Nederlands, 1.0 MB

Nederlands, 1.0 MB
2 063 145-Ed. 03 / 2010-07-Wilo
Wilo-Economy
Wilo-Comfort, -Comfort-N
Wilo-Vario
D
Einbau- und Betriebsanleitung
F
Notice de montage et de mise en service
GB
Installation and operating instructions
NL
Inbouw- en bedieningsvoorschriften
Fig. 1a:
Fig. 1b:
Fig. 1c:
Fig. 2a:
12b
8
9
12a
9
13
14
Fig. 2b:
C
A
B
Fig. 3:
Fig. 4:
15
13
9
14
15a
15b
Fig. 5:
Fig. 6:
Fig. 7a:
B
A
C
Fig. 7b:
Fig. 9:
C
A
B
D
Fig. 8:
sw
bl
br
Schaltbild
29a
sw - bl Öffner
sw - br Schließer
Fig. 10:
33
Nederlands
Inbouw- en bedieningsvoorschriften
(DEA)
Legenda's bijWilo-drukverhogingsinstallaties
de afbeeldingen:
Fig. 1a Voorbeeld DEA met MHI-pompen en
schakeltoestel ER
Fig. 1b Voorbeeld DEA met MVISE en schakeltoestel VR
Fig. 1c
Voorbeeld DEA met MVI en schakeltoestel CC
(standtoestel SG)
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
Pompen
Regelsysteem
Fundatieplaat
Toevoerverzamelleiding
Drukverzamelleiding
Afsluitarmatuur
Terugslagklep
Membraandrukvat met doorstromingsarmatuur
Druksensor/manometer
Standconsole
Droogloopbeveiliging (WMS) optioneel
Fig. 2a Montageset druksensor en membraandrukvat
8
9
12
12a
13
14
Membraandrukvat
Manometer
Druksensor
Elektrische aansluiting, druksensor
Leegmaken/ontluchting
Afsluitkraan
Fig. 4
Montageset droogloopbeveiliging (WMS)
13
14
15
15 A
Leegmaken/ontluchting
Afsluitkraan
Drukschakelaar
Instelling drukschakelaar
Fabrieksinstelling:
AAN 1,3 bar/UIT 1,0 bar
Draaiing rechtsom (+) schakelpunten
verhogen
Draaiing linksom (-) schakelpunten verlagen
Schakelverschil (0,3 bar blijft behouden!)
Aansluiting in het regelsysteem
(zie aansluitschema)
15b
Fig. 5
Voorbeeld van directe aansluiting
(hydraulisch schema)
Fig. 6
Voorbeeld van indirecte aansluiting
(hydraulisch schema)
16
17
Aansluitingen verbruikers vóór de DEA
Membraandrukvat aan de einddrukzijde met
bypass
Aansluitingen verbruikers achter de DEA
Ontwateringsaansluiting voor installatiespoeling
DEA met 4 pompen
Membraandrukvat aan de toevoerzijde met bypass
Drukloze breektank aan de toevoerzijde
Spoelinrichting voor toevoeraansluiting van de
breektank
Bypass voor inspectie/onderhoud
(niet permanent geïnstalleerd)
18
19
20
21
22
34
Fig. 2b Bediening doorstromingsarmatuur/drukcontrole membraandrukvat
35
A
B
C
Openen/sluiten
Leegmaken
Voorpersdruk controleren
Fig. 7a
Montage: trillingsdemper en compensator
A
Fig. 3
Aanwjizingentabel stikstofdruk membraandrukvat (voorbeeld)
a
b
c
d
e
Stikstofdruk volgens de tabel
Inschakeldruk basislastpomp in bar PE
Stikstofdruk in bar PN2
Stikstofmeting zonder water
Opgelet! Alleen stikstof bijvullen
Trillingsdemper in daarvoor bestemde schroefdraaddelen schroeven en met contramoer vastmaken
Compensator met lengtebegrenzers (toebehoren)
Bevestiging van de leiding volgens DEA,
bijv. met buisklem (niet inbegrepen)
B
C
Fig. 7b Montage: flexibele aansluitleidingen
A
B
C
D
52
Bodembevestiging, geïsoleerd van contactgeluid
(niet inbegrepen)
Compensator met lengtebegrenzers (toebehoren)
Bevestiging van de leiding volgens DEA,
bijv. met buisklem (niet inbegrepen)
Draadkleppen (toebehoren)
WILO SE 07/2010
Nederlands
Fig. 8
Afsteuning van de verzamelleiding door middel
van trillingsdemper
Fig. 9
Breektank (voorbeeld)
23
24
Toevoer met vlotterkraan (toebehoren)
Ventilatie en ontluchting met bescherming tegen
insecten
Inspectieopening
Overloop
Op voldoende afvoer letten. Sifon of klep als
bescherming tegen insecten plaatsen. Geen
directe verbinding met het riool
(vrije uitloop conform EN1717)
Leging
Tappen (aansluiting voor DEA)
Signaalsensor voor droogloop met klemmenkast
Schakelschema
bl = blauw
sw - bl = verbreekcontact
br = bruin
sw - br = maakcontact
sw = zwart
Aansluiting voor spoelinrichting, toevoer
Niveau-indicatie
25
26
27
28
29
29a
30
31
Inbouw- en bedieningsvoorschriften Wilo-DEA
Fig. 10 Ontwateringsleiding voor spoeling
33
Aanwijzing:
Ontwateringsleiding
nominale doorlaat = nominale doorlaat van de
pompaansluiting resp. een nominale doorlaat kleiner dan nominale doorlaat van de pompaansluiting
Als aan de einddrukzijde een membraandrukvat
aangebracht is, moet de ontwatering direct achter
het membraandrukvat geplaatst worden.
53
Nederlands
1 Algemeen
Inbouwen bedieningsvoorschriften
Inbouw en inbedrijfname alleen door
vakpersoneel!
1.1 Betreffende dit document
De inbouw- en bedieningsvoorschriften maken
deel uit van het product. Zij dient altijd in de buurt
van het product aanwezig te zijn. Het naleven van
deze instructie is dan ook een vereiste voor een
juist gebruik en de juiste bediening van het product.
De inbouw- en bedieningsvorschriften stemmen
overeen met de uitvoering van het apparaat en
alle van kracht zijnde veiligheidstechnische normen op het ogenblijk van het ter perse gaan.
2 Veiligheid
Deze gebruikshandleiding bevat basisrichtlijnen die
bij de montage en bij de bediening dienen te worden nageleefd. De gebruikshandleiding dient dan
ook vóór de montage en de ingebruikname door
de monteur en de gebruiker te worden gelezen.
Niet alleen de algemene veiligheidsinstructies in
de paragraaf "Veiligheid" moeten in acht worden
genomen, ook de specifieke veiligheidsinstructies
in volgende paragrafen, aangeduid met een gevarensymbool.
2.1 Aanduiding van aanwijzingen in de
gebruikshandleiding
Symbool:
Algemeen gevarensymbool
Gevaar vanwege elektrische spanning
AANWIJZING.
Signaalwoorden:
GEVAAR!
Acuut gevaarlijke situatie.
Het niet naleven leidt tot de dood of tot zeer
zware verwondingen.
WAARSCHUWING!
De gebruiker kan (zware) verwondingen oplopen.
”Waarschuwing” betekent dat (ernstige) persoonlijke schade waarschijnlijk is wanneer de
aanwijzing niet wordt opgevolgd.
VOORZICHTIG!
Het gevaar bestaat dat de pomp/installatie
beschadigd wordt. ”Voorzichtig” heeft betrekking op mogelijke materiële schade bij het niet
opvolgen van de aanwijzing.
AANWIJZING:. Een nuttige aanwijzing voor het in
goede toestand houden van het product. De
aanwijzing vestigt de aandacht op mogelijke
problemen.
54
2.2 Personeelskwalificatie
Het montagepersoneel dient de voor de werkzaamheden vereiste kwalificaties te bezitten.
2.3 Gevaren bij de niet-naleving van de
veiligheidsaanwijzingene
Het niet opvolgen van de veiligheidsrichtlijnen kan
leiden tot gevaar voor personen en voor de pomp/
installatie. Het niet opvolgen van de veiligheidsrichtlijnen kan leiden tot het verlies van elke aanspraak op schadevergoeding.
Meer specifiek kan het niet opvolgen van de veiligheidsrichtlijnen bijvoorbeeld de volgende gevaren inhouden:
• Verlies van belangrijke functies van de pomp/
installatie,
• Voorgeschreven onderhouds- en reparatieprocédés die niet uitgevoerd worden,
• Gevaar voor personen door elektrische, mechanische en bacteriologische werking,
• Materiële schade.
2.4 Veiligheidsaanwijzingen voor de gebruiker
De bestaande voorschriften betreffende het
voorkomen van ongevallen dienen te worden
nageleefd.
Gevaren verbonden aan het gebruik van elektrische energie dienen te worden vermeden. Instructies van plaatselijke of algemene voorschriften
[bijv. IEC en dergelijke], alsook van het plaatselijke
energiebedrijf, dienen te worden nageleefd.
2.5 Veiligheidsaanwijzingen voor inspectie- en
montagewerkzaamheden
De gebruiker dient er voor te zorgen dat alle
inspectie- en montagewerkzaamheden worden
uitgevoerd door bevoegd en bekwaam vakpersoneel, dat door het bestuderen van de gebruikshandleiding voldoende geïnformeerd is.
Werkzaamheden aan de pomp/installatie mogen
uitsluitend worden uitgevoerd als deze buiten
bedrijf is.
2.6 Eigenmachtige ombouw en vervaardiging van
reserveonderdelen
Wijzigingen aan de pomp/installatie zijn alleen
toegestaan na duidelijke afspraken hierover met
de fabrikant. Originele onderdelen en door de
fabrikant toegestane hulpstukken komen de veiligheid ten goede. Bij gebruik van andere onderdelen kan de aansprakelijkheid van de fabrikant voor
daaruit voortvloeiende gevolgen vervallen.
2.7 Ongeoorloofde gebruikswijzen
De bedrijfszekerheid van de geleverde pomp/
installatie is alleen gewaarborgd bij correct
gebruik in overeenstemming met hoofdstuk 4 van
de gebruikshandleiding. De in de catalogus/het
gegevensblad aangegeven boven- en ondergrenswaarden mogen in geen geval worden overschreden.
WILO SE 07/2010
Nederlands
3 Transport en opslag
De drukverhogingsinstallatie wordt geleverd op
een pallet, op transportplanken of in een transportkist en is door folie beschermd tegen vocht en
stof. Houd u aan de op de verpakking aangebrachte aanwijzingen voor het transport en de
opslag.
VOORZICHTIG! Gevaar voor materiële schade!
Het transport dient met goedgekeurde hijswerktuigen uitgevoerd te worden. Let erop dat
deze stevig staan, vooral omdat het zwaartepunt zich, vanwege de constructie van de pompen, naar het bovenste gedeelte verplaatst
(topzwaar!). Transportbanden of kabels dienen
aan de beschikbare transportogen vastgemaakt
of om het basisframe heen gelegd te worden. De
leidingen zijn niet geschikt voor belastingen en
mogen ook niet als aanslag voor het transport
gebruikt worden.
VOORZICHTIG! Gevaar voor lekkage!
Belastingen van de leidingen tijdens het transport kunnen tot lekkage leiden!
Raadpleeg het meegeleverde opstellingsschema
of de overige documentatie voor de transportmaten, gewichten en vereiste invoeropeningen resp.
vrije transportvlakken van de installatie.
VOORZICHTIG! Gevaar voor materiële schade!
De installatie dient door middel van geschikte
maatregelen tegen vocht, vorst, hitte en
mechanische beschadigingen beschermd te
worden!
Als u bij het uitpakken van de drukverhogingsinstallatie en het meegeleverde toebehoren
schade aan de verpakking constateert die veroorzaakt kan zijn door een val o.i.d.:
• De drukverhogingsinstallatie resp. het toebehoren
zorgvuldig op mogelijke gebreken controleren.
• Indien nodig, de leverancier (het vervoersbedrijf)
of de Wilo-servicedienst op de hoogte stellen,
ook als eerst geen schade geconstateerd kon worden.
