Sony | DPP-EX50 | Sony DPP-EX50 Gebruiksaanwijzing

3-207-729-62 (1)
Voordat u begint
Digital Photo Printer
Digital Photo
Printer
Voorbereidingen
Afdrukken met een
televisiescherm
(MONITOR OUT-stand)
Afdrukken met het LCDscherm van de printer
(LCD-stand)
DPP-EX50
Afdrukken vanaf een
PictBridge-camera
(PictBridge-stand)
DPP-EX50
Afdrukken vanaf een
computer (PC-stand)
Problemen oplossen
Aanvullende informatie
Gebruiksaanwijzing
Voordat u deze printer gaat gebruiken, moet u
deze gebruiksaanwijzing aandachtig doorlezen.
Bewaar de gebruiksaanwijzing voor het geval u
deze later als referentiemateriaal nodig hebt.
 2004 Sony Corporation
01NLEX5001COV-CED.p65
1
4/30/04, 11:50 PM
Digital Photo Printer -DPP-EX50_NL_CED_ 3-207-729-62(1)
WAARSCHUWING
Stel het apparaat niet bloot aan regen
of vocht. Dit kan brand of elektrische
schokken tot gevolg hebben.
Open de behuizing niet. Dit kan
elektrische schokken tot gevolg
hebben. Laat het apparaat alleen
nakijken door bevoegde
servicetechnici.
LET OP
Er kan vervorming van beeld en/of geluid
optreden als u dit product te dicht bij
apparaten plaatst die elektromagnetische
straling produceren.
LET OP
Sony is niet aansprakelijk voor enige
incidentele schade of gevolgschade of verlies
van opgenomen gegevens als gevolg van het
gebruik van of een storing aan de printer of
de “Memory Stick”.
WAARSCHUWING
Deze printer heeft geen aan/uit-schakelaar.
Als u het apparaat installeert, moet u een
toegankelijke stroomonderbreker plaatsen in
de vaste bedrading of het netsnoer aansluiten
op het stopcontact. Het stopcontact moet zich
in de buurt van het apparaat bevinden en
gemakkelijk toegankelijk zijn. Als er een
probleem optreedt tijdens de bediening van
het apparaat, schakelt u de stroom uit met de
stroomonderbreker of koppelt u het netsnoer
los.
2 NL
Het kopiëren, bewerken of afdrukken van
CD’s, TV-programma’s, auteursrechtelijk
beschermde materialen, zoals beelden en
publicaties, en alle andere materialen met
uitzondering van eigen opnamen en
creaties is beperkt tot huishoudelijk of
privé-gebruik. Tenzij u in het bezit bent
van de auteursrechten of toestemming
hebt van de houder van de auteursrechten
om deze materialen te kopiëren, kan
gebruik van deze materialen een
overtreding van de auteursrechtwetten
betekenen en moet u wellicht
schadevergoeding betalen aan de houder
van de auteursrechten.
Als u foto’s gebruikt met deze printer,
moet u er rekening mee houden dat u de
auteursrechtwetten niet overtreedt.
Ongeoorloofd gebruik of aanpassing van
portretten van andere personen kan ook
een inbreuk op hun rechten betekenen.
Op bepaalde demonstraties, optredens en
tentoonstellingen is het nemen van foto’s
niet toegestaan.
Reservekopiëen
U kunt het beste een reservekopie van uw
gegevens opslaan om gegevensverlies door
een bedieningsfout of storing van de
printer te voorkomen.
Informatie
IN GEEN GEVAL IS DE VERKOPER
AANSPRAKELIJK VOOR ENIGE
DIRECTE OF INCIDENTELE SCHADE OF
GEVOLGSCHADE VAN WELKE SOORT
DAN OOK, OF VOOR VERLIEZEN OF
KOSTEN ALS GEVOLG VAN EEN
DEFECT PRODUCT OF HET GEBRUIK
VAN EEN PRODUCT.
Handelsmerken en auteursrechten
•VAIO is een handelsmerk van Sony
Corporation.
•Microsoft en Windows® zijn gedeponeerde
handelsmerken of handelsmerken van
Microsoft Corporation in de Verenigde
Staten en andere landen.
•IBM en PC/AT zijn gedeponeerde
handelsmerken van International Business
Machines Corporation.
•MMX en Pentium zijn gedeponeerde
handelsmerken van Intel Corporation.
• “Memory Stick”, “
”, “MagicGate
Memory Stick”, “Memory Stick Duo”,
“Memory Stick PRO” en “Memory StickROM” zijn handelsmerken van Sony
Corporation.
•“MagicGate” is een handelsmerk van Sony
Corporation.
•Het rasterproces van True Type-lettertypen
is gebaseerd op de FreeType Teamsoftware.
•Deze software is gedeeltelijk gebaseerd op
het werk van de Independent JPEG Group.
•Libtiff
Copyright © 1988-1997 Sam Leffler
Copyright © 1991-1997 Silicon Graphics,
Inc.
•Lib png
Copyright © 1995, 1996 Guy Eric Schalnat,
Group 42, Inc.
Copyright © 1996, 1997 Andreas Dilger
Copyright © 1998, 1999 Glenn RandersPehrson
• Zlib
© 1995-2002 Jean-loup Gailly en Mark Adler
•Dit product gebruikt “Exif Toolkit For
Windows Ver.2.4 (Copyright © 1998 FUJI
PHOTO FILM CO., LTD. Alle rechten
voorbehouden)”. Exif is een uitwisselbare
bestandsindeling voor beelden voor digitale
camera’s die is ontwikkeld door de JEIDA
(Japan Electronics Industrial Development
Association).
•Alle andere bedrijven en productnamen die
hierin worden vermeld, kunnen de
handelsmerken of gedeponeerde
handelsmerken zijn van hun respectieve
bedrijven. Bovendien worden “™” en “®”
niet elke keer vermeld in deze
gebruiksaanwijzing.
Kennisgeving voor
gebruikers
Programma © 2004 Sony Corporation
Documentatie © 2004 Sony Corporation
Alle rechten voorbehouden. Deze
handleiding en de software die hierin wordt
beschreven, geheel of gedeeltelijk, mogen niet
worden gereproduceerd, vertaald of omgezet
in een machineleesbare vorm zonder
voorafgaande schriftelijke toestemming van
Sony Corporation.
IN GEEN GEVAL IS SONY CORPORATION
AANSPRAKELIJK VOOR ENIGE
INCIDENTELE OF SPECIALE SCHADE OF
GEVOLGSCHADE HETZIJ ONDER
DWANG, CONTRACT OF ANDERSZINS
VOORTKOMEND UIT OF IN VERBAND
MET DEZE HANDLEIDING, DE
SOFTWARE OF ANDERE INFORMATIE DIE
HIERIN WORDT VERMELD OF HET
GEBRUIK ERVAN.
Door het zegel van de CD-ROM-verpakking
te verbreken, accepteert u alle bepalingen en
voorwaarden van deze overeenkomst. Als u
deze bepalingen en voorwaarden niet
accepteert, retourneert u de ongeopende CDROM-verpakking samen met de rest van het
pakket aan de handelaar bij wie u het pakket
hebt gekocht.
Sony Corporation behoudt zich het recht voor
om te allen tijde deze handleiding of de
informatie in deze handleiding te wijzigen
zonder voorafgaande kennisgeving.
De software die hierin wordt beschreven, kan
ook vallen onder de bepalingen van een
afzonderlijke gebruiksrechtovereenkomst.
3 NL
01NLEX5002TOC-CED.p65
3
4/30/04, 11:52 PM
Digital Photo Printer -DPP-EX50_NL_CED_ 3-207-729-62(1)
Gebruikersregistratie
Als u gebruik wilt maken van de
klantenservice, moet u de registratiekaart
volledig invullen en retourneren.
Ontwerpgegevens, zoals de voorbeelden in
deze software, mogen uitsluitend voor
persoonlijk gebruik worden aangepast of
gekopieerd. Het ongeoorloofd kopiëren van
deze software is volgens de
auteursrechtwetten verboden.
Houd er rekening mee dat het ongeoorloofd
kopiëren of aanpassen van portretten van
andere personen of van auteursrechtelijk
beschermd werk een inbreuk op de rechten
van de houders van de auteursrechten kan
betekenen.
Inhoudsopgave
Voordat u begint
Overzicht ................................................ 6
Mogelijkheden van deze printer ................. 6
Bedieningsschema’s .................................. 8
Kenmerken ............................................... 9
Voorbereidingen
1 De inhoud van de verpakking
controleren ..................................... 11
2 De printset gereedmaken (niet
bijgeleverd) ..................................... 12
Formaten voor printpapier ....................... 12
Optionele printsets .................................. 12
3 De printcartridge plaatsen .............. 13
4 Het printpapier plaatsen ................. 15
Afdrukken met een
televisiescherm (MONITOR OUTstand)
Aansluitingen ....................................... 18
Het apparaat aansluiten op een
televisiescherm ........................................ 18
Het netsnoer aansluiten ........................... 19
Een geheugenkaart plaatsen ................ 19
Een “Memory Stick” plaatsen .................. 19
Een CompactFlash-kaart plaatsen ............ 20
De beelden op een televisiescherm
weergeven ...................................... 20
Algemene afdrukbewerkingen .............. 22
Geselecteerde beelden afdrukken ............ 22
Meerdere beelden afdrukken ................... 24
AUTO afdrukken (INDEX/DPOF/ALL) ........ 27
4 NL
Beelden bewerken ................................ 30
Het menu EDIT weergeven ...................... 31
Beelden bewerken ................................... 32
Het bewerkte beeld
opslaan en afdrukken .............................. 40
Verschillende afdrukken maken
(Creative Print) ............................... 42
Het menu Creative Print weergeven ......... 43
Afdrukken maken met Creative Print ....... 43
Creative Print-beelden opslaan
en afdrukken ........................................... 58
De afdrukinstellingen wijzigen
(SET UP) .......................................... 60
Afdrukken vanaf een computer
(PC-stand)
De software installeren ......................... 85
Systeemvereisten ..................................... 85
De printerdriver installeren ...................... 87
PictureGear Studio installeren .................. 92
Foto’s afdrukken vanuit
PictureGear Studio .......................... 96
Afdrukken vanuit een
andere toepassing ................................. 102
Problemen oplossen
De printervoorkeuren wijzigen
(OPTION) ........................................ 63
Als er problemen optreden ................. 104
Een diavoorstelling weergeven ............. 65
Als er een foutbericht wordt
weergegeven ................................ 120
Beelden verwijderen ............................. 67
Geselecteerde beelden verwijderen .......... 67
Een “Memory Stick” formatteren ............. 69
Als het papier vastloopt ...................... 124
De binnenkant van de printer reinigen ... 124
Beelden zoeken .................................... 69
Aanvullende informatie
Afdrukken met het LCD-scherm
van de printer (LCD-stand)
Aansluitingen ....................................... 72
Het netsnoer aansluiten ........................... 72
Een geheugenkaart plaatsen ................ 73
Een “Memory Stick” plaatsen .................. 73
Een CompactFlash-kaart plaatsen ............ 73
Beelden afdrukken ................................ 74
Geselecteerde beelden afdrukken ............ 74
AUTO afdrukken (INDEX/DPOF/ALL) ........ 76
De afdrukinstellingen wijzigen ............. 79
Afdrukken vanaf een
PictBridge-camera (PictBridgestand)
Beelden afdrukken vanaf de digitale
camera ............................................ 81
De afdrukinstellingen wijzigen ............. 83
Voorzorgsmaatregelen ....................... 126
Informatie over de “Memory Stick” ... 127
“Memory Stick” ................................... 127
Typen “Memory Stick” .......................... 127
Typen “Memory Stick” die geschikt zijn
voor de printer ...................................... 128
Opmerkingen over het gebruik .............. 129
Informatie over de
CompactFlash-kaart ...................... 130
Opmerkingen over het gebruik .............. 130
Technische gegevens .......................... 131
Afdrukbereik ......................................... 133
Woordenlijst ....................................... 135
Lijsten met sjablonen en patronen in
Creative Print (alleen MONITOR OUTstand) ........................................... 136
De onderdelen van de printer ............. 139
Index .................................................. 141
5 NL
Voordat u begint
Overzicht
Mogelijkheden van deze printer
De Digital Photo Printer DPP-EX50 beschikt over de volgende vier
bedieningsstanden, afhankelijk van het medium of het apparaat dat u gebruikt voor
het afdrukken.
Beelden op een “Memory Stick” of een CompactFlash-kaart afdrukken
Afdrukken met een televisiescherm
(MONITOR OUT-stand) c Pagina 18
Sluit de printer aan op een televisiescherm om de beelden weer te geven en de
bewerkingen voor het afdrukken van beelden te controleren. U kunt een aantal
verschillende functies voor afdrukken en bewerken gebruiken.
Verschillende afdrukmogelijkheden
Standaardafdrukken
van één beeld
(p. 22)
Afdrukken met
een vrije
indeling (p. 43)
6 NL
INDEX/DPOF/ALL Afdrukken van
Samengestelde
afdrukken
vergrote/verkleinde/ beelden (p. 36)
(p. 27)
verplaatste/
gedraaide beelden
(p. 32, 33)
Kalenders (p. 50) Kaarten (p. 53)
Deelbeelden
afdrukken
(p. 56)
Beelden op een “Memory Stick” of een CompactFlash-kaart afdrukken
Afdrukken met het LCD-scherm van de printer (LCD-stand) c Pagina 72
Druk de beelden af terwijl u het beeldnummer en de instructies die u moet
uitvoeren, op het LCD-scherm van de printer controleert.
Voordat u begint
Afdrukmogelijkheden
Standaardafdrukken
van één beeld
(p. 74)
Afdrukken vanaf een
PictBridge-camera
INDEX/DPOF/
ALL afdrukken
(p. 76)
Afdrukken vanaf een
computer (PC-stand) c Pagina 85
(PictBridge-stand) c Pagina 81
Sluit een PictBridge-compatibele
digitale camera aan op de printer om
beelden af te drukken met de
camera.
Sluit de printer aan op de computer
om beelden af te drukken met de
computer.
7 NL
Bedieningsschema’s
Gebruik het bedieningsschema dat overeenkomt met de gebruikte bedieningsstand:
MONITOR
OUT-stand
LCD-stand
PictBridge-stand
PC-stand
De printer klaarmaken voor gebruik
• De printset (niet bijgeleverd) voorbereiden (pagina 12)
• De printcartridge plaatsen (pagina 13)
• Het printpapier plaatsen (pagina 15)
De bijgeleverde
software op de
computer
installeren
(pagina 87)
Het apparaat
aansluiten op een
televisiescherm
(pagina 18)
Het apparaat
aansluiten op een
computer (pagina
89)
Het apparaat aansluiten op een stopcontact
De “Memory Stick” (pagina 19, 73) of
de CompactFlash-kaart plaatsen
(pagina 20, 73)
Beelden afdrukken
terwijl deze op een
televisiescherm
worden
weergegeven
(pagina 22)
8 NL
Beelden
afdrukken met
het LCD-scherm
van de printer
(pagina 74)
Het apparaat
aansluiten op een
camera (pagina 82)
Beelden
afdrukken met
de camera
(pagina 81)
Beelden
afdrukken met
de computer
(pagina 96)
Kenmerken
x Functies voor uitstekende
beeldkwaliteit waarmee u
afdrukken van fotokwaliteit
kunt maken
De printer maakt gebruik van
professionele dye-sublimation
afdruksystemen. De printer beschikt
over een professioneel digitaal filter
waarmee wordt voorkomen dat de
kleuren verslechteren als gevolg van een
hete printkop en waarmee u afdrukken
van fotokwaliteit kunt maken.
Super Coat 2
Met Super Coat 2 wordt de
duurzaamheid en de weerstand tegen
vocht en vingerafdrukken verhoogd,
waardoor de beeldkwaliteit van de
afdrukken langer goed blijft.
Auto Fine Print 3
Met Auto Fine Print 3 worden de
gegevens van het beeld, waaronder de
Exif-gegevens, geanalyseerd. Aan de
hand hiervan wordt het uiteindelijke
beeld gecorrigeerd. U kunt kiezen uit de
correctieopties “Vivid” en
“Photographical”. Met “Vivid” kunt u
een beeld levendig maken en met
“Photographical” kunt u een mooi en
natuurlijk beeld te krijgen. Dankzij het
hittebestendige proces en een processor
met hoge snelheid kunt u met Auto Fine
Print 3 beelden met een hogere resolutie
maken en beelden sneller aanpassen
dan met Auto Fine Print 2.
• De printer biedt ondersteuning voor
Exif 2.2. In combinatie met Auto Fine
Print 3 wordt een beeld van een Exif
Print-compatibele digitale camera
automatisch aangepast en afgedrukt
met een optimale beeldkwaliteit.
• Als u de bijgeleverde PictureGear
Studio-software gebruikt om een beeld
vanaf de computer af te drukken, kunt
u naast de gewone functie voor
beeldcorrectie van het
besturingssysteem ook Exif Printbeeldcorrectie gebruiken. Bij Exif
Print-correctie gebruikt de bijgeleverde
printerdriver de Exif-gegevens van een
beeld en de kleurverwerking van de
printer om een beeld aan te passen en
af te drukken met een uitstekende
beeldkwaliteit.
Beperking van rode ogen en andere
aanpassingen (alleen MONITOR
OUT-stand/PC-stand, pagina 35)
U kunt een beeld aanpassen om rode
ogen te beperken die kunnen
voorkomen als u een foto met de flitser
hebt genomen. Het is ook mogelijk om
de helderheid, tint en andere elementen
van de beeldkwaliteit aan te passen.
* Exif Print (Exchangeable Image File, een
uitwisselbare bestandsindeling voor
beelden voor digitale camera’s) is een
algemene standaard voor het afdrukken
van digitale foto’s. Op een digitale camera
die ondersteuning biedt voor Exif Print,
worden de relevante gegevens over de
opname-omstandigheden opgeslagen
wanneer u de foto neemt. De printer
gebruikt de Exif Print-gegevens die in elk
beeldbestand zijn opgeslagen om te
zorgen dat de afdruk zo veel mogelijk
overeenkomt met de oorspronkelijke foto.
Wordt vervolgd
9 NL
Voordat u begint
Zeer goede, hittebestendige
technologie voor afdrukken met
het dye-sublimation systeem
Ondersteuning voor Exif 2.2*
(Exif Print) (pagina 61)
x Handige afdrukfuncties
Processor met hoge snelheid om
beelden snel aan te passen en af te
drukken
De printer bevat een processor met hoge
snelheid, waarmee u snel een beeld kunt
verwerken, bekijken en afdrukken.
Interface met 3D-animaties (alleen
MONITOR OUT-stand)
Met de interface met 3D-animaties van
de printer kunt u bekijken welke stappen
u moet volgen, informatie krijgen over
de betekenis van pictogrammen en
cursors en de printer eenvoudig
bedienen.
Papierlade voor het afdrukken van
25 tot 30 vellen tegelijkertijd
(pagina 15)
Met de bijgeleverde papierlade kunt u
maximaal 25 vellen van het formaat Post
Card en 30 vellen van het formaat 3,5 x 5
inch of Small tegelijkertijd afdrukken.
Verschillende beeldfilters (alleen
MONITOR OUT-stand, pagina 34)
Met de verschillende functies voor
beeldverwerking kunt u speciale effecten
aan een foto toevoegen om sepiakleurige
of monochrome beelden te maken of
schildereffecten toe te passen. Als u de
3D-engine van de gebruikersinterface
toepast op de verwerking van
afdrukgegevens, kunt u het effect van
een fish-eye filter of andere 3D-effecten
op de beelden toepassen.
Functie voor diavoorstellingen
(alleen MONITOR OUT-stand, pagina
65)
U kunt een diavoorstelling van de
beelden op de geheugenkaart bekijken.
Bovendien kunt u het beeld dat op het
scherm wordt weergegeven, afdrukken.
PictBridge-compatibele printer**
(pagina 81)
Verschillende afdrukformaten
(pagina 12)
De printer biedt ondersteuning voor de
PictBridge-standaard, zodat u eenvoudig
een beeld kunt afdrukken vanaf een
digitale camera die compatibel is met
PictBridge.
U kunt kiezen uit afdrukken met de
formaten Post Card (10 x 15 cm), 3,5 x 5
inch (9 x 13 cm) en Small (9 x 10 cm).
Ondersteuning voor Windowscomputers met een handige USBaansluiting (pagina 85)
x Diverse afdrukmogelijkheden
Afdrukken met of zonder rand
(pagina 61)
U kunt kiezen uit afdrukken met of
zonder rand voor de formaten Post Card
en 3,5 x 5 inch.
Verschillende afwerkingen voor de
afdruk (pagina 61)
U kunt voor de afwerking van de afdruk
kiezen uit Glossy en Texture.
10 NL
Als u de printer via een USB-aansluiting
aansluit op de computer en de
bijgeleverde printerdriver installeert,
kunt u beelden afdrukken vanaf de
computer.
** PictBridge is een standaard waarmee u
een digitale camera rechtstreeks op een
printer kunt aansluiten zonder computer,
zodat u direct kunt afdrukken.
Voorbereidingen
In dit gedeelte wordt beschreven hoe u
de printer moet voorbereiden. Voer de
procedure in dit gedeelte uit om de
printer gereed te maken voor
afdrukken.
1 De inhoud van de verpakking
controleren (deze pagina)
Controleer of de volgende accessoires in de
verpakking van de printer aanwezig zijn.
Papierlade (1)
Voorbereidingen
x
1 De inhoud van de
verpakking
controleren
2 De printset (niet bijgeleverd)
voorbereiden (pagina 12)
x
Videokabel (1)
3 De printcartridge plaatsen
(pagina 13)
CD-ROM (1)
x
4 Het printpapier plaatsen
(pagina 15)
Als u klaar bent met de
voorbereidingen, moet u de instructies
voor elke bedieningsstand (pagina 6 en
7) doorlezen om een beeld af te
drukken.
– Sony DPP-EX50 Printer Driver
Software voor Windows® 98SE/Me/
2000 Professional/XP Home Edition/
XP Professional
– PictureGear Studio V.2.0
Reinigingscartridge (1)
Kabelklem (1)
• Gebruiksaanwijzing (deze
handleiding, 1)
• Snelle startgids (1)
• Garantie (1)
• Registratiekaart voor de eigenaar (1)
• Gebruiksrechtovereenkomst van Sony
(1)
11 NL
2 De printset
gereedmaken
(niet bijgeleverd)
Als u een beeld wilt
afdrukken, hebt u een
optionele printset nodig die
voor de printer is
samengesteld. De set bevat
printpapier en een
printcartridge.
Voor afdrukken van het
formaat 3,5 x 5 inch:
bSVM-30MS
• 30 vellen fotopapier van het formaat
3,5 x 5 inch
• Printcartridge voor 30 afdrukken
Voor afdrukken van het
formaat Small:
bSVM-30SS
• 30 vellen fotopapier van het formaat
Small
• Printcartridge voor 30 afdrukken
Formaten voor printpapier
U kunt printpapier met de volgende
drie formaten selecteren:
• Post Card (10 x 15 cm)
• 3,5 x 5 inch (9 x 13 cm)
• Small (9 x 10 cm)
Optionele printsets
Selecteer de printset op basis van het
type afdruk dat u wilt maken:
Voor afdrukken van
het formaat Post Card:
bSVM-25LS
• 25 vellen fotopapier van het formaat
Post Card
• Printcartridge voor 25 afdrukken
bSVM-75LS
• 3 pakken van 25 vellen fotopapier van
het formaat Post Card
• 3 printcartridges voor elk 25
afdrukken
12 NL
Ga naar de volgende website als u een
printset wilt bestellen:
www.sony.com/printers
Opmerkingen
• Gebruik alleen de printset voor deze
printer.
• Plaats de printset niet op een plaats waar
deze wordt blootgesteld aan hoge
temperaturen, hoge luchtvochtigheid,
overmatige hoeveelheden stof of direct
zonlicht. Dit kan de afdrukkwaliteit
nadeling beïnvloeden.
• Als u de printcartridge en het printpapier
gedeeltelijk hebt gebruikt en deze wilt
opbergen, moet u de originele verpakking
of een vergelijkbare verpakking gebruiken.
3 De printcartridge
plaatsen
1
3
Sluit de klep van de
cartridgehouder.
Schuif de klep van de
cartridgehouder open.
Cartridgedeksel
2
Plaats de printcartridge.
Plaats de printcartridge met het
Sony-logo naar boven tot deze
vastklikt.
Sony-logo
Als de printcartridge bijna leeg is,
verschijnt een aanduiding
(cartridgefout) op het LCD-scherm van
de printer.
Open de klep van de cartridgehouder,
druk op de groene uitwerphendel en
verwijder de gebruikte printcartridge.
Uitwerphendel
Wordt vervolgd
13 NL
Voorbereidingen
De printcartridge verwijderen
Opmerkingen
• Raak het inktlint niet aan en plaats de
printcartridge niet in een stoffige
omgeving. De afdrukkwaliteit kan nadelig
worden beïnvloed door vingerafdrukken
of stof op het inktlint.
Inktlint
• Steek uw hand niet in de cartridgehouder.
De thermische kop wordt erg heet, vooral
na herhaaldelijk afdrukken.
• Spoel het inktlint niet terug en gebruik
geen teruggespoelde printcartridge voor
het afdrukken. Als u dit toch doet, krijgt u
niet het gewenste afdrukresultaat en kan er
zelfs een defect optreden.
• Als de printcartridge niet goed vastklikt,
verwijdert u deze en plaatst u deze weer
terug. Als het inktlint te slap is om dit
goed te plaatsen, spoelt u het inktlint in de
richting van de pijl om het inktlint weer
strak te zetten.
14 NL
• Verwijder de printcartridge niet tijdens het
afdrukken.
Opmerkingen over het bewaren van
de printcartridge
• Plaats de printcartridge niet op een plaats
waar deze wordt blootgesteld aan hoge
temperaturen, hoge luchtvochtigheid,
overmatige hoeveelheden stof of direct
zonlicht.
• Als u een cartridge die u gedeeltelijk hebt
gebruikt, wilt opbergen, moet u hiervoor
de originele verpakking gebruiken.
4 Het printpapier
plaatsen
1
x Printpapier van het formaat
Post Card gebruiken
Schuif de geleider naar buiten tot
deze vastklikt bij het buitenste
pijltje.
Open de klep van de
papierlade.
Papierinvoerrichting
2
Pas de geleider aan het
gewenste papierformaat aan.
Onder in de papierlade ziet u drie
pijltjes waarmee de posities van de
schuifregelaar voor de drie
papierformaten worden
aangegeven.
x Printpapier van het formaat 3,5
x 5 inch gebruiken
Schuif de geleider in de
papierinvoerrichting tot deze
vastklikt bij het middelste pijltje.
Papierinvoerrichting
Verschuif de geleider.
Papierinvoerrichting
Geleider
Markeerpunt voor het
formaat Small
Markeerpunt voor het
formaat 3,5 x 5 inch
Markeerpunt voor het formaat
Post Card
Wordt vervolgd
15 NL
Voorbereidingen
Geleider
Afdrukzijde
x Printpapier van het formaat
Small gebruiken
Schuif de geleider in de
papierinvoerrichting tot deze
vastklikt bij het binnenste pijltje.
Pijltjes die de
papierinvoerrichting aangeven
Papierinvoerrichting
Opmerking
Raak de afdrukzijde niet aan.
Vingerafdrukken op de afdrukzijde
kunnen de afdrukkwaliteit nadelig
beïnvloeden.
Geleider
Opmerking
4
Verwijder het beschermvel.
Pas de geleider aan het papierformaat
aan voordat u het printpapier plaatst.
Als u eerst het printpapier plaatst en
vervolgens de geleider aanpast, kunnen
er problemen optreden.
3
Plaats het printpapier in de
lade.
Waaier het printpapier los. Plaats
het papier samen met het
beschermvel met de afdrukzijde (de
onbedrukte zijde) naar boven en
met het pijltje in de
papierinvoerrichting.
U kunt maximaal 25 vellen van het
formaat Post Card en 30 vellen van
het formaat 3,5 x 5 inch of Small
tegelijkertijd plaatsen.
