Sony | DHC-MD5 | Sony DHC-MD5 Istruzioni per l'uso

3-858-047-42(1)
Mini Hi-Fi
Component
System
Gebruiksaanwijzing
NL
Istruzioni per l’uso
I
f T
DHC-MD5
©1996 by Sony Corporation
DHCMD5.3-858-047-42.NLI
WAARSCHUWING
Stel het apparaat niet bloot aan regen of
vocht, om gevaar van brand of een
elektrische schok te voorkomen.
Open niet de behuizing, om gevaar van elektrische
schokken te vermijden. Laat reparaties aan de
erkende vakhandel over.
Installeer het apparaat niet in een krappe,
omsloten ruimte zoals een boekenkast of een
inbouwkast.
Amerikaanse en buitenlandse octrooien onder
licentie van Dolby Laboratories Licensing
Corporation.
De laser in dit apparaat is in staat straling uit te
zenden die de toegestane limiet van Klasse 1
overschrijdt. LASER KLASSE 1
Deze compact disc
speler is geklassificeerd
als een LASER KLASSE
1 produkt.
Het label met de
aanduiding CLASS 1
LASER PRODUCT
bevindt zich aan de
achterkant van het
apparaat.
Dit waarschu-wingslabel bevindt zich binnenin het
apparaat.
Bij dit produkt zijn batterijen
geleverd.
Wanneer deze leeg zijn, moet u ze niet
weggooien maar inleveren als KCA.
2
DHCMD5
3-858-047-42 (1)NL
Inhoudsopgave
Voorbereidingen
Stap 1: Aansluiten van de
stereo-installatie ............................... 4
Stap 2: Gelijkzetten van de klok ........... 5
Stap 3: Vastleggen van uw favoriete
radiozenders ..................................... 6
Aansluiten van externe audio/videoapparatuur en buitenantennes ....... 7
Basisbediening
Afspelen van een compact disc ............ 9
Opnemen van een compact disc ........ 10
Afspelen van een minidisc .................. 12
Luisteren naar de radio ....................... 13
Opnemen van een radio-uitzending . 14
Programma-weergave van muziek
op een minidisc .............................. 22
– Opname/Montage
Alvorens u begint met opnemen ........ 23
Handmatig opnemen op een
minidisc ........................................... 24
Aanbrengen van
muziekstuknummers .................... 25
Wissen van minidisc-opnamen .......... 27
Verplaatsen van opgenomen
muziekstukken ............................... 29
Onderverdelen van opgenomen
muziekstukken ............................... 30
Samenvoegen van opgenomen
muziekstukken ............................... 31
Titels voor uw minidiscs invoeren .... 32
NL
Instellen van de weergave
Compact disc speler
Gebruik van het CD uitleesvenster ... 15
Herhaalde weergave van
muziekstukken op CD .................. 15
Willekeurige weergave van
muziekstukken op CD .................. 16
Programma-weergave van
muziekstukken op CD .................. 17
Repeteerweergave van een
muziekpassage op CD .................. 18
Titels voor uw compact discs
invoeren .......................................... 19
Minidisc-recorder
– Weergave
Gebruik van het minidiscuitleesvenster ................................. 20
Herhaalde weergave van muziek
op een minidisc .............................. 21
Willekeurige weergave van muziek
op een minidisc .............................. 22
Bijregelen van het geluid ..................... 33
Gebruik van het akoestiekmenu ........ 34
Andere mogelijkheden
Namen voor uw voorkeurzenders
invoeren .......................................... 34
Gebruik van het Radio Data
Systeem (RDS) ................................ 35
Met muziek in slaap vallen ................. 37
Met muziek gewekt worden ............... 38
Schakelklok-opname van radiouitzendingen ................................... 39
Aanvullende informatie
Voorzorgsmaatregelen ........................ 41
Beperkingen van het minidiscsysteem ............................................ 42
Verhelpen van storingen ..................... 44
Technische gegevens ............................ 46
Index ....................................................... 48
3
DHCMD5
3-858-047-42 (1)NL
Voorbereidingen
Stap 1: Aansluiten van de stereo-installatie
Volg de onderstaande aanwijzingen van 1 t/m 3 om uw stereo-installatie aan te sluiten met de
bijgeleverde snoeren en ander toebehoren. Voer daarna de stappen 2 en 3 uit om de
voorbereidingen te kompleteren.
AM-kaderantenne
FM-antenne
Rechter luidspreker
Linker luidspreker
Achterpaneel van
de DHC-MD5
R
1 Sluit de luidsprekers aan.
Sluit de luidsprekersnoeren aan op de
SPEAKER klemmen met dezelfde kleur.
Houd de luidsprekersnoeren uit de
buurt van de antennes en
antennesnoeren, om storing in de
weergave te voorkomen.
4
DHCMD5
3-858-047-42 (1)NL
Zwart (’)
Rood (‘)
L
2 Sluit de FM- en AM-antennes aan.
Stap 2: Gelijkzetten
van de klok
Zet de kaderantenne in elkaar en sluit
deze aan.
Strek de FMAM-kaderantenne draadantenne zover
mogelijk horizontaal uit.
Om de schakelklok-funkties te kunnen
gebruiken, zult u eerst de ingebouwde klok
op de juiste tijd moeten instellen.
FM
CO 75Ω
AXA
L
AM
1
2,4 3,5
º
·
3 Steek de stekker van het netsnoer in
het stopkontakt.
∏
π
‚
§
®
1
Druk op de TIMER SET toets.
2
Stel met de MULTI JOG draaiknop
in op het juiste uur.
De ingebouwde klok werkt met een
24-uurs cyclus.
Plaats twee R6 (AA-formaat)
batterijen in de afstandsbediening
]
}
]
}
3
Druk op de ENTER/YES
invoertoets.
4
Stel met de MULTI JOG draaiknop
in op de juiste minuut.
5
Druk op de ENTER/YES
invoertoets.
Tip
Bij normaal gebruik zal een stel batterijen ongeveer
zes maanden meegaan. Als de stereo-installatie niet
meer goed op de afstandsbediening reageert,
vervangt u dan beide batterijen door nieuwe.
Opmerking
Wanneer u de afstandsbediening geruime tijd niet
gebruikt, kunt u beter de batterijen eruit
verwijderen, om schade door eventuele
batterijlekkage en corrosie te vermijden.
De klok gaat nu lopen.
Korrigeren van de ingestelde tijd
1 Druk op de TIMER SET toets.
2 Draai aan de MULTI JOG instelknop tot er
“CLOCK SET?” wordt aangegeven en druk
dan op de ENTER/YES invoertoets.
3 Herhaal de stappen 2 t/m 5.
DHCMD5
3-858-047-42 (1)NL
5
Stap3:Vastleggen
van uw favoriete
radiozenders
U kunt maximaal 40 favoriete radiozenders
vastleggen, 20 voor de FM, 10 voor de
middengolf en 10 voor de langegolf.
Bij het model voor Duitsland kunt u
maximaal 30 zenders vastleggen, 20 voor de
FM en 10 voor de AM.
2
4
3,6
º
·
∏
π
4
Druk op de EDIT/NO toets en draai
dan aan de MULTI JOG instelknop
tot er “Frq-MEMORY ?” wordt
aangegeven.
5
Druk op de ENTER/YES toets.
6
Draai aan de JOG instelknop om in
te stellen op het gewenste
voorinstelnummer voor de
ontvangen zender.
‚
§
®
Voorinstelnummer
·
∏
π
§
7
1
1
5,7
Druk net zovaak op de TUNER/
BAND toets tot de gewenste
afstemband in het uitleesvenster
wordt aangegeven.
Telkens wanneer u op deze toets drukt,
verandert de afstemband als volgt:
Model voor Duitsland:
FM nAM
Overige modellen:
FM n MG n LG
2
3
6
Druk net zovaak op de TUNING
MODE toets totdat de aanduiding
“AUTO” in het uitleesvenster
verschijnt.
Druk op de ENTER/YES toets.
De zender wordt nu vastgelegd onder
uw gekozen nummer.
8
Herhaal de stappen 1 t/m 7 voor elk
van de voorkeurzenders die u wilt
vastleggen.
Afstemmen op een zender die te
zwak is voor automatische
afstemming
Druk in stap 2 net zovaak op de TUNING
MODE toets tot de aanduiding “MANUAL”
verschijnt en draai dan aan de MULTI JOG
instelknop om op de gewenste zender af te
stemmen.
Vastleggen onder een ander
nummer
Volg de aanwijzingen weer vanaf stap 1.
Tip
Draai aan de MULTI JOG instelknop.
De tuner begint nu de afstemband te
doorzoeken, om te stoppen wanneer er
op een duidelijk doorkomende zender is
afgestemd. In het uitleesvenster
verschijnt de aanduiding “TUNED” (en
ook “STEREO” als er een FM stereo
radio-uitzending wordt ontvangen).
DHCMD5
3-858-047-42 (1)NL
De vastgelegde voorkeurzenders zullen na het
verwijderen van de stekker uit het stopkontakt of na
uitvallen van de stroom ongeveer een week lang in
het afstemgeheugen bewaard blijven.
Aansluitenvan
externeaudio/videoapparatuuren
buitenantennes
Voor een veelzijdig gebruik van uw stereoinstallatie kunt er los verkrijgbare apparatuur
op aansluiten. Zie voor nadere
bijzonderheden tevens de gebruiksaanwijzing
van elk aan te sluiten apparaat.
Aansluiten van een
videospel/videorecorder
Zorg bij het aansluiten dat u de kleuren van
de stekkers en de aansluitbussen niet
verwisselt.
2 Schakel de stroom uit, houd de
FUNCTION toets ingedrukt in en schakel
dan de stroom weer in met de POWER
schakelaar.
Om weer terug te schakelen naar “VIDEO”
gaat u net zo te werk vanaf “GAME” in
stap 1.
Betreffende de “VIDEO” en “GAME”
instellingen
Stel in op de stand die het best voldoet met de
apparatuur
aangesloten op de VIDEO/GAME IN
aansluitingen.
• Bij aansluiten van een videorecorder, een AM/
FM-tuner of een cassettedeck stelt u in op
“VIDEO”.
• Bij aansluiten van een videospel, een
multidiscspeler of een DAT cassettedeck stelt u
in op “GAME”.
• Als het geluid vervormd klinkt in de “VIDEO”
stand, schakel dan over op de “GAME” stand.
Aansluiten van audioapparatuur
Aansluiten van een cassettedeck
Zorg bij het aansluiten dat u de kleuren van
de stekkers en de aansluitbussen niet
verwisselt.
naar de audio-uitgangsaansluitingen van
het videospel of de videorecorder.
naar de audioingangsaansluitingen
van het aan te sluiten
cassettedeck.
naar de AU-BUS
aansluiting van het
TC-TX5 stereo
cassettedeck.
Weergeven van het geluid van de
videorecorder
Druk net zovaak op de FUNCTION
keuzeschakelaar tot de aanduiding “VIDEO”
verschijnt.
Weergeven van het geluid van een
videospel
Druk net zovaak op de FUNCTION
keuzeschakelaar tot de aanduiding “GAME”
verschijnt.
Als u met de FUNCTION keuzeschakelaar
wel kunt instellen op “VIDEO” maar niet op
“GAME”, kunt u deze mogelijkheid
omschakelen op de volgende wijze.
1 Druk net zovaak op de FUNCTION
keuzeschakelaar tot de aanduiding
“VIDEO” verschijnt.
naar de audiouitgangsaansluitingen
van het aan te sluiten
cassettedeck.
Tip
Als u het TC-TX5 cassettedeck aansluit op de
DHC-MD5, vergeet dan niet de beide apparaten
onderling te verbinden via de AU-BUS
aansluitingen.
wordt vervolgd
DHCMD5
3-858-047-42 (1)NL
7
Aansluiten van externe audio/
video-apparatuur en
buitenantennes (vervolg)
Aansluiten van een minidiscrecorder/DAT cassettedeck
Een minidisc-recorder/DAT cassettedeck met
een vierkante optische aansluitbus kunt u
rechtstreeks aansluiten op de CD DIGITAL
OPTICAL OUT aansluiting. Dan kunt u op de
aangesloten minidisc-recorder of het DAT
cassettedeck digitale opnamen maken van
een CD of een minidisc die u afspeelt op deze
stereo-installatie.
y
Aansluiten van
buitenantennes
Voor de beste radio-ontvangst is het
aanbevolen een of meer buitenantennes aan
te sluiten.
FM-antenne
Sluit een los verkrijgbare FM-buitenantenne
aan. Ook kunt u gebruik maken van een TVantenne.
F
M7
CO 5Ω
AXA
L
AM
IEC standaard
antennestekker
(niet bijgeleverd)
AM-antenne
Sluit een geïsoleerde draad van 6 tot 15 meter
lengte aan op de AM antenne-aansluiting.
Laat de AM-kaderantenne hierbij ook nog
wel aangesloten.
Geïsoleerde draad
(niet bijgeleverd)
naar de optische digitale
ingangsaansluiting van
een minidisc-recorder/
DAT cassettedeck
Aardingsdraad
(niet
bijgeleverd)
FM
7
CO 5Ω
AXA
L
AM
Tip
Als u een platenspeler met een “MM” magnetisch
element aansluit op de VIDEO/GAME IN
aansluitingen, gebruikt u dan voor het aansluiten de
los verkrijgbare MM equalizer-voorversterker EQ-2
en het audio-aansluitsnoer.
Voor het luisteren naar de weergave van de
platenspeler, drukt u dan op de FUNCTION
keuzeschakelaar tot de aanduiding “VIDEO”
verschijnt.
Om storing in de weergave te voorkomen, verbindt
u de y aansluiting met de aardaansluiting van de
platenspeler.
8
DHCMD5
3-858-047-42 (1)NL
Belangrijk
Bij gebruik van een buitenantenne dient deze
geaard te worden, ter bescherming tegen
blikseminslag. Sluit de aardingsdraad nooit
aan op een gasleiding; gezien de kans op een
gasexplosie is dit uiterst gevaarlijk.
Basisbediening
Nummer van de
disc-uitsparing
Afspelenvaneen
compactdisc
Muziekstuknummer
Met deze stereo-installatie kunt u tot drie
compact discs achtereen afspelen.
0/)
VOLUME
POWER 1/ALL DISCS MULTI JOG
º
·
·
∏
∏
π
π
1
§
®
Doet u het volgende
Stoppen met
afspelen
Druk op de π stoptoets.
Pauzeren
Druk op de ∏ pauzetoets.
Nogmaals drukken om de
weergave te hervatten.
Opzoeken van
een
muziekstuk
Draai de MULTI JOG knop naar
rechts (om vooruit te gaan) of
naar links (om terug te gaan) en
laat de knop los bij het
gewenste muziekstuk. Ook
kunt u de AMS* + of =
zoektoets op de
afstandsbediening gebruiken.
Voor het doorzoeken op de
andere CD’s houdt u de MULTI
JOG instelknop langer vast.
§
1 2
Druk op de § uitschuiftoets
sluittoets en leg een of twee compact
discs in de disc-lade.
Met de
bedrukte labelkant boven.
Voor het
afspelen van
een 8 cm CD
singletje plaatst
u dit in de
binnenste
uitsparing van
de disc-lade.
Voor het inleggen van een derde
compact disc drukt u op de DISC SKIP
toets om het disc-plateau door te
draaien.
2
Voor het
Druk op een van de DISC 1 – 3
toetsen. De disc-lade sluit en het
afspelen van de gekozen CD begint.
Als u op de · weergavetoets drukt met
de disc-lade dicht, dan begint het
afspelen vanaf het begin van de CD in de
disc-uitsparing waarvan het nummer
groen oplicht.
Opzoeken van Druk op de ) of 0 toets
een punt in
tijdens weergave en laat de
een muziekstuk toets bij het gewenste punt los.
Kiezen van
een compact
disc
Druk op de DISC SKIP toets (of
de D.SKIP toets op de
afstandsbediening).
Basisbediening
· ∏ π
EX-CHANGE
DISC SKIP
‚
Verstreken
speelduur
Afspelen van
Druk net zovaak op de 1/ALL
alleen de
DISCS toets tot er “1 DISC”
eerste compact wordt aangegeven.
disc
Afspelen van
alle CD’s
Druk net zovaak op de 1/ALL
DISCS toets tot er “ALL DISCS”
wordt aangegeven.
Uitnemen of
Druk op de § uitschuiftoets.
verwisselen van
een compact
disc
Verwisselen van Druk op de EX-CHANGE toets.
een andere CD Nogmaals drukken om de disctijdens
lade te sluiten.
weergave
Bijregelen van
de
geluidssterkte
Draai aan de VOLUME regelaar
(of druk op de
of
toets van de afstandsbediening).
* Automatische Muziek Sensor
wordt vervolgd
DHCMD5
3-858-047-42 (1)NL
9
Afspelen van een compact disc
(vervolg)
Tips
• Bij indrukken van de · toets wanneer de stereoinstallatie nog uit staat, wordt deze automatisch
ingeschakeld en begint het afspelen van de
compact disc, mits er een CD in de disc-lade
aanwezig is (één-toets weergavestart).
• U kunt in één handeling overschakelen van een
andere geluidsbron en de weergave van een
compact disc starten, eenvoudig met een druk op
de · toets of een van de DISC 1 – 3 toetsen*
(automatische geluidsbron-keuze).
* Tijdens normale weergave of de “1 DISC
SHUFFLE” weergave werkt indrukken van de
DISC 1-3 toetsen ook voor de automatische
geluidsbron-keuze.
• Als er geen CD in de disc-lade aanwezig is,
verschijnt de aanduiding “CD NO DISC”.
• Tijdens het afspelen van een disc of wanneer er is
ingeschakeld op een bepaalde disc-uitsparing zal
de DISC 1 – 3 toets van de betreffende discuitsparing groen oplichten.
Opnemenvaneen
compactdisc
— CD synchroon-opname
U kunt de muziek op een compact disc
overnemen op een minidisc op volledig
digitale wijze, waarbij de
muziekstuknummers automatisch op de
minidisc worden vastgelegd in dezelfde
volgorde als op de CD. Hierbij zal een
gloednieuwe, ongebruikte minidisc, of een
minidisc die in één keer volledig gewist is (zie
blz. 28), automatisch worden voorzien van
dezelfde disc-titel (zie blz. 32) als de
opgenomen compact disc. Bij het toevoegen
van nieuwe opnamen op een reeds gebruikte
opname-minidisc zal het opnemen
automatisch beginnen vanaf het eind van de
vorige opnamen.
6
POWER
4
π
‚
º
3
1
Met de labelkant boven.
DHCMD5
3-858-047-42 (1)NL
·
∏
π
§
·
∏
π
§
1
®
24
Steek een voor opnemen geschikte
minidisc in de minidisc-recorder.
Met de pijl
naar binnen
toe wijzend.
10
5
0
(
P
p
)
6
r
2
Druk op de § uitschuiftoets en
plaats een compact disc in de disclade.
De disc-lade blijft open staan.
Met de
bedrukte labelkant boven.
Voor het
afspelen van
een 8 cm CD
singletje plaatst
u dit in de
binnenste
uitsparing van
de disc-lade.
Voor het inleggen van een derde
compact disc drukt u op de DISC SKIP
toets om het disc-plateau door te
draaien.
Druk nogmaals op de § uitschuiftoets
om de disc-lade te sluiten.
Druk net zovaak op de DISC SKIP
toets (of de D.SKIP toets op de
afstandsbediening) tot de DISC 1 – 3
toets van de gewenste discuitsparing groen oplicht.
4
Druk op de CD SYNC toets en draai
dan aan de MULTI JOG instelknop
tot er “NORMAL ?” wordt
aangegeven.
5
Druk op de ENTER/YES toets.
Stel in stap 4 in op “HIT PARADE ?”.
Stoppen met opnemen
Druk op de π stoptoets van de minidiscrecorder.
Wanneer de aanduiding “TOC”
oplicht of knippert
Stoot dan vooral niet tegen het apparaat en
trek niet de stekker uit het stopkontakt. De
minidisc-recorder is dan bezig de
inhoudsopgave (TOC = Table of Contents) bij
te werken.
Opmerkingen
• Bij opnemen met de “HIT PARADE”
opnamefunktie wordt de disc-titel niet op de
minidisc overgenomen.
• Als u de minidisc niet kunt uitnemen, drukt u de
minidisc eerst verder naar binnen en dan drukt u
op de § uitschuiftoets van de minidisc-recorder.
Basisbediening
3
Opnemen van alleen het eerste
muziekstuk van elke CD — Hit
Parade
De minidisc-recorder komt dan in
gereedheid voor opname en de compact
disc speler blijft in de weergave/
pauzestand wachten.
6
Druk op de ∏ pauzetoets van de
minidisc-recorder.
Nu begint het opnemen van de CD.
11
DHCMD5
3-858-047-42 (1)NL
Afspelenvaneen
minidisc
Een minidisc is net zo af te spelen als een
compact disc.
MULTI JOG
∏
0/)
POWER
‚
º
·
∏
π
§
·
∏
π
§
®
Voor het
Doet u het volgende
Stoppen met
afspelen
Druk op de π stoptoets.
Pauzeren
Druk op de ∏ pauzetoets.
Nogmaals drukken om de
weergave te hervatten.
Opzoeken
van een
muziekstuk
Draai de MULTI JOG knop naar
rechts (om vooruit te gaan) of
naar links (om terug te gaan) en
laat de knop los bij het gewenste
muziekstuk. Ook kunt u de AMS
+ of = zoektoets op de
afstandsbediening gebruiken.
Opzoeken
Druk op de ) of 0 toets
van een punt tijdens weergave en laat de toets
in een
bij het gewenste punt los.
muziekstuk
Uitnemen
van de
minidisc
Druk op de § uitschuiftoets.
Bijregelen
Draai aan de VOLUME regelaar
van de
(of druk op de
of
toets
geluidssterkte van de afstandsbediening).
2
1
1
π
VOLUME
§
Tips
Steek een minidisc in de minidiscrecorder.
Met de pijl
naar binnen
toe wijzend.
0
(
P
p
)
6
r
Met de labelkant boven.
2
Druk op de · weergavetoets.
Het afspelen van de minidisc begint.
Verstreken
Muziekstuknummer speelduur
12
DHCMD5
3-858-047-42 (1)NL
• U kunt het afspelen starten vanaf een gewenst
muziekstuk. Alvorens u in stap 2 op de ·
weergavetoets drukt, draait u eerst aan de MULTI
JOG knop tot het gewenste muziekstuk wordt
aangegeven.
• Bij indrukken van de · toets wanneer de stereoinstallatie nog uit staat, wordt deze automatisch
ingeschakeld en begint het afspelen van de
minidisc, mits er een minidisc in het apparaat
aanwezig is (één-toets weergavestart).
• U kunt in één handeling overschakelen van een
andere geluidsbron en de weergave van een
minidisc starten, eenvoudig met een druk op de
· toets (automatische geluidsbron-keuze).
3
Luisteren naar de
radio
MULTI JOG
Leg eerst uw favoriete radiozenders in het
afstemgeheugen vast (zie blz. 6).
POWER
2 STEREO/MONO
∏
VOLUME
‚
º
·
π
§
Draai aan de MULTI JOG instelknop
om af te stemmen op de gewenste
voorkeurzender.
®
Draai naar links
(of druk op de
PRESET - toets
van de
afstandsbediening)
om af te stemmen
op een lager
genummerde
zender.
Draai naar rechts
(of druk op de
PRESET + toets
van de
afstandsbediening)
om af te stemmen
op een hoger
genummerde
zender.
Afstemfrekwentie
Zendernaam
Voorinstelnummer
·
∏
3
Druk net zovaak op de TUNER/
BAND toets (of de BAND toets van
de afstandsbediening) tot de
gewenste afstemband in het
uitleesvenster wordt aangegeven.
Telkens wanneer u op deze toets drukt,
verandert de afstemband als volgt:
Model voor Duitsland:
FMn AM
n
Overige modellen:
FM n MG n LG
2
Druk net zovaak op de TUNING
MODE toets tot de aanduiding
“PRESET” in het uitleesvenster
verschijnt.
Voor het
Doet u het volgende
Uitschakelen
van de radio
Druk op de POWER schakelaar.
Bijregelen
van de
geluidssterkte
Draai aan de VOLUME regelaar
(of druk op de
of
toets
van de afstandsbediening).
Luisteren naar radiozenders die
niet zijn vastgelegd
Druk in stap 2 net zovaak op de TUNING
MODE toets tot de aanduiding “MANUAL”
verschijnt en draai dan aan de MULTI JOG
instelknop om op de gewenste zender af te
stemmen.
Basisbediening
1
1
§
π
Tips
• Bij indrukken van de TUNER/BAND toets (of de
BAND toets van de afstandsbediening) wanneer
de stereo-installatie nog uit staat, wordt deze
automatisch ingeschakeld en begint de weergave
van de laatst ontvangen radiozender (één-toets
weergavestart).
• U kunt in één handeling overschakelen van een
andere geluidsbron naar de tuner en de radioontvangst starten, eenvoudig met een druk op de
TUNER/BAND toets (of de BAND toets van de
afstandsbediening) (automatische geluidsbronkeuze).
• Om de beste radio-ontvangst te vinden kan het
nodig zijn verschillende standen van de
bijgeleverde antennes uit te proberen.
