EPSON STYLUS PRO7600/9600

EPSON STYLUS PRO7600/9600
®
Gebruikershandleiding
Inhoudsopgave
Verklarende woordenlijst . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4
Productinformatie
Veiligheidsvoorschriften . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Printerspecificaties . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Systeemvereisten. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Interfacespecificaties. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Opties en verbruiksmaterialen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
11
16
28
30
33
Het bedieningspaneel
Knoppen, lampjes en berichten. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 50
SelecType-instellingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 58
Onderhoudsmodus. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 83
Afdrukken onder Windows
De printersoftware openen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 88
Basisinstellingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 90
De printerdriver gebruiken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 96
De printerhulpprogramma's gebruiken . . . . . . . . . . . . . . . . 113
Informatie krijgen via de online-Help . . . . . . . . . . . . . . . . . . 119
De printerstatus controleren en afdruktaken beheren . . . . 120
De afdruksnelheid verhogen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 126
De printer configureren in een netwerk . . . . . . . . . . . . . . . . 136
Updaten naar Windows Me . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 149
De driver updaten in Windows XP, Windows 2000 en Windows
NT 4.0 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 149
De printersoftware verwijderen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 150
1
De USB Host Device Driver verwijderen (alleen Windows Me en
98) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 151
Afdrukken met de Macintosh
De printersoftware openen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Basisinstellingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
De printerdriver gebruiken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
De printerhulpprogramma's gebruiken . . . . . . . . . . . . . . . .
Informatie krijgen via de online-Help . . . . . . . . . . . . . . . . . .
De printerstatus controleren en afdruktaken beheren . . . .
De printer configureren in een netwerk . . . . . . . . . . . . . . . .
152
152
156
173
176
176
184
Papierverwerking
Informatie over speciaal afdrukmateriaal en ander materiaal187
Papierrollen gebruiken. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 188
Losse vellen papier gebruiken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 201
De papieropvang plaatsen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 209
Onderhoud en transport
Cartridges vervangen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Zwarte cartridges vervangen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Het mes van het snijmechanisme vervangen . . . . . . . . . . . .
De onderhoudscassette vervangen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
De printer schoonmaken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
De printer vervoeren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
215
219
228
232
233
235
Optionele producten gebruiken
De Auto Take-up Reel Unit gebruiken . . . . . . . . . . . . . . . . . 240
2
Probleemoplossing
Printer stopt opeens met afdrukken. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 253
De printer gaat niet aan of blijft niet aan . . . . . . . . . . . . . . . . 254
De printer drukt niets af . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 258
De afdrukken zien er anders uit dan verwacht . . . . . . . . . . 261
De afdrukkwaliteit is niet optimaal . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 265
Kleurendocumenten worden in zwart-wit afgedrukt . . . . . 270
Afdruksnelheid is niet optimaal . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 270
Papier kan niet van de rol worden gesneden . . . . . . . . . . . . 271
Papier loopt regelmatig vast of wordt niet goed ingevoerd 271
Papier van de rol wordt niet goed uitgevoerd . . . . . . . . . . . 273
Vastgelopen papier verwijderen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 275
Problemen met de optionele Auto Take-up Reel Unit oplossen
276
Hulp inroepen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 278
Index . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 311
3
Verklarende woordenlijst
De volgende definities zijn specifiek van toepassing op printers.
afdrukgebied
Het gebied van een pagina waarop door de printer kan worden afgedrukt. Door
de marges die worden gebruikt, is dit gebied kleiner dan het totale
paginaformaat.
afdrukmateriaal
Materialen waarop gegevens worden afgedrukt, zoals papierrollen en losse
vellen, gewoon papier en speciaal papier.
afdrukmodus
Het aantal dots (punten) per inch dat wordt gebruikt om een afbeelding weer te
geven. Uw printer heeft vijf instellingen voor de afdrukmodus: SuperPhoto (2880
dpi), SuperFine (1440 dpi), Fine (720 dpi), Normal (360 dpi) en Economy (een
spaarstand).
afdrukwachtrij
Als de printer is aangesloten op een netwerk, worden afdruktaken die naar de
printer worden gestuurd terwijl deze bezig is met afdrukken, in een wachtrij
opgeslagen totdat ze kunnen worden afgedrukt.
ASCII
American Standard Code for Information Interchange. Een gestandaardiseerd
coderingssysteem voor het toewijzen van numerieke codes aan letters en
symbolen.
bit
Een binair getal (0 of 1). De kleinste eenheid van informatie die door een printer
of computer wordt gebruikt.
buffer
Het gedeelte van het geheugen van de printer waarin gegevens worden
opgeslagen voordat deze worden afgedrukt.
byte
Een eenheid van informatie die uit acht bits bestaat.
cartridge
Een cassette met inkt.
4
characters per inch (cpi)
Tekens per inch. Een maateenheid voor de grootte van teksttekens. Hiervoor
wordt ook wel de term pitch gebruikt.
CMYK
Cyaan (blauwgroen), magenta, geel en zwart. De kleureninkt waarmee een heel
kleurengamma wordt afgedrukt volgens het subtractieve systeem.
ColorSync
Software voor gebruik op de Macintosh voor kleurafdrukken van
WYSIWYG-kwaliteit (What You See Is What You Get). Hierbij komt de
kleurkwaliteit van de afgedrukte afbeeldingen overeen met die op uw
beeldscherm.
cpi
Zie characters per inch.
DMA
Direct Memory Access of directe geheugentoegang. Een voorziening voor
gegevensoverdracht waarbij de CPU van een computer wordt omzeild, zodat er
een directe communicatie tot stand komt tussen het geheugen van de computer
en randapparatuur (zoals printers).
dot matrix
Een methode van afdrukken waarbij elke letter en elk symbool bestaat uit een
patroon (matrix) van afzonderlijke punten.
dpi
Dots per inch of punten per inch. Een maateenheid voor de resolutie. Zie ook
resolutie.
driver
Een softwareprogramma (ook wel stuurprogramma genoemd) dat instructies
naar een randapparaat van een computer stuurt. De printerdriver accepteert
bijvoorbeeld afdrukgegevens van uw tekstverwerkingsprogramma en stuurt
instructies naar de printer om aan te geven hoe die gegevens moeten worden
afgedrukt.
ESC/P
Afkorting van Epson Standard Code for Printers. Met behulp van dit
opdrachtensysteem kunt u vanaf uw computer de printer besturen. Dit is een
standaard voor alle EPSON-printers die wordt ondersteund door de meeste
toepassingssoftware voor pc's.
5
ESC/P Raster
Met behulp van deze opdrachttaal kunt u vanaf uw computer de printer besturen.
Dit systeem bevat opdrachten voor de besturing van laserfuncties zoals het
afdrukken van grafische beelden van hoge kwaliteit.
foutdiffusie
Een methode waarbij punten met afzonderlijke kleuren samenvloeien met de
kleuren van omringende punten, waardoor de kleuren natuurlijker lijken. Door
gekleurde punten samen te laten vloeien kan de printer uitstekende kleuren
produceren met een subtiele kleurgradatie. Deze methode is met name geschikt
voor het afdrukken van documenten met gedetailleerde afbeeldingen of foto's.
geheugen
Het gedeelte van het elektronische systeem van de printer waarin gegevens
worden opgeslagen. Bepaalde gegevens zijn vast en worden gebruikt om de
werking van de printer te bepalen. Gegevens die door de computer naar de
printer worden gestuurd, worden tijdelijk in het geheugen opgeslagen. Zie ook
RAM en ROM.
grijstinten
Gradaties van grijs met een verloop van zwart naar wit. Grijstinten worden
gebruikt om kleuren te vervangen als u alleen met zwarte inkt afdrukt.
halftonen
Patronen van zwarte of gekleurde punten die worden gebruikt om een afbeelding
te reproduceren.
halftoning
Een methode waarbij patronen van punten worden gebruikt om een afbeelding
te maken. Met deze methode kunnen verschillende grijstinten worden gemaakt
met uitsluitend zwarte punten en kan een bijna oneindig bereik van kleuren
worden gemaakt met slechts enkele kleurenpunten. Zie ook halftonen.
helderheid
Bepaalt hoe licht of donker een afbeelding is.
hoge snelheid
Een instelling waarmee afbeeldingen in beide richtingen worden afgedrukt.
Hierdoor wordt sneller afgedrukt.
hulpprogramma
Een programma speciaal voor het uitvoeren van een bepaalde functie die meestal
te maken heeft met onderhoud van het systeem.
6
initialisatie
De printer opnieuw instellen op de standaardwaarden (de vaste instellingen).
Dit gebeurt elke keer als u de printer inschakelt of een reset uitvoert.
inkjet
Een methode van afdrukken waarbij elke letter en elk symbool wordt gevormd
door inkt nauwkeurig op het papier te spuiten.
interface
De verbinding tussen de computer en de printer. Via een parallelle interface
worden gegevens met een teken of code tegelijk overgedragen. Via een seriële
interface worden gegevens bit voor bit overgedragen.
interfacekabel
De kabel waarmee de printer op de computer is aangesloten.
kleuraanpassing
Een verwerkingsmethode voor kleurengegevens die ervoor zorgt dat kleuren die
op een computerscherm worden weergegeven zo veel mogelijk overeenkomen
met de afgedrukte kleuren. Er is diverse software voor kleuraanpassing
beschikbaar. Zie ook ColorSync en sRGB.
LCD
Liquid Crystal Display (display met vloeibare kristallen). Hierop worden
verschillende berichten weergegeven al naar gelang de status van de printer.
lettertype
Een tekenstijl met een bepaalde naam.
lokale printer
De printer die rechtstreeks op de computerpoort is aangesloten via de
interfacekabel.
MicroWeave
Een manier van afdrukken waarbij afbeeldingen in fijnere segmenten worden
afgedrukt om de kans op horizontale strepen te verkleinen. De afbeeldingen
lijken hierdoor meer op afbeeldingen die met een laserprinter zijn afgedrukt. Zie
ook strepen.
monochroom
Hiermee wordt bedoeld dat bij het afdrukken slechts een kleur inkt, meestal
zwarte, wordt gebruikt.
online-Help
Teksten die behulpzaam zijn bij het venster of dialoogvenster dat op een bepaald
moment in gebruik is.
7
parallelle interface
Zie interface.
peer-to-peer-netwerken
Windows ondersteunt peer-to-peer-netwerken. In een dergelijk netwerk heeft
elke computer toegang tot de bronnen van de andere computers in het netwerk.
PhotoEnhance4
De EPSON-software waarmee u de diepte van een tint en de scherpte van
beeldgegevens kunt wijzigen en beeldgegevens kunt corrigeren.
poort
Een interfacekanaal waardoor gegevens worden overgedragen tussen apparaten.
printerdriver
Een softwareprogramma (ook wel stuurprogramma genoemd) dat opdrachten
verzendt voor het gebruik van de voorzieningen van een bepaalde printer. Wordt
vaak afgekort tot ‘driver’. Zie ook driver.
Printkop reinigen
De bewerking waarmee u eventueel verstopte spuitkanaaltjes schoonmaakt,
zodat er weer goede afdrukken worden gemaakt.
printkop uitlijnen
De bewerking waarmee u een onjuiste uitlijning van de printkoppen corrigeert.
Verticale streepvorming wordt gecorrigeerd.
RAM
Random Access Memory. Het gedeelte van het printergeheugen dat wordt
gebruikt als een buffer en voor de opslag van door de gebruiker gedefinieerde
tekens. Alle gegevens in het RAM gaan verloren als de printer wordt
uitgeschakeld.
reset
Een printer instellen op de standaardwaarden door deze uit te schakelen en
vervolgens weer aan te zetten.
resolutie
Het aantal dots (punten) per inch dat wordt gebruikt om een afbeelding weer te
geven.
RGB
Rood, groen en blauw. Met deze kleuren wordt een additief kleurengamma van
schermkleuren gecreëerd. Hierbij worden gekleurde fosfordeeltjes aan de
binnenkant van het display opgelicht met behulp van een elektronenstraal.
8
ROM
Read Only Memory. Een gedeelte van het geheugen dat alleen kan worden
gelezen en niet kan worden gebruikt voor de opslag van gegevens. De inhoud
van het ROM blijft behouden als u de printer uitschakelt.
SelecType-instellingen
Instellingen die zijn vastgelegd met behulp van het bedieningspaneel van de
printer. In de modus SelecType kunt u verschillende printerinstellingen
vastleggen die niet beschikbaar zijn in de printerdriver, zoals instellingen voor
testafdrukken.
Spool Manager
Het softwareprogramma waarmee afdrukgegevens worden geconverteerd naar
codes die door de printer kunnen worden verwerkt. Zie ook spoolen.
spoolen
De eerste stap tijdens het afdrukken, waarin de afdrukgegevens door de
printerdriver worden geconverteerd naar codes die door de printer kunnen
worden verwerkt. Deze gegevens worden vervolgens rechtstreeks naar de
printer of naar de afdrukserver gestuurd.
spuitkanaaltjes
Fijne kanaaltjes in de printkop waarmee de inkt op de pagina wordt gespoten.
Als de spuitkanaaltjes verstopt zijn, kan de afdrukkwaliteit afnemen.
spuitkanaaltjes controleren
Een methode om de werking van de printer te controleren. Er wordt een
controlepagina afgedrukt met de firmware-(ROM-)versie en een testpatroon
voor de spuitkanaaltjes.
sRGB
Software voor Windows voor kleurafdrukken van WYSIWYG-kwaliteit (What
You See Is What You Get). Hierbij komt de kleurkwaliteit van de afgedrukte
afbeeldingen overeen met die op uw beeldscherm.
standaardinstelling
Een waarde of instelling die automatisch wordt gebruikt als de apparatuur wordt
ingeschakeld, gereset of geïnitialiseerd.
station
Een apparaat voor informatiedragers, zoals een cd-rom-lezer, een diskettestation
of een vaste-schijfstation. In Windows wordt aan elk station een letter
toegewezen zodat de verschillende stations eenvoudiger kunnen worden
beheerd.
9
Status Monitor
Het programma waarmee u de status van de printer kunt controleren.
strepen
De horizontale strepen die soms verschijnen bij het afdrukken van grafische
voorstellingen. Dit treedt op als de printkoppen niet goed zijn uitgelijnd. Zie ook
MicroWeave.
subtractieve kleuren
Kleuren die worden gemaakt door pigmenten die sommige lichtkleuren
absorberen en andere weerkaatsen. Zie ook CMYK.
toepassing
Een softwareprogramma waarmee u een bepaalde taak kunt uitvoeren, zoals
tekstverwerking of financiële planning.
Voortgangsbalk
Een balk die aangeeft hoe ver de huidige afdruktaak voor Windows is gevorderd.
WYSIWYG
Acroniem van What You See Is What You Get. Met deze term wordt een afdruk
aangeduid die er precies zo uitziet als op het scherm.
zuinig afdrukken
Een manier van afdrukken waarbij afbeeldingen met minder punten worden
afgedrukt om inkt te besparen.
10
Productinformatie
Veiligheidsvoorschriften
Belangrijke veiligheidsvoorschriften
Lees de volgende instructies goed door voordat u de printer in
gebruik neemt. Neem ook alle waarschuwingen en voorschriften
die op de printer zelf staan in acht.
❏ De openingen in de printerbehuizing mogen niet worden
geblokkeerd of afgedekt.
❏ Steek geen voorwerpen in de sleuven. Zorg ervoor dat u geen
vloeistoffen op de printer morst.
❏ Gebruik alleen de netspanning die staat vermeld op het etiket
op de printer.
❏ Sluit alle apparatuur aan op goed geaarde stopcontacten.
Gebruik geen stopcontacten in hetzelfde circuit als
fotokopieerapparaten, airconditioners of andere apparaten
die regelmatig worden in- en uitgeschakeld.
❏ Gebruik geen stopcontacten die met een wandschakelaar of
een automatische timer kunnen worden in- en uitgeschakeld.
❏ Plaats het hele computersysteem uit de buurt van apparaten
die elektromagnetische storingen kunnen veroorzaken, zoals
luidsprekers of basisstations van draagbare telefoons.
❏ Gebruik geen beschadigd of gerafeld netsnoer.
11
❏ Als u een stekkerdoos gebruikt voor de printer, mag de totale
stroombelasting in ampère van alle aangesloten apparaten
niet hoger zijn dan de maximale belasting voor de
stekkerdoos. Zorg er bovendien voor dat de totale
stroombelasting in ampère van alle apparaten die zijn
aangesloten op het wandstopcontact niet hoger is dan de
maximumwaarde die is toegestaan voor het stopcontact.
❏ Probeer de printer niet zelf te repareren.
❏ Haal in de volgende gevallen de stekker uit het stopcontact
en doe een beroep op een onderhoudstechnicus:
Als het netsnoer of de stekker beschadigd is, als er vloeistof
in de printer is gekomen, als de printer is gevallen of als de
behuizing beschadigd is, als de printer niet normaal werkt of
als er een duidelijke wijziging in de prestaties optreedt.
❏ De interfaceconnectors (inclusief de Type-B-interfacekaart)
en de connector voor de optionele Auto Take-up Reel Unit
zijn onbeperkte stroombronnen (Non-LPS).
❏ Als u de printer in Duitsland gaat gebruiken, moet u letten op
het volgende:
De installatie van het gebouw moet beschikken over een
stroomonderbreker van 10/16 A om de printer te beschermen
tegen kortsluiting en stroompieken.
Enkele voorzorgsmaatregelen
Een plaats kiezen voor de printer
❏ Plaats de printer op een vlakke en stabiele ondergrond die
groter is dan de printer. De printer werkt niet goed als hij
scheef staat.
12
❏ Vermijd plaatsen met sterke temperatuurschommelingen of
vochtige plaatsen. Houd de printer ook uit de buurt van direct
zonlicht, sterk licht of warmtebronnen.
❏ Vermijd plaatsen die onderhevig zijn aan schokken en
trillingen.
❏ Zet de printer niet in een stoffige omgeving.
❏ Zet de printer in de buurt van een wandstopcontact waar u
de stekker gemakkelijk uit het stopcontact kunt halen.
ENERGY STAR®
Als International ENERGY STAR-partner heeft EPSON bepaald
dat dit product voldoet aan de richtlijnen voor efficiënt
energiegebruik conform de International ENERGY STAR
Program-normen.
Het International ENERGY STAR Office Equipment Program is
een vrijwillige samenwerking tussen fabrikanten van computeren kantoorapparatuur ter bevordering van de ontwikkeling van
energiebesparende computers, beeldschermen, printers,
faxapparaten en kopieerapparaten om zo de luchtvervuiling door
stroomopwekking terug te dringen.
De printer gebruiken
❏ Steek uw hand niet in de printer en raak de cartridges niet aan
tijdens het afdrukken.
❏ Verplaats de printkoppen niet met de hand. Hierdoor kan de
printer worden beschadigd.
13
❏ Zet de printer altijd uit met de knop Power op het
bedieningspaneel. Wanneer u op deze knop drukt, knippert
het lampje Operate even en gaat dan uit. Verwijder de
stekker niet uit het stopcontact en sluit de stroom naar het
stopcontact niet af voordat het lampje Operate is
opgehouden met knipperen.
❏ Zorg ervoor dat de printkoppen in de uitgangspositie staan
(uiterst rechts) voordat u de printer verplaatst.
De cartridges vervangen
❏ Houd cartridges buiten het bereik van kinderen en let erop
dat ze niet uit de cartridges drinken.
❏ Als u inkt op uw huid krijgt, moet u deze grondig wassen met
water en zeep. Als u inkt in uw ogen krijgt, moet u deze
onmiddellijk spoelen met water.
❏ Als u EPSON UltraChrome-cartridges gebruikt, krijgt u het
beste resultaat wanneer u de cartridges voor het installeren
voorzichtig schudt.
c
Let op:
Schud nooit cartridges die al geïnstalleerd zijn geweest.
❏ Gebruik geen cartridge waarvan de uiterste
houdbaarheidsdatum op de verpakking is verstreken.
14
❏ Als u EPSON Ultra Chrome-cartridges gebruikt, krijgt u de
beste resultaten wanneer u de cartridge verbruikt binnen zes
maanden na installatie.
❏ Haal cartridges niet uit elkaar en probeer ze niet opnieuw te
vullen. Hierdoor kunnen de printkoppen beschadigd raken.
❏ Bewaar cartridges op een koele, donkere plaats.
❏ Laat cartridges voor gebruik ten minste drie uur op
kamertemperatuur komen.
❏ Raak de groene IC-chip aan de zijkant van de cartridges niet
aan. Anders drukt de printer mogelijk niet meer naar behoren
af.
❏ De IC-chip in deze cartridges bevat gedetailleerde informatie
over de cartridges, zoals de hoeveelheid resterende inkt,
zodat u ze kunt verwijderen en terugplaatsen wanneer u wilt.
❏ Als u een cartridge verwijdert voor later gebruik, dient u de
inkttoevoer te beschermen tegen vuil en stof. Bewaar de
cartridge in dezelfde omgeving als de printer. De inkttoevoer
wordt automatisch met een ingebouwd ventieltje afgesloten
zodat geen deksel of stop nodig is. Let echter wel op dat u met
de cartridge geen andere voorwerpen besmeurt. Raak de
inkttoevoer of het gebied eromheen niet aan.
15
Printerspecificaties
Afdrukken
Afdrukmethode
On-demand inkjet
Configuratie van
spuitkanaaltjes
Zwart: 96 spuitkanaaltjes × 2
(zwart 1 en zwart 2)
Kleur: 96 spuitkanaaltjes × 5
(cyaan, magenta, geel, lichtcyaan,
lichtmagenta)
Tekstmodus:
Tekenbreedte
Afdrukkolom
10 cpi*
237 voor Stylus Pro 7600
437 voor Stylus Pro 9600
* characters per inch (tekens per inch)
16
Rastermodus:
Stylus Pro 7600
Horizontale
resolutie
Afdrukbreedte
Beschikbare
punten
360 dpi*
604 mm
(24,16 inches)
8698
720 dpi
604 mm
(24,16 inches)
17395
1440 dpi
604 mm
(24,16 inches)
34790
2880 dpi
604 mm
(24,16 inches)
69581
Horizontale
resolutie
Afdrukbreedte
Beschikbare
punten
360 dpi*
1.112 mm
(43,78 inch)
15762
720 dpi
1.112 mm
(43,78 inch)
31524
1440 dpi
1.112 mm
(43,78 inch)
63048
2880 dpi
1.112 mm
(43,78 inch)
126087
Stylus Pro 9600
* dots per inch (punten per inch)
Resolutie
Maximaal 2880 dpi × 1440 dpi
Afdrukrichting
Tweezijdig
Besturingscode
ESC/P Raster
Regelafstand
1/6 inch of programmeerbaar in
stappen van 1/1.440 inch
17
Papierdoorvoersnelheid 215 ± 10 mm/seconde per regel van
1/4 inch
RAM
32 MB voor Stylus Pro 7600
64 MB voor Stylus Pro 9600
Tekensets
PC 437 (US, Standard Europe),
PC 850 (Multilingual)
Lettertype
EPSON Courier 10 cpi
Afdrukgebied
Papier op een rol en losse vellen
A
B-L
B-R
C
18
A
Voor rolpapier geldt een bovenmarge van minimaal 3,0 mm
(0,12")*.
Voor losse vellen geldt een bovenmarge van minimaal 3,0 mm
(0,12").
B-L
Voor rolpapier geldt een linkermarge van minimaal 0 mm (0")*.
Voor losse vellen geldt een linkermarge van minimaal 0 mm (0").
B-R
Voor rolpapier geldt een rechtermarge van minimaal 0 mm (0")*.
Voor losse vellen geldt een rechtermarge van minimaal 0 mm (0").
C
Voor rolpapier geldt een ondermarge van minimaal 3,0 mm
(0,12")*.
Voor losse vellen geldt een ondermarge van minimaal 14,0 mm
(0,55").
*
Voor papierrollen kunt u op het bedieningspaneel de volgende marges
selecteren. Zie “PAPER MARGIN” voor meer informatie.
Parameter
A
B-L
B-R
C
3 mm
3 mm
3 mm
3 mm
3 mm
15 mm
15 mm
15 mm
15 mm
15 mm
T/B 15 mm
(standaard)
15 mm
3 mm
3 mm
15 mm
Opmerking:
De printer detecteert automatisch de afmetingen van het papier dat
is geladen. Als een afdruktaak niet in het afdrukgebied past, worden
de gegevens niet afgedrukt.
19
Mechanische specificaties
Methode van
papierinvoer
Frictie
Papierpad
Papierrollen of losse vellen met
handmatige invoer
Afmetingen (in gebruik) Stylus Pro 7600:
Breedte: 1.100 mm (43,3 inches)
Diepte: 572 mm (22,5 inches)
Hoogte: 560 mm (22,0 inches)
Stylus Pro 9600:
Breedte: 1.624 mm (63,9 inches)
Diepte: 717 mm (28,2 inches)
Hoogte: 1.181 mm (46,5 inch)
Gewicht
Stylus Pro 7600:
ca. 43,5 kg (95,7 lb)
Stylus Pro 9600:
ca. 63,5 kg (139,7 lb)
Standaard:
ca. 20,5 kg (45,1 lb)
Elektrische specificaties
Stroomsterkte 100 V tot 240 V
Invoervoltage
90 tot 264 V
Frequentiebereik
50 tot 60 Hz
Invoerfrequentie
49 tot 61 Hz
Stroomsterkte
1,0 -0,5 A
Stroomverbruik
ca. 130,5 W (ISO 10561 Letter-formaat)
29 W of minder in slaapstand
20
Opmerking:
Raadpleeg het etiket op de achterkant van de printer voor informatie over
het voltage.
Omgevingsspecificaties
Temperatuur
Gebruik:
10 tot 35°C (50 tot 95°F)
Opslag:
-20 tot 40°C (-4 tot 104°F)
Transport: -20 tot 60°C (-4 tot 140°F)*
1 maand bij 40°C (104°F)
120 uur bij 60°C (140°F)
Luchtvochtigheid
Gebruik:
20 tot 80% RV**
Opslag:
20 tot 85% RV**
Transport: 5 tot 85% RV*,**
* Bij opslag in transportcontainer
** Zonder condensatie
Gebruiksomgeving (temperatuur en luchtvochtigheid):
21
Initialisatie
Hardware-initialisatie bij aanzetten van de printer:
Het printermechanisme wordt teruggezet naar de
beginstatus.
De invoerbuffer en de afdrukbuffer worden
leeggemaakt.
De printer wordt ingesteld op de laatst ingestelde
standaardwaarden.
Software-initialisatie wanneer de opdracht ESC@ (initialiseer de
printer) wordt ontvangen:
De afdrukbuffer wordt leeggemaakt.
De printer wordt ingesteld op de laatst ingestelde
standaardwaarden.
Initialisatie van de knoppen op het bedieningspaneel door drie
seconden op de knop Pause te drukken of wanneer de het signaal
*INIT wordt verzonden:
Printkoppen worden afgedekt.
Eventueel aanwezig papier wordt uitgevoerd.
De invoerbuffer en de afdrukbuffer worden
leeggemaakt.
De printer wordt ingesteld op de laatst ingestelde
standaardwaarden.
Normen en goedkeuringen
Veiligheid
UL 1950
CSA 22.2 Nr. 950
Laagspanningsrichtlijn 73/23/EEG
EN 60950
22
EMC
FCC lid 15 sublid B klasse B
CSA C108.8 klasse B
AS/NZS 3548 klasse B
EMC-richtlijn 89/336/EEG
EN 55022 klasse B
EN 55024
EN 61000-2-3
EN 61000-3-3
w
Waarschuwing:
Dit is een klasse A product. In een huishoudelijke omgeving kan
dit product radiostoringen veroorzaken. Neem in dat geval de
vereiste maatregelen.
Papier
Opmerking:
Aangezien de kwaliteit van een bepaald merk of type papier op elk
moment kan worden gewijzigd door de fabrikant, kan EPSON niet
instaan voor de kwaliteit van papier dat niet door EPSON zelf wordt
geleverd. Probeer papier altijd eerst uit voordat u er grote hoeveelheden
van aanschaft of hierop grote taken afdrukt.
23
Papierrol:
Formaat
Binnenste diameter: Stylus Pro 7600:
2 inch
210 tot 610 mm (B) × 45.000 mm (L)
(8,26 tot 24,02 inches × 1.771,65 inches)
Stylus Pro 9600:
210 tot 1.118 mm (B) × 45.000 mm (L)
(8,26 tot 44,02 inch × 1.771,65 inches)
Binnenste diameter: Stylus Pro 7600:
3 inch
210 tot 610 mm (B) × 202.000 mm (L)
(8,26 tot 24,02 inches × 7.952,76 inch)
Stylus Pro 9600:
210 tot 1.118 mm (B) × 202.000 mm (L)
(8,26 tot 44,02 inch × 7.952,76 inch)
Buitenste diameter maximaal 103 mm (4,05 inch) voor
standaard/optionele papierrolhouder van
2 inch
maximaal 150 mm (5,90 inch) voor
optionele papierrolhouder van 3-inch
Papiersoorten
Gewoon papier, speciaal afdrukmateriaal
van EPSON
Dikte
(voor gewoon
papier)
0,08 tot 0,50 mm (0,003 tot 0,019 inch)
Gewicht
(voor gewoon
papier)
64 gf/m² (17 lb) tot 90 gf/m² (24 lb)
24
Losse vellen:
Formaat
Super B0 (1.118 × 1.580 mm)*
B0 (1.030 × 1.456 mm)*
B1 (728 × 1.030 mm)*
B2 (515 × 728 mm)
B3 (364 × 515 mm)
B4 (257 × 364 mm)
B5 (182 × 257 mm)
Super A0 (914 × 1.292 mm)*
A0 (841 × 1.189 mm)*
Super A1 (24 × 36 inch)
A1 (594 × 841 mm)
A2 (420 × 594 mm)
A3 (297 × 420 mm)
A4 (210 × 297 mm)
Super A3/B (329 × 483 mm)
US E (34 × 44 inch)
US D (22 × 34 inch)
US C (17 × 22 inch)
US B (11 × 17 inch)
Letter (8,5 × 11 inch)
Papiersoorten
Gewoon papier, speciaal afdrukmateriaal
van EPSON
Dikte
(voor gewoon
papier)
0,08 tot maximaal 0,11 mm
(0,003 tot maximaal 0,004 inch)
Gewicht
(voor gewoon
papier)
64 gf/m² (17 lb) tot 90 gf/m² (24 lb)
* alleen voor de Stylus Pro 9600.
25
Opmerking:
❏ Papier van slechte kwaliteit kan leiden tot een minder goede
afdrukkwaliteit, vastlopen van papier of andere problemen. Gebruik
papier van een betere kwaliteit als u problemen ondervindt.
❏ Laad geen omgekruld of gevouwen papier in de printer.
Gebruik papier onder de volgende condities:
Temperatuur 15 tot 25°C (59 tot 77°F)
Luchtvochtigheid 40 tot 60% RV
EPSON Photo Quality Glossy Film dient te worden
bewaard onder de volgende condities:
Temperatuur 15 tot 30 °C (59 tot 86 °F)
Luchtvochtigheid 20 tot 60% RV
Cartridges
Opmerking:
Een cartridge van 110 ml is standaard. Voor de Stylus Pro 9600 is als
optie een cartridge van 220 ml verkrijgbaar.
EPSON UltraChrome-inkt
Photo Black
Matzwart
Lichtzwart
Geel
Magenta
Cyaan
Lichtmagenta
Lichtcyaan
Standaard
Optie
T543100
T543800
T543700
T543400
T543300
T543200
T543600
T543500
T544100
T544800
T544700
T544400
T544300
T544200
T544600
T544500
26
Dye-inkt
Standaard
Zwart
Geel
Magenta
Cyaan
Lichtmagenta
Lichtcyaan
Levensduur
EPSON
UltraChrome
Dye-inkt
Temperatuur
Afmetingen
Gewicht
Capaciteit
T545100
T545400
T545300
T545200
T545600
T545500
ongeopend 2 jaar vanaf de
productiedatum;
6 maanden na openen van
de verpakking
ongeopend 2 jaar vanaf de
productiedatum;
binnen 2 jaar na openen van
de verpakking
-30 tot 40°C (-22 tot 104°F)
1 maand bij 40°C (104°F)
-20 tot 40°C (-4 tot 104°F)
Opslag (niet
geïnstalleerd):
Opslag
(geïnstalleerd):
Tijdens transport:
120 uur bij 60°C (140°F)
Standaardcartridge: 25,1 (B) × 165,8 (D) × 106,6
(H)
(0,99 (B) × 6.53 (D) × 4,20 (H)
inch)
Optionele cartridge: 25,1 (B) × 280,8 (D) × 106,6
(H)
(0,99 (B) × 11,06 (D) × 4,20
(H) inch)
Standaardcartridge: circa 200 g (0,44 lb.)
Optionele cartridge: circa 385 g (0,85 lb)
Standaard:
110 ml
Optioneel:
220 ml
27
c
Let op:
❏ Als u EPSON UltraChrome-cartridges gebruikt, krijgt u het
beste resultaat wanneer u de cartridge voor het installeren
voorzichtig schudt.
❏ EPSON raadt u aan uitsluitend originele EPSON-cartridges
te gebruiken. Andere producten die niet door EPSON zijn
vervaardigd kunnen leiden tot beschadiging van de printer
die niet onder de garantie van EPSON valt.
❏ Gebruik geen cartridge waarvan de uiterste
houdbaarheidsdatum op de verpakking is verstreken.
Systeemvereisten
De printer gebruiken met een pc
Voor het gebruik van deze printer moet u beschikken over
Microsoft® Windows ® Millennium Edition, 98, 95, XP, 2000 of
NT 4.0 en een afgeschermde parallelle kabel (twisted pair). Als u
de printer wilt aansluiten op een USB-poort moet u beschikken
over een computer die is voorzien van Windows Me, 98, XP of
Windows 2000 (originele versie), een USB-poort en een
afgeschermde USB-kabel.
Bovendien moet uw computer aan de volgende systeemvereisten
voldoen:
28
Minimale systeemvereisten
Aanbevolen systeem
Pentium voor Windows 98, 95 en NT 4.0
Pentium 133 MHz voor Windows 2000
Pentium 150 MHz voor Windows Me
Pentium 300 MHz voor Windows XP
Pentium III 1 GHz of
snellere processor
32 MB RAM voor Windows Me, 98, 95 en NT 4.0
64 MB RAM voor Windows 2000
128 MB RAM voor Windows XP
128 MB RAM of meer
100 MB vrije ruimte op de vaste schijf voor
Windows Me, 98, 95, XP, 2000 en NT 4.0
8 GB of meer vrije
schijfruimte
VGA-monitor
VGA-monitor of beter
De leverancier van uw computer kan u helpen uw systeem uit te
breiden als dit niet aan deze vereisten voldoet.
Opmerking:
De bovengenoemde geheugenvereisten gelden voor afdrukken op papier
van het formaat B0 (1.030 × 1.456 mm). Deze vereisten wisselen al
naargelang het gebruikte papierformaat, het soort toepassing en de
complexiteit van het afgedrukte document.
De printer gebruiken met een Macintosh
Voor het gebruik van deze printer dient uw Apple® Macintosh®
aan de volgende systeemvereisten te voldoen. U hebt tevens een
USB-kabel nodig om de printer aan te sluiten op de Macintosh.
Minimale systeemvereisten
Aanbevolen systeem
PowerPC
PowerPC G4 733 MHz/PowerPC G3
733 MHz of snellere processor
Mac OS 8.5.1
Mac OS 9.1 of hoger
48 MB beschikbaar geheugen
51 MB beschikbaar geheugen
wanneer afdrukken op de
achtergrond is ingeschakeld.
80 MB of meer beschikbaar
geheugen
130 MB beschikbaar geheugen
wanneer afdrukken op de
achtergrond is ingeschakeld.
-
8 GB of meer vrije schijfruimte
29
Opmerking:
❏ De hoeveelheid beschikbaar geheugen is afhankelijk van het aantal
en het soort geopende toepassingen. Als u wilt weten hoeveel
geheugen er beschikbaar is, kiest u Over deze Macintosh in het
Apple-menu. U vindt vervolgens de geheugengrootte (in kilobytes)
onder Grootste ongebruikte blok (1.024 kB = 1 MB).
❏ De bovengenoemde geheugenvereisten gelden voor afdrukken op
papier van het formaat B0 (1.030 × 1.456 mm). Deze vereisten
wisselen al naargelang het gebruikte papierformaat, het soort
toepassing en de complexiteit van het afgedrukte document.
❏ Welke interface u kunt gebruiken hangt af van de versie van het
Macintosh-systeem:
Netwerkinterface: 8.5.1 tot 9.x
USB-interface: 8.5.1 tot 9.x
Type-B-interface: 8.6.x tot 9.x
Naast deze systeem- en geheugenvereisten hebt u 29 MB vrije
ruimte op de harde schijf nodig om de printersoftware te kunnen
installeren.
Interfacespecificaties
Deze printer is voorzien van een 8-bits parallelle interface en een
USB-interface.
Parallelle interface
Voor de ingebouwde parallelle interface gelden de volgende
kenmerken.
30
Compatibiliteitsmodus
Gegevensindeling
8-bits parallel
Synchronisatie
STROBE-pulsen
Handshaking
BUSY- en ACKNLG-signalen
Signaalniveau
TTL-niveau (IEEE-1284 niveau 1 apparaat)
Verstelbare
connector
57-30360 Amphenol-connector of vergelijkbaar
Nibble-modus
Transmissiemethode
8-bits parallel
Synchronisatie
STROBE-pulsen
Handshaking
BUSY- en ACKNLG-signalen
Signaalniveau
TTL-niveau (IEEE-1284 niveau 1 apparaat)
Gegevensoverdrac
ht-timing
Raadpleeg de IEEE-1284-specificatie
ECP-modus
Transmissiemethode
IEEE-1284 ECP-modus
Synchronisatie
Raadpleeg de IEEE-1284-specificatie
Handshaking
Raadpleeg de IEEE-1284-specificatie
Signaalniveau
TTL-niveau (IEEE-1284 niveau 1 apparaat)
Gegevensoverdrac
ht-timing
Raadpleeg de IEEE-1284-specificatie
31
USB-interface
De in deze printer ingebouwde USB-interface is gebaseerd op de
standaarden volgens de Universal Serial Bus Specifications
Revision 1.1 en de Universal Serial Bus Device Class Definition
for Printing Devices Version 1.1. De kenmerken van deze interface
zijn als volgt.
Standaard
Universal Serial Bus Specifications Revision 1.1,
Universal Serial Bus Device Class Definition for
Printing Devices Version 1.1
Overdrachtssnelheid
12 Mbps (apparaat op maximale snelheid)
Gegevenscodering
NRZI
Verstelbare connector
USB Serie B
Aanbevolen
kabellengte
2 meter
32
Opties en verbruiksmaterialen
Opties
Voor uw printer zijn de volgende opties verkrijgbaar.
Opmerking:
De asterisk (*) staat voor het laatste cijfer van het productnummer, dat
van land tot land verschilt.
Papierrolhouders
Er zijn extra papierrolhouders beschikbaar waardoor u de
papierrol sneller en eenvoudiger kunt vervangen. Als u een aantal
houders met verschillende soorten papier op voorraad houdt,
kunt u op elk moment de gewenste rol meteen in de printer
plaatsen. Zie “Papierrollen gebruiken” voor informatie over het
gebruik van extra houders.
Dubbele papierrolhouder 2/3 inch
(voor de Stylus Pro 9600)
C12C811151
Dubbele papierrolhouder 2/3 inch
(hoge spanning/voor de Stylus Pro 9600)
C12C811152
Dubbele papierrolhouder 2/3 inch
(voor de Stylus Pro 7600)
C12C811161
Papierrolhouder 5,08 cm
(hoge spanning/voor de Stylus Pro 7600)
C12C811093
Papierrolhouder 3 inch
(hoge spanning/voor de Stylus Pro 7600)
C12C811103
33
Auto Take-Up Reel Unit
Deze optie is alleen beschikbaar voor de Stylus Pro 9600.
Deze eenheid rolt uw documenten die op rolpapier zijn
afgedrukt, automatisch op. De eenheid bestaat uit een
oprolhaspel, een aandrijfeenheid en een beweegbare eenheid, die
alle worden bevestigd aan de printer, en bevestigingstape. Zie de
optionele Auto Take-Up Reel Unit User’s Guide voor informatie over
de installatie en het gebruik van deze optie.
Auto Take-Up Reel Unit
C12C815172
Handmatige snijeenheid
Met deze optie kunt u afdrukken op een papierrol handmatig
afsnijden. Zie de bijgevoegde handleiding voor informatie over
de installatie en het gebruik van het snijmechanisme.
