Sony DSC-H3 Gebruiksaanwijzing

Add to my manuals
126 Pages

advertisement

Sony DSC-H3  Gebruiksaanwijzing | Manualzz
VKLIK!
Inhoud
Basishandelingen
De opnamefuncties
gebruiken
Digitale camera
Cyber-shot-handboek
DSC-H3
Lees dit handboek, de
"Gebruiksaanwijzing" en de
"Geavanceerde Cyber-shot-handleiding"
aandachtig door voordat u het apparaat
gebruikt. Bewaar deze documenten voor het
geval u deze later als referentiemateriaal
nodig hebt.
De weergavefuncties
gebruiken
De instellingen
aanpassen
Beelden bekijken op een
televisiescherm
De computer gebruiken
Stilstaande beelden
afdrukken
Problemen oplossen
Overige
Index
© 2007 Sony Corporation
3-268-881-71(2)
NL
Opmerkingen over het gebruik van de camera
Opmerkingen over de typen "Memory
Stick" die kunnen worden gebruikt (niet
bijgeleverd)
"Memory Stick Duo"
U kunt een "Memory Stick
Duo" gebruiken met de
camera.
"Memory Stick"
U kunt geen
"Memory Stick"
gebruiken met de
camera.
U kunt geen andere geheugenkaarten
gebruiken.
• Zie pagina 118 voor meer informatie over de
"Memory Stick Duo".
Carl Zeiss-lens
De camera is uitgerust met een Carl Zeisslens waarmee scherpe beelden met
uitstekend contrast kunnen worden
gereproduceerd.
De lens voor de camera is geproduceerd
onder een kwaliteitswaarborgsysteem dat is
gecertificeerd door Carl Zeiss in
overeenstemming met de kwaliteitseisen
van Carl Zeiss Duitsland.
Opmerkingen over het LCD-scherm en
de lens
• Het LCD-scherm is vervaardigd met
precisietechnologie, waardoor meer dan 99,99%
van de pixels operationeel is. Er kunnen op het
LCD-scherm echter enkele zwarte stipjes en/of
heldere stipjes (wit, rood, blauw of groen)
zichtbaar zijn. Deze stipjes zijn normaal en
hebben geen enkele invloed op de opname.
Als u een "Memory Stick Duo" gebruikt
met "Memory Stick"-compatibele
apparatuur
U kunt de "Memory Stick Duo" gebruiken
door deze in de Memory Stick Duo-adapter
(niet bijgeleverd) te plaatsen.
Memory Stick Duo-adapter
Opmerkingen bij de accu
• Laad de accu (bijgeleverd) op voordat u de
camera voor het eerst gebruikt.
• U kunt de accu zelfs opladen wanneer deze nog
niet volledig leeg is. Zelfs als de accu niet
volledig is opgeladen, kunt u de gedeeltelijk
opgeladen accu gebruiken.
• Als u de accu langere tijd niet gebruikt, moet u
de resterende lading van de accu verbruiken en
de accu uit de camera halen. Vervolgens
bewaart u de accu op een koele, droge plaats.
Hierdoor zorgt u ervoor dat de accu goed blijft
werken.
• Zie pagina 120 voor meer informatie over de
accu.
2
Zwarte, witte, rode,
blauwe of groene
puntjes
• Als het LCD-scherm of de lens langdurig wordt
blootgesteld aan direct zonlicht, kunnen
storingen optreden. Wees voorzichtig wanneer u
de camera buiten of bij een raam neerlegt.
• Druk niet op het LCD-scherm. Het scherm kan
verkleuren en hierdoor kunnen storingen
optreden.
• In een koude omgeving kunnen de beelden op
het LCD-scherm nasporen vertonen. Dit is
normaal.
• Wees voorzichtig dat u de beweegbare lens niet
ergens tegenaan stoot en oefen er geen druk op
uit.
De beelden in dit handboek
De beelden die in dit handboek worden gebruikt
als voorbeelden, zijn gereproduceerde beelden die
niet daadwerkelijk met deze camera zijn
opgenomen.
Inhoud
Opmerkingen over het gebruik van de camera .........................................2
Basistechnieken voor betere beelden .......................................................7
Scherpstellen – Scherpstellen op een onderwerp ............................................ 7
Belichting – De lichtintensiteit instellen ............................................................. 9
Kleur – De effecten van de lichtbron............................................................... 10
Kwaliteit – Over "beeldkwaliteit" en "beeldformaat" ......................................... 11
Flitser – De flitser gebruiken............................................................................ 13
Onderdelen en bedieningselementen .....................................................14
Aanduidingen op het scherm...................................................................17
De schermweergave wijzigen..................................................................21
Het interne geheugen gebruiken .............................................................22
Basishandelingen
De modusknop gebruiken .......................................................................23
Beelden eenvoudig opnemen (Autom. instellen-functie).........................24
Stilstaande beelden opnemen (Scènekeuze)..........................................28
Een foto maken met de handmatige belichting .......................................31
Beelden weergeven.................................................................................33
Beelden verwijderen................................................................................35
Meer informatie over de verschillende functies – HOME/Menu ..............37
Menu-items..............................................................................................40
De opnamefuncties gebruiken
Opnamemenu..........................................................................................41
Scènekeuze: de scènekeuze selecteren
Beeldformaat: het beeldformaat selecteren
Gezichtsherkenning: het gezicht van het onderwerp herkennen
Opn.functie: de functie voor continu opnemen selecteren
Kleurfunctie: de helderheid van het beeld wijzigen of speciale effecten toevoegen
ISO: de lichtgevoeligheid selecteren
EV: de lichtintensiteit instellen
Lichtmeetfun.: de lichtmeetfunctie selecteren
Scherpstellen: de scherpstelmethode wijzigen
Witbalans: de kleurtinten aanpassen
Flitsniveau: hiermee kunt u de hoeveelheid flitslicht instellen
Rode-ogeneffect: het rode-ogeneffect beperken
Contrast: het contrast instellen
Scherpte: de beeldscherpte wijzigen
3
Inhoud
SteadyShot: de steadyshot-functie selecteren
SETUP: de opname-instellingen selecteren
De weergavefuncties gebruiken
Beelden weergeven vanaf het HOME-scherm ........................... 53
(Enkelbeeld): één beeld weergeven
(Indexweergave): een lijst met beelden afspelen
(Diavoorstelling): een reeks beelden afspelen
Weergavemenu .................................................................................. 56
(Wissen): beelden verwijderen
(Diavoorstelling): een reeks beelden afspelen
(Bijwerken): stilstaande beelden bijwerken
(Beveiligen): voorkomen dat gegevens per ongeluk worden gewist
: een afdrukmarkering toevoegen
(Afdrukken): beelden afdrukken met een printer
(Roteren): een stilstaand beeld roteren
(Map kiezen): een map selecteren voor het weergeven van beelden
De instellingen aanpassen
De functie Geheugen beheren en de instellingen aanpassen ..... 62
Geheugen beheren ..................................................................... 64
Geheugen-tool — Memory Stick tool................................................ 64
Formatteren
Opnamemap maken
Opnamemap wijz.
Kopiëren
Geheugen-tool — Intern geheugen-tool ........................................... 67
Formatteren
Instellingen .................................................................................... 68
Hoofdinstellingen — Hoofdinstellingen 1.......................................... 68
Pieptoon
Functiegids
Initialiseren
Hoofdinstellingen — Hoofdinstellingen 2.......................................... 69
USB-aansl.
COMPONENT
Video-uit
Opname-instellingen — Opname-instellingen 1 ............................... 71
AF-verlicht.
Stramienlijn
AF-functie
4
Digitale zoom
Conversielens
Inhoud
Opname-instellingen — Opname-instellingen 2 ...............................74
Auto Review
Klokinstellingen .................................................................................75
Language Setting..............................................................................76
Beelden bekijken op een televisiescherm
Beelden bekijken op een televisiescherm ...............................................77
De computer gebruiken
Werken met uw Windows-computer........................................................80
De software (bijgeleverd) installeren .......................................................82
De "Picture Motion Browser" gebruiken (bijgeleverd) .............................84
Beelden kopiëren naar de computer met de "Picture Motion Browser"
................................................................................................................85
Beelden kopiëren naar een computer zonder "Picture Motion Browser"
................................................................................................................89
Beeldbestanden die zijn opgeslagen op de computer met de camera
kopiëren naar de "Memory Stick Duo" ....................................................91
De "Music Transfer" gebruiken (bijgeleverd)...........................................92
De Macintosh-computer gebruiken .........................................................93
"Geavanceerde Cyber-shot-handleiding" weergeven .............................95
Stilstaande beelden afdrukken
Stilstaande beelden afdrukken ................................................................96
Beelden rechtstreeks afdrukken met een PictBridge-compatibele printer
................................................................................................................97
Afdrukken bij een fotowinkel..................................................................100
Problemen oplossen
Problemen oplossen..............................................................................102
Foutcodes en berichten.........................................................................113
5
Inhoud
Overige
De camera in het buitenland gebruiken — Stroomvoorziening............. 117
De "Memory Stick Duo" ........................................................................ 118
Over de accu......................................................................................... 120
De acculader......................................................................................... 121
Index
Index ..................................................................................................... 122
6
Basistechnieken voor betere beelden
Scherpstellen
Belichting
Kleur
Kwaliteit
Flitser
Dit gedeelte beschrijft de basishandelingen
voor het gebruik van de camera. In dit
gedeelte wordt het gebruik van verschillende
camerafuncties, zoals de modusknop
(pagina 23), het HOME-scherm (pagina 37)
en de menu's (pagina 39) beschreven.
Scherpstellen
Scherpstellen op een onderwerp
Als u de sluiterknop half indrukt, stelt de camera automatisch scherp (automatische
scherpstelling). Houd er rekening mee dat de sluiterknop slechts half ingedrukt moet worden.
Druk de sluiterknop
niet onmiddellijk
volledig in.
Druk de
sluiterknop half
in.
Aanduiding voor AE/
AF-vergrendeling
knippert , brandt/
piept
Druk vervolgens
de sluiterknop
volledig in.
Als scherpstellen moeilijk lukt t [Scherpstellen] (pagina 47)
Als het beeld zelfs na scherpstellen wazig is, kan dit komen doordat de camera is bewogen.
t Zie "Tips om wazige beelden te voorkomen" hieronder.
7
Basistechnieken voor betere beelden
Tips om wazige beelden te voorkomen
De camera heeft per ongeluk bewogen toen u het beeld maakte. Dit zijn
"Camerabewegingen". Anderzijds is mogelijk dat het onderwerp heeft bewogen toen u het
beeld maakte, dit is "onderwerpwazigheid".
Camerabewegingen
Oorzaak
Uw handen of lichaam beweegt terwijl u de
camera vasthoudt en op de sluiterknop drukt en
het hele scherm wordt wazig.
Wat kunt u doen om wazigheid te
voorkomen
• Gebruik een statief of plaats de camera op een
plat oppervlak om de camera stil te houden.
• Gebruik de zelfontspanner met een vertraging
van 2 seconden om een foto te maken en
stabiliseer de camera door uw armen strak langs
uw zijde te houden nadat u de sluiterknop hebt
ingedrukt.
Onderwerpwazigheid
Oorzaak
Hoewel de camera stabiel is, beweegt het
onderwerp tijdens de belichting zodat het
onderwerp wazig lijkt als de sluiterknop wordt
ingedrukt.
Wat kunt u doen om wazigheid te
voorkomen
• Selecteer
(Hoge gevoeligheid-functie) in
scènekeuze.
• Kies een hogere ISO-gevoeligheid voor een
snellere sluitersnelheid en druk op de sluiterknop
voordat het onderwerp beweegt.
Opmerkingen
• De steadyshot-functie is standaard ingeschakeld zodat de camerabewegingen automatisch worden
verminderd. Dit heeft echter geen invloed op onderwerpwazigheid.
• Bovendien komen camerabeweging en onderwerpwazigheid geregeld voor onder omstandigheden met
weinig licht of trage sluitertijd zoals bij
(Schemer-functie) of
(Schemer-portret-functie). Neem
in dit geval foto's met bovenstaande tips in het achterhoofd.
8
Basistechnieken voor betere beelden
Belichting De lichtintensiteit instellen
U kunt verschillende beelden maken door de belichting en de ISO-gevoeligheid aan te passen.
Belichting is de hoeveelheid licht die door de lens in de camera valt wanneer u de sluiterknop
indrukt.
Belichting:
Sluitertijd = tijdsduur dat het licht in de camera valt
Diafragma = grootte van de opening waardoor het
licht in de camera valt
ISO-gevoeligheid (aanbevolen
belichtingswaarde)
= opnamegevoeligheid
Overbelichting
= te veel licht
Te licht beeld
Juiste belichting
Onderbelichting
= te weinig licht
Te donker beeld
In de automatische instelfunctie wordt de
belichting automatisch ingesteld op de
juiste waarde. U kunt deze echter ook
handmatig instellen met de hieronder
beschreven functies.
Handmatige belichting:
Hiermee kunt u de sluitersnelheid en
diafragmawaarde handmatig aan te passen
(pagina 31).
EV aanpassen:
Hiermee kunt u de belichting aanpassen
die door de camera is vastgesteld
(pagina 21, 45).
Lichtmeetfun.:
Hiermee kunt u het gedeelte van het
onderwerp wijzigen dat wordt gemeten om
de belichting in te stellen (pagina 46).
9
Basistechnieken voor betere beelden
ISO-gevoeligheid aanpassen (aanbevolen belichtingswaarde)
De ISO-gevoeligheid is een snelheidswaarde voor opnamemedia met een beeldsensor die het
licht opvangt. Zelfs wanneer de belichting hetzelfde is, verschillen de beelden afhankelijk van
de ISO-gevoeligheid.
De ISO-gevoeligheid aanpassen, zie pagina 45.
Hoge ISO-gevoeligheid
Neemt een helder beeld op, zelfs in donkere omgevingen, terwijl de
sluitersnelheid wordt verhoogd om de wazigheid te verminderen.
Het beeld wordt echter korrelig.
Lage ISO-gevoeligheid
Neemt een vloeiender beeld op.
Het beeld wordt echter donkerder als de belichting onvoldoende is.
Kleur
De effecten van de lichtbron
De natuurlijke kleur van het onderwerp wordt beïnvloed door de belichtingsomstandigheden.
Voorbeeld: de kleur van een beeld wordt beïnvloed door lichtbronnen
Weer/lichtbron
Kenmerken van het
licht
Daglicht
Bewolkt
Fluorescerend
Gloeilamp
Wit (standaard)
Blauwachtig
Groengetint
Roodachtig
In de automatische instelfunctie worden de kleurtinten automatisch aangepast.
U kunt de kleurtinten echter ook handmatig aanpassen met [Witbalans] (pagina 49).
10
Basistechnieken voor betere beelden
Kwaliteit Over "beeldkwaliteit" en "beeldformaat"
Een digitaal beeld is samengesteld uit een groot aantal kleine puntjes die pixels worden
genoemd.
Als een beeld uit veel pixels bestaat, is het beeld groot, neemt het meer geheugenruimte in
beslag en wordt het zeer gedetailleerd weergegeven. "Beeldformaat" wordt aangegeven door
het aantal pixels. Hoewel u op het scherm van de camera het verschil niet kunt zien,
verschillen de kleine details en de verwerkingstijd wanneer het beeld wordt afgedrukt of
weergegeven op een computerscherm.
Beschrijving van de pixels en het beeldformaat
1 Beeldformaat: 8M
3264 pixels × 2448 pixels = 7.990.272 pixels
2 Beeldformaat: VGA
640 pixels × 480 pixels = 307.200 pixels
Pixels
Het gewenste beeldformaat selecteren (pagina 12)
Pixel
Veel pixels (hoge
beeldkwaliteit en
groot bestand)
Weinig pixels (lage
beeldkwaliteit en klein
bestand)
Voorbeeld: afdrukken
tot maximaal A3formaat
Voorbeeld: een beeld
verzenden als bijlage
bij een e-mailbericht
11
Basistechnieken voor betere beelden
De standaardinstellingen worden aangegeven met
.
Beeldformaat
Gebruiksrichtlijnen
Aantal beelden
8M
(3264×2448)
Voor afdrukken tot A3
3:2*1
(3264×2176)
Met beeldverhouding 3:2
opnemen
5M
(2592×1944)
Voor afdrukken tot A4
3M
(2048×1536)
Voor afdrukken tot 10×15 cm
of 13×18 cm
VGA
(640×480)
Klein beeldformaat opnemen
voor verzenden per e-mail
16:9*2
(1920×1080)
Met HDTV-beeldverhouding
opnemen
Afdrukken
Minder
Fijn
Meer
Ruw
*1) De beelden worden opgenomen in de breedte-/hoogteverhouding 3:2, net zoals fotopapier, briefkaarten,
enzovoort.
*2) Beide randen van het beeld worden mogelijk bijgesneden bij het afdrukken (pagina 109).
Beeldformaat van films
Frame/seconde
Gebruiksrichtlijnen
640(Fijn) (640×480)
Ongeveer 30
Bewegende beelden van hoge kwaliteit
opn. voor TV-weerg
640(Standaard)
(640×480)
Ongeveer 17
Bewegende beelden van std. kwaliteit opn.
voor TV-weerg
320 (320×240)
Ongeveer 8
Klein formaat opnemen voor verzenden per
e-mail
• Hoe groter het beeldformaat, hoe hoger de beeldkwaliteit.
• Hoe hoger het aantal frames per seconde, hoe vloeiender het weergegeven beeld.
12
Basistechnieken voor betere beelden
Flitser
De flitser gebruiken
De ogen van het onderwerp worden mogelijk rood weergegeven of wazige witte ronde punten
kunnen voorkomen als u de flitser gebruikt. Deze verschijnselen kunnen worden
teruggedrongen met de volgende stappen.
Het "Rode-ogeneffect"
Pupillen worden groter in donkere omgevingen. Het flitslicht wordt door de bloedvaten aan de
achterkant van het oog (netvlies) gereflecteerd, met het "rode-ogeneffect" als resultaat.
Camera
Oog
Netvlies
Hoe kan het "Rode-ogeneffect" worden teruggedrongen?
• Stel [Rode-ogeneffect] in op [Aan] (pagina 50).
• Selecteer
(Hoge gevoeligheid-functie)* in scènekeuze (pagina 29). (De flitser wordt automatisch
uitgeschakeld.)
• Corrigeer het beeld met [Bijwerken] in het weergavemenu (pagina 56) of met de bijgeleverde software
"Picture Motion Browser" als de ogen van het onderwerp rood worden weergegeven.
"Witte ronde punten"
Dit wordt veroorzaakt door deeltjes (stof, pollen, enz.) die in de buurt van de lens
rondzweven. Als ze door de flitser van de camera worden geaccentueerd, verschijnen ze als
witte ronde punten.
Camera
Deeltjes (stof,
pollen, enz.) in
de lucht
Onderwerp
Hoe kunnen de "Witte ronde punten" worden teruggedrongen?
• Verlicht het vertrek en neem het onderwerp op zonder flitser.
• Selecteer
(Hoge gevoeligheid-functie)* in scènekeuze. (De flitser wordt automatisch uitgeschakeld.)
* Hoewel u
(Hoge gevoeligheid-functie) hebt geselecteerd in scènekeuze is de sluitersnelheid mogelijk
trager bij omstandigheden met weinig licht of op een donkere plaats. Gebruik in dat geval een statief of
houd uw armen strak langs uw zijde nadat u de sluitertoets hebt ingedrukt.
13
Onderdelen en bedieningselementen
Zie de pagina's tussen haakjes voor meer
informatie.
1
6
2
6
3
4
7
8
9
2
3
4
5
0
7
5
8
9
qd qs qa
A POWER-toets
B POWER-lampje
C Modusknop (23)
D Sluiterknop (24)
qjqh
E Microfoon
F Flitser (26)
qg qf
H Bevestigingsoog voor de riem
A Voor opnemen: W/T (zoom)-toets (25)
Voor weergeven: /
(Weergavezoom)-toets/
(Index)
-toets (33, 34)
I Lens
B
G AF-verlichting (71)/
Zelfontspannerlampje (27)
(Weergave)-toets (33)
C LCD-scherm (21)
D MENU-toets (39)
E HOME-toets (37)
F Bevestigingsoog voor de riem
G Aansluitingsklepje
H Multifunctionele aansluiting
voor gebruik in de volgende situaties:
• Een USB-verbinding tot stand brengen
tussen de camera en de computer.
• Aansluiten op de audio-/video-ingangen van
een televisie.
• Aansluiten op een PictBridge-compatibele
printer.
14
Onderdelen en bedieningselementen
I DC IN-aansluiting
Als u een AC-LS5K AC-adapter gebruikt
(niet bijgeleverd)
1 Naar DC
IN-aansluiting
v-markering
2 Naar
stopcontact
• U kunt de accu niet opladen door de camera
op de AC-LS5K AC-adapter aan te sluiten.
Gebruik de batterijlader (bijgeleverd) om de
accu op te laden.
J Regeltoets
Menu aan: v/V/b/B/z (39)
Menu uit: DISP/ / / (21, 26)
Wanneer de modusknop op M is
ingesteld:
Sluitertijd/Diafragma (31)
K Luidspreker (onderkant)
L Accu/"Memory Stick Duo"-klepje
(onderkant)
M Schroefgat voor statief (onderkant)
• Gebruik een statief met een schroef die
minder dan 5,5 mm lang is. Anders kunt u
de camera niet stevig bevestigen en kan de
camera beschadigd worden.
N Accusleuf
O Accuontgrendelknop
P "Memory Stick Duo"-sleuf
Q Toegangslampje
15
Onderdelen en bedieningselementen
Lenskap/Adapterring
• U kunt de lensdop bevestigen terwijl de lenskap
op het toestel is geplaatst.
• Let op het volgende bij gebruik van de lenskap:
– De AF-verlichting wordt mogelijk
geblokkeerd.
– Het flitslicht wordt mogelijk geblokkeerd,
waardoor er schaduw verschijnt bij gebruik
van de ingebouwde flitser.
De lenskap opbergen
A Lenskap
B Adapterring
De lenskap bevestigen
De lenskap kan in de omgekeerde richting
bevestigd worden om het met de camera op
te bergen wanneer het niet wordt gebruikt.
Plaats de lenskap zoals getoond hieronder
en draai de lenskap rechtsom tot deze
vastklikt.
Als u onder heldere lichtomstandigheden
opneemt, zoals buiten, raden we u aan dat u de
lenskap gebruikt om verslechtering van de
beeldkwaliteit terug te dringen die wordt
veroorzaakt door onnodig licht.
1 Bevestig de adapterring terwijl het
apparaat is uitgeschakeld.
Een conversielens bevestigen (niet
bijgeleverd)
2 Plaats de lenskap zoals getoond hieronder
en draai de lenskap rechtsom tot deze
vastklikt.
Bevestig een conversielens als u
groothoekopnamen of ingezoomde
opnamen van verafgelegen objecten wilt
maken.
1 Bevestig de adapterring.
2 Bevestig een conversielens.
• Doorloop de instellingen van [Conversielens]
(pagina 73) als u met een conversielens
opneemt.
• Raadpleeg ook de gebruiksaanwijzing bij de
conversielens.
16
Aanduidingen op het scherm
Telkens wanneer u op v (DISP) op de
regeltoets drukt, worden de aanduidingen
op het scherm gewijzigd (pagina 21).
Zie de pagina's tussen haakjes voor meer
informatie.
Bij opname van stilstaande beelden
Scherm
Aanduiding
Opnamefunctie (43)
BRK
±1.0
Lichtmeetfunctie (46)
Gezichtsherkenning (42)
SteadyShot (52)
• Standaard verschijnt één
van deze aanduidingen als
de sluiterknop half wordt
ingedrukt, afhankelijk van
de instelling van de
SteadyShot.
Trillingswaarschuwing
RETURN
Bij opname van films
Zoomvergrotingsfactor
(25, 72)
A
Scherm
• Waarschuwt dat door
trillingen het beeld wellicht
niet goed wordt
opgenomen, vanwege
onvoldoende belichting.
Zelfs als de
trillingswaarschuwing
wordt weergegeven, kunt u
het beeld opnemen. U kunt
het beste de steadyshotfunctie inschakelen, de
flitser gebruiken voor een
betere belichting of een
statief of ander hulpmiddel
gebruiken om de camera te
stabiliseren (pagina 8).
