de TIME/VALUE-draaiknop
om de eindpositie "E" (End) van de te verwijderen data
aan te geven.
10. Druk op [ENTER] als u klaar bent om te verwijderen.
Op de display verschijnt de boodschap "Are you sure?",
zodat u de functie kunt bevestigen.
11. Druk op [ENTER].
Het verwijderen wordt uitgevoerd.
4. Draai aan de TIME/VALUE-draaiknop om "ALL"
te selecteren en druk op [ENTER].
fig.02-351d
12. Druk op [UTILITY] (of meermaals op [EXIT]) om naar
het Play-scherm terug te keren.
* Tijdens het updaten verschijnt "Keep power on!" in de
bovenste regel van de display, terwijl de onderste regel
laat zien wat er wordt verwerkt.
* Nadat de tijd in de bovenstaande procedure is aangegeven,
kan een "+" verschijnen om aan te geven, dat er een verschil
is tussen de werkelijke positie en de weergegeven positie.
Als u de positie in maten aangeeft, moet u de posities op elk
scherm aangeven met de TIME/VALUE-draaiknop, zodat u
het verschil verdwijnt.
5. Selecteer met CURSOR [ ] [ ] en de TIME/VALUEdraaiknop het spoor/de V-Track die u wilt verwijderen.
6. Druk op [ENTER] als u klaar bent om te verwijderen.
Op de display verschijnt de boodschap "Are you sure?",
zodat u de functie kunt bevestigen.
7. Druk op [ENTER].
Het verwijderen wordt uitgevoerd.
U kunt het tijdstip ook invoeren door [LOCATOR], [ZERO],
[STOP] + [REW], [STOP] + [FF] en AUTO PUNCH [IN/OUT]
te gebruiken.
8. Druk op [UTILITY] (of meermaals op [EXIT]) om naar
het Play-scherm terug te keren.
* Tijdens het updaten verschijnt "Keep power on!" in de bovenste
regel van de display, terwijl de onderste regel laat zien wat er
wordt verwerkt.
75
De uitvoering op een spoor bewerken (Track Editing)
Data verwisselen (Track Exchange)
Voer onderstaande procedure uit om de data van twee
sporen te verwisselen.
Voorbeeld: alle data op spoor 1 met alle data op spoor 2
uitwisselen.
fig.02-352
Spoor 1
A
B
Spoor 2
E
D
E
Spoor 2
B
C
Tijd
1. Druk op [UTILITY].
2. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "TRK"
te zetten en druk op [ENTER].
fig.02-353d
3. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "XCG"
te zetten en druk op [ENTER].
fig.R08-27
4. Selecteer met CURSOR [ ] [ ] en de TIME/VALUEdraaiknop de twee sporen/V-Tracks waarvan u de data
wilt uitwisselen.
76
6. Druk op [ENTER].
Het uitwisselen wordt uitgevoerd.
* Tijdens het updaten verschijnt "Keep power on!" in de
bovenste regel van de display, terwijl de onderste regel
laat zien wat er wordt verwerkt.
Spoor 1
A
Op de display verschijnt de boodschap "Are you sure?",
zodat u de functie kunt bevestigen.
7. Druk op [UTILITY] (of meermaals op [EXIT]) om naar
het Play-scherm terug te keren.
C
D
5. Druk op [ENTER] als u klaar bent om het uitwisselen
uit te voeren.
Uw opgenomen songs beheren
Een song kopiëren
(Song Copy)
Songs verwijderen
(Song Erase)
Vol onderstaande procedure om de huidige song te kopiëren.
Volg onderstaande procedure om een song van de
geheugenkaart te verwijderen.
1. Druk op [UTILITY].
2. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "EDT"
te zetten en druk op [ENTER].
fig.02-401d
2. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "EDT"
te zetten en druk op [ENTER].
fig.02-403d
3. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "CPY"
te zetten en druk op [ENTER].
Het Copy Song-scherm verschijnt
fig.02-402d
3. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "ERS"
te zetten en druk op [ENTER].
Het Erase Song-scherm verschijnt.
fig.02-404d
Als "No more Memory!" verschijnt
Verschijnt deze boodschap voor het kopiëren, dan is
er onvoldoende ruimte op de geheugenkaart om het
kopiëren te voltooien. Verwijder alle onnodige opnamen
van de geheugenkaart.
4. Druk op [ENTER].
De kopieeropdracht wordt uitgevoerd. Als het kopiëren
voltooid is, verschijnt de boodschap "Completed!" en
keert u terug naar het Play-scherm.
4. Draai aan de TIME/VALUE-draaiknop en selecteer
de song die u wilt verwijderen.
5. Druk op [ENTER], nadat u de te verwijderen song hebt
geselecteerd.
De boodschap "Are you sure?" verschijnt.
6. Druk op [ENTER] (YES) om door te gaan met het
verwijderen.
Druk op [EXIT] (NO) (of [UTILITY]) om de functie te
annuleren.
7. Druk meermaals op [UTILITY] (of meermaals op
[EXIT]) om naar het Play-scherm terug te keren.
* Als u een song verwijdert, die op dat moment in gebruik is,
wordt op de geheugenkaart de song met het laagste nummer
geselecteerd. Als de geheugenkaart geen andere songs bevat,
wordt een nieuwe song gecreëerd.
77
Hoofdstuk 2
1. Druk op [UTILITY].
Uw opgenomen songs beheren
Geheugen op de geheugenkaart sparen (Song Optimize)
* Naargelang de situatie kan het Optimize-proces een aanzienlijke tijd duren. Dit is geen defect. Schakel het toestel niet uit
voordat Optimize voltooid is.
Als u overdubt of als u punch-in/out uitvoert, blijven de data
die u herschrijft (vervangt), eigenlijk nog op de geheugenkaart staan. In sommige gevallen kunnen deze ongewenste
data flink wat ruimte van de geheugenkaart in beslag nemen.
Zo beschikt u over minder opnametijd dan ideaal is.
* Nadat u Optimize hebt uitgevoerd, kunt u niet terugkeren
naar de toestand van vóór Optimize.
Door "Song Optimize" uit te voeren, kunt u ervoor zorgen
dat de BR-900CD alle onnodige data van de geheugenkaart
wist, en de hoeveelheid ongebruikte ruimte vergroot.
1. Druk op [UTILITY].
2. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "EDT"
te zetten en druk op [ENTER].
fig.02-405d
Songs een naam geven
(Song name)
Als ueen nieuwe song maakt, wordt hieraan automatisch een
naam zoals "SONG 0001" toegekend. Op uw BR-900CD kunt
u "Song Name" gebruiken om elke song een naam te geven,
zodat u uw songs beter kunt beheren en rangschikken.
1. Druk op [UTILITY].
2. Druk op CURSOR [
][
] om de cursor op "EDT"
te zetten en druk op [ENTER].
fig.02-407d
3. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "OPT"
te zetten en druk op [ENTER].
De boodschap "Are you sure?" verschijnt.
fig.02-406d
3. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "NAM"
te zetten en druk op [ENTER].
De naam van de song (Song Name) verschijnt op de display.
fig.02-408d
4. Druk op [ENTER] (YES) om met het optimaliseren door
te gaan.
De Song Optimize-functie wordt uitgevoerd. Als dit is
voltooid, verschijnt de boodschap "Completed!" en keert
u terug naar het Play-scherm.
Druk op [EXIT] (NEEN) (of [UTILITY]) om de opdracht
te annuleren.
4. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op het teken
te zetten, dat u wilt wijzigen.
5. Kies met de TIME/VALUE-knop de gewenste letter.
* U kunt wisselen tussen hoofdletters en kleine letters door op
[ENTER] te drukken.
6. Druk na het invoeren van de naam op [UTILITY] (of
druk meermaals op [EXIT]) om naar het Play-scherm
terug te keren.
78
Uw opgenomen songs beheren
Een song beschermen
(Song Protect)
Om dit te voorkomen, kunt u songdata beveiligen. Zo kunt
ze niet per vergissing overschrijven (Song Protect).
5. Druk op [UTILITY] (of meermaals op [EXIT]) om naar
het Play-scherm terug te keren.
Als een song beveiligd is, verschijnt het Song Protectsymbool op de display.
Hoofdstuk 2
U kunt zich zonder twijfel situaties voorstellen waarbij u, na
met veel zorg een song te hebben gecreëerd, deze per ongeluk
met een opname overschrijft, zodat u de uitvoering zelf wist.
4. Draai aan de TIME/VALUE-draaiknop om "ON"
te selecteren.
fig.02-411d
* De volgende functies kunnen niet worden gebruikt of zijn
uitgeschakeld als een song beschermd is.
• Een songnaam bewerken
• Een song wissen
• Song Optimize
• Een digitale copy protect bewerken
• Rhythm initialiseren (arrangementen/patronen/drumkits)
• Effecten initialiseren (song patches)
• Alles initialiseren (Initialize all)
• Arrangement/Pattern Edit
• SMF's importeren
• Effecten naar song patches schrijven
De huidige instellingen van
de song opslaan (Song Save)
De BR-900CD kan het volgende als songdata opslaan.
• Opgenomen data
• Mixerinstellingen (Pan, Track EQ, enz.)
• Insert Effect song patches
1. Druk op [UTILITY].
2. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "EDT"
te zetten en druk op [ENTER].
fig.02-409
• Mastering Tool Kit song patches
• Pitch Correction song patches
• Ritmische arrangementen / ritmische patronen
• Loop-effecten
• Tuner
• Utility (behalve LCD-contrast)
Deze opgenomen data of mixerinstellingen worden niet
direct na opname opgeslagen, maar pas wanneer u de songs
opslaat of wanneer u tussen schermen wisselt.
Normaalgesproken, als de situatie erom vraagt, verschijnt er
een boodschap op de display met de vraag te bevestigen dat
u de data wilt opslaan, zodat u hier niet speciaal op hoeft te
letten. Gebruik echter de volgende procedure als u de
instellingen in de song in zijn huidige toestand wilt opslaan.
1. Houd [STOP] ingedrukt en druk op [REC].
3. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "PRT"
te zetten en druk op [ENTER].
Het Song Protect-scherm verschijnt.
fig.02-410d
79
Een mastertape/disc maken
Dit proces omvat het op een recorder (cassetterecorder,
cd-brander, enz.) opnemen van de voltooide song en er
een mastertape of masterdisc van maken.
Opnemen op een cassetterecorder (analoge aansluiting)
Opnemen op een digitale
recorder (digitale aansluiting)
1. Sluit de DIGITAL OUT-aansluiting van de BR-900CD
aan op de input-aansluiting van de digitale recorder.
fig.02-501b
1. Sluit de LINE OUT-aansluitingen van de BR-900CD
aan op de input-aansluitingen van de cassetterecorder.
fig.02-501a
Digitale recorder
cd-brander enz.)
2. Stel de digitale recorder zo in, dat hij klaar is om
digitale signalen op te nemen.
Cassetterecorder
2. Zet de cassetterecorder in de opnamefunctie.
3. Druk op de BR-900CD op [PLAY] en start de weergave
van de opgenomen data.
3. Zet de digitale recorder in de opnamefunctie.
4. Druk op de BR-900CD op [PLAY] en start de weergave
van de opgenomen data.
Digitaal kopiëren verhinderen
(Digital Copy Protect)
Wanneer u vanaf de BR-900CD op een digitale recorder
opneemt, kunt u verder digitaal kopiëren van de mastertape
op andere digitale recorders verhinderen.
1. Druk op [UTILITY].
2. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "EDT"
te zetten en druk op [ENTER].
fig.02-501d
80
Een mastertape/disc maken
3. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "DPRT"
te zetten en druk op [ENTER].
Het Digital Copy Protect-scherm verschijnt.
fig.02-502d
Hoofdstuk 2
4. Draai aan de TIME/VALUE-draaiknop om "ON"
te selecteren.
ON:
Digitaal kopiëren wordt verhinderd.
OFF:
Digitaal kopiëren is mogelijk.
5. Druk op [UTILITY] (of meermaals op [EXIT]) om naar
het Play-scherm terug te keren.
* Tijdens het updaten verschijnt "Keep power on!" in de
bovenste regel van de display, terwijl de onderste regel
laat zien wat er wordt verwerkt.
* Sommige DAT-recorders ondersteunen geen SCMS of kunnen
geen digitale verbinding maken met een cd-speler. Als u een
dergelijke DAT-recorder gebruikt, kunt u de digitale output
van de BR-900CD niet op een DAT-recorder opnemen als
"Copy Prtct" op "ON" staat. In dit geval moet u de "Copy
Prtct"-instelling op "OFF" zetten.
Wat is SCMS?
SCMS staat voor Serial Copy Management System.
Dit is een functie in digitale geluidsapparatuur zoals
DAT- en cd-recorders, waarmee het auteursrecht van de
producer wordt beschermd door digitaal kopiëren te
verhinderen.
Als u een digitale verbinding maakt met een digitale
recorder die deze functie heeft, wordt er een SCMS-code
mee opgenomen met de digitale audiosignalen.
Digitale audiodata die deze code bevatten, kunnen niet
opnieuw worden opgenomen via een digitale verbinding.
81
MEMO
82
Hoofdstuk 3
Effecten
gebruiken
83
De insert-effecten gebruiken
De BR-900CD bevat vijf interne effectenprocessors: Insert
Effects, Loop Effects, Track EQ, Pitch Correction en Mastering
Tool Kit.
De insert-effecten, de loop-effecten en de spoorequalizer kunt u
tegelijkertijd gebruiken en u kunt elk effect naar wens instellen.
In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe u de diverse parameters
van de insert-effecten wijzigt en hoe u die wijzigingen opslaat.
“Insert effect-parameterfuncties” (p. 88)
“Loop effect-parameterfuncties” (p. 111)
“Track EQ-parameterfuncties” (p. 112)
Preset patches (P)
De preset patches bevatten voorgeprogrammeerde data.
U kunt hun instellingen wel wijzigen, maar u kunt geen
nieuwe preset patches aanmaken.
User patches (U)
User patches kunt u herschrijven en in het interne geheugen
opslaan. Als u een patch hebt aangemaakt, die u ook voor
andere songs wilt gebruiken, kunt u die als user patch opslaan.
Song patches (S)
Insert-effecten worden tijdens opname toegepast. Daarnaast
worden ze toegepast tijdens het mengen van de
verschillende sporen. Raadpleeg voor meer informatie
“Veranderen hoe de insert-effecten volgens de functie
worden gebruikt” (p. 87).
Net als user patches kunt u zelf song patches schrijven.
De data voor song patches worden echter samen met de
songdata op de geheugenkaart opgeslagen. Dit is handig
wanneer u een patch hebt aangemaakt voor een specifieke
opgenomen uitvoering, en u die patch samen met de song
wilt opslaan.
fig.01-502
BR-900CD
Geheugenkaart
Song
Effect patches en banken
U kunt de effecten van insert-effecten en de parameters van
elk effect veranderen door "effect patches" op te roepen.
De BR-900CD is voorzien van een aantal voorgeprogrammeerde effect patches voor zangpartijen en instrumenten.
Deze zijn gegroepeerd volgens de verschillende inputbronnen, en elke groep wordt een "bank" genoemd.
Preset
Patch
User
Patch
Song
Patch
* U kunt song patches (S) enkel selecteren als er een
geheugenkaart is geplaatst.
Bij levering van de BR-900CD zijn de user patches (U) en de
song patches (S) dezelfde als de preset patches (P).
fig.01-501
INPUT SELECT
GUITAR/BASS
Preset
Patch
MIC
Guitar Bank Mic Bank
GTR
MIC
P01
P01
..
..
P99
P40
LINE
SIMUL
Line Bank Simul Bank
LIN
SML
P01
P01
..
..
P50
P50
User
Patch
U01
..
U99
U01
..
U40
U01
..
U50
U01
..
U50
Song
Patch
S01
..
S99
S01
..
S40
S01
..
S50
S01
..
S50
Met de BR-900CD kunt u automatisch van bank veranderen
door op een INPUT SELECT-toets te drukken. Als u bijv. op
de [GUITAR/BASS/MIC2] INPUT SELECT-toets drukt, gaat
u naar een guitar bank patch, en als u op [LINE] drukt, gaat u
naar een line bank patch.
Binnen elke bank worden de effect patches nog eens
gegroepeerd zoals hieronder is aangegeven.
84
Als u een nieuwe song maakt, worden voor elke bank in de
preset patches (P) kopieën gemaakt van de song patches (S).
De insert-effecten gebruiken
De insert-effecten aanpassen
Om een nieuw effectgeluid te maken, kiest u eerst de bestaande
patch die het meest lijkt op het gewenste geluid. Dan past u de
instellingen van deze patch aan. Als u de gewijzigde effectinstellingen wilt bewaren, slaat u ze op als user of song patch.
1. Druk op [EFFECTS].
Het Effect-scherm verschijnt.
fig.01-503d
Naam
algoritme
P: Preset / S: Song / U: User
Bank
Nummer Patchnaam
Door op [ENTER] te drukken terwijl de cursor op een banknummer staat, kunt u het Edit Effect-scherm direct weergeven.
4. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op elk effect
te zetten en draai aan de TIME/VALUE-draaiknop om
elk effect in of uit te schakelen.
Blokken die zijn aangezet, worden in hoofdletters weergegeven, terwijl blokken die zijn uitgeschakeld in kleine
letters worden weergegeven.
Zet de effecten die u wilt gebruiken aan.
Hoofdstuk 3
fig.01-506d
2. Selecteer een effect patch.
Selecteer met CURSOR [ ] [ ] en de TIME/VALUEdraaiknop bank, Preset/Song/User en patch-nummer.
3. Druk op CURSOR [ ] om de cursor op "EDIT"
te zetten en druk op [ENTER].
5. Druk op CURSOR [ ] [ ] en zet de cursor op het
effect met de te wijzigen parameter. Druk vervolgens
op [ENTER].
Het Parameter Setting-scherm van elk effect verschijnt.
fig.01-507d
Het Edit Effect-scherm verschijnt en het algoritme (de
verbindingssequentie voor de effecten) wordt weergegeven.
fig.01-504d
6. Gebruik CURSOR [ ] [ ] om een parameter te
selecteren, en draai aan de TIME/VALUE-draaiknop
om de waarde te bewerken.
7. Als u nog een effect wilt bewerken, drukt u op [EXIT]
om naar het vorige scherm terug te keren en herhaalt u
stappen 5–6.
■
Wanneer u effect patches uit de SIMUL-bank
selecteert, verschijnen "GTR" en "MIC".
Zet de cursor op "GTR" om een effect voor gitaargebruik
te bewerken of op "MIC" om een effect voor microfoongebruik te bewerken, en druk vervolgens op [ENTER].
fig.01-505d
8. Voer vervolgens de procedure uit zoals beschreven in
"Insert Effect-instellingen opslaan", als u de huidige
effectinstellingen wilt opslaan.
Wijzigingen in effectinstellingen zijn slechts tijdelijk. Als u het
Edit Effect-scherm verlaat zonder de gewijzigde effect patch
op te slaan, verschijnt "TMP" naast de indicatie van de bank.
Let op: de oorspronkelijke instellingen van de gewijzigde
effect patch worden hersteld en de wijzigingen gaan dus
verloren als u een nieuwe effect patch selecteert, terwijl
"TMP" wordt weergegeven.
85
De insert-effecten gebruiken
Insert effect-instellingen
opslaan (Write)
Volg onderstaande procedure om een gewijzigd effect een naam
(patch-naam) te geven en als nieuwe effect patch op te slaan.
* U kunt effect patches niet opslaan tijdens de opname of
weergave van een song.
* Ga door naar stap "4" als u de patch-naam niet hoeft te wijzigen.
1. Druk in het Effect-scherm op CURSOR [ ] om de
cursor op "NAME" te zetten en druk op [ENTER].
Het Patch Name Setting-scherm verschijnt.
fig.01-508d
2. Voer de gewenste patch-naam in met [CURSOR] en de
TIME/VALUE-draaiknop.
* Druk op [ENTER] om tussen hoofdletters en kleine letters te
wisselen.
3. Nadat u de gewenste effect-instellingen en de patchnaam hebt ingevoerd, drukt u op [EXIT] om naar het
Effect-scherm terug te keren.
4. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "WRITE"
te zetten en druk op [ENTER].
fig.01-509d
86
5. Selecteer met de TIME/VALUE-draaiknop het nummer
waarop u de nieuwe effect patch wilt opslaan.
6. Zodra u een bestemming hebt gekozen, drukt u op
[ENTER].
Nadat het opslaan is voltooid, keert u terug naar het
Effect-scherm.
* Tijdens het updaten verschijnt "Keep power on!" in de
bovenste regel van de display, terwijl de onderste regel
laat zien wat er wordt verwerkt.
De insert-effecten gebruiken
Veranderen hoe de insert-effecten
volgens de functie worden gebruikt
Het insert-effect wordt bij standaardgebruik onmiddellijk na
de input-bron ingevoegd. Dit gebeurt opdat u het door het
effect bewerkte geluid (het "natte" geluid) zou kunnen
opnemen en beluisteren. Soms wilt u echter de verbindingsvolgorde wijzigen.
Met de BR-900CD zijn de meest uiteenlopende situaties
mogelijk door het punt te wijzigen waarmee de inserteffecten zijn verbonden.
1. Druk op [EFFECTS].
2. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "LOCAT"
te zetten en druk op [ENTER].
Het geluid wordt door het insert-effect gemonitord,
maar zonder het effect (droog) opgenomen.
fig.01-512
SPOOR 1
(REC)
SPOREN 1–8, 1&2, 3&4, 5&6, 7&8:
U kunt het insert-effect toepassen op de weergave van
een spoor (of een sporenpaar). Gebruik dit wanneer u
effecten wilt uitproberen nadat u het geluid droog hebt
opgenomen, of wanneer u enkel op een specifiek spoor
effecten wilt toepassen.
fig.01-513
SPOOR 1
(PLAY)
fig.01-510d
RHYTHM:
U kunt het insert-effect op een Rhythm-weergave
toepassen.
fig.01-513a
RHYTHM
MASTER:
3. Draai aan de TIME/VALUE-draaiknop om het punt
te veranderen waarmee de insert-effecten worden
verbonden.
Gebruik dit wanneer u effecten wilt toepassen op de hele
song, bijv. om de toon te regelen of een speciaal effect toe
te passen bij het afmixen.
fig.01-514
INPUT<NORMAL>:
Het geluid wordt gemonitord en opgenomen nadat het
door het insert-effect is gepasseerd. Normaalgesproken
gebruikt u de BR-900CD met deze instelling.
fig.01-511
SPOOR 1
(PLAY)
SPOOR 2
(PLAY)
SPOOR 8
(PLAY)
SPOOR 1
(REC)
RHYTHM
4. Druk op [EXIT] om naar het Play-scherm terug te keren.
* Tijdens het updaten verschijnt "Keep power on!" in de
bovenste regel van de display, terwijl de onderste regel
laat zien wat er wordt verwerkt.
87
Hoofdstuk 3
Voer de onderstaande procedure uit om het invoegpunt voor
de insert-effecten in te stellen.
INPUT<REC DRY>:
Insert effect-parameterfuncties
Lijst van de algoritmes
De algoritmes (de beschikbare effecten en de volgorde waarin ze geschakeld zijn) die u als insert-effect kunt gebruiken, zijn
hieronder opgesomd.
De algoritmes die u kunt selecteren, verschillen per bank. Om het gewenste algoritme te selecteren, selecteert u eerst de bank die dat
algoritme bevat. Vervolgens raadpleegt u de “Lijst van effect patches” (p. 202) en selecteert u een patch die het gewenste algoritme
gebruikt.
Het streepje of de streepjes die het algoritme verbinden, geven aan of het effect een mono-output (enkel streepje) of een stereooutput (dubbel streepje) heeft.
(Voorbeeld)
fig.04-105a
Output: Mono
Output: Stereo
–[COMP]–[PAMP]–
–[MOD]=[DLY]=
BANK: GUITAR
1. COSM GTR AMP
2. ACOUSTIC SIM
Dit is een multi-effect voor elektrische gitaar. Dit creëert het
geluid van een versterker met een preamp en een speaker
simulator.
Dit is een multi-effect voor elektrische gitaar. Hiermee kunt u
een elektrische gitaar laten klinken als een akoestische.
* In het geval van "Phaser" wordt de output mono.
fig.04-107
–[ASIM]–[COMP]–[EQ]–[NS]
fig.04-106
–[COMP]–[PAMP]–[SP]–[EQ/WAH]
[NS]–[FV]–[MOD]=[DLY]=
[FV]–[MOD]=[DLY]=
Acoustic Guitar Simulator
Compressor
Compressor
4Band Equalizer
Preamp
Noise Suppressor
Speaker Simulator
Foot Volume
4Band Equalizer/Wah
- 4Band Equalizer
- Wah
Modulation
- Flanger
- Chorus
- Phaser
- Pitch Shifter
- Doubling
- Tremolo/Pan
Noise Suppressor
Foot Volume
Modulation
- Flanger
- Chorus
- Phaser
- Pitch Shifter
- Harmonist
- Doubling
- Tremolo/Pan
- Slow Attack
Delay
88
Delay
Insert effect-parameterfuncties
3. BASS SIM
5. ACOUSTIC GTR
Hiermee simuleert u de klank van een basgitaar. Zo kunt u
bas spelen op een elektrische gitaar.
Dit is een multi-effect voor akoestische gitaar. Zelfs als u een
elektro-akoestische gitaar inplugt op line level, geeft dit een
warme klank zoals u die via een microfoon verkrijgt.
* Speel liever geen akkoorden als u de Bass Simulator gebruikt.
fig.04-111
fig.04-108
–[ACP]=[COMP]=[EQ]=[NS]=[DLY]=
–[BSIM]–[COMP/DEF]–[NS]–[FV]–[MOD]=
Bass Simulator
Acoustic Processor
Compressor/Defretter
- Compressor
- Defretter
Compressor
Noise Suppressor
Delay
4Band Equalizer
Foot Volume
Modulation
- Flanger
- Chorus
- Phaser
- Pitch Shifter
- Doubling
- Tremolo/Pan
6. BASS MULTI
Dit is een multi-effect voor basgitaar. Hiermee krijgt u een
standaard basklank.
fig.04-112
–[COMP/DEF]–[OCT]–[ENH]–[EQ/WAH]
–[NS]–[FV]–[MOD]=[DLY]=
4. COSM COMP GTR
Dit is een multi-effect voor elektrische gitaar. Naast een COSM
compressor/limiter wordt hier ook een preamp en speaker
simulator gebruikt voor een typisch versterkergeluid.
fig.04-109
Compressor/Defretter
- Compressor
- Defretter
Octave
Enhancer
–[COMP]–[PAMP]–[SP]–[EQ/WAH]
–[NS]–[FV]–[DLY]=
COSM Comp/Limiter
Preamp
4Band Equalizer/Wah
- 4Band Equalizer
- Wah
Noise Suppressor
Foot Volume
Foot Volume
Modulation
- Flanger
- Chorus
- Phaser
- Pitch Shifter
- Doubling
- Tremolo/Pan
Delay
Delay
Speaker Simulator
4Band Equalizer/Wah
- 4Band Equalizer
- Wah
Noise Suppressor
89
Hoofdstuk 3
Noise Suppressor
Insert effect-parameterfuncties
7. COSM BASS AMP
8. COSM COMP BSS
Dit is een multi-effect voor basgitaar. Hiermee krijgt u de
klank van een versterker met preamp en speaker simulator.
Dit is een multi-effect voor basgitaar.
fig.04-113
–[COMP]–[PAMP]–[SP]–[EQ/WAH]
Naast een COSM compressor/limiter wordt hier ook een
preamp en speaker simulator gebruikt voor een typisch
versterkergeluid.
fig.04-114
–[NS]–[FV]–[MOD]=[DLY]=
–[COMP/LIM]–[PAMP]–[SP]
Compressor
Preamp
Speaker Simulator
4Band Equalizer/Wah
- 4Band Equalizer
- Wah
Noise Suppressor
Foot Volume
Modulation
- Flanger
- Chorus
- Phaser
- Pitch Shifter
- Doubling
- Tremolo/Pan
[EQ/WAH]–[NS]–[FV]–[DLY]=
COSM Comp/Limiter
Preamp
Speaker Simulator
4Band Equalizer/Wah
- 4Band Equalizer
- Wah
Noise Suppressor
Foot Volume
Delay
Delay
BANK: MIC
9. VOCAL MULTI
10. VOICE TRANS
Dit is een multi-effect voor zang.
Dit is een multi-effect voor zang.
Het bevat de basiseffecten die u nodig hebt voor zang.
Met deze stemvervormer verkrijgt u een uniek effect.
fig.04-115
fig.04-116
–[COMP]–[DES]–[ENH]–[EQ]
–[NS]–[FV]–[MOD]=[DLY]=
Compressor
De-esser
Enhancer
4Band Equalizer
Noise Suppressor
Foot Volume
Modulation
- Flanger
- Chorus
- Phaser
- Pitch Shifter
- Doubling
- Tremolo/Pan
Delay
90
–[VT]–[NS]–[FV]–[MOD]=[DLY]=
Voice Transformer
Noise Suppressor
Foot Volume
Modulation
- Flanger
- Chorus
- Phaser
- Pitch Shifter
- Doubling
- Tremolo/Pan
Delay
Insert effect-parameterfuncties
11. COSM COMP VCL
Dit is een multi-effect voor zang.
De COSM compressor/limiter is perfect om een basissound
te creëren.
fig.04-117
–[COMP/LIM]–[DES]–[ENH]
[EQ]–[NS]–[FV]–[DLY]=
COSM Comp/Limiter
Hoofdstuk 3
De-esser
Enhancer
4Band Equalizer
Noise Suppressor
Foot Volume
Delay
BANK: LINE
12. STEREO MULTI
13. LO-FI BOX
Dit algoritme schakelt zeven effecttypes achter elkaar,
allemaal volledig in stereo.
Hiermee kunt u het geluid laten klinken alsof het uit een
AM-radio komt, of zoals een oude grammofoonplaat,
en u kunt het geluid zelfs extreem vervormen zoals met
een Lo-Fi Digital.
fig.04-118
=[COMP]=[RNG]=[EQ/WAH]
fig.S02-14
[NS]=[FV]=[MOD]=[DLY]=
=[LOFI]=[NS]=
Compressor
Lo-Fi Box
Ring Modulator
Noise Suppressor
4Band Equalizer/Wah
- 4Band Equalizer
- Wah
Noise Suppressor
Foot Volume
Modulation
- Flanger
- Chorus
- Phaser
- Pitch Shifter
- Doubling
- Tremolo/Pan
Delay
91
Insert effect-parameterfuncties
BANK: SIMUL
14. VO+GT AMP
15. VO+AC.SIM
Dit algoritme gebruikt u wanneer u tegelijkertijd een stem
en een elektrische gitaar opneemt.
Dit algoritme gebruikt u wanneer u tegelijkertijd een stem
en een elektrische gitaar opneemt.
Voor de gitaar kunt u een versterkersound verkrijgen met
een preamp en een speaker simulator.
U kunt de elektrische gitaar laten klinken als een akoestische.
(GITAAR)
(GITAAR)
fig.04-123
–[ASIM]–[COMP]–[NS]–[DLY]–
fig.04-121
–[COMP]–[PAMP]–[SP]–[NS]–[DLY]–
(MICROFOON)
(MICROFOON)
fig.04-122
–[COMP]–[EQ]–[NS]–[DLY]–
fig.04-120
–[COMP]–[EQ]–[NS]–[DLY]–
(GITAAR)
Acoustic Guitar Simulator
Compressor
Noise Suppressor
Delay
(GITAAR)
Compressor
PreAmp
(MICROFOON)
Compressor
4Band Equalizer
Noise Suppressor
Delay
Speaker Simulator
Noise Suppressor
Delay
(MICROFOON)
Compressor
4Band Equalizer
Noise Suppressor
Delay
16. VO+ACOUSTIC
Dit algoritme gebruikt u wanneer u tegelijkertijd een stem
en een akoestische gitaar opneemt.
Voor de gitaar kunt u een warme klank verkrijgen zoals met
een microfoon, zelfs wanneer u een elektro-akoestische gitaar
rechtstreeks inplugt.
(GITAAR)
fig.04-125
–[ACP]–[COMP]–[NS]–
(MICROFOON)
fig.04-124
–[COMP]–[NS]–
(GITAAR)
Acoustic Processor
Compressor
Noise Suppressor
(MICROFOON)
Compressor
Noise Suppressor
92
Insert effect-parameterfuncties
Lijst van parameters
De merknamen die in dit document worden vermeld, zijn handelsmerken van hun respectieve eigenaren, welke andere
firma’s zijn dan BOSS. Deze bedrijven zijn op generlei wijze verbonden met BOSS en hebben de BR-900CD van BOSS niet
gepatenteerd of erkend. Hun merknamen worden slechts genoemd om de apparatuur aan te geven waarvan het geluid door
de BR-900CD van BOSS wordt gesimuleerd.
Acoustic Processor
Deze simuleert de klank van een akoestische gitaar. Hiermee kunt
u een elektrische gitaar laten klinken als een akoestische.
Als u de pickup selector van uw gitaar in de voorste positie zet,
krijgt u makkelijker het gewenste effect.
Dit effect maakt van de klank van een pickup op een elektroakoestische gitaar een rijkere sound, zoals wanneer u een microfoon
bij de gitaar plaatst. De beste resultaten wordt bij een stereo-opname
verkregen.
On/Off
On/Off
OFF, ON
Deze parameter schakelt het Acoustic Guitar Simulator-effect in/uit.
PickUp
SINGLE, HUMBUCK
Stel dit in op het type van pickup van de gebruikte gitaar.
Charct
OFF, ON
Deze parameter schakelt het Acoustic Processor-effect in/uit.
Body
0–100
Hiermee regelt u de resonantie van het geluid in de body. M.a.w.
hiermee regelt u de zachtheid en de dikte van het geluid, wat het
typische kenmerk van akoestische gitaren is.
Hiermee kiest u een van de vier klanktypes.
Mic Dist
STD (standard):
Een gewone akoestische gitaar.
Hiermee simuleert u de afstand tussen de microfoon die het geluid
van de akoestische gitaar opvangt en de gitaar zelf.
JUMBO:
Level
Een akoestische gitaar met een grotere body dan bij STANDARD.
Een krachtig basgeluid.
Hiermee regelt u het volume van de acoustic processor.
ENHANCE:
Bass Simulator
Een akoestische gitaar met een meer responsieve aanslag, zodat de
gitaar in alle omstandigheden nadrukkelijker aanwezig is.
PIEZO:
Simulatie van de klank die u zou krijgen van een pickup gemonteerd
op een elektro-akoestische gitaar.
Tijdens de aanslag wordt een zekere hoeveelheid compressie toegepast.
Top-Hi
-100–+100
Hiermee regelt u het volume van het directe geluid van de snaren.
M.a.w. hiermee regelt u de harmonische inhoud.
Top-Mid
-100–+100
Hiermee regelt u de interferentie op de snaren door de bovenplaat.
M.a.w. hiermee regelt u de respons op de aanslag.
Body
0–100
0–100
Hiermee simuleert u de klank van een basgitaar. Zo kunt u bas
spelen op een elektrische gitaar. Speel liever geen akkoorden
wanneer u de Bass Simulator gebruikt.
On/Off
OFF, ON
Deze parameter schakelt het Bass Simulator-effect in/uit.
Charct
LOOSE, TIGHT
Deze parameter bepaalt het karakter van de basklank. Als u
"LOOSE" kiest, is het alsof de snaren dikker worden.
Level
0–100
Hiermee regelt u het volume van de bass simulator.
-100–+100
Hiermee regelt u de resonantie van het geluid in de body. M.a.w.
hiermee regelt u de zachtheid en de dikte van het geluid, wat het
typische kenmerk van akoestische gitaren is.
Level
0–100
Hiermee regelt u het volume van de acoustic guitar simulator.
*
Als Top-Hi, Top-Mid en Body allemaal op "-100" staan,
hoort u geen geluid.
93
Hoofdstuk 3
Acoustic Guitar Simulator
Insert effect-parameterfuncties
Chorus
COSM Comp (compressor)/Limiter
Er wordt een geluid met lichtjes verschoven toonhoogte toegevoegd
aan het directe geluid, wat een dikkere en bredere klank geeft.
De beste resultaten wordt bij een stereo-opname verkregen.
De compressor corrigeert verschillen in input om zo een consequentere
en gelijkmatigere volumebalans te creëren. Dit gebruikt u om de sustain
van inkomende geluiden te verlengen en, omgekeerd, de sustain van
geluiden te verkorten, terwijl het attack-gedeelte wordt benadrukt.
De limiter is een effect dat vervorming voorkomt door input-signalen
die een bepaalde drempelwaarde (threshold) overschrijden, te onderdrukken. Als u de drempelwaarde laag instelt, krijgt u hetzelfde effect
als met de compressor. De BR-900CD gebruikt COSM-technologie
voor de nabootsing van vier types van compressor/limiter waarbij
de compressor- en limiter-functies zijn gecombineerd.
*
Dit effect kunt u gebruiken als de MODULATION "Type"-parameter
op "CHORUS" is ingesteld.
On/Off
OFF, ON
Deze parameter schakelt het chorus-effect in/uit.
Rate
0–100
Hiermee bepaalt u de snelheid van het chorus-effect.
Depth
0–100
Hiermee regelt u de diepte van het chorus-effect.
Pre Dly
0,5–50,0 ms
Hiermee bepaalt u het tijdsinterval tussen het moment dat het
directe geluid wordt uitgestuurd en het moment dat het effectgeluid
wordt uitgestuurd.
E.Level
0–100
Hiermee regelt u het volume van het effectgeluid.
Type
Hiermee kiest u het type van compressor/limiter.
BOSS-Cmp: Bootst de BOSS CS-3 compact effects processor na.
D-Comp:
Bootst de MXR dyna comp na.
Rack160:
Bootst de dbx 160 na.
VtgRack:
Bootst de UREI 1178 na.
(bij BOSS-Cmp, D-Comp)
0–100
Hiermee regelt u de sterkte van de aanslag wanneer u met een
plectrum speelt. Hoe hoger de waarde, hoe scherper de aanslag,
wat een duidelijker gedefinieerde klank geeft.
Deze corrigeert verschillen in input, zodat er een consequentere,
gelijkmatigere volumebalans wordt gecreëerd. Dit gebruikt u om
de sustain van inkomende geluiden te verlengen en, omgekeerd, de
sustain van geluiden te verkorten terwijl het attack-gedeelte wordt
benadrukt.
Een ander gebruik van compressie is als "limiter", die vervorming
voorkomt door alleen volumepieken te onderdrukken.
OFF, ON
Deze parameter schakelt het compressor-effect in/uit.
Sustain
OFF, ON
Deze parameter schakelt de compressor/limiter in of uit.
Attack
Compressor
On/Off
On/Off
0–100
Hiermee wordt de intensiteit van het effect geregeld. Hogere instellingswaarden zorgen voor langere sustain-tijden. Stel dit op een lagere
waarde in als u compressie voor het limiter-effect gebruikt.
Sustain
(bij BOSS-Cmp, D-Comp)
0–100
Deze parameter drijft zwakke signalen op en bepaalt hoe lang het
geluid zal aanhouden. Hoe hoger de waarde, hoe dieper het effect
en hoe langer de sustain.
Threshold
(bij Rack160)
0–100
Stel deze parameter in volgens het input-signaal van uw bas.
Het compressie-effect wordt toegepast op input-signalen boven het
niveau dat hier ingesteld is. Hoe lager de waarde die u hier instelt,
hoe lager het signaalniveau waarbij de limiter in werking treedt.
Input
(bij VtgRack)
0–100
Hiermee regelt u het input-niveau. Hoe hoger deze waarde, hoe
dieper het effect.
Ratio
Hiermee regelt u de sterkte van de aanslag. Hoe hoger de waarde, hoe
scherper de aanslag, wat een duidelijker gedefinieerde klank geeft.
(bij Rack160) 1:1–20:1, INF:1 (bij VtgRack) 4:1–20:1
Hiermee regelt u de compressieverhouding van de limiter.
Hoe hoger deze verhouding, hoe sterker het compressie-effect.
Level
Attack Time
Attack
Hiermee regelt u het volume.
0–100
0–100
(wanneer ingesteld op VtgRack)
0–100
Hiermee bepaalt u na hoeveel tijd de bij "Ratio" ingestelde compressieverhouding bereikt wordt wanneer het input-niveau de
ingestelde drempelwaarde (threshold) overschrijdt. Hoe lager
deze waarde, hoe sneller de compressie in werking treedt.
Release Time
(bij VtgRack)
0–100
Hiermee bepaalt u hoe lang de compressie blijft nawerken wanneer
het signaalniveau opnieuw onder de drempelwaarde zakt. Hoe lager
de waarde die u instelt, hoe sneller de compressie wegvalt en hoe
duidelijker het geluid van de volgende aangeslagen snaar te horen is.
Tone
(with BOSS-Cmp)
-50–+50
Hiermee regelt u de toon. Hoe hoger deze waarde, hoe meer hoge
frequentie u versterkt, hoe harder het geluid klinkt.
Level
Hiermee regelt u het volume.
94
0–100
Insert effect-parameterfuncties
De-esser
Doubling
Dit is handig om ‘sibilanten’ of ‘sisklanken’ van een zanger te reduceren.
Door het geluid met een geringe vertraging toe te voegen aan het
directe geluid, wekt u de indruk dat er meerdere geluidsbronen
samen klinken (een doubling-effect). De beste resultaten wordt bij
een stereo-opname verkregen.
On/Off
OFF, ON
Deze parameter schakelt het de-esser-effect in/uit.
Sibilant
0–100
Hiermee regelt u de gevoeligheid t.o.v. het input-volume, wat
bepaalt hoe het effect wordt toegepast.
Level
0–100
Hiermee regelt u het volume.
*
Dit effect kunt u gebruiken als de MODULATION "Type"-parameter
op "DOUBLING" is ingesteld.
On/Off
Dly Tme
0,5–50,0 ms
Deze parameter bepaalt de delay time (d.w.z. hoeveel het geluid
vertraagd wordt).
Dit simuleert een fretloze bas.
On/Off
Separation
OFF, ON
Deze parameter schakelt het defretter-effect in/uit.
Sens
0–100
Hiermee regelt u de input-gevoeligheid van de defretter. Regel dit in
functie van uw basgitaar tot de veranderingen van de boventonen
natuurlijk klinken.
Attack
-50– +50
Hiermee regelt u de spreiding. De panning van het directe geluid en
het effectgeluid kan over links en rechts gespreid worden.
*
Dit effect kan bij stereo-opname worden verkregen (met gebruik van
twee sporen).
E.Level
0–120
Hiermee regelt u het volume van het delay-geluid.
0–100
Hiermee regelt u de aanslag van de defretter. Hoe hoger deze
waarde, hoe langzamer de boventonen veranderen, zodat u een
betrekkelijk aanslagloos geluid krijgt, zoals van een fretloze bas.
Depth
0–100
Hiermee bepaalt u de verhouding van de boventonen. Hoe hoger
deze waarde, hoe groter de harmonische inhoud, wat een meer
ongewoon geluid geeft.
Level
0–100
Hiermee regelt u het volume van het defretter-geluid.
Enhancer
Door een geluid dat uit fase is t.o.v. het directe geluid, toe te voegen,
benadrukt dit effect de definitie van het geluid en schuift het naar de
voorgrond.
On/Off
Sens
0–100
Hiermee bepaalt u hoe de enhancer wordt toegepast t.o.v. de inputsignalen.
Delay
Freq
Dit geeft een dikkere sound door een geluid met vertraging aan het
directe geluid toe te voegen.
On/Off
OFF, ON
Deze parameter schakelt het enhancer-effect in/uit.
1,0–10,0 kHz
Hier bepaalt u bij welke frequentie het enhancer-effect in werking
treedt. Het effect wordt toegepast op de frequenties boven de
frequentie die u hier instelt.
OFF, ON
Deze parameter schakelt het delay-effect in/uit.
Mix Level
Type
Hier bepaalt u hoeveel fase-verschoven geluid uit het bereik dat
door "Frequency" wordt bepaald, wordt gemixt met de input.
Deze parameter bepaalt het type van delay.
0–100
Lo Mix Lvl
SINGLE:
TAP:
Hier bepaalt u hoeveel fase-verschoven geluid uit het lage
frequentiegebied er wordt gemixt met de input. Het
frequentiegebied waarin het effect wordt toegepast, ligt vast.
Het delay-geluid wordt over het linker- en rechterkanaal gepand.
Dit is effectief als u een stereo-opname maakt.
Level
Dit is een eenvoudige delay.
Dly Tme
0–100
0–100
Hiermee regelt u het volume van het enhancer-geluid.
SINGLE: 1–1400 ms, TAP: 1–700 ms
Deze parameter bepaalt de delay time (d.w.z. hoeveel het geluid
vertraagd wordt).
Feedback
0–100
Met deze parameter bepaalt de hoeveelheid feedback. Als u de
hoeveelheid feedback wijzigt, zal ook het aantal herhalingen van het
delay-geluid veranderen.
E.Level
0–120
Hiermee regelt u het volume van het delay-geluid.
95
Hoofdstuk 3
Defretter
OFF, ON
Deze parameter schakelt het doubling-effect in/uit.
Insert effect-parameterfuncties
Equalizer
Resonance
Dit is een 4-bands equalizer.
*
U kunt dit effect gebruiken als u de "4BAND EQ" hebt geselecteerd
als 4BAND EEQ/WAH "Type" .
COSM GTR AMP
COSM BASS AMP
COSM COMP GTR
COSM COMP BSS
BASS MULTI
STEREO MULTI
*
OFF, ON
Deze parameter schakelt de equalizer in/uit.
-20– +20 dB
Deze parameter bepaalt de gain (hoeveelheid versterking of
verzwakking) voor de lage tonen.
Lo-M Gin
-20– +20 dB
Deze parameter bepaalt de gain (hoeveelheid versterking of
verzwakking) voor de lage middentonen.
Lo-M F
Separation
100 Hz–10,0 kHz
Lo-M Q
Dit effect kan bij stereo-opname worden verkregen (met gebruik van
twee sporen).
Foot Volume
Hiermee regelt u het volume van de effecten.
Als u met een expressiepedaal het foot volume regelt, kunt u het
volume van het output-geluid naadloos veranderen. Raadpleeg
voor meer informatie “Een expressiepedaal gebruiken” (p. 187).
On/Off
Deze parameter bepaalt de centrale frequentie voor het lage
middengebied.
OFF, ON
Hiermee schakelt u het foot volume in/uit.
Lo-Fi Box
0,5–16
Deze parameter stelt het bereik in van de gain-verandering voor de
frequentie die bij "Lo-M F" is ingesteld.
Hiermee verkrijgt u een lo-fi sound.
Hi-M Gin
Deze parameter schakelt het Lo-Fi Box-effect in/uit.
-20– +20 dB
Deze parameter bepaalt de gain (hoeveelheid versterking
of verzwakking) voor de hoge middentonen.
Hi-M F
0–100
Hiermee regelt u de spreiding. Hoe hoger deze waarde, hoe groter
de spreiding. Dit heeft effect als u stereo-output gebruikt.
On/Off
Low Gain
0–100
Hiermee bepaalt u de hoeveelheid resonantie (feedback).
Door deze waarde te verhogen, krijgt dit effect meer nadruk,
wat een meer ongewoon geluid geeft.
Hiermee kiest u de functie van de lo-fi box.
Deze parameter bepaalt de centrale frequentie voor het hoge
middengebied.
Hi-M Q
RADIO:
Het geluid klinkt alsof het uit een AM-radio komt.
*
0,5–16
Deze parameter stelt het bereik in van de gain verandering voor
de frequentie die bij "Hi-M F" is ingesteld.
-20– +20 dB
Deze parameter bepaalt de gain (hoeveelheid versterking of
verzwakking) voor de hoge tonen.
Level
OFF, ON
Type
100 Hz–10,0 kHz
Hi Gain
On/Off
Door "Tuning" bij te regelen, kunt u de geluiden simuleren die u
hoort wanneer u aan de tuning-knop van een radio draait.
PLAYER:
Het geluid klinkt zoals dat van een grammofoon. De ruis
veroorzaakt door krassen en stof op de plaat wordt gesimuleerd.
DIGITAL:
-20– +20 dB
Deze parameter bepaalt het volume na de equalizer.
Hiermee kunt u een "lo-fi" sound krijgen door de samplefrequentie
en/of het aantal bits te verlagen. Met in serie geschakelde realtime
modify-filters kunt u het geluid vrij vorm geven.
■ Als u "RADIO" of "PLAYER" selecteert
Flanger
Tuning
Dit geeft een flanger-effect dat een soort "roterend" karakter aan het
geluid geeft.
*
Dit effect kunt u gebruiken als de MODULATION "Type"-parameter
op "FLANGER" is ingesteld.
On/Off
OFF, ON
Wow Flt
Noise
Rate
Dit simuleert ruis.
Hiermee bepaalt u de snelheid van het flanger-effect.
Filter
Depth
Hiermee regelt u de filter.
0–100
0–100
Dit is een parameter voor "PLAYER". Dit simuleert de wow en flutter
die u hoort wanneer de snelheid van de draaitafel niet constant is.
Deze parameter schakelt het flanger-effect in/uit.
0–100
0–100
Dit is een parameter voor "RADIO". Deze simuleert de geluiden die
u hoort wanneer u de tuning-frequentie van een AM-radio regelt.
0–100
0–100
Hiermee bepaalt u de diepte van het flanger-effect.
D:E
Manual
Hiermee regelt u de volumebalans tussen het directe geluid en het
effectgeluid.
0–100
Hiermee bepaalt u de centrale frequentie van het gebied waarop
het effect wordt toegepast.
96
100:0–0:100
Insert effect-parameterfuncties
Noise Suppressor
■ Als u "DIGITAL" selecteert
Pre Filter
OFF, ON
Deze filter vermindert digitale vervorming. Als u hem uitschakelt,
kunt u een intense lo-fi sound mét digitale vervorming verkrijgen.
Smpl Rate
OFF, 1/2–1/32
Dit effect reduceert de ruis en brom. Om dat dit de ruis synchroon
met de envelope van de klank (de manier waarop de klank wegsterft) onderdrukt, heeft dit zeer weinig invloed op de klank en
doet het geen afbreuk aan het natuurlijke karakter van het geluid.
Hiermee bepaalt u de samplefrequentie.
On/Off
Bit
Deze parameter schakelt het noise suppressor-effect in/uit.
OFF, 15–1
Hiermee wijzigt u het aantal databits. Als u hier "OFF" kiest, blijft
het aantal databits ongewijzigd. Als u een extreem laag aantal bits
instelt, kan een luide ruis optreden, zelfs als er geen geluid is,
afhankelijk van de input-bron. In zulke gevallen moet u de drempel
van de ruisonderdrukker verhogen.