Na verwijdering van de verpakking de installatie
conform de beschreven opstellingsvoorwaarden
(zie paragraaf Opstelling/installatie) opslaan resp.
monteren.
Inbouw- en bedieningsvoorschriften Wilo-DEA
4 Toepassing
•
•
•
•
Drukverhogingsinstallaties (hierna DEA genoemd)
worden gemaakt voor grotere watervoorzieningssystemen om de druk te verhogen en op een
bepaald niveau te houden. Zij worden gebruikt als:
Tapwatervoorzieningsinstallaties, vooral in woonflats, ziekenhuizen, kantoren en industriegebouwen die qua opbouw, functie en vereisten aan de
volgende normen en richtlijnen voldoen:
• DIN1988
• DIN2000
• EU-richtlijn 98/83/EG
• Wetgeving inzake tapwater - TrinkwV2001
• DVGW-richtlijnen
Industriële watervoorzienings- en koelsystemen
Bluswatervoorzieningsinstallaties
Irrigatie- en beregeningsinstallaties
De automatisch geregelde meerpompsinstallaties
worden direct (direct aangesloten) of indirect
(indirect aangesloten) via een breektank gevoed
uit het openbare waterleidingnet. Deze breektanks zijn gesloten en drukloos. D.w.z. dat zij
onder atmosferische druk staan.
55
Nederlands
5 Productgegevens
5.1 Type-aanduiding
Bijv.: CO-2 MHI 4 05/ER-EB
CO
2
MHI
4
05
ER
EB
COmpact-drukverhogingsinstallatie
Aantal pompen
Serieaanduiding pompen (zie meegeleverde documentatie bij de pompen)
Nominaal debiet Q
[m3/h] (2-pol. uitv./50 Hz)
Aantal trappen van de pompen
Regelsysteem, hier Economy Regelaar
Extra aanduiding,
hier bijv. European Booster
Bijv.: CO [R]-3 MVI S 8 04/CC-EB
CO
[R]
3
MVI
S
8
04
CC
EB
COmpact-drukverhogingsinstallatie
Regeling van ten minste één pomp door
frequentie-omvormer
Aantal pompen
Serieaanduiding pompen (zie meegeleverde documentatie bij de pompen)
Natlopermotor
Nominaal debiet Q
[m3/h] (2-pol. uitv./50 Hz)
Aantal trappen van de pompen
Regelsysteem, hier Comfort-Controller
Extra aanduiding,
hier bijv. European Booster
Bijv.: CO-6 Helix V 36 02/2/CC
CO
3
Helix V
36
02
2
CC
COmpact-drukverhogingsinstallatie
Aantal pompen
Serieaanduiding pompen (zie meegeleverde documentatie bij de pompen)
Nominaal debiet Q
[m3/h] (2-pol. uitv./50 Hz)
Aantal trappen van de pompen
Aantal gereduceerde trappen
Regelsysteem, hier Comfort-Controller
Bijv.: COR-4 Helix VE 22 03/VR
CO
R
4
Helix VE
22
03
VR
56
COmpact-drukverhogingsinstallatie
Regeling van ten minste één pomp door
frequentie-omvormer
Aantal pompen
Serieaanduiding pompen (zie meegeleverde documentatie bij de pompen)
VE voor Verticale pomp met Elektronische
toerentalregeling
Nominaal debiet Q
[m3/h] (2-pol. uitv./50 Hz)
Aantal trappen van de pompen
Regelsysteem, hier Vario-Regelaar
6 Beschrijving toestel en toebehoren
6.1 Algemene beschrijving
De DEA wordt als compacte installatie met een
compleet buizenstelsel en stekkerklaar geleverd
(uitzondering bij apart standtoestel SG). Alleen de
aansluitingen voor de toevoer- en persleiding en
de elektrische netaansluiting moeten nog tot
stand gebracht worden. Eventueel apart besteld
en meegeleverd toebehoren moet nog gemonteerd worden.
De DEA met normaalzuigende pompen kan zowel
indirect (afbeelding 6 - systeemscheiding door
drukloze breektank) als direct (afbeelding 5 - aansluiting zonder systeemscheiding) op het waternet worden aangesloten. Zelfaanzuigende
pompen mogen alleen indirect (systeemscheiding
door drukloze breektank) op het openbare waternet worden aangesloten. Aanwijzingen over de
gebruikte bouwwijze van de pomp vindt u in de
meegeleverde inbouw- en bedieningsvoorschriften voor de pomp.
Bij het gebruik voor tapwater- en/of bluswatervoorzieningen dienen de overeenkomstige, geldende wettelijke bepalingen en de normen in acht
genomen te worden.
De installaties dienen conform de relevante
bepalingen (in Duitsland conform DIN 1988
(DVGW)) zodanig gebruikt en onderhouden te
worden dat de bedrijfsveiligheid van de watervoorziening altijd gegarandeerd is. Bovendien
mogen noch de openbare watervoorziening
noch andere verbruiksinstallaties nadelig beïnvloed worden.
Voor de aansluiting en de aansluitwijze op openbare waternetten dienen de overeenkomstige,
geldende bepalingen of normen (zie paragraaf 1.1)
in acht genomen te worden, die eventueel door
voorschriften van het waterbedrijf of de verantwoordelijke instanties voor brandveiligheid
aangevuld zijn. Bovendien moeten de plaatselijke
bijzonderheden (bijv. een te hoge resp. sterk
schommelende voordruk, die evt. het inbouwen
van een drukregelaar vereist) in acht genomen
worden.
6.2 Onderdelen van de drukverhogingsinstallatie
(DEA)
De totale installatie is opgebouwd uit drie hoofdonderdelen. Voor de onderdelen/componenten
die belangrijk zijn voor de bediening, zijn bij de
levering aparte inbouw- en bedieningsvoorschriften inbegrepen (zie ook het meegeleverde opstellingsschema).
Mechanische en hydraulische installatiecomponenten (afbeeldingen 1a, 1b en 1c):
De compacte installatie is op een basisframe met
trillingsdempers (3) gemonteerd. Deze bestaat
uit een groep van twee tot zes hogedrukpompen (1) die door middel van een toevoer- (4)
en persverzamelleiding (5) zijn samengebracht.
Op elke pomp is aan de toevoer- en de perszijde
WILO SE 07/2010
Nederlands
steeds een afsluitarmatuur (6) gemonteerd. Aan
de toevoer- of de perszijde bevindt zich een
terugslagklep (7). Op de persverzamelleiding is
een afsluitbare module met druksensor en
manometer (8) alsmede een membraandrukvat
van 8 liter (9) met afsluitbare doorstromingsarmatuur (voor de doorstroming conform
DIN 4807-deel 5) gemonteerd. Op de toevoerverzamelleiding kan als optie een module voor de
droogloopbeveiliging (WMS) (11) gemonteerd
zijn of achteraf gemonteerd worden.
Het regelsysteem (2) is bij kleine tot middelgrote
installaties door middel van een standconsole (10) op het basisframe gemonteerd en
bedrijfsklaar aangesloten op de elektrische componenten van de installatie. Bij installaties met
een groter vermogen is het regelsysteem in een
apart standtoestel SG (afbeelding 1c) ondergebracht. De elektrische componenten zijn reeds
met behulp van de juiste aansluitkabels bekabeld.
Bij het aparte standtoestel SG vindt de uiteindelijke bekabeling bij de klant plaats (zie hiervoor
paragraaf 5.3 en de documentatie die bij het
regelsysteem inbegrepen is). Deze inbouw- en
bedieningsvoorschriften geven slechts een algemene beschrijving van de totale installatie.
Hogedrukpompen (1):
Afhankelijk van de toepassing en de vereiste vermogensparameters worden er verschillende soorten meertraps hogedrukpompen in de DEA
ingebouwd. Het aantal van deze pompen varieert
van twee tot vier (pompen met geïntegreerde frequentie-omvormer) resp. van twee tot zes (pompen zonder geïntegreerde frequentie-omvormer).
De meegeleverde inbouw- en bedieningsvoorschriften geven informatie over de pompen.
Regelsysteem (2):
Voor de aansturing en de regeling van de DEA
kunnen er diverse schakel- en regeltoestellen
ingebouwd en geleverd worden, die in bouwwijze
en comfortniveau van elkaar verschillen. De meegeleverde inbouw- en bedieningsvoorschriften
geven informatie over het regelsysteem dat in
deze DEA is ingebouwd.
•
•
•
•
•
•
Montageset druksensor/membraandrukvat
(afbeelding 2a):
Membraandrukvat (8)
Manometer (9)
Druksensor (12)
Elektrische aansluiting, druksensor (13)
Leegmaken/ontluchting (14)
Afsluitkraan (15)
6.3 Werking van de drukverhogingsinstallatie (DEA)
Wilo-drukverhogingsinstallatiess zijn standaard
met normaalzuigende, meertraps hogedrukpomp
uitgerust. Deze worden via de toevoerverzamelleiding van water voorzien. Bij het gebruik van
zelfaanzuigende pompen of in het algemeen tijdens zuigbedrijf uit lager gelegen tanks dient voor
Inbouw- en bedieningsvoorschriften Wilo-DEA
elke pomp een aparte, vacuüm- en drukvaste
aanzuigleiding met voetventiel geïnstalleerd te
worden. Deze aanzuigleiding dient continu stijgend van de tank naar de installatie te lopen. De
pompen verhogen de druk en transporteren het
water via de persverzamelleiding naar de verbruiker. Hiervoor worden zij in-/uitgeschakeld en
geregeld op basis van het drukniveau. De druksensor meet continu de actuele drukwaarde en zet
deze om in een stroomsignaal dat naar het
gemonteerde regelsysteem gestuurd wordt.
Afhankelijk van de behoefte en het regelingstype
worden de pompen door het regelsysteem in-,
bij- of uitgeschakeld of wordt het toerental van
één of meerdere pompen zodanig gewijzigd dat
het overeenkomt met de ingestelde regelingsparameters (een gedetailleerde beschrijving van het
regelingstype en het regelingsproces vindt u in de
inbouw- en bedieningsvoorschriften van het
regelsysteem).
Het totale debiet van de installatie is over meerdere pompen verdeeld. Het voordeel hiervan is dat
het installatievermogen heel precies aangepast
wordt aan de werkelijke behoefte en dat de pompen steeds in het voordeligste vermogensbereik
draaien. Door dit ontwerp heeft de installatie een
hoog rendement en een zuinig energieverbuik. De
pomp die als eerste start, wordt de basislastpomp
genoemd. Alle andere pompen die nodig zijn om
het bedrijfspunt van de installatie te bereiken,
worden pieklastpomp(en) genoemd. Als de installatie uitgevoerd wordt voor de tapwatervoorziening conform DIN 1988 moet één pomp als
reservepomp werken. Dat betekent dat er bij
maximale aftapping altijd nog één pomp buiten
bedrijf of stand-by is. Om de pompen gelijkmatig
te gebruiken wordt continu van pomp gewisseld
door de regeling. Dat betekent dat de inschakelvolgorde en de toewijzing van de functies basislast-/pieklast- of reservepomp regelmatig
veranderen.
Het gemonteerde membraandrukvat (totale
inhoud ca. 8 liter) heeft een soort bufferfunctie
voor de druksensor en voorkomt dat de regeling
gaat schommelen bij het in- en uitschakelen van
de installatie. Deze zorgt echter ook voor een
geringe aftapping van het water (bijv. bij zeer
kleine lekkage) uit de beschikbare voorraad zonder dat de basislastpomp wordt ingeschakeld.
Daardoor wordt de schakelfrequentie van de
pompen verkleind en is de bedrijfstoestand van de
DEA stabiel.
VOORZICHTIG!
De pompen mogen niet drooglopen om de
mechanische afdichting resp. het glijlager te
beschermen. Droogloop kan lekkage van de
pomp veroorzaken!
Als toebehoren voor de directe aansluiting op het
openbare waternet wordt een droogloopbeveiliging (WMS) (afbeelding 4) aangeboden die de
aanwezige voordruk bewaakt en waarvan het
schakelsignaal door het regelsysteem verwerkt
wordt. Op de toevoerverzamelleiding is hiervoor
standaard een montageklem aangebracht.
