Sony | SLT-A99 | Sony SLT-A99 Gebruiksaanwijzing - Handboek (PDF)

4-438-654-72(1)
Digitale camera met
verwisselbare lens
α-handboek
Montagestuk A
SLT-A99/SLT-A99V
©2012 Sony Corporation
Inhoud
Introductie van functies ..................................................... 9
Voor ingebruikname
Opmerkingen over het gebruik van de camera ................ 12
De bijgeleverde accessoires controleren ......................... 15
Plaats van de onderdelen ................................................. 16
Voorkant ..................................................................... 16
Achterkant .................................................................. 17
Bovenzijde .................................................................. 19
Zijkanten .................................................................... 21
Onderkant ................................................................... 23
Schoenadapter ............................................................ 24
Lijst van pictogrammen op het scherm ........................... 25
Lijst van pictogrammen op het LCD-scherm ............. 25
Lijst van pictogrammen op het display-paneel .......... 29
Functielijst
Functies die kunnen worden bediend met de knoppen/
keuzeknop ................................................................... 30
Zo gebruikt u het scherm Snelle Navigatie ................ 31
Zo gebruikt u de stille multi-selectieschakelaar ......... 32
Een functie selecteren met de Fn-knop (Functieknop) .... 35
Functies die kunnen worden geselecteerd met de Fn-knop
(Functieknop) .............................................................. 36
De functies die met de MENU-knop geselecteerd kunnen
worden ........................................................................ 38
Gebruik van de Gids In-de-Camera ................................. 50
De camera voorbereiden
De accu opladen .............................................................. 51
De accu/geheugenkaart (los verkrijgbaar) plaatsen.......... 53
Geschikte geheugenkaarten ........................................ 56
Een lens bevestigen ......................................................... 57
De datum en de tijd instellen ........................................... 59
De datum/tijd opnieuw instellen ................................ 60
De hoek van het LCD-scherm aanpassen ........................ 62
Duidelijke beelden schieten zonder bewegingsonscherpte
..................................................................................... 63
2
Camerabewegingswaarschuwing-indicator ................ 63
De functie SteadyShot gebruiken ............................... 63
De camera goed vasthouden ....................................... 64
De Oogkap voor oculair verwijderen .............................. 65
Beelden opnemen en weergeven
Stilstaande beelden opnemen .......................................... 66
Films maken .................................................................... 68
Beelden weergeven .......................................................... 69
Overschakelen tussen stilstaande beelden en films .... 69
Beelden wissen ................................................................ 70
Een opnamestand selecteren
Een opnamestand selecteren ............................................ 71
Kiezen van de gewenste functie door de
functiekeuzeknop te draaien............................... 72
Automatische modus ...................................... 72
Scènekeuze ........................................................ 74
Panorama d. beweg. ........................................... 77
Tele-zoom continuvoork. AE ........................... 80
Autom. programma ................................................ 81
Diafragmavoorkeuze ............................................. 82
Sluitertijdvoorkeuze ............................................... 85
Handm. belichting ................................................. 86
BULB .................................................................... 89
Functies beschikbaar voor de verschillende opnamestanden
..................................................................................... 91
De weergave van opname-informatie wisselen
De opname-informatie wisselen (DISP) .......................... 92
De schermstand selecteren ......................................... 92
Histogram ................................................................... 94
Het onderwerp door de lens bekijken zonder dat effecten
worden weergegeven ......................................... 94
De scherpstelling aanpassen
De scherpstelling aanpassen ............................................ 96
Automatisch scherpstellen ......................................... 96
Scherpstelvergrendeling ........................................... 100
AF-gebied ................................................................. 100
3
Object volgen ........................................................... 101
Het bereik van de automatische scherpstelling beperken
(AF-bereikregeling).......................................... 104
De scherpstelling aanpassen behalve voor de
ontspanknop (AF aan) ...................................... 106
AF-hulplicht ............................................................. 106
AF-microafst. ........................................................... 107
Handmatige scherpstelling ....................................... 108
De omtrek van scherpstellingsbereiken accentueren
(Peaking) .......................................................... 109
Scherpstelvergrot. ..................................................... 109
Directe handmatige scherpstelling (Direct Manual Focus
- DMF) ............................................................ 111
AF/MF-regeling ....................................................... 111
De helderheid van beeld aanpassen
Belichtingscorrectie ....................................................... 113
AE-vergrendeling .......................................................... 115
Lichtmeetfunctie ............................................................ 116
De transportfunctie gebruiken
De transportfunctie selecteren .......................... 117
Enkel-beeld opnames ............................................... 117
Continue opname ..................................................... 118
Zelfontspanner .......................................................... 118
Bracket: continu/Bracket enkel ................................ 119
Witbalansbracket ...................................................... 120
Bracket DRO ............................................................ 121
Afstandsbed. ............................................................. 121
Opnamen maken voor gevorderden
De flitser gebruiken (los verkrijgbaar) .......................... 122
Draadloze flitser ....................................................... 124
Langz.flitssync. ........................................................ 125
Een flitser gebruiken die is voorzien van een
aansluitkabel voor flitssynchronisatie .............. 126
Beschikbare flitsfuncties ............................................... 127
Flitscompensatie ............................................................ 128
Flitsregeling ................................................................... 129
4
FEL-vergrendeling ........................................................ 130
Instelling ISO ................................................................ 132
Ruisonderdrukking meerdere beeldjes (Multi frame NR)
.......................................................................... 133
Automatisch de helderheid en het contrast compenseren
(Dynamisch Bereik) ................................................. 134
Dyn.-bereikoptim ..................................................... 134
Auto HDR ................................................................ 135
Beeldverwerking instellen ............................................. 137
Foto-effect ................................................................ 137
Creatieve stijl ........................................................... 138
De kleurtinten (Witbalans) instellen .............................. 142
Kl.temp./Filter .......................................................... 143
Eigen witbalans ........................................................ 144
Beeldgrootte instellen .................................................... 146
Beeldformaat ............................................................ 146
Panorama: formaat ................................................... 147
De beeldverhouding en beeldkwaliteit instellen ............ 148
Beeldverhouding ...................................................... 148
Kwaliteit ................................................................... 148
Gezichten detecteren ..................................................... 150
Gezichtsregistratie .................................................... 151
Aut. portretomkad. ................................................... 152
Lach-sluiter .................................................................... 154
Zoom ............................................................................. 156
In één keer inzoomen (Slimme teleconverter) ......... 156
Inzoomen met behoud van de huidige resolutie van het
beeld (Duidelijk Beeld Zoom) ........................ 156
De ruis in een afbeelding onderdrukken ........................ 160
NR lang-belicht ........................................................ 160
NR bij hoge-ISO ...................................................... 160
De kleurenruimte instellen ............................................ 162
Camera instellen voor filmopname
Camera instellen voor filmopname ............................... 163
De gevoeligheid voor volgen wijzigen voor
automatische scherpstelling tijdens filmopname
.......................................................................... 164
Films opnemen met aangepaste sluitertijd en
diafragmawaarde ............................................. 164
5
Bestandsindeling ...................................................... 167
Opname-instelling .................................................... 167
Audio opnameniveau ............................................... 169
Audioniv.weerg. ....................................................... 169
De audio controleren met de hoofdtelefoon ............. 170
Audio-uitvoer-tijd .................................................... 170
Geluid opnemen ....................................................... 171
Weergeven voor gevorderden
De weergavefuncties gebruiken .................................... 172
De geheugenkaart selecteren die wordt gebruikt voor
weergave .......................................................... 172
Overschakelen tussen stilstaande beelden en films
(Weergavestand) ............................................. 172
Beelden vergroten .................................................... 172
Overschakelen op de beeldlijstweergave ................. 173
Een beeld roteren ...................................................... 174
Diavoorstelling ......................................................... 175
Afspeelweergave ...................................................... 176
Het scherm dat wordt weergegeven voor de weergavestand
........................................................................................ 177
Overschakelen naar een ander scherm tijdens weergave
.......................................................................... 177
Lijst van pictogrammen in de histogramweergave ....177
Beelden beveiligen (Beveiligen) ................................... 179
Afdrukken opgeven ....................................................... 180
DPOF opgeven ......................................................... 180
Datum afdrukken ...................................................... 180
Beelden kopiëren ........................................................... 182
Beelden wissen (Wissen) ............................................... 183
Wissen (Meerdere bldn.) .......................................... 183
Alle beelden of films die zichtbaar zijn in de actuele
weergavestand, wissen ..................................... 184
Beelden bekijken op een tv-scherm ............................... 185
HDMI-informatieweerg. .......................................... 186
Gebruik van "BRAVIA" Sync ................................. 187
Installatie van de camera
De andere functies van de camera instellen .................. 188
Opn. zonder lens ....................................................... 188
6
Stramienlijn .............................................................. 188
Autom.weergave ...................................................... 188
Funct. van AEL-knop ............................................... 189
ISO-knop, AF/MF-knop, Voorbeeldknop ................ 190
Customtoets .............................................................. 190
Electronische voorste gordijnsluiter ......................... 190
LCD-helderheid ........................................................ 191
Helderheid zoeker .................................................... 191
Stroombesparing ...................................................... 191
Inst. FINDER/LCD .................................................. 192
APS-C-grootte opn. .................................................. 192
PAL/NTSC schakelaar (alleen voor toestellen die
geschikt zijn voor 1080 50i) ............................ 193
Lenscorrectie ................................................................. 194
Lenscomp. randschaduw .......................................... 194
Lenscom.: chromatische afwijking .......................... 194
Lenscomp.: vervorming ........................................... 194
De methode voor opnemen op een geheugenkaart instellen
................................................................................... 195
Opnamemodus .......................................................... 195
Formatteren .............................................................. 196
Bestandsnummer ...................................................... 196
Mapnaam .................................................................. 197
OPN.-map kiezen ..................................................... 197
Nieuwe map ............................................................. 197
Beeld-DB herstellen ................................................. 198
Inst. uploaden ........................................................... 198
Informatie over de opnamelocatie met de functie GPS
(alleen SLT-A99V) .................................................. 201
GPS-hulpdata ........................................................... 202
Aut. tijdcorrectie GPS .............................................. 203
Uw persoonlijke instellingen opslaan ............................ 204
Op de standaardinstellingen terugstellen ....................... 205
De software-versie controleren ...................................... 212
Beelden bekijken op uw computer
De software gebruiken ................................................... 213
"Image Data Converter" gebruiken .......................... 213
"PlayMemories Home" gebruiken ........................... 213
"Remote Camera Control" gebruiken ...................... 214
7
Aanbevolen computeromgeving (Windows) ............ 215
Aanbevolen computeromgeving (Mac) .................... 216
De software installeren (Windows) .......................... 217
De software installeren (Mac) .................................. 218
De camera op de computer aansluiten ........................... 219
De USB-verbinding instellen ................................... 219
De LUN (Logical Unit Number) instellen (USB LUNinstelling) ........................................................ 220
Aansluiten op de computer ....................................... 220
Beelden importeren op de computer (Windows) ..... 221
Beelden importeren op de computer (Mac) ............. 222
De camera van de computer loskoppelen ................. 223
Een film-disc maken ...................................................... 224
De methode selecteren voor het maken van een disc met
films ................................................................. 224
Een disc van High Definition-beeldkwaliteit (AVCHDopnamedisc) maken ......................................... 225
Een disc van standard definition beeldkwaliteit (STD)
maken ............................................................... 227
Discs die u kunt gebruiken met "PlayMemories Home"
.......................................................................... 227
Een disc aanmaken met een ander apparaat dan een
computer........................................................... 228
Oplossen van problemen/Overige
Problemen oplossen ....................................................... 229
Waarschuwingsmededelingen ....................................... 239
De camera en een lens reinigen ..................................... 242
De beeldsensor reinigen ................................................ 243
Voorzorgsmaatregelen ................................................... 247
De camera in het buitenland gebruiken — stroomvoorziening ...................................................................... 250
AVCHD-indeling .......................................................... 251
GPS (alleen SLT-A99V) ............................................... 252
Geheugenkaart ............................................................... 254
Accu/Acculader ............................................................. 256
De licentie ...................................................................... 258
Index ........................................................... 259
8
Introductie van functies
Dit gedeelte introduceert bepaalde veel gebruikte opnamefuncties en
karakteristieke functies.
Zie de tussen haakjes vermelde bladzijden voor details.
Vaak gebruikte opnamefuncties
Belichtingscompensatie (113)
U kunt de belichting compenseren voor het regelen van de helderheid van
het hele scherm.
Ook wanneer de belichtingsstand is ingesteld op M, kan de belichting
worden gecompenseerd wanneer de ISO-gevoeligheid is ingesteld op
[AUTO].
ISO-gevoeligheid (132)/Ruisonderdrukking meerdere beeldjes
(133)
U kunt de gevoeligheid voor licht instellen.
De ISO-gevoeligheid kan vanaf ISO 50 tot ISO 25600 worden ingesteld.
Wanneer u
(Ruisond. Multi Frame) kiest, kunt u hogere ISO-nummers
dan de maximale ISO-gevoeligheid kiezen.
Witbalans (142)
U kunt de kleurtoon regelen.
U kunt een voor de lichtbron geschikte optie kiezen of een nauwkeurige
instelling maken door de kleurtemperatuur te combineren met het
kleurfilter.
Transportfunctie (117)
U kunt een voor uw doel geschikte transportfunctie gebruiken, zoals
enkelvoudig transport, continu-transport, bracket-opname of opname met
een draadloze afstandsbediening.
Originele karakteristieke functies
AF-bereikregeling (104)
U kunt het bereik voor autofocus beperken om te voorkomen dat op
ongewenste voorwerpen wordt scherpgesteld.
9
Introductie van functies
DRO/Auto HDR (134)
Dyn.-bereikoptim: door het beeld op te delen in kleine velden, analyseert
de camera het contrast van licht en schaduw tussen het onderwerp en de
achtergrond, en produceert een beeld waarin de helderheid en gradatie
optimaal is.
Auto HDR: schiet 3 beelden met verschillende belichting en legt dan deze
beelden op elkaar, zodat een beeld ontstaat met een rijke gradatie.
Creatieve stijl (138)
U kunt uit de 13 stijlen de gewenste kiezen.
U kunt tevens bepaalde factoren van de beelden regelen, bijvoorbeeld de
belichting, door de gekozen stijl als basis te gebruiken.
Schemeropn. uit hand (76)
U kunt opnamen maken van nachtelijke taferelen met minder ruis en
onscherpte zonder dat u een statief gebruikt.
Filmopname met handmatige instellingen (164)
U kunt de belichting regelen in P, A, S, of M modus tijdens filmopname.
Gebruik of aanpassen van de camera
Scherminformatie (92)
Wanneer u in de zoeker kijkt, wordt de zoeker geactiveerd, en wanneer u de
zoeker van uw gezicht weghaalt, keert de weergavestand terug naar het
LCD-scherm. U kunt de schermstand veranderen door een druk op de
DISP-knop.
Snelle Navigatie (31)
In de zoekerstand kunt u snel tussen het LCD-scherm en het snelle
navigatiescherm schakelen door op de Fn-knop te drukken. U kunt de
onderdelen intuïtief instellen.
Stille multi-selectieschakelaar (32)
Met de stille multi-selectieschakelaar die is ontworpen voor minder geluid
bij het draaien van de schijf, kunt u bepaalde onderdelen stil instellen,
bijvoorbeeld de scherpstellingsfunctie en het opnameniveau.
10
Introductie van functies
Aanpassing (44, 190)
De camera heeft een aanpassingsknop waaraan u een gewenste functie kunt
toewijzen. U kunt tevens functies aan andere knoppen toewijzen,
bijvoorbeeld de AEL-knop en de ISO-knop.
11
Voor ingebruikname
Opmerkingen over het gebruik van de
camera
Schermtaal
U kunt in het menu (bladzijde 49)
selecteren welke taal op het scherm
wordt weergegeven.
Opnamefuncties
Deze camera kent 2 functies voor het
volgen van onderwerpen: de LCD-functie
met behulp van het LCD-scherm en de
zoekerfunctie met behulp van de zoeker.
Opmerkingen over de functies die
beschikbaar zijn met de camera
• Als u wilt controleren of het toestel
geschikt is voor 1080 60i of 1080 50i,
kijk dan op de onderzijde van de camera
of u de volgende merktekens ziet.
Geschikt voor 1080 60i:60i
Geschikt voor 1080 50i:50i
• Deze camera is geschikt voor films van
1080 60p- of 50p-formaat. Deze camera
maakt geen opnamen in de standaardopnamestanden zoals dat tot nu toe
gebeurde met een interlacing-methode,
maar het toestel gebruikt een
progressive-methode. Hierdoor neemt de
resolutie toe en ontstaat een
gelijkmatiger, meer realistisch beeld.
Een opname maken met een DTlens.
Deze camera is voorzien van een full-frame
CMOS-sensor van 35 mm, maar het beeld
wordt automatisch ingesteld op het APS-Cformaat, en het beeldformaat is kleiner
wanneer een DT-lens wordt gebruikt ("DT"
is aan de productnaam toegevoegd)
(bladzijde 146).
Geen compensatie voor de inhoud
van de opnamen
Voor mislukte opnamen door een
gebrekkige werking van uw camera, een
geheugenkaart, enz. kan geen
schadevergoeding worden geëist.
12
Aanbeveling reservekopie
Om mogelijk verlies van beeldgegevens te
voorkomen, dient u altijd een (reserve)
kopie van de gegevens op een ander
medium te maken.
Opmerkingen over het LCD-scherm,
de elektronische zoeker, de lens en
de beeldsensor
• Het LCD-scherm en de elektronische
zoeker worden vervaardigd met behulp
van uiterst nauwkeurige technologie, dus
meer dan 99,99% van de pixels zijn
beschikbaar voor effectief gebruik. Het is
echter mogelijk dat enkele kleine zwarte
punten en/of oplichtende punten (wit,
rood, blauw of groen) permanent op het
LCD-scherm of in de elektronische
zoeker zichtbaar zijn. Dit is een normaal
gevolg van het productieproces en heeft
geen enkele invloed op de beelden.
• Houd de camera niet vast aan het LCDscherm.
• Stel de camera niet bloot aan zonlicht en
maak niet langdurig opnamen in de
richting van de zon. Het interne
mechanisme zou beschadigd kunnen
raken. Als het zonlicht wordt weerkaatst
op een voorwerp in de buurt, kan brand
ontstaan.
• Er bevindt zich een magneet aan de
achterzijde van en rond de draaias van
het scharnierende gedeelte van het LCDscherm. Breng niet iets dat gevoelig is
voor de magneet, zoals floppy-disks of
een creditcard in de buurt van het LCDscherm.
• Op een koude plaats kunnen beelden een
schaduw vormen op het scherm. Dit is
normaal. Als u de camera op een koude
plaats inschakelt, kan de het scherm
tijdelijk donker zijn. Als de camera is
opgewarmd, zal het scherm normaal
werken.
• Het vastgelegde beeld kan verschillen
van het beeld dat u vóór de opname hebt
waargenomen.
Opmerkingen over het gebruik van de camera
Opmerkingen over langdurige
opnamen
Opmerkingen over het importeren
van AVCHD-films op een computer
Gebruik, wanneer u AVCHD-films
importeert op een computer, voor
Windows-computers "PlayMemories
Home"-software op de CD-ROM
(bijgeleverd).
Opmerkingen bij het afspelen van
films op andere apparaten
• Deze camera maakt gebruik van MPEG4 AVC/H.264 High Profile voor
opnamen in AVCHD-indeling. Films die
met deze camera zijn vastgelegd in
AVCHD-indeling, kunnen niet worden
afgespeeld op de volgende apparaten.
– Andere apparaten die geschikt zijn
voor de AVCHD-indeling en High
Profile niet ondersteunen.
– Apparaten die niet geschikt zijn voor
het AVCHD-indeling.
Deze camera maakt ook gebruik van
MPEG-4 AVC/H.264 Main Profile voor
opnamen in MP4-indeling. Daarom
kunnen films die met deze camera zijn
vastgelegd in het MP4-indeling, niet
worden afgespeeld op apparaten die
MPEG-4 AVC/H.264 niet ondersteunen.
Over apparaten die geschikt zijn voor
GPS (alleen SLT-A99V)
• Controleer, als u wilt bepalen of uw
camera de GPS-functie ondersteunt, de
modelnaam van uw toestel.
Geschikt voor GPS: SLT-A99V
Niet geschikt voor GPS: SLT-A99
• Gebruik GPS in overeenstemming met de
voorschriften van landen en regio's waar
u de functie gebruikt.
• Stel, als u de locatie-informatie niet
vastlegt, [GPS aan/uit] op [Uit]
(bladzijde 201).
• Zet de camera in een vliegtuig vooral uit
volgens de aankondigingen aan boord.
Waarschuwing over copyright
Televisieprogramma's, films, videobanden
en ander materiaal kunnen beschermd zijn
door auteursrechten. Het zonder
toestemming opnemen van dergelijk
materiaal, kan in strijd zijn met de wetten
op de auteursrechten.
De afbeeldingen die in deze
gebruiksaanwijzing worden gebruikt
De foto's die in deze gebruiksaanwijzing als
voorbeelden worden gebruikt, zijn
gereproduceerde beelden die niet
daadwerkelijk met deze camera zijn
gemaakt.
13
Voor ingebruikname
• Wanneer u langdurig opnamen maakt,
loopt de temperatuur van de camera op.
Als de temperatuur boven een bepaald
niveau komt, verschijnt het pictogram op het scherm en schakelt de
camera zichzelf uit. Als de camera
zichzelf uitschakelt, gebruik het toestel
dan 10 min of langer niet zodat de
temperatuur binnen in de camera tot een
veilig niveau kan dalen.
• Bij hoge omgevingstemperaturen stijgt
de temperatuur van de camera snel.
• Wanneer de temperatuur van de camera
stijgt, zal de beeldkwaliteit misschien
afnemen. U kunt het beste wachten tot de
temperatuur van de camera is gedaald,
voordat u verdergaat met het maken van
opnamen.
• Het oppervlak van de camera kan warm
worden. Dit is normaal.
• Disks die zijn opgenomen met HDbeeldkwaliteit (High-Definition) kunnen
alleen worden afgespeeld op apparaten
die geschikt zijn voor het AVCHDindeling. DVD-spelers of -recorders
kunnen disks in HD-beeldkwaliteit niet
afspelen, omdat zij ongeschikt zijn voor
het AVCHD-indeling. Ook zal het
misschien voorkomen dat DVD-spelers
of -recorders disks in HD-beeldkwaliteit
niet kunnen uitwerpen.
• 1080 60p/50p-films kunnen alleen
worden afgespeeld op apparaten die
geschikt zijn voor dit formaat.
Opmerkingen over het gebruik van de camera
Informatie over de
gegevensspecificaties die in deze
gebruiksaanwijzing worden
beschreven
De gegevens over prestaties en specificaties
worden gedefinieerd onder de volgende
omstandigheden, behalve als zij in deze
gebruiksaanwijzing anders worden
beschreven: bij een gewone
omgevingstemperatuur van 25 ºC en met
een accu die in ongeveer 1 uur volledig is
opgeladen, nadat de CHARGE-lamp is
uitgegaan.
Opmerkingen over opnamen met
gebruik van de zoeker
Deze camera is uitgerust met een XGA
Organische Elektroluminescentie-zoeker
met hoge resolutie en hoog contrast. Deze
zoeker maakt een grote kijkhoek en een
lange afstand tot het oog mogelijk. Deze
camera is met een gepaste balans tussen
verschillende elementen zo ontworpen dat
de zoeker eenvoudig te gebruiken is.
• Het beeld kan iets vervormd zijn aan de
randen van de zoeker. Dit is normaal.
Wanneer u elk detail van de volledige
compositie wilt controleren, kunt u ook
het LCD-scherm gebruiken.
• Als u de camera pant terwijl u in de
zoeker kijkt, of uw ogen draait, kan het
beeld in de zoeker vervormd lijken en
kan de kleur van het beeld veranderen.
Dit is een kenmerk van de lens of het
weergave-apparaat, geen storing.
Wanneer u een opname maakt, raden wij
aan dat u in het midden van de zoeker
kijkt.
14
Voor ingebruikname
De bijgeleverde accessoires
controleren
Neem contact op met uw Sony-dealer of het officiële Sony-servicecentrum
ter plaatse als niet alle accessoires zijn bijgeleverd.
Het cijfer tussen haakjes geeft het aantal stuks aan.
• USB-kabel (1)
Voor ingebruikname
• Camera (1)
• Acculader BC-VM10A (1)
• Schouderriem (1)
• Netsnoer (1)* (niet geleverd in de
Verenigde Staten en Canada)
• Lensvattingdop (1) (bevestigd op
de camera)
* Er worden wellicht meerdere
netsnoeren bij uw camera geleverd.
Gebruik het juiste snoer voor uw land/
gebied.
• Oplaadbare accu NP-FM500H
(1)
• Schoenadapter (1)/Beschermkap
van de connector (1) (bevestigd
op de Schoenadapter)
• Schoenkap (1) (bevestigd op de
camera)
• Oogkap voor oculair (1)
(bevestigd op de camera)
• CD-ROM (1)
– Toepassingssoftware voor αcamera
– α-handboek (deze
gebruiksaanwijzing)
• Gebruiksaanwijzing (1)
15
Plaats van de onderdelen
Nadere bijzonderheden over de bediening vindt u op de tussen haakjes
vermelde bladzijden.
Voorkant
A AF-hulplicht (106)/
Zelfontspannerlampje (118)
B Ontspanknop (66)
C Stroomschakelaar (59)
D Instelwiel voor
E Sensor afstandsbediening (121)
F Lenscontactpunten*
G Vattingindex (57)
H Spiegel*
I Controleknop (44, 84, 190)
J Lensvattingopening
16
K Knop Eigen (44, 130, 190)
L Lensontgrendelingsknop (58)
M Stille multi-selectieschakelaar
(32)
* Raak deze onderdelen niet
rechtstreeks aan.
Plaats van de onderdelen
Achterkant
Voor ingebruikname
A MENU-knop (38)
F Lichtsensor (191)
B Oogkap voor oculair (65)
G LCD-scherm (25, 62, 92, 177)
C Zoeker*
H MOVIE-knop (44, 68)
• Wanneer u in de zoeker kijkt,
wordt de zoeker geactiveerd, en
wanneer u de zoeker van uw
gezicht weghaalt, keert de
weergavestand terug naar het
LCD-scherm.
D Zoekersensors (65)
E Diopter-instelwiel
• Stel de dioptrie af op uw
gezichtsvermogen door het
dioptrie-instelwiel te draaien
totdat de display in de zoeker
scherp te zien is.
I Voor opname: AF/MF-knop
(Automatisch/handmatig
scherpstellen) (43, 111, 190)
Voor weergave:
-knop
(Vergroten) (172)
J Voor opname: AEL-knop (AE-
vergrendeling) (43, 88, 115,
189)/SLOW SYNC-knop (125)
Voor weergave:
-knop
(Beeldindex) (173)
K Multi-selectieschakelaar
L Voor opname: Fn-knop
(Functie) (35, 36)
Voor weergave:
-knop
(Beeld roteren) (174)
17
Plaats van de onderdelen
M DISP-knop (Display) (92, 177)
N
-knop (Slimme
teleconverter) (44, 156)/Zoomknop (156)/Scherpstelling
vergroten (109)
O Voor opname: AF RANGE-
knop (104)
Voor weergave:
-knop
(Wissen) (70)
Wanneer het Fn-scherm of
menuscherm wordt getoond:
Gids In-de-Camera-knop (50)
P Toegangslampje (55)
Q
-knop (Weergave) (69)
* Raak dit onderdeel niet
rechtstreeks aan.
18
Plaats van de onderdelen
Bovenzijde
Voor ingebruikname
A Microfoon* (171)
J ISO-knop (43, 132, 190)
B Vrijgaveknop voor de
K Verlichtingsknop van het
functiekeuzevergrendeling (71)
C Functiekeuzeknop (71)
D Multi-interfaceschoen**
M Instelwiel achter
• Bepaalde accessoires kunnen
mogelijk niet geheel worden
ingestoken en steken iets achter
uit de multi-interfaceschoen uit.
De accessoire is echter goed
aangesloten wanneer deze de
voorkant van de schoen bereikt.
* Dek dit gedeelte niet af
tijdens het maken van
films. Als u dat doet kan er
ruis ontstaan of kan het
volume afnemen.
F Display-paneel (29)
-knop (Transport) (117)
H WB-knop (Witbalans) (142)
I
Positiemarkering
beeldsensor (99)
(24, 122)
E FINDER/LCD-knop (192)
G
display-paneel (29)
L
-knop (Belichting) (113)
** Ga voor informatie over
accessoires die geschikt
zijn voor de Multiinterfaceschoen, naar de
Sony-website in uw regio
of vraag advies aan uw
Sony-dealer of het officiële
19
Plaats van de onderdelen
Sony-servicecentrum ter
plaatse.
Accessoires voor de
accessoireschoen kunnen
tevens worden gebruikt.
Niet gegarandeerd wordt
dat bedieningshandelingen
met accessoires van
andere fabrikanten goed
verlopen.
20
Plaats van de onderdelen
Zijkanten
schouderriem
• Bevestig beide uiteinden van de
riem aan de camera.
één lijn brengt met die van de
REMOTE-aansluiting. Het is
belangrijk dat het snoer van de
afstandsbediening naar voren
wijst.
D Luidspreker
E DC IN-aansluiting
• Zet, wanneer u de ACPW10AM-netspanningsadapter
(los verkrijgbaar) op de camera
aansluit, de camera uit, steek
vervolgens de connector van de
netspanningsadapter in de DC
IN-aansluiting op de camera.
F m-aansluiting (Microfoon)
B
-aansluiting
(Flitssynchronisatie) (126)
C REMOTE-aansluiting
• Sluit de RM-L1AM
afstandsbediening (los
verkrijgbaar) aan op de camera
door de stekker van de
afstandsbediening in de
REMOTE-aansluiting te steken
waarbij u de stekkergeleider op
• Wanneer een externe microfoon
wordt aangesloten, wordt de
microfoon automatisch
ingeschakeld. Als de externe
microfoon van het type is dat
wordt gevoed via zijn stekker,
wordt de voeding van de
microfoon geleverd door de
camera.
G i-aansluiting (Hoofdtelefoon)
(170)
21
Voor ingebruikname
A Bevestigingsogen voor de
Plaats van de onderdelen
H HDMI-aansluiting (185)
I
-aansluiting (USB) (220)
J Klepje geheugenkaart (53)
K SLOT1 (Geheugenkaartsleuf 1)
(53)
• Geschikt voor SD-kaarten of
"Memory Stick PRO Duo"
L SLOT2 (Geheugenkaartsleuf 2)
(53)
• Alleen geschikt voor SDkaarten
22
Plaats van de onderdelen
Onderkant
Voor ingebruikname
A Geleidegaten voor de Verticale
Handgreep
• Deze gaten worden gebruikt
wanneer de Verticale
Handgreep (los verkrijgbaar) op
de camera bevestigd wordt.
Zorg er vooral voor dat er geen
stof of vuil in deze gaten komt.
