Geavanceerde Ubee handleiding

Geavanceerde
gebruikershandleiding
internet
Welkom bij Internet van
Ziggo
Van harte welkom bij Internet van Ziggo. Met deze geavanceerde
handleiding kunt u de instellingen wijzigen van uw Wi-Fi modem.
Let op
Het aanpassen van de geavanceerde instellingen is op eigen
risico. Ziggo heeft uw Wi-Fi modem standaard zo ingesteld dat het
Wi-Fi modem goed werkt bij normaal gebruik. Mocht het Wi-Fi
modem niet goed werken nadat u de geavanceerde instellingen
gewijzigd heeft, dan adviseren wij u de standaardinstellingen te
herstellen. Dit kan via de basisinstellingen of via een hard reset (zie
de Gebruikershandleiding Internet). De reguliere Ziggo helpdesk
kan u niet adviseren over de geavanceerde instellingen. Mocht u
hier toch advies over willen, neem dan contact op met onze
aanvullende dienst Service+ (0900-1876, € 0,65 per minuut).
Veel plezier met Internet van Ziggo!
Opmerkingen over de installatie en het gebruik van Internet van
Ziggo
Internet van Ziggo is bedoeld voor persoonlijk gebruik. Het gebruik en
de installatie van Internet van Ziggo zijn gebonden aan de Algemene
Basisvoorwaarden Ziggo en de Aanvullende Voorwaarden Ziggo
Internet. De meest recente versies kunt u vinden op:
www.ziggo.nl/voorwaarden.
Geavanceerde gebruikershandleiding Internet
1
Inhoudsopgave
Welkom bij Internet van Ziggo . . . . . . . . . . . . . . . . . . 1
Inhoudsopgave . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2
2
1
1.1
1.2
Internet van Ziggo . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4
Symbolen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4
Ziggo Internet . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4
2
2.1
Inloggen op de gebruikersomgeving . . . . . . . . . . . . . 5
Geavanceerde instellingen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5
3
3.1
3.2
3.3
3.4
3.5
Basic . . . . . . .
Docsis . . . . . . .
Firmware . . . . .
Status . . . . . . .
Security . . . . . .
Factory defaults
4
4.1
4.2
4.3
4.4
4.5
4.6
4.7
4.8
4.9
4.10
4.11
4.12
4.13
4.14
Gateway . . . .
Setup . . . . . .
DHCP . . . . . .
DDNS . . . . . .
Backup . . . . .
Time . . . . . . .
Options . . . . .
Static Lease . .
IP Filtering . . .
MAC Filtering .
Port Filtering . .
Forwarding . . .
Port Triggering
DMZ Host . . .
RIP setup . . . .
............................
............................
............................
............................
............................
............................
............................
............................
............................
............................
............................
............................
............................
............................
............................
............................
............................
............................
............................
............................
............................
6
6
6
7
8
9
10
10
12
14
16
17
18
20
21
22
23
24
25
27
28
Geavanceerde gebruikershandleiding Internet
Inhoudsopgave
5
5.1
5.2
5.3
Firewall . . . . . . . .
Web Content Filter.
Local Log . . . . . . .
Remote Log . . . . .
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .30
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .30
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .32
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .33
6
6.1
6.2
6.3
6.4
Parental Control
User Setup . . . . .
Basic Settings. . .
ToD filter . . . . . .
Local Log . . . . . .
7
7.1
7.2
7.3
7.4
7.5
7.6
Wireless . . . . . . . . . . .
Radio . . . . . . . . . . . . .
Primary Network . . . . . .
Advanced . . . . . . . . . .
Access Control . . . . . . .
Wi-Fi Multimedia (WMM) .
Bridging . . . . . . . . . . . .
8
8.1
8.2
8.3
VPN . . . .
Basic . . .
IPsec . . .
Event Log
9
Overzicht van LED lampjes . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .70
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .35
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .36
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .39
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .41
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .42
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .43
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .43
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .48
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .53
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .56
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .57
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .60
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .61
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .62
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .63
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .69
Geavanceerde gebruikershandleiding Internet
3
1
Internet van Ziggo
Deze handleiding leidt u stap voor stap door de geavanceerde
instellingen van Internet van Ziggo. Wij adviseren u om deze
handleiding op uw computer op te slaan in verband met het eventueel
wegvallen van de internetverbinding.
Heeft u hulp nodig? Stel uw vraag aan onze Online Assistent op
www.ziggo.nl/klantenservice of bekijk het portal op
www.ziggo.nl/WiFimodem.
De afbeeldingen in deze handleiding kunnen afwijken van de
werkelijkheid.
1.1 Symbolen
In deze handleiding komt u de volgende symbolen tegen:
Let op
... geeft u extra uitleg over mogelijkheden of situaties.
Tip
... geeft u handige informatie over de toepassing van een functie.
1.2 Ziggo Internet
U heeft gekozen voor internetten via de kabel. Een goede keuze! Met
internet van Ziggo bent u onbeperkt online. U krijgt gratis een
spamfilter voor uw e-mail programma en anti-virus ter bescherming
van uw computer.
4
Geavanceerde gebruikershandleiding Internet
2
Inloggen op de
gebruikersomgeving
In de gebruikersomgeving kunt u geavanceerde instellingen van uw
Wi-Fi modem wijzigen. Om op de gebruikersomgeving in te loggen
volgt u de volgende stappen:
1. Open een internet browser op uw PC.
2. Typ het adres http://192.168.178.1 in de adresbalk en druk
op Enter. Het login venster waarin wordt gevraagd om een
gebruikersnaam en wachtwoord verschijnt.
3. Voer uw gebruikersnaam en wachtwoord in en klik op
Inloggen. Standaard is de gebruikersnaam ziggo en het
wachtwoord draadloos.
2.1 Geavanceerde instellingen
Na het inloggen verschijnt de startpagina van de gebruikersomgeving.
Op deze startpagina staat basisinformatie van uw Wi-Fi modem
weergegeven. De uitleg over de basisinformatie vindt u in de
Gebruikershandleiding Internet.
Via de knop Geavanceerde instellingen kunt u geavanceerde
instellingen wijzigen.
Geavanceerde gebruikershandleiding Internet
5
3
Basic
In dit hoofdstuk worden de basisinstellingen van de geavanceerde
instellingen beschreven. De instellingen kunt u onder het menu Basic
wijzigen.
3.1 Docsis
Deze pagina is alleen van belang voor Ziggo en wordt niet
toegelicht in deze handleiding.
3.2 Firmware
Op deze pagina kunt u de standaard Ziggo instellingen van het
Wi-Fi modem bekijken.
Hardware
Version
6
Uitlezing van het versienummer van de hardware.
Geavanceerde gebruikershandleiding Internet
3
Basic
Software
Version
Uitlezing van het versienummer van de software.
Cable Modem
Serial Number
Uitlezing van het serienummer van het Wi-Fi
modem.
CM certificate
Uitlezing of het Cable Modem (CM) certificaat
geïnstalleerd is.
3.3 Status
Op deze pagina kunt u de status van het Wi-Fi modem bekijken.
System Up
Time
Uitlezing van de uptime van het Wi-Fi modem
sinds de laatste reset of inschakeling.
Network
Access
Uitlezing van de status van de netwerktoegang.
Cable Modem
MAC
Uitlezing van het Media Access Control (MAC)
adres van het Wi-Fi modem.
CPE MAC
Uitlezing van het MAC adres van de ingebouwde
Media Terminal Adapter (MTA) voor telefonie van
Ziggo.
Geavanceerde gebruikershandleiding Internet
7
Basic
3
3.4 Security
Op deze pagina kunt u de inloggegevens van het Wi-Fi modem
wijzigen.
New Username Veld voor het instellen van de nieuwe
gebruikersnaam.
New Password
Veld voor het instellen van het nieuwe
wachtwoord.
Re-Enter New
Password
Veld om het nieuwe wachtwoord te herhalen.
Current
Password
Veld om het huidige wachtwoord in te geven.
Apply
Knop om de ingestelde waarden door te voeren.
Tip
Noteer uw nieuwe wachtwoord op het Wi-Fi modem of in de
handleiding wanneer u deze gewijzigd heeft.
8
Geavanceerde gebruikershandleiding Internet
3
Basic
3.5 Factory defaults
Op deze pagina kunt u de standaard Ziggo instellingen herstellen.
Restore Factory Instelling om de standaard Ziggo instellingen te
Defaults
herstellen.
Apply
Knop om de ingestelde waarde door te voeren.
Geavanceerde gebruikershandleiding Internet
9
4
Gateway
In dit hoofdstuk worden de gateway instellingen beschreven. De
instellingen kunt u onder het menu Gateway wijzigen.
4.1 Setup
Op deze pagina kunt u verschillende instellingen van de LAN en WAN
wijzigen.