57
Nederlands
Bij de indirecte aansluiting (systeemscheiding
door drukloze breektank) dient in de toevoertank
een niveauafhankelijke signaalgever als droogloopbeveiliging aangebracht te worden. Bij het
gebruik van een Wilo-breektank is bij de levering
een vlotterschakelaar inbegrepen. Voor ter
plaatse beschikbare tanks biedt het Wilo-assortiment diverse signaalgevers om achteraf in te bouwen (bijv. vlotterschakelaar WA65 of droogloopelektroden met niveaurelais SK277).
WAARSCHUWING!
Bij tapwaterinstallaties dienen materialen
gebruikt te worden die de waterkwaliteit niet
nadelig beïnvloeden!
6.4 Geluidsgedrag
Zoals beschreven onder punt 1.2.1 worden drukverhogingsinstallaties met verschillende pomptypen en een variabel aantal pompen geleverd. Het
totale geluidsniveau van alle DEA-varianten kan
hier daarom niet aangegeven worden. Met de
geluidswaarde voor een enkelpomp van het geleverde type kan het totale geluidsniveau echter
geschat worden. Raadpleeg hiervoor de geluidswaarden van de enkelpompen in de inbouw- en
bedieningsvoorschriften van de pompen resp. in
de catalogusgegevens bij de pompen.
Voorbeeld (DEA met 5 pompen)
Enkelpomp
5 pompen in totaal
Totaal geluidsniveau =
50
+7
57
dB(A)
dB(A)
dB(A)
...
+3
+4,5
+6
+7
+7,5
...
dB(A)
dB(A)
dB(A)
dB(A)
dB(A)
dB(A)
dB(A)
Berekening
Enkelpomp =
2 pompen in totaal
3 pompen in totaal
4 pompen in totaal
5 pompen in totaal
6 pompen in totaal
Totaal geluidsniveau =
6.5 Leveringsomvang
• Drukverhogingsinstallatie
• Inbouw- en bedieningsvoorschriften van de DEA
• Inbouw- en bedieningsvoorschriften van de pompen
• Inbouw- en bedieningsvoorschriften van het
regelsysteem
• Opleveringsrapport af fabriek (conform
EN10204 3.1.B)
• Evt. opstellingsschema
• Evt. elektrisch schakelschema
• Evt. inbouw- en bedieningsvoorschriften van de
frequentie-omvormer
• Evt. informatieblad over de fabrieksinstelling van
de frequentie-omvormer
• Evt. inbouw- en bedieningsvoorschriften van de
signaalgever
• Evt. reserveonderdelen.
58
6.6 Toebehoren
Het toebehoren moet zo nodig apart besteld worden.
De onderdelen van het Wilo-toebehoren zijn bijv.:
• Open breektank
• Groter membraandrukvat (aan de voordruk- of
perszijde)
• Veiligheidsklep
• Droogloopbeveiliging:
• Droogloopbeveiliging (WMS) (afbeelding 4) bij
toevoerbedrijf (min. 1,0 bar) (afhankelijk van de
order wordt deze bedrijfsklaar op de DEA
gemonteerd)
• Vlotterschakelaar
• Droogloopelelektroden met niveaurelais
• Elektroden voor bedrijf met tank (speciaal toebehoren op verzoek)
• Flexibele aansluitleidingen
• Compensatoren
• Draadflens en -kappen
• Geluidsdempende bekleding (speciaal toebehoren
op verzoek)
7 Installatie
7.1 Plaats van opstelling
• De installatie dient in de technische centrale of in
een droge, goed geventileerde, vorstvrije, aparte
en afsluitbare ruimte opgesteld te worden (vereiste in de norm DIN 1988).
• De bodem van de opstellingsruimte dient voldoende gedraineerd (aansluiting op riool o.i.d.) te
zijn.
• Er mogen geen schadelijke gassen in de ruimte
komen of aanwezig zijn.
• Er dient voor voldoende ruimte bij onderhoudswerkzaamheden gezorgd te worden. De belangrijkste afmetingen vindt u in het meegeleverde
opstellingsschema. De installatie dient van ten
minste twee kanten toegankelijk te zijn.
• Het opstellingsvlak moet horizontaal en vlak zijn.
• De installatie is ontworpen voor een maximale
omgevingstemperatuur van 0 °C tot 40 °C bij een
relatieve luchtvochtigheid van 50 %.
• Het is niet raadzaam om de installatie in de buurt
van woon- en slaapruimten op te stellen en te
gebruiken.
• Om geluidsoverdracht via de constructie te voorkomen en voor de spanningsvrije verbinding met
de voor- en nageschakelde leidingen moeten er
compensatoren met lengtebegrenzers of flexibele
aansluitleidingen worden gebruikt!
WILO SE 07/2010
Nederlands
7.2 Montage
7.2.1 Fundatie/ondergrond
Door de bouwwijze kan de DEA op een vlak gebetonneerde bodem opgesteld worden. Door de
lagering van het basisframe op in hoogte verstelbare trillingsdempers is de installatie geïsoleerd
tegen het geluid van het installatielichaam.
AANWIJZING:
Het is mogelijk dat de trillingsdempers om transporttechnische redenen niet gemonteerd zijn bij
de levering. Zorg er vóór het opstellen van de DEA
voor dat alle trillingsdempers gemonteerd en met
behulp van de contramoeren geborgd zijn (zie ook
afbeelding 7a).
Als op de plaats van opstelling voor extra bodembevestiging gezorgd wordt, dienen er geschikte
maatregelen voor de geluidsisolatie getroffen te
worden.
7.2.2 Hydraulische aansluiting en leidingen
• Bij aansluiting op het openbare tapwaternet dienen de vereisten van het plaatselijke waterbedrijf
in acht genomen te worden.
• De installatie mag pas aangesloten worden als
eerst alle las- en soldeerwerkzaamheden, de vereiste spoeling en de eventuele desinfectie van het
leidingsysteem en de geleverde drukverhogingsinstallatie uitgevoerd zijn (zie punt 5.2.3).
• De leidingen ter plaatse dienen absoluut spanningsvrij geïnstalleerd te worden. Hiervoor worden
compensatoren met lengtebegrenzers of flexibele
aansluitleidingen aanbevolen om te voorkomen
dat de leidingen gespannen worden en om de
overdracht van trillingen, veroorzaakt door de
installatie, op de gebouweninstallatie te minimaliseren. De klemmen van de leidingen mogen niet
op het leidingssysteem van de DEA bevestigd
worden om te voorkomen dat contactgeluid overgedragen wordt op het bouwlichaam (voorbeeld,
zie afbeelding 7).
• De aansluiting hangt af van de plaatselijke
omstandigheden en kan naar keuze rechts of links
van de installatie uitgevoerd worden. Voorgemonteerde blinde flenzen of draadkappen moeten
eventueel verplaatst worden.
• Bij drukverhogingsinstallaties met horizontale
pompen dient vooral de leiding aan de zuigzijde
zodanig afgesteund te worden dat de kantelmomenten, die door de verplaatsing van het zwaartepunt van de installatie kunnen ontstaan, goed
opgevangen worden (zie afbeelding 8).
• De stromingsweerstand van de aanzuigleiding
dient zo klein mogelijk gehouden te worden
(d.w.z. korte leiding, weinig bochten, afsluitarmaturen die groot genoeg zijn). Anders wordt de
droogloopbeveiliging bij een groot debiet door de
hoge drukverliezen geactiveerd (NPSH van de
pomp in acht nemen, drukverliezen en cavitatie
voorkomen).
Inbouw- en bedieningsvoorschriften Wilo-DEA
7.2.3 Hygiëne (TrinkwV 2001)
De ter beschikking gestelde DEA is in overeenstemming met de geldende regels van de techniek, met name de DIN 1988. Zijn juiste werking is
in de fabriek gecontroleerd.
Bij gebruik voor tapwater dient het gehele tapwatervoorzieningssysteem in hygiënisch correcte
toestand aan de exploitant gegeven te worden.
Let hierbij ook op de overeenkomstige voorschriften in de DIN 1988, deel 2, paragraaf 11.2 en het
commentaar bij de DIN.
Dit geldt volgens TwVO § 5, paragraaf 4, ”microbiologische vereisten”, noodzakelijkerwijs voor het
spoelen en onder omstandigheden ook voor het
desinfecteren.
Raadpleeg TwVO § 5 voor de grenswaarden die
aangehouden moeten worden.
WAARSCHUWING!Vervuild tapwater is een
gevaar voor de gezondheid!
Het spoelen van de leidingen en de installatie
verkleint het risico op kwaliteitsvermindering
van het tapwater.
Als de installatie langere tijd stilstaat, dient het
water ververst te worden!
Voor een eenvoudige spoeling van de installatie
raden wij aan om aan de perszijde van de DEA (bij
een membraandrukvat aan de perszijde direct
erachter) vóór de volgende afsluitinrichting een
T-stuk te monteren. De aftakking hiervan, voorzien van een afsluitinrichting, dient tijdens de
spoeling voor het leegmaken in het afvalwatersysteem. Deze moet in overeenkomst met het maximale debiet van een enkelpomp gedimensioneerd
zijn (zie afbeelding 10). Als een vrije uitloop niet
mogelijk is, dienen bijv. bij de aansluiting van een
slang de uitvoeringen van de DIN 1988, deel 5 in
acht genomen te worden.
7.2.4 Droogloopbeveiliging (toebehoren)
• Droogloopbeveiliging monteren:
• Bij directe aansluiting op het openbare waternet: droogloopbeveiliging (WMS) in de daarvoor
bestemde aansluitstukken in de zuigverzamelleiding draaien en afdichten (bij montage achteraf). Vervolgens elektrische verbinding in het
regelsysteem conform inbouw- en bedieningsvoorschriften en schakelschema van het regelsysteem tot stand brengen.
• Bij indirecte aansluiting, d.w.z. voor het bedrijf
met lokaal beschikbare tanks: vlotterschakelaar
zodanig in de tank monteren dat het schakelsignaal ”watergebrek” optreedt als de dalende
waterstand bij ca. 100 mm boven het aftappunt
komt (bij gebruik van breektanks uit het Wiloassortiment is de vlotterschakelaar al op deze
manier geïnstalleerd).
Alternatief: 3 dompelelektroden in de toevoertank installeren.
De plaatsing dient als volgt uitgevoerd te worden:
de eerste elektrode moet als massa-elektrode
vlak boven de bodem van de tank geplaatst
worden (moet altijd ondergedompeld zijn).
59
Nederlands
moet een doorgestroomd membraandrukvat conform DIN4807 gebruikt worden. Voor membraandrukvaten dient eveneens op voldoende ruimte
voor onderhouds- of vervangingswerkzaamheden
gelet te worden.
AANWIJZING:
Membraandrukvaten dienen regelmatig conform richtlijn 97/23/EG gecontroleerd te worden
(in Duitsland moeten bovendien de wetgeving
inzake bedrijfszekerheid §§ 15(5) en 17 alsook
appendix 5 in acht genomen worden).
Voor en achter de tank dient voor de controles,
inspectie- en onderhoudswerkzaamheden steeds
één afsluitarmatuur in de leiding aangebracht te
worden. Speciale aanwijzingen voor het onderhoud en de controle vindt u in de inbouw- en
bedieningsvoorschriften van het betreffende
membraandrukvat.
Als het maximale debiet van de installatie groter is
dan de maximaal aanbevolen doorvoercapaciteit
van het membraandrukvat (zie tabel 1 resp. gegevens op typeplaatje en inbouw- en bedieningsvoorschriften van de tank), dient het debiet
opgedeeld te worden. Dat betekent dat er een
bypass geïnstalleerd moet worden (voorbeelden,
zie schema afbeelding 5 en afbeelding 6). Bij de
dimensionering dienen de betreffende installatieomstandigheden en transportgegevens van de
DEA in acht genomen te worden. Let hierbij op
voldoende doorstroming van het membraandrukvat.