Aanduiding
Kleurfunctie (44)
Resterende acculading
Waarschuwing voor
zwakke accu (113)
Beeldformaat (41)
Contrast (51)
Scherpte (51)
Modusknop/menu
(scènekeuze) (28)
P M
Modusknop (23)
Witbalans (49)
17
Aanduidingen op het scherm
B
Scherm
C
Aanduiding
Scherm
Instellingsmodus voor
handmatige belichting (31)
z RETURN
z SET
Aanduiding
Opnamemedia
("Memory Stick Duo",
Intern geheugen)
Functiegids voor
handmatige belichting (31)
Opnamemap (64)
• Dit wordt niet weergegeven
als het interne geheugen
wordt gebruikt.
1.0m
Vooraf ingestelde
scherpstelafstand (47)
z
AE/AF-vergrendeling (24)
Standby
OPNMN.
Standby/film opnemen
ISO400
ISO -getal (45)
AF-verlichting (71)
NR lange-sluitertijd
Rode-ogeneffect beperken
• Als de sluitertijd onder een
bepaalde snelheid belandt
bij weinig licht, wordt de
NR trage-sluitertijdfunctie
(Noise Reduction:
ruisbeperking) automatisch
ingeschakeld om beeldruis
te verminderen.
96
Aantal opneembare beelden
00:25:05
Opnameduur
(uren : minuten : seconden)
(50)
Flitsfunctie (26)
Flitser wordt opgeladen
Conversielens (73)
D
125
Sluitertijd
Scherm
Aanduiding
F3.5
Diafragmawaarde
C:32:00
Zelfdiagnosefunctie (113)
+2.0EV
Belichtingswaarde (45)
Zelfontspanner (27)
0:12
Opnameduur
(minuten : seconden)
Dradenkruis van de
puntlichtmeting (46)
Aanduiding voor AFbereikzoekerframe (47)
AF-bereikzoekerframe (47)
Macro (26)
Histogram (21)
18
Aanduidingen op het scherm
Bij weergave van stilstaande beelden
A
Scherm
Aanduiding
Resterende acculading
Beeldformaat (41)
Beveiligen (58)
VOL.
Volume (33)
Afdrukmarkering (DPOF)
(100)
Bij weergave van films
PictBridge-aansluiting (98)
Zoomvergrotingsfactor
(33)
PictBridge-aansluiting (99)
• Koppel de kabel voor de
multifunctionele aansluiting
niet los als het pictogram
wordt weergegeven.
B
Scherm
Aanduiding
N
Weergeven (33)
Weergavebalk
0:00:12
Teller
101-0012
Map-bestandsnummer (61)
2007 1 1
9:30 AM
Opnamedatum/-tijd van het
weergavebeeld
z STOP
z PLAY
Functiegids voor het
weergeven van beelden
BACK/
NEXT
Beelden selecteren
V VOLUME
Volume aanpassen
Histogram (21)
•
wordt weergegeven als
het histogramscherm is
uitgeschakeld.
19
Aanduidingen op het scherm
C
Scherm
Aanduiding
Weergavemedia
("Memory Stick Duo",
Intern geheugen)
Weergavemap (61)
• Dit wordt niet weergegeven
als het interne geheugen
wordt gebruikt.
8/8 12/12
Beeldnummer/aantal
beelden opgenomen in
geselecteerde map
Map wijzigen (61)
• Dit wordt niet weergegeven
als het interne geheugen
wordt gebruikt.
Lichtmeetfunctie (46)
Flitser
Witbalans (49)
20
C:32:00
Zelfdiagnosefunctie (113)
ISO400
ISO -getal (45)
+2.0EV
Belichtingswaarde (45)
500
Sluitertijd
F3.5
Diafragmawaarde
De schermweergave wijzigen
v (DISP)-toets
(Schermweergave)
Telkens wanneer u op v (DISP) op de
regeltoets drukt, worden de aanduidingen
op het scherm als volgt gewijzigd:
Aanduidingen aan
Aanduidingen aan*
• Als u beelden buiten bekijkt bij helder licht,
kunt u de helderheid van de
achtergrondverlichting van het LCD-scherm
verhogen.
De accu loopt echter sneller leeg als u dit doet.
• Het histogram wordt in de volgende gevallen
niet weergegeven:
Tijdens het opnemen
– Als het menu wordt weergegeven.
– Tijdens het opnemen van films.
Tijdens het weergeven
– Als het menu wordt weergegeven.
– In de indexfunctie.
– Wanneer u de weergavezoom gebruikt.
– Wanneer u stilstaande beelden roteert.
– Tijdens het weergeven van films.
• Er kan een groot verschil optreden tussen het
histogram dat wordt weergegeven tijdens het
opnemen en tijdens het weergeven wanneer:
– De flitser afgaat.
– De sluitertijd langzaam of snel is.
• Het histogram wordt wellicht niet weergegeven
voor beelden die zijn opgenomen met andere
camera's.
z De EV (belichtingswaarde) aanpassen
door een histogram weer te geven
A
Histogram aan*
Tijdens de
weergave
worden de
beeldgegevens
weergegeven.
Aanduidingen uit*
Histogramscherm
(pagina 21)
B
Donker
Helder
Een histogram is een grafiek die de
helderheid van een beeld weergeeft. Druk
herhaaldelijk op v (DISP) op de regeltoets
om het histogram in het scherm weer te
geven. De weergegeven grafiek geeft een
donker beeld aan wanneer deze links hoger
is en geeft een helder beeld aan wanneer
deze rechts hoger is.
A Aantal pixels
B Helderheid
* De helderheid van de achtergrondverlichting
van het LCD-scherm hoog.
• Het histogram wordt ook weergegeven wanneer
u één beeld weergeeft, maar u kunt de belichting
dan niet aanpassen.
21
Het interne geheugen gebruiken
De camera heeft een intern geheugen van ongeveer 31 MB. Dit geheugen kan niet uit de
camera worden verwijderd. Zelfs als er geen "Memory Stick Duo" in de camera is geplaatst,
kunt u beelden opnemen in dit interne geheugen.
• Films waarvoor het beeldformaat is ingesteld op [640(Fijn)], kunnen niet worden opgenomen in het
interne geheugen.
Als een "Memory Stick Duo" is geplaatst
[Opnemen]: beelden worden op de "Memory Stick Duo"
opgenomen.
[Weergeven]: beelden op de "Memory Stick Duo"
worden weergegeven.
[Menu, Instellingen, enzovoort]: verschillende functies
kunnen worden toegepast op beelden op de "Memory
Stick Duo".
B
Als er geen "Memory Stick Duo" is geplaatst
B
Intern
geheugen
[Opnemen]: beelden worden in het interne geheugen
opgenomen.
[Weergeven]: beelden die in het interne geheugen zijn
opgeslagen, worden weergegeven.
[Menu, Instellingen, enzovoort]: verschillende functies
kunnen worden toegepast op beelden in het interne
geheugen.
Beeldgegevens die in het interne geheugen zijn opgeslagen
U kunt het beste altijd een reservekopie (back-up) van de gegevens maken door een van de
onderstaande procedures te volgen.
Een reservekopie (back-up) van gegevens maken op een "Memory Stick Duo"
Bereid een "Memory Stick Duo" met voldoende opslagcapaciteit voor en voer vervolgens de
procedure bij [Kopiëren] uit (pagina 66).
Een reservekopie (back-up) van gegevens maken op de vaste schijf van een computer
Voer de procedure uit op pagina 85, 86 of 89, 90 zonder dat er een "Memory Stick Duo" in de
camera is geplaatst.
• U kunt beeldgegevens die op een "Memory Stick Duo" zijn opgeslagen, niet kopiëren naar het interne
geheugen.
• U kunt de gegevens die zijn opgeslagen in het interne geheugen, kopiëren naar een computer door de
camera op de computer aan te sluiten met de kabel voor de multifunctionele aansluiting. U kunt gegevens
die op een computer zijn opgeslagen, niet kopiëren naar het interne geheugen.
22
Basishandelingen
De modusknop gebruiken
Zet de modusknop op de gewenste functie.
Modusknop
Basishandelingen
:
Autom. instellen-functie
Hiermee kunt u gemakkelijk opnamen maken terwijl de instellingen
automatisch worden aangepast. t pagina 24
P :
Autom. Programma-functie*
Hiermee kunt u opnemen terwijl de belichting automatisch wordt
aangepast (zowel de sluitertijd als de diafragmawaarde).
M:
Modus Opnemen met handmatige belichting*
Hiermee kunt u opnemen nadat u de belichting handmatig hebt aangepast
(zowel de sluitertijd als de diafragmawaarde). t pagina 31
:
Filmopnamefunctie
Hiermee kunt u films opnemen met geluid. t pagina 24
/
/
/
/
/SCN: Scènekeuze-functie
Hiermee kunt u opnemen met vooraf ingestelde instellingen op basis van
de scène.
U kunt ,
, ,
selecteren in het menu als de modusknop ingesteld
is op SCN. t pagina 28
* U kunt verschillende instellingen selecteren met het menu. (Voor meer informatie over de beschikbare
functies t pagina 40)
23
Beelden eenvoudig opnemen (Autom. instellenfunctie)
Modusknop
Sluiterknop
Macrotoets
DISP-toets
Flitsertoets
Zoomtoets
MENU-toets
Zelfontspannertoets
z-toets
HOME-toets
v/V/b/B-toets
Regeltoets
1 Selecteer de gewenste functie van de modusknop.
Bij opname van stilstaande beelden (Autom. instellen-functie): selecteer
Bij opname van films: selecteren
.
.
2 Houd de camera vast met uw ellebogen tegen uw lichaam gedrukt om hem
te stabiliseren.
Plaats het onderwerp
in het midden van het
zoekframe.
3 Maak een foto met de sluiterknop.
Bij opname van stilstaande beelden:
1Houd de sluiterknop half ingedrukt om het beeld scherp te stellen.
De aanduiding z (AE/AF-vergrendeling) (groen) knippert, u hoort een pieptoon, de aanduiding
houdt op met knipperen en blijft branden.
24
Beelden eenvoudig opnemen (Autom. instellen-functie)
2Druk de sluiterknop volledig in.
Bij opname van films:
Druk de sluiterknop volledig in.
Als u wilt stoppen met opnemen, drukt u de sluiterknop nogmaals volledig in.
Basishandelingen
Aanduiding voor AE/AFvergrendeling
Als u een stilstaand beeld opneemt van een onderwerp waarop u moeilijk kunt
scherpstellen
• De kortste opnameafstand is ongeveer 50 cm (W)/90 cm (T). Neem op met de close-upopnamefunctie
(Macro) wanneer u opnamen maakt van een onderwerp dat dichterbij is dan de opnameafstand
(pagina 26).
• Wanneer de camera niet automatisch kan scherpstellen op het onderwerp, gaat de aanduiding van de AE/
AF-vergrendeling langzaam knipperen en hoort u geen pieptoon. Daarnaast verdwijnt het AFbereikzoekerframe. Stel de opname opnieuw samen en stel opnieuw scherp.
In de volgende situaties kan scherpstellen moeilijk zijn:
–
–
–
–
–
–
Het is donker en het onderwerp ligt veraf.
Het contrast tussen het onderwerp en de achtergrond is klein.
Het onderwerp wordt door glas bekeken.
Het onderwerp beweegt snel.
Er is weerkaatsend licht op glanzende oppervlakken.
Het onderwerp heeft achtergrondlicht of er is een flitslicht.
W/T De zoom gebruiken
Druk op T om in te zoomen en druk op W om uit te zoomen.
Door zacht op de knop te drukken zoomt u traag in en door de knop volledig in te drukken
zoomt u snel in.
• Wanneer de zoomvergrotingsfactor hoger wordt dan 10×, gebruikt de camera de digitale zoomfunctie.
Zie pagina 72 voor meer informatie over de [Digitale zoom]-instellingen en de beeldkwaliteit.
• U kunt de zoomvergrotingsfactor niet wijzigen wanneer u een film opneemt.
25
Beelden eenvoudig opnemen (Autom. instellen-functie)
Flitser (Een flitsfunctie selecteren voor stilstaande beelden)
Druk herhaaldelijk op B ( ) op de regeltoets tot de gewenste functie is geselecteerd.
(Geen aanduiding): Flitser automatisch
Flitst wanneer er niet voldoende licht of achtergrondverlichting is (standaardinstelling).
: Flitser altijd aan
: Langzame synchro (Flitser altijd aan)
De sluitertijd is lang in een donkere omgeving om de achtergrond helder op te kunnen nemen die buiten
het bereik is van het flitslicht.
: Niet flitsen
• De flitser komt automatisch tevoorschijn en knippert wanneer u de flitser gebruikt. Sluit de flitser
handmatig na gebruik.
• De flitser gaat twee keer af. De eerste flits wijzigt de lichthoeveelheid.
• Tijdens het opladen van de flitser wordt
weergegeven.
Macro (Close-upopname maken)
Druk herhaaldelijk op b (
) op de regeltoets tot de gewenste functie is geselecteerd.
(Geen aanduiding): Macro uit
: Macro aan (W-kant: ongeveer 2 cm of verder, T-kant: ongeveer 90 cm of verder)
• U kunt de zoom het beste instellen op de W-kant.
• Het bereik dat is scherpgesteld, wordt smaller en het onderwerp is wellicht niet volledig scherpgesteld.
• De snelheid van de automatische scherpstelling daalt wanneer u beelden opneemt met de macrofunctie.
26
Beelden eenvoudig opnemen (Autom. instellen-functie)
De zelfontspanner gebruiken
Druk herhaaldelijk op V (
) op de regeltoets tot de gewenste functie is geselecteerd.
(Geen aanduiding): De zelfontspanner niet gebruiken
: De zelfontspanner met een vertraging van 10 seconden instellen
: De zelfontspanner met een vertraging van 2 seconden instellen
Zelfontspannerlampje
Basishandelingen
Als u op de sluiterknop drukt, knippert het zelfontspannerlampje en hoort u een pieptoon tot
de sluiter werkt.
Druk nogmaals op V ( ) om te annuleren.
• Gebruik de zelfontspanner met een vertraging van 2 seconden om een wazig beeld te
voorkomen. De sluiter wordt 2 seconden nadat u op de sluiterknop hebt gedrukt, vrijgegeven
waardoor de camerabeweging wordt verminderd als er op de sluiterknop wordt gedrukt.
27
Stilstaande beelden opnemen (Scènekeuze)
MENU-toets
Sluiterknop
z-toets
v/V/b/B-toets
Regeltoets
Modusknop
Selecteer de functie (
/
/
/
/
) met de modusknop
1 Selecteer de gewenste functie van scènekeuze (
/
/
/
/
) met de
modusknop.
2 Maak een foto met de sluiterknop.
Selecteer de functie ( /
/ / ) in SCN
1 Selecteer SCN met de modusknop
2 Druk op MENU en selecteer uit
/
/
/
met b/B op de regeltoets
(pagina 39).
3 Maak een foto met de sluiterknop.
• Zie de volgende pagina voor meer informatie over de functie.
De scènekeuzefunctie annuleren
Zet de modusknop op een andere functie dan de Scènekeuze-functie.
28
Stilstaande beelden opnemen (Scènekeuze)
Scènekeuzefuncties
De volgende functies zijn vooraf ingesteld om in overeenstemming te zijn met de
scèneomstandigheden.
Functies geselecteerd met de modusknop
Hoge gevoeligheid
Schemer*
Hiermee kunt u 's nachts beelden
in de verte opnemen zonder de
donkere atmosfeer van de
omgeving te verliezen.
Strand
Soft Snap
Hiermee kunt u beelden opnemen
met een rustigere achtergrond
voor portretten en bloemen,
enzovoort.
Geavanceerde
sportopname
Geschikt voor scènes met snelle
bewegingen zoals sporten.
• Met de sluiter halverwege
ingedrukt wordt de beweging
van het onderwerp voorspeld en
wordt de scherpstelling
aangepast.
Schemer-portret*
Hiermee kunt u de blauwe kleur
van het water duidelijk opnemen
als u aan het water opneemt.
Basishandelingen
Hiermee worden wazige beelden
voorkomen wanneer u beelden
zonder flitser opneemt bij weinig
licht.
Functies geselecteerd met het
menuscherm
Sneeuw
Hiermee kunt u duidelijke beelden
opnemen waarbij flauwe kleuren
worden voorkomen bij
sneeuwscènes of andere plaatsen
waar het hele beeld wit lijkt.
Vuurwerk*
Hiermee neemt u vuurwerk in alle
pracht op.
• Als u beelden met conversielens
(niet bijgeleverd) opneemt, kunt
u de pracht van vuurwerk
mogelijk niet volledig
vastleggen.
Hiermee kunt u scherpe beelden
van personen opnemen met de
nachtweergave in de achtergrond
zonder de atmosfeer te verliezen.
Landschap
Hiermee wordt alleen
scherpgesteld op een onderwerp in
de verte om landschappen,
enzovoort op te nemen.
* Wanneer u beelden opneemt met
(Schemer-portret),
(Schemer) of
(Vuurwerk), is de sluitertijd
langer en komt wazigheid frequenter voor. Het gebruik van een statief is bijgevolg aanbevolen.
29
Stilstaande beelden opnemen (Scènekeuze)
Functies die u in de scènekeuze kunt gebruiken
De camera bepaalt de meest geschikte combinatie van functies om een beeld correct op te
nemen op basis van de scène. Bepaalde opties zijn niet beschikbaar, afhankelijk van de
scènekeuzefunctie.
( : u kunt de gewenste instelling selecteren)
Macro
—
—
Flitser
—
/
Gezichtsherkenning
—
Burst/Bracket
—
—
—
—
—
—
—
—
/
/
—
—
—
—
—
EV
Witbalans
*
Rodeogeneffect
—
—
—
—
—
SteadyShot
Zelfontspanner
—
* [Flitser] voor [Witbalans] kan niet worden geselecteerd.
30
—
—
—
—
—
—
—
Een foto maken met de handmatige belichting
Sluiterknop
z-toets
v/V/b/B-toets
Regeltoets
1 Selecteer M van de modusknop en druk op z op de regeltoets.
Basishandelingen
Modusknop
• [SET] wordt gewijzigd in [RETURN] onderaan links op het scherm en de camera is ingesteld op
handmatige belichting.
2 Pas de belichting handmatig aan met de regeltoets.
b/B: Diafragma (F-waarde)
v/V: Sluitertijd
Diafragmawaarde
RETURN
Sluitertijd
• Kies als volgt een diafragmawaarde:
– Als de zoom volledig op de W-kant is ingesteld, kunt u een diafragma F3,5 of F8,0 selecteren.
– Als de zoom volledig op de T-kant is ingesteld, kunt u een diafragma F4,4 of F10 selecteren.
• U kunt een sluitersnelheid van 30 tot 1/2.000 seconden instellen.
• Het verschil tussen de instellingen en juiste belichting volgens de camera verschijnt als een EVwaarde (pagina 45) op het scherm. 0EV geeft de volgens de camera meest geschikte waarde aan.
3 Maak een foto met de sluiterknop.
31
Een foto maken met de handmatige belichting
• Om een flitsfunctie te selecteren, op te nemen met de Macrofunctie/zelfontspannerfunctie of de
schermweergavefunctie te wijzigen, drukt u op z om de opnamefunctie met handmatige belichting te
annuleren ([RETURN] wijzigt in [SET] op het scherm.).
• De flitser is ingesteld op (Flitser aan) of
(Flitser uit).
• Als de sluitersnelheid sneller is dan één seconde, wordt de sluitersnelheid aangegeven door ["],
bijvoorbeeld, [1"].
• Als u een langere sluitersnelheid instelt, wordt het gebruik van een statief aangeraden om de effecten van
trillingen te voorkomen.
• Als de sluitertijd onder een bepaalde snelheid belandt, wordt de NR trage-sluitertijdfunctie ingeschakeld
om beeldruis te verminderen en verschijnt [NR] op het scherm.
• Als u trage sluitertijden selecteert, duurt het even om de gegevens te verwerken.
32
Beelden weergeven
(Weergavezoom)/
(Index)-toets
(Weergavezoom)-toets
(Weergave)toets
MENU-toets
z-toets
HOME-toets
v/V/b/B-toets
1 Druk op
(Weergave).
Basishandelingen
Regeltoets
• Als u op
(Weergave) drukt wanneer de camera is uitgeschakeld, wordt de camera automatisch
ingeschakeld en ingesteld op de weergavefunctie. Als u wilt terugkeren naar de opnamefunctie, drukt
u nogmaals op
(Weergave).
2 Selecteer een beeld met b/B op de regeltoets.
Film:
Druk op z om een film af te spelen. (Druk nogmaals op z om het afspelen te stoppen.)
Druk op B om snel vooruit te spoelen, druk op b als u wilt terugspoelen. (Druk op z om
terug te keren naar normale weergave.)
Druk op V om het scherm voor volumeregeling weer te geven en druk op b/B om het
volume aan te passen.
• Films met beeldformaat [320] worden kleiner weergegeven.
/
Een vergroot beeld weergeven (Weergavezoom)
Druk op
wanneer een stilstaand beeld wordt weergegeven.
Druk op
om het zoomen ongedaan te maken.
Pas de positie aan met v/V/b/B.
Druk op z om de weergavezoom te annuleren.
• Zie [Trimmen] (pagina 58) voor het opslaan van vergrootte beelden.
33
Beelden weergeven
Om een indexscherm weer te geven
Druk op
(Index) om het indexscherm weer te geven terwijl een stilstaand beeld wordt
weergegeven.
Selecteer een beeld met v/V/b/B.
Als u wilt terugkeren naar het scherm met één beeld, drukt u op z.
• U kunt het indexscherm ook openen door [
Indexweergave] te selecteren vanuit
(Beelden bekijken) in het HOME-scherm.
• Elke keer u op
(Index) drukt, wordt het aantal beelden op het indexscherm verhoogd.
• Selecteer de selectiebalk voor mappen met b en selecteer vervolgens de gewenste map met
v/V als u de "Memory Stick Duo" gebruikt en er meerdere mappen zijn.
Selectiebalk voor mappen
34
Beelden verwijderen
(Index)-toets
(Weergave)-toets
MENU-toets
Regeltoets
1 Druk op de
(Weergave)-toets.
Basishandelingen
z-toets
v/V/b/B-toets
2 Druk op MENU tijdens weergave in de enkelbeeldfunctie of indexfunctie.
3 Selecteer
[Wissen] met v op de regeltoets.
4 Selecteer de gewenste verwijderingsmethode met b/B uit [Dit beeld],
[Meerdere beelden] en [Alle in deze map] en druk vervolgens op z.
35
Beelden verwijderen
Wanneer u [Dit beeld] selecteert
U kunt het geselecteerde beeld verwijderen.
Selecteer [OK] met v en druk vervolgens op z.
Wanneer u [Meerdere beelden] selecteert
U kunt meerdere beelden gelijktijdig selecteren en verwijderen.
1 Selecteer de beelden die u wilt verwijderen en druk op z.
(vinkje) verschijnt in het selectievakje van het beeld.
Enkelbeeld
Indexweergave
2 Druk op MENU.
3 Selecteer [OK] met v en druk vervolgens op z.
Wanneer u [Alle in deze map] selecteert
U kunt alle beelden in een geselecteerde map verwijderen.
Selecteer [OK] met v en druk vervolgens op z.
• U kunt ook alle beelden in een map verwijderen nadat u [Meerdere beelden] selecteert op het
indexscherm. Selecteer de selectiebalk voor mappen met b en plaats een
map.
36
(vinkje) bij de
Meer informatie over de verschillende functies –
HOME/Menu
Het HOME-scherm gebruiken
Het HOME-scherm is een portaalscherm voor alle functies van de camera en kan worden
opgeroepen, ongeacht de functie-instelling (opnemen/weergeven).
Regeltoets
HOME-toets
Basishandelingen
z-toets
v/V/b/B-toets
1 Druk op HOME om het HOME-scherm weer te geven.
Categorie
Item
Gids
2 Selecteer een categorie met b/B op de regeltoets.
3 Selecteer een item met v/V en druk vervolgens op z.
• U kunt het HOME-scherm niet weergeven wanneer een PictBridge-aansluiting of een USB-
verbinding tot stand is gebracht.