10
Geavanceerde gebruikershandleiding Internet
4
Gateway
LAN (Local area network)
IP address
Veld voor het instellen van het LAN IP adres van
het Wi-Fi modem. Dit is tevens het default
gateway address en het IP adres om in te loggen
op de gebruikersomgeving. Het standaard IP
adres is 192.168.178.1.
Let op
Als u andere routers aansluit op het Wi-Fi
modem dan mag het default gateway address
van de andere routers niet hetzelfde zijn als dat
van het Wi-Fi modem.
MAC Address
Uitlezing van het MAC adres van het Wi-Fi
modem.
WAN (Wide Area Network)
IP Address
Uitlezing van het IP adres dat is toegekend.
MAC Address
Uitlezing van het MAC adres.
Duration
Uitlezing van de geldigheidsduur van het IP adres
dat is toegekend.
Expires
Uitlezing van de verloopdatum van het
toegekende IP adres.
Release WAN
Lease
Knop voor het vrijgeven van het WAN IP adres.
Renew WAN
Lease
Knop voor het vernieuwen van het WAN IP adres.
Wan
Instelling van de methode om een WAN IP adres
connection type te verkrijgen. Standaard gebeurt dat via Dynamic
Host Configuration Protocol (DHCP).
Let op
Ziggo ondersteunt alleen de standaard
waarde. Het veranderen van de waarde kan
problemen geven.
Geavanceerde gebruikershandleiding Internet
11
Gateway
MTU size
Veld voor het instellen van de grootte van
netwerkframes. Standaard is deze waarde 0 om
de standaard Maximum Transmission Unit (MTU)
grootte te kiezen.
Spoofed MAC
address
Veld voor het instellen van het MAC adres van de
router aan de WAN zijde.
4
Let op
Ziggo ondersteunt alleen de standaard
waarde. Het veranderen van de waarde kan
problemen geven.
Apply
Knop om de ingestelde waarden door te voeren.
4.2 DHCP
Op deze pagina kunt u de DHCP Server instellingen van het
Wi-Fi modem instellen en bekijken. De DHCP Server kent IP adressen
toe aan de apparaten die verbonden zijn met het Wi-Fi modem.
12
Geavanceerde gebruikershandleiding Internet
4
Gateway
DHCP Server
Instelling om de DHCP Server in- of uit te
schakelen. Wanneer u de DHCP Server
uitschakelt worden de overige instellingen
genegeerd. Als u statische IP adressen wilt
gebruiken zet u deze functie op No.
Starting Local
Address
Veld voor het instellen van het startadres van de
DHCP pool. Standaard is de DHCP pool
192.168.178.10.
Let op
Het startadres mag niet hetzelfde zijn als het
default gateway address van het Wi-Fi
modem.
Number of
CPE’s
Veld voor het instellen van het aantal apparaten
dat aan het Wi-Fi modem gekoppeld mag worden
(maximaal 200 apparaten).
Lease Time
Veld voor het instellen van de lease tijd in minuten
(tussen 1 en 71582788). De lease tijd is de tijd dat
een (via DHCP verkregen) IP adres gebruikt kan
worden door een netwerkapparaat. Is de lease tijd
verstreken? Dan vraagt het netwerkapparaat
opnieuw een IP adres aan.
Apply
Knop om de ingestelde waarden door te voeren.
DHCP Clients
In de DHCP Clients lijst staan de apparaten die met het Wi-Fi modem
verbonden zijn. Per apparaat staan de volgende gegevens
weergegeven:
MAC Address
Uitlezing van het MAC adres van de client.
IP Address
Uitlezing van het IP adres van de client.
Subnet Mask
Uitlezing van het gebruikte Subnet masker.
Duration
Verstreken tijd sinds het IP adres is verstrekt.
Indien het om een gereserveerd IP adres gaat,
staat hier Statis IP Adress.
Expires
Uitlezing van de geldigheidsduur van de IP
adressen die zijn uitgegeven.
Geavanceerde gebruikershandleiding Internet
13
Gateway
Select
4
Instelling om het toegekende IP adres als statisch
IP adres te reserveren.
Current System Uitlezing van de actuele systeemtijd.
Time
Force Available Knop om wijzigingen in de router en bij de
aangesloten apparaten te forceren.
4.3 DDNS
Wanneer u via een andere internetaansluiting (zonder gebruik te
maken van het WAN IP adres van het Wi-Fi modem) op het Wi-Fi
modem wilt inloggen heeft u een Dynamic Domain Name Service
(DDNS) nodig. Een geregistreerde hostname kan dynamisch worden
gekoppeld aan het publieke WAN IP adres. Ondersteunende DDNS
diensten zijn te vinden op www.dyndns.org.
14
DDNS Service
Instelling van de gewenste DDNS Service.
User Name
Veld voor het instellen van de gebruikersnaam
voor de geselecteerde DDNS Service.
Password
Veld voor het instellen van het wachtwoord voor
de geselecteerde DDNS Service.
Host Name
Veld voor het instellen van de hostname voor de
geselecteerde DDNS Service.
Geavanceerde gebruikershandleiding Internet
4
Gateway
IP Address
Uitlezing van het IP adres van de DDNS server.
Status
Uitlezing van de status van de DDNS server.
Apply
Knop om de ingestelde waarden door te voeren.
Geavanceerde gebruikershandleiding Internet
15
Gateway
4
4.4 Backup
Op deze pagina kunt u een backup van de instellingen maken of
terugzetten.
Bestand kiezen Knop om het bestand te selecteren waarin de
instellingen zijn opgeslagen.
16
Restore
Knop om eerder opgeslagen instellingen terug te
plaatsen in het Wi-Fi modem.
Backup
Knop om huidige instellingen in een bestand op te
slaan.
Het bestand wordt automatisch gedownload naar
de browserapplicatie waarmee u toegang heeft
verkregen tot de gebruikersomgeving.
Geavanceerde gebruikershandleiding Internet
4
Gateway
4.5 Time
Op deze pagina kunt u de instellingen van de manier waarop de
systeemtijd wordt verkregen wijzigen.
Enable SNTP
Instelling om de Simple Network Time Protocol
(SNTP) / systeemtijd te synchroniseren met een
timeserver op het internet.
Currect Time
Uitlezing van de huidige systeemtijd.
System Start
Time
Uitlezing van de verstreken tijd vanaf het moment
dat het systeem opgestart is.
Time Server 1-3 Veld voor het instellen van het IP adres of
domeinnaam van de eerste, tweede en derde
timeserver.
Timezone
Offset
Instelling van de gewenste tijdzone.
Apply
Knop om de ingestelde waarden door te voeren.
Reset Values
Knop om de huidige instellingen naar de
standaard Ziggo terug te zetten.
Geavanceerde gebruikershandleiding Internet
17
Gateway
4
4.6 Options
Op deze pagina kunt u geavanceerde gateway instellingen wijzigen.
WAN Blocking
Instelling om connection requests vanaf de WAN
zijde te blokkeren.
Let op
Inloggen op het Wi-Fi modem vanuit een
andere internetlocatie wordt hiermee
onmogelijk.
18
ICMP Blocking
Instelling om Internet Control Message Protocol
(ICMP) berichten te blokkeren.
Ipsec
PassThrough
Instelling om Virtual Private Network (VPN)
tunnels transparant te kunnen doorgeven. De VPN
tunnels beginnen of eindigen hierbij niet in het
Wi-Fi modem, maar in een randapparaat.
Geavanceerde gebruikershandleiding Internet
4
Gateway
PPTP
PassThrough
Instelling om Point to Point Tunneling Protocol
(PPTP) tunnels transparant te kunnen doorgeven.
Hierdoor kan een apparaat aan de LAN zijde van
het Wi-Fi modem een VPN verbinding opzetten
met een apparaat aan de WAN zijde.
Multicast
Enable
Instelling om multicast pakketten tussen LAN en
WAN zijde van het Wi-Fi modem door te geven.
UPnP Enable
Instelling om de UPnP agent in het Wi-Fi modem
te activeren. Door middel van UpnP worden
netwerkapparaten automatisch met elkaar
verbonden.
Apply
Knop om de ingestelde waarden door te voeren.
PassThrough
Instelling om MAC adressen in de PassThough
MAC addresses tabel, buiten het Wi-Fi modem om (via Network
Address Translation (NAT) of DHCP), naar de WAN
zijde doorgeven. Bijvoorbeeld bij een Bridge
mode.
Let op
Deze optie moet uit staan.
Add MAC
Address
Knop om MAC adressen toe te voegen.
Remove MAC
Address
Knop om geselecteerde MAC adressen te
verwijderen.
Clear All
Knop om alle MAC adressen uit de lijst te
verwijderen.
Geavanceerde gebruikershandleiding Internet
19
Gateway
4
4.7 Static Lease
Op deze pagina kunnen statische IP adressen worden toegekend aan
apparaten in het LAN netwerk binnen een bepaald adresbereik.
