Sony | DSC-W210 | Sony DSC-W210 W210 Digitale compactcamera Gebruiksaanwijzing

Inhoud
Basisbedieningen
De opnamefuncties
gebruiken
De weergavefuncties
gebruiken
De instellingen
veranderen
Beelden weergeven op
een televisie
De camera met uw
computer gebruiken
Stilstaande beelden
afdrukken
Problemen oplossen
Overige
Cyber-shot-handboek
Index
DSC-W210/W215/W220
© 2009 Sony Corporation
4-123-770-71(1)
NL
Opmerkingen over het gebruik van de camera
Opmerkingen over de typen "Memory
Stick" die u kunt gebruiken (los
verkrijgbaar)
"Memory Stick Duo":
U kunt een "Memory Stick
Duo" gebruiken met de
camera.
"Memory Stick":
U kunt geen
"Memory Stick"
gebruiken met de
camera.
Andere geheugenkaarten kunnen niet
worden gebruikt.
• Voor verdere informatie over de "Memory Stick
Duo", zie pagina 128.
Bij gebruik van een "Memory Stick Duo"
in een "Memory Stick"-compatibel
apparaat
U kunt de "Memory Stick Duo" gebruiken
door deze in de "Memory Stick Duo"adapter (los verkrijgbaar) te steken.
"Memory Stick
Duo"-adapter
Opmerkingen over de accu
• Laad de accu (bijgeleverd) op voordat u de
camera voor het eerst gebruikt.
• U kunt de accu opladen ook als deze niet
volledig leeg is. Bovendien, zelfs als de accu
niet volledig is opgeladen, kunt u de
gedeeltelijke lading van de accu gebruiken.
• Als u de accu gedurende een lange tijd niet
denkt te gaan gebruiken, verbruikt u de
resterende acculading, haalt u de accu uit de
camera, en bewaart u de accu op een koele,
droge plaats. Dit dient om de functies van de
accu te behouden.
• Voor verdere informatie over bruikbare accu’s,
zie pagina 130.
2
Carl Zeiss-lens
De camera is uitgerust met een lens van
Carl Zeiss die in staat is scherpe beelden
met een uitstekend contrast te reproduceren.
De lens van de camera is geproduceerd
onder een kwaliteitsborgingssysteem dat is
gecertificeerd door Carl Zeiss in
overeenstemming met de kwaliteitsnormen
van Carl Zeiss in Duitsland.
Opmerkingen over het LCD-scherm en
de lens
• Het LCD-scherm is vervaardigd met behulp van
uiterste precisietechnologie zodat meer dan
99,99% van de beeldpunten effectief werkt.
Echter, enkele kleine zwarte en/of heldere
punten (wit, rood, blauw of groen) kunnen
zichtbaar zijn op het LCD-scherm. Deze punten
zijn een normaal gevolg van het productieproces
en hebben géén invloed op de opnamen.
Zwarte, witte, rode,
blauwe of groene
puntjes
• Als het LCD-scherm of de lens langdurig wordt
blootgesteld aan direct zonlicht, kan dit tot
defecten leiden. Wees voorzichtig wanneer u de
camera bij een venster of buiten neerzet.
• Druk niet op het LCD-scherm. Het scherm kan
dan verkleuren, waardoor een storing wordt
veroorzaakt.
• In een koude omgeving kunnen de beelden op
het LCD-scherm nasporen vertonen. Dit is geen
defect.
• Wees voorzichtig dat u niet tegen de
beweegbare lens stoot en let erop dat er geen
kracht op wordt uitgeoefend.
De beelden in dit handboek
De beelden die in dit handboek gebruikt worden als
voorbeeld, zijn gereproduceerde beelden die niet
daadwerkelijk met deze camera zijn opgenomen.
Over de afbeeldingen
De afbeeldingen in deze gebruiksaanwijzing zijn
van de DSC-W220, behalve indien anderszins
vermeld.
Inhoud
Opmerkingen over het gebruik van de camera .........................................2
Basistechnieken voor betere beelden .......................................................7
Scherpstellen – Het onderwerp met succes scherpstellen............................... 7
Belichting – De lichtintensiteit instellen ............................................................. 9
Kleur – Over het effect van de lichtbron.......................................................... 10
Kwaliteit – Over "beeldkwaliteit" en "beeldformaat" ......................................... 11
Flitser – Over het gebruik van de flitser........................................................... 13
Plaats van de onderdelen........................................................................14
Indicators op het scherm .........................................................................16
Het scherm veranderen...........................................................................20
Het interne geheugen gebruiken .............................................................21
Basisbedieningen
De functiekeuzeknop gebruiken ..............................................................22
Beelden opnemen (automatische instelfunctie) ......................................23
Opnemen van stilstaande beelden (Scènekeuze)...................................27
Beelden bekijken .....................................................................................32
Beelden wissen .......................................................................................34
Meer informatie over de verschillende functies – HOME/Menu ..............36
Menuonderdelen .....................................................................................39
3
Inhoud
De opnamefuncties gebruiken
Menu voor opnemen ............................................................................... 41
Scènekeuze: De scènekeuzefunctie selecteren
Beeldformaat: Het beeldformaat selecteren
Flitser: De flitser instellen
Gezichtsherkenning: Het gezicht van het onderwerp herkennen
Lach-herkenning: De lach-herkenningsfunctie instellen
Lach-herkenn.gevoeligheid: De gevoeligheid van de lach-herkenningsfunctie instellen
Opn.functie: De ononderbroken opnamefunctie kiezen
Scèneherkenning: De scène die moet worden opgenomen bepalen en de opname maken
EV: De lichtintensiteit instellen
ISO: De lichtgevoeligheid kiezen
Lichtmeetfunctie: De lichtmeetfunctie kiezen
Scherpstellen: De scherpstellingsmethode veranderen
Witbalans: De kleurtinten instellen
Witbalans onderwater: De kleurtinten instellen in de onderwaterfunctie
Flitsniveau: De hoeveelheid flitslicht instellen
Rode-ogeneffect: De rode-ogeneffectvermindering instellen
DRO: De helderheid en het contrast optimaliseren
Kleurfunctie: De levendigheid van het beeld veranderen of speciale effecten toevoegen
SteadyShot: De antiwaasfunctie selecteren (alleen DSC-W220)
(Opname-instellingn): De opname-instellingen selecteren
De weergavefuncties gebruiken
Menu voor weergeven ............................................................................ 57
(Wissen): Beelden wissen
(Diavoorstelling): Een serie beelden weergeven
(Bijwerken): Stilstaande beelden bijwerken
(Formaat wijzigen): Het beeldformaat veranderen overeenkomstig het gebruik
(Beveiligen): Per ongeluk wissen voorkomen
: Een afdrukmarkering aanbrengen
(Afdrukken): Beelden afdrukken met een printer
(Roteren): Beelden roteren
(Map kiezen): De map selecteren voor het weergeven van beelden
4
Inhoud
De instellingen veranderen
De geheugenbeheerfunctie en de instellingen veranderen.....................69
Geheugen beheren ...........................................................................71
Geheugen-tool — Memory Stick-tool................................................71
Formatteren
Opnamemap maken
Opnamemap wijz.
Kopiëren
Geheugen-tool — Intern geheugen-tool ...........................................74
Formatteren
Instellingen........................................................................................75
Hoofdinstellingen — Hoofdinstellingen 1 ..........................................75
Pieptoon
Functiegids
Initialiseren
Demo Lach-sluiter
Hoofdinstellingen — Hoofdinstellingen 2 ..........................................77
USB-aansluiting
COMPONENT
Video-uit
Breed-zoombeeld
Opname-instellingn — Opname-instellingen 1 .................................79
AF-verlicht.
Stramienlijn
AF-functie
Digitale zoom
Conversielens
Opname-instellingn — Opname-instellingen 2 .................................82
Autom. Oriëntatie (alleen DSC-W220)
Auto Review
Klokinstellingen .................................................................................83
Language Setting..............................................................................84
Beelden weergeven op een televisie
Beelden weergeven op een televisie.......................................................85
5
Inhoud
De camera met uw computer gebruiken
Werken met uw Windows-computer ....................................................... 89
De software (bijgeleverd) installeren....................................................... 91
Over "PMB (Picture Motion Browser)" (bijgeleverd) ............................... 92
Beelden naar een computer kopiëren met "PMB" .................................. 93
Beelden naar een computer kopiëren zonder "PMB" ............................. 97
Beeldbestanden bekijken die zijn opgeslagen op een computer door
ze naar de "Memory Stick Duo" van de camera te kopiëren ................ 100
"Music Transfer" (bijgeleverd) gebruiken .............................................. 101
Uw Macintosh-computer gebruiken ...................................................... 102
De "Geavanceerde Cyber-shot-handleiding" raadplegen ..................... 104
Stilstaande beelden afdrukken
Stilstaande beelden afdrukken.............................................................. 105
Rechtstreeks beelden afdrukken op een PictBridge-compatibele
printer.................................................................................................... 106
Beelden afdrukken in een winkel .......................................................... 109
Problemen oplossen
Problemen oplossen ............................................................................. 111
Foutcodes en meldingen....................................................................... 123
Overige
Uw camera in het buitenland gebruiken — Stroomvoorziening ............ 127
Informatie over de "Memory Stick Duo" ................................................ 128
Informatie over de accu ........................................................................ 130
Informatie over de acculader ................................................................ 131
Index
Index ..................................................................................................... 132
6
Basistechnieken voor betere beelden
Scherpstellen
Belichting
Kleur
Kwaliteit
Flitser
Dit gedeelte beschrijft de basishandelingen
voor het gebruik van uw camera. Hier wordt
het gebruik beschreven van verschillende
camerafuncties, zoals de functiekeuzeknop
(pagina 22), het HOME-scherm (pagina 36)
en de menu’s (pagina 38).
Scherpstellen
Het onderwerp met succes scherpstellen
Als u de ontspanknop tot halverwege indrukt, stelt de camera automatisch scherp
(Automatische scherpstelling). Vergeet niet dat de ontspanknop slechts tot halverwege
ingedrukt moet worden.
Druk de ontspanknop niet
gelijk helemaal in.
Druk de ontspanknop
tot halverwege in.
AE/AFvergrendelingsindicator
knippert , licht op/piept
Druk daarna de
ontspanknop
helemaal in.
Als scherpstellen moeilijk is t [Scherpstellen] (pagina 49)
Als het beeld zelfs na scherpstellen wazig is, kan dit komen doordat de camera is bewogen. t
Zie "Tips om wazige beelden te voorkomen" hierna.
7
Basistechnieken voor betere beelden
Tips om wazige beelden te voorkomen
De camera werd per ongeluk bewogen toen u een beeld opnam. Dit heet de
"camerabeweging". Het kan ook zijn dat het onderwerp bewoog toen u het beeld opnam.
Dit heet dan "onderwerpbeweging".
Camerabeweging
Oorzaak
Uw hand of lichaam bewoog terwijl u de camera
vasthield en op de ontspanknop drukte, waardoor
het gehele beeld wazig is geworden.
Wat u moet doen om wazige beelden te
voorkomen
• Gebruik een statief of plaats de camera op een
vlakke ondergrond zodat de camera stevig staat.
• Neem op met een zelfontspanner met een
vertraging van 2 seconden en stabiliseer de
camera door uw armen stevig tegen uw zij te
drukken nadat u op de ontspanknop hebt
gedrukt.
Onderwerpbeweging
Oorzaak
Ondanks dat de camera stil wordt gehouden, kan
het onderwerp bewegen tijdens de belichtingstijd
nadat op de ontspanknop is gedrukt, waardoor het
onderwerp wazig is.
Wat u moet doen om wazige beelden te
voorkomen
• Selecteer
(Hoge gevoeligheid) als de
scènekeuzefunctie.
• Selecteer een hogere ISO-gevoeligheid om de
sluitertijd korter te maken, en druk op de
ontspanknop voordat het onderwerp beweegt.
Opmerking
Camerabewegingen en onderwerpbewegingen treden vaak op bij zwakke belichting of lange
sluitertijden, zoals die optreden wanneer
(Schemer) of
(Schemer-portret) is gekozen als de
scènekeuzefunctie. In dergelijke gevallen houdt u bij het opnemen de bovenstaande tips in gedachten.
8
Basistechnieken voor betere beelden
Belichting De lichtintensiteit instellen
U kunt diverse beelden creëren door de belichting en de ISO-gevoeligheid in te stellen.
Belichting is de hoeveelheid licht die door de lens in de camera valt wanneer u de
ontspanknop indrukt.
Belichting:
Sluitertijd = De tijdsduur gedurende welke het licht in
de camera valt
Diafragma =De grootte van de opening waardoor het
licht in de camera valt
ISO-gevoeligheid (aanbevolenbelichtingsindex)
= Gevoeligheid van het opnamemedium
Overbelichting
= te veel licht
Te licht beeld
Juiste belichting
Onderbelichting
= te weinig licht
Te donker beeld
In de automatische instelfunctie wordt de
belichting automatisch ingesteld op de
juiste waarde. U kunt deze echter ook
handmatig instellen met behulp van de
hieronder beschreven functies.
Belichtingswaarde (EV) aanpassen:
Hiermee kunt u de belichting aanpassen
die door de camera is ingesteld
(pagina 46).
Lichtmeetfunctie:
Hiermee kunt u het gedeelte van het
onderwerp wijzigen dat wordt gemeten om
de belichting in te stellen (pagina 48).
9
Basistechnieken voor betere beelden
ISO-gevoeligheid aanpassen (aanbevolen-belichtingsindex)
De ISO-gevoeligheid is een snelheidswaarde voor opnamemedia die gebruik maken van een
beeldsensor die het licht opvangt. Zelfs wanneer de belichting hetzelfde is, zullen de beelden
verschillen afhankelijk van de ISO-gevoeligheid.
Om de ISO-gevoeligheid aan te passen, raadpleegt u pagina 47.
Hoge ISO-gevoeligheid
Neemt een helder beeld op, zelfs op donkere plaatsen, door een kortere
sluitertijd in te stellen om onderwerpbeweging tegen te gaan.
Het beeld wordt echter korrelig.
Lage ISO-gevoeligheid
Neemt een vloeiender beeld op.
Echter, als de belichting onvoldoende is, kan het beeld donkerder worden.
Kleur
Over het effect van de lichtbron
De natuurlijke kleur van het onderwerp wordt beïnvloed door de belichtingsomstandigheden.
Voorbeeld: De kleur van een beeld wordt beïnvloed door de lichtbronnen
Weer/lichtbron
Eigenschappen van
het licht
Daglicht
Bewolkt
Fluorescerend
Gloeilamp
Wit (standaard)
Blauwachtig
Groengetint
Roodachtig
In de automatische instelfunctie worden de kleurtinten automatisch ingesteld.
U kunt de kleurtinten echter ook handmatig instellen met [Witbalans] (pagina 51).
10
Basistechnieken voor betere beelden
Kwaliteit Over "beeldkwaliteit" en "beeldformaat"
Een digitaal beeld is samengesteld uit een groot aantal kleine puntjes, genaamd pixels.
Als een beeld uit veel pixels bestaat, zal het beeld groot zijn, meer geheugenruimte in beslag
nemen, en met scherpe details worden weergegeven. Het "Beeldformaat" wordt aangegeven
met het aantal pixels. Ondanks dat u op het scherm van de camera het verschil niet kunt zien,
verschillen de kleine details en de verwerkingstijd wanneer het beeld wordt afgedrukt of
weergegeven op een computerscherm.
Beschrijving van de pixels en het beeldformaat
1 Beeldformaat: 12M
4000 pixels × 3000 pixels = 12.000.000 pixels
2 Beeldformaat: VGA
640 pixels × 480 pixels = 307.200 pixels
Pixels
Het gewenste beeldformaat selecteren (pagina 12)
Pixel
Veel pixels (Hoge
beeldkwaliteit en
groot bestand)
Weinig pixels (Lage
beeldkwaliteit en klein
bestand)
Voorbeeld: Afdrukken
tot max. A3+-formaat
Voorbeeld: Beeld
versturen als bijlage
bij e-mailberichten
11
Basistechnieken voor betere beelden
De standaardinstellingen worden aangegeven met
.
Beeldformaat
Aanwijzingen voor gebruik
Aantal beelden
12M
(4000×3000)
Voor afdrukken tot A3+
3:2(11M)*1
(4000×2672)
Opnemen met beeldverhouding
3:2
8M
(3264×2448)
Voor afdrukken tot max. A3formaat
5M
(2592×1944)
Voor afdrukken tot A4
3M
(2048×1536)
Voor afdrukken tot 10×15 cm
of 13×18 cm
VGA
(640×480)
Opnemen op een klein
beeldformaat voor emailbijlagen
16:9(9M)*2
(4000×2248)
Weergeven op een HDTV en
afdrukken tot A4
16:9(2M)*2
(1920×1080)
Weergeven op een HDTV
Afdrukken
Minder
Fijn
Meer
Grof
Minder
Fijn
Meer
Grof
*1)
De beelden worden opgenomen met een beeldverhouding 3:2, net als afgedrukte foto’s, ansichtkaarten,
enz.
*2) Beide randen van het beeld kunnen worden afgesneden tijdens het afdrukken (pagina 120).
Videoformaat
Frames/seconde
Aanwijzingen voor gebruik
640(Fijn) (640×480)
Ong. 30
Bewegende beelden in hoge kwaliteit
opnemen voor weergeven op een televisie
640(Standaard)
(640×480)
Ong. 17
Bewegende beelden in standaardkwaliteit
opnemen voor weergeven op een televisie
320 (320×240)
Ong. 8
Opnemen op klein beeldformaat voor emailbijlagen
• Hoe groter het beeldformaat, hoe hoger de beeldkwaliteit.
• Hoe hoger het aantal frames per seconde, hoe vloeiender het weergavebeeld.
12
Basistechnieken voor betere beelden
Flitser
Over het gebruik van de flitser
De ogen van het onderwerp kunnen in het beeld rood zijn, of wazige, witte, ronde vlekken
kunnen in het beeld verschijnen. Dit fenomeen kan worden tegengegaan door de volgende
stappen te nemen.
Het "rode-ogeneffect"
Pupillen worden groter in een donkere omgeving. Het flitslicht wordt gereflecteerd door de
bloedvaten op de achterkant van het oog (het netvlies) waardoor het "rode-ogeneffect"
optreedt.
Camera
Oog
Netvlies
Hoe kunt u het "rode-ogeneffect" verminderen?
• Stel [Rode-ogeneffect] in op [Aan] (pagina 54).
• Selecteer
(Hoge gevoeligheid)* als de scènekeuzefunctie (pagina 28). (De flitser wordt automatisch
uitgeschakeld.)
• Als de ogen van het onderwerp in het beeld rood zijn, corrigeert u het beeld met behulp van [Bijwerken]
in het weergavemenu (pagina 60) of met behulp van het bijgeleverde softwareprogramma "PMB".
De "witte, ronde vlekken"
Dit wordt veroorzaakt door deeltjes (stof, pollen, enz.) die dichtbij de lens zweven. Wanneer
deze worden belicht door het flitslicht van de camera, worden ze zichtbaar als witte, ronde
vlekken.
Camera
Onderwerp
Deeltjes (stof,
pollen, enz.)
in de lucht
Hoe kunt u de "witte, ronde vlekken" tegengaan?
• Verlicht het vertrek en neem het onderwerp zonder flitser op.
• Selecteer
(Hoge gevoeligheid)* als de scènekeuzefunctie. (De flitser wordt automatisch
uitgeschakeld.)
* Ondanks dat u
(Hoge gevoeligheid) hebt geselecteerd als de scènekeuzefunctie, kan de sluitertijd
langer zijn bij zwakke belichting of op donkere plaatsen. In dergelijke gevallen gebruikt u een statief of
houdt u uw armen stevig tegen uw zij gedrukt nadat u op de ontspanknop hebt gedrukt.
13
Plaats van de onderdelen
Nadere bijzonderheden over de bediening
vindt u op de tussen haakjes vermelde
pagina’s.
A ON/OFF (POWER)-toets
B Ontspanknop (23)
C ON/OFF (POWER)-lampje
D Flitser (25)
E Lens
F Luidspreker
G Microfoon
H Zelfontspannerlampje (26)/Lachsluiterlamp (30)/AF-verlichting (79)
A LCD-scherm (20)
B
(weergave-)toets (32)
C MENU (
)-toets (38)
D Voor opnemen: W/T-zoomknop (25)
Voor weergeven:
(weergavezoom)toets/
(index-)toets (32, 33)
E Functiekeuzeknop (22)
F Oog voor polsriem
G Besturingstoets
Menu inschakelen: v/V/b/B/z (38)
Menu uitschakelen: DISP/ / / (20,
25, 26)
H HOME-toets (36)
14
Plaats van de onderdelen
I Multifunctionele aansluiting
(onderkant)
Wordt gebruikt in de volgende situaties:
• Bij het tot stand brengen van een USBverbinding tussen de camera en de
computer.
• Bij het aansluiten op de audio/videoingangsaansluitingen van de televisie.
• Bij het aansluiten op een PictBridgecompatibele printer.
J Schroefgat voor statief (onderkant)
• Gebruik een statief met een schroef van
minder dan 5,5 mm lang. Als de schroef te
lang is, kunt u de camera niet stevig
bevestigen en kan de camera worden
beschadigd.
K Accu/"Memory Stick Duo"-deksel
(onderkant)
L Accu-insteekgleuf
M Gleuf voor de "Memory Stick Duo"
N Toegangslampje
O Accu-uitwerphendel
15
Indicators op het scherm
Iedere keer wanneer u op v (DISP) op de
besturingsknop drukt, verandert het scherm
(pagina 20).
Nadere bijzonderheden over de bediening
vindt u op de tussen haakjes vermelde
pagina’s.
Bij opname van stilstaande beelden
Indicator
Betekenis
Functiekeuzeknop/Menu
(Scènekeuze) (27)
•
(SteadyShot) functie is
alleen beschikbaar voor
DSC-W210/W215.
Functiekeuzeknop (Autom.
Programma) (22)
Witbalans (51, 53)
Burst-functie/Bracketfunctie (44)
Lichtmeetfunctie (48)
Gezichtsherkenning (42)/
Lach-herkenning (43)
• De indicators worden niet allemaal afgebeeld in
de eenvoudig-opnemen-functie.
SteadyShot (alleen
DSC-W220) (56)
Bij opname van bewegende beelden
• Als in de
standaardinstelling de
ontspanknop tot halverwege
wordt ingedrukt, wordt één
van deze indicators
afgebeeld, afhankelijk van
de instelling van
SteadyShot.
DRO (55)
Trillingswaarschuwing
A
Indicator
Betekenis
Resterende acculading
Waarschuwing voor
zwakke accu (123)
Beeldformaat (41)
16
• Geeft aan dat trillingen
kunnen verhinderen dat de
beelden scherp worden
opgenomen als gevolg van
onvoldoende belichting.
Zelfs als de
trillingswaarschuwing
wordt afgebeeld, kunt u
toch het beeld opnemen.
Wij adviseren u echter de
antiwaasfunctie te
selecteren, de flitser te
gebruiken om een betere
belichting te verkrijgen, of
een statief te gebruiken om
de camera te stabiliseren
(pagina 8).
Indicators op het scherm
Indicator
Betekenis
Lachherkenningsgevoeligheidindicator/aantal beelden
(30)
C
Indicator
Betekenis
Opnamemap (71)
• Dit wordt niet afgebeeld
wanneer het interne
geheugen wordt gebruikt.
96
Aantal opneembare beelden
Opnamemedium
("Memory Stick Duo",
intern geheugen)
Zoomvergroting (25, 80)
00:25:05
Kleurfunctie (55)
Opneembare tijd
(uren : minuten : seconden)
Scèneherkenning (45)
B
AF-verlicht. (79)
Indicator
Betekenis
Rode-ogeneffect (54)
z
AE/AFvergrendelingsindicator
Flitsfunctie (25)
Opladen flitser
(24)
OPNMN.
Standby
Standby/opnemen van
bewegende beelden
ISO400
ISO-nummer (47)
NR lange-sluitertijd
• Als de sluitertijd onder
zwakke belichting langer
wordt dan een bepaalde
tijdsduur, treedt
automatische NR
(ruisonderdrukking) langesluitertijdfunctie in werking
om de beeldruis te
verminderen.
125
Sluitertijd
F3.5
Diafragmawaarde
+2.0EV
Belichtingswaarde (46)
0:12
Tijdstip van opname
(minuten : seconden)
Conversielens (81)
D
Indicator
Betekenis
Zelfontspanner (26)
C:32:00
Zelfdiagnosefunctie (123)
Dradenkruis van de
lichtmeting (48)
AF-bereikzoekerframe (49)
Histogram (20)
Indicator van AFbereikzoekerframe (49)
1,0m
Semi-handmatige waarde
(50)
Macro (25)
17
Indicators op het scherm
Bij weergave van stilstaande beelden
A
Indicator
Betekenis
Resterende acculading
Waarschuwing voor
zwakke accu (123)
Beeldformaat (41)
Beveiligen (66)
Bij weergave van bewegende beelden
VOL.
Volumeniveau (32)
Afdrukmarkering (DPOF)
(109)
PictBridge-aansluiting
(106)
Zoomvergroting (32)
PictBridge-aansluiting
(108)
• Koppel de kabel voor de
multifunctionele aansluiting
niet los terwijl het
pictogram wordt afgebeeld.
B
Indicator
N
Betekenis
Normaal weergeven (32)
Weergavebalk
0:00:12
Teller
101-0012
Map-bestandsnummer (68)
2009 1 1
9:30 AM
Opgenomen datum/tijd van
het weergavebeeld
z STOP
z PLAY
Functiegids voor het
weergeven van beelden
BACK/
NEXT
Beelden selecteren
V VOLUME
Het volumeniveau instellen
Histogram (20)
•
18
wordt afgebeeld
wanneer het histogram is
uitgeschakeld.
Indicators op het scherm
C
Indicator
Betekenis
Weergavemap (68)
• Dit wordt niet afgebeeld
wanneer het interne
geheugen wordt gebruikt.
8/8 12/12
Beeldnummer/aantal
beelden opgenomen in de
gekozen map
Weergavemedium
("Memory Stick Duo",
intern geheugen)
Map veranderen (68)
• Dit wordt niet afgebeeld
wanneer het interne
geheugen wordt gebruikt.
Lichtmeetfunctie (48)
Flitser
Witbalans (51)
C:32:00
Zelfdiagnosefunctie (123)
ISO400
ISO (47)-nummer
+2.0EV
Belichtingswaarde (46)
500
Sluitertijd
F3.5
Diafragmawaarde
19
Het scherm veranderen
v (DISP)
(schermweergave-)
toets
Iedere keer wanneer u op v (DISP) op de
besturingsknop drukt, verandert het scherm
als volgt:
Indicators aan
Indicators aan*
• Als u de beelden in helder licht buiten wilt
bekijken, moet u de helderheid van de LCDachterverlichting hoog instellen.
Echter, bij deze instelling wordt de acculading
sneller verbruikt.
• Het histogram wordt in de volgende gevallen
niet afgebeeld:
Tijdens het opnemen, wanneer
– het menu wordt afgebeeld.
– bewegende beelden worden opgenomen.
Tijdens het weergeven, wanneer
– het menu wordt afgebeeld.
– de camera in de indexweergavefunctie staat.
– u de weergavezoom gebruikt.
– u stilstaande beelden roteert.
– bewegende beelden worden weergegeven.
