Sony | DPP-FP90 | Sony DPP-FP90 Gebruiksaanwijzing

3-097-069-41 (1)
Voordat u begint
Printer voor
digitale foto’s
DPP-FP70/FP90
Verschillende afdrukken
maken
Afdrukken vanaf een
PictBridge-camera of extern
apparaat
Afdrukken vanaf een
computer
Problemen oplossen
Aanvullende informatie
Gebruiksaanwijzing
Voordat u deze printer gaat gebruiken, moet u de bijgeleverde
“Lees dit eerst” en deze “Gebruiksaanwijzing” aandachtig
doorlezen. Bewaar de handleidingen voor het geval u deze
later als referentiemateriaal nodig hebt.
 2007 Sony Corporation
Lees de bijgeleverde “Lees dit eerst” door.
WAARSCHUWING
Stel het apparaat niet bloot aan
regen of vocht. Zo kunt u het risico
op brand of elektrische schokken
verkleinen.
Waarschuwing voor klanten in
Europa
Dit product is getest en voldoet aan de
beperkingen die zijn uiteengezet in de EMCrichtlijn voor het gebruik van een aansluitsnoer
van minder dan 3 meter.
Let op
De elektromagnetische velden kunnen bij de
opgegeven frequenties het beeld van deze
digitale fotoprinter beïnvloeden.
Opmerking
Als de gegevensoverdracht wordt onderbroken
(mislukt) door statische elektriciteit of
elektromagnetische storing, moet u de
toepassing opnieuw starten of de
verbindingskabel (USB, enzovoort) loskoppelen
en opnieuw aansluiten.
Verwijdering van oude elektrische en
elektronische apparaten (Toepasbaar in
de Europese Unie en andere Europese
landen met gescheiden ophaalsystemen)
Het symbool op het
product of op de
verpakking wijst erop
dat dit product niet als
huishoudelijk afval
mag worden
behandeld. Het moet
echter naar een plaats
worden gebracht waar
elektrische en
elektronische
apparatuur wordt
gerecycled. Als u
ervoor zorgt dat dit
product op de correcte manier wordt verwijderd,
voorkomt u voor mens en milieu negatieve
gevolgen die zich zouden kunnen voordoen in
geval van verkeerde afvalbehandeling. De
recycling van materialen draagt bij tot het
vrijwaren van natuurlijke bronnen. Voor meer
details in verband met het recyclen van dit
product, neemt u contact op met de
gemeentelijke instanties, het bedrijf of de dienst
belast met de verwijdering van huishoudafval of
de winkel waar u het product hebt gekocht.
Het kopiëren, bewerken of afdrukken van
CD’s, televisieprogramma’s, auteursrechtelijk
beschermde materialen, zoals beelden en
publicaties, en alle andere materialen met
uitzondering van eigen opnamen en creaties
is beperkt tot huishoudelijk of privé-gebruik.
Tenzij u in het bezit bent van de
auteursrechten of toestemming hebt van de
houder van de auteursrechten om deze
materialen te kopiëren, kan gebruik van deze
materialen een overtreding van de
auteursrechtwetten betekenen en moet u
wellicht schadevergoeding betalen aan de
houder van de auteursrechten.
Als u foto’s gebruikt met deze printer, moet u
ervoor zorgen dat u de auteursrechtwetten niet
overtreedt. Ongeoorloofd gebruik of
aanpassing van portretten van andere personen
kan ook een inbreuk op hun rechten betekenen.
Op bepaalde demonstraties, optredens en
tentoonstellingen is het nemen van foto’s
niet toegestaan.
Reservekopiëen
U kunt het beste een reservekopie van uw
gegevens opslaan om gegevensverlies door
een bedieningsfout of storing van de printer
te voorkomen.
2 NL
Informatie
IN GEEN GEVAL IS DE VERKOPER
AANSPRAKELIJK VOOR ENIGE DIRECTE
OF INCIDENTELE SCHADE OF
GEVOLGSCHADE VAN WELKE SOORT
DAN OOK, OF VOOR VERLIEZEN OF
KOSTEN ALS GEVOLG VAN EEN DEFECT
PRODUCT OF HET GEBRUIK VAN EEN
PRODUCT.
Sony is niet aansprakelijk voor enige
incidentele schade of gevolgschade of verlies
van opgenomen gegevens als gevolg van het
gebruik van of een storing aan de printer of
de geheugenkaart.
Opmerkingen over het LCD-scherm
• Het weergegeven beeld heeft niet dezelfde
beeldkwaliteit en kleuren als het afgedrukte
beeld omdat de fosformethoden en -profielen
anders zijn. U moet het weergegeven beeld
beschouwen als indicatie.
• Druk niet op het LCD-scherm. Het scherm kan
dan verkleuren, waardoor een storing wordt
veroorzaakt.
• Als het LCD-scherm langdurig wordt
blootgesteld aan direct zonlicht, kan dit tot
defecten leiden.
• Het LCD-scherm is vervaardigd met behulp
van precisietechnologie, waardoor meer dan
99,99% van de pixels effectief bruikbaar is.
Deze punten duiden niet op fabricagefouten
en hebben geen enkele invloed op de
afdrukken.
• In een koude omgeving kunnen de beelden op
het LCD-scherm nasporen vertonen. Dit is
normaal.
Handelsmerken en auteursrechten
• Cyber-shot is een handelsmerk van Sony
Corporation.
, "Memory Stick
• "Memory Stick",
PRO",
, "Memory Stick
Duo",
, "Memory Stick
PRO Duo",
, "MagicGate"
,
, "Memory Stick Micro", en
"M2" zijn handelsmerken van Sony
Corporation.
• Dit apparaat is uitgerust met software voor
gezichtsherkenning. Er wordt gebruikgemaakt
van de Sony-technologie voor
gezichtsherkenning die is ontwikkeld door
Sony.
• De BLUETOOTH-handelsmerken zijn
eigendom van Bluetooth SIG, Inc., U.S.A. en
worden door Sony Corporation onder licentie
gebruikt.
• Microsoft, Windows, Windows Vista en
DirectX zijn gedeponeerde handelsmerken of
handelsmerken van Microsoft Corporation in
de Verenigde Staten en/of andere landen.
• IBM en PC/AT zijn gedeponeerde
handelsmerken van International Business
Machines Corporation.
• Intel en Pentium zijn gedeponeerde
handelsmerken of handelsmerken van Intel
Corporation.
•
of xD-Picture Carda is een
handelsmerk van Fuji Photo Film Co., Ltd.
• CompactFlash is een handelsmerk van
SanDisk Corporation in de Verenigde Staten.
•
is een handelsmerk van FotoNation
Inc. in de Verenigde Staten.
• Alle andere bedrijven en productnamen die
hierin worden vermeld, kunnen de
handelsmerken of gedeponeerde
handelsmerken zijn van hun respectieve
bedrijven. Bovendien worden "™" en "®" niet
elke keer vermeld in deze gebruiksaanwijzing.
• Het rasterproces van True Type-lettertypen is
gebaseerd op de FreeType Team-software.
•Deze software is gedeeltelijk gebaseerd op het
werk van de Independent JPEG Group.
• Libtiff
Copyright © 1988-1997 Sam Leffler
Copyright © 1991-1997 Silicon Graphics, Inc.
Permission to use, copy, modify, distribute,
and sell this software and its documentation
for any purpose is hereby granted without fee.
• Zlib
© 1995-2002 Jean-loup Gailly en Mark Adler
3 NL
Kennisgeving voor
gebruikers
Programma © 2007 Sony Corporation
Documentatie © 2007 Sony Corporation
Alle rechten voorbehouden. Deze handleiding
en de software die hierin wordt beschreven,
geheel of gedeeltelijk, mogen niet worden
gereproduceerd, vertaald of omgezet in een
machineleesbare vorm zonder voorafgaande
schriftelijke toestemming van Sony Corporation.
IN GEEN GEVAL IS SONY CORPORATION
AANSPRAKELIJK VOOR ENIGE
INCIDENTELE OF SPECIALE SCHADE OF
GEVOLGSCHADE HETZIJ ONDER DWANG,
CONTRACT OF ANDERSZINS
VOORTKOMEND UIT OF IN VERBAND MET
DEZE HANDLEIDING, DE SOFTWARE OF
ANDERE INFORMATIE DIE HIERIN WORDT
VERMELD OF HET GEBRUIK ERVAN.
Door het zegel van de CD-ROM-verpakking te
verbreken, accepteert u alle bepalingen en
voorwaarden van deze overeenkomst. Als u
deze bepalingen en voorwaarden niet accepteert,
retourneert u de ongeopende CD-ROMverpakking samen met de rest van het pakket
aan de handelaar bij wie u het pakket hebt
gekocht.
Sony Corporation behoudt zich het recht voor
om te allen tijde deze handleiding of de
informatie in deze handleiding te wijzigen
zonder voorafgaande kennisgeving.
De software die hierin wordt beschreven, kan
ook vallen onder de bepalingen van een
afzonderlijke gebruiksrechtovereenkomst.
Ontwerpgegevens, zoals de voorbeelden in deze
software, mogen uitsluitend voor persoonlijk
gebruik worden aangepast of gekopieerd. Het
ongeoorloofd kopiëren van deze software is
volgens de auteursrechtwetten verboden.
Houd er rekening mee dat het ongeoorloofd
kopiëren of aanpassen van portretten van andere
personen of van auteursrechtelijk beschermd
werk een inbreuk op de rechten van de houders
van de auteursrechten kan betekenen.
Inhoudsopgave
Voordat u begint ......................
Onderdelen ............................................. 6
LCD-scherm ............................................ 8
Een voorbeeld ........................................... 8
Beeldenlijst ............................................... 9
Verschillende afdrukken maken
Een mislukte foto automatisch
corrigeren (AUTO TOUCH-UP) ........ 10
Afdrukken met de AUTO TOUCH-UPaanpassingen .......................................... 10
Eenvoudige afdrukken maken
(Index/DPOF/All) ............................. 11
Beelden bewerken ................................ 12
Het menu Bewerken weergeven .............. 12
Beelden vergroten of verkleinen .............. 13
Beelden verplaatsen ................................ 13
Beelden draaien ...................................... 14
Beelden aanpassen ................................. 14
Speciale filters aan een beeld toevoegen .. 15
De rode ogen corrigeren .......................... 16
Een bewerkt beeld afdrukken .................. 17
Een bewerkt beeld opslaan ...................... 17
U wordt wellicht verwezen naar de
bijgeleverde "Lees dit eerst" als deze
gedetailleerde beschrijvingen bevat.
Over de afbeeldingen en schermen
die in deze handleiding worden
gebruikt
In de afbeeldingen en de schermen die in
deze handleiding worden gebruikt, wordt de
DPP-FP70 weergegeven, tenzij anders
aangegeven.
4 NL
Afdrukken met Creative Print maken .... 18
Het menu Creative Print weergeven ......... 18
Lay-outafdrukken maken ......................... 19
Kalenders maken .................................... 20
ID-foto’s maken ...................................... 21
Tekens of illustraties op een
beeld leggen ........................................... 23
Een diavoorstelling weergeven ............. 25
Beelden zoeken .................................... 26
Beelden archiveren ............................... 27
Beelden kopiëren .................................... 27
Geselecteerde beelden verwijderen .......... 28
Een "Memory Stick" formatteren ............. 29
De afdrukinstellingen wijzigen
(Afdrukinstelling) ............................ 30
De printervoorkeuren wijzigen
(Beeld/printerinstelling) .................. 33
Afdrukken vanaf een
PictBridge-camera of extern
apparaat
Afdrukken vanaf een digitale
PictBridge-camera .......................... 35
Afdrukken vanaf een
Bluetooth-compatibel apparaat ...... 36
Compatibele profielen voor
Bluetooth-communicatie ......................... 36
Procedures voor afdrukken ...................... 36
Problemen oplossen
Als er problemen optreden ...................
Als er een foutbericht wordt
weergegeven ..................................
Als het papier vastloopt ........................
De binnenkant van de printer reinigen .
50
65
68
68
Aanvullende informatie
Voorzorgsmaatregelen ......................... 70
Veiligheid ................................................ 70
Installatie ................................................ 70
Reinigen ................................................. 71
Beperkingen voor het kopiëren ................ 71
Over kleurenprintsets .............................. 71
Informatie over de geheugenkaarten ... 72
Informatie over de "Memory Stick" ......... 72
Informatie over de SD-kaart ..................... 74
Informatie over de CompactFlash-kaart ... 74
Technische gegevens ............................ 75
Afdrukbereik ........................................... 77
Woordenlijst ......................................... 78
Woordenlijst voor het opleggen
van tekens ...................................... 79
Index .................................................... 82
Afdrukken vanaf een extern apparaat .. 38
Afdrukken vanaf een computer
De software installeren ......................... 39
Systeemvereisten ..................................... 39
De printerdriver installeren ...................... 40
Picture Motion Browser installeren .......... 42
Foto’s afdrukken vanuit Picture
Motion Browser .............................. 44
Afdrukken vanuit een in de handel
verkrijgbare toepassing ........................... 49
5 NL
Voordat u begint
Onderdelen
Zie de pagina’s tussen haakjes voor meer
informatie.
In de afbeeldingen wordt de DPP-FP70
weergegeven. De locaties en namen van de
toetsen van de DPP-FP90 zijn gelijk,
hoewel het LCD-scherm afwijkt.
Voorpaneel van de printer
1 1-schakelaar/aanduiding (aan/
standby) (.Lees dit eerst)
2 MENU-toets
3 / -toetsen (uitzoomen/
inzoomen) (pagina 9)
4 LCD-scherm
Type 2.5 DPP-FP70 / Type 3.6 DPP-FP90
5
6
7
8
9
0
qa
qs
qd
qf
qg
ENTER-toets
Pijltoetsen (f/F/g/G)
AUTO TOUCH-UP-toets (pagina 10)
PRINT-toets/aanduiding
CANCEL-toets
Toegangslampje
CompactFlash-kaartsleuf (.Lees
dit eerst) (pagina 74)
Klep van de papierladehouder
(.Lees dit eerst)
Papierladehouder (.Lees dit
eerst)
SD CARD-sleuf (SD/miniSD-kaart)
(.Lees dit eerst) (pagina 74)
"Memory Stick PRO"-sleuf
(Standard/Duo) (.Lees dit
eerst) (pagina 72)
Rechterpaneel van de printer
qh Uitwerphendel voor het inktlint
(.Lees dit eerst)
qj Inktlint (.Lees dit eerst)
qk Klep voor inktlinthouder (.Lees
dit eerst)
6 NL
Achterpaneel van de printer
1 Handgreep
Opmerkingen
• Wanneer u de printer meeneemt, moet
u geheugenkaarten, externe apparaten
en de papierlade verwijderen. Als u dit
niet doet, kan er een storing optreden.
• Wanneer u de DPP-FP90 gebruikt, zet u
het LCD-scherm terug in de
oorspronkelijke positie.
2 Ventilatieopeningen
3 DC IN 24V-aansluiting (.Lees dit
eerst)
Sluit de bijgeleverde netspanningsadapter
aan op deze aansluiting.
Linkerpaneel van de printer
4
USB-aansluiting (pagina 41)
Wanneer u de printer in de PC-stand
gebruikt, sluit u een computer aan op
deze aansluiting.
5 PictBridge/EXT INTERFACEaansluiting (pagina 35 tot en met 38)
(*In bepaalde regio’s wordt de Bluetooth
USB-adapter DPPA-BT1 niet verkocht.)
Wanneer u een PictBridge-compatibele
digitale camera, een apparaat voor
massaopslag, zoals een USB-geheugen of
foto-opslagapparaat, Bluetooth USBadapter (DPPA-BT1*) of een ander extern
USB-apparaat gebruikt, sluit u het
betreffende apparaat aan op deze
aansluiting.
7 NL
Voordat u begint
Zet de handgreep omhoog, zoals
hieronder wordt weergegeven, wanneer u
de printer wilt meenemen.
Zet de handgreep terug in de
oorspronkelijke positie wanneer u de
printer gebruikt.
LCD-scherm
Een voorbeeld
Wanneer u op ENTER drukt, wordt de
weergavestand voor beelden gewijzigd.
Als u een ander beeld wilt weergeven,
drukt u op g/G.
1 Aanduidingen voor invoer/
instellingen
Weergave van
beeldgegevens
x
Invoeraanduidingen en informatie over
instellingen voor een beeld worden
weergegeven.
Pictogrammen
Betekenis
Invoer van "Memory Stick"
of "Memory Stick Duo"
Invoer van SD-/miniSD-kaart
Invoer van CompactFlash-kaart
Invoer van extern apparaat
Beveiligingsaanduiding
DPOF-aanduiding
Geen weergave
van beeldgegevens
x
Aanduiding voor bijbehorend
bestand (wordt weergegeven
wanneer het beeld een
bijbehorend bestand heeft,
zoals een filmbestand of een
verkleind beeldbestand dat per
e-mail kan worden verzonden)
2 Aantal geselecteerde beelden/
totaal aantal beelden
3 Aanduiding voor het inktlint
(P: P-formaat/C: Reinigingscartridge)
Gedetailleerde
weergave van
beeldgegevens
4 Beeldnummer (map-bestandsnummer)
x
(*Alleen DCF-compatibele bestanden. Bij
andere bestandsindelingen wordt slechts een
gedeelte van de bestandsnaam weergegeven.)
5 Gebruikstips
6 Opslagdatum (jaar/maand/dag)
7 Aantal exemplaren
Het maximum aantal exemplaren is 20.
8 NL
• Als u herhaaldelijk op f drukt,
kunt u het aantal exemplaren steeds
met één verhogen.
• Als u herhaaldelijk kort op F drukt,
kunt u het aantal exemplaren steeds
met één verlagen.
• Als u het aantal exemplaren in één
keer weer op nul wilt zetten, drukt
u ten minste twee seconden op F.
8 Schuifbalk
Hiermee wordt de positie van het beeld
in het totaal aantal beelden aangegeven.
9 Gedetailleerde weergave van
beeldgegevens
DPP-FP70
DPP-FP90
U kunt als volgt schakelen tussen een
voorbeeld en de beeldenlijst:
• De beeldenlijst weergeven
Druk in een voorbeeld op
(uitzoomen).
Wanneer een beeld is vergroot, drukt
u herhaaldelijk op .
Het beeld wordt verkleind tot het
oorspronkelijke formaat en
vervolgens wordt de beeldenlijst
weergegeven.
• Een voorbeeld weergeven
Druk in de beeldenlijst op g/G/f/F
om de cursor naar het gewenste beeld
te verplaatsen en druk op ENTER of
(inzoomen). Op het scherm wordt
in plaats van de beeldenlijst één
voorbeeld weergegeven.
• Een voorbeeld vergroten
Druk in een voorbeeld herhaaldelijk
op (inzoomen). Het beeld wordt in
6 stappen vergroot tot maximaal 5
keer het oorspronkelijke formaat: x1,
x 1,5, x2, x3, x4 en x5
ENTER
1 Cursor (oranje kader)
U kunt op f/F/g/G drukken om de
cursor te verplaatsen.
2 Gebruikstips
3 Schuifbalk
Hiermee wordt de positie van het beeld
in het totaal aantal beelden aangegeven.
9 NL
Voordat u begint
Beeldenlijst
De schermweergave
schakelen tussen een
voorbeeld en de beeldenlijst
Verschillende afdrukken maken
wordt gedetecteerd, wordt het gezicht
aangegeven met een kader terwijl de
aanpassingen worden verwerkt.
Een mislukte foto
automatisch corrigeren
(AUTO TOUCH-UP)
De aanpassingsresultaten
duidelijker weergeven:
Druk op om het beeld te vergroten.
Het oorspronkelijke beeld (vóór de
aanpassingen) opnieuw weergeven
Druk op AUTO TOUCH-UP.
Als u het aangepaste beeld wilt
weergeven, drukt u nogmaals op
AUTO TOUCH-UP.
Als u meerdere beelden hebt
geselecteerd wanneer u op AUTO
TOUCH-UP drukt
Alle geselecteerde beelden worden
aangepast. Als u andere beelden wilt
weergeven, drukt u op g/G.
Wat is de functie "AUTO TOUCH-UP"?
Als aanvulling op automatische
aanpassing met Auto Fine Print 4 kunt u
met de functie "AUTO TOUCH-UP" het
beeld als volgt automatisch aanpassen:
• Gezichtsherkenning gebruiken om de
helderheid aan te passen
Het gezicht wordt automatisch gedetecteerd
en de helderheid wordt aangepast, zodat het
gezicht met optimale helderheid wordt
weergegeven.
• Onscherpte beperken
De onscherpte wordt automatisch vastgesteld
en het beeld wordt verscherpt.
• Rode ogen-correctie
De rode ogen die door de flitser worden
veroorzaakt, worden automatisch
gecorrigeerd.
Afdrukken met de AUTO
TOUCH-UP-aanpassingen
Toetsen die worden gebruikt bij afdrukken
van AUTO TOUCH-UP-correcties
g/G/f/F/ENTER
AUTO TOUCH-UP
PRINT
1
Selecteer een beeld of beelden.
2
Druk op AUTO TOUCH-UP.
Druk herhaaldelijk op g/G tot het
gewenste beeld wordt weergegeven.
Als u meerdere beelden wilt afdrukken,
stelt u het aantal exemplaren voor elk
beeld van tevoren in.
Het aanpassen van het geselecteerde
beeld/de geselecteerde beelden wordt
gestart. De aanpassingsresultaten
worden op het scherm weergegeven.
Wanneer het gezicht van een mens
10 NL
3
Druk op PRINT.
Het afdrukken van het geselecteerde
beeld/de geselecteerde beelden wordt
gestart.
Tip
De aanpassingen zijn alleen van invloed op het
beeld dat wordt afgedrukt. Het oorspronkelijke
beeld wordt niet aangepast.
Opmerkingen
• Afhankelijk van het beeld wordt het gezicht
mogelijk niet automatisch gedetecteerd. Als
de helderheid van het gezicht niet goed
wordt aangepast, gebruikt u het menu
Bewerken-Aanpassen om de helderheid
handmatig aan te passen (pagina 14).
• Afhankelijk van het beeld kan de onscherpte
mogelijk niet worden gecorrigeerd. In dit
geval gebruikt u de instelling Scherpte in het
menu Bewerken-Aanpassen om de scherpte
handmatig aan te passen.
• De functie voor het beperken van de
onscherpte heeft geen invloed op wazige
beelden die worden veroorzaakt door het
schudden van de camera.
• Afhankelijk van het beeld kunnen de rode
ogen mogelijk niet worden gecorrigeerd. In
dit geval gebruikt u de optie Rode ogencorrectie om de rode ogen handmatig aan te
passen (pagina 16).
De functie voor rode ogencorrectie van deze printer gebruikt
de technologie van FotoNation Inc.
in de Verenigde Staten.
