Miele | KM 6366-1 | Gebruiks- en montagehandleiding Keramische

Gebruiks- en montagehandleiding
Keramische inductiekookplaat
Lees absoluut de gebruiksaanwijzing voor u uw toestel plaatst, instal‐
leert en in gebruik neemt. Dat is veiliger voor uzelf en u vermijdt schade
aan het toestel.
nl-BE
M.-Nr. 10 023 380
Inhoud
Opmerkingen omtrent uw veiligheid .................................................................... 4
Uw bijdrage tot bescherming van ons milieu.................................................... 15
Overzicht............................................................................................................... 16
Kookplaat............................................................................................................... 16
KM 6328-1 ........................................................................................................ 16
KM 6366-1 / KM 6367-1 ................................................................................... 17
Bedieningselementen/displays .............................................................................. 18
Kookzones ............................................................................................................. 20
Ingebruikneming van het toestel ........................................................................ 22
Kookplaat voor de eerste keer reinigen ................................................................. 22
Kookplaat voor de eerste keer in gebruik nemen .................................................. 22
Inductie ................................................................................................................. 23
Principe .................................................................................................................. 23
Geluiden................................................................................................................. 24
De juiste pannen .................................................................................................... 25
Tips om energie te besparen ............................................................................. 26
Tabel vermogensstanden .................................................................................... 27
Bediening .............................................................................................................. 28
Principe van de bediening ..................................................................................... 28
Inschakelen ............................................................................................................ 29
Vermogensstand instellen/wijzigen........................................................................ 29
Uitschakelen .......................................................................................................... 29
Restwarmte-indicator ............................................................................................ 29
PowerFlex-kookvlak............................................................................................... 30
Aankookautomaat .................................................................................................. 31
Booster................................................................................................................... 32
Warmhouden.......................................................................................................... 34
Timer ..................................................................................................................... 35
Kookwekker ........................................................................................................... 35
Kookzone automatisch uitschakelen ..................................................................... 35
Timerfuncties tegelijk gebruiken ............................................................................ 36
Extra functies ....................................................................................................... 37
Stop&Go ................................................................................................................ 37
Recall ..................................................................................................................... 37
2
Inhoud
Beveiligingen ........................................................................................................ 38
Vergrendeling ......................................................................................................... 38
Automatische uitschakeling ................................................................................... 39
Beveiliging tegen oververhitting............................................................................. 40
Reiniging en onderhoud ...................................................................................... 41
Nuttige tips .......................................................................................................... 43
Bij te bestellen accessoires ................................................................................ 46
Miele@home / Con@ctivity................................................................................. 47
Veiligheidsinstructies voor het inbouwen.......................................................... 49
Veiligheidsafstanden............................................................................................ 50
Kookplaten met randlijst / facetrand ................................................................. 53
Aanwijzingen voor het inbouwen ........................................................................... 53
Inbouwmaten ......................................................................................................... 54
KM 6328-1 ........................................................................................................ 54
KM 6366-1 ........................................................................................................ 55
Inbouwen ............................................................................................................... 56
Kookplaten zonder randlijst................................................................................ 57
Aanwijzingen voor het inbouwen ........................................................................... 57
Inbouwafmetingen ................................................................................................. 58
KM 6367-1 ........................................................................................................ 58
Inbouwen ............................................................................................................... 59
Elektrische aansluiting ........................................................................................ 61
Aansluitschema...................................................................................................... 63
Miele-Service, typeplaatje, garantie................................................................... 64
3
Opmerkingen omtrent uw veiligheid
Deze kookplaat voldoet aan de geldende veiligheidsvoorschriften.
Onjuist gebruik echter kan persoonlijk letsel of beschadiging van
het toestel tot gevolg hebben.
Lees de gebruiks- en montagehandleiding daarom aandachtig
door, voordat u het toestel in gebruik neemt. In de handleiding
vindt u belangrijke instructies met betrekking tot inbouw, veilig‐
heid, gebruik en onderhoud.
Miele kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die is
ontstaan doordat de veiligheidsinstructies en waarschuwingen
niet in acht zijn genomen.
Bewaar de gebruiks- en montagehandleiding en geef deze door
aan een eventuele volgende eigenaar.
4
Opmerkingen omtrent uw veiligheid
Juist gebruik
 Deze kookplaat is bedoeld voor gebruik in het huishouden en in
gelijkaardige omgevingen.
 Deze kookplaat mag niet buiten worden gebruikt.
 Gebruik deze kookplaat uitsluitend in huishoudelijke context voor
het bereiden en warmhouden van gerechten. Gebruik voor andere
doeleinden is niet toegestaan.
 Personen die op grond van hun fysieke, zintuiglijke of psychische
problemen, hun onervarenheid of gebrek aan kennis van de kook‐
plaat niet in staat zijn om deze veilig te bedienen, moeten bij de be‐
diening onder toezicht staan. Deze personen mogen het toestel al‐
leen zonder toezicht bedienen als zij een eerst zijn geïnstrueerd. Zij
dienen eventuele gevaren van een onjuiste bediening te herkennen
en begrijpen.
5
Opmerkingen omtrent uw veiligheid
Kinderen in het huishouden
 Houd kinderen onder acht jaar op een afstand, tenzij u voortdu‐
rend toezicht houdt.
 Kinderen vanaf acht jaar mogen de kookplaat alleen zonder toe‐
zicht gebruiken als ze weten hoe ze het toestel veilig moeten bedie‐
nen. De kinderen moeten zich bewust zijn van de gevaren van een
foutieve bediening.
 Kinderen mogen de kookplaat niet zonder toezicht reinigen.
 Houd kinderen in de gaten wanneer deze zich in de buurt van de
kookplaat bevinden. Laat ze nooit met de kookplaat spelen.
 De kookplaat wordt tijdens het gebruik heet en blijft dat ook nog
enige tijd nadat het is uitgeschakeld. Houd kinderen op een afstand,
totdat de kookplaat voldoende is afgekoeld en er geen verbran‐
dingsgevaar meer bestaat.
 Verbrandingsgevaar!
Bewaar geen voorwerpen die voor kinderen interessant zijn, boven
of achter de kookplaat. Dat kan kinderen ertoe brengen op het toe‐
stel te klimmen.
 Verbrandingsgevaar!
Draai de grepen van de pannen zo dat ze zich boven het werkblad
bevinden, zodat kinderen de pannen niet van de kookplaat kunnen
trekken.
 Verstikkingsgevaar! Spelende kinderen kunnen zich wikkelen in
verpakkingsmateriaal (bijv. folies) of het over hun hoofd trekken en
daardoor verstikken. Houd verpakkingsmateriaal zoals plastic buiten
het bereik van kinderen.
 Maak gebruik van de vergrendeling, zodat kinderen het toestel
niet onbedoeld kunnen inschakelen.
6
Opmerkingen omtrent uw veiligheid
Technische veiligheid
 Door ondeskundig uitgevoerde installaties, onderhoudswerken of
herstellingen kunnen er niet te onderschatten risico's ontstaan voor
de gebruiker. Installatie-, onderhouds- of herstellingswerken mogen
alleen door vakmensen worden uitgevoerd die door Miele erkend
zijn.
 Beschadigingen aan de kookplaat kunnen uw veiligheid in gevaar
brengen. Controleer de kookplaat op zichtbare beschadigingen. Een
beschadigde kookplaat mag niet in gebruik worden genomen.
 De kookplaat kan alleen betrouwbaar en veilig functioneren, als hij
op het openbare elektriciteitsnet is aangesloten.
 De elektrische veiligheid van de kookplaat is uitsluitend gegaran‐
deerd, als deze wordt aangesloten op een aardingssysteem dat vol‐
gens de geldende voorschriften is geïnstalleerd. Aan deze funda‐
mentele veiligheidsvoorwaarde moet worden voldaan. Laat de elek‐
trische installatie bij twijfel door een vakman inspecteren.
 De aansluitgegevens (frequentie en spanning) op het typeplaatje
moeten beslist met de waarden van het elektriciteitsnet overeen‐
komen, om beschadiging van de kookplaat te voorkomen.
Vergelijk deze gegevens voor de aansluiting. Raadpleeg bij twijfel
een elektricien.
 Stekkerdozen of verlengsnoeren bieden niet voldoende veiligheid
(brandgevaar). Gebruik deze niet voor het aansluiten van de kook‐
plaat op het elektriciteitsnet.
 Gebruik de kookplaat alleen als deze is ingebouwd, zodat de vei‐
ligheid gewaarborgd is.
 Deze kookplaat mag niet op een niet-stationaire locatie (zoals een
boot) worden gebruikt.
7
Opmerkingen omtrent uw veiligheid
 Wanneer u aansluitingen onder spanning aanraakt of de elek‐
trische en mechanische constructie wijzigt, kan dat voor u gevaar
opleveren. Het kan ook tot storingen in de werking van de kookplaat
leiden.
Open nooit de behuizing van de kookplaat.
 Het recht op garantie vervalt wanneer de kookplaat door een
technicus wordt gerepareerd die niet door Miele is geautoriseerd.
 Enkel met originele Miele-wisselstukken bent u zeker dat deze ten
volle voldoen aan de eisen qua veiligheid. Defecte onderdelen mo‐
gen alleen door originele Miele-wisselstukken worden vervangen.
 De kookplaat mag niet worden gebruikt met een externe schakel‐
klok of een systeem voor besturing op afstand.
 De kookplaat moet door een elektricien op het elektriciteitsnet
worden aangesloten (zie hoofdstuk "Elektrische aansluiting").