16 NL
Opmerking
U kunt het beschermvel gebruiken als
reinigingsvel. Bewaar het beschermvel
bij de bijgeleverde reinigingscartridge
(pagina 124).
5
Sluit de klep van de
papierlade.
6
Plaats de papierlade in de
printer.
Duw de papierlade stevig aan tot
deze vastklikt.
Opmerkingen
• Verwijder de papierlade niet tijdens het
afdrukken.
• Houd rekening met de volgende punten
voordat u begint met afdrukken om te
voorkomen dat het papier vastloopt of er
storingen in de printer optreden:
– Schrijf of typ niet op het printpapier.
Gebruik de pen met inkt op oliebasis om
na het afdrukken op het papier te
schrijven. U mag niet op het printpapier
typen.
– Plak geen stickers of postzegels op het
printpapier.
– Houd het printpapier niet vast en buig
het niet.
– Wanneer u papier toevoegt aan een
gedeeltelijk gevulde lade, mag het totale
aantal vellen niet groter zijn dan 25 voor
papier van het formaat Post Card of 30
voor papier van het formaat 3,5 x 5 inch
of Small.
– Plaats geen verschillende soorten papier
in de lade.
– Druk niet af op gebruikt printpapier. Als
u twee keer op hetzelfde papier afdrukt,
wordt het beeld niet dikker afgedrukt.
– Gebruik alleen het printpapier voor
deze printer.
– Gebruik geen papier dat niet afgedrukt
uit de printer komt.
Opmerkingen over het bewaren van
het printpapier
• U moet het papier niet langdurig opbergen
met de afdrukzijden tegen elkaar aan of in
contact met producten van rubber of
plastic met vinylchloride of
plastificeermiddel. Als u dit wel doet,
kunnen de kleuren van de afdruk
veranderen en kan de kwaliteit van het
afgedrukte beeld afnemen.
• Plaats het printpapier niet op een plaats
waar dit wordt blootgesteld aan hoge
temperaturen, hoge luchtvochtigheid,
overmatige hoeveelheden stof of direct
zonlicht.
• Als u printpapier dat u gedeeltelijk hebt
gebruikt, wilt opbergen, moet u de
originele verpakking gebruiken.
17 NL
Voorbereidingen
7
Druk op de klep van de
papierladehouder van de
printer en open deze.
Afdrukken met een televisiescherm (MONITOR OUT-stand)
Als u de printer aansluit op een
televisiescherm, kunt u hierop de
beelden weergeven en de instructies
controleren. U kunt de volgende
afdrukbewerkingen uitvoeren:
• Geselecteerde beelden
afdrukken (pagina 22)
Aansluitingen
Het apparaat aansluiten op
een televisiescherm
Sluit de VIDEO OUT (uitgang)
aansluiting aan op de video-ingang van
een televisiescherm.
• AUTO afdrukken
(INDEX/DPOF/ALL)
(pagina 27)
• Beelden bewerken
(vergroten/verkleinen,
verplaatsen, draaien,
aanpassen, speciale
filters toevoegen, rode
ogen beperken, tekens
invoeren) (pagina 30)
• Verschillende
afdrukken maken
(Creative Print) (vrije
indeling, kalenders,
kaarten, deelbeelden)
(pagina 42)
• De afdrukinstellingen wijzigen
(pagina 60)
• De printervoorkeuren wijzigen
(pagina 63)
• Een diavoorstelling weergeven
(pagina 65)
• Beelden verwijderen (pagina 67)
• Beelden zoeken (pagina 69)
18 NL
Videokabel
(bijgeleverd)
Opmerkingen
• Voordat u aansluitingen maakt, moet u het
netsnoer loskoppelen van de printer en het
televisiescherm uitschakelen.
• Als u de bijgeleverde videokabel niet
gebruikt, moet u een in de handel
verkrijgbare videokabel van maximaal
3 meter lang gebruiken.
Het netsnoer aansluiten
Als u de aansluitingen hebt gemaakt,
sluit u het netsnoer aan op het
stopcontact.
De ON/STANDBY-aanduiding gaat
rood branden.
Naar een stopcontact
Een geheugenkaart
plaatsen
Een “Memory Stick” plaatsen
Het
toegangslampje
knippert als de
printer is
ingeschakeld.
Netsnoer
Plaats de
“Memory
Stick” met het
teken b
naar de
linkerbovenhoek
gericht.
Opmerking
Het netsnoer in de bovenstaande afbeelding
is alleen geschikt voor 120 V wisselstroom.
De vorm van de stekker van het netsnoer
voor 100 tot 240 V is afwijkend.
Een “Memory Stick” verwijderen
Duw de “Memory Stick” voorzichtig in
de sleuf. Verwijder de “Memory Stick”
voorzichtig zodra deze wordt
uitgeworpen.
Opmerkingen
• Als u een “Memory Stick Duo” gebruikt,
moet u een Memory Stick Duo adapter
gebruiken.
• Probeer een “Memory Stick” niet met
kracht in de sleuf te plaatsen of uit de sleuf
te verwijderen. Als u dit wel doet, kan de
“Memory Stick” of de printer worden
beschadigd.
19 NL
Afdrukken met een televisiescherm (MONITOR OUT-stand)
Als u een beeld op een “Memory Stick”
wilt afdrukken, plaatst u de “Memory
Stick” in de “Memory Stick” sleuf tot
deze vastklikt.
Zie pagina 127 voor de verschillende
soorten “Memory Stick” die u met de
printer kunt gebruiken.
Een CompactFlash-kaart
plaatsen
Als u een beeld op een CompactFlashkaart wilt afdrukken, plaatst u de
CompactFlash-kaart in de
CompactFlash-sleuf tot deze vastklikt.
Zie pagina 130 voor de verschillende
CompactFlash-kaarten die u met de
printer kunt gebruiken.
Het
toegangslampje
knippert als de
printer is
ingeschakeld.
De beelden op een
televisiescherm
weergeven
In dit gedeelte wordt beschreven hoe u
beelden op de geheugenkaart kunt
weergeven op een televisiescherm.
1
Schakel de printer in.
De ON/STANDBY-aanduiding
gaat groen branden.
Plaats de
CompactFlashkaart met de
breedste kant
naar de printer
gericht.
Uitwerptoets
Een CompactFlash-kaart verwijderen
Druk op de uitwerptoets voor de
CompactFlash-kaart. Verwijder de kaart
voorzichtig zodra deze wordt uitgeworpen.
Opmerking
Probeer een CompactFlash-kaart niet met
kracht in de sleuf te plaatsen of uit de sleuf te
verwijderen. Als u dit wel doet, kan de
CompactFlash-kaart of de printer worden
beschadigd.
Opmerkingen over het gebruik van de geheugenkaart
• U kunt het beste een reservekopie van de
gegevens op de geheugenkaart maken om
eventueel gegevensverlies te voorkomen.
Beschadigde of verloren gegevens worden
niet vergoed.
• Controleer de geheugenkaart en plaats
deze in de juiste richting. Als u de
geheugenkaart met kracht in de verkeerde
richting plaatst, kunnen de geheugenkaart
en de sleuf worden beschadigd.
20 NL
2
Schakel het televisiescherm in en
stel de ingangskeuzeschakelaar
in op “VIDEO”.
3
Controleer of het MONITOR
OUT-aanduiding brandt.
Als dit niet het geval is, drukt u op
MONITOR OUT om de aanduiding
in te schakelen en de MONITOR
OUT-stand te selecteren.
4
Druk herhaaldelijk op INPUT
SELECT om de geheugenkaart
met de af te drukken beelden
te selecteren.
Controleer of in de linkerbovenhoek
van het televisiescherm het gewenste
type geheugenkaart (“Memory Stick” of
“CompactFlash”) wordt weergegeven.
Het toegangslampje knippert en de
beelden op de geselecteerde
geheugenkaart worden op het
televisiescherm weergegeven. Dit
wordt de beeldenlijst genoemd.
Type geheugenkaart
Geel kader (cursor)
Totaalaantal
Aantal geselecteerde beelden op
beelden
de kaart
Beeldnummer
Aanduidingen voor
bijbehorend bestand/
DPOF/beveiliging*
Type printcartridge
(L:Post Card/M: 3,5
x 5 inch/S: Small)
Een andere pagina weergeven
Als er meerdere pagina’s zijn, kunt u
schakelen tussen de pagina’s. Wilt u de
volgende pagina weergeven, dan
verplaatst u het gele kader naar de
onderste rand van de beeldenlijst en
drukt u op v. Als u de vorige pagina
wilt weergeven, verplaatst u het gele
kader naar de bovenste rand en drukt u
op V.
De beelden op de printer weergeven
(demonstratiestand)
Als u geen geheugenkaart hebt
geplaatst en geen computer of digitale
camera hebt aangesloten op de printer,
kunt u de interne beelden van de printer
weergeven en afdrukken. Druk
herhaaldelijk op INPUT SELECT tot
“DEMO” (demonstratie) op het
televisiescherm wordt weergegeven. In
de lijst met de interne beelden van de
printer kunt u een beeld selecteren dat u
wilt afdrukken.
Als u de demonstratiestand wilt sluiten,
geeft u de lijst met de interne beelden
van de printer weer en drukt u
nogmaals op INPUT SELECT.
21 NL
Afdrukken met een televisiescherm (MONITOR OUT-stand)
Toegangslampje
*Informatie over de aanduidingen
voor bijbehorend bestand/DPOF/
beveiliging
• Aanduiding voor bijbehorend bestand:
Naast het weergegeven beeld heeft het
beeld een bijbehorend bestand, zoals een
animatiebestand of een miniatuurversie
van het beeldbestand die u in een emailbericht kunt opnemen.
• DPOF-aanduiding:
Het beeld is vooraf ingesteld met DPOF
met een digitale camera.
• Beveiligingsaanduiding:
Het beeld is beveiligd met een digitale
camera.
Algemene
afdrukbewerkingen
2
Druk op PRINT.
Het beeld dat u met de cursor hebt
geselecteerd, wordt afgedrukt.
Geselecteerde beelden
afdrukken
In dit gedeelte wordt
beschreven hoe u een
beeld kunt selecteren en
op volledige grootte
afdrukken.
Standaardafdruk
zonder rand
1
Druk op de pijltoets (B/b/V/
v) om het gele kader (cursor)
te verplaatsen naar het beeld
dat u wilt afdrukken.
Tijdens het afdrukken wordt het
afdrukproces op het televisiescherm
weergegeven.
v
Geel kader
22 NL
3
Als het afdrukken is voltooid
en het papier automatisch
wordt uitgevoerd, verwijdert u
het afgedrukte papier uit de
papierlade.
Het voorbeeld controleren
voordat u begint met afdrukken
U kunt een beeld op volledig scherm
weergeven en controleren voordat u
begint met afdrukken.
Verplaats het gele kader (cursor) naar het
gewenste beeld en druk op PICTURE.
Het geselecteerde beeld wordt op
volledig scherm weergegeven. Dit
wordt het voorbeeld genoemd.
Type
geheugenkaart
Type printcartridge (L:Post
Card/M: 3,5 x 5 inch/S: Small)
Totaalaantal beelden
op de geheugenkaart
Aantal geselecteerde
beelden
Aantal exemplaren
Beeldnummer
Aanduidingen voor
bijbehorend beeld/
DPOF/beveiliging
(pagina 21)
Schuifbalk waarmee de
positie van het beeld
wordt aangegeven.
Wordt vervolgd
23 NL
Afdrukken met een televisiescherm (MONITOR OUT-stand)
Opmerkingen
• Verwijder de geheugenkaart niet als het
toegangslampje knippert. Als u dit wel
doet, kan de geheugenkaart of de printer
worden beschadigd.
• Verplaats de printer niet en schakel deze
niet uit tijdens het afdrukken. Doet u dit
wel, dan kan de printcartridge of het
printpapier vastlopen. Als dit gebeurt,
schakelt u de printer uit en weer in en
begint u opnieuw met afdrukken.
Het voorbeeld van een ander beeld
weergeven
Druk op de pijltoets (B/b/V/v) om het
beeld links, rechts, boven of onder het
geselecteerde beeld in de beeldenlijst
weer te geven.
Het voorbeeld afdrukken
Druk op PRINT. Het voorbeeld wordt
afgedrukt.
Opmerking
Zelfs als u beelden hebt geselecteerd en het
aantal exemplaren hebt opgegeven, wordt
alleen het voorbeeld afgedrukt. Als u
meerdere beelden tegelijkertijd wilt
afdrukken, drukt u deze af vanuit de
beeldenlijst.
Meerdere beelden afdrukken
In dit gedeelte wordt beschreven hoe u
meerdere beelden kunt afdrukken, het
aantal exemplaren voor elk beeld kunt
opgeven en de beelden één voor één
kunt afdrukken.
1
Druk op de pijltoets (B/b/V/
v) om het gele kader (cursor)
te verplaatsen naar het beeld
dat u wilt afdrukken en druk
op ENTER.
Afdrukinstellingen annuleren
Houd CANCEL ten minste twee
seconden ingedrukt.
De beeldenlijst opnieuw weergeven
Druk op PICTURE.
Opmerking
Het weergegeven beeld op het
televisiescherm is niet identiek aan het
afgedrukte beeld omdat de fosformethoden
en -profielen verschillen per televisiescherm.
U moet het weergegeven beeld gebruiken ter
referentie.
24 NL
Het aantal exemplaren wordt “01”.
Aantal exemplaren
2
Druk op ENTER of CANCEL om
het aantal exemplaren in te
stellen.
• Als u het aantal exemplaren met
één wilt verhogen, drukt u op
ENTER.
• Wilt u het aantal exemplaren met
één verlagen, dan drukt u op
CANCEL.
• Als u de selectie wilt annuleren,
houdt u CANCEL ten minste
twee seconden ingedrukt.
3
Herhaal stap 1 en 2 om andere
beelden te selecteren en per
beeld het aantal exemplaren
in te stellen.
Als u het gele kader verplaatst,
wordt het vorige geselecteerde
beeld weergegeven in een oranje
kader.
Geselecteerde beelden met
een oranje kader
Druk op de pijltoets (B/b/V/v) om
het gele kader (cursor) te
verplaatsen naar het beeld dat u in
de beeldenlijst wilt annuleren en
houd CANCEL ten minste twee
seconden ingedrukt.
U kunt maximaal 30 exemplaren
voor één beeld opgeven.
Het oranje kader verdwijnt.
Het aantal exemplaren wordt verhoogd
of verlaagd.
Wordt vervolgd
25 NL
Afdrukken met een televisiescherm (MONITOR OUT-stand)
De selectie annuleren
4
Druk op PRINT.
De geselecteerde beelden met
oranje kaders worden afgedrukt.
Tijdens het afdrukken wordt het
afdrukproces op het televisiescherm
weergegeven.
v
Het afdrukken stoppen
Druk op CANCEL. Als u meerdere
exemplaren afdrukt, wordt het
afdrukken geannuleerd vanaf de
volgende afdruk.
26 NL
5
Als het afdrukken is voltooid
en het papier automatisch
wordt uitgevoerd, verwijdert u
het afgedrukte papier uit de
papierlade.
Opmerkingen
• Verwijder de geheugenkaart niet als het
toegangslampje knippert. Als u dit wel
doet, kan de geheugenkaart of de printer
worden beschadigd.
• Verplaats de printer niet en schakel deze
niet uit tijdens het afdrukken. Doet u dit
wel, dan kan de printcartridge of het
printpapier vastlopen. Als dit gebeurt,
schakelt u de printer uit en weer in en
begint u opnieuw vanaf stap 1 op pagina
24.
AUTO afdrukken (INDEX/DPOF/
ALL)
Met AUTO (automatisch) afdrukken
kunt u tegelijkertijd meerdere beelden
op een “Memory Stick” of
CompactFlash-kaart afdrukken.
De printer biedt de volgende drie
afdrukmethoden voor AUTO:
Opmerkingen
• Raadpleeg de handleiding bij de digitale
camera voor meer informatie over het vooraf
instellen van beelden voor afdrukken.
• Sommige digitale camera’s bieden geen
ondersteuning voor de functie DPOF of de
printer is wellicht niet compatibel met
bepaalde functies van de digitale camera.
1
Druk herhaaldelijk op AUTO
PRINT om “INDEX”, “DPOF” of
“ALL” op het televisiescherm
weer te geven.
Beeldnummer
Datum (als Date
Print is ingeschakeld.)
• Beelden afdrukken die vooraf zijn
ingesteld met DPOF
De beelden die vooraf zijn ingesteld
voor afdrukken met DPOF (Digital
Print Order Format), worden in de
beeldenlijst weergegeven met de
). U kunt deze
afdrukmarkering (
beelden in één keer afdrukken. Het
vooraf ingestelde aantal exemplaren
van de beelden wordt afgedrukt in de
volgorde waarin de beelden zijn
weergegeven.
Een index afdrukken: INDEX
Alle beelden worden geselecteerd
met oranje kaders.
INDEX-aanduiding
Wordt vervolgd
27 NL
Afdrukken met een televisiescherm (MONITOR OUT-stand)
• INDEX afdrukken
U kunt een lijst (index) afdrukken met
alle beelden op de “Memory Stick” of
CompactFlash-kaart in deelvensters.
Zo kunt u eenvoudig de inhoud van
de geheugenkaart controleren.
Het aantal deelvensters op een vel
wordt automatisch berekend. De
beelden worden afgedrukt met de
bijbehorende beeldnummers.
• Beelden afdrukken met ALL
U kunt alle beelden op de “Memory
Stick” of CompactFlash-kaart
tegelijkertijd afdrukken. De beelden
worden één voor één afgedrukt in de
volgorde van de beeldnummers.
De selectie annuleren (behalve
voor afdrukken met DPOF)
Beelden afdrukken die vooraf zijn
ingesteld met DPOF: DPOF
Alleen de beelden die vooraf zijn
ingesteld met DPOF, worden
weergegeven met oranje kaders, elk
met het vooraf ingestelde aantal
exemplaren.
Druk op de pijltoets (B/b/V/v) om
het gele kader (cursor) te
verplaatsen naar het beeld
waarvoor u de selectie in de
beeldenlijst wilt annuleren en druk
op CANCEL.
DPOF-aanduiding
Alle beelden op een
geheugenkaart afdrukken: ALL
Alle beelden worden geselecteerd
met oranje kaders.
Het oranje kader verdwijnt en de
selectie wordt geannuleerd.
ALL-aanduiding
Opmerking
U kunt de selectie van beelden die
vooraf zijn ingesteld met DPOF, niet
annuleren.
2
Druk op PRINT.
Het afdrukken wordt gestart.
28 NL
Tijdens het afdrukken wordt het
afdrukproces op het televisiescherm
weergegeven.
Normaal afdrukken hervatten
Druk herhaaldelijk op AUTO PRINT tot
INDEX, DPOF of ALL uit het
televisiescherm verdwijnt.
Tips
v
Het afdrukken stoppen
Druk op CANCEL. Als u meerdere
exemplaren afdrukt, wordt het
afdrukken geannuleerd vanaf de
volgende afdruk.
3
Als het afdrukken is voltooid
en het papier automatisch
wordt uitgevoerd, verwijdert u
het afgedrukte papier uit de
papierlade.
29 NL
Afdrukken met een televisiescherm (MONITOR OUT-stand)
• Zelfs als de printcartridge leegraakt tijdens
het afdrukken, kunt u doorgaan met
afdrukken. Als er een bericht verschijnt,
volgt u de instructies op het
televisiescherm om de printset te
vervangen (pagina 13-17).
• Als “Date Print” is ingesteld op “ON”,
wordt de opnamedatum (jaar, maand en
dag) ook afgedrukt (pagina 62).
Beelden bewerken
U kunt het menu EDIT op het
televisiescherm weergeven en beelden
bewerken of effecten aan beelden
toevoegen.
In dit gedeelte wordt beschreven hoe u
beelden kunt bewerken:
Toetsen die in dit gedeelte worden
gebruikt
MENU
ENTER
Pijltoets
(B/b/V/v)
PRINT
Het menu EDIT weergeven
(pagina 31)
x
Beelden bewerken
• Beelden vergroten of
verkleinen (pagina 32)
• Beelden verplaatsen
(pagina 32)
• Beelden draaien (pagina 33)
• Beelden aanpassen (pagina 33)
• Speciale filters aan een beeld
toevoegen (pagina 34)
• Rode ogen beperken
(pagina 35)
• Tekens toevoegen (pagina 36)
x
Bewerkte beelden opslaan en
afdrukken (pagina 40 en 41)
30 NL
CANCEL
Cursor Menu EDIT
Het menu EDIT weergeven
1
Voer stap 1 op pagina 22 uit
om een beeld te selecteren dat
u wilt bewerken of druk op
PICTURE om het voorbeeld
weer te geven.
Items
Functies
Beelden of items
verkleinen (pagina 32).
2
Beelden of items
verplaatsen (pagina 32).
Druk op MENU.
De menubalk wordt weergeven.
Beelden of items draaien
(pagina 33).
Pictogram voor menu EDIT Menubalk
De beeldkwaliteit
aanpassen (pagina 33).
Filters aan een beeld
toevoegen (pagina 34).
Rode ogen beperken
(pagina 35).
Tekens aan een beeld
toevoegen (pagina 36).
3
De menustand uitschakelen
Reset
Druk nogmaals op MENU. Het
vorige venster wordt weergegeven.
Wijzigingen ongedaan
maken (pagina 40).
Save
Het bewerkte beeld
opslaan (pagina 40).
Exit
Het menu EDIT sluiten
(pagina 41).
Druk op de pijltoets (B/b) om
(EDIT) te selecteren en
druk op ENTER.
Het menu EDIT wordt
weergegeven.
31 NL
Afdrukken met een televisiescherm (MONITOR OUT-stand)
Beelden of items
vergroten (pagina 32).
Beelden bewerken
Beelden verplaatsen
1
Geef het menu EDIT weer
(pagina 31).
2
Druk op de pijltoets (B/b/V/
v) om
(positie) te selecteren
en druk op ENTER.
Beelden vergroten of verkleinen
1
Geef het menu EDIT weer
(pagina 31).
2
Druk op de pijltoets (B/b/V/
v) om
te selecteren om een
beeld te vergroten of om
te selecteren om een beeld te
verkleinen en druk op ENTER.
Het beeldkader wordt geel en u
kunt het beeld verplaatsen.
Beeldkader wordt geel.
Hulpmiddel voor positie
Wanneer u op ENTER drukt, wordt
het beeld groter of kleiner:
: maximaal 200%
: maximaal 60%
3
Verplaats het beeld met de
pijltoets (B/b/V/v).
Het beeld wordt in de geselecteerde
richting verplaatst.
Opmerking
De beeldkwaliteit van een vergroot beeld kan
afnemen, afhankelijk van de grootte.
32 NL
4
Druk op ENTER.
3
De positie van het beeld wordt
vastgelegd.
Druk op de pijltoets (V/v) om
de richting te selecteren
waarin u het beeld wilt
draaien en druk op ENTER.
• 90° rechtsom draaien: wanneer u
op ENTER drukt, wordt het
beeld 90° rechtsom gedraaid.
• 90° linksom draaien: wanneer u
op ENTER drukt, wordt het
beeld 90° linksom gedraaid.
Beelden aanpassen
Geef het menu EDIT weer
(pagina 31).
2
Druk op de pijltoets (B/b/V/
v) om
(aanpassen) te
selecteren en druk op ENTER.
Beelden draaien
U kunt een beeld rechts- of linksom
draaien.
1
Geef het menu EDIT weer
(pagina 31).
2
Druk op de pijltoets (B/b/V/
v) om
(draaien) te
selecteren en druk op ENTER.
Het menu Adjust wordt
weergegeven.
Menu Adjust
Hulpmiddel voor aanpassen
Het menu Rotate wordt
weergegeven.
Menu Rotate
Hulpmiddel voor draaien
3
Druk op de pijltoets (V/v) om
het gewenste hulpmiddel voor
aanpassen te selecteren en
druk op ENTER.
De aanpassingsbalk verschijnt.
Wordt vervolgd
33 NL
Afdrukken met een televisiescherm (MONITOR OUT-stand)
1
Als “Brightness” is geselecteerd.
Speciale filters aan een beeld
toevoegen
1
Geef het menu EDIT weer
(pagina 31).
2
Druk op de pijltoets (B/b/V/
v) om
(filter) te selecteren
en druk op ENTER.
Het menu Filter wordt weergegeven.
Menu Filter
Hulpmiddel voor filters
Aanpassingsbalk
4
Verplaats het schuifblokje
naar de gewenste positie om
het niveau aan te passen.
• Brightness: druk op V om de foto
helderder te maken of op v om
de foto donkerder te maken.
• Tint: druk op V om de foto
blauwer te maken of op v om de
foto roder te maken.
• Saturation: druk op V om de
kleuren dieper te maken of op v
om de kleuren lichter te maken.
• Sharpness: druk op V om de
contouren van het beeld scherper
te maken of op v om de
contouren te herstellen.
5
3
• Sepia: het beeld lijkt op een oude
foto met vervaagde kleuren.
• Monochrome: het beeld wordt
monochroom.
• Paint: het beeld lijkt op een
schilderij.
• Fish-eye: het beeld lijkt op een
foto die is genomen met een fisheye lens.
• Clear Filter: het filter wordt uit
het beeld verwijderd.
Druk op ENTER.
De aanpassingen worden
geactiveerd.
De aanpassingen ongedaan maken
Druk op de pijltoets (B/b/V/v) om
“Reset” te selecteren en druk op
ENTER. De aanpassingen van het beeld
worden ongedaan gemaakt.
34 NL
Druk op de pijltoets (V/v) om
het filter te selecteren dat u
aan het beeld wilt toevoegen.
4
Druk op ENTER.
Het filter wordt geactiveerd.
Rode ogen beperken
Als u een foto hebt genomen met de
flitser, kunt u rode ogen beperken.
Opmerking
Als u bewerkingen, zoals vergroten,
verkleinen, draaien of verplaatsen van
beelden, uitvoert nadat u de functie
voor de beperking van rode ogen hebt
ingesteld, wordt deze functie wellicht
niet geactiveerd. Schakel deze functie
pas in als u alle andere bewerkingen
hebt uitgevoerd.
Geef het menu EDIT weer
(pagina 31).
2
Druk op de pijltoets (B/b/V/
v) om
(rode ogen
beperken) te selecteren en
druk op ENTER.
Pas de positie en de grootte
van het aanpassingskader aan.
U kunt de functie voor de
beperking van rode ogen
afzonderlijk toepassen op het
linker- en rechteroog.
Het aanpassingskader
verplaatsen
1 Druk op de pijltoets (B/b/V/v)
om
(positie) te selecteren en
druk op ENTER.
2 Verplaats het kader met de
pijltoets (B/b/V/v).
Het kader wordt in de
geselecteerde richting verplaatst.
Het kader verplaatsen.
Het aanpassingskader verschijnt op
het beeld. Dit kader geeft het gebied
aan waarin de functie voor de
beperking van rode ogen wordt
uitgevoerd.
Aanpassingskader
3 Druk op ENTER.
De huidige positie van het kader
wordt vastgelegd.
De grootte van het
aanpassingskader aanpassen
Druk op de pijltoets (B/b/V/v) om
(vergroten) of
(verkleinen) te
selecteren en druk op ENTER.
Wordt vervolgd
35 NL
Afdrukken met een televisiescherm (MONITOR OUT-stand)
1
3
Wanneer u op ENTER drukt, wordt
het kader groter of kleiner.
5
Het kader vergroten of verkleinen
Druk op ENTER om de functie
voor de beperking van rode
ogen toe te passen.
De aanpassingen worden
geactiveerd.
De aanpassingen ongedaan maken
Druk in stap 5 op CANCEL. De functie
voor de beperking van rode ogen wordt
geannuleerd en het venster van stap 2
wordt weergegeven.
Tekens toevoegen
Tip
Maak het aanpassingskader twee tot
zeven keer zo groot als het oog.
Opmerking
Pas de functie voor de beperking van
rode ogen afzonderlijk toe op het linkeren rechteroog.
4
Druk op de pijltoets (B/b/V/
v) om “Execute” te selecteren
en druk op ENTER.
