AANVULLENDE MONTAGE- EN GEBRUIKSAANWIJZING
Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing
Series MNK-S, MNK-SB, SCK-S
Chemiepompen voor
magneetkoppeling- en
glijringpakking
Uitvoering „zelfaanzuigend“
Bewaren voor toekomstig gebruik!
Deze gebruiksaanwijzing voor het transport, de inbouw, de inbedrijfstelling
enz. in acht nemen om risico’s te voorkomen!
Wijzigingen voorbehouden zonder bijzondere aankondiging.
De nadruk is principieel toegestaan onder vermelding van de bron.
© Richter Chemie-Technik GmbH.
9230-162-nl Revision 02 Ausgabe 06/2016
Baureihe MNK-S, MNK-SB, SCK-S, Ausführung „selbstansaugend“
Seite 2
Inhoudsopgave
Inhoudsopgave ........................................... 2
6 Onderhoud ..............................................9
Bijbehorende documentatie ..................... 2
6.1 Aanwijzingen voor de demontage ......... 9
1 Technische gegevens .......................... 3
6,2 Inschuifeenheid ......................................... 9
1.1 Reglementaire toepassing ...................... 3
1.2 Aantrekkoppels ......................................... 5
1.3 Typeplaatje ................................................ 5
2 Veiligheid, transport, opslag en
afvalverwijdering................................... 5
3 Productbeschrijving ............................. 5
6.3 Ontluchting................................................. 9
6.4 Reinigen ..................................................... 9
6.5 Demontage ................................................ 9
6.5.1
Inschuifeenheid en waaier ................................... 9
6.5.2
Spiraalhuis ............................................................. 9
6.5.3
Zitting...................................................................... 9
6.5.4
Ledigingdeksel ...................................................... 9
6.5.5
Inloopring ............................................................. 10
3.1 Werkwijze .................................................. 5
6.5.6
Stijgbuis ............................................................... 10
3.2 Toepassingsgebied .................................. 6
6.5.7
Opslag van de componenten ............................ 10
3.3 Toepassingsgrenzen................................ 6
6.6 Montage ................................................... 10
4 Plaatsing / inbouw ................................ 7
7 Storingen .............................................. 10
4.1 Veiligheidsvoorschriften........................... 7
8 Doorsnedentekening, zelfaanzuigende
behuizing ................................................ 11
4.1.1
Putlediging ............................................................. 7
4.1.2
Lediging met overloop .......................................... 7
5 Inbedrijfstelling / buiten werking
stellen ..................................................... 7
5.1 Eerste inbedrijfstelling.............................. 7
5.1.1
Vullen van het pomphuis ..................................... 7
5.1.2
Controleren van de draairichting......................... 8
5.1.3
Opstarten ............................................................... 8
5.2 Buiten werking stellen .............................. 8
5.3 Opnieuw starten........................................ 8
5.4 Ontoelaatbaar gebruik en de gevolgen
ervan........................................................... 8
Bijbehorende documentatie
Deze aanvullende montage- en gebruiksaanwijzing is
alleen geldig samen met de montage- en gebruiksaanwijzing:
 MNK permanente vetsmering
9230-150-nl
 MNK oliebadsmering
9230-151-nl
 MNK-B in modulaire opbouw
9230-155-nl
 SCK permanente vetsmering
9220-150-nl
 SCK oliebadsmering
9220-155-nl
9230-162-nl
TM 9542
Revision 02
Ausgabe 06/2016
 Toepassingsgrenzen MNK-S, MNK-SB, SCK-S
9230-00-0032
Baureihe MNK-S, MNK-SB, SCK-S, Ausführung „selbstansaugend“
1
Technische gegevens
Fabrikant :
Richter Chemie-Technik GmbH
Otto-Schott-Str. 2
D-47906 Kempen
Telefoon: +49 (0) 2152 146-0
Fax:
+49 (0) 2152 146-190
E-Mail:
richter-info@idexcorp.com
Internet: http://www.richter-ct.com
Gevolmachtigde overeenkomstig machinerichtlijn
2006/42/EG: Gregor Kleining
Aanduiding :
Eentraps,
met
kunststof
beklede
chemiecentrifugaalpomp, uitvoering zelfaanzuigend voor
Series MNK-S, permanente vetsmering en
oliebadsmering
MNK-SB in modulaire opbouw
SCK-S
permanente vetsmering en
oliebadsmering
ATEX Richtlijn 2014/34/EU
Machinerichtlijn 2006/42/EG
Materiaal :
Gehäuse, selbstansaugend :
Pomphuis
EN JS 1049 / PFA
Spiraalhuis
EN JS 1049 / PFA
Inlaatknie
EN JS 1049 / PFA
Afdapdeksel
EN JS 1049 / PFA
Overige delen
PTFE, SSiC
Temperatuurklassen :
Tabellen zie paragraaf 1.1
Toelaatbare omgevingscondities voor pompen
conform richtlijn 2014/34/EU (ATEX) :
Voor omgevingstemperatuur: - 20 °C tot + 40 °C
(voor hogere omgevingstemperaturen, dient U contact
op te nemen met de leverancier)
Voor atmosferische druk: 0,8 barabs tot 1,1 barabs
Verdere technische gegevens staan vermeld in de
montage
en
bedieningsaanwijzing
van
de
desbetreffende pomp MNK, MNK-B of SCK.
