Instrukcja obsługi i instalacji Εγχειρίδιο Λειτουργίας

Instrukcja obsługi i instalacji Εγχειρίδιο Λειτουργίας

Owner’s manual & Installation manual

Instrukcja obsługi i instalacji

Εγχειρίδιο Λειτουργίας & Εγκατάστασης

Bluetooth CD/USB/MP3/WMA RECEIVER

LECTEUR CD/USB/MP3/WMA Bluetooth

®

Bluetooth

®

-CD/USB/MP3/WMA-RECEIVER

SINTOLETTORE CD/USB/MP3/WMA Bluetooth

®

Bluetooth

®

CD/USB/MP3/WMA-ONTVANGER

RECEPTOR Bluetooth

®

CD/USB/MP3/WMA

Bluetooth

®

CD/USB/MP3/WMA-RECEIVER

ODTWARZACZ CD/USB/MP3/WMA z interfejsem Bluetooth

®

Bluetooth

®

CD/USB/MP3/WMA ΔΕΚΤΗΣ

2

Inhoudsopgave

Hartelijk dank voor de aanschaf van dit Clarion product.

• Lees deze gebruiksaanwijzing volledig door voor u deze apparatuur gaat gebruiken.

• Controleer de gegevens op de meegeleverde garantiekaart en bewaar de kaart samen met deze gebruiksaanwijzing op een veilige plek.

1. KENMERKEN .....................................................................................................................3

Uitbreiden van uw systeem ................................................................................................ 3

2. VOORZORGEN .................................................................................................................. 4

Voorpaneel ........................................................................................................................ 5

USB-poort .......................................................................................................................... 5

Verwijderen van het DCP ................................................................................................... 6

Aanbrengen van het DCP .................................................................................................. 6

Bewaren van het DCP in het DCP-doosje .......................................................................... 6

3. BEDIENINGSORGANEN ................................................................................................... 7

Bedieningspaneel .............................................................................................................. 7

Namen van toetsen ............................................................................................................ 7

Afstandsbediening ............................................................................................................. 8

Gebruiken van de afstandsbediening ................................................................................ 8

4. WAAR U OP MOET LETTEN BIJ HET OMGAAN MET UW SCHIJVEN .......................... 9

Omgaan met discs ............................................................................................................. 9

5. BEDIENING ......................................................................................................................10

Basisbediening ................................................................................................................ 10

Bediening van de radio .................................................................................................... 11

Gebruiken van het Radio Data Systeem .......................................................................... 12

CD/MP3/WMA bediening ................................................................................................ 13

USB bediening................................................................................................................. 15 iPod & iPhone bediening .................................................................................................. 15

AUX bediening ................................................................................................................. 16

Bluetooth bediening ......................................................................................................... 16

Audio instellingen ............................................................................................................ 18

Systeeminstellingen ......................................................................................................... 19

6. PROBLEMEN OPLOSSEN ..............................................................................................20

7. FOUTENDISPLAY ............................................................................................................22

8. TECHNISCHE GEGEVENS .............................................................................................23

9. INSTALLATIE- / BEDRADINGSGIDS ..............................................................................24

1. KENMERKEN

• Compatibel met iPod

®

/iPhone™ via USB

• 6 ch/4 V RCA (tulpstekker) uitgang met subwooferbediening en BEAT-EQ met

3-banden parametrische equalizer

• MP3/WMA-compatibel met ID3-TAG weergave

• Ingebouwde Bluetooth handenvrije functie (HFP) en audiostreaming (A2DP

& AVRCP)

• USB-aansluiting aan de achterkant

• Inclusief IR-afstandsbediening

• Klaar voor een OEM stuurafstandsbediening

Uitbreiden van uw systeem

Audio uitbreidingsmogelijkheden

4-kanaals versterker iPod/iPhone

Bluetooth

® mobiele telefoon

Opmerking:

De items die niet in een kader staan, zijn apart verkrijgbaar.

USB-geheugen

Draagbare speler

(Aansluiten via de AUX

IN-aansluiting)

3

4

2. VOORZORGEN

WAARSCHUWING

Voor uw en andermans veiligheid mag de bestuurder het toestel in geen geval bedienen onder het rijden.

Houd onder het rijden ook het volume op een acceptabel niveau zodat u geluiden van buiten nog kunt horen.

1. Wanneer het in de auto erg koud is en de speler kort nadat de verwarming is ingeschakeld gebruikt wordt, is het mogelijk dat er vocht condenseert op de disc of op de optische onderdelen van de speler en dat normale weergave daardoor niet mogelijk is. Als er vocht condenseert op de disc, neem deze dan af met een zachte doek. Als er vocht condenseert op de optische onderdelen van de speler, mag u de speler ongeveer een uur lang niet gebruiken. De condens zal vanzelf verdwijnen zodat de speler weer normaal gebruikt kan worden.

2. Door trillingen, veroorzaakt door bijvoorbeeld rijden op hobbelige wegen, kan het geluid overslaan.

3. Dit toestel maakt gebruik van een precisiemechanisme. Ook wanneer er problemen zijn mag u in geen geval de behuizing open maken, het toestel uit elkaar halen, of de bewegende onderdelen smeren.

4. “Made for iPod” betekent dat een elektronisch accessoire speciaal is ontworpen voor aansluiting op een iPod en door de ontwerper gecertificeerd is te voldoen aan de Apple-prestatienormen.

“Works with iPhone” betekent dat een elektronisch accessoire speciaal is ontworpen voor aansluiting op een iPhone en door de ontwerper gecertificeerd is te voldoen aan de Apple-prestatienormen.

Apple is niet verantwoordelijk voor de werking van dit toestel of voor het al dan niet voldoen van dit toestel aan toepasselijke veiligheidsnormen en andere regelgeving.

iPod is een handelsmerk van Apple Inc., gedeponeerd in de V.S. en andere landen.

iPhone is een handelsmerk van Apple Inc.

MW 531-1602kHz

LW 153-279kHz

FM 87.5-108MHz

Bluetooth ID: B014652

Clarion Co., Ltd.

MADE IN CHINA

PN.: 12707000XXXX

Voorpaneel

Lees de volgende aandachtspunten voor een langere levensduur van het product.

• Zorg ervoor dat er geen vloeistoffen op het toestel kunnen komen. Hierdoor kunnen de interne schakelingen beschadigd raken.

• Probeer het toestel in geen geval uit elkaar te halen of te modificeren. Dit zal namelijk leiden tot schade.

• Zorg ervoor dat het display niet in aanraking kan komen met brandende sigaretten. Hierdoor kan het toestel of de behuizing beschadigd of vervormd raken.

• Laat het toestel nakijken bij de zaak waar u het gekocht heeft als er zich problemen voordoen.

• De afstandsbediening werkt mogelijk niet wanneer de sensor voor de afstandsbediening blootstaat aan direct zonlicht.

Schoonmaken van de behuizing

• Gebruik een zachte, droge doek om het vuil voorzichtig weg te vegen.

• Voor hardnekkig vuil kunt u een neutraal schoonmaakmiddel verdund met water aanbrengen op een zachte doek en daarmee het vuil voorzichtig wegvegen, waarna u nawrijft met een droge doek.

• Gebruik geen benzeen, verfverdunner, autoreiniger enz., want dergelijke middelen kunnen de behuizing beschadigen of de lak aantasten. Als rubber of plastic voorwerpen langere tijd in aanraking blijven met de behuizing, kunnen er vlekken ontstaan.

USB-poort

• Wanneer er een USB-geheugenstick gebruikt wordt, kan deze zover uitsteken dat men er zich aan kan bezeren.

Gebruik een USB-verlengsnoer om dit te voorkomen.

• USB-geheugensticks moeten kunnen worden herkend als “USB mass storage class” (USB-massageheugen) om correct te kunnen werken. Het is mogelijk dat sommige modellen niet correct zullen functioneren.

Clarion aanvaardt geen

aansprakelijkheid voor eventueel verlies van of schade aan opgeslagen gegevens.

Bij gebruik van een USB-geheugenstick raden we u aan een reservekopie van uw gegevens aan te houden op een computer.

• In de volgende gevallen kunnen gegevensbestanden kunnen verloren gaan of beschadigd raken: Wanneer de

USB-geheugenstick wordt losgekoppeld of de stroom wordt uitgeschakeld terwijl er gegevens worden gelezen of geschreven.

Wanneer er invloed wordt ondervonden van statische elektriciteit of elektrische ruis.

Wanneer de USB-geheugenstick wordt aangesloten of losgekoppeld terwijl er toegang wordt gezocht tot de gegevens daarop.

• Sommige USB-geheugensticks kunnen niet in het hoofdtoestel worden gestoken vanwege hun afmetingen of vorm. Gebruik in een dergelijk geval een in de handel verkrijgbaar USB-verlengsnoer.