U kunt maximaal 5 regels met tekens
aan een beeld toevoegen.
1
Geef het menu EDIT weer
(pagina 31).
2
Druk op de pijltoets (B/b/V/
v) om
(tekst) te selecteren
en druk op ENTER.
Het toetsenbord wordt
weergegeven.
Huidig regelnummer
Tekstinvoervak
Het gebied waarop de functie voor
de beperking van rode ogen wordt
toegepast, wordt vergroot.
Kleur en lettertype selecteren en
berichten laden/opslaan.
Tekens selecteren.
36 NL
3
De tekens worden ingevoerd in het
lettertype dat wordt weergegeven
in de toets “FONT”. Als u een ander
lettertype wilt selecteren, voert u de
volgende procedure uit:
1 Druk op de pijltoets (B/b/V/v)
om “FONT” te selecteren.
2 Druk herhaaldelijk op ENTER tot
het gewenste lettertype wordt
weergegeven:
Selecteer een kleur.
De tekens worden ingevoerd met
de kleur die wordt weergegeven
naast de toets “COLOR”. Als u een
andere kleur wilt selecteren, voert u
de volgende procedure uit:
1 Druk op de pijltoets (B/b/V/v)
om “COLOR” te selecteren en
druk op ENTER.
Het selectievenster voor kleuren
wordt weergegeven.
Opmerking
U kunt niet voor elke tekenregel een
andere kleur gebruiken.
5
Druk op de pijltoets (B/b/V/
v) om het gewenste teken te
selecteren en druk op ENTER
om een teken in te voeren.
De geselecteerde tekens worden
ingevoerd in het tekstinvoervak.
Voor elke regel kunt u maximaal 50
tekens invoeren.
Regels wijzigen
Druk op de pijltoets (B/b/V/v) om
# te selecteren en druk op ENTER.
U kunt maximaal 5 regels invoeren.
Hoofdletters invoeren
Druk op de pijltoets (B/b/V/v) om
“CAPS” te selecteren en druk op
ENTER. Het toetsenbord voor
hoofdletters wordt weergegeven.
Selecteer “CAPS” nogmaals om het
toetsenbord voor kleine letters weer
te geven.
Tekens in het invoervak
corrigeren
• Tekens vóór de cursor ( | ) in het
invoervak verwijderen
Druk op de pijltoets (B/b/V/v) om
“BS” (Back Space) te selecteren en
druk op ENTER. Wanneer u op
ENTER drukt, wordt het teken vóór
de cursor verwijderd.
Wordt vervolgd
37 NL
Afdrukken met een televisiescherm (MONITOR OUT-stand)
Opmerking
U kunt niet meerdere lettertypen en
kleuren opgeven voor een ingevoerde
reeks tekens. Alle regels met tekens
worden ingevoerd met hetzelfde
lettertype en dezelfde kleur. U kunt
lettertypen en kleuren wijzigen terwijl u
de tekens invoert. Het gewijzigde
lettertype en de gewijzigde kleur worden
toegepast op alle ingevoerde tekens.
4
2 Druk op de pijltoets (B/b/V/v)
om de gewenste kleur te
selecteren en druk op ENTER.
Selecteer een lettertype.
• Tekens invoegen in de reeks
ingevoerde tekens
Items
Re-input Het toetsenbord wordt
weergegeven. Voer de
tekens opnieuw in.
Druk op de pijltoets (B/b/V/v) om
“B” of “b” in het venster te
selecteren en druk herhaaldelijk op
ENTER om de cursor (|) te
verplaatsen naar de positie waar u
het teken wilt invoegen.
6
Functies
Wanneer u op ENTER drukt,
worden de tekens groter.
Wanneer u op ENTER drukt,
worden de tekens kleiner.
Als u de resterende tekens
hebt ingevoerd, drukt u op de
pijltoets (B/b/V/v) om
“NEXT” te selecteren en drukt
u op ENTER.
Verplaats de tekens met
de pijltoets (B/b/V/v) en
druk op ENTER.
Het toetsenbord verdwijnt en de
ingevoerde tekens worden aan het
beeld toegevoegd.
Wanneer u op ENTER
drukt, worden de tekens
90° rechtsom gedraaid.
Hulpmiddelen voor aanpassen
Wanneer u op ENTER
drukt, worden de tekens
90° linksom gedraaid.
Opmerking
Als u een groot aantal tekens invoert,
kunt u de tekens wellicht niet draaien of
de tekens groter of kleiner maken.
8
7
Druk op de pijltoets (B/b/V/
v) om het gewenste
hulpmiddel voor aanpassen te
selecteren en druk op ENTER
om de grootte en positie van
de tekens aan te passen.
Druk op de pijltoets (V/v) om
“Execute” te selecteren en
druk op ENTER.
De tekens worden op het beeld
vastgelegd.
Herhaal deze stap als u meerdere
aanpassingen wilt maken.
Opmerking
Zodra u “Execute” hebt geselecteerd,
kunt u de tekens niet meer verplaatsen
of verwijderen.
38 NL
Veelgebruikte tekens
vastleggen als bericht
U kunt veelgebruikte tekens vastleggen
als bericht en deze later in het
tekstinvoervak laden. U kunt maximaal
drie berichten opslaan waarbij elk
bericht maximaal 80 tekens mag
bevatten.
1
Druk op de pijltoets (B/b/V/
v) om “LOAD/SAVE” te
selecteren en druk op ENTER.
Het dialoogvenster voor het
vastleggen en opslaan van berichten
wordt weergegeven.
3
Druk op de pijltoets (B/b) om
“Save” te selecteren en druk
op ENTER.
Het selectievenster voor berichten
wordt weergegeven.
4
Druk op de pijltoets (V/v) om
het berichtvak te selecteren
waarin u de tekens wilt
vastleggen en druk op ENTER.
De ingevoerde tekens worden
vastgelegd als bericht.
Vastgelegde berichten laden
Selecteer “Load” in stap 3 om het
selectievenster voor berichten weer te
geven.
Druk op de pijltoets (V/v) om het
gewenste bericht te selecteren en druk
op ENTER. Het geselecteerde bericht
wordt in het tekstinvoervak geplaatst.
Opmerking
De tekens die zijn ingevoerd in het
tekstinvoervak, worden overschreven en
vervangen door het bericht.
Wordt vervolgd
39 NL
Afdrukken met een televisiescherm (MONITOR OUT-stand)
2
Voer stap 1-5 in het gedeelte
“Tekens toevoegen” (pagina
36 en 37) uit om tekens in te
voeren die u wilt vastleggen
als bericht in het
tekstinvoervak.
Het bewerkte beeld opslaan
en afdrukken
3
Stel de datum in.
Druk op de pijltoets (V/v) om het
nummer te selecteren en druk op de
pijltoets (B/b) om de dag, de
maand en het jaar te selecteren.
Druk op ENTER.
Het bewerkte beeld opslaan
Als het bewerken is voltooid, kunt u het
bewerkte beeld opslaan met een nieuw
bestandsnummer.
Tip
Het geselecteerde beeld wordt niet
overschreven.
1
Druk op de pijltoets (B/b/V/
v) om “Save” te selecteren en
druk op ENTER.
Het dialoogvenster voor het
selecteren van het medium waarop
u het beeld wilt opslaan, wordt
weergegeven.
2
Selecteer de gewenste
geheugenkaart.
Druk op de pijltoets (V/v) om
“Memory Stick” of “Compact
Flash” te selecteren en druk op
ENTER.
Het dialoogvenster voor het
instellen van de datum wordt
weergegeven. U kunt de datum met
het beeld opslaan.
40 NL
Het beeld wordt opgeslagen. Het
dialoogvenster met het nieuwe
bestandsnummer wordt
weergegeven.
4
Druk op ENTER.
Opmerking
Schakel de printer niet uit en verwijder de
geheugenkaart niet tijdens het opslaan van
het beeld. De geheugenkaart kan worden
beschadigd.
Bewerkingen ongedaan maken
U kunt de bewerkingen die u hebt
uitgevoerd in het venster EDIT,
ongedaan maken en het originele beeld
herstellen.
1
Druk op de pijltoets (B/b/V/
v) om “Reset” te selecteren en
druk op ENTER.
Het bevestigingsvenster wordt
weergegeven.
2
Het originele beeld wordt hersteld.
Bewerkte beelden afdrukken
1
Druk op PRINT.
Het dialoogvenster voor het
opgeven van het aantal exemplaren
wordt weergegeven.
3
Druk op de pijltoets (B/b/V/
v) om “OK” te selecteren om
te beginnen met afdrukken.
Het voorbeeld wordt afgedrukt.
Het afdrukken stoppen
Druk op CANCEL. Als u meerdere
exemplaren afdrukt, wordt het
afdrukken geannuleerd vanaf de
volgende afdruk.
Andere menu’s weergeven
tijdens het bewerken van
beelden
Druk op MENU.
De menubalk wordt weergeven. Zelfs
tijdens het bewerken van een beeld kunt
u sommige printerinstellingen of items
in het keuzemenu, zoals “Finish”, “Date
Print” of “Beep”, aanpassen.
Het menu EDIT sluiten
2
Stel het aantal exemplaren in.
Druk op de pijltoets (B/b/V/v) om
“Exit” te selecteren en druk op ENTER.
Het dialoogvenster voor het opslaan
van beelden wordt weergegeven. Als u
een bewerkt beeld wilt opslaan, voert u
de procedure in “Bewerkte beelden
opslaan” uit.
• Als u het aantal exemplaren met
één wilt verhogen, drukt u
herhaaldelijk op ENTER.
• Wilt u het aantal exemplaren met
één verlagen, dan drukt u
herhaaldelijk op CANCEL.
41 NL
Afdrukken met een televisiescherm (MONITOR OUT-stand)
Druk op de pijltoets (B/b) om
“OK” te selecteren en druk op
ENTER.
• Als u het aantal exemplaren
weer op één wilt zetten, drukt u
ten minste twee seconden op
CANCEL.
Verschillende
afdrukken maken
(Creative Print)
U kunt het menu Creative Print
weergeven op het televisiescherm en
kaarten, kalenders en deelbeelden
maken met beelden op de “Memory
Stick” of CompactFlash-kaart.
In dit gedeelte wordt beschreven hoe u
kunt afdrukken:
Het menu Creative Print
weergeven (pagina 43)
x
Afdrukken maken met Creative
Print
• Afdrukken met een vrije
indeling maken (pagina 43)
• Kalenders maken (pagina 50)
• Kaarten maken (pagina 53)
• Deelbeelden maken (pagina 56)
x
Creative Print-beelden opslaan en
afdrukken (pagina 58)
42 NL
Toetsen die in dit gedeelte worden
gebruikt
MENU
ENTER
Pijltoets
(B/b/V/v)
PRINT
CANCEL
Het menu Creative Print
weergeven
1
Druk op MENU.
De menubalk wordt weergeven.
Pictogram voor menu
Creative Print
Menubalk
Afdrukken maken met
Creative Print
Afdrukken met een vrije
indeling maken
U kunt beelden,
achtergrondafbeeldingen,
berichten, tekens,
kalenders of stempels
toevoegen om een
originele afdruk met een
vrije indeling te maken.
Zie pagina 136-137 voor een overzicht
van achtergrondafbeeldingen, kaders en
sjablonen.
De menustand uitschakelen
Druk op MENU. Het vorige venster
wordt weergegeven.
2
Druk op de pijltoets (B/b) om
(Creative Print) te
selecteren en druk op ENTER.
Het menu Creative Print wordt
weergeven.
1
Geef het menu Creative Print
weer (pagina 43).
2
Druk op de pijltoets (B/b/V/
v) om “Free Layout” te
selecteren en druk op ENTER.
Het selectievenster voor het
afdrukformaat wordt weergegeven.
Wordt vervolgd
43 NL
Afdrukken met een televisiescherm (MONITOR OUT-stand)
Tip
3
Druk op de pijltoets (B/b) om
het afdrukformaat te
selecteren en druk op ENTER.
5
Het selectievenster voor
achtergrondafbeeldingen wordt
weergegeven.
Als u “Postcard size” selecteert
4
Druk op de pijltoets (B/b/V/
v) om de gewenste
achtergrondafbeelding te
selecteren en druk op ENTER.
Als u geen achtergrondafbeelding
voor het beeld wilt gebruiken,
selecteert u “No Wallpaper”.
Het voorbeeldvenster met de
geselecteerde
achtergrondafbeelding wordt
weergegeven.
Geselecteerde achtergrondafbeelding
44 NL
Druk op de pijltoets (B/b/V/
v) om
(beeld) te selecteren
en druk op ENTER.
Het selectievenster voor kaders
wordt weergegeven.
6
Druk op de pijltoets (B/b/V/
v) om het kader te selecteren
waarmee u het beeld wilt
vormgeven en druk op ENTER.
Als u geen kader wilt gebruiken,
selecteert u “No Frame”.
De beeldenlijst wordt weergegeven.
7
Druk op de pijltoets (B/b/V/
v) om het gewenste beeld te
selecteren en druk op ENTER.
Het venster voor het aanpassen van
het beeldformaat en de beeldpositie
wordt weergegeven.
Hulpmiddelen voor aanpassen
Druk op de pijltoets (B/b/V/
v) om het gewenste
hulpmiddel voor aanpassen te
selecteren en druk op ENTER.
Items Functies
Druk op de pijltoets (B/b/V/
v) om “Execute” te selecteren
en druk op ENTER.
Het venster voor het aanpassen van
het omkaderde beeldformaat en de
positie wordt weergegeven.
Hulpmiddelen voor aanpassen
10 Druk op de pijltoets (B/b/V/
v) om het gewenste
hulpmiddel voor aanpassen te
selecteren en druk op ENTER.
Items Functies
Wanneer u op ENTER
drukt, wordt het beeld
groter.
Wanneer u op ENTER drukt,
wordt het omkaderde beeld
groter.
Wanneer u op ENTER
drukt, wordt het beeld
kleiner.
Wanneer u op ENTER drukt,
wordt het omkaderde beeld
kleiner.
Verplaats het
aanpassingskader met de
pijltoets (B/b/V/v) en
druk op ENTER.
Verplaats het omkaderde
beeld met de pijltoets (B/b/
V/v) en druk op ENTER.
Wanneer u op ENTER
drukt, wordt het beeld 90°
rechtsom gedraaid.
Wanneer u op ENTER
drukt, wordt het beeld 90°
linksom gedraaid.
Wordt vervolgd
45 NL
Afdrukken met een televisiescherm (MONITOR OUT-stand)
8
9
11 Druk op de pijltoets (B/b/V/
v) om “Execute” te selecteren
en druk op ENTER.
Het omkaderde beeld wordt
weergegeven.
Met de items in dit venster kunt u
uw favoriete effecten toevoegen aan
de afdruk (pagina 46-49).
Uw favoriete effecten toevoegen aan
de afdruk
x Stempels toevoegen
1 Druk op de pijltoets (B/b/V/v) om
(stempel) te selecteren en druk
op ENTER.
Het selectievenster voor stempels
wordt weergegeven.
Items die u aan de afdruk kunt toevoegen
Voorbeeld van de afdruk
12 Controleer het voorbeeld, sla
het Creative Print-beeld op en
druk dit af.
Zie pagina 58 voor meer informatie.
46 NL
2 Druk op de pijltoets (B/b/V/v) om
de gewenste stempel te selecteren en
druk op ENTER.
Het venster voor het aanpassen van
het stempelformaat en de
stempelpositie wordt weergegeven.
3 Pas het formaat en de positie van de
stempel aan.
Zie stap 8 op pagina 45 voor meer
informatie over aanpassen.
De bewerking annuleren
2 Druk op de pijltoets (B/b/V/v) om
het gewenste bericht te selecteren en
druk op ENTER.
Het selectievenster voor de
tekenkleur wordt weergegeven.
Druk op CANCEL. Het venster van de
vorige stap wordt weergegeven.
x Berichten toevoegen
1 Druk op de pijltoets (B/b/V/v) om
(bericht) te selecteren en druk
op ENTER.
Het selectievenster voor berichten
wordt weergegeven.
3 Druk op de pijltoets (B/b/V/v) om
de gewenste kleur te selecteren en
druk op ENTER.
Het venster voor het aanpassen van
het berichtformaat en de
berichtpositie wordt weergegeven.
De bewerking annuleren
Druk op CANCEL. Het venster van de
vorige stap wordt weergegeven.
4 Pas het formaat en de positie van het
bericht aan.
Zie stap 8 op pagina 45 voor meer
informatie over aanpassen.
5 Druk op de pijltoets (B/b/V/v) om
“Execute” te selecteren en druk op
ENTER.
Het geselecteerde bericht wordt aan
het beeld toegevoegd.
Wordt vervolgd
47 NL
Afdrukken met een televisiescherm (MONITOR OUT-stand)
4 Druk op de pijltoets (B/b/V/v) om
“Execute” te selecteren en druk op
ENTER.
De geselecteerde stempel wordt aan
het beeld toegevoegd.
x Kalenders toevoegen
1 Druk op de pijltoets (B/b/V/v) om
(kalender) te selecteren en druk
op ENTER.
Het venster voor het selecteren van
een kalendertype wordt
weergegeven.
3 Stel de kalender in.
Druk op de pijltoets (V/v) om de
volgende items te selecteren en op
de pijltoets (B/b) om een optie te
selecteren.
Item
Functies
Start Month
Stel de beginmaand en het
beginjaar voor de kalender in.
Druk op de pijltoets (B/b) om
de maand of het jaar te
selecteren en druk op de
pijltoets (V/v) om het nummer
te selecteren. Druk op ENTER.
2 Druk op de pijltoets (B/b/V/v) om
het gewenste kalendertype te
selecteren en druk op ENTER.
Het venster voor de
kalenderinstellingen wordt
weergegeven.
De bewerking annuleren
Druk op CANCEL. Het venster van de
vorige stap wordt weergegeven.
48 NL
Start Day
Stel de eerste dag van de week
in (wordt uiterst links op de
kalender gezet).
Druk op de pijltoets (B/b) om
“Sunday” of “Monday” te
selecteren. Druk op ENTER.
Color of Day
Stel de kleur in voor zondag en
zaterdag zoals u deze wilt
weergeven in de kalender.
Druk op de pijltoets (b) en
vervolgens op de pijltoets (V/
v) om de gewenste kleur voor
zondag en zaterdag te
selecteren. Druk vervolgens op
ENTER.
4 Druk op de pijltoets (B/b/V/v) om
“Execute” te selecteren en druk op
ENTER.
Het venster voor het aanpassen van
het kalenderformaat en de
kalenderpositie wordt weergegeven.
x Tekens toevoegen
Druk op de pijltoets (B/b/V/v) om
(tekst) te selecteren en druk op ENTER.
Het toetsenbord wordt weergegeven.
Zie “Tekens toevoegen” op pagina 36-39
voor meer informatie over het invoeren
van tekens.
Afdrukken met een televisiescherm (MONITOR OUT-stand)
5 Pas het formaat en de positie van de
kalender aan.
Zie stap 8 op pagina 45 voor meer
informatie over aanpassen.
6 Druk op de pijltoets (B/b/V/v) om
“Execute” te selecteren en druk op
ENTER.
De geselecteerde kalender wordt aan
het beeld toegevoegd.
49 NL
Kalenders maken
U kunt een geselecteerde
kalender aan een of meer
beelden toevoegen om
een originele kalender te
maken.
1
Geef het menu Creative Print
weer (pagina 43).
2
Druk op de pijltoets (B/b/V/
v) om “Calendar” te
selecteren en druk op ENTER.
4
Druk op de pijltoets (B/b/V/
v) om de gewenste sjabloon te
selecteren en druk op ENTER.
Het voorbeeld van de gewenste
sjabloon wordt weergegeven.
Beeldgebied
Kalendergebied
Het selectievenster voor het
afdrukformaat wordt weergegeven.
Tip
U kunt een beeld- of kalendergebied in
een willekeurige volgorde selecteren en
instellen.
5
3
Druk op de pijltoets (B/b) om
het afdrukformaat te
selecteren en druk op ENTER.
Het venster voor het selecteren van
een kalendertype wordt
weergegeven.
Als u “Postcard size” selecteert
50 NL
Selecteer een beeld.
Als u een sjabloon met meerdere
beelden selecteert, herhaalt u de
onderstaande procedure om een
beeld voor elk gebied te selecteren.
1 Druk op de pijltoets (B/b/V/v) om
een beeldgebied te selecteren en
druk op ENTER.
De beeldenlijst wordt
weergegeven.
2 Druk op de pijltoets (B/b/V/v)
om het gewenste beeld te
selecteren en druk op ENTER.
Het venster voor het aanpassen
van het beeldformaat en de
beeldpositie wordt weergegeven.
Item
Functies
Wanneer u op ENTER
drukt, wordt het beeld
groter.
Wanneer u op ENTER
drukt, wordt het beeld
kleiner.
Hulpmiddelen voor aanpassen
Verplaats het beeld met de
pijltoets (B/b/V/v) en
druk op ENTER.
Wanneer u op ENTER
drukt, wordt het beeld 90°
linksom gedraaid.
3 Druk op de pijltoets (B/b/V/v)
om het gewenste hulpmiddel
voor aanpassen te selecteren en
druk op ENTER.
4 Druk op de pijltoets (B/b/V/v)
om “Execute” te selecteren en
druk op ENTER.
Het beeld wordt geselecteerd en
weergegeven in het betreffende
gebied.
6
Stel de kalender in.
1 Druk op de pijltoets (B/b/V/v)
om het kalendergebied te
selecteren en druk op ENTER.
Het venster voor de
kalenderinstellingen wordt
weergegeven.
Wordt vervolgd
51 NL
Afdrukken met een televisiescherm (MONITOR OUT-stand)
Wanneer u op ENTER
drukt, wordt het beeld 90°
rechtsom gedraaid.
3 Druk op de pijltoets (B/b/V/v) om
“Execute” te selecteren en druk op
ENTER.
De kalender wordt weergegeven in
het kalendergebied.
2 Stel de kalender in.
Druk op de pijltoets (V/v) om de
volgende items te selecteren en
op de pijltoets (B/b) om een
optie te selecteren.
Item
Functies
Start Month
Stel de beginmaand en het
beginjaar voor de kalender in.
Druk op de pijltoets (B/b) om
de maand of het jaar te
selecteren en druk op de
pijltoets (V/v) om het nummer
te selecteren. Druk op ENTER.
Start Day
Stel de eerste dag van de week
in (wordt uiterst links op de
kalender gezet).
Druk op de pijltoets (B/b) om
“Sunday” of “Monday” te
selecteren. Druk op ENTER.
Color of Day
Stel de kleur in voor zondag en
zaterdag zoals u deze wilt
weergeven in de kalender.
Druk op de pijltoets (b) en
vervolgens op de pijltoets (V/
v) om de gewenste kleur voor
zondag en zaterdag te
selecteren. Druk vervolgens op
ENTER.
52 NL
7
Controleer het voorbeeld, sla
het Creative Print-beeld op en
druk dit af.
Zie pagina 58 voor meer informatie.
Kaarten maken
U kunt een wens of een
bericht aan de beelden
toevoegen en een
originele kaart maken,
zoals de kaart die
hieronder wordt
weergegeven.
Geef het menu Creative Print
weer (pagina 43).
2
Druk op de pijltoets (B/b/V/
v) om “Card” te selecteren en
druk op ENTER.
Druk op de pijltoets (B/b/V/
v) om de gewenste sjabloon te
selecteren en druk op ENTER.
Het voorbeeld van de gewenste sjabloon
wordt weergegeven.
Beeldgebied
Berichtgebied
Het selectievenster voor het
afdrukformaat wordt weergegeven.
Tekstinvoergebied
Tip
U kunt een gebied in een willekeurige
volgorde selecteren en instellen.
5
Selecteer een beeld.
Als u een sjabloon met meerdere
beelden selecteert, herhaalt u de
onderstaande procedure.
3
Druk op de pijltoets (B/b) om
het afdrukformaat te
selecteren en druk op ENTER.
De kaartsjablonen worden
weergegeven.
1 Druk op de pijltoets (B/b/V/v)
om het beeldgebied te selecteren
en druk op ENTER.
De beeldenlijst wordt
weergegeven.
Wordt vervolgd
Als u “Postcard size” selecteert
53 NL
Afdrukken met een televisiescherm (MONITOR OUT-stand)
1
4
2 Druk op de pijltoets (B/b/V/v)
om het gewenste beeld te
selecteren en druk op ENTER.
Het venster voor het aanpassen
van het beeldformaat en de
beeldpositie wordt weergegeven.
Hulpmiddelen voor aanpassen
4 Druk op de pijltoets (B/b/V/v)
om “Execute” te selecteren en
druk op ENTER.
Het beeld wordt geselecteerd en
weergegeven in het betreffende
gebied.
6
Voer een bericht in.
1 Druk op de pijltoets (B/b/V/v)
om het berichtgebied te
selecteren en druk op ENTER.
Het selectievenster voor
berichten wordt weergegeven.
3 Druk op de pijltoets (B/b/V/v)
om het gewenste hulpmiddel
voor aanpassen te selecteren en
druk op ENTER.
Item
Functies
Wanneer u op ENTER drukt,
wordt het beeld groter.
Wanneer u op ENTER drukt,
wordt het beeld kleiner.
Verplaats het beeld met de
pijltoets (B/b/V/v) en druk
op ENTER.
Wanneer u op ENTER drukt,
wordt het beeld 90° rechtsom
gedraaid.
Wanneer u op ENTER drukt,
wordt het beeld 90° linksom
gedraaid.
54 NL
2 Druk op de pijltoets (B/b/V/v)
om het gewenste bericht te
selecteren en druk op ENTER.
Het selectievenster voor de
kleuren van het bericht wordt
weergegeven.
3 Druk op de pijltoets (B/b/V/v)
om de gewenste kleur te
selecteren en druk op ENTER.
Het geselecteerde bericht wordt
in het berichtgebied geplaatst.
7
9
Controleer het voorbeeld, sla
het Creative Print-beeld op en
druk dit af.
Zie pagina 58 voor meer informatie.
Voer de tekens in.
8
Afdrukken met een televisiescherm (MONITOR OUT-stand)
Druk op de pijltoets (B/b/V/v) om
het tekengebied te selecteren en
druk op ENTER.
Het toetsenbord wordt
weergegeven. Zie “Tekens
toevoegen” op pagina 36-39 voor
meer informatie over het invoeren
van tekens.
Als u de tekens hebt
ingevoerd en aangepast, drukt
u op de pijltoets (V/v) om
“Execute” te selecteren en
drukt u op ENTER.
De tekens worden op het beeld
vastgelegd.
Wordt vervolgd
55 NL
Deelbeelden maken
U kunt een afdruk
maken met 2, 4, 9, 13 of
16 deelbeelden.
1
Geef het menu Creative Print
weer (pagina 43).
2
Druk op de pijltoets (B/b/V/
v) om “Split Image” te
selecteren en druk op ENTER.
4
Druk op de pijltoets (B/b/V/
v) om de gewenste sjabloon te
selecteren en druk op ENTER.
Het voorbeeld van de gewenste
sjabloon wordt weergegeven.
Beeldgebied
Het selectievenster voor het
afdrukformaat wordt weergegeven.
Tip
U kunt elk gebied in een willekeurige
volgorde selecteren en instellen.
3
Druk op de pijltoets (B/b) om
het afdrukformaat te
selecteren en druk op ENTER.
De sjablonen voor deelbeelden
worden weergegeven.
Als u “Small size” selecteert
56 NL
5
Druk op de pijltoets (B/b/V/
v) om het gewenste gebied te
selecteren en druk op ENTER.
Als u een sjabloon met kaders hebt
geselecteerd (een “Small size”
sjabloon met 9 deelbeelden), wordt
het selectievenster voor kaders
weergegeven. In alle andere
gevallen wordt het selectievenster
voor beelden van stap 6
weergegeven.
6
Druk op de pijltoets (B/b/V/
v) om het kader te selecteren
dat u aan het beeld wilt
toevoegen en druk op ENTER.
Item
Functies
Wanneer u op ENTER
drukt, wordt het beeld
groter.