• Er kan een groot verschil optreden tussen de
histogrammen die worden afgebeeld tijdens het
opnemen en tijdens het weergeven, wanneer:
– de flitser afgaat.
– de sluitertijd lang of kort is.
• Het histogram wordt misschien niet afgebeeld
voor beelden opgenomen op andere camera’s.
z De EV (Belichtingswaarde) aanpassen
door een histogram af te beelden
A
Histogram aan*
Tijdens weergave
wordt de
beeldinformatie
afgebeeld.
Histogramscherm
Indicators uit*
B
Donker
Helder
Een histogram is een grafiek die de
helderheid van een beeld weergeeft. Druk
herhaaldelijk op v (DISP) op de
besturingsknop om het histogram op het
scherm af te beelden. De grafiek duidt op
een helder beeld wanneer de rechterkant
ervan hoog is, en op een donker beeld
wanneer de linkerkant ervan hoog is.
A Aantal pixels
B Helderheid
* De LCD-achterverlichting wordt helderder.
20
• Het histogram kan tevens worden afgebeeld bij
weergave van een enkelbeeld, doch u kunt de
belichting hiervan niet instellen.
Het interne geheugen gebruiken
De camera heeft een intern geheugen van ongeveer 15 MB. Dit geheugen kan niet uit de
camera worden verwijderd. Zelfs als geen "Memory Stick Duo" in de camera is geplaatst, kunt
u beelden opnemen in dit interne geheugen.
• Bewegende beelden met beeldformaat [640(Fijn)] kunnen niet worden opgenomen in het interne
geheugen.
Als een "Memory Stick Duo" is geplaatst
[Opnemen]: De beelden worden op de "Memory Stick
Duo" opgenomen.
[Normaal weergeven]: De beelden op de "Memory
Stick Duo" worden weergegeven.
[Menu, Instellingen, enz.]: Diverse functies kunnen
worden toegepast op de beelden op de "Memory Stick
Duo".
B
Als geen "Memory Stick Duo" is geplaatst
B
Intern
geheugen
[Opnemen]: De beelden worden in het interne geheugen
opgenomen.
[Normaal weergeven]: De beelden die in het interne
geheugen zijn opgeslagen worden weergegeven.
[Menu, Instellingen, enz.]: Diverse functies kunnen
worden toegepast op de beelden die in het interne
geheugen zijn opgeslagen.
Over beeldgegevens die in het interne geheugen zijn opgeslagen
Wij adviseren u altijd een reservekopie (back-up) te maken van de beeldgegevens met behulp
van een van de onderstaande methoden.
Een reservekopie (back-up) maken op een "Memory Stick Duo"
Bereid een "Memory Stick Duo" voor met voldoende vrije geheugencapaciteit en volg
vervolgens de procedure beschreven onder [Kopiëren] (pagina 72).
Een reservekopie (back-up) maken op de vaste schijf van de computer
Volg de procedure op pagina’s 93 of 97 zonder dat een "Memory Stick Duo" in de camera is
geplaatst.
• U kunt beeldgegevens op een "Memory Stick Duo" niet kopiëren naar het interne geheugen.
• Door de camera aan te sluiten op een computer met behulp van de kabel voor de multifunctionele
aansluiting, kunt u de beeldgegevens die in het interne geheugen zijn opgeslagen kopiëren naar een
computer. U kunt beeldgegevens echter niet kopiëren van de computer naar het interne geheugen.
21
Basisbedieningen
De functiekeuzeknop gebruiken
Zet de functiekeuzeknop op de gewenste functie.
Functiekeuzeknop
:
Automatische instelfunctie
Voor opnemen met automatisch gemaakte instellingen. t pagina 23
:
Eenvoudig-opnemen-functie
Voor opnemen van stilstaande beelden met minimaal benodigde functies
en gemakkelijk af te lezen indicators. t pagina 24
:
Automatische programmafunctie*
Hiermee kunt u opnemen met automatisch ingestelde belichting (zowel de
sluitertijd als de diafragmawaarde).
:
Bewegende beeldn
Voor opnemen van bewegende beelden met geluid. t pagina 23
/
/
/
/
/
/SCN: Scènekeuzefunctie
(SteadyShot) functie is alleen beschikbaar voor DSC-W210/W215.
Voor opnemen met vooraf gemaakte instellingen, afhankelijk van de scène.
U kunt de volgende functies selecteren wanneer de functieknop in de stand
SCN staat.
, ,
, , ,
(DSC-W220) t pagina 27
, , ,
, , ,
(DSC-W210/W215) t pagina 27
* U kunt diverse instellingen selecteren met behulp van het menu. (Voor verdere informatie over de
beschikbare functies t pagina 39)
22
Beelden opnemen (automatische instelfunctie)
Ontspanknop
Luidspreker
Macrotoets
DISP-toets
Flitsertoets
W/T-zoomknop
Functiekeuzeknop
Zelfontspannertoets
z toets
Basisbedieningen
MENU-toets
v/V/b/B toets
Besturingstoets
1 Selecteer de gewenste functie met behulp van de functiekeuzeknop.
Bij opname van stilstaande beelden (automatische instelfunctie): Selecteer
Bij opname van bewegende beelden: Selecteer
.
.
2 Houd de camera vast met uw ellebogen tegen uw lichaam gedrukt om stevig
te staan.
Plaats het onderwerp
in het midden van het
scherpstellingsframe.
Bedek de luidspreker
niet met uw vinger.
23
Beelden opnemen (automatische instelfunctie)
3 Neem op met de ontspanknop.
Bij opname van stilstaande beelden:
1Houd de ontspanknop tot halverwege ingedrukt om scherp te stellen.
De z (AE/AF-vergrendelings-)indicator knippert (groen), een pieptoon klinkt, de indicator stopt
met knipperen en blijft aan.
AE/AF-vergrendelingsindicator
2Druk de ontspanknop helemaal in.
Bij opname van bewegende beelden:
Druk de ontspanknop helemaal in.
Om met het opnemen te stoppen, drukt u de ontspanknop nogmaals helemaal in.
Een stilstaand beeld opnemen van een onderwerp waarop moeilijk scherpgesteld kan
worden
• De minimale opnameafstand is ongeveer 4 cm (W-kant) of 50 cm (T-kant) (vanaf de lens).
• Als de camera niet automatisch op het onderwerp kan scherpstellen, verandert de AE/AFvergrendelingsindicator naar langzaam knipperen en klinkt geen pieptoon. Bovendien gaat het AFbereikzoekerframe uit. Stel het beeld opnieuw samen en stel opnieuw scherp.
In de volgende situaties kan het moeilijk zijn scherp te stellen:
–
–
–
–
–
–
Als het donker is en het onderwerp ver weg is.
Als het contrast tussen het onderwerp en de achtergrond slecht is.
Als het onderwerp door glas wordt opgenomen.
Als het onderwerp snel beweegt.
Bij reflecterend licht of glimmende oppervlakken.
Als het onderwerp van achteren wordt belicht of als er een zwaailicht in de buurt is.
De eenvoudig-opnemen-functie gebruiken
Zet de functiekeuzeknop in de stand
.
De tekst wordt groter en de indicators zijn gemakkelijker te zien. De camera neemt op met de
optimale instellingen, zodat u alleen de instellingen Beeldformaat (Groot/Klein) (pagina 41),
Flitser (Autom./Uit) (pagina 42) en Zelfontspanner (10 sec/uit) kunt veranderen.
• De acculading wordt sneller verbruikt omdat de helderheid van de LCD-achterverlichting automatisch
wordt verhoogd.
24
Beelden opnemen (automatische instelfunctie)
W/T De zoom W/T-gebruiken
Druk op T om in te zoomen en druk op W om uit te zoomen.
• Als de zoomvergroting hoger is dan 4×, gebruikt de camera de digitale-zoomfunctie.
Voor informatie over de [Digitale zoom]-instellingen en de beeldkwaliteit, zie pagina 80.
• U kunt de zoomvergrotingsfactor niet veranderen tijdens het opnemen van bewegende beelden.
Flitser (een flitsfunctie selecteren voor stilstaande beelden)
Druk herhaaldelijk op B ( ) op de besturingsknop totdat de gewenste functie is geselecteerd.
Basisbedieningen
(Geen indicator): De flitser werkt volautomatisch
De flitser gaat af wanneer er onvoldoende licht of achterverlichting is (standaardinstelling).
: Altijd flitsen
: Langzame synchro (altijd flitsen)
Op donkere plaatsen is de sluitertijd lang om de achtergrond die buiten het bereik van het flitslicht valt
toch helder op te nemen.
: Niet flitsen
• De flitser gaat tweemaal af. De eerste keer is om de lichthoeveelheid in te stellen.
• Tijdens het opladen van de flitser wordt
afgebeeld.
Macro (Een close-up opnemen)
Druk herhaaldelijk op b (
) op de besturingsknop totdat de gewenste functie is geselecteerd.
(Geen indicator): Autom.
De camera stelt automatisch scherp van ver verwijderde onderwerpen tot close-ups.
Zet de camera normaal gesproken in deze functie.
: Macro aan
De camera stelt scherp met voorrang op onderwerpen dichtbij. Schakel de macrofunctie in wanneer u
onderwerpen dichtbij opneemt.
• De snelheid van de automatische scherpstelling is lager bij het scherpstellen in de macrofunctie.
• Wij adviseren de zoom in te stellen op de uiterste groothoekstand (W).
25
Beelden opnemen (automatische instelfunctie)
De zelfontspanner gebruiken
Druk herhaaldelijk op V (
) op de besturingsknop totdat de gewenste functie is geselecteerd.
(Geen indicator): Zelfontspanner buiten gebruik
: Zelfontspanner instellen op een vertraging van 10 seconden
: Zelfontspanner instellen op een vertraging van 2 seconden
Als u op de ontspanknop drukt, knippert het zelfontspannerlampje en klinkt een pieptoon
totdat de sluiter wordt ontspannen.
Zelfontspannerlampje
Druk nogmaals op V (
) om te annuleren.
• Gebruik de zelfontspanner met een vertraging van 2 seconden om wazige beelden te
voorkomen. 2 seconden nadat u op de ontspanknop hebt gedrukt wordt de sluiter
ontspannen, waardoor camerabeweging als gevolg van het drukken op de ontspanknop
wordt verminderd.
• In de eenvoudig-opnemen-functie kunt u alleen
(10 sec) of
(uit) selecteren.
26
Opnemen van stilstaande beelden (Scènekeuze)
Ontspanknop
z toets
v/V/b/B toets
Besturingstoets
Functiekeuzeknop
Selecteer de functie met de functiekeuzeknop
Basisbedieningen
MENU-toets
1 Selecteer de gewenste stand van de scènekeuzefunctie met de
functiekeuzeknop.
2 Neem op met de ontspanknop.
Selecteer de functie van SCN.
1 Selecteer SCN met de functiekeuzeknop.
2 Druk op de MENU-toets en selecteer de functie met v/V/b/B op de
besturingsknop (pagina 41).
3 Neem op met de ontspanknop.
• Voor informatie over de functie, zie de volgende pagina.
De scènekeuzefunctie annuleren
Zet de Functiekeuzeknop in een andere stand dan de scènekeuzefunctie.
27
Opnemen van stilstaande beelden (Scènekeuze)
Scènekeuzefuncties
De volgende functies zijn vooraf ingesteld overeenkomstig veelvoorkomende
scèneomstandigheden.
Lach-sluiter
Wanneer de camera een lachende
mond herkent, kunt u hiermee de
sluiter automatisch ontspannen.
Voor verdere informatie, zie
pagina 30.
Hoge gevoeligheid
Hiermee kunt u beelden opnemen
zonder flitser onder zwakke
belichting met minder wazigheid.
Schemer-portret*
Hiermee kunt u scherpe beelden
opnemen van mensen met een
nachtscène in de achtergrond
zonder de atmosfeer geweld aan te
doen.
Schemer*
Hiermee kunt u nachtscènes van
veraf opnemen met behoud van de
donkere atmosfeer van de
omgeving.
Voedsel
SteadyShot (alleen
DSC-W210/W215)
Hiermee kunt u beelden duidelijk
en minder wazig opnemen.
Schakelt over naar de
macrofunctie zodat u opnamen
van voedsel kunt maken met
verrukkelijke kleuren.
Strand
Hiermee kunt u de blauwe kleur
van het water helder vastleggen
bij het opnemen van zee- en
waterscènes.
Sneeuw
Soft Snap
Hiermee kunt u beelden opnemen
in een zachtere sfeer voor
portretopnamen, bloemen, enz.
Landschap
Hiermee kunt u alleen
scherpstellen op een onderwerp
ver weg voor het opnemen van
landschappen, enz.
Hiermee kunt u scherpe beelden
opnemen en ingezakte kleuren
voorkomen in sneeuwscènes of op
ander plaatsen waarbij het hele
scherm wit lijkt.
Vuurwerk*
Hiermee kunt u vuurwerkscènes
opnemen in al hun pracht.
Onderwater
Hiermee kunt u onderwater
opnemen met natuurlijke kleuren
bij gebruik van een waterdichte
behuizing.
* Wanneer u beelden opneemt in de stand
(Schemer-portret), (Schemer) of
(Vuurwerk), wordt de
sluitertijd langer en het beeld vaak wazig, zodat het gebruik van een statief wordt aanbevolen.
28
Opnemen van stilstaande beelden (Scènekeuze)
Functies die u kunt gebruiken in een scènekeuzefunctie
Om afhankelijk van de scène, het beeld op de juiste wijze op te nemen, bepaalt de camera de
meest geschikte combinatie van functie-instellingen. geeft aan dat een functie beschikbaar
is, en — geeft aan dat een functie niet beschikbaar is.
Sommige functies kunnen niet worden ingesteld, afhankelijk van de gekozen
scènekeuzefunctie.
Macro
—
Gezichtsherkenning
/
*2
—
—
/
—
—
—
/
/
/
—
—
Lach-herkenning
—
—
—
—
—
—
—
—
—
—
—
Lachherkenn.gevoeligheid
—
—
—
—
—
—
—
—
—
—
—
—
—
—
—
—
—
—
Burst/Bracket
—
Witbalans
—
Rode-ogeneffect
—
Zelfontspanner
—
*1
—
—
—
—
—
—
—
Basisbedieningen
Flitser
—
—
—
—
*3
—
—
*1) [Flitser] kan niet worden geselecteerd voor [Witbalans].
*2) [Uit] kan niet worden geselecteerd voor [Gezichtsherkenning].
*3) U kunt [Witbalans onderwater] gebruiken in plaats van [Witbalans].
•
(SteadyShot) functie is alleen beschikbaar voor DSC-W210/W215.
29
Opnemen van stilstaande beelden (Scènekeuze)
Opnemen in de lach-sluiterfunctie
Wanneer de camera een lachende mond herkent, kunt u hiermee de sluiter automatisch
ontspannen.
1 Selecteer
(Lach-sluiter) met de functiekeuzeknop.
2 Richt de camera op het onderwerp en druk de ontspanknop tot halverwege in om scherp te
stellen.
3 Druk de ontspanknop helemaal in om de lach-herkenningsfunctie te gebruiken.
De lach-herkenningsfunctie staat standby.
Lach-herkenningsindicator/aantal beelden
Lach-herkenningskader (oranje)
Lach-herkenningsgevoeligheidindicator
4 Wacht terwijl een lach wordt herkend.
Wanneer het lachniveau hoger wordt dan het b niveau op de indicator, neemt de camera
de beelden automatisch maximaal zes op. Druk de ontspanknop nogmaals helemaal in om
de lach-herkenningsfunctie te verlaten.
• Het opnemen in de lach-herkenningsfunctie wordt automatisch beëindigd wanneer de "Memory Stick
Duo" of het interne geheugen vol raakt, of wanneer zes beelden zijn opgenomen.
• U kunt het onderwerp selecteren dat voorrang heeft bij de lach-herkenning met [Lach-herkenning]
(pagina 43).
• Als geen lach wordt herkend, stelt u het [Lach-herkenn.gevoeligheid] in (pagina 43).
• U kunt de camera het beeld automatisch laten opnemen zodra een persoon binnen het
lachherkenningskader (oranje) lacht nadat de ontspanknop helemaal is ingedrukt.
• Het is mogelijk dat het beeld niet scherpgesteld is als de afstand tussen de camera en het onderwerp is
veranderd nadat de ontspanknop helemaal werd ingedrukt. Het is mogelijk dat geen geschikte belichting
kan worden verkregen als de helderheid van de omgeving is veranderd.
• Het is mogelijk dat een gezicht niet goed wordt herkend wanneer:
– Het te donker of te helder is.
– Een gezicht gedeeltelijk verborgen is achter een zonnebril, masker, hoofddeksel, enz.
– De onderwerpen niet naar de camera kijken.
• Het is mogelijk dat een lach niet goed wordt herkend, afhankelijk van de omstandigheden.
• U kunt de digitale-zoomfunctie niet gebruiken.
• U kunt de zoomvergroting niet veranderen wanneer de lach-herkenningsfunctie standby staat.
30
Opnemen van stilstaande beelden (Scènekeuze)
z Tips voor het goed herkennen van een lachende mond
Basisbedieningen
1 Bedek de ogen niet met uw pony.
2 Probeer het gezicht naar de camera te richten en kijk recht vooruit. Het herkenningspercentage zal
hoger zijn wanneer de ogen iets toegeknepen zijn.
3 Lach duidelijk en met een open mond. De lach is gemakkelijker te herkennen wanneer de tanden
zichtbaar zijn.
31
Beelden bekijken
(weergavezoom-)toets
(index-)toets
z toets
v/V/b/B toets
(weergave-)toets
Besturingstoets
MENU-toets
HOME-toets
1 Druk op
(weergave-)toets.
• Als u op de
(weergave-)toets drukt terwijl de camera is uitgeschakeld, wordt de camera
automatisch ingeschakeld en ingesteld op de weergavefunctie. Om over te schakelen naar de
opnamefunctie, drukt u nogmaals op de
(weergave-)toets.
2 Selecteer een beeld met b/B op de besturingsknop.
Bewegend beeld:
Druk op z om bewegende beelden weer te geven. (Druk nogmaals op z om de weergave
te stoppen.)
Druk op B om vooruit te spoelen, of op b om achteruit te spoelen. (Druk op z om terug te
keren naar de normale weergave.)
Druk op V om het volumeregelingsscherm af te beelden, en druk daarna op b/B om het
volumeniveau in te stellen.
• Bewegende beelden met beeldformaat [320] worden op een kleiner formaat weergegeven.
Een beeld vergroot weergeven (weergavezoom)
Druk op (T) terwijl een stilstaand beeld wordt weergegeven.
Om uit te zoomen, drukt u op W.
Selecteert het vergrote gebied met v/V/b/B.
Om de weergavezoomfunctie te annuleren, drukt u op z.
Geeft het weergegeven gebied aan binnen het
volledige beeld
In dit geval wordt het midden vergroot.
• Om een vergroot beeld op te slaan, zie [Trimmen] (pagina 61).
32
Beelden bekijken
Een indexweergavescherm weergeven
Druk op
(Index) om het indexscherm af te beelden terwijl een enkel beeld wordt
weergegeven.
Selecteert een beeld met v/V/b/B.
Druk op z om terug te keren naar het enkelbeeldscherm.
Beeldindex] te selecteren bij
(Beelden bekijken) op het HOME-scherm.
• Iedere keer wanneer u op
(Index) drukt, wordt het aantal beelden op het
indexweergavescherm hoger.
• Bij gebruik van een "Memory Stick Duo", waarop meerdere mappen staat, selecteert u de
mapkeuzebalk met b, en selecteert u daarna de gewenste map met v/V.
Basisbedieningen
• U kunt het indexweergavescherm ook afbeelden door [
Mapkeuzebalk
33
Beelden wissen
(index-)toets
(weergave-)toets
z toets
v/V/b/B toets
MENU ( )-toets
Besturingstoets
1 Druk op
(weergave-)toets.
2 Druk op de MENU (
)-toets tijdens weergave in de
enkelbeeldweergavefunctie of indexweergavefunctie.
3 Selecteer
(Wissen) met v/V op de besturingsknop.
4 Selecteer de gewenste verwijderingsmethode met b/B uit [Dit beeld],
[Meerdere beelden] en [Alle in deze map], en druk daarna op z.
• Het afgebeelde onderdeel verschilt afhankelijk van de geselecteerde weergavefunctie
(enkelbeeldweergavefunctie of indexweergavefunctie).
34
Beelden wissen
Als u [Dit beeld] selecteert
U kunt het geselecteerde beeld wissen.
Selecteer [OK] met v en druk daarna op z.
Als u [Meerdere beelden] selecteert
U kunt meerdere beelden tegelijkertijd selecteren en wissen.
1 Selecteer de beelden die u wilt wissen, en druk daarna op z.
De markering
wordt afgebeeld in het selectievakje van het beeld.
Indexweergave
Basisbedieningen
Enkelbeeldweergave
2 Druk op de MENU ( )-toets.
3 Selecteer [OK] met v en druk daarna op z.
• U kunt ook alle beelden in een map wissen nadat u [Meerdere beelden] hebt geselecteerd op
het indexweergavescherm. Selecteer de mapkeuzebalk met b en breng een markering
aan op de map.
Als u [Alle in deze map] selecteert
U kunt alle beelden in een geselecteerde map wissen.
Selecteer [OK] met v en druk daarna op z.
35
Meer informatie over de verschillende functies –
HOME/Menu
Het HOME-scherm gebruiken
Het HOME-scherm is het beginscherm voor alle functies van de camera en kan worden
opgeroepen ongeacht de ingestelde (opname-/weergave-)functie.
Besturingstoets
z toets
v/V/b/B toets
HOME-toets
1 Druk op de HOME-toets om het HOME-scherm af te beelden.
Categorie
Onderdeel
Gids
2 Selecteer een categorie met b/B op de besturingsknop.
3 Selecteer een onderdeel met v/V, en druk daarna op z.
• U kunt het HOME-scherm niet afbeelden terwijl een PictBridge-verbinding of een USB-
verbinding bestaat.
• De camera wordt in de opname- of weergavefunctie gezet door nogmaals op de HOME-toets
te drukken.
36
Meer informatie over de verschillende functies – HOME/Menu
HOME-scherm
Door op de HOME-toets te drukken, worden de volgende onderdelen afgebeeld. Alleen de
beschikbare menuonderdelen worden op het scherm afgebeeld. Informatie over de onderdelen
wordt op het scherm afgebeeld door de gids.
Categorieën
Opnemen*1
Opnemen (pagina 22)
Enkelbeeld
Beeldindex
Diavoorstelling
Diavoorstelling (pagina 57)
Muziek-tool (pagina 101)
Downl. muz.
Afdrukken
Geheugen beheren
Format. muz.
Basisbedieningen
Beelden bekijken
Onderdelen
Afdrukken (pagina 106)
Geheugen-tool
Memory Stick-tool (pagina 71)
Formatteren
Opnamemap maken
Opnamemap wijz.
Kopiëren
Intern geheugen-tool (pagina 74)
Formatteren
Instellingen
Hoofdinstellingen
Hoofdinstellingen 1 (pagina 75)
Pieptoon
Functiegids
Initialiseren
Demo Lach-sluiter
Hoofdinstellingen 2 (pagina 77)
USB-aansluiting
COMPONENT
Video-uit
Breed-zoombeeld
Opname-instellingn
Opname-instellingen 1 (pagina 79)
AF-verlicht.
Stramienlijn
AF-functie
Digitale zoom
Conversielens
Opname-instellingen 2 (pagina 82)
Autom. Oriëntatie*2
Auto Review
Klokinstellingen (pagina 83)
Language Setting (pagina 84)
*1 De opnamefunctie die met de functiekeuzeknop is geselecteerd wordt gebruikt.
*2 alleen DSC-W220.
37
Meer informatie over de verschillende functies – HOME/Menu
De menuonderdelen gebruiken
z toets
v/V/b/B toets
MENU-toets
Besturingstoets
1 Druk op de MENU-toets om het menu af te beelden.
Functiegids
Als u [Functiegids] instelt op [Uit] wordt de
functiegids uitgeschakeld (pagina 75).
• Het menu wordt alleen afgebeeld tijdens de opname- en weergavefuncties.
• Afhankelijk van de geselecteerde functie worden andere onderdelen afgebeeld.
2 Selecteer het gewenste onderdeel met v/V op de besturingsknop.
• Als het gewenste onderdeel verborgen is, blijft u op v/V drukken totdat het onderdeel op het scherm
wordt afgebeeld.
3 Selecteer een instelling met b/B.
• Als de gewenste instelling verborgen is, blijft u op b/B drukken totdat de instelling op het scherm
wordt afgebeeld.
• In de weergavefunctie, selecteert u en instelling en druk op z.
4 Druk op de MENU-toets om het menu te verlaten.
38
Menuonderdelen
De beschikbare menuonderdelen verschillen afhankelijk van de ingestelde functie (opnemen/
weergeven) en de stand van de functiekeuzeknop in de opnamefunctie. Alleen de beschikbare
menuonderdelen worden op het scherm afgebeeld.
(
Stand van functiekeuzeknop:
: beschikbaar)
Scène
Menu voor opnemen (pagina 41)
—
—
Beeldformaat
Flitser
Lachherkenn.gevoeligheid
*1
—
Gezichtsherkenning
Lach-herkenning
*2
—
—
*1
—
—
—
—
*2
—
—
—
*2
—
—
2
*
—
*2
—
—
Opn.functie
—
Scèneherkenning
—
EV
—
—
—
—
—
—
Basisbedieningen
Scènekeuze
—
ISO
—
—
—
Lichtmeetfunctie
—
—
—
Scherpstellen
—
—
—
Witbalans
—
—
Witbalans onderwater
—
—
Flitsniveau
—
—
Rode-ogeneffect
*2
—
—
*2
—
—
—
DRO
—
—
—
Kleurfunctie
—
—
—
SteadyShot
(alleen DSC-W220)
—
—
(Opname-instellingn)
*2
—
—
—
*1
De onderdelen die kunnen worden geselecteerd zijn aan beperkingen onderhevig in
vergelijking met de andere functies (pagina 24).
*2 De bediening is aan beperkingen onderhevig afhankelijk van de geselecteerde
scènekeuzefunctie (pagina 29).
39
Menuonderdelen
Menu voor weergeven (pagina 57)
(Wissen)
(Bijwerken)
(Diavoorstelling)
(Formaat wijzigen)
(Beveiligen)
(Afdrukken)
(Map kiezen)
40
(Roteren)
De opnamefuncties gebruiken
Menu voor opnemen
De functies die in de opnamefunctie met MENU kunnen worden gebruikt worden hieronder
beschreven.
Voor informatie over de bediening van het menu, zie pagina 38.
Alleen de beschikbare menuonderdelen worden op het scherm afgebeeld.
De standaardinstellingen worden aangegeven met .
Scènekeuze: De scènekeuzefunctie selecteren
U kunt de scènekeuzefunctie op het menu selecteren.
U kunt beelden opnemen met instellingen die vooraf zijn gemaakt overeenkomstig diverse
scèneomstandigheden (pagina 27).
Voor meer informatie, zie de pagina’s 11 en 12.
Voor stilstaande beelden
U kunt het beeldformaat voor het opnemen van stilstaande
beelden selecteren.
De opnamefuncties gebruiken
Beeldformaat: Het beeldformaat selecteren
Voor de Eenvoudig-opnemen-functie
U kunt het beeldformaat voor de eenvoudig-opnemen-functie selecteren.
Groot
De beelden worden opgenomen in het beeldformaat [12M].