20
MAC Address
Veld voor het instellen van het MAC adres van het
apparaat waaraan een statisch IP adres moet
worden toegekend.
IP Address
Veld voor het instellen van het statische IP adres.
Enabled
Instelling om het statische IP adres te activeren.
Apply
Knop om de ingestelde waarden door te voeren.
Geavanceerde gebruikershandleiding Internet
4
Gateway
4.8 IP Filtering
Op deze pagina kunnen IP filters worden gedefinieerd om dataverkeer
naar apparaten met specifieke IP adressen te blokkeren. Elk filter kan
voor een reeks van apparaten worden ingesteld. Een reeks bestaat uit
een begin en een eind IP adres.
Start Address
Veld voor het instellen van het eerste IP adres van
een reeks apparaten.
End Address
Veld voor het instellen van het laatste IP adres van
een reeks apparaten.
Enabled
Instelling om het IP filter te activeren. Hierbij wordt
het dataverkeer van, naar en tussen de opgegeven
IP adressen geblokkeerd.
Apply
Knop om de ingestelde waarden door te voeren.
Geavanceerde gebruikershandleiding Internet
21
Gateway
4
4.9 MAC Filtering
Op deze pagina kunnen MAC filters worden gedefinieerd om
dataverkeer naar apparaten in het LAN netwerk, met specifieke MAC
adressen, te blokkeren. De MAC adressen worden opgeslagen in een
Black list.
22
Add MAC
Address
Knop om MAC adressen toe te voegen.
Remove MAC
Address
Knop om geselecteerde MAC adressen te
verwijderen.
Clear All
Knop om alle MAC adressen uit de lijst te
verwijderen.
Geavanceerde gebruikershandleiding Internet
4
Gateway
4.10 Port Filtering
Op deze pagina kunnen Port filters worden gedefinieerd om specifieke
internetdiensten voor alle LAN apparaten in het netwerk te blokkeren.
Start Port
Veld voor het instellen van het eerste
poortnummer van een reeks poorten.
End Port
Veld voor het instellen van het laatste
poortnummer van een reeks poorten.
Protocol
Instelling om het Transmission Control Protocol
(TCP), User Datagram Protocol (UDP) of TCP en
UDP te blokkeren.
Enabled
Instelling om het poort filter te activeren. Hierbij
wordt het dataverkeer van, naar en tussen de
opgegeven poorten geblokkeerd.
Apply
Knop om de ingestelde waarden door te voeren.
Geavanceerde gebruikershandleiding Internet
23
Gateway
4
4.11 Forwarding
Op deze pagina kunnen connection requestes van de WAN zijde van
het Wi-Fi modem worden doorgestuurd naar een specifiek apparaat
aan de LAN zijde.
Let op
Forwarding werkt niet in combinatie met DMZ.
Tip
Bij Forwarding worden poortnummers gebruikt van een
connection request. Bijvoorbeeld: een File Transfer Protocol (FTP)
request wordt aan het poortnummer herkend en wordt doorgeleidt
naar een FTP server aan de LAN zijde.
24
Geavanceerde gebruikershandleiding Internet
4
Gateway
Tip
Kent u bij het opzetten van een Forward statische IP adressen toe
aan de apparaten waar een connection request naar wordt
doorgeleidt. Hierdoor voorkomt u dat de Foward instellingen
moeten worden aagepast, wanneer de lease tijd van een
dynamisch verkregen IP adres verloopt.
Local IP Addr
Veld voor het instellen van het IP adres van het
apparaat waarvoor de Forward wordt opgezet.
Start Port
Veld voor het instellen van het eerste
poortnummer van een reeks poorten.
End Port
Veld voor het instellen van het laatste
poortnummer van een reeks poorten.
Protocol
Instelling om het protocol TCP, UDP of TCP en
UDP te blokkeren.
Enabled
Instelling om de Forward te activeren.
Apply
Knop om de ingestelde waarden door te voeren.
Application port Uitlezing van veel gebruikte applicaties en de
map
bijbehorende poortnummers.
4.12 Port Triggering
Op deze pagina kan dynamisch een tijdelijke Forward tussen
apparaten aan de WAN zijde van het Wi-Fi modem en apparaten aan
de LAN zijde worden opgezet. Hierdoor kan bi-directioneel
dataverkeer op een correcte manier worden doorgeleid.
Let op
Port Triggering kan voor het correct funtioneren van bijvoorbeeld
videoconferenties, spraakconferenties, spellen en
chatprogramma’s nodig zijn.
Trigger Range
Trigger Range is een reeks poortnummers. Wanneer een lokaal
netwerkapparaat een WAN apparaat probeert te bereiken met een
poort in de Trigger Range, onthoudt het Wi-Fi modem het IP adres
hiervan.
Geavanceerde gebruikershandleiding Internet
25
Gateway
4
Target Range
Target Range is een reeks poortnummers. De Target Range wordt
door WAN netwerkapparaten gebruikt om data naar het LAN apparaat
terug te sturen. Het Wi-Fi modem zal binnenkomende pakketten met
deze poortnummers naar het betreffende LAN apparaat doorsturen.
26
Start Port
Veld voor het instellen van het eerste
poortnummer van een reeks poorten.
End Port
Veld voor het instellen van het laatste
poortnummer van een reeks poorten.
Protocol
Instelling om het protocol TCP, UDP of TCP en
UDP te blokkeren.
Enable
Instelling om de Trigger Range en Target Range
te activeren.
Apply
Knop om de ingestelde waarden door te voeren.
Geavanceerde gebruikershandleiding Internet
4
Gateway
4.13 DMZ Host
Op deze pagina kunnen apparaten uit de LAN zijde direct zichtbaar
worden gemaakt aan de WAN zijde. Dit kan worden toegepast
wanneer Port Triggers of Port Forwards niet gebruikt kunnen
worden of voor specifieke instellingen.
Let op
Port Forwarding en Port triggering werken niet meer als
Demilitarized Zone (DMZ) Host gebruikt wordt.
DMZ Address
Veld voor het instellen van het IP adres van het
apparaat aan de LAN zijde dat direct zichtbaar
wordt gemaakt aan de WAN zijde.
Apply
Knop om de ingestelde waarden door te voeren.
Geavanceerde gebruikershandleiding Internet
27
Gateway
4
4.14 RIP setup
Op deze pagina kunnen Routing Information Protocol (RIP)
parameters worden geconfigureerd. Deze RIP parameters zijn nodig
voor authenticatie en identificatie het bestemmings IP adres, het
masker en de interval rapportage. Het RIP zorgt automatisch voor de
snelste routing naar iedere bestemming.
Tip
Het RIP wordt gebruikt tussen routers die meer dan 1 WAN
aansluiting hebben. Omdat het Wi-Fi modem slechts 1 WAN
aansluiting heeft, is het RIP hiervoor niet zinvol.
28
RIP
Authentication
Instelling voor het aan- en uitschakelen van de RIP
Authenticatie.
RIP
Authentication
key
Veld voor het instellen van de RIP
authenticatiesleutel.
RIP
Authentication
key ID
Veld voor het instellen van het ID van de RIP
authenticatiesleutel.
Geavanceerde gebruikershandleiding Internet
4
Gateway
RIP Reporting
Interval
Veld voor het instellen van de interval rapportage
in seconden.
RIP Destination Veld voor het instellen van het bestemmings IP
IP Address
adres.
RIP Destination Veld voor het instellen van het bestemmings
Subnet Mask
Subnet masker.
Apply
Knop om de ingestelde waarden door te voeren.
Geavanceerde gebruikershandleiding Internet
29
5
Firewall
In dit hoofdstuk worden de firewall instellingen beschreven. De
instellingen kunt u onder het menu Firewall wijzigen.
Let op
Zorgt u ervoor dat de firewall altijd ingeschakeld is. De firewall
beschermt u tegen Denial- of Service-aanvallen. Zie ook het
hoofdstuk Geavanceerde instellingen - Parental Control om
internettoegang tot bepaalde websites te blokkeren.
5.1 Web Content Filter
Op deze pagina kunnen Web Content Filters worden geactiveerd
voor het blokkeren van verschillende functies.
30
Geavanceerde gebruikershandleiding Internet
5
Firewall
Filter Proxy
Instelling voor het blokkeren van Proxy
instellingen.
Filter Cookies
Instelling voor het blokkeren van webgeoriënteerde cookies.
Filter Java
Applets
Instelling voor het blokkeren van Java Applets.
Filter Active X
Instelling voor het blokkeren van ActiveX.
Filter Popup
Windows
Instelling voor het blokkeren van pop-up vensters.
Block
Fragmented IP
Packets
Instelling voor het blokkeren van gefragmenteerde
IP pakketten.
Port Scan
Detection
Instelling voor het blokkeren van een poortscan.