• Aansluiting op een computer wordt niet ondersteund.

• Muziekbestanden (MP3, WMA enz.) op een USB-geheugenstick kunnen niet worden weergegeven.

5

6

Verwijderen van het DCP

Het afneembare bedieningspaneel (DCP;

Detachable Control Panel) kan worden verwijderd om diefstal te voorkomen. Bewaar het bedieningspaneel nadat u het hebt verwijderd in het DCP-doosje zodat er geen krassen op kunnen komen.

Wij adviseren u het DCP mee te nemen wanneer u de auto verlaat.

1. Houd de [ ] toets ingedrukt (2 sec.) om het toestel uit te schakelen.

2. Druk de [OPEN] toets in om het DCP te ontgrendelen.

3. Pak de kant die naar buiten komt vast en verwijder het DCP.

Aanbrengen van het DCP

1. Houd het DCP zo vast dat het bedieningspaneel naar u toe wijst.

Plaats de rechterkant van het DCP in de uitsparing voor het DCP.

2. Druk de linkerkant van het DCP aan tot het paneel vastklikt.

Bewaren van het DCP in het DCP-doosje

Houd het DCP vast in de richting die op onderstaande afbeelding wordt getoond en plaats deze in de meegeleverde DCP-doos.

(Controleer of het DCP in de juiste richting is geplaatst.)

DCP

DCP-doosje

LET OP

• Het DCP kan gemakkelijk worden beschadigd door schokken. Wees voorzichtig dat u het niet laat vallen of blootstelt aan zware schokken nadat u het hebt verwijderd.

• Wanneer de [OPEN] toets is ingedrukt en het DCP ontgrendeld is, kan het DCP vallen door trillingen die door de auto veroorzaakt worden.

• De aansluiting die het hoofdtoestel met het DCP verbindt, is een uiterst belangrijk onderdeel. Let erop dat u dit niet beschadigt door er met vingernagels, schroevendraaiers, of andere harde voorwerpen op te drukken.

Opmerking:

Als het DCP vuil is, mag u het vuil alleen afvegen met een zacht, droog doekje.

3. BEDIENINGSORGANEN

Bedieningspaneel

[BAND/ ] [MENU/ ]

Discsleuf

[ ]

TA

[ , ] [PS/AS] [SOUND]

[OPEN] [POWER/SRC]

[TA]

[VOLUME]

[1~6]

[D]

AUX-aansluiting

Namen van toetsen

[ / SRC] toets

• Aan/uit / Omschakelen audiobron

[BAND / ] toets

• Kiezen radioband / Nummer kiezen /

Telefoon opnemen

[MENU / ] toets

• Systeemmenu / Gesprek beëindigen

[ ] toets

• Uitwerpen van de disc die in het toestel zit.

[ , ] toets

• Vorige (Volgende) / Zoeken

[OPEN] toets

• Ontgrendelen van het voorpaneel.

[PS / AS] toets

• Doorlopen voorkeuzezenders /

Automatisch opslaan

[SOUND] toets

• Geluidseffect instellingen

[VOLUME] knop

• Instellen volume / Bevestigen

[TA] toets

• Verkeersberichten

[1–6] toetsen

• [1] toets: Intro-weergave /

Voorkeuzezender 1.

• [2] toets: Herhaalde weergave /

Voorkeuzezender 2.

• [3] toets: Willekeurige weergave /

Voorkeuzezender 3.

• [4] toets: Weergave / Pauze / Topweergave (ingedrukt houden) /

Voorkeuzezender 4.

• [5] toets: Vorige map / Voorkeuzezender 5.

10 muziekstukken naar beneden

(lang indrukken)

• [6] toets: Volgende map /

Voorkeuzezender 6.

10 muziekstukken naar boven

(lang indrukken)

[D] toets

• Omschakelen display / Systeemmenu

7

8

Afstandsbediening

[SRC] toets

• Omschakelen audiobron

[ , ] toets

• Vorige (Volgende) / Zoeken

[SCN / PS / AS] toets

• Intro-weergave / Doorlopen voorkeuzezenders / Automatisch opslaan

[MUTE] toets

• Tijdelijk uitschakelen van de geluidsweergave

[BND/DISC UP/TOP] toets

• Kiezen radioband / Top-weergave

[ , ] toets

• Volume hoger / lager

[ ] toets

• Weergave / Pauze

[TA] toets

• Verkeersberichten

[DISP] toets

• Display omschakelen

[SRC]

[ , ]

[MUTE]

[PS/AS/

SCN]

[PTY/RDM] toets

• Programmatype / Willekeurige weergave

[AF/RPT] toets

• Alternatieve frequentie / Herhaalde weergave

SRC

POWER

BND

DISC UP

TOP

VOLUME

SEARCH

MUTE TA DISP

PS/AS

SCN

AF

RPT

PTY

RDM

[BND/DISC

UP/TOP]

[ , ]

[ ]

[TA]

[DISP]

[PTY/RDM]

[AF/RPT]

Gebruiken van de afstandsbediening

1. Richt de afstandsbediening op de sensor voor de afstandsbediening op het toestel.

2. Haal de batterij uit de afstandsbediening, of isoleer de batterij wanneer de batterij een maand of langer niet wordt gebruikt.

3. Bewaar de afstandsbediening NIET in direct zonlicht of in een zeer warme omgeving, want hierdoor kan de afstandsbediening storingen vertonen.

4. Gebruik uitsluitend een lithiumbatterij met de juiste specificaties (CR2025 (3 V)).

5. U mag de batterij NIET opladen, uit elkaar halen, verwarmen of blootstellen aan vuur.

6. Breng de batterij op de juiste manier in, met de (+) en (-) polen de juiste kant op.

7. Bewaar de batterij buiten bereik van kinderen, om ongelukken te voorkomen.

Plaatsen van de batterij

1. Schuif de afdekking aan de achterkant van de afstandsbediening in de aangegeven richting.

2. Plaats de batterij (CR2025) in de batterijhouder met het plusteken (+) naar boven.

3. Druk de batterij op zijn plaats in de houder, zoals aangegeven.

4. Doe de afdekking terug tot deze op zijn plaats vastklikt.

Batterijhouder

Omgaan met discs

Hanteren

• Nieuwe discs kunnen soms ruwe randjes hebben. Bij gebruik van dergelijke discs is het mogelijk dat de speler niet werkt, of dat de geluidsweergave overslaat. Gebruik een pen of iets dergelijks om de ruwe uitsteeksels van de rand van de disc te verwijderen.

Pen

Ruwe uitsteeksels

• Plak geen labels op het oppervlak van de disc en schrijf niet op het oppervlak van de disc met een potlood of een pen.

• Speel in geen geval een disc af met plakband of lijm erop, of met loslatende opdruk. Als u een dergelijke disc probeert af te spelen, zult u deze mogelijk niet meer uit de speler kunnen krijgen, of kan de speler beschadigd raken.

• Gebruik geen discs met grote krassen, discs die vervormd zijn, gebarsten enz.

Gebruik van dergelijke discs kan leiden tot storingen of schade.

• Om een disc uit zijn doosje te halen, moet u in het midden drukken, waar de disc vastzit in het doosje, waarna u de disc aan de randen uit het doosje kunt tillen.

• Gebruik geen in de handel verkrijgbare beschermingsvellen of discs met stabilisatoren enz. Deze kunnen de disc beschadigen of storingen veroorzaken in het binnenwerk.

Bewaren

• Stel uw discs niet bloot aan direct zonlicht of warmtebronnen.

• Stel uw discs niet bloot aan een te hoge luchtvochtigheid of teveel stof.

• Stel uw discs niet bloot aan directe hitte van verwarmingstoestellen.

Schoonmaken

• Om vingerafdrukken en stof te verwijderen, veegt u met een zachte doek in een rechte lijn van het midden van de disc naar de rand.

• Gebruik geen oplosmiddelen, zoals in de handel verkrijgbare reinigers, antistatische spray, of verfverdunner, om uw discs schoon te maken.

• Na gebruik van speciale reinigingsmiddelen voor discs, moet u de disc goed laten drogen voor u deze weer afspeelt.

Over discs

• Wees voorzichtig wanneer u een disc in het toestel doet. Het bedieningspaneel zal automatisch dicht gaan wanneer u het een tijdje open laat.

• Schakel het toestel niet uit en verwijder het niet uit de auto terwijl er nog een disc in zit.

LET OP

Voor uw en andermans veiligheid mag de bestuurder onder het rijden in geen geval een disc in het toestel doen of eruit halen, of het bedieningspaneel openen.

9

10

5. BEDIENING

Basisbediening

Opmerking:

Raadpleeg bij het lezen van dit hoofdstuk tevens hoofdstuk “3.

BEDIENINGSORGANEN”.

