Sony | DSC-T100 | Sony DSC-T100 Gebruiksaanwijzing

VKLIK!
Inhoud
Basishandelingen
Functies voor opnemen
gebruiken
Digitale camera
Cyber-shot-handboek
DSC-T100
Lees dit Handboek, de
"Gebruiksaanwijzing" en "Geavanceerde
Cyber-shot-handleiding" aandachtig door
voordat u het apparaat gebruikt. Bewaar
deze documenten voor het geval u deze later
als referentiemateriaal nodig hebt.
Functies voor weergeven
gebruiken
De instellingen
aanpassen
Beelden weergeven op
een televisie
De computer gebruiken
Stilstaande beelden
afdrukken
Problemen oplossen
Overige
Index
© 2007 Sony Corporation
2-319-287-72(1)
NL
Opmerkingen over het gebruik van de camera
Typen "Memory Stick" die kunnen
worden gebruikt (niet bijgeleverd)
Het IC-opnamemedium dat in deze camera
wordt gebruikt, is een "Memory Stick
Duo". Er zijn twee typen "Memory Stick".
"Memory Stick Duo": u kunt een
"Memory Stick Duo" gebruiken met de
camera.
"Memory Stick": u kunt geen "Memory
Stick" gebruiken met de camera.
• Als u de accu langere tijd niet gebruikt, moet u
de resterende lading van de accu verbruiken en
de accu uit de camera halen. Vervolgens bewaart
u de accu op een koele, droge plaats. Hierdoor
zorgt u ervoor dat de accu goed blijft werken.
• Zie pagina 114 voor meer informatie over de
accu.
Carl Zeiss-lens
Deze camera is uitgerust met een Carl
Zeiss-lens waarmee scherpe beelden met
uitstekend contrast kunnen worden
gereproduceerd.
De lens voor deze camera is geproduceerd
onder een kwaliteitswaarborgsysteem dat is
gecertificeerd door Carl Zeiss in
overeenstemming met de kwaliteitseisen
van Carl Zeiss, Duitsland.
Opmerkingen over het LCD-scherm en
de lens
U kunt geen andere geheugenkaarten
gebruiken.
• Zie pagina 112 voor meer informatie over de
"Memory Stick Duo".
Als u een "Memory Stick Duo" gebruikt
met "Memory Stick"-compatibele
apparatuur
U kunt de "Memory Stick Duo" gebruiken
door deze in de Memory Stick Duo-adapter
(niet bijgeleverd) te plaatsen.
Memory Stick Duo-adapter
Opmerkingen bij de accu
• Laad de accu (bijgeleverd) op voordat u de
camera voor het eerst gebruikt.
• De accu kan zelfs worden opgeladen wanneer
deze nog niet volledig leeg is. Zelfs als de accu
niet volledig is opgeladen, kunt u de gedeeltelijk
opgeladen accu gebruiken.
• Het LCD-scherm is vervaardigd met
precisietechnologie, waardoor meer dan 99,99%
van de pixels operationeel is. Soms kunnen er op
het LCD-scherm echter zwarte stipjes en/of
heldere stipjes (wit, rood, blauw of groen)
permanent zichtbaar zijn. Dit is normaal en
heeft geen enkele invloed op het opgenomen
beeld.
Zwarte, witte, rode,
blauwe of groene
puntjes
• Als het LCD-scherm of de lens langdurig wordt
blootgesteld aan direct zonlicht, kunnen
storingen optreden. Wees voorzichtig wanneer u
de camera buiten of bij een raam neerlegt.
• Druk niet op het LCD-scherm. Het scherm kan
verkleuren en hierdoor kunnen storingen
optreden.
• In een koude omgeving kunnen de beelden op
het LCD-scherm nasporen vertonen. Dit is
normaal.
• Wees voorzichtig dat u de lens niet ergens
tegenaan stoot en oefen er geen druk op uit.
De beelden in dit Handboek
De foto's die in dit Handboek worden gebruikt als
voorbeelden, zijn gereproduceerde beelden die
niet daadwerkelijk met deze camera zijn
opgenomen.
2
Inhoud
Opmerkingen over het gebruik van de camera .........................................2
Basistechnieken voor betere beelden .......................................................7
Scherpstellen – Scherpstellen op een onderwerp ............................................ 7
Belichting – De lichtintensiteit instellen ............................................................. 8
Kleur – De effecten van de lichtbron ................................................................. 9
Kwaliteit – "Beeldkwaliteit" en "beeldformaat".................................................. 10
Onderdelen en bedieningselementen .....................................................12
Aanduidingen op het scherm ..................................................................14
Het weergavescherm wijzigen.................................................................18
Het interne geheugen gebruiken .............................................................19
Basishandelingen
Beelden eenvoudig opnemen (Automatische instelfunctie).....................20
Beelden weergeven.................................................................................24
Beelden verwijderen ................................................................................26
Meer informatie over de verschillende functies – HOME/Menu ..............28
Menu-items..............................................................................................31
Functies voor opnemen gebruiken
De opnamefunctie instellen .............................................................32
Beelden opnemen met Scènekeuze .............................................33
Opnamemenu......................................................................................35
Scènekeuze: Scènekeuze gebruiken
Beeldformaat: Het beeldformaat selecteren
Gezichtsherkenning: Het gezicht van het onderwerp herkennen
Opn.functie: De functie voor continu opnemen selecteren
Kleurfunctie: De helderheid van het beeld wijzigen of speciale effecten toevoegen
ISO: De lichtgevoeligheid selecteren
EV: De lichtintensiteit instellen
Lichtmeetfun.: De lichtmeetfunctie selecteren
Scherpstellen: De scherpstellingsmethode wijzigen
Witbalans: De kleurtinten aanpassen
Flitsniveau: De hoeveelheid flitslicht instellen
Rode-ogeneffect: Het rode-ogeneffect beperken
SteadyShot: De steadyshot-functie selecteren
SETUP: De opname-instellingen selecteren
3
Inhoud
Functies voor weergeven gebruiken
Beelden weergeven vanaf het HOME-scherm ........................... 46
(Enkelbeeld): Eén beeld weergeven
(Indexweergave): Een lijst met beelden afspelen
(Diavoorstelling): Een reeks beelden afspelen
Weergavemenu .................................................................................. 49
(Wissen): Beelden verwijderen
(Diavoorstelling): Een reeks beelden afspelen
(Bijwerken): Stilstaande beelden bijwerken nadat deze zijn opgenomen
(Beveiligen): Voorkomen dat gegevens per ongeluk worden gewist
DPOF: Een afdrukmarkering toevoegen
(Afdrukken): Beelden afdrukken met een printer
(Roteren): Een stilstaand beeld roteren
(Map kiezen): Een map selecteren voor het weergeven van beelden
De instellingen aanpassen
De functie Geheugen beheren en Instellingen aanpassen .......... 55
Geheugen beheren ..................................................................... 57
Geheugen-tool – Memory Stick tool................................................. 57
Formatteren
Opnamemap maken
Opnamemap wijz.
Kopiëren
Geheugen-tool – Intern geheugen-tool ............................................. 59
Formatteren
Instellingen .................................................................................... 60
Hoofdinstellingen – Hoofdinstellingen 1 ............................................ 60
Pieptoon
Functiegids
Initialiseren
Hoofdinstellingen – Hoofdinstellingen 2 ............................................ 61
USB-aansl.
COMPONENT
Video-uit
Opname-instellingen – Opname-instellingen 1 ................................. 63
AF-verlicht.
Stramienlijn
AF-functie
Digitale zoom
Opname-instellingen – Opname-instellingen 2 ................................. 65
Autom. Oriëntatie
4
Auto Review
Inhoud
Klokinstellingen ...................................................................................66
Language Setting................................................................................67
Beelden weergeven op een televisie
Beelden weergeven op een televisie .......................................................68
De computer gebruiken
Werken met uw Windows-computer........................................................71
De software (bijgeleverd) installeren .......................................................73
Beelden kopiëren naar de computer .......................................................74
Beeldbestanden opgeslagen op de computer weergeven op de camera
(met een "Memory Stick Duo") ................................................................80
"Picture Motion Browser" gebruiken (bijgeleverd) ...................................81
"Music Transfer" gebruiken (bijgeleverd) .................................................87
De Macintosh-computer gebruiken .........................................................88
Stilstaande beelden afdrukken
Stilstaande beelden afdrukken ................................................................90
Beelden rechtstreeks afdrukken met een PictBridge-compatibele printer
................................................................................................................91
Afdrukken bij een fotowinkel....................................................................94
Problemen oplossen
Problemen oplossen................................................................................96
Foutcodes en berichten .........................................................................107
Overige
De camera in het buitenland gebruiken — Stroomvoorziening .............111
De "Memory Stick" ................................................................................112
De accu .................................................................................................114
De acculader .........................................................................................115
5
Inhoud
Index
Index ..................................................................................................... 116
6
Basistechnieken voor betere beelden
Scherpstellen Belichting
Kleur
Kwaliteit
Dit gedeelte beschrijft de basishandelingen
voor het gebruik van de camera. Hier wordt
het gebruik van verschillende camerafuncties,
zoals het HOME-scherm (pagina 28), de
menu's (pagina 30), enzovoort beschreven.
Scherpstellen
Scherpstellen op een onderwerp
Als u de sluiterknop half indrukt, stelt de camera automatisch scherp (automatische
scherpstelling). Houd er rekening mee dat de sluiterknop slechts half ingedrukt moet worden.
Druk de sluiterknop
volledig in.
Druk de
sluiterknop half
in.
Aanduiding voor AE/
AF-vergrendeling
knippert , brandt/
piept
Druk vervolgens
de sluiterknop
volledig in.
Een stilstaand beeld opnemen waarop moeilijk kan worden scherpgesteld t [Scherpstellen]
(pagina 41)
Als het beeld zelfs na scherpstellen wazig is, kan dit komen doordat de camera is bewogen. t
Zie "Tips om wazige beelden te voorkomen" (hieronder).
7
Basistechnieken voor betere beelden
Tips om wazige beelden te voorkomen
Houd de camera stil en houd uw armen langs uw zij. U wordt aangeraden tegen een
boom of een gebouw in de buurt te leunen om uzelf te stabiliseren. U kunt ook opnemen
met een zelfontspanner met een vertraging van 2 seconden of een statief gebruiken.
Gebruik de flitser wanneer u opnamen maakt bij weinig licht.
Belichting De lichtintensiteit instellen
U kunt verschillende beelden maken door de belichting en de ISO-gevoeligheid aan te passen.
Belichting is de hoeveelheid licht die door de lens in de camera valt wanneer u de sluiterknop
indrukt.
Sluitertijd = tijdsduur dat het licht in de camera valt
Belichting:
Diafragma = grootte van de opening waardoor het licht
in de camera valt
ISO-gevoeligheid (aanbevolen
belichtingsindex) = Opnamegevoeligheid
Overbelichting
= te veel licht
Te licht beeld
Juiste belichting
Onderbelichting
= te weinig licht
Te donker beeld
8
In de automatische instelfunctie wordt de
belichting automatisch ingesteld op de
juiste waarde. U kunt deze echter ook
handmatig instellen met de hieronder
beschreven functies.
EV aanpassen:
Hiermee kunt u de belichting aanpassen
die door de camera is ingesteld
(pagina 39).
Lichtmeetfun.:
Hiermee kunt u het gedeelte van het
onderwerp wijzigen dat wordt gemeten om
de belichting in te stellen (pagina 40).
Basistechnieken voor betere beelden
ISO-gevoeligheid aanpassen (aanbevolen belichtingsindex)
ISO-gevoeligheid is een waarde voor de sluitertijd voor opnamemedia waarbij gebruik wordt
gemaakt van een beeldsensor die het licht opvangt. Zelfs wanneer de belichting hetzelfde is,
verschillen de beelden afhankelijk van de ISO-gevoeligheid.
Zie pagina 39 als u de ISO-gevoeligheid wilt aanpassen.
Hoge ISO-gevoeligheid
Neemt een helder beeld op, zelfs op donkere plaatsen.
Het beeld wordt echter korrelig.
Lage ISO-gevoeligheid
Neemt een vloeiender beeld op.
Het beeld wordt echter donkerder als de belichting onvoldoende is.
Kleur
De effecten van de lichtbron
De natuurlijke kleur van het onderwerp wordt beïnvloed door de belichtingsomstandigheden.
Voorbeeld: de kleur van een beeld wordt beïnvloed door lichtbronnen
Weer/lichtbron
Kenmerken van het
licht
Daglicht
Bewolkt
Fluorescerend
Gloeilamp
Wit (standaard)
Blauwachtig
Groengetint
Roodachtig
In de automatische instelfunctie worden de kleurtinten automatisch aangepast.
U kunt de kleurtinten echter ook handmatig aanpassen met [Witbalans] (pagina 43).
9
Basistechnieken voor betere beelden
Kwaliteit "Beeldkwaliteit" en "beeldformaat"
Een digitaal beeld is samengesteld uit een groot aantal kleine puntjes die pixels worden
genoemd.
Als een beeld uit veel pixels bestaat, is het beeld groot, neemt het meer geheugenruimte in
beslag en wordt het zeer gedetailleerd weergegeven. "Beeldformaat" wordt aangegeven door
het aantal pixels. Hoewel u op het scherm van de camera het verschil niet kunt zien,
verschillen de kleine details en de verwerkingstijd wanneer het beeld wordt afgedrukt of
weergegeven op een computerscherm.
Beschrijving van de pixels en het beeldformaat
1 Beeldformaat: 8M
3.264 pixels × 2.448 pixels = 7.990.272 pixels
2 Beeldformaat: VGA
640 pixels × 480 pixels = 307.200 pixels
Pixels
Het gewenste beeldformaat selecteren
Pixel
Veel pixels (hoge
beeldkwaliteit en groot
bestand)
Voorbeeld: afdrukken
tot maximaal A3formaat
Weinig pixels (lage
beeldkwaliteit en klein
bestand)
De standaardinstellingen worden aangegeven met
.
Beeldformaat
Richtlijnen
8M (3.264×2.448)
Voor afdrukken tot A3
3:21)
Met beeldverhouding 3:2 opnemen
(3.264×2.176)
5M (2.592×1.944)
Voor afdrukken tot A4
3M (2.048×1.536)
Voor afdrukken tot 10×15 cm of
13×18 cm
VGA (640×480)
Klein beeldformaat opnemen voor
verzenden per e-mail
2)
16:9 (1.920×1.080)
Voorbeeld: een beeld
verzenden als bijlage
bij een e-mailbericht
Aantal beelden
Afdrukken
Minder
Fijn
Meer
Ruw
Met HDTV-beeldverhouding
opnemen
1) De beelden worden opgenomen in de breedte-/hoogteverhouding 3:2, net zoals fotopapier, briefkaarten,
enzovoort.
2) Beide randen van het beeld worden mogelijk bijgesneden bij het afdrukken (pagina 105).
10
Basistechnieken voor betere beelden
Beeldformaat van films
Frame/seconde
Gebruiksrichtlijnen
640 (Fijn) (640×480)
Ongeveer 30
Bewegend beelden van hoge kwaliteit opn.
voor TV-weerg
640 (Standaard)
(640×480)
Ongeveer 17
Bewegende beelden van std. kwaliteit opn.
voor TV-weerg
320 (320×240)
Ongeveer 8
Klein formaat opnemen voor verzenden per
e-mail
• Hoe groter het beeldformaat, hoe hoger de beeldkwaliteit.
• Hoe meer frames u per seconde weergeeft, hoe vloeiender de weergave kan zijn.
11
Onderdelen en bedieningselementen
Zie de pagina's tussen haakjes voor meer
informatie.
A Sluiterknop (20)
B Microfoon
C Flitser (21)
D AF-verlichting (63)/
Zelfontspannerlampje (23)
E Lens
F Lensklep
A POWER-toets
B POWER-lampje
C
(Weergave)-toets (24)
D LCD-scherm (18)
E Voor opnemen: Zoomtoets (W/T) (21)
Voor weergeven:
(Weergavezoom)-toets/
(Index)toets (24)
F Bevestigingsoog voor de polsriem
G Klep voor de accu/"Memory Stick Duo"
H MENU-toets (30)
I Regeltoets
Menu aan: v/V/b/B/z (30)
Menu uit: DISP/ / / (18, 21-23)
J HOME-toets (28)
K Toegangslampje
L "Memory Stick Duo"-sleuf
M Accusleuf
N Accuontgrendelknop
12
Onderdelen en bedieningselementen
O Multifunctionele aansluiting
(onderkant)
Gebruikt in de volgende situaties:
• Een USB-verbinding tot stand brengen
tussen de camera en de computer.
• Aansluiten op de audio-/video-ingangen van
een televisie.
• Aansluiten op een PictBridge-compatibele
printer.
P Luidspreker
Q Schroefgat voor statief (onderkant)
• Gebruik een statief met een schroeflengte
van minder dan 5,5 mm. Bij gebruik van
schroeven die langer zijn dan 5,5 mm, kan
de camera niet stevig op het statief worden
bevestigd en kan de camera beschadigd
raken.
13
Aanduidingen op het scherm
Wanneer u op de v-toets (DISP) drukt,
worden de aanduidingen op het scherm
gewijzigd (pagina 18).
Zie de pagina's tussen haakjes voor meer
informatie.
A
Scherm
Aanduiding
Resterende acculading
Waarschuwing voor
zwakke accu (107)
E
Bij opname van stilstaande beelden
Beeldformaat (35)
Opnamefunctie
(Scènekeuze) (32)
Opnamefunctie
(Programma) (32)
Witbalans (43)
Bij opname van films
WB
Opnamefunctie (37)
Lichtmeetfunctie (40)
Gezichtsherkenning (36)
SteadyShot (45)
Trillingswaarschuwing
• Waarschuwt dat door
trillingen het beeld wellicht
niet goed wordt
opgenomen, vanwege
onvoldoende belichting.
Zelfs als de
trillingswaarschuwing
wordt weergegeven, kunt u
het beeld opnemen. U kunt
het beste de steadyshotfunctie inschakelen, de
flitser gebruiken voor een
betere belichting of een
statief of ander hulpmiddel
gebruiken om de camera te
stabiliseren (pagina 8).
Zelfontspanner (23)
1.3
14
Zoomvergrotingsfactor (21,
64)
Aanduidingen op het scherm
Scherm
Aanduiding
Scherm
Kleurfunctie (38)
SL
Aanduiding
Flitsfunctie (21)
Flitser wordt opgeladen
B
D
Scherm
Aanduiding
Scherm
Aanduiding
1.0m
Vooraf ingestelde
scherpstelafstand (41)
C:32:00
Zelfdiagnosefunctie (107)
+
z
AE/AF-vergrendeling (20)
Dradenkruis van de
puntlichtmeting (40)
Standby
OPNMN.
Stand-by/film opnemen
AF-bereikzoekerframe (41)
ISO400
ISO-waarde (39)
NR lange-sluitertijd
• Als de sluitertijd een
bepaalde snelheid
overschrijdt bij weinig licht,
wordt de NR langesluitertijdfunctie (Noise
Reduction; ruisbeperking)
automatisch ingeschakeld
om beeldruis te
verminderen.
125
Sluitertijd
F3.5
Diafragmawaarde
+2.0EV
Belichtingswaarde (39)
00:00:12
Opnameduur
Histogram (18)
Aanduiding voor AFbereikzoekerframe (41)
Macro/Super-close-up (22)
C
Scherm
Aanduiding
Opnamemedia
101
Opnamemap (57)
• Dit wordt niet weergegeven
als het interne geheugen
wordt gebruikt.
96
Resterend aantal
opneembare beelden
00:00:00
Resterende opnameduur
ON
AF-verlichting (63)
Rode-ogeneffect beperken
(45)
15
Aanduidingen op het scherm
Bij weergave van stilstaande beelden
A
Scherm
Aanduiding
Resterende acculading
Beeldformaat (35)
-
Beveiligen (52)
VOL.
Volume (24)
DPOF
Afdrukmarkering (DPOF)
(94)
PictBridge-aansluiting (92)
Bij weergave van films
1.3
Zoomvergrotingsfactor
(24)
PictBridge-aansluiting (93)
• Koppel de kabel voor de
multifunctionele aansluiting
niet los als het pictogram
wordt weergegeven.
B
Scherm
Aanduiding
N
Weergeven (24)
Weergavebalk
00:00:12
Teller
101-0012
Map-bestandsnummer (54)
2007 1 1
9:30 AM
Opnamedatum/-tijd van het
weergavebeeld
z STOP
z PLAY
Gids voor het weergeven
van beelden
BACK/
NEXT
Beelden selecteren
VOLUME
Volume aanpassen
Histogram (18)
•
16
wordt weergegeven als
het histogramscherm is
uitgeschakeld.
Aanduidingen op het scherm
C
Scherm
Aanduiding
Weergavemedia
Weergavemap (54)
101
• Dit wordt niet weergegeven
als het interne geheugen
wordt gebruikt.
8/8 12/12
Beeldnummer/aantal
beelden opgenomen in
geselecteerde map
Map wijzigen (54)
• Dit wordt niet weergegeven
als het interne geheugen
wordt gebruikt.
Lichtmeetfunctie (40)
Flitser
Witbalans (43)
WB
C:32:00
Zelfdiagnosefunctie (107)
ISO400
ISO-waarde (39)
+2.0EV
Belichtingswaarde (39)
500
Sluitertijd
F3.5
Diafragmawaarde
17
Het weergavescherm wijzigen
v (DISP) knop
(Schermweergave)
Wanneer u op de v-toets (DISP) drukt,
worden de aanduidingen op het scherm als
volgt gewijzigd.
Helderheid van de achtergrondverlichting
van het LCD-scherm verhogen
Histogram aan
Tijdens de
weergave worden
de beeldgegevens
weergegeven.
Histogramscherm
• Als u beelden buiten bekijkt bij helder licht,
kunt u de helderheid van de
achtergrondverlichting van het LCD-scherm
verhogen.
De accu loopt echter sneller leeg als u dit doet.
• Wanneer de camera is aangesloten op een
televisie, schakelt het scherm van Histogram aan
naar Aanduidingen uit en vervolgens naar
Aanduidingen aan.
• Het histogram wordt in de volgende gevallen
niet weergegeven:
Tijdens het opnemen
– Als het menu wordt weergegeven
– Tijdens het opnemen van films
Tijdens het weergeven
– Als het menu wordt weergegeven
– In de indexfunctie
– Wanneer u de weergavezoom gebruikt
– Wanneer u stilstaande beelden roteert
– Tijdens het weergeven van films
• Er kan een groot verschil optreden tussen het
histogram dat wordt weergegeven tijdens het
opnemen en tijdens het weergeven wanneer:
– de flitser afgaat.
– de sluitertijd lang of kort is.
• Het histogram wordt wellicht niet weergegeven
voor beelden die zijn opgenomen met andere
camera's.
z EV (Belichtingswaarde) aanpassen met
een histogram
A
Aanduidingen uit
B
Donker
Aanduidingen aan
Helder
Een histogram is een grafiek die de
helderheid van een beeld weergeeft. Druk
herhaaldelijk op v (DISP) om het
histogram in het scherm weer te geven. De
weergegeven grafiek geeft een donker beeld
aan wanneer deze links hoger is en geeft
een helder beeld aan wanneer deze rechts
hoger is.
A Aantal pixels
B Helderheid
• Het histogram wordt ook weergegeven wanneer
u één beeld weergeeft, maar u kunt de belichting
dan niet aanpassen.
18
Het interne geheugen gebruiken
De camera heeft een intern geheugen van 31 MB. Dit geheugen kan niet uit de camera worden
verwijderd. Zelfs als er geen "Memory Stick Duo" in de camera is geplaatst, kunt u beelden
opnemen in dit interne geheugen.
• Films met het beeldformaat [640 (Fijn)] kunnen niet worden opgenomen met het interne geheugen.
Als een "Memory Stick Duo" is geplaatst
[Opnemen]: beelden worden op de "Memory Stick Duo"
opgenomen.
[Weergeven]: beelden op de "Memory Stick Duo"
worden weergegeven.
[Menu, Instellingen, enzovoort]: verschillende functies
kunnen worden toegepast op beelden op de "Memory
Stick Duo".