Eenvoudige afdrukken
maken (Index/DPOF/All)
• Index afdrukken
U kunt een lijst (index) afdrukken met
alle beelden op een geheugenkaart of
extern apparaat. Zo kunt u eenvoudig
de inhoud van het geselecteerde
medium controleren.
Het aantal deelvensters op een vel
wordt automatisch berekend. De
beelden worden afgedrukt met de
bijbehorende beeldnummers
(mapnummer-bestandsnummer).
Toetsen die worden gebruikt bij
gemakkelijk afdrukken
g/G/f/F/ENTER
CANCEL
MENU
1
Druk op MENU op de printer.
De menubalk wordt weergegeven.
Pictogram
Gemakkelijk afdrukken
Menubalk
Beeldnummer
Datum (als
Datumafdruk is
ingeschakeld.)
De menustand uitschakelen
Druk nogmaals op MENU. Het vorige
venster wordt weergegeven.
2
• Beelden afdrukken die vooraf zijn
ingesteld met DPOF
De beelden die vooraf zijn ingesteld met
voor afdrukken met DPOF (Digital Print
Order Format), worden in een
voorbeeldweergave weergegeven met de
afdrukmarkering (
). U kunt deze
beelden in één keer afdrukken. Het vooraf
ingestelde aantal exemplaren van de
beelden wordt afgedrukt in de volgorde
waarin de beelden zijn weergegeven.
• Alle beelden afdrukken
U kunt alle beelden op een
geheugenkaart of extern apparaat in één
keer afdrukken.
Druk op g/G om
(Gemakkelijk
afdrukken) te selecteren en druk op
ENTER.
Het menu Gemakkelijk afdrukken
wordt weergegeven.
Menu Gemakkelijk afdrukken
Wordt vervolgd
11 NL
Verschillende afdrukken maken
Met het menu Gemakkelijk afdrukken
kunt u meerdere beelden die zijn
opgeslagen op een geheugenkaart of op
een extern apparaat, in één keer
afdrukken.
De printer biedt de volgende drie
eenvoudige afdrukmethoden:
Opmerkingen
• Raadpleeg de handleiding bij de digitale
camera voor meer informatie over het vooraf
instellen van beelden voor afdrukken.
• Sommige digitale camera’s bieden geen
ondersteuning voor de functie DPOF of de
printer is wellicht niet compatibel met
bepaalde functies van de digitale camera.
3
Druk op f/F om “Indexafdruk”,
“DPOF-afdruk” of “Alles
afdrukken” te selecteren en druk
vervolgens op ENTER.
Het bevestigingsvenster wordt
weergegeven.
Opmerking
Als er geen beelden zijn die vooraf zijn
ingesteld met DPOF wanneer u op “DPOFafdruk” hebt geselecteerd drukt, wordt een
foutbericht weergegeven.
4
Druk op g/G om "Ja" te
selecteren en het afdrukken te
starten of om "Nee" te selecteren
en het afdrukken te annuleren.
Druk vervolgens op ENTER.
Beelden bewerken
Het menu Bewerken
weergeven
U kunt het menu Bewerken weergeven en
beelden bewerken of effecten aan beelden
toevoegen. U kunt een beeld waarvan u
een voorbeeld bekijkt, afdrukken of
opslaan.
Toetsen die worden gebruikt in het
menu Bewerken
g/G/f/F/ENTER
Als u "Ja" selecteert, wordt het afdrukken
gestart. Tijdens het afdrukken knippert de
PRINT-aanduiding en wordt het
afdrukproces weergegeven.
Het afdrukken stoppen
Druk op CANCEL. Als u meerdere
exemplaren afdrukt, wordt het
afdrukken geannuleerd vanaf de
volgende afdruk.
Als het afdrukken is voltooid, wordt
het printpapier automatisch
uitgevoerd naar de papierlade.
5
PRINT
CANCEL
MENU
1
Geef het beeld weer in het
voorbeeldvenster of verplaats de
cursor naar het gewenste beeld in de
beeldenlijst.
2
Verwijder het printpapier uit de
papierlade.
12 NL
Druk op MENU op de printer.
De menubalk wordt weergegeven.
Pictogram voor
menu Bewerken
Tips
• Zelfs als het inktlint niet meer lang genoeg is
voor het aantal exemplaren, kunt u doorgaan
met afdrukken. Als het inktlint opraakt
tijdens het afdrukken en een bericht wordt
weergegeven, volgt u de instructies op het
scherm om het inktlint te vervangen
(raadpleeg "Lees dit eerst").
• Als "Datumafdruk" in het menu
Afdrukinstelling is ingesteld op "Aan", wordt
de opname- of opslagdatum van het beeld
ook afgedrukt (pagina 32).
Geef het beeld weer dat u wilt
bewerken.
Menubalk
De menustand uitschakelen
Druk nogmaals op MENU. Het vorige
venster wordt weergegeven.
3
Druk op g/G om
(bewerken)
te selecteren en druk vervolgens
op ENTER.
Het menu Bewerken wordt
weergegeven.
Cursor
Items
/
Menu Bewerken
Beelden vergroten of verkleinen
1
Geef het menu Bewerken weer
(pagina 12).
2
Druk op (inzoomen) om een
beeld te vergroten of op
(uitzoomen) om het te verkleinen.
Functies
Een beeld verplaatsen.
Een beeld draaien.
De beeldkwaliteit
aanpassen.
Opmerking
De beeldkwaliteit van een vergroot beeld kan
afnemen, afhankelijk van de grootte.
Beelden verplaatsen
Filters aan een beeld
toevoegen.
1
Geef het menu Bewerken weer
(pagina 12).
Rode ogen beperken.
2
Druk op g/G om
(Verplaatsen)
te selecteren en druk vervolgens
op ENTER.
De laatste bewerking
ongedaan maken en de
status van het beeld voor
de bewerking herstellen.
De pijltoetsen b/B/v/V worden
rechts van/links van/boven/onder
het beeld weergegeven en u kunt het
beeld verplaatsen.
Het bewerkte beeld
opslaan.
Het menu Bewerken
3
sluiten.
Verplaats het beeld met de
pijltoets g/G/f/F.
Het beeld wordt in de geselecteerde
richting verplaatst.
Tip
U kunt een aantal van de items in het menu
Afdrukinstelling instellen via MENU terwijl u
een beeld bewerkt.
4
Druk op ENTER.
De positie van het beeld wordt
vastgelegd.
Wordt vervolgd
13 NL
Verschillende afdrukken maken
Wanneer u op de toets drukt, wordt
het beeld groter of kleiner:
: maximaal 200%
: maximaal 60%
Beelden vergroten of
verkleinen met de toetsen
op de printer.
2
Tip
Als u het weergegeven beeld wilt afdrukken,
drukt u op PRINT (pagina 17).
Druk op g/G om
(Aanpassen)
te selecteren en druk op ENTER.
Het menu Aanpassen wordt
weergegeven.
Pictogram Aanpassen
Beelden draaien
1
Geef het menu Bewerken weer
(pagina 12).
2
Druk op g/G om
(draaien) te
selecteren en druk op ENTER.
Menu Aanpassen
Het menu Draaien wordt
weergegeven.
Pictogram Draaien
Menu Draaien
3
Druk op f/F om het gewenste
hulpmiddel voor aanpassen te
selecteren en druk op ENTER.
De aanpassingsbalk verschijnt
Als "Helderheid" is geselecteerd.
3
Druk op f/F om de richting te
selecteren waarin u het beeld wilt
draaien en druk op ENTER.
• 90° rechtsom draaien: wanneer u op
ENTER drukt, wordt het beeld 90°
rechtsom gedraaid.
• 90° linksom draaien: wanneer u op
ENTER drukt, wordt het beeld 90°
linksom gedraaid.
Aanpassingsbalk
Tip
Als u het weergegeven beeld wilt afdrukken,
drukt u op PRINT (pagina 17).
Beelden aanpassen
1
Geef het menu Bewerken weer
(pagina 12).
14 NL
4
Verplaats het schuifblokje naar de
gewenste positie om het niveau
aan te passen.
• Helderheid: druk op G om de foto
helderder te maken of op g om de
foto donkerder te maken.
• Verzadiging: druk op G om de foto
blauwer te maken of op g om de
foto roder te maken.
• Druk: druk op G om de kleuren
dieper te maken of op g om de
kleuren lichter te maken.
• Scherpte: Druk op G om de randen
te verscherpen of op g om de
randen zachter te maken.
5
Druk op ENTER.
De aanpassingen worden toegepast.
Het menu Bewerken wordt opnieuw
weergegeven.
Tip
Als u het weergegeven beeld wilt afdrukken,
drukt u op PRINT (pagina 17).
Speciale filters aan een beeld
toevoegen
1
Geef het menu Bewerken weer
(pagina 12).
2
Druk op g/G om
(filter) te
selecteren en druk op ENTER.
4
Het filter wordt geactiveerd.
Als u "Stereffect" hebt geselecteerd,
wordt het instelvenster weergegeven.
Het menu Filter wordt weergegeven.
Menu Filter
3
Pictogram Filter
5
Stel het niveau en bereik voor
Stereffect in.
1 Selecteer "Niveau" met f/F en
druk op ENTER, pas het niveau
voor bijwerken aan met f/F en
druk op ENTER.
Hoe hoger het niveau dat u instelt,
hoe sprankelender de lichtbronnen
worden.
2 Selecteer "Lengte" met f/F en
druk op ENTER, pas de lengte van
het licht aan met f/F en druk op
ENTER.
3 Druk op f/F om
te selecteren.
Druk vervolgens op ENTER.
Druk op f/F om het filter te
selecteren dat u aan het beeld
wilt toevoegen.
• Geen filter: er wordt geen speciaal
filter toegepast op het beeld
(standaardinstelling).
Druk op ENTER.
Tip
Als u het weergegeven beeld wilt afdrukken,
drukt u op PRINT (pagina 17).
15 NL
Verschillende afdrukken maken
• Stereffect: er wordt een stereffect
toegevoegd aan de lichtbron om
een sprankelend beeld weer te
geven.
• Gedeeltelijk kleur: de omgeving
van het onderwerp wordt
monochroom gemaakt om het
onderwerp in het midden te
benadrukken.
• Sepia: het beeld wordt aangepast
zodat het lijkt op een oude foto met
vervaagde kleuren.
• Monochroom: het beeld wordt
gewijzigd in een zwart-witbeeld.
• Verf: het beeld wordt aangepast
zodat het lijkt op een schilderij.
• Visoog: het beeld wordt aangepast
zodat het lijkt op een foto die is
genomen met een vissenooglens.
2 Verplaats het kader met g/G/f/
F.
Het kader wordt in de
geselecteerde richting verplaatst.
3 Druk op ENTER.
De huidige positie van het kader
wordt vastgelegd.
De rode ogen corrigeren
Als de rode ogen van een onderwerp dat
met een flitser is opgenomen, niet kunnen
worden gecorrigeerd door op AUTO
TOUCH-UP te drukken, kunt u dit
handmatig aanpassen.
De grootte van het
aanpassingskader aanpassen
Druk op g/G om
(Verkleinen) of
(Verkleinen) te selecteren en druk
op ENTER.
Wanneer u op ENTER drukt, wordt
het kader groter of kleiner.
U kunt het formaat ook vergroten of
verkleinen met (inzoomen) of
(uitzoomen) op de printer.
Opmerking
Als u aanvullende bewerkingen, zoals
vergroten, verkleinen, draaien of verplaatsen
van beelden, uitvoert nadat u de functie voor
de beperking van rode ogen hebt ingesteld,
wordt deze functie wellicht niet geactiveerd.
Schakel deze functie pas in als u alle andere
bewerkingen hebt uitgevoerd.
1
Geef het menu Bewerken weer
(pagina 12).
2
Druk op g/G om
(Rode ogencorrectie) te selecteren en druk op
ENTER.
Het aanpassingskader verschijnt op het
beeld. Dit kader geeft het gebied aan
waarin de functie voor de beperking
van rode ogen wordt uitgevoerd.
Aanpassingskader
Tip
Maak het aanpassingskader twee tot zeven
keer zo groot als het oog.
4
Druk op g/G om
en druk op ENTER.
te selecteren
Het gebied waarop de functie voor de
beperking van rode ogen wordt
toegepast, wordt vergroot.
5
Druk op ENTER.
De aanpassingen worden geactiveerd.
Het menu Rode ogen-correctie wordt
weergegeven.
Herhaal stap 3 tot en met 5 om andere
rode ogen aan te passen.
6
Druk op g/G om
en druk op ENTER.
te selecteren
Het menu Bewerken wordt opnieuw
weergegeven.
3
Pas de positie en de grootte van
het aanpassingskader aan.
U kunt de functie voor de beperking
van rode ogen afzonderlijk toepassen
op het linker- en rechteroog.
16
Het aanpassingskader verplaatsen
1 Druk op g/G om
(positie) te
selecteren
en
druk
op
ENTER.
NL
De aanpassingen ongedaan maken
Druk in stap 5 op CANCEL in plaats van
ENTER. Het aanpassen van rode ogen
wordt geannuleerd en het venster van stap
2 wordt weergegeven.
Tip
Als u het weergegeven beeld wilt afdrukken,
drukt u op PRINT (pagina 17).
Tip
Een bewerkt beeld afdrukken
1
Druk op PRINT.
2
Druk op f/F om het aantal
exemplaren te verhogen of te
verlagen.
Het dialoogvenster voor het opgeven
van het aantal exemplaren wordt
weergegeven.
Het dialoogvenster voor het instellen
van de datum wordt weergegeven. U
kunt de datum met het beeld opslaan.
2
Stel de datum in.
Druk op f/F om het nummer te
selecteren en druk vervolgens op g/G
om de dag, maand of het jaar te
selecteren. Druk vervolgens op
ENTER.
Druk op PRINT om het afdrukken
te starten.
Het voorbeeld wordt afgedrukt.
Een bewerkt beeld opslaan
Als u
(Opslaan) selecteert in het menu
Bewerken of Creative Print, wordt het
dialoogvenster weergegeven waarin u
kunt aangeven waar u het beeld wilt
opslaan. U kunt het beeld opslaan met een
nieuw beeldnummer.
Het beeld dat met het menu
Bewerken of Creative Print is
bewerkt, wordt opgeslagen als nieuw
beeld. Het dialoogvenster voor het
weergeven van nieuwe beeldnummers
(mapnummer-bestandsnummer)
wordt weergegeven.
Tip
Het geselecteerde beeld wordt niet overschreven.
1
Selecteer de bestemming om een
beeld op te slaan.
Druk op f/F om "Memory Stick",
"SD-kaart", "CompactFlash" of "Extern
apparaat" te selecteren en druk op
ENTER.
3
Druk op ENTER.
Opmerking
Terwijl het beeld wordt opgeslagen, moet u de
printer niet uitschakelen en een geheugenkaart
of extern apparaat niet verwijderen van de
printer. De printer, geheugenkaart, USB-kaart of
het externe apparaat kan worden beschadigd en
de gegevens kunnen verloren gaan.
17 NL
Verschillende afdrukken maken
• Als u het aantal exemplaren met
één wilt verhogen, drukt u
herhaaldelijk op f.
• Wilt u het aantal exemplaren met
één verlagen, dan drukt u
herhaaldelijk kort op F.
• Als u het aantal exemplaren weer
op 1 wilt zetten, drukt u ten minste
twee seconden op F.
3
Wanneer u "Extern apparaat" selecteert,
wordt er mogelijk een dialoogvenster
weergegeven waarin u een station kunt
selecteren. Volg de instructies op het
scherm om het doelstation te selecteren.
Pictogram voor menu
Creative Print
Afdrukken met
Creative Print maken
Met beelden die op een geheugenkaart of
een extern apparaat zijn opgeslagen, kunt
u de volgende afdrukken maken:
Menu
De menustand uitschakelen
Druk op MENU. Het vorige venster
wordt weergegeven.
U kunt maken...
Lay-outafdruk Een afdruk met 2/4/9/13/
16 deelbeelden.
Kalender
Kalenders met uw favoriete
beelden.
ID-foto
Een ID-foto door de
verticale en horizontale
afmetingen voor een beeld
op te geven.
Opleggen
Een afdruk met een
opgelegd bericht,
handgeschreven tekens of
illustraties.
Het menu Creative Print
weergeven
Toetsen die in Creative Print worden
gebruikt
g/G/f/F/ENTER
PRINT
CANCEL
MENU
Menubalk
2
Druk op g/G om
(Creative
Print) te selecteren en druk op
ENTER.
Het menu Creative Print wordt
weergegeven.
De bewerking halverwege ongedaan
maken
Druk op CANCEL. Het venster van de
vorige stap wordt weergegeven.
Afhankelijk van de stap kunt u de
bewerking wellicht niet ongedaan maken.
Tip
Terwijl u een creatieve afdruk maakt, kunt u op
MENU drukken en een aantal items in het menu
Afdrukinstelling instellen.
Het menu Creative Print sluiten
1
Druk op MENU.
De menubalk wordt weergegeven.
18 NL
• Druk tijdens de bewerkingen op MENU
en selecteer "Creative Print voltooid".
• Geef het voorbeeld weer en druk op g/
G/f/F om
te selecteren. Druk
vervolgens op ENTER.
Het dialoogvenster voor het opslaan van
beelden wordt weergegeven (pagina 17).
Lay-outafdrukken maken
4
U kunt een afdruk
maken met 2, 4, 9, 13 of
16 deelbeelden.
Geef het menu Creative Print
weer (pagina 18).
2
Druk op g/G/f/F om "Layoutafdruk" te selecteren en druk
op ENTER.
Het venster voor het selecteren van
een beeld wordt weergegeven.
5
Het venster voor het aanpassen van
de beeldpositie wordt weergegeven.
De sjablonen voor Lay-outafdruk
worden weergegeven.
Hulpmiddelen voor aanpassen
6
3
Druk op g/G/f/F om het
gewenste beeldgebied te
selecteren en druk vervolgens op
ENTER.
Pas het formaat en de positie van
het geselecteerde beeld aan.
Druk op g/G om het gewenste item
voor aanpassing te selecteren en druk
op ENTER.
Druk op g/G/f/F om de
gewenste sjabloon te selecteren
en druk op ENTER.
Het voorbeeld van de gewenste
sjabloon wordt weergegeven.
Beeldgebied
Items
/
Procedures
Beelden vergroten of verkleinen
met de toetsen op de printer.
Verplaats het beeld met g/G/
f/F en druk op ENTER.
Wanneer u op ENTER drukt,
wordt het beeld 90° rechtsom
gedraaid.
AUTO TOUCH-UP
Een mislukte foto met
problemen als tegenlicht,
onscherpte of rode ogen wordt
automatisch aangepast als u op
de toets op de printer drukt.
Tip
U kunt elk gebied in een willekeurige
volgorde selecteren en instellen.
Wordt vervolgd
19 NL
Verschillende afdrukken maken
1
Druk op g/G/f/F om het
gewenste beeldgebied te
selecteren en druk op ENTER.
7
Druk op g/G om
en druk op ENTER.
Beeldgebied
te selecteren
Kalendergebied
Het geselecteerde beeld wordt
toegevoegd aan het beeldgebied. Als
u een sjabloon met meerdere beelden
selecteert, herhaalt u stappen 4 tot en
met 7 om een beeld voor elk gebied te
selecteren.
Tip
Zie pagina 17 om de lay-outbeelden waarvan u
een voorbeeld bekijkt, op te slaan of af te
drukken.
Kalenders maken
U kunt kalenders
maken met uw
favoriete beelden.
1
Geef het menu Creative Print
weer (pagina 18).
2
Druk op g/G/f/F om
"Kalender" te selecteren en druk
op ENTER.
Tip
U kunt een beeld- of kalendergebied in een
willekeurige volgorde selecteren en instellen.
4
Als u een sjabloon met meerdere
beelden selecteert, herhaalt u de
onderstaande procedure om een beeld
voor elk gebied te selecteren.
1 Druk op g/G/f/F om een
beeldgebied te selecteren en druk
op ENTER.
De beeldenlijst wordt weergegeven.
2 Druk op g/G/f/F om het
gewenste beeld te selecteren en
druk op ENTER.
Het venster voor het aanpassen van
de beeldhoek en de beeldpositie
wordt weergegeven.
Zie stap 6 op pagina 19 voor meer
informatie over aanpassingen.
3 Druk op g/G om
te selecteren
en druk op ENTER.
Het beeld wordt geselecteerd en
weergegeven in het betreffende
gebied.
Het venster voor het selecteren van
een kalendertype wordt weergegeven.
3
Druk op g/G/f/F om de
gewenste sjabloon te selecteren
en druk op ENTER.
Het voorbeeld van de gewenste
sjabloon wordt weergegeven.
20 NL
Selecteer een beeld.
5
Stel de kalender in.
1 Druk op g/G/f/F om het
kalendergebied te selecteren en
druk op ENTER om het venster
voor de kalenderinstellingen weer
te geven.
ID-foto’s maken
U kunt de gewenste verticale en horizontale
afmetingen opgeven voor een beeld dat
wordt afgedrukt als foto
voor een legitimatiebewijs
als een paspoort of voor
een kleine fotolijst.
Item
Geef het menu Creative Print
weer (pagina 18).
2
Druk op g/G/f/F om "ID-foto"
te selecteren en druk op ENTER.
Het venster voor het instellen van de
hoogte en breedte van een ID-foto
wordt weergegeven.
Functies
Start J/M
Stel de beginmaand en het
beginjaar voor de kalender in.
Druk op g/G om de maand of het
jaar te selecteren en druk op f/F
om het nummer te selecteren.
Druk op ENTER.
Startdag
Stel de eerste dag van de week in
(wordt uiterst links op de
kalender gezet).
Druk op f/F om “Zondag” of
“Maandag” te selecteren. Druk op
ENTER.
Dagkleur
Stel de kleur in voor zondag en
zaterdag zoals u deze wilt
weergeven in de kalender. Druk
op G en vervolgens op f/F om de
gewenste kleur voor zondag en
zaterdag te selecteren. Druk
vervolgens op ENTER.
3 Druk op g/G/f/F om
te
selecteren en druk op ENTER.
De kalender wordt weergegeven in
het kalendergebied.
Tip
U kunt voor de hoogte en de breedte een
waarde tussen 2,0 en 6,0 cm instellen.
3
Druk op f/F om de hoogte of
breedte te selecteren die u wilt
aanpassen en druk op ENTER.
De cursor wordt naar het gedeelte
voor invoeren van cijfers verplaatst.
4
Druk op f/F om het formaat in
te stellen en druk vervolgens op
ENTER.
Er wordt een voorbeeld van de IDfoto van het opgegeven formaat
weergegeven.
Tip
Zie pagina 17 om de kalender waarvan u een
voorbeeld bekijkt, op te slaan of af te drukken.
Wordt vervolgd
21 NL
Verschillende afdrukken maken
2 Druk op de pijltoets (f/F) om de
volgende items te selecteren en op
de pijltoets (g/G) om een optie te
selecteren.