Een poortscan wordt aan de LAN en WAN zijde
gedetecteerd en geblokkeerd.
IP Flood
Detection
Instelling voor het blokkeren van een IP Floods
pakketten. Een IP Flood wordt aan de LAN en
WAN zijde gedetecteerd en geblokkeerd.
Firewall
Protection
Instelling om de firewall in te schakelen of uit te
schakelen.
Apply
Knop om de ingestelde waarden door te voeren.
Geavanceerde gebruikershandleiding Internet
31
Firewall
5
5.2 Local Log
Op deze pagina kan een logboek van de firewall worden ingesteld.
Het logboek kan naar een opgegeven e-mailadres verzonden worden.
32
Contact Email
Address
Veld voor het instellen van het e-mailadres
waarnaar het logboek verzonden moet worden.
SMTP Server
Name
Veld voor het instellen van de Simple Mail Transfer
Protocol (SMTP) server naam.
SMTP
Username
Veld voor het instellen van de SMTP
gebruikersnaam.
SMTP
Password
Veld voor het instellen van het SMTP wachtwoord.
E-mail Alerts
Instelling om het logboek naar het opgegeven
e-mailadres te verzenden.
Apply
Knop om de ingestelde waarden door te voeren.
Geavanceerde gebruikershandleiding Internet
5
Firewall
Log
In de tabel staan de events die reeds ingesteld zijn. Per event staan de
volgende gegevens weergegeven:
Description
Uitlezing van de omschrijving van het event.
Count
Uitlezing van het aantal events.
Last Occurence Uitlezing van de laatste datum van het event.
Target
Uitlezing van de bestemming van het event.
Source
Uitlezing van de bron van het event.
E-mail Log
Knop om de instellingen toe te voegen.
Clear Log
Knop om alle events uit de lijst te verwijderen.
5.3 Remote Log
Op deze pagina kunnen events worden gekozen die naar een lokale
syslog server worden gestuurd.
g
Permitted
Connections
Instelling om een event te registreren voor elke
toegestaneverbinding.
Blocked
Connections
Instelling om een event te registreren voor elk door
de firewall geweigerde toeganspoging.
Known Internet Instelling om een event te registreren voor elk
Attacks
bekende aanval vanaf het internet.
Geavanceerde gebruikershandleiding Internet
33
Firewall
34
Product
Configuration
Events
Instelling om een event te registreren voor elke
keer dat de Wi-Fi modem configuratie gewijzigd is
door een gebruiker of beheerder.
SysLog server
Veld voor het instellen van het IP adres van de
SysLog server.
Apply
Knop om de ingestelde waarden door te voeren.
5
Geavanceerde gebruikershandleiding Internet
6
Parental Control
Dit hoofdstuk beschrijft de instellingen om bepaalde websites op het
internet toegankelijk te maken (White List) of te blokkeren (Black List)
voor specifieke gebruikers. De instellingen kunt u onder het menu
Parental Control wijzigen.
Tip
De toegang van websites op het internet kan worden beperkt door
een wachtwoord beveiliging, tijdsloten, website blokkades en
blokkades op basis van sleutelwoorden.
Geavanceerde gebruikershandleiding Internet
35
Parental Control
6
6.1 User Setup
Op deze pagina kunnen gebruikersaccounts aangemaakt worden
voor gebruikers aan de LAN zijde van het Wi-Fi modem.
User Configuration
Add User
Knop om een nieuwe gebruiker aan te maken.
User Settings
User Settings
Instelling van een gewenste gebruiker.
Instelling om een gebruiker te activeren.
Knop om een gebruiker te verwijderen.
36
Geavanceerde gebruikershandleiding Internet
6
Parental Control
Password
Veld voor het instellen van het wachtwoord voor
de gebruiker.
Re-Enter
Password
Veld voor het herhalen van het wachtwoord voor
de gebruiker.
Trusted User
Instelling om de gebruiker Trusted User te
maken.
Tip
Trusted User is handig bij tijdelijke situaties.
De gedefinieerde filters worden hierbij
overschreven en hoeven niet opnieuw
aangemaakt te worden.
Content Rule
Instelling van een gewenste content rule.
Tip
Wanneer de content rule White List en Black
List toegangsdefinities bevat, zorgt een vinkje
in de checkbox ervoor dat uitsluitend de
vermelde websites in de White List websites
toegestaan zijn.
Time Access
Rule
Instelling van een tijdslot.
Session
Duration
Veld voor het instellen van de maximale duur
(minuten) van een gebruikerssessie. Bij het
overschrijden van de maximale duur van de
gebruikerssessie wordt de gebruiker uitgelogd. De
gebruiker zal vervolgens opnieuw moeten
inloggen.
Inactivity Time
Veld voor het instellen van de duur (minuten) van
een gebruikerssessie waarbij de gebruiker inactief
is. Bij het bereiken van de duur van een
gebruikerssessie waarbij de gebruiker inactief is,
wordt de gebruiker uitgelogd. De gebruiker zal
vervolgens opnieuw moeten inloggen.
Apply
Knop om de ingestelde waarden door te voeren.
Geavanceerde gebruikershandleiding Internet
37
Parental Control
6
Trusted Computers
38
Add
Knop om het MAC adres van een Trusted
Computer toe te voegen.
Remove
Knop om een geselecteerd Trused Computer te
verwijderen.
Geavanceerde gebruikershandleiding Internet
6
Parental Control
6.2 Basic Settings
Op deze pagina kunnen toegangsregels worden gedefinieerd.
Tip
Om er zeker van te zijn dat de laatste informatie getoond wordt,
kunt u uw browser herladen.
Enable Parental Instelling om Parental Control in te schakelen.
Control
Apply
Knop om de ingestelde waarden door te voeren.
Geavanceerde gebruikershandleiding Internet
39
Parental Control
6
Content Policy Configuration
In de content policy configuratievelden kan een nieuwe regel worden
gedefinieerd.
Add New
Polocy
Knop om een nieuwe toegangsregel aan te
maken.
Content Policy List
Content Policy
List
Instelling van een gewenste toegangsregel.
Knop om een toegangsregel te verwijderen.
Keyword List
Uitlezing van de sleutelwoorden die geblokkeerd
zijn.
Add Keyword
Knop om een sleutelwoord toe te voegen.
Remove
Keyword
Knop om een sleutelwoord te verwijderen.
Blockd Domain Uitlezing van de domeinnamen die geblokkeerd
List
zijn.
Add Domain
Knop om een domeinnaam toe te voegen.
Remove
Domain
Knop om een domeinnaam te verwijderen.
Allowed
Domain List
Uitlezing van de domeinnamen die toegestaan
zijn.
Add Domain
Knop om een domeinnaam toe te voegen.
Remove
Domain
Knop om een domeinnaam te verwijderen.
Override Password
Met Override Password kan de toegang tot een geblokkeerde
website worden geforceerd voor een ingestelde tijdsduur (seconden).
40
Password
Veld voor het instellen van het wachtwoord voor
een geblokkeerde website.
Re-Enter
Password
Veld voor het herhalen van het wachtwoord voor
een geblokkeerde website.
Geavanceerde gebruikershandleiding Internet
6
Parental Control
Access
Duration
Veld voor het instellen van de tijdsduur (seconden)
hoelang een geblokkeerde website geforceerd
wordt.
Apply
Knop om de ingestelde waarden door te voeren.
6.3 ToD filter
Op deze pagina kunnen Time of Day (ToD) filters ingesteld worden.
Een ToD filter blokkeert de toegang tot internet tijdens een bepaalde
tijdsinterval op bepaalde dagen.
Add New Policy Knop om een nieuwe tijdsintervan aan te maken.
Time Access Policy List
Time Access
Policy List
Instelling van een gewenst tijdslot.
Instelling om een tijdslot te activeren.
Knop om een tijdslot te verwijderen.
Geavanceerde gebruikershandleiding Internet
41
Parental Control
Days to Block
Instelling van de dagen waarop het tijdslot actief
is.
Time to Block
Instelling van de tijdsduur waarin de toegang tot
internet geblokkeerd is.
Apply
Knop om de ingestelde waarden door te voeren.
6
6.4 Local Log
Op deze pagina kan het logboek van de Parental Control events
worden bekeken.
42
Last
Occurrence
Uitlezing van het laatste event.
Action
Uitlezing welke actie de Parental Control heeft
uitgevoerd, inclusief afwijzen en toekennen van
toegangsverzoeken.
Target
Uitlezing van het IP adres van de website die tot
deze event heeft geleid.
User
Uitlezing van de gebruiker die dit event heeft
veroorzaakt.
Source
Uitlezing van het Personal Identity Portal (PIP)
adres van de gebruiker die dit event heeft
veroorzaakt.
Clear Log
Knop om het logboek leeg te maken.
Geavanceerde gebruikershandleiding Internet
7
Wireless
In dit hoofdstuk worden de draadloze instellingen beschreven. De
instellingen kunt u onder het menu Wireless wijzigen.