B
Als er geen "Memory Stick Duo" is geplaatst
B
Intern
geheugen
[Opnemen]: beelden worden in het interne geheugen
opgenomen.
[Weergeven]: beelden die in het interne geheugen zijn
opgeslagen, worden weergegeven.
[Menu, Instellingen, enzovoort]: verschillende functies
kunnen worden toegepast op beelden in het interne
geheugen.
Beeldgegevens die in het interne geheugen zijn opgeslagen
U kunt het beste altijd een reservekopie (back-up) van de gegevens maken door een van de
onderstaande procedures te volgen.
Een reservekopie (back-up) van gegevens maken op een "Memory Stick Duo"
Bereid een "Memory Stick Duo" met een opslagcapaciteit van 64 MB of meer voor en voer de
procedure bij [Kopiëren] uit (pagina 58).
Een reservekopie (back-up) van gegevens maken op de vaste schijf van een computer
Voer de procedure op pagina 74 tot en met 77 uit zonder dat er een "Memory Stick Duo" in de
camera is geplaatst.
• U kunt beeldgegevens die op een "Memory Stick Duo" zijn opgeslagen, niet kopiëren naar het interne
geheugen.
• U kunt de gegevens die zijn opgeslagen in het interne geheugen, kopiëren naar een computer door de
camera en de computer op elkaar aan te sluiten met de kabel voor de multifunctionele aansluiting. U kunt
gegevens die op een computer zijn opgeslagen, niet kopiëren naar het interne geheugen.
19
Basishandelingen
Beelden eenvoudig opnemen (Automatische
instelfunctie)
Macrotoets
DISP-toets
Flitsertoets
Sluiterknop
Zoomtoets
Zelfontspannertoets
MENU-toets
z-toets
v/V/b/B-toets
HOME-toets
Regeltoets
1 Schuif de lensklep naar beneden.
2 Houd de camera stil en houd uw armen langs uw zij.
Plaats het onderwerp
in het midden van het
zoekframe.
3 Maak een foto met de sluiterknop.
1Houd de sluiterknop half ingedrukt om het beeld scherp te stellen.
De aanduiding z (AE/AF-vergrendeling) (groen) knippert, u hoort een pieptoon, de aanduiding
houdt op met knipperen en blijft branden.
2Druk de sluiterknop volledig in.
U hoort het geluid van de sluiter.
Aanduiding voor
AE/AF-vergrendeling
20
Beelden eenvoudig opnemen (Automatische instelfunctie)
Films opnemen
Druk op de HOME-toets en selecteer
(pagina 28.)
(Opnemen) en vervolgens [
Bewegende beelden]
Als u een stilstaand beeld opneemt van een onderwerp waarop u moeilijk kunt
scherpstellen
U kunt op de volgende onderwerpen moeilijk scherpstellen:
–
–
–
–
–
–
–
Ver van de camera en donker
Het contrast tussen het onderwerp en de achtergrond is klein.
Gezien door glas
Snel bewegend
Weerkaatsend licht of glanzend
Knipperend
Met tegenlicht
/
Basishandelingen
• De minimale opnameafstand is ongeveer 50 cm voor groothoek (W)/80 cm voor telefoto (T). Neem op
met de close-upopnamefunctie (Macro) of Super-close-up-functie (pagina 22) wanneer u opnamen maakt
van een onderwerp dat dichterbij is dan de opnameafstand.
• Wanneer de camera niet automatisch kan scherpstellen op het onderwerp, gaat de aanduiding van de AE/
AF-vergrendeling langzaam knipperen en hoort u geen pieptoon. Daarnaast verdwijnt het AFbereikzoekerframe. Stel de opname opnieuw samen en stel opnieuw scherp.
De zoomfunctie gebruiken
Druk op
om in te zoomen en druk op
om uit te zoomen.
• Wanneer de zoomvergrotingsfactor hoger wordt dan 5×, gebruikt de camera de digitale zoomfunctie.
Zie pagina 64 voor meer informatie over de instellingen van [Digitale zoom] en de beeldkwaliteit.
Flitser (Een flitsfunctie selecteren voor stilstaande beelden)
Druk herhaaldelijk op B ( ) op de regeltoets tot de gewenste functie is geselecteerd.
(Geen aanduiding): Flitser automatisch
Gaat af wanneer er niet voldoende licht of achtergrondverlichting is (standaardinstelling)
: Altijd flitsen
SL : Langzame synchro (Altijd flitsen)
De sluitertijd is lang in een donkere omgeving om de achtergrond helder op te kunnen nemen die buiten
het bereik is van het flitslicht.
: Niet flitsen
• De flitser gaat twee keer af. Tijdens de eerste flits wordt de hoeveelheid licht aangepast.
• Tijdens het opladen van de flitser wordt
weergegeven.
21
Beelden eenvoudig opnemen (Automatische instelfunctie)
Macro/Super-close-up (Close-upopname maken)
Druk herhaaldelijk op b (
) op de regeltoets tot de gewenste functie is geselecteerd.
(Geen aanduiding): Macro uit
: Macro aan (W-kant: ongeveer 8 cm of verder, T-kant: ongeveer 80 cm of verder)
: Super-close-up gebruiken (Vergrendeld op de W-kant: ongeveer 1 tot 20 cm)
Macro
• U kunt de zoom het beste instellen op de W-kant.
• Het bereik dat is scherpgesteld, wordt smaller en het onderwerp is wellicht niet volledig scherpgesteld.
• De snelheid van de automatische scherpstelling gaat omlaag.
Super-close-up
•
•
•
•
Gebruik de functie als u nog dichterbij opnamen wilt maken dan bij opnemen met
(Macro).
De optische zoomfunctie is vergrendeld aan de W-kant en kan niet worden gebruikt.
U kunt geen beelden opnemen in de Burst- of Bracket-functie (pagina 37).
U kunt de functie Gezichtsherkenning niet gebruiken wanneer u beelden opneemt in de Super-close-upfunctie.
• Wanneer u op de zoomtoets drukt, wordt het beeld vergroot met de digitale zoomfunctie.
22
Beelden eenvoudig opnemen (Automatische instelfunctie)
De zelfontspanner gebruiken
Druk herhaaldelijk op V (
) op de regeltoets tot de gewenste functie is geselecteerd.
(Geen aanduiding): De zelfontspanner niet gebruiken
: De zelfontspanner met een vertraging van 10 seconden instellen
: De zelfontspanner met een vertraging van 2 seconden instellen
Zelfontspannerlampje
Druk nogmaals op V
Basishandelingen
Druk op de sluiterknop, het zelfontspannerlampje knippert en u hoort een pieptoon tot de
sluiter werkt.
om te annuleren.
• Gebruik de zelfontspanner met een vertraging van 2 seconden om wazige beelden te voorkomen door
trillingen van de camera wanneer u de sluiterknop indrukt.
23
Beelden weergeven
(Index)/
(Weergavezoom)toets
(Weergavezoom)toets
(Weergave)toets
MENU-toets
z-toets
v/V/b/B-toets
HOME-toets
1 Druk op de
Regeltoets
(Weergave)-toets.
Als u op
(Weergave) drukt wanneer de camera is uitgeschakeld, wordt de camera automatisch
ingeschakeld en ingesteld op de weergavefunctie. Als u wilt overschakelen naar de opnamefunctie,
drukt u nogmaals op
(Weergave).
2 Selecteer een beeld met b/B op de regeltoets.
Film:
Druk op z om een film af te spelen. (Druk nogmaals op z om het afspelen te stoppen.)
Druk op b/B als u wilt terugspoelen/snel vooruitspoelen. (Druk op z om terug te keren
naar normaal afspelen.)
Druk op V om het scherm voor volumeregeling weer te geven en druk op b/B om het
volume aan te passen.
• Films met het beeldformaat [320] worden één formaat kleiner weergegeven.
/
Een vergroot beeld weergeven (Weergavezoom)
Druk op
wanneer een stilstaand beeld wordt weergegeven.
Druk op
om het zoomen ongedaan te maken.
Het gedeelte aanpassen: v/V/b/B
Weergavezoom annuleren: z
• Vergrote beelden opslaan: [Trimmen] (pagina 51)
24
Beelden weergeven
Indexscherm weergeven
Druk op
(Index) om het indexscherm weer te geven terwijl een stilstaand beeld wordt
weergegeven.
Selecteer een beeld met v/V/b/B.
Als u wilt terugkeren naar het scherm met één beeld, drukt u op z.
Als er meerdere mappen staan op de "Memory Stick Duo" die in de camera is geplaatst,
selecteert u de selectiebalk voor mappen met b en selecteert u de gewenste map met v/V.
scherm.
• Wanneer u op
Indexweergave] te selecteren in het HOME-
(Index) drukt, wordt het aantal beelden op het indexscherm gewijzigd.
Basishandelingen
• U kunt het indexscherm ook openen door [
25
Beelden verwijderen
(Weergave)-toets
MENU-toets
z-toets
v/V/b/B-toets
Regeltoets
1 Druk op de
(Weergave)-toets.
2 Druk op MENU in de enkelbeeldfunctie of de indexfunctie.
3 Selecteer [
Wissen] met v op de regeltoets.
4 Kies met b/B de gewenste verwijderingsmethode uit [Dit beeld], [Meerdere
beelden] en [Alle in deze map] en druk op z.
Wanneer u [Dit beeld] selecteert
Het geselecteerde beeld wordt verwijderd.
Selecteer [OK] met v en druk vervolgens op z.
26
Beelden verwijderen
Wanneer u [Meerdere beelden] selecteert
Er worden meerdere beelden tegelijk geselecteerd en verwijderd.
1 Selecteer de beelden die u wilt verwijderen en druk op z.
Het
(vinkje) verschijnt in het selectievakje van het beeld.
3 Selecteer [OK] met v en druk vervolgens op z.
Wanneer u [Alle in deze map] selecteert
Alle beelden in de geselecteerde map worden verwijderd.
Selecteer [OK] met v en druk vervolgens op z.
Basishandelingen
2 Druk op MENU.
• Wanneer het indexscherm wordt weergegeven, kunt u alle beelden in de map verwijderen
door [Meerdere beelden] te selecteren. Vervolgens activeert u de mappenbalk met b en
plaatst u een vinkje in het selectievakje van de map.
27
Meer informatie over de verschillende functies –
HOME/Menu
Het HOME-scherm gebruiken
Het HOME-scherm is het basisscherm dat wordt gebruikt voor toegang tot de verschillende
functies. Het HOME-scherm is toegankelijk, ongeacht of u de opname- of weergavefunctie
gebruikt.
Regeltoets
z-toets
v/V/b/B-toets
HOME-toets
1 Druk op HOME om het HOME-scherm weer te geven.
Categorie
Item
Gids
2 Selecteer een categorie met b/B op de regeltoets.
3 Selecteer een item met v/V en druk vervolgens op z.
• U kunt het HOME-scherm niet weergeven wanneer een PictBridge-aansluiting of een USB-
verbinding tot stand is gebracht.
• Druk de sluiterknop half in om naar de stand voor opnemen te gaan.
28
Meer informatie over de verschillende functies – HOME/Menu
Items in het HOME-scherm
Als u op de HOME-toets drukt, worden de volgende items weergegeven. De gids geeft meer
informatie over de items weer op het scherm.
Items
Opnemen
Autom. instellen (pagina 32)
Scènekeuze (pagina 32)
Autom. Programma (pagina 32)
Bewegende beelden (pagina 32)
Beelden bekijken
Enkelbeeld (pagina 46)
Indexweergave (pagina 46)
Diavoorstelling (pagina 46)
Afdrukken, Overig
Afdrukken
Muziek-tool (pagina 87)
Downl. muz.
Geheugen beheren
Geheugen-tool
Memory Stick tool (pagina 57)
Formatteren
Opnamemap maken
Opnamemap wijz.
Kopiëren
Intern geheugen-tool (pagina 59)
Formatteren
Instellingen
Hoofdinstellingen
Hoofdinstellingen 1 (pagina 60)
Pieptoon
Functiegids
Initialiseren
Hoofdinstellingen 2 (pagina 61)
USB-aansl.
COMPONENT
Video-uit
Basishandelingen
Categorie
Format. muz.
Opname-instellingen
Opname-instellingen 1 (pagina 63)
AF-verlicht.
Stramienlijn
AF-functie
Digitale zoom
Opname-instellingen 2 (pagina 65)
Autom. Oriëntatie
Auto Review
Klokinstellingen (pagina 66)
Language Setting (pagina 67)
29
Meer informatie over de verschillende functies – HOME/Menu
De menu-items gebruiken
MENU-toets
z-toets
v/V/b/B-toets
Regeltoets
1 Druk op MENU om het menu weer te geven.
Functiegids
Als u [Functiegids] instelt op [Uit], wordt de functiegids
uitgeschakeld (pagina 60).
• Het menu kan alleen worden weergegeven als de opnamefunctie of weergavefunctie van de camera
wordt gebruikt.
• Verschillende items zijn beschikbaar, afhankelijk van de geselecteerde functie.
2 Selecteer het gewenste menu-item met v/V op de regeltoets.
• Als het gewenste item verborgen is, blijft u op v/V drukken tot het item op het scherm wordt
weergegeven.
3 Selecteer een instelling met b/B.
• Als de gewenste instelling verborgen is, blijft u op b/B drukken tot de instelling op het scherm wordt
weergegeven.
• Druk op z nadat u een item hebt geselecteerd.
4 Druk op MENU om het menu uit te schakelen.
30
Menu-items
De beschikbare menu-items zijn afhankelijk van de camerafunctie.
Het opnamemenu is alleen beschikbaar in de opnamefunctie en het weergavemenu is alleen
beschikbaar in de weergavefunctie.
De verschillende items zijn ook afhankelijk van de geselecteerde opnamefunctie (zoals
Autom. instellen, Scènekeuze, Autom. Programma, Bewegende beelden) in het HOMEscherm of het weergavescherm.
(
Geselecteerde functie:
Scènekeuze
: beschikbaar)
Autom.
Programma
Bewegende
beelden
—
—
—
—
Menu voor opnemen (pagina 35)
Scènekeuze
—
Beeldformaat
Gezichtsherkenning
*
Opn.functie
*
Kleurfunctie
—
—
ISO
—
—
Basishandelingen
Autom.
instellen
—
—
EV
Lichtmeetfun.
—
—
Scherpstellen
—
—
Witbalans
—
*
Flitsniveau
—
—
—
*
—
Rode-ogeneffect
SteadyShot
—
SETUP
*De bewerking is beperkt op basis van de geselecteerde Scènekeuze-functie (pagina 34).
Menu voor weergeven (pagina 49)
(Wissen)
(Bijwerken)
DPOF
(Roteren)
(Diavoorstelling)
(Beveiligen)
(Afdrukken)
(Map kiezen)
31
Functies voor opnemen gebruiken
De opnamefunctie instellen
U kunt de opnamefunctie instellen in het HOME-scherm.
Opnamefuncties:
Er zijn drie opnamefuncties beschikbaar voor stilstaande beelden: Autom. instellen,
Scènekeuze, Autom. Programma; en er is één opnamefunctie voor films.
De standaardinstelling is Autom. instellen.
Als u een andere opnamefunctie dan Autom. instellen wilt instellen, volgt u de
onderstaande procedure.
1Druk op HOME om het HOME-scherm weer te geven.
2Selecteer
(Opnemen) met b/B op de regeltoets.
3Selecteer de gewenste functie met v/V en druk vervolgens
op z.
: Functie Autom. instellen
Hiermee kunt u stilstaande beelden opnemen terwijl de instellingen automatisch worden
aangepast.
: Functie Scènekeuze
Hiermee kunt u opnemen met vooraf ingestelde instellingen op basis van de scène
(pagina 33).
: Functie Autom. Programma
Hiermee kunt u opnemen terwijl de belichting automatisch wordt aangepast (zowel de
sluitertijd als de diafragmawaarde). U kunt ook verschillende instellingen selecteren met
het menu. (Zie pagina 31 voor meer informatie over de beschikbare functies.)
: Bewegende beelden
Hiermee kunt u films opnemen met geluid.
HOME-toets
32
Regeltoets
Beelden opnemen met Scènekeuze
Scènekeuze-functies
De volgende functies zijn vooraf ingesteld om in overeenstemming te zijn met de
scèneomstandigheden.
Hoge gevoeligheid
Hiermee worden wazige beelden
voorkomen wanneer u beelden
zonder flitser opneemt bij weinig
licht.
Landschap
Hiermee wordt alleen
scherpgesteld op een onderwerp in
de verte om landschappen,
enzovoort op te nemen.
Korte sluitertijd
Strand
Schemer-portret*
Geschikt voor het opnemen van
portretten op donkere plaatsen.
Hiermee kunt u scherpe beelden
van personen opnemen op
donkere plaatsen zonder de
donkere atmosfeer van de
omgeving te verliezen.
Schemer*
Hiermee kunt u 's nachts beelden
in de verte opnemen zonder de
donkere atmosfeer van de
omgeving te verliezen.
Wanneer u beelden aan het water
opneemt, wordt de blauwe kleur
van het water duidelijk
opgenomen.
Sneeuw
Functies voor opnemen gebruiken
Soft Snap
Hiermee kunt u beelden opnemen
met een rustige achtergrond voor
foto's van mensen, bloemen,
enzovoort.
Hiermee kunt u buiten of op
andere heldere plaatsen
bewegende onderwerpen
opnemen.
• De sluitertijd wordt korter, dus
beelden die op donkere plaatsen
worden opgenomen, worden
donkerder.
Wanneer u beelden in de sneeuw
opneemt of op andere plaatsen
waar het hele scherm wit is,
gebruikt u deze functie om flauwe
kleuren te voorkomen en
duidelijke beelden op te nemen.
Vuurwerk*
Hiermee kunt u vuurwerk
opnemen met schitterende details.
* Wanneer u beelden opneemt met [Schemer-portret], [Schemer] of [Vuurwerk], is de sluitertijd langer. U
kunt het beste een statief gebruiken om wazige foto's te voorkomen.
33
Beelden opnemen met Scènekeuze
Functies die niet kunnen worden gecombineerd met Scènekeuze
De camera bepaalt de meest geschikte combinatie van functies om een beeld correct op te
nemen op basis van de scène. Bepaalde opties zijn niet beschikbaar, afhankelijk van de
Scènekeuze.
( : u kunt de gewenste instelling selecteren)
Macro/
Superclose-up
Flitser
/—
—/—
/—
SL
Gezichtsherkenning
Burst/
Bracket
—
—
*
—
—
—
—
—
—
—
—
/—
Witbalans
Rodeogeneffect
—
—/—
/
—
—
/—
/
—
—
/—
/
—
—
/—
/
—
—/—
—
* [Flitser] kan niet worden geselecteerd.
34
EV
—
—
—
—
SteadyShot
Opnamemenu
Voor meer informatie over de bediening
1 pagina 30
Hieronder worden de functies beschreven die beschikbaar zijn via de MENU-toets. Zie
pagina 30 voor meer informatie over de bediening van het menu.
De beschikbaarheid van de functies wordt als volgt weergegeven.
De functies die grijs worden weergegeven, kunt u niet gebruiken.
Beschikbaar
Opnamefunctie (Autom. instellen/Scènekeuze/Autom. Programma)
Bewegende beelden
.
Scènekeuze: Scènekeuze gebruiken
Hiermee kunt u de opnamefunctie voor stilstaande beelden selecteren.
Hiermee kunt u opnemen met vooraf ingestelde instellingen op basis van de scène
(Scènekeuze) (pagina 33).
Beeldformaat: Het beeldformaat selecteren
Voor stilstaande beelden
Functies voor opnemen gebruiken
De standaardinstellingen worden aangegeven met
Niet beschikbaar
Hiermee wordt het beeldformaat geselecteerd voor het
opnemen van stilstaande beelden. Zie pagina 10 voor meer
informatie.
Voor films
(Fijn)
(Standaard)
Hiermee wordt het beeldformaat geselecteerd voor het
opnemen van films. Zie pagina 10 voor meer informatie.
35
Opnamemenu
Voor meer informatie over de bediening
1 pagina 30
Gezichtsherkenning: Het gezicht van het onderwerp herkennen
Hiermee selecteert u of u de functie voor gezichtsherkenning wilt gebruiken.
(Aan)
Bij de functie voor gezichtsherkenning worden ook de
scherpstelling, flitser, belichting, witbalans en de voorflitser
voor beperking van het rode-ogeneffect ingesteld.
Gezichtsherkenning-markering
Kader voor gezichtsherkenning
(Uit)
Hiermee wordt Gezichtsherkenning niet gebruikt.
• Wanneer [Gezichtsherkenning] is ingesteld op [Aan], kunt u de digitale zoomfunctie niet
gebruiken.
• Alleen beschikbaar voor [Soft Snap] wanneer u Scènekeuze selecteert. In dit geval wordt
Gezichtsherkenning standaard ingesteld op [Aan].
• Er kunnen maximaal 8 gezichten in het onderwerp worden herkend. Wanneer u beelden
opneemt met [Soft Snap], is het aantal gezichten dat kan worden herkend beperkt tot
maximaal 2 gezichten.
• Wanneer meer dan één gezicht wordt herkend in het onderwerp, wordt de prioriteit voor de
brandpuntsafstand automatisch toegewezen aan een persoon die door de camera wordt
geïdentificeerd als hoofdonderwerp.
• Als u de sluiterknop half indrukt om scherp te stellen, wordt het kader rondom het
onderwerp dat wordt scherpgesteld groen. Als het kader niet groen wordt, bevindt een ander
onderwerp op dezelfde afstand als het hoofdonderwerp zich ook in het brandpunt.
• Gezichtsherkenning mislukt mogelijk, afhankelijk van de omstandigheden waaronder de
functie wordt gebruikt.
36
Opnamemenu
Voor meer informatie over de bediening
1 pagina 30
Opn.functie: De functie voor continu opnemen selecteren
Hiermee kunt u selecteren of de camera continu opneemt wanneer u de sluiterknop indrukt.
(Normaal)
(Burst)
Er wordt niet continu opgenomen.
Hiermee worden maximaal 100 beelden achter elkaar
opgenomen wanneer u de sluiterknop ingedrukt houdt.
• De flitser is ingesteld op
BRK ±0,3EV
BRK ±1,0EV
• Wanneer u de juiste belichting niet kunt bepalen, maakt u
opnamen in de Exposure Bracket-functie, zodat de
belichtingswaarde wordt verschoven. U kunt achteraf het beeld
kiezen met de beste belichting.
• U kunt geen beelden opnemen in de Exposure Bracket-functie
wanneer
(Opnemen) is ingesteld op [
Autom.
instellen].
• De flitser is ingesteld op
(Niet flitsen).
Functies voor opnemen gebruiken
BRK ±0,7EV
(Niet flitsen).
Hiermee wordt een reeks van drie beelden opgenomen
waarbij de belichtingswaarden automatisch iets worden
verschoven (Exposure Bracket).
Hoe groter de waarde van de bracket-stap, hoe groter de
verschuiving van de belichtingswaarde.
De Burst
• Als u opneemt met de zelfontspanner, wordt een reeks van maximaal vijf beelden opgenomen.
• Het opname-interval is ongeveer 0,46 seconde. Het opname-interval is mogelijk langer, afhankelijk van de
instelling voor het beeldformaat.
• Als de accu bijna leeg is, of als het interne geheugen of de "Memory Stick Duo" vol is, stopt de Burstfunctie.
• U kunt wellicht geen beelden opnemen in de Burst-functie, afhankelijk van de Scènekeuze-functie
(pagina 34).
De Exposure Bracket-functie
• De scherpstelling en de witbalans worden voor het eerste beeld ingesteld, en deze instellingen worden ook
gebruikt voor de andere beelden.
• Als de belichting handmatig is aangepast (pagina 39), wordt de belichting verschoven aan de hand van de
aangepaste helderheid.
• Het opname-interval is ongeveer 0,46 seconde.
• Als het onderwerp te helder of te donker is, kunt u wellicht niet goed opnemen met de geselecteerde
waarde voor de bracket-stap.
• U kunt wellicht geen beelden opnemen in de Exposure Bracket-functie, afhankelijk van de Scènekeuzefunctie (pagina 34).