Voor het onderste schakelniveau (watergebrek)
moet de tweede elektrode ca. 100 mm boven
het aftappunt geplaatst worden.
Voor het bovenste schakelniveau (watergebrek
verholpen) moet de derde elektrode minstens
150 mm boven de onderste elektrode aangebracht worden. De elektrische verbinding in het
regelsysteem dient volgens de inbouw- en
bedieningsvoorschriften en het schakelschema
van het regelsysteem tot stand gebracht te
worden.
7.2.5 Membraandrukvat (toebehoren)
Om transporttechnische redenen is het mogelijk
dat het bij de levering van de DEA inbegrepen
membraandrukvat (8 liter) niet gemonteerd
(d.w.z. als extra pakket) meegeleverd wordt. Deze
dient voor de inbedrijfname op de doorstromingsarmatuur gemonteerd te worden (zie afbeelding
2a en 2b).
AANWIJZING:
Let er hierbij op dat de doorstromingsarmatuur
niet verdraaid wordt. De armatuur is goed gemonteerd als het ontluchtingsventiel (zie ook C;
afbeelding 2b) resp. de gedrukte pijlen voor de
stromingsrichting parallel aan de verzamelleiding
lopen.
Indien een extra, groter membraandrukvat geïnstalleerd moet worden, dienen de bijbehorende
inbouw- en bedieningsvoorschriften in acht
genomen te worden. Bij een tapwaterinstallatie
Nom. doorlaat
DN20
DN25
DN32
DN50
DN65
DN80
DN100
Aansluiting
(Rp3/4“)
(Rp1“)
(Rp11/4“)
Flens
Flens
Flens
Flens
Max. debiet (m3/h)
2,5
4,2
7,2
15
27
36
56
Tabel 1
7.2.6 Veiligheidsventiel (toebehoren)
Aan de perszijde dient een goedgekeurd veiligheidsventiel geïnstalleerd te worden, indien de
som van de maximaal mogelijke voordruk en de
maximale transportdruk van de DEA groter kan
zijn dan de toelaatbare bedrijfsoverdruk van een
geïnstalleerde installatiecomponent. Het veiligheidsventiel moet zodanig uitgevoerd zijn dat bij
het 1,1-voudige van de toelaatbare bedrijfsoverdruk het daarbij optredende debiet van de DEA
afgetapt wordt (gegevens over de dimensionering
vindt u in de specificatiebladen/karakteristieken
van de DEA). De wegvloeiende waterstroom moet
veilig afgevoerd worden. Voor de installatie van
het veiligheidsventiel dienen de bijbehorende
inbouw- en bedieningsvoorschriften en de geldende bepalingen in acht genomen te worden.
7.2.7 Drukloze breektank (toebehoren)
Voor de indirecte aansluiting van de DEA op het
openbare waterleidingnet moet de installatie
samen met een drukloze breektank conform
DIN 1988 worden opgesteld. Voor de opstelling
van de breektank gelden dezelfde regels als voor
60
de DEA (zie 7.1). De bodem van de tank moet met
het volledige oppervlak op een stevige ondergrond staan.
Bij de dimensionering van het draagvermogen van
de ondergrond dient rekening gehouden te worden met de maximale vulhoeveelheid van de
betreffende tank. Bij de opstelling dient op voldoende ruimte voor inspectiewerkzaamheden
gelet te worden (minstens 600 mm boven de tank
en 1000 mm aan de aansluitzijden). De volle tank
mag niet schuin opgesteld worden, omdat een
ongelijkmatige belasting tot onherstelbare
schade kan leiden.
De door ons als toebehoren geleverde, drukloze
(d.w.z. onder atmospferische druk staande),
gesloten PE-tank dient in overeenstemming met
de bij de tank meegeleverde transport- en montageaanwijzingen geïnstalleerd te worden.
Over het algemeen geldt de volgende procedure:
De tank dient vóór de inbedrijfname mechanisch
spanningsvrij aangesloten te worden. Dat betekent dat de aansluiting met behulp van flexibele
bouwelementen, zoals compensatoren of slangen, moet plaatsvinden. De overloop van de tank
WILO SE 07/2010
Nederlands
dient volgens de geldende voorschriften (in Duitsland DIN 1988/deel 3) aangesloten te worden. De
overdracht van warmte door de aansluitleidingen
dient door middel van geschikte maatregelen
voorkomen te worden. PE-tanks uit het WILOassortiment zijn uitsluitend gemaakt voor het
opnemen van zuiver water. De maximale temperatuur van het water mag niet meer zijn dan 50 °C!
VOORZICHTIG!
De tanks zijn statisch uitgevoerd voor de nominale inhoud. Wijzigingen achteraf kunnen tot
een beperkte statica, ontoelaatbare vervormingen of zelfs onherstelbare beschadiging van de
tank leiden!
Vóór de inbedrijfname van de DEA dient ook de
elektrische verbinding (droogloopbeveiliging) met
het regelsysteem van de installatie tot stand
gebracht te worden (gegevens hierover vindt u in
de inbouw- en bedieningsvoorschriften van het
regelsysteem).
AANWIJZING!
De tank dient voor het vullen gereinigd en
gespoeld te worden!
VOORZICHTIG!
Kunststof tanks zijn niet begaanbaar! Het
betreden of belasten van de afdekking kan tot
beschadiging leiden!
7.2.8 Compensatoren (toebehoren)
Voor de spanningsvrije montage van de DEA dienen de leidingen van compensatoren voorzien te
worden (afbeelding 7a). De compensatoren moeten uitgerust zijn met een geluidsisolerende lengtebegrenzing om optredende reactiekrachten op
te vangen. De compensatoren dienen spanningsvrij in de leidingen gemonteerd te worden. Het
niet in één lijn liggen of een verkeerde afstelling
van de leidingen mag niet met compensatoren
gecompenseerd worden. Bij de montage dienen
de schroeven gelijkmatig en kruislings aangehaald
te worden. De uiteinden van de schroeven mogen
niet uit de flens steken. Bij laswerkzaamheden in
de buurt moeten de compensatoren ter bescherming afgedekt worden (vonkenregen, stralingsNom. doorlaat
warmte). De rubberen onderdelen van compensatoren mogen niet geverfd worden en dienen
tegen olie beschermd te worden. De compensatoren in de installatie moeten altijd toegankelijk zijn
voor een controle. Zij mogen daarom niet in de
isolatie van leidingen worden ingebouwd.
AANWIJZING:
Compensatoren zijn onderhevig aan slijtage.
Regelmatige controles op scheurtjes of luchtbellen, vrijliggend weefsel of andere gebreken zijn
noodzakelijk (zie aanbevelingen DIN 1988).
7.2.9 Flexibele aansluitleidingen (toebehoren)
Bij leidingen met schroefdraadaansluitingen kunnen flexibele aansluitleidingen gebruikt worden
voor de spanningsvrije montage van de DEA en bij
een kleine offset van de leidingen (afbeelding 7b).
De flexibele aansluitleidingen uit het WILO-assortiment bestaan uit een hoogwaardige, roestvrij
stalen, geribde slang met een roestvrij stalen
ommanteling. Voor de montage op de DEA
bevindt zich aan het uiteinde een afdichtende
roestvrij stalen schroefdraadverbinding met binnendraad. Aan het andere uiteinde bevindt zich
een buitendraad voor de koppeling aan het leidingssysteem. Afhankelijk van de betreffende
bouwgrootte dienen bepaalde, maximaal toelaatbare vervormingen aangehouden te worden (zie
tabel 2 en afbeelding 7b). Flexibele aansluitleidingen zijn niet geschikt om axiale trillingen op te
vangen en desbetreffende bewegingen te compenseren. Het knikken of twisten bij de montage
dient door middel van geschikt gereedschap voorkomen te worden. Bij een hoekoffset van de leidingen is het noodzakelijk om de installatie door
middel van geschikte maatregelen aan de bodem
te bevestigen om het contactgeluid te verminderen.
De flexibele aansluitleidingen in de installatie
moeten altijd toegankelijk zijn voor een controle.
Zij mogen daarom niet in de isolatie van leidingen
worden ingebouwd.
Schroefdraadaansluiting
Conische
buitendraad
Max. buigradius
RB in mm
Max buighoek
BW in °
Rp1 1/2“
Rp 2“
Rp 2 1/2“
R1 1/2“
R 2“
R 2 1/2“
260
300
370
60
50
40
Aansluiting
DN40
DN50
DN65
Tabel 2
AANWIJZING:
Flexibele aansluitleidingen zijn onderhevig aan
bedrijfsmatige slijtage. Regelmatige controles op
lekkage of andere gebreken zijn noodzakelijk (zie
aanbevelingen DIN 1988).
Inbouw- en bedieningsvoorschriften Wilo-DEA
7.2.10 Drukregelaar (toebehoren)
Het gebruik van een drukregelaar is vereist bij
drukschommelingen in de toevoerleiding van
meer dan 1 bar of als de voordrukschommeling
zo groot is dat de installatie uitgeschakeld moet
worden of als de totale druk (voordruk en pompopvoerhoogte in het nulniveaupunt - zie karakteristiek) van de installatie groter is dan de nominale druk. Er moet een minimaal drukverlies van
61
Nederlands
ca. 5 m resp. 0,5 bar zijn om ervoor te zorgen dat
de drukregelaar goed werkt. De druk achter de
drukregelaar (achterdruk) is het uitgangspunt
voor de bepaling van de totale opvoerhoogte van
de DEA. Bij de installatie van een drukregelaar
moet aan de voordrukzijde een inbouwruimte van
ca. 600 mm aanwezig zijn.
7.3 Elektrische aansluiting
GEVAAR! Levensgevaar!
De elektrische aansluiting moet conform de
geldende, plaatselijke voorschriften (VDEvoorschriften) worden uitgevoerd door een
elektrotechnicus die erkend is door het plaatselijke energiebedrijf.
De DEA kan uitgerust zijn met verschillende typen
regelsystemen. Voor de elektrische aansluiting
dienen de bijbehorende inbouw- en bedieningsvoorschriften en de meegeleverde elektrische
schakelschema's in acht genomen te worden.
Hieronder worden de algemene punten vermeld
waar u rekening mee moet houden:
• Stroomtype en spanning van de netaansluiting
moeten overeenkomen met de gegevens op het
typeplaatje en het schakelschema van het regelsysteem.
• De elektrische aansluitleiding dient in overeenstemming met het totale vermogen van de DEA
voldoende gedimensioneerd te zijn (zie typeplaatje en specificatieblad).
• De externe beveiliging dient conform DIN 57100/
VDE0100, deel 430 en deel 523, uitgevoerd te
worden (zie specificatieblad en schakelschema's).
• Als veiligheidsmaatregel dient de DEA volgens de
voorschriften (d.w.z. conform de plaatselijke
voorschriften en omstandigheden) geaard te worden. De daarvoor bestemde aansluitingen zijn
dienovereenkomstig gemarkeerd (zie ook schakelschema).
GEVAAR! Levensgevaar!
Als veiligheidsmaatregel tegen gevaarlijke
aanrakingsspanningen dient:
• Bij DEA's zonder frequentie-omvormer
(CO-...) een lekstroom-veiligheidsschakelaar
(FI-schakelaar) met een afschakelstroom van
30 mA resp.
• Bij DEA's met frequentie-omvormer (COR-...)
een voor alle stroomtypen geschikte lekstroom-veiligheidsschakelaar met een afschakelstroom van 300 mA geïnstalleerd te worden.
• De beschermingsklasse van de installatie en de
afzonderlijke componenten vindt u op de typeplaatjes en/of de specificatiebladen.
• Verdere maatregelen, instellingen, etc. vindt u in
de inbouw- en bedieningsvoorschriften en het
schakelschema van het regelsysteem.
62
8 Inbedrijfname/buiten bedrijf stellen
Wij adviseren de eerste inbedrijfname van de
installatie door de WILO-servicedienst te laten
uitvoeren. Neem hiervoor contact op met de dealer, de dichtstbijzijnde WILO-vestiging of direct
met onze centrale servicedienst.