OFF, ON
Deze filter vermindert de digitale vervorming veroorzaakt door lo-fi.
Door dit uit te schakelen, kunt u een extreme lo-fi sound krijgen.
Fx Level
0–100
Hiermee regelt u het volume van de lo-fi sound.
Dir Level
0–100
Stel deze parameter in in functie van het volume van de ruis. Als de
ruis vrij sterk is, moet u hier een hogere waarde instellen. Als het
ruisniveau laag is, stelt u een lagere waarde in. Regel deze waarde bij
tot het geluid op een zo natuurlijk mogelijke manier wegsterft.
*
Hoge waarden voor de threshold-parameter kunnen ervoor zorgen dat u
geen geluid hoort wanneer het volume van uw instrument te laag staat.
Release
0–100
Dit is het tijdsinterval van wanneer de noise suppressor in werking
treedt tot het volume "0" is.
0–100
Octave
Hiermee regelt u het volume van het directe geluid.
Modify Fil
Dit is een filter met een grote variatie aan mogelijke instellingen
(instelbaar filter). Selecteer verschillende typen om een variatie
aan verschillende filtereffecten te krijgen.
Dit effect voegt een noot van één octaaf lager toe. Hierdoor ontstaat
een rijker geluid.
On/Off
OFF, ON
OFF:
Deze parameter schakelt het octave-effect in/uit.
De modify-filter wordt niet gebruikt.
Oct Level
LPF:
Hiermee regelt u het volume van het geluid van één octaaf lager.
Het effect functioneert als een low pass-filter.
Dir Level
BPF:
HPF:
Phaser
Het effect functioneert als een high pass-filter.
0–100
Hiermee regelt u de cutoff-frequentie.
Resonance
0–100
Hiermee regelt u de resonantie.
Gain
0–100
Hiermee regelt u het volume van het directe geluid.
Het effect functioneert als een band pass-filter.
Cutoff F
0–100
0–24 dB
Hiermee regelt u het volume van het geluid dat door de modifyfilter gepasseerd is.
Door stukjes met verschoven fase aan het directe geluid toe te
voegen, geeft het phaser-effect een kolkend en wervelend karakter
aan het geluid.
*
Dit effect kunt u gebruiken als de MODULATION “Type”-parameter
op “PHASER” is ingesteld.
On/Off
OFF, ON
Deze parameter schakelt het phaser-effect in/uit.
Rate
0–100
Hiermee bepaalt u de snelheid van het phaser-effect.
Depth
0–100
Hiermee bepaalt u de diepte van het phaser-effect.
Manual
0–100
Hiermee bepaalt u de centrale frequentie van het phaser-effect.
Resonance
0–100
Hiermee bepaalt u de hoeveelheid resonantie (feedback). Door deze
waarde te verhogen, krijgt dit effect meer nadruk, wat een meer
ongewoon geluid geeft.
97
Hoofdstuk 3
Post Fltr
Threshold
OFF, ON
Insert effect-parameterfuncties
Pitch Shifter
Preamp
Dit effect verandert de toonhoogte van het originele geluid (omhoog
of omlaag) binnen een bereik van twee octaven.
Hiermee regelt u de vervorming en de toon van het gitaargeluid.
*
Dit effect kunt u gebruiken als de MODULATION “Type”-parameter
op “PITCH SFT” is ingesteld.
On/Off
OFF, ON
Deze parameter schakelt het pitch shifter-effect in/uit.
*
Als Bass, Middle en Treble allemaal op "0" zijn ingesteld, kan het zijn
dat, afhankelijk van de "Type"-instelling, er geen geluid hoorbaar is.
On/Off
OFF, ON
Hiermee schakelt u het Preamp-effect in/uit.
Type
Type
Hier kiest u of u de pitch shifter manueel of met een pedaal bedient.
MANUAL:
Hier bepaalt u het type voorversterker. De eigenschappen van de
versterkers i.v.m. vervorming en toon worden hieronder opgesomd:
■ Bij de algoritmes "COSM GTR AMP", "COSM
COMP GTR", of "VO+GT AMP"
Dit is een gewone pitch shifter.
PEDAL:
Het effect functioneert als een pedal pitch shifter. U bedient het effect
door middel van een expressiepedaal. Raadpleeg voor meer
informatie “Een expressiepedaal gebruiken” (p. 187).
Pitch
-24–DETUNE– +24
Hiermee regelt u hoeveel de toon verandert, in stapjes van een halve
toon. Als u "DETUNE" kiest, wordt het geluid met licht verschoven
toonhoogte toegevoegd aan het input-geluid, wat voor een "detuneeffect" zorgt.
*
Dit effect kunt u gebruiken als de "P.Shift Type"-parameter op
"MANUAL" staat.
D:E
100:0–0:100
Hiermee regelt u de volumebalans tussen het directe geluid en het
effectgeluid.
Separation
JC-120
CLEAN
CRUNCH
MATCH
VO DRV
BLUES
BG LEAD
-50– +50
Hiermee regelt u de spreiding. De panning van het directe geluid en
het effectgeluid kan over links en rechts gespreid worden. Dit heeft
effect als u stereo-output gebruikt.
MS (1, 2, 1+2)
1
2
1+2
SLDN
METAL
METAL D
98
Het geluid van de Roland "JC-120", een
favoriet van professionele muzikanten
wereldwijd.
Het geluid van een conventionele
buizenversterker.
Hiermee kunt u een crunch-effect krijgen,
zodat u een natuurlijke vervorming creëert.
Een nabootsing van de nieuwste buizenversterker, die veel in stijlen van blues tot
rock wordt gebruikt.
Hiermee creëert u het typische Liverpoolgeluid uit de jaren zestig.
Een lead-geluid met een rijk midden, ideaal
voor Blues.
Het geluid van een buizenversterker, dat
typerend is voor de late zeventiger tot
tachtiger jaren, en dat wordt gekenmerkt door
een onderscheidend middengebied.
Het geluid van een groep grote buizenversterkers die onmisbaar was voor de Britse
hard rock van de jaren zeventig, en nog steeds
door vele hard rock gitaristen wordt gebruikt.
Een treble-achtig geluid dat wordt gecreëerd
door input I van de gitaarversterker te
gebruiken.
Een treble-achtig geluid dat wordt gecreëerd
door input II van de gitaarversterker te
gebruiken.
Een geluid dat ontstaat als inputs I en II van
de gitaarversterker parallel worden
verbonden, zodat er een geluid wordt
gecreëerd met een sterker laag gedeelte dan I.
Het geluid van een buizenversterker met
flexibele vervorming, bruikbaar in een grote
variatie aan stijlen.
Het geluid van een grote buizenversterker,
geschikt voor heavy metal.
Een hoge gain en krachtig metal-geluid.
Insert effect-parameterfuncties
■ Bij de algoritmes "COSM BASS AMP" of "COSM
COMP BSS"
AC
AMG
Dit produceert het vintage geluid van een
vroege transistorversterker.
Dit produceert het geluid van een grote
dubbel-stack buizenversterker met ultralaag
en een scherp randje.
Volume
0–100
Ring Modulator
Dit creëert een belachtig geluid door de ringmodulatie van het
gitaargeluid met het signaal van de interne oscillator. De klank is
a-muzikaal en heeft geen distinctieve toonhoogtes.
On/Off
OFF, ON
Deze parameter schakelt het ring modulator-effect in/uit.
Frequency
0–100
Hiermee regelt u het volume en de vervorming van de versterker.
Hiermee regelt u de frequentie van de interne oscillator.
Bass
Fx Level
GUITAR AMP: 0–100, BASS AMP:-100–+100
Hiermee regelt u het volume van het effectgeluid.
Middle
Dir Level
GUITAR AMP: 0–100, BASS AMP:-100–+100
Bij de types "MATCH" en "VO DRV" heeft de middle-parameter
geen functie.
Treble
GUITAR AMP: 0–100, BASS AMP: -100– +100
Hiermee regelt u de toon voor het hoge frequentiegebied.
0–100
Deze parameter is beschikbaar bij de algoritmes "COSM GTR AMP",
"COSM COMP GTR" en "VO+GT.AMP".
Hiermee regelt u de toon voor het ultrahoge frequentiegebied.
*
Slow Attack
Dit effect laat het volume aanzwellen ("vioolachtig" geluid).
*
Presence
Bij de types "MATCH" en "VO DRV" kunt u door de Presence te
verhogen, de hoge frequenties wegfilteren (de waarde verandert van
"0" in "-100").
Master
0–100
Hiermee regelt u het volume van de volledige preamp.
Bright
0–100
Hiermee regelt u het volume van het directe geluid.
Hiermee regelt u de toon voor het middengebied.
*
0–100
Dit effect kunt u in de "COSM GTR AMP" gebruiken als de
MODULATION "Type"-parameter op "SLOW ATCK" is ingesteld.
On/Off
OFF, ON
Deze parameter schakelt het slow attack-effect in/uit.
RiseTme
10–2000 ms
Hiermee bepaalt u in hoeveel tijd het volume zijn maximum bereikt,
vanaf het moment dat u de snaar aanslaat.
Level
0–100
Hiermee regelt u het volume voor het slow attack-geluid.
OFF, ON
(bij JC-120, CLEAN, CRUNCH, BLUES, BG LEAD, AC, AMG)
Hiermee schakelt u de bright-instelling in/uit.
OFF:
Bright wordt niet gebruikt.
ON:
Bright zorgt voor een lichtere en frissere klank.
Gain
LOW, MIDDLE, HIGH
Distortion zal achtereenvolgens verhogen voor de instellingen van
"LOW", "MIDDLE" en "HIGH".
*
De klank van ieder Type is gecreëerd op basis van de gain-instelling
"MIDDLE". Normaal gezien stelt u hier "MIDDLE" in.
99
Hoofdstuk 3
Hiermee regelt u de toon voor het lage frequentiegebied.
Insert effect-parameterfuncties
Speaker Simulator
Tremolo/Pan
Dit effect simuleert de eigenschappen van diverse luidsprekertypes.
Als de output van de BR-900CD direct op een mixer, etc. is
aangesloten, kunt u dit gebruiken om het geluid van uw favoriete
luidsprekersysteem te creëren.
Tremolo is een effect dat een cyclische volumeverandering creëert.
Pan beweegt de stereopositie cyclisch tussen links en rechts
(wanneer u stereo-output gebruikt).
On/Off
*
OFF, ON
Dit effect kunt u gebruiken als de MODULATION "Type"-parameter
op "TRM/PAN" is ingesteld.
Deze parameter schakelt het speaker simulator-effect in/uit.
On/Off
Type
Deze parameter schakelt het tremolo/pan-effect in/uit.
Hiermee kiest u welk luidsprekertype u wil simuleren.
Mode
*
"On Mic" simuleert de sound bij gebruik van een dynamische
microfoon en "Off Mic" simuleert de sound bij gebruik van een
condensatormicrofoon.
OFF, ON
Hier kiest u tussen tremolo en pan, en bepaalt u hoe het effect wordt
toegepast.
TRM-TRI:
■ Bij de algoritmes "COSM GTR AMP", "COSM
COMP GTR" of "VO+GT AMP"
Het volume verandert cyclisch. De verandering gebeurt naadloos.
fig.04-128
Het volume verandert cyclisch. De verandering gebeurt abrupt.
SP Simulator
Type
SMALL
MIDDLE
JC-120
TWIN
twin
MATCH
match
VO DRV
vo drv
BG STK
bg stk
MS STK
ms stk
METAL
Speakerunits
Microfooninstelling
Kleine open kast
10 inch
On Mic
Open kast
12 inch
On Mic
Kast
Opmerkingen
PAN-TRI:
Het geluid beweegt cyclisch tussen links en rechts. De verandering
gebeurt naadloos.
Open kast
12 inch (2 units)
On Mic
Simulatie Roland JC-120
Open kast
12 inch (2 units)
On Mic
Instelling geschikt voor CLEAN
PAN-SQR:
Open kast
12 inch (2 units)
Off Mic
Instelling geschikt voor CLEAN
Open kast
12 inch (2 units)
On Mic
Instelling geschikt voor MATCH
Open kast
12 inch (2 units)
Off Mic
Instelling geschikt voor MATCH
Het geluid beweegt cyclisch tussen links en rechts. De verandering
gebeurt abrupt.
Open kast
12 inch (2 units)
On Mic
Instelling geschikt voor VO DRV
Open kast
12 inch (2 units)
Off Mic
Instelling geschikt voor VO DRV
Grote gesloten kast
12 inch (2 units)
OnMic
Instelling geschikt voor BG LEAD
Grote gesloten kast
12 inch (2 units)
Off Mic
Instelling geschikt voor BG LEAD
Rate
Grote gesloten kast
12 inch (4 units)
On Mic
Instelling geschikt voor MS
Hiermee bepaalt u hoe snel het effect werkt.
Grote gesloten kast
12 inch (4 units)
Off Mic
Instelling geschikt voor MS
Grote dubble stack
12 inch (4 units)
Off Mic
fig.04-129
Kast
Speakerunit
*
"PAN-TRI" en "PAN-SQR" worden met een stereo-opname
verkregen (gebruik van twee sporen).
0–100
Depth
■ Bij de algoritmes "COSM BASS AMP" of
"COSM COMP BSS"
SP Simulator
Type
AC
ac
AMG
amg
TRM-SQR:
Microfooninstelling
Opmerkingen
Grote gesloten kast
15 inch (2 units)
On Mic
Instelling geschikt voor AC
Grote gesloten kast
15 inch (2 units)
Off Mic
Instelling geschikt voor AC
Grote gesloten kast
10 inch (8 units)
On Mic
Instelling geschikt voor AMG
Grote gesloten kast
10 inch (8 units)
Off Mic
Instelling geschikt voor AMG
0–100
Hiermee regelt u de diepte van het effect.
Voice Transformer
Hiermee bewerkt u de formanten, zodat u een hele reeks stemkarakters kunt creëren. Er worden twee stemkarakters met
verschillende formanten aan het directe geluid toegevoegd.
On/Off
OFF, ON
Deze parameter schakelt het voice transformer-effect in/uit.
Mic Set
CENTER, 1–10 cm
Dit simuleert de microfoonpositie. "CENTER" simuleert dat de
microfoon vlak voor midden van de luidsprekerconus staat.
"1–10 cm" betekent dat de microfoon verder van het midden van
de luidsprekerconus wordt geplaatst.
Mic Level
0–100
Hiermee regelt u het volume van de microfoon.
Dir Level
Hiermee regelt u het volume van het directe geluid.
Formant1
Formant2
-100– +100
Hiermee bepaalt u de formant van stemkarakter 2.
FX1 Level
0–100
Hiermee regelt u het volume van stemkarakter 1.
0–100
FX2 Level
0–100
Hiermee regelt u het volume van stemkarakter 2.
Dir Level
Hiermee regelt u het volume van het directe geluid.
100
-100– +100
Hiermee bepaalt u de formant van stemkarakter 1.
0–100
Insert effect-parameterfuncties
Wah
■ Als u "PEDAL" kiest
Het wah-effect creëert een unieke klank door de frequentierespons
van een filter te veranderen.
Touch wah creëert een automatische wah door de filter in respons
op het input-volume te veranderen. Met pedal wah kunt u bijvoorbeeld een expressiepedaal gebruiken om het wah-effect in realtime
aan te sturen.
Peak
* Dit effect kunt u met de volgende algoritmes gebruiken, mits
"WAH" als 4BAND EEQ/WAH "Type" is geselecteerd.
COSM BASS AMP
COSM COMP GTR
COSM COMP BSS
BASS MULTI
STEREO MULTI
On/Off
0–100
Dit past de hoeveelheid toegepast wah-effect aan. Lagere waarden
geven een mild wah-effect, terwijl hogere waarden een scherper
wah-geluid tot gevolg hebben.
Met een waarde van "50" krijgt u een standaard wah-geluid.
Level
0–100
Hiermee regelt u het volume.
Hoofdstuk 3
COSM GTR AMP
U bedient het effect door middel van een expressiepedaal.
Raadpleeg voor meer informatie “Een expressiepedaal gebruiken”
(p. 187).
OFF, ON
Hiermee schakelt u het touch wah-/pedal wah-effect in of uit.
Type
Hiermee kiest u tussen touch wah "TOUCH" of pedal wah "PEDAL".
TOUCH:
Het effect fungeert als touch wah.
PEDAL:
Het effect fungeert als pedal wah.
■ Als u "TOUCH" kiest
Polarity
Hiermee bepaalt u in welke richting de filter verandert, in respons
op de input.
UP:
De frequentie van de filter stijgt.
DOWN:
De frequentie van de filter daalt.
Sens
0–100
Hiermee regelt u de gevoeligheid waarmee de filter verandert in de
richting bepaald door de polarity-instelling. Hoe hoger de waarde,
hoe sterker de respons. Met een waarde "0" heeft de sterkte van de
aanslag geen effect.
Frequency
0–100
Hiermee bepaalt u de centrale frequentie van het wah-effect.
Peak
0–100
Dit past de hoeveelheid toegepast wah-effect aan. Lagere waarden
geven een mild wah-effect, terwijl hogere waarden een scherper
wah-geluid tot gevolg hebben.
Met een waarde van "50" krijgt u een standaard wah-geluid.
Level
0–100
Hiermee regelt u het volume.
101
Mastering
Gebruik de "Mastering Tool Kit" om van de bounce-sporen een
tweesporige master met geoptimaliseerde niveaus te maken.
1. Druk meermaals op [REC MODE] tot links op de
display "MASTERING" als REC MODE verschijnt.
2. Selecteer met de TIME/VALUE-draaiknop de V-Track
die als opnamebron dient, en druk op [ENTER].
Wat is de Mastering Tool Kit?
Als u een audio-cd van uw opgenomen songs maakt of
als u op een MD of gelijksoortige media opneemt, moet u
het algemene volume beperken, zodat zelfs de luidste
passages van de songs passend op de cd of de MD
kunnen worden verwerkt. Vaak resulteert dit echter in
een algemene verlaging van het volume, waardoor uw
cd of uw MD een tamme en expressieloze indruk maakt.
Bovendien kan het geluid in het lage frequentiebereik,
waarvoor het menselijke gehoor niet zo gevoelig is, vrij
laag in volume klinken, hoewel de meter het maximale
niveau aangeeft. Dit maakt het ook moeilijk om
dynamische geluiden te maken.
Met de "Mastering Tool Kit" kunt u de verschillen in
volume, die in de loop van een song optreden, uitvlakken
en ook de balans in het lage bereik corrigeren.
We raden u aan om songs pas in het eindstadium met de
Mastering Tool Kit af te mixen.
* De Mastering Tool Kit heeft 19 voorgeprogrammeerde
"Preset patches" (P01–P19), 19 overschrijfbare "User
patches" (U01–U19) en 19 "Song patches", die voor elke
song afzonderlijk worden opgeslagen (S01-S19).
Het Mastering-scherm verschijnt op de display.
fig.01-801d
Opnamebron
■:
V-Tracks met opgenomen data.
❐:
V-Tracks zonder opgenomen data.
* Hier wordt de Mastering Tool Kit automatisch als het te
gebruiken effect geselecteerd.
3. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op de V-Track
voor opname te zetten en selecteer de V-Track met de
TIME/VALUE-draaiknop.
fig.01-802d
Opnamebestemming
fig.01-800
BR-900CD
Geheugenkaart
Song
Preset
Patch
User
Patch
Song
Patch
De REC TRACK-toets voor het spoor dat als opnamebestemming is geselecteerd, knippert in rood.
“Lijst van Mastering Tool Kit patches” (p. 205)
4. Druk op [EFFECTS].
Het selectievenster voor de Mastering Tool Kit verschijnt.
* In de mastering-functie worden, nadat u de opnamebron en
bestemming heeft ingesteld, en naar het Play-scherm bent
teruggekeerd, de volgende knoppen uitgeschakeld. Bovendien
kunt u het punt waaraan de insert-effecten worden verbonden,
niet wijzigen (p. 87).
[INPUT SELECT], [TUNER], [PAN/EQ],
[LOOP EFFECTS], [PITCH CORRECTION],
[PHRASE TRAINER],
[ARRANGE/PATTERN/OFF], [EDIT],
[RHYTHM PAD], [V-TRACK], [DELETE/MUTE]
102
fig.01-806d
Naam
algoritme
P: Preset / S: Song / U: User
Bank
Nummer Patchnaam
Mastering
5. Selecteer met de TIME/VALUE-draaiknop de Preset/
Song/User en het nummer voor de Mastering Tool Kit.
De instellingen van de
Mastering Tool Kit bewerken
“Lijst van Mastering Tool Kit patches” (p. 205)
Om een nieuwe patch aan te maken, kiest u uit de reeds
aanwezige effect patches de patch die de klank welke u in
gedachten had, het dichtst benadert en van die patch wijzigt
u de instellingen.
6. Druk op [EXIT] om naar het Play-scherm terug te keren.
Het algemene volume regelt u met de MASTER-fader.
Zet nu het volume zo hoog mogelijk zonder dat het
geluid vervormt.
7. Druk op [REC].
1. Voer stappen 1–3 van p. 102 uit en schakel over op
de mastering-functie.
2. Druk op [EFFECTS] (MASTERING TOOL KIT).
fig.01-804
Knippert
Het selectievenster voor de Mastering Tool Kit verschijnt.
fig.01-806d
Naam
algoritme
8. Druk op [PLAY].
P: Preset / S: Song / U: User
Bank
Nummer Patchnaam
[REC] knippert niet langer rood, maar brandt
ononderbroken en de opname start.
fig.01-805
Brandt
9. Druk op [STOP] als u klaar bent met opnemen
* Tijdens het updaten verschijnt "Keep power on!" in de
bovenste regel van de display, terwijl de onderste regel
laat zien wat er wordt verwerkt.
3. Selecteer met de TIME/VALUE-draaiknop de Preset/
Song/User en het nummer.
4. Druk op CURSOR [ ] om de cursor op "EDIT"
te zetten en druk op [ENTER].
Op de display verschijnt het Mastering Tool Kit Editscherm met het algoritme (de gebruikte effecten,
afgebeeld in de volgorde waarin ze zijn verbonden).
fig.01-807d
U kunt dit venster ook direct oproepen, door op [ENTER] te
drukken als de cursor op Preset/Song/User of het nummer
staat.
103
Hoofdstuk 3
[REC] knippert rood en de BR-900CD staat in standby
voor opname.
Als u de gewijzigde effectinstellingen wilt bewaren, slaat u
ze op als user patch of song patch.
Mastering
5. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op elk effect
te zetten en draai aan de TIME/VALUE-draaiknop om
elk effect in of uit te schakelen.
Blokken die zijn aangezet, worden in hoofdletters weergegeven, terwijl blokken die zijn uitgeschakeld in kleine
letters worden weergegeven. Zet de effecten die u wilt
gebruiken aan.
1. Druk in het selectiescherm voor de Mastering Tool Kit
op CURSOR [ ] om de cursor op "NAME" te zetten,
en druk op [ENTER].
Het Patch Name Setting-scherm verschijnt.
fig.01-809d
6. Druk op CURSOR [ ] [ ] en zet de cursor op het
effect met de te wijzigen parameter. Druk vervolgens
op [ENTER].
Het Parameter Setting-scherm van elk effect verschijnt.
fig.01-808d
7. Gebruik CURSOR [ ] [ ] om een parameter te
selecteren, en draai aan de TIME/VALUE-draaiknop
om de waarde te bewerken.
8. Als u nog een ander effect wilt editen, drukt u op
[EXIT] om naar het vorige scherm terug te keren en
herhaalt u de stappen 5-6.
9. Als u de huidige effect-instellingen wilt opslaan, volgt
u de procedure beschreven in "De Mastering Tool Kitinstellingen opslaan".
2. Gebruik CURSOR [ ] [ ] en de TIME/VALUEdraaiknop om de patch-naam in te voeren.
* Druk op [ENTER] om tussen hoofd- en kleine letters te wisselen.
3. Nadat u de gewenste instellingen en de patch-naam
hebt ingevoerd, drukt u op [EXIT] om naar het Kit
Selection-scherm terug te keren.
4. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "WRITE"
te zetten en druk op [ENTER].
Het Write-scherm verschijnt.
fig.01-810d
Wijzigingen in effect-instellingen zijn slechts tijdelijk. Als u
het Edit Effect-scherm verlaat zonder de gewijzigde effect
patch op te slaan, verschijnt "TMP" naast de indicatie van
de bank.
Let op: de oorspronkelijke instellingen van de gewijzigde
effect patch worden hersteld en de wijzigingen gaan dus
verloren als u een nieuwe effect patch selecteert, terwijl
"TMP" wordt weergegeven.
De Mastering Tool Kitinstellingen opslaan (Write)
Hiermee wijst u een naam (patch-naam) toe aan de bewerkte
patch-instellingen en slaat u de instellingen op.
* U kunt patches niet opslaan tijdens de opname of weergave
van een song.
* Ga naar stap "4" als u de patch-naam niet hoeft te wijzigen.
104
5. Selecteer met de TIME/VALUE-draaiknop het nummer
waarop u de nieuwe patch wilt opslaan.
6. Zodra u de bestemming hebt gekozen, drukt u op [ENTER].
Nadat het opslaan is voltooid, keert u terug naar het
selectiescherm voor de Mastering Tool Kit.
* Tijdens het updaten verschijnt "Keep power on!" in de
bovenste regel van de display, terwijl de onderste regel
laat zien wat er wordt verwerkt.
Parameterfuncties van de Mastering Tool Kit
Algoritme
fig.04-204
=[EQ]=[BCUT]=[ENH]=[IN]=[EXP]
[COMP]=[MIX]=[LIM]=[OUT]
Equalizer
Bass Cut Filter
Enhancer
Input
Hoofdstuk 3
Expander
Compressor
Mixer
Limiter
Output
Lijst van parameters
Equalizer
On/Off
High Mid Q
OFF, ON
Deze parameter schakelt de equalizer in/uit.
Input Gain
High Type
-24 – +12 dB
Hiermee bepaalt u het globale volume voordat het signaal door de
equalizer gaat.
Low Type
SHELVG, PEAK
Hiermee kiest u het equalizer-type (shelving, peaking) voor het lage
frequentiegebied.
Low Gain
-12 – +12 dB
0,3–16,0
Dit bepaalt de helling van de frequentieresponscurve voor de
centrale frequentie van het hoge middengebied.
SHELVG, PEAK
Hiermee kiest u het equalizer-type (shelving, peaking) voor het hoge
frequentiegebied.
High Gain
-12– +12 dB
Hiermee bepaalt u de versterking/verzwakking in het hoge
frequentiegebied.
High Freq
1,4–20,0 kHz
Hiermee bepaalt u de centrale frequentie van het lage frequentiegebied.
Dit bepaalt de versterking/verzwakking in het lage frequentiegebied.
High Q
Low Freq
Dit bepaalt de helling van de frequentieresponscurve voor de centrale
frequentie van het lage gebied. (*1)
20 Hz–2,0 kHz
Hiermee bepaalt u de centrale frequentie van het lage frequentiegebied.
Low Q
0,3–16,0
Dit bepaalt de helling van de frequentieresponscurve voor de
centrale frequentie van het lage gebied. (*1)
Low Mid Gain
-12– +12 dB
Dit bepaalt de versterking/verzwakking in het lage middengebied.
Low Mid Freq
0,3–16,0
Output Gain
-24– +12 dB
Hiermee bepaalt u het globale volume na de equalizer.
(*1) De Low Q-/Hi Q-instelling is niet beschikbaar wanneer
"SHELVNG" (shelving type equalization) gekozen is bij Low
Type of High Type.
20 Hz–8,0 kHz
Hiermee bepaalt u de centrale frequentie van het lage middengebied.
Low Mid Q
0,3–16,0
Dit bepaalt de helling van de frequentieresponscurve voor de
centrale frequentie van het lage middengebied.
High Mid Gain
-12– +12 dB
Dit bepaalt de versterking/verzwakking in het hoge middengebied.
High Mid Freq
20 Hz–8,0 kHz
Hiermee bepaalt u de centrale frequentie van het hoge middengebied.
105
Parameterfuncties van de Mastering Tool Kit
Bass Cut Filter
Expander
Deze filter haalt ongewenste laagfrequente ruis weg (bv. ploffen).
Dit effect vergroot het dynamisch bereik met een vaste verhouding.
On/Off
On/Off
OFF, ON
Hiermee schakelt u de bass cut filter in/uit.
Freq
OFF, ON
Hiermee schakelt u de Expander in/uit.
20 Hz–2,0 kHz
Hier stelt u de frequentie in die de ploffende of andere ongewenste
laagfrequente geluiden bevat, die u wil verwijderen.
Dit maakt het geluid levendiger, door bepaalde geluiden op de
voorgrond te plaatsen.
OFF, ON
Deze parameter schakelt het enhancer-effect in/uit.
Sens
0–100
Hiermee bepaalt u de gevoeligheid van het enhancer-effect.
Freq
1,0–10,0 kHz
Hier bepaalt u bij welke frequentie het enhancer-effect in werking
treedt.
Mix Lvl
-24– +12 dB
-80–0 dB
Dit is het volume waarbij de Expander voor het lage frequentiegebied
in werking treedt.
Lo Ratio
Enhancer
On/Off
Lo Thres
1:1.00–1:16.0, 1:INF
Dit bepaalt de verhouding waarmee de output van het lage
frequentiegebied toeneemt wanneer het input-niveau onder het
Lo Threshold-niveau zakt.
Lo Attack
0–100 ms
Dit bepaalt na hoeveel tijd de lower-range expander in werking
treedt nadat het input level onder het Lo Threshold-niveau is gezakt.
Lo Release
50–5000 ms
Dit bepaalt hoelang de lower-range expander nog blijft nawerken
wanneer het input level weer boven het Lo Threshold-niveau komt.
Mid Thres
-80–0 dB
Dit is het volume waarbij de expander voor het middengebied in
werking treedt.
Hiermee bepaalt u het volume van het effectgeluid.
Mid Ratio
Input
Dit bepaalt de verhouding waarmee de output van het middengebied
toeneemt wanneer het input-niveau onder het Middle Thresholdniveau zakt.
Hiermee splitst u het originele geluid op in drie frequentiegebieden:
low, mid en high.
Gain
-24– +12 dB
Hiermee bepaalt u het algemene volume voordat het signaal door
de expander/compressor gaat.
Dly Time
0–10 ms
Mid Attack
1:1.00–1:16.0, 1:INF
0–100 ms
Dit bepaalt na hoeveel tijd de mid-range expander in werking treedt
nadat het input-niveau onder het Middle Threshold-niveau is gezakt.
Mid Release
50–5000 ms
Dit bepaalt hoelang de mid-range expander blijft nawerken wanneer
het input-niveau weer boven het Middle Threshold-niveau komt.
Hiermee bepaalt u hoeveel het input-signaal vertraagd wordt.
Hi Thres
SplitL
Dit is het volume waarbij de expander voor het hoge frequentiegebied in werking treedt.
20–800 Hz
Dit is de frequentie (bij de lage tonen) die de grens vormt tussen het
lage en het middenfrequentiegebied.
SplitH
1,6–16,0 kHz
Dit is de frequentie (bij de hoge tonen) die de grens vormt tussen het
midden- en het hoge frequentiegebied.
Hi Ratio
-80–0 dB
1:1.00–1:16.0, 1:INF
Dit bepaalt de verhouding waarmee de output van het hoge
frequentiegebied toeneemt wanneer het input-niveau onder
het Hi Threshold-niveau zakt.
Hi Attack
0–100 ms
Dit bepaalt na hoeveel tijd de upper-range expander in werking treedt
nadat het input-niveau onder het Hi Threshold-niveau is gezakt.
Hi Release
50–5000 ms
Dit bepaalt hoe lang de upper-range expander blijft nawerken
wanneer het input-niveau weer boven het Hi Threshold-niveau komt.
106
Parameterfuncties van de Mastering Tool Kit
Compressor
Mixer
Dit effect comprimeert het algemene output-signaal wanneer het
input-niveau een bepaalde waarde overschrijdt.
Hiermee bepaalt u het volume van iedere frequentieband.
On/Off
OFF, ON
Hiermee bepaalt u het volume van de lage frequentieband nadat het
signaal door de expander en compressor is gepasseerd.
-24–0 dB
Mid Level
Deze parameter schakelt het compressor-effect in/uit.
Lo Thres
Lo Level
-80– +6 dB
-80– +6 dB
Hier bepaalt u bij welk volume de lower-range compressor in
werking treedt.
Hiermee bepaalt u het volume van de midden-frequentieband nadat
het signaal door de expander en compressor is gepasseerd.
Lo Ratio
Hi Level
1:1.00–1:16.0, 1:INF
-80– +6 dB
Hiermee bepaalt u het volume van de hoge frequentieband nadat het
signaal door de expander en compressor is gepasseerd.
Lo Attack
Limiter
0–100 ms
Dit bepaalt na hoeveel tijd de lower-range compressor in werking
treedt wanneer het input-niveau het Lo Threshold-niveau overschrijdt.
Dit onderdrukt hoge signaalniveaus om vervorming te voorkomen.
Lo Release
On/Off
50–5000 ms
OFF, ON
Dit bepaalt hoe lang de lower-range compressor blijft nawerken wanneer het input-niveau weer onder het Lo Threshold-niveau is gezakt.
Hiermee schakelt u de limiter in/uit.
Mid Thres
Stel deze parameter in volgens het input-signaal van uw bas.
-24–0 dB
Hier bepaalt u bij welk volume de mid-range compressor in werking
treedt.
Mid Ratio
1:1.00–1:16.0, 1:INF
Hier bepaalt u volgens welke verhouding de output van de middenfrequenties onderdrukt wordt wanneer het input-niveau het Middle
Threshold-niveau overschrijdt.
Mid Attack
Thres
Attack
Release
0–100 ms
Mid Release
Hier maakt u instellingen voor de globale output.
50–5000 ms
Dit bepaalt hoelang de mid-range compressor nog blijft nawerken
wanneer het input-niveau weer onder het Middle Threshold-niveau
is gezakt.
-24–0 dB
Hier bepaalt u bij welk volume de upper-range compressor in
werking treedt.
1:1.00–1:16.0, 1:INF
Hier bepaalt u volgens welke verhouding de output van de hoge
frequenties wordt onderdrukt, wanneer het input-niveau het Hi
Threshold-niveau overschrijdt.
Hi Attack
50–5000 ms
Dit bepaalt hoe lang de limiter nog blijft nawerken wanneer het
input-niveau weer onder dremplewaarde is gezakt.
Output
Hi Ratio
0–100 ms
Dit bepaalt na hoeveel tijd de limiter in werking treedt wanneer het
input-niveau de drempelwaarde (threshold) overschrijdt.
Dit bepaalt na hoeveel tijd de mid-range compressor in werking treedt
wanneer het input-niveau het Middle Threshold-niveau overschrijdt.
Hi Thres
-24–0 dB
Level
-80– +6 dB
Hier bepaalt u het volume van het globale geluid, nadat het signaal
door de limiter is gepasseerd.
Soft Clip
Off, On
Dit onderdrukt merkbare vervorming die optreedt wanneer het
compressor/limiter-effect zwaar gebruikt wordt.
Dither
OFF, 24–8 BIT
Deze parameter zorgt ervoor dat het wegvallen van bepaalde
geluiden niet te sterk opvalt.
0–100 ms
Dit bepaalt na hoeveel tijd de upper-range compressor in werking
treedt wanneer het input-niveau het Hi Threshold-niveau overschrijdt.
Hi Release
50–5000 ms
Dit bepaalt hoe lang de upper-range compressor blijft nawerken
wanneer het input-niveau weer onder het Hi Threshold-niveau is
gezakt.
*
Bij de compressor wordt het niveau automatisch optimaal ingesteld
volgens de threshold- (Thres) en ratio- (Ratio) instellingen.
Bovendien, omdat het verlengen van de attack-instelling vervorming
kan veroorzaken, is er een buffer (marge) van -6 dB voorzien. Pas het
mixer-niveau aan zoals nodig.
107
Hoofdstuk 3
Hier bepaalt u volgens welke verhouding de output van de lage
frequenties onderdrukt wordt wanneer het input-niveau het
Lo Threshold-niveau overschrijdt.
De loop-effecten/Track EQ gebruiken
Deze paragraaf bevat uitleg over hoe de verschillende
parameters voor de loop-effecten (chorus/delay/doubling/
reverb) kunnen worden gewijzigd.
Als u REV gebruikt
Selecteer "HALL" of "ROOM".
fig.01-703d
Raadpleeg “Loop effect-parameterfuncties” (p. 111) voor
meer informatie over loop-effecten.
Loop-effecten hebben geen "patches". Loop-effectinstellingen
worden samen met de songdata opgeslagen.
Houd [STOP] ingedrukt, en druk op [REC] als u de
instellingen in de geselecteerde song wilt opslaan.
4. Als u de instellingen van het geselecteerde effect wilt
wijzigen, drukt u op CURSOR [ ] [ ] om de
parameter te selecteren. Vervolgens wijzigt u de
instelling met de TIME/VALUE-draaiknop.
fig.01-704d
Het loop-effect selecteren
* U kunt chorus, delay en doubling niet gelijktijdig gebruiken.
U moet er één kiezen.
1. Druk op [LOOP EFFECTS].
2. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "CHO/DLY"
of "REV" te zetten en druk op [ENTER].
fig.01-701d
Raadpleeg “Loop effect-parameterfuncties” (p. 111) voor een
beschrijving van de parameters voor elk effect.
5. Als u klaar bent met instellen, drukt u meermaals op
[EXIT] om naar het Play-scherm terug te keren.
Doubling
Als u het gitaargeluid op de achtergrond over links en
rechts wilt uitspreiden, neem dan dezelfde gitaarpartij
op twee verschillende sporen op en pan het geluid
respectievelijk links en rechts. Dit noemen we "doubling".
Door het "DBLN" loop-effect te gebruiken, kunt u zelfs
van een enkel spoor een gedubbeld effect maken, zodat
u de sporen efficiënter kunt gebruiken.
3. Druk op CURSOR [ ] [ ] totdat "FX Type" of "Type"
wordt weergegeven, en draai vervolgens aan de TIME/
VALUE-draaiknop om het loop-effect te selecteren.
Als u CHO/DLY gebruikt.
Kies uit "CHORUS", "DELAY" of "DBLN" (doubling).
fig.01-702d
108
* Pan het spoor volledig naar links of rechts en verhoog het
niveau voor het doubling-effect, als u het doubling-effect
wilt benadrukken. Volg daarnaast de volgende procedure
om het verstuurniveau te verhogen.
De loop-effecten/Track EQ gebruiken
Aanpassen hoe het loopeffect wordt toegepast
In wat volgt leggen we uit hoe u het volume van de signalen
die door elk spoor worden verstuurd, naar de loop-effecten
(Send Level) kunt wijzigen, evenals de mate waarin de loopeffecten worden toegepast.
Als u op CURSOR [ ] drukt, verschijnt het scherm waar
u het verstuurniveau van de input-bron kunt instellen.
Als u op CURSOR [ ] drukt, verschijnt het scherm waar
u het verstuurniveau van de Rhythm kunt instellen.
fig.01-708d
1. Druk op [LOOP EFFECTS].
fig.01-709d
fig.01-705d
Zet de cursor op "In Send" om het verstuurniveau van de
input-bron aan te passen. Zet de cursor op "Rhy Send"
om het verstuurniveau van de Rhythm aan te passen.
Stel de gewenste waarde voor deze instelling in met de
TIME/VALUE-draaiknop.
5. Nadat het verstuurniveau is aangepast, drukt u meermaals op [EXIT] om naar het Play-scherm terug te keren.
3. Druk op CURSOR [ ] [ ] om het scherm te
selecteren waarin u het verstuurniveau van elk
spoor kunt instellen.
Als u CHO/DLY gebruikt
fig.01-706d
U kunt elke keer dat [LOOP EFFECTS] wordt ingedrukt, in de
volgende volgorde schakelen tussen verschillende vensters.
Loop Effects-selectiescherm → Send Level-scherm →
Type-scherm → Play-scherm
Als u REV gebruikt
fig.01-707d
4. Gebruik [CURSOR] en de TIME/VALUE-draaiknop
om het verstuurniveau van elk spoor aan te passen.
* Als u op een REC TRACK-toets drukt, gaat de cursor naar het
spoor dat bij de ingedrukte toets hoort.
109
Hoofdstuk 3
2. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op
"CHO/DLY" of "REV" te zetten en druk op [ENTER].
De loop-effecten/Track EQ gebruiken
De Track EQ instellen
In deze alinea leest u hoe u de Track EQ-instellingen
(parameters) kunt bewerken.
Voor een meer uitgebreide beschrijving van Track EQ
raadpleegt u “Track EQ-parameterfuncties” (p. 112).
Track EQ heeft geen "patches". Loop effect-instellingen
worden samen met de songdata opgeslagen.
Houd [STOP] ingedrukt, en druk op [REC] als u de
instellingen in de geselecteerde song wilt opslaan.
1. Druk op [PAN/EQ].
2. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "EQ"
te zetten en druk op [ENTER].
fig.01-711d
3. Gebruik CURSOR [ ] [ ] en de TIME/VALUEdraaiknop om de EQ van elk spoor aan/uit te zetten.
* Als u op een REC TRACK-toets drukt, gaat de cursor naar het
spoor dat bij de ingedrukte toets hoort.
4. Druk als u de EQ-instellingen wilt wijzigen, meermaals op CURSOR [
] om het parameterscherm
weer te geven, en verander vervolgens de waarde van
de instellingen met de TIME/VALUE-draaiknop.
fig.01-712d
5. Als u de waarden hebt ingesteld, drukt u meermaals op
[EXIT] om naar het Play-scherm terug te keren.
110
Loop effect-parameterfuncties
Lijst van parameters
CHORUS/DELAY/DBLN (Doubling)
REVERB
Hier kiest u tussen het chorus-, delay- en doubling-effect.
Galm (of reverb) is het effect dat veroorzaakt wordt door
geluidsgolven die wegsterven in een akoestische ruimte, of een
digitale simulatie daarvan. Dit wegsterven wordt veroorzaakt
doordat geluidsgolven op een complexe manier terugkaatsen van
muren, plafonds, voorwerpen, enz. Deze weerkaatsingen,
gecombineerd met absorptie door diverse voorwerpen, spreiden de
akoestische energie over een bepaalde tijdsduur (nl. de decay time).
Het oor neemt dit verschijnsel waar als een continue golf van geluid.
FX Type
Hiermee kiest u het effecttype.
CHORUS:
Er wordt een geluid met lichtjes verschoven toonhoogte toegevoegd
aan het directe geluid, wat een dikkere en bredere klank geeft.
Dit geeft een dikkere sound door een geluid met vertraging aan het
directe geluid toe te voegen.
DBLN:
Door het geluid met een geringe vertraging aan het directe geluid toe te
voegen, wekt u de indruk dat meerdere geluidsbronnen samen klinken
(een "doubling" effect). Het vertraagde geluid wordt uitgestuurd van de
kant tegengesteld aan de panning van het weergavespoor.
Rate
0–100
ROOM:
Simuleert de galm in een klein vertrek.
HALL:
Simuleert de galm in een concertzaal.
0,1–10,0
Tone
-12– +12
Hiermee regelt u de toon.
0–100
Hiermee regelt u de diepte van het chorus-effect.
Pre Dly
Hier kiest u het reverb-type.
Deze parameter bepaalt de (tijds)duur van de reverb.
Hiermee bepaalt u de snelheid van het chorus-effect.
Depth
Type
Rev Time
■ Als "CHORUS" is geselecteerd
Hoofdstuk 3
DELAY:
E.Level
0–100
Hiermee regelt u het volume van het reverb-geluid.
0,5–50,0 ms
Hiermee bepaalt u het tijdsinterval tussen het moment dat het
directe geluid wordt uitgestuurd en het moment dat het effectgeluid
wordt uitgestuurd.
E.Level
0–100
Hiermee regelt u het volume van het effectgeluid.
■ Als "DELAY" is geselecteerd
Dly Tme
10–1000 ms
Deze parameter bepaalt de delay time (d.w.z. hoeveel het geluid
vertraagd wordt).
Feedback
0–100
Deze parameter bepaalt de hoeveelheid feedback. Als u de hoeveelheid feedback wijzigt, zal ook het aantal herhalingen van het delaygeluid veranderen.
E.Level
0–100
Hiermee regelt u het volume van het delay-geluid.
Rev Send
0–100
Hiermee regelt u het volume van de reverb die op het delay-geluid
wordt toegepast.
■ Als "DBLN" is geselecteerd
Dly Tme
0,5–50,0 ms
Deze parameter bepaalt de delay time (d.w.z. hoeveel het geluid
vertraagd wordt).
E.Level
0–100
Hiermee regelt u het volume van het delay-geluid.
111
Track EQ-parameterfuncties
Lijst van parameters
Dit is een 2-band equalizer die voor ieder spoor onafhankelijk werkt.
Als u de equalizer bijstelt terwijl u het geluid beluistert, kunt
u een klikkend geluid horen. Dit is geen defect. Als u dit
geluid storend vindt, regel dan de equalizer terwijl het
geluid niet speelt.
On/Off
OFF, ON
Deze parameter schakelt de equalizer in/uit.
LoG
-12– +12 dB
Hiermee regelt u de gain (-12 tot +12 dB) voor de low-range
equalizer (shelving-type).
LoF
40 Hz–1,5 kHz
Hiermee bepaalt u de centrale frequentie (40Hz tot 1.5 kHz) voor de
low-range equalizer (shelving-type).
HiG
-12 – +12 dB
Hiermee regelt u de gain (-12 tot +12 dB) voor de high-range
equalizer (shelving type).
HiF
500 Hz–18 kHz
Hiermee bepaalt u de centrale frequentie (500 Hz tot 18 kHz) voor de
high-range equalizer (shelving type).
112
De zangtoon corrigeren (Pitch correction)
Pitch correction
"Pitch correction" of tooncorrectie gebruiken we voor een groep effecten die dienen om in opgenomen zangpartijen toonhoogtefouten te corrigeren. In vergelijking met gitaren, piano’s en overige muziekinstrumenten produceert een menselijke stem over
het algemeen een relatief instabiele toon. Als er een onvoorbereide vocalist wordt opgenomen kan dit voor flink wat problemen
zorgen, zoals valse noten of een slechte geluidskwaliteit.
Wanneer u de pitch correction-functie van de BR-900CD op de juiste manier gebruikt, zullen uw zangsporen altijd fantastisch klinken.
Make-up van de pitch correction
De pitch correction en de audiosporen worden als volgt met elkaar verbonden.
fig.35-01
Chorus / Delay
Send
CHORUS/
DELAY
L
R
MIX
Track Pan
Track
PITCH
CORRECTION
L
R MIX
EQUALIZER
REVERB
L MIX
R
Reverb Send
Pitch correction patches
Bij pitch correction kunt u instellen hoe het effect wordt toegepast en deze instellingen vervolgens opslaan. Een groep van
dergelijke instellingen wordt een patch genoemd.
Bij aankoop zijn er in totaal 5 pitch correction patches (dus preset patches) in de BR-900CD opgeslagen. Daarnaast kunt u 5 song
patches instellen voor gebruik bij een specifieke song.
Voorzorgsmaatregelen bij het gebruik van pitch correction
• Wanneer u de pitch correction-functie gebruikt, kunt u de insert-effecten en de Mastering Tool Kit niet gebruiken.
• De pitch correction is bedoeld voor gebruik met opgenomen zangsporen en kan niet op input-bronnen of de Master-output
worden toegepast.
• U kunt deze effecten niet alleen op zang maar ook op andere solo-uitvoeringen toepassen. Vanwege het fundamentele
verschil tussen de karakteristieken van een menselijke stem en die van muziekinstrumenten is het echter onwaarschijnlijk
dat dit het gewenste resultaat heeft.
• In de volgende situaties kan pitch correction problemen hebben om de juiste toonhoogte op te sporen, waardoor een normale
werking niet mogelijk is.
-
Als er andere geluiden in de solo zangpartij zijn gemengd.
Als het volume van de zangpartij extreem hard of zacht is.
*
Als de zangpartij veel sisklanken bevat of erg "ademig" is (bijvoorbeeld als de zanger fluistert of een hese stem heeft).
Als de zangpartij een overmatige hoeveelheid verschillende tonen bevat (zoals een snel, diep vibrato of snelle spraak).
Als de partij wordt gezongen met een erg lage stem, die veel harmonieën heeft.
Als de BR-900CD geregeld fouten maakt bij het opsporen van de toonhoogte, wijzigt u de "Type"-instelling van de pitch correctionfunctie. In sommige gevallen vermindert dit het aantal onjuiste opsporingen.
113
Hoofdstuk 3
Dit effect is bedoeld voor gebruik bij de weergave van opgenomen audiosporen en kan niet op input-bronnen worden toegepast.
De zangtoon corrigeren (Pitch correction)
De pitch correction gebruiken
Laten we de pitch correction-functie van de BR-900CD
gebruiken om een aantal fouten in een solo zangpartij weg te
zuiveren.
Met deze functie kunnen we tonen in realtime en in
eenheden van een halve toon corrigeren.
1. Neem voor u tooncorrectie toepast een zangspoor op.
2. Druk meermaals op [REC MODE] totdat de BOUNCEindicator oplicht.
De BR-900CD schakelt nu over op de bounce-functie.
3. Druk op [PITCH CORRECTION].
Deze toets gaat branden om aan te geven dat de tooncorrectie ingeschakeld is.
Het selectiescherm voor de pitch correction patch
verschijnt.
fig.35-06d
8. Druk op een spoortoets om het spoor waarop u de
gecorrigeerde zang wilt opnemen te selecteren.
De spoortoets wordt rood en begint te knipperen om aan
te geven dat het spoor als opnamespoor is geselecteerd.
9. Zet de faders van alle sporen behalve het spoor met de
zang opname helemaal omlaag.
Merk op dat dit ook van toepassing is op de Rhythm-fader.
10. Druk op [ZERO] om naar het begin van de song te
verspringen, en druk vervolgens op [REC].
[REC] wordt rood en begint te knipperen. Dit geeft aan
dat de BR-900CD nu klaar is voor opname.
11. Druk op [PLAY].
Beide toetsen [PLAY] en [REC] zullen oplichten, en de
opname wordt gestart. De solopartij wordt afgespeeld en
de onjuiste tonen worden gecorrigeerd. Tegelijkertijd
wordt de gecorrigeerde partij op het geselecteerde spoor
opgenomen.
12. Druk op [STOP] op het punt waar u de opname wilt
beëindigen.
De BR-900CD stopt nu de weergave.
13. Druk op [ZERO] om nogmaals naar het begin van de
song te verspringen, en start vervolgens de weergave
van het opgenomen spoor.
4. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "LOCAT"
te zetten en druk op [ENTER].
fig.35-08d
5. Selecteer met de TIME/VALUE-draaiknop het spoor
met de opgenomen zangpartij.