Handmatige snijeenheid (voor de Stylus Pro 9600) C12C815182
Handmatige snijeenheid (voor de Stylus Pro 7600) C12C815231
Reservemes voor het handmatige snijmechanisme C12C815192
Standaard
Deze optie is voor de Stylus Pro 7600.
Standaard (voor de SP-7600)
C12C844061
34
Interfacekaarten
Er is een aantal extra interfacekaarten verkrijgbaar als aanvulling
op de ingebouwde interfaces van de printer. Raadpleeg voor
informatie over de installatie van optionele interfacekaarten de
handleiding Uitpakken en installeren van de printer.
Neem contact op met uw leverancier als u niet zeker weet of u een
optionele interfacekaart nodig hebt, of als u meer wilt weten over
interfaces.
EPSONNet 10/100 BASE TX Int. Printer Server
C12C82391✽
IEEE 1394-interfacekaart
C823722
C12C823723
Opmerking:
❏ Door het gebruik van sommige optionele interfacekaarten kan het
afdrukken van grafische voorstellingen en afbeeldingen meer tijd in
beslag nemen.
❏ Het productnummer verschilt per land.
Verbruiksmaterialen
Voor uw printer zijn de volgende verbruiksmaterialen
verkrijgbaar.
Snijmechanisme
Als het papier niet meer scherp wordt afgesneden, kunt u het mes
van het snijmechanisme vervangen. Zie “Het mes van het
snijmechanisme vervangen”.
Mes voor het snijmechanisme
C12C815131
35
Reservemes voor het automatische snijmechanisme (voor
afdrukken zonder marge)
Dit mes is geschikt voor afdrukken zonder marge.
Reservemes voor het automatische snijmechanisme C12C815241
(voor afdrukken zonder marge)
Cartridges
Zie “Cartridges vervangen” voor informatie over het vervangen
van een cartridge.
<EPSON UltraChrome>
Standaard
(110 ml)
Optie
(220 ml)
Cartridge (Photo Black)
T534100
T544100
Cartridge (Matte Black)
T543800
T544800
Cartridge (Light Black)
T543700
T544700
Cartridge (Yellow)
T543400
T544400
Cartridge (Magenta)
T543300
T544300
Cartridge (Cyan)
T543200
T544200
Cartridge (Light Magenta)
T543600
T544600
Cartridge (Light Cyan)
T543500
T544500
36
<Dye-inkt>
Standaard (110 ml)
Cartridge (Black)
T545100
Cartridge (Yellow)
T545400
Cartridge (Magenta)
T545300
Cartridge (Cyan)
T545200
Cartridge (Light Magenta)
T545600
Cartridge (Light Cyan)
T545500
Opmerking:
❏ Het productnummer verschilt per land.
❏ De optionele cartridge (220 ml) is alleen verkrijgbaar voor de Stylus
Pro 9600.
Onderhoudscassette
In deze cassette worden overtollige vloeistoffen opgevangen.
Onderhoudscassette
C12C890071
37
Speciaal afdrukmateriaal van EPSON
U kunt voor deze printer vrijwel alle typen gewoon papier
gebruiken. EPSON levert daarnaast speciaal afdrukmateriaal
voor inkjetprinters dat voldoet aan de hoogste eisen met
betrekking tot de afdrukkwaliteit.
Opmerking:
❏ De beschikbaarheid van speciaal afdrukmateriaal kan van land tot
land verschillen.
❏ De namen van bepaalde materialen kunnen van land tot land
verschillen. Controleer aan de hand van het productnummer welk
type van het speciale afdrukmateriaal u nodig hebt of al in uw bezit
hebt.
38
Papierrol (voor EPSON UltraChrome-inkt)
Media name
Size
Product
Code
EPSON Doubleweight Matte
Paper
610mm (24")
x 25m (82')
S041385
EPSON Doubleweight Matte
Paper
914mm (36")
x 25m (82')
S041386
EPSON Doubleweight Matte
Paper
1.118mm
(44") x 25m
(82')
S041387
EPSON Glossy Paper-Photo
Weight
559mm (22")
x 20m (65')
S041388
EPSON Glossy Paper-Photo
Weight
1.118mm
(44") x 20m
(65')
S041389
EPSON Premium Glossy Photo
Paper
610mm (24")
x 30,5m (100')
S041390
EPSON Premium Glossy Photo
Paper
914mm (36")
x 30,5m (100')
S041391
EPSON Premium Glossy Photo
Paper
1.118mm
(44") x 30,5m
(100')
S041392
EPSON Premium Semigloss
Photo Paper
610mm (24")
x 30,5m (100')
S041393
EPSON Premium Semigloss
Photo Paper
914mm (36")
x 30,5m (100')
S041394
EPSON Premium Semigloss
Photo Paper
1.118mm
(44") x 30,5m
(100')
S041395
39
EPSON Watercolor
Paper-Radiant White
610mm (24")
x 18m
S041396
EPSON Watercolor
Paper-Radiant White
914mm (36")
x 18m
S041397
EPSON Watercolor
Paper-Radiant White
1.118mm
(44") x 18m
S041398
EPSON Glossy Film
610mm (24")
x 20m
S041314
EPSON Glossy Film
914mm (36")
x 20m
S041313
EPSON Glossy Film
1.118mm
(44") x 20m
S041312
EPSON Photo Glossy Paper
EPSON Photo Grade Glossy
Paper
610mm (24")
x 30,5m (100')
S041575
S041475
EPSON Photo Glossy Paper
EPSON Photo Grade Glossy
Paper
914mm (36")
x 30,5m (100')
S051571
S041476
EPSON Photo Glossy Paper
EPSON Photo Grade Glossy
Paper
1.118mm
(44") x 30,5m
(100')
S041572
S041477
EPSON Photo Semigloss Paper
EPSON Photo Grade Semigloss
Paper
610mm (24")
x 30,5m (100')
S041576
S041478
EPSON Photo Semigloss Paper
EPSON Photo Grade Semigloss
Paper
914mm (36")
x 30,5m (100')
S041573
S041479
EPSON Photo Semigloss Paper
EPSON Photo Grade Semigloss
Paper
1.118mm
(44") x 30,5m
(100')
S041574
S041480
40
EPSON Premium Glossy Photo
Paper (250)
610mm (24")
x 30,5m (100')
S041638
EPSON Premium Glossy Photo
Paper (250)
914mm (36")
x 30,5m (100')
S041639
EPSON Premium Glossy Photo
Paper (250)
1.118mm
(44") x 30,5m
(100')
S041640
EPSON Premium Semigloss
Photo Paper (250)
610mm (24")
x 30,5m (100')
S041641
EPSON Premium Semigloss
Photo Paper (250)
914mm (36")
x 30,5m (100')
S041642
EPSON Premium Semigloss
Photo Paper (250)
1.118mm
(44") x 30,5m
(100')
S041643
EPSON Premium Semimatte
Photo Paper (250)
610mm (24")
x 30,5m (100')
S041655
EPSON Premium Semimatte
Photo Paper (250)
914mm (36")
x 30,5m (100')
S041656
EPSON Premium Semimatte
Photo Paper (250)
1.118mm
(44") x 30,5m
(100')
S041657
EPSON Premium Luster Photo
Paper
610mm (24")
x 30,5m (100')
S041461
EPSON Premium Luster Photo
Paper
914mm (36")
x 30,5m (100')
S041462
EPSON Premium Luster Photo
Paper
1.118mm
(44") x 30,5m
(100')
S041463
EPSON Premium Luster Photo
Paper
254mm (10")
x 30,5m (100')
S041644
41
EPSON Premium Luster Photo
Paper
508mm (20")
x 30,5m (100')
S041645
EPSON Premium Luster Photo
Paper
30cm x 30,5m
S041646
EPSON Premium Luster Photo
Paper
60cm x 30,5m
S041647
EPSON Smooth Fine Art Paper
610mm (24")
x 15,2m (50')
S041431
EPSON Smooth Fine Art Paper
914mm (36")
x 15,2m (50')
S041432
EPSON Smooth Fine Art Paper
1.118mm
(44") x 15,2m
(50')
S041433
EPSON Textured Fine Art Paper
610mm (24")
x 15,2m (50')
S041447
EPSON Textured Fine Art Paper
914mm (36")
x 15,2m (50')
S041448
EPSON Textured Fine Art Paper
1.118mm
(44") x 15,2m
(50')
S041449
EPSON Canvas
610mm (24")
x 12,2m (40')
S041531
EPSON Canvas
914mm (36")
x 12,2m (40')
S041532
EPSON Canvas
1.118mm
(44") x 12,2m
(40')
S041533
EPSON Backlight Film
610mm (24")
x 30,5m (100')
S041482
42
EPSON Backlight Film
914mm (36")
x 30,5m (100')
S041483
EPSON Backlight Film
1118mm (44")
x 30,5m (100')
S041484
EPSON Adhesive Vinyl
610mm (24")
x 12,2m (40')
S041436
EPSON Adhesive Vinyl
914mm (36")
x 12,2m (40')
S041437
EPSON Adhesive Vinyl
1.118mm
(44") x 12,2m
(40')
S041438
EPSON Heavyweight Polyester
Banner
610mm (24")
x 20m (65')
S041485
EPSON Heavyweight Polyester
Banner
914mm (36")
x 20m (65')
S041486
EPSON Heavyweight Polyester
Banner
1.118mm
(44") x 20m
(65')
S041487
EPSON Enhanced Synthetic
Paper
610mm (24")
x 40m (131')
S041614
EPSON Enhanced Synthetic
Paper
914mm (36")
x 40m (131')
S041615
EPSON Enhanced Synthetic
Paper
1.118mm
(44") x 40m
(131')
S041616
EPSON Enhanced Adhesive
Synthetic Paper
610mm (24")
x 30,5m (100')
S041617
EPSON Enhanced Adhesive
Synthetic Paper
914mm (36")
x 30,5m (100')
S041618
43
EPSON Enhanced Adhesive
Synthetic Paper
1.118mm
(44") x 30,5m
(100')
S041619
EPSON Tyvek® Brillion™
610mm (24")
x 18,3m (60')
S041494
EPSON Tyvek® Brillion™
914mm (36")
x 18,3m (60')
S041495
EPSON Tyvek® Brillion™
1.118mm
(44") x 18,3m
(60')
S041496
EPSON Enhanced Matte Paper
610mm (24")
x 30,5m (100')
S041595
EPSON Enhanced Matte Paper
914mm (36")
x 30,5m (100')
S041596
EPSON Enhanced Matte Paper
1.118mm
(44") x 30,5m
(100')
S041597
44
Losse vellen (voor EPSON UltraChrome-inkt)
Media name
Size
ProductC
ode
EPSON Glossy Paper-Photo
Weight
A4
S041349
EPSON Glossy Paper-Photo
Weight
A3
S041350
EPSON Glossy Paper-Photo
Weight
Super A3
S041347
EPSON Watercolor
Paper-Radiant White
Super A3
Super B
S041352
S041387
EPSON Smooth Fine Art Paper
24" x 30"
S041434
EPSON Smooth Fine Art Paper
36" x 44"
S041435
EPSON Textured Fine Art Paper
24" x 30"
S041450
EPSON Textured Fine Art Paper
36" x 44"
S041451
EPSON Enhanced Matte Poster
Board
24" x 30"
S041598
EPSON Enhanced Matte Poster
Board
30" x 40"
S041599
Media name
Size
Product
Code
EPSON Presentation Matte Paper
610mm (24")
x 25m (82')
S041295
EPSON Presentation Matte Paper
914mm (36")
x 25m (82')
S041221
Papierrollen (voor dye-inkt)
45
EPSON Presentation Matte Paper
1.118mm
(44") x 25m
(82')
S041220
EPSON Semigloss Photo Paper
EPSON Semi Gloss Paper-Heavy
Weight
610mm (24")
x 25m (82')
S041294
S041292
EPSON Semigloss Photo Paper
EPSON Semi Gloss Paper-Heavy
Weight
914mm (36")
x 25m (82')
S041223
S041229
EPSON Semigloss Photo Paper
EPSON Semi Gloss Paper-Heavy
Weight
1.118mm
(44") x 25m
(82')
S041222
S041228
EPSON Glossy Photo Paper
EPSON Glossy Paper-Heavy
Weight
610mm (24")
x 20m (65')
S041293
S041291
EPSON Glossy Photo Paper
EPSON Glossy Paper-Heavy
Weight
914mm (36")
x 20m (65')
S041225
S041227
EPSON Glossy Photo Paper
EPSON Glossy Paper-Heavy
Weight
1.118mm
(44") x 20m
(65')
S041224
S041226
EPSON Doubleweight Matte
Paper
610mm (24")
x 25m (82')
S041385
EPSON Doubleweight Matte
Paper
914mm (36")
x 25m (82')
S041386
EPSON Doubleweight Matte
Paper
1.118mm
(44") x 25m
(82')
S041387
EPSON Photo Glossy Paper
EPSON Photo Grade Glossy
Paper
610mm (24")
x 30,5m (100')
S041575
S041475
46
EPSON Photo Glossy Paper
EPSON Photo Grade Glossy
Paper
914mm (36")
x 30,5m (100')
S051571
S041476
EPSON Photo Glossy Paper
EPSON Photo Grade Glossy
Paper
1.118mm
(44") x 30,5m
(100')
S041572
S041477
EPSON Photo Semigloss Paper
EPSON Photo Grade Semigloss
Paper
610mm (24")
x 30,5m (100')
S041576
S041478
EPSON Photo Semigloss Paper
EPSON Photo Grade Semigloss
Paper
914mm (36")
x 30,5m (100')
S041573
S041479
EPSON Photo Semigloss Paper
EPSON Photo Grade Semigloss
Paper
1.118mm
(44") x 30,5m
(100')
S041574
S041480
EPSON Premium Glossy Photo
Paper (250)
914mm (36")
x 30,5m (100')
S041639
EPSON Premium Glossy Photo
Paper (250)
1.118mm
(44") x 30,5m
(100')
S041640
EPSON Premium Semigloss
Photo Paper (250)
610mm (24")
x 30,5m (100')
S041641
EPSON Premium Semigloss
Photo Paper (250)
914mm (36")
x 30,5m (100')
S041642
EPSON Premium Semigloss
Photo Paper (250)
1.118mm
(44") x 30,5m
(100')
S041643
EPSON Premium Semimatte
Photo Paper (250)
610mm (24")
x 30,5m (100')
S041655
EPSON Premium Semimatte
Photo Paper (250)
914mm (36")
x 30,5m (100')
S041656
47
EPSON Premium Semimatte
Photo Paper (250)
1.118mm
(44") x 30,5m
(100')
S041657
EPSON Premium Luster Photo
Paper
610mm (24")
x 30,5m (100')
S041461
EPSON Premium Luster Photo
Paper
914mm(36") x
30,5m(100')
S041462
EPSON Premium Luster Photo
Paper
1.118mm
(44") x 30,5m
(100')
S041463
EPSON Premium Luster Photo
Paper
254mm (10")
x 30,5m (100')
S041644
EPSON Premium Luster Photo
Paper
508mm (20")
x 30,5m (100')
S041645
EPSON Premium Luster Photo
Paper
30cm x 30,5m
S041646
EPSON Premium Luster Photo
Paper
60cm x 30,5m
S041647
EPSON Backlight Film
610mm (24")
x 30,5m (100')
S041482
EPSON Backlight Film
914mm (36")
x 30,5m (100')
S041483
EPSON Backlight Film
1.118mm
(44") x
30,5m(100')
S041484
Size
Product
Code
Losse vellen (voor dye-inkt)
Media name
48
EPSON Photo Paper (Glossy
Photo Paper)
A4
S041140
S041622
EPSON Photo Paper (Glossy
Photo Paper)
LTR
S041141
EPSON Photo Paper (Glossy
Photo Paper)
A3
S041142
EPSON Photo Paper (Glossy
Photo Paper)
B
S041156
EPSON Photo Paper (Glossy
Photo Paper)
Super A3/B
S041143
EPSON Photo Quality Ink Jet
Paper
A4
S041026
S041061
EPSON Photo Quality Ink Jet
Paper
LTR
S041062
EPSON Photo Quality Ink Jet
Paper
A3
S041068
EPSON Photo Quality Ink Jet
Paper
B
S041070
EPSON Photo Quality Ink Jet
Paper
Super A3/B
S041069
EPSON Photo Quality Ink Jet
Paper
A2
S041079
EPSON Photo Quality Ink Jet
Paper
C
S041171
EPSON Poster Board -Semigloss
B2
S041237
EPSON Poster Board -Semigloss
B1
S041236
49
Het bedieningspaneel
Knoppen, lampjes en berichten
Op het bedieningspaneel van de printer bevinden zich 8 knoppen,
14 lampjes en een LCD-display voor 20 tekens. Hieronder ziet u
hoe het bedieningspaneel is ingedeeld.
Knoppen
Power
Hiermee zet u de printer aan en uit. Als u naar de
onderhoudsmodus wilt gaan zet u de printer uit,
houdt u de knop Pause ingedrukt en drukt u
vervolgens op deze knop. Zie “Onderhoudsmodus”.
Cleaning
3 Sec.
Als u deze knop drie seconden ingedrukt houdt
worden de printkoppen gereinigd. Haal voor het
reinigen dik papier dat eventueel is geladen uit de
printer.
50
Pause
(Reset 3 sec.)
Onderbreekt het afdrukken. Druk nogmaals op deze
knop als u het afdrukken wilt hervatten.
Als u deze knop drie seconden ingedrukt houdt
worden alle afdrukgegevens uit het geheugen van
de printer verwijderd.
Als u in de modus SelecType op deze knop drukt,
keert de printer terug naar de status READY.
SelecType
Als u deze knop indrukt in de status READY gaat u
naar de modus SelecType. Als u deze knop indrukt in
de modus SelecType kunt u een gewenst menu
selecteren.
Paper Source
Selecteert de papierbron: Roll Auto Cut, Roll Cutter
Off of Sheet.
Als u hierop drukt in de modus SelecType kunt u in het
menu een gewenst onderdeel selecteren.
Paper Feed u
Laadt het papier in omgekeerde volgorde. Als u in
de modus SelecType op deze knop drukt, kunt u een
gewenste parameter in het geselecteerde
onderdeel selecteren. Parameters worden gewijzigd
in voorwaartse volgorde.
Paper Feed d
Laadt het papier in voorwaartse richting. Als u in de
modus SelecType op deze knop drukt, kunt u een
gewenste parameter in het geselecteerde
onderdeel selecteren. De parameters worden
gewijzigd in achterwaartse volgorde.
51
Cut/Eject
(Enter)
Wanneer het lampje Sheet brandt:
Voert het vel papier uit.
Wanneer het lampje Roll Auto Cut brandt:
Voert het papier van de rol door en snijdt het af.
Wanneer het lampje Roll Cutter Off brandt:
Laadt het papier tot aan de geleider op de degel.
Wanneer het lampje Roll Cutter Off brandt en Print
Page Line is ingeschakeld:
Voert de rol papier door en drukt vervolgens een
paginascheiding af onderaan het document. Zie
“PAGE LINE”.
Opmerking:
Deze knop kan worden gebruikt tijdens het drogen
van de inkt.
Wanneer u op deze knop drukt in de modus
SelecType, wordt de geselecteerde parameter van
het geselecteerde item ingesteld als
standaardwaarde. Als het geselecteerde item
alleen kan worden uitgevoerd, wordt het uitgevoerd.
Lampjes
= Aan
= Knipperend
= Uit
De printer staat aan.
Operate
De printer ontvangt gegevens of is bezig met
uitschakelen.
Operate
52
De printer staat uit.
Operate
Het papier is op, de papierhendel is ontgrendeld of het
geladen papier is te dik om de printkoppen te kunnen
reinigen.
Paper Out
Het papier zit vast of er is een andere fout opgetreden
in de papieruitvoer. Zie “Printer stopt opeens met
afdrukken”.
Paper Out
Onderhoudscassette is bijna vol.
Maintenance
Tank
Onderhoudscassette is niet geïnstalleerd.
Maintenance
Tank
De printer is klaar om gegevens af te drukken.
Pause
Pause
Het printermechanisme beweegt ter voorbereiding op
het afdrukken, de afdruk wordt gedurende een
geprogrammeerde tijd gedroogd of de printkop wordt
schoongemaakt.
De printer staat in de pauzemodus of de modus
SelecType, of er is een fout opgetreden. Zie “Printer stopt
opeens met afdrukken”.
Pause
De zwarte inkt (1 of 2) is op of de zwarte cartridge is niet
op de juiste manier geïnstalleerd.
Ink Out K/LK
53
De zwarte inkt (1 of 2) is bijna op. De zwarte cartridge is
bijna leeg. Koop een nieuwe cartridge.
Ink Out K/LK
De inkt in de kleur cyaan is op of de cyaancartridge is
niet op de juiste manier geïnstalleerd.
Ink Out C
De inkt in de kleur cyaan is bijna op. De cyaancartridge
is bijna leeg. Koop een nieuwe cartridge.
Ink Out C
De inkt in de kleur magenta is op of de
magentacartridge is niet op de juiste manier
geïnstalleerd.
Ink Out M
De inkt in de kleur magenta is bijna op. De cartridge met
magenta is bijna leeg. Koop een nieuwe cartridge.
Ink Out M
De inkt in de kleur lichtcyaan is op of de cartridge met
lichtcyaan is niet op de juiste manier geïnstalleerd.
Ink Out LC
De inkt in de kleur lichtcyaan is bijna op. De cartridge
met lichtcyaan is bijna leeg. Koop een nieuwe cartridge.
Ink Out LC
De inkt in de kleur lichtmagenta is op of de cartridge met
lichtmagenta is niet op de juiste manier geïnstalleerd.
Ink Out LM
De inkt in de kleur lichtmagenta is bijna op. De cartridge
met lichtmagenta is bijna leeg. Koop een nieuwe
cartridge.
Ink Out LM
De gele inkt is op of de cartridge met gele inkt is niet op
de juiste manier geïnstalleerd.
Ink Out Y
54
De gele inkt is bijna op. De gele cartridge is bijna leeg.
Koop een nieuwe cartridge.
Ink Out Y
Auto Cut is geselecteerd. Het papier van de rol wordt
na het afdrukken automatisch afgesneden.
Roll
Auto Cut
In de printerdriver is Roll Paper geselecteerd, maar op
het bedieningspaneel is gekozen voor Sheet.
Roll
Auto Cut
Er wordt onafgebroken afgedrukt zonder dat het papier
wordt afgesneden.
Roll
Cutter Off
In de printerdriver is Roll Paper geselecteerd, maar op
het bedieningspaneel is gekozen voor Sheet.
Roll
Cutter Off
Sheet is geselecteerd. Er wordt afgedrukt op losse vellen
papier. De printer voert het papier uit.
Sheet
In de printerdriver is Sheet geselecteerd, maar op het
bedieningspaneel is gekozen voor Roll Auto Cut of Roll
Cutter Off.
Sheet
Alle lampjes
zijn aan
U hebt een reset uitgevoerd door drie seconden of
langer op de knop Pause te drukken.
Statusberichten
De volgende berichten geven de status van de printer weer. Zie
voor foutberichten “Printer stopt opeens met afdrukken”.
55
READY
Gereed om gegevens af te drukken
PRINTING
De printer is bezig met het verwerken
van gegevens.
POWER OFF
De printer wordt uitgeschakeld.
WAIT
De printer is bezig met opwarmen, inkt
laden of initialiseren.
INK CHARGING
De printer is het inkttoevoersysteem aan
het laden. Dit bericht geeft de
voortgang weer van het laden van de
inkt.
PAUSE
De printer is tijdelijk stopgezet. Druk op
de knop PAUSE als u het afdrukken wilt
hervatten.
RESET
De oorspronkelijke instellingen van de
printer worden hersteld.
PRESS PAUSE BUTTON
De printer wacht op een signaal om het
initialiseren van het afdrukmateriaal te
starten.
PAPER OUT
Er is geen afdrukmateriaal aanwezig in
de printer.
LOAD XXXXX PAPER
Het in de printer geladen
afdrukmateriaal wijkt af van de
instellingen voor Roll/Sheet in de driver.
LOAD PAPER
De papierhendel staat in de positie om
het afdrukmateriaal los te laten of er is
een papierrol gedetecteerd in de
papierinvoersleuf. De zuigdruk kan
eenvoudig door de gebruiker worden
ingesteld.
SUCTION
PAPER JAM
Het papier is vastgelopen in de printer.
FRONT COVER OPEN
De voorkap is open.
SET PAPER LEVER
De papierhendel staat in de positie om
het afdrukmateriaal los te laten.
56
PAPER NOT STRAIGHT
Het papier is niet recht in de printer
geladen. (Wanneer PPR ALIGN CHK
(papieruitlijning controleren) op ON
staat.)
RELOAD PAPER
De printer kan geen papier detecteren.
SET INK CARTRIDGE
Cartridge(s) defect of er heeft zich een
CSIC-fout voorgedaan.
INK OUT
INK OUT MSG staat op ON.
CONTINUE?
NO INK CARTRIDGE
U bent de cartridge(s) aan het
vervangen.
INK LOW
Cartridge(s) is/zijn bijna leeg. De
afdrukkwaliteit kan afnemen wanneer
dit bericht wordt weergegeven.
Opmerking:
Als u in deze status doorgaat met
afdrukken, kan de afdrukkwaliteit
teruglopen.
COMMAND ERROR
Dit bericht verschijnt wanneer de
geïnstalleerde printersoftware niet
geschikt is voor uw printer.
OPTION I/F ERROR
Er heeft zich een interfacefout type B
voorgedaan.
SERVICE REQ
XXXXXXXX
Er heeft zich een onherstelbare fout
voorgedaan.
MAINTENANCE
REQ
XXXX
Een van de printeronderdelen heeft
bijna het einde van de levensduur
bereikt. Noteer de foutcode “XXXX” en
neem contact op met uw leverancier.
Zie “Hulp inroepen”.
TURN PRINTER PWR OFF AND
THEN ON
Dit bericht verschijnt nadat u
vastgelopen papier hebt verwijderd. Zet
de printer uit en weer aan.
SET INK LEVER
De inktvergrendeling staat omhoog.
WRONG INK CARTRIDGE
Dit bericht wordt weergegeven
wanneer er een onjuiste cartridge is
geïnstalleerd.
57
INVALID INK CARTRIDGE
Dit bericht wordt weergegeven als er
een cartridge met een onjuist
productnummer is geïnstalleerd.
MAINTENANCE TANK ALMOST
FULL
De onderhoudscassette is bijna vol.
CHANGE MAINTENANCE TANK
De onderhoudscassette is vol en moet
worden vervangen.
NO MAINTENANCE TANK
Er is geen onderhoudscassette
aanwezig in de printer.
PAPER NOT CUT
Er heeft zich een fout voorgedaan bij het
snijden van het papier.
NOT ENOUGH INK
De resterende hoeveelheid inkt is
onvoldoende om het reinigingsproces
te voltooien.
REMOVE PAPER
Er bevindt zich dik papier in de printer op
het moment van reiniging.
UNABLE TO PRINT
Er bevindt zich geen papier in de printer
voor het afdrukken van een patroon,
zoals het spuitkanaaltjespatroon.
SelecType-instellingen
Wanneer u SelecType gebruikt
In de modus SelecType kunt u rechtstreeks via het
bedieningspaneel printeropties instellen die u normaal
gesproken in de driver of de software zou instellen. Bovendien
zijn hier extra instellingen mogelijk. Let op de volgende punten
wanneer u instellingen vastlegt in SelecType.
❏ Het is mogelijk dat toepassingsprogramma’s opdrachten naar
de printer sturen die voorrang krijgen op de
SelecType-instellingen. Controleer de instellingen van de
toepassing als u niet de resultaten krijgt die u verwacht.
58
❏ Druk een statusweergave af om de huidige
SelecType-instellingen te bekijken.
Keuzelijst SelecType
Menu
Item
PRINTER SETUP
“PLATEN GAP”
“PAGE LINE”
“INTERFACE”
“CODE PAGE”
“PAPER MARGIN”
“PPR SIZE CHK”
“PPR ALIGN CHK”
“TIME OUT”
“INIT SETTINGS”
“NO MARGIN”
“CUTTER ADJ”
“REFRESH MRGN”
TEST PRINT
“NOZZLE CHECK”
“STATUS CHECK”
“JOB INFO”
59
PRINTER STATUS
“VERSION”
“PRINTABLE PG”
“INK LEFT”
“MAINT TANK”
“USAGE COUNT”
“USAGE CT CLR”
“JOB HISTORY”
“JOB HSTRY CLR”
“TOTAL PRINTS”
“SERVICE LIFE”
PAPER CONFIG
“PAPER NUMBER”
“THICKNESS PAT”
“THICKNESS NUM”
“CUT PRESSURE”
“CUT METHOD”
“PPR FEED ADJ”
“DRYING TIME”
“SUCTION”
“PRINT ADJ”
MAINTENANCE
“PWR CLEANING”
“BK INK CHANGE”
“CUTTER REPL”
HEAD ALIGNMENT
“PAPER THKNS”
60
De modus SelecType openen
Hieronder ziet u de basisprocedure voor SelecType-instellingen.
61
1. Open de modus SelecType
Wacht totdat READY op het LCD-display wordt weergegeven
en druk vervolgens op de knop SelecType (r).
2. Selecteer een menu
Druk op de knop Paper Feed (u) of Paper Feed (d) om het
gewenste menu te selecteren.
3. Selecteer een item
Druk op de knop SelecType (r). Het eerste item van het
geselecteerde menu wordt weergegeven. Druk op de knop
Paper Feed (u) of Paper Feed (d) om het gewenste item
te selecteren.
4. Selecteer een parameter
Druk op de knop SelecType (r). Het eerste item van het
geselecteerde menu wordt weergegeven. Druk op de knop
Paper Feed (u) of Paper Feed (d) om het gewenste item
te selecteren.
5. Leg de instelling voor de parameter vast
Druk op de knop Enter om de geselecteerde parameter op te
slaan.
Als de parameter alleen moet worden uitgevoerd, drukt u op
de knop Enter om de functie van het item uit te voeren. Nadat
de functie is uitgevoerd verlaat de printer de modus
SelecType en keert hij terug naar de status READY.
Druk op de knop Paper Source (l) om terug te keren naar
stap 3 en nog een item te selecteren.
6. Verlaat de modus SelecType
Druk op de knop Pause.
Opmerking:
Als u op enig moment de modus SelecType wilt verlaten drukt u op
de knop Pause.
62
SelecType in detail
PRINTER SETUP
Dit menu bevat de volgende instellingen.
PLATEN GAP
Normaalgesproken laat u deze instelling op STANDARD staan.
Selecteer WIDE als de afdruk vegen vertoont. Selecteer NARROW
als u op dun papier wilt afdrukken en WIDER als u wilt afdrukken
op dik papier.
Wanneer NARROW is geselecteerd, verschijnt N op het
LCD-display. W wordt weergegeven wanneer WIDE of WIDER is
geselecteerd.
PAGE LINE
Wanneer u ON selecteert worden op rolpapier
paginascheidingen afgedrukt. Wanneer u OFF selecteert worden
op rolpapier geen paginascheidingen afgedrukt.
De functie Print Page Line verandert afhankelijk van de Auto
Cut-instellingen, zoals hieronder is weergegeven.
Roll Auto
Cut-lampje
Print Page Line
Werking van de printer
Aan
Aan
Alleen aan de rechterkant
wordt een paginascheiding
afgedrukt. Het papier wordt
automatisch afgesneden als
de afdruktaak is voltooid.
Aan
Uit
Het papier wordt
automatisch afgesneden als
de afdruktaak is voltooid.
63
Roll Cutter
Off-lampje
Print Page Line
Werking van de printer
Aan
Aan
Er wordt aan de rechterkant
en onderkant van het
document een
paginascheiding afgedrukt.
Aan
Uit
Er worden geen
paginascheidingen
afgedrukt en pagina’s
worden niet afgesneden.
Opmerking:
Als het Sheet-lampje brandt, is de instelling Print Page Line niet
beschikbaar.
INTERFACE
Als AUTO is geselecteerd, schakelt de printer automatisch over
van de ene naar de andere interface, afhankelijk van welke
interface als eerste gegevens ontvangt. Als de printer tien
seconden of langer geen afdruktaken meer heeft ontvangen, keert
hij terug naar de standby-status. U kunt ook zelf een interface
kiezen uit de mogelijkheden parallel, USB, of optie.
CODE PAGE
Selecteer de codetabel PC437 of PC850.
PAPER MARGIN
Selecteer de marges voor papierrollen. Kies uit 3 mm, 15 mm en
T/B 15 mm.
Marge-instellingen
Boven- en
onderkant
Links en rechts
3 mm
3 mm
3 mm
15 mm
15 mm
15 mm
T/B 15 mm
15 mm
3 mm
64
Opmerking:
❏ De combinatie ‘Boven- en onderkant = 3 mm, Links en rechts = 15
mm’ is niet mogelijk.
❏ De linker- en rechtermarge kunnen ook worden ingesteld op 0 mm
door ‘afdrukken zonder marge’ te selecteren.
Als u de afdrukken vergelijkt van één afbeelding die zowel is
afgedrukt met een marge van 3 mm als een marge van 15 mm,
merkt u misschien dat bij een marge van 15 mm een gedeelte van
de rechterkant van de afbeelding niet wordt afgedrukt.
onderka
nt 15 mm
Gebied dat
wegvalt
Printable Area
Papierrol
bovenka
nt 15 mm Afdrukrichting
15 mm
rechts
Invoerkant
15 mm
links
PPR SIZE CHK
Als ON is geselecteerd, stopt de printer met afdrukken en
verschijnt RELOAD PAPER op het bedieningspaneel wanneer de
breedte van het geladen papier niet overeenkomt met de breedte
van de afbeelding. Als OFF is geselecteerd blijft de printer
afdrukken maken, ook als de papierbreedte niet overeenkomt met
de breedte van de afbeeldingen. De printer kan dan gegevens
naast het papier afdrukken.
65
PPR ALIGN CHK
Als OFF is geselecteerd, worden fouten in de uitlijning van het
papier niet gemeld, ook niet als de afdruk niet op het papier past.
De printer kan zo doorgaan met de afdruktaak.
Als ON is geselecteerd, wordt op het LCD-display PAPER NOT
STRAIGHT weergegeven en stopt de printer met afdrukken.
TIME OUT
U kunt een tijd instellen tussen 30 en 180 seconden. Als er een
printerkabel niet goed is aangesloten of als uw printer langer dan
de ingestelde tijd is gestopt als gevolg van een fout, wordt de
afdruktaak geannuleerd en begint de printer opnieuw papier in
te voeren.
NO MARGIN
De volgende instellingen zijn mogelijk.
Instelling
Marge
Snijmethode
1 CUT
De marge van de
vier zijden is nul.
Voor het afdrukken voert de printer een
vooraf ingesteld deel van het papier in.
Tijdens het afdrukken wordt het papier
vervolgens afgesneden.
Als met afdrukken is begonnen, past de
printer geen marge toe. De afdruktaken
volgen elkaar op zonder onderbreking en
het papier wordt aan de rand afgesneden.
2 CUTS
De marge van de
vier zijden is nul.
De printer voert een vooraf ingesteld stuk
papier in en snijdt dit af tijdens het afdrukken.
Nadat de taak is voltooid snijdt de printer het
papier af aan de onderzijde van de afdruk.
Vervolgens voert de printer het papier een
vooraf ingesteld stuk verder in en snijdt het
extra afgedrukte gebied af.
Dit betekent dat de afgedrukte afbeelding
2 mm korter is dan de oorspronkelijke
gegevens.
66
L/R ONLY
De linker- en
rechtermarge
worden ingesteld
op nul.
-
CUTTER ADJ
Hier past u de plaats aan waar het papier wordt afgesneden
wanneer u afdrukken maakt met een boven- en ondermarge van
nul. Er worden afdrukken gemaakt met patronen voor het
aanpassen van het snijmechanisme, waaruit u vervolgens de
plaats kunt kiezen waar u het papier wilt laten afsnijden.
REFRESH MRGN
Als ON is geselecteerd, wordt eerst automatisch de
afdrukinstelling NO MARGIN toegepast en snijdt de printer
vervolgens nog een extra afdrukgebied af. Hoeveel papier er
wordt afgesneden hangt af van de waarde die is ingesteld in de
modus CUT PIECE ADJ.
INIT SETTINGS
Herstelt van alle door u ingestelde waarden de fabrieksinstelling.
TEST PRINT
Dit menu bevat de volgende items.
NOZZLE CHECK
Er wordt een patroon met zes kleuren afgedrukt als test voor de
spuitkanaaltjes. Aan de hand van het afdrukresultaat kunt u
controleren of er puntjes ontbreken. Tevens worden het
versienummer van de firmware, de resterende levensduur van
papier en inkt, en de teller van de onderhoudscassette afgedrukt.
Zie “Een spuitkanaaltjespatroon afdrukken” voor meer
informatie.
Voor het afdrukken van een spuitkanaaltjespatroon gebruikt u
het speciale hulpprogramma.
67
STATUS CHECK
Hiermee drukt u de huidige SelecType-status af. Zie “Een
statusblad afdrukken” voor meer informatie.
JOB INFO
Hiermee drukt u de taakinformatie af die in de printer is
opgeslagen (maximaal 10 taken).
Printer Status
Dit menu bevat de volgende instellingen.
VERSION
Hier wordt het versienummer van de firmware weergegeven.
PRINTABLE PG
Hier wordt het aantal nog af te drukken pagina’s per cartridge
weergegeven.
INK LEFT
Hier wordt de resterende hoeveelheid inkt weergegeven in de
cartridges
cyaan/magenta/lichtcyaan/lichtmagenta/geel/zwart (K1 en
K2).
E ✽✽✽✽✽ F
(100-81%)
E ✽✽✽✽
F
(80-61%)
E ✽✽✽
F
(60-41%)
E ✽✽
F
(40-21%)
E✽
F
(20-11%)
68
nn%
(minder dan 10%)
MAINT TANK
Hier wordt de beschikbare ruimte in de onderhoudscassette
weergegeven.
E ✽✽✽✽✽ F
(100-81%)
E ✽✽✽✽
F
(80-61%)
E ✽✽✽
F
(60-41%)
E ✽✽
F
(40-21%)
E✽
F
(20-10%)
nn%
(minder dan 10%)
0%
0%
USAGE COUNT
Hier wordt de resterende inkt (INK) weergegeven in grammen,
en het papierverbruik in (PPR) in centimeters.
Opmerking:
De bovenstaande waarden zijn slechts bij benadering.
USAGE CT CLR
Hiermee wist u de waarden die zijn ingesteld bij USAGE COUNT.
JOB HISTORY
De laatste taak wordt opgeslagen als nr. 0 (nul).
I:xxxxxx mg geeft het inktverbruik weer voor deze taak.
P:xxxxxx cm geeft het papierverbruik in m² weer voor deze taak.
69
JOB HSTRY CLR
Hiermee wist u de taakgeschiedenis van de printer.
TOTAL PRINTS
Hier wordt het totaal aantal afgedrukte pagina’s weergegeven.
CR MOTOR/PF MOTOR
Alleen voor onderhoudspersoneel.
SERVICE LIFE
CUTTER geeft de levensduur van het snijmechanisme weer.
HEAD UNIT geeft de levensduur van de printkopeenheid weer.
CLEANING UNIT geeft de levensduur van de reinigingseenheid
weer.
E ✽✽✽✽✽ F
(100-81%)
E ✽✽✽✽
F
(80-61%)
E ✽✽✽
F
(60-41%)
E ✽✽
F
(40-21%)
E✽
F
(20-11%)
nn%
(minder dan 10%)
Opmerking:
De bovenstaande waarden zijn slechts bij benadering.
PAPER CONFIG
Dit menu bevat de volgende items.
70
PAPER NUMBER
Als STANDARD is geselecteerd, bepaalt de printer automatisch de
dikte van het papier. Selecteer nr. X (X kan ieder getal zijn van 1
tot 10) en stel de volgende items in.
❏ THICKNESS NUMBER
❏ CUT PRESSURE
❏ CUT METHOD
❏ PPR FEED ADJ
❏ DRYING TIME
❏ SUCTION
❏ PRINT ADJ
THICKNESS PAT
Hiermee wordt het patroon afgedrukt voor de detectie van de
papierdikte. Dit patroon wordt niet afgedrukt als STANDARD is
geselecteerd bij PAPER NUMBER.
THICKNESS NUM
Nadat u het patroon voor de detectie van de papierdikte hebt
bevestigd, wordt het nummer van het afdrukpatroon met de
kleinste afwijking ingevoerd.