• De camera wordt op de opnamefunctie of weergavefunctie ingesteld door nogmaals op
HOME te drukken.
37
Meer informatie over de verschillende functies – HOME/Menu
HOME-items
Als u op de HOME-toets drukt, worden de volgende items weergegeven. De gids geeft meer
informatie over de items weer op het scherm.
Categorieën
Items
Opnemen*
Opnemen (pagina 23)
Beelden bekijken
Enkelbeeld (pagina 53)
Indexweergave (pagina 53)
Diavoorstelling (pagina 53)
Afdrukken, Overig
Afdrukken (pagina 97)
Muziek-tool (pagina 92)
Downl. muz.
Geheugen beheren
Format. muz.
Geheugen-tool
Memory Stick tool (pagina 64)
Formatteren
Opnamemap maken
Opnamemap wijz.
Kopiëren
Intern geheugen-tool (pagina 67)
Formatteren
Instellingen
Hoofdinstellingen
Hoofdinstellingen 1 (pagina 68)
Pieptoon
Functiegids
Initialiseren
Hoofdinstellingen 2 (pagina 69)
USB-aansl.
COMPONENT
Video-uit
Opname-instellingen
Opname-instellingen 1 (pagina 71)
AF-verlicht.
Stramienlijn
AF-functie
Digitale zoom
Conversielens
Opname-instellingen 2 (pagina 74)
Auto Review
Klokinstellingen (pagina 75)
Language Setting (pagina 76)
* De geselecteerde opnamemodus die met de modusknop is geselecteerd, wordt toegepast.
38
Meer informatie over de verschillende functies – HOME/Menu
De menu-items gebruiken
Regeltoets
MENU-toets
1 Druk op MENU om het menu weer te geven.
Basishandelingen
z-toets
v/V/b/B-toets
Functiegids
Door [Functiegids] in te stellen op [Uit]
schakelt u de functiegids uit (pagina 68).
• Het menu wordt alleen weergegeven tijdens de opname- en weergavefunctie.
• Verschillende items zijn beschikbaar afhankelijk van de geselecteerde functie.
2 Selecteer een gewenst menu-item met v/V op de regeltoets.
• Als het gewenste item is verborgen, blijft u op v/V drukken tot het item op het scherm wordt
weergegeven.
3 Selecteer een instelling met b/B.
Gezichtsherkenning
Aan
Gezichten herk.; scherpst.+
andere inst. eraan aanpassen
• Als de gewenste instelling is verborgen, blijft u op b/B drukken tot de instelling op het scherm wordt
weergegeven.
• Selecteer een item in de weergavefunctie en druk op z.
4 Druk op MENU om het menu uit te schakelen.
39
Menu-items
De beschikbare menu-items verschillen afhankelijk van de functie-instelling (opnemen/
weergeven) en de positie van de modusknop in de opnamemodus. Alleen de beschikbare items
worden op het scherm weergegeven.
( : beschikbaar)
Stand modusknop:
P
M
—
—
—
—
Scène
Opnamemenu (pagina 41)
Scènekeuze
—
*
—
Beeldformaat
Gezichtsherkenning
Opn.functie
*
—
*
—
Kleurfunctie
—
—
ISO
—
—
EV
—
—
Lichtmeetfun.
—
—
Scherpstellen
—
—
Witbalans
—
*
Flitsniveau
—
—
—
*
—
Rode-ogeneffect
Contrast
—
—
—
Scherpte
—
—
—
SteadyShot
—
SETUP
* De bewerking is beperkt op basis van de geselecteerde scènekeuzefunctie (pagina 29).
Weergavemenu (pagina 56)
(Wissen)
(Bijwerken)
(Diavoorstelling)
(Beveiligen)
(Afdrukken)
(Roteren)
40
(Map kiezen)
De opnamefuncties gebruiken
Opnamemenu
Hieronder worden de functies beschreven die beschikbaar zijn in de opnamemodus via de
MENU-toets.
zie pagina 39 voor meer informatie over de bediening van het menu.
De selecteerbare functie wordt in het wit weergegeven.
Functies die via het menuscherm geselecteerd
zijn als de modusknop op SCN is ingesteld.
Niet beschikbaar
.
Scènekeuze: de scènekeuze selecteren
De scènekeuze in het menu selecteren.
U kunt beelden opnemen met de instellingen vooraf ingesteld om met de scèneomstandigheden overeen te komen (pagina 28).
De opnamefuncties gebruiken
De standaardinstellingen worden aangegeven met
Beeldformaat: het beeldformaat selecteren
Voor stilstaande beelden
Hiermee wordt het beeldformaat geselecteerd voor het
opnemen van stilstaande beelden. Zie pagina 11 en 12 voor
meer informatie.
Voor films
(Fijn)
(Standaard)
Hiermee wordt het beeldformaat geselecteerd voor het
opnemen van films. zie pagina 12 voor meer informatie.
41
Opnamemenu
Voor meer informatie over de
bediening 1 pagina 39
Gezichtsherkenning: het gezicht van het onderwerp herkennen
Hiermee selecteert u of u de functie voor gezichtsherkenning wilt gebruiken.
(Aan)
Bij de functie voor gezichtsherkenning worden ook de
instellingen voor scherpstelling, flitser, belichting, witbalans
en het rode-ogeneffect automatisch bepaald.
Markering gezichtsherkenning
Frame gezichtsherkenning
(Uit)
Maakt geen gebruik van de gezichtsherkenningsfunctie.
• Wanneer [Gezichtsherkenning] is ingesteld op [Aan]:
– U kunt de AF-verlichting niet gebruiken.
– U kunt de digitale zoomfunctie niet gebruiken.
• Alleen beschikbaar voor [Soft Snap], de standaardinstelling is [Aan].
• Er kunnen maximaal 8 gezichten in de onderwerpen worden herkend. Wanneer u opnamen
maakt met [Soft Snap], kunnen er echter maximaal 2 gezichten worden herkend.
• Wanneer de camera meerdere onderwerpen herkent, zal de camera bepalen wat het
hoofdonderwerp is en de scherpstelling instellen met voorrang.
• Het frame waarop is scherpgesteld, wordt groen door de sluiterknop half in te drukken. Er
wordt ook op alle onderwerpen scherpgesteld die zich op gelijke afstand van het
scherpgestelde onderwerp bevinden, zelfs als de frames niet groen worden.
• Afhankelijk van de omstandigheden kan gezichtsherkenning mislukken.
42
Opnamemenu
Voor meer informatie over de
bediening 1 pagina 39
Opn.functie: de functie voor continu opnemen selecteren
Hiermee kunt u selecteren of de camera continu opneemt wanneer u de sluiterknop indrukt.
(Normaal)
(Burst)
Er wordt niet continu opgenomen.
Hiermee worden 100 beelden achter elkaar opgenomen
wanneer u de sluiterknop ingedrukt houdt.
BRK±0,7EV
BRK±1,0EV
(Niet flitsen).
Hiermee wordt een reeks van drie beelden opgenomen
waarbij de belichtingswaarden automatisch iets worden
verschoven (Exposure Bracket).
Hoe groter de waarde van de bracket-stap, hoe groter de
verschuiving van de belichtingswaarde.
• Wanneer u de juiste belichting niet kunt bepalen, maakt u
opnamen in de Exposure Bracket-functie, zodat de
belichtingswaarde wordt verschoven. U kunt achteraf het beeld
kiezen met de beste belichting.
De opnamefuncties gebruiken
• De flitser is ingesteld op
BRK±0,3EV
• Wanneer de modusknop is ingesteld op
, is de Exposure
Bracket-functie niet beschikbaar.
• De flitser is ingesteld op
(Niet flitsen).
De Burst-functie
• Als u opneemt met de zelfontspanner, wordt een reeks van maximaal vijf beelden opgenomen.
• Als u opneemt met de modusknop ingesteld op M, kunt u geen sluitersnelheid van 1/3 seconden of trager
selecteren.
• De opname-interval bedraagt ongeveer 0,51 seconden. Het opname-interval wordt mogelijk langer,
afhankelijk van de instelling voor het beeldformaat.
• Als de accu bijna leeg is, of als het interne geheugen of de "Memory Stick Duo" vol is, stopt de Burstfunctie.
Over de Exposure Bracket-functie
• De scherpstelling en de witbalans worden voor het eerste beeld ingesteld, en deze instellingen worden ook
gebruikt voor de andere beelden.
• Als u opneemt met de modusknop ingesteld op M, kunt u geen sluitersnelheid van 1/3 seconden of trager
selecteren.
• Als u de belichting handmatig aanpast (pagina 45), wordt de belichting verschoven aan de hand van de
aangepaste helderheid.
• De opname-interval bedraagt ongeveer 0,51 seconden.
43
Opnamemenu
Voor meer informatie over de
bediening 1 pagina 39
• Als het onderwerp te helder of te donker is, kunt u wellicht niet goed opnemen met de geselecteerde
waarde voor de bracket-stap.
Kleurfunctie: de helderheid van het beeld wijzigen of speciale effecten toevoegen
U kunt de helderheid van het beeld wijzigen, in combinatie met effecten.
44
(Normaal)
Het beeld wordt ingesteld op standaardkleuren.
(Levendig)
Het beeld wordt ingesteld op heldere, diepe kleuren.
(Natuurlijk)
Beeld instellen op rustige kleuren.
(Sepia)
Het beeld wordt ingesteld op sepia.
(Z-W)
Het beeld wordt ingesteld op zwart/wit.
Opnamemenu
Voor meer informatie over de
bediening 1 pagina 39
• Wanneer u films opneemt, kunt u alleen [Normaal], [Sepia] of [Z-W] selecteren.
ISO: de lichtgevoeligheid selecteren
Lage ISO-gevoeligheid
Hoge ISO-gevoeligheid
(Autom.)
U kunt beeldwazigheid op donkere plaatsen terugdringen of
onderwerpen verplaatsen door de ISO-gevoeligheid te
verhogen (kies een hogere waarde). Beelden bevatten echter
meer ruis naarmate de waarde van de ISO-gevoeligheid
toeneemt. Kies een ISO-gevoeligheid volgens de opnameomstandigheden.
De opnamefuncties gebruiken
Selecteert de ISO-gevoeligheid
• Voor meer informatie over de ISO-gevoeligheid, zie pagina 9.
• U kunt alleen kiezen uit [ISO AUTO], [ISO 100] van [ISO 400] indien de camera is ingesteld op Burst of
Exposure Bracket.
• Als u opneemt bij heldere omstandigheden, verhoogt de camera automatisch de tinten om te voorkomen
dat beelden erg licht worden (behalve wanneer [ISO] is ingesteld op [ISO 100].).
EV: de lichtintensiteit instellen
Hiermee kunt u de belichting handmatig
aanpassen.
Naar –
Naar +
–2.0EV
Naar –: maakt een beeld donkerder.
0EV
De belichting wordt automatisch bepaald door de camera.
+2.0EV
Naar +: maakt het beeld helderder.
• Voor meer informatie over de belichting, zie pagina 9.
• De compensatiewaarde kan worden ingesteld in stappen van 1/3EV.
45
Opnamemenu
Voor meer informatie over de
bediening 1 pagina 39
• Wanneer u een onderwerp onder bijzonder heldere of donkere omstandigheden opneemt of wanneer u de
flitser gebruikt, kan de belichting wellicht niet goed worden ingesteld.
Lichtmeetfun.: de lichtmeetfunctie selecteren
Hiermee kunt u de lichtmeetfunctie selecteren die bepaalt welk gedeelte van het onderwerp
wordt gemeten voor de berekening van de belichting.
(Multi)
Hiermee wordt het beeld opgedeeld in meerdere gedeelten en
wordt op elk gedeelte een lichtmeting uitgevoerd. De camera
berekent een uitgebalanceerde belichting (Lichtmeting met
meerdere patronen).
(Midden)
Hiermee wordt het midden van het beeld gebruikt voor de
lichtmeting en wordt de belichting berekend aan de hand van
de helderheid van dat gedeelte van het onderwerp
(Lichtmeting met nadruk op het midden).
(Punt)
(Alleen voor stilstaande
beelden)
Hiermee wordt slechts een gedeelte van het onderwerp
gebruikt voor de lichtmeting (Puntlichtmeting).
• Deze functie is handig wanneer het onderwerp tegenlicht heeft
of wanneer er een sterk contrast is tussen het onderwerp en de
achtergrond.
Dradenkruis van de
puntlichtmeting
Plaats dit op het onderwerp
• Voor meer informatie over de belichting, zie pagina 9.
• Bij gebruik van puntlichtmeting of lichtmeting met nadruk op het midden kunt u het beste [Scherpstellen]
instellen op [Midden-AF] om scherp te stellen op de plaats van de lichtmeting (pagina 47).
46
Opnamemenu
Voor meer informatie over de
bediening 1 pagina 39
Scherpstellen: de scherpstelmethode wijzigen
U kunt de scherpstellingsmethode wijzigen. Gebruik het menu als het moeilijk is goed scherp
te stellen met de functie voor automatische scherpstelling.
(Multi-AF)
Hiermee wordt automatisch scherpgesteld op een onderwerp
in het hele bereik van het zoekerframe.
• Deze functie is handig wanneer het onderwerp zich niet in het
midden van het frame bevindt.
Aanduiding voor AFbereikzoekerframe
(Midden-AF)
(Alleen voor stilstaande
beelden)
Hiermee wordt automatisch scherpgesteld op een onderwerp
in het midden van het zoekerframe.
• Als u dit gebruikt met de AF-vergrendelfunctie, kunt u de
gewenste beeldcompositie opnemen.
De opnamefuncties gebruiken
AF-bereikzoekerframe
(Alleen voor stilstaande
beelden)
AF-bereikzoekerframe
Aanduiding voor AFbereikzoekerframe
(Punt-AF)
(Alleen voor stilstaande
beelden)
Hiermee wordt automatisch scherpgesteld op een zeer klein
onderwerp of een klein gebied.
• Als u dit gebruikt met de AF-vergrendelfunctie, kunt u de
gewenste beeldcompositie opnemen. Houd de camera stevig
vast zodat het onderwerp en het AF-bereikzoekerframe op één
lijn blijven.
AF-bereikzoekerframe
Aanduiding voor AFbereikzoekerframe
47
Opnamemenu
Voor meer informatie over de
bediening 1 pagina 39
0.5 m
Hiermee wordt scherpgesteld op het onderwerp met een
vooraf gedefinieerde afstand tot het onderwerp. (Vooraf
ingestelde scherpstelling)
1.0 m
3.0 m
7.0 m
(onbeperkte afstand)
• Gebruik "Vooraf ingestelde scherpstelling" als het moeilijk is
om een goede scherpstelling te bekomen met automatisch
scherpstellen, zoals wanneer u een onderwerp door een net of
venster opneemt.
• AF betekent Auto Focus (Automatische scherpstelling).
• Houd rekening met een foutmarge bij het instellen van de afstand voor "Focus instellen". De zoom naar de
T-kant instellen of de lens omhoog of omlaag richten zorgt voor meer fouten.
• Wanneer u de digitale zoomfunctie of de AF-verlichting gebruikt, wordt het AF-bereikzoekerframe
uitgeschakeld en in een stippellijn weergegeven. In dit geval wordt voor de scherpstelling voorrang
gegeven aan onderwerpen rond het midden van het frame.
z Als er niet is scherpgesteld op het onderwerp
Wanneer u opneemt met het onderwerp aan de rand van het frame (of het scherm) of wanneer u [MiddenAF] of [Punt-AF] gebruikt, zal de camera mogelijk niet scherpstellen op een onderwerp aan de rand van het
frame.
P
96
In dergelijke gevallen doet u het volgende:
1 Stel het beeld opnieuw samen zodat het onderwerp zich in het midden van de AF-bereikzoeker
bevindt en druk de sluiterknop half in om scherp te stellen op het onderwerp (AF-vergrendeling).
AF-bereikzoekerframe
Aanduiding voor AE/AF-vergrendeling
Zolang u de sluiterknop niet volledig indrukt, kunt u de procedure zo vaak u wilt opnieuw
uitvoeren.
2 Wanneer de aanduiding voor AE/AF-vergrendeling ophoudt met knipperen en blijft branden,
keert u terug naar het samengestelde beeld en drukt u de sluiterknop volledig in.
48
Opnamemenu
Voor meer informatie over de
bediening 1 pagina 39
Witbalans: de kleurtinten aanpassen
Wijzigt de kleurtonen volgens de omliggende lichtomstandigheden. Gebruik deze functie als
de beeldkleur onnatuurlijk lijkt.
(Autom.)
Hiermee wordt de witbalans automatisch ingesteld.
Hiermee wordt gecompenseerd voor het buitenshuis opnemen
bij heldere hemel, zonsondergang, nachtelijke scènes,
neonreclame of vuurwerk.
(Bewolkt)
Hiermee wordt gecompenseerd voor een bewolkte lucht of
schaduwrijke omgeving.
(Fluorescerend licht 1)/
(Fluorescerend licht 2)/
(Fluorescerend licht 3)
[Fluorescerend licht 1]: hiermee wordt gecompenseerd voor
wit fluorescerende verlichting.
[Fluorescerend licht 2]: hiermee wordt gecompenseerd voor
natuurlijk wit fluorescerende verlichting.
[Fluorescerend licht 3]: hiermee wordt gecompenseerd voor
dagwit fluorescerende verlichting.
n (Gloeilamp)
De opnamefuncties gebruiken
(Daglicht)
Hiermee wordt gecompenseerd voor plaatsen onder een
gloeilamp of onder felle verlichting, zoals in een fotostudio.
49
Opnamemenu
(Flitser)
Voor meer informatie over de
bediening 1 pagina 39
Hiermee wordt gecompenseerd voor de flitser.
• U kunt dit item niet selecteren als u films opneemt.
• Zie pagina 10 voor meer informatie over de witbalans.
• Het is mogelijk dat de witbalansfunctie niet goed werkt onder fluorescerende lampen die flikkeren, zelfs
niet als u [Fluorescerend licht 1], [Fluorescerend licht 2] of [Fluorescerend licht 3] hebt ingesteld.
• Behalve in de functie [Flitser] is [Witbalans] ingesteld op [Autom.] wanneer u beelden opneemt met
flitser.
Flitsniveau: hiermee kunt u de hoeveelheid flitslicht instellen
Hiermee kunt u de hoeveelheid flitslicht instellen.
•
•
•
•
+2.0EV
Naar +: hiermee wordt het flitsniveau hoger.
0EV
De hoeveelheid flitslicht die de camera automatisch bijstelt.
–2.0EV
Naar –: hiermee wordt het flitsniveau lager.
Het flitsniveau kan worden ingesteld in stappen van 1/3EV.
De waarde is niet zichtbaar op het scherm. Het wordt aangegeven als
of
.
Zie pagina 26 voor meer informatie over het wijzigen van de flitsfunctie.
Als het onderwerp te licht of te donker is, heeft deze aanpassing mogelijk geen invloed.
Rode-ogeneffect: het rode-ogeneffect beperken
De flitser gaat twee of meer keren voor het
opnemen af om het rode-ogeneffect te
verminderen tijdens het gebruik van de flitser.
50
Opnamemenu
Voor meer informatie over de
bediening 1 pagina 39
(Autom.)
Vermindert het rode-ogeneffect wanneer dat nodig is, behalve
wanneer u de functie Gezichtsherkenning gebruikt.
(Aan)
De flitser gaat altijd af om het rode-ogeneffect te beperken.
(Uit)
Hiermee wordt de beperking van het rode-ogeneffect niet
gebruikt.
Contrast: het contrast instellen
Hiermee wijzigt u het contrast van het beeld.
(–)
Naar –: vermindert het contrast.
De opnamefuncties gebruiken
• Houd de camera stevig vast tot de sluiter wordt vrijgegeven om wazige beelden te voorkomen. Het duurt
gewoonlijk een seconde nadat u op de sluiterknop hebt gedrukt. Zorg er ook voor dat het onderwerp in
deze tijd niet beweegt.
• Het rode-ogeneffect geeft mogelijk niet de gewenste resultaten. Het hangt af van individuele verschillen
en omstandigheden, zoals de afstand tot het onderwerp of als het onderwerp wegkeek van de voorflitser.
In een dergelijk geval kunt u het rode-ogeneffect aanpassen met [Bijwerken] in het weergavemenu nadat u
beelden hebt opgenomen (pagina 58).
• Wanneer de functie Gezichtsherkenning niet gebruikt wordt, werkt het rode-ogeneffect niet, ook al hebt u
[Autom.] geselecteerd.
(Normaal)
(+)
Naar +: verhoogt het contrast.
(DRO)
Hiermee wordt het contrast van het beeld automatisch
gewijzigd.
• Als u de flitser gebruikt en [Lichtmeetfun.] is ingesteld op
[Midden] of [Punt], wordt het contrast niet automatisch
gewijzigd.
Scherpte: de beeldscherpte wijzigen
Hiermee wijzigt u de beeldscherpte.
(–)
Naar –: maakt een beeld zachter.
(Normaal)
(+)
Naar +: maakt een beeld scherper.
51
Opnamemenu
Voor meer informatie over de
bediening 1 pagina 39
SteadyShot: de steadyshot-functie selecteren
Hiermee kunt u de steadyshot-functie selecteren.
(Opnemen)
De steadyshot-functie wordt geactiveerd als de sluiterknop
half ingedrukt wordt.
(Continu)
De steadyshot-functie is permanent geactiveerd.
Beeldstabilisatie is mogelijk, zelfs als er wordt ingezoomd op
een ver verwijderd onderwerp.
• De batterij verbruikt sneller zijn vermogen dan in de functie
[Opnemen].
(Uit)
Hiermee wordt de steadyshot-functie niet gebruikt.
• In de automatische opnamefunctie wordt [SteadyShot] ingesteld op [Opnemen].
• Wanneer u films opneemt, kunt u alleen [Continu] of [Uit] selecteren.
De standaardinstelling is ingesteld op [Continu].
• De steadyshot-functie functioneert in de volgende gevallen wellicht niet goed.
– Als de bewegingen met de camera te hevig zijn.
– Bij een lange sluitertijd, bijvoorbeeld bij het opnemen van nachtelijke scènes.
SETUP: de opname-instellingen selecteren
Hiermee selecteert u de instellingen voor de opnamefunctie. De items die in dit menu worden
weergegeven, zijn dezelfde als in [
Opname-instellingen] in het HOME-scherm. Zie
pagina 38.
52
De weergavefuncties gebruiken
Beelden weergeven vanaf het HOMEscherm
U kunt kiezen op welke manier de beelden moeten worden weergegeven.
HOME-toets
1 Druk op HOME.
2 Selecteer
(Beelden bekijken) met b/B op de regeltoets.
3 Selecteer de gewenste weergavemethode met v/V.
(Enkelbeeld): één beeld weergeven
(Indexweergave): een lijst met beelden afspelen
Hiermee wordt een lijst met beelden uit de geselecteerde map weergegeven. U kunt hiervoor
ook op
(Index) drukken (pagina 34).
(Diavoorstelling): een reeks beelden afspelen
1 Selecteer [
Diavoorstelling] in het HOME-scherm.
De weergavefuncties gebruiken
Hiermee wordt het laatst opgenomen beeld weergegeven. U kunt hiervoor ook op
(Weergave) drukken (pagina 33).
2 Selecteer [Start] met v/V en druk vervolgens op z om de weergave te starten.
De diavoorstelling onderbreken
Druk op z.
Selecteer [Verder] met v/V en druk vervolgens op z om opnieuw te starten.
• De diavoorstelling gaat verder vanaf het beeld dat werd onderbroken. De muziek begint echter weer vanaf
het begin.
53
Beelden weergeven vanaf het HOME-scherm
Het vorige/volgende beeld weergeven
Druk op b/B terwijl de diavoorstelling is onderbroken.
Het volume van de muziek aanpassen
Druk op V om het scherm voor volumeregeling weer te geven en druk op b/B om het volume
aan te passen.
De diavoorstelling beëindigen
Selecteer [Sluiten] met v/V terwijl de diavoorstelling is onderbroken en druk vervolgens op
z.
De instellingen wijzigen
De standaardinstellingen worden aangegeven met
.
Beeld
U kunt alleen selecteren wanneer u een "Memory Stick Duo" gebruikt (niet bijgeleverd)
Map
Alle beelden in de geselecteerde map worden weergegeven.