U kunt uit de volgende sporen kiezen:
Sporen 1 t/m 6, Sporen 7/8
6. Start de weergave op de BR-900CD.
De tonen van de zang worden tijdens het afspelen
gecorrigeerd. Beluister de part om er zeker van te zijn
dat hij nu volledig zuiver is, en gebruik de spoorfader
om, indien nodig, het volume van de part aan te passen.
Druk op [STOP] om het afspelen te beëindigen.
7. Gebruik [CURSOR] om de cursor op het patch-nummer
te zetten en selecteer een patch met de TIME/VALUEdraaiknop.
“Lijst van Pitch Correction patches” (p. 205)
114
Zet de fader van het spoor dat de oorspronkelijke zang
bevat helemaal omlaag, en verhoog de fader van het
spoor naar een geschikt niveau. Tijdens het beluisteren
van de gecorrigeerde part kunt u besluiten of u over de
correcties wel of niet tevreden bent.
Als u niet tevreden bent over de manier waarop de zangpartij
werd gecorrigeerd, gebruikt u undo (p. 57) om de opname
ongedaan te maken.
14. Wanneer het instellen voltooid is, drukt u meermaals
op [EXIT] om terug te keren naar het Play-scherm.
De zangtoon corrigeren (Pitch correction)
De correctiemethode voor zang
instellen (Pitch Correction Edit)
Elk van de voorgeprogrammeerde patches 1 tot en met 5
gebruiken een iets andere methode om tonen te corrigeren.
Normaliter is het voldoende om de patch die u het beste
vindt, te selecteren. Als u echter met geen van deze patches
een gunstig resultaat bereikt, kunt u de pitch correctioninstellingen wijzigen om uw eigen patch te creëren.
2. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "EDIT"
te zetten en druk op [ENTER].
Het Pitch Correction Edit-scherm verschijnt.
3. Gebruik [CURSOR] om de cursor op de te wijzigen
instelling te zetten en selecteer een nieuwe waarde met
de TIME/VALUE-draaiknop.
fig.35-05d
Het selectiescherm voor de pitch correction patch verschijnt.
fig.35-06d
5. Om de gewijzigde instellingen op te slaan, volgt u de
procedure "De pitch correction-instellingen opslaan
(Write)" hieronder.
De pitch correctioninstellingen opslaan (Write)
Aangepaste pitch correction-instellingen kunt u bewaren
door ze onder een nieuwe patch-naam op te slaan.
* U kunt patches niet opslaan tijdens de opname of weergave
van een song.
* Ga naar stap "4" als u de patch-naam niet hoeft te wijzigen.
1. Druk in het selectiescherm voor de pitch correction
patch op CURSOR [ ] om de cursor op "NAME"
te zetten, en druk op [ENTER].
Type LO.MALE, HI.MALE, LO.FEML, HI.FEML
Stel deze parameter zo in dat hij met het stemtype van de
oorspronkelijke zang overeenkomt. Als deze parameter niet
goed wordt ingesteld, is het waarschijnlijker dat er bij het
opsporen en corrigeren van de toon problemen optreden.
Het Patch Name Setting-scherm verschijnt.
fig.35-11d
LO.MALE (Low Male)
Selecteer deze instelling voor een lage mannenstem.
HI.MALE (High Male)
Selecteer deze instelling voor een hoge mannenstem.
2. Gebruik CURSOR [ ] [ ] en de TIME/VALUEdraaiknop om de patch-naam in te voeren.
LO.FEML (Low Female)
Selecteer deze instelling voor een lage vrouwenstem.
* Druk op [ENTER] om tussen hoofd- en kleine letters te wisselen.
HI.FEML (High Female)
Selecteer deze instelling voor een hoge vrouwenstem.
* Als de BR-900CD geregeld fouten maakt bij het opsporen van
de toonhoogte, wijzigt u de "Type"-instelling. In sommige
gevallen vermindert dit het aantal onjuiste opsporingen.
Smooth
0–100
Deze instelling bepaalt hoe snel de tooncorrectie reageert op
toonhoogtewijzigingen in de originele zangpartij. Hoe hoger de
waarde, hoe langer het duurt voor de correctie wordt toegepast;
als gevolg hiervan zijn wijzigingen in toon geleidelijker.
Een lage waarde zorgt voor een snelle wijziging in toon.
3. Nadat u de gewenste instellingen en patch-naam hebt
ingevoerd, drukt u op [EXIT] om naar het Patchselectiescherm terug te keren.
4. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "WRITE"
te zetten en druk op [ENTER].
Het Write-scherm verschijnt.
fig.35-12d
Wijzigingen die te snel gebeuren, klinken artificieel.
Als de correctie echter te geleidelijk is, lijkt het soms alsof er
geen correctie werd toegepast. Voor natuurlijk klinkende
tooncorrecties, stelt u de waarde in tussen 20 en 40.
115
Hoofdstuk 3
1. Selecteer een voorgeprogrammeerde patch om uw
nieuwe patch op te baseren.
4. Druk op [EXIT]
De zangtoon corrigeren (Pitch correction)
5. Selecteer met de TIME/VALUE-draaiknop het nummer
waarop u de nieuwe patch wilt opslaan.
6. Zodra u een bestemming hebt gekozen drukt u op [ENTER].
Nadat het opslaan is voltooid, keert u terug naar het
selectiescherm voor de pitch correction patch.
* Tijdens het updaten verschijnt "Keep power on!" in de
bovenste regel van de display, terwijl de onderste regel
laat zien wat er wordt verwerkt.
Gedetailleerde pitch correctioninstellingen (Correction Event Map)
U kunt de correcties vrij uitvoeren op de gewenste
posities in de song door de correction events te in te
stellen in de volgorde waarop ze voorkomen.
De opeenvolging van correction events met de informatie
die ze bevatten, noemen we een "correction event map".
Aanvankelijk is er slechts één correction event, "AUTO",
ingevoerd aan het begin van de correction event map.
AUTO:
Na de opgegeven positie in de song worden alle toonhoogten gecorrigeerd in stappen van een halve toon.
3. Plaats met [CURSOR] de cursor op "INSERT" en druk
op [ENTER].
Er wordt een nieuw correction event ingesteld.
In de procedures die we tot nu hebben beschreven, hebben
we uitgelegd hoe u de algemene toon van een volledige song
vanaf het begin tot het einde kunt corrigeren in stappen van
een halve toon.
In de praktijk kunnen er echter situaties optreden waarbij u
enkel voor een bepaald gedeelte een correctie wilt uitvoeren
of de toon anders wilt instellen. Gebruik voor dergelijke
situaties de volgende procedure.
4. Plaats met [CURSOR] de cursor op "Time" en stel met
de TIME/VALUE-knop de begintijd van de correctie in.
fig.03-368d
1. Schakel eerst over op de BOUNCE-functie en selecteer
de patch twaarop u de tooncorrectie wilt toepassen.
Noot
Tijd
Smth
(Correctiesnelheid)
2. Plaats met [CURSOR] de cursor op "P.MAP" in het
selectiescherm voor de pitch correction patch en druk
op [ENTER].
Het Correction Event Map-scherm verschijnt.
fig.03-366d
U kunt de tijd van het correction event aan het begin van de
song niet wijzigen.
5. Plaats met [CURSOR] de cursor op "Note" en stel met de
TIME/VALUE-draaiknop de toon in die u wilt corrigeren.
In het Correction Event Map-scherm kunt u zowel de tijd
waarop de toonhoogtecorrectie moet starten, als de
toonhoogte opgeven.
Deze tijds- en toonhoogtedata samen noemen we een
"correction event".
Note:
OFF
Er wordt geen correctie uitgevoerd na de opgegeven
positie in de song. De song wordt weergegeven met de
originele toonhoogte.
fig.03-367
Toonhoogte
Startpositie
tooncorrectie
AUTO
Na de opgegeven positie in de song worden alle tonen
gecorrigeerd in stappen van een halve toon.
Startpositie
volgende event
Correctietoonhoogte
C, C#, –A#, B
De uitvoering na de opgegeven positie in de song wordt
aangepast volgens de opgegeven toon.
Zangtoon
Tijd
116
De referentietoon voor NOTE wordt bepaald door de referentietoon
van het stemapparaat. Raadpleeg “De referentietoon instellen” (p. 189).
De zangtoon corrigeren (Pitch correction)
6. Plaats met [CURSOR] de cursor op "Smth" en stel de
correctiesnelheid in.
Smth (Smooth)
-100–+100
De waarde die u hier instelt, wordt toegevoegd aan de
waarde voor de "Smooth"-patchparameter (p. 115).
U kunt een Correction Event Map slechts voor één song
bewaren. Zelfs als u de patch met de tooncorrectie verandert,
blijft de Correction Event Map ongewijzigd.
Wanneer u de waarde op "0" instelt, verloopt de correctie
volgens de snelheid ingesteld in de "Smooth"-parameter
van de patch.
Hoofdstuk 3
De correctie wordt sneller uitgevoerd naarmate de waarde
lager is in vergelijking met de waarde van de patch, terwijl
de correctie zachter wordt uitgevoerd naarmate de waarde
stijgt ten opzichte van de patch-waarde.
Stel deze waarde in zodat de som zich tussen 0 en 100
bevindt. Er wordt geen effect bereikt als de resulterende
waarde kleiner is dan 0 of groter dan 100.
7. Plaats met [CURSOR] de cursor op "INSERT" en druk
op [ENTER].
Er wordt een volgend nieuw correction event ingesteld.
8. Plaats met [CURSOR] de cursor op "TIME" en stel met
de TIME/VALUE-knop de eindtijd van de correctie in.
fig.03-368d
Noot
Tijd
Smth
(Correctiesnelheid)
9. Plaats met [CURSOR] de cursor op "NOTE" en zet op "OFF".
10. Laat de Recorder de song vanaf het begin weergeven.
De correctie wordt eerst toegepast op de positie in de
song die werd gedefinieerd in stap 4, waarbij de
correctie eindigt op de positie gedefinieerd in stap 8.
11. Om onnodige correction events te verwijderen zet u de
cursor op de event en drukt u op [DELETE/MUTE].
Het correction event wordt verwijderd.
Het correction event aan het begin van een song kunt u niet
verwijderen. Als u dit correction event niet meer nodig hebt,
zet u de functie gewoon op "OFF" in plaats van de event te
verwijderen.
12. Herhaal stappen 3–11 volgens uw behoefte om het
bereik in te stellen.
13. Wanneer het instellen voltooid is, drukt u meermaals
op [EXIT] om terug te keren naar het Play-scherm.
117
MEMO
118
Hoofdstuk 4
Rhythm
gebruiken
119
Rhythm gebruiken
"Rhythm" is een specifiek ritmespoor dat niet alleen weerklinkt als begeleiding tijdens opname, maar dat u ook kunt
gebruiken om zowel interne als zelfgemaakte ritmepatronen
weer te geven, en om deze patronen weer te geven of op te
nemen als uw eigen ritmische uitvoeringen.
E (Ending)
Deze muziekpatronen komen aan het einde van een song.
Songpatronen (S001–S100)
Rhythm heeft twee functies: pattern en arrangement.
Van deze patronen kunt u de data overschrijven. Bovendien
kunt u voor elke song tot 100 verschillende patronen op
geheugenkaarten opslaan.
Pattern (patroonfunctie)
fig.03-101a
Song
Preset
Pattern
Arrangement (arrangementfunctie)
U kunt bestaande arrangementen uitvoeren en uw eigen
arrangementen maken.
De patronen
Dit zijn frasen van drumuitvoeringen met een lengte van één
tot verscheidene maten.
Geheugenkaart
BR-900CD
U kunt bestaande patronen uitvoeren en eigen patronen maken.
Song
Pattern
De arrangementen
Arrangementen zijn opeenvolgingen van patronen, die in de
volgorde waarin ze zijn uitgevoerd, gerangschikt zijn en
waarvan het tempo is ingesteld.
fig.03-102
Soorten patronen
Intro
Couplet
Fill-in
Tempo: 120,0
Tempo: 110,0
Tempo: 130,0
Preset patronen (P001–P327)
Dit zijn interne patronen van de BR-900CD die gebruiksklaar
zijn. Er zijn 327 patronen, gerangschikt volgens muziekgenre,
zoals "rock" en "jazz".
* U kunt deze voorgeprogrammeerde patroondata niet wijzigen
of overschrijven.
Tot de voorgeprogrammeerde patronen behoren patronen
voor intro’s, coupletten, fill-ins en eindes (u kunt het type
nagaan door naar de tekens aan het einde van de patroonnaam te kijken).
(Voorbeeld)
ROCK1-IN (Intro)
ROCK1-V2 (Verse2)
ROCK1-V1 (Verse 1)
ROCK1-F2 (Fill 2)
ROCK1-F1 (Fill 1)
ROCK1-E (Ending)
Soorten arrangementen
Preset arrangementen (P01–P50)
Dit zijn interne arrangementen van de BR-900CD die
gebruiksklaar zijn. Er zijn 50 patronen, gerangschikt volgens
muziekgenre, zoals "rock" en "jazz".
* U kunt deze voorgeprogrammeerde arrangementdata niet
wijzigen en overschrijven.
In elk voorgeprogrammeerd arrangement (behalve Metro 4/4),
wordt er na het einde (END) een rust (BREAK) van drie maten
afgespeeld, en vervolgens wordt V1 (couplet 1) herhaaldelijk
afgespeeld.
“Lijst van preset arrangementen” (p. 206)
“Lijst van preset patronen” (p. 207)
Songarrangementen (S01–S05)
IN (Intro)
U kunt de data van deze arrangementen overschrijven.
U kunt per song tot 5 verschillende arrangementen op
geheugenkaarten opslaan.
Deze muziekpatronen komen aan het begin van een song.
V (Verse) 1 en 2
fig.03-102a
Deze muziekpatronen vormen het centrale deel van de song.
"1" zijn basispatronen en "2" zijn geavanceerdere versies van "1".
BR-900CD
F (Fill) 1 en 2
Preset
Arrangement
Deze muziekpatronen worden als frasen gebruikt om de
verschillende delen van een song te verbinden. U kunt "1"
of "2" selecteren, afhankelijk van wat er na de fill komt.
120
Geheugenkaart
Song
Song
Arrangement
Rhythm gebruiken
De Rhythm-functie veranderen
Telkens wanneer [ARRANGE/PATTERN/OFF] wordt
ingedrukt, verandert u de Rhythm-functie.
[ARRANGE/PATTERN/OFF]: brandt
(arrangementfunctie)
U kunt arrangementen uitvoeren en programmeren. Druk op
[PLAY] om de uitvoering van het arrangement te starten.
Arrangementen en patronen
uitvoeren
Arrangementen selecteren
Met deze procedure kiest u het arrangement dat met de
Rhythm moet worden weergegeven
1. Druk meermaals op [ARRANGE/PATTERN/OFF]
totdat de indicator gaat branden.
fig.03-201d
P: Preset / S: Song
Nummer Arrangementnaam
* U kunt tijdens het programmeren niet weergeven of opnemen.
[ARRANGE/PATTERN/OFF]: knippert
(patroonfunctie)
U kunt patronen uitvoeren en programmeren. Druk op
[PLAY] om de uitvoering van het patroon te starten.
[ARRANGE/PATTERN/OFF]: brandt niet
(UIT)
Rhythm wordt niet weergegeven.
2. Selecteer het arrangement.
Gebruik CURSOR [ ] [ ] en de TIME/VALUE-knop
om de Preset/Song en het nummer te selecteren.
P01-P50: voorgeprogrammeerde arrangementen 1-50
S01-S05: songarrangementen 1–5
3. Druk op [EXIT] om naar het Play-scherm terug te keren.
Rhythm-uitvoeringen opnemen
Wanneer u Rhythm-uitvoeringen wilt opnemen, moet u
opnemen (bouncen) in de Bounce-functie.
U kunt alleen de Rhythm-uitvoering opnemen door alle
faders behalve de Rhythm-fader dicht te schuiven.
Arrangementen uitvoeren
1. Zorg dat de uitvoering van de song is gestopt en druk
vervolgens meermaals op [ARRANGE/PATTERN/OFF]
totdat de indicator brandt.
fig.03-202d
Raadpleeg de “Sporen samenvoegen (Bouncing)” (p. 58)
voor instructies over bounce-opnames.
2. Selecteer een arrangement.
Gebruik CURSOR [ ] [ ] en de TIME/VALUE-knop om
de Preset/Song en het nummer te selecteren.
3. Zet de RHYTHM-fader in onderstaande stand.
fig.03-203
4. Druk op [ZERO] om de afspeelpositie weer aan het
begin van het arrangement te zetten en druk
vervolgens op [PLAY].
Het geselecteerde arrangement wordt uitgevoerd.
121
Hoofdstuk 4
* U kunt tijdens het programmeren niet weergeven of opnemen.
Rhythm gebruiken
Patronen selecteren
Hiermee selecteert u het patroon dat met de Rhythm moet
worden afgespeeld.
1. Druk meermaals op [ARRANGE/PATTERN/OFF]
totdat de indicator knippert.
fig.03-203d
P: Preset / S: Song
Nummer
Patroonnaam
Het tempo van de arrangementen of
patronen veranderen
U kunt het tempo van het weergegeven arrangement of
patroon tijdelijk wijzigen door de volgende procedure uit
te voeren, terwijl het Play-scherm wordt weergegeven.
* De tempo-instelling van het arrangement is tijdelijk
uitgeschakeld.
1. Druk op [CURSOR] en zet de cursor op "TEMPO".
2. Pas het tempo aan met de TIME/VALUE-draaiknop.
fig.03-205d
Tempo
2. Selecteer een patroon.
Gebruik CURSOR [ ] [ ] en de TIME/VALUE-knop
om de Preset/Song en het nummer te selecteren.
P001–P327:
preset patronen 1–327
S001–S100:
songpatronen 1–100
3. Druk op [EXIT] om naar het Play-scherm terug te keren.
Patronen uitvoeren
1. Zorg dat de uitvoering van de song is gestopt en druk
vervolgens meermaals op [ARRANGE/PATTERN/OFF]
totdat de indicator knippert.
fig.03-204d
* De tempowijziging is van tijdelijke aard. Raadpleeg p. 123 om
het daadwerkelijke tempo van het arrangement te wijzigen.
* Voor patronen kunt u het tempo niet opslaan.
Tikken om het tempo van patronen
of arrangementen te veranderen
U kunt het tempo van het arrangement of het patroon
tijdelijk wijzigen door de timing waarmee u op [TAP] drukt.
Tik viermaal op [TAP] om het tempo van het arrangement of
het patroon te wijzigen. De timing van uw tikken wordt het
nieuwe tempo.
fig.03-206
2. Selecteer een patroon.
Gebruik CURSOR [ ] [ ] en de TIME/VALUE-knop
om de Preset/Song en het nummer te selecteren.
3. Zet de RHYTHM-fader in onderstaande stand.
fig.03-203
* De tempowijziging is van tijdelijke aard. Raadpleeg p. 123 om
het daadwerkelijke tempo van het arrangement te wijzigen.
* Voor patronen kunt u het tempo niet opslaan.
4. Druk op [PLAY].
Het geselecteerde patroon wordt uitgevoerd.
Er wordt geen geluid afgespeeld als u "BREAK" als
patroon selecteert.
122
Originele arrangementen creëren
U kunt songarrangementen maken van max. 999 maten.
1. Zorg dat de uitvoering van de song is gestopt en druk
vervolgens meermaals op [ARRANGE/PATTERN/OFF]
totdat de indicator brandt.
Startmaat
Stel de maat in waar het patroon dat door de huidige
stap is geselecteerd, zal beginnen te spelen.
fig.03-303a
Stap 1
Stap 2
fig.03-301d
Intro
Couplet
(1 maat)
(1 maat)
Startmaat 001
002
003
Stel de startmaat in op “3” in stap 2
Stap 1
Stap 2
Intro
Couplet
(2 maten)
2. Gebruik CURSOR [ ] [ ] en de TIME/VALUEdraaiknop om het arrangementnummer te selecteren.
3. Druk op [EDIT].
Het Arrangement Edit-scherm verschijnt.
fig.03-302d
Startmaat 001
(1 maat)
003
002
* De startmaat voor stap 1 is altijd op "001" ingesteld.
Dit kan niet worden gewijzigd.
* U kunt een maat die samenvalt of eerder komt dan de startmaat voor de vorige stap, niet als startmaat instellen.
Patroonnummer
Selecteer het patroon. Stel de patronen voor elke step in
zoals in onderstaande figuur.
4. Druk op [CURSOR] om de cursor op "STEP" te zetten
en druk op [ENTER].
fig.03-304
Stap 1
Het Recording Standy-scherm verschijnt.
* U kunt vanuit het Recording Standby-scherm voor
arrangementen niet naar andere schermen gaan (behalve naar
het Drum Kit-selectiescherm).
fig.03-303d
Stap
Patroonnummer
Startmaat
Tijdsignatuur
Stap 2
Stap 3
Intro
Couplet
(2 maten)
Tempo: 120,0
(1 maat)
(1 maat)
Tempo: 110,0 Tempo: 110,0
Startmaat 001
003
Fill-in
004
* Als een arrangement vanuit het Play-scherm wordt afgespeeld,
speelt het helemaal tot het einde. Vervolgens wordt de uitvoering
van het patroon dat in de laatste stap is ingesteld, herhaald.
Als u het voorgeprogrammeerde patroon "P327 BREAK" als laatste
stap instelt, kunt u zo herhaaldelijk een rust laten afspelen, zodat
het lijkt alsof de uitvoering van het arrangement is afgelopen.
fig.03-304a
Stap 1
Intro
Tempo
Patroonnaam
Informatie over de uitvoering verschijnt in de matrixweergave onderaan op de display.
5. Druk op [CURSOR] om de cursor op "Step" te zetten.
Draai vervolgens aan de TIME/VALUE-draaiknop om de
te bewerken stap te selecteren.
* U kunt op [REW] drukken om direct naar de voorgaande stap
te gaan of op [FF] om naar de volgende stap te gaan.
6. Druk op [CURSOR] om de cursor op de te wijzigen
parameter te zetten. Draai nu aan de TIME/VALUEdraaiknop om de waarde van de instelling te wijzigen.
* Als u het geluid van het patroon in de geselecteerde stap wilt
beluisteren, drukt u hier op [PLAY].
Stap 2
Stap **
Stap **
Couplet
Einde
P327
BREAK
Time Signature
Stel de maatslag in van het patroon dat voor de huidige
stap is geselecteerd.
Tempo
Stel het tempo in van het patroon dat voor de huidige
stap is geselecteerd.
Geldige instellingen: 25,0–250,0
7. Druk meermaals op [EXIT] als u klaar bent met het
maken van het arrangement.
Het Play-scherm wordt weer weergegeven en het
arrangement wordt opgeslagen.
* Tijdens het updaten verschijnt "Keep power on!" in de
bovenste regel van de display, terwijl de onderste regel
laat zien wat er wordt verwerkt.
123
Hoofdstuk 4
* U kunt een maat die voorbij de startmaat van de volgende stap
valt, niet als startmaat instellen.
Originele arrangementen creëren
Een stap invoegen
1. Zorg dat de uitvoering van de song is gestopt en druk
vervolgens meermaals op [ARRANGE/PATTERN/OFF]
totdat de indicator brandt.
Volg onderstaande procedure om een nieuwe stap op de
plaats van de huidige stap in te voegen.
2. Druk op [EDIT].
fig.03-305
Het Arrangement Edit-scherm verschijnt.
Couplet
3. Druk op [CURSOR] om de cursor op "STEP" te zetten
en druk op [ENTER].
Insert
Stap 1
Stap 2
Stap 3
Intro
Couplet
Fill-in
Stap 1
Stap 2
Stap 3
Stap 4
Intro
Couplet
Couplet
Fill-in
Het Recording Standby-scherm verschijnt.
4. Stel met [CURSOR] en de TIME/VALUE-draaiknop
de te verwijderen stap in.
fig.03-308d
* De parameterwaarde van de ingevoegde stap is hetzelfde als die
van de stap waarop u zich richt.
1. Stop de uitvoering van de song en druk meermaals op
[ARRANGE/PATTERN/OFF] tot de indicator brandt.
2. Druk op [EDIT].
Het Arrangement Edit-scherm verschijnt.
5. Druk meermaals op CURSOR [ ] om de cursor op
"ERASE" te zetten en druk op [ENTER].
3. Druk op [CURSOR] om de cursor op "STEP" te zetten
en druk op [ENTER].
Druk meermaals op CURSOR [ ] om de opdracht te
annuleren. U keert terug naar het Arrangement Edit-scherm.
Het Recording Standby-scherm verschijnt.
4. Selecteer met [CURSOR] en de TIME/VALUE-knop
de plaats (stap) waar u de data wilt invoegen.
Als u op [ENTER] drukt verschijnt de boodschap "Erase!"
op de display. Vervolgens keert u terug naar het Recording
Standby-scherm.
fig.03-306d
Arrangementen een naam geven
U kunt de naam van een geselecteerd arrangement bewerken.
* U kunt max. acht tekens gebruiken voor de naam van arrangementen.
1. Druk meermaals op [ARRANGE/PATTERN/OFF]
totdat de indicator gaat branden.
5. Druk meermaals op CURSOR [ ] om de cursor op
"INSERT" te zetten en druk op [ENTER].
Als u de opdracht wilt annuleren, drukt u op CURSOR [
U keert terug naar het Arrangement Edit-scherm.
].
Als u op [ENTER] drukt, verschijnt de "Insert!" op de
display. Vervolgens keert u terug naar het Recording
Standby-scherm.
2. Druk op [EDIT].
3. Druk meermaals op CURSOR [ ] om de cursor op
"NAME" te zetten en druk op [ENTER].
Het scherm "Change Arrangement Name" verschijnt.
fig.03-310d
Een stap verwijderen
Zo verwijdert u de inhoud van een geselecteerde stap. Die
inhoud van de volgende stappen wordt naar voren gehaald
om de gewiste stap in te vullen.
fig.03-307
Stap 1
Stap 2
Stap 3
Stap 4
Intro
Couplet
Fill-in
Couplet
Stap 1
Stap 2
Stap 3
Intro
Couplet
Couplet
Verwijderen
* Als enkel stap 1 overblijft, kunt u geen data meer verwijderen.
124
* Namen van voorgeprogramm. arrangementen kunt u niet wijzigen.
Originele arrangementen creëren
4. Druk op CURSOR [ ] [ ] en draai aan de TIME/
VALUE-draaiknop om de lettertekens te wijzigen.
* Druk op [ENTER] om tussen hoofd- en kleine letters te wisselen.
5. Druk meermaals op [EXIT] om naar het Play-scherm
terug te keren.
* Tijdens het updaten verschijnt "Keep power on!" in de
bovenste regel van de display, terwijl de onderste regel
laat zien wat er wordt verwerkt.
7. Druk meermaals op [EXIT] om naar het Play-scherm
terug te keren.
* Tijdens het updaten verschijnt "Keep power on!" in de bovenste
regel van de display, terwijl de onderste regel laat zien wat er
wordt verwerkt.
Arrangementen verwijderen
Zo wist stap 2 en alle daarop volgende stappen in het
geselecteerde arrangement.
Arrangementen kopiëren
U kunt een geselecteerd arrangement naar een ander
songarrangement kopiëren.
1. Druk meermaals op [ARRANGE/PATTERN/OFF]
totdat de indicator gaat branden.
Het Arrangement Edit-scherm verschijnt.
1. Druk meermaals op [ARRANGE/PATTERN/OFF]
totdat de indicator gaat branden.
2. Druk op [EDIT].
Het Arrangement Edit-scherm verschijnt.
3. Druk op [CURSOR] om de cursor op "ERASE" te zetten
en druk op [ENTER].
fig.03-315d
3. Druk op [CURSOR] om de cursor op "COPY" te zetten
en druk op [ENTER].
Het scherm waarin u de kopieerbestemming kunt
selecteren, verschijnt.
fig.03-312d
4. Kies met de TIME/VALUE-draaiknop het arrangement
dat u wilt verwijderen.
S01-S05: songarrangementen 1–5
5. Druk op [ENTER] als u het arrangement wilt verwijderen.
Het bevestigingsscherm voor het verwijderen verschijnt.
4. Selecteert met de TIME/VALUE-draaiknop het
arrangement dat als kopieerbestemming dient.
fig.03-316d
S01-S05: songarrangementen 1–5
5. Druk op [ENTER] als u de bestemming hebt gekozen.
Het bevestigingsscherm voor het kopiëren verschijnt.
fig.03-313d
6. Druk op [ENTER] (YES) om het arrangement te verwijderen.
Druk op [EXIT] (NO) om te annuleren.
7. Druk meermaals op [EXIT] om naar het Play-scherm
terug te keren.
6. Druk op [ENTER] (JA) om te kopiëren.
Druk op [EXIT] (NEEN) om te annuleren.
* Tijdens het updaten verschijnt "Keep power on!" in de
bovenste regel van de display, terwijl de onderste regel
laat zien wat er wordt verwerkt.
125
Hoofdstuk 4
2. Druk op [EDIT].
* "Metro" (de metronoom) is in stap 1 ingesteld.
Originele patronen creëren
Wanneer u een Rhythm-arrangement maakt door Rhythmpatronen te combineren, kan het voorkomen dat u bij de
voorgeprogrammeerde ritmepatronen niet vindt wat u zoekt,
of dat u een specifiek ritmepatroon in gedachten hebt. In dat
geval kunt u ook uw eigen Rhythm-patronen creëren.
Er zijn drie manieren om Rhythm-patronen te maken.
Opmerking over patronen creëren
●
De maximale polyfonie voor patronen is vijf stemmen.
Dit betekent dat u maximaal vijf drumgeluiden met
dezelfde timing kunt spelen.
●
Zelfs als u zes of meer drumgeluiden tegelijk invoert,
zijn maar vijf drumgeluiden hoorbaar. De "■", die de
invoer in de matrixdisplay aangeeft, blijft hetzelfde.
●
U kunt de CLOSED HH- en OPEN HH-geluiden niet
tegelijkertijd afspelen. De "■", die de invoer in de
matrixdisplay aangeeft, blijft echter hetzelfde.
●
Als u bekkens en andere geluiden met langere decaytijden gebruikt, en andere geluiden met een totaal van
vijf stemmen worden ingevoerd voordat het voorafgaande geluid volledig is verdwenen, dan kunnen
eerder gestarte geluiden worden afgebroken, voordat
ze helemaal zijn afgespeeld.
●
Bij patroonopname zijn andere schermen niet beschikbaar
(behalve het Pattern Record Standby-scherm).
Realtime Recording
In Realtime Recording neemt u op terwijl u in de maat van
de metronoom op de TRACK-toetsen tikt. De ritmepatronen
worden herhaaldelijk weergegeven en de ingevoerde data
worden mee ingemixt. Zelfs als uw timing niet helemaal
correct is wanneer u op de knoppen tikt, kunt u nadien de
ingevoerde data nog corrigeren met de quantize-functie.
Step Recording
In Step Recording (stapsgewijze opname) worden de timing
van geluiden en die van de drumgeluiden één voor één
geprogrammeerd. Er zijn twee manieren om drumgeluiden
in te voeren:
• De timing van een geluid aangeven (maat-maatslagklik), en het drumgeluid op dat moment invoeren
door op de TRACK-knop te tikken.
• Een drumgeluid met de gewenste timing invoeren
binnen het gedetailleerde framewerk dat een enkele
maat verdeeld (de matrix). Zo kunt u een algemeen
visueel beeld van het ritmische patroon krijgen, zodat
u gemakkelijk ritmische patronen kunt maken.
Patronen creëren in Realtime
Recording
1. Druk meermaals op [ARRANGE/PATTERN/OFF]
totdat de indicator knippert.
fig.03-401d
SMF's importeren
U kunt SMF's (Standard MIDI Files) als songpatronen
importeren. Raadpleeg p. 169 of p. 179 voor meer informatie
over deze procedure.
2. Druk op [EDIT].
fig.03-402d
3. Druk op [CURSOR] om de cursor op "REAL" te zetten
en druk op [ENTER].
Bij REC MODE links op de display "REAL".
Het Recording Standy-scherm verschijnt.
fig.03-403d
Maat
Tijdsignatuur
126
Tempo
Quantize
Originele patronen creëren
4. Stel met [CURSOR] en de TIME/VALUE-draaiknop
de maat, de maatslag en de klik in van het patroon
waarmee u wilt starten.
De huidige velocity-waarde wordt kort aangegeven op
de plaats waar normaal de maatwaarde verschijnt.
fig.03-404d
Maat
Hiermee stelt u het aantal maten van het op te nemen
patroon in.
Geldige instellingen: 1–999
Tempo
Tijdens opname stelt u hiermee het tempo in om het
patroon te bevestigen.
Geldige instellingen: 25,0–250,0
* De tempo-instelling hier is alleen bedoeld als bevestiging van
de patroonopname. Dit tempo wordt niet in het patroon
opgeslagen (u kunt geen individuele tempo-instellingen voor
de patronen zelf maken).
Velocity
7. De drumgeluiden met de gewenste timing instellen.
Gebruik REC TRACK [1]–[6] om de drumgeluiden in te
voeren.
U kunt tussen UPPER (hogere) en LOWER (lagere) drumgeluiden wisselen door op [RHYTHM PAD] te drukken.
[RHYTHM PAD] brandt
Hiermee stelt u de maatslag in voor het op te nemen
patroon.
Maakt de invoer van UPPER drumgeluiden mogelijk.
REC TRACK [1]
KICK
Geldige instellingen: 1/1–8/1, 1/2–8/2, 1/4–8/4, 1/8–8/8
REC TRACK [2]
SNARE
Quantize
REC TRACK [3]
CLOSED HIHAT
Hiermee stelt u de quantize-functie in.
REC TRACK [4]
OPEN HIHAT
Door quantize in te stellen, kunt u de geluiden conform
voorgeprogrammeerde nootlengtes in laten voeren,
zodat u tegenstrijdigheden in de input-timing elimineert.
REC TRACK [5]
CRASH CYMBAL
REC TRACK [6]
RIDE CYMBAL
* Druk op "HI" als u de timing voor het invoeren van de
geluiden wilt behouden.
Geldige instellingen:
[RHYTHM PAD] knippert
Maakt de invoer van LOWER drumgeluiden mogelijk.
REC TRACK [1]
CROSS STICK
REC TRACK [2]
COWBELL
Kwartnoot
Triool van 16de noten
REC TRACK [3]
TOM1
Triool van kwartnoten
Tweeëndertigste noot
REC TRACK [4]
TOM2
Achtste noot
Triool van 32ste noten
REC TRACK [5]
TOM3
REC TRACK [6]
TOM4
Triool van 8ste noten
HI
Zestiende noot
5. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "REC"
te zetten en druk op [ENTER].
Het aftellen wordt afgespeeld, en vervolgens start
Realtime Recording.
* U kunt Realtime Recording ook starten door op de [REC]-knop
te drukken.
6. Stel met Fader 1 de velocity in (hoe "hard" de noot
wordt gespeeld) voor de geluiden die vanaf de huidige
positie moeten worden ingevoerd.
U kunt het drumgeluid dat momenteel wordt ingevoerd,
bevestigen door de matrix in het onderste gedeelte van
de display te controleren.
Weergegeven in de matrix
U kunt het tempo waarop elk ritmisch instrument speelt,
in de matrix op de display bevestigen.
Het ▼ teken in het onderste gedeelte van de matrix geeft
het tempo van de maatslag aan.
127
Hoofdstuk 4
Time Signature
Originele patronen creëren
* Als u een grove quantize-instelling gebruikt, kan het zijn dat
de ▼ een halvenoot- of een kwartnoot-tempo aangeeft.
fig.03-405
Vb.)
CLOSED HH
SNARE
KICK
• Q (Quantize) =
Opnamen repeteren
Voordat u realtime recording uitvoert, kunt u uw uitvoering
met de metronoom oefenen (repeteren). Tijdens repetities
worden de drumgeluiden alleen maar afgespeeld. Ze worden
niet opgenomen, zelfs niet als u op de spoorknoppen drukt.
1. Druk meermaals op [ARRANGE/PATTERN/OFF]
totdat de indicator knippert.
fig.03-406d
• Q (Quantize) =
fig.03-405a
Vb.)
CLOSED HH
2. Druk op [EDIT].
SNARE
fig.03-407d
KICK
• Q (Quantize) =
Wanneer u quantize-instellingen met een hoge resolutie
gebruikt, kunt u wellicht het hele patroon niet van begin
tot eind op de display overzien.
In zulke gevallen verschijnt het symbool "
" om aan
te geven dat er nog materiaal is dat momenteel niet
wordt weergegeven.
3. Druk op [CURSOR] om de cursor op "REAL" te zetten
en druk op [ENTER].
Bij REC MODE verschijnt links op de display "REAL".
Het Recording Standby-scherm verschijnt.
fig.03-408d
fig.03-405b
Om naar step recording te gaan, drukt u in realtime
recording op [REC MODE].
Met deze optie schakelt u tijdelijk over naar step
recording als u de ingestelde velocity of de ingevoerde
drumgeluiden die in realtime recording met de
verkeerde timing zijn ingevoerd (instructies: p. 132),
wilt wijzigen of als u onnodige drumgeluiden wilt
verwijderen (instructies: p. 132), tijdelijk naar stapsgewijze opname omschakelen, en vervolgens weer naar
realtime recording teruggaan en de opname van het
patroon voortzetten.
8. Stel het tempo en de quantize-waarden naar wens in.
9. Zet de cursor op "STOP" en druk op [ENTER], als u
klaar bent met het invoeren van geluiden.
* U kunt de opname ook stoppen door op [STOP] te drukken.
128
4. Druk meermaals op CURSOR [ ] om de cursor op
"RHR" te zetten en druk op [ENTER].
De BR-900CD gaat over op de repetitiefunctie (rehearsal).
fig.03-409d
Originele patronen creëren
5. Repeteer de uitvoering door op REC TRACK [1]–[6]
te drukken.
U kunt tussen de UPPER (hogere) en LOWER (lagere)
drumgeluiden wisselen door op [RHYTHM PAD] te
drukken.
Het volume van de metronoom
wijzigen
1. Druk meermaals op [ARRANGE/PATTERN/OFF]
totdat de indicator knippert.
fig.03-411d
* Gebruik hier Fader 1 om de velocity-waarde te bevestigen.
6. Zet de cursor op "STOP" en druk op [ENTER] als u
klaar bent met repeteren.
* U kunt de repetitie ook stoppen door op [STOP] te drukken.
Onnodige drumgeluiden
verwijderen
2. Druk op [EDIT].
fig.03-412d
1. Houd [DELETE/MUTE] ingedrukt en druk op één of
meerdere REC TRACK-toetsen voor de tonen die u wilt
verwijderen.
De bijbehorende drumgeluiden worden verwijderd,
zolang u de toetsen ingedrukt houdt.
fig.03-410
3. Druk op [CURSOR] om de cursor op "REAL" te zetten
en druk op [ENTER].
Bij REC MODE verschijnt links op de display "REAL".
Het Recording Standby-scherm verschijnt.
fig.03-413d
4. Druk meermaals op CURSOR [
"Click" te zetten.
] om de cursor op
fig.03-414d
5. Pas met de TIME/VALUE-draaiknop het metronoomvolume aan.
Geldige instellingen: 0–3
129
Hoofdstuk 4
U kunt alle drumgeluiden die u niet nodig hebt tijdens
realtime recording, verwijderen door [DELETE/MUTE]
ingedrukt te houden en op de spoorknoppen te drukken.
Originele patronen creëren
Patronen creëren in Step
Recording
Time Signature
1. Druk meermaals op [ARRANGE/PATTERN/OFF]
totdat de indicator knippert.
Geldige instellingen: 1/1–8/1, 1/2–8/2, 1/4–8/4, 1/8–8/8
fig.03-415d
Hiermee stelt u de maatslag in voor het op te nemen
patroon.
Quantize
Hiermee stelt u de resolutie van de ingegeven stappen in.
Kwartnoot (96)
Triool van 16de noten (16)
Triool v kwartnoten (64)
32ste noot (12)
Achtste noot (48)
Triool van 32ste noten (8)
Triool v 8ste noten (32) HI
(1)
Zestiende noot (24)
2. Druk op [EDIT].
De cijfers tussen haakjes geven de klok aan. Hoe lager de
ingestelde waarde, hoe verfijnder elke maat wordt.
fig.03-416d
(Vb.) : Hier voert u geluiden in eenheden van een 8ste noot in.
fig.03-418d
3. Druk op [CURSOR] om de cursor op "STEP" te zetten
en druk op [ENTER].
In REC MODE verschijnt links op de display "STEP".
Het Recording Standby-scherm verschijnt.
fig.03-417d
Maat
Tijdsignatuur
Tempo
Quantize
4. Stel met [CURSOR] en de TIME/VALUE-draaiknop
de maat, de maatslag en de quantize in vanwaar u de
opname van het patroon wilt starten.
Maat
Hiermee stelt u het aantal maten van het op te nemen
patroon in.
Geldige instellingen: 1–999
Tempo
Tijdens opname stelt u hiermee het tempo in om het
patroon te bevestigen.
Geldige instellingen: 25,0–250,0
* De tempo-instelling hier is alleen bedoeld als bevestiging van
de patroonopname. Dit tempo wordt niet in het patroon
opgeslagen (u kunt geen individuele tempo-instellingen voor
de patronen zelf maken).
130
(Vb.) : Hier voert u geluiden in eenheden van een 16de noot in.
fig.03-419d
5. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "REC"
te zetten en druk op [ENTER].
De stapsgewijze opname begint.
* U kunt de opname ook starten door op [REC] te drukken.
6. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op de maat,
maatslag en klik te zetten, en draai vervolgens aan de
TIME/VALUE-draaiknop om de tijdspositie aan te
geven waarop het drumgeluid moet worden ingevoerd.
fig.03-420d
Maat Maatslag Klok
Originele patronen creëren
7. Stel met Fader 1 de velocity in (hoe "hard" de noot
wordt gespeeld) voor de geluiden die vanaf de huidige
positie moeten worden ingevoerd.
fig.03-421d
fig.03-423d
Weergegeven in de matrix
U kunt het tempo waarmee elk ritmisch instrument
wordt weergegeven, in de matrixdisplay bevestigen.
Velocity
8. Voer de drumgeluiden in.
Er zijn twee manieren om drumgeluiden in te voeren.
(Methode 1) Via de REC TRACK-toetsen invoeren
* Als u een grove quantize-instelling gebruikt, kan het zijn dat
de ▼ een halvenoot- of een kwartnoot-tempo aangeeft.
fig.03-422
Vb.)
CLOSED HH
SNARE
KICK
[[RHYTHM PAD] brandt
Hoofdstuk 4
Gebruik REC TRACK [1]–[6] om de drumgeluiden
in te voeren. U kunt tussen UPPER (hogere) en
LOWER (lagere) drumgeluiden wisselen door op
[RHYTHM PAD] te drukken.
Het ▼ teken in het onderste gedeelte van de matrix geeft
het tempo van de maatslag aan.
• Q (Quantize) =
Maakt de invoer van UPPER drumgeluiden mogelijk.
REC TRACK [1]
KICK
REC TRACK [2]
SNARE
REC TRACK [3]
CLOSED HIHAT
REC TRACK [4]
OPEN HIHAT
REC TRACK [5]
CRASH CYMBAL
REC TRACK [6]
RIDE CYMBAL
• Q (Quantize) =
fig.03-422a
Vb.)
[RHYTHM PAD] knippert
CLOSED HH
Maakt de invoer van de LOWER drumgeluiden mogelijk.
SNARE
REC TRACK [1]
CROSS STICK
KICK
REC TRACK [2]
COWBELL
REC TRACK [3]
TOM1
REC TRACK [4]
TOM2
REC TRACK [5]
TOM3
REC TRACK [6]
TOM4
(Methode 2) Via [ENTER] invoeren
Druk op CURSOR [
] om de cursor naar de
matrixdisplay te verplaatsen.
Druk op [CURSOR] om de cursor op de kruising te
zetten tussen het drumgeluid dat u wilt invoeren, en
het tijdstip waarop u wilt dat het klinkt. Druk
vervolgens op [ENTER].
Telkens wanneer u op [ENTER] drukt, wordt het
drumgeluid afwisselend ingevoerd of verwijderd.
Als u de cursor op een punt zet waar al een geluid is
ingevoerd, gaat “■” snel knipperen. Als een drumgeluid is ingevoerd, verandert de weergave in “■”.
• Q (Quantize) =
Wanneer u quantize-instellingen met een hoge resolutie
gebruikt, kunt u wellicht het hele patroon niet van begin
tot eind op de display overzien.
In zulke gevallen verschijnt het symbool "
" om aan
te geven dat er nog materiaal is dat momenteel niet
wordt weergegeven.
fig.03-405b
* In dit geval kunt u op [REW]/[FF] drukken om de locatie
(cursor) in grote stappen te verplaatsen.
Door in de bovenste rij van de matrixweergave op
CURSOR [
] te drukken, keert de cursor naar zijn
oorspronkelijke positie terug.
131
Originele patronen creëren
Patronen een naam geven
U kunt tijdens step recording op [REC MODE]
drukken om over te schakelen op Realtime Recording.
U kunt tot maximaal acht tekens gebruiken als u een patroon
een naam geeft.
* Namen van voorgeprogrammeerde patronen kunt u niet wijzigen.
9. Stel het tempo en de quantize-waarden naar wens in.
1. Druk meermaals op [ARRANGE/PATTERN/OFF]
totdat de indicator knippert.
10. Herhaal indien nodig stappen 6 tot 9.
2. Druk op [EDIT].
* Druk op [PLAY] om het opnamepatroon te beluisteren.
11. Zet de cursor op "STOP" en druk op [ENTER] als u
klaar bent met het invoeren van geluiden.
3. Druk op [CURSOR] om de cursor op "NAME" te zetten,
en druk op [ENTER].
Het Change Pattern Name-scherm verschijnt.
fig.03-427d
* U kunt de opname ook stoppen door op [STOP] te drukken.
De velocity veranderen
Als u tijdens step recording de cursor op een punt in de
matrixdisplay zet, waar een drumgeluid is ingevoerd,
verschijnt de velocity-waarde op de plaats waar normaal de
tijdssignatuur wordt weergegeven. Op dit moment kunt u de
velocity wijzigen door Fader 1 aan te passen.
fig.03-424d
4. Druk op CURSOR [ ] [ ] en draai aan de TIME/
VALUE-draaiknop om de lettertekens te wijzigen.
* Druk op [ENTER] om tussen hoofd- en kleine letters te wisselen.
Onnodige drumgeluiden verwijderen
Gebruik een van de volgende procedures om in step
recording onnodige drumgeluiden te verwijderen.
(Methode 1)
1. Zet de [CURSOR] op het punt in de matrix waar een
drumgeluid dat u wilt verwijderen, is ingevoerd, en
druk vervolgens op [ENTER].
(Methode 2)
1. Houd [DELETE/MUTE] ingedrukt en druk op een of
meerdere spoorknoppen voor de tonen die u wilt
verwijderen.
U kunt het onnodige drumgeluid op de huidige maat,
maatslag en klok verwijderen.
fig.03-410
132
5. Druk meermaals op [EXIT] om naar het Play-scherm
terug te keren.
* Tijdens het updaten verschijnt "Keep power on!" in de
bovenste regel van de display, terwijl de onderste regel
laat zien wat er wordt verwerkt.
Originele patronen creëren
Patronen kopiëren
Patronen verwijderen
1. Druk meermaals op [ARRANGE/PATTERN/OFF]
totdat de indicator knippert.
1. Druk meermaals op [ARRANGE/PATTERN/OFF]
totdat de indicator knippert.
2. Druk op [EDIT].
2. Druk op [EDIT].
3. Druk op [CURSOR] om de cursor op "COPY" te zetten
en druk op [ENTER].
3. Druk meerdere malen op CURSOR [ ] om de cursor
op "ERASE" te zetten en druk op [ENTER].
The Pattern Copy-scherm verschijnt.
fig.03-432d
fig.03-429d
S001–S100: songpatroon 1-100
5. Druk op [ENTER].
Het bevestigingsscherm voor het kopiëren verschijnt.
Hoofdstuk 4
4. Selecteert met de TIME/VALUE-draaiknop het
arrangement dat als kopieerbestemming dient.
4. Draai aan de TIME/VALUE-draaiknop om het te
verwijderen patroon te selecteren.
S001–S100: songpatroon 1–100
5. Druk op [ENTER] als u het patroon wilt wissen.
Het bevestigingsscherm voor het verwijderen verschijnt.
fig.03-433d
fig.03-430d
6. Druk op [ENTER] (YES) om het arrangement te wissen.
6. Druk op [ENTER] (YES) om te kopiëren.
Druk op [ENTER] (NO) om te annuleren.
7. Druk meermaals op [EXIT] om naar het Play-scherm
terug te keren.
* Tijdens het updaten verschijnt "Keep power on!" in de
bovenste regel van de display, terwijl de onderste regel
laat zien wat er wordt verwerkt.
Druk op [ENTER] (NO) om te annuleren.
7. Druk meermaals op [EXIT] om naar het Play-scherm
terug te keren.
* Tijdens het updaten verschijnt "Keep power on!" in de
bovenste regel van de display, terwijl de onderste regel
laat zien wat er wordt verwerkt.
133
De drumkits gebruiken
Een drumkit bestaat uit een aantal geluiden van ritmische
instrumenten die in één set zijn verzameld. De BR-900CD
bevat negen "voorgeprogrammeerde drumkits".
Daarnaast kunt u zelf vijf originele "song drumkits"
samenstellen.
Song drumkits worden samen met individuele songs op de
geheugenkaart opgeslagen.
Drumkits selecteren
1. Zorg ervoor dat de uitvoering van de song is gestopt,
en druk vervolgens meermaals op [ARRANGE/
PATTERN/OFF] totdat de indicator brandt.
fig.03-502d
De instrumentgeluiden in een drumkit worden gebruikt voor
de uitvoering van arrangementen en patronen.
fig.03-501
BR-900CD
Geheugenkaart
SONG
SONG
SONG
Preset Drum Kit 9
2. Druk op [EDIT].
fig.03-503d
Preset Drum Kit 3
Preset Drum Kit 2
Preset Drum Kit 1
Song Drum Kit
Kick
Snare
Kick
Snare
Closed Hi-hat
Open Hi-hat
3. Druk op [CURSOR] om de cursor op "KIT" te zetten en
druk op [ENTER].
fig.03-504d
De drums uitvoeren
Naam drumkit
1. Zorg ervoor dat de uitvoering van de song is gestopt, en
druk vervolgens meermaals op [RHYTHM PAD] totdat
de indicator brandt of knippert.
2. Druk op REC TRACK [1]–[6] om de drumgeluiden in te
voeren.