LET OP

Zet het volume lager voor u het toestel uit zet. Als het toestel wordt ingeschakeld met het volume hoog, bestaat de mogelijkheid dat u de luidsprekers of uw gehoor beschadigt.

Aan/uit

Opmerkingen:

• Start de motor voor u dit toestel gaat gebruiken.

• Wees voorzichtig wanneer dit toestel langere tijd gebruikt wordt zonder dat de motor loopt. Als de accu te ver leeg raakt, zult u misschien de motor niet meer kunnen starten en kan de levensduur van de accu bekort worden.

1. Start de motor. De aan/uit toets zal oplichten.

Motor AAN stand

2. Druk op de [ ] toets op het voorpaneel om het toestel aan te zetten wanneer het uit (standby) staat. Het toestel gaat in de stand waarin het stond toen het de laatste keer uit werd gezet.

3. Houd de [ ] toets op het voorpaneel ingedrukt om het toestel uit (standby) te zetten.

CT (klok/tijd) display

• De weergegeven tijd en klokgegevens zijn gebaseerd op de CT (klok/tijd) gegevens in het RDS-signaal.

Geluid uit

Druk op de [MUTE] toets op de afstandsbediening om de geluidsweergave van het toestel tijdelijk uit te schakelen.

Opmerking:

Druk nog eens op de [MUTE] toets of verander het volume om de geluidsweergave weer in te schakelen.

Instellen van het volume

Draai aan de [VOLUME] knop op het voorpaneel of druk op de [ , ] toets op de afstandsbediening.

Het instelbereik voor het volume loopt van 0 t/m 40.

LET OP

Houd onder het rijden het volume op een acceptabel niveau, zodat u geluiden van buiten nog kunt horen.

Selecteren van de signaalbron

Druk herhaaldelijk op de [SRC] toets op het voorpaneel of de afstandsbediening om de gewenste signaalbron te selecteren.

Opmerkingen:

1. Selecteren van de signaalbron betekent dat u kiest welke stand u wilt gebruiken, dus of u geluid van een disc wilt horen, of van de radio, of van externe apparatuur enz.

2. Wanneer een signaalbron niet gebruikt kan worden, kan deze niet worden geselecteerd.

Tonen van de systeemtijd

Druk op de [D] toets op het voorpaneel of op de [DISP] toets op de afstandsbediening om de op het display getoonde informatie heen en weer te schakelen tussen RDS-informatie, de systeemtijd en de signaalbron.

Bediening van de radio

De radio selecteren als signaalbron

Druk zo vaak als nodig is op de [SRC] toets om de radiostand in te schakelen.

Selecteren van de gewenste radioband

Gebruik de [BAND] toets op het voorpaneel of de [BND] toets op de afstandsbediening om te laten afstemmen uit de FM1, FM2,

FM3, MW of LW radioband.

Handmatig afstemmen

Bij handmatig afstemmen verandert de frequentie in stapjes.

Gebruik de [ ] / [ ] toetsen op het voorpaneel of de afstandsbediening om af te stemmen op een hogere/lagere zender.

Automatisch afstemmen

Houd de [ ] / [ ] toetsen op het voorpaneel of de afstandsbediening langer ingedrukt om automatisch te laten afstemmen op een hogere/lagere zender.

Om te stoppen met zoeken herhaalt u de bovenstaande handeling of drukt u op een andere toets met een radiofunctie.

Opmerking:

Wanneer er een zender wordt gevonden, stopt het zoeken en zal deze zender worden weergegeven.

Als het toestel een stereo-uitzending ontvangt, zal de stereo ‘ST’ indicator op het

LCD-display oplichten.

Automatisch zenders in het geheugen opslaan

Alleen zenders met een voldoende sterk signaal zullen worden gedetecteerd en opgeslagen in het geheugen.

Houd de [PS/AS] toets ingedrukt (2 sec.) om automatisch zenders te laten opzoeken en opslaan.

Om het automatisch opslaan van zenders te stoppen, kunt u op een andere toets met een radiofunctie drukken.

Opmerkingen:

1. Door het automatisch opslaan zullen eventueel eerder in het geheugen opgeslagen zenders worden overschreven.

2. Dit toestel heeft vijf geheugenbanken:

FM1, FM2, FM3, MW en LW. De ASfunctie kan zenders opslaan in FM3, MW en LW. In elk van de geheugenbanken kunnen zes zenders worden opgeslagen, zodat de CZ500E in totaal 30 zenders kan onthouden.

Handmatig opslaan

Houd één van de cijfertoetsen 1-6 ingedrukt terwijl er is afgestemd op de gewenste zender om deze op te slaan in het geheugen.

Weer oproepen van opgeslagen zenders

Druk op één van de cijfertoetsen 1 t/m 6 op het paneel of op de afstandsbediening om af te stemmen op de daaronder opgeslagen zender.

Afstemmen op lokale zenders

Wanneer de LOCAL zoekfunctie aan staat, kan er alleen worden afgestemd op zenders met een sterk signaal.

Houd de [D] toets op het voorpaneel ingedrukt en druk zo vaak op de [ ] toets tot LO, respectievelijk DX wordt aangegeven op het scherm en gebruik dan de draaiknop om “Local” of “Distant” te selecteren.

Opmerking:

Het aantal zenders waarop kan worden afgestemd zal afnemen wanneer de lokale afstemfunctie aan staat.

Doorlopen van de voorkeuzezenders

Deze functie laat de zenders die in het geheugen zijn opgeslagen één voor één horen. Deze functie is handig wanneer u een bepaalde voorkeuzezender zoekt.

1. Druk op de [PS/AS] toets.

2. Wanneer de gewenste zender wordt ontvangen, drukt u nog een keer op de

[PS/AS] toets om naar die zender te blijven luisteren.

Opmerking:

Houd de [PS/AS] toets niet langer dan 2 seconden ingedrukt, want anders wordt de functie voor het automatisch opslaan van zenders ingeschakeld.

11

12

Gebruiken van het Radio Data Systeem

Radio Data Systeem

Dit toestel beschikt over een ingebouwde

Radio Data Systeem-decoder waarmee de

Radio Data Systeem-gegevens van zenders die gebruik maken van dit systeem kunnen worden verwerkt.

Zet de radio altijd op FM wanneer u de Radio

Data Systeem-functie wilt gebruiken.

1. Deze functie werkt alleen wanneer de AFfunctie is ingeschakeld en de REG-functie is uitgeschakeld.

Opmerking:

Deze functie kan worden gebruikt wanneer een regionale zender van hetzelfde netwerk wordt ontvangen.

AF-functie

Met de AF-functie wordt naar een andere frequentie van hetzelfde netwerk overgeschakeld om de beste ontvangst te kunnen waarborgen.

* De standaardinstelling is ON.

1. Houd de [D] toets ingedrukt.

2. Druk op de [ ] of [ ] toets en selecteer AF.

3. Gebruik de draaiknop om te kiezen uit AF

ON of AF OFF.

AF ON:

AF” zal oplichten op het display en de AFfunctie zal worden ingeschakeld.

AF OFF:

De aanduiding “AF” zal verdwijnen van het display en de AF-functie zal worden uitgeschakeld.

Wanneer de REG-functie is ingeschakeld, zal er worden afgestemd op de regionale zender met de beste ontvangst. Wanneer deze functie uit staat en u naar een andere regio rijdt, zal er kunnen worden afgestemd op een regionale zender in de nieuwe regio.

* De standaardinstelling is ON.

Opmerkingen:

• Deze functie is uitgeschakeld wanneer er een landelijke zender, zoals Radio 2, wordt ontvangen.

• De ON/OFF-instelling voor de REG-functie is alleen geldig wanneer de AF-functie is ingeschakeld.

1. Houd de [D] toets ingedrukt.

2. Druk op de [ ] of [ ] toets en selecteer REG.

3. Gebruik de draaiknop om te kiezen uit

REG ON of REG OFF.

Verkeersinformatie (TA)

In de TA-paraatstand zal er, wanneer er een verkeersbericht begint, direct naar dat verkeersbericht worden overgeschakeld, ongeacht waar u op dat moment naar luistert. Automatisch afstemmen op een verkeersprogramma (TP) is ook mogelijk.

* Deze functie kan alleen worden gebruikt wanneer “TP” op het display oplicht. Als “TP” oplicht, betekent dit dat de Radio Data Systeem-zender die op dat moment ontvangen wordt, verkeersinformatieprogramma’s uitzendt.

De TA-paraatstand instellen

Als u op de [TA] toets drukt, zal “TA” oplichten op het display en wordt het toestel ingesteld op de TA-paraatstand tot er verkeersinformatie wordt uitgezonden.