Als u geen kader wilt gebruiken,
selecteert u “No Frame”.
De beeldenlijst wordt weergegeven.
Wanneer u op ENTER
drukt, wordt het beeld
kleiner.
Verplaats het beeld met de
pijltoets (B/b/V/v) en
druk op ENTER.
Wanneer u op ENTER
drukt, wordt het beeld 90°
linksom gedraaid.
7
Druk op de pijltoets (B/b/V/
v) om het gewenste beeld te
selecteren en druk op ENTER.
Het venster voor het aanpassen van
de beeldpositie wordt weergegeven.
9
Druk op de pijltoets (B/b/V/
v) om “Execute” te selecteren
en druk op ENTER.
Het voorbeeld wordt weergegeven.
Hulpmiddelen voor aanpassen
8
Druk op de pijltoets (B/b/V/
v) om het gewenste
hulpmiddel voor aanpassen te
selecteren en druk op ENTER.
10 Controleer het voorbeeld, sla
het Creative Print-beeld op en
druk dit af.
Zie pagina 58 voor meer informatie.
57 NL
Afdrukken met een televisiescherm (MONITOR OUT-stand)
Wanneer u op ENTER
drukt, wordt het beeld 90°
rechtsom gedraaid.
Creative Print-beelden opslaan
en afdrukken
3
Stel de datum in.
Druk op de pijltoets (V/v) om het
nummer te selecteren en druk op de
pijltoets (B/b) om de dag, de
maand en het jaar te selecteren.
Druk op ENTER.
Creative Print-beelden opslaan
Als u een Creative Print-beeld hebt
gemaakt, kunt u dit opslaan met een
nieuw bestandsnummer.
Tip
Het geselecteerde beeld wordt niet
overschreven.
1
Druk op de pijltoets (B/b/V/
v) om “Save” te selecteren en
druk op ENTER.
Het dialoogvenster voor het
selecteren van het medium waarop
u het beeld wilt opslaan, wordt
weergegeven.
2
Selecteer de gewenste
geheugenkaart.
Druk op de pijltoets (V/v) om
“Memory Stick” of “Compact
Flash” te selecteren en druk op
ENTER.
Het dialoogvenster voor het
instellen van de datum wordt
weergegeven. U kunt de datum met
het beeld opslaan.
58 NL
Het beeld wordt opgeslagen. Het
dialoogvenster met het nieuwe
bestandsnummer wordt
weergegeven.
4
Druk op ENTER.
Opmerking
Schakel de printer niet uit en verwijder de
geheugenkaart niet tijdens het opslaan van
het beeld. De geheugenkaart kan worden
beschadigd.
Bewerkte beelden afdrukken
1
Druk op PRINT.
Het dialoogvenster voor het
opgeven van het aantal exemplaren
wordt weergegeven.
Andere menu’s weergeven
tijdens het bewerken van
beelden
Druk op MENU.
De menubalk wordt weergeven. Zelfs
tijdens het bewerken van een beeld kunt
u sommige printerinstellingen of items
in het keuzemenu, zoals “Finish”, “Date
Print” of “Beep”, aanpassen.
Het menu Creative Print sluiten
Stel het aantal exemplaren in.
• Als u het aantal exemplaren met
één wilt verhogen, drukt u
herhaaldelijk op ENTER.
• Wilt u het aantal exemplaren met
één verlagen, dan drukt u
herhaaldelijk op CANCEL.
• Als u het aantal exemplaren
weer op één wilt zetten, drukt u
ten minste twee seconden op
CANCEL.
3
Druk op de pijltoets (B/b/V/
v) om “OK” te selecteren om
te beginnen met afdrukken.
Het voorbeeld wordt afgedrukt.
Het afdrukken stoppen
Druk op CANCEL. Als u meerdere
exemplaren afdrukt, wordt het
afdrukken geannuleerd vanaf de
volgende afdruk.
59 NL
Afdrukken met een televisiescherm (MONITOR OUT-stand)
2
• Druk tijdens de bewerkingen op
MENU en selecteer “Creative Print
Complete”.
• Geef het voorbeeldvenster weer, druk
op de pijltoets (B/b/V/v) om “Exit”
te selecteren en druk op ENTER.
Het dialoogvenster voor het opslaan
van beelden wordt weergegeven. Als u
een bewerkt beeld wilt opslaan, voert u
de procedure in “Bewerkte beelden
opslaan” uit.
De afdrukinstellingen
wijzigen (SET UP)
2
Druk op de pijltoets (B/b) om
(SET UP) te selecteren en
druk op ENTER.
Het menu SET UP wordt
weergegeven.
Met het menu SET UP kunt u de
afdrukinstellingen wijzigen die op
pagina 61 en 62 worden vermeld.
Cursor
Menu SET UP
Toetsen die in dit gedeelte worden
gebruikt
MENU
ENTER
Pijltoets
(B/b/V/v)
Opmerking
CANCEL
De instellingen die u niet kunt wijzigen,
worden grijs weergegeven en kunnen
niet worden geselecteerd.
1
3
Druk op MENU.
De menubalk wordt weergeven.
Pictogram voor
menu SET UP
Menubalk
De menustand uitschakelen
Druk op MENU. Het vorige venster
wordt weergegeven.
60 NL
Druk op de pijltoets (V/v) om
de gewenste instelling te
selecteren en druk op de
pijltoets (B/b) om de optie te
wijzigen. Druk op ENTER.
Item
Instellingen
Auto Fine Print 3
Inhoud
Photographical*/ •Photographical: beelden worden automatisch
Vivid
aangepast zodat de beelden mooi en natuurlijk
worden afgedrukt.
•Vivid: beelden worden automatisch aangepast
zodat de beelden scherper en levendiger worden
afgedrukt dan met de modus Photographical.
Opmerkingen
Exif Print
Off
Beelden worden zonder aanpassingen afgedrukt.
On*
Beelden die met een Exif Print-compatibele digitale
camera (Exif 2.2) zijn gemaakt, worden automatisch
aangepast voor de beste beeldkwaliteit.
Opmerking
De beeldgegevens worden niet aangepast.
Borders
Off
Beelden worden zonder aanpassingen afgedrukt.
Yes
Beelden worden met randen afgedrukt.
Opmerking
Afhankelijk van het beeld worden de boven- en onderrand
of de rechter- en linkerrand bijgesneden en afgedrukt.
No*
Beelden worden zonder randen afgedrukt.
Opmerkingen
• U kunt beelden niet zonder randen afdrukken op
printpapier van het formaat Small (3,5 x 4 inch).
• Als u met een digitale camera een standaard 4:3-foto
neemt, worden de boven- en onderrand van het beeld
bijgesneden en wordt het beeld afgedrukt als een 3:2-foto.
Finish
Glossy*
Beelden worden levendig en met de afwerking
Glossy afgedrukt.
Texture
Beelden worden zacht afgedrukt met een
ongelijkmatige afwerking.
*: Fabrieksinstellingen
Wordt vervolgd
61 NL
Afdrukken met een televisiescherm (MONITOR OUT-stand)
•De beeldgegevens worden niet aangepast.
•Als u afdrukt in de PC-stand, worden de instellingen
voor deze stand overschreven door de Auto Fine Print
3-instelling van de printerdriver. In de LCD- en
PictBridge-stand blijft deze instelling actief.
Item
Date Print
Color Setting
Instellingen
Inhoud
On
Beelden worden afgedrukt met de datum waarop deze
zijn gemaakt als het beeld is opgenomen met de DCFindeling (Design rule for Camera File system). Als u een
afdruk wilt maken met de datum waarop het beeld is
gemaakt, moet u beelden in de DCF-bestandsindeling
opnemen.
Als het beeld wordt opgeslagen met de printer, wordt de
datum waarop het beeld wordt opgeslagen, ook
afgedrukt.
OFF*
Beelden worden zonder de datum afgedrukt.
De kleuren en de scherpte van een afdruk worden
aangepast. Druk op de pijltoets (B/b) om een
kleurelement te selecteren(“R” (rood), “G” (groen) of “B”
(blauw)) of om “Sharpness” te selecteren en druk op de
pijltoets (V/v) om het niveau in te stellen. (*R: 0/G:0/
B:0/Sharpness:0)
R: de rode en blauwe elementen worden aangepast. Hoe
hoger u het niveau instelt, hoe roder het beeld wordt
alsof er rood licht op schijnt. Hoe lager u het niveau
instelt, hoe donkerder het beeld wordt alsof er
lichtblauw wordt toegevoegd.
G: de groene en paarse elementen worden aangepast.
Hoe hoger u het niveau instelt, hoe groener het beeld
wordt alsof er groen licht op schijnt. Hoe lager u het
niveau instelt, hoe donkerder het beeld wordt alsof er
roodpaars wordt toegevoegd.
B: de blauwe en gele elementen worden aangepast. Hoe
hoger u het niveau instelt, hoe blauwer het beeld
wordt alsof er blauw licht op schijnt. Hoe lager u het
niveau instelt, hoe donkerder het beeld wordt alsof er
geel wordt toegevoegd.
Sharpness: hoe hoger u het niveau instelt, hoe scherper
de contouren worden.
*: Fabrieksinstellingen
Instellingen annuleren
Druk op CANCEL. De wijzigingen die u in de instellingen hebt aangebracht, worden
ongedaan gemaakt.
62 NL
De printervoorkeuren
wijzigen (OPTION)
2
Druk op de pijltoets (B/b) om
(OPTION) te selecteren en
druk op ENTER.
Het menu OPTION wordt
weergegeven.
Met het menu OPTION kunt u de
voorkeuren wijzigen die op pagina 64
worden weergegeven.
Cursor
Menu OPTION
Toetsen die in dit gedeelte worden
gebruikt
MENU
Pijltoets
(B/b/V/v)
CANCEL
1
Druk op MENU.
De menubalk wordt weergeven.
Pictogram voor
menu OPTION Menubalk
3
Druk op de pijltoets (V/v) om
de gewenste instelling te
selecteren, druk op de pijltoets
(B/b) de optie te wijzigen en
druk op ENTER.
Opmerking
Items die u niet kunt wijzigen, worden
grijs weergegeven en kunnen niet
worden geselecteerd.
De menustand uitschakelen
Druk op MENU. Het vorige venster
wordt weergegeven.
Wordt vervolgd
63 NL
Afdrukken met een televisiescherm (MONITOR OUT-stand)
ENTER
Item
Instellingen
Listing Order
Image Without
Thumbnail
Ascending*
In het venster met de beeldenlijst worden de
beelden in de volgorde van de beeldnummers
weergegeven waarbij het laagste nummer eerst
wordt weergegeven.
Descending
In het venster met de beeldenlijst worden de
beelden in de volgorde van de beeldnummers
weergegeven waarbij het hoogste nummer eerst
wordt weergegeven.
Icon*
In het venster met de beeldenlijst worden de
beelden zonder miniaturen (miniatuurweergaven
die worden gebruikt als index) weergegeven als
pictogram.
Generate
In het scherm met de beeldenlijst worden de
beelden zonder miniaturen (miniatuurweergaven
die worden gebruikt als index) weergegeven als
het originele beeld.
Image data display On
Beep
Inhoud
In het venster met de beeldenlijst worden de
beeldgegevens (bestandstype, opnameomstandigheden, enzovoort) weergegeven.
Off*
In het venster met de beeldenlijst worden geen
beeldgegevens weergegeven.
On*
U hoort een waarschuwings- en bedieningspieptoon.
Off
U hoort geen waarschuwings- en
bedieningspieptoon.
*: Fabrieksinstellingen
Instellingen annuleren
Druk op CANCEL. De wijzigingen die u in de instellingen hebt aangebracht, worden
ongedaan gemaakt.
64 NL
Een diavoorstelling
weergeven
2
Druk op de pijltoets (B/b) om
(SLIDESHOW) te selecteren
en druk op ENTER.
Het menu SLIDESHOW wordt
weergegeven.
U kunt een diavoorstelling van de
beelden op een “Memory Stick” of
CompactFlash-kaart weergeven. U kunt
ook handmatig een beeld afdrukken dat
wordt weergegeven.
Cursor
Menu SLIDESHOW
Toetsen die in dit gedeelte worden
gebruikt
ENTER
Pijltoets
(B/b/V/v)
3
Druk op de pijltoets (V/v) om
“Switch” te selecteren en druk
op de pijltoets (B/b) om
“Automatic” te selecteren om
automatisch tussen beelden te
schakelen of om “Manual” te
selecteren om handmatig
tussen beelden te schakelen.
Druk op ENTER.
4
Druk op de pijltoets (B/b/V/
v) om “Execute” te selecteren
en druk op ENTER.
CANCEL
1
Druk op MENU.
De menubalk wordt weergeven.
Menubalk
Pictogram voor
menu SLIDESHOW
• Als “Automatic” is geselecteerd:
De beelden op de “Memory
Stick” of CompactFlash-kaart
worden automatisch één voor
één weergegeven.
De menustand uitschakelen
Druk op MENU. Het vorige venster
wordt weergegeven.
Wordt vervolgd
65 NL
Afdrukken met een televisiescherm (MONITOR OUT-stand)
MENU
• Als “Manual” is geselecteerd:
Het beeld met de cursor in de
beeldenlijst wordt weergegeven.
Als u wilt schakelen tussen
beelden, drukt u op de pijltoets
(B/b/V/v). Het beeld links,
rechts, boven of onder het
huidige beeld in de beeldenlijst
wordt weergegeven.
Weergegeven beelden
afdrukken
Als u de diavoorstelling handmatig
afspeelt, kunt u een weergegeven beeld
afdrukken.
1
Het dialoogvenster voor het
opgeven van het aantal exemplaren
wordt weergegeven.
De diavoorstelling beëindigen
Druk op CANCEL.
Druk op PRINT.
2
Stel het aantal exemplaren in.
• Als u het aantal exemplaren met
één wilt verhogen, drukt u
herhaaldelijk op ENTER.
• Wilt u het aantal exemplaren met
één verlagen, dan drukt u
herhaaldelijk op CANCEL.
• Als u het aantal exemplaren
weer op één wilt zetten, drukt u
ten minste twee seconden op
CANCEL.
Opmerkingen
• Afhankelijk van het beeld kan het enige
tijd duren voordat het beeld wordt
weergegeven.
• U kunt beelden die niet als miniaturen
worden weergegeven, niet weergeven,
omdat deze zijn beschadigd of wegens een
ander probleem.
3
Druk op de pijltoets (B/b/V/
v) om “OK” te selecteren om
te beginnen met afdrukken.
Het voorbeeld wordt afgedrukt.
Het afdrukken stoppen
Druk op CANCEL. Als u meerdere
exemplaren afdrukt, wordt het
afdrukken geannuleerd vanaf de
volgende afdruk.
66 NL
Beelden verwijderen
1
Druk op MENU.
De menubalk wordt weergeven.
U kunt beelden van de “Memory Stick”
of CompactFlash-kaart verwijderen.
Bovendien kunt u de “Memory Stick”
formatteren.
Menubalk
Pictogram voor menu
DELETE/FORMAT
Opmerkingen
Geselecteerde beelden
verwijderen
De menustand uitschakelen
Druk op MENU. Het vorige venster
wordt weergegeven.
2
Druk op de pijltoets (B/b) om
(DELETE/FORMAT) te
selecteren en druk op ENTER.
Het menu DELETE/FORMAT
wordt weergegeven.
Cursor
Menu DELETE/FORMAT
U kunt beelden op een “Memory Stick”
of CompactFlash-kaart selecteren en
verwijderen.
Toetsen die in dit gedeelte worden
gebruikt
MENU
ENTER
Pijltoets
(B/b/V/v)
CANCEL
Wordt vervolgd
67 NL
Afdrukken met een televisiescherm (MONITOR OUT-stand)
• Tijdens het verwijderen of formatteren
mag u de printer niet uitschakelen en de
“Memory Stick” of CompactFlash-kaart
niet uit de sleuf verwijderen. Als u dit wel
doet, kan de “Memory Stick” of
CompactFlash-kaart worden beschadigd.
• Een verwijderd beeld kan niet worden
hersteld. Controleer het bestand goed
voordat u het verwijdert.
• Als u een “Memory Stick” formatteert,
worden alle bestanden, inclusief de
beeldbestanden, verwijderd.
• U kunt een CompactFlash-kaart niet
formatteren.
3
Druk op de pijltoets (V/v) om
“Delete Image” te selecteren
en druk op ENTER.
De beeldenlijst wordt weergegeven.
Het pictogram van de prullenbak
verschijnt bij het beeld dat met de
cursor is geselecteerd voordat u in
stap 1 op MENU hebt gedrukt.
Pictogram van prullenbak
6
Druk op de pijltoets (B/b) om
“OK” te selecteren en druk op
ENTER.
Het geselecteerde beeld wordt
verwijderd. Als u andere beelden
wilt verwijderen, herhaalt u stap 4
tot en met 6.
Opmerkingen
• Als u een beeld met de aanduiding voor
het bijbehorende bestand ( ) verwijdert,
wordt het bijbehorende animatiebestand of
het e-mailbestand ook verwijderd.
• U kunt beveiligde beelden met de
beveiligingsaanduiding (
) niet
verwijderen.
4
Druk op de pijltoets (B/b/V/
v) om het pictogram van de
prullenbak te verplaatsen naar
het beeld dat u wilt
verwijderen en druk op
ENTER.
5
Druk op ENTER.
Het bevestigingsvenster wordt
weergegeven.
68 NL
Een “Memory Stick”
formatteren
U kunt een “Memory Stick”
formatteren.
1
Druk op MENU.
De menubalk wordt weergeven.
2
Beelden zoeken
U kunt beelden op een “Memory Stick”
of CompactFlash-kaart zoeken op
beeldnummer of datum.
Toetsen die in dit gedeelte worden
gebruikt
Druk op de pijltoets (B/b) om
(DELETE/FORMAT) te
MENU
selecteren en druk op ENTER.
ENTER
3
Pijltoets
(B/b/V/v)
Druk op de pijltoets (V/v) om
“Memory Stick Format” te
selecteren en druk op ENTER.
CANCEL
Het bevestigingsvenster wordt
weergegeven.
1
Druk op MENU.
De menubalk wordt weergeven.
Menubalk
4
Pictogram voor menu
IMAGE SEARCH
Druk op de pijltoets (B/b) om
“OK” te selecteren en druk op
ENTER.
De “Memory Stick” wordt
geformatteerd.
Opmerking
Als u een “Memory Stick” formatteert,
worden alle beelden van de “Memory Stick”
verwijderd.
De menustand uitschakelen
Druk op MENU. Het vorige venster
wordt weergegeven.
Wordt vervolgd
69 NL
Afdrukken met een televisiescherm (MONITOR OUT-stand)
Het menu DELETE/FORMAT
wordt weergegeven.
2
Druk op de pijltoets (B/b) om
(IMAGE SEARCH) te
selecteren en druk op ENTER.
Het menu IMAGE SEARCH wordt
weergegeven.
U kunt beelden zoeken op
beeldnummer, datum of
mapnummer.
• Als u “By File No.” selecteert:
Geef de begin- en eindnummers
op voor de bestanden waarnaar
u wilt zoeken:
Nummer eerste bestand
Nummer laatste bestand
Cursor
Menu IMAGE SEARCH
Tip
3
Druk op de pijltoets (V/v) om
de zoekmethode te selecteren
en druk op ENTER.
Het dialoogvenster voor het
opgeven van de zoekcriteria wordt
weergegeven.
4
Als u een specifiek bestand wilt zoeken,
voert u in beide vakken hetzelfde
nummer in.
• Als u “By Date” selecteert:
Geef de begin- en einddatums op
voor de bestanden waarnaar u
wilt zoeken:
Begindatum
Einddatum
Druk op de pijltoets (B/b) om
een item te selecteren en op
de pijltoets (V/v) om nummers
op te geven.
Tip
Als u beelden van een specifieke dag
wilt zoeken, voert u in beide vakken
dezelfde datum in.
70 NL
• Als u “By Folder No.”
selecteert:
Geef het mapnummer op van de
beelden waarnaar u wilt zoeken:
Druk op ENTER.
De beeldenlijst wordt weergegeven.
• Als u “By File No.” of “By Date”
hebt geselecteerd, worden de
gevonden beelden geselecteerd
met een oranje kader.
• Als u “By Folder No.” hebt
geselecteerd, wordt het eerste
beeld in de geselecteerde map
met de cursor geselecteerd.
Afdrukken met een televisiescherm (MONITOR OUT-stand)
5
6
Druk op ENTER.
Het zoeken begint. Als het zoeken is
voltooid, worden de zoekresultaten
weergegeven.
Als er geen beelden zijn
gevonden
“No images were found” wordt
weergegeven.
71 NL
Afdrukken met het LCD-scherm van de printer (LCD-stand)
U kunt het LCD-scherm van de printer
gebruiken om de volgende
afdrukbewerkingen uit te voeren:
• Geselecteerde beelden
afdrukken (pagina 74)
Geef het beeldnummer
op en druk het beeld
af.
• AUTO afdrukken
(INDEX/DPOF/ALL)
(pagina 76)
• De afdrukinstellingen
wijzigen (pagina 79)
(U moet de printer aansluiten op een
televisiescherm om de instellingen op
te geven.)
Beeldnummers
Als u wilt afdrukken met het LCDscherm van de printer, moet u voor elk
beeld het beeldnummer opgeven. Maak
een index-afdruk om de beeldnummers
te zoeken. U kunt de beeldenlijst ook op
een televisiescherm weergeven of de
beeldnummers met een digitale camera
controleren.
Tekens die op het LCD-scherm
worden weergegeven
De volgende tekens kunnen op het
LCD-scherm van de printer worden
weergegeven.
(, ), +, -, nummer 0-9, hoofdletters A-Z,
_, ˜
Andere tekens worden weergegeven als
“ ”.
72 NL
Aansluitingen
Het netsnoer aansluiten
Als u de aansluitingen hebt gemaakt
(indien nodig), sluit u het netsnoer aan
op het stopcontact.
De ON/STANDBY-aanduiding gaat
rood branden.
Naar een
stopcontact
Netsnoer
Opmerking
Het netsnoer in de bovenstaande afbeelding
is alleen geschikt voor 120 V wisselstroom.
De vorm van de stekker van het netsnoer
voor 100 tot 240 V is afwijkend.
Een geheugenkaart
plaatsen
Een “Memory Stick” plaatsen
Als u een beeld op een “Memory Stick”
wilt afdrukken, plaatst u de “Memory
Stick” in de “Memory Stick” sleuf tot
deze vastklikt.
Zie pagina 127 voor de verschillende
soorten “Memory Stick” die u met de
printer kunt gebruiken.
Een CompactFlash-kaart
plaatsen
Als u een beeld op een CompactFlashkaart wilt afdrukken, plaatst u de
CompactFlash-kaart in de
CompactFlash-sleuf tot deze vastklikt.
Zie pagina 130 voor de verschillende
CompactFlash-kaarten die u met de
printer kunt gebruiken.
Het
toegangslampje
knippert als de
printer is
ingeschakeld.
Plaats de
“Memory
Stick” met het
teken b
naar de
linkerbovenhoek
gericht.
Een “Memory Stick” verwijderen
Duw de “Memory Stick” voorzichtig in
de sleuf. Verwijder de “Memory Stick”
voorzichtig zodra deze wordt
uitgeworpen.
Opmerkingen
• Als u een “Memory Stick Duo” gebruikt,
moet u een Memory Stick Duo adapter
gebruiken.
• Probeer een “Memory Stick” niet met
kracht in de sleuf te plaatsen of uit de sleuf
te verwijderen. Als u dit wel doet, kan de
“Memory Stick” of de printer worden
beschadigd.
Plaats de
CompactFlashkaart met de
breedste kant
naar de printer
gericht.
Uitwerptoets
Een CompactFlash-kaart verwijderen
Druk op de uitwerptoets voor de
CompactFlash-kaart. Verwijder de kaart
voorzichtig zodra deze wordt
uitgeworpen.
Opmerking
Probeer een CompactFlash-kaart niet met
kracht in de sleuf te plaatsen of uit de sleuf te
verwijderen. Als u dit wel doet, kan de
CompactFlash-kaart of de printer worden
beschadigd.
Opmerkingen over het gebruik van de geheugenkaart
• U kunt het beste een reservekopie van de
gegevens op de geheugenkaart maken om
eventueel gegevensverlies te voorkomen.
Beschadigde of verloren gegevens worden
niet vergoed.
• Controleer de geheugenkaart en plaats
deze in de juiste richting. Als u de
geheugenkaart met kracht in de verkeerde
richting plaatst, kunnen de geheugenkaart
en de sleuf worden beschadigd.
73 NL
Afdrukken met het LCD-scherm van de printer (LCD-stand)
Het
toegangslampje
knippert als de
printer is
ingeschakeld
Beelden afdrukken
Geselecteerde beelden
afdrukken
In dit gedeelte wordt beschreven hoe u
een beeldnummer kunt opgeven en een
beeld kunt afdrukken.
1
3
Druk herhaaldelijk op INPUT
SELECT om de geheugenkaart
met de af te drukken beelden
te selecteren.
Geef het gewenste type
geheugenkaart weer op het LCDscherm (“Memory Stick” of
“CompactFlash”).
Schakel de printer in.
De ON/STANDBY-aanduiding
gaat groen branden.
Toegangslampje
2
Druk op MONITOR OUT om de
MONITOR OUT-aanduiding uit
te schakelen.
Het toegangslampje knippert en de
beelden worden in de printer
geladen. Op het LCD-scherm van
de printer wordt het huidige
beeldnummer weergegeven.
Type geheugenkaart
Aantal exemplaren
De LCD-stand wordt geselecteerd.
Mapnaam Beeldnummer
74 NL
4
Druk op de pijltoets (V/v) om
de map te selecteren (als er
meerdere mappen zijn) en op
de pijltoets om het gewenste
beeldnummer te selecteren.
Het aantal exemplaren wordt
verhoogd of verlaagd.
5
Druk op ENTER of CANCEL om
het aantal exemplaren in te
stellen.
• Als u het aantal exemplaren met
één wilt verhogen, drukt u op
ENTER.
• Wilt u het aantal exemplaren met
één verlagen, dan drukt u op
CANCEL.
• Als u de selectie wilt annuleren,
houdt u CANCEL ten minste
twee seconden ingedrukt.
U kunt maximaal 30 exemplaren
voor één beeld opgeven.
6
Druk op PRINT.
Het afdrukken wordt gestart.
Tijdens het afdrukken wordt
“PRINT” weergegeven op het LCDscherm.
Wordt vervolgd
75 NL
Afdrukken met het LCD-scherm van de printer (LCD-stand)
Beeldnummer
7
Als het afdrukken is voltooid
en het papier automatisch
wordt uitgevoerd, verwijdert u
het afgedrukte papier uit de
papierlade.
Opmerkingen
• Verwijder de geheugenkaart niet als het
toegangslampje knippert. Als u dit wel
doet, kan de geheugenkaart of de printer
worden beschadigd.
• Verplaats de printer niet en schakel deze
niet uit tijdens het afdrukken. Doet u dit
wel, dan kan de printcartridge of het
printpapier vastlopen. Als dit gebeurt,
schakelt u de printer uit en weer in en
begint u opnieuw met afdrukken.
AUTO afdrukken (INDEX/DPOF/
ALL)
Met AUTO (automatisch) afdrukken
kunt u tegelijkertijd meerdere beelden
op een “Memory Stick” of
CompactFlash-kaart afdrukken.
De printer biedt de volgende drie
afdrukmethoden voor AUTO:
• INDEX afdrukken
U kunt een lijst (index) afdrukken met
alle beelden op de “Memory Stick” of
CompactFlash-kaart in deelvensters.
Zo kunt u eenvoudig de inhoud van
de geheugenkaart controleren.
Het aantal deelvensters op een vel
wordt automatisch berekend. De
beelden worden afgedrukt met de
bijbehorende beeldnummers.
Beeldnummer
Datum (als Date
Print is ingeschakeld.)
• Beelden afdrukken die vooraf zijn
ingesteld met DPOF
U kunt alle beelden die vooraf zijn
ingesteld met DPOF (Digital Print
Order Format), afdrukken. Het vooraf
ingestelde aantal exemplaren van de
beelden wordt afgedrukt in de
volgorde waarin de beelden zijn
weergegeven.