Bouwmaat : 50-32-160
1.1
Seite 3
Reglementaire toepassing
Richter pompen van de serie MNK-S, MNK-SB en
SCK-S zijn met kunststof beklede centrifugaalpompen
voor het opvoeren van agressieve, toxische, reine en
ontvlambare media.
Het richter pomphuis „zelfaanzuigend“ kan in
combinatie met de aandrijf- of inschuifeenheid van
een MNK, MNK-B, en SCK worden toegepast.
9230-162-nl
TM 9542
Revision 02
Ausgabe 06/2016
Daar de aandrijfkant identiek is aan die van normaal
aanzuigende pompen, worden de hierbij behorende
componenten hier niet beschreven, er wordt verwezen
naar de desbetreffende gebruiksaanwijzingen.
Er moet echter op worden gelet dat de
glijringpakkingpomp SCK in de zelfaanzuigende
uitvoering niet met een enkelwerkende glijringpakking
mag worden toegepast, omdat deze niet optimaal
afdicht op grond van de onderdruk die in het
pomphuis wordt gegenereerd. Hier moeten de
bekende gequenchte of geblokkeerde dubbele
glijringpakkingen worden gebruikt.
In deze gebruiksaanwijzing wordt alleen op de
bijzonderheden van de zelfaanzuigende uitvoering
van de MNK-S, MNK-SB, en SCK-S ingegaan. Bij
overlappingen hebben de uitspraken in deze
gebruiksaanwijzing voorrang ten opzichte van de
gebruiksaanwijzingen van de normaal zuigende
pompen.
Het transportmedium mag geen vaste stoffen
bevatten omdat deze zich in het pomphuis
verzamelen. Wanneer er toch vaste stoffen worden
getransporteerd, moet het pomphuis regelmatig op
verzamelingen
van
vaste
stoffen
worden
gecontroleerd en af en toe worden gereinigd.
De precieze toepassingsvoorwaarden voor zover door
de besteller gespecificeerd, en de hiervoor
geselecteerde machine zijn gedocumenteerd in het
bijgevoegde s p e c i f i c a t i e b l a d inclusief de
vermogenseigenschappen als verbruikswaarden,
gewichten, materialen en emissies.
Wanneer de pomp voor andere dan de geplande
bedrijfsgegevens wordt gebruikt, moet de exploitant
zorgvuldig controleren of de uitvoering van de pomp,
de toebehoren en materialen voor de nieuwe
toepassing geschikt zijn.
Om het aanzuigvermogen van de zelfaanzuigende
pomp bij andere dan de ontwerpbedrijfsgegevens te
garanderen, wordt aanbevolen om overleg te plegen
met Richter.
Belangrijk voor de onberispelijke werking en
een veilige werking in het bijzonder met
betrekking tot de explosiebescherming ter
vermijding van potentiële ontstekingsbronnen is het
opvolgen van de vooraf gegeven natuurkundige
grenswaarden.
In verband met de explosiebescherming kunnen uit
deze
ontoelaatbare
werkwijzen
potentiële
ontstekingsbronnen (oververhitting, elektrostatische
en geïnduceerde opladingen, mechanische en
elektrische vonken) resulteren waarvan het ontstaan
alleen door het opvolgen van de reglementaire
toepassing en de ex-relevante veiligheidsinstructies in
de montage- en bedieningshandleiding kan worden
vermeden.
Baureihe MNK-S, MNK-SB, SCK-S, Ausführung „selbstansaugend“
Bovendien geldt voor de zelfaanzuigende pompen het
volgende:
 Gaspercentages
kunnen
tot
20%
meegetransporteerd
worden.
Bij
het
meetransporteren van gas van meer dan 5%
overleg plegen met Richter.
 Op grond van de constructie is de pomp in staat in
bepaalde toepassingsgebieden zelfstandig media
aan te zuigen.
Het is absoluut noodzakelijk de pomp voor het
zelfaanzuigen compleet te vullen.
Bij zelf aanzuigen in of uit een ex-zone moet
gegarandeerd worden dat een explosieve
atmosfeer zich slechts af en toe (Zone 1) in de
zuigbuis of de pomp bevindt. In deze gevallen
moet het aanzuigproces door middel van een
volumestroom of druk in de drukaansluiting en de
vloeistoftemperatuur in de pomp worden bewaakt.