B Connector voor de Verticale
Handgreep
C Afdekking van de connector
voor de Verticale Handgreep
D Schroefgat voor statief
• Gebruik een statief met een
kortere schroeflengte dan 5,5
mm. U kunt de camera niet
goed vastzetten op een statief
die een schroeflengte van 5,5
mm of langer heeft en bij
gebruik van een dergelijk statief
wordt de camera tevens
mogelijk beschadigd.
E Insteeksleuf accu (53)
F Accuklepje (53)
23
Plaats van de onderdelen
Schoenadapter
Verwijder de aan de camera bevestigde schoenkap en plaats de
schoenadapter op de camera zodat u met een conventionele accessoireschoen (Zelfvergrendelende Accessoireschoen) compatibele accessoires
kunt bevestigen.
A Zelfvergrendelende
3
Draai de Vergrendelknop vast.
Accessoireschoen
B Vergrendelknop
Zo bevestigt u de
Vergrendelknop
1
Verwijder de Beschermkap van
de connector van de schoen.
2
Draai de Vergrendelknop los en
steek de Schoenadapter in de
schoen.
24
• Draai de knop nadat deze vergrendelt
niet met geweld.
• Steek bij het bevestigen van de
schoenadapter op de camera, de
schoenadapter geheel in.
• Na het verwijderen van de
schoenadapter van de camera, moet u
de beschermkap van de connector op
de schoenadapter bevestigen voor het
opbergen van de kap.
Lijst van pictogrammen op het scherm
Lijst van pictogrammen op het LCD-scherm
Voor de zoekerstand
In stand Automatische modus of
Scènekeuze
Voor de LCD-schermstand
In stand Tele-zoom continuvoork. AE/P/
A/S/M/Panorama d. beweg.
Voor afspelen (Weergave
Basisinformatie)
25
Voor ingebruikname
In de standaardinstellingen wordt de status van het LCD-scherm ingesteld
op "voor de zoekerstand (beelden worden gemonitord in de zoeker)".
Door op de knop DISP te drukken verandert u de schermstatus in "voor de
LCD-schermstand". U kunt ook de digitale waterpas of het histogram op
het scherm weergeven (bladzijde 92).
Lijst van pictogrammen op het scherm
A
Scherm
Scherm
Indicatie
Beeldfrequentie van films
(167)
Indicatie
Belichtingsfunctie (71)
Beeldgrootte van films
(167)
P P*
ASM
Resterend accuvermogen
100% (55)
Flitser wordt opgeladen
(122)
Registernummer (204)
APS-C Formaat
Vastleggen (192)
Pictogrammen
Scèneherkenning (73)
Effect op OFF (UIT)
zetten (94)
Geen audio-opnamen bij
films (171)
Windruisreductie (171)
Geheugenkaart (53, 254)/
Uploaden (198)
SteadyShot/
Waarschuwing
camerabeweging (63)
Status GPSdriehoeksmeting (201)
(alleen SLT-A99V)
100
Resterend aantal
opneembare beelden
SteadyShot fout (238)
Beeldverhouding van
stilstaande beelden (148)
Waarschuwing voor
oververhitting (13)
24M 10M Beeldgrootte van
4.6M 20M stilstaande beelden (146)
8.7M 3.9M
10M 4.6M
2.0M 8.7M
3.9M 1.7M
Databasebestand vol
(240)/Databasebestandsfout (240)
AE-vergrendeling (115)/
FEL-vergrendeling (130)
Weergavestand (172)
Beeldkwaliteit van
stilstaande beelden (148)
26
100-0003
Map - bestandsnummer
(221)
-
Beveiligen (179)
Lijst van pictogrammen op het scherm
Scherm
Indicatie
DPOF
DPOF ingesteld (180)
Scherm
Indicatie
Foto-effect (137)
Waarschuwing resterend
accuvermogen (55)
B
Scherm
Indicatie
C
Scherm
EV-schaalverdeling (87,
113, 120)
Scherpstellingsfunctie
(96)
Belichtingscompensatie
(113)/Gemetenhandmatig (87)
Flitscompensatie (128)
AF-gebied (100)
Object volgen (101)
Gezichtsherkenning
(150)/Lach-sluiter (154)
Lichtmeetfunctie (116)
AWB
OPNAME
0:12
Opnametijd van de film
(m:s)
z
Scherpstellen (98, 66)
1/250
Sluitertijd (85)
F3.5
Diafragma (82)
ISO400
ISO AUTO
ISO-gevoeligheid (132)
Witbalans (Automatisch,
Vooringesteld, Eigen,
Kleurtemperatuur,
Kleurfilter) (142)
7500K
A5 G5
Dynamischbereikoptimalisatie (134)/
Auto HDR (135)
Creatieve stijl (138)/
Contrast, Verzadiging,
Scherpte
+3 +3
Indicatie
Flitsfunctie (122)/Rodeogen-vermindering (41)
AE-vergrendeling (115)/
FEL-vergrendeling (130)
GPS-informatie (alleen
SLT-A99V)
35° 37’
32”N
139° 44’
31”W
Weergave breedtegraad
en lengtegraad (alleen
SLT-A99V)
Waarschuwing Auto
HDR-beeld (135)
Fout Beeldeffect (138)
Histogram (94)
+3
27
Voor ingebruikname
Auto-portretkadrering
(152)
Transportfunctie (117)
Lijst van pictogrammen op het scherm
Scherm
Indicatie
2012-1-1
10:37PM
Opnamedatum
3/7
Bestandsnummer/Aantal
beelden in de
weergavestand
D
Scherm
Indicatie
Spot-lichtmeetveld (116)
AF-gebied (100)
Hulpvlak (97)
Digitale waterpas (93)
Histogram (94)
Intelligente teleconverter
(156)
Slimme Zoom/Duidelijk
Beeld Zoom/Digitale
Zoom
Sluitertijdindicatie (93)
Diafragma-indicatie (93)
AF-bereikregeling (104)
z
Scherpst.volgen
Scherpst.-volgen (101)
Audioniveau (169)
28
Lijst van pictogrammen op het scherm
Lijst van pictogrammen op het display-paneel
Sluitertijd (85)/
Diafragma (82)
Belichtings- (113)/
Flitscorrectie (128)
ISO-gevoeligheid
(132)
Witbalans (142)
Transportfunctie (117)
Beeldkwaliteit (148)
Resterend
accuvermogen (55)
Resterend aantal
opneembare beelden *
Voor ingebruikname
U kunt de sluitertijd, het diafragma, de
belichtingscorrectie, de flitscorrectie, de
ISO-gevoeligheid, de witbalans, de
transportfunctie en de beeldkwaliteit
aanpassen wanneer u op het displaypaneel bovenop de camera kijkt.
* Ook als het resterend aantal opneembare beelden meer is dan 9.999, wordt "9999"
op het display-paneel weergegeven.
De achtergrondverlichting van het display-paneel inschakelen
Druk op de verlichtingsknop van het
display-paneel bovenop het toestel. U
kunt de verlichting uitschakelen door
nogmaals te drukken.
Verlichtingsknop van het displaypaneel
29
Functielijst
Functies die kunnen worden bediend
met de knoppen/keuzeknop
U kunt diverse functies instellen en bedienen met deze knoppen/
keuzeknop.
Zie voor de locatie van de knoppen/keuzeknop "Plaats van de onderdelen"
(bladzijde 16).
-knop (117)
Selecteert de transportfunctie.
WB-knop (142)
Past de witbalans aan.
-knop (113)
Corrigeert de belichting.
ISO-knop (132)
Past de ISO-gevoeligheid aan.
Functiekeuzeknop (71)
Schakelt over naar een andere belichtingsstand. Draai
het instelwiel terwijl u de vrijgaveknop voor de
functiekeuzevergrendeling ingedrukt houdt.
FINDER/LCD-knop (192)
Schakelt de weergave over tussen het LCD-scherm en
de zoeker.
Verlichtingsknop van het
display-paneel (29)
Zet de achtergrondverlichting van de display aan.
MENU-knop (38)
Toont het menuscherm voor het opzetten van het menuitem.
MOVIE-knop (44, 68)
Films opnemen.
AEL-knop (115)/SLOW
SYNC-knop (125)/
knop (173)
Zet de belichting van het gehele scherm vast./Maakt
opnamen met flits bij een langere sluitertijd./Toont
meerdere afbeeldingen tegelijkertijd op het scherm.
AF/MF-knop (111)/
knop (172)
Schakelt tijdelijk over tussen automatische en
handmatige scherpstelling./Schaalt een afbeelding op bij
het bekijken van beelden.
-
Fn-toets-knop (31, 35,
36)/
-knop (174)
Geeft het instelscherm weer van de functie die wordt
ingesteld met de Fn-knop. Schakelt in de zoekerstand
over naar het scherm Snelle navigatie./Draait beelden.
DISP-knop (92, 177)
Schakelt over naar de weergave van opname-informatie
in de zoeker of op het LCD-scherm.
-knop (156)/Zoomknop
(156)/knop voor
Scherpstelling Vergroten
(109)
Zoomt op het midden van een beeld in./Zoomt in met
behoud van de huidige resolutie van het beeld./Maakt
het mogelijk om de scherpstelling te controleren door
het beeld te vergroten alvorens op te nemen.
-knop (69)
30
Speelt beelden af.
Functies die kunnen worden bediend met de knoppen/keuzeknop
knop AF RANGE (104)/
Beperkt het beschikbare bedieningsbereik van de
knop Gids in-deautomatische scherpstelling/Toont een Gids in-deCamera(50)/ -knop (70) Camera./Wist beelden.
Controleknop (84)
Controleert de onscherpte van de achtergrond.
Knop Eigen (44, 130, 190) Wijst een veelgebruikte functie aan de knop toe. De
functie FEL-vergrendeling is toegewezen in de
standaardinstellingen.
Stille multiselectieschakelaar (32)
Past de instelling stil aan.
Functielijst
Zo gebruikt u het scherm Snelle Navigatie
Met behulp van het scherm Snelle Navigatie kunt u instellingen direct
wijzigen op de weergave van de opname-informatie wanneer de
schermstand is ingesteld op [Voor zoeker] (Snelle Navigatie).
1 Druk op de knop DISP als u de schermstand wilt instellen op
[Voor zoeker] (bladzijde 92).
2 Druk op de knop Fn als u wilt overschakelen naar het scherm
Snelle Navigatie.
In de stand Automatische modus of Scènekeuze
In de stand Tele-zoom continuvoork. AE/P/A/S/M/Panorama d. beweg.
31
Functies die kunnen worden bediend met de knoppen/keuzeknop
3 Selecteer het gewenste item met v/V/b/B op de multiselectieschakelaar.
4 Stel het item in met het instelwiel voor of achter.
• Selecteer een optie met het instelwiel voor en pas de instelling ervan aan
met het instelwiel achter.
• Door op het midden van de multi-selectieschakelaar te drukken, wordt het
bepaalde scherm ingeschakeld voor het instellen van het gekozen
onderdeel.
• Wanneer u weer op de Fn-knop drukt, wordt het scherm Snelle Navigatie
uitgeschakeld en keert het scherm terug naar de oorspronkelijke weergave.
Functies die beschikbaar zijn in het scherm Snelle Navigatie
Automatische modus/Scènekeuze/Tele-zoom continuvoork. AE/Selecteer
opnamemedia/Kwaliteit/SteadyShot (voor stilstaande beelden)/
Transportfunctie/Flitsfunctie/Scherpstelfunctie/AF-gebied/Object volgen/
Lach-/Gezichtsherk./Lichtmeetfunctie/Witbalans/DRO/Auto HDR/
Creatieve stijl/Foto-effect/Aut. portretomkad./Belicht.comp./
Flitscompensatie/ISO
Opmerkingen
• Grijze items op het scherm Snelle Navigatie zijn niet beschikbaar.
• Wanneer u Creatieve Stijl gebruikt (bladzijde 138), kunnen sommige van de
insteltaken alleen worden uitgevoerd in een speciaal daarvoor aangewezen scherm.
Zo gebruikt u de stille multi-selectieschakelaar
Met de stille multi-selectieschakelaar kunt u een item instellen zonder dat u
naar een ander scherm hoeft te gaan. De schijf is ontworpen voor minder
geluid bij schijfbediening en tijdens opname van een film kunt u het geluid
van de bediening van de schijf verlagen.
U kunt afzonderlijke functies aan de schijf toewijzen voor opname van
stilstaande beelden en films (bladzijde 34).
32
Functies die kunnen worden bediend met de knoppen/keuzeknop
1 Druk op de knop zodat het
instelscherm verschijnt.
• [Scherpstelfunctie] is in de
standaardinstellingen toegewezen aan
de knop voor het maken van stilstaande
beelden en [Audio opnameniveau] is
toegewezen aan dezelfde knop als die
voor het maken van filmopnamen.
Functielijst
2 Selecteer de instelling van uw
keuze door de keuzeknop te
draaien.
Actuele instelling
3 Voer de instelling uit door op de knop te drukken.
33
Functies die kunnen worden bediend met de knoppen/keuzeknop
Als u andere functies aan de Stille Multi-selectieschakelaar wilt
toewijzen
U opent het scherm voor het toewijzen
van functies aan de Stille Multiselectieschakelaar door de knop
ingedrukt te houden.
Selecteer een functie door de keuzeknop
te draaien. U kunt ook een functie
selecteren via: MENU-knop t
3t
[ Stille Controller] of MENU-knop t
1t[
Stille Controller].
Actuele functie
Beschikbare functies
Stilstaand beeld: Scherpstelfunctie/AF-gebied/Selecteer AF-gebied/
Belicht.comp./Lichtmeetfunctie/ISO
Film: Audio opnameniveau/Scherpstelfunctie/AF-gebied/Selecteer AFgebied/Belicht.comp./Lichtmeetfunctie/ISO/Sluitertijd/Diafragma
34
Een functie selecteren met de Fn-knop
(Functieknop)
Deze knop wordt gebruikt voor het instellen of uitvoeren van functies die
tijdens opname veel worden gebruikt, met uitzondering van de functies van
het Snelle navigatiescherm.
1 Druk op de knop DISP als u de schermstand anders dan [Voor
zoeker] (bladzijde 92) wilt instellen.
Functielijst
2 Druk op de Fn-knop.
3 Selecteer het item van uw keuze met v/V/b/B op de multiselectieschakelaar, start vervolgens de uitvoering door op z in
het midden te drukken.
Het instellingscherm verschijnt.
4 Gebruik de bedieningsgids om de
gewenste functies te selecteren
en uit te voeren.
Bedieningsgids
De camera direct instellen vanuit het scherm met de opnameinformatie
Draai het instelwiel voor zonder op het midden z in stap 3 te drukken. U kunt
de camera direct instellen vanaf het opname-informatiescherm. Daarnaast
kunt u sommige functies nauwkeurig afstellen met het instelwiel achter.
35
Functies die kunnen worden
geselecteerd met de Fn-knop
(Functieknop)
De functies die kunnen worden geselecteerd met de Fn-knop, zijn de
volgende:
Automatische modus Selecteert de automatische opnamestand.
(72)
(Slim automatisch/Superieur automatisch)
Scènekeuze (74)
Selecteert uit de voorkeuze-instellingen voor Scèneselectie
de functie die geschikt is voor de opnamecondities.
(Portret/Sportactie/Macro/Landschap/Zonsondergang/
Nachtscène/Schemeropn. uit hand/Nachtportret)
Film (164)
Selecteert de belichtingsstand voor het maken van
filmopnamen die past bij uw onderwerp of uw effect.
(P/A/S/M)
Tele-zoom
Stelt de snelheid in voor ononderbroken opnamen.
continuvoork. AE (80) (T10/T8)
Transportfunctie
(117)
Stelt de transportfunctie in, bijvoorbeeld doorlopende
opnamen.
(Enkele opname/Continue opname/Zelfontspanner/Bracket:
continu/Bracket enkel/Witbalansbracket/Bracket DRO/
Afstandsbed.)
Flitsfunctie (122)
Stelt de flitsstand in van een flitser (los verkrijgbaar)
(Flitser uit/Automatisch flitsen/Invulflits/Eindsynchron./
Draadloos)
Scherpstelfunctie
(96)
Selecteert de scherpstelfunctie.
(Enkelvoudige AF/Automatische AF/Continue AF/Diepte
map hulp continue AF/D. handm. sch./H. scherpst.)
AF-gebied (100)
Selecteert het scherpstelgebied.
(Breed/Zone/Punt/Lokaal)
Object volgen (101)
Houdt het onderwerp scherp in beeld terwijl het wordt
gevolgd.
(Uit/Aan/Aan(scherpstellen-volgen met sluiter))
Lach-/Gezichtsherk.
(150, 154)
Legt automatisch gezichten vast met optimale scherpstelling
en belichting./Maakt een opname wanneer een glimlach
wordt gedetecteerd.
(Gezichtsherkenning Uit/Gezichtsherkenning Aan (ger.
gezicht.)/Gezichtsherkenning Aan/Lach-sluiter)
36
Functies die kunnen worden geselecteerd met de Fn-knop (Functieknop)
Analyseert de scène wanneer een gezicht wordt vastgelegd en
legt nog een beeld vast met een meer indrukwekkende
compositie.
(Automatisch/Uit)
ISO (132)
Stelt de gevoeligheid voor licht in. Hoe hoger het getal, des te
sneller de sluitertijd.
(Ruisond. Multi Frame/ISO AUTO/ISO 50 tot 25600)
Lichtmeetfunctie
(116)
Selecteert de manier voor het meten van de helderheid.
(Meervelds/Centrum gericht/Spot)
Flitscompensatie
(128)
Past de hoeveelheid flitslicht aan.
(+3,0EV tot –3,0EV)
Witbalans (142)
Past de kleurtinten van beelden aan.
(Aut. witbalans/Daglicht/Schaduw/Bewolkt/Gloeilamp/TLlicht: warm wit/TL-licht: koel wit/TL-licht: daglichtwit/TLlicht: daglicht/Flitslicht/Kl.temp./Filter/Eigen 1–3)
DRO/Auto HDR (134) Compenseert automatisch de helderheid en het contrast.
(Uit/D.-bereikopt./Auto HDR)
Creatieve stijl (138)
Selecteert de beeldverwerking van uw keuze.
(Standaard/Levendig/Neutraal/Doorzichtig/Diep/Licht/
Portret/Landschap/Zonsondergang/Nachtscène/
Herfstbladeren/Zwart-wit/Sepia/Stijlvak1–6)
Foto-effect (137)
Maakt opname met het effectfilter naar keuze voor een meer
indrukwekkende expressie.
(Uit/Speelgoedcamera/Hippe kleuren/Posterisatie/Retrofoto/
Zachte felle kleuren/Deelkleur/Hg. contr. monochr./Soft
focus/HDR-schilderij/Mono. m. rijke tonen/Miniatuur)
37
Functielijst
Aut. portretomkad.
(152)
De functies die met de MENU-knop
geselecteerd kunnen worden
U kunt de basisinstellingen instellen voor de camera als geheel of functies
uitvoeren zoals opnemen, afspelen of andere bewerkingen.
Druk op de MENU-knop, stel vervolgens het item van uw keuze in met v/
V/b/B op de multi-selectieschakelaar en druk vervolgens op het midden
van de multi-selectieschakelaar.
Selecteer een bladzijde van het Selecteer een item op het menu
menu
Menu stilstaande beelden
Beeldformaat (146)
Selecteert het formaat van stilstaande beelden.
(L/M/S)
Beeldverhouding
(148)
Selecteert de beeldverhouding voor stilstaande beelden.
(3:2/16:9)
Kwaliteit (148)
Stelt de beeldkwaliteit voor stilstaande beelden in.
(RAW/RAW en JPEG/Extra fijn/Fijn/Standaard)
Panorama: formaat
(147)
Selecteert het formaat van panoramabeelden.
(Standaard/Breed)
Panorama: richting
(79)
Stelt de opnamerichting voor panoramabeelden in.
(Rechts/Links/Naar boven/Naar beneden)
Helder Beeld Zoom
(159)
Zoomt in op een beeld met een hogere kwaliteit dan Digitale
Zoom.
(Aan/Uit)
Digitale zoom (159)
Zoomt in op een beeld met een hogere vergroting dan
Duidelijk Beeld zoom.
(Aan/Uit)
38
De functies die met de MENU-knop geselecteerd kunnen worden
NR lang-belicht (160) Stelt ruisonderdrukking in voor opnamen waarin de sluitertijd
1 seconde is of langer.
(Aan/Uit)
Stelt de ruisonderdrukking in voor opnamen met een hoge
ISO-gevoeligheid.
(Normaal/Laag/Uit)
Flitsregeling (129)
Stelt de methode in voor het bepalen van de intensiteit van
het flitslicht.
(ADI-flits/Voorflits DDL)
AF-hulplicht (106)
Stelt het AF-hulplicht in, dat een donkere scène verlicht zodat
scherpstellen mogelijk wordt.
(Automatisch/Uit)
SteadyShot (63)
Stelt SteadyShot in voor het maken van stilstaande beelden.
(Aan/Uit)
AF-snelheid
Selecteert de snelheid van het scherpstellen bij automatische
scherpstelling. Wanneer [Langzaam] is geselecteerd in
macro-opnamen, is scherpstellen gemakkelijker.
(Snel/Langzaam)
Kleurenruimte (162)
Wijzigt het bereik van reproduceerbare kleuren.
(sRGB/AdobeRGB)
Stille Controller
(34)
Wijst de functie van uw keuze toe aan de stille multiselectieschakelaar voor het maken van stilstaande beelden.
(Scherpstelfunctie/AF-gebied/Selecteer AF-gebied/
Belicht.comp./ISO/Lichtmeetfunctie)
Belichtingsstap
Selecteert de grootte van de stap van de toename voor
sluitertijd, diafragma en belichting.
(0,5 EV/0,3 EV)
Sluiterontspan.
Stelt in of de sluiter al dan niet moet worden ontspannen,
wanneer de scherpstelling niet is bevestigd in de stand voor
automatische scherpstelling.
(Na scherpst./Geen scherpst.)
AF met sluiter
Stelt in of automatische scherpstelling al dan niet moet
worden geactiveerd wanneer u de ontspanknop half indrukt.
Dit is handig wanneer u de scherpstelling en de belichting
apart wilt aanpassen.
(Aan/Uit)
39
Functielijst
NR bij hoge-ISO
(160)
De functies die met de MENU-knop geselecteerd kunnen worden
AEL met sluiter
Stelt in of de belichting al dan niet moet worden aangepast
wanneer u de ontspanknop half indrukt. Dit is handig
wanneer u de scherpstelling en de belichting apart wilt
aanpassen.
(Aan/Uit)
Geheugen (204)
Registreert combinaties van vaak gebruikte standen en
instellingen en maakt het oproepen van die combinaties met
het instelwiel gemakkelijk.
(1/2/3)
Menu film opnemen
Bestandsindeling
(167)
Selecteert de bestandsindeling voor film.
(AVCHD/MP4)
Opname-instelling
(167)
Selecteert de kwaliteit en het formaat van het vastgelegde
filmbeeldje.
(60i 24M(FX)/50i 24M(FX)/60i 17M(FH)/50i 17M(FH)/60p
28M(PS)/50p 28M(PS)/24p 24M(FX)/25p 24M(FX)/24p
17M(FH)/25p 17M(FH)/1440×1080 12M/VGA 3M)
SteadyShot (63)
Stelt SteadyShot in voor het opnemen van film.
(Aan/Uit)
Duur AF volgen (164) Stelt de volggevoeligheid in voor de functie automatische
scherpstelling voor filmopname.
(Hoog/Gemiddeld/Laag)
Autom. lange
sluitertijd (165)
Stelt in of tijdens het maken van filmopnamen de sluitertijd
automatisch moet worden aangepast naar een langzamere
instelling of niet, bij een onderwerp onder donkere
omstandigheden.
(Aan/Uit)
Stille Controller Wijst de functie van uw keuze toe aan de stille multi(32, 34)
selectieschakelaar voor het maken van filmopnamen.
(Audio opnameniveau/Scherpstelfunctie/AF-gebied/
Selecteer AF-gebied/Belicht.comp./ISO/Lichtmeetfunctie/
Sluitertijd/Diafragma)
Geluid opnemen
(171)
40
Stelt in of er geluid moet worden opgenomen tijdens het
filmen of niet.
(Aan/Uit)
De functies die met de MENU-knop geselecteerd kunnen worden
Windruis reductie
(171)
Vermindert windgeruis tijdens het opnemen van film.
(Aan/Uit)
Audio opnameniveau Past het niveau aan voor het maken van audio-opnamen.
(169)
(0 tot 31)
Audioniv.weerg.
(169)
Stelt in of het audioniveau wordt weergegeven of niet.
(Aan/Uit)
Audio-uitvoer-tijd
(170)
Biedt maatregelen voor het verminderen van echo tijdens het
maken van filmopnamen.
(Live/Lipsynchronisatie)
Eye-Start AF
Stelt in of automatisch scherpstellen moet worden gebruikt
wanneer u door de zoeker kijkt, of niet.
(Aan/Uit)
Inst. FINDER/LCD
(192)
Stelt de methode in voor het overschakelen tussen de zoeker
en het LCD-scherm.
(Automatisch/Handmatig)
Rode ogen verm.
Vermindert rode ogen wanneer de flitser wordt gebruikt.
(Aan/Uit)
Opn. zonder lens
(188)
Stelt in of de sluiter open kan gaan wanneer de lens niet op
het toestel is gezet.
(Inschakelen/Uitschakelen)
Sup. aut. Cont. opn.
(73)
Stelt in of ononderbroken opnamen moeten worden gemaakt
in de Superieur automatisch-functie, of niet.
(Automatisch/Uit)
Sup. aut. Beeld
extractie (74)
Stelt in of alle beelden die ononderbroken zijn gemaakt in de
Superieur automatisch-functie, moeten worden opgeslagen,
of niet.
(Automatisch/Uit)
Stramienlijn (188)
Stramienlijn instellen voor uitlijning met een omtrek van een
structuur.
(Driedelingsraster/Vierkantsraster/Diag. + vierkantsr./Uit)
Autom.weergave
(188)
Geeft het vastgelegde beeld weer nadat de opname
automatisch is gemaakt. U kunt instellen hoelang het beeld
moet worden weergegeven.
(10 sec./5 sec./2 sec./Uit)
41
Functielijst
Menu Eigen Instellingen
De functies die met de MENU-knop geselecteerd kunnen worden
DISP-knop (scherm)
(92)
Biedt u de mogelijkheid de beschikbare
schermweergavestanden van het LCD-scherm te selecteren
die kunnen worden geselecteerd door op de knop DISP te
drukken.
(Graf. weerg./Alle info weergeven/Geen info/Niveau/
Histogram/Voor zoeker)
DISP-knop (zoeker)
(92)
Biedt u de mogelijkheid de beschikbare
schermweergavestanden van de zoeker te selecteren die
kunnen worden geselecteerd door op de DISP-knop te
drukken.
(Graf. weerg./Alle info weergeven/Geen info/Niveau/
Histogram)
AF RANGE knop (104) Selecteert de functie die moet worden gebruikt met de knop
AF RANGE.
(AF-bereik regeling/Helpfunctie in camera)
AF-bereik regeling
hulp
Stelt in of de status waarin het onderwerp zich bevindt binnen
het scherpstelbereik op het scherm met gebruik van het
hulpvlak voor scherpstellen wordt getoond of niet, wanneer
de functie AF-bereikregeling is geactiveerd (alleen
beschikbaar wanneer een voor AF-D geschikte lens op het
toestel is gezet).
(Aan/Uit)
Reliëfniveau (109)
Accentueert de contouren van scherpstelbereiken met een
bepaalde kleur.
(Hoog/Gemiddeld/Laag/Uit)
Reliëfkleur (109)
Stelt de kleur in die wordt gebruikt voor de peaking-functie.
(Rood/Geel/Wit)
LiveView-weergave
(94)
Stelt in of het effect van een functie op het scherm wordt
weergegeven of niet, bijvoorbeeld het effect van de waarde
van de belichtingscorrectie.
(Instelling effect aan/Instelling effect uit)
42
De functies die met de MENU-knop geselecteerd kunnen worden
Wijst de functie van uw keuze toe aan de AEL-knop.
(Belicht.comp./Transportfunctie/Flitsfunctie/
Scherpstelfunctie/AF-gebied/Lach-/Gezichtsherk./Aut.
portretomkad./ISO/Lichtmeetfunctie/Flitscompensatie/
Witbalans/DRO/Auto HDR/Creatieve stijl/Foto-effect/
Beeldformaat/Kwaliteit/AEL-vergrendel/AEL-wisselen/
AEL-vergrend./ AEL-wisselen/FEL-slot vergrendelen/
FEL-slot wisselen/Object volgen/AF/MF-reg. vergrend./AF/
MF-reg. wisselen/AF-vergrendel./AF aan/
Diafragmavoorbeeld/Voorbeeld opn.result./Scherpst.
vergroten/Geheugen)
ISO-knop (190)
Wijst de functie van uw keuze toe aan de ISO-knop.
(Belicht.comp./Transportfunctie/Flitsfunctie/
Scherpstelfunctie/AF-gebied/Lach-/Gezichtsherk./Aut.
portretomkad./ISO/Lichtmeetfunctie/Flitscompensatie/
Witbalans/DRO/Auto HDR/Creatieve stijl/Foto-effect/
Beeldformaat/Kwaliteit/AEL-vergrendel/AEL-wisselen/
AEL-vergrend./ AEL-wisselen/FEL-slot vergrendelen/
FEL-slot wisselen/Object volgen/AF/MF-reg. vergrend./AF/
MF-reg. wisselen/AF-vergrendel./AF aan/
Diafragmavoorbeeld/Voorbeeld opn.result./Scherpst.
vergroten/Geheugen)
AF/MF-knop (190)
Wijst de functie van uw keuze toe aan de AF/MF-knop.
(Belicht.comp./Transportfunctie/Flitsfunctie/
Scherpstelfunctie/AF-gebied/Lach-/Gezichtsherk./Aut.
portretomkad./ISO/Lichtmeetfunctie/Flitscompensatie/
Witbalans/DRO/Auto HDR/Creatieve stijl/Foto-effect/
Beeldformaat/Kwaliteit/AEL-vergrendel/AEL-wisselen/
AEL-vergrend./ AEL-wisselen/FEL-slot vergrendelen/
FEL-slot wisselen/Object volgen/AF/MF-reg. vergrend./AF/
MF-reg. wisselen/AF-vergrendel./AF aan/
Diafragmavoorbeeld/Voorbeeld opn.result./Scherpst.
vergroten/Geheugen)
43
Functielijst
Funct. van AEL-knop
(189)
De functies die met de MENU-knop geselecteerd kunnen worden
Customtoets (190)
Wijst de functie van uw keuze toe aan de knop Eigen.
(Belicht.comp./Transportfunctie/Flitsfunctie/
Scherpstelfunctie/AF-gebied/Lach-/Gezichtsherk./Aut.
portretomkad./ISO/Lichtmeetfunctie/Flitscompensatie/
Witbalans/DRO/Auto HDR/Creatieve stijl/Foto-effect/
Beeldformaat/Kwaliteit/AEL-vergrendel/AEL-wisselen/
AEL-vergrend./ AEL-wisselen/FEL-slot vergrendelen/
FEL-slot wisselen/Object volgen/AF/MF-reg. vergrend./AF/
MF-reg. wisselen/AF-vergrendel./AF aan/
Diafragmavoorbeeld/Voorbeeld opn.result./Scherpst.
vergroten/Geheugen)
Voorbeeldknop (190) Wijst de functie van uw keuze toe aan de knop Voorbeeld.