CUT PRESSURE
Hier stelt u de druk in van het snijmechanisme (0 tot 100%) voor
het snijden van het papier. Verlaag de druk als u slapper papier
wilt snijden.
71
CUT METHOD
Hier stelt u de snijmethode in. Er zijn twee manieren om het
papier te snijden (3 STEP en 4 STEP). Selecteer 4 STEP voor slapper
of dikker papier.
PPR FEED ADJ
Hier stelt u de hoeveelheid papier in die moet worden ingevoerd.
U kunt een hoeveelheid instellen van -1,00 tot 1,00%.
DRYING TIME
Hier stelt u in hoelang de inkt gedroogd moet worden voordat de
printkop opnieuw voorbijkomt. U kunt een tijd instellen tussen 0
en 5 seconden.
SUCTION
Hier stelt u de zuigdruk in waarmee het bedrukte papier wordt
doorgevoerd. Bij gebruik van dun papier, zoals filmpapier,
selecteert u LOW.
PRINT ADJ
Hier stelt u de MicroWeave-modus in. U kunt een instelling
kiezen van 1 tot 5. Selecteer een hogere waarde als u prioriteit wilt
geven aan de afdruksnelheid. Selecteer een lagere waarde als u
prioriteit wilt geven aan de kwaliteit van de afdrukken.
MAINTENANCE
Dit menu bevat de volgende items.
PWR CLEANING
Hiermee kunt u de printkop op een effectievere manier
schoonmaken dan bij de normale reinigingsprocedure.
72
BK INK CHANGE
Hiermee kunt u de cartridge vervangen voor het beste resultaat.
Raadpleeg “Zwarte cartridges vervangen” voor meer informatie.
CUTTER REPL
Hier wordt de procedure weergegeven voor het vervangen van
het snijmechanisme. Volg de instructies op het LCD-display.
HEAD ALIGNMENT
Dit menu bevat de volgende items
PAPER THKNS
Hiermee kunt u de uitlijning van de printkop corrigeren als deze
niet goed is ingesteld. Zie “De uitlijning van de printkop
uitvoeren” voor meer informatie.
Een spuitkanaaltjespatroon afdrukken
U kunt met zeven kleuren een spuitkanaaltjespatroon afdrukken
om te controleren of er puntjes ontbreken.
1. Laad papier in de printer volgens de instructies in
“Papierrollen gebruiken” of “Losse vellen papier gebruiken”.
2. Druk in de modus SelecType op de knop Paper Feed (u) of
Paper Feed (d) totdat TEST PRINT op het LCD-display
verschijnt. Druk vervolgens op de knop SelecType.
3. Druk op de knop Paper Feed (u) of Paper Feed (d) totdat
NOZZLE CHECK wordt weergegeven.
4. Druk op de knop SelecType totdat PRINT wordt
weergegeven.
73
5. Druk op de knop Enter. Het spuitkanaaltjespatroon wordt
afgedrukt zoals getoond in de onderstaande illustratie. Na het
afdrukken verlaat de printer de modus SelecType en keert hij
terug naar de status READY.
Voorbeelden van spuitkanaaltjespatronen:
goed
printkop moet worden gereinigd
Als in het patroon segmenten in de testlijnen ontbreken, dient u
de printkoppen te reinigen. Houd de knop Cleaning op het
bedieningspaneel langer dan drie seconden ingedrukt of open het
hulpprogramma Head Cleaning vanuit de
EPSON-printerhulpprogramma’s in uw software. Zie “De
printerhulpprogramma's gebruiken”.
c
Let op:
Controleer voordat u afbeeldingen afdrukt eerst of het
spuitkanaaltjespatroon goed wordt afgedrukt. Anders kan de
afdrukkwaliteit minder zijn.
74
De uitlijning van de printkop uitvoeren
Hierna wordt beschreven hoe u de printkop uitlijnt met behulp
van SelecType.
De printkoppen uitlijnen
Voer de onderstaande stappen uit om de printkoppen uit te lijnen.
1. Laad papier in de printer volgens de instructies in
“Papierrollen gebruiken” of “Losse vellen papier gebruiken”.
Opmerking:
U krijgt het beste resultaat wanneer u het uitlijnpatroon afdrukt op
het afdrukmateriaal dat u wilt gebruiken voor uw afbeelding.
2. Druk in de modus SelecType op de knop Paper Feed (u) of
Paper Feed (d) totdat HEAD ALIGNMENT op het LCD-display
verschijnt. Druk vervolgens opnieuw op de knop SelecType.
3. Druk op de knop Paper Feed (u) of Paper Feed (d) totdat
PAPER THKNS verschijnt op de bovenste rij van het
LCD-display. Druk vervolgens opnieuw op de knop
SelecType.
4. Druk op de knop Paper Feed (u) of Paper Feed (d) totdat
STD, 3N of 0N verschijnt, of stel de papierdikte in op een waarde
tussen 0,0 en 1,6 mm en druk vervolgens op de knop Enter.
Druk op de knop SelecType (r), nadat u hebt gecontroleerd
of ALIGNMENT op het LCD-display wordt weergegeven.
Opmerking:
De volgende instelling wordt aanbevolen.
75
STD
Voor speciaal afdrukmateriaal van EPSON, anders
dan de volgende materialen
3N
Voor Premium Glossy Photo Paper (250), Premium
Semiglossy Photo Paper (250), Premium Luster
Photo Paper, Premium Semimatte Photo Paper
(250)
0N
Voor film
Papierdikte (0,0
tot 1,6 mm)
Voor speciaal afdrukmateriaal niet van EPSON
5. Druk op de knop Paper Feed (u) of Paper Feed (d) om
BI-D ALL te selecteren.
Opmerking:
Selecteer BI-D BLACK wanneer u alleen de zwarte inkt wilt
aanpassen, of UNI-D ALL wanneer u alle soorten inkt wilt aanpassen
met Hoge snelheid (dialoogvenster Advanced) uitgeschakeld.
6. Druk op de knop Enter. Het geselecteerde patroon wordt
afgedrukt.
76
Voorbeelden van uitlijnpatronen voor printkoppen:
kleinste
tussenruimte
* kleinste tussenruimte
77
7. Als het afdrukken is voltooid, worden het patroonnummer
en het huidige reeksnummer weergegeven. Selecteer de reeks
met de kleinste tussenruimten en druk vervolgens op de knop
Paper Feed (u) of Paper Feed (d) om het nummer van die
reeks weer te geven.
8. Druk op de knop Enter om het nummer van de reeks op te
slaan. Het volgende patroonnummer verschijnt. Herhaal stap
7.
Opmerking:
❏ Als u het opgeslagen reeksnummer wilt wijzigen, drukt u op de
knop Paper Source (l), Paper Feed (u) of Paper Feed
(d) om een ander patroonnummer te selecteren. Druk
vervolgens op de knop SelecType (r). Het huidige
reeksnummer verschijnt op het LCD-display. Druk op de knop
Paper Feed (u) of Paper Feed (d) om het gewenste getal
te selecteren en druk vervolgens op de knop Enter.
❏ Druk tweemaal op Paper Source (l) om terug te keren naar
stap 5.
9. Als u het patroon of de patronen hebt vastgelegd, drukt u op
de knop Pause om terug te keren naar de status READY.
De papierdikte instellen
Als u ander afdrukmateriaal gebruikt dan het speciale materiaal
van EPSON, dan moet u mogelijk de dikte van het papier
instellen. U kunt instellen of de dikte van het gebruikte papier
automatisch moet worden bepaald (STD (standaard)) of moet
worden ingesteld (1 tot 10) in het menu Paper Settings. Zie de
volgende paragrafen voor het vastleggen en opvragen van uw
instellingen. U kunt ook de inktdroogtijd instellen voor de
respectievelijke papierinstellingen, inclusief STD. Zie voor het
selecteren van de opgeslagen instelling “De vastgelegde
instellingen selecteren”.
78
De instellingen vastleggen
Voer de onderstaande stappen uit om de papierdikte en
inktdroogtijd vast te leggen.
1. Laad het papier volgens de instructies in “Papierrollen
gebruiken” of “Losse vellen papier gebruiken”.
2. Druk in de modus SelecType op de knop Paper Feed (u) of
Paper Feed (d) totdat PAPER CONFIG op het LCD-display
verschijnt. Druk vervolgens op de knop SelecType.
3. Druk op de knop Paper Feed (u) of Paper Feed (d) totdat
PAPER NUMBER verschijnt op de bovenste rij van het
LCD-display. Druk vervolgens op de knop SelecType.
4. Druk op de knop Paper Feed (u) of Paper Feed (d) om het
getal te selecteren dat u als instelling wilt vastleggen. Druk
vervolgens op de knop Enter. Wanneer u STD selecteert, kunt
u direct doorgaan naar stap 8.
5. Druk op de knop Paper Source (l) en druk op de knop
Paper Feed (u) of Paper Feed (d) totdat THICKNESS PAT op
het LCD-display verschijnt.
6. Druk op de knop SelecType (r). Vervolgens wordt PRINT
weergegeven.
7. Druk op de knop Enter. De printer drukt nu het testpatroon
voor de papierdikte af.
Voorbeeld testpatroon papierdikte:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
kleinste tussenruimte
* kleinste tussenruimte
79
8. Bekijk het afgedrukte patroon goed en bepaal bij welk
nummer de twee lijnen uitgelijnd zijn (de kleinste
tussenruimte hebben).
9. Na het afdrukken wordt THICKNESS NUM afgedrukt aan de
bovenzijde en de numerieke gegevens aan de onderzijde.
Selecteer het bij stap 8 bepaalde nummer met behulp van de
knop Paper Feed (u) of Paper Feed (d).
Opmerking:
De standaardwaarde op het display is afhankelijk van de waarde die
in het menu HEAD ALIGNMENT is ingesteld bij PAPER
THKNS. In het menu PAPER CONFIGURATION wordt de
standaardwaarde weergegeven als THICKNESS NUM (zie
onderstaande tabel).
PAPER THKNS.-waarde
THICKNESS NUM
0,0 mm
tot
1,6 mm
1
tot
17
10. Druk op de knop Enter om de geselecteerde waarde op te
slaan.
11. Druk op de knop Paper Source (l) en vervolgens op de knop
Paper Feed (d) totdat CUT PRESSURE op het LCD-display
verschijnt. Druk op de knop SelecType (r) en Paper Feed
(u) of Paper Feed (d) om de druk van het snijmechanisme
voor het afsnijden van het papier in te stellen. Druk
vervolgens op de knop Enter.
12. Druk op de knop Paper Source (l) en vervolgens op de knop
Paper Feed (d) totdat CUT METHOD op het LCD-display
verschijnt. Druk op de knop SelecType (r) en Paper Feed
(u) of Paper Feed (d) om 3STEP of 4STEP te selecteren en
druk vervolgens op de knop Enter. Voor het snijden van
afdrukmateriaal niet van EPSON en voor slapper of dikker
papier wordt 4STEP aanbevolen.
80
13. Druk op de knop Paper Source (l) en vervolgens op de knop
Paper Feed (d) totdat PPR FEED ADJ op het LCD-display
verschijnt. Druk op de knop SelecType (r) en Paper Feed
(u) of Paper Feed (d) om de hoeveelheid papier in te stellen
die moet worden ingevoerd. Druk vervolgens op de knop
Enter.
14. Druk op de knop Paper Source (l) en vervolgens op de knop
Paper Feed (d) totdat DRYING TIME op het LCD-display
verschijnt. Druk op de knop SelecType (r) en Paper Feed
(u) of Paper Feed (d) om de droogtijd (in seconden) in te
stellen. Druk vervolgens op de knop Enter.
15. Druk op de knop Paper Source (l) en vervolgens op de knop
Paper Feed (d) totdat SUCTION op het LCD-display
verschijnt. Druk op de knop SelecType (r) en Paper Feed
(u) of Paper Feed (d) om NORMAL of LOW te selecteren en druk
vervolgens op de knop Enter.
Bij gebruik van dun papier selecteert u LOW.
16. Druk op de knop Paper Source (l) en vervolgens op de knop
Paper Feed (d) totdat PRINT ADJ op het LCD-display
verschijnt. Druk op de knop SelecType (r) en Paper Feed
(u) of Paper Feed (d) om MicroWeave aan te passen. Druk
vervolgens op de knop Enter. U kunt een instelling kiezen van
1 tot 5. Selecteer een hogere waarde als u prioriteit wilt geven
aan de afdruksnelheid. Selecteer een lagere waarde als u
prioriteit wilt geven aan de kwaliteit van de afdrukken.
17. Druk op de knop Pause om de modus SelecType te verlaten.
De vastgelegde instellingen selecteren
Voer de onderstaande stappen uit om een vastgelegde instelling
te selecteren.
81
1. Druk in de modus SelecType op de knop Paper Feed (u) of
Paper Feed (d) totdat PAPER CONFIG op het LCD-display
verschijnt. Druk vervolgens opnieuw op de knop SelecType.
2. Druk op de knop Paper Feed (u) of Paper Feed (d) totdat
PAPER NUMBER op het LCD-display verschijnt en druk op de
knop SelecType.
3. Druk op de knop Paper Feed (u) of Paper Feed (d) om het
vastgelegde nummer te selecteren dat u wilt gebruiken. Druk
vervolgens op de knop Enter.
4. Druk op de knop Pause om de modus SelecType te verlaten.
Een statusblad afdrukken
In de modus SelecType kunt u een statusblad afdrukken om de
huidige standaardwaarden in de modus SelecType te bekijken.
1. Plaats papier volgens de instructies in “Papierrollen
gebruiken” of “Losse vellen papier gebruiken”.
2. Druk in de modus SelecType op de knop Paper Feed (u) of
Paper Feed (d) totdat TEST PRINT op het LCD-display
verschijnt. Druk vervolgens op de knop SelecType.
3. Druk op de knop Paper Feed (u) of Paper Feed (d) totdat
STATUS CHECK wordt weergegeven.
4. Druk op de knop SelecType. PRINT wordt weergegeven.
5. Druk op de knop Enter.
Er wordt een statusblad afgedrukt. Na het afdrukken verlaat
de printer de modus SelecType en keert hij terug naar de
status READY.
82
Onderhoudsmodus
In de onderhoudsmodus kunt u een hex dump uitvoeren en de
taal selecteren voor het LCD-display.
De onderhoudsmodus openen
Controleer eerst of de printer uitstaat. Zet de printer aan door de
knop Pause ingedrukt te houden en tegelijkertijd op de knop
Power te drukken.
Wanneer de printer de onderhoudsmodus opent, verschijnt op
het LCD-display MAINTENANCE MODE.
83
Lijst met onderhoudsmodi
Menu
1e parameters
2e parameters
“HEX DUMP”
PRINT
EXEC
“LANGUAGE”
✽ENGLISH
FRENCH
ITALIAN
GERMAN
SPANISH
PORTUGUE
“UNIT”
✽METER
FEET/INCH
PARALLEL I/F
✽ECP
COMPAT
IEEE1284.4
✽ON
UIT
DEFAULT
PANEL
CRTG INFO
MENU
SSCI
EXEC
CARTRIDGE
MANUFACT
EPSON
CARTRIDGE
BLACK
INK TYPE
PIGMENT of DYE
INK CAP
110 ml of 220 ml
INK LEFT
E✽✽✽✽✽F of XX%
PROD DATE
YY/MM
EXPIR DATE
YY/MM
INK LIFE
MM MONTH
AGE
MM MONTH
EXEC
84
Opmerking:
❏ ✽ is de fabrieksinstelling.
❏ PARALLEL I/F, IEEE 1284.4, DEFAULT PANEL,
CRTG INFO MENU en SSCL zijn uitsluitend bedoeld voor
onderhoudspersoneel.
HEX DUMP
U kunt de gegevens die de printer van de server ontvangt
afdrukken in hexadecimale getallen.
1. Plaats papier in de printer.
2. In de onderhoudsmodus wordt HEX DUMP weergegeven als
eerste item. Druk op de knop SelecType (r) om PRINT weer
te geven.
3. Druk op de knop Enter.
In de linkerkolom worden de afdrukgegevens uit de
printerbuffer afgedrukt in 16-byte hexadecimale tekens. In de
rechterkolom worden de overeenkomstige ASCII-tekens
afgedrukt.
Opmerking:
❏ Als de laatste groep gegevens kleiner is dan 16 bytes worden
deze gegevens pas afgedrukt wanneer u op de knop Pause
drukt.
❏ U kunt terugkeren naar de onderhoudsmodus terwijl een item
wordt weergegeven. Druk hiervoor op de knop Paper Source
(l).
85
LANGUAGE
U kunt selecteren welke taal u wilt gebruiken op het LCD-display.
1. Druk in de onderhoudsmodus op de knop Paper Feed (u)
of Paper Feed (d) om LANGUAGE te selecteren.
2. Druk op de knop SelecType (r) gevolgd door Paper Feed
(u) of Paper Feed (d) om de gewenste taal te selecteren.
3. Druk op de knop Enter om de taal vast te leggen. READY (of
een woord met dezelfde betekenis in de gekozen taal) wordt
weergegeven op het LCD-scherm.
Opmerking:
Het kan even duren voordat READY op het LCD-display verschijnt.
4. U verlaat de onderhoudsmodus door de printer uit te zetten
met de knop Power.
Opmerking:
U kunt terugkeren naar de onderhoudsmodus terwijl een item wordt
weergegeven. Druk hiervoor op de knop Paper Source (l).
UNIT
U kunt zelf bepalen in welke eenheid de lengte wordt
aangegeven.
1. Druk op de knop Paper Feed (u) of Paper Feed (d) om
UNIT te selecteren
2. Druk op de knop SelecType (r) gevolgd door Paper Feed
(u) of Paper Feed (d) om de gewenste eenheid te selecteren.
3. Druk op de knop Enter om de eenheid vast te leggen.
86
4. U verlaat de onderhoudsmodus door de printer uit te zetten
met de knop Power.
Opmerking:
U kunt terugkeren naar de onderhoudsmodus terwijl een item wordt
weergegeven. Druk hiervoor op de knop Paper Source (l).
87
Afdrukken onder Windows
De printersoftware openen
Volg de onderstaande instructies om de op uw computer
geïnstalleerde printersoftware op uw computer te openen.
U kunt de printersoftware openen vanuit de meeste
Windows-toepassingen, of via Deze computer (My Computer)
of Printers en faxapparaten (Printers and Faxes).
Vanuit Windows-toepassingen
1. Klik in het menu Bestand op Afdrukken of Pagina-instelling.
2. Controleer of de juiste printer is geselecteerd en klik op
Printer, Instelling, Opties, Eigenschappen of Voorkeur.
(Het is mogelijk dat u op een combinatie van deze knoppen
moet klikken, afhankelijk van de toepassing die u gebruikt.)
Het venster van de printersoftware verschijnt.
In Deze computer (My Computer)
Voor Windows Me, 98 en 95
1. Dubbelklik op het pictogram Deze computer (My
Computer) en dubbelklik vervolgens op Printers.
2. Klik met de rechtermuisknop op het pictogram van uw
printer en klik op Eigenschappen (Properties). Het venster
van de printersoftware verschijnt.
88
Voor Windows 2000
1. Dubbelklik op het pictogram Deze computer (My
Computer), het pictogram Configuratiescherm (Control
Panel) en vervolgens op Printers.
2. Klik met de rechtermuisknop op het pictogram van uw
printer en klik vervolgens op Voorkeursinstellingen voor
afdrukken (Printing Preferences). Het venster van de
printersoftware verschijnt.
Voor Windows NT4.0
1. Dubbelklik op het pictogram Deze computer (My
Computer) en dubbelklik vervolgens op Printers.
2. Klik met de rechtermuisknop op het pictogram van uw
printer en klik vervolgens op Standaardwaarden
document (Document Defaults). Het venster van de
printersoftware verschijnt.
In Printers en faxapparaten (Printers and Faxes)
(alleen voor Windows XP)
1. Klik op de knop Start, vervolgens op Printers en faxen
(Printers and Faxes).
2. Klik met de rechtermuisknop op het pictogram van uw
printer en klik vervolgens op Voorkeursinstellingen voor
afdrukken (Printing Preferences). Het venster van de
printersoftware verschijnt.
Opmerking:
De door u gebruikte Windows-versie bepaalt welke functies in de
printersoftware beschikbaar zijn.
89
Basisinstellingen
De instellingen voor de printerdriver vastleggen
Ga naar het tabblad Main en het tabblad Paper van de
printerdriver om de basisinstellingen voor het afdrukken van
documenten vast te leggen. Op het tabblad Paper kunt u
instellingen vastleggen voor afdrukken op rolpapier, automatisch
draaien, automatisch afsnijden en afdrukken van
paginascheidingen.
Meer informatie over de printersoftware vindt u in de
online-Help. Druk hiervoor op de knop Help in het venster met
driverinstellingen.
1. Klik in het menu Bestand op Afdrukken. Het dialoogvenster
Afdrukken wordt geopend.
2. Controleer of de juiste printer is geselecteerd en klik op
Eigenschappen of Opties. Het kan zijn dat u op een aantal
van deze knoppen moet klikken. Het venster voor de
driverinstellingen verschijnt.
3. Klik op het tabblad Main om dat tabblad weer te geven.
90
Tabblad Main
4. Selecteer in de lijst Media Type het materiaal dat u in de
printer hebt geladen.
Opmerking:
De instelling van Media Type bepaalt welke andere opties
beschikbaar zijn. Daarom moet u deze optie altijd eerst instellen.
5. Selecteer in het vak Ink Color/B&W Photo om foto’s in kleur
of in zwart-wit af te drukken of Black om alleen een concept
of zwarte tekst af te drukken.
6. Zorg ervoor dat in het vak Mode het keuzerondje Automatic
is ingeschakeld.
Opmerking:
In de modus Automatic zorgt de printerdriver op basis van de
huidige instellingen bij Media Type en Ink voor alle gedetailleerde
instellingen.
91
7. Stel in het vak Mode de Speed en Quality in als hiervoor een
schuifbalk wordt weergegeven. Verschuif de balk naar links
of naar rechts, al naar gelang u de snelheid of de kwaliteit
belangrijker vindt. Deze instelling wordt normaal gesproken
automatisch aangepast aan de instellingen die u hebt
vastgelegd bij Media Type.
Opmerking:
Afhankelijk van het door u gekozen afdrukmateriaal wordt in het
vak Mode een schuifbalk weergegeven.
8. Klik op het tabblad Paper om dat tabblad weer te geven.
Tabblad Paper
9. Selecteer in de lijst Paper Source het type papier dat in de
printer is geladen.
92
10. Schakel het selectievakje No Margins in om beelden af te
drukken zonder marge. Raadpleeg “No Margins” voor meer
informatie.
11. Selecteer in de lijst Paper Size het papierformaat dat in de
printer is geladen.
Opmerking:
De meeste Windows-toepassingen beschikken over eigen opties voor
het papierformaat en de pagina-instelling. De instellingen van deze
opties hebben voorrang op vergelijkbare instellingen van de
printerdriver.
12. Stel de Roll Paper Option in als u een papierrol gebruikt. Zie
“Roll Paper Option”.
13. Leg de gewenste instellingen vast bij Orientation, Copies en
Printable Area.
14. Klik op het tabblad Layout om dat tabblad weer te geven.
93
Tabblad Layout
15. Selecteer Reduce/Enlarge en pas indien nodig het formaat
van de afbeelding aan.
Opmerking:
Deze functie is niet beschikbaar wanneer Roll Paper (Banner) is
geselecteerd in de lijst Paper Source.
16. Klik op de knop OK onder in het venster. Op het scherm
verschijnt opnieuw het dialoogvenster Pagina-instelling (of
een vergelijkbaar venster) van uw toepassing.
17. Klik op Afdrukken om het document af te drukken.
Tijdens het afdrukken verschijnt een venster met de
EPSON-voortgangsbalk waarin de voortgang van het
afdrukken en de status van de printer worden weergegeven.
94
Voortgangsbalk
Het afdrukken annuleren
Als u het afdrukken wilt annuleren, drukt u op de knop Stop op
de EPSON-voortgangsbalk.
U kunt het afdrukken ook tijdelijk onderbreken of opnieuw
beginnen met afdrukken. Als u het afdrukken tijdelijk wilt
onderbreken, drukt u op de knop Pause. Als u het afdrukken wilt
hervatten, drukt u nogmaals op deze knop.
c
Let op:
Als u een afdruktaak onderbreekt kan het nodig zijn opnieuw te
beginnen voor het beste resultaat. Anders kan de afdruk slecht
aansluiten of kunnen er strepen op de afdruk ontstaan.
95
De printerdriver gebruiken
De printerdriversoftware zorgt ervoor dat de computer de printer
kan besturen aan de hand van de instellingen die u voor uw
afdrukken vastlegt.
Afdrukmateriaal instellen
De instelling van Media Type bepaalt welke andere opties
beschikbaar zijn. Daarom moet u deze optie altijd eerst instellen.
Selecteer in de “Tabblad Main” bij Media Type het type
afdrukmateriaal dat in de printer is geladen. Zoek het papier op
in de volgende lijst en selecteer de juiste instelling bij Media Type.
Voor een aantal soorten papier kunt u kiezen uit meerdere
instellingen.
Voor EPSON UltraChrome-inkt:
Media Type setting
EPSON special media name
DoubleWeight Matte Paper
EPSON Doubleweight Matte Paper
Enhanced Matte Paper
EPSON Enhanced Matte Paper
Glossy Paper - Photo Weight
EPSON Glossy Paper - Photo Weight
Premium Glossy Photo Paper
EPSON Premium Glossy Photo Paper
Premium Semigloss Photo Paper
EPSON Premium Semigloss Photo
Paper
Premium Luster Photo Paper
EPSON Premium Luster Photo Paper
Photo Glossy Paper
EPSON Photo Glossy Paper
EPSON Photo Grade Glossy Paper
Photo Semigloss paper
EPSON Photo Semigloss Paper
EPSON Photo Grade Semigloss
Paper
96
Premium Glossy Photo Paper (250)
EPSON Premium Glossy Photo Paper
(250)
EPSON Premium Semigloss Photo
Paper (250)
Premium Semimatte Photo Paper
(250)
EPSON Premium Semimatte Photo
Paper (250)
Watercolor Paper - Radiant White
EPSON Watercolor Paper - Radiant
White
Smooth Fine Art Paper
ESPON Smooth Fine Art Paper
Textured Fine Art Paper
EPSON Textured Fine Art Paper
Canvas
EPSON Canvas
Glossy Film
EPSON Glossy Film
Backlight Film
EPSON Backlight Film
Enhanced Synthetic Paper
EPSON Enhanced Synthetic Paper
Enhanced Adhesive Synthetic
Paper
EPSON Enhanced Adhesive
Synthetic Paper
Heavyweight Polyester Banner
EPSON Heavyweight Polyester
Banner
Adhesive Vinyl
EPSON Adhesive Vinyl
Tyvek Brillion
EPSON Tyvek® Brillion™
Plain Paper
-
Enhanced Matte Board
EPSON Enhanced Matte Board
Voor dye-inkt:
Media Type setting
EPSON special media name
Photo Glossy Paper
EPSON Photo Glossy Paper
EPSON Photo Grade Glossy Paper
Photo Semigloss Paper
EPSON Photo Semigloss Paper
EPSON Photo Grade Semigloss
Paper
Premium Luster Photo Paper
EPSON Premium Luster Photo Paper
97
Premium Glossy Photo Paper (250)
EPSON Premium Glossy Photo Paper
(250)
Premium Semigloss Photo Paper
(250)
EPSON Premium Semigloss Photo
Paper (250)
Premium Semimatte Photo Paper
(250)
EPSON Premium Semimatte Photo
Paper (250)
Glossy Photo Paper
EPSON Glossy Photo Paper
EPSON Glossy Paper-Heavy Weight
Semigloss Photo Paper
EPSON Semigloss Photo Paper
EPSON Semi Gloss Paper-Heavy
Weight
Plain Paper
-
Presentation Matte Paper
EPSON Presentation Matte Paper
Doubleweight Matte Paper
EPSON Doubleweight Matte Paper
Photo Quality Ink Jet Paper
EPSON Photo Quality Ink Jet Paper
Backlight Film
EPSON Backlight Film
Posterboard-Semi Gloss
EPSON Poster Board-Semigloss
Opmerking:
❏ De beschikbaarheid van speciaal afdrukmateriaal kan van land tot
land verschillen.
❏ Zie “Informatie over speciaal afdrukmateriaal en ander materiaal”
wanneer u ander papier gebruikt dan speciaal afdrukmateriaal van
Epson.
De modi Automatic en Custom gebruiken
Met deze modi hebt u de beschikking over twee
besturingsniveaus voor de printerdriver die hierna verder
worden uitgelegd.
98
“De modus Automatic”
De snelste en eenvoudigste manier om te
beginnen met afdrukken.
“De Modus Custom”
Corrigeert kleuren en verhoogt de kwaliteit
van foto’s. Handig voor afbeeldingen met
een lage resolutie. Kies uit een lijst vooraf
gedefinieerde instellingen de optie die het
meest geschikt is voor het type document
dat u wilt afdrukken. U kunt ook uw eigen
instellingen aan deze lijst toevoegen.
Naast het vastleggen van combinaties van instellingen die de
algemene afdrukkwaliteit beïnvloeden, kunt u ook afzonderlijke
aspecten van de stijl en lay-out van de afdruk wijzigen met behulp
van het tabblad Paper. Zie “Pagina-instellingen aanpassen”.
De modus Automatic
Als in het “Tabblad Main” de modus Automatic is geselecteerd,
zorgt de printerdriver op basis van de huidige instellingen bij
Media Type en Ink voor alle gedetailleerde instellingen. Klik
onder Ink op Color/B&W Photo om foto’s in kleur of in zwart-wit
af te drukken of Black om alleen een concept of zwarte tekst af te
drukken. Zie “Afdrukmateriaal instellen” voor informatie over
het instellen van Media Type.
Opmerking:
❏ Selecteer voor betere resultaten Photo-realistic of Vivid uit de
keuzelijst in het vak Mode, afhankelijk van uw afdrukgegevens.
❏ Afhankelijk van de optie die is geselecteerd in de lijst Media Type
terwijl Automatic is ingeschakeld, wordt rechts van de
Mode-opties een schuifbalk weergegeven die u kunt verplaatsen
tussen Quality en Speed. Verschuif de balk naar Quality als de
afdrukkwaliteit belangrijker is dan de afdruksnelheid.
99
❏ De meeste Windows-toepassingen beschikken over eigen opties voor
het papierformaat en de pagina-instelling. De instellingen van deze
opties hebben voorrang op vergelijkbare instellingen van de
printerdriver. Als uw toepassing echter niet over deze opties
beschikt, controleert u de instellingen op het tabblad Paper van de
printerdriver.
De Modus Custom
In de modus Custom kunt u een groot aantal veranderingen
uitvoeren met slechts één muisklik. In de lijst Custom Settings
vindt u instellingen die vooraf door EPSON zijn gedefinieerd.
Deze zijn afgestemd op bepaalde typen afdrukken, zoals
afbeeldingen en diagrammen voor presentaties.
U kunt ook zelf instellingen maken en aan deze lijst toevoegen.
Zie “Modus Advanced”.
In de lijst Custom settings vindt u de volgende vooraf
gedefinieerde instellingen:
Text/Graph
Geschikt voor het afdrukken van documenten met
grafische elementen en diagrammen.
ICM
ICM (Image Color Matching) Deze methode zorgt
ervoor dat de afgedrukte kleuren overeenkomen
met de schermkleuren.
(Voor Windows Me,
98, 95, XP en 2000)
sRGB
Een instelling om kleuren op die van andere
sRGB-apparaten af te stemmen.
Advanced Photo
Geschikt voor het afdrukken van gescande foto’s
en digitale beelden van hoge kwaliteit. Helpt ook
voorkomen dat inktpunten op verkeerde plaatsen
worden afgedrukt als gevolg van de beweging van
de printkoppen en het papier.
Advanced Photo
2880
Minder korrel en gladdere halftonen dan de modus
Advanced Photo.
Voer de volgende stappen uit om een instelling te kiezen voor
Custom.
100
1. Klik op de knop Custom op het “Tabblad Main”.
2. Kies uit de lijst Custom Settings de meest geschikte instelling
voor het type document of beeld dat u wilt afdrukken.
3. Als u een instelling selecteert voor Custom, worden andere
opties, zoals Print Quality en Color Adjustment, automatisch
ingesteld. Wijzigingen worden weergegeven in het scherm
Current Settings linksonder in het tabblad Main.
4. Controleer voordat u gaat afdrukken de instellingen van
Media Type en Ink, want deze kunnen worden beïnvloed
door de instelling die u kiest voor Custom. Zie
“Afdrukmateriaal instellen”.
Modus Advanced
Met de instellingen onder Advanced kunt u uw afdrukomgeving
volledig besturen. Gebruik deze instellingen om te
experimenteren met nieuwe ideeën voor het afdrukken van uw
afbeeldingen of om bepaalde afdrukinstellingen zodanig te
verfijnen dat deze aan uw individuele behoeften voldoen. Als u
tevreden bent met uw nieuwe instellingen, kunt u deze een naam
geven en ze toevoegen aan de lijst Custom Settings.
Volg de onderstaande instructies om instellingen in Advanced te
maken en op te slaan.
Opmerking:
De schermen van de printerdriver die u in deze procedure ziet zijn voor
Windows Me, 98 en 95. De schermen voor Windows XP, 2000 en
NT 4.0 wijken daar enigszins vanaf.
1. Klik op de knop Custom op het “Tabblad Main” en klik
vervolgens op Advanced. Het volgende dialoogvenster
verschijnt.
101
Dialoogvenster Advanced
2. Selecteer bij Media Type het type afdrukmateriaal dat in uw
printer is geladen. Zie “Afdrukmateriaal instellen” voor meer
informatie.
3. Kies bij deopties voor Ink Color/B&W of Black.
4. Stel de Print Quality in.
5. Leg de gewenste instellingen voor de papierconfiguratie vast.
Zie “Papierconfiguratie-instellingen” voor meer informatie
over elke afzonderlijke instelling.
6. Stel desgewenst nog meer opties in. Zie de online-Help voor
meer informatie.
Opmerking:
Welke opties beschikbaar zijn, hangt af van de instellingen die u hebt
gekozen voor Media Type, Ink en Print Quality.
102
7. Klik op OK om uw instellingen toe te passen en terug te keren
naar het tabblad Main. Als u naar het vorige scherm wilt
terugkeren zonder uw instellingen toe te passen, klikt u op
Cancel.
Als u de gemaakte instellingen wilt opslaan, klikt u op Save
Settings in het dialoogvenster Advanced Settings. Het
dialoogvenster Custom Settings verschijnt.
Typ een unieke naam (van maximaal 16 tekens) voor uw
instellingen in het vak Naam en klik vervolgens op de knop
Opslaan. Uw instellingen worden toegevoegd aan de lijst
Custom Settings.
U kunt maximaal 100 combinaties van instellingen opslaan. U
kunt de opgeslagen instellingen selecteren uit de lijst met
instellingen op het “Tabblad Main”.
Opmerking:
❏ De namen die EPSON heeft gegeven aan de vooraf gedefinieerde
instellingen, kunt u niet voor uw eigen instellingen gebruiken.
❏ Als u een instelling wilt verwijderen, selecteert u deze in het
dialoogvenster Custom Settings en klikt u op Delete.
103
❏ De vooraf gedefinieerde instellingen van EPSON kunt u niet
verwijderen uit de lijst Custom Settings.
Denk eraan dat wanneer u de opgeslagen instellingen in de lijst
Custom Settings selecteert, de aangepaste instellingen
veranderen als u andere instellingen wijzigt, bijvoorbeeld voor
Media Type of Ink. Dit kan een onverwacht effect hebben op uw
afdrukken. Selecteer als dit gebeurt de opgeslagen instellingen
opnieuw en probeer nogmaals af te drukken.
Modus PhotoEnhance
Met de instellingen onder PhotoEnhance kunt u, voordat u uw
foto’s gaat afdrukken, kiezen uit diverse instellingen voor
beeldcorrectie. PhotoEnhance is niet van invloed op de
oorspronkelijke gegevens. Klik op het keuzerondje
PhotoEnhance4 in het “Dialoogvenster Advanced”.
Als u PhotoEnhance4 selecteert, kunt u ook het selectievakje
Digital Camera Correction gebruiken. Schakel dit selectievakje
in als u foto's afdrukt die met een digitale camera zijn genomen
en u wilt dat de afgedrukte afbeeldingen er net zo natuurlijk
uitzien als foto's die met een filmcamera zijn genomen.
Opmerking:
❏ Deze modus is alleen beschikbaar als u 16-, 24- of 32-bits
kleurengegevens afdrukt.
❏ Als u afdrukt terwijl PhotoEnhance4 is geselecteerd, kan het
afdrukken langer duren, afhankelijk van uw computersysteem en de
hoeveelheid gegevens in uw afbeelding.
U kunt kiezen uit de volgende instellingen. Klik op het pijltje aan
de rechterkant van het keuzemenu.
104
Tone
Normal
Deze instelling biedt standaardbeeldcorrectie voor de
meeste foto's. Probeer deze instelling eerst.
Hard
Deze instelling biedt variabele beeldcorrectie voor uw
afdrukken.
Vivid
Deze instelling biedt chromatische en levendige
beeldcorrectie voor uw afdrukken.
Sepia
Met deze instelling krijgen uw foto's een sepiatint.
Monochrome
Met deze instelling krijgen uw afdrukken een
zwart-witte tint.
None
Er wordt geen kleuraanpassing toegepast.
Effect
Sharpness
Met deze instelling worden de contouren op uw
afdrukken extra scherp.
Soft-focus
Met deze instelling zien uw foto's eruit alsof ze zijn
gemaakt met een zachte-focus-lens.
Canvas
Met deze instelling wordt een beeldcorrectie
toegepast waardoor het lijkt of de afdrukken zijn
gemaakt op een doek van linnen.
Parchment
Met deze instelling wordt een beeldcorrectie
toegepast waardoor het lijkt of de afdrukken zijn
gemaakt op perkament.
None
Er wordt geen beeldeffect toegepast.
Papierconfiguratie-instellingen
Het instellen van de papierconfiguratie omvat een aantal menu’s
met opties die op het afdrukken worden toegepast. Klik op de
knop Paper Config om deze instellingen vast te leggen.
105
Modus
Omschrijving
Color Density
Hiermee past u de dichtheid van de kleur aan. Gebruik
een waarde van -50% tot +50%. Verschuif de balk met
de muis naar rechts of links om de instelling aan te
passen. In het vak naast de schuifbalk kunt u ook
rechtsreeks een getal typen (van -50 tot +50).
Drying Time
per Print
Head Pass
Hier stelt u in hoelang de inkt gedroogd moet worden
voordat de printkop opnieuw voorbijkomt. Gebruik een
waarde van 0 tot +50 (5,0 seconden), in stappen van 0,1
seconde. Verschuif de balk met de muis naar rechts of
links om de instelling aan te passen. In het vak naast de
schuifbalk kunt u ook rechtsreeks een getal typen (van 0
tot +50).
Paper Feed
Adjustment
Hiermee bepaalt u in welke mate de papiertoevoer
wordt aangepast. Gebruik een waarde van -70 tot +70.
De eenheid is mm. Verschuif de balk met de muis naar
rechts of links om de instelling aan te passen. In het vak
naast de schuifbalk kunt u ook rechtsreeks een getal
typen (van -70 tot +70).
Paper
Thickness
Voer voor de papierdikte een waarde in van 0 tot +15. U
kunt een waarde opgeven van 0 tot 1,5 mm in stappen
van 0,1 mm.
Paper Suction
Hiermee past u de waarde van de zuigdruk aan. U kunt
kiezen uit Standard (100%), -1(50%), -2(30%), -3(10%) en
-4(6%).
Cut Method
Selecteer de gewenste snijmethode voor dun papier in
het menu dat op het scherm verschijnt. U kunt kiezen uit
Standard, Thin Paper en Very Thin Paper.
106
Pagina-instellingen aanpassen
Op het “Tabblad Paper” kunt u de volgende instellingen
aanpassen.
Orientation
Gebruik deze instelling om de afdrukrichting op het
papier aan te geven: Portrait (verticaal) of
Landscape (horizontaal). Als u dicht bij de onderkant
van het papier wilt afdrukken, klikt u op 180° draaien.
Printable Area
Selecteer Centered als u uw tekst of afbeelding
precies in het midden van het papier wilt afdrukken.
Deze instelling is alleen beschikbaar voor losse vellen.