Klein
De beelden worden opgenomen in het beeldformaat [3M].
Voor bewegende beelden
640(Fijn)
640(Standaard)
U kunt het beeldformaat voor het opnemen van bewegende
beelden selecteren.
41
Menu voor opnemen
Voor informatie over de bediening
1 pagina 38
Flitser: De flitser instellen
Hiermee kunt u de instelling van de flitser in de eenvoudig-opnemen-functie selecteren.
Autom.
De flitser gaat af wanneer er onvoldoende belichting of
tegenlicht is.
Uit
De flitser gaat niet af.
Gezichtsherkenning: Het gezicht van het onderwerp herkennen
U kunt selecteren of de gezichtsherkenningsfunctie moet worden gebruikt of niet, en u kunt
tevens de onderwerpen selecteren die voorrang moeten krijgen bij het scherpstellen wanneer
de functie wordt gebruikt.
Met deze instelling herkent de camera de gezichten van uw onderwerpen en stelt automatisch
de scherpstelling, flitser, belichting, witbalans en rode-ogeneffectvermindering in.
(Uit)
De gezichtsherkenningsfunctie wordt niet gebruikt.
(Autom.)
Selecteert het gezicht waarop de camera automatisch moet
scherpstellen.
Gezichtsherkenningsindicator
Gezichtsherkenningskader
(oranje)
Gezichtsherkenningskader (wit)
(Voorkeur voor
kinderen)
Herkent de gezichten van kinderen en neemt deze met
voorrang op.
(Voorkeur voor
volwassenen)
Herkent de gezichten van volwassenen en neemt deze met
voorrang op.
• De gezichtsherkenningsfunctie werkt niet tijdens gebruik van de digitale-zoomfunctie.
• In de
(Soft Snap)-functie, wordt de gezichtsherkenningsfunctie ingeschakeld.
• Wanneer de scènekeuzefunctie is ingesteld op
(Soft Snap)-functie, is [Autom.] de standaardinstelling
van [Gezichtsherkenning].
• Ondanks dat [Gezichtsherkenning] vastligt op [Autom.] wanneer
(Eenvoudig opnemen)- functie is
geselecteerd, worden geen gezichtsherkenningskaders afgebeeld.
• Maximaal 8 gezichten van uw onderwerpen kunnen worden herkend. Echter, slechts maximaal 4
gezichten van de onderwerpen kunnen worden herkend wanneer de
(Soft Snap)-functie is
geselecteerd als de scènekeuzefunctie.
42
Menu voor opnemen
Voor informatie over de bediening
1 pagina 38
• Wanneer de camera meer dan één gezicht herkent, beoordeelt de camera welke het primaire gezicht is en
stelt daarop scherp. Het gezichtsherkenningskader rond het hoofdonderwerp is oranje.
• Het gezichtsherkenningskader waarop wordt scherpgesteld wordt groen wanneer de ontspanknop tot
halverwege wordt ingedrukt.
• Het is mogelijk dat een gezicht niet goed wordt herkend wanneer:
– Het te donker of te helder is.
– Een gezicht gedeeltelijk verborgen is achter een zonnebril, masker, hoofddeksel, enz.
– De onderwerpen niet naar de camera kijken.
• Afhankelijk van de omstandigheden is het mogelijk dat de gezichten van kinderen en volwassenen niet
juist worden herkend.
Lach-herkenning: De lach-herkenningsfunctie instellen
(Autom.)
Herkent lachende gezichten en neemt deze automatisch op.
(Voorkeur voor
kinderen)
Herkent de gezichten van kinderen en neemt deze met
voorrang op.
(Voorkeur voor
volwassenen)
Herkent de gezichten van volwassenen en neemt deze met
voorrang op.
• Het is mogelijk dat een lach niet goed wordt herkend, afhankelijk van de omstandigheden.
De opnamefuncties gebruiken
Hiermee kunt u het onderwerp kiezen dat voorrang krijgt in de lach-sluiterfunctie. Voor
informatie over de lach-sluiter, zie pagina 30.
Lach-herkenn.gevoeligheid: De gevoeligheid van de lach-herkenningsfunctie
instellen
U kunt het niveau van de lach-herkenning instellen wanneer
geselecteerd als de scènekeuzefunctie.
(Lach-sluiter) (pagina 30) is
(Laag)
Een schaterlach wordt herkend.
(Normaal)
Een normale lach wordt herkend.
(Hoog)
Zelfs een glimlachje wordt herkend.
• Het is mogelijk dat een lach niet goed wordt herkend, afhankelijk van de omstandigheden.
43
Menu voor opnemen
Voor informatie over de bediening
1 pagina 38
Opn.functie: De ononderbroken opnamefunctie kiezen
Met deze instelling kunt u kiezen of de camera meerdere beelden achter elkaar opneemt of niet
wanneer u op de ontspanknop drukt.
(Normaal)
(Burst)
Hiermee worden niet meerdere beelden achter elkaar
opgenomen.
Neemt 100 beelden achter elkaar op wanneer u de
ontspanknop ingedrukt houdt.
• De flitser staat op
BRK±0,3EV
BRK±0,7EV
BRK±1,0EV
(niet flitsen).
Hiermee wordt een serie van drie beelden opgenomen met de
belichtingswaarden automatisch iets verschoven (Exposure
Bracket).
Hoe groter de bracket-stapwaarde, hoe groter de verschuiving
van de belichtingswaarde.
• Als u de juiste belichting niet kunt kiezen, neemt u op in de
Exposure Bracket-functie waarin de belichtingswaarde wordt
verschoven. U kunt het beeld met de beste belichting later kiezen.
• Wanneer de functiekeuzeknop in de stand
Exposure Bracket-functie niet beschikbaar.
• De flitser staat op
(niet flitsen).
staat, is de
Over Burst
• Als u opneemt met de zelfontspanner, wordt een serie van maximaal vijf beelden opgenomen.
• Het opname-interval is ongeveer 0,6 seconden. Het opname-interval wordt langer afhankelijk van de
instelling van het beeldformaat.
• Als de acculading laag is, of wanneer het interne geheugen of de "Memory Stick Duo" vol is, stopt de
Burst-functie.
• De scherpstelling, witbalans en belichting liggen vast op de waarden ingesteld voor de eerste opname.
Over Exposure Bracket
• De scherpstelling en de witbalans worden ingesteld voor het eerste beeld en deze instellingen worden
tevens gebruikt voor de andere beelden.
• Als u de belichting handmatig instelt (pagina 46), wordt de belichting verschoven gebaseerd op de
ingestelde helderheid.
• Het opname-interval is hetzelfde als voor de Burst-functie, maar wordt langer afhankelijk van de
opnameomstandigheden.
• Als het onderwerp te helder of te donker is, kan het onmogelijk zijn goede opnamen te maken met de
geselecteerde bracket-stapwaarde.
44
Menu voor opnemen
Voor informatie over de bediening
1 pagina 38
Scèneherkenning: De scène die moet worden opgenomen bepalen en de opname
maken
De camera herkent automatisch de opnameomstandigheden, zoals tegenlicht of een
nachtscène, en maakt vervolgens de opname.
(Uit)
Gebruikt de scèneherkenning niet.
(Autom.)
De camera herkent de scèneomstandigheden, zoals tegenlicht
en nachtscène, en maakt de opname met optimale
instellingen.
Als de camera de scèneomstandigheden niet herkent, neemt
hij het beeld op alsof de scèneherkenning was ingesteld op
[Uit].
(Geavanceerd)
De camera neemt één beeld op zonder de
scèneherkenningsfunctie en een ander beeld met de
scèneherkenningsfunctie. wordt naast de indicator van de
scèneherkenning afgebeeld. (In totaal worden twee beelden
opgenomen)
Als de camera de scène niet herkent, neemt hij slechts één
beeld op.
In dat geval wordt het beeld opgenomen alsof de
scèneherkenning was ingesteld op [Uit].
De opnamefuncties gebruiken
Indicator van huidige
instelling
Indicator van
scèneherkenning
Over de scènes die worden herkend
De volgende scènes kunnen worden herkend. De camera identificeert de optimale scène en
beeldt de betreffende indicators af.
Wanneer de ontspanknop tot halverwege wordt ingedrukt terwijl een indicator wordt
afgebeeld, verandert de kleur van de indicator naar groen en wordt de scèneherkenning
bevestigd.
Schemer
Schemer-portret
Schemer met gebruikmaking van een statief (alleen DSC-W220)
Tegenlicht
Tegenlicht-portret
• De scèneherkenning werkt niet in de volgende situaties:
– Tijdens opnemen in de Burst-functie
– Tijdens gebruik van de digitale zoom
45
Menu voor opnemen
Voor informatie over de bediening
1 pagina 38
• Ondanks dat [Scèneherkenning] vastligt op [Autom.] wanneer
(Eenvoudig opnemen)-functie is
geselecteerd, worden de huidige instelmarkering en indicator van de scèneherkenning niet afgebeeld.
• De flitser is ingesteld op
(automatisch flitsen) of
(flitser altijd uit).
• Wanneer de gezichtsherkenningsfunctie is ingesteld op [Uit] en [Scèneherkenning] is ingesteld op
[Autom.] of [Geavanceerd], wordt [Gezichtsherkenning] veranderd in [Autom.].
• Als de gezichtsherkenningsfunctie is ingesteld op [Uit], kunnen
(Schemer-portret)- en
(Tegenlicht-portret)-scènes niet worden herkend.
•
(Schemer met gebruikmaking van een statief)-scènes worden soms niet herkend in een omgeving
waarin trillingen worden doorgegeven aan de camera ondanks dat deze op een statief is bevestigd (alleen
DSC-W220).
• Soms wordt een lange sluitertijd gebruikt als een scène wordt herkend als een
(Schemer met
gebruikmaking van een statief)-scène. Zorg ervoor dat u de camera stilhoudt tijdens het opnemen (alleen
DSC-W220).
• De indicator van de huidige instelling en de indicator van de scèneherkenning worden afgebeeld ongeacht
de instelling van het weergavescherm (pagina 20).
• Soms worden deze scènes niet herkend, afhankelijk van de omstandigheden.
EV: De lichtintensiteit instellen
Met deze instelling kunt u de belichting handmatig instellen.
Naar –
Naar +
-2.0EV
Naar –: Maakt het beeld donkerder.
0EV
De belichting wordt door de camera automatisch ingesteld.
+2.0EV
Naar +: Maakt het beeld helderder.
• Voor informatie over de belichting, zie pagina 9.
• De compensatiewaarde kan worden ingesteld in stappen van 1/3EV.
• Als u een onderwerp opneemt onder extreem heldere of donkere omstandigheden, of als u de flitser
gebruikt, is het mogelijk dat de belichtingsinstelling niet effectief is.
46
Menu voor opnemen
Voor informatie over de bediening
1 pagina 38
ISO: De lichtgevoeligheid kiezen
U kunt de ISO-gevoeligheid selecteren.
Lage ISO-gevoeligheid
(Autom.)
Hoge ISO-gevoeligheid
• Voor informatie over de ISO-gevoeligheid, zie pagina 9.
• U kunt alleen kiezen uit [ISO AUTO], [ISO 100] t/m [ISO 400] wanneer de Burst-functie of Exposure
Bracket-functie is ingesteld.
• Als u opneemt onder heldere omstandigheden, verhoogt de camera automatisch de tintreproductie en
probeert te voorkomen dat de beelden witachtig worden (behalve wanneer [ISO] is ingesteld op
[ISO 100]).
De opnamefuncties gebruiken
U kunt voorkomen dat beelden opgenomen op donkere
plaatsen of van bewegende onderwerpen wazig worden door
de ISO-gevoeligheid te verhogen (een hogere waarde in te
stellen). Hogere ISO-gevoeligheidswaarden veroorzaken
echter meer ruis in de beelden. Selecteer de ISOgevoeligheidswaarde aan de hand van de
opnameomstandigheden.
47
Menu voor opnemen
Voor informatie over de bediening
1 pagina 38
Lichtmeetfunctie: De lichtmeetfunctie kiezen
Met deze instelling kunt u de lichtmeetfunctie kiezen die bepaalt welk deel van het onderwerp
wordt gemeten voor de berekening van de belichting.
(Multi)
Hiermee wordt het beeld onderverdeeld in meerdere delen en
wordt op ieder deel een lichtmeting uitgevoerd. De camera
bepaalt een goed afgewogen belichting (lichtmeting met
meerdere patronen).
(Midden)
Hiermee wordt het midden van het beeld gemeten en wordt
de belichting bepaald aan de hand van de helderheid van dat
deel van het onderwerp (lichtmeting met nadruk op het
midden).
(Punt)
(Alleen voor stilstaande
beelden)
Hiermee wordt slechts een deel van het onderwerp gemeten
(puntlichtmeting).
• Deze functie is handig wanneer het onderwerp van achteren
wordt belicht of wanneer er een sterk contrast is tussen het
onderwerp en de achtergrond.
Dradenkruis van de
puntlichtmeting
Plaats dit op het onderwerp
• Voor informatie over de belichting, zie pagina 9.
• Bij gebruik van puntlichtmeting of lichtmeting met nadruk op het midden, adviseren wij u [Scherpstellen]
in te stellen op [Midden-AF] om scherp te stellen op de plaats van de lichtmeting (pagina 49).
• U kunt de lichtmeetfunctie alleen selecteren wanneer [Gezichtsherkenning] is ingesteld op [Uit].
48
Menu voor opnemen
Voor informatie over de bediening
1 pagina 38
Scherpstellen: De scherpstellingsmethode veranderen
Met deze instelling kunt u de scherpstellingsmethode veranderen. Gebruik het menu als het
moeilijk is goed scherp te stellen met de automatische-scherpstellingsfunctie.
(Multi-AF)
Hiermee wordt automatisch scherpgesteld op een onderwerp
in alle bereiken van het zoekerframe.
• Deze functie is handig wanneer het onderwerp zich niet in het
midden van het frame bevindt.
Indicator van AFbereikzoekerframe
(Midden-AF)
Hiermee wordt automatisch scherpgesteld op een onderwerp
in het midden van het zoekerframe.
• Door tezamen met de AF-vergrendelingsfunctie te gebruiken,
kunt u het beeld naar wens samenstellen.
De opnamefuncties gebruiken
AF-bereikzoekerframe
(Alleen voor stilstaande
beelden)
AF-bereikzoekerframe
Indicator van AFbereikzoekerframe
(Punt-AF)
Hiermee wordt automatisch scherpgesteld op een extreem
klein onderwerp of een smal gebied.
• Door tezamen met de AF-vergrendelingsfunctie te gebruiken,
kunt u het beeld naar wens samenstellen. Houd de camera stil
zodat het onderwerp niet uit het AF-bereikzoekerframe raakt.
AF-bereikzoekerframe
Indicator van AFbereikzoekerframe
49
Menu voor opnemen
Voor informatie over de bediening
1 pagina 38
0.5 m
Hiermee wordt automatisch en snel scherpgesteld op het
gebied rond een vooraf ingestelde afstand (semi-handmatig).
1.0 m
• U kunt semi-handmatig scherpstellen op een onderwerp in alle
bereiken van het zoekerframe.
• Deze functie is handig wanneer u herhaaldelijk een onderwerp
op dezelfde afstand opneemt.
• Gebruik "semi-handmatig" als het moeilijk is scherp te stellen
met de automatische scherpstelling, zoals bij het opnemen van
een onderwerp door een net of ruit.
3.0 m
7.0 m
(oneindige afstand)
• AF betekent Auto Focus (automatische scherpstelling).
• Als u de digitale-zoomfunctie of AF-verlichting gebruikt, is het AF-bereikzoekerframe uitgeschakeld en
wordt met een stippellijn afgebeeld. In dit geval zal de camera scherpstellen op de onderwerpen rondom
het midden van het scherm.
• U kunt de scherpstellingsmethode alleen selecteren wanneer [Gezichtsherkenning] is ingesteld op [Uit].
• Bij het opnemen van bewegende beelden zijn alleen [Multi-AF] of [ ] voor keuze beschikbaar.
• De semi-handmatige afstandsinstelling bevat een foutmarge en deze foutmarge wordt groter wanneer de
zoomknop naar de T-kant wordt gehouden of de lens omhoog of omlaag wordt gekanteld.
z Als het onderwerp niet scherpgesteld is
Als u opneemt met het onderwerp aan de rand van het frame (of het scherm), of wanneer u [Midden-AF] of
[Punt-AF] gebruikt, is het mogelijk dat de camera het onderwerp niet scherpstelt.
In dat geval gaat u als volgt te werk:
1 Stel het beeld opnieuw samen, zodat het onderwerp zich in het midden van het AFbereikzoekerframe bevindt en druk de ontspanknop tot halverwege in om op het onderwerp
scherp te stellen (AF-vergrendeling).
AF-bereikzoekerframe
AE/AF-vergrendelingsindicator
Zolang u de ontspanknop maar niet helemaal indrukt, kunt u deze procedure zo vaak als u wilt
herhalen.
50
Menu voor opnemen
Voor informatie over de bediening
1 pagina 38
2 Wanneer de indicator van de AE/AF-vergrendeling stopt met knipperen en aan blijft, keert u
terug naar het voorheen samengestelde beeld en drukt u de ontspanknop helemaal in.
Witbalans: De kleurtinten instellen
(Autom.)
Hiermee wordt de witbalans automatisch ingesteld zodat de
kleuren natuurlijk lijken.
(Daglicht)
Hiermee wordt gecompenseerd voor omstandigheden
buitenshuis onder een heldere lucht, bij zonsondergang, voor
nachtscènes, in aanwezigheid van neonreclame, met
vuurwerk, enz.
(Bewolkt)
Hiermee wordt gecompenseerd voor een bewolkte lucht of
een schaduwrijke plaats.
De opnamefuncties gebruiken
Hiermee kunt u de kleurtinten instellen overeenkomstig het omgevingslicht. Gebruik deze
functie als de beeldkleuren onnatuurlijk lijken.
51
Menu voor opnemen
(Fluorescerend licht 1)/
(Fluorescerend licht 2)/
(Fluorescerend licht 3)
Voor informatie over de bediening
1 pagina 38
[Fluorescerend licht 1]: Hiermee wordt gecompenseerd voor
witte, fluorescerende verlichting.
[Fluorescerend licht 2]: Hiermee wordt gecompenseerd voor
natuurlijk witte, fluorescerende verlichting.
[Fluorescerend licht 3]: Hiermee wordt gecompenseerd voor
dagwitte, fluorescerende verlichting.
n (Gloeilamp)
Hiermee wordt gecompenseerd voor plaatsen onder een
gloeilamp of onder felle verlichting, zoals in een fotostudio.
(Flitser)
(Alleen voor stilstaande
beelden)
Hiermee wordt gecompenseerd voor de flitser.
• Voor meer informatie over de witbalans, zie pagina 10.
• Onder fluorescerende verlichting die flikkert, is het mogelijk dat de witbalans niet correct functioneert,
ondanks dat u [Fluorescerend licht 1], [Fluorescerend licht 2] of [Fluorescerend licht 3] hebt ingesteld.
• Wanneer u beelden opneemt met behulp van de flitser, wordt de [Witbalans] ingesteld op [Autom.],
behalve in de [Flitser]-functies.
• Als
(Onderwater) is geselecteerd als de scènekeuzefunctie, kunt u [Witbalans onderwater] gebruiken
in plaats van [Witbalans].
52
Menu voor opnemen
Voor informatie over de bediening
1 pagina 38
Witbalans onderwater: De kleurtinten instellen in de onderwaterfunctie
U kunt de kleurtinten instellen in de
(Autom.)
(Onderwater)-functie (pagina 28).
De camera stelt de kleurtinten onderwater automatisch in
zodat deze natuurlijk lijken.
(Onderwater 1)
Hiermee houdt de camera rekening met de situatie dat blauw
onderwater sterker is.
(Onderwater 2)
Hiermee houdt de camera rekening met de situatie dat groen
onderwater sterker is.
(Flitser)
Hiermee stelt de camera in op het gebruik van de flitser
onderwater.
Flitsniveau: De hoeveelheid flitslicht instellen
Hiermee kunt u de hoeveelheid flitslicht instellen.
(–)
Hiermee wordt het flitsniveau lager.
De opnamefuncties gebruiken
• Afhankelijk van de kleur van het water, is een goede instelling soms niet mogelijk ongeacht of
[Onderwater 1] of [Onderwater 2] is geselecteerd.
• Bij het opnemen met de flitser ingesteld op een andere instelling dan [Flitser], wordt de [Witbalans
onderwater] ingesteld op [Autom.].
(Normaal)
(+)
Hiermee wordt het flitsniveau hoger.
• Om de flitsfunctie te veranderen, zie pagina 25.
• Als het onderwerp te licht of te donker is kan het effect van deze aanpassing teniet gedaan worden.
53
Menu voor opnemen
Voor informatie over de bediening
1 pagina 38
Rode-ogeneffect: De rode-ogeneffectvermindering instellen
De flitser gaat twee of meer keer af voordat de
opname wordt gemaakt om het rode-ogeneffect dat
optreedt bij het gebruik van de flitser te
verminderen.
(Autom.)
De flitser gaat automatisch af om het rode-ogeneffect te
verminderen wanneer de gezichtsherkenningsfunctie is
ingeschakeld.
(Aan)
Hiermee gaat de flitser altijd af om het rode-ogeneffect te
verminderen.
(Uit)
Hiermee wordt de rode-ogeneffectvermindering niet gebruikt.
• Om wazige beelden te voorkomen, moet u de camera stevig vasthouden totdat de sluiter is ontspannen.
Dit duurt normaal gesproken een seconde nadat u op de ontspanknop hebt gedrukt. Zorg er tevens voor
dat het onderwerp niet beweegt gedurende deze periode.
• Het is mogelijk dat de rode-ogeneffectvermindering niet het gewenste resultaat oplevert. Dit is
afhankelijk van individuele verschillen en omstandigheden, zoals de afstand tot het onderwerp, en of het
onderwerp weg keek van de voorflits. Als de ogen van het onderwerp in het beeld rood zijn, corrigeert u
het beeld met behulp van [Bijwerken] in het weergavemenu (pagina 60) of met behulp van het
bijgeleverde softwareprogramma "PMB".
• Als de gezichtsherkenningsfunctie niet wordt gebruikt, gaat de flitser niet af om het rode-ogeneffect te
verminderen, ook niet wanneer [Autom.] is geselecteerd.
54
Menu voor opnemen
Voor informatie over de bediening
1 pagina 38
DRO: De helderheid en het contrast optimaliseren
U kunt de scène die u wilt opnemen analyseren en het beeld verbeteren door middel van
automatische correctie.
(Uit)
(DRO standard)
(DRO plus)
Hiermee wordt niets ingesteld.
Hiermee stelt de camera automatisch de helderheid en het
contrast van de hele scène in.
Hiermee stelt de camera automatisch de helderheid en het
contrast van de beelden in voor iedere plaats afzonderlijk.
Kleurfunctie: De levendigheid van het beeld veranderen of speciale effecten
toevoegen
De opnamefuncties gebruiken
• DRO is de afkorting van "Dynamic Range Optimizer" (optimalisatie van dynamisch bereik), een functie
die automatisch het verschil tussen lichte en donkere delen van een beeld optimaliseert.
• Afhankelijk van de opnameomstandigheden, kan het onmogelijk zijn het beeld te corrigeren.
• Let op de volgende punten wanneer [DRO plus] is ingesteld.
– Er is tijd nodig om het beeld te bewerken.
– U kunt alleen kiezen uit [ISO AUTO], [ISO 100] t/m [ISO 400].
– Als de Burst-/Bracket-functie is ingesteld, wordt [DRO plus] geannuleerd en [DRO standard] ingesteld.
Door toepassing van kleureffecten kunt u de kleurinstelling van het beeld veranderen.
(Normaal)
(Levendig)
(Alleen voor stilstaande
beelden)
Hiermee wordt het beeld ingesteld op de standaardkleur.
Hiermee krijgt het beeld heldere en diepe kleuren.
55
Menu voor opnemen
Voor informatie over de bediening
1 pagina 38
(Sepia)
Hiermee wordt het beeld ingesteld op sepia-kleuren.
(Z-W)
Hiermee wordt het beeld ingesteld op zwart-wit.
SteadyShot: De antiwaasfunctie selecteren (alleen DSC-W220)
Hiermee kunt u de antiwaasfunctie selecteren.
(Opnemen)
Hiermee wordt de antiwaasfunctie ingeschakeld als de
ontspanknop tot halverwege ingedrukt wordt.
(Continu)
Hiermee is de antiwaasfunctie altijd ingeschakeld. Stabiele
beelden zijn mogelijk, zelfs als er ingezoomd is op een ver
verwijderd onderwerp.
• Er wordt meer acculading verbruikt dan in de [Opnemen]
instelling.
(Uit)
Hiermee wordt de antiwaasfunctie niet gebruikt.
• In de automatische instelfunctie, de eenvoudig-opnemen-functie of de
(Voedsel)-functie, is
[SteadyShot] ingesteld op [Opnemen].
• Voor bewegende beelden kunt u alleen [Continu] of [Uit] instellen. De standaardinstelling is [Continu].
• Het is mogelijk dat de antiwaasfunctie in volgende gevallen niet naar behoren werkt.
– Als de bewegingen met de camera te hevig zijn.
– Bij een lange sluitertijd, bijvoorbeeld bij het opnemen van nachtelijke scènes.
(Opname-instellingn): De opname-instellingen selecteren
Met deze instelling selecteert u de instellingen voor de opnamefunctie. De onderdelen die in
dit menu worden weergegeven zijn dezelfde als die van [
Opname-instellingn] op het
HOME-scherm. Zie pagina’s 37 en 79.
56
De weergavefuncties gebruiken
Menu voor weergeven
In dit gedeelte worden de menuonderdelen beschreven die beschikbaar zijn wanneer u op de
MENU-toets drukt in de weergavefunctie. Voor informatie over het gebruik van het menu, zie
pagina 38.
(Wissen): Beelden wissen
Hiermee kunt u beelden op het enkelbeeldweergavescherm of indexweergavescherm
selecteren en wissen. Zie pagina 34.
(Dit beeld)
Hiermee wist u het huidig geselecteerde beeld.
(Meerdere beelden)
Hiermee selecteert en wist u meerdere beelden.
(Alle in deze map)
Hiermee wist u alle beelden in de geselecteerde map.
(Diavoorstelling): Een serie beelden weergeven
1 Druk op de MENU-toets.
2 Selecteer
(Diavoorstelling) met v/V op de besturingsknop, en druk daarna op z.
Het intelscherm wordt afgebeeld.
3 Selecteer [OK] en druk daarna op z.
De diavoorstelling begint.
• De instelling wordt onthouden totdat deze wordt veranderd.
• U kunt bewegende beelden niet weergeven.
De diavoorstelling stoppen
De weergavefuncties gebruiken
Beelden worden automatisch achter elkaar weergegeven tezamen met effecten en muziek.
Druk op z.
• U kunt de diavoorstelling niet pauzeren.
Het volumeniveau van de muziek instellen
Druk op V om het volumeregelingsscherm af te beelden, en druk daarna op b/B om het
volumeniveau in te stellen.
57
Menu voor weergeven
Voor informatie over de bediening
1 pagina 38
De instellingen veranderen
Op het instelscherm, selecteer ieder onderdeel met v/V, en druk daarna op z.
De volgende onderdelen kunnen worden ingesteld.
De standaardinstellingen worden aangegeven met
.