7.1 Radio
Op deze pagina kunnen de instellingen voor de draadloze radio
worden gewijzigd, zoals de landkeuze, het kanaal en de bandbreedte.
Geavanceerde gebruikershandleiding Internet
43
Wireless
Wireless
Interfaces
Uitlezing van de naam van het draadloze netwerk
(Service Set Identifier (SSID)) en de naam van het
MAC adres.
Wireless
Instelling van de huidige status van het draadloze
netwerk.
7
Tip
Wanneer er andere routers in het netwerk voor
draadloos internet worden gebruikt, kunt u
Wireless uitschakelen voor betere prestaties.
Country
Instelling van het land waarin de radio wordt
gebruikt. Het Wi-Fi modem staat standaard op
Nederland.
Output Power
Instelling van de signaalsterkte.
Tip
De signaalsterkte kan in stappen van 25%
worden ingesteld. Wanneer er meer dan 1
draadloze router wordt gebruikt, kunt u de
Output Power laag instellen. Hierdoor wordt
de interferentie tussen de draadloze routers
minder, zodat de prestaties beter worden.
802.11 Band
Instelling van de frequentieband.
Tip
De freqentieband kan op 2.5GHz of 5HGHz
worden ingesteld. Het bereik van de 5GHz
frequentieband is kleiner dan de 2.4GHz
frequentieband en wordt door minder
netwerkapparaten ondersteund.
802.11n Mode
Instelling van de datasnelheid.
Tip
Wanneer de 802.11n Mode op Auto wordt
ingesteld, zal de radio deze mode gebruiken
(indien mogelijk). Om de maximale snelheid te
bereiken is een kanaalbreedte van 40MHz
nodig.
44
Geavanceerde gebruikershandleiding Internet
7
Wireless
Bandwith
Instelling van de bandbreedte van het draadloze
transmissiekanaal.
Let op
Past u de 40MHz kanaalbreedte alleen toe
indien er geen overlap is met andere draadloze
netwerken in de buurt. In dit geval zal de
40MHz een betere prestatie leveren dan de
20MHz.
Tip
Wanneer u hier voor 20MHz kiest kan
Sideband niet worden gekozen. Om de
maximale draadloze snelheid van het Wi-Fi
modem te halen kiest u hier voor 40MHz.
Sideband for
Control
Channel (40
MHz only)
Instelling van de Sideband wanneer u bij
Bandwith voor 40MHz gekozen heeft.
Tip
De twee 20MHz (Control Channel en
Extension Channel) kanalen worden
samengevoegd. Het Extension Channel
nummer wordt bepaald door de Control
Channel +4 (lager) of -4 (hoger).
Control
Channel
Instelling of de kanalselectie automatisch
plaatsvindt.
Tip
U kunt in Nederland het Control Channel
nummer kiezen tussen 1 en 13.
Regulatory
Mode
Instelling van de speciale modus.
Tip
Inschakelen heeft negatieve gevolgen voor de
prestaties. In Nederland is deze modus niet
van toepassing.
Geavanceerde gebruikershandleiding Internet
45
Wireless
Pre-Network
Radar Check
7
Veld voor het instellen van de tijdsduur (seconden)
dat naar radarsignalen gezocht wordt, voordat het
gewenste kanaal geactiveerd wordt.
Let op
Deze functie is alleen van toepassing indien
802.11h is geselecteerd bij de functie
Regulatory Mode.
Standaard staat deze functie op 60 seconden
(maximaal 99 seconden). Wanneer u 0 insteld,
wordt er niet naar radarsignalen gezocht.
In-Network
Radar Check
Veld voor het instellen van de tijdsduur (seconden)
om radarsignalen te detecteren, nadat een kanaal
gekozen is.
Let op
Deze functie is alleen van toepasing indien
802.11h is geselecteerd bij de functie
Regulatory Mode.
Standaard staat deze functie op 60 seconden
(minimaal 10 seconden en maximaal 99
seconden).
TPC Mitigation
(db)
Instelling van de signaalreductiefactor als andere
netwerken binnen bereik zijn.
Let op
Deze functie is alleen van toepasing indien
802.11h is geselecteerd bij de functie
Regulatory Mode.
46
Geavanceerde gebruikershandleiding Internet
7
Wireless
OBSS
Coexistence
Instelling om ondersteuning voor overlappende
netwerkkanalen in te schakelen. Bijvoorbeeld als
20MHz apparaten zijn verbonden met het Wi-Fi
modem en de radio in 40MHz mode staat
ingesteld.
Let op
Past u de OBSS Coexistence 1 (On) alleen
toe indien er overlap is met andere draadloze
netwerken in de buurt.
Tip
Deze functie heeft een positief effect op
interferentie met 20MHz netwerkverkeer. Om
de maximale draadloze snelheid van het Wi-Fi
modem te halen kiest u hier voor 0 (Off).
Apply
Knop om de ingestelde waarden door te voeren.
Restore
Wireless
Defaults
Knop om de standaard instellingen te herstellen.
Geavanceerde gebruikershandleiding Internet
47
Wireless
7
7.2 Primary Network
Op deze pagina kunnen verschillende draadloze
beveiligingsinstellingen worden gemaakt.
48
Geavanceerde gebruikershandleiding Internet
7
Wireless
Primary
Network
Instelling om het eerste draadloze netwerk in of uit
te schakelen.
Network Name
Veld voor het instellen van de naam van het
draadloze netwerk (SSID).
Standaard is de naam Ziggo12345 waarbij 12345
willekeurig gekozen cijfers zijn. De SSID staat op
de sticker onderop het Wi-Fi modem.
Closed Network Instelling of SSID zichtbaar is voor andere
netwerkapparaten.
Let op
Wanneer u deze functie op Disabled zet is het
bij het verbinding maken met het Wi-Fi modem
noodzakelijk de SSID handmatig in te stellen.
AP Isolate
Instelling om onderling dataverkeer tussen
draadloze netwerkapparaten en het Wi-Fi modem
te forceren.
WPA
Instelling om Wi-Fi Protected Access (WPA) voor
het beveiligen van het draadloze netwerk in te
schakelen. Deze functie heeft een externe
RADIUS Server nodig voor
gebruikersauthenticatie.
WPA-PSK
Instelling om Wi-Fi Protected Access Pre-Shared
Key (WPA-PSK) voor het beveiligen van het
draadloze netwerk in te schakelen.
WPA2
Instelling om WPA2 voor het beveiligen van het
draadloze netwerk in te schakelen. Deze functie
heeft een externe RADIUS Server nodig voor
gebruikersauthenticatie.
WPA2-PSK
Instelling om WPA2-PSK voor het beveiligen van
het draadloze netwerk in te schakelen.
Geavanceerde gebruikershandleiding Internet
49
Wireless
WPA-WPA2
Encryption
7
Instelling van de WPA en WPA 2 encryptie. Hierbij
kunt u kiezen tussen uit Advanced Encryption
Standard (AES) en Advanced Encryption Standard
+ Temporal Key Integrity Protocol (AES+TKIP)
(standaard).
Tip
TKIP biedt compatibiliteit met oudere
apparatuur. AES is daarentegen veiliger.
AES+TKIP gebruikt waar mogelijk AES en
gebruikt voor apparatuur die geen AES
ondersteunen TKIP.
WPA PreShared Key
Veld voor het instellen van de netwerksleutel voor
de WPA en WPA2 encryptie. De netwerksleutel
bestaat uit een reeks van 8 tot 63 ASCII tekens of
een 64 digit hexadecimaal getal.
Bij elk Wi-Fi modem is de standaard
netwerksleutel anders. De netwerksleutel staat op
de sticker onderop het Wi-Fi modem.
RADIUS Server Veld voor het instellen van het IP adres van de
RADIUS Server. Alleen voor Enterprise WPA,
WPA2 en 802.1x.
RADIUS Port
Veld voor het instellen van het poortnummer van
de RADIUS Server. Alleen voor Enterprise WPA,
WPA2 en 802.1x.
RADIUS Key
Veld voor het instellen van de sleutel van de
RADIUS Server. Alleen voor Enterprise WPA,
WPA2 en 802.1x.
Group Key
Rotation
Interval
Veld voor het instellen van de tijdsduur (seconden)
van de interval dat aangeeft wanneer een
groepsnetwerksleutel wordt vervangen. Een
interval van 0 seconde schakelt de
netwerksleutelvervanging uit.
WPA/WPA2
Veld voor het instellen van de tijdsduur (seconden)
Reauth Interval waarmee de verbonden apparaten zich moet herauthenticeren bij de RADIUS Server. Alleen bij
Enterprise WPA, WPA2.
50
Geavanceerde gebruikershandleiding Internet
7
Wireless
WEP
Encryption
Instelling van de Wired Equivalent Privacy
(WEP) encryptie (64 of 128 bit).