No Margins
Met deze instelling kunt u een beeld zonder marges op het papier
afdrukken.
Voor deze afdrukmodus raadt EPSON de volgende
afdrukmaterialen aan.
Aanbevolen afdrukmateriaal:
❏ Premium Glossy Photo Paper (250)
❏ Premium Semiglossy Photo Paper (250)
❏ Premium Luster Photo Paper
❏ Premium Semimatte Photo Paper (250)
Voor de volgende breedten:
❏ 8 tot 8,25 inch
❏ 250 mm tot 10 in (254 mm)
❏ 300 mm tot 12 in (304,8 mm)
107
❏ 350 mm tot 14 in (355,6 mm)
❏ 400 mm tot 16 in (406,4 mm)
❏ 500 mm tot 20 in (508 mm)
❏ 600 mm tot 24 inch (609,6 mm)
❏ 910 mm tot 36 inch (914,4 mm) (alleen voor de Stylus Pro 9600)
❏ 1110 mm tot 1118 mm (alleen voor de Stylus Pro 9600)
Opmerking:
❏ Als u in uw toepassing marges kunt instellen, zet die dan op nul
voordat u gaat afdrukken.
❏ Bij het afdrukken op losse vellen papier worden alleen de linker- en
rechtermarges op nul ingesteld.
❏ Door de inkt kan de degel van de printer vuil worden. Veeg in dat
geval de inkt weg met een doek.
❏ Afdrukken met deze optie ingeschakeld duurt langer dan normaal.
❏ Om afname van de afdrukkwaliteit of vegen op het bovenste gedeelte
van de afdruk te voorkomen raadt EPSON de hierboven genoemde
afdrukmaterialen aan of afdrukmateriaal dat volgens de
documentatie bij het materiaal speciaal is bedoeld om zonder marges
te worden bedrukt.
❏ Voor printers met een dye-inktsysteem:
Deze afdrukmodus kan niet worden ingesteld voor afdrukken in een
resolutie van 2880dpi.
Afdrukken in de modus No Margins
Volg de onderstaande stappen om af te drukken in de modus No
Margins.
108
1. Maak uw afbeelding aan de linker- en rechterkant 3 mm
groter met behulp van de toepassing waarmee u de gegevens
hebt gemaakt.
2. Klik op het selectievakje No Margins op het tabblad Paper.
3. In het menu SelecType kunt u de volgende instellingen
vastleggen. Raadpleeg “De modus SelecType openen” voor
meer informatie.
❏ Wanneer u wilt afdrukken zonder linker- en
rechtermarge:
PRINTER SETUP -> NO MARGIN -> L/R ONLY
❏ Wanneer u wilt afdrukken zonder linker-, rechter-,
boven- en ondermarge:
PRINTER SETUP -> NO MARGIN -> 1CUT of 2CUTS
109
Opmerking:
Wanneer u 1CUT selecteert, creëert u geen overtollig papier. Wel
kunnen de snijpositie en de rand rond de afbeelding verkeerd worden
uitgelijnd, afhankelijk van de nauwkeurigheid.
Wanneer u 2CUTS selecteert, wordt de volgende afdruktaak niet
afgesneden. Wel kan de ingevoerde hoeveelheid papier met 1 mm
worden ingekort, omdat het papier korter wordt afgesneden.
4. Start het afdrukken.
Roll Paper Option
Opmerking:
Wanneer Sheet is geselecteerd in de lijst Paper Source zijn de
instellingen voor Roll Paper (Auto Rotate, Paper Width, Auto Cut en
Print Page Line) niet beschikbaar.
Auto Rotate
De functie Auto Rotate heeft alleen zin wanneer de lengte van de
gewenste afdruk kleiner is dan de afdrukbreedte van de papierrol
(300, 400 of 600 mm; 12, 14, 20, 22, 24, 36 of 44 inch). De afdruk
wordt automatisch 90 graden gedraaid zodat het beeld op zijn
kant komt te liggen. Zo bespaart u papier. Deze functie is niet
beschikbaar wanneer Roll Paper (Banner) is geselecteerd in de lijst
Paper Source.
Bij deze functie kunt u ook de papierbreedte instellen.
Opmerking:
Papierrollen van 44 en 36 inch zijn alleen geschikt voor de Stylus Pro
9600.
Origineel
Auto Rotate uit
Auto Rotate aan
110
Selecteer Auto Rotate door het vakje Auto Rotate in het vak Roll
Paper Option op het “Tabblad Paper” in te schakelen.
Selecteer Roll Width door het vakje Auto Rotate in te schakelen.
Klik vervolgens op de knop Roll Width en selecteer het formaat
van de geplaatste papierrol.
Auto Cut
Wanneer Auto Cut is geselecteerd, wordt de papierrol na elke
afdruktaak automatisch afgesneden.
Selecteer Auto Cut door het vakje Auto Cut in te schakelen in het
vak Roll Paper Option op het “Tabblad Paper”.
Selecteer Roll Width door het vakje Auto Rotate in te schakelen.
Klik vervolgens op de knop Roll Width en selecteer het formaat
van de geplaatste papierrol.
Print Page Line
U kunt voor het handmatig afsnijden een paginascheiding laten
afdrukken aan de rechterkant of de onderkant van het document.
Selecteer het vakje Print Page Line in het vak Roll Paper Option
op het “Tabblad Paper” om Print Page Line in te schakelen.
De werking van de functie Print Page Line hangt mede af van de
instelling voor Auto Cut (zie de tabel).
111
Auto Cut
Print Page Line
Werking van de printer
Geselecteerd
Geselecteerd
Alleen aan de rechterkant
wordt een paginascheiding
afgedrukt. Het papier wordt
automatisch afgesneden als de
afdruktaak is voltooid.
Geselecteerd
Niet
geselecteerd
Het papier wordt automatisch
afgesneden als de afdruktaak is
voltooid.
Niet
geselecteerd
Geselecteerd
Er wordt aan de rechterkant en
onderkant van het document
een paginascheiding
afgedrukt.
Niet
geselecteerd
Niet
geselecteerd
Er worden geen
paginascheidingen afgedrukt
en pagina’s worden niet
afgesneden.
Save Roll Paper
Schakel dit vakje in als u papier wilt besparen. Wanneer dit vakje
is geselecteerd, wordt het onderste, lege gedeelte van de laatste
pagina van een document niet doorgevoerd. Deze functie is alleen
beschikbaar wanneer Roll Paper (Banner) is geselecteerd in de lijst
Paper Source.
Documenten aanpassen aan het papierformaat
U kunt het formaat van een document aanpassen aan het formaat
van het papier waarop u wilt afdrukken. Open het “Tabblad
Layout” en schakel het vakje Reduce/Enlarge in om het
afdrukformaat aan te passen.
Gebruik de opties voor Reduce/Enlarge op het “Tabblad
Layout”.
112
Fit to Page
Het document wordt proportioneel vergroot of
verkleind zodat het past op het papierformaat dat
u hebt geselecteerd in de lijst Paper Size in het vak
Reduce/Enlarge.
Custom
Hier kunt u het percentage instellen waarmee u een
beeld wilt vergroten of verkleinen. Klik op de pijltjes
naast het vak Scale en selecteer een percentage
tussen 10 en 650%.
Als u deze instelling selecteert, vergroot of verkleint u een
afbeelding met behoud van de juiste verhoudingen, zodat deze
wordt aangepast aan het in de lijst Paper Size geselecteerde
papierformaat. Klik voor deze functie op On en selecteer het
papierformaat dat u in de printer hebt geladen.
De printerhulpprogramma's gebruiken
Met de EPSON-printerhulpprogramma’s kunt u op het
computerscherm de printerstatus controleren en enkele
onderhoudsfuncties voor de printer uitvoeren.
EPSON Status Monitor 3
Met het hulpprogramma EPSON Status Monitor 3 controleert u
de printerstatus en de resterende hoeveelheid inkt per cartridge.
Nozzle Check
U kunt een spuitkanaaltjespatroon laten afdrukken om te
controleren of de spuitkanaaltjes de inkt op de juiste manier
toevoeren. Als de spuitkanaaltjes dit niet goed doen, merkt u dit
aan ontbrekende punten in het patroon. U kunt de spuitkanaaltjes
voor zeven kleuren tegelijk controleren.
113
c
Let op:
Wacht totdat het spuitkanaaltjespatroon volledig is afgedrukt
voordat u een afbeelding gaat afdrukken. Anders kan de
afdrukkwaliteit minder zijn.
Head Cleaning
Wanneer de afdrukkwaliteit minder wordt, of wanneer uit het
controlepatroon blijkt dat er spuitkanaaltjes verstopt zijn, moeten
de printkoppen worden gereinigd. Met dit hulpprogramma
reinigt u de printkop. Voer vervolgens nogmaals een controle van
de spuitkanaaltjes uit, aangezien het nodig kan zijn de
printkoppen meerdere malen te reinigen.
Print Head Alignment
De printkoppen moeten worden uitgelijnd wanneer verticale
lijnen in het uitlijnpatroon niet goed op elkaar aansluiten, of
wanneer op uw afdrukken strepen verschijnen.
Printer and Option Information
Dit hulpprogramma geeft informatie weer over de configuratie
van de printer. Ook geeft dit hulpprogramma specifieke
informatie weer over bepaalde kenmerken van de printer, zoals
de cartridgeoptie en het identificatienummer van de printer. Zie
“Using Printer and Option Information”.
Opmerking:
Zorg ervoor dat de printer alle afdruktaken heeft voltooid voordat u een
van de hulpprogramma’s Nozzle Check, Head Cleaning of Print Head
Alignment uitvoert. Anders verloopt het afdrukken niet goed.
114
De printersoftware openen
Wanneer u de printersoftware opent, verschijnen in het venster
van de printersoftware de tabbladen voor de printerdriver en de
hulpprogramma’s. Als u de hulpprogramma's wilt gebruiken,
klikt u op het tabblad Utility in het venster van de printersoftware
en klikt u vervolgens op de knop voor het hulpprogramma dat u
wilt gebruiken.
Opmerking:
❏ De letter tussen haakjes achter de naam van het hulpprogramma is
de sneltoets voor dat hulpprogramma. Typ deze letter met Alt
ingedrukt om het hulpprogramma te openen.
❏ Als u op een van de knoppen voor de hulpprogramma’s drukt terwijl
de printer bezig is met afdrukken, kunnen er problemen ontstaan bij
het afdrukken. Dit geldt overigens niet voor de knop EPSON Status
Monitor 3.
115
Using Printer and Option Information
De configuratie van uw systeem bepaalt of de informatie in het
dialoogvenster Printer and Option Information automatisch
wordt geactualiseerd of handmatig dient te worden ingevoerd.
Als een melding verschijnt in het gedeelte Current Settings
waarin u wordt gevraagd instellingen op te geven, of als u de
configuratie van de printer wilt wijzigen, voert u de onderstaande
stappen uit om de benodigde instellingen handmatig op te geven.
1. Selecteer in het vak Cartridge Option een combinatie voor de
geïnstalleerde zwarte cartridges in uw printer.
2. Plaats papier in de printer en klik vervolgens op de knop
Settings Sheet in het dialoogvenster Printer and Option
Information. Er wordt dan op de volgende manier informatie
afgedrukt over de printer en de opties.
Printer-ID #1: 50-50-50-50-50-50
Printer-ID #2: 50-50-50-50-50-50
116
3. Controleer of de informatie in het hulpprogramma
overeenkomt met de afgedrukte gegevens. Zoniet, pas dan de
informatie op het scherm aan zodat deze overeenkomt met de
afgedrukte gegevens.
4. Klik op OK om uw instellingen op te slaan en het venster te
verlaten.
Speed & Progress
In dit dialoogvenster kunt u opties instellen die betrekking
hebben op de afdruksnelheid en de voortgang van het afdrukken.
Open het venster van de printersoftware om de knop Speed &
Progress te kunnen gebruiken.
Opmerking:
Schakel Speed & Progress in door te klikken op Start, Instellingen
(Settings), Printers, klik met de rechtermuisknop op het pictogram van
uw printer, klik op Eigenschappen (Properties) en open het tabblad
Utility.
117
U hebt de keuze uit de volgende mogelijkheden:
High Speed Copies
Selecteer High Speed Copies als u meerdere exemplaren van uw
document sneller wilt afdrukken.
Show Progress Meter
Selecteer Show Progress Meter als u de voortgang van uw
afdruktaak wilt bijhouden.
EPSON Printer Port (alleen voor Windows Me, 98 en 95)
Selecteer EPSON Printer Port om de gegevensoverdracht naar
EPSON-printers te versnellen.
Als uw computer de modus ECP ondersteunt, schakelt u
DMA-overdracht in om het afdrukken te versnellen.
Zie “Speed & Progress gebruiken” voor meer informatie.
Always Spool RAW Datatype (alleen voor Windows 2000 en
NT)
Schakel dit selectievakje in als u wilt dat documenten van
Windows 2000- en Windows NT-clients worden gespoold met het
RAW-formaat in plaats van met het EMF-formaat (metafile). (In
Windows 2000- en Windows NT-toepassingen wordt standaard
het EMF-formaat gebruikt.)
Gebruik deze optie als documenten die met het EMF-formaat
worden gespoold, niet goed worden afgedrukt.
Bij spoolen met het gegevenstype RAW zijn er minder bronnen
vereist dan met EMF. Daarom kunnen bepaalde problemen, zoals
onvoldoende geheugen of schijfruimte of een lage
afdruksnelheid, worden opgelost door het selectievakje Always
Spool RAW Datatype in te schakelen.
118
Bij spoolen met het gegevenstype RAW kan de voortgang die
wordt weergegeven door de voortgangsbalk verschillen van de
werkelijke voortgang.
Monitoring Preferences
Klik op deze knop om het dialoogvenster Monitoring Preferences
te openen waarin u instellingen kunt vastleggen voor EPSON
Status Monitor 3. Zie “Controlevoorkeursinstellingen
vastleggen”.
Informatie krijgen via de online-Help
Uw printersoftware beschikt over een uitgebreide online-Help.
Hierin vindt u instructies voor het afdrukken, het instellen van
opties in de printerdriver en het gebruik van hulpprogramma’s
voor de printer.
Help openen
Klik op de knop Start, wijs naar Programma's en Epson (voor
Windows Me, 98 en 95) of EPSON Printers (voor Windows 2000
en NT 4.0) en klik vervolgens op EPSON Stylus Pro 9600 (of
EPSON Stylus Pro 7600) Help. U krijgt nu het venster met de
Help-inhoud.
Wanneer u de printersoftware opent, verschijnen in het venster
van de printersoftware de tabbladen voor de printerdriver en de
hulpprogramma’s. Klik op Help onderaan het tabblad Main,
Paper of Utility voor Help die betrekking heeft op de items op dat
tabblad.
U kunt ook specifieke Help voor een item op een tabblad
weergeven door met de rechtermuisknop op het item te klikken
en vervolgens op de opdracht What's This?.
119
De printerstatus controleren en afdruktaken
beheren
De voortgangsbalk gebruiken
Als u een afdruktaak naar de printer stuurt, verschijnt de
voortgangsbalk, zoals in de volgende illustratie.
Dit venster geeft de voortgang van de huidige afdruktaak aan en
bevat informatie over de printerstatus wanneer communicatie in
twee richtingen tussen de printer en de computer tot stand is
gebracht. In dit venster verschijnen bovendien nuttige tips voor
het afdrukken, en foutberichten. In het volgende gedeelte wordt
hierop nader ingegaan.
Opmerking:
De voortgangsbalk wordt niet weergegeven als de optie Show Progress
Meter in het dialoogvenster Speed & Progress is uitgeschakeld. Zie
“Speed & Progress gebruiken” voor meer informatie.
120
EPSON Printing Tips
Onderaan het venster van de voortgangsbalk worden tips
weergegeven voor een optimaal gebruik van uw
EPSON-printerdriver. Er verschijnt een nieuwe tip om de 30
seconden. Als u meer informatie wilt over een tip die wordt
weergegeven, klikt u op de knop Details.
De EPSON Spool Manager gebruiken
De EPSON Spool Manager is vergelijkbaar met Afdrukbeheer
onder Windows. Als er twee of meer afdruktaken na elkaar
worden ontvangen worden deze in een wachtrij geplaatst naar
volgorde van binnenkomst. Als een afdruktaak bovenaan komt
te staan, wordt deze door de EPSON Spool Manager naar de
printer gestuurd.
121
Voor Windows Me, 98 en 95
Klik op de knop EPSON Stylus Pro 7600/9600 als deze op de
taakbalk verschijnt. U krijgt nu de status en overige informatie te
zien van de afdruktaken in de rij. Bovendien kunt u met de Spool
Manager geselecteerde afdruktaken annuleren, onderbreken en
opnieuw starten.
EPSON Status Monitor 3 gebruiken
EPSON Status Monitor 3 geeft gedetailleerde informatie weer
over de printerstatus.
Opmerking:
Lees eerst het bestand Leesmij voordat u EPSON Status Monitor 3
gebruikt. Klik op Start, wijs naar Programma's, wijs naar EPSON of
EPSON Printers en klik op EPSON Stylus Pro 7600/9600 Leesmij
om dit bestand te openen.
EPSON Status Monitor 3 openen
U kunt EPSON Status Monitor 3 op twee manieren openen.
❏ Dubbelklik op het printerpictogram op de taakbalk van
Windows. Zie “Controlevoorkeursinstellingen vastleggen”
voor informatie over hoe u dit pictogram kunt toevoegen aan
de taakbalk.
122
❏ Open de printerdriver, klik op het tabblad Utility en klik
vervolgens op EPSON Status Monitor 3.
Als u EPSON Status Monitor 3 opent, verschijnt het volgende
venster.
Informatie weergeven in EPSON Status Monitor 3
EPSON Status Monitor 3 biedt de volgende informatie:
123
❏ Huidige status:
EPSON Status Monitor 3 biedt uitgebreide informatie over de
printerstatus, een grafische weergave en statusberichten. Als
de inkt (bijna) op is, verschijnt de knop How to ... in het
venster van EPSON Status Monitor 3. Als u vervolgens op
How to ... klikt, worden er instructies weergegeven voor het
vervangen van de cartridges.
❏ Informatie:
EPSON Status Monitor 3 biedt een grafische weergave van de
resterende hoeveelheid inkt.
Controlevoorkeursinstellingen vastleggen
In het dialoogvenster Monitoring Preferences kunt u de
controlefunctie van de EPSON Status Monitor 3 instellen. Voer de
onderstaande stappen uit.
1. Open de printersoftware voor uw printer volgens de
instructies in “De printersoftware openen”.
2. Klik op het tabblad Utility en vervolgens op de knop Speed
& Progress. Het dialoogvenster Speed & Progress verschijnt.
124
3. Klik op de knop Monitoring Preferences. Het
dialoogvenster Monitoring Preferences wordt geopend.
4. Stel de volgende instellingen in.
Select Notification
Hier worden de huidige instellingen voor
foutmeldingen weergegeven.
Schakel de selectievakjes in voor de typen
fouten waarvoor u een melding wilt
ontvangen.
Select Shortcut
Icon
Schakel dit selectievakje in als u een
pictogram voor een snelkoppeling wilt
weergeven op de taakbalk van Windows. Als
u op het snelkoppelingspictogram op de
taakbalk klikt, wordt EPSON Status Monitor 3
geopend. Selecteer het pictogram dat u wilt
weergeven door op een van de getoonde
pictogrammen te klikken. Het door u
geselecteerde pictogram wordt dan rechts in
het venster weergegeven.
125
Allow monitoring of
shared printers
Als dit selectievakje is ingeschakeld kan een
gedeelde printer worden gecontroleerd door
andere pc’s.
De afdruksnelheid verhogen
Algemene tips
Het duurt langer om afbeeldingen in kleur af te drukken met
instellingen voor een hoge afdrukkwaliteit, dan beelden in
zwart-wit van standaardkwaliteit. Voor kleurendocumenten van
hoge kwaliteit moeten namelijk veel meer gegevens worden
verwerkt. Het is daarom belangrijk dat u selectief bent in uw
gebruik van instellingen voor kleur en printkwaliteit als u ook
snel wilt afdrukken.
Maar ook als voor uw document de hoogste afdrukkwaliteit en
een uitgebreid kleurgebruik nodig zijn, is het vaak mogelijk de
afdruksnelheid te optimaliseren door andere afdrukinstellingen
aan te passen. Houd er wel rekening mee dat aanpassing van
bepaalde instellingen om de afdruksnelheid te verhogen kan
betekenen dat dan de afdrukkwaliteit afneemt.
126
In de volgende tabel is te zien welke factoren welke gevolgen
hebben op de afdruksnelheid en afdrukkwaliteit (wanneer het
ene wordt verhoogd, gaat het andere omlaag).
Afdrukkwaliteit
Afdruksnelheid
Printerdriverin
stellingen
Afdrukkwaliteit
Hoge snelheid
Gegevensken
merken
Lager
Sneller
Hoger
Langzamer
Printerdriverm
enu
Normal 360 dpi
SuperFine 1440 dpi
Dialoogvenster
Advanced
Zuinig
SuperPhoto
- 2880 dpi
Aan
Uit
Afbeeldingsgro Weinig
otte
Veel
Resolutie
Hoog
Laag
-
127
In de volgende tabel staan alleen de factoren met betrekking tot
de afdruksnelheid.
Afdruksnelheid
Sneller
Langzamer
Printerdriver
menu
Inkt
Zwart
Kleur
Dialoogvens
ter
Advanced,
Main
Horizontaal
spiegelen*
Uit
Aan
Dialoogvens
ter
Advanced
Gegevenskenmer
ken
Verscheidenh
eid aan
kleuren
Grijstinten Alle kleuren
Hardwarebronnen
Systeemsnelhei Hoog
d
Laag
Vrije ruimte op
de vaste schijf
Veel
Weinig
Vrij geheugen
Veel
Weinig
Actieve
toepassingen
Eén
Veel
Virtueel
geheugen
Niet in
gebruik
In gebruik
Printerdriverinstelli
ngen
Softwarestatus
-
-
-
* Wisselt al naar gelang de gebruikte printerdriver en toepassing.
Speed & Progress gebruiken
In het dialoogvenster Speed & Progress kunt u bepaalde opties
instellen die betrekking hebben op de afdruksnelheid. Klik op
Speed & Progress op het tabblad Utility van de printersoftware.
128
High Speed Copies
Drukt meerdere exemplaren van uw document sneller af.
Show Progress Meter
Geeft de voortgang van het afdrukproces weer tijdens het
afdrukken.
EPSON Printer Port (alleen voor Windows Me, 98 en 95)
Versnelt de gegevensoverdracht naar EPSON-printers.
Enable DMA transfer (alleen voor Windows Me, 98 en 95)
Als uw computer een parallelle poort heeft die de modus ECP
ondersteunt, kunt u DMA-overdracht inschakelen om het
afdrukken te versnellen. Raadpleeg uw computerhandleiding als
u niet weet of uw computer de modus ECP en DMA-overdracht
ondersteunt.
Zoek het bericht dat wordt weergegeven onder het selectievakje
EPSON Printer Port op in de volgende tabel en voer de
bijbehorende actie uit, als u wilt bepalen of u DMA-overdracht
moet inschakelen.
Bericht
Actie
Hoge-snelheidoverdracht
via DMA (directe
geheugentoegang) is
ingeschakeld.
DMA-overdracht is al ingeschakeld. Klik op
OK om het dialoogvenster te sluiten.
Gebruik DMA (directe
geheugentoegang) voor
een snellere
gegevensoverdracht.
Voer de stappen onder deze tabel uit om
DMA-overdracht in te schakelen.
129
Bericht
Actie
(Geen bericht)
DMA-overdracht is niet mogelijk bij de
instelling van de parallelle poort op uw
systeem. U kunt DMA-overdracht mogelijk
wel gebruiken als u de instelling van de
parallelle poort wijzigt in ECP of Enhanced
via het Setup-programma voor uw
computer-BIOS. Raadpleeg uw
computerhandleiding of neem contact op
met de fabrikant van uw computer voor
instructies. Nadat u de instelling van de
parallelle poort hebt gewijzigd, voert u de
stappen onder deze tabel uit om
DMA-overdracht in te schakelen.
Opmerking:
Voordat u het Setup-programma voor het
BIOS uitvoert, moet u de installatie van de
printerdriver ongedaan maken via het
onderdeel Software van het
Configuratiescherm. Nadat u het
Setup-programma voor het BIOS hebt
uitgevoerd, installeert u de printerdriver
opnieuw.
Voer de volgende stappen uit om DMA-overdracht in te
schakelen.
1. Dubbelklik op het pictogram Deze computer (My
Computer) en dubbelklik vervolgens op Printers.
2. Dubbelklik op het pictogram Systeem (System) en klik op
het tabblad Apparaatbeheer (Device Manager).
3. Dubbelklik op het pictogram Poorten (Ports) (COM & LPT)
en dubbelklik vervolgens op LPT1. Als de printer is
aangesloten op een andere poort dan LPT1, dubbelklikt u op
het pictogram voor die poort.
130
4. Klik op het tabblad Bronnen (Resources) en schakel het
selectievakje Automatische instellingen gebruiken (Use
automatic settings) uit om de automatische instelling uit te
schakelen. Noteer de instelling voor Invoer-/uitvoer-bereik
(Input/Output Range) die wordt weergegeven in het vak met
broninstellingen.
Schrijf deze
instellingen op
Klik hier om het
selectievakje uit te
schakelen
Schrijf deze instellingen op
2. Klik hier om het selectievakje uit te schakelen
5. Selecteer in de lijst Instelling gebaseerd op (Setting based
on) een basisconfiguratie die dezelfde instelling voor
Invoer-/uitvoer-bereik (Input/Output Range) heeft als de
instelling die u in stap 4 hebt genoteerd. Zorg er bovendien
voor dat het kanaal voor Directe geheugentoegang en de
nummers voor Interrupt-aanvraag zijn toegewezen en
worden weergegeven. In de lijst met apparaten die een
conflict veroorzaken dient Geen conflicten (No conflicts)
te worden weergegeven.
6. Klik op OK om de instellingen op te slaan.
131
7. Open het dialoogvenster Speed & Progress opnieuw om te
controleren of DMA-overdracht nu is ingeschakeld.
Opmerking:
Op sommige computers kan DMA-overdracht niet worden gebruikt, ook
al hebt u de bovenstaande stappen uitgevoerd. Neem contact op met de
fabrikant van uw computer voor informatie over de mogelijkheid voor
DMA-overdracht van uw computer.
Poortconfiguratie (alleen Windows NT 4.0)
Opmerking:
Poortinstellingen voor Windows NT 4.0 zijn zeer gecompliceerd en
dienen alleen te worden uitgevoerd door een ervaren gebruiker met
beheerdersrechten.
Als uw computer een parallelle poort heeft die de modus ECP
ondersteunt, kunt u in het dialoogvenster Poortconfiguratie
bepaalde instellingen opgeven voor de afdruksnelheid.
Controleer voordat u deze opties instelt of de modus ECP is
ingeschakeld in uw computerinstellingen. Raadpleeg uw
computerhandleiding voor meer informatie over de modus ECP.
Voer de onderstaande stappen uit om het dialoogvenster
Poortconfiguratie te openen.
1. Dubbelklik op het pictogram Deze computer (My
Computer) en dubbelklik vervolgens op het pictogram
Printers.
132
2. Klik met de rechtermuisknop op het pictogram van uw
printer en selecteer Eigenschappen (Properties).
133
3. Klik op het tabblad Poort (Port) en klik vervolgens op de
knop Poort configureren (Configure Port).
4. Klik op het tabblad LPT voor de poort waarop uw printer is
aangesloten en klik vervolgens op Poortconfiguratie (Port
Configuration).
134
Opmerking:
Als uw printer is aangesloten op de poort LPT1, is alleen het tabblad
LPT1 beschikbaar.
5. Klik op OK.
Broninstellingen (IRQ en DMA)
Als uw printer is aangesloten op LPT2 of LPT3 kunt u hier IRQen DMA-instellingen wijzigen om het afdrukken te versnellen.
Voer voor IRQ en DMA dezelfde configuratiewaarden in als u
hebt opgegeven voor uw uitbreidingskaart. Raadpleeg de
documentatie bij uw computer voor de instellingen voor IRQ en
DMA.
Use DMA transfer
Door gebruik te maken van DMA voor de overdracht van
afdrukgegevens naar de computer kan het afdrukken worden
versneld. Als het selectievakje Use DMA Transfer niet
beschikbaar is, dient u DMA-overdracht eerst in te schakelen in
uw computerinstellingen. Raadpleeg de documentatie bij uw
computer voor meer informatie.
135
De printer configureren in een netwerk
Voor Windows Me, 98 en 95
In dit gedeelte wordt uitgelegd hoe u de printer configureert
zodat deze kan worden gebruikt door andere computers in het
netwerk.
U moet de printer via de computer waarop de printer is
aangesloten eerst instellen als een gedeelde printer. Vervolgens
geeft u het netwerkpad naar de printer op vanaf iedere computer
die de printer moet kunnen gebruiken en installeert u de
printersoftware op die computers.
Opmerking:
In dit gedeelte wordt beschreven hoe u de printer als een gedeelde printer
in een netwerk gebruikt. Neem contact op met uw netwerkbeheerder als
u de printer rechtstreeks op een netwerk wilt aansluiten zonder deze in
te stellen als een gedeelde printer.
De printer instellen als een gedeelde printer
Voer de volgende stappen uit om een printer die rechtstreeks op
uw computer is aangesloten, in te stellen als gedeelde printer voor
andere computers in het netwerk:
1. Klik op Start, wijs naar Instellingen (Settings) en klik
vervolgens op Configuratiescherm (Control Panel).
2. Dubbelklik op Netwerk (Network).
3. Klik op de knop Bestands- en printerdeling (File and Print
Sharing).
136
4. Schakel het selectievakje Ik wil anderen toegang kunnen
geven tot mijn printer(s) (I want to be able to allow others
to print to my printer(s) in en klik op OK.
5. Klik in het netwerkvenster op OK.
6. Dubbelklik in het Configuratiescherm (Control Panel) op
Printers.
Opmerking:
❏ Als er een dialoogvenster verschijnt waarin u wordt gevraagd
de cd-rom van Windows Me, 98 of 95 te plaatsen, plaatst u die
cd-rom in de cd-rom-lezer en voert u de aanwijzingen op het
scherm uit.
❏ Start de computer opnieuw als dit wordt gevraagd. Open
vervolgens de map Printers en ga door met stap 7.
7. Selecteer de juiste printer en selecteer Delen (Sharing) in het
menu Bestand (File).
137
8. Klik op Gedeeld als (Shared As), voer de benodigde
printerinformatie in en klik op OK.
Toegang krijgen tot de printer via een netwerk
Voer de volgende stappen uit om toegang te krijgen tot de printer
via een netwerk.
Opmerking:
U kunt pas toegang krijgen tot de printer vanaf een andere computer
nadat de printer als een gedeelde printer is ingesteld op de computer
waarop de printer rechtstreeks is aangesloten.
1. Klik op de computer van waar u toegang tot de printer wilt
krijgen op Start, wijs naar Instellingen (Settings) en klik op
Printers.
2. Dubbelklik op het pictogram Printer toevoegen (Add
Printer).
3. De wizard Printer toevoegen (Add Printer) verschijnt. Klik op
Volgende (Next).
138
4. Selecteer Netwerkprinter (Network printer) en klik op
Volgende (Next).
5. Klik op Bladeren (Browse).
6. Dubbelklik op het pictogram van de computer waarop de
printer rechtstreeks is aangesloten. Klik vervolgens op het
printerpictogram.
7. Klik op OK en voer de aanwijzingen op het scherm uit.
139
Voor Windows 2000 en NT 4.0
Opmerking:
Dit gedeelte is alleen bedoeld voor gebruikers van een klein netwerk.
Neem contact op met de netwerkbeheerder als u de printer wilt delen in
een groot netwerk.
In dit gedeelte wordt uitgelegd hoe u de printer configureert
zodat deze kan worden gebruikt door andere computers in het
netwerk.
U moet de printer via de computer waarop de printer is
aangesloten eerst instellen als een gedeelde printer. Vervolgens
geeft u het netwerkpad naar de printer op vanaf iedere computer
die de printer moet kunnen gebruiken en installeert u de
printersoftware op die computers.
De printer instellen als een gedeelde printer
Voer de volgende stappen uit om een printer die rechtstreeks op
uw computer is aangesloten, in te stellen als gedeelde printer voor
andere computers in het netwerk.
1. Klik op Start, wijs naar Instellingen (Settings) en klik
vervolgens op Printers.
2. Selecteer uw printer en klik in het menu Bestand (File) op
Delen (Sharing).
140
3. Klik op het keuzerondje Gedeeld (Shared) en voer de
Sharenaam (Share Name) in.
4. Klik op OK.
Opmerking:
Selecteer geen driver uit de lijst Alternatieve stuurprogramma’s
(Alternate Drivers).
Toegang krijgen tot de printer via een netwerk
Voer de volgende stappen uit om toegang te krijgen tot de printer
via een netwerk.
Opmerking:
U kunt pas toegang krijgen tot de printer vanaf een andere computer
nadat de printer als een gedeelde printer is ingesteld op de computer
waarop de printer rechtstreeks is aangesloten.
1. Installeer de printerdriver op de client vanaf de cd-rom met
software.
141
2. Open de map Printers in het Configuratiescherm (Control
Panel), klik met de rechtermuisknop op het pictogram van uw
printer en open vervolgens de Eigenschappen (Properties)
van de printer.
3. Klik op het tabblad Poorten (Ports) en klik vervolgens op
Poort toevoegen (Add Port).
142
4. Het volgende dialoogvenster verschijnt. Selecteer Lokale
poort (Local Port) en klik vervolgens op Nieuwe poort
(New Port).
5. Het volgende dialoogvenster verschijnt. Typ in het tekstvak
de volgende informatie:
\\naam van de computer waarop de printer is
aangesloten\naam van de gedeelde printer
Klik vervolgens op OK.
6. Klik in het dialoogvenster Printerpoorten (Printer Ports) op
Sluiten (Close) om terug te keren naar het tabblad Poorten
(Ports).
143
7. Controleer op het tabblad Poorten (Ports) of de nieuwe poort
is toegevoegd en het selectievakje is ingeschakeld. Klik op OK
om de printerdriver te sluiten.
Voor Windows XP
Opmerking:
Dit gedeelte is alleen bedoeld voor gebruikers van een klein netwerk.
Neem contact op met de netwerkbeheerder als u de printer wilt delen in
een groot netwerk.
In dit gedeelte wordt uitgelegd hoe u de printer configureert
zodat deze kan worden gebruikt door andere computers in het
netwerk.
U moet de printer via de computer waarop de printer is
aangesloten eerst instellen als een gedeelde printer. Vervolgens
geeft u het netwerkpad naar de printer op vanaf iedere computer
die de printer moet kunnen gebruiken en installeert u de
printersoftware op die computers.
144
De printer instellen als een gedeelde printer
Voer de volgende stappen uit om een printer die rechtstreeks op
uw computer is aangesloten, in te stellen als gedeelde printer voor
andere computers in het netwerk.
1. Klik op Start en vervolgens op Printers en faxapparaten
(Printers and Faxes).
2. Klik met de rechtermuisknop op het pictogram van uw
printer en klik vervolgens op Delen (Sharing) in het menu dat
verschijnt. Als het volgende menu wordt weergegeven, klikt
u op Network Setup Wizard of If you understand the
security risks but want to share printers without running
the wizard, click here. Volg verder de instructies op het
scherm.
145
3. Selecteer Deze printer delen (Share this printer) en typ de
naam in het vak Sharenaam (Share name).
4. Klik op OK.
Opmerking:
Selecteer geen drivers in de lijst Extra stuurprogramma's (Additional
Drivers).
Toegang krijgen tot de printer via een netwerk
Voer de volgende stappen uit om toegang te krijgen tot de printer
via een netwerk.
Opmerking:
U kunt pas toegang krijgen tot de printer vanaf een andere computer
nadat de printer als een gedeelde printer is ingesteld op de computer
waarop de printer rechtstreeks is aangesloten.
1. Installeer de printerdriver op de client vanaf de cd-rom met
software.
146
2. Klik op Start en open Printers en faxapparaten (Printers
and Faxes). Klik met de rechtermuisknop op het pictogram
van uw printer en open vervolgens de Eigenschappen
(Properties) van de printer.
3. Klik op het tabblad Poorten (Ports) en klik vervolgens op
Poort toevoegen (Add Port).
4. Het volgende dialoogvenster verschijnt. Selecteer Lokale
poort (Local Port) en klik vervolgens op Nieuwe poort
(New Port).
5. Het volgende dialoogvenster verschijnt. Typ de volgende
informatie in het tekstvak:)
147
\\naam van de computer waarop de printer is
aangesloten\naam van de gedeelde printer
Klik daarna op OK.
6. Sluit het dialoogvenster Printerpoorten (Printer Ports) om
terug te keren naar het tabblad Poorten (Ports).
7. Controleer op het tabblad Poorten (Ports) of de nieuwe poort
is toegevoegd en het selectievakje is ingeschakeld. Klik op OK
om de Eigenschappen (Properties) te sluiten.
148
Updaten naar Windows Me
Als u op uw computer een upgrade hebt uitgevoerd van
Windows 95 of 98 naar Windows Me, dient u de installatie van
de printersoftware ongedaan te maken en de software vervolgens
opnieuw te installeren. Dubbelklik in het Configuratiescherm
(Control Panel) van Windows op het onderdeel Software
(Add/Remove Programs) en selecteer EPSON Printer Software
in de lijst. Klik op de knop Toevoegen/Verwijderen
(Add/Remove) en vervolgens op OK in het dialoogvenster dat
verschijnt. Installeer de printersoftware dan opnieuw.
De driver updaten in Windows XP,
Windows 2000 en Windows NT 4.0
Als u de driver updatet in Windows XP, Windows 2000 of
Windows NT 4.0, dient u de installatie van de vorige driver
ongedaan te maken voordat u de nieuwe driver installeert. De
update werkt niet goed als u over de bestaande printersoftware
heen installeert. Dubbelklik in het Configuratiescherm (Control
Panel) van Windows op het onderdeel Software (Add/Remove
Programs). Het dialoogvenster Eigenschappen voor software
(Change/Remove Programs properties) verschijnt. Selecteer
EPSON Printer Software in de lijst, klik op
Wijzigen/Verwijderen (Change/Remove) (Windows XP en
2000) of Toevoegen/Verwijderen (Add/Remove)
(Windows NT 4.0) en klik vervolgens op OK. Installeer de
printersoftware dan opnieuw.
149
De printersoftware verwijderen
Volg de onderstaande instructies om de installatie van de EPSON
printerdriver en hulpprogramma’s voor Windows ongedaan te
maken.
1. Dubbelklik op het pictogram Deze computer (My
Computer) en dubbelklik vervolgens op
Configuratiescherm (Control Panel).
2. Dubbelklik op Software (Add/Remove Programs).
3. Selecteer in de lijst met software EPSON Printer Software om
de printerdriver te verwijderen. Klik op
Wijzigen/Verwijderen (Change/Remove) (Windows XP
en 2000) of Toevoegen/Verwijderen (Add/Remove)
(Windows NT 4.0). Als u de installatie van printersoftware
ongedaan maakt, verschijnt er een dialoogvenster waarin u
het pictogram moet selecteren van de printer die u wilt
verwijderen.
4. Volg de instructies op het scherm om de software te
verwijderen.
150
De USB Host Device Driver verwijderen (alleen
Windows Me en 98)
Volg de onderstaande instructies om de USB Host Device Driver
te verwijderen (voor Windows Me en 98).
Opmerking:
Deze functie werkt alleen als u een USB-conversiekabel gebruikt.
1. Dubbelklik op het pictogram Deze computer (My
Computer) en dubbelklik vervolgens op
Configuratiescherm (Control Panel).
2. Dubbelklik op Software (Add/Remove Programs).
3. Selecteer de EPSON USB-Printer om de USB Host Device
Driver uit de lijst met software te verwijderen. Klik
vervolgens op Toevoegen/Verwijderen (Add/Remove).
4. Volg de instructies op het scherm om de software te
verwijderen.
151
Afdrukken met de Macintosh
De printersoftware openen
Volg de onderstaande instructies om de op uw computer
geïnstalleerde printersoftware op uw computer te openen.
Afdrukvenster
Klik in het menu Archief van uw toepassing op Print of klik in het
dialoogvenster voor de pagina-instelling op Options.
Dialoogvenster voor de pagina-instelling
Klik in het menu Archief van uw toepassing op Pagina-instelling.