1
5
Als u een ander formaat wilt
opgeven, herhaalt u stap 3 en 4.
6
Druk op f/F om
en druk op ENTER.
Items Procedures
Druk op g/G/f/F om het
gewenste beeld te selecteren en
druk op ENTER.
Druk op f/F om het gewenste
aanpassingsitem te selecteren
en druk op ENTER. Er worden
een aanpassingsbalk
weergegeven. Druk op g/G
om de balk in de gewenste
positie te zetten om de
helderheid, tint, verzadiging of
scherpte aan te passen.
Het venster voor het aanpassen van
de beeldpositie wordt weergegeven.
Het beeld wordt gewijzigd in
een monochroom beeld.
Pas het formaat en de positie van
het geselecteerde beeld aan.
De rode ogen worden
gecorrigeerd. (Pagina 16)
te selecteren
Het venster voor het selecteren van
een beeld wordt weergegeven.
7
8
Druk op g/G om het gewenste
aanpassingsitem te selecteren en druk
op ENTER.
AUTO TOUCH-UP
Een mislukte foto met
problemen als tegenlicht,
onscherpte of rode ogen wordt
automatisch aangepast als u
op de toets op de printer
drukt.
Hulpmiddelen voor aanpassen
9
Druk op g/G om
en druk op ENTER.
te selecteren
Het voorbeeld van de ID-foto wordt
weergegeven.
Tip
Items
/
Procedures
Het formaat van een beeld
vergroten of verkleinen door
op de toetsen op de printer
te drukken.
Verplaats het beeld met g/
G/f/F en druk op ENTER.
Wanneer u op ENTER drukt,
wordt het beeld 90!
rechtsom gedraaid.
22 NL
Zie pagina 17 om de ID-foto waarvan u een
voorbeeld bekijkt, op te slaan of af te drukken.
Opmerking
Een ID-foto is wellicht niet geschikt voor
gebruikt op een legitimatiebewijs of paspoort.
Controleer de vereisten voor de foto die u wilt
gebruiken op het legitimatiebewijs voordat u het
legitimatiebewijs of het paspoort aanvraagt.
Tekens of illustraties op een
beeld leggen
U kunt een vooraf
ingesteld bericht,
handgeschreven tekens
of illustraties op een
beeld plaatsen (opleggen).
x Handgeschreven tekst opleggen
1Druk op g/G om
(Handgeschreven bericht) te
selecteren en druk op ENTER.
Tip
1
Geef het menu Creative Print
weer (pagina 18).
2
Druk op g/G/f/F om
"Opleggen" te selecteren en druk
op ENTER.
Het venster voor het selecteren van
het achtergrondbeeld wordt
weergegeven.
3
Selecteer een beeld voor de
achtergrond.
1 Druk op g/G/f/F om een beeld
voor de achtergrond te selecteren
en druk op ENTER.
Het venster voor het aanpassen van
de beeldhoek en de beeldpositie
wordt weergegeven. Zie stap 6 op
pagina 19 voor meer informatie
over het aanpassen.
3 Druk op g/G om
te selecteren
en druk op ENTER.
Het voorbeeldvenster wordt
weergegeven.
4
Leg het handgeschreven of vooraf
ingestelde bericht op het
achtergrondbeeld.
Het venster voor het selecteren van
een beeld dat u wilt opleggen,
wordt weergegeven.
2Druk op g/G/f/F om een beeld te
selecteren dat u wilt opleggen en
druk op ENTER.
Selecteer het beeld met de
handgeschreven tekens of illustraties
die u van tevoren hebt gemaakt.
De cursor voor bijsnijden wordt
weergegeven.
3Druk op g/G/f/F om het beginpunt
op te geven van het gebied dat u wilt
opleggen en druk op ENTER.
4Druk op g/G/f/F om het
eindpunt van het gebied op te
geven en druk op ENTER.
Wordt vervolgd
23 NL
Verschillende afdrukken maken
Als u handgeschreven tekens of illustraties wilt
opleggen, moet u deze met een zwarte pen op
wit papier tekenen, opnemen met een digitale
camera en opslaan op een geheugenkaart. U
kunt ook de “Woordenlijst voor het opleggen
van tekens” op pagina 79 gebruiken.
Het selectievenster voor kleur
wordt weergegeven.
2Druk op f/F om het gewenste
bericht te selecteren en druk op
ENTER.
Het venster voor het aanpassen van
de beeldhoek en de beeldpositie
wordt weergegeven.
3Druk op g/G om de gewenste
kleur te selecteren en druk
vervolgens op ENTER.
Het venster voor het aanpassen van
het formaat en de positie van het
bericht wordt weergegeven. Zie
stap 6 op pagina 19 voor meer
informatie over het aanpassen.
4Druk op g/G om
te selecteren
en druk op ENTER.
Er wordt een voorbeeld
weergegeven van het bericht dat op
het achtergrondbeeld is gelegd.
Terugkeren naar de vorige stap
Druk op CANCEL.
5Druk op g/G/f/F om de
gewenste kleur te selecteren en
druk vervolgens op ENTER.
Het venster voor het aanpassen van
de hoek en de positie van het
opgelegde beeld wordt
weergegeven. Zie stap 6 op pagina
19 voor meer informatie over het
aanpassen.
6Druk op g/G om
te selecteren
en druk op ENTER.
Er wordt een voorbeeld
weergegeven van het geselecteerde
beeld dat op het achtergrondbeeld
is gelegd.
x Een bericht met een
standaardindeling opleggen
1Druk op g/G om
(Bericht
standaard formaat) te selecteren en
druk op ENTER.
Het selectievenster voor kleur
wordt weergegeven.
24 NL
Meerdere handgeschreven tekens of
vooraf ingestelde beelden opleggen
Druk op g/G om
(Handgeschreven
bericht) of
(Bericht standaard formaat)
te selecteren en herhaal stap 4.
Tip
Zie pagina 17 om het opgelegde beeld waarvan
u een voorbeeld bekijkt, op te slaan of af te
drukken.
Een diavoorstelling
weergeven
U kunt een diavoorstelling van de beelden
op een geheugenkaart of extern apparaat
weergeven. U kunt ook handmatig een
beeld afdrukken dat wordt weergegeven.
3
Het venster voor het schakelen tussen
beelden wordt weergegeven.
Druk op f/F om "Auto" te
selecteren en automatisch tussen
beelden te schakelen of om
"Handmatig" te selecteren om
handmatig te schakelen. Druk
vervolgens op ENTER.
PRINT
5
Druk op f/F om "Uitvoeren" te
selecteren en druk op ENTER.
• Als "Auto" is geselecteerd: De beelden
op de geheugenkaart of het externe
apparaat worden automatisch één
voor één weergegeven.
• Als "Handmatig" is geselecteerd:
Het beeld met de cursor in de
beeldenlijst wordt weergegeven.
Als u wilt schakelen tussen beelden,
drukt u op g/G.
CANCEL
MENU
1
Druk op MENU.
De menubalk wordt weergegeven.
Menubalk
Pictogram voor
menu Diavoorstelling
De diavoorstelling beëindigen
Druk op CANCEL.
Tip
Als u de diavoorstelling handmatig afspeelt,
kunt u een weergegeven beeld afdrukken door
op PRINT te drukken.
2
Druk op g/G om
(Diavoorstelling) te selecteren en
druk op ENTER.
Het menu Diavoorstelling wordt
weergegeven.
Menu Diavoorstelling
Opmerkingen
• Afhankelijk van het beeld kan het enige tijd
duren voordat het beeld wordt weergegeven.
• U kunt beelden die niet als miniaturen
worden weergegeven, niet weergeven, omdat
deze zijn beschadigd of wegens een ander
probleem.
25 NL
Verschillende afdrukken maken
4
Toetsen die in dit gedeelte worden
gebruikt
g/G/f/F/ENTER
Druk op f/F om "Schakelen" te
selecteren en druk vervolgens op
ENTER.
Beelden zoeken
Met het menu Afbeelding zoeken kunt u op
een geheugenkaart of extern apparaat zoeken
naar beelden op beeldnummer of datum.
Opmerking
U kunt alleen zoeken naar beelden die als DCFbestanden zijn opgeslagen.
Toetsen die in dit gedeelte worden
gebruikt
g/G/f/F/ENTER
3
Druk op f/F om de zoekmethode
te selecteren en druk op ENTER.
Het dialoogvenster voor het opgeven
van de zoekcriteria wordt weergegeven.
4
Druk op g/G om een item te
selecteren en op f/F om
nummers op te geven.
• Als u "Op bestandsnumme"
selecteert:
Geef de begin- en eindnummers op
voor de bestanden (map- en
bestandsnummers) waarnaar u wilt
zoeken:
Eerste
beeldnummer
CANCEL
Laatste
beeldnummer
MENU
1
Druk op MENU.
De menubalk wordt weergegeven.
Pictogram voor menu Afbeelding zoeken
Tip
Het bovenstaande scherm is van
toepassing wanneer een digitale Sony
Cyber-shot-camera is aangesloten.
De menustand uitschakelen
Druk nogmaals op MENU. Het vorige
venster wordt weergegeven.
2
Druk op g/G om
(Afbeelding
zoeken) te selecteren en druk op
ENTER.
• Als u "Op datum" selecteert:
Geef de begin- en einddatums op
voor de bestanden waarnaar u wilt
zoeken:
Begindatum
Einddatum
Het menu Afbeelding zoeken wordt
weergegeven.
Menu Afbeelding zoeken
Tip
Als u beelden van een specifieke dag wilt
zoeken, voert u in beide vakken dezelfde
datum in.
26 NL
• Als u "Op mapnummer"
selecteert:
Geef het mapnummer op van de
beelden waarnaar u wilt zoeken:
Beelden archiveren
Toetsen die worden gebruikt in dit
gedeelte
g/G/f/F/ENTER
CANCEL
MENU
Druk op ENTER.
Het zoeken begint. Als het zoeken is
voltooid, worden de zoekresultaten
weergegeven.
Als er geen beelden zijn gevonden
"Geen afbeeldingen gevonden" wordt
weergegeven.
6
Druk op ENTER.
Beelden kopiëren
U kunt beelden kopiëren tussen
geheugenkaarten die in de
geheugenkaartsleuf zijn geplaatst of een
extern apparaat dat is aangesloten op de
PictBridge/EXT INTERFACE-aansluiting.
1
De menubalk wordt weergegeven.
Het gezochte beeld wordt
weergegeven.
De zoekresultaten worden
weergegeven als status voordat u het
menu hebt geopend. Als u hebt
gezocht vanuit de beeldenlijst, wordt
“01” weergegeven met de relevante
beelden in de beeldenlijst.
• Als u "Op bestandsnumme" en "Op
datum" hebt geselecteerd, wordt
"01" weergegeven op de gevonden
beelden om het aantal exemplaren
aan te geven. U kunt de
geselecteerde beelden eenvoudig
controleren in de beeldenlijst.
• Als u "Op mapnummer" hebt
geselecteerd, wordt het eerste of
laatste beeld in de geselecteerde
map weergegeven.
Druk op MENU.
Menubalk
Pictogram voor menu
Bestandsbewerking
De menustand uitschakelen
Druk nogmaals op MENU. Het vorige
venster wordt weergegeven.
2
Druk op g/G om
(Bestandsbewerking) te selecteren
en druk op ENTER.
Het menu Bestandsbewerking wordt
weergegeven.
Menu Bestandsbewerking
Tip
Als u een gevonden beeld wilt afdrukken, drukt
u op g/G/f/F om het gewenste beeld te
selecteren en drukt u op ENTER om een
voorbeeld weer te geven. Druk op f/F om het
aantal exemplaren in te stellen en druk op
PRINT om het afdrukken te starten.
Wordt vervolgd
27 NL
Verschillende afdrukken maken
5
3
• Wanneer "Alle bestanden kopiëren"
is geselecteerd, wordt een
dialoogvenster weergegeven
waarin u de bestemming kunt
opgeven waarnaar u de beelden
wilt kopiëren. Ga verder met stap 6.
• Wanneer "Geselect. beelden
kopiëren" wordt geselecteerd,
wordt de beeldenlijst voor de
geheugenkaart of het externe
apparaat weergegeven.
4
De selectie annuleren
Druk op g/G/f/F om het beeld te
selecteren waarvan u de selectie wilt
annuleren en druk nogmaals op
ENTER.
Druk op MENU.
Er wordt een dialoogvenster
weergegeven waarin u de
bestemming kunt opgeven.
6
Wanneer u "Extern apparaat" selecteert,
wordt er mogelijk een dialoogvenster
weergegeven waarin u een station kunt
selecteren. Volg de instructies op het
scherm om het doelstation te selecteren.
Opmerking
U kunt een beeld niet kopiëren naar
hetzelfde type geheugenkaart of extern
apparaat als waarop het beeld staat dat u
wilt kopiëren.
Er wordt een dialoogvenster
weergegeven waarin u een map kunt
selecteren.
7
Druk op g/G/f/F om het
gewenste beeld te selecteren en
druk op ENTER.
Als u meerdere beelden wilt kopiëren,
herhaalt u deze stap.
5
Tip
Druk op f/F om "Alle bestanden
kopiëren" of "Geselect.
bestanden kopiëren" te
selecteren en druk op ENTER.
Druk op f/F om "Memory Stick",
"SD-kaart", "CompactFlash" of
"Extern apparaat" te selecteren
en druk op ENTER.
Druk op f/F om de gewenste
map te selecteren en druk op
ENTER.
De geselecteerde beelden worden
naar de bestemmingsmap gekopieerd.
Tip
Als u het menu Bestandsbewerking halverwege
wilt sluiten, drukt u op CANCEL.
Opmerking
Terwijl de beelden worden gekopieerd, moet u de
printer niet uitschakelen en een geheugenkaart of
extern apparaat niet verwijderen van de printer.
De printer, geheugenkaart, USB-kaart of het
externe apparaat kan worden beschadigd en de
gegevens kunnen verloren gaan.
Geselecteerde beelden
verwijderen
U kunt beelden op een geheugenkaart
selecteren en verwijderen.
1
Druk op MENU.
De menubalk wordt weergegeven.
2
Druk op g/G om
(Bestandsbewerking) te selecteren
en druk op ENTER.
Het menu Bestandsbewerking wordt
weergegeven.
28 NL
3
Druk op f/F om "Afbeelding
verwijderen" te selecteren en
druk op ENTER.
De beeldenlijst wordt weergegeven.
Prullenbakpictogram
Een "Memory Stick"
formatteren
Druk op g/G/f/F om het
prullenbakpictogram te
verplaatsen naar het beeld dat u
wilt verwijderen en druk op ENTER.
Als u meerdere beelden wilt
verwijderen, herhaalt u deze stap.
U kunt een "Memory Stick" formatteren.
1
De menubalk wordt weergegeven.
2
De selectie annuleren
Druk op g/G/f/F om het beeld te
selecteren waarvan u de selectie wilt
annuleren en druk nogmaals op ENTER.
5
Druk op MENU.
Druk op g/G om "OK" te
selecteren en druk op ENTER.
De geselecteerde beelden worden
verwijderd.
Tip
Als u het menu Bestandsbewerking wilt sluiten,
drukt u op MENU of CANCEL.
Opmerkingen
• Tijdens het verwijderen moet u de printer niet
uitschakelen en de geheugenkaart niet
verwijderen. De printer of de geheugenkaart
kan worden beschadigd. Ook kunnen de
gegevens verloren gaan.
Druk op g/G om
(Bestandsbewerking) te selecteren
en druk op ENTER.
Het menu Bestandsbewerking wordt
weergegeven.
3
Er wordt een
bevestigingsdialoogvenster
weergegeven.
6
Druk op MENU.
Druk op f/F om "Formaat
Memory Stick" te selecteren en
druk op ENTER.
Er wordt een bevestigingsdialoogvenster
weergegeven.
4
Druk op g/G om "OK" te
selecteren en druk op ENTER.
De "Memory Stick" wordt geformatteerd.
Opmerkingen
• Wanneer u een "Memory Stick" formatteert,
worden alle beelden verwijderd.
• Tijdens het formatteren moet u de printer niet
uitschakelen en de geheugenkaart niet
verwijderen. De printer of de geheugenkaart
kan worden beschadigd. Ook kunnen de
beelden verloren gaan.
• U kunt geen externe apparaten of andere
geheugenkaarten dan een “Memory Stick”
formatteren.
NL
29
Verschillende afdrukken maken
4
• Als een beeld eenmaal is verwijderd, kan dit
niet meer worden hersteld. Voordat u een
beeld verwijdert, moet u controleren of u het
juiste beeld verwijdert.
• Wanneer u een beeld met een aanduiding
voor een bijbehorend bestand ( )
verwijdert, wordt het bijbehorende
filmbestand of e-mailbestand ook verwijderd.
• U kunt een beveiligd beeld met de
beveiligingsaanduiding (
) of een DPOFaanduiding (
) niet verwijderen. Als u
deze beelden wilt verwijderen, moet u de
digitale camera gebruiken. Raadpleeg de
gebruiksaanwijzing van de digitale camera
voor meer informatie.
Menu Afdrukinstelling
De afdrukinstellingen
wijzigen (Afdrukinstelling)
Met het menu Afdrukinstelling kunt u de
afdrukinstellingen wijzigen die op pagina
31 en 32 worden vermeld.
Toetsen die in dit gedeelte worden
gebruikt
g/G/f/F/ENTER
Opmerking
CANCEL
Tijdens bewerkingen met Creative Print
kunt u de items, met uitzondering van
"Kleurinstelling" niet selecteren.
(Instelitems die niet kunnen worden
geselecteerd en gewijzigd, worden grijs
weergegeven.)
MENU
1
Druk op MENU.
De menubalk wordt weergegeven.
Menubalk
Pictogram voor
menu Afdrukinstelling
3
Druk op f/F om het gewenste
item te selecteren en druk op
ENTER.
Het venster met instellingen voor het
geselecteerde item wordt
weergegeven (volgende pagina).
4
De menustand uitschakelen
Druk nogmaals op MENU. Het vorige
venster wordt weergegeven.
2
Druk op g/G om
(Afdrukinstelling) te selecteren en
druk op ENTER.
Het menu Afdrukinstelling wordt
weergegeven.
30 NL
Druk op f/F om de gewenste
instelling te selecteren en druk op
ENTER.
De instelling wordt vastgelegd.
Tip
Als u het menu Afdrukinstelling wilt sluiten,
drukt u op MENU.
Instellingen
Inhoud
Auto Fine Print4
Foto*/Levendig
Met deze functie wordt de beeldkwaliteit
automatisch gecorrigeerd zodat een beeld
levendiger, helder en mooi kan worden afgedrukt.
Dit is vooral handig voor donkere beelden met
weinig contrast. De beelden worden gecorrigeerd om
natuurlijke huidskleuren, levendige groene bladeren
of een heldere blauwe lucht te reproduceren.
•Foto: beelden worden automatisch aangepast zodat
de beelden mooi en natuurlijk worden afgedrukt.
(Aanbevolen)
•Levendig: beelden worden automatisch aangepast
zodat de beelden scherper en levendiger worden
afgedrukt dan met de modus Foto.
Tip
Beelden die met een Exif Print-compatibele digitale camera
(Exif 2.21) zijn gemaakt, worden automatisch aangepast
voor de beste beeldkwaliteit.
Opmerkingen
• De beeldgegevens worden niet aangepast.
• Als u afdrukt in de PC-stand, worden de instellingen voor
deze stand overschreven door de Auto Fine Print 4instelling van de printerdriver. In de PictBridge-stand blijft
deze instelling actief.
Randen
Uit
Beelden worden zonder aanpassingen afgedrukt.
Patroon1/2
Beelden worden afgedrukt met randen rondom het
beeld. Als u bijna gelijke randen aan de boven-,
onder-, rechter- en linkerkant van het beeld wilt
afdrukken, selecteert u "Patroon2".
Als u een beeld wilt afdrukken zonder het bij te
snijden, selecteert u "Patroon1".
Opmerking
Wanneer u "Patroon2" selecteert, kunnen de boven- en
onderkant of de rechter- en linkerkant van het beeld worden
bijgesneden voordat er wordt afgedrukt. Dit is afhankelijk
van het beeld.
Geen rand*
Beelden worden zonder randen afgedrukt.
Opmerking
Als u met een digitale camera een standaard 4:3-foto neemt,
worden de boven- en onderrand van het beeld bijgesneden
en wordt het beeld afgedrukt als een 3:2-foto.
Patroon1
Patroon2
Geen rand
*: Fabrieksinstellingen
Wordt vervolgd
31 NL
Verschillende afdrukken maken
Item
Item
Datumafdruk
Kleurinstelling
Instellingen
Inhoud
Aan
Beelden worden afgedrukt met de datum waarop deze zijn
gemaakt als het beeld is opgenomen met de DCF-indeling
(Design rule for Camera File system). Als u een afdruk wilt
maken met de datum waarop het beeld is gemaakt, moet u
beelden in de DCF-bestandsindeling opnemen.
Als het beeld wordt opgeslagen met de printer, wordt de
datum waarop het beeld wordt opgeslagen, ook afgedrukt.
Uit*
Beelden worden zonder de datum afgedrukt.
De kleuren en de scherpte van een afdruk worden
aangepast. Druk op g/G om een kleurelement te
selecteren("R" (rood), "G" (groen) of "B" (blauw)) of om "S"
(Scherpte) te selecteren en druk op f/F om het niveau in te
stellen. U kunt de niveaus voor R, G, B instellen van +4 tot –
4 en voor S van +7 tot 0.
R: de rode en blauwe elementen worden aangepast. Hoe
hoger u het niveau instelt, hoe roder het beeld wordt alsof
er rood licht op schijnt. Hoe lager u het niveau instelt, hoe
donkerder het beeld wordt alsof er lichtblauw wordt
toegevoegd.
G: de groene en paarse elementen worden aangepast. Hoe
hoger u het niveau instelt, hoe groener het beeld wordt
alsof er groen licht op schijnt. Hoe lager u het niveau
instelt, hoe donkerder het beeld wordt alsof er roodpaars
wordt toegevoegd.
B: de blauwe en gele elementen worden aangepast. Hoe
hoger u het niveau instelt, hoe blauwer het beeld wordt
alsof er blauw licht op schijnt. Hoe lager u het niveau
instelt, hoe donkerder het beeld wordt alsof er geel wordt
toegevoegd.
S: hoe hoger u het niveau instelt, hoe scherper de contouren
worden.
(*R: 0/G:0/B:0/S:0)
*: Fabrieksinstellingen
32 NL
De printervoorkeuren
wijzigen (Beeld/
printerinstelling)
2
Druk op g/G om
(Beeld/
printerinstelling) te selecteren en
druk op ENTER.
Het menu Beeld/printerinstelling
wordt weergegeven.