8.1 Algemene voorbereidingen en controlemaatregelen
Vóór de eerste inschakeling:
• Controleren of de bij de klant gelegde bekabeling
en met name de aarding goed uitgevoerd zijn.
• Controleren of de leidingverbindingen spanningsvrij zijn.
• Installatie vullen en door middel van een visuele
controle kijken of deze geen lekkage heeft.
• Afsluitarmaturen aan de pompen en in de zuig- en
persleiding openen.
• Ontluchtingsschroeven van de pompen openen
en pompen langzaam met water vullen, zodat de
lucht helemaal kan ontsnappen.
VOORZICHTIG! Gevaar voor materiële schade!
Pomp niet laten drooglopen. Droogloop beschadigt de mechanische afdichting (MVI(E),
Helix V(E)) of leidt tot overbelasting van de
motor (MVIS(E)).
• Tijdens het zuigbedrijf (d.w.z. negatief niveauverschil tussen breektank en pompen) dienen de
pomp en de aanzuigleiding via de opening van de
ontluchtingsschroef gevuld te worden (eventueel
een trechter gebruiken).
• Controleren of het membraandrukvat op de juiste
voorpersdruk is ingesteld (zie afbeelding 2b).
Hiervoor de tank aan de waterzijde drukloos
maken (doorstroomarmatuur sluiten (A, afbeelding 2b) en het resterende water via de afvoer
voor het leegmaken laten wegvloeien (B, afbeelding 2b)). Nu de gasdruk op het luchtventiel
(boven, beschermkap verwijderen) van het membraandrukvat door middel van een luchtdrukmeter
controleren (C, afbeelding 2b). Indien de druk te
laag is (PN2 = pompinschakeldruk pmin min 0,20,5 bar resp. waarde conform de tabel aan de tank
(zie ook afbeelding 3)), de druk corrigeren door
stikstof bij te vullen (WILO-servicedienst). Bij een
te hoge druk stikstof laten ontsnappen via het
ventiel tot de vereiste waarde bereikt is. Vervolgens de beschermkap weer aanbrengen, ontluchtingsventiel aan de doorstroomarmatuur sluiten
en doorstroomarmatuur openen.
• Als de installatiedruk > PN16, dienen de vulvoorschriften voor het membraandrukvat van de fabrikant conform de inbouw- en bedieningsvoorschriften in acht genomen te worden.
• Bij indirecte aansluiting controleren of het waterpeil in de toevoertank voldoende is of bij directe
aansluiting controleren of de toevoerdruk voldoende is (min. toevoerdruk 1 bar).
• Correcte inbouw van de juiste droogloopbeveiliging (paragraaf 7.2.4).
WILO SE 07/2010
Nederlands
• In de breektank vlotterschakelaar resp. elektroden
voor de droogloopbeveiliging zodanig positioneren dat de DEA bij een minimaal waterpeil wordt
uitgeschakeld (paragraaf 7.2.4).
• Controle van de draairichting bij pompen met
standaardmotor (zonder geïntegreerde frequentie-omvormer): door middel van een kortstondige
inschakeling controleren of de draairichting van
de pompen (Helix V, MVI of MHI) overeenkomt met
de pijl op het pomphuis. Bij pompen van het type
MVIS wordt de juiste draairichting aangegeven via
het brandende bedrijfslampje in de klemmenkast.
Bij een verkeerde draairichting twee fasen verwisselen.
GEVAAR! Levensgevaar!
Voor het verwisselen van de fasen hoofdschakelaar van de installatie uitschakelen!
• Controleren of de motorbeveiligingsschakelaar in
het regelsysteem op de juiste nominale stroom
(conform de gegevens op het motortypeplaatje) is
ingesteld.
• De pompen mogen slechts kort tegen de gesloten
afsluiter aan de perszijde draaien.
• Controle en instelling van de vereiste bedrijfsparameters op het regelsysteem conform meegeleverde inbouw- en bedieningsvoorschriften.
8.2 Droogloopbeveiliging (WMS)
De droogloopbeveiliging (WMS) (afbeelding 4)
voor de bewaking van de voordruk is af fabriek op
de waarde 1 bar (uitschakeling bij onderschrijding)
en 1,3 bar (herinschakeling bij overschrijding)
ingesteld.
8.3 In bedrijf stellen van de installatie
Nadat alle voorbereidingen en controlemaatregelen conform paragraaf 8.1 getroffen zijn, moet u
de hoofdschakelaar inschakelen en de regeling op
automatisch bedrijf instellen. De druksensor meet
de aanwezige druk en geeft een dienovereenkomstig stroomsignaal aan het regelsysteem. Als
de druk kleiner is dan de ingestelde inschakeldruk,
schakelt dit regelsysteem, afhankelijk van de
ingestelde parameters en het regelingstype, eerst
de basislastpomp en eventueel ook de pieklastpomp(en) in, totdat de leidingen van de verbruiker
met water gevuld zijn en de ingestelde druk opgebouwd is.
WAARSCHUWING! Gevaar voor de gezondheid!
Als de installatie tot nu toe nog niet gespoeld is,
dient deze nu op zijn laatst goed doorgespoeld
te worden (zie paragraaf 7.2.3).
9 Onderhoud
Voor optimale bedrijfsveiligheid bij zo laag mogelijke bedrijfskosten raden wij aan de DEA regelmatig te controleren en te onderhouden (zie norm
DIN 1988). Hiervoor is het raadzaam om een
onderhoudscontract met een vakspecialist of met
onze centrale servicedienst af te sluiten.
De volgende controles dienen regelmatig uitgevoerd te worden:
• Controleren of de DEA bedrijfsgereed is.
• Controle van de mechanische afdichting van de
pomp. Voor de smering heeft de mechanische
afdichting water nodig dat in kleine mate uit de
afdichting kan uittreden. Als er opvallend veel
water uittreedt, moet de mechanische afdichting
vervangen worden.
Controleren of het membraandrukvat (aanbeveling: om de 3 maanden) op de juiste voorpersdruk
is ingesteld (zie afbeelding 2b).
Voorzichtig! Gevaar voor materiële schade!
Bij een verkeerde voorpersdruk kan niet gegarandeerd worden dat het membraandrukvat
goed werkt. Dit heeft een grotere slijtage van de
membranen tot gevolg en kan leiden tot storingen in de installatie.
Hiervoor de tank aan de waterzijde drukloos
maken (doorstroomarmatuur sluiten (A, afbeelding 2b) en het resterende water via de afvoer
voor het leegmaken laten wegvloeien (B, afbeelding 2b)). Nu de gasdruk op het ventiel van het
membraandrukvat (boven, beschermkap verwijderen) door middel van een luchtdrukmeter controleren (C, afbeelding 2b). Indien nodig, de druk
corrigeren door stikstof bij te vullen (PN2 = pompinschakeldruk pmin min 0,2-0,5 bar of waarde
conform de tabel op de tank (afbeelding 3) - Wiloservicedienst). Bij een te hoge druk stikstof laten
ontsnappen via het ventiel.
• Bij installaties met een frequentie-omvormer
moeten de in- en uitlaatfilters van de ventilator bij
sterke vervuiling gereinigd worden.
Als de installatie langere tijd buiten bedrijf gesteld
wordt (zoals onder 8.1), dient u als volgt te werk te
gaan en alle pompen leeg te maken door de ontluchtingsstoppen aan de voet van de pomp te
openen.
8.4 Buiten bedrijf stellen
Als de DEA voor het onderhoud, de reparatie of
andere maatregelen buiten bedrijf gesteld moet
worden, dient u als volgt te werk te gaan!
• Spanningstoevoer uitschakelen en tegen onbevoegde herinschakeling borgen.
• Afsluiter voor en achter de installatie sluiten.
• Membraandrukvat aan de doorstroomarmatuur
aflsuiten en leegmaken.
• Installatie eventueel compleet leegmaken.
Inbouw- en bedieningsvoorschriften Wilo-DEA
63
Nederlands
10 Storingen, oorzaken en oplossingen
Het verhelpen van storingen, met name aan de
pompen of de regeling, mag uitsluitend uitgevoerd worden door de Wilo-servicedienst of een
vakspecialist.
AANWIJZING!
Bij alle onderhouds- en reparatiewerkzaamheden
dienen de algemene veiligheidsvoorschriften in
acht genomen te worden!
Let ook op de inbouw- en bedieningsvoorschriften van de pompen en het regelsysteem!
Storing
Oorzaak
Oplossingen
Pomp(en) start(en)niet
Netspanning ontbreekt
Zekeringen, kabels en aansluitingen
controleren
Hoofdschakelaar inschakelen
Toevoerarmatuur/toevoerleiding van de
breektank controleren
Toevoerdruk controleren
Hoofdschakelaar ”UIT”
Waterpeil in de breektank te laag,
d.w.z. droogloopniveau bereikt
Droogloopbeveiligingsschakelaar is
geactiveerd
Droogloopbeveiligingsschakelaar defect Controleren en eventueel droogloopbeveiligingsschakelaar vervangen
Elektroden verkeerd aangesloten of
Inbouw resp. instelling controleren en
voordrukschakelaar verkeerd ingesteld
goed instellen
Toevoerdruk ligt boven de inschakeldruk Instelwaarden controleren en eventueel
goed instellen
Afsluiting aan de druksensor gesloten
Controleren en eventueel afsluitarmatuur openen
Inschakeldruk te hoog ingesteld
Instelling controleren en eventueel goed
instellen
Zekering defect
Zekeringen controleren en eventueel
vervangen
Motorbeveiliging is geactiveerd
Instelwaarden met pomp- resp. motorgegevens controleren, evt. stroomwaarden meten, evt. instelling corrigeren, evt.