Basisinstellingen
De instellingen voor de printerdriver vastleggen
Voer de onderstaande stappen uit om de instellingen voor de
printerdriver vast te leggen.
Zie de online-Help voor meer informatie over de printersoftware.
Druk hiervoor in de dialoogvensters voor de driverinstellingen
op de pictogramknop Help (de knop met het vraagteken).
152
Opmerking:
De instellingen van veel Macintosh-toepassingen krijgen voorrang
boven de instellingen die u in de printerdriver maakt, maar dit is niet
altijd het geval. Controleer dus steeds de instellingen zodat u de
resultaten krijgt die u verwacht.
1. Kies Pagina-instelling uit het menu Archief. Het
dialoogvenster voor de pagina-instelling verschijnt, zoals in
de onderstaande afbeelding.
Dialoogvenster voor de pagina-instelling
2. Selecteer in de lijst Paper Size het papierformaat dat in de
printer is geladen.
3. Selecteer in de lijst Paper Source het type papier dat in de
printer is geladen.
4. Leg de gewenste instellingen vast bij No Margins, Orientation
en Reduce or Enlarge.
5. Stel de optie “Roll Paper Option” in als u een papierrol
gebruikt.
6. Nadat u uw instellingen hebt opgegeven, klikt u op de knop
OK om het dialoogvenster voor de pagina-instelling te
sluiten.
153
Opmerking:
U kunt niet afdrukken vanuit het dialoogvenster voor de
pagina-instelling. U kunt alleen afdrukken vanuit het
afdrukvenster.
7. Kies Print uit het menu Archief. Het afdrukvenster wordt
geopend (zie onderstaande afbeelding).
Afdrukvenster
Opmerking:
U kunt het afdrukvenster ook openen door in het “Dialoogvenster
voor de pagina-instelling” op de knop Options te drukken.
8. Leg de instellingen voor Copies en Pages vast.
9. Selecteer in de lijst Media Type het materiaal dat u in de
printer hebt geladen.
Opmerking:
De instelling van Media Type bepaalt welke andere opties
beschikbaar zijn. Daarom moet u deze optie altijd eerst instellen.
10. Selecteer in het vak Ink Color/B&W Photo om foto’s in kleur
of in zwart-wit af te drukken of Black om alleen een concept
of zwarte tekst af te drukken.
11. Stel de optie Mode in op Automatic.
154
Opmerking:
In de modus Automatic zorgt de printerdriver op basis van de
huidige instellingen bij Media Type en Ink voor alle gedetailleerde
instellingen.
12. Stel in het vak Mode de Speed en Quality in als hiervoor een
schuifbalk wordt weergegeven. Verschuif de balk naar links
of naar rechts, al naar gelang u de snelheid of de kwaliteit
belangrijker vindt. Deze instelling wordt normaal gesproken
automatisch aangepast aan de instellingen die u hebt
vastgelegd bij Media Type.
Opmerking:
Afhankelijk van het door u gekozen afdrukmateriaal wordt in het
vak Mode een schuifbalk weergegeven.
13. Klik op de knop Print om het afdrukken te starten.
Het afdrukken annuleren
Volg de onderstaande instructies als u het afdrukken wilt
annuleren.
c
Let op:
Als u een afdruktaak onderbreekt kan het nodig zijn opnieuw te
beginnen voor het beste resultaat. Anders kan de afdruk slecht
aansluiten of kunnen er strepen op de afdruk ontstaan.
Wanneer Afdrukken in de achtergrond is ingeschakeld
1. Druk op de knop Power om de printer uit te zetten.
2. Selecteer EPSON Monitor3 in het programmamenu rechts op
de menubalk. Het EPSON Monitor3-dialoogvenster wordt
geopend.
155
3. Klik op de naam van het document dat wordt afgedrukt en
klik vervolgens op de knop Stop
om de afdruktaak te
annuleren.
Wanneer Afdrukken in de achtergrond is uitgeschakeld
1. Druk op de knop Power om de printer uit te zetten.
2. Houd de toets J op uw toetsenbord ingedrukt en druk op de
punt (.) om de afdruktaak te annuleren.
De printerdriver gebruiken
De printerdriversoftware zorgt ervoor dat de computer de printer
kan besturen aan de hand van de instellingen die u voor uw
afdrukken vastlegt.
Afdrukmateriaal instellen
De instelling van Media Type bepaalt welke andere opties
beschikbaar zijn. Daarom moet u deze optie altijd eerst instellen.
156
Selecteer in de “Afdrukvenster” bij Media Type het type
afdrukmateriaal dat in de printer is geladen. Zoek het papier op
in de volgende lijst en selecteer de juiste instelling bij Media Type.
Voor een aantal soorten papier kunt u kiezen uit meerdere
instellingen.
Voor EPSON UltraChrome-inkt:
Media Type setting
EPSON special media name
DoubleWeight Matte Paper
EPSON Doubleweight Matte Paper
Enhanced Matte Paper
EPSON Enhanced Matte Paper
Glossy Paper - Photo Weight
EPSON Glossy Paper - Photo Weight
Premium Glossy Photo Paper
EPSON Premium Glossy Photo Paper
Premium Semigloss Photo Paper
EPSON Premium Semigloss Photo
Paper
Premium Luster Photo Paper
EPSON Premium Luster Photo Paper
Photo Glossy Paper
EPSON Photo Glossy Paper
EPSON Photo Grade Glossy Paper
Photo Semigloss paper
EPSON Photo Semigloss Paper
EPSON Photo Grade Semigloss
Paper
Premium Glossy Photo Paper (250)
EPSON Premium Glossy Photo Paper
(250)
EPSON Premium Semigloss Photo
Paper (250)
Premium Semimatte Photo Paper
(250)
EPSON Premium Semimatte Photo
Paper (250)
Watercolor Paper - Radiant White
EPSON Watercolor Paper - Radiant
White
Smooth Fine Art Paper
ESPON Smooth Fine Art Paper
Textured Fine Art Paper
EPSON Textured Fine Art Paper
Canvas
EPSON Canvas
Glossy Film
EPSON Glossy Film
157
Backlight Film
EPSON Backlight Film
Enhanced Synthetic Paper
EPSON Enhanced Synthetic Paper
Enhanced Adhesive Synthetic
Paper
EPSON Enhanced Adhesive
Synthetic Paper
Heavyweight Polyester Banner
EPSON Heavyweight Polyester
Banner
Adhesive Vinyl
EPSON Adhesive Vinyl
Tyvek Brillion
EPSON Tyvek® Brillion™
Plain Paper
-
Enhanced Matte Board
EPSON Enhanced Matte Board
Voor dye-inkt:
Media Type setting
EPSON special media name
Photo Glossy Paper
EPSON Photo Glossy Paper
EPSON Photo Grade Glossy Paper
Photo Semigloss Paper
EPSON Photo Semigloss Paper
EPSON Photo Grade Semigloss
Paper
Premium Luster Photo Paper
EPSON Premium Luster Photo Paper
Premium Glossy Photo Paper (250)
EPSON Premium Glossy Photo Paper
(250)
Premium Semigloss Photo Paper
(250)
EPSON Premium Semigloss Photo
Paper (250)
Premium Semimatte Photo Paper
(250)
EPSON Premium Semimatte Photo
Paper (250)
Glossy Photo Paper
EPSON Glossy Photo Paper
EPSON Glossy Paper-Heavy Weight
Semigloss Photo Paper
EPSON Semigloss Photo Paper
EPSON Semi Gloss Paper-Heavy
Weight
Plain Paper
-
Presentation Matte Paper
EPSON Presentation Matte Paper
158
Doubleweight Matte Paper
EPSON Doubleweight Matte Paper
Photo Quality Ink Jet Paper
EPSON Photo Quality Ink Jet Paper
Backlight Film
EPSON Backlight Film
Posterboard-Semi Gloss
EPSON Poster Board-Semigloss
Opmerking:
❏ De beschikbaarheid van speciaal afdrukmateriaal kan van land tot
land verschillen.
❏ Zie “Informatie over speciaal afdrukmateriaal en ander materiaal”
wanneer u ander papier gebruikt dan speciaal afdrukmateriaal van
Epson.
De modi Automatic en Custom gebruiken
Met deze modi in het “Afdrukvenster” hebt u de beschikking over
twee besturingsniveaus voor de printerdriver die hierna verder
worden uitgelegd.
“De modus Automatic”
De snelste en eenvoudigste manier om te
beginnen met afdrukken.
“De Modus Custom”
Corrigeert kleuren en verhoogt de kwaliteit
van foto’s. Handig voor afbeeldingen met
een lage resolutie. Kies uit een lijst vooraf
gedefinieerde instellingen de optie die het
meest geschikt is voor het type document
dat u wilt afdrukken. U kunt ook uw eigen
instellingen aan deze lijst toevoegen.
Naast het vastleggen van combinaties van instellingen die de
algemene afdrukkwaliteit beïnvloeden, kunt u ook afzonderlijke
aspecten van de stijl en lay-out van de afdruk wijzigen met de
opties in de dialoogvensters voor de pagina-instelling en de
lay-out. Zie “Pagina-instellingen aanpassen”.
159
De modus Automatic
Als in het “Afdrukvenster” de modus Automatic is geselecteerd,
zorgt de printerdriver op basis van de huidige instellingen bij
Media Type en Ink voor alle gedetailleerde instellingen. Klik
onder Ink op Color/B&W Photo om foto’s in kleur of in zwart-wit
af te drukken of Black om alleen een concept of zwarte tekst af te
drukken. Zie “Afdrukmateriaal instellen” voor informatie over
het instellen van Media Type.
Opmerking:
❏ Kies voor de beste resultaten voor Photo-realistic of Vivid uit de
keuzelijst in het vak Mode, afhankelijk van de afdrukgegevens.
❏ Afhankelijk van de optie die is geselecteerd in de lijst Media Type
terwijl Automatic is ingeschakeld, wordt rechts van de
Mode-opties een schuifbalk weergegeven die u kunt verplaatsen
tussen Quality en Speed. Verschuif de balk naar Quality als de
afdrukkwaliteit belangrijker is dan de afdruksnelheid.
De Modus Custom
In de modus Custom in het “Afdrukvenster” kunt u een groot
aantal veranderingen uitvoeren met slechts één muisklik. In de
lijst Custom Settings vindt u instellingen die vooraf door EPSON
zijn gedefinieerd. Deze zijn afgestemd op bepaalde typen
afdrukken, zoals afbeeldingen en diagrammen voor presentaties.
U kunt ook zelf instellingen maken en aan deze lijst toevoegen.
Zie “Modus Advanced”.
In de lijst Custom settings vindt u de volgende vooraf
gedefinieerde instellingen:
160
Text/Graph
Geschikt voor het afdrukken van
documenten met grafische elementen en
diagrammen.
ColorSync
Met deze instelling worden de kleuren van
de afdruk automatisch aangepast aan de
kleuren op uw scherm.
Advanced Photo
Geschikt voor het afdrukken van gescande
foto’s en digitale beelden van hoge
kwaliteit. Helpt ook voorkomen dat
inktpunten op verkeerde plaatsen worden
afgedrukt als gevolg van de beweging van
de printkoppen en het papier.
Advanced Photo
2880
Betere korrel en gladdere halftonen dan
met de modus Advanced Photo mogelijk is.
Voer de volgende stappen uit om een instelling te kiezen voor
Custom.
1. Klik op de knop Custom op het “Afdrukvenster”.
2. Kies uit de lijst Custom Settings de meest geschikte instelling
voor het type document of beeld dat u wilt afdrukken.
3. Als u een instelling selecteert voor Custom, worden andere
opties, zoals Print Quality en Color Adjustment, automatisch
ingesteld. Wijzigen worden weergegeven in het scherm
Current Settings aan de rechterkant van het afdrukvenster.
4. Controleer voordat u gaat afdrukken de instellingen van
Media Type en Ink, want deze kunnen worden beïnvloed
door de instelling die u kiest voor Custom. Zie
“Afdrukmateriaal instellen”.
161
Modus Advanced
Met de instellingen onder Advanced kunt u uw afdrukomgeving
volledig besturen. Gebruik deze instellingen om te
experimenteren met nieuwe ideeën voor het afdrukken van uw
afbeeldingen of om bepaalde afdrukinstellingen zodanig te
verfijnen dat deze aan uw individuele behoeften voldoen. Als u
tevreden bent met uw nieuwe instellingen, kunt u deze een naam
geven en ze toevoegen aan de lijst Custom Settings.
Volg de onderstaande instructies om instellingen in Advanced te
maken en op te slaan.
1. Klik op de knop Custom op het “Afdrukvenster” en klik
vervolgens op Advanced. Het volgende dialoogvenster
verschijnt:
Dialoogvenster Advanced
2. Selecteer bij Media Type het type afdrukmateriaal dat in uw
printer is geladen. Zie “Afdrukmateriaal instellen” voor meer
informatie.
3. Kies bij de opties voor Ink Color/B&W of Black.
4. Stel de Print Quality in.
162
5. Leg de gewenste instellingen voor de papierconfiguratie vast.
Zie “Papierconfiguratie-instellingen” voor meer informatie.
6. Stel desgewenst nog meer opties in. Zie de online-Help voor
meer informatie.
Opmerking:
Welke opties beschikbaar zijn, hangt af van de instellingen die u hebt
gekozen voor Media Type, Ink en Print Quality.
7. Klik op OK om uw instellingen toe te passen en terug te keren
naar het afdrukvenster. Als u naar het vorige scherm wilt
terugkeren zonder uw instellingen toe te passen, klikt u op
Cancel.
Als u de gemaakte instellingen wilt opslaan, klikt u op Save
Settings in het dialoogvenster Advanced Settings. Het
dialoogvenster Custom Settings verschijnt.
Typ een unieke naam (van maximaal 16 tekens) voor uw
instellingen in het vak Naam en klik vervolgens op de knop
Opslaan. Uw instellingen worden toegevoegd aan de lijst
Custom Settings.
U kunt maximaal 100 combinaties van instellingen opslaan. U
kunt de opgeslagen combinaties van instellingen selecteren uit de
lijst met instellingen in het “Afdrukvenster”.
163
Opmerking:
❏ De namen die EPSON heeft gegeven aan de vooraf gedefinieerde
instellingen, kunt u niet voor uw eigen instellingen gebruiken.
❏ Als u een instelling wilt verwijderen, selecteert u deze in het
dialoogvenster Custom Settings en klikt u op Delete.
❏ De vooraf gedefinieerde instellingen van EPSON kunt u niet
verwijderen uit de lijst Custom Settings.
Denk eraan dat wanneer u de opgeslagen instellingen in de lijst
Custom Settings selecteert, de aangepaste instellingen
veranderen als u andere instellingen wijzigt, bijvoorbeeld voor
Media Type of Ink. Dit kan een onverwacht effect hebben op uw
afdrukken. Selecteer als dit gebeurt de opgeslagen instellingen
opnieuw en probeer nogmaals af te drukken.
Modus PhotoEnhance
Met de instellingen onder PhotoEnhance kunt u, voordat u uw
foto’s gaat afdrukken, kiezen uit diverse instellingen voor
beeldcorrectie. PhotoEnhance is niet van invloed op de
oorspronkelijke gegevens. Klik op het keuzerondje
PhotoEnhance4 in het “Dialoogvenster Advanced”.
Als u PhotoEnhance4 selecteert, kunt u ook het selectievakje
Digital Camera Correction gebruiken. Schakel dit selectievakje
in als u foto's afdrukt die met een digitale camera zijn genomen
en u wilt dat de afgedrukte afbeeldingen er net zo natuurlijk
uitzien als foto's die met een filmcamera zijn genomen.
Opmerking:
❏ Deze modus is alleen beschikbaar als u 16-, 24- of 32-bits
kleurengegevens afdrukt.
❏ Deze modus is alleen beschikbaar als u voor de monitor van de
Macintosh 32-bits kleur heeft geselecteerd.
❏ Als u afdrukt terwijl PhotoEnhance4 is geselecteerd, kan het
afdrukken langer duren, afhankelijk van uw computersysteem en de
hoeveelheid gegevens in uw afbeelding.
U kunt kiezen uit de volgende instellingen. Klik op het pijltje aan
de rechterkant van het keuzemenu.
164
Tone
Normal
Deze instelling biedt standaardbeeldcorrectie voor de
meeste foto's. Probeer deze instelling eerst.
Hard
Deze instelling biedt variabele beeldcorrectie voor uw
afdrukken.
Vivid
Deze instelling biedt chromatische en levendige
beeldcorrectie voor uw afdrukken.
Sepia
Met deze instelling krijgen uw foto's een sepiatint.
Monochrome
Met deze instelling krijgen uw afdrukken een
zwart-witte tint.
None
Er wordt geen kleuraanpassing toegepast.
Effect
Sharpness
Met deze instelling worden de contouren op uw
afdrukken extra scherp.
Soft-focus
Met deze instelling zien uw foto's eruit alsof ze zijn
gemaakt met een zachte-focus-lens.
Canvas
Met deze instelling wordt een beeldcorrectie
toegepast waardoor het lijkt of de afdrukken zijn
gemaakt op een doek van linnen.
Parchment
Met deze instelling wordt een beeldcorrectie
toegepast waardoor het lijkt of de afdrukken zijn
gemaakt op perkament.
None
Er wordt geen beeldeffect toegepast.
165
Papierconfiguratie-instellingen
Het instellen van de papierconfiguratie omvat een aantal menu’s
met opties die op het afdrukken worden toegepast. Klik op de
knop Paper Config om deze instellingen vast te leggen.
Modus
Omschrijving
Color Density
Hiermee past u de dichtheid van de kleur aan. Gebruik
een waarde van -50% tot +50%. Verschuif de balk met
de muis naar rechts of links om de instelling aan te
passen. In het vak naast de schuifbalk kunt u ook
rechtsreeks een getal typen (van -50 tot +50).
Drying Time
per Print
Head Pass
Hier stelt u in hoelang de inkt gedroogd moet worden
voordat de printkop opnieuw voorbijkomt. Gebruik een
waarde van 0 tot +50 (5,0 seconden), in stappen van 0,1
seconde. Verschuif de balk met de muis naar rechts of
links om de instelling aan te passen. In het vak naast de
schuifbalk kunt u ook rechtsreeks een getal typen (van 0
tot +50).
Paper Feed
Adjustment
Hiermee bepaalt u in welke mate de papiertoevoer
wordt aangepast. Gebruik een waarde van -70 tot +70.
De eenheid is mm. Verschuif de balk met de muis naar
rechts of links om de instelling aan te passen. In het vak
naast de schuifbalk kunt u ook rechtsreeks een getal
typen (van -70 tot +70).
Paper
Thickness
Voer voor de papierdikte een waarde in van 0 tot +15. U
kunt een waarde opgeven van 0 tot 1,5 mm in stappen
van 0,1 mm.
Paper Suction
Hiermee past u de waarde van de zuigdruk aan. U kunt
kiezen uit Standard (100%), -1(50%), -2(30%), -3(10%) en
-4(6%).
Cut Method
Selecteer de gewenste snijmethode voor dun papier in
het menu dat op het scherm verschijnt. U kunt kiezen uit
Standard, Thin Paper en Very Thin Paper.
Pagina-instellingen aanpassen
In het “Dialoogvenster voor de pagina-instelling” kunt u het
volgende aanpassen.
166
No Margins
Met deze instelling kunt u een beeld zonder marges op het papier
afdrukken.
Voor deze afdrukmodus raadt EPSON de volgende
afdrukmaterialen aan.
Aanbevolen afdrukmateriaal:
❏ Premium Glossy Photo Paper (250)
❏ Premium Semiglossy Photo Paper (250)
❏ Premium Luster Photo Paper
❏ Premium Semimatte Photo Paper (250)
Voor de volgende breedten:
❏ 8 tot 8,25 inch
❏ 250 mm tot 10 in (254 mm)
❏ 300 mm tot 12 in (304,8 mm)
❏ 350 mm tot 14 in (355,6 mm)
❏ 400 mm tot 16 in (406,4 mm)
❏ 500 mm tot 20 in (508 mm)
❏ 600 mm tot 24 inch (609,6 mm)
❏ 910 mm tot 36 inch (914,4 mm) (alleen voor de Stylus Pro 9600)
❏ 1110 mm tot 1118 mm (alleen voor de Stylus Pro 9600)
167
Opmerking:
❏ Als u in uw toepassing marges kunt instellen, zet die dan op nul
voordat u gaat afdrukken.
❏ Bij het afdrukken op losse vellen papier worden alleen de linker- en
rechtermarges op nul ingesteld.
❏ Door de inkt kan de degel van de printer vuil worden. Veeg in dat
geval de inkt weg met een doek.
❏ Afdrukken met deze optie ingeschakeld duurt langer dan normaal.
❏ Om afname van de afdrukkwaliteit of vegen op het bovenste gedeelte
van de afdruk te voorkomen raadt EPSON de hierboven genoemde
afdrukmaterialen aan of afdrukmateriaal dat volgens de
documentatie bij het materiaal speciaal is bedoeld om zonder marges
te worden bedrukt.
❏ Voor printers met een dye-inktsysteem:
Deze afdrukmodus kan niet worden ingesteld voor afdrukken in een
resolutie van 2880dpi.
Afdrukken in de modus No Margins
Volg de onderstaande stappen om af te drukken in de modus No
Margins.
1. Maak uw afbeelding aan de linker- en rechterkant 3 mm
groter met behulp van de toepassing waarmee u de gegevens
hebt gemaakt.
168
2. Klik op het selectievakje No Margins in het dialoogvenster
voor de pagina-instelling.
3. In het menu SelecType kunt u de volgende instellingen
vastleggen. Raadpleeg “De modus SelecType openen” voor
meer informatie.
❏ Wanneer u wilt afdrukken zonder linker- en
rechtermarge:
PRINTER SETUP -> NO MARGIN -> L/R ONLY
❏ Wanneer u wilt afdrukken zonder linker-, rechter-,
boven- en ondermarge:
PRINTER SETUP -> NO MARGIN -> 1CUT of 2CUTS
Opmerking:
Wanneer u 1CUT selecteert, creëert u geen overtollig papier. Wel
kunnen de snijpositie en de rand rond de afbeelding verkeerd worden
uitgelijnd, afhankelijk van de nauwkeurigheid.
Wanneer u 2CUTS selecteert, wordt de volgende afdruktaak niet
afgesneden. Wel kan de ingevoerde hoeveelheid papier met 1 mm
worden ingekort, omdat het papier korter wordt afgesneden.
4. Start het afdrukken.
169
Orientation
Gebruik deze instelling om de afdrukrichting op het papier aan
te geven: Portrait (verticaal) of Landscape (horizontaal). Als u
dicht bij de onderkant van het papier wilt afdrukken, klikt u op
180° draaien.
Reduce or Enlarge
Hier kunt u het percentage instellen waarmee u een beeld wilt
vergroten of verkleinen. Stel een waarde in tussen 25 en 400%.
Deze instelling is alleen beschikbaar voor losse vellen.
Roll Paper Option
Opmerking:
De papierrolopties (Auto Rotate, Auto Cut en Print Page Line) zijn niet
beschikbaar wanneer Sheet is geselecteerd in de lijst Paper Source.
Auto Rotate
De functie Auto Rotate heeft alleen zin wanneer de lengte van de
gewenste afdruk kleiner is dan de afdrukbreedte van de papierrol
(300, 400 of 600 mm; 12, 14, 20, 22, 24, 36 of 44 inch). De afdruk
wordt automatisch 90 graden gedraaid zodat het beeld op zijn
kant komt te liggen. Zo bespaart u papier. Deze functie is niet
beschikbaar wanneer Roll Paper (Banner) is geselecteerd in de lijst
Paper Source.
170
Opmerking:
Papierrollen van 44 en 36 inch zijn alleen geschikt voor de Stylus Pro
9600.
Origineel
Auto Rotate uit
Auto Rotate aan
Selecteer deze functie door Auto Rotate in het “Dialoogvenster
voor de pagina-instelling” in te schakelen.
Auto Cut
Wanneer Auto Cut is geselecteerd, wordt de papierrol na elke
afdruktaak automatisch afgesneden.
Schakel deze functie in door Auto Cut in het “Dialoogvenster
voor de pagina-instelling” te selecteren.
Print Page Line
U kunt voor het handmatig afsnijden een paginascheiding laten
afdrukken aan de rechterkant of de onderkant van het document.
Selecteer Print Page Line in het “Dialoogvenster voor de
pagina-instelling” om Print Page Line in te schakelen.
171
De werking van de functie Print Page Line hangt mede af van de
instelling voor Auto Cut (zie de tabel).
Auto Cut
Print Page Line
Werking van de printer
Geselecteerd
Geselecteerd
Alleen aan de rechterkant
wordt een paginascheiding
afgedrukt. Het papier wordt
automatisch afgesneden als de
afdruktaak is voltooid.
Geselecteerd
Niet
geselecteerd
Het papier wordt automatisch
afgesneden als de afdruktaak is
voltooid.
Niet
geselecteerd
Geselecteerd
Er wordt aan de rechterkant en
onderkant van het document
een paginascheiding
afgedrukt.
Niet
geselecteerd
Niet
geselecteerd
Er worden geen
paginascheidingen afgedrukt
en pagina’s worden niet
afgesneden.
Save Roll Paper
Schakel dit vakje in als u papier wilt besparen. Wanneer dit vakje
is geselecteerd, wordt het onderste, lege gedeelte van de laatste
pagina van een document niet doorgevoerd. Deze functie is alleen
beschikbaar wanneer Roll Paper (Banner) is geselecteerd in de lijst
Paper Source.
172
Documenten aanpassen aan het papierformaat
U kunt het formaat van een document aanpassen aan het formaat
van het papier waarop u wilt afdrukken. Open hiervoor het
dialoogvenster voor de lay-out en schakel het vakje in.
Open dit dialoogvenster door in het menu Archief van uw
toepassing op Print te klikken en vervolgens op het pictogram
Layout in het “Afdrukvenster”.
Als u deze instelling selecteert, vergroot of verkleint u een
afbeelding met behoud van de juiste verhoudingen, zodat deze
wordt aangepast aan het in de lijst Paper Size geselecteerde
papierformaat. Hiertoe schakelt u het selectievakje Fit to Page
in en selecteert u vervolgens het papierformaat dat u in de printer
hebt geladen.
De printerhulpprogramma's gebruiken
Met de EPSON-printerhulpprogramma’s kunt u op het
computerscherm de printerstatus controleren en enkele
onderhoudsfuncties voor de printer uitvoeren.
EPSON StatusMonitor
Met het hulpprogramma EPSON StatusMonitor controleert u de
printerstatus en de resterende hoeveelheid inkt per cartridge.
173
Nozzle Check
U kunt een spuitkanaaltjespatroon laten afdrukken om te
controleren of de spuitkanaaltjes de inkt op de juiste manier
toevoeren. Als de spuitkanaaltjes dit niet goed doen, merkt u dit
aan ontbrekende punten in het patroon. U kunt de spuitkanaaltjes
voor zeven kleuren tegelijk controleren.
c
Let op:
Wacht totdat het spuitkanaaltjespatroon volledig is afgedrukt
voordat u een afbeelding gaat afdrukken. Anders kan de
afdrukkwaliteit minder zijn.
Head Cleaning
Wanneer de afdrukkwaliteit minder wordt, of wanneer uit het
controlepatroon blijkt dat er spuitkanaaltjes verstopt zijn, moeten
de printkoppen worden gereinigd. Met dit hulpprogramma
reinigt u de printkop. Voer vervolgens nogmaals een controle van
de spuitkanaaltjes uit, aangezien het nodig kan zijn de
printkoppen meerdere malen te reinigen.
Print Head Alignment
De printkoppen moeten worden uitgelijnd wanneer verticale
lijnen in het uitlijnpatroon niet goed op elkaar aansluiten, of
wanneer op uw afdrukken strepen verschijnen.
Configuration
Als u op deze knop klikt, wordt het configuratievenster geopend.
In dit venster kunt u de manier veranderen waarop de
StatusMonitor u waarschuwt als er zich een wijziging in de status
van de printer voordoet. Zie “Configuratie-instellingen
vastleggen” voor meer informatie.
174
De printersoftware openen
Open het afdrukvenster of het dialoogvenster voor de
pagina-instelling en klik op het pictogram Utility om het
dialoogvenster voor de hulpprogramma’s te openen. Klik
vervolgens op de knop van het hulpprogramma dat u wilt
openen.
Opmerking:
Als u op een van de knoppen voor de hulpprogramma’s drukt terwijl de
printer bezig is met afdrukken, kunnen er problemen ontstaan bij het
afdrukken. Dit geldt overigens niet voor de knop EPSON
StatusMonitor.
175
Informatie krijgen via de online-Help
Uw printersoftware beschikt over een uitgebreide online-Help.
Hierin vindt u instructies voor het afdrukken, het instellen van
opties in de printerdriver en het gebruik van hulpprogramma’s
voor de printer.
Help openen
Open het afdrukvenster of het dialoogvenster voor de
pagina-instelling en klik op het pictogram Help (de knop met ?)
om het dialoogvenster met de Help-inhoud te openen.
In de printerdriver en het dialoogvenster voor de
hulpprogramma’s kunt u de Help openen door op het pictogram
Help of de knop Help te drukken.
De printerstatus controleren en afdruktaken
beheren
De EPSON StatusMonitor gebruiken
Het hulpprogramma EPSON StatusMonitor controleert de status
van de printer. Als het programma een printerfout ontdekt, wordt
daarover een foutbericht weergegeven. U kunt dit programma
ook gebruiken om vóór het afdrukken het inktniveau te
controleren.
U start EPSON StatusMonitor door in het dialoogvenster voor de
hulpprogramma's op de knop EPSON StatusMonitor te klikken.
Het volgende dialoogvenster verschijnt.
176
Zie “De printersoftware openen” voor informatie over het openen
van het dialoogvenster Utility.
Opmerking:
Er is geen informatie beschikbaar over geïnstalleerde cartridges.
De EPSON StatusMonitor geeft u informatie over de resterende
hoeveelheid inkt op het moment dat de StatusMonitor werd
geopend. Als u de informatie over de hoeveelheid resterende inkt
wilt actualiseren, klikt u op de knop Update.
Ook wordt informatie over de cartridgeopties weergegeven. Zo
kunt u de set zwarte cartridges controleren die in de printer
geïnstalleerd zijn.
177
Configuratie-instellingen vastleggen
U kunt instellen hoe de EPSON StatusMonitor uw printer moet
controleren en hoe u de informatie wilt ontvangen. Klik op de
knop Configuration in het dialoogvenster Utility. (Zie “De
printersoftware openen” voor informatie over het openen van het
dialoogvenster Hulpprogramma.) Het onderstaande
dialoogvenster Configuration Settings verschijnt.
Met behulp van de opties in dit dialoogvenster kunt u de
volgende instellingen vastleggen:
Error notification
Geef aan op welke manier de EPSON
StatusMonitor u moet waarschuwen als er
een fout optreedt.
Warning
Geef aan hoe de EPSON StatusMonitor u
moet informeren als er een
waarschuwingsbericht nodig is.
Temporary Spool Folder
Geef aan in welke map afdrukgegevens
tijdelijk moeten worden opgeslagen.
178
Data will be sent to the
printer after being stored
on your disk..
Schakel dit selectievakje in om horizontale
strepen op uw afdrukken te voorkomen.
Gegevens van afbeeldingen worden
standaard door de computer naar de
printer gestuurd in rechthoekige pakketjes,
waardoor de printer niet het hele beeld
opnieuw hoeft op te bouwen in het
geheugen. Als u dit vakje selecteert zal de
computer beeldgegevens tijdelijk op de
vaste schijf opslaan en vervolgens als één
pakketje versturen. Zo voorkomt u strepen in
de afdruk.
Temporary High Speed
Copies folder
Geef aan in welke mappen u de
afdrukgegevens voor meerdere
exemplaren wilt opslaan.
Check for errors before
starting to print.
Schakel dit selectievakje in als u wilt dat voor
het starten van een afdruktaak een
foutcontrole wordt uitgevoerd.
Check the ink level
before starting to print.
Schakel dit selectievakje in als u voor het
afdrukken het inktniveau wilt controleren.
Afdrukken in de achtergrond beheren
Nadat u een afdruktaak naar de printer hebt gestuurd, kunt u met
behulp van het hulpprogramma EPSON Monitor3 afdruktaken
die in de wachtrij staan, bekijken, beheren of annuleren. Het
hulpprogramma toont bovendien de status van de huidige
afdruktaak.
179
EPSON Monitor3 gebruiken
U kunt EPSON Monitor3 pas gebruiken als u eerst de optie
Afdrukken in de achtergrond (Background Printing) hebt
ingeschakeld in de Kiezer (Chooser) of het dialoogvenster van
afdrukken in de achtergrond. Stuur een afdruktaak naar de
computer en selecteer vervolgens EPSON Monitor3 uit het
programmamenu rechts op de menubalk. Er wordt dan een
dialoogvenster geopend dat vergelijkbaar is met het
onderstaande venster.
Opmerking:
U kunt EPSON Monitor3 ook openen door in de map Extensies te
dubbelklikken op het pictogram EPSON Monitor3.
❏ Met de volgende knoppen kunt u afdruktaken voor
documenten uit het dialoogvenster onderbreken, hervatten
en verwijderen. Selecteer eerst de juiste afdruktaak en klik
vervolgens op de gewenste knop.
180
Hold
Stopt het afdrukken en laat de afdruktaak
in de wachtrij staan
Resume
Herneemt het afdrukken
Delete
Stopt het afdrukken en verwijdert de
afdruktaak uit de wachtrij
❏ Gebruik de volgende knoppen om de printerfuncties te
starten.
Print Head
Cleaning
Start het hulpprogramma Print Head
Cleaning om de printkop schoon te maken
Status
Monitor
Start EPSON StatusMonitor, waardoor de
hoeveelheid resterende inkt wordt
weergeven
❏ Klik op Stop Print Queue om het afdrukken te onderbreken.
Klik op Start Print Queue om het afdrukproces te hervatten.
❏ Dubbelklik op een bestand in de lijst om een afdrukvoorbeeld
weer te geven. (Deze functie is uitgeschakeld wanneer u het
ESC/P-commandobestand afdrukt.)
❏ Dubbelklik op Copies om het aantal af te drukken
exemplaren te wijzigen.
181
Als u op het pijltje voor Show details klikt, wordt het venster van
het EPSON Monitor3-dialoogvenster aan de onderkant
uitgebreid, op een vergelijkbare manier als in onderstaande
afbeelding. Het uitgebreide dialoogvenster toont gedetailleerde
informatie over de driverinstellingen voor een geselecteerd
document.
De prioriteit van afdruktaken wijzigen
Voer de onderstaande stappen uit om de prioriteit van
afdruktaken in een wachtrij te wijzigen.
Opmerking:
Het is ook mogelijk de prioriteit te wijzigen van afdruktaken waarvoor
u in het dialoogvenster voor Afdrukken in de achtergrond (Background
Printing) een afdruktijd hebt opgegeven.
182
1. Klik op het pijltje voor Show details onder aan het EPSON
Monitor3-dialoogvenster en klik vervolgens op een
documentnaam in het vak Document name. Het venster
wordt uitgebreid, op een vergelijkbare manier als in de
onderstaande afbeelding.
2. Selecteer Urgent, Normal, Hold of Print Time uit de lijst
Priority.
Als u Print Time selecteert, verschijnt een dialoogvenster
waarin u een datum en tijd kunt opgeven voor het afdrukken
van het document.
183
De printer configureren in een netwerk
In dit gedeelte wordt uitgelegd hoe u de printer configureert
zodat deze kan worden gebruikt door andere computers in het
netwerk.
U moet de printer via de computer waarop de printer is
aangesloten eerst instellen als een gedeelde printer. Vervolgens
geeft u het netwerkpad naar de printer op vanaf iedere computer
die de printer moet kunnen gebruiken en installeert u de
printersoftware op die computers.
De printer instellen als een gedeelde printer
Voer de volgende stappen uit om een printer die rechtstreeks op
uw computer is aangesloten, in te stellen als gedeelde printer in
het AppleTalk-netwerk.
1. Zet de printer aan.
2. Kies in het Apple-menu de Kiezer (Chooser) en klik op het
pictogram van de printer. Selecteer vervolgens de poort
waarop de printer is aangesloten.
184
3. Klik op de knop Setup Het volgende dialoogvenster
verschijnt.
4. Schakel het selectievakje Share this printer in en typ
vervolgens, indien nodig, de naam van de printer en een
wachtwoord.
5. Klik op OK. De naam van de gedeelde printer verschijnt in de
lijst met poorten van de Kiezer (Chooser).
6. Sluit de Kiezer (Chooser).
Toegang krijgen tot de printer via een netwerk
Voer de volgende stappen uit om de printer te benaderen vanaf
een andere computer in het netwerk.
1. Zet de printer aan.
185
2. Selecteer op elke computer waarmee u toegang wilt hebben
tot de printer de Kiezer (Chooser) in het Apple-menu. Klik
vervolgens op het pictogram van de printer en selecteer in de
lijst Selecteer een poort de printerpoort die u wilt gebruiken.
U kunt alleen printers selecteren die zijn aangesloten op de
huidige AppleTalk-zone.
3. Als het volgende dialoogvenster verschijnt, voert u het
wachtwoord voor de printer in en klikt u vervolgens op OK.
4. Schakel de optie Afdr. in achtergrond (Background Printing)
in of uit.
5. Sluit de Kiezer (Chooser).
186
Papierverwerking
Informatie over speciaal afdrukmateriaal en
ander materiaal
Hoewel de meeste soorten gecoat papier een goede
afdrukkwaliteit zullen opleveren, verschilt de kwaliteit van de
afdrukken wel, afhankelijk van de kwaliteit van het papier en de
fabrikant. Test eerst de kwaliteit van de afdrukken voordat u
grote hoeveelheden papier koopt.
c
Let op:
Raak de afdrukzijde van het materiaal niet aan. Vingerafdrukken
kunnen de kwaliteit van de afdrukken verminderen. Gebruik waar
mogelijk handschoenen als u met afdrukmateriaal omgaat.
Speciaal afdrukmateriaal van EPSON gebruiken
EPSON levert speciaal afdrukmateriaal dat de
gebruiksmogelijkheden vergroot en de afdrukken extra
uitdrukkingskracht geeft. Zorg ervoor dat u bij het gebruik van
speciaal afdrukmateriaal van EPSON de juiste opties instelt voor
de printerdriver, zoals beschreven in “Basisinstellingen” (voor
Windows) of “Basisinstellingen” (voor Macintosh). Zie voor meer
informatie over het speciale afdrukmateriaal van EPSON
“Speciaal afdrukmateriaal van EPSON”.
Opmerking:
❏ Gebruik afdrukmateriaal van EPSON in een normale omgeving
(kamertemperatuur en luchtvochtigheid) voor de beste resultaten.
❏ Lees eerst de bijgevoegde instructies voordat u het speciale
afdrukmateriaal van EPSON in de printer laadt.
187
Speciaal afdrukmateriaal van EPSON bewaren
❏ Bewaar ongebruikt materiaal in de originele plastic zak en
verpakking zodat het niet vochtig wordt.
❏ Bewaar het papier niet op een warme of vochtige plaats en
voorkom blootstelling aan direct zonlicht.
Ander papier gebruiken dan afdrukmateriaal
van EPSON
Raadpleeg de instructies bij het papier of RIP-systeem, of neem
contact op met uw leverancier voor meer informatie, als u ander
papier gebruikt dan het speciale afdrukmateriaal van EPSON, of
afdrukken maakt met behulp van de RIP (Raster Images
Processor).
Papierrollen gebruiken
De papierrol op de houder plaatsen
Voer bij het plaatsen van de rol op de houder de onderstaande
stappen uit. Zie “De papierrol van de houder halen” voor
informatie over het verwijderen van een rol papier of een lege rol.
1. Schuif de verwijderbare flens van het uiteinde van de houder.
188
2. Voor een papierrol van 2 inch gebruikt u de zwarte flenzen.
U verwijdert de blauwe flenzen door ze om te keren en de vier
klemmetjes, aangegeven met A tot D in de volgende
afbeelding, naar buiten te trekken.
D
A
C
B
Opmerking:
Bewaar de blauwe flenzen op een veilige plaats voor toekomstig
gebruik.
Als u een papierrol van 3 inch wilt gebruiken moet u de
blauwe flenzen weer aan de zwarte bevestigen. Schuif
hiervoor de blauwe flens over de zwarte aan de hand van de
vier pijltjes.
189
3. Leg de papierrol zo op een vlak oppervlak dat afrollen niet
mogelijk is. Schuif de papierrol op de houder en over de flens
totdat ze op haar plaats klikt.