Menu Beeld/printerinstelling
Met het menu Beeld/printerinstelling kunt
u de weergave- en printervoorkeuren
aanpassen die op pagina 34 worden
vermeld.
g/G/f/F/ENTER
CANCEL
MENU
1
3
Druk op MENU.
Het venster met instellingen voor het
geselecteerde item wordt
weergegeven (volgende pagina).
Als u de verborgen items wilt
weergeven, gaat u omhoog en omlaag
in het venster met f/F.
De menubalk wordt weergegeven.
Menubalk
Druk op f/F om het gewenste
item te selecteren en druk op
ENTER.
Pictogram voor
menu Beeld/
Opmerking
Tijdens bewerkingen met Bewerken of
Creative Print kunnen bepaalde items niet
worden geselecteerd en gewijzigd. Deze
items die niet kunnen worden gewijzigd,
worden grijs weergegeven.
4
De menustand uitschakelen
Druk nogmaals op MENU. Het vorige
venster wordt weergegeven.
Druk op f/F om de gewenste
instelling te selecteren en druk op
ENTER.
De instelling wordt vastgelegd.
Tip
Als u het menu Beeld/printerinstelling wilt
sluiten, drukt u op MENU.
33 NL
Verschillende afdrukken maken
Toetsen die in dit gedeelte worden
gebruikt
Item
Instellingen
Weergavevolgorde
Pictogram
Inhoud
Oplopend*
In het venster met de beeldenlijst worden de beelden
in de volgorde van de beeldnummers weergegeven
waarbij het laagste nummer eerst wordt
weergegeven.
Aflopend
In het venster met de beeldenlijst worden de beelden in
de volgorde van de beeldnummers weergegeven
waarbij het hoogste nummer eerst wordt weergegeven.
Aan
In het venster met de beeldenlijst worden de beelden
zonder miniaturen (miniatuurweergaven die worden
gebruikt als index) weergegeven als pictogram.
Uit*
In het venster met de beeldenlijst worden de beelden
zonder miniaturen (miniatuurweergaven die worden
gebruikt als index) weergegeven als het originele beeld.
Volgorde datumwrg.
Stel de weergavevolgorde voor de datum (jaar,
maand en dag) in. U kunt kiezen uit:
•J/M/D* •M/D/J •D/M/J
LCD -achtergr.verl.
De helderheid van de LCD-achtergrondverlichting
instellen:
Helder*/Donker
Demonstratiemodus Aan*
Er wordt automatisch een flashdemonstratie gestart
om de functies van de printer te beschrijven wanneer
de printer gedurende 5 minuten niet is gebruikt en er
geen media op zijn aangesloten. Als u de demonstratie
wilt stoppen, drukt u op een willekeurige toets.
Uit
Er wordt geen flashbestand gestart.
Eenheid
In het gedeelte voor pasfoto’s in het menu Creative
Print kunt u de eenheid selecteren die u wilt
gebruiken voor het opgeven van de afmetingen van
een foto: • cm* • inch
Weergave printerinformatie
De versie van de firmware en het totale aantal
afdrukken wordt weergegeven.
Taal
U kunt de taal selecteren waarin u het menu of de
berichten wilt weergeven: Japans/Engels*/Frans/
Spaans/Duits/Italiaans/Russisch/Koreaans/Ver.
Chin./Trad. Chin./Nederlands/Portugees/
Arabisch/Perzisch
*: Fabrieksinstellingen
34 NL
Afdrukken vanaf een PictBridge-camera of extern apparaat
Afdrukken vanaf een
digitale PictBridgecamera
Naar PictBridge/EXT
INTERFACE-aansluiting
U kunt een PictBridge-compatibele
digitale camera aansluiten op de printer en
een beeld rechtstreeks vanaf de digitale
camera afdrukken.
Wanneer u wilt afdrukken via de
PictBridge/EXT INTERFACE-aansluiting,
moet u van tevoren de geheugenkaarten
uit de printer verwijderen.
1
3
Sluit de printer aan op de
stroombron (.Lees dit eerst).
Druk op 1 (aan/standby) om de
printer in te schakelen.
De aanduiding 1 (aan/standby) van
de printer gaat geelgroen branden.
4
Sluit een PictBridge-compatibele
digitale camera aan op de
PictBridge/EXT INTERFACEaansluiting van de printer.
Als u een PictBridge-compatibele
digitale camera aansluit op de printer,
wordt "Bezig met verbinden"
weergegeven op het LCD-scherm van
de printer.
5
Druk een beeld af vanaf de
digitale camera.
De printer biedt ondersteuning voor
de volgende afdrukken:
Naar USB-aansluiting
• Eén beeld afdrukken
• Alle beelden afdrukken
• Index-afdrukken
• DPOF-afdrukken
• Afdrukken met of zonder rand
• Datum afdrukken
Raadpleeg "Lees dit eerst" voor
opmerkingen over het afdrukken.
Opmerkingen
• Als u een inktlint vervangt terwijl de printer
is aangesloten op een PictBridge-compatibele
digitale camera, wordt een beeld mogelijk
niet goed afgedrukt. Als dit gebeurt, moet u
de digitale camera loskoppelen en opnieuw
aansluiten.
• Wanneer u afdrukt vanaf een PictBridgecompatibele digitale camera, wordt een beeld
afgedrukt op basis van de instellingen in het
menu Afdrukinstelling van de printer. Als u
de optie voor het afdrukken van de datum of
afdrukken met rand/zonder op de digitale
camera instelt, krijgen de instellingen op de
digitale camera voorrang. Als u “Geen rand”
selecteert op de printer en “Rand” op de
camera, wordt “Patroon 1” gebruikt voor het
afdrukken.
• Raadpleeg de gebruiksaanwijzing bij de
digitale camera voor meer informatie over
foutberichten die op de digitale camera
worden weergegeven.
• U kunt geen USB-hub of een digitale camera
met een USB-hub gebruiken.
NL
35
Afdrukken vanaf een PictBridge-camera of extern apparaat
Stel de digitale camera in voor
afdrukken met een PictBridgecompatibele printer.
De instellingen en bewerkingen die zijn
vereist vóór de aansluiting, verschillen
afhankelijk van de digitale camera.
Raadpleeg de gebruiksaanwijzing bij
de digitale camera voor meer
informatie. (In het geval van de
digitale Sony Cyber-shot camera
selecteert u bijvoorbeeld de stand
"PictBridge" voor "USB Connect".)
2
Camera of ander
extern apparaat
Afdrukken vanaf een
Bluetooth-compatibel
apparaat
Als u de Sony DPPA-BT1 Bluetooth USBadapter aansluit op de printer, kunt u een
beeld afdrukken vanaf een Bluetoothcompatibele mobiele telefoon, digitale
camera of ander apparaat.
Opmerkingen
• Gebruik de DPPA-BT1 niet buiten de regio
waarin u het product hebt gekocht.
Afhankelijk van de gebieden kan het gebruik
van de adapter voorschriften met betrekking
tot golflengten schenden, en kunt u strafbaar
zijn.
• In bepaalde regio’s wordt de Sony DPPA-BT1
Bluetooth USB-adapter niet verkocht.
Compatibele profielen voor
Bluetooth-communicatie
TIFF:
BMP:
Compatibel met Exif 2.21
1, 4, 8, 16, 24, 32-bits Windowsindeling
Bepaalde bestandsindelingen voor beelden
zijn niet compatibel.
Maximumaantal pixels dat kan worden
verwerkt
8 000 (H) x 6 000 (V) punten (maximaal 5 MB)
Procedures voor afdrukken
Wanneer u wilt afdrukken via de
PictBridge/EXT INTERFACE-aansluiting,
moet u van tevoren de geheugenkaarten
uit de printer verwijderen.
1
Sluit de printer aan op de
stroombron.
2
Druk op de 1-schakelaar (aan/
standby) om de printer in te
schakelen.
3
Sluit de Bluetooth-adapter aan op
de PictBridge/EXT INTERFACEaansluiting van de printer.
De DPPA-BT1-adapter biedt
ondersteuning voor de volgende profielen:
• BIP (Basic Imaging Profile)
• OPP (Object Push Profile)
Raadpleeg de handleiding bij het
Bluetooth-apparaat voor meer informatie
over de profielen die worden ondersteund.
Wat is een "profiel"?
Profielen zijn normen waarmee draadloze
Bluetooth-communicatie mogelijk wordt
gemaakt. Er kunnen verschillende profielen
worden gebruikt, afhankelijk van de
functies en productprofielen. Om de
Bluetooth-communicatie mogelijk te maken
moeten de apparaten die met elkaar
moeten communiceren, ondersteuning
bieden voor hetzelfde profiel.
Compatibele bestandsindelingen voor
beelden die moeten worden afgedrukt
JPEG: Compatibel met DCF 2.0,
compatibel met Exif 2.21, JFIF
(Baseline JPEG met indeling 4:4:4,
4:2:2, 4:2:0)
36 NL
Opmerking
Wanneer er een ander apparaat dan de
Bluetooth-adapter (zoals een geheugenkaart,
camera, computer of ander extern apparaat,
of een USB-kabel) is aangesloten op een van
de geheugenkaartsleuven, de PictBridge/
EXT INTERFACE-aansluiting of de USBaansluiting van de printer, moet u deze eerst
loskoppelen van de printer en vervolgens de
Bluetooth-adapter aansluiten.
4
Druk af vanaf de Bluetoothcompatibele mobiele telefoon of
een ander apparaat.
Raadpleeg de handleiding van het
Bluetooth-apparaat dat u gebruikt
voor de afdrukprocedure.
Als het invoeren van een
toegangscode* is vereist
Voer "0000" in. U kunt de toegangscode
niet wijzigen via de printer.
* De toegangscode wordt ook wel
"wachtwoord" of "PIN-code" genoemd.
Opmerkingen
• De communicatieafstand van het product is
afhankelijk van de obstakels (bijvoorbeeld een
menselijk lichaam, metalen voorwerp of een
muur) tussen het product en de mobiele
telefoon of een ander apparaat.
• De volgende omstandigheden kunnen van
invloed zijn op de gevoeligheid van
Bluetooth-communicatie:
- Wanneer er zich een obstakel bevindt
tussen het product en de mobiele telefoon of
het andere apparaat, zoals een menselijk
lichaam, metalen voorwerp of een muur.
- Wanneer er een draadloos LAN-apparaat is
ingeschakeld of een magnetron in de buurt
wordt gebruikt, of wanneer er andere
elektromagnetische golven worden
uitgezonden.
P Waarschuwingen
• Radiogolven die afkomstig zijn van een
Bluetooth-apparaat kunnen van invloed zijn
op de werking van elektronische en medische
apparaten, en kunnen leiden tot ongelukken
vanwege storingen. Zorg ervoor dat u het
product en de mobiele telefoon uitschakelt en
niet gebruikt op de volgende plaatsen:
- In ziekenhuizen, treinen, vliegtuigen,
tankstations en andere plaatsen waar
ontvlambaar gas aanwezig kan zijn.
- In de buurt van automatische deuren,
brandalarminstallaties of andere
automatisch aangestuurde apparaten.
• Houd dit product ten minste 22 cm uit de
buurt van pacemakers. Radiogolven die
afkomstig zijn van dit product kunnen de
werking van pacemakers negatief
beïnvloeden.
• Probeer dit product niet te demonteren, te
openen of aan te passen. Deze handelingen
kunnen leiden tot letsel, elektrische schokken
of brand.
37 NL
Afdrukken vanaf een PictBridge-camera of extern apparaat
Als u de printer wilt selecteren op een
Bluetooth-apparaat, selecteert u
"“Sony DPP-FP70##”/”Sony DPPFP90##”. ("##" staat voor de twee
getallen aan de rechterkant van het
adres dat op het LCD-scherm wordt
weergegeven.):
• Omdat Bluetooth-apparaten en draadloze
LAN-apparaten (IEEE802.11b/g) dezelfde
frequentie gebruiken, kan er storing optreden
wanneer dit apparaat in de buurt van een
draadloos LAN-apparaat wordt gebruikt. Dit
kan leiden tot een lagere communicatiesnelheid
en een slechtere verbinding. Neem in dit geval
de volgende maatregelen:
- Houd ten minste 10 m afstand van een
draadloos LAN-apparaat wanneer u dit
product koppelt aan de mobiele telefoon.
- Schakel het draadloze LAN-apparaat uit
wanneer u het product binnen 10 meter van
dat apparaat moet gebruiken.
• De correcte werking van dit product met alle
apparaten die zijn uitgerust met draadloze
Bluetooth-technologie, kan niet worden
gegarandeerd.
• Gebruik dit product niet buiten de regio
waarin u het hebt gekocht. Afhankelijk van
de gebieden kan het gebruik van dit product
voorschriften met betrekking tot golflengten
schenden, en kunt u strafbaar zijn.
• Sony is niet verantwoordelijk voor het lekken
van informatie tijdens Bluetoothcommunicatie.
• Sony is niet verantwoordelijk wanneer niet
wordt voldaan aan de
veiligheidsvoorschriften vanwege een nietaanbevolen aanpassing aan of gebruik van
het product.
• Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van de
printer voor contactgegevens voor
klantenondersteuning.
Afdrukken vanaf een
extern apparaat
Afdrukken in de directe stand is
mogelijk.
Naar PictBridge/EXT
INTERFACE-aansluiting
U kunt een digitale camera, een USBgeheugen, een foto-opslagapparaat of een
ander extern apparaat dat geschikt is voor
massaopslag, aansluiten en een beeld
rechtstreeks afdrukken vanaf het externe
apparaat.
Opmerkingen
• We kunnen niet garanderen dat alle typen
apparaten voor massaopslag kunnen worden
aangesloten.
• Als er een geheugenkaart in de printer is
geplaatst, kunnen de signalen van een extern
apparaat dat op de PictBridge/EXT
INTERFACE-aansluiting van de printer is
aangesloten, niet worden gelezen. Verwijder
de geheugenkaart, indien aanwezig.
1
Stel de digitale camera of een
ander extern apparaat in voor
afdrukken met een printer die
geschikt is voor massaopslag.
De instellingen en bewerkingen die
zijn vereist vóór de aansluiting,
verschillen afhankelijk van het externe
apparaat dat u gebruikt. Raadpleeg de
gebruiksaanwijzing van het externe
apparaat voor meer informatie.
(Selecteer bijvoorbeeld voor de Sony
Cyber-shot digitale camera de stand
"Normal" of "Mass Storage" voor de
optie "USB Connect".)
2
Sluit de printer aan op de
stroombron (. Lees dit eerst).
3
Druk op 1 (aan/standby) om de
printer in te schakelen.
De 1-aanduiding (aan/standby) van
de printer gaat geelgroen branden.
4
Sluit een camera of een extern
apparaat aan op de PictBridge/
EXT INTERFACE-aansluiting van de
printer.
Gebruik hiervoor de USB-kabel die bij
de digitale camera of het andere
externe apparaat is geleverd.
38 NL
Naar USBaansluiting
USB-geheugen, digitale camera,
foto-opslagapparaat of ander
extern apparaat dat geschikt is
voor massaopslag.
Opmerkingen
• Als u een in de handel verkrijgbare USB-kabel
gebruikt, mag deze maximaal 3 meter lang
zijn.
• Als het toegangslampje van het externe
apparaat knippert, moet u de stroom van de
printer of het externe apparaat niet
uitschakelen en de USB-kabel niet
verwijderen. Als u dit wel doet, kunnen de
gegevens op het externe apparaat worden
beschadigd. Schade als gevolg van
beschadigde of verloren gegevens wordt niet
vergoed.
• U kunt geen USB-hub of een USB-apparaat
met een USB-hub gebruiken.
• U kunt geen gegevens gebruiken die zijn
gecodeerd met een vingerafdruk of
wachtwoord.
• De volgende Sony USB-apparaten kunnen
niet worden gebruikt omdat deze
gebruikmaken van een verificatiesysteem met
vingerafdrukken of een USB-hub:
USM16A/S, USM32A/S, USM64A/S,
USM128A/S,USM256A/S, USM128B/BMS,
USM64C, USM128C, USM128F
Afdrukken vanaf een computer
Als u de beelden vanaf een computer wilt
afdrukken, installeert u de bijgeleverde
software op de computer en sluit u de
computer op de printer aan.
In dit gedeelte wordt beschreven hoe u de
bijgeleverde software op de computer
kunt installeren en hoe u het bijgeleverde
Picture Motion Browser-software kunt
gebruiken om beelden af te drukken.
Raadpleeg ook de gebruiksaanwijzing die
bij de computer wordt geleverd voor meer
informatie over het gebruik van de
computer.
U hoeft de software alleen te installeren
wanneer u de printer voor het eerst
aansluit op de computer.
Systeemvereisten
Als u de bijgeleverde printerdriver en
Picture Motion Browser wilt gebruiken,
moet de computer aan de volgende
systeemvereisten voldoen:
Besturingssysteem:
Microsoft Windows Vista (*1)/
Windows XP Professional (*2)/
Windows XP Home Edition/Windows
2000 Professional (Service Pack 3 of
hoger), vooraf geïnstalleerd
(*1 ) Met uitzondering van Starter.
Bovendien biedt Picture Motion
Browser geen ondersteuning voor de
64-bits versie.
(*2 ) De 64-bits versie wordt niet
ondersteund.
(Windows 95, Windows 98 Gold Edition,
Windows 98 Second Edition, Windows
NT, Windows Millennium Edition,
andere versies (zoals SP2 of eerder, of
Server) van Windows 2000 worden niet
ondersteund.)
Processor: Pentium III 500 MHz of sneller
(Pentium III 800 MHz of sneller wordt
aanbevolen.)
RAM: 128 MB of meer (256 MB of meer
wordt aanbevolen.)
Beschikbare schijfruimte: 200 MB of meer.
(Afhankelijk van de Windows-versie die
u gebruikt, is er meer ruimte vereist. Als
u beeldgegevens wilt verwerken, hebt u
extra schijfruimte nodig.)
Beeldscherm:
Schermgedeelte: 800 x 600 pixels of meer
Kleuren: 16-bits hoge kleuren of meer
Vereiste software: DirectX 9.0 of hoger
(Vereist voor Picture Motion Browser)
Wordt vervolgd
39 NL
Afdrukken vanaf een computer
Informatie over de bijgeleverde CD-ROM
De bijgeleverde CD-ROM bevat de
volgende software:
• Printerdriver voor DPP-FP70/90: in de
software worden de vereisten van de
printer beschreven. Met de printerdriver
kunt u afdrukken vanaf de computer.
• Picture Motion Browser: originele
software van Sony waarmee u
stilstaande beelden en films kunt
vastleggen, beheren, verwerken en
afdrukken.
De software installeren
Opmerkingen
• Als u een hub gebruikt om de printer op de
computer aan te sluiten, of als er twee of meer
USB-apparaten, waaronder andere printers,
op de computer zijn aangesloten, kunnen er
problemen optreden. Als dit gebeurt, sluit u
de printer rechtstreeks aan op de computer.
• U kunt de printer niet bedienen vanaf een
ander USB-apparaat dat tegelijkertijd wordt
gebruikt.
• U moet de USB-kabel niet verwijderen van of
aansluiten op de printer tijdens de
gegevenscommunicatie of het afdrukken. De
printer functioneert wellicht niet goed.
• Zorg ervoor dat de computer die op de
printer is aangesloten, niet overschakelt naar
de standby- of slaapstand tijdens het
afdrukken. Als dit wel gebeurt, kan de printer
wellicht niet goed afdrukken.
• Sony kan geen correcte werking met alle
computers garanderen, zelfs niet als deze
voldoen aan de systeemvereisten.
• Picture Motion Browser biedt ondersteuning
voor de DirectX-technologie en de installatie
van DirectX is wellicht vereist. DirectX is
beschikbaar op de CD-ROM.
• Als Picture Motion Browser wordt
geïnstalleerd op een computer terwijl Cybershot Viewer al is geïnstalleerd, wordt Cybershot Viewer overschreven en vervangen door
Picture Motion Browser. De zoekmappen die
in Cyber-shot Viewer zijn geregistreerd,
worden automatisch geregistreerd in Picture
Motion Browser. Met Picture Motion Browser
kunt u de mappen gemakkelijker bekijken
dan met Cyber-shot Viewer, aangezien de
geregistreerde mappen op groep worden
weergegeven wanneer u mappen bekijkt. Met
de verbeterde aanpassingsfunctie voor het
beperken van rode ogen en de nieuwe
aanpassingsfunctie voor tintcurves, biedt
Picture Motion Browser ook krachtigere
bewerkingsfuncties. U kunt de software ook
gebruiken om gegevens naar een externe
geheugenkaart te schrijven zodat u de
gegevens kunt meenemen.
De printerdriver installeren
Volg de onderstaande procedures om de
driver te installeren.
Opmerkingen
• Voordat u de driver installeert, moet u de
printer niet op de computer aansluiten.
• Wanneer u Windows Vista/XP/2000
gebruikt, moet u zich bij Windows
aanmelden met een gebruikersaccount met
rechten als "Beheerder van deze computer".
• Sluit alle geopende programma’s voordat u
de software installeert.
• De dialoogvenster die in dit gedeelte worden
weergegeven, zijn afkomstig uit Windows
XP, tenzij anders aangegeven. De
installatieprocedures en de dialoogvensters
die worden weergegeven, kunnen verschillen
per besturingssysteem.
1
Schakel de computer in, start
Windows en plaats de
bijgeleverde CD-ROM in het CDROM-station van de computer.
Het installatievenster wordt
weergegeven.
Opmerking
Als het installatievenster niet automatisch
wordt weergegeven, dubbelklikt u op
"Setup.exe" van de CD-ROM.
2
Klik op "Bezig met installeren van
printerstuurprogramma".
3
Klik op "Volgende".
Er wordt een dialoogvenster met de
licentieovereenkomst weergegeven.
40 NL
4
Lees de overeenkomst aandachtig
door. Als u akkoord gaat, schakelt
u het selectievakje "Ik ga akkoord
met deze overeekomst" in en
klikt u op "Volgende".
De installatie wordt gestart.
5
6
Sluit de printer aan op de
stroombron (. Lees dit eerst).
7
Druk op 1 (aan/standby) om de
printer in te schakelen.
8
Sluit de USB-aansluitingen van de
printer en de computer op elkaar
aan met een USB-kabel (niet
bijgeleverd).
De installatie van de printerdriver
wordt automatisch gestart.
Naar USBaansluiting
Naar USB-aansluiting
Windows-computer
9
Wacht enige tijd en controleer of
"Sony DPP-FP70" of "Sony DPPFP90" is toegevoegd aan "Printers
en faxapparaten".
10 Wanneer de installatie is voltooid,
verwijdert u de CD-ROM uit de
computer en bewaart u deze voor
later gebruik.
Als u de Picture Motion Browsersoftware wilt installeren, volgt u de
procedures vanaf stap 2 op pagina 42.
Opmerkingen
• Als de installatie mislukt, koppelt u de printer
los van de computer, start u de computer
opnieuw op en voert u de installatieprocedures
opnieuw uit vanaf stap 2.