Beeld
Dit kunt u alleen selecteren wanneer een "Memory Stick Duo" (los verkrijgbaar) wordt gebruikt.
Deze instelling ligt vast op [Map] wanneer het interne geheugen wordt gebruikt om beelden op te
nemen.
Alle beelden
Alle stilstaande beelden op de "Memory Stick Duo" worden
weergegeven.
Map
Alle stilstaande beelden in de geselecteerde map worden
weergegeven.
Effecten
58
Simpel
Een eenvoudige diavoorstelling met een vooraf ingesteld
interval tussen de stilstaande beelden
Basis
Een standaarddiavoorstelling die geschikt is voor een grote
diversiteit aan scènes
Nostalgisch
Een stemmige diavoorstelling die de sfeer van een filmscène
oproept
Stijlvol
Een stijlvolle diavoorstelling die op een middelmatige
snelheid uitgevoerd wordt
Actief
Een snelle diavoorstelling die geschikt is voor actieve scènes
Gezicht 1: Basis
Een matig snelle diavoorstelling die geschikt is voor diverse
scènes waarin beelden met gezichten het best tot hun recht
komen. Op de gezichten van stilstaande beelden kan worden
ingezoomd en meerdere beelden kunnen tezamen worden
weergegeven.
Gezicht 2: Nostalgish
Een langzame, sfeervolle diavoorstelling waarin beelden met
gezichten het best tot hun recht komen. Op de gezichten van
stilstaande beelden kan worden ingezoomd en meerdere
beelden kunnen tezamen worden weergegeven.
Gezicht 3: Stijlvol
Een levendige en snelle diavoorstelling waarin beelden met
gezichten het best tot hun recht komen. Op de gezichten van
stilstaande beelden kan worden ingezoomd en meerdere
beelden kunnen tezamen worden weergegeven.
Menu voor weergeven
Voor informatie over de bediening
1 pagina 38
Muziek
De muziek die wordt weergegeven wordt bepaald door het effect dat u hebt geselecteerd. U kunt
naar wens eigen muziek instellen voor ieder effect. Het is ook mogelijk te kiezen uit meerdere
soorten achtergrondmuziek (BGM).
Music1
De standaardinstelling voor een [Simpel]-diavoorstelling
Music2
De standaardinstelling voor een [Basis]-diavoorstelling
Music3
De standaardinstelling voor een [Nostalgisch]-diavoorstelling
Music4
De standaardinstelling voor een [Stijlvol]-diavoorstelling
Music5
De standaardinstelling voor een [Actief]-diavoorstelling
Music6
U kunt de standaardinstellingen veranderen.
Music7
Music8
Gebruikt geen BGM.
Terug
Keert terug naar het instelscherm.
Interval
1 sec
3 sec
Hiermee stelt u het weergave-interval in van beelden voor een
diavoorstelling met effectinstelling [Simpel].
5 sec
10 sec
Autom.
De weergavefuncties gebruiken
Uit
Hiermee wordt het interval zodanig ingesteld dat het geschikt
is voor het geselecteerde onderdeel bij [Effecten].
De instelling ligt vast op [Autom.] wanneer [Simpel] niet is
geselecteerd bij [Effecten].
59
Menu voor weergeven
Voor informatie over de bediening
1 pagina 38
Herhalen
Aan
Hiermee geeft u alle beelden weer in een continu herhaalde
weergave.
Uit
Hiermee eindigt de diavoorstelling nadat alle beelden
eenmaal zijn weergegeven.
z Muziekbestanden toevoegen/wijzigen
U kunt een gewenst muziekstuk kopiëren vanaf een cd of MP3-bestand naar de camera om af te spelen
tijdens een diavoorstelling. U kunt muziek kopiëren met behulp van [ Muziek-tool] onder
(Diavoorstelling) op het HOME-scherm en met behulp van het softwareprogramma "Music Transfer"
(bijgeleverd) geïnstalleerd op een computer. Voor meer informatie, zie de pagina’s 101 en 103.
• U kunt maximaal acht muziekstukken kopiëren naar de camera (de acht vooraf ingestelde muziekstukken
(Music 1 t/m 8) zullen worden vervangen door de gekopieerde muziekstukken).
• De maximumlengte van ieder muziekbestand dat door de camera kan worden afgespeeld, is ongeveer
5 minuten.
• Als weergave van een muziekbestand, door beschadiging van het muziekbestand of andere storingen, niet
mogelijk is moet u [Format. muz.] (pagina 101) uitvoeren en de muziek nog een keer naar de camera
kopiëren.
(Bijwerken): Stilstaande beelden bijwerken
Met deze instelling kunt u effecten toevoegen aan of correcties aanbrengen in een opgenomen
beeld en dit opnemen als een nieuw bestand. Het oorspronkelijke beeld blijft behouden.
Stilstaande beelden bijwerken
1 Selecteer de beelden die u wilt bijwerken terwijl deze worden weergegeven in de
enkelbeeldweergavefunctie.
2 Druk op de MENU-toets.
3 Selecteer [Bijwerken] met v/V op de besturingstoets, en druk daarna op z nadat u de gewenste
functie hebt geselecteerd met b/B.
4 Werk het beeld bij door de onderstaande instructies te volgen voor iedere bijwerkfunctie.
60
Menu voor weergeven
(Trimmen)
Voor informatie over de bediening
1 pagina 38
Weergavezoom wordt toegepast op het beeld en een deel van het
beeld wordt afgesneden.
1 Druk op de W/T-zoomknop om in te zoomen op het bij te
snijden gebied.
2 Stel het punt in met v/V/b/B, en druk daarna op de MENUtoets.
3 Selecteer [Beeldformaat] met v/V en druk daarna op z.
Selecteer een beeldformaat waarin u wilt opnemen met v/V,
en druk daarna nogmaals op z.
4 Selecteer [OK] met v/V en druk daarna op z.
(Rode-ogen-correctie)
Hiermee corrigeert u het rode-ogeneffect dat wordt veroorzaakt
door de flitser.
Selecteer [OK] met v/V en druk daarna op z.
De weergavefuncties gebruiken
• Het beeldformaat dat u kunt trimmen kan verschillen afhankelijk van
het beeld.
• De beeldkwaliteit van getrimde beelden kan verslechteren.
• Het is mogelijk dat het rode-ogeneffect niet geheel kan worden
gecorrigeerd, afhankelijk van het beeld.
(Onscherpte repareren)
Hiermee maakt u het beeld scherper binnen een gekozen kader.
1 Bepaal het gebied (kader) van het gewenste beeld dat u wilt
bijwerken met v/V/b/B, en druk daarna op de MENU-toets.
2 Selecteer [OK] met v/V en druk daarna op z.
• Afhankelijk van het beeld is het mogelijk dat de correctie niet
voldoende is en de kwaliteit van het beeld achteruit gaat.
61
Menu voor weergeven
(Lagere beeldscherpte)
Voor informatie over de bediening
1 pagina 38
Maakt de omgeving van een gekozen punt in het beeld wazig om
nadruk te leggen op een onderwerp.
1 Stel het middelpunt in van het gewenste beeld dat u wilt
bijwerken met v/V/b/B, en druk daarna op de MENU-toets.
2 Selecteer [Niveau] met v/V en druk daarna op z.
Selecteer het niveau voor bijwerken met v/V, en druk daarna
nogmaals op z.
3 Stel het gewenste bereik in dat u wilt bijwerken met de W/Tzoomknop.
4 Selecteer [OK] met v/V en druk daarna op z.
(Gedeeltelijk kleur)
Hiermee wordt de omgeving van een gekozen punt monochroom
weergegeven om een onderwerp eruit te laten springen.
1 Stel het middelpunt in van het gewenste beeld dat u wilt
bijwerken met v/V/b/B, en druk daarna op de MENU-toets.
2 Stel het gewenste bereik in dat u wilt bijwerken met de W/Tzoomknop.
3 Selecteer [OK] met v/V en druk daarna op z.
(Vissenooglens)
Hiermee past u een vissenoogeffect toe rondom een gekozen
punt.
1 Stel het middelpunt in van het gewenste beeld dat u wilt
bijwerken met v/V/b/B, en druk daarna op de MENU-toets.
2 Selecteer [Niveau] met v/V en druk daarna op z.
Selecteer het niveau voor bijwerken met v/V, en druk daarna
nogmaals op z.
3 Selecteer [OK] met v/V en druk daarna op z.
62
Menu voor weergeven
(Stereffect)
Voor informatie over de bediening
1 pagina 38
Hiermee voegt u een stereffect toe aan de lichtbronnen in het
beeld.
1 Selecteer [Niveau] met v/V en druk daarna op z.
Selecteer het niveau voor bijwerken met v/V, en druk daarna
nogmaals op z.
2 Stel de gewenste lengte in dat u wilt bijwerken met de W/Tzoomknop.
3 Selecteer [OK] met v/V en druk daarna op z.
(Radiale waas)
Hiermee bepaalt u het middelpunt vanwaaruit de beweging in het
stilstaande beeld voelbaar is.
(Retro)
Het beeld wordt zachter door de beeldscherpte te verminderen en
het omgevingslicht te verlagen zodat het lijkt alsof het beeld is
opgenomen met een oude camera.
De weergavefuncties gebruiken
1 Stel het middelpunt in van het gewenste beeld dat u wilt
bijwerken met v/V/b/B, en druk daarna op de MENU-toets.
2 Stel het gewenste bereik in dat u wilt bijwerken met de W/Tzoomknop.
3 Selecteer [OK] met v/V en druk daarna op z.
1 Selecteer [Niveau] met v/V en druk daarna op z.
Selecteer het niveau voor bijwerken met v/V, en druk daarna
nogmaals op z.
2 Stel het gewenste bereik in dat u wilt bijwerken met de W/Tzoomknop.
3 Selecteer [OK] met v/V en druk daarna op z.
63
Menu voor weergeven
(Lachen)
Voor informatie over de bediening
1 pagina 38
Hiermee kunt u een lach op het gezicht van een persoon maken.
Wanneer de camera een gezicht herkent dat kan worden
bijgewerkt, wordt een kader rond het gezicht afgebeeld.
1 Selecteer [Niveau] met v/V en druk daarna op z.
Selecteer het niveau voor bijwerken met v/V, en druk daarna
nogmaals op z.
2 Selecteer [OK] met v/V en druk daarna op z.
• Bijwerken kan onmogelijk zijn afhankelijk van het beeld.
64
Menu voor weergeven
Voor informatie over de bediening
1 pagina 38
(Formaat wijzigen): Het beeldformaat veranderen overeenkomstig het gebruik
Met deze instelling kunt u de beeldverhouding en het beeldformaat van de opgenomen
beelden veranderen en deze vervolgens opnemen als nieuwe bestanden.
U kunt het beeldformaat van beelden veranderen naar 16:9 voor high-definitionweergave, en
naar het VGA-formaat voor opname in een blog of verzenden als e-mailbijlage.
HDTV (
)
Blog / E-mail (
Hiermee kunt u de beeldverhouding veranderen van 4:3 of 3:2
naar 16:9, en het beeld opslaan op 2M-formaat.
)
Hiermee kunt u de beeldverhouding veranderen van 16:9 of 3:2
naar 4:3, en het beeld opslaan op VGA-formaat.
2 Druk op de MENU-toets.
3 Selecteer [Formaat wijzigen] met v/V op de besturingstoets, en druk daarna op z nadat u de
gewenste formaat van het beeld hebt geselecteerd met b/B.
De weergavefuncties gebruiken
1 Selecteer de beelden die u wilt bijwerken terwijl deze worden weergegeven als enkel beeld.
4 Druk op de W/T-zoomknop om in te zoomen vanuit het gebied dat u wilt bijsnijden.
5 Stel het gebied in met v/V/b/B, en druk daarna op de MENU-toets.
6 Selecteer [OK] met v en druk daarna op z.
•
•
•
•
Voor meer informatie over het beeldformaat, zie pagina 11.
U kunt het beeldformaat van bewegende beelden niet veranderen.
U kunt het beeldformaat niet veranderen van VGA naar [HDTV].
Door het beeld te vergroten of het formaat te wijzigen kan de beeldkwaliteit achteruit gaan.
65
Menu voor weergeven
Voor informatie over de bediening
1 pagina 38
(Beveiligen): Per ongeluk wissen voorkomen
Met deze instelling kunt u de beelden beveiligen tegen per ongeluk wissen. De indicator
(Beveiligen) wordt afgebeeld op het beveiligde beeld.
(Dit beeld)
Hiermee beveiligt/ontgrendelt u het huidig geselecteerde beeld.
(Meerdere beelden)
Hiermee selecteert en beveiligt/ontgrendelt u meerdere beelden.
Een beeld beveiligen
1 Selecteer de beelden die u wilt beveiligen terwijl deze worden weergegeven in de
enkelbeeldweergavefunctie.
2 Druk op de MENU-toets.
3 Selecteer [Beveiligen] met v/V op de besturingsknop, selecteer [Dit beeld] met b/B, en druk
daarna op z.
Beelden selecteren en beveiligen
1 Druk op de MENU-toets in de enkelbeeldweergavefunctie of indexweergavefunctie.
2 Selecteer [Beveiligen] met v/V op de besturingsknop, selecteer [Meerdere beelden] met b/B,
en druk daarna op z.
In de enkelbeeldweergavefunctie:
3 Selecteer het beeld dat u wilt beveiligen met b/B, en druk daarna op z.
De markering
wordt op het geselecteerde beeld geprojecteerd.
4 Druk op b/B om andere beelden die u wilt beveiligen weer te geven, en druk daarna op z.
5 Druk op de MENU-toets.
6 Selecteer [OK] met v en druk daarna op z.
66
Menu voor weergeven
Voor informatie over de bediening
1 pagina 38
In de indexweergavefunctie:
3 Selecteer het beeld dat u wilt beveiligen met v/V/b/B en druk daarna op z.
De markering
wordt op het geselecteerde beeld geprojecteerd.
4 Als u nog andere beelden wilt beveiligen, herhaalt u stap 3.
5 Om alle beelden in een map te selecteren, selecteert u de mapkeuzebalk met b, en drukt u daarna
op z.
De markering
wordt op de geselecteerde map geprojecteerd.
6 Druk op de MENU-toets.
7 Selecteer [OK] met v en druk daarna op z.
• U kunt niet alle beelden beveiligen als er meer dan 999 bestanden zijn.
• Merk op dat door het formatteren alle gegevens worden gewist die op het opnamemedium zijn
opgeslagen, zelfs als de beelden beveiligd zijn, en deze beelden kunnen niet worden hersteld.
• Het activeren van de beveiliging van een beeld kan enige tijd duren.
De beveiliging annuleren
: Een afdrukmarkering aanbrengen
Met deze instelling kunt u een afdrukmarkering (
afdrukken.
Zie pagina 109.
) aanbrengen op het beeld dat u wilt
(Dit beeld)
Brengt een DPOF-markering aan op het beeld dat nu wordt
geselecteerd. De DPOF-markering wordt verwijderd wanneer op
het geselecteerde beeld reeds een DPOF-markering was
aangebracht.
(Meerdere beelden)
U kunt beelden selecteren en er DPOF-markeringen op
aanbrengen. De DPOF-markering wordt verwijderd als deze
reeds was aangebracht.
De weergavefuncties gebruiken
Selecteer het beeld waarvan u de beveiliging wilt annuleren en ontgrendel het door dezelfde
procedure te volgen als bij het instellen van de beveiliging.
De indicator
verdwijnt van het beeld.
(Afdrukken): Beelden afdrukken met een printer
U kunt de beelden afdrukken die met deze camera zijn opgenomen.
Zie pagina 106.
67
Menu voor weergeven
Voor informatie over de bediening
1 pagina 38
(Roteren): Beelden roteren
Met deze instelling kunt u een stilstaand beeld
roteren.
1 Geef het beeld weer dat u wilt roteren.
2 Druk op de MENU-toets om het menu af te beelden.
3 Selecteer [Roteren] met v/V op de besturingsknop en druk daarna op z.
4 Selecteer [
] en roteer vervolgens het beeld met b/B.
5 Selecteer [OK] met v/V en druk daarna op z.
• U kunt beveiligde beelden en bewegende beelden niet roteren.
• Beelden die met andere camera’s zijn opgenomen, kunnen soms niet worden geroteerd.
• Wanneer u beelden op een computer weergeeft, is het afhankelijk van de gebruikte software mogelijk dat
de beeldrotatie-informatie niet tot uitdrukking komt.
(Map kiezen): De map selecteren voor het weergeven van beelden
U kunt de map selecteren waarin het beeld zit dat u wilt weergeven wanneer u de camera
gebruikt met een "Memory Stick Duo".
1 Selecteer de gewenste map met b/B op de besturingsknop.
2 Selecteer [OK] met v en druk daarna op z.
Het selecteren van de map annuleren
Selecteer [Sluiten] in stap 2 en druk daarna op z.
z Over mappen
De camera slaat de opgenomen beelden op in een opgegeven map op de "Memory Stick Duo". U kunt de
map veranderen of een nieuwe aanmaken.
• Om een nieuwe map voor opgenomen beelden aan te maken t [Opnamemap maken] (pagina 71)
• Om de map voor opgenomen beelden te veranderen t [Opnamemap wijz.] (pagina 72)
• Wanneer meerdere mappen zijn aangemaakt in de "Memory Stick Duo" en het eerste of laatste beeld in de
map wordt weergegeven, worden de volgende indicators afgebeeld.
: U kunt naar de voorgaande map gaan
: U kunt naar de volgende map gaan
: U kunt naar de voorgaande of volgende mappen gaan
68
De instellingen veranderen
De geheugenbeheerfunctie en de
instellingen veranderen
U kunt de standaardinstellingen veranderen met behulp van
(Instellingen) op het HOME-scherm.
(Geheugen beheren) of
Besturingstoets
z toets
v/V/b/B toets
HOME-toets
1 Druk op de HOME-toets om het HOME-scherm af te beelden.
2 Selecteer
(Instellingen) met b/B op de
De instellingen veranderen
(Geheugen beheren) of
besturingsknop.
3 Selecteer een onderdeel met v/V, en druk daarna op z.
4 Selecteer het gewenste onderdeel met v/V, en druk daarna op z.
• Het HOME-scherm wordt afgebeeld als u op b drukt.
69
De geheugenbeheerfunctie en de instellingen veranderen
5 Selecteer een instelling met v/V, en druk daarna op z.
Het veranderen van de instelling annuleren
Druk op [Annul.] als dit als keuzemogelijkheid op het scherm wordt afgebeeld, en druk daarna
op z.
Zo niet, druk dan op b.
• Deze instelling blijft ook na het uitschakelen van de camera bewaard.
• De camera wordt in de opname- of weergavefunctie gezet door nogmaals op de HOME-toets te drukken.
70
Geheugen beheren
Voor informatie over de bediening
1 pagina 69
Geheugen-tool — Memory Stick-tool
Dit menuonderdeel wordt alleen afgebeeld als een "Memory Stick Duo" in de camera is
geplaatst.
Formatteren
Met deze instelling kunt u de "Memory Stick Duo" formatteren. Een in de handel verkrijgbare
"Memory Stick Duo" is reeds geformatteerd en kan onmiddellijk worden gebruikt.
• Vergeet niet dat het formatteren alle gegevens op een "Memory Stick Duo" permanent zal wissen,
inclusief de beveiligde beelden.
1 Selecteer [Formatteren] met v/V op de besturingsknop en druk daarna op z.
De melding "Alle data in de Memory Stick wordt gewist" wordt afgebeeld.
2 Selecteer [OK] met v en druk daarna op z.
Het formatteren begint.
Het formatteren annuleren
Selecteer [Annul.] in stap 2 en druk daarna op z.
Met deze instelling kunt u een map aanmaken op een "Memory Stick Duo" om er opgenomen
beelden in op te slaan.
1 Selecteer [Opnamemap maken] met v/V op de besturingsknop en druk daarna op z.
Het map-aanmaakscherm wordt afgebeeld.
De instellingen veranderen
Opnamemap maken
2 Selecteer [OK] met v en druk daarna op z.
Een nieuwe map wordt aangemaakt met een nummer dat één hoger is dan het hoogste nummer,
en de nieuwe map wordt ingesteld als de huidige opnamemap.
Het aanmaken van de map annuleren
Selecteer [Annul.] in stap 2 en druk daarna op z.
• Wanneer u geen nieuwe map aanmaakt, wordt de map de "101MSDCF" gekozen als de opnamemap.
• U kunt mappen aanmaken tot en met nummer "999MSDCF".
• U kunt een map niet vanaf de camera wissen. Als u een map wilt wissen, doet u dit vanaf een computer,
enz.
71
Geheugen beheren
Voor informatie over de bediening
1 pagina 69
• De beelden worden opgenomen in de nieuw aangemaakte map totdat u een andere map aanmaakt of een
andere opnamemap selecteert.
• Maximaal 4.000 beelden kunnen in een map worden opgeslagen. Wanneer de capaciteit van de map is
opgebruikt, wordt automatisch een nieuwe map aangemaakt.
• Voor meer informatie, zie "Beeldbestand-geheugenlocaties en bestandsnamen" (pagina 96).
Opnamemap wijz.
Met deze instelling kunt u de huidig ingestelde opnamemap veranderen.
1 Selecteer [Opnamemap wijz.] met v/V op de besturingsknop en druk daarna op z.
Het map-keuzescherm wordt afgebeeld.
2 Selecteer de gewenste map met b/B, en [OK] met v en druk daarna op z.
Het veranderen van de opnamemap annuleren
Selecteer [Annul.] in stap 2 en druk daarna op z.
• U kunt de map "100MSDCF" niet kiezen als de opnamemap.
• U kunt opgenomen beelden niet verplaatsen naar een andere map.
Kopiëren
Met deze instelling kunt u alle beelden die in het interne geheugen zijn opgeslagen kopiëren
naar een "Memory Stick Duo".
1 Plaats een "Memory Stick Duo" met voldoende vrije geheugenruimte.
2 Selecteer [Kopiëren] met v/V op de besturingsknop en druk daarna op z.
De melding "Alle data in het intern geheug. gekopieerd" wordt afgebeeld.
3 Selecteer [OK] met v en druk daarna op z.
Het kopiëren begint.
Het kopiëren annuleren
Selecteer [Annul.] in stap 3 en druk daarna op z.
• Gebruik een volledig opgeladen accu. Als u probeert beeldbestanden te kopiëren met de accu als voeding
terwijl slechts weinig acculading resteert, kan de accu tijdens het kopiëren leeg raken, waardoor het
kopiëren mislukt en/of de gegevens beschadigd raken.
• U kunt geen beelden selecteren om te kopiëren.
• De oorspronkelijke beelden blijven ook na het kopiëren bewaard in het interne geheugen. Om de inhoud
van het interne geheugen te wissen, haalt u na het kopiëren de "Memory Stick Duo" uit de camera, en
formatteert u het interne geheugen ([Formatteren] in [Intern geheugen-tool]) (pagina 74).
72
Geheugen beheren
Voor informatie over de bediening
1 pagina 69
• Een nieuwe map wordt aangemaakt op de "Memory Stick Duo" en alle gegevens worden ernaar
gekopieerd. U kunt niet een bepaalde map kiezen en er beelden naar kopiëren.
• De markeringen
(afdrukmarkering) op de beelden worden niet gekopieerd.
De instellingen veranderen
73
Geheugen beheren
Voor informatie over de bediening
1 pagina 69
Geheugen-tool — Intern geheugen-tool
Dit menuonderdeel wordt niet afgebeeld als een "Memory Stick Duo" in de camera is
geplaatst.
Formatteren
Met deze instelling kunt u het interne geheugen formatteren.
• Merk op dat door te formatteren alle gegevens in het interne geheugen permanent zullen worden gewist,
ook de beveiligde beelden.
1 Selecteer [Formatteren] met v/V op de besturingsknop en druk daarna op z.
De melding "Alle data in het intern geheugen wordt gewist" wordt afgebeeld.
2 Selecteer [OK] met v en druk daarna op z.
Het formatteren begint.
Het formatteren annuleren
Selecteer [Annul.] in stap 2 en druk daarna op z.
74
Instellingen
Voor informatie over de bediening
1 pagina 69
Hoofdinstellingen — Hoofdinstellingen 1
De standaardinstellingen worden aangegeven met
.
Pieptoon
Met deze instelling kunt u het geluid kiezen dat klinkt wanneer u de camera bedient.
Sluiter
Hiermee wordt het sluitergeluid, dat klinkt als u de
ontspanknop indrukt, ingeschakeld.
Aan
Hiermee schakelt u de pieptoon/het sluitergeluid in dat klinkt
wanneer u op de besturingsknop/ontspanknop drukt.
Uit
Hiermee worden de pieptoon en het sluitergeluid
uitgeschakeld.
Functiegids
Aan
Hiermee wordt het afbeelden van de functiegids
ingeschakeld.
Uit
Hiermee wordt het afbeelden van de functiegids
uitgeschakeld.
Initialiseren
De instellingen veranderen
Met deze instelling kunt u de functiegids afbeelden wanneer de camera wordt bediend.
Met deze instelling kunt u alle instellingen terugstellen op de standaardinstellingen. Zelfs als u
deze functie uitvoert, blijven de beelden opgeslagen in het interne geheugen behouden.
1 Selecteer [Initialiseren] met v/V op de besturingsknop en druk daarna op z.
De melding "Alle instellingen initialiseren" wordt afgebeeld.
2 Selecteer [OK] met v en druk daarna op z.
Alle instellingen worden teruggesteld op de standaardinstellingen.
Het initialiseren annuleren
Selecteer [Annul.] in stap 2 en druk daarna op z.
• Let erop dat de voeding van de camera niet wordt onderbroken tijdens het initialiseren.
75
Instellingen
Voor informatie over de bediening
1 pagina 69
Demo Lach-sluiter
U kunt een demonstratie van de lach-sluiterfunctie bekijken.
Aan
Hiermee kunt u een demonstratie geven van het gebruik van
de lach-sluiterfunctie.
Uit
Hiermee wordt de demonstratie niet gegeven.
1 Selecteer
(Lach-sluiter) met de functiekeuzeknop (pagina 28).
2 Richt de camera op het onderwerp en druk de ontspanknop helemaal in.
De demonstratie begint.
• Als u de camera gedurende ongeveer 15 seconden niet bedient, begint de demonstratie automatisch, ook
als de ontspanknop niet wordt ingedrukt.
• U kunt de demonstratie tijdelijk onderbreken nadat deze is begonnen, door de ontspanknop helemaal in te
drukken.
• Ondanks dat de sluiter wordt ontspannen wanneer de camera een lach herkent, wordt geen beeld
opgenomen.
• Stel deze functie altijd in op [Uit] om een daadwerkelijke opname te maken in de lach-sluiterfunctie.
76
Instellingen
Voor informatie over de bediening
1 pagina 69
Hoofdinstellingen — Hoofdinstellingen 2
De standaardinstellingen worden aangegeven met
.
USB-aansluiting
U kunt de USB-functie selecteren wanneer de camera met behulp van kabel voor de
multifunctionele aansluiting is aangesloten op een computer of een PictBridge-compatibele
printer.
Autom.
Hiermee herkent de camera de USB-verbinding automatisch
en stelt de communicatie met een computer of PictBridgecompatibele printer in (pagina’s 93 en 106).
• Als u de camera niet kunt aansluiten op een PictBridgecompatibele printer in de instelling [Autom.], selecteert u
[PictBridge].
• Als u de camera niet kunt aansluiten op een computer of een
USB-apparaat in de instelling [Autom.], selecteert u [Mass
Storage].