 Als de aansluitkabel beschadigd is, moet deze door een elektri‐
cien worden vervangen door een speciale aansluitkabel van het type
H 05 VV-F (pvc-geïsoleerd). Zie hoofdstuk "Elektrische aansluiting".
 Bij installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden moet de
kookplaat volledig van het elektriciteitsnet losgekoppeld zijn. Ga
daarvoor als volgt te werk:
– schakel de zekeringen in uw zekeringkast uit of
– draai de zekeringen in uw zekeringkast er helemaal uit of
– als de stekker (indien aanwezig) uit de contactdoos is getrokken.
Trek daarbij aan de stekker en niet aan de aansluitkabel.
 Gevaar voor elektrische schok!
Als de kookplaat defect is of als de keramische glasplaat barsten of
spleten vertoont, mag u de kookplaat niet in gebruik nemen en dient
u deze direct uit te schakelen. Ontkoppel hem van het elektriciteits‐
net. Neem dan contact op met Miele-Service.
8
Opmerkingen omtrent uw veiligheid
 Als de kookplaat achter een meubelfront (bijv. een deur) is ge‐
plaatst, sluit deze nooit terwijl de kookplaat in werking is. Achter een
gesloten meubeldeur verzamelt zich warmte en vocht. Daardoor
kunnen kookplaat, inbouwnis en vloer worden beschadigd. Sluit een
meubeldeur pas als de restwarmte-indicaties gedoofd zijn.
9
Opmerkingen omtrent uw veiligheid
Efficiënt gebruik
 De kookplaat wordt heet als deze in gebruik is en dat blijft hij ook
nog enige tijd na het uitschakelen. Pas zodra het lampje voor de res‐
terende warmte is uitgegaan, is het verbrandingsgevaar geweken.
 Voorwerpen in de nabijheid van de ingeschakelde kookplaat kun‐
nen door de hoge temperaturen beginnen te branden.
Gebruik de kookplaat nooit om ruimten te verwarmen.
 Olie en vet kunnen bij oververhitting gaan branden. Laat de kook‐
plaat bij werkzaamheden met olie en vet niet zonder toezicht achter.
Blus branden met olie en vet nooit met water. Schakel de kookplaat
uit en
verstik de vlammen voorzichtig met een deksel of een blusdeken.
 Vlammen kunnen de vetfilters van een dampkap in brand doen
vliegen. Flambeer nooit onder een dampkap.
 Als spuitbussen, licht ontvlambare vloeistoffen of brandbaar ma‐
teriaal warm worden, kunnen ze gaan branden. Bewaar daarom
makkelijk ontvlambare voorwerpen nooit in laden direct onder de
kookplaat. Eventueel aanwezige bestekbakken moeten van hittebe‐
stendig materiaal zijn.
 Verwarm kookgerei nooit zonder inhoud.
 In gesloten conservenblikken ontstaat bij het inmaken en op‐
warmen een overdruk, waardoor deze kunnen ontploffen. Gebruik
de kookplaat niet voor het inmaken en verwarmen van conserven‐
blikken.
 Wanneer de kookplaat wordt afgedekt, bestaat het risico dat het
materiaal van de afdekking in brand vliegt, barst of smelt als u de
kookplaat per ongeluk inschakelt of als deze nog warm is van een
bereiding. Dek de kookplaat nooit af met bijv. afdekplaten, een doek
of een beschermfolie.
10
Opmerkingen omtrent uw veiligheid
 Als de kookplaat ingeschakeld is, als u deze per ongeluk inscha‐
kelt of als hij nog warm is van het koken, bestaat het risico dat meta‐
len voorwerpen die op de kookplaat liggen warm worden. Ander ma‐
teriaal kan smelten of vlam vatten. Vochtige pannendeksels kunnen
zich vastzuigen. Gebruik de kookplaat niet als legplank. Schakel de
kookzones na gebruikt uit!
 U kunt zich aan de hete kookplaat branden. Gebruik daarom altijd
ovenhandschoenen of pannenlappen als u met het hete toestel
werkt. Gebruik alleen droge handschoenen of pannenlappen. Nat of
vochtig textiel geleidt de warmte beter en kan door stoom verbran‐
dingen veroorzaken.
 Als u een elektrisch toestel (bijvoorbeeld een mixer) in de buurt
van de kookplaat gebruikt, mag de aansluitkabel niet in contact ko‐
men met de hete kookplaat. De isolatie van de kabel zou bescha‐
digd kunnen raken.
 Zout, suiker of zandkorrels (bijvoorbeeld van groente) kunnen
krassen veroorzaken, als ze onder de pan komen. Zorg dat de kera‐
mische glasplaat en de panbodem schoon zijn, voordat u het kook‐
gerei op de kookplaat plaatst.
 Laat geen voorwerpen op de keramische plaat vallen. Zelfs een
licht voorwerp zoals een zoutvaatje kan scheuren of barsten veroor‐
zaken.
 Hete voorwerpen op de sensortoetsen en de displays kunnen de
elektronica eronder beschadigen. Zet nooit hete pannen op de sen‐
sortoetsen en de displays.
 Wanneer suiker, suikerhoudende gerechten, kunststof of alumini‐
umfolie op de hete kookplaat komen en smelten, beschadigen deze
bij het afkoelen de keramische glasplaat. Schakel het toestel meteen
uit en krab deze stoffen onmiddellijk met een schraper eraf. Trek
hiervoor ovenhandschoenen aan. Maak de kookzones zodra ze af‐
gekoeld zijn schoon met een reinigingsmiddel voor keramisch glas.
11
Opmerkingen omtrent uw veiligheid
 Door drooggekookte pannen kan de keramische plaat beschadigd
raken. Houd daarom altijd toezicht op de kookplaat!
 Gebruik alleen pannen met een gladde bodem. Een ruwe bodem
kan krassen op de keramische plaat veroorzaken.
 Til pannen op als u ze wilt verplaatsen. U voorkomt zo vlekken
door wrijving en krassen.
 Doordat inductiekookzones heel snel heet worden, kan de tempe‐
ratuur in de panbodem in een mum van tijd de zelfontbrandingstem‐
peratuur van olie of vet bereiken. houd daarom altijd toezicht op het
toestel!
 Verhit vetten en olie hooguit gedurende een minuut en gebruik
daarvoor nooit de booster.
 Alleen voor personen met een pacemaker: In de directe omgeving
van de ingeschakelde kookplaat ontstaat een elektromagnetisch
veld. Het is niet waarschijnlijk dat dit veld de werking van de pace‐
maker nadelig beïnvloedt. Neem bij twijfel contact op met de fabri‐
kant van de pacemaker of met uw arts.
 Het elektromagnetische veld van het ingeschakelde kookvlak kan
de werking van magnetiseerbare voorwerpen beïnvloeden. Er mogen
zich geen kredietkaarten, opslagmedia, zakrekenmachines enz. in de
onmiddellijke omgeving van het ingeschakelde kookvlak bevinden.
 Metalen voorwerpen die in een lade onder de kookplaat worden
bewaard, kunnen heet worden als u het toestel lang en intensief ge‐
bruikt. Bewaar daarom geen metalen voorwerpen in een lade die
zich meteen onder de kookplaat bevindt.
12
Opmerkingen omtrent uw veiligheid
 De kookplaat is voorzien van een ventilator. Als zich onder het in‐
gebouwde toestel een lade bevindt, moet de afstand tussen de in‐
houd van de lade en de onderkant van het toestel voldoende zijn zo‐
dat voldoende ventilatie van de kookplaat is gewaarborgd. Bewaar
geen spitse en kleine voorwerpen of papier in de lade. Deze voor‐
werpen kunnen via de ventilatieopeningen in de behuizing terecht‐
komen of aangezogen worden en zo de ventilator beschadigen of de
koeling beïnvloeden.
 Plaats nooit twee pannen tegelijk op een kook-/braadzone of Po‐
werFlex-kookvlak.
 Als de pan slechts gedeeltelijk op de kook- of braadzone staat,
kunnen de handgrepen eventueel heel heet worden.
Plaats de pan altijd in het midden van de kook- of braadzone.
13
Opmerkingen omtrent uw veiligheid
Reiniging en onderhoud
 De stoom van een stoomreiniger kan terechtkomen op onderdelen
die onder spanning staan en een kortsluiting veroorzaken.
Gebruik voor het reinigen van de kookplaat nooit een stoomreiniger.
 Schakel de kookplaat niet in als deze boven een pyrolyse-oven of
-fornuis is ingebouwd en de pyrolysefunctie actief is, omdat de over‐
verhittingsbeveiliging van de kookplaat zou kunnen reageren (zie de
betreffende hoofdstuk).
14
Uw bijdrage tot bescherming van ons milieu
Het verpakkingsmateriaal
Het oude toestel
De verpakking beschermt het toestel
tegen transportschade. Het verpak‐
kingsmateriaal is uitgekozen met het
oog op een zo gering mogelijke belas‐
ting van het milieu en de mogelijkheden
voor recycling.
Oude elektrische en elektronische toe‐
stellen bevatten meestal nog waarde‐
volle materialen. Ze bevatten echter ook
schadelijke stoffen die nodig zijn ge‐
weest om de toestellen goed en veilig
te laten functioneren. Wanneer u uw ou‐
de toestel bij het gewone afval doet of
er op een andere manier niet goed mee
omgaat, kunnen deze stoffen schadelijk
zijn voor de gezondheid en het milieu.
Door hergebruik van verpakkingsmate‐
riaal wordt er op grondstoffen bespaard
en wordt er minder afval geproduceerd.