• Wanneer een FM stereo radio-uitzending niet
duidelijk doorkomt, drukt u op de STEREO/
MONO toets, zodat de aanduiding “MONO”
oplicht. Het stereo-effekt zal nu verloren gaan,
maar de radio-ontvangst zal helderder klinken.
Druk nogmaals op de toets om weer naar stereogeluid te luisteren.
DHCMD5
3-858-047-42 (1)NL
13
4
Opnemenvaneen
radio-uitzending
Draai aan de MULTI JOG instelknop
om af te stemmen op de gewenste
voorkeurzender.
MULTI JOG
Na keuze van een vastgelegde
voorkeurzender kunt u een radiouitzendingen op een minidisc opnemen.
Als u een opname-minidisc met al eerdere
opnamen gebruikt, zal het opnemen
automatisch beginnen vanaf het eind van de
vorige opnamen.
POWER
3
6 4
Draai naar links
(of druk op de
PRESET – toets
van de
afstandsbediening)
om af te stemmen
op een lager
genummerde
zender.
Draai naar rechts
(of druk op de
PRESET + toets
van de
afstandsbediening)
om af te
stemmen op een
hoger
genummerde
zender.
Afstemfrekwentie
Zendernaam
Voorinstelnummer
‚
º
·
∏
π
§
·
∏
π
§
®
5
Druk op de r REC opnametoets.
De minidisc-recorder komt dan in
gereedheid voor opname.
2
1
π
1
5
6
Druk op de ∏ pauzetoets van de
minidisc-recorder.
Nu begint het opnemen van de radiouitzending.
Steek een voor opnemen geschikte
minidisc in de minidisc-recorder.
Stoppen met opnemen
Met de pijl naar
binnen toe
wijzend.
0
(
P
p
)
6
r
Druk op de π stoptoets van de minidiscrecorder.
Tips
Met de labelkant boven.
2
Druk net zovaak op de TUNER/
BAND toets (of de BAND toets van
de afstandsbediening) tot de
gewenste afstemband in het
uitleesvenster wordt aangegeven.
3
Druk net zovaak op de TUNING
MODE toets tot de aanduiding
“PRESET” in het uitleesvenster
verschijnt.
14
DHCMD5
3-858-047-42 (1)NL
• Voor het opnemen van een uitzending van een
radiozender die niet is vastgelegd, drukt u in stap
3 net zovaak op de TUNING MODE toets tot de
aanduiding “MANUAL” verschijnt en dan draait
u aan de MULTI JOG instelknop om op de
gewenste zender af te stemmen.
• Als er bij het opnemen van een AM radiouitzending storing klinkt, kunt u dit verhelpen
door de AM-kaderantenne in een andere richting
te draaien.
Compact disc speler
Gebruik van het CD
uitleesvenster
In het uitleesvenster kunt u de resterende
speelduur van het weergegeven muziekstuk
of de gehele compact disc kontroleren.
DISPLAY
º
·
∏
π
‚
§
®
Herhaaldeweergave
vanmuziekstukken
op CD
–– REPEAT weergave
Met de herhaalfunktie kunt u een enkele
compact disc of alle CD’s laten herhalen met
normale weergave, willekeurige weergave of
programma-weergave.
REPEAT
º
·
∏
π
‚
§
®
Druk tijdens CD-weergave enkele malen
op de DISPLAY toets.
Telkens wanneer u op deze toets drukt,
verandert de aanduiding in het uitleesvenster
als volgt:
n Verstreken speelduur van het
weergegeven muziekstuk.
µ
Resterende speelduur van het
weergegeven muziekstuk.
µ
Resterende speelduur van de gehele
compact disc.
* Tijdens programma-weergave en willekeurige
weergave wordt de resterende speelduur van de
gehele CD niet aangegeven.
Kontroleren van de totale
speelduur en het aantal
muziekstukken op de CD
Deze gegevens worden aangegeven in de
stopstand bij normale weergave en
willekeurige weergave.
Totaal aantal
muziekstukken
Totale
speelduur
Druk tijdens CD-weergave op de
REPEAT toets tot de aanduiding
“REPEAT” verschijnt.
Dan begint de herhaalde weergave. Volg de
onderstaande aanwijzingen voor het
omschakelen van de herhaalfunktie.
Voor het
herhalen van
Drukt u net zovaak op
Alle
de 1/ALL DISCS toets tot het
muziekstukken
uitleesvenster “1 DISC”
op de
aangeeft.
weergegeven CD
Alle
muziekstukken
op alle compact
discs
de 1/ALL DISCS toets tot het
uitleesvenster “ALL DISCS”
aangeeft.
Een enkel
muziekstuk*
de REPEAT toets tot het
uitleesvenster “REPEAT 1”
aangeeft, tijdens weergave
van het te herhalen
muziekstuk.
* Tijdens programma-weergave en willekeurige
weergave is herhalen van een enkel muziekstuk
niet mogelijk.
Uitschakelen van de herhaalfunktie
Opmerking
Bij het kontroleren van de resterende speelduur van
muziekstuknummer 21 of hoger, zal het
uitleesvenster slechts “--m--s” aangeven.
Druk net zovaak op de REPEAT toets totdat
de “REPEAT” of “REPEAT 1” aanduiding in
het uitleesvenster dooft.
15
DHCMD5
3-858-047-42 (1)NL
Willekeurige
weergavevan
muziekstukkenopCD
4
Druk op de · weergavetoets.
De aanduiding “J” verschijnt en dan
begint het afspelen in willekeurige
volgorde.
–– SHUFFLE weergave
Alle muziekstukken van een compact disc of
van alle compact discs kunnen in
willekeurige volgorde worden weergegeven.
2 13
Uitschakelen van de willekeurige
weergave
Druk net zovaak op de PLAY MODE toets tot
de aanduiding
“SHUFFLE” in het uitleesvenster dooft.
MULTI JOG
Tips
º
‚
·
∏
π
§
·
∏
π
§
4
®
DISC 1-3
1
Druk net zovaak op de FUNCTION
keuzeschakelaar tot de aanduiding
“CD” verschijnt en leg dan een of
meer compact discs in de disc-lade.
2
Druk net zovaak op de PLAY
MODE toets tot de aanduiding
“SHUFFLE” verschijnt.
3
Druk op de 1/ALL DISCS toets.
Telkens wanneer u op deze toets drukt,
verspringt de aanduiding in het
uitleesvenster als volgt:
“ALL DISCS”
˜ “1 DISC”
(De muziekstukken
van alle CD’s
worden in
willekeurige
volgorde
weergegeven.)
(Alle muziekstukken
van de CD waarvoor
de DISC 1 – 3 toets
groen oplicht worden
in willekeurige
volgorde
weergegeven.)
16
DHCMD5
3-858-047-42 (1)NL
• Ook tijdens normale weergave kunt u
overschakelen op willekeurige weergave, door te
zorgen dat er “SHUFFLE” in het uitleesvenster
verschijnt.
• Om een ongewenst muziekstuk over te slaan,
draait u de MULTI JOG instelknop naar rechts (of
drukt u op de + toets van de
afstandsbediening).
Programmaweergavevan
muziekstukkenopCD
5
–– PROGRAM weergave
6
Het gekozen muziekstuk is nu in uw
muziekprogramma opgenomen. Het laatst
geprogrammeerde nummer verschijnt,
gevolgd door de totale speelduur.
U kunt uw eigen muziekselektie samenstellen
door maximaal 32 nummers van alle CD’s te
programmeren in de volgorde waarin u de
muziek wilt horen.
21
45
º
∏
π
§
·
∏
π
§
7
1
π
Voor elk muziekstuk dat u aan uw
muziekprogramma wilt toevoegen,
herhaalt u de stappen 3 t/m 5.
Voor het kiezen van een volgend
muziekstuk van dezelfde compact disc
kunt u stap 3 achterwege laten.
7
Druk op de · weergavetoets.
Alle geprogrammeerde muziekstukken
worden dan in de door u gekozen
volgorde afgespeeld.
‚
·
Druk op de ENTER/YES invoertoets.
®
Kontroleren van het totale aantal
geprogrammeerde muziekstukken
3
Druk in de stopstand op de DISPLAY toets.
De aanduiding “Step” verschijnt, gevolgd
door het totaal aantal muziekstukken dat u
hebt geprogrammeerd.
Druk net zovaak op de FUNCTION
keuzeschakelaar tot de aanduiding
“CD” verschijnt en leg dan een of
meer compact discs in de disc-lade.
Voor het
Doet u het volgende
Uitschakelen van
de programmaweergave
Druk op de π stoptoets en dan
net zovaak op de PLAY
MODE toets tot de aanduiding
“PROGRAM” dooft.
2
Druk net zovaak op de PLAY
MODE toets tot de aanduiding
“PROGRAM” verschijnt.
3
Druk op een van de DISC 1 – 3
toetsen om in te stellen op de CD
met het gewenste muziekstuk.
Toevoegen van een 1 Kies de compact disc met de
muziekstuk aan uw DISC 1 – 3 toetsen.
muziekprogramma 2 Kies het muziekstuk met de
(in de stopstand)
MULTI JOG instelknop.
3 Druk op de ENTER/YES
invoertoets.
4
Draai aan de MULTI JOG instelknop
tot het gewenste muziekstuk in het
uitleesvenster wordt aangegeven.
Gekozen
muziekstuknummer
Speelduur
Wissen van het
Druk in de stopstand
gehele
nogmaals op de π stoptoets.
muziekprogramma
Tips
• U kunt ook een gehele CD als één nummer in uw
programma opnemen, eenvoudig door stap 4 over
te slaan.
• Een eenmaal vastgelegd muziekprogramma blijft
ook na afspelen in het geheugen bewaard. Met een
druk op de · weergavetoets kunt u hetzelfde
programma dus nogmaals weergeven. Na
opnemen van een muziekprogramma met de “HIT
PARADE” opnamefunktie wordt het programma
echter gewist.
• De totale speelduur kan niet worden aangegeven
bij keuze van een muziekstuknummer boven de
20 of wanneer de totale speelduur de 100 minuten
overschrijdt.
DHCMD5
3-858-047-42 (1)NL
17
Repeteerweergave
van een
muziekpassageopCD
— LOOP weergave
Met de repeteerweergave kunt u een
muziekpassage van een compact disc enkele
malen laten herhalen. Zo kunt u interessante
effekten bereiken voor creatieve eigen
opnamen.
1
3
Druk op een van de DISC 1 – 3
toetsen.
4
Druk op de LOOP toets bij het punt
waar u de repeteerweergave wilt
starten en houd de toets ingedrukt
totdat u de normale weergave wilt
laten doorgaan.
Het verschil tussen NORMAL en
RHYTHM
De repeteerweergave heeft twee
verschillende manieren om de normale
weergave te hervatten, de NORMAL
terugkeer en de RHYTHM overlapping.
‚
º
·
∏
π
§
®
Oorspronkelijke muziek
Hey, Come on everybody! …
·
∏
§
π
NORMAL terugkeer
De normale weergave wordt hervat vanaf het
punt waar u de repeteerlus gestart hebt.
Lengte van de repeteerlus
Telkens wanneer u op deze toets drukt,
verandert de aanduiding in het
uitleesvenster als volgt:
NORMAL 1*
NORMAL 5
RHYTHM 5
RHYTHM 1*
* Zie voor nadere bijzonderheden de
beschrijving onder “Het verschil tussen
NORMAL en RHYTHM”.
18
DHCMD5
3-858-047-42 (1)NL
n
LOOP loslaten
RHYTHM overlapping
De normale weergave wordt weer opgepikt
bij het punt waar de repeteerlus eindigt.
Hey, C… C… C…
nme on ev
LOOP
indrukken
n
Druk tijdens afspelen of in de
stopstand net zovaak op de LOOP
toets tot de aanduiding “NORMAL
1 – 5” of “RHYTHM 1 – 5”
verschijnt.
LOOP
indrukken
erybody! …
n
2
Druk net zovaak op de FUNCTION
keuzeschakelaar tot de aanduiding
“CD” verschijnt en leg dan een of
meer compact discs in de disc-lade.
˜
Hey, C… C… C… C’mon everybody! …
n
1
1 3
n
2,4
LOOP loslaten
: Gedeelte dat door de repeteerlus is
overlapt en dus niet wordt weergegeven.
De lengte van de repeteerlus is te kiezen uit
vijf instellingen, van een kwart tot een volle
sekonde.
Titelsvooruwcompact
discsinvoeren
U kunt voor 30 van uw favoriete compact
discs een disc-titel van maximaal 13 letters en
symbolen invoeren. Dan zal bij inleggen van
een dergelijke CD de bijbehorende disc-titel
automatisch in het uitleesvenster verschijnen.
Bovendien zal bij opnemen van een dergelijke
compact disc op een nieuwe, onbespeelde
minidisc automatisch de titel van de CD ook
op de minidisc worden opgenomen.
1
4
Druk op de ENTER/YES toets.
De cursor voor het invoeren van de
letters gaat knipperen.
Nummer disc-uitsparing
Cursor
5
3 3,6 4,9
Druk enkele malen op de
CHARACTER toets om in te stellen
op het gewenste soort letterteken.
Telkens wanneer u op deze toets drukt,
verspringt de letter-aanduiding in het
uitleesvenster als volgt:
º
·
∏
π
‚
§
®
A (hoofdletters) n a (kleine letters) n 0
(cijfers) n ! (symbolen)* n
(spatie)
n A…
·
∏
π
§
*De volgende symbolen zijn
beschikbaar voor gebruik in de disctitels:
!"#$%&'()∗+,–./:;<=>?@_`
2
1
2
N
7π 1 5
Druk net zovaak op de FUNCTION
keuzeschakelaar tot de aanduiding
“CD” verschijnt en leg dan een of
meer compact discs in de disc-lade.
Druk net zovaak op de DISC SKIP
toets (of de D.SKIP toets op de
afstandsbediening) tot de DISC 1 – 3
toets van de gewenste discuitsparing groen oplicht.
Zorg dat de compact disc weergave
gestopt is en wacht tot het totale aantal
muziekstukken en de totale speelduur
van de CD in het uitleesvenster
verschijnen.
3
(spatie)
6
Draai aan de MULTI JOG instelknop
tot het gewenste letterteken in het
uitleesvenster verschijnt.
Het gekozen letterteken gaat knipperen.
Om een spatie in te voeren, drukt u op
de CURSOR n toets terwijl de cursor
knippert.
7
Druk op de CURSOR n toets.
Het in stap 6 gekozen letterteken licht op
en de cursor schuift een plaatsje naar
rechts op.
Druk op de EDIT/NO toets en draai
dan aan de MULTI JOG instelknop
tot er “Name in ?” wordt
aangegeven.
wordt vervolgd
DHCMD5
3-858-047-42 (1)NL
19
Minidisc-recorder
Titels voor uw compact discs
invoeren (vervolg)
8
Herhaal de stappen 5 t/m 7 voor elk
van de volgende lettertekens, tot u
de gehele gewenste titel hebt
ingevoerd.
Als u per ongeluk een verkeerde letter
hebt ingevoerd, drukt u op de CURSOR
N of n toets tot het te korrigeren
letterteken gaat knipperen en herhaal
dan de stappen 5 t/m 7 om het te
vervangen door het juiste letterteken.
Om een letterteken te wissen, drukt u op
de EDIT/NO toets terwijl het letterteken
nog knippert.
9
Druk tenslotte op de ENTER/YES
invoertoets om de titelprocedure af
te ronden.
Gebruik van het
minidiscuitleesvenster
In het uitleesvenster kunt u de resterende
speelduur van een muziekstuk en de totale
speelduur van de minidisc kontroleren.
Kontroleren van de
resterende speelduur van
het weergegeven
muziekstuk
DISPLAY
º
·
∏
π
‚
§
®
De ingevoerde disc-titel wordt dan in
zijn geheel aangegeven.
Uitschakelen van de titelinvoer
Druk op de π stoptoets.
Wissen van een disc-titel
1 Druk op de EDIT/NO toets en draai dan
aan de MULTI JOG instelknop tot er
“Name Erase?” wordt aangegeven.
2 Druk op de ENTER/YES toets.
Er verschijnt een disc-titel in het
uitleesvenster.
De aanduiding “No Name” verschijnt als
er nog geen disc-titel is vastgelegd.
3 Draai aan de MULTI JOG instelknop tot de
te wissen disc-titel in het uitleesvenster
wordt aangegeven.
4 Druk nogmaals op de ENTER/YES toets.
De aanduiding “Complete” verschijnt in
het uitleesvenster en de disc-titel wordt uit
het geheugen gewist.
Opmerking
Bij opnemen van een muziekprogramma met de
“HIT PARADE” opnamefunktie wordt de disc-titel
niet op de minidisc opgenomen.
20
DHCMD5
3-858-047-42 (1)NL
Druk tijdens minidisc-weergave op de
DISPLAY toets.
Telkens wanneer u op deze toets drukt,
verspringt de aanduiding in het
uitleesvenster als volgt:
n Verstreken speelduur en nummer van het
weergegeven muziekstuk.
µ
Resterende speelduur en nummer van het
weergegeven muziekstuk.
µ
Titel van het weergegeven muziekstuk.*
* De aanduiding “No Name” verschijnt als er nog
geen muziekstuk-titel is vastgelegd.
Kontroleren van de
resterende speelduur van
de minidisc
Druk in de stopstand op de DISPLAY
toets.
Telkens wanneer u op deze toets drukt,
verspringt de aanduiding in het
uitleesvenster als volgt:
n Totale speelduur en muziekstuknummers
op de minidisc.
µ
Resterende opnameduur op de minidisc
(alleen voor een opname-minidisc).
Herhaaldeweergave
van muziek op een
minidisc
— REPEAT weergave
Met de herhaalfunktie kunt u een enkel
muziekstuk of alle muziekstukken op de
minidisc laten herhalen.
REPEAT
º
·
∏
π
‚
§
®
Opmerkingen
Het aangeven van de juiste resterende speelduur
kan wel eens onmogelijk zijn, door de vaste
beperkingen van het minidisc-systeem.
Druk tijdens minidisc-weergave op de
REPEAT toets tot de aanduiding
“REPEAT” (voor herhalen van alle
muziekstukken) of “REPEAT 1*” (voor
een enkel muziekstuk) verschijnt.
Dan begint de herhaalde weergave.
* Tijdens programma-weergave en willekeurige
weergave is herhalen van een enkel muziekstuk
niet mogelijk.
Uitschakelen van de
herhaalfunktie
Druk net zovaak op de REPEAT toets totdat
de “REPEAT” of “REPEAT 1” aanduiding in
het uitleesvenster dooft.
21
DHCMD5 3-858-047-42 (1)NL
Willekeurige
weergavevanmuziek
op een minidisc
Programmaweergavevanmuziek
op een minidisc
–– SHUFFLE weergave
–– PROGRAM weergave
Alle muziekstukken van een minidisc kunnen in
willekeurige volgorde worden weergegeven.
U kunt uw eigen muziekselektie van
maximaal 25 nummers van een minidisc
programmeren, in de volgorde waarin u de
muziek wilt horen.
21 3
π MULTI JOG
21
º
·
∏
π
6
34
π
‚
§
®
º
·
1
2
3
∏
π
Druk net zovaak op de PLAY
MODE toets tot de aanduiding
“SHUFFLE” verschijnt.
π
§
·
∏
π
§
®
1
Druk net zovaak op de FUNCTION
keuzeschakelaar tot de aanduiding
“MD” verschijnt en steek dan een
minidisc in de minidisc-recorder.
2
Druk net zovaak op de PLAY
MODE toets tot de aanduiding
“PROGRAM” verschijnt.
3
Draai aan de MULTI JOG instelknop
tot het gewenste muziekstuknummer
wordt aangegeven.
4
Druk op de ENTER/YES invoertoets.
Druk op de · weergavetoets.
De aanduiding “J” verschijnt en dan
begint het afspelen van de
muziekstukken in willekeurige volgorde.
Uitschakelen van de willekeurige
weergave
Druk eerst op de π stoptoets en dan net
zovaak op de PLAY MODE toets tot de
aanduiding “SHUFFLE” in het uitleesvenster
dooft.
Tip
Om een ongewenst muziekstuk over te slaan, draait
u de MULTI JOG instelknop naar rechts (of drukt u
op de + toets van de afstandsbediening).
DHCMD5 3-858-047-42 (1)NL
∏
§
Druk net zovaak op de FUNCTION
keuzeschakelaar tot de aanduiding
“MD” verschijnt en steek dan een
minidisc in de minidisc-recorder.
22
‚
·
Het gekozen muziekstuk wordt in uw
muziekprogramma opgenomen. Het laatst
geprogrammeerde nummer verschijnt,
gevolgd door de totale speelduur.
Laatst gekozen
Totale
muziekstuknummer speelduur
5
Herhaal de stappen 3 en 4 voor elk
muziekstuk dat u aan uw
muziekprogramma wilt toevoegen.
6
Druk op de · weergavetoets.
Alle geprogrammeerde muziekstukken
worden dan in de door u gekozen
volgorde afgespeeld.
Voor het
Doet u het volgende
Uitschakelen
van de
programmaweergave
Druk op de π stoptoets en
dan net zovaak op de PLAY
MODE toets tot de
aanduiding “PROGRAM”
dooft.
Toevoegen van 1 Kies het muziekstuk met de
een muziekstuk
MULTI JOG instelknop.
aan uw
2 Druk op de ENTER/YES
muziekprogramma
invoertoets.
(in de
stopstand)
Wissen van het Druk in de stopstand
gehele
nogmaals op de π stoptoets.
muziekprogramma
Tip
Een eenmaal vastgelegd muziekprogramma blijft
ook na afspelen in het geheugen bewaard. Met een
druk op de · weergavetoets kunt u hetzelfde
programma dus nogmaals weergeven.
Alvorensubegint
metopnemen
Minidiscs (afgekort tot MD) zijn een digitaal
medium, waarop u muziek kunt opnemen en
afspelen met een geluidskwaliteit
vergelijkbaar met die van compact discs. Een
van de handige funkties van minidiscs is de
mogelijkheid muziekstukken te markeren. Dit
stelt u in staat vlot en gemakkelijk een
gewenst punt in de muziek op te zoeken en
om de opgenomen muziekstukken naar
keuze in een andere volgorde te zetten of
anderszins aan te passen. Afhankelijk van de
geluidsbron worden er verschillende
methoden van opnemen gebruikt en worden
de muziekstuknummers ook anders
vastgelegd.
Bij opnemen vanaf:
• De compact disc speler van deze
stereo-installatie
– Het digitale signaal van de CD-speler
wordt ongewijzigd op de minidisc
opgenomen (volledig digitale opname*)
– De muziekstuknummers worden
automatisch overgenomen net als ze op de
oorspronkelijke compact disc staan.
• Andere digitale apparatuur
(zoals bijvoorbeeld een DAT cassettedeck)
– Het digitale signaal wordt omgezet in een
analoog signaal, dan weer teruggebracht in
digitale vorm en aldus opgenomen**
(analoge opname).
– Aan het begin van de opname wordt er in
elk geval automatisch een
muziekstuknummer aangebracht, maar als
u de LEVEL SYNC funktie inschakelt (zie
blz. 26) worden er automatisch
muziekstuknummers aangebracht volgens
het nivo van het inkomend geluidssignaal.
wordt vervolgd
DHCMD5 3-858-047-42 (1)NL
23
Alvorens u begint met opnemen
(vervolg)
• De tuner van deze stereo-installatie
en andere analoge geluidsapparatuur
(zoals bijvoorbeeld een gewoon
cassettedeck)
– Het analoge ingangssignaal wordt omgezet
in digitale vorm en aldus opgenomen**
(analoge opname).
– Aan het begin van de opname wordt er in
elk geval automatisch een
muziekstuknummer aangebracht, maar als
u de LEVEL SYNC funktie inschakelt (zie
blz. 26) worden er automatisch
muziekstuknummers aangebracht volgens
het nivo van het inkomend geluidssignaal.
Handmatigopnemen
op een minidisc
Bij het toevoegen van nieuwe opnamen op
een reeds gebruikte opname-minidisc kunt u
automatisch met opnemen beginnen vanaf
het eind van de vorige opnamen.
4
3
π
º
* Zie blz. 42 voor een uitleg over de beperkingen bij
het digitaal opnemen.
**Deze signaalomzetting vindt plaats omdat dit
apparaat niet beschikt over een digitale
ingangsaansluiting.
‚
·
∏
π
§
·
∏
π
§
®
Muziekstuknummers op minidisc
(“TOC” inhoudsopgave)
Op een minidisc worden de muziekstuknummers
(voor de volgorde) en de informatie betreffende de
begin- en eindpunten van de muziek vastgelegd in
een speciaal hiervoor bestemd gebied, de TOC*
genaamd, afzonderlijk van het muziekgebied. Dit
heeft het voordeel dat u de reeds opgenomen
muziekstukken naar wens kunt aanpassen, door
alleen de informatie in de TOC inhoudsopgave te
veranderen.
* TOC: “Table of Contents” = Inhoudsopgave.
2
1
1
Steek een voor opnemen geschikte
minidisc in de minidisc-recorder.
2
Druk op de FUNCTION
keuzeschakelaar om in te stellen op
de geluidsbron (bijvoorbeeld CD)
waarvan u de muziek wilt
opnemen.
3
Druk op de r REC opnametoets.