Wanneer er een verkeersbericht begint, verschijnt de melding “TRAF INF” op het display. Als u op de [TA] toets drukt terwijl er een verkeersbericht wordt ontvangen, zal de ontvangst van de verkeersinformatie worden geannuleerd en wordt de TA-paraatstand weer geactiveerd.

De TA-paraatstand annuleren

Druk, terwijl de aanduiding “TA” op het display getoond wordt, op de [TA] toets. De aanduiding “TA” verdwijnt van het display en de TA-paraatstand wordt uitgeschakeld.

PTY (Programmatype)

Deze functie maakt het mogelijk om te luisteren naar zenders die een programma van een bepaald type uitzenden, zelfs wanneer het toestel op een andere signaalbron dan de radio is ingesteld.

* In sommige landen wordt de PTY-functie nog niet gebruikt.

Gebruiken van het Radio Data Systeem

* In de TA-paraatstand hebben TP-zenders voorrang boven zenders met andere programmatypen.

Druk op de [MENU] toets, gebruik de draaiknop om het gewenste programmatype te selecteren en druk de knop in om het zoeken te laten beginnen.

CD/MP3/WMA bediening

* Bij het afspelen van MP3/WMA bestanden, zal er een kleine stiltepauze worden ingelast tussen de muziekstukken.

Opmerkingen:

• Als u een bestand afspeelt met DRM

(Digital Rights Management) ingeschakeld voor WMA, zal er geen geluid worden weergegeven (de WMA-indicator knippert).

Klik bij gebruik van Windows Media Player

9/10/11 op het Tool → Options → Copy Music tabblad en maak onder de Rip instellingen het vakje bij Copy Protect Music leeg. Maak de bestanden vervolgens opnieuw aan.

U schakelt DRM uit op uw eigen verantwoordelijkheid.

Bruikbare bemonsteringsfrequenties en bitsnelheden

1. MP3: Bemonsteringsfrequentie 8 kHz - 48 kHz, Bitsnelheid 8 kbps - 320 kbps / VBR

2. WMA: Bitsnelheid 8 kbps - 320 kbps

Bestandsextensies

1. Voeg altijd met behulp van enkelbyte letters de bestandsextensies

“.MP3”, of “.WMA” aan de MP3- of

WMA-bestanden toe. Als u een andere bestandsextensie toevoegt of helemaal geen bestandsextensie toevoegt, kan het bestand niet worden afgespeeld.

2. Bestanden zonder MP3/WMA-gegevens kunnen niet worden afgespeeld. De bestanden worden zonder geluid afgespeeld, als u probeert bestanden zonder MP3/WMA-gegevens af te spelen.

* Wanneer VBR-bestanden worden afgespeeld, kan de aanduiding van de speelduur verschillen van de daadwerkelijke afspeelpositie.

Logisch formaat (bestandssysteem)

1. Wanneer u MP3/WMA-bestanden op een CD-R of CD-RW disc zet, dient u

ISO9660 niveau 1 of 2, Joliet, Romeo of Apple ISO als formaat te kiezen in uw schrijf- of brandsoftware. Normaal afspelen is wellicht niet mogelijk als de disc is opgenomen in een ander formaat.

2. De mapnaam en de bestandsnaam kunnen worden aangegeven als de titel tijdens MP3/ WMA-weergave, maar de titel moet korter dan 64 enkel-byte letters en cijfers zijn (inclusief bestandsextensie).

3. U mag een bestand in een map niet dezelfde naam geven als de map.

Mappenstructuur

Het is niet mogelijk om een disc af te spelen met een map die meer dan acht onderliggende niveaus heeft.

Aantal bestanden en mappen

1. Er mogen zich maximaal 999 bestanden in een map bevinden.

Er kunnen maximaal 3000 bestanden worden afgespeeld.

2. De muziekstukken worden afgespeeld in de volgorde waarin ze op de disc zijn opgenomen. (Het is mogelijk dat de muziekstukken niet altijd worden afgespeeld in de volgorde waarin ze op de

PC worden aangegeven.)

3. Er kan wat ruis hoorbaar zijn, afhankelijk van de codeersoftware die tijdens het opnemen is gebruikt.

Uitwerpen

Druk op de [ ] toets om de disc uit te laten werpen.

13

CD/MP3/WMA bediening

Opmerkingen:

• De CD kan beschadigd raken wanneer u hem in de discsleuf duwt voordat de disc automatisch wordt geladen.

• Als een CD (12 cm) langer dan 15 seconden in de uitgeworpen positie blijft zitten, zal deze weer automatisch in het apparaat worden geladen.

14

het toestel zit

Druk op de [SRC] toets om de CD/MP3/

WMA-stand te kiezen.

Wanneer de CD/MP3/WMA-stand wordt gekozen, zal het afspelen automatisch beginnen.

Een CD in het toestel doen

Steek een CD met het label naar boven in het midden van de discsleuf. De CD zal automatisch beginnen te spelen nadat deze in het toestel is gedaan.

Opmerkingen:

• Steek nooit vreemde voorwerpen in de discsleuf.

• Als de CD er niet gemakkelijk in gaat, is het mogelijk dat er al een andere CD in het toestel zit, of is het toestel wellicht defect.

• Discs die niet zijn voorzien van het of

beeldmerk en CD-ROM’s kunnen niet

TEXT

TEXT met dit toestel worden afgespeeld.

• Sommige CD’s die zijn opgenomen met de

CD-R/CD-RW stand zijn niet bruikbaar.

Pauzeren van de weergave

1. Druk op de [ 4 / ] toets om het afspelen tijdelijk te onderbreken.

De aanduiding “PAUSE” zal op het display verschijnen.

2. Om het afspelen van de CD te hervatten, drukt u nog een keer op de [ 4 / ] toets.

Weergeven van CD-titels

Met de [D] toets kunt u de weergave van de titel aan of uit zetten.

Wanneer de SCROLL functie aan staat, kan het toestel titelgegevens voor MP3/WMA discs weergeven.

MP3/WMA-disc

FILE (bestand) → FOLDER (map) → TITLE/

ALBUM (titel/album) → ARTIST (artiest) →

FILE (bestand) →

Opmerkingen:

• Als een MP3/WMA-disc niet is voorzien van TAG-gegevens, verschijnt “NO TITLE” op het display.

• Alleen ASCII-tekens kunnen in tags worden weergegeven.

Selecteren van een muziekstuk

Muziekstuk-omhoog

1. Druk op de [ ] toets om naar het begin van het volgende muziekstuk te gaan.

2. Telkens wanneer u op de [ ] toets drukt, springt de weergave naar het begin van het volgende muziekstuk.

3. Houd de [ 6 ] toets ingedrukt om 10 bestanden vooruit te springen.

Muziekstuk omlaag

1. Druk op de [ ] toets om terug te gaan naar het begin van het huidige muziekstuk.

2. Druk twee keer op de [ ] toets om terug te gaan naar het begin van het vorige muziekstuk.

3. Houd de [ 5 ] toets ingedrukt om 10 bestanden terug te springen.

Snel vooruit / Snel terug

Snel vooruit

Houd de [ ] toets ingedrukt.

Snel terug

Houd de [ ] toets ingedrukt.

* Bij een MP3/WMA-disc kan het even duren voordat er met zoeken wordt begonnen of voordat er naar het volgende muziekstuk wordt doorgegaan. Bovendien kan de aangegeven speelduur enigszins afwijken van de werkelijke speelduur.

Selecteren van een map

Met deze functie kunt u een map kiezen die

MP3/WMA-bestanden bevat en deze laten afspelen vanaf het eerste muziekstuk in de map.

1. Druk op de [ 5 ] of [ 6 ] button.

Druk op de [ 6 ] toets om naar de volgende map te gaan. Druk op de [ 5 ] toets om naar de vorige map te gaan.

2. Druk op de [ ] of [ ] toets om een muziekstuk te selecteren.

CD/MP3/WMA bediening

Terug naar het begin (TOP)

Met de top-functie gaat de CD-speler in één keer terug naar het eerste muziekstuk van de disc. Houd de [TOP] toets op het voorpaneel ingedrukt of druk op de [TOP] toets op de afstandsbediening om het eerste muziekstuk

(nr. 1) op de disc weer te laten geven.

* Bij een MP3/WMA-disc wordt er teruggekeerd naar het eerste bestand in de map die wordt afgespeeld.

Overige weergavefuncties

Intro-weergave

Met deze functie kunt u de eerste 10 seconden van alle muziekstukken op de disc achter elkaar afspelen.

Druk op de [SCN] toets om de intro-weergave in te schakelen.

Herhaalde weergave

Met deze functie kunt u een muziekstuk laten herhalen.

1. Druk net zo vaak op de [RPT] toets tot

“TRK RPT” verschijnt op het LCD-scherm om de herhaalde weergavefunctie in te schakelen.