Alternatief kan de installatie onder inert gas
worden geplaatst.
Het medium mag noch de in de tabel (zie onder)
geëiste
vloeistoftemperatuur
noch
de
kooktemperatuur
overschrijden.
Dit
kan
bijvoorbeeld door een temperatuurbepaling worden
gegarandeerd.
MNK-S, Tabel 1
Temperatuurklasse
volgens EN 13463-1
Grenswaarde van de
temperatuur van de
transportvloeistof
Bekledingsmateriaal
PFA
T6
T5
T4
T3
T2
T1
(85 °C)
(100 °C)
(135 °C)
(200 °C)
(300 °C)
(450 °C)
Niet toegelaten voor ATEX
125 °C
150 °C
150 °C
150 °C
1) 2)
1) Vetsmering :
geen beperkingen.
Oliebadsmering : Standaarduitvoering met aspakkingring
T4 geldt alleen tot en met 50 Hz,
T3 is alleen van toepassing boven 50 Hz.
T4 labyrintafdichtingen (speciale uitvoering)
2) De aangegeven grenswaarden van de temperatuur van de
vloeistof bij de inlaat van de pomp zijn voor het ongunstigste geval
(hoog toerental, geringe debiet, geringe warmtecapaciteit van het
medium, ...) vastgelegd. Bij gunstige bedrijfsomstandigheden
kunnen de aangegeven grenswaarden na overleg met de fabrikant
tot max. 5 K worden verhoogd.
MNK-SB
De in tabel 3 aangegeven temperatuurgrenswaarden
van de transportvloeistof zijn alleen geldig als er
motoren worden gebruikt waarbij de fabrikant van de
motor minstens de volgende temperatuurwaarden
voor motorflens en –as toestaat:
Seite 4
Tabel 2
Temperatuurklasse
T6
T5
T4
T3
T2
T1
Motorflens
70 °C
70 °C
75 °C
80 °C
80 °C
80 °C
Motoras
70 °C
80 °C
85 °C
100 °C
100 °C
100 °C
Tegelijkertijd mag de vooraf vastgelegde maximaal
toelaatbare omgevingstemperatuur van 40 °C niet
worden overschreden.
Tabel 3
Temperatuurklasse
volgens EN 13463-1
Grenswaarde van de
temperatuur van de
transportvloeistof
Bekledingsmateriaal
PFA
T6
T5
T4
T3
T2
T1
(85 °C)
(100 °C)
(135 °C)
(200 °C)
(300 °C)
(450 °C)
2)
75° C
2)
90 °C
2)
125 °C
150 °C
150 °C
150 °C
2) De aangegeven grenswaarden van de temperatuur van de
vloeistof bij de inlaat van de pomp zijn voor het ongunstigste
geval (hoog toerental, geringe debiet, geringe warmtecapaciteit
van
het
medium,
...)
vastgelegd.
Bij
gunstige
bedrijfsomstandigheden kunnen de aangegeven grenswaarden
na overleg met de fabrikant tot max. 5 K worden verhoogd.
Bij motoren met de soort ontstekingsbescherming
„verhoogde veiligheid“ is de maximaal toelaatbare
vloeistoftemperatuur gelijk aan de door de fabrikant
aangegeven temperatuur van de motoras resp.
motorflens.
In deze gevallen ligt de maximale medium
temperatuur 20 K boven de toegestane warmte
toevoer van de motor.
Bijv.: Max. motorastemperatuur:
60 °C
Max. motorflenstemperatuur: 65 °C
Hieruit volgt een maximale mediumtemperatuur voor
de pomp van 80 °C (60 °C + 20 K).
SCK-S, Tabel 4
Temperatuurklasse
volgens EN 13463-1
Grenswaarde van de
temperatuur van de
transportvloeistof
Bekledings-materiaal
PFA
T6
T5
T4
T3
T2
T1
(85 °C)
(100 °C)
(135 °C)
(200 °C)
(300 °C)
(450 °C)
Niet toegelaten voor ATEX
130 °C
150 °C
150 °C
150 °C
1)
Opm: Wanneer door de gebruiksaanwijzing van de
glijringpakking een lagere mediumtemperatuur dan in
bovenstaande tabel wordt vereist, is deze lagere
mediumtemperatuur doorslaggevend.
1) Vetsmering : geen beperkingen.
Oliebadsmering : Standaarduitvoering met aspakkingring T3
Labyrintafdichtingen (speciale uitvoering) T4
9230-162-nl
TM 9542
Revision 02
Ausgabe 06/2016
Baureihe MNK-S, MNK-SB, SCK-S, Ausführung „selbstansaugend“
1.2
Aantrekkoppels
Alle bouten ingevet, kruislings aandraaien.