• Na de installatie is "Sony DPP-FP70" of "Sony
DPP-FP90" niet ingesteld als de
standaardprinter. Stel de printer die u wilt
gebruiken in voor elke toepassing.
• U hebt de bijgeleverde CD-ROM nodig als u de
printerdriver wilt verwijderen of opnieuw
installeren. Bewaar de CD-ROM op een veilige
plaats voor later gebruik.
• Voordat u de printer gebruikt, moet u het
Leesmij-bestand lezen (in de map Readme op de
CD-ROMcde map EnglishcReadme.txt).
Als de software is geïnstalleerd
Het pictogram
en een snelkoppeling
naar de website voor klantregistratie
worden weergegeven op het bureaublad
van Windows. Als de registratie is
voltooid, vindt u informatie over
ondersteuning op:
http://www.sony.net/registration/di/
Wordt vervolgd
41 NL
Afdrukken vanaf een computer
Wanneer het dialoogvenster “Het
printerstuurprogramma Sony DPPFP60/70/90 is geïnstalleerd” wordt
weergegeven, klikt u op
“Voltooien”.
Opmerking
Gebruik een USB-kabel van type B die
maximaal 3 meter lang is.
De printerdriver verwijderen
Verwijder de printerdriver als volgt:
11 Open "Software".
12 Selecteer "Windows Driver
1
Koppel de USB-kabel (niet
bijgeleverd) los van de printer en
de computer.
Package - Sony DPP-FP60/70/90"
en klik op "Wijzigen/
Verwijderen".
2
Klik op "Start" - "Printers en
faxapparaten".
Er wordt een
bevestigingsdialoogvenster
weergegeven.
3
Selecteer "DPP-FP70" of "DPPFP90" en klik op "Verwijderen" in
het menu "Bestand".
Er wordt een
bevestigingsdialoogvenster
weergegeven.
4
5
Klik op "Ja".
Controleer of "DPP-FP70" of
"DPP-FP90" is verwijderd uit het
venster "Printers en
faxapparaten".
6
Klik op "Eigenschappen van
server" in het menu "Bestand" en
klik op de tab "Stuurprogramma’s"
in het venster "Eigenschappen
voor afdrukserver".
7
Selecteer "Sony DPP-FP70" of
"Sony DPP-FP90" in de keuzelijst
en klik op "Verwijderen".
Er wordt een
bevestigingsdialoogvenster
weergegeven.
Wanneer u Windows Vista gebruikt,
is verwijderen wellicht niet mogelijk.
U kunt de printer laten staan.
8
9
Klik op "Ja".
Klik op "Sluiten" om het venster
"Eigenschappen voor
afdrukserver" te sluiten.
10 Klik op "Start" "Configuratiescherm".
Het Configuratiescherm wordt
weergegeven.
42 NL
13 Klik op "Ja".
Picture Motion Browser
installeren
Volg de onderstaande procedures om
Picture Motion Browser te installeren.
Opmerkingen
• Wanneer u Windows Vista/XP/2000
gebruikt, moet u zich bij Windows
aanmelden met een gebruikersaccount met
rechten als "Beheerder van deze computer".
• Sluit alle geopende programma’s voordat u
de software installeert.
• De dialoogvenster die in dit gedeelte worden
weergegeven, zijn afkomstig uit Windows
XP, tenzij anders aangegeven. De
installatieprocedures en de dialoogvensters
die worden weergegeven, kunnen verschillen
per besturingssysteem.
1
Schakel de computer in, start
Windows en plaats de
bijgeleverde CD-ROM in het CDROM-station van de computer.
Het installatievenster wordt
weergegeven (pagina 40).
2
Klik op “Bezig met installeren van
Picture Motion Browser”.
8
Het dialoogvenster "Taal voor de
installatie kiezen" wordt
weergegeven.
3
Selecteer de gewenste taal en klik
op "Volgende".
Het dialoogvenster "Locatieinstellingen" wordt weergegeven.
4
Selecteer de "regio" en het "land/
gebied" waar u de printer wilt
gebruiken en klik op "Volgende".
Het dialoogvenster "InstallShield
Wizard" wordt weergegeven.
5
Klik op "Volgende".
6
Lees de overeenkomst aandachtig
door. Als u akkoord gaat, schakelt
u het selectievakje "Ik ga akkoord
met de voorwaarden van de
licentieovereenkomst" in en klikt
u op "Volgende".
Het dialoogvenster voor het opgeven
van de bestemming wordt
weergegeven.
Wanneer u wordt gevraagd de
computer opnieuw op te starten, volgt
u de instructies om opnieuw op te
starten.
9
Wanneer de installatie is voltooid,
verwijdert u de CD-ROM uit de
computer en bewaart u deze voor
later gebruik.
Opmerkingen
• Als de installatie mislukt, voert u de
installatieprocedure nogmaals uit vanaf stap
2.
• U hebt de bijgeleverde CD-ROM nodig als u
Picture Motion Browser wilt verwijderen of
opnieuw installeren. Bewaar de CD-ROM op
een veilige plaats voor later gebruik.
Picture Motion Browser
verwijderen
Als u deze software niet langer nodig hebt,
verwijdert u deze als volgt van de
computer:
1
Klik op "Start" "Configuratiescherm".
2
3
Open "Software".
Selecteer "Sony Picture Utility" en
klik op "Wijzigen/Verwijderen".
Het verwijderen van de software
wordt gestart.
4
7
Klik op "Voltooien".
Controleer de bestemming en klik
op "Volgende".
Het dialoogvenster "Gereed om het
programma te installeren" wordt
weergegeven.
Wordt vervolgd
43 NL
Afdrukken vanaf een computer
Er wordt een dialoogvenster met de
licentieovereenkomst weergegeven.
Klik op "Installeren" en volg de
instructies op het scherm om door
te gaan met de installatie.
Foto’s afdrukken
vanuit Picture Motion
Browser
2
Klik op "Starten".
U kunt Picture Motion Browser gebruiken
om een beeld af te drukken vanaf de
computer op printpapier van P-formaat.
1
Open het venster Picture Motion
Browser op een van de volgende
manieren:
• Dubbelklik op
(Picture Motion
Browser) op het bureaublad van
Windows.
• Klik op "Start" - "Alle programma’s"
(of "Programma’s" in Windows
2000) - "Sony Picture Utility" "Picture Motion Browser".
Het venster "Informatietool" wordt
weergegeven.
Wanneer u Picture Motion Browser
voor het eerst start
Er wordt een dialoogvenster
weergegeven waarin u een
weergavemap kunt registreren. Als u
al beelden hebt opgeslagen in de map
"Mijn afbeeldingen", klikt u op "Nu
registreren".
Als u beelden in een andere map dan
de map "Mijn afbeeldingen" hebt
opgeslagen, klikt u op "Later
registreren". Zie "Een zoekmap
registreren" (pagina 48) voor meer
informatie.
De map "Mijn afbeeldingen"
openen
• In Windows 2000:
Klik op "Mijn documenten" - "Mijn
afbeeldingen" op het bureaublad.
• In Windows Vista/XP:
Klik op "Start" - "Mijn afbeeldingen"
vanaf de taakbalk.
44 NL
Het hoofdvenster van Picture Motion
Browser wordt weergegeven.
De weergave van het hoofdvenster
wisselen
Foto’s kunnen op 2 manieren in het
hoofdvenster worden weergegeven.
Als u de weergave wilt wijzigen, klikt
u op de tab "Mappen" of "Kalender".
• De weergave "Mappen"
De beelden worden gerangschikt in
de geregistreerde mappen en
worden weergegeven als
miniaturen.
• De weergave "Kalender"
De beelden worden onderverdeeld
volgens de opnamedatum en
worden weergegeven als
miniaturen op de betreffende data
op de kalender. In de weergave
"Kalender" kunt u de weergave
wijzigen op basis van het jaar, de
maand of het uur.
In dit gedeelte worden de venster uit
de weergave "Mappen" als voorbeeld
gebruikt.
3
Klik op de map met de foto’s die
u wilt afdrukken.
Als u deze functie niet hebt
ingeschakeld, wordt het beeld
afgedrukt zonder dat er een
deel wegvalt.
• Opnamedatum afdrukken: als
u dit selectievakje inschakelt,
wordt de opnamedatum van
het beeld ook afgedrukt als
het beeld een bestand is dat is
opgenomen in de DCFindeling (Design rule for
Camera File system).
In de volgende uitleg wordt als
voorbeeld de map "sample" geselecteerd.
4
Selecteer de foto’s die u wilt
afdrukken en klik op
(afdrukken).
Het dialoogvenster Afdrukken wordt
weergegeven.
5
Selecteer “Sony DPP-FP70” of
“Sony DPP-FP90” in de keuzelijst
“Printer”. Ga naar stap 6 als u de
afdrukstand of andere
afdrukopties wilt instellen. Ga
verder naar stap 11 om af te
drukken.
Eigenschappen
Papierformaat, afdrukstand,
beeldkwaliteit en andere details
opgeven.
6
Het dialoogvenster "Eigenschappen"
van de geselecteerde printer wordt
weergegeven. De printerdriver van de
printer maakt gebruik van Universal
Printer Driver, een algemene
Microsoft-printerdriver. In de
dialoogvensters worden bepaalde
items weergegeven die niet op de
printer worden gebruikt.
Functies
Printerinstellingen
• Printer: Selecteer de printer
die u gebruikt: "Sony DPPFP70" of "DPP-FP90"
• Papierformaat:
Als u het formaat wilt
wijzigen, klikt u op
"Eigenschappen".
Opmerking: in bepaalde regio’s
wordt printpapier van Lformaat niet verkocht.
Afdrukopties
• Afbeelding inzoomen totdat
afdrukgebied gevuld is: als u
deze functie hebt
ingeschakeld, wordt het beeld
op het gehele afdrukgedeelte
van het papier afgedrukt. De
randen van de foto worden
wellicht bijgesneden.
7
Geef op het tabblad "Indeling"
de afdrukstand van het papier en
andere opties op.
Wordt vervolgd
45 NL
Afdrukken vanaf een computer
Items
Als u de afdrukstand voor het
papier of andere afdrukopties
wilt opgeven, klikt u op
"Eigenschappen".
Items
Functies
Afdrukstand
Selecteer de afdrukstand
waarmee u het beeld wilt
afdrukken:
•Staand
•Liggend
Paginavolgorde
Selecteer de volgorde waarin u
de pagina’s wilt afdrukken:
•Vooraan beginnen
•Achteraan beginnen
Pagina’s per vel
Geef het aantal exemplaren op
dat u per vel wilt afdrukken.
Selecteer "1".
Geavanceerd
Het papierformaat of andere
opties opgeven.
8
Klik op "Geavanceerd".
Het dialoogvenster "Geavanceerde
opties voor DPP-FP70/FP90" wordt
weergegeven.
46 NL
Items
Functies
Papier/uitvoer
•Papierformaat: Selecteer in
de vervolgkeuzelijst het
papierformaat waarop u wilt
afdrukken: P size (Postcardformaat)/L size
Opmerking: in bepaalde regio’s
wordt printpapier van Lformaat niet verkocht.
•Aantal afdrukken: Geef het
aantal exemplaren op dat u
wilt afdrukken.
Grafisch - Image Color Management
•ICM-methode: De printer
biedt geen ondersteuning voor
instellingen voor ICMmethode. Zelfs als u een
andere optie dan “ICM
uitgeschakeld” selecteert,
is de instelling niet van
invloed op de
afdrukresultaten. Laat de
optie ongewijzigd.
•ICM-opzet: De printer biedt
geen ondersteuning voor
instellingen voor ICM-opzet.
Laat de optie ongewijzigd.
Items
Functies
Documentopties
• Geavanceerde printerfuncties:
Selecteer "Ingeschakeld" om
geavanceerde afdrukopties,
zoals "Paginavolgorde", in te
schakelen. Als er een
compatibiliteitsprobleem
optreedt, schakelt u deze
functie uit.
• Kleurenafdrukmodus: Als u
in kleur wilt afdrukken,
selecteert u "Ware kleuren (24
bpp)". Als u in monochroom
wilt afdrukken, selecteert u
"Monochroom".
Raadpleeg de Help van
Windows voor meer informatie.
Geef op het tabblad "Papier/
Kwaliteit" de kleur of de
papierbron op.
Items
Functies
Ladeselectie
Selecteer "Automatisch
selecteren" in de
vervolgkeuzelijst
"Papierinvoer".
Kleur
Als u in kleur wilt afdrukken,
selecteert u "Kleur". Als u in
monochroom wilt afdrukken,
selecteert u "Zwart-wit".
Geavanceerd
Het dialoogvenster
"Geavanceerde opties voor
DPP-FP70/FP90" wordt
weergegeven. (pagina 46)
Zie stap 8 voor meer informatie.
10 Klik op "OK".
Het dialoogvenster "Afdrukken"
wordt opnieuw weergegeven.
Wordt vervolgd
47 NL
Afdrukken vanaf een computer
Printerfuncties
• Borderless Print: Als u een
beeld zonder randen wilt
afdrukken, selecteert u "Aan".
Als u met randen wilt
afdrukken, selecteert u "Uit".
Afhankelijk van de sofware,
worden beelden met randen
afgedrukt, zelfs als "Aan" is
geselecteerd. U kunt instellen
dat een beeld in het volledige
afdrukgebied wordt afgedrukt.
• Auto Fine Print4: Selecteer
"Foto", "Levendig" of "Uit".
Wanneer u "Foto" of "Levendig"
selecteert, moet u "ICM
uitgeschakeld" selecteren bij
"ICM-methode". In tegenstelling
tot bij direct afdrukken vanaf
een geheugenkaart, worden er
geen Exif-gegevens gebruikt. Zie
pagina 31 voor meer informatie.
• Auto TOUCH-UP: Selecteer
"Aan" of "Uit". Wanneer u "Aan"
selecteert, moet u "ICM
uitgeschakeld" selecteren bij
"ICM-methode". In tegenstelling
tot bij direct afdrukken vanaf
een geheugenkaart, worden er
geen Exif-gegevens gebruikt. Zie
pagina 10 voor meer informatie.
• Kleurinstelling: U kunt de
instelling voor R, G en B en
scherpte aanpassen. Zie pagina
32 voor meer informatie.
9
11 Klik op "Afdrukken".
Het afdrukken wordt gestart.
Raadpleeg de Help van Picture
Motion Browser voor meer informatie
over de eigenschappen van Picture
Motion Browser.
Opmerking
U kunt geen filmbestanden of RAW-bestanden
afdrukken.
Opmerking
U moet de opdracht die wordt afgedrukt, niet
verwijderen. Als u dit wel doet, kan het papier
vastlopen.
Een zoekmap registreren
Met Picture Motion Browser kunt u geen
beelden bekijken die direct zijn opgeslagen
op de vaste schijf van de computer. U
registreert als volgt een zoekmap:
1
Tips
• Als u een reeks stilstaande beelden in het
beeldgebied van het hoofdvenster wilt
selecteren, klikt u op het eerste beeld in de
reeks en klik u vervolgens op het laatste beeld
terwijl u de toets Shift ingedrukt houdt.
Als u meerdere stilstaande beelden wilt
selecteren die niet op volgorde worden
weergegeven, klikt u op de afzonderlijke
beelden terwijl u de toets Ctrl ingedrukt
houdt.
• U kunt ook afdrukken vanuit een voorbeeld.
Klik op "Bestand"-"Weergegeven
map registreren" of klik op
(Mappen registreren voor
weergave).
Het dialoogvenster "Mappen
registreren voor weergave" wordt
weergegeven.
2
Selecteer de map die u wilt
registreren en klik op
"Registreren".
De Help van Windows weergeven
Klik op
in de rechterbovenhoek van
het dialoogvenster en klik op het gewenste
item op het scherm.
Het afdrukken stoppen
1
Dubbelklik op het
printerpictogram op de taakbalk
en open het dialoogvenster
"Afdrukken".
2
Klik op de documentnaam
waarvoor u het afdrukken wilt
annuleren en kies "Annuleren" in
het menu "Document".
3
Opmerking
U kunt niet het hele station registreren.
Er wordt een bevestigingsdialoogvenster
voor de registratie weergegeven.
Er wordt een dialoogvenster
weergegeven waarin u het
verwijderen kunt bevestigen.
3
Klik op "Ja".
4
De afdrukopdracht wordt
geannuleerd.
48 NL
Klik op "Ja".
De registratie van de beeldgegevens
in de database wordt gestart.
Klik op "Sluiten".
Opmerkingen
• De map die u opgeeft als bestemming
voor geïmporteerde beelden wordt
automatisch geregistreerd.
• U kunt de registratie van mappen die
hier worden geregistreerd, niet
annuleren.
De zoekmap wijzigen
Klik op "Extra" - "Instelling" "Weergegeven mappen".
Tips
Afdrukken vanuit een in de
handel verkrijgbare
toepassing
U kunt een in de handel verkrijgbare
toepassing gebruiken om een beeld af te
drukken met de DPP-FP70/FP90. Selecteer
"DPP-FP70" of "DPP-FP90" als "Printer" in
het afdrukdialoogvenster en selecteer het
formaat van het printpapier in het
dialoogvenster van de pagina-instellingen.
Zie stap 6 en 7 op pagina 45 en 46 voor
meer informatie over de
afdrukinstellingen.
Over de instelling "Borderless Print" bij
"Printerfuncties"
Wanneer u een andere toepassing dan
Picture Motion Browser gebruikt, kan een
beeld wellicht met randen worden
afgedrukt, zelfs als u "Aan" selecteert bij
"Borderless Print" bij "Printerfuncties" in
het dialoogvenster "Geavanceerde opties
voor Sony DPP-FP70/FP90".
• Wanneer u het afdrukgebied kunt
instellen in de toepassing, stelt u in dat
het beeld in het volledige afdrukgebied
wordt afgedrukt. Selecteer bijvoorbeeld
"Fotoafdruk op volledige pagina" of een
vergelijkbare optie.
Instelling voor de afdrukstand
Afhankelijk van de gebruikte toepassing
wordt de afdrukstand mogelijk niet
gewijzigd, zelfs niet als u de instelling
wijzigt in Staand of Liggend.
Met de instelling voor afdrukken met
rand/zonder rand van de printerdriver
Wanneer de gebruikte toepassing een
instelling voor afdrukken met rand/
zonder rand heeft, kunt u het beste "Aan"
selecteren voor "Borderless Print" bij
"Printerfuncties" in het dialoogvenster
"Geavanceerde opties voor Sony DPPFP70/FP90" als instelling voor de
printerdriver.
Instelling voor aantal exemplaren
Afhankelijk van de gebruikte toepassing
krijgt de instelling voor het aantal
exemplaren in de gebruikte toepassing
mogelijk voorrang boven de instelling die
in het dialoogvenster van de printerdriver
is opgegeven.
49 NL
Afdrukken vanaf een computer
• Als de bronmap submappen bevat, worden
de beelden in de submappen ook
geregistreerd.
• Als u de software voor het eerst start, wordt u
gevraagd "Mijn afbeeldingen" te registreren.
• Afhankelijk van het aantal beelden, kan het
registreren van de beelden enkele tientallen
minuten duren.
Wanneer u de optie voor afdrukken
zonder randen selecteert, wordt de
informatie met betrekking tot het
afdrukbereik voor afdrukken zonder
randen naar de toepassing gestuurd.
Bepaalde toepassingen kunnen het beeld
echter indelen en afdrukken met randen
binnen het opgegeven gebied.
Als dit gebeurt, doet u het volgende om
een beeld zonder randen af te drukken:
Problemen oplossen
Als er problemen optreden
Als er problemen optreden bij het gebruik van de printer, kunt u de volgende richtlijnen
gebruiken om het probleem op te lossen. Als het probleem blijft optreden, neemt u contact
op met de Sony-handelaar.
Stroom
Probleem
Controle
Oorzaak/oplossingen
De 1 (aan/
standby)
schakelaar kan
niet worden
ingeschakeld.
• Is het netsnoer goed
aangesloten?
c Sluit het netsnoer goed aan op een
stopcontact. (.Lees dit eerst)
Beelden weergeven
Probleem
Controle
Oorzaak/oplossingen
Er worden geen
beelden
weergegeven op
het LCDscherm.
• Wordt “Bezig met
verbinden” op het LCDscherm van de printer
weergegeven?
c Als een PictBridge-compatibele
camera of een computer is
aangesloten op de printer en de
printer is ingesteld in de PictBridge/
PC-stand, worden geen beelden
weergegeven op het scherm.
Voer de bewerking uit op de
PictBridge-camera of computer.
Als u de beelden op een
geheugenkaart of extern apparaat wilt
weergeven, moet u de PictBridgecamera of computer loskoppelen.
50 NL
• Worden foutberichten
weergegeven (oorzaak/
oplossing) op het LCDscherm?
c Volg de instructies in de berichten,
indien van toepassing, en los het
probleem op. (.pagina 65)
• Is de geheugenkaart goed
geplaatst of het externe
apparaat goed aangesloten?
c Plaats de geheugenkaart op de juiste
manier of sluit het externe apparaat
correct aan. (.Lees dit eerst)
• Bevat de geheugenkaart
of het externe apparaat
beelden die zijn
opgenomen met een
digitale camera of een
ander apparaat?
c Plaats een geheugenkaart met
opgenomen beelden of sluit een extern
apparaat met opgenomen beelden aan.
c Controleer de bestandsindelingen die
kunnen worden afgedrukt met de
printer. (.pagina 75)
• Is de bestandsindeling
compatibel met DCF?
c Als een beeld niet compatibel is met DCF,
kan het beeld niet worden afgedrukt met
de printer, zelfs niet als het beeld op de
computer wordt weergegeven.
Probleem
Controle
Oorzaak/oplossingen
Bepaalde
beelden in de
beeldenlijst
worden niet
weergegeven, of
niet afgedrukt
als deze wel
worden
weergegeven.
• Worden er miniaturen
weergegeven in de
beeldenlijst?
c Als het beeld wordt weergegeven maar
niet kan worden afgedrukt, is het
beeldbestand beschadigd.
c Als er geen beelden zijn opgeslagen op
de geheugenkaart of het externe
apparaat, wordt het bericht "“Geen
afbeeldingsbest.” weergegeven.
c Als een beeld niet compatibel is met DCF
(Design rule for Camera File system), kan
dit beeld wellicht niet worden afgedrukt
met de printer, zelfs niet als het wel wordt
weergegeven op het computerscherm.
• Verschijnt het
c Als het pictogram aan de linkerkant
hieronder weergegeven
wordt weergegeven, heeft het beeld een
pictogram in de
compatibele bestandsindeling, maar
beeldenlijst?
kunnen de miniatuurgegevens of de
gegevens niet worden geopend.
Selecteer het pictogram en druk op
ENTER om het voorbeeld weer te geven.