76 NL
• Beelden afdrukken met ALL
U kunt alle beelden op de “Memory
Stick” of CompactFlash-kaart
tegelijkertijd afdrukken. De beelden
worden één voor één afgedrukt in de
volgorde van de beeldnummers.
Opmerkingen
3
Druk herhaaldelijk op INPUT
SELECT om de geheugenkaart
met de af te drukken beelden
te selecteren.
Geef het gewenste type
geheugenkaart weer op het LCDscherm (“Memory Stick” of
“CompactFlash”).
• Raadpleeg de handleiding bij de digitale
camera voor meer informatie over het vooraf
instellen van beelden voor afdrukken.
• Sommige digitale camera’s bieden geen
ondersteuning voor de functie DPOF of de
printer is wellicht niet compatibel met
bepaalde functies van de digitale camera.
1
De ON/STANDBY-aanduiding
gaat groen branden.
Het type geheugenkaart
2
Druk op MONITOR OUT om de
MONITOR OUT-aanduiding uit
te schakelen.
De LCD-stand wordt geselecteerd.
Wordt vervolgd
77 NL
Afdrukken met het LCD-scherm van de printer (LCD-stand)
Het
toegangslampje
knippert
terwijl de
gegevens
worden
gelezen.
Schakel de printer in.
4
Het afdrukken stoppen
Druk herhaaldelijk op AUTO
PRINT om “INDEX”, “DPOF” of
“ALL” op het LCD-scherm
weer te geven.
Druk op CANCEL. Als u meerdere
exemplaren afdrukt, wordt het
afdrukken geannuleerd vanaf de
volgende afdruk.
6
Als het afdrukken is voltooid
en het papier automatisch
wordt uitgevoerd, verwijdert u
het afgedrukte papier uit de
papierlade.
De geselecteerde afdrukaanduiding
(INDEX, DPOF of ALL)
Aantal exemplaren
Mapnaam Beeldnummer
5
Druk op PRINT.
Het afdrukken wordt gestart.
Tijdens het afdrukken wordt
“PRINT” weergegeven op het LCDscherm.
Normaal afdrukken hervatten
Druk herhaaldelijk op AUTO PRINT tot
INDEX, DPOF of ALL van het LCDscherm verdwijnt.
Tips
• Zelfs als de printcartridge leegraakt of het
printpapier opraakt tijdens het afdrukken,
kunt u doorgaan met afdrukken door de
printcartridge te vervangen of printpapier
te plaatsen.
• Als “Date Print” is ingesteld op “ON” in
het menu, wordt de opnamedatum (jaar,
maand en dag) ook afgedrukt (pagina 62).
78 NL
De afdrukinstellingen
wijzigen
Als u de printer aansluit op een
televisiescherm, kunt u de menu’s SET
UP en OPTION weergeven en de
afdrukinstellingen wijzigen.
Sluit de printer aan op een
televisiescherm (pagina 18).
2
Schakel de printer en het
televisiescherm in (pagina 20).
3
Controleer of de MONITOR
OUT-aanduiding gaat branden
(pagina 20).
4
5
Druk op MENU (pagina 60).
Druk op de pijltoets (B/b) om
(SET UP) of
(OPTION) te
selecteren en druk op ENTER.
Het menu SET UP (pagina 60) of
OPTION (pagina 63) wordt
weergegeven. De instellingen die u
opgeeft, zijn actief wanneer u
beelden afdrukt in de LCD-stand.
Auto Fine Print 3 U kunt vóór het
afdrukken de functie
voor het automatisch
aanpassen van
beelden selecteren of
uitschakelen.
(Photographical*/
Vivid/Off)
Exif Print
U kunt de functie
voor automatische
aanpassingen voor
beelden die zijn
opgenomen met een
Exif Print-compatibele
digitale camera, in- of
uitschakelen om de
beste beeldkwaliteit te
verkrijgen. (On*/Off)
Borders
U kunt kiezen uit
afdrukken met of
zonder rand. (Yes/
No*)
Finish
U kunt kiezen uit een
glossy of
ongelijkmatige
afwerking. (Glossy*/
Texture)
Date Print
U kunt kiezen of u het
beeld wilt afdrukken
met of zonder de
datum waarop het
beeld is gemaakt.
(On/Off*)
Wordt vervolgd
79 NL
Afdrukken met het LCD-scherm van de printer (LCD-stand)
1
Menu SET UP
Color Setting
U kunt de kleuren (R/
G/B) en de scherpte
van een afgedrukt
beeld aanpassen. (R:
0/G:0/B:0/
Sharpness:0)
* Fabrieksinstellingen
Menu OPTION
Listing Order
U kunt kiezen in
welke volgorde de
beelden worden
weergegeven.
(Ascending*/
Descending)
Beep
U kunt kiezen of u
bedienings- of
waarschuwingspieptonen wilt horen.
(On*/Off)
* Fabrieksinstellingen
Zie pagina 60-63 voor meer informatie
over het opgeven
80 NL
Afdrukken vanaf een PictBridge-camera (PictBridge-stand)
U kunt een PictBridge-compatibele digitale
camera aansluiten op de printer en beelden
rechtstreeks vanaf de digitale camera
afdrukken.
• Beelden afdrukken vanaf de digitale
camera (deze pagina)
• De afdrukinstellingen wijzigen
(pagina 83) (U moet de printer
aansluiten op een televisiescherm om
de instellingen op te geven.)
De kabelklem bevestigen
Voer de onderstaande procedure uit om
de printer in te stellen op de PictBridgestand en beelden rechtstreeks vanaf de
digitale camera af te drukken.
1
Stel de digitale camera in voor
afdrukken met een PictBridgecompatibele printer.
De instellingen en bewerkingen die
zijn vereist vóór de aansluiting,
verschillen afhankelijk van de
digitale camera.
Raadpleeg de gebruiksaanwijzing
bij de digitale camera voor meer
informatie.
2
Sluit het netsnoer van de
printer aan op een
stopcontact.
De ON/STANDBY-aanduiding
gaat rood branden.
1 Open de vergrendeling van
de kabelklem met een
schroevendraaier of
vergelijkbaar gereedschap.
Bin
ne
n1
0c
Naar een stopcontact
m
2 Draai de kabel één
keer om de kabelklem.
Netsnoer
Opmerking
3 Sluit de kabelklem.
Bevestig de kabelklem zo dicht mogelijk bij
de stekker (binnen 10 cm) die is aangesloten
op de USB-aansluiting van de printer.
Het netsnoer in de bovenstaande afbeelding
is alleen geschikt voor 120 V wisselstroom.
De vorm van de stekker van het netsnoer
voor 100 tot 240 V is afwijkend.
Wordt vervolgd
81 NL
Afdrukken vanaf een PictBridge-camera (PictBridge-stand)
Als de USB-kabel die bij de PictBridgecompatibele digitale camera wordt geleverd,
niet is uitgerust met ferrietkernen, moet u de
bijgeleverde kabelklem bevestigen om ruis te
voorkomen. Bevestig de kabelklem zoals
hieronder wordt aangegeven voordat u het
apparaat gebruikt. Als u ervoor wilt zorgen
dat het apparaat voldoet aan de
stralingsnormen, moet u de ferrietkernen
bevestigen aan een uiteinde van de USBkabel. Zijn er geen ferrietkernen bevestigd,
dan worden andere apparaten wellicht
blootgesteld aan elektromagnetische straling.
Beelden afdrukken
vanaf de digitale
camera
3
Opmerkingen
Schakel de printer in.
De ON/STANDBY-aanduiding gaat
groen branden.
• De aansluiting is speciaal bedoeld
voor PictBridge. Sluit nooit een
ander apparaat dan een PictBridgecompatibele digitale camera aan op
deze aansluiting.
• Het type USB-kabel dat u moet
gebruiken, kan verschillen
afhankelijk van de digitale camera.
Gebruik een USB-kabel met een ATYPE-aansluiting voor de printer en
een geschikt type aansluiting voor
de digitale camera.
4
• Gebruik een in de handel
verkrijgbare USB-kabel van
maximaal 3 meter lang.
Sluit een PictBridgecompatibele digitale camera
aan op de printer.
De printer schakelt automatisch
over naar de PictBridge-stand. De
aanduiding “PictBridge” verschijnt
op het LCD-scherm.
Gebruik hiervoor de USB-kabel die
bij de digitale camera is geleverd.
Naar de PictBridgeaansluiting (USB ATYPE)
5
Druk een beeld af vanaf de
digitale camera.
De printer biedt ondersteuning
voor de volgende afdrukken:
•
•
•
•
•
Naar de PictBridgeaansluiting (USB)
Eén beeld afdrukken
Index-afdrukken (INDEX)
Alle beelden afdrukken (ALL)
Datum afdrukken
Afdrukken met of zonder rand
Tip
PictBridge-compatibele
digitale camera
82 NL
Als u geen instellingen voor de
afdrukkwaliteit opgeeft met de digitale
camera, wordt een beeld afgedrukt met de
afdrukinstellingen in het menu SET UP
(pagina 60).
Opmerking
• Als u een printcartridge vervangt terwijl
de printer is aangesloten op een digitale
camera, wordt het beeld wellicht niet goed
afgedrukt. Als dit gebeurt, geeft u de
instelling voor het papierformaat van de
digitale camera opnieuw op. U kunt de
camera ook loskoppelen en weer
aansluiten.
• Als u de standaard- of printerinstellingen
opgeeft voor het afdrukken van de datum
of afdrukken met of zonder rand, worden
de instellingen voor datum of randen van
de printer geactiveerd.
Informatie over de aanduiding
“PictBridge”
Bij de aanduiding “PictBridge” op het
LCD-scherm wordt de
verbindingsstatus van de printer en de
digitale camera als volgt weergegeven:
Als u de printer aansluit op een
televisiescherm, kunt u het menu SET
UP weergeven en de afdrukinstellingen
wijzigen.
1
Sluit de printer aan op een
televisiescherm (pagina 18).
2
Schakel de printer en het
televisiescherm in (pagina 20).
3
Controleer of de MONITOR
OUT-aanduiding gaat branden
(pagina 20).
4
5
Druk op MENU (pagina 60).
Druk op de pijltoets (B/b) om
(SET UP) te selecteren en
druk op ENTER.
Het menu SET UP (pagina 60)
wordt weergegeven. De instellingen
die u opgeeft, zijn actief wanneer u
beelden afdrukt in de PictBridgestand.
Wordt vervolgd
83 NL
Afdrukken vanaf een PictBridge-camera (PictBridge-stand)
• Als de aanduiding brandt: er is
verbinding tussen de printer en de
digitale camera.
• Als de aanduiding knippert: er is geen
verbinding tussen de printer en de
digitale camera. Dit kan een van de
volgende oorzaken hebben:
– De printer is niet gereed voor de
PictBridge-stand omdat er nog
wordt afgedrukt of omdat de
stand Creative Print of Edit van
de printer is ingeschakeld.
– De printer maakt verbinding. Een
ogenblik geduld.
– De digitale camera biedt geen
ondersteuning voor de functie
PictBridge.
De afdrukinstellingen
wijzigen
Menu SET UP
Auto Fine Print 3
Color Setting
U kunt voor het
afdrukken de
functie voor het
automatisch
aanpassen van
beelden selecteren
of uitschakelen.
(Photographical*/
Vivid/Off)
Exif Print
U kunt de functie
voor automatische
aanpassingen voor
beelden die zijn
opgenomen met een
Exif Printcompatibele digitale
camera, in- of
uitschakelen om de
beste beeldkwaliteit
te verkrijgen. (On*/
Off)
Borders
U kunt kiezen uit
afdrukken met of
zonder rand. (Yes/
No*)
Finish
U kunt kiezen uit
een glossy of
ongelijkmatige
afwerking.
(Glossy*/Texture)
Date Print
U kunt kiezen of u
het beeld wilt
afdrukken met of
zonder de datum
waarop het beeld is
gemaakt. (On/Off*)
84 NL
U kunt de kleuren
(R/G/B) en de
scherpte van een
afgedrukt beeld
aanpassen. (R: 0/
G:0/B:0/
Sharpness:0)
* Fabrieksinstellingen
Zie pagina 60 voor meer informatie over
het opgeven van instellingen.
Afdrukken vanaf een computer (PC-stand)
Als u wilt afdrukken vanaf een
computer die is aangesloten op de
printer, moet u de bijgeleverde software
(printerdriver en PictureGear Studio)
installeren op de computer.
In dit gedeelte wordt beschreven hoe u
de bijgeleverde software op de
computer kunt installeren en hoe u het
bijgeleverde PictureGear Studiosoftware kunt gebruiken om beelden af
te drukken.
Raadpleeg ook de gebruiksaanwijzing
van de computer voor meer informatie.
Informatie over handelsmerken en
auteursrechten van PictureGear
Studio
Systeemvereisten
Als u de bijgeleverde software wilt
gebruiken, moet de computer aan de
volgende systeemvereisten voldoen:
Systeemvereisten voor de
printerdriver
Besturingssysteem: Microsoft Windows
98SE/Windows Me/Windows 2000
Professional/Windows XP Home
Edition/Windows XP Professional,
vooraf geïnstalleerd
Processor: Pentium II 400 MHz of
sneller wordt aanbevolen.
RAM: 64 MB of meer wordt
aanbevolen.
Beschikbare schijfruimte: 200 MB of
meer wordt aanbevolen.
Systeemvereisten voor PictureGear
Studio
Besturingssysteem: Microsoft Windows
98SE/Windows Me/Windows 2000
Professional/Windows XP Home
Edition/Windows XP Professional,
vooraf geïnstalleerd (IBM PC/ATcompatibel)
(Windows 95, Windows 98 Gold
Edition, Windows NT en andere
versies van Windows 2000 (zoals
Server, Personal) worden niet
ondersteund.)
Processor: Pentium III 500 MHz of
sneller (Pentium III 800 MHz of
sneller wordt aanbevolen.)
Wordt vervolgd
85 NL
Afdrukken vanaf een computer (PC-stand)
• Informatie over auteursrechten op
ontwerpen
Sony Corporation of Sony Music
Communications Corporation beschikt
over de auteursrechten op de ontwerpen in
deze software. Commercieel gebruik van
deze software is in strijd met de
auteursrechten.
• Het kopiëren van auteursrechtelijk
beschermde materialen, zoals foto’s, is
uitsluitend toegestaan voor huishoudelijk
of privé-gebruik.
• Alle andere bedrijven en productnamen
die hierin worden vermeld, kunnen de
handelsmerken of gedeponeerde
handelsmerken zijn van hun respectieve
bedrijven. Bovendien worden “™” en “®”
niet elke keer vermeld in deze
gebruiksaanwijzing.
De software
installeren
RAM: 128 MB of meer (256 MB of meer
wordt aanbevolen.)
Beschikbare schijfruimte: 200 MB of
meer. (Afhankelijk van de Windowsversie die u gebruikt, is er meer
ruimte vereist. Als u beeldgegevens
wilt verwerken, hebt u extra
schijfruimte nodig.)
Beeldscherm:
Schermgedeelte: 800 x 600 pixels of
meer
Kleuren: 16-bits hoge kleuren of meer
Informatie over de bijgeleverde CDROM
De bijgeleverde CD-ROM bevat de
volgende software:
• Printerdriver voor DPP-EX50: in de
software worden de vereisten van de
printer beschreven. Met de CD-ROM
kunt u afdrukken vanaf de computer.
• PictureGear Studio: originele software
van Sony waarmee u stilstaande
beelden kunt vastleggen, beheren,
verwerken en afdrukken.
86 NL
Opmerkingen
• Als u een hub gebruikt om de printer op
de computer aan te sluiten, of als er een of
meer USB-apparaten, waaronder andere
printers, op de computer zijn aangesloten,
kunnen er problemen optreden. Als dit
gebeurt, sluit u de printer rechtstreeks aan
op de computer.
• U kunt de printer niet bedienen vanaf een
ander USB-apparaat dat tegelijkertijd
wordt gebruikt.
• U moet de USB-kabel niet verwijderen van
of aansluiten op de printer tijdens de
gegevenscommunicatie of het afdrukken.
De printer functioneert wellicht niet goed.
• De printer biedt geen ondersteuning voor
de standby-/slaapstand van de computer.
Zet de computer niet in de standby-/
slaapstand tijdens het afdrukken.
• Sony kan geen correcte werking met alle
computers garanderen, zelfs niet als deze
voldoen aan de systeemvereisten.
Opmerkingen
De printerdriver installeren
1
• Sluit alle geopende programma’s
voordat u de software installeert.
Controleer of de printer niet is
aangesloten op de computer.
• De dialoogvensters in dit gedeelte
zijn afkomstig uit Windows XP
Professional, tenzij anders
aangegeven. Afhankelijk van het
besturingssysteem kunnen de
weergegeven installatieprocedures
en dialoogvensters verschillen.
Opmerking
Als u de printer in dit stadium op de
computer aansluit, wordt een van de
volgende dialoogvensters weergegeven:
• In Windows 98SE/Me: Add New
Hardware Wizard (Wizard Nieuwe
hardware)
3
• In Windows 2000/XP: Found New
Hardware Wizard (Wizard Nieuwe
hardware gevonden)
De installatie wordt automatisch
gestart en het installatievenster
wordt weergegeven.
Als dit gebeurt, koppelt u de printer los
van de computer en klikt u op “Cancel”
(Annuleren) in het dialoogvenster.
2
Opmerking
Als het installatievenster niet
automatisch wordt weergegeven,
dubbelklikt u op “Setup.exe” van de
CD-ROM.
Schakel de computer in en
start Windows.
4
Klik op “Installing Printer
Driver”.
Het dialoogvenster “Sony DPPEX50 - InstallShield Wizard”
verschijnt.
Wordt vervolgd
87 NL
Afdrukken vanaf een computer (PC-stand)
• Als u de software wilt installeren
of verwijderen in Windows® 2000
Professional, moet u zich
aanmelden als “Administrator”
(Beheerder) of “Power user”
(Hoofdgebruiker).
• Wilt u de software installeren of
verwijderen in Windows® XP
Professional/Home Edition, dan
moet u zich aanmelden met een
gebruikersnaam die hoort bij de
gebruikersaccount “Computer
administrator” (Beheerder van
deze computer).
Plaats de bijgeleverde CDROM in het CD-ROM-station
van de computer.
5
Klik op “Next”.
Het venster met de
gebruiksrechtovereenkomst wordt
weergegeven.
6
Schakel het selectievakje “I
accept the terms of the license
agreement” in en klik op
“Next”.
Als u het selectievakje “I do not
accept the terms of the license
agreement” inschakelt, kunt u niet
verdergaan met de volgende stap.
7
Klik op “Install”.
Het dialoogvenster “Printer
connection” wordt weergegeven.
8
Sluit het netsnoer van de
printer aan op een
stopcontact.
De ON/STANDBY-aanduiding
gaat rood branden.
Naar een stopcontact
Netsnoer
Opmerking
Het dialoogvenster “Ready to
install the program” wordt
weergegeven.
88 NL
Het netsnoer in de bovenstaande afbeelding
is alleen geschikt voor 120 V wisselstroom.
De vorm van de stekker van het netsnoer
voor 100 tot 240 V is afwijkend.
9
Schakel de printer in.
De ON/STANDBY-aanduiding
gaat groen branden.
Naar USBaansluiting (type B)
Naar USB-aansluiting
Windows-computer
10 Klik op “Next”.
Opmerking
Als u een computer aansluit
11 Verbind de USB-aansluitingen
van de printer en de
computer.
De printer schakelt automatisch
over naar de PC-stand en de
aanduiding “PC” verschijnt op het
LCD-scherm van de printer.
Gebruik hiervoor een in de handel
verkrijgbare USB-kabel (compatibel
met USB).
Wordt vervolgd
89 NL
Afdrukken vanaf een computer (PC-stand)
Gebruik een in de handel verkrijgbare
USB-kabel van het type A-B van
maximaal 3 meter lang. Het type USBkabel dat u moet gebruiken, kan
verschillen afhankelijk van de computer.
Raadpleeg de gebruiksaanwijzing bij de
computer voor meer informatie.
De printerinstallatie wordt
automatisch gestart: tijdens de
installatie worden berichten over de
controle van de printerverbinding,
de registratie van de printerdriver
en nieuwe hardware weergegeven.
Als de printerinstallatie is voltooid,
wordt het dialoogvenster
“InstallShield Wizard Complete”
weergegeven.
12 Klik op “Finish”.
De installatie van de printerdriver is
voltooid. Start de computer
opnieuw op als dit wordt gevraagd.
13• U kunt de installatie
voltooien door op
“Complete” te klikken en de
CD-ROM uit de computer te
verwijderen en deze te
bewaren voor later gebruik.
• Als u de PictureGear Studiosoftware ook wilt installeren,
klikt u op “Installing the
PictureGear Studio” en voert
u de procedure op pagina 92
uit.
90 NL
Opmerkingen
• Als u tijdens de installatie wordt gevraagd
de CD-ROM met de printerdriver in het
CD-ROM-station te plaatsen, geeft u de
volgende map op:
-In Windows 98SE/Me: D\Driver\Win98.me
-In Windows 2000/XP: D\Driver\Win2000.me
De letter “D” verwijst naar het CD-ROMstation van de computer. Afhankelijk van
het systeem kan het CD-ROM-station een
andere letter hebben.
• U hebt de bijgeleverde CD-ROM nodig als
u de printerdriver wilt verwijderen of
opnieuw installeren. Bewaar de CD-ROM
voor later gebruik.
• Als de installatie mislukt, koppelt u de
printer los van de computer, start u de
computer opnieuw op en herhaalt u de
installatieprocedure vanaf stap 3.
• Na de installatie is de “Sony DPP-EX50”
niet ingesteld als standaardprinter. Stel de
gebruikte printer in voor elke toepassing.
• Voordat u de printer gaat gebruiken, moet
u het Leesmij-bestand lezen (de map
Readme van CD-ROMcEnglish
foldercReadme.txt).
De installatie controleren
Open het venster “Printers and Faxes”
(Printers en faxapparaten) (alleen voor
Windows XP Home Edition/XP
Professional) of “Printers” vanuit
“Control Panel” (Configuratiescherm).
Wordt “Sony DPP-EX50” weergegeven
in het venster “Printers and Faxes”
(Printers en faxapparaten) of “Printers”,
dan is de printer correct geïnstalleerd.
De printerdriver verwijderen
4
Klik op “Next”.
Als u de printerdriver niet meer nodig
hebt, verwijdert u deze als volgt van de
vaste schijf van de computer:
1
Koppel de USB-kabel los van
de printer en de computer.
2
Plaats de bijgeleverde CDROM in het CD-ROM-station
van de computer.
De installatie wordt automatisch
gestart en het installatievenster
wordt weergegeven.
Opmerking
Als het installatievenster niet
automatisch wordt weergegeven,
dubbelklikt u op “Setup.exe” van de
CD-ROM.
3
Klik op “Installing Printer
Driver”.
5
Schakel het selectievakje “I
accept the terms of the license
agreement” in en klik op
“Next”.
Als u het selectievakje “I do not
accept the terms of the license
agreement” inschakelt, kunt u niet
verdergaan met het verwijderen.
Het bevestigingsvenster voor het
verwijderen wordt weergegeven.
Wordt vervolgd
91 NL
Afdrukken vanaf een computer (PC-stand)
Het dialoogvenster “Sony DPPEX50 - InstallShield Wizard”
verschijnt.
Het venster met de
gebruiksrechtovereenkomst wordt
weergegeven.
6
Klik op “Yes”.
PictureGear Studio installeren
Installeer PictureGear Studio op de
computer.
1
Het dialoogvenster voor het
opnieuw opstarten van de
computer wordt weergegeven.
7
• Als u de software wilt installeren
of verwijderen in Windows® 2000
Professional, moet u zich
aanmelden als “Administrator”
(Beheerder) of “Power user”
(Hoofdgebruiker).
• Wilt u de software installeren of
verwijderen in Windows® XP
Professional/Home Edition, dan
moet u zich aanmelden met een
gebruikersnaam die hoort bij de
gebruikersaccount “Computer
administrator” (Beheerder van
deze computer).
Schakel het selectievakje “Yes,
I want to restart the computer
now” in en klik op “OK”.
Opmerkingen
Als de computer opnieuw is
opgestart, worden de betreffende
bestanden verwijderd en is het
verwijderen voltooid.
Het verwijderen controleren
Selecteer “Printers and Faxes” (Printers
en faxapparaten) (alleen voor Windows
XP Home Edition/XP Professional) of
“Printers” vanuit “Control Panel”
(Configuratiescherm) om te controleren
of “DPP-EX50” wordt weergegeven. Als
dit niet wordt weergegeven, is de
printerdriver correct verwijderd.
92 NL
Schakel de computer in en
start Windows.
• Sluit alle geopende programma’s
voordat u de software installeert.
• De dialoogvensters in dit gedeelte
zijn afkomstig uit Windows XP
Professional, tenzij anders
aangegeven. Afhankelijk van het
besturingssysteem kunnen de
weergegeven installatieprocedures
en dialoogvensters verschillen.
2
Plaats de bijgeleverde CDROM in het CD-ROM-station
van de computer.
De installatie wordt automatisch
gestart en het installatievenster
wordt weergegeven.
Het dialoogvenster voor het
opgeven van de bestemmingsmap
wordt weergegeven.
Opmerkingen
• Als het installatievenster niet
automatisch wordt weergegeven,
dubbelklikt u op “Setup.exe” van de
CD-ROM.
5
• Afhankelijk van de
computeromgeving moet u
Microsoft Data Access Component
2.7 en Jet 1.0 installeren tijdens de
installatie van PictureGear Studio.
Als dit het geval is, wordt het
dialoogvenster voor het installeren
van programma’s automatisch
weergegeven. Volg de instructies op
het scherm om verder te gaan met
de installatie.
3
Controleer de bestemming en
klik op “Next”.
Als u een andere bestemmingsmap
wilt opgeven, klikt u op “Browse”.
Dubbelklik op “Installing
PictureGear Studio”.
6
Als u Media Watcher wilt
registreren, schakelt u het
selectievakje “Register the
PictureGear Studio Media
Watcher in the startup
folder.” in en klikt u op “OK”.
4
Klik op “Next”.
Als de installatie is voltooid, wordt
een dialoogvenster weergegeven
met het bericht dat de installatie is
voltooid.
Wordt vervolgd
93 NL
Afdrukken vanaf een computer (PC-stand)
Het dialoogvenster “PictureGear
Studio Setup” verschijnt.
“PictureGear Studio Media
Watcher”
Met PictureGear Studio Media
Watcher kunt u vaststellen of een
apparaat of medium met foto’s op
de computer wordt aangesloten. Dit
is alleen mogelijk als PictureGear
Studio wordt geïnstalleerd onder
een ander besturingssysteem dan
Windows XP.
U kunt PictureGear Studio Media
Watcher ook later registreren door
de volgende procedure uit te voeren:
1 Als u PictureGear Studio hebt
geïnstalleerd, klikt u op “Start”,
“Programs” (Programma’s),
“PictureGear Studio”, “Tools” en
“Media Watcher”.
PictureGear Studio Media
Watcher wordt gestart.
2 Klik in de taakbalk met de
rechtermuisknop op het
pictogram voor PictureGear
Studio Media Watcher en kies
“Settings” in het snelmenu.
3 Schakel het selectievakje “Starts
the Media Watcher when you log
on to Windows” in.
7
Schakel het selectievakje
“View Readme” in en klik op
“Finish” om het Leesmijbestand weer te geven.
94 NL
• Als u het selectievakje “View
Readme” inschakelt, wordt het
Leesmij-bestand weergegeven.
Wanneer u het Leesmij-bestand
sluit, wordt het dialoogvenster
PictureGear Studio Setup ook
gesloten.
• Schakelt u het selectievakje “View
Readme” niet in, dan wordt het
dialoogvenster PictureGear
Studio Setup gesloten.
8
Verwijder de CD-ROM uit de
computer en bewaar deze
voor later gebruik.