(Belicht.comp./Transportfunctie/Flitsfunctie/
Scherpstelfunctie/AF-gebied/Lach-/Gezichtsherk./Aut.
portretomkad./ISO/Lichtmeetfunctie/Flitscompensatie/
Witbalans/DRO/Auto HDR/Creatieve stijl/Foto-effect/
Beeldformaat/Kwaliteit/AEL-vergrendel/AEL-wisselen/
AEL-vergrend./ AEL-wisselen/FEL-slot vergrendelen/
FEL-slot wisselen/Object volgen/AF/MF-reg. vergrend./AF/
MF-reg. wisselen/AF-vergrendel./AF aan/
Diafragmavoorbeeld/Voorbeeld opn.result./Scherpst.
vergroten/Geheugen)
Knop intell. telecon.
(109, 156)
Selecteert de functie die moet worden gebruikt met de knop
.
(Intell. teleconverter/Scherpstelvergrot./Zoom)
Scherpstelvastzetknop Stelt de functie van de scherpstelvergrendelknop van de lens
in. Wanneer u [Voorbeeld-knop] selecteert, wordt de functie
die is geselecteerd met [Voorbeeldknop] toegewezen.
(Scherp.vergr./Voorbeeld-knop)
Knop MOVIE
Selecteert de geschikte stand voor de knop MOVIE.
(Altijd/Alleen Filmmodus)
Instelwiel inst
Stelt de functies in van het voorste en het achterste instelwiel
wanneer de belichtingstand is ingesteld op M. Instelwielen
kunnen worden gebruikt voor het aanpassen van de sluitertijd
en het diafragma.
(
Sltd
F-getal/
F-getal
Sltd)
Bel.comp.wiel (114) Corrigeert de belichting met het instelwiel voor of achter.
(Uit/
Wiel voor/
Wiel achter)
44
De functies die met de MENU-knop geselecteerd kunnen worden
Bel.comp.inst.
Stelt in of de belichting binnen het bereik van het flitslicht
moet worden gecorrigeerd of niet.
(Omgeving+flits/Alleen omgeving)
Bracketvolgorde
Selecteert de volgorde bij het maken van opnamen met
belichtings-bracket en witbalans-bracket.
(0 t – t +/– t 0 t +)
Lenscomp.: chrom.
afw. (194)
Vermindert de kleurafwijking van de hoeken van het scherm
die worden veroorzaakt door de bevestigde lens.
(Automatisch/Uit)
Lenscomp.:
vervorming (194)
Corrigeert de vervorming op het scherm die wordt
veroorzaakt door de bevestigde lens.
(Automatisch/Uit)
Sluitergordijn
voorzijde (190)
Stelt in of de functie voor de elektronische voorgordijnsluiter
wordt gebruikt of niet.
(Aan/Uit)
Gezichtsprioriteit
volgen (103)
Stelt in of een gezicht bij voorkeur moet worden gevolgd of
niet wanneer de camera dat gezicht waarneemt tijdens het
volgen van het onderwerp.
(Aan/Uit)
Gezichtsregistratie
(151)
Registeert of wijzigt de persoon die prioriteit krijgt bij het
scherpstellen.
(Nieuwe registratie/Volgorde wijzigen/Wissen/Alles
verwijderen)
Menu Weergave
Stilst.b./film select.
(172)
Biedt u de mogelijkheid te bepalen hoe u de weer te geven
beelden wilt groeperen (Weergavestand).
(Mapweergave (stilstaand)/Mapweergave (MP4)/
AVCHDweergave)
Wissen (183)
Verwijdert beelden.
(Meerdere bldn./Alles in map/Alle AVCHDweergave-best.)
Diavoorstelling (175) Geeft een diavoorstelling weer.
(Herhalen/Interval/Beeldtype)
45
Functielijst
Lenscomp.: schaduw Corrigeert de donkere hoeken van het scherm die worden
(194)
veroorzaakt door de bevestigde lens.
(Automatisch/Uit)
De functies die met de MENU-knop geselecteerd kunnen worden
Beeldindex (173)
Stelt het aantal beelden in dat op één pagina van het
beeldindexscherm wordt weergegeven.
(4 afbeeldingen/9 afbeeldingen)
Beveiligen (179)
Beveiligt een beeld of heft die beveiliging op.
(Meerdere bldn./Alle beelden annuleren/Alle MP4-films
annuleren/Alle AVCHD-weerg. ann.)
Printen opgeven
(180)
Selecteert of deselecteert de beelden voor DPOF.
(DPOF instellen/Datum afdrukken)
Selecteer
afspeelmedia (172)
Selecteert de geheugenkaartsleuf die moet worden gebruikt
voor weergave.
(Slot 1/Slot 2)
Kopiëren (182)
Maakt duplicaten van beelden op een geheugenkaart.
Volume-instellingen
Stelt het volume voor het afspelen van films in.
(0 tot 7)
Afspeelweergave
(176)
Stelt in hoe een beeld dat is vastgelegd in de portretinstelling,
wordt weergegeven.
(Autom.roteren/Handm.roteren)
Geheugenkaartmenu Extra
Selecteer
opnamemedia (54)
Selecteert de geheugenkaartsleuf die moet worden gebruikt
voor het maken van opnamen.
(Slot 1/Slot 2)
Opnamemodus (195) Selecteert de opnamemethode voor het maken van opnamen
op geheugenkaarten.
(Standaard/Gelktdg opn (Stlst bld)/Gelijktdge opn (Film)/
Glkt opn (Stl bld/Flm)/Sorteren(JPEG/RAW)/Sorter.(stilst.
bld/film))
Formatteren (196)
Formatteert de geheugenkaart.
Bestandsnummer
(196)
Stelt de methode in voor het toewijzen van bestandsnummers
aan stilstaande beelden en MP4-films.
(Serie/Terugstellen)
Mapnaam (197)
Stelt de mapindeling in voor stilstaande beelden.
(Standaardform./Datumformaat)
46
De functies die met de MENU-knop geselecteerd kunnen worden
Kiest een andere map voor het opslaan van stilstaande
beelden en MP4-films.
Nieuwe map (197)
Maakt een nieuwe map aan voor het opslaan van stilstaande
beelden en MP4-films.
Beeld-DB herstellen
(198)
Herstelt het beelddatabasebestand en maakt vastleggen en
afspelen mogelijk.
Kaartruimte weerg.
Toont de resterende opnametijd van films en het aantal op te
nemen stilstaande beelden op de geheugenkaart.
Instelmenu voor de klok
Datum/tijd instellen
(60)
Stelt de datum en de tijd in en de zomertijd.
Tijdzone instellen
(60)
Stelt de locatie in waar de camera is gebruikt.
Menu Installatie
Menustartpositie
Stelt de standaard-positie van de cursor op het menu in op het
bovenste item of op het laatst-geselecteerde item.
(Hoofdmenu/Vorige menu)
Wisbevestiging
Stelt [Wissen] of [Annuleren] in als de standaardinstelling
voor het scherm voor het bevestigen van wissen.
(Stand.Wissen/Stand.Annuleren)
Modusknopscherm
Toont uitleg van de verschillende opnamestanden en biedt u
de mogelijkheid een andere opnamestand te selecteren.
(Aan/Uit)
LCD-helderheid
(191)
Stelt de helderheid van het LCD-scherm in.
(Automatisch/Handmatig/Zonnig weer)
Helderheid zoeker
(191)
Stelt de helderheid van de zoeker in.
(Automatisch/Handmatig)
Kleurtemperat.
zoeker
Stelt de kleurtemperatuur in van het scherm in de zoeker.
Wanneer u instelt in de richting van +, wordt de kleur koeler,
en wanneer u instelt in de richting van –, wordt de kleur
warmer.
(+2 naar 0 naar –2)
47
Functielijst
OPN.-map kiezen
(197)
De functies die met de MENU-knop geselecteerd kunnen worden
GPS-instellingen
(201) (alleen SLTA99V)
Stelt de GPS-functies in.
Stroombesparing
(191)
Stelt het responsniveau in dat moet worden gebruikt voor het
activeren van de energiespaarstand.
(Max/Standaard)
Begintijd
Stelt de tijd in die verstrijkt voordat wordt overgeschakeld
energiebespar. (192) naar stroombesparing.
(30 min./5 min./1 min./20 sec./10 sec.)
HDMI-resolutie (185) Stelt de resolutie in wanneer de camera is aangesloten op een
HDMI-tv-toestel.
(Automatisch/1080p/1080i)
CTRL.VOOR HDMI
(187)
Bedient de camera vanaf een tv-toestel dat "BRAVIA" Sync
ondersteunt.
(Aan/Uit)
HDMIinformatieweerg.
(186)
Toont beelden op het scherm van een aangesloten HDMI-tvtoestel zonder dat de opname-informatie wordt weergegeven.
(Aan/Uit)
Inst. uploaden* (198) Stelt in of de de uploadfunctie van de camera moet worden
gebruikt bij een Eye-Fi-kaart.
(Aan/Uit)
USB-verbinding
(219)
Stelt de USB-aansluitmethode in die geschikt is voor de
computer of het USB-apparaat.
(Automatisch/Massaopslag/MTP/PC-afstandsbediening)
USB LUN-instelling
(220)
Maakt dat de computer beide geheugenkaarten kan
herkennen bij aansluiting via USB.
(Multi/Enkel)
Audiosignalen
Stelt in of een akoestisch signaal moet klinken wanneer het
beeld is scherpgesteld of wanneer de zelfontspanner werkt, of
niet.
(Aan/Uit)
PAL/NTSC
schakelaar (Alleen
voor modellen die
geschikt zijn voor
1080 50i) (193)
Speelt films die zijn opgenomen met de camera, af op een tvtoestel van het NTSC-systeem.
(PAL/NTSC)
48
De functies die met de MENU-knop geselecteerd kunnen worden
APS-C-grootte opn.
(192)
Stelt in of moet worden opgenomen met een aan APS-Cformaat gelijk gebied, of niet.
(Aan/Automatisch)
AF-microafst. (107)
Biedt u de mogelijkheid de positie van de scherpstelling
nauwkeurig af te stellen.
(Inst. voor aanp. AF/hoeveelheid/Wissen)
* Verschijnt wanneer een Eye-Fi-kaart in de camera is gezet in geheugenkaartsleuf
SLOT1.
Taal
Functielijst
Versie (212)
Geeft de softwareversie van de camera weer.
Selecteert de taal.
Reinigen (243)
Start de reinigingsfunctie voor het reinigen van de
beeldsensor.
Demomodus
Stelt de demonstratieweergave van een film in op aan of uit.
(Aan/Uit)
Initialiseren (205)
Zet de instellingen terug op de standaardwaarden.
(Terugstellen/Opn.f.terugst./Custom terugst.)
49
Gebruik van de Gids In-de-Camera
De knop AF RANGE is voorzien van
zowel een functie Gids In-de-Camera als
een wisfunctie.
Wanneer u op de knop AF RANGE op
het Fn-scherm of het menuscherm drukt,
verschijnt automatisch een gids op basis
van de op dat moment geselecteerde
functie of instelling.
MENU-knop t
camera]
50
AF RANGE-knop
3 t [AF RANGE knop] t [Helpfunctie in
De camera voorbereiden
De accu opladen
Zorg ervoor dat u de NP-FM500H "InfoLITHIUM" accu (bijgeleverd)
oplaadt als u de camera voor het eerst gebruikt.
De "InfoLITHIUM" accu kan zelfs worden opgeladen als deze niet volledig
leeg is.
Hij kan tevens worden gebruikt als hij niet volledig is opgeladen.
De accu wordt beetje bij beetje ontladen wanneer de camera niet wordt
gebruikt. Voorkom dat u een mooie opname mist en laad de accu derhalve
voor gebruik op.
De camera voorbereiden
1 Plaats de accu op de acculader.
Duw de accu erin totdat deze vastklikt.
51
De accu opladen
2 Steek de stekker van de acculader
Voor de V.S. en Canada
Stekker
in het stopcontact.
Lampje aan: Opladen
Lampje uit: Laden voltooid
Laadtijd
Ongeveer 175 minuten
• Bij het opladen van een volledig lege
accu bij een temperatuur van 25 °C.
• Het CHARGE-lampje gaat uit wanneer
het laden is voltooid.
CHARGE-lamp
Voor andere landen/regio's dan de
V.S. en Canada
CHARGE-lamp
Naar het
stopcontact
Opmerkingen
• Afhankelijk van de resterende accucapaciteit of de oplaadomstandigheden kan de
oplaadtijd langer of korter zijn.
• Laad de accu bij voorkeur op bij een omgevingstemperatuur van 10 °C tot 30 °C. De
accu kan mogelijk niet goed worden opgeladen bij temperaturen buiten dit bereik.
• Steek de stekker van de acculader in het stopcontact.
52
De accu/geheugenkaart (los
verkrijgbaar) plaatsen
Deze camera is voorzien van 2 geheugenkaartsleuven; SLOT1 kan worden
gebruikt met "Memory Stick PRO Duo" of SD-kaarten, maar sleuf SLOT2
kan alleen worden gebruikt met SD-kaarten.
1 Open de accuklep door de
openingshendel op de klep te
verschuiven.
De camera voorbereiden
2 Verschuif de
vergrendelingshendel met de
punt van de accu en stop de accu
helemaal in de camera.
Vergrendelingshendel
3 Sluit de klep.
4 Open het klepje terwijl u het
klepje van de geheugenkaart
verschuift.
53
De accu/geheugenkaart (los verkrijgbaar) plaatsen
5 Plaats een geheugenkaart.
Geheugenkaartsleuf 1
• Plaats de geheugenkaart met het
afgeschuinde hoekje in de richting
zoals wordt afgebeeld en duw totdat de
kaart op z'n plaats klikt.
Geheugenkaartsleuf 2
Let erop dat het afgeschuinde hoekje in
de juiste richting wijst.
6 Sluit de klep.
Voor het selecteren van de geheugenkaart die moet worden
gebruikt voor het maken van opnamen
[Slot 1] is geselecteerd in de standaardinstellingen. Gebruik sleuf 1
wanneer u de instelling niet wilt wijzigen en van plan bent slechts één
geheugenkaart te gebruiken.
MENU-knop t
1 t [Selecteer opnamemedia] t Selecteer de sleuf
van uw keuze
• U kunt [Selecteer opnamemedia] tevens instellen vanaf het Snelle
navigatiescherm (bladzijde 31).
Een beeld vastleggen op beide geheugenkaarten tegelijk.
U kunt beelden op beide geheugenkaarten tegelijk vastleggen of beelden
gesorteerd naar beeldtype opslaan op verschillende geheugenkaarten
(bladzijde 195).
MENU-knop t
1 t [Opnamemodus] t Selecteer de gewenste
instelling
54
De accu/geheugenkaart (los verkrijgbaar) plaatsen
De geheugenkaart verwijderen
Controleer dat het toegangslampje (bladzijde 18) uit is, open vervolgens het
klepje van de geheugenkaart en duw één keer tegen de geheugenkaart.
De resterende acculading controleren
De bijgeleverde accu is een lithium-ionbatterij die functies bevat voor het
uitwisselen van informatie over de gebruiksomstandigheden van uw
camera. De resterende accuduur wordt weergegeven in percentages op
basis van de gebruiksomstandigheden van uw camera.
"Accu leeg"
Hoog
Laag
U kunt geen foto's
meer maken.
U kunt de 2 accu's gebruiken die in de Verticale Handgreep (los
verkrijgbaar) zijn geplaatst, bevestig daartoe deze handgreep aan de
camera. Samen met de accu die in de camera is geplaatst levert dit in totaal
3 accu's op die automatisch worden geschakeld.
U kunt de status van deze accu's controleren op het scherm.
Het niveau van het resterende vermogen van de accu die in de
camera is gezet.
Het niveau van het resterende vermogen van de accu's die in
de Verticale Handgreep zijn gezet.
Raadpleeg voor meer informatie over de Verticale Handgreep de
bedieningsinstructies die bij de Verticale Handgreep worden geleverd.
De accu uit de camera nemen
Schakel de camera uit. Schuif de
vergrendelingshendel in de richting van
de pijl nadat u hebt gecontroleerd dat de
camera niet meer trilt en dat zowel het
LCD-scherm als het toegangslampje uit
zijn en neem vervolgens de accu uit het
toestel. Wees voorzichtig dat de accu niet
valt.
Vergrendelingshendel
55
De camera voorbereiden
Accuniveau
De accu/geheugenkaart (los verkrijgbaar) plaatsen
Geschikte geheugenkaarten
De volgende geheugenkaarten zijn geschikt voor deze camera. Maar niet
gegarandeerd kan worden dat alle geheugenkaarten werken in deze camera.
Type geheugenkaart
Memory Stick PRO Duo
Stilstaande Films
beelden
Films
(Simult.
opname)
*1
–
Memory Stick PRO-HG Duo
SD-geheugenkaart
*2
*3
SDHC-geheugenkaart
2
*
*3
SDXC-geheugenkaart
*2
*3
In deze
gebruiksaanwijzing
Memory Stick
PRO Duo
SD-kaart
• MultiMediaCard kan niet worden gebruikt.
*1 "Memory Stick PRO Duo" die overeenkomt met Mark2
*2 SD-kaarten die overeenkomen met de Klasse 4 snelheid of hoger
*3 SD-kaarten die overeenkomen met de Klasse 10 snelheid of hoger of de UHS-I
(UHS snelheidsklasse 1) interface
Opmerkingen
• "Memory Stick PRO Duo" kan niet worden gebruikt in sleuf 2.
• Beelden die zijn vastgelegd op een SDXC-geheugenkaart kunnen niet worden
geïmporteerd in of afgespeeld op een computer of AV-apparatuur die niet geschikt is
voor exFAT. Controleer dat het apparaat geschikt is voor exFAT voordat u het
aansluit op de camera. Als u uw camera aansluit op een ongeschikt apparaat, zal u
misschien worden gevraagd de kaart te formatteren. Reageer hier nooit op met het
formatteren van de kaart, omdat u dan alle gegevens op de kaart wist. (exFAT is het
bestandssysteem dat wordt gebruikt op SDXC-geheugenkaarten.)
56
Een lens bevestigen
1 Haal de lensvattingdop van de
Lensdop voorzijde
camera en haal de Achterlensdop
van de achterzijde van de lens.
Lensvattingdop
De camera voorbereiden
• Als u de lens verwisselt, doe dit dan
snel en op een stofvrije plaats om
ervoor te zorgen dat er geen stof of vuil
in de camera binnendringt.
• Neem, wanneer u opnamen gaat maken
de lensdop voorzijde van de voorzijde
van de lens.
Achterlensdop
2 Houd de oranje indexmarkeringen
(vattingindexen) op de lens en de
camera tegenover elkaar.
Oranje indexmarkeringen
3 Draai vervolgens de lens
rechtsom tot deze met een klik
wordt vergrendeld.
Het is belangrijk dat u de lens recht op de
camera zet.
Opmerkingen
• Bij het bevestigen van de lens, mag u de lensontgrendelingsknop niet indrukken.
• Oefen bij het bevestigen van de lens geen grote kracht uit.
• Lenzen met een E-vatting zijn niet geschikt voor deze camera.
• Wanneer een DT-lens op het toestel is gezet of [APS-C-grootte opn.] is ingesteld op
[Aan] in het
Installatiemenu, wordt een live-viewbeeld weergegeven over het
gehele LCD-scherm met de kijkhoek van het APS-C-formaat. Het live-viewbeeld in
de zoeker wordt ook geheel weergegeven en u kunt de compositie of het effect
controleren met behulp van het gehele scherm.
57
Een lens bevestigen
• Wanneer u full-framebeelden wilt opnemen, gebruik dan een lens die ontworpen is
voor een full-framecamera.
• Wanneer u een lens gebruikt die is voorzien van een statiefbevestiging, bevestig de
lens dan op het statief met deze bevestiging zodat het gewicht van de lens
gemakkelijker in balans kan worden gebracht.
• Wanneer u de camera draagt met de lens erop bevestigd, moet u zowel de camera als
de lens stevig vasthouden.
• Houd de lens niet vast aan het gedeelte dat is uitgeschoven voor inzoomen of
scherpstellen.
De lens verwijderen
1 Druk de lensontgrendelingsknop
helemaal in en draai de lens
linksom tot aan de aanslag.
Lensontgrendelingsknop
2 Bevestig de lensdoppen aan de
voor- en achterzijde van de lens
en de lensvattingdop op de
camera.
• Verwijder eerst stof voordat u deze
bevestigt.
Opmerking over verwisseling van de lens
Wanneer bij de verwisseling van de lens stof of vuil de camera
binnendringt en op het oppervlak van de beeldsensor (het onderdeel dat het
licht omzet in een elektrisch signaal) blijft plakken, kan dit afhankelijk van
de opnameomstandigheden als zwarte vlekken zichtbaar zijn in het beeld.
De camera is uitgerust met een stofpreventiefunctie om te voorkomen dat
stof op de beeldsensor komt. Toch moet u de lens snel en op een stofvrije
plaats verwisselen als u een lens bevestigt/verwijdert.
58
De datum en de tijd instellen
Als u de camera voor het eerst inschakelt of na het initialiseren van de
functies, wordt het scherm voor de instelling van de datum/tijd
weergegeven.
1 Zet de stroomschakelaar op ON
om de camera in te schakelen.
De camera voorbereiden
Het scherm voor het instellen van de
datum en de tijd, wordt weergegeven.
• Om de camera uit te schakelen, zet u
deze op OFF.
2 Controleer op het LCD-scherm dat
[Enter] is geselecteerd en druk
vervolgens op het midden van de
multi-selectieschakelaar.
3 Selecteer met b/B op de multi-selectieschakelaar uw tijdzone
en druk vervolgens op het midden van de multiselectieschakelaar.
59
De datum en de tijd instellen
4 Selecteer ieder onderdeel met b/
B, en stel de numerieke waarde
in met v/V.
[Zomertijd:]: Schakelt de instelling van
de zomertijd in of uit.
[Datumformaat:]: Selecteert de
indeling van de datum op het scherm.
• Middernacht wordt aangeduid als 12:00
AM, twaalf uur 's middags als 12:00
PM.
5 Herhaal stap 4 als u andere onderdelen wilt instellen en druk
vervolgens op het midden van de multi-selectieschakelaar.
6 Controleer dat [Enter] is geselecteerd en druk vervolgens op het
midden van de multi-selectieschakelaar.
De bewerking voor de instelling van de datum en tijd annuleren
Druk op de MENU-knop.
De datum/tijd opnieuw instellen
Als u de camera voor het eerst inschakelt, wordt het scherm voor de
instelling van de datum/tijd automatisch weergegeven. De volgende keer
kunt u de datum en de tijd instellen vanuit het menu.
MENU-knop t
1 t [Datum/tijd
instellen] of [Tijdzone instellen]
(bladzijde 47)
60
De datum en de tijd instellen
De instelling van datum en tijd bewaren
Deze camera is uitgerust met een interne, oplaadbare batterij voor het
bewaren van de datum en tijd en andere instellingen, ongeacht of de camera
is ingeschakeld of niet en of de accu is geplaatst of niet (bladzijde 248).
De camera voorbereiden
61
De hoek van het LCD-scherm
aanpassen
Zet het LCD-scherm in een hoek
waarin u het beeld goed kunt zien.
• Zet uw vinger op het gedeelte
linksboven van het LCD-scherm en trek
het naar u toe.
• Het LCD-scherm kantelt 140 graden
omhoog en 180 graden omlaag.
• Het LCD-scherm roteert 180 graden
naar rechts en 90 graden naar links.
• Wanneer het LCD-scherm niet wordt
gebruikt, kunt u dit het beste sluiten met
de schermzijde naar de camera gericht.
Opmerking
• Wanneer het LCD-scherm open is, zullen de
oogschelpsensors misschien niet functioneren
in situaties met opnamen uit een laag
standpunt. Kijkt u in de zoeker en schakelt de
weergavestand niet automatisch over van de
monitor naar de zoeker, druk dan op de knop
FINDER/LCD.
62
Duidelijke beelden schieten zonder
bewegingsonscherpte
Er wordt van "bewegingsonscherpte" gesproken als de camera ongewild
wordt bewogen nadat de ontspanknop is ingedrukt, wat een onscherp beeld
tot gevolg heeft.
Volg de onderstaande instructies zodat bewegingsonscherpte wordt
beperkt.
Camerabewegingswaarschuwing-indicator
indicator
(Waarschuwing
camerabeweging)
Opmerking
• De indicator Waarschuwing camerabeweging verschijnt niet in de volgende
situaties:
– De belichtingsstand is ingesteld op M/S, of tijdens het opnemen van film.
– Wanneer de weergavestand is ingesteld op [Geen info], [Niveau] of [Histogram].
(bladzijde 92).
De functie SteadyShot gebruiken
De functie SteadyShot is op deze camera beschikbaar zodat
bewegingsonscherpte kan worden beperkt. De functie SteadyShot kan apart
worden ingesteld voor het maken van stilstaande beelden en voor het
opnemen van film.
Met de basisinstellingen wordt de SteadyShot-functie ingesteld op [Aan]
voor stilbeeldopname en op [Uit] voor filmopname.
63
De camera voorbereiden
In situaties waarin u de camera misschien
niet goed stil kunt houden, knippert de
indicator
(Waarschuwing
camerabeweging). In dit geval gebruikt u
een statief of de flitser.
Duidelijke beelden schieten zonder bewegingsonscherpte
MENU-knop t
3 of
gewenste instelling
1 t [SteadyShot] t Selecteer de
• U kunt tevens de SteadyShot-functie instellen voor opname van
stilstaande beelden van het Snelle navigatiescherm (bladzijde 31).
Opmerkingen
• De functie SteadyShot zal misschien niet optimaal werken wanneer de camera nog
maar net is ingeschakeld, vlak nadat u de camera op een onderwerp richt, of wanneer
de ontspanknop helemaal en niet eerst tot halverwege is ingedrukt.
• Schakel bij gebruik van een statief de functie SteadyShot uit omdat de functie
SteadyShot dan mogelijk niet goed werkt.
De camera goed vasthouden
Stabiliseer uw bovenlichaam en ga in een houding staan die
voorkomt dat de camera beweegt.
In de zoekerfunctie
In de zoekerfunctie
(verticale positie)
In de LCD-schermfunctie
Punt 1
Houd met één hand de camera vast, en ondersteun met de andere hand de
lens.
Punt 2
Ga stevig staan met uw beide voeten op schouderbreedte.
Punt 3
Houd uw ellebogen licht tegen uw lichaam gedrukt.
Stabiliseer uw bovenlichaam door uw elleboog op uw knie te zetten als u in
een knielende positie fotografeert.
64
De Oogkap voor oculair verwijderen
Verwijder de oogkap voor het oculair wanneer u de FDA-A1AM
Hoekzoeker (los verkrijgbaar) op de camera bevestigt.
Schuif voorzichtig de Oogkap voor
oculair van de camera af door op
beide kanten van de kap te drukken.
• Plaats uw vingers onder de Oogkap voor
oculair en schuif omhoog.
65
De camera voorbereiden
Opmerking
• Schakel, wanneer een FDA-A1AM Hoekzoeker (los verkrijgbaar) op de camera is
bevestigd, de display over tussen de zoeker en het LCD-scherm door [Inst. FINDER/
LCD] in het
menu voor aanpassing op [Handmatig] te stellen en op de knop
FINDER/LCD te drukken. U wordt geadviseerd [Eye-Start AF] in te stellen op [Uit]
omdat de oogschelpsensors die zich onder de zoeker bevinden, kunnen worden
geactiveerd.
Beelden opnemen en weergeven
Stilstaande beelden opnemen
In de "Automatische modus" kunt u gemakkelijk een foto maken van een
willekeurig onderwerp onder willekeurige omstandigheden, omdat de
camera een inschatting maakt van de situatie en de instellingen aanpast.
1 Zet de functiekeuzeknop op
(Automatische modus).
• Draai de functiekeuzeknop terwijl u de
vergrendelknop van de
functiekeuzeknop op het midden van de
functiekeuzeknop indrukt.
2 Houd de camera vast en
beoordeel uw opname met de
zoeker.
AF-gebied
3 Bij gebruik van een zoomlens
draait u de zoomring en bepaalt u
het beeld.
Zoomring
4 Druk de ontspanknop tot
halverwege in om scherp te
stellen.
Wanneer de scherpstelling is bevestigd,
gaat z of
(scherpstellingsindicator)
branden (bladzijde 98).
66
Stilstaande beelden opnemen
5 Druk de ontspanknop helemaal in
om een opname te maken.
Beelden opnemen en weergeven
67
Films maken
1 Druk op de MOVIE-knop als u het
MOVIE-knop
opnemen wilt starten.
• Het opnemen van films kan in iedere
belichtingsstand worden gestart.
• In de stand voor automatische
scherpstelling blijft de camera het beeld
met [Continue AF] scherpstellen
(bladzijde 96).
• De sluitertijd en het diafragma worden
automatisch aangepast. Als u ze op
bepaalde waarden wilt instellen, doet u
dat nadat de functiekeuzeknop is
ingesteld op
(Film)
(bladzijde 164).
2 Druk weer op de MOVIE-knop als u het opnemen wilt stoppen.
Opmerkingen
• Tijdens het opnemen van een film zal misschien het geluid van de werkende camera
en lens worden vastgelegd. Gebruik de stille multi-selectieschakelaar om het geluid
van de schijfbedieningen voor het instellen te verlagen (bladzijde 34). U kunt het
opnemen van geluid uitschakelen door [Geluid opnemen] in te stellen op [Uit]
(bladzijde 171).
• Afhankelijk van de omgevingstemperatuur of de status van de camera zal de tijd
voor het zonder onderbreking opnemen van een film misschien korter zijn. Zie
"Opmerkingen over het continu opnemen van film".
• Wanneer het pictogram
verschijnt, is de temperatuur van de camera te hoog
geworden. Zet de camera uit en wacht tot de temperatuur van de camera is gedaald.
68
Beelden weergeven
1 Druk op de
-knop.
-knop
2 Selecteer een beeld met b/B op de multi-selectieschakelaar.
• Druk op het midden van de multi-selectieschakelaar als u films wilt afspelen.
Multi-selectieschakelaar/Gebruik van
het instelwiel achter/Knop DISP
Onderbreken/hervatten
z
Snel vooruit
B
Snel achteruit
b
Langzaam vooruit
Draai in de pauzestand het instelwiel
achter naar rechts.
Langzaam achteruit
Draai in de pauzestand het instelwiel
achter naar links.
• De film wordt beeldje voor beeldje
afgespeeld.
Het geluidsvolume aanpassen
V t v/V
De informatie weergeven
DISP-knop (Display)
Beelden opnemen en weergeven
Tijdens het weergeven van films
Opmerking
• Films die met andere apparaten zijn opgenomen, zullen misschien niet op deze
camera kunnen worden afgespeeld.