De minidisc-recorder komt dan in
gereedheid voor opname. Als u bij het
opnemen muziekstuknummers op de
minidisc wilt aanbrengen, lees dan eerst
de volgende paragraaf “Aanbrengen van
muziekstuknummers”. Bij opnemen van
een compact disc worden de
muziekstuknummers echter automatisch
op de minidisc overgenomen.
24
DHCMD5 3-858-047-42 (1)NL
4
Druk op de ∏ pauzetoets van de
minidisc-recorder.
Nu begint het opnemen.
5
Start het afspelen van de
geluidsbron die u wilt opnemen.
Stoppen met opnemen
Druk op de π stoptoets van de minidiscrecorder.
Als de aanduiding “Rec Level
Over” verschijnt
Dit betekent dat er tijdens analoge opname
een te krachtig ingangssignaal is
doorgekomen. Zie onder “Verhelpen van
storingen” op blz. 45.
Als de aanduiding “TOC” in het
uitleesvenster oplicht of knippert
Stoot niet tegen de minidisc-recorder en trek
niet de stekker uit het stopkontakt, als u de
gemaakte opnamen wilt behouden. De
“TOC” aanduiding geeft aan dat de minidiscrecorder bezig is de inhoudsopgave (Table of
Contents) bij te werken.
Opmerking
Als u de opname pauzeert tijdens het opnemen van
een compact disc, wordt er op dat punt op de
minidisc een (extra) muziekstuknummer
vastgelegd. Daarentegen zullen meerdere
muziekstukken samen een enkel nummer krijgen
toegewezen als:
• een bepaald muziekstuk van de CD meer dan
eens op de minidisc wordt opgenomen;
• er twee of meer muziekstukken met hetzelfde
nummer van verschillende compact discs
achtereen worden opgenomen.
Aanbrengenvan
muziekstuknummers
Bij opnemen vanaf de compact disc speler
van deze stereo-installatie worden de
muziekstuknummers automatisch op de
minidisc aangebracht. Daarnaast kunt u aldus
zelf muziekstuknummers aanbrengen:
• Handmatig, op elk gewenst punt, tijdens
opnemen;
• Automatisch, tijdens analoge opname.
Handmatig aanbrengen
van een muziekstuknummer op een bepaald
punt tijdens opnemen
Tijdens opnemen kunt u op elk gewenst punt
een muziekstuknummer aanbrengen,
ongeacht de geluidsbron waarvan u opneemt.
rREC
º
·
∏
π
‚
§
®
Druk tijdens opnemen op de r REC
toets bij het punt waar u een
muziekstuknummer wilt aanbrengen.
De muziekstukken die daarna volgen worden
automatisch hernummerd.
wordt vervolgd
DHCMD5 3-858-047-42 (1)NL
25
Aanbrengen van
muziekstuknummers (vervolg)
Automatisch aanbrengen
van muziekstuknummers
tijdens analoog opnemen
Met de LEVEL SYNC automatische
synchroon-markering wordt er een
muziekstuknummer aangebracht wanneer
het ingangssignaal van de geluidsbron langer
dan twee sekonden zachter dan een bepaald
peil blijft en dan even later dat peil weer
overschrijdt.
5 2 3,4 1
º
1
‚
·
∏
π
§
·
∏
π
§
®
Druk op de r REC opnametoets.
De minidisc-recorder is dan gereed voor
opname.
2
Druk op de EDIT/NO toets en draai
dan aan de MULTI JOG instelknop
tot er “LEVELSYNC ?” wordt
aangegeven.
3
Druk op de ENTER/YES toets.
Het uitleesvenster geeft nu
“LEVELSYNC ON?” aan.
4
Druk nogmaals op de ENTER/YES
toets.
De “LEVEL-SYNC” aanduiding licht op.
5
Druk op de ∏ pauzetoets.
Het opnemen begint.
26
DHCMD5 3-858-047-42 (1)NL
Uitschakelen van de automatische
synchroon-markering
1 Druk op de EDIT/NO toets en draai dan
aan de MULTI JOG instelknop tot er
“LEVELSYNC ?” wordt aangegeven.
2 Druk op de ENTER/YES toets.
Het uitleesvenster geeft nu “LEVELSYNC
OFF?” aan.
3 Druk nogmaals op de ENTER/YES toets.
De “LEVEL-SYNC” aanduiding dooft.
Nu zal er bij analoog opnemen alleen een
muziekstuknummer worden aangebracht aan
het begin van de opname.
2 1,2 3,4
Wissenvanminidiscopnamen
— ERASE funktie
º
U kunt eerdere opnamen vlot en gemakkelijk
van een minidisc wissen. U kunt kiezen uit de
volgende drie wismethoden:
• Wissen van een enkel muziekstuk
• Wissen van alle muziekstukken
• Wissen van een deel van een muziekstuk
∏
π
§
·
∏
π
§
®
π
1
Opmerking
‚
·
Als er “SHUFFLE” of “PROGRAM” in het
uitleesvenster wordt aangegeven, drukt u enkele
malen op de PLAY MODE toets tot die aanduiding
verdwijnt.
Draai aan de MULTI JOG instelknop
om in te stellen op het nummer van
het muziekstuk dat u wilt wissen.
Nummer van het te wissen
muziekstuk
Wissen van een enkel
muziekstuk
U kunt een muziekstuk wissen door
eenvoudigweg het nummer ervan in te
voeren. Bij het wissen wordt het aantal
muziekstukken op de minidisc met één
verminderd en worden alle muziekstukken
volgend op het gewiste nummer
hernummerd.
Voorbeeld: Wissen van muziekstuk B
Muziekstuknummers
1
Oorspronkelijke
opnamen
3
Druk op de ENTER/YES toets.
Ter bevestiging verschijnt er “Erase ??”.
Als u bij nader inzien dit muziekstuk
niet wilt wissen, drukt u nu op de π
stoptoets.
3
B
4
C
D
4
1
ERASE
Druk op de EDIT/NO toets en draai
dan aan de MULTI JOG instelknop
tot er “Erase?” wordt aangegeven.
B wordt gewist.
2
A
2
2
A
3
C
D
Druk nogmaals op de ENTER/YES
toets om het muziekstuk te wissen.
De aanduiding “Complete” verschijnt nu
enkele sekonden lang in het
uitleesvenster en het gekozen
muziekstuk wordt met titel en al van de
minidisc gewist.
Opmerking
De aanduiding “Erase !!?” verschijnt als het
betreffende muziekstuk werd opgenomen of
bewerkt op een andere minidisc-recorder en tegen
wissen is beveiligd. Als u dit muziekstuk
desondanks wilt wissen, druk dan weer op de
ENTER/YES toets terwijl deze “Erase !!?”
aanduiding oplicht.
wordt vervolgd
DHCMD5 3-858-047-42 (1)NL
27
Wissen van minidisc-opnamen
ERASE funktie (vervolg)
Wissen van alle
muziekstukken
U kunt de disc-titel, alle muziekstukken en al
hun titels in één keer van de minidisc wissen.
1 2,3
Wissen van een deel van
een muziekstuk
Door de funkties voor onderverdelen (zie blz.
30), wissen (zie blz. 27) en samenvoegen van
muziekstukken (zie blz. 31) te kombineren,
kunt u een bepaald gedeelte van een
muziekstuk wissen.
Voorbeeld: Wissen van een deel van
muziekstuk A.
Deel dat u wilt
wissen
Muziekstuknummers
º
·
·
∏
∏
π
π
1
‚
§
®
Oorspronkelijke
opnamen
2
A
3
B
Muziekstuk A in drie
delen scheiden.*
§
Hernummerde
muziekstukken
1
π
1
2
Druk met de minidisc-recorder in de
stopstand op de EDIT/NO toets en
draai dan aan de MULTI JOG
instelknop tot er “All Erase?” wordt
aangegeven.
Druk op de ENTER/YES toets.
Ter bevestiging verschijnt er “All Erase
??”.
Als u bij nader inzien de minidisc niet
wilt wissen, drukt u nu op de π
stoptoets.
3
Druk nogmaals op de ENTER/YES
toets om de gehele minidisc te
wissen.
De aanduiding “Complete” verschijnt nu
enkele sekonden lang in het
uitleesvenster en alle muziekstukken,
nummers en titels worden van de
minidisc gewist.
28
DHCMD5 3-858-047-42 (1)NL
Onderverdelen
(Divide, blz.
30)
2
A-a
3
A-b
4
A-c
B
Deel A-b wissen.
1
Wissen
(Erase,
blz. 27)
2
A-a
3
A-c
4
B
Delen A-a en A-c
samenvoegen.
Samenvoegen
(Combine, blz.
31)
1
2
A(a+c)
3
B
* De muziekstukken krijgen nieuwe nummers.
Verplaatsenvan
opgenomen
muziekstukken
3
Druk op de ENTER/YES toets.
4
Draai aan de MULTI JOG instelknop
tot de nieuwe plaats voor het
muziekstuk wordt aangegeven.
Als u bij nader inzien dit muziekstuk
niet wilt verplaatsen, drukt u nu op de π
stoptoets.
— MOVE funktie
U kunt de volgorde van de muziekstukken
aanpassen door een muziekstuk op een
andere plaats te zetten. Na het verplaatsen
van een muziekstuk worden alle
muziekstukken tussen de oude en de nieuwe
plaats automatisch hernummerd.
Voorbeeld: Verplaatsen van muziekstuk C
naar plaats nummer 2.
Muziekstuk C
verplaatsen naar de
Muziekstuknummers
tweede plaats.
1
Oorspronkelijke
opnamen
2
A
1
MOVE
3
4
C
B
2
A
D
3
C
5
Nieuw gekozen
positie
Druk op de ENTER/YES toets om
het muziekstuk te verplaatsen.
De aanduiding “Complete” verschijnt nu
enkele sekonden lang in het
uitleesvenster.
4
B
D
2 1,2,4 3,5
º
Oorspronkelijke
muziekstuknummer
Opmerking
Als er “SHUFFLE” of “PROGRAM” in het
uitleesvenster wordt aangegeven, drukt u enkele
malen op de PLAY MODE toets tot die aanduiding
verdwijnt.
‚
·
∏
π
§
·
∏
π
§
®
π
1
Draai aan de MULTI JOG instelknop
om in te stellen op het nummer van
het muziekstuk dat u wilt
verplaatsen.
2
Druk op de EDIT/NO toets en draai
dan aan de MULTI JOG instelknop
tot er “Move ?” verschijnt.
29
DHCMD5 3-858-047-42 (1)NL
Onderverdelenvan
opgenomen
muziekstukken
3
Nu verschijnen om en om de
aanduidingen “Rehearsal” en “Position
ok?” in het uitleesvenster, terwijl het
begin van uw nieuwe muziekstuk
herhaaldelijk wordt weergegeven.
• Om het verdeelpunt nauwkeurig in te
stellen:
1 Druk op de EDIT/NO toets.
2 Terwijl u naar de weergave luistert,
draait u aan de MULTI JOG
instelknop om het beginpunt van uw
nieuwe muziekstuk precies goed in te
stellen.
U kunt het beginpunt verplaatsen in
kleine stapjes van elk ongeveer 0,06
sekonde, binnen een bereik van –128
tot +127 stapjes, zoals aangegeven in
het uitleesvenster.
Als u bij nader inzien het muziekstuk
niet wilt onderverdelen, drukt u nu op
de π stoptoets.
— DIVIDE funktie
Met deze funktie kunt u muziekstuknummers
aanbrengen in een lange opname die ten
onrechte onder een enkel nummer staat.
Bovendien kunt u hiermee naar eigen inzicht
muziekstuknummers aanbrengen na afloop
van het opnemen. Bij een enkele
onderverdeling wordt het aantal nummers op
de minidisc met één verhoogd en worden alle
muziekstukken volgend op het gesplitste
nummer hernummerd.
Voorbeeld: Onderverdelen van muziekstuk 2
om deel B en deel C een eigen
muziekstuknummer te geven.
Muziekstuknummers
1
Oorspronkelijke
opnamen
2
1
DIVIDE
C
B
D
Muziekstuk 2 verdelen in
muziekstuk B en muziekstuk
3 C.
4
2
A
4
3
A
B
Druk op de ENTER/YES toets
wanneer de plaats van het
beginpunt naar wens is.
Nu wordt er enkele sekonden lang
“Complete” in het uitleesvenster
aangegeven en begint het afspelen van
het nieuwe muziekstuk.
D
C
Druk op de ENTER/YES toets.
1 2 3,4
Tip
º
·
∏
π
‚
§
®
Ook tijdens opnemen kunt u de muziekstukken al
onderverdelen. Hiervoor drukt u bij het gewenste
verdeel/beginpunt op de r REC toets.
Opmerkingen
π
1
Druk tijdens afspelen van een
minidisc op de ∏ pauzetoets.
De minidisc-recorder pauzeert de
weergave.
2
Druk op de EDIT/NO toets en draai
dan aan de MULTI JOG instelknop
tot er “Divide ?” verschijnt.
30
DHCMD5 3-858-047-42 (1)NL
• Een door onderverdelen gecreëerd nieuw
muziekstuk heeft nog geen titel, ook al had het
oorspronkelijke muziekstuk er wel een.
• Als er “SHUFFLE” of “PROGRAM” in het
uitleesvenster wordt aangegeven, drukt u enkele
malen op de PLAY MODE toets tot die
aanduiding verdwijnt.
Samenvoegenvan
opgenomen
muziekstukken
2
Druk op de EDIT/NO toets en draai
dan aan de MULTI JOG instelknop
tot er “Combine ?” verschijnt.
3
Druk op de ENTER/YES toets.
Nu verschijnen om en om de
aanduidingen “Rehearsal” en “Track
ok?” in het uitleesvenster, terwijl het
overgangspunt van de twee
muziekstukken (m.a.w. het eind van het
eerste muziekstuk en het begin van het
tweede muziekstuk) herhaaldelijk
achtereen wordt weergegeven.
Als u bij nader inzien de muziekstukken
niet wilt samenvoegen, drukt u nu op de
π stoptoets.
— COMBINE funktie
Met deze funktie kunt u verscheidene
muziekstukken of afzonderlijk opgenomen
passages tot een enkel muziekstuk
samenvoegen. Het totale aantal
muziekstukken op de minidisc wordt met één
verminderd en alle muziekstukken volgend
op de samengevoegde nummers worden
hernummerd.
Voorbeeld: Samenvoegen van muziekstukken
B en C.
Muziekstuknummers
1
Oorspronkelijke
opnamen
COMBINE
2
A
1
3
B
C
2
A
3
B
D
Samenvoegen van B en C
tot één muziekstuk.
4
C
D
2 1,2 3,4
º
·
∏
π
‚
§
®
π
1
Draai aan de MULTI JOG
instelknop om in te stellen op het
tweede van de muziekstukken die u
wilt samenvoegen.
4
Druk nogmaals op de ENTER/YES
toets wanneer de overgang tussen
de muziekstukken naar wens
verloopt.
Nu wordt er enkele sekonden lang
“Complete” in het uitleesvenster
aangegeven, terwijl de muziekstukken
worden samengevoegd.
Opmerkingen
• Als er “SHUFFLE” of “PROGRAM” in het
uitleesvenster wordt aangegeven, drukt u enkele
malen op de PLAY MODE toets tot die
aanduiding verdwijnt.
• Als de beide oorspronkelijke muziekstukken elk
een eigen titel hadden, komt de titel van het
tweede bij het samenvoegen te vervallen.
• Als er tijdens deze procedure “Sorry” in het
uitleesvenster wordt aangegeven, dan kunnen de
gekozen muziekstukken niet worden
samengevoegd. Dit kan zich wel eens voordoen
als er aan een bepaald muziekstuk al te veel
“gesleuteld” is. Dit hangt samen met de technische
beperkingen van het minidisc-systeem en wijst
niet op een mechanische storing in de minidiscrecorder.
Als u bijvoorbeeld de muziekstukken 3
en 4 tot een enkel nummer wilt
samenvoegen, stelt u in op muziekstuk
nummer 4.
31
DHCMD5 3-858-047-42 (1)NL
Titels voor uw
minidiscsinvoeren
4
Telkens wanneer u op deze toets drukt,
verspringt de letter-aanduiding in het
uitleesvenster als volgt:
U kunt uw opgenomen minidiscs en alle
muziekstukken daarop van zelfgekozen titels
voorzien. Elke titel kan bestaan uit maximaal
80 lettertekens.
N
Druk enkele malen op de
CHARACTER toets om in te stellen
op het gewenste soort letterteken.
A (hoofdletters) n a (kleine letters) n 0
(cijfers) n ! (symbolen)* n
(spatie)
n A…
2 2,5 3,8
*De volgende symbolen zijn beschikbaar
voor gebruik in de disc-titels:
º
·
∏
π
‚
§
®
!"#$%&'()∗+,–./:;<=>?@_`
5
∏
1 64
(spatie)
Draai aan de MULTI JOG instelknop
tot het gewenste letterteken in het
uitleesvenster verschijnt.
Het gekozen letterteken gaat knipperen.
Om een spatie in te voeren, drukt u op
de CURSOR n toets terwijl de cursor
knippert.
SCROLL
1
Als u de gehele minidisc van een
titel wilt voorzien, drukt u op de π
stoptoets zodat het afspelen van de
minidisc stopt.
6
De cursor schuift een plaatsje naar rechts
op en blijft wachten op invoer van de
volgende letter.
7
Om een muziekstuk van een titel te
voorzien, draait u aan de MULTI JOG
instelknop knop tot het gewenste
muziekstuknummer wordt aangegeven.
2
Druk op de EDIT/NO toets en draai
dan aan de MULTI JOG instelknop tot
er “Name in ?” wordt aangegeven.
3
Druk op de ENTER/YES toets.
De cursor voor het invoeren van de
letters gaat knipperen.
THet muziekstuk waarvoor
u een titel wilt invoeren.
Cursor
Druk op de CURSOR n toets om
het letterteken in te voeren.
Herhaal de stappen 4 t/m 6 voor elk
van de volgende lettertekens, tot u
de gehele gewenste titel hebt
ingevoerd.
Als u per ongeluk een verkeerde letter
hebt ingevoerd, drukt u op de CURSOR
N of n toets tot het te korrigeren
letterteken gaat knipperen en dan
herhaalt u dan de stappen 4 t/m 6 voor
het juiste letterteken.
Om een letterteken te wissen, drukt u op
de EDIT/NO toets terwijl het letterteken
nog knippert.
8
Druk tenslotte op de ENTER/YES
invoertoets om de titelprocedure af
te ronden.
De ingevoerde titels lopen in volgorde
door het uitleesvenster.
32
DHCMD5 3-858-047-42 (1)NL
Instellen van de weergave
Uitschakelen van de titelinvoer
Druk op de π stoptoets.
Kontroleren van de titels (alleen
met de afstandsbediening)
Om de titel van de minidisc te kontroleren,
drukt u in de stopstand op de SCROLL
doorlooptoets. Om de titels van de
muziekstukken te zien, drukt u op de
SCROLL doorlooptoets tijdens afspelen. De
titels lopen in volgorde door het
uitleesvenster. Druk weer op de SCROLL
toets om het doorlopen van de titelweergave
te pauzeren en nogmaals wanneer u het
doorlopen wilt hervatten.
Bijregelen van het
geluid
U kunt het weergegeven geluid meer kracht
geven door de bassen of het gehele
klankbeeld extra te versterken.
GROOVE
º
·
∏
π
‚
§
®
Wissen van alle titels
1 Druk op de EDIT/NO toets en draai dan
aan de MULTI JOG instelknop tot er
“Name Erase?” wordt aangegeven.
2 Druk op de ENTER/YES toets.
Ter bevestiging verschijnt er “All Erase ??”.
Als u bij nader inzien de titels niet van de
minidisc wilt wissen, drukt u nu op de π
stoptoets.
3 Druk nogmaals op de ENTER/YES toets.
Alle titels van de muziekstukken en de
disc-titel zelf worden van de minidisc
gewist.
Opmerking
U kunt een weergegeven muziekstuk tijdens
weergave van een titel voorzien, maar dan moet u
wel de gehele titelprocedure voltooien voordat het
muziekstuk eindigt.
DBFB
Extra versterken van de bassen
Druk op de DBFB (Dynamic Bass Feedback)
basversterkingstoets.
Het lampje van de toets licht op.
Druk nogmaals op de toets om de DBFB
basversterking uit te schakelen.
Extra vermogen voor het
totaalgeluid
Druk op de GROOVE versterkingstoets.
De lampjes van de GROOVE toets en de
DBFB toets lichten beide op.
Het totaalvolume neemt toe en de bassen
komen extra stevig door.
Druk nogmaals op de toets om de GROOVE
versterking uit te schakelen.
Opmerking
Door nogmaals indrukken van de GROOVE toets
wordt de DBFB basversterking nog niet
uitgeschakeld.
Druk tevens op de DBFB toets voor normale
weergave zonder extra basversterking.
33
DHCMD5 3-858-047-42 (1)NL
Andere mogelijkheden
Gebruik van het
akoestiekmenu
Met de “Preset Equalizer” menu’s kunt u
kiezen uit 20 akoestiekeffekten om het
klankbeeld aan te passen aan het soort
muziek waar u naar luistert.
2
3 1
º
‚
·
∏
π
§
·
∏
π
§
®
Namenvooruw
voorkeurzenders
invoeren
— Zendernamen
Aan elk van de vastgelegde voorkeurzenders
kunt u een zelf gekozen naam van maximaal 10
letters geven. Bij afstemmen op een voorkeurzender zal dan de bijbehorende zendernaam in
het uitleesvenster verschijnen. Wanneer u een
radio-uitzending van een dergelijke
voorkeurzender opneemt via schakelklokopname (zie blz. 39) op een nieuwe, onbespeelde
minidisc, zal automatisch ook de zendernaam op
de minidisc worden opgenomen.
2
4 3,4,7 5,10
º
1
Druk op de PRESET EQ toets.
2
Draai aan de MULTI JOG instelknop
tot uw gewenste klankbeeld in het
menu wordt aangegeven.
Om het muziekmenu te laten
verdwijnen, drukt u op de EDIT/NO
toets.
3
1
Stel in stap 2 met de MULTI JOG instelknop
in op “20 FLAT” en druk op de ENTER/YES
toets.
34
DHCMD5 3-858-047-42 (1)NL
π
§
·
∏
π
§
π
N
®
8 6
Druk net zovaak op de TUNER/
BAND toets tot de gewenste
afstemband in het uitleesvenster
wordt aangegeven.
2
Druk enkele malen op de TUNING
MODE toets totdat de aanduiding
“PRESET” verschijnt.
3
Draai aan de MULTI JOG instelknop
om af te stemmen op de
voorkeurzender waarvoor u een
zendernaam wilt invoeren.
4
Druk op de EDIT/NO toets en draai
dan aan de MULTI JOG instelknop tot
er “Name in ?” wordt aangegeven.
Tip
• Bij aflevering van de stereo-installatie is het
akoestiekeffekt reeds in de fabriek ingesteld op
“1 ROCK”.
• Het akoestiekeffekt voor weergave is niet van
invloed op de opnamen die u maakt op een
minidisc of cassette.
∏
1
Druk op de ENTER/YES toets om
uw keuze te bevestigen.
Annuleren van het gekozen
akoestiekeffekt
‚
·
5
Druk op de ENTER/YES toets.
De cursor voor het invoeren van de
letters gaat knipperen.
Uitschakelen van de zendernaam-invoer
Druk op de π stoptoets van de minidiscrecorder.
Wissen van een ingevoerde
zendernaam
Herhaal de stappen 1 t/m 5 en druk dan net
zovaak op de EDIT/NO toets tot alle
lettertekens zijn gewist.
6
Druk enkele malen op de
CHARACTER toets om in te stellen
op het gewenste soort letterteken.
Telkens wanneer u op deze toets drukt,
verspringt de letter-aanduiding in het
uitleesvenster als volgt:
A (hoofdletters) n a (kleine letters) n 0
(cijfers) n ! (symbolen)* n
(spatie)
n A…
*De volgende symbolen zijn
beschikbaar voor gebruik in de
zendernamen:
!"#$%&'() ∗+,–./:;<=>?@_`
7
(spatie)
Draai aan de MULTI JOG instelknop
tot het gewenste letterteken in het
uitleesvenster verschijnt.
Om een spatie in te voeren, drukt u op
de CURSOR n toets terwijl de cursor
knippert.
8
Druk op de CURSOR n toets.
De cursor schuift een plaatsje naar rechts
op en blijft al knipperend wachten op
invoer van de volgende letter.
9
Herhaal de stappen 6 t/m 8 tot u de
gehele zendernaam hebt ingevoerd.
Als u per ongeluk een verkeerde letter
hebt ingevoerd, drukt u op de
CURSOR N of n toets tot het te
korrigeren letterteken gaat knipperen
en herhaal dan de stappen 6 t/m 8 om
het te vervangen door het juiste
letterteken.
10
Druk tenslotte op de ENTER/YES
invoertoets.
GebruikvanhetRadio
DataSysteem(RDS)
Welke mogelijkheden
biedt het RDS
informatiesysteem?