Let op
Om de functie Shared Key Authentication te
gebruiken moet u deze functie inschakelen.
WEP kan niet tegelijk met WPA of WPA2
worden ingeschakeld. WEP is minder veilig
dan WPA en WPA2.
Shared Key
Authentication
Instelling om authenticatie voor het draadloze
netwerk volgens de EIEEE802.11 standaard uit te
voeren. De authenticatie bestaat uit een geheime
netwerksleutel die bij de verbonden apparaten
bekend is.
802.1x
Authentication
Instellingen om het 802.1x authenticatie
mechanisme te gebruiken. Alleen zinvol voor
bedrijfsnetwerken.
Network Key 1- Veld voor het instellen van de netwerksleutel voor
4
de WEP incryptie. Een 64-bit sleutel bestaat uit 5
ASCII tekens of 10 hexadecimale teksten. Een
128-bit sleutel bestaat uit 13 ASCII teksten of 26
hexadecimale tekens.
Current
Network Key
Instelling van de huidige netwerksleutel (1–4).
PassPhrase
Veld voor het instellen om een WEP netwerksleutel
door het Wi-Fi modem te laten genereren. De hier
ingevulde tekst (maximaal 26 tekens) moet als
wachtwoord worden ingevoerd op de te verbinden
apparaten.
Generate WEP
Keys
Knop om 4 WEP netwerksleutels te genereren.
Apply
Knop om de ingestelde waarden door te voeren.
Geavanceerde gebruikershandleiding Internet
51
Wireless
7
Automatic Security Configuration
Automatic
Security
Configuration
Instelling om Wi-Fi Protected Setup (WPS) te
configureren.
Device Name
Veld voor het instellen van de naam voor het Wi-Fi
modem als draadloos access point met WPS.
WPS Setup AP
PIN
Veld voor het instellen van de PIN code van het
Wi-Fi modem.
Bij elk Wi-Fi modem is de standaard PIN code
anders en is vooraf ingevuld. De PIN code mag
worden gewijzigd. Houdt hierbij rekening met het
EAN-8 formaat (7 cijfers + 1 check digit).
Configure
Knop om verbinding te maken met een extere
registrar via WPS.
WPS Add Client
52
Add a client
Instelling op welke manier verbinding met een
netwerkapparaat gemaakt wordt (via WPS).
Add
Knop om apparaten toe te voegen.
PIN
Veld voor het instellen van de PIN code om met
een netwerkapparaat verbinding te maken.
Geavanceerde gebruikershandleiding Internet
7
Wireless
7.3 Advanced
Op deze pagina kunnen geavanceerde instellingen voor het draadloze
netwerk worden gewijzigd.
54g™ Network
Mode
Instelling om een keuze te maken tussen oudere
draadloze protocollen:
•
54g Auto biedt compatibiliteit met oudere
54g™, 802.11g en 802.11b
netwerkapparaten.
•
54g Performance staat alleen verbindingen
met 54g netwerkapparaten toe.
•
54g LRS biedt compatibiliteit met oude
54g™ apparaten.
•
802.11b staat alleen verbindingen met
802.11b netwerkappareten toe.
Let op
Deze functie kunt u alleen wijzigen als 802.11n
Mode uitgeschakeld is op de pagina Radio.
Geavanceerde gebruikershandleiding Internet
53
Wireless
Basic Rate Set
Instelling om de Basic Rate Set te selecteren die
netwerkapparaten ondersteunt bij het verbinden
maken met het Wi-Fi modem.
•
Default is de Rate Set die bij de gekozen 54g
Mode hoort.
•
All is de Rare Set die bij alle Mode hoort.
54g™
Protection
Instelling om de RTS/CTS Flow Control te
gebruiken om datadoorvoer te optimaliseren in
802.11b en 9 Mixed Mode.
De Uit mode kan gebruikt worden in de meeste
802.11g verbindingen.
XPress™
Technology
Instelling om de 802.11g Wi-Fi doorvoersnelheid
te verbeteren. Deze optie staat standaard
uitgeschakeld.
Rate
Instelling om de Data Rate te kiezen. Alleen voor
802.11g apparaten.
7
Beacon Interval Veld voor het instellen van de tijdsduur
(milliseconden) van de Beacon interval (minimaal
100 en maximaal 65535 milliseconden).
54
DTIM Interval
Veld voor het instellen van de tijdsduur
(milliseconden) waarmee het Beacon een Delivery
Traffic Indication Message (DTIM) bevat.
Fragmentation
Threshold
Veld voor het instellen van de data pakketgrootte
(van 256 tot 2346 bytes) waarboven het pakket zal
worden gefragmenteerd.
RTS Threshold
Veld voor het instellen van de Request To Send
(RTS ) drempelwaarde van 0 tot 2347 bytes.
NPHY Rate
Instelling van de maximale doorvoersnelheid van
de fysieke laag (Physical Layer (PHY)) in 802.11n
Mode. Deze instelling kan alleen gedaan worden
als de 802.11n Mode op Automatic staat.
Geavanceerde gebruikershandleiding Internet
7
Wireless
802.11n
Protection
Instelling van de maximale doorvoersnelheid te
verbeteren.
Tip
Wanneer deze functie op Auto staat ingesteld,
wordt flow control (RTS/CTS) gebruikt om de
doorvoersnelheid te verbeteren in gemengde
netwerken. Indien deze functie is
uitgeschakeld wordt de alleen 802.11n
doorvoersnelheid geoptimaliseerd, andere
protocollen (bijvoorbeeld 802.11b) krijgen een
lagere prioriteit.
Multicast Rate
Instelling van de doorvoersnelheid van multicast
pakketten in het draadloze netwerk.
Apply
Knop om de ingestelde waarden door te voeren.
Geavanceerde gebruikershandleiding Internet
55
Wireless
7
7.4 Access Control
Op deze pagina kunnen instellingen gewijzigd worden om bepaalde
MAC adressen toegankelijk te maken (White List) of te blokkeren
(Black List).
56
Wireless
Interface
Instelling van de draadloze netwerkomgeving. In
het Wi-Fi modem is er slechts één draadloos
netwerk beschikbaar.
MAC Restrict
Mode
Instelling om het toegangsbeleid te bepalen.
•
Off betekent dat er geen beperkingen zijn
•
Allow betekent dat uitsluitend apparaten
waarvan het MAC adres in de lijst voorkomt
toegang krijgen
•
Deny betekent dat de apparaten waarvan het
MAC adres in de lijst voorkomt de toegang
wordt geweigerd
Geavanceerde gebruikershandleiding Internet
7
Wireless
MAC Addresses Veld voor het instellen van de MAC adressen die
geweigerd of toegestaan worden in het draadloze
netwerk (afhankelijk van de MAC Restrict Mode).
Apply
Knop om de ingestelde waarden door te voeren.
Connected Clients
In de tabel staan de apparaten die in het draadloze netwerk
opgenomen zijn. De volgende gegegevens worden weergegeven:
MAC Address
Uitlezing van het MAC adres.
Age(s)
Uitlezing van de tijdsduur dat het apparaat deel
uitmaakt van het netwerk.
RSSI(dBm)
Uitlezing van de signaalsterkte.
IP Addr
Uitlezing van het IP adres.
Host Name
Uitlezing van de hostname.
Mode
Uitlezing van de gebruikte draadloze standaard.
Speed (kbps)
Uitlezing van de communicatiesnelheid.
7.5 Wi-Fi Multimedia (WMM)
Op deze pagina kunnen de Quality of Service (QoS) parameters
worden ingesteld. Wi-Fi multimedia bepaalt de transmissieprioriteit
van de draadloze netwerkpakketten afhankelijk van de op deze pagina
ingestelde condities.
Tip
Er zijn weinig apparaten die WMM kunnen toepassen, daarom
staat WMM standaard op Off.
Geavanceerde gebruikershandleiding Internet
57
Wireless
WMM Support
7
Instelling om WWM Support in of uit te schakelen.
No
Instelling om Frame Acknowledgement in of uit te
Acknowledgem schakelen. Voor tijdkritische data kan Acknowldge
ent
worden uitgeschakeld om hertransmissie te
voorkomen.
58
Power Save
Support
Instelling om de energiebesparing in of uit te
schakelen. WMM Power Save verhoogt de
efficiëntie en flexibiliteit van de datatransmissie.
Afhankelijk van de QoS parameters kan de
transmissie van meerdere pakketten dusdanig
worden samengesteld dat een optimaal
energieverbuik wordt bereikt.
Apply
Knop om de ingestelde waarden door te voeren.
Geavanceerde gebruikershandleiding Internet
7
Wireless
EDCA-AP Parameters
Access Point parameters voor Enhanced Distributed Channel Access.
AC-BE
Veld voor het instellen van de Access Point - Best
Effort (AC-BE).