Alle beelden
Alle beelden op een "Memory Stick Duo" worden op
volgorde weergegeven.
Effecten
Eenvoudig
Een eenvoudige diavoorstelling die geschikt is voor veel
verschillende scènes
Nostalgisch
Een donkere diavoorstelling die vergelijkbaar is met de
atmosfeer van een filmscène
Stijlvol
Een stijlvolle diavoorstelling met een gemiddelde snelheid
Actief
Een diavoorstelling met een hoge snelheid voor actieve
scènes
Normaal
Een standaarddiavoorstelling waarbij beelden worden
gewijzigd volgens een vooraf ingesteld interval
• Wanneer u ingesteld hebt op [Eenvoudig], [Nostalgisch], [Stijlvol] of [Actief] kunnen alleen stilstaande
beelden worden weergegeven.
• Wanneer [Normaal] is geselecteerd, wordt [Muziek] vastgesteld op [Uit]. U kunt echter het geluid van
films horen.
54
Beelden weergeven vanaf het HOME-scherm
Muziek
De muziek die wordt afgespeeld, wordt standaard bepaald volgens het effect dat u selecteert. U
kunt zelf om het even welke muziek instellen met elk gewenst effect.
Music 1
De standaardinstelling voor een diavoorstelling met de
instelling [Eenvoudig]
Music 2
De standaardinstelling voor een diavoorstelling met de
instelling [Nostalgisch]
Music 3
De standaardinstelling voor een diavoorstelling met de
instelling [Stijlvol]
Music 4
De standaardinstelling voor een diavoorstelling met de
instelling [Actief]
Uit
Instelling voor een diavoorstelling met de instelling
[Normaal]. Geen muziek beschikbaar
3 sec
5 sec
Het weergave-interval van beelden voor een diavoorstelling
met de instelling [Normaal] instellen.
10 sec
30 sec
1 min
Autom.
Het interval is ingesteld zodat dit geschikt is voor het
geselecteerde [Effecten]-item.
De instelling is vastgesteld op [Autom.] wanneer [Normaal]
niet is geselecteerd bij [Effecten].
De weergavefuncties gebruiken
Interval
Herhalen
Aan
De weergave van de beelden wordt continu herhaald.
Uit
Nadat alle beelden zijn weergegeven, wordt de
diavoorstelling beëindigd.
z Muziekbestanden toevoegen/wijzigen
U kunt een gewenst muziekbestand van uw CD of MP3-bestanden overbrengen naar een camera voor
weergave tijdens een diavoorstelling. U kunt muziek overbrengen met [
Muziek-tool] in
(Afdrukken, Overig) in het HOME-scherm en de software "Music Transfer" (bijgeleverd) die op een
computer is geïnstalleerd. Zie pagina 92 en 94 voor meer informatie.
• U kunt maximaal vier liedjes op de camera opnemen (de vier vooraf ingestelde liedjes (Music 1-4) kunnen
worden vervangen door de muziek die u overbrengt).
• De maximale lengte van elk muziekbestand voor weergave op de camera is 3 minuten.
• Als u geen muziekbestand kunt weergeven omdat het bestand beschadigd is of niet goed werkt, voer dan
[Format. muz.] (pagina 92) uit en breng de muziek opnieuw over.
55
Weergavemenu
Voor meer informatie over de
bediening 1 pagina 39
In dit gedeelte worden de menu-items besproken die beschikbaar zijn wanneer u op MENU
drukt in de weergavefunctie. zie pagina 39 voor meer informatie over de bediening van het
menu.
(Wissen): beelden verwijderen
Hiermee kunt u beelden selecteren en verwijderen in het scherm met één beeld of het
indexscherm, zie pagina 35.
(Dit beeld)
Hiermee verwijdert u het beeld dat momenteel is geselecteerd.
(Meerdere beelden)
Selecteert en verwijdert meerdere beelden.
(Alle in deze map)
Alle beelden in de geselecteerde map worden verwijderd.
(Diavoorstelling): een reeks beelden afspelen
Dit item heeft dezelfde functie als [
Zie pagina 53.
Diavoorstelling] in het HOME-scherm.
(Bijwerken): stilstaande beelden bijwerken
Voegt effecten toe of voert correcties uit op een opgenomen beeld en neemt het als een nieuw
bestand op. Het oorspronkelijke beeld wordt behouden.
Stilstaande beelden bijwerken
1 Selecteer de beelden die u wilt bijwerken in de enkelbeeldfunctie of in de indexfunctie.
2 Druk op MENU.
3 Selecteer [Bijwerken] met v/V op de regeltoets en druk vervolgens op z nadat u de gewenste
functie hebt geselecteerd met b/B.
4 Werk de beelden bij volgens onderstaande instructies voor elke bijwerkingsfunctie.
• Beelden kunnen niet worden bijgewerkt zolang de camera op een HD-televisie is aangesloten.
(Lagere beeldscherpte)
Maakt de omtrek van een gekozen punt in het beeld wazig om een
onderwerp te doen opvallen.
1 Stel het middelpunt van het beeld dat u wilt bijwerken in met
v/V/b/B en druk op MENU.
2 Selecteer [Niveau] met v en druk op z.
Selecteer het niveau van het bijwerken met v/V en druk
vervolgens opnieuw op z.
3 Pas het bereik dat u wilt bijwerken aan met W/T.
4 Selecteer [OK] met v/V en druk vervolgens op z.
56
Weergavemenu
(Gedeeltelijk kleur)
Voor meer informatie over de
bediening 1 pagina 39
Omgeeft een gekozen punt om een onderwerp monochroom te
doen opvallen.
1 Stel het middelpunt van het gewenste beeld dat u wilt
bijwerken in met v/V/b/B en druk vervolgens op MENU.
2 Pas het bereik dat u wilt bijwerken aan met W/T.
3 Selecteer [OK] met v en druk vervolgens op z.
(Vissenooglens)
Rondom een gekozen punt een vissenoogeffect toepassen.
(Stereffect)
Voegt een stereffect toe aan lichtbronnen.
De weergavefuncties gebruiken
1 Stel het middelpunt van het gewenste beeld dat u wilt
bijwerken in met v/V/b/B en druk vervolgens op MENU.
2 Selecteer [Niveau] met v en druk op z.
Selecteer het niveau van het bijwerken met v/V en druk
vervolgens opnieuw op z.
3 Selecteer [OK] met v/V en druk vervolgens op z.
1 Selecteer [Niveau] met v en druk op z.
Selecteer het niveau van het bijwerken met v/V en druk
vervolgens opnieuw op z.
2 Pas de gewenste lengte die u wilt bijwerken aan met W/T.
3 Selecteer [OK] met v/V en druk vervolgens op z.
57
Weergavemenu
(Trimmen)
Voor meer informatie over de
bediening 1 pagina 39
Neemt het ingezoomde weergavebeeld op.
1 Druk op W/T om in te zoomen op het gebied dat moet worden
bijgesneden.
2 Stel het punt in met v/V/b/B en druk op MENU.
3 Selecteer [Beeldformaat] met v en druk op z.
Selecteer een beeldformaat om op te nemen met v/V en druk
vervolgens opnieuw op z.
4 Selecteer [OK] met v/V en druk vervolgens op z.
• Het beeldformaat dat u kunt bijsnijden, kan verschillen afhankelijk
van het beeld.
• De beeldkwaliteit van bijgesneden beelden kan afnemen.
(Rode-ogen-correctie)
Corrigeert het rode-ogen-fenomeen dat door een flitser wordt
veroorzaakt.
Selecteer [OK] met v/V en druk vervolgens op z.
• Het is mogelijk dat u rode ogen niet kunt corrigeren, afhankelijk van
het beeld.
(Beveiligen): voorkomen dat gegevens per ongeluk worden gewist
Hiermee kunt u de beelden beveiligen tegen per ongeluk wissen. Op een beveiligd beeld wordt
de aanduiding
weergegeven.
(Dit beeld)
Het geselecteerde beeld wordt beveiligd/de vergrendeling wordt
opgeheven.
(Meerdere beelden)
Er worden meerdere beelden geselecteerd en deze worden
beveiligd/de vergrendeling wordt opgeheven.
Een beeld beveiligen
1 Selecteer de beelden die u wilt beveiligen in de enkelbeeldfunctie of in de indexfunctie.
2 Druk op MENU.
58
Weergavemenu
Voor meer informatie over de
bediening 1 pagina 39
3 Selecteer [Beveiligen] met v/V op de regeltoets, [Dit beeld] met b/B en druk vervolgens op z.
Beelden selecteren en beveiligen
1 Druk op MENU in de enkelbeeldfunctie of in de indexfunctie.
2 Selecteer [Beveiligen] met v/V, selecteer [Meerdere beelden] met b/B en druk vervolgens op
z.
In de enkelbeeldfunctie:
3 Selecteer het beeld dat u wilt beveiligen met b/B en druk vervolgens op z.
Het geselecteerde beeld wordt gemarkeerd met .
6 Selecteer [OK] met v en druk vervolgens op z.
In de indexfunctie:
3 Selecteer het beeld dat u wilt beveiligen met v/V/b/B en druk vervolgens op z.
Het geselecteerde beeld wordt gemarkeerd met
.
4 Herhaal stap 3 om andere beelden te beveiligen.
5 Om alle beelden in een map te selecteren, selecteer de selectiebalk voor mappen met b en druk
vervolgens op z.
De geselecteerde map wordt gemarkeerd met
.
De weergavefuncties gebruiken
4 Druk op b/B om andere beelden die u wilt beveiligen weer te geven en druk op z.
5 Druk op MENU.
6 Druk op MENU.
7 Selecteer [OK] met v en druk vervolgens op z.
De beveiliging annuleren
Selecteer het beeld waarvan u de beveiliging wilt annuleren en verwijder de vergrendeling
door de procedure voor het beveiligen nogmaals te herhalen.
De aanduiding
(Beveiligen) verdwijnt.
• Houd er rekening mee dat bij het formatteren alle gegevens op het opnamemedium worden
gewist, zelfs als de beelden zijn beveiligd, en dat deze gegevens niet kunnen worden
hersteld.
• Het beveiligen van een beeld kan enige tijd duren.
59
Weergavemenu
Voor meer informatie over de
bediening 1 pagina 39
: een afdrukmarkering toevoegen
Hiermee voegt u een afdrukmarkering (
Zie pagina 100.
) toe aan beelden die u wilt afdrukken.
(Dit beeld)
Het beeld dat nu wordt geselecteerd, krijgt een DPOFaanduiding. Wis de DPOF-aanduiding als het geselecteerde beeld
een DPOF-teken draagt.
(Meerdere beelden)
Selecteert beelden en voegt er DPOF-aanduidingen aan toe. Wist
DPOF-tekens die al werden toegevoegd.
(Afdrukken): beelden afdrukken met een printer
Beelden afdrukken die met de camera werden gemaakt.
Zie pagina 97.
(Roteren): een stilstaand beeld roteren
Hiermee kunt u een stilstaand beeld roteren.
1 Geef het beeld weer dat u wilt roteren.
2 Druk op MENU om het menu weer te geven.
3 Selecteer [Roteren] met v/V op de regeltoets en druk vervolgens op z.
4 Selecteer [
] en roteer vervolgens het beeld met b/B.
5 Selecteer [OK] met v/V en druk vervolgens op z.
• U kunt beveiligde beelden of films niet roteren.
• Beelden die met andere camera's zijn opgenomen, kunnen soms niet worden geroteerd.
• Wanneer u beelden op een computer weergeeft, wordt de beeldrotatie wellicht niet toegepast, afhankelijk
van de gebruikte software.
60
Weergavemenu
Voor meer informatie over de
bediening 1 pagina 39
(Map kiezen): een map selecteren voor het weergeven van beelden
Hiermee kunt u de map selecteren met het beeld dat u wilt weergeven wanneer u de camera
met een "Memory Stick Duo" gebruikt.
1 Selecteer de gewenste map met b/B op de regeltoets.
2 Selecteer [OK] met v en druk vervolgens op z.
Het selecteren van een map annuleren
Selecteer [Sluiten] in stap 2 en druk vervolgens op z.
De weergavefuncties gebruiken
z De mappen
De camera slaat de beelden op in een opgegeven map op de "Memory Stick Duo". U kunt de map wijzigen
of een nieuwe map maken.
• Een nieuwe map maken t [Opnamemap maken] (pagina 64)
• De map voor opgenomen beelden wijzigen t [Opnamemap wijz.] (pagina 65)
• Wanneer meerdere mappen zijn gemaakt op de "Memory Stick Duo" en het eerste of laatste beeld in de
map wordt weergegeven, worden de volgende aanduidingen weergegeven.
: naar de vorige map
: naar de volgende map
: naar de vorige of volgende map
61
De instellingen aanpassen
De functie Geheugen beheren en de
instellingen aanpassen
U kunt de standaardinstellingen wijzigen met
het HOME-scherm.
(Geheugen beheren) of
(Instellingen) in
z-toets
v/V/b/B-toets
Regeltoets
HOME-toets
1 Druk op HOME om het HOME-scherm weer te geven.
2 Selecteer
(Geheugen beheren) of
(Instellingen) met b/B op de
regeltoets.
3 Selecteer een item met v/V en druk vervolgens op z.
4 Selecteer het gewenste item met v/V.
• Dit is alleen functioneel als u
(Instellingen) selecteert.
5 Druk op B en selecteer de gewenste instelling met v/V en druk vervolgens
op z.
62
De functie Geheugen beheren en de instellingen aanpassen
6 Selecteer een instelling met v/V en druk vervolgens op z.
Het wijzigen van de instelling annuleren
Selecteer [Annul.] als deze optie beschikbaar is op het scherm en druk op z.
Druk op b als dat niet het geval is.
• Deze instelling blijft ook na het uitschakelen van de camera bewaard.
• De camera wordt op de opnamefunctie of weergavefunctie ingesteld door nogmaals op HOME te
drukken.
De instellingen aanpassen
63
Geheugen beheren
Voor meer informatie over de
bediening 1 pagina 62
Geheugen-tool — Memory Stick tool
Dit item wordt alleen weergegeven als een "Memory Stick Duo" in de camera is geplaatst.
Formatteren
Hiermee kunt u de "Memory Stick Duo" formatteren. Een in de handel verkrijgbare "Memory
Stick Duo" is al geformatteerd en kan onmiddellijk worden gebruikt.
• Houd er rekening mee dat bij het formatteren alle gegevens op de "Memory Stick Duo", waaronder de
beveiligde beelden, onherroepelijk worden verwijderd.
1 Selecteer [Formatteren] met v/V/b/B op de regeltoets en druk vervolgens op z.
Het bericht "Alle data in de Memory Stick wordt gewist" wordt weergegeven.
2 Selecteer [OK] met v en druk vervolgens op z.
Het formatteren begint.
Het formatteren annuleren
Selecteer [Annul.] in stap 2 en druk vervolgens op z.
Opnamemap maken
Hiermee kunt u een map op een "Memory Stick Duo" maken waarin beelden worden
opgenomen.
1 Selecteer [Opnamemap maken] met v/V/b/B op de regeltoets en druk vervolgens op z.
Het scherm voor het maken van mappen wordt weergegeven.
2 Selecteer [OK] met v en druk vervolgens op z.
Een nieuwe map wordt gemaakt met een nummer dat één hoger is dan het hoogste nummer, en
de nieuwe map wordt ingesteld als de nieuwe opnamemap.
Het maken van een map annuleren
Selecteer [Annul.] in stap 2 en druk vervolgens op z.
• Wanneer u geen nieuwe map maakt, wordt de map "101MSDCF" geselecteerd als opnamemap.
• U kunt mappen maken tot en met nummer "999MSDCF".
• U kunt een map niet met de camera verwijderen. Als u een map wilt verwijderen, moet u dit doen met een
computer, enzovoort.
• De beelden worden opgenomen in de nieuwe map totdat u een andere map maakt of een andere
opnamemap selecteert.
64
Geheugen beheren
Voor meer informatie over de
bediening 1 pagina 62
• Er kunnen maximaal 4.000 beelden in een map worden opgeslagen. Als de map vol is, wordt automatisch
een nieuwe map gemaakt.
• zie "Beeldbestandopslaglocaties en bestandsnamen" (pagina 87) voor meer informatie.
Opnamemap wijz.
Hiermee kunt u de huidige opnamemap wijzigen.
1 Selecteer [Opnamemap wijz.] met v/V/b/B op de regeltoets en druk vervolgens op z.
Het scherm voor het selecteren van mappen wordt weergegeven.
2 Selecteer de gewenste map met b/B en [OK] met v en druk vervolgens op z.
Het wijzigen van de opnamemap annuleren
Selecteer [Annul.] in stap 2 en druk vervolgens op z.
De instellingen aanpassen
• U kunt de map "100MSDCF" niet selecteren als opnamemap.
• U kunt opgenomen beelden niet verplaatsen naar een andere map.
65
Geheugen beheren
Voor meer informatie over de
bediening 1 pagina 62
Kopiëren
Hiermee kunt u alle beelden die in het interne geheugen zijn opgeslagen, kopiëren naar een
"Memory Stick Duo".
1 Plaats een "Memory Stick Duo" met voldoende opslagcapaciteit.
2 Selecteer [Kopiëren] met v/V/b/B op de regeltoets en druk vervolgens op z.
Het bericht "Alle data in het intern geheug. Gekopieerd" wordt weergegeven.
3 Selecteer [OK] met v en druk vervolgens op z.
Het kopiëren begint.
Het kopiëren annuleren
Selecteer [Annul.] in stap 3 en druk vervolgens op z.
• Gebruik een volledig opgeladen accu. Als u probeert beeldbestanden te kopiëren terwijl de accu bijna leeg
is, kan de accu helemaal leeg raken. Hierdoor kan het kopiëren mislukken en kunnen de gegevens zelfs
beschadigd raken.
• U kunt beelden voor kopiëren niet selecteren.
• De oorspronkelijke beelden blijven ook na het kopiëren bewaard in het interne geheugen. Als u de inhoud
van het interne geheugen wilt verwijderen, verwijdert u na het kopiëren eerst de "Memory Stick Duo" en
formatteert u vervolgens het interne geheugen ([Formatteren] in [Intern geheugen-tool]) (pagina 67).
• Een nieuwe map wordt aangemaakt op de "Memory Stick Duo" en alle gegevens worden ernaar
gekopieerd. U kunt geen specifieke map kiezen en er beelden naar kopiëren.
• De afdrukmarkeringen
op de beelden worden niet gekopieerd.
66
Geheugen beheren
Voor meer informatie over de
bediening 1 pagina 62
Geheugen-tool — Intern geheugen-tool
Dit item wordt niet weergegeven als een "Memory Stick Duo" in de camera is geplaatst.
Formatteren
Hiermee kunt u het interne geheugen formatteren.
• Houd er rekening mee dat bij het formatteren alle beeldgegevens in het interne geheugen, waaronder de
beveiligde beelden, onherroepelijk worden verwijderd.
1 Selecteer [Formatteren] met v/V/b/B op de regeltoets en druk vervolgens op z.
Het bericht "Alle data in het intern geheugen wordt gewist" wordt weergegeven.
2 Selecteer [OK] met v en druk vervolgens op z.
Het formatteren begint.
Het formatteren annuleren
Selecteer [Annul.] in stap 2 en druk vervolgens op z.
De instellingen aanpassen
67
Instellingen
Voor meer informatie over de
bediening 1 pagina 62
Hoofdinstellingen — Hoofdinstellingen 1
De standaardinstellingen worden aangegeven met
.
Pieptoon
Hiermee kunt u het geluid selecteren dat wordt weergegeven wanneer u de camera bedient.
Sluiter
Hiermee wordt het sluitergeluid ingeschakeld dat wordt
weergegeven als u de sluiterknop indrukt.
Aan
Hiermee wordt de pieptoon/het sluitergeluid ingeschakeld dat
wordt weergegeven als u de regeltoets/sluiterknop indrukt.
Uit
Hiermee wordt de pieptoon/het sluitergeluid uitgeschakeld.
Functiegids
Wanneer u de camera bedient, verschijnt de functiegids.
Aan
Hiermee wordt de functiegids weergegeven.
Uit
Hiermee wordt de functiegids niet weergegeven.
Initialiseren
Hiermee kunt u alle instellingen terugzetten op de standaardinstellingen. Zelfs als u deze
functie uitvoert, blijven de beelden die in het interne geheugen zijn opgeslagen, bewaard.
1 Selecteer [Initialiseren] met v/V/b/B op de regeltoets en druk vervolgens op z.
Het bericht "Alle instellingen initialiseren" verschijnt.
2 Selecteer [OK] met v en druk vervolgens op z.
Alle instellingen worden teruggezet op de standaardinstellingen.
Het initialiseren annuleren
Selecteer [Annul.] in stap 2 en druk vervolgens op z.
• Zorg ervoor dat de camera is uitgeschakeld bij het initialiseren.
68
Instellingen
Voor meer informatie over de
bediening 1 pagina 62
Hoofdinstellingen — Hoofdinstellingen 2
De standaardinstellingen worden aangegeven met
.
USB-aansl.
Hiermee kunt u de USB-modus selecteren wanneer de camera wordt aangesloten op een
computer of een PictBridge-compatibele printer met de kabel voor de multifunctionele
aansluiting.
Hiermee wordt de camera aangesloten op een PictBridgecompatibele printer (pagina 97). Wanneer u de camera
aansluit op een computer, wordt de kopieerwizard
automatisch gestart en worden de beelden in de opnamemap
op de camera naar de computer gekopieerd. (met
Windows XP/Vista, Mac OS X)
Mass Storage
Hiermee wordt een verbinding voor massaopslag gemaakt
tussen de camera en een computer of ander USB-apparaat
(pagina 85).
Autom.
De computer of PictBridge-compatibele printer wordt
automatisch herkend door de camera en een verbinding wordt
tot stand gebracht (pagina 85 en 97).
• Selecteer [PictBridge] als u de camera niet op een PictBridgecompatibele printer kunt aansluiten met de instelling [Autom.].
• Selecteer [Mass Storage] als u de camera niet op een computer
of een USB-apparaat kunt aansluiten met de [Autom.]instelling.
De instellingen aanpassen
PictBridge
COMPONENT
Hiermee selecteert u het video-uitgangssignaal, SD of HD(1080i), volgens de aangesloten
televisie zie pagina 77.
HD(1080i)
Selecteer dit item als u de camera wilt aansluiten op een HDtelevisie met 1080i.
SD
Selecteer dit item als u de camera wilt aansluiten op een
televisie die niet compatibel is met een HD(1080i)-signaal.
69
Instellingen
Voor meer informatie over de
bediening 1 pagina 62
Video-uit
Hiermee wordt het video-uitgangssignaal ingesteld overeenkomstig het televisiekleursysteem
van de aangesloten videoapparatuur. De kleursystemen voor televisies hangen af van het land
en de regio.
Als u de beelden op een televisie wilt bekijken, controleert u het televisiekleursysteem van het
land of de regio waar de camera wordt gebruikt (pagina 79).
70
NTSC
Hiermee wordt het video-uitgangssignaal ingesteld op de
NTSC-functie (bijvoorbeeld voor de Verenigde Staten en
Japan).
PAL
Hiermee wordt het video-uitgangssignaal ingesteld op de
PAL-functie (bijvoorbeeld voor Europa).
Instellingen
Voor meer informatie over de
bediening 1 pagina 62
Opname-instellingen — Opname-instellingen 1
De standaardinstellingen worden aangegeven met
.
AF-verlicht.
De AF-verlichting levert vullicht om gemakkelijker te kunnen scherpstellen op een onderwerp
in een donkere omgeving.
De AF-verlichting zendt rood licht uit zodat de camera gemakkelijk kan scherpstellen zodra
de sluiterknop half ingedrukt wordt gehouden totdat de scherpstelling is vergrendeld. Op dat
moment wordt de aanduiding
weergegeven.
Autom.
Hiermee wordt de AF-verlichting gebruikt.
Uit
Hiermee wordt de AF-verlichting niet gebruikt.
De instellingen aanpassen
• Als de AF-verlichting het onderwerp niet voldoende raakt of als het onderwerp onvoldoende contrast
heeft, kan niet worden scherpgesteld. (U kunt het beste een afstand van ongeveer 3,0 m (zoom: W)/2,9 m
(zoom: T) aanhouden.)