Overschakelen tussen stilstaande beelden en films
Stel, als u stilstaande beelden wilt weergeven, [Stilst.b./film select.] in op
[Mapweergave (stilstaand)] en stel, als u films wilt afspelen, [Stilst.b./film
select.] in op [Mapweergave (MP4)] of [AVCHDweergave], afhankelijk
van de bestandsindeling.
MENU-knop t
1 t [Stilst.b./film select.] t Selecteer de
functie van uw keuze
69
Beelden wissen
Maak vooral, voordat u het beeld wist, een kopie of neem een besluit of u
het beeld wilt bewaren of niet. Maak een kopie van alle beelden die u
misschien wilt bewaren, voordat u ze van de camera wist.
1 Geef het beeld weer dat u wilt
wissen en druk vervolgens op de
-knop.
-knop
2 Selecteer [Wissen] met v op de multi-selectieschakelaar en
druk vervolgens op het midden van de multiselectieschakelaar.
Opmerking
• Beveiligde beelden kunnen niet worden gewist.
70
Een opnamestand selecteren
Een opnamestand selecteren
Draai de functiekeuzeknop terwijl u
de vergrendelknop van de
functiekeuzeknop op het midden van
de functiekeuzeknop indrukt.
De volgende opnamefuncties worden bij de camera geleverd:
(Automatische
modus) (72)
(Autom.
programma) (81)
U kunt gemakkelijk een foto maken van een willekeurig
onderwerp onder willekeurige omstandigheden, omdat de
camera een inschatting maakt van de situatie en de
instellingen aanpast.
Biedt u de mogelijkheid opnamen te maken nadat u de
(Diafragmavoorkeuze) diafragmawaarde zelf hebt aangepast met het instelwiel voor
(82)
of achter.
Biedt u de mogelijkheid opnamen te maken nadat u de
(Sluitertijdvoorkeuze) sluitertijd zelf hebt aangepast met het instelwiel voor of
(85)
achter.
(Handm.
belichting) (86)
Biedt u de mogelijkheid opnamen te maken waarbij u de
belichting zelf hebt aangepast (zowel de sluitertijd als de
diafragmawaarde) met het instelwiel voor of achter.
1/2/3 (204)
Roept een instelling op die vooraf is geregistreerd in
[Geheugen] in het menu
Stilstaande beelden.
(Scènekeuze)
(74)
Biedt u de mogelijkheid gemakkelijk opnamen te maken
onder allerlei omstandigheden, omdat de camera automatisch
de juiste instellingen gebruikt.
(Panorama d.
beweg.) (77)
Biedt u de mogelijkheid panoramische beelden op te nemen
doordat meerdere beelden worden gecombineerd.
(Tele-zoom
continuvoork. AE)
(80)
Biedt u de mogelijkheid ononderbroken opnamen te maken
zolang u de ontspanknop volledig ingedrukt houdt. De
camera neemt de beelden zonder onderbreking op bij een
maximum van ongeveer 10 of 8 beelden per seconde.
(Film) (68, 163) Biedt u de mogelijkheid films op te nemen waarbij u de
belichting zelf hebt aangepast (zowel de sluitertijd als de
diafragmawaarde).
71
Een opnamestand selecteren
Hiermee kunt u opnemen met automatisch ingestelde
belichting (zowel de sluitertijd als de diafragmawaarde). U
kunt de andere instellingen zelf aanpassen.
Een opnamestand selecteren
• Druk op de Fn-knop wanneer u de functie van de gekozen stand wilt
veranderen (bladzijden 31, 35).
Kiezen van de gewenste functie door de functiekeuzeknop
te draaien
Wanneer u de functiekeuzeknop draait, kunt u een uitleg van de
opnamefunctie tonen en de functie van de gekozen stand veranderen.
1 MENU-knop t
1 t [Modusknopscherm] t [Aan]
2 Kies de gewenste opnamestand door de functiekeuzeknop te
draaien
Een uitleg van de gekozen stand wordt getoond.
3 Druk op het midden van multi-selectieschakelaar.
4 Selecteer de gewenste stand met v/V op de multiselectieschakelaar.
Automatische modus
1 Zet de functiekeuzeknop op
(Automatische modus)
(bladzijde 71).
• U kunt een andere stand kiezen door op de Fn-knop te drukken en daarna
een andere stand te selecteren.
2 Richt de camera op het onderwerp, pas de scherpstelling aan
en maak een opname van het onderwerp.
(Slim
automatisch)
72
De camera maakt een inschatting van de situatie en past de
instellingen aan.
Een opnamestand selecteren
(Superieur
automatisch)
De camera herkent en evalueert de opnameomstandigheden
en de juiste instellingen worden automatisch gekozen. De
camera slaat 1 geschikt beeld op door, als dat nodig is,
beelden te combineren of te scheiden.
Scèneherkenning
Pictogram voor herkende scène
Opnamefunctie
Aantal beelden dat wordt vastgelegd
Continu-opnamen instellen in de stand Superieur automatisch
MENU-knop t
instelling
1 t [Sup. aut. Cont. opn.] t Selecteer de gewenste
73
Een opnamestand selecteren
Wanneer de camera het onderwerp
herkent en zich aanpast aan de
opnameomstandigheden, verschijnt de
volgende informatie op het scherm:
pictogram voor herkende scène, het
aantal te maken opnames. In de stand
Superieur automatisch wordt de
geschikte opnamefunctie voor het type
scène dat is herkend, ook aangeduid.
Scène herkend door de camera:
(Nachtscène),
(Schemeropn. uit
hand),
(Landschap),
(Portret m.
tegenlicht),
(Portretopname),
(Nachtscène m. statief),
(Tegenlichtopname),
(Macro),
(Nachtportret),
(Spotlight),
(Duister),
(Kind)
Opnamefunctie: Continue opname,
Langz.flitssync., Auto HDR,
Daglichtsynchr., Lange sluitert.,
Schemeropn. uit hand
Een opnamestand selecteren
De opslagmethode selecteren die moet worden gebruikt voor
vastgelegde beelden in de stand Superieur automatisch
Bij continu-opnamen kunt u een opslagmethode kiezen waarmee de camera
1 geschikt beeld opslaat uit de zonder onderbreking gemaakte beelden of
alle beelden opslaat.
MENU-knop t
1 t [Sup. aut. Beeld extractie] t Selecteer de
gewenste instelling
Opmerkingen
• Ook als u [Sup. aut. Beeld extractie] instelt op [Uit] terwijl [Schemeropn. uit hand] is
geselecteerd bij de functie Herkende scène, wordt 1 gecombineerd beeld opgeslagen.
• Wanneer [Kwaliteit] is ingesteld op [RAW] of [RAW en JPEG], zal dat gevolgen
hebben voor de prestaties.
Scènekeuze
Deze functie is geschikt voor:
z Opnamen maken met voorkeuze-instellingen op basis van de scène
1 Zet de functiekeuzeknop op
(Scènekeuze) (bladzijde 71).
• U kunt een andere scène kiezen door op de Fn-knop te drukken en daarna
een andere scène te selecteren.
2 Wijzig de scherptediepte en fotografeer het onderwerp.
74
Een opnamestand selecteren
Legt het onderwerp scherp vast tegen
een onscherpe achtergrond. Huidtinten
worden zacht weergegeven.
• Zet de lens in de tele-stand om de
achtergrond waziger te maken.
• U kunt een levendig beeld vastleggen
door scherp te stellen op het oog dat dichter bij de lens is.
• Gebruik de zonnekap om onderwerpen in tegenlicht op te
nemen.
• Gebruik de functie Rode-ogeneffectvermindering als de
ogen van uw onderwerp rood worden door de flits
(bladzijde 41).
(Sportactie)
Legt een bewegend onderwerp vast met
een snelle sluitertijd zodat het lijkt of
het onderwerp stilstaat. De camera
neemt continu beelden op zolang u de
ontspanknop ingedrukt houdt.
• Houd de sluiterknop tot het juiste
moment half ingedrukt.
(Macro)
Maakt opnamen van dichtbij van
onderwerpen als bloemen,
voedingsmiddelen.
• U kunt met een macrolens (los
verkrijgbaar) een onderwerp van
dichterbij fotograferen.
• Stel de flitsfunctie in op [Flitser uit] wanneer u een
onderwerp fotografeert op minder dan 1 meter afstand.
• De SteadyShot-functie is in de macrostand minder
effectief. U bereikt betere resultaten met een statief.
• De kortste brandpuntsafstand verandert niet.
(Landschap)
Maakt een scherpe opname van het hele
landschap met levendige kleuren.
• Stel de lens in op groothoek om de
weidsheid van de scène te
accentueren.
Een opnamestand selecteren
(Portret)
(Zonsondergang) Maakt een prachtige opname van het
rood van de zonsopgang of de
zonsondergang.
75
Een opnamestand selecteren
(Nachtscène)
Opnamen maken van nachtscènes op
afstand met behoud van de donkere
atmosfeer van de omgeving.
• De sluitertijd is langer, dus is het
raadzaam een statief te gebruiken.
• De foto zal misschien niet goed
lukken wanneer u een nachtscène opneemt in volkomen
duister.
(Schemeropn. uit Maakt opnamen van nachtelijke
hand)
taferelen met minder ruis en onscherpte
zonder dat u een statief gebruikt. Er
wordt een hele reeks opnamen gemaakt
en beeldverwerking wordt toegepast
zodat onscherpte van het onderwerp,
bewegingsonscherpte en ruis worden verminderd.
• Zelfs in [Schemeropn. uit hand] lukt het minder goed
onscherpte te voorkomen wanneer u opnamen maakt van:
– Onderwerpen die onvoorspelbare bewegingen maken
– Onderwerpen te dicht bij de camera
– Onderwerpen met een zich herhalend patroon zoals
tegels en onderwerpen met te weinig contrast zoals de
lucht, een zandstrand of een gazon
– Onderwerpen die constant veranderen zoals de golven of
een waterval
• In het geval van [Schemeropn. uit hand] kan er zich
blokvormige ruis voordoen wanneer u een lichtbron
gebruikt die knippert, zoals TL-verlichting.
(Nachtportret)
Maakt portretten in nachtscènes.
Bevestig en gebruik de flitser.
• De sluitertijd is langer, dus is het
raadzaam een statief te gebruiken.
Opnametechniek
• Wanneer u fraaiere beelden wilt, zet de functiekeuzeknop dan op P, A, S
of M en gebruik de functie Creatieve stijl (bladzijde 138). In die gevallen
kunt u de belichting, de ISO-waarde, enz., aanpassen.
Opmerkingen
• Omdat de camera de instellingen automatisch beoordeelt, zijn veel functies niet
beschikbaar, zoals belichtingscompensatie en de ISO-instelling.
76
Een opnamestand selecteren
• De flitser wordt voor elk van de Scènekeuzefuncties ingesteld op [Automatisch
flitsen] of [Flitser uit]. U kunt deze instellingen wijzigen (bladzijden 122, 127).
Panorama d. beweg.
Deze functie is geschikt voor:
z Een uitgestrekt landschap of hoge gebouwen vastleggen in een dynamische
compositie.
1 Zet de functiekeuzeknop op
(Panorama d. beweg.).
2 Richt de camera op het onderwerp waarvoor u de helderheid en
3 Richt de camera op de rand van
de compositie, terwijl u de
ontspanknop half indrukt.
Dit gedeelte wordt niet vastgelegd
4 Druk de ontspanknop helemaal in.
5 Pan de camera horizontaal of
verticaal naar het einde, volgens
de aanwijzingen op het scherm.
Aanwijzingsbalk
77
Een opnamestand selecteren
de scherpstelling wilt aanpassen en druk de ontspanknop half
in.
Een opnamestand selecteren
Opmerkingen
• Als u niet binnen de gegeven tijd horizontaal of verticaal met de camera langs het
gehele onderwerp kunt pannen, ontstaat er een grijs gebied in het samengestelde
beeld. Als dit gebeurt, dan moet u de camera snel bewegen om een volledig
panoramabeeld vast te leggen.
• Omdat een aantal beelden aan elkaar worden gezet, zal het aangezette deel niet
gelijkmatig worden vastgelegd. Beweeg de camera tijdens het maken van de opname
niet heen en weer, of naar links of naar rechts wanneer u de camera over de scène
beweegt.
• Onder omstandigheden met weinig licht kunnen panoramabeelden onscherp zijn of
zullen misschien niet worden vastgelegd.
• Bij verlichting die knippert, zoals TL-licht, zal de helderheid van de kleuren van het
gecombineerde beeld misschien niet altijd gelijk zijn.
• Wanneer de gehele panoramaopname en de beeldhoek waarin u de scherpstelling en
belichting hebt vergrendeld met AE/AF-vergrendeling, erg veel van elkaar
verschillen in helderheid, kleur en scherpte, zal de opname niet goed lukken. Als dat
zo is, neem dan een andere vergrendelde beeldhoek en doe de opname over.
• Panorama-opname door beweging is niet geschikt bij opname van:
– Bewegende onderwerpen.
– Onderwerpen te dicht bij de camera.
– Onderwerpen met een zich herhalend patroon zoals tegels en onderwerpen met te
weinig contrast zoals de lucht, een zandstrand of een gazon.
– Onderwerpen die constant veranderen zoals de golven of een waterval.
– Onderwerpen met de zon of elektrische lichten, enz. die veel helderder zijn dan de
omgeving.
• Panorama door beweging kan worden gestopt in de volgende situaties:
– U pant de camera te snel of te langzaam.
– De camera wordt te veel heen en weer bewogen.
• De camera gaat verder met het maken van opnamen tijdens Panorama-opname door
beweging en de sluiter blijft klikken tot het einde van de opname.
• [Aut. portretomkad.] en de zoom van de camera kunnen niet worden gebruikt.
78
Een opnamestand selecteren
Tips voor het maken van Panorama d. beweg.-opnamen
Pan de camera horizontaal of verticaal in Verticale
een boog met constante snelheid en in
richting
dezelfde richting als op het scherm wordt
aangegeven. [Panorama d. beweg.] is
meer geschikt voor stilstaande dan voor
bewegende onderwerpen.
Horizontale richting
Straal zo kort mogelijk
Een andere beeldgrootte kiezen
U kunt de beeldgrootte selecteren: knop MENU t
formaat].
1 t [Panorama:
De richting voor het horizontaal of verticaal pannen instellen
U kunt de richting instellen waarin u de camera horizontaal of verticaal wilt
pannen.
MENU-knop t
1 t [Panorama: richting] t Selecteer de gewenste
instelling
Panoramische beelden scrollen (Weergeven en Scrollen)
Selecteer een panoramabeeld en druk vervolgens op het midden van de
multi-selectieschakelaar.
79
Een opnamestand selecteren
• Voor Panorama door beweging kunt u het beste een groothoeklens
gebruiken.
• Wanneer u een lens gebruikt met een lang brandpunt, pan de camera dan
langzamer horizontaal of verticaal, dan wanneer u een groothoeklens
gebruikt.
• Bepaal de scène en druk de ontspanknop half in, zodat u de
scherpstelling, belichting en witbalans kunt vergrendelen.
• Als zeer gevarieerde vormen of zeer gevarieerde landschappen zijn
geconcentreerd langs de rand van het scherm, zal de beeldcompositie
misschien niet lukken. Pas in een dergelijke gevallen de compositie van
het kader zo aan dat het gedeelte zich in het midden van het beeld bevindt
en maak vervolgens opnieuw een opname.
Een opnamestand selecteren
• De weergave wordt onderbroken wanneer u nogmaals drukt. U kunt een
panoramabeeld scrollen door in de pauzestand op v/V/b/B te drukken.
Tele-zoom continuvoork. AE
U kunt beelden achter elkaar met hoge snelheid opnemen door het smalle
middelste gedeelte van een beeld vast te leggen.
Deze functie is geschikt voor:
z Ononderbroken opnamen maken van een snelbewegend onderwerp en een
moment vastleggen.
z Het vastleggen van de gezichtsuitdrukkingen van een kind, die voortdurend, van
moment tot moment, veranderen.
1 Zet de functiekeuzeknop op
(Tele-zoom continuvoork. AE)
(bladzijde 71).
• U kunt een andere stand kiezen door op de Fn-knop te drukken en daarna
een andere stand te selecteren.
2 Stel scherp en fotografeer de onderwerpen.
• De camera blijft opnamen maken zolang u de ontspanknop volledig
ingedrukt houdt.
(Tele-zoom
continuvoork. AE)
Continu opname van beelden met maximaal ongeveer 10
beelden per seconde met ongeveer ×2,3 zoom bij full-frame
opname, of met ongeveer ×1,5 zoom bij APS-C formaat
opname.
(Tele-zoom
continuvoork. AE)
Continu opname van beelden met maximaal ongeveer 8
beelden per seconde bij ongeveer ×1,5 zoom bij full-frame
opname. Opname van beelden met de volledige kijkhoek van
APS-C formaat opname.
Opnametechnieken
• Wanneer [Scherpstelfunctie] is ingesteld op een andere stand dan
[Enkelvoudige AF], wordt de diafragmawaarde ingesteld op F3.5
80
Een opnamestand selecteren
(wanneer de maximale diafragmawaarde van de lens hoger is dan F3.5,
wordt de maximale diafragmawaarde ingesteld). U kunt echter de ISOgevoeligheid aanpassen. De scherpstelling en de belichting worden
tijdens het maken van opnamen voortdurend aangepast.
• In de stand voor handmatige scherpstelling of wanneer
[Scherpstelfunctie] is ingesteld op [Enkelvoudige AF], kunt u de ISOgevoeligheid en het diafragma aanpassen. Wanneer [Enkelvoudige AF] is
geselecteerd, wordt de scherpstelling vergrendeld bij het eerste beeld.
Autom. programma
Deze functie is geschikt voor:
z Gebruik van de automatische belichting, terwijl uw eigen instellingen voor ISOgevoeligheid, Creatieve stijl, Dynamisch-bereikoptimalisatie enzovoort
behouden blijven.
1 Zet de functiekeuzeknop in de stand P.
2 U kunt de opnamefuncties instellen op de gewenste
instellingen (blz. 96 tot 162).
3 Wijzig de scherptediepte en fotografeer het onderwerp.
81
Een opnamestand selecteren
Opmerkingen
• Wanneer de zoom ×2,3 is, wordt het beeldformaat op S gesteld en wanneer de zoom
×1,5 is, kan het beeldformaat op M of S worden gesteld.
• De sluitertijd is langer, afhankelijk van de instelling van ISO of diafragma. Een
gevolg daarvan kan zijn dat de snelheid van ononderbroken opnamen lager is.
• De functie Gezichtsherkenning is uitgeschakeld.
• Wanneer [Auto HDR] is geselecteerd, wordt het DRO-proces tijdelijk uitgevoerd
volgens de DRO-instelling.
• U kunt [Kwaliteit] niet instellen op [RAW] of [RAW en JPEG] wanneer
is
gekozen.
Een opnamestand selecteren
Programma verschuiven
U kunt tijdelijk de combinatie van de
sluitertijd en diafragmawaarde
veranderen terwijl de juiste belichting die
door de camera is bepaald, gehandhaafd
blijft.
Selecteer de combinatie van uw keuze
door het instelwiel voor of achter te
draaien, terwijl de scherpstelling wordt
uitgevoerd.
De aanduiding van de belichtingsstand
verandert in "P*".
Diafragmavoorkeuze
Deze functie is geschikt voor:
z Foto's waarop het onderwerp scherp is en alles voor en achter het onderwerp
wazig is. Diafragmavergroting vernauwt het veld dat scherpgesteld is. (De
velddiepte wordt oppervlakkiger.)
z De scènediepte vastleggen. Diafragmaverkleining verbreedt het veld dat
scherpgesteld is. (De velddiepte krijgt meer diepte.)
1 Zet de functiekeuzeknop in de stand A.
82
Een opnamestand selecteren
2 De diafragmawaarde (F-waarde)
kiezen met het instelwiel voor of
achter.
Diafragma (F-waarde)
Sluitertijd
3 Wijzig de scherptediepte en fotografeer het onderwerp.
De sluitertijd wordt automatisch aangepast om de juiste belichting te krijgen.
Opnametechnieken
• De sluitertijd kan afhankelijk van de diafragmawaarde langer worden.
Gebruik een statief als de sluitertijd langer wordt.
• Maak de achtergrond minder scherp door een telelens te gebruiken die
een lagere diafragmawaarde heeft (lichtgevoelige lens).
• Door middel van de controleknop kunt u ongeveer zien waar de scherpte
van het beeld ligt.
83
Een opnamestand selecteren
• Kleinere F-waarde: de voor- en
achtergrond van het onderwerp zijn
wazig.
Grotere F-waarde: de voor- en
achtergrond en het onderwerp zelf zijn
allemaal scherp.
• U kunt op het LCD-scherm of in de
zoeker niet zien of een beeld onscherp
is. Controleer het opgenomen beeld en
pas het diafragma aan.
• De sluitertijd knippert als de camera
beoordeelt dat er geen juiste belichting
wordt verkregen met de gekozen
diafragmawaarde. Pas in zulke gevallen
het diafragma weer aan.
Een opnamestand selecteren
De scherpte van de achtergrond zien (Controleknop)
Het LCD-scherm en de zoeker laten een
beeld zien dat is vastgelegd met het
grootste diafragma. Met een ander
diafragma verandert de scherpte van het
onderwerp, waardoor er verschil ontstaat
tussen de scherpte van het beeld voor de
Controleknop
opname en de scherpte van het
vastgelegde beeld.
Wanneer u de controleknop indrukt, kunt
u het beeld zien met het diafragma dat
wordt gebruikt in de eigenlijke opname
zodat u voor de opname de scherpte van
het onderwerp ongeveer kunt beoordelen.
• Druk op de controleknop nadat u hebt scherpgesteld.
• U kunt in de controlefunctie het diafragma aanpassen.
2 controlestanden worden bij de camera geleverd:
[Voorbeeld opn.result.]: Het effect van DRO of van de waarde van de
sluitertijd wordt ook weergegeven.
[Diafragmavoorbeeld] (standaard instelling): Alleen het diafragma wordt
weergegeven.
MENU-knop t
4 t [Voorbeeldknop] t Selecteer de gewenste
instelling
(U kunt de functie ook instellen met [Funct. van AEL-knop]/[ISO-knop]/
[AF/MF-knop]/[Customtoets])
Opmerking
• Het controlebeeld kan donkerder zijn, afhankelijk van de waarde van de sluitertijd.
U kunt echter beelden vastleggen in overeenstemming met de helderheid die u hebt
ingesteld.
84
Een opnamestand selecteren
Sluitertijdvoorkeuze
Deze functie is geschikt voor:
z Momentopnamen van een bewegend onderwerp. Gebruik een kortere sluitertijd
om één moment van de beweging helder vast te leggen.
z De beweging volgen om de dynamiek en vloeiing ervan uit te drukken. Gebruik
een langere sluitertijd om het na-ijlende beeld van het bewegende onderwerp
vast te leggen.
1 Zet de functiekeuzeknop in de stand S.
2 Kies de sluitertijd met het
Een opnamestand selecteren
instelwiel voor of achter.
• De sluitertijd knippert als de camera
beoordeelt dat er geen juiste belichting
wordt verkregen met de gekozen
sluitertijd. Pas in zulke gevallen de
sluitertijd weer aan.
Diafragma (F-waarde)
Sluitertijd
3 Wijzig de scherptediepte en fotografeer het onderwerp.
Het diafragma wordt automatisch aangepast om de juiste belichting te
krijgen.
85
Een opnamestand selecteren
Opnametechnieken
• Gebruik een statief als de sluitertijd langer wordt.
• Kies een hogere ISO-gevoeligheid als u een binnenopname maakt van
een sport.
Opmerkingen
• De indicator
(camerabewegingswaarschuwing) wordt niet weergegeven in
de stand Sluitervoorkeuze.
• Hoe hoger de ISO-gevoeligheid, des te opvallender de ruis.
• Na de opnamen wordt de ruisonderdrukking (NR lang-belicht) uitgevoerd gedurende
dezelfde tijd dat de sluiter geopend was, wanneer de sluitertijd 1 seconde of langer
is. Tijdens de ruisonderdrukking kunt u niet verdergaan met opnemen.
Handm. belichting
Deze functie is geschikt voor:
z Foto's maken met de gewenste belichtingsinstelling door zowel de sluitertijd als
het diafragma te wijzigen.
1 Zet de functiekeuzeknop in de stand M.
86
Een opnamestand selecteren
2 Draai het instelwiel voor als u de
sluitertijd wilt wijzigen, en draai
het instelwiel achter als u het
diafragma wilt wijzigen.
3 Maak de foto nadat de belichting
ISO-gevoeligheid
Diafragma (F-waarde)
Sluitertijd
LCD-scherm
is ingesteld.
• Wanneer de ISO-gevoeligheid op een
andere stand dan [AUTO] is gesteld,
moet u de belichtingswaarde controleren
met behulp van Gemeten-handmatig*.
Naar +: beelden worden helderder.
Naar –: beelden worden donkerder.
* Wanneer de camera in de stand M staat,
zal het toestel een waarde voor de
onder- of overcompensatie laten zien
gebaseerd op de juiste belichting. Deze
wordt als een nummer op het LCDscherm getoond en verschijnt op de
EV-schaal in de zoeker.
Gemeten-handmatig
Het scherm in de zoeker
Gemeten-handmatig
87
Een opnamestand selecteren
• Met deze camera kunt u in de stand
voor handmatige belichting de ISOgevoeligheid instellen op [AUTO].
Wanneer de ISO-gevoeligheid is
ingesteld op [AUTO], wordt de ISOgevoeligheid aangepast voor het
verkrijgen van de juiste belichting,
uitgaande van een combinatie van de
sluitertijd en de diafragmawaarde.
• Wanneer de ISO-gevoeligheid is
ingesteld op [AUTO] en de camera
schat in dat de juiste belichting niet
wordt gehaald met de geselecteerde
waarde, knippert de ISO-gevoeligheid.
Pas in zulke gevallen de sluitertijd of
het diafragma weer aan.
Een opnamestand selecteren
Opmerking
• De indicator
(camerabewegingswaarschuwing) wordt niet weergegeven in
de stand voor handmatige belichting.
Handmatige verschuiving
U kunt in de handmatige functie de combinatie van de sluitertijd en
diafragmawaarde veranderen zonder de belichting te veranderen.
Draai het instelwiel voor of achter terwijl
u de AEL-knop ingedrukt houdt als u de
combinatie van sluitertijd en
diafragmawaarde wilt kiezen.
AEL-knop
88
Een opnamestand selecteren
BULB
Deze functie is geschikt voor:
z Foto's maken van de lichtstaart van bijvoorbeeld vuurwerk.
z Foto's maken van de lichtstaarten van sterren.
1 Zet de functiekeuzeknop in de stand M.
2 Draai het instelwiel voor naar
links tot [BULB] verschijnt.
Een opnamestand selecteren
• Wanneer de ISO-gevoeligheid op
[AUTO] is gesteld, wordt door het
selecteren van [BULB] de ISOgevoeligheid naar [100] veranderd.
BULB
3 Draai het instelwiel achter als u
het diafragma (F-waarde) wilt
wijzigen.
4 Druk de ontspanknop tot halverwege in om de scherpstelling te
wijzigen.
89
Een opnamestand selecteren
5 Houd de ontspanknop ingedrukt gedurende de gehele opname.
Zolang u de ontspankop ingedrukt houdt, blijft de sluiter geopend.
Opnametechnieken
• Gebruik een statief.
• Stel de scherpstelling op oneindig met handmatige scherpstelling voor het
opnemen van vuurwerk, etc. Indien u de oneindig positie van de lens niet
weet, stel dan eerst scherp op het vuurwerk dat in hetzelfde algemene
gebied wordt afgestoken en neem vervolgens op.
• Gebruik de draadloze afstandsbediening (los verkrijgbaar)
(bladzijde 121). Als u op de SHUTTER-knop op de draadloze
afstandsbediening drukt, wordt BULB-opname geactiveerd; als u weer
drukt, wordt BULB-opname gestopt. U hoeft de SHUTTER-knop op de
draadloze afstandsbediening niet ingedrukt te houden.
• U kunt met de afstandsbediening (los verkrijgbaar) de sluiter openhouden
als u een afstandsbediening gebruikt die is voorzien van een
vergrendelingsfunctie voor de ontspanknop.
Opmerkingen
• Schakel de SteadyShot-functie uit bij gebruik van een statief (bladzijde 63).
• Hoe langer de belichtingstijd, des te opvallender de ruis op het beeld.
• Na het opnemen wordt de ruisonderdrukking (NR lang-belicht) uitgevoerd
gedurende dezelfde tijdsduur dat de sluiter geopend was. Tijdens de
ruisonderdrukking kunt u niet verdergaan met opnemen. Als u bij het maken van een
opname de timing van de opname meer prioriteit wilt geven dan de beeldkwaliteit,
stel dan [NR lang-belicht] in op [Uit] (bladzijde 160).
• Wanneer de Lach-sluiter of de Auto HDR-functie is geactiveerd, of wanneer [Fotoeffect] is ingesteld op [HDR-schilderij] of [Mono. m. rijke tonen] kunt u de
sluitertijd niet op [BULB] zetten.
• Als de functie Lach-sluiter, Auto HDR of de instelling [HDR-schilderij] of [Mono.
m. rijke tonen] van [Foto-effect] wordt gebruikt terwijl de sluitersnelheid is ingesteld
op [BULB], wordt de sluitertijd tijdelijk op 30 seconden ingesteld.
• U kunt het beste beginnen met BULB-opnamen wanneer de camera is afgekoeld
omdat anders de kwaliteit van het beeld afneemt.
90
Functies beschikbaar voor de
verschillende opnamestanden
Het hangt af van de opnamestand die u hebt geselecteerd welke functies u
kunt gebruiken.
In onderstaande tabel geeft aan of de functie beschikbaar is. – geeft aan
dat de functie niet beschikbaar is.
De functies die u niet kunt gebruiken worden op het scherm grijs
weergegeven.
Opnamestand
/
Continue
Belicht.
Zelfontspanopname
comp. (113) ner (118)
(118)
Gezichts- Lachherkenning sluiter
(150)
(154)
Aut. portretomkad. (152)
–
(72)
–
–
–
Een opnamestand selecteren
(74)
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
(77)
–
–
–
–
–
/
–
–
–
–
–
–
–
(80)
(81)
(82)
(85)
(86)
(68, 163)
–*
*
* Wanneer de belichtingsstand is ingesteld op M, kan de belichting alleen
worden gecompenseerd wanneer de ISO-gevoeligheid is ingesteld op
[AUTO].
91
De weergave van opname-informatie wisselen
De opname-informatie wisselen (DISP)
Telkens wanneer u op de knop DISP
drukt, verandert de weergave van
opname-informatie als volgt in de
standaardinstellingen.
DISP-knop
Voor zoeker
Geen info
Niveau
Histogram
• U kunt alle informatie op het scherm weergeven of de Grafische
Weergave, die de sluitertijd en de diafragmawaarde als grafieken laat
zien.
De schermstand selecteren
U kunt de schermstand van uw keuze selecteren. Wanneer u tussen
schermen overschakelt door op de knop DISP te drukken, worden alleen
geselecteerde schermen weergegeven. U kunt apart instellen welke
schermen beschikbaar zijn voor weergave op het LCD-scherm en in de
zoeker.