AC-BK
Veld voor het instellen van de Access Point Background (AC-BK).
AC-VI
Veld voor het instellen van minimale delay, voor
bijvoorbeeld video streams (AC-VI).
AC-VO
Veld voor het instellen van tijdkritische (jitter
gevoelige) data, zoals Voice (AC-VO).
CW min
Veld voor het instellen van de minimum tijd die
verstrijkt voordat een herstransmissie gestart
wordt (CW min).
CW max
Veld voor het instellen van de maximum tijd die die
gewacht wordt voordat een herstransmissie
gestart wordt (CW max).
AIFSN
Veld voor het instellen van de Arbitration Inter
Frame Spacing Number (AIFSN).
TXOP (b)
Limit (usec)
Veld voor het instellen van de Transmit
Opportunity Window Per Access Categorie
(TXOP). Het window is gespecificeerd in micro
seconde en kan voor b en a/g mode worden
onderscheiden. Tijdens de duur van het window
kan het access point frames uitzenden. Frames
die niet in het window passen worden gesplitst.
De waarde 0 betekent dat slechts één frame
uitgezonden kan worden.
TXOP (a/g)
Limit (usec)
Veld voor het instellen van de Transmit
Opportunity Window Per Access Categorie
(TXOP). Het window is gespecificeerd in micro
seconde en kan voor b en a/g mode worden
onderscheiden. Tijdens de duur van het window
kan het access point frames uitzenden. Frames
die niet in het window passen worden gesplitst.
De waarde 0 betekent dat slechts één frame
uitgezonden kan worden.
Geavanceerde gebruikershandleiding Internet
59
Wireless
Discard Oldest
First
Instelling om de nieuwste dataframes de hoogste
prioriteit te geven.
Apply
Knop om de ingestelde waarden door te voeren.
7
7.6 Bridging
Op deze pagina kunnen externe access points als bridge aan het
Wi-Fi modem gekoppeld worden. Er kunnen vier externe draadloze
bridges worden gekoppeld.
Let op
Voorkom bridge loops.
Wireless
Bridging
Instelling om de draadloze bridge in of uit te
schakelen.
Remote Bridges Veld voor het instellen van de MAC adressen van
de andere draadloze access points waartussen de
bridge wordt opgezet. Deze access points moeten
ook als bridge te worden geconfigureerd.
Apply
60
Knop om de ingestelde waarden door te voeren.
Geavanceerde gebruikershandleiding Internet
8
VPN
In dit hoofdstuk worden de VPN instellingen beschreven. De
instellingen kunt u onder het menu VPN wijzigen.
Informatie over VPN
Internet protocol Security (IPSec) is een gestandaardiseerde manier
om VPN’s op te zetten. Met IPSec is het mogelijk om op een flexibele
manier veilig te communiceren via het publieke internet. IPSec
gebruikt een aantal gestandaardiseerde encryptietechnieken die de
vertrouwelijkheid en integriteit van gegevens waarborgen en tevens
zorgen voor authenticatie op IP niveau. Een VPN tunnel wordt
gewoonlijk in twee stappen gerealiseerd. In elke stap wordt een
Security Association (SA) contract opgezet. Een SA is een
overeenkomst tussen de apparatuur aan weerszijden van de
verbinding waarin de beveiligingsinstellingen worden vastgelegd.
Stap 1 in het opzetten van een VPN tunnel betreft het uitwisselen van
een sleutel.
Stap 2 is het opzetten van een beveiligde verbinding die de sleutel
gebruikt voor encryptie van alle data.
Geavanceerde gebruikershandleiding Internet
61
VPN
8
8.1 Basic
Op deze pagina kunnen VPN tunnels worden aangezet.
IPsec Endpoint Instelling van het eindpunt (IP adres) van de IPsec
tunnel.
62
Name
Uitlezing van de naam van de tunnel.
Status
Uitlezing van de status van de tunnel.
Control
Knop on de tunnel aan of uit te zetten.
Configure
Knop om de tunnel in te stellen.
Add New
Tunnel
Knop om een nieuwe VPN tunnel toe te voegen.
Geavanceerde gebruikershandleiding Internet
8
VPN
8.2 IPsec
Op deze pagina kunnen VPN tunnels worden ingesteld.
Tunnel
Instelling om een VPN tunnel te configureren.
Name
Veld voor het instellen van de naam van de VPN
tunnel.
Enable /
Disable
Instelling om de VPN tunnel te in of uit te
schakelen.
Geavanceerde gebruikershandleiding Internet
63
VPN
Delete Tunnel
Knop om de geselecteerde VPN tunnel te
verwijderen.
Add New
Tunnel
Knop om een VPN tunnel toe te voegen.
Apply
Knop om de ingestelde waarden door te voeren.
8
Local endpoint setting
Address Group Instelling van het adresgroep type dat het bereik
Type
van de VPN bepaald binnen het externe netwerk.
•
IP Subnet bepaalt dat het totale LAN subnet
onder VPN valt.
•
ID Adres bepaalt dat een IP adres onder het
VPN valt.
•
IP Adresreeks bepaalt dat meerdere IP
adressen in een reeks onder het VPN vallen.
64
Subnet
Veld voor het instellen van het subnet adres.
Mask
Veld voor het instellen van het subnet masker
adres.
Identity Type
Instelling van het identificatietype waarmee het
Wi-Fi modem wordt geïdentificeerd:
•
WAN IP adres: het WAN adres van het Wi-Fi
modem.
•
IP adres: IPadres van de LAN poort van het
Wi-Fi modem.
•
FQDN: Fully Qualified Domain Names
•
E-mail adres: E-mailadres.
Identity
Veld voor het instellen van de waarde van het
identity-type.
Geavanceerde gebruikershandleiding Internet
8
VPN
Remote endpoint setting
Address group
type
Instelling van het adresgroep type dat het bereik
van de VPN bepaald binnen het externe netwerk.
•
IP Subnet bepaalt dat het totale LAN subnet
onder VPN valt.
•
ID Adres bepaalt dat een IP adres onder het
VPN valt.
•
IP Adresreeks bepaalt dat meerdere IP
adressen in een reeks onder het VPN vallen.
Subnet
Veld voor het instellen van het subnet adres.
Mask
Veld voor het instellen van het subnet masker
adres.
Identity type
Instelling van het identificatietype waarmee het
Wi-Fi modem wordt geïdentificeerd.
•
WAN IP adres: het WAN adres van het Wi-Fi
modem.
•
IP adres: IPadres van de LAN poort van het
Wi-Fi modem.
•
FQDN: Fully Qualified Domain Names
•
E-mail adres: E-mailadres.
Identity
Veld voor het instellen van de waarde van het
identity-type.
Network
Address Type
Instelling van het adrestype van het externe
netwerk.
•
IP adres meestal statisch, publiek adres.
•
FQDN (Fully Qualified Domain Name),
meestal voor dynamische, publieke IP
adressen
Remote
address
Veld voor het instellen van het FQDN adres van de
externe VPN gateway, waarmee het Wi-Fi modem
een IPSec VPN gaat opzetten.
Geavanceerde gebruikershandleiding Internet
65
VPN
8
IPsec settings
Pre-shared Key Veld voor het instellen van een sleutel voor de
eerste IKE fase onderhandeling. De sleutel dient
bij beide eindpunten bekend te zijn.
66
Phase 1 DH
Group
Instelling van de Diffie-Hellman sleutelgroep voor
de encryptie.
•
DH1 - 768-bit random getal
•
DH2 - 1024-bit random getal
•
DH3 - 1536-bit random getal
Phase 1
Encryption
Instelling van de sleutellengte en encryptie
algoritme voor het dataverkeer. Beide eindpunten
dienen dezelfde encryptie te gebruiken. Langere
sleutels vergen meer rekenkracht van het Wi-Fi
modem en kunnen leiden tot tragere verbindingen.
•
DES – 56-bit sleutel met DES encryptie
•
3DES – 168-bit sleutel met DES encryptie
•
AES – 128 bit sleutel per 128 bit datablokken.
AES is sneller dan 3DES. Er kan gekozen
worden uit 128, 192 en 256 bit AES.
Phase 1
Authentication
Instelling van het hash algoritme voor de
authenticatie van data in IKE SA. SHA1 is sterker
dan MD5 maar ook langzamer.
•
MD5, message digest 5, genereert een 128bit digest voor data authenticatie
•
SHA1, secure hash algorithm, genegeert een
160-bit digest
Phase 1 SA
Lifetime
Veld voor het instellen van de gebruiksduur
(tussen 120 en 86400 seconden) van een IKE SA.
Indien de gebruikduur verstrijkt, wordt
automatisch een nieuwe sleutel overeengekomen.
Een korte gebruiksduur verhoogt de veiligheid.