Spiraalhuis 6kt.-schroef 901/22
Aantal x grootte
Nm
24 x M 10
40
Inlaatknie 6kt.-schroef 901/20
Aantal x grootte
Nm
8 x M 12
40
1.3
Seite 5
Typeplaatje
Het typeplaatje van roestvrijstaal is vast verbonden op
het lagerhuis geniet:
Wanneer de gebruiker zijn kentekens aanbrengt moet
erop worden gelet, dat de pomp met het toegepaste
doel overeenstemt.
Voorbeeld typeplaatje :
Afdapdeksel 6kt.-schroef 901/21
Aantal x grootte
Nm
8 x M 10
20
Blinddeksel schroefstift 902/1
Aantal x grootte
Nm
8 x M 10
20
2 Veiligheid, transport, opslag en afvalverwijdering
Voor veiligheid, transport, opslag en
afvalverwijderinggelden de overeenkomstige
hoofdstukken in de hiernaast genoemde montage- en
gebruiksaanwijzingen.
Deze aanvullende gebruiksaanwijzing is alleen geldig
samen met de montage- en gebruiksaanwijzing:
3
MNK permanente vetsmering
MNK oliebadsmering
MNK-B in modulaire opbouw
SCK permanente vetsmering
SCK oliebadsmering
9230-150-nl
9230-151-nl
9230-155-nl
9220-150-nl
9220-155-nl
Productbeschrijving
De zelfaanzuigende pomp is in tegenstelling tot de
normaal zuigende centrifugaalpomp in staat om de
zuigleiding zelf te ontluchten.
De pomp produceert daarbij een onderdruk in de
zuigleiding zodat de transportvloeistof wordt
aangezogen tot uiteindelijk de hele zuigleiding is
gevuld en het vloeistoftransport kan beginnen. Hierbij
moet erop worden gelet dat de maximale
geodetische
zuighoogte
en
de
maximale
geodetische
tegendrukhoogte
niet
worden
overschreden en de stoomdruk van het medium in
de pomp tijdens het ontluchten niet wordt
onderschreden.
De behuizing van de zelfaanzuigende pomp is
zichtbaar in de doorsnedetekening in paragraaf 8.1.
9230-162-nl
TM 9542
Revision 02
Ausgabe 06/2016
3.1
Werkwijze
Voor het inschakelen moet de pomp minstens tot de
onderkant van de zuigaansluiting gevuld zijn.
Na het inschakelen van de pomp wordt het
transportmedium dat in het inlaatknie aanwezig is
door de waaier via het spiraalhuis in het pomphuis
getransporteerd.
Aangedreven door de druk die door de waaier wordt
geproduceerd wordt het transportmedium van hier
uit door de zitting heen weer direct in de waaier
ingespoten.
Deze
mediumstraal
bestrijkt
daarbij
de
inlaatopeningen van de waaiercellen van de
draaiende waaier, zodat hierin van het medium
afgesloten luchtkamers ontstaan. De waaiercellen
worden dus met medium gespoeld. Daarom wordt
dit ontluchtingsprincipe ook waaiercelspoeling
genoemd.
Baureihe MNK-S, MNK-SB, SCK-S, Ausführung „selbstansaugend“
De ingesloten lucht wordt nu samen met het medium
door de waaier via het spiraalhuis in het pomphuis
getransporteerd. Hier kunnen de lucht en het medium
zich weer van elkaar scheiden waarbij de lucht door
de luchtaansluiting kan ontwijken en het medium zich
onder in het pomphuis verzamelt. In deze
bedrijfstoestand wordt geen medium uit de pomp
getransporteerd, het circuleert in een interne
kringloop en alleen de aangezuigde lucht verlaat de
pomp door de drukaansluiting.
Wanneer de zuigleiding volledig leeg is, begint het
mediumtransport. Zuig- en drukaansluiting zijn met
medium gevuld. De door de waaier geproduceerde
druk stijgt omdat het nu volledig met medium is
gevuld.
De zelfaanzuigende pomp werd door de fabrikant al
optimaal aan de geëiste bedrijfsomstandigheden
aangepast. De interne kringloop in de pomp blijft
tijdens het gehele transport behouden.
3.2
Toepassingsgebied
De
mogelijke
toepassingsgebieden
van
de
zelfaanzuigende pomp kunnen in twee groepen
worden samengevat, die met „putlediging“ en
„lediging met overloop“ kunnen worden aangeduid.
Wanneer de eerder gevulde pomp (zie paragraaf
6.1.1) voor het eerst wordt ingeschakeld, is de
drukleiding nog mediumvrij, d.w.z. deze kan zonder
tegendruk ontluchten.
Wanneer het reservoir aan de zuigzijde echter al
eerder werd geleegd, vervolgens de afsluitklep aan
de drukzijde werd gesloten en de pomp werd
uitgeschakeld,
moet
de
pomp
in
beide
toepassingsgevallen bij iedere verdere ontluchting
tegen een statische mediumzuil, gekenmerkt door
de geodetische tegendrukhoogte HD,geo, aanwerken.