• De camera kan scherpstellen zolang de AF-verlichting het onderwerp bereikt, ongeacht of licht het
midden van het onderwerp al dan niet bereikt.
• U kunt de AF-verlichting niet gebruiken als:
– Scherpstelling vooraf is ingesteld (pagina 47).
–
(functie Geavanceerde sportopname),
(Landschap-functie), (Schemer-functie) of
(Vuurwerk-functie) is geselecteerd in de scènekeuzefunctie.
– [Gezichtsherkenning] is ingesteld op [Aan].
– [Conversielens] is ingesteld op [Telefoto], [Groothoek] of [Close-up].
• Wanneer u de AF-verlichting gebruikt, wordt het normale AF-bereikzoekerframe uitgeschakeld en wordt
een nieuw AF-bereikzoekerframe weergegeven met een stippellijn. AF werkt met voorrang voor
onderwerpen die zich in de buurt van het midden van het frame bevinden.
• De AF-verlichting zendt zeer helder licht uit. Hoewel er geen enkel gezondheidsgevaar bestaat, kunt u het
beste niet rechtstreeks van dichtbij in het lichtvenster van de AF-verlichting kijken.
Stramienlijn
Door de stramienlijnen als referentie te gebruiken, kunt u eenvoudig de horizontale/verticale
positie van een onderwerp bepalen.
Aan
Hiermee worden stramienlijnen weergegeven.
Uit
Hiermee wordt de stramienlijn niet weergegeven.
• De stramienlijnen worden niet opgenomen.
71
Instellingen
Voor meer informatie over de
bediening 1 pagina 62
AF-functie
Hiermee kunt u de werking van de automatische scherpstelling selecteren.
Enkelvoud.
Hiermee wordt het beeld automatisch scherpgesteld zodra u
de sluiterknop half indrukt. Deze functie is handig bij het
opnemen van stilstaande onderwerpen.
Monitor
Hiermee wordt het beeld automatisch scherpgesteld voordat u
de sluiterknop half indrukt. Met deze functie wordt de
benodigde tijd voor de scherpstelling korter.
• De batterij verbruikt sneller zijn vermogen dan in de functie
[Enkelvoud.].
• U kunt de AF-verlichting niet gebruiken als:
– [Gezichtsherkenning] is ingesteld op [Aan]:
–
(functie Geavanceerde sportopname) is geselecteerd in de scènekeuzefunctie.
Digitale zoom
Hiermee selecteert u de digitale zoomfunctie. De camera vergroot het beeld met de optische
zoomfunctie (tot maximaal 10×). Zodra de zoomvergrotingsfactor hoger wordt dan 10×,
gebruikt de camera de slimme-zoomfunctie of precisie-digitale-zoomfunctie.
Slim
(Slimme-zoomfunctie)
(
)
Vergroot het beeld digitaal binnen het bereik waar het beeld
niet zal worden vervormd, volgens het beeldformaat. Dit is
niet beschikbaar wanneer het beeldformaat is ingesteld op
[8M] of [3:2].
• De maximale zoomvergrotingsfactor in de slimme-zoomfunctie
wordt aangegeven in de volgende tabel.
Nauwkeurig
(Precisie-digitalezoomfunctie)
(
)
Hiermee worden alle beeldformaten maximaal 20× vergroot,
maar de beeldkwaliteit neemt af.
Uit
Hiermee wordt de digitale zoomfunctie niet gebruikt.
Beeldformaat en maximale zoomvergrotingsfactor bij gebruik van de slimme-zoomfunctie
Formaat
5M
72
Maximale zoomvergrotingsfactor
Ongeveer 12×
3M
Ongeveer 15×
VGA
Ongeveer 51×
16:9
Ongeveer 17×
Instellingen
Voor meer informatie over de
bediening 1 pagina 62
• U kunt de digitale zoomfunctie niet gebruiken als:
– [Gezichtsherkenning] is ingesteld op [Aan]:
–
(functie Geavanceerde sportopname) is geselecteerd in de scènekeuzefunctie.
Conversielens
Stelt in om de juiste scherpstelling te verkrijgen bij bevestiging van een conversielens (niet
bijgeleverd). Bevestig de adapterring (bijgeleverd) en bevestig vervolgens een conversielens.
Close-up (
Telefoto (
Groothoek (
Uit
)
Bevestigt een close-up-conversielens.
)
Bevestigt een teleconversielens.
)
Bevestigt een groothoekconversielens.
Bevestigt geen lens.
• Als u de ingebouwde flitser gebruikt, wordt het flitslicht mogelijk geblokkeerd, waardoor de schaduw
verschijnt.
• Het beschikbare zoombereik is beperkt.
• Het beschikbare scherpstelbereik is beperkt.
• Raadpleeg ook de gebruiksaanwijzing bij de conversielens.
De instellingen aanpassen
73
Instellingen
Voor meer informatie over de
bediening 1 pagina 62
Opname-instellingen — Opname-instellingen 2
De standaardinstellingen worden aangegeven met
.
Auto Review
Hiermee kunt u het opgenomen beeld onmiddellijk na de opname twee seconden op het
scherm weergeven.
Aan
Hiermee wordt de Auto Review-functie gebruikt.
Uit
Hiermee wordt de Auto Review-functie niet gebruikt.
• Als u de sluiterknop half indrukt, verdwijnt de weergave van het opgenomen beeld en kunt u onmiddellijk
het volgende beeld opnemen.
74
Instellingen
Voor meer informatie over de
bediening 1 pagina 62
Klokinstellingen
Klokinstellingen
Hiermee kunt u de datum en tijd instellen.
1 Selecteer [
Klokinstellingen] uit
(Instellingen) op het HOME-scherm.
2 Selecteer de datumnotatie met v/V op de regeltoets en druk vervolgens op z.
3 Selecteer elk item met b/B, stel de numerieke waarde in met v/V en druk vervolgens op z.
4 Selecteer [OK] en druk vervolgens op z.
De klokinstelling annuleren
De instellingen aanpassen
Selecteer [Annul.] in stap 4 en druk vervolgens op z.
75
Instellingen
Voor meer informatie over de
bediening 1 pagina 62
Language Setting
Language Setting
Hiermee kunt u de taal selecteren voor de menu-items, waarschuwingen en berichten.
76
Beelden bekijken op een televisiescherm
Beelden bekijken op een televisiescherm
U kunt de beelden weergeven op een televisie door de camera aan te sluiten op een televisie.
De aansluiting is afhankelijk van het type televisie waarop de camera wordt aangesloten.
Beelden weergeven door de camera op een televisie aan te sluiten met
de bijgeleverde kabel of multifunctionele aansluiting
Schakel zowel de camera als de televisie uit voordat u de camera aansluit op de televisie.
1 Sluit de camera aan op de televisie met de kabel voor de multifunctionele
aansluiting (bijgeleverd).
1 Naar de audio-/
video-ingangen
VIDEO AUDIO
Geel
Zwart
(Weergave)-toets
Regeltoets
• Als de televisie is uitgerust met stereo-ingangen, sluit u de audiostekker (zwart) van de kabel voor de
multifunctionele aansluiting aan op de linkeraudio-ingang van de televisie.
2 Schakel de televisie in en bepaal de ingang.
• Raadpleeg de gebruiksaanwijzing bij de televisie voor meer informatie.
3 Druk op
Beelden bekijken op een televisiescherm
2 Naar de
multifunctionele aansluiting
(Weergave) en schakel de camera in.
De beelden die met de camera zijn opgenomen, worden op het televisie weergegeven.
Druk op b/B op de regeltoets om het gewenste beeld te selecteren.
• Als u de camera in het buitenland gebruikt, kan het nodig zijn de videosignaaluitgang in te stellen
overeenkomstig de uitgang van het plaatselijke televisiesysteem (pagina 70).
77
Beelden bekijken op een televisiescherm
Een beeld weergeven door de camera aan te sluiten op een HD-televisie
U kunt een beeld dat is opgenomen op de camera in hoge kwaliteit* weergeven op de camera
door de camera aan te sluiten op een HD (High Definition)-televisie door middel van de
componentkabel (niet bijgeleverd).
Schakel zowel de camera als de televisie uit voordat u de camera aansluit op de televisie.
* Beelden die in beeldformaat [VGA] zijn opgenomen, kunnen niet in HD-formaat worden weergegeven.
1 Sluit de camera aan op een HD (High Definition)-televisie met een HDuitgangsadapterkabel (niet bijgeleverd).
1 Naar de audio-/
video-ingangen
COMPONENT
VIDEO IN
AUDIO
Groen/blauw/rood
Wit/rood
(Weergave)-toets
HOME-toets
Regeltoets
HDuitgangsadapterkabel
(niet bijgeleverd)
2 Naar de multifunctionele aansluiting
2 Schakel de televisie in en bepaal de ingang.
• Raadpleeg de gebruiksaanwijzing bij de televisie voor meer informatie.
3 Druk op
(Weergave) en schakel de camera in.
De beelden die met de camera zijn opgenomen, worden op de televisie weergegeven.
Druk op b/B op de regeltoets om het gewenste beeld te selecteren.
78
Beelden bekijken op een televisiescherm
• Stel [COMPONENT] in op [HD(1080i)] in [Hoofdinstellingen 2] door
(Instellingen) in het
HOME-scherm te selecteren (pagina 69).
• Als u de camera in het buitenland gebruikt, kan het nodig zijn de videosignaaluitgang in te stellen
overeenkomstig de uitgang van het plaatselijke televisiesysteem (pagina 70).
• U kunt geen films bekijken die in het [HD(1080i)]-signaalformaat worden uitgevoerd.
Televisiekleursystemen
Als u de beelden op een televisiescherm wilt weergeven, hebt u een televisie met een videoingang en de kabel voor de multifunctionele aansluiting nodig. Het kleursysteem van de
televisie moet overeenkomen met dat van de digitale camera. Raadpleeg de onderstaande
lijsten voor het televisiekleursysteem van het land of de regio waar de camera wordt gebruikt.
NTSC-systeem
Bahama-eilanden, Bolivia, Canada, Chili, Colombia, Ecuador, Filipijnen, Jamaica, Japan,
Korea, Mexico, Midden-Amerika, Peru, Suriname, Taiwan, Venezuela, Verenigde Staten,
enzovoort.
PAL-systeem
Australië, België, China, Denemarken, Duitsland, Finland, Hongkong, Hongarije, Italië,
Koeweit, Maleisië, Nederland, Nieuw-Zeeland, Noorwegen, Oostenrijk, Polen, Portugal,
Singapore, Slowakije, Spanje, Thailand, Tsjechië, Verenigd Koninkrijk, Zweden,
Zwitserland, enzovoort.
PAL-M-systeem
PAL-N-systeem
Argentinië, Paraguay, Uruguay
SECAM-systeem
Bulgarije, Frankrijk, Guyana, Irak, Iran, Monaco, Oekraïne, Rusland, enzovoort.
Beelden bekijken op een televisiescherm
Brazilië
79
De computer gebruiken
Werken met uw Windows-computer
Lees het gedeelte "De Macintosh-computer gebruiken"
(pagina 93) voor meer informatie over het gebruik van een
Macintosh-computer.
Schermafbeeldingen die in dit hoofdstuk worden gebruikt,
zijn gebaseerd op de Engelse versie.
• Onder Windows Vista kunnen sommige namen en
handelingen verschillen van degene die
hieronder worden beschreven.
Eerst de software (bijgeleverd) installeren (pagina 82)
• De software als volgt installeren:
– "Picture Motion Browser"
– "Music Transfer"
Beelden kopiëren naar de computer (pagina 85)
• Beelden kopiëren naar de computer met "Picture Motion
Browser".
• Als volgt genieten van beelden met "Picture Motion Browser"
en "Music Transfer":
– Beelden weergeven die op de computer zijn opgeslagen
– Beelden bewerken
– De opnamelocaties van stilstaande beelden op kaarten
online weergeven
– De opgenomen beelden opslaan op een disc (CD- of DVDschrijfstation vereist)
– Afdrukken of opslaan van stilstaande beelden met de
datum.
– Muziek toevoegen/wijzigen voor diavoorstelling (met
"Music Transfer")
Ga naar de website voor klantenondersteuning van Sony
voor meer informatie over dit product en antwoorden op
veelgestelde vragen.
http://www.sony.net/
80
Werken met uw Windows-computer
Aanbevolen computeromgeving
Een computer die op de camera wordt
aangesloten, moet aan de volgende
vereisten voldoen.
Aanbevolen computeromgeving voor het
kopiëren van beelden
Besturingssysteem
(voorgeïnstalleerd): Microsoft
Windows 2000 Professional SP4,
Windows XP* SP2/Windows Vista*
• De juiste werking kan niet worden
gegarandeerd in een computeromgeving
waarin een upgrade naar een van de
bovenstaande besturingssystemen is
uitgevoerd of in een computeromgeving met
meerdere besturingssystemen (multi-boot).
USB-aansluiting: standaardonderdeel
Aanbevolen omgeving voor "Picture
Motion Browser" en "Music Transfer"
Besturingssysteem
(voorgeïnstalleerd): Microsoft
Windows 2000 Professional SP4,
Windows XP* SP2/Windows Vista*
Vaste schijf: Vrije schijfruimte benodigd
voor installatie— ongeveer 200 MB
Scherm: schermresolutie: 1.024 × 768 pixels
of meer
Kleuren: hoge kleuren (16-bits kleuren) of
meer
• Een juiste werking kan niet worden
gegarandeerd voor alle bovenstaande
aanbevolen computeromgevingen.
• Als u twee of meer USB-apparaten tegelijkertijd
op één computer aansluit, is het mogelijk dat
sommige apparaten, waaronder de camera, niet
werken afhankelijk van het type USB-apparaten
dat u gebruikt.
• Een juiste werking kan niet worden
gegarandeerd bij gebruik van een USB-hub.
• Als u de camera aansluit via een USB-interface
die compatibel is met Hi-Speed USB (USB 2.0),
kunt u gebruikmaken van geavanceerde
gegevensoverdracht (snelle overdracht),
aangezien deze camera ook compatibel is met
Hi-Speed USB (USB 2.0).
• Er zijn drie modi voor een USB-verbinding bij
aansluiting op een computer: [Autom.]
(standaardinstelling), [Mass Storage] en
[PictBridge]. In dit gedeelte worden [Autom.]
en [Mass Storage] als voorbeelden beschreven.
Zie pagina 69 voor meer informatie over
[PictBridge].
• Na herstel van de computer vanuit de stand-byof slaapstand is het mogelijk dat de
communicatie tussen de camera en de computer
niet op hetzelfde moment wordt hersteld.
De computer gebruiken
Processor/geheugen: Pentium III
500 MHz of sneller, 256 MB RAM of
meer (aanbevolen: Pentium III 800 MHz
of sneller en 512 MB RAM of meer)
Opmerkingen over het aansluiten van de
camera op een computer
* 64-bit-edities en Starter (Edition) worden niet
ondersteund.
81
De software (bijgeleverd) installeren
U kunt de software (bijgeleverd) installeren
met de volgende procedure.
• Meld uzelf aan als beheerder.
1 Schakel de computer in en plaats
de CD-ROM (bijgeleverd) in het
CD-ROM-station.
Het installatiemenu wordt weergegeven.
• Als dit niet wordt weergegeven, dubbelklikt
u op
(My Computer) t
(SONYPICTUTIL).
• Onder Windows Vista kan het scherm
AutoPlay verschijnen. Selecteer "Run
Install.exe." en volg de instructies op het
scherm om verder te gaan met de installatie.
2 Klik op [Install].
Het scherm "Choose Setup Language"
wordt weergegeven.
3 Selecteer de gewenste taal en klik
op [Next].
Het scherm [Location Settings] wordt
weergegeven.
4 Selecteer de [Region] en
[Country/Area] en klik vervolgens
op [Next].
Als [Welcome to the InstallShield
Wizard for SonyPicture Utility]
verschijnt, klikt u op [Next].
Het scherm "License Agreement" wordt
weergegeven. Lees de overeenkomst
aandachtig door. Als u de voorwaarden
van de overeenkomst accepteert,
selecteert u het keuzerondje naast [I
accept the terms of the license
agreement] en klikt u op [Next].
5 Volg de aanwijzingen op het
scherm om de installatie te
voltooien.
• Wanneer het bevestigingsbericht voor
opnieuw opstarten wordt weergegeven, start
u de computer opnieuw op volgens de
aanwijzingen op het scherm.
• DirectX wordt wellicht geïnstalleerd
afhankelijk van de systeemomgeving van
uw computer.
6 Verwijder de CD-ROM uit de
computer nadat de installatie is
voltooid.
• Software als volgt installeren:
– Picture Motion Browser
– Music Transfer
Nadat u de software hebt geïnstalleerd,
wordt een snelkoppeling op het bureaublad
gemaakt waarmee u naar de website voor
klantenregistratie kunt gaan.
Zodra u zich hebt geregistreerd op de
website, kunt u veilige en nuttige
klantenondersteuning krijgen.
http://www.sony.net/registration/di
82
De software (bijgeleverd) installeren
Nadat u de software hebt geïnstalleerd, worden snelkoppelingspictogrammen op het
bureaublad gemaakt voor "Picture Motion Browser", "Picture Motion Browser Guide",
"Music Transfer".
• Dubbelklik om "Picture Motion Browser" te starten.
• Dubbelklik om "Picture Motion Browser Guide" te starten.
• Dubbelklik om "Music Transfer" te starten.
De computer gebruiken
83
De "Picture Motion Browser" gebruiken
(bijgeleverd)
Met de software kunt u stilstaande beelden
en films van de camera optimaal benutten.
Dit hoofdstuk vat de "Picture Motion
Browser" samen.
"Picture Motion Browser" starten
en afsluiten
"Picture Motion Browser" starten
Overzicht van "Picture Motion
Browser"
Met "Picture Motion Browser" kunt u het
volgende:
• Beelden die met de camera zijn opgenomen,
importeren en weergeven op de computer.
• Beelden op de computer indelen op
opnamedatum om deze te bekijken.
• Stilstaande beelden bijwerken (Rode-ogencorrectie, enz.), afdrukken en als bijlage bij emailberichten versturen, de opnamedatum
wijzigen en meer.
• Stilstaande beelden kunnen worden afgedrukt of
opgeslagen met de datum.
• Een gegevensdisc maken met een CDschrijfstation of DVD-schrijfstation.
• Raadpleeg "Picture Motion Browser Guide"
voor meer informatie.
Als u de "Picture Motion Browser Guide"
via het startmenu wilt openen, klikt u op
[Start] t [All Programs] (in Windows
2000, [Programs]) t [Sony Picture
Utility] t [Help] t [Picture Motion
Browser Guide].
84
Dubbelklik op het pictogram
(Picture
Motion Browser) op het bureaublad.
Of, via het startmenu, klik op [Start] t
[All Programs] (in Windows 2000,
[Programs]) t [Sony Picture Utility] t
[Picture Motion Browser].
• Het bevestigingsbericht van de Informatie-tool
verschijnt op het scherm wanneer u "Picture
Motion Browser" de eerste keer opstart.
Selecteer [Start]. Met deze functie ontvangt u
meldingen, zoals software-updates. U kunt de
instelling later wijzigen.
"Picture Motion Browser" afsluiten
Klik op
scherm.
in de rechterbovenhoek van het
Beelden kopiëren naar de computer met de
"Picture Motion Browser"
De camera en de computer
voorbereiden
De camera op de computer
aansluiten
1 Plaats een "Memory Stick Duo"
2 Naar de
multifunctionele
aansluiting
met opgenomen beelden in de
camera.
• Deze stap is niet nodig wanneer u beelden
kopieert die in het interne geheugen zijn
opgeslagen.
2 Plaats de voldoende opgeladen
accu in de camera of sluit de
camera met een
netspanningsadapter (niet
bijgeleverd) aan op een
stopcontact.
• Als u beelden naar de computer kopieert
terwijl de accu bijna leeg is, kan het
kopiëren mislukken of kunnen de
beeldgegevens beschadigd raken als de accu
leeg raakt.
1 Op een USBaansluiting
Kabel voor
multifunctionele
aansluiting
"Maakt verbinding met Mass Storage..."
verschijnt op het scherm van de camera.
3 Druk op
(Weergave)-toets
Toegangsaanduidingen*
Als een USB-verbinding voor het eerst tot
stand wordt gebracht, wordt op de computer
automatisch een programma uitgevoerd om
de camera te herkennen. Wacht enige tijd.
De computer gebruiken
(Weergave) en
schakel de computer in.
* Tijdens de communicatie wordt
weergegeven op het scherm.
Gebruik de computer niet tijdens het weergeven
van de aanduiding. Wanneer de aanduiding
wordt gewijzigd in
, kunt u de computer
weer gebruiken.
• Als "Maakt verbinding met Mass Storage..."
niet verschijnt, stelt u [USB-aansl.] in op [Mass
Storage] (pagina 69).
85
Beelden kopiëren naar de computer met de "Picture Motion Browser"
Beelden kopiëren naar een
computer
1 Sluit de camera op een computer
2 Importeer de beelden.
Als u het importeren van de beelden wilt
starten, klikt u op [Import].
aan zoals beschreven in "De
camera op de computer
aansluiten".
Nadat de USB-verbinding tot stand is
gebracht, wordt het scherm [Import
Media Files] van "Picture Motion
Browser" automatisch weergegeven.
De beelden worden standaard
geïmporteerd naar een map in "My
Pictures". Deze map heeft als naam de
datum waarop de beelden zijn
geïmporteerd.
• Voor meer informatie over de "Picture
Motion Browser", zie "Picture Motion
Browser Guide".
Beelden weergeven op de
computer
• Zie pagina 89 als u de Memory Stick-sleuf
gebruikt.
• Als in Windows XP/Vista de wizard
AutoPlay wordt weergegeven, sluit u deze
wizard.
Wanneer het importeren is voltooid, start de
"Picture Motion Browser". Er worden
miniaturen van de geïmporteerde beelden
weergegeven.
• De "My Pictures"-map is ingesteld als de
standaardmap in "Viewed folders".
Beelden op de computer indelen op
opnamedatum om deze te bekijken.
Zie de "Picture Motion Browser Guide"
voor meer informatie.
86
Beelden kopiëren naar de computer met de "Picture Motion Browser"
Beeldbestandopslaglocaties en
bestandsnamen
De beeldbestanden die op de camera zijn
opgenomen, zijn gegroepeerd in mappen op
de "Memory Stick Duo" of het interne
geheugen.
Voorbeeld: scherm met weergave
per maand
Voorbeeld: mappen weergeven in
Windows XP
De USB-verbinding annuleren
Voer de procedures uit van stap 1 tot 4
hieronder voordat u:
• de kabel voor de multifunctionele aansluiting
loskoppelt.
• een "Memory Stick Duo" verwijdert.
• een "Memory Stick Duo" in de camera plaatst
na het kopiëren van beelden vanuit het interne
geheugen.
• de camera uitschakelt.
1 Dubbelklik op
op de taakbalk.
Dubbelklik hier
(USB Mass Storage Device) t
3 Controleer of het juiste apparaat wordt
aangegeven in het bevestigingsvenster en
klik op [OK].
4 Klik op [OK].
De verbinding met het apparaat is
verbroken.
• Voor Windows XP/Vista kunt u stap 4
overslaan.
B Map met beeldgegevens die zijn
opgenomen met de camera.
Als er geen nieuwe mappen worden
gemaakt, worden de mappen als volgt
weergegeven:
– "Memory Stick Duo": alleen "101MSDCF"
– Intern geheugen: alleen "101_SONY"
• U kunt geen beelden opnemen in de map
"100MSDCF". De beelden in deze map zijn
alleen beschikbaar voor weergave.
• U kunt geen beelden opnemen/weergeven in de
map "MISC".
• Beeldbestanden dragen de volgende namen:
– Stilstaande beelden: DSC0ssss.JPG
– Filmbestanden: MOV0ssss.MPG
De computer gebruiken
2 Klik op
[Stop].
A Map met beeldgegevens die zijn
opgenomen met een camera die geen
functie bevat voor het maken van mappen
87
Beelden kopiëren naar de computer met de "Picture Motion Browser"
– Indexbeeldbestanden die worden opgenomen
wanneer u films opneemt:
MOV0ssss.THM
• ssss staat voor een nummer tussen 0001 en
9999. Het numerieke deel van de naam van een
filmbestand dat is opgenomen in de
filmopnamefunctie, is hetzelfde als dat van het
bijbehorende indexbeeldbestand.