Opmerkingen
• Als de installatie mislukt, herhaalt u de
installatieprocedure vanaf stap 2.
• U hebt de bijgeleverde CD-ROM nodig als
u PictureGear Studio wilt verwijderen of
opnieuw installeren. Bewaar de CD-ROM
voor later gebruik.
• PictureGear Studio dat bij de DPP-EX50
wordt geleverd, heeft de volgende
beperkingen:
– In PhotoCollection kunt u geen ander
papier dan “Sony” selecteren.
– In PrintStudio kunt u geen labels (“Label”)
maken of afdrukken.
– In PrintStudio kunt u geen stickers
(“Sticker”) , naamkaartjes (“name card”)
of kaarten (“card”) maken of afdrukken.
– In PrintStudio kunt u geen onderdelen van
“Post Card” ontwerpen afdrukken.
Als u de bovenstaande beperkingen wilt
verwijderen en de software wilt bijwerken
naar de versie die bij VAIO-computers of
CLIÉ-handhelds wordt geleverd, moet u
“Setup.exe” in de map “pgs.add”
uitvoeren.
PictureGear Studio verwijderen
4
Klik op “OK”.
Als u de software niet meer nodig hebt,
verwijdert u deze als volgt van de vaste
schijf van de computer:
1
Koppel de USB-kabel los van
de printer en de computer.
2
Plaats de bijgeleverde CDROM in het CD-ROM-station
van de computer.
De installatie wordt automatisch
gestart en het installatievenster
wordt weergegeven.
Er wordt een dialoogvenster
weergegeven met het bericht dat de
software is verwijderd.
5
Klik op “Finish”.
De betreffende bestanden zijn
verwijderd.
Opmerking
Als het installatievenster niet
automatisch wordt weergegeven,
dubbelklikt u op “Setup.exe” van de
CD-ROM.
3
Klik op “Installing PictureGear
Studio”.
Afdrukken vanaf een computer (PC-stand)
Het bevestigingsvenster voor het
verwijderen wordt weergegeven.
Wordt vervolgd
95 NL
Foto’s afdrukken vanuit
PictureGear Studio
4
Met PictureGear Studio kunt u
verschillende procedures uitvoeren voor
het vastleggen, beheren, verwerken en
uitvoeren van stilstaande beelden. U
kunt de software gebruiken om een
beeld vanaf de computer af te drukken
op printpapier van het formaat Post
Card, 3,5 x 5 inch of Small.
1
Start PictureGear Studio.
Het dialoogvenster PictureGear
Studio wordt weergegeven.
2
Klik op “Photo Collection”.
Klik op “Print”.
Het afdrukdialoogvenster wordt
weergegeven.
5
Selecteer de foto’s die u wilt
afdrukken, stel per foto het
aantal exemplaren in en klik
op “Apply”.
Het dialoogvenster “Photo
Collection” wordt weergegeven.
3
Klik op de map met de
gewenste fotocategorie.
In het volgende voorbeeld wordt
voor de duidelijkheid de map
“Sample” geselecteerd.
Het dialoogvenster voor het
selecteren van het printpapier
wordt weergegeven.
Opmerking
Stel het aantal exemplaren in dit
dialoogvenster in. Als u het aantal
exemplaren opgeeft op het tabblad
“Paper/Output” van het dialoogvenster
“Sony DPP-EX50 Properties”, wordt
deze instelling voor het aantal
exemplaren niet gebruikt.
96 NL
6
Klik op “Sony” en selecteer
het gewenste papierformaat.
Selecteer een van de volgende
papierformaten voor de DPP-EX
serie:
Items
Functies
Print All Alle foto’s die u heb
geselecteerd in het
dialoogvenster “Select
Photo”, worden afgedrukt.
• DPP-EX serie 4 x 6" (formaat Post
Card)
SVM-25LS/25LW/75LS
• DPP-EX serie 3,5 x 5"
SVM-30MS
• DPP-EX serie 3,5 x 4" (formaat
Small)
SVM-30SS/30SW/30SW09
7
Selecteer “Sony DPP-EX50” in
de keuzelijst “Printer” en klik
op “Properties”.
Selecteer de printer die u gebruikt
in de keuzelijst “Printer”.
Printer
Selecteer “Sony DPPEX50”.
Border Free Print
• Als u deze functie hebt
ingeschakeld, wordt het
beeld zonder randen
afgedrukt.
• Als u deze functie niet
hebt ingeschakeld, wordt
het beeld met randen
afgedrukt.
Opmerking
U kunt deze functie niet
inschakelen als u printpapier
van het formaat Small
gebruikt.
Wordt vervolgd
97 NL
Afdrukken vanaf een computer (PC-stand)
Als u het papierformaat selecteert,
wordt het afdrukdialoogvenster
weergegeven.
Print the selected page only
Het beeld dat wordt
weergegeven in het
dialoogvenster “Print
Preview”, wordt afgedrukt.
Exif print • Als u deze functie hebt
ingeschakeld, worden
beelden die met een Exif
Print-compatibele
digitale camera (Exif
2.2) zijn gemaakt,
automatisch aangepast
voor de beste
beeldkwaliteit.
Opmerking
Het beeld dat op het
scherm wordt
weergegeven, wordt niet
aangepast.
• Als u deze functie niet
hebt ingeschakeld,
wordt een beeld zonder
aanpassingen
afgedrukt.
Properties Afdrukstand,
beeldkwaliteit en andere
details opgeven.
Margins Klik op de pijlen of op de
tekstvakken voor randen
(in 0,1 mm) om de
beeldpositie nauwkeurig
aan te passen.
Opmerking
U kunt de randen niet
aanpassen als u 9-delig
zelfklevend printpapier
gebruikt.
Als u op “Properties” klikt, wordt
het dialoogvenster voor de
documenteigenschappen van het
geselecteerde printpapier
weergegeven.
8
Geef het papierformaat op
het tabblad “Paper/Output”
op.
98 NL
Items
Functies
Paper size Selecteer in de keuzelijst
het papier dat u gebruikt
om af te drukken:
• Post card
• 3.5x5 inch
• Small
Schakel een van de
volgende twee functies in
om op te geven of u
beelden met of zonder
rand wilt afdrukken:
• with border: beelden
worden met randen
afgedrukt.
• borderless: beelden
worden zonder randen
afgedrukt.
Opmerking
U kunt deze functie niet
inschakelen als u printpapier
van het formaat Small
gebruikt.
Orientation De afdrukstand selecteren
van een beeld dat wordt
afgedrukt:
• Portrait
• Landscape
• Rotates 180 degrees
Finish
Copies
De afwerking van een
afgedrukt beeld selecteren:
• Glossy
• Texture
Het aantal exemplaren
opgeven.
Opmerking
Afhankelijk van de toepassing
die u gebruikt, wordt deze
instelling overschreven door
de instelling voor het aantal
exemplaren van de toepassing.
Enlarge/
Reduce
Het percentage opgeven
om het formaat van een
beeld te vergroten of te
verkleinen als dit wordt
afgedrukt.
9
Stel de kleurweergave en de
beeldkwaliteit op het tabblad
“Graphics” in.
Functies
Color reproduction/Picture quality
Selecteer de instelling in de
onderstaande keuzelijst:
•Off: beelden worden zonder
aanpassingen afgedrukt.
•Auto Fine Print 3: selecteer
een van de volgende
correctiemethoden in de
keuzelijst “Settings”:
– Photographical: beelden
worden automatisch
aangepast en mooi en
natuurlijk afgedrukt.
(Aanbevolen optie)
–Vivid: beelden worden
automatisch aangepast en
levendiger afgedrukt. (Met
deze instelling wordt het
beeld scherper gemaakt
waardoor beelden
levendiger worden.)
•ICM (system): selecteer een
van de volgende
correctiemethoden in de
keuzelijst “Settings”:
– Graphics: als er
afbeeldingen of levendige
kleuren worden gebruikt.
– Match: als u gelijke kleuren
wilt gebruiken.
– Pictures: als er foto’s of
tekeningen worden
afgedrukt.
Opmerking
De ICM-instelling is alleen
geldig als u een ICMcompatibele toepassing
gebruikt. Als u afdrukt vanaf
een toepassing die geen
ondersteuning biedt voor het
ICM-systeem, wordt een beeld
wellicht met onjuiste kleuren
afgedrukt.
Wordt vervolgd
99 NL
Afdrukken vanaf een computer (PC-stand)
Print preview• Als u deze functie hebt
ingeschakeld, wordt er
een voorbeeld
weergegeven voordat het
beeld wordt afgedrukt.
•Als u deze functie niet
hebt ingeschakeld, wordt
er geen voorbeeld
weergegeven voordat het
beeld wordt afgedrukt.
Items
Exif Print
Schakel deze functie in om
beelden die met een Exif Printcompatibele digitale camera
(Exif 2.2) zijn gemaakt, aan te
passen en af te drukken. De
printerdriver gebruikt de
kleurconversie en de Exifgegevens over de opnamen om
het beeld aan te passen. Deze
optie is alleen geactiveerd bij
PictureGear Studio.
Red-eye reduction
Schakel deze functie in om
rode ogen te beperken als u een
foto met de flitser hebt
genomen.
Opmerking
• Als u dit selectievakje
inschakelt, moet u “Preview”
selecteren om vóór het
afdrukken een voorbeeld weer
te geven. Controleer of de
functie voor de beperking van
rode ogen correct op het beeld
is toegepast.
• Rode ogen worden automatisch
vastgesteld en wellicht worden
deze niet gecorrigeerd.
• De functie voor de beperking
van rode ogen wordt alleen
ingeschakeld als u de software
vanuit “Setup.exe” op de
bijgeleverde CD-ROM hebt
geïnstalleerd. Raadpleeg het
bestand Readme.txt voor meer
informatie.
Print settings
De kleurelementen en de
scherpte worden aangepast.
R:de rode en blauwe elementen
worden aangepast. Hoe
hoger u het niveau instelt,
hoe roder het beeld wordt
alsof er rood licht op schijnt.
Hoe lager u het niveau
instelt, hoe donkerder het
beeld wordt alsof er
lichtblauw wordt
toegevoegd.
G:de groene en paarse
elementen worden
aangepast. Hoe hoger u het
niveau instelt, hoe groener
het beeld wordt alsof er
groen licht op schijnt. Hoe
lager u het niveau instelt, hoe
donkerder het beeld wordt
alsof er roodpaars wordt
toegevoegd.
B:de blauwe en gele elementen
worden aangepast. Hoe
hoger u het niveau instelt,
hoe blauwer het beeld wordt
alsof er blauw licht op
schijnt. Hoe lager u het
niveau instelt, hoe donkerder
het beeld wordt alsof er geel
wordt toegevoegd.
Sharp (scherpte): hoe hoger u
het niveau instelt, hoe
scherper de contouren
worden.
10 Klik op “OK”.
Het afdrukdialoogvenster wordt
weergegeven.
100 NL
11 Klik op “Print All” of “Print
Als u “Print preview” hebt
geselecteerd in stap 8
the selected page only”.
Het voorbeeldvenster wordt
weergegeven. Controleer het
resultaat van de aanpassingen en
klik op “Print”.
Het bevestigingsvenster voor
afdrukken wordt weergegeven.
12 Controleer of u de het juiste
printpapier en de juiste
printcartridge hebt geplaatst
en klik op “OK”.
Het afdrukken wordt hervat.
Het afdrukken stoppen
Open het dialoogvenster
“Print” vanaf het bureaublad.
2
Klik op de documentnaam
waarvoor u het afdrukken wilt
annuleren en kies “Cancel” in
het menu “Document”.
Het bevestigingsvenster voor het
verwijderen wordt weergegeven.
Wordt vervolgd
101 NL
Afdrukken vanaf een computer (PC-stand)
Het afdrukken wordt gestart.
1
3
Klik op “Yes”.
De afdrukopdracht is geannuleerd.
Opmerking
Annuleer de afdrukopdrachten niet
tijdens het afdrukken. Dit kan een
papierstoring veroorzaken.
Afdrukken vanuit een andere
toepassing
U kunt een in de handel verkrijgbare
toepassing gebruiken om een beeld af te
drukken vanaf de DPP-EX50. Selecteer
“DPP-EX50” in het
afdrukdialoogvenster en selecteer het
papierformaat in het dialoogvenster
voor de pagina-instellingen. Zie stap 8
en 9 op pagina 98 en 99 voor meer
informatie over de afdrukinstellingen.
De instelling “Borderless” in het
gedeelte “Paper size”
Als u een andere toepassing dan
PictureGear Studio gebruikt, wordt een
beeld wellicht met randen afgedrukt,
zelfs als u de optie voor afdrukken
zonder randen hebt geselecteerd in het
gedeelte “Paper size” op het tabblad
“Paper/Output” in het dialoogvenster
“Sony DPP-EX50 Properties”.
Als u de optie voor afdrukken zonder
randen selecteert, wordt de informatie
over het afdrukbereik voor afdrukken
zonder randen in de toepassing
weergegeven. In sommige toepassingen
worden beelden binnen het opgegeven
bereik echter wel met randen afgedrukt.
Als dit gebeurt, moet u een van de
volgende handelingen uitvoeren om een
beeld zonder randen af te drukken:
• Als u het afdrukbereik in een
toepassing kunt instellen, moet u een
beeld zo instellen dat deze volledig
wordt afgedrukt. Selecteer
bijvoorbeeld “Full page photo print”
of een soortgelijke optie.
102 NL
• Stel in het tekstvak “Enlarge/Reduce”
op het tabblad “Paper/Output” van
het dialoogvenster “Sony DPP-EX50
Properties” een hogere waarde in.
Zorg dat u in beide gevallen een
voorbeeld weergeeft en controleert
voordat u het beeld afdrukt.
Instelling voor het aantal exemplaren
in het dialoogvenster Properties
Afhankelijk van de toepassing die u
gebruikt, wordt de instelling die is
opgegeven in het dialoogvenster van de
printerdriver, overschreven door de
instelling voor het aantal exemplaren
van de toepassing.
Afdrukken vanaf een computer (PC-stand)
Exif Print-instellingen op het tabblad
“Graphics”
De instelling Exif Print in het gedeelte
“Color reproduction/Picture quality”
biedt alleen ondersteuning voor
PictureGear Studio. Als u een andere
toepassing gebruikt om een beeld af te
drukken en u deze optie hebt
ingeschakeld, wordt het beeld wellicht
afgedrukt met onjuiste kleuren. Als dit
gebeurt, moet u de optie uitschakelen.
103 NL
Problemen oplossen
Als er problemen optreden
Als er problemen optreden bij het gebruik van de printer, kunt u de volgende
richtlijnen gebruiken om het probleem op te lossen. Als het probleem blijft optreden,
neemt u contact op met de Sony-handelaar.
Stroom
Probleem
Controle
Oorzaak/oplossingen
De ON/
STANDBY toets
kan niet worden
ingeschakeld.
• Is het netsnoer goed
aangesloten?
c Sluit de netspanningsadapter goed aan
op een stopcontact. (.pagina 19)
Beelden weergeven (alleen MONITOR OUT-stand)
Probleem
Controle
Oorzaak/oplossingen
Er worden geen
beelden
weergegeven op
het
televisiescherm.
• Wordt “PictBridge” of
“PC” weergegeven op het
LCD-scherm?
c Druk op INPUT SELECT totdat
“Memory Stick” of “CompactFlash” op
het televisiescherm wordt weergegeven.
(.pagina 21)
• Is de LCD-stand
geselecteerd? (Het
MONITOR OUT-lampje is
uit.)
c Druk op MONITOR OUT om het
MONITOR OUT-lampje in te schakelen
zodat de printerstatus wordt
weergegeven op het televisiescherm.
(.pagina 20)
• Worden er foutberichten op
het televisiescherm
weergegeven (oorzaak/
oplossingen)?
c Voer de aanwijzingen in de berichten
uit, indien aanwezig, en probeer het
probleem op te lossen. (.pagina 120)
• Is de geheugenkaart goed
geplaatst?
c Plaats een geheugenkaart op de juiste
manier. (.pagina 19, 20)
• Bevat de geheugenkaart
beelden die zijn
opgenomen met een
digitale camera of een
ander apparaat?
c Plaats een geheugenkaart met beelden.
104 NL
Controle
Oorzaak/oplossingen
“DEMO” wordt
weergegeven op
het
televisiescherm.
• Hebt u op INPUT
SELECT gedrukt als er
geen geheugenkaart is
geplaatst?
c De beelden op de printer worden weergegeven
(demonstratiestand). U kunt deze beelden
afdrukken of gebruiken om een afdruk te
maken.
Als u de demonstratiestand wilt sluiten, geeft
u de lijst met de interne beelden van de printer
weer en drukt u nogmaals op INPUT SELECT.
Bepaalde
beelden in de
beeldenlijst
worden niet
weergegeven, of
niet afgedrukt als
deze wel worden
weergegeven.
• Worden er miniaturen
weergegeven in de
beeldenlijst?
c Als het beeld wordt weergegeven maar niet
kan worden afgedrukt, is het beeldbestand
beschadigd.
c Als er geen beelden zijn opgeslagen op de
“Memory Stick” of een CompactFlash-kaart,
verschijnt er een bericht met de mededeling
dat er geen bestanden zijn.
c Als een beeld niet compatibel is met DCF
(Design rule for Camera File system), kan
dit beeld wellicht niet worden afgedrukt
met de printer, zelfs niet als het wel wordt
weergegeven op het computerscherm.
• Verschijnt het hieronder
weergegeven pictogram
in de beeldenlijst?
c Als het pictogram aan de linkerkant wordt
weergegeven, is het beeld wellicht een
JPEG-bestand dat op de computer is
gemaakt, of bevat het beeld geen
miniatuurgegevens.
Selecteer het pictogram en druk op
PICTURE. Als een voorbeeld wordt
weergegeven, kunt u het beeld afdrukken.
Wordt hetzelfde pictogram nogmaals
weergegeven, dan bevat het beeld een
incompatibele bestandsindeling en kunt u
het beeld niet afdrukken met de printer.
• Is het beeld gemaakt op
de computer?
• Verschijnt het hieronder
weergegeven pictogram
in de beeldenlijst?
c Als het pictogram aan de linkerkant wordt
weergegeven, heeft het beeld een
compatibele bestandsindeling, maar kunnen
de miniatuurgegevens of de gegevens niet
worden geopend.
Selecteer het pictogram en druk op
PICTURE. Als een voorbeeld wordt
weergegeven, kunt u het beeld afdrukken.
Wordt hetzelfde pictogram nogmaals
weergegeven, dan kunt u het beeld niet
afdrukken met de printer.
105 NL
Problemen oplossen
Probleem
Probleem
Controle
Oorzaak/oplossingen
Bepaalde beelden
in de beeldenlijst
worden niet
weergegeven, of
niet afgedrukt als
deze wel worden
weergegeven.
• Zijn er meer dan 9 999
beelden opgeslagen op de
geheugenkaart?
c Op de printer kunnen maximaal 9 999
beeldbestanden worden weergegeven,
opgeslagen, verwijderd of verwerkt. Als er
meer dan 9 999 beelden zijn opgeslagen op
een geheugenkaart, kunt u met de PC- of
PictBridge-stand de resterende beelden
weergegeven en verwerken.
• Hebt u op de computer
een beeldbestand een
naam gegeven of de naam
gewijzigd?
c Als u op de computer een beeldbestand
een naam geeft of de naam wijzigt en de
bestandsnaam bevat andere tekens dan
alfanumerieke tekens, wordt de
bestandsnaam niet correct weergegeven
of wordt het beeld niet weergegeven op
de printer (leesfout).
• Hebt u het aantal
exemplaren opgegeven in
de beeldenlijst?
c Hebt u beelden geselecteerd bij de
procedures van “Meerdere beelden
afdrukken”, dan kunt een beeld waarop
de cursor is geplaatst, niet afdrukken.
Druk op ENTER om het beeld te
selecteren en geef het aantal exemplaren
op. (.pagina 24)
• De geheugenkaart heeft 8
of meer hiërarchieën.
c Op de printer worden geen beelden
weergegeven die in een map van de 8ste
hiërarchie of hoger zijn opgeslagen.
De bestandsnaam • Hebt u de bestandsnaam
wordt niet correct
van het beeld op de
weergegeven.
computer gewijzigd?
c Als u op de computer een beeldbestand
een naam geeft of de naam wijzigt en de
bestandsnaam bevat andere tekens dan
alfanumerieke tekens, wordt de
bestandsnaam wellicht niet correct
weergegeven. Als u een bestand hebt
gemaakt met een toepassing, worden de
eerste 8 tekens van de bestandsnaam
weergegeven als de bestandsnaam.
106 NL
Probleem
Controle
In het menu EDIT
wordt het voorbeeld
met randen aan de
boven- en onderkant
weergegeven.
• Is het voorbeeld
c Als een beeld verticaal of horizontaal
verticaal of horizontaal
extreem wordt uitgerekt, worden er wellicht
extreem uitgerekt?
randen weergegeven in het menu EDIT.
c De standaard breedte/hoogte-verhouding
van een beeld dat is opgenomen met een
digitale camera, is 3:4. Als een beeld wordt
bewerkt of afgedrukt met het formaat Post
Card of 3,5 x 5 inch, wordt het beeld
horizontaal als afdrukbeeld opgeslagen en
de boven- en onderranden worden
verwijderd en zwart weergegeven.
Oorzaak/oplossingen
• Is een PictBridgec Zolang het PictBridge-compatibele
De aanduiding
compatibele
digitale
apparaat is aangesloten op de computer,
“PictBridge” wordt
camera
aangesloten
op
wordt de aanduiding “PictBridge”
ingeschakeld ook nadat
de
printer?
weergegeven. Koppel de kabel van het
u op INPUT SELECT
PictBridge-compatibele apparaat los om
hebt gedrukt om de
de aanduiding uit te schakelen.
stand “Memory Stick”
(.pagina 81)
of “CompactFlash” te
selecteren.
Afdrukken
Controle
Oorzaak/oplossingen
Papier wordt niet
ingevoerd.
• Is het printpapier
correct geplaatst in de
papierlade?
c Als het printpapier niet correct is
geplaatst, kunnen er problemen optreden
met de printer. Controleer het volgende:
• Is de juiste set printpapier en
printcartridge geplaatst? (.pagina 12)
• Wijst de pijl op de achterkant van het
printpapier in dezelfde richting als de
pijl op de lade? (.pagina 16)
• Hebt u te veel printpapier in de
papierlade geplaatst? (.pagina 16)
• Komt de geleider van de lade overeen
met het printpapier? (.pagina 15)
• Hebt u het printpapier voldoende
geschud?
• Hebt u voor het afdrukken het
printpapier gevouwen?
107 NL
Problemen oplossen
Probleem
Probleem
Controle
Oorzaak/oplossingen
Papier wordt niet
ingevoerd.
• Gebruikt u printpapier dat
niet voor deze printer is
ontworpen?
c Gebruik printpapier dat voor de printer is
ontworpen. Er kunnen problemen optreden
met de printer als u printpapier gebruikt
dat niet geschikt is. (.pagina 12)
• Is het printpapier
vastgelopen?
c Als er geen printpapier kan worden
ingevoerd, brandt de aanduiding voor
printpapierfouten ( ) en wordt een
foutbericht weergegeven in de
MONITOR OUT-stand. Verwijder de
papierlade en controleer of er papier is
vastgelopen. (.pagina 124)
• Is het afdrukproces
halverwege?
c Het printpapier wordt wellicht
gedeeltelijk uitgevoerd tijdens het
afdrukken. Wacht tot het printpapier
volledig is uitgevoerd voordat u het
papier verwijdert.
Het printpapier
wordt gedeeltelijk
uitgevoerd tijdens
het afdrukken.
uitgevoerd tijdens
het afdrukken.
Afdrukresultaten
Probleem
Controle
Oorzaak/oplossingen
De afgedrukte
beelden hebben
geen goede
kwaliteit.
• Hebt u de gegevens van het
voorbeeld afgedrukt?
c Afhankelijk van het type digitale camera
dat u gebruikt, worden in de
miniaturenlijst naast de oorspronkelijke
beelden mogelijk ook voorbeelden
weergegeven. De afdrukkwaliteit van de
voorbeelden is niet zo goed als die van
de oorspronkelijke beelden. Als u de
voorbeelden verwijdert, worden de
gegevens van de oorspronkelijke beelden
wellicht beschadigd.
• Hebt u een beeld afgedrukt
met een formaat (breedte of
hoogte) dat kleiner is dan
480 punten?
Wordt het volgende
pictogram weergegeven in
de beeldenlijst?
c Als het beeld wordt weergegeven zoals
het pictogram links, is het een klein
beeld. De afdruk is onscherp vanwege
het kleine beeldformaat.
c Wijzig de instelling voor het
beeldformaat van de digitale camera die
u gebruikt.
108 NL
Probleem
Controle
Oorzaak/oplossingen
De afgedrukte
beelden hebben
geen goede
kwaliteit.
• Hebt u het menu EDIT
gebruikt om het beeld te
vergroten?
c Een vergroot beeld wordt, afhankelijk
van het beeldformaat, afgedrukt met een
slechtere beeldkwaliteit.
• Bevat de afdrukzijde stof of
vingerafdrukken?
c Raak de afdrukzijde niet aan (de
onbedrukte glanzende zijde). De
afdrukkwaliteit kan verminderen door
vingerafdrukken op de afdrukzijde.
• Hebt u gebruikt printpapier
gebruikt?
c Druk niet af op gebruikt printpapier. Als
u twee keer op hetzelfde papier afdrukt,
wordt het beeld niet dikker afgedrukt.
• Hebt u een beeld opgenomen c Als u een beeld opneemt in de RAWin de RAWbestandsindeling, wordt er wellicht ook
bestandsindeling?
een gecomprimeerd JPEG-bestand
opgenomen. Een beeld wordt met het
JPEG-bestand afgedrukt omdat de RAWbestandsindeling niet door de printer
wordt ondersteund. U kunt een RAWbestand afdrukken vanaf een computer.
Raadpleeg de gebruiksaanwijzing bij uw
digitale camera voor meer informatie.
Wat is een RAW-bestand?
RAW is een bestandsindeling voor
beelden om niet-gecomprimeerde, nietverwerkte gegevens van stilstaande
beelden die zijn opgenomen op een
digitale camera op te slaan.
109 NL
Problemen oplossen
Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van de
digitale camera als u wilt weten of u met
de digitale camera een beeld met de
RAW-bestandsindeling kunt opnemen.
Oorzaak/oplossingen
Probleem
Controle
De afgedrukte
beelden hebben
geen goede
kwaliteit.
• Hebt u met een AdobeRGB- c Bij een AdobeRGB-beeldbestand dat DCF
compatibele digitale camera,
2.0 ondersteunt, worden de kleuren
die niet compatibel is met
gecorrigeerd. Een AdobeRGBDCF 2.0, een beeld in de
beeldbestand dat DCF 2.0 niet
AdobeRGB-stand
ondersteunt, wordt echter met vage
opgenomen?
kleuren zonder kleurcorrecties afgedrukt.
Wat is AdobeRGB?
AdobeRGB verwijst naar een kleurruimte
die voor Adobe System Incorporated
wordt geïmplementeerd en gebruikt als
standaardinstelling voor
beeldverwerkingssoftware, waaronder
Adobe Photoshop. Met AdobeRGB, een
optionele kleurruimte uitgebreid met
DCF 2.0, wordt het kleurenbereik bepaald
dat wereldwijd in de afdrukindustrie
wordt gebruikt.
Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van de
digitale camera als u wilt weten of uw
digitale camera AdobeRGB ondersteunt.
De kwaliteit en
de kleuren van
het beeld dat u
op het scherm
bekijkt, zijn niet
dezelfde als van
de beelden die
worden
afgedrukt.
c Het beeld op het scherm is geen exacte
weergave maar een indicatie, omdat per
televisietoestel de fosformethode en
profielen kunnen verschillen. Wilt u de
beeldkwaliteit aanpassen, dan voert u
een van de volgende handelingen uit:
Het afgedrukte
beeld verschilt als
een beeld direct
vanaf de
geheugenkaart in
de printersleuf
wordt afgedrukt
of wanneer het
beeld via een
computer wordt
afgedrukt.
c De verschillen tussen de afgedrukte
beelden worden veroorzaakt door de
verschillende verwerking van de
printer en van de computersoftware.