4. Schuif de verwijderbare flens (die u bij stap 1 hebt verwijderd)
terug op de houder en in het uiteinde van de papierrol totdat
hij vastzit.
De papierrol van de houder halen
Voer de onderstaande stappen uit als u de papierrol van de
houder wilt halen.
1. Leg de rol met papier neer op een vlak oppervlak.
2. Tik met uw hand tegen het uiteinde van de houder om de
verwijderbare flens los te maken en schuif de flens vervolgens
van de houder af. De flens is nu verwijderd.
190
c
Let op:
Houd de houder niet verticaal en tik niet met het uiteinde op
de vloer om de verwijderbare flens te verwijderen. Dit kan de
houder en flens beschadigen.
3. Haal de papierrol van de houder.
4. Breng een nieuwe rol op de houder aan (zie “De papierrol op
de houder plaatsen”), of schuif, als u geen nieuwe papierrol
wilt aanbrengen, de verwijderbare flens terug op de houder.
Opmerking:
Bewaar ongebruikte papierrollen in de originele verpakking. Plaats ze in
de plastic zak en de buitenste verpakking zodat de rol niet vochtig wordt.
De houder in de printer plaatsen en uit de printer
verwijderen
Volg de onderstaande stappen om de houder met papierrol in de
printer te plaatsen. Wanneer u de houder uit de printer wilt
verwijderen, haalt u het papier uit de sleuf van de papierinvoer.
Vervolgens voert u de volgende stappen uit in omgekeerde
volgorde.
1. Open de kap van de papierrol.
191
2. Controleer of de verwijderbare flens goed vastzit in het
uiteinde van de papierrol.
3. Houd de houder vast met de vaste flens aan de rechterkant.
Plaats de houder vervolgens in de gleuf op de bovenzijde van
de printer.
Opmerking:
Leg de houder zo in de printer dat de kleur aan het uiteinde van de
houder overeenkomt met die van de bijbehorende steun.
192
4. Breng de houder weer omhoog en plaats deze vervolgens op
de steunen in de printer.
5. Sluit de klep van de papierrol of raadpleeg de volgende
paragraaf ‘Een papierrol laden’ als u een rol papier wilt laden.
193
Een papierrol laden
Voer de onderstaande stappen uit om een papierrol te laden.
Opmerking:
Het is misschien handig om eerst de papieropvang te installeren voordat
u begint met afdrukken. Zie “De papieropvang plaatsen”.
1. Open de kap van de papierrol. Controleer of de papierrol
goed is aangebracht in de printer.
2. Controleer of de printer aanstaat.
3. Druk een aantal malen op de knop Paper Source totdat het
lampje Roll Auto Cut of Roll Cutter Off gaat branden.
c
Let op:
Als u dik papier wilt laden, selecteert u Roll Cutter Off.
Papier dat te dik is kan het snijmechanisme beschadigen.
4. Controleer of de lampjes Operate en Pause niet knipperen
en ontgrendel vervolgens de papierhendel. Het lampje Paper
Out gaat branden en LOAD PAPER verschijnt op het
LCD-display.
194
c
Let op:
Ontgrendel de papierhendel nooit terwijl het lampje
Operate of Pause knippert. Dit kan de printer
beschadigen.
5. Steek het papier in de papierinvoersleuf.
6. Trek het papier door de sleuf naar beneden tot het er aan de
onderkant uitkomt.
Opmerking:
Volg de onderstaande instructies als het papier er niet aan de
onderkant uitkomt.
195
❏ Pas de kracht waarmee het papier wordt ingevoerd aan
met de knoppen Paper Feed op het bedieningspaneel.
Als u dik, zwaar of gekruld papier gebruikt, drukt u op
de knop Paper Feed (u) voor meer kracht. Als u dun of
licht papier gebruikt, drukt u op de knop Paper Feed (d)
voor minder kracht.
❏ Als het papier er hierna nog steeds niet uitkomt, opent u
de voorkap en trekt u het papier er met de hand uit.
7. Houd het papier aan de onderkant vast en draai aan de
papierrol om het papier strak te trekken. Zorg ervoor dat de
onderrand van het papier recht is en evenwijdig loopt met de
rijen gaatjes.
196
Opmerking:
De rechterkant van het papier hoeft u niet uit te lijnen met de
verticale rij gaatjes.
8. Vergrendel de papierhendel en sluit de klep van de papierrol.
PRESS PAUSE BUTTON verschijnt op het display.
Opmerking:
Als het lampje Roll Auto Cut brandt en de onderrand van de
papierrol is na de vorige afdruktaak niet goed afgesneden, drukt u
op de knop Cut/Eject om de rand nogmaals af te snijden.
9. Druk op de knop Pause.
197
De printkoppen worden nu verplaatst en het papier wordt
automatisch doorgevoerd tot de afdrukpositie is bereikt.
READY verschijnt op het LCD-display.
Opmerking:
Ook als u niet op de knop Pause drukt, worden de printkoppen
verplaatst en wordt het papier automatisch doorgevoerd tot aan de
afdrukpositie. READY verschijnt op het LCD-display.
10. Leg de instellingen vast voor de printerdriver (zie “De
printersoftware openen” voor Windows of “De
printersoftware openen” voor Macintosh) en stuur
vervolgens een afdruktaak vanaf de computer. De printer
begint met afdrukken.
c
Let op:
Raak de houder van de papierrol niet aan tijdens het
afdrukken. Uw vinger kan dan bekneld raken.
Opmerking:
Zorg ervoor dat in de printerdriver de instelling voor Papier Source
overeenkomt met het papier dat in de printer is geladen.
11. Het is mogelijk dat u na het afdrukken het papier nog van de
rol af moet snijden. Zie “Papier van de rol afsnijden of
paginascheidingen afdrukken”.
De papierrolklem gebruiken
Gebruik de bij de printer geleverde klem om te zorgen dat de
papierrol opgerold blijft.
198
Druk het uiteinde van de klem zachtjes tegen de papierrol. De
klem vormt zich nu automatisch rond het papier.
Als u de papierrolklem wilt verwijderen, rolt u hem eenvoudig
weer los van het papier. Plaats de klem om het uiteinde van de
houder wanneer u hem niet gebruikt.
Papier van de rol afsnijden of
paginascheidingen afdrukken
Wanneer de afdruktaak is voltooid snijdt de printer het papier
automatisch van de rol, of er worden rond het document volgens
uw instellingen paginascheidingen afgedrukt. Deze instellingen
kunt u vastleggen via het bedieningspaneel of in de
printersoftware.
Opmerking:
Software-instellingen krijgen meestal voorrang boven instellingen die
zijn vastgelegd via het bedieningspaneel. Gebruik dan ook zo veel
mogelijk de software om instellingen vast te leggen.
199
De instelling Auto Cut gebruiken
Gebruik de instelling Auto Cut als u wilt dat het papier
automatisch van de rol wordt gesneden na het voltooien van een
afdruktaak. Zie “Knoppen” om de instelling Auto Cut vast te
leggen met de knop Paper Source op het bedieningspaneel. Zie
“Auto Cut” voor Windows en “Auto Cut” voor Macintosh als u
de printersoftware wilt gebruiken.
Opmerking:
De printer snijdt eerst het linkergedeelte van het papier af, vervolgens
het rechterdeel en als laatste het middelste stuk. Zet nooit de printer uit
als het papier nog niet helemaal is afgesneden.
Het papier van de rol handmatig afsnijden
Voer de onderstaande stappen uit om het papier af te snijden
wanneer de instelling Auto Cut is uitgeschakeld.
Het papier afsnijden na het afdrukken van het document
1. Controleer of het gehele document is afgedrukt en druk
vervolgens een aantal keren op de knop Paper Source totdat
het lampje Roll Auto Cut gaat branden.
2. Druk op de knop Cut/Eject. Het papier wordt nu afgesneden.
Het papier afsnijden op een ander moment
1. Druk op de knop om het papier te transporteren naar de
plaats waar het moet worden afgesneden.
2. Druk een aantal keren op de knop Paper Source totdat het
lampje Roll Auto Cut gaat branden.
3. Druk op de knop Cut/Eject. Het papier wordt nu afgesneden.
200
Paginascheidingen afdrukken
Gebruik de instelling Print Page Line als u in eerste instantie
achter elkaar door wilt afdrukken en de pagina zelf wilt afsnijden
wanneer het afdrukken is voltooid. Zie “SelecType-instellingen”
als u de instelling Print Page Line wilt vastleggen via het
bedieningspaneel. Zie “Print Page Line” voor Windows en “Print
Page Line” voor Macintosh als u de printersoftware wilt
gebruiken.
Losse vellen papier gebruiken
Losse vellen papier laden
Zie de volgende paragraaf voor informatie over het laden van
losse vellen papier van Letter-formaat die langer zijn dan 279
mm). Zie “Losse vellen laden van het formaat A4/Letter, A3/US
B of Super A3/B” voor informatie over het laden van papier van
het formaat A3, Super A3/B of B.
Zie “Afdrukken op dik papier (0,7 tot 1,6 mm)” als u wilt
afdrukken op dik papier (0,6 tot 1,7 mm).
Losse vellen papier laden die langer zijn dan 279 mm
(Letter-formaat)
Voer de onderstaande stappen uit om losse vellen te laden die
langer zijn dan 279 mm.
c
Let op:
Raak de afdrukzijde van het materiaal zo min mogelijk aan.
Vingerafdrukken kunnen de kwaliteit van de afdrukken
verminderen.
1. Controleer of de printer aanstaat en de kap van de papierrol
dicht is.
201
2. Druk enkele malen op de knop Paper Source totdat het
lampje Sheet gaat branden.
3. Controleer of de lampjes Operate en Pause niet knipperen
en ontgrendel vervolgens de papierhendel. Het lampje Paper
Out gaat branden en LOAD PAPER verschijnt op het
LCD-display.
c
Let op:
Ontgrendel de papierhendel nooit terwijl het lampje
Operate of Pause knippert. Anders kan de printer
beschadigd raken.
202
4. Plaats het papier in de invoersleuf en voer het door tot het er
aan de onderkant uitkomt. Zorg ervoor dat de onderrand en
rechterkant van het papier recht liggen en evenwijdig zijn aan
de rijen gaatjes.
5. Vergrendel de papierhendel. PRESS PAUSE BUTTON verschijnt
op het LCD-display.
6. Druk op de knop Pause.
De printkoppen worden verplaatst en het papier wordt
automatisch doorgevoerd tot de afdrukpositie is bereikt.
READY verschijnt op het LCD-display.
203
Opmerking:
Ook als u niet op de knop Pause drukt, worden de printkoppen
verplaatst en wordt het papier automatisch doorgevoerd tot aan de
afdrukpositie. READY verschijnt op het LCD-display.
7. Leg aan de hand van “De printersoftware openen” voor
Windows of “De printersoftware openen” voor Macintosh de
instellingen vast voor de printerdriver en stuur vervolgens
een afdruktaak vanaf de computer. De printer begint met
afdrukken.
Opmerking:
Laat voor een optimale afdrukkwaliteit de inkt na het afdrukken goed
drogen.
Losse vellen laden van het formaat A4/Letter, A3/US B of
Super A3/B
Voer de onderstaande stappen uit om losse vellen papier van het
formaat A4/Letter, A3/US B of Super A3/B te laden.
c
Let op:
Raak de afdrukzijde van het materiaal zo min mogelijk aan.
Vingerafdrukken kunnen de kwaliteit van de afdrukken
verminderen.
1. Controleer of de printer aanstaat en de kap van de papierrol
dicht is.
2. Druk enkele malen op de knop Paper Source totdat het
lampje Sheet gaat branden.
204
3. Controleer of de papierhendel is vergrendeld. Laad
vervolgens het vel in de papierinvoersleuf totdat u weerstand
voelt. Zorg ervoor dat de rechterkant van het papier
evenwijdig loopt aan de rechterkant van de schaal op de kap
van de papierrol. PRESS PAUSE BUTTON verschijnt op het
LCD-display.
4. Druk op de knop Pause.
De printkoppen worden verplaatst en het papier wordt
automatisch doorgevoerd tot de afdrukpositie is bereikt.
READY verschijnt op het LCD-display.
5. Leg aan de hand van “De printersoftware openen” voor
Windows of “De printersoftware openen” voor Macintosh de
instellingen vast voor de printerdriver en stuur vervolgens
een afdruktaak vanaf de computer. De printer begint met
afdrukken.
Als het afdrukken is voltooid houdt de printer de afdrukken
vast en verschijnt PAPER OUT op het LCD-display. U kunt het
papier verwijderen door op de knop Paper Feed te drukken
terwijl u het papier vasthoudt. Het papier kan nu uit de
printer worden gehaald.
205
Afdrukken op dik papier (0,7 tot 1,6 mm)
Voer de onderstaande stappen uit als u op dikke vellen wilt
afdrukken, zoals karton.
Opmerking:
❏ Laad geen dik papier van een formaat groter dan B1 (728 × 1.030
mm), anders kan het papier vastlopen.
❏ Laad dik papier van het formaat B1 (728 × 1.030 mm) altijd in de
breedte. Hiervoor kunt u het beste in de printerdriver de instelling
Landscape selecteren.
1. Zet de papieropvang in voorwaartse richting zoals
beschreven in “Papier voorwaarts invoeren (Roll Paper
Banner, dik [0,7 mm of meer] los papier)”.
2. Controleer of de printer aanstaat.
3. Druk enkele malen op de knop Paper Source totdat het
lampje Sheet gaat branden.
206
4. Controleer of de lampjes Operate en Pause niet knipperen
en ontgrendel vervolgens de papierhendel. Het lampje Paper
Out gaat branden en LOAD PAPER verschijnt op het
LCD-display. Open de voorkap.
207
5. Steek het vel zo in de papierinvoersleuf dat de onderrand van
het papier rust op de steuntjes achter de open voorkap. Zorg
ervoor dat de rechterrand van het papier recht langs de
verticale rij gaatjes ligt.
6. Vergrendel de papierhendel en sluit de voorklep. PRESS
PAUSE BUTTON verschijnt op het LCD-display.
7. Druk op de knop Pause. Volg verder dezelfde procedure als
voor andere soorten los papier.
208
De papieropvang plaatsen
Voorkom vuile en gekreukte afdrukken en plaats de
papieropvang zoals hierna uitgelegd. U kunt de papieropvang
zowel voor papierrollen als voor los papier gebruiken.
Opmerking:
Zet de papieropvang in voorwaartse richting wanneer u op dik papier
gaat afdrukken. Anders kunnen uw afdrukken beschadigd raken. Zie
‘Papier voorwaarts invoeren’ verderop in dit hoofdstuk.
Papier achterwaarts invoeren (tot formaat B1,
liggend)
c
Let op:
Laad dik papier (0,7 to 1,6 mm) van het formaat B1 (728 × 1.030
mm) altijd voorwaarts en in de breedte. Anders kunnen uw
afdrukken beschadigd raken.
Opmerking:
❏ Als u papier achterwaarts wilt laden, verwijdert u de flens uit de
aandrijfeenheid en schuift u de beweegbare eenheid naar de
linkerkant van de printer. Anders kan het papier in botsing komen
met de Auto Take-up Reel unit en kan het papier vastlopen.
❏ Voor gebruikers van de Stylus Pro 9600:
Let er bij het plaatsen van de papieropvang op dat de papieropvang
niet tegen de papiergeleiders onder de printer komt.
209
1. Schuif de onderste haken naar achteren en trek de bovenste
haken uit tot hun volledige lengte.
2. Haak de ringen (A) aan de bovenste haken van de
papieropvang om de overtollige stof omhoog te halen.
A
210
Papier achterwaarts invoeren (tot formaat Super
B0)
Opmerking:
Zorg ervoor dat er achter de printer ten minste 20 cm (7,87 inch) ruimte
is als u een papierrol groter dan B0 achterwaarts gaat invoeren. Dit
voorkomt dat de randen van de afdrukken worden omgevouwen.
1. Stel de papieropvang in zoals aangegeven in “Papier
achterwaarts invoeren (tot formaat B1, liggend)”.
2. Haal de ringen van de bovenste haken en laat de
papieropvang uithangen.
3. Trek de onderste haken van de opvang uit tot hun volledige
lengte.
211
Papier voorwaarts invoeren (Roll Paper Banner,
dik [0,7 mm of meer] los papier)
1. Haal de ringen van de bovenste haken van de papieropvang.
212
2. Schuif de bovenste haken uit tot hun volledige lengte. Trek
vervolgens de onderste haken van de papieropvang volledig
uit, zoals in de volgende afbeelding, zodat ze op de vloer
rusten.
Opmerking:
Zorg ervoor dat de papieropvang strak gespannen staat. Anders
glijdt het papier niet door tot op de vloer.
213
3. Haak de achterste ringen van de papieropvang aan de
bovenste haken en trek de opvang strak.
214
Onderhoud en transport
Cartridges vervangen
De lampjes op de printer gaan knipperen wanneer de inkt bijna
op is om u te waarschuwen dat u een nieuwe cartridge dient aan
te schaffen. De lampjes blijven branden wanneer de inkt op is en
de cartridge aan vervanging toe is. Tevens wordt op het
LCD-display INK LOW of INK OUT weergegeven.
Opmerking:
Ook als er maar één cartridge leeg is, kan de printer niet meer afdrukken.
EPSON raadt het gebruik van originele EPSON-cartridges aan.
Andere producten die niet door EPSON zijn vervaardigd kunnen
leiden tot beschadiging van de printer die niet onder de garantie
van EPSON valt. Zie “Cartridges”.
Voer de onderstaande stappen uit om een cartridge te vervangen.
c
Let op:
Haal de oude inktcartridge pas uit de printer op het moment dat
u deze vervangt door een nieuwe.
1. Zorg ervoor dat de printer aanstaat. Bepaal welke cartridge
moet worden vervangen aan de hand van het knipperende of
continu brandende lampje Ink Out.
215
2. Open de klep van het inktcompartiment.
3.
Zet de inktvergrendeling omhoog.
4. Trek voorzichtig de lege cartridge recht naar voren en haal
hem uit de printer.
216
w
Waarschuwing:
Als u inkt op uw handen krijgt, moet u deze grondig wassen
met water en zeep. Als u inkt in uw ogen krijgt, moet u deze
onmiddellijk spoelen met water.
5. Zorg ervoor dat u een nieuwe cartridge van de juiste kleur
hebt, en haal hem uit de verpakking.
c
Let op:
Schud nooit cartridges die al geïnstalleerd zijn geweest. Er
kan dan inkt uit de cartridge lekken.
Opmerking:
❏ Als u EPSON UltraChrome-cartridges gebruikt, krijgt u het
beste resultaat wanneer u de cartridge voor het installeren
voorzichtig schudt.
❏ De printer bevat een beveiliging tegen het onjuist installeren
van de cartridges. Als u de cartridge niet soepel kunt installeren,
is het mogelijk niet het juiste type cartridge. Controleer de
productiecode op de verpakking.
217
6. Houd de cartridge vast met het pijltje naar de achterkant van
de printer gericht, en druk hem in de sleuf. Duw de cartridge
niet verder naar binnen met de hand.
Opmerking:
Als het lampje Ink Out blijft branden, is de cartridge mogelijk niet
op de juiste manier geïnstalleerd. Verwijder de cartridge en
installeer hem opnieuw volgens de bovenstaande instructies.
7. Zet de inktvergrendeling omlaag.
8. Sluit de klep van het inktcompartiment. De printer keert terug
naar de vorige status.
218
Zwarte cartridges vervangen
Als uw printer EPSON UltraChrome-inkt gebruikt, kunt u de
Photo Black- (Photo) of Light Black-inkt (LBK) vervangen door
Matte Black (MAT) met een aftapcartridge zoals hieronder wordt
weergegeven.
Zie de onderstaande uitleg voor het vervangen van zwarte
cartridges.
c
Let op:
Zet de printer niet uit voordat de vervangingsprocedure is
voltooid.
Opmerking:
Als de stroom uitvalt tijdens deze procedure schakelt u de printer weer
in. U kunt doorgaan met de procedure vanaf het punt waarop deze werd
afgebroken.
Resterende inkt in inktcartridges controleren
Voordat u zwarte cartridges vervangt, moet u controleren of alle
cartridges voldoende inkt bevatten om ervoor te zorgen dat deze
procedure kan worden voltooid. Zie de onderstaande figuur en
uitleg om dit te doen met behulp van het LCD-display.
219
Opmerking:
Controleer of op het LCD-display READY wordt weergegeven.
1
De cartridge bevat voldoende inkt.
2
De cartridge is bijna leeg. U dient (een) nieuwe cartridge(s) aan
te schaffen.
3
De cartridge bevat onvoldoende inkt. Vervang de cartridge.
Raadpleeg uw “Cartridges vervangen” voor het vervangen van
de inktcartridges.
Opmerking:
Voor de procedure wordt behalve inkt uit de cartridges die worden
vervangen, ook inkt uit andere cartridges gebruikt. Na het voltooien
van de procedure kan er dan ook een inktfout optreden.
220
Een set inktcartridges selecteren
Volg onderstaande stappen om een set inktcartridges te
selecteren.
1. Controleer of op het LCD-display READY wordt weergegeven.
2. Druk op de knop SelecType (r) en controleer of PRINTER
SETUP wordt weergegeven op het LCD-display.
3. Druk op de knop Paper Feed (d) of Paper Feed (u) om
MAINTENANCE te selecteren
4. Druk op de knop SelecType (r) en controleer of MAINTENANCE
op het LCD-display wordt weergegeven.
5. Druk op de knop Paper Feed (d) of Paper Feed (u) om BK
INK CHANGE te selecteren
6. Druk op de knop SelecType (r). BK INK CHANGE verschijnt
op het LCD-display.
7. Druk op de knop Enter.
8. Nadat op het LCD-display SELECT INK SET is weergegeven,
verschijnen er automatisch patronen met vervangingsopties,
zoals in onderstaande afbeelding. Druk op de knop Paper
Feed (d) of Paper Feed (u) om twee cartridges te selecteren
en druk vervolgens op de knop Enter.
Cartridges in gebruik
Vervangingsoptie Vervangingsopti
1
e2
PHOTO (sleuf #1) + LBK (sleuf #2)
#1 MAT
#2 LBK
#1 MAT
#2 MAT*
MAT (sleuf #1) + MAT (sleuf #2)
#1 MAT
#2 LBK
#1 PHOTO
#2 LBK*
MAT (sleuf #1) + LBK (sleuf #2)
#1 PHOTO
#2 LBK
#1 MAT
#2 MAT
221
Opmerking:
Als u bij stap 10 #1 MAT: #2 MAT of #1 PHOTO: #2 LBK selecteert,
plaatst u de cartridges voor sleuf #1 en #2 terug.
9. Als de inktcartridge(s) voldoende inkt bevat(ten), gaat u door
naar het volgende gedeelte. Zo niet, dan wordenNOT ENOUGH
INK en RELEASE INK LEVER weergegeven op het LCD-display.
Volg in dat geval onderstaande stappen om de inktcartridges
te vervangen.
a) Open de klep van het inktcompartiment en zet de
inktvergrendeling omhoog.
b) Open de verpakking van de nieuwe inktcartridge en
plaats deze in de sleuf van het inktcompartiment.
c) Nadat u hebt gecontroleerd of SET INK LEVER wordt
weergegeven op het LCD-display zet u de
inktvergrendeling omlaag.
d) Controleer of er geen foutberichten worden
weergegeven op het LCD-display.
222
Opmerking:
Zie de onderstaande illustratie voor de volgorde van de cartridges.
10. Controleer of REMOVE ALL INK CARTRIDGES op het
LCD-display wordt weergegeven en verwijder alle cartridges
uit de sleuven.
Opmerking:
Installeer de cartridges pas weer wanneer u daarvoor in deze
handleiding de instructies krijgt. Anders krijgt u niet het beste
resultaat en kan er een storing optreden.
Hiermee is het selecteren van een set inktcartridges voltooid. U
gaat nu de vrije ruimte in de onderhoudscassette controleren.
223
De onderhoudscassette controleren
Als NOT ENOUGH SPACE IN MAINTE TANK en REPLACE WITH NEW
MAINTENANCE TANK worden weergegeven op het LCD-display,
vervangt u de onderhoudscassette door een nieuwe.
Hiermee is de controle van de onderhoudscassette voltooid. Nu
gaat u de inkt aftappen.
De inkt aftappen
1. Stel de inktvergrendeling in de laagste positie nadat u hebt
gecontroleerd of READY FOR DRAINING wordt weergegeven op
het LCD-display.
2. Nadat u hebt gecontroleerd of INSERT DRAINING CARTRIDGE
IN #X wordt weergegeven op het LCD-display, plaatst u de
aftapcartridge in de inktsleuf waarvan de LED op het
bedieningspaneel knippert. Vervolgens verschijnt RELEASE
INK LEVER op het LCD-display.
3. Zet de inktvergrendeling omlaag.
224
DRAINING xxx% wordt op het LCD-display weergegeven en
de achtergebleven inkt wordt door de printer afgetapt in de
onderhoudscassette.
Opmerking:
❏ Als WRONG CARTRIDGE wordt weergegeven op het
LCD-display, plaatst u de reinigingscartridge in de sleuf.
❏ Als INSERT CARTRIDGE IN CORRECT SLOT wordt
weergegeven op het LCD-display, plaatst u de aftapcartridge in
de sleuf #X.
4. Controleer of REMOVE DRAINING CARTRIDGE op het
LCD-display wordt weergegeven, zet de inktvergrendeling
naar boven en verwijder de aftapcartridge.
Het aftappen van de inkt is voltooid. Nu gaat u de nieuwe inkt
laden.
Opmerking:
Als u bij stap 10 #1 MAT: #2 MAT of #1 PHOTO: #2 LBK bij stap 8
“Een set inktcartridges selecteren”hebt geselecteerd, verandert de status
van de printer, zoals beschreven bij stap 3 van “De inkt aftappen”.
Herhaal de procedure volgens de stappen 3 tot en met 4 van “De inkt
aftappen” als u nog een cartridge wilt vervangen.
Inkt laden
Volg de onderstaande stappen om de set van zwarte cartridges
die u hebt geselecteerd bij stap 8 van “Een set inktcartridges
selecteren” en de andere cartridges te plaatsen.
1. Controleer of INSERT ALL INK CARTRIDGES wordt
weergegeven op het LCD-display en plaats alle cartridges in
de aangegeven sleuven. Zet vervolgens de inktvergrendeling
omlaag.
225
De printer begint met het laden van de inkt en INK CHARGING
xxx% verschijnt op het LCD-display.
Opmerking:
❏ De inktlampjes op het bedieningspaneel blijven allemaal
branden totdat alle cartridges in de sleuven zijn geplaatst.
❏ WRONG CARTRIDGE verschijnt op het LCD-display als een
cartridge in de verkeerde sleuf wordt geplaatst of als een
aftapcartridge wordt geplaatst.
❏ Omdat bij dit proces een grote hoeveelheid inkt wordt verbruikt,
kan het nodig zijn dat u de cartridges gauw vervangt.
2. Na het bericht dat het laden van de inkt is voltooid, verschijnt
XX: EPSON GENUINE xxx% x/x xxxxxPG op het LCD-display.
Sluit de klep van het inktcompartiment.
Printerdriverinformatie bijwerken
Volg de onderstaande procedure voor het bijwerken van de
driverinformatie na het vervangen.
226
Voor Windows-gebruikers
Klik op het tabblad Main en controleer of de
inktcartridge-informatie wordt weergegeven. Zo niet, dan stelt u
de informatie handmatig in door te klikken op het tabblad Utility
en vervolgens op de knop Printer and Option Information.
227
Voor Macintosh-gebruikers
Kies in het Apple-menu de Kiezer (Chooser) en klik op het
pictogram van de printer en de printerpoort.
Hiermee is het vervangen van de zwarte cartridge(s) voltooid.
Het mes van het snijmechanisme vervangen
Wanneer het snijmechanisme het papier niet scherp afsnijdt, kan
het mes bot zijn. Dit dient dan te worden vervangen. Voor het
vervangen van het mes verplaatst u de houder van het
mechanisme met behulp van het bedieningspaneel.
Mes voor het
snijmechanisme
w
C12C815131
Waarschuwing:
Pas op dat u zich niet snijdt bij het vervangen van het mes.
Voer de onderstaande stappen uit als u het mes wilt vervangen.
228
1. Controleer of de printer aanstaat.
2. Druk in de modus SelecType op de knop Paper Feed (u) of
Paper Feed (d) totdat MAINTENANCE op het LCD-display
verschijnt. Druk vervolgens opnieuw op de knop SelecType.
3. Druk op de knop Paper Feed (u) of Paper Feed (d) totdat
CUTTER REPL wordt weergegeven.
4. Druk op de knop SelecType. EXEC wordt op het LCD-display
weergegeven. Druk vervolgens op de knop Enter.
c
Let op:
Beweeg het snijmechanisme nooit met de hand. Anders kan er
schade ontstaan aan uw printer.
5. Wanneer de houder van het mes in de juiste positie stopt,
verschijnt OPEN FRONT COVER op het display. Open de voorkap
229
6. Wanneer REPLACE CUTTER op het LCD-display verschijnt,
opent u de behuizing door de handgreep aan de zijkant in te
drukken terwijl u de kap van het snijmechanisme naar rechts
draait.
Opmerking:
Raak de bedradingsplaat aan de printkop niet aan wanneer u het mes
vervangt.
7. Haal langzaam uw vinger van de handgreep. Het mes komt
omhoog en u kunt het verwijderen.
Opmerking:
Zorg ervoor dat het mes en de veer van de schroef niet uit de
behuizing kunnen springen.
8. Haal voorzichtig het oude mes uit de printer.
230
9. Haal het nieuwe mes uit de verpakking.
10. Controleer of de schroefveer zich in de houder bevindt en
installeer de veer opnieuw indien nodig.
11. Duw het nieuwe mes volledig in de houder zoals in de
onderstaande afbeelding.
12. Sluit de behuizing door de handgreep aan de zijkant in te
drukken terwijl u de klep van het snijmechanisme naar links
draait.
13. Wacht totdat CLOSE FRONT COVER wordt weergegeven en sluit
vervolgens de voorkap. Het snijmechanisme wordt nu naar
de uitgangspositie (uiterst rechts) verplaatst.
14. Wacht totdat READY op het LCD-display verschijnt. De
procedure voor het vervangen van het mes is nu voltooid.
231
De onderhoudscassette vervangen
Bij het vervangen van de zwarte cartridges moet de
onderhoudscassette voldoende capaciteit bieden voor de inkt of
reinigingsvloeistof.
Als CHANGE MAINTENANCE TANK op het LCD-display wordt
weergegeven tijdens het vervangen van de zwarte inkt of op enig
ander moment, moet u de onderhoudscassette als volgt
vervangen.
1. Controleer of de printer niet bezig is met het aftappen van de
inkt of reinigingsvloeistof.
2. Plaats uw hand op de hendel aan de zijkant van de printer en
trek de onderhoudscassette voorzichtig naar buiten.
3. Open de verpakking van een nieuwe onderhoudscassette.
4. Plaats de nieuwe onderhoudscassette aan de zijkant in de
printer.
232
De printer schoonmaken
Voor een optimale werking van de printer dient u deze enkele
keren per jaar grondig schoon te maken.
1. Zorg ervoor dat de printer uitstaat en alle lampjes uit zijn.
Haal vervolgens de stekker uit het stopcontact.
2. Open de klep van de papierrol en verwijder de
papierrolhouders. Verwijder ook alle losse vellen papier uit
de printer.
3. Zorg ervoor dat het compartiment van de cartridges gesloten
is. Veeg vervolgens eventueel aanwezig stof of vuil uit de
printer met een zachte borstel.
4. Sluit de kap van de papierrol.
5. Open de voorkap en veeg met een zachte borstel eventueel
aanwezig stof of vuil uit het vak. Sluit de kap vervolgens
weer.
6. Verwijder de papieropvang. Veeg vervolgens met een zachte
borstel eventueel stof of vuil weg dat zich rond de
staanderconstructie bevindt.
7. Als de buitenkant van de printer vuil is, maakt u deze schoon
met een zachte en schone, vochtige doek met een mild
schoonmaakmiddel. Houd het inktcompartiment gesloten
om te voorkomen dat de printer van binnen nat wordt.
8. Als de binnenkant van de printer per ongeluk vervuild is met
inkt, veegt u deze weg met een vochtige doek.
9. Als u de papieropvang wilt schoonmaken, haalt u de stangen
uit de stof en wast u de stof met een mild wasmiddel.
233
w
c
Waarschuwing:
Raak het bewegende mechanisme in de printer niet aan.
Let op:
❏ Gebruik nooit alcohol of thinner om de printer schoon te
maken. Deze chemische stoffen kunnen zowel de behuizing
als de onderdelen van de printer beschadigen.
❏ Zorg ervoor dat er nooit water terechtkomt op het
printermechanisme of de elektronische componenten.
❏ Gebruik geen harde of schurende borstels.
❏ Sproei geen smeermiddelen in de printer, omdat onjuiste olie
het mechanisme kan beschadigen. Neem contact op met uw
leverancier of een erkende servicemedewerker als de printer
moet worden gesmeerd.
Als u de printer een lange tijd niet hebt gebruikt
Als u de printer een lange tijd niet hebt gebruikt, kunnen de
spuitkanaaltjes van de printkoppen verstopt zijn. Voer een
spuitkanaaltjescontrole uit en reinig vervolgens de printkoppen.
Zie “Nozzle Check” voor Windows of “Nozzle Check” voor
Macintosh.
Opmerking:
Haal de cartridges niet uit de printer, ook niet als u de printer langere
tijd niet gaat gebruiken.
234
De printer vervoeren
Over een grote afstand
Als u de printer over een grote afstand moet vervoeren, dient u
de deze te verpakken in de oorspronkelijke dozen en
verpakkingsmaterialen. Neem contact op met uw leverancier
voor hulp.
Over een kleine afstand
Wanneer u de printer een klein stukje wilt verplaatsen, voert u de
volgende stappen uit.
1. Zet eerst de printer uit en controleer of de printkoppen in de
uitgangspositie staan (uiterst rechts). Als dit niet het geval is
zet u de printer aan, wacht u totdat de printkoppen naar de
uitgangspositie zijn verplaatst en zet u vervolgens de printer
weer uit.
2. Verwijder de volgende onderdelen:
❏ Netsnoer
❏ Interfacekabel
❏ Alle inktcartridges
❏ Papieropvang
❏ Papierrolhouder
❏ Papierrollen en losse vellen papier
❏ Optionele Auto Take-Up Reel Unit (indien geïnstalleerd)
235
❏ Optionele handmatige snijeenheid (indien geïnstalleerd)
3. Zorg ervoor dat de cartridgeklemmen en de klep gesloten
zijn.
4. Zorg ervoor dat de wieltjes van het onderstel zijn vergrendeld
en dat de stabilisatiepootjes van het onderstel zijn
uitgetrokken tot aan de vloer.
Opmerking:
Zet de wieltjes dwars en vergrendel ze, zodat ze niet kunnen
bewegen.
5. Verwijder de vleugelschroeven aan de linker- en rechterkant.
Bewaar ze op een veilige plaats.
6. Voor gebruikers van de Stylus Pro 9600:
Til de printer met minimaal vier personen van het onderstel.
Gebruik hiervoor de acht handgrepen (zie onderstaande
afbeelding). De printer weegt ongeveer 84 kg (184.8 lb) en
moet voorzichtig worden opgetild.
Voor gebruikers van de Stylus Pro 7600:
Til de printer met minimaal twee personen van het onderstel.
Gebruik hiervoor de vier handgrepen (zie onderstaande
afbeelding). De printer weegt ongeveer 43,5 kg (95,7 lb) en
moet voorzichtig worden opgetild.
236
voor de Stylus Pro 9600
voor de Stylus Pro 7600
7. Verplaats de printer in horizontale positie.
237
Zie “De printer na het transport installeren” als u de printer na
het transport wilt installeren. Voordat u de printer na transport
gaat gebruiken, kan het nodig zijn een spuitkanaaltjescontrole uit
te voeren en de printkoppen opnieuw uit te lijnen. Zie “De
printerhulpprogramma's gebruiken” voor Windows of “De
printerhulpprogramma's gebruiken” voor Macintosh.
De printer verplaatsen met behulp van de wieltjes
Als u de printer over een zeer korte afstand wilt verplaatsen,
bijvoorbeeld binnen één ruimte, kunt u de printer met de wieltjes
naar de nieuwe positie rollen.
c
Let op:
Gebruik de wieltjes niet op hellende of ongelijke oppervlakken.
1. Zorg ervoor dat het netsnoer, de interfacekabel, de
papierrolhouders en het losse papier zijn verwijderd en dat
de klep van de papierrollen en de voorkap gesloten zijn.
Opmerking:
De cartridges hoeft u niet te verwijderen als u de printer maar een
klein stukje wilt verplaatsen met behulp van de wieltjes.
2. Schuif de bovenste en onderste haak volledig in en rol
vervolgens de papieropvang op zoals in onderstaande
afbeelding.
238
3. Ontgrendel de voorwieltjes en duw de stabilisatiepootjes
omhoog.
4. Verplaats de printer voorzichtig naar de plaats waar hij
gebruikt gaat worden. Als de printer op zijn plek staat,
vergrendelt u de wieltjes weer en trekt u de stabilisatiepootjes
uit.
De printer na het transport installeren
Als u de printer hebt verplaatst voert u vrijwel dezelfde stappen
uit voor de installatie als wanneer u de printer de eerste keer
installeert. Zie voor het opnieuw installeren van de printer De
printer monteren en installeren. Let hierbij op de volgende punten:
❏ Vergeet niet om alle beschermingsmaterialen te verwijderen
(zoals tape van de cartridgeklemmen).
❏ De eerste keer dat u na het verplaatsen van de printer weer
begint met afdrukken, kunnen de spuitkanaaltjes verstopt
zijn. EPSON raadt u aan een spuitkanaaltjescontrole uit te
voeren en de printkoppen te reinigen. Lijn tevens de
printkoppen opnieuw uit om zeker te zijn van een goede
afdrukkwaliteit. Zie “De printerhulpprogramma's
gebruiken” voor Windows of “De printerhulpprogramma's
gebruiken” voor Macintosh.
239
Optionele producten gebruiken
De Auto Take-up Reel Unit gebruiken
Met de Auto Take-up Reel Unit kunt u afdrukken oprollen
wanneer u gegevens wilt afdrukken op papier op een rol, maar
het papier niet wilt afsnijden of op de vloer terecht wilt laten
komen.
Zie de Auto Take-up Reel Unit User’s Guide voor informatie over de
installatie van de eenheid in de printer.
Opmerking:
❏ De Auto Take-up Reel Unit is alleen voor de Stylus Pro 9600.
❏ Let op dat u bij gebruik van de Auto Take-up Reel Unit de instelling
Auto Cut uitschakelt (via het bedieningspaneel en de printerdriver).
Zie “Auto Cut” voor Windows en “Auto Cut” voor Macintosh.
❏ Zet als u de Auto Take-up Reel Unit wilt gebruiken de papieropvang
in de positie voor achterwaartse papierinvoer (tot formaat B1,
liggend).
240
Bedieningskastje
Het bedieningskastje bevindt zich op de aandrijfeenheid
rechtsonderaan op de printer.
In de onderstaande afbeelding en tabel vindt u de functies van de
schakelaars en de verschillende betekenissen van het lampje
Sensor.
Schakelaar
voor
automatisch
e bediening
Schakelaar voor
handmatige
bediening
1 Schakelaar voor automatische bediening
2 Schakelaar voor handmatige bediening
241
Sensorlampje
AAN
Geeft aan dat de detector van het lampje en de
lichtemitter goed op elkaar aansluiten. Dit betekent dat
de Auto Take-up Reel Unit gereed is voor het oprollen van
de afdruk.
Knipperend
Geeft aan dat de lichtdetector en -emitter niet goed op
elkaar aansluiten. Raadpleeg “De sensor afstellen” voor
meer informatie.
Snel
knipperend
Geeft aan dat de Auto Take-up Reel Unit een probleem
is tegengekomen en is gestopt.
UIT
Geeft aan dat de Auto Take-up Reel Unit is uitgeschakeld.
Schakelaars
Auto
Het papier wordt automatisch opgerold wanneer het
papier het detectiegebied van de sensor bereikt.
Manual
Het oprollen van het papier wordt handmatig geregeld.
De sensor afstellen
De hoek van de sensoren is al in de fabriek afgesteld. Als het
lampje Sensor op het bedieningskastje echter knippert, moet u de
sensor opnieuw afstellen om de lichtdetector op een lijn te
brengen met de emitter. Wanneer ze zijn uitgelijnd, brandt het
lampje Sensor continu.
c
Let op:
❏ Vermijd direct zonlicht op de sensor; anders werkt de auto
take-up reel unit mogelijk niet goed.