RDS (Radio Data Systeem) is een radioinformatiesysteem waarmee radiozenders
naast hun gewone uitzendingen allerlei
nuttige informatie kunnen uitzenden. Deze
tuner biedt een aantal handige RDS funkties,
zoals de paraatstand voor nieuwsberichten en
andere uitzendingen en de mogelijkheid
zenders op te zoeken aan de hand van van
het programmatype dat ze uitzenden. De
RDS werkt alleen met FM radiozenders.*
Opmerking
De RDS informatie zal niet altijd goed te ontvangen
zijn als de zender waarop u hebt afgestemd niet
goed doorkomt of als de signaalsterkte onvoldoende
is.
* Niet alle FM zenders verzorgen RDS uitzendingen
en niet alle RDS zenders bieden dezelfde
mogelijkheden. Voor nadere informatie over de
RDS funkties die in uw woongebied beschikbaar
zijn kunt u kontakt opnemen met de plaatselijk
aktieve radiozenders.
Ontvangst van RDS
uitzendingen
Kies eenvoudigweg een radiozender uit
de FM afstemband.
Bij afstemming op een zender die RDS
informatie uitzendt, zal automatisch de
zendernaam in het uitleesvenster
verschijnen.
wordt vervolgd
DHCMD5 3-858-047-42 (1)NL
35
Gebruik van het Radio Data
Systeem (RDS) (vervolg)
4
De tuner gaat nu de vooringestelde RDS
radiozenders doorzoeken (hierbij
knipperen de aanduiding “PTY Search”
en het gekozen programmatype om en
om in het uitleesvenster).
Wanneer de tuner een zender vindt die
het gekozen programmatype uitzendt,
gaat het voorkeurzendernummer
knipperen.
Aangeven van RDS informatie in
het uitleesvenster
Bij een druk op de DISPLAY toets wordt het
ontvangen programmatype enkele sekonden
lang in het uitleesvenster aangegeven.
Opmerking
De aanduiding “No PTY Data” zal verschijnen als
de ontvangen zenders geen programmatypeinformatie uitzenden.
Opzoeken van een
radiozender aan de hand
van het programmatype
U kunt een radiozender van uw keuze
opzoeken door in te stellen op het gewenste
programmatype. De tuner stemt dan af op
een uitzending van het gekozen type,
verzorgd door een van de FM RDS zenders
die zijn vastgelegd in het afstemgeheugen
van de tuner.
1 1,3,5 2,4,6
º
·
∏
π
‚
§
Druk op de ENTER/YES toets.
5
Draai aan de MULTI JOG instelknop
tot het zendernummer in het
uitleesvenster gaat knipperen.
6
Druk op de ENTER/YES toets
terwijl het zendernummer in het
uitleesvenster nog knippert.
Overzicht van de programmatypes
(PTY)
Affairs (aktualiteiten)
Aktualiteiten-programma’s die op de
achtergronden van het huidige nieuws
ingaan.
®
Alarm (nooduitzendingen)
Speciale uitzendingen in verband met
natuurrampen e.d.
·
∏
π
§
Culture (cultuur)
Programma’s over nationale en regionale
cultuur, zoals betreffende religieuze en
taalkwesties en sociale vraagstukken.
1
36
Druk op de EDIT/NO toets en draai
dan aan de MULTI JOG instelknop
tot er “PTY Search ?” wordt
aangegeven.
2
Druk op de ENTER/YES toets.
3
Draai de MULTI JOG instelknop
naar de + of de – kant om in te
stellen op het gewenste
programmatype. Zie het
onderstaande “Overzicht van de
programmatypes”.
DHCMD5 3-858-047-42 (1)NL
Drama (toneel)
Hoorspelen en radioseries.
Education (educatie)
Educatieve programma’s, met
wetenswaardigheden, praktische tips en
advies op allerlei gebied.
Information (informatie)
Uitzendingen over consumentenzaken,
medisch advies, weersinformatie, etc.
L. Classical (licht klassiek)
Lichte klassieke muziek voor een breed
publiek: zowel vocale als instrumentale
muziek.
M.O.R. Music (achtergrondmuziek)
“Easy listening muziek” (M.O.R.= Middle
of the road).
News (nieuws)
Nieuwsbulletins.
Other Music (andere muziek)
Muziek die niet is onder te brengen in één
van de andere muzikale categorieën, zoals
jazz, rhythm-and-blues, reggae, enz.
Pop Music (popmuziek)
Populaire muziek.
Rock Music (rockmuziek)
Moderne serieuze muziek.
Science (wetenschap)
Programma’s over natuurwetenschappen
en technologie.
Met muziek in slaap
vallen
— Sluimerfunktie
U kunt de stereo-installatie na een zelf te
kiezen periode automatisch laten
uitschakelen, zodat u gerust met muziek in
slaap kunt vallen (dit noemen we de
sluimerfunktie). De sluimerduur is instelbaar
in stappen van 10 minuten.
Voor het instellen van deze sluimerfunktie
moet wel eerst de ingebouwde klok op de
juiste tijd zijn ingesteld (zie blz. 5).
SLEEP
S. Classical (serieus klassiek)
Uitvoeringen van klassieke orkestwerken,
kamermuziek, opera, enz.
Sport (sport)
Sportverslagen, uitslagen e.d.
Varied (gevarieerd)
Gevarieerd amusement, zoals interviews
met bekende persoonlijkheden,
quizprogramma’s en komedies.
Opmerking
Telkens wanneer u op deze toets drukt,
verspringt de minuten-aanduiding (de
sluimerduur of tijd tot het uitschakelen) als
volgt:
90min n 80min n 70min —… n 10min
SLEEP OFF N
(sluimerfunktie uitgeschakeld)
N
PTY undefined (onbepaald)
Ieder type uitzending dat niet onder een
van de bovengenoemde categorieën valt.
Druk op de SLEEP toets van de
afstandsbediening.
De aanduiding “PTY not found” zal verschijnen als
er geen zender is die het door u gekozen
programmatype uitzendt.
Kontroleren van de resterende
sluimertijd
Druk eenmaal op de SLEEP toets.
Wijzigen van de sluimertijd na
inschakelen
Kies weer de gewenste tijd tot het
uitschakelen met de SLEEP toets.
Uitschakelen van de
sluimerfunktie
Druk net zovaak op de SLEEP toets tot de
aanduiding “SLEEP OFF” verschijnt.
37
DHCMD5 3-858-047-42 (1)NL
Metmuziekgewekt
worden
5
Druk op de ENTER/YES toets.
Nu gaan de uren-cijfers voor de
inschakeltijd knipperen.
— Wekfunktie
U kunt de stereo-installatie automatisch op
een vooraf ingesteld tijdstip laten
inschakelen, zodat u met muziek gewekt
wordt. Voor het instellen van deze
wekfunktie moet wel eerst de ingebouwde
klok op de juiste tijd zijn ingesteld (zie blz. 5).
6
Draai aan de MULTI JOG instelknop om
het gewenste uur in te stellen en druk op
de ENTER/YES toets.
Nu gaan de minuten-cijfers voor de
inschakeltijd knipperen.
3 4,6,8 2
º
·
10
1
∏
π
TIMER
SELECT
‚
§
®
Draai aan de MULTI JOG instelknop om
de gewenste minuut in te stellen en druk
op de ENTER/YES toets.
Weer gaan de uren-cijfers knipperen, nu
voor de uitschakeltijd.
5,6,9
Breng de geluidsbron waarmee u
gewekt wilt worden in gereedheid.
• Compact disc: Leg een CD in de disclade. Als u wilt beginnen met een
bepaald muziekstuk, maakt u een
muziekprogramma (zie blz. 17).
• Minidisc: Steek een minidisc in de
minidisc-recorder.
• Radio: Stem af op de gewenste
voorkeurzender (zie blz. 13).
2
Stel het tijdstip in waarop u door de
stereo-installatie gewekt wilt worden.
7
Stel op de dezelfde wijze de tijd in
waarop u de stereo-installatie weer
automatisch wilt laten uitschakelen.
8
Draai aan de MULTI JOG instelknop
om de geluidsbron te kiezen
waarmee u gewekt wilt worden.
De aanduiding van de geluidsbron
verspringt als volgt:
CD PLAY ˜ TUNER ˜ TAPE PLAY*
˜ MD PLAY
Stel met de VOLUME regelaar de
geluidssterkte voor het wekgeluid
naar wens in.
3
Druk op de TIMER SET toets.
4
Draai aan de MULTI JOG instelknop
tot er “DAILY TIMER” in het
uitleesvenster verschijnt.
* Deze stand kunt u kiezen als u beschikt over
het los verkrijgbare TC-TX5 cassettedeck en
als u met muziek van een cassette gewekt
wilt worden.
9
Druk op de ENTER/YES toets.
In het uitleesvenster verschijnen nu de
door u gekozen inschakeltijd, de
uitschakeltijd, de geluidsbron en de
geluidssterkte, gevolgd door de
oorspronkelijke aanduidingen.
10
Druk op de POWER schakelaar om
de stereo-installatie uit te schakelen.
38
DHCMD5 3-858-047-42 (1)NL
Kontroleren van de wekfunktieinstellingen
Druk net zovaak op de TIMER SELECT toets
tot de aanduiding “DAILY TIMER”
verschijnt. Dan verschijnen de door u
gekozen inschakeltijd, uitschakeltijd,
geluidsbron en geluidssterkte, gevolgd door
de oorspronkelijke aanduidingen. Om de
instellingen te wijzigen, volgt u weer de
aanwijzingen vanaf stap 1.
Uitschakelen van de schakelklokwekfunktie
Druk net zovaak op de TIMER SELECT toets
tot de aanduiding “TIMER OFF” in het
uitleesvenster verschijnt.
Tip
Als u een cassettedeck met een AU-BUS aansluiting
op de stereo-installatie aansluit, zoals het TC-TX5
cassettedeck, kunt u ook gewekt worden met
muziek van een cassette.
Schakelklok-opname
van radiouitzendingen
U kunt de schakelklok instellen voor het op
minidisc opnemen van een radio-uitzending
op een bepaalde tijd, maar dan moet de
radiozender wel in het afstemgeheugen zijn
vastgelegd (zie blz. 6) en moet de klok op de
juiste tijd zijn ingesteld (zie blz. 5).
Wanneer u een radio-uitzending opneemt
van een voorkeurzender waarvoor u een
zendernaam hebt vastgelegd (zie blz. 34), dan
zal die zendernaam ook automatisch samen
met de inschakeltijd en de uitschakeltijd op
de minidisc worden opgenomen.
2 3,5,7
Opmerking
Voor een juiste werking is het aanbevolen de stereoinstallatie niet te bedienen vanaf het moment dat
deze ingeschakeld wordt tot het moment dat de
weergave begint (ongeveer 20 sekonden lang).
º
·
10 9
∏
π
TIMER
SELECT
‚
§
®
4,5,8
1
Stem af op de voorkeurzender
waarvan u een uitzending wilt
opnemen. (zie blz. 13)
2
Druk op de TIMER SET toets.
3
Draai aan de MULTI JOG instelknop
tot er “REC TIMER” in het
uitleesvenster wordt aangegeven.
4
Druk op de ENTER/YES toets.
In het uitleesvenster gaan de uren-cijfers
voor de inschakeltijd knipperen.
wordt vervolgd
DHCMD5 3-858-047-42 (1)NL
39
Schakelklok-opname van radiouitzendingen (vervolg)
5
Stel het tijdstip in waarop u wilt
beginnen met opnemen.
Draai aan de MULTI JOG instelknop om
het gewenste uur in te stellen en druk op
de ENTER/YES toets.
Nu gaan de minuten-cijfers voor de
opname-aanvangstijd knipperen.
Draai aan de MULTI JOG instelknop om
de gewenste minuut in te stellen en druk
op de ENTER/YES toets.
Weer gaan de uren-cijfers knipperen, nu
voor de uitschakeltijd.
6
Stel op de dezelfde wijze de tijd in
waarop u de stereo-installatie weer
automatisch wilt laten stoppen met
opnemen.
7
Draai aan de MULTI JOG instelknop
om in te stellen op “TUNER to MD”
voor opnemen van de radio op een
minidisc.
8
Druk op de ENTER/YES toets.
In het uitleesvenster verschijnen nu de
door u gekozen inschakeltijd, de
uitschakeltijd, het zendernummer en de
geluidsbron, gevolgd door de
oorspronkelijke aanduidingen.
9
Steek een voor opnemen geschikte
minidisc in de minidisc-recorder.
10
Schakel de stereo-installatie uit.
40
DHCMD5 3-858-047-42 (1)NL
Kontroleren van de
schakelklokopname-instellingen
Druk net zovaak op de TIMER SELECT toets
tot de aanduiding “REC TIMER” verschijnt.
Dan verschijnen de door u gekozen
inschakeltijd, uitschakeltijd en het
voorkeurzendernummer, gevolgd door de
oorspronkelijke aanduidingen. Om de
instellingen te wijzigen, volgt u weer de
aanwijzingen vanaf stap 1.
Uitschakelen van de schakelklokfunktie
Druk net zovaak op de TIMER SELECT toets
tot de aanduiding “TIMER OFF” in het
uitleesvenster verschijnt.
Tip
Als u een cassettedeck met een AU-BUS aansluiting
op de stereo-installatie aansluit, zoals het TC-TX5
cassettedeck, kunt u dit ook gebruiken voor de
schakelklok-opname.
Opmerkingen
• Voor een juiste werking is het aanbevolen de
stereo-installatie niet te bedienen vanaf het
moment dat deze ingeschakeld wordt tot het
moment dat het opnemen begint (ongeveer 20
sekonden lang).
• Bij gebruik van een nieuwe, onbespeelde minidisc
voor opname, zal er niets worden opgenomen op
de eerste 15 sekonden van de minidisc.
• Als de stereo-installatie op de ingestelde opnameaanvangstijd reeds ingeschakeld is, zal er geen
opname plaatsvinden.
• Tijdens het opnemen wordt de geluidsweergave
automatisch gedempt.
Aanvullende informatie
Voorzorgsmaatregelen
Stroomvoorziening
Kontroleer, alvorens het cassettedeck in gebruik te
nemen, of de bedrijfsspanning van het apparaat
overeenkomt met de plaatselijke netspanning.
Veiligheid
• Zolang de stekker van het netsnoer in het
stopkontakt steekt, blijft er een geringe
hoeveelheid stroom naar het apparaat lopen, ook
al is het apparaat zelf uitgeschakeld.
• Trek de stekker uit het stopkontakt wanneer u
denkt het apparaat geruime tijd niet te gebruiken.
Pak de stekker vast om deze uit het stopkontakt te
trekken. Trek nooit aan het snoer.
• Mocht er vloeistof of een voorwerp in het
inwendige van het apparaat terechtkomen,
verbreek dan de aansluiting op het stopkontakt en
laat het cassettedeck eerst door een deskundige
nakijken alvorens dit weer in gebruik te nemen.
• Mocht het nodig zijn het netsnoer of de stekker te
vervangen, laat dit dan uitsluitend bij een erkende
vakhandel verrichten.
Opstelling
• Zet de stereo-installatie op een plaats met
voldoende ventilatie om oververhitting van de
inwendige onderdelen te voorkomen, in het
belang van een langdurige betrouwbare werking.
• Zorg dat het apparaat zo goed mogelijk
horizontaal staat.
• Plaats het apparaat niet ergens waar het
blootgesteld wordt aan:
– extreme hitte of koude
– stof of vuil
– erg veel vocht
– heftige trillingen
– direkte zonnestraling.
Betreffende de luidsprekers
Alhoewel deze luidsprekers magnetisch zijn
afgeschermd, kan er in bepaalde gevallen toch
sprake zijn van vervorming in de beeldweergave op
een TV-toestel of computermonitor. Als dit zich
voordoet, schakel de TV of computer dan eenmaal
uit en vervolgens na 15 à 30 minuten weer in. Zorg
bij een computer eerst dat alle gegevens veilig zijn
opgeslagen.
Als er na weer inschakelen geen verbetering
zichtbaar is in de kleurweergave, zet de
luidsprekers en de TV of monitor dan iets verder
van elkaar vandaan. Zorg er bovendien voor dat
voorwerpen waarin magneten worden gebruikt,
zoals een audiorek, een TV-standaard, bepaald soort
speelgoed, etc., niet in de buurt van de TV of de
computer staan, aangezien interaktie tussen de
magneten ervan en deze apparatuur storing in het
beeld kan veroorzaken.
Beveiligen van een opgenomen
minidisc
Om de opnamen op een minidisc te beveiligen tegen
per ongeluk wissen, schuift u het wispreventienokje
in de hoek van de minidisc open, zodat er een
opening ontstaat.
In die stand is opnemen op de minidisc niet meer
mogelijk. Om de minidisc weer geschikt te maken
voor opname, schuift u het wispreventienokje weer
dicht.
Wispreventienokje
Schuif het nokje
open.
Voorkomen van beschadiging
• Als de stereo-installatie rechtstreeks van een
koude in een warme omgeving wordt gebracht of
in een erg vochtige kamer wordt geplaatst, kan op
de lens binnenin de compact disc speler of de
minidisc-recorder vocht uit de lucht kondenseren.
Als dit zich voordoet, zal de stereo-installatie niet
naar behoren funktioneren. In zulke gevallen dient
u de CD of minidisc te verwijderen en het
apparaat ongeveer een uur ingeschakeld maar
ongebruikt aan te laten staan, zodat alle
kondensvocht kan verdampen.
• Voor u de stereo-installatie verplaatst of vervoert,
dient u de compact disc(s) en de minidisc uit het
apparaat te verwijderen.
Mocht u vragen of problemen met uw stereoinstallatie hebben, neemt u dan a.u.b. kontakt op
met uw dichtstbijzijnde Sony handelaar of
onderhoudsdienst.
wordt vervolgd
DHCMD5 3-858-047-42 (1)NL
41
Voorzorgsmaatregelen (vervolg)
Betreffende de omgang met
minidiscs
• Open nooit het schuifdeksel van de minidisc. Als
het schuifdeksel per ongeluk open schuift, dient u
het onmiddellijk weer te sluiten.
Schuifdeksel
• Als de buitenkant van een minidisc vuil is, kunt u
deze schoonvegen met een droog doekje.
• Zorg dat uw minidiscs niet worden blootgesteld
aan fel zonlicht of de hitte van een kachel of
verwarmingsradiator; laat minidiscs nooit achter
in een afgesloten auto die in de volle zon
geparkeerd staat.
Betreffende de omgang met
compact discs
• Veeg een CD voor het afspelen schoon met een
niet pluizend reinigingsdoekje, vanuit het midden
naar de rand. Berg elke CD na het afspelen weer in
het bijbehorende doosje op.
• Gebruik voor het reinigen geen oplosmiddelen als
benzine of thinner, evenmin als
reinigingsvloeistoffen of antistatische spray voor
het reinigen van conventionele
grammofoonplaten.
• Zorg dat uw compact discs niet worden
blootgesteld aan fel zonlicht of de hitte van een
kachel of verwarmingsradiator; laat compact discs
nooit achter in een afgesloten auto die in de volle
zon geparkeerd staat.
Reinigen van de behuizing
Maak de buitenkant de apparatuur schoon met een
zacht doekje, droog of licht bevochtigd met wat
milde vloeibare zeep.
Beperkingenvanhet
minidisc-systeem
Het opnamesysteem van uw minidisc-recorder is
gebonden aan een aantal specifieke beperkingen,
waarvan hieronder een overzicht volgt. Deze
beperkingen zijn inherent aan het ontwerp van het
minidisc-systeem en duiden niet op storing in uw
apparatuur.
De “DISC FULL” foutmelding
verschijnt reeds vóór het bereiken
van de maximale opnameduur (60
tot 74 minuten)
Wanneer er 255 nummers op de minidisc
zijn opgenomen, zal de “DISC FULL” foutmelding
verschijnen, ongeacht de feitelijke opnameduur. Een
minidisc kan niet meer dan 255 muziekstukken
bevatten. Om verder te gaan met opnemen, dient u
muziekstukken te wissen of een andere minidisc te
gebruiken.
De “DISC FULL” foutmelding
verschijnt reeds vóór het bereiken
van het maximaal aantal
muziekstukken (255)
In bepaalde gevallen kunnen de zachtere passages
binnen muziekstukken worden opgevat als pauzes
ertussen, zodat het aantal nummers het feitelijk
aantal muziekstukken overschrijdt. Dan zal de
“DISC FULL” foutmelding al gauw verschijnen.
De resterende opnameduur
vermeerdert niet, ook na het
wissen van diverse korte nummers
Nummers van minder dan 12 sekonden lengte tellen
niet mee, zodat het wissen ervan niet tot meer
beschikbare opnameduur zal leiden.
Bepaalde muziekstukken laten
zich niet met andere
samenvoegen
Na montage kunnen bepaalde muziekstukken niet
meer met andere te kombineren zijn.
De totale opgenomen speelduur
plus de resterende beschikbare
opnameduur op de minidisc
komen in totaal niet aan de
nominale speelduur van de disc
(60 tot 74 minuten)
Het opnemen wordt verricht in minimum-eenheden
van 2 sekonden, ongeacht de lengte van het
opgenomen materiaal. Dit kan leiden tot een geringe
afwijking van de nominale speelduur. Daarnaast
kan de speelduur van een minidisc beperkt worden
door krassen en dergelijke.
42
DHCMD5 3-858-047-42 (1)NL
Tijdens het doorzoeken van
muziekstukken die samen zijn
gemonteerd, kan het geluid af en
toe wegvallen
Muziekstukken die niet rechtstreeks zijn
opgenomen, maar door montage zijn samengesteld,
kunnen nogal over de minidisc verspreid zijn en
dan kan de versnelde weergave het zoeken niet
altijd bijhouden.
De muziekstuknummers kunnen
niet worden vastgelegd
Ook al wordt er tijdens analoog opnemen
“LEVELSYNC ON” (zie blz. 26) in het uitleesvenster
aangegeven, dan nog kunnen de
muziekstuknummers wel eens niet naar behoren
worden vastgelegd aan het begin van elk
muziekstuk:
• als het ingangssignaal minder dan twee sekonden
lang onder het grensnivo blijft;
• als het ingangssignaal midden in een muziekstuk
langer dan twee sekonden onder het grensnivo
blijft.
Opmerkingen
• Het één-generatie kopieersysteem legt u geen
beperkingen op wanneer u opneemt via analoge
aansluitingen.
• Aangezien dit apparaat slechts werkt met een
bemonsteringsfrekwentie van 44,1 kHz, kunt u
geen digitale opname maken van satellietuitzendingen, waarvan de
bemonsteringsfrekwentie 32 kHz of 48 kHz
bedraagt. Voor het digitaal opnemen van
dergelijke satelliet-uitzendingen hebt u een
minidisc-recorder of een DAT cassettedeck nodig
dat geschikt is voor deze frekwenties. Hiervan
kunt u dan wel weer een tweede-generatie kopie
maken.
Overzicht van het één-generatie
kopieersysteem (“Serial Copy
Management System”)
Digitale audio-apparatuur zoals voor compact discs,
minidiscs en DAT cassettes maken het mogelijk om
vrijwel perfekte kopieën te maken van
geluidsmateriaal, want bij het kopiëren van digitale
signalen blijft de kwaliteit intakt.
Ter bescherming van de auteursrechten van
componisten en musici is dit apparaat voorzien van
het “Serial Copy Management System” dat slechts
één generatie aan volledig digitale kopieën toestaat
via digitale aansluitingen.
Via digitale aansluitingen kunt u uitsluitend een
eerste-generatie kopie* maken van digitaal
geluidsmateriaal.
Bijvoorbeeld:
1 U kunt een digitale kopie maken van een in de
handel verkrijgbaar digitaal medium (zoals een
compact disc of een voorbespeelde minidisc),
maar het is niet mogelijk van deze kopie weer een
tweede (generatie) kopie te maken.
2 U kunt een digitale kopie maken van het digitaal
opgenomen geluid van een oorspronkelijk analoge
geluidsbron (zoals een grammofoonplaat of een
muziekcassette) of een opname van een digitale
satelliet-uitzending, maar hiervan kunt u weer
geen tweede kopie maken.
* Een eerste-generatie kopie is een digitale opname
van een digitaal signaal, gemaakt met digitale
geluidsapparatuur. Als u bijvoorbeeld met de
minidisc-recorder van deze stereo-installatie het
geluid van een compact disc opneemt, is dit een
eerste-generatie digitale kopie.
43
DHCMD5 3-858-047-42 (1)NL
Verhelpenvanstoringen
Luidsprekers
Mocht zich een probleem voordoen met de
stereo-installatie, neemt u dan de volgende
lijst met kontrolepunten door.
Geen geluid van één kanaal of
onevenwichtige weergave van links en
rechts.
•Kontroleer de luidspreker-aansluitingen
en de opstelling van de luidsprekers.
Kontroleer echter eerst of het netsnoer stevig
is aangesloten en of alle aansluitingen van de
luidsprekers in orde zijn.
Compact disc speler
Is het probleem niet zo eenvoudig te
verhelpen, neem dan a.u.b. kontakt op met
uw dichtstbijzijnde Sony handelaar.
De disc-lade gaat niet dicht.
•Er ligt een compact disc niet goed in de
disc-uitsparing.
Algemeen
Het afspelen van de compact disc begint
niet.
•Kontroleer of de compact disc vuil is.
•Ligt de CD niet ondersteboven in de disclade?
•Er is vocht uit de lucht in het apparaat
gekondenseerd. Verwijder de compact
disc(s) en laat de stereo-installatie een uur
lang ongebruikt aan staan, zodat het
kondensvocht kan verdampen.