1 MENU-knop t
2 t [DISP-knop (scherm)] of [DISP-knop
(zoeker)]
2 Selecteer de weergave van uw keuze met v/V/b/B op de
multi-selectieschakelaar en druk vervolgens op het midden van
de multi-selectieschakelaar.
3 Druk op de MENU-knop.
92
De opname-informatie wisselen (DISP)
In de grafische weergave worden de
sluitertijd en de diafragmawaarde in
grafieken weergegeven en wordt
B
A
duidelijk geïllustreerd hoe de belichting
werkt. De aanwijzers op de indicator
van de sluitertijd (A) en de indicator van het diafragma (B)
geven de actuele waarde aan.
Alle info weergeven
Geeft alle informatie weer op het scherm.
Geen info
Geeft de informatie niet weer op het scherm.
Niveau
De digitale waterpas laat zien of de
Horizontale richting
camera waterpas is in horizontale
richting en in voorwaarts/achterwaartse
richting. Wanneer de camera waterpas
is in één richting, wordt de indicator
groen.
• De fout van de digitale waterpas is
groter als u de camera te ver naar
Voorwaarts/
voren of naar achteren kantelt.
achterwaartse richting
• Een kanteling van ±1° zal misschien
worden aangeduid ook als de camera bijna waterpas is.
Histogram
Toont een histogram (bladzijde 94).
Voor zoeker*
U kunt de status van het LCD-scherm instellen op een status
die geschikt is voor gebruik met de zoeker (bladzijde 25).
* Deze optie kan alleen worden ingesteld wanneer [DISP-knop (scherm)] is
geselecteerd.
93
De weergave van opname-informatie wisselen
Graf. weerg.
De opname-informatie wisselen (DISP)
Histogram
Aantal pixels
Het histogram geeft de
luminantieverdeling weer die aangeeft
hoeveel pixels van een bepaalde
helderheid er voorkomen in het beeld.
Door de belichtingscompensatie wordt
het histogram dienovereenkomstig
veranderd.
Beide uiteinden van het histogram geven
sterk en zwak belichte delen weer. U kunt
niet deze gebieden later met een
computer te herstellen. Pas zo nodig de
belichting aan en neem de opname
nogmaals.
Donker
Licht
Opmerkingen
• Het histogram geeft geen aanduiding van het uiteindelijk vastgelegde beeld. Het
geeft de staat van het beeld weer dat zojuist is gecontroleerd op het scherm. Het
histogram zal afhankelijk van diafragma-instelling, enz. verschillen.
• Het histogram verschilt tussen opnemen en weergeven in de volgende situaties:
– Bij gebruik van de flitser.
– Als het onderwerp een lage intensiteit heeft, zoals een nachtelijk landschap.
Het onderwerp door de lens bekijken zonder dat effecten
worden weergegeven
U kunt het onderwerp door de lens bekijken zonder dat effecten,
bijvoorbeeld de belichtingscorrectie, witbalans, creatieve stijl, beeldeffect,
enz., worden weergegeven.
94
De opname-informatie wisselen (DISP)
MENU-knop t
effect uit]
3 t [LiveView-weergave] t [Instelling
• Wanneer [Instelling effect uit] is geselecteerd, wordt het Live View-beeld
in M-stand altijd weergegeven met de juiste helderheid.
Opmerking
• [Instelling effect uit] kan niet worden gekozen wanneer de belichtingsfunctie is
ingesteld op Slim automatisch, Panorama door Beweg., Film of Scèneselectie.
De weergave van opname-informatie wisselen
95
De scherpstelling aanpassen
De scherpstelling aanpassen
Er zijn 2 methoden voor het aanpassen van de scherpstelling: automatisch
en handmatig scherpstellen.
Afhankelijk van de lens kan de methode voor overschakeling tussen
automatische en handmatige scherpstelling verschillend zijn.
Type lens
Te gebruiken
schakelaar
De lens is
voorzien van een
schakelaar
scherpstellingsfunctie
Lens
De lens is niet
voorzien van een
schakelaar
scherpstellingsfunctie
Camera
Overschakelen naar
automatische
scherpstelling
Zet de schakelaar
scherpstellingsfunctie op de lens op
AF. (Stel
[Scherpstelfunctie]
op de camera in op
een andere stand dan
[H. scherpst.].)
Stel
[Scherpstelfunctie]
op de camera in op
een andere stand dan
[H. scherpst.].
Overschakelen naar
handmatige
scherpstelling
Zet de schakelaar
scherpstellingsfunctie op de lens op
MF.*
Stel
[Scherpstelfunctie]
op de camera in op
[H. scherpst.].
* Bij gebruik van DMF compatibele SSM-lenzen of SAM-lenzen kunt u de
scherpstellingsfunctie van de camera veranderen, ook wanneer de
schakelaar scherpstellingsfunctie op de lens in de AF-stand is gesteld.
Ga voor details aangaande lenzen die compatibel zijn met [Diepte map hulp
continue AF] en het hulpvlak van de functie AF-bereikregeling naar de
Sony website in uw gebied of raadpleeg uw Sony handelaar of een
plaatselijk erkende Sony onderhoudsfaciliteit.
Automatisch scherpstellen
1 Als de lens is voorzien van de
schakelaar
scherpstellingsfunctie, zet u deze
op AF.
96
De scherpstelling aanpassen
2 Fn-knop t
handm. sch.) of
(Scherpstelfunctie) t niet op
(H. scherpst.)
(D.
3 Druk de ontspanknop half in om
de scherpstelling te controleren
en maak de opname.
• De scherpstellingsindicator z of
(bladzijde 98) gaat branden nadat de
scherpstelling is bevestigd.
• Het AF-gebied waar de scherpstelling
is bevestigd, wordt groen.
(Enkelvoudige
AF)
AF)
AF-gebied
Scherpstellingsindicator
De camera voert de scherpstelling uit en de scherpstelling
wordt vergrendeld wanneer u de ontspanknop half indrukt.
(Continue AF)
(Diepte map
hulp continue AF)
De camera blijft scherpstellen zolang u de ontspanknop tot
halverwege ingedrukt houdt.
• De audiosignalen worden niet weergegeven wanneer op het
onderwerp is scherpgesteld.
• Scherpstelvergrendeling gebruiken is niet mogelijk.
Hulpvlak
Behalve de functie Continue AF, blijft de
camera scherpstellen op een onderwerp
met gebruik van het hulpvlak. Deze optie
kan alleen worden gekozen wanneer een
geschikte lens is bevestigd.
• De AF-hulpfunctie werkt alleen nadat
de camera op een onderwerp heeft
scherpgesteld met gebruik van de 19
ScherpstellingsAF-vlakken. U kunt niet alleen het
indicator
hulpvlak voor het scherpstellen
gebruiken.
97
De scherpstelling aanpassen
(Automatische De Scherpstellingsfunctie wordt overgeschakeld tussen
enkelvoudige AF en continue AF, afhankelijk van de
beweging van het onderwerp.
Wanneer u de ontspanknop halverwege ingedrukt houdt als
het onderwerp bewegingsloos is, wordt de scherpstelling
vergrendeld. Als het onderwerp beweegt, gaat de camera
verder met het scherpstellen.
De scherpstelling aanpassen
Opnametechnieken
• Gebruik [Enkelvoudige AF] als het onderwerp stilstaat.
• Gebruik [Continue AF] of [Diepte map hulp continue AF] wanneer het
onderwerp in beweging is.
• Gebruik [Diepte map hulp continue AF] voor het scherpstellen op een
onderwerp dat van de ene naar de andere kant beweegt en/of omhoog/
omlaag verplaatst in de 19 AF-vlakken.
• Stel het [AF-gebied] in (bladzijde 100) om het gebied te kiezen dat wordt
gebruikt voor de scherpstelling.
• Stel [AF-snelheid] (bladzijde 39) in als u de snelheid van de
scherpstelling wilt wijzigen.
Opmerkingen
• Tijdens automatisch scherpstellen kunt u met sommige lenzen de roterende
scherpstelring niet aanraken.
• Het hulpvlak van de [Diepte map hulp continue AF] functie werkt mogelijk onjuist
in de volgende gevallen:
– Bij onvoldoende licht.
– Wanneer de transportfunctie op Hi, [Continue opname] of bracket is gesteld.
– Wanneer de belichtingsstand is ingesteld op Tele-zoom Continuopname
Voorkeuze AE of [Sportactie] in Scènekeuze.
Scherpstellingsindicator
Scherpstellingsindicator Status
z brandt
Scherpstelling vergrendeld. Klaar om op te nemen.
brandt
Scherpstelling is bevestigd. Het scherpstelpunt beweegt
doordat het een bewegend onderwerp volgt. Klaar om op te
nemen.
brandt
Nog bezig met scherpstellen. U kunt de ontspanknop niet
loslaten.
z knippert
Kan niet scherpstellen. De sluiter is vergrendeld.
Onderwerpen waarvoor speciale scherpstelling nodig kan zijn
Bij gebruik van de automatische scherpstelling is het moeilijk scherp te
stellen op de volgende onderwerpen. In dergelijke gevallen gebruikt u de
scherpstelvergrendelingsfunctie (bladzijde 100) of de handmatige
scherpstelling (bladzijde 108).
98
De scherpstelling aanpassen
• Een onderwerp met weinig contrast, zoals een blauwe lucht of een witte
muur.
• Twee onderwerpen op verschillende afstanden die elkaar overlappen
binnen het AF-veld.
• Een onderwerp dat bestaat uit zich herhalende patronen, zoals de gevel
van een kantoorgebouw.
• Een onderwerp dat zeer helder is of schittert, zoals de zon, de carrosserie
van een auto of een wateroppervlak.
• Het omgevingslicht is onvoldoende.
De juiste afstand tot een onderwerp nauwkeurig meten
Opmerking
• Als het onderwerp dichterbij is dan de minimale opnameafstand van de gebruikte
lens, kan de scherpstelling niet worden bevestigd. Zorg voor voldoende afstand
tussen het onderwerp en de lens op de camera.
99
De scherpstelling aanpassen
De
-markering op de bovenkant van
de camera toont de locatie van de
beeldsensor*. Wanneer u de exacte
afstand meet tussen de camera en het
onderwerp, raadpleeg dan de positie van
de horizontale lijn.
* De beeldsensor is het onderdeel van de
camera dat het licht omzet in een
elektrisch signaal.
De scherpstelling aanpassen
Scherpstelvergrendeling
1 Plaats het onderwerp binnen het
AF-veld en druk de ontspanknop
tot halverwege in.
De scherpstelling is vergrendeld.
• Stel [Scherpstelfunctie] in op
[Enkelvoudige AF].
2 Houd de ontspanknop tot
halverwege ingedrukt en plaats
het onderwerp terug op de
oorspronkelijke plaats om het
beeld opnieuw samen te stellen.
3 Druk de ontspanknop helemaal in om de opname te maken.
AF-gebied
Kies het gewenste AF-gebied dat past bij
de opnameomstandigheden of uw
voorkeur. Het AF-gebied waar de
scherpstelling is bevestigd, wordt groen
en de andere AF-gebieden verdwijnen.
AF-gebied
100
De scherpstelling aanpassen
Fn-knop t
(AF-gebied) t Kies de gewenste instelling
(Breed)
De camera bepaalt welk van de 19 AF-gebieden wordt
gebruikt voor het scherpstellen.
(Zone)
Kies met de multi-selectieschakelaar de zone waarop u de
scherpstelling wilt activeren, en maak een keuze uit de linker-,
rechter- of middenzone. De camera bepaalt welk van de AFgebieden in de geselecteerde zone wordt gebruikt voor het
scherpstellen.
(Punt)
De camera gebruikt uitsluitend het AF-gebied in het midden.
(Lokaal)
Kies met de multi-selectieschakelaar uit de 19 AF-gebieden
het gebied waarvoor u de scherpstelling wilt activeren.
Object volgen
Blijft een bewegend onderwerp volgen. Wanneer met de
standaardinstellingen [Scherpstelfunctie] op [Continue AF] of [Diepte map
hulp continue AF] is gesteld, zal [Aan(scherpstellen-volgen met sluiter)]
functioneren.
1 Stel [Scherpstelfunctie] op [Continue AF] of [Diepte map hulp
continue AF] (bladzijde 96).
2 Fn-knop t
(Object volgen) t [Aan(scherpstellen-volgen
met sluiter)]
101
De scherpstelling aanpassen
Opmerkingen
• [AF-gebied] is vast ingesteld op [Breed] en u kunt geen andere instellingen
selecteren wanneer de belichtingsstand is ingesteld op Slim automatisch of
Scèneselectie, of wanneer de functie Object volgen wordt gebruikt of de Lach-sluiter
is geactiveerd.
• Het is mogelijk dat het lokale AF-gebied niet oplicht bij continu opnemen of
wanneer de ontspanknop helemaal wordt ingedrukt zonder halverwege te stoppen.
• De camera selecteert het hulpvlak automatisch. Zelfs als u dit instelt op [Lokaal],
kunt u niet het gewenste hulpvlak selecteren.
De scherpstelling aanpassen
3 Druk de ontspanknop half in zodat
de camera automatisch op een
doel vergrendelt en het
onderwerp volgt.
De camera blijft scherpstellen zolang u
de ontspanknop tot halverwege ingedrukt
houdt. Het doelkader kleurt groen zodra
is scherpgesteld.
Doelkader
4 Maak een opname van het onderwerp door op de ontspanknop
te drukken.
Wanneer het AF-vlak op [Breed] is gesteld, begint de camera het onderwerp
te volgen vanaf het vlak dat automatisch door de camera is vastgesteld.
De camera stelt op het onderwerp scherp met gebruik van alle vlakken tijdens
het volgen.
• De camera kan het volgen van het onderwerp starten vanaf het gekozen vlak
wanneer [AF-gebied] op [Lokaal] of [Zone] is gesteld.
Opnametechnieken
• Voor het vastleggen van personen, kunt u het gezicht van een persoon
detecteren en volgen met gebruik van de volgende instellingen: [Object
volgen] is ingesteld op [Aan(scherpstellen-volgen met sluiter)], [AFgebied] is ingesteld op [Breed] en [Lach-/Gezichtsherk.] is ingesteld op
[Gezichtsherkenning Aan].
• Wanneer het onderwerp op het Live-viewscherm klein is, kunt u het
onderwerp zeker volgen door het vlak dat voor het scherpstellen op het
onderwerp wordt gebruikt te beperken met gebruik van de volgende
instellingen: [Object volgen] is ingesteld op [Aan(scherpstellen-volgen
met sluiter)], [AF-gebied] is ingesteld op [Lokaal] of [Zone].
Voor het veranderen van de functie
Fn-knop t
102
(Object volgen) t [Aan] of [Uit].
De scherpstelling aanpassen
(Aan)
Druk op het midden van de multi-selectieschakelaar op de
display van opname-informatie zodat een doelkader
verschijnt. Zet het doelkader over het onderwerp dat u wilt
volgen en druk op het midden van de multi-selectieschakelaar.
De camera begint het onderwerp te volgen.
Het doelkader kleurt groen zodra is scherpgesteld. Druk weer
op het midden als u de volgfunctie wilt annuleren.
(Uit)
Schakelt de functie Object volgen uit.
Een bepaald gezicht bij voorkeur volgen
U kunt selecteren of een bepaald gezicht bij voorkeur moet worden gevolgd
of niet wanneer de camera dat gezicht waarneemt tijdens het volgen van het
onderwerp.
MENU-knop t
6 t [Gezichtsprioriteit volgen] t [Aan]
Wanneer het gezicht niet zichtbaar is op het scherm, volgt de camera het
lichaam, en wanneer het gezicht zichtbaar is, volgt de camera het gezicht.
Als de bedoelde persoon van het scherm verdwijnt terwijl hij of zij door de
camera wordt gevolgd, en vervolgens weer terugkeert op het scherm, stelt
de camera weer scherp op dat gezicht.
• Als de camera een gezicht volgt terwijl de functie Object Volgen met
Lach-sluiter is ingeschakeld, wordt het gezicht het doel van de functie
Glimlachdetectie.
103
De scherpstelling aanpassen
Opmerkingen
• Volgen kan moeilijk zijn in de volgende situaties:
– Het onderwerp beweegt te snel.
– Het onderwerp is te klein of te groot.
– Er is maar weinig contrast tussen het onderwerp en de achtergrond.
– Het onderwerp wordt te weinig verlicht.
– Het omgevingslicht verandert.
• De functie Object Volgen kan niet worden gebruikt wanneer de belichtingsstand is
ingesteld op Panorama door beweging, Tele-Zoom, Continu-opname Voorkeuze AE
of [Schemeropn. uit hand] in Scèneselectie of de slimme teleconverter wordt
gebruikt, de handmatige scherpstelling is geselecteerd.
• De camera stopt met het volgen van een onderwerp wanneer het onderwerp van het
scherm verdwijnt.
• [Aan(scherpstellen-volgen met sluiter)] kan alleen worden ingesteld wanneer
[Scherpstelfunctie] is ingesteld op [Continue AF] of [Diepte map hulp continue AF].
• Wanneer u de functie Object volgen start, wordt het AF-vlak automatisch op [Breed]
gesteld.
De scherpstelling aanpassen
• Als u het gedetecteerde gezicht als doel instelt, volgt de camera, zelfs
wanneer [Gezichtsprioriteit volgen] is ingesteld op [Uit], het lichaam
wanneer het gezicht niet zichtbaar is. Als de bedoelde persoon van het
scherm verdwijnt terwijl hij of zij door de camera wordt gevolgd, en
vervolgens weer terugkeert op het scherm, stelt de camera weer scherp op
dat gezicht.
Het bereik van de automatische scherpstelling beperken
(AF-bereikregeling)
U kunt het bereik van de automatische scherpstelling beperken. Met deze
functie kan de camera scherpstellen op een onderwerp zonder dat dit wordt
gehinderd door voorwerpen op de achtergrond of voorwerpen op de
voorgrond.
1 Druk op de knop AF RANGE (AFbereikregeling).
AF RANGE-knop
2 Stel de maximale opnameafstand
in met het instelwiel voor en de
minimale opnameafstand met het
instelwiel achter.
• Het AF-vlak en hulpvlak* die
overlappen met het onderwerp dat in
het door u ingestelde AF-bereik is,
kleuren geel.
* Het hulpvlak verschijnt alleen wanneer
een compatibele lens wordt gebruikt.
Scherpstelpositie van de lens
Het ingestelde AF-bereik
Waarde opname-afstand
104
De scherpstelling aanpassen
3 Vergrendel de afstand door nogmaals op de AF RANGE-knop te
drukken.
• De indicator grens van bereik blijft op het scherm.
• Het AF-vlak en hulpvlak die overlappen met het onderwerp dat in het door
u ingestelde AF-bereik is, kleuren geel.
De functie AF-bereikregeling annuleren
Druk nogmaals op de AF RANGE-knop.
Opnametechnieken
• Stel het AF-bereik op positie V (de scherpstelpositie van de lens) binnen
het bereik na het scherpstellen op het op te nemen onderwerp.
• Stel het AF-bereik in om het onderwerp in of buiten het bereik te stellen
door de gele punten van het AF-vlak en hulpvlak te controleren.
105
De scherpstelling aanpassen
Opmerkingen
• Deze functie gebruiken in combinatie met handmatige scherpstelling of het maken
van filmopnamen is niet mogelijk.
• Wanneer u de lens verwisselt, wordt het door u ingestelde AF-bereik teruggesteld.
• Gebruik, wanneer een lens die is voorzien van de functie begrenzing
scherpstelbereik op het toestel is gezet, deze functie niet in combinatie met de
functie AF-bereikregeling op de camera. Gebruik een van de functies.
• De waarde van de opname-afstand wordt niet getoond met een lens die geen
afstandscoderingsfunctie heeft.
• De waarde van de opname-afstand dient ter referentie.
• Het AF-bereik en de waarde voor de opname-afstand zijn mogelijk niet hetzelfde als
de werkelijke focuspositie van de lens.
• Het werkelijke AF-bereik is mogelijk niet hetzelfde als aangegeven door de gele
punten van het AF-vlak en het hulpvlak.
• Indien niet kan worden scherpgesteld, kleuren het AF-vlak en hulpvlak mogelijk niet
geel.
• Het AF-vlak of hulpvlak verschijnt mogelijk niet snel of kleurt niet gemakkelijk geel
indien er onvoldoende licht is of wanneer het onderwerp weinig contrast heeft,
bijvoorbeeld met een solide gekleurd vlak oppervlak. Gebruik in dat geval de
omlijning van het onderwerp, etc. om scherp te stellen.
• U kunt deze functie niet gebruiken met de functie directe handmatige scherpstelling,
uitgezonderd indien de lens een motor heeft (SSM-, SAM-lenzen*).
De scherpstelling aanpassen
* Bepaalde SAM-lenzen zijn niet geschikt voor de functie Directe Handmatige
Scherpstelling. Zie de handleiding van de lens.
• De eerste beweging die de waarde op oneindig stelt kan worden uitgevoerd wanneer
u deze functie gebruikt met de AF/MF-regeling, uitgezonderd wanneer de lens een
motor heeft (SSM-, SAM-lenzen*).
* Bepaalde SAM-lenzen zijn niet geschikt voor de functie AF/MF-regeling. Zie de
handleiding van de lens.
• Ga voor informatie over lenzen die geschikt zijn voor de AF-hulpfunctie, naar de
Sony-website in uw regio of vraag advies aan uw Sony-dealer of het officiële Sonyservicecentrum ter plaatse.
De scherpstelling aanpassen behalve voor de
ontspanknop (AF aan)
U kunt de scherpstelling aanpassen met andere knoppen dan de
ontspanknop. De instelling voor automatische scherpstelling wordt
ingesteld op de stand die is geselecteerd met [Scherpstelfunctie].
MENU-knop t
aan]
4 t Selecteer de knop van uw keuze* t [AF
* Selecteer de instelling uit [Funct. van AEL-knop], [ISO-knop], [AF/MFknop], [Customtoets] of [Voorbeeldknop].
Opnametechniek
• Als u niet de ontspanknop wilt gebruiken voor het scherpstellen, voer dan
de volgende instellingen uit in aanvulling op de instelling [AF aan].
– Stel [AF met sluiter] in op [Uit].
– Stel [AEL met sluiter] in naar uw voorkeur.
AF-hulplicht
U kunt het AF-hulplicht instellen zodat u bij weinig licht op een onderwerp
kunt scherpstellen.
MENU-knop t
instelling
106
2 t [AF-hulplicht] t Selecteer de gewenste
De scherpstelling aanpassen
Opmerkingen
• Het AF-hulplicht werkt niet wanneer [Scherpstelfunctie] is ingesteld op [Continue
AF] of [Diepte map hulp continue AF] of als het onderwerp in beweging is in
[Automatische AF]. (De indicator
of
licht op.)
• Het AF-hulplicht werkt niet als [AF-gebied] is ingesteld op [Lokaal] of [Zone] en
het middengebied niet is geselecteerd.
• Het AF-hulplicht zal mogelijk niet werken met een brandpuntsafstand van 300 mm
of meer.
• Wanneer een flitser (los verkrijgbaar) wordt bevestigd, die is voorzien van een AFhulplicht, wordt het AF-hulplicht van de flits gebruikt.
• AF-hulplicht werkt niet wanneer de Lach-sluiterfunctie wordt gebruikt.
AF-microafst.
U kunt met elke lens nauwkeurig scherpstellen.
Voer deze bedieningshandeling alleen uit wanneer het nodig is. NB. u zult
misschien niet goed kunnen scherpstellen op een onderwerp als u de lens
niet goed hebt afgesteld.
• Hoe groter de waarde, des te verder is de scherpstelpositie van de camera
verwijderd; hoe kleiner de waarde, des te dichter ligt de scherpstelpositie
bij de camera.
Opmerkingen
• Wij adviseren u de waarde te bepalen onder opnamecondities in de praktijk.
• Wanneer u een lens bevestigt die op de camera is geregistreerd, wordt de
geregistreerde waarde weergegeven. Als "–" als waarde wordt weergegeven, zijn er
totaal 30 lenzen geregistreerd en is nog een lens registreren niet mogelijk. Wanneer u
een andere lens wilt registreren, bevestig dan een lens waarvan u de geregistreerde
waarde kunt wissen, en zet die waarde op "±0" of reset de waarden van alle lenzen
met [Wissen].
• Als u een nauwkeurige AF-aanpassing uitvoert met een lens van andere fabrikanten,
zullen de aanpassingswaarden van Sony-, Minolta- en Konica Minolta-lenzen
misschien worden gewijzigd. Gebruik deze functie niet met een lens van fabrikanten
die hier niet worden vermeld.
• U kunt niet afzonderlijk een nauwkeurige AF-afstelling uitvoeren wanneer u de
Sony-, Minolta- en Konica Minolta-lenzen gebruikt die dezelfde specificaties
hebben.
107
De scherpstelling aanpassen
MENU-knop t
3 t [AF-microafst.] t [Aan] t
[hoeveelheid] t Selecteer de gewenste waarde
De scherpstelling aanpassen
Handmatige scherpstelling
Als het moeilijk is om de juiste scherpte in de stand autofocus te krijgen,
kunt u de scherpte handmatig aanpassen.
1 Zet de schakelaar
scherpstellingsfunctie op de lens
op MF.
2 Als de lens niet een schakelaar scherpstellingsfunctie heeft,
Fn-knop t
(Scherpstelfunctie) t
(H. scherpst.)
• Waneer [Scherpstelfunctie] is toegewezen aan de stille multiselectieschakelaar, kunt u in plaats van de schakelaar scherpstellingsfunctie
de stille multi-selectieschakelaar gebruiken (bladzijde 32).
3 Draai de scherpstelring van de
lens om goed scherp te stellen.
Scherpstelring
Opmerkingen
• Wanneer het breedbeeld-AF-gebied wordt gebruikt, wordt het middelste gebied
gebruikt voor het scherpstellen; wanneer het Zone AF-gebied wordt gebruikt, wordt
een voorwerp dat representatief is voor het geselecteerde gebied gebruikt; en
wanneer het Lokale AF-gebied wordt gebruikt, wordt het gebied gebruikt dat met de
multi-selectieschakelaar is geselecteerd.
• Wanneer u een teleconverter (los verkrijgbaar), enz. gebruikt, zal het draaien van de
scherpstelring mogelijk niet gelijkmatig gaan.
• Als de dioptrie in de zoekerfunctie niet goed wordt ingesteld, wordt het beeld niet
goed scherpgesteld (bladzijde 17).
• Voor handmatige scherpstelling is het belangrijk dat de keuzeknop voor de
scherpstellingsfunctie op MF staat. Draai niet aan de scherpstelring als u niet eerst de
schakelaar op MF hebt gezet. Wanneer u de scherpstelring met kracht draait zonder
dat u de schakelaar op MF hebt gezet, kunt u de scherpstelring beschadigen (Behalve
voor lenzen die zijn voorzien van de functie Directe handmatige scherpstelling).
108
De scherpstelling aanpassen
De omtrek van scherpstellingsbereiken accentueren
(Peaking)
U kunt in de stand voor handmatige scherpstelling de contouren van
scherpstelbereiken met een bepaalde kleur accentueren. Dit is handig voor
het nauwkeurig scherpstellen op een onderwerp bij het maken van macroopnamen of van portretten.
U kunt het peaking-niveau en de peaking-kleur instellen.
MENU-knop t
instelling
3 t [Reliëfniveau] t Selecteer de gewenste
Opmerkingen
• Omdat de camera vindt dat scherpe gebieden zijn scherpgesteld, verschilt het
peaking-niveau, afhankelijk van het onderwerp, de opnamesituatie of de lens die
wordt gebruikt.
• De contouren van scherpgestelde bereiken worden niet geaccentueerd wanneer de
camera is aangesloten met een HDMI-kabel.
U kunt de kleur instellen die wordt gebruikt voor de peaking-functie.
MENU-knop t
3 t [Reliëfkleur] t Selecteer de gewenste
instelling
Opmerking
• Dit onderdeel kan niet worden ingesteld wanneer [Reliëfniveau] is ingesteld op [Uit].
Scherpstelvergrot.
U kunt de scherpstelling controleren door vóór de opname het beeld te
vergroten.
1 MENU-knop t
4 t [Knop intell. telecon.] t
[Scherpstelvergrot.]
109
De scherpstelling aanpassen
De kleur instellen die wordt gebruikt voor de peaking-functie
De scherpstelling aanpassen
2 Druk op de knop voor de
Scherpstelling vergroten.
Knop voor de Scherpstelling vergroten
3 Vergroot het beeld door op de
knop voor de Scherpstelling
vergroten te drukken en selecteer
met v/V/b/B op de multiselectieschakelaar het gedeelte
dat u wilt vergroten.
• Telkens wanneer u op de knop voor de
Scherpstelling vergroten drukt,
verandert het zoombereik als volgt:
Full-frame formaat: Ongev. ×5,9 t
Ongev. ×11,7
APS-C formaat: Ongev. ×3,8 t
Ongev. ×7,7
4 Bevestig de scherpstelling en pas deze aan.
• Stel met de hand scherp door de scherpstelring te draaien.
• Als u op het midden van de selectieknop drukt, wordt het vergrote deel
weer in het midden weergegeven.
• De functie scherpstelling vergroten wordt geannuleerd als u de ontspanknop
half indrukt.
5 Maak de opname door de ontspanknop helemaal in te drukken.
• U kunt beelden vastleggen wanneer een afbeelding uitvergroot is, maar het
vastgelegde beeld vult de volledige display.
• De functie scherpstelling vergroten wordt opgeheven wanneer de opname is
gemaakt.
110
De scherpstelling aanpassen
Directe handmatige scherpstelling (Direct Manual Focus
- DMF)
U kunt nauwkeurig scherpstellen wanneer u hebt scherpgesteld met
automatische scherpstelling (Directe handmatige scherpstelling).
U kunt zo sneller op een onderwerp scherpstellen dan wanneer u vanaf het
begin met de hand scherpstelt. Dit is handig, bijvoorbeeld wanneer u
macro-opnamen maakt.
1 Fn-knop t
(Scherpstelfunctie) t
(D. handm. sch.)
2 Druk de ontspanknop tot halverwege in om de scherpstelling te
vergrendelen.
3 Draai de scherpstelring om de scherpstelling fijn te regelen
terwijl u de ontspanknop tot halverwege ingedrukt houdt.
De functie Directe handmatige scherpstelling op de lens
Wanneer de lens (bijvoorbeeld, de DT 16-50mm F2.8 SSM) is voorzien
van de functie Directe handmatige scherpstelling en de scherpstelling is
ingesteld op [Enkelvoudige AF] of [Automatische AF], kunt u na de
vergrendeling van de scherpstelling nauwkeurig scherpstellen met de
scherpstelring.
AF/MF-regeling
U kunt schakelen tussen automatisch en handmatig scherpstellen, zonder de
compositie op de camera te wijzigen (AF/MF-regeling).
111
De scherpstelling aanpassen
Opmerking
• Niet alle SAM-lenzen zijn geschikt voor de functie Directe Handmatige
Scherpstelling (DMF). Raadpleeg de bedieningsinstructies van uw lens en kijk of uw
lens geschikt is.