❏ Zorg ervoor dat lucht van ventilatoren of airconditioners niet
rechtstreeks tegen het papier wordt geblazen. Als het papier
buiten het gebied van de sensor wordt geblazen, wordt het
niet goed opgerold.
242
Voer de onderstaande stappen uit om de positie van de sensor af
te stellen.
1. Draai het wieltje van de lichtemitter los.
2. Pas de horizontale hoek van de emitter aan totdat het lampje
Sensor gaat branden.
3. Draai het wieltje weer vast terwijl u de detector in de juiste
positie houdt.
243
Papierrol op de haspel van Auto Take-up Reel
Unit plaatsen
w
Waarschuwing:
❏ Schakel de Auto Take-up Reel Unit uit voordat u het papier
plaatst. Als de eenheid onverwacht gaat werken, kan er
lichamelijk letsel ontstaan.
❏ Controleer of de Take-up Reel Unit op de juiste manier is
geïnstalleerd. Als de eenheid van de printer valt, kan er
lichamelijk letsel ontstaan.
Controleer de volgende zaken voor u een papierrol op de haspel
van de eenheid plaatst:
❏ Zorg ervoor dat de invoerkant van het papier recht is.
❏ Zorg ervoor dat de papiergeleiders van de printer in de
opslagpositie staan, zoals in de afbeelding.
244
Papier voorlangs oprollen
Als u het papier op de haspel wilt rollen met de afdruk aan de
buitenkant, stelt u de haspel van de take-up unit zo in dat het
papier voorlangs wordt opgerold. Ga als volgt te werk.
1. Controleer of de papierrol goed is aangebracht in de printer.
Zie “Een papierrol laden” voor instructies.
2. Druk op de knop Paper Source op de printer totdat het
lampje Roll Cutter Off gaat branden.
3. Druk op de knop Paper Feed (d) op de printer om het papier
van de rol in te voeren.
Maintenance
Tank
Ink Out
K/LK
C
Roll
Auto Cut
Roll
Cutter Off
Paper Source
Paper Feed
Sheet
4. Zet de schakelaar Auto op het bedieningskastje op Off.
245
5. Bevestig de invoerkant van het papier op drie plaatsen aan de
haspel van de take-up unit met plakband
6. Druk op de knop Paper Feed (d) om het papier voorwaarts
in te voeren en een lus van overtollig papier te vormen.
246
7. Zet de schakelaar Manual op de Auto Take-up Reel Unit in
de positie Forward en draai het papier minstens één keer rond
de haspel. Zorg ervoor dat er nog voldoende overtollig papier
overblijft tussen de papierrol en de haspel van de take-up
unit.
Voorkant
printer
Papier achterlangs oprollen
Als u het papier op de haspel wilt rollen met de afdruk aan de
binnenkant, stelt u de haspel van de take-up unit zo in dat het
papier achterlangs wordt opgerold. Ga als volgt te werk.
1. Voer de stappen 1 tot en met 3 uit zoals beschreven in “Papier
voorlangs oprollen”.
2. Zet de schakelaar Auto op het bedieningskastje op Off.
247
3. Trek de onderkant van het papier via de achterkant rond de
haspel, zoals in de volgende afbeelding. Plak vervolgens de
rand van het papier op drie plaatsen aan de haspel.
4. Druk op de knop Paper Feed (d) om het papier voorwaarts
in te voeren en een lus van overtollig papier te vormen.
248
5. Zet de schakelaar Manual op de Auto Take-up Reel Unit in
de positie Backward en draai het papier minstens één keer
rond de haspel. Zorg ervoor dat er nog voldoende overtollig
papier overblijft tussen de papierrol en de haspel van de
take-up unit.
Voorkant
printer
De afdrukken oprollen
De Auto Take-up Reel Unit is gereed voor het oprollen van
afdrukken wanneer de eenheid is geïnstalleerd en er in de
gewenste richting papier op de haspel is bevestigd.
w
Waarschuwing:
❏ Raak de Auto Take-up Reel Unit niet aan tijdens het oprollen.
Dit kan lichamelijk letsel tot gevolg hebben.
❏ Kijk niet rechtstreeks in de straal van de sensor. Dit kan
blijvend oogletsel tot gevolg hebben.
249
c
Let op:
Blijf tijdens het oprollen uit de buurt van het detectiegebied van
de sensor. Als de sensorstraal wordt onderbroken kan het papier
te strak worden opgerold, wat een negatieve invloed heeft op het
afdrukproces.
Lichtdetector
Detectiegebied van
de lichtsensor
Lichtemitter
1 Lichtdetector
2 Lichtemitter
3 Detectiegebied van de lichtsensor
1. Druk meerdere malen op de knop Paper Source op de
printer totdat het lampje Roll Cutter Off gaat branden.
2. Stel de oprolrichting in met de schakelaar Auto op het
bedieningskastje.
Voorlangs oprollen
Achterlangs oprollen
250
3. Stuur een afdruktaak naar de printer. De printer begint met
afdrukken. De Auto Take-up Reel Unit rolt het papier op in
de richting die u hebt ingesteld bij stap 2.
Opmerking:
Raak tijdens het afdrukken de schakelaar Manual niet aan. Dit kan
de afdrukken beschadigen.
Papier verwijderen na het oprollen
Na het oprollen verwijdert u de haspel als volgt.
1. Schakel de Auto Take-up Reel Unit uit.
w
Waarschuwing:
Schakel de Auto Take-up Reel Unit uit voordat u de haspel
verwijdert. Als de take-up reel unit onverwacht gaat werken,
kan er lichamelijk letsel ontstaan.
2. Druk meerdere malen op de knop Paper Source op de
printer totdat het lampje Roll Auto Cut gaat branden.
Druk vervolgens op de knop Cut/Eject. Het papier wordt
automatisch afgesneden.
Opmerking:
Als u op zeer dik papier op een rol wilt afdrukken, raden we u aan
om de instelling Auto Cut uit te schakelen (via het bedieningspaneel
van de printer en in de printerdriver). Druk vervolgens op de knop
Paper Feed op de printer om het papier handmatig af te snijden.
Het snijmechanisme kan anders beschadigd raken. Zie “Het papier
van de rol handmatig afsnijden”.
251
3. Draai de hendel naar achteren om de verwijderbare eenheid
te ontgrendelen en schuif de eenheid naar links. De flensknop
laat nu het uiteinde van de haspel los. Ondersteun met een
hand de haspel om te voorkomen dat deze valt.
4. Maak de haspel los van de flensknop op de verwijderbare
eenheid.
5. Maak de haspel op dezelfde manier los van de flensknop op
de aandrijfeenheid.
252
Probleemoplossing
Printer stopt opeens met afdrukken
Printkoppen worden gereinigd, inkt wordt
geladen of inkt is aan het drogen
Controleer of het lampje Pause knippert. Als het lampje knippert
is de printer bezig met printkoppen reinigen, inkt laden of laten
drogen van de inkt. Tijdens het reinigen van de printkoppen en
het laden van de inkt wordt WAIT weergegeven op het
LCD-display. Tijdens het drogen van de inkt wordt INK DRY nn
MIN weergegeven (nn staat voor het resterende aantal minuten).
Wacht totdat de printer opnieuw begint met afdrukken.
Er heeft zich een fout voorgedaan
De meest voorkomende printerproblemen kunt u identificeren
aan de hand van de LCD-berichten en lampjes op het
bedieningspaneel van de printer.
Als de printer niet goed werkt, kunt u met de tabel in het volgende
gedeelte de oorzaak van het probleem achterhalen. Vervolgens
voert u de voorgestelde oplossing(en) uit. Zie “Statusberichten”
voor andere berichten die niet in de tabel zijn opgenomen.
253
De printer gaat niet aan of blijft niet aan
Bericht en lampje
Probleem
Oplossing
PAPER OUT
Er is geen papier in de
printer geladen.
Laad papier in de printer.
Papier is op.
Verwijder afdrukken of
papier dat nog in de
printer zit. Laad meer
papier.
Als dit bericht verschijnt
tijdens een afdruktaak,
reset u de printer door drie
seconden op de knop
Pause te drukken. Laad
vervolgens papier en
verstuur de afdruktaak
opnieuw.
De instelling voor de
papierbron in de
printerdriver wijkt af
van de instelling via
het bedieningspaneel.
Zorg ervoor dat de
instellingen voor de
papierbron in de
printerdriver en via het
bedieningspaneel gelijk
zijn.
Het papier is
vastgelopen in de
printer.
Verwijder het vastgelopen
papier. Zie ook “Papier
loopt regelmatig vast of
wordt niet goed
ingevoerd”.
Voorkap is open.
Sluit de voorkap.
Paper Out
LOAD ROLL PAPER
LOAD SHEET PAPER
Paper Out
PAPER JAM
Paper Out
COVER OPEN
254
PAPER NOT CUT
Papier is niet van de rol
afgesneden.
Snijd het papier met de
hand af. Verwijder
vervolgens het
afgesneden papier uit de
printer. Laad papier
wanneer RELOAD PAPER
wordt weergegeven.
Gesneden papier is
niet naar beneden
gevallen.
Verwijder het afgesneden
papier uit de printer. Laad
papier wanneer RELOAD
PAPER wordt
weergegeven.
Papier is verschoven
en scheef ingevoerd.
Laad papier opnieuw. Zie
“Papier loopt regelmatig
vast of wordt niet goed
ingevoerd”.
RELOAD PAPER
Papier kan niet in
omgekeerde richting
worden ingevoerd tot
afdrukpositie.
Paper Out
Papier bevindt zich
niet in het
afdrukgebied.
Verwijder het papier en
laad het opnieuw. Leg de
rechter- en onderkant
recht langs de rijen gaatjes
van de printer. Zie
‘Papierverwerking’.
Paper Out
PAPER NOT STRAIGHT
Paper Out
Papier bevindt zich
niet in het horizontale
snijgebied.
Papier is niet volledig
uitgevoerd.
Snijd het papier af bij de
papierinvoersleuf. Plaats
dan opnieuw papier.
PAPER NOT CUT-fout is
opgelost.
Laad papier opnieuw.
Optionele Auto
Take-up Reel Unit
werkt niet goed.
Controleer of de eenheid
goed werkt. Zie
“Problemen met de
optionele Auto Take-up
Reel Unit oplossen”.
255
PUSH LEVER DOWN
Papierhendel is
ontgrendeld tijdens
afdrukken of andere
handeling.
Vergrendel de
papierhendel. Begin
opnieuw met afdrukken
vanaf het begin voor
beste resultaten.
Geladen papier is te
dik voor
printkopreiniging.
Duw de papierhendel
omlaag om het papier te
verwijderen.
Printkopreiniging start
automatisch. Na het
reinigen wordt PAPER OUT
weergegeven. Laad
papier opnieuw.
UNABLE TO PRINT
Als zich een fout
voordoet of de
inktvergrendeling
omhoog staat,
probeert u een
testpatroon af te
drukken
(spuitkanaaltjescontro
le, statuscontrole,
printkoppen uitlijnen of
papierdiktepatroon)
met behulp van de
SelecType-instellingen.
Na drie seconden
verdwijnt het bericht. Druk
op de knop Pause om de
modus SelecType te
verlaten. Wanneer een
fout- of statusbericht
nogmaals verschijnt, wist u
dit en drukt u opnieuw een
testpatroon af.
INK OUT
Cartridge(s) is/zijn
leeg.
Vervang de cartridge(s)
die wordt/worden
aangegeven door de
lampjes. Zie “Cartridges
vervangen”.
Geen cartridge(s)
geïnstalleerd.
Installeer de cartridge(s)
zoals aangegeven door
de lampjes. Zie
“Cartridges vervangen”.
Onjuiste cartridge(s)
geïnstalleerd.
Gebruik de juiste
cartridge(s).
Paper Out
REMOVE PAPER
Paper Out
Y/LM/M/LC/C/K/LK
NO INK CARTRIDGE
Y/LM/M/LC/C/K/LK
WRONG CARTRIDGE
Y/LM/M/LC/C/K/LK
256
CSIC ERROR
Geen cartridge(s)
geïnstalleerd of
cartridge(s) niet juist
bevestigd.
Vervang de cartridge(s).
Zie “Cartridges
vervangen”.
MAINTENANCE TANK
FULL
Onderhoudscassette
is geheel gevuld met
gebruikte inkt.
Vervang de
onderhoudscassette. Zie
“Zwarte cartridges
vervangen”.
NO MAINTENANCE
TANK
Geen
onderhoudscassette
geïnstalleerd of
onderhoudscassette
niet juist bevestigd.
Installeer
onderhoudscassette of
bevestig de cassette
opnieuw. Zie “Zwarte
cartridges vervangen”.
OPTION I/F ERROR
Onjuiste
interfacekaart
geïnstalleerd.
Zet de printer uit en
installeer de juiste
interfacekaart.
SERVICE
REQ.nnnnnnnn
Er heeft zich een
onherstelbare fout
voorgedaan.
Noteer de foutcode
‘nnnnnnnn’ en neem
contact op met uw
leverancier. Zie “Hulp
inroepen”.
Y/LM/M/LC/C/K/LK
Alle lampjes knipperen
Als het lampje Operate niet gaat branden en het mechanisme
wordt niet geïnitialiseerd (ook niet wanneer de knop Power
wordt ingedrukt om de printer aan te zetten), probeert u de
oplossingen die bij het probleem worden genoemd.
❏ Zet de printer uit en controleer of het netsnoer goed op de
printer is aangesloten.
❏ Controleer of het stopcontact goed werkt en niet met een
muurschakelaar of tijdklok wordt geregeld.
257
❏ Controleer of het voltage dat de printer via het stopcontact
ontvangt, overeenkomt met het voltage dat is aangegeven op
de printer. Als de voltages niet overeenkomen, zet u de
printer onmiddellijk uit en haalt u meteen de stekker uit het
stopcontact. Neem contact op met EPSON. Zie “Hulp
inroepen”.
c
Let op:
Als het voltage van het stopcontact en van de printer niet
overeenkomen, mag u de stekker van de printer niet opnieuw in
het stopcontact steken. Dit kan de printer beschadigen.
De printer drukt niets af
De printer is niet op de juiste manier aangesloten
op de computer
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
❏ Zet de printer en de computer uit. Controleer of de
interfacekabel van de printer goed is aangesloten op de juiste
aansluiting van de computer.
❏ Controleer of de specificaties van de interfacekabel
overeenkomen met de specificaties van de printer en de
computer.
❏ Controleer of de interfacekabel rechtstreeks is aangesloten op
de computer en niet eerst op een ander apparaat, zoals een
printerschakelaar of een verlengkabel.
258
❏ Gebruikers van Windows NT 4.0 kunnen proberen de
EPSON-printerpoort te verwijderen. Klik op Start, wijs naar
Programma's (Programs) en vervolgens naar
EPSON-printers en klik vervolgens op EPSON-printerpoort
verwijderen. Volg de instructies op het scherm.
De EPSON-printer is niet geselecteerd als de
standaardprinter.
Installeer de printerdriver als dit nog niet is gedaan en voer de
onderstaande stappen uit om de EPSON-printer in te stellen als
standaardprinter.
Voor Windows:
1. Klik op Start, wijs naar Instellingen (Settings) en selecteer
vervolgens Printers.
2. Klik met de rechtermuisknop op EPSON Stylus
Pro 7600/9600 in het venster Printers.
3. Selecteer Standaardprinter (Set As Default) en sluit het
venster Printers.
Voor Macintosh:
1. Klik op het Apple-menu en selecteer Kiezer (Chooser). Als
het pictogram EPSON Stylus Pro 7600/9600 printer wordt
weergegeven, is de printer op de juiste manier geïnstalleerd.
2. Controleer of de printer EPSON Stylus Pro 7600/9600 is
geselecteerd voor de printerpoort.
259
Instelling voor de printerpoort komt niet overeen
met de printeraansluiting
Als u Windows gebruikt, selecteert u de printerpoort als volgt.
Voor Windows Me, 98 en 95
1. Klik op Start, wijs naar Instellingen (Settings) en selecteer
vervolgens Printers.
2. Klik met de rechtermuisknop op EPSON Stylus
Pro 7600/9600 in het venster Printers. Selecteer vervolgens
Eigenschappen (Properties).
3. Klik op het tabblad Details.
4. Selecteer uw printerdriver in Afdrukken met het volgende
stuurprogramma (Print using the following driver).
Selecteer vervolgens de poort waarop uw printer is
aangesloten in de lijst Afdrukken naar de volgende poort
(Print to following port).
Voor Windows 2000 en NT 4.0
1. Klik op Start, wijs naar Instellingen (Settings) en selecteer
vervolgens Printers.
2. Klik met de rechtermuisknop op EPSON Stylus
Pro 7600/9600 in het venster Printers. Selecteer vervolgens
Eigenschappen (Properties).
3. Klik op het tabblad Poorten (Ports).
4. Selecteer de juiste printerpoort.
260
Het beschikbaar geheugen van de printerdriver
is niet voldoende (Macintosh)
U kunt het beschikbare geheugen op de Macintosh vergroten
door Regelpanelen (Control Panels) te selecteren in het
Apple-menu en te dubbelklikken op het pictogram Geheugen
(Memory). U kunt de RAM-cache of het virtueel geheugen
vergroten om zo het totale beschikbare geheugen te vergroten.
Sluit tevens alle onnodige toepassingen.
Het klinkt of de printer afdrukken maakt, maar er
wordt niets afgedrukt
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
❏ Voer het hulpprogramma Head Cleaning uit. Zie “De
printerhulpprogramma's gebruiken” voor Windows en “De
printerhulpprogramma's gebruiken” voor Macintosh.
❏ Vervang de cartridges als het reinigen van de printkoppen
niet werkt. Zie “Cartridges vervangen”.
De afdrukken zien er anders uit dan verwacht
Onjuiste of verminkte tekens
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
❏ Selecteer uw printer als standaardprinter in Windows. Zie
“De EPSON-printer is niet geselecteerd als de
standaardprinter.”.
261
❏ Verwijder alle onderbroken taken uit de voortgangsbalk
(voor Windows) of de EPSON Monitor3 (voor Macintosh). Zie
“De voortgangsbalk gebruiken” of “EPSON Monitor3
gebruiken”.
❏ Zet de printer en de computer uit. Controleer of de
interfacekabel van de printer goed is aangesloten.
❏ Controleer of de geopende toepassing een toepassing is voor
Windows Me, 98, 95, XP, 2000, NT 4.0 of Macintosh.
❏ Controleer of de EPSON Stylus Pro 7600/9600-printerdriver
is geselecteerd.
Maak de installatie van de EPSON-printerpoort ongedaan als
u Windows NT 4.0 gebruikt. Klik op Start, wijs naar
Programma's (Programs) en vervolgens naar
EPSON-printers en wijs vervolgens naar
EPSON-printerpoort verwijderen. Volg de instructies op het
scherm.
Onjuiste marges
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
❏ Controleer de instellingen voor de marges in uw toepassing.
❏ Zorg ervoor dat de marges binnen het afdrukgebied van de
pagina vallen. Zie “Afdrukgebied”.
❏ Controleer bij gebruik van Windows de instellingen in het
menu Papier. Zorg ervoor dat de instellingen geschikt zijn
voor het papierformaat dat u gebruikt.
Controleer bij gebruik van Macintosh de instellingen in het
dialoogvenster voor de pagina-instelling. Zorg ervoor dat de
instellingen geschikt zijn voor het papierformaat dat u
gebruikt.
262
❏ Zorg ervoor dat de juiste papierstand is geselecteerd. Leg het
papier recht langs en vlak naast de rijen gaatjes op de printer.
Omgekeerd beeld
Schakel de instelling Flip Horizontal in de printerdriver uit. Zie
voor instructies de online-Help voor de printerdriver.
Er worden blanco pagina's afgedrukt
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
❏ Selecteer uw printer als standaardprinter in Windows. Zie
“De EPSON-printer is niet geselecteerd als de
standaardprinter.”.
❏ Controleer bij gebruik van Windows de instellingen in het
menu Papier. Zorg ervoor dat de instellingen geschikt zijn
voor het papierformaat dat u gebruikt.
Controleer bij gebruik van Macintosh de instellingen in het
dialoogvenster voor de pagina-instelling. Zorg ervoor dat de
instellingen geschikt zijn voor het papierformaat dat u
gebruikt.
Kleuren op de afdruk wijken af van de kleuren
op het scherm
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
❏ Om de kleuren binnen uw systeem op elkaar aan te passen,
selecteert u in het dialoogvenster Advanced sRGB voor
Windows of ColorSync voor Macintosh.
263
De kleuren op een afdruk komen nooit precies overeen met
de kleuren op het scherm omdat monitors en printers kleuren
op een verschillende manier maken. Met de bovenstaande
kleursystemen kunt u kleurverschillen echter zo veel
mogelijk voorkomen.
❏ Selecteer PhotoEnhance4 in het dialoogvenster Advanced.
U krijgt zo scherpere beelden met levendigere kleuren.
❏ Selecteer Color Adjustment in het dialoogvenster Advanced
en wijzig indien gewenst de kleur, helderheid enzovoort.
❏ Voor Macintosh: zorg ervoor dat uw toepassing en
beeldverwerkende apparatuur het ColorSync-systeem
ondersteunen wanneer u ColorSync selecteert in het
dialoogvenster Advanced.
❏ Gebruik geen gewoon papier.
De kleur in afdrukken kan verschillen per afdrukmateriaal.
Gebruik papier dat geschikt is voor de kleurenafdrukken die
u wenst.
Een uitgelijnde lijn is verschoven
Controleer of de printkoppen goed zijn uitgelijnd.
Als u gebruik maakt van bi-directioneel afdrukken, verschuiven
de lijnen als de printkoppen niet juist zijn uitgelijnd. Voer het
hulpprogramma Print Head Alignment uit. Zie “De
printerhulpprogramma's gebruiken” voor Windows en “De
printerhulpprogramma's gebruiken” voor Macintosh.
Vegen aan de onderrand
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
264
❏ Strijk het papier glad of buig het een beetje om in de
tegenovergestelde richting als het naar boven omgekruld is.
❏ Als u EPSON-papier gebruikt, controleert u de instelling voor
Media Type op het tabblad Main (voor Windows) of in het
afdrukvenster (voor Macintosh). Zorg ervoor dat de instelling
overeenkomt met het papier dat u gebruikt.
Als u ander papier gebruikt, selecteert u de papierdikte in de
modus SelecType. Zorg ervoor dat de instelling overeenkomt
met het papier dat u gebruikt. Zie “SelecType-instellingen”.
❏ Stel de ruimte voor de degel in op WIDE in het menu Printer
Setting van de modus SelecType. Zie
“SelecType-instellingen”.
Dunne lijnen tussen de afbeeldingen op gewoon
papier
Dit verschijnsel doet zich voor bij overlappingen in de afdruk. Zet
in dit geval de instelling voor de degelruimte op NARROW met
behulp van het bedieningspaneel. Raadpleeg
“SelecType-instellingen” voor meer informatie.
De afdrukkwaliteit is niet optimaal
Klik op het bijschrift onder de illustratie die het meest
overeenkomt met uw afdruk.
“Horizontale strepen”
“Onjuiste verticale uitlijning of
strepen”
265
“Onjuiste of ontbrekende kleuren”
“Afdruk is vaag of bevat lege
plekken”
“Onduidelijke of vlekkerige
afdrukken”
Probeer deze oplossingen als de afdrukkwaliteit te wensen
overlaat.
Horizontale strepen
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
❏ Controleer bij gebruik van Windows de instelling voor Media
Type op het tabblad Main. Zorg ervoor dat de instelling
overeenkomt met het papier dat u gebruikt.
Controleer bij gebruik van Macintosh de instelling voor
Media type in het afdrukvenster. Zorg ervoor dat de instelling
overeenkomt met het papier dat u gebruikt.
❏ Zorg ervoor dat het papier met de afdrukzijde naar boven ligt.
❏ Voer het hulpprogramma Head Cleaning uit om eventueel
verstopte spuitkanaaltjes schoon te maken.
❏ Controleer de lampjes Ink Out. Vervang een of meer
cartridges indien nodig. Zie “Cartridges vervangen”.
266
Onjuiste verticale uitlijning of strepen
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
❏ Schakel de instelling High Speed in de printerdriver uit. Zie
voor instructies de online-Help voor de printerdriver.
❏ Voer het hulpprogramma Print Head Alignment uit. Zie “De
printerhulpprogramma's gebruiken” voor Windows en “De
printerhulpprogramma's gebruiken” voor Macintosh.
Onjuiste of ontbrekende kleuren
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
❏ Controleer bij gebruik van Windows de instelling voor Media
Type op het tabblad Main. Zorg ervoor dat de instelling
overeenkomt met het papier dat u gebruikt.
Controleer bij gebruik van Macintosh de instelling voor
Media type in het afdrukvenster. Zorg ervoor dat de instelling
overeenkomt met het papier dat u gebruikt.
❏ Zorg ervoor dat het papier met de afdrukzijde naar boven ligt.
❏ Voer het hulpprogramma Head Cleaning uit. Zie “De
printerhulpprogramma's gebruiken” voor Windows en “De
printerhulpprogramma's gebruiken” voor Macintosh.
Vervang een cartridge of alle cartridges als de kleuren nog
steeds niet kloppen of als bepaalde kleuren ontbreken. Zie
“Cartridges vervangen”.
❏ Pas de kleurinstellingen aan in uw toepassing of in de
printerdriver. Zie de documentatie van uw toepassing.
267
Afdruk is vaag of bevat lege plekken
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
❏ Controleer of de uiterste houdbaarheidsdatum van de
cartridges niet is verstreken. De uiterste
houdbaarheidsdatum vindt u op het etiket van de cartridges.
❏ Controleer bij gebruik van Windows de instelling voor Media
Type op het tabblad Main. Zorg ervoor dat de instelling
overeenkomt met het papier dat u gebruikt.
Controleer bij gebruik van Macintosh de instelling voor
Media type in het afdrukvenster. Zorg ervoor dat de instelling
overeenkomt met het papier dat u gebruikt.
❏ Voer het hulpprogramma Head Cleaning uit om eventueel
verstopte spuitkanaaltjes schoon te maken. Zie “De
printerhulpprogramma's gebruiken” voor Windows en “De
printerhulpprogramma's gebruiken” voor Macintosh.
❏ Controleer de lampjes Ink Out. Vervang een of meer
cartridges indien nodig. Zie “Cartridges vervangen”.
❏ Selecteer dunner papier in de SelecType-modus. Controleer
de instelling voor het papiernummer in het menu PAPER
CONFIGURATION. Zie “SelecType-instellingen”.
❏ Mogelijk is de ruimte voor de degel te groot voor het
gebruikte papier. Wijzig de ruimte voor de degel van WIDE
in AUTO in het menu Printer Setting van de modus
SelecType. Zie “SelecType-instellingen”.
268
Onduidelijke of vlekkerige afdrukken
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
❏ Controleer bij gebruik van Windows de instelling voor Media
Type op het tabblad Main. Zorg ervoor dat de instelling
overeenkomt met het papier dat u gebruikt.
Controleer bij gebruik van Macintosh de instelling voor
Media type in het afdrukvenster. Zorg ervoor dat de instelling
overeenkomt met het papier dat u gebruikt.
❏ Als het papier dat u gebruikt niet wordt ondersteund door de
printerdriver, stelt u de papierdikte in met behulp van
SelecType. Zie “SelecType-instellingen”.
❏ Zorg ervoor dat het papier droog is en met de afdrukzijde
naar boven in de printer is geladen. Zorg er tevens voor dat
u de juiste papiersoort gebruikt. Zie “Papier” voor de
papierspecificaties.
❏ Controleer of er inkt heeft gelekt aan de binnenkant van de
printer en veeg deze met een zachte, schone doek weg.
❏ Voer het hulpprogramma Head Cleaning uit. Zie “De
printerhulpprogramma's gebruiken” voor Windows en “De
printerhulpprogramma's gebruiken” voor Macintosh.
❏ Selecteer dikker papier in de SelecType-modus. Controleer de
instelling voor het papiernummer in het menu PAPER
CONFIGURATION. Zie “SelecType-instellingen”.
❏ Mogelijk is de ruimte voor de degel te klein voor het gebruikte
papier. Stel de ruimte voor de degel in op WIDE in het menu
Printer Setting van de modus SelecType. Zie
“SelecType-instellingen”.
269
Kleurendocumenten worden in zwart-wit
afgedrukt
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
❏ Zorg ervoor dat de kleureninstellingen in uw toepassing
kloppen.
❏ Zorg ervoor dat Color/B&W Photo (niet Blank) is ingesteld
op het “Tabblad Main” (Windows) of in het “Afdrukvenster”
(Macintosh).
Afdruksnelheid is niet optimaal
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
❏ Als u de afdruksnelheid wilt verhogen, selecteert u de modus
Automatic op het “Tabblad Main” (Windows) of in het
“Afdrukvenster” (Macintosh). Vervolgens verplaatst u de
schuifbalk naar Speed.
❏ Zorg ervoor dat u niet te veel toepassingen tegelijk open hebt
staan. Sluit de toepassingen die u niet gebruikt.
❏ Verwijder onnodige bestanden van de vaste schijf zodat er
ruimte vrijkomt.
Opmerking:
Het kan zijn dat uw computer over onvoldoende geheugen beschikt.
Zie “De afdruksnelheid verhogen” voor meer tips.
270
Papier kan niet van de rol worden gesneden
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
❏ Controleer of het lampje Roll Auto Cut brandt. Druk indien
nodig op de knop Paper Source. Druk vervolgens op de
knop Cut/Eject. Het papier wordt nu afgesneden.
❏ Snijd het papier met de hand af indien nodig. Controleer of
de papierdikte van de aanwezige papierrol overeenkomt met
de papierspecificaties (zie “Papier”). Als de instellingen
kloppen kan het mes bot zijn en moet dit worden vervangen.
Zie “Het mes van het snijmechanisme vervangen”.
Opmerking:
Als u ander papier gebruikt dan speciaal afdrukmateriaal van
EPSON, raadpleegt u de gebruikersinformatie bij het papier of
neemt u contact op met de leverancier.
Papier loopt regelmatig vast of wordt niet
goed ingevoerd
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
❏ Maak het papier van de rol die u niet gebruikt vast met de
papierrolklem wanneer u twee rollen hebt geïnstalleerd. Zie
“De papierrolklem gebruiken”.
❏ Zorg ervoor dat het papier stevig is opgerold voordat u een
papierrol plaatst en het papier door de invoersleuf haalt. Zorg
ervoor dat de onderkant van het papier recht langs de rijen
gaatjes op de printer ligt.
❏ Zorg ervoor dat het papier niet gekruld of gevouwen is.
271
❏ Zorg ervoor dat de omgevingstemperatuur geschikt is voor
het gebruik van de printer.
❏ Zorg ervoor dat het papier niet vochtig is.
❏ Zorg ervoor dat het papier niet te dik of te dun is. Zie “Papier”.
❏ Controleer of er geen vreemde voorwerpen in de printer zijn
gekomen.
❏ Controleer bij gebruik van Windows de instelling voor Media
Type op het “Tabblad Main”. Zorg ervoor dat de instelling
overeenkomt met het papier dat u gebruikt.
Controleer bij gebruik van Macintosh de instelling voor
Media Type in het “Afdrukvenster”. Zorg ervoor dat de
instelling overeenkomt met het papier dat u gebruikt.
❏ Zorg ervoor dat de instelling voor de degelruimte geschikt is
voor het papier. De instelling voor de degelruimte kunt u
wijzigen in het menu Printer Setting van de modus SelecType.
Zie “SelecType-instellingen”.
❏ Als u ander papier gebruikt dan materiaal van EPSON,
controleert u de papiersoort die is geselecteerd in het menu
Paper Configuration van de modus SelecType. Zie “De
papierdikte instellen”.
272
Papier van de rol wordt niet goed uitgevoerd
Papier van de rol is strak opgerold en kan krullen als het wordt
doorgevoerd. Als dit gebeurt kunt u de papiergeleiders aan de
onderkant van de printer uittrekken.
c
Let op:
Gebruik de geleiders alleen als het papier gekruld wordt
doorgevoerd. Laat ze in alle andere situaties ingedrukt, anders
kunnen afdrukken beschadigd raken.
Opmerking:
De EPSON Stylus Pro 7600 heeft twee papiergeleiders, de EPSON
Stylus Pro 9600 drie.
273
Wanneer u papier voorwaarts invoert
Trek de papiergeleiders uit de printer en laat ze rusten op de
voorkant van de papieropvang.
Wanneer u papier achterwaarts invoert
Trek de papiergeleiders uit de printer en laat ze rusten tegen de
achterzijde van de papieropvang.
274
Vastgelopen papier verwijderen
Voer de onderstaande stappen uit om vastgelopen papier te
verwijderen:
1. Als rolpapier is vastgelopen, snijdt u het af bij de
papierinvoersleuf.
2. Ontgrendel de papierhendel zodat het papier niet meer wordt
vastgedrukt.
3. Open indien nodig de voorkap.
275
4. Trek het vastgelopen papier voorzichtig naar beneden. TURN
PWR OFF AND ON verschijnt op het LCD-display.
Opmerking:
Raak de bedradingsplaat van de printkop niet aan wanneer u het
vastgelopen papier losmaakt.
5. Sluit indien nodig de voorkap. Druk vervolgens op de knop
Power om de printer uit en weer aan te zetten.
6. Controleer of het lampje Paper Out brandt en LOAD PAPER op
het LCD-display wordt weergegeven. Zie “Papierrollen
gebruiken” of “Losse vellen papier gebruiken” voor
informatie over het laden van papier.
Zorg ervoor dat de printkoppen in de uitgangspositie staan
(uiterst rechts) als u hierna niet meer gaat afdrukken. Als de
printkoppen niet in de juiste positie staan, zet u de printer aan,
wacht u totdat de printkoppen naar de uitgangspositie zijn
verplaatst en zet u vervolgens de printer weer uit.
c
Let op:
Als de printkoppen niet in de uitgangspositie staan bij het
uitzetten van de printer, kan de afdrukkwaliteit afnemen.
Problemen met de optionele Auto Take-up
Reel Unit oplossen
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
❏ Het kan zijn dat er niet genoeg papier los hangt rond de Auto
Take-up Reel Unit. Zorg ervoor dat er genoeg papier los hangt
tussen de papierrol en de kern van de oproleenheid. Zie
“Papierrol op de haspel van Auto Take-up Reel Unit
plaatsen”.
276
❏ De schakelaar Auto op de automatische oprolhaspel is
misschien niet ingesteld op de juiste richting. Selecteer de
richting met de schakelaar Auto op het bedieningskastje. Zie
“De afdrukken oprollen”.
❏ Als het lampje Sensor langzaam knippert terwijl de printer
niet bezig is met afdrukken, bevindt zich mogelijk een
obstakel aan de buitenkant tussen de zender en de detector.
Het kan ook zijn dat de sensor niet juist is afgesteld.
Controleer op eventuele obstakels in het detectiegebied van
de sensor of pas de positie van de sensor aan. Zie “De sensor
afstellen”.
❏ Als het lampje Sensor nu nog steeds knippert, zal de printer
de afdruktaak uitvoeren tot een papierlengte van ongeveer
drie meter en vervolgens stoppen. Ontgrendel de
papierhendel. Controleer vervolgens of de papierrol op de
juiste manier is geïnstalleerd en er zich geen obstakels in het
detectiegebied van de sensor bevinden. Als de papierrol niet
juist is geïnstalleerd, rolt u het overtollige papier op en
vergrendelt u de papierhendel.
❏ Als het lampje Sensor snel knippert, is de Auto Take-up Reel
Unit vergrendeld. Zet de printer uit en weer aan.
❏ Als het lampje Sensor niet brandt, is de kabel van de sensor
mogelijk niet goed aangesloten. Controleer de aansluiting van
de sensorkabels.
277
Hulp inroepen
Als uw EPSON-printer niet goed functioneert en u het probleem
niet kunt oplossen met de informatie in de printerdocumentatie,
kunt u contact opnemen met de klantenservice. Als uw land niet
wordt vermeld in het klantenserviceoverzicht in dit gedeelte,
neemt u contact op met de leverancier bij wie u de printer hebt
aangeschaft.
De medewerkers van de klantenservice kunnen u sneller helpen
als u de volgende gegevens bij de hand hebt:
❏ Het serienummer van de printer
(Het etiket met het serienummer vindt u aan de achterzijde
van de printer)
❏ Het model van de printer
❏ De versie van de printersoftware
(Klik op Over, Versie-informatie of een vergelijkbare knop
in de printersoftware.)
❏ Het merk en het model van uw computer
❏ Naam en versie van het besturingssysteem op uw computer
❏ De toepassingen die u meestal met de printer gebruikt en de
versienummers hiervan
Selecteer uw land:
“Germany”
“Hungary”
“France”
“Norway”
“Yugoslavia”
“Austria”
“Slovac
Republic”
“Spain”
“Sweden”
“Greece”
“Netherlands
”
“Czek.
Republic”
278
“United
Kingdom”
“Republic of
Ireland”
“Italy”
“Turkey”
“Belgium”
“Poland”
“Denmark”
“Croatia”
“Cyprus”
“Luxemburg”
“Bulgaria”
“Finland”
“Macedonia
”
“Portugal”
“Switzerland”
“Romania”
“Slovenia”
“Estonia”
“Latvia”
“Lithuania”
“Israel”
“Middle East”
“South
Africa”
“Bosnia
Herzgovina”
“Argentin
a”
“Chile”
“Costa
Rica”
“Peru”
“USA
(Latin
America)
”
“Brazil”
“Colombi
a”
“Mexico”
“Venezue
la”
“USA”
Germany
EPSON Service Center c/o Exel Hünxe GmbH
Werner-Heisenberg-Strase 2
46569 Hünxe
France
Support Technique EPSON France,
0 892 899 999 (0,34 E/minute)
Ouvert du lundi au samedi de 9h00 à 20h00 sans interruption
http://www.epson.fr/support/selfhelp/french.htm pour
accéder à l'AIDE EN LIGNE.
http://www.epson.fr/support/services/index.shtml pour
accéder aux SERVICES du support technique.
279
Centres de maintenance
AJACCIO CIM
Tél : 04.95.23.73.73
Le Stiletto - Lot N° 5
Fax : 04.95.23.73.70
20090 AJACCIO
AMIENS
Tél : 03.22.22.05.04
FMA
Fax : 03.22.22.05.01
13, rue Marc Sangnier 8000 AMIENS
ANNECY (td)
Tél : 04.50.10.21.30
MAINTRONIC
Fax : 04.50.10.21.31
Parc des Glaisins
Immeuble Prosalp
14, rue Pré Paillard
74940 ANNECY Le Vieux
AVIGNON
Tél : 04.32.74.33.50
MAINTRONIC
Fax : 04.32.74.05.89
Anthéa, rue du Mourelet
ZI de Courtine III
84000 AVIGNON
BASTIA (td)
Tél : 04.95.30.65.01
CIM
Fax : 04.95.30.65.01
Immeuble Albitreccia
Avenue du Maichione
20200 LUPINO
BAYONNE (td)
Tél : 05.59.57.30.35
MAINTRONIC
Fax : 05.59.57.30.36
Espace Arga
Le Forum - Bât 33
64100 BAYONNE
BORDEAUX
Tél : 05.56.34.85.16
FMA
Fax : 05.56.47.63.18
Parc d'activités Chemin Long
Allée James Watt - Immeuble Space 3
33700 MERIGNAC
280
BORDEAUX
Tél : 05.57.10.67.67
MAINTRONIC
Fax : 05.56.69.98.10
11/19 rue Edmond Besse
Immeuble Rive Gauche
33300 BORDEAUX
BOURGES (td)
Tél : 02.48.67.00.38
BEGELEC
Fax : 02.48.67.98.88
18, avenue du 11 Novembre
18000 BOURGES
BREST
Tél : 02.98.42.01.29
FMA
Fax : 02.98.02.17.24
8, rue Fernand Forest
29850 GOUESNOU
CAEN
Tél : 02.31.71.22.10
MAINTRONIC
Fax : 02.31.71.22.19
Rue de Bellevue
ZI Est
14650 CARPIQUET
CAEN
Tél : 02.31.84.80.82
TMS
Fax : 02.31.84.80.83
17, rue des Métiers
14123 CORMELLES LE ROYAL
CLERMONT
Tél : 04.73.28.59.60
FMA
Fax : 04.73.28.59.65
14, rue Léonard de Vinci
Bât H - ZI La Pardieu
63000 CLERMONT FERRAND
DIJON
Tél : 03.80.51.17.17
FMA
Fax : 03.80.51.23.00
60, rue du 14 Juillet
Parc des Grands Crus
21300 CHENOVE
281
GRENOBLE (td)
Tél : 04.38.37.01.19
FMA
Fax : 04.76.44.78.92
2 rue Mayencin
38400 ST MARTIN D'HERES
GRENOBLE
Tél : 04.76.25.87.87
MAINTRONIC
Fax : 04.76.25.88.10
Les Akhesades Bât B.