Er klinkt geen geluid.
•Draai de VOLUME regelaar rechtsom
open.
•Wellicht is er een hoofdtelefoon
aangesloten.
Ernstige brom of ander storend geluid.
•De stereo-installatie staat te dicht bij een
TV of videorecorder. Zet de stereoinstallatie verder van de TV of
videorecorder vandaan.
Er knippert “0:00” in het uitleesvenster.
•De stroomvoorziening is onderbroken
geweest. Stel de klok weer op de juiste
tijd in en leg uw voorkeurzenders
opnieuw in het geheugen vast.
De schakelklok-funkties werken niet naar
behoren.
•Stel de klok op de juiste tijd in.
Bij indrukken van de TIMER SET of TIMER
SELECT toets verschijnen er geen
schakelklok-instellingen.
•Maak de schakelklok-instellingen
zorgvuldig volgens de aanwijzingen.
De afstandsbediening werkt niet.
•Zorg dat er geen obstakels tussen de
afstandsbediening en de stereo-installatie
zijn.
•Richt de afstandsbediening, van niet al te
ver, recht op de afstandsbedieningssensor
van de stereo-installatie.
•Wellicht zijn de batterijen (bijna) leeg.
Vervang beide batterijen door nieuwe.
De weergave begint niet bij het eerste
muziekstuk.
•De compact disc speler staat ingesteld op
programma-weergave of weergave in
willekeurige volgorde. Druk enkele
malen op de PLAY MODE toets, zodat de
“PROGRAM” of “SHUFFLE” aanduiding
uit het uitleesvenster verdwijnt.
De aanduiding “OVER” verschijnt in het
uitleesvenster.
•Tijdens het snel doorzoeken is het einde
van de compact disc bereikt. Druk op de
0 toets (of de = toets van de
afstandsbediening) om terug te keren
naar het begin van de CD.
Minidisc-recorder
Een gedeeltelijk ingestoken minidisc laat
zich niet verwijderen.
•Het automatisch laadsysteem van de
minidisc-recorder heeft de minidisc
gepakt. Druk de minidisc eerst geheel
naar binnen en druk dan op de §
uitschuiftoets van de minidisc-recorder.
De minidisc-recorder reageert niet of
werkt niet goed.
•Wellicht is de minidisc beschadigd. (Dan
wordt er “Disc Error” in het
uitleesvenster aangegeven). Vervang de
minidisc door een andere.
44
DHCMD5 3-858-047-42 (1)NL
De minidisc-recorder begint niet met
afspelen van de minidisc.
• Er is vocht uit de lucht in de minidiscrecorder gekondenseerd. Verwijder de
minidisc en laat de stereo-installatie een
uur lang ongebruikt aan staan, zodat het
kondensvocht kan verdampen.
• Steek de minidisc met de label-kant
boven en de pijl naar voren toe in.
• Wellicht is er niets op de minidisc
opgenomen.
Het opnemen op de minidisc-recorder
werkt niet met goed.
• De minidisc is tegen opnemen en wissen
beveiligd. (Dan verschijnt de aanduiding
“Protected”.) Schuif het
wispreventienokje opzij om de opening af
te sluiten (zie blz. 41).
• Kontroleer of de geluidsbron naar
behoren is aangesloten.
• Wellicht is de geplaatste minidisc is een
voorbespeelde disc, niet geschikt voor
opnemen. Vervang deze door een
opname-minidisc.
• Er is te weinig ruimte voor opnemen op
de minidisc over. Wis enkele
muziekstukken of vervang de disc door
een andere opname-minidisc met meer
ruimte.
• Tijdens opnemen is de stroom
weggevallen of de stekker uit het
stopkontakt geraakt. Maak de gewenste
opname opnieuw.
De aanduiding “OVER” verschijnt in het
uitleesvenster.
• Het einde van de minidisc bereikt. Druk
op de 0 toets (of de = toets van de
afstandsbediening) om terug te keren
naar het opgenomen gedeelte van de
minidisc.
Tijdens analoge opname verschijnt er “Rec
Level Over” (te krachtig ingangssignaal) in
het uitleesvenster.
1 Druk tijdens het opnemen of in de
opnamepauzestand op de EDIT/NO toets
en draai dan aan de MULTI JOG
instelknop tot er “Attenuate ?” wordt
aangegeven.
2 Druk op de ENTER/YES toets.
Het uitleesvenster geeft nu “Attenuate
ON?” aan.
3 Druk nogmaals op de ENTER/YES toets.
De “Attenuate” verzwakkingsaanduiding licht op.
Het opnamenivo is nu tot het juiste peil
teruggebracht. Om de
verzwakkingsregeling uit te schakelen,
zorgt u dat er in stap 2 “Attenuate OFF?”
wordt aangegeven.
Tuner
Ernstige brom of andere storing in de
radio-ontvangst (in het uitleesvenster
knippert de “TUNED” of de “STEREO”
aanduiding).
•Richt of verstel de antenne.
•De ontvangen zender komt te zwak door.
Sluit een buitenantenne aan.
Een stereo FM uitzending wordt niet in
stereo weergegeven.
•Druk op de STEREO/MONO toets zodat
er “STEREO” in het uitleesvenster
verschijnt.
Als er zich andere problemen
voordoen, die hierboven niet zijn
beschreven, kunt u de stereoinstallatie als volgt terugstellen in
de uitgangsstand:
1 Trek de stekker uit het stopkontakt.
2 Houd de POWER schakelaar ingedrukt en
steek tegelijk de stekker weer in het
stopkontakt.
Zo zet u de stereo-installatie terug op de
oorspronkelijke fabrieksinstellingen. Alle
door u gemaakte instellingen, zoals de
tijdinstelling, de voorkeurzenders en
schakelklok-instellingen worden hierbij uit
het geheugen gewist. U zult deze instellingen
dus opnieuw moeten maken.
Waarschuwingsaanduidingen
van de minidisc-recorder
Een van de onderstaande foutmeldingen en
waarschuwingen kan in het uitleesvenster
verschijnen of gaan knipperen als er bij de
bediening van de minidisc-recorder iets mis
gaat.
Auto Cut
De minidisc-recorder pauzeert de opname,
omdat er tijdens digitaal opnemen al meer
dan 30 seconden stilte is (die wordt
vervangen door een pauze van 3
seconden).
wordt vervolgd
DHCMD5 3-858-047-42 (1)NL
45
Verhelpen van storingen (vervolg)
Blank Disc
Er wordt getracht een blanco, onbespeelde
of gewiste minidisc af te spelen.
Smart Space
Tijdens digitaal opnemen is er weer een
geluidssignaal doorgekomen na 3 tot 30
sekonden stilte (die wordt vervangen door
een standaard pauze van 3 seconden).
Cannot Copy
Digitaal opnemen is in dit geval niet
mogelijk. (Zie het “Overzicht van het ééngeneratie kopieersysteem” op blz. 43.)
Sorry
Er wordt getracht twee nummers samen te
voegen die niet gekombineerd kunnen
worden.
Cannot EDIT
Er is getracht een minidisc op te nemen of
te monteren tijdens geprogrammeerde
weergave of weergave in willekeurige
volgorde.
Disc Error
De minidisc is vuil of beschadigd of de
“TOC” inhoudsopgave ontbreekt.
Disc Full
Er is geen ruimte meer over op de minidisc.
(Zie “Beperkingen van het minidiscsysteem” op blz. 42.)
Impossible
Er wordt getracht twee nummers samen te
voegen terwijl het eerste muziekstuk wordt
afgespeeld.
Name Full
Het titelgeheugen van de minidisc is vol.
NO DISC
Er bevindt zich geen minidisc in het
apparaat.
No Track
De geplaatste minidisc heeft wel een titel
maar geen genummerde muziekstukken.
OVER
Tijdens het snel doorzoeken is het einde
van de minidisc bereikt.
Protected
De geplaatste minidisc is beveiligd tegen
opnemen en wissen.
Retry
De eerste opname is mislukt vanwege
trillingen of een kras op de minidisc, maar
een tweede poging tot opname is in gang.
Retry Error
Door trillingen waaraan de minidiscrecorder bloot staat of door krassen op de
minidisc, zijn er verschillende opnamepogingen gedaan maar die zijn alle
mislukt.
46
DHCMD5 3-858-047-42 (1)NL
Technischegegevens
Versterker-gedeelte
DIN uitgangsvermogen
40 + 40 watt (aan 6 ohm,
bij 1 kHz, DIN)
Continu RMS uitgangsvermogen
50 + 50 watt (aan 6 ohm,
bij 1 kHz, 10 % THV)
Muziekvermogen
160 watt
Ingangen
VIDEO/GAME IN
(tulpstekkerbussen)
omschakelbaar:
VIDEO IN:
ingangsspanning 250 mV,
impedantie 47 kOhm
GAME IN:
ingangsspanning 450 mV,
impedantie 47 kOhm
TAPE IN
(tulpstekkerbussen):
ingangsspanning 250 mV,
impedantie 47 kOhm
Uitgangen
TAPE OUT
(tulpstekkerbussen):
uitgangsspanning
250mV, impedantie
1 kOhm
PHONES (stereo klinkstekkerbus):
voor hoofdtelefoons van
8 ohm of meer.
SPEAKER:
voor luidsprekers met
impedantie van 6 tot 16
ohm.
Compact disc speler
Afspeelsysteem
Compact disc digitaal
audiosysteem
Laser
Halfgeleider laser
(λ = 780 nm)
Emissieduur: continu
Laser-uitgangsvermogen Maximaal 44,6 µW*
*Deze waarde is gemeten
op een afstand van ca.
200 mm van het
lensoppervlak van het
optisch blok, bij een
diafragma van 7 mm.
Frekwentiebereik
2 Hz – 20 kHz (± 0,5 dB)
CD DIGITAL OPTICAL OUT
aansluiting (vierkante optische aansluitbus,
achterpaneel)
Minidisc-recorder
Algemeen
Opname/weergavesysteem
MiniDisc digitaal
audiosysteem
Laser
Halfgeleider laser
(λ = 780 nm)
Emissieduur: continu
Laser-uitgangsvermogen Maximaal 44,6 µW*
*Deze waarde is gemeten
op een afstand van ca.
200 mm van het
lensoppervlak van het
optisch blok, bij een
diafragma van 7 mm.
Opnameduur
Maximaal 74 minuten
(met MDW-74 minidisc)
Bemonsteringsfrekwentie 44,1 kHz
Frekwentiebereik
5 Hz – 20 kHz
Stroomvoorziening
Tuner-gedeelte
FM stereo, FM/AM superheterodyne afstemming
FM afstemtrap
Afstembereik
Antenne
Antenne-aansluitingen
Tussenfrekwentie
87,5 – 108,0 MHz (50 kHz
interval)
FM draadantenne
75 ohm, asymmetrisch
10,7 MHz
Overige modellen
Antenne
Tussenfrekwentie
Stroomverbruik
Afmetingen
Versterker/Tuner/Minidisc/Compact disc gedeelte:
Ca. 280 × 240 × 360 mm
(b/h/d) inkl. uitstekende
onderdelen en knoppen
(Brits model)
Ca. 280 × 240 × 350 mm
(b/h/d) inkl. uitstekende
onderdelen en knoppen
(overige modellen)
Luidsprekers:
Ca. 205 × 325 × 290 mm
(b/h/d) inkl. uitstekende
onderdelen en knoppen
Gewicht
Versterker/Tuner/Minidisc/Compact disc gedeelte:
Ca. 9,4 kg
Luidsprekers:
Ca. 4 kg netto per
luidspreker
Bijgeleverd toebehoren: AM kaderantenne (1)
RM-S5MD
afstandsbediening (1)
Sony SUM-3 (NS)
batterijen (2)
FM draadantenne (1)
Luidsprekersnoeren (2)
Wijzigingen in ontwerp en technische gegevens
voorbehouden, zonder kennisgeving.
AM afstemtrap
Afstembereik
Model voor Duitsland:
AM:
220 – 230 V wisselstroom,
50/60 Hz
130 watt
522 – 1611 kHz
(met interval ingesteld op
9 kHz)
MG: 522 – 1611 kHz
(met interval ingesteld op
9 kHz)
LG: 144 – 288 kHz
(met interval ingesteld op
3 kHz)
AM kaderantenne,
Externe antenneaansluitingen
450 kHz
Luidsprekers
SS-MD5
Luidsprekersysteem
3-wegsysteem, in
basreflexkast
Luidsprekereenheden
Lagetonen-luidspreker:
15 cm Ø, conus-type
Hogetonen-luidspreker: 5 cm Ø, conus-type
Superhogetonen-luidspreker:
2 cm Ø, koepel-type
Nominale impedantie
6 ohm
47
DHCMD5 3-858-047-42 (1)NL
Index
A
Aanbrengen van
muziekstuknummers 25
Aanduidingen in het
uitleesvenster 15, 20
Aansluiten
antennes 5, 8
los verkrijgbare
apparatuur 7
stereo-installatie 4
stroomvoorziening 4
Afspelen
compact disc 9
gekozen volgorde
(programma-weergave)
17, 22
herhaalde weergave 15,
21
minidisc 12
willekeurige volgorde
16, 22
Afstemmen op
voorkeurzenders 6, 13
Akoestiekmenu 34
AMS-zoekfunkties 9, 12
Analoge opname 23
Antennes 5, 8
Automatische geluidsbronkeuze 10, 12, 13
B
Batterijen 5
Beperkingen van het
minidisc-systeem 42
Beveiligen van opnamen 41
Bijregelen
geluidssterkte 9
geluidsweergave 33
volume van de
luidsprekers 9
C
CD synchroon-opname 10
Compact disc speler 9, 15
D
DBFB basversterking 33
Digitale opname 23
E
Eén-generatie
kopieersysteem (SCMS)
43
Eén-toets weergavestart 10,
12, 13
F
Foutmeldingen 45
G
Geheugenafstemming 13
Gelijkzetten van de klok 5
Geluidsinstellingen 33
GROOVE versterking 33
H, I, J, K
Herhaalde weergave 15, 21
Hit Parade opnamefunktie
11
L
P, Q
Preset Equalizer menu's 34
Programma-weergave 17, 22
R
Radiozenders
afstemmen 13
voorinstellen 6
RDS informatie-ontvangst 35
S
Samenvoegen van
muziekstukken 31
Schakelklok
gewekt worden met
muziek 38
inslapen met muziek 37
schakelklok-opname 39
Sluimerfunktie 37
T, U
Titelfunkties. Zie
Naamgeving
Terugstellen in
uitgangsstand 45
Tuner 6, 13
Luidsprekers 4
V
M
Muziekstuknummers 25
N
Naamgeving
compact discs 19
minidiscs 32
voorkeurzenders 34
Normale weergave 9
O
Onderverdelen van
muziekstukken 30
Opnemen
compact disc 10
op minidisc 24
radio-uitzending 14
schakelklok-opname 39
Vastleggen van
voorkeurzenders 6
Verhelpen van storingen 44
Verplaatsen van
muziekstukken 29
W, X, Y
Wekfunktie 38
Willekeurige weergave 16,
22
Wisfunkties 27
Wispreventienokje 41
Wissen
alle muziekstukken 28
deel van een muziekstuk
28
enkel muziekstuk 27
opnamen 27
zendernaam 35
Z
Zendernaam 34
48
DHCMD5 3-858-047-42 (1)NL
Attenzione
Per evitare il pericolo di incendi o scosse
elettriche, non esporre l’apparecchio alla
pioggia o all’umidità.
Per evitare scosse elettriche, non aprire
l’apparecchio. Per le riparazioni rivolgersi solo a
personale qualificato.
Non installare l’apparecchio in spazi ristretti,
come librerie o scaffali a muro.
Brevetti Statunitensi e stranieri concessi in licenza
dalla Dolby Laboratories Licensing Corporation.
Il componente laser di questo prodotto è in grado di
emettere radiazioni eccedenti il limite della Classe 1.
Questo apparecchio è
classificato come prodotto
laser di 1ª CLASSE.
L’etichetta di prodotto laser
di 1ª CLASSE è collocata
all’esterno sul retro.
Questa etichetta di avvertenza si trova all’interno
dell’apparecchio.
PER I CLIENTI IN ITALIA
Si dichiara che l’apparecchio è stato fabbricato in
conformità all’Art. 2 Comma 1 del D.M. 28.08.1995
n. 548.
Le prescrizioni alle frequenze sono quelle indicate
nel paragrafo 3 dell’allegato A al D.M. 25.06.1985 e
nel paragrafo 3 dell’allegato 1 al D.M. 27.08.1987 e
precisamente:
BANDE DI FREQUENZA
1. Bande di frequenza:
FM: 87,5 MHz – 108 MHz
OM: 522 kHz – 1611 kHz
2. Frequenza intermedia: FM: 10,7 MHz
AM: 450 kHz
3. Oscillatore locale:
Frequenza oscillatore
locale superiore a quella
del segnale
Sony Deutschland GmbH
Product Compliance
Europe
2
DHCMD5
3-858-047-42 (1)I
Indice
Preparativi
Punto 1: Collegamento del sistema ..... 4
Punto 2: Regolazione dell’orario .......... 5
Punto 3: Preselezione delle stazioni .... 6
Collegamento di componenti AV
opzionali e antenne esterne ............ 7
Operazioni basilari
Ascolto di compact disc ......................... 9
Registrazione di compact disc ............ 10
Ascolto di minidischi ........................... 12
Ascolto della radio ............................... 13
Registrazione dalla radio .................... 14
Il lettore CD
Uso del display CD .............................. 15
Riproduzione ripetuta di brani CD ... 15
Riproduzione casuale di brani CD .... 16
Programmazione di brani CD ............ 17
Riproduzione ciclica di parte di
un CD .............................................. 18
Assegnazione di nomi ai dischi .......... 19
Regolazione del suono
Regolazione del suono ......................... 33
Selezione del menu equalizzatore
preselezionato ................................ 34
Altre funzioni
Assegnazione di nomi alle stazioni
preselezionate ................................. 34
Uso del sistema dati radio (RDS) ....... 35
Per addormentarsi con la musica ....... 37
Per svegliarsi con la musica ................ 38
Registrazione a timer di
programmi radio ........................... 39
Altre informazioni
I
Precauzioni ............................................ 41
Limitazioni del sistema minidischi .... 42
Soluzione di problemi ......................... 44
Caratteristiche tecniche ....................... 46
Indice analitico ................ Retrocopertina
La piastra MD
– Riproduzione
Uso del display MD ............................. 20
Riproduzione ripetuta di piste MD ... 21
Riproduzione casuale di piste MD .... 22
Programmazione di piste MD ............ 22
– Registrazione/Montaggio
Prima di registrare ............................... 23
Registrazione manuale su MD ........... 24
Scrittura di numeri di pista ................. 25
Cancellazione di registrazioni ............ 27
Spostamento di piste registrate .......... 29
Divisione di piste registrate ................ 30
Combinazione di piste registrate ....... 31
Assegnazione di nomi ai minidischi . 32
3
DHCMD5
3-858-047-42 (1)I
Preparativi
Punto 1: Collegamento del sistema
Eseguire i seguenti punti da 1 a 3 per collegare il sistema usando i cavi e gli accessori in
dotazione. Per completare l’installazione, eseguire anche i punti 2 e 3.
Antenna AM a telaio
Antenna FM
Diffusore destro
Diffusore sinistro
Pannello posteriore
del DHC-MD5
R
1 Collegare i diffusori.
Collegare i cavi diffusori alle prese
SPEAKER dello stesso colore. Tenere i
cavi diffusori lontani dalle antenne per
evitare disturbi.
Nero (’)
Rosso (‘)
4
DHCMD5
3-858-047-42 (1)I
L
2 Collegare le antenne FM/AM.
Montare l’antenna AM a telaio prima di
collegarla.
Antenna AM a
telaio
Estendere l’antenna FM a
filo orizzontalmente.
FM
CO 75Ω
AXA
L
Punto2:Regolazione
dell’orario
È necessario regolare prima l’orario per poter
usare la funzione timer.
AM
1
2,4 3,5
‚
º
·
3 Collegare il cavo di alimentazione
ad una presa di corrente.
π
§
®
1
Premere TIMER SET.
2
Girare MULTI JOG per regolare le
ore.
L’orario impiega il formato 24 ore.
Inserire due pile tipo R6 (formato
AA) nel telecomando
]
∏
3
Premere ENTER/YES.
Le pile durano per circa sei mesi di uso normale.
Quando il telecomando non controlla più il sistema,
sostituire entrambe le pile con altre nuove.
4
Girare MULTI JOG per regolare i
minuti.
Nota
5
Premere ENTER/YES.
}
]
}
Informazione
Se non si usa il telecomando per un lungo periodo
di tempo, estrarre le pile per evitare possibili danni
dovuti a perdite di fluido delle pile.
L’orologio inizia a funzionare.
Per cambiare l’orario fissato
1 Premere TIMER SET.
2 Girare MULTI JOG fino a che appare
“CLOCK SET?” e quindi premere ENTER/
YES.
3 Ripetere i punti da 2 a 5.
5
DHCMD5
3-858-047-42 (1)I
Punto3:Preselezione
dellestazioni
È possibile preselezionare un massimo di 40
stazioni: 20 per la banda FM, 10 per MW e 10
per LW. Sul modello per la Germania, è
possibile preselezionare un massimo di 30
stazioni: 20 per la banda FM e 10 per quella
AM.
2
4
3,6
4
Premere EDIT/NO e girare MULTI
JOG fino a che appare “Frq-Memory?”.
5
Premere ENTER/YES.
6
Girare MULTI JOG e selezionare il
numero di preselezione desiderato.
Numero di preselezione
º
‚
·
∏
π
§
·
∏
π
§
®
7
Premere ENTER/YES.
La stazione viene memorizzata.
1
1
5,7
Premere ripetutamente TUNER/
BAND fino a che la banda
desiderata appare sul display.
A ciascuna pressione del tasto la banda
cambia come segue:
Modello per la Germania:
FM n AM
Altri modelli:
FM n MW n LW
2
Premere ripetutamente TUNING
MODE fino a che appare “AUTO”.
3
Girare MULTI JOG.
L’indicazione della frequenza cambia e
la ricerca si ferma quando il sistema
sintonizza una stazione. “TUNED” e
“STEREO” (per programmi stereo)
appaiono sul display.
6
DHCMD5
3-858-047-42 (1)I
8
Ripetere i punti da 1 a 7 per
memorizzare altre stazioni.
Per sintonizzare una stazione dal
segnale debole
Premere ripetutamente TUNING MODE fino
a che appare “MANUAL” al punto 2 e quindi
girare MULTI JOG per sintonizzare la
stazione.
Per cambiare il numero di
preselezione
Ricominciare dal punto 1.
Informazione
Le stazioni preselezionate sono conservate per una
settimana anche se si scollega il cavo di
alimentazione o si verifica un’interruzione di
corrente.
Collegamentodi
componentiAV
opzionalieantenne
esterne
Per potenziare il sistema, è possibile collegare
componenti opzionali. Fare riferimento alle
istruzioni di ciascun componente.
Collegamento di un
videogioco/
videoregistratore
Assicurarsi di far corrispondere il colore delle
spine e dei connettori.
Nota sulle indicazioni “VIDEO” e
“GAME”
Cambiare le indicazioni a seconda del componente
collegato a VIDEO/GAME IN.
• Quando si collega un videoregistratore,
sintonizzatore AM/FM o una piastra a cassette,
selezionare “VIDEO”.
• Quando si collega un videogioco, lettore
multidisco o piastra DAT, selezionare “GAME”.
• Se il suono risulta distorto quando si seleziona
“VIDEO”, selezionare “GAME”.
Collegamento di
componenti audio
Collegamento di una piastra a
cassette
Assicurarsi di far corrispondere il colore delle
spine e dei connettori.
all’ingresso audio di
una piastra a cassette
al connettore AU BUS
della piastra a
cassette stereo TC-TX5
all’uscita audio di un videogioco/
videoregistratore
all’uscita audio di una
piastra a cassette
Per ascoltare il suono di un
videoregistratore
Premere ripetutamente FUNCTION fino a
che appare “VIDEO”.
Per ascoltare il suono di un
videogioco
Informazione
Quando si collega la piastra a cassette stereo TC-TX5
al DHC-MD5, assicurarsi di collegare i due
apparecchi con i terminali AU BUS.
Premere ripetutamente FUNCTION fino a
che appare “GAME”.
Se premendo FUNCTION appare “VIDEO”,
cambiare l’indicazione in “GAME” con il
seguente procedimento.
1 Premere ripetutamente FUNCTION fino a
che appare “VIDEO”.
2 Spegnere il sistema e quindi premere
contemporaneamente FUNCTION e
POWER.
Per tornare a “VIDEO”, ripetere il
procedimento dal punto 1.
continua
DHCMD5
3-858-047-42 (1)I
7
Collegamento di componenti AV
opzionali e antenne esterne
(continuazione)
Collegamento di una piastra MD/
DAT
Collegare una piastra MD/DAT dotata di
connettore ottico quadrato alla presa CD
OPTICAL DIGITAL OUT. È possibile copiare
un compact disc o minidisco nel sistema sulla
piastra MD/DAT collegata.
Collegamento di antenne
esterne
Collegare l’antenna esterna per migliorare la
ricezione.
Antenna FM
Collegare l’antenna FM esterna opzionale. È
anche possibile usare al suo posto l’antenna
TV.