• Zie pagina 61 en 64 voor meer informatie over
mappen.
88
Beelden kopiëren naar een computer zonder
"Picture Motion Browser"
U kunt als volgt beelden naar uw computer
kopiëren zonder "Picture Motion Browser".
Voor een computer met een Memory
Stick-sleuf
Beelden kopiëren naar een
computer
-Windows XP/Vista
Verwijder de "Memory Stick Duo" uit de
camera en steek deze in de Memory Stick
Duo-adapter. Plaats de Memory Stick Duoadapter in de computer en kopieer de
beelden.
In dit gedeelte wordt het kopiëren van
beelden naar de map "My Documents"
beschreven (voor Windows Vista:
"Documents").
• Zelfs wanneer u Windows 95/98/98
SecondEdition/NT/Me gebruikt, kunt u beelden
kopiëren door de "Memory Stick Duo" in de
Memory Stick-sleuf van de computer te
plaatsen.
• Zie pagina 107 als de "Memory Stick PRO
Duo" niet wordt herkend.
1 Bereid de camera en een
Voor een computer zonder een Memory
Stick-sleuf
Maak een USB-verbinding en volg de
stappen om beelden te kopiëren.
Voer dezelfde procedure uit als wordt
beschreven in "De camera en de
computer voorbereiden" op pagina 85.
2 Sluit de camera aan op de
computer met de kabel voor de
multifunctionele aansluiting.
Voer dezelfde procedure uit als wordt
beschreven in "De camera op de
computer aansluiten" op pagina 85.
• Als "Picture Motion Browser" reeds is
geïnstalleerd, wordt [Import Media Files]
gestart op "Picture Motion Browser" maar
selecteer [Cancel] om te beëindigen.
De computer gebruiken
• De schermafbeeldingen in dit gedeelte zijn
voorbeelden van het kopiëren van beelden vanaf
een "Memory Stick Duo".
• De camera is niet compatibel met Windows 95/
98/98 SecondEdition/NT/Me of het Windowsbesturingssysteem.
Wanneer u een computer gebruikt zonder een
Memory Stick-sleuf, kunt u een in de handel
verkrijgbare Memory Stick Reader/Writer
gebruiken om beelden te kopiëren vanaf een
"Memory Stick Duo" naar uw computer.
• Als u beelden in het interne geheugen naar de
computer wilt kopiëren, kopieert u de beelden
eerst naar een "Memory Stick Duo" en kopieert
u ze vervolgens naar de computer.
computer voor.
89
Beelden kopiëren naar een computer zonder "Picture Motion Browser"
3 Klik op [Open folder to view files]
t [OK] (alleen voor Windows XP)
zodra het scherm met de wizard
automatisch op het bureaublad
verschijnt.
6 Dubbelklik op de map [My
Documents] (voor Windows
Vista: "Documents"). Klik
vervolgens met de
rechtermuisknop op "My
Documents" om het menu weer te
geven en klik op [Paste].
1
1
2
2
• Volg de procedure als het scherm met de
wizard niet automatisch verschijnt: t
"voor Windows 2000" op pagina 90.
4 Dubbelklik op [DCIM].
5 Dubbelklik op de map met de
beeldbestanden die u wilt
kopiëren. Klik vervolgens met de
rechtermuisknop op een
beeldbestand om het menu weer
te geven en klik op [Copy].
1
2
• Zie pagina 87 voor meer informatie over de
opslaglocatie van de beeldbestanden.
90
De beeldbestanden worden naar de map
"My Documents" gekopieerd (voor
Windows Vista: "Documents").
• Als de bestemmingsmap een beeld met
dezelfde bestandsnaam bevat, wordt een
bevestigingsbericht voor overschrijven
weergegeven. Als u het bestaande beeld
overschrijft met een nieuw beeld, wordt het
oorspronkelijke bestand gewist. Als u het
beeldbestand naar de computer wilt
kopiëren zonder overschrijven, geeft u het
bestand eerst een andere naam en kopieert u
vervolgens het beeldbestand. Houd er echter
rekening mee dat u het betreffende beeld
wellicht niet meer op de camera kunt
weergeven als u de bestandsnaam wijzigt
(pagina 91).
Voor Windows 2000
Dubbelklik op [My Computer], t
[Removable Disk] nadat u de camera op op
de computer hebt aangesloten. Voer
vervolgens stap 4 uit.
Beeldbestanden die zijn opgeslagen op de computer
met de camera kopiëren naar de "Memory Stick Duo"
In dit gedeelte wordt de procedure op een
Windows-computer beschreven.
Wanneer een beeldbestand dat naar de
computer is gekopieerd, niet meer op een
"Memory Stick Duo" staat, kunt u dat beeld
weer op de camera weergeven door het
beeldbestand op de computer te kopiëren
naar een "Memory Stick Duo".
• Als de bestandsnaam die door de camera is
gegeven, niet is gewijzigd op de computer, kunt
u stap 1 overslaan.
• Afhankelijk van het beeldformaat kunt u
bepaalde beelden wellicht niet weergeven.
• Sony garandeert de weergave van
beeldbestanden op de camera niet als de
bestanden door een computer werden verwerkt
of werden opgenomen met een andere camera.
• Als er geen mappen in een "Memory Stick Duo"
zijn, maakt u eerst een nieuwe map met uw
camera (pagina 64) en kopieert u vervolgens de
beeldbestanden.
• De bestandsextensie kan worden
weergegeven, afhankelijk van de
computerinstellingen. De bestandsextensie
voor stilstaande beelden is JPG en de
bestandsextensie voor films is MPG. Wijzig
de bestandsextensie niet.
2 Kopieer het beeldbestand naar de
map op de "Memory Stick Duo"
met de onderstaande procedure.
1Klik met de rechtermuisknop op het
beeldbestand en klik vervolgens op
[Copy].
2Dubbelklik op [Removable Disk] of
[Sony MemoryStick] in [My
Computer].
3Klik met de rechtermuisknop op de map
[sssMSDCF] in de map [DCIM] en
klik vervolgens op [Paste].
• sss staat voor een nummer tussen 100
en 999.
1 Klik met de rechtermuisknop op
het beeldbestand en klik
vervolgens op [Rename]. Wijzig
de bestandsnaam in
"DSC0ssss".
De computer gebruiken
Geef een nummer op tussen 0001 en
9999 voor ssss.
1
2
• Als het bevestigingsbericht voor
overschrijven wordt weergegeven, geeft u
een ander nummer op.
91
De "Music Transfer" gebruiken (bijgeleverd)
U kunt de muziekbestanden die in de
fabriek zijn ingesteld vervangen door de
gewenste muziekbestanden met "Music
Transfer" op de cd-rom (bijgeleverd). U
kunt deze bestanden ook op elk moment
verwijderen of toevoegen.
Muziek toevoegen/wijzigen met
"Music Transfer"
6 Volg de instructies op het scherm
als u muziekbestanden wilt
toevoegen/wijzigen.
• U kunt als volgt de vooraf ingestelde
muziek herstellen op de camera:
1 Voer [Format. muz.] uit in stap 3.
Hieronder worden de muziekindelingen
weergegeven die u kunt overdragen met
"Music Transfer":
• MP3-bestanden die zijn opgeslagen op de vaste
schijf van de computer
• Muziek op CD's
• Vooraf ingestelde muziek die op deze camera is
opgeslagen
1 Druk op HOME om het HOMEscherm weer te geven.
2 Selecteer
(Afdrukken, Overig)
met b/B op de regeltoets,
selecteer [
Muziek-tool] met
v/V en druk vervolgens op z.
3 Selecteer [Downl. muz.] met
v/V/b/B en druk vervolgens op
z.
Het bericht "Aansluiten op computer" wordt
weergegeven.
4 Breng een USB-verbinding tot
stand tussen de camera en de
computer.
5 Start "Music Transfer".
92
2 Voer [Standaardwaarden herstellen] uit in
"Music Transfer".
Alle muziekbestanden worden hersteld naar
de vooraf ingestelde muziek en [Muziek] in
het menu [Diavoorstelling] wordt ingesteld op
[Uit].
• U kunt de muziekbestanden herstellen naar de
vooraf ingestelde bestanden met [Initialiseren]
(pagina 68), maar de andere instellingen worden
dan ook hersteld.
• Raadpleeg de online Help van "Music Transfer"
voor meer informatie over het gebruik van
"Music Transfer".
De Macintosh-computer gebruiken
U kunt beelden naar een Macintoshcomputer kopiëren.
• "Picture Motion Browser" is niet compatibel
met Macintosh-computers.
Aanbevolen computeromgeving
Een computer die op de camera wordt
aangesloten, moet aan de volgende
vereisten voldoen.
Aanbevolen computeromgeving voor het
kopiëren van beelden
Besturingssysteem
(voorgeïnstalleerd): Mac OS 9.1/9.2/
Mac OS X (v10.1 tot v10.4)
USB-aansluiting: standaardonderdeel
Aanbevolen omgeving voor "Music
Transfer"
Besturingssysteem
(voorgeïnstalleerd): Mac OS X (v10.3
tot v10.4)
Processor: iMac, eMac, iBook, PowerBook,
Power Mac G3/G4/G5 series, Mac mini
• Als u de camera aansluit via een USB-interface
die compatibel is met Hi-Speed USB (USB 2.0),
kunt u gebruikmaken van geavanceerde
gegevensoverdracht (snelle overdracht),
aangezien deze camera ook compatibel is met
Hi-Speed USB (USB 2.0).
• Er zijn drie modi voor een USB-verbinding bij
aansluiting op een computer: [Autom.]
(standaardinstelling), [Mass Storage] en
[PictBridge]. In dit gedeelte worden [Autom.]
en [Mass Storage] als voorbeelden beschreven.
Zie pagina 69 voor meer informatie over
[PictBridge].
• Na herstel van de computer vanuit de stand-byof slaapstand is het mogelijk dat de
communicatie tussen de camera en de computer
niet op hetzelfde moment wordt hersteld.
Beelden kopiëren naar en
weergeven op een computer
1 Bereid de camera en Macintoshcomputer voor.
Voer dezelfde procedure uit als wordt
beschreven in "De camera en de
computer voorbereiden" op pagina 85.
Geheugen: 64 MB of meer (128 MB of meer
wordt aanbevolen)
Opmerkingen over het aansluiten van de
camera op een computer
• Een juiste werking kan niet worden
gegarandeerd voor alle bovenstaande
aanbevolen computeromgevingen.
• Als u twee of meer USB-apparaten tegelijkertijd
op één computer aansluit, is het mogelijk dat
sommige apparaten, waaronder de camera, niet
werken afhankelijk van het type USB-apparaten
dat u gebruikt.
• Een juiste werking kan niet worden
gegarandeerd bij gebruik van een USB-hub.
2 Sluit de camera aan op de
computer met de kabel voor de
multifunctionele aansluiting.
Voer dezelfde procedure uit als wordt
beschreven in "De camera op de
computer aansluiten" op pagina 85.
De computer gebruiken
Vaste schijf: Vrije schijfruimte benodigd
voor installatie—ongeveer 250 MB
3 Kopieer beeldbestanden naar de
Macintosh-computer.
1Dubbelklik op het nieuwe pictogram t
[DCIM] t de map met de beelden die u
wilt kopiëren.
93
De Macintosh-computer gebruiken
2Sleep de beeldbestanden naar het
pictogram van de vaste schijf en zet
deze daar neer.
De beeldbestanden worden naar de
vaste schijf gekopieerd.
• Zie pagina 87 voor meer informatie over de
opslaglocatie van de beeldbestanden en de
bestandsnamen.
4 Geef beelden weer op de
computer.
Dubbelklik op het pictogram van de
vaste schijf t het gewenste
beeldbestand in de map met de
gekopieerde bestanden om dat
beeldbestand te openen.
Hieronder worden de muziekindelingen
weergegeven die u kunt overdragen met
"Music Transfer":
• MP3-bestanden die zijn opgeslagen op de vaste
schijf van de computer
• Muziek op CD's
• Vooraf ingestelde muziek die op deze camera is
opgeslagen
"Music Transfer" installeren
• Sluit alle andere toepassingen voordat u "Music
Transfer" installeert.
• U moet zich aanmelden als beheerder om te
kunnen installeren.
1 Schakel de Macintosh-computer in en
plaats de CD-ROM (bijgeleverd) in het
CD-ROM-station.
2 Dubbelklik op
De USB-verbinding annuleren
Sleep op voorhand het stationspictogram of
het pictogram van de "Memory Stick Duo"
naar het "Prullenbak"-pictogram als u
onderstaande procedures uitvoert of als de
camera van de computer wordt
losgekoppeld.
• De kabel voor de multifunctionele aansluiting
loskoppelen.
• Een "Memory Stick Duo" verwijderen.
• Een "Memory Stick Duo" in de camera plaatsen
na het kopiëren van beelden vanuit het interne
geheugen.
• De camera uitschakelen.
Muziek toevoegen/wijzigen met
"Music Transfer"
U kunt de muziekbestanden die in de
fabriek zijn ingesteld vervangen door de
gewenste muziekbestanden. U kunt deze
bestanden ook op elk moment verwijderen
of toevoegen.
94
(SONYPICTUTIL).
3 Dubbelklik op het bestand
[MusicTransfer.pkg] in de map [MAC].
De installatie wordt gestart.
Muziekbestanden toevoegen/wijzigen
Zie "Muziek toevoegen/wijzigen met
"Music Transfer"" op pagina 92.
Technische ondersteuning
Ga naar de website voor
klantenondersteuning van Sony voor
meer informatie over dit product en
antwoorden op veelgestelde vragen.
http://www.sony.net/
"Geavanceerde Cyber-shot-handleiding"
weergeven
Als u "Cyber-shot-handboek" installeert,
wordt "Geavanceerde Cyber-shothandleiding" ook geïnstalleerd.
"Geavanceerde Cyber-shot-handleiding"
verklaart verder hoe u de camera en
optionele accessoires kunt gebruiken.
Op Macintosh weergeven
1 Kopieer de map [stepupguide]
naar de map [stepupguide] op uw
computer.
In Windows weergeven
Start vanaf het
snelkoppelingspictogram op het
bureaublad.
2 Selecteer [stepupguide],
[language] en vervolgens de map
[NL] op de cd-rom (bijgeleverd)
en kopieer alle bestanden in de
[NL]-map. Overschrijf ze
vervolgens naar de map [img] in
[stepupguide] die in stap 1 naar
uw computer werd gekopieerd.
3 Na het voltooien van de
kopieeropdracht dubbelklikt u op
"stepupguide.hqx" in de map
[stepupguide] om het uit te
pakken en klikt u vervolgens op
het gegenereerde bestand
"stepupguide".
De computer gebruiken
• Installeer Stuffit Expander als er geen
hulpprogramma voor het uitpakken van een
HQX-bestand is geïnstalleerd.
95
Stilstaande beelden afdrukken
Stilstaande beelden afdrukken
Wanneer u beelden afdrukt die in de [16:9]functie zijn opgenomen, worden beide randen
wellicht bijgesneden. Controleer dit dus voordat
u begint met afdrukken (pagina 109).
Beelden rechtstreeks afdrukken met een PictBridge-compatibele printer
(pagina 97)
U kunt beelden afdrukken door de camera rechtsreeks aan te
sluiten op een PictBridge-compatibele printer.
Beelden rechtstreeks afdrukken met een "Memory Stick"-compatibele
printer
U kunt beelden afdrukken met een "Memory Stick"-compatibele
printer.
Raadpleeg de gebruiksaanwijzing bij de printer voor meer
informatie.
Beelden afdrukken met een computer
U kunt beelden naar een computer kopiëren met de bijgeleverde
"Picture Motion Browser"-software en de beelden afdrukken.
U kunt de datum invoegen in het beeld en dit afdrukken
(pagina 84).
Afdrukken bij een fotowinkel (pagina 100)
U kunt een "Memory Stick Duo" met beelden die met de camera
zijn opgenomen, meenemen naar een fotowinkel. U kunt van
tevoren een afdrukmarkering
aanbrengen op de beelden die
u wilt afdrukken.
96
Beelden rechtstreeks afdrukken met een
PictBridge-compatibele printer
Zelfs als u geen computer hebt, kunt u de
beelden die u met de camera hebt
opgenomen, afdrukken door de camera
rechtstreeks aan te sluiten op een
PictBridge-compatibele printer.
• "PictBridge" is gebaseerd op de CIPA-norm.
(CIPA: Camera & Imaging Products
Association)
• U kunt films niet afdrukken.
• Als de aanduiding
knippert op het scherm
van de camera (foutmelding), controleer dan u
de aangesloten printer.
Fase 1: De camera voorbereiden
Bereid de camera voor om deze op de
printer aan te sluiten met de kabel voor de
multifunctionele aansluiting. Wanneer
[USB-aansl.] is ingesteld op [Autom.],
herkent de camera automatisch bepaalde
printers bij aansluiting. Sla 1 over als dit zo
is.
MENU-toets
Regeltoets
HOMEtoets
• U kunt het beste een volledig opgeladen accu
gebruiken om te voorkomen dat de stroom
wordt uitgeschakeld tijdens het afdrukken.
1 Druk op HOME om het HOMEscherm weer te geven.
2 Selecteer
3 Selecteer [Hoofdinstellingen 2]
met v/V/b/B, selecteer [USBaansl.] en druk vervolgens op z.
4 Selecteer [PictBridge] met v/V en
druk vervolgens op z.
Stilstaande beelden afdrukken
(Instellingen) met
b/B op de regeltoets, selecteer
[ Hoofdinstellingen] met v/V en
druk vervolgens op z.
De USB-functie is ingesteld.
97
Beelden rechtstreeks afdrukken met een PictBridge-compatibele printer
Fase 2: De camera aansluiten
op de printer
1 Sluit de camera aan op de printer.
Fase 3: De beelden selecteren
die u wilt afdrukken
Selecteer [Dit beeld] of [Meerdere
beelden] met v/V en druk
vervolgens op z.
Wanneer u [Dit beeld] selecteert
U kunt het geselecteerde beeld
afdrukken. Ga verder naar Fase 4.
Wanneer u [Meerdere beelden]
selecteert
2 Naar de multifunctionele
aansluiting
U kunt meerdere geselecteerde beelden
afdrukken.
1Selecteer het beeld dat u wilt afdrukken
met b/B en druk vervolgens op z.
wordt op het geselecteerde beeld
weergegeven.
2Druk op MENU om het menu weer te
geven.
1 Op een USBaansluiting
Kabel voor de
multifunctionele
aansluiting
2 Druk op
(Weergave) en
schakel de camera en de printer
in.
Nadat de verbinding tot stand is gebracht,
wordt de aanduiding
weergegeven.
3Selecteer [OK] met v en druk
vervolgens op z.
• Nadat u [Meerdere beelden] in het
indexscherm hebt geselecteerd, kunt u alle
beelden in een map afdrukken door de
selectiebalk voor mappen te selecteren met
b en door een
(vinkje) aan de map te
plaatsen.
Fase 4: Afdrukken
1 Selecteer afdrukinstellingen met
v/V/b/B.
De camera wordt in de weergavefunctie
gezet waarna een beeld en het afdrukmenu
op het scherm worden weergegeven.
98
Beelden rechtstreeks afdrukken met een PictBridge-compatibele printer
[Aantal]
Wanneer [Opmaak] is ingesteld op
[1/vel geen rand] of [1/vel met rand]:
aanduiding
Selecteer het aantal vellen waarop u het
beeld wilt afdrukken. Het beeld wordt
afzonderlijk afgedrukt.
Wanneer [Opmaak] niet is ingesteld
op [1/vel geen rand] of [1/vel met
rand]:
Selecteer het aantal beelden dat u als
indexbeeld wilt afdrukken. Als u [Dit
beeld] hebt geselecteerd in stap 1,
selecteert u het aantal van hetzelfde
beeld dat u naast en onder elkaar op
hetzelfde afdrukvel wilt afdrukken als
indexbeeld.
• Het is mogelijk dat niet alle beelden op één
vel passen, afhankelijk van het aantal
beelden.
Andere beelden afdrukken
Selecteer [Meerdere beelden] en voer de
procedure opnieuw uit vanaf fase 3.
Fase 5: Het afdrukken voltooien
Controleer of het scherm zich opnieuw in
Fase 2 bevindt en koppel de kabel voor de
multifunctionele aansluiting los van de
camera.
[Opmaak]
Selecteert het aantal beelden dat u op
één vel naast elkaar wilt afdrukken.
[Formaat]
Selecteer het formaat van het afdrukvel.
[Datum]
Selecteer [Dag&Tijd] of [Datum] om de
datum en tijd in de beelden in te voegen.
2 Selecteer [OK] met v en druk
vervolgens op z.
Het beeld wordt afgedrukt.
• Koppel de kabel voor de multifunctionele
aansluiting niet los wanneer de aanduiding
(PictBridge-aansluiting) op het
scherm wordt weergegeven.
Stilstaande beelden afdrukken
• Als u [Datum] selecteert, wordt de datum
ingevoegd met de geselecteerde notatie
(pagina 75). Deze functie is wellicht niet
beschikbaar, afhankelijk van de printer.
99
Afdrukken bij een fotowinkel
U kunt een "Memory Stick Duo" met
beelden die met de camera zijn opgenomen,
meenemen naar een fotowinkel. Als de
fotowinkel beschikt over een
fotoafdrukservice die gebruikmaakt van
DPOF, kunt u van tevoren een
afdrukmarkering
op de beelden
aanbrengen, zodat u deze niet bij het
afdrukken in de winkel hoeft te selecteren.
Een afdrukmarkering
aanbrengen in een geselecteerd
beeld
(Weergave)-toets
MENUtoets
• U kunt de beelden in het interne geheugen niet
rechtstreeks vanaf de camera afdrukken in een
fotowinkel. Kopieer de beelden eerst naar een
"Memory Stick Duo" en neem de "Memory
Stick Duo" mee naar de fotowinkel.
Regeltoets
Wat is DPOF?
DPOF (Digital Print Order Format) is een
functie waarmee u een afdrukmarkering
kunt aanbrengen op beelden op de
"Memory Stick Duo" die u later wilt
afdrukken.
• U kunt de beelden met de afdrukmarkering
ook afdrukken op een printer die
compatibel is met de DPOF (Digital Print Order
Format)-norm of op een PictBridge-compatibele
printer.
• Films kunnen niet worden voorzien van een
afdrukmarkering.
Als u een "Memory Stick Duo"
meeneemt naar een fotowinkel
• Vraag aan de medewerkers van de fotowinkel
welke typen "Memory Stick Duo" ze kunnen
verwerken.
• Als de fotowinkel geen "Memory Stick Duo"
kan verwerken, kopieert u de gewenste beelden
naar een ander medium, zoals een CD-R, en
neemt u die mee naar de fotowinkel.
• Vergeet niet de Memory Stick Duo-adapter mee
te nemen.
• Voordat u beeldgegevens meeneemt naar een
fotowinkel, moet u altijd eerst een reservekopie
(back-up) van de gegevens maken op een schijf.
• U kunt het aantal afdrukken niet instellen.
• Als u datums op de beelden wilt afdrukken,
raadpleegt u de fotowinkel.
100
1 Druk op de
(Weergave)-toets.
2 Selecteer het beeld dat u wilt
afdrukken.
3 Druk op MENU om het menu weer
te geven.
4 Selecteer [DPOF] met v/V op de
regeltoets en selecteer [Dit beeld]
met b/B en druk vervolgens op z.
De afdrukmarkering
wordt
weergegeven op het beeld.
Afdrukken bij een fotowinkel
De afdrukmarkering verwijderen
Selecteer de beelden waarvan u de
afdrukmarkering wilt verwijderen en druk
vervolgens in stap 3 op z.
De beelden selecteren en een
afdrukmarkering aanbrengen
5 Selecteer [OK] met v en druk
vervolgens op z.
De
-markering verschijnt op het
scherm.
Enkelbeeld
1 Druk op MENU tijdens weergave
in de enkelbeeldfunctie of in de
indexfunctie.
Indexweergave
2 Selecteer [DPOF] met v/V op de
regeltoets, [Meerdere beelden]
met b/B en druk vervolgens op z.