2. Druk herhaaldelijk op de [RPT] toets tot

“FOLD RPT” op het LCD verschijnt om een map te laten herhalen.

3. Druk herhaaldelijk op de [RPT] toets tot

“RPT OFF” op het LCD-scherm verschijnt om de herhaalde weergave te annuleren.

Willekeurige weergave

Met deze functie kunt u alle muziekstukken op de disc in een willekeurige volgorde afspelen.

Druk op de [RDM] toets om de willekeurige weergave in te schakelen.

Willekeurige weergave zal beginnen vanaf het volgende afgespeelde muziekstuk nadat de willekeurige weergavefunctie is ingeschakeld.

USB bediening

1. Steek een USB-apparaat in de USBaansluiting.

Wanneer er een USB-apparaat wordt aangesloten, zal het toestel de bestanden automatisch inlezen.

2. Voor u het USB-apparaat verwijdert, moet u eerst een andere signaalbron selecteren om te voorkomen dat het USB-apparaat

iPod & iPhone bediening

Aansluiten

Verbind een iPod of iPhone met de USBaansluiting via een USB-kabel.

Wanneer er een apparaat wordt aangesloten, zal het toestel de bestanden automatisch inlezen. De informatie voor het nummer in kwestie zal op het scherm worden weergegeven wanneer het nummer begint te spelen.

MENU

Druk herhaaldelijk op de [MENU] toets om SPEELLIJSTEN te tonen, gebruik de draaiknop om SPEELLIJSTEN / ARTIESTEN

/ ALBUMS / GENRES / NUMMERS /

COMPONISTEN te tonen, druk de knop in en draai eraan om de gewenste optie te beschadigd raakt. Verwijder dan pas het

USB-apparaat.

kiezen en druk de knop in om uw keuze te bevestigen.

Herhaalde weergave

Deze functie stelt u in staat om het huidige muziekstuk, of alle muziekstukken op uw iPod/iPhone te laten herhalen.

1. Druk net zo vaak op de [RPT] toets tot

“TRK RPT” verschijnt op het LCD-scherm om de herhaalde weergavefunctie in te schakelen.

2. Druk herhaaldelijk op de [RPT] toets tot

“ALL RPT” op het LCD verschijnt om alle muziekstukken te laten herhalen.

3. Druk herhaaldelijk op de [RPT] toets tot

“RPT OFF” op het LCD-scherm verschijnt om de herhaalde weergave te annuleren.

15

16

iPod & iPhone bediening

Willekeurige weergave

Met deze functie kunt u alle muziekstukken op de disc in een willekeurige volgorde afspelen.

1. Druk herhaaldelijk op de [RDM] toets tot “RDM ALBUM” op het LCD-scherm verschijnt om een album in willekeurige volgorde weer te laten geven.

AUX bediening

Druk op de [SRC] toets op het voorpaneel en selecteer AUX.

AUX is de stand voor audiosignalen die binnenkomen via de 3,5 mm aansluiting op het voorpaneel.

ingangsgevoeligheidsinstelling

1. Houd de [D] toets ingedrukt.

Bluetooth bediening

Met Bluetooth kunt u het ingebouwde audiosysteem in uw auto gebruiken voor draadloze handsfree mobiele telefonie of voor muziek. Er zijn Bluetooth-mobiele telefoons die over deze audiofuncties beschikken en er zijn draagbare audiospelers die deze Bluetooth functie ondersteunen.

Met dit systeem kunnen audiogegevens die op een Bluetooth-audioapparaat zijn opgeslagen, worden afgespeeld. Een stereoinstallatie met Bluetooth geïnstalleerd is in staat om het volgende op te zoeken: telefoonboekcontacten, ontvangen oproepen, geplaatste oproepen, gemiste oproepen, inkomende oproepen, uitgaande oproepen en naar muziek luisteren.

Opmerkingen:

• Plaats de Bluetooth handsfree microfoon niet zo dat er lucht op kan blazen, bijvoorbeeld voor een ventilatie-opening.

Dit kan storingen veroorzaken.

• Blootstelling aan hoge temperaturen of direct zonlicht kan leiden tot vervorming of verkleuring en tot storingen.

• Dit systeem werkt niet of werkt mogelijk niet naar behoren met bepaalde Bluetoothaudiospelers.

2. Druk net zo vaak op de [RDM] toets tot “RDM SONG” verschijnt op het

LCD-scherm om de willekeurige weergavefunctie in te schakelen.

3. Druk herhaaldelijk op de [RDM] toets tot

“RDM OFF” op het LCD-scherm verschijnt om de willekeurige weergave te annuleren.

2. Druk op de [ , ] toets en selecteer

“AUX SENS”.

3. Als het uitgangsniveau van de aangesloten externe audiospeler “High” (hoog) is, dient u de [VOL/SEL] knop te verdraaien en

“AUX LOW” te kiezen. Kies “AUX HIGH” als het uitgangsniveau “Low” (laag) is.

• Clarion kan niet garanderen dat alle mobiele telefoons compatibel zijn met de

CZ500E.

• De audioweergave wordt op hetzelfde volume ingesteld als tijdens telefoongesprekken. Dit kan leiden tot problemen als er tijdens een telefoongesprek een zeer hoog volume wordt ingesteld.

Handsfree bediening

Koppelen

1. Schakel de Bluetooth-functie van uw mobiele telefoon in.

2. Open het Bluetooth-instelmenu van de mobiele telefoon.

3. Zoek naar nieuwe Bluetooth-apparatuur.

4. Kies CZ500E van de lijst met gevonden apparatuur op de mobiele telefoon.

5. Voer “0000” in als wachtwoord.

6. Wanneer de koppeling tot stand is gebracht, zal het toestel automatisch in de

Bluetooth-stand gaan en zal de melding

“BLUETOOTH CONNECTED” verschijnen op het LCD-scherm.

Bluetooth bediening

Bellen

Rechtstreeks het nummer intoetsen

Gebruik de [ ] en [MENU] toetsen en selecteer DIAL NUM.

1. Druk op de [ ] of [MENU] toets.

2. Druk op de [VOLUME] knop op het voorpaneel of gebruik de [ ] / [ ] toetsen op de afstandsbediening en selecteer de gewenste functie: DIALLED

CALL/MISSED CALL/RECEIVED

CALL/MEMORY PHONEBOOK/SIM

PHONEBOOK

3. Druk op de [VOLUME] knop om uw keuze te bevestigen, waarna de melding

“WAITING” zal verschijnen op het LCDscherm.

4. Druk op [ ] om te bellen.

5. Druk op [ ] om het gesprek te beëindigen.

Bediening via het Bluetooth menu

Druk op de [SRC] toets om de signaalbron over te schakelen naar “BLUETOOTH

MUSIC”. Druk op de [MENU] toets om de manier waarop u kunt bellen te selecteren:

• Nummer kiezen

Op dezelfde manier als bij “Rechtstreeks het nummer intoetsen”.

• Geschiedenis van de gebelde / gemiste / ontvangen oproepen

U kunt zoeken in de geschiedenis van de gebelde / gemiste / ontvangen oproepen.

1. Draai aan de knop en selecteer

“DIALLED” (gebeld), “MISSED” (gemist) of

“RECEIVED” (ontvangen).

2. Druk op de [VOLUME] knop om de geselecteerde geschiedenislijst te openen.

3. Gebruik de [ ] / [ ] toetsen op de afstandsbediening of draai aan de

[VOLUME] knop om door de contacten te bladeren.

4. Wanneer de naam voor het gewenste contact of het gewenste mobiele telefoonnummer getoond wordt, drukt u op de [ ] toets om het mobiele telefoonnummer voor dat contact te bellen.

* Druk op de [ ] knop om het gesprek te beëindigen.

• Het nummer in het telefoonboek kiezen

U kunt ook de gewenste naam in het telefoonboek opzoeken en dan het nummer bellen.

1. Draai aan de knop en selecteer “SIM

PHONE BOOK”, “MEMORY PHONE

BOOK“ of “TELEPHONE BOOK” .

2. Druk op de [VOLUME] knop om het geselecteerde telefoonboek te openen.

3. Gebruik de [ ] / [ ] toetsen op de afstandsbediening of draai aan de

[VOLUME] knop om door de contacten te bladeren.

4. Wanneer de naam voor het gewenste contact getoond wordt, drukt u op de [ ] toets om het mobiele telefoonnummer voor dat contact te bellen.

* Druk op de [ ] knop om het gesprek te beëindigen.

• Een oproep beantwoorden

U kunt een binnenkomend gesprek beantwoorden door op de [ ] toets te drukken.

* Druk op de [ ] toets als u een binnenkomend gesprek niet wilt beantwoorden.

Bediening audio streaming

Wat is “audio streaming”?