controleren of motor een defect heeft
en, indien nodig, vervangen
Vermogensrelais defect
Controleren en eventueel vervangen
Afsluiting van de wikkeling in de motor
Controleren en eventueel motor vervangen of laten repareren
64
WILO SE 07/2010
Nederlands
Storing
Oorzaak
Oplossingen
Pomp schakelt (pompen schakelen)
niet uit
Sterk schommelende toevoerdruk
Toevoerdruk controleren en eventueel
maatregelen ter stabilisatie van de voordruk treffen (bijv. drukregelaar)
Toevoerleiding controleren en eventueel
verstopping verhelpen of afsluitarmatuur openen
Toevoerleiding controleren en eventueel
diameter van toevoerleiding vergroten
Toevoerleiding controleren en eventueel
leiding anders leggen
Controleren en eventueel leiding afdichten, pompen ontluchten
Pomp controleren en eventueel vervangen of laten repareren
Controleren en eventueel afdichting
vernieuwen of terugslagklep vervangen
Controleren en eventueel verstopping
verhelpen of terugslagklep vervangen
Controleren en eventueel afsluitarmatuur helemaal openen
Pompgegevens en instelwaarden controleren en eventueel goed instellen
Controleren en eventueel afsluitarmatuur openen
Instelling controleren en eventueel goed
instellen
Draairichting controleren en eventueel
door verwisseling van de fasen corrigeren
Toevoerdruk controleren en eventueel
maatregelen ter stabilisatie van de voordruk treffen (bijv. drukregelaar)
Toevoerleiding controleren en eventueel
verstopping verhelpen of afsluitarmatuur openen
Toevoerleiding controleren en eventueel
diameter van toevoerleiding vergroten
Toevoerleiding controleren en eventueel
leiding anders leggen
Controleren en eventueel afsluitarmatuur openen
Voorpersdruk controleren en eventueel
goed instellen
Armatuur controleren en eventueel
openen
Instelling controleren en eventueel goed
instellen
Toevoerleiding verstopt of afgesloten
Nominale doorlaat van de toevoerleiding
te klein
Verkeerde installatie van de toevoerleiding
Luchtinlaat in de toevoer
Waaiers verstopt
Terugslagklep lek
Terugslagklep verstopt
Afsluiter in de installatie gesloten of niet
voldoende geopend
Debiet te groot
Afsluiting aan de druksensor gesloten
Uitschakeldruk te hoog ingesteld
Verkeerde draairichting van de motoren
Te hoge schakelfrequentie
of pendelschakelingen
Sterk schommelende toevoerdruk
Toevoerleiding verstopt of afgesloten
Nominale doorlaat van de toevoerleiding
te klein
Verkeerde installatie van de toevoerleiding
Afsluiting aan de druksensor gesloten
Voorpersdruk het membraandrukvat
verkeerd
Armatuur op het membraandrukvat
gesloten
Schakelverschil te klein ingesteld
Inbouw- en bedieningsvoorschriften Wilo-DEA
65
Nederlands
Storing
Oorzaak
Oplossingen
Pomp(en) start(en) onrustig en/of
veroorzaakt ongewone geluiden
Sterk schommeldende toevoerdruk
Toevoerdruk controleren en eventueel
maatregelen ter stabilisatie van de voordruk treffen (bijv. drukregelaar)
Toevoerleiding controleren en eventueel
verstopping verhelpen of afsluitarmatuur openen
Toevoerleiding controleren en eventueel
diameter van toevoerleiding vergroten
Toevoerleiding controleren en eventueel
leiding anders leggen
Controleren en eventueel leiding afdichten, pompen ontluchten
Pomp ontluchten, aanzuigleiding controleren op dichtheid en eventueel
afdichten
Pomp controleren en eventueel vervangen of laten repareren
Pompgegevens en instelwaarden controleren en eventueel goed instellen
Draairichting controleren en eventueel
door verwisseling van de fasen corrigeren
Zekeringen, kabels en aansluitingen
controleren
Bevestiging controleren en eventueel
bevestigingsschroeven aanhalen
Pomp/motor controleren en eventueel
vervangen of laten repareren
Controleren en eventueel leiding afdichten, pompen ontluchten
Controleren en eventueel afsluitarmatuur helemaal openen
Pomp controleren en eventueel vervangen of laten repareren
Controleren en eventueel verstopping
verhelpen of terugslagklep vervangen
Controleren en eventueel afsluitarmatuur openen
Instelling controleren en eventueel goed
instellen
Pomp/motor controleren en eventueel
vervangen of laten repareren
Controleren en eventueel motor vervangen of laten repareren
Zekeringen, kabels en aansluitingen
controleren
Controleren en eventueel afdichting
vernieuwen of terugslagklep vervangen
Pompgegevens en instelwaarden controleren en eventueel goed instellen
Controleren en eventueel motor vervangen of laten repareren
Zekeringen, kabels en aansluitingen
controleren
Controleren en eventueel terugslagklep
vervangen
Pompgegevens en instelwaarden controleren en eventueel goed instellen
Controleren en eventueel vervangen
Controleren en eventueel motor vervangen of laten repareren
Zekeringen, kabels en aansluitingen
controleren
Toevoerleiding verstopt of afgesloten
Nominale doorlaat van de toevoerleiding
te klein
Verkeerde installatie van de toevoerleiding
Luchtinlaat in de toevoer
Lucht in de pomp
Waaiers verstopt
Debiet te groot
Verkeerde draairichting van de motoren
Netspanning: een fase ontbreekt
Pomp niet goed aan het basisframe
bevestigd
Schade aan lager
Motor of pomp wordt te warm
Luchtinlaat in de toevoer
Afsluiter in de installatie gesloten of niet
voldoende geopend
Waaiers verstopt
Terugslagklep verstopt
Afsluiting aan de druksensor gesloten
Uitschakelpunt te hoog ingesteld
Schade aan lager
Afsluiting van de wikkeling in de motor
Netspanning: een fase ontbreekt
Te hoog stroomverbruik
Terugslagklep lek
Debiet te groot
Afsluiting van de wikkeling in de motor
Netspanning: een fase ontbreekt
Motorbeveiligingsschakelaar wordt
geactiveerd
Terugslagklep defect
Debiet te groot
Vermogensrelais defect
Afsluiting van de wikkeling in de motor
Netspanning: een fase ontbreekt
66
WILO SE 07/2010
Nederlands
Storing
Oorzaak
Oplossingen
Pomp levert (pompen leveren) geen of te
laag vermogen
Sterk schommeldende toevoerdruk
Toevoerdruk controleren en eventueel
maatregelen ter stabilisatie van de voordruk treffen (bijv. drukregelaar)
Toevoerleiding controleren en eventueel
verstopping verhelpen of afsluitarmatuur openen
Toevoerleiding controleren en eventueel
diameter van toevoerleiding vergroten
Toevoerleiding controleren en eventueel
leiding anders leggen
Controleren en eventueel leiding afdichten, pompen ontluchten
Pomp controleren en eventueel vervangen of laten repareren
Controleren en eventueel afdichting
vernieuwen of terugslagklep vervangen
Controleren en eventueel verstopping
verhelpen of terugslagklep vervangen
Controleren en eventueel afsluitarmatuur helemaal openen
Toevoerdruk controleren
Toevoerleiding verstopt of afgesloten
Nominale doorlaat van de toevoerleiding
te klein
Verkeerde installatie van de toevoerleiding
Luchtinlaat in de toevoer
Waaiers verstopt
Terugslagklep lek
Terugslagklep verstopt
Afsluiter in de installatie gesloten of niet
voldoende geopend
Droogloopbeveiligingsschakelaar is
geactiveerd
Verkeerde draairichting van de motoren
Droogloopbeveiliging schakelt uit,
hoewel water aanwezig
Droogloopbeveiliging schakelt niet uit
ondanks watergebrek
Controlelampje voor draairichting brandt
(alleen bij enkele pomptypen)
Draairichting controleren en eventueel
door verwisseling van de fasen corrigeren
Afsluiting van de wikkeling in de motor
Controleren en eventueel motor vervangen of laten repareren
Sterk schommeldende toevoerdruk
Toevoerdruk controleren en eventueel
maatregelen ter stabilisatie van de voordruk treffen (bijv. drukregelaar)
Nominale doorlaat van de toevoerleiding Toevoerleiding controleren en eventueel
te klein
diameter van toevoerleiding vergroten
Verkeerde installatie van de toevoerToevoerleiding controleren en eventueel
leiding
leiding anders leggen
Debiet te groot
Pompgegevens en instelwaarden controleren en eventueel goed instellen
Elektroden verkeerd aangesloten of
Inbouw resp. instelling controleren en
voordrukschakelaar verkeerd ingesteld
goed instellen
Droogloopbeveiligingsschakelaar defect Controleren en eventueel droogloopbeveiligingsschakelaar vervangen
Elektroden verkeerd aangesloten of
Inbouw resp. instelling controleren en
voordrukschakelaar verkeerd ingesteld
goed instellen
Droogloopbeveiligingsschakelaar defect Controleren en eventueel droogloopbeveiligingsschakelaar vervangen
Verkeerde draairichting van de motoren Draairichting controleren en eventueel
door verwisseling van de fasen corrigeren
Toelichtingen bij de storingen in de pompen en
het regelsysteem die niet hier vermeld zijn, vindt u
in de meegeleverde documentatie bij de desbetreffende componenten.
11 Reserveonderdelen
De bestelling van reserveonderdelen en reparatieopdrachten vinden plaats via plaatselijke vakspecialisten en/of de Wilo-servicedienst.
Geef bij vragen en bestellingen altijd alle gegevens
van het typeplaatje op.
Technische wijzigingen voorbehouden!
Inbouw- en bedieningsvoorschriften Wilo-DEA
67
D EG – Konformitätserklärung
GB EC – Declaration of conformity
F Déclaration de conformité CE
(gemäß 2006/42/EG Anhang II,1A und2004/108/EG Anhang IV,2,
according 2006/42/EC annex II,1A and2004/108/EC annex IV,2,
conforme 2006/42/CE appendice II,1A et 2004/108/CE appendice IV,2)
Hiermit erklären wir, dass die Bauart der Baureihe :
Herewith, we declare that the product type of the series:
Par le présent, nous déclarons que l’agrégat de la série :
Wilo-COE-1…n* /MVI/MVIS
(Die Seriennummer ist auf dem Typenschild des Produktes angegeben. /
The serial number is marked on the product site plate. /
Le numéro de série est inscrit sur la plaque signalétique du produit.)
in der gelieferten Ausführung folgenden einschlägigen Bestimmungen entspricht:
in its delivered state complies with the following relevant provisions:
est conforme aux dispositions suivantes dont il relève:
EG-Maschinenrichtlinie
EC-Machinery directive
Directives CE relatives aux machines
2006/42/EG
Die Schutzziele der Niederspannungsrichtlinie 2006/95/EG werden gemäß Anhang I, Nr. 1.5.1 der Maschinenrichtlinie 2006/42/EG
eingehalten.
The protection objectives of the low-voltage directive 2006/95/EC are realized according annex I, No. 1.5.1 of the EC-Machinery directive
2006/42/EC.
o
Les objectifs protection de la directive basse-tension 2006/95/CE sont respectées conformément à appendice I, n 1.5.1 de la
directive CE relatives aux machines 2006/42/CE.
Elektromagnetische Verträglichkeit - Richtlinie
Electromagnetic compatibility - directive
Compatibilité électromagnétique- directive
2004/108/EG
Angewendete harmonisierte Normen, insbesondere:
Applied harmonized standards, in particular:
Normes harmonisées, notamment:
EN 806, EN 809, EN1717,
EN ISO 14121-1, 60204-1,
EN 61000-6-1, EN 61000-6-2,
EN 61000-6-3, EN 61000-6-4
Bei einer mit uns nicht abgestimmten technischen Änderung der oben genannten Bauarten, verliert diese Erklärung ihre Gültigkeit.
If the above mentioned series are technically modified without our approval, this declaration shall no longer be applicable.
Si les gammes mentionnées ci-dessus sont modifiées sans notre approbation, cette déclaration perdra sa validité.
Bevollmächtigter für die Zusammenstellung der technischen Unterlagen ist:
Authorized representative for the completion of the technical documentation:
Mandataire pour le complément de la documentation technique est :
WILO SE
Quality Department
Anderslebener Str. 161
39387 Oschersleben
Dortmund, 25.06.2010
Erwin Prieß
Quality Manager
Document: 210728.1
WILO SE
Nortkirchenstraße 100
44263 Dortmund
Germany
D EG – Konformitätserklärung
GB EC – Declaration of conformity
F Déclaration de conformité CE
(gemäß 2006/42/EG Anhang II,1A und2004/108/EG Anhang IV,2,
according 2006/42/EC annex II,1A and2004/108/EC annex IV,2,
conforme 2006/42/CE appendice II,1A et 2004/108/CE appendice IV,2)
Hiermit erklären wir, dass die Bauart der Baureihe :
Herewith, we declare that the product type of the series:
Par le présent, nous déclarons que l’agrégat de la série :
(Die Seriennummer ist auf dem Typenschild des Produktes angegeben. /
The serial number is marked on the product site plate. /
Le numéro de série est inscrit sur la plaque signalétique du produit.)
Wilo Economy-CO-1 Helix V…/CE
Wilo Comfort-N-CO-1…6 MVIS…/CC
Wilo Comfort-Vario-COR-1 Helix VE…/GE
Wilo Comfort-CO-1…6 MVI/Helix V…/CC
in der gelieferten Ausführung folgenden einschlägigen Bestimmungen entspricht:
in its delivered state complies with the following relevant provisions:
est conforme aux dispositions suivantes dont il relève:
EG-Maschinenrichtlinie
EC-Machinery directive
Directives CE relatives aux machines
2006/42/EG
Die Schutzziele der Niederspannungsrichtlinie 2006/95/EG werden gemäß Anhang I, Nr. 1.5.1 der Maschinenrichtlinie 2006/42/EG
eingehalten.
The protection objectives of the low-voltage directive 2006/95/EC are realized according annex I, No. 1.5.1 of the EC-Machinery directive
2006/42/EC.
o
Les objectifs protection de la directive basse-tension 2006/95/CE sont respectées conformément à appendice I, n 1.5.1 de la
directive CE relatives aux machines 2006/42/CE.