Nummer
P: Preset / S: Song
[RHYTHM PAD] brandt
Maakt de invoer van UPPER drumgeluiden mogelijk.
4. Gebruik CURSOR [ ] [ ] en de TIME/VALUEdraaiknop om drumkits te selecteren door tussen
preset/song en nummer te schakelen.
REC TRACK [1]
KICK
REC TRACK [2]
SNARE
REC TRACK [3]
CLOSED HIHAT
(P1–9)
REC TRACK [4]
OPEN HIHAT
STD1, 2:
Standaardsets
REC TRACK [5]
CRASH CYMBAL
ROOM:
Set met gemiddelde sfeer toegepast
REC TRACK [6]
RIDE CYMBAL
HARD:
Set die voor hard rock geschikt is
JAZZ:
Set die voor jazz geschikt is
HIP-HOP:
Set die voor dance geschikt is
HOUSE:
Set die voor dance geschikt is
REGGAE:
Set die voor reggae geschikt is
808:
Set die op de vermaarde "Roland TR808" drumcomputer gebaseerd is
[RHYTHM PAD] knippert
Maakt de invoer van LOWER drumgeluiden mogelijk.
REC TRACK [1]
CROSS STICK
REC TRACK [2]
COWBELL
REC TRACK [3]
TOM1
REC TRACK [4]
TOM2
REC TRACK [5]
TOM3
REC TRACK [6]
TOM4
134
(S1–5)
SongKit1–5:
Originele drumkits, die aan elke song
zijn toegewezen (p. 135).
De drumkits gebruiken
5. Druk meermaals op [EXIT] om naar het Play-scherm
terug te keren.
* Drumkits worden in elk arrangement afzonderlijk opgeslagen.
(Voorbeeld)
Arrangement
Hiermee laadt u geluiden die als drumtonen op sporen zijn
opgenomen.
Drumkit
ROCK 1............... ROOM
ROCK 2............... STD 2
:
Vanaf de sporen laden
:
Originele drumkits creëren
(Tone Load)
U kunt met de BR-900CD niet alleen met de interne drumgeluiden originele drumkits maken, maar u kunt ook
drumgeluiden van externe bronnen inladen.
● Vanaf de sporen laden
Gebruik de scrub-functie om de weergave te herhalen en het
punt waar het laden moet starten (de beginpositie) te lokaliseren.
Druk vervolgens op AUTO PUNCH [IN] drukken. Bepaal dan
het punt waar het laden moet eindigen (de eindpositie) en druk
op [LOCATOR] om het te laden bereik te registreren.
Met deze techniek, waarbij de beginpositie met AUTO
PUNCH [IN] en de eindpositie met [LOCATOR] worden
ingesteld, kunt u het te laden bereik heel snel instellen.
1. Druk op [UTILITY].
2. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "TONE"
te zetten en druk op [ENTER].
fig.03-505d
● Vanuit andere drumkits laden
●
Vanuit WAV/AIFF-bestanden laden (p. 171, p. 181)
● Vanuit WAV/AIFF-bestanden op CD-R/RW's
laden (p. 149)
●
•
•
•
•
●
U kunt waveformdata met de volgende formaten
importeren. Andere formaten kunt u niet importeren.
WAV- of AIFF-formaat
Mono of stereo
8-bit of 16-bit
Samplefrequentie: 44,1 kHz
Gecomprimeerde WAV- of AIFF-bestanden kunnen
niet worden geladen.
●
Extreem korte waveformdata (minder dan ± 100 ms)
kunnen niet worden ingeladen.
●
In een AIFF-bestand worden de loop-puntinstellingen
genegeerd.
●
Geef geïmporteerde WAV-bestanden de extensie "WAV"
en geïmporteerde AIFF-bestanden de extensie "AIF".
●
U kunt per drumkit drumgeluiden van maximaal
13 seconden inladen.
3. Druk op CURSOR [ ] om de cursor op "TRACK" te
zetten en druk op [ENTER].
fig.03-506d
4. Selecteer met CURSOR [ ] [ ] en de TIME/VALUEknop het spoor en de V-Track waarop drumgeluiden
moeten worden geladen, en druk op [ENTER].
fig.03-507d
(Voorbeeld)
Kick: 3 seconden, snare: 3 seconden,
crash cymbal: 7 seconden →Totaal: 13 seconden
●
Stereo WAV- en AIFF-bestanden worden als "mono"geluiden geladen, met de linker- en rechterkant gemengd.
135
Hoofdstuk 4
Er zijn vier manieren om drumtonen te laden.
Het kan handig zijn om scrub, punch-in en locator te gebruiken
om het bereik van deze drumgeluiden van tevoren in te stellen.
De drumkits gebruiken
5. Gebruik [CURSOR] en de TIME/VALUE-draaiknop
om het bereik (begin- en eindpunten) van de te laden
drumgeluiden in de vorm van maten of tijdsposities
aan te geven.
6. Zet de cursor op "LOAD" en druk op [ENTER], als u klaar
bent met het instellen van het begin- en eindpunt.
fig.03-510d
* U kunt geen interval tussen de begin- en eindpunten of een
tijdsduur aangeven, die korter is dan 100 ms of langer dan
13 seconden.
* Wanneer u maten aangeeft, wordt het resultaat in het
tijdsdisplay weergegeven, en vice versa.
Beginpunt ("S")
Geef de maat of de positie aan die als beginpunt moet
worden gebruikt voor het laden van de drumkits.
fig.03-508d
Maat Maatslag
7. Selecteer met de TIME/VALUE-knop de song drumkit
die als laadbestemming dient, en druk op [ENTER].
S1–5: song drumkit 1–5
fig.03-511d
Uren
Seconden
Minuten
Frame
Eindpunt ("E")
Geef de maat of tijdspositie aan die als beginpunt voor
het laden van de drumkits moet worden gebruikt.
Druk in het scherm voor het instellen van het beginpunt
meermaals op CURSOR [ ] om het scherm voor het
instellen van het eindpunt weer te geven.
Het laden wordt uitgevoerd.
Druk op [EXIT] om te annuleren.
fig.03-512d
fig.03-509d
Maat Maatslag
Uren
Seconden
Minuten
Frame
• U kunt op [ENTER] drukken om tussen de schermen
voor begin- en eindpunt te wisselen.
• U kunt de drumgeluiden in het aangegeven gebied
vooraf beluisteren door de cursor op "PVW" te zetten en
op [ENTER] te drukken. Bepaal tijdens het instellen van
het begin- en eindpunt en de lengte en het herhalen van
de preview, welke geluiden er worden geladen.
Druk op [PLAY] om de geluiden vooraf te beluisteren,
en op [STOP] om de geluiden te stoppen.
136
8. Selecteer met de TIME/VALUE-knop het drumgeluid dat
als laadbestemming dient, en druk dan op [ENTER].
De drumkits gebruiken
Drumgeluiden van andere
drumkits kopiëren
5. Selecteer met de TIME/VALUE-knop het drumgeluid
dat als kopieerbron dient, en druk dan op [ENTER].
* Selecteer "ALL" als u alle drumgeluiden in de kit wilt kopiëren.
fig.03-520d
1. Druk op [UTILITY].
2. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "TONE"
te zetten en druk op [ENTER].
fig.03-505d
6. Selecteer met de TIME/VALUE-knop de drumkit die als
kopieerbestemming dient, en druk dan op [ENTER].
fig.03-521d
fig.03-519d
Het kopiëren wordt uitgevoerd.
Druk op [EXIT] om te annuleren.
fig.03-522a
* Tijdens het updaten verschijnt "Keep power on!" in de
bovenste regel van de display, terwijl de onderste regel
laat zien wat er wordt verwerkt.
8. Druk op [EXIT] om naar het Play-scherm terug te keren.
4. Selecteer met de TIME/VALUE-knop de drumkit die als
kopieerbestemming dient, en druk dan op [ENTER].
P1–9:
voorgeprogrammeerde drumkit 1–9
S1–5:
song drumkit 1–5
fig.03-520d
137
Hoofdstuk 4
3. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "COPY"
te zetten en druk op [ENTER].
7. Selecteer met de TIME/VALUE-draaiknop het song
drumgeluid dat als kopieerbestemming dient, en druk
vervolgens op [ENTER].
De drumkits gebruiken
Drumgeluiden verwijderen
1. Druk op [UTILITY].
2. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "TONE"
te zetten en druk op [ENTER].
3. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "ERASE"
te zetten en druk op [ENTER].
fig.03-523d
De positie (pan) van de
drumgeluiden wijzigen
1. Druk op [UTILITY].
2. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "TONE"
te zetten en druk op [ENTER].
3. Druk op CURSOR [ ] om de cursor op "PAN"
te zetten en druk op [ENTER].
fig.03-526d
4. Selecteer met TIME/VALUE-knop de te verwijderen
drumkit en druk vervolgens op [ENTER].
S1–5:
song drumkit 1–5
fig.03-524d
4. Selecteer met de TIME/VALUE-draaiknop de drumkit
waarvan u de paninstelling wilt wijzigen en druk
vervolgens op [ENTER].
S1–5:
song drumkit 1–5
fig.03-527d
5. Selecteer met de TIME/VALUE-draaiknop het te
verwijderen drumgeluid en druk dan op [ENTER].
* Selecteer "ALL" als u alle drumgeluiden in de kit wilt
verwijderen.
fig.03-525d
5. Gebruik [CURSOR] en de TIME/VALUE-draaiknop
om het drumgeluid waarvan de paninstelling wordt
gewijzigd, en de paninstelling aan te geven.
fig.03-528d
De boodschap "Are you sure?" verschijnt.
6. Druk op [ENTER] (YES) om het drumgeluid te wissen.
Druk op [EXIT] (NO) om te annuleren.
7. Druk op [EXIT] om naar het Play-scherm terug te keren.
* Als u op [RHYTHM PAD] drukt, zodat de indicator oplicht/
gaat knipperen, kunt u de drumgeluiden instellen door op
REC TRACK [1]–[6] te tikken.
* Door op [ENTER] te drukken, stelt u dit in op "C00" (midden).
6. Druk op [EXIT] om naar het Play-scherm terug te keren.
138
Hoofdstuk 5
Het
CD-R/RWstation
gebruiken
139
Een audio-cd maken
Voorzorgsmaatregelen
Het scherm met de Pre-Gap-instellingen verschijnt.
fig.40-03d
Naast CD-R's kunt u ook CD-RW's gebruiken om audio-cd's
te maken. Het is echter niet altijd mogelijk om CD-RW's op
gewone cd-spelers af te spelen.
Zelfs als u CD-R's gebruikt, zult u ze niet kunnen weergeven
op cd-spelers die dit soort media niet ondersteunen. Ga dus
steeds na of de cd-speler die u wilt gebruiken, compatibel is
met CD-R's.
Opmerking: het CD-R/RW-station van de BR-900CD kan
commercieel geproduceerde cd's, CD-R's en CD-RW's afspelen.
Wanneer u uw CD-R/RW-station gebruikt, mag u enkel de
meegeleverde AC-adapter gebruiken. U kunt het CD-R/RWstation niet gebruiken op batterijvoeding.
De tijdsduur tussen songs
instellen (Pre-Gap)
Als u cd's op een gewone cd-speler afspeelt, ziet u vaak dat
voor de song begint, op de display "-3, -2, -1" wordt afgeteld.
Deze tijdsduur noemen we een "pre-gap". U kunt deze bij het
maken van de cd vrij instellen zodat u de lengte van songs
kunt aanpassen zonder dat u aan het einde van elke song een
stilte hoeft op te nemen.
1. Druk op [CD-R/RW].
4. Gebruik de TIME/VALUE-draaiknop om een pre-gaptijd tussen songs in seconden in te stellen.
5. Druk op [EXIT].
Als er aan het eind van uw song een stilte is ingevoegd,
wordt de pre-gap-tijd toegevoegd aan de lengte van dit
gedeelte. Hierdoor kan de stilte tussen songs bij het afspelen
van de cd op een cd-speler langer zijn dan verwacht.
Raadpleeg “Data verwijderen (Track Erase)” (p. 73) voor
meer info over het verwijderen van stiltes aan het einde van
songs.
Songs naar cd's schrijven
Houd de cd die u als audio-cd wilt branden, bij de hand.
U kunt data wegschrijven naar de volgende soorten cd's.
• CD-R's of CD-RW's die nog geen data bevatten (blanco cd's)
• Cd's met songdata die werden weggeschreven met de
BR-900CD, maar die nog voldoende vrije ruimte hebben
voor nieuwe opnamen en die nog niet gefinaliseerd zijn.
Het CD-menu verschijnt.
fig.05_CDmenu
Methodes voor het creëren van audio-cd’s
2. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "AUDIO"
te zetten en druk op [ENTER].
Het Audio CD-menu verschijnt.
Met de BR-900CD wordt alleen de geselecteerde song op
de audio-cd geschreven. Als u daarnaast nog andere
songs op dezelfde cd wilt schrijven, moet u deze in
volgorde laden en wegschrijven. Met deze methode kunt
u songs een voor een aan een cd toevoegen, tot deze vol
is. Deze methode noemen we "Track At Once".
1. Laad de song die u wilt wegschrijven.
fig.05_CDaudio
2. Plaats een lege CD-R of CD-RW in het CD-R/RWstation.
3. Druk op [CD-R/RW].
Het CD-menu verschijnt.
3. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "GAP"
te zetten en druk op [ENTER].
140
Een audio-cd maken
fig.05_CDmenu
10. Als u op dezelfde CD-R nog songs wilt schrijven, drukt
u op [EXIT] (NO).
Is dit niet het geval, druk dan op [ENTER] (YES).
Als u op [ENTER] (YES) drukt, verschijnt de boodschap
"Now Finalizing..." en begint het finaliseren. Als de
boodschap "Complete!" verschijnt, dan is het finaliseerproces voltooid.
4. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "AUDIO"
te zetten en druk op [ENTER].
Het Audio CD-menu verschijnt.
fig.05_CDaudio
Raadpleeg "Wat is finaliseren?" voor meer informatie
over het finaliseerproces.
11. Druk meermaals op [EXIT] om terug te keren naar het
Play-scherm.
12. Druk op de EJECT-toets van het CD-R/RW-station om
de cd te verwijderen.
Hiermee is het schrijfproces voltooid. Het kan enkele
seconden duren voor het station de cd vrijgeeft.
5. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "WRITE"
te zetten en druk op [ENTER].
Het Audio CD Write-scherm verschijnt.
fig.05_CDdawrite
fig.05-CDdawrite2
• Gebruikt u CD-R's of CD-RW's voor schrijven met hoge
snelheid, dan kan de frequentie van schrijffouten toenemen als u de snelheden x2 of x4 selecteert. Het wordt
aanbevolen om de snelheid x8 voor "high-speed" cd's te
gebruiken.
• Wanneer u een hogere schrijfsnelheid kiest, betekent dit
niet noodzakelijk dat de snelheid dat exacte veelvoud is.
Dit komt door de verwerkingstijd die nodig is om de
audiodata op de audiosporen te converteren naar het cdformaat tijdens het wegschrijven van de data op de cd.
• Audio-cd's kunnen maximaal 99 tracks bevatten.
7. Stel met de TIME/VALUE-draaiknop de schrijfsnelheid in.
Als u de weergegeven schrijfsnelheid wilt gebruiken,
gaat u direct door naar stap 9.
• De standaard voor audio-cd’s vereist dat een song
minstens vier seconden duurt. Als een bepaald spoor
minder dan vier seconden duurt, kan dit spoor niet naar
een audio-cd worden weggeschreven.
8. Druk op [ENTER].
De boodschap "Are you sure?" verschijnt.
9. Druk op [ENTER] (YES).
De boodschap "Now Writing…" verschijnt en het
schrijfproces naar de audio-cd gaat van start.
Als het schrijven voltooid is, verschijnt de boodschap
"Finalize OK?" op de display.
141
Hoofdstuk 5
6. Selecteer met de TIME/VALUE-draaiknop het spoor en
de V-Track die u wilt wegschrijven, en druk op [ENTER].
Het Write Speed-scherm verschijnt.
• De variatie in verschillende schrijfsnelheden kan soms
worden beperkt door de gebruikte media. In zo’n geval
zal u met de BR-900CD alleen de ondersteunde
snelheden kunnen selecteren.
Een audio-cd maken
fig.05_CDaudio
Wat is finaliseren?
Naast audiodata worden op een audio-cd ook de positie
en de tijd van deze data bijgeschreven. Dit proces wordt
"finaliseren" genoemd. Als u uw audio-cd op een
gewone cd-speler wilt afspelen, is het belangrijk dat u de
cd finaliseert. Hebt u dit eenmaal gedaan, dan kunt u
geen songs meer toevoegen aan de cd. Daarom raden wij
u aan om een cd pas te finaliseren als hij bijna helemaal
volgeschreven is met songs.
4. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op
"REMAIN" te zetten en druk op [ENTER].
De resterende opnametijd voor de audio-cd verschijnt.
fig.05_CDremain
Als u niet "finaliseert"
U kunt de audio-cd niet op een gewone cd-speler afspelen voordat u de cd hebt gefinaliseerd. U kunt wel
songs aan de cd blijven toevoegen, totdat het finaliseerproces is uitgevoerd. Bij een CD-R die tijdens het
schrijfproces niet is gefinaliseerd, kan dat later alsnog
worden gedaan. Raadpleeg “De weergave op cd-spelers
mogelijk maken (Finaliseren)” (p. 144) voor meer informatie over hoe u moet finaliseren na het wegschrijven
van audiodata.
De resterende opnametijd op
audio-cd's nagaan
Gebruik de volgende procedure om na te gaan hoeveel
opnametijd er op een audio-cd rest.
1. Plaats een lege CD-R of CD-RW in het CD-R/RWstation.
2. Druk op [CD-R/RW].
Het CD-menu verschijnt.
fig.05_CDmenu
3. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "AUDIO"
te zetten en druk op [ENTER].
Het Audio CD-menu verschijnt.
142
Bij gefinaliseerde cd's, cd's die werden gebruikt voor de
back-up van data, en cd's die niet als audio-cd's kunnen
worden gebruikt, wordt "0" als resterende tijd weergegeven.
Een audio-cd maken
Audio-cd’s weergeven
5. Selecteer met de TIME/VALUE-draaiknop de song die
u wilt beluisteren.
Laten we de audio-cd die we net hebben gemaakt, eens
beluisteren op het CD-R/RW-station van de BR-900CD.
Behalve CD-R's kunt u in dit station ook CD-RW's
beluisteren, die onbruikbaar zijn voor gewone cd-spelers.
Natuurlijk kunt u met dit station ook commercieel
geproduceerde cd’s beluisteren, en zelfs audio-cd’s die met
de BR-900CD zijn gemaakt en nog niet zijn gefinaliseerd.
fig.05-CDplay2
6. Druk op [PLAY].
Songs die op een audio-cd zijn opgenomen, worden veelal
aangeduid als "tracks". Let op dat u deze tracks niet verwart
met de audio tracks (audiosporen) van de BR-900CD.
De boodschap "Now Playing…" verschijnt en de
weergave van de audio-cd begint.
fig.05-CDplay3
1. Plaats de audio-cd in het CD-R/RW-station.
2. Druk op [CD-R/RW].
Het CD-menu verschijnt.
fig.05_CDmenu
De knoppen hebben de volgende functies.
Het Audio CD-menu verschijnt.
Stoppen
[PLAY]
Weergeven
[REW]
Terugspoelen
[FF]
Vooruitspoelen
7. Als u de weergave van de audio-cd wilt stoppen, drukt
u meermaals op [EXIT] om naar het Play-scherm terug
te keren.
fig.05_CDaudio
8. Druk op de EJECT-toets van het CD-R/RW-station om
de cd te verwijderen.
Het kan enkele seconden duren, voor de cd door het
station wordt vrijgegeven.
4. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "PLAY/
IMP" te zetten en druk op [ENTER].
Het Audio CD Player-scherm verschijnt.
Wanneer u een audio-cd in het CD-R/RW-station plaatst,
kan de boodschap "Now Checking…" vrij lang op de display
worden weergegeven. Dit tijdsbestek is nodig om de data op
de audio-cd te lezen, en is dus niet het gevolg van een defect.
fig.05_CDplay
143
Hoofdstuk 5
3. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "AUDIO"
te zetten en druk op [ENTER].
[STOP]
Een audio-cd maken
De weergave op cd-spelers
mogelijk maken (Finaliseren)
3. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "AUDIO"
te zetten en druk op [ENTER].
Het Audio CD-menu verschijnt.
Als u een cd die u met het CD-R/RW-station van de BR-900CD
hebt geschreven, wilt weergeven op een gewone cd-speler,
moet u de cd finaliseren. U kunt audio-CD-R/RW's op elk
willekeurige moment finaliseren om hun weergave op dit soort
speler mogelijk te maken.
Wat is finaliseren?
Naast de audiodata zelf wordt op een audio-cd ook
informatie geschreven die de positie en de tijd van deze
data beschrijft. Dit proces wordt "finaliseren" genoemd.
fig.05_CDaudio
4. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "FINAL"
te zetten en druk op [ENTER].
De boodschap "Finalize CD OK?" verschijnt.
fig.05_CDfinalize
Als u een cd finaliseert:
Zodra u een audio-cd hebt gefinaliseerd, kunt u deze op
een gewone cd-speler weergeven. Houd er echter
rekening mee dat u aan een gefinaliseerde cd geen songs
meer kunt toevoegen.
Aangezien de resterende lege ruimte op audio-cd's met
maar één korte song niet langer kan worden gebruikt, is
het finaliseren van dergelijke cd's zonde.
Probeer cd's daarom alleen te finaliseren als ze bijna
volledig volgeschreven zijn met songs.
Als u niet finaliseert:
U kunt de audio-cd niet op een gewone cd-speler
afspelen voordat u de cd hebt gefinaliseerd. U kunt
echter wel songs aan de cd blijven toevoegen, totdat
het finaliseerproces is uitgevoerd. Als u uw cd op een
gewone cd-speler wilt afspelen, moet u hem eerst
finaliseren.
1. Plaats de CD-R/RW die u wilt finaliseren, in het
CD-R/RW-station van de BR-900CD.
De toegangsindicator van het station knippert. Wacht tot
deze indicator niet meer knippert en uitgaat.
2. Druk op [CD-R/RW].
Het CD-menu verschijnt.
fig.05_CDmenu
144
5. Druk op [ENTER] (YES). Druk op [EXIT] (NO) als u het
finaliseerproces wilt annuleren.
Het finaliseren begint en de voortgang wordt weergegeven.
Als de boodschap "Complete" verschijnt en de spoorknoppen gaan knipperen, is het finaliseren is voltooid.
6. Druk meermaals op [EXIT] om terug te keren naar het
Play-scherm.
7. Druk op de EJECT-toets van het CD-R/RW-station om
de cd te verwijderen.
Nu kunt u de CD-R/RW op gewone cd-spelers weergeven.
• Als het finaliseerproces eenmaal is begonnen, kunt u het
niet meer annuleren.
• In sommige gevallen kan het een paar seconden duren
voor het cd-station de cd vrijgeeft.
Data uitwisselen via het CD-R/RW-station
U kunt het interne CD-R/RW-station van de BR-900CD RW
als volgt gebruiken om data uit te wisselen.
●
Songs en andere data van de geheugenkaart opslaan
op CD-R/RW's (Backup)
●
Songs en andere back-updata in de geheugenkaart
inlezen (Recover)
●
Waveformdata met een pc uitwisselen
Songs een voor een op een CD-R/RW
opslaan (Song Backup)
1. Plaats een lege CD-R/RW in het CD-R/RW-station van
de BR-900CD.
De toegangsindicator begint te knipperen. Wacht tot
deze indicator niet meer knippert en uitgaat.
2. Druk op [CD-R/RW].
Wanneer u uw CD-R/RW-station gebruikt, mag u enkel de
meegeleverde AC-adapter gebruiken. U kunt het CD-R/RWstation niet gebruiken met batterijvoeding.
Het CD-menu verschijnt.
fig.05_CDmenu
Opgenomen songs op
CD-R/RW's opslaan (Backup)
Hoewel de songs die u hebt opgenomen en aangemaakt, wel
op de geheugenkaart worden opgeslagen, kunnen deze
verloren gaan in het onwaarschijnlijke geval dat de harde
schijf beschadigd zou raken. Daarom raden we u aan om uw
songs ook op CD-R/RW's op te slaan (Backup).
3. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "DATA"
te zetten en druk op [ENTER].
Het Data CD-menu verschijnt.
fig.05_CDdata
Hoofdstuk 5
Als u uw songs eenmaal op deze manier hebt opgeslagen,
kunt u ze vanaf deze CD-R/RW eveneens in een andere
BR-900CD inlezen.
■ Voorzorgsmaatregelen voor back-ups
• Als de CD-R voor uw back-up al data bevat, verschijnt
de boodschap "Not Blank Disc!" en kunt u de back-up
niet uitvoeren. Gebruik altijd een lege cd voor deze
opdracht. Gebruikt u een CD-RW die al data bevat,
dan wordt de boodschap "Erase Disc?" weergegeven.
Als u vervolgens op [ENTER/YES] drukt, verwijdert
de BR-900CD alle data van deze cd.
• Als de totale omvang van de songs de capaciteit van één
enkele CD-R/RW overschrijdt, kunt u de back-up met
het aantal benodigde schijfjes uitvoeren. In dit geval
moet u een aantal CD-R/RW's bij de hand houden, en ze
tijdens het back-upproces te plaatsen en uit het station te
halen volgens de richtlijnen op de display.
• Druk op [EXIT] (NO) om het wegschrijven van data naar
een CD-R/RW te annuleren. Wanneer de boodschap
Cancel?" verschijnt, drukt u op [ENTER] (YES) om te
bevestigen. Er kan een korte tijd verlopen tussen het
indrukken van [EXIT] (NO) en de weergave van de
bevestigingsboodschap. Houd er rekening mee dat de
kwaliteit van de data die voor het annuleren werden
weggeschreven, niet wordt gegarandeerd.
4. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op
"BACKUP" te zetten en druk op [ENTER].
Het Backup-menu verschijnt.
fig.05_CDdataback
5. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "SONG"
te zetten en druk op [ENTER].
Het Song Backup-venster verschijnt.
fig.05_CDsongbu
145
Data uitwisselen via het CD-R/RW-station
6. Selecteer met de TIME/VALUE-draaiknop de song
waarvan u een back-up wilt maken en druk op [ENTER].
Het Write Speed-scherm verschijnt.
fig.05-CDdawrite2
3. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "DATA"
te zetten en druk op [ENTER].
Het Data CD-menu verschijnt.
fig.05_CDdata
7. Stel met de TIME/VALUE-draaiknop de schrijfsnelheid
in en druk op [ENTER].
De boodschap "Write Sure?" verschijnt.
4. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op
"BACKUP" te zetten en druk op [ENTER].
Het Backup-menu verschijnt.
fig.05_CDdataback
• De variatie in verschillende schrijfsnelheden kan soms
worden beperkt door de gebruikte media. In zo’n geval
zal u met de BR-900CD alleen de ondersteunde
snelheden kunnen selecteren.
• Gebruikt u CD-R's of CD-RW's voor schrijven met hoge
snelheid, dan kan de frequentie van schrijffouten
toenemen, als u de snelheden x2 of x4 selecteert. Het
wordt aanbevolen om de snelheid x8 voor "high-speed"
cd's te gebruiken.
5. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "ALL
" te zetten en druk op [ENTER].
Het Write Speed-scherm verschijnt.
fig.05-CDdawrite2
8. Druk op [ENTER] (YES).
Het schrijven naar de CD-R/RW begint.
Als de boodschap "Complete!" verschijnt, is het backupproces met succes uitgevoerd.
Alle songs van een geheugenkaart op
een CD-R/RW opslaan (All Backup)
1. Plaats een lege CD-R/RW in het CD-R/RW-station van
de BR-900CD.
De toegangsindicator begint te knipperen. Wacht tot
deze indicator niet meer knippert en uitgaat.
2. Druk op [CD-R/RW].
Het CD-menu verschijnt.
fig.05_CDmenu
6. Stel met de TIME/VALUE-draaiknop de schrijfsnelheid
in en druk op [ENTER].
De boodschap "Are you sure?" verschijnt.
• De variatie in verschillende schrijfsnelheden kan soms
worden beperkt door de gebruikte media. In zo’n geval
zal u met de BR-900CD alleen de ondersteunde
snelheden kunnen selecteren.
• Gebruikt u CD-R's of CD-RW's voor schrijven met hoge
snelheid, dan kan de frequentie van schrijffouten toenemen, als u de snelheden x2 of x4 selecteert. Het wordt
aanbevolen om de snelheid x8 voor "high-speed" cd's te
gebruiken.
7. Druk op [ENTER] (YES).
Het schrijven naar de CD-R/RW begint.
Als de boodschap "Complete!" verschijnt, is het backupproces met succes uitgevoerd.
146
Data uitwisselen via het CD-R/RW-station
Opgeslagen songs inladen in
een geheugenkaart (Recover)
6. Selecteer met de TIME/VALUE-draaiknop de song
die u wilt recupereren en druk op [ENTER].
De boodschap "Are you sure?" verschijnt.
Songs een voor een inladen in een
geheugen-kaart (Song Recover)
7. Druk op [ENTER] (YES).
Het recupereren van de song begint. Als de boodschap
"Complete!" verschijnt, is de song met succes gerecupereerd.
1. Plaats een CD-R/RW met back-upsongs in het CD-R/
RW-station van de BR-900CD.
De toegangsindicator van het station begint te knipperen.
Wacht tot deze indicator niet meer knippert en uitgaat.
2. Druk op [CD-R/RW].
Het CD-menu verschijnt.
fig.05_CDmenu
De gerecupereerde songs worden in volgorde op de
geheugenkaart opgeslagen. Hiervoor worden de
beschikbare songnummers gebruikt.
Alle opgeslagen songs in
een geheugenkaart inladen
(All Recover)
1. Plaats een CD-R/RW met back-upsongs in het CD-R/RWstation van de BR-900CD.
De toegangsindicator van het station begint te knipperen.
Wacht tot deze indicator niet meer knippert en uitgaat.
3. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "DATA"
te zetten en druk op [ENTER].
fig.05_CDdata
Het CD-menu verschijnt.
3. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "DATA"
te zetten en druk op [ENTER].
Het Data CD-menu verschijnt.
4. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op
"RECOVER" te zetten en druk op [ENTER].
4. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op
"RECOVER" te zetten en druk op [ENTER].
Het Recover-menu verschijnt.
fig.05_CDdataback
Het Recover-menu verschijnt.
fig.05_CDdataback
5. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "ALL"
te zetten en druk op [ENTER].
De boodschap "Are you sure?" verschijnt.
5. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "SONG"
te zetten en druk op [ENTER].
Het Song Recover-scherm verschijnt.
fig.05_CDrecover
6. Druk op [ENTER] (YES).
Het recupereren van alle songs begint.
Als de boodschap "Complete!" verschijnt, zijn alle songs
met succes gerecupereerd.
147
Hoofdstuk 5
Het Data CD-menu verschijnt.
2. Druk op [CD-R/RW].
Data uitwisselen via het CD-R/RW-station
Waveformdata kopiëren en
wegschrijven
3. Druk op [CD-R/RW].
Het CD-menu verschijnt.
fig.05_CDmenu
Voor deze procedure hebt u een computer met CD-R/RWschrijver nodig.
Als u een computer met CD-R/RW-brander hebt, kunt u
door middel van CD-R/RW's waveformdata overdragen
tussen meerdere BR-900CD's.
Zo kunt u deze cd's gebruiken om waveformdata aangemaakt met de audiosoftware op uw computer, te kopiëren
en vervolgens toe te voegen aan audiosporen. U kunt ook
data van audiosporen die u met BR-900CD hebt opgenomen,
naar uw computer kopiëren om ze te bewerken.
Waveformdata van een computer
naar de audiosporen kopiëren
(WAV/AIFF Import)
4. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "DATA"
te zetten en druk op [ENTER].
Het Data CD-menu verschijnt.
fig.05_CDdata
5. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "WAV"
te zetten en druk op [ENTER].
Het WAV/AIFF-menu verschijnt.
fig.05_CDwav
●
Om ze te kunnen importeren, moeten waveformdata
aan de volgende criteria beantwoorden. Andersoortige
data kunt u meestal niet importeren.
• Gebruik "ISO 9660 Level 2, Mode 1" om de data op de
CD-R/RW te schrijven.
•
•
•
•
WAV- of AIFF-formaat
Mono of stereo
8-bit of 16-bit
Samplefrequentie: 44,1 kHz
●
Audiodata moeten minstens één seconde lang zijn.
●
Geef waveformdata een naam van ten hoogste acht
letters en een extensie van drie letters.
●
In een AIFF-bestand worden de loop-puntinstellingen
genegeerd.
6. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op
"IMPORT" te zetten en druk op [ENTER].
Er verschijnt een lijst met audiodatabestanden die op de
huidige CD-R/RW staan.
Als de WAV-bestanden samen in een map zitten, dan
verschijnt de naam van die map. Druk op [ENTER] om
de WAV-bestanden in deze map weer te geven.
fig.05-CDwavimp
1. Gebruik een pc om een CD-R/RW met de waveformdata die u wilt importeren, te branden en te finaliseren.
Hoe u waveformdata wegschrijft op CD-R/RW's, leest u
in de handleidingen van uw computer en van het CD-R/
RW-station.
2. Plaats de CD-R/RW in het CD-R/RW-station van
de BR-900CD.
De toegangsindicator van het station begint te knipperen.
Wacht tot deze indicator niet meer knippert en uitgaat.
148
U kunt de geluiden vooraf beluisteren door de cursor op
"PVW" te zetten en op [ENTER] te drukken. U kunt het
geluiden stoppen door de cursor op "PVW" te zetten en
nogmaals op [ENTER] te drukken.
Druk op [PLAY] om de geluiden vooraf te beluisteren,
en op [STOP] om de geluiden te stoppen.
Data uitwisselen via het CD-R/RW-station
7. Selecteer met de TIME/VALUE-draaiknop de waveformdatabestanden die u wilt importeren en druk op [ENTER].
Er verschijnt een scherm waarin u de bestemming voor
de te importeren bestanden kunt instellen.
fig.05-CDwavimp2
1. Gebruik een computer om een CD-R/RW met waveformdata die u wilt importeren, te branden en te finaliseren.
Hoe u waveformdata wegschrijft op CD-R/RW's, leest u
in de handleidingen van uw computer en van het CD-R/
RW-station.
2. Plaats de CD-R/RW in het CD-R/RW-station van de
BR-900CD.
De toegangsindicator van het station begint te knipperen.
Wacht tot deze indicator niet meer knippert en uitgaat.
3. Druk op [CD-R/RW].
8. Selecteer het spoor voor de import met TIME/VALUEdraaiknop en druk op [ENTER].
Het CD-menu verschijnt.
fig.05_CDmenu
Het kopiëren van de waveformdata begint.
Wanneer "Complete!" verschijnt, is de import voltooid.
De waveformdata worden aan het begin van de sporen
geïmporteerd. Als u de data naar een andere locatie wilt
wegschrijven, gebruikt u Track Edit (p. 70) om de data te
verplaatsen nadat ze zijn geïmporteerd.
●
WAV- of AIFF-formaat
Mono of stereo
8-bit of 16-bit
Samplefrequentie: 44,1 kHz
●
Gecomprimeerde WAV- of AIFF-bestanden kunnen
niet worden geladen.
●
Extreem korte waveformdata (minder dan ongeveer 100
msec) kunnen niet worden geladen.
●
In een AIFF-bestand worden de loop-puntinstellingen
genegeerd.
●
Geef geïmporteerde WAV-bestanden de extensie "WAV"
en geïmporteerde AIFF-bestanden de extensie "AIF".
●
U kunt per drumkit drumgeluiden van max. 13 sec. laden.
(Voorbeeld)
Kick: 3 seconden, snare: 3 seconden, crash cymbal:
7 seconden →Totaal: 13 seconden
●
fig.05_CDdata
U kunt waveformdata met de volgende formaten
importeren. U kunt geen waveformdata in andere
formaten importeren.
• Gebruik "ISO 9660 Level 2, Mode 1" om de data op de
CD-R/RW te schrijven.
•
•
•
•
Het Data CD-menu verschijnt.
Hoofdstuk 5
WAV/AIFF-bestanden als drumgeluiden kopiëren (Tone Load)
4. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "DATA"
te zetten en druk op [ENTER].
Stereo WAV- en AIFF-bestanden worden als "mono"geluiden geladen, met de linker- en rechterkant gemengd.
5. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "TONE"
te zetten en druk op [ENTER].
Er verschijnt een lijst met waveformdatabestanden die
op de huidige CD-R/RW staan.
Als de WAV-bestanden samen in een map zitten, dan
verschijnt de naam van die map. Druk op [ENTER] om
de WAV-bestanden in deze map weer te geven.
fig.05-CDtone
U kunt de geluiden vooraf beluisteren door de cursor op
"PVW" te zetten en op [ENTER] te drukken. U kunt het
geluid stoppen door de cursor op "PVW" te zetten en
nogmaals op [ENTER] te drukken.
Druk op [PLAY] om de geluiden vooraf te beluisteren,
en op [STOP] om de geluiden te stoppen.
149
Data uitwisselen via het CD-R/RW-station
6. Selecteer met de TIME/VALUE-draaiknop de databestanden die u wilt importeren en druk op [ENTER].
Het Drum Kit-selectiescherm verschijnt.
fig.05-CDton2
7. Selecteer de drumkit met de TIME/VALUE-draaiknop
en druk op [ENTER].
Het Drum Sound-selectiescherm verschijnt.
fig.05-CDton3
3. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "DATA"
te zetten en druk op [ENTER].
Het Data CD-menu verschijnt.
fig.05_CDdata
4. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "WAV"
te zetten en druk op [ENTER].
Het WAV/AIFF-scherm verschijnt.
fig.05-CDwav
8. Selecteer het drumgeluid met de TIME/VALUEdraaiknop en druk op [ENTER].
Het kopiëren van de waveformdata begint.
Wanneer "Complete!" verschijnt, is de import voltooid.
5. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op
"EXPORT" te zetten en druk op [ENTER].
Het Waveform Data Export-scherm verschijnt.
fig.05-CDwavex
Waveformdata van audiosporen naar
computers kopiëren (WAV/AIFF Export)
U kunt data van bepaalde sporen als waveformdata wegschrijven op een CD-R/RW en die waveformdata vervolgens
door uw computer laten inlezen van de CD-R/RW.
U zult geen CD-RW's kunnen gebruiken als uw computer
enkel over een CD-ROM- of CD-R-station beschikt. Gebruik
in dat geval CD-R's.
6. Selecteer met de TIME/VALUE-draaiknop de sporen
die u wilt exporteren.
Het Write Speed-scherm verschijnt.
fig.05-CDdawrite2
1. Plaats een beschrijfbare CD-R/RW (een lege schijf) in
het CD-R/RW-station van de BR-900CD.
De toegangsindicator van het station begint te knipperen.
Wacht tot deze indicator niet meer knippert en uitgaat.
2. Druk op [CD-R/RW].
Het CD-menu verschijnt.
fig.05_CDmenu
De variatie in verschillende schrijfsnelheden kan soms
worden beperkt door de gebruikte media. In zo’n geval zal u
met de BR-900CD alleen de ondersteunde snelheden kunnen
selecteren.
7. Druk op [ENTER] (YES).
De boodschap "Are you sure?" verschijnt.
8. Druk nogmaals op [ENTER] (YES).
Het schrijven naar de CD-R/RW begint.
150
Data uitwisselen via het CD-R/RW-station
Wanneer “Completed!” verschijnt, is het schrijfproces
voltooid.
De volgende bestanden zijn in ISO9660 Level 2, Mode 1formaat op de CD-R/RW weggeschreven.
Spoor 1, V-Track 1
T01___01.WAV of T01___01.AIF
Spoor 1, V-Track 2
T01___02.WAV of T01___02.AIF
Spoor 1, V-Track 3
T01___03.WAV of T01___03.AIF
:
:
Spoor 2, V-Track 7
T02__07.WAV of T02__07.AIF
Spoor 2, V-Track 8
T02__08.WAV of T02__08.AIF
:
:
Spoor 3/4, V-Track 1
T0304_01.WAV of T0304_01.AIF
Spoor 3/4, V-Track 2
T0304_02.WAV of T0304_02.AIF
:
:
Spoor 7/8, V-Track 7
T0708_07.WAV of T0708_07.AIF
Spoor 7/8, V-Track 8
T0708_08.WAV of T0708_08.AIF
9. Druk meermaals op [EXIT] om terug te keren naar het
Play-scherm.
10. Druk op de EJECT-toets van het CD-R/RW-station om
de cd te verwijderen.
SMF's met behulp van externe
MIDI-instrumenten weergeven
(SMF Player)
U kunt de BR-900CD gebruiken om SMF's van een CD-R/RW
te lezen en deze bestanden af te spelen met behulp van MIDIinstrumenten die op de MIDI OUT-poort zijn aangesloten.
Elke SMF die aan de volgende vereisten voldoet, kan op deze
wijze worden afgespeeld.
Formaat:
0 of 1
Bestandsgrootte:
Maximaal 240 KB (let op dat dit licht kan
variëren afhankelijk van de SMF-inhoud.)
System Exclusive:
Pakketomvang van 512 bytes of minder.
1. Verbind de MIDI OUT-poort van de BR-900CD met de
MIDI IN-poort van uw externe MIDI-geluidsmodule
via een MIDI-kabel.
fig.05-SMF
MIDI OUT
MIDI IN
Hoofdstuk 5
11. Gebruik de applicatie op uw computer om de data van
de CD-R/RW te kopiëren.
SMF gebruiken
• Gebruikt u een CD-R die al data bevat, dan verschijnt de
boodschap "Not Blank Disc" en is de exportfunctie niet
mogelijk. Gebruik steeds blanco cd's.
• Gebruikt u een CD-RW die al data bevat, dan verschijnt
de boodschap "Erase Disc?". Als u nu op [ENTER] (YES)
drukt, wordt de cd gewist. Nadat de cd is gewist, wordt
het exportproces voortgezet.
• Als u een monospoor als exportbron opgeeft, worden de
gegevens als mono waveformbestand geschreven. Als u
een stereospoor opgeeft, worden de data als een stereo
waveformbestand weggeschreven.
2. Plaats een CD-R/RW met SMF's in het CD-R/RW-station.
De toegangsindicator van het station begint te knipperen.
Wacht tot deze indicator niet meer knippert en uitgaat.
3. Druk op [CD-R/RW].
Het CD-menu verschijnt.
fig.05_CDmenu
• De sporen 7/8 zijn een vast stereopaar en kunnen dus
niet als monosporen worden gekozen.
• Druk op [EXIT] (NO) om het schrijfproces af te breken.
Druk op [ENTER] (YES) als "Cancel?" verschijnt; het
schrijven wordt geannuleerd (nadat u [EXIT] (NO) hebt
ingedrukt, kan het enige tijd duren voor de boodschap
verschijnt). We bieden geen enkele garantie dat u de data
die tot dan tot op de CD-R/RW werden geschreven,
kunt gebruiken.
• Een CD-R waarvan het schrijf-proces voor voltooiing is
geannuleerd, kunt u niet opnieuw gebruiken.
151
Data uitwisselen via het CD-R/RW-station
4. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "DATA"
te zetten en druk op [ENTER].
Het Data CD-menu verschijnt.
Drumpatronen vanaf het CD-R/
RW-station inladen (SMF Import)
U kunt SMF's (Standard MIDI Files) die op een pc als
songpatronen zijn opgeslagen, importeren. U kunt uw
verzameling songpatronen gemakkelijk uitbreiden door
SMF's op uw computer of een ander apparaat aan te maken
en ze naar geheugenkaarten te kopiëren.
fig.05_CDdata
Elke SMF die aan de volgende vereisten voldoet, kan op deze
wijze worden afgespeeld.
5. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "SMF"
te zetten en druk op [ENTER].
Formaat:
0 of 1
Bestandsgrootte:
Maximaal 240 KB (dit kan licht variëren
afhankelijk van de SMF-inhoud.)
Het SMF-menu verschijnt.
fig.05-CDsmf
Wanneer u GM/GS/XG-compatibele SMF's importeert, is
MIDI-kanaal 10 meestal voorbehouden als kanaal voor
ritmische uitvoeringen. Zo worden enkel de data op MIDIkanaal 10 in de SMF geïsoleerd en geïmporteerd door de
BR-900CD. De data op andere kanalen worden genegeerd.
6. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "PLAY"
te zetten en druk op [ENTER].
Het SMF play-scherm verschijnt.
1. Gebruik een pc om de SMF's die u wilt importeren,
op een CD-R/RW te branden.
2. Plaats deze CD-R/RW in het CD-R/RW-station van de
BR-900CD.
fig.05-CDsmfplay
De toegangsindicator van het station begint te knipperen.
Wacht tot deze indicator niet meer knippert en uitgaat.
3. Druk op [CD-R/RW].
Het CD-menu verschijnt.
fig.05_CDmenu
7. Selecteer met de TIME/VALUE-draaiknop de SMF die
u wilt weergeven.
Als de SMF's samen in een map zitten, dan verschijnt de
naam van die map. Druk op [ENTER] om de SMF's in
deze map weer te geven.
8. Plaats met CURSOR [
en druk op [ENTER].
] of [
] de cursor op [
]
De BR-900CD start de weergave.
9. Als u de weergave wilt stoppen, drukt u op CURSOR
[ ] [ ] om de cursor op [
drukt u op [ENTER].
] te zetten. Vervolgens
U kunt [START] en [STOP] gebruiken op de SMFweergave te starten en te stoppen.
Als een SMF een grote hoeveelheid MIDI-data bevat, dan
kan het bestand traag worden weergegeven.
152
4. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "DATA"
te zetten en druk op [ENTER].
Het Data CD-menu verschijnt.
fig.05_CDdata
Data uitwisselen via het CD-R/RW-station
5. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "SMF"
te zetten en druk op [ENTER].
Data verwijderen van een
CD-RW (CD-RW Erase)
Het SMF-menu verschijnt.
fig.05-CDsmf
Als u CD-RW's gebruikt, kunt u onnodige gegevens
verwijderen, zodat u de CD-RW's opnieuw kunt gebruiken.
• Met dit proces verwijdert u alle dat van een schijf.
• U kunt enkel data van CD-RW's verwijderen. Data van
CD-R's kunt u niet verwijderen.
6. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op
"IMPORT" te zetten en druk op [ENTER].
Het SMF Import-scherm verschijnt.
fig.05-CDsmfplay
1. Plaats de CD-RW die u wilt wissen, in het CD-R/RWstation van de BR-900CD.
De toegangsindicator van het station begint te knipperen.
Wacht tot deze indicator niet meer knippert en uitgaat.
2. Druk op [CD-R/RW].
Het CD-menu verschijnt.
fig.05_CDmenu
7. Selecteer met de TIME/VALUE-draaiknop de SMF's
die u wilt importeren en druk op [ENTER].
Er verschijnt een scherm waarin u het patroonnummer
van de importbestemming kunt opgeven.
3. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "ERASE"
te zetten en druk op [ENTER].
De boodschap "Are you sure?" verschijnt.
fig.05-CDerase
8. Selecteer met TIME/VALUE-draaiknop het patroonnummer voor de importbestemming en druk op [ENTER].
Het kopiëren van de SMF begint.
Wanneer "Complete!" verschijnt, is de import voltooid.
4. Druk op [ENTER] (YES).
Druk op [EXIT] (NO) om het verwijderen te annuleren.
Het verwijderen begint en de voortgang wordt weergegeven.
Als "Completed!" verschijnt, is het verwijderen voltooid.
5. Druk meermaals op [EXIT] om terug te keren naar het
Play-scherm.
6. Druk op de EJECT-toets van het CD-R/RW-station om de
cd te verwijderen.
• Als het verwijderproces eenmaal is gestart, kunt u het
niet meer annuleren.
• De tijd die nodig is om de data te verwijderen, hangt van
het soort CD-RW en van de hoeveelheid data.
• In sommige gevallen kan het een paar seconden duren
voor het cd-station de cd vrijgeeft.
153
Hoofdstuk 5
Als de SMF's samen in een map zitten, dan verschijnt de
naam van die map. Druk op [ENTER] om de SMF's in
deze map weer te geven.
Songs van cd's naar audiosporen importeren
Met de BR-900CD kunt u geselecteerde songs van een cd
naar audiosporen importeren. (CD-R/RW Write)
4. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op
"PLAY/IMP" te zetten en druk op [ENTER].
Het Audio CD Player-scherm verschijnt.
fig.05_CDplay
Belangrijke opmerking
• De BR-900CD en zijn CD-R/RW-station zijn zo
ontworpen dat u materiaal kunt reproduceren
waarvan u het auteursrecht bezit of waarvoor de
eigenaar van het auteursrecht u de toestemming heeft
gegeven. Het zonder toestemming van de copyrighteigenaar reproduceren van audio-cd's of van ander
materiaal waarvoor auteursrechten gelden en het
omzeilen van technologieën als SCMS, die tweedegeneratie- en latere kopieën verhinderen, geldt dan
ook als een schending van het auteursrecht, en kunt u
beboet worden, zelfs als u de reproductie enkel voor
uw persoonlijk gebruik en plezier (privé-gebruik)
hebt gemaakt. Raadpleeg een expert in auteursrecht
of speciale publicaties over dit onderwerp voor meer
informatie over hoe u toestemming kunt krijgen van
de houders van auteursrechten.
• Met de BR-900CD kunt u niet in één keer alle songs
van een audio-cd importeren. U moet de songs één
voor één importeren.
5. Selecteer met de TIME/VALUE-draaiknop het nummer
van de song die u wilt importeren.
fig.05-CDimp
6. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "[IMP]"
te zetten en druk op [ENTER].
Er verschijnt een scherm waarin u de importbestemming
kunt instellen.
fig.05-CDiwavimp2
1. Plaats een audio-cd in het CD-R/RWstation van de
BR-900CD.
De toegangsindicator van het station begint te knipperen.
Wacht tot deze indicator niet meer knippert en uitgaat.
2. Druk op [CD-R/RW].
Het CD-menu verschijnt.
fig.05_CDmenu
3. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "AUDIO"
te zetten en druk op [ENTER].
Het Audio CD-menu verschijnt.
fig.05_CDaudio
154
7. Selecteer met de TIME/VALUE-draaiknop de importbestemming en druk vervolgens op [ENTER].
De boodschap "Now Importing…" verschijnt en het
importeren naar het audiospoor begint. Als "Completed!"
verschijnt, is de importprocedure met succes voltooid.
Wanneer u een audio-cd in het CD-R/CD-RW-station plaatst,
kan de boodschap "Now Checking…" vrij lang op de display
worden weergegeven. Dit tijdsbestek is nodig om de data op de
audio-cd te lezen, en is dus niet het resultaat van een defect.