Uw handelaar neemt de verpakking
over het algemeen terug.
Verwijder uw oude toestel dan ook
nooit samen met het gewone afval,
maar lever het in bij een gemeentelijk
inzameldepot voor elektrische en elek‐
tronische apparatuur. Vraag uw han‐
delaar indien nodig om inlichtingen.
Het afgedankte toestel moet buiten het
bereik van kinderen worden opgesla‐
gen.
15
Overzicht
Kookplaat
KM 6328-1
b
c
8
8
8
a
8
d
e
a PowerFlex-kookzone met TwinBooster
b PowerFlex-kookzone met TwinBooster
ab te combineren tot een groot PowerFlex-kookvlak
c PowerFlex-kookzone met TwinBooster
d PowerFlex-kookzone met TwinBooster
cd te combineren tot een groot PowerFlex-kookvlak
e Bedieningselementen/displays
16
00
Overzicht
KM 6366-1 / KM 6367-1
a PowerFlex-kookzone met TwinBooster
b PowerFlex-kookzone met TwinBooster
ab te combineren tot een groot PowerFlex-kookvlak
c PowerFlex-kookzone met TwinBooster
cf te combineren tot een groot PowerFlex-kookvlak
d PowerFlex-kookzone met TwinBooster
de te combineren tot een groot PowerFlex-kookvlak
e PowerFlex-kookzone met TwinBooster
f PowerFlex-kookzone met TwinBooster
g Bedieningselementen/displays
17
Overzicht
Bedieningselementen/displays
m
8
i
l
j
00
8
min
k
d
c
e
f
g
hb
a
Sensortoetsen
a Kookplaat in-/uitschakelen
b Stop and Go activeren/deactiveren
ab Inschakelblokkering/vergrendeling activeren/deactiveren
c Timer
- In-/uitschakelen
- Wisselen tussen de timerfuncties
- Selectie van een kookzone (zie hoofdstuk "Kookzone automatisch uitscha‐
kelen")
d Kookwekkertijd/uitschakeltijd instellen
18
Overzicht
e Warmhoudstand in-/uitschakelen
f Vermogensstand instellen
g PowerFlex-kookzone in-/uitschakelen
Controlelampjes
h Vergrendeling geactiveerd
k Timer
i Kookzonedisplay


 tot 






Kookzone gebruiksklaar
Warmhoudstand
Vermogensstand
Stand 1 TwinBooster
Booster/stand 2 TwinBooster
Ontbrekende of ongeschikte pannen (zie hoofdstuk "Inductie")
Restwarmte
Aankookautomaat
Automatische uitschakeling geprogrammeerd
Timerdisplay
j Tijd in minuten
l Kookwekker
 Inschakelblokkering/vergrendeling geactiveerd
Symbolen
m Kookzonetoewijzing (afhankelijk van het model)
19
Overzicht
Kookzones
Kookzone
KM 6328-1
Ø in cm*
Vermogen in Watt bij 230 V**

15–23
Normaal
TwinBooster, stand 1
TwinBooster, stand 2
2100
3000
3650

15–23
Normaal
TwinBooster, stand 1
TwinBooster, stand 2
2100
3000
3650

15–23
Normaal
TwinBooster, stand 1
TwinBooster, stand 2
2100
3000
3650

15–23
Normaal
TwinBooster, stand 1
TwinBooster, stand 2
2100
3000
3650
+
+
22–23 /
15x23–23x39
Normaal
TwinBooster, stand 1
TwinBooster, stand 2
3400
4800
7300
Totaal
7300
* Binnen het aangegeven bereik kunt u pannen met een willekeurige bodemdiameter ge‐
bruiken.
** Het aangegeven vermogen kan variëren afhankelijk van de grootte en het materiaal van
de gebruikte pannen.
20
Overzicht
Kookzone
KM 6366-1 / KM 6367-1
Ø in cm*
Vermogen in Watt bij 230 V**

15–23
Normaal
TwinBooster, stand 1
TwinBooster, stand 2
2100
3000
3650

15–23
Normaal
TwinBooster, stand 1
TwinBooster, stand 2
2100
3000
3650

15–23
Normaal
TwinBooster, stand 1
TwinBooster, stand 2
2100
3300
3650

15–23
Normaal
TwinBooster, stand 1
TwinBooster, stand 2
2100
3300
3650

15–23
Normaal
TwinBooster, stand 1
TwinBooster, stand 2
2100
3000
3650

15–23
Normaal
TwinBooster, stand 1
TwinBooster, stand 2
2100
3000
3650
+
22–23 /
15x23–23x39
Normaal
Booster
3400
3650
+
+
22–23 /
15x23–23x39
Normaal
TwinBooster, stand 1
TwinBooster, stand 2
3400
4800
7300
Totaal
11000
* Binnen het aangegeven bereik kunt u pannen met een willekeurige bodemdiameter ge‐
bruiken.
** Het aangegeven vermogen kan variëren afhankelijk van de grootte en het materiaal van
de gebruikte pannen.
21
Ingebruikneming van het toestel
 Kleef het typeplaatje dat bij de docu‐
mentatie bijgevoegd is, op de daar‐
voor bestemde plaats in het hoofd‐
stuk "Miele-Service, typeplaatje, ga‐
rantie".
 Verwijder eventueel aanwezige be‐
schermfolies en stickers.
Kookplaat voor de eerste keer
reinigen
 Wis uw kookplaat voor het eerste ge‐
bruik af met een vochtige doek en
droog het dan af.
Kookplaat voor de eerste keer
in gebruik nemen
De onderdelen van metaal worden met
een onderhoudsmiddel beschermd. Als
het toestel voor het eerst in gebruik
wordt genomen, ontstaan daardoor
geuren en eventueel ook damp. Ook
door de verwarming van de inductie‐
spoelen wordt tijdens de eerste ge‐
bruiksuren een geur afgegeven. Bij ie‐
der verder gebruik wordt de geur min‐
der en ze verdwijnt uiteindelijk volledig.
De geur en de eventueel optredende
damp wijzen niet op een verkeerde aan‐
sluiting of een defect en zijn ook niet
schadelijk voor de gezondheid.
Denk eraan dat de opwarmtijd bij in‐
ductiekookplaten veel korter is dan bij
de gebruikelijke kookplaten.
22
Inductie
Principe
Onder de keramische plaat bevinden
zich inductiespoelen. Als u een kookzo‐
ne inschakelt, genereren deze spoelen
een magneetveld waardoor de bodem
van de pan heet wordt. De kookzone
zelf wordt alleen indirect verwarmd
door de stralingswarmte van de pan.
Een inductiekookzone reageert alleen
op pannen met een magnetiseerbare
bodem (zie "De juiste pannen"). Het
systeem houdt automatisch rekening
met de grootte van de gebruikte pan.
 Als het toestel ingeschakeld is,
als u het toestel per ongeluk inscha‐
kelt of als het nog warm is van het
koken, bestaat het risico dat metalen
voorwerpen die op de kookplaat lig‐
gen verhitten.
Pas op dat u zich niet verbrandt!
Gebruik het kookvlak niet als leg‐
plank. Schakel de kookzones na ge‐
bruik uit met de betreffende sensor‐
toetsen.
In het kookzonedisplay knipperen af‐
wisselend het symbool  en de inge‐
stelde vermogensstand,
– als u een kookzone zonder pan of
met een ongeschikte pan (met niet
magnetiseerbare bodem) inschakelt,
– als de bodemdiameter van de pan te
klein is,
– als u de pan van een ingeschakelde
kookzone haalt.
Als u binnen 3 minuten een geschikte
pan op de kookzone zet, verdwijnt het
symbool  en kunt u gewoon doorgaan.
Als u geen (geschikte) pan gebruikt,
wordt de kookzone na 3 minuten auto‐
matisch uitgeschakeld.
23
Inductie
Geluiden
Bij gebruik van een inductiekookplaat
kunnen in het kookgerei allerlei geluiden
ontstaan. De geluiden zijn afhankelijk
van het materiaal en de constructie van
de bodem van het kookgerei.
Op een hoge vermogensstand kan het
toestel een bromgeluid veroorzaken. Dit
geluid neemt af of verdwijnt als u een
lagere vermogensstand instelt.
Bij pannen met een bodem die uit ver‐
schillende materialen bestaat (bijvoor‐
beeld een sandwichbodem) kan een
knetterend geluid optreden.
Er kan een fluitend geluid ontstaan als
de met elkaar verbonden kookzones
(zie "Booster") tegelijk zijn ingeschakeld
en op de kookzones pannen staan met
een bodem die uit verschillende materi‐
alen bestaat (bijvoorbeeld een sand‐
wichbodem).
Vooral bij lage vermogensstanden kun‐
nen bij elektronische schakelingen klik‐
geluiden optreden.
Er kan een zoemend geluid ontstaan als
de ventilator wordt ingeschakeld. De
ventilator koelt de elektronica als u de
kookplaat intensief gebruikt. Ook nadat
u het toestel heeft uitgeschakeld, kan
de ventilator doorlopen.
24
Inductie
De juiste pannen
Geschikt zijn pannen van:
– roestvrij staal met een magnetiseer‐
bare bodem.
– geëmailleerd staal.
– Gietijzer
Niet geschikt zijn pannen van:
– Til pannen op als u ze wilt ver‐
plaatsen. U voorkomt zo vlekken
door wrijving en krassen.