Elektromagnetische Verträglichkeit - Richtlinie
Electromagnetic compatibility - directive
Compatibilité électromagnétique- directive
2004/108/EG
Angewendete harmonisierte Normen, insbesondere:
Applied harmonized standards, in particular:
Normes harmonisées, notamment:
EN 806, EN 809, EN1717,
EN ISO 14121-1, 60204-1,
EN 61000-6-1, EN 61000-6-2,
EN 61000-6-3, EN 61000-6-4
Bei einer mit uns nicht abgestimmten technischen Änderung der oben genannten Bauarten, verliert diese Erklärung ihre Gültigkeit.
If the above mentioned series are technically modified without our approval, this declaration shall no longer be applicable.
Si les gammes mentionnées ci-dessus sont modifiées sans notre approbation, cette déclaration perdra sa validité.
Bevollmächtigter für die Zusammenstellung der technischen Unterlagen ist:
Authorized representative for the completion of the technical documentation:
Mandataire pour le complément de la documentation technique est :
WILO SE
Quality Department
Anderslebener Str. 161
39387 Oschersleben
Dortmund, 25.06.2010
Erwin Prieß
Quality Manager
Document: 210729.1
WILO SE
Nortkirchenstraße 100
44263 Dortmund
Germany
NL
I
EG-verklaring van overeenstemming
Dichiarazione di conformità CE
E
Declaración de conformidad CE
Hiermede verklaren wij dat dit aggregaat in de geleverde uitvoering
voldoet aan de volgende bepalingen:
Con la presente si dichiara che i presenti prodotti sono conformi alle
seguenti disposizioni e direttive rilevanti:
Por la presente declaramos la conformidad del producto en su estado de
suministro con las disposiciones pertinentes siguientes:
EG-richtlijnen betreffende machines 2006/42/EG
Direttiva macchine 2006/42/EG
Directiva sobre máquinas 2006/42/EG
De veiligheidsdoelstellingen van de laagspanningsrichtlijn worden
overeenkomstig bijlage I, nr. 1.5.1 van de machinerichtlijn 2006/42/EG
aangehouden.
Elektromagnetische compatibiliteit 2004/108/EG
Gli obiettivi di protezione della direttiva macchine vengono rispettati
secondo allegato I, n. 1.5.1 dalla direttiva macchine 2006/42/CE.
Compatibilità elettromagnetica 2004/108/EG
Se cumplen los objetivos en materia de seguridad establecidos en la
Directiva de Baja tensión según lo especificado en el
Anexo I, punto 1.5.1 de la Directiva de Máquinas 2006/42/CE.
Directiva sobre compatibilidad electromagnética 2004/108/EG
gebruikte geharmoniseerde normen, in het bijzonder:
norme armonizzate applicate, in particolare:
normas armonizadas adoptadas, especialmente:
zie vorige pagina
vedi pagina precedente
véase página anterior
P
S
N
Declaração de Conformidade CE
CE- försäkran
EU-Overensstemmelseserklæring
Pela presente, declaramos que esta unidade no seu estado original, está
conforme os seguintes requisitos:
Härmed förklarar vi att denna maskin i levererat utförande motsvarar
följande tillämpliga bestämmelser:
Vi erklærer hermed at denne enheten i utførelse som levert er i
overensstemmelse med følgende relevante bestemmelser:
Directivas CEE relativas a máquinas 2006/42/EG
EG–Maskindirektiv 2006/42/EG
EG–Maskindirektiv 2006/42/EG
Os objectivos de protecção da directiva de baixa tensão são cumpridos de
acordo com o anexo I, nº 1.5.1 da directiva de máquinas 2006/42/CE.
Compatibilidade electromagnética 2004/108/EG
Produkten uppfyller säkerhetsmålen i lågspänningsdirektivet enligt bilaga
I, nr 1.5.1 i maskindirektiv 2006/42/EG.
EG–Elektromagnetisk kompatibilitet – riktlinje 2004/108/EG
Lavspenningsdirektivets vernemål overholdes i samsvar med
vedlegg I, nr. 1.5.1 i maskindirektivet 2006/42/EF.
EG–EMV–Elektromagnetisk kompatibilitet 2004/108/EG
normas harmonizadas aplicadas, especialmente:
tillämpade harmoniserade normer, i synnerhet:
anvendte harmoniserte standarder, særlig:
ver página anterior
se föregående sida
se forrige side
FIN
DK
H
CE-standardinmukaisuusseloste
EF-overensstemmelseserklæring
EK-megfelelségi nyilatkozat
Ilmoitamme täten, että tämä laite vastaa seuraavia asiaankuuluvia
määräyksiä:
Vi erklærer hermed, at denne enhed ved levering overholder følgende
relevante bestemmelser:
Ezennel kijelentjük, hogy az berendezés megfelel az alábbi irányelveknek:
EU–konedirektiivit: 2006/42/EG
EU–maskindirektiver 2006/42/EG
Gépek irányelv: 2006/42/EK
Pienjännitedirektiivin suojatavoitteita noudatetaan
konedirektiivin 2006/42/EY liitteen I, nro 1.5.1 mukaisesti.
Lavspændingsdirektivets mål om beskyttelse overholdes i henhold til bilag
I, nr. 1.5.1 i maskindirektivet 2006/42/EF.
Sähkömagneettinen soveltuvuus 2004/108/EG
Elektromagnetisk kompatibilitet: 2004/108/EG
A kisfeszültség irányelv védelmi elírásait a
2006/42/EK gépekre vonatkozó irányelv I. függelékének 1.5.1. sz. pontja
szerint teljesíti.
Elektromágneses összeférhetség irányelv: 2004/108/EK
käytetyt yhteensovitetut standardit, erityisesti:
anvendte harmoniserede standarder, særligt:
alkalmazott harmonizált szabványoknak, különösen:
katso edellinen sivu.
se forrige side
lásd az elz oldalt
CZ
PL
RUS
Prohlášení o shod ES
Deklaracja Zgodnoci WE
Prohlašujeme tímto, že tento agregát vdodaném provedení odpovídá
následujícím píslušným ustanovením:
Smrnice ES pro strojní zaízení 2006/42/ES
Niniejszym deklarujemy z pen odpowiedzialnoci, e dostarczony wyrób
jest zgodny z nast
pujcymi dokumentami:
dyrektyw maszynow WE 2006/42/WE
, # $&
* < # :
EC 2006/42/EG
Cíle týkající se bezpe?nosti stanovené ve [email protected] o elektrických zaízeních
nízkého [email protected]í jsou dodrženy podle pílohy I, ?. 1.5.1 [email protected] o strojních
zaízeních 2006/42/ES.
Smrnice o elektromagnetické kompatibilit 2004/108/ES
Przestrzegane s cele ochrony dyrektywy niskonapi
ciowej zgodnie z
zacznikiem I, nr 1.5.1 dyrektywy maszynowej 2006/42/WE.
X#$ * $*, \ # *
^ *#\<, $<< *#\< I,
_ 1.5.1 # ` ` 2006/42/{G.
2004/108/EG
dyrektyw dot. kompatybilnoci elektromagnetycznej 2004/108/WE
použité harmoniza?ní normy, zejména:
stosowanymi normami zharmonizowanymi, a w szczególnoci:
|*^ # #, :
viz pedchozí strana
patrz poprzednia strona
. *#< #}
GR
TR
RO
#$%&+; +<>>[email protected]&+;X Y;X \\
CE Uygunluk Teyid Belgesi
EC-Declara^ie de conformitate
~‚ƒ„…†‡ ˆ‰Š ‰„ ‹„‘ˆƒ ’…‰ˆ “’ ’…‰” ‰ƒ •’‰–“‰’“ ‹’–—„“˜
Š•’ƒ„‹„Š‡™ ‰Š˜ ’•ˆ„…š‡˜ —Š’‰–›‡Š˜ :
Bu cihazœn teslim edildiŸi ekliyle a aŸœdaki standartlara uygun olduŸunu
teyid ederiz:
Prin prezenta declar¡m c¡ acest produs a a cum este livrat, corespunde cu
urm¡toarele prevederi aplicabile:
_`;{|}X E~ { >;‚„$>Y 2006/42/E~
AB-Makina Standartlar† 2006/42/EG
Directiva CE pentru ma‡ini 2006/42/EG
¢Š ’‹’Š‰”“‡Š˜ ‹„“‰’“™’˜ ‰˜ „—£™’˜ ¤’†”˜ ‰–“˜ ‰„¥ƒ‰’Š
“¥†¦¨ƒ’ †‡ ‰„ ‹’–‰†’ I, ’. 1.5.1 ‰˜ „—£™’˜ “¤‡‰Š•– †‡ ‰’
†¤’ƒ”†’‰’ 2006/42/EG.
ˆ%}‰[email protected]Š>{„;Y‰$ +<>‹Y?Y;Y E~-2004/108/E~
Alçak gerilim yönergesinin koruma hedefleri, 2006/42/AT makine
yönergesi Ek I, no. 1.5.1'e uygundur.
Elektromanyetik Uyumluluk 2004/108/EG
Sunt respectate obiectivele de protec©ie din directiva privind joasa
tensiune conform Anexei I, Nr. 1.5.1 din directiva privind ma inile
2006/42/CE.
Compatibilitatea electromagnetic – directiva 2004/108/EG
ªƒ’†„ƒŠ“†¬ƒ’ ¤“Š†„‹„Š„¥†‡ƒ’ ‹ˆ‰…‹’, Š—Š’™‰‡’:
kœsmen kullanœlan standartlar için:
standarde armonizate aplicate, îndeosebi:
­¬‹‡ ‹„£„¥†‡ƒ “‡™—’
bkz. bir önceki sayfa
vezi pagina precedent¡
EST
LV
LT
EÜ vastavusdeklaratsioon
EC - atbilst‘bas deklar’cija
EB atitikties deklaracija
Käesolevaga tõendame, et see toode vastab järgmistele asjakohastele
direktiividele:
Ar šo m®s apliecin¯m, ka šis izstr¯d¯jums atbilst sekojošiem noteikumiem:
Šiuo pažymima, kad šis gaminys atitinka šias normas ir direktyvas:
Masinadirektiiv 2006/42/EÜ
Maš‘nu direkt‘va 2006/42/EK
Mašin“ direktyv 2006/42/EB
Madalpingedirektiivi kaitse-eesmärgid on täidetud vastavalt masinate
direktiivi 2006/42/EÜ I lisa punktile 1.5.1.
Zemsprieguma direkt²vas droš²bas m®r³i tiek iev®roti atbilstoši Maš²nu
direkt²vas 2006/42/EK pielikumam I, Nr. 1.5.1.
Laikomasi Žemos µtampos direktyvos keliam¶ saugos reikalavim¶ pagal
Mašin¶ direktyvos 2006/42/EB I priedo 1.5.1 punkt.
Elektromagnetilise ühilduvuse direktiiv 2004/108/EÜ
Elektromagn”tisk’s savietojam‘bas direkt‘va 2004/108/EK
Elektromagnetinio suderinamumo direktyv 2004/108/EB
kohaldatud harmoneeritud standardid, eriti:
piem®roti harmoniz®ti standarti, tai skait¯:
pritaikytus vieningus standartus, o b·tent:
vt eelmist lk
skat²t iepriekš®jo lappusi
žr. ankstesniame puslapyje
SK
SLO
BG
ES vyhlásenie o zhode
ES – izjava o skladnosti
E•-
– —
Týmto vyhlasujeme, že konštrukcie tejto konštruk?nej série v dodanom
vyhotovení vyhovujú nasledujúcim príslušným ustanoveniam:
Stroje - smernica 2006/42/ES
Izjavljamo, da dobavljene vrste izvedbe te serije ustrezajo slede?im
zadevnim dolo?ilom:
Direktiva o strojih 2006/42/ES
¸##, *#& # :
Bezpe?nostné ciele smernice o nízkom napätí sú dodržiavané v zmysle
prílohy I, ?. 1.5.1 smernice o strojových zariadeniach 2006/42/ES.
Cilji Direktive o nizkonapetostni opremi so v skladu s
prilogo I, št. 1.5.1 Direktive o strojih 2006/42/EG doseženi.
˜ ™
2006/42/EO
¹ #*#$ *#\ & &. ¼#\ I, _ 1.5.1 ¸# ` 2006/42/E½.