Hoofdstuk 6
MIDI
gebruiken
155
MIDI: elementaire begrippen
Door MIDI te gebruiken om de BR-900CD op andere MIDIcompatibele apparatuur aan te sluiten, kunt u de volgende
taken uitvoeren:
●
Ritmische begeleiding op een externe MIDI-geluidsmodule
afspelen
●
Met externe MIDI-sequencers en -drumcomputers
synchroniseren
●
De BR-900CD gebruiken om MMC-compatibele
apparaten te bedienen
Dit hoofdstuk bevat een basisbeschrijving van MIDI en legt
uit op welke manieren het kan worden gebruikt.
MIDI-kanalen
Dankzij de MIDI-norm kunt u data uitwisselen tussen
verschillende MIDI-compatibele apparaten via één kabel.
Dit is mogelijk door de zogeheten MIDI-kanalen.
Eenvoudig gesteld, lijkt een MIDI-kanaal op een televisiekanaal. U kunt bijvoorbeeld van televisiekanaal wisselen om zo
programma’s van verschillende televisiestations te bekijken.
In dit geval wordt de informatie alleen gecommuniceerd als het
kanaal aan de versturende zijde overeenkomt met het kanaal
aan de ontvangende zijde.
Op soortgelijke manier kunnen MIDI-berichten van een
apparaat dat (bijvoorbeeld) op MIDI-kanaal 1 is ingesteld,
alleen worden ontvangen als het MIDI-kanaal aan de
ontvangende zijde ook op 1 is ingesteld.
Wat is MIDI?
MIDI staat voor "Musical Instrument Digital Interface" (digitale
interface voor muziekinstrumenten). MIDI is een wereldwijde
norm die is ontworpen om uitvoeringsdata, data voor
programmawijzigingen en soortgelijke informatie tussen
elektrische muziekinstrumenten en computers uit te wisselen.
Als een apparaat MIDI-compatibel is, kan het uitvoeringsdata
met andere MIDI-compatibele apparatuur uitwisselen, zelfs
als deze apparaten van een ander type of merk zijn.
MIDI-aansluitingen
MIDI-berichten (d.w.z. de data waarmee MIDI werkt) worden
uitgewisseld via de volgende drie soorten MIDI-poorten.
MIDI IN:
Deze aansluiting ontvangt de MIDI-berichten die van andere
MIDI-apparaten binnenkomen.
MIDI OUT:
Alle MIDI-berichten van de BR-900CD worden via deze
aansluiting verzonden.
MIDI THRU:
Deze aansluiting stuurt alle MIDI-berichten door die bij de
MIDI IN-aansluiting binnenkomen.
De BR-900CD is voorzien van een MIDI OUT-poort,
maar niet van MIDI IN- en MIDI THRU-poorten.
156
MIDI-implementatietabellen
Dankzij MIDI kunnen allerhande elektronische
muziekapparaten met elkaar communiceren. Dit betekent
echter niet dat elk MIDI-apparaat elk soort MIDI-bericht kan
verwerken. In de praktijk kunnen twee MIDI-compatibele
apparaten alleen MIDI-berichten uitwisselen, die door beide
worden ondersteund.
De handleiding van elk MIDI-compatibel apparaat bevat een
MIDI-implementatietabel. Met deze tabel ziet u meteen welke
MIDI-berichten het betreffende apparaat kan verzenden en
ontvangen.
Als u twee MIDI-apparaten samen gebruikt, moet u de
MIDI-implementatietabellen van beide vergelijken, zodat u
zeker weet dat de benodigde MIDI-berichten kunnen
worden uitgewisseld.
Raadpleeg “MIDI-implementatie” (p. 216) voor meer
gedetailleerde informatie over de MIDI-eigenschappen van
de BR-1200CD.
Synchroniseren met MIDI-apparatuur
Rhythm gebruiken om een
externe MIDI-geluidsmodule
te bespelen
4. Druk op CURSOR [
te selecteren.
][
] om "RhyMIDI ch"
fig.05-403d
Voer de onderstaande procedure uit als u een MIDI-geluidsmodule
wilt gebruiken en kies de gewenste geluiden voor Rhythm.
1. Gebruik een MIDI-kabel om de BR-900CD en uw
MIDI-geluidsmodule als hieronder aan te sluiten.
fig.05-401
5. Draai aan de TIME/VALUE-draaiknop om het MIDIkanaal (1–16) in te stellen.
MIDI-geluidsmodule
MIDI IN
MIDI OUT
Als u "OFF" kiest, worden de "note messages" van
Rhythm niet verzonden.
6. Druk op [UTILITY] (of meermaals op [EXIT]) om naar
het Play-scherm terug te keren.
* Tijdens het updaten verschijnt "Keep power on!" in de
bovenste regel van de display, terwijl de onderste regel
laat zien wat er wordt verwerkt.
Onderstaande tabel bevat de door Rhythm geproduceerde
klanken en de overeenkomstige nootnummers.
2. Druk op [UTILITY].
3. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "SYNC"
te zetten en druk op [ENTER].
Nootnummer
Closs Stick
G1
(31)
Metronome (click)
A1
(33)
Metronome (bell)
A#1
(34)
Kick
C2
(36)
Snare
D2
(38)
Tom 4
F2
(41)
Closed Hi-hat
F#2
(42)
Tom 3
A2
(45)
Open Hi-hat
A#2
(46)
Tom 2
C3
(48)
Clash Cymbal
C#3
(49)
Tom 1
D3
(50)
Ride Cymbal
D#3
(51)
Cowbell
G#3
(56)
Hoofdstuk 6
fig.05-402d
Rhythm-geluid
Toonarrangement is gebaseerd op GS/GM. Als uw externe
MIDI-geluidsmodule niet op GS of GM is gebaseerd, dient u
de instellingen van uw MIDI-geluidsmodule zo te wijzigen,
dat de geluiden met elk nootnummer overeenkomen. Meer
informatie over deze instellingen vindt u in de handleiding
van uw MIDI-geluidsmodule.
* Als u een externe MIDI-geluidsmodule gebruikt om het ritme
te spelen, regel dan het volume met de knoppen van de externe
MIDI-geluidsmodule.
157
Synchroniseren met MIDI-apparatuur
Weergave met een MIDIsequencer synchroniseren
fig.05-405d
De BR-900CD kan synchroon lopen met een MIDI-sequencer.
Als u met een MIDI-sequencer synchroniseert, kunt u de
BR-900 gebruiken om de MIDI-sequencer te synchroniseren
(d.w.z., met de BR-900CD als master). U kunt de BR-900CD
echter niet synchroniseren met de MIDI-sequencer (d.w.z.,
met de BR-900CD als slave).
* Meer informatie over de werking van uw MIDI-sequencer
vindt u in de handleiding van dat toestel. Raadpleeg p. 160
voor meer informatie over MMC.
Gesynchroniseerde weergave
met de BR-900CD als master
4. Druk op CURSOR [ ] [ ] om “Sync Gen” te
selecteren, en draai aan de TIME/VALUE-draaiknop
om de sync generator in te stellen.
fig.05-406d
Volg de onderstaande procedure om de MIDI-sequencer met
de BR-900CD te synchroniseren.
1. Gebruik een MIDI-kabel om de BR-900CD en uw
MIDI-sequencer als hieronder aan te sluiten.
fig.05-404
OFF:
er worden geen gesynchroniseerde signalen
verzonden.
MTC:
de MIDI-tijdscode wordt verzonden.
MCK:
verzendt de MIDI-klok op basis van het tempo
dat met Rhythm is ingesteld (p. 120).
* Ga naar stap 6 als "OFF" of "MCK" geselecteerd zijn.
MIDI-sequencer
MIDI IN
MIDI OUT
5. Selecteer met CURSOR [ ] [ ] "MTC Type" en stel
met de TIME/VALUE-draaiknop het MTC-type in.
fig.05-407d
2. Druk op [UTILITY].
Controleer de specificaties van uw MIDI-sequencer en
stel op de BR-900CD het MTC-type in.
30:
30 frames per seconde, non-drop-formaat. Dit
formaat wordt gebruikt door audiotoestellen
zoals analoge bandrecorders en voor zwart-wit
videomateriaal in het NTSC-formaat (gebruikt
in Japan en de V.S.).
29N:
29,97 frames per seconde drop-formaat. Dit
formaat wordt gebruikt voor kleurenvideomateriaal in het NTSC-formaat (gebruikt in
Japan en de V.S.).
3. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "SYNC"
te zetten en druk op [ENTER].
158
Synchroniseren met MIDI-apparatuur
29D:
25:
29,97 frames per seconde drop-formaat.
Dit formaat wordt gebruikt voor videouitzendingen in kleur, in het NTSC-formaat
(gebruikt in Japan en de V.S.).
25 frames per seconde. Dit formaat wordt
gebruikt voor videomateriaal in het SECAMof PAL-formaat, audio-apparatuur en film
(gebruikt in Europa en elders).
24:
24 frames per seconde. Dit wordt in de V.S.
gebruikt voor video, audio-apparatuur en film.
De MTC offset instellen
De offset stelt de tijd in die nodig is om bij het synchroniseren
van een extern apparaat met de MTC van de BR-900CD de
songweergave en de MTC-timing gelijk te zetten.
1. Druk op [UTILITY].
2. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "SYNC"
te zetten en druk op [ENTER].
fig.05-408ad
6. Druk op [UTILITY] (of meermaals op [EXIT]) om naar
het Play-scherm terug te keren.
* Tijdens het updaten verschijnt "Keep power on!" in de
bovenste regel van de display, terwijl de onderste regel
laat zien wat er wordt verwerkt.
7. Net als wanneer u een MIDI-sequencer synchroniseert
met een externe MTC, kunt u, als u MCK gebruikt, de
MIDI-sequencer synchroniseren met behulp van een
externe MIDI-klok.
8. Maak de MIDI-songdata klaar voor gebruik.
Als de BR-900CD begint te spelen, begint ook de MIDIsequencer volledig synchroon te spelen.
Wat zijn drop- en non-drop-formaten?
3. Druk op CURSOR [ ] [ ] om "Offset" te selecteren
en draai aan de TIME/VALUE-draaiknop om de time
offset in te stellen.
fig.05-408d
Er zijn twee soorten formaten die door NTSCvideorecorders worden gebruikt: non-drop en drop.
Omdat de formaten met continue frames makkelijker
zijn om mee te werken, wordt voor de meeste video- en
audioproducties non-drop gebruikt. Voor uitzendingen
daarentegen, waar de tijdcode moet overeenstemmen
met de werkelijke tijd, wordt drop gebruikt.
De offset is in feite het verschil tussen de "tijdspositie
waarop de MTC-timing wordt afgestemd" en de
"tijdspositie waarop de song-timing wordt afgestemd".
Als u bijvoorbeeld het externe toestel wilt laten spelen
met de hieronder vermelde MTC-timing, op het moment
dat de song-timing "01h00m00s00" is, stel dan de offset
als volgt in.
Song-timing
MTC voor
extern toestel
Offset-instelling
01h00m00s00
01h30m00s00
00h30m00s00
01h00m00s00
00h30m00s00
23h30m00s00
4. Druk op [UTILITY] (of meermaals op [EXIT]) om naar
het Play-scherm terug te keren.
* Tijdens het updaten verschijnt "Keep power on!" in de
bovenste regel van de display, terwijl de onderste regel
laat zien wat er wordt verwerkt.
159
Hoofdstuk 6
Bij het non-drop-formaat lopen de frames continu door.
Anderzijds, om NTSC-kleurenvideo te ondersteunen, laat
het drop-formaat de eerste twee frames van elke minuut
vallen, behalve van de minuten 10, 20, 30, 40 en 50.
Synchroniseren met MIDI-apparatuur
MMC gebruiken
1. Druk op [UTILITY].
MMC staat voor "MIDI Machine Control". Dit is een protocol
dat MIDI System Exclusive Messages gebruikt om vanuit één
toestel meerdere opnameapparaten aan te sturen.
2. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "SYNC"
te zetten en druk op [ENTER].
fig.05-410d
Uw BR-900CD ondersteunt het MMC-protocol.
Door MMC te gebruiken, kan uw BR-900CD commando’s
als PLAY, STOP en FF naar aangesloten MIDI-apparatuur
verzenden, zodat u ze zo kunt bedienen.
Let op: sommige MIDI-apparaten ondersteunden de MMCfunctie van de BR-900CD niet. Als dit het geval is, kunt u deze
apparaten niet volgens de onderstaande procedure vanaf de
BR-900CD bedienen. Raadpleeg “MIDI-implementatie” (p. 216)
voor meer informatie over de MMC-functionaliteit die door de
BR-900CD wordt ondersteund.
MMC-compatibele apparatuur
vanaf de BR-900CD bedienen.
3. Druk op CURSOR [ ] [ ] om "MMC Master" te
selecteren en draai aan de TIME/VALUE-draaiknop
om de MMC-functie in te stellen.
fig.05-411d
In deze paragraaf leert u welke instellingen u moet maken
om de weergave te synchroniseren met een softwaresequencer die MMC en MTC ondersteunt. Maak de
aansluitingen zoals in onderstaand schema.
fig.05-409
MIDI IN
MIDI OUT
OFF:
MMC wordt niet verzonden.
ON:
De MMC-informatie wordt verzonden. De
BR-900CD wordt het stuurapparaat (master)
van het externe MIDI-instrument.
* Raadpleeg “MIDI-implementatie” (p. 216) voor meer
informatie over de MMC-functionaliteit die door de
BR-900CD wordt ondersteund.
4. Druk op CURSOR [ ] [ ] om "Sync Gen" te selecteren
en stel met de TIME/VALUE-draaiknop "MTC" in.
5. Stel uw sequencersoftware in.
Stel uw sequencersoftware als volgt in. Voor meer
informatie over deze instellingen raadpleegt u het best
de handleiding van uw sequencersoftware.
MTC:
De BR-900CD zal fungeren als master voor de MMC en MTC.
Volg de onderstaande procedure om functies als "play",
"stop", "fast-forward" van een sequencer te bedienen vanaf
de BR-900CD.
Ontvangen (receive)
MTC-type: Dezelfde instelling als het MTC-type
dat op de BR-900CD is geselecteerd.
MMC:
Ontvangen (receive)
6. Druk op [UTILITY] (of meermaals op [EXIT]) om
naar het Play-scherm terug te keren.
* Tijdens het updaten verschijnt "Keep power on!" in de
bovenste regel van de display, terwijl de onderste regel
laat zien wat er wordt verwerkt.
160
Hoofdstuk 7
USB
gebruiken
161
Voor u USB gebruikt (overzicht)
De BR-900CD is uitgerust met een USB-aansluiting, waarmee
u de BR-900CD direct op een computer kunt aansluiten.
Hierdoor kunt u makkelijker back-ups maken van uw
belangrijke songdata en bestanden uitwisselen tussen de
BR-900CD en de computer.
Wat is USB?
USB staat voor "Universal Serial Bus" en is een type interface
waarmee computers op divers randapparaten kunnen worden
aangesloten.
Samenstelling van data op
geheugenkaarten
De aangemaakte mappen en bestanden zijn als volgt ingedeeld.
fig.06-102
Basisdirectory
ROLAND-map
BR0-map
Schijfinformatie
Door USB te gebruiken, kunt u verschillende randapparaten
met elkaar verbinden via een USB-kabel en is er ook snelle
datatransmissie mogelijk.
SONG0000-map
Songinformatie
Effectparameter
Sequentiedata
Sequentiedata
Drum Kit Sound-parameter
Songparameter
Opgenomen data
Opgenomen L-data
Opgenomen R-data
Wave-data
Daarnaast kunt u randapparatuur aansluiten en loskoppelen
terwijl de stroom aanstaat, en kan de computer randapparatuur
die wordt aangesloten, automatisch herkennen (het kan zijn dat
u, wanneer u bepaalde apparaten aansluit, eerst een aantal
parameters moet instellen).
USB wordt op de BR-900CD gebruikt voor de
volgende taken:
●
Back-ups maken voor de data van de BR-900CD.
●
Spoordata van de BR-900CD opslaan in het WAV/AIFFformaat (WAV/AIFF Export).
●
WAV/AIFF-bestanden naar sporen van de BR-900CD
laden (WAV/AIFF Import).
●
SMF's importeren en patronen creëren.
●
Drumgeluiden van WAV/AIFF-bestanden inladen.
SONG0001-map
De mappen worden voor
elke song aangemaakt
TONELOAD-map
WAV/AIFF-bestand
SMF-map
SMF-bestand
USB-map
WAV/AIFF-bestand
Realtime geluidsignalen en MIDI-berichten kunnen niet worden
uitgezonden via de USB-aansluiting van de BR-900CD.
Compatibele besturingssystemen
Windows:
Windows Me / 2000 / XP
ROLAND-map
De bestanden en de mappen op de BR-900CD hebben de
volgende structuur.
BR0-map
Songdata (opnamedata, songarrangementen/-patronen/
-drumkits, effect song-patches en songinformatie) worden in
elke songmap opgeslagen.
Macintosh:
Mac OS 9.1.x / 9.2.x
Mac OS X
Stuurprogramma
De BR-900CD gebruikt een standaardstuurprogramma
(DRIVER) dat u in het besturingssysteem vindt. Het
stuurprogramma wordt automatisch geïnstalleerd
zodra de computer via USB is aangesloten.
162
TONELOAD-map
WAV- en AIFF-bestanden die voor gebruik worden geladen,
zoals drumgeluiden, worden hierin opgeslagen (p. 171, p. 181).
SMF-map
SMF-bestanden die in songpatronen worden gebruikt,
worden hierin opgeslagen (p. 169 ,p. 179).
Voor u USB gebruikt (overzicht)
Een computer aansluiten
USB-map
WAV- en AIFF-bestanden die in de sporen van de BR-900CD
worden geladen, en WAV- en AIFF-bestanden die op
computers worden opgeslagen (spoordata geconverteerd
naar de WAV- en AIFF-indeling), worden hier opgeslagen
(p. 165, p. 167, p. 176, p. 178).
Gebruik de USB-kabel om de BR-900CD met uw computer te
verbinden.
* Koop USB-kabels bij computerwinkels of elektronicazaken.
fig.06-101
Naar USB-poort
van uw computer
Mappen en bestanden die op geheugenkaarten
worden aangemaakt, worden op het computerscherm weergegeven.
Als u een opdracht uitvoert, wordt het "BOSS_BR-900"pictogram op het computerscherm toegevoegd.
* Het is mogelijk dat bij sommige versies van Windows het
"Removable disk (*:)"-pictogram wordt weergegeven.
USB-kabel
fig.06-102a
(Vb.) Windows XP
BOSS_BR-900
BOSS_BR-900
(Vb.) Windows 2000
Removable Disk (*:)
(verwijderbare schijf)
(Vb.) Macintosh
Opmerkingen over het
gebruik van USB
Voer de volgende operaties niet uit als u overschakelt naar
de USB-functie of data verzendt. Deze handelingen kunnen
tot gevolg hebben dat uw computer niet reageert op de data.
Hierdoor kunnen de data op geheugenkaarten ook worden
beschadigd.
U mag in geen geval:
• De USB-kabel loskoppelen
• De computer in spaarstand (standby) of slaapstand
zetten, herstarten of uitzetten
• De BR-900CD uitzetten.
Als u op het "BOSS_BR-900" (of het "Removable disk (*:)")pictogram klikt, of op een Macintosh op het "BOSS_BR-900"pictogram dubbelklikt, wordt de ROLAND-map weergegeven.
Open deze map om de mappen "BR0", "TONELOAD", "SMF"
en "USB weer te geven.
fig.06-102b
(Vb.)
Bij Windows XP/2000
Gebruikt u Windows XP/2000, dan moet u zich bij Windows
aanmelden als een van de volgende gebruikers:
• Administrator of een andere gebruiker met de privileges
van de groep Administrators.
• Een gebruiker met het accounttype Computer Administrator.
Opmerking: u kunt de USB-verbinding mogelijk niet goed
afsluiten als de gebruikersnaam niet één van bovenstaande is.
Neem contact op met de systeembeheerder voor meer
informatie over de computer die u gebruikt.
163
Hoofdstuk 7
• Een geheugenkaart verwijderen.
BOSS_BR-900
Windows
Back-ups maken voor de
data van de BR-900CD
1. Verbind de BR-900CD met uw computer via een USB-kabel.
2. Zorg dat de recorder is gestopt en druk dan op [UTILITY].
3. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "USB"
te zetten en druk op [ENTER].
Back-updata terugschrijven naar de BR-900CD vanaf
de computer (Recover)
Sleep de ROLAND-map naar het "BOSS_BR-900" (of het
"Removable disk (*:)")-pictogram, als u back-updata op een
computer opnieuw wilt overbrengen naar de BR-900, en
laat hem hier los (u overschrijft de BOSS_BR-900-map).
Het USB-scherm verschijnt.
4. Selecteer "BACKUP" met de TIME/VALUE-draaiknop
en druk op [ENTER].
Het Idling-scherm verschijnt op de display.
fig.06-103d
6. Verbreek de verbinding met de computer.
Windows XP
Klik in "My Computer" met de rechtermuisknop op het
"BOSS_BR-900" (of "Removable disk (*:)")-pictogram
om de cd te verwijderen.
* Als de cd niet wordt verwijderd, volgt u onderstaande procedure.
1)
Klik op het
-pictogram en vervolgens op de
boodschap "Stop USB Diskdrive (*:)".
fig.06-105a
Taakbalk
2)
* U kunt de volgende procedure enkel uitvoeren wanneer het
Idling-scherm wordt weergegeven. Raadpleeg p. 212 voor
uitleg over hoe u dit probleem kunt oplossen.
1)
Klik in "My Computer" met de rechtermuisknop
op het "BOSS_BR-900" (of "Removable disk (*:)")pictogram om de cd te verwijderen.
2)
Klik op het
-pictogram en vervolgens op de
boodschap "Stop USB Diskdrive (*:)".
(Vb.)
BOSS_BR-900
Removable Disk (*:)
(verwijderbare schijf)
Klik op [OK] in het dialoogvenster "Safe To
Remove Hardware" dat verschijnt.
Windows 2000/Me
Het "BOSS_BR-900" (of "Removable disk (*:)")-pictogram
wordt aan de computer toegevoegd.
fig.06-104
Takenblokje
fig.06-105a
5. Maak een back-up van de data.
1)
Klik op het "BOSS_BR-900" (of "Removable disk
(*:)")-pictogram.
2)
Sleep de ROLAND-map naar de map van de
computer en laat hem daar los.
Taakbalk
3)
Takenblokje
Klik op [OK] in het dialoogvenster "Safe To
Remove Hardware" dat verschijnt.
fig.06-105d
7. Druk op de [EXIT]-toets van de BR-900.
Het USB-menu verschijnt opnieuw.
Als de back-up van de data voltooid is, verschijnt het
Idling-scherm opnieuw op de display.
164
Windows
* Als u op [EXIT] drukt zonder dat u de verbinding met uw
computer verbreekt, verschijnt onderstaand scherm. Wanneer u
hier op [ENTER] drukt, verschijnt het USB-scherm opnieuw.
fig.06-106ad
1. Verbindt de BR-900CD met uw computer via een USB-kabel.
2. Zorg dat de recorder is gestopt en druk dan op [UTILITY].
3. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "USB"
te zetten en druk op [ENTER].
Het USB-scherm verschijnt.
4. Selecteer "EXPORT" met de TIME/VALUE-draaiknop
en druk vervolgens op [ENTER].
fig.06-110d
8. Als de back-up van de data voltooid is, drukt u op
[EXIT] om naar het Play-scherm terug te keren.
U kunt de USB-kabel nu zonder problemen loskoppelen
van de BR-900CD en de computer.
Spoordata van de BR-900CD
opslaan in de WAV/AIFFindeling (WAV/AIFF Export)
U kunt de spoordata van de BR-900CD converteren naar
WAV- of AIFF-bestanden, en deze opslaan op uw computer.
Nadat u de mastersporen tot WAV- of AIFF-bestanden hebt
geconverteerd, kunt u met uw computer makkelijk audio-cd's
van de data maken en de data in geluidsapplicaties inladen.
Geheugentekort bij WAV/AIFF-exports
oplossen
Wanneer u WAV- of AIFF-bestanden exporteert, moeten de
geheugenkaarten voldoende vrije ruimte hebben om de
bestanden te kunnen bevatten. Is er te weinig geheugen
beschikbaar en verschijnt de foutmelding "Card Full!", dan
zijn er twee mogelijke oplossingen voor dit probleem.
WAV:
deze audio-indeling wordt voornamelijk voor
Windows gebruikt.
AIFF:
deze audio-indeling wordt voornamelijk voor
Macintosh gebruikt.
6. Gebruik CURSOR [ ] [ ] en de TIME/VALUEdraaiknop om het spoor/de V-Track die u wilt opslaan,
te selecteren.
Als u in mono opslaat
fig.06-112d
Hoofdstuk 7
Overbodige data van de geheugenkaart
verwijderen
5. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de bestandsindeling te
selecteren en druk vervolgens op [ENTER].
1. Maak een back-up van de data op de kaart (zie p. 164).
2. Verwijder overbodige songs (zie p. 77).
3. Verwijder ook alle spoordata behalve die van de
sporen die u wilt exporteren (zie p. 73).
4. Exporteer de data.
5. Schrijf de data waarvan u een back-up hebt gemaakt,
opnieuw naar de BR-900CD (zie stap 5 "HINT" op p. 164).
Als u in stereo opslaat
* Selecteer spoorcombinatie 1/2, 3/4, 5/6 of 7/8.
fig.06-111d
Een geheugenkaart met hoge capaciteit
gebruiken
Raadpleeg de aparte informatiepagina "Over geheugenkaarten"
voor meer informatie over ondersteunde geheugenkaarten
(CompactFlash) voor de BR-900CD.
165
Windows
7. Druk op [ENTER].
* Als de cd niet wordt verwijderd, volgt u onderstaande procedure.
Het converteren van het WAV- of AIFF-bestand begint.
1)
Bestandsnamen worden als volgt geconverteerd.
(Mono)
Spoor 1, V-Track 1
TR01_ _ _1.WAV of
TR01_ _ _1.AIF
(Stereo)
Spoor 1/2, V-Track 1
TR0102 _1.WAV of
TR0102 _1.AIF
Spoor 1, V-Track 2
TR01_ _ _2.WAV of
TR01_ _ _2.AIF
:
Spoor 6, V-Track 7
TR06_ _ _7.WAV of
TR06_ _ _7.AIF
Spoor 1/2, V-Track 2
TR0102 _2.WAV of
TR0102 _2.AIF
:
Spoor 7/8, V-Track 7
TR0708_7.WAV of
TR0708_7.AIF
Spoor 6, V-Track 8
TR06_ _ _8.WAV of
TR06_ _ _8.AIF
Spoor 7/8, V-Track 8
TR0708_8.WAV of
TR0708_8.AIF
* Het converteren van een song duurt ongeveer even lang (tweemaal
zo lang in stereo) als het afspelen van de brondata van de song.
Als het converteren voltooid is, wordt het "BOSS_BR900" (of "Removable disk (*:)")-pictogram aan de
computer toegevoegd.
Klik op het
-pictogram en vervolgens op de
boodschap "Stop USB Diskdrive (*:)".
fig.06-105a
Taakbalk
2)
Takenblokje
Klik op [OK] in het dialoogvenster "Safe To
Remove Hardware" dat verschijnt.
Windows 2000/Me
1)
Klik in "My Computer" met de rechtermuisknop
op het "BOSS_BR-900" (of "Removable disk (*:)")pictogram om de cd te verwijderen.
2)
Klik op het
-pictogram en vervolgens op de
boodschap "Stop USB Diskdrive (*:)".
fig.06-105a
fig.06-104
(Vb.)
BOSS_BR-900
Removable Disk (*:)
(verwijderbare schijf)
8. Exporteer het WAV- of AIFF-bestand naar uw computer.
1)
Klik op het "BOSS_BR-900" (of "Removable disk
(*:)")-pictogram.
2)
Sleep het WAV- of AIFF-bestand uit de map "USB"
in de ROLAND-map naar de map van de computer,
en laat hem daar los.
fig.06-114d
Taakbalk
3)
Takenblokje
Klik op [OK] in het dialoogvenster "Safe To
Remove Hardware" dat verschijnt.
10. Druk op de [EXIT]-toets van de BR-900.
Het selectiescherm voor de bestandsindeling verschijnt
opnieuw. Wanneer u nu op [EXIT] drukt, wordt de
inhoud van de USB-map automatisch verwijderd.
* Als u op [EXIT] drukt zonder dat u de verbinding met uw
computer verbreekt, verschijnt het volgende scherm.
Wanneer u hier op [ENTER] drukt verschijnt het
selectiescherm voor de bestandindeling opnieuw.
fig.06-106ad
Als de data-export voltooid is, verschijnt het Idlingscherm opnieuw.
9. Verbreek de verbinding met de computer.
Windows XP
Klik in "My Computer" met de rechtermuisknop op het
"BOSS_BR-900" (of "Removable disk (*:)")-pictogram
om de cd te verwijderen.
U kunt de USB-kabel nu zonder problemen loskoppelen
van de BR-900CD en de computer.
11. Herhaal indien nodig stappen 4 tot 9.
12. Als het exporteren van de WAV- of AIFF-bestanden
voltooid is, kunt u terugkeren naar het Play-scherm
door meermaals op [EXIT] te drukken.
166
Windows
WAV/AIFF-bestanden naar
sporen van de BR-900CD
laden (WAV/AIFF Import)
fig.06-120d
U kunt WAV- of AIFF-bestanden op uw computer, die
bijvoorbeeld werden gecreëerd met muzieksoftware,
selecteren en laden naar de sporen van de BR-900CD.
●
U kunt waveformdata met de volgende indelingen
importeren. U kunt geen waveformdata in andere
indelingen importeren.
• WAV- of AIFF-indeling
• Mono of stereo
• 8-bit of 16-bit
• Samplefrequentie: 44,1 kHz
●
Geef geïmporteerde WAV-bestanden de extensie "WAV"
en geïmporteerde AIFF-bestanden de extensie "AIF".
●
Gecomprimeerde WAV- of AIFF-bestanden kunnen
niet worden geladen.
●
Heel korte waveformdata (minder dan ongeveer 1 sec)
kunnen niet worden geladen.
●
In een AIFF-bestand worden de loop-puntinstellingen
genegeerd.
●
Als de unit in de arrange-functie staat op het moment
van de import, dan gebeurt dit volgens de timing van
de arrange-functie. Staat de unit daarentegen in de
pattern-functie op het moment van de import, dan
gebeurt dit volgens de timing van de pattern-functie.
5. Gebruik CURSOR [ ] [ ] en de TIME/VALUEdraaiknop om het in te laden spoor en V-Track te
selecteren en druk vervolgens op [ENTER].
Als u in mono op de sporen inlaadt
fig.06-122d
Als u in stereo op de sporen inlaadt
* Selecteer spoorcombinatie 1/2, 3/4, 5/6 of 7/8.
fig.06-121d
1. Verbindt de BR-900CD met uw computer via een USB-kabel.
3. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "USB" te
zetten en druk op [ENTER].
6. Gebruik [CURSOR] en de TIME/VALUE-draaiknop om
de maat of de plaats in het spoor aan te geven waar het
inladen moet starten, en druk vervolgens op [ENTER].
fig.06-123d
Het USB-scherm verschijnt.
4. Selecteer "IMPORT" met de TIME/VALUE-draaiknop
en druk vervolgens op [ENTER].
Het "BOSS_BR-900" (of "Removable disk (*:)")-pictogram
wordt aan de computer toegevoegd.
fig.06-104
(Vb.)
BOSS_BR-900
Removable Disk (*:)
(verwijderbare schijf)
167
Hoofdstuk 7
2. Zorg dat de recorder is gestopt en druk dan op [UTILITY].
Windows
7. Kopieer het WAV- of AIFF-bestand dat u wilt importeren.
1)
2)
Klik op het "BOSS_BR-900" (of "Removable disk
(*:)")-pictogram.
Sleep het geïmporteerde WAV- of AIFF-bestand
naar de USB-map in de ROLAND-map.
* Er kan per importeeropdracht maar één bestand tegelijk worden
geïmporteerd. Versleep niet meer dan één bestand tegelijk.
Als de data gekopieerd zijn, verschijnt het Idling-scherm
opnieuw.
8. Verbreek de verbinding met de computer.
Windows XP
Klik in "My Computer" met de rechtermuisknop op het
"BOSS_BR-900" (of "Removable disk (*:)")-pictogram
om de cd te verwijderen.
* Als de cd niet wordt verwijderd, volgt u onderstaande procedure.
Klik op het
-pictogram en vervolgens op de
boodschap "Stop USB Diskdrive (*:)".
fig.06-105a
Taakbalk
2)
Takenblokje
Klik op [OK] in het dialoogvenster "Safe To
Remove Hardware" dat verschijnt.
Windows 2000/Me
1)
Klik in "My Computer" met de rechtermuisknop
op het "BOSS_BR-900" (of "Removable disk (*:)")pictogram om de cd te verwijderen.
2)
Klik op het
-pictogram en vervolgens op de
boodschap "Stop USB Diskdrive (*:)".
fig.06-105a
Taakbalk
3)
168
Het WAV- of AIFF-bestand wordt geïmporteerd.
Wanneer het importeren voltooid is, wordt de inhoud
van de USB-map automatisch verwijderd.
* Als u op [EXIT] drukt zonder de verbinding met uw computer
te verbreken, dan verschijnt het volgende scherm. Drukt u op
[ENTER] dan wordt het WAV- of AIFF-bestand geïmporteerd.
fig.06-106ad
fig.06-126d
1)
9. Druk op de [EXIT]-toets van de BR-900.
Takenblokje
Klik op [OK] in het dialoogvenster "Safe To
Remove Hardware" dat verschijnt.
Als het importeren voltooid is, keert u terug naar het
scherm waarin u het spoor/de V-Track die als importeerbron dient, kunt selecteren.
U kunt de USB-kabel nu zonder problemen loskoppelen
van de BR-900CD en de computer.
10. Herhaal indien nodig stappen 4 tot 8.
11. Als u klaar bent met het importeren van de WAV- of
AIFF-bestanden, drukt u meermaals op [EXIT] om naar
het Play-scherm terug te keren.
Windows
SMF's importeren en
patronen maken
2)
Sleep de geïmporteerde SMF naar de SMF-map in
de ROLAND-map.
fig.03-435d
U kunt SMF's (Standard MIDI Files) die op geheugenkaarten
als songpatronen zijn opgeslagen, importeren. U kunt uw
verzameling songpatronen gemakkelijk uitbreiden door SMF's
op uw computer of een ander apparaat aan te maken en ze
naar geheugenkaarten te kopiëren.
Als het importeren van de SMF voltooid is, verschijnt het
Idling-scherm opnieuw.
●
U kunt geen SMF's van meer dan 999 maten importeren.
●
Geef de SMF's die u importeert, de extensie "MID".
●
Gebruik bestandsnamen met acht alfanumerieke tekens.
1. Verbindt de BR-900CD met uw computer via een USB-kabel.
2. Zorg dat de recorder is gestopt en druk dan op [UTILITY].
3. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "USB"
te zetten en druk op [ENTER].
6. Verbreek de verbinding met de computer.
Windows XP
Klik in "My Computer" met de rechtermuisknop op het
"BOSS_BR-900" (of "Removable disk (*:)")-pictogram
om de cd te verwijderen.
* Als de cd niet wordt verwijderd, volgt u onderstaande procedure.
1)
Klik op het
-pictogram en vervolgens op de
boodschap "Stop USB Diskdrive (*:)".
fig.06-105a
Het USB-scherm verschijnt.
4. Selecteer "BACKUP" met de TIME/VALUE-draaiknop
en druk vervolgens op [ENTER].
Het Idling-scherm verschijnt.
Taakbalk
fig.03-434d
2)
Takenblokje
Klik op [OK] in het dialoogvenster "Safe To
Remove Hardware" dat verschijnt.
Windows 2000/Me
Klik in "My Computer" met de rechtermuisknop
op het "BOSS_BR-900" (of "Removable disk (*:)")pictogram om de cd te verwijderen.
2)
Klik op het
-pictogram en vervolgens op de
boodschap "Stop USB Diskdrive (*:)".
fig.06-105a
* U kunt de volgende procedure enkel uitvoeren wanneer het
Idling-scherm wordt weergegeven. Raadpleeg p. 212 voor
uitleg over hoe u dit probleem kunt oplossen.
Het "BOSS_BR-900" (of "Removable disk (*:)")-pictogram
wordt aan de computer toegevoegd.
Taakbalk
3)
Takenblokje
Klik op [OK] in het dialoogvenster "Safe To
Remove Hardware" dat verschijnt.
fig.06-104
(Vb.)
BOSS_BR-900
Removable Disk (*:)
(verwijderbare schijf)
5. Importeer de SMF.
1)
Klik op het "BOSS_BR-900" (of "Removable disk (*:)")pictogram.
169
Hoofdstuk 7
1)
Windows
7. Druk meermaals op de [EXIT]-toets van de BR-900CD
om naar het Play-scherm terug te keren.
* Als u op [EXIT] drukt zonder dat u de verbinding met uw
computer verbreekt, verschijnt het volgende scherm. Wanneer
u in dit geval op [ENTER] en vervolgens op [EXIT] drukt,
verschijnt het Play-scherm opnieuw.
12. Draai aan de TIME/VALUE-draaiknop om het songpatroon dat de import-bestemming is, aan te geven en
druk vervolgens op [ENTER].
fig.03-439d
fig.06-106ad
Het importeren wordt uitgevoerd.
* Bij sommige SMF-bestanden kan het vrij lang duren voor het
bestand is geïmporteerd.
U kunt de USB-kabel nu zonder problemen loskoppelen
van de BR-900CD en de computer.
8. Druk meermaals op AUTO PUNCH [ON/OFF], totdat
de indicator knippert.
fig.03-436d
9. Druk op [EDIT].
10. Druk op [CURSOR] om de cursor op "SMF" te zetten en
druk op [ENTER].
De namen van de SMF's die op de geheugenkaart staan,
worden weergegeven.
fig.03-438d
11. Draai aan de TIME/VALUE-draaiknop om de SMF die u wilt
importeren, te selecteren en druk vervolgens op [ENTER].
Wanneer u GM/GS/XG-compatibele SMF's importeert, is
MIDI-kanaal 10 meestal voorbehouden als kanaal voor
ritmische uitvoeringen. Zo worden enkel de data op MIDIkanaal 10 in de SMF geïsoleerd en geïmporteerd door de
BR-900CD. De data op andere kanalen worden genegeerd.
170
* Tijdens het maken van updates verschijnt "Keep power on!" in
de bovenste regel van het scherm, terwijl de onderste regel laat
zien wat er wordt verwerkt.
Windows
Drumgeluiden van WAV/AIFFbestanden inladen (Tone Load)
fig.03-513d
U kunt WAV- en AIFF-bestanden op uw computer
importeren en ze als drumgeluiden inladen (TONE LOAD).
●
•
•
•
•
U kunt waveformdata met de volgende indelingen
importeren. U kunt geen waveformdata in andere
indelingen importeren.
WAV- of AIFF-indeling
Mono of stereo
8-bit of 16-bit
Samplefrequentie: 44,1 kHz
●
Gecomprimeerde WAV- of AIFF-bestanden kunnen
niet worden geladen.
●
Heel korte waveformdata (minder dan ongeveer
100 msec) kunnen niet worden geladen.
●
In een AIFF-bestand worden de loop-puntinstellingen
genegeerd.
●
Geef geïmporteerde WAV-bestanden de extensie "WAV"
en geïmporteerde AIFF-bestanden de extensie "AIF".
●
U kunt per drumkit drumgeluiden van maximaal
13 seconden inladen.
* U kunt de volgende procedure enkel uitvoeren wanneer het
Idling-scherm wordt weergegeven. Raadpleeg p. 212 voor
uitleg over hoe u dit probleem kunt oplossen.
Het "BOSS_BR-900" (of "Removable disk (*:)")-pictogram
wordt aan de computer toegevoegd.
fig.06-104
(Vb.)
BOSS_BR-900
5. Importeer het WAV- of AIFF-bestand.
1)
Klik op het "BOSS_BR-900" (of "Removable disk (*:)")pictogram.
2)
Sleep het geïmporteerde WAV- of AIFF-bestand
naar de TONELOAD-map in de ROLAND-map.
(Voorbeeld)
Kick: 3 seconden, snare: 3 seconden, crash cymbal:
7 seconden →Totaal: 13 seconden
●
Removable Disk (*:)
(verwijderbare schijf)
fig.03-514d
Stereo WAV- en AIFF-bestanden worden als "mono"geluiden geladen, met de linker- en rechterkant
gemengd.
2. Zorg dat de recorder is gestopt en druk dan op [UTILITY].
3. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "USB"
te zetten en druk op [ENTER].
Het USB-scherm verschijnt.
4. Selecteer "BACKUP" met behulp van de TIME/VALUEdraaiknop en druk vervolgens op [ENTER].
Het Idling-scherm verschijnt.
Wanneer de WAV- of AIFF-bestanden geïmporteerd
zijn, verschijnt het Idling-scherm opnieuw.
6. Verbreek de verbinding met de computer.
Windows XP
Klik in "My Computer" met de rechtermuisknop op het
"BOSS_BR-900" (of "Removable disk (*:)")-pictogram
om de cd te verwijderen.
* Als de cd niet wordt verwijderd, volgt u onderstaande procedure.
1)
Klik op het
-pictogram en vervolgens op de
boodschap "Stop USB Diskdrive (*:)".
fig.06-105a
Taakbalk
Takenblokje
171
Hoofdstuk 7
1. Verbindt de BR-900CD met uw computer via een USB-kabel.
Windows
2)
Klik op [OK] in het dialoogvenster "Safe To
Remove Hardware" dat verschijnt.
Windows 2000/Me
1)
Klik in "My Computer" met de rechtermuisknop
op het "BOSS_BR-900" (of "Removable disk (*:)")pictogram om de cd te verwijderen.
10. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor naar
"CARD" te verplaatsen en druk op [ENTER].
De namen van de WAV- en AIFF-bestanden die op
de geheugenkaart staan, worden weergegeven.
* WAV-bestanden krijgen het symbool "W"; "A" duidt op
AIFF-bestanden.
fig.03-516d
2)
Klik op het
-pictogram en vervolgens op de
boodschap "Stop USB Diskdrive (*:)".
fig.06-105a
Taakbalk
3)
Takenblokje
Klik op [OK] in het dialoogvenster "Safe To
Remove Hardware" dat verschijnt.
7. Druk meermaals op de [EXIT]-toets van de BR-900CD
om naar het Play-scherm terug te keren.
* Als u op [EXIT] drukt zonder dat u de verbinding met uw
computer verbreekt, verschijnt het volgende scherm. Wanneer
u in dit geval op [ENTER] en vervolgens op [EXIT] drukt,
verschijnt het Play-scherm opnieuw.
fig.06-106ad
U kunt de USB-kabel nu zonder problemen loskoppelen
van de BR-900CD en de computer.
8. Druk op [UTILITY].
11. Draai aan de TIME/VALUE-draaiknop om het WAV- of
AIFF-bestand met het gewenste drumgeluid te selecteren.
U kunt het geluid van het WAV- of AIFF-bestand vooraf
beluisteren door de cursor op "PVW" te zetten en op [ENTER]
te drukken.
12. Draai aan de TIME/VALUE-draaiknop om de Song
Drum Kit die als laadbestemming dient, aan te geven.
S1–5:
Song Drum Kit 1–5
fig.03-517d
13. Draai aan de TIME/VALUE-draaiknop om de Song
Drum Kit die als laadbestemming dient, te selecteren
en druk vervolgens op [ENTER].
Het laden wordt uitgevoerd.
9. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "TONE"
te zetten en druk op [ENTER].
Druk op [EXIT] om te annuleren.
fig.03-518d
fig.03-515d
* Tijdens het maken van updates verschijnt "Keep power on!" in
de bovenste regel van het scherm, terwijl de onderste regel laat
zien wat er wordt verwerkt.
* WAV- en AIFF-bestanden in de TONELOAD-map blijven bewaard en worden niet verwijderd, zelfs nadat deze procedure werd
voltooid. Als u deze bestanden niet meer nodig hebt, sluit u de
BR-900CD aan op uw computer via USB en verwijdert u deze
bestanden met de computer. Alle bewaarde bestanden gebruiken
de benodigde hoeveelheid geheugen op de geheugenkaart.
172
Windows
De data van de BR-864 / BR-532
gebruiken
7. Sleep de eerder gemaakte back-up van de ROLAND-map
van de BR-864 / BR-532 naar het "BOSS_BR-900" (of het
"Removable disk (*:)")-pictogram en laat hem daar los.
fig.06-110bd
U kunt de BR-900CD gebruiken om data van de BR-864
(of de BR-532) af te spelen.
* Maak van de ROLAND-map van de BR-864 / BR-532 eerst
een back-up op de computer.
1. Initialiseer de geheugenkaart van de BR-900CD (p. 196).
2. Verbindt de BR-900CD met uw computer via een USB-kabel.
3. Zorg dat de recorder is gestopt en druk dan op [UTILITY].
4. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "USB"
te zetten en druk op [ENTER].
Het USB-scherm verschijnt.
5. Selecteer "BACKUP" met behulp van de TIME/VALUEdraaiknop en druk vervolgens op [ENTER].
Het Idling-scherm verschijnt.
Als de back-up van de data voltooid is, verschijnt het
Idling-scherm opnieuw.
8. Verbreek de verbinding met de computer.
Windows XP
Klik in "My Computer" met de rechtermuisknop op het
"BOSS_BR-900" (of "Removable disk (*:)")-pictogram
om de cd te verwijderen.
* Als de cd niet wordt verwijderd, volgt u onderstaande procedure.
fig.06-110ad
1)
Klik op het
-pictogram en vervolgens op de
boodschap "Stop USB Diskdrive (*:)".
fig.06-105a
Taakbalk
2)
Takenblokje
Klik op [OK] in het dialoogvenster "Safe To
Remove Hardware" dat verschijnt.
Windows 2000/Me
Het "BOSS_BR-900" (of "Removable disk (*:)")-pictogram
wordt aan de computer toegevoegd.
1)
Klik in "My Computer" met de rechtermuisknop
op het "BOSS_BR-900" (of "Removable disk (*:)")pictogram om de cd te verwijderen.
2)
Klik op het
-pictogram en vervolgens op de
boodschap "Stop USB Diskdrive (*:)".
fig.06-105a
fig.06-104
(Vb.)
BOSS_BR-900
Removable Disk (*:)
(verwijderbare schijf)
Taakbalk
6. De ROLAND-map van de BR-900CD verwijderen.
1)
Klik op het "BOSS_BR-900" (of "Removable disk
(*:)")-pictogram en verwijder de ROLAND-map.
3)
Takenblokje
Klik op [OK] in het dialoogvenster "Safe To
Remove Hardware" dat verschijnt.
173
Hoofdstuk 7
* U kunt de volgende procedure enkel uitvoeren wanneer het
Idling-scherm wordt weergegeven. Raadpleeg p. 212 voor
uitleg over hoe u dit probleem kunt oplossen.
Windows
9. Druk op de [EXIT]-toets van de BR-900.
Het USB-scherm verschijnt opnieuw.
* Als u op [EXIT] drukt zonder de verbinding met uw computer
te verbreken, verschijnt het volgende scherm. Wanneer u hier
op [ENTER] drukt, verschijnt het USB-scherm opnieuw.
fig.06-106ad
10. Als de back-up van de data voltooid is, drukt u op
[EXIT] om naar het Play-scherm terug te keren.
U kunt de USB-kabel nu zonder problemen loskoppelen
van de BR-900CD en de computer.
174
Macintosh
Back-ups van de BR-900CD-data
1. Verbind de BR-900CD met uw computer via een USB-kabel.
2. Zorg dat de recorder is gestopt en druk dan op [UTILITY].
3. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "USB"
te zetten en druk op [ENTER].
Het USB-scherm verschijnt.
4. Selecteer "BACKUP" met de TIME/VALUE-draaiknop
en druk op [ENTER].
Het Idling-scherm verschijnt.
fig.06-106d
Back-updata terugschrijven naar de BR-900CD vanaf
de computer (Recover)
Sleep de ROLAND-map naar het "BOSS_BR-900"pictogram, als u back-updata op een computer opnieuw
wilt overbrengen naar de BR-900CD, en laat hem hier los
(u overschrijft de BOSS_BR-900-map).
6. Verbreek de verbinding met de computer.
1)
Sleep het "BOSS_BR-900"-pictogram naar de
prullenbak.
7. Druk op de [EXIT]-toets van de BR-900.
Het USB-scherm verschijnt opnieuw.
* Als u op [EXIT] drukt zonder de verbinding met uw computer
te verbreken, verschijnt het volgende scherm. Wanneer u hier
op [ENTER] drukt, verschijnt het USB-scherm opnieuw.
fig.06-106ad
* U kunt de volgende procedure enkel uitvoeren wanneer het
Idling-scherm wordt weergegeven. Raadpleeg p. 212 voor
uitleg over hoe u dit probleem kunt oplossen.
Het "BOSS_BR-900"-pictogram wordt aan de computer
toegevoegd.
8. Als de back-up van de data voltooid is, drukt u op
[EXIT] om naar het Play-scherm terug te keren.
U kunt de USB-kabel nu zonder problemen loskoppelen
van de BR-900CD en de computer.
fig.06-107
(Vb.)
Hoofdstuk 7
BOSS_BR-900
5. Maak een back-up van de data.
1)
Dubbelklik op het "BOSS_BR-900"-pictogram.
2)
Sleep de ROLAND-map naar de map van de
computer en laat hem daar los.
fig.06-109d
Als de back-up van de data voltooid is, verschijnt het
Idling-scherm opnieuw.
175
Macintosh
Spoordata van de BR-900CD
opslaan in de WAV/AIFFindeling (WAV/AIFF Export)
fig.06-115d
U kunt de spoordata van de BR-900CD converteren naar WAVof AIFF-bestanden, en deze opslaan op uw computer. Nadat u
de mastersporen tot WAV- of AIFF-bestanden hebt geconverteerd, kunt u met uw computer makkelijk audio-cd's van de
data maken en de data in geluidsapplicaties inladen.
Geheugentekort bij WAV/AIFF-exports
oplossen
Wanneer u WAV- of AIFF-bestanden exporteert, moeten de
geheugenkaarten voldoende vrije ruimte hebben om de
bestanden te kunnen bevatten. Is er te weinig geheugen
beschikbaar en verschijnt de foutmelding "Card Full!", dan
zijn er twee mogelijke oplossingen voor dit probleem.