Rue Irène Joliot Curie
38320 EYBENS
LE HAVRE
Tél : 02.32.74.27.44
FMA
Fax : 02.35.19.05.35
33, bd de Lattre de Tassigny
76600 LE HAVRE
LE MANS
Tél : 02.43.77.18.20
BEGELEC
Fax : 02.43.77.18.28
117, rue de l'Angevinière
72000 LE MANS
LILLE
Tél : 03.20.71.47.30
FMA
Fax : 03.20.61.07.90
99 rue Parmentier - Bât A
59650 VILLENEUVE D’ASCQ
LILLE
Tél : 03.20.19.04.10
MAINTRONIC
Fax : 03.20.19.04.19
Synergie Park
9, avenue Pierre et Marie Curie
59260 LEZENNES
LIMOGES
Tél : 05.55.10.36.75
MAINTRONIC
Fax : 05.55.77.44.00
43 rue Cruveilher
87000 LIMOGES
LYON
Tél : 04.78.35.38.65
FMA
Fax : 04.78.35.24.99
136, chemin Moulin Carron
69130 ECULLY
282
LYON
Tél : 04.72.14.95.00
MAINTRONIC
Fax : 04.78.41.81.96
9, allée du Général Benoist
ZAC du Chêne
69500 BRON
LYON Centre
Tél : 04.72.56.94.85
MAINTRONIC
Fax : 04.72.56.94.89
4, quai Jules Courmont
69002 LYON
MARSEILLE
Tél : 04.91.03.13.43
FMA
Fax : 04.91.03.13.72
305 ZA de Mourepiane
467, Chemin du Littoral
13322 MARSEILLE CX 13
MARSEILLE
Tél : 04.91.87.83.93
MAINTRONIC
Fax : 04.91.87.83.94
Bât D1 - Actiparc II
Chemin de St LAMBERT
13821 LA PENNE SUR HUVEAUNE
METZ
Tél : 03.87.76.98.30
MAINTRONIC
Fax : 03.87.76.31.15
TECHNOPOLE 2000
6, rue Thomas Edison
57070 METZ
MONTPELLIER
Tél : 04.67.15.66.80
MAINTRONIC
Fax : 04.67.22.50.91
Parc Ateliers Technologiques
2, avenue Einstein
34000 MONTPELLIER
MULHOUSE
Tél : 03.89.61.77.88
FMA
Fax : 03.89.31.05.25
106, rue des Bains
68390 SAUSHEIM
283
NANCY
Tél : 03.83.44.44.00
FMA
Fax : 03.83.44.10.20
3 rue du Bois Chêne le Loup
54500 VANDOEUVRE CEDEX
NANTES
Tél : 02.28.03.10.73
FMA
Fax : 02.28.03.10.71
1105 avenue Jacques Cartier
Bât B4
44800 ST HERBLAIN
NANTES
Tél : 02 51 85 22 70
MAINTRONIC
Fax : 02 51 85 22 71
5 rue du Tertre
44470 CARQUEFOU
NICE
Tél : 04.93.14.01.70
FMA
Fax : 04.93.14.01.73
329, avenue des PUGETS
Bât A.2 - Le Réal
06700 ST LAURENT DU VAR
NICE
Tél : 04.92.91.90.90
MAINTRONIC
Fax : 04.93.33.98.63
Les terriers Nord
Immeuble Les Sporades
500, allée des Terriers
06600 ANTIBES
NIORT
Tél : 05.49.77.11.78
MAINTRONIC
Fax : 05.49.77.11.73
Technopole Venise Verte
Pépinière d’entreprises
3, rue Archimède
79000 NIORT
ORLEANS (td)
Tél : 02.38.83.50.23
FMA
Fax : 02.38.83.50.25
21, bd Marie Stuart
45000 ORLEANS
284
PARIS 10ème
Tél : 01.42.01.15.15
FMA
Fax : 01.42.01.14.15
50 Quai de Jemmapes
75010 PARIS
PARIS 12ème
Tél : 01.44.68.83.01
BEGELEC
Fax : 01.44.68.83.02
182, rue de Charenton
75012 PARIS
PARIS 13ème
Tél : 01.44.06.99.44
MAINTRONIC
Fax : 01.44.24.05.06
Immeuble Berlier
15, rue JB Berlier
75013 PARIS
PARIS 14ème
Tél : 01.45.45.57.65
FMA
Fax : 01.45.39.48.86
63, rue de Gergovie
75014 PARIS
PARIS EST (td)
Tél : 01.60.06.02.02
BEGELEC
Fax : 01.60.06.02.60
3, allée Jean Image
77200 TORCY
PARIS NORD
Tél : 01.40.85.98.08
FMA
Fax : 01.47.92.00.85
30, av. du vieux Chemin de St Denis
92390 VILLENEUVE LA GARENNE
PARIS SUD
Tél : 01.64.46.44.01
BEGELEC
Fax : 01.69.28.83.22
Immeuble Femto
1, avenue de Norvège
91953 LES ULIS
PAU
Tél : 05.59.40.24.00
MAINTRONIC
Fax : 05.59.40.24.25
375, bd Cami Sallié
64000 PAU
285
REIMS
Tél : 03.26.97.80.07
FMA
Fax : 03.26.49.00.95
Parc technologique H. Farman
12, allée Fonck
51100 REIMS
RENNES
Tél : 02.23.20.25.25
FMA
Fax : 02.23.20.04.15
59 bd d'Armorique
Square de la Mettrie
35700 RENNES
RENNES
Tél : 02.99.23.62.23
MAINTRONIC
Fax : 02.99.23.62.20
Parc d’affaires de la Bretèche
Bât 2
35760 RENNES ST GREGOIRE
ROUEN
Tél : 02.35.59.68.69
TMS
Fax : 02.35.59.68.70
ZI de la Vatine
31, rue A. Aron
76130 MONT ST AIGNAN
STRASBOURG
Tél : 03.88.55.38.18
FMA
Fax : 03.88.55.41.55
Parc d’activités Point Sud
3C rue du Fort
67118 GEISPOSHEIM
STRASBOURG
Tél : 03.88.77.23.24
MAINTRONIC
Fax : 03.88.77.25.02
Parc d’activités
10, rue Jean Monnet
67201 ECKOLSHEIM
286
TOULON (td)
Tél : 04.94.63.02.87
FMA
Fax : 04.94.63.42.55
64 route de Capelane
ZA la Capelane
Parc Burotel
83140 SIX FOURS
TOULOUSE
Tél : 05.61.00.54.22
FMA
Fax : 05.61.00.52.01
Buroplus - BP 365
31313 LABEGE CEDEX
TOULOUSE
Tél : 05.61.73.11.41
MAINTRONIC
Fax : 05.61.73.80.06
7, avenue de l’Europe
31520 RAMONVILLE ST AGNE
TOURS
Tél : 02.47.25.10.60
BEGELEC
Fax : 02.47.25.10.72
25, rue des Granges Galand
ZI des Granges Galand
37550 ST AVERTIN
TROYES (td)
Tél : 03.25.49.78.96
BEGELEC
Fax :03.25.49.78.97
15, rue des Epingliers
10120 St ANDRE LES VERGERS
VALENCIENNES
Tél : 03.27.46.58.58
TMS
Fax : 03.27.46.58.59
83, rue de Famars
59300 VALENCIENNES
Spain
EPSON IBÉRICA, S.A.
Avda. Roma 18-26, 08290 Cerdanyola, Barcelona, España
Tel.: 34.93.5821500
287
Fax: 34.93.5821555
CENTRO DE ATENCIÓN AL CLIENTE
902.404142
Fax Centro de Atención al Cliente no. 34 935 821 516
soporte@epson.es
www.epson.es
www.epson.es/support/
SERVICIOS OFICIALES DE ASISTENCIA TÉCNICA EPSON
POBLA
CION
PROV
INCI
A
EMPRESA
TELEFON
O
FAX
DIRECCION
CP
ALBAC
ETE
ALBA
CETE
DEPARTAMENTO
TÉCNICO
INFORMÁTICO S.A.L.
967/50.6
9.10
967/50.6
9.09
C/ FRANCISCO
PIZARRO, 13
BAJOS
02004
ALICA
NTE
ALIC
ANTE
RPEI
96/510.2
0.53
96/511.4
1.80
C/ EDUARDO
LANGUCHA, 17
BAJOS
03006
ALMER
IA
ALME
RIA
MASTER KIT S.A.
950/62.1
3.77
950/27.6
8.28
C/SIERRA
ALHAMILLA
Ed.Celulosa,1,2ªpl.
04007
OVIED
O
ASTU
RIAS
COMERCIAL
EPROM, S.A.
98/523.0
4.59
98/527.3
0.19
AV. DE LAS
SEGADAS, 5 BAJOS
33006
OVIED
O
ASTU
RIAS
LABEL MICROHARD,
S.L.
98/511.3
7.53
98/511.3
7.53
C/. FERNÁNDEZ DE
OVIEDO, 38, BJO.
33012
BADAJ
OZ
BAD
AJOZ
INFOMEC S.C.
924/24.1
9.19
924/22.9
0.36
C/ VICENTE
DELGADO
ALGABA, 10
06010
BADAJ
OZ
BAD
AJOZ
PAITRON BADAJOZ
902/24.2
0.24
924/24.1
8.97
AV. Mª
AUXILIADORA, 7
06011
MÉRID
A
BAD
AJOZ
PAITRON MÉRIDA
924/37.1
6.06
924/37.1
5.91
C/ PUERTO RICO, 2
06800
PALMA
DE M.
BALE
ARES
BALEAR DE
INSTALACIONES Y
MANT. SL
971/24.6
4.55
971/24.5
1.02
C/ MANACOR, 82
A BAJOS
07006
BARCE
LONA
BARC
ELON
A
BS MICROTEC MANT.
INFORMÁTIC S.L.
93/243.1
3.23
93/340.3
8.24
C/. PALENCIA, 45
08027
288
BARCE
LONA
BARC
ELON
A
MADE S.A.
BARCELONA
93/423.0
0.48
93/423.3
8.93
C/ RICART, 33
08004
BARCE
LONA
BARC
ELON
A
MICROVIDEO
93/265.1
5.75
93/265.4
4.58
AVDA DIAGONAL,
296
08013
CERDA
NYOLA
BARC
ELON
A
OFYSAT S.L.
93/580.8
7.87
93/580.8
9.96
C/ FONTETES, 3-5,
Local 1
08290
BARCE
LONA
BARC
ELON
A
RIFÉ ELECTRÓNICA
S.A.
93/453.1
2.40
93/323.6
4.70
C/ ARIBAU, 81
08036
SANT
BOI
BARC
ELON
A
SELTRON S.L.
93/652.9
7.70
93/630.8
1.04
C/ INDUSTRIA,
44-46
08830
GRAN
OLLERS
BARC
ELON
A
SIC INFORMÁTICA
93/870.1
2.00
93/870.1
2.62
C/ ÁNGEL
GUIMERÁ, 16
08400
MANR
ESA
BARC
ELON
A
TELESERVICIO
93/873.5
6.23
93/877.0
0.34
AV. TUDELA, 44
08240
BURG
OS
BURG
OS
MANHARD S.L.
947/22.1
1.09
947/22.0
9.19
AVDA
CASTILLA-LEÓN, 46
09006
CÁCE
RES
CÁC
ERES
PAITRON CÁCERES
902/21.4
0.21
927/21.3
9.99
C/ GABINO
MURIEL, 1
10001
PTO.SA
NTA.Mª
.
CÁDI
Z
ELSE INFORMÁTICA
S.L.
956/87.5
3.48
956/87.2
5.07
ANGLADA,PAR.9,E
D.B1 BIS. EL
PALMAR
11500
JEREZ
CÁDI
Z
NEW SERVICE S.L.
956/18.3
8.38
956/18.5
5.85
C/ ASTA, 18
11404
LAS
PALMA
S
CAN
ARIA
S
MEILAND
928/29.2
2.30
928/23.3
8.92
C/ NÉSTOR DE LA
TORRE, 3 OFIC.1
35006
LAS
PALMA
S
CAN
ARIA
S
G.B. CANARIAS
SERVICIOS, S.L.
902/11.4
7.54
928/25.4
1.21
C/. PÍO
CORONADO, 88,
LOCAL A
35012
SANTA
NDER
CANT
ABRI
A
INFORTEC, S.C.
942/23.5
4.99
942/23.9
8.42
C/. JIMÉNEZ DÍAZ, 1
39007
CASTEL
LÓN
CAST
ELLÓ
N
INFORSAT S.L.
964/22.9
4.01
964/22.9
4.05
C/ CRONISTA
REVEST, 30 BAJOS
12005
ALCAZ
AR
CIUD
AD
REAL
GRUPO DINFOR
ALCÁZAR
926/54.5
5.62
926/54.5
7.67
C/ DR.
BONARDELL, 37
13600
CIUDA
D REAL
CIUD
AD
REAL
GRUPO DINFOR C.
REAL
926/25.4
2.25
926/23.0
4.94
C/. TOLEDO, 34
13003
289
CÓRD
OBA
CÓR
DOB
A
SETESUR ANDALUCIA
S.L.
957/48.5
8.46
957/48.5
8.54
C/ REALEJO, 6
(PASAJE)
14002
GIRON
A
GIRO
NA
PROJECTES
COM-TECH, S.L.
972/24.1
1.35
972/40.1
1.85
PLAZA DE LA
ASUNCION, 35
17005
GRAN
ADA
GRA
NAD
A
INTELCO ASISTENCIA
TÉCNICA S.L.
958/13.2
1.79
958/13.2
2.09
C/ PRIMAVERA, 20
18008
SAN
SEBAST
IAN
GUIP
UZC
OA
ELECTRÓNICA
GUIPUZCOANA
943/46.8
6.40
943/45.5
7.01
C/ BALLENEROS, 4
BAJOS
20011
HUELV
A
HUEL
VA
AVITELSAT HUELVA
959/54.3
8.82
959/54.3
7.07
C/. CONDE DE
LÓPEZ MUÑOZ, 32
21006
JAEN
JAEN
OFIMÁTICA JAEN S.L.
953/28.0
1.44
953/28.1
0.77
C/ ORTEGA NIETO,
20 POL.OLIVARES
23009
LA
CORU
ÑA
LA
COR
UÑA
HARDTEC GALICIA
981/23.7
9.54
981/24.7
6.92
AV. LOS MALLOS,
87, BJO. B
15007
LOGR
OÑO
LA
RIOJ
A
REYMAR, S.L.
941/24.2
6.11
941/25.0
3.12
C/. ALBIA DE
CASTRO, 10
26003
LEÓN
LEÓN
MACOISAT, S.L.
987/26.2
5.50
987/26.2
9.52
AV. FERNÁNDEZ
LADREDA, 27, BJO.
24005
LEÓN
LEÓN
PROSYSTEM
987/22.1
1.97
987/24.8
8.97
C/. JUAN DE LA
COSA, 14
24009
TORRE
FARRE
RA
LLEID
A
RICOMACK S.A.
973/75.1
5.33
973/75.1
6.21
POL. IND. DEL
SEGRIÀ, S/N
25126
MADRI
D
MAD
RID
GRUPO PENTA S.A.
91/543.7
3.03
91/543.5
3.04
C/ BLASCO DE
GARAY, 63
28015
MADRI
D
MAD
RID
MADE S.A. MADRID
91/570.6
2.92
91/570.6
5.71
C/ ROSA DE SILVA
,4
28020
MADRI
D
MAD
RID
MICROMA S.A.
91/304.6
8.00
91/327.3
9.72
C/ STA. LEONOR,61
28037
MADRI
D
MAD
RID
SETECMAN S.L.
91/571.5
4.06
91/572.2
2.40
C/ INFANTA
MERCEDES , 31 1º
28020
MADRI
D
MAD
RID
BS MICROTEC
MADRID, S.L.
91/300.5
2.82
91/300.5
2.83
C/ MOTA DEL
CUERVO, 26,
LOCAL
28043
MADRI
D
MAD
RID
TEDUIN S.A.
91/327.5
3.00
91/327.0
5.00
C/ALBALÁ, 10
28037
MÁLA
GA
MÁL
AGA
COVITEL MÁLAGA
95/231.6
2.50
95/233.9
8.50
C/ CERAMISTAS,
8.P.IND.SAN
RAFAEL
29006
MURCI
A
MUR
CIA
RED TECNICA
EUROPEA, S.L.
968/27.1
8.27
968/27.0
2.47
AV. RONDA DE
LEVANTE, 43, BJO.
30008
290
PAMPL
ONA
NAV
ARRA
INFORMÉTRICA
IRUÑA , S.L.
948/27.9
8.12
948/27.9
2.89
ERMITAGAÑA, 1
BAJOS
31008
VIGO
PONT
EVED
RA
SERVICIOS
INFORMÁTICOS DEL
ATLÁNTICO S.L
986/26.6
2.80
986/28.1
3.83
C/ PÁRROCO
JOSÉ OTERO, 3
36206
SALAM
ANCA
SALA
MAN
CA
EPROM-1
923/18.5
8.28
923/18.6
9.98
C/
GUADALAJARA,
9-11
37003
SEVILL
A
SEVIL
LA
AMJ TECNOLAN, S.L.
95/491.5
7.91
95/491.5
2.14
AV.CJAL.ALBERTO
JNEZ.BEC.,6,AC. D
41009
SEVILL
A
SEVIL
LA
AVITELSAT SEVILLA
95/492.3
3.93
95/463.5
8.73
C/ ESPINOSA Y
CARCEL 31
41005
TARRA
GONA
TARR
AGO
NA
TGI (TECNOLOGIA I
GESTIÓ INFORM. S.L.)
977/23.5
6.11
977/21.2
5.12
AV. FRANCESC
MACIÀ, 8 D
BAIXOS
43002
VALEN
CIA
VALE
NCIA
ATRON INGENIEROS
S.A.
96/385.0
0.00
96/384.9
2.07
C/ HÉROE ROMEU,
8B
46008
VALEN
CIA
VALE
NCIA
GINSA
INFORMÁTICA S.A.
96/362.2
1.15
96/393.2
6.96
C/ ERNESTO
FERRER, 16 B
46021
VALLA
DOLID
VALL
ADO
LID
VIG* PRINT
983/20.7
6.12
983/30.9
5.05
BAILARÍN VICENTE
ESCUDERO, 2
47005
BILBAO
VIZC
AYA
DATA SERVICE, S.L.
94/446.7
9.86
94/446.7
9.87
C/ MATICO,29
48007
BILBAO
VIZC
AYA
ATME BILBAO
94/441.9
1.98
94/427.6
3.12
C/ RODRÍGUEZ
ARIAS, 69-71 GC
48013
ZARAG
OZA
ZARA
GOZ
A
OFYSAT, S.L.
976/30.4
0.10
976/32.0
3.73
C/ ANTONIO
SANGENÍS, 16
50050
ZARAG
OZA
ZARA
GOZ
A
INSTRUMENTACIÓN
Y COMPONENTES
S.A.
976/01.3
3.00
976/01.0
9.77
ED.EXPO
ZARAGOZA,CRTA.
MADRID,S/N
KM.315, N-3, PTA. 1
50014
United Kingdom
EPSON (UK) Ltd.
Campus 100, Maylands Avenue,
Hemel Hempstead, Hertfordshire HP2 7TJ
United Kingdom
Tel.: +44 (0) 1442 261144
291
Fax: +44 (0) 1422 227227
www.epson.co.uk
Stylus Products Warranty & Support
08705 133 640
Scanner Products Warranty & Support
08702 413 453
Sales
0800 220 546
Republic of Ireland
Stylus Products Warranty & Support
01 679 9016
Other Products Warranty & Support
01 679 9015
Sales
1 800 409 132
www.epson.co.uk
Italy
EPSON Italia s.p.a.
Viale F.lli Casiraghi, 427
20099 Sesto San Giovanni (MI)
Tel.: 02.26.233.1
292
Fax: 02.2440750
Assistenza e Servizio Clienti
TECHNICAL HELPDESK
02.29400341
www.epson.it
ELENCO CENTRI ASSISTENZA AUTORIZZATI EPSON
AEM SERVICE S.R.L.
DATA SERVICE S.R.L.
Via Verolengo, 20
Via S. Allende, 22a
QUICK COMPUTER
SERVICE
00167 ROMA
Tel : 06-66018020
50018 SCANDICCI
(FI)
Viale Louise Pasteur,
23 a/b/c
Fax : 06-66018052
Tel : 055-250752
70124 BARI
Fax : 055-254111
Tel : 080-5044351
Fax : 080-5618810
A.T.E.S.
ELETTRONICA S.R.L.
ELECTRONIC
ASSISTANCE CENTRE
QUICK COMPUTER
SERVICE
Via Lulli, 28/b
Via Bazzini, 17
Via P. Manerba, 12
10148 TORINO
20131 MILANO
71100 FOGGIA
Tel : 011-2202525
Tel : 02-70631407
Tel : 0881-331123
Fax : 011-2204280
Fax : 02-70631301
Fax : 0881-339133
A.T.S. S.N.C.
ELETTRONICA
CAROLINA ALOISIO
& C. S.A.S.
RAVEZZI ANGELO
HARDWARE SERVICE
47037 RIMINI
40127 BOLOGNA
Via Generale
Arimondi, 99
Tel : 051-515313
90143 PALERMO
Fax : 051-513241
Tel : 091-308118
Via della
Repubblica, 35
a/b/c
Via Avogadro, 6/10
Tel : 0541-373686
Fax : 0541-374844
Fax : 091-6263484
A.T.S. S.N.C.
GSE S.R.L.
Via Carbonia, 14
Via Rimassa, 183r
09125 CAGLIARI
13129 GENOVA
Tel : 070-657955
Tel : 010-5536076
Fax : 070-659755
Fax : 010-5536113
REGA ELETTRONICA
S.N.C.
Via Gentileschi,
25/27
56123 PISA
Tel : 050-560151
Fax : 050-560135
293
C.A.M.U. S.N.C.
HARD SERVICE S.R.L.
Via Grandi, 4
Z.A.3 Via del
progresso, 2
33170 PORDENONE
Tel : 0434-572949
Fax : 0434-573005
35010 PERAGA DI
VIGONZA (PD)
S.T.E. S.N.C. di
Ciarrocchi A.& C.
Via Settimo Torinese,
5
Tel : 049-8933951
65016
MONTESILVANO (PE)
Fax : 049-8933948
Tel : 085-4453664
Fax : 085-4456860
COMPUTER LAB
S.N.C.
INFORMAINT S.N.C.
TECMATICA S.R.L.
Via Prunizzedda, 94
Via S. Bargellini, 4
Via Quaranta, 29
07100 SASSARI
00157 ROMA
20141 MILANO
Tel / Fax: 079-290953
Tel : 06-4395264
Tel : 02-5391224
Fax : 06-43534628
Fax : 02-5695198
COMPUTER LAB
S.N.C.
JAM S.R.L.
TECNOASSIST S.N.C.
Piazza Principale, 9
Via Roma, 44/d
Via Pelizza da
Volpedo, 1
39040 ORA* AUER
(BOLZANO)
22046 MERONE
(CO)
20092 CINISELLO
BALSAMO (MI)
Tel : 0471-810502
Tel : 031-618605
Fax : 0471-811051
Fax : 031-618606
LYAN S.N.C.
TECNOASSIST S.N.C.
Via Vercelli, 35 S.S.
230
Via C. Cattaneo, 9
Tel : 02-6174175
Fax : 02-6127926
COMPUTER LAB
S.N.C.
Via F.lli Calvi, 4
Tel : 035-4243216
13030 VERCELLI Loc.
Caresanablot
Fax : 035-238424
Tel : 0161/235254
24122 BERGAMO
21013 GALLARATE
(VA)
Tel : 0331-791560
Fax : 0331-793882
Fax : 0161/235255
COMPUTER SERVICE
2 S.N.C.
MEDIEL S.N.C.
TECNOASSIST S.N.C.
Via Ugo Bassi, 34
Via F.lli Rosselli 20
Via Divisione Acqui,
70
98123 MESSINA
20016 PERO - Loc.
Cerchiate (MI)
25127 BRESCIA
Tel : 090-695962 /
695988
Tel : 030-3733325
Fax : 090-694546
Tel : 02-33913363
Fax : 02-33913364
Fax: 030-3733130
294
COMPUTER SERVICE
2 S.N.C.
MEDIEL S.N.C. filiale
di Catania
TECNO STAFF S.R.L.
Via V.Guindani, 10
Via Novara, 9
00199 ROMA
26100 CREMONA
95125 CATANIA (CT)
Tel : 06-8606173
Tel/Fax : 0372-435861
Tel : 095-7169125
Fax : 06-86200117
Via Vivaldi, 19
Fax : 095-7160889
TECNO STAFF S.R.L.
COMPUTER SERVICE
2 S.N.C.
MICROTECNICA
S.N.C.
Via P. Savani, 12/C
Via Lepanto, 83
43100 PARMA
80125 NAPOLI
Tel : 0521-941887
Tel : 081-2394460
06087 PONTE
S.GIOVANNI (PG)
Fax : 0521-940757
Fax : 081-5935521
Tel : 075-5997381
Via A.Manzoni,
263/265
Fax : 075-5999623
COMPUTER SERVICE
2 S.N.C.
PRINTER SERVICE
S.R.L.
TUSCIA TECNO STAFF
S.R.L.
Via Mantovana,
127/D
Via U. Boccioni,
25/27
Via Cardarelli, 14
37137 VERONA
Tel : 0761-270603
Tel : 045/8622929
88048 S.Eufemia
LAMEZIA TERME (CZ)
Fax : 045/8625007
Tel : 0968-419276
01100 VITERBO
Fax : 0761-274594
Fax : 0968-419109
CONERO DATA
S.A.S.
Via della
Repubblica, 7
60020 SIROLO (AN)
Tel/Fax :
071-9331175
QUAIZ S.N.C.
Via San Paolo, 5/h
Loc. Badia a Settimo
50018 SCANDICCI
(FI)
Tel : 055-720561
Fax : 055-720180
Portugal
EPSON Portugal, S.A.
Rua do Progresso, 471 - 1º - Perafita - Apartado 5132
4458 - 901 Perafita Codex
Tel.: 22.999.17.00
295
Fax: 22.999.17.90
TECHNICAL HELPDESK
808 200015
www.epson.pt
Austria
ASC Buromaschinen GmbH
Kettenbruckengasse 16
1052 Wien
Tel. 01 / 58966-0
Fax. 01/ 5867726
www.artaker.com
Netherlands
CARD IS B.V.
Ambachsweg
3606 AP Maarssen
Belgium
MDR (ARC)
H. Dom. Saviolaan 8
1700 Dilbeek
Denmark
Warranty & Support
296
80 88 11 27
Sales
38 48 71 37
www.epson.dk
Finland
Warranty & Support
0800 523 010
Sales
(09) 8171 0083
www.epson.fi
Croatia
RECRO d.d.
Trg Sportova 11
10000 Zagreb
Tel.: 00385 1 3650774
Fax: 00385 1 3650798
Email: servis@recro.hr
epson@recro.hr
Macedonia
DIGIT COMPUTER ENGINEERING
3 Makedonska brigada b.b
297
upravna zgrada R. Konkar 91000 Skopje
Tel.: 00389 91 463896 oppure
00389 91 463740
Fax: 00389 91 465294
E-mail: digits@unet.com.mk
REMA COMPUTERS
Str. Kozara, 64-B-111000 Skopje
Tel.: 00389 91 118 159 oppure
00389 91 113 637
Fax: 00389 91 214 338
E-mail: slatanas@unet.com.mk oppure
rema@unet.com.mk
Slovenia
REPRO LJUBLJANA d.o.o.
Smartinska 106
1000 Ljubljana
Tel.: 00386 1 5853417
Fax: 00386 1 5400130
E-mail: bojan.zabnikar@repro.si
298
Luxemburg
MDR (ARC)
H. Dom. Saviolaan 8
1700 Dilbeek
Switzerland
Moosacherstrasse 6, Au, 8820 Wadenswil
Tel. 01/7822111
www.excom.ch
Hungary
R.A. Trade Kft.
Petöfi Sandor u. 64
H-2040 Budaör
Tel.: 0036.23.415.317
Fax: 0036.23.417.310
Slovac Republic
Print Trade spol. s.r.o.
Cajkovskeho 8
SK-98401 Lucenec
Tel.: 00421.863.4331517
Fax: 00421.863.4331081
Email: Prntrd@lc.psg.SK
www.printtrade.sk
299
Czek. Republic
EPRINT s.r.o.
Stresovicka 49
CZ-16200 Praha 6
Tel. :00420.2.20180610
Fax:00420.2.20180611
Email: eprint@mbox.vol.cz
Norway
Warranty & Support
800 11 828
Sales
23 16 21 24
www.epson.no
Sweden
Warranty & Support
08 445 12 58
Sales
08 519 92 082
www.epson.se
Yugoslavia
BS PPROCESOR d.o.o.
300
Hazdi Nikole Zivkovica 2
Beograd-F.R.
Tel.: 00381 111 328 44 88
Fax: 00381 11 328 18 70
E-mail: vule@bsprocesor.com;
goran@bsprocesor.com
gorangalic@sezampro.yu
Greece
POULIADIS ASSOCIATES CORP.
142, Sygrou Avenue
176 71 Athens
Tel.: 0030 1 9242072
Fax: 0030 1 9241066
E-mail: k.athanasiadis@pouliadis.gr
Turkey
ROMAR PAZARLAMA SANAYI
VE TICARET A.S.
Rihtim Cad. Tahir Han No. 201
Karaköy 80030 Istanbul
Tel.: 0090 212 252 08 09 (ext:205)
Fax: 0090 212 252 08 04
301
E-mail: zozenoglu@romar.com.tr
PROSER ELEKTRONIK SANAYI
VE TICARET LIMITEDN SIRKETI
Inönü Caddesi,
Teknik Han, No 72 Kat 3,
Gümüssuyü Istanbul
Tel.: 0090 212 252 15 75
Fax: 0090 212 244 54 79
Email: okyay@turk.net
DATAPRO BILISIM HIZMETLERI
SAN VE TICARET LTD.STI
Gardenya Plaza 2,
42-A Blok Kat:20 Atasehir Istanbul
Tel.: 0090 216 4554770
Fax: 0090 216 4554766
E-mail: cem.kalyoncu@datapro.com.tr
Cyprus
INFOTEL LTD.
CTC House
Athalassa P.O.BOX 16116 2086 Nicosia CYPRUS
Tel.: 00357 2 573310
302
Fax: 00357 2 487784
E-mail: yannis.k@infotel.com.cy;
george.p@infotel.com.cy
Poland
FOR EVER Sp. z.o.o.
Ul. Frankciska Kawy 44
PL- 01-496 Warszawa
Tel.: 0048.22.638.9782
Fax: 0048. 22.638.9786
Email: office@for-ever.com.pl
Bulgaria
PROSOFT
6. Al Jendov Str.
BG-1113 Sofia
Tel.: 00359.2.730.231
Fax: 00359.2.9711049
Email: Prosoft@internet-BG.BG
Romania
MB Distribution S.R. L.
162, Barbu Vacarescu Blvd. Sector 2
RO-71422 Bucharest
303
Tel.: 0040.1.2300314
Fax: 0040.1.2300313
Email: office@mbd-epson.ro
Estonia
Kulbert Ltd.
Saeveski 2
EE-0012 Tallinn
Tel.: 00372.6.722299
Fax: 00372-6-722349
CHS Eesti AS
Pärnu mnt. 142a
EE-11317 Tallinn
Tel.: (372)6504900
Fax.: (372)650 4916
www.chs.ee
Latvia
Sim.S.S Jsc
Basteja boulv. 14
LV-1602 Riga
Tel.: 00371.7.280380
Fax: 00371.7.820175
304
Email: KVV@Simss.lanet.LV
Soft-Tronik Riga Ltd.
Terbatas 78
LV-1001 Riga
Tel.: 00317.2.292943
Fax: 00317.7.310169
Email: info@soft-tronik.lv
CHS Riga
Kalnciema 12a
LV-1084 Riga
Tel.: (371) 7602051
Tel.: (371) 7613887
Lithuania
Baltic Amadeus
Akademijos 4
LT-2600 Vilnius
Tel.: 00370.2.729913
Fax: 00370.2.729909
Email: Viktoras@Ktl.mii.LT
Intac Ltd.
Jasinskio 15
305
LT-2600 Vilnius
Tel.: 00370.2.223623
Fax: 00370.2.223620
Email: info@intac.lt
www.intac.lt
Israel
Warranty & Support
04 8 560 380
www.epson.com
Middle East
Warranty & Support
+ 971 (0) 4 352 44 88 or 351 77 77
www.epson.com
Email Warranty & Support:
www.epson-support@compubase.co.ae
South Africa
Warranty & Support
(011) 444 8278 / 91 or 0800 600 578
For details of EPSON Express centres and Service Repair centres
http://www.epson.co.za/support/index.htm
Sales
306
(011) 262 9200 or 0800 00 5956
www.epson.co.za/
Bosnia Herzgovina
RECOS d.o.o.
Vilsonovo setaliste 10
71000 Sarajevo
Tel.: 00387 33 657 389
Fax: 00387 33 659 461
E-mail: recos@bih.net.ba oppure
edin@recos.ba
Argentina
EPSON ARGENTINA S.A.
Avenida Belgrano 964/970
(1092), Buenos Aires
Tel.: (54 11) 4346-0300
Fax: (54 11) 4346-0333
www.epson.com.ar
Brazil
EPSON DO BRASIL LTDA.
Av. Tucunaré, 720 Tamboré Barueri,
São Paulo, SP 06460-020
307
Tel.: (55 11) 7296-6100
Fax: (55 11) 7295-5624
www.epson.com.br
Chile
EPSON CHILE, S.A.
La Concepción 322
Providencia, Santiago
Tel.: (56 2) 236-2453
Fax: (56 2) 236-6524
www.epson.cl
Colombia
EPSON COLOMBIA, LTDA.
Diagonal 109 No. 15-49
Bogotá, Colombia
Tel.: (57 1) 523-5000
Fax: (57 1) 523-4180
www.epson.com.co
Costa Rica
EPSON COSTA RICA, S.A
Embajada Americana, 200 Sur y 300 Oeste
San José, Costa Rica
308
Tel.: (50 6) 296-6222
Fax: (50 6) 296-6046
www.epsoncr.com
Mexico
EPSON MÉXICO, S.A. de C.V.
Av. Sonora #150
México, 06100, DF
Tel.: (52 5) 211-1736
Fax: (52 5) 533-1177
www.epson.com.mx
Peru
EPSON PERÚ, S.A.
Av. Del Parque Sur #400
San Isidro, Lima, Perú
Tel.: (51 1) 224-2336
Fax: (51 1) 476-4049
www.epson.com
Venezuela
EPSON VENEZUELA, S.A.
Calle 4 con Calle 11-1
La Urbina Sur Caracas, Venezuela
309
Tel.: (58 2) 240-1111
Fax: (58 2) 240-1128
www.epson.com.ve
USA (Latin America)
EPSON LATIN AMERICA
6303 Blue Lagoon Dr., Ste. 390
Miami, FL 33126
Tel.: (1 305) 265-0092
Fax: (1 305) 265-0097
USA
EPSON AMERICA, INC
3840 Kilroy Airport Way
Long Beach, CA 90806
Tel.: (1 562) 981-3840
Fax: (1 562) 290-5051
www.epson.com
310
Index
A
Advanced Photo, 161
Afdrukken in de achtergrond, 179
Afdrukkwaliteit (instelling)
Macintosh, 162
Windows, 102
Afdruksnelheid, 126
Auto Cut
Macintosh, 171
Windows, 111
Auto Rotate
Macintosh, 170
Windows, 110
C
Cartridges, 36, 215
ColorSync (instelling), 161
Configuratie-instellingen, 178
Contact opnemen met EPSON, 278
D
Dialoogvenster voor de lay-out, 173
Dik papier, 206
DMA-overdracht, 129
Dubbele papierrolhouder, 189
E
EPSON Monitor3, 180
EPSON Spool Manager, 121
EPSON StatusMonitor
Macintosh, 173, 176
Windows, 113, 122
F
Foutindicatie, 253
311
G
Geavanceerde instellingen
Macintosh, 162
Windows, 101
H
Houder
papierrol plaatsen, 188
papierrol verwijderen, 190
plaatsen en verwijderen, 191
Hulp inroepen, 278
Hulpprogramma
Printer- en optie-informatie
Macintosh, 174
Windows, 114, 116
Printkop reinigen
Macintosh, 174
Windows, 114
Printkop uitlijnen
Macintosh, 174
Windows, 114
Speed & Progress
Gebruiken, 128
spuitkanaaltjes controleren
Macintosh, 174
Windows, 113
Hulpprogramma’s openen
Macintosh, 175
Windows, 115
I
ICM (instelling), 100
Informatie over afdrukmaterialen, 187
Informatie over de cartridgeopties
Macintosh, 177
Windows, 116
Informatie over zwarte inkt
Macintosh, 177
Windows, 116
Inktopties
Macintosh, 162
Windows, 102
312
Instelling bij Media Type
Macintosh, 156
Windows, 96
Interfacekaarten, 35
K
Knoppen, 50
L
Lampjes, 52
Losse vellen papier
gebruiken, 201
type afdrukmateriaal, 38
M
Modus Automatic
Macintosh, 160
Windows, 99
Modus Custom
Macintosh, 160
Windows, 100
N
No Margins
Macintosh, 167
Windows, 107
O
Onderhoudscassette, 232
Onderhoudsmodus, 83
On line-Help
Macintosh, 176
Windows, 119
Opties, 33
Orientation
Macintosh, 166
Windows, 107
313
P
Paginascheiding, 201
Macintosh, 171
Windows, 111
Paper Thickness, 78
Papieropvang, 209
Papierrol
laden, 194
type afdrukmateriaal, 38
Papierrolklem, 198
Papierrol laden, 194
PhotoEnhance (instellingen)
Macintosh, 164
Windows, 104
Poortconfiguratie, 132
Printable Area, 18
Macintosh, 166
Windows, 107
Printerdriver
Macintosh, 156
Windows, 96
Printerhulpprogramma's
Macintosh, 173
Windows, 113
Printersoftware
updaten, 149
verwijderen (alleen Windows), 150
Printer vervoeren, 235
Printkop
reinigen, 50
Macintosh, 174
Windows, 114
spuitkanaaltjes controleren
Macintosh, 174
Windows, 113
uitlijnen
Macintosh, 174
Windows, 114
Printkop uitlijnen, 75
Macintosh, 174
Windows, 114
Probleemoplossing, 253
314
R
Resolutie, 17
Roll width, 111
Rolpapier besparen
Macintosh, 172
Windows, 112
S
Schoonmaken
printer, 233
printkop
Macintosh, 174
Windows, 114
SelecType
gebruik, 58
instellingen, procedure, 61
SelecType-menu’s
papierinstellingen, 70
printerinstelling, 63, 63
printerstatus, 63, 68
printkop uitlijnen, 73
snijmechanisme vervangen, 73
Snijmechanisme
vervangen, 228
Speciaal afdrukmateriaal van EPSON, 38, 187
Specificaties
afdrukgebied, 18
cartridges, 26
elektrische, 20
initialisatie, 22
interface, 30
mechanische, 20
Normen en goedkeuringen, 22
omgeving, 21
papier, 23
Spuitkanaaltjespatroon, 73
sRGB (instelling), 100
Statusbericht, 55
Statusblad, 82
Systeemvereisten
Macintosh, 29
Windows, 28
315
T
Tabblad Main, 99
Technische ondersteuning, 278
Text/Graph (instelling)
Macintosh, 161
Windows, 100
U
Utility
Speed & Progress, 117
V
Verbruiksmaterialen, 35
Verkleinen/vergroten (instelling), 112
Vervangen
Onderhoudscassette, 232
Zwarte cartridges, 219
Vervangen van de zwarte inkt, 219
Voortgangsbalk, 120
316
Was this manual useful for you? yes no
Thank you for your participation!

* Your assessment is very important for improving the work of artificial intelligence, which forms the content of this project

Download PDF

advertising