Audio streaming is een techniek voor het overbrengen van digitale audiogegevens op zo’n manier dat ze direct en doorlopend kunnen worden verwerkt. Gebruikers kunnen muziek van een externe audiospeler draadloos afspelen via hun autostereo en naar hun favoriete nummers luisteren via de luidsprekers in de auto. Raadpleeg uw dichtstbijzijnde Clarion dealer voor meer informatie over de verkrijgbare draadloze audio streaming producten.

17

18

Bluetooth bediening

LET OP

U kunt beter uw aangesloten mobiele telefoon niet gebruiken tijdens audio streaming, want hierdoor kan er ruis ontstaan, of kan de geluidsweergave overslaan.

De audio streaming zal al dan niet worden hervat na de onderbreking voor het telefoongesprek, afhankelijk van de gebruikte mobiele telefoon.

Wanneer audio streaming wordt losgekoppeld, zal het systeem terugkeren naar de radiostand.

Opmerking:

Lees het hoofdstuk over “Koppelen” van apparatuur voor u verder gaat.

muziekstuk

1. Druk op de [ 4 / ] toets om de geluidsweergave te pauzeren.

2. Druk nog eens op de [ 4 / ] toets om de geluidsweergave weer te hervatten.

Selecteren van een muziekstuk

Muziekstuk-omhoog

1. Druk op de [ ] toets om naar het begin van het volgende muziekstuk te gaan.

2. Met elke druk op de [ ] toets springt de weergave een muziekstuk verder vooruit.

Audio instellingen

Druk op de [SOUND] toets om de instelfunctie voor de geluidseffecten in te schakelen. Bij één keer drukken wordt de huidige EQ-instelling getoond. Draai aan de

[VOLUME] knop om de instelling als volgt te veranderen: OFF → B-BOOST → IMPACT →

EXCITE → CUSTOM

Druk op de [SOUND] toets en vervolgens op

[ , ] om een USER (gebruikers-)

Muziekstuk omlaag

1. Druk op de [ ] toets om naar het begin van het vorige muziekstuk te gaan.

2. Met elke druk op de [ ] toets springt de weergave een muziekstuk verder terug.

Opmerking:

De weergavevolgorde hangt af van de gebruikte Bluetooth audiospeler. Wanneer er op de [ ] toets wordt gedrukt, zullen sommige A2DP apparaten het huidige muziekstuk opnieuw laten beginnen, afhankelijk van de weergaveduur.

Tijdens weergave van streaming audio, zal de melding “A2DP” op het display getoond worden. Informatie over de muziekstukken

(bijv. de verstreken weergavetijd, titel enz.) kan niet op dit toestel worden weergegeven.

Wanneer de verbinding met de A2DP apparatuur wordt verbroken, zal de melding

“BT DISCONNECT” worden getoond op het display, waarna het toestel terugkeert naar de vorige signaalbron.

Bij sommige Bluetooth audiospelers is het mogelijk dat de weergave/pauze niet synchroon loopt met dit toestel. Zorg er daarom voor dat de gebruikte apparatuur en het hoofdtoestel in dezelfde weergave/ pauzestand staan in de BT MUSIC stand. instelling te kiezen, zoals: BALANCE →

FADER → M-B EX → LPF (laagdoorlaatfilter)

→ SUBW VOL, en verdraai de [VOLUME] knop om een waarde te selecteren.

BALANCE: LEFT 1-7 → CENTER → RIGHT

1-7

FADER: LEFT 1-7 → CENTER → RIGHT 1-7

M-BEX: ON/OFF

LPF: THROUGH/80/120/160

SUBW VOL: (-6) - (+6)

Systeeminstellingen

Houd in de radiostand de [D] toets ingedrukt om het systeemmenu te openen. Gebruik

[ , ] om opties te selecteren en verdraai de [VOLUME] knop om de instelling te wijzigen.

AF: ON/OFF

Verdraai de draaiknop om de AF-functie aan of uit te zetten.

REG: ON/OFF

Verdraai de draaiknop om de REG-functie aan of uit te zetten.

DX/LO

Verdraai de draaiknop om de lokale afstemfunctie op ‘lokaal’ (LO) of ‘grote afstand’ (DX) te zetten.

LO: Alleen zenders met een goede signaalsterkte zullen worden weergegeven.

DX: Zowel zenders met sterke als met zwakke signalen kunnen worden weergegeven.

SCRN SVR: ON/OFF

Verdraai de draaiknop om de schermbeveiliging aan of uit te zetten.

SCROLL: ON/OFF

Voor weergave van tekstgegevens die niet op het display passen:

Wanneer SCROLL: ON is ingesteld, zal het

LCD-scherm bijvoorbeeld de volgende ID3

TAG-gegevens achter elkaar laten zien: FILE

→ FOLDER → TITLE → ARTIST → ALBUM...

Wanneer SCROLL: OFF is ingesteld, toont het LCD-scherm slechts één van de ID3 TAGgegevens; de standaardinstelling is FILE, maar door op de [DISP] toets te drukken kunt u andere ID3 TAG-gegevens laten zien.

DIMMER: ON/OFF

Verdraai de draaiknop om de dimmer aan of uit te zetten.

ON: Het LCD-scherm wordt gedimd wanneer de interieurverlichting is ingeschakeld.

OFF: Het LCD-scherm blijft op de hoogste helderheid staan.

BEEP: ON/OFF

Verdraai de draaiknop om het piepsignaal bij gebruik van de toetsen aan of uit te zetten.

BT menu

Houd in de BT-stand de [D] toets ingedrukt om het BT MENU te openen. Gebruik [ ,

] om opties te selecteren en verdraai de

[VOLUME] knop om de instelling te wijzigen.

AUTO CON (Autocon)

Verdraai de knop en kies tussen automatisch verbinden of niet.

PIN CODE

Verdraai de draaiknop en druk hem in om een wachtwoord van 4 cijfers in te stellen. Houd de knop tenminste 2 seconden ingedrukt om uw keuze definitief te maken.

19

20

6. PROBLEMEN OPLOSSEN

Algemeen

Probleem

Het toestel kan niet worden ingeschakeld.

Oorzaak

De zekering van het toestel is doorgebrand.

De zekering van de accu van het voertuig is doorgebrand.

Verkeerde bediening.

Het toestel kan niet worden ingeschakeld.

Er gebeurt niets wanneer u op de toetsen drukt.

Maatregel

Installeer een nieuwe zekering met het juiste vermogen.

Installeer een nieuwe zekering met het juiste vermogen.

Schakel het toestel uit en open het bedieningspaneel.

Druk met een dun voorwerp het resetknopje in.

Opmerking:

Schakel de ACC stroomvoorziening uit wanneer het resetknopje wordt ingedrukt.*

De aanduidingen op het display zijn niet correct.

De afstandsbediening doet het niet.

De batterij is leeg.

De batterij zit niet goed.

Geen/zachte geluidsweergave.

Slechte geluidskwaliteit of vervormde weergave.

Het toestel reset vanzelf wanneer de motor uit is.

Incorrecte audiouitgangsaansluitingen.

Volume te laag ingesteld.

De luidsprekers zijn beschadigd.

De balans is teveel naar één kant ingesteld.

De luidsprekerbedrading maakt contact met een metalen onderdeel van de auto.

Er wordt een ongeschikte disc gebruikt.

Het vermogen van de luidsprekers komt niet overeen met dat van dit toestel.

Verkeerde aansluitingen.

Kortsluiting in de luidsprekerbedrading.

Incorrecte verbinding tussen ACC en de accu.

* Wanneer het resetknopje wordt ingedrukt, zullen de frequenties van opgeslagen zenders, titels enz. worden gewist uit het geheugen.

Vervang de batterij.

Plaats de batterij op de juiste manier.

Controleer de bedrading en corrigeer indien nodig.

Verhoog het volume.

Vervang de luidsprekers.

Corrigeer de balans.

Isoleer alle bedrading en aansluitingen van de luidsprekers.

Gebruik een standaard disc.

Vervang de luidsprekers.

Controleer de bedrading en corrigeer indien nodig.

Controleer de bedrading en corrigeer indien nodig.

Controleer de bedrading en corrigeer indien nodig.

Discspeler

Probleem Oorzaak

Er kan geen disc in het toestel worden ingebracht.

De weergave slaat over of vertoont ruis.

Er zit iets in de weg dat er niet hoort te zitten.

De CD is vuil.

De CD is erg bekrast of vervormd.

Slecht geluid meteen nadat de stroom is ingeschakeld.

Wanneer de auto op een vochtige plek geparkeerd staat, kunnen zich waterdruppeltjes op de lens in het binnenwerk vormen.

Maatregel

Verwijder het obstakel.

Maak de CD met een zacht doekje schoon.

Vervang de CD door één zonder krassen.

Laat het toestel ongeveer 1 uur drogen terwijl de stroom ingeschakeld staat.