110 NL
– Menu - SET UP - Color Setting
(.pagina 62)
– Menu-EDIT-Adjust (.pagina 33)
Controle
Oorzaak/oplossingen
De datum kan
niet worden
afgedrukt.
• Is “Date Print” ingesteld
op “On”?
c Stel “Date Print” in het menu SET UP in
op “On”. (.pagina 62)
• Wordt DCF ondersteund
door het beeld?
c De functie “Date Print” van dit apparaat
ondersteunt een afbeelding die
compatibel is met de DCF-normen.
De datum is per
ongeluk
afgedrukt.
• Is “Date Print” ingesteld
op “Off”?
c Stel “Date Print” in het menu SET UP in
op “On”. (.pagina 62)
• Is de datum opgeslagen
met het beeld toen u het
beeld hebt gemaakt met
de digitale camera.
c Wijzig de camera-instellingen.
Het beeld kan
niet volledig in
het afdrukbereik
worden
afgedrukt.
• Hebt u “Borders” in het
menu SET UP ingesteld op
“Yes”?
c Stel “Borders” in op “No” door Menu SET UP - Borders te selecteren.
(.pagina 61)
• Hebt u het printpapier in
de juiste richting geplaatst?
c Plaats het printpapier in de richting van
de pijl. (.pagina 16)
• Is de breedte/hoogteverhouding van het beeld
correct?
c De breedte/hoogte-verhouding van het
opgenomen beeld kan verschillen,
afhankelijk van het type digitale camera
dat u gebruikt. Het beeld wordt wellicht
niet op het gehele afdrukgebied afgedrukt.
Zelfs als
“Borders” is
ingesteld op
“No” wordt het
beeld met randen
aan beide zijden
afgedrukt.
• Hebt u het beeld bewerkt
en opgeslagen met
“Borders” ingesteld op
“Yes”?
c Als u een beeld bewerkt of opslaat in het
formaat Post Card of 3,5 x 5 inch, wordt
het beeld opgeslagen als afdrukbeeld
met randen. Zelfs als u dit beeld afdrukt
met “Borders” ingesteld op “No” kunt u
de randen aan beide zijden van een
afdruk niet verwijderen. Wilt u het beeld
afdrukken zonder randen, dan bewerkt
u het beeld en slaat u dit op met
“Borders” ingesteld op “No”.
(.pagina 61)
Een beeld wordt
slechts
gedeeltelijk
afgedrukt.
• Hebt u “Borders” in het
menu SET UP ingesteld op
“Yes”?
c Stel “Borders” in op “Yes” om het gehele
beeld af te drukken. (.pagina 61)
111 NL
Problemen oplossen
Probleem
Probleem
Controle
Oorzaak/oplossingen
Het beeld wordt
horizontaal
uitgerekt bij het
afdrukken.
• Hebt u het beeld gedraaid
of een andere bewerking
uitgevoerd?
cAfhankelijk van het type digitale camera
dat u gebruikt, wordt het beeld verticaal
uitgerekt als het beeld is gedraaid of
verwerkt met de digitale camera. Dit
komt niet door problemen met de printer,
maar omdat het beeld is herschreven met
de digitale camera.
De afgedrukte
beelden bevatten
witte strepen of
punten.
c De printkop of de papierbaan kan vuil
zijn. Gebruik de bijgeleverde
reinigingscartridge om de kop en de baan
te reinigen. (.pagina 124)
Het beeld is te
helder, donker,
rood, geel of
groen.
c Pas een beeld aan door Menu - EDIT Adjust te selecteren. (.pagina 33)
De ogen van het
onderwerp zijn
rood.
c U kunt de functie voor het beperken van rode
ogen aanpassen door Menu - EDIT - Red-eye
reduction te selecteren. (.pagina 35)
De functie voor
beperking van
rode ogen werkt
niet.
c Stel het aanpassingskader twee tot zeven
keer zo groot in als het oog. (.pagina 35)
• Hebt u het beeld vergroot,
verkleind, gedraaid of
verplaatst nadat u de
functie voor beperking van
rode ogen hebt gebruikt?
c De functie voor het beperken van rode ogen
werkt wellicht niet goed als u andere
bewerking uitvoert zoals een beeld vergroten,
verkleinen, draaien of verplaatsen. Voer eerst
deze bewerkingen uit en gebruik vervolgens
de functie voor beperking van rode ogen.
Instellingen
Probleem
Controle
Oorzaak/oplossingen
De instelling
“Borders” “Yes/
No” functioneert
niet.
• Gebruikt u printpapier van
het formaat Small?
c U kunt niet zonder randen afdrukken op
printpapier van het formaat Small. De
instelling “Borders” “Yes/No” wordt
alleen geactiveerd als u het
printpapierformaat Post Card of 3,5 x 5
inch gebruikt. (.pagina 61)
• Gebruikt u het menu
Creative Print?
c In het menu Creative Print worden
sjablonen gebruikt. U kunt geen afdrukken
met of zonder randen selecteren.
112 NL
Probleem
Controle
Oorzaak/oplossingen
c U hoort een pieptoon als een bewerking
ongeldig is.
Bewerkingen
worden niet
uitgevoerd en er
klinken
pieptonen.
Een beeld opslaan of verwijderen
Probleem
Controle
Oorzaak/oplossingen
U kunt geen
beeld opslaan.
• Is de geheugenkaart
beveiligd?
c Schakel de beveiliging uit en probeer
opnieuw op te slaan.
• Staat het wispreventienokje
van de geheugenkaart in de
LOCK-positie?
c Schuif het wispreventienokje naar de
schrijfstand. (.pagina 129)
• Is de geheugenkaart vol?
c Verwijder onnodige beelden
(.pagina 67) of vervang de
geheugenkaart door een nieuwe kaart
met voldoende vrij geheugen. Sla het
beeld opnieuw op.
• Is de geheugenkaart
beveiligd?
c Schakel de beveiliging uit met de
digitale camera.
U kunt geen
beeld
verwijderen.
• Staat het wispreventienokje
van de geheugenkaart in de
LOCK-positie?
c Schuif het wispreventienokje naar de
schrijfstand. (.pagina 129)
• Gebruikt u een “Memory
Stick-ROM”?
c U kunt geen beeld verwijderen van een
“Memory Stick-ROM” of deze
formatteren.
c U kunt een beeld niet herstellen als u dit
eenmaal hebt verwijderd.
113 NL
Problemen oplossen
Er is per ongeluk
een beeld
verwijderd.
• Is het beeld vooraf ingesteld c Ontgrendel de beelden die vooraf zijn
met DPOF?
ingesteld met DPOF met de digitale
camera.
Probleem
Controle
Oorzaak/oplossingen
De “Memory
Stick” kan niet
worden
geformatteerd.
• Staat het wispreventienokje
van de geheugenkaart in de
LOCK-positie?
c Schuif het wispreventienokje naar de
schrijfstand. (.pagina 129)
• Is het een “Memory StickROM”?
c U kunt geen beeld verwijderen van een
“Memory Stick-ROM” of deze formatteren.
c Als de “Memory Stick” is geformatteerd,
worden alle gegevens verwijderd en
kunnen de gegevens niet meer worden
hersteld. Zet het wispreventienokje op
de LOCK-positie als u wilt voorkomen
dat de “Memory Stick” per ongeluk
wordt geformatteerd. (.pagina 129)
De “Memory
Stick” is per
ongeluk
geformatteerd.
Overige problemen
Probleem
Controle
Oorzaak/oplossingen
De printcartridge
kan niet correct
worden
geplaatst.
c Als de printcartridge niet goed vastklikt,
verwijdert u deze en plaatst u deze weer
terug. Als het inktlint te slap is om dit
goed te plaatsen, spoelt
u het inktlint in
de richting van de pijl
om het inktlint weer
strak te zetten. (.pagina 14)
De printcartridge
kan niet worden
verwijderd.
c Druk op de ON/STANDBY toets om de
printer uit te schakelen en druk nogmaals op
de toets om de printer weer in te schakelen.
Als de motor geen geluid meer maakt,
verwijdert u de cartridge. Is het probleem
hiermee niet is opgelost, dan neemt u
contact op met de onderhoudsdienst van
Sony of de Sony-handelaar.
Het printpapier is • Brandt de aanduiding voor c Het papier is vastgelopen. Zie “Als het
papier-/cartridgefouten ( /
papier vastloopt” (.pagina 124) en
vastgelopen.
) of wordt er een
verwijder het vastgelopen papier uit de
foutbericht weergegeven in
printer. Als u het vastgelopen papier niet
de MONITOR OUT-stand?
kunt verwijderen, neemt u contact op
met de onderhoudsdienst van Sony.
114 NL
Probleem
Controle
• Brandt het toegangslampje
Het afdrukken
groen?
wordt halverwege
gestopt.
Oorzaak/oplossingen
c Het beeldbestand is groot en het duurt
langer om het te verwerken voor
afdrukken. Zodra de gegevens zijn
verwerkt, wordt er afgedrukt.
• Brandt de aanduiding voor
papierfouten ( )?
c Het papier is vastgelopen. Zie “Als het
papier vastloopt” (.pagina 124) en
verwijder het vastgelopen papier uit de
printer. Als u het vastgelopen papier niet
kunt verwijderen, neemt u contact op
met de onderhoudsdienst van Sony.
• Brandt er een lampje?
c Als er geen aanduiding brandt, is de
thermische kop wellicht oververhit.
Wacht tot de kop is afgekoeld en de
printer het afdrukken hervat.
Aansluiten op een digitale camera
Probleem
Controle
Het PictBridgepictogram wordt
niet weergegeven
op het LCDscherm van de
digitale camera.
• Is de digitale camera correct c Sluit de kabel juist aan.
aangesloten?
• Is de ON/STANDBY toets
geactiveerd?
Oorzaak/oplossingen
c Activeer de ON/STANDBY toets.
• Wordt de firmware van de
c Raadpleeg de webpagina voor de
digitale camera ondersteund
digitale camera die u gebruikt.
door de printer?
c Het PictBridge-pictogram wordt niet
weergegeven als het menu EDIT,
Creative Print of andere menu’s zijn
geopend. Sluit het betreffende menu en
sluit de kabel opnieuw aan.
c Als u een USB-muis of andere apparaten
die niet compatibel zijn met PictBridge
hebt aangesloten, verwijdert u het
betreffende apparaat en sluit u een
PictBridge-compatibel apparaat aan.
c Koppel de digitale camera en de printer los
en sluit deze opnieuw aan. Of schakel de
printer en de digitale camera uit en weer in.
• Wordt er afgedrukt?
c Sluit de kabel opnieuw aan als het
afdrukken is voltooid.
115 NL
Problemen oplossen
• Knippert het PictBridgepictogram op het LCDscherm van de printer?
Probleem
Controle
Oorzaak/oplossingen
• Knippert het PictBridgeIk heb de USBpictogram op het LCDkabel aangesloten
scherm snel?
en losgekoppeld,
maar er gebeurt
niks.
c Er is piekspanning opgetreden. Koppel
het netsnoer los van de printer, sluit het
opnieuw aan en druk op de ON/
STANDBY toets om de fout te herstellen.
Ik kan het
afdrukken niet
stoppen zelfs niet
als ik op
CANCEL druk.
c De volgende afdruk van de huidige
afdrukopdracht wordt geannuleerd.
c Afhankelijk van de gebruikte digitale
camera, kunt u het afdrukken vanaf de
printer mogelijk niet annuleren. Stop het
afdrukken vanaf de digitale camera.
Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van de
digitale camera.
Aansluiten op een computer
Probleem
Controle
Oorzaak/oplossingen
De beelden op de
geheugenkaart in
de printer
worden niet
weergegeven op
de computer.
c De printer heeft geen functie om beelden
op de geheugenkaart te bekijken via de
printer.
Ik ben de
bijgeleverde CDROM kwijt en ik
wil graag een
nieuwe.
c Download de printerdriver van de
webpagina voor klantenondersteuning
(.pagina 132). U kunt ook contact
opnemen met de Sony-handelaar.
116 NL
Oorzaak/oplossingen
Probleem
Controle
De printerdriver
kan niet worden
geïnstalleerd.
c Voer de procedures uit in de
• Weet u zeker dat u de
gebruiksaanwijzing om de driver te
installatieprocedures correct
installeren (.pagina 87). Als er een
hebt uitgevoerd?
fout optreedt, start u de computer
opnieuw op en voert u de
installatieprocedures nogmaals uit.
• Is er een andere toepassing
open?
c Sluit alle toepassingen en installeer de
driver opnieuw.
• Hebt u het CD-ROM-station c Dubbelklik op My Computer (Deze
computer) en vervolgens op het
met de installatie-CD-ROM
op de juiste manier
pictogram van de CD-ROM in het
geselecteerd?
geopende venster. Voer de procedures
uit in de gebruiksaanwijzing om de
driver te installeren.
c De USB-driver is wellicht niet correct
geïnstalleerd. Voer de installatieinstructies uit om de USB-driver
opnieuw te installeren.
• Kunt u de CD-ROM lezen
met de Verkenner?
c Als er een fout is opgetreden met de CDROM, kan deze wellicht niet worden
gelezen. Als er een foutbericht wordt
weergegeven op de computer,
controleert u het foutbericht en verhelpt
u het probleem. Installeer vervolgens de
printerdriver opnieuw. Raadpleeg de
gebruiksaanwijzing van de computer
voor informatie over fouten.
• Wordt er een
antivirusprogramma of een
ander programma
uitgevoerd op het systeem?
c Als u een antivirusprogramma of een
ander programma hebt geopend, sluit u
het betreffende programma en installeert
u de driver opnieuw.
• Hebt u zich als beheerder
aangemeld bij Windows
XP/2000 Professional?
c Als u de driver in Windows XP/2000
Professional wilt installeren, meldt u
zich als beheerder aan bij Windows.
117 NL
Problemen oplossen
• Hebt u de USB-driver
geïnstalleerd?
Probleem
Controle
Oorzaak/oplossingen
c Controleer de printerstatus bij het
afdrukbeheer op het bureaublad van
Windows.
Als er geen problemen worden
weergegeven, controleert u de
aanduidingen van de printer.
Als er problemen worden weergegeven
op de printer, gaat u als volgt te werk:
– Druk op de ON/STANDBY toets om
de printer uit te schakelen en druk
nogmaals op de toets om de printer
weer in te schakelen.
– Koppel de stroomkabel los, wacht 5 tot
10 seconden en sluit de kabel weer aan.
– Start de computer opnieuw op.
De printer
reageert niet op
de
afdrukopdracht
van de computer.
Als het probleem hierdoor niet wordt
opgelost, raadpleegt u de Sonyhandelaar of de onderhoudsdienst.
Het beeld wordt
met randen
afgedrukt, zelfs
als ik de functie
“Borders” instel
op “No”.
118 NL
• Wordt er een foutbericht
weergegeven met de
mededeling dat er een fout
is vastgesteld bij de uitvoer
van documenten via USB?
c Koppel de USB-kabel los en sluit deze
opnieuw aan.
• Gebruikt u een andere
toepassing dan PictureGear
Studio?
c Als u een andere toepassing dan
PictureGear Studio gebruikt, wordt een
beeld wellicht met randen afgedrukt,
zelfs als u de functie voor afdrukken
zonder randen selecteert. Als dit
gebeurt, moet u één van de volgende
handelingen uitvoeren om een beeld
zonder randen af te drukken:
– Als u het afdrukbereik in een toepassing
kunt instellen, moet u een beeld in het zo
instellen dat het volledig wordt
afgedrukt, zelfs als het beeld groter is
dan het afdrukbereik.
– Stel in het tekstvak “Enlarge/Reduce”
op het tabblad “Paper/Output” van het
dialoogvenster “Sony DPP-EX50
Properties” een hogere waarde in.
(.pagina 99)
Probleem
Controleren
Oorzaak/oplossingen
De kleuren
worden niet
correct
weergegeven.
• Is “Exif Print”
ingeschakeld op het
tabblad “Graphics” van
het dialoogvenster
“Sony DPP-EX50
Properties”?
c De instelling Exif Print in het gedeelte
“Color reproduction/Picture quality” biedt
alleen ondersteuning voor PictureGear
Studio. Schakel “Exif Print” uit als u wilt
afdrukken vanaf een andere toepassing.
• Is “ICM” geselecteerd
op het tabblad
“Graphics” van het
dialoogvenster “Sony
DPP-EX50 Properties”?
c De ICM-instelling is alleen geldig als u een
ICM-compatibele toepassing gebruikt.
Controleer of de toepassing die u gebruikt,
ondersteuning biedt voor ICM.
c De printer past de afdrukinstellingen aan.
De wijzigingen zijn niet van invloed op het
voorbeeld.
Het aantal
• Gebruikt u PictureGear
exemplaren dat is
Studio?
opgegeven op het
tabblad “Paper/
Output” van het
dialoogvenster
“Sony DPP-EX50
Properties”,
wordt niet
afgedrukt.
c Geef het aantal exemplaren op in het
dialoogvenster “Print” van PictureGear
Studio. De instelling voor het aantal
exemplaren op het tabblad “Paper/Output”
van de printerdriver wordt niet geactiveerd.
c Afhankelijk van de toepassing die u
gebruikt, wordt de instelling die is
opgegeven in het dialoogvenster van de
printerdriver, overschreven door de
instelling in de toepassing.
119 NL
Problemen oplossen
De instellingen
van het voorbeeld
komen niet
overeen met de
afdrukinstellingen
die zijn
opgegeven op het
tabblad
“Graphics” van
het dialoogvenster
“Sony DPP-EX50
Properties”.
Als er een foutbericht wordt weergegeven
De volgende foutberichten kunnen worden weergegeven in de MONITOR OUT-stand.
Volg de aanwijzingen die hier worden weergegeven om het probleem op te lossen.
Printer
Foutberichten
Betekenis/oplossingen
A printer error has occurred.
c Er is een fout opgetreden met de printer. Koppel het
netsnoer los van de printer, sluit het opnieuw aan en
probeer opnieuw af te drukken. Neem contact op
met de Sony-handelaar of de onderhoudsdienst van
Sony als het probleem zich opnieuw voordoet.
Opslagmedia
Foutberichten
Betekenis/oplossingen
There is no Memory Stick inserted.
c Er is geen “Memory Stick” geplaatst. Plaats deze op
de juiste manier in de “Memory Stick” sleuf.
(.pagina 19, 73)
There is no CompactFlash card
inserted.
c Er is geen CompactFlash-kaart geplaatst. Plaats deze
op de juiste manier in de “CompactFlash” sleuf.
(.pagina 20, 73)
The Memory Stick is protected.
cEr is een beveiligde “Memory Stick” geplaatst. Als u
beelden met de printer wilt opslaan of bewerken, moet
u de beveiliging van de “Memory Stick” annuleren.
The Memory Stick is not compatible.
c Er is een “Memory Stick” geplaatst die niet wordt
ondersteund door de printer. Gebruik een “Memory
Stick” die compatibel is met de printer. (.pagina 127)
No image file.
c Er staan geen beeldbestanden op de geheugenkaart
die de printer kan verwerken. Plaats een “Memory
Stick” of CompactFlash-kaart die beelden bevat die
de printer kan weergeven.
No DPOF file.
c De geheugenkaart bevat geen beelden die vooraf zijn
ingesteld met DPOF. Geef de afdrukmarkering
(DPOF) op met de camera.
Protected files cannot be deleted.
c Als u een beveiligd beeld wilt verwijderen, annuleert
u de beveiliging met de camera.
DPOF files cannot be deleted.
120 NL
c Als u een beeld dat vooraf is ingesteld met DPOF
wilt verwijderen, annuleert u de afdrukmarkering
(DPOF) op de camera.
Foutberichten
Betekenis/oplossingen
Protected. Release the protect and
try deleting again.
c De “Memory Stick” is tegen schrijven beveiligd.
Schakel de schrijfbeveiliging uit. (.pagina 129)
Protected. Release the protect and
try formatting again.
Protected. Release the protect and try
saving again.
The Memory Stick is full.
c De “Memory Stick” bevat geen beschikbare
geheugenruimte. U kunt geen extra beelden opslaan.
Verwijder onnodige beelden (.pagina 67) of
plaats een “Memory Stick” die genoeg vrije ruimte
bevat.
The CompactFlash card is full.
c De CompactFlash-kaart bevat geen beschikbare
geheugenruimte. U kunt geen extra beelden opslaan.
Verwijder onnodige beelden (.pagina 67) of
plaats een CompactFlash-kaart die genoeg vrije
ruimte bevat.
An error detected in the Memory
Stick.
c Er is een fout opgetreden. Als deze berichten
regelmatig worden weergegeven, controleert u de
status van de geheugenkaart met een ander
apparaat.
Memory Stick read error
Memory Stick write error
Memory Stick format error
An error detected in the compact
flash card.
Problemen oplossen
CompactFlash card error
Read error in the compact flash card
Write error in the compact flash card
Image data read error
An error occurred during saving.
Failed in saving.
121 NL
Printcartridge
Foutberichten
Betekenis/oplossingen
No print cartridge inside.
Set the print cartridge. Press [PRINT]
again.
c De printcartridge is niet in de printer geplaatst.
Plaats de printcartridge in de printer. (.pagina
13)
No print cartridge inside.
Set the print cartridge for ### size.
Press [PRINT] again.
Print cartridge finished.
Set a new print cartridge. Press
[PRINT] again.
Print cartridge finished.
Set the new print cartridge for ###
size. Press [PRINT] again.
Wrong print cartridge.
Set the print cartridge for ### size.
Press [PRINT] again.
122 NL
Als “for ### size” (###: Post Card, 3,5 x 5 inch of
Small) verschijnt, plaatst u een printcartridge voor
het formaat dat wordt weergegeven. Als “cleaning”
wordt weergegeven, plaatst u de
reinigingscartridge. (.pagina 124)
c Vervang deze door een nieuwe printcartridge.
Als “for ### size” (###: Post Card, 3,5 x 5 inch of
Small) verschijnt, plaatst u een printcartridge voor
het formaat dat wordt weergegeven. (.pagina 13)
c Het afdrukformaat dat u hebt opgegeven in het
menu Creative Print, komt niet overeen met de
printcartridge die u in de printer hebt geplaatst.
Plaats een printcartridge en printpapier van het
formaat dat wordt weergegeven. (.pagina 13, 15)
Printpapier
Foutberichten
Betekenis/oplossingen
No print paper.
Set the print paper. Press [PRINT]
again.
c Er is geen printcartridge in de printer geplaatst.
No print paper.
Set the print paper for ### size. Press
[PRINT] again.
– De papierlade is niet in de printer geplaatst.
– Het printpapier is niet in de papierlade geplaatst.
– Het printpapier is op.
Plaats in alle gevallen printpapier in de lade.
Als “for ### size” (###: Post Card, 3,5 x 5 inch of
Small) verschijnt, plaatst u printpapier van het
formaat dat wordt weergegeven in de lade en plaatst
u de papierlade in de printer. (.pagina 15)
No cleaning sheet
Set the cleaning sheet. Press [PRINT]
again.
c De papierlade bevat geen reinigingsvel. Plaats het
reinigingsvel in de papierlade en plaats de
papierlade in de printer. (.pagina 15)
Wrong print paper.
Set the print paper for ### size. Press
[PRINT] again.
c Het printpapier en de printcartridge komen niet
overeen. Controleer voor welk papierformaat de
printcartridge in de lade bedoeld is en plaats
printpapier van hetzelfde formaat. (.pagina 15)
Paper jam
Remove the print paper and try
printing again.
c Papierstoringen. Zie “Als het papier vastloopt”
(.pagina 124) en verwijder het vastgelopen
papier uit de printer. Als u het vastgelopen papier
niet kunt verwijderen, neemt u contact op met de
onderhoudsdienst van Sony.
Problemen oplossen
123 NL
Als het papier
vastloopt
De binnenkant van de
printer reinigen
Als het printpapier vastloopt, brandt de
aanduiding / (papier-/cartridgefout)
in het LCD-scherm van de printer en
wordt een foutbericht weergegeven in
de MONITOR OUT-stand. Het
afdrukken wordt gestopt.
Koppel het netsnoer los van de printer
en verwijder het vastgelopen papier uit
de papieruitvoer of haal de papierlade
uit de printer om het vastgelopen papier
te verwijderen.
Als er witte strepen of punten op de
beelden worden afgedrukt, gebruikt u
de reinigingscartridge, die bij de printer
is geleverd, en het beschermvel, dat bij
de printset is geleverd, om de
binnenkant van de printer te reinigen.
Verwijder het
vastgelopen
papier
voorzichtig.
Open de klep van de
cartridgehouder en verwijder
de printcartridge (pagina 13).
2
Plaats de bijgeleverde
reinigingscartridge (wit) in de
printer en sluit de klep van de
cartridgehouder.
3
Verwijder de papierlade uit de
printer. Als de papierlade
printpapier bevat, verwijdert u
het papier uit de lade.
Haal de
papierlade uit
de printer om
het vastgelopen
papier te
verwijderen.
Opmerking
Als u het vastgelopen papier niet kunt
verwijderen, neemt u contact op met de Sonyhandelaar.
124 NL
1
4
5
Pas de geleider aan zodat u
het beschermvel kunt plaatsen,
waarmee u de printer kunt
reinigen.
Als het reinigen is voltooid
Plaats de printcartridge en het
printpapier in de printer.
Opmerkingen
Plaats het beschermvel van de
printset in de papierlade.
Plaats het beschermvel met de
onbedrukte zijde naar boven en met
het pijltje in dezelfde richting als het
pijltje in de lade. Plaats het papier
achter de geleider (in de
invoerrichting).
• Reinig de printer alleen als er witte strepen
of punten op de afdruk verschijnen.
• Als de afdrukprestaties al optimaal zijn, is
het reinigen niet van invloed op de
beeldkwaliteit van de afdrukken.
• U kunt maximaal 20 keer reinigen. Met
elke keer neemt het effect van het reinigen
echter af.
• Plaats het beschermvel niet op het
printpapier als u gaat reinigen. Het papier
kan vastlopen of er kunnen andere
problemen optreden.
• Als het reinigen de beeldkwaliteit van de
afdrukken niet verbetert, voert u de
reinigingsprocedure een paar keer achter
elkaar uit.
Pijltjes op de
achterkant
Geleider
6
Plaats de papierlade in de
printer en druk op PRINT.
7
Problemen oplossen
De reinigingscartridge en het
beschermvel reinigen de binnenkant
van de printer. Als het reinigen is
voltooid, wordt het beschermvel
automatisch uitgevoerd.
Verwijder de
reinigingscartridge en het
beschermvel uit de printer.
Tips
• Bewaar de reinigingscartridge en het
beschermvel voor later gebruik.
• U kunt een beschermvel maximaal 20 keer
gebruiken voor het reinigen van de printer.
125 NL
Aanvullende informatie
Voorzorgsmaatregelen
Veiligheid
• U moet op het netsnoer geen zware
voorwerpen plaatsen of laten vallen,
of het netsnoer op enige andere
manier beschadigen. Gebruik deze
printer niet als het netsnoer
beschadigd is.
• Als een voorwerp of vloeistof in de
behuizing terechtkomt, moet u de
printer loskoppelen en laten nakijken
door bevoegde servicetechnici voordat
u het apparaat verder gebruikt.
• Demonteer de printer niet.
• Als u het netsnoer wilt loskoppelen,
moet u aan de stekker trekken. Trek
nooit aan het snoer zelf.
• Als u de printer gedurende een lange
periode niet gebruikt, trekt u het
netsnoer uit het stopcontact.
• Ga voorzichtig met de printer om.
• Trek de stekker van de printer uit het
stopcontact voordat u de printer gaat
reinigen of onderhoud aan de printer
gaat plegen. Doet u dit niet, dan kan
dit elektrische schokken tot gevolg
hebben.
Installatie
• Plaats de printer niet op een plaats
waar deze wordt blootgesteld aan de
volgende omstandigheden:
– trillingen
– hoge vochtigheid
– overmatige hoeveelheden stof
– direct zonlicht
– extreem hoge of lage
temperaturen
126 NL
• Gebruik geen elektrische apparaten in
de buurt van de printer. De printer
functioneert niet goed in
elektromagnetische velden.