De zelfaanzuigende pomp kan slechts tot een
bepaalde maximale tegendruk ontluchten. Wanneer
deze druk wordt overschreden, moet een aparte
drukvrije ontluchtingsleiding worden gemonteerd.
Afhankelijk van de ontluchtingstijd stijgt de
temperatuur van het medium dat zich in de pomp
bevindt. Er moet gewaarborgd zijn dat de stoomdruk
van het medium die groter wordt bij stijgende
temperatuur, altijd kleiner blijft als de in de
zuigleiding daadwerkelijk aanwezige druk.
3.3
Toepassingsgrenzen
De toepassingsgrenzen van de zelfaanzuigende
pomp worden door de dichtheid van het
transportmedium bepaald.
De volgende tabel geeft de maximaal mogelijke
geodetische zuighoogte afhankelijk van de dichtheid
weer.
Dichtheid Hs, geo max.
3
[kg/dm ]
Bij de putlediging bestaat de transporttaak eruit een
vergeleken met de pomp lager gelegen reservoir in
een verzamelbak te transporteren. Bij mediumvrije
zuigleiding moet de pomp het transportmedium om de
geodetische zuighoogte HS,geo omhoog transporteren.
Dit moet worden onderscheiden van de lengte van de
dompelpijp L1.
Seite 6
[m]
1
6
1,1
5,4
1,2
4,7
1,3
4,2
1,4
3,7
1,5
3,3
1,6
2,8
1,7
2,3
1,8
1,9
1,9
1,5
2
1
Het product uit mediumdichtheid  in kg/dm en
geodetische tegendrukhoogte HD,geo in m mag bij
1450 1/min en 1750 1/min maximaal 6 en bij 2900
1/min en 3500 1/min maximaal 18 bedragen.
Om de ontluchtingstijd zo kort mogelijk, de
temperatuurverhoging in de pomp zo gering mogelijk
en zodoende de afstand tot de stoomdruk van het
medium zo groot mogelijk te houden, moet de
zuigleiding zo kort mogelijk zijn.
Voor het speciale toepassingsgeval waarvoor de
pomp werd geleverd, wordt voldoende afstand tot de
stoomdruk aangehouden.
3
Bij de lediging met overloop, bijv. uit een
tankwagen, heeft de pomp over het algemeen
toevoer. Het medium moet hier echter de overloop
met de geodetische zuighoogte HS,geo overwinnen.
9230-162-nl
TM 9542
Revision 02
Ausgabe 06/2016
Baureihe MNK-S, MNK-SB, SCK-S, Ausführung „selbstansaugend“
4
Plaatsing / inbouw
4.1
Veiligheidsvoorschriften
Apparaten, die in explosiegevaarlijke zones worden
bedreven, moeten voldoen aan de voorschriften
inzake ex-bescherming.
De
in
de
desbetreffende
montageen
bedieningshandleiding
genoemde
veiligheidsinstructies moeten in elk geval worden
opgevolgd.
Met magneetpompen MNK-S, MNK-SB :
Personen met pacemaker worden in gevaar
gebracht door het sterke magneetveld van de
magneetkoppeling. Het verblijf binnen een
afstand van 500 mm tot de pomp kan levensgevaarlijk
zijn.
In de volgende installatiehandleidingen wordt ervan
uitgegaan dat er standaard een afsluitklep achter de
pomp aanwezig is.
Er ontstaan verschillende installaties.
Seite 7
Deze wordt leeg geheveld wanneer de drukleiding
na het uitschakelen van de pomp geopend blijft en
de mediumzuil aan de drukzijde door de pomp kan
terugstromen.
Daarbij wordt teveel medium uit het pomphuis
meegesleurd zodat de pomp bij hernieuwde start
niet meer kan aanzuigen!
Het leeg hevelen van de pomp kan worden
vermeden wanneer na beëindiging van et transport
eerst de afsluitklep aan de drukzijde wordt gesloten
en daarna de pomp wordt uitgeschakeld.
Er wordt aanbevolen de pomp uit te schakelen voor
er lucht in de zuigleiding binnentreedt, d.w.z. het
einde van de zuigleiding moet steeds in het onderste
mediumspiegelniveau liggen.
4.1.2 Lediging met overloop
4.1.1 Putlediging
Volgens de afbeelding zijn er bij de pomp geen extra
armaturen nodig wanneer steeds gegarandeerd is dat
de pomp na het uitschakelen niet wordt leeg
geheveld.
5
Inbedrijfstelling / buiten werking stellen
De algemene inbedrijfstelling/buiten werking stellen is
al beschreven in de montage- en gebruiksaanwijzing
voor pompen van de series MNK, MNK-B en SCK.
Het gaat hier bijvoorbeeld om werkzaamheden c.q.
controles aan lagerhuis, koppeling en motor.