37
Opnamemenu
Voor meer informatie over de bediening
1 pagina 30
Kleurfunctie: De helderheid van het beeld wijzigen of speciale effecten
toevoegen
U kunt de helderheid van het beeld wijzigen, in combinatie met effecten.
(Normaal)
(Levendig)
Het beeld wordt ingesteld op heldere, diepe kleuren.
(Natuurlijk)
Het beeld wordt ingesteld op rustige kleuren.
(Sepia)
Het beeld wordt ingesteld op sepia.
(Z-W)
Het beeld wordt ingesteld op monochromatische kleuren.
• Wanneer u films opneemt, kunt u alleen [Normaal], [Z-W] of [Sepia] selecteren.
38
Opnamemenu
Voor meer informatie over de bediening
1 pagina 30
ISO: De lichtgevoeligheid selecteren
Lage ISO-gevoeligheid
Hoge ISO-gevoeligheid
Hiermee kunt u de lichtgevoeligheid instellen in de eenheid ISO. Hoe hoger de waarde, hoe
hoger de gevoeligheid.
• Zie pagina 9 voor meer informatie over de ISO-gevoeligheid.
• Houd er rekening mee dat het beeld meer ruis zal vertonen als de waarde voor de ISO-gevoeligheid hoger
wordt.
• [ISO] is ingesteld op [ISO AUTO] in de Scènekeuze-functie.
• U kunt alleen kiezen uit [ISO AUTO], [ISO 80] of [ISO 400] indien de camera is ingesteld op Burst of
Exposure Bracket.
• Als u opneemt bij heldere omstandigheden, verhoogt de camera automatisch de tintreproductie en helpt zo
voorkomen dat beelden erg licht worden (behalve als [ISO] is ingesteld op [ISO 80]).
Functies voor opnemen gebruiken
Selecteer een hoge waarde wanneer u op een donkere plaats
of een snel bewegend onderwerp opneemt, en selecteer een
lage waarde om een hoge beeldkwaliteit te krijgen.
EV: De lichtintensiteit instellen
Hiermee kunt u de belichting handmatig
aanpassen.
Naar –
Naar +
-2.0EV
Naar –: maakt het beeld donkerder.
0EV
De belichting wordt automatisch bepaald door de camera.
+2.0EV
Naar +: maakt het beeld helderder.
• Zie pagina 8 voor meer informatie over de belichting.
• De compensatiewaarde kan worden ingesteld in stappen van 1/3EV.
39
Opnamemenu
Voor meer informatie over de bediening
1 pagina 30
• Wanneer een onderwerp wordt opgenomen onder bijzonder heldere of donkere omstandigheden, of
wanneer u de flitser gebruikt, kan de belichting wellicht niet goed worden ingesteld.
Lichtmeetfun.: De lichtmeetfunctie selecteren
Hiermee kunt u de lichtmeetfunctie selecteren die bepaalt welk gedeelte van het onderwerp
wordt gemeten voor de berekening van de belichting.
(Multi)
Hiermee wordt het beeld opgedeeld in meerdere gedeelten en
wordt op elk gedeelte een lichtmeting uitgevoerd. De camera
berekent een uitgebalanceerde belichting (Lichtmeting met
meerdere patronen).
(Midden)
Hiermee wordt het midden van het beeld gebruikt voor de
lichtmeting en wordt de belichting berekend aan de hand van
de helderheid van dat gedeelte van het onderwerp
(Lichtmeting met nadruk op het midden).
(Punt)
(Alleen voor stilstaande
beelden)
Hiermee wordt slechts een gedeelte van het onderwerp
gebruikt voor de lichtmeting (Puntlichtmeting).
• Deze functie is handig wanneer het onderwerp tegenlicht heeft
of wanneer er een sterk contrast is tussen het onderwerp en de
achtergrond.
Dradenkruis van de
puntlichtmeting
Plaats dit op het onderwerp
• Zie pagina 8 voor meer informatie over de belichting.
• Bij gebruik van puntlichtmeting of lichtmeting met nadruk op het midden kunt u het beste [Scherpstellen]
instellen op [Midden-AF] om scherp te stellen op de plaats van de lichtmeting (pagina 41).
40
Opnamemenu
Voor meer informatie over de bediening
1 pagina 30
Scherpstellen: De scherpstellingsmethode wijzigen
U kunt de scherpstellingsmethode wijzigen. Gebruik het menu als het moeilijk is goed scherp
te stellen met de functie voor automatische scherpstelling.
(Multi-AF)
Hiermee wordt automatisch scherpgesteld op een onderwerp
in het hele bereik van het zoekerframe.
• Deze functie is handig wanneer het onderwerp zich niet in het
midden van het frame bevindt.
(Midden-AF)
(Alleen voor stilstaande
beelden)
Hiermee wordt automatisch scherpgesteld op een onderwerp
in het midden van het zoekerframe.
• Als u dit gebruikt met de AF-vergrendelfunctie, kunt u de
gewenste beeldcompositie opnemen.
AF-bereikzoekerframe
Aanduiding voor AFbereikzoekerframe
(Punt-AF)
(Alleen voor stilstaande
beelden)
Functies voor opnemen gebruiken
AF-bereikzoekerframe
(Alleen voor stilstaande
beelden)
Aanduiding voor AFbereikzoekerframe
Hiermee wordt automatisch scherpgesteld op een zeer klein
onderwerp of een klein gebied.
• Als u dit gebruikt met de AF-vergrendelfunctie, kunt u de
gewenste beeldcompositie opnemen. Houd de camera stevig
vast zodat het onderwerp en het AF-bereikzoekerframe op één
lijn blijven.
AF-bereikzoekerframe
Aanduiding voor AFbereikzoekerframe
1.0 m
3.0 m
7.0 m
(onbeperkte afstand)
Hiermee wordt scherpgesteld op het onderwerp met een
vooraf gedefinieerde afstand tot het onderwerp. (Vooraf
ingestelde scherpstelling)
• Wanneer u een onderwerp door een net of een ruit opneemt, is
het moeilijk om scherp te stellen met de functie voor
automatische scherpstelling. In deze gevallen kunt u het beste
[Scherpstellen] gebruiken.
41
Opnamemenu
Voor meer informatie over de bediening
1 pagina 30
• AF betekent Auto Focus (Automatische scherpstelling).
• De informatie over de ingestelde afstand bij [Vooraf ingestelde scherpstelling] is slechts bij benadering.
Als u de lens op en neer beweegt, wordt de fout vergroot.
• Wanneer u de digitale zoomfunctie of de AF-verlichting gebruikt, wordt het normale AFbereikzoekerframe uitgeschakeld en wordt een nieuw AF-bereikzoekerframe weergegeven met een
stippellijn. In dit geval wordt voorrang gegeven aan onderwerpen rond het midden van het frame.
z Als er niet is scherpgesteld op het onderwerp
Wanneer u opneemt met het onderwerp aan de rand van het frame (of het scherm), of wanneer u [MiddenAF] of [Punt-AF] gebruikt, stelt de camera wellicht niet scherp op een onderwerp aan de rand van het
frame.
In dergelijke gevallen doet u het volgende.
1 Stel het beeld opnieuw samen zodat het onderwerp zich in het midden van de AF-bereikzoeker
bevindt en druk de sluiterknop half in om scherp te stellen op het onderwerp (AF-vergrendeling).
AF-bereikzoekerframe
Aanduiding voor AE/AF-vergrendeling
Zolang u de sluiterknop niet volledig indrukt, kunt u de procedure zo vaak u wilt opnieuw
uitvoeren.
2 Wanneer de aanduiding voor AE/AF-vergrendeling ophoudt met knipperen en blijft branden,
keert u terug naar het samengestelde beeld en drukt u de sluiterknop volledig in.
42
Opnamemenu
Voor meer informatie over de bediening
1 pagina 30
Witbalans: De kleurtinten aanpassen
Hiermee kunt u de kleurtinten aanpassen aan de hand van de lichtomstandigheden tijdens het
opnemen, bijvoorbeeld wanneer de kleuren van het beeld er vreemd uitzien.
(Autom.)
Hiermee wordt de witbalans automatisch ingesteld.
Hiermee wordt gecompenseerd voor buitenopnamen op een
mooie dag, avondscènes, nachtscènes, neonreclame,
vuurwerk, enzovoort.
(Bewolkt)
Hiermee wordt gecompenseerd voor een bewolkte lucht of
schaduwrijke omgeving.
(Fluorescerend licht 1)/
(Fluorescerend licht 2)/
(Fluorescerend licht 3)
Fluorescerend licht 1: Hiermee wordt gecompenseerd voor
fluorescerende verlichting.
Fluorescerend licht 2: Hiermee wordt gecompenseerd voor
natuurlijk wit fluorescerende verlichting.
Fluorescerend licht 3: Hiermee wordt gecompenseerd voor
dagwit fluorescerende verlichting.
n (Gloeilamp)
Functies voor opnemen gebruiken
(Daglicht)
Hiermee wordt gecompenseerd voor plaatsen onder een
gloeilamp of onder felle verlichting, zoals in een fotostudio.
43
Opnamemenu
WB (Flitser)
Voor meer informatie over de bediening
1 pagina 30
Hiermee wordt gecompenseerd voor de flitser.
• U kunt dit item niet selecteren als u films opneemt.
• Zie pagina 9 voor meer informatie over de witbalans.
• Het is mogelijk dat de witbalansfunctie niet goed werkt onder fluorescerende lampen die flikkeren, zelfs
niet als u [Fluorescerend licht 1], [Fluorescerend licht 2] of [Fluorescerend licht 3] hebt ingesteld.
• Wanneer de flitser afgaat, is [Witbalans] ingesteld op [Autom.], behalve in de functie [Flitser].
• Bepaalde opties zijn niet beschikbaar, afhankelijk van de Scènekeuze-functie (pagina 34).
Flitsniveau: De hoeveelheid flitslicht instellen
Hiermee kunt u de hoeveelheid flitslicht instellen.
(–)
Naar –: hiermee wordt het flitsniveau lager.
(Normaal)
( +)
Naar +: hiermee wordt het flitsniveau hoger.
• Zie pagina 21 voor meer informatie over het wijzigen van de flitsfunctie.
44
Opnamemenu
Voor meer informatie over de bediening
1 pagina 30
Rode-ogeneffect: Het rode-ogeneffect beperken
Wanneer u de flitser gebruikt, gaat deze vóór het
opnemen twee keer of vaker af om het rodeogeneffect te beperken.
(Autom.)
Wanneer [Gezichtsherkenning] is ingesteld op [Aan], gaat de
flitser automatisch af om het rode-ogeneffect te beperken.
(Aan)
De flitser gaat altijd af om het rode-ogeneffect te beperken.
(Uit)
Hiermee wordt Rode-ogeneffect niet gebruikt.
SteadyShot: De steadyshot-functie selecteren
Hiermee kunt u de steadyshot-functie selecteren.
(Opnemen)
De steadyshot-functie wordt geactiveerd als de sluiterknop
half ingedrukt wordt.
(Continu)
De steadyshot-functie is permanent geactiveerd.
Beeldstabilisatie is mogelijk, zelfs als er wordt ingezoomd op
een ver verwijderd onderwerp.
Functies voor opnemen gebruiken
• Omdat het ongeveer een seconde duurt voordat de sluiter klikt, moet u de camera stilhouden om de
invloed van trillingen te voorkomen. Zorg er ook voor dat het onderwerp niet beweegt.
• Afhankelijk van individuele verschillen, de afstand tot het onderwerp, het niet opmerken van de
voorflitser door de gefotografeerde persoon of andere omstandigheden, levert de functie voor beperking
van het rode-ogeneffect niet altijd het gewenste resultaat op. In een dergelijk geval kunt u het rodeogeneffect aanpassen met [Bijwerken] in het weergavemenu nadat u beelden hebt opgenomen (pagina 49).
• Deze instelling is niet beschikbaar, afhankelijk van de Scènekeuze-functie (pagina 34).
• Als u [Gezichtsherkenning] instelt op [Uit], functioneert Rode-ogeneffect niet, zelfs niet als u [Autom.]
selecteert.
• Er wordt meer acculading verbruikt dan in de functie
[Opnemen].
(Uit)
Hiermee wordt de steadyshot-functie niet gebruikt.
• Wanneer de functie [
Autom. instellen] is geselecteerd, is [SteadyShot] ingesteld op [Opnemen].
• Voor films kunt u alleen [Continu] en [Uit] gebruiken.
De standaardinstelling is ingesteld op [Continu].
• De steadyshot-functie functioneert in de volgende gevallen wellicht niet goed.
– Als de bewegingen met de camera te hevig zijn
– Bij een te lange sluitertijd, bijvoorbeeld bij het opnemen van nachtelijke scènes
SETUP: De opname-instellingen selecteren
Hiermee selecteert u de instellingen voor de opnamefunctie. De items die in dit menu worden
weergegeven zijn dezelfde als die in
(Opname-instellingen) in het HOME-scherm. Zie
pagina 29.
45
Functies voor weergeven gebruiken
Beelden weergeven vanaf het HOMEscherm
U kunt beelden weergeven met het HOME-scherm.
HOME-toets
1 Druk op HOME.
2 Selecteer
(Beelden bekijken) met b/B op de regeltoets.
3 Selecteer de gewenste weergavemethode met v/V.
(Enkelbeeld): Eén beeld weergeven
Hiermee wordt het laatst opgenomen beeld weergegeven.
U kunt hiervoor ook op
(Weergave) drukken (pagina 24).
(Indexweergave): Een lijst met beelden afspelen
U kunt hiervoor ook op
(Index) drukken (pagina 25).
Hiermee wordt een lijst met beelden uit de geselecteerde map weergegeven.
(Diavoorstelling): Een reeks beelden afspelen
1 Selecteer [
Diavoorstelling].
2 Selecteer [Start] met v/V en druk vervolgens op z om de weergave te starten.
De diavoorstelling onderbreken
Druk op z op de regeltoets.
Selecteer [Verder] met v/V en druk vervolgens op z om opnieuw te starten.
• De diavoorstelling hervat vanaf het beeld waar u de diavoorstelling hebt onderbroken. De muziek begint
echter weer vanaf het begin.
Het vorige/volgende beeld weergeven
Druk op b/B terwijl de diavoorstelling is onderbroken.
Het volume van de muziek aanpassen
Druk op V om het scherm voor volumeregeling weer te geven en druk op b/B om het volume
aan te passen.
46
Beelden weergeven vanaf het HOME-scherm
De diavoorstelling beëindigen
Selecteer [Sluiten] met v/V terwijl de diavoorstelling is onderbroken en druk vervolgens op
z.
De instellingen wijzigen
De standaardinstellingen worden aangegeven met
.
Beeld
Alleen wanneer een "Memory Stick Duo" (niet bijgeleverd) in de camera is geplaatst.
Map
Alle beelden in de geselecteerde map worden weergegeven.
Alle beelden
Alle beelden op een "Memory Stick Duo" worden op
volgorde weergegeven.
Effecten
Een eenvoudige diavoorstelling die geschikt is voor veel
verschillende scènes.
Nostalgisch
Een donkere diavoorstelling die vergelijkbaar is met de
atmosfeer van een filmscène.
Stijlvol
Een stijlvolle diavoorstelling met een gemiddelde snelheid.
Actief
Een diavoorstelling met een hoge snelheid voor actieve
scènes.
Normaal
Een standaarddiavoorstelling waarbij beelden worden
gewijzigd volgens een vooraf ingesteld interval.
• Alleen stilstaande beelden worden weergegeven wanneer [Eenvoudig], [Nostalgisch], [Stijlvol] of [Actief]
is geselecteerd.
• Muziek wordt niet afgespeeld (ingesteld op [Uit]) tijdens een diavoorstelling met de instelling [Normaal].
Het geluid van films wordt weergegeven.
Functies voor weergeven gebruiken
Eenvoudig
Muziek
De vooraf ingestelde muziek is afhankelijk van het geselecteerde effect.
Music1
De standaardinstelling voor een diavoorstelling met de
instelling [Eenvoudig].
Music2
De standaardinstelling voor een diavoorstelling met de
instelling [Nostalgisch].
Music3
De standaardinstelling voor een diavoorstelling met de
instelling [Stijlvol].
Music4
De standaardinstelling voor een diavoorstelling met de
instelling [Actief].
Uit
Instelling voor een diavoorstelling met de instelling
[Normaal]. Geen muziek beschikbaar.
47
Beelden weergeven vanaf het HOME-scherm
Interval
3 sec
Het weergave-interval van beelden voor een diavoorstelling
met de instelling [Normaal] instellen.
5 sec
10 sec
30 sec
1 min
Autom.
Het interval is ingesteld zodat dit geschikt is voor het
geselecteerde [Effecten]-item.
De instelling is vastgesteld op [Autom.] wanneer [Normaal]
niet is geselecteerd bij [Effecten].
Herhalen
Aan
De weergave van de beelden wordt continu herhaald.
Uit
Nadat alle beelden zijn weergegeven, wordt de
diavoorstelling beëindigd.
z Muziekbestanden toevoegen/wijzigen
U kunt een gewenst muziekbestand van uw CD's of MP3-bestanden overbrengen naar de camera voor
weergave tijdens een diavoorstelling. U kunt muziek overbrengen met [ Muziek-tool] in
(Afdrukken,
Overig) in het HOME-scherm en de software "Music Transfer" (bijgeleverd) die op een computer is
geïnstalleerd. Zie pagina 87 en 89 voor meer informatie.
• U kunt maximaal vier liedjes op de camera opnemen (de vier vooraf ingestelde liedjes (Music1-Music4)
kunnen worden vervangen door de muziek die u overbrengt).
• De maximale lengte van elk muziekbestand voor weergave op de camera is 180 seconden.
• Als u een muziekbestand niet kunt afspelen omdat het is beschadigd of er een ander probleem is, voert u
[Format. muz.] (pagina 87) nogmaals uit en brengt u de muziek opnieuw over.
48
Weergavemenu
Voor meer informatie over de bediening
1 pagina 30
In dit gedeelte worden de menu-items besproken die beschikbaar zijn wanneer u op de
MENU-toets drukt in de weergavefunctie. Zie pagina 30 voor meer informatie over de
bediening van het menu.
(Wissen): Beelden verwijderen
Hiermee kunt u beelden selecteren en verwijderen in het scherm met één beeld of het
indexscherm. Zie pagina 26.
(Dit beeld)
Het geselecteerde beeld wordt verwijderd.
(Meerdere beelden)
Er worden meerdere beelden geselecteerd en verwijderd.
(Alle in deze map)
Alle beelden in de geselecteerde map worden verwijderd.
(Diavoorstelling): Een reeks beelden afspelen
(Diavoorstelling) in het HOME-scherm.
(Bijwerken): Stilstaande beelden bijwerken nadat deze zijn opgenomen
Hiermee kunt u aanpassen maken in een stilstaand beeld of speciale effecten toepassen op een
stilstaand beeld.
Het oorspronkelijke beeld blijft behouden.
(Lagere beeldscherpte)
De omtrek van een gekozen punt in het beeld wazig maken
Functies voor weergeven gebruiken
Dit item heeft dezelfde functie als
Zie pagina 46.
1 Stel met v/V/b/B het middelpunt in van het beeld dat u wilt
bijwerken en druk op MENU.
2 Selecteer [Niveau] met v/V en druk op z. Pas het niveau
voor bijwerken aan met v/V en druk nogmaals op z.
3 Pas met W/T het bereik aan dat u wilt bijwerken.
4 Selecteer [OK] en druk op z.
49
Weergavemenu
(Gedeeltelijk kleur)
Voor meer informatie over de bediening
1 pagina 30
Gekozen punt in het beeld omgeven in monochroom
1 Stel met v/V/b/B het middelpunt in van het beeld dat u wilt
bijwerken en druk op MENU.
2 Pas met W/T het bereik aan dat u wilt bijwerken.
3 Selecteer [OK] en druk op z.
(Vissenooglens)
Rondom een gekozen punt een vissenoogeffect toepassen
1 Stel met v/V/b/B het middelpunt in van het beeld dat u wilt
bijwerken en druk op MENU.
2 Selecteer [Niveau] met v/V en druk op z. Pas het niveau
voor bijwerken aan met v/V en druk nogmaals op z.
3 Selecteer [OK] en druk op z.
(Stereffect)
Heldere punten in het beeld een stereffect geven
1 Selecteer [Niveau] met v/V en druk op z. Pas het niveau
voor bijwerken aan met v/V en druk nogmaals op z.
2 Pas met W/T de lengte aan die u wilt bijwerken.
3 Selecteer [OK] en druk op z.
50
Weergavemenu
(Trimmen)
Voor meer informatie over de bediening
1 pagina 30
Beelden bijsnijden om ongewenste delen te verwijderen
1 Druk op W/T om in te zoomen op het bijsnijdbereik.
2 Stel het punt in met v/V/b/B en druk op MENU.
3 Selecteer [Beeldformaat] met v/V en druk op z.
Selecteer het beeldformaat dat moet worden gebruikt voor het
opslaan van het beeld en druk op z.
4 Selecteer [OK] en druk op z.
(Rode-ogen-correctie)
Rode ogen veroorzaakt door flitser verwijderen
Selecteer [OK] met v/V en druk op z.
Als u [Trimmen] selecteert
• Het beeldformaat dat u kunt bijsnijden, is afhankelijk van het beeld.
• De kwaliteit van bijgesneden beelden kan afnemen.
Functies voor weergeven gebruiken
• U kunt het rode-ogeneffect wellicht niet verwijderen, afhankelijk
van het beeld.
51
Weergavemenu
Voor meer informatie over de bediening
1 pagina 30
(Beveiligen): Voorkomen dat gegevens per ongeluk worden gewist
Hiermee kunt u de beelden beveiligen tegen per ongeluk wissen.
(Dit beeld)
Het geselecteerde beeld wordt beveiligd/de vergrendeling wordt
opgeheven.
(Meerdere beelden)
Er worden meerdere beelden geselecteerd en deze worden
beveiligd/de vergrendeling wordt opgeheven.
Een beeld beveiligen
1 Geef het beeld weer dat u wilt beveiligen of selecteer de beelden in het indexscherm.
2 Druk op MENU om het menu weer te geven.
3 Selecteer
(Beveiligen) met v/V en selecteer [Dit beeld] met b/B en druk vervolgens op z.
Het beeld is beveiligd en de aanduiding - (Beveiligen) wordt op het beeld weergegeven.
-
Beelden selecteren en beveiligen
1 Druk op MENU om het menu weer te geven.
2 Selecteer
op z.
(Beveiligen) met v/V en selecteer [Meerdere beelden] met b/B en druk vervolgens
In de enkelbeeldfunctie:
3 Selecteer het beeld dat u wilt beveiligen met b/B op de regeltoets en druk vervolgens op z.
Het geselecteerde beeld wordt gemarkeerd met .
4 Druk op b/B om andere beelden weer te geven die u wilt beveiligen en druk op z.
5 Druk op MENU.
6 Selecteer [OK] met v en druk vervolgens op z.
In de indexfunctie:
3 Selecteer het beeld dat u wilt beveiligen met v/V/b/B op de regeltoets en druk vervolgens op z.
Het geselecteerde beeld wordt gemarkeerd met .
4 Activeer de mappenbalk met b en selecteer de map met de beelden die u wilt beveiligen met
v/V. Herhaal stap 3 om andere beelden te selecteren.
5 Als u alle beelden in de map wilt selecteren, drukt u op z in stap 4.
De geselecteerde map wordt gemarkeerd met .
6 Druk op MENU.
7 Selecteer [OK] met v en druk vervolgens op z.
Een aanduiding - (Beveiligen) wordt op de geselecteerde beelden weergegeven.
52
Weergavemenu
Voor meer informatie over de bediening
1 pagina 30
De beveiliging annuleren
Selecteer het beeld waarvan u de beveiliging wilt annuleren en verwijder de vergrendeling
door de procedure voor het beveiligen nogmaals te herhalen.
De aanduiding - (Beveiligen) verdwijnt.
• Houd er rekening mee dat bij het formatteren alle gegevens op het opnamemedium worden
gewist, zelfs als de beelden zijn beveiligd, en dat deze gegevens niet kunnen worden
hersteld.
• Het beveiligen van een beeld kan enige tijd duren.