– Houd er bij de aanschaf rekening
mee dat pannenfabrikanten vaak de
maximale diameter of de diameter
aan de bovenkant vermelden. Van
belang is echter alleen de (meestal
kleinere) bodemdiameter.
– roestvrij staal met een niet magneti‐
seerbare bodem.
– aluminium of koper.
– glas, keramiek of aardewerk.
Als u niet zeker weet of een pan ge‐
schikt is voor inductie, houdt u een
magneet tegen de bodem van de pan.
Als de magneet blijft plakken, is de pan
over het algemeen geschikt.
Als u een ongeschikte pan gebruikt,
knipperen in het kookzone-display af‐
wisselend het symbool  en de inge‐
stelde vermogensstand.
De kwaliteit van de bodem van de pan
kan het bereidingsresultaat beïnvloeden
(bijvoorbeeld het bruin worden van pan‐
nenkoeken).
– Kies voor een optimaal gebruik van
de kookzone een pan met een ge‐
schikte bodemdiameter (zie "Kookzo‐
nes"). Als de pan te klein is, wordt
deze niet herkend en knipperen in het
kookzone-display afwisselend het
symbool  en de ingestelde vermo‐
gensstand.
– Gebruik alleen pannen met een glad‐
de bodem. Een ruwe bodem kan
krassen op de keramische plaat ver‐
oorzaken.
25
Tips om energie te besparen
– Bereid gerechten zoveel mogelijk al‐
leen in gesloten potten of pannen.
Dat voorkomt dat onnodig warmte
ontwijkt.
– Gebruik voor een kleine hoeveelheid
een kleine pan. Voor een kleine pan is
minder energie nodig dan voor een
grote, niet geheel gevulde pan.
– Gebruik zo weinig mogelijk water.
– Schakel na het aankoken of aanbra‐
den op tijd terug naar een lagere ver‐
mogensstand.
– Gebruik een snelkookpan om de be‐
reidingstijd te verkorten.
26
Tabel vermogensstanden
Vermogens‐
stand
Boter smelten
Gelatine oplossen
1–2
Rijstepap, havermoutpap maken
2
Kleine hoeveelheden vloeistof opwarmen
Rijst wellen
Groente ontdooien (in een blok)
Graan wellen
3
Verwarmen van vloeibare en halfvaste gerechten
Bereiden van een omelet en van spiegeleieren zonder
korst Stoven van vruchten
Deegwaren wellen
4
Groente, vis stoven Diepvriesproducten ontdooien en verwar‐
men
5
Aankoken van grote hoeveelheden, bijv. eenpansgerechten
Gebonden saus of roomsaus maken, bijv. witte-wijnsaus
of sauce hollandaise
Eieren behoedzaam bakken (zonder oververhitting van het vet)
6
Behoedzaam braden (zonder oververhitten van het vet) van vis,
schnitzel, braadworst
Bakken van aardappelpannenkoekjes, pannenkoeken, eierkoe‐
ken
7
Aanbraden van stoofgerechten
8
Grote hoeveelheden water koken
Aankoken
9
De gegevens zijn richtwaarden. Het vermogen van de inductiespoel varieert naargelang de
grootte en het materiaal van de bodem van de pan. Voor uw pannen kunnen de vermo‐
gensstanden dus enigszins afwijken. Bepaal door praktisch gebruik de optimale instellingen
voor uw pannen. Stel voor nieuwe pannen waarvan u de gebruikseigenschappen niet kent
de vermogensstand één stand lager in dan aangegeven.
27
Bediening
Principe van de bediening
Uw keramische kookplaat heeft elektro‐
nische sensortoetsen die op vingercon‐
tact reageren. De sensortoets aan/uit
 moet bij het inschakelen om veilig‐
heidsredenen iets langer worden aan‐
geraakt dan de overige toetsen.
Elke reactie van de toetsen wordt be‐
vestigd met een akoestisch signaal.
Storing door vuile en/of bedekte sen‐
sortoetsen.
De sensortoetsen reageren niet of er
worden ongewenste schakelingen
uitgevoerd, eventueel wordt de
kookplaat automatisch uitgescha‐
keld (zie hoofdstuk "Automatische
uitschakeling"). Hete pannen op de
sensortoetsen/displays kunnen de
daaronder liggende elektronica be‐
schadigen.
Houd de sensortoetsen en displays
schoon, plaats er geen voorwerpen
op en ook geen hete pannen.
28
Bediening
 Brandgevaar!
Restwarmte-indicator
Houd toezicht op de kookplaat als
deze in gebruik is!
Houdt u er rekening mee dat de op‐
warmtijd bij inductiekookplaten veel
korter is dan bij gewone kookplaten.
Als een kookzone warm is, brandt na
het uitschakelen de restwarmte-indica‐
tie.
Inschakelen
 Tip de  - sensortoets aan.
In de displays van alle kookzones ver‐
schijnt . Voert u daarna geen waarden
in, dan wordt de kookplaat om veilig‐
heidsredenen na enkele seconden weer
uitgeschakeld.
De streepjes van de restwarmte-indica‐
tie verdwijnen één voor één als de
kookzone afkoelt. Het laatste streepje
verdwijnt als de kookzone zover is af‐
gekoeld dat u deze zonder gevaar kunt
aanraken.
 Verbrandingsgevaar! Raak de
kookzones niet aan als de restwarm‐
te-indicatie nog brandt.
Vermogensstand instellen/
wijzigen
 Raak de sensortoets van de ge‐
wenste vermogensstand op de getal‐
lenschaal aan.
In het kookzonedisplay wordt de geko‐
zen vermogensstand weergegeven.
Uitschakelen
 Om een kookzone uit te schakelen,
raakt u de sensortoets 0 op de be‐
treffende getallenschaal aan.
 Om de kookplaat en daarmee alle
kookzones uit te schakelen raakt u de
sensortoets  aan.
29
Bediening
PowerFlex-kookvlak
U kunt de PowerFlex-kookzones tot
een groot PowerFlex-kookvlak samen‐
voegen (zie hoofdstuk "Overzicht –
Kookplaat"). De instellingen voor het
kookvlak worden met de voorste of lin‐
ker PowerFlex-kookzone bestuurd.
Inschakelen
 Raak de sensortoets  of  aan.
Op het display van de achterste of
rechter kookzone brandt .
 Stel door aanraken van de betreffen‐
de sensortoets op de getallenschaal
van de voorste of linker kookzone de
gewenste vermogensstand in.
Uitschakelen
 Raak de sensortoets  of  aan.
30
Bediening
Aankookautomaat
Doorkookstand
Bereidingstijd
[min : sec]
1
ca. 0 : 15
2
ca. 0 : 15
3
ca. 0 : 25
4
ca. 0 : 50
5
ca. 2 : 00
Activeren
6
ca. 5 : 50
 Raak de sensortoets van de ge‐
wenste doorkookstand zo lang aan,
tot een signaal weerklinkt en in de
kookzonedisplay de doorkookstand
begint te knipperen.
7
ca. 2 : 50
8
ca. 2 : 50
9
–
Als de aankookautomaat geactiveerd is,
wordt de betreffende kookzone een be‐
paalde tijd op het hoogste vermogen
ingeschakeld (aankoken). Daarna wordt
naar de ingestelde vermogensstand
(doorkookstand) teruggeschakeld. De
bereidingstijd hangt af van de inge‐
stelde doorkookstand (zie tabel).
Gedurende de bereidingstijd (zie tabel)
knipperen afwisselend de ingestelde
doorkookstand en .
Als u tijdens de bereidingstijd de
doorkookstand wijzigt, deactiveert u
de aankookautomaat.
Deactiveren
 Raak de sensortoets van de inge‐
stelde doorkookstand zo lang aan,
tot het display statisch brandt.
of
 Stel een andere vermogensstand in.
31
Bediening
Booster
De kookzones zijn uitgerust met een
booster of TwinBooster (zie hoofdstuk
"Overzicht – Kookplaat"). U kunt de
booster maximaal voor twee kookzones
tegelijk gebruiken.
Met de booster kan een hoger vermo‐
gen worden geleverd om snel grote
hoeveelheden te kunnen verwarmen
(bijv. grote hoeveelheden water voor het
koken van pasta). Dit hoger vermogen
is maximaal 15 minuten actief.
U kunt de booster voor maximaal twee
kookzones tegelijk gebruiken.
Als u de booster inschakelt, terwijl
– geen vermogensstand is ingesteld,
wordt na afloop van de boostertijd of
bij het eerder uitschakelen van de
functie automatisch teruggeschakeld
naar vermogensstand 9.
– wel een vermogensstand is ingesteld,
wordt na afloop van de boostertijd of
bij het eerder uitschakelen van de
functie automatisch teruggeschakeld
naar de ingestelde vermogensstand.
32
Er zijn telkens twee kookzones met el‐
kaar verbonden (gekoppeld) om het
vermogen voor de booster te kunnen
leveren. Gedurende de boostertijd
wordt aan de verbonden kookzone een
deel van het vermogen onttrokken. Dit
heeft een van de volgende uitwerkin‐
gen:
– aankoken wordt uitgeschakeld
– de vermogensstand wordt verlaagd
– de verbonden kookzone wordt uitge‐
schakeld.
Bediening
Booster inschakelen
 Raak 2 keer de sensortoets 9 op de
getallenschaal van de gewenste
kookzone aan.
Booster- / TwinBooster-functie uit‐
schakelen
 Stel een andere vermogensstand in.
Op het kookzonedisplay wordt  weer‐
gegeven.
TwinBooster-functie inschakelen,
stand 1
 Raak 2 keer de sensortoets 9 op de
getallenschaal van de gewenste
kookzone aan.