3 Selecteer een beeld dat u wilt
markeren met de regeltoets en
druk op z.
De selectie annuleren
Het geselecteerde beeld wordt
gemarkeerd met .
Selecteer [Sluiten] in stap 5 en druk
vervolgens op z.
Enkelbeeld
De afdrukmarkering verwijderen
Selecteer de beelden waarvan u de
afdrukmarkeringen wilt verwijderen en
druk vervolgens in stap 3 op z.
Indexweergave
Verplaats in stap 3 het frame naar de
selectiebalk voor mappen met b en druk op
z tijdens de indexfunctie.
De geselecteerde map en alle beelden
.
worden gemarkeerd met
Stilstaande beelden afdrukken
Een afdrukmarkering aanbrengen op
alle beelden in de map
4 Druk op MENU.
101
Problemen oplossen
Problemen oplossen
Als u problemen ondervindt met de camera, kunt u de volgende oplossingen proberen.
1 Controleer de items op pagina 103 tot en met 112.
Zie pagina 113 als een foutcode als "C/E:ss:ss" op het scherm wordt
weergegeven.
2 Verwijder de accu uit de camera, wacht ongeveer één minuut, plaats de accu
terug en schakel de camera in.
3 Herstel de standaardinstellingen (pagina 68).
4 Neem contact op met uw Sony-handelaar of de plaatselijke technische dienst
van Sony.
Merk op dat wanneer u de camera opstuurt voor reparatie, u ermee instemt dat de inhoud van
het interne geheugen en muziekbestanden gecontroleerd worden.
Klik op een van de volgende items om naar de betreffende pagina te gaan waarop het
probleem en de oorzaak of de bijbehorende oplossing worden beschreven.
102
Accu en stroombron
103
"Memory Stick Duo"
109
Stilstaande beelden/films
opnemen
103
Intern geheugen
109
Beelden weergeven
106
Afdrukken
109
Verwijderen
107
PictBridge-compatibele printer 110
Computers
107
Overige
111
Problemen oplossen
Accu en stroombron
De accu kan niet worden geplaatst.
• Plaats de accu op de juiste manier door op de hendel voor het uitwerpen van de accu te
duwen.
De camera kan niet worden ingeschakeld.
• Nadat u de accu in de camera hebt geplaatst, kan het even duren voordat u de camera kunt
inschakelen.
• Plaats de accu op de juiste manier.
• De accu is ontladen. Plaats een opgeladen accu.
• De accu heeft het einde van de levensduur bereikt (pagina 120). Vervang de accu door een
nieuwe.
• Gebruik een aanbevolen accu.
De camera wordt plotseling uitgeschakeld.
• Als de camera is ingeschakeld en u deze gedurende drie minuten niet bedient, wordt de
camera automatisch uitgeschakeld om te voorkomen dat de accu leegloopt. Schakel de camera
weer in.
• De accu heeft het einde van de levensduur bereikt (pagina 120). Vervang de accu door een
nieuwe.
De aanduiding voor resterende acculading is onjuist.
• Dit kan gebeuren wanneer u de camera op een zeer warme of koude plaats gebruikt.
• Een discrepantie deed zich voor tussen de aanduiding voor resterende acculading en de
feitelijke acculading. Ontlaad de accu één keer volledig en laad de accu weer op om de juiste
aanduiding weer te geven.
• De accu is ontladen. Plaats een opgeladen accu.
• De accu heeft het einde van de levensduur bereikt (pagina 120). Vervang de accu door een
nieuwe.
De accu kan niet worden opgeladen.
• U kunt de accu niet opladen met de netspanningsadapter (niet bijgeleverd).
Problemen oplossen
Stilstaande beelden/films opnemen
Beelden kunnen niet worden opgenomen.
• Controleer de resterende opslagcapaciteit van het interne geheugen of de "Memory Stick
Duo". Als deze vol is, voert u een van de volgende handelingen uit:
– Verwijder overbodige beelden (pagina 35).
– Plaats een andere "Memory Stick Duo".
• Tijdens het opladen van de flitser kunt u geen beelden opnemen.
• Wanneer u een stilstaand beeld opneemt, zet u de modusknop op een andere stand dan
.
103
Problemen oplossen
• Zet de modusknop op
wanneer u films wilt opnemen.
• Het beeldformaat is ingesteld op [640(Fijn)] tijdens het opnemen van films. Voer een van de
volgende handelingen uit:
– Stel het beeldformaat in op een andere instelling dan [640(Fijn)].
– Plaats een "Memory Stick PRO Duo".
Het onderwerp is niet zichtbaar op het scherm.
• De camera is ingesteld op de weergavefunctie. Druk op
om de opnamefunctie (pagina 33)
te wijzigen.
De steadyshot-functie werkt niet.
• De steadyshot-functie werkt niet als
op het scherm wordt weergegeven.
• De steadyshot-functie werkt wellicht niet goed wanneer u nachtelijke scènes opneemt.
• Neem op nadat u de sluiterknop half hebt ingedrukt. Druk de knop niet plotseling volledig in.
Het opnemen duurt erg lang.
• De NR lange-sluitertijdfunctie is ingeschakeld (pagina 18). Dit is normaal.
Het beeld is onscherp.
• Het onderwerp bevindt zich te dichtbij. Neem op met de opnamefunctie
(Macro). Zorg
ervoor dat u de lens verder van het onderwerp plaatst dan de kortste afstand voor opnemen,
ongeveer 2 cm (W)/90 cm (T) bij opnamen (pagina 26).
•
(Schemer-functie),
(Landschap-functie) of
(Vuurwerk-functie) is geselecteerd in de
scènekeuzefunctie bij het opnemen van stilstaande beelden.
• Als
(functie Geavanceerde sportopname) is geselecteerd in de scènekeuzefunctie en het
onderwerp te dichtbij is, kan scherpstellen moeilijk verlopen.
• De functie voor vooraf ingestelde scherpstelling is geselecteerd. Selecteer de functie voor
automatische scherpstelling (pagina 47).
• Controleer of de instelling van [Conversielens] correct is (pagina 73).
• "Als er niet is scherpgesteld op het onderwerp" op pagina 48.
De zoomfunctie werkt niet.
• U kunt de slimme-zoomfunctie niet gebruiken wanneer het beeldformaat is ingesteld op [8M]
of [3:2].
• U kunt de digitale zoomfunctie niet gebruiken als:
– [Gezichtsherkenning] is ingesteld op [Aan].
–
(functie Geavanceerde sportopname) is geselecteerd in de scènekeuzefunctie.
– U neemt films op.
• U kunt de zoomvergrotingsfactor niet wijzigen wanneer u een film opneemt.
• Controleer of de instelling van [Conversielens] correct is (pagina 73).
104
Problemen oplossen
De flitser werkt niet.
• De flitser is ingesteld op
(Niet flitsen) (pagina 26).
• U kunt in de volgende gevallen de flitser niet gebruiken:
– [Opn.functie] is ingesteld op [Burst] of Exposure Bracket (pagina 43).
–
(functie Hoge gevoeligheid),
(functie Geavanceerde sportopname),
(Schemerfunctie) of
(Vuurwerk-functie) is geselecteerd in de scènekeuzefunctie (pagina 30).
– U neemt films op.
• Stel de flitser in op (Flitser altijd aan) wanneer de modusknop op M is ingesteld of wanneer
(Landschap-functie),
(Strand-functie) of
(Sneeuw-functie) is geselecteerd in de
scènekeuzefunctie (pagina 26).
Wazige witte punten verschijnen in beelden die met de flitser worden
opgenomen.
• Deeltjes (stof, pollen, enz.) in de lucht hebben het flitslicht gereflecteerd en worden in het
beeld weergegeven. Dit is normaal (pagina 13).
De close-upopnamefunctie (Macro) werkt niet.
•
(functie Geavanceerde sportopname),
(Landschap-functie), (Schemer-functie) of
(Vuurwerk-functie) is geselecteerd in de scènekeuzefunctie (pagina 30).
De datum en tijd worden niet weergegeven op het LCD-scherm.
• Tijdens het opnemen worden de datum en tijd niet weergegeven. Ze worden alleen
weergegeven tijdens het afspelen.
De datums kunnen niet in een beeld worden ingevoegd.
• De camera beschikt niet over een functie voor het toevoegen van data aan beelden
(pagina 109). Met "Picture Motion Browser" kunt u beelden met de datum afdrukken of
opslaan (pagina 84).
De F-waarde en de sluitertijd knipperen wanneer u de sluiterknop half
ingedrukt houdt.
• De belichting is niet goed. Pas de belichting aan (pagina 45).
• Pas de helderheid van de achtergrondverlichting van het LCD-scherm aan (pagina 21).
Het beeld is te donker.
• U neemt een onderwerp met een lichtbron erachter op. Selecteer de lichtmeetfunctie
(pagina 46) of pas de belichting aan (pagina 45).
Problemen oplossen
Het scherm is te donker of te licht.
105
Problemen oplossen
Het beeld is te licht.
• Pas de belichting aan (pagina 45).
De kleuren van het beeld zijn niet juist.
• Stel [Kleurfunctie] in op [Normaal] (pagina 44).
Bij het filmen van een zeer helder onderwerp verschijnen er verticale strepen.
• Het vlekkerige verschijnsel doet zich voor en witte, zwarte, rode, paarse of andere strepen
verschijnen op het beeld. Dit verschijnsel duidt niet op een defect.
In het beeld verschijnt ruis wanneer u op een donkere plaats naar het scherm
kijkt.
• De camera probeert de zichtbaarheid van het scherm te verhogen door het beeld tijdelijk
helderder te maken onder omstandigheden met een slechte verlichting. Dit is niet van invloed
op het opgenomen beeld.
De ogen van het onderwerp zijn rood.
• Stel [Rode-ogeneffect] in op [Aan] (pagina 50).
• Neem het onderwerp op vanaf een afstand korter dan het flitsbereik bij gebruik van de flitser.
• Verlicht het vertrek en neem het onderwerp op.
• Bewerk het beeld met [Rode-ogen-correctie] (pagina 58).
Er verschijnen puntjes op het scherm.
• Dit is normaal. Deze puntjes worden niet opgenomen (pagina 2).
Beelden kunnen niet continu worden opgenomen.
• Het interne geheugen of de "Memory Stick Duo" is vol. Verwijder overbodige beelden
(pagina 35).
• De accu is bijna leeg. Plaats de opgeladen accu.
Beelden weergeven
Beelden kunnen niet worden weergegeven.
• Druk op
(Weergave) (pagina 33).
• De naam van de map of het bestand is gewijzigd op de computer (pagina 91).
• Sony garandeert de weergave van beeldbestanden op de camera niet als de bestanden door een
computer werden verwerkt of werden opgenomen met een andere camera.
• De camera is ingesteld op de USB-functie. Annuleer de USB-verbinding (pagina 87).
106
Problemen oplossen
De datum en tijd worden niet weergegeven.
• De schermaanduidingen zijn uitgeschakeld. Door op v (DISP) op de regeltoets te drukken
worden de aanduidingen op het scherm getoond (pagina 21).
Onmiddellijk nadat de weergave is begonnen, ziet het beeld er grof uit.
• Dit kan voorkomen door beeldverwerking. Dit is normaal.
Geen muziek tijdens diavoorstelling.
• Zet muziekbestanden over naar de camera met "Music Transfer" (pagina 92).
Het beeld verschijnt niet op het televisiescherm.
• Controleer [Video-uit] om te zien of het video-uitgangssignaal van de camera is ingesteld op
het kleursysteem van de televisie (pagina 70).
• Controleer de aansluiting (pagina 77).
• Als de USB-stekker van de kabel voor de multifunctionele aansluiting is aangesloten op een
ander apparaat, moet u de stekker loskoppelen (pagina 87).
• U probeert films weer te geven bij HD(1080i)-uitvoer. Films kunnen niet worden
weergegeven aan high-definition-beeldkwaliteit. Stel [COMPONENT] in op [SD]
(pagina 69).
Verwijderen
Beeld kan niet worden verwijderd.
• Annuleer de beveiliging (pagina 58).
Computers
Computerstuurprogrammacompatibiliteit met de camera is onbekend.
• Controleer "Aanbevolen computeromgeving" op pagina 81 voor Windows en pagina 93 voor
Macintosh.
• Controleer of de computer en de Memory Stick-Readers/Writers "Memory Stick PRO Duo"
ondersteunen. Gebruikers van computers en Memory Stick-Readers/Writers van een andere
fabrikant dan Sony moeten contact opnemen met die fabrikant.
• Als de "Memory Stick PRO Duo" niet wordt ondersteund, sluit u de camera aan op de
computer (pagina 85 en 93). De "Memory Stick PRO Duo" wordt door de computer herkend.
Problemen oplossen
"Memory Stick PRO Duo" wordt niet herkend door een computer met een
"Memory Stick"-sleuf.
De computer herkent de camera niet.
• Schakel de camera in.
107
Problemen oplossen
• Als de acculading laag is, installeert u een opgeladen accu of gebruikt u de
netspanningsadapter (niet bijgeleverd) (pagina 85).
• Stel [USB-aansl.] in op [Mass Storage] (pagina 69).
• Gebruik de kabel voor de multifunctionele aansluiting (bijgeleverd) (pagina 85).
• Koppel de kabel voor de multifunctionele aansluiting los van de computer en de camera en
sluit de kabel opnieuw stevig aan.
• Koppel alle apparatuur, behalve de camera, het toetsenbord en de muis, los van de USB-
aansluitingen van de computer.
• Sluit de camera rechtstreeks aan op de computer en niet via een USB-hub of ander apparaat
(pagina 85).
Beelden kunnen niet worden gekopieerd.
• Breng een USB-verbinding tussen de camera en de computer tot stand (pagina 85).
• Volg de betreffende kopieerprocedure voor uw besturingssysteem (pagina 89 en 93).
• Wanneer u beelden opneemt op een "Memory Stick Duo" die met een computer is
geformatteerd, kunt u de beelden wellicht niet naar een computer kopiëren. Maak opnamen op
een "Memory Stick Duo" die met de camera is geformatteerd (pagina 64).
Nadat de USB-verbinding tot stand is gebracht, wordt "Picture Motion
Browser" niet automatisch gestart.
• Breng de USB-verbinding tot stand nadat de computer is ingeschakeld (pagina 85).
Beelden kunnen niet worden weergegeven op uw computer.
• Raadpleeg "Picture Motion Browser Guide" (pagina 84) als u "Picture Motion Browser"
gebruikt.
• Raadpleeg de fabrikant van de computer of de software.
Als u niet weet hoe u "Picture Motion Browser" moet gebruiken.
• Raadpleeg "Picture Motion Browser Guide" (pagina 84).
Wanneer u een film op een computer weergeeft, worden beeld en geluid
onderbroken door storing.
• U geeft de film rechtstreeks weer vanuit het interne geheugen of vanaf de "Memory Stick
Duo". Kopieer de film naar de vaste schijf van de computer en geef vervolgens de film weer
vanaf de vaste schijf (pagina 85).
Beeld kan niet worden afgedrukt.
• Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van de printer.
Beelden die al naar de computer zijn gekopieerd, kunnen niet op de camera
worden weergegeven.
• Kopieer de beelden naar een map die door de camera wordt herkend, zoals "101MSDCF"
(pagina 87).
108
Problemen oplossen
• Volg de juiste procedures (pagina 91).
"Memory Stick Duo"
De "Memory Stick Duo" kan niet worden geplaatst.
• Plaats deze in de juiste richting.
U hebt een "Memory Stick Duo" per ongeluk geformatteerd.
• Alle beeldgegevens op de "Memory Stick Duo" zijn verwijderd door het formatteren. U kunt
deze niet meer herstellen.
Intern geheugen
Er kunnen geen beelden worden weergegeven of opgenomen in het interne
geheugen.
• Er is een "Memory Stick Duo" in de camera geplaatst. Verwijder deze uit de camera.
De beeldgegevens in het interne geheugen kunnen niet naar een "Memory Stick
Duo" worden gekopieerd.
• De "Memory Stick Duo" is vol. Kopieer het beeld naar de "Memory Stick Duo" met
voldoende vrije opslagruimte.
De beeldgegevens op de "Memory Stick Duo" of de computer kunnen niet naar
het interne geheugen worden gekopieerd.
• Deze functie is niet beschikbaar.
Afdrukken
Zie ook "PictBridge-compatibele printer" in combinatie met de volgende punten.
Beelden worden zonder beide randen afgedrukt.
wanneer u een beeld hebt opgenomen met het beeldformaat [16:9], kunnen de zijranden van
het beeld worden bijgesneden.
• Wanneer u beelden afdrukt met uw eigen printer, kunt u de instellingen voor bijsnijden en
afdrukken zonder randen annuleren. Vraag de fabrikant van de printer of de printer beschikt
over deze functies.
• Wanneer u de beelden laat afdrukken bij een digitale-fotowinkel, vraagt u of de beelden
kunnen worden afgedrukt zonder beide randen bij te snijden.
Problemen oplossen
• Afhankelijk van de printer kunnen alle randen van het beeld worden bijgesneden. Vooral
109
Problemen oplossen
Beelden kunnen niet met de datum worden afgedrukt.
• Met "Picture Motion Browser" kunt u beelden met de datum afdrukken (pagina 84).
• De camera beschikt niet over een functie voor het toevoegen van data aan beelden. Aangezien
de beelden die met de camera zijn opgenomen echter gegevens bevatten over de
opnamedatum, kunt u beelden met de datum afdrukken als de printer of de software Exifgegevens kan herkennen. Vraag de fabrikant van de printer of de software of het product
compatibel is met Exif-gegevens.
• Vraag, als u beroep doet op een fotowinkel, om de data op de beelden af te drukken.
PictBridge-compatibele printer
Er kan geen verbinding tot stand worden gebracht.
• De camera kan niet rechtstreeks worden aangesloten op een printer die niet compatibel is met
PictBridge. Vraag de fabrikant van de printer of uw printer compatibel is met PictBridge.
• Controleer of de printer is ingeschakeld en op de camera kan worden aangesloten.
• Stel [USB-aansl.] in op [PictBridge] (pagina 69).
• Koppel de kabel voor de multifunctionele aansluiting los en sluit deze weer aan. Als een
foutbericht wordt weergegeven op de printer, moet u de gebruiksaanwijzing van de printer
raadplegen.
Beelden kunnen niet worden afgedrukt.
• Controleer of de camera en de printer correct zijn aangesloten met de kabel voor de
multifunctionele aansluiting.
• Schakel de printer in. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing bij de printer voor meer informatie.
• Als u tijdens het afdrukken [Sluiten] selecteert, worden de beelden wellicht niet afgedrukt.
Koppel de kabel voor de multifunctionele aansluiting los en sluit deze weer aan. Als u de
beelden nog steeds niet kunt afdrukken, koppelt u de kabel voor de multifunctionele
aansluiting los, schakelt u de printer uit en vervolgens weer in en sluit u de kabel voor de
multifunctionele aansluiting weer aan.
• Films kunnen niet worden afgedrukt.
• Beelden die met andere camera's dan de camera zijn opgenomen of beelden die op een
computer zijn bewerkt, kunnen wellicht niet worden afgedrukt.
Het afdrukken is geannuleerd.
• Controleer of u de kabel voor de multifunctionele aansluiting hebt losgekoppeld voordat het
pictogram
(PictBridge-aansluiting) is verdwenen.
In de indexfunctie kan de datum niet worden ingevoegd of kunnen beelden niet
worden afgedrukt.
• De printer beschikt niet over deze functies. Vraag de fabrikant van de printer of de printer
beschikt over deze functies.
• Afhankelijk van de printer kan de datum niet worden ingevoegd in de indexfunctie.
Raadpleeg de fabrikant van de printer.
110
Problemen oplossen
In plaats van de datum wordt "---- -- --" afgedrukt op het beeld.
• Het beeld heeft geen opnamegegevens en de datum kan niet worden ingevoegd. Stel [Datum]
in op [Uit] en druk het beeld opnieuw af (pagina 98).
Het afdrukformaat kan niet worden geselecteerd.
• Vraag de fabrikant van de printer of het gewenste afdrukformaat beschikbaar is op de printer.
Het beeld kan niet met het geselecteerde formaat worden afgedrukt.
• Als u papier van verschillende formaten gebruikt nadat u de printer op de camera hebt
aangesloten, koppelt u de kabel voor multifunctionele aansluiting los en terug vast.
• De afdrukinstelling van de camera is anders dan die van de printer. Wijzig de instelling van de
camera (pagina 98) of de printer.
De camera kan niet worden bediend nadat het afdrukken is geannuleerd.
• Wacht enige tijd terwijl het afdrukken wordt geannuleerd op de printer. Dit kan enige tijd
duren, afhankelijk van de printer.
Overige
Bestandsnummering kan niet worden teruggezet.
• Als u een opnamemedium vervangt kunt u bestandsnummers met de camera niet initialiseren.
Formatteer de "Memory Stick Duo" (pagina 64, 67) of het interne geheugen en initialiseer
vervolgens de instellingen (pagina 68) om de bestandsnummering te initialiseren. De
gegevens op de "Memory Stick Duo" of het interne geheugen worden echter verwijderd en
alle instellingen, inclusief datum, worden geïnitialiseerd.
De camera werkt niet wanneer de lens is uitgeschoven.
• Forceer de lens niet als die is gestopt met bewegen.
• Plaats een opgeladen batterij en schakel de camera opnieuw in.
De lens raakt beslagen.
• Er is condensvorming opgetreden. Schakel de camera uit en wacht ongeveer een uur voordat u
De lens beweegt niet wanneer u de camera uitschakelt.
• De accu is ontladen. Vervang deze door een opgeladen batterijdoos.
De camera wordt warm wanneer u deze langere tijd gebruikt.
Problemen oplossen
deze weer gebruikt.
• Dit is normaal.
111
Problemen oplossen
Het scherm voor het instellen van de klok wordt weergegeven nadat de camera
is ingeschakeld.
• Stel de datum en tijd nogmaals in (pagina 75).
U wilt de datum of tijd wijzigen.
• Stel de datum en tijd nogmaals in (pagina 75).
112
Foutcodes en berichten
Zelfdiagnosefunctie
Als een foutcode wordt weergegeven die
met een letter van het alfabet begint, is de
zelfdiagnosefunctie van de camera actief.
De laatste twee cijfers (hieronder aangeduid
met ss) verschillen afhankelijk van de
status van de camera.
Als u het probleem niet kunt verhelpen,
zelfs niet nadat u de volgende oplossingen
een aantal keer hebt geprobeerd, moet de
camera wellicht worden gerepareerd. Neem
contact op met uw Sony-handelaar of de
plaatselijke technische dienst van Sony.
E:91:ss
• Er is een storing opgetreden in de
camera. Herstel de
standaardinstellingen van de camera
(pagina 68) en schakel de camera weer
in.
Berichten
Als een van de volgende berichten wordt
weergegeven, volgt u de aanwijzingen.
• De accu is bijna leeg. Laad de accu
C:32:ss
• Er is een probleem met de hardware van
de camera. Schakel de camera uit en
weer in.
C:13:ss
• De camera kan geen gegevens lezen
Gebruik uitsluitend een geschikte
batterij
• De gebruikte batterij is geen NP-BG1-
accu.
Systeemfout
• Schakel de camera uit en weer in.
Fout van intern geheugen
• Schakel de camera uit en weer in.
Plaats de Memory Stick opnieuw
• Plaats de "Memory Stick Duo" op de
juiste manier.
• De geplaatste "Memory Stick Duo" kan
E:61:ss
E:62:ss
niet met de camera worden gebruikt
(pagina 118).
• De "Memory Stick Duo" is beschadigd.
• Het aansluitpunt van de "Memory Stick
Duo" is vuil.
Problemen oplossen
vanaf of schrijven naar de "Memory
Stick Duo". Probeer de camera uit en
weer in te schakelen, of verwijder de
"Memory Stick Duo" en plaats deze een
aantal keren terug.
• Er is een formatteringsfout in het
interne geheugen opgetreden of er is een
niet-geformatteerde "Memory Stick
Duo" geplaatst. Formatteer het interne
geheugen of de "Memory Stick Duo"
(pagina 64, 67).