Het nadeel van een korte gebruiksduur is dat er
vaker een nieuwe sleutel moet worden
overeengekomen, waardoor de VPN verbindingen
tijdelijk worden verbroken.
Geavanceerde gebruikershandleiding Internet
8
VPN
Phase 1
Encryption
Instelling van de sleutellengte en encryptie
algoritme voor de datacommunicatie.
•
Null, geen encryptie in IPSec SA. Niet
aanbevolen
•
DES, een 56-bit sleutel met DES encryptie
•
3DES, een 168-bit sleutel met DES encryptie.
Modem-router en IPSec eindpunt dienen
hetzelfde algoritme en sleutel te gebruiken.
Hoe langer de sleutel hoe meer rekenkracht
van de Wi-Fi modem wordt gevergd, hetgeen
resulteert in vertraagde communicatie en
verminderde doorvoer van data.
•
AES, Advanced Encryption Standard is een
nieuwere methode van data encryptie die ook
een geheime sleutel gebruikt. AES is sneller
dan 3DES. Er kan worden gekozen uit AES128, AES-192 en AES-256 (bit sleutellengte).
Phase 2
Authentication
Zie Phase 1 Authentication
Phase 2 SA
Lifetime
Zie Phase 1 SA Lifetime
Show Advanced Knop om de geavanceerde instellingen te tonen.
Settings
De standaard waarden zijn meestal correct.
Apply
Knop om de ingestelde waarden door te voeren.
Geavanceerde gebruikershandleiding Internet
67
VPN
8
8.2.1 IPsec Advanced Settings
Wanneer u op de knop Show Advanced Settings geklikt heeft, ziet u
onderstaande pagina verschijnen. Op deze pagina staan de
geavanceerde instellingen van IPsec.
Key
Management
Instelling om een VPN verbinding op te zetten
(automatisch of handmatig).
IKE Negotation Instelling via welke methode de SA tot stand komt
Mode
voor elke connectie met IKE.
•
Main Mode hoogste beveiligingsniveau
tijdens de authenticatie (fase 1)
•
Aggressive Mode sneller dan Main mode,
omdat diverse stappen worden overgeslagen
tijdens de authenticatie (fase 1)
68
Perfect
Forward
Secrecy (PFS)
Instelling om PFS in te schakelen (DH1, DH2 of
DH5).
Perfect Forward Secret (PFS) is standaard
uitgeschakeld in fase 2 van de IPSec setup.
Hierdoor wordt de setup sneller, maar minder
veilig.
Phase 2 DH
Group
Instelling van de DH group.
Replay
Detection
Instelling om Replay Detection in of uit te
schakelen.
De IPSec ontvanger kan oude of gedupliceerde
pakketten detecteren en blokkeren ter
bescherming tegen replay aanvallen
Geavanceerde gebruikershandleiding Internet
8
VPN
NetBIOS
broadcast
forwarding
Instelling om NetBIOS pakketdoorgave via de
VPN verbinding in of uit te schakelen.
NetBIOS pakketten zijn TCP of UDP pakketten
waarmee een computer andere computers kan
vinden. Wanneer NetBIOS pakketten worden
doorgegeven via de VPN kunnen computers in het
remote netwerk worden gevonden.
Dead Peer
Detection
Instelling om Dead Peer Detection in of uit te
schakelen.
Wanneer Dead Peer Detection wordt
ingeschakeld wordt gedetecteerd of de IPSec
gateway nog beschikbaar is.
Apply
Knop om de ingestelde waarden door te voeren.
8.3 Event Log
Op deze pagina staat een logboek van de VPN events.
Time
Uitlezing van het tijdstip van het event.
Description
Uitlezing van informatie over het event.
Refresh
Knop om de pagina te verversen, zodat de laatste
events zichtbaar worden.
Clear
Knop om het logboek leeg te maken.
Geavanceerde gebruikershandleiding Internet
69
9
Overzicht van LED lampjes
In onderstaande tabel vindt u mogelijke weergaven van de LED
lampjes op het Wi-Fi modem.
Position
LED
1
Kleuren
Groen
Label
RTR
LED
2
LED
3
LED
4
LED
5
Groen/Blauw
LAN4
LAN3
LAN2
LAN1
LED 6
LED
7
LED
8
LED
9
LED
10
LED
11
LED
12
LED
13
Groen
Groen
Groen
Groen
Groen
Groen/
Blauw
Groen/
Blauw
Groen
WPS
WLAN
TEL2
TEL1
RDY
US
DS
PWR
Status:
Power ON
Aan
Aan
Uit
Aan
Aan
Aan
Aan
Aan
Aan
Zelf test
Uit
De kleuren van de lampjes staan in
relatie met de snelheid; blauw =
gigabit; groen = snel Ethernet.
Uit
Uit
Uit
Uit
Uit
Uit
Knipperen
Initialiseren
Ethernet switch
Uit
Aan
Uit
Uit
Uit
Knipperen
Knipperen
Knipperen
Uit
Initialiseren
WLAN
Uit
De kleuren van de lampjes staan in
relatie met de snelheid
Uit
Aan
Uit
Knipperen
Knipperen
Knipperen
Aan
Initialiseren
Router
Aan, in
RTR
modus
De kleuren van de lampjes staan in
relatie met de snelheid
Uit
Aan
Uit
Knipperen
Knipperen
Knipperen
Aan
Downstream
zoeken
Aan, in
RTR
modus
De kleuren van de lampjes staan in
relatie met de snelheid
Uit
Aan
Uit
Uit
Uit
Knipperen
Aan
Downstream
vergrendeld
Aan, in
RTR
modus
De kleuren van de lampjes staan in
relatie met de snelheid
Uit
Aan
Uit
Uit
Uit
Aan
Aan
Upstream
variatie
Aan, in
RTR
modus
De kleuren van de lampjes staan in
relatie met de snelheid
Uit
Aan
Uit
Uit
Knipperen
Aan
Aan
Registratie
Aan, in
RTR
modus
De kleuren van de lampjes staan in
relatie met de snelheid
Uit
Aan
Uit
Knipperen
Aan
Aan
Aan
Registratie OK
verbinding met
netwerk
ingeschakeld
Aan, in
RTR
modus
De kleuren van de lampjes staan in
relatie met de snelheid
Uit
Aan
Uit
Aan
Aan
(blauw)
Aan
(groen)
Aan
Registratie OK
verbinding met
netwerk
uitgeschakeld
Aan, in
RTR
modus
De kleuren van de lampjes staan in
relatie met de snelheid
Uit
Aan
Uit
Uit
Aan
(blauw)
Aan
(groen)
Aan
70
Geavanceerde gebruikershandleiding Internet
9
Overzicht van LED lampjes
Position
LED
1
LED
2
LED
3
LED
4
LED
5
LED 6
LED
7
LED
8
LED
9
LED
10
LED
11
LED
12
LED
13
Router
provisioning
Knippe
ren
De kleuren van de lampjes staan in
relatie met de snelheid
Uit
Aan
Uit
Uit
Aan
(blauw)
Aan
(groen)
Aan
Koppelen
apparaat via
WPS
Aan, in
RTR
modus
De kleuren van de lampjes staan in
relatie met de snelheid
Knipperend
tijdens
WPS
interval
Aan
Uit
Aan
Aan
(blauw)
Aan
(groen)
Aan
VoIP registratie
Aan, in
RTR
modus
De kleuren van de lampjes staan in
relatie met de snelheid
Uit
Aan /
strobe
on link
activity
Knipperen
Aan
Aan
(blauw)
Aan
(groen)
Aan
VoIP
geregistreerd
Aan, in
RTR
modus
De kleuren van de lampjes staan in
relatie met de snelheid
Uit
Aan /
strobe
on link
activity
Aan
Aan
Aan
(blauw)
Aan
(groen)
Aan
VoIP off-hook
Aan, in
RTR
modus
De kleuren van de lampjes staan in
relatie met de snelheid
Uit
Aan /
strobe
on link
activity
Knipperen
Aan
Aan
(blauw)
Aan
(groen)
Aan
Normaal in
bedrijf
Aan
Uit
Aan
Aan
Aan
Aan
Aan
Uit
Aan*
*= afhankelijk van abonnement
Geavanceerde gebruikershandleiding Internet
71
Overzicht van LED lampjes
72
9
Geavanceerde gebruikershandleiding Internet
Ondanks alle aan deze handleiding bestede zorg kan Ziggo geen
aansprakelijkheid aanvaarden voor schade die het gevolg is van enige
onvolkomenheid of fout in deze uitgave. De handleiding is uitdrukkelijk
niet bedoeld ter nadere invulling of toelichting op de algemene
voorwaarden. Derhalve kunnen er geen rechten aan ontleend worden.
© Copyright 2011, Ziggo B.V.
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden
verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd
gegevensbestand, en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige
wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of
enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming
van Ziggo.
AZIP.GHI.1104
Versie 1.0
april 2011
Download PDF