Op het kookzonedisplay wordt  weer‐
gegeven.
TwinBooster-functie inschakelen,
stand 2
 Raak 3 keer de sensortoets 9 op de
getallenschaal van de gewenste
kookzone aan.
Op het kookzonedisplay wordt  weer‐
gegeven.
33
Bediening
Warmhouden
De warmhoudstand is niet bedoeld
voor het opwarmen van reeds afge‐
koelde gerechten. De warmhoudstand
is voor het warmhouden van ge‐
rechten meteen na de bereiding.
Als u de warmhoudstand instelt, blijft
de kookzone maximaal 2 uur ingescha‐
keld.
– Houd gerechten alleen in de pan
warm. Dek de pan met een deksel af.
– U hoeft de gerechten tijdens het
warmhouden niet te roeren.
– De voedingswaarde van een gerecht
neemt gedurende de bereiding af.
Tijdens het warmhouden neemt de
voedingswaarde verder af. Houd de
warmhoudtijd dan ook zo kort moge‐
lijk.
34
Warmhoudstand in-/uitschakelen
 Tip de sensortoets  van de betref‐
fende kookzone aan.
Timer
U kunt een tijd tot 99 minuten instel‐
len.
Kookzone automatisch uit‐
schakelen
U kunt de timer voor twee functies ge‐
bruiken:
U kunt een tijd instellen waarna een
kookzone automatisch wordt uitge‐
schakeld. De functie kan voor alle
kookzones tegelijk worden gebruikt.
– voor het instellen van een kookwek‐
kertijd.
– voor het automatisch uitschakelen
van een kookzone.
Kookwekker
Instellen
 Tip de  - sensortoets aan.
 Stel de gewenste tijd in met de sen‐
sortoets - of +.
Wijzigen
 Tip de  - sensortoets aan.
 Stel de gewenste tijd in met de sen‐
sortoets - of +.
Wissen
 Tip de  - sensortoets aan.
 Raak tegelijkertijd de sensortoetsen en + zo lang aan totdat op het timer‐
display  verschijnt.
De kookzone wordt door de automa‐
tische uitschakeling (zie desbetreffen‐
de hoofdstuk) uitgeschakeld als de
geprogrammeerde tijd langer is dan
de maximaal toegestane bedrijfsduur.
 Stel voor de gewenste kookzone een
vermogensstand in.
 Raak de sensortoets  zo vaak aan
tot in het display de gewenste kook‐
zone  verschijnt.
 Stel de gewenste tijd in.
 Als u een uitschakeltijd voor nog een
kookzone wilt instellen, gaat u net zo
te werk als in het voorgaande is be‐
schreven.
Als meerdere uitschakeltijden gepro‐
grammeerd zijn, wordt de kortste rest‐
tijd weergegeven en brandt het con‐
trolelampje van de betreffende kook‐
zone .
 Wanneer u de op de achtergrond af‐
lopende resttijden wilt weergeven,
raak dan de sensortoets  zo vaak
aan tot in het display de gewenste
kookzone  verschijnt.
35
Timer
Timerfuncties tegelijk ge‐
bruiken
Wanneer u de op de achtergrond aflo‐
pende resttijden wilt weergeven:
U kunt de functies kookwekker en auto‐
matisch uitschakelen tegelijk gebruiken.
 Raak de sensortoets  zo vaak aan
tot de gewenste indicatie verschijnt.
U heeft een of meer uitschakeltijden ge‐
programmeerd en wilt ook een kook‐
wekkertijd instellen:
 Raak de sensortoets  zo vaak aan
tot  en  worden weergegeven op
het timerdisplay.
 Stel de tijd in zoals hierboven be‐
schreven.
U hebt een kookwekkertijd ingesteld en
wilt bovendien één of meerdere uit‐
schakeltijden programmeren:
 Raak de sensortoets  zo vaak aan
tot in het display de gewenste kook‐
zone  verschijnt.
 Stel de tijd in zoals hierboven be‐
schreven.
Kort na de laatste invoer schakelt het ti‐
merdisplay over op de functie met de
kortste resttijd.Kort na de laatste invoer
schakelt het timerdisplay op de functie
met de kortste resterende tijd.
36
Extra functies
Stop&Go
Recall
Bij de activering van Stop&Go wordt de
vermogensstand van alle ingeschakelde
kookzones op 1 verlaagd.
De vermogensstanden van de kookzo‐
nes en de instelling van de timer kun‐
nen niet worden gewijzigd. De kook‐
plaat kan alleen worden uitgeschakeld.
De ingestelde kookwekkertijd, booster‐
tijd, aankoken en de ingestelde tijden
voor het automatische uitschakelen
worden gestopt.
Als u de kookplaat tijdens het gebruik
per ongeluk uitschakelt, kunt u met de‐
ze functie alle instellingen herstellen.
Hiervoor moet u de kookplaat binnen 6
seconden na het uitschakelen weer in‐
schakelen.
 Schakel de kookplaat weer in.
 Raak onmiddellijk (binnen de 6 se‐
conden) na het inschakelen de sen‐
sortoets  aan.
Bij deactivering werken de kookzones
met de laatste ingestelde vermogens‐
stand verder, alle tijden lopen verder af.
Als de functie niet binnen 10 minuten
wordt gedeactiveerd, wordt de kook‐
plaat uitgeschakeld.
Activeren / deactiveren
 Tip de  - sensortoets aan.
Gebruik de functie wanneer u de bedie‐
ningselementen snel van vuil wilt reini‐
gen, of als het gevaar van overkoken
dreigt.
37
Beveiligingen
Vergrendeling
De vergrendeling wordt door een
stroomonderbreking gedeactiveerd.v
Om te vermijden dat iemand de kook‐
plaat per vergissing inschakelt, is deze
uitgerust met een vergrendeling.
Wanneer bij geactiveerde vergrendeling
een niet toegestane sensortoets wordt
aangeraakt, verschijnt gedurende en‐
kele seconden  op het timerdisplay.
Activeren
 Schakel de kookplaat in .
 Raak tegelijkertijd de sensortoetsen
 en  zo lang aan totdat op het ti‐
merdisplay  verschijnt.
Deactiveren
 Schakel de kookplaat in .
 Raak tegelijkertijd de sensortoetsen
 en  zo lang aan totdat op het ti‐
merdisplay  uitgaat.
38
Beveiligingen
Automatische uitschakeling
Bij te lange bedrijfsduur
De automatische uitschakeling wordt
automatisch geactiveerd wanneer een
kookzone ongewoon lang wordt ver‐
warmd. De tijdspanne hangt van de ge‐
kozen vermogensstand af. Als deze is
overschreden, wordt de kookzone uit‐
geschakeld en wordt de restwarmte
weergegeven. Wanneer u de kookzone
uit- en inschakelt is deze weer klaar
voor gebruik.
Als de sensortoetsen bedekt zijn
Uw kookplaat wordt uitgeschakeld zo‐
dra één of meerdere sensortoetsen lan‐
ger dan ca. 10 seconden bedekt blij‐
ven, bijv. door vingercontact, overko‐
kende gerechten of neergelegde voor‐
werpen. Op het desbetreffende kookzo‐
nedisplay verschijnt het symbool  en
er klinkt een signaal.
Wanneer u de voorwerpen of verontrei‐
nigingen verwijdert, gaat het symbool 
uit en is de kookplaat weer klaar voor
gebruik.
39
Beveiligingen
Beveiliging tegen oververhit‐
ting
De oververhittingsbeveiliging reageert
als:
Alle inductiespoelen en de koellicha‐
men van de elektronica zijn voorzien
van een oververhittingsbeveiliging.
Voordat de inductiespoelen of de koelli‐
chamen oververhit raken, zorgt de over‐
verhittingsbeveiliging voor een van de
volgende reacties:
– leeg kookgerei wordt verhit.
– Een ingeschakelde booster wordt uit‐
geschakeld.
– De ingestelde vermogensstand wordt
verlaagd.
– De kookzone wordt automatisch uit‐
geschakeld. In het kookzonedisplay
knippert .
40
– vet of olie op een hoge vermogens‐
stand wordt verhit.
– de onderkant van de kookplaat niet
voldoende geventileerd wordt.
– een hete kookzone na een stroom‐
storing weer wordt ingeschakeld.
Reageert de oververhittingsbeveiliging
opnieuw nadat de oorzaak is weggeno‐
men, neem dan contact op met MieleService.
Reiniging en onderhoud
 Pas op dat u zich niet verbrandt!
De kookzones moeten uitgeschakeld
zijn. De kookplaat moet afgekoeld
zijn.
 Letselrisico!
De stoom van een stoomreiniger kan
terechtkomen op onderdelen die on‐
der spanning staan en een kortslui‐
ting veroorzaken.
Gebruik voor het reinigen van de
kookplaat nooit een stoomreiniger.
Alle oppervlakken kunnen verkleuren
of veranderen wanneer u onge‐
schikte reinigingsmiddelen gebruikt.
Alle oppervlakken zijn krasgevoelig.
Verwijder resten van reinigingsmid‐
delen onmiddellijk.
Ongeschikte reinigingsmidde‐
len
Om beschadigingen aan de oppervlak‐
ken te voorkomen, mogen de volgende
middelen niet worden gebruikt:
– afwasmiddelen.
– reinigingsmiddelen die soda, ammo‐
niak, zuur of chloor bevatten,
– kalkoplossende reinigingsmiddelen,
– vlek- en roestverwijderaars,
– schurende reinigingsmiddelen, zoals
schuurpoeder, vloeibaar schuurmid‐
del en reinigingssteen,
– oplosmiddelhoudende reinigingsmid‐
delen,
– reinigingsmiddelen voor vaatwassers.