Hiermee wordt de camera aangesloten op een PictBridgecompatibele printer (pagina 106).
PTP/MTP
Wanneer u de camera aansluit op een computer, start de
wizard kopiëren automatisch op en worden de beelden in de
opnamemap in de camera gekopieerd naar de computer. (met
Windows Vista/XP, Mac OS X)
Mass Storage
Hiermee wordt een Mass Storage-verbinding tot stand
gebracht tussen de camera en een computer of ander USBapparaat (pagina 93).
De instellingen veranderen
PictBridge
COMPONENT
Met deze instelling selecteert u het type video-uitgangssignaal uit SD en HD(1080i),
overeenkomstig de aangesloten televisie (pagina 85).
HD(1080i)
Selecteer deze instelling wanneer u de camera aansluit op een
high-definitiontelevisie compatibel met 1080i-signalen.
SD
Selecteer deze instelling om de camera aan te sluiten op een
televisie die niet compatibel is met HD(1080i)-signalen.
77
Instellingen
Voor informatie over de bediening
1 pagina 69
Video-uit
Met deze instelling kunt u de videosignaaluitgang instellen overeenkomstig het
televisiekleursysteem of het aangesloten videoapparaat. Het kleursysteem van de televisie
verschilt afhankelijk van het land of gebied.
Om de beelden op het televisiescherm te kunnen bekijken, controleert u het kleursysteem van
de televisie in het land of gebied waarin u zich bevindt (pagina 87).
NTSC
Hiermee wordt het video-uitgangssignaal ingesteld op de
NTSC-functie (bijv. voor de VS en Japan).
PAL
Hiermee wordt het video-uitgangssignaal ingesteld op de
PAL-functie (bijv. voor Europa).
Breed-zoombeeld
Met deze instelling kunt u stilstaande beelden met beeldverhouding 4:3 en 3:2 weergegeven
met beeldverhouding 16:9 op een high-definitiontelevisie. In dit geval wordt van de boven- en
onderrand van het beeld een klein stukje afgesneden.
Aan
Weergave met beeldverhouding 16:9.
Uit
Het breed-zoombeeld wordt niet gebruikt.
• De enige beelden die kunnen worden weergegeven in breed-zoombeeld zijn beelden met beeldverhouding
4:3 en 3:2. Bewegende beelden, beelden met beeldverhouding 16:9 en beelden met portret-oriëntatie
kunnen niet worden gezoomd.
• Het beeld dat op het LCD-scherm van de camera wordt weergegeven verandert niet.
78
Instellingen
Voor informatie over de bediening
1 pagina 69
Opname-instellingn — Opname-instellingen 1
De standaardinstellingen worden aangegeven met
.
AF-verlicht.
De AF-verlichting levert vullicht om gemakkelijker te kunnen scherpstellen op een onderwerp
in een donkere omgeving.
De AF-verlichting werpt rood licht uit zodat de camera gemakkelijk kan scherpstellen zodra
de ontspanknop tot halverwege ingedrukt wordt gehouden totdat de scherpstelling is
vergrendeld. Op dat moment wordt de
indicator afgebeeld.
Autom.
Hiermee wordt de AF-verlichting gebruikt.
Uit
Hiermee wordt de AF-verlichting niet gebruikt.
De instellingen veranderen
• Als de AF-verlichting het onderwerp niet voldoende raakt of als het onderwerp onvoldoende contrast
heeft, kan niet worden scherpgesteld.
• De camera kan scherpstellen zolang het licht van de AF-verlichting het onderwerp bereikt, ongeacht of
het licht het midden van het onderwerp al of niet kan bereiken.
• U kunt de AF-verlichting niet gebruiken wanneer:
– Semi-handmatig is ingesteld (pagina 50).
–
(Landschap),
(Schemer) of
(Vuurwerk) is geselecteerd als de scènekeuzefunctie.
• Als u de AF-verlichting gebruikt, is het normale AF-bereikzoekerframe uitgeschakeld en wordt met een
stippellijn een nieuw AF-bereikzoekerframe afgebeeld. De automatische scherpstelling werkt met
voorrang op onderwerpen die zich dichtbij het midden van het frame bevinden.
• De AF-verlichting zendt zeer helder licht uit. Ondanks dat er geen gezondheidsrisico’s bestaan, mag u niet
van dichtbij rechtstreeks in de AF-verlichtingslamp kijken.
Stramienlijn
Met behulp van de rasterlijnen kunt u het onderwerp gemakkelijker in een horizontale/
verticale stand brengen.
Aan
Beeldt de rasterlijnen af.
Uit
Beeldt de rasterlijnen niet af.
• De rasterlijnen worden niet opgenomen.
79
Instellingen
Voor informatie over de bediening
1 pagina 69
AF-functie
Met deze instelling kunt u de werking van de automatische scherpstelling instellen.
Enkelvoudig
Hiermee wordt het beeld automatisch scherpgesteld zodra u
de ontspanknop tot halverwege ingedrukt houdt. Deze functie
is handig bij het opnemen van stilstaande onderwerpen.
Monitor
Hiermee wordt het beeld automatisch scherpgesteld voordat u
de ontspanknop tot halverwege ingedrukt houdt. Door deze
functie wordt de tijdsduur, benodigd voor scherpstelling,
korter.
• Er wordt meer acculading verbruikt dan in de [Enkelvoudig]
instelling.
• De instelling van de AF-functie is ongeldig wanneer de gezichtsherkenningsfunctie of de lachherkenningsfunctie is ingeschakeld.
• Wanneer semi-handmatig wordt gebruikt, werkt de automatische-scherpstellingsfunctie hetzelfde als in
de [Enkelvoudig] functie.
Digitale zoom
Met deze instelling kunt u de digitale-zoomfunctie instellen. De camera vergroot het beeld
met behulp van optische zoom (max. 4×). Zodra de zoomvergrotingsfactor hoger wordt dan
4×, gebruikt de camera de slimme-zoomfunctie of de precisie-digitale-zoomfunctie.
Slim
(Slimme-zoomfunctie)
(
)
Hiermee wordt het beeld digitaal vergroot binnen het bereik
waarin het beeld niet wordt vervormd, overeenkomstig het
beeldformaat.
Dit is niet beschikbaar wanneer het beeldformaat is ingesteld
op [12M], [3:2(11M)] of [16:9(9M)].
• De totale zoomvergroting van de slimme-zoomfunctie wordt
aangegeven in de onderstaande tabel.
80
Nauwkeurig
(Precisie-digitale-zoom)
(
)
Hiermee worden alle beeldformaten vergroot met de totale
zoomvergroting van ongeveer 8×, inclusief de optischezoomvergroting van 4×. Merk echter op dat de beeldkwaliteit
verslechtert wanneer de optische-zoomvergroting wordt
overschreden.
Uit
Hiermee wordt de digitale-zoomfunctie niet gebruikt.
Instellingen
Voor informatie over de bediening
1 pagina 69
Beeldformaat en totale zoomvergroting met gebruik van de slimme-zoomfunctie (inclusief
de optische-zoomvergroting van 4×)
Formaat
Totale zoomvergroting
8M
Ong. 4,9×
5M
Ong. 6,2×
3M
Ong. 7,8×
VGA
Ong. 25×
16:9(2M)
Ong. 8,3×
• U kunt de digitale-zoomfunctie niet gebruiken wanneer:
–
(Lach-sluiter) is geselecteerd als de scènekeuzefunctie.
– U bewegende beelden opneemt.
Conversielens
Deze instelling zorgt voor een juiste scherpstelling wanneer een conversielens (los
verkrijgbaar) is bevestigd. Bevestig eerst de lensadapter (los verkrijgbaar) en daarna de
conversielens.
Groothoek (
Uit
)
Voor als een telefoto-conversielens is bevestigd.
)
Voor als een groothoek-conversielens is bevestigd.
Voor als geen conversielens is bevestigd.
• Bij gebruik van de ingebouwde flitser, kan het flitslicht worden geblokkeerd waardoor een schaduw in het
beeld wordt geworpen.
• Een weerkaatst beeld van de lens kan in het beeld verschijnen als gevolg van de weerkaatsing tussen deze
lens en de conversielens.
• De macro-instelling ligt vast op [Autom.].
• Het beschikbare zoomgebied is beperkt.
• Het beschikbare scherpstelveld is beperkt.
• De AF-verlichting brandt niet.
• U kunt semi-handmatig niet selecteren.
• Als u beelden opneemt met de teleconversielens (los verkrijgbaar), kan de camera ook scherpstellen op
onderwerpen dichtbij in de stand
(Landschap) en
(Schemer).
• Als u beelden opneemt met de conversielens (los verkrijgbaar), is het mogelijk dat u geen beelden in de
stand
(Vuurwerk) kunt opnemen met een optimaal effect.
• Raadpleeg ook de gebruiksaanwijzing van de conversielens.
De instellingen veranderen
Telefoto (
81
Instellingen
Voor informatie over de bediening
1 pagina 69
Opname-instellingn — Opname-instellingen 2
De standaardinstellingen worden aangegeven met
.
Autom. Oriëntatie (alleen DSC-W220)
Wanneer de camera wordt gedraaid (verticaal) om een portretopname te maken, neemt de
camera deze positiewijziging op en geeft het beeld weer in de portretoriëntatie.
Aan
Hiermee neemt u een beeld op in de juiste oriëntatie.
Uit
Hiermee wordt automatische oriëntatie niet gebruikt.
• Aan de linker- en rechterkant van verticaal georiënteerde beelden wordt een zwarte rand afgebeeld.
• Afhankelijk van de opnamehoek van de camera, is het mogelijk dat de oriëntatie van het beeld niet juist
wordt opgenomen. Als een beeld niet in de juiste oriëntatie is opgenomen, kunt u het beeld roteren door
de procedure te volgen op pagina 68.
• U kunt automatische oriëntatie niet gebruiken wanneer
(Onderwater) is geselecteerd als de
scènekeuzefunctie.
Auto Review
Met deze instelling kunt u het opgenomen beeld, onmiddellijk nadat een stilstaand beeld is
opgenomen, gedurende twee seconden op het scherm afbeelden.
Aan
Hiermee wordt de Auto Review gebruikt.
Uit
Hiermee wordt de Auto Review niet gebruikt.
• Wanneer u de ontspanknop tot halverwege ingedrukt houdt, gaat het scherm van het opgenomen beeld uit
en kunt u onmiddellijk het volgende beeld opnemen.
• U kunt Auto Review niet gebruiken:
– tijdens Burst/Bracket-opname
– wanneer [Scèneherkenning] is ingesteld op [Autom.] of [Geavanceerd].
82
Instellingen
Voor informatie over de bediening
1 pagina 69
Klokinstellingen
Klokinstellingen
Stelt de datum en tijd in.
1 Selecteer [
Klokinstellingen] bij
(Instellingen) op het HOME-scherm.
2 Druk op z op de besturingstoets.
3 Selecteer datum-weergaveformaat met v/V, en druk daarna op z.
4 Selecteer ieder onderdeel met b/B, stel de numerieke waarde in met v/V, en druk daarna op z.
5 Selecteer [OK] en druk daarna op z.
Het instellen van de klok annuleren
Selecteer [Annul.] in stap 5 en druk daarna op z.
De instellingen veranderen
• Middernacht wordt afgebeeld als 12:00 AM en twaalf uur ’s morgens als 12:00 PM.
83
Instellingen
Voor informatie over de bediening
1 pagina 69
Language Setting
Language Setting
Selecteert de taal waarin de menuonderdelen, waarschuwingen en meldingen moeten worden
afgebeeld.
84
Beelden weergeven op een televisie
Beelden weergeven op een televisie
U kunt beelden bekijken op een televisiescherm door de camera aan te sluiten op een televisie.
De aansluiting verschilt afhankelijk van het type televisie dat is aangesloten op de camera.
Beelden bekijken door de camera aan te sluiten op een televisie met
behulp van de bijgeleverde kabel voor de multifunctionele aansluiting
Schakel zowel de camera als de televisie uit alvorens de camera aan te sluiten op de televisie.
1 Sluit de camera aan op de televisie met behulp van de kabel voor de
multifunctionele aansluiting (bijgeleverd).
1 Naar de audio/videoingangsaansluitingen
VIDEO AUDIO
Geel
Rood
Wit
(weergave-)toets
Besturingstoets
2 Schakel de televisie in en stel de ingangsbron in.
• Raadpleeg ook de gebruiksaanwijzing van de televisie.
3 Druk op
Beelden weergeven op een televisie
2 Naar de
multifunctionele
aansluiting
(weergave-)toets om de camera in te schakelen.
De beelden die met de camera zijn opgenomen worden op het televisiescherm weergegeven.
Druk op b/B op de besturingsknop om het gewenste beeld te kiezen.
• Als u de camera in het buitenland gebruikt, kan het noodzakelijk zijn het video-uitgangssignaal te
veranderen overeenkomstig de gebruikte televisie (pagina 78).
• De geluidsuitvoer is in mono.
85
Beelden weergeven op een televisie
Beelden bekijken door de camera aan te sluiten op een HD-televisie
U kunt een beeld dat op de camera is opgenomen op hoge kwaliteit* bekijken door de camera
aan te sluiten op een HD-televisie (high-definitiontelevisie) met behulp van de HDuitgangsadapterkabel (los verkrijgbaar).
Schakel zowel de camera als de televisie uit alvorens de camera aan te sluiten op de televisie.
* Beelden opgenomen op beeldformaat [VGA] kunnen niet worden weergegeven in HD-formaat.
• Met [Breed-zoombeeld] kunnen stilstaande beelden met beeldverhouding 4:3 of 3:2 worden weergegeven
met beeldverhouding 16:9 (pagina 78).
• Met [Formaat wijzigen] kan de beeldverhouding worden veranderd naar 16:9 voor highdefinitionweergave (pagina 65).
1 Sluit de camera aan op een HD-televisie (high-definitiontelevisie) met behulp
van een HD-uitgangsadapterkabel (los verkrijgbaar).
1 Naar de audio/videoingangsaansluitingen
COMPONENT
VIDEO IN
AUDIO
Besturingstoets
Groen/blauw/
rood
HDuitgangsadapterkabel
(los verkrijgbaar)
Wit/rood
(weergave-)
toets
2 Naar de multifunctionele
aansluiting
2 Schakel de televisie in en stel de ingangsbron in.
• Raadpleeg ook de gebruiksaanwijzing van de televisie.
86
HOME-toets
Beelden weergeven op een televisie
3 Druk op
(weergave-)toets om de camera in te schakelen.
De beelden die met de camera zijn opgenomen worden op het televisiescherm
weergegeven.
Druk op b/B op de besturingsknop om het gewenste beeld te kiezen.
• Stel [COMPONENT] in op [HD(1080i)] bij [Hoofdinstellingen 2] door
(Instellingen) te selecteren op
het HOME-scherm (pagina 77).
• Als u de camera in het buitenland gebruikt, kan het noodzakelijk zijn het video-uitgangssignaal te
veranderen overeenkomstig de gebruikte televisie (pagina 78).
• U kunt geen bewegende beelden bekijken die worden uitgevoerd in [HD(1080i)]-signaalformaat. Stel
[COMPONENT] in op [SD] tijdens het weergeven van bewegende beelden.
• Gebruik een Type2b-compatibele HD-uitgangsadapterkabel.
Over het "PhotoTV HD"
Deze camera is compatibel met de "PhotoTV HD"-norm.
Door Sony-apparaten die compatibel zijn met PhotoTV HD op elkaar aan te sluiten met
behulp van een HD-uitgangsadapterkabel (los verkrijgbaar), kan een compleet nieuwe wereld
aan foto’s worden bekeken in de adembenemende ‘Full HD’-kwaliteit.
PhotoTV HD maakt een uiterst gedetailleerde, foto-achtige weergave mogelijk van subtiele
texturen en kleuren.
• De instellingen moeten ook op de televisie worden gemaakt. Voor meer informatie
raadpleegt u de gebruiksaanwijzing van de televisie.
Als u de beelden op een televisiescherm wilt weergeven, hebt u een televisie nodig met een
video-ingangsaansluiting en de kabel voor de multifunctionele aansluiting. Het kleursysteem
van de televisie moet overeenkomen met dat van de digitale camera. Raadpleeg de
onderstaande lijsten voor het televisiekleursysteem van het land of gebied waarin u de camera
gebruikt.
NTSC-systeem
Bahama-eilanden, Bolivia, Canada, Chili, Colombia, Ecuador, Filippijnen, Jamaica, Japan,
Korea, Mexico, Midden-Amerika, Peru, Suriname, Taiwan, Venezuela, Verenigde Staten,
enz.
Beelden weergeven op een televisie
Televisiekleursystemen
PAL-systeem
Australië, België, China, Denemarken, Duitsland, Finland, Hongarije, Hongkong, Italië,
Koeweit, Maleisië, Nederland, Nieuw-Zeeland, Noorwegen, Oostenrijk, Polen, Portugal,
Singapore, Slowakije, Spanje, Thailand, Tsjechië, Verenigd Koninkrijk, Zweden,
Zwitserland, enz.
PAL-M-systeem
Brazilië
87
Beelden weergeven op een televisie
PAL-N-systeem
Argentinië, Paraguay, Uruguay
SECAM-systeem
Bulgarije, Frankrijk, Guyana, Irak, Iran, Monaco, Oekraïne, Rusland, enz.
88
De camera met uw computer gebruiken
Werken met uw Windows-computer
Voor informatie over het gebruik van een Macintoshcomputer, leest u "Uw Macintosh-computer gebruiken"
(pagina 102).
De afbeeldingen van computerschermen in dit hoofdstuk zijn
van een Engelstalig besturingssysteem.
Installeer eerst de software (bijgeleverd) (pagina 91)
• Installeer de volgende software:
– "PMB"
– "Music Transfer"
Beelden kopiëren naar uw computer (pagina 93)
• Beelden naar een computer kopiëren met "PMB".
• Met "PMB" en "Music Transfer" kunt u de volgende
Extra informatie over dit product en antwoorden op
veelgestelde vragen vindt u op de Sony Customer Supportwebsite voor klantenondersteuning.
http://www.sony.net/
De camera met uw computer gebruiken
bedieningen uitvoeren:
– Beelden weergeven die op de computer zijn opgeslagen
– Beelden bewerken
– De opnamelocaties van stilstaande beelden afbeelden op
online landkaarten (Dit vereist een internetverbinding.)
– Een disc maken met de opgenomen beelden (vereist een
cd-schrijver of dvd-schrijver)
– Stilstaande beelden afdrukken of opslaan met de datum
– Beelden uploaden naar een mediaservice (Dit vereist een
internetverbinding.)
– Muziek aan een diavoorstelling toevoegen/veranderen
(met "Music Transfer")
89
Werken met uw Windows-computer
Aanbevolen computeromgeving
Een computer die op de camera wordt
aangesloten dient aan de volgende vereisten
te voldoen.
Aanbevolen computeromgeving voor het
kopiëren van beelden
Besturingssysteem
(voorgeïnstalleerd): Microsoft
Windows 2000 Professional SP4/Windows
XP*1 SP3/Windows Vista*2 SP1
• De juiste werking kan niet worden
gegarandeerd in een computeromgeving die
is opgewaardeerd tot een van de
bovenstaande besturingssystemen of in een
computeromgeving met meerdere
besturingssystemen (multi-boot).
USB-aansluiting: Dient tot de
standaarduitrusting te behoren
Aanbevolen omgeving voor het gebruik
van "PMB" en "Music Transfer"
Besturingssysteem
(voorgeïnstalleerd): Microsoft
Windows XP*1 SP3/Windows Vista*2 SP1
CPU: Intel Pentium III 500 MHz of sneller
(Aanbevolen: Intel Pentium III 800 MHz
of sneller)
Geheugen: 256 MB of meer (Aanbevolen:
512 MB of meer)
Vaste schijf: Vrije schijfruimte benodigd
voor installatie—ongeveer 500 MB
Computerscherm: Schermresolutie: 1.024
× 768 pixels of meer
Videogeheugen: 32 MB of meer
(Aanbevolen: 64 MB of meer)
*1 64-bit edities worden niet ondersteund.
*2 Starter (Edition) wordt niet ondersteund.
90
Opmerkingen over het aansluiten van de
camera op een computer
• De computeromgeving moet tevens voldoen aan
de vereisten van het besturingssysteem.
• Voor alle bovenstaande aanbevolen
computeromgevingen kan een juiste werking
niet worden gegarandeerd.
• Als u twee of meer USB-apparaten tegelijkertijd
aansluit op een enkele computer, is het mogelijk
dat sommige apparaten, waaronder de camera,
niet werken, afhankelijk van de typen USBapparaten die zijn aangesloten.
• Bij gebruik van een USB-hub kan een juiste
werking niet worden gegarandeerd.
• Door de camera aan te sluiten via een USBinterface die compatibel is met Hi-Speed USB
(voldoet aan USB 2.0) wordt geavanceerde
overdracht (overdracht op hoge snelheid)
mogelijk aangezien de camera compatibel is met
Hi-Speed USB (voldoet aan USB 2.0).
• Er zijn vier functies voor een USB-verbinding
bij aansluiten op een computer: de [Autom.]functie (standaardinstelling), de [Mass Storage]functie, de [PictBridge]-functie en de [PTP/
MTP]-functie. In dit gedeelte worden de
functies [Autom.] en [Mass Storage] als
voorbeeld beschreven. Voor meer informatie
over de [PictBridge]-functie en [PTP/MTP]functie, zie pagina 77.
• Na herstel van een computer vanuit een standby- of slaapstand, is het mogelijk dat de
communicatie tussen de camera en de computer
niet op hetzelfde moment wordt hersteld.
De software (bijgeleverd) installeren
U kunt de software (bijgeleverd) installeren
volgens de onderstaande procedure.
• Log in als beheerder.
1 Schakel de computer in en plaats
de cd-rom (bijgeleverd) in het cdrom-station.
Het installatie-menuscherm wordt
afgebeeld.
• Als het niet wordt afgebeeld, dubbelklikt u
op [Computer] (in Windows XP/2000: [My
Computer] t
(SONYPICTUTIL).
• Onder Windows Vista kan het AutoPlayscherm worden weergegeven. Selecteer
"Run Install.exe." en volg de aanwijzingen
die op het scherm worden afgebeeld om
verder te gaan met de installatie.
2 Klik op [Install] (Installeren).
Het scherm "Choose Setup Language"
(Kies taal voor installatie) verschijnt.
3 Selecteer de gewenste taal en klik
daarna op [Next] (Volgende).
scherm om het installeren te
voltooien.
• Wanneer de bevestigingsmelding voor
opnieuw opstarten wordt afgebeeld, start u
de computer opnieuw op aan de hand van de
aanwijzingen op het scherm.
• Het is mogelijk dat DirectX wordt
geïnstalleerd, afhankelijk van de
systeemomgeving van de computer.
6 Haal de cd-rom eruit nadat de
installatie voltooid is.
• Installeer de volgende software:
– PMB
– Music Transfer
Nadat u de softwareprogramma’s hebt
geïnstalleerd, staan snelkoppelingen voor
"PMB", "Gids voor PMB" en "Music
Transfer" op het bureaublad.
Dubbelklik om "PMB" op
te starten.
Dubbelklik om "Gids
voor PMB" op te starten.
4 Lees de overeenkomst
aandachtig door. Als u de
voorwaarden van de
overeenkomst accepteert, vinkt u
het selectievakje naast [I accept
the terms of the license
agreement] (Ik accepteer de
voorwaarden in de
licentieovereenkomst) aan en
klikt u daarna op [Next]
(Volgende).
Dubbelklik om "Music
Transfer" op te starten.
De camera met uw computer gebruiken
Het scherm "License Agreement"
(Licentieovereenkomst) verschijnt.
5 Volg de aanwijzingen op het
91
Over "PMB (Picture Motion Browser)"
(bijgeleverd)
Door de software volledig te benutten kunt
u beter dan ooit gebruik maken van de
stilstaande en bewegende beelden van de
camera.
Hieronder wordt "PMB" in het kort
beschreven.
Voor meer informatie, zie "Gids voor
PMB".
Overzicht van "PMB"
Met "PMB" kunt u:
• Beelden importeren opgenomen met de camera
en deze weergeven op de computer.
• Beelden op de computer organiseren op een
kalender op opnamedatum voor weergave.
• Beelden kopiëren op de computer naar het
opnamemedium.
• Beelden bijwerken (rode-ogeneffect
verminderen, enz.), afdrukken en versturen van
stilstaande beelden als e-mailbijlage, de
opnamedatum veranderen, en nog veel meer.
• Informatie afbeelden op de posities op een
landkaart waar u de beelden hebt opgenomen.
(Dit vereist een internetverbinding.)
• Stilstaande beelden kunnen worden afgedrukt of
opgeslagen met datum.
• Een datadisc maken met behulp van een cdschrijver of dvd-schrijver.
• Beelden uploaden naar een mediaservice. (Dit
vereist een internetverbinding.)
"Gids voor PMB" opstarten
Dubbelklik op de snelkoppeling
(Gids
voor PMB) op het bureaublad.
Om de "Gids voor PMB" te openen vanuit
het menu Start, klikt u op [Start] t [All
Programs] (Alle programma's) t [Sony
Picture Utility] t [Help] t [Gids voor
PMB].
92
"PMB" opstarten en afsluiten
"PMB" opstarten
Dubbelklik op de snelkoppeling
(PMB)
op het bureaublad.
Of via het menu Start: Klik op [Start] t
[All Programs] (Alle programma's) t
[Sony Picture Utility] t [PMB].
• Wanneer "PMB" voor de eerste keer wordt
opgestart, wordt de bevestigingsmelding van de
informatiefunctie op het scherm afgebeeld.
Selecteer [Start]. Deze functie informeert u over
nieuws, zoals software-updates. U kunt de
instelling later weer veranderen.
"PMB" afsluiten
Klik op
venster.
in de rechterbovenhoek van het
Beelden naar een computer kopiëren met "PMB"
De camera en de computer
voorbereiden
3 Schakel de computer in en druk
daarna op de
)toets.
(weergave-
1 Plaats een "Memory Stick Duo"
met daarop opgenomen beelden
in de camera.
• Deze stap is niet nodig wanneer u beelden
kopieert die in het interne geheugen zijn
opgeslagen.
2 Plaats een voldoende opgeladen
accu in de camera, of sluit de
camera via de
netspanningsadapter (los
verkrijgbaar) en de USB/AV/DC
IN-kabel voor de multifunctionele
aansluiting (los verkrijgbaar) aan
op een stopcontact.
(weergave-)toets
De camera aansluiten op de
computer
2 Naar de multifunctionele
aansluiting
1 Naar de USBaansluiting
Kabel voor de
multifunctionele
aansluiting
De camera met uw computer gebruiken
• Gebruik een Type2b-compatibele USB/AV/
DC IN-kabel (los verkrijgbaar).
• Als u beelden naar uw computer kopieert
met de accu als voeding terwijl slechts
weinig acculading resteert, kan het kopiëren
mislukken of kunnen de beeldgegevens
beschadigd raken als de accu tussentijds
leeg raakt.
"Maakt verbinding…" verschijnt op het
scherm van de camera.
93
Beelden naar een computer kopiëren met "PMB"
Toegangsindicators*
Als een USB-verbinding voor het eerst tot
stand wordt gebracht, draait de computer
automatisch een programma om de camera
te herkennen. Wacht een poosje.
*
wordt op het scherm afgebeeld tijdens een
communicatiesessie.