FM
75Ω
AXA
L
CO
AM
y
Connettore a
presa standard CEI
(non in dotazione)
Antenna AM
Collegare un filo isolato di 6-15 metri al
terminale antenna AM. Lasciare collegata
l’antenna AM a telaio in dotazione.
Filo isolato (non
in dotazione)
all’ingresso digitale ottico
di una piastra MD/DAT
F
Filo di massa COMA75Ω
XAL
(non in
dotazione)
Informazione
AM
Se si collega un giradischi con cartuccia MM
collegarlo a VIDEO/GAME IN. Usare
l’equalizzatore cartuccia MM EQ-2 opzionale e il
cavo di collegamento audio. Per ascoltare il suono
del giradischi, premere FUNCTION fino a che
appare “VIDEO”.
Per ridurre i disturbi, collegare y al terminale di
massa del giradischi.
Importante
Se si collega un’antenna esterna, collegarla a
massa come protezione dai fulmini. Per
evitare esplosioni del gas non collegare il filo
di massa a tubi del gas.
8
DHCMD5
3-858-047-42 (1)I
Operazioni basilari
Ascoltodicompactdisc
È possibile riprodurre fino a tre compact disc
in successione.
0/)
VOLUME
POWER 1/ALL DISCS MULTI JOG
º
·
·
∏
∏
π
π
‚
§
®
§
Per
Procedere come segue
Interrompere la Premere π.
riproduzione
Fare una pausa Premere ∏. Premerlo di nuovo
per riprendere la riproduzione.
Selezionare un Girare MULTI JOG in senso
brano
orario (per avanzare) o
antiorario (per retrocedere) e
rilasciarla quando si trova il
brano desiderato (oppure
premere AMS* + o = sul
telecomando). Girare e
trattenere MULTI JOG per
localizzare brani su altri dischi.
Trovare un
punto
in un brano
Premere ) o 0 durante la
riproduzione e rilasciarlo al
punto desiderato.
Selezionare un Premere DISC SKIP (o D.SKIP
disco
sul telecomando).
Riprodurre solo Premere ripetutamente 1/ALL
il disco
DISCS fino a che appare
selezionato
“1 DISC”.
1
1 2
Premere § e inserire un compact
disc nel comparto.
Con la facciata
dell’etichetta
rivolta verso
l’alto. Quando si
riproduce un disco
da 8 cm,
collocarlo nel
cerchio interno
del piatto.
Riprodurre tutti Premere ripetutamente 1/ALL
i dischi
DISCS fino a che appare “ALL
DISCS”.
Estrarre o
cambiare un
disco
Premere §.
Cambiare dischi Premere EX-CHANGE.
Premerlo di nuovo per chiudere
durante la
il comparto.
riproduzione
Regolare il
volume
Girare VOLUME (o premere
o
sul telecomando).
Operazioni basilari
· ∏ π
EX-CHANGE
DISC SKIP
* AMS: Sensore musicale automatico
Per inserire il terzo disco, premere DISC
SKIP per far ruotare i piatti.
2
Premere uno dei tasti DISC 1 – 3.
Il comparto disco si chiude e la
riproduzione inizia.
Se si preme · a comparto chiuso, la
riproduzione inizia dal disco sul piatto il
cui tasto è illuminato in verde.
Numero di piatto Tempo di riproduzione
disco
Numero di brano
continua
DHCMD5
3-858-047-42 (1)I
9
Ascolto di compact disc
(continuazione)
Informazioni
• La pressione del tasto · quando il sistema è
spento accende automaticamente il sistema e avvia
la riproduzione di compact disc se ci sono dischi
nel comparto (riproduzione a tasto singolo).
• È possibile passare da un’altra fonte al lettore CD
ed iniziare a riprodurre compact disc
semplicemente premendo · o i tasti DISC 1 – 3*
(selezione automatica della fonte).
* Durante la riproduzione normale o mentre “1
DISC SHUFFLE” è visualizzato sul display, la
pressione di questi tasti agisce come la selezione
automatica della fonte.
• Se non sono inseriti dischi nel lettore, appare “CD
NO DISC”.
• Se è selezionato un piatto disco o se il disco
inserito in quel piatto è in fase di riproduzione, il
tasto DISC 1 – 3 corrispondente è illuminato in
verde.
Registrazionedi
compactdisc
— Registrazione sincronizzata da CD
È possibile eseguire registrazioni digitali da
un compact disc ad un minidisco, scrivendo i
numeri di pista nella stessa sequenza del
disco originale. Al minidisco viene assegnato
il nome del disco (vedere pagina 32) nel caso
di un minidisco registrabile nuovo o di un
minidisco da cui sono state cancellate tutte le
piste (vedere pagina 28). Se si usa un
minidisco registrato, la piastra MD localizza
automaticamente la fine della registrazione
precedente ed inizia a registrare da quel
punto.
6
POWER
4
π
5
‚
º
3
1
Con la facciata
dell’etichetta
verso l’alto
DHCMD5
3-858-047-42 (1)I
∏
π
§
·
∏
π
§
1
®
24
Inserire un minidisco registrabile.
Con la freccia
rivolta verso la
piastra
10
·
0
(
P
p
)
6
r
2
Premere § sul lettore CD e inserire
un disco nel comparto.
Il comparto disco si apre.
Con la facciata
dell’etichetta
rivolta verso
l’alto. Quando si
riproduce un
disco da 8 cm,
collocarlo nel
cerchio interno
del piatto.
Per inserire il terzo disco, premere DISC
SKIP per far ruotare i piatti.
Premere § per chiudere il comparto
disco.
Premere ripetutamente DISC SKIP
(o D.SKIP sul telecomando) per far
illuminare in verde il tasto
DISC 1 – 3 desiderato.
4
Premere CD SYNC e girare MULTI
JOG fino a che appare
“NORMAL?”.
5
Premere ENTER/YES.
Selezionare “HIT PARADE?” al punto 4.
Per interrompere la registrazione
Premere π sulla piastra MD.
Mentre “TOC” è illuminato o
lampeggia
Non spostare la piastra o scollegare il cavo di
alimentazione per assicurare una
registrazione completa. La piastra aggiorna il
TOC (Table of Contents=indice) mentre
“TOC” lampeggia.
Note
• Quando si registra con la funzione Hit Parade, il
nome del disco non viene assegnato al minidisco.
• Se non è possibile estrarre il minidisco, spingerlo
in dentro e quindi premere § sulla piastra MD.
Operazioni basilari
3
Per registrare solo il primo brano
di ogni disco — Hit Parade
La piastra MD è in attesa per la
registrazione e il lettore CD è in attesa
per la riproduzione.
6
Premere ∏ sulla piastra MD.
La registrazione inizia.
11
DHCMD5
3-858-047-42 (1)I
Ascoltodiminidischi
È possibile riprodurre un minidisco proprio
come un compact disc.
MULTI JOG
∏
0/)
POWER
∏
π
§
·
∏
π
§
Procedere come segue
Interrompere Premere π.
la riproduzione
Fare una
pausa
Premere ∏. Premere di nuovo per
riprendere la riproduzione.
Selezionare
una pista
Girare MULTI JOG in senso
orario (per avanzare) o antiorario
(per retrocedere) e rilasciarla
quando si trova la pista
desiderata (oppure premere AMS
+ o = sul telecomando).
Trovare un
Premere ) o 0 durante la
punto in una riproduzione e rilasciarlo al
pista
punto desiderato.
‚
º
·
Per
®
Estrarre il
minidisco
Premere §.
Regolare il
volume
Girare VOLUME (o premere
or
sul telecomando).
Informazioni
2
1
1
π
VOLUME
§
Inserire un minidisco.
Con la freccia
rivolta verso
la piastra
0
(
P
p
)
6
r
Con la facciata
dell’etichetta
verso l’alto
2
Premere ·.
La riproduzione inizia.
Numero di pista
12
DHCMD5
3-858-047-42 (1)I
Tempo di
riproduzione
• È possibile avviare la riproduzione dalla pista
desiderata. Prima di premere · al punto 2, girare
MULTI JOG fino a che appare la pista desiderata.
• La pressione di · quando il sistema è spento
accende automaticamente il sistema e avvia la
riproduzione del minidisco se un minidisco è
inserito nella piastra (riproduzione a tasto
singolo).
• È possibile passare da un’altra fonte alla piastra
MD ed iniziare a riprodurre il minidisco
semplicemente premendo · (selezione
automatica della fonte).
3
Ascoltodellaradio
–– sintonia preselezionata
Prima preselezionare le stazioni nella
memoria del sintonizzatore (vedere pagina 6).
POWER
2 STEREO/MONO
∏
π
§
·
∏
π
§
Numero di
Nome stazione Frequenza preselezione
®
3
Premere ripetutamente TUNER/
BAND (o BAND sul telecomando)
fino a che appare la banda
desiderata.
Per
Procedere come segue
Spegnere la
radio
Premere POWER.
Regolare il
volume
Girare VOLUME (o premere
o
sul telecomando)
Per ascoltare stazioni non
preselezionate
A ciascuna pressione del tasto la banda
cambia come segue:
Premere ripetutamente TUNING MODE fino
a che “MANUAL” appare al punto 2 e quindi
girare MULTI JOG per sintonizzare la
stazione desiderata.
Modello per la Germania:
FMn AM
Informazioni
n
Altri modelli:
FM n MW n LW
2
Girare in senso
orario (o
premere PRESET
+ sul
telecomando)
per numeri di
preselezione
superiori.
Premere ripetutamente TUNING
MODE fino a che appare “PRESET”.
Operazioni basilari
1
Girare in senso
antiorario (o
premere PRESET –
sul telecomando)
per numeri di
preselezione
inferiori.
‚
º
·
1
VOLUME
Girare MULTI JOG per sintonizzare
la stazione preselezionata
desiderata.
MULTI JOG
• La pressione di TUNER/BAND (o BAND sul
telecomando) quando il sistema è spento accende
automaticamente il sistema e sintonizza l’ultima
stazone ricevuta (riproduzione a tasto singolo).
• È possibile passare da un’altra fonte al
sintonizzatore semplicemente premendo TUNER/
BAND (o BAND sul telecomando) (selezione
automatica della fonte).
• Per migliorare la ricezione delle trasmissioni,
riorientare le antenne in dotazione.
• Se un programma FM è disturbato, premere
STEREO/MONO in modo che appaia “MONO”.
Non c’è effetto stereo, ma la ricezione migliora.
Premere di nuovo il tasto per ripristinare l’effetto
stereo.
13
DHCMD5
3-858-047-42 (1)I
Registrazionedalla
radio
4
È possibile registrare un programma radio su
un minidisco richiamando la stazione
preselezionata. Se si usa un minidisco
registrato, la piastra MD localizza
automaticamente la fine della registrazione
precedente ed inizia a registrare da quel
punto.
Girare in senso
antiorario
(o premere
PRESET – sul
telecomando) per
numeri di
preselezione
inferiori.
POWER
3
Girare MULTI JOG per sintonizzare
la stazione preselezionata
desiderata.
MULTI JOG
6 4
Girare in senso
orario (o
premere PRESET
+ sul
telecomando)
per numeri di
preselezione
superiori.
Numero di
Nome stazione Frequenza preselezione
‚
º
·
∏
π
§
·
∏
π
§
®
5
Premere r REC.
La piastra MD è in attesa per la
registrazione.
6
Premere ∏ sulla piastra MD.
La registrazione inizia.
2
1
π
1
5
Per interrompere la registrazione
Premere π sulla piastra MD.
Inserire un minidisco registrabile.
Con la freccia
rivolta verso
la piastra
0
(
P
p
)
6
r
Con la facciata
dell’etichetta
verso l’alto
2
Premere ripetutamente TUNER/
BAND (o BAND sul telecomando)
fino a che appare la banda
desiderata.
3
Premere ripetutamente TUNING
MODE fino a che appare “PRESET”.
14
DHCMD5
3-858-047-42 (1)I
Informazioni
• Per registrare stazioni non preselezionate, premere
ripetutamente TUNING MODE fino a che appare
“MANUAL” al punto 3 e quindi girare MULTI
JOG per sintonizzare la stazione desiderata.
• Se sono udibili disturbi durante la registrazione di
programmi AM, spostare l’antenna AM a telaio
per ridurre i disturbi.
Il lettore CD
Uso del display CD
Riproduzioneripetuta
di brani CD
È possibile controllare il tempo rimanente del
brano attuale o del disco.
–– Riproduzione a ripetizione
Questa funzione permette di ripetere un disco
o tutti i dischi nei modi di riproduzione
normale, casuale o programmata.
DISPLAY
º
·
∏
π
REPEAT
‚
§
®
º
·
∏
π
‚
§
®
Premere ripetutamente DISPLAY
durante la riproduzione.
A ciascuna pressione del tasto la
visualizzazione cambia come segue:
n Tempo di riproduzione del brano attuale
µ
Tempo rimanente del brano attuale
µ
Tempo rimanente del disco attuale*
* Il tempo rimanente del disco non è visualizzato
durante la riproduzione programmata o casuale.
Per controllare il tempo di
riproduzione totale e il numero di
brani del disco
Sono visualizzati nel modo di arresto della
riproduzione normale o casuale.
Numero
totale di brani
Tempo di
riproduzione
totale
Premere REPEAT durante la
riproduzione fino a che appare
“REPEAT”.
La riproduzione a ripetizione inizia.
Procedere come segue per cambiare il modo
di ripetizione.
Per ripetere
Premere
Tutti i brani del
disco attuale
1/ALL DISCS ripetutamente
fino a che “1 DISC” appare
sul display.
Tutti i brani di
tutti i dischi
1/ALL DISCS ripetutamente
fino a che “ALL DISCS”
appare sul display.
Solo un brano*
REPEAT più volte fino a che
“REPEAT 1” appare sul
display durante la
riproduzione del brano da
ripetere.
* Non è possibile ripetere un solo brano durante la
riproduzione casuale o programmata.
Per disattivare la riproduzione a
ripetizione
Informazione
Premere REPEAT in modo che “REPEAT” o
“REPEAT 1” scompaia dal display.
“--m--s” appare quando si controlla il tempo
rimanente di un brano il cui numero è da 21 in su.
15
DHCMD5
3-858-047-42 (1)I
Riproduzionecasuale
di brani CD
–– Riproduzione casuale
MULTI JOG
º
‚
·
∏
π
§
·
∏
π
§
4
®
DISC 1-3
1
Premere ripetutamente FUNCTION
fino a che appare “CD” e quindi
inserire un disco nel comparto.
2
Premere ripetutamente PLAY
MODE fino a che appare
“SHUFFLE”.
3
Premere 1/ALL DISCS.
A ciascuna pressione del tasto, la
visualizzazione cambia come segue:
“ALL DISCS”
˜ “1 DISC” (il disco il
(tutti i dischi sono
cui tasto DISC 1 – 3 è
riprodotti in
illuminato in verde
ordine casuale)
viene riprodotto in
ordine casuale)
4
Premere ·.
Appare “J” e tutti i brani sono
riprodotti in ordine casuale.
16
DHCMD5
3-858-047-42 (1)I
Premere ripetutamente PLAY MODE in
modo che “SHUFFLE” scompaia.
Informazioni
È possibile riprodurre tutti i brani di un disco
o di tutti i dischi in ordine casuale.
2 13
Per disattivare la riproduzione
casuale
• È possibile avviare la riproduzione casuale
durante la riproduzione normale visualizzando
“SHUFFLE”.
• Per saltare un brano, girare MULTI JOG in senso
orario (o premere + sul telecomando).
Programmazionedi
braniCD
6
Per programmare altri brani,
ripetere i punti da 3 a 5.
Saltare il punto 3 se si seleziona un
brano dello stesso disco.
7
Premere ·.
–– Riproduzione programmata
È possibile creare un programma di fino a 32
brani da tutti i dischi nell’ordine in cui si
desidera siano riprodotti.
21
45
º
∏
π
§
·
∏
π
§
7
1
2
π
Per controllare il numero dotale di
brani programmati
‚
·
®
3
Premere ripetutamente FUNCTION
fino a che “CD” appare sul display e
inserire un disco nel comparto.
Premere ripetutamente PLAY
MODE fino a che appare
“PROGRAM”.
3
Premere uno dei tasti DISC 1 – 3 per
selezionare un disco.
4
Girare MULTI JOG fino a che il
brano desiderato appare sul display.
Brano
selezionato
5
Tutti i brani sono riprodotti nell’ordine
selezionato.
Tempo di
riproduzione
Premere DISPLAY in modo di arresto.
Appare “Step”, seguito dal numero totale di
brani programmati.
Per
Premere
Disattivare la
riproduzione
programmata
π e quindi ripetutamente
PLAY MODE in modo che
“PROGRAM” scompaia.
Aggiungere un
brano al
programma (in
modo di
arresto)
1 Selezionare un piatto disco
con i tasti DISC 1 – 3.
2 Selezionare il brano girando
MULTI JOG.
3 Premere ENTER/YES.
Cancellare
l’intero
programma
π una volta in modo di
arresto.
Informazioni
• Per programmare l’intero disco come un passo del
programma, saltare il punto 4.
• Il programma creato rimane in memoria quando
finisce la riproduzione programmata. Per
riprodurre di nuovo lo stesso programma,
premere ·. Quando si registra con la funzione
Hit Parade, il programma viene cancellato.
• Il tempo di riproduzione totale non viene
visualizzato se si seleziona un brano di numero da
21 in su o se il tempo del programma supera i 100
minuti.
Premere ENTER/YES.
Il brano è programmato. Appare
l’ultimo brano programmato, seguito dal
tempo totale di riproduzione.
17
DHCMD5
3-858-047-42 (1)I
Riproduzioneciclica
di parte di un CD
— Ciclo
Con la funzione di ciclo è possibile ripetere
parte di un disco durante la riproduzione.
Questo permette di creare registrazioni
originali.
1
4
Tenere premuto LOOP al punto
dove si desidera avviare la funzione
di ciclo e rilasciare il tasto per
riprendere la riproduzione normale.
Differenza tra NORMAL e RHYTHM
La pista originale può essere trattata con due
tipi di ciclo, Normal e Rhythm.
Originale
Hey, Come on everybody!...
º
·
∏
π
NORMAL
‚
§
®
La riproduzione normale riprende dal punto
in cui è iniziato il ciclo.
Lunghezza del ciclo
·
∏
π
§
Nn
n
n
Hey, C… C… C… C’mon everybody! …
Premere LOOP Rilasciare LOOP
1
1 3
Premere ripetutamente FUNCTION
fino a che appare “CD” e inserire un
disco nel comparto.
RHYTHM
La riproduzione normale riprende dal punto
in cui finisce il ciclo.
Hey, C… C… C…
Premere ripetutamente LOOP in
modo di pausa o di arresto per
selezionare “NORMAL 1 – 5” o
“RHYTHM 1 – 5”.
A ciascuna pressione del tasto, la
visualizzazione cambia come segue:
NORMAL 1*
NORMAL 5
RHYTHM 5
RHYTHM 1*
* Vedere “Differenza tra NORMAL e
RHYTHM” per dettagli.
3
Premere uno dei tasti DISC 1 – 3.
18
DHCMD5
3-858-047-42 (1)I
n
2
n
nme on ev
erybody! …
n
2,4
Premere LOOP Rilasciare LOOP
: Parte non udibile coperta dal ciclo
È possibile scegliere la lunghezza del ciclo tra
cinque livelli, nella gamma da 0,25 secondi ad
1 secondo.
Assegnazionedinomi
ai dischi
È possibile assegnare nomi ad un massimo di
30 dischi usando fino a 13 simboli e caratteri
per ciascun disco. Quando si inserisce un
disco per cui esiste un nome, il nome appare
sul display. Se si è assegnato un nome ad un
disco e si esegue la registrazione
sincronizzata da quel disco ad un minidisco
nuovo, il nome del disco viene registrato
automaticamente sul minidisco.
1
4
Premere ENTER/YES.
Il cursore inizia a lampeggiare.
Numero di piatto
Corsore
5
Premere ripetutamente
CHARACTER fino a che appare il
tipo di carattere desiderato.
A ciascuna pressione del tasto, la
visualizzazione cambia come segue.
3 3,6 4,9
A (maiuscole) n a (minuscole) n 0
(numeri) n ! (simboli)* n
(spazio)
n A…
º
·
∏
π
‚
§
®
*È possibile usare i seguenti simboli.
!"#$%&'()∗+,–./:;<=>?@_`
·
∏
π
6
2
1
2
N
Premere ripetutamente FUNCTION
fino a che appare “CD” e inserire un
disco nel comparto.
7
Premere CURSOR n.
Il carattere selezionato al punto 6 si
illumina stabilmente e il cursore si sposta
a destra.
Premere ripetutamente DISC SKIP
(o D.SKIP sul telecomando) fino a
che il tasto DISC 1 – 3 desiderato si
illumina in verde.
Premere EDIT/NO e girare MULTI
JOG fino a che appare “Name in?”.
Girare MULTI JOG fino a che
appare il carattere desiderato.
Il carattere selezionato lampeggia. Per
immettere uno spazio vuoto, premere
CURSOR n mentre il cursore
lampeggia.
7 π1 5
Assicurarsi che il disco sia in modo di
arresto e attendere che il numero totale
di brani e il tempo di riproduzione totale
appaiano sul display.
3
(spazio)
§
8
Ripetere i punti da 5 a 7 per
completare il titolo.
Se si fa un errore premere CURSOR N o
n fino a che il carattere da modificare
lampeggia e quindi ripetere i punti da 5
a 7. Per cancellare il carattere, premere
EDIT/NO mentre il carattere lampeggia.
continua
DHCMD5
3-858-047-42 (1)I
19
La piastra MD
Assegnazione di nomi ai dischi
(continuazione)
9
Premere ENTER/YES per
completare il procedimento.
Viene visualizzato il nome del disco.
Per disattivare l’assegnazione di
nomi
Uso del display MD
È possibile controllare il tempo rimanente e il
tempo di riproduzione totale di un minidisco.
Per controllare il tempo
rimanente di una pista
DISPLAY
Premere π.
Per cancellare il nome di un disco
1 Premere EDIT/NO e girare MULTI JOG
fino a che appare “Name Erase?”.
2 Premere ENTER/YES.
Appare il nome del disco.
Appare “No Name” se non è memorizzato
alcun nome disco.
3 Girare MULTI JOG fino a che appare il
nome di disco che si desidera cancellare.
4 Premere di nuovo ENTER/YES.
Appare “Complete” e il nome del disco
viene cancellato.
Nota
Quando si esegue una registrazione con la funzione
Hit Parade, il nome del disco non viene registrato
sul minidisco.
º
·
∏
π
‚
§
®
Premere DISPLAY durante la
riproduzione.
A ciascuna pressione del tasto, la
visualizzazione cambia come segue:
n Tempo di riproduzione e numero di pista
della pista attuale
µ
Tempo rimanente e numero di pista della
pista attuale
µ
Titolo della pista attuale*
* Appare “No Name” se non è memorizzato un
titolo di pista.
20
DHCMD5
3-858-047-42 (1)I
Per controllare il tempo
rimanente del minidisco
Premere DISPLAY in modo di arresto.
A ciascuna pressione del tasto, la
visualizzazione cambia come segue:
n Tempo di riproduzione totale e numero
totale di piste sul minidisco
Riproduzioneripetuta
di piste MD
— Riproduzione a ripetizione
Questa funzione permette di riprodurre una
sola pista o tutte le piste del minidisco.
REPEAT
µ
Tempo registrabile rimanente del
minidisco (solo per minidischi registrabili)
º
·
∏
π
‚
§
®
Nota
Il tempo rimanente corretto può non essere
visualizzato a causa dei limiti del sistema MD.
Premere REPEAT durante la
riproduzione fino a che appare
“REPEAT” (per tutte le piste) o
“REPEAT 1*” (per una sola pista).
Inizia la riproduzione a ripetizione.
* Non è possibile ripetere una sola pista durante la
riproduzione casuale o programmata.
Per disattivare la riproduzione a
ripetizione
Premere REPEAT in modo che “REPEAT” o
“REPEAT 1” scompaia.
21
DHCMD5 3-858-047-42 (1)I
Riproduzionecasuale
di piste MD
Programmazionedi
pisteMD
–– Riproduzione casuale
–– Riproduzione programmata
È possibile riprodurre le piste in ordine
casuale.
È possibile creare un programma di fino a 25
piste nell’ordine in cui si desidera siano
riprodotte.
21 3
π MULTI JOG
º
·
∏
π
21
6
34
π
‚
§
®
º
·
1
2
3
∏
π
‚
·
∏
π
§
·
∏
π
§
®
§
Premere ripetutamente FUNCTION
fino a che appare “MD” e inserire
un minidisco nella piastra.
1
Premere ripetutamente FUNCTION
fino a che appare “MD” e inserire
un minidisco nella piastra.
Premere ripetutamente PLAY
MODE fino a che appare
“SHUFFLE”.
2
Premere ripetutamente PLAY
MODE fino a che appare
“PROGRAM”.
3
Girare MULTI JOG fino a che
appare il numero della pista
desiderata.
4
Premere ENTER/YES.
Premere ·.
Appare “J” e quindi tutte le piste sono
riprodotte in ordine casuale.
Per disattivare la riproduzione
casuale
Premere π e quindi ripetutamente PLAY
MODE in modo che “SHUFFLE” scompaia.