USB-apparatuur

Probleem

USB-apparaat kan niet worden aangesloten.

USB-apparatuur kan niet worden herkend.

Oorzaak Maatregel

Het USB-apparaat is in de verkeerde richting ingebracht.

Keer het USB-apparaat om en probeer het opnieuw.

De USB-stekker is defect.

Vervang door andere USB-apparatuur.

Het USB-apparaat is beschadigd. Maak het USB-apparaat los en sluit het dan opnieuw aan. Als de apparatuur nog niet herkend

Er zijn verbindingen los.

wordt, probeer deze dan te vervangen door andere

USB-apparatuur.

Er wordt geen geluid weergegeven wanneer de melding

No File” (Geen bestand) verschijnt.

De weergave slaat over of vertoont ruis.

Er is geen MP3/WMA bestand opgeslagen op het USB-apparaat.

Sla deze bestanden op de juiste manier op het

USB-apparaat op.

MP3/WMA bestanden zijn niet op de juiste manier gecodeerd.

Gebruik correct gecodeerde MP3/WMA bestanden.

Bluetooth

Probleem Oorzaak

Kan de Bluetoothapparatuur niet pairen

(koppelen) met het audiosysteem van de auto.

De apparatuur biedt geen ondersteuning voor de door het systeem vereiste profielen.

De Bluetooth-functie van de apparatuur is niet ingeschakeld.

De geluidskwaliteit wordt slecht nadat er verbinding is gemaakt met Bluetoothapparatuur.

De microfoon is niet correct geplaatst.

De Bluetooth-ontvangst is slecht.

Maatregel

Maak verbinding met andere apparatuur.

Raadpleeg de handleiding van de apparatuur om de functie in te schakelen.

Pas de positie van de microfoon aan.

Plak de microfoon bijvoorbeeld op het dashboard voor de bestuurder.

Breng de apparatuur dichter bij het audiosysteem of verwijder eventuele obstakels tussen de apparatuur en het systeem.

21

22

7. FOUTENDISPLAY

Bij problemen zal één van de volgende foutmeldingen op het display verschijnen.

Neem de hieronder aanbevolen maatregelen om het probleem te verhelpen.

Display

ERROR

Oorzaak Maatregel

De disc is verkeerd ingebracht.

Haal de disc eruit en doe hem er goed in.

Het discformaat wordt niet ondersteund.

Probeer een andere disc.

Er is een storing aan het mechanisme van het toestel.

Neem contact op met de winkel waar u het toestel hebt gekocht.

Als er een andere foutmelding dan hierboven staat aangegeven op het display verschijnt, moet u het resetknopje indrukken. Blijft het probleem bestaan, schakel het toestel dan uit en neem contact op met de winkel waar u het hebt gekocht.

* Wanneer het resetknopje wordt ingedrukt, zullen de frequenties van opgeslagen zenders, titels enz. worden gewist uit het geheugen.

8. TECHNISCHE GEGEVENS

FM-ontvanger

Frequentiebereik: 87,5-108,0 MHz

Bruikbare gevoeligheid: 8 dBμ

Frequentierespons: 30 Hz-15 kHz

Stereoscheiding: 30 dB(1 kHz)

Signaal/ruisverhouding: >55 dB

Ingangsaansluitingen

Audio-ingangsgevoeligheid:

Hoog: 320 mV (bij 2 V uitgangssignaal)

Midden: 650 mV (bij 2 V uitgangssignaal)

Laag: 1,3 V (bij 2 V uitgangssignaal)

(ingangsimpedantie 10 kΩ of hoger)

AUX-ingangsniveau: ≤2 V

MW-ontvanger

Frequentiebereik: 531-1602 kHz

Bruikbare gevoeligheid (S/R=20 dB): 30 dBμ

LW-ontvanger

Frequentiebereik: 153-279 kHz

Bruikbare gevoeligheid (S/R=20 dB): 30 dBμ

CD

Systeem: Compact Disc digitaal audiosysteem

Frequentiebereik: 20 Hz-20 kHz

Signaal/ruisverhouding: >80 dB

Totale harmonische vervorming:

minder dan 0,1% (1kHz)

Kanaalscheiding: >60 dB

Algemeen

Voltage stroomvoorziening:

14,4 VDC (10,8 tot 15,6 V toegestaan), negatieve aarding

Uitgangsvoltage voorversterker:

4,0 V (CD-weergave: 1 kHz, 0 dB, 10 kΩ belasting)

Zekering: 15 A

Afmetingen hoofdtoestel (b x h x d):

188 × 58 × 190 mm

Gewicht hoofdtoestel: 1,44 kg

Afmetingen afstandsbediening (b x h x d):

43 × 11 × 113 mm

Gewicht afstandsbediening:

36 g (inclusief batterij)

178 mm

50 mm

MP3/WMA-stand

MP3-bemonsteringsfrequentie: 8 kHz t/m 48 kHz

MP3-bitsnelheid: 8 kbps t/m 320 kbps / VBR

WMA-bitsnelheid: 8 kbps - 320 kbps

Logisch formaat: ISO9660 niveau 1, 2

Joliet of Romeo bestandssysteem

170 mm

188 mm

46 mm

58 mm

USB

Specificatie: USB 1.0/2.0

Geschikte audioformaten:

MP3 (.mp3): MPEG 1/2/Audio Layer-3

WMA (.wma): Ver 7/8/9.1/9.2

Opmerkingen:

• De specificaties voldoen aan de JEITA

Standaarden.

• Technische gegevens en ontwerp kunnen met het oog op verdere ontwikkeling en verbetering zonder voorafgaande kennisgeving gewijzigd worden.

Bluetooth

Specificatie: Bluetooth Ver. 2.0

Profiel: HSP (Headsetprofiel)

OPP (Object Push Profiel)

A2DP (Advanced Audio Distribution Profiel)

AVRCP (AV Remote Control Profiel)

Gevoeligheid verzenden/ontvangen: Klasse 2

Audioversterker

Maximum eindvermogen:

200 W (50 W × 4)

Luidsprekerimpedantie: 4 Ω (4 t/m 8 Ω toelaatbaar)

23

24

9. INSTALLATIE- / BEDRADINGSGIDS

INHOUDSOPGAVE

1) Voor u begint .......................................................................... 24

2) Inhoud van de verpakking ...................................................... 24

3) Algemene waarschuwingen ................................................... 24

4) Waarschuwingen bij de installatie .......................................... 25

5) Installeren van het hoofdtoestel ............................................. 25

6) Verwijderen van het hoofdtoestel ........................................... 27

7) Bedrading en aansluitingen ................................................... 28

8) Aansluiten van de accessoires .............................................. 29

1) Voor u begint

1. Dit systeem is uitsluitend bedoeld voor gebruik in auto’s met een negatief geaarde, 12 V stroomvoorziening.

2. Lees deze instructies zorgvuldig door.

3. U moet de accuaansluiting loskoppelen voor u begint. Dit om kortsluiting tijdens de installatie te voorkomen. (Afbeelding 1)

2) Inhoud van de verpakking

Hoofdtoestel ........................................ 1

Voorpaneel .......................................... 1

Afwerkingsrand .................................... 1

Bevestigingsbeugel.............................. 1

Schroef M4×42 mm ............................. 1

Schroeven M5×6 mm ........................... 4

L-vormige sleutel.................................. 2

Rubber dop .......................................... 1

Auto-accu

Afbeelding 1

Draadaansluiting .................................. 1

Afstandsbediening (met batterij) .......... 1

DCP-doosje ......................................... 1

Microfoon ............................................. 1

Gebruikershandleiding ......................... 1

Garantiekaart ....................................... 1

3) Algemene waarschuwingen

1. Maak de behuizing niet open. Er bevinden zich geen onderdelen binnenin die door de gebruiker gerepareerd kunnen worden. Als u tijdens de installatie iets in het toestel laat vallen, moet u uw dealer of een erkend Clarion service-centrum raadplegen.

2. Gebruik een zachte, droge doek om de behuizing schoon te maken. Gebruik geen ruwe doek, verfverdunner, benzine of alcohol.

Voor hardnekkig vuil kunt u een beetje koud of warm water op een zachte doek doen om het vuil er voorzichtig af te vegen.

4) Waarschuwingen bij de installatie

1. Bereid voor u begint alle benodigdheden voor de installatie van het hoofdtoestel voor.

2. Installeer het toestel binnen een hoek van 30° ten opzichte van horizontaal.

(Afbeelding 2)

3. Als u werk moet doen aan het chassis of de carrosserie van de auto, bijvoorbeeld als u gaten wilt boren, moet u van tevoren uw autodealer raadplegen.