Bedien de computer niet terwijl de indicator
wordt afgebeeld. Nadat de indicator is
veranderd in
, mag u de computer weer
bedienen.
• Als "Mass Storage" niet wordt afgebeeld, stelt u
[USB-aansluiting] in op [Mass Storage]
(pagina 77).
Beelden naar een computer
kopiëren
• Als u de "Memory Stick"-gleuf gebruikt,
raadpleet u pagina 97.
• Als de wizard AutoPlay wordt afgebeeld,
sluit u deze.
2 Importeer de beelden.
Klik op [Import] (Importeren) om het
importeren van beelden te starten.
1 Sluit de camera aan op een
computer zoals beschreven in
"De camera aansluiten op de
computer".
Nadat een USB-verbinding tot stand is
gebracht, wordt het scherm [Import
Media Files] (Mediabestanden
importeren) van "PMB" automatisch
afgebeeld.
94
Standaard worden de beelden
geïmporteerd in een map aangemaakt in
"Pictures" (Afbeeldingen) (in Windows,
"My Pictures" (Mijn afbeeldingen)) met
als naam de datum van importeren.
• Voor meer informatie over "PMB", zie "Gids
voor PMB".
Beelden naar een computer kopiëren met "PMB"
Beelden bekijken op uw
computer
Als het importeren voltooid is wordt de
"PMB" opgestart. Miniaturen van de
geïmporteerde beelden worden
weergegeven.
De USB-verbinding verwijderen
Volg de procedures vanaf stap 1 t/m 4
hieronder voordat u de volgende
handelingen uitvoert:
• Loskoppelen van de kabel voor de
multifunctionele aansluiting.
• Eruit halen van een "Memory Stick Duo".
• Een "Memory Stick Duo" in de camera plaatsen
na het kopiëren van beelden uit het interne
geheugen.
• Uitschakelen van de camera.
1 Dubbelklik op het verwijderingspictogram
in het systeemvak.
Windows Vista
• De map "Pictures" (Afbeeldingen) (in Windows
XP/2000: "My Pictures" (Mijn afbeeldingen)) is
ingesteld als de standaardmap in "Viewed
folders" (Weergegeven mappen).
U kunt de beelden op de computer
organiseren op een kalender op
opnamedatum voor weergave.
Voor meer informatie, zie "Gids voor
PMB".
Dubbelklik hier
Windows XP/Windows 2000
Dubbelklik hier
2 Klik op
(USB Mass Storage Device)
(USB-massaopslagapparaat) t [Stop] .
4 Klik op [OK].
Het apparaat wordt verwijderd.
• Als op de computer Windows Vista/XP
draait, kunt u stap 4 overslaan.
Voorbeeld: Maandweergavescherm
De camera met uw computer gebruiken
3 Controleer of het juiste apparaat wordt
aangegeven in het bevestigingsvenster en
klik op [OK].
95
Beelden naar een computer kopiëren met "PMB"
Beeldbestand-geheugenlocaties
en bestandsnamen
De beeldbestanden die met de camera zijn
opgenomen, zijn gegroepeerd als mappen
op de "Memory Stick Duo" of in het interne
geheugen.
Voorbeeld: mappen bekijken in
Windows Vista
A Een map met beeldgegevens die zijn
opgenomen met een camera zonder de
map-aanmaakfunctie.
B Een map met beeldgegevens die zijn
opgenomen op de camera.
Als geen nieuwe mappen zijn aangemaakt,
zijn de mappen als volgt:
– "Memory Stick Duo": alleen "101MSDCF"
– Intern geheugen: "101_SONY" alleen
• U kunt geen beelden opnemen in de map
"100MSDCF". De beelden in deze map kunnen
alleen worden bekeken.
• U kunt geen beelden opnemen/weergeven in de
map "MISC".
96
• Beeldbestandsnamen worden als volgt
weergegeven:
– Stilstaande-beeldbestanden:
DSC0ssss.JPG
– Bewegende-beeldbestanden:
MOV0ssss.MPG
– Indexbeeldbestanden die worden opgenomen
wanneer u bewegende beelden opneemt:
MOV0ssss.THM
ssss betekent ieder willekeurig nummer
van 0001 t/m 9999. Het numerieke deel van de
bestandsnaam van bewegende beelden
opgenomen in de bewegende-beeldenopnamefunctie is hetzelfde als dat van het
bijbehorende indexbeeldbestand.
• Voor meer informatie over mappen, zie pagina’s
68 en 71.
Beelden naar een computer kopiëren zonder
"PMB"
U kunt beelden kopiëren naar een computer
zonder "PMB" als volgt:
Voor een computer met een "Memory
Stick"-gleuf:
Haal de "Memory Stick Duo" uit de camera
en steek deze in een "Memory Stick Duo"adapter. Steek de "Memory Stick Duo"adapter in de computer en kopieer de
beelden.
• Zelfs wanneer u Windows 95/98/
98 Second Edition/NT/Me gebruikt, kunt u
beelden kopiëren door de "Memory Stick Duo"
in de "Memory Stick"-gleuf van de computer te
steken.
• Als de "Memory Stick PRO Duo" niet wordt
herkend, zie pagina 117.
Voor een computer zonder een "Memory
Stick"-gleuf:
Breng een USB-verbinding tot stand en
doorloop de fasen om de beelden te
kopiëren.
Dit gedeelte beschrijft een voorbeeld van
het kopiëren van beelden naar de map
"Documents" (Documenten) (in Windows
XP: "My Documents" (Mijn documenten)).
1 Bereid de camera en de computer
voor.
Volg dezelfde procedure als beschreven
in "De camera en de computer
voorbereiden" op pagina 93.
2 Sluit de camera aan op de
computer met behulp van de
kabel voor de multifunctionele
aansluiting.
Volg dezelfde procedure als beschreven
in "De camera aansluiten op de
computer" op pagina 93.
• Als "PMB" reeds is geïnstalleerd, start u
[Import Media Files] (Mediabestanden
importeren) op "PMB" . Selecteer [Cancel]
(Annuleren) om [Import Media Files]
(Mediabestanden importeren) te beëindigen.
De camera met uw computer gebruiken
• De schermen die in dit gedeelte als illustratie
worden gebruikt, zijn voorbeelden voor het
kopiëren van beelden vanaf een "Memory Stick
Duo".
• De camera is niet compatibel met de versies
Windows 95/98/98 Second Edition/NT/Me van
het Windows-besturingssysteem.
Als u een computer zonder een "Memory
Stick"-gleuf gebruikt, gebruikt u een in de
handel verkrijgbare "Memory Stick" lezer/
schrijver om de beelden op een "Memory Stick
Duo" te kopiëren naar de computer.
Om de beelden in het interne geheugen van de
camera te kopiëren naar een computer, kopieert
u de beelden eerst naar een "Memory Stick
Duo" en daarna naar de computer.
Beelden naar een computer
kopiëren–Windows Vista/XP
97
Beelden naar een computer kopiëren zonder "PMB"
3 Klik op [Open folder to view files]
(Map openen om bestanden te
bekijken) (in Windows XP: [Open
folder to view files] (Map openen
om bestanden te bekijken) t
[OK]) als het wizardvenster
automatisch op het bureaublad
verschijnt.
4 Dubbelklik op [DCIM].
5 Dubbelklik op de map waarin de
beeldbestanden die u wilt
kopiëren zijn opgeslagen. Klik
daarna met de rechtermuisknop
op een beeldbestand zodat het
contextuele menu wordt
afgebeeld en klik op de
menuopdracht [Copy] (Kopiëren).
1
2
• Als het wizardscherm niet automatisch
wordt afgebeeld, volgt u de procedure: t
"Voor Windows 2000".
98
• Voor informatie over de opslaglocatie van
de beeldbestanden, zie pagina 96.
Beelden naar een computer kopiëren zonder "PMB"
6 Klik op de map [Documents]
(Documenten) (in Windows XP:
[My Documents] (Mijn
documenten)). Klik daarna met de
rechtermuisknop in het venster
"Documents" (Documenten) om
het menu af te beelden en klik op
[Paste] (Plakken).
1
2
De beeldbestanden worden gekopieerd
naar de map [Documents]
(Documenten) (in Windows XP: [My
Documents] (Mijn documenten)).
Voor Windows 2000
Dubbelklik op [My Computer] (Deze
computer) t [Removable Disk]
(Verwijderbare schijven) nadat de camera
is aangesloten op de computer. Voer daarna
de procedure vanaf stap 4 uit.
De camera met uw computer gebruiken
• Als in de bestemmingsmap al een beeld met
dezelfde bestandsnaam zit, wordt een
bevestigingsmelding voor overschrijven
afgebeeld. Wanneer u het bestaande beeld
overschrijft met een nieuw beeld, wordt het
oorspronkelijke bestand gewist. Om een
beeldbestand naar de computer te kopiëren
zonder te overschrijven, verandert u eerst de
bestandsnaam en kopieert u vervolgens het
beeldbestand. Vergeet echter niet dat
wanneer u de bestandsnaam verandert
(pagina 100), u dat beeld niet meer kunt
weergeven op de camera.
99
Beeldbestanden bekijken die zijn opgeslagen op een computer
door ze naar de "Memory Stick Duo" van de camera te kopiëren
Dit gedeelte beschrijft de bediening op een
Windows-computer.
Wanneer een beeldbestand dat naar de
computer is gekopieerd, niet meer op een
"Memory Stick Duo" staat, kunt u dat beeld
weer op de camera weergeven door het
beeldbestand op de computer te kopiëren
naar een "Memory Stick Duo".
• Sla stap 1 over als de bestandnaam ingesteld
door de camera niet is veranderd.
• Afhankelijk van het beeldformaat kan het
onmogelijk zijn bepaalde beelden weer te
geven.
• Sony kan de weergave van beeldbestanden op
de camera niet garanderen als de bestanden zijn
bewerkt op een computer of opgenomen op een
andere camera.
• Als er geen mappen op een "Memory Stick
Duo" staan, maakt u eerst een map aan met de
camera (pagina 71) en kopieert u daarna de
beeldbestanden.
1 Klik met de rechtermuisknop op
het beeldbestand en klik daarna
op [Rename] (Naam wijzigen).
Verander de bestandsnaam in
"DSC0ssss".
Voer een nummer in van 0001 t/m 9999
voor ssss.
1
2
100
• Als de bevestigingsmelding voor
overschrijven wordt afgebeeld, moet u een
ander nummer invoeren.
• De bestandsextensie kan worden afgebeeld,
afhankelijk van de instelling van de
computer. De bestandsextensie voor
stilstaande beelden is JPG en de
bestandsextensie voor bewegende beelden is
MPG. U mag de bestandsextensie niet
veranderen.
2 Kopieer het beeldbestand naar de
map op de "Memory Stick Duo"
volgens de onderstaande
procedure.
1Klik met de rechtermuisknop op het
beeldbestand en klik daarna op [Copy]
(Kopiëren).
2Dubbelklik op [Removable Disk]
(Verwisselbare schijf) of
[SonyMemoryStick] in [Computer] (in
Windows XP: [My Computer] (Deze
computer)).
3Klik met de rechtermuisknop op de map
[sssMSDCF] in de map [DCIM] en
klik daarna op [Paste].
• sss betekent ieder willekeurig
nummer van 100 t/m 999.
"Music Transfer" (bijgeleverd) gebruiken
U kunt de muziekbestanden die in de
fabriek vooraf zijn ingesteld, vervangen
door eigen muziekbestanden met behulp
van "Music Transfer" op de cd-rom
(bijgeleverd). U kunt deze bestanden ook
op elk moment verwijderen of toevoegen.
Muziekbestanden met behulp
van "Music Transfer" toevoegen/
wijzigen
De geluidsbestandsformaten die u met
"Music Transfer" kunt kopiëren zijn
hieronder aangegeven:
• MP3-bestanden die zijn opgeslagen op de vaste
schijf van uw computer
• Muziekbestanden van cd’s
• Vooraf ingestelde muziek die op de camera is
opgeslagen
1 Druk op de HOME-toets om het
6 Volg de instructies op het scherm
om muziekbestanden toe te
voegen of te veranderen.
• De door de fabriek ingestelde muziekbestanden
in de camera herstellen:
1 Raak [Format. muz.] aan in stap 3.
2 Voer [Restore defaults]
(Standaardwaarden herstellen) in "Music
Transfer".
Alle door de fabriek ingestelde
muziekbestanden worden hersteld en
[Muziek] in het menu [Diavoorstelling]
wordt ingesteld op [Uit].
• U kunt de vooraf ingestelde muziekbestanden
herstellen met behulp van [Initialiseren]
(pagina 75), maar dan worden de andere
instellingen ook teruggesteld.
• Voor meer informatie over het gebruik van
"Music Transfer", raadpleegt u de on line Helpfunctie van "Music Transfer".
HOME-scherm af te beelden.
2 Selecteer
3 Selecteer [Downl. muz.] met v/V
en druk daarna op z.
De melding "Aansluiten op computer"
wordt afgebeeld.
4 Breng een USB-verbinding tot
stand tussen de camera en de
computer.
De camera met uw computer gebruiken
(Diavoorstelling) met
b/B op de besturingsknop,
selecteer daarna [ Muziek-tool]
met v/V, en druk tenslotte op z.
5 Start "Music Transfer" op.
101
Uw Macintosh-computer gebruiken
U kunt beelden kopiëren naar een
Macintosh-computer.
• "PMB" is niet compatibel met Macintoshcomputers.
Aanbevolen computeromgeving
Een computer die op de camera wordt
aangesloten dient aan de volgende vereisten
te voldoen.
Aanbevolen computeromgeving voor het
kopiëren van beelden
Besturingssysteem
(voorgeïnstalleerd): Mac OS 9.1/9.2/
Mac OS X (v10.1 t/m v10.5)
USB-aansluiting: Dient tot de
standaarduitrusting te behoren
• Er zijn vier functies voor een USB-verbinding
bij aansluiten op een computer: de [Autom.]functie (standaardinstelling), de [Mass Storage]functie, de [PictBridge]-functie en de [PTP/
MTP]-functie. In dit gedeelte worden de
functies [Autom.] en [Mass Storage] als
voorbeeld beschreven. Voor meer informatie
over de [PictBridge]-functie en [PTP/MTP]functie, zie pagina 77.
• Na herstel van een computer vanuit een standby- of slaapstand, is het mogelijk dat de
communicatie tussen de camera en de computer
niet op hetzelfde moment wordt hersteld.
Beelden kopiëren naar en
weergeven op een computer
1 Bereid de camera en Macintoshcomputer voor.
Aanbevolen omgeving voor het gebruik
van "Music Transfer"
Besturingssysteem
(voorgeïnstalleerd): Mac OS X (v10.3
t/m v10.5)
Geheugen: 64 MB of meer (128 MB of meer
wordt aanbevolen)
Vaste schijf: Vrije schijfruimte benodigd
voor installatie—ongeveer 50 MB
Opmerkingen over het aansluiten van de
camera op een computer
• Voor alle bovenstaande aanbevolen
computeromgevingen kan een juiste werking
niet worden gegarandeerd.
• Als u twee of meer USB-apparaten tegelijkertijd
aansluit op een enkele computer, is het mogelijk
dat sommige apparaten, waaronder de camera,
niet werken, afhankelijk van de typen USBapparaten die zijn aangesloten.
• Bij gebruik van een USB-hub kan een juiste
werking niet worden gegarandeerd.
• Door de camera aan te sluiten via een USBinterface die compatibel is met Hi-Speed USB
(voldoet aan USB 2.0) wordt geavanceerde
overdracht (overdracht op hoge snelheid)
mogelijk aangezien de camera compatibel is met
Hi-Speed USB (voldoet aan USB 2.0).
102
Volg dezelfde procedure als beschreven
in "De camera en de computer
voorbereiden" op pagina 93.
2 Sluit de camera aan op de
computer met behulp van de
kabel voor de multifunctionele
aansluiting.
Volg dezelfde procedure als beschreven
in "De camera aansluiten op de
computer" op pagina 93.
3 Kopieer beeldbestanden naar een
Macintosh-computer.
1Dubbelklik op het nieuw herkende
pictogram t [DCIM] t de map waarin
de beelden die u wilt weergeven zijn
opgeslagen.
2Sleep de beeldbestanden naar het
pictogram van de vaste schijf en zet ze
erop neer.
De beeldbestanden worden naar de
vaste schijf gekopieerd.
Uw Macintosh-computer gebruiken
• Voor informatie over de opslaglocatie van
de beelden en de bestandsnamen, zie
pagina 96.
4 Geef de beelden weer op de
computer.
Dubbelklik op het pictogram van de
vaste schijf t het gewenste
beeldbestand in de map waarin de
gekopieerde beeldbestanden zijn
opgeslagen, om dat beeldbestand te
openen.
• Muziekbestanden van cd’s
• Vooraf ingestelde muziek die op de camera is
opgeslagen
"Music Transfer" installeren
• Sluit alle softwareprogramma’s af die geopend
zijn voordat u "Music Transfer" installeert.
• Om deze software te installeren moet u ingelogd
zijn als beheerder.
1 Schakel de Macintosh-computer in en
plaats de cd-rom (bijgeleverd) in het cdrom-station.
2 Dubbelklik op
(SONYPICTUTIL).
3 Dubbelklik op het [MusicTransfer.pkg]bestand in de [MAC]-map.
De installatie van de software begint.
De USB-verbinding verwijderen
Sleep het pictogram van het station of het
pictogram van de "Memory Stick Duo"
naar het pictogram "Trash" (Prullenbak) en
laat het erin vallen, voordat u de
onderstaande procedures volgt of de camera
loskoppelt van de computer.
Muziekbestanden met behulp
van "Music Transfer" toevoegen/
wijzigen
U kunt de muziekbestanden die in de
fabriek vooraf zijn ingesteld vervangen
door eigen muziekbestanden. U kunt deze
bestanden ook op elk moment verwijderen
of toevoegen.
De geluidsbestandsformaten die u met
"Music Transfer" kunt kopiëren zijn
hieronder aangegeven:
Zie "Muziekbestanden met behulp van
"Music Transfer" toevoegen/wijzigen" op
pagina 101.
Technische ondersteuning
Extra informatie over dit product en
antwoorden op veelgestelde vragen
vindt u op de Sony Customer
Support-website voor
klantenondersteuning.
http://www.sony.net/
De camera met uw computer gebruiken
• Loskoppelen van de kabel voor de
multifunctionele aansluiting.
• Eruit halen van een "Memory Stick Duo".
• Een "Memory Stick Duo" in de camera plaatsen
na het kopiëren van beelden uit het interne
geheugen.
• Uitschakelen van de camera.
Muziekbestanden toevoegen/wijzigen
• MP3-bestanden die zijn opgeslagen op de vaste
schijf van uw computer
103
De "Geavanceerde Cyber-shot-handleiding" raadplegen
De "Geavanceerde Cyber-shot-handleiding"
raadplegen
Wanneer u het "Cyber-shot-handboek"
installeert, wordt tevens de "Geavanceerde
Cyber-shot-handleiding" geïnstalleerd. De
"Geavanceerde Cyber-shot-handleiding"
beschrijft diepgaander het gebruik van de
camera en de optionele accessoires.
Raadplegen op een Windowscomputer
Dubbelklik op
(Step-up Guide) op
het bureaublad.
Om de “Step-up Guide” te openen vanuit
het menu Start, klikt u op [Start] t [All
Programs] (Alle programma’s) (in
Windows 2000, [Programs] (Programma's))
t [Sony Picture Utility] t [Step-up
Guide].
Raadplegen op een Macintoshcomputer
1 Kopieer de map [stepupguide] in
de map [stepupguide] naar de
computer.
2 Selecteer [stepupguide],
[language] en daarna de map [NL]
op de cd-rom (bijgeleverd), en
kopieer alle bestanden in de map
[NL] naar de map [img] in de map
[stepupguide] die u in stap 1 naar
de computer hebt gekopieerd.
(Overschrijf de bestanden in de
map [img] met de bestanden in de
map [NL].)
3 Nadat het kopiëren klaar is,
dubbelklikt u op
"stepupguide.hqx" in de map
[stepupguide] om het
gecomprimeerde bestand uit te
pakken, en dubbelklikt u tenslotte
op het resulterende bestand
"stepupguide".
• Als op de computer geen
softwareprogramma is geïnstalleerd om het
HQX-bestand uit te pakken, installeert u
Stuffit Expander.
104
Stilstaande beelden afdrukken
Stilstaande beelden afdrukken
Als u beelden afdrukt die zijn opgenomen in de
[16:9] functie, kunnen beide randen worden
afgesneden. Controleer dus voordat u gaat
afdrukken (pagina 120).
Rechtstreeks beelden afdrukken op een PictBridge-compatibele printer
(pagina 106)
U kunt beelden afdrukken door de camera rechtstreeks aan te
sluiten op een PictBridge-compatibele printer.
Rechtstreeks beelden afdrukken op een "Memory Stick"-compatibele
printer
U kunt beelden rechtstreeks afdrukken op een "Memory Stick"compatibele printer.
Voor meer informatie leest u de gebruiksaanwijzing van de
printer.
Beelden afdrukken met behulp van een computer
U kunt beelden kopiëren naar een computer met behulp van het
bijgeleverde softwareprogramma "PMB" en de beelden
afdrukken.
U kunt de datum in het beeld invoegen en deze afdrukken
(pagina 92).
U kunt een "Memory Stick Duo", met daarop beelden die met de
camera zijn opgenomen, meenemen naar een winkel met
fotoafdrukservice. U kunt van tevoren de markering
(afdrukmarkering) aanbrengen op de beelden die u later wilt
afdrukken.
Stilstaande beelden afdrukken
Beelden afdrukken in een winkel (pagina 109)
105
Rechtstreeks beelden afdrukken op een
PictBridge-compatibele printer
Zelfs als u geen computer hebt, kunt u de
beelden die u hebt opgenomen met uw
camera afdrukken door de camera
rechtstreeks aan te sluiten op een
PictBridge-compatibele printer.
1 Druk op de HOME-toets om het
HOME-scherm af te beelden.
2 Selecteer
• "PictBridge" voldoet aan de CIPA-norm.
(CIPA: Camera & Imaging Products
Association)
• U kunt bewegende beelden niet afdrukken.
• Als de
indicator knippert op het scherm van
de camera (foutmelding), controleert u de
aangesloten printer.
Fase 1: De camera voorbereiden
Bereid de camera voor op aansluiting op de
printer met behulp van de kabel voor de
multifunctionele aansluiting. Als [USBaansluiting] is ingesteld op [Autom.],
herkent de camera automatisch bepaalde
printers zodra deze worden aangesloten.
Als dit het geval is, slaat u fase 1 over.
(weergave-)toets
Besturingstoets
HOMEtoets
MENU-toets
• Wij adviseren u een volledig opgeladen accu te
gebruiken om te voorkomen dat tijdens het
afdrukken de accu leeg raakt.
106
(Instellingen) met
b/B op de besturingstoets,
selecteer daarna
[
Hoofdinstellingen] met v/V,
en druk tenslotte op z.
3 Selecteer [Hoofdinstellingen 2]
met v/V en selecteer [USBaansluiting], en druk daarna op
z.
4 Selecteer [PictBridge] met v/V en
druk daarna op z.
De USB-functie is nu ingesteld.
Rechtstreeks beelden afdrukken op een PictBridge-compatibele printer
Fase 2: De camera aansluiten
op de printer
1 Sluit de camera aan op de printer.
2 Naar de multifunctionele
aansluiting
1 Naar de
USBaansluiting
Kabel voor de
multifunctionele
aansluiting
3 Druk op de MENU-toets, selecteer
[Afdrukken] met v/V op de
besturingsknop, en druk daarna
op z.
De camera wordt in de weergavefunctie
gezet waarna een beeld en het
afdrukmenu op het scherm worden
afgebeeld.
Fase 3: Beelden selecteren die
u wilt afdrukken
Selecteer [Dit beeld] of [Meerdere
beelden] met v/V, en druk daarna op
z.
2 Schakel de printer in. Druk op de
(weergave-)toets om de
camera in te schakelen.
Als u [Meerdere beelden] selecteert
U kunt meerdere geselecteerde beelden
afdrukken.
1 Selecteer de beelden die u wilt afdrukken
met b/B en druk daarna op z.
wordt op het geselecteerde beeld
afgebeeld.
2 Druk op MENU om het menu te laten
verschijnen.
3 Selecteer [OK] met v en druk daarna op
z.
Stilstaande beelden afdrukken
Nadat de verbinding tot stand is
gebracht, wordt de
indicator
afgebeeld.
Als u [Dit beeld] selecteert
U kunt het geselecteerde beeld afdrukken.
Ga verder met fase 4.
• Nadat u [Meerdere beelden] hebt geselecteerd
op het indexweergavescherm, kunt u alle
beelden in de map afdrukken door de
mapkeuzebalk te selecteren met b en een
markering
aan te brengen op de map.
107
Rechtstreeks beelden afdrukken op een PictBridge-compatibele printer
Fase 4: Afdrukken
2 Selecteer [OK] met v en druk
daarna op z.
1 Selecteer de afdrukinstellingen
met v/V/b/B.
Het beeld wordt afgedrukt.
• Koppel de kabel voor de multifunctionele
aansluiting niet los terwijl de
(PictBridge aangesloten) indicator op het
scherm wordt afgebeeld.
indicator
[Aantal]
Hiermee selecteert u het aantal kopieën
van het gemarkeerde beeld dat u wilt
afdrukken.
• Het is mogelijk dat, afhankelijk van het
aantal beelden, niet alle beelden op één vel
passen.
[Opmaak]
Hiermee selecteert u aantal beelden dat
u naast elkaar wilt afdrukken op een vel.
[Formaat]
Hiermee selecteert u de grootte van het
afdrukvel.
[Datum]
Hiermee selecteert u [Dag&Tijd] of
[Datum] om de datum en tijd op de
beelden te projecteren.
• Als u [Datum] kiest, zal de datum in de
gekozen volgorde worden geprojecteerd
(pagina 83). Het is mogelijk dat deze functie
niet beschikbaar is, afhankelijk van de
printer.
108
Fase 5: Het afdrukken afronden
Controleer dat het scherm is teruggekeerd
naar fase 2 en koppel de kabel voor de
multifunctionele aansluiting los van de
camera.
Beelden afdrukken in een winkel
U kunt een "Memory Stick Duo", met
daarop beelden die met de camera zijn
opgenomen, meenemen naar een winkel
met fotoafdrukservice. Als de winkel een
fotoafdrukservice heeft die gebruikmaakt
van DPOF, kunt u van tevoren een
afdrukmarkering op de beelden aanbrengen,
zodat u deze niet bij het afdrukken in de
winkel hoeft te kiezen.
Een geselecteerd beeld
markeren
(weergave-)toets
• U kunt de beelden die in het interne geheugen
zijn opgeslagen niet rechtstreeks vanuit de
camera afdrukken in winkel met
fotoafdrukservice. Kopieer de beelden eerst naar
een "Memory Stick Duo" en neem de "Memory
Stick Duo" daarna mee naar de afdrukwinkel.
Besturingstoets
MENU-toets
Wat is DPOF?
DPOF (Digital Print Order Format) is een
functie waarmee u in staat bent een
markering
(afdrukmarkering) aan te
brengen op beelden in de "Memory Stick
Duo" die u later wilt afdrukken.
• Bewegende beelden kunnen niet worden
voorzien van een afdrukmarkering.
• U kunt de afdrukmarkering
aanbrengen
op maximaal 999 beelden.