DPOF: Een afdrukmarkering toevoegen
Hiermee voegt u een afdrukmarkering DPOF toe aan beelden die u wilt afdrukken
(pagina 94).
Hiermee bevestigt/verwijdert u de DPOF-gebaseerde
printmarkering aan (van) het geselecteerde beeld.
(Meerdere beelden)
Hiermee selecteert u beelden en bevestigt/verwijdert u de DPOFgebaseerde printmarkeringen aan (van) de beelden.
(Afdrukken): Beelden afdrukken met een printer
Zie pagina 91.
De menubewerking is gelijk aan de procedure die wordt gebruikt wanneer u dit item selecteert
vanuit het HOME-scherm.
(Roteren): Een stilstaand beeld roteren
Functies voor weergeven gebruiken
(Dit beeld)
Hiermee kunt u een stilstaand beeld roteren.
1 Geef het beeld weer dat u wilt roteren.
2 Druk op MENU om het menu weer te geven.
3 Selecteer
4 Selecteer [
(Roteren) met v/V op de regeltoets en druk vervolgens op z.
] en draai het beeld met b/B.
5 Selecteer [OK] met v/V en druk vervolgens op z.
• U kunt beveiligde beelden of films niet roteren.
• Beelden die met andere camera's zijn opgenomen, kunnen soms niet worden geroteerd.
• Wanneer u beelden op een computer weergeeft, wordt de beeldrotatie wellicht niet toegepast, afhankelijk
van de gebruikte software.
53
Weergavemenu
Voor meer informatie over de bediening
1 pagina 30
(Map kiezen): Een map selecteren voor het weergeven van beelden
Hiermee kunt u de map selecteren met het beeld dat u wilt weergeven wanneer u de camera
met "Memory Stick Duo" gebruikt.
1 Selecteer de gewenste map met b/B op de regeltoets.
2 Selecteer [OK] met v en druk vervolgens op z.
Het selecteren van een map annuleren
Selecteer [Sluiten] in stap 2 en druk vervolgens op z.
z De map
De camera slaat de beelden op in een opgegeven map op de "Memory Stick Duo". U kunt de map wijzigen
of een nieuwe map maken.
• Een nieuwe map maken t [Opnamemap maken] (pagina 57)
• De map voor opgenomen beelden wijzigen t [Opnamemap wijz.] (pagina 58)
• Wanneer meerdere mappen zijn gemaakt op de "Memory Stick Duo" en het eerste of laatste beeld in de
map wordt weergegeven, worden de volgende aanduidingen weergegeven.
: naar de vorige map.
: naar de volgende map.
: naar de vorige of volgende map.
54
De instellingen aanpassen
De functie Geheugen beheren en
Instellingen aanpassen
U kunt de standaardinstellingen wijzigen met
het HOME-scherm.
(Geheugen beheren) of
(Instellingen) in
Regeltoets
z-toets
v/V/b/B-toets
HOME-toets
1 Druk op HOME om het HOME-scherm weer te geven.
(Geheugen beheren) of
(Instellingen) met b/B op de
regeltoets.
De instellingen aanpassen
2 Selecteer
3 Selecteer het gewenste item met v/V en druk op z.
4 Verplaats met B de markering naar het gebied voor het selecteren van items,
selecteer het gewenste item met v/V en druk op z.
55
De functie Geheugen beheren en
Instellingen aanpassen
Voor meer informatie over de bediening
1 pagina 55
5 Selecteer de gewenste instelling met v/V en druk vervolgens op z.
Het wijzigen van de instelling annuleren
Selecteer [Annul.] als u deze optie beschikbaar is en druk op z.
Als dit niet het geval is, drukt u op b.
• Deze instelling blijft ook na het uitschakelen van de camera bewaard.
• Druk de sluiterknop half in om naar de stand voor opnemen te gaan.
56
Geheugen beheren
Voor meer informatie over de bediening
1 pagina 55
Geheugen-tool – Memory Stick tool
Dit item wordt alleen weergegeven als een "Memory Stick Duo" in de camera is geplaatst.
Formatteren
Hiermee kunt u de "Memory Stick Duo" formatteren. Een in de handel verkrijgbare "Memory
Stick Duo" is al geformatteerd en kan onmiddellijk worden gebruikt.
• Houd er rekening mee dat bij het formatteren alle gegevens op de "Memory Stick Duo", waaronder de
beveiligde beelden, definitief worden verwijderd.
1 Selecteer [Formatteren] met v/V/b/B op de regeltoets en druk vervolgens op z.
Het bericht "Alle data in de Memory Stick wordt gewist" verschijnt.
2 Selecteer [OK] met v en druk vervolgens op z.
Het formatteren is voltooid.
Het formatteren annuleren
Selecteer [Annul.] in stap 2 en druk vervolgens op z.
Hiermee kunt u een map op een "Memory Stick Duo" maken waarin beelden worden
opgenomen.
1 Selecteer [Opnamemap maken] met v/V/b/B op de regeltoets en druk vervolgens op z.
Het scherm voor het maken van mappen wordt weergegeven.
De instellingen aanpassen
Opnamemap maken
2 Selecteer [OK] met v en druk vervolgens op z.
Een nieuwe map wordt gemaakt met een nummer dat één hoger is dan het hoogste nummer, en
de nieuwe map wordt ingesteld als de nieuwe opnamemap.
Het maken van een map annuleren
Selecteer [Annul.] in stap 2 en druk vervolgens op z.
•
•
•
•
Wanneer u geen nieuwe map maakt, wordt de map "101MSDCF" geselecteerd als opnamemap.
U kunt mappen maken tot en met nummer "999MSDCF".
De beelden worden opgenomen in de nieuwe map totdat een andere map wordt gemaakt of geselecteerd.
U kunt een map niet met de camera verwijderen. Als u een map wilt verwijderen, moet u dit doen met een
computer, enzovoort.
• Er kunnen maximaal 4.000 beelden in een map worden opgeslagen. Als de map vol is, wordt automatisch
een nieuwe map gemaakt.
• Zie "Beeldbestandopslaglocaties en bestandsnamen" (pagina 79) voor meer informatie.
57
Geheugen beheren
Voor meer informatie over de bediening
1 pagina 55
Opnamemap wijz.
Hiermee kunt u de huidige opnamemap wijzigen.
1 Selecteer [Opnamemap wijz.] met v/V/b/B op de regeltoets en druk vervolgens op z.
Het scherm voor het selecteren van mappen wordt weergegeven.
2 Selecteer de gewenste map met b/B, selecteer vervolgens [OK] met v en druk op z.
Het wijzigen van de opnamemap annuleren
Selecteer [Annul.] in stap 2 en druk vervolgens op z.
• U kunt de map "100MSDCF" niet selecteren als opnamemap.
• U kunt opgenomen beelden niet verplaatsen naar een andere map.
Kopiëren
Hiermee kunt u alle beelden die in het interne geheugen zijn opgeslagen, kopiëren naar een
"Memory Stick Duo".
1 Plaats een "Memory Stick Duo" met een opslagcapaciteit van 64 MB of groter.
2 Selecteer [Kopiëren] met v/V/b/B op de regeltoets en druk vervolgens op z.
Het bericht "Alle data in het intern geheug. gekopieerd" verschijnt.
3 Selecteer [OK] met v en druk vervolgens op z.
Het kopiëren begint.
Het kopiëren annuleren
Selecteer [Annul.] in stap 3 en druk vervolgens op z.
• Gebruik een volledig opgeladen accu. Als u probeert beeldbestanden te kopiëren terwijl de accu bijna leeg
is, kan de accu helemaal leeg raken. Hierdoor kan het kopiëren mislukken en kunnen de gegevens zelfs
beschadigd raken.
• U kunt afzonderlijke beelden niet kopiëren.
• De oorspronkelijke beelden blijven ook na het kopiëren bewaard in het interne geheugen. Als u de
beeldgegevens in het interne geheugen wilt verwijderen, verwijdert u na het kopiëren eerst de "Memory
Stick Duo" en voert u vervolgens [Formatteren] uit in [
Intern geheugen-tool] (pagina 59).
• Wanneer u de gegevens in het interne geheugen kopieert naar de "Memory Stick Duo", worden alle
gegevens gekopieerd. U kunt niet een specifieke map op de "Memory Stick Duo" selecteren als
bestemming voor de gegevens die worden gekopieerd.
• Zelfs als u gegevens kopieert, wordt een afdrukmarkering DPOF niet gekopieerd.
58
Geheugen beheren
Voor meer informatie over de bediening
1 pagina 55
Geheugen-tool – Intern geheugen-tool
Dit item wordt niet weergegeven als een "Memory Stick Duo" in de camera is geplaatst.
Formatteren
Hiermee kunt u het interne geheugen formatteren.
• Houd er rekening mee dat bij het formatteren alle beeldgegevens in het interne geheugen, waaronder de
beveiligde beelden, definitief worden verwijderd.
1 Selecteer [Formatteren] met v/V/b/B op de regeltoets en druk vervolgens op z.
Het bericht "Alle data in het intern geheugen wordt gewist" verschijnt.
2 Selecteer [OK] met v en druk vervolgens op z.
Het formatteren is voltooid.
Het formatteren annuleren
Selecteer [Annul.] in stap 2 en druk vervolgens op z.
De instellingen aanpassen
59
Instellingen
Voor meer informatie over de bediening
1 pagina 55
Hoofdinstellingen – Hoofdinstellingen 1
De standaardinstellingen worden aangegeven met
.
Pieptoon
Hiermee kunt u het geluid selecteren dat wordt weergegeven wanneer u de camera bedient.
Sluiter
Hiermee wordt het sluitergeluid ingeschakeld dat wordt
weergegeven als u de sluiterknop indrukt.
Aan
Hiermee wordt de pieptoon/het sluitergeluid ingeschakeld
die/dat wordt weergegeven als u de regeltoets/sluiterknop
indrukt.
Uit
Hiermee wordt de pieptoon/het sluitergeluid uitgeschakeld.
Functiegids
Wanneer u de camera bedient, wordt een beschrijving van de functies weergegeven.
Aan
Hiermee wordt de functiegids weergegeven.
Uit
Hiermee wordt de functiegids niet weergegeven.
Initialiseren
Hiermee kunt u alle instellingen terugzetten op de standaardinstellingen. De beelden die in het
interne geheugen zijn opgeslagen worden bewaard.
1 Selecteer [Initialiseren] met v/V/b/B en druk vervolgens op z.
Het bericht "Alle instellingen initialiseren" verschijnt.
2 Selecteer [OK] met v en druk vervolgens op z.
Alle instellingen worden teruggezet op de standaardinstellingen.
Het terugzetten annuleren
Selecteer [Annul.] in stap 2 en druk vervolgens op z.
• Zorg ervoor dat tijdens het terugzetten de stroombron niet wordt losgekoppeld.
60
Instellingen
Voor meer informatie over de bediening
1 pagina 55
Hoofdinstellingen – Hoofdinstellingen 2
De standaardinstellingen worden aangegeven met
.
USB-aansl.
Hiermee kunt u de USB-functie selecteren die moet worden gebruikt wanneer de camera
wordt aangesloten op een computer of een PictBridge-compatibele printer met de kabel voor
de multifunctionele aansluiting.
Hiermee wordt de camera aangesloten op een PictBridgecompatibele printer (pagina 91). Of, als u de camera aansluit
op een computer, wordt automatisch de wizard voor het
kopiëren gestart en worden de beelden in de opnamemap van
de camera gekopieerd naar de computer (compatibel met een
computer waarop Windows XP of Mac OS X is
geïnstalleerd).
Mass Storage
Hiermee wordt een verbinding voor massaopslag gemaakt
tussen de camera en een computer of ander USB-apparaat
(pagina 75).
Autom.
De computer of PictBridge-compatibele printer wordt
automatisch herkend door de camera en een verbinding wordt
tot stand gebracht (pagina 75 en 91).
• Als de camera geen verbinding kan maken met de PictBridgecompatibele printer als deze is ingesteld op [Autom.], wijzigt u
de instelling in [PictBridge].
• Als de camera geen verbinding kan maken met een computer of
ander USB-apparaat als deze is ingesteld op [Autom.], wijzigt u
de instelling in [Mass Storage].
De instellingen aanpassen
PictBridge
COMPONENT
Hiermee kiest u het type van het video-uitgangssignaal uit SD en HD(1080i), overeenkomstig
de aangesloten televisie. Zie pagina 69.
HD(1080i)
Selecteer dit item als u de camera wilt aansluiten op een HDtelevisie met 1080i.
SD
Selecteer dit item als u de camera wilt aansluiten op een
televisie die niet compatibel is met een HD(1080i)-signaal.
61
Instellingen
Voor meer informatie over de bediening
1 pagina 55
Video-uit
Hiermee wordt het video-uitgangssignaal ingesteld overeenkomstig het televisiekleursysteem
van de aangesloten videoapparatuur. In verschillende landen en regio's worden verschillende
televisiekleursystemen gebruikt. Als u de beelden op een televisie wilt bekijken, raadpleegt u
pagina 70 voor het televisiekleursysteem van het land of de regio waar de camera wordt
gebruikt.
62
NTSC
Hiermee wordt het video-uitgangssignaal ingesteld op de
NTSC-functie (bijvoorbeeld voor de Verenigde Staten en
Japan).
PAL
Hiermee wordt het video-uitgangssignaal ingesteld op de
PAL-functie (bijvoorbeeld voor Europa).
Instellingen
Voor meer informatie over de bediening
1 pagina 55
Opname-instellingen – Opname-instellingen 1
De standaardinstellingen worden aangegeven met
.
AF-verlicht.
De AF-verlichting levert vullicht om gemakkelijker te kunnen scherpstellen op een onderwerp
in een donkere omgeving.
De AF-verlichting zendt rood licht uit zodat de camera gemakkelijk kan scherpstellen zodra
de sluiterknop half ingedrukt wordt gehouden totdat de scherpstelling is vergrendeld. Op dat
moment wordt de aanduiding ON weergegeven.
Autom.
Hiermee wordt de AF-verlichting gebruikt.
Uit
Hiermee wordt de AF-verlichting niet gebruikt.
De instellingen aanpassen
• Als de AF-verlichting het onderwerp niet voldoende raakt of als het onderwerp onvoldoende contrast
heeft, kan niet worden scherpgesteld. (U kunt het beste een afstand van ongeveer 2,7 m voor groothoek
(zoom: W) en 2,0 m voor telefoto (zoom: T) aanhouden.)
• De camera kan scherpstellen zolang de AF-verlichting het onderwerp bereikt, zelfs als het rode licht iets
buiten het midden van het onderwerp valt.
• Bij vooraf ingestelde scherpstelling (pagina 41) werkt de AF-verlichting niet.
• Wanneer u de AF-verlichting gebruikt, wordt het normale AF-bereikzoekerframe uitgeschakeld en wordt
een nieuw AF-bereikzoekerframe weergegeven met een stippellijn. In dit geval werkt AF met voorrang
voor onderwerpen die zich in de buurt van het midden van het frame bevinden.
• De AF-verlichting werkt niet wanneer [Schemer], [Landschap], [Korte sluitertijd] of [Vuurwerk] is
geselecteerd in de Scènekeuze-functie.
• De AF-verlichting zendt zeer helder licht uit. Hoewel er geen enkel gevaar bestaat, kunt u het beste niet
rechtstreeks van dichtbij in het lichtvenster van de AF-verlichting te kijken.
• Wanneer [Gezichtsherkenning] is ingesteld op [Aan] werkt de AF-verlichting niet.
Stramienlijn
Door de stramienlijnen als referentie te gebruiken, kunt u eenvoudig de horizontale/verticale
positie van een onderwerp bepalen.
Aan
Hiermee worden stramienlijnen weergegeven.
Uit
Hiermee worden de stramienlijnen niet weergegeven.
• De stramienlijnen worden niet op het beeld opgeslagen.
63
Instellingen
Voor meer informatie over de bediening
1 pagina 55
AF-functie
Hiermee kunt u de werking van de automatische scherpstelling selecteren.
Enkelvoud.
Hiermee wordt het beeld automatisch scherpgesteld zodra de
sluiterknop half ingedrukt wordt gehouden. Deze functie is
handig bij het opnemen van stilstaande onderwerpen.
Monitor
Hiermee wordt het beeld automatisch scherpgesteld voordat
de sluiterknop half ingedrukt wordt gehouden. Met deze
functie wordt de benodigde tijd voor de scherpstelling korter.
• Er wordt meer acculading verbruikt dan in de functie
[Enkelvoud.].
• Als [Gezichtsherkenning] is ingesteld op [Aan], werkt [AF-functie] niet.
Digitale zoom
Hiermee selecteert u de digitale zoomfunctie. De camera vergroot het beeld met de optische
zoomfunctie (tot maximaal 5×). Zodra de zoomvergrotingsfactor hoger wordt dan 5×, gebruikt
de camera de slimme-zoomfunctie of precisie-digitale-zoomfunctie.
Slim (Slimme-zoomfunctie)
(
)
Hiermee wordt het beeld vrijwel zonder vervorming digitaal
vergroot. Dit is niet beschikbaar wanneer het beeldformaat is
ingesteld op [8M] of [3:2].
• De maximale zoomvergrotingsfactor in de slimme-zoomfunctie
wordt aangegeven in de volgende tabel.
Nauwkeurig (Precisiezoomfunctie) (
)
Hiermee worden alle beeldformaten tot maximaal 10×
vergroot, maar neemt de beeldkwaliteit af.
Uit
Hiermee wordt de digitale zoomfunctie niet gebruikt.
Beeldformaat en maximale zoomvergrotingsfactor bij gebruik van de slimme-zoomfunctie
Formaat
Maximale zoomvergrotingsfactor
5M
Ongeveer 6,3×
3M
Ongeveer 8,0×
VGA
Ongeveer 25×
16:9
Ongeveer 8,5×
• Wanneer [Gezichtsherkenning] is ingesteld op [Aan], kunt u de digitale zoomfunctie niet gebruiken.
64
Instellingen
Voor meer informatie over de bediening
1 pagina 55
Opname-instellingen – Opname-instellingen 2
De standaardinstellingen worden aangegeven met
.
Autom. Oriëntatie
Wanneer de camera is gedraaid om een portretfoto te maken, registreert de camera deze
positieverandering en wordt het beeld in de portretpositie weergegeven.
Aan
Het beeld wordt met aangepaste oriëntatie opgenomen.
Uit
Autom. Oriëntatie is uitgeschakeld.
• Afhankelijk van de opnamehoek van de camera kan het beeld met een onjuiste oriëntatie worden
opgenomen. In dit geval kunt u het beeld draaien (zie pagina 53).
Auto Review
Hiermee kunt u het opgenomen beeld onmiddellijk na de opname twee seconden op het
scherm weergeven.
Hiermee wordt Auto Review gebruikt.
Uit
Hiermee wordt Auto Review niet gebruikt.
• Als u gedurende deze tijd de sluiterknop half indrukt, wordt het opgenomen beeld weergegeven en kunt u
onmiddellijk het volgende beeld opnemen.
De instellingen aanpassen
Aan
65
Instellingen
Voor meer informatie over de bediening
1 pagina 55
Klokinstellingen
Klokinstellingen
Hiermee kunt u de datum en tijd instellen.
1 Druk op HOME en selecteer [
Klokinstellingen] bij
(Instellingen) in het HOME-scherm.
2 Selecteer de datumnotatie met v/V en druk vervolgens op z.
3 Selecteer elk item met b/B, stel de numerieke waarde in met v/V en druk vervolgens op z.
4 Selecteer [OK] en druk op z.
De klokinstelling annuleren
Selecteer [Annul.] en druk vervolgens op z.
66
Instellingen
Voor meer informatie over de bediening
1 pagina 55
Language Setting
Language Setting
Hiermee kunt u de taal selecteren waarin de menu-items, waarschuwingen en berichten
worden weergegeven.
De instellingen aanpassen
67
Beelden weergeven op een televisie
Beelden weergeven op een televisie
U kunt de beelden weergeven op een televisiescherm door de camera aan te sluiten op een
televisie.
De aansluiting is afhankelijk van het type televisie waarop de camera wordt aangesloten.
Beelden weergeven door de camera met de bijgeleverde kabel aan te
sluiten op een televisie
Schakel zowel de camera als de televisie uit voordat u de camera aansluit op de televisie.
1 Sluit de camera aan op de televisie.
1 Naar de audio-/
video-ingangen
VIDEO AUDIO
Geel
Zwart
-toets
(Weergave)
Regeltoets
Kabel voor de
multifunctionele
aansluiting
(bijgeleverd)
2 Naar de multifunctionele
aansluiting
• Leg de camera neer met het scherm naar boven gericht.
• Als de televisie is uitgerust met stereo-ingangen, sluit u de audiostekker (zwart) van de kabel voor de
multifunctionele aansluiting aan op de linkeraudio-ingang van de televisie.
2 Schakel de televisie in en stel de televisie/video-ingang in op "video".
• Lees de gebruiksaanwijzing bij de televisie voor meer informatie.
3 Druk op
om de camera in te schakelen.
De beelden die met de camera zijn opgenomen, worden op het televisiescherm
weergegeven.
Druk op b/B op de regeltoets om het gewenste beeld te selecteren.
• Als u de camera in het buitenland gebruikt, kan het noodzakelijk zijn de videosignaaluitgang in te
stellen overeenkomstig dat van het plaatselijke televisiesysteem (pagina 62).
68
Beelden weergeven op een televisie
Beelden weergeven door de camera aan te sluiten op een HD-televisie
U kunt beelden weergeven door de camera met de componentkabel (niet bijgeleverd) aan te
sluiten op een HD-televisie (High Definition).
Schakel zowel de camera als de televisie uit voordat u de camera aansluit op de televisie.
1 Sluit de camera aan op de televisie.
1 Naar de audio-/
video-ingangen
COMPONENT
VIDEO IN
AUDIO
Wit/rood
Groen/Blauw/Rood
Regeltoets
Componentvideokabel
(niet bijgeleverd)
HOME-toets
2 Naar de
multifunctionele
aansluiting
• Leg de camera neer met het scherm naar boven gericht.
• De kabel voor de videoaansluitingen (groen/blauw/rood) heeft dezelfde kleur als de betreffende
aansluitingen.
Beelden weergeven op een televisie
-toets
(Weergave)
2 Schakel de televisie in en stel de televisie/video-ingang in op "video".
• Lees de gebruiksaanwijzing bij de televisie voor meer informatie.
69
Beelden weergeven op een televisie
3 Druk op
om de camera in te schakelen.
De beelden die met de camera zijn opgenomen, worden op het televisiescherm
weergegeven.
Druk op b/B op de regeltoets om het gewenste beeld te selecteren.
• Stel [COMPONENT] in op [HD(1080i)] in [
Hoofdinstellingen 2] door
(Instellingen) in het
HOME-scherm te selecteren (pagina 61).
• Als u de camera in het buitenland gebruikt, kan het noodzakelijk zijn de videosignaaluitgang in te stellen
overeenkomstig dat van het plaatselijke televisiesysteem (pagina 62).
• U kunt geen films weergeven die in HD-signaalindeling worden uitgevoerd.
Televisiekleursystemen
Als u de beelden op een televisiescherm wilt weergeven, hebt u een televisie met een videoingang en de kabel voor de multifunctionele aansluiting nodig. Het kleursysteem van de
televisie moet overeenkomen met dat van uw digitale camera. Raadpleeg de onderstaande
lijsten voor het televisiekleursysteem van het land of de regio waar de camera wordt gebruikt.
NTSC-systeem
Bahama-eilanden, Bolivia, Canada, Chili, Colombia, Ecuador, Filippijnen, Jamaica, Japan,
Korea, Mexico, Midden-Amerika, Peru, Suriname, Taiwan, Venezuela, Verenigde Staten,
enzovoort
PAL-systeem
Australië, België, China, Denemarken, Duitsland, Finland, Hongkong, Hongarije, Italië,
Koeweit, Maleisië, Nederland, Nieuw-Zeeland, Noorwegen, Oostenrijk, Polen, Portugal,
Singapore, Slowakije, Spanje, Thailand, Tsjechië, Verenigd Koninkrijk, Zweden, Zwitserland,
enzovoort
PAL-M-systeem
Brazilië
PAL-N-systeem
Argentinië, Paraguay, Uruguay
SECAM-systeem
Bulgarije, Frankrijk, Guyana, Irak, Iran, Monaco, Oekraïne, Rusland, enzovoort
70
De computer gebruiken
Werken met uw Windows-computer
Lees het gedeelte "De Macintosh-computer gebruiken"
(pagina 88) door voor meer informatie over het gebruik van
een Macintosh-computer.