E
— – ™
2004/108/E•
Elektromagnetická zhoda - smernica 2004/108/ES
Direktiva o elektromagnetni združljivosti 2004/108/ES
používané harmonizované normy, najmä:
uporabljeni harmonizirani standardi, predvsem:
¾## #:
pozri predchádzajúcu stranu
glejte prejšnjo stran
\. *# #}
M
Dikjarazzjoni ta’ konformità KE
B'dan il-mezz, niddikjaraw li l-prodotti tas-serje jissodisfaw iddispoizzjonijiet relevanti li ¿ejjin:
Makkinarju - Direttiva 2006/42/KE
L-objettivi
tas-sigurta
tad-Direttiva dwar il-Vulta¿¿
j
g
¿¿ Baxx huma konformi
mal-Anness I, Nru 1.5.1 tad-Direttiva dwar il-Makkinarju 2006/42/KE.
Kompatibbiltà elettromanjetika - Direttiva 2004/108/KE
kif ukoll standards armonizzati b'mod partikolari:
ara l-pa¿na ta' qabel
WILO SE
Nortkirchenstraße 100
44263 Dortmund
Germany
Deutsch
WILO SE
Nortkirchenstraße 100
44263 Dortmund
Germany
T +49 231 4102-0
F +49 231 4102-7363
[email protected]om
www.wilo.com
Wilo – International (Subsidiaries)
Argentina
WILO SALMSON
Argentina S.A.
C1295ABI Ciudad
Autónoma de Buenos Aires
T +54 11 4361 5929
[email protected]
Austria
WILO Pumpen
Österreich GmbH
1230 Wien
T +43 507 507-0
[email protected]
Azerbaijan
WILO Caspian LLC
1065 Baku
T +994 12 5962372
[email protected]
Belarus
WILO Bel OOO
220035 Minsk
T +375 17 2503393
[email protected]
Belgium
WILO SA/NV
1083 Ganshoren
T +32 2 4823333
[email protected]
Bulgaria
WILO Bulgaria Ltd.
1125 Sofia
T +359 2 9701970
[email protected]
Croatia
WILO Hrvatska d.o.o.
10090 Zagreb
T +38 51 3430914
[email protected]
Czech Republic
WILO Praha s.r.o.
25101 Cestlice
T +420 234 098711
[email protected]
Denmark
WILO Danmark A/S
2690 Karlslunde
T +45 70 253312
[email protected]
Estonia
WILO Eesti OÜ
12618 Tallinn
T +372 6509780
[email protected]
Finland
WILO Finland OY
02330 Espoo
T +358 207401540
[email protected]
France
WILO S.A.S.
78390 Bois d'Arcy
T +33 1 30050930
[email protected]
Canada
WILO Canada Inc.
Calgary, Alberta T2A 5L4
T +1 403 2769456
[email protected]
Great Britain
WILO (U.K.) Ltd.
DE14 2WJ BurtonUpon-Trent
T +44 1283 523000
[email protected]
China
WILO China Ltd.
101300 Beijing
T +86 10 80493900
[email protected]
Greece
WILO Hellas AG
14569 Anixi (Attika)
T +302 10 6248300
[email protected]
Hungary
WILO Magyarország Kft
2045 Törökbálint
(Budapest)
T +36 23 889500
[email protected]
Ireland
WILO Engineering Ltd.
Limerick
T +353 61 227566
[email protected]
Italy
WILO Italia s.r.l.
20068 Peschiera
Borromeo (Milano)
T +39 25538351
[email protected]
Kazakhstan
WILO Central Asia
050002 Almaty
T +7 727 2785961
[email protected]
Korea
WILO Pumps Ltd.
621-807 Gimhae
Gyeongnam
T +82 55 3405800
[email protected]
Latvia
WILO Baltic SIA
1019 Riga
T +371 67 145229
[email protected]
Lebanon
WILO SALMSON
Lebanon
12022030 El Metn
T +961 4 722280
[email protected]
Lithuania
WILO Lietuva UAB
03202 Vilnius
T +370 5 2136495
[email protected]
The Netherlands
WILO Nederland b.v.
1551 NA Westzaan
T +31 88 9456 000
[email protected]
Norway
WILO Norge AS
0975 Oslo
T +47 22 804570
[email protected]
Poland
WILO Polska Sp. z.o.o.
05-090 Raszyn
T +48 22 7026161
[email protected]
Portugal
Bombas Wilo-Salmson
Portugal Lda.
4050-040 Porto
T +351 22 2080350
[email protected]
Romania
WILO Romania s.r.l.
077040 Com. Chiajna
Jud. Ilfov
T +40 21 3170164
[email protected]
Russia
WILO Rus ooo
123592 Moscow
T +7 495 7810690
[email protected]
Serbia and Montenegro
WILO Beograd d.o.o.
11000 Beograd
T +381 11 2851278
[email protected]
Slovakia
WILO Slovakia s.r.o.
82008 Bratislava 28
T +421 2 45520122
[email protected]
Slovenia
WILO Adriatic d.o.o.
1000 Ljubljana
T +386 1 5838130
[email protected]
South Africa
Salmson South Africa
1610 Edenvale
T +27 11 6082780
[email protected]
salmson.co.za
Spain
WILO Ibérica S.A.
28806 Alcalá de Henares
(Madrid)
T +34 91 8797100
[email protected]
Sweden
WILO Sverige AB
35246 Växjö
T +46 470 727600
[email protected]
Taiwan
WILO-EMU Taiwan Co. Ltd.
110 Taipeh
T +886 227 391655
[email protected]
wiloemutaiwan.com.tw
Turkey
WILO Pompa Sistemleri
San. ve Tic. A.S¸ .
34530 Istanbul
T +90 216 6610211
[email protected]
Ukraina
WILO Ukraina t.o.w.
01033 Kiew
T +38 044 2011870
[email protected]
Vietnam
Pompes Salmson Vietnam
Ho Chi Minh-Ville Vietnam
T +84 8 8109975
[email protected]
United Arab Emirates
WILO ME - Dubai
Dubai
T +971 4 3453633
[email protected]
USA
WILO-EMU USA LLC
Thomasville,
Georgia 31792
T +1 229 5840097
[email protected]
Saudi Arabia
WILO ME - Riyadh
Riyadh 11465
T +966 1 4624430
[email protected]
Switzerland
EMB Pumpen AG
4310 Rheinfelden
T +41 61 83680-20
[email protected]
USA
WILO USA LLC
Melrose Park, Illinois 60160
T +1 708 3389456
[email protected]
wilo-na.com
Wilo – International (Representation offices)
Algeria
Bad Ezzouar, Dar El Beida
T +213 21 247979
[email protected]
Bosnia and Herzegovina
71000 Sarajevo
T +387 33 714510
[email protected]
Macedonia
1000 Skopje
T +389 2 3122058
[email protected]
Moldova
2012 Chisinau
T +373 2 223501
[email protected]
Tajikistan
734025 Dushanbe
T +992 37 2232908
farh[email protected]
Uzbekistan
100015 Tashkent
T +998 71 1206774
[email protected]
Armenia
375001 Yerevan
T +374 10 544336
[email protected]
Georgia
0179 Tbilisi
T +995 32 306375
[email protected]
Mexico
07300 Mexico
T +52 55 55863209
[email protected]
Rep. Mongolia
Ulaanbaatar
T +976 11 314843
[email protected]
Turkmenistan
744000 Ashgabad
T +993 12 345838
[email protected]
March 2009
Einbau- und Betriebsanleitung / WILO_DEA_Cover_Back.fm /
28.07.10
Deutsch
WILO SE
Nortkirchenstraße 100
44263 Dortmund
Germany
T 0231 4102-0
F 0231 4102-7363
[email protected]
www.wilo.de
Wilo-Vertriebsbüros in Deutschland
G1 Nord
WILO SE
Vertriebsbüro Hamburg
Beim Strohhause 27
20097 Hamburg
T 040 5559490
F 040 55594949
[email protected]
G3 Ost
WILO SE
Vertriebsbüro Dresden
Frankenring 8
01723 Kesselsdorf
T 035204 7050
F 035204 70570
[email protected]
G5 Süd-West
WILO SE
Vertriebsbüro Stuttgart
Hertichstraße 10
71229 Leonberg
T 07152 94710
F 07152 947141
[email protected]
G2 Nord-Ost
WILO SE
Vertriebsbüro Berlin
Juliusstraße 52–53
12051 Berlin-Neukölln
T 030 6289370
F 030 62893770
[email protected]
G4 Süd-Ost
WILO SE
Vertriebsbüro München
Adams-Lehmann-Straße 44
80797 München
T 089 4200090
F 089 42000944
[email protected]
G6 Mitte
WILO SE
Vertriebsbüro Frankfurt
An den drei Hasen 31
61440 Oberursel/Ts.
T 06171 70460
F 06171 704665
[email protected]
Kompetenz-Team
Gebäudetechnik
WILO SE
Nortkirchenstraße 100
44263 Dortmund
T 0231 4102-7516
T 01805 R•U•F•W•I•L•O*
7•8•3•9•4•5•6
F 0231 4102-7666
Kompetenz-Team
Kommune
Bau + Bergbau
WILO EMU GmbH
Heimgartenstraße 1
95030 Hof
T 09281 974-550
F 09281 974-551
Erreichbar Mo–Fr von 7–18 Uhr.
–Antworten auf
– Produkt- und Anwendungsfragen
– Liefertermine und Lieferzeiten
–Informationen über Ansprechpartner vor Ort
–Versand von Informationsunterlagen
* 14 Cent pro Minute aus dem deutschen Festnetz
der T-Com. Bei Anrufen aus Mobilfunknetzen
sind Preisabweichungen möglich.
72
Werkskundendienst
Gebäudetechnik
Kommune
Bau + Bergbau
Industrie
WILO SE
Nortkirchenstraße 100
44263 Dortmund
T 0231 4102-7900
T 01805 W•I•L•O•K•D*
9•4•5•6•5•3
F 0231 4102-7126
[email protected]
Erreichbar Mo–Fr von
7–17 Uhr.
Wochenende und feiertags
9–14 Uhr elektronische
Bereitschaft mit
Rückruf-Garantie!
–Kundendienst-Anforderung
–Werksreparaturen
–Ersatzteilfragen
–Inbetriebnahme
–Inspektion
–Technische Service-Beratung
–Qualitätsanalyse
Wilo-International
Österreich
Zentrale Wien:
WILO Pumpen Österreich GmbH
Eitnergasse 13
1230 Wien
T +43 507 507-0
F +43 507 507-15
Vertriebsbüro Salzburg:
Gnigler Straße 56
5020 Salzburg
T +43 507 507-13
F +43 507 507-15
Vertriebsbüro Oberösterreich:
Trattnachtalstraße 7
4710 Grieskirchen
T +43 507 507-26
F +43 507 507-15
Schweiz
EMB Pumpen AG
Gerstenweg 7
4310 Rheinfelden
T +41 61 83680-20
F +41 61 83680-21
G7 West
WILO SE
Vertriebsbüro Düsseldorf
Westring 19
40721 Hilden
T 02103 90920
F 02103 909215
[email protected]
Standorte weiterer
Tochtergesellschaften
Argentinien, Aserbaidschan,
Belarus, Belgien, Bulgarien,
China, Dänemark, Estland,
Finnland, Frankreich,
Griechenland, Großbritannien,
Irland, Italien, Kanada,
Kasachstan, Korea, Kroatien,
Lettland, Libanon, Litauen,
Niederlande, Norwegen,
Polen, Portugal, Rumänien,
Russland, Saudi-Arabien,
Schweden, Serbien und
Montenegro, Slowakei,
Slowenien, Spanien,
Südafrika, Taiwan,
Tschechien, Türkei, Ukraine,
Ungarn, Vereinigte Arabische
Emirate, Vietnam, USA
Die Adressen finden Sie unter
www.wilo.de oder
www.wilo.com.
Stand Februar 2009
WILO SE 07/2010
Was this manual useful for you? yes no
Thank you for your participation!

* Your assessment is very important for improving the work of artificial intelligence, which forms the content of this project

Download PDF

advertisement