Als u een "Memory Stick Duo"
meeneemt naar een winkel
(weergave-)toets.
2 Selecteer het beeld dat u wilt
afdrukken.
3 Druk op de MENU-toets om het
menu af te beelden.
4 Selecteer [DPOF] met v/V op de
besturingsknop, selecteer [Dit
beeld] met b/B, en druk daarna
op z.
De
-afdrukmarkering wordt op het
beeld aangebracht.
DPOF
Stilstaande beelden afdrukken
• Vraag aan de winkel met fotoafdrukservice
welke typen "Memory Stick Duo" ze kunnen
verwerken.
• Als een "Memory Stick Duo" niet wordt
ondersteund door uw winkel met
fotoafdrukservice, kopieert u de beelden die u
wilt afdrukken naar een ander medium, zoals
een cd-r en neemt u deze mee naar de winkel.
• Vergeet niet de "Memory Stick Duo"-adapter
mee te nemen.
• Voordat u beeldgegevens meeneemt naar een
winkel, maakt u altijd eerst een (reserve) kopie
ervan op een vaste schijf.
• U kunt het aantal afdrukken niet instellen.
• Als u de datum op de beelden wilt projecteren,
vraagt u dit aan het personeel in de winkel met
fotoafdrukservice.
1 Druk op
109
Beelden afdrukken in een winkel
De afdrukmarkering verwijderen
Selecteer het beeld waarvan u de markering
wilt verwijderen, en herhaal daarna de
stappen 3 en 4.
De beelden selecteren en
markeren
5 Kies [OK] met v en druk daarna
op z.
De markering
afgebeeld.
wordt op het scherm
Enkelbeeldweergave
1 Druk op de MENU-toets tijdens
weergave in de
enkelbeeldweergavefunctie of
indexweergavefunctie.
Indexweergave
2 Selecteer [DPOF] met v/V op de
besturingsknop, selecteer
[Meerdere beelden] met b/B, en
druk daarna op z.
3 Selecteer een beeld dat u wilt
De selectie annuleren
markeren met de besturingsknop
en druk daarna op z.
Kies [Sluiten] in stap 5 en druk daarna op
z.
De markering
wordt op het
geselecteerde beeld aangebracht.
De afdrukmarkering verwijderen
Enkelbeeldweergave
Selecteer de beelden waarvan u de
markering wilt verwijderen, en druk daarna
op z in stap 3.
Alle beelden in de map markeren
Indexweergave
4 Druk op de MENU-toets.
110
In stap 3, in de indexweergavefunctie,
verplaats het kader naar de mapkeuzebalk
met b en druk daarna op z.
De markering
wordt aangebracht op de
geselecteerde map en alle beelden.
Problemen oplossen
Problemen oplossen
Als u problemen ondervindt met de camera, probeert u de onderstaande oplossingen.
1 Controleer de punten op pagina’s 112 t/m 122.
Als een code zoals "C/E:ss:ss" op het scherm wordt afgebeeld, raadpleegt u
pagina 123.
2 Haal de accu eruit, wacht ongeveer een minuut, plaats de accu weer terug, en
schakel vervolgens de camera in.
3 Stel de instellingen terug op de standaardinstellingen (pagina 75).
4 Neem contact op met uw Sony-dealer of het plaatselijke erkende Sonyservicecentrum.
Let erop dat door de camera ter reparatie op te sturen u automatisch toestemming geeft de
inhoud van het interne geheugen en de muziekbestanden te controleren.
Klik op een van de volgende onderdelen om te verspringen naar de pagina waarop het
symptoom en de oorzaken of de te nemen corrigerende handeling worden beschreven.
Accu en spanning
112
119
Stilstaande beelden/bewegende
beelden opnemen
113
Intern geheugen
119
Beelden bekijken
116
Afdrukken
120
Wissen
117
Computers
117
PictBridge-compatibele printer
120
Overige
Problemen oplossen
"Memory Stick Duo"
122
111
Problemen oplossen
Accu en spanning
De accu kan niet worden geplaatst.
• Plaats de accu op de juiste wijze door de accu-uitwerphendel in te duwen.
De camera kan niet worden ingeschakeld.
• Nadat de accu in de camera is geplaatst, kan het enkele momenten duren voordat de camera
van stroom wordt voorzien.
• Plaats de accu op de juiste wijze.
• De accu is leeg. Plaats een opgeladen accu.
• De accu is niet meer bruikbaar (pagina 130). Vervang deze door een nieuwe.
• Gebruik een aanbevolen type accu.
De camera schakelt plotseling uit.
• Als u de camera gedurende drie minuten niet bedient terwijl deze is ingeschakeld, wordt de
camera automatisch uitgeschakeld om te voorkomen dat de accu leeg raakt. Schakel de
camera weer in.
• De accu is niet meer bruikbaar (pagina 130). Vervang deze door een nieuwe.
• Afhankelijk van de temperatuur van de camera en de accu, kan de voeding automatisch
uitgeschakeld worden om de camera te beschermen. In dat geval wordt een mededeling op het
LCD-scherm afgebeeld voordat de camera wordt uitgeschakeld.
De resterende-acculadingindicator is onjuist.
• Dit doet zich voor wanneer u de camera op een zeer warme of koude plaats gebruikt.
• Er is een verschil opgetreden tussen de resterende-acculadingindicator en de daadwerkelijk
resterende acculading. Ontlaad de accu eenmaal volledig en laad deze daarna op om de
aanduiding van de resterende-acculadingindicator te corrigeren.
• De accu is leeg. Plaats een opgeladen accu.
• De accu is niet meer bruikbaar (pagina 130). Vervang deze door een nieuwe.
De accu kan niet worden opladen.
• U kunt de accu niet opladen met behulp van een netspanningsadapter (los verkrijgbaar).
Gebruik de acculader om de accu op te laden.
Het CHARGE-lampje knippert tijdens het opladen van de accu.
• Haal de accu uit de acculader en plaats hem op de juiste wijze weer terug.
• De temperatuur kan ongeschikt zijn voor opladen. Probeer de accu opnieuw op te laden
binnen het bedrijfstemperatuurbereik (10 °C t/m 30 °C). Raadpleeg pagina 131 voor meer
informatie.
112
Problemen oplossen
Stilstaande beelden/bewegende beelden opnemen
Beelden kunnen niet worden opgenomen.
• Controleer de resterende opslagcapaciteit van het interne geheugen of de "Memory Stick
Duo". Als deze vol is, doet u een van de volgende dingen:
– Wis overbodige beelden (pagina 34).
– Plaats een andere "Memory Stick Duo".
• Tijdens het opladen van de flitser kunt u geen beelden opnemen.
• Zet bij het opnemen van stilstaande beelden de functiekeuzeknop op een andere functie dan
.
• Zet de functiekeuzeknop op
wanneer u bewegende beelden wilt opnemen.
• Het beeldformaat is ingesteld op [640(Fijn)] tijdens het opnemen van bewegende beelden.
Doe een van de volgende dingen:
– Stel het beeldformaat in op een andere instelling dan [640(Fijn)].
– Plaats een "Memory Stick PRO Duo".
Kan niet opnemen in de lach-sluiterfunctie.
• Druk de ontspanknop helemaal in.
• Er worden geen beelden opgenomen als geen lach wordt herkend (pagina 30).
• [Demo Lach-sluiter] is ingesteld op [Aan]. Stel [Demo Lach-sluiter] in op [Uit] (pagina 76).
Het onderwerp is niet zichtbaar op het scherm.
• De camera staat in de weergavefunctie. Druk op de
(weergave-)toets om over te
schakelen naar de opnamefunctie (pagina 32).
De antiwaasfunctie werkt niet.
• De antiwaasfunctie werkt niet wanneer
wordt afgebeeld op het scherm (alleen
DSC-W220).
• Het is mogelijk dat de antiwaasfunctie niet goed werkt tijdens het opnemen van nachtscènes.
• Maak de opname nadat u de ontspanknop tot halverwege ingedrukt hebt gehouden. Druk de
ontspanknop niet plotseling helemaal in.
• Controleer of de instelling [Conversielens] correct is (pagina 81).
• Zet de functiekeuzeknop in de stand
(SteadyShot) (alleen DSC-W210/W215).
• De NR lange-sluitertijdfunctie is ingeschakeld (pagina 17). Dit is geen defect.
• De [DRO] staat op [DRO plus] (pagina 55). Dit is geen defect.
Problemen oplossen
Het opnemen duurt erg lang.
113
Problemen oplossen
Het beeld is onscherp.
• Het onderwerp bevindt zich te dichtbij. Zorg ervoor dat u tijdens het opnemen de lens verder
van het onderwerp afhoudt dan de minimale opnameafstand, ongeveer 4 cm voor groothoek
(W)/50 cm voor telefoto (T) (pagina 24)
•
(Schemer),
(Landschap) of
(Vuurwerk) is geselecteerd als de scènekeuzefunctie
gedurende het opnemen.
• De semi-handmatig-functie is geselecteerd. Kies de automatische scherpstellingsfunctie
(pagina 49).
• Controleer of de instelling [Conversielens] correct is (pagina 81).
• Lees "Als het onderwerp niet scherpgesteld is" op pagina 50.
De zoomfunctie werkt niet.
• U kunt de slimme-zoomfunctie niet gebruiken afhankelijk van het beeldformaat (pagina 80).
• U kunt de digitale-zoomfunctie niet gebruiken tijdens het opnemen van bewegende beelden.
• U kunt de zoomvergroting niet veranderen wanneer:
– De lach-sluiterfunctie standby staat (pagina 30).
– Bewegende beelden worden opgenomen.
• Controleer of de instelling [Conversielens] correct is (pagina 81).
De flitser werkt niet.
• De flitser is ingesteld op
(flitser altijd uit) (pagina 25).
• U kunt de flitser niet gebruiken wanneer:
– [Opn.functie] is ingesteld op [Burst] of Exposure Bracket (pagina 44).
–
(Hoge gevoeligheid), (Schemer) of
(Vuurwerk) is geselecteerd als de
scènekeuzefunctie (pagina 29).
– U bewegende beelden opneemt.
• Stel de flitser in op
(Sneeuw) of
(flitser altijd aan) wanneer
(Landschap), (Voedsel),
(Strand),
(Onderwater) is geselecteerd als de scènekeuzefunctie (pagina 25).
Wazige, witte, ronde vlekken verschijnen in beelden opgenomen met de flitser.
• Deeltjes (stof, pollen, enz.) in de lucht weerkaatsten het flitslicht en werden zichtbaar in het
beeld. Dit is geen defect (pagina 13).
De close-up-opnamefunctie (Macro) werkt niet.
•
(Landschap),
(pagina 29).
(Schemer) of
(Vuurwerk) is geselecteerd als de scènekeuzefunctie
De macrofunctie kan niet worden uitgeschakeld.
• Er is geen mogelijkheid om de macrofunctie gedwongen uit te schakelen. In de [Autom.]
(automatisch) functie kunnen telefoto-opnamen gemaakt worden, ondanks dat de
macrofunctie is ingeschakeld.
114
Problemen oplossen
De datum en tijd worden niet afgebeeld op het LCD-scherm.
• Tijdens het opnemen worden de datum en tijd niet afgebeeld. Deze worden alleen tijdens
weergave afgebeeld.
Kan de datum niet op het beeld projecteren.
• De camera heeft geen functie om de datum op beelden te projecteren (pagina 120). Door
"PMB" te gebruiken kunt u beelden met de datum erop geprojecteerd opslaan en afdrukken
(pagina 92).
De F-waarde en de sluitertijd knipperen wanneer u de ontspanknop tot
halverwege indrukt.
• De belichting is niet goed. Stel de belichting goed in (pagina 46).
Het scherm is te donker of te helder.
• Regel de helderheid van het LCD-scherm (pagina 20).
Het beeld is te donker.
• U neemt een onderwerp met een lichtbron erachter op. Selecteer [Lichtmeetfunctie]
(pagina 48) of [EV] (pagina 46)
Het beeld is te licht.
• Stel de belichting in (pagina 46).
De kleuren van het beeld zijn niet juist.
• Stel [Kleurfunctie] in op [Normaal] (pagina 55).
• Stel de witbalans in (pagina 51).
Bij het opnemen van een zeer helder onderwerp verschijnen er verticale
strepen.
• Het smeereffect treedt op en witte, zwarte, rode, paarse en andere strepen verschijnen in het
beeld. Dit verschijnsel duidt niet op een defect.
• De camera probeert de zichtbaarheid van het scherm te verhogen door het beeld tijdelijk
helderder te maken onder omstandigheden met een slechte verlichting. Dit is niet van invloed
op het opgenomen beeld.
Problemen oplossen
In het beeld verschijnt ruis wanneer u op een donkere plaats naar het scherm
kijkt.
115
Problemen oplossen
De ogen van het onderwerp zijn rood.
• Stel [Rode-ogeneffect] in op [Aan] (pagina 54).
• Neem het beeld op met behulp van de flitser vanaf een afstand korter dan het flitsbereik.
• Verlicht het vertrek en neem het onderwerp op.
• Werk het beeld bij met [Rode-ogen-correctie] of met de bijgeleverde software "PMB"
(pagina's 61 en 92).
Punten verschijnen en blijven op het scherm.
• Dit is geen defect. Deze punten worden niet opgenomen (pagina 2).
Beelden kunnen niet continu worden opgenomen.
• Het interne geheugen of de "Memory Stick Duo" is vol. Wis overbodige beelden (pagina 34).
• De accu is bijna leeg. Plaats de opgeladen accu in de camera.
Hetzelfde beeld wordt meerdere keren opgenomen.
• [Opn.functie] is ingesteld op [Burst] of Exposure Bracket. Of [Scèneherkenning] is ingesteld
op [Geavanceerd] (pagina’s 44 en 45).
Beelden bekijken
Kan geen beelden weergeven.
• Druk op
(weergave-)toets (pagina 32).
• De map-/bestandsnaam is veranderd op de computer (pagina 100).
• Sony kan de weergave van beeldbestanden op de camera niet garanderen als de bestanden zijn
bewerkt op een computer of opgenomen op een andere camera.
• De camera staat in de USB-functie. Verwijder de USB-verbinding (pagina 95).
• Weergave is onmogelijk als de lach-sluiterfunctie standby staat. Verlaat de standby-stand
door de ontspanknop helemaal in te drukken.
De datum en tijd worden niet afgebeeld.
• De aanduidingen op het scherm zijn uit. Beeld de aanduidingen op het scherm af door op
v (DISP) op de besturingsknop te drukken (pagina 20).
Onmiddellijk nadat de weergave is begonnen, ziet het beeld er grof uit.
• Dit kan gebeuren als gevolg van de beeldverwerking. Dit is geen defect.
Langs de linker- en rechterzijkanten van het scherm zijn zwarte banden
zichtbaar.
• [Autom. Oriëntatie] staat op [Aan] (alleen DSC-W220) (pagina 82).
116
Problemen oplossen
Er is geen muziek hoorbaar tijdens een diavoorstelling.
• Kopieer de muziekbestanden naar de camera met "Music Transfer" (pagina 101).
• Controleer dat de instellingen van het volumeniveau en de diavoorstelling correct zijn
(pagina 57).
Het beeld verschijnt niet op het televisiescherm.
• Controleer [Video-uit] om te bevestigen dat het video-uitgangssignaal van de camera is
ingesteld op het kleursysteem van de televisie (pagina 78).
• Controleer of de aansluiting juist is (pagina 85).
• Als de USB-stekker van de kabel voor de multifunctionele aansluiting is aangesloten op een
ander apparaat, koppelt u deze los (pagina 95).
• U probeert bewegende beelden weer te geven tijdens HD(1080i) uitvoer. Bewegende beelden
kunnen niet worden bekeken in high-definition-beeldkwaliteit. Stel [COMPONENT] in op
[SD] (pagina 77).
Wissen
Beelden kunnen niet worden gewist.
• Annuleer de beveiliging (pagina 67).
Computers
De compatibiliteit van deze camera met het besturingssysteem van de
computer is onbekend.
• Controleer "Aanbevolen computeromgeving" op pagina 90 voor Windows, en op pagina 102
voor Macintosh.
De "Memory Stick PRO Duo" wordt niet herkend door een computer met een
"Memory Stick"-gleuf.
• Controleer dat de computer en de "Memory Stick"-lezer/schrijver "Memory Stick PRO Duo"
Problemen oplossen
ondersteunen. Gebruikers van computers en "Memory Stick"-lezers/schrijvers gemaakt door
andere fabrikanten dan Sony dienen contact op te nemen met die fabrikanten.
• Als de "Memory Stick PRO Duo" niet wordt ondersteund, sluit u de camera aan op de
computer (pagina’s 93, 102). De computer herkent de "Memory Stick PRO Duo".
117
Problemen oplossen
De computer herkent de camera niet.
• Schakel de camera in.
• Wanneer de accu bijna leeg is, plaatst u een opgeladen accu of gebruikt u een
netspanningsadapter (los verkrijgbaar) (pagina 93).
• Stel [USB-aansluiting] in op [Mass Storage] (pagina 77).
• Gebruik de kabel voor de multifunctionele aansluiting (bijgeleverd) (pagina 93).
• Koppel de kabel voor de multifunctionele aansluiting los van zowel de computer als de
camera, en sluit deze daarna weer stevig aan.
• Koppel alle apparatuur, behalve de camera, het toetsenbord en de muis, los van de USB-
aansluitingen van de computer.
• Sluit de camera rechtstreeks aan op de computer en niet via een USB-hub of ander apparaat
(pagina 93).
Beelden kunnen niet worden gekopieerd.
• Sluit de camera goed aan op de computer door middel van een USB-verbinding (pagina 93).
• Volg de betreffende kopieerprocedure voor uw besturingssysteem (blz. 97 en 102).
• Als u beelden opneemt op een "Memory Stick Duo" die werd geformatteerd op een computer,
kan het onmogelijk zijn de beelden naar een computer te kopiëren. Neem op met behulp van
een "Memory Stick Duo" die in deze camera is geformatteerd (pagina 71).
Nadat de USB-verbinding tot stand is gekomen, start "PMB" niet automatisch
op.
• Breng de USB-verbinding tot stand nadat de computer is opgestart (pagina 93).
Beelden kunnen niet worden weergegeven op de computer.
• Wanneer u "PMB" gebruikt, raadpleegt u de "Gids voor PMB" (pagina 92).
• Raadpleeg de fabrikant van de computer of de software.
Hoe kunt u het softwareprogramma "PMB" gebruiken?
• Raadpleeg de "Gids voor PMB" (pagina 92).
Wanneer u bewegende beelden op een computer bekijkt, worden beeld en
geluid onderbroken door storing.
• U geeft de bewegende beelden rechtstreeks weer vanuit het interne geheugen of vanaf de
"Memory Stick Duo". Kopieer de bewegende beelden naar de vaste schijf van de computer en
geef daarna de bewegende beelden weer vanaf de vaste schijf (pagina 97).
Beelden kunnen niet worden afgedrukt.
• Zie de gebruiksaanwijzing van de printer.
118
Problemen oplossen
Beelden die al een keer naar de computer gekopieerd zijn kunnen niet door de
camera weergegeven worden.
• Kopieer de beelden naar een map die door de camera wordt herkend, zoals "101MSDCF"
(pagina 96).
• Volg de juiste procedures (pagina 100).
"Memory Stick Duo"
De "Memory Stick Duo" kan niet worden geplaatst.
• Plaats ze in de juiste richting.
U hebt een "Memory Stick Duo" per ongeluk geformatteerd.
• Alle gegevens op de "Memory Stick Duo" zijn gewist door het formatteren. U kunt deze niet
meer herstellen.
Intern geheugen
U kunt geen beelden weergeven of beelden opnemen met behulp van het
interne geheugen.
• Er zit een "Memory Stick Duo" in de camera. Haal deze eruit.
De beeldgegevens in het interne geheugen kunnen niet worden gekopieerd
naar de "Memory Stick Duo".
• De "Memory Stick Duo" is vol. Kopieer het beeld naar een "Memory Stick Duo" met
voldoende vrije geheugenruimte.
Kan de beeldgegevens op de "Memory Stick Duo" of de computer niet kopiëren
naar het interne geheugen.
• Deze functie is niet beschikbaar.
Problemen oplossen
119
Problemen oplossen
Afdrukken
Zie "PictBridge-compatibele printer" tezamen met de onderstaande punten.
De beelden worden afgedrukt met beide randen afgesneden.
• Afhankelijk van de printer kunnen alle randen van het beeld worden afgesneden. Met name
wanneer u een beeld afdrukt dat is opgenomen met het beeldformaat ingesteld op [16:9],
kunnen de zijranden van het beeld worden bijgesneden.
• Wanneer u beelden afdrukt op uw printer, annuleert u de instellingen van bijsnijden en
afdrukken zonder randen. Vraag de fabrikant van de printer of de printer deze functies heeft of
niet.
• Als u de beelden laat afdrukken in een winkel met fotoafdrukservice, vraagt u aan het
winkelpersoneel of ze de beelden kunnen afdrukken zonder dat de randen worden afgesneden.
U kunt geen beelden afdrukken met de datum erop geprojecteerd.
• Met "PMB" kunt u beelden afdrukken met daarop de datum geprojecteerd (pagina 92).
• De camera heeft geen functie om de datum op beelden te projecteren. Echter, omdat de
beelden opgenomen op deze camera informatie bevatten over de opnamedatum, kunt u de
beelden afdrukken met daarop de datum geprojecteerd als de printer of de software deze Exifinformatie kan herkennen. Voor eventuele compatibiliteit met Exif-informatie, neemt u
contact op met de fabrikant van de printer of van de software.
• Als u gebruik maakt van een fotoafdrukservice, vraagt u het winkelpersoneel de datum op de
beelden te projecteren.
PictBridge-compatibele printer
Het is niet mogelijk een verbinding tot stand te brengen.
• De camera kan niet rechtstreeks op een printer worden aangesloten die niet compatibel is met
PictBridge. Vraag de fabrikant van de printer of uw printer compatibel is met PictBridge of
niet.
• Controleer of de printer is ingeschakeld en op de camera kan worden aangesloten.
• Stel [USB-aansluiting] in op [PictBridge] (pagina 77).
• Koppel de kabel voor de multifunctionele aansluiting los en sluit deze weer aan. Bij het
verschijnen van een foutmelding op de printer, moet u de gebruiksaanwijzing van de printer
raadplegen.
120
Problemen oplossen
Beelden kunnen niet worden afgedrukt.
• Controleer of de camera op de juiste wijze met behulp van de kabel voor de multifunctionele
aansluiting op de printer is aangesloten.
• Schakel de printer in. Raadpleeg voor verdere informatie de gebruiksaanwijzing van de
printer.
• Als u tijdens het afdrukken [Sluiten] selecteert, is het mogelijk dat de beelden niet worden
afgedrukt. Koppel de kabel voor de multifunctionele aansluiting los en sluit deze weer aan.
Als u de beelden nog steeds niet kunt afdrukken, koppelt u de kabel voor de multifunctionele
aansluiting los, schakelt u de printer uit en weer in, en sluit u de kabel voor de
multifunctionele aansluiting weer aan.
• Bewegende beelden kunnen niet afgedrukt worden.
• Beelden opgenomen op andere camera’s dan deze camera, of beelden die op een computer
bewerkt zijn, kunnen misschien niet worden afgedrukt.
De afdrukopdracht is geannuleerd.
• Controleer dat de kabel voor de multifunctionele aansluiting is losgekoppeld voordat de
(PictBridge aangesloten) indicator uitgaat.
In de indexweergavefunctie kan de datum niet worden geprojecteerd en kunnen
de beelden niet worden afgedrukt.
• De printer heeft deze functies niet. Vraag de fabrikant van de printer of de printer deze
functies heeft of niet.
• Afhankelijk van de printer kan de datum in de indexweergavefunctie niet geprojecteerd
worden. Vraag het de fabrikant van de printer.
In plaats van de datum wordt "---- -- --" afgedrukt op het beeld.
• Bij het beeld zit geen opnamedatum-informatie zodat de datum niet erop kan worden
geprojecteerd. Stel [Datum] in op [Uit] en druk het beeld opnieuw af (pagina 108).
Het afdrukformaat kan niet worden ingesteld.
• Vraag de fabrikant van de printer of het gewenste afdrukformaat beschikbaar is op de printer.
Het beeld kan niet op het ingestelde formaat worden afgedrukt.
koppelt u de kabel voor de multifunctionele aansluiting los en sluit u deze daarna weer aan.
• De afdrukinstelling van de camera is anders dan die van de printer. Verander de instelling van
de camera (pagina 108) of de printer.
De camera kan niet worden bediend nadat het afdrukken is geannuleerd.
• Wacht enige tijd terwijl de printer de annuleerbediening uitvoert. Dit kan, afhankelijk van de
Problemen oplossen
• Als u papier van een ander formaat gebruikt nadat de printer op de camera is aangesloten,
printer, enige tijd duren.
121
Problemen oplossen
Overige
Het bestandsnummer kan niet worden teruggesteld.
• Door een opnamemedium te vervangen, worden de bestandsnummers niet teruggesteld door
de camera. Om de bestandsnummers te initialiseren, voert u eerst [Formatteren] uit (pagina’s
71 en 74), en voert u vervolgens [Initialiseren] uit (pagina 75). Vergeet echter niet dat alle
gegevens op de "Memory Stick Duo" of in het interne geheugen zullen worden gewist, en dat
alle instellingen, inclusief datum zullen worden teruggesteld op de fabrieksinstellingen.
De camera werkt niet terwijl de lens is uitgeschoven.
• Probeer niet met kracht zelf de lens te bewegen als deze niet door de camera wordt bewogen.
• Plaats een opgeladen accu en schakel daarna de camera opnieuw in.
De lens raakt beslagen.
• Er is condensvorming opgetreden. Schakel de camera uit en laat deze gedurende ongeveer een
uur liggen voordat u deze weer gebruikt.
De lens beweegt niet wanneer u de camera uitschakelt.
• De accu is leeg. Vervang deze door een opgeladen accu.
De camera wordt warm wanneer u deze gedurende een lange tijd gebruikt.
• Dit is geen defect.
Het klok-instelscherm wordt afgebeeld nadat de camera is ingeschakeld.
• Stel de datum en tijd opnieuw in (pagina 83).
• De ingebouwde, oplaadbare reservebatterij is leeg. Plaats een opgeladen accu en laat de
camera gedurende 24 uur of langer uitgeschakeld liggen.
U wilt de datum of tijd veranderen.
• Stel de datum en tijd opnieuw in (pagina 83).
122
Foutcodes en meldingen
Zelfdiagnosefunctie
Als een code wordt afgebeeld die begint
met een letter uit het alfabet, is de
zelfdiagnosefunctie in werking getreden.
De laatste twee cijfers (hieronder aangeduid
met twee blokjes ss) verschillen
afhankelijk van de toestand van de camera.
Als u de fout niet kunt verhelpen, zelfs niet
nadat u de corrigerende handeling enkele
keren hebt uitgevoerd, kan het noodzakelijk
zijn de camera te laten repareren. Neem
contact op met uw Sony-dealer of de
plaatselijke technische dienst van Sony.
C:32:ss
E:61:ss
E:62:ss
E:91:ss
• Er is een storing opgetreden in de
camera. Stel alle instellingen terug op
de standaardinstellingen van de camera
(pagina 75) en schakel deze daarna
weer in.
Meldingen
Als een van de onderstaande meldingen
wordt afgebeeld, voert u de vermelde
instructies uit.