Deze tekst beschrijft de scherminhoud van de Engelse versie.
• In Windows Vista kunnen bepaalde namen en bewerkingen anders
zijn dan die hieronder worden beschreven.
Eerst de software (bijgeleverd) installeren (pagina 73)
Beelden kopiëren naar de computer (pagina 74)
• Beelden weergeven op de computer
Beelden weergeven die op de computer zijn opgeslagen
Beelden op datum weergeven
Beelden bewerken
Muziek toevoegen/wijzigen met "Music Transfer"
De locatie van opgenomen stilstaande beelden weergeven
op een kaart (hiervoor is een internetverbinding vereist)
• De opgenomen beelden opslaan op een disc (CD- of DVDschrijfstation vereist)
• De datum invoegen op de beelden en deze opslaan of
afdrukken
•
•
•
•
•
De computer gebruiken
Genieten van beelden met "Picture Motion Browser" en "Music Transfer"
(pagina 81 en 87)
71
Werken met uw Windows-computer
Aanbevolen computeromgeving
Een computer die op de camera wordt
aangesloten, moet aan de volgende
vereisten voldoen.
Aanbevolen computeromgeving voor het
kopiëren van beelden
Besturingssysteem
(voorgeïnstalleerd): Microsoft
Windows 2000 Professional, Windows
XP* of Windows Vista*
• De juiste werking kan niet worden
gegarandeerd in een computeromgeving
waarin een upgrade naar een van de
bovenstaande besturingssystemen is
uitgevoerd of in een computeromgeving met
meerdere besturingssystemen (multi-boot).
USB-aansluiting: standaardonderdeel
Aanbevolen omgeving voor "Picture
Motion Browser" en "Music Transfer"
Besturingssysteem
(voorgeïnstalleerd): Microsoft
Windows 2000 Professional, Windows
XP*
Geluidskaart: 16-bits stereogeluidskaart met
luidsprekers
Processor/geheugen: Pentium III
500 MHz of sneller, 128 MB RAM of
meer (Aanbevolen: Pentium III 800 MHz
of sneller en 256 MB RAM of meer)
Software: DirectX 9.0c of hoger
Vaste schijf: Vrije schijfruimte benodigd
voor installatie—200 MB of meer
Beeldscherm: Schermresolutie: 1.024 × 768
pixels of meer, Kleuren: hoge kleuren (16bits kleuren) of meer
* 64-bits versies en de Starter-versie worden niet
ondersteund.
• De software is compatibel met DirectXtechnologie. U moet wellicht "DirectX"
installeren.
72
Opmerkingen over het aansluiten van de
camera op een computer
• Een juiste werking kan niet worden
gegarandeerd voor alle bovenstaande
aanbevolen computeromgevingen.
• Als u twee of meer USB-apparaten tegelijkertijd
op één computer aansluit, is het mogelijk dat
sommige apparaten, waaronder de camera, niet
werken afhankelijk van het type USB-apparaten
dat u gebruikt.
• Een juiste werking kan niet worden
gegarandeerd bij gebruik van een USB-hub.
• Als u de camera aansluit via een USB-interface
die compatibel is met Hi-Speed USB (USB 2.0),
kunt u gebruikmaken van geavanceerde
gegevensoverdracht (snelle overdracht),
aangezien deze camera ook compatibel is met
Hi-Speed USB (USB 2.0).
• Er zijn drie functies voor een USB-verbinding
bij aansluiting op een computer: [Autom.]
(standaardinstelling), [Mass Storage] en
[PictBridge]. In dit gedeelte worden [Autom.]
en [Mass Storage] als voorbeelden beschreven.
Zie pagina 61 voor meer informatie over
[PictBridge].
• Na herstel van de computer vanuit de stand-byof slaapstand is het mogelijk dat de
communicatie tussen de camera en de computer
niet op hetzelfde moment wordt hersteld.
Technische ondersteuning
Ga naar de website voor
klantenondersteuning van Sony voor
meer informatie over dit product en
antwoorden op veelgestelde vragen.
http://www.sony.net/
De software (bijgeleverd) installeren
U kunt de software (bijgeleverd) installeren
met de volgende procedure.
• Wanneer u Windows 2000 gebruikt, moet u de
camera niet aansluiten op de computer voordat u
de installatie hebt uitgevoerd.
• In Windows 2000/XP moet u zich aanmelden als
beheerder.
• Als de bijgeleverde software is geïnstalleerd,
wordt het USB-stuurprogramma automatisch
geïnstalleerd.
1 Schakel de computer in en plaats
de CD-ROM (bijgeleverd) in het
CD-ROM-station.
Het installatiemenu wordt weergegeven.
4 Selecteer een waarde voor
[Region] en [Country/Area] en klik
op [Next].
Wanneer [Welcome to the Install Shield
Wizard for Sony Picture Utility] wordt
weergegeven, klikt u op [Next].
Het scherm "License Agreement" wordt
weergegeven.
Lees de overeenkomst aandachtig door.
Als u akkoord gaat met de voorwaarden
van de overeenkomst, selecteert u het
keuzerondje naast [I accept the terms of
the license agreement] en klikt u
vervolgens op [Next].
5 Volg de aanwijzingen op het
scherm om de installatie te
voltooien.
2 Klik op [Install].
Het scherm "Choose Setup Language"
wordt weergegeven.
3 Selecteer de gewenste taal en klik
6 Verwijder de CD-ROM uit de
computer nadat de installatie is
voltooid.
Nadat u de software hebt geïnstalleerd,
wordt een snelkoppeling op het bureaublad
gemaakt waarmee u naar de website voor
klantenregistratie kunt gaan.
De computer gebruiken
• Als dit niet wordt weergegeven, dubbelklikt
u op
(My Computer) t
(SONYPICTUTIL).
• In Windows Vista kan het scherm AutoPlay
worden weergegeven. Selecteer "Run
Install.exe." en volg de instructies op het
scherm om door te gaan met de installatie.
• Wanneer het bevestigingsbericht voor
opnieuw opstarten wordt weergegeven, start
u de computer opnieuw op volgens de
aanwijzingen op het scherm.
• DirectX wordt wellicht geïnstalleerd
afhankelijk van de systeemomgeving van
uw computer.
op [Next].
Het scherm [Location Settings] wordt
weergegeven.
Zodra u zich hebt geregistreerd op de
website, kunt u veilige en nuttige
klantenondersteuning krijgen.
http://www.sony.net/registration/di
73
Beelden kopiëren naar de computer
In dit gedeelte wordt de procedure op een
Windows-computer beschreven.
U kunt als volgt beelden vanaf de camera
naar de computer kopiëren.
Voor een computer met een Memory
Stick-sleuf
Verwijder de "Memory Stick Duo" uit de
camera en steek deze in de Memory Stick
Duo-adapter. Plaats de Memory Stick Duoadapter in de computer en kopieer de
beelden.
• Zelfs wanneer u Windows 95/98/98 Second
Edition/NT/Me gebruikt, kunt u beelden
kopiëren door de "Memory Stick Duo" in de
Memory Stick-sleuf van de computer te
plaatsen.
• Zie pagina 101 als de "Memory Stick PRO Duo"
niet wordt herkend.
Voor een computer zonder een Memory
Stick-sleuf
Voer fase 1 tot en met 4 op pagina 74 tot en
met 78 uit om beelden te kopiëren.
• Wanneer u Windows 2000 gebruikt, moet u de
software (bijgeleverd) installeren voordat u
doorgaat. Als u Windows XP gebruikt, hoeft u
de software niet te installeren.
• De schermafbeeldingen in dit gedeelte zijn
voorbeelden van het kopiëren van beelden vanaf
een "Memory Stick Duo".
Windows 95/98/98 Second Edition/NT/
Me:
Deze camera is niet compatibel met deze
versie van het Windows-besturingssysteem.
Wanneer u een computer gebruikt zonder
een Memory Stick-sleuf, kunt u een in de
handel verkrijgbare Memory Stick Reader/
Writer gebruiken om beelden te kopiëren
vanaf een "Memory Stick Duo" naar uw
computer.
Als u beelden in het interne geheugen naar
de computer wilt kopiëren, kopieert u de
beelden eerst naar een "Memory Stick Duo"
en kopieert u ze vervolgens naar de
computer.
74
Fase 1: De camera en de
computer voorbereiden
1 Plaats een "Memory Stick Duo"
met opgenomen beelden in de
camera.
• Deze stap is niet nodig wanneer u beelden
kopieert die in het interne geheugen zijn
opgeslagen.
2 Plaats de voldoende opgeladen
accu in de camera of sluit de
camera met een
netspanningsadapter (niet
bijgeleverd) en een USB-, A/V-, DC
IN-kabel voor de multifunctionele
aansluiting (niet bijgeleverd) aan
op een stopcontact
(wandcontactdoos).
• Als u beelden naar de computer kopieert
terwijl de accu bijna leeg is, kan het
kopiëren mislukken of kunnen de
beeldgegevens beschadigd raken als de accu
leeg raakt.
3 Druk op
(Weergave) en
schakel de computer in.
(Weergave)toets
Beelden kopiëren naar de computer
Fase 2: De camera en de
computer op elkaar aansluiten
Sluit de camera aan op de computer.
* Tijdens de communicatie wordt
weergegeven op het scherm.
Gebruik de computer niet tijdens het weergeven
van de aanduiding. Wanneer de aanduiding
wordt gewijzigd in
, kunt u de
computer weer gebruiken.
• Als "Maakt verbinding met Mass Storage…"
niet verschijnt, stelt u [USB-aansl.] in op [Mass
Storage] (pagina 61).
• Als de software (bijgeleverd) is geïnstalleerd,
kan het scherm [Import Images] (pagina 81)
worden weergegeven. In dit geval kunt u
beelden rechtstreeks importeren met "Picture
Motion Browser".
2 Naar de
1 Naar een multifunctionele
aansluiting
USBaansluiting
Fase 3-A: Beelden kopiëren
naar een computer
• Voer in Windows 2000 vervolgens de procedure
uit die wordt beschreven in "Fase 3-B: Beelden
kopiëren naar een computer" op pagina 77.
• Wanneer u Windows XP/Vista gebruikt en het
scherm met de wizard wordt niet automatisch
weergegeven, volgt u de procedure die wordt
beschreven in "Fase 3-B: Beelden kopiëren naar
een computer" op pagina 77.
Kabel voor de
multifunctionele
aansluiting
"Maakt verbinding met Mass Storage…"
wordt weergegeven op het scherm van de
camera.
Toegangsaanduidingen*
1 Nadat in fase 2 de USBverbinding tot stand is gebracht,
klikt u op [Copy pictures to a
folder on my computer using
Microsoft Scanner and Camera
Wizard] t [OK] wanneer het
scherm met de wizard
automatisch wordt weergegeven.
De computer gebruiken
• In Windows XP/Vista wordt de wizard AutoPlay
automatisch weergegeven.
In dit gedeelte wordt het kopiëren van
beelden naar de map "My Documents"
beschreven.
Als een USB-verbinding voor het eerst tot
stand wordt gebracht, wordt op de computer
automatisch een programma uitgevoerd om
de camera te herkennen. Wacht enige tijd.
75
Beelden kopiëren naar de computer
4 Selecteer de naam en de
bestemming van de beelden en
klik op [Next].
1
1
2
Het scherm "Scanner and Camera
Wizard" wordt weergegeven.
2 Klik op [Next].
De beelden die op de "Memory Stick
Duo" in de camera zijn opgeslagen,
worden op de computer weergegeven.
• Als er geen "Memory Stick Duo" is
geplaatst, worden de beelden weergegeven
die in het interne geheugen zijn opgeslagen.
3 Schakel de selectievakjes van
niet-gewenste beelden uit zodat
deze niet worden gekopieerd en
klik op [Next].
1
2
Het kopiëren van beelden wordt gestart.
Wanneer het kopiëren is voltooid,
verschijnt het scherm "Other Options".
• In dit gedeelte wordt het kopiëren van
beelden naar de map "My Documents"
beschreven.
5 Selecteer het keuzerondje naast
[Nothing. I'm finished working
with these pictures] en klik op
[Next].
1
2
2
Het scherm "Picture Name and
Destination" wordt weergegeven.
76
Het scherm "Completing the Scanner
and Camera Wizard" wordt
weergegeven.
Beelden kopiëren naar de computer
6 Klik op [Finish].
Het scherm met de wizard wordt
gesloten.
• Als u nog meer beelden wilt kopiëren,
koppelt u de kabel voor de multifunctionele
aansluiting los (pagina 78). Voer vervolgens
de procedure uit die wordt beschreven in
"Fase 2: De camera en de computer op
elkaar aansluiten" op pagina 75.
Fase 3-B: Beelden kopiëren
naar een computer
• Voer in Windows XP de procedure uit die wordt
beschreven in "Fase 3-A: Beelden kopiëren naar
een computer" op pagina 75.
In dit gedeelte wordt het kopiëren van
beelden naar de map "My Documents"
beschreven.
1
2
• Zie (pagina 79) voor meer informatie over
de opslaglocatie van de beeldbestanden.
3 Dubbelklik op de map [My
Documents]. Klik vervolgens met
de rechtermuisknop in het
venster "My Documents" en klik
op [Paste] in het snelmenu.
1
1 Dubbelklik op [My Computer] t
[Removable Disk] t [DCIM].
2
• Zie pagina 102 als het pictogram
"Removable Disk" niet wordt weergegeven.
2 Dubbelklik op de map met de
beeldbestanden die u wilt
kopiëren.
Klik vervolgens met de
rechtermuisknop op een
beeldbestand en klik op [Copy] in
het snelmenu.
• Als de bestemmingsmap een beeld met
dezelfde bestandsnaam bevat, wordt een
bevestigingsbericht voor overschrijven
weergegeven. Als u het bestaande beeld
overschrijft met een nieuw beeld, wordt het
oorspronkelijke bestand gewist. Als u het
beeldbestand naar de computer wilt
kopiëren zonder overschrijven, geeft u het
bestand eerst een andere naam en kopieert u
vervolgens het beeldbestand. Houd er echter
rekening mee dat u het betreffende beeld
wellicht niet meer op de camera kunt
weergeven als u de bestandsnaam wijzigt
(pagina 80).
De computer gebruiken
De beeldbestanden worden naar de map
"My Documents" gekopieerd.
77
Beelden kopiëren naar de computer
Fase 4: Beelden weergeven op
de computer
In dit gedeelte wordt de procedure
beschreven om gekopieerde beelden in de
map "My Documents" weer te geven.
1 Klik op [Start] t [My Documents].
2
De USB-verbinding annuleren
Voer eerst de onderstaande procedures uit
wanneer u het volgende wilt doen:
• Kabel voor de multifunctionele aansluiting
loskoppelen
• Een "Memory Stick Duo" verwijderen
• Een "Memory Stick Duo" in de camera plaatsen
na het kopiëren van beelden vanuit het interne
geheugen
• De camera uitschakelen
1 Dubbelklik op
op de taakbalk.
Dubbelklik hier
2 Klik op
[Stop].
1
De inhoud van de map "My
Documents" wordt weergegeven.
• Als u een ander besturingssysteem dan
Windows XP gebruikt, dubbelklikt u op
[My Documents] op het bureaublad.
2 Dubbelklik op het gewenste
beeldbestand.
Het beeld wordt weergegeven.
78
(USB Mass Storage Device) t
3 Controleer of het juiste apparaat wordt
aangegeven in het bevestigingsvenster en
klik op [OK].
4 Klik op [OK].
De verbinding met het apparaat is
verbroken.
• Voor Windows XP kunt u stap 4 overslaan.
Beelden kopiëren naar de computer
Beeldbestandopslaglocaties en
bestandsnamen
De beeldbestanden die op de camera zijn
opgenomen, zijn gegroepeerd in mappen op
de "Memory Stick Duo".
Voorbeeld: mappen weergeven in
Windows XP
B Map met beeldgegevens die zijn
opgenomen met deze camera
Als er geen nieuwe mappen worden
gemaakt, worden de mappen als volgt
weergegeven:
– "Memory Stick Duo"; alleen "101MSDCF"
– Intern geheugen; alleen "101_SONY"
• U kunt geen beelden opnemen in de map
"100MSDCF". De beelden in deze map zijn
alleen beschikbaar voor weergave.
• U kunt geen beelden opnemen/weergeven in de
map "MISC".
De computer gebruiken
A Map met beeldgegevens die zijn
opgenomen met een camera die geen
functie bevat voor het maken van mappen
• Beeldbestanden worden als volgt benoemd:
ssss staat voor een nummer tussen 0001 en
9999. Het numerieke deel van de naam van een
filmbestand dat is opgenomen in de
filmopnamefunctie, is hetzelfde als dat van het
bijbehorende indexbeeldbestand.
– Stilstaande-beeldbestanden:
DSC0ssss.JPG
– Filmbestanden: MOV0ssss.MPG
– Indexbeeldbestanden die worden opgenomen
wanneer u films opneemt:
MOV0ssss.THM
• Zie pagina 54 en 57 voor meer informatie over
mappen.
79
Beeldbestanden opgeslagen op de computer
weergeven op de camera (met een "Memory Stick Duo")
In dit gedeelte wordt de procedure op een
Windows-computer beschreven.
Wanneer een beeldbestand dat naar de
computer is gekopieerd, niet meer op een
"Memory Stick Duo" staat, kunt u dat beeld
weer op de camera weergeven door het
beeldbestand op de computer te kopiëren
naar een "Memory Stick Duo".
• Als de bestandsnaam die door de camera is
gegeven, niet is gewijzigd op de computer, kunt
u stap 1 overslaan.
• Afhankelijk van het beeldformaat kunt u
bepaalde beelden wellicht niet weergeven.
• Wanneer een beeldbestand is bewerkt door een
computer of wanneer het beeldbestand is
opgenomen met een ander cameramodel dan het
model van uw camera, kan weergave op uw
camera niet worden gegarandeerd.
• Als er geen map is, maakt u een nieuwe map
met uw camera (pagina 57) en kopieert u
vervolgens het beeldbestand.
1 Klik met de rechtermuisknop op
het beeldbestand en klik op
[Rename] in het snelmenu. Wijzig
de bestandsnaam in
"DSC0ssss".
Geef een nummer op tussen 0001 en
9999 voor ssss.
1
2
• Als het bevestigingsbericht voor
overschrijven wordt weergegeven, geeft u
een ander nummer op.
80
• De bestandsextensie kan worden
weergegeven, afhankelijk van de
computerinstellingen. De bestandsextensie
voor stilstaande beelden is JPG en de
bestandsextensie voor films is MPG. Wijzig
de bestandsextensie niet.
2 Kopieer het beeldbestand naar de
map op de "Memory Stick Duo"
met de onderstaande procedure.
1Klik met de rechtermuisknop op het
beeldbestand en klik op [Copy] in het
snelmenu.
2Dubbelklik op [Removable Disk] of
[Sony MemoryStick] in [My
Computer].
3Klik met de rechtermuisknop op de map
[sssMSDCF] in de map [DCIM] en
klik op [Paste].
• sss staat voor een nummer tussen 100
en 999.
"Picture Motion Browser" gebruiken
(bijgeleverd)
Met de software kunt u stilstaande beelden
en films van de camera optimaal benutten.
Dit gedeelte bevat een beschrijving en
algemene instructies voor "Picture Motion
Browser".
Overzicht van "Picture Motion
Browser"
Met "Picture Motion Browser" kunt u het
volgende:
• Beelden die met de camera zijn opgenomen,
importeren en weergeven op de computer.
• Beelden op de computer indelen op
opnamedatum om deze te bekijken.
• Stilstaande beelden bijwerken (rode-ogencorrectie, enzovoort), afdrukken en verzenden
als bijlage bij e-mailberichten en de
opnamedatum wijzigen.
• Stilstaande beelden met de datum afdrukken of
opslaan.
• Een gegevensdisc maken met een CDschrijfstation of DVD-schrijfstation.
• Raadpleeg de Help voor meer informatie over
"Picture Motion Browser".
Als u de Help wilt openen, klikt u op [Start]
t [All Programs] (in Windows 2000,
[Programs]) t [Sony Picture Utility]
t [Help] t [Picture Motion Browser].
"Picture Motion Browser" starten
en afsluiten
"Picture Motion Browser" starten
Dubbelklik op het pictogram
(Picture
Motion Browser) op het bureaublad.
Of vanuit het menu Start: Klik op [Start]
t [All Programs] (in Windows 2000,
[Programs]) t [Sony Picture Utility]
t [Picture Motion Browser].
• Het bevestigingsbericht van de Information-tool
wordt op het scherm weergegeven wanneer u
"Picture Motion Browser" voor het eerst start.
Selecteer [Start]. Met deze functie ontvangt u
meldingen, zoals software-updates. U kunt de
instelling later wijzigen.
"Picture Motion Browser" afsluiten
Klik op
scherm.
in de rechterbovenhoek van het
Algemene instructies
Voer de volgende procedure uit om beelden
vanaf de camera te importeren en weer te
geven.
Beelden importeren
wordt uitgevoerd.
Controleer of het pictogram
(Media
Check Tool) in de taakbalk wordt
weergegeven.
* "Media Check Tool" is een programma dat
automatisch beelden herkent en importeert
wanneer een "Memory Stick" wordt
geplaatst of wanneer de camera wordt
aangesloten.
• Als het pictogram
niet wordt
weergegeven: Klik op [Start] t [All
Programs] (in Windows 2000, [Programs])
t [Sony Picture Utility]
t [Tools] t [Media Check Tool].
De computer gebruiken
1 Controleer of "Media Check Tool"*
81
"Picture Motion Browser" gebruiken (bijgeleverd)
2 Sluit de camera aan op de
computer met de kabel voor de
multifunctionele aansluiting.
Als de camera automatisch is herkend,
verschijnt het scherm [Import Images].
• Zie eerst pagina 74 als u de Memory Sticksleuf gebruikt.
• Als in Windows XP de wizard AutoPlay
wordt weergegeven, sluit u deze wizard.
3 Importeer de beelden.
Als u het importeren van de beelden wilt
starten, klikt u op [Import].
Beelden weergeven
1 Geïmporteerde beelden
controleren
Wanneer het importeren is voltooid,
wordt "Picture Motion Browser" gestart.
Er worden miniaturen van de
geïmporteerde beelden weergegeven.
• De map "My Pictures" is ingesteld als
standaardmap in "Viewed folders".
• Als u een afzonderlijk beeld wilt weergeven,
dubbelklikt u op de bijbehorende miniatuur.
2 Beelden in "Viewed folders"
weergeven op opnamedatum
1Klik op het tabblad [Calendar].
De jaren waarin de beelden zijn
opgenomen, worden weergegeven.
2Klik op het jaar.
Beelden die in dat jaar zijn opgenomen,
worden weergegeven, ingedeeld op
opnamedatum.
De beelden worden standaard
geïmporteerd naar een map in "My
Pictures". Deze map heeft als naam de
datum waarop de beelden zijn
geïmporteerd.
• Zie pagina 85 voor instructies over het
wijzigen van de "Folder to be imported".
82
3Als u de beelden per maand wilt
weergeven, klikt u op de gewenste
maand.
Miniaturen van beelden die in die
maand zijn opgenomen, worden
weergegeven.
4Als u de beelden op tijd wilt weergeven,
klikt u op de gewenste datum.
Miniaturen van beelden die op die dag
zijn opgenomen, worden weergegeven,
ingedeeld op uur.
"Picture Motion Browser" gebruiken (bijgeleverd)
Scherm met weergave per jaar
1
2
3
Scherm met weergave per maand
• U kunt weergegeven beelden bewerken door
op
in de werkbalk te klikken.
4
Beelden weergeven op volledig
scherm
Als u een diavoorstelling van de huidige
beelden wilt weergeven op volledig
scherm, klikt u op .