Overbodige data van de geheugenkaart
verwijderen
1. Maak een back-up van de data op de kaart (zie p. 175).
2. Verwijder overbodige songs (zie p. 77).
3. Verwijder ook alle spoordata behalve die van de
sporen die u wilt exporteren (zie p. 73).
5. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de bestandsindeling te
selecteren en druk vervolgens op [ENTER].
WAV:
deze audio-indeling wordt voornamelijk voor
Windows gebruikt.
AIFF:
deze audio-indeling wordt voornamelijk voor
Macintosh gebruikt.
6. Gebruik de TIME/VALUE-draaiknop om het spoor/de
V-Track die u wilt opslaan, te selecteren.
Als u in mono opslaat
fig.06-117d
4. Exporteer de data.
5. Schrijf de data waarvan u een back-up hebt gemaakt,
opnieuw naar de BR-900CD (zie Stap 5 "HINT" op p. 175).
Een geheugenkaart met hoge capaciteit
gebruiken
Raadpleeg de aparte informatiepagina "Over geheugenkaarten" voor meer informatie over ondersteunde
geheugenkaarten (CompactFlash) voor de BR-900CD.
1. Verbind de BR-900CD met uw computer via een USB-kabel.
2. Zorg dat de recorder is gestopt en druk dan op [UTILITY].
3. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "USB"
te zetten en druk op [ENTER].
Het USB-scherm verschijnt.
4. Selecteer "EXPORT" met de TIME/VALUE-draaiknop
en druk vervolgens op [ENTER].
176
Als u in stereo opslaat
* Selecteer spoorcombinatie 1/2, 3/4, 5/6 of 7/8.
fig.06-116d
Macintosh
7. Druk op [ENTER].
10. Druk op de [EXIT]-toets van de BR-900.
Het converteren van het WAV- of AIFF-bestand begint.
Bestandsnamen worden als volgt geconverteerd.
(Mono)
Spoor 1, V-Track 1
TR01_ _ _1.WAV of
TR01_ _ _1.AIF
(Stereo)
Spoor 1/2, V-Track 1
TR0102 _1.WAV of
TR0102 _1.AIF
Spoor 1, V-Track 2
TR01_ _ _2.WAV of
TR01_ _ _2.AIF
:
Spoor 6, V-Track 7
TR06_ _ _7.WAV of
TR06_ _ _7.AIF
Spoor 1/2, V-Track 2
TR0102 _2.WAV of
TR0102 _2.AIF
:
Spoor 7/8, V-Track 7
TR0708_7.WAV of
TR0708_7.AIF
Spoor 6, V-Track 8
TR06_ _ _8.WAV of
TR06_ _ _8.AIF
Spoor 7/8, V-Track 8
TR0708_8.WAV of
TR0708_8.AIF
* Het converteren van een song duurt ongeveer even lang (tweemaal
zo lang in stereo) als het afspelen van de brondata van de song.
Als het converteren voltooid is, wordt het "BOSS_BR900"-pictogram aan de computer toegevoegd.
Het selectiescherm voor de bestandsindeling verschijnt
opnieuw.
Wanneer u op [EXIT] drukt, wordt de inhoud van de
USB-map automatisch verwijderd.
* Als u op [EXIT] drukt zonder de verbinding met uw computer
te verbreken, verschijnt het volgende scherm. Wanneer u hier
op [ENTER] drukt verschijnt het selectiescherm voor de
bestandindeling opnieuw.
fig.06-106ad
U kunt de USB-kabel nu zonder problemen loskoppelen
van de BR-900CD en de computer.
11. Herhaal indien nodig stappen 4 tot 9.
fig.06-107
12. Als het exporteren van de WAV- of AIFF-bestanden
voltooid is, kunt u terugkeren naar het Play-scherm
door meermaals op [EXIT] te drukken.
(Vb.)
BOSS_BR-900
8. Exporteer het WAV- of AIFF-bestand naar uw computer.
1)
Dubbelklik op het "BOSS_BR-900"-pictogram.
2)
Sleep het WAV- of AIFF-bestand uit de map "USB"
in de ROLAND-map naar de map van de computer,
en laat het daar los.
fig.06-119d
Hoofdstuk 7
Als de data-export voltooid is, verschijnt het Idlingscherm opnieuw.
9. Verbreek de verbinding met de computer.
1)
Sleep het "BOSS_BR-900"-pictogram naar de
prullenbak.
177
Macintosh
WAV/AIFF-bestanden naar
sporen van de BR-900CD
laden (WAV/AIFF Import)
fig.06-127d
U kunt WAV- of AIFF-bestanden op uw computer, die
bijvoorbeeld werden gecreëerd met muzieksoftware,
selecteren en laden naar de sporen van de BR-900CD.
●
U kunt waveformdata met de volgende indelingen
importeren. U kunt geen waveformdata in andere
indelingen importeren.
• WAV- of AIFF-indeling
• Mono of stereo
• 8-bit of 16-bit
• Samplefrequentie: 44,1 kHz
●
Geef geïmporteerde WAV-bestanden de extensie "WAV"
en geïmporteerde AIFF-bestanden de extensie "AIF".
●
Gecomprimeerde WAV- of AIFF-bestanden kunnen
niet worden geladen.
●
Heel korte waveformdata (minder dan ongeveer 1 sec)
kunnen niet worden geladen.
●
In een AIFF-bestand worden de loop-puntinstellingen
genegeerd.
●
Als de unit in de arrange-functie staat op het moment
van de import, dan gebeurt dit volgens de timing van
de arrange-functie. Staat de unit daarentegen in de
pattern-functie op het moment van de import, dan
gebeurt dit volgens de timing van de pattern-functie.
5. Gebruik CURSOR [ ] [ ] en de TIME/VALUEdraaiknop om het in te laden spoor/de V-Track te
selecteren en druk vervolgens op [ENTER].
Als u in mono op de sporen inlaadt
fig.06-129d
Als u in stereo op de sporen inlaadt
* Selecteer spoorcombinatie 1/2, 3/4, 5/6 of 7/8.
fig.06-128d
1. Verbindt de BR-900CD met uw computer via een USB-kabel.
2. Zorg dat de recorder is gestopt en druk dan op [UTILITY].
3. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "USB"
te zetten en druk op [ENTER].
6. Gebruik [CURSOR] en de TIME/VALUE-draaiknop om
de maat of de plaats in het spoor aan te geven waar het
inladen moet starten, en druk vervolgens op [ENTER].
fig.06-130d
Het USB-scherm verschijnt.
4. Selecteer "IMPORT" met de TIME/VALUE-draaiknop
en druk vervolgens op [ENTER].
Het "BOSS_BR-900"-pictogram wordt toegevoegd.
fig.06-107
(Vb.)
BOSS_BR-900
178
Macintosh
7. Kopieer het WAV- of AIFF-bestand dat u wilt importeren.
1)
Dubbelklik op het "BOSS_BR-900"-pictogram.
2)
Sleep het geïmporteerde WAV- of AIFF-bestand
naar de USB-map in de ROLAND-map.
* Er kan per importeeropdracht maar één bestand tegelijk worden
geïmporteerd. Versleep niet meer dan één bestand tegelijk.
fig.06-133d
Als u klaar bent met het kopiëren van de data, verschijnt
het Idling-scherm opnieuw.
8. Verbreek de verbinding met de computer.
1)
Sleep het "BOSS_BR-900"-pictogram naar de
prullenbak.
9. Druk op de [EXIT]-toets van de BR-900.
Het WAV- of AIFF-bestand wordt geïmporteerd.
Wanneer het importeren voltooid is, wordt de inhoud
van de USB-map automatisch verwijderd.
* Als u op [EXIT] drukt zonder de verbinding met uw computer te
verbreken, verschijnt het volgende scherm. Drukt u op [ENTER]
dan wordt het WAV- of AIFF-bestand geïmporteerd.
SMF's importeren en
patronen maken
U kunt SMF's (Standard MIDI Files) die op geheugenkaarten
als songpatronen zijn opgeslagen, importeren. U kunt uw
verzameling songpatronen gemakkelijk uitbreiden door SMF's
op uw computer of een ander apparaat aan te maken en ze
naar geheugenkaarten te kopiëren.
●
U kunt geen SMF's van meer dan 999 maten importeren.
●
Geef de SMF's die u importeert, de extensie "MID".
●
Gebruik bestandsnamen met acht alfanumerieke tekens.
1. Verbindt de BR-900CD met uw computer via een USB-kabel.
2. Zorg dat de recorder is gestopt en druk dan op [UTILITY].
3. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "USB"
te zetten en druk op [ENTER].
Het USB-scherm verschijnt.
4. Selecteer "BACKUP" met de TIME/VALUE-draaiknop
en druk vervolgens op [ENTER].
Het Idling-scherm verschijnt.
fig.03-434d
fig.06-106ad
U kunt de USB-kabel nu zonder problemen loskoppelen
van de BR-900CD en de computer.
10. Herhaal indien nodig stappen 4 tot 8.
11. Als u klaar bent met het importeren van de WAV- of
AIFF-bestanden, drukt u meermaals op [EXIT] om naar
het Play-scherm terug te keren.
* U kunt de volgende procedure enkel uitvoeren wanneer het
Idling-scherm wordt weergegeven. Raadpleeg p. 212 voor
uitleg over hoe u dit probleem kunt oplossen.
Het "BOSS_BR-900"-pictogram wordt aan de computer
toegevoegd.
fig.06-107
(Vb.)
BOSS_BR-900
179
Hoofdstuk 7
Als het importeren voltooid is, keert u terug naar het
scherm waarin u het spoor/de V-Track dat als importeerbron dient, kunt selecteren.
Macintosh
5. Importeer de SMF.
1)
Dubbelklik op het "BOSS_BR-900"-pictogram.
2)
Sleep de geïmporteerde SMF naar de SMF-map in
de ROLAND-map.
10. Druk op [CURSOR] om de cursor op "SMF" te zetten en
druk op [ENTER].
De namen van de SMF's die op de geheugenkaart staan,
worden weergegeven.
fig.03-438d
fig.03-435d
Als het importeren van de SMF voltooid is, verschijnt het
Idling-scherm opnieuw.
6. Verbreek de verbinding met de computer.
1)
Sleep het "BOSS_BR-900"-pictogram naar de
prullenbak.
7. Druk meermaals op de [EXIT]-toets van de BR-900CD
om naar het Play-scherm terug te keren.
* Als u op [EXIT] drukt zonder de verbinding met uw computer
te verbreken, verschijnt het volgende scherm. Wanneer u in dit
geval op [ENTER] en vervolgens op [EXIT] drukt, verschijnt
het Play-scherm opnieuw.
fig.06-106ad
11. Draai aan de TIME/VALUE-draaiknop om de SMF die
u wilt importeren, te selecteren en druk vervolgens op
[ENTER].
Wanneer u GM/GS/XG-compatibele SMF's importeert, is
MIDI-kanaal 10 meestal voorbehouden als kanaal voor
ritmische uitvoeringen. Zo worden enkel de data op MIDIkanaal 10 in de SMF geïsoleerd en geïmporteerd door de
BR-900CD. De data op andere kanalen worden genegeerd.
12. Draai aan de TIME/VALUE-draaiknop om het songpatroon dat de import-bestemming is, aan te geven en
druk vervolgens op [ENTER].
fig.03-439d
U kunt de USB-kabel nu zonder problemen loskoppelen
van de BR-900CD en de computer.
8. Druk meermaals op AUTO PUNCH [ON/OFF], totdat
de indicator knippert.
fig.03-436d
Het importeren wordt uitgevoerd.
* Bij sommige SMF-bestanden kan het vrij lang duren voor het
bestand is geïmporteerd.
9. Druk op [EDIT].
180
* Tijdens het updaten verschijnt "Keep power on!" in de
bovenste regel van de display, terwijl de onderste regel
laat zien wat er wordt verwerkt.
Macintosh
Drumgeluiden van WAV/AIFFbestanden inladen (Tone Load)
4. Selecteer "BACKUP" met de TIME/VALUE-draaiknop
en druk vervolgens op [ENTER].
Het Idling-scherm verschijnt.
fig.03-513d
U kunt WAV- en AIFF-bestanden op uw computer
importeren en ze als drumgeluiden inladen (TONE LOAD).
●
U kunt waveformdata met de volgende indelingen
importeren. U kunt geen waveformdata in andere
indelingen importeren.
• WAV- of AIFF-indeling
• Mono of stereo
• 8-bit of 16-bit
• Samplefrequentie: 44,1 kHz
●
Gecomprimeerde WAV- of AIFF-bestanden kunnen
niet worden geladen.
●
Heel korte waveformdata (minder dan ongeveer 100
msec) kunnen niet worden geladen.
●
In een AIFF-bestand worden de loop-puntinstellingen
genegeerd.
●
Geef geïmporteerde WAV-bestanden de extensie "WAV"
en geïmporteerde AIFF-bestanden de extensie "AIF".
●
U kunt per drumkit drumgeluiden van maximaal
13 seconden inladen.
(Voorbeeld)
Kick: 3 seconden, snare: 3 seconden, crash cymbal:
7 seconden →Totaal: 13 seconden
●
Stereo WAV- en AIFF-bestanden worden als "mono"geluiden geladen, met de linker- en rechterkant gemengd.
* U kunt de volgende procedure enkel uitvoeren wanneer het
Idling-scherm wordt weergegeven. Raadpleeg p. 212 voor
uitleg over hoe u dit probleem kunt oplossen.
Het "BOSS_BR-900"-pictogram wordt aan de computer
toegevoegd.
fig.06-107
(Vb.)
BOSS_BR-900
5. Importeer het WAV- of AIFF-bestand.
1)
Klik op het "BOSS_BR-900"-pictogram.
2)
Sleep het geïmporteerde WAV- of AIFF-bestand
naar de TONELOAD-map in de ROLAND-map.
fig.03-514d
2. Zorg dat de recorder is gestopt en druk dan op [UTILITY].
3. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "USB"
te zetten en druk op [ENTER].
Het USB-scherm verschijnt.
Wanneer de WAV- of AIFF-bestanden geïmporteerd
zijn, verschijnt het Idling-scherm opnieuw.
6. Verbreek de verbinding met de computer.
1)
Sleep het "BOSS_BR-900"-pictogram naar de
prullenbak.
181
Hoofdstuk 7
1. Verbind de BR-900CD met uw computer via een USB-kabel.
Macintosh
7. Druk meermaals op de [EXIT]-toets van de BR-900CD
om naar het Play-scherm terug te keren.
* Als u op [EXIT] drukt zonder dat u de verbinding met uw
computer verbreekt, verschijnt het volgende scherm. Wanneer
u in dit geval op [ENTER] en vervolgens op [EXIT] drukt,
verschijnt het Play-scherm opnieuw.
fig.06-106ad
U kunt het geluid van het WAV- of AIFF-bestand vooraf
beluisteren door de cursor op "PVW" te zetten en op [ENTER]
te drukken.
12. Draai aan de TIME/VALUE-draaiknop om de Song
Drum Kit die als laadbestemming dient, aan te geven.
S1–5:
Song Drum Kit 1–5
fig.03-517d
U kunt de USB-kabel nu zonder problemen loskoppelen
van de BR-900CD en de computer.
8. Druk op [UTILITY].
9. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor naar
"TONE" te verplaatsen en druk op [ENTER].
fig.03-515d
13. Draai aan de TIME/VALUE-draaiknop om de Song
Drum Kit die als laadbestemming dient, te selecteren
en druk vervolgens op [ENTER].
Het laden wordt uitgevoerd.
Druk [EXIT] om te annuleren.
fig.03-518d
* Tijdens het updaten verschijnt "Keep power on!" in de
bovenste regel van de display, terwijl de onderste regel
laat zien wat er wordt verwerkt.
10. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor naar
"CARD" te verplaatsen en druk op [ENTER].
De namen van de WAV- en AIFF-bestanden die op de
geheugenkaart staan, worden weergegeven.
* WAV-bestanden krijgen het symbool "W"; "A" duidt op
AIFF-bestanden.
fig.03-516d
11. Draai aan de TIME/VALUE-draaiknop om het WAV- of
AIFF-bestand met het gewenste drumgeluid te selecteren.
182
* WAV- en AIFF-bestanden in de TONELOAD-map blijven
bewaard en worden niet verwijderd, zelfs nadat deze procedure
werd voltooid. Als u deze bestanden niet meer nodig hebt, sluit
u de BR-900CD aan op uw computer via USB en gebruikt u
de computer om deze bestanden te verwijderen. Alle bewaarde
bestanden gebruiken de benodigde hoeveelheid geheugen op de
geheugenkaart.
Macintosh
De data van de BR-864 /
BR-532 gebruiken.
fig.06-110bd
U kunt de BR-900CD gebruiken om data van de BR-864 /
BR-532 af te spelen.
* Maak van de ROLAND-map van de BR-864 / BR-532 eerst
een back-up op de computer.
1. De geheugenkaart van de BR-900CD initialiseren (p. 196).
2. Verbind de BR-900CD met uw computer via een USB-kabel.
3. Zorg dat de recorder is gestopt en druk dan op [UTILITY].
4. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "USB"
te zetten en druk op [ENTER].
Het USB-scherm verschijnt.
5. Selecteer "BACKUP" met de TIME/VALUE-draaiknop
en druk vervolgens op [ENTER].
Het Idling-scherm verschijnt.
Als de back-up van de data voltooid is, verschijnt het
Idling-scherm opnieuw.
8. Verbreek de verbinding met de computer.
1)
Sleep het "BOSS_BR-900"-pictogram naar de
prullenbak.
9. Druk op de [EXIT]-toets van de BR-900.
Het USB-scherm verschijnt opnieuw.
* Als u op [EXIT] drukt zonder de verbinding met uw computer
te verbreken, verschijnt het volgende scherm. Wanneer u hier
op [ENTER] drukt, verschijnt het USB-scherm opnieuw.
fig.06-106ad
fig.06-110ad
10. Als de back-up van de data voltooid is, drukt u op
[EXIT] om naar het Play-scherm terug te keren.
U kunt de USB-kabel nu zonder problemen loskoppelen
van de BR-900CD en de computer.
Hoofdstuk 7
* U kunt de volgende procedure enkel uitvoeren wanneer het
Idling-scherm wordt weergegeven. Raadpleeg p. 212 voor
uitleg over hoe u dit probleem kunt oplossen.
Het "BOSS_BR-900"-pictogram wordt aan de computer
toegevoegd.
fig.06-107
(Vb.)
BOSS_BR-900
6. De ROLAND-map van de BR-900CD verwijderen.
1)
Dubbelklik op het "BOSS_BR-900"-pictogram en
verwijder de ROLAND-map.
7. Sleep de eerder gemaakte back-up van de ROLAND-map
van de BR-864 / BR-532 naar het "BOSS_BR-900CD" (of
"Removable disk (*:)")-pictogram en laat het daar los.
183
MEMO
184
Hoofdstuk 8
Andere
handige
functies
185
Het displaycontrast aanpassen
Afhankelijk van waar de BR-900CD is opgesteld, kan de display
moeilijk te lezen zijn. Volg in dergelijke gevallen onderstaande
stappen om het contrast aan te passen (1 tot en met 21).
fig.00-309
1,4 4
3
2
2,3
1. Druk op [UTILITY].
2. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "SYS"
te zetten en druk op [ENTER].
fig.00-310d
3. Druk op de CURSOR [ ] [ ]om "LCD Contrast" te
selecteren, en pas het contrast aan met de TIME/VALUEdraaiknop.
fig.00-311d
4. Druk, nadat u de aanpassing hebt uitgevoerd, op
[UTILITY] (of meermaals op [EXIT]) om naar het
Play-scherm terug te keren.
* Tijdens het updaten verschijnt "Keep power on!" in de
bovenste regel van de display, terwijl de onderste regel
laat zien wat er wordt verwerkt.
186
Wanneer u [UTILITY] ingedrukt houdt terwijl u aan de
TIME/VALUE-draaiknop draait, kunt u het contrast in
realtime wijzigen. Kies de methode die het best bij de
instellingen op de BR-900CD past.
Een voetschakelaar of expressiepedaal gebruiken
U kunt een optionele voetschakelaar (zoals de BOSS FS-5U of
de Roland DP-2) of een expressiepedaal (zoals de Roland
EV-5 of de BOSS FV-300L) aansluiten op de FOOT SW/EXP
PEDAL-ingang op het achterpaneel, zodat u een aantal
functies met uw voet kunt regelen.
fig.05-102d
fig.05-101
3. Druk op CURSOR [
Voetschakelaar
(FS-5U enz.)
][
] en selecteer "Foot SW".
fig.05-103d
Stel de polariteitschakelaar in
zoals in onderstaande tekening
Expressiepedaal
(Roland EV-5 enz.)
4. Selecteer met de TIME/VALUE-draaiknop de voetschakelaarfunctie.
* Gebruik alleen het aangegeven expressiepedaal (EV-5, FV-300L;
optioneel). Met andere expressiepedalen riskeert u defecten en/of
schade aan het toestel.
* Stel bij de EV-5 en FV-300L het minimumvolume in op 0.
* U kunt ook een FS-6 (optioneel) als voetschakelaar gebruiken.
Gebruikt u een FS-6, sluit deze dan enkel aan op een van de
FS-6-aansluitingen, de A- of de B-aansluiting. Zet de
polariteitschakelaar tevens op "FS-5U". De A&B-aansluiting
kunt u niet gebruiken.
Een voetschakelaar gebruiken
PLAY:
De song wisselt tussen "play" en "stop"
elke keer dat u op de voetschakelaar drukt.
PUNCH:
Wisselt tussen punch-in en punch-out elke
keer dat u op de voetschakelaar drukt.
FX:
Het insert-effect wisselt tussen aan en uit
elke keer dat u op de voetschakelaar drukt.
* Is niet operationeel bij de pitch correction-functie.
5. Druk op [UTILITY] (of meermaals op [EXIT]) om naar
het Play-scherm terug te keren.
* Tijdens het updaten verschijnt "Keep power on!" in de
bovenste regel van de display, terwijl de onderste regel
laat zien wat er wordt verwerkt.
Volg de onderstaande procedure om de voetschakelaarfunctie in te stellen.
Een expressiepedaal gebruiken
2. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "SYS"
te zetten en druk op [ENTER].
De expressiepedaal functioneert volgens de effectinstellingen zoals hieronder weergegeven.
●
Functioneert als een wah-pedaal, als het wah-type
(p. 101) op "PEDAL" is ingesteld.
●
Functioneert als volumepedaal, als foot volume (p. 96)
op "ON" is ingesteld.
●
Functioneert als pitch shifter-pedaal (toonveranderingen)
als het pitch shifter-type (p. 98) op "PEDAL" is ingesteld.
187
Hoofdstuk 8
1. Druk op [UTILITY].
Een instrument stemmen (Tuner)
De BR-900CD heeft een ingebouwde "chromatische stemfunctie", waarmee u uw instrument snel kunt stemmen.
Het stemapparaat wijzigen
U kunt het ingebouwde stemapparaat zowel voor gitaar als
basgitaar gebruiken.
1. Druk op [TUNER] om naar het Tuner-scherm te gaan.
fig.05-201d
Als voorbeeld leggen we hieronder uit hoe u uw gitaar stemt
met het stemapparaat.
* U kunt niet opnemen of weergeven terwijl u het stemapparaat
gebruikt.
Controleer de volgende punten voor u begint.
• Is uw gitaar aangesloten op de GUITAR/BASS-ingang?
• Brandt de [GUITAR/BASS/MIC2]-indicator op de
INPUT SELECT-toets?
• Is de GUITAR/BASS INPUT SENS goed ingesteld (p. 35)?
Als de [GUITAR/BASS/MIC2]-indicator uit is, drukt u op
[GUITAR/BASS/MIC2] om hem aan te zetten.
2. Druk nogmaals op [TUNER] (of druk op [EXIT]) om
naar het Play-scherm terug te keren.
Zet de MASTER-fader laag, als u het stemmen niet wilt horen.
* U kunt vanuit het Tuner-scherm niet naar andere schermen
gaan (behalve naar het Play-scherm).
Verklaring van de symbolen die
tijdens het stemmen verschijnen
Wanneer u de stemfunctie van de BR-900CD gebruikt, wordt
linksboven op de display de referentietoonhoogte en rechtsboven de naam van de noot weergegeven. Het lagere gedeelte
geeft een stemgeleider weer, om het verschil tussen het inputgeluid en de weergegeven noot aan te geven.
fig.05-202d
Referentietoon
Nootnaam
Stemgeleider
Als het verschil tussen de input-toonhoogte en de correcte
toonhoogte minder dan +/-50 cents is, dan geeft de
stemgeleider aan hoe groot dat verschil is.
Houd de stemgeleider in de gaten als u uw instrument stemt,
en zorg ervoor dat de verticale lijn onder het ▼-teken wordt
weergegeven.
188
Een instrument stemmen (Tuner)
Stemmen
De referentietoon instellen
1. Sla de snaar aan die u wil stemmen.
De referentietoon verwijst naar de frequentie van de A4-toets
(d.w.z. de centrale "A" op een pianoklavier) van het
instrument die als referentietoon dient (bijv. een piano).
Op de BR-900CD kunt u de referentietoon van de stemfunctie op elke willekeurige waarde tussen 435 en 445 Hz
instellen.
Op de display verschijnt de naam van de noot die het
dichtst bij de gespeelde toonhoogte ligt.
* Sla de snaar één keer los aan.
2. Stem verder tot de nootnaam van de snaar die u stemt,
op de display verschijnt.
* De fabrieksinstelling van deze parameter is 440 Hz.
Normale stemming
7e
6e
5e
4e
3e
2e
1e
snaar snaar snaar snaar snaar snaar snaar
Gitaar
Bas
B
E
A
D
G
B
E
B
E
A
D
G
1. Druk op [TUNER] om naar het Tuner-scherm te gaan.
fig.05-206d
3. Houd de stemgeleider in de gaten als u uw instrument
stemt, en zorg ervoor dat de verticale lijn onder het
▼-teken wordt weergegeven.
Ligt de toonhoogte van de snaar binnen de +/-50 cents van
de correcte toonhoogte, dan geeft de stemgeleider de afwijking tussen de werkelijke en de correcte toonhoogte aan.
2. Wijzig de referentietoon met de TIME/VALUE-draaiknop.
Uw instrument is boven de weergegeven noot gestemd (#)
3. Druk nogmaals op [TUNER] (of druk op [EXIT]) om
naar het Play-scherm terug te keren.
fig.05-203d
Calib (kalibreren): 435–445 Hz
De referentietoon die u hier instelt, wordt gebruikt als de
referentietoon voor pitch correction (p. 116).
Uw instrument is op de weergegeven noot gestemd
fig.05-204d
Uw instrument is onder de weergegeven noot gestemd (b)
fig.05-205d
Hoofdstuk 8
4. Herhaal stappen 1–3 om de andere snaren te stemmen.
* Als u een gitaar met een vibratohendel stemt, kunnen door het
stemmen van één snaar de andere snaren lichtjes ontstemd
geraken. In dat geval dient u eerst de snaren bij benadering te
stemmen zodat de correcte nootnaam verschijnt en daarna
iedere snaar juist te stemmen.
189
De output van een extern MIDI-toestel mixen met de
output van de BR-900CD (Audio Sub Mix)
De audio sub mix-functie laat u toe om het signaal dat binnenkomt via LINE IN, te mixen met het signaal dat uitgestuurd
wordt via LINE OUT.
De audio sub mix-functie gebruiken
Als u met de BR-900CD en een extern MIDI-toestel gesynchroniseerd afspeelt, kunt u de audio sub mix-functie
gebruiken om de uitvoer van het externe MIDI-toestel intern
met dat van de BR-900CD te mengen (in de BR-900CD),
zodat u geen externe mixer nodig hebt.
2. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "SYS"
te zetten en druk op [ENTER].
1. Druk op [UTILITY].
fig.05-503d
Tevens kunt u de sporen van de BR-900CD doeltreffender
gebruiken, aangezien u het signaal van het MIDI-toestel
kunt uitvoeren, zonder dat u het eerst op een spoor van de
BR-900CD hoeft op te nemen.
fig.05-501
Sub Mixer : UIT
Externe mixer
LINE
OUT
MIDI
OUT
OUTPUT
MIDI
IN
3. Druk op CURSOR [ ] [ ] om "Sub Mixer" te
selecteren en zet met de TIME/VALUE-draaiknop
de instelling op "ON".
fig.05-504d
fig.05-502
Sub Mixer : AAN
4. Druk op [UTILITY] (of meermaals op [EXIT]) om naar
het Play-scherm terug te keren.
5. Draai aan de LINE SENS-draaiknop om de gevoeligheid
aan te passen aan de input van het externe MIDI-toestel.
LINE
IN
190
LINE
OUT
MIDI
OUT
OUTPUT
MIDI
IN
Zelfs als de submixer aan staat, en u drukt op INPUT
SELECT [LINE] zodat de indicator oplicht, dan krijgt het
signaal van LINE IN dat door de recorder/mixer block
passeert, toch voorrang en zal de submixer niet werken.
Condensatormicrofoons gebruiken (fantoomvoeding)
De meeste condensatormicrofoons hebben een stroombron
nodig om te kunnen werken. Die noemen we fantoomvoeding.
De BR-900CD kan fantoomvoeding in +48 V leveren aan
condensatormicrofoons die zijn aangesloten op één van de
van XLR-aansluitingen voor MIC 1 en MIC 2.
1. Draai voordat u begint de INPUT SENS GUITAR/
BASS/MIC2- en MIC-draaiknoppen volledig tegen de
klok in, om de input-volumes te verlagen, en schuif
vervolgens de MASTER-fader en de INPUT LEVELknop volledig naar beneden.
Als u deze volumes niet allemaal verlaagt, kan er een
luide klik te horen zijn als de fantoomvoeding wordt
aan- of uitgezet.
Fantoomvoeding
Condensatormicrofoons bevatten over het algemeen een
paar dunne elektroden met tegengestelde polen. Als er
een voltage op deze elektroden wordt toegepast, wordt
elke trilling van binnenkomend geluid als een elektrische
golf verzonden. Aangezien deze golven echter erg zwak
zijn, dienen ze versterkt te worden door het gebruik van
een versterkingscircuit in de microfoon zelf.
Fantoomvoeding wordt gebruikt om dit versterkingscircuit van stroom te voorzien.
2. Druk op [UTILITY].
Het Utility-scherm verschijnt.
3. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "SYS"
te zetten en druk op [ENTER].
4. Druk op CURSOR [ ] [ ] om "Phantom SW"
te selecteren en zet met de TIME/VALUE-draaiknop
de instelling op "ON".
fig.05-504d
Bepaalde types condensatormicrofoons gebruiken interne
batterijen als stroombron. In dat geval is fantoomvoeding
niet nodig.
Opmerkingen bij het gebruik van fantoomvoeding
• Fantoomvoeding moet altijd uit staan als andere
geluidsbronnen dan condensatormicrofoons op de
BR-9000CD worden aangesloten. Dynamische
microfoons, audiospelers en dergelijke kunnen zelfs
beschadigd raken bij dit soort voeding. Raadpleeg
altijd de handleiding van de microfoon die u gaat
gebruiken, om zeker te zijn van de specificaties in
verband met fantoomvoeding.
• Voor bepaalde types condensatormicrofoons (namelijk
microfoons met interne batterijen, elektrische
condensatormicrofoons, enz.) is fantoomvoeding niet
nodig. Zorg dat de fantoomvoeding op "OFF" staat als
u dit soort microfoons aansluit.
Er wordt fantoomvoeding geleverd.
Let op: als de fantoomvoeding aan staat, zal
het aan alle XLR-aansluitingen voor MIC 1
en 2 worden geleverd.
OFF:
Er wordt geen fantoomvoeding geleverd.
5. Zet de INPUT SENS-knoppen, de MASTER-fader
en de INPUT LEVEL-draaiknop langzaam hoger en
kijk of er een audiosignaal wordt ontvangen van de
condensatormicrofoon(s).
6. Om de fantoomvoeding uit te zetten, herhaalt u stappen 1
t/m 3, en zet u "Phantom SW" op "OFF" in stap 4.
• U kunt de fantoomvoeding niet apart aan- of uitzetten
voor MIC 1 en 2.
• Er wordt geen fantoomvoeding geleverd aan de 1/4"
phone jack voor MIC 1 of aan de GUITAR/BASS-ingang.
• De instelling voor fantoomvoeding gaat op "OFF" staan
als de BR-900CD wordt aangezet. Vergeet daarom niet
om deze stroombron aan te zetten als deze nodig is.
• Er is geen fantoomvoeding vanaf de BR-900CD nodig als
u een externe microfoonvoorversterker of een specifieke
externe fantoomvoeding gebruikt. Controleer dat de
fantoomvoeding in dit soort gevallen op "OFF" staat.
191
Hoofdstuk 8
• De MASTER-fader, INPUT SENS GUITAR/BASS/
MIC2- en MIC-knoppen, en de INPUT LEVELdraaiknop van de BR-900CD moeten allemaal
helemaal dicht staan wanneer u de fantoomvoeding
aan- of uitzet. Als u deze voorzorgsmaatregel niet in
acht neemt, kunnen versterkers, luidsprekers en
dergelijke beschadigd raken door harde geluiden bij
het aan- of uitzetten.
ON:
Moeilijke passages leren spelen (Phrase Trainer)
Uw BR-900CD heeft een ingebouwde "Phrase Trainer".
De phrase trainer neemt op van apparaten die op de inputaansluitingen zijn aangesloten (bijv. cd-spelers of MDspelers). U kunt deze functie vervolgens gebruiken om een
passage uit die opname herhaaldelijk weer te geven, zodat u
dat gedeelte telkens opnieuw kunt oefenen. U kunt de
weergave ook vertragen, zodat u gemakkelijker snelle
passages kunt leren, of u kunt een gitaarsolo verwijderen
zodat u bij het oefenen kunt meespelen met alleen de
achtergrondinstrumenten.
U kunt de phrase trainer ook gebruiken met sporen 5 en 6.
2. Druk op CURSOR [ ] [ ] om "TimeStrtch"
te selecteren en zet de functie op "ON" met de
TIME/VALUE-draaiknop.
fig.05-310d
ON:
Vertraagt de weergavesnelheid tot de helft
zonder de toonhoogte te wijzigen.
OFF:
De toonhoogte en de weergavesnelheid blijven
ongewijzigd.
* U kunt niet opnemen terwijl u de phrase trainer (time stretch
of center cancel) gebruikt.
* Tijdens het gebruik van de phrase trainer zijn de volgende
toetsen uitgeschakeld:
[PAN/EQ], [LOOP EFFECTS], [RHYTHM PAD]
* Tijdens het gebruik van de phrase trainer is het Rhythm-spoor
niet hoorbaar.
1. Neem de song op die u op sporen 5 en 6 wilt kopiëren.
Hoe u opneemt met de BR-900CD, leest u in
“(7) Basisrichtlijnen voor opname” (p. 39).
2. Herhaal het songfragment dat u wil leren spelen.
Dit helpt u om een moeilijke frase of een gitaarsolo te
leren spelen, omdat u eender welke passage van de song
kunt laten herhalen.
Hoe u een fragment van de song herhaalt, leest u in
“De herhalende weergave (Repeat)” (p. 51).
3. Druk op [PHRASE TRAINER], zodat de indicator
oplicht als u time stretch en center cancel gebruikt.
Het centrale geluid uitschakelen
(Center Cancel)
Met de center cancel-functie kunt u het centrale geluid van
de weergave (bijv. een zangpartij of gitaarsolo) uitschakelen.
Dit is handig als u om te oefenen met de achtergrondinstrumenten wilt samenspelen.
* Afhankelijk van hoe de song is opgenomen, is het wellicht niet
mogelijk om het centrale geluid volledig uit te schakelen.
* Geluiden worden in mono weergegeven.
1. Druk op [PHRASE TRAINER].
2. Druk op CURSOR [ ] [ ] om "CentrCncel"
te selecteren en zet deze functie op "ON" met de
TIME/VALUE-draaiknop.
fig.05-302d
Telkens wanneer u op [PHRASE TRAINER] drukt, gaat
de phrase trainer aan (de [PHRASE TRAINER]-indicator
licht op) en uit (de indicator is uit).
* Als u zowel de time stretch- als de center cancel-functie
uitschakelt, licht de indicator niet op.
De weergave vertragen
(Time Stretch)
Met de time stretch-functie kunt u de snelheid van een
weergave vertragen tot de helft van de normale snelheid
zonder dat de toonhoogte verandert.
1. Druk op [PHRASE TRAINER].
192
ON:
Verwijdert het centrale geluid (bijv. zang of
gitaarsolo’s).
OFF: Normale weergave.
Voer de onderstaande procedure uit indien het centrale
geluid niet naar wens is verwijderd of als u het basgeluid
wilt benadrukken.
* Als CentrCncl op "OFF" staat, hebben de daarop volgende opdrachten
geen effect.
Moeilijke passages leren spelen (Phrase Trainer)
3. Als u het basgeluid wilt benadrukken, drukt u op
CURSOR [ ] [ ] om "Low boost" te selecteren.
Vervolgens past u de waarde aan met de TIME/VALUEdraaiknop zodat het basgeluid beter hoorbaar is.
fig.05-303d
4. Druk op CURSOR [ ] om "C.Adjust" te selecteren.
Vervolgens verlaagt u met de TIME/VALUE-draaiknop
het volume van het te verwijderen geluid.
* Afhankelijk van hoe de song is opgenomen, zou het kunnen dat
de geluiden niet volledig te verwijderen zijn.
fig.05-304d
5. Druk op [EXIT] om naar het Play-scherm terug te keren.
U kunt de time stretch- en de center cancel-functies allebei
inschakelen, zodat u ze gelijktijdig kunt gebruiken.
Hoofdstuk 8
193
Instellingen van de BR-900CD initialiseren
Alle instellingen van de
BR-900CD initialiseren
De volgende instellingen worden tegelijkertijd geïnitialiseerd.
Systeeminstellingen initialiseren
Volg de onderstaande procedure om de systeemparameters
te initialiseren.
• Systeeminstellingen
• Effecten (user patches/song patches)
• Rhythm (arrangementen/patronen/drumkits)
U vindt een lijst met de begininstelling van elke parameter in
de “Lijst van parameters” (p. 208).
1. Druk op [UTILITY].
1. Druk op [UTILITY].
2. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "INI"
te zetten en druk op [ENTER].
2. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "INI"
te zetten en druk op [ENTER].
fig.05-603d
fig.05-601d
3. Druk op PARAMETER CURSOR [ ] [ ] om de
cursor op "ALL" te zetten en druk op [ENTER].
De bevestigingsboodschap "Are you sure?" verschijnt.
3. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "SYS"
te zetten en druk op [ENTER].
De bevestigingsboodschap "Are you sure?" verschijnt.
fig.05-604d
fig.05-602d
4. Druk op [ENTER] (YES) om de initialisatie voort te zetten.
4. Druk op [ENTER] (YES) om de initialisatie voort te zetten.
Druk op [EXIT] (NO) (of [UTILITY]) om de opdracht te
annuleren.
Als u [ENTER] hebt ingedrukt, begint de initialisatie.
Nadat de initialisatie is voltooid, keert u terug naar het
Play-scherm.
U kunt dezelfde initialisatie uitvoeren met "INIT ALL",
door INPUT SELECT [GUITAR/BASS/MIC2], [MIC] en
[LINE] ingedrukt te houden terwijl u de stroomschakelaar
op "ON" zet, en vervolgens op [ENTER] te drukken.
194
Druk op [EXIT] (NO) (of op [UTILITY]) om de opdracht
te annuleren.
Als u op [ENTER] hebt gedrukt, begint de initialisatie.
Nadat de initialisatie is voltooid, keert u terug naar het
Play-scherm.
Instellingen van de BR-900CD initialiseren
Effectinstellingen initialiseren
Volg de onderstaande procedure om de user effect patches of
de song effect patches te initialiseren.
1. Druk op [UTILITY].
2. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "INI"
te zetten en druk op [ENTER].
fig.05-605d
De arrangementen/patronen/
drumkits van Rhythm initialiseren
Hiermee initialiseert u de arrangementen, patronen en
drumkits van Rhythm.
• In songarrangement is stap 1 ingesteld op de metronoom.
• In songpatronen en songdrumkits is deze stap leeg.
1. Druk op [UTILITY].
2. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "INI"
te zetten en druk op [ENTER].
fig.05-607d
3. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "U EFX"
(user patch) of "S EFX" (song patch) te zetten en druk
op [ENTER].
De bevestigingsboodschap "Are you sure?" verschijnt.
(Voorbeeld) als u "U EFX" selecteert.
3. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "RHY"
te zetten en druk op [ENTER].
fig.05-606d
De bevestigingsboodschap "Are you sure?" verschijnt.
fig.05-608d
4. Druk op [ENTER] (YES) om de initialisatie voort te zetten.
Druk op [EXIT] (NO) (of [UTILITY]) om de opdracht te
annuleren.
Als u op [ENTER] hebt gedrukt, begint de initialisatie.
Druk op [EXIT] (NO) (of op [UTILITY]) om de opdracht
te annuleren.
Als u op [ENTER] hebt gedrukt, begint de initialisatie.
Nadat de initialisatie is voltooid, keert u terug naar het
Play-scherm.
195
Hoofdstuk 8
Nadat de initialisatie is voltooid, keert u terug naar het
Play-scherm.
4. Druk op [ENTER] (YES) om de initialisatie voort
te zetten.
Instellingen van de BR-900CD initialiseren
De geheugenkaart initialiseren
4. Druk op [ENTER] (YES) om de initialisatie voort te zetten.
Druk op [EXIT] (NO) (of op [UTILITY]) om de opdracht
te annuleren.
Let op: een initialisatie wist alle bestaande data op de kaart.
* Als u de geheugenkaart die met de BR-900CD is meegeleverd,
initialiseert, gaan de demosongs op de kaart verloren.
Als u op [ENTER] hebt gedrukt, begint de initialisatie.
Als het initialiseren is voltooid, verschijnt de boodschap
"Completed!".
Vervolgens verschijnt "Keep power on! Song creating..."
en wordt automatisch een nieuwe song aangemaakt.
Zet de BR-900CD altijd uit voor u een geheugenkaart plaatst
of verwijdert. Als u een geheugenkaart verwijdert terwijl het
toestel aan staat, kunt u de data op de geheugenkaart
vernietigen of de geheugenkaart onbruikbaar maken.
1. Druk op [UTILITY].
2. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "INI"
te zetten en druk op [ENTER].
In dit geval werd het datatype HiFi (MT2) geselecteerd.
Als het aanmaken van de song voltooid is, verschijnt het
Play-scherm opnieuw.
* Afhankelijk van de capaciteit van de geheugenkaart kan het
meer dan tien minuten duren om het initialiseren te voltooien.
Dit is geen defect. De voortgang van het initialiseren wordt op
de display weergegeven. Zet de BR-900CD niet uit voordat het
initialiseren voltooid is.
fig.05-609d
Verwijder de geheugenkaart niet en zet de BR-900CD niet uit
zolang de display "Keep power on!" weergeeft. Als u dat wel
doet, kunt u de gegevens op de geheugenkaart beschadigen
en/of de geheugenkaart zelfs onbruikbaar maken.
3. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor naar
"CARD" te verplaatsen en druk op [ENTER].
De bevestigingsboodschap "Are you sure?" verschijnt.
fig.05-610d
196
Batterijcapaciteit sparen (Power Save)
Uw BR-900CD is uitgerust met een power save-functie die
stroomverspilling tijdens het gebruik beperkt.
Als de power save-functie is geactiveerd en u geruime tijd
geen knoppen of de TIME/VALUE-draaiknop hebt gebruikt,
gaat de BR-900CD in standby en worden de achtergrondverlichting van de display en de indicators van de knoppen
3. Druk op CURSOR [ ] [ ] om "PowerSave" te
selecteren en regel met de TIME/VALUE-draaiknop
na hoeveel tijd de stroombesparende functie wordt
ingeschakeld.
Geldige instellingen: OFF, 1min, 3min, 5min, 10min
fig.05-704d
uitgeschakeld.
In standby ziet de display er als volgt uit.
fig.05-701d
4. Druk op [UTILITY] (of meermaals op [EXIT]) om naar
het Play-scherm terug te keren.
* De stroombesparende functie is bijzonder handig als de
BR-900CD werkt op de batterijvoeding.
Volg onderstaande procedure om de stroombesparende
functie te activeren.
* Tijdens het updaten verschijnt "Keep power on!" in de
bovenste regel van de display, terwijl de onderste regel
laat zien wat er wordt verwerkt.
1. Druk op [UTILITY].
De power save-functie uitschakelen
2. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "SYS"
te zetten en druk op [ENTER].
Druk op een willekeurige knop op het paneel om de stroombesparing uit te schakelen.
fig.05-703d
* Nadat power save is uitgeschakeld, verschijnt het Play-scherm.
Hoofdstuk 8
197
Lijst van de Utility-parameters
AB Quantize (AB Qtz)
De Utilities omvatten:
• "Systeemparameters" om functies die op de hele
BR-900CD van invloed zijn, in te stellen.
Geldige instellingen: ON, OFF (beginwaarde: OFF)
• "Sync-parameters" om functies voor gesynchroniseerde
uitvoeringen in te stellen.
"Quantize" is een functie waarmee u de begin- en eindpositie
in maateenheden kunt instellen, wanneer u repeat playback
(het herhaalde fragment) instelt.
• "Scrub-parameters" om scrub-functies in te stellen.
Hiermee zet u de quantize-functie aan en uit.
Remain Information (Remain Inf)
De systeemparameters
Geldige instellingen: ON, OFF (beginwaarde: OFF)
In deze paragraaf vindt u informatie over de systeemparameters.
Hierdoor wordt resterende opnametijd op de display
weergegeven tijdens opnamestandby of tijdens het opnemen.
1. Druk op [UTILITY].
Power Save Mode (PowerSave)
2. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "SYS"
te zetten en druk op [ENTER].
3. Druk op CURSOR [
][
] om de systeemparameter
te selecteren en definieer deze vervolgens met de
TIME/VALUE-draaiknop.
LCD Contrast
Geldige instellingen: 1–21 (beginwaarde: 13)
Geldige instellingen: OFF, 1, 3, 5, 10 (min)
(beginwaarde: OFF)
Met deze instelling Zet u de power save-functie aan en uit.
Met "Power Save" vermindert u het stroomverbruik via
stroombesparende maatregelen zoals het uitschakelen van de
achtergrondverlichting van de display wanneer gedurende
een specifieke tijdsduur (van één, drie, vijf of tien minuten)
geen opdrachten worden uitgevoerd. Dit is handig om
nodeloos batterijgebruik te voorkomen.
Hiermee stelt u het contrast van de display in.
Foot Switch Assign (Foot SW)
Geldige instellingen: PLAY, PUNCH, FX
(beginwaarde: PLAY)
Hiermee stelt u de functie in van de voetschakelaar (een
optionele FS-5U of DP-2) die op de FOOT SW/EXP PEDALingang is aangesloten.
PLAY:
Regelt de PLAY- en STOP-functie van de
recorder.
PUNCH:
Regelt punch-in/out.
FX:
Zet de insert-effecten aan en uit.
Audio Sub Mix-schakelaar (Sub Mixer)
Geldige instellingen: ON, OFF (beginwaarde: OFF)
Met deze instelling zet u de Audio Sub Mix-functie (uitgaande
mix van de externe inputs vanaf LINE IN) aan en uit.
De sync-parameters
In deze paragraaf vindt u informatie over de sync-parameters.
1. Druk op [UTILITY].
2. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "SYNC"
te zetten en druk op [ENTER].
3. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de sync-parameter
te selecteren en stel deze vervolgens in met de
TIME/VALUE-draaiknop.
Sync Generator (Sync Gen)
Geldige instellingen: OFF, MTC, MCK (beginwaarde: OFF)
Hiermee stelt u de synchronisatiesignalen in die via de
MIDI OUT-connector worden uitgevoerd.
Schakelaar voor de interne microfoon (Mic)
OFF:
Geldige instellingen: EXTERNAL, ONBRD+EXT
(beginwaarde: EXTERNAL)
Er wordt geen synchronisatiesignaal
via MIDI OUT uitgevoerd.
MTC:
Er worden MTC-synchronisatiesignalen
via MIDI OUT uitgevoerd.
MKC:
Er worden MIDI CLOCK-synchronisatiesignalen
via MIDI OUT uitgevoerd.
Gebruik deze instelling om enkel het geluid van de externe
microfoon aangesloten op MIC 1 in te voeren, of om over te
schakelen op de interne microfoon en een mix van geluiden
van de interne en externe microfoons in te voeren.
Fantoomvoedingschakelaar (Phantom SW)
Geldige instellingen: ON, OFF (beginwaarde: OFF)
Hiermee zet u de fantoomvoeding aan en uit.
198
MMC Master
Geldige instellingen: ON, OFF (beginwaarde: OFF)
Met deze instelling bepaalt u of de Master MMC-code via
MIDI OUT wordt uitgevoerd of niet.
Lijst van de Utility-parameters
MTC Type
Geldige instellingen: 30, 29N, 29D, 25, 24
(beginwaarde: 30)
Hiermee stelt u het type MTC-output via de MIDI OUTaansluiting in.
30 frames per seconde, non-drop-formaat.
Dit wordt gebruikt door audiotoestellen zoals
analoge bandrecorders en voor zwart-wit
videomateriaal in het NTSC-formaat
(gebruikt in Japan en de V.S.).
30:
29,97 frames per seconde drop-formaat. Dit
wordt gebruikt voor kleurenvideomateriaal in
het NTSC-formaat (gebruikt in Japan en de V.S.).
29N:
29,97 frames per seconde drop-formaat.
Dit wordt gebruikt voor video-uitzendingen in
kleur, in het NTSC-formaat (gebruikt in Japan
en de V.S.).
29D:
25 frames per seconde. Dit wordt gebruikt
voor video, audio-apparatuur en film in het
SECAM- of PAL-formaat (gebruikt in Europa
en elders).
25:
24 frames per seconde. Dit wordt in de V.S.
gebruikt voor video, audio-apparatuur en film.
24:
Rhythm MIDI Channel (RhyMIDI ch)
Geldige instellingen: 1–16, OFF (beginwaarde: 10)
Hiermee stelt u het MIDI-kanaal in voor de output van de
Rhythm-performancedata vanaf de MIDI OUT-connector.
Als dit op OFF is ingesteld, worden er geen data uitgevoerd.
Offset
De scrub-parameters
In deze paragraaf vindt u informatie over de scrub-parameters.
1. Druk op [UTILITY].
2. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de cursor op "SCR"
te zetten en druk op [ENTER].
3. Druk op CURSOR [ ] [ ] om de scrub-parameter
te selecteren en stel deze vervolgens in met de TIME/
VALUE-draaiknop.
Scrub-functie From/To
Geldige instellingen: FROM, TO (beginwaarde: FROM)
Hiermee stelt u de scrub-functie in.