• Er is een storing opgetreden in de
hardware van de camera. Schakel de
camera uit en daarna weer in.
C:13:ss
• De camera kan geen gegevens lezen
onmiddellijk op. Afhankelijk van de
gebruiksomstandigheden of het soort
accu, kan de indicator knipperen
ondanks dat er nog voor 5 tot
10 minuten acculading over is.
Gebruik uitsluitend een
geschikte batterij
• De geplaatste accu is geen NP-BG1
accu (bijgeleverd) of NP-FG1 accu (los
verkrijgbaar).
Systeemfout
• Schakel de camera uit en weer in.
De camera is oververhit
Laat de camera eerst afkoelen
• De camera wordt automatisch
uitgeschakeld wanneer de inwendige
temperatuur toeneemt. Laat de camera
op een koele plaats liggen totdat deze is
afgekoeld.
Problemen oplossen
vanaf of schrijven op de "Memory Stick
Duo". Probeer de camera uit en weer in
te schakelen, of probeer de "Memory
Stick Duo" er meerdere keren uit te
halen en weer in te plaatsen.
• Het interne geheugen heeft een
formatteringsfout begaan, of een nietgeformatteerde "Memory Stick Duo" is
geplaatst. Formatteer het interne
geheugen of de "Memory Stick Duo"
(pagina’s 71 en 74).
• De geplaatste "Memory Stick Duo" kan
niet worden gebruikt in deze camera, of
de gegevens zijn beschadigd. Plaats een
nieuwe "Memory Stick Duo".
• De accu is bijna leeg. Laad de accu
123
Foutcodes en meldingen
Fout van intern geheugen
• Schakel de camera uit en weer in.
Geheugen voor alleen-lezen
• De camera kan geen beelden opnemen
of wissen op deze "Memory Stick Duo".
Plaats de Memory Stick opnieuw
• Plaats de "Memory Stick Duo" op de
juiste wijze.
• De geplaatste "Memory Stick Duo" kan
niet worden gebruikt in deze camera
(pagina 128).
• De "Memory Stick Duo" is beschadigd.
• De aansluitpunten van de "Memory
Stick Duo" zijn vuil.
Verkeerd type Memory Stick
• De geplaatste "Memory Stick Duo" kan
niet worden gebruikt in deze camera
(pagina 128).
Geen toegang Memory Stick
Toegang geweigerd
• U gebruikt een "Memory Stick Duo"
Geen beelden beschikbaar
• Er zijn geen beelden die weergegeven
kunnen worden opgenomen in het
interne geheugen.
• Er zijn geen beelden die weergegeven
kunnen worden opgeslagen op de
"Memory Stick Duo".
• De geselecteerde map bevat geen
bestand dat kan worden weergegeven in
een diavoorstelling.
Mapfout
• Een map met dezelfde drie cijfers aan
het begin van de naam bestaat reeds op
de "Memory Stick Duo" (bijvoorbeeld:
123MSDCF en 123ABCDE). Kies een
andere map of maak een andere map
(pagina’s 71 en 72).
met beperkte toegang.
Kan geen mappen meer maken
Fout bij formatteren Memory Stick
Fout bij formatteren intern geheugen
• Formatteer het medium opnieuw
(pagina’s 71 en 74).
Memory Stick vergrendeld
• U gebruikt een "Memory Stick Duo"
met een schrijfbeveiligingsschakelaar
terwijl de schrijfbeveiligingsschakelaar
in de stand LOCK staat. Zet de
schrijfbeveiligingsschakelaar in de
stand voor opnemen.
Geen geheugenruimte in het intern
geheugen
Geen geheugenruimte in de
Memory Stick
• Wis overbodige beelden of bestanden
(pagina 34).
124
• Op de "Memory Stick Duo" staat een
map waarvan de naam begint met
"999". U kunt in dat geval geen mappen
meer aanmaken.
Bestandsfout
• Tijdens het weergeven van het beeld is
een fout opgetreden. Sony kan de
weergave van beeldbestanden op de
camera niet garanderen als de bestanden
zijn bewerkt op een computer of
opgenomen op een andere camera.
Deze map heeft het kenmerk Alleen
lezen.
• U hebt een map geselecteerd die niet
kan worden ingesteld als de
opnamemap op de camera. Selecteer
een andere map (pagina 72).
Foutcodes en meldingen
Bestandsbeveiliging
• Schakel de beveiliging uit (pagina 67).
Te groot beeldformaat
Onvoldoende acculading
• Gebruik een volledig opgeladen accu bij
het kopiëren van een beeld opgenomen
in het interne geheugen naar de
"Memory Stick Duo".
• U probeert een beeld weer te geven met
een formaat dat niet kan worden
weergegeven op de camera.
(Trillingswaarschuwingindicator)
• Door onvoldoende licht, is de camera
gevoelig voor beweging. Gebruik de
flitser, selecteer de antiwaasfunctie of
bevestig de camera op een statief om
camerabewegingen te voorkomen.
640(Fijn) is niet beschikbaar
• Bewegende beelden met beeldformaat
640(Fijn) kunnen alleen worden
opgenomen met behulp van een
"Memory Stick PRO Duo". Plaats een
"Memory Stick PRO Duo" of stel het
beeldformaat in op een ander formaat
dan [640(Fijn)].
Macro is ongeldig
• De macrofunctie is niet beschikbaar
onder de huidige instellingen
(pagina 29).
De flitserfunctie kan niet worden
veranderd
• De flitser is niet beschikbaar onder de
• Controleer de printer.
Printerfout
• Controleer de printer.
• Controleer of het beeld dat u wilt
afdrukken beschadigd is.
• Het is mogelijk dat de
gegevensoverdracht naar de printer nog
niet voltooid is. Koppel de kabel voor
de multifunctionele aansluiting niet los.
Verwerkt…
• De printer annuleert de huidige
afdruktaak. U kunt niet afdrukken totdat
dit klaar is. Dit kan, afhankelijk van de
printer, enige tijd duren.
Muziekfout
• Wis het muziekbestand of vervang het
door een normaal muziekbestand.
• Voer [Format. muz.] uit en download
Maximumaantal beelden
geselecteerd
• U kunt maximaal 100 beelden
selecteren. Verwijder het vinkje.
• U kunt een afdrukmarkering
aanbrengen op maximaal 999
bestanden. Annuleer de selectie.
daarna een nieuw muziekbestand.
Muziekgeheugen-formatteringsfout
• Voer [Format. muz.] uit.
Problemen oplossen
huidige instellingen (pagina 29).
Printer bezet
Papierfout
Geen papier
Inktfout
Inkt bijna op.
Inkt helemaal op.
125
Foutcodes en meldingen
Bediening kan niet worden uitgevoerd voor bestand met bew. bldn.
• U hebt een functie geselecteerd die niet
beschikbaar is voor bewegende beelden.
Bediening kan niet worden uitgevoerd voor niet-onderst. bestanden
• Verwerking en andere
bewerkingsfuncties van de camera
kunnen niet worden uitgevoerd voor
beeldbestanden die zijn bewerkt op een
computer, of beelden die werden
opgenomen op een andere camera.
Bediening kan niet worden uitgevoerd bij een PictBridge-verbinding
• Sommige functies zijn aan beperkingen
onderhevig terwijl de camera is
aangesloten op een PictBridgecompatibele printer.
Bediening kan niet worden uitgevoerd tijdens HD(1080i)-uitvoer
• Sommige functies zijn aan beperkingen
onderhevig terwijl de camera is
aangesloten op een highdefinitiontelevisie.
Kan gezicht voor bewerken niet
vinden
• Bijwerken kan onmogelijk zijn
afhankelijk van het beeld.
Schakel uit en weer in
• De lens is defect.
Zelfontspanner is ongeldig
• De zelfontspanner is niet beschikbaar
bij deze instellingen (pagina 29).
126
Overige
Uw camera in het buitenland gebruiken —
Stroomvoorziening
U kunt de camera, de acculader (bijgeleverd) en de netspanningsadapter AC-LS5K (los
verkrijgbaar) in ieder land of gebied gebruiken met een stroomvoorziening van 100 V t/m
240 V wisselstroom van 50/60 Hz.
• Gebruik geen elektronische transformator (reistrafo), omdat hierdoor een
storing kan optreden.
Overige
127
Informatie over de "Memory Stick Duo"
Een "Memory Stick Duo" is een compact,
draagbaar IC-opnamemedium. De typen
"Memory Stick Duo" die kunnen worden
gebruikt in deze camera worden vermeld in
de onderstaande tabel. Een goede werking
kan echter niet worden gegarandeerd voor
alle functies van de "Memory Stick Duo".
"Memory Stick"-type
Opnemen/
weergeven
Memory Stick Duo
(zonder MagicGate)
a*1
Memory Stick Duo
(met MagicGate)
a*2
MagicGate Memory Stick
Duo
a*1*2
Memory Stick PRO Duo
a*2*3
Memory Stick PRO-HG Duo
a*2*3*4
*1) De camera is niet compatibel met
gegevensoverdracht op hoge snelheid via een
parallelle interface.
*2) "Memory Stick Duo", "MagicGate Memory
Stick Duo" en "Memory Stick PRO Duo" zijn
uitgerust met MagicGate-functies. MagicGate
is een technologie ter bescherming van
auteursrechten waarbij gebruik wordt gemaakt
van versleutelingstechnologie. Deze camera
kan geen gegevens opnemen/weergeven
waarbij MagicGate-functies zijn vereist.
3)
* Bewegende beelden kunnen worden
opgenomen op beeldformaat [640(Fijn)].
*4) De camera is niet compatibel met 8-bit
parallelle gegevensoverdracht. De camera
ondersteunt 4-bit parallelle
gegevensoverdracht gelijkwaardig aan de
"Memory Stick PRO Duo".
• Deze camera is compatibel met "Memory Stick
Micro" ("M2"). "M2" is een afkorting van
"Memory Stick Micro".
• Wij kunnen niet garanderen dat een "Memory
Stick Duo" die op een computer is
geformatteerd, in deze camera werkt.
• De lees-/schrijfsnelheid van de gegevens
verschilt afhankelijk van de gebruikte "Memory
Stick Duo" en apparatuur.
128
• De "Memory Stick Duo" mag niet worden
verwijderd terwijl deze bezig is met het lezen of
wegschrijven van gegevens.
• De gegevens kunnen in de volgende gevallen
beschadigd zijn:
– wanneer de "Memory Stick Duo" uit de
camera wordt gehaald of de camera wordt
uitgeschakeld tijdens het lezen of schrijven
van gegevens.
– wanneer de "Memory Stick Duo" wordt
gebruikt op plaatsen met statische elektriciteit
of elektrische ruis.
• Wij adviseren u van belangrijke gegevens een
reservekopie te maken op de vaste schijf van
een computer.
• Druk niet hard wanneer u in het
aantekeningenvak schrijft.
• Plak geen stickers op de "Memory Stick Duo"
zelf of op de "Memory Stick Duo"-adapter.
• Wanneer u de "Memory Stick Duo" draagt of
bewaart, plaatst u deze terug in de houder die
erbij geleverd werd.
• Raak de aansluitingen van de "Memory Stick
Duo" niet aan met uw hand of een metalen
voorwerp.
• Sla niet op de "Memory Stick Duo", verbuig
hem niet en laat hem niet vallen.
• Demonteer of verander de "Memory Stick Duo"
niet.
• Stel de "Memory Stick Duo" niet bloot aan
water.
• Laat de "Memory Stick Duo" niet liggen binnen
het bereik van kleine kinderen. Zij kunnen deze
per ongeluk inslikken.
• Steek niets anders dan een "Memory Stick Duo"
in de "Memory Stick Duo"-gleuf. Anders kan
een storing optreden.
• Gebruik of bewaar de "Memory Stick Duo" niet
op de volgende plaatsen:
– plaatsen met een hoge temperatuur, zoals in
een hete auto die in de zon is geparkeerd
– plaatsen die zijn blootgesteld aan direct
zonlicht
– vochtige plaatsen of plaatsen waar zich
corrosieve stoffen bevinden
Informatie over de "Memory Stick Duo"
Opmerkingen over het gebruik van de
"Memory Stick Duo"-adapter (los
verkrijgbaar)
• Als u een "Memory Stick Duo" in een "Memory
Stick"-compatibel apparaat wilt gebruiken, moet
u de "Memory Stick Duo" eerst in een "Memory
Stick Duo"-adapter steken. Als u een "Memory
Stick Duo" rechtstreeks in een "Memory Stick"compatibel apparaat steekt zonder gebruik te
maken van een Memory Stick Duo-adapter, kan
het onmogelijk zijn deze vervolgens weer uit het
apparaat te halen.
• Wanneer u een "Memory Stick Duo" in een
"Memory Stick Duo"-adapter steekt, let u er
goed op dat de "Memory Stick Duo" in de juiste
richting erin wordt gestoken, en steek deze
daarna er helemaal in. In de verkeerde richting
insteken kan tot een defect leiden.
• Als u "Memory Stick Duo" die in een "Memory
Stick Duo"-adapter is geplaatst, gebruikt in een
"Memory Stick"-compatibel apparaat,
controleert u dat de "Memory Stick Duo" in de
juiste richting is geplaatst. Merk op dat door
onjuist gebruik het apparaat kan worden
beschadigd.
• Plaats nooit een "Memory Stick Duo"-adapter in
een "Memory Stick"-compatibel apparaat
zonder een "Memory Stick Duo" erin. Als u dit
toch doet, kan een storing in het apparaat
optreden.
Opmerking over het gebruik van de
"Memory Stick PRO Duo" (los
verkrijgbaar)
Een "Memory Stick PRO Duo" met een
opslagcapaciteit tot 16 GB is goedgekeurd voor
gebruik in deze camera.
Opmerking over het gebruik van de
"Memory Stick Micro" (los verkrijgbaar)
Overige
• Om een "Memory Stick Micro" in de camera te
gebruiken, moet u de "Memory Stick Micro"
eerst in een "M2"-adapter van het Duo-formaat
steken. Als u een "Memory Stick Micro" in de
camera plaatst zonder een "M2"-adapter van het
Duo-formaat, kan het onmogelijk zijn deze uit
de camera te halen.
• Laat de "Memory Stick Micro" niet liggen
binnen het bereik van kleine kinderen. Zij
kunnen deze per ongeluk inslikken.
129
Informatie over de accu
Opladen van de accu
Levensduur van de accu
• Aanbevolen wordt om de accu op te laden bij
een omgevingstemperatuur van 10 °C t/m 30 °C.
Het is mogelijk dat de accu niet effectief wordt
opgeladen buiten dit temperatuurbereik.
• De levensduur van de accu is beperkt. De
capaciteit van de accu neemt na verloop van tijd
en na herhaald gebruik af. Als de gebruiksduur
na opladen aanzienlijk korter is geworden, is het
waarschijnlijk tijd de accu te vervangen door
een nieuwe.
• De levensduur van de accu wordt mede bepaald
door de manier waarop deze wordt bewaard,
alsmede de omstandigheden en omgeving
waarin de accu wordt gebruikt.
Doeltreffend gebruik van de accu
• Bij lage temperaturen verminderen de prestaties
van de accu. Op koude plaatsen zal de
gebruiksduur van de accu dus korter zijn. Wij
bevelen het volgende aan om de accu langer
mee te laten gaan:
– Doe de accu in een zak zo dicht mogelijk
tegen uw lichaam om deze op te warmen, en
plaats de accu vlak voordat u gaat opnemen
terug in de camera.
• De accu zal snel leeg raken als u de flitser of
zoom vaak gebruikt.
• Wij bevelen u aan om extra accu’s voor tweetot driemaal de verwachte opnameduur bij de
hand te houden, en om proefopnamen te maken
alvorens u de eigenlijke opnamen gaat maken.
• Laat de accu niet nat worden. De accu is niet
waterdicht.
• Laat de accu niet liggen op zeer warme plaatsen,
zoals in een voertuig of in direct zonlicht.
Bewaren van de accu
• Ontlaad de accu volledig voordat u deze opbergt
en bewaar de accu op een koele, droge plaats.
Om de werking van de accu tijdens bewaring te
behouden, laadt u de accu minstens eenmaal per
jaar volledig op en verbruikt u de lading
volledig in de camera.
• Als u de acculading volledig wilt opgebruiken,
laat u de camera in de diavoorstellingweergavefunctie (pagina 57) staan totdat de
camera wordt uitgeschakeld.
• Om te voorkomen dat de aansluitingen vuil
worden, er kortsluiting ontstaat, enz., moet u de
bijgeleverde accuhouder gebruiken voor
transport en bewaring.
130
Compatibele accu’s
• De NP-BG1 accu (bijgeleverd) kan alleen
worden gebruikt in Cyber-shot-modellen die
compatibel zijn met accu’s van het type G.
• Als u de NP-FG1 accu (los verkrijgbaar)
gebruikt, worden tevens de minuten afgebeeld
achter de resterende-acculadingindicator
(
60 Min).
Informatie over de acculader
Informatie over de acculader
Overige
• Laad geen andere accu op dan een accu van het
type NP-BG of NP-FG in de acculader
(bijgeleverd). Als u andere accu’s dan de
opgegeven accu’s probeert op te laden, kunnen
deze gaan lekken, oververhit raken of
exploderen, waardoor gevaar van letsel als
gevolg van elektrocutie en brandwonden
ontstaat.
• Haal de opgeladen accu uit de acculader. Als u
de opgeladen accu in de acculader laat zitten,
kan de levensduur van de accu korter worden.
• Het CHARGE-lampje van de bijgeleverde
acculader knippert op één van de volgende
manieren:
– Snel knipperen: Het lampje schakelt
herhaaldelijk aan en uit met een interval van
0,15 seconden.
– Langzaam knipperen: Het lampje schakelt
herhaaldelijk aan en uit met een interval van
1,5 seconden.
• Als het CHARGE-lampje snel knippert, haalt u
de accu die wordt opgeladen uit de acculader en
plaatst u dezelfde accu stevig terug in de
acculader. Als het CHARGE-lampje opnieuw
snel knippert, kan dit duiden op een storing in de
accu of is een verkeerd type accu geplaatst.
Controleer of de geplaatste accu van het
opgegeven type is. Als de accu van het correcte
type is, haalt u de accu uit de acculader,
vervangt u hem door een nieuwe of een andere,
en controleert u of de acculader goed laadt. Als
de acculader nu wel goed werkt, kan een
accufout zijn opgetreden.
• Als het CHARGE-lampje langzaam knippert,
geeft dit aan dat de acculader tijdelijk is gestopt
met laden en standby staat. De acculader stopt
automatisch met laden en wordt in de standbystand gezet wanneer de temperatuur ervan
buiten het bedrijfstemperatuurbereik komt.
Nadat de temperatuur weer binnen het
bedrijfstemperatuurbereik ligt, hervat de
acculader het laden en gaat het CHARGElampje weer aan. Aanbevolen wordt om de accu
op te laden bij een omgevingstemperatuur van
10 °C t/m 30 °C.
131
Index
Index
A
Aansluiten
Computer.......................93
Printer..........................107
Televisie ........................85
Burst..................................... 44
F
C
Flitser..............................25, 42
Flitser (witbalans)................. 52
COMPONENT..................... 77
Computer ............................. 89
Aanbevolen
omgeving .............. 90, 102
Accu....................................130
Acculader............................131
Beeldbestanden die op de
computer zijn opgeslagen
bekijken op de
camera......................... 100
AE/AFvergrendelingsindicator
.................................24, 50
AF-bereikzoekerframe..........49
Fluorescerend licht 1 ............ 52
Fluorescerend licht 2 ............ 52
Fluorescerend licht 3 ............ 52
Formaat wijzigen..................65
Formatteren .................... 71, 74
Foutcodes en meldingen..... 123
Afdrukken.....................67, 105
Beelden
kopiëren ................ 93, 102
Afdrukmarkering ..........67, 109
Macintosh ................... 102
Functiekeuzeknop................. 22
AF-functie ............................80
Software........................ 91
AF-vergrendeling .................50
Windows....................... 89
G
AF-verlicht. ..........................79
Conversielens....................... 81
Auto Review.........................82
Autom. instellen ...................23
D
Autom. Oriëntatie .................82
Daglicht................................ 51
Autom. Programma ..............22
Datum........................... 83, 108
Automatische
scherpstelling...................7
Demo Lach-sluiter ............... 76
Diafragma .............................. 9
Diavoorstelling..................... 57
B
Digitale zoom....................... 80
Beeldbestandgeheugenlocaties ...........96
DirectX................................. 91
Beeldbestand-geheugenlocaties
en bestandsnamen..........96
Downl. muz........................ 101
Beelden afdrukken in een
winkel..........................109
Beelden bekijken ..................32
Beelden kopiëren naar uw
computer........................93
DISP..................................... 20
Functiegids ...........................75
Gebruik van de camera in het
buitenland....................127
Gedeeltelijk kleur ................. 62
Geheugen beheren ................ 71
Gezichtsherkenning .............. 42
Gloeilamp .............................52
H
Histogram .............................20
Hoge gevoeligheid................ 28
HOME ..................................36
Hoofdinstellingen 1 .............. 75
Hoofdinstellingen 2 .............. 77
DPOF ........................... 67, 109
Dradenkruis van de
puntlichtmeting............. 48
DRO ..................................... 55
Beelden wissen .....................34
E
Beeldformaat ..................11, 41
Eenvoudig opnemen ............ 24
Bestandsnaam .......................96
Enkelvoudig ......................... 80
Besturingssysteem ........90, 102
EV ........................................ 46
Beveiligen.............................66
EV aanpassen ................. 20, 46
Bewolkt ................................51
Exposure Bracket................. 44
Bijwerken .............................60
Extensie.............................. 100
Breed-zoombeeld..................78
132
Flitsniveau ............................ 53
I
Indexweergavescherm .......... 33
Indicator ............................... 16
Initialiseren...........................75
Installeren .............................91
Instellingen ...........................75
Intern geheugen ....................21
Intern geheugen-tool ............ 74
ISO ............................. 9, 10, 47
Index
K
Midden-AF........................... 49
Punt lichtmeting....................48
Kabel voor de multifunctionele
aansluiting .............93, 107
Monitor................................. 80
Punt-AF ................................49
Kleurfunctie ..........................55
Multi-AF .............................. 49
Klokinstellingen....................83
Multifunctionele
aansluiting..................... 15
Radiale waas .........................63
Music Transfer ........... 101, 103
Retro .....................................63
L
Muziek ................................. 59
Rode-ogen-correctie .............61
Lachen...................................64
Muziek formatteren............ 101
Rode-ogeneffect ...................54
Lach-herkenn.
gevoeligheid ..................43
Muziek-tool ........................ 101
Roteren .................................68
Lach-herkenning ...................43
N
S
Lach-sluiter .....................28, 30
NR lange-sluitertijd.............. 17
Scèneherkenning...................45
Lagere beeldscherpte ............62
NTSC ................................... 78
Scènekeuze .....................27, 41
Kopiëren ...............................72
MTP ..................................... 77
Landschap .............................28
R
Rechtstreeks afdrukken ......106
Schemer ................................28
Language Setting ..................84
O
LCD-scherm .........................20
Onderbelichting...................... 9
Levendig ...............................55
Onderwater........................... 28
Lgz synchro ..........................25
Onscherpte repareren ........... 61
Achtergrondverlichting
van het LCD-scherm .....20
Lichtmeetfunctie ...................48
Opn.functie........................... 44
Indicator ........................16
Lichtmeting met meerdere
patronen .........................48
Opname-instellingen 1 ......... 79
Opname-instellingen 2 ......... 82
Veranderen, het
weergavescherm ............20
Lichtmeting met nadruk op
het midden .....................48
Opnamemap maken.............. 71
Scherpstellen...............7, 24, 49
Opnamemap wijz. ................ 72
Semi-handmatig....................50
M
Opnemen
Sepia .....................................56
Map
Aanmaken......................71
Selecteren ......................68
Wijzigen ........................72
Map kiezen............................68
Mass Storage.........................77
Slimme-zoomfunctie ............80
Stilstaand beeld ............. 23
Sluitertijd ................................9
Optische zoom...................... 80
Sneeuw .................................28
Overbelichting........................ 9
Soft Snap ..............................28
Memory Stick-tool................71
Menu
Onderdelen ....................39
Opnemen .......................41
Weergeven.....................57
Menu voor weergeven ..........57
Software..................91, 92, 101
P
SteadyShot ......................28, 56
PAL ...................................... 78
Stereffect...............................63
PictBridge..................... 77, 106
Stramienlijn ..........................79
Pieptoon ............................... 75
Strand....................................28
Pixel ..................................... 11
Plaats van de onderdelen ...... 14
T
PMB ..................................... 92
Televisie ...............................85
Precisie-digitale-zoom ......... 80
Tot halverwege indrukken ......7
Problemen oplossen ........... 111
Trimmen ...............................61
Index
"Memory Stick Duo" ..........128
Scherm
Bewegende beelden ...... 23
Macintosh-computer ...........102
Macro....................................25
Schemer-portret ....................28
PTP....................................... 77
133
Index
U
USB-aansluiting ...................77
V
VGA .....................................12
Video-uit...............................78
Vissenooglens.......................62
Voedsel .................................28
Volumeniveau ......................32
Vuurwerk..............................28
W
Wazige beelden ......................8
Weergavezoom .....................32
Windows-computer ..............89
Wissen ............................34, 57
Formatteren .............71, 74
Witbalans onderwater...........53
Witbalans..............................51
Z
Zelfdiagnosefunctie ............123
Zelfontsp...............................26
Zoom ....................................25
Z-W ......................................56
134
Informatie over de licentie
De softwareprogramma’s "C Library",
"Expat" en "zlib" worden in de camera
meegeleverd. Wij leveren deze
softwareprogramma’s op grond van een
licentieovereenkomst met de copyrighthouders ervan. Op grond van een verzoek
van de copyright-houders van deze
softwareprogramma’s zijn wij verplicht u te
informeren over het volgende. Lees a.u.b.
de onderstaande tekst.
Lees "license1.pdf" in de map "License" op
de cd-rom. Hierin vindt u de licenties (in
het Engels) van de softwareprogramma’s
"C Library", "Expat" en "zlib".
Over softwareprogramma’s waarop GNU
GPL/LGPL van toepassing is
De software die geschikt is voor de
volgende GNU General Public License
(hierna "GPL" genoemd) of GNU Lesser
General Public License (hierna "LGPL"
genoemd) worden bij de camera geleverd.
U bent hiermee geïnformeerd dat u het
recht hebt op toegang tot de broncode van
deze softwareprogramma’s, en het recht
hebt de broncode aan te passen en opnieuw
te distribueren onder de voorwaarden van
GPL/LGPL.
De broncode is beschikbaar op het internet.
U kunt deze downloaden vanaf de volgende
URL:
http://www.sony.net/Products/Linux/
Wij stellen het op prijs als u geen contact
met ons opneemt over de inhoud van de
broncode.
Index
Lees "license2.pdf" in de map "License" op
de cd-rom. Hierin vindt u de licenties (in
het Engels) van de softwareprogramma’s
"GPL", en "LGPL".
Om het pdf-bestand te kunnen lezen hebt u
het softwareprogramma Adobe Reader
nodig. Als dit niet op uw computer
geïnstalleerd is, kunt u het downloaden
vanaf de website van Adobe Systems:
http://www.adobe.com/
135
Extra informatie over deze camera en antwoorden
op veelgestelde vragen vindt u op onze Customer
Support-website voor klantenondersteuning.
Download PDF