5.1
Zoals de afbeelding laat zien zijn er bij de lediging
met overloop geen exgtra armaturen bij de pomp
nodig.
De volgorde van bedienen van de afsluitklep en
inbedrijfstelling van de pomp is voor de start en
uitschakelprocedure willekeurig.
Eerste inbedrijfstelling
Normaal gesproken zijn de pompen reeds met water
proefgedraaid. Daarom kunnen er, indien er geen
speciale overeenkomsten zijn vastgelegd, nog
geringe hoeveelheden water in de pomp aanwezig
zijn. Hiermee dient t.a.v. een eventuele reactie met
het medium rekening te worden gehouden.
9230-162-nl
TM 9542
Revision 02
Ausgabe 06/2016
5.1.1 Vullen van het pomphuis
De zelfaanzuigende pomp heeft weliswaar het
vermogen haar zuigleiding zelfstandig te ontluchten,
het pomphuis moet daarvoor echter eerst met
minstens 17 liter vloeistof gevuld zijn. Dit
mediumvolume kan de pomp bij de eerste
inbedrijfstelling via een aparte vulaansluiting, bijv.
Richter 3-weg kijkglas TSG, aan de drukaansluiting
direct via de pomp worden toegevoerd.
Baureihe MNK-S, MNK-SB, SCK-S, Ausführung „selbstansaugend“
Er moet gecontroleerd worden of zuigflens, drukflens
en ledigingflens zijn aangehaald waarbij de Richterinformatie over aantrekkoppels van de schroeven uit
de mede geldende gebruiksaanwijzingen in acht
moeten worden genomen.
5.1.2 Controleren van de draairichting
Bij gevulde pomp moet de draairichting van de motor
worden gecontroleerd met een draaiveldmeter.
Wanneer u daar niet over beschikt, moet de motor
kort in- en weer uitgeschakeld worden zodat hij niet
op het toerental komt. Daarbij moet de draairichting
van de ventilator via de ventilatorkap worden
geobserveerd.
De draairichtingspijl die op het pomphuis is
aangebracht, geeft de betrouwbare draairichting van
de pomp aan.
5.1.3 Opstarten
 De eventueel aanwezige afsluitklep aan zuigzijde
moet worden geopend.
 De aanbevolen afsluitklep aan drukzijde moet
worden gesloten.
 Nu kan de motor ingeschakeld en daarna de
afsluitklep aan drukzijde naar gelang de gewenste
transporthoeveelheid worden geopend.
5.2
Buiten werking stellen
Persafsluiter geheel sluiten.
Motor uitzetten.
De zuigleiding slechts dan sluiten als de pomp
leeggemaakt c.q. gedemonteerd dient te
worden.
Wanneer aan de machine wordt gewerkt of wanneer
deze wordt gedemonteerd moet erop worden gelet
dat deze niet per ongeluk weer kan worden
ingeschakeld.
Bij het legen resp. spoelen moeten de lokale
voorschriften in acht worden genomen.
Wanneer een terugzending aan de eigen
werkplaatsen of de fabrikant plaatsvindt, moet een
bijzonder grondige reiniging worden uitgevoerd.
Zie ook paragraaf 3.4 in de montage- en
bedieningshandleiding van de desbetreffende serie.
5.3
Opnieuw starten
Bij het opnieuw starten van de pomp moet erop
worden gelet dat afhankelijk van de voortgang van de
buiten werking stelling alle betreffende stappen, zoals
onder paragraaf 5.1 beschreven, worden herhaald.
9230-162-nl
TM 9542
Revision 02
Ausgabe 06/2016
5.4
Seite 8
Ontoelaatbaar gebruik en de
gevolgen ervan
Ontoelaatbaar gebruik, ook kortdurend kan
ernstige schade aan het aggregaat tot
gevolg hebben.
In verband met de explosiebescherming kunnen uit
dit
ontoelaatbaar
gebruik
potentiële
ontstekingsbronnen (oververhitting, elektrostatische
en geïnduceerde opladingen, mechanische en
elektrische vonken) resulteren, die enkel door het
aanhouden van de reglementaire toepassing kunnen
worden voorkomen.
Zie naar gelang de gekozen bouwvorm de
bijbehorende gebruiksaanwijzing MNK, MNK-B of
SCK.
De pomp wordt zonder vloeistof in bedrijf
gesteld :
 Magneetkoppelingspomp: de glijlagers in de
pomp kunnen vernield worden.
 Glijringpakkingspomp: de glijringpakking kan al
na enkele omwentelingen worden vernield.
Zuigleiding niet c.q. niet geheel geopend :
 Pomp caviteert, materiaalschade is het gevolg.
 Pomp bereikt niet de noodzakelijke opvoerhoogte
of opvoerhoeveelheid.