– grill- en ovensprays,
– glasreinigers,
– schurende harde borstels en spons‐
jes (bijv. schuursponsjes), of ge‐
bruikte sponsjes die nog resten van
een schuurmiddel bevatten,
– vlekkensponsjes.
41
Reiniging en onderhoud
Reinig het gebied tussen de kera‐
mische plaat en omranding of tussen
omranding en werkblad niet met
scherpe voorwerpen.
Afdichtingen kunnen daardoor wor‐
den beschadigd.
Met een afwasmiddel worden niet al‐
le verontreinigingen en resten verwij‐
derd.
Er ontstaat een onzichtbare film die
tot verkleuringen van het keramische
glas leidt. Deze verkleuringen kunnen
niet meer worden verwijderd.
Reinig de kookplaat regelmatig met
een speciaal reinigingsmiddel voor
keramisch glas.
Verwijder alle grove verontreinigingen
met een vochtige doek. Vastgekoekte
verontreinigingen verwijdert u met een
glasschraper.
Reinig de kookplaat vervolgens met het
Miele-reinigingsmiddel voor keramische
platen en roestvrij staal (zie ook "Bij te
bestellen accessoires") of met een an‐
der geschikt reinigingsmiddel voor ke‐
ramische platen. Gebruik hierbij keu‐
kenpapier of een schone doek. Gebruik
het reinigingsmiddel niet op een hete
kookplaat, omdat daardoor vlekken
kunnen ontstaan. Houdt u zich aan de
aanwijzingen van de fabrikant van het
reinigingsmiddel.
Wis de kookplaat ten slotte met een
vochtige doek af en wrijf de plaat weer
droog. Verwijder alle reinigingsmiddel‐
resten. De resten kunnen anders in‐
branden en de keramische plaat aan‐
tasten.
42
Vlekken van kalkresten, water en alu‐
minium kunt u met het reinigingsmiddel
voor keramische platen en roestvrij
staal verwijderen.
 Pas op dat u zich niet verbrandt!
Trek ovenhandschoenen aan voordat
u resten van suiker, kunststof of alu‐
miniumfolie met een glaskrabber van
de hete kookplaat verwijdert.
Wanneer suiker, kunststof of alumini‐
umfolie op de hete kookplaat komen,
schakelt u het toestel uit. Krab deze
stoffen onmiddellijk, dus in hete toe‐
stand, met een glaskrabber grondig van
de kookzone af. Maak de afgekoelde
kookzone daarna schoon zoals voor‐
heen is beschreven.
Nuttige tips
U kunt de meeste problemen die in het dagelijkse gebruik kunnen optreden zelf
verhelpen. Het volgende overzicht moet u daarbij helpen.
Kunt u daarmee de oorzaak van een probleem niet vinden of verhelpen, neem dan
contact op met Miele-Service (zie einde van deze montage- en gebruiksaanwij‐
zing).
 Letselrisico! Ondeskundig uitgevoerde installatie-, onderhouds- en repara‐
tiewerkzaamheden leveren grote risico's op voor de gebruiker. Miele kan hier‐
voor niet aansprakelijk worden gesteld.
Laat installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden uitsluitend door vak‐
mensen uitvoeren die door Miele zijn geautoriseerd.
Open nooit de ommanteling van de kookplaat.
Probleem
Oorzaak en oplossing
De kookplaat respectie‐ De kookplaat heeft geen stroom.
velijk de kookzones
 Controleer of de zekering in de zekeringkast is ge‐
kunnen niet worden in‐
sprongen. Neem contact op met een elektricien of
geschakeld.
met Miele-Service (minimale sterkte van de zeke‐
ring zie typeplaatje).
Er is mogelijk sprake van een technische storing.
 Maak het toestel ca. 1 minuut spanningsvrij. Doe
dat als volgt:
– schakel de hoofdschakelaar van de huisinstalla‐
tie uit c.q. draai de desbetreffende zekering(en)
eruit of
– schakel de aardlekschakelaar uit.
 Schakel daarna alles weer in. Kunt u het toestel
dan nog niet in gebruik nemen, neem dan contact
op met een elektricien of met Miele-Service.
Bij de nieuwe kookplaat De onderdelen van metaal worden met een onder‐
komen geurtjes en
houdsmiddel beschermd. Als het toestel voor het
damp vrij.
eerst in gebruik wordt genomen, ontstaan daardoor
geuren en eventueel ook damp. Ook door de verwar‐
ming van het materiaal van de inductiespoelen wordt
tijdens de eerste werkuren een geur afgegeven. Bij ie‐
der verder gebruik wordt de geur minder en verdwijnt
uiteindelijk volledig. De geur en de eventueel optre‐
dende damp wijzen niet op een verkeerde aansluiting
of een defect en zijn ook niet schadelijk voor de ge‐
zondheid.
43
Nuttige tips
Probleem
Oorzaak en oplossing
Op het kookzonedisplay Op de kookzone staat geen pan of een ongeschikte
knipperen afwisselend pan.
het symbool  en de in‐  Gebruik geschikte pannen (zie "De juiste pannen").
gestelde vermogens‐
stand of .
Wanneer de kookplaat
wordt ingeschakeld,
wordt enkele seconden
 weergegeven op het
timerdisplay.
De vergrendeling is geactiveerd.
 Deactiveer de vergrendeling (zie hoofdstuk "In‐
schakelblokkering").
In één of meerdere
kookzonedisplays ver‐
schijnt het symbool 
en de kookplaat wordt
automatisch uitgescha‐
keld.
Eén of meerdere sensortoetsen zijn bedekt, bijv. door
vingercontact, overkokende gerechten of neergelegde
voorwerpen.
 Verwijder de verontreinigingen of de voorwerpen
(zie hoofdstuk "Automatische uitschakeling").
Een kookzone wordt
De kookzone was te lang ingeschakeld.
automatisch uitgescha‐  U kunt de kookzone gewoon weer in gebruik ne‐
keld.
men (zie "Automatische uitschakeling").
Een kookzone wordt
De oververhittingsbeveiliging heeft gereageerd.
automatisch uitgescha‐  Zie "Oververhittingsbeveiliging".
keld.
De boosterstand wordt
automatisch te vroeg
uitgeschakeld.
De oververhittingsbeveiliging heeft gereageerd.
 Zie "Oververhittingsbeveiliging".
De kookzone werkt niet De oververhittingsbeveiliging heeft gereageerd.
zoals u gewend bent op  Zie "Oververhittingsbeveiliging".
de ingestelde vermo‐
gensstand.
De vermogensstand 9
Bij gelijktijdig gebruik van vermogensstand 9 zou het
wordt automatisch ver‐ maximale vermogen worden overschreden.
laagd als u bij de ver‐
 Gebruik een andere kookzone.
bonden kookzone even‐
eens vermogensstand 9
instelt.
44
Nuttige tips
Probleem
Oorzaak en oplossing
De inhoud van een pan Er worden grote hoeveelheden voedingsmiddelen
begint niet of nauwe‐
verwarmd.
lijks te koken, terwijl de  Kook met de hoogste vermogensstand en stel
aankookautomaat inge‐
daarna handmatig een lagere vermogensstand in.
schakeld is.
De pan geleidt de warmte niet goed.
 Gebruik andere pannen die de warmte wel goed
geleiden.
Na het uitschakelen van De ventilator blijft draaien tot het toestel afgekoeld is,
het toestel is nog een
en schakelt dan automatisch uit.
werkingsgeluid te ho‐
ren.
In de kookzonedisplays De kookplaat is verkeerd aangesloten.
knipperen  en cijfers.
 Neem contact op met Miele-Service. De kookplaat
Er klinkt tevens een sig‐
moet volgens aansluitschema worden aangeslo‐
naal.
ten.
In de kookzonedisplays 
knipperen  of  en cij‐ De oververhittingsbeveiliging heeft gereageerd.
fers.
 Zie "Oververhittingsbeveiliging".
 of  en andere cijfers.
Er heeft zich een storing voorgedaan in de elektroni‐
ca.
 Onderbreek de stroomvoorziening van de kook‐
plaat gedurende ca. 1 minuut.
 Als het probleem na het herstellen van de stroom‐
voorziening nog niet is verholpen, neem dan con‐
tact op met Miele-Service.
45
Bij te bestellen accessoires
Speciaal voor uw toestellen levert Miele
een uitgebreid assortiment aan toebe‐
horen, alsmede reinigings- en onder‐
houdsmiddelen.
U kunt deze producten heel eenvoudig
via de Miele-webshop bestellen:
Reinigings- en onderhouds‐
middelen
Reinigingsmiddel voor keramische
platen en roestvrij staal 250 ml
Voor het verwijderen van verontrei‐
nigingen, kalk- en aluminiumvlekken
De producten zijn ook verkrijgbaar bij
Miele-Service (zie einde van deze ge‐
bruiksaanwijzing) en bij uw Miele-han‐
delaar.
Microvezeldoekje
Kook-/braadpannen
Bij Miele kunt u kiezen uit een groot
aantal kook- en braadpannen. De pan‐
nen sluiten qua functie en afmetingen
perfect aan op de Miele-apparatuur.
Meer informatie over de afzonderlijke
producten vindt u op de Miele-website.