Scherm met weergave per uur
3 Afzonderlijke beelden weergeven
De computer gebruiken
• Als u beelden van een bepaald jaar of een
bepaalde maand wilt weergeven, klikt u op
die periode aan de linkerkant van het
scherm.
• Als u de diavoorstelling wilt afspelen of
onderbreken, klikt u op
in de
linkerbenedenhoek van het scherm.
• Als u de diavoorstelling wilt stoppen, klikt u
op
in de linkerbenedenhoek van het
scherm.
In het scherm met weergave per uur
dubbelklikt u op een miniatuur om het
betreffende beeld in een afzonderlijk
venster weer te geven.
83
"Picture Motion Browser" gebruiken (bijgeleverd)
Een gegevensdisc maken
Beelden kunnen als gegevensdisc worden
opgeslagen op een CD of DVD.
• CD-schrijfstation of DVD-schrijfstation
vereist.
• De volgende discs kunnen worden
gebruikt voor het maken van een
gegevensdisc.
–
–
–
–
CD-R/RW (12 cm)
DVD±R/RW (12 cm)
DVD+R DL (12 cm)
DVD-R DL (12 cm)
1 Selecteer de beelden die u op de
Kaartweergave gebruiken om
stilstaande beelden op een
kaart weer te geven
Met Kaartweergave kunt u de
opnamelocatie van stilstaande beelden
weergeven met positiegegevens van de
opname.
• Als u de functie Kaartweergave wilt
gebruiken, moet de computer over een
internetverbinding beschikken.
1 Selecteer een miniatuur die is
gemarkeerd met
.
disc wilt opslaan.
• Als u twee of meer opeenvolgende beelden
wilt selecteren, klikt u op het eerste beeld,
houdt u de "Shift"-toets ingedrukt en klikt u
op de volgende beelden.
• Als u twee of meer niet opeenvolgende
beelden wilt selecteren, houdt u de "Ctrl"toets ingedrukt en klikt u op de beelden.
2 Klik op de
2 Klik op
.
Het hoofdvenster Kaartweergave wordt
weergegeven.
-toets op de
werkbalk.
Het scherm [Create Data Disc] wordt
weergegeven.
3 Klik op [Start].
4 Volg de instructies op het scherm
om verder te gaan met het maken
van de gegevensdisc.
• Sleep de gewenste beelden naar het scherm
[Create Data Disc] om deze toe te voegen.
Alle beelden in een map selecteren
Klik op het tabblad [folders], klik met de
rechtermuisknop op het pictogram van de
gewenste map en selecteer [Create Data
Disc]. U kunt alle beelden in de map
selecteren.
84
• Kaarten en satellietbeelden ondersteund
door de kaartendienst Google Maps.
• U kunt later positiegegevens toevoegen
aan de stilstaande beelden met
Kaartweergave. Raadpleeg de Help van
Kaartweergave voor meer informatie.
"Picture Motion Browser" gebruiken (bijgeleverd)
Andere functies
Beelden die op de computer zijn
opgeslagen, voorbereiden voor
weergave
Als u de beelden wilt weergeven, registreert
u de map met de beelden als een van de
"Viewed folders".
1 Kies [Import Settings] t
[Location for Imported Images] in
het menu [File].
Het scherm "Location for Imported Images"
wordt weergegeven.
1 Klik op
in het hoofdvenster, of
kies [Register Folders to View] in
het menu [File].
2 Selecteer de "Folder to be
Het scherm met instellingen voor registratie
van "Viewed folders" wordt weergegeven.
• U kunt de "Folder to be imported" kiezen
imported".
uit de mappen die zijn geregistreerd als
"Viewed folders".
Registratiegegevens van beelden
bijwerken
2 Geef de map op met beelden die
3 Klik op [OK].
De beeldgegevens worden geregistreerd in de
database.
Beelden met de datum opslaan
1 Dubbelklik op een beeld om dit weer te
geven.
De computer gebruiken
moeten worden geïmporteerd om
de map te registreren als een van
de "Viewed folders".
U kunt de beeldgegevens bijwerken door
[Update Database] te kiezen in het menu
[Tools].
• Het bijwerken van de database kan enige
tijd duren.
• Als u de naam van beeldbestanden of
mappen in "Viewed folders" wijzigt,
kunnen deze niet worden weergegeven
met deze software. Werk in dit geval de
database bij.
2 Klik op
en selecteer [Insert Date] in de
vervolgkeuzelijst.
• Beelden in submappen van "Viewed
folders" worden ook geregistreerd.
De "Folder to be imported" wijzigen
3 Selecteer de gewenste kleur en positie en
klik op [OK].
4 Klik op
om op te slaan.
Als u de "Folder to be imported" wilt
wijzigen, opent u het scherm "Import
Settings".
85
"Picture Motion Browser" gebruiken (bijgeleverd)
Beelden met de datum afdrukken
1 Selecteer het stilstaande beeld dat u wilt
afdrukken.
2 Klik op
op de werkbalk.
3 Schakel het selectievakje [Print date taken]
in bij Print Options.
4 Klik op [Print].
De installatie van "Picture
Motion Browser" ongedaan
maken
1 Klik op [Start] t [Control Panel] (in
Windows 2000, [Start] t [Settings] t
[Control Panel]) en dubbelklik vervolgens
op [Add/Remove Programs].
2 Selecteer [Sony Picture Utility] en klik op
[Remove] (in Windows 2000, [Change/
Remove]) om de installatie ongedaan te
maken.
86
"Music Transfer" gebruiken (bijgeleverd)
U kunt de muziekbestanden die in de
fabriek zijn ingesteld vervangen door uw
eigen muziekbestanden met "Music
Transfer" op de CD-ROM (bijgeleverd). U
kunt deze bestanden ook op elk moment
verwijderen of toevoegen.
Muziek toevoegen/wijzigen met
"Music Transfer"
Hieronder worden de muziekindelingen
weergegeven die u kunt overdragen met
"Music Transfer":
• MP3-bestanden die zijn opgeslagen op de vaste
schijf van de computer
• Muziek op CD's
• Vooraf ingestelde muziek die op deze camera is
opgeslagen
1 Druk op HOME om het HOMEscherm weer te geven.
2 Selecteer
(Afdrukken, Overig)
met b/B op de regeltoets,
selecteer vervolgens [ Muziektool] met v/V en druk op z.
v/V/b/B en druk vervolgens op
z.
Het bericht "Aansluiten op computer"
verschijnt.
als u muziekbestanden wilt
toevoegen/wijzigen.
• U kunt als volgt de vooraf ingestelde
muziek herstellen op de camera:
1 Voer [Format. muz.] uit in stap 3.
2 Voer [Standaardinstellingen] uit in "Music
Transfer".
Alle muziekbestanden worden hersteld naar
de vooraf ingestelde muziek en [Muziek] in
het menu [Diavoorstelling] wordt ingesteld op
[Uit].
3 Selecteer een geschikt muziekbestand voor
de diavoorstelling (pagina 46).
U kunt de muziekbestanden herstellen naar
de vooraf ingestelde bestanden met
[Initialiseren] (pagina 60), maar de andere
instellingen worden dan ook hersteld.
• Raadpleeg de online Help van "Music Transfer"
voor meer informatie over het gebruik van
"Music Transfer".
De computer gebruiken
3 Selecteer [Downl. muz.] met
6 Volg de instructies op het scherm
4 Breng een USB-verbinding tot
stand tussen de camera en de
computer.
5 Start "Music Transfer".
87
De Macintosh-computer gebruiken
U kunt beelden naar een Macintoshcomputer kopiëren.
• "Picture Motion Browser" is niet compatibel
met Macintosh-computers.
Aanbevolen computeromgeving
Een computer die op de camera wordt
aangesloten, moet aan de volgende
vereisten voldoen.
Aanbevolen computeromgeving voor het
kopiëren van beelden
Besturingssysteem
(voorgeïnstalleerd): Mac OS 9.1/9.2/
Mac OS X (v10.1 tot v10.4)
USB-aansluiting: standaardonderdeel
Aanbevolen omgeving voor "Music
Transfer"
Besturingssysteem
(voorgeïnstalleerd): Mac OS X (v10.3
tot v10.4)
Processor: iMac, eMac, iBook, PowerBook,
Power Mac G3/G4/G5 series, Mac mini
Geheugen: 64 MB of meer (128 MB of meer
wordt aanbevolen)
Vaste schijf: Vrije schijfruimte benodigd
voor installatie—ongeveer 250 MB
Opmerkingen over het aansluiten van de
camera op een computer
• Een juiste werking kan niet worden
gegarandeerd voor alle bovenstaande
aanbevolen computeromgevingen.
• Als u twee of meer USB-apparaten tegelijkertijd
op één computer aansluit, is het mogelijk dat
sommige apparaten, waaronder de camera, niet
werken afhankelijk van het type USB-apparaten
dat u gebruikt.
• Een juiste werking kan niet worden
gegarandeerd bij gebruik van een USB-hub.
• Als u de camera aansluit via een USB-interface
die compatibel is met Hi-Speed USB (USB 2.0),
kunt u gebruikmaken van geavanceerde
gegevensoverdracht (snelle overdracht),
aangezien deze camera ook compatibel is met
Hi-Speed USB (USB 2.0).
88
• Er zijn drie functies voor een USB-verbinding
bij aansluiting op een computer: [Autom.]
(standaardinstelling), [Mass Storage] en
[PictBridge]. In dit gedeelte worden [Autom.]
en [Mass Storage] als voorbeelden beschreven.
Zie pagina 61 voor meer informatie over
[PictBridge].
• Na herstel van de computer vanuit de stand-byof slaapstand is het mogelijk dat de
communicatie tussen de camera en de computer
niet op hetzelfde moment wordt hersteld.
Beelden kopiëren naar en
weergeven op een computer
1 Bereid de camera en Macintoshcomputer voor.
Voer dezelfde procedure uit als wordt
beschreven in "Fase 1: De camera en de
computer voorbereiden" op pagina 74.
2 Sluit de kabel voor de
multifunctionele aansluiting aan.
Voer dezelfde procedure uit als wordt
beschreven in "Fase 2: De camera en de
computer op elkaar aansluiten" op
pagina 75.
3 Kopieer beeldbestanden naar de
Macintosh-computer.
1Dubbelklik op het nieuwe pictogram t
[DCIM] t de map met de beelden die u
wilt kopiëren.
2Sleep de beeldbestanden naar het
pictogram van de vaste schijf en zet
deze daar neer.
De beeldbestanden worden naar de
vaste schijf gekopieerd.
• Zie pagina 79 voor meer informatie over de
opslaglocatie van de beeldbestanden en de
bestandsnamen.
De Macintosh-computer gebruiken
4 Geef beelden weer op de
computer.
Dubbelklik op het pictogram van de
vaste schijf t het gewenste
beeldbestand in de map met de
gekopieerde bestanden om dat
beeldbestand te openen.
De USB-verbinding annuleren
Voer eerst de onderstaande procedures uit
wanneer u het volgende wilt doen:
• Kabel voor de multifunctionele aansluiting
loskoppelen
• Een "Memory Stick Duo" verwijderen
• Een "Memory Stick Duo" in de camera plaatsen
na het kopiëren van beelden vanuit het interne
geheugen
• De camera uitschakelen
Sleep het pictogram van het station of
het pictogram van de "Memory Stick
Duo" naar het pictogram "Trash".
"Music Transfer" installeren
• Sluit alle andere toepassingen voordat u "Music
Transfer" installeert.
• U moet zich aanmelden als beheerder om te
kunnen installeren.
1 Schakel de Macintosh-computer in en
plaats de CD-ROM (bijgeleverd) in het
CD-ROM-station.
2 Dubbelklik op
(SONYPICTUTIL).
3 Dubbelklik op het bestand
[MusicTransfer.pkg] in de map [MAC].
De installatie wordt gestart.
Muziekbestanden toevoegen/wijzigen
Zie "Muziek toevoegen/wijzigen met
"Music Transfer"" op pagina 87.
Technische ondersteuning
Ga naar de website voor
klantenondersteuning van Sony voor
meer informatie over dit product en
antwoorden op veelgestelde vragen.
http://www.sony.net/
De verbinding tussen de camera en de
computer is verbroken.
U kunt de muziekbestanden die in de
fabriek zijn ingesteld vervangen door uw
eigen muziekbestanden. U kunt deze
bestanden ook op elk moment verwijderen
of toevoegen.
Hieronder worden de muziekindelingen
weergegeven die u kunt overdragen met
"Music Transfer":
De computer gebruiken
Muziek toevoegen/wijzigen met
"Music Transfer"
• MP3-bestanden die zijn opgeslagen op de vaste
schijf van de computer
• Muziek op CD's
• Vooraf ingestelde muziek die op deze camera is
opgeslagen
89
Stilstaande beelden afdrukken
Stilstaande beelden afdrukken
Wanneer u beelden afdrukt die in de functie
[16:9] zijn opgenomen, worden beide randen
wellicht bijgesneden. Controleer dit dus voordat
u begint met afdrukken (pagina 105).
Beelden rechtstreeks afdrukken met een PictBridge-compatibele printer
(pagina 91)
U kunt beelden afdrukken door de camera rechtsreeks aan te
sluiten op een PictBridge-compatibele printer.
Beelden rechtstreeks afdrukken met een "Memory Stick"-compatibele
printer
U kunt beelden afdrukken met een "Memory Stick"-compatibele
printer.
Raadpleeg de gebruiksaanwijzing bij de printer voor meer
informatie.
Beelden afdrukken met een computer
U kunt beelden naar een computer kopiëren met de bijgeleverde
"Picture Motion Browser"-software en de beelden afdrukken.
U kunt de datum invoegen in het beeld en dit afdrukken
(pagina 85).
Afdrukken bij een fotowinkel (pagina 94)
U kunt een "Memory Stick Duo" met beelden die met de camera
zijn opgenomen, meenemen naar een fotowinkel. U kunt van
tevoren een afdrukmarkering DPOF aanbrengen op de beelden die
u wilt afdrukken.
90
Beelden rechtstreeks afdrukken met een
PictBridge-compatibele printer
Zelfs als u geen computer hebt, kunt u de
beelden die u met de camera hebt
opgenomen, afdrukken door de camera
rechtstreeks aan te sluiten op een
PictBridge-compatibele printer.
• "PictBridge" is gebaseerd op de CIPA-norm.
(CIPA: Camera & Imaging Products
Association)
• U kunt films niet afdrukken.
• Als de aanduiding
knippert op het scherm
van de camera (foutmelding), controleert u de
aangesloten printer.
Fase 1: De camera voorbereiden
Bereid de camera voor om deze op de
printer aan te sluiten met de kabel voor de
multifunctionele aansluiting. Wanneer u de
camera aansluit op een printer die
automatisch wordt herkend wanneer [USBaansl.] is ingesteld op [Autom.], is fase 1
overbodig.
MENUtoets
Regeltoets
HOMEtoets
• U kunt het beste een volledig opgeladen accu
gebruiken om te voorkomen dat de stroom
wordt uitgeschakeld tijdens het afdrukken.
1 Druk op HOME om het HOMEscherm weer te geven.
2 Selecteer
(Instellingen) met
b/B, selecteer [
Hoofdinstellingen] met v/V en
druk op z.
Hoofdinstellingen 2]
met v/V/b/B, selecteer [USBaansl.] en druk op z.
4 Selecteer [PictBridge] met v/V en
druk vervolgens op z.
De USB-functie is ingesteld.
Stilstaande beelden afdrukken
3 Selecteer [
91
Beelden rechtstreeks afdrukken met een PictBridge-compatibele printer
Fase 2: De camera aansluiten
op de printer
1 Sluit de camera aan op de printer.
Fase 3: Een beeld selecteren om
af te drukken
Selecteer [Dit beeld] of [Meerdere
beelden] met v/V en druk op z.
Als u [Dit beeld] selecteert
Het geselecteerde beeld wordt afgedrukt.
Ga naar stap 4.
Als u [Meerdere beelden] selecteert
2 Naar de
multifunctionele
aansluiting
U kunt meerdere beelden selecteren en
afdrukken.
1 Selecteer het beeld dat u wilt afdrukken
met v/V/b/B en druk op z.
De markering
wordt op het
geselecteerde beeld weergegeven.
2 Druk op MENU om het menu weer te
geven.
1 Naar een
USBaansluiting
Kabel voor de
multifunctionele
aansluiting
2 Schakel de camera en de printer
in.
Nadat de verbinding tot stand
is gebracht, wordt de
aanduiding
weergegeven.
De camera wordt in de weergavefunctie
gezet waarna een beeld en het afdrukmenu
op het scherm worden weergegeven.
92
3 Selecteer [OK] met v en druk vervolgens
op z.
• Wanneer het indexscherm wordt
weergegeven, kunt u alle beelden in de map
afdrukken door [Meerdere beelden] te
selecteren. Vervolgens activeert u de
mappenbalk met b en plaatst u een vinkje in
het selectievakje van de map.
Beelden rechtstreeks afdrukken met een PictBridge-compatibele printer
Fase 4: Afdrukken
1 Selecteer de afdrukinstellingen
met v/V/b/B.
2 Selecteer [OK] met v en druk
vervolgens op z.
Het beeld wordt afgedrukt.
• Koppel de kabel voor de multifunctionele
aansluiting niet los wanneer de aanduiding
(PictBridge) op het scherm wordt
weergegeven.
aanduiding
[Aantal]
Wanneer [Opmaak] is ingesteld op
[1/vel geen rand] of [1/vel met rand]:
Selecteer het aantal vellen waarop u het
beeld wilt afdrukken. Het beeld wordt
afzonderlijk afgedrukt.
Wanneer [Opmaak] niet is ingesteld
op [1/vel geen rand] of [1/vel met
rand]:
Selecteer het aantal beelden dat u als
indexbeeld wilt afdrukken. Als u [Dit
beeld] hebt geselecteerd in stap 1,
selecteert u het aantal van hetzelfde
beeld dat u naast en onder elkaar op
hetzelfde afdrukvel wilt afdrukken als
indexbeeld.
Andere beelden afdrukken
Selecteer [Meerdere beelden] en voer de
procedure opnieuw uit vanaf fase 3.
Fase 5: De afdrukopdracht
stoppen
Koppel de kabel voor de multifunctionele
aansluiting los van de camera nadat het
scherm uit fase 2 opnieuw wordt
weergegeven.
• Het is mogelijk dat niet alle beelden op één
vel passen, afhankelijk van het aantal
beelden.
Geef het aantal beelden op dat u op één
vel papier wilt afdrukken.
[Formaat]
Selecteer het formaat van het afdrukvel.
[Datum]
Selecteer [Dag&Tijd] of [Datum] om de
datum en tijd aan beelden toe te voegen.
• Als u [Datum] selecteert, wordt de datum
toegevoegd in de volgorde die u selecteert
(pagina 66). Deze functie is wellicht niet
beschikbaar, afhankelijk van de printer.
Stilstaande beelden afdrukken
[Opmaak]
93
Afdrukken bij een fotowinkel
U kunt een "Memory Stick Duo" met
beelden die met de camera zijn opgenomen,
meenemen naar een fotowinkel. Als de
fotowinkel beschikt over een
fotoafdrukservice die gebruikmaakt van
DPOF, kunt u van tevoren een
afdrukmarkering DPOF op de beelden
aanbrengen, zodat u deze niet bij het
afdrukken in de winkel hoeft te selecteren.
Een afdrukmarkering
aanbrengen in een geselecteerd
beeld
MENUtoets
• U kunt de beelden in het interne geheugen niet
rechtstreeks vanaf de camera afdrukken in een
fotowinkel. Kopieer de beelden eerst naar een
"Memory Stick Duo" en neem de "Memory
Stick Duo" mee naar de fotowinkel.
Wat is DPOF?
DPOF (Digital Print Order Format) is een
functie waarmee u een afdrukmarkering
DPOF kunt aanbrengen op beelden op de
"Memory Stick Duo" die u later wilt
afdrukken.
• U kunt de beelden met de afdrukmarkering
DPOF ook afdrukken op een printer die
compatibel is met de DPOF-norm (Digital Print
Order Format) of op een PictBridgecompatibele printer.
• Films kunnen niet worden voorzien van een
afdrukmarkering.
Als u een "Memory Stick Duo"
meeneemt naar een fotowinkel
• Vraag aan de medewerkers van de fotowinkel
welke typen "Memory Stick Duo" ze kunnen
verwerken.
• Als de fotowinkel geen "Memory Stick Duo"
kan verwerken, kopieert u de gewenste beelden
naar een ander medium, zoals een CD-R, en
neemt u die mee naar de fotowinkel.
• Vergeet niet de Memory Stick Duo-adapter mee
te nemen.
• Voordat u beeldgegevens meeneemt naar een
fotowinkel, moet u altijd eerst een reservekopie
(back-up) van de gegevens maken op een schijf.
• U kunt het aantal afdrukken niet instellen.
• Als u datums op de beelden wilt afdrukken,
raadpleegt u de fotowinkel.
94
Regeltoets
1 Geef het beeld weer dat u wilt
afdrukken.
2 Druk op MENU om het menu weer
te geven.
3 Selecteer [DPOF] met v/V,
selecteer vervolgens [Dit beeld]
en druk op z.
Een afdrukmarkering DPOF wordt
weergegeven op het beeld.
DPOF
De afdrukmarkering verwijderen
Selecteer de beelden waarvan u de
afdrukmarkering wilt verwijderen en druk
vervolgens in stap 3 op z.
Afdrukken bij een fotowinkel
De beelden selecteren en een
afdrukmarkering aanbrengen
5 Selecteer [OK] met v en druk
vervolgens op z.
1 Druk op MENU om het menu weer
te geven.
2 Selecteer [DPOF] met v/V en
selecteer [Meerdere beelden] en
druk op z.
3 Selecteer het beeld dat u wilt
markeren met v/V/b/B en druk op
z.
Het geselecteerde beeld wordt gemarkeerd
met
.
De selectie annuleren
Selecteer [Sluiten] in stap 5 en druk
vervolgens op z om te annuleren.
De afdrukmarkering verwijderen
Selecteer de beelden waarvan u de
afdrukmarkeringen wilt verwijderen en
druk vervolgens in stap 3 op z.
Een afdrukmarkering aanbrengen op
alle beelden in de map
Stilstaande beelden afdrukken
4 Druk op MENU.
Verplaats in stap 3 het frame naar de
mappenbalk met b en druk op z.
De geselecteerde map en alle beelden
worden gemarkeerd met .
95
Problemen oplossen
Problemen oplossen
Als u problemen ondervindt met de camera, kunt u de volgende oplossingen proberen.
1 Controleer de items op pagina 97 tot en met 106.
Zie pagina 107 als een code als "C/E:ss:ss" op het scherm wordt weergegeven.
2 Verwijder de accu uit de camera, plaats deze na ongeveer één minuut terug en
schakel de camera in.
3 Herstel de standaardinstellingen (pagina 60).
4 Neem contact op met uw Sony-handelaar of de plaatselijke technische dienst
van Sony.
Wanneer u de camera opstuurt voor reparatie, stemt u er automatisch mee in dat de
beeldgegevens en muziekbestanden in het interne geheugen worden gecontroleerd.
Klik op een van de volgende items om naar de betreffende pagina te gaan waarop het
probleem en de oorzaak of de bijbehorende oplossing worden beschreven.
Accu en stroombron
97
Stilstaande beelden/films
opnemen
97
Beelden weergeven
96
100
"Memory Stick Duo"
104
Intern geheugen
104
Afdrukken
104
Beelden verwijderen/bewerken 101
PictBridge-compatibele printer 105
Computers
101
Overige
Picture Motion Browser
103
106
Problemen oplossen
Accu en stroombron
De accu kan niet worden geplaatst.
• Plaats de accu op de juiste manier en gebruik de punt van de accu om de accuontgrendelknop
naast beneden te drukken.
De camera kan niet worden ingeschakeld.
• Nadat u de accu in de camera hebt geplaatst, kan het enige tijd duren voordat de camera wordt
ingeschakeld.
• Plaats de accu op de juiste manier.
• De accu is ontladen. Plaats een opgeladen accu.
• De accu heeft het einde van de levensduur bereikt (pagina 114). Vervang de accu door een
nieuwe.
• Gebruik een aanbevolen accu.