 De pomp
vernield.
kan
door
oververhitting
worden
Persafsluiter te ver gesloten :
 De pomp
vernield.
kan
door
oververhitting
worden
Persventiel volledig geopend :
 Pomp kan caviteren. Bijzonder sterk bij een
leeggelopen persleiding.
 Drukstootgevaar.
 Glijringpakkingspomp:
asdoorbuiging
met
glijringpakking.
gevaar voor te grote
gevolgen
voor
de
 Motor kan worden overbelast.
Zuigafsluiter en persafsluiter gesloten :
 Vernieling door snelle oververhitting en sterke
drukstijging mogelijk.
Regeling van de pomp met de zuigafsluiter :
 Gevaar van cavitatie. Het transportvolume moet
alleen aan de drukzijde worden geregeld.
Overschrijding van het toelaatbare
gaspercentage :
 De transportstroom kan afbreken.
 Voor hernieuwde transport pomp uitzetten en
ontluchten.
 Erop letten dat het gaspercentage zoals
beschreven bij de reglementaire toepassing niet
wordt overschreden.
Baureihe MNK-S, MNK-SB, SCK-S, Ausführung „selbstansaugend“
6
Onderhoud
6.1
Aanwijzingen voor de
demontage
Alle reparatie- en onderhoudswerkzaamheden dienen
met passend gereedschap door gekwalificeerd
personeel te worden uitgevoerd.
Is de vereiste documentatie aanwezig?
Is de pomp volgens de voorschriften buiten werking
gesteld, geleegd en gespoeld?
Zie ook paragraaf 5.2.
De demontage en montage van de pomp vindt plaats
overeenkomstig de bijbehorende montage- en
bedieningshandleiding.
6.5
Seite 9
Demontage
6.5.1 Inschuifeenheid en waaier
Wanneer de inschuifeenheid inclusief waaier
gedemonteerd moet worden, kan het pomphuis 101
met de buisleiding verbonden blijven.
Wanneer de koppeling naar de motor een
demontagekoppeling is, kan de motor eveneens
blijven staan.
De 6kt.-schroeven van de inschuifeenheid naar het
spiraalhuis 102 losdraaien en de inschuifeenheid
inclusief waaier lostrekken.
6.5.2 Spiraalhuis
6,2
Inschuifeenheid
Naar gelang de inschuifeenheid moeten de
meegeleverde
onderhoudsen
reparatiehandleidingen van de MNK, MNK-B of SCK
in acht worden genomen.
6.3
Ontluchting
Voor het legen van de zelfaanzuigende pomp moeten
de beide 6kt.-moeren 920/1 van het blinde deksel 122
worden verwijderd en het blinde deksel 122 met
centreerafdichting 415 worden afgenomen. De inhoud
van het pomphuis 101 bedraagt maximaal 17 liter.
Met in de buisleidingen evt. nog aanwezig medium
moet ook rekening worden gehouden. Er moet een
opvangbak met passende grootte beschikbaar
worden gesteld.
Attentie bij gevaarlijke media.
Net als bij normaal aanzuigende pompen biedt
Richter een overgangsstuk aan dat in plaats van het
blinde deksel kan worden gemonteerd. Zo kan het
medium zonder gevaar in een afgesloten
leidingsysteem worden afgevoerd.
6.4
Het spiraalhuis 102 kan worden verwijderd nadat de
inschuifeenheid werd gedemonteerd. Daarna
moeten
de
6kt.-schroeven
901/22
worden
losgedraaid die het spiraalhuis 102 met het
pomphuis 101 verbinden. Met het spiraalhuis
worden tegelijkertijd de inloopring 131 en de stift
560/2 gedemonteerd.
6.5.3 Zitting
Om de zitting 585 en de kap 580 te kunnen
demonteren, moet de pomp eerst aan de zuigzijde
van de buisleiding worden losgekoppeld. Dan
moeten de 6kt.-schroeven 901/20 van het inlaatknie
139 naar het pomphuis 101 worden losgemaakt. Nu
kan de hele eenheid uit inlaatknie 139, zitting 585 en
kap 580 worden losgetrokken. Daarbij moet het
inlaatknie 139 90° worden gedraaid zodat de hele
eenheid door de opening in het pomphuis 101 past.
Nu kan de zitting 585 uit het inlaatknie 139 worden
getrokken. De kap 580 kan van de zitting 585
worden geschroefd.
Bij de montage van deze eenheid moet erop worden
gelet dat bij het invoeren van het inlaatknie in het
pomphuis de zitting in het inlaatknie niet verdraaid.
De opening van de zitting moet in gemonteerde
toestand loodrecht omlaag wijzen.
Reinigen
De zelfaanzuigende pomp is niet geschikt voor het
transporteren van transportvloeistoffen met vaste
deeltjes. Wanneer er niettemin vaste deeltjes in de
pomp komen, worden deze op de bodem van het
pomphuis 101 afgezet. Het ledigingdeksel 169 kan
worden afgenomen en vaste stoffen kunnen worden
verwijderd, zie hiervoor paragraaf 6.5.4.