De scherpstelling aanpassen
Druk op de AF/MF-knop.
AF/MF-knop
In de stand voor automatische
scherpstelling: De stand voor de
scherpstelling wordt tijdelijk
overgeschakeld op handmatige
scherpstelling. Houd de AF/MF-knop
ingedrukt en stel scherp door de
Scherpstelring
scherpstelring te draaien.
In de stand voor handmatige
scherpstelling: De stand voor de
scherpstelling wordt tijdelijk
overgeschakeld op automatische
scherpstelling en de scherpstelling wordt
vergrendeld.
• U kunt de geselecteerde stand vasthouden zonder de AF/MF-knop in te
drukken en ingedrukt te houden, wanneer [AF/MF-knop] is ingesteld in
het
menu Eigen instellingen (bladzijde 190).
112
De helderheid van beeld aanpassen
Belichtingscorrectie
Normaal wordt de belichting automatisch geselecteerd (Automatische
belichting).
Op basis van de belichting die wordt verkregen door de automatische
belichting kunt u belichtingscorrectie uitvoeren. U kunt het hele beeld
lichter maken door naar de + zijde te schuiven. U kunt het hele beeld
donkerder maken door naar de – zijde te schuiven (Belichtingscorrectie).
1 Druk op de
-knop.
2 Pas de belichting aan met b/B op
-knop
Weergave van het LCD-scherm
de multi-selectieschakelaar.
Gecorrigeerde belichting
Weergave van de zoeker
Gecorrigeerde belichting
3 Wijzig de scherptediepte en fotografeer het onderwerp.
Opnametechnieken
• Pas het compensatieniveau aan door het opgenomen beeld te controleren.
• Met de bracketopnamefunctie kunt u meerdere beelden opnemen met de
belichting verschoven naar de plus- of minzijde (bladzijde 119).
113
De helderheid van beeld aanpassen
Naar + (over): maakt een beeld helderder.
Naar – (onder): maakt een beeld
donkerder.
• In de zoeker kunt u de belichting
controleren met de EV-schaalverdeling.
Belichtingscorrectie
Opmerkingen
• Deze optie kan niet worden ingesteld wanneer de belichtingsfunctie is ingesteld op
Slim automatisch of Scèneselectie.
• Wanneer de belichtingsstand is ingesteld op M, kan de belichting alleen worden
gecorrigeerd wanneer de ISO-gevoeligheid is ingesteld op [AUTO].
De belichting corrigeren met het instelwiel voor of achter
U kunt de belichting corrigeren met het instelwiel voor of het instelwiel
achter zonder dat u de knop
hoeft in te drukken.
MENU-knop t
5 t [Bel.comp.wiel] t Selecteer de gewenste
instelling
Opmerkingen
• Als u de belichtingscorrectiefunctie aan het instelwiel voor of achter toewijst, kan de
oorspronkelijk toegewezen functie worden gebruikt met behulp van het andere
instelwiel.
• Wanneer de belichtingsstand is ingesteld op M en de ISO-gevoeligheid is ingesteld
op [AUTO], is [Bel.comp.wiel] ongeldig.
De invloed van belichtingscorrectie wijzigen
U kunt instellen of de belichting moet worden gecorrigeerd binnen het
bereik van de flitser of alleen voor bestaand licht.
MENU-knop t
5 t [Bel.comp.inst.] t Selecteer de gewenste
instelling
114
AE-vergrendeling
De belichting kan bij een opname tegen de zon in of bij een raam
ongeschikt zijn voor het onderwerp, meet het licht op een punt waar het
onderwerp helder genoeg belicht is en vergrendel de belichting voordat u
de opname maakt. U kunt het onderwerp minder helder maken door de
camera te richten op een plek die helderder is dan het onderwerp en met de
lichtmeter de belichting van het hele beeld vergrendelen. U kunt het
onderwerp helderder maken door de camera te richten op een plek die
donkerder is dan het onderwerp en met de lichtmeter de belichting van het
hele beeld vergrendelen.
In dit deel wordt beschreven hoe u met de (Spot) een helderder beeld
van het onderwerp kunt vastleggen.
1 Fn-knop t
(Lichtmeetfunctie) t
(Spot)
2 Pas de scherpstelling aan op het deel waarop u de belichting
wilt vergrendelen.
3 Vergrendel de belichting door op
AEL-knop
(AE-vergrendelingspictogram)
verschijnt.
• De belichtingswaarde is gebaseerd op
de vergrendelde belichting in de
spotmeetcirkel. Die waarde wordt
weergegeven op de EVschaalverdeling.
4 Stel scherp op het onderwerp terwijl u op de AEL-knop drukt, en
maak de opname van het onderwerp.
• Houd na de opname de AEL-knop ingedrukt als u met dezelfde
belichtingswaarde blijft fotograferen. De instelling wordt geannuleerd
wanneer u de knop loslaat.
115
De helderheid van beeld aanpassen
de AEL-knop te drukken.
Lichtmeetfunctie
Fn-knop t
(Lichtmeetfunctie) t Kies de gewenste stand
(Meervelds)
Bij deze instelling wordt het licht op elk veld gemeten na
opdeling van het totale gebied in meerdere velden en zo
wordt de juiste belichting van het gehele scherm bepaald.
(Centrum gericht) Deze functie legt de nadruk op het middelste deel van het
scherm, maar meet de gemiddelde helderheid van het gehele
scherm.
(Spot)
In deze stand wordt het licht alleen gemeten in de spotlichtmeetcirkel die zich in het middengebied bevindt.
Opnametechnieken
• Gebruik [Meervelds]-meting voor algemene opnamen.
• Meet, wanneer er een onderwerp met veel contrast in het AF-gebied is,
het licht van het onderwerp dat u wilt vastleggen en maak gebruik van de
optimale belichting met de spotmeetfunctie en de AE-vergrendeling
(bladzijde 115).
Opmerking
• Wanneer de belichtingsfunctie is ingesteld op Slim automatisch of Scèneselectie of
wanneer de zoomfunctie van de camera wordt gebruikt, wordt [Lichtmeetfunctie]
vastgezet op [Meervelds] en kunt u de andere standen niet selecteren.
116
De transportfunctie gebruiken
De transportfunctie selecteren
U kunt een voor uw doel geschikte transportfunctie gebruiken, zoals
enkelvoudig transport, continu-transport of bracket-opname.
-knop t Kies de gewenste
-knop
stand
(Enkele opname) Deze functie is voor normaal opnemen.
(117)
(Continue
opname) (118)
De camera legt de beelden doorlopend vast.
(Zelfontspanner)
(118)
De 10-seconden zelfontspanner is handig wanneer de
fotograaf zelf op de foto wil staan en de 2-seconden
zelfontspanner is handig om onscherpte als gevolg van
camerabeweging te verminderen.
(Bracket:
continu) (119)
U kunt een bepaald aantal beelden vastleggen, ieder met een
andere belichtingsgraad.
(Bracket
enkel) (119)
U kunt een bepaald aantal beelden één voor één vastleggen,
ieder met een andere belichtingsgraad.
(Bracket
DRO) (121)
U kunt 3 afbeeldingen vastleggen met steeds een andere
waarde voor Dynamisch-bereikoptimalisatie.
(Afstandsbed.)
(121)
U kunt stilstaande beelden vastleggen met de knop
SHUTTER of 2SEC (de sluiter wordt na 2 seconden
ontspannen) op de RMT-DSLR1/RMT-DSLR2 draadloze
afstandsbediening (los verkrijgbaar) of u kunt filmopnamen
maken met de knop START/STOP (alleen op de RMTDSLR2).
Enkel-beeld opnames
Transportknop (Drive) t
(Enkele opname)
117
De transportfunctie gebruiken
(Witbalans Op basis van de geselecteerde witbalans en de
bracket) (120)
kleurtemperatuur/het kleurfilter worden 3 beelden vastgelegd
met een wisselende witbalans.
De transportfunctie selecteren
Opmerking
• Wanneer de belichtingsfunctie is ingesteld op [Sportactie] in de Scènekeuzefunctie,
kunt u geen enkelvoudige opnamen maken.
Continue opname
1
transportknop (Drive) t
(Continue opname) t
Selecteer de gewenste snelheid met b/B op de multiselectieschakelaar.
2 Wijzig de scherptediepte en fotografeer het onderwerp.
• De camera blijft opnemen als u de ontspanknop ingedrukt houdt.
Opnametechniek
• U kunt sneller ononderbroken opnamen maken als u de belichtingsfunctie
instelt op Tele-zoom Continuopname Voorkeuze AE (bladzijde 80).
Opmerkingen
• Wanneer
is geselecteerd, wordt het beeld weergegeven dat is vastgelegd tussen
de beeldjes.
• U kunt geen ononderbroken opnamen maken bij een andere stand van Scènekeuze
dan [Sportactie].
Zelfontspanner
1
transportknop (Drive) t
(Zelfontspanner) t
Selecteer de gewenste instelling met b/B op de multiselectieschakelaar.
• Het cijfer vlak naast
is het huidige aantal geselecteerde seconden.
2 Wijzig de scherptediepte en fotografeer het onderwerp.
• Als de zelfontspanner is geselecteerd, geven geluidssignalen en het lampje
van de zelfontspanner de status ervan aan. Vlak voor de opname knippert
het lampje van de zelfontspanner snel en klinkt het geluidssignaal.
118
De transportfunctie selecteren
De zelfontspanner annuleren
Druk op de
-knop (Drive).
Bracket: continu/Bracket enkel
Basisbelichting
– richting
+ richting
Met bracketopnamen kunt u diverse beelden opnemen, ieder met een
andere belichtingsgraad. Specificeer de waarde van de afwijking (stappen)
van de basisbelichting en de camera maakt 3 of 5 opnamen terwijl
automatisch de belichting wordt veranderd.
1
transportknop (Drive) t
(Bracket: continu) of
(Bracket enkel) t Selecteer de gewenste bracket-stap
en het aantal beelden met b/B op de multi-selectieschakelaar.
2 Wijzig de scherptediepte en fotografeer het onderwerp.
Opmerkingen
• Wanneer de belichtingsstand wordt ingesteld op M en de ISO-gevoeligheid op een
andere waarde dan [AUTO] is gesteld, wordt de belichting verschoven door
aanpassing van de sluitertijd. Wanneer de ISO-gevoeligheid op [AUTO] is gesteld,
wordt de belichting verschoven door het veranderen van de ISO-gevoeligheid.
• Bij aanpassing van de belichting, wordt de belichting verschoven aan de hand van de
gecompenseerde waarde.
• De bracket-functie kan niet worden gebruikt wanneer de belichtingsstand is
ingesteld op Slim automatisch, Panorama door Beweg., Tele-zoom Continuopname
Voorkeuze AE of Scèneselectie.
119
De transportfunctie gebruiken
De basisbelichting wordt ingesteld bij het eerste beeld van de bracketopname.
• Houd de ontspanknop ingedrukt totdat het opnemen stopt wanneer
[Bracket: continu] is geselecteerd.
• Druk de ontspanknop opname voor opname in wanneer [Bracket enkel] is
geselecteerd.
De transportfunctie selecteren
• Wanneer de flits wordt gebruikt, wordt flits-bracketopname, dat de hoeveelheid
flitslicht verschuift, geselecteerd, ook als [Bracket: continu] is geselecteerd. Druk
voor elke opname die u wilt maken op de ontspanknop.
EV-schaalverdeling bij bracketopname
Omgevingslichtbracket*
Flits-bracketopname
Stappen van 0,3, 3 opnamen Stappen van 0,7, 3 opnamen
Belichtingscompensatie 0
Flitscompensatie –1,0
Zoeker
LCD-scherm (Wanneer
[DISP-knop (scherm)]
is ingesteld op [Voor
Aangegeven boven de
zoeker])
schaalverdeling
Aangegeven onder de
schaalverdeling.
* Omgevingslicht: elk licht, behalve het flitslicht, dat de scène belicht
gedurende een lange tijd, zoals natuurlijk licht, een gloeilamp of een tl-buis.
• Bij bracketopnamen wordt hetzelfde aantal aanduidingen als het aantal
opneembare beelden weergegeven op de EV-schaalverdeling.
• Nadat de bracketopname is begonnen, gaan de aanduidingen van de reeds
gemaakte opnamen één voor één uit.
Witbalansbracket
1
transportknop (Drive) t
(Witbalansbracket) t
Selecteer de gewenste instelling met b/B op de multiselectieschakelaar.
• Wanneer Lo is geselecteerd, wordt het verschoven met 10 MK–1* en
wanneer Hi is geselecteerd, wordt het verschoven met 20 MK–1.
2 Wijzig de scherptediepte en fotografeer het onderwerp.
* MK–1: een eenheid die de kleuromzettingskwaliteit aangeeft voor
kleurtemperatuurfilters (Dezelfde waarde als "Mired".)
120
De transportfunctie selecteren
Bracket DRO
1
transportknop (Drive) t
(Bracket DRO) t
Selecteer de gewenste instelling met b/B op de multiselectieschakelaar.
• Wanneer Lo is geselecteerd, wordt het beeld vastgelegd met DROLv1, Lv2
en Lv3 en wanneer Hi is geselecteerd, wordt het beeld vastgelegd met
DROLv1, Lv3 en Lv5.
2 Wijzig de scherptediepte en fotografeer het onderwerp.
Afstandsbed.
1
Transportknop (Drive) t
(Afstandsbed.)
2 Stel scherp op het onderwerp, richt de zender van de draadloze
afstandsbediening op de sensor van de afstandsbediening en
maak de opname.
121
De transportfunctie gebruiken
Opmerkingen
• De draadloze afstandsbediening RMT-DSLR1 (los verkrijgbaar) kan niet worden
gebruikt voor het opnemen van films. Gebruik de RMT-DSLR2 (los verkrijgbaar).
• U kunt de START/STOP-bediening van de RMT-DSLR2 controleren door middel
van het lampje van de zelfontspanner op de camera.
• Wanneer [Knop MOVIE] is ingesteld op [Alleen Filmmodus], kan de knop START/
STOP op de afstandsbediening alleen worden gebruikt wanneer de
functiekeuzeknop op Film is ingesteld (alleen voor de RMT-DSLR2).
• Raadpleeg ook de gebruiksaanwijzing die bij de draadloze afstandsbediening is
geleverd.
Opnamen maken voor gevorderden
De flitser gebruiken (los verkrijgbaar)
Met de flitser kunt u het onderwerp op donkere plaatsen helder vastleggen,
en het voorkomt tevens camerabeweging. Wanneer u een opname tegen de
zon in maakt, kunt u de flitser gebruiken om een helder beeld van het aan
de achterzijde belichte onderwerp te krijgen.
Raadpleeg voor meer informatie over het gebruik van de flitser de
bedieningsinstructies die bij de flitser zijn geleverd.
1 Verwijder de schoenkap en
bevestig de flitser (los
verkrijgbaar).
• Duw de flitser stevig en zover mogelijk
in de Multi-interfaceschoen in de
richting van de pijl. Controleer dat het
goed is vergrendeld.
• Wanneer u een flitser gebruikt die
geschikt is voor de Zelfvergrendelende
Accessoireschoen, bevestig dan de
Schoenadapter op de camera
(bladzijde 24).
2 Schakel de flitser in en maak een
opname van het onderwerp
wanneer het laden van de flitser
is voltooid.
Knipperend: De flitser wordt
opgeladen.
Opgelicht: De flitser is opgeladen.
• Wanneer u in de stand Automatische
scherpstelling de ontspanknop half
indrukt onder donkere
lichtomstandigheden, zal het AFhulplicht van de flitser misschien
worden ontstoken.
122
(Flitser wordt opgeladen)indicator
De flitser gebruiken (los verkrijgbaar)
3 Fn-knop t
(Flitsfunctie) t Kies de gewenste instelling
• Zie bladzijde 127 voor meer informatie over de flitsstanden die beschikbaar
zijn voor elk van de opnamefuncties.
Opmerking
• De lens kan het licht van de flitser tegenhouden en er kan een schaduw onder in het
beeld te zien zijn. Verwijder de lenskap.
(Flitser uit)
Werkt niet.
(Automatisch
flitsen)
Gaat af in het donker of wanneer u opnamen maakt in de
richting van helder licht.
(Invulflits)
Elke keer als u de ontspanknop indrukt, wordt er geflitst.
(Eindsynchron.)
Elke keer als u de ontspanknop indrukt, wordt er geflitst net
voordat de belichting is voltooid.
(Draadloos)
Als u niet een flitser op de camera zet, kunt u meer contrast
creëren, en dat levert een meer driedimensionaal beeld op.
Opnametechnieken
123
Opnamen maken voor gevorderden
• Houd bij het gebruik van de flitser een afstand van 1 m of meer van het
onderwerp dat u wilt fotograferen.
• Met langzame-flitssynchronisatie kunt u in het donker een helderdere
afbeelding maken van mensen en achtergronden.
• Met eindsynchronisatie kunt u een natuurlijke foto maken van het spoor
van een bewegend onderwerp, zoals een fietser of een wandelaar.
• U kunt met de HVL-F60M/HVL-F58AM/HVL-F43AM-flitser (los
verkrijgbaar) in de High-speed-synchronisatiefunctie bij elke sluitertijd
een opname maken. Raadpleeg de bij de flitser geleverde
gebruiksaanwijzing voor de bevestigingsinstructies van de flitser.
De flitser gebruiken (los verkrijgbaar)
Draadloze flitser
1 Verwijder de schoenkap en bevestig de HVL-F60M/HVL-F58AM/
HVL-F43AM/HVL-F20AM-flitser op de camera (bladzijde 122).
• Wanneer u een HVL-F58AM, HVL-F43AM of HVL-F20AM op het toestel
zet, bevestig dan eerst de Schoenadapter op de camera (bladzijde 24).
2 Stel de flitser in op "draadloze afstandsbediening".
3 Fn-knop t
(Flitsfunctie) t
(Draadloos)
4 Plaats de flitser die is ingesteld op draadloos op een afstand
van de camera.
5 Als u een test van de flitser uitvoert, druk dan op de AEL-knop.
Opmerking
• Kies een ander kanaal van de flitser wanneer een andere fotograaf vlakbij u een
draadloze flits gebruikt en zijn/haar flitslicht uw flitser in werking zet. Raadpleeg
voor het kiezen van een ander kanaal van de flitser de bedieningsinstructies die bij
de flitser zijn geleverd.
Installatie van de AEL-knop
Bij gebruik van de draadloze flitser adviseren wij u [Funct. van AEL-knop]
in te stellen op [AEL-vergrendel] in het
menu Eigen (bladzijde 189).
Draadloze flitser met regeling van de verlichtingsverhouding
U kunt de draadloze regeling van de verlichtingsverhouding gebruiken in
combinatie met meerdere flitsers. Raadpleeg voor nadere gegevens de bij
de flitser geleverde bedieningsinstructies (HVL-F60M, HVL-F58AM,
HVL-F43AM).
124
De flitser gebruiken (los verkrijgbaar)
Langz.flitssync.
Als u de langzame-flitssynchronisatie gebruikt met een langere sluitertijd,
kunt u zowel het onderwerp als de achtergrond helder vastleggen. Dit is
handig wanneer u 's nachts een portret van iemand maakt tegen een donkere
achtergrond.
Maak de opname terwijl u de SLOW
SYNC-knop ingedrukt houdt.
Het pictogram
licht op op het scherm
ten teken dat de belichting is vergrendeld.
SLOW SYNC-knop
125
Opnamen maken voor gevorderden
Opmerkingen
• Wanneer de belichtingsstand is ingesteld op S of M, is langzame flitssynchronisatie
niet beschikbaar met de SLOW SYNC-knop.
• Wanneer een andere functie dan AEL is geselecteerd in [Funct. van AEL-knop], is
langzame flitssynchronisatie niet beschikbaar met de SLOW SYNC-knop. Wanneer
de functie AEL is geselecteerd in [ISO-knop], [AF/MF-knop], [Customtoets] of
[Voorbeeldknop], is langzame flitssynchronisatie beschikbaar met behulp van deze
knoppen.
De flitser gebruiken (los verkrijgbaar)
Een flitser gebruiken die is voorzien van een
aansluitkabel voor flitssynchronisatie
Open de afdekking van de aansluiting (flitssynchronisatie) en
sluit het snoer aan.
-aansluiting (Flitssynchronisatie)
• U kunt een flitser gebruiken die is uitgerust met een flitssynchronisatieaansluiting met een omgekeerde polariteit.
Opmerkingen
• Selecteer de stand voor handmatige belichting (andere instellingen dan ISO AUTO
worden aanbevolen) en stel de sluitertijd in op 1/250 seconde. Als de aanbevolen
sluitertijd op de flitser langzamer is, gebruik dan de aanbevolen of zelfs een lagere
snelheid.
• Maar wijzig, als u uw beeldcompositie niet kunt controleren in omstandigheden met
weinig licht, de instelling [LiveView-weergave] zodat het beeld altijd wordt
weergegeven met de geschikte helderheid (bladzijde 94).
• Gebruik een flitser met een flitssynchronisatiespanning van 400 V of minder.
• Zet de aangesloten flitser uit voordat u de flitssynchronisatiekabel aansluit op de aansluiting (flitssynchronisatie). Als de voeding is ingeschakeld, kan de flitser
afgaan wanneer u de kabel aansluit.
• De flitser zal altijd afgaan. De flitscompensatie (bladzijde 128) kan niet worden
gebruikt.
• Het gebruik van de automatische witbalans is niet aanbevolen. Gebruik een eigen
witbalans om een nauwkeurigere witbalans te krijgen.
• De flitsindicator wordt niet weergegeven wanneer de -aansluiting
(flitssynchronisatie) wordt gebruikt.
126
Beschikbare flitsfuncties
Het hangt af van de opnamestand en de functies die u hebt geselecteerd
welke flitsfuncties u kunt gebruiken.
In onderstaande tabel geeft aan of de functie kan worden geselecteerd. –
geeft aan dat de functie niet kan worden geselecteerd.
De flitsfuncties die u niet kunt gebruiken worden op het scherm grijs
weergegeven.
Opnamestand
/
(72)
(Flitser
uit)
(Automatisch
(Invulflits)
flitsen)
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
(74)
–
–
–
–
–
(77)
/
–
–
(81)
–
–
(82)
–
–
(85)
–
–
(86)
–
–
(68, 163)
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
Opnamen maken voor gevorderden
–
(80)
(Eindsynchron.) (Draadloos)
127
Flitscompensatie
Als u opnames maakt met de flitser, kunt u alleen de hoeveelheid flitslicht
veranderen, zonder de belichtingscompensatie te veranderen. U kunt alleen
de belichting wijzigen van het hoofdonderwerp dat binnen het flitsbereik
ligt.
Fn-knop t
instelling
(Flitscompensatie) t Selecteer de gewenste
Naar +: verhoogt het flitsniveau.
Naar –: verlaagt het flitsniveau.
Opmerkingen
• Deze optie kan niet worden ingesteld als de belichtingsfunctie is ingesteld op Slim
automatisch, Panorama door Beweg. of Scèneselectie.
• Het kan zijn dat het hogere flitseffect niet zichtbaar is, omdat de hoeveelheid
flitslicht beperkt is als het onderwerp zich buiten het maximumbereik van de flitser
bevindt. Als het onderwerp zich erg dichtbij bevindt, is het mogelijk dat het lagere
flitseffect niet zichtbaar is.
Belichtingscompensatie en flitscompensatie
De belichtingscompensatie verandert de sluitertijd, het diafragma en de ISOgevoeligheid (als [AUTO] is geselecteerd) om de compensatie uit te voeren.
Flitscompensatie verandert uitsluitend de hoeveelheid flitslicht.
128
Flitsregeling
MENU-knop t
instelling
2 t [Flitsregeling] t Selecteer de gewenste
ADI-flits
Met deze methode regelt u het licht van de flitser waarbij
rekening gehouden wordt met de informatie over de
brandpuntsafstand en de lichtmeetgegevens van de voorflits.
Met deze methode kunt u een nauwkeurige flitscompensatie
krijgen waarbij er nagenoeg geen effect optreedt van de
weerkaatsing van het onderwerp.
Voorflits DDL
Met deze methode regelt u de hoeveelheid flitslicht die
uitsluitend berekend wordt volgens de gegevens van de
lichtmeting van de voorflits. Deze methode is gevoelig voor
de lichtweerkaatsing van het onderwerp.
ADI: Advanced Distance Integration (Geavanceerde afstandsintegratie)
TTL: Door de lens (DDL)
• Bij de selectie van [ADI-flits] kan het gebruik van een lens die een
afstandscodeerder heeft een nauwkeuriger flitscompensatie opleveren
doordat afstandsinformatie wordt gebruikt.
129
Opnamen maken voor gevorderden
Opmerkingen
• Wanneer de afstand tussen het onderwerp en het flitsapparaat niet kan worden
vastgesteld (opnames maken met een draadloos, extern flitsapparaat, opnames
maken met een los flitsapparaat dat met een kabel is verbonden met de camera,
opnames maken met een dubbelflitsapparaat voor macro-opnamen, enz.), selecteert
de camera automatisch de stand Voorflits DDL.
• Selecteer in de volgende gevallen [Voorflits DDL] omdat de camera geen
flitscompensatie kan uitvoeren met ADI-flits.
– Aan het flitsapparaat HVL-F36AM is een breed paneel bevestigd.
– Voor flitsopnamen wordt een diffuser gebruikt.
– Er wordt een filter met een belichtingsfactor, zoals een ND-filter, gebruikt.
– Er wordt een close-uplens gebruikt.
• ADI-flits is alleen beschikbaar in combinatie met een lens die is uitgerust met een
afstandscodeerder. Om te bepalen of uw lens is uitgerust met een afstandscodeerder,
raadpleegt u de gebruiksaanwijzing die bij de lens werd geleverd.
• Deze optie kan niet worden ingesteld als de belichtingsstand Panorama door Beweg.
of [Nachtscène]/[Schemeropn. uit hand] in Scèneselectie is.
FEL-vergrendeling
Bij het maken van normale flitsopnamen wordt de hoeveelheid flitslicht
automatisch aangepast voor het verkrijgen van een optimale belichting. U
kunt ook de hoeveelheid flitslicht van tevoren vergrendelen.
FEL: Flash Exposure Level (Flitsbelichtingsniveau)
1 Plaats het onderwerp waarvoor u
de FEL wilt vergrendelen in het
middengebied van het scherm en
stel erop scherp.
2 Druk op de knop Eigen en
Knop Eigen
vergrendel de hoeveelheid
flitslicht.
• De flitser vult van tevoren het flitslicht in.
•
Merkteken (FEL-vergrendeling)
licht op.
3 Componeer de opname opnieuw
en fotografeer het onderwerp.
• U kunt de functie FEL-vergrendeling
annuleren door weer op de knop Eigen
te drukken.
Flitsers die met de functie FEL-vergrendeling compatibel zijn
• De HVL-F60M en HVL-F43AM kunnen worden gebruikt met de clip-on
LCD-monitor, een off-camera met kabel of voor draadloze
(afstandsbediening) opname.
• De HVL-F58AM en HVL-F20AM kunnen worden gebruikt met de clipon LCD-monitor of een off-camera met kabel.
130
FEL-vergrendeling
Opmerkingen
• U kunt deze functie niet instellen wanneer er geen flitser op het toestel is gezet.
• Er verschijnt een foutmelding als u probeert een flitser in te stellen die niet geschikt
is voor de functie FEL-vergrendeling.
•
wordt aangeduid wanneer u zowel de AE als de FEL hebt vergrendeld.
De functie van de knop Eigen veranderen
U kunt de knop zo instellen dat het vergrendelde niveau wordt
vastgehouden zolang u de knop ingedrukt houdt ([FEL-slot vergrendelen]) of
u kunt een andere functie toewijzen.
MENU-knop t
instelling
4 t [Customtoets] t Selecteer de gewenste
Opnamen maken voor gevorderden
131
Instelling ISO
De lichtgevoeligheid wordt uitgedrukt door de ISO-waarde (aanbevolen
belichtingsindex). Hoe hoger het getal, des te hoger de gevoeligheid.
1 Druk op de ISO-knop als u het
ISO-knop
ISO-scherm wilt weergeven.
2 Selecteer de gewenste instelling met v/V op de multiselectieschakelaar.
• Hoe hoger het getal, des te hoger het ruisniveau is.
• Toon, als u [Ruisond. Multi Frame] wilt selecteren, het instelscherm met B
en selecteer de waarde van uw keuze met v/V.
• Het getal wordt verhoogd met 1/3 van een stap wanneer u instelwiel achter
gebruikt, zoals met de multi-selectieschakelaar en het wordt verhoogd met
telkens 1 stap wanneer u het instelwiel voor gebruikt.
Opmerkingen
• Het opneembare bereik van de helderheid van een onderwerp (het dynamisch bereik)
is wat smaller voor gebieden waar ISO minder is dan 100.
• Wanneer de belichtingsfunctie is ingesteld op Slim automatisch, Panorama door
beweging of Scèneselectie, wordt de ISO-waarde vastgezet op [AUTO] en kunt u de
andere ISO-waarden niet selecteren.
• Wanneer de belichtingsfunctie wordt ingesteld op P/A/S/M en de ISO-waarde wordt
ingesteld op [AUTO], wordt de ISO-waarde automatisch ingesteld tussen ISO 100
en ISO 6400.
Het bereik voor automatische aanpassing in [AUTO] wijzigen
Druk, wanneer [AUTO] is geselecteerd, op B, selecteer [ISO AUTO
maximum] of [ISO AUTO minimum] en selecteer vervolgens het bereik
van uw keuze.
132
Instelling ISO
Ruisonderdrukking meerdere beeldjes (Multi frame NR)
De camera maakt automatisch ononderbroken meerdere opnamen,
combineert de beelden, onderdrukt de ruis en legt 1 beeld vast. In Multi
Frame NR kunt u hogere ISO-getallen kiezen dan de maximum-ISOgevoeligheid.
Het beeld dat wordt vastgelegd, is 1 gecombineerd beeld.
1 Druk op de ISO-knop als u het
ISO-knop
ISO-scherm wilt weergeven.
2 Selecteer
(Ruisond. Multi Frame) met v/V op de multiselectieschakelaar.
Opmerkingen
• Wanneer [Kwaliteit] is ingesteld op [RAW] of [RAW en JPEG], kunt u deze functie
niet gebruiken.
• U kunt de flitser, Dynamisch-bereikoptimalisatie en [Auto HDR] niet gebruiken.
Opnamen maken voor gevorderden
133
Automatisch de helderheid en het
contrast compenseren (Dynamisch
Bereik)
Fn-knop t
(DRO/Auto HDR) t Kies de gewenste instelling
(Uit)
Schakelt de functies DRO/Auto HDR uit.
(D.-bereikopt.) Door het beeld op te delen in kleine velden, analyseert de
camera het contrast van licht en schaduw tussen het
onderwerp en de achtergrond, en produceert een beeld waarin
de helderheid en gradatie optimaal zijn.
(Auto HDR)
Schiet 3 beelden met verschillende belichting en legt dan het
goed belichte beeld, de heldere gebieden van het
onderbelichte beeld en de donkere gebieden van het
overbelichte beeld op elkaar, zodat een beeld ontstaat met een
rijke gradatie.