De camera wordt plotseling uitgeschakeld.
• Als de camera is ingeschakeld en u deze gedurende drie minuten niet bedient, wordt de
camera automatisch uitgeschakeld om te voorkomen dat de accu leegloopt. Schakel de camera
weer in.
• De accu heeft het einde van de levensduur bereikt (pagina 114). Vervang de accu door een
nieuwe.
De aanduiding voor resterende acculading is onjuist.
• Dit kan gebeuren wanneer u de camera op een zeer warme of koude plaats gebruikt.
• De weergegeven resterende acculading verschilt van de werkelijke acculading. Ontlaad de
accu volledig en laad de accu weer op om de juiste lading weer te geven.
• De accu is ontladen. Plaats een opgeladen accu.
• De accu heeft het einde van de levensduur bereikt (pagina 114). Vervang de accu door een
nieuwe.
De accu kan niet worden opgeladen.
• U kunt de accu niet opladen met de netspanningsadapter (niet bijgeleverd).
Stilstaande beelden/films opnemen
• Controleer de resterende opslagcapaciteit van het interne geheugen of de "Memory Stick
Duo". Als deze vol is, voert u een van de volgende handelingen uit:
– Verwijder overbodige beelden (pagina 26).
– Plaats een andere "Memory Stick Duo".
• U gebruikt de "Memory Stick Duo" met de schrijfbeveiligingsschakelaar in de stand LOCK.
Zet de schakelaar in de stand voor opnemen (pagina 112).
• Tijdens het opladen van de flitser kunt u geen beelden opnemen.
• Gebruik het HOME-scherm om een andere opnamefunctie dan [
Bewegende beelden] te
selecteren wanneer u stilstaande beelden opneemt.
Problemen oplossen
De camera kan geen beelden opnemen.
97
Problemen oplossen
• Gebruik het HOME-scherm om [
Bewegende beelden] te selecteren wanneer u films
opneemt.
• Het beeldformaat is ingesteld op [640(Fijn)] tijdens het opnemen van films. Voer een van de
volgende handelingen uit:
– Stel het beeldformaat in op een andere instelling dan [640(Fijn)].
– Plaats een "Memory Stick PRO Duo".
De filmopname wordt gestopt tijdens het opnemen.
• De filmopname stopt automatisch als het filmbestand 2 GB groot is.
Het onderwerp is niet zichtbaar op het scherm.
• De camera is ingesteld op de weergavefunctie. Druk op
(Weergave) om over te schakelen
naar de opnamefunctie.
De steadyshot-functie werkt niet.
• De steadyshot-functie werkt niet als
op het scherm wordt weergegeven.
• De steadyshot-functie werkt wellicht niet goed wanneer u nachtelijke scènes opneemt.
• Neem op nadat u de sluiterknop half hebt ingedrukt. Druk de knop niet plotseling volledig in.
Het opnemen duurt erg lang.
• De NR lange-sluitertijdfunctie is ingeschakeld (pagina 15). Dit is normaal.
Het beeld is onscherp.
• Het onderwerp bevindt zich te dichtbij. Neem op met de opnamefunctie
(Macro). Zorg
ervoor dat u tijdens het opnemen de lens verder van het onderwerp afhoudt dan de minimale
opnameafstand, ongeveer 8 cm voor groothoek (W)/80 cm voor telefoto (T). Of stel
(Super-close-up) in en stel scherp op een afstand tussen ongeveer 1 cm en 20 cm tot het
onderwerp (pagina 22).
•
(Super-close-up) is ingesteld of [Schemer], [Landschap] of [Vuurwerk] is geselecteerd in
de Scènekeuze-functie tijdens het opnemen van stilstaande beelden.
• De functie voor vooraf ingestelde scherpstelling is geselecteerd. Selecteer de functie voor
automatische scherpstelling (pagina 41).
• Zie "Als er niet is scherpgesteld op het onderwerp" op pagina 42.
De zoomfunctie werkt niet.
• Als
(Super-close-up) is geselecteerd, is de optische zoomfunctie niet beschikbaar.
• De slimme-zoomfunctie kan niet worden gebruikt wanneer het beeldformaat is ingesteld op
[8M] of [3:2].
• De digitale zoomfunctie kan niet worden gebruikt wanneer u films opneemt.
• Wanneer [Gezichtsherkenning] is ingesteld op [Aan], kunt u de digitale zoomfunctie niet
gebruiken.
98
Problemen oplossen
De flitser werkt niet.
• De flitser is ingesteld op
(Niet flitsen) (pagina 21).
• U kunt in de volgende gevallen de flitser niet gebruiken:
– [Opn.functie] is ingesteld op [Burst] of wisselende belichting (pagina 37).
– [Hoge gevoeligheid], [Schemer] of [Vuurwerk] is geselecteerd in de Scènekeuze-functie
(pagina 34).
– U neemt films op.
• Stel de flitser in op
(Altijd flitsen) als
(Super-close-up) is ingesteld of [Landschap],
[Korte sluitertijd], [Strand] of [Sneeuw] is geselecteerd in de Scènekeuze-functie (pagina 21).
Wazige vlekken verschijnen in beelden die met de flitser worden opgenomen.
• Stof in de lucht heeft het flitslicht gereflecteerd en wordt in het beeld weergegeven. Dit is
normaal.
De close-upopnamefunctie (Macro/Super-close-up) werkt niet.
• [Schemer], [Landschap] of [Vuurwerk] is geselecteerd in de Scènekeuze-functie (pagina 34).
De datum en tijd worden niet weergegeven op het LCD-scherm.
• Tijdens het opnemen worden de datum en tijd niet weergegeven. Ze worden alleen
weergegeven tijdens het afspelen.
De datums kunnen niet in een beeld worden ingevoegd.
• Deze camera beschikt niet over een functie om datums in te voegen in beelden.
• U kunt de datum toevoegen aan beelden en deze opslaan of afdrukken met "Picture Motion
Browser" (pagina 85).
De F-waarde en de sluitertijd knipperen wanneer u de sluiterknop half
ingedrukt houdt.
• De belichting is niet goed. Pas de belichting aan (pagina 39).
Het scherm is te donker of te licht.
• Pas de helderheid van de achtergrondverlichting van het LCD-scherm aan (pagina 18).
• U neemt een onderwerp met een lichtbron erachter op. Selecteer de lichtmeetfunctie
(pagina 40) of pas de belichting aan (pagina 39).
Het beeld is te licht.
Problemen oplossen
Het beeld is te donker.
• Pas de belichting aan (pagina 39).
99
Problemen oplossen
De kleuren van het beeld zijn niet juist.
• Stel [Kleurfunctie] in op [Normaal] (pagina 38).
Bij het filmen van een zeer helder onderwerp verschijnen er verticale strepen.
• Het vlekeffect treedt op en witte, zwarte, rode of paarse strepen worden op het beeld
weergegeven. Dit verschijnsel duidt niet op een defect.
In het beeld verschijnt ruis wanneer u op een donkere plaats naar het scherm
kijkt.
• De camera probeert de zichtbaarheid van het scherm te verhogen door het beeld tijdelijk
helderder te maken onder omstandigheden met een slechte verlichting. Dit is niet van invloed
op het opgenomen beeld.
De ogen van het onderwerp zijn rood.
• Stel [Rode-ogeneffect] in het opnamemenu in op [Aan] (pagina 45).
• Neem het onderwerp op vanaf een afstand korter dan het flitsbereik bij gebruik van de flitser.
• Verlicht het vertrek en neem het onderwerp op.
• Werk het beeld bij met [Rode-ogen-correctie] (pagina 51).
Er verschijnen puntjes op het scherm.
• Dit is normaal. Deze puntjes worden niet opgenomen (pagina 2).
Beelden kunnen niet continu worden opgenomen.
• Het interne geheugen of de "Memory Stick Duo" is vol. Verwijder overbodige beelden
(pagina 26).
• De accu is bijna leeg. Plaats een opgeladen accu.
• U kunt niet continu beelden opnemen in de Super-close-up-functie.
Beelden weergeven
De camera kan geen beelden weergeven.
• Druk op
(Weergave) (pagina 24).
• De naam van de map of het bestand is gewijzigd op de computer (pagina 80).
• Wanneer een beeldbestand is bewerkt door een computer of wanneer het beeldbestand is
opgenomen met een ander cameramodel dan het model van uw camera, kan weergave op uw
camera niet worden gegarandeerd.
• De camera is ingesteld op de USB-functie. Annuleer de USB-verbinding (pagina 78).
De datum en tijd worden niet weergegeven.
• De v-toets (DISP) is uitgeschakeld (pagina 18).
100
Problemen oplossen
Onmiddellijk nadat de weergave is begonnen, ziet het beeld er grof uit.
• Onmiddellijk nadat de weergave is begonnen, kan het beeld er grof uitzien als gevolg van de
beeldverwerking. Dit is normaal.
Het beeld verschijnt niet op het televisiescherm.
• Controleer [Video-uit] om te zien of het video-uitgangssignaal van de camera is ingesteld op
het kleursysteem van de televisie (pagina 62).
• Controleer de aansluiting (pagina 68).
• Als de USB-stekker van de kabel voor de multifunctionele aansluiting is aangesloten op een
ander apparaat, moet u de stekker loskoppelen.
Beelden verwijderen/bewerken
De camera kan een beeld niet verwijderen.
• Annuleer de beveiliging (pagina 53).
• U gebruikt de "Memory Stick Duo" met de schrijfbeveiligingsschakelaar in de stand LOCK.
Zet de schakelaar in de stand voor opnemen (pagina 112).
U hebt per ongeluk een beeld verwijderd.
• Als u een beeld hebt verwijderd, kunt u dit niet herstellen. U kunt het beste de beelden
beveiligen (pagina 52) of een "Memory Stick Duo" met de schrijfbeveiligingsschakelaar in de
stand LOCK gebruiken (pagina 112) om te voorkomen dat beelden per ongeluk worden
gewist.
Computers
U weet niet of het besturingssysteem van de computer compatibel is met de
camera.
• Controleer "Aanbevolen computeromgeving" op pagina 72 voor Windows en pagina 88 voor
Macintosh.
De "Memory Stick PRO Duo" wordt niet herkend door een computer met een
"Memory Stick"-sleuf.
Memory Stick Reader/Writer. Gebruikers met een computer en Memory Stick Reader/Writer
van een andere fabrikant dan Sony moeten contact opnemen met de betreffende fabrikant.
• Als de "Memory Stick PRO Duo" niet wordt ondersteund, sluit u de camera aan op de
computer (pagina 75 en 88). De "Memory Stick PRO Duo" wordt door de computer herkend.
Problemen oplossen
• Controleer of de "Memory Stick PRO Duo" wordt ondersteund door de computer en de
101
Problemen oplossen
De computer herkent de camera niet.
• Schakel de camera in.
• Als de acculading laag is, plaatst u een opgeladen accu of gebruikt u de netspanningsadapter
(niet bijgeleverd).
• Stel [USB-aansl.] in op [Mass Storage] bij [
Hoofdinstellingen 2] (pagina 61).
• Gebruik de kabel voor de multifunctionele aansluiting (bijgeleverd) (pagina 75).
• Koppel de kabel voor de multifunctionele aansluiting los van de computer en de camera en
sluit de kabel opnieuw stevig aan.
• Koppel alle apparatuur, behalve de camera, het toetsenbord en de muis, los van de USB-
aansluitingen van de computer.
• Sluit de camera rechtstreeks aan op de computer en niet via een USB-hub of ander apparaat
(pagina 75).
• De software (bijgeleverd) is niet geïnstalleerd. Installeer de software (pagina 73).
• De computer herkent het apparaat niet goed, omdat u de camera hebt aangesloten op de
computer met de kabel voor de multifunctionele aansluiting voordat u de software
(bijgeleverd) hebt geïnstalleerd. Verwijder het foutief herkende apparaat van de computer en
installeer het USB-stuurprogramma (zie het volgende punt).
Het pictogram "Removable Disk" wordt niet op het scherm weergegeven
wanneer u de camera aansluit op de computer.
• Volg de onderstaande procedure om het USB-stuurprogramma opnieuw te installeren. De
onderstaande procedure geldt voor Windows-computers.
1 Klik met de rechtermuisknop op [My Computer] en kies [Properties] in het snelmenu.
Het scherm "System Properties" wordt weergegeven.
2 Klik op [Hardware] t [Device Manager].
Het scherm "Device Manager" wordt weergegeven.
3 Klik met de rechtermuisknop op [ Sony DSC] en kies [Uninstall] t [OK].
Het apparaat is verwijderd.
4 Installeer de software (pagina 73).
Er wordt ook een USB-stuurprogramma geïnstalleerd.
U kunt geen beelden kopiëren.
• Breng een USB-verbinding tussen de camera en de computer tot stand (pagina 75).
• Volg de betreffende kopieerprocedure voor uw besturingssysteem (pagina 75 en 88).
• Wanneer u beelden opneemt op een "Memory Stick Duo" die met een computer is
geformatteerd, kunt u de beelden wellicht niet naar een computer kopiëren. Maak opnamen op
een "Memory Stick Duo" die met de camera is geformatteerd (pagina 57).
Nadat de USB-verbinding tot stand is gebracht, wordt "Picture Motion Browser"
niet automatisch gestart.
• Start "Media Check Tool" (pagina 81).
• Breng de USB-verbinding tot stand nadat de computer is ingeschakeld (pagina 75).
102
Problemen oplossen
Het beeld kan niet worden weergegeven op een computer.
• Raadpleeg de Help als u "Picture Motion Browser" gebruikt.
• Raadpleeg de fabrikant van de computer of de software.
Wanneer u een film op een computer weergeeft, worden beeld en geluid
onderbroken door storing.
• U geeft de film rechtstreeks weer vanuit het interne geheugen of vanaf de "Memory Stick
Duo". Kopieer de film naar de vaste schijf van de computer en geef vervolgens de film weer
vanaf de vaste schijf (pagina 74).
U kunt een beeld niet afdrukken.
• Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van de printer.
Beelden die al naar de computer zijn gekopieerd, kunnen niet op de camera
worden weergegeven.
• Kopieer de beelden naar een map die door de camera wordt herkend, zoals "101MSDCF"
(pagina 79).
• Voer de bewerking correct uit (pagina 80).
Picture Motion Browser
Beelden worden niet correct weergegeven met "Picture Motion Browser".
• Controleer of de map met de beelden is geregistreerd in "Viewed folders". Als de beelden niet
worden weergegeven, zelfs niet als de map is geregistreerd in "Viewed folders", moet u de
database bijwerken (pagina 85).
U kunt beelden niet terugvinden die zijn geïmporteerd met "Picture Motion
Browser".
• Kijk in de map "My Pictures".
• Als u de standaardinstellingen hebt gewijzigd, gaat u naar "De "Folder to be imported"
wijzigen" op pagina 85 en controleert u welke map wordt gebruikt voor het importeren.
• Open het scherm "Import Settings" om de "Folder to be imported" te wijzigen. U kunt een
andere map opgeven nadat u deze met "Picture Motion Browser" hebt geregistreerd in
"Viewed folders" (pagina 85).
De datum van de geïmporteerde beelden wijkt af van de werkelijke datum.
• De datum is niet correct ingesteld op de camera. Stel de datum en tijd correct in (pagina 66).
Problemen oplossen
U wilt de "Folder to be imported" wijzigen.
103
Problemen oplossen
wordt weergegeven.
• U hebt beeldbestanden of mappen een andere naam gegeven of verwijderd, waardoor de
registratiegegevens van beelden overbodig zijn geworden. Werk de registratiegegevens van
beelden bij door [Update Database] te kiezen in het menu [Tools].
"Memory Stick Duo"
De "Memory Stick Duo" kan niet worden geplaatst.
• Plaats deze in de juiste richting.
De "Memory Stick Duo" kan niet worden geformatteerd.
• U gebruikt de "Memory Stick Duo" met de schrijfbeveiligingsschakelaar in de stand LOCK.
Zet de schakelaar in de stand voor opnemen (pagina 112).
U hebt een "Memory Stick Duo" per ongeluk geformatteerd.
• Alle beeldgegevens op de "Memory Stick Duo" zijn verwijderd door het formatteren. U kunt
deze niet meer herstellen. U kunt het beste de schrijfbeveiligingsschakelaar van de "Memory
Stick Duo" in de stand LOCK zetten om te voorkomen dat beeldgegevens per ongeluk worden
gewist (pagina 112).
Intern geheugen
Er kunnen geen beelden worden weergegeven of opgenomen in het interne
geheugen.
• Er is een "Memory Stick Duo" in de camera geplaatst. Verwijder deze uit de camera.
De beeldgegevens in het interne geheugen kunnen niet naar een "Memory
Stick Duo" worden gekopieerd.
• De "Memory Stick Duo" is vol. Controleer de opslagcapaciteit (64 MB of meer wordt
aanbevolen).
De beeldgegevens op de "Memory Stick Duo" of de computer kunnen niet naar
het interne geheugen worden gekopieerd.
• De beeldgegevens op een "Memory Stick Duo" of een computer kunnen niet naar het interne
geheugen worden gekopieerd.
Afdrukken
Zie ook "PictBridge-compatibele printer" (hierna) in combinatie met de volgende punten.
104
Problemen oplossen
Beelden worden zonder beide randen afgedrukt.
• Afhankelijk van de printer kunnen de linker-, rechter-, boven- en onderrand van het beeld
worden bijgesneden. Vooral wanneer u een beeld hebt opgenomen met het beeldformaat
[16:9], kunnen de randen van het beeld worden bijgesneden.
• Wanneer u beelden afdrukt met uw eigen printer, kunt u de instellingen voor bijsnijden en
afdrukken zonder randen annuleren. Vraag de fabrikant van de printer of de printer beschikt
over deze functies.
• Wanneer u de beelden laat afdrukken bij een digitale-fotowinkel, vraagt u of de beelden
kunnen worden afgedrukt zonder beide randen bij te snijden.
Beelden kunnen niet met de datum worden afgedrukt.
• Met "Picture Motion Browser" kunt u beelden afdrukken waarin de datum is ingevoegd
(pagina 86).
• Deze camera beschikt niet over een functie om datums in te voegen in beelden. Aangezien de
beelden die met de camera zijn opgenomen echter gegevens bevatten over de opnamedatum,
kunt u beelden met de datum afdrukken als de printer of de software Exif-gegevens kan
herkennen. Vraag de fabrikant van de printer of de software of het product compatibel is met
Exif-gegevens.
• Als u beelden bij een fotowinkel laat afdrukken, kunt u in de fotowinkel vragen om de datum
op de beelden af te drukken.
PictBridge-compatibele printer
Er kan geen verbinding tot stand worden gebracht.
• De camera kan niet rechtstreeks worden aangesloten op een printer die niet compatibel is met
PictBridge. Vraag de fabrikant van de printer of uw printer compatibel is met PictBridge.
• Controleer of de printer is ingeschakeld en op de camera kan worden aangesloten.
• Stel [USB-aansl.] in op [PictBridge] bij [
Hoofdinstellingen 2] (pagina 61).
• Koppel de kabel voor de multifunctionele aansluiting los en sluit deze weer aan. Als een
foutbericht wordt weergegeven op de printer, moet u de gebruiksaanwijzing van de printer
raadplegen.
Beelden kunnen niet worden afgedrukt.
• Controleer of de camera en de printer correct zijn aangesloten met de kabel voor de
Koppel de kabel voor de multifunctionele aansluiting los en sluit deze weer aan. Als u de
beelden nog steeds niet kunt afdrukken, koppelt u de kabel voor de multifunctionele
aansluiting los, schakelt u de printer uit en vervolgens weer in en sluit u de kabel voor de
multifunctionele aansluiting weer aan.
• Films kunnen niet worden afgedrukt.
• Beelden die met een andere camera dan deze camera zijn opgenomen, of beelden die op een
computer zijn bewerkt, kunnen wellicht niet worden afgedrukt.
Problemen oplossen
multifunctionele aansluiting.
• Schakel de printer in. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing bij de printer voor meer informatie.
• Als u tijdens het afdrukken [Sluiten] selecteert, worden de beelden wellicht niet afgedrukt.
105
Problemen oplossen
Het afdrukken is geannuleerd.
• Controleer of u de kabel voor de multifunctionele aansluiting hebt losgekoppeld voordat het
pictogram
(PictBridge-aansluiting) is verdwenen.
In de indexfunctie kan de datum niet worden ingevoegd of kunnen beelden niet
worden afgedrukt.
• De printer beschikt niet over deze functies. Vraag de fabrikant van de printer of de printer
beschikt over deze functies.
• Afhankelijk van de printer kan de datum niet worden ingevoegd in de indexfunctie. Raadpleeg
de fabrikant van de printer.
In plaats van de datum wordt "---- -- --" afgedrukt op het beeld.
• Beelden zonder opnamegegevens kunnen niet worden afgedrukt met een ingevoegde datum.
Stel [Datum] in op [Uit] en druk het beeld opnieuw af (pagina 93).
Het afdrukformaat kan niet worden geselecteerd.
• Vraag de fabrikant van de printer of het gewenste afdrukformaat beschikbaar is op de printer.
Het beeld kan niet met het geselecteerde formaat worden afgedrukt.
• Koppel de kabel voor de multifunctionele aansluiting los en sluit deze opnieuw aan wanneer u
het papierformaat wilt wijzigen nadat de printer is aangesloten op de camera.
• De afdrukinstelling van de camera is anders dan die van de printer. Wijzig de instelling van de
camera (pagina 93) of de printer.
De camera kan niet worden bediend nadat het afdrukken is geannuleerd.
• Wacht enige tijd terwijl het afdrukken wordt geannuleerd op de printer. Dit kan enige tijd
duren, afhankelijk van de printer.
Overige
De lens raakt beslagen.
• Er is condensvorming opgetreden. Schakel de camera uit en wacht ongeveer een uur voordat u
deze weer gebruikt.
De camera wordt warm wanneer u deze langere tijd gebruikt.
• Dit is normaal.
Het scherm voor het instellen van de klok wordt weergegeven nadat de camera
is ingeschakeld.
• Stel de datum en tijd nogmaals in (pagina 66).
U wilt de datum of tijd wijzigen.
• Stel de datum en tijd nogmaals in (pagina 66).
106
Foutcodes en berichten
Zelfdiagnosefunctie
Als een foutcode met een letter begint, heeft
de zelfdiagnosefunctie van de camera een
storing vastgesteld. De laatste twee cijfers
(hieronder aangeduid met ss) verschillen,
afhankelijk van de status van de camera.
Als u het probleem niet kunt verhelpen,
zelfs niet nadat u de volgende oplossingen
een aantal keer hebt geprobeerd, moet de
camera wellicht worden gerepareerd. Neem
contact op met uw Sony-handelaar of de
plaatselijke technische dienst van Sony.
C:32:ss
• Er is een probleem met de hardware van
de camera. Schakel de camera uit en
weer in.
Berichten
Als een van de volgende berichten wordt
weergegeven, volgt u de aanwijzingen.
E
• De accu is bijna leeg. Laad de accu
onmiddellijk op. Afhankelijk van de
gebruiksomstandigheden en het type
accu, kan de aanduiding knipperen,
zelfs als er nog voldoende acculading is
voor 5 tot 10 minuten gebruik.
Gebruik uitsluitend een geschikte
batterij
• De geplaatste accu is niet een NP-BG1-
accu (bijgeleverd).
Systeemfout
C:13:ss
• Schakel de camera uit en weer in.
• De camera kan geen gegevens lezen
vanaf of schrijven naar de "Memory
Stick Duo". Probeer de camera uit en
weer in te schakelen, of verwijder de
"Memory Stick Duo" en plaats deze een
aantal keren terug.
• Er is een formatteringsfout in het
interne geheugen opgetreden of er is een
niet-geformatteerde "Memory Stick
Duo" geplaatst. Formatteer het interne
geheugen of de "Memory Stick Duo"
(pagina59, 57).
• De geplaatste "Memory Stick Duo" kan
niet met deze camera worden gebruikt,
of de gegevens zijn beschadigd. Plaats
een nieuwe "Memory Stick Duo".
Fout van intern geheugen
• Schakel de camera uit en weer in.
Plaats de Memory Stick opnieuw
• Plaats de "Memory Stick Duo" op de
juiste manier.