"Scrub" is een functie waarmee materiaal van een extreem
korte duur (zo'n 45 msec) herhaaldelijk wordt afgespeeld.
U kunt scrub-weergave krijgen door [STOP] ingedrukt te
houden en op [PLAY] te drukken.
FROM:
Geeft ongeveer 45 milliseconden scrubweergave vanaf de huidige positie.
TO:
Geeft ongeveer 45 milliseconden scrubweergave tot de huidige positie.
Preview-schakelaar (Preview SW)
Geldige instellingen: ON, OFF (beginwaarde: OFF)
Met deze instelling zet u de preview-functie aan en uit.
Als de preview-schakelaar op ON staat, geeft het indrukken
van [REW] tijdens scrub-weergave één seconde weergavetijd
vanaf de huidige positie. Drukt u [FF] is dat krijgt u één
seconde weergavetijd tot de huidige positie.
Geldige instellingen: 00:00:00-00.0–23:59:59-29.9
(beginwaarde: 00:00:00-00.0)
Stelt de tijd in die nodig is om de songweergave en MTCtiming op elkaar af te stemmen bij het synchroniseren van
een extern apparaat met MTC vanaf de BR-900CD.
Song Timing
MTC voor
extern toestel
Hoofdstuk 8
De offset is in feite het verschil tussen de "tijdspositie waarop
de MTC-timing wordt afgestemd" en de "tijdspositie waarop
de song-timing wordt afgestemd". Als u bijvoorbeeld het
externe toestel wilt laten spelen met de hieronder vermelde
MTC-timing op het moment dat de song-timing
"01h00m00s00" is, stel dan de offset als volgt in.
Offsetinstelling
01h00m00s00
01h30m00s00
00h30m00s00
01h00m00s00
00h30m00s00
23h30m00s00
De offset wordt in elke song afzonderlijk opgeslagen.
199
MEMO
200
Hoofdstuk 9
Bijlagen
201
Lijst van effect patches
■ GTR (GUITAR/BASS)
Nr.
Patchnaam
Algoritme
Nr.
Patchnaam
Algoritme
01
02
03
04
05
06
07
08
09
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
JC Clean
HiGainLd
Over Drv
Phased
Crunch
MS Strgt
St WACK
Ambient
Voxy!
St Metal
TREM'TWN
StdAmp F
StdAmp M
St Flang
TEXAS
HiGainMS
StThrash
SWEET LD
BIG COMP
PowChord
Uni-Wah
Gt Pad
D-CompLd
DrivenLd
RockLead
RAGE!
ClearSky
60s UK
TubeStck
StSustin
Country
ClapLead
TURND211
80'sHard
90'sMetl
Bubbling
BIG FUNK
Dirty
MatchDrv
St AltLd
PhatPhas
SocrFild
UK Gtr
DOWN 2 D
CmpBilly
JC Metal
LATE70's
EARY70's
American
Heavy
COSM GTR AMP
COSM GTR AMP
COSM GTR AMP
COSM GTR AMP
COSM GTR AMP
COSM GTR AMP
COSM GTR AMP
COSM GTR AMP
COSM GTR AMP
COSM GTR AMP
COSM GTR AMP
COSM GTR AMP
COSM COMP GTR
COSM GTR AMP
COSM GTR AMP
COSM GTR AMP
COSM GTR AMP
COSM GTR AMP
COSM GTR AMP
COSM GTR AMP
COSM GTR AMP
COSM GTR AMP
COSM COMP GTR
COSM GTR AMP
COSM GTR AMP
COSM GTR AMP
COSM GTR AMP
COSM COMP GTR
COSM GTR AMP
COSM GTR AMP
COSM COMP GTR
COSM GTR AMP
COSM GTR AMP
COSM GTR AMP
COSM GTR AMP
COSM GTR AMP
COSM COMP GTR
COSM GTR AMP
COSM GTR AMP
COSM GTR AMP
COSM GTR AMP
COSM GTR AMP
COSM COMP GTR
COSM GTR AMP
COSM COMP GTR
COSM GTR AMP
COSM GTR AMP
COSM GTR AMP
COSM GTR AMP
COSM GTR AMP
51
52
53
54
55
56
57
58
59
60
61
62
63
64
65
66
67
68
69
70
71
72
73
74
75
76
77
78
79
80
81
82
83
84
85
86
87
88
89
90
91
92
93
94
95
96
97
98
99
Hard Drv
HyperMtl
Metal Ld
ResoLead
ARPEGGIO
SmallAmp
CleanLd
BluesyLd
Delayed
Wah Lead
FatClean
ClnTubes
Std MkII
Crunchy
Aussie
DarfBlus
HeadinWM
BG Lead
FixedWah
BIG 3RDS
ACOUSTY
BrightAc
ACO w/PZ
AC4Slide
Dream Ac
TigtBass
LoosBass
B.SIM+Ch
UprtPhsd
G>FRTLES
Natural
AcstSolo
MIC'D AC
NICE ACS
WIDE ACS
SLAPnPOP
PhasBass
FLIPTOP
SquezBas
StdoBass
BassTube
PunkBass
SUSTAIN
Big8-Stg
FRETLESS
STADIUM
OCTAVE
NO FRET
DRV BASS
COSM GTR AMP
COSM GTR AMP
COSM GTR AMP
COSM GTR AMP
COSM GTR AMP
COSM GTR AMP
COSM COMP GTR
COSM GTR AMP
COSM GTR AMP
COSM GTR AMP
COSM COMP GTR
COSM GTR AMP
COSM GTR AMP
COSM GTR AMP
COSM GTR AMP
COSM GTR AMP
COSM GTR AMP
COSM GTR AMP
COSM GTR AMP
COSM GTR AMP
ACOUSTIC SIM
ACOUSTIC SIM
ACOUSTIC SIM
ACOUSTIC SIM
ACOUSTIC SIM
BASS SIM
BASS SIM
BASS SIM
BASS SIM
BASS SIM
ACOUSTIC GTR
ACOUSTIC GTR
ACOUSTIC GTR
ACOUSTIC GTR
ACOUSTIC GTR
BASS MULTI
BASS MULTI
COSM BASS AMP
COSM COMP BSS
COSM COMP BSS
COSM BASS AMP
COSM BASS AMP
COSM COMP BSS
BASS MULTI
BASS MULTI
COSM COMP BSS
BASS MULTI
BASS MULTI
COSM BASS AMP
202
Lijst van effect patches
■ MIC
■ LIN (LINE)
Patchnaam
Algoritme
Nr.
Patchnaam
Algoritme
01
02
03
04
05
06
07
08
09
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
Vo Comp1
Vo Comp2
Kick Cmp
SnareCmp
BrassCmp
VocalFx1
VocalFx2
VocalFx3
VocalFx4
NARRATOR
VOX DOUB
VOX DETN
KARAOKE
UNISON
STUTTER
D.VADER
ALIEN
BullHorn
SEAGULLS
SO DEEP!
BrightCh
FatBrass
Dark EQ
Vocal EQ
BrightEQ
Enh+BCut
ST.PAN
SLOW FLG
FAST FLG
SLOW CHO
SLAPBACK
BigEQ+DL
BalladFx
PTCH-1/2
PTCH+1/2
CM+DS+EH
CM+EH+EQ
CM+DS+EQ
CM+EQ+DB
CM+EQ+DT
COSM COMP VCL
COSM COMP VCL
COSM COMP VCL
COSM COMP VCL
COSM COMP VCL
VOCAL MULTI
VOCAL MULTI
VOCAL MULTI
VOCAL MULTI
VOCAL MULTI
VOCAL MULTI
VOCAL MULTI
VOCAL MULTI
VOICE TRANS
VOICE TRANS
VOICE TRANS
VOICE TRANS
VOCAL MULTI
VOICE TRANS
VOICE TRANS
VOCAL MULTI
VOCAL MULTI
VOCAL MULTI
VOCAL MULTI
VOCAL MULTI
VOCAL MULTI
VOCAL MULTI
VOCAL MULTI
VOCAL MULTI
VOCAL MULTI
VOCAL MULTI
VOCAL MULTI
VOCAL MULTI
VOCAL MULTI
VOCAL MULTI
VOCAL MULTI
VOCAL MULTI
VOCAL MULTI
VOCAL MULTI
VOCAL MULTI
01
02
03
04
05
06
07
08
09
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
CM+FatEQ
CM+ThnEQ
Tight EQ
CM+BigEQ
SMALL EQ
T'WAH UP
T'WAH DW
R.MOD:LO
R.MOD:HI
TotalMod
DEEP FLG
LO&SLOW
LO&FAST
HI&SLOW
HI&FAST
StChorus
SlowChrs
FastChrs
PRE-DLY
VntgPhas
MdrnPhas
DeepPhas
PhatPhas
PS:DETUN
PS:-1OCT
PS:+1OCT
ST DOUBL
MONO>>ST
SLOW PAN
FAST PAN
CHRS+DLY
CHRS+TAP
PH+SLPBK
FLNG+TAP
LoCmbFlt
HiCmbFlt
120 RMOD
PAN+DLY
ST TREM
120 SLIC
20sRadio
40sRadio
60sRadio
PHONGRPH
Vntg45's
CLASC LP
VntgSmpl
1985Smpl
R-ModSmp
2-BIT DS
STEREO MULTI
STEREO MULTI
STEREO MULTI
STEREO MULTI
STEREO MULTI
STEREO MULTI
STEREO MULTI
STEREO MULTI
STEREO MULTI
STEREO MULTI
STEREO MULTI
STEREO MULTI
STEREO MULTI
STEREO MULTI
STEREO MULTI
STEREO MULTI
STEREO MULTI
STEREO MULTI
STEREO MULTI
STEREO MULTI
STEREO MULTI
STEREO MULTI
STEREO MULTI
STEREO MULTI
STEREO MULTI
STEREO MULTI
STEREO MULTI
STEREO MULTI
STEREO MULTI
STEREO MULTI
STEREO MULTI
STEREO MULTI
STEREO MULTI
STEREO MULTI
STEREO MULTI
STEREO MULTI
STEREO MULTI
STEREO MULTI
STEREO MULTI
STEREO MULTI
LO-FI BOX
LO-FI BOX
LO-FI BOX
LO-FI BOX
LO-FI BOX
LO-FI BOX
LO-FI BOX
LO-FI BOX
LO-FI BOX
LO-FI BOX
Hoofdstuk 9
Nr.
203
Lijst van effect patches
■ SML (SIMUL)
Nr.
Patchnaam
Algoritme
01
02
03
04
05
06
07
08
09
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
EQ + JC
DELAY+JC
CMP+TWIN
EQ+twin
CMP+SMAL
EQ+CRNCH
EQ+MATCH
DL+match
EQ+VO
COMP+vo
CMP+BLUS
CMP+BG
DELAY+bg
DL+MS(1)
DL+ms(1)
DL+MS1+2
CM&EQ+ms
DLY+SLDN
CMP+METL
EQ+METAL
DI+H-STD
EQ+S-STD
CM+H-JUM
CM+S-JUM
DL+H-ENH
CM+S-ENH
EQ+H-PZO
DL+S-PZO
CMP+PZO1
DL+PZO2
DIR+SIM1
CMP+SIM2
EQ+SIM3
DL+SIM4
CMP+SIM5
COMP+AC
COMP+CLS
COMP+DIS
COMP+FAR
COMP+DYN
COMP+MIC
COMP+DIR
NS+VNTG
CMP+CMP1
DI+COMP2
CMP+CMP3
NS+COMP4
CMP+CMP5
COMP+SML
COMP+LRG
VO+GT AMP
VO+GT AMP
VO+GT AMP
VO+GT AMP
VO+GT AMP
VO+GT AMP
VO+GT AMP
VO+GT AMP
VO+GT AMP
VO+GT AMP
VO+GT AMP
VO+GT AMP
VO+GT AMP
VO+GT AMP
VO+GT AMP
VO+GT AMP
VO+GT AMP
VO+GT AMP
VO+GT AMP
VO+GT AMP
VO+AC.SIM
VO+AC.SIM
VO+AC.SIM
VO+AC.SIM
VO+AC.SIM
VO+AC.SIM
VO+AC.SIM
VO+AC.SIM
VO+AC.SIM
VO+AC.SIM
VO+AC.SIM
VO+AC.SIM
VO+AC.SIM
VO+AC.SIM
VO+AC.SIM
VO+ACOUSTIC
VO+ACOUSTIC
VO+ACOUSTIC
VO+ACOUSTIC
VO+ACOUSTIC
VO+ACOUSTIC
VO+ACOUSTIC
VO+ACOUSTIC
VO+ACOUSTIC
VO+ACOUSTIC
VO+ACOUSTIC
VO+ACOUSTIC
VO+ACOUSTIC
VO+ACOUSTIC
VO+ACOUSTIC
204
Lijst van Mastering Tool Kit patches
■ MTK (MASTERING TOOL KIT)
Nr.
Patchnaam
01
02
03
04
05
06
07
08
09
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
Mix Down
PreMastr
Live Mix
Pop Mix
DanceMix
JinglMix
HardComp
SoftComp
CleanCmp
DanceCmp
OrchComp
VocalCmp
Acoustic
RockBand
Orchestr
LowBoost
Brighten
DJsVoice
PhoneVox
Lijst van Pitch Correction patches
■ PCR (PITCH CORRECTION)
Nr.
Patchnaam
P01
Alto
P02
Soprano
P03
Tenor
P04
Baritone
P05
Machine
Hoofdstuk 9
205
Lijst van arrangementen/patronen
Lijst van preset arrangementen
Elk preset arrangement (behalve Metro4/4) is zo ingesteld dat na E (einde) een BREAK van drie maten, gevolgd door V1 (couplet) komt.
Nr.
P01
P02
P03
P04
P05
P06
P07
P08
P09
P10
P11
P12
P13
P14
P15
P16
P17
P18
P19
P20
P21
P22
P23
P24
P25
P26
P27
P28
P29
P30
P31
P32
P33
P34
P35
P36
P37
P38
P39
P40
P41
P42
P43
P44
P45
P46
P47
P48
P49
P50
206
Naam
Arrangement
Begintempo
Maatslag
ROCK1
ROCK2
ROCK3
ROCK4
ROCK5
ROCK6
HdRck1
HdRck2
HdRck3
HdRck4
HdRck5
HEAVY1
HEAVY2
HEAVY3
HEAVY4
HEAVY5
POP1
POP2
POP3
POP4
POP5
POP6
POP7
POP8
BALLAD1
BALLAD2
BLUES1
BLUES2
BLUES3
BLUES4
R&B1
R&B2
R&B3
R&B4
R&B5
JAZZ1
JAZZ2
JAZZ3
FUSION1
FUSION2
HipHop1
HipHop2
FUNK
HOUSE
Cntry1
Cntry2
Other1
Other2
Other3
Metro4/4
130
130
118
118
104
86
130
98
126
120
118
210
120
120
162
109
118
118
118
118
140
96
66
151
70
89
124
192
124
148
110
154
108
96
94
140
140
140
120
118
93
102
110
114
118
118
96
118
125
120
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
IN
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
V1
2
3
3
5
5
2
5
3
5
4
2
5
3
3
3
5
3
3
3
3
3
3
4
5
5
2
2
5
3
5
5
3
5
5
5
3
5
5
5
2
2
3
2
3
3
2
2
5
2
-
F1
4
5
6
8
8
9
8
10
8
7
5
11
9
9
9
8
6
6
6
6
6
6
7
8
8
5
5
12
10
8
8
6
8
12
8
5
7
12
12
5
9
10
4
6
6
5
9
7
5
-
Startmaten
V2
F2
6
8
7
9
7
10
9
12
9
12
10
17
9
12
11
18
9
12
8
11
6
9
13
19
11
17
11
17
11
17
9
12
7
10
7
10
7
10
7
10
7
10
7
10
8
11
9
16
9
12
6
9
6
9
13
20
11
18
9
12
9
12
7
10
9
12
13
20
9
12
7
9
9
11
13
20
13
20
6
9
10
17
11
18
6
8
7
10
7
10
6
9
10
17
9
11
6
9
-
V2
10
11
11
13
13
18
13
19
13
12
10
21
19
19
19
13
11
11
11
11
11
11
12
17
13
10
10
21
19
13
13
11
13
21
13
11
13
21
21
10
18
19
10
11
11
10
18
13
10
-
END
12
13
15
15
15
22
15
23
15
15
12
25
21
21
21
15
13
13
13
13
13
13
14
21
15
12
13
25
23
15
15
13
15
25
15
13
15
25
25
12
22
23
12
13
13
12
22
15
12
-
BREAK
V1
Drumkit
16
17
17
19
17
24
18
25
20
18
13
29
23
24
24
16
17
15
15
17
15
15
16
24
18
14
16
29
26
17
18
18
18
26
19
15
17
30
29
15
23
25
13
15
14
14
24
19
14
-
19
20
20
22
20
27
21
28
23
21
16
32
26
27
27
19
20
18
18
20
18
18
19
27
21
17
19
32
29
20
21
21
21
29
22
18
20
33
32
18
26
28
16
18
17
17
27
22
17
-
ROOM
ROOM
ROOM
ROOM
ROOM
STD 2
ROOM
HARD
ROOM
ROOM
ROOM
HARD
HARD
HARD
ROOM
ROOM
ROOM
STD1
ROOM
ROOM
ROOM
STD 1
STD 2
STD 1
ROOM
STD 2
STD 2
STD 1
STD 2
STD 1
STD 1
STD 1
STD 2
STD 1
STD 1
JAZZ
JAZZ
JAZZ
STD2
ROOM
HIP-HOP
808
HIP-HOP
HOUSE
JAZZ
JAZZ
REGGAE
STD 2
ROOM
STD 1
Lijst van arrangementen/patronen
Lijst van preset patronen
Patroonnaam
(afkorting op de display)
Maatslag
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
4/4
-
IN
1
2
2
4
4
1
4
2
4
3
1
4
2
2
2
4
2
2
2
2
2
2
3
4
4
1
1
4
2
4
4
2
4
4
4
2
4
4
4
1
1
2
1
2
2
1
1
4
1
-
V1
2
2
2
2
2
4
2
4
2
2
1
4
2
2
2
2
2
2
2
1
1
2
2
2
2
2
4
4
2
2
2
2
2
4
2
2
2
4
4
2
4
4
2
2
1
2
4
2
2
-
Maten
F1
V2
2
2
2
2
1
2
1
2
1
2
1
4
1
2
1
4
1
2
1
2
1
1
2
4
2
2
2
2
2
2
1
2
1
2
1
2
1
2
1
1
1
1
1
2
1
2
1
4
1
2
1
2
1
4
1
4
1
2
1
2
1
2
1
2
1
2
1
4
1
2
2
2
2
2
1
4
1
4
1
2
1
4
1
4
2
2
1
2
1
1
1
2
1
2
2
2
1
2
-
F2
2
2
1
1
1
1
1
1
1
1
1
2
2
2
2
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
2
2
1
1
1
1
1
2
1
1
1
1
2
1
-
E
4
4
2
4
2
2
3
2
5
3
1
4
2
3
3
1
4
2
2
4
2
2
2
3
3
2
3
4
3
2
3
5
3
1
4
2
2
5
4
3
1
2
1
2
1
2
2
4
2
-
Hoofdstuk 9
ROCK1
ROCK2
ROCK3
ROCK4
ROCK5
ROCK6
Hard Rock 1(HdRc1)
Hard Rock 1(HdRc2)
Hard Rock 1(HdRc3)
Hard Rock 1(HdRc4)
Hard Rock 1(HdRc5)
HEAVY1 (HEVY1)
HEAVY2 (HEVY2)
HEAVY3 (HEVY3)
HEAVY4 (HEVY4)
HEAVY5 (HEVY5)
POP1
POP2
POP3
POP4
POP5
POP6
POP7
POP8
BALLAD1 (BALD1)
BALLAD2 (BALD2)
BLUES1 (BLUS1)
BLUES2 (BLUS2)
BLUES3 (BLUS3)
BLUES4 (BLUS4)
R&B1
R&B2
R&B3
R&B4
R&B5
JAZZ1
JAZZ2
JAZZ3
FUSION1 (FUSN1)
FUSION2 (FUSN2)
HipHop1 (H.Hp1)
HipHop2 (H.Hp2)
FUNK
HOUSE
Cntry1 (Cnty1)
Cntry2 (Cnty2)
OTHER1 (Othr1)
OTHER2 (Othr1)
OTHER3 (Othr1)
Metro
BREAK
Begintempo
130
130
118
118
104
86
130
98
126
120
118
210
120
120
162
109
118
118
118
118
140
96
66
151
70
89
124
192
124
148
110
154
108
96
94
140
140
140
120
118
93
102
110
114
118
118
96
118
125
-
207
Lijst van parameters
(*1) Houd [STOP] ingedrukt en druk op [REC], als u de instellingen wilt opslaan als data van de huidige song.
(*2) Opgeslagen in de BR-900CD.
(*3) Niet opgeslagen.
Mixer-parameter (*1)
Parameternaam
Display
Beginwaarde
Geldige instellingen
Input Select
-
GUITAR/BASS
GUITAR/BASS, MIC, LINE, SIMUL (*3)
Recording Mode
REC MODE
INPUT
INPUT, BOUNCE, MASTERING (*3)
PAN
PAN
C00
L50–C00–R50
Parameternaam
Display
Beginwaarde
Geldige instellingen
Effect Type
FX Type
CHORUS
CHORUS, DELAY, DBLN
Chorus Send Level
Send
In,Tr1–Tr6, Tr78: 0, Rhy: 0
0–100
Rate
Rate
10
0–100
Depth
Depth
10
0–100
Pre Delay
Pre Dly
10,0 ms
0,5–50,0 ms
Effect level
E.Level
100
0–100
Send
In,Tr1–Tr6, Tr78: 0, Rhy: 0
0–100
Chorus/delay/doubling
Chorus
Delay
Delay Send Level
Delay Time
Dly Tme
370 ms
10–1000 ms
Feedback
Feedback
30
0–100
Effect level
E.Level
30
0–100
Reverb Send
Rev Send
50
0–100
Send
In,Tr1–Tr6, Tr78: 0, Rhy: 0
0–100
Doubling
Doubling Send Level
Delay Time
Dly Tme
20,0 ms
0,5–50,0 ms
Effect level
E.Level
100
0–100
Display
Beginwaarde
Geldige instellingen
Reverb
Parameternaam
Reverb Send level
Send
In,Tr1–Tr6, Tr78: 0, Rhy: 0
0–100
Reverb Type
Type
HALL
HALL, ROOM
Reverb Time
Rev Time
2,0 s
0,1–10,0 s
Tone
Tone
0
-12–0–+12
Effect Level
E.Level
50
0–100
Parameternaam
Display
Beginwaarde
Geldige instellingen
Equalizer On/Off
EQ
Tr1–6, 7/8: OFF
OFF, ON
Equalizer Low Gain
Lo G
Tr1–6, 7/8: 0 dB
-12–0–+12 dB
Track EQ
Equalizer Low Frequency
Lo F
Tr1–6, 7/8: 100 Hz
40 Hz–1,5 kHz
Equalizer High Gain
Hi G
Tr1–6, 7/8: 0 dB
-12–0–+12 dB
Equalizer High Frequency
Hi F
Tr1–6, 7/8: 1,0 kHz
500 Hz–18 kHz
208
Lijst van parameters
Recorder-parameters (*1)
Parameternaam
Display
Beginwaarde
Recording Track
-
-
Track 1–6, Track 1/2–7/8
V-Track
V-TRACK
1
1–8
Auto Punch On/Off
-
OFF
OFF, ON
Auto Punch In/Out
-
-
00:00:00-00.00–23:59:59-**.** (*)
→ any time
Locator
-
-
00:00:00-00.00–23:59:59-**.** (*)
→ any time
Repeat
-
-
00:00:00-00.00–23:59:59-**.** (*)
→ any time
*
Geldige instellingen
Het instelbare bereik voor auto punch -in/out, locator en repeat zullen, afhankelijk van het MTC-type (sync-parameter), iets veranderen.
Song-parameters (*1)
Parameternaam
Display
Beginwaarde
Geldige instellingen
Song Name
SONG NAME
SONG0000
8 karakters
Data Type
Type
HiFi (MT2)
HiFi (MT2), STD (LV1), LONG (LV2)
Song Protect
Protect SW
OFF
OFF, ON
Digital Copy Protect
Copy Prtct
OFF
OFF, ON
Time Stretch
Time Strtch
OFF
OFF, ON (*3)
Center Cancel
CentrCncel
OFF
OFF, ON (*3)
Center cancel Low Boost
Low Boost
0
0–12 (*3)
Center cancel Adjust
C.Adjust
C00
L10–C00–R10 (*3)
Parameternaam
Display
Beginwaarde
Geldige instellingen
LCD Contrast
LCD Contrast
13
1–21
Foot Switch Assign
Foot SW
PLAY
PLAY, PUNCH, FX
Audio Sub Mix Switch
Sub Mixer
OFF
OFF, ON
Internal Mic On/Off Switch
Mic
EXTERNAL
EXTERNAL, ONBRD+EXT
Phantom Power Switch
Phantom SW
OFF
OFF, ON (*3)
AB Quantize
AB Qtz
OFF
OFF, ON
Remain Information
Remain Inf
OFF
OFF, ON
Power Save Mode
PowerSave
OFF
OFF, 1, 3, 5, 10 (min)
Calibrate (Tuner)
Calib
440
435–445 (Hz)
Parameternaam
Display
Beginwaarde
Geldige instellingen
Sync Generator
Sync Gen
OFF
OFF, MTC, MCK
MMC Master
MMC Master
OFF
OFF, ON
MTC Type
MTC Type
30
24, 25, 29D, 29N, 30
Phrase Trainer
System-parameters (*2)
Sync-parameters (*2)
RhyMIDI Ch
10
1–16, OFF
Offset
Offset
00:00:00-00.0
00:00:00-00.0–23:59:59-29.9
→ any time
Hoofdstuk 9
Rhythm MIDI Channel
209
Lijst van parameters
Cd-parameter
Parameternaam
Display
Beginwaarde
Geldige instellingen
Pre Gap
Pre Gap
3,0 sec
0,0–3,4 sec (*3)
Parameternaam
Display
Beginwaarde
Geldige instellingen
Scrub From/To Mode
From/To
FROM
FROM, TO
Preview Switch
Preview SW
OFF
OFF, ON
Parameternaam
Display
Beginwaarde
Geldige instellingen
Arrangement / Pattern / Off
-
OFF
OFF, ARRANGE, PATTERN
Arrangement
Arrangement Name
P01
P01–50, S01–05
Pattern
Pattern Name
P001
P001–327, S001–100
Rhythm Pad (*3)
-
OFF
UPPER, LOWER, OFF
Scrub-parameters (*3)
Rhythm-parameters (*1)
Arrangementparameters
(*1)
Parameternaam
Display
Beginwaarde
Geldige instellingen
Step
huidige instelling
1
1–50
Tempo
huidige instelling
-
25,0–250,0
Starting Measure
huidige instelling
001
001–999
Pattern
huidige instelling
-
P001–327, S001–100
Drum Kit
Drum Kit
-
STD1, STD2, ROOM, HARD, JAZZ,
HIP-HOP, HOUSE, REGGAE, 808,
SongKit1–5
Patroonparameters
Parameternaam
Display
Beginwaarde
Geldige instellingen
Measure (*1)
huidige instelling
1
1–999
Time Signature (*1)
huidige instelling
4/4
1/1–8/1, 1/2–8/2,1/4–8/4, 1/8–8/8
Tempo (*3)
huidige instelling
-
25,0–250,0
Quantize (*3)
huidige instelling
, 3, , 3, , 3, , 3, HI
Click (*3)
Click
3
0–3
210
Problemen oplossen
Controleer de volgende punten als de BR-900CD niet werkt
zoals u verwacht, voordat u ervan uitgaat dat een storing is
opgetreden.
Als daarmee het probleem niet opgelost is, neemt u contact
op met een Roland Service Center of uw leverancier.
Problemen met het geluid
Geen geluid
❍
Staan de BR-900CD en alle aangesloten apparaten aan?
❍
Zijn de audiokabels goed aangesloten?
❍
Zijn de audiokabels beschadigd?
❍
Staat het volume van de aangesloten versterker of
mixer dicht?
❍
Staat de MASTER-fader of het hoofdtelefoonvolume
van de BR-900CD dicht?
❍
Is er een geheugenkaart geplaatst?
❍
Is de verkeerde geheugenkaart geplaatst?
U kunt in de winkel verkrijgbare CompactFlash-kaarten
gebruiken als geheugenkaart voor de BR-900CD. U kunt
het 3,3 V-type met een opslagcapaciteit van 32 MB tot
1 GB gebruiken.
❍
U kunt niet opnemen
❍
Is een song beschermd?
❍
Hebt u een geheugenkaart geplaatst?
❍
Is er onvoldoende geheugen vrij op de kaart?
❍
Is de opnamefunctie (REC MODE) correct geselecteerd?
❍
Staat de phrase trainer- of scrub playback-functie aan?
Het opgenomen geluid bevat ruis of is
vervormd
❍
Is de input-gevoeligheid juist ingesteld?
Als de input-gevoeligheid te hoog staat, wordt het
opgenomen geluid vervormd. Als ze te laag staat, wordt
het input-signaal overstemd door ruis. Stel de SENSknop zo in dat de level meter zo veel mogelijk beweegt
zonder dat de PEAK-indicator oplicht.
* Stel dit zo in dat de "0" niet in de level meter wordt weergegeven.
❍
Zijn de output-niveaus van de sporen juist ingesteld?
Als u ruis of vervorming hoort na het bouncen van sporen,
dan was het output-niveau van de sporen te hoog.
❍
Is er een microfoon met een hoge uitgaande
impedantie direct op de BR-900CD aangesloten?
De BR-900CD is met een brede marge aan hoofdruimte
ontworpen. Aangezien MIC 1 en MIC 2 ingangen met
lage impedantie zijn, kan het opnamevolume te laag zijn,
naargelang de respons van de microfoon. Sluit de
microfoon in dergelijke gevallen via een microfoonvoorversterker aan op de LINE IN-aansluiting van de
BR-900CD voor u opneemt.
Probeert u een korte frase van minder dan 1,0 seconde
af te spelen?
Frasen van 1,0 seconde of minder kunnen niet worden
afgespeeld.
Het volume van het instrument aangesloten op GUITAR/BASS of LINE In
is te laag
U kunt niet digitaal opnemen op een
extern toestel
❍
❍
Komt de samplefrequentie van de BR-900CD overeen
met die van het digitale audiotoestel?
Stel het digitale audiotoestel in op een samplefrequentie
van 44,1 kHz.
❍
Stemt de "digital signal format" overeen?
Uw digitale audiotoestel werkt misschien met een ongebruikelijke "digital signal format". Sluit de BR-900CD
aan op een digitaal audiotoestel dat CP-1201 of S/P DIF
ondersteunt.
Bevat de gebruikte verbindingskabel een weerstand?
Gebruik verbindingskabels zonder weerstand.
Een bepaald spoor is niet te horen
❍
Staat het spoorvolume dicht?
❍
Is de V-Track-instelling van toepassing op een andere
V-Track?
❍
Is het spoor uitgeschakeld?
De input-bron is niet te horen
Hebt u de SENS-knop bijgesteld?
❍
Is INPUT SELECT uitgeschakeld (de INPUT SELECTindicator brandt niet)?
❍
Staat de INPUT LEVEL-knop op "MIN"?
❍
Wanneer u de interne microfoon gebruikt, staat "Mic"
onder UTILITY dan op "ONBRD+EXT"?
Hoofdstuk 9
❍
211
Problemen oplossen
Problemen met de geheugenkaart
Synchronisatieproblemen
De boodschap "Unsupported Card!"
verschijnt.
U kunt niet synchroniseren
❍
Hebt u een compatibele (CompactFlash)
geheugenkaart in de BR-900CD geplaatst?
❍
Is de geheugenkaart volledig en stevig geplaatst?
Als u MTC gebruikt om de BR-900CD te synchroniseren met een
MIDI-sequencer, moet de BR-900CD het master-apparaat zijn.
❍
Is de MIDI-kabel correct aangesloten?
❍
Is de MIDI-kabel beschadigd?
❍
Is de sync generator op de gewenste synchronisatieprocedure (MTC of MIDI klok) ingesteld? (p. 158)
❍
Als de geheugenkaart beschadigd is, kan dat de volgende
oorzaken hebben. Initialiseer de kaart opnieuw (p. 196).
Als u synchroniseert met MTC, staat het andere toestel
dan ingesteld op hetzelfde MTC-type? (p. 158)
❍
Is de MIDI-sequencer correct ingesteld?
❍
Werd het toestel uitgeschakeld, terwijl de recorder in
gebruik was?
❍
Staat de MIDI-sequencer klaar om weer te geven?
❍
❍
Kreeg de geheugenkaart hevige schokken te verduren?
Ondersteunt het andere toestel de MMC-opdrachten
van de BR-900CD?
❍
Werd het toestel mogelijk uitgeschakeld terwijl de
geheugenkaart in gebruik was?
❍
Is de kaart op een pc of een digitale camera geïnitialiseerd?
Gegevens op de geheugenkaart zijn
beschadigd
Synchronisatie met de drumcomputer
is verloren gegaan
❍
Problemen met het CD-R/RW-station
Sommige drumcomputers kunnen in de pattern-functie
geen song position pointer ontvangen.
U kunt de CD-R/RW niet verwijderen
❍
Kan de aangesloten drumcomputer song position
pointer ontvangen?
Controleer de MIDI-implementatie van de drumcomputer
die u gebruikt.
Staat het toestel aan?
U kunt de CD-R/RW enkel verwijderen als het toestel
aan staat.
❍
Zegt de display dat er momenteel data op de CD-R/RW
worden ingelezen/weggeschreven?
U kunt de schijf niet verwijderen wanneer de display aangeeft dat de CD-R/RW wordt gelezen/beschreven. Druk
meermaals op [EXIT] om terug te keren naar het beginscherm en druk vervolgens opnieuw op de EJECT-toets.
U kunt geen CD-R/RW lezen/beschrijven
❍
Staat de BR-900CD waterpas?
❍
Kreeg het CD-R/RW-station zware schokken te verduren?
❍
Zit de cd correct in het CD-R/RW-station?
❍
Gebruikt u het juiste type van CD-R/RW?
❍
Gebruikt u een CD-R waarop al data geschreven zijn,
of een CD-RW die misschien te oud is?
❍
Werd er een "forced eject" op het CD-R/RW-station
uitgevoerd?
Door een rechtgewrongen paperclip of een gelijkaardig
voorwerp in het "emergency eject"-gaatje vooraan op het
CD-R/RW-station te steken, kunt u de CD-R/RW
geforceerd verwijderen. Schakel in dat geval het toestel
uit en weer in.
212
Problemen met USB
Idling-scherm niet weergegeven
❍
Is de USB-kabel goed aangesloten?
❍
Is het besturingssysteem van uw computer compatibel
met de BR-900CD?
Windows: Windows Me/2000/XP
Macintosh: Mac OS 9.1.x / 9.2.x of OS X
Foutboodschappen
Als u een foutieve opdracht geeft of als een opdracht niet kon
worden uitgevoerd, verschijnt een foutboodschap op de display.
Card Read ERROR!
Oorzaak:
Raadpleeg deze lijst en neem de juiste maatregelen.
Battery Low!
Oorzaak:
De batterijen zijn op (6 x AA-batterijen).
Oplossing:
Vervang de batterijen zo snel mogelijk (p. 23).
Blank Disc!
Oorzaak:
De cd in het CD-R/RW-station bevat geen data.
Oplossing:
Plaats een CD-R/RW waarop data staan geschreven.
Cannot Edit! Quantize is Low!
Oorzaak:
De quantize-instelling bij stapsgewijze opname
van een patroon is te grof, zodat meerdere data op
hetzelfde punt in de matrix worden weergegeven.
Data van de geheugenkaart kunnen niet goed
worden ingeladen.
Oplossing 1: Zet de BR-900CD uit, installeer de geheugenkaart op de juiste wijze en zet vervolgens de
BR-900CD weer aan.
Oplossing 2: Initialiseer de kaart (p. 196).
* Als de boodschap na bovenstaande stappen nog steeds
verschijnt, is de geheugenkaart mogelijk beschadigd.
Card Write ERROR!
Oorzaak:
Er is een fout opgetreden bij het schrijven van
data op de geheugenkaart.
Oplossing:
Initialiseer de geheugenkaart (p. 196). De songdata
die u probeerde op te slaan, gaan verloren.
CD Full!
Oplossing: Verfijn de quantize-instelling (p. 130).
Oorzaak 1: De CD-R/RW is vol en er kunnen geen data
meer worden toegevoegd.
Cannot Edit! This is a Preset
Oorzaak 2:
Bij het branden van een cd, is de totale tijd van de
tracks meer dan de capaciteit van de CD-R/RW.
Oplossing:
Verminder de hoeveelheid data die u wegschrijft,
of plaats een nieuwe CD-R/RW in het station en
start de procedure opnieuw.
Oorzaak:
U hebt voorgeprogrammeerde data geselecteerd.
Deze data kunt u niet bewerken.
Oplossing: Kopieer de songdata en bewerk deze kopie.
Cannot Erase!
CD Medium Error!
Oorzaak:
Oorzaak:
Er kunnen geen verdere stappen worden
verwijderd.
Oplossing: De pitch correction-map moet ten minste één
stap bevatten.
Cannot Insert!
Oorzaak:
Er kunnen geen verdere stappen worden
toegevoegd.
Oplossing: De pitch correction-folder mag ten hoogste
99 stappen bevatten.
Er is een probleem met de CD-R/RW, of de cd
in het CD-R/RW-station is onleesbaar.
Oplossing 1: Controleer of het station een CD-R/RW van het
juiste type bevat.
Oplossing 2: Gebruik een nieuwe CD-R/RW.
CD Read Error!
Oorzaak:
Er is een fout opgetreden bij het inlezen van
data van de CD-R/RW.
Oplossing: De cd is mogelijk van slechte kwaliteit of te oud.
Gebruik een nieuwe CD-R/RW.
Cannot Program! Rhythm Off.
CD Write Error!
Oorzaak:
Oorzaak:
Rhythm is uitgeschakeld, dus u kunt deze
functie niet programmeren.
Oplossing: Druk op [ARRANGE/PATTERN/OFF] om de
arrange- of pattern-functie te selecteren.
Er is een fout opgetreden bij het wegschrijven
van data naar de CD-R/RW.
Oplossing: De cd is mogelijk van slechte kwaliteit of te oud.
Gebruik een nieuwe CD-R/RW.
Cannot Punch In for CD-R/RW!
Data Too Short!
Oorzaak:
U kunt geen punch-in uitvoeren wanneer een
cd is opgegeven als bounce-bestemming.
Oplossing: Wanneer u punch-in gebruikt, moet u een spoor
opgeven als bounce-bestemming.
Oorzaak:
U kunt niet opnemen of kopiëren omdat er
onvoldoende geheugen is.
Oplossing: Maak een back-up van de data die u nodig hebt
(p. 164, p. 175) en verwijder onnodige data.
Oplossing 2: Zorg dat de tracks die u op een audio-cd brandt,
minstens vier seconden duren.
213
Hoofdstuk 9
Card Full!
Oorzaak 1: U hebt geprobeerd een WAV/AIFF-bestand
van minder dan één seconde te importeren of
een WAV/AIFF-bestand van minder dan 0,1
seconde te laden met de tone load-functie.
Oplossing 1: Zorg dat het WAV/AIFF-bestand dat u wilt
laden, ten minste 1 seconde lang is, of selecteer
bij de tone load-functie een bestand met een
lengte van ten minste 0,1 seconde.
Oorzaak 2: U hebt geprobeerd om een audio-cd te branden
met een track van minder dan vier seconden.
Foutboodschappen
Disc Not Ready!
Lack of Event!
Oorzaak:
Oorzaak:
Er zit geen CD-R/RW in het station.
Oplossing: Plaats een CD-R/RW in het station.
U kunt geen undo of redo uitvoeren indien
minder dan 200 events resteren.
Oplossing: Voer song optimize uit (p. 78).
Drive Busy!
* Bij ongunstige schijftoegangsvoorwaarden, bijv. wanneer
spoorbewerking of punch-in/out-opname worden gebruikt om
frasen (muzikale data) van enkele seconden te verbinden.
Oorzaak:
Er is een probleem met de CD-R/RW, zodat
geen audioweergave mogelijk is.
Oplossing: Als de cd vuil is, maakt u deze schoon met een
doek en probeert u hem vervolgens opnieuw
weer te geven.
Oorzaak:
Loop Effects is not Available!
Oorzaak:
U kunt de loop-effecten niet gebruiken zolang
pitch correction aan staat.
Oplossing: Druk op [EFFECTS] om naar de insert-effecten
te gaan.
Memory Full!
Oorzaak:
De totale tijd van de drumgeluiden voor één
drumkit die met tone load kunnen worden
geladen, is langer dan 13 seconden.
Als deze boodschap verschijnt nadat u op de
BR-900CD de geheugenkaart hebt gebruikt,
zijn de gegevens op de kaart gefragmenteerd,
zodat er vertraging in het lezen en schrijven
van data optreedt.
Oplossing: Zorg ervoor dat drumgeluiden die door middel
van tone load worden geladen, niet langer zijn
dan 13 seconden (p. 135, p. 171, p. 181).
Ofwel gebruikt u een geheugenkaart met een
langzame verwerkingssnelheid.
MIDI Buffer Full!
Oplossing 1: Verminder het aantal sporen dat tegelijkertijd
wordt weergegeven. Gebruik track bouncing
enz. om sporen samen te voegen, of verwijder
de data van sporen die u niet wilt weergeven, en
start de weergave opnieuw.
Oorzaak:
Oplossing 2: Verminder het aantal sporen dat tegelijkertijd
wordt opgenomen.
No Card!
Oplossing 3: Verminder het data-type (STD (LV1) of LONG
(LV2)), en probeer de song opnieuw aan te maken.
Event Full!
Oorzaak:
De BR-900CD heeft alle events die door één
song kunnen worden gehanteerd, opgebruikt.
Oplossing: Voer song optimize uit (p. 78).
Oplossing 1: Verminder het tempo van het ritme of verminder het aantal nootberichten (p. 123, p. 126).
Oplossing 2: Stel het RhyMIDI ch in op "OFF" (p. 157).
Oorzaak:
U hebt geprobeerd de recorder te bedienen of
toegang te krijgen tot het geheugen, terwijl de
geheugenkaart (CompactFlash) niet is geplaatst
of niet juist is geplaatst.
Oorzaak:
De geheugenkaart is verwijderd nadat u data
op de geheugenkaart hebt geselecteerd.
Oplossing:
Zet de BR-900CD uit, installeer de geheugenkaart
op de juiste wijze en zet vervolgens de BR-900CD
weer aan.
Wat is een event?
De kleinste geheugeneenheid die de BR-900CD gebruikt om
opgenomen data op een geheugenkaart te bewaren, noemen we
"event". Een nieuw aangemaakte song beschikt over ongeveer
2.000 events.
Per spoor gebruikt één opname-take twee events. Functies zoals
punch-in/out of track copy gebruiken ook events. Het aantal
events dat gebruikt wordt, varieert op een complexe manier.
Zelfs als er nog ruimte beschikbaar is op de geheugenkaart,
kunt u niet verder opnemen of sporen editen, als alle events
opgebruikt zijn. In dat geval verschijnt een foutboodschap als
"Event Full".
Er worden te veel MIDI-berichten uitgevoerd.
No file!
Oorzaak:
U hebt op de [EXIT]-knop van de BR-900CD
gedrukt tijdens het importeren van een WAVof AIFF-bestand (p. 178), terwijl de USB-map
geen WAV- of AIFF-bestanden bevatte.
Oplossing: Kopieer de WAV- of AIFF-bestanden die u naar
de USB-map wilt importeren.
No Song!
Oorzaak 1: Er staan geen songs op de geheugenkaart.
Oplossing 1: Maak een nieuwe song aan (p. 32).
Finalized Disc!
Oorzaak:
Er zijn al data weggeschreven op de CD-R/RW
en de data zijn gefinaliseerd.
Oplossing: Plaats een nog niet gefinaliseerde CD-R/RW in
het station.
214
Oorzaak 2: De songmap bevat onjuiste data of de nodige
data ontbreken.
Oplossing 2: Herstel de data op de BR-900CD vanuit de back-up
op uw computer. Zet in dit geval alle ROLANDmappen terug op de BR-900CD (p. 164, p. 175).
Foutboodschappen
Not Available in Mastering Mode!
Stop P.Trainer!
Oorzaak:
Oorzaak:
U kunt deze opdracht niet uitvoeren als u als opnamefunctie "MASTERING" hebt geselecteerd.
Oplossing: Druk eerst op [REC MODE] om de opnamefunctie te veranderen in "INPUT" of "BOUNCE",
en voer daarna de opdracht uit.
Not Blank Disc!
De opdracht kan niet worden uitgevoerd als de
phrase trainer in gebruik is (p. 192).
Oplossing: Druk op [PHRASE TRAINER] om de phrase
trainer uit te schakelen.
Stop Recorder!
Oorzaak:
De opdracht kan niet worden uitgevoerd als de
recorder loopt (weergave of opname)
Oplossing: Plaats een CD-R/RW die nog geen data bevat
(een blanco cd) in het CD-R/RW-station.
Bij een CD-RW kunt u de data van de cd wissen,
zodat u er een lege cd van maakt (p. 153).
Oplossing:
Druk op [STOP] om de weergave/opname te stoppen.
Not CD-RW Disc!
Oplossing: Verwijder onnodige songs (p. 77).
Oorzaak:
Unformatted!
Oorzaak:
De CD-R/RW bevat al data.
De cd is geen CD-RW en u kunt de data dus
niet verwijderen.
Oplossing: Gebruik een nieuwe CD-RW.
Too Many Songs!
Oorzaak:
Oorzaak:
U probeert meer dan 100 songs aan te maken.
De geheugenkaart is niet met DOS
geformatteerd.
Power Down!
Oplossing 1: Zet de BR-900CD uit, installeer de geheugenkaart correct en zet de BR-900CD dan weer aan.
Oorzaak:
Oplossing 2: Initialiseer de kaart (p. 196).
Interne stroomvoltage komt onder het
gegarandeerde werkbare bereik.
Oplossing: Wanneer u een PSA-adapter gebruikt:
De kabel kan stuk zijn of de adapter kan storingen
vertonen. Neem contact op met een Roland
Service Center of een erkend Roland-leverancier.
Wanneer u batterijen gebruikt:
Vervang de oude batterijen door nieuwe (p. 23).
Protected!
Oorzaak:
U probeert data te schrijven naar een song
waarvan de bescherming is ingeschakeld.
Oplossing: Zet protect op OFF (p. 79) om data naar de song
te schrijven.
P.Trainer is not Available!
Oorzaak:
U kunt de phrase trainer niet gebruiken zolang
pitch correction aan staat.
Oplossing: Druk op [EFFECTS] om naar de insert-effecten
te gaan.
Set Bounce Target to Track!
Oorzaak:
U de functies die verband houden met rhythm
(arrangement/pattern/off wijzigen, editen,
rhythm pads wijzigen, tone load) niet
gebruiken wanneer een cd als bouncebestemming is opgegeven.
Set the Repeat!
Oorzaak:
Repeat A (begin) en B (einde) zijn niet ingesteld.
Oplossing: Stel repeat A en B in (p. 51).
Oorzaak:
De geïnstalleerde (CompactFlash) geheugenkaart of MicroDrive is niet compatibel met de
BR-900CD.
Oplossing: Gebruik een geheugenkaart die compatibel is
met de BR-900CD (32 MB tot 1 GB CompactFlash met een stroombron voltage van 3,3 V).
Unsupported Format!
Oorzaak 1: De BR-900CD kan het formaat van de geplaatste
geheugenkaart niet herkennen of gebruiken.
Oplossing 1: Gebruik een geheugenkaart die geïnitialiseerd is
voor gebruik met de BR-900CD (p. 196).
Oorzaak 2: U probeert een incompatibel WAV- of AIFFbestand of SMF in de BR-900CD in te laden.
Oplossing 2: Controleer het formaat van het WAV- of AIFFbestand of de SMF.
Use AC Adaptor!
Oorzaak:
U hebt geprobeerd het CD-R/RW-station te
gebruiken terwijl u met batterijvoeding werkt.
Oplossing: U kunt het CD-R/RW-station niet gebruiken
wanneer de BR-900CD op de batterijen werkt.
Als u het CD-R/RW-station wilt gebruiken,
moet u eerst de song opslaan. Zet vervolgens de
BR-900CD uit, sluit de AC-adapter aan en zet
het toestel daarna weer aan.
Wrong Disc!
Oorzaak:
Het station bevat niet de vereiste CD-R/RW.
Oplossing: Plaats een CD-R/RW in het station.
215
Hoofdstuk 9
Oplossing: Geef een spoor op als bounce-bestemming
wanneer u rhythms gebruikt.
Unsupported Card!
DIGITAL RECORDING STUDIO
Model BR-900CD
MIDI-implementatie
1. VERZONDEN DATA
*
Frame Count
Dit bericht is verzonden in overeenstemming met SMF-data ongeacht de volgende
punten wanneer de data worden weergegeven.
Seconds Count
■Channel Voice-bericht
●Note On
Als de MIDI-parameter "RhyMIDI ch" op "1-16" is ingesteld, worden de nootnummers/
velocities die tot het ritmische patroon behoren, verzonden over het MIDI-kanaal dat voor
Rhythm is aangegeven.
Status
9nH
Tweede
mmH
n = MIDI-kanaalnr.:
mm = Nootnr.:
ll = Velocity:
Derde
llH
0H - FH (kan.1 - kan.16)
00H - 7FH (0 - 127)
01H - 7FH (1 - 127)
Minutes Count
Hours Count
*
●Note Off
Als de MIDI-parameter "RhyMIDI ch" op "1-16" is ingesteld, worden de nootnummers die
tot het ritmische patroon behoren, verzonden over het MIDI-kanaal dat voor Rhythm is
aangegeven.
Status
8nH
Tweede
mmH
n = MIDI-kanaalnr.:
mm = Nootnr.:
ll = Velocity:
Datum: 11 jan. 2005
Versie: 1.00
Derde
llH
0H - FH (kan.1 - kan.16)
00H - 7FH (0 - 127)
40H (64)
❍ Noten die door Rhythm worden afgespeeld, komen als volgt met
de nootnummers overeen.
xxxyyyyy
xxx
yyyyy
Reserved (000)
Framenr. (0-29)
xxyyyyyy
xx
yyyyyy
Reserved (00)
Seconds (0-59)
xxyyyyyy
xx
yyyyyy
Reserved (00)
Minutes (0-59)
xyyzzzzz
x
yy
Reserved (0)
Time Code type
De types tijdcode die door de MIDI-specificatie worden gespecificeerd, stemmen als
volgt overeen met het "MTC Type" van de Sync-parameter van de BR-900CD.