Er worden 2 beelden vastgelegd: een beeld met de juiste
belichting en een gecombineerd beeld.
Dyn.-bereikoptim
1 Fn-knop t
(DRO/Auto HDR) t
(D.-bereikopt.)
2 Selecteer met b/B op de multi-selectieschakelaar een
optimaal niveau.
(Dynamischebereikopt.: auto)
(Niveau)*
* Lv_ weergegeven bij
Corrigeert automatisch de helderheid.
Optimaliseert de gradaties van een vastgelegd beeld in elk
van de gebieden van het beeld. Selecteer het optimale niveau
tussen Lv1 (zwak) en Lv5 (krachtig).
is de stap die nu is geselecteerd.
Opmerkingen
• De instelling wordt vastgezet op [Uit] als de belichtingsfunctie is ingesteld op
Panorama door beweging of wanneer [Ruisond. Multi Frame]/[Foto-effect] wordt
gebruikt.
134
Automatisch de helderheid en het contrast compenseren (Dynamisch Bereik)
• De instelling wordt vastgezet op [Uit] wanneer [Zonsondergang], [Nachtscène],
[Nachtportret] of [Schemeropn. uit hand] wordt geselecteerd in de
Scènekeuzefunctie. De instelling wordt vastgezet op [Automatisch] wanneer andere
standen zijn geselecteerd in de Scènekeuzefunctie.
• Bij het opnames maken met de Dynamisch-bereikoptimalisatie kan het beeld ruis
bevatten. Selecteer het juiste niveau door het vastgelegde beeld te controleren,
vooral wanneer u het effect laat toenemen.
Auto HDR
1 Fn-knop t
(DRO/Auto HDR) t
(Auto HDR)
2 Selecteer met b/B op de multi-selectieschakelaar een
optimaal niveau.
(Auto HDR:
Corrigeert automatisch het belichtingsverschil.
belichtingsver. auto)
(Niveau
Stelt het belichtingsverschil in op basis van het contrast van
Belichtingsverschil)* het onderwerp. Selecteer het optimale niveau tussen 1,0Ev
(zwak) en 6,0Ev (krachtig).
Bijvoorbeeld: Wanneer 2,0Ev is geselecteerd, worden 3
beelden over elkaar gelegd: een beeld met –1,0Ev, een beeld
met de juiste belichting en een beeld met +1,0Ev.
* _Ev weergegeven bij
is de stap die nu is geselecteerd.
• De sluiter wordt 3 keer bediend voor 1 opname, let daarom goed op het
volgende:
– Gebruik deze functie wanneer het onderwerp niet beweegt en niet
knippert.
– Stel het beeld niet opnieuw samen.
Opmerkingen
• U kunt deze functies niet gebruiken voor RAW-beelden.
135
Opnamen maken voor gevorderden
Opnametechniek
Automatisch de helderheid en het contrast compenseren (Dynamisch Bereik)
• Wanneer de belichtingsfunctie is ingesteld op Slim automatisch, Panorama door
beweging, Tele-zoom Continuopname Voorkeuze AE of Scèneselectie, of wanneer
[Ruisond. Multi Frame] is geselecteerd, kunt u [Auto HDR] niet selecteren.
• U kunt pas beginnen met de volgende opname als het proces van het vastleggen na
het afdrukken is voltooid.
• U krijgt misschien, afhankelijk van het luminantieverschil van een onderwerp en de
opnameomstandigheden, niet het gewenste effect.
• Wanneer de flitser wordt gebruikt, heeft deze functie weinig effect.
• Wanneer de scène weinig contrast heeft, de opname bewegingsonscherp is of het
onderwerp van de opname wazig is, zult u misschien geen goede HDR-beelden
krijgen. Als de camera een dergelijke probleem waarneemt, wordt
weergegeven op het vastgelegde beeld zodat u weet wat er aan de hand is. Maak nog
meer opnamen en besteed aandacht aan het contrast of de onscherpte.
136
Beeldverwerking instellen
Foto-effect
Selecteer de opname met het effectfilter naar keuze voor een meer
indrukwekkende en artistieke expressie.
Fn-knop t
(Foto-effect) t Kies de gewenste instelling
• Wanneer u een stand die een optie voor fijnafstelling heeft, hebt
geselecteerd, selecteer dan de instelling van uw keuze met b/B op de
multi-schakelaar.
(Uit)
(Speelgoedcamera)
(Hippe kleuren)
(Posterisatie)
(Retrofoto)
Schakelt de functie Beeldeffect uit.
Creëert het beeld van een foto van een speelgoedcamera met
donkere hoeken en geprononceerde kleuren. U kunt de
kleurtint instellen met b/B.
Creëert een levendig beeld door de kleurtinten te
benadrukken.
Creëert een abstract beeld met veel contrast door de primaire
kleuren sterk te benadrukken, of in zwart-wit. U kunt
primaire kleuren of zwart-wit kleurtint instellen met b/B.
Creëert het beeld van een oude foto met sepia kleuren en
vervaagde contrasten.
Creëert een beeld met de aangeduide sfeer: helder,
transparant, vluchtig, teder, zacht.
(Deelkleur)
Creëert een beeld dat 1 bepaalde kleur behoudt, maar waarin
de andere kleuren worden omgezet in zwart-wit. U kunt een
kleur selecteren met b/B.
(Hg. contr.
monochr.)
(Soft focus)
Creëert een beeld met veel contrast in zwart-wit.
Creëert een beeld gevuld met een effect van zachte
verlichting. U kunt de intensiteit van het effect instellen met
b/B.
(HDR-schilderij) Creëert het beeld van een schilderij, de kleuren en details
worden geaccentueerd. De camera ontspant de sluiter 3 keer.
U kunt de intensiteit van het effect instellen met b/B.
(Mono. m. rijke Creëert een beeld in zwart-wit met een rijke gradatie en
tonen)
reproductie van details. De camera ontspant de sluiter 3 keer.
137
Opnamen maken voor gevorderden
(Zachte felle
kleuren)
Beeldverwerking instellen
(Miniatuur)
Creëert een beeld waarin het onderwerp levendig wordt
geaccentueerd en de achtergrond flink onscherp wordt
gemaakt. Dit effect zal vaak worden aangetroffen in
afbeeldingen van miniatuurmodellen. U kunt het gebied dat
wordt scherpgesteld instellen met b/B. De scherpstelling van
andere gebieden wordt sterk verminderd.
Opmerkingen
• Wanneer een andere zoomfunctie dan optische zoom wordt gebruikt, zijn de effecten
[Speelgoedcamera] en [Miniatuur] niet beschikbaar.
• Wanneer [Deelkleur] is geselecteerd, zullen de beelden, afhankelijk van het
onderwerp of de opnameconditie, de geselecteerde kleur misschien niet behouden.
• Wanneer de belichtingsstand is ingesteld op Automatisch, Panorama door beweging,
Tele-zoom Continuopname Voorkeuze AE of wanneer [Kwaliteit] is ingesteld op
[RAW] of [RAW en JPEG], kunt u Beeldeffect niet gebruiken.
• Wanneer [HDR-schilderij], [Miniatuur], [Mono. m. rijke tonen] of [Soft focus] is
geselecteerd, kunt u het effect niet controleren voor de opname. U kunt ook de
transportfunctie niet instellen.
• Wanneer de scène weinig contrast heeft, de opname flink bewegingsonscherp is of
het onderwerp van de opname wazig is terwijl [HDR-schilderij] of [Mono. m. rijke
tonen] is geselecteerd, zult u misschien geen goede HDR-beelden krijgen. Als de
camera een dergelijke probleem waarneemt, wordt
aangeduid op het vastgelegde
beeld zodat u weet wat er aan de hand is. Maak meer opnamen en besteed aandacht
aan de compositie of de onscherpte.
Creatieve stijl
U kunt uit 13 stijlen de stijl selecteren die moet worden gebruikt voor het
uitvoeren van beeldverwerking en u kunt ook het contrast, de verzadiging
en de scherpte voor elke Creative Stijl aanpassen.
U kunt ook de belichting (sluitertijd en diafragma) aanpassen en dat kan
niet met Scèneselectie, omdat dan de camera de belichting regelt.
138
Beeldverwerking instellen
1 Fn-knop t
(Creatieve stijl)
• 13 Creatieve Stijlen en 6 stijlvakken
(als
, het nummer wordt links van
het pictogram weergegeven) worden
getoond. U kunt uw aanpassing
registreren in een stijlvak.
Creatieve Stijl/Stijlvak
2 Selecteer de gewenste Creatieve
Stijl of stijlvak met v/V op de
multi-selectieschakelaar.
• Wanneer u een stijlvak selecteert,
verplaatst u de cursor naar rechts met
B, vervolgens selecteert u de Creatieve
Stijl van uw keuze.
• Met het stijlvak kunt u de
stijlinstellingen weer oproepen, die zijn
geregistreerd met nauwkeurig
geregelde instellingen.
Wordt alleen weergegeven
wanneer een stijlvak is
geselecteerd.
3 Wanneer u
(Standaard)
Voor het maken van verschillende opnames met een rijke
gradatie en prachtige kleuren.
(Levendig)
De verzadiging en het contrast worden verhoogd voor het
vastleggen van opvallende beelden van kleurrijke scènes en
onderwerpen, zoals bloemen, lentegroen, een blauwe hemel
of zeegezichten.
139
Opnamen maken voor gevorderden
(Contrast),
(Verzadiging) of
(Scherpte)
wilt aanpassen, selecteert u het
item van uw keuze met b/B en
past u vervolgens de waarde aan
met v/V.
Beeldverwerking instellen
(Neutraal)
De verzadiging en scherpte worden verlaagd om beelden in
een zachte tint op te nemen. Dit is ook geschikt voor het
vastleggen van beeldmateriaal dat met een computer moet
worden gewijzigd.
(Doorzichtig)
Voor het vastleggen van beelden in een zuivere tint met
kristalheldere kleuren in een belicht gebied, geschikt voor het
opnemen van schitterend licht.
(Diep)
Voor het vastleggen van beelden met diepe en dichte
kleuruitdrukkingen, geschikt voor het vastleggen van de
solide aanwezigheid van het onderwerp.
(Licht)
Voor het vastleggen van beelden met heldere en
ongecompliceerde kleuruitdrukkingen, geschikt voor het
vastleggen van een verfrissend heldere omgeving.
(Portret)
Voor het in een zachte tint vastleggen van huidkleur; ideaal
geschikt voor het maken van portretten.
(Landschap)
De verzadiging, het contrast en de scherpte worden verhoogd
voor het vastleggen van levendige, heldere landschappen.
Ook landschappen in de verte komen meer tot uiting.
(Zonsondergang) Voor het vastleggen van de prachtige kleur van de
ondergaande zon.
(Nachtscène)
Het contrast wordt verzacht voor het vastleggen van een
nachtelijk landschap dat getrouwer is aan de werkelijke
weergave.
(Herfstbladeren) Voor het vastleggen van herfstscènes, waarbij de rode en gele
bladeren levendiger worden weergegeven.
(Zwart-wit)
Voor het vastleggen van zwart-witbeelden.
(Sepia)
Voor het vastleggen van beelden in sepia.
(Contrast), (Verzadiging) en
stijlvak worden aangepast.
(Scherpte) kunnen voor ieder
(Contrast)
Hoe hoger de geselecteerde waarde, hoe meer het verschil in
licht en schaduw wordt geaccentueerd waardoor er meer
invloed op een beeld komt.
(Verzadiging)
Hoe hoger de geselecteerde waarde, hoe levendiger de kleur.
Als er een lagere waarde wordt geselecteerd, is de kleur van
het beeld rustiger en zachter.
(Scherpte)
De scherpte aanpassen. Hoe hoger de geselecteerde waarde,
hoe meer de contouren worden geaccentueerd. Hoe lager de
geselecteerde waarde, hoe meer de contouren worden
verzacht.
140
Beeldverwerking instellen
Opmerkingen
• Wanneer de belichtingsfunctie is ingesteld op Automatisch of Scèneselectie, of de
stand Beeldeffect is geselecteerd, wordt [Creatieve stijl] vastgezet op [Standaard] en
kunt u de andere instellingen niet selecteren.
• Wanneer [Zwart-wit] of [Sepia] is geselecteerd, kunt u de verzadiging niet
aanpassen.
Opnamen maken voor gevorderden
141
De kleurtinten (Witbalans) instellen
De kleurtint van het onderwerp verandert naarmate de aard van de lichtbron
verandert. De onderstaande tabel geeft de veranderingen in kleurtint aan
gebaseerd op diverse lichtbronnen in vergelijking met een onderwerp dat er
wit uitziet in het zonlicht.
Daglicht
Bewolkt
Fluorescerend
Lamplicht
Wit
Blauwachtig
Groengetint
Roodachtig
Weer/lichtbron
Eigenschappen
van het licht
Gebruik deze functie als de kleurtint van het beeld er niet uitziet zoals u
verwachtte, of als u doelbewust de kleurtint wilt veranderen voor een
fotografische uitdrukking.
Opmerkingen
• Wanneer de belichtingsfunctie is ingesteld op Automatisch of op Scèneselectie,
wordt [Witbalans] vast ingesteld op [Aut. witbalans] en kunt u de andere functies
niet selecteren.
• De camera kan geen nauwkeurige witbalans vaststellen als de enige beschikbare
lichtbron een kwik- of een natriumlamp is vanwege de kenmerken van de lichtbron.
Gebruik in zulke gevallen de flitser.
WB-knop t Selecteer de gewenste
instelling
142
WB-knop
De kleurtinten (Witbalans) instellen
AWB (Aut. witbalans) De camera neemt automatisch een lichtbron waar en past de
kleurtinten er op aan.
(Daglicht)
(Schaduw)
(Bewolkt)
Bij de selectie van een optie die geschikt is voor een bepaalde
lichtbron, worden de kleurtinten aangepast aan de lichtbron
(vooringestelde witbalans).
• Druk op B op de multi-selectieschakelaar zodat het
scherm voor de fijnafstelling verschijnt en u de
(TL-licht: warm
kleurtint kunt aanpassen met v/V/b/B, als dat
wit)
nodig is (bladzijde 143).
(Gloeilamp)
(TL-licht: koel
wit)
(TL-licht:
daglichtwit)
(TL-licht:
daglicht)
(Flitslicht)
Opnametechniek
• Gebruik de bracketfunctie van de witbalans als u de gewenste kleurtint
niet in de geselecteerde optie kunt krijgen (bladzijde 120).
Kl.temp./Filter
1 WB-knop t
(Kl.temp./Filter)
t B op de multiselectieschakelaar
WB-knop
2 Stel de kleurtemperatuur in met v/V.
143
Opnamen maken voor gevorderden
U kunt de kleurtemperatuur van uw keuze selecteren en fijnafstelling
uitvoeren door de kleurtemperatuur te combineren met het kleurfilter.
De kleurtinten (Witbalans) instellen
3 Geef het scherm voor
fijnaanpassing weer door op B te
drukken en corrigeer de kleur
naar uw voorkeur met v/V/b/B.
Kleurtemperatuur: Stelt de kleur
nauwkeurig af in de richting van B
(blauw) met b en in de richting van A
(oranje) met B.
Kleurfilter: Stelt de kleur nauwkeurig af
in de richting van G (groen) met v en in
de richting van M (magenta) met V.
Opmerking
• De waardes zijn anders onder tl-licht/natrium- of kwiklampen omdat kleurmeters
zijn ontworpen voor filmcamera's. We adviseren u uw eigen witbalans te gebruiken
of een testopname te maken.
Eigen witbalans
In een scène waarin het omgevingslicht bestaat uit meerdere soorten
lichtbronnen, adviseren wij u een eigen witbalans te gebruiken om de witte
kleuren nauwkeurig te reproduceren. Er kunnen maximaal 3 instellingen
worden geregistreerd.
1 WB-knop t [
SET] t druk
op het midden van de multiselectieschakelaar
WB-knop
2 Houd de camera zo dat het witte gebied het AF-gebied in het
midden volledig bedekt en druk vervolgens op de ontspanknop.
De sluiter klikt en de geijkte waarden (Kleurtemperatuur en Kleurfilter)
worden weergegeven.
144
De kleurtinten (Witbalans) instellen
3 Selecteer met b/B op de multi-selectieschakelaar een
registernummer en druk vervolgens op het midden van de
multi-selectieschakelaar.
De monitor keert terug naar het scherm met opname-informatie waarbij de in
het geheugen opgeslagen eigen ingestelde instelling voor witbalans blijft
behouden.
• De eigen witbalansinstelling die met deze bediening werd opgeslagen, blijft
beschikbaar totdat een nieuwe eigen instelling wordt opgeslagen.
Opmerking
• De melding "Fout eigen witbalans" wijst erop dat de waarde buiten het verwachte
bereik valt, wanneer de flitser wordt gebruikt op een onderwerp dichtbij of op een
onderwerp met een heldere kleur in het kader. Als u deze waarde opslaat, wordt de
-indicator geel in de opname-informatie op het scherm. U kunt op dit moment
wel opnemen, maar wij adviseren u de witbalans nogmaals in te stellen voor een
meer nauwkeurige witbalanswaarde.
De eigen witbalansinstelling weer oproepen
WB-knop t Selecteer het registernummer van uw keuze
• Geef het scherm voor fijnaanpassing weer door op B op de multiselectieschakelaar te drukken en corrigeer de kleur naar uw voorkeur.
145
Opnamen maken voor gevorderden
Opmerking
• Als de flitser afgaat wanneer op de ontspanknop wordt gedrukt, wordt een eigen
witbalansinstelling opgeslagen waarbij rekening wordt gehouden met het flitslicht.
Gebruik bij latere opnamen ook de flitser.
Beeldgrootte instellen
Beeldformaat
MENU-knop t
1 t [Beeldformaat] t Selecteer de
gewenste grootte
[Beeldverhouding]: [3:2]
Beeldformaat
Aanwijzingen voor gebruik
L:24M
6000 × 4000 pixels
M:10M
3936 × 2624 pixels
Voor afdrukken tot A3+-formaat
S:4.6M
2640 × 1760 pixels
Voor afdrukken tot A5-formaat
Voor het maken van opnamen op
de hoogste beeldkwaliteit
[Beeldverhouding]: [16:9]
Beeldformaat
Aanwijzingen voor gebruik
L:20M
6000 × 3376 pixels
M:8.7M
3936 × 2216 pixels
S:3.9M
2640 × 1488 pixels
Voor weergave op een HighDefinition-tv
[APS-C-grootte opn.]: [Aan]
[Beeldverhouding]: [3:2]
[Beeldverhouding]: [16:9]
L
L:10M
3936 × 2624 pixels
L:8.7M
3936 × 2216 pixels
M
M:4.6M
2640 × 1760 pixels
M:3.9M
2640 × 1488 pixels
S
S:2.0M
1728 × 1152 pixels
S:1.7M
1728 × 976 pixels
Opmerkingen
• Wanneer u een RAW-beeld selecteert met [Kwaliteit], komt de beeldgrootte van het
RAW-beeld overeen met L. De beeldgrootte wordt niet weergegeven op de het
scherm.
• Wanneer een DT-lens op het toestel is gezet, wordt het beeldformaat dat wordt
gebruikt voor APS-C automatisch geselecteerd.
• De beelden die zijn opgenomen met [Beeldformaat] op [S:2.0M] gesteld in APS-C
formaat opname kunnen niet worden vergroot.
146
Beeldgrootte instellen
Panorama: formaat
U kunt de beeldgrootte van panoramabeelden instellen. De beeldgrootte
varieert afhankelijk van de instelling van de opnamerichting (bladzijde 79).
MENU-knop t
1 t [Panorama: formaat] t Selecteer de
gewenste grootte
Standaard
[Panorama: richting] is ingesteld op [Naar boven] [Naar
beneden]: 3872 × 2160
[Panorama: richting] is ingesteld op [Rechts] [Links]:
8192 × 1856
Breed
[Panorama: richting] is ingesteld op [Naar boven] [Naar
beneden]: 5536 × 2160
[Panorama: richting] is ingesteld op [Rechts] [Links]:
12416 × 1856
Opnamen maken voor gevorderden
147
De beeldverhouding en beeldkwaliteit
instellen
Beeldverhouding
MENU-knop t
1 t [Beeldverhouding] t Selecteer de
gewenste beeldverhouding
3:2
Een normale beeldverhouding.
16:9
Een hdtv-verhouding.
Opmerking
• Deze optie kan niet worden ingesteld als de belichtingsfunctie is ingesteld op
Panorama door Beweg.
Kwaliteit
MENU-knop t
instelling
(RAW)
1 t [Kwaliteit] t Selecteer de gewenste
Bestandsformaat: RAW (Gegevens met het RAWcompressieformaat.)
Bij deze bestandsindeling wordt geen digitale verwerking op
de beelden uitgevoerd. Selecteer dit formaat om beelden op
een computer te verwerken voor professionele doelen.
• Het beeldformaat ligt vast op het maximale formaat. Het
beeldformaat wordt niet weergegeven op het scherm.
(RAW en
Bestandsformaat: RAW (Gegevens met het RAWcompressieformaat.) + JPEG
Het RAW-beeld en het JPEG-beeld worden tegelijkertijd
gemaakt. Dit is handig wanneer u 2 beeldbestanden nodig
hebt: een JPEG-bestand om weer te geven en een RAWbestand om te bewerken.
(Extra fijn)
Bestandsformaat: JPEG
Het beeld wordt bij de opname gecomprimeerd in het JPEGbestandsformaat. De compressieverhouding is hoger en de
bestandsgrootte is geringer in de volgende volgorde: [Extra
fijn], [Fijn] en [Standaard].
JPEG)
(Fijn)
(Standaard)
Opmerking
• Deze optie kan niet worden ingesteld als de belichtingsfunctie is ingesteld op
Panorama door Beweg.
148
De beeldverhouding en beeldkwaliteit instellen
Over RAW-beelden
• U hebt het softwareprogramma "Image Data Converter" nodig dat op de CD-ROM
(bijgeleverd) staat om een RAW-beeld te kunnen openen dat op deze camera is
opgenomen. Met behulp van dit softwareprogramma kan een RAW-beeld worden
geopend en geconverteerd naar een veelgebruikte bestandsindeling, zoals JPEG of
TIFF, en kunnen de witbalans, de kleurverzadiging, het contrast, enz., worden
veranderd.
– Het beeld in de RAW-indeling kan niet worden afgedrukt met een DPOF-printer.
– U kunt [Auto HDR] of [Foto-effect] niet instellen op beelden in RAW-formaat.
• RAW-beelden opgenomen met de camera hebben een resolutie van 14 bits per 1
pixel. Dit is echter in de volgende situaties gelimiteerd tot 12 bits:
– Lange Belichting NR
– BULB-opname
– Continu-opname (inclusief multi-opname, bijvoorbeeld continu-opname met
Superieur Automatisch)
Opnamen maken voor gevorderden
149
Gezichten detecteren
De camera detecteert gezichten, stelt scherp, regelt de belichting, voert
beeldverwerking uit en past de instellingen van de flitser aan.
Fn-knop t
instelling
(Lach-/Gezichtsherk.) t Kies de gewenste
Schakelt Gezichtsdetectie uit.
(Gezichtsherkenning
Uit)
Schakel Gezichtsdetectie in en geeft prioriteit aan gezichten
(Gezichtsherkenning die worden herkend en zijn geregistreerd in
Aan (ger. gezicht.)) [Gezichtsregistratie] (bladzijde 151).
Schakelt Gezichtsdetectie in, maar geeft geen prioriteit aan
(Gezichtsherkenning gezichten die worden herkend.
Aan)
(Lach-sluiter)
Detecteert automatisch een glimlach en maakt een opname.
Het Gezichtsdetectiekader
Wanneer de camera gezichten detecteert,
verschijnen grijze
Gezichtsdetectiekaders. Wanneer de
camera ziet dat automatische
scherpstelling mogelijk is, worden de
Gezichtsdetectiekaders wit. Wanneer u
de ontspanknop half indrukt, worden de
Gezichtsdetectiekaders groen.
Gezichtsdetectiekaders (grijs)
Gezichtsherkenningkaders (wit)
• Als een gezicht zich niet binnen het beschikbare AF-gebied (gebied voor
automatische scherpstelling) bevindt wanneer u de ontspanknop half
indrukt, wordt het AF-gebied dat wordt gebruikt voor het scherpstellen
groen.
• Wanneer de camera meerdere gezichten detecteert, selecteert het toestel
automatisch een gezicht dat prioriteit heeft en wordt een enkel
Gezichtsdetectiekader wit. Er verschijnt een magenta kader op een
gezicht dat is geregistreerd met [Gezichtsregistratie].
150
Gezichten detecteren
Opnametechniek
• Beeld componeren voor het opleggen van Gezichtsherkenningkader en
het AF-gebied.
Opmerkingen
• U kunt de functie Gezichtsdetectie niet gebruiken wanneer de belichtingsstand
Panorama door beweging, Tele-zoom Continuopname Voorkeuze AE is.
• Er kunnen maximaal 8 gezichten worden gedetecteerd.
• Afhankelijk van de opnamecondities zal de camera misschien geen gezichten of een
ander voorwerp herkennen.
Gezichtsregistratie
De camera detecteert gezichten waarvoor van tevoren informatie is
geregistreerd.
1 MENU-knop t
6 t [Gezichtsregistratie] t [Nieuwe
registratie]
2 Zet het doelkader over het gezicht dat moet worden
geregistreerd en druk op de ontspanknop.
3 Selecteer [Enter] met v op de multi-selectieschakelaar en druk
• Er kunnen maximaal 8 gezichten worden geregistreerd.
• Maak een opname van het gezicht van voren op een helder verlichte plaats.
Het gezicht zal misschien niet goed worden geregistreerd als het slecht
zichtbaar wordt gemaakt met een hoed, een masker, een zonnebril, enz.
De prioriteit wijzigen van gezichten die eerder zijn geregistreerd
Indien u meerdere gezichten heeft geregistreerd, wordt de prioriteit voor
ieder gezicht automatisch ingesteld op volgorde van registratie. U kunt de
volgorde van prioriteit wijzigen.
151
Opnamen maken voor gevorderden
vervolgens op het midden van de multi-selectieschakelaar.
Gezichten detecteren
MENU-knop t
6 t [Gezichtsregistratie] t [Volgorde wijzigen] t
Selecteer een gezicht waarvan u de prioriteit en het prioriteitsniveau wilt
wijzigen
Een geregistreerd gezicht wissen
U kunt een geregistreerd gezicht wissen.
MENU-knop t
6 t [Gezichtsregistratie] t [Wissen] t Selecteer
het gezicht dat u wilt wissen
• Wanneer u [Alles verwijderen] selecteert, kunt u alle geregistreerde
gezichten in één keer wissen.
Opmerkingen
• Zelfs als u [Wissen] selecteert, blijven de gegevens van geregistreerde gezichten in
de camera opgeslagen. Selecteer [Alles verwijderen], als u deze gegevens van de
camera wilt wissen.
• Het geregistreerde gezicht wordt zelfs niet gewist als u [Initialiseren] gebruikt.
Aut. portretomkad.
Wanneer de camera een gezicht detecteert en er een opname van maakt,
wordt het vastgelegde beeld automatisch bijgesneden tot een geschikte
compositie. Het oorspronkelijke beeld maar ook het bijgesneden beeld
wordt opgeslagen.
Het bijgesneden beeld wordt vastgelegd met hetzelfde beeldformaat als dat
van het oorspronkelijke beeld.
•
wordt groen wanneer de functie voor het bijsnijden beschikbaar is in
de stand Live View.
• Het kader dat het bijgesneden gebied laat zien, wordt op een autobeoordelingsscherm aangeduid na de opname.
152
Gezichten detecteren
Fn-knop t
instelling
(Aut. portretomkad.) t Kies de gewenste
De standaardinstelling is [Uit].
Opmerkingen
• De Aut. portretomkad. functie kan niet worden gebruikt wanneer de belichtingsstand
is ingesteld op Panorama door Beweg., Tele-zoom Continuopname Voorkeuze AE
of [Schemeropn. uit hand], [Sportactie] in Scèneselectie.
• Het bijgesneden beeld zal misschien niet optimaal zijn gecomponeerd, afhankelijk
van de opnameomstandigheden.
• Wanneer [Kwaliteit] is ingesteld op [RAW] of [RAW en JPEG], kunt u deze functie
niet gebruiken.
• Deze functie kan niet worden gebruikt in combinatie met de volgende functies:
ononderbroken opnamen, continu-bracket, [Ruisond. Multi Frame], [Auto HDR], de
zoomfunctie van de camera, handmatig scherpstellen of [Soft focus], [HDRschilderij], [Mono. m. rijke tonen], [Miniatuur] in Beeldeffect.
Opnamen maken voor gevorderden
153
Lach-sluiter
Wanneer de camera een glimlach waarneemt, wordt de sluiter automatisch
geopend.
1 Fn-knop t
(Lach-/Gezichtsherk.) t [Lach-sluiter Aan:
normale lach] t Selecteer de stand Glimlachdetectiegevoeligheid van uw keuze met b/B op de multiselectieschakelaar
U kunt de gevoeligheid van de Lach-sluiterfunctie voor het detecteren van
glimlachen instellen op één van de volgende 3 opties:
(Aan: glimlach),
(Aan: normale lach) en
(Aan: schaterlach).
• Wanneer de Lach-sluiter is geactiveerd, verschijnt de
Glimlachdetectiegevoeligheidsindicator op het scherm.
2 Wacht totdat een lach wordt
gedetecteerd.
De camera detecteert een glimlach en de
scherpstelling wordt bevestigd. Wanneer
het glimlachniveau het b-punt op de
indicator overschrijdt, neemt de camera
Gezichtsherkenningkader
automatisch beelden op.
(oranje)
• Wanneer de camera doelgezichten
Glimlachdetectiegevoeligheid-indicator
detecteert, verschijnen oranje
Gezichtsdetectiekaders rond de
gezichten. De Gezichtsdetectiekaders
worden groen wanneer deze
onderwerpen scherp worden.
• Wanneer [Aut. portretomkad.] is
ingesteld op [Automatisch], wordt het
beeld automatisch bijgesneden tot een
geschikt compositie.
154
Lach-sluiter
3 Het maken van opnamen stoppen, Fn-knop t
(Lach-/
Gezichtsherk.) t Selecteer een andere optie dan [Lachsluiter].
Opnametechnieken
• Leg voor het scherpstellen op de glimlach het Gezichtsdetectiekader over
het AF-gebied.
• Bedek de ogen niet met haarlokken, etc. Het onderwerp moet lachen.
• Maak het gezicht niet onzichtbaar met een hoed, een masker, een
zonnebril, enz.
• Probeer het gezicht op de camera gericht te houden en houd het gezicht zo
recht mogelijk.
• Houd een duidelijke glimlach aan met open mond. De lach is
gemakkelijker te detecteren wanneer de tanden zichtbaar zijn.
• Drukt u op de ontspanknop terwijl de Lach-sluiterfunctie is geactiveerd,
dan maakt de camera de opname en keert terug naar Lach-sluiter.