• De geplaatste "Memory Stick Duo" kan
niet met de camera worden gebruikt
(pagina 112).
• De "Memory Stick Duo" is beschadigd.
• Het aansluitpunt van de "Memory Stick
Duo" is vuil.
E:62:ss
E:91:ss
• Er is een storing opgetreden in de
camera. Herstel de
standaardinstellingen van de camera
(pagina 60) en schakel de camera weer
in.
• De geplaatste "Memory Stick Duo" kan
niet met de camera worden gebruikt
(pagina 112).
Geen toegang Memory Stick
Toegang geweigerd
Problemen oplossen
Verkeerd type Memory Stick
E:61:ss
• U gebruikt een "Memory Stick Duo"
met toegangsbeheer.
107
Foutcodes en berichten
Fout bij formatteren Memory Stick
Fout bij formatteren intern geheugen
• Formatteer het medium opnieuw
(pagina 59 en 57).
Kan geen mappen meer maken
• Op de "Memory Stick Duo" staat een
map waarvan de naam begint met
"999". U kunt in dat geval geen mappen
meer maken.
Memory Stick vergrendeld
• U gebruikt de "Memory Stick Duo" met
de schrijfbeveiligingsschakelaar in de
stand LOCK. Zet de schakelaar in de
stand voor opnemen (pagina 112).
Geen geheugenruimte in het intern
geheugen
Geen geheugenruimte in de Memory
Stick
Bestandsfout
• Er is een fout opgetreden tijdens het
weergeven van het beeld.
Deze map heeft het kenmerk Alleen
lezen.
• U hebt een map geselecteerd die niet als
opnamemap kan worden ingesteld op de
camera. Selecteer een andere map.
• Verwijder overbodige beelden of
bestanden (pagina 26).
Bestandsbeveiliging
• Annuleer de beveiliging (pagina 53).
Geheugen voor alleen-lezen
• De camera kan geen beelden opnemen
of verwijderen op deze "Memory Stick
Duo".
Te groot beeldformaat
• U geeft een beeld weer met een formaat
dat niet kan worden weergegeven op uw
camera.
Geen beelden beschikbaar
• Er zijn geen beelden opgenomen in het
interne geheugen van de camera.
• Er zijn geen beelden opgenomen in de
map.
• De geselecteerde map bevat geen
bestanden die in een Diavoorstelling
met muziek kunnen worden afgespeeld.
Mapfout
• Op de "Memory Stick Duo" staat al een
map met dezelfde eerste drie cijfers
(bijvoorbeeld 123MSDCF en
123ABCDE). Selecteer een andere map
of maak een nieuwe map (pagina57,
58).
108
Ongeldige bediening
• U wilt een beeldbestand weergeven dat
niet compatibel is met de camera.
• U hebt een functie geselecteerd die niet
beschikbaar is voor films.
(Trillingswaarschuwing)
• Door onvoldoende licht is de camera
gevoelig voor beweging. Gebruik de
flitser, activeer de steadyshot-functie of
bevestig de camera op een statief om de
camera te stabiliseren.
Foutcodes en berichten
640(Fijn) is niet beschikbaar
• Films met beeldformaat 640(Fijn)
kunnen alleen op een "Memory Stick
PRO Duo" worden opgenomen. Plaats
een "Memory Stick PRO Duo" of stel
het beeldformaat in op een ander
formaat dan [640(Fijn)].
Macro is ongeldig
• U hebt een instelling geselecteerd die
niet beschikbaar is voor opnemen met
de Macro-functie (pagina 22, 34).
De flitserfunctie kan niet worden
veranderd
• U hebt een instelling geselecteerd die
niet beschikbaar is voor opnemen met
de flitser (pagina 34).
Zoom uitgeschakeld
• [Digitale zoom] is ingesteld op [Uit]
wanneer u opneemt met de Super-closeup-functie.
Of u probeert [Slim] in [Digitale zoom]
te gebruiken wanneer het beeldformaat
is ingesteld op [8M] of [3:2]
(pagina 64).
Printer bezet
Papierfout
Geen papier
Inktfout
Inkt bijna op.
Inkt helemaal op.
• Controleer de printer.
Printerfout
• Controleer de printer.
• Controleer of het beeld dat u wilt
afdrukken, is beschadigd.
• De gegevensoverdracht naar de printer
is wellicht nog niet voltooid. Koppel de
kabel voor de multifunctionele
aansluiting niet los.
Verwerkt
• De printer annuleert de huidige
afdruktaak. U kunt niet afdrukken
voordat dit is voltooid. Dit kan enige
tijd duren, afhankelijk van de printer.
Muziekfout
• Verwijder het muziekbestand of vervang
Maximumaantal beelden
geselecteerd
• U kunt maximaal 100 beelden
het door een normaal muziekbestand.
• Voer [Format. muz.] uit en download
een nieuw muziekbestand (pagina 87).
selecteren. Verwijder het vinkje.
Muziekgeheugen-formatteringsfout
Onvoldoende acculading
• Voer [Format. muz.] uit (pagina 87).
opgeladen wanneer u de beelden in het
interne geheugen van de camera
kopieert naar een "Memory Stick Duo".
Ongeldige bediening
Bezig met HD (1080i)-uitvoer…
• U probeert films weer te geven.
• U probeert de functie [Bijwerken] te
gebruiken.
Problemen oplossen
• Controleer of de accu voldoende is
109
Foutcodes en berichten
Bezig met TV-uitvoer...
• U geeft beelden weer met
Diavoorstelling.
Geen rode ogen gevonden
• U kunt het rode-ogeneffect wellicht niet
verwijderen, afhankelijk van het beeld.
110
Overige
De camera in het buitenland gebruiken —
Stroomvoorziening
U kunt uw camera, de acculader (bijgeleverd) en de netspanningsadapter AC-LS5K (niet
bijgeleverd) in elk land/elke regio gebruiken met een stroomvoorziening tussen 100 V en 240
V wisselstroom, 50/60 Hz.
• Gebruik geen elektronische transformator (reistransformator), omdat hierdoor
een storing kan optreden.
Overige
111
De "Memory Stick"
Een "Memory Stick" is een compact,
draagbaar IC-opnamemedium. De typen
"Memory Stick" die kunnen worden
gebruikt met deze camera, worden vermeld
in de onderstaande tabel. Een goede
werking kan echter niet worden
gegarandeerd voor alle functies van de
"Memory Stick".
Type "Memory Stick"
• U kunt geen beelden opnemen, bewerken of
verwijderen wanneer de
schrijfbeveiligingsschakelaar in de stand LOCK
is gezet met een puntig voorwerp.
Aansluiting
Opnemen/
weergeven
Memory Stick
(zonder MagicGate)
—
Memory Stick
(met MagicGate)
—
Memory Stick Duo
(zonder MagicGate)
a
Memory Stick Duo
(met MagicGate)
a*1*2
MagicGate Memory Stick
—
MagicGate Memory Stick
Duo
a*1
Memory Stick PRO
—
Memory Stick PRO Duo
a*1*2*3
*1
"Memory Stick Duo", "MagicGate Memory
Stick Duo" en "Memory Stick PRO Duo" zijn
uitgerust met MagicGate-functies. MagicGate
is een technologie ter bescherming van
auteursrechten waarbij gebruik wordt gemaakt
van coderingstechnologie. Deze camera kan
geen gegevens opnemen/weergeven waarvoor
MagicGate-functies zijn vereist.
*2
Ondersteunt een hoge
gegevensoverdrachtssnelheid via een parallelle
interface.
*3
Films kunnen niet worden opgenomen met het
beeldformaat 640(Fijn).
• Deze camera is compatibel met "Memory Stick
Micro" ("M2"). "M2" is de verkorte
productnaam voor een "Memory Stick Micro".
• De juiste werking van een "Memory Stick Duo"
die op een computer is geformatteerd, kan met
deze camera niet worden gegarandeerd.
• De lees-/schrijfsnelheid van de gegevens
verschilt afhankelijk van de gebruikte "Memory
Stick Duo" en apparatuur.
112
Opmerkingen over het gebruik van een
"Memory Stick Duo" (niet bijgeleverd)
Schrijfbeveiligingsschakelaar Memogebied
Bepaalde "Memory Stick Duo"-kaarten
hebben geen schrijfbeveiligingsschakelaar.
Op een "Memory Stick Duo" met deze
schakelaar kunnen de positie en de vorm
van de schakelaar verschillen, afhankelijk
van de "Memory Stick Duo".
• Verwijder de "Memory Stick Duo" niet terwijl
gegevens worden gelezen of geschreven.
• De gegevens kunnen in de volgende gevallen
worden beschadigd:
– Wanneer de "Memory Stick Duo" uit de
camera wordt verwijderd of de camera wordt
uitgeschakeld tijdens het lezen of schrijven
van gegevens
– Wanneer de "Memory Stick Duo" wordt
gebruikt op plaatsen met statische elektriciteit
of elektrische ruis
• U kunt het beste een reservekopie (back-up) van
belangrijke gegevens maken.
• Druk niet te hard wanneer u in het memogebied
schrijft.
• Plak geen etiket op de "Memory Stick Duo" zelf
of op een Memory Stick Duo-adapter.
• Wanneer u de "Memory Stick Duo" meeneemt
of opbergt, plaatst u deze terug in het
bijgeleverde doosje.
• Raak het aansluitpunt van de "Memory Stick
Duo" niet aan met uw hand of een metalen
voorwerp.
• Sla niet tegen de "Memory Stick Duo", buig
deze niet en laat deze niet vallen.
• Demonteer of wijzig de "Memory Stick Duo"
niet.
De "Memory Stick"
• Stel de "Memory Stick Duo" niet bloot aan
water.
• Houd de "Memory Stick Duo" buiten het bereik
van kleine kinderen. Kinderen kunnen de kaart
per ongeluk doorslikken.
• Gebruik of bewaar de "Memory Stick Duo" niet
onder de volgende omstandigheden:
– Op plaatsen met een hoge temperatuur, zoals
in een hete auto die in de zon is geparkeerd
– Op plaatsen die zijn blootgesteld aan direct
zonlicht
– Op vochtige plaatsen of plaatsen waar zich
corrosieve stoffen bevinden
Opmerkingen over het gebruik van een
"Memory Stick Micro" (niet bijgeleverd)
• Als u een "Memory Stick Micro" met deze
camera wilt gebruiken, moet u de "Memory
Stick Micro" in een "M2"-adapter van "Memory
Stick Micro"-formaat plaatsen. Als u een
"Memory Stick Micro" rechtstreeks in de
camera plaatst zonder een "M2"-adapter van
"Memory Stick Micro"-formaat, kunt u deze
mogelijk niet meer uit de camera halen.
• Houd de "Memory Stick Micro" buiten het
bereik van kleine kinderen. Kinderen kunnen de
kaart per ongeluk doorslikken.
Opmerkingen over het gebruik van de
Memory Stick Duo-adapter (niet
bijgeleverd)
• Als u een "Memory Stick Duo" met een
"Memory Stick"-apparaat wilt gebruiken, moet
u de "Memory Stick Duo" eerst in een Memory
Stick Duo-adapter plaatsen. Als u een "Memory
Stick Duo" rechtstreeks in een "Memory Stick"compatibel apparaat plaatst zonder een Memory
Stick Duo-adapter te gebruiken, is het mogelijk
dat u deze niet weer uit het apparaat kunt halen.
• Wanneer u een "Memory Stick Duo" in een
Memory Stick Duo-adapter plaatst, moet u
ervoor zorgen dat u de "Memory Stick Duo" in
de juiste richting plaatst.
• Wanneer u een "Memory Stick Duo" die in een
Memory Stick Duo-adapter is geplaatst, met een
"Memory Stick"-apparaat gebruikt, moet u
ervoor zorgen dat de Memory Stick Duo-adapter
in de juiste richting wordt geplaatst. Houd er
rekening mee dat de apparatuur kan worden
beschadigd door onjuist gebruik.
• Plaats een Memory Stick Duo-adapter niet in
een "Memory Stick"-compatibel apparaat
zonder dat een "Memory Stick Duo" in de
adapter is geplaatst. Als u dit toch doet, kan een
storing in de camera optreden.
Typen "Memory Stick PRO Duo" met een
opslagcapaciteit tot 8 GB zijn goedgekeurd
voor gebruik in deze camera.
Overige
Opmerkingen over het gebruik van een
"Memory Stick PRO Duo" (niet
bijgeleverd)
113
De accu
De accu opladen
We raden u aan de accu op te laden bij een
omgevingstemperatuur tussen 10°C en 30°C.
Buiten dit temperatuurbereik kunt u de accu
wellicht niet efficiënt opladen.
De accu effectief gebruiken
• De prestaties van de accu gaan achteruit als deze
in een koude omgeving wordt gebruikt. U kunt
de accu dus korter gebruiken op koude locaties.
Voor een langdurig gebruik raden we u het
volgende aan:
– Bewaar de accu in een binnenzak om deze
warm te houden en plaats de accu vlak
voordat u begint met opnemen in de camera.
• De acculading wordt sneller verbruikt wanneer
u de flitser of zoomfunctie vaak gebruikt.
• U kunt het beste reserveaccu's bij de hand
houden met een totale opnameduur van twee of
drie keer zo lang als de verwachte opnameduur,
en eerst proefopnamen maken voordat u de
werkelijke opnamen maakt.
• Stel de accu niet bloot aan water. De accu is niet
waterbestendig.
• Laat de accu niet liggen op zeer warme locaties,
zoals in een auto of in direct zonlicht.
De accu bewaren
• Als de accu langere tijd niet wordt gebruikt,
laadt u deze volledig op en verbruikt u de lading
volledig voordat u de accu bewaart op een
droge, koele plaats. Herhaal het opladen en
verbruiken eens per jaar zodat de accu goed
blijft werken.
• Als u de acculading wilt verbruiken, schakelt u
de camera in de weergavefunctie voor
diavoorstelling (pagina 46) totdat de camera
wordt uitgeschakeld.
• Gebruik de bijgeleverde accuhouder wanneer u
de accu meeneemt of opbergt om vlekken op het
aansluitpunt, kortsluiting, enzovoort te
voorkomen.
Levensduur van de accu
• De levensduur van de accu is beperkt. De
capaciteit van de accu neemt geleidelijk af
naarmate u deze meer gebruikt en de tijd
verstrijkt. Als de gebruiksduur van de accu
aanzienlijk korter lijkt te zijn geworden, is
waarschijnlijk het einde van de levensduur van
de accu bereikt. Koop een nieuwe accu.
114
• De levensduur van de accu verschilt afhankelijk
van de opslag- en gebruiksomstandigheden
waaronder de accu wordt gebruikt.
De acculader
De acculader
• Laad geen andere accu's dan de accu's van het
type NP-BG (bijgeleverd) op in de acculader die
bij de camera wordt geleverd. Andere accu's dan
het opgegeven type kunnen lekken,
oververhitten of ontploffen wanneer u deze
oplaadt. Dit kan letsel door elektrische schokken
en brand veroorzaken.
• Verwijder de opgeladen accu uit de acculader.
Als u de opgeladen accu in de lader laat zitten,
kan de levensduur van de accu worden verkort.
• Als het CHARGE-lampje knippert, geeft dit aan
dat een accufout is opgetreden of dat een accu
van een ander type dan het opgegeven type is
geplaatst. Controleer of de geplaatste accu van
het opgegeven type is. Als de accu van het
opgegeven type is, haalt u de accu uit de lader,
vervangt u deze door een nieuwe of een andere
en controleert u of de acculader goed werkt. Als
de acculader goed werkt, kan een accufout zijn
opgetreden.
• Als de acculader vuil is, is het mogelijk dat de
accu niet goed wordt opgeladen. Maak de
acculader schoon met een droge doek,
enzovoort.
Overige
115
Index
Index
A
Bewolkt ................................ 43
Fluorescerend ....................... 43
Aanduiding voor AE/AFvergrendeling.................42
Bijwerken............................. 49
Formatteren .................... 57, 59
Burst..................................... 37
Foutcodes en berichten .......107
Functiegids ...........................60
Aanduidingen .......................14
Aansluiten
C
Computer.......................75
Camera vasthouden.......... 8, 20
G
Printer......................92, 93
COMPONENT..................... 61
Gedeeltelijk kleur ................. 50
Televisie ........................68
Computer ............................. 71
Gegevensdisc ........................ 84
Accu....................................114
Aanbevolen omgeving
................................ 72, 88
Acculader............................115
Beeldbestanden
opgeslagen op de
computer weergeven op de
camera........................... 80
AF-bereikzoekerframe..........41
Afdrukken.......................53, 90
Afdrukken bij een fotowinkel
.......................................94
Intern geheugen-tool ..... 59
Memory Stick tool ........ 57
Gezichtsherkenning .............. 36
Gloeilamp .............................43
Beelden kopiëren .... 74, 88
Afdrukken, Overig................29
Macintosh ..................... 88
H
Afdrukmarkering ..................94
Software........................ 73
Half indrukken........................ 7
AF-functie ............................64
Windows ....................... 71
Histogram .............................18
AF-vergrendeling..................42
Hoge gevoeligheid................ 33
AF-verlicht. ..........................63
D
Altijd flitsen..........................21
Daglicht................................ 43
Auto Review .........................65
Datum..................... 85, 99, 105
Scherm .......................... 28
Autom. Oriëntatie .................65
Diafragma .............................. 8
Hoofdinstellingen 1 .............. 60
Automatische instelfunctie
.......................................20
Diavoorstelling............... 46, 49
Hoofdinstellingen 2 .............. 61
Automatische scherpstelling
.........................................7
DirectX................................. 72
I
DISP..................................... 18
Indexscherm .........................25
B
DPOF ............................. 53, 94
Indexweergave......................46
Dradenkruis van de
puntlichtmeting............. 40
Initialiseren...........................60
E
Instellingen
Beeldbestandopslaglocaties en
bestandsnamen ..............79
Beelden bekijken ..................29
Beelden kopiëren naar de
computer........................74
HOME
Items.............................. 29
Digitale zoom....................... 64
Enkelbeeld............................ 46
Installeren .............................73
Hoofdinstellingen 1....... 60
Hoofdinstellingen 2....... 61
Beeldformaat ........................10
Enkelvoud. ........................... 64
Beeldkwaliteit.......................10
EV aanpassen ....................... 39
Opname-instellingen 1
....................................... 63
Bestandopslaglocatie ............79
F
Opname-instellingen 2
....................................... 65
Bestandsextensie...................80
Flitser (Witbalans)................ 44
Intern geheugen ....................20
Bestandsnaam .......................79
Flitser automatisch............... 21
Intern geheugen-tool ............ 59
Besturingssysteem ..........72, 88
Flitsfunctie ........................... 21
ISO ............................... 8, 9, 39
Beveiligen.............................52
Flitsniveau............................ 44
Belichting .........................8, 18
116
Geheugen beheren
Index
J
JPG........................................79
Weergeven..................... 49
Punt-AF ................................41
Menu voor opnemen ............ 35
Puntlichtmeting.....................40
Menu voor weergeven .......... 49
K
Midden-AF........................... 41
R
Kaartweergave ......................84
Monitor................................. 64
Rechtstreeks afdrukken.........91
Kabel voor de multifunctionele
aansluiting .........68, 75, 92
MPG ..................................... 79
Rode-ogen-correctie .............51
Multi-AF .............................. 41
Rode-ogeneffect....................45
Kleur .......................................9
Roteren .................................53
Kleurfunctie ..........................38
Multifunctionele aansluiting
...................................... 13
Klokinstellingen....................66
Multipoint AF ...................... 41
S
Kopiëren................................58
Music Transfer ............... 87, 89
Scènekeuze .....................33, 35
Korte sluitertijd-functie.........33
Muziek-tool .................... 47, 87
Schemer ................................33
L
N
Lagere beeldscherpte ............49
Natuurlijk ............................. 38
Landschap .............................33
Niet flitsen............................ 21
Language Setting ..................67
NR lange-sluitertijd.............. 15
Langzame synchro ................21
NTSC ................................... 62
LCD-scherm .........................18
Schemer-portret ....................33
Scherm
Achtergrondverlichting
van het LCD-scherm .....18
Schermweergave wijzigen
.......................................18
Scherpstellen.....................7, 41
Levendig ...............................38
O
Lichtmeetfun.........................40
Onderbelichting...................... 8
Lichtmeting met meerdere
patronen .........................40
Onderdelen en
bedieningselementen..... 12
Lichtmeting met nadruk op het
midden ...........................40
Opn.functie........................... 37
Slimme-zoomfunctie ............64
Opname-instellingen 1 ......... 63
Sluitertijd ................................8
Opname-instellingen 2 ......... 65
Sneeuw .................................33
M
Schrijfbeveiligingsschakelaar
.....................................112
Sepia .....................................38
SETUP ..................................45
Opnamemap maken.............. 57
Soft Snap ..............................33
Macintosh-computer .............88
Opnamemap wijz. ................ 58
Software....................73, 81, 87
Aanbevolen omgeving
.......................................88
Optische zoom................ 21, 64
SteadyShot ............................45
Overbelichting........................ 8
Stereffect...............................50
Macro....................................22
Stramienlijn ..........................63
P
Strand....................................33
Maken ............................57
PAL....................................... 62
Super-close-up ......................22
Selecteren ......................54
PC......................................... 71
Map
PictBridge....................... 61, 91
T
Picture Motion Browser ....... 81
Televisie................................68
"Memory Stick Duo" ..........112
Pieptoon ............................... 60
Memory Stick tool ................57
Pixel...................................... 10
Terugspoelen/snel
vooruitspoelen ...............24
Menu
Items ..............................31
Precisie-digitale-zoomfunctie
...................................... 64
Opnemen .......................35
Problemen oplossen ............. 96
Index
Wijzigen ........................58
Mass Storage.........................61
Trimmen ...............................51
117
Index
U
USB-aansl.............................61
V
VGA .....................................10
Video-uit ...............................62
Vissenooglens.......................50
Volume..................................24
Vooraf ingestelde
scherpstelling.................41
Vuurwerk ..............................33
W
Wazige beelden.......................8
Weergavezoom .....................24
Windows-computer...............71
Aanbevolen omgeving
.......................................72
Wissen
Formatteren .............57, 59
Witbalans ..............................43
Z
Zelfdiagnosefunctie ............107
Zelfontspanner......................23
Zoom ....................................21
Z-W ......................................38
118
Index
Opmerkingen over de licentie
De camera is uitgerust met de software "C
Library", "Expat" en "zlib". Deze software
wordt geleverd op basis van
licentieovereenkomsten met de houders van
het auteursrecht. Op basis van verzoeken
van de houders van het auteursrecht van
deze toepassingen zijn we verplicht u op de
hoogte te stellen van het volgende. Lees de
volgende gedeelten door.
Lees "license1.pdf" in de map "License" op
de CD-ROM. U vindt hier licenties (in het
Engels) voor de software "C Library",
"Expat" en "zlib".
Software waarop GNU GPL/LGPL van
toepassing is
Index
De camera is uitgerust met software die in
aanmerking komt voor de volgende GNU
General Public License (hierna "GPL"
genoemd) of GNU Lesser General Public
License (hierna "LGPL" genoemd).
Hiermee wordt aangegeven dat u het recht
hebt op toegang tot de broncode voor deze
software en deze mag aanpassen en
opnieuw distribueren volgens de
voorwaarden van de bijgeleverde GPL/
LGPL.
U kunt de broncode vinden op internet. Ga
naar de volgende URL als u de broncode
wilt downloaden.
http://www.sony.net/Products/Linux/
We stellen het zeer op prijs als u geen
contact met ons opneemt over de inhoud
van de broncode.
Lees "license2.pdf" in de map "License" op
de CD-ROM. U vindt hier licenties (in het
Engels) voor software waarop "GPL" en
"LGPL" van toepassing is.
Als u de PDF-versie wilt weergeven, hebt u
Adobe Reader nodig. Als deze toepassing
niet op de computer is geïnstalleerd, kunt u
deze downloaden vanaf de website van
Adobe Systems:
http://www.adobe.com/
119
Extra informatie over deze camera en antwoorden
op veelgestelde vragen vindt u op onze Customer
support-website voor klantenondersteuning.
Download PDF