4. Gebruik de meegeleverde schroeven voor de installatie. Gebruik van andere schroeven kan leiden tot schade.

(Afbeelding 3)

Chassis Chassis

Schade

Max 30

°

Afbeelding 2

Max. 6 mm (M5 schroef)

Afbeelding 3

5) Installeren van het hoofdtoestel

1. Plaats de bevestigingsbeugel in het instrumentenpaneel en gebruik een schroevendraaier om de stoppers van de universele bevestigingsbeugel naar binnen te buigen.

2. Voer de bedrading uit zoals onder nummer 7.

3. Steek het hoofdtoestel in de bevestigingsbeugel tot het vastklikt.

4. Stel alle montagelippen van de bevestigingsbeugel zorgvuldig in en controleer of ze goed vast zitten.

Opmerkingen:

1. Sommige modellen auto hebben speciale montagekits nodig voor een correcte installatie.

Raadpleeg uw Clarion dealer voor details.

2. Maak de voorste stopper goed vast om te voorkomen dat het hoofdtoestel los kan komen.

• Afmetingen opening console

182 mm

Gat

25

26

Opmerkingen bij de installatie

1. Controleer voor de installatie of alle verbindingen correct gemaakt zijn en of het toestel correct functioneert. Onjuiste aansluitingen kunnen leiden tot schade aan het toestel.

2. Gebruik uitsluitend accessoires die zijn ontworpen en gefabriceerd voor dit toestel. Gebruik van niet-goedgekeurde accessoires accessoires kan leiden tot schade aan het toestel.

3. Maak voor de installatie alle stroomkabels vast.

4. Installeer het toestel NIET op een plek waar het blootgesteld kan worden aan directe warmte om schade aan elektronische onderdelen, zoals de laserkop, te voorkomen.

5. Installeer het toestel zoveel mogelijk horizontaal. Installatie van toestel onder een hoek van meer dan 30 graden kan leiden tot slechtere prestaties.

Dashboard

6. Om elektrische vonken te voorkomen, moet u eerst de positieve pool aansluiten en daarna pas de negatieve.

7. Zorg ervoor dat de koelventilator NIET wordt geblokkeerd zodat het toestel zijn overtollige warmte kwijt kan, want anders kan het toestel beschadigd raken.

Installatie van het toestel

Methode A

1. Steek de bevestigingsbeugel in het dashboard, bepaal de juiste montagelip aan de hand van de tussenruimte en buig de montagelip naar buiten met een schroevendraaier om de bevestigingsbeugel vast te zetten.

2. Schroef een M4×42 schroef in het gat aan de achterkant van het toestel en doe een rubber dop over de schroef. (Zie de afbeelding hieronder)

3. Schuif het toestel in de beugel tot u een klik hoort.

Schroevendraaier

Rubber dop

Schroef M4×42

Bevestigingsbeugel

Methode B

M5×6

6) Verwijderen van het hoofdtoestel

Verwijderen van de afwerkingsrand

1. Duw de afwerkingsrand naar boven en trek de bovenkant voorzichtig los.

2. Duw de afwerkingsrand naar beneden en trek de onderkant voorzichtig los.

Bevestigingsframe

Dashboard

1. Steek dit toestel netjes in de opening in het dashboard.

2. Plaats M5×6 cilindrische schroeven door de gaten van het bevestigingsframe binnen in de opening in de gaten van het toestel en zet de schroeven links en rechts vast.

Verwijderen van het toestel

1. Schakel de stroom uit.

2. Verwijder het paneel.

3. Verwijder de afwerkingsrand.

4. Steek de verwijderingssleutels recht naar achteren tot ze vergrendelen en trek het toestel vervolgens naar buiten.

Installatie van de afwerkingsrand

Bevestig de afwerkingsrand rond het voorpaneel.

5. Maak alle bedrading los.

27

28

7) Bedrading en aansluitingen

Paars

Subwooferuitgang 1

Achter audiouitgangsaansluiting

Voor audiouitgangsaansluiting

Links

Rechts

Wit

Rood

Zwart

Wit

Links

Rechts

Rood

Grijs

Paars

Subwooferuitgang 2

Zwart

Zwart

Zwart

Stuurbedieningsaansluiting

Zwart

Microfoon

4-kanaals versterker

Zwart

USB-aansluiting

(Zwart)

Zekering 15A

ANTENNE

C

5

7

1

3

B

6

8

2

4

5

7

1

3

A

6

8

2

4

6

4

2

16

14

12

10

Rechts achter -

Rechts voor -

Links voor +

Links achter +

AMP afstandsbediening

ACC +

Aarde

A

5

7

1

3

6

8

2

4

C

3

1

7

5

15

13

11

9

Rechts achter +

Rechts voor +

Links voor -

Links achter -

Verlichting

Accu +

B

5

7

1

3

6

8

2

4

Locatie

7

8

5

6

3

4

1

2

Aansluiting A

Accu 12 V (+) / Geel

Afstandsbediening aan / Blauw met witte streep

Verlichting / Oranje met witte streep

ACC + / Rood

Aarde / Zwart

Functie

Aansluiting B

Rechts achter (+) / Paars

Rechts achter (-) / Paars met zwarte streep

Rechts voor (+) / Grijs

Rechts voor (-) / Grijs met zwarte streep

Links voor (+) / Wit

Links voor (-) / Wit met zwarte streep

Links achter (+) / Groen

Links achter (-) / Groen met zwarte streep

Geel

Geel

Rood Rood

Voor VW en Audi: Verander de bedrading zoals hierboven staat aangegeven.

8) Aansluiten van de accessoires

• Aansluiten op een externe versterker

Externe versterkers kunnen worden aangesloten op de 4-kanaals RCA (tulpstekker) uitgangsaansluitingen. Zorg ervoor dat de aansluitingen geen contact maken met aarde, of kortsluiting maken om schade aan het toestel te voorkomen.

29

English:

Declaration of conformity

We Clarion declare that this model CZ500E is following the provisions of Directive 1999/5/EC with the essential requirements and the other relevant regulations.

Français:

Déclaration de conformité

Nous, Clarion, déclarons que ce modèle

CZ500E est conforme aux exigences essentielles et aux autres dispositions pertinentes de la directive 1999/5/CE.

Deutsch:

Konformitätserklärung

Wir, Clarion, erklären, dass dieses Modell

CZ500E den Bestimmungen der Richtlinie

1999/5/EG im Hinblick auf die grundlegenden

Anforderungen und andere relevante

Bestimmungen entspricht.

Italiano:

Dichiarazione di conformità

Clarion dichiara che il presente modello CZ500E

è conforme ai requisiti essenziali e alle altre disposizioni pertinenti stabilite dalla direttiva

1999/5/CE.

Nederlands:

Conformiteitsverklaring

Clarion verklaart dat het model CZ500E in overeenstemming is met de essentiële eisen en andere relevante voorschriften van de bepalingen van Richtlijn 1999/5/EC.

Español:

Declaración de conformidad

Clarion declara que este modelo CZ500E cumple con los requisitos esenciales y otras disposiciones aplicables descritos en la

Directiva 1999/5/CE.

Svenska:

Intyg om överensstämmelse

Härmed intygar Clarion att denna modell

CZ500E uppfyller kraven i direktiv 1999/5/EG gällande väsentliga egenskaper och övriga relevanta bestämmelser.

Polski:

Deklaracja zgodności

Firma Clarion niniejszym oświadcza, że model

CZ500E jest zgodny z istotnymi wymogami oraz innymi odpowiednimi postanowieniami

Dyrektywy 1999/5/WE

Ελληνικά:

Δήλωση συμμόρφωσης

Εμείς στην Clarion δηλώνουμε ότι αυτό το

μοντέλο CZ500E τηρεί τις διατάξεις της Οδηγίας

1999/5/ΕΚ σχετικά με τις ουσιώδεις απαιτήσεις

και τους άλλους σχετικούς κανονισμούς.

Italy:

Dichiarazione di conformità

I o m a n d a t a ir o n e ll ’ U E : C l a ir o n E u r o p e S .

A .

S

Z.I. du Pré à Varois, Route de Pompey, 54670

.

Custines, Francia Dichiaro che il prodotto CZ100

è conforme al DM 28-08-1995 ottemperando alle prescrizioni dei DM 25-06-1985 e DM 27-08-

1987.

Clarion Europe S.A.S.

Z.I. du Pré à Varois, Route de Pompey, 54670 Custines, FRANCE

Clarion Co., Ltd.

All Rights Reserved. Copyright © 2010: Clarion Co., Ltd.

Printed in China / Imprimé en Chine / Gedruckt in China

Stampato in Cina / Gedrukt in China / Impreso en China

Tryckt i Kina / Wydrukowano w Chinach / Εκtυpώθηκe stην Κίνa

PN:127075012444

Was this manual useful for you? yes no
Thank you for your participation!

* Your assessment is very important for improving the work of artificial intelligence, which forms the content of this project