Als een voorbeeld wordt weergegeven,
kunt u het beeld afdrukken. Als hetzelfde
pictogram nogmaals wordt weergegeven,
kunt u het beeld niet afdrukken met de
printer.
• Zijn er meer dan 9.999
beelden opgeslagen op
de geheugenkaart of
het externe apparaat?
c De printer kan maximaal 9.999
beeldbestanden weergeven, opslaan,
verwijderen of verwerken. Als er meer
dan 9.999 beelden zijn opgeslagen op een
geheugenkaart of een extern apparaat,
kunt u de PC-stand of PictBridge-stand
gebruiken om de resterende beelden
weer te geven en te verwerken.
Wordt vervolgd
51 NL
Problemen oplossen
• Verschijnt het
c Als het pictogram aan de linkerkant
hieronder weergegeven
wordt weergegeven, is het beeld wellicht
pictogram in de
een JPEG-bestand dat op de computer is
beeldenlijst?
gemaakt of bevat het beeld geen
miniatuurgegevens.
Selecteer het pictogram en druk op
ENTER om het voorbeeld weer te geven.
• Is het beeld gemaakt op
Als een voorbeeld wordt weergegeven,
de computer?
kunt u het beeld afdrukken. Als hetzelfde
pictogram nogmaals wordt weergegeven,
bevat het beeld een incompatibele
bestandsindeling en kunt u het beeld niet
afdrukken met de printer.
Probleem
Controle
Bepaalde
beelden in de
beeldenlijst
worden niet
weergegeven, of
niet afgedrukt
als deze wel
worden
weergegeven.
• Hebt u op de computer
c Als u op de computer een
een beeldbestand een
beeldbestand een naam geeft of de
naam gegeven of de naam
naam wijzigt en de bestandsnaam
gewijzigd?
bevat andere tekens dan
alfanumerieke tekens, wordt de
bestandsnaam niet correct
weergegeven of wordt het beeld niet
weergegeven op de printer (leesfout).
• Hebt u het aantal
exemplaren opgegeven in
de beeldenlijst?
Oorzaak/oplossingen
c Hebt u beelden geselecteerd bij de
procedures van "Meerdere beelden
afdrukken", dan kunt u een beeld
waarop de cursor is geplaatst, niet
afdrukken. Druk op ENTER om het
beeld te selecteren en geef het aantal
exemplaren op. (.Lees dit eerst)
• Bevat de geheugenkaart of c Op de printer worden geen beelden
het externe apparaat 8 of
weergegeven die in een map van de 8ste
meer hiërarchieën?
hiërarchie of hoger zijn opgeslagen.
De
bestandsnaam
wordt niet
correct
weergegeven.
• Hebt u de bestandsnaam
van het beeld op de
computer gewijzigd?
• Is het voorbeeld verticaal
In het menu
of horizontaal extreem
Bewerken wordt
uitgerekt?
het voorbeeld
met randen aan
de boven- en
onderkant
weergegeven.
52 NL
c Als u op de computer een
beeldbestand een naam geeft of de
naam wijzigt en de bestandsnaam
bevat andere tekens dan
alfanumerieke tekens, wordt de
bestandsnaam wellicht niet correct
weergegeven. Als u een bestand hebt
gemaakt met een toepassing, worden
de eerste 8 tekens van de
bestandsnaam weergegeven als de
bestandsnaam.
c Als een beeld verticaal of horizontaal
extreem wordt uitgerekt, worden er
wellicht randen weergegeven in het
menu Bewerken.
c De standaard breedte/hoogteverhouding van een beeld dat is
opgenomen met een digitale camera,
is 3:4. Als een beeld wordt bewerkt of
afgedrukt in het formaat PD P (10x15),
wordt het beeld horizontaal als
afdrukbeeld opgeslagen en de bovenen onderranden worden verwijderd
en zwart weergegeven.
Afdrukken
Controle
Oorzaak/oplossingen
Papier wordt
niet ingevoerd.
• Is het printpapier correct
geplaatst in de papierlade
c Als het printpapier niet goed is
geplaatst, kunnen er problemen met de
printer optreden. (.Lees dit eerst)
Controleer het volgende:
• U hebt het juiste printpapier en het
juiste inktlint geplaatst.
• U hebt het printpapier in de juiste
richting in de lade geplaatst.
• U hebt maximaal 20 vellen printpapier
in de lade geplaatst. Als er meer dan
20 vellen zijn geplaatst, verwijdert u
de extra vellen.
• U hebt het printpapier goed
losgewaaierd en vervolgens in de lade
geplaatst.
• U hebt het printpapier niet gevouwen
of gekreukeld voordat u het hebt
afgedrukt. Dit kan een storing in de
printer veroorzaken.
• Is het inktlint of het
printpapier op?
c Als er een foutbericht op het scherm
wordt weergegeven, controleert u het
foutbericht.
• Gebruikt u printpapier
dat niet geschikt is voor
de printer?
c Gebruik alleen printpapier dat is
ontworpen voor de printer. Als u
printpapier gebruikt dat niet geschikt
is, kunnen er problemen met de
printer optreden. (.Lees dit eerst)
• Is het printpapier
vastgelopen?
c Als er geen printpapier kan worden
ingevoerd, wordt een foutbericht
weergegeven. Controleer of er papier
is vastgelopen. (.pagina 68)
• Is het afdrukproces
halverwege?
c Het printpapier wordt een aantal keer
uitgevoerd tijdens het afdrukken. Raak
het uitgevoerde papier niet aan en trek
niet aan het uitgevoerde papier. Wacht
totdat het printpapier volledig is
uitgevoerd nadat het afdrukken is
voltooid. Aangezien het printpapier
een aantal keer wordt uitgevoerd aan
de achterkant van de printer tijdens het
afdrukken, moet u ervoor zorgen dat er
tijdens het afdrukken voldoende
ruimte achter de printer vrij is. (10 cm
of meer)
Het printpapier
wordt
gedeeltelijk
uitgevoerd
tijdens het
afdrukken.
53 NL
Problemen oplossen
Probleem
Afdrukresultaten
Probleem
Controle
Oorzaak/oplossingen
De afgedrukte
beelden hebben
geen goede
kwaliteit.
• Hebt u de gegevens van
het voorbeeld afgedrukt?
c Afhankelijk van het type digitale
camera dat u gebruikt, worden in de
miniaturenlijst naast de
oorspronkelijke beelden mogelijk ook
voorbeelden weergegeven. De
afdrukkwaliteit van de voorbeelden is
niet zo goed als die van de
oorspronkelijke beelden. Als u de
voorbeelden verwijdert, worden de
gegevens van de oorspronkelijke
beelden wellicht beschadigd.
• Hebt u een beeld
afgedrukt met een
formaat (breedte of
hoogte) dat kleiner is dan
480 punten?
Wordt het beeld als volgt
weergegeven?
c Als het beeld wordt weergegeven
zoals het pictogram links, is het een
klein beeld. De afdruk is onscherp
vanwege het kleine beeldformaat.
c Wijzig de instelling voor het
beeldformaat van de digitale camera
die u gebruikt.
c Een vergroot beeld wordt, afhankelijk
• Hebt u het menu
van het beeldformaat, afgedrukt met
Bewerken gebruikt om het
een slechtere beeldkwaliteit.
beeld te vergroten?
54 NL
• Bevat de afdrukzijde stof
of vingerafdrukken?
c Raak de afdrukzijde niet aan (de
onbedrukte glanzende zijde). De
afdrukkwaliteit kan verminderen door
vingerafdrukken op de afdrukzijde.
• Hebt u gebruikt
printpapier of inktlint
gebruikt?
c Druk niet af op gebruikt printpapier.
Gebruik ook geen gebruikt inktlint om
een beeld af te drukken. Als u twee
keer op hetzelfde papier afdrukt,
wordt het beeld niet dikker afgedrukt.
Probleem
Controle
Oorzaak/oplossingen
De afgedrukte
beelden hebben
geen goede
kwaliteit.
• Hebt u een beeld
opgenomen in de RAWbestandsindeling?
c Als u een beeld opneemt in de RAWbestandsindeling, wordt er wellicht
ook een gecomprimeerd JPEG-bestand
opgenomen. Een beeld wordt met het
JPEG-bestand afgedrukt omdat de
RAW-bestandsindeling niet door de
printer wordt ondersteund. U kunt een
RAW-bestand afdrukken vanaf een
computer. Raadpleeg de
gebruiksaanwijzing bij uw digitale
camera voor meer informatie.
• Hebt u met een
AdobeRGB-compatibele
digitale camera, die niet
compatibel is met DCF
2.0, een beeld in de
AdobeRGB-stand
opgenomen?
c Bij een AdobeRGB-beeldbestand dat DCF
2.0 ondersteunt, worden de kleuren
gecorrigeerd. Een AdobeRGBbeeldbestand dat DCF 2.0 niet
ondersteunt, wordt echter met vage
kleuren zonder kleurcorrecties afgedrukt.
Wat is AdobeRGB?
AdobeRGB verwijst naar een
kleurruimte die voor Adobe Systems
Incorporated wordt geïmplementeerd
en gebruikt als standaardinstelling
voor beeldverwerkingssoftware,
waaronder Adobe Photoshop. Met
AdobeRGB, een optionele kleurruimte
uitgebreid met DCF 2.0, wordt het
kleurenbereik bepaald dat wereldwijd
in de afdrukindustrie wordt gebruikt.
Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van de
digitale camera als u wilt weten of uw
digitale camera AdobeRGB ondersteunt.
Wordt vervolgd
55 NL
Problemen oplossen
Wat is een RAW-bestand?
RAW is een bestandsindeling voor
beelden om niet-gecomprimeerde, nietverwerkte gegevens van stilstaande
beelden die zijn opgenomen op een
digitale camera op te slaan.
Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van
de digitale camera als u wilt weten of u
met de digitale camera een beeld met de
RAW-bestandsindeling kunt opnemen.
Probleem
Controle
Oorzaak/oplossingen
De kwaliteit en
de kleuren van
het beeld dat u
op het scherm
bekijkt, zijn niet
dezelfde als van
de beelden die
worden
afgedrukt.
c Het beeld op het scherm is geen exacte
weergave maar een indicatie, omdat per
LCD-scherm de fosformethode en profielen kunnen verschillen. Wilt u de
beeldkwaliteit aanpassen, dan voert u
een van de volgende handelingen uit:
– Menu - Afdrukinstelling Kleurinstelling (.pagina 32)
– Menu-Bewerken-Aanpassen
(.pagina 14) (De instelling is alleen
van invloed op het beeld dat wordt
afgedrukt.)
Het afgedrukte
beeld verschilt
wanneer een
beeld
rechtstreeks
wordt afgedrukt
vanaf de
geplaatste
geheugenkaart
of het
aangesloten
externe apparaat
en wanneer het
beeld wordt
afgedrukt vanaf
een computer.
c De verschillen tussen de afgedrukte
beelden worden veroorzaakt door de
verschillende verwerking van de
printer en van de computersoftware.
De datum kan
niet worden
afgedrukt.
De datum is per
ongeluk
afgedrukt.
• Is "Datumafdruk"
ingesteld op "Aan"?
c Stel "Datumafdruk" in het menu
Afdrukinstelling in op "Aan".
(.pagina 32)
• Wordt DCF ondersteund
door het beeld?
c De functie "Datumafdruk" van dit
apparaat ondersteunt beelden die
compatibel zijn met de DCF-normen.
• Is "Datumafdruk"
ingesteld op "Off"?
c Stel "Datumafdruk" in het menu
Afdrukinstelling in op "Aan".
(.pagina 32)
• Is de datum opgeslagen
c Wijzig de camera-instellingen.
met het beeld toen u het
beeld hebt gemaakt met de
digitale camera.
56 NL
Controle
Oorzaak/oplossingen
Het beeld kan
niet in het
volledige
afdrukgebied
worden
afgedrukt.
De randen
worden nog
steeds
afgedrukt.
• Hebt u "Patroon1" of
"Patroon2" selecteert bij
"Randen" in het menu
Afdrukinstelling?
c Selecteer Menu - Afdrukinstelling Randen en stel "Geen rand" in.
(.pagina 31)
• Is de hoogtebreedteverhouding van
het beeld correct?
c Afhankelijk van het type digitale
camera dat u gebruikt, kan de hoogtebreedteverhouding van het opgenomen
beeld afwijken, dus het beeld kan
mogelijk niet op het volledige
afdrukgebied worden afgedrukt.
Zelfs als
"Randen" is
ingesteld op
"Geen rand",
wordt het beeld
met randen aan
beide zijden
afgedrukt.
• Is het beeld bewerkt en
opgeslagen met de
instelling "Patroon1" of
"Patroon2"?
c Als u een beeld bewerkt en opslaat
met de instelling "Patroon1" of
"Patroon2", wordt het opgeslagen als
een afdrukbeeld inclusief de lege
gedeelten. Zelfs als u het beeld afdrukt
met de instelling "Geen rand", kunt u
de randen aan beide zijden van de
afdruk niet verwijderen. Als u zonder
randen wilt afdrukken, moet u het
beeld bewerken en opslaan met de
instelling "Geen rand". (.pagina 31)
Het gehele beeld • Hebt u "Patroon1"
ingesteld in het menu
kan niet worden
Afdrukinstelling?
afgedrukt.
c U kunt het gehele beeld afdrukken
door "Patroon1" in het menu
Afdrukinstelling te selecteren.
(.pagina 31)
Het beeld wordt • Hebt u het beeld gedraaid
of een andere bewerking
horizontaal
uitgevoerd?
uitgerekt bij het
afdrukken.
cAfhankelijk van het type digitale
camera dat u gebruikt, wordt het
beeld verticaal uitgerekt als het beeld
is gedraaid of verwerkt met de digitale
camera. Dit komt niet door problemen
met de printer, maar omdat het beeld
is herschreven met de digitale camera.
Het beeld wordt • Is de papierlade correct
geplaatst?
scheef
afgedrukt.
c Verwijder de papierlade. Plaats de
lade opnieuw recht en zo ver mogelijk
in de printer.
De afgedrukte
beelden
bevatten witte
strepen of
punten.
c De printkop of de papierbaan is
wellicht vuil. Gebruik de bijgeleverde
reinigingscartridge en het bijgeleverde
reinigingsvel om de kop en de baan te
reinigen.
Wordt vervolgd
57 NL
Problemen oplossen
Probleem
Probleem
Controle
De ogen van het
onderwerp zijn
rood.
c Druk op de AUTO TOUCH-UP-toets
om de rode ogen aan te passen.
(.pagina 10)
Rode ogencorrectie wordt
niet uitgevoerd
met de AUTO
TOUCH-UPtoets.
Rode ogencorrectie wordt
niet uitgevoerd
met het menu
"Rode ogencorrectie".
Oorzaak/oplossingen
c Pas een beeld aan door Menu Bewerken - Aanpassen te selecteren.
(.pagina 14)
Het beeld is te
helder, donker,
rood, geel of
groen.
c Selecteer Menu - Bewerken - Rode
ogen-correctie om de rode ogen aan te
passen. (.pagina 16)
c Stel het aanpassingskader twee tot
zeven keer zo groot in als het oog.
(.pagina 16)
• Hebt u het beeld vergroot, c De functie voor het beperken van rode
verkleind, gedraaid of
ogen werkt wellicht niet goed als u
verplaatst nadat u de
andere bewerking uitvoert zoals een
functie voor beperking
beeld vergroten, verkleinen, draaien of
van rode ogen hebt
verplaatsen. Voer eerst deze
gebruikt?
bewerkingen uit en gebruik
vervolgens de functie voor beperking
van rode ogen.
Instellingen
Probleem
Controle
Oorzaak/oplossingen
De instelling
"Randen" en
"Patroon1/2"
wordt niet
toegepast.
• Gebruikt u het menu
Creative Print?
c In het menu Creative Print worden
sjablonen gebruikt. U kunt geen
afdrukken met of zonder randen
selecteren.
58 NL
Een beeld opslaan of verwijderen
Probleem
Controle
U kunt geen
beeld opslaan.
• Is de geheugenkaart of het c Gebruik de digitale camera of het externe
externe apparaat beveiligd?
apparaat om de beveiliging te annuleren
en probeer nogmaals op te slaan.
U kunt geen
beeld
verwijderen.
Oorzaak/oplossingen
• Is het wispreventienokje
van de geheugenkaart in
de LOCK-positie gezet?
c Schuif het wispreventienokje naar de
schrijfstand. (.pagina 73)
• Is de geheugenkaart vol?
c Verwijder onnodige beelden
(.pagina 28), of vervang het
medium door een nieuwe
geheugenkaart met voldoende vrij
geheugen. Sla het beeld opnieuw op.
•Is de geheugenkaart of het
c Gebruik de digitale camera of het externe
externe apparaat beveiligd?
apparaat om de beveiliging te annuleren
en probeer nogmaals af te drukken.
• Is het beeld vooraf
ingesteld met DPOF?
c Ontgrendel de beelden die vooraf zijn
ingesteld met DPOF met de digitale
camera.
• Gebruikt u een "Memory
Stick-ROM"?
c U kunt een beeld niet herstellen als u
dit eenmaal hebt verwijderd.
Er is per ongeluk
een beeld
verwijderd.
De "Memory
Stick" kan niet
worden
geformatteerd.
De "Memory
Stick" is per
ongeluk
geformatteerd.
c U kunt geen beeld verwijderen van
een "Memory Stick-ROM" of deze
formatteren.
• Staat het
wispreventienokje van de
geheugenkaart in de
LOCK-positie?
c Schuif het wispreventienokje naar de
schrijfstand. (.pagina 85)
• Is het een "Memory StickROM"?
c U kunt geen beeld verwijderen van
een "Memory Stick-ROM" of deze
formatteren.
c Als de "Memory Stick" is
geformatteerd, worden alle gegevens
verwijderd en kunnen de gegevens
niet meer worden hersteld. Zet het
wispreventienokje in de LOCK-positie
als u wilt voorkomen dat de "Memory
Stick" per ongeluk wordt
geformatteerd. (.pagina 73)
59 NL
Problemen oplossen
• Staat het wispreventienokje c Schuif het wispreventienokje naar de
van de geheugenkaart in de
schrijfstand. (.pagina 73)
LOCK-positie?
Overige problemen
Probleem
Controle
Oorzaak/oplossingen
Het inktlint
Inktlint kan niet
correct worden
geplaatst.
c Als het inktlint niet vastklikt,
verwijdert u dit en plaatst u dit en
plaatst u deze weer terug. Als het
inktlint te slap is om
dit goed te plaatsen,
spoelt
u het inktlint in de
richting van de pijl om
het inktlint weer strak
te zetten. (.Lees dit eerst)
Het inktlint kan
niet worden
verwijderd.
c Schakel de 1 (aan/standby)
schakelaar uit en vervolgens weer in.
Als de motor geen geluid meer maakt,
verwijdert u de cartridge. Is het
probleem hiermee niet is opgelost, dan
neemt u contact op met de
onderhoudsdienst van Sony of de
Sony-handelaar.
Het printpapier
is vastgelopen.
• Wordt een foutbericht
weergegeven?
c Het papier is vastgelopen. Zie "Als het
papier vastloopt" (.pagina 68) en
verwijder het vastgelopen papier uit
de printer. Als u het vastgelopen
papier niet kunt verwijderen, neemt u
contact op met de onderhoudsdienst
van Sony.
Het afdrukken
wordt
halverwege
gestopt.
• Knippert het
toegangslampje oranje?
c Het beeldbestand is groot en het duurt
langer om het te verwerken voor
afdrukken. Zodra de gegevens zijn
verwerkt, wordt er afgedrukt.
• Wordt een foutbericht
weergegeven?
c Het papier is vastgelopen. Zie "Als het
papier vastloopt" (.pagina 68) en
verwijder het vastgelopen papier uit
de printer. Als u het vastgelopen
papier niet kunt verwijderen, neemt u
contact op met de onderhoudsdienst
van Sony.
• Branden of knipperen
aanduidingen?
c Als er geen aanduiding brandt, is de
thermische kop wellicht oververhit.
Wacht tot de kop is afgekoeld en de
printer het afdrukken hervat.
60 NL
Aansluiten op een digitale camera
Probleem
Controle
Oorzaak/oplossingen
Het PictBridgepictogram
wordt niet
weergegeven op
het LCD-scherm
van de digitale
camera.
• Is de digitale camera
correct aangesloten?
c Sluit de kabel juist aan.
• Is de 1 (aan/standby)
schakelaar ingeschakeld?
c Schakel de 1 (aan/standby)
schakelaar in.
• Biedt de firmware van de
digitale camera
ondersteuning voor de
printer?
c Raadpleeg de handleiding die bij de
camera is geleverd of neem contact op
met de leverancier.
c Het bericht wordt niet weergegeven
• Wordt “Bezig met
wanneer het menu Bewerken of Creative
verbinden” weergegeven?
Print van de printer is geopend of als er
een andere menustand is geactiveerd.
Sluit het menu en sluit de kabel
opnieuw aan.
c Koppel de digitale camera los van de
printer en sluit ze weer aan. Of schakel de
printer en digitale camera uit en weer in.
• Wordt er afgedrukt?
c Sluit de kabel opnieuw aan als het
afdrukken is voltooid.
Ik heb de USBkabel aangesloten
en losgekoppeld,
maar er gebeurt
niks.
c Er is piekspanning opgetreden.
Koppel het netsnoer van de printer
los, sluit deze opnieuw aan en druk
vervolgens op 1 (aan/standby) om de
fout te herstellen.
Ik kan het
afdrukken niet
stoppen zelfs
niet als ik op
CANCEL druk.
c De volgende afdruk van de huidige
afdrukopdracht wordt geannuleerd.
c Afhankelijk van de gebruikte digitale
camera, kunt u het afdrukken mogelijk
niet annuleren vanaf de printer. Stop
het afdrukken vanaf de digitale camera.
Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van
de digitale camera.
Er kunnen geen
index-afdrukken
worden
gemaakt.
• Wordt het bericht "There c De printer kan geen index-afdruk
maken voor DPOF-afdrukken. Als u
were images for which
index-afdrukken wilt maken, moet u
printing data could not be
de geheugenkaart rechtstreeks in de
created" weergegeven op
printer plaatsen (.Lees dit eerst) of
het LCD-scherm?
een extern apparaat voor massaopslag
gebruiken (.pagina 38).
Wordt vervolgd
61 NL
Problemen oplossen
c Stel de USB-instelling van de camera
• Is de USB-instelling van
in op de PictBridge-stand.
de camera ingesteld op de
PictBridge-stand?
Aansluiten op een computer
Probleem
Controle
Oorzaak/oplossingen
De beelden op de
geplaatste
geheugenkaart of
het aangesloten
externe apparaat
worden niet op
de computer
weergegeven.
c De printer beschikt niet over een
functie om beelden op de
geheugenkaart of het externe apparaat
te bekijken vanaf de printer.