9230-162-nl
TM 9542
Revision 02
Ausgabe 06/2016
6.5.4 Ledigingdeksel
Het ledigingdeksel 169 kan na het losmaken van de
6kt.-schroeven 910/21, die het deksel met het
pomphuis 101 verbinden, worden verwijderd.
Baureihe MNK-S, MNK-SB, SCK-S, Ausführung „selbstansaugend“
Seite 10
6.5.5 Inloopring
6.6
De inloopring 131 kan of bij de demontage van het
spiraalhuis 102 worden verwijderd of na het
verwijderen van de inloopbocht 139. In het tweede
geval kan deze samen met de stift 560/2 door de
grote opening aan zuigzijde in het pomphuis 101 van
het spiraalhuis 102 worden losgetrokken.
Bij de montage moeten de aanwijzingen voor de
demontage van paragraaf 6.5 in omgekeerde
volgorde worden opgevolgd.
Bij de montage moeten de regels die voor de
machinebouw gelden in acht worden genomen.
Er mogen alleen originele reserveonderdelen
worden gebruikt.
Pasplaatsen, schroeven en schotelveren met een
corrosiebeschermingsvet behandelen.
Na het starten van de installatie (vooral bij een
temperatuurbelasting) moetend e aantrekkoppels
worden gecontroleerd en weer op de juiste waarde
worden gebracht. Aantrekkoppels, zie paragraaf
1.2.
Bij kritieke toepassingsvoorwaarden zoals hoge
temperaturen en grote temperatuurschommelingen
moeten de aantrekkoppels periodiek worden
gecontroleerd.
6.5.6 Stijgbuis
Om de stijgbuis 711 uit de pomp te verwijderen, moet
de
buisleiding
aan
de
drukzijde
worden
gedemonteerd. Dan kan de stijgbuis er naar boven
worden uitgetrokken.
6.5.7 Opslag van de componenten
Als er in aansluiting aan de demontage geen
hernieuwde montage volgt moeten de kunststof en
keramiek componenten bijzonder zorgvuldig worden
opgeslagen. De keramiekcomponenten zijn relatief
breukgevoelig; bij de kunststofdelen moeten vooral de
zachte afdichtvlakken worden beschermd.
7
Montage
Storingen
Storingen kunnen het gevolg zijn van
ontoelaatbaar gebruik. Dit ontoelaatbaar
gebruik, ook kortdurend kan ernstige schade
aan het aggregaat tot gevolg hebben.
In verband met de explosiebescherming kunnen uit dit
ontoelaatbaar gebruik potentiële ontstekingsbronnen
(oververhitting, elektrostatische en geïnduceerde
opladingen, mechanische en elektrische vonken)
resulteren, die enkel door het aanhouden van de
reglementaire toepassing kunnen worden voorkomen.
Zie ook paragraaf 5.4.
Mocht er onduidelijkheid bestaan over de toe te
passen methode, neem dan a.u.b. contact op met de
bedrijfsinterne expert of met de pompfabrikant.
In deze gebruiksaanwijzing wordt alleen op storingen
ingegaan die speciaal verband houden met de
uitvoering „zelfaanzuigend“.
Algemene hulp bij storingen staat vermeld in de
montage- en bedieningshandleidingen van de
desbetreffende pomptypes MNK, MNK-B of SCK.
9230-162-nl
TM 9542
Revision 02
Ausgabe 06/2016
Pomp zuigt niet aan:
 Is de pomp met minstens 17 liter medium
gevuld?
 Is de zuigleiding ondicht?
 Is een eventuele afsluitklep aan de zuigzijde niet
volledig geopend of de doorsnede van de
zuigleiding op andere wijze vernauwd?
 Zijn er vaste stoffen in het pomphuis verzameld
en verstoppen deze de zitting?
 Is het medium te heet geworden en verdampt in
de pomp?
 Werden de
opgevolgd?
installatie-
en
startaanwijzingen
Baureihe MNK-S, MNK-SB, SCK-S, Ausführung „selbstansaugend“
8
Doorsnedentekening, zelfaanzuigende behuizing
101
102
122
131
139
169
230
401
415
9230-162-nl
TM 9542
pomphuis
spiraalhuis
blinddeksel
spiraalhuis
inlaatknie
aftapdeksel
waaier
huispakking
centreerafdichting
Revision 02
Ausgabe 06/2016
554/x onderlegschijf
557/x contactschijf
560
stift
580
aanzuigventiel: kap
711
stijgbuis
752
aanzuigventiel: zitting
901/x
6kt.-schroef
902/x
stiftschroef
920/1
6kt.-moer
Seite 11
Download PDF