Informazione
Per saltare una pista, girare MULTI JOG in senso
orario (o premere + sul telecomando).
22
DHCMD5 3-858-047-42 (1)I
La pista è programmata. Appare l’ultima
pista programmata, seguita dal tempo di
riproduzione totale.
Ultima pista
programmata
Tempo di
riproduzione totale
5
Ripetere i punti 3 e 4 per
programmare altre piste.
6
Premere ·.
La riproduzione inizia nell’ordine
selezionato.
Per
Premere
Disattivare la
riproduzione
programmata
π e quindi ripetutamente
PLAY MODE fino a che
“PROGRAM” scompare.
Aggiungere una 1 Selezionare la pista girando
pista alla fine del MULTI JOG.
programma (in 2 Premere ENTER/YES.
modo di arresto)
Cancellare il
programma
π in modo di arresto.
Informazione
Il programma creato rimane in memoria quando
finisce la riproduzione programmata. Per riprodurre
di nuovo lo stesso programma, premere ·.
Prima di registrare
I minidischi (MD) permettono di registrare e
riprodurre digitalmente la musica con un
sonoro di alta qualità paragonabile a quello
dei compact disc. Un altra caratteristica dei
minidischi è la marcatura delle piste. La
funzione di marcatura delle piste permette di
localizzare rapidamente un punto specifico o
di montare facilmente le piste registrate.
Tuttavia, a seconda della fonte di
registrazione il metodo di registrazione varia.
Anche il modo in cui i numeri di pista sono
registrati varia a seconda della fonte.
Quando la fonte di registrazione è:
• Il lettore CD di questo sistema
– Il suono digitale del disco viene registrato
come è (registrazione digitale*).
– I numeri di pista sono marcati
automaticamente come sul disco originale.
• Altri componenti digitali
(p.es. una piastra DAT)
– Il segnale digitale viene convertito in
segnale analogico e quindi riconvertito in
segnale digitale e registrato** (registrazione
analogica).
– Un numero di pista viene marcato all’inizio
della registrazione, ma se si attiva la
funzione di sincronizzazione livello
(vedere pagina 26), i numeri di pista sono
marcati automaticamente in sincronia con
il livello del segnale in ingresso.
continua
DHCMD5 3-858-047-42 (1)I
23
Prima di registrare (continuazione)
• Il sintonizzatore di questo sistema e
altri componenti analogici
(p.es. una piastra a cassette)
– Il segnale analogico viene convertito in
segnale digitale e registrato (registrazione
analogica).
– Un numero di pista viene marcato all’inizio
della registrazione, ma se si attiva la
funzione di sincronizzazione livello
(vedere pagina 26), i numeri di pista sono
marcati automaticamente in sincronia con
il livello del segnale in ingresso.
Registrazione
manualesuMD
Il sistema localizza automaticamente l’ultima
parte registrata e inizia la registrazione da
quel punto.
4
3
π
º
* Per dettagli sui limiti delle registrazioni digitali,
vedere pagina 42.
**Questa conversione del segnale avviene perché
questo sistema non è dotato di ingresso digitale.
‚
·
∏
π
§
·
∏
π
§
®
Nota sui numeri di pista del minidisco
Su un minidisco, i numeri di pista (ordine delle
piste), le informazioni relative ai punti di inizio e
fine delle piste, ecc. sono registrati nell’area TOC*
indipendentemente dalle informazioni di suono. È
possibile montare rapidamente le piste registrate
modificando le informazioni del TOC.
* TOC: Table of Contents (indice).
2
1
1
Inserire un minidisco registrabile.
2
Premere FUNCTION e selezionare
la fonte (p.es. CD) da cui si desidera
registrare.
3
Premere r REC.
La piastra MD è pronta per la
registrazione. Per marcare i numeri di
pista, vedere “Scrittura di numeri di
pista” più avanti. Quando si registra dal
lettore CD del sistema, i numeri di pista
sono marcati automaticamente.
4
Premere ∏ sulla piastra MD.
La registrazione inizia.
5
24
DHCMD5 3-858-047-42 (1)I
Iniziare a riprodurre la fonte da
registrare.
Per interrompere la registrazione
Premere π sulla piastra MD.
Se appare “Rec Level Over”
Un segnale di alto livello è in ingresso
durante la registrazione. Vedere “Soluzione
di problemi” a pagina 45.
Mentre “TOC” è illuminato o
lampeggia
Non spostare la piastra o scollegare il cavo di
alimentazione per assicurare una
registrazione completa. La piastra aggiorna il
TOC (Table of Contents = indice) mentre
“TOC” lampeggia.
Nota
Se si mette in pausa la registrazione durante la
registrazione da CD, un numero di pista viene
scritto in quel punto. Notare inoltre che i brani sono
registrati come una singola pista con un solo
numero di pista quando:
• un singolo brano di uno stesso disco viene
registrato ripetutamente.
• due o più brani con lo stesso numero di brano
da dischi diversi sono registrati
consecutivamente.
Scrittura di numeri di
pista
Quando si registra dal lettore CD di questo
sistema (registrazione digitale), i numeri di
pista sono marcati automaticamente. È inoltre
possibile marcare i numeri di pista:
• in qualsiasi punto durante la registrazione.
• automaticamente durante la registrazione
analogica.
Scrittura di numeri di
pista in punti specifici
durante la registrazione
È possibile marcare numeri di pista in
qualsiasi momento durante la registrazione,
indipendentemente dal tipo di fonte sonora.
rREC
º
·
∏
π
‚
§
®
Premere r REC durante la registrazione
al punto dove si desidera marcare un
numero di pista. Le piste successive a
quella marcata sono rinumerate.
continua
DHCMD5 3-858-047-42 (1)I
25
Scrittura di numeri di pista
(continuazione)
Per disattivare la marcatura delle
piste
Scrittura automatica dei
numeri di pista durante la
registrazione analogica
I numeri di pista sono marcati
automaticamente quando il segnale in
ingresso continua ad essere al di sotto di un
certo livello per più di due secondi e quindi
ritorna al livello precedente.
5 2 3,4 1
º
1
‚
·
∏
π
§
·
∏
π
§
®
Premere r REC.
La piastra MD è pronta per la
registrazione.
2
Premere EDIT/NO e girare MULTI
JOG fino a che appare
“LEVELSYNC?”.
3
Premere ENTER/YES.
Appare “LEVELSYNC ON?”.
4
Premere di nuovo ENTER/YES.
“LEVEL-SYNC” si illumina.
5
Premere ∏.
La registrazione inizia.
26
DHCMD5 3-858-047-42 (1)I
1 Premere EDIT/NO e girare MULTI JOG
fino a che appare “LEVELSYNC?”.
2 Premere ENTER/YES.
Appare “LEVELSYNC OFF?”.
3 Premere di nuovo ENTER/YES.
“LEVEL-SYNC” scompare.
In questo modo viene scritto un numero di
pista solo all’inizio della registrazione.
2 1,2 3,4
Cancellazionedi
registrazioni
— Funzione di cancellazione
º
Il sistema MD permette di cancellare i suoni
non desiderati rapidamente e facilmente. Le
tre possibilità di cancellazione delle
registrazioni sono:
‚
·
∏
π
§
·
∏
π
§
®
π
• cancellazione di una singola pista
• cancellazione di tutte le piste
• cancellazione di parte di una pista
1
Nota
Se “SHUFFLE” o “PROGRAM” è visualizzato sul
display, premere ripetutamente PLAY MODE fino a
che l’indicazione scompare.
Girare MULTI JOG fino a che
appare il numero della pista
desiderata.
Numero della pista desiderata
Cancellazione di una
singola pista
È possibile cancellare una pista
semplicemente specificandone il numero di
pista. Quando si cancella una pista, il numero
totale di piste sul minidisco diminuisce di
uno e tutte le piste successive a quella
cancellata sono rinumerate.
Esempio: Cancellazione della pista B
2
A
1
ERASE
Cancellazione
Premere EDIT/NO e girare MULTI
JOG fino a che appare “Erase?”
3
Premere ENTER/YES.
Appare “Erase??”.
Se si desidera disattivare la funzione di
cancellazione a questo punto, premere
π.
Cancellazione
della pista B
Numero di
pista
1
Piste
originali
2
3
B
2
A
4
C
D
3
C
D
4
Premere di nuovo ENTER/YES per
cancellare la pista.
“Complete” appare per alcuni secondi e
la pista selezionata e il suo titolo sono
cancellati.
Nota
“Erase!!?” appare quando la pista è stata registrata o
montata su un’altra piastra ed è protetta dalla
registrazione. Per cancellare la pista, premere
ENTER/YES mentre è visualizzato “Erase!!?”.
continua
DHCMD5 3-858-047-42 (1)I
27
Cancellazione di registrazioni
— Funzione di cancellazione
(continuazione)
Cancellazione di tutte le
piste
È possibile cancellare contemporaneamente il
nome di disco, tutte le piste registrate e i loro
titoli.
Cancellazione di parte di
una pista
Usando le funzioni di divisione (vedere
pagina 30), cancellazione (vedere pagina 27) e
combinazione (vedere pagina 31) è possibile
cancellare parti specifiche di una pista.
Esempio: Cancellazione di parte della pista A
Numero di
pista
1 2,3
Parte da
cancellare
1
Piste
originali
º
2
A
‚
·
∏
π
§
·
∏
π
§
3
B
Divisione della
pista A in tre
parti.*
Pista rinumerata
®
1
Divisione
(pagina
30)
2
A-a
3
A-b
4
A-c
B
Cancellazione
della pista A-b.
π
1
2
Mentre la piastra è in modo di
arresto, premere EDIT/NO e girare
MULTI JOG fino a che appare “All
Erase?”.
Premere ENTER/YES.
Appare “All Erase??”.
Per disattivare la funzione di
cancellazione a questo punto, premere
π.
3
Premere di nuovo ENTER/YES.
“Complete” appare per alcuni secondi e
tutte le piste registrate e i loro titoli sono
cancellati.
28
DHCMD5 3-858-047-42 (1)I
1
Cancellazione
(pagina 27)
2
A-a
3
A-c
4
B
Combinazione delle
piste A-a e A-c.
1
Combinazione
(pagina 31)
2
A(a+c)
* Le piste sono rinumerate.
3
B
Spostamentodipiste
registrate
4
Girare MULTI JOG fino a che
appare la nuova posizione della
pista.
Per disattivare la funzione di
spostamento a questo punto, premere π.
— Funzione di spostamento
Usando la funzione di spostamento, è
possibile cambiare in qualsiasi momento
l’ordine delle piste sul disco. Quando si
spostano le piste, le piste sono rinumerate
automaticamente.
Esempio: Spostamento della pista C alla
posizione 2
Spostamento della
pista C alla seconda
posizione.
Numero di
pista
1
Piste
originali
2
A
2
D
3
A
5
Numero vien
desiderato
Premere ENTER/YES.
“Complete” appare per alcuni secondi.
4
C
B
1
MOVE
Spostamento
3
Numero
originale della
pista
C
Nota
Se “SHUFFLE” o “PROGRAM” è visualizzato sul
display, premere ripetutamente PLAY MODE fino a
che l’indicazione scompare.
4
B
D
2 1,2,4 3,5
º
‚
·
∏
π
§
·
∏
π
§
®
π
1
Girare MULTI JOG fino a che
appare il numero della pista da
spostare.
2
Premere EDIT/NO e girare MULTI
JOG fino a che appare “Move?”.
3
Premere ENTER/YES.
29
DHCMD5 3-858-047-42 (1)I
3
Divisione di piste
registrate
“Rehearsal” e “Position ok?” appaiono
alternatamente e la parte da dividere
viene riprodotta ripetutamente.
• Per spostare il punto di divisione:
1 Premere EDIT/NO.
2 Ascoltando il suono, girare MULTI
JOG per localizzare il punto di
divisione.
È possibile osservare il display e
spostare il punto da –128 a +127 (01
corrisponde a circa 0,06 secondi).
Per disattivare la funzione di divisione a
questo punto, premere π.
— Funzione di divisione
È possibile usare questa funzione per
aggiungere numeri di pista a piste multiple
che sono state registrate come una pista.
Questa funzione permette inoltre di scrivere i
numeri di pista dopo che è finita la
registrazione. Il numero totale di piste
aumenta di uno e le piste successive a quella
divisa sono rinumerate.
Esempio: Divisione della pista 2 in piste B e C
Numero di
pista
1
2
A
Piste
originali
1
DIVIDE
Divisione
3
C
B
Divisione della
pista 2 nelle piste
3 BeC 4
2
A
D
B
C
Premere ENTER/YES.
4
Premere di nuovo ENTER/YES
quando si trova il punto di
divisione.
“Complete” appare per alcuni secondi e
inizia la riproduzione della nuova pista
creata.
Informazione
È anche possibile dividere le piste durante la
registrazione. Premere r REC al punto
desiderato.
D
1 2 3,4
Note
º
·
∏
π
‚
§
®
π
1
Durante la riproduzione del
minidisco, premere ∏.
La piastra entra in modo di pausa.
2
Premere EDIT/NO e girare MULTI
JOG fino a che appare “Divide?”.
30
DHCMD5 3-858-047-42 (1)I
• La nuova pista non ha un titolo anche se la pista
originale aveva un nome.
• Se “SHUFFLE” o “PROGRAM” è visualizzato sul
display, premere ripetutamente PLAY MODE fino
a che l’indicazione scompare.
3
Combinazionedi
pisteregistrate
“Rehearsal e “Track ok” appaiono
alternatamente e la parte di unione delle
due piste (cioè dove finisce la prima
pista e comincia la seconda) viene
riprodotta ripetutamente.
Se si desidera disattivare la funzione di
combinazione a questo punto, premere
π.
— Funzione di combinazione
Questa funzione permette di unire varie piste
o varie parti registrate indipendentemente in
una sola pista. Il numero totale di piste
diminuisce di uno e tutte le piste successive a
quelle combinate sono rinumerate.
Esempio: Combinazione delle piste B e C
Numero di
pista
1
Piste
originali
2
A
3
B
C
D
Combinazione delle piste B e C
COMBINE
Combinazione
1
2
A
3
4
B
C
D
2 1,2 3,4
º
·
∏
π
Premere ENTER/YES.
4
Premere di nuovo ENTER/YES
quando si trova il punto desiderato.
“Complete” appare per alcuni secondi e
le piste sono combinate.
Note
• Se “SHUFFLE” o “PROGRAM” è visualizzato sul
display, premere ripetutamente PLAY MODE fino
a che l’indicazione scompare.
• Se entrambe le piste combinate hanno titoli di
pista, il titolo della seconda pista viene cancellato.
• Se appare “Sorry”, le piste non possono essere
combinate. Questo accade quando si è montata la
stessa pista molte volte. Il problema è dovuto ad
una limitazione tecnica del sistema MD e non
indica un guasto.
‚
§
®
π
1
Girare MULTI JOG fino a che
appare la seconda pista delle due da
combinare.
Per esempio, per combinare le piste 3 e 4
selezionare la pista 4.
2
Premere EDIT/NO e girare MULTI
JOG fino a che appare “Combine?”.
31
DHCMD5 3-858-047-42 (1)I
Assegnazionedinomi
aiminidischi
4
A ciascuna pressione del tasto, la
visualizzazione cambia come segue.
È possibile creare titoli (nomi) per i
minidischi e le piste registrate. È possibile
usare fino a 80 caratteri per ciascun disco o
pista.
N
Premere ripetutamente
CHARACTER fino a che appare il
tipo di carattere desiderato.
A (maiuscole) n a (minuscole) n 0
(spazio)
(numeri) n ! (simboli)* n
n A…
2 2,5 3,8
*È possibile usare i seguenti simboli.
º
·
∏
π
!"#$%&'()∗+,–./:;<=>?@_`
‚
§
5
∏
1 64
SCROLL
Per assegnare un nome ad un disco,
premere π e interrompere la
riproduzione del disco.
Premere EDIT/NO e girare MULTI
JOG fino a che appare “Name in?”.
3
Premere ENTER/YES.
Premere CURSOR n per immettere
il carattere.
Il cursore si sposta a destra e attende
l’immissione del carattere successivo.
7
Ripetere i punti da 4 a 6 per
completare il titolo.
Se si fa un errore premere CURSOR N o
n fino a che il carattere da modificare
lampeggia e quindi ripetere i punti da 4
a 6. Per cancellare il carattere, premere
EDIT/NO mentre il carattere lampeggia.
Per assegnare un nome ad una pista,
girare MULTI JOG fino a che appare il
numero della pista desiderata.
2
Girare MULTI JOG fino a che
appare il carattere desiderato.
Il carattere selezionato lampeggia. Per
immettere uno spazio vuoto, premere
CURSOR n mentre il cursore
lampeggia.
6
1
(spazio)
®
8
Premere ENTER/YES per
completare il procedimento.
I titoli immessi appaiono in sequenza.
Il cursore inizia a lampeggiare.
Pista cui assegnare il nome
Cursore
32
DHCMD5 3-858-047-42 (1)I
Regolazione del suono
Per disattivare l’assegnazione di
nomi
Premere π.
Per controllare i nomi (solo con il
telecomando)
Per controllare il titolo del disco, premere
SCROLL in modo di arresto. Per controllare i
titoli delle piste, premere SCROLL durante la
riproduzione. I titoli scorrono sul display. Per
interrompere lo scorrimento, premere
SCROLL. Premerlo di nuovo per riprendere
lo scorrimento.
Regolazionedel
suono
È possibile ascoltare la musica con forti bassi
o un suono potente.
GROOVE
º
·
∏
π
‚
§
®
Per cancellare tutti i nomi
1 Premere EDIT/NO e girare MULTI JOG
fino a che appare “Name Erase?”.
2 Premere ENTER/YES.
Appare “Name Erase??”. Per rinunciare
alla cancellazione, premere π a questo
punto.
3 Premere di nuovo ENTER/YES.
Tutti i titoli di pista e di disco sono
cancellati.
Nota
È possibile assegnare un nome ad una pista durante
la riproduzione, ma si deve completare il
procedimento prima della fine della pista.
DBFB
Per rinforzare il suono dei bassi
Premere DBFB (enfatizzazione dinamica dei
bassi).
La spia del tasto si illumina.
Premere di nuovo il tasto per disattivare
l’effetto DBFB.
Per ottenere un suono potente
Premere GROOVE.
Le spie dei tasti DBFB e GROOVE si
illuminano.
Il volume globale aumenta e il suono dei
bassi è rinforzato.
Premere di nuovo il tasto per disattivare
l’effetto GROOVE.
Informazione
L’effetto DBFB non viene disattivato se si preme
solo GROOVE.
Premere DBFB per disattivare l’effetto DBFB.
33
DHCMD5 3-858-047-42 (1)I
Altre funzioni
Selezionedelmenu
equalizzatore
preselezionato
Assegnazionedinomi
allestazioni
preselezionate
L’equalizzatore preselezionato permette di
selezionare una caratteristica sonora tra 20
effetti sonori in base al tipo di suono che si sta
ascoltando.
— Nome stazione
2
3 1
º
‚
·
∏
π
§
·
∏
π
§
®
È possibile assegnare un nome di fino a 10
caratteri (nome stazione) alle stazioni
preselezionate. Il nome stazione appare
quando si sintonizza la stazione. Se si assegna
un nome ad una stazione e se ne registrano le
trasmissioni su un minidisco (nuovo), il nome
della stazione viene registrato
automaticamente quando si esegue la
registrazione a timer.
2
4 3,4,7 5,10
º
1
Premere PRESET EQ.
2
Girare MULTI JOG fino a che
appare il menu desiderato.
Per rinunciare alla scelta del menu,
premere EDIT/NO.
3
1
Premere ENTER/YES.
34
DHCMD5 3-858-047-42 (1)I
π
§
·
∏
π
§
π
N
®
8 6
Premere ripetutamente TUNER/
BAND fino a che appare la banda
desiderata.
2
Premere ripetutamente TUNING
MODE fino a che appare “PRESET”.
3
Girare MULTI JOG fino a che
appare il numero di preselezione
della stazione cui si desidera
assegnare un nome.
4
Premere EDIT/NO e girare MULTI
JOG fino a che appare “Name in?”.
Informazioni
• Il menu equalizzatore preselezionato è stato
regolato in fabbrica su “1 ROCK”.
• L’effetto equalizzatore preselezionato non viene
registrato sul minidisco o sul nastro.
∏
1
Per disattivare il modo
Selezionare “20 FLAT” girando MULTI JOG
al punto 2 e premere ENTER/YES.
‚
·
5
Uso del sistema dati
radio(RDS)
Premere ENTER/YES.
Il cursore inizia a lampeggiare
Che cosa è il sistema dati
radio?
6
Premere ripetutamente
CHARACTER fino a che appare il
tipo di carattere desiderato.
A ciascuna pressione del tasto, la
visualizzazione cambia come segue.
A (maiuscole) n a (minuscole) n 0
(numeri) n ! (simboli)* n
(spazio)
n A…
Il sistema dati radio (RDS) è un servizio
radiofonico che permette alle emittenti radio
di inviare informazioni aggiuntive insieme al
normale segnale di programma. Questo
sintonizzatore dispone di varie comode
funzioni RDS, come l’ascolto di controllo e la
localizzazione delle stazioni in base al tipo di
programma. L’RDS è disponibile solo per le
stazioni FM*.
Nota
*È possibile usare i seguenti simboli.
!"#$%&'()∗+,–./:;<=>?@_`
7
8
(spazio)
Girare MULTI JOG fino a che
appare il carattere desiderato.
Per immettere uno spazio vuoto,
premere CURSOR n mentre il
cursore lampeggia.
* Non tutte le stazioni FM offrono il servizio RDS e
non tutte offrono la stessa gamma di servizi. Se
non si è familiari con il sistema RDS, chiamare
l’emittente locale per dettagli sui servizi RDS
offerti nella propria zona.
Ricezione di trasmissioni
RDS
Premere CURSOR n.
Il cursore si sposta a destra e inizia a
lampeggiare.
9
L’RDS può non funzionare correttamente se la
stazione sintonizzata non trasmette correttamente i
segnali RDS o se la forza del segnale è debole.
Ripetere i punti da 6 a 8 per
completare il titolo.
Se si fa un errore premere CURSOR
N o n fino a che il carattere da
modificare lampeggia e quindi
ripetere i punti da 6 a 8.
10
Basta selezionare una stazione della
banda FM.
Quando si sintonizza una stazione che
offre servizi RDS, il nome della stazione
appare sul display.
Premere ENTER/YES.
Per disattivare l’assegnazione di nomi
Premere π sulla piastra MD.
Per cancellare un nome
Ripetere i punti da 1 a 5 e quindi premere
ripetutamente EDIT/NO fino a che tutti i
caratteri sono cancellati.
continua
DHCMD5 3-858-047-42 (1)I
35
Uso del sistema dati radio (RDS)
(continuazione)
3
Girare MULTI JOG verso + o – per
selezionare il tipo di programma
desiderato. Vedere la sezione “Lista
dei tipi di programma”.
4
Premere ENTER/YES.
Per controllare le informazioni
RDS
Quando si preme DISPLAY il tipo di
programma viene visualizzato per alcuni
secondi.
L’apparecchio inizia a cercare le stazioni
RDS preselezionate (“PTY Search” e il
tipo di programma selezionato sono
visualizzati alternatamente).
Quando il sintonizzatore riceve un
programma, il numero di stazione
preselezionata lampeggia.
Nota
“No PTY Data” appare quando la stazione ricevuta
non trasmette il tipo di programma selezionato.
Localizzazione di una
stazione con il tipo di
programma (PTY)
È possibile localizzare una stazione
desiderata selezionando un tipo di
programma. L’apparecchio sintonizza il tipo
di programmi attualemente trasmessi dalle
stazioni RDS memorizzate nella memoria di
preselezione del sintonizzatore.
1 1,3,5 2,4,6
5
Girare MULTI JOG fino a che il
numero della stazione
preselezionata lampeggia sul
display.
6
Premere ENTER/YES mentre il
numero della stazione
preselezionata sta lampeggiando.
Lista dei tipi di programma (PTY)
º
‚
·
∏
π
§
·
∏
π
§
®
Affairs
Programmi ad argomento che
approfondiscono le notizie di attualità.
Alarm
Trasmissioni di emergenza.
Culture
Programmi sulla cultura nazionale o
regionale, come questioni di religione,
lingua e società.
1
2
Premere EDIT/NO e girare MULTI
JOG fino a che appare “PTY
search?”.
Premere ENTER/YES.
Drama
Radiodrammi e storie a puntate.
Education
Programmi educativi, come programmi di
“come si fa” e consigli.
Information
Programmi su problemi dei consumatori,
consulenza medica e previsioni del tempo.
L. Classical
Musica classica, come pezzi strumentali e
opere vocali e corali.
36
DHCMD5 3-858-047-42 (1)I
M.O.R. Music
Musica di facile ascolto.
News
Giornali radio.
Other Music
Musica come jazz, rhythm and blues o
reggae.
Pop Music
Programmi di musica popolare.
Rock Music
Programmi di musica rock.
Science
Progrmami sulle scienze naturali.
Peraddormentarsi
con la musica
— Timer di spegnimento ritardato
È possibile predisporre il sistema in modo che
si spenga dopo un tempo prefissato, per
addormentarsi al suono della musica. È
possibile fissare il tempo fino allo
spegnimento in scatti di 10 minuti.