– Pannen in diverse afmetingen
– Sauté-pan met deksel
– Pan met anti-aanbaklaag
– Wokpan
– Braadpan
46
Voor het verwijderen van vingerafdruk‐
ken en lichte verontreinigingen
Miele@home / Con@ctivity
Uw kookplaat is geschikt voor commu‐
nicatie en kan via de radiografische
stick die bij de dampkap is meegele‐
verd
Meer informatie over Miele@home en
Con@ctivity vindt u op de website van
Miele en in de gebruiksaanwijzingen
van de afzonderlijke componenten.
– met het systeem Miele@home wor‐
den verbonden,
– met de dampkap communiceren
(Con@ctivity).
Het systeem Miele@home
De voor communicatie geschikte huis‐
houdtoestellen zenden informatie over
hun status aan een weergave-apparaat
(SuperVision-apparaat, notebook, tablet
enz.). Het maakt ook de integratie in
een huishoudelijk bussysteem (Miele
Gateway of QIVICON Smart Home plat‐
form) mogelijk.
Con@ctivity
De kookplaat zendt informatie over de
status naar de dampkap. De werking
van de dampkap wordt afhankelijk van
de status van de kookplaat automatisch
bestuurd.
47
Miele@home / Con@ctivity
Aanmelding
Wilt u de kookplaat
– bij Miele@home aanmelden, bereidt
dan eerst het aanmeldingsproces op
het weergave-apparaat voor,
– bij Con@ctivity aanmelden, dan moet
u eerst de dampkap aanmelden.
 Haal de elektrische spanning van de
kookplaat.
 Sluit de radiografische stick aan op
de kookplaat (zie montageaanwijzing
radiografische stick).
 Herstel de stroomvoorziening.
De aanmelding moet binnen 10 minu‐
ten na inschakelen van de voeding
plaatsvinden.
 Start de aanmelding op de dampkap
of het weergave-apparaat (zie de
desbetreffende aanwijzingen).
 Haal alle pannen van de kookplaat af.
Bij de aanmelding mogen er geen
pannen op de kookzones staan.
 Schakel de kookplaat in .
Het symbool  knippert.
 Wacht minstens 1 minuut en schakel
dan de kookplaat  uit.
 Beëindig de aanmelding op de
dampkap/het weergave-apparaat (zie
de desbetreffende aanwijzingen).
48
Veiligheidsinstructies voor het inbouwen
 De kookplaat mag alleen door een gekwalificeerde vakman worden inge‐
bouwd en door een elektricien op het elektriciteitsnet worden aangesloten.
Om schade aan de kookplaat te voorkomen mag deze pas na de montage van
de bovenkasten en de dampkap worden ingebouwd.
 De lijsten en randen van het werkblad moeten met een hittebe‐
stendige lijm (100°C) zijn bevestigd, zodat ze niet loslaten of vervor‐
men. Ook de wandafdichtstrip moet hittebestendig zijn.
 De kookplaat mag niet boven koelapparatuur, afwas-, was- en
droogautomaten worden ingebouwd.
 Deze kookplaat mag alleen boven fornuizen en ovens met wa‐
semkoeling worden ingebouwd.
 Zorg ervoor dat na de inbouw van de kookplaat de aansluitkabel
niet kan worden aangeraakt.
 De aansluitkabel mag na de inbouw van de kookplaat niet in aan‐
raking komen met beweegbare delen van de keukenelementen (bijv.
een lade) en ze mag ook niet worden blootgesteld aan mechanische
belastingen.
 Neem de veiligheidsafstanden genoemd op de volgende pagina's
in acht.
Alle maten zijn in mm aangegeven.
49
Veiligheidsafstanden
Veiligheidsafstand boven de
kookplaat
Tussen de kookplaat en een erboven
gemonteerde dampkap dient u de vei‐
ligheidsafstand aan te houden die de
fabrikant van de dampkap aangeeft. Is
deze informatie niet beschikbaar, houd
dan een afstand aan van ten minste 760
mm. Ook als zich boven het toestel licht
ontvlambare materialen bevinden (zoals
een keukenplank), moet u een afstand
van minste 760 mm aanhouden.
Als voor verschillende toestellen ver‐
schillende veiligheidsafstanden wor‐
den genoemd voor plaatsing onder
een dampkap, kies dan altijd de
grootste afstand.
50
Veiligheidsafstanden
Veiligheidsafstand achterkant/
zijkant
Bij inbouw van de kookplaat mag zich
aan de achterkant en aan één kant
(rechts of links) een hoge keukenkast of
een wand bevinden (zie afbeeldingen).
 Minimumafstand achteraan van de
werkbladuitsparing tot de achterkant
van het werkblad:
50 mm
Niet toegestaan!
 Minimumafstand rechts van de
werkbladuitsparing tot een neven‐
staand meubelstuk (bijv. hoge kast) of
een wand:
50 mm.
 Minimumafstand links van de werk‐
bladuitsparing tot een nevenstaand
meubelstuk (bijv. hoge kast) of een
wand:
50 mm.
Aan te bevelen!
Niet aan te bevelen!
Niet aan te bevelen!
51
Veiligheidsafstanden
Minimale afstand onderkant
Tussenbodem
Om de ventilatie van het toestel te kun‐
nen waarborgen, moet onder het toe‐
stel een minimale afstand worden aan‐
gehouden ten opzichte van een oven,
tussenbodem of lade.
Een tussenbodem onder de kookplaat
is niet noodzakelijk, maar wel toege‐
staan.
De minimale afstand vanaf de onder‐
kant van het toestel tot de
– bovenkant oven moet 15 mm bedra‐
gen.
– bovenkant tussenbodem moet
15 mm bedragen.
– bodem lade moet 75 mm bedragen.
52
Voor de aansluitkabel moet aan de ach‐
terkant een spleet van 10 mm worden
aangehouden. Voor een betere ventila‐
tie van de kookplaat adviseren wij een
spleet van 20 mm.
Kookplaten met randlijst / facetrand
Aanwijzingen voor het in‐
bouwen
Werkblad met tegels
Afdichting tussen kookplaat en werk‐
blad
Wanneer u de kookplaat met een
voegafdichtingsmiddel afdicht kun‐
nen kookplaat en werkblad bij een
eventueel noodzakelijke demontage
van het kookplaat beschadigd gera‐
ken. Breng geen voegafdichtings‐
middel aan tussen kookplaat en
werkblad.
De afdichting onder de rand van het
toestelbovendeel zorgt voor vol‐
doende afdichting van het werkblad.
De voegen  en het gearceerde gebied
onder het draagvlak van de kookplaat
moeten glad en effen zijn. De kookplaat
moet gelijkmatig steun vinden en de af‐
dichting onder de rand van het toestel‐
bovendeel met het werkblad moet zijn
gegarandeerd.
53
Kookplaten met randlijst / facetrand
Inbouwmaten
KM 6328-1
a Voorkant
b Inbouwhoogte
c Aansluitkast
d Aansluiting Miele@home/Con@ctivity
De aansluitkabel (L = 1440 mm) is los bijgevoegd.
54
Kookplaten met randlijst / facetrand
KM 6366-1
a Voorkant
b Inbouwhoogte
c Aansluitkast
d Aansluiting Miele@home/Con@ctivity
De aansluitkabel (L = 1440 mm) is los bijgevoegd.
55
Kookplaten met randlijst / facetrand
Inbouwen
Voorbereiding werkblad
 Maak de werkbladuitsparing zoals in
de afbeelding van de kookplaat is
aangegeven. Let op de veiligheidsaf‐
standen (zie hoofdstuk "Veiligheidsaf‐
standen").
 Sluit de snijvlakken van werkbladen
van hout af met speciale lak, silico‐
nenkit of giethars om te voorkomen
dat ze bij vochtigheid gaan opzwel‐
len. Het afdichtmateriaal moet tem‐
peratuurbestendig zijn.
De producten mogen niet op het
werkblad terechtkomen.
De afdichtband zorgt ervoor dat de
kookplaat stevig in de uitsparing ligt
en niet verschuift. De ruimte tussen
randlijst en werkblad wordt na verloop
van tijd kleiner.
Aansluitkabel aansluiten op de kook‐
plaat
De aansluiting mag alleen door een
elektricien worden uitgevoerd.
 Sluit de aansluitkabel zoals in de af‐
beelding "Aansluitschema" is aange‐
geven aan op de kookplaat (zie
hoofdstuk "Elektrische aansluiting –
Aansluitschema").
56
Kookplaat positioneren
 Leid de aansluitkabel van de kook‐
plaat door de uitsparing naar bene‐
den.
 Plaats de kookplaat in het midden
van de uitsparing. Zorg ervoor dat de
afdichting op het werkblad rust, zo‐
dat de afdichting met het werkblad
gegarandeerd is.
Dicht het kookvlak niet nog eens ex‐
tra af met voegafdichtingsmiddel
(bijv. siliconen).
Als de afdichting bij de hoeken niet
goed op het werkblad aansluit, kan de
hoekradius van het werkblad (≤ R4)
voorzichtig met een decoupeerzaag
worden nabewerkt.
 Sluit de kookplaat aan op het elektri‐
citeitsnet.
 Controleer de werking van de kook‐
plaat.
Kookplaten zonder randlijst
Aanwijzingen voor het in‐
bouwen
Een gelijk met het werkblad liggende
kookplaat is slechts geschikt voor de
inbouw in natuursteen (graniet, mar‐
mer), massief hout en betegelde werk‐
bladen. In het hoofdstuk "Inbouwaf‐
metingen" met een desbetreffende
aanwijzing gemarkeerde kookplaten
zijn ook geschikt voor de inbouw in
werkbladen van glas. Neem voor
werkbladen van andere materialen
contact op met de betreffende fabri‐
kant. Hij kan u zeggen of het werkblad
geschikt is voor een kookplaat dat
met het werkblad gelijk ligt.