Instelling "MTC Type"
Instelling MIDI-specificatie
0 = 24 Frames/Sec
24
1 = 25 Frames/Sec
25
2 = 30 Frames/Sec (Drop Frame)
29D
3 = 30 Frames/Sec (Non Drop Frame)
29N of 30
zzzzz Hours (0–23)
●Song Position Pointer
Als de Sync-parameter "Sync Gen" op "MCK" is ingesteld, wordt de huidige positie door het
Song Position Pointer-bericht verzonden als de BR-900CD is gestopt of de lokaliseerfunctie
is uitgevoerd.
Status
F2H
Tweede
mmH
Derde
nnH
mm (LSB), nn (MSB) = Song Position Point: 00H 00H - 7FH 7FH
Rhythm-toon
Cross Stick
Metronome (click)
Metronome (bell)
Kick
Snare
Tom 4
Closed hi-hat
Tom 3
Open hi-hat
Tom 2
Crash cymbal
Tom 1
Ride cymbal
Cowbell
Nootnummer
G 1 (31)
A 1 (33)
A#1 (34)
C 2 (36)
D 2 (38)
F 2 (41)
F#2 (42)
A 2 (45)
A#2 (46)
C 3 (48)
C#3 (49)
D 3 (50)
D#3 (51)
G#3 (56)
■System Common-berichten
●MIDI Time Code Quarter Frame-berichten
Als de Sync-parameter "Sync Gen" op "MTC" is ingesteld, en de BR-900CD in gebruik is
(opname of weergave), worden Quarter Frame-berichten van de tijdcode die door middel
van "MTC Type" worden aangegeven, verzonden. De verzonden tijdstellingen worden
opgeteld onder "SMPTE (MTC) Offset Time" als het begin van de song "00:00:00:00" is.
Status
F1H
Tweede
mmH (= 0nnndddd)
nnn = Berichttype:
dddd = 4 bit nibble data:
0 = Frame count LS nibble
1 = Frame count MS nibble
2 = Seconds count LS nibble
3 = Seconds count MS nibble
4 = Minutes count LS nibble
5 = Minutes count MS nibble
6 = Hours count LS nibble
7 = Hours count MS nibble
0h - FH (0 - 15)
Bit Field wordt als volgt toegewezen.
216
■System Realtime-bericht
Verzonden als in de SYNC-parameter "Sync Gen" op "MCK" is ingesteld.
●Timing Clock
Status
F8H
●Active Sensing
Status
FEH
*
Dit wordt verzonden op intervallen van ongeveer 200 msec.
●Start
Status
FAH
●Continue
Status
FBH
●Stop
Status
FCH
MIDI-implementatie
■System Exclusive-bericht
Status
F0H
Databytes
iiH,ddH,..., eeH
Byte
F0H
iiH
Beschrijving
Status Exclusive Message
ID-nummer
7EH Universal Non Realtime Message
7FH Universal Realtime Message
Data: 00H - 7FH (0-127)
:
Data
EOX (End of Exclusive Message)
ddH
:
eeH
F7H
*
2. MIDI Machine Control
Status
F7H
■MIDI Machine Control Command Reference
●STOP (MCS)
De BR-900CD kan Universal System Exclusive-berichten verzenden en ontvangen.
●Universal System Exclusive-bericht
Databytes
7FH, Dev, 06H, 01H
Byte
F0H
7FH
Dev
06H
01H
F7H
Beschrijving
Status Exclusive Message
Universal System Exclusive Message Realtime Header
Device ID (7FH)
MMC Command Message
STOP (MCS)
EOX (End of Exclusive Message)
*
❍MIDI Machine Control-commando's
Status
F7H
Als de transportschakelaar [STOP] wordt ingedrukt, verstuurt de BR-900CD
het volgende bericht.
●DEFERRED PLAY (MCS)
Status
F0H
Databytes
7FH, Dev, 06H, aaH,..., bbH
Byte
F0H
7FH
Dev
06H
aaH
:
bbH
F7H
Beschrijving
Status Exclusive Message
Universal System Exclusive Message Realtime Header
Device ID (7FH)
MMC Command Message
Command
:
Command
EOX (End of Exclusive Message)
*
Status
F0H
Status
F7H
Status
F0H
Databytes
7FH, Dev, 06H, 03H
Byte
F0H
7FH
Dev
06H
03H
F7H
Beschrijving
Status Exclusive Message
Universal System Exclusive Message Realtime Header
Device ID (7FH)
MMC Command Message
DEFERRED PLAY (MCS)
EOX (End of Exclusive Message)
*
Status
F7H
Als de transportschakelaar [PLAY] wordt ingedrukt, verstuurt de BR-900CD
het volgende bericht.
Zie alinea '2. MIDI Machine Control'
●RECORD STROBE
●MIDI Time Code-commando's
❍Vol bericht
Basisbediening van Quarter Frame-berichten wordt verwerkt.
Status
F0H
Databytes
7FH,Dev,01H, 01H, hrH, mnH, scH, frH
Byte
F0H
7FH
Dev
01H
01H
hrH
Beschrijving
Status Exclusive Message
Universal System Exclusive Message Realtime Header
Device ID (7FH)
sub-ID #1 (MIDI Time Code)
sub-ID #2 (MIDI Full Message)
Hours and Type 0 yy zzzzz
yy type
00 = 24 Frames/sec
01 = 25 Frames/sec
10 = 30 Frames/sec (Drop Format)
11 = 30 Frames/sec (Non Drop Format)
zzzzz hours (00–23)
Minutes (00–59)
Seconds (00–59)
Frames (00–29)
EOX (End of Exclusive Message)
mnH
mnH
frH
F7H
*
Status
F7H
Als u de songpositie verandert, wordt de device-ID als 7FH verzonden.
Databytes
7FH, Dev, 06H, 06H
Byte
F0H
7FH
Dev
06H
06H
F7H
Beschrijving
Status Exclusive Message
Universal System Exclusive Message Realtime Header
Device ID (7FH)
MMC Command Message
RECORD STROBE
EOX (End of Exclusive Message)
*
Status
F7H
Verzonden wanneer de opname naar de audiosporen begint.
●RECORD EXIT
Status
F0H
Databytes
7FH, Dev, 06H, 07H
Byte
F0H
7FH
Dev
06H
07H
F7H
Beschrijving
Status Exclusive Message
Universal System Exclusive Message Realtime Header
Device ID (7FH)
MMC Command Message
RECORD EXIT
EOX (End of Exclusive Message)
*
Status
F7H
Verzonden wanneer de opname naar de audiosporen eindigt.
●MMC RESET
Status
F0H
Databytes
7FH, Dev, 06H, 0DH
Byte
F0H
7FH
Dev
06H
0DH
F7H
Beschrijving
Status Exclusive Message
Universal System Exclusive Message Realtime Header
Device ID (7FH)
MMC Command Message
MMC RESET
EOX (End of Exclusive Message)
*
Status
F7H
Hoofdstuk 9
------------------------------------------------------------------Over Device-ID
Exclusieve berichten worden niet toegewezen aan een specifiek MIDI-kanaal. In plaats
daarvan hebben ze hun eigen speciale controleparameter die "device-ID" wordt genoemd.
De "exclusive messages" van Roland gebruiken device-ID's om verschillende apparaten te
specificeren. De BR-900CD verzendt 7FH als de device-ID.
-------------------------------------------------------------------
Status
F0H
De BR-900CD verstuurt dit bericht, wanneer hij wordt aangezet.
217
MIDI-implementatie
●LOCATE (MCP)
❍Format 2 - LOCATE [TARGET]
Status
F0H
Databytes
Status
7FH, Dev, 06H, 44H, 06H, 01H, hrH, mnH, scH, frH, ffH F7H
Byte
F0H
7FH
Dev
06H
44H
06H
01H
Beschrijving
Status Exclusive Message
Universal System Exclusive Message Realtime Header
Device ID (7FH)
MMC Command Message
LOCATE(MCP)
Number of Bytes
“TARGET” sub command
hrH, mnH, scH, frH, ffH
Standard Time with Sub Frame
EOX (End of Exclusive Message)
F7H
*
Dit bericht wordt verzonden als de songpositie beweegt.
3. Overig materiaal
●Tabel met decimale/hexadecimale waarden
(hexadecimale waarden worden met een "H" erachter weergegeven)
MIDI gebruikt 7-bit hexadecimale waarden om datawaarden en het adres en de omvang
van exclusieve berichten aan te geven. De volgende tabel geeft de verhouding tussen
decimale en hexadecimale nummers aan.
+——————+——————++——————+——————++——————+——————++——————+——————+
| D
| H
|| D
| H
|| D
| H
|| D
| H
|
+——————+——————++——————+——————++——————+——————++——————+——————+
|
0 | 00H ||
32 | 20H ||
64 | 40H ||
96 | 60H |
|
1 | 01H ||
33 | 21H ||
65 | 41H ||
97 | 61H |
|
2 | 02H ||
34 | 22H ||
66 | 42H ||
98 | 62H |
|
3 | 03H ||
35 | 23H ||
67 | 43H ||
99 | 63H |
|
4 | 04H ||
36 | 24H ||
68 | 44H || 100 | 64H |
|
5 | 05H ||
37 | 25H ||
69 | 45H || 101 | 65H |
|
6 | 06H ||
38 | 26H ||
70 | 46H || 102 | 66H |
|
7 | 07H ||
39 | 27H ||
71 | 47H || 103 | 67H |
|
8 | 08H ||
40 | 28H ||
72 | 48H || 104 | 68H |
|
9 | 09H ||
41 | 29H ||
73 | 49H || 105 | 69H |
|
10 | 0AH ||
42 | 2AH ||
74 | 4AH || 106 | 6AH |
|
11 | 0BH ||
43 | 2BH ||
75 | 4BH || 107 | 6BH |
|
12 | 0CH ||
44 | 2CH ||
76 | 4CH || 108 | 6CH |
|
13 | 0DH ||
45 | 2DH ||
77 | 4DH || 109 | 6DH |
|
14 | 0EH ||
46 | 2EH ||
78 | 4EH || 110 | 6EH |
|
15 | 0FH ||
47 | 2FH ||
79 | 4FH || 111 | 6FH |
|
16 | 10H ||
48 | 30H ||
80 | 50H || 112 | 70H |
|
17 | 11H ||
49 | 31H ||
81 | 51H || 113 | 71H |
|
18 | 12H ||
50 | 32H ||
82 | 52H || 114 | 72H |
|
19 | 13H ||
51 | 33H ||
83 | 53H || 115 | 73H |
|
20 | 14H ||
52 | 34H ||
84 | 54H || 116 | 74H |
|
21 | 15H ||
53 | 35H ||
85 | 55H || 117 | 75H |
|
22 | 16H ||
54 | 36H ||
86 | 56H || 118 | 76H |
|
23 | 17H ||
55 | 37H ||
87 | 57H || 119 | 77H |
|
24 | 18H ||
56 | 38H ||
88 | 58H || 120 | 78H |
|
25 | 19H ||
57 | 39H ||
89 | 59H || 121 | 79H |
|
26 | 1AH ||
58 | 3AH ||
90 | 5AH || 122 | 7AH |
|
27 | 1BH ||
59 | 3BH ||
91 | 5BH || 123 | 7BH |
|
28 | 1CH ||
60 | 3CH ||
92 | 5CH || 124 | 7CH |
|
29 | 1DH ||
61 | 3DH ||
93 | 5DH || 125 | 7DH |
|
30 | 1EH ||
62 | 3EH ||
94 | 5EH || 126 | 7EH |
|
31 | 1FH ||
63 | 3FH ||
95 | 5FH || 127 | 7FH |
+——————+——————++——————+——————++——————+——————++——————+——————+
D: decimaal
H: hexadecimaal
*
Decimale uitdrukkingen zoals die voor MIDI channel, Bank Select en Program Change
worden gebruikt, zijn +1 van de decimale waarde in de bovenstaande tabel.
*
Omdat elke MIDI-byte 7 verschillende gegevensbits draagt, kan elke byte maximaal 128
waarden uitdrukken. Data waarvoor een hogere resolutie nodig is, dienen over twee of
meer bytes te worden verzonden. Zo heeft bijvoorbeeld een waarde die als tweebytewaarde van aa bbH is aangegeven, een waarde van aa x 128 + bb.
Voor een getekend nummer (+/-), ooH = -64, 40H = +/-0, en 7FH = +63. Dat wil zeggen,
de equivalente decimaal is 64 minder dan de decimale waarde uit de bovenstaande
tabel. Voor een twee-byte getekend nummer, 00 00H = -8192, 40 00H = +/-0, en 7F FH =
+8191. De decimale uitdrukking van aa bbH, bijvoorbeeld, is aa bbH – 40 00H = (aa x 128
+ bb – 64 x 128).
Voor gegevens die als 'nibbled' worden aangegeven wordt een hexadecimale notatie in
twee eenheden van 4 bits gebruikt. De nibbled twee-bytewaarde van 0a 0b H zou a x 16
+ b zijn.
*
*
218
<Voorbeeld 1>
Wat is de decimale equivalent van 5AH?
Uit de bovenstaande tabel volgt: 5AH = 90
<Voorbeeld 2>
Wat is de decimale equivalent van de 7-bit hexadecimale waarden 12 34H?
Uit de bovenstaande tabel volgt: 12H = 18 en 34H = 52
Dus 18 x 128 + 52 = 2356
<Voorbeeld 3>
Wat is de decimale equivalent van de nibbled uitdrukking 0A 03 09 0DH?
Uit de bovenstaande tabel volgt: 0AH = 10, 03H = 3, 09H = 9, 0DH = 13
Het resultaat is dus ((10 x 16 + 3) x 16 + 9) x 16 + 13 = 41885
<Voorbeeld 4>
Wat is de decimale equivalent van de decimale uitdrukking 1258?
16 ) 1258
16 ) 78
16 ) 4
0
...10
...14
... 4
Uit de bovenstaande tabel volgt: 0=00H, 4=04H, 14=0EH, 10=0AH
Het resultaat is dus 00 04 0E 0AH B
■MIDI Machine Control (MMC) Commando,
Informatieveld/Responsreferentie
●Verzonden commando’s
Commando
01H STOP
03H DEFERRED PLAY
06H RECORD STROBE
07H RECORD EXIT
0DH MMC RESET
44H 01H LOCATE TARGET
Actie
STOP
PLAY
REC / PUNCH IN
PUNCH OUT
RESET
LOCATE
Specificaties
BR-900CD: Digital Recording Studio
● Sporen
● Nominaal ingangsniveau (variabel)
Sporen: 8
V-Tracks: 64 (8 V-Tracks per spoor)
GUITAR/BASS jack:
-20 dBu
MIC (TRS balanced/XLR) jack: -40 dBu
* U kunt ten hoogste 2 sporen tegelijkertijd opnemen en ten
hoogste 8 sporen tegelijkertijd weergeven.
LINE IN jack:
-10 dBu
● Ingangsimpendantie
● Bruikbare capaciteit
GUITAR/BASS jack:
1MΩ
CompactFlash: 32 M–1 G bytes
MIC 1/2-aansluiting:
1,5 k Ω (HOT-COLD)
● Data-type
(TRS balanced/XLR)
1,0 k Ω (HOT-GND, COLD-GND)
HiFi (MT2)
LINE IN jack:
10 k Ω
STANDARD (LV1)
● Nominaal uitgangsniveau
LONG (LV2)
LINE OUT jack:
● Signaalverwerking
AD-conversie:
24 bit, ∆∑ Modulation + AF-AD (Guitar/Bass)
24 bit, ∆∑ Modulation + AF-AD (Mic 1/2)
24 bit, ∆∑ Modulation (Line)
24 bit, ∆∑ Modulation (Simul)
DA-conversie:
24 bit, ∆∑ Modulation
Interne processing: 24 bit (digitaal mixergedeelte)
* AF-methode (Adaptive Focus-methode)
Adaptive focus is een unieke technologie van Roland/BOSS
die ervoor zorgt dat de signaal-ruisverhoudingen (S/N) van
AD- en DA-converters aanzienlijk verbeterd wordt.
LINE OUT jack:
2kΩ
Hoofdtelefoonuitgang:
140 Ω
● Aanbevolen belastingsimpedantie
LINE OUT jack:
20 k Ω of meer
Hoofdtelefoonuitgang:
32–100 Ω
● Residuele ruis
LINE OUT jack:
-85 dBu of minder
(INPUT SELECT: GUITAR/BASS/MIC2, input met eindweerstand
van 1 k Ω, INPUT SENS: CENTER, IHF-A, typ., EFFECT: OFF)
● Interface
44,1 kHz
USB-aansluiting
● Frequentiebereik
DIGITAL OUT (optisch)
20 Hz tot 20 kHz (+1/-3 dBu)
● Opnametijd (conversie in één spoor)
32 MB
64 MB
128 MB
256 MB
512 MB
1 GB
● Uitgangsimpedantie
* 0 dBu = 0,775 Vrms
● Samplefrequentie
Capaciteit
-10 dBu
HiFi (MT2)
16 min.
32 min.
65 min.
130 min.
260 min.
520 min.
Datatype
STD (LV1)
19 min.
39 min.
78 min.
156 min.
312 min.
624 min.
LONG (LV2)
24 min.
49 min.
98 min.
196 min.
392 min.
784 min.
● Display
16 tekens x 2 lijnen + ca. 100 pictogrammen (LCD met
achtergrondverlichting)
● Connectors
GUITAR/BASS jack (1/4 inch phone type)
MIC 1 jack (XLR balanced, TRS balanced, 1/4 inch phone type)
MIC 2 jack (XLR balanced)
LINE IN jack L/R (RCA Phono type)
LINE OUT jack L/R (RCA Phono type)
* De vermelde opnametijden zijn bij benadering. Tijden kunnen
iets korter blijken, afhankelijk van het aantal gemaakte songs.
DIGITAL OUT-aansluiting (optisch)
* De opgegeven tijd is het totaal voor alle gebruikte sporen. Als
elk van de acht sporen een gelijke hoeveelheid gegevens bevat,
is de lengte van de song ongeveer 1/8 van het bovenstaande.
PHONES jack (Stereo 1/4 inch phone type)
219
FOOT SW/EXP PEDAL jack (1/4 inch phone type)
MIDI OUT-aansluiting
USB-aansluiting
Specificaties
● Voeding
DC 9 V; Bijgeleverde AC-adapter (PSC-serie), Batterijen x 6
● Opgenomen vermogen
900 mA (gemiddelde bij gebruik adapter en CD-R/RW-station)
300 mA (bij batterijvoeding; CD-R/RW-station niet gebruikt)
* Verwachte levensduur batterij bij continu gebruik
Alkaline:
4 uur
Deze gegevens kunnen variëren afhankelijk van het gebruik.
● Afmetingen
351 (B) x 225 (D) x 69 (H) mm
13-7/8 (B) x 8-7/8 (D) x 2-3/4 (H) inches
● Gewicht
2,2 kg/4 lbs 14 oz (exclusief batterijen)
● Accessoires
AC-adapter (PSC-serie)
Demo-kaart (geïnstalleerd in de fabriek)
Handleiding
Afzonderlijke informatiepagina's ("Over geheugenkaarten" enz.)
Roland Service (informatiepagina)
● Opties
Voetschakelaar:
FS-5U
Pedaalschakelaar:
DP-2 (Roland)
Expressiepedaal:
EV-5 (Roland), FV-300L
In het belang van de productverbetering kunnen de
specificaties en/of de vormgeving van dit toestel zonder
voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.
220
Index
Symbolen
B
+ ...................................................................................... 69, 72, 75
BACKUP ........................................................... 145–146, 164, 175
Back-up ............................................................................. 164, 175
Cijfers
Backup ...................................................................................... 145
24 ...................................................................................... 159, 199
BANK
GUITAR ................................................................................ 88
25 ...................................................................................... 159, 199
LINE ..................................................................................... 91
29D .................................................................................... 159, 199
MIC ....................................................................................... 90
29N ................................................................................... 158, 199
30 ...................................................................................... 158, 199
SIMUL .................................................................................. 92
Bank ...................................................................................... 35, 84
Bas .............................................................................................. 99
A
Bass Cut Filter ........................................................................... 106
Aanpassen
BASS MULTI ............................................................................... 89
Insert-effecten ....................................................................... 85
BASS SIM .................................................................................... 89
Aansluiten ..................................................................... 26, 33, 163
Bass Simulator ............................................................................. 93
Aanzetten .................................................................................... 28
Batterij ....................................................................................... 197
Aardingspunt .............................................................................. 23
Batterijen ..................................................................................... 23
AB Qtz ................................................................................ 52, 198
Batterijklepje ............................................................................... 23
AC ............................................................................................... 99
Battery Low! ................................................................................ 23
AC-adapter ........................................................................... 22, 26
Beschermen
ACOUSTIC GTR ......................................................................... 89
Song ...................................................................................... 79
Acoustic Guitar Simulator ........................................................... 93
Besturingssystemen .................................................................. 162
Acoustic Processor ...................................................................... 93
Bewerken
ACOUSTIC SIM .......................................................................... 88
Spoor .................................................................................... 67
AIFF .................................................................................. 165, 176
BG LEAD .................................................................................... 98
Algoritme ...................................................................... 35, 88, 105
Bit ................................................................................................ 97
ALL ....................................................... 72, 75, 137, 146–147, 194
BLUES ......................................................................................... 98
All Backup ................................................................................ 146
Body ............................................................................................ 93
All Recover ............................................................................... 147
BOSS-Cmp .................................................................................. 94
AMG ........................................................................................... 99
BOUNCE ......................................................................... 40, 45, 58
ARRANGE .................................................................................. 37
Bouncen
[ARRANGE/PATTERN/OFF] ............ 37, 121, 123, 126, 130, 134
Input-bron ............................................................................ 60
Arrangement ............................................................... 37, 120–121
naar een CD-R/RW .............................................................. 59
Arrangement (arrangementfunctie) .................................... 37, 120
Bouncing ............................................................................... 45, 58
Arrangementnaam .................................................................... 124
BPF .............................................................................................. 97
Attack ........................................................................... 94–95, 107
BR0-map ................................................................................... 162
Attack Time ................................................................................ 94
BR-532 ......................................................................... 61, 173, 183
AUDIO ...................................................................................... 140
BR-864 ......................................................................... 61, 173, 183
Audio CD Player-scherm .......................................................... 143
Bright .......................................................................................... 99
Audio CD Write-scherm ........................................................... 141
Audio CD-menu ....................................................................... 140
C
Audio Sub Mix .......................................................................... 190
C.Adjust .................................................................................... 193
Auteursrecht ............................................................................. 154
Calib .......................................................................................... 189
AUTO PUNCH [IN] .................................................................... 54
CARD ........................................................................ 172, 182, 196
AUTO PUNCH [ON/OFF] ......................................................... 55
CD-menu .................................................................................. 140
AUTO PUNCH [OUT] ................................................................ 54
[CD-R/RW] ....................................................................... 140, 145
Auto punch-in/out ..................................................................... 54
CD-R/RW ..................................................................................... 6
Compatibiliteit ........................................................................ 6
Plaatsen .................................................................................. 7
Verwijderen ............................................................................ 7
221
Index
Voorzorgsmaatregelen ............................................................ 6
[DELETE/MUTE] ....................................................... 41, 129, 132
CD-R/RW Write ....................................................................... 154
Demosongs ................................................................................. 29
CD-R/RW-station ......................................................... 6, 140, 145
Depth .................................................................... 94–97, 100, 111
CD-RW Erase ............................................................................ 153
DETUNE ..................................................................................... 98
Center Cancel ............................................................................ 192
Digitaal kopiëren ......................................................................... 80
CentrCncel ................................................................................ 192
Digital Copy Protect .................................................................... 80
Charct ......................................................................................... 93
DIGITAL OUT-aansluiting .......................................................... 22
CHO/DLY ............................................................ 43–44, 108–109
DIGITAL: .................................................................................... 96
CHORUS ..................................................................... 44, 108, 111
Dir Level ....................................................................... 97, 99–100
Chorus ................................................................................ 94, 108
Direct CD Bounce ........................................................................ 59
Chromatische stemfunctie ......................................................... 188
Display ........................................................................................ 21
CLEAN ....................................................................................... 98
Displaycontrast ......................................................................... 186
Click .......................................................................................... 129
Dither ........................................................................................ 107
CompactFlash ............................................................. 5, 16, 27, 31
Dly Time ................................................................................... 106
Compatibele besturingssystemen .............................................. 162
Dly Tme .............................................................................. 95, 111
Compressor ......................................................................... 94, 107
Doubling ............................................................... 44, 95, 108, 111
Condensatormicrofoon ......................................................... 7, 191
DOWN: ..................................................................................... 101
Converteren ...................................................................... 165, 176
Drumgeluiden ........................................................................... 149
COPY ........................................................................ 125, 133, 137
Drumkit .................................................................................... 134
Copy Prtct ................................................................................... 81
Dynamische microfoon ............................................................. 191
Correction Event Map ............................................................... 116
Correction Event Map-scherm .................................................. 116
E
COSM ......................................................................................... 15
E ................................................................................................ 120
COSM BASS AMP ....................................................................... 90
E.Level .......................................................................... 94–95, 111
COSM COMP BSS ....................................................................... 90
[EDIT] ............................................................... 123, 126, 130, 134
COSM COMP GTR ..................................................................... 89
EDIT ............................................................................ 85, 103, 115
COSM COMP VCL ..................................................................... 91
Edit Effect-scherm ....................................................................... 85
COSM Comp/Limiter ................................................................. 94
Editen
COSM GTR AMP ........................................................................ 88
Mastering Tool Kit .............................................................. 103
CPY ................................................................................. 67–68, 77
EDT ............................................................................................. 78
Creëren
Effect patch ............................................................. 35, 84–85, 202
Arrangement ...................................................................... 123
Drumkit .............................................................................. 135
Patroon ....................................................................... 126, 130
CRUNCH .................................................................................... 98
Cutoff F ....................................................................................... 97
D
Effecten ....................................................................................... 35
[EFFECTS] ....................................................................... 35, 85, 87
Effect-scherm .............................................................................. 85
EJECT-knop ................................................................................ 21
Eject-knop ..................................................................................... 7
Emergency Eject-gaatje ........................................................... 7, 21
Ending ...................................................................................... 120
DATA ............................................................................... 145, 148
ENHANCE ................................................................................. 93
Data CD-menu .......................................................................... 145
Enhancer ............................................................................. 95, 106
Datatype ..................................................................................... 32
EQ ....................................................................................... 43, 110
DBLN .......................................................................... 44, 108, 111
Equalizer ....................................................................... 43, 96, 105
DC IN-aansluiting ....................................................................... 22
ERASE ....................................................... 124–125, 133, 138, 153
D-Comp ...................................................................................... 94
ERS ........................................................................................ 73, 77
D:E ........................................................................................ 96, 98
Expander ................................................................................... 106
De-esser ...................................................................................... 95
EXPORT .................................................................... 150, 165, 176
Defretter ...................................................................................... 95
Expressiepedaal .................................................................. 27, 187
DELAY ........................................................................ 44, 108, 111
Extern MIDI-toestel ................................................................... 190
Delay ................................................................................... 95, 108
EXTERNAL ................................................................................. 34
222
Index
F
Hi F ........................................................................................... 112
F ................................................................................................ 120
Hi G .......................................................................................... 112
Fantoomvoeding ................................................................... 7, 191
Hi Level .................................................................................... 107
Feedback ............................................................................. 95, 111
Hi Ratio ............................................................................. 106–107
[FF] ........................................................................................ 29, 66
Hi Release ......................................................................... 106–107
Fill ............................................................................................. 120
Hi Thres ............................................................................ 106–107
Filter ............................................................................................ 96
HI.FEML ................................................................................... 115
FINAL ....................................................................................... 144
HI.MALE .................................................................................. 115
Finaliseren ......................................................................... 142, 144
HiFi (MT2) ............................................................................ 32, 62
Flanger ........................................................................................ 96
High Freq .................................................................................. 105
Foot SW ....................................................................... 54, 187, 198
High Gain ........................................................................... 96, 105
FOOT SW/EXP PEDAL ............................................................ 187
High Mid Freq .......................................................................... 105
FOOT SW/EXP PEDAL-ingang .................................................. 22
High Mid Gain .......................................................................... 105
Foot Volume ............................................................................... 96
High Mid Q ............................................................................... 105
Formant1 ................................................................................... 100
High Q ...................................................................................... 105
Formant2 ................................................................................... 100
High Type ................................................................................. 105
Formatteren
Hi-M F ......................................................................................... 96
Geheugenkaart ..................................................................... 31
Hi-M Gin ..................................................................................... 96
FRAME ....................................................................................... 21
Hi-M Q ........................................................................................ 96
Freq ..................................................................................... 95, 106
Hoofdtelefoonuitgang ................................................................. 20
Frequency ........................................................................... 99, 101
HPF ............................................................................................. 97
FROM ....................................................................................... 199
HUMBUCK ................................................................................. 93
From/To ................................................................................... 199
FS-6 ........................................................................................... 187
FX .............................................................................................. 187
I
Idling-scherm .................................................................... 164, 175
Fx Level ................................................................................. 97, 99
IMP ........................................................................................... 154
Fx Type ....................................................................... 43, 108, 111
IMPORT ............................................................ 148, 153, 167, 178
FX1 Level .................................................................................. 100
Importeren
FX2 Level .................................................................................. 100
SMF ............................................................................ 169, 179
IN .................................................................................. 35, 49, 120
G
In Send ...................................................................................... 109
Gain .............................................................................. 97, 99, 106
INF ................................................................................ 62, 94, 106
GAP .......................................................................................... 140
INI ............................................................................... 31, 194–196
GEHEUGENKAART ................................................................... 20
Initialisatie ................................................................................ 194
Geheugenkaart .................................................................. 5, 27, 31
Initialiseren ............................................................................... 194
Geheugen sparen .................................................................. 78
Alles .................................................................................... 194
Resterend geheugen .............................................................. 62
Effectinstellingen ................................................................ 195
Samenstelling van data ....................................................... 162
Geheugenkaart ................................................................... 196
Geheugenkaarten ........................................................................ 16
Rhythm ............................................................................... 195
GTR ..................................................................................... 36, 202
GTR: ............................................................................................ 85
GUITAR/BASS ........................................................................... 33
[GUITAR/BASS/MIC2] ............................................ 34, 39, 48, 84
GUITAR/BASS-ingang ............................................................... 22
Systeeminstellingen ............................................................ 194
Initialize
Geheugenkaart ..................................................................... 31
Inladen
Drumgeluiden ............................................................ 171, 181
Drumpatroon ...................................................................... 152
Songs naar geheugenkaart .................................................. 147
H
Songs van CD-R/RW's ....................................................... 154
HALL .......................................................................... 44, 108, 111
WAV/AIFF-bestanden ............................................... 167, 178
HI ...................................................................................... 127, 130
INPUT ............................................................................. 40, 50, 87
Hi Attack ........................................................................... 106–107
Input ................................................................................... 94, 106
223
Index
Input Gain ................................................................................. 105
Lo Mix Lvl ................................................................................... 95
INPUT LEVEL-draaiknop ........................................................... 35
Lo Ratio ............................................................................. 106–107
INPUT SELECT ..................................................................... 39, 48
Lo Release ......................................................................... 106–107
INPUT SELECT-toets .................................................................. 34
Lo Thres ............................................................................ 106–107
Input-gevoeligheid ...................................................................... 35
LO.FEML .................................................................................. 115
INSERT ..................................................................................... 124
LO.MALE .................................................................................. 115
Insert-effect ............................................................... 35–36, 84, 88
LOAD ....................................................................................... 136
Interne microfoon ....................................................................... 34
LOCAT ............................................................................... 87, 114
Intro .......................................................................................... 120
[LOCATOR] ................................................................................ 64
Invoegen
Locator ........................................................................................ 64
Stap ..................................................................................... 124
Locatorpunt ................................................................................ 64
ISO9660 ..................................................................................... 151
LO-FI BOX .................................................................................. 91
Lo-Fi Box ..................................................................................... 96
J
Lo-M F ........................................................................................ 96
JC-120 .......................................................................................... 98
Lo-M Gin ..................................................................................... 96
JUMBO ........................................................................................ 93
Lo-M Q ........................................................................................ 96
LONG (LV2) .......................................................................... 32, 62
Loop Effect ........................................................................ 108, 111
K
Kaartbescherming ....................................................................... 16
Kaarthouderklepje ...................................................................... 16
Kabelhaak ................................................................................... 22
Kalibreren ................................................................................. 189
KIT ............................................................................................ 134
Kopiëren
Arrangement ...................................................................... 125
[LOOP EFFECTS] ................................................................ 43, 108
Loop Recording ........................................................................... 56
Loop-effect .................................................................................. 43
Low Boost ................................................................................. 193
Low Freq ................................................................................... 105
Low Gain ............................................................................ 96, 105
Low Mid Freq ........................................................................... 105
Drumkit .............................................................................. 137
Low Mid Gain ........................................................................... 105
Patroon ............................................................................... 133
Low Mid Q ................................................................................ 105
Song ...................................................................................... 77
Low Q ....................................................................................... 105
Spoor .............................................................................. 67–69
Low Type .................................................................................. 105
Waveformdata .................................................................... 148
LPF: ............................................................................................. 97
LR: .............................................................................................. 35
L
Laden
M
Drumtonen van de sporen .................................................. 135
Maat .................................................................................. 127, 130
LCD Contrast ............................................................................ 198
Mac OS 9.1.x .............................................................................. 162
LCD-contrast ............................................................................. 186
Mac OS 9.2.x .............................................................................. 162
Level ............................................................... 93–96, 99, 101, 107
Mac OS X .................................................................................. 162
Level meter ................................................................................. 35
Macintosh ......................................................................... 162, 175
Level-meter ................................................................................. 21
Maken
Limiter ...................................................................................... 107
Audio-cd ............................................................................. 140
LIN ...................................................................................... 36, 203
MANUAL ................................................................................... 98
[LINE] ............................................................................. 34, 39, 84
Manual .................................................................................. 96–97
LINE ..................................................................................... 33, 48
Manuele punch-in/out ................................................................ 53
LINE IN-aansluitingen ................................................................ 22
MASTER ..................................................................................... 87
LINE OUT-aansluitingen ............................................................ 22
Master ................................................................................. 99, 158
Lo Attack .......................................................................... 106–107
MASTER-fader ...................................................................... 28, 35
Lo F ........................................................................................... 112
MASTERING ...................................................................... 40, 102
Lo G .......................................................................................... 112
Mastering .................................................................................. 102
Lo Level .................................................................................... 107
Mastering Tool Kit ...................................................... 40, 102–105
224
Index
Mastering tool kit patch ............................................................ 205
MTC Type ................................................................................. 199
Mastering-scherm ..................................................................... 102
MTC-type .................................................................................. 158
Mastertape/disc .......................................................................... 80
MTK .......................................................................................... 205
MATCH ...................................................................................... 98
Mute ............................................................................................ 41
Matrix ............................................................................... 127, 131
MCK ......................................................................................... 158
N
MEAS .......................................................................................... 21
Naam geven
METAL ....................................................................................... 98
Arrangement ...................................................................... 124
METAL D .................................................................................... 98
Patroon ............................................................................... 132
Metronoom ............................................................................... 129
Song ...................................................................................... 78
[MIC] .................................................................................... 34, 39
NAM ........................................................................................... 78
MIC ................................................................... 20, 36, 48, 85, 203
NAME ......................................................... 86, 104, 115, 124, 132
Mic Dist ....................................................................................... 93
NEW ........................................................................................... 33
Mic Level .................................................................................. 100
No more Memory ........................................................................ 77
Mic Select-scherm ....................................................................... 34
Noise ........................................................................................... 96
Mic Set ...................................................................................... 100
Noise Suppressor ........................................................................ 97
MIC1 ........................................................................................... 33
Note .......................................................................................... 116
MIC1-ingangen ........................................................................... 22
MIC2 ........................................................................................... 33
O
MIC2-ingang ............................................................................... 22
Oct Level ..................................................................................... 97
Microfoon ............................................................................. 7, 198
Octave ......................................................................................... 97
Microfoonvoorversterker .......................................................... 191
OFF ............................................................................................. 37
Mid Attack ........................................................................ 106–107
Offset ................................................................................ 159, 199
Mid Level .................................................................................. 107
On/Off ........................................................ 93–101, 105–107, 112
Mid Ratio .......................................................................... 106–107
Mid Release ....................................................................... 106–107
ONBRD+EXT .............................................................................. 34
Opname ................................................................................ 32, 48
Mid Thres .......................................................................... 106–107
Spoor .................................................................................... 39
Middle ........................................................................................ 99
Opnametijd ................................................................................. 32
MIDI ................................................................................. 156–157
Opnemen .................................................................................... 80
MIDI IN .................................................................................... 156
Rhythm ............................................................................... 121
MIDI OUT ................................................................................. 156
Opslaan ................................................................................. 29, 79
MIDI OUT-aansluiting ................................................................ 22
Insert-effecten ....................................................................... 86
MIDI THRU .............................................................................. 156
Mastering Tool Kit .............................................................. 104
MIDI-aansluiting ....................................................................... 156
Op CD-R/RW ..................................................................... 145
MIDI-geluidsmodule ................................................................ 157
Pitch correction ................................................................... 115
MIDI-implementatietabel .......................................................... 156
Spoordata in de WAV/AIFF-indeling ......................... 165, 176
MIDI-kanaal .............................................................................. 156
OPT ............................................................................................. 78
MIDI-sequencer ........................................................................ 158
Output ...................................................................................... 107
Mix Level .................................................................................... 95
Output Gain .............................................................................. 105
Mix Lvl ...................................................................................... 106
Overdubben ................................................................................ 41
Mixer ......................................................................................... 107
MMC ......................................................................................... 160
P
MMC Master ..................................................................... 160, 198
P.MAP ....................................................................................... 116
Mode ......................................................................................... 100
PAN .............................................................................. 42, 49, 138
Modify Fil ................................................................................... 97
Pan ........................................................................................ 42, 49
Mono-opname ................................................................. 39, 48, 59
Drumgeluiden .................................................................... 138
MOV ..................................................................................... 71–72
[PAN/EQ] ............................................................... 42–43, 49, 110
MS ............................................................................................... 98
PAN-SQR: ................................................................................. 100
MTC .................................................................................. 158–159
PAN-TRI ................................................................................... 100
225
Index
Patch ........................................................................................... 35
Q
Patch-naam ................................................................. 86, 104, 115
Quantize ..................................................................... 52, 127, 130
Patroon ............................................... 37, 120, 122, 126, 169, 179
Patroonnaam ............................................................................. 132
Patroonnummer ........................................................................ 123
PATTERN ................................................................................... 37
Pattern (patroonfunctie) ...................................................... 37, 120
PCR ........................................................................................... 205
PEAK ........................................................................................ 105
Peak .......................................................................................... 101
PEAK-indicator ........................................................................... 35
PEDAL: ............................................................................... 98, 101
Phantom SW ..................................................................... 191, 198
Phaser ......................................................................................... 97
[PHRASE TRAINER] ................................................................ 192
Phrase Trainer ........................................................................... 192
PickUp ........................................................................................ 93
PIEZO ......................................................................................... 93
Pitch ............................................................................................ 98
[PITCH CORRECTION] ............................................................ 114
Pitch correction ......................................................................... 114
Pitch correction (tooncorrectie) ................................................. 113
Pitch Correction Edit ................................................................. 115
Pitch correction patch ................................................................ 205
Pitch Shifter ................................................................................. 98
[PLAY] ........................................................................ 29, 143, 152
PLAY ........................................................................................ 187
PLAY/IMP ........................................................................ 143, 154
PLAYER ...................................................................................... 96
Play-scherm ................................................................................ 28
Polarity ..................................................................................... 101
Post Fltr ....................................................................................... 97
Power Save ............................................................................... 197
PowerSave ........................................................................ 197–198
POWER-schakelaar ............................................................... 22, 28
Pre Filter ..................................................................................... 97
Preamp ........................................................................................ 98
Pre-Gap ..................................................................................... 140
Presence ...................................................................................... 99
Preset Patch ............................................................................... 113
Preset patch ........................................................................... 36, 84
Preview SW ............................................................................... 199
PRT ............................................................................................. 79
PUNCH ............................................................................... 54, 187
Punch-in ...................................................................................... 53
Punch-in/out .............................................................................. 53
Punch-out ................................................................................... 53
PVW .......................................................... 136, 148–149, 172, 182
226
R
Rack160 ....................................................................................... 94
RADIO: ....................................................................................... 96
Rate ................................................................. 94, 96–97, 100, 111
Ratio ............................................................................................ 94
REAL ........................................................................................ 126
Realtime Recording ................................................................... 126
[REC] .................................................................................... 50, 53
REC MODE .......................................... 21, 39, 40, 45, 50, 58, 102
REC TRACK .................................................................... 39, 41, 48
REC TRACK-toetsen ................................................. 127, 131, 134
Recording Standby-scherm ............................................... 123, 126
Recover ..................................................................... 147, 164, 175
Recover-menu ........................................................................... 147
Redo ............................................................................................ 57
Referentietoon ................................................................... 188, 189
Release ................................................................................ 97, 107
Release Time ............................................................................... 94
REMAIN ................................................................................... 142
Remain Inf .......................................................................... 62, 198
[REPEAT] .................................................................................... 51
Repeat ................................................................................... 51–52
Repeteren .................................................................................. 128
Resonance ............................................................................. 96–97
Resterende beschikbare opnametijd ............................................ 62
Resterende opnametijd op audio-cd's ....................................... 142
REV ....................................................................... 43–44, 108–109
Rev Send ................................................................................... 111
Rev Time ................................................................................... 111
REVERB .................................................................................... 111
Reverb ....................................................................................... 108
[REW] ................................................................................... 29, 66
RHR .......................................................................................... 128
RHY .......................................................................................... 195
Rhy Send ................................................................................... 109
RhyMIDI ch ...................................................................... 157, 199
RHYTHM .............................................................................. 35, 87
Rhythm ....................................................................... 37, 120, 157
[RHYTHM PAD] ....................................................... 127, 131, 134
RHYTHM-fader .......................................................... 37, 121–122
Rhythm-functie ......................................................................... 121
Ring Modulator ........................................................................... 99
RiseTme ...................................................................................... 99
ROLAND-map .......................................................................... 162
ROOM ......................................................................... 44, 108, 111
Index
S
Songinformatie ............................................................................ 62
S EFX ......................................................................................... 195
Songpatroon ........................................................................ 38, 120
Schijflade ..................................................................................... 21
Speaker Simulator ..................................................................... 100
Schrijven
SplitH ........................................................................................ 106
Audio-cd ............................................................................. 140
SplitL ......................................................................................... 106
SCMS ........................................................................................ 154
SPOOR ........................................................................................ 87
SCR ........................................................................................... 199
Spoor ............................................................................... 39, 41, 48
Scrub ........................................................................................... 65
Stap ........................................................................................... 123
SCRUB FROM ............................................................................. 65
Startmaat ................................................................................... 123
SCRUB TO .................................................................................. 65
STD ............................................................................................. 93
Scrub-parameter ........................................................................ 199
STD (LV1) ............................................................................. 32, 62
Scrub-punt .................................................................................. 65
Stemgeleider ............................................................................. 188
SEL .............................................................................................. 29
Stemmen ..................................................................... 96, 188–189
Send Level (verstuurniveau) ............................................... 44, 109
STEP .................................................................................. 123, 130
Sens ............................................................................. 95, 101, 106
Step Recording .......................................................................... 126
SENS-knop .................................................................................. 35
Step Recording (stapsgewijze opname) ..................................... 130
Separation ....................................................................... 95–96, 98
STEREO MULTI .......................................................................... 91
SHELVG ................................................................................... 105
Stereo-opname ...................................................................... 39, 48
Sibilant ........................................................................................ 95
Stuurprogramma ....................................................................... 162
[SIMUL] .......................................................................... 34, 39, 48
Sub Mixer .......................................................................... 190, 198
SIMUL ........................................................................................ 85
Sustain ........................................................................................ 94
SINGLE ................................................................................. 93, 95
SYNC ........................................................................ 157–160, 198
SLDN .......................................................................................... 98
Sync Gen ................................................................... 158, 160, 198
Slow Attack ................................................................................. 99
Synchroniseren .......................................................................... 157
SMF ........................................................... 151–153, 169–170, 179
Sync-parameter ......................................................................... 198
SMF import ............................................................................... 152
SYS .................................................................................... 194, 198
SMF Player ................................................................................ 151
Systeemparameter ..................................................................... 198
SMF-map .................................................................................. 162
SML .................................................................................... 36, 204
T
Smooth ...................................................................................... 115
[TAP] .................................................................................. 38, 122
Smpl Rate .................................................................................... 97
TAP ............................................................................................. 95
Smth .......................................................................................... 117
Tempo ................................................... 21, 38, 122–123, 127, 130
Soft Clip .................................................................................... 107
Thres ......................................................................................... 107
SONG ................................................................................ 145, 147
Threshold (drempelwaarde) ................................................. 94, 97
Song Backup ............................................................................. 145
Tijdsduur tussen songs (Pre-Gap) ............................................. 140
Song Copy ................................................................................... 77
TIME ........................................................................................... 21
Song drumkit ............................................................................ 134
Time Signature .......................................................... 123, 127, 130
Song Erase ................................................................................... 77
Time stretch .............................................................................. 192
Song Name .................................................................................. 78
TME/MES ....................................................................... 68, 71, 74
Song New ................................................................................... 32
TMP ............................................................................................ 85
Song Optimize ...................................................................... 57, 78
TO ............................................................................................. 199
Song Patch ................................................................................ 113
Toegangsindicator ....................................................................... 21
Song patch ............................................................................ 36, 84
Tone ............................................................................ 94, 111, 149
Song Protect ................................................................................ 79
Tone Load ......................................................... 135, 149, 171, 181
Song Recover ............................................................................ 147
TONELOAD-map ..................................................................... 162
Song Select .................................................................................. 29
Top-Hi ........................................................................................ 93
Song Select-scherm ..................................................................... 29
Top-Mid ...................................................................................... 93
Songarrangement ................................................................ 38, 123
TOUCH: .................................................................................... 101
Songarrangementen .................................................................. 120
TRACK ..................................................................................... 135
227
Index
Track At Once ........................................................................... 140
VO DRV ...................................................................................... 98
Track Copy ................................................................................. 67
VO+AC.SIM ................................................................................ 92
Track Editing .............................................................................. 67
VO+ACOUSTIC .......................................................................... 92
Track EQ ..................................................................... 43, 110, 112
VO+GT AMP .............................................................................. 92
Track Erase ................................................................................. 73
VOCAL MULTI ........................................................................... 90
Track Exchange ........................................................................... 76
Voetschakelaar .............................................................. 27, 54, 187
TRACK MIXER ........................................................................... 18
VOICE TRANS ............................................................................ 90
Track Move ................................................................................. 70
Voice Transformer .................................................................... 100
Track Mute .................................................................................. 41
Volume ....................................................................................... 99
TRACK-fader ........................................................................ 18, 29
Vooraf beluisteren (Preview) ............... 65, 136, 148–149, 172, 182
Treble .......................................................................................... 99
Voorgeprogrammeerd arrangement ........................................... 38
Tremolo/Pan ............................................................................ 100
Voorgeprogrammeerd patroon ................................................... 38
TRK ..................................................................... 67, 70, 73, 75–76
Voorgeprogrammeerde drumkit ............................................... 134
TRM-SQR .................................................................................. 100
[V-TRACK] ................................................................................. 49
TRM-TRI: .................................................................................. 100
V-Track .......................................................................... 14, 49, 94
[TUNER] ................................................................................... 188
V-Track Selection-scherm ............................................................ 49
Tuner ........................................................................................ 188
Type .................................. 43, 94–96, 98, 100–101, 108, 111, 115
W
Wah ........................................................................................... 101
U
WAV ................................................................. 148, 150, 165, 176
U EFX ........................................................................................ 195
WAV/AIFF Export .................................................. 150, 165, 176
Uitwisselen
WAV/AIFF Import ................................................... 148, 167, 178
Spoor .................................................................................... 76
WAV/AIFF-bestanden ...................................................... 171, 181
Undo ........................................................................................... 57
WAV/AIFF-menu ..................................................................... 148
[UNDO/REDO] .......................................................................... 57
Weergeven
UP ............................................................................................. 101
Audio-cd ............................................................................. 143
USB ........................................................................... 162, 164, 175
Demosong ............................................................................. 29
USB-map ................................................................................... 163
Herhalend ............................................................................. 51
SMF .................................................................................... 151
USB-poort ................................................................................... 22
USB-scherm .............................................................................. 164
User patch ............................................................................. 36, 84
[UTILITY] ......................................................................... 198–199
Wegschrijven
Waveformdata .................................................................... 148
Windows ........................................................................... 162, 164
Windows 2000 ........................................................................... 162
Windows Me ............................................................................. 162
V
V ............................................................................................... 120
Velocity ..................................................................... 127, 131–132
Verplaatsen
Spoor .............................................................................. 70–72
Windows XP ............................................................................. 162
Wow Flt ...................................................................................... 96
WRITE ................................................................ 86, 104, 115, 141
Write
Insert-effecten ....................................................................... 86
Verse ......................................................................................... 120
Mastering Tool Kit .............................................................. 104
Verspringen ................................................................................ 30
Pitch correction ................................................................... 115
Naar locator .......................................................................... 64
Verwijderen
Arrangement ...................................................................... 125
X
Data van een CD-RW .......................................................... 153
XCG ............................................................................................ 76
Drumgeluiden .................................................... 129, 132, 138
Locator .................................................................................. 64
Z
Patroon ............................................................................... 133
[ZERO] ........................................................................................ 30
Song ...................................................................................... 77
Spoor .............................................................................. 73–75
Stap ..................................................................................... 124
228
EQ Low
EQ High
CHO/DLY Send
REV Send
EQ Low
EQ High
CHO/DLY Send
REV Send
REV Send
CHO/DLY Send
EQ High
EQ Low
REV Send
CHO/DLY Send
EQ High
EQ Low
PAN
SPOOR 4
Songnaam
SPOOR 3
PAN
EFFECTEN
PAN
SPOOR 2
PAN
SPOOR 1
Track Sheet
Project
REV Send
CHO/DLY Send
EQ High
EQ Low
PAN
SPOOR 5
Artiest
REV Send
REV Send
CHO/DLY Send
EQ High
EQ Low
PAN
SPOOR 7/8
OPMERKINGEN
CHO/DLY Send
EQ High
EQ Low
PAN
SPOOR 6
RHYTHM
REV Send
CHO/DLY Send
EQ High
EQ Low
PAN
PATTERN
Tempo:
ARRANGE
Tempo:
Datum
Klant
Track Sheet
Download PDF