• De geplaatste "Memory Stick Duo" kan
niet met de camera worden gebruikt of
de gegevens zijn beschadigd. Plaats een
nieuwe "Memory Stick Duo".
onmiddellijk op. Afhankelijk van de
gebruiksomstandigheden en het type
accu, kan de aanduiding knipperen,
zelfs als er nog voldoende acculading is
voor 5 tot 10 minuten gebruik.
113
Foutcodes en berichten
Verkeerd type Memory Stick
• De geplaatste "Memory Stick Duo" kan
niet met de camera worden gebruikt
(pagina 118).
Geen toegang Memory Stick
Toegang geweigerd
• U gebruikt de "Memory Stick Duo"
waarvan de toegang wordt
gecontroleerd.
Fout bij formatteren Memory Stick
Fout bij formatteren intern geheugen
• Formatteer het medium opnieuw
(pagina 64, 67).
Memory Stick vergrendeld
• U gebruikt de "Memory Stick Duo" met
de schrijfbeveiligingsschakelaar in de
stand LOCK. Zet de schakelaar in de
stand voor opnemen.
Geen geheugenruimte in het intern
geheugen
Geen geheugenruimte in de Memory
Stick
• Verwijder overbodige beelden of
bestanden (pagina 35).
Geheugen voor alleen-lezen
• De camera kan geen beelden opnemen
of verwijderen op deze "Memory Stick
Duo".
• De geselecteerde map bevat geen
bestand dat in een diavoorstelling met
muziek kan worden afgespeeld.
Mapfout
• Op de "Memory Stick Duo" staat al een
map met dezelfde drie eerste cijfers
(bijvoorbeeld: 123MSDCF en
123ABCDE). Selecteer een andere map
of maak een nieuwe map (pagina 64,
65).
Kan geen mappen meer maken
• Op de "Memory Stick Duo" staat een
map waarvan de naam begint met
"999". U kunt in dat geval geen mappen
meer maken.
Bestandsfout
• Er is een fout opgetreden tijdens het
weergeven van het beeld. Sony
garandeert de weergave van
beeldbestanden op de camera niet als de
bestanden door een computer werden
verwerkt of werden opgenomen met een
andere camera.
Deze map heeft het kenmerk Alleen
lezen.
• U hebt een map geselecteerd die niet
kan worden ingesteld op de camera als
een opnamemap. Selecteer een andere
map (pagina 65).
Bestandsbeveiliging
• Annuleer de beveiliging (pagina 58).
Geen beelden beschikbaar
• Er zijn geen beelden die kunnen worden
weergegeven opgenomen in het interne
geheugen.
• Er zijn geen beelden die kunnen worden
weergegeven, opgenomen op de
"Memory Stick Duo".
114
Te groot beeldformaat
• U geeft een beeld weer met een formaat
dat niet kan worden weergegeven op de
camera.
Foutcodes en berichten
Ongeldige bediening
• U wilt een beeldbestand weergeven dat
niet compatibel is met de camera.
• U hebt een functie geselecteerd die niet
beschikbaar is voor films.
(Trillingswaarschuwing)
• Door onvoldoende licht is de camera
gevoelig voor beweging. Gebruik de
flitser, activeer de steadyshot-functie of
bevestig de camera op een statief om de
camera te stabiliseren.
Printer bezet
Papierfout
Geen papier
Inktfout
Inkt bijna op.
Inkt helemaal op.
• Controleer de printer.
Printerfout
• Controleer de printer.
• Controleer of het beeld dat u wilt
afdrukken, is beschadigd.
640(Fijn) is niet beschikbaar
• Films met beeldformaat 640(Fijn)
kunnen alleen op een "Memory Stick
PRO Duo" worden opgenomen. Plaats
een "Memory Stick PRO Duo" of stel
het beeldformaat in op een ander
formaat dan [640(Fijn)].
• De gegevensoverdracht naar de printer
is wellicht nog niet voltooid. Koppel de
kabel voor de multifunctionele
aansluiting niet los.
Verwerkt
Macro is ongeldig
• De macrofunctie is niet beschikbaar
onder deze instellingen (pagina 26, 30).
De flitserfunctie kan niet worden
veranderd
• De flitser is niet beschikbaar onder deze
instellingen (pagina 26, 30).
Maximumaantal beelden
geselecteerd
• U kunt maximaal 100 beelden
Onvoldoende acculading
• Gebruik een volledig opgeladen accu
wanneer u een beeld dat in het interne
geheugen is opgeslagen, kopieert naar
de "Memory Stick Duo".
afdruktaak. U kunt niet afdrukken
voordat dit is voltooid. Dit kan enige
tijd duren, afhankelijk van de printer.
Muziekfout
• Verwijder het muziekbestand of
vervang het door een normaal
muziekbestand.
• Voer [Format. muz.] uit en download
vervolgens een nieuw muziekbestand.
Muziekgeheugen-formatteringsfout
• Voer [Format. muz.] uit.
Ongeldige bediening
Bezig met HD (1080i)-uitvoer…
• U probeert films weer te geven.
• U probeert de functie [Bijwerken] te
gebruiken.
Problemen oplossen
selecteren. Verwijder het vinkje.
• De printer annuleert de huidige
115
Foutcodes en berichten
Bezig met TV-uitvoer...
• De camera geeft de beelden in de
functie Diavoorstelling weer.
Geen rode ogen gevonden
• Het is mogelijk dat u rode ogen niet
kunt corrigeren, afhankelijk van het
beeld.
Schakel uit en weer in
• Fout van de lens.
Haal de lensdop eraf en schakel de
camera uit en weer in
• Haal de lensdop eraf en schakel de
camera uit en weer in.
Zelfontspanner is ongeldig
• De zelfontspanner is niet beschikbaar
onder deze instellingen.
116
Overige
De camera in het buitenland gebruiken —
Stroomvoorziening
U kunt uw camera, de acculader (bijgeleverd) en de AC-LS5K-netspanningsadapter (niet
bijgeleverd) in elk land/elke regio gebruiken met een stroomvoorziening tussen 100 V en
240 V wisselstroom, 50/60 Hz.
• Gebruik geen elektronische transformator (reistransformator), omdat
hierdoor een storing kan optreden.
Overige
117
De "Memory Stick Duo"
Een "Memory Stick Duo" is een compact,
draagbaar IC-opnamemedium. De typen
"Memory Stick Duo" die kunnen worden
gebruikt met deze camera, worden vermeld
in de onderstaande tabel. Een goede
werking kan echter niet worden
gegarandeerd voor alle functies van de
"Memory Stick Duo".
Type "Memory Stick"
Opnemen/
weergeven
"Memory Stick Duo"
(zonder MagicGate)
a*2
"Memory Stick Duo"
(met MagicGate)
a*1
MagicGate Memory Stick
Duo
a*1*2
Memory Stick PRO Duo
a*1*4
Memory Stick PRO-HG Duo
a*1*3*4
*1) "Memory Stick Duo", "MagicGate Memory
Stick Duo" en "Memory Stick PRO Duo" zijn
uitgerust met MagicGate-functies. MagicGate
is een technologie ter bescherming van
auteursrechten waarbij gebruik wordt gemaakt
van coderingstechnologie. Deze camera kan
geen gegevens opnemen/weergeven waarvoor
MagicGate-functies zijn vereist.
*2) De camera ondersteunt geen hoge
gegevensoverdrachtssnelheid via een parallelle
interface.
*3) De camera is niet compatibel met 8-bits
parallelle gegevensoverdracht. Ondersteunt 4bits parallelle gegevensoverdracht gelijk aan
"Memory Stick PRO Duo".
*4) Films met het formaat [640(Fijn)] kunnen
worden opgenomen.
• Dit product is compatibel met "Memory Stick
Micro" ("M2"). "M2" is een afkorting van
"Memory Stick Micro".
• De juiste werking van een "Memory Stick Duo"
die op een computer is geformatteerd, kan met
de camera niet worden gegarandeerd.
• De lees-/schrijfsnelheid van de gegevens
verschilt afhankelijk van de gebruikte "Memory
Stick Duo" en apparatuur.
118
• Verwijder de "Memory Stick Duo" niet terwijl
gegevens worden gelezen of geschreven.
• De gegevens kunnen in de volgende gevallen
worden beschadigd:
– Wanneer de "Memory Stick Duo" uit de
camera wordt verwijderd of de camera wordt
uitgeschakeld tijdens het lezen of schrijven
van gegevens.
– Wanneer de "Memory Stick Duo" wordt
gebruikt op plaatsen met statische elektriciteit
of elektrische ruis.
• Wij raden aan dat u een kopie van belangrijke
gegevens op de vaste schijf van uw computer
opslaat.
• Druk niet te hard wanneer u in het memogebied
schrijft.
• Plak geen etiket op de "Memory Stick Duo" zelf
of op een Memory Stick Duo-adapter.
• Wanneer u de "Memory Stick Duo" meeneemt
of opbergt, plaatst u deze terug in het
bijgeleverde doosje.
• Raak het aansluitpunt van de "Memory Stick
Duo" niet aan met uw hand of een metalen
voorwerp.
• Sla niet tegen de "Memory Stick Duo", buig
deze niet en laat deze niet vallen.
• Demonteer of wijzig de "Memory Stick Duo"
niet.
• Stel de "Memory Stick Duo" niet bloot aan
water.
• Houd de "Memory Stick Duo" buiten het bereik
van kleine kinderen. Kinderen kunnen de kaart
per ongeluk doorslikken.
• Plaats geen ander voorwerp dan een "Memory
Stick Duo" in de Memory Stick Duo-sleuf.
Anders kan er een storing optreden.
• Gebruik of bewaar de "Memory Stick Duo" niet
onder de volgende omstandigheden:
– Op plaatsen met een hoge temperatuur, zoals
in een hete auto die in de zon is geparkeerd
– Op plaatsen die zijn blootgesteld aan direct
zonlicht
– Op vochtige plaatsen of plaatsen waar zich
corrosieve stoffen bevinden
De "Memory Stick Duo"
Opmerkingen over het gebruik van een
Memory Stick Duo-adapter (niet
bijgeleverd)
• Als u een "Memory Stick Duo" met een
"Memory Stick"-apparaat wilt gebruiken, moet
u de "Memory Stick Duo" eerst in een Memory
Stick Duo-adapter plaatsen. Als u een "Memory
Stick Duo" in een "Memory Stick"-compatibel
apparaat plaatst zonder een Memory Stick Duoadapter, is het mogelijk dat u deze niet kunt
verwijderen.
• Zorg ervoor dat u bij het plaatsen van een
"Memory Stick Duo" in een Memory Stick Duoadapter voor dat de "Memory Stick Duo" in de
juiste richting en volledig wordt geplaatst.
Verkeerde plaatsing kan een fout veroorzaken.
• Wanneer u een "Memory Stick Duo" die in een
Memory Stick Duo-adapter is geplaatst, met een
"Memory Stick"-apparaat gebruikt, moet u
ervoor zorgen dat de Memory Stick Duo-adapter
in de juiste richting wordt geplaatst. Houd er
rekening mee dat de apparatuur kan worden
beschadigd door onjuist gebruik.
• Plaats een Memory Stick Duo-adapter niet in
een "Memory Stick"-compatibel apparaat
zonder dat een "Memory Stick Duo" in de
adapter is geplaatst. Als u dit toch doet, kan een
storing in de camera optreden.
Opmerkingen over het gebruik van een
"Memory Stick PRO Duo" (niet
bijgeleverd)
Typen "Memory Stick PRO Duo" met een
opslagcapaciteit tot 8 GB zijn goedgekeurd voor
gebruik in de camera.
Opmerkingen over het gebruik van een
"Memory Stick Micro" (niet bijgeleverd)
Overige
• Zorg ervoor dat u de "Memory Stick Micro" in
een "M2"-adapter van Duo-formaat plaatst om
een "Memory Stick Micro" met de camera te
gebruiken. Als u een "Memory Stick Micro"
rechtstreeks in de camera plaatst zonder een
"M2"-adapter te gebruiken, is het mogelijk dat u
deze niet weer uit het apparaat kunt halen.
• Houd de "Memory Stick Micro" buiten het
bereik van kleine kinderen. Kinderen kunnen de
kaart per ongeluk doorslikken.
119
Over de accu
De accu opladen
We raden u aan de accu op te laden bij een
omgevingstemperatuur tussen 10°C en 30°C. De
accu wordt mogelijk niet volledig opgeladen bij
temperaturen die buiten dit bereik liggen.
De accu effectief gebruiken
• De prestaties van de accu gaan achteruit als deze
in een koude omgeving wordt gebruikt. Op
koude plaatsen is de gebruiksduur van de accu
korter. Voor een langdurig gebruik raden we u
het volgende aan:
– Bewaar de accu in een binnenzak om deze
warm te houden en plaats de accu vlak
voordat u begint met opnemen in de camera.
• De acculading wordt sneller verbruikt wanneer
u de flitser of zoomfunctie vaak gebruikt.
• U kunt het beste reserveaccu's bij de hand
houden met een totale opnameduur van twee of
drie keer zo lang als de verwachte opnameduur,
en eerst proefopnamen maken voordat u de
werkelijke opnamen maakt.
• Stel de accu niet bloot aan water. De accu is niet
waterbestendig.
• Laat de accu niet liggen op zeer warme locaties,
zoals in een auto of in direct zonlicht.
De accu bewaren
• Ontlaad de accu volledig voordat u ze in een
koele droge plaats opbergt. Om de werking van
de accu te behouden moet u minstens één keer
per jaar tijdens bewaring de accu volledig
opladen en vervolgens volledig ontladen in de
camera.
• Als u de acculading wilt verbruiken, schakelt u
de camera in de weergavefunctie voor
diavoorstelling (pagina 53) totdat de camera
wordt uitgeschakeld.
• Gebruik de bijgeleverde accuhouder wanneer u
de accu meeneemt of opbergt om vlekken op het
aansluitpunt, kortsluiting, enzovoort te
voorkomen.
Levensduur van de accu
• De levensduur van de accu is beperkt.
Accucapaciteit neemt na een tijd en door
herhaald gebruik af. Als een verminderde
gebruikstijd tussen het laden opmerkelijk wordt
is het waarschijnlijk tijd om ze te vervangen met
een nieuwe.
120
• De levensduur van de accu verschilt afhankelijk
van de opslag- en gebruiksomstandigheden
waaronder de accu wordt gebruikt.
De acculader
De acculader
• Plaatst geen andere accu dan de NP-BG-accu in
de acculader bijgeleverd met de camera. Andere
batterijen kunnen lekken, overhit geraken of
ontploffen als u ze probeert op te laden. Dit kan
leiden tot electrocutie en brandwonden.
• Verwijder de opgeladen accu uit de acculader.
Als u de opgeladen accu in de lader laat zitten,
kan de levensduur van de accu worden verkort.
• Verwijder de accu die wordt opgeladen en plaats
dezelfde accu vervolgens opnieuw in de camera
totdat deze vastklikt als het CHARGE-lampje
knippert. Als het CHARGE-lampje opnieuw
knippert, geeft dit aan dat een accufout is
opgetreden of dat een accu van een ander type
dan het opgegeven type is geplaatst. Controleer
of de geplaatste accu van het opgegeven type is.
Als de accu van het opgegeven type is, haalt u
de accu uit de lader, vervangt u deze door een
nieuwe of een andere en controleert u of de
acculader goed werkt. Als de acculader goed
werkt, kan een accufout zijn opgetreden.
Overige
121
Index
Index
A
Bewolkt ................................ 49
Aanduiding ...........................17
Bijwerken............................. 56
Aanduiding voor AE/AFvergrendeling...........24, 48
Burst..................................... 43
F
Flitser (Opnemen) ................ 13
C
Flitser (witbalans)................. 50
Computer.......................85
Camera vasthouden.............. 24
Flitser altijd aan ....................26
Printer............................98
COMPONENT..................... 69
Flitsfunctie............................ 26
Televisie ........................77
Computer ............................. 80
Flitsniveau ............................ 50
Accu....................................120
Aanbevolen omgeving
................................ 81, 93
Fluorescerende licht 1, 2, 3
....................................... 49
Beeldbestanden
opgeslagen op de
computer weergeven op de
camera........................... 91
Format. muz. ........................ 92
Afdrukken bij een fotowinkel
.....................................100
Beelden kopiëren .... 85, 93
Functie geavanceerde
sportopname ..................29
Afdrukmarkering ................100
Software........................ 82
AF-functie ............................72
Windows....................... 80
AF-vergrendeling .................48
Contrast ................................ 51
AF-verlicht. ..........................71
Conversielens................. 16, 73
Aansluiten
Acculader............................121
Adapterring...........................16
AF-bereikzoekerframe..........47
Afdrukken.......................60, 96
Macintosh ..................... 93
Auto Review.........................74
Autom. instellen-functie.......23
D
Automat. instellen ................24
Daglicht................................ 49
Automatische scherpstelling...7
Datum............................. 75, 99
DC IN-aansluiting................ 15
B
Diafragma .............................. 9
Beeldbestandopslaglocaties en
bestandsnamen ..............87
Diavoorstelling............... 53, 56
Beelden kopiëren naar de
computer........................85
DirectX................................. 82
Beelden verwijderen.............35
Beelden weergeven...............33
Beeldformaat ..................11, 41
Beeldkwaliteit.................11, 13
Belichting ...............................9
Digitale zoom....................... 72
DISP..................................... 21
Downl. muz. ........................ 92
DPOF ........................... 60, 100
Dradenkruis van de
puntlichtmeting............. 46
DRO ..................................... 51
Bestandopslaglocatie ............87
122
Exposure Bracket ................. 43
Formatteren .................... 64, 67
Foutcodes en berichten.......113
Functie vuurwerk..................29
Functiegids ...........................68
G
Gedeeltelijk kleur ................. 57
Geheugen beheren ................ 64
Gezichtsherkenning .............. 42
Gloeilamp .............................49
H
Half indrukken........................ 7
Histogram .............................21
Hoge gevoeligheid................ 29
HOME ..................................37
Hoofdinstellingen 1 .............. 68
Hoofdinstellingen 2 .............. 69
I
Indexscherm .........................34
Indexweergave ..................... 53
Bestandsextensie ..................91
E
Initialiseren...........................68
Bestandsnaam .......................87
Enkelbeeld ........................... 53
Install ....................................82
Besturingssysteem ..........81, 93
Enkelvoud. ........................... 72
Instellingen ...........................68
Beveiligen.............................58
EV ........................................ 45
Intern geheugen ....................22
EV aanpassen ................. 21, 45
Intern geheugen-tool ............ 67
Index
ISO..............................9, 10, 45
Menu
PictBridge .......................69, 97
Items.............................. 40
Picture Motion Browser .......84
J
Opnemen....................... 41
Pieptoon ................................68
JPG........................................87
Weergeven .................... 56
Pixel ......................................11
Midden-AF........................... 47
Precisie-digitale-zoomfunctie
.......................................72
K
Kabel voor de multifunctionele
aansluiting ...............85, 98
Modus handmatige belichting
...................................... 31
Problemen oplossen............102
Modusknop........................... 23
Punt-AF ................................47
Kleur .....................................10
Monitor................................. 72
Puntlichtmeting.....................46
Kleurfunctie ..........................44
MPG ..................................... 87
Klokinstellingen....................75
Multi-AF .............................. 47
Kopiëren ...............................66
Multifunctionele aansluiting
.......................... 77, 85, 98
Rechtstreeks afdrukken ........97
L
Music Transfer ............... 92, 94
Rode-ogeneffect ...................50
Lagere beeldscherpte ............56
Muziek ................................. 55
Roteren .................................60
Landschap .............................29
Muziek-tool .......................... 92
R
Rode-ogen-correctie .............58
S
Language Setting ..................76
Langzame synchro ................26
N
LCD-scherm .........................21
Natuurlijk ............................. 44
Schemer ................................29
Lenskap.................................16
Niet flitsen............................ 26
Schemer-portret ....................29
Levendig ...............................44
NR lange-sluitertijd.............. 18
Scherm
Lichtmeetfun. .......................46
NTSC ................................... 70
Aanduiding ....................17
Lichtmeting met meerdere
patronen .........................46
O
Achtergrondverlichting
van het LCD-scherm .....21
Lichtmeting met nadruk op het
midden ...........................46
Onderbelichting...................... 9
Scènekeuze .....................28, 41
Schermweergave wijzigen
.......................................21
Scherpstellen...............7, 25, 47
Opn.functie........................... 43
Scherpte ................................51
Macintosh-computer .............93
Opname-instellingen 1 ......... 71
Sepia .....................................44
Aanbevolen omgeving
.......................................93
Opname-instellingen 2 ......... 74
SETUP ..................................52
Opnamemap maken.............. 64
Slimme-zoomfunctie ............72
Opnamemap wijz. ................ 65
Sluitertijd ................................9
Opnemen .............................. 41
Sneeuw .................................29
Films ....................... 24, 25
Soft Snap ..............................29
Stilstaand beeld ............. 24
Software....................82, 84, 92
Optische zoom................ 25, 72
SteadyShot ............................52
Overbelichting........................ 9
Stereffect...............................57
M
Macro....................................26
Map .......................................61
Maken............................64
Selecteren ......................61
Wijzigen ........................65
Map kiezen............................61
Mass Storage.........................69
"Memory Stick Duo" ..........118
Memory Stick tool ................64
Index
Onderdelen en
bedieningselementen..... 14
Stramienlijn ..........................71
P
Strand....................................29
PAL ...................................... 70
PC......................................... 80
123
Index
T
Televisie ...............................77
Trimmen ...............................58
U
USB-aansl. ...........................69
Uw camera in het buitenland
gebruiken.....................117
V
VGA .....................................12
Video-uit...............................70
Vissenooglens.......................57
Volume .................................33
Vooraf ingestelde
scherpstelling.................48
W
Wazige beelden ......................8
Weergavemenu.....................56
Weergavezoom .....................33
Windows-computer ..............80
Aanbevolen omgeving
.......................................81
Wissen ..................................56
Formatteren .............64, 67
Witbalans..............................49
Z
Zelfdiagnosefunctie ............113
Zelfontspanner......................27
Zoom ....................................25
Z-W ......................................44
124
Opmerkingen over de licentie
De software "C Library" , "Expat" en "zlib"
worden bij de camera geleverd. Wij
voorzien deze software op basis van
licentieovereenkomsten met hun eigenaars
van auteursrechten. Omwille van aanvragen
door de eigenaars van auteursrechten van
deze softwaretoepassingen zijn wij
verplicht u over het volgende te informeren.
Gelieve de volgende hoofdstukken te lezen.
Lees "license1.pdf" in de map "License" op
de cd-rom. U zult licenties (in het Engels)
van de software "C Library", "Expat" en
"zlib" vinden.
De toegepaste GNU GPL/LGPL-software
De software die in aanmerking komt voor
de volgende GNU General Public License
(hierna "GPL") of GNU Lesser General
Public License (hierna "LGPL") is in de
camera voorzien.
Dit brengt u ervan op de hoogte dat u het
recht hebt op toegang tot de broncode en
het wijzigen en herverdelen van de
broncode voor deze softwareprogramma's
onder de voorwaarden van de bijgeleverde
GPL/LGPL.
De broncode wordt verschaft op het web.
Bezoek de volgende URL om ze te
downloaden.
http://www.sony.net/Products/Linux/
We verkiezen dat u geen contact met ons
opneemt betreffende de inhoud van de
broncode.
Lees "license2.pdf" in de map "License" op
de cd-rom. U zult licenties (in het Engels)
van de software "GPL" en "LGPL" vinden.
Adobe Reader is vereist om de PDF weer te
geven. U kunt het downloaden op de
webpagina van Adobe Systems als dit niet
op uw computer is geïnstalleerd.
http://www.adobe.com/
125
Extra informatie over deze camera en antwoorden
op veelgestelde vragen vindt u op onze Customer
Support-website voor klantenondersteuning.

advertisement

Was this manual useful for you? Yes No
Thank you for your participation!

* Your assessment is very important for improving the workof artificial intelligence, which forms the content of this project

Key Features

  • Bridge camera 8.1 MP CCD Black
  • Image sensor size: 1/2.5"
  • Optical zoom: 10x Digital zoom: 20x
  • ± 2EV (1/3EV step)
  • Video recording 640 x 480 pixels
  • Built-in microphone Voice recording PictBridge
  • Lithium-Ion (Li-Ion)

Related manuals

Download PDF

advertisement