De kookplaat
– kan rechtstreeks in een correct voor‐
bereid natuurstenen werkblad wor‐
den geplaatst.
– moet in een massief-houten, bete‐
geld en glazen werkblad met houten
lijsten worden bevestigd. De lijsten
worden niet bij het toestel geleverd.
De breedte (binnenwerks) van de on‐
derkast moet minstens even breed zijn
als de binnenste uitsparing van het
werkblad (zie rubriek "Inbouwafmetin‐
gen"), zodat de kookplaat na de in‐
bouw van de onderkant vrij toeganke‐
lijk is en de onderkast voor onder‐
houdswerkzaamheden kan worden
weggenomen. Als de kookplaat na de
inbouw niet van de onderkant vrij toe‐
gankelijk is, moet het voegafdichtings‐
middel worden verwijderd, zodat de
kookplaat kan worden gedemonteerd.
57
Kookplaten zonder randlijst
Inbouwafmetingen
KM 6367-1
a Voorkant
d Getrapte frezing
b Inbouwhoogte
e Aansluiting Miele@home/Con@ctivi‐
ty
c Aansluitkast
De aansluitkabel (L = 1440 mm) is los bijgevoegd.
Zie beslist de detailtekeningen voor de afmetingen van de uitsparing voor
een natuurstenen werkblad.
58
Kookplaten zonder randlijst
Inbouwen
Werkblad van natuursteen
Werkblad van massief hout / bete‐
geld werkblad / werkblad van glas
a Werkblad
a Werkblad
b Kookplaat
b Kookplaat
c Voeg
c Voeg
Omdat voor de keramische plaat en
de uitsparing in het werkblad een ze‐
kere tolerantie geldt, kan de voeg‐
breedte  (minimaal 1 mm) variëren.
d Houten lijsten 13 mm (niet bijgele‐
verd)
Omdat voor de keramische plaat en
de uitsparing in het werkblad een ze‐
kere tolerantie geldt, kan de voeg‐
breedte  (minimaal 1 mm) variëren.
d Getrapte frezing
59
Kookplaten zonder randlijst
Voorbereiding werkblad
 Maak de werkbladuitsparing zoals in
de afbeelding van de kookplaat en de
detailtekeningen is aangegeven. Let
op de veiligheidsafstanden (zie
hoofdstuk "Veiligheidsafstanden").
 Werkbladen van massief hout / bete‐
gelde werkbladen / werkbladen van
glas:
bevestig de houten lijsten  7 mm
onder de bovenkant van het werk‐
blad (zie afbeelding).
Aansluitkabel aansluiten op de kook‐
plaat
De aansluiting mag alleen door een
elektricien worden uitgevoerd.
 Sluit de aansluitkabel zoals in de af‐
beelding "Aansluitschema" is aange‐
geven aan op de kookplaat (zie
hoofdstuk "Elektrische aansluiting –
Aansluitschema").
Kookplaat positioneren
 Leid de aansluitkabel van de kook‐
plaat door de uitsparing naar bene‐
den.
 Plaats de kookplaat in de uitsparing
en centreer deze.
 Sluit de kookplaat aan op het elektri‐
citeitsnet.
 Controleer de werking van de kook‐
plaat.
 Vul de voeg  met een geschikte,
hittebestendige siliconen-voegenkit
(minimaal 160°C).
60
Gebruik voor natuursteen en tegels
van natuursteen uitsluitend een voor
natuursteen geschikt siliconenkit.
Neem de aanwijzingen van de fabri‐
kant in acht.
Elektrische aansluiting
 Letselrisico!
Aansluiting
Door ondeskundige installatie- en
onderhoudswerkzaamheden of repa‐
raties kunnen zeer gevaarlijke situa‐
ties voor de gebruiker ontstaan
waarvoor Miele geen aansprakelijk‐
heid aanvaardt.
Miele kan niet verantwoordelijk wor‐
den gesteld voor schade die een ge‐
volg is van ondeskundige installatieen onderhoudswerkzaamheden of
reparaties. Evenmin is Miele aan‐
sprakelijk voor (de gevolgen van)
ontbrekende of onderbroken aarding
(bijv. elektrische schok).
De kookplaat mag uitsluitend door
een elektricien worden aangesloten.
Hij kent de voorschriften die van toe‐
passing zijn en houdt zich daar strikt
aan.
Na het inbouwen moet zijn gewaar‐
borgd dat onder spanning staande
delen niet kunnen worden aange‐
raakt.
AC 230 V / 50 Hz
Voordat u het toestel aansluit, dient u
de aansluitgegevens (spanning en fre‐
quentie) op het typeplaatje te vergelij‐
ken met de waarden van het elektrici‐
teitsnet. Deze gegevens moeten beslist
overeenkomen.
Voor de aansluitmogelijkheden zie het
aansluitschema.
Aardlekschakelaar
Voor extra veiligheid wordt in de EUvoorschriften en -richtlijnen voor België
geadviseerd om de huisinstallatie van
een aardlekschakelaar te voorzien (30
mA).
Scheidingssysteem
Het toestel moet via een schakelaar
met alle polen van de netspanning kun‐
nen worden losgekoppeld. De contact‐
opening in uitgeschakelde toestand
moet ten minste 3 mm bedragen! Ge‐
schikte schakelaars zijn overbelastingsen aardlekschakelaars.
61
Elektrische aansluiting
Spanningsvrij maken
 Lichamelijk letsel door elek‐
trische schok!
Zorg dat de netspanning niet per on‐
geluk weer kan worden ingescha‐
keld.
Moet het toestel spanningsvrij worden
gemaakt, ga dan, afhankelijk van de si‐
tuatie, als volgt te werk:
Zekeringen
 Draai de zekering los en haal deze uit
de houder.
Zekeringsautomaat
 Druk op de testknop (rood) totdat de
middelste knop (zwart) eruitspringt.
Inbouwzekeringsautomaat
 (Zelfuitschakelaar, min. type B of C!):
tuimelschakelaar van 1 (Aan) op 0
(Uit) zetten.
Aardlekschakelaar
 Zet de hoofdschakelaar van 1 (Aan)
op 0 (Uit) of druk op de testknop.
Aansluitsnoer
De kookplaat moet met een kabel van
het type H 05 VV-F (PVC-isolatie) vol‐
gens het aansluitschema worden aan‐
gesloten. De kabel moet voldoende
doorsnede hebben.
Voor de aansluitmogelijkheden zie het
aansluitschema.
De toegestane aansluitspanning en bij‐
behorende waarden voor uw kookplaat
vindt u op het typeplaatje.
Vervangen van de aansluitka‐
bel
 Lichamelijk letsel door elek‐
trische schok!
De aansluitkabel mag uitsluitend
door een elektricien worden vervan‐
gen. Hij is op de hoogte van de nati‐
onale normen en de voorschriften
van de plaatselijke elektriciteitsmaat‐
schappij en neemt ze zorgvuldig in
acht.
De aarddraad moet aan de aanslui‐
ting met  worden vastgeschroefd.
De aansluitkabel mag alleen door een
speciale kabel van het type H 05 VV-F
(PVC-isolatie) worden vervangen. Een
dergelijke kabel is verkrijgbaar bij MieleService.
De aansluitwaarden vindt u op het type‐
plaatje.
62
Elektrische aansluiting
Aansluitschema
a b c d e L1
L2
L3
N
200-240 V~
200-240 V~
200-240 V~
a b c d e L1
L2
N
200-240 V~
200-240 V~
(L3)
a b c d e L1
200-240 V~
N
(L2)
63
Miele-Service, typeplaatje, garantie
Afdeling Klantcontacten
Voor storingen die u niet zelf kunt verhelpen, waarschuwt u
– uw Miele-handelaar of
– de afdeling Consumentenbelangen van Miele.
De gegevens van Miele vindt u op de achterkant van deze gebruiks- en monta‐
gehandleiding.
Voor een goede en vlotte afhandeling moet de afdeling Miele-Service weten welk
type toestel u heeft en welk fabricagenummer het heeft.
Typeplaatje
Plak hier het bijgevoegde typeplaatje. Controleer of de gegevens op het typepla‐
tje overeenkomen met de gegevens op de achterzijde van deze gebruiksaanwij‐
zing.
Garantietermijn en garantievoorwaarden
De garantietermijn voor dit toestel bedraagt 2 jaar.
Voor meer informatie zie de bijgevoegde garantievoorwaarden. Voor informatie
over het Miele Service Verzekering Certificaat kunt u zich wenden tot uw Mielevakhandelaar of de bijgaande folder raadplegen.
64
N.V. Miele België
Z.5 Mollem 480
Hof te Bollebeeklaan 9 – 1730 Mollem
Herstellingen bij u thuis
Bij storingen staan verschillende Miele-technici voor u
klaar in uw onmiddellijke omgeving.
Kies dus het telefoonnummer van uw streek.
Dienst "Onderdelen en Toebehoren": (02) 451.16.00
Voor nadere inlichtingen: dienst "Consumentenbelangen": (02) 451.16.80
Fax: (02) 451.14.14
Internet: www.miele.be
Duitsland - Miele & Cie. KG, Carl-Miele-Straße 29, 33332 Gütersloh
65
KM 6328-1 / KM 6366-1 / KM 6367-1

nl-BE
M.-Nr. 10 023 380 / 00
Download PDF