155
Opnamen maken voor gevorderden
Opmerkingen
• De Lach-sluiterfunctie kan niet worden gebruikt wanneer de belichtingsstand is
ingesteld op Panorama door beweging, Telezoom Continu-opname Voorkeuze AE
of [Schemeropn. uit hand] in Scèneselectie of wanneer handmatige scherpstelling is
geselecteerd.
• De transportfunctie is automatisch ingesteld op [Enkele opname ] of [Afstandsbed.].
• Het AF-hulplicht werkt niet in de Lach-sluiterfunctie.
• Als de camera geen lach detecteert, kies dan andere instellingen voor
Glimlachdetectiegevoeligheid.
• Afhankelijk van de opnamecondities zal een lach misschien niet goed worden
gedetecteerd.
• Als de camera een gezicht volgt terwijl de functie Object Volgen met Lach-sluiter is
ingeschakeld, wordt het gezicht het doel van de functie Glimlachdetectie
(bladzijde 101).
Zoom
U kunt beelden vergroten met een hogere schaalverdeling dan de optische
zoom.
In één keer inzoomen (Slimme teleconverter)
U kunt inzoomen op het midden van een beeld met de intelligente
teleconverter (Digitale zoom) en de opname vastleggen.
Druk op de
-knop.
• Telkens wanneer u op de
-knop
drukt, verandert het zoombereik als
volgt: Ongev. ×1,4 t Ongev. ×2 t
Uit
-knop
Het beeldformaat is als volgt, gebaseerd op het zoombereik.
Zoombereik
Beeldformaat
Ongev. ×1,4
M of S
Ongev. ×2
S
Opmerkingen
• De slimme teleconverter is niet beschikbaar
– Wanneer de belichtingsstand is ingesteld op Panorama door Beweg.
– [Kwaliteit] is ingesteld op [RAW] of [RAW en JPEG].
• Wijzig, als [Scherpstelvergrot.] of [Zoom] is toegewezen, de instelling weer in
[Intell. teleconverter] (bladzijden 109, 156).
• Wanneer de slimme teleconverter beschikbaar is, is [Lichtmeetfunctie] ingesteld op
[Meervelds].
• U kunt de functie van de slimme teleconverter niet gebruiken voor films.
Inzoomen met behoud van de huidige resolutie van het
beeld (Duidelijk Beeld Zoom)
Met de functie Duidelijk Beeld Zoom kan de camera inzoomen met behoud
van de huidige resolutie van het beeld.
U kunt het zoombereik verhogen met de Slimme Zoom of Digitale Zoom.
156
Zoom
1 MENU-knop t
2 Druk op de
4 t [Knop intell. telecon.] t [Zoom]
-knop.
3 Vergroot het beeld tot de zoomfactor van uw keuze met b/B op
de multi-selectieschakelaar.
• U kunt het beeld vergroten met grotere tussenpozen met v/V.
De zoomfuncties die met deze camera beschikbaar zijn.
Het pictogram dat wordt weergegeven op het scherm, verandert als volgt op
basis van de zoomschaalverdeling.
Zoomschaalverdeling (laag)
Zoomschaalverdeling (hoog)
: De zoomfunctie van de camera wordt niet gebruikt (×1.0 wordt
aangeduid).
B
Slimme Zoom: U kunt beelden vergroten door ze wat bij te snijden.
(Alleen beschikbaar wanneer [Beeldformaat] is ingesteld op M of S.)
C
Helder Beeld Zoom: U kunt beelden vergroten met een
hoogwaardig beeldproces.
D
Digitale zoom: U kunt beelden vergroten met een beeldproces.
157
Opnamen maken voor gevorderden
A
Zoom
Instelling
Beeldformaat
Zoomt in op beelden door L
ze bij te snijden in het
M
beschikbare bereik (zonder
dat de beeldkwaliteit
achteruitgaat).
Helder Beeld Zoom: Uit
S
Digitale zoom: Uit
Geeft beeldkwaliteit
L
prioriteit bij het inzoomen
op beelden.
Helder Beeld Zoom: Aan
Digitale zoom: Uit
M
S
L
Geeft hogere
vergrotingsfactor prioriteit
bij het inzoomen op
beelden.
Helder Beeld Zoom: Aan M
Digitale zoom: Aan
S
Zoomschaalverdeling met optische zoom
(Bovenste rij: Volledig-frameformaat
opname/onderste rij: APS-C formaat
opname)
–
Ongeveer
1,5 ×
Ongeveer
1,5 ×
Ongeveer
2,3 ×
Ongeveer
2,3 ×
Ongeveer
2×
Ongeveer
2×
Ongeveer
3×
Ongeveer
3×
Ongeveer
4,5 ×
Ongeveer
4,6 ×
Ongeveer
4×
Ongeveer
4×
Ongeveer
6,1 ×
Ongeveer
6×
Ongeveer
9,1 ×
Ongeveer
9,1 ×
Opmerkingen
• De zoomfunctie van de camera is niet beschikbaar
– Wanneer de belichtingsstand is ingesteld op Panorama door Beweg.
– [Kwaliteit] is ingesteld op [RAW] of [RAW en JPEG].
158
Zoom
• De [Helder Beeld Zoom] is niet beschikbaar
– Wanneer de belichtingsstand is ingesteld op Tele-zoom Continuopname
Voorkeuze AE.
– De transportfunctie is ingesteld op Ononderbroken Opnamen of Continu-bracket.
• U kunt de functie van de Slimme Zoom of [Helder Beeld Zoom] niet gebruiken voor films.
• Wanneer de elektronische zoom beschikbaar is, is [Lichtmeetfunctie] ingesteld op
[Meervelds].
De instelling van [Helder Beeld Zoom] wijzigen
De standaardinstelling is [Aan].
MENU-knop t
2 t [Helder Beeld Zoom] t Selecteer de gewenste
instelling
De instelling van [Digitale zoom] wijzigen
De standaardinstelling is [Uit]. Als u een hogere vergrotingsfactor wilt
gebruiken, ongeacht de verslechtering van het beeld, stelt u dit in op [Aan].
MENU-knop t
2 t [Digitale zoom] t Selecteer de gewenste instelling
Opnamen maken voor gevorderden
159
De ruis in een afbeelding
onderdrukken
NR lang-belicht
De ruisonderdrukking wordt ingeschakeld voor de duur dat de sluiter open
is als u de sluitertijd instelt op 1 seconde of langer (opname met lange
belichting). Dit gebeurt om de korrelige ruis die typisch is voor een lange
belichting, te verminderen. Er wordt een bericht weergegeven als de
ruisonderdrukking in voortgang is, en u kunt dan geen andere foto's nemen.
Selecteer [Aan] om prioriteit te geven aan beeldkwaliteit.
Selecteer [Uit] om prioriteit te geven aan opnametiming.
MENU-knop t
2 t [NR lang-belicht] t Selecteer de
gewenste instelling
Opmerkingen
• Wanneer de belichtingsfunctie is ingesteld op Panorama door beweging, Tele-Zoom
Continuopname Voorkeuze AE of continue-opnamen, continu-Bracket, [Sportactie]
of [Schemeropn. uit hand] in Scèneselectie, of ISO is ingesteld op [Ruisond. Multi
Frame], dan vindt er geen ruisonderdrukking plaats, ook niet als deze optie is
ingesteld op [Aan].
• Wanneer de belichtingsfunctie is ingesteld op Automatisch of Scèneselectie, kunt u
de ruisonderdrukking niet uitschakelen.
• Zelfs wanneer de sluitertijd is ingesteld op 1 seconde of langer, zal de
ruisonderdrukking misschien niet werken, afhankelijk van de opnameomstandigheden.
NR bij hoge-ISO
De camera vermindert effectief de ruis die vooral zichtbaar wordt wanneer
de ISO-gevoeligheid hoog is.
Gewoonlijk stelt u dit in op [Normaal]. U kunt tevens [Laag] of [Uit]
kiezen.
MENU-knop t
2 t [NR bij hoge-ISO] t Selecteer de
gewenste instelling
160
De ruis in een afbeelding onderdrukken
Opmerkingen
• Wanneer de belichtingsstand is ingesteld op Automatisch, Panorama door beweging
of Scèneselectie, kan deze optie niet worden ingesteld.
• Ruisonderdrukking wordt niet uitgevoerd op RAW-beelden.
Opnamen maken voor gevorderden
161
De kleurenruimte instellen
De wijze waarop kleuren worden weergegeven met combinaties van
nummers of het assortiment kleurenreproducties wordt "Kleurenruimte"
genoemd. U kunt de Kleurenruimte wijzigen, afhankelijk van uw doel.
MENU-knop t
3 t [Kleurenruimte] t Selecteer de
gewenste instelling
sRGB
Dit is de standaard Kleurenruimte van de digitale camera.
Gebruik sRGB bij normale opnamen, bijvoorbeeld als u van
plan bent om de beelden af te drukken zonder aanpassing.
AdobeRGB
Dit heeft een uitgebreid assortiment kleurenreproducties. Als
een groot deel van de onderwerp levendig groen of rood is, is
Adobe RGB effectief.
• De bestandsnaam van het beeld begint met "_DSC".
Opmerkingen
• Adobe RGB is voor toepassingen of printers die kleurbeheer en de DCF2.0kleurenruimteoptie ondersteunen. Wanneer u toepassingen of printers gebruikt die
het kleurbeheer niet ondersteunen, kan dat beelden opleveren waarin kleuren niet
natuurgetrouw worden gereproduceerd.
• Beelden worden met een lage verzadiging weergegeven wanneer zij met apparaten
die Adobe RGB niet ondersteunen, zijn opgenomen met Adobe RGB.
162
Camera instellen voor filmopname
Camera instellen voor filmopname
Dit hoofdstuk beschrijft het maken van filmopnamen met
bedieningshandelingen voor gevorderden.
Opnametechnieken
• Start het opnemen wanneer u hebt scherpgesteld.
• De volgende instellingen die zijn ingesteld bij het maken van stilstaande
beelden, kunnen worden gebruikt:
ISO/Witbalans/Creatieve stijl/Belichtingscompensatie/AF-gebied/
Lichtmeetfunctie/Gezichtsherkenning/Object volgen/Dynbereikoptimalisatie/Lenscomp.: schaduw/Lenscomp.: chrom. afw./
Lenscomp.: vervorming/Foto-effect
• ISO, belichtingscorrectie, Onderwerp volgen of AF-gebied kunnen
tijdens het opnemen van films worden aangepast.
• Als u [AF-vergrendel.] toewijst aan de AEL-knop, de ISO-knop of AF/
MF-knop, de knop Eigen of de controleknop, kunt u in de stand voor
automatische scherpstelling de scherpstelling blokkeren door op deze
knoppen te drukken.
• U kunt bij het maken van filmopnamen in- en uitzoomen met digitale
zoom (bladzijde 156).
• U kunt het beeld uitsturen zonder dat de opname-informatie wordt
weergegeven, wanneer [HDMI-informatieweerg.] is ingesteld op [Uit]
(bladzijde 186).
163
Camera instellen voor filmopname
Opmerkingen
• Voor filmopname is het opnamebereik (de kijkhoek) kleiner dan voor het opnemen
van stilstaande beelden wanneer de functie SteadyShot op [Aan] is gesteld. Voor
opname met gebruik van dezelfde kijkhoek als een 16:9 stilstaand beeld, moet de
functie SteadyShot op [Uit] worden gesteld (bladzijde 63).
• Wanneer het [Voor zoeker]-scherm wordt weergegeven op het LCD-scherm, wordt
het LCD-scherm overgeschakeld naar het [Alle info weergeven]-scherm, op het
moment dat het opnemen van de film wordt gestart.
• Maak geen opname van een krachtige lichtbron, zoals de zon. Het interne
mechanisme van de camera zou hierdoor kunnen worden beschadigd.
• Wanneer u AVCHD-films importeert op een computer, gebruik dan "PlayMemories
Home" (bladzijde 213).
Camera instellen voor filmopname
• Wanneer u lang doorgaat met het maken van opnamen, loopt de temperatuur van de
camera op en kan de beeldkwaliteit afnemen.
• Omdat de sluitertijd en het diafragma automatisch worden aangepast, zal de
sluitertijd hoger zijn en zal de beweging van het onderwerp misschien niet
gelijkmatig zijn onder heldere omstandigheden. Wanneer u handmatige
scherpstelling selecteert en de sluitertijd of het diafragma aanpast, zal misschien een
gelijkmatiger beweging ontstaan (bladzijde 108).
• Er kan een waarde voor de ISO-gevoeligheid worden geselecteerd tussen ISO 100 en
ISO 6400 wanneer u films opneemt. Als u een film opneemt met een geselecteerde
waarde van ISO 6400 of hoger, wordt de ISO-gevoeligheid overgeschakeld op ISO
6400. Als u een film opneemt met een geselecteerde waarde van ISO 100 of lager,
wordt de ISO-gevoeligheid overgeschakeld op ISO 100. Na afloop van de opname
van uw film, wordt de instelling van de ISO-gevoeligheid teruggezet naar de vorige
waarde.
• Wanneer ISO is ingesteld op [Ruisond. Multi Frame], wordt tijdelijk [AUTO]
geselecteerd.
• U kunt niet [Soft focus], [HDR-schilderij], [Mono. m. rijke tonen] of [Miniatuur]
selecteren in Foto-effect. Wanneer het opnemen van film wordt gestart, wordt het
Beeldeffect tijdelijk ingesteld op [Uit].
De gevoeligheid voor volgen wijzigen voor automatische
scherpstelling tijdens filmopname
Wanneer u snel bewegende onderwerpen vastlegt, selecteer dan [Hoog] en
selecteer [Laag] wanneer een aantal onderwerpen in beweging is of heen en
weer door het beeld gaat.
MENU-knop t
1 t [Duur AF volgen] t Selecteer de
gewenste instelling
Films opnemen met aangepaste sluitertijd en
diafragmawaarde
U kunt films opnemen met aangepaste sluitertijd en diafragmawaarde, en
de onscherpte van de achtergrond of gelijkmatigheid naar eigen inzicht
regelen.
1 Fn-knop t
(bladzijde 108).
164
(Scherpstelfunctie) t
(H. scherpst.)
Camera instellen voor filmopname
2 Zet de functiekeuzeknop op
(Film) (bladzijde 71).
• U kunt een andere stand kiezen door op de Fn-knop te drukken en daarna
een andere stand te selecteren.
3 Pas de sluitertijd en de diafragmawaarde aan met het
instelwiel voor of achter.
• Wanneer [Sluitertijd] of [Diafragma] wordt toegewezen aan de stille multiselectieschakelaar, zal de mogelijkheid tot aanpassen ook beschikbaar zijn
met de stille multi-selectieschakelaar (bladzijde 32).
4 Pas de scherpstelling aan en start het opnemen door op de
MOVIE-knop te drukken.
(Autom.
programma) (81)
Hiermee kunt u opnemen met automatisch ingestelde
belichting (zowel de sluitertijd als de diafragmawaarde). U
kunt de andere instellingen zelf aanpassen en uw
instelwaarden kunnen worden opgeslagen.
Biedt u de mogelijkheid opnamen te maken nadat u de
(Diafragmavoorkeuze) diafragmawaarde zelf hebt aangepast met het instelwiel voor
(82)
of achter.
Biedt u de mogelijkheid opnamen te maken nadat u de
(Sluitertijdvoorkeuze) sluitertijd zelf hebt aangepast met het instelwiel voor of
(85)
achter.
(Handm.
belichting) (86)
Biedt u de mogelijkheid opnamen te maken waarbij u de
belichting zelf hebt aangepast (zowel de sluitertijd als de
diafragmawaarde) met het instelwiel voor of achter.
Wanneer u [Autom. lange sluitertijd] instelt op [Aan] wordt de ruis zelfs in
donkere gedeelten onderdrukt.
Als u [Autom. lange sluitertijd] instelt op [Uit], is het beeld donkerder dan
wanneer u deze optie instelt op [Aan], maar u kunt de camera beter stil
houden bij filmopnamen en gelijkmatiger frames opnemen.
MENU-knop t
1 t [Autom. lange sluitertijd] t Selecteer de
functie van uw keuze
165
Camera instellen voor filmopname
Autom. lange sluitertijd
Camera instellen voor filmopname
Opmerking
• Deze functie is alleen beschikbaar wanneer niet alleen de belichtingsstand is
ingesteld in een andere stand dan M/S maar ook de ISO-gevoeligheid is ingesteld op
[AUTO].
166
Camera instellen voor filmopname
Bestandsindeling
MENU-knop t
1 t [Bestandsindeling] t Selecteer het
formaat van uw keuze
Neemt 60i/50i-films, 24p/25p-films of 60p/50p-films in de
indeling AVCHD op. Deze bestandsindeling is geschikt voor
het weergeven van de film op een HD-tv.
U kunt een Blu-ray-disc, een AVCHD-opnamedisc of een
dvd-Video-disc aanmaken met de bijgeleverde software
"PlayMemories Home".
• 60i/50i-films worden opgenomen met 60 velden/seconde,
respectievelijk met 50 velden/seconde. 60i- en 50i-films
maken beide gebruik van het interlace-scansysteem, Dolby
Digital-audio en het AVCHD-formaat.
• 24p/25p-films worden opgenomen met 24 beeldjes/
seconde, respectievelijk met 25 beeldjes/seconde. 24p- en
25p-films maken beide gebruik van het progressivescansysteem, Dolby Digital-audio en het AVCHD-formaat.
• 60p/50p-films worden opgenomen met 60 beeldjes/
seconde, respectievelijk met 50 beeldjes/seconde. 60p- en
50p-films maken beide gebruik van het progressivescansysteem, Dolby Digital-audio en het AVCHD-formaat.
MP4
Neemt mp4-films (AVC) op. Dit formaat is geschikt voor
uploads naar het Web, e-mail-bijlagen, enz.
• Films worden opgenomen in MPEG-4-formaat met
ongeveer 30 beeldjes/seconde en gebruik wordt gemaakt
van het progressive-scansysteem, AAC-audio en het mp4formaat.
• U kunt geen disc aanmaken van de films die in dit formaat
zijn opgenomen, met de bijgeleverde software
"PlayMemories Home".
Opname-instelling
Hoe groter de gemiddelde bitfrequentie, des te hoger de beeldkwaliteit.
MENU-knop t
gewenste grootte
1 t [Opname-instelling] t Selecteer de
167
Camera instellen voor filmopname
AVCHD
Camera instellen voor filmopname
[Bestandsindeling]: [AVCHD]
Opnameinstelling
Bitsnelheid Opnemen
60i 24M(FX)*
50i 24M(FX)**
Maximaal
24 Mbps
60i 17M(FH)*
50i 17M(FH)**
Gemiddeld Neemt films op in standaard beeldkwaliteit van
ongeveer
1920 × 1080 (60i/50i).
17 Mbps
60p 28M(PS)*
50p 28M(PS)**
Maximaal
28 Mbps
Neemt films op in hoogste beeldkwaliteit van 1920
× 1080 (60p/50p).
24p 24M(FX)*
25p 24M(FX)**
Maximaal
24 Mbps
Neemt films op in hoge beeldkwaliteit van 1920 ×
1080 (24p/25p). Dit geeft een sfeer als in de
bioscoop.
24p 17M(FH)*
25p 17M(FH)**
Gemiddeld Neemt films op in standaard beeldkwaliteit van
ongeveer
1920 × 1080 (24p/25p). Dit geeft een sfeer als in de
17 Mbps
bioscoop.
Neemt films op in hoge beeldkwaliteit van 1920 ×
1080 (60i/50i).
[Bestandsindeling]: [MP4]
Opnameinstelling
Gemiddelde
Opnemen
bitfrequentie
1440×1080 12M
Ongeveer
12 Mbps
Neemt films op van 1440 × 1080.
VGA 3M
Ongeveer
3 Mbps
Neemt films op VGA-grootte op.
* Geschikt voor 1080 60i
** Geschikt voor 1080 50i
Opmerkingen
• Films die zijn opgenomen met de instelling [60p 28M(PS)]/[50p 28M(PS)], [60i
24M(FX)]/[50i 24M(FX)] of [24p 24M(FX)]/[25p 24M(FX)] in [Opnameinstelling] worden geconverteerd door "PlayMemories Home" voor het aanmaken
van een AVCHD-opnamedisc. Het converteren kan vrij lang duren. Ook kunt u niet
een disc aanmaken met de oorspronkelijke beeldkwaliteit. Als u de oorspronkelijke
beeldkwaliteit wilt behouden, moet u uw films op een Blu-ray-disc opslaan.
• Als u 60p/50p-films of 24p/25p-films op een tv-toestel wilt bekijken, hebt u een
tv-toestel nodig dat geschikt is voor 60p/50p of 24p/25p. Als u tv-toestel gebruikt dat
niet geschikt is, worden de films geconverteerd naar 60i/50i en naar het tv-toestel
uitgestuurd.
168
Camera instellen voor filmopname
Audio opnameniveau
U kunt het audio-opnameniveau aanpassen door de niveaumeter te
monitoren.
MENU-knop t
2 t [Audio opnameniveau] t Selecteer het
gewenste niveau met b/B op de multi-selectieschakelaar.
+-zijde: Het audio-opnameniveau wordt verhoogd.
– -zijde: Het audio-opnameniveau wordt verlaagd.
Terugstellen: Opnameniveau op de standaardinstelling stellen.
Opnametechnieken
• Wij adviseren u een hoofdtelefoon te gebruiken voor het controleren van
het niveau, wanneer u de instelling aanpast.
• Stel het niveau lager in als u ononderbroken luid geluid op natuurlijke
wijze wilt vastleggen. Verhoog deze instelling als u rustiger geluid op een
niveau dat prettig in het gehoor ligt, wilt vastleggen.
Opmerkingen
• De begrenzing werkt altijd ongeacht de instelling van het audio-opnameniveau.
• Deze functie is alleen beschikbaar wanneer de belichtingstand is ingesteld op Film.
• Het audio-opnameniveau kan worden ingesteld voor de interne microfoon en de m
(microfoon) aansluiting.
Audioniv.weerg.
Camera instellen voor filmopname
U kunt selecteren of het audioniveau op
het scherm moet worden getoond of niet.
Audioniveau
MENU-knop t
2 t [Audioniv.weerg.] t Selecteer de
gewenste instelling
169
Camera instellen voor filmopname
Opmerkingen
• Het audioniveau wordt niet weergegeven in de volgende gevallen:
– [Geluid opnemen] is ingesteld op [Uit].
– De schermstand is ingesteld op [Geen info].
• Stel de belichtingsstand in op Film. Voorafgaand aan het maken van opnamen kan
het audioniveau alleen worden getoond wanneer het is ingesteld op Film.
De audio controleren met de hoofdtelefoon
1 Sluit de hoofdtelefoon aan op de
aansluiting i (hoofdtelefoon).
i-aansluiting (Hoofdtelefoon)
2 Zet de functiekeuzeknop op
(Film).
U kunt het geluid monitoren wanneer u filmopnamen maakt of filmopnamen
afspeelt.
Audio-uitvoer-tijd
Wanneer u een hoofdtelefoon gebruikt kunt u de instellingen voor de
echocorrectie wijzigen tijdens het maken van filmopnamen.
MENU-knop t
2 t [Audio-uitvoer-tijd] t Selecteer de
gewenste instelling
Live
Weergave van geluid zonder vertraging tijdens filmopname.
Kies deze instelling indien de vertraging van het geluid
tijdens opname u stoort.
Lipsynchronisatie
Weergave van geluid synchroon aan het beeld tijdens
filmopname. Voorkomt dat het geluid niet synchroon aan het
beeld is.
170
Camera instellen voor filmopname
Geluid opnemen
Wanneer u films opneemt, zal misschien het geluid van de werkende
camera of lens worden vastgelegd. U kunt films maken zonder audio.
MENU-knop t
2 t [Geluid opnemen] t [Uit]
Windgeruis verminderen
U kunt het windgeruis verminderen door de invoer van lage tonen via de
ingebouwde microfoon uit te schakelen.
MENU-knop t
2 t [Windruis reductie] t [Aan]
Opmerkingen
• Wanneer u dit item instelt op [Aan] kan dat ertoe leiden dat een deel van de lage
tonen op een te gering volume wordt opgenomen. Stel dit item in op [Uit] wanneer
het niet waait.
• Wanneer een externe microfoon (los verkrijgbaar) wordt gebruikt, werkt deze
functie niet.
Filmopnamen maken zonder de bedieningsgeluiden van de
functiekeuzeknoppen.
171
Camera instellen voor filmopname
Met de stille multi-selectieschakelaar kunt u instellingen wijzigen zonder
gebruik te maken van het instelwiel voor of het instelwiel achter
(bladzijde 32).
MENU-knop t
1t[
Stille Controller] t Selecteer de gewenste
instelling
Wanneer de scherpstelling is ingesteld op handmatig, worden er geen
bedieningsgeluiden van de lens voor automatische scherpstelling
opgenomen (bladzijde 108).
Weergeven voor gevorderden
De weergavefuncties gebruiken
De geheugenkaart selecteren die wordt gebruikt voor
weergave
MENU-knop t
2 t [Selecteer afspeelmedia] t Selecteer
de sleuf van uw keuze
Opmerking
• Wanneer er geen geheugenkaart in de geselecteerde sleuf is gestoken, worden er
geen beelden weergegeven. Selecteer de sleuf waarin de geheugenkaart is gestoken.
Overschakelen tussen stilstaande beelden en films
(Weergavestand)
Selecteert of stilstaande beelden of films moeten worden weergegeven.
MENU-knop t
1 t [Stilst.b./film select.] t Selecteer de
gewenste instelling
Mapweergave
(stilstaand)
Toont stilstaande beelden per map.
Mapweergave (MP4) Toont films (MP4) per map.
AVCHDweergave
Toont alleen AVCHD-films.
Beelden vergroten
U kunt een stilstaand beeld vergroten zodat u het beter kunt bekijken. Dit is
handig om de scherpstelling van een opgenomen beeld te bekijken.
1 Geef het beeld weer dat u wilt
roteren en druk vervolgens op de
-knop.
172
-knop
De weergavefuncties gebruiken
2 U kunt in- en uitzoomen op het
beeld met het instelwiel achter.
• Draaien aan het voorste instelwiel
schakelt het beeld over op dezelfde
weergavevergroting. Als u meerdere
beelden opneemt met dezelfde
compositie, dan kunt u hun
scherptediepte vergelijken.
3 Selecteer het deel dat u wilt vergroten met v/V/b/B op de
multi-selectieschakelaar.
De vergrote weergave annuleren
Opmerking
• De beelden die zijn opgenomen met [Beeldformaat] op [S:2.0M] gesteld in APS-C
formaat opname kunnen niet worden vergroot.
Overschakelen op de beeldlijstweergave
U kunt meerdere beelden tegelijkertijd op het scherm tonen tijdens het
weergeven.
1 Druk op de
-knop.
-knop
Het beeldindexscherm wordt
weergegeven.
173
Weergeven voor gevorderden
Druk op het midden van de multi-selectieschakelaar zodat het beeld
terugkeert naar de normale grootte.
De weergavefuncties gebruiken
2 Selecteer door herhaaldelijk op
de DISP-knop te drukken het
aantal beelden dat op één pagina
van het beeldindexscherm wordt
weergegeven.
DISP-knop
• Het scherm wisselt tussen de weergave
van 4 beelden en 9 beelden.
Terugkeren naar het scherm met een enkel beeld
Druk op het midden van de multi-selectieschakelaar wanneer u het
gewenste beeld selecteert.
De map van uw keuze weergeven
Selecteer met de multi-selectieschakelaar
de linkerbalk op het beeldindexscherm,
selecteer vervolgens de map van uw
keuze met v/V. Wanneer de linkerbalk is
geselecteerd, kunt u overschakelen tussen
stilstaande beelden en films door op het
midden van de multi-selectieschakelaar
te drukken (bladzijde 172).
Een beeld roteren
1 Geef het beeld weer dat u wilt
roteren en druk vervolgens op de
-knop.
-knop
174
De weergavefuncties gebruiken
2 Druk op het midden van multi-selectieschakelaar.
Het beeld wordt linksom geroteerd. Herhaal stap 2 als u nog een rotatie wilt
uitvoeren.
• Wanneer u het beeld hebt geroteerd, wordt het weergegeven in de
geroteerde positie, zelfs wanneer u het toestel uit- en weer aanzet.
Terugkeren naar het normale weergavescherm
Druk nogmaals op de
-knop.
Opmerkingen
• U kunt films niet roteren.
• Als u geroteerde beelden naar een computer kopieert, kunnen de geroteerde beelden
met het softwareprogramma "PlayMemories Home" die op de CD-ROM
(bijgeleverd) correct worden weergegeven. Het is echter mogelijk dat de beelden
niet worden geroteerd, afhankelijk van het softwareprogramma.
MENU-knop t
1 t [Diavoorstelling] t [Enter]
Speelt de opgenomen beelden in volgorde af (diavoorstelling). De
diavoorstelling eindigt automatisch nadat alle beelden zijn weergegeven.
• U kunt het volgende en vorige beeld bekijken met b/B op de multiselectieschakelaar.
• U kunt de diavoorstelling niet onderbreken.
De diavoorstelling halverwege beëindigen
Druk op het midden van multi-selectieschakelaar.
De interval kiezen tussen de beelden in de diavoorstelling
MENU-knop t
1 t [Diavoorstelling] t [Interval] t Selecteer het
gewenste aantal seconden
Herhaaldelijk afspelen
MENU-knop t
1 t [Diavoorstelling] t [Herhalen] t [Aan]
175
Weergeven voor gevorderden
Diavoorstelling
De weergavefuncties gebruiken
3D-beelden weergeven
Als u de camera met een HDMI-kabel (los verkrijgbaar) aansluit op een
tv-toestel dat geschikt is voor 3D, kunt u 3D-beelden weergeven.
Raadpleeg ook de gebruiksaanwijzing die bij het tv-toestel is geleverd.
MENU-knop t
1 t [Diavoorstelling] t [Beeldtype] t [All. 3D
weerg.]
Opmerking
• Deze camera kan geen 3D-beelden opnemen.
Afspeelweergave
U kunt de weergavestand instellen van afbeeldingen die zijn opgenomen in
de portretstand.
MENU-knop t
2 t [Afspeelweergave] t Selecteer de
gewenste instelling
176
Het scherm dat wordt weergegeven
voor de weergavestand
Overschakelen naar een ander scherm tijdens weergave
Telkens wanneer u op de DISP-knop drukt, verandert het scherm als volgt.
Met opname-informatie
Zonder opnameinformatie
Histogram*
* Als het beeld een sterk belicht of zwak belicht deel bevat, knippert dat deel van het
beeld in de histogramweergave (luminantielimietwaarschuwing).
Weergeven voor gevorderden
Lijst van pictogrammen in de histogramweergave
Zie voor gedetailleerde informatie terwijl "Met opname-informatie" is
geselecteerd in de schermstand, bladzijde 25.
A
Scherm
Scherm
Indicatie
Geheugenkaart (53, 254)
Weergavestand (172)
100-0003
Map - bestandsnummer
(221)
Indicatie
24M 10M Beeldgrootte van
4.6M 20M stilstaande beelden (146)
8.7M 3.9M
10M 4.6M
2.0M 8.7M
3.9M 1.7M
Beeldverhouding van
stilstaande beelden (148)
177