• Plaats geen zware voorwerpen op
printer.
• Laat voldoende ruimte vrij rondom de
printer zodat de ventilatieopeningen
niet worden afgedekt. Als deze
openingen worden afgedekt, kan dit
oververhitting van het apparaat
veroorzaken.
Condensvorming
Als u de printer verplaatst van een
koude naar een warme omgeving of de
printer in een extreem warme of koude
ruimte plaatst, kan er vocht condenseren
in het apparaat. In dergelijke gevallen
functioneert de printer waarschijnlijk
niet goed en kunnen er zelfs fouten
optreden als u de printer blijft
gebruiken. Als er vocht in de printer is
gecondenseerd, koppelt u het netsnoer
los van de printer en gebruikt u de
printer minstens een uur niet.
Vervoeren
Als u de printer vervoert, verwijdert u
de printcartridge, de papierlade en de
geheugenkaart en plaatst u de printer en
de randapparatuur in de originele doos
met de beschermende verpakking.
Als u de originele doos en de andere
onderdelen niet meer hebt, gebruikt u
ander verpakkingsmateriaal zodat de
printer niet wordt beschadigd tijdens het
vervoer.
Reinigen
Reinig de behuizing, het voorpaneel en
de bedieningselementen met een zachte,
droge doek of een zachte doek die
lichtjes is bevochtigd met een mild
zeepsopje. Gebruik geen oplosmiddelen,
zoals alcohol of benzine. Dergelijke
middelen kunnen de afwerking
beschadigen.
Beperkingen voor het kopiëren
Houd rekening met het volgende
wanneer u documenten kopieert met de
printer:
• Het kopiëren van bankbiljetten,
munten en waardepapieren is
verboden.
• Het kopiëren van blanco certificaten,
rijbewijzen, paspoorten en
persoonlijke waardepapieren en nietgebruikte postzegels is ook verboden.
• Televisieprogramma’s, films,
videobanden, portretten van andere
personen en ander beeldmateriaal zijn
wellicht beschermd door
auteursrechten. Het zonder
toestemming afdrukken van dergelijk
materiaal kan in strijd zijn met de
auteursrechten.
Informatie over de
“Memory Stick”
“Memory Stick”
De “Memory Stick” is een klein,
lichtgewicht, geavanceerd ICopslagmedium met een grotere
opslagcapaciteit dan een diskette. U
kunt de “Memory Stick” gebruiken om
gegevens uit te wisselen tussen
apparaten die geschikt zijn voor
“Memory Stick”. Bovendien kunt u de
“Memory Stick” gebruiken als
uitneembaar extern opslagmedium om
uw gegevens te bewaren.
Typen “Memory Stick”
De volgende typen “Memory Stick” zijn
beschikbaar voor uiteenlopende doelen.
Wordt vervolgd
127 NL
Aanvullende informatie
• “Memory Stick”: op de “Memory
Stick” kunt u alle soorten gegevens
opslaan, behalve die waarvoor de
copyrightbeveiligingstechnologie
“MagicGate” nodig is.
• “Memory Stick” (MagicGate/HighSpeed Transfer Compatible): de
“Memory Stick” (MagicGate/ HighSpeed Transfer Compatible) gebruikt
de copyrightbeveiligingstechnologie
“MagicGate” en is geschikt voor
gegevensoverdracht met hoge
snelheid. U kunt de “Memory Stick”
gebruiken met alle apparaten die
hiervoor geschikt zijn. (De snelheid
van de gegevensoverdracht is
afhankelijk van de apparaten die
geschikt zijn voor “Memory Stick”.)
• “Memory Stick” (with memory
select function): “Memory Stick” met
de functie Memory Select is voorzien
van meerdere geheugeneenheden van
128 MB. Deze kunnen door de
gebruiker worden geselecteerd met
een mechanische schakelaar op de
achterkant van de Memory Stick. Met
elke geheugeneenheid kunt u
verschillende typen gegevens
categoriseren. U kunt niet meerdere
geheugeneenheden tegelijkertijd of
doorlopend selecteren.
• “MagicGate Memory Stick”:
“MagicGate Memory Stick” gebruikt
de copyrightbeveiligingstechnologie
“MagicGate”.
• “Memory Stick PRO”: “Memory Stick
PRO” gebruikt de
copyrightbeveiligingstechnologie
“MagicGate” en kan alleen worden
gebruikt met apparaten die geschikt
zijn voor “Memory Stick PRO”.
• “Memory Stick-ROM”: “Memory
Stick-ROM” is een alleen-lezen
“Memory Stick”. U kunt de gegevens
niet opslaan of wijzigen.
Informatie over “Memory Stick
Duo”
“Memory Stick Duo” is kleiner dan de
standaard “Memory Stick”. Als u de
“Memory Stick Duo” in de Memory Stick
Duo adapter plaatst, is deze even groot als
de “Memory Stick” en kunt u de “Memory
Stick Duo” gebruiken met apparaten die
geschikt zijn voor “Memory Stick”.
• Als u de “Memory Stick Duo” voor de
printer gebruikt, moet u de “Memory
Stick Duo” in de Memory Stick Duo
adapter plaatsen en de adapter met de
“Memory Stick Duo” in de printer
plaatsen.
128 NL
• Voordat u de “Memory Stick Duo”
gebruikt, controleert u de richting
waarin de “Memory Stick Duo” moet
worden geplaatst. Als u de “Memory
Stick Duo” in de verkeerde richting
plaatst, kan de “Memory Stick Duo”
of de printer worden beschadigd.
• Plaats de Memory Stick Duo adapter
nooit zonder “Memory Stick Duo” in
een apparaat dat geschikt is voor
“Memory Stick”. Als u dit wel doet,
kan het apparaat worden beschadigd.
Typen “Memory Stick” die
geschikt zijn voor de printer
Met de printer kunt u de volgende
handelingen uitvoeren voor de
verschillende typen “Memory Stick”:
Lezen
“Memory Stick”/
“Memory Stick” (with
memory select
function)/“Memory
Stick Duo”*2
Schrijven/
Verwijderen/
Formatteren
OK
OK
OK*1*3
OK*1*3
OK*1
OK*1
“Memory Stick PRO”
OK*1
“Memory Stick PRO Duo” *2
OK*1
“Memory Stick-ROM”
NEE
“Memory Stick”
(MagicGate/High-Speed
Transfer Compatible)/
/“Memory Stick Duo”
(MagicGate/High-Speed
Transfer Compatible)*2
“MagicGate Memory
Stick”/“MagicGate
Memory Stick Duo”*2
*1
*2
*3
OK
De printer kan gegevens die zijn beveiligd met
“MagicGate” niet lezen en/of schrijven.
Gebruik de adapter die is ontworpen voor de
“Memory Stick Duo” die u gebruikt.
De printer biedt geen ondersteuning voor
gegevensoverdracht met hoge snelheid via een
parallelle interface.
De werking wordt niet gegarandeerd voor
alle typen “Memory Stick”.
Lees-/schrijfsnelheid voor gegevens
De lees-/schrijfsnelheid voor gegevens
kan verschillen, afhankelijk van de
combinatie van de “Memory Stick” en
het apparaat dat u gebruikt.
“MagicGate”
De copyrightbeveiligingstechnologie
“MagicGate” werkt alleen als de
“Memory Stick” en het apparaat beide
deze technologie gebruiken. Er wordt
gecontroleerd of het apparaat dat
geschikt is voor “MagicGate” en de
“MagicGate Memory Stick” beide de
technologie “MagicGate” gebruiken,
waarna de gegevens worden gecodeerd
en uitgewisseld.
De printer biedt geen ondersteuning
voor “MagicGate” en kan de gegevens
die zijn gecodeerd met “MagicGate”,
niet lezen en/of schrijven.
Opmerkingen over het gebruik
Connettore
Schrijfstand
LOCK
Schrijfbeveiligingsstand
LOCK
Plaats het label hier.
Wordt vervolgd
129 NL
Aanvullende informatie
• Wanneer u de
schrijfbeveiligingsschakelaar naar de
schrijfbeveiligingsstand schuift, kunt
u de gegevens niet opnemen,
bewerken of verwijderen.
• Gebruik een voorwerp met een smalle
punt als u de
schrijfbeveiligingsschakelaar op de
“Memory Stick Duo” verschuift.
• Verwijder de “Memory Stick” niet uit
de printer als deze gegevens leest of
schrijft.
• Gegevens kunnen worden beschadigd
als:
– de “Memory Stick” wordt
verwijderd of de printer wordt
uitgeschakeld met de ON/
STANDBY toets terwijl de printer
gegevens op de “Memory Stick”
leest of schrijft.
– de “Memory Stick” wordt gebruikt
op een plaats waar deze wordt
blootgesteld aan elektrostatische of
elektronische ruis.
• U kunt het beste een reservekopie van
belangrijke gegevens maken.
• Bevestig het label voor de “Memory
Stick” alleen op de daarvoor bestemde
plaats.
• Bevestig het label op de aangegeven
plaats. Zorg dat het label niet overlapt.
• Als u de “Memory Stick” wilt
opbergen of meenemen, gebruikt u
hiervoor de originele verpakking om
belangrijke gegevens te beschermen.
• Raak de aansluiting van de “Memory
Stick” niet aan en breng deze niet in
contact met een metalen voorwerp.
• Laat de “Memory Stick” niet vallen,
buig deze niet en stel deze niet bloot
aan externe schokken.
• Probeer de “Memory Stick” niet te
demonteren of aan te passen.
• Zorg dat er geen vloeistoffen op de
“Memory Stick” terechtkomen en
gebruik de “Memory Stick” niet op
plaatsen waar deze wordt blootgesteld
aan hoge luchtvochtigheid.
• Gebruik of plaats de “Memory Stick”
niet:
– op plaatsen waar deze wordt
blootgesteld aan extreem hoge
temperaturen (zoals een hete auto),
of in de buurt van een verwarming.
– op plaatsen met direct zonlicht
– op plaatsen met hoge
luchtvochtigheid
– in de buurt van corrosieve stoffen
• Als u de “Memory Stick” formatteert,
gebruikt u de formatteerfunctie van de
printer of de digitale camera. Als u
een “Memory Stick” met de computer
formatteert, worden de beelden
wellicht niet correct weergegeven.
130 NL
Informatie over de
CompactFlash-kaart
De printer kan een CompactFlash-kaart
(CF+ Type I/Type II flashgeheugenkaarten met een
voedingsspanning van 5 V of 3,3/5 V)
lezen en schrijven. Met een in de handel
verkrijgbare adapter voor
CompactFlash-kaarten kunt u ook SDgeheugenkaarten, xD-Picture-kaarten en
Smart Media-kaarten gebruiken.
Opmerkingen over het gebruik
• CompactFlash-kaarten met een
voedingsspanning van 3 V (3,3 V) zijn
niet geschikt. Plaats geen andere typen
CompactFlash-kaarten in de sleuf van
de printer. De printer kan hierdoor
worden beschadigd.
• Laat de CompactFlash-kaart niet
vallen, buig deze niet en stel deze niet
bloot aan externe schokken.
• Probeer de CompactFlash-kaart niet te
demonteren of aan te passen.
• Zorg dat er geen vloeistoffen op de
CompactFlash-kaart terechtkomen en
gebruik de CompactFlash-kaart niet
op plaatsen waar deze wordt
blootgesteld aan hoge
luchtvochtigheid. Anders kunnen de
gegevens onleesbaar worden.
• Gebruik of plaats de CompactFlashkaart niet:
– op plaatsen waar deze wordt
blootgesteld aan extreem hoge
temperaturen (zoals een hete auto)
of in de buurt van een verwarming.
– op plaatsen met direct zonlicht
•
•
•
Technische gegevens
Afdruksysteem
Dye-sublimation afdruksysteem (geel/
magenta/cyaan; 3 beurten)
Resolutie
403 (H) x 403 (V) dpi
Beeldverwerking per punt
256 niveaus (8 bits voor geel/magenta/
cyaan), ongeveer 16 770 000 kleuren
Afdrukformaat
Formaat Post Card (10 x 15 cm):
101,6 x 152,4 mm (maximaal, zonder
rand)
Formaat 3,5 x 5 inch (9 x 13 cm):
89 x 127 mm (maximaal, zonder rand)
Formaat Small (9 x 10 cm):
71,7 x 95,5 mm (maximaal)
Afdruktijd (per vel)
Formaat Post Card (10 x 15 cm):
ongeveer 80 seconden
Formaat 3,5 x 5 inch (9 x 13 cm):
ongeveer 70 seconden
Formaat Small (9 x 10 cm): ongeveer 55
seconden
(exclusief de tijd voor gegevensverwerking
en -overdracht van de computer, de
“Memory Stick” of de CompactFlash-kaart)
Ingangen/uitgangen
USB-aansluiting (1)
PictBridge-aansluiting (1)
VIDEO OUT (uitgang) aansluiting
(phono-aansluiting x 1)
1 Vp-p, 75 ohm (asymmetrisch),
negatieve synchronisatie
Sleuf
”Memory Stick” sleuf (1)
Sleuf voor CompactFlash-kaart (1)
Wordt vervolgd
131 NL
Aanvullende informatie
•
– op plaatsen met hoge
luchtvochtigheid
– in de buurt van corrosieve stoffen
– op plaatsen met overmatige
hoeveelheden stof
– op plaatsen waar deze wordt
blootgesteld aan elektrostatische of
elektronische ruis
– op plaatsen waar deze wordt
blootgesteld aan magnetische
velden
Als u de CompactFlash-kaart wilt
opbergen of meenemen, gebruikt u
hiervoor de originele verpakking om
belangrijke gegevens te beschermen.
Verwijder de CompactFlash-kaart niet
uit de sleuf en zet de ON/STANDBY
toets niet uit terwijl de printer de
CompactFlash-kaart leest. Anders
kunnen gegevens onleesbaar worden.
Als u een SD-geheugenkaart, xDPicture-kaart of Smart Media-kaart
gebruikt, moet u een in de handel
verkrijgbare adapter voor
CompactFlash-kaarten die compatibel
is met de gebruikte kaart. Plaats de
kaart in de adapter en plaats deze
vervolgens in de printer. Raadpleeg
de gebruiksaanwijzing bij de adapter
voor CompactFlash-kaarten voor meer
informatie over het plaatsen van de
kaart en de adapter.
Probeer de CompactFlash-kaart, SDgeheugenkaart, xD-Picture-kaart of
Smart Media-kaart niet in de adapter
voor CompactFlash-kaarten te
plaatsen of uit de adapter te
verwijderen als de adapter in de
printer is geplaatst. De gegevens
kunnen hierdoor onleesbaar worden
of worden verwijderd.
Compatibele indelingen voor
beeldbestanden*1
JPEG: compatibel met DCF*2 1.0,
compatibel met Exif*3 2.2, JFIF*a
TIFF*4: compatibel met Exif 2.2*b
BMP: 24-bits Windows-indeling
*a: 4:4:4, 4:2:2, 4:2:0 (baseline JPEG)
*b: TIFF-RGB, niet-gecomprimeerd
Bestandsindelingen voor opgenomen
beelden
DCF-compatibel: Exif 2.2, JPEGcompatibel
Maximumaantal pixels dat kan worden
verwerkt
JPEG/BMP/Tiff: 6 400 (H) x 4 800 (V)
punten
(Het minimumaantal pixels dat verwerkt
kan worden is 80 (H) x 60 (V) punten)
Maximumaantal bestanden dat kan
worden verwerkt
9 999 bestanden voor een “Memory
Stick” of een CompactFlash-kaart
Printcartridge/Printpapier
Zie “De printset (niet bijgeleverd)
voorbereiden” op pagina 12.
Stroomvereisten
Voor de Verenigde Staten en Canada:
120 V wisselstroom, 50/60Hz, 1 A
Voor andere landen: 100-240 V
wisselstroom, 50/60Hz, 1,2-0,6 A
Werkingstemperatuur
5°C tot 35°C
Afmetingen
Ongeveer 83 x 199 x 290 mm
(b/h/d, zonder uitstekende delen)
(400 mm diep wanneer de papierlade is
geïnstalleerd.)
Gewicht
Ongeveer 2,05 kg
(zonder papierlade van 0,16 kg)
132 NL
Bijgeleverde accessoires
Zie “De inhoud van de verpakking
controleren” op pagina 11.
Wijzigingen in ontwerp en technische
gegevens voorbehouden zonder
voorafgaande kennisgeving.
*1: Bepaalde speciale bestandstypen zijn niet
compatibel.
*2: “DCF” is een afkorting van Design rule for
Camera File system.
*3: “Exif” is een indeling voor beeldbestanden die
de beeldgegevens met de bijbehorende
miniatuurgegevens, gegevens over de
opnamedatum en gegevens over de opnameomstandigheden van het beeld bevat.
*4: Voor een TIFF-bestand zijn wellicht minder
printerfuncties beschikbaar.
Webpagina voor
klantenondersteuning
De meest recente
ondersteuningsinformatie is beschikbaar
op de volgende webpagina’s:
Voor klanten in de Verenigde Staten:
http://www.sel.sony.com/SEL/
service/conselec/
Voor klanten in Canada:
http://www.sony.ca/service
Voor klanten in Europa:
http://www.sonydigitallink.com/
index/index.asp
Voor klanten in Singapore:
http://www.css.ap.sony.com
Afdrukbereik
Formaat Post Card
152,4 mm (2 418 punten)
101,6 mm
(1 612
punten)
95,5 mm
(1 516 punten)
146,3 mm (2 322 punten)
Formaat 3,5 x 5 inch
127 mm (2 015 punten)
89 mm
(1 412 punten)
83,9 mm
(1 332 punten)
122 mm (1 936 punten)
Formaat Small
Afdrukbereik met
randen
71,7 mm
(1 136
punten)
Afdrukbereik
zonder randen
Perforatieranden
Wordt vervolgd
133 NL
Aanvullende informatie
95,5 mm (1 516 punten)
Het afdrukbereik verschilt afhankelijk van afdrukken met of zonder rand, zoals in de
afbeeldingen op de vorige pagina wordt weergegeven.
Voor een afdruk met randen is het formaat van de marges afhankelijk van de
breedte/hoogte-verhouding van het beeld dat wordt afgedrukt, zoals hierna wordt
uitgelegd. Bij de afbeeldingen op de vorige pagina wordt uitgegaan van een beeld
met een hoogte/breedte-verhouding van 2:3.
Afmetingen van randen
Hoogte/breedte-verhouding van
het beeld dat het beeld
2:3
3:4
4:5
Papierformaat
Formaat Post Card
Formaat 3,5 x 5 inch
Formaat Small
rechts/links:
4,6 mm
12,6 mm
16,5 mm
boven/onder:
3,1 mm
3,1 mm
3,1 mm
rechts/links:
2,5 mm
7,6 mm
11,1 mm
boven/onder:
3,9 mm
2,5 mm
2,5 mm
rechts/links:
3,1 mm
3,1 mm
6,1 mm
boven:
8,8 mm
4,8 mm
4,8 mm
onder:
17,5 mm
13,5 mm
13,5 mm
* De afmetingen bij benadering
134 NL
Woordenlijst
Auto Fine Print 3
Met deze functie wordt de
beeldkwaliteit gecorrigeerd zodat
beelden levendiger, duidelijker en
mooier worden afgedrukt. Deze
functie is vooral effectief bij donkere
beelden met een laag contrast. De
beelden worden gecorrigeerd zodat
natuurlijke huidkleuren, levendige
groene bladkleuren en heldere blauwe
luchten worden verkregen.
DCF (Design rule for Camera File
system)
De standaard die is ontwikkeld door
JEIDA (Japan Electronic Industry
Development Association) om de
uitwisseling van bestanden en
compatibiliteit tussen digitale
camera’s en bijbehorende producten te
behouden.
DPOF (Digital Print Order Format)
Exif Print (Exchangeable Image File, een
uitwisselbare bestandsindeling voor
beelden voor digitale camera’s) is een
algemene standaard voor het afdrukken
van digitale foto’s. Op een digitale
camera die ondersteuning biedt voor
Exif Print, worden de relevante gegevens
over de opname-omstandigheden
opgeslagen wanneer u de foto neemt. De
printer gebruikt de Exif Print-gegevens
die in elk beeldbestand zijn opgeslagen
om te zorgen dat de afdruk zo veel
mogelijk overeenkomt met de
oorspronkelijke foto*1.
*1Als de functie “Auto Fine Print 2” is
ingeschakeld, wordt een beeld (JPEGbestand) dat is opgenomen met een Exif
Print-compatibele digitale camera (Exif
2.2), automatisch aangepast en afgedrukt
met de beste beeldkwaliteit.
“Memory Stick”/CompactFlash-kaart
Een compact, licht en verwijderbaar
opslagmedium. Zie pagina 127-131
voor meer informatie.
PictBridge
Een standaard die is ontwikkeld door
Camera & Imaging Products
Association, waarmee u een
PictBridge-compatibele digitale
camera rechtstreeks op een printer
kunt aansluiten zonder computer,
zodat u direct kunt afdrukken.
Miniaturen
Dit zijn verkleinde beelden waarmee
de originele beelden die met een
digitale camera zijn opgenomen en in
de beeldbestanden zijn opgeslagen,
worden weergegeven. De printer
gebruikt miniaturen in de beeldenlijst.
135 NL
Aanvullende informatie
Met deze indeling worden de
benodigde gegevens opgenomen
waarmee u beelden die met een
digitale camera zijn genomen,
automatisch kunt afdrukken in een
kopieerwinkel of met een printer voor
thuisgebruik. De printer biedt
ondersteuning voor DPOF-afdrukken
en kan automatisch het vooraf
ingestelde aantal exemplaren van de
beelden die vooraf zijn ingesteld met
DPOF, afdrukken.
Exif 2.2 (Exif Print)
Lijsten met sjablonen en patronen in Creative
Print (alleen MONITOR OUT-stand)
Sjablonen voor een vrije indeling
Kalenderpatronen
Kaders
Stempels
136 NL
Kalendersjablonen
x Formaat Post Card
x Formaat 3,5 x 5 inch
x Formaat Small
Kaartsjablonen
x Formaat Post Card /Formaat 3,5 x 5 inch
Berichten
x Formaat Small
Sjablonen voor deelbeelden
x Formaat Post Card
x Formaat 3,5 x 5 inch
Aanvullende informatie
137 NL
x Formaat Small
Kaders
138 NL
De onderdelen van de
printer
Zie de pagina’s tussen haakjes voor
meer informatie.
Printer
1 MONITOR OUT toets (pagina 20,
72)
2 ON/STANDBY toets (pagina 20, 74,
82, 89)
3 INPUT SELECT toets (pagina 21, 74)
4 Pijltoets (B/b/V/v)
5 ENTER toets
6 CANCEL toets (pagina 25)
7 LCD-scherm (pagina 72)
8 MENU toets (pagina 31, 43, 60)
9 PICTURE toets (pagina 23)
0 AUTO PRINT toets (pagina 27, 78)
Wanneer u op de toets drukt, wordt er
geschakeld tussen INDEX, DPOF, ALL en
de normale afdrukstanden.
qa PRINT toets (pagina 22, 75)
qs “Memory Stick” sleuf (pagina 19,
73)
qd Sleuf voor CompactFlash-kaart
(pagina 20, 73)
qf Toegangslampje (pagina 21, 74)
Dit lampje brandt of knippert als de
printer de gegevens op de geheugenkaart
leest.
qg Uitwerptoets voor CompactFlashkaart (pagina 20, 73)
qh Klep van de papierladehouder
(pagina 15)
qj PictBridge-aansluiting (pagina 82)
De PictBridge-compatibele digitale
camera aansluiten.
(niet bijgeleverd)
w; Uitwerphendel voor printcartridge
(pagina 13)
Wordt vervolgd
139 NL
Aanvullende informatie
qk Klep van de cartridgehouder
(pagina 13)
ql Printcartridge (pagina 12, 13)
1 Ventilatieopeningen
2 VIDEO OUT (uitgang) aansluiting
(pagina 18)
Aansluiten op de video-ingang van het
televisiescherm.
3
USB-aansluiting (pagina 82, 89)
Aansluiten op de USB-aansluiting van de
computer.
4 Netsnoer
Papierlade
140 NL
1 Klep (pagina 15)
2 Geleider (pagina 15)
Index
Symbolen
3,5 x 5 inch (formaat) 12
A
B
Bedieningsschema’s 8
Bedieningsstanden 6
Beelden aanpassen 33
Beelden bewerken 30
Beelden draaien 33
Beelden opslaan 40, 58
Beelden verplaatsen 32
Beelden verwijderen 67
Beelden zoeken 69
Beeldformaat vergroten/
verkleinen 32
Beperkingen voor het
kopiëren 127
Berichten
Registreren/laden 39
Toevoegen aan een
beeld 54
Bijgeleverde accessoires
11
E
Exif Print 9, 61
F
Filter 34
Finish 61
Foutberichten 120
G
Geleider 15
I
INDEX 27, 76
INPUT SELECT 21, 74
Installeren
Picture Gear Studio 92
Printerdriver 87
Systeemvereisten 85
K
Kaart 53
Kader 44, 56
Kalender 50
Kenmerken 9
Klep van de
cartridgehouder 13)
C
L
Color Setting 62, 100
CompactFlash-kaart
Opmerkingen 130
Plaatsen/verwijderen
20, 73
Typen 130
Condensvorming 126
Creative Print 42
LCD-stand 72
Aanvullende informatie
Aansluiten
Computer 89
Naar stopcontact 19,
72, 81, 88
PictBridge-compatibele
digitale camera 82
Televisiescherm 18
Aantal exemplaren 25
Achtergrondafbeeldingen
44
Afdruk met vrije
indeling 43
Afdrukbereik 133
Afdrukinstellingen (SET
UP) 60
Afdrukken
Afdruk met vrije
indeling 43
Alle beelden 27, 76
Computerbeelden 96
Deelbeelden 56
DPOF-beelden 27, 76
Geselecteerde beelden
22, 74
Indexbeelden 27, 76
Kaart 53
Kalender 50
Meerdere beelden 24
Vanaf de computer 96
Vanaf een PictBridgecompatibele digitale
camera 81
Afdrukken met of zonder
rand 61
Afdrukzijde 15, 109
ALL 27, 76
Auto Fine Print 3 61
AUTO PRINT 27, 78
D
Date Print 62
Deelbeelden 56
Diavoorstelling 65
DPOF 27, 76
Wordt vervolgd
141 NL
M
R
“Memory Stick”
Opmerking over het
gebruik 129
Plaatsen/verwijderen
19, 73
Schrijfbeveiliging 129
Typen 127
“Memory Stick”
formatteren 69
MENU 31, 43, 60
Miniaturen 135
MONITOR OUT-stand 6,
18
MONITOR OUT toets
20, 74
Reinigen
Binnenkant van de
printer 124
Buitenkant van de
printer 127
Rode ogen beperken 35
O
ON/STANDBY 20, 74,
82, 89
Opnieuw instellen 41
OPTION 63
Overzicht 6
S
SET UP 60
Sjablonen 136
Small (3,5 x 4 inch)
(formaat) 12
Speciale filters aan een
beeld toevoegen 34
Stempel 46
Systeemvereisten 85
T
Tekens toevoegen 36
U
Uitwerphendel 13
USB-aansluiting 82, 89
P
Papierformaat 12
Papierlade 15, 140
Papierstoringen 124
PC-stand 7, 89
PictBridge 7, 10, 81, 135
PICTURE 23
Pieptoon 64
Plaatsen
Papierlade 17
Printcartridge 13
Printpapier 15
Post Card (formaat) 12
Printcartridge 12, 13
Printervoorkeuren
(opties) 63
Printpapier 12, 15
Printset 12
Problemen oplossen 104
142 NL
V
Vervoeren 126
Verwijderen
Picture Gear Studio 95
Printerdriver 91
VIDEO OUT-aansluiting
18
W
Weergeven
Beeldenlijst 20
Voorbeeld 23
Aanvullende informatie
143 NL
Sony Corporation
Printed in Korea
Download PDF