Assicurarsi di aver regolato l’orologio (vedere
pagina 5).
SLEEP
S. Classical
Esecuzioni di grandi orchestre, musica da
camera, opera, ecc.
Sport
Programmi di sport.
Varied
Programmi di interviste a celebrità, giochi
a quiz e commedie.
PTY undefined
Qualsiasi tipo di programma non definito
sopra.
“PTY not found” appare quando il tipo di
programma selezionato non è attualmente
trasmesso.
A ciascuna pressione del tasto, l’indicazione
dei minuti (tempo fino allo spegnimento)
cambia come segue:
90min n 80min n 70min —… n 10min
N
Nota
Premere SLEEP sul telecomando.
SLEEP OFF N
Per controllare il tempo rimanente
Premere SLEEP una volta.
Per cambiare il tempo fino allo
spegnimento
Selezionare il tempo desiderato premendo
SLEEP.
Per disattivare il timer di
spegnimento ritardato
Premere ripetutamente SLEEP fino a che
appare “SLEEP OFF”.
37
DHCMD5 3-858-047-42 (1)I
Per svegliarsi con la
musica
6
Fissare l’orario di inizio della
riproduzione.
Girare MULTI JOG per selezionare le ore
e premere ENTER/YES.
L’indicazione dei minuti inizia a
lampeggiare.
— Timer di sveglia
È possibile svegliarsi al suono della musica
ad un orario prefissato. Assicurarsi di aver
regolato l’orologio (vedere pagina 5).
3 4,6,8 2
º
·
10
1
∏
π
TIMER
SELECT
Girare MULTI JOG per selezionare i
minuti e premere ENTER/YES.
L’indicazione delle ore lampeggia di
nuovo.
‚
§
®
7
Regolare l’orario di fine della
riproduzione con il procedimento
indicato sopra.
8
Girare MULTI JOG fino a che
appare la fonte musicale desiderata.
5,6,9
Preparare la fonte sonora che si
desidera usare.
• Lettore CD: Inserire un disco. Per
iniziare da un brano specifico, creare
un programma (vedere pagina 17).
• Piastra MD: Inserire un minidisco.
• Radio: Sintonizzare una stazione
(vedere pagina 13).
2
Girare VOLUME per regolare il
volume del suono.
3
Premere TIMER SET.
4
Girare MULTI JOG fino a che
appare “DAILY TIMER”.
5
Premere ENTER/YES.
L’indicazione delle ore inizia a
lampeggiare.
38
DHCMD5 3-858-047-42 (1)I
L’indicazione cambia come segue:
CD PLAY ˜ TUNER ˜ TAPE PLAY*
˜ MD PLAY
* Selezionare questo quando si sceglie la
piastra a cassette opzionale TC-TX5 come
fonte sonora.
9
Premere ENTER/YES.
Appare l’’orario di inizio, seguito
dall’orario di fine, la fonte sonora e il
volume e quindi riappare la
visualizzazione originale.
10
Premere POWER per spegnere il
sistema.
Per controllare la regolazione
Premere ripetutamente TIMER SELECT fino a
che appare “DAILY TIMER”. Appare l’’orario
di inizio, seguito dall’orario di fine, la fonte
sonora e il volume e quindi riappare la
visualizzazione originale. Per cambiare la
regolazione, ricominciare dal punto 1.
Per disattivare la funzione timer
Premere ripetutamente TIMER SELECT fino a
che appare “TIMER OFF”.
Informazione
Quando si collega al sistema una piastra a cassette
come la TC-TX5 dotata di connettore AU BUS, è
possibile usare la piastra a cassette per la funzione
di sveglia.
Registrazioneatimer
diprogrammiradio
Per registrare a timer è necessario
preselezionare le stazioni radio (vedere
pagina 6) e regolare l’orologio (vedere pagina
5) prima di procedere.
Il nome della stazione, l’orario di inizio e
l’orario di fine della registrazione sono
registrati automaticamente sul minidisco se la
stazione ha un nome assegnato (vedere
pagina 34).
2 3,5,7
Nota
Non toccare i tasti del sistema dal momento in cui il
sistema si accende a quando la riproduzione inizia
(circa 20 secondi).
º
·
10 9
∏
π
TIMER
SELECT
‚
§
®
4,5,8
1
Sintonizzare la stazione
preselezionata. (Vedere pagina 13.)
2
Premere TIMER SET.
3
Girare MULTI JOG fino a che
appare “REC TIMER”.
4
Premere ENTER/YES.
L’indicazione delle ore inizia a
lampeggiare.
continua
DHCMD5 3-858-047-42 (1)I
39
Registrazione a timer di
programmi radio (continuazione)
5
Regolare l’orario di inizio della
registrazione.
Girare MULTI JOG per selezionare le ore
e premere ENTER/YES.
L’indicazione dei minuti inizia a
lampeggiare.
Per controllare la regolazione
Premere ripetutamente TIMER SELECT fino a
che appare “REC TIMER”. Appare l’’orario di
inizio, seguito dall’orario di fine e dal numero
di preselezione e quindi riappare la
visualizzazione originale. Per cambiare la
regolazione, ricominciare dal punto 1.
Per disattivare la funzione timer
Premere ripetutamente TIMER SELECT fino a
che appare “TIMER OFF”.
Informazione
Girare MULTI JOG per selezionare i
minuti e premere ENTER/YES.
L’indicazione delle ore lampeggia di
nuovo.
6
Regolare l’orario di fine della
registrazione con il procedimento
indicato sopra.
7
Girare MULTI JOG e selezionare
“TUNER to MD”.
8
Premere ENTER/YES.
Appare l’’orario di inizio, seguito
dall’orario di fine, il numero di
preselezione e la fonte di registrazione e
quindi riappare la visualizzazione
originale.
9
Inserire un minidisco registrabile.
10
Spegnere il sistema.
40
DHCMD5 3-858-047-42 (1)I
Quando si collega al sistema una piastra a cassette
come la TC-TX5 dotata di connettore AU BUS, è
possibile usare la piastra a cassette per la
registrazione a timer.
Note
• Non toccare i tasti del sistema dal momento in cui
il sistema si accende a quando la registrazione
inizia (circa 20 secondi).
• Quando si usa un minidisco vuoto per registrare, i
primi 15 secondi non sono registrati.
• Se il sistema è acceso all’orario prefissato, la
registrazione non viene eseguita.
• Il volume viene regolato sul minimo durante la
registrazione.
Altre informazioni
Precauzioni
Tensione operativa
Prima di usare il sistema, controllare che la tensione
operativa del sistema sia identica a quella della rete
elettrica locale.
Sicurezza
• L’apparecchio non è scollegato dalla fonte di
alimentazione CA (corrente di rete) fintanto che è
collegato alla presa di corrente, anche se
l’apparecchio stesso è stato spento.
• Scollegare il sistema dalla presa di corrente se non
lo si usa per un lungo periodo. Per scollegare il
cavo di alimentazione, afferrarne la spina. Non
tirare mai il cavo stesso.
• Se oggetti o liquidi penetrano nel sistema,
scollegarlo dalla presa di corrente e far controllare
il sistema da personale qualificato prima di usarlo
ulteriormente.
• Il cavo di alimentazione deve essere sostituito solo
presso un centro assistenza qualificato.
Sistema diffusori
Anche se questo sistema diffusori è schermato
magneticamente, in alcuni casi l’immagine su alcuni
televisori può divenire distorta magneticamente. In
questo caso spegnere il televisore/personal
computer e riaccenderlo dopo 15–30 minuti.
Se non si notano miglioramenti, collocare il
sistema diffusori più lontano dal televisore. Inoltre
assicurarsi di non collocare vicino al televisore
oggetti cui sono applicati o contenenti magneti,
come scaffali audio, mobiletti per TV, giocattoli, ecc.
Questi possono causare distorsioni magnetiche
dell’immagine a causa della loro interazione con il
sistema.
Protezione dei minidischi
registrati
Per proteggere un minidisco dalla registrazione, far
scorrere la linguetta del minidisco in modo da aprire
il foro. In questa posizione il minidisco non può
essere registrato. Per registrare sul minidisco,
spostare la linguetta per chiuderla.
Linguetta
Collocazione
• Collocare il sistema in un luogo con una
ventilazione adeguata per evitare surriscaldamenti
interni del sistema stereo.
• Non collocare l’apparecchio in posizione inclinata.
• Non collocare l’apparecchio in luoghi:
– molto caldi o freddi
– polverosi o sporchi
– molto umidi
– con vibrazioni
– esposti alla luce solare diretta
Aprire la
linguetta
Funzionamento
• Se il sistema stereo viene portato direttamente da
un luogo freddo ad uno caldo, o se viene collocato
in un ambiente molto umido, l’umidità può
condensarsi sulla lente all’interno del lettore CD o
della piastra MD. In questo caso il sistema non
funziona correttamente. Estrarre il compact disc o
minidisco e lasciare il sistema acceso per circa
un’ora fino a che l’umidità evapora.
• Quando si sposta il sistema, estrarre il disco.
In caso di interrogativi o problemi riguardanti il
sistema stereo, consultare il proprio rivenditore
Sony.
Continua
DHCMD5 3-858-047-42 (1)I
41
Precauzioni (continuazione)
Note sui minidischi
• Non aprire la chiusura per esporre il minidisco.
Chiudere immediatamente la chiusura se dovesse
aprirsi.
Chiusura
• Pulire la cartuccia del disco con un panno
morbido per eliminare lo sporco.
• Non esporre il minidisco alla luce solare diretta o a
fonti di calore come condotti d’aria calda e non
lasciarlo in un’auto parcheggiata al sole.
Note sui compact disc
• Prima di riprodurre, pulire il disco con un panno
di pulizia. Pulire il disco dal centro verso l’esterno.
• Non usare solventi come benzene, acquaragia,
pulitori reperibili in commercio o spray antistatica
per LP in vinile.
• Non esporre il compact disc alla luce solare diretta
o a fonti di calore come condotti d’aria calda e non
lasciarlo in un’auto parcheggiata al sole.
Pulizia del rivestimento
Usare un panno morbido leggermente inumidito
con una blanda soluzione detergente.
Limitazionidel
sistemaminidischi
Il sistema di registrazione della piastra
minidischi è caratterizzato dai limiti sotto
indicati. Notare tuttavia che questi limiti
sono inerenti alla natura del sistema di
registrazione minidischi e non sono dovuti a
cause meccaniche.
”DISC FULL” si illumina prima che
il minidisco abbia raggiunto il
tempo di registrazione massimo
(60 o 74 minuti)
Se sono state registrate 255 piste sul minidisco,
“DISC FULL” si illumina indipendentemente dal
tempo di registrazione totale. Non è possibile
registrare più di 255 piste sul minidisco. Per
continuare a registrare, cancellare le piste non
necessarie o usare un altro minidisco registrabile.
”DISC FULL” si illumina prima che
sia stato raggiunto il numero
massimo di piste (255)
Le fluttuazioni di enfasi all’interno delle piste sono a
volte interpretate come intervalli tra le piste,
aumentando il numero di piste e causando
l’apparizione di “DISC FULL”.
Il tempo di registrazione
rimanente non aumenta anche
dopo che sono state cancellate
numerose piste brevi
Le piste di durata inferiore a 12 secondi non sono
conteggiate e quindi la loro cancellazione può non
risultare in un aumento del tempo di registrazione.
Alcune piste non possono essere
combinate con altre
La combinazione delle piste può divenire
impossibile quando le piste sono di durata inferiore
a 12 secondi.
42
DHCMD5 3-858-047-42 (1)I
Il tempo di registrazione totale e
il tempo rimanente del minidisco
possono non assommarsi nel
tempo di registrazione massimo
(60 o 74 minuti)
La registrazione viene eseguita in unità minime di 2
secondi ciascuna, indipendentemente dalla brevità
del materiale. Il contenuto registrato può quindi
essere di durata inferiore alla capacità di
registrazione massima. Lo spazio sul disco può
inoltre essere ridotto da graffi.
Cadute di suono durante la ricerca
delle piste montate
Le piste create tramite montaggio possono
presentare cadute di suono durante la ricerca perché
la riproduzione ad alta velocità richiede tempo per
localizzare la posizione sul disco quando le piste
sono disperse sul disco.
Non è possibile scrivere numeri di
pista
Quando “LEVELSYNC ON” (vedere pagina 26) è
visualizzato durante la registrazione analogica, i
nmeri di pista possono non essere marcati all’inizio
della pista:
• se il segnale in ingresso è al di sotto di un certo
livello prefissato per meno di due secondi
• se il segnale in ingresso è al di sotto di un certo
livello prefissato per due secondi all’interno della
pista.
Guida al sistema di gestione copie
in serie
È possibile creare solo una copia di prima
generazione* tramite il collegamento da digitale
a digitale.
Per esempio:
1 Si può eseguire una copia di un programma di
sonoro digitale reperibile in commercio (p.es. un
compact disc o un minidisco), ma non si può
creare una seconda copia da una copia di prima
generazione.
2 Si può eseguire una copia di un segnale digitale da
un programma di suono analogico registrato
digitalmente (p.es. un disco analogico o un’audio
cassetta) o da un programma di trasmissione via
satellite digitale, ma non si può eseguire una
seconda copia.
* Una copia di prima generazione vuol dire una
registrazione digitale di un segnale digitale
eseguita su un apparecchio audio digitale. Per
esempio se si registra dal lettore CD alla piastra
MD di questo sistema, si ottiene una copia di
prima generazione.
Note
• Questo sistema di gestione copie non ha effetto
quando si esegue la registrazione usando
collegamenti da analogico ad analogico.
• Poiché questo apparecchio impiega solo la
frequenza di campionamento 44,1 kHz, non è
possibile eseguire una registrazione digitale di un
programma digitale di trasmissioni via satellite
con una frequenza di campionamento di 32 kHz o
48 kHz. Per eseguire una registrazione digitale, è
necessaria una piastra MD o una piastra DAT che
supporta queste frequenze. È anche possibile
eseguire una copia di seconda generazione.
I componenti audio digitali, come lettori CD, piastre
MD e piastre DAT, permettono di copiare
facilmente la musica con una qualità elevata, perché
questi prodotti musicali elaborano la musica come
segnale digitale.
Per proteggere i diritti d’autore dei programmi
musicali, questo sistema impiega il sistema di
gestione copie in serie che permette di eseguire una
singola copia di una fonte digitale registrata tramite
collegamento da digitale a digitale.
43
DHCMD5 3-858-047-42 (1)I
Soluzionediproblemi
Se si incontrano problemi durante l’uso del
sistema stereo, usare la seguente lista di
controlli.
Innanzitutto controllare che il cavo di
alimentazione sia collegato saldamente e che i
diffusori siano collegati correttamente e
saldamente.
Se il problema rimane insoluto, consultare il
proprio rivenditore Sony.
Generali
Suono assente.
•Ruotare VOLUME in senso orario.
•Sono collegate le cuffie.
Forti ronzii o rumori.
•Un televisore o videoregistratore è
collocato troppo vicino al sistema stereo.
Allontanare il sistema stereo dal
televisore o videoregistratore.
“0:00” lampeggia sul display.
•Si è verificata un’interruzione di corrente.
Regolare di nuovo l’orologio e i timer.
Il timer non funziona.
•Regolare correttamente l’orologio.
L’indicazione del timer non appare anchese
si preme TIMER SET o TIMER SELECT.
•Regolare correttamente il timer.
Il telecomando non funziona.
•Ci sono ostacoli tra il telecomando e il
sistema.
•Il telecomando non è orientato in
direzione del sensore del sistema.
•Le pile sono scariche. Sostituire le pile.
Diffusori
Il suono è emesso da un solo canale o
volume sinistro e destro sbilanciato.
•Controllare il collegamento e la
collocazione dei diffusori.
44
DHCMD5 3-858-047-42 (1)I
Lettore CD
Il comparto disco non si chiude.
•Il disco non è inserito correttamente.
Il disco non viene riprodotto.
•Il disco è sporco.
•Il disco è inserito con l’etichetta rivolta
verso il basso.
•Si è verificata condensazione di umidità.
Estrarre il disco e lasciare il sistema
acceso per circa un’ora fino a che
l’umidità è evaporata.
La riproduzione non inizia dal primo
brano.
•Il lettore è in modo di riproduzione
programmata o casuale. Premere
ripetutamente PLAY MODE fino a che
“SHUFFLE” o “PROGRAM” scompare.
È visualizzato “OVER”.
•Si è raggiunta la fine del disco. Premere
0 (o = sul telecomando) per tornare
all’inizio del disco.
Piastra MD
Un minidisco parzialmente inserito non
può essere estratto.
•Il sistema di blocco automatico della
piastra MD ha afferrato il minidisco.
Inserire completamente il minidisco e
quindi premere § sulla piastra MD.
I comandi non funzionano.
•Il minidisco è sporco o graffiato. (Appare
“Disc Error”.) Sostituire il minidisco con
un’altro nuovo.
Il minidisco non viene riprodotto.
•Si è verificata condensazione di umidità.
Estrarre il minidisco e lasciare il sistema
acceso per circa un’ora fino a che
l’umidità è evaporata.
•Inserire il minidisco in direzione della
freccia.
•Non è registrato nulla sul minidisco.
La registrazione non è possibile.
• Il minidisco è protetto dalla
cancellazione. (Appare “Protected”.)
Spostare la linguetta per chiudere il foro
(vedere pagina 41).
• Collegare correttamente la fonte sonora.
• Un minidisco preregistrato è inserito
nella piastra. Sostituirlo con un minidisco
registrabile.
• Sostituire il minidisco con un minidisco
registrabile con un tempo rimanente
sufficiente o cancellare le piste non
necessarie.
• Il cavo di alimentazione è stato scollegato
o si è verificata un’interruzione di
corrente durante la registrazione.
Ricominciare la registrazione dal
principio.
Viene visualizzato “OVER”.
• Si è raggiunta la fine del minidisco.
Premere 0 (o = sul telecomando)
per tornare indietro.
“Rec Level Over” appare durante la
registrazione analogica.
1 Premere EDIT/NO e girare MULTI JOG
durante la registrazione (o la pausa di
registrazione) fino a che appare
“Attenuate?”.
2 Premere ENTER/YES.
Appare “Attenuate ON?”.
3 Premere di nuovo ENTER/YES.
Appare “Attenuate”.
Il livello di registrazione viene ridotto.
Per disattivare questa regolazione,
selezionare “Attenuate OFF?” al punto 2.
Sintonizzatore
Forte ronzio o rumore (“TUNED” o
“STEREO” lampeggia sul display).
• Regolare l’antenna.
• La forza del segnale è troppo debole.
Collegare un’antenna esterna.
Un programma FM stereo sintonizzato non
è ricevibile in stereo.
• Premere STEREO/MONO in modo che
appaia “STEREO”.
Se si verificano altri problemi non
descritti sopra, inizializzare il
sistema come segue:
1 Scollegare il cavo di alimentazione.
2 Tenendo premuto POWER ricollegare il
cavo di alimentazione alla presa di
corrente.
Il sistema viene inizializzato alle regolazioni
di fabbrica. Tutte le regolazioni eseguite
dall’utilizzatore, come le stazioni
preselezionate, l’orario e i timer, sono
cancellate. È necessario impostarle di nuovo.
Messaggi di errore MD
Uno dei seguenti messaggi può apparire o
lampeggiare sul display durante l’uso della
piastra MD.
Auto Cut
La piastra MD ha pausato la registrazione
perché il silenzio è continuato per 30
secondi o più durante la registrazione
digitale.
Blank Disc
Il minidisco registrabile inserito è vergine o
tutte le piste sono state cancellate.
Cannot Copy
Non è possibile eseguire una registrazione
digitale (vedere “Guida al sistema di
gestione copie in serie” a pagina 43).
Cannot EDIT
Si è tentato il montaggio in modo di
riproduzione programmata o casuale.
Disc Error
Il minidisco inserito è danneggiato o è
privo di TOC.
Disc Full
Non c’è tempo rimanente sul disco (vedere
“Limitazioni del sistema minidischi” a
pagina 42).
Impossible
Si è tentato di combinare dalla prima pista
di un minidisco, il che è impossibile.
Continua
DHCMD5 3-858-047-42 (1)I
45
Soluzione di problemi
(continuazione)
Name Full
Non c’è più spazio per memorizzare
numeri di pista o di disco.
NO DISC
Non c’è un minidisco nella piastra.
No Track
Il minidisco inserito ha un titolo ma non
delle piste.
OVER
Si è raggiunta la fine dell’ultima pista
durante la ricerca ad alta velocità.
Protected
Il minidisco inserito è protetto dalla
cancellazione.
Retry
La piastra MD sta rieseguendo la
registrazione a causa di vibrazioni o graffi
sul disco incontrati durante la
registrazione.
Retry Error
A causa di vibrazioni alla piastra o graffi
sul minidisco sono stati eseguiti vari
tentativi di registrazione non riusciti.
Smart Space
Il segnale è stato reimmesso dopo un
silenzio di durata da 3 a 30 secondi o meno
durante la registrazione digitale.
Sorry
Si è tentato di combinare piste non
combinabili.
46
DHCMD5 3-858-047-42 (1)I
Caratteristiche
tecniche
Sezione amplificatore
Uscita di potenza DIN
40 W + 40 W (6 ohm,
1 kHz, DIN)
Uscita di potenza continua RMS
50 + 50 watt (6 ohm a
1 kHz, THD 10%)
Uscita di potenza musicale
160 watt
Ingressi
VIDEO/GAME IN (prese
fono) (commutabile):
VIDEO IN:
tensione 250 mV,
impedenza 47 kohm
GAME IN:
tensione 450 mV,
impedenza 47 kohm
TAPE IN (prese fono):
tensione 250 mV,
impedenza 47 kohm
Uscite
TAPE OUT (prese fono):
tensione 250 mV,
impedenza 1 kohm
PHONES (presa phone stereo):
accetta cuffie da 8 ohm o
più
SPEAKER:
accetta impedenze da 6 a
16 ohm
Sezione lettore CD
Sistema
Sistema audio digitale
per dischi compatti
Laser
Laser semiconduttore
(λ = 780 nm)
Durata emissione:
continua
Uscita laser
Mass. 44,6 µW*
*Questa uscita è il valore
misurato ad una distanza
di 200 mm dalla
superficie della lente
dell’obiettivo sul blocco
del trasduttore ottico con
un’apertura di 7 mm.
Risposta in frequenza
2 Hz – 20 kHz (±0,5 dB)
CD OPTICAL DIGITAL OUT
(connettore ottico quadrato, pannello posteriore)
Sezione piastra MD
Generali
Sistema
Alimentazione
220 – 230 V CA, 50/60 Hz
Consumo
130 watt
Dimensioni
Sezione amplificatore/sintonizzatore/MD/CD:
Circa 280 × 240 × 360 mm
(l/a/p) inclusi comandi e
parti sporgenti (modello
per il Regno Unito)
Circa 280 × 240 × 350 mm
(l/a/p) inclusi comandi e
parti sporgenti (altri
modelli)
Diffusori:
Circa 205 × 325 × 290 mm
(l/a/p) inclusi comandi e
parti sporgenti
Massa
Sezione amplificatore/sintonizzatore/MD/CD:
Circa 9,4 kg
Diffusori:
Circa 4 kg, netti per
diffusore
Accessori in dotazione:
Antenna AM a telaio (1)
Telecomando
RM-S5MD (1)
Pile Sony SUM-3 (NS) (2)
Antenna FM a filo (1)
Cavi diffusori (2)
Sistema audio digitale
per minidischi
Laser
Laser semiconduttore
(λ = 780 nm)
Durata emissione:
continua
Uscita laser
Mass. 44,6 µW*
*Questa uscita è il valore
misurato ad una distanza
di 200 mm dalla
superficie della lente
dell’obiettivo sul blocco
del trasduttore ottico con
un’apertura di 7 mm.
Tempo di registrazione 74 minuti mass. (usando
MDW-74)
Frequenza di campionamento
44,1 kHz
Risposta in frequenza
Da 5 Hz a 20 kHz
Sezione sintonizzatore
Sintonizzatore supereterodino FM stereo, FM/AM
Sezione sintonizzatore FM
Campo di sintonia
Antenna
Terminali antenna
Frequenza intermedia
87,5 – 108 MHz (passo di
50 kHz)
Antenna FM a filo
75 ohm non bilanciato
10,7 MHz
Disegno e caratteristiche tecniche soggetti a
modifiche senza preavviso.
Sezione sintonizzatore AM
Campo di sintonia
Modello per la Germania:
AM:
522 – 1.611 kHz (con
l’intervallo a 9 kHz)
Altri modelli:
MW:
522 – 1.611 kHz (con
l’intervallo a 9 kHz)
LW:
144 – 288 kHz (con
l’intervallo a 3 kHz)
Antenna
Antenna AM a telaio
Terminali antenna
esterna
Frequenza intermedia
450 kHz
Diffusori
SS-MD5
Sistema diffusori
Diffusori
Woofer:
Tweeter:
Supertweeter:
Impedenza nominale
3 vie, tipo a riflessione
bassi
15 cm dia., tipo a cono
5 cm dia., tipo a cono
2 cm dia., tipo a cupola
6 ohm
47
DHCMD5 3-858-047-42 (1)I
Mini Hi-Fi
Component
System
r
a
a
Download PDF

advertising