Ik ben de
bijgeleverde
CD-ROM kwijt
en ik wil graag
een nieuwe.
c Download de printerdriver van de
webpagina voor klantenondersteuning
(.pagina 77). U kunt ook contact
opnemen met de Sony-handelaar.
De printerdriver • Weet u zeker dat u de
kan niet worden
installatieprocedures
geïnstalleerd.
correct hebt uitgevoerd?
c Voer de procedures uit in de
gebruiksaanwijzing om de driver te
installeren (.pagina 40). Als er een
fout optreedt, start u de computer
opnieuw op en voert u de
installatieprocedures nogmaals uit.
• Is er een andere
toepassing open?
c Sluit alle toepassingen en installeer de
driver opnieuw.
• Hebt u het CD-ROMstation met de installatieCD-ROM op de juiste
manier geselecteerd?
c Dubbelklik op My Computer (Deze
computer) en vervolgens op het
pictogram van de CD-ROM in het
geopende venster. Voer de procedures
uit in de gebruiksaanwijzing om de
driver te installeren.
c De USB-driver is wellicht niet correct
geïnstalleerd. Voer de installatieinstructies uit om de USB-driver
opnieuw te installeren.
• Kunt u de CD-ROM lezen
met de Verkenner?
62 NL
c Als er een fout is opgetreden met de
CD-ROM, kan deze wellicht niet
worden gelezen. Als er een foutbericht
wordt weergegeven op de computer,
controleert u het foutbericht en verhelpt
u het probleem. Installeer vervolgens
de printerdriver opnieuw. Raadpleeg
de gebruiksaanwijzing van de
computer voor informatie over fouten.
Probleem
Controle
De printerdriver
kan niet worden
geïnstalleerd.
• Wordt er een
c Als u een antivirusprogramma of een
antivirusprogramma of een
ander programma hebt geopend, sluit
ander programma
u het betreffende programma en
uitgevoerd op het systeem?
installeert u de driver opnieuw.
• Hebt u zich als beheerder
aangemeld bij Windows
Vista/XP/2000
Professional?
Oorzaak/oplossingen
c Als u de driver in Windows Vista/
XP/2000 Professional wilt installeren,
meldt u zich als beheerder aan bij
Windows.
c Koppel de USB-kabel los en sluit deze
• Wordt er een foutbericht
opnieuw aan.
weergegeven met de
mededeling dat er een fout
is vastgesteld bij de
uitvoer van documenten
via USB?
Een beeld wordt
afgedrukt met
randen, zelfs als
ik “Geen rand”
selecteer.
• Gebruikt u een andere
toepassing dan Picture
Motion Browser?
c Wanneer u een andere toepassing dan
Picture Motion Browser gebruikt, kan
een beeld wellicht met randen worden
afgedrukt, zelfs als u afdrukken
zonder randen selecteert.
Wanneer u afdrukken met rand/
zonder rand kunt instellen in de
toepassing, stelt u in dat het beeld in
het volledige afdrukgebied wordt
afgedrukt, zelfs als het buiten het
volledige gebied valt.
Wordt vervolgd
63 NL
Problemen oplossen
c Als er geen foutmeldingen worden
weergegeven op het bureaublad van
de computer, controleert u het LCDscherm van de printer.
Als er problemen worden weergegeven
op de printer, gaat u als volgt te werk:
1. Schakel de 1 (aan/standby)
schakelaar uit en vervolgens weer in.
2. Koppel de stroomkabel los, wacht 5
tot 10 seconden en sluit de kabel
weer aan.
3. Start de computer opnieuw op.
Als het probleem hierdoor niet wordt
opgelost, raadpleegt u de Sonyhandelaar of de onderhoudsdienst.
De printer
reageert niet op
de
afdrukopdracht
van de
computer.
Probleem
Controle
Oorzaak/oplossingen
Het aantal
exemplaren dat
is ingesteld bij
"Pagina’s per
vel" op het
tabblad
"Indeling" in het
dialoogvenster
"Eigenschappen
voor Sony DPPFP70/FP90"
komt niet
overeen met het
werkelijke
aantal
exemplaren en
de afgedrukte
resultaten.
c Afhankelijk van de toepassing die u
gebruikt, wordt de instelling die is
opgegeven in het dialoogvenster van
de printerdriver, overschreven door
de instelling in de toepassing.
De kleuren van
een beeld dat
wordt afgedrukt
vanaf een
computer,
wijken af van
die van een
beeld dat wordt
afgedrukt vanaf
een
geheugenkaart.
c Aangezien het verwerkingsproces
voor het afdrukken van een beeld
vanaf een geheugenkaart afwijkt van
dat voor afdrukken vanaf een
computer, zijn de kleuren mogelijk
niet precies gelijk.
64 NL
Als er een foutbericht wordt weergegeven
Als er een fout optreedt, kunnen de volgende foutberichten worden weergegeven op het
LCD-scherm. Volg de instructies die hier worden gegeven om het probleem op te lossen.
Printer
Foutberichten
Betekenis/oplossingen
Fout in printer. Schakel uit en in en
probeer het opnieuw.
c Er is een fout opgetreden met de printer. Koppel
het netsnoer los van de printer, sluit het weer aan
en probeer de bewerking nogmaals uit te voeren.
Neem contact op met de Sony-handelaar of de
onderhoudsdienst van Sony als het probleem zich
opnieuw voordoet.
Geheugenkaarten en extern apparaat
Betekenis/oplossingen
Geen Memory Stick./Geen
CompactFlash-kaart./Geen SDkaart./Geen extern apparaat.
c Er is geen geheugenkaart in de sleuf geplaatst. Of
het externe apparaat is niet aangesloten. Plaats
een geheugenkaart of sluit een extern apparaat
aan. (.Lees dit eerst)
Er is een niet-compatibele Memory
Stick/CompactFlash-kaart/SDkaart/extern apparaat geplaatst.
c Er is een geheugenkaart geplaatst of een extern
apparaat aangesloten waarvoor de printer geen
ondersteuning biedt. Gebruik een compatibele
geheugenkaart of een compatibel apparaat.
(.pagina 72 tot en met 75)
Geen afbeeldingsbest.
c De geheugenkaart of het externe apparaat bevat
geen beeldbestanden die kunnen worden
verwerkt met de printer. Sluit een medium aan
dat beelden bevat die kunnen worden
weergegeven met de printer.
Geen DPOF-and.
c De geheugenkaart of het externe apparaat
bevatten geen beeldbestanden die vooraf zijn
ingesteld met DPOF. Geef de afdrukmarkering
(DPOF) op met de camera.
Kan geen beveiligde afbeelding
verwijderen.
c Als u een beveiligd beeld wilt verwijderen,
annuleert u de beveiliging op de camera.
U kunt geen DPOF-afbeelding
verwijderen.
c Verwijder de afdrukmarkering (DPOF) op de
camera als u een beeld dat vooraf ingesteld is met
DPOF wilt verwijderen.
65 NL
Problemen oplossen
Foutberichten
Foutberichten
Betekenis/oplossingen
Beveiligd. Annuleer beveiliging en
probeer het opnieuw.
c De "Memory Stick" is tegen schrijven beveiligd.
Schakel de schrijfbeveiliging uit. (.pagina 73)
De Memory Stick/CompactFlashkaart/SD-kaart/extern apparaat is
vol.
c Er is geen geheugen vrij op het geselecteerde
medium. Verwijder onnodige beelden of vervang
het medium door een medium met voldoende vrij
geheugen.
Er is een probleem met de Memory
Stick/CompactFlash-kaart/SDkaart/externe apparaat.
c Er is mogelijk een fout opgetreden. Als deze
berichten regelmatig worden weergegeven,
controleert u de status van de geheugenkaart of
het externe apparaat met een ander apparaat.
*In het geval van een extern apparaat
Een extern apparaat kan tegen schrijven zijn
beveiligd.
Annuleer de instelling voor schrijfbeveiliging van
het gebruikte apparaat. Het ingebouwde
geheugen van een digitale camera kan tegen
schrijven zijn beveiligd.
Schrijffout in Memory Stick/
CompactFlash-kaart/SD-kaart/
extern apparaat.
Formatteerfout Memory Stick.
De Memory Stick is beveiligd.
c Er is een beveiligde "Memory Stick" geplaatst. Als
u de beelden wilt opslaan of bewerken met de
printer, moet u de beveiliging annuleren.
Externe apparaten en PictBridge-compatibele apparaten
Foutberichten
Betekenis/oplossingen
Incompatibel USBapparaat.Controleer USBinstelling.
c Er is mogelijk een USB-apparaat aangesloten dat
niet wordt ondersteund door de printer. Of de
USB-instellingen van het aangesloten apparaat
zijn niet compatibel. Raadpleeg de
gebruiksaanwijzing van het gebruikte USBapparaat voor meer informatie.
USB-hub of apparaat met ingeb.
hub niet onderst.
c Sluit het apparaat rechtstreeks aan op de printer
of gebruik een apparaat dat niet is uitgerust met
een USB-hub.
Schrijffout in extern apparaat.
c Een extern apparaat kan tegen schrijven zijn
beveiligd.Annuleer de instelling voor
schrijfbeveiliging van het gebruikte apparaat. Het
ingebouwde geheugen van een digitale camera
kan tegen schrijven zijn beveiligd.
66 NL
Inktlint
Foutberichten
Betekenis/oplossingen
Geen inktlint. Plaats het inktlint en
druk op [PRINT].
c Het inktlint is niet in de printer geplaatst. Plaats
het inktlint in de printer. (.Lees dit eerst)
Als "cleaning cartridge" wordt weergegeven,
plaatst u de reinigingscartridge.
Geen inktlint. Plaats een P size
inktlint en druk op [PRINT].
Einde inktlint.
Einde inktlint. Plaats een P size
inktlint en druk op [PRINT].
Verkeerd type inktlint. Plaats een P
size inktlint en druk op [PRINT].
c Vervang het inktlint door een nieuw inktlint.
(.pagina 12)
c Plaats een inktlint en printpapier van het formaat
dat wordt weergegeven. (.Lees dit eerst)
Printpapier
Betekenis/oplossingen
Geen papierlade. Plaats een
papierlade met P size printer
papier en druk op [PRINT].
c Er is geen printpapier in de printer geplaatst.
– De papierlade is niet in de printer geplaatst.
– Het printpapier is niet in de papierlade
geplaatst.
– Het printpapier is op.
Plaats in alle gevallen printpapier in de
papierlade en plaats de papierlade in de printer.
(.Lees dit eerst)
Geen afdrukpapier. Plaats
afdrukpapier voor P Size en druk
op [PRINT].
Reinigingsvel niet geplaatst. Plaats
reinigingsvel en druk op [PRINT].
c De papierlade bevat geen reinigingsvel. Plaats het
reinigingsvel in de papierlade en plaats de
papierlade in de printer.
Verkeerd afdrukpapier. Plaats
afdrukpapier voor P Size en druk
op [PRINT].
c Het printpapier en het inktlint komen niet
overeen. Controleer het formaat van het inktlint
dat in de printer is geplaatst en stel het
printpapier in op hetzelfde formaat. (.Lees dit
eerst)
Papierstoring. Verwijder
afdrukpapier.
c Papierstoringen. Zie "Als het papier vastloopt"
(.pagina 68) en verwijder het vastgelopen
papier uit de printer. Als u het vastgelopen
papier niet kunt verwijderen, neemt u contact op
met de onderhoudsdienst van Sony.
67 NL
Problemen oplossen
Foutberichten
Als het papier
vastloopt
De binnenkant van de
printer reinigen
Als het printpapier vastloopt, wordt een
foutbericht weergegeven en kunt u niet
afdrukken.
Verwijder de papierlade en het inktlint niet
uit de printer en verwijder het vastgelopen
papier.
Als u de papierlade hebt verwijderd, moet
u de papierlade pas terugplaatsen als het
vastgelopen papier is uitgevoerd.
Als er witte strepen of punten op de
beelden worden afgedrukt, gebruikt u de
bijgeleverde reinigingscartridge en het
reinigingsvel om de binnenkant van de
printer te reinigen.
Voordat u de printer reinigt, moet u
eventuele geheugenkaarten, externe
apparaten USB-kabels verwijderen van de
printer.
1
1
Open de klep voor de
inktlinthouder. Als er een inktlint
aanwezig is voor afdrukken,
verwijdert u dit.
2
Plaats de bijgeleverde
reinigingscartridge in de printer
en sluit de klep voor de
inktlinthouder.
3
Verwijder de papierlade uit de
printer. Als er printpapier in de
lade is geplaatst, verwijdert u dit.
Schakel de printer uit en weer in.
Wacht tot het printpapier automatisch
wordt uitgevoerd.
Vastgelopen papier
2
Verwijder het uitgevoerde
printpapier uit de printer.
3
Verwijder de papierlade en het
inktlint uit de printer en
controleer of er printpapier in de
printer is vastgelopen.
Controleer of er
papier is
vastgelopen. Als
dit het geval is,
verwijdert u het
vastgelopen
papier.
Opmerking
Als u het vastgelopen papier niet kunt
verwijderen, neemt u contact op met de Sonyhandelaar.
68 NL
4
Plaat het reinigingsvel in de
papierlade met de onbedrukte
zijde naar boven gericht.
Als het reinigen is voltooid
Plaats het inktlint en het printpapier weer
in de printer.
Opmerkingen
onbedrukte zijde
5
Plaats de papierlade in de printer
en druk op PRINT.
6
Problemen oplossen
De reinigingscartridge en het
reinigingsvel reinigen de binnenkant
van de printer. Als het reinigen is
voltooid, wordt het reinigingsvel
automatisch uitgevoerd.
• Reinig de printer wanneer er witte strepen of
punten op de afdruk verschijnen.
• Als er goed wordt afgedrukt, wordt de
kwaliteit van het afgedrukte beeld niet
verbeterd door de printer te reinigen.
• Plaats het reinigingsvel niet op het printpapier
als u de printer wilt reinigen. Hierdoor kan
het papier vastlopen of kunnen andere
problemen optreden.
• Als de kwaliteit van het afgedrukte beeld niet
wordt verbeterd nadat u de printer hebt
gereinigd, reinigt u de printer nog een aantal
keren.
• U kunt de printer niet reinigen terwijl deze is
aangesloten op een computer of een
PictBridge-camera.
Verwijder de reinigingscartridge
en het reinigingsvel uit de printer.
Tip
Bewaar de reinigingscartridge en het
reinigingsvel samen, zodat u de printer in de
toekomst weer kunt reinigen.
69 NL
Aanvullende informatie
Voorzorgsmaatregelen
Veiligheid
• Laat voldoende ruimte vrij rondom de
printer zodat de ventilatieopeningen niet
worden afgedekt. Als deze openingen
worden afgedekt, kan dit oververhitting
van het apparaat veroorzaken.
Netspanningsadapter
• U moet op het netsnoer geen zware
voorwerpen plaatsen of laten vallen, of
het netsnoer op enige andere manier
beschadigen. Gebruik deze printer niet
als het netsnoer beschadigd is.
• Als een voorwerp of vloeistof in de
behuizing terechtkomt, moet u de
printer loskoppelen en laten nakijken
door bevoegde servicetechnici voordat u
het apparaat verder gebruikt.
• Demonteer de printer niet.
• Als u het netsnoer wilt loskoppelen,
moet u aan de stekker trekken. Trek
nooit aan het snoer zelf.
• Als u de printer gedurende een lange
periode niet gebruikt, trekt u het
netsnoer uit het stopcontact.
• Ga voorzichtig met de printer om.
• Trek de stekker van de printer uit het
stopcontact voordat u de printer gaat
reinigen of onderhoud aan de printer
gaat plegen. Doet u dit niet, dan kan dit
elektrische schokken tot gevolg hebben.
Installatie
• Plaats de printer niet op een plaats waar
deze wordt blootgesteld aan de
volgende omstandigheden:
– trillingen
– hoge vochtigheid
– overmatige hoeveelheden stof
– direct zonlicht
– extreem hoge of lage
temperaturen
• Gebruik geen elektrische apparaten in de
buurt van de printer. De printer
functioneert niet goed in
elektromagnetische velden.
• Plaats geen zware voorwerpen op de
printer.
70 NL
• Gebruik de netspanningsadapter die bij de
printer wordt geleverd. Gebruik geen andere
netspanningsadapters. Dit kan een storing
veroorzaken.
• Gebruik de bijgeleverde netspanningsadapter
niet voor andere apparaten.
• Gebruik geen stroomtransformator
(reisadapter). Dit kan oververhitting of een
storing veroorzaken.
• Als het snoer van de netspanningsadapter is
beschadigd, moet u de netspanningsadapter
niet langer gebruiken. Dit kan erg gevaarlijk
zijn.
Condensvorming
Als u de printer verplaatst van een koude
naar een warme omgeving of de printer in
een extreem warme of koude ruimte
plaatst, kan er vocht condenseren in het
apparaat. In dergelijke gevallen
functioneert de printer waarschijnlijk niet
goed en kunnen er zelfs fouten optreden
als u de printer blijft gebruiken. Als er
vocht in de printer is gecondenseerd,
koppelt u het netsnoer los van de printer
en gebruikt u de printer minstens een uur
niet.
Vervoeren
Wanneer u de printer vervoert, moet u het
inktlint, de papierlade, de
netspanningsadapter, de geheugenkaart en
een eventueel extern apparaat verwijderen
en de printer en de randapparatuur in de
originele doos met het beschermende
verpakkingsmateriaal plaatsen.
Als u de originele doos en de andere
onderdelen niet meer hebt, gebruikt u
ander verpakkingsmateriaal zodat de
printer niet wordt beschadigd tijdens het
vervoer.
Reinigen
Reinig de behuizing, het voorpaneel en de
bedieningselementen met een zachte,
droge doek of een zachte doek die lichtjes
is bevochtigd met een mild zeepsopje.
Gebruik geen oplosmiddelen, zoals alcohol
of benzine. Dergelijke middelen kunnen de
afwerking beschadigen.
Als het inktlint niet vastklikt, moet u dit
verwijderen en opnieuw plaatsen.
Alleen als het inktlint te slap hangt om
het te kunnen plaatsen, moet u de spoel
van het inktlint terugdraaien in de
richting van de pijl, zodat het inktlint
weer strak staat.
Beperkingen voor het kopiëren
Houd rekening met het volgende wanneer
u documenten kopieert met de printer:
Over kleurenprintsets
Opmerkingen bij het gebruik
Over het inktlint
• Raak het inktlint niet aan en leg het
inktlint niet op een stoffige plaats.
Vingerafdrukken of stof op het inktlint
kunnen afdrukken van mindere
kwaliteit tot gevolg hebben.
• Spoel het inktlint niet terug en gebruik
geen teruggespoeld inktlint om af te
drukken. Als u dit wel doet, kunnen de
gewenste afdrukresultaten niet worden
verkregen of kan zelfs een storing
optreden.
• Haal het inktlint nooit uit elkaar.
• Trek het inktlint niet uit de houder.
• Verwijder het inktlint niet tijdens het
afdrukken.
Over het printpapier
• De onbedrukte zijde van het papier is de
afdrukzijde. Als er stof en
vingerafdrukken op de afdrukzijde
terechtkomen, kan dit afdrukken van
mindere kwaliteit tot gevolg hebben. Let
op dat u de afdrukzijde niet aanraakt.
• Buig het papier niet en scheur het papier
niet af bij de perforaties voordat u
afdrukt.
• Houd rekening met de volgende punten
voordat u begint met afdrukken om te
voorkomen dat het papier vastloopt of er
storingen in de printer optreden:
– Schrijf of typ niet op het printpapier.
Gebruik een pen met inkt op oliebasis
om na het afdrukken op het papier te
schrijven. U kunt niet op het
printpapier afdrukken met een
inkjetprinter, enzovoort.
– Plak geen stickers of postzegels op het
printpapier.
– Vouw en buig het printpapier niet.
– Het totale aantal vellen is niet groter
dan 20 vellen.
Wordt vervolgd
71 NL
Aanvullende informatie
• Het kopiëren van bankbiljetten, munten
en waardepapieren is verboden.
• Het kopiëren van blanco certificaten,
rijbewijzen, paspoorten en persoonlijke
waardepapieren en niet-gebruikte
postzegels is ook verboden.
• Televisieprogramma’s, films,
videobanden, portretten van andere
personen en ander beeldmateriaal zijn
wellicht beschermd door auteursrechten.
Het zonder toestemming afdrukken van
dergelijk materiaal kan in strijd zijn met
de auteursrechten.
– Druk niet af op gebruikt printpapier.
Als u twee keer op hetzelfde papier
afdrukt, wordt het beeld niet dikker
afgedrukt.
– Gebruik alleen het printpapier voor
deze printer.
– Gebruik geen papier dat niet
afgedrukt uit de printer komt.
• Druk niet af op gebruikte vellen
printpapier en probeer het inktlint in de
houder niet terug te spoelen. Als u dit wel
doet, kan de printer worden beschadigd.
• Verwijder de papierlade niet tijdens het
afdrukken.
Opmerkingen over het bewaren
van printsets
• Als u een gedeeltelijk gebruikte printset
(inktlint en printpapier) langere tijd wilt
opbergen, moet u de printset terugplaatsen
in de oorspronkelijke verpakking of een
vergelijkbare verpakking.
• Als u printpapier in de papierlade wilt
bewaren, moet u de klep van de
papierladehouder en de schuifklep sluiten.
• Plaats het inktlint niet op een plaats waar
dit wordt blootgesteld aan hoge
temperaturen, hoge luchtvochtigheid,
overmatige hoeveelheden stof of direct
zonlicht. Berg het inktlint op in een
donkere en koude locatie en laat het
inktlint niet te lang liggen. Afhankelijk van
de opslagomstandigheden kan de kwaliteit
van de kleurpanelen van het inktlint
afnemen. Sony is niet verantwoordelijk
voor schade, verlies of mislukte
afdrukresultaten die het gevolg zijn van
het gebruik van een dergelijk inktlint.
• Laat de afdrukzijde van het printpapier
niet langere tijd in contact komen met
producten van rubber of plastic, zoals
een bureaumat, waarin vinylchloride of
plastificeermiddel is gebruikt. Hierdoor
kunnen de kleuren van de afdruk
veranderen en kan de kwaliteit van het
afgedrukte beeld afnemen.
72 NL
Informatie over de
geheugenkaarten
Informatie over de "Memory
Stick"
Wat is "Memory Stick"?
De "Memory Stick" is een klein ICopnamemedium met een grote
opslagcapaciteit. Het medium is niet alleen
ontworpen voor het uitwisselen/delen van
digitale gegevens tussen "Memory Stick"compatibele apparaten, maar ook als
verwisselbaar, extern opslagmedium waarop
gegevens kunnen worden opgeslagen.
Typen "Memory Stick" die
geschikt zijn voor de printer
U kunt de volgende typen "Memory
Stick"*3 gebruiken met de printer:
Type Memory Stick
Weergeven/
afdrukken
Verwijderen/
opslaan/
formatteren
Memory Stick
(Niet compatibel met
MagicGate)
OK
OK
Memory Stick
(MagicGate-compatibel)
OK*1
OK*1
MagicGate
Memory Stick
OK*1
OK*1
Memory Stick PRO*2
OK*1
OK*1
Memory Stick Micro
(M2*4)
OK*1
OK*1
*1 Het lezen/opnemen van gegevens waarvoor
“MagicGate”-copyrightbeveiliging is vereist,
is niet mogelijk. “MagicGate” is de algemene
naam van een
copyrightbeveiligingstechnologie die is
ontwikkeld door Sony en waarbij verificatie
en codering worden gebruikt.
*2 De printer is uitgerust met een sleuf die
compatibel is met media van
standaardformaat en van Duo-formaat.
Zonder een Memory Stick Duo-adapter kunt u
zowel een "Memory Stick" van
standaardformaat als een kleinere "Memory
Stick Duo" gebruiken.
*3 De printer ondersteunt FAT32. De printer is
getest en functioneert met een "Memory Stick"
met een capaciteit van maximaal 8 GB die is
gemaakt door Sony Corporation. De werking
wordt echter niet gegarandeerd voor alle
typen "Memory Stick".
*4 "M2" is een afkorting van "Memory Stick
Micro". In dit gedeelte wordt "M2" gebruikt
om de "Memory Stick Micro" te beschrijven.
Ga naar de volgende startpagina voor de
laatste informatie over beschikbare media
en andere informatie:
•
•
•
•
•
http://www.memorystick.com/en/
support/support.html
Selecteer het gebied waarin u de printer
gebruikt en selecteer "Digital Printer" op
elke gebiedspagina.
•
Opmerkingen bij het gebruik
•
Schrijfstand
LOCK
Schrijfbeveiligingsstand
LOCK
Plaats het etiket hier.
• Wanneer u een "Memory Stick Duo" zonder
wispreventienokje gebruikt, moet u opletten
dat u de gegevens niet per ongeluk bewerkt of
verwijdert.
• Gebruik een voorwerp met een smalle punt
om het wispreventienokje op de "Memory
Stick Duo" te verschuiven.
Wordt vervolgd
73 NL
Aanvullende informatie
• Raadpleeg de informatie over "Memory
Stick"-compatibiliteit op de website van Sony
voor de laatste informatie over de "Memory
Stick" die door de printer wordt ondersteund.
• Plaats niet meer dan één "Memory Stick"
tegelijk. Hierdoor kunnen problemen met de
printer optreden.
• Als u een "Memory Stick" gebruikt, moet u
deze in de juiste richting plaatsen. Wanneer u
een geheugenkaart verkeerd gebruikt, kunnen
er problemen optreden met de printer.
• Als u de “Memory Stick Micro” gebruikt met
de printer, moet u deze altijd in een M2adapter plaatsen.
• Als u de “Memory Stick Micro” zonder M2adapter in de printer plaatst, kunt u de
“Memory Stick Micro” wellicht niet meer uit
de printer verwijderen.
• Als u de “Memory Stick Micro” in een M2adapter plaatst, en de M2-adapter vervolgens
in een Memory Stick Duo-adapter plaatst,
functioneert de printer mogelijk niet goed.
• Bewaar de “Memory Stick Duo”, de M2adapter van “Memory Stick Duo”-formaat en
de M2-media buiten het bereik van kleine
kinderen om te voorkomen dat ze deze per
ongeluk inslikken.
Verwijder de "Memory Stick" niet uit de
printer als er gegevens worden gelezen of
geschreven.
Gegevens kunnen in de volgende gevallen
worden beschadigd:
– De "Memory Stick" wordt verwijderd of de
printer wordt uitgeschakeld tijdens het
lezen of schrijven.
– De "Memory Stick" wordt gebruikt op een
plaats waar statische elektriciteit of
elektrische storing voorkomt.
U kunt het beste een reservekopie van
belangrijke gegevens maken.
Gegevens die op een computer zijn verwerkt,
kunnen wellicht niet worden weergegeven
met de printer.
Als u een "Memory Stick" formatteert,
gebruikt u de formatteerfunctie van de printer
of de digitale camera. Als u een "Memory
Stick" met de computer formatteert, worden
de beelden mogelijk niet correct weergegeven.
Als u een "Memory Stick" formatteert, worden
alle gegevens, inclusief de beveiligde
beeldbestanden, verwijderd. Controleer de
inhoud van de "Memory Stick" voordat u deze
formatteert om te voorkomen dat u per
ongeluk belangrijke gegevens wist.
U kunt geen gegevens opnemen, bewerken of
verwijderen als u het wispreventienokje naar
LOCK schuift.
Wispreventienokje
Aansluiting
• Bevestig niets anders dan het bijgeleverde
etiket op de plaats voor het etiket. Als u het
bijgeleverde etiket bevestigt, moet u deze op
de plaats voor het etiket plakken. Zorg ervoor
dat het etiket niet uitsteekt.
• Wanneer u op het memogedeelte van het
bevestigde etiket schrijft, moet u niet te hard
drukken.
• Plaats de "Memory Stick" in het bijbehorende
doosje als u deze meeneemt of opbergt.
• Raak het contactpunt van de "Memory Stick"
niet aan met uw hand of een metalen
voorwerp.
• Laat de "Memory Stick" niet vallen, vouw
deze niet en sla er niet tegen aan.
• Probeer de "Memory Stick" niet te demonteren
of aan te passen.
• Stel de "Memory Stick" niet bloot aan water.
• Gebruik of bewaar de "Memory Stick" niet
onder de volgende omstandigheden:
– Op plaatsen waar de omstandigheden
buiten de vereiste
werkingsomstandigheden vallen, zoals in
een warme auto die staat geparkeerd in
de zon en/of in de zomer, op een plaats
buiten waar de "Memory Stick" wordt
blootgesteld aan direct zonlicht of in de
buurt van een verwarming.
– Plaatsen met een hoge luchtvochtigheid
of met corrosieve stoffen.
Informatie over de SD-kaart
Met de SD-kaartsleuf van de printer kunt u
het volgende gebruiken:
• SD-geheugenkaart*1
• miniSD-kaart
• SDHC-geheugenkaart*2
• Standaard MMC-geheugenkaart*3
We kunnen echter niet garanderen dat alle
typen SD-geheugenkaart en standaard
MMC-geheugenkaart goed functioneren.
*1 De printer is getest en functioneert met een SDkaart met een capaciteit van maximaal 2 GB.
*2 De printer is getest en functioneert met een SDHCkaart met een capaciteit van maximaal 4 GB.
*3 De printer is getest en functioneert met een
MMC-geheugenkaart met een capaciteit van
maximaal 2GB.
74 NL
Opmerkingen bij het gebruik
• Wanneer u een kaart gebruikt, moet u
deze in de juiste richting en in de juiste
sleuf plaatsen.
• Laat de kaart niet vallen, vouw deze niet
en sla er niet tegen aan.
• Probeer een kaart niet uit elkaar te halen
of aan te passen.
• Stel een kaart niet bloot aan water.
• Gebruik een kaart niet op plaatsen met
een hoge luchtvochtigheid, aangezien de
kaart hierdoor kan worden aangetast.
• Gebruik of bewaar een kaart niet op een
plaats die wordt blootgesteld aan:
– extreem hoge temperaturen, zoals in
een warme auto, in direct zonlicht of
bij een verwarming
– direct zonlicht
– een hoge luchtvochtigheid of
corrosieve stoffen
– statische elektriciteit of elektrische
storing
• Plaats de kaart in het bijgeleverde doosje
als u deze meeneemt of opbergt.
• Verwijder de kaart niet en schakel de
printer niet uit als de gegevens worden
gelezen of geschreven en het
toegangslampje knippert. De gegevens
kunnen anders onleesbaar worden of
worden verwijderd.
Informatie over de
CompactFlash-kaart
Met de CompactFlash-kaartsleuf van de
printer kunt u het volgende gebruiken:
• CompactFlash-opslagkaart (Type I/Type
II) en CF+Card (Type I/Type II)compatibele CompactFlashopslagkaart*4.
• Micro Drive
• COMPACT VAULT
Als u een in de handel verkrijgbare
CompactFlash-kaartadapter*5 gebruikt,
kunt u ook het volgende gebruiken:
• Smart Media-kaart*5
• xD-Picture Card *5
We kunnen echter niet garanderen dat alle
typen CompactFlash-kaart goed
functioneren.
*4 Gebruik een CompactFlash-kaart met een
voedingsspanning van 3,3 V of 3,3 V/5 V. U
kunt geen kaart van alleen het type 3 V of 5 V
gebruiken. Plaats geen andere typen
CompactFlash-kaart in de sleuf op de printer.
De printer kan hierdoor worden beschadigd.
*5 Raadpleeg de handleiding van de adapter
voor informatie over het installeren van de
kaart en de adapter als u een in de handel
verkrijgbare CompactFlash-kaartadapter
gebruikt.
Als u een CompactFlash-kaartadapter
gebruikt, werkt de kaart met schrijfbeveiliging
wellicht niet correct.
Opmerkingen bij het gebruik
x Printer
Afdruksysteem
Dye-sublimation afdruksysteem
(geel/magenta/cyaan; 3 beurten)
Resolutie
300 (H) x 300 (V) dpi
Beeldverwerking per punt
256 niveaus (8 bits voor geel/
magenta/cyaan)
Afdrukformaat
Formaat Postcard (10 x 15 cm): 101,6 x
152,4 mm (maximaal, zonder rand)
Afdruktijd (per vel)
Geheugenkaart*1*2*3*4: Ongeveer 45 sec.
PictBridge*3*5: Ongeveer 56 sec.
Via computer*6: Ongeveer 50 sec.
Ingangen/uitgangen
USB-aansluiting (Full Speed) voor
computer
PictBridge/EXT INTERFACEaansluiting
Sleuf
"Memory Stick"-sleuf
SD-kaartsleuf
CompactFlash-kaartsleuf
Compatibele indelingen voor
beeldbestanden
JPEG: compatibel met DCF 2.0,
compatibel met Exif 2.21, JFIF*7
TIFF: compatibel met Exif 2.21
BMP*8: 1-, 4-, 8-, 16-, 24-, 32-bits
Windows-indeling
Bepaalde indelingen voor
beeldbestanden zijn niet compatibel.
Wordt vervolgd
75 NL
Aanvullende informatie
• Wanneer u een kaart gebruikt, moet u deze in
de juiste richting en in de juiste sleuf plaatsen.
• Laat de kaart niet vallen, vouw deze niet en
sla er niet tegen aan.
• Probeer een kaart niet te demonteren of aan te
passen.
• Stel een kaart niet bloot aan water.
• Gebruik een kaart niet op plaatsen met een
hoge luchtvochtigheid, aangezien de kaart
hierdoor kan worden aangetast.
• Gebruik of bewaar een kaart niet op een plaats
die wordt blootgesteld aan:
– extreem hoge temperaturen, zoals in een
warme auto, in direct zonlicht of bij een
verwarming
– direct zonlicht
– een hoge luchtvochtigheid of corrosieve
stoffen
– statische elektriciteit of elektrische storing
• Plaats de kaart in het bijgeleverde doosje als u
deze meeneemt of opbergt.
• Verwijder de kaart niet en schakel de printer
niet uit als de gegevens worden gelezen of
geschreven en het toegangslampje knippert.
De gegevens kunnen anders onleesbaar
worden of worden verwijderd.
Technische gegevens
Maximumaantal pixels dat kan worden
verwerkt
8.000 (H) x 6.000 (V) punten
(met uitzondering van indexafdrukken en bepaalde Creative Printafdrukken)
Maximumaantal bestanden dat kan
worden verwerkt
9.999 bestanden voor een
geheugenkaart/extern apparaat
Inktlint/printpapier
Raadpleeg de bijgeleverde "Lees dit
eerst".
LCD-scherm
LCD-paneel:
DPP-FP70: 6,2 cm (type 2.5) TFTaansturing
DPP-FP90: 9,0 cm (type 3.6) TFTaansturing
Totaal aantal beeldpunten:
DPP-FP70: 115.200 (480 x 240)
DPP-FP90: 230.400 (320 RGB x 240)
Stroomvereisten
DC IN-aansluiting, 24 V gelijkstroom
Stroomverbruik
Tijdens het afdrukken: 80 W
(maximum)
In de wachtstand: minder dan 1W
Bedrijfstemperatuur
5 ˚C tot 35 ˚C
Afmetingen
[DPP-FP70]
Hoogte: Ongeveer 63 mm
(printer)
Ongeveer 72 mm
(inclusief
uitstekende delen van
het LCD-scherm)
Breedte: Ongeveer 180 mm
Diepte:
Ongeveer 137 mm
(exclusief handgreep)
Ongeveer 149 mm
(inclusief handgreep)
76 NL
[DPP-FP90]
Hoogte:
Breedte:
Diepte:
Ongeveer 66 mm
Ongeveer 180 mm
Ongeveer 137 mm
(exclusief handgreep)
Ongeveer 149 mm
(inclusief handgreep)
Diepte als de papierlade is
geïnstalleerd: Ongeveer 169 mm meer
dan de bovenstaande diepte.
Gewicht
DPP-FP70: Ongeveer 1,1 kg
DPP-FP90: Ongeveer 1,2 kg
(met uitzondering van de papierlade,
inktlint, netspanningsadapter)
Bijgeleverde accessoires
Raadpleeg de bijgeleverde "Lees dit
eerst".
x Netspanningsadapter ACS2422
Stroomvereisten
100V tot 240 V wisselstroom,
50/60 Hz, 1,5A tot 0,75 A
Nominale uitgangsspanning
24 V gelijkstroom, 2,2 A (piek 3,7 A,
6,5 s)
Bedrijfstemperatuur
5 ˚C tot 35 ˚C
Afmetingen
Ongeveer 60 x 30,5 x 122 mm
(b/h/d, exclusief uitstekende delen en
kabels)
Gewicht
Ongeveer 305 g
Wijzigingen in ontwerp en technische
gegevens voorbehouden zonder
voorafgaande kennisgeving.
* Het totale aantal vellen van P-formaat dat de
printer kan afdrukken, is geschat op ongeveer
2.000. Controleer “Weergave
printerinformatie” in het menu “Beeld/
printerinstelling” (pagina 34) voor het totale
aantal vellen.
*1: Afdrukinstellingen: Geen rand, geen
tijdstempel, AutoFine Print 4: AAN (Foto).
*2: Wanneer u een foto (bestandsgrootte van 4,22
MB) afdrukt die is genomen met een digitale
Sony-camera met ongeveer 10.100.000
effectieve beeldelementen of vergelijkbaar.
*3: Afdruksnelheid: Tijd vanaf het moment
waarop op de PRINT-toets wordt gedrukt tot
het moment waarop het afdrukken is
voltooid. (De afdruktijd kan variëren,
afhankelijk van de gebruikte apparatuur, de
indeling van de beelden, de gebruikte
geheugenkaart, de instellingen van de
toepassing en de gebruiksomstandigheden.)
*4: Wanneer wordt afgedrukt vanaf een
“Memory Stick PRO Duo” die in de sleuf van
de printer is geplaatst.
*5: Wanneer wordt afgedrukt via een DSC-N2
die met een USB-kabel is aangesloten. Tijd
vanaf het moment waarop op “PRINT” op de
camera wordt gedrukt tot het moment
waarop het afdrukken is voltooid.
*6: De tijd voor het verwerken en overbrengen
van gegevens is niet meegerekend.
*7: Baseline JPEG met indeling 4:4:4, 4:2:2 of 4:2:0
*8: U kunt niet afdrukken met de Picture Motion
Browser.
Webpagina voor
klantenondersteuning
De meest recente ondersteuningsinformatie
is beschikbaar op de volgende webpagina’s:
Voor klanten in de Verenigde Staten:
http://www.sony.net/
Afdrukbereik
P (Post Card) (10 x 15 cm)
152,4 mm
(1 800 punten)
Aanvullende informatie
95,5 mm
(1 128
punten)
101,6 mm
(1 200 punten)
146,3 mm
(1 728 punten)
Afdrukbereik met
randen
Afdrukbereik zonder
randen
Perforatieranden
In de bovenstaande afbeeldingen vindt u voorbeelden van een beeld dat wordt afgedrukt
met een hoogte/breedte-verhouding van 2:3.
Het afdrukbereik verschilt voor afdrukken met of zonder rand.
77 NL
Woordenlijst
DCF (Design rule for Camera File system)
Deze printer voldoet aan de DCF-norm
(Design rule for Camera File system) van
de JEITA (Japan Electronics and
Information Technology Industries
Association) om de uitwisseling van
bestanden en compatibiliteit tussen
digitale camera’s en bijbehorende
producten te behouden. Er wordt echter
geen garantie gegeven voor volledige
uitwisselbaarheid en compatibiliteit.
DPOF (Digital Print Order Format)
Met deze indeling worden de benodigde
gegevens opgenomen waarmee u
beelden die met een digitale camera zijn
genomen, automatisch kunt afdrukken
in een kopieerwinkel of met een printer
voor thuisgebruik. De printer biedt
ondersteuning voor DPOF-afdrukken en
kan automatisch het vooraf ingestelde
aantal exemplaren van de beelden die
vooraf zijn ingesteld met DPOF,
afdrukken.
Exif 2.21 (Exif Print)
Exif Print (Exchangeable Image File, een
uitwisselbare bestandsindeling voor
beelden voor digitale camera’s) is een
algemene standaard voor het afdrukken
van digitale foto’s. Op een digitale
camera die ondersteuning biedt voor
Exif Print, worden de relevante
gegevens over de opnameomstandigheden opgeslagen wanneer u
de foto neemt. De printer gebruikt de
Exif Print-gegevens die in elk
beeldbestand zijn opgeslagen om te
zorgen dat de afdruk zo veel mogelijk
overeenkomt met de oorspronkelijke
foto*1.
78 NL
*1Als de functie "Auto Fine Print 3" is
ingeschakeld, wordt een beeld (JPEGbestand) dat is opgenomen met een Exif
Print-compatibele digitale camera (Exif
2.21), automatisch aangepast en afgedrukt
met de beste beeldkwaliteit.
"Memory Stick"/SD-kaart/CompactFlashkaart
Compact, lichtgewicht, verwisselbaar
opslagmedium. Zie pagina 72 tot en met
75 voor meer informatie.
PictBridge
Een standaard die is ontwikkeld door
Camera & Imaging Products
Association, waarmee u een PictBridgecompatibele digitale camera rechtstreeks
op een printer kunt aansluiten zonder
computer, zodat u direct kunt
afdrukken.
Miniaturen
Dit zijn verkleinde beelden waarmee de
originele beelden die met een digitale
camera zijn opgenomen en in de
beeldbestanden zijn opgeslagen, worden
weergegeven. De printer gebruikt
miniaturen in de beeldenlijst.
Woordenlijst voor het opleggen van tekens
U kunt de tekens die hier worden weergegeven, gebruiken om deze op een beeld te leggen.
Neem van tevoren een foto van de gewenste tekens en volg de procedures voor het
opleggen van handgeschreven teksten op pagina 23 en 24 om het benodigde gedeelte bij te
snijden en op een beeld te leggen.
Aanvullende informatie
79 NL
80 NL
Aanvullende informatie
81 NL
Index
A
Aan/standbyaanduiding 35, 38, 41
Aan/standby-schakelaar
35, 38, 41
Aanduiding voor
bijbehorend bestand 8
Aansluiten
Bluetooth-apparaat 36
Computer 41
Digitale camera 35
Extern apparaat 38
Aantal exemplaren 8, 17
Aantal exemplaren
instellen 8
Achterpaneel 7
Afdrukgebied 77
Afdrukinstelling
30
Afdrukken
Bewerkt beeld 17
Met Picture Motion
Browser 43
Vanaf een Bluetoothapparaat 36
Vanaf een computer 39
Vanaf een extern
apparaat 38
Vanaf een PictBridgecamera 35
Afdrukstand 45
Alles afdrukken 11
Apparaat voor
massaopslag 38
Auto Fine Print4 31, 46
AUTO TOUCH-UP 10,
46
82 NL
B
G
Beeld/printerinstelling
33
Beelden aanpassen 14
Beelden draaien 14
Beelden kopiëren 27
Beelden opslaan 17
Beelden verplaatsen 13
Beelden verwijderen 27
Beelden zoeken 26
Beeldenlijst 9
Beeldformaat vergroten
en verkleinen 9, 13
Beveiligingsaanduiding
8
Bewerken (menu) 12
Bluetooth-apparaat 36
Gedeeltelijk kleur 15
Gedetailleerde weergave
van beeldgegevens 8
Gemakkelijk afdrukken
11
C
CompactFlash-kaart
Opmerkingen bij het
gebruik 74
Typen 74
Creative Print 18
D
Datumafdruk 32
DCF (Design rule for
Camera File system) 32
Demonstratiemodus 34
Diavoorstelling 25
DPOF 8, 11
E
Eenheid 34
Extern apparaat 38
F
File (menu) 27
Filter 15
Formatteren 29
Foutberichten 65
H
Handgreep 7
I
ID-foto 21
Index-afdrukken 11
Inktlint
Opmerkingen bij het
gebruik 71
Installeren
Picture Motion
Browser 42
Printerdriver 40
Invoeraanduidingen 8
Inzoomen 9
K
Kalender 18, 20
Kleurenprintsets
Opmerkingen bij het
gebruik 71
Kleurinstelling 32
L
Lay-outafdruk 19
LCDachtergrondverlichting
34
LCD-scherm 8
M
S
W
Memory Stick
Formatteren 29
Opmerkingen bij het
gebruik 73
Typen 72
Monochroom 15
Schermaanduidingen 8
Schermweergave
schakelen 9
SD-kaart
Opmerkingen bij het
gebruik 74
Typen 74
Sepia 15
Speciaal filter 15
Stereffect 15
Systeemvereisten 39
Weergave van
beeldgegevens 8
Weergave wijzigen 8
Weergavevolgorde 34
Wispreventienokje 72
O
Onderdelen 6
Opleggen 23
P
R
Randen/Geen rand 31,
46
Reinigen 68
Rode ogen-correctie 16
T
Taal 34
Technische gegevens 75
U
Uitzoomen 9
USB-geheugen 38
V
Verwijderen
Picture Motion
Browser 43
Printerdriver 42
Visoogeffect 15
Volgorde
datumweergave 34
Voorbeeld 8
Voorbeeldweergave 8
Voorpaneel 6
Voorzorgsmaatregelen
70
Aanvullende informatie
Papierstoringen 68
PictBridge-camera 35
PictBridge/EXT
INTERFACE-aansluiting 35, 38
Pictogram 34
Picture Motion Browser
43
Printpapier
Opmerkingen bij het
gebruik 71
Problemen oplossen 50
83 NL
PGedrukt met VOC (vluchtige organische verbinding)-vrije inkt op basis vanplantaardige
olie.
Sony Corporation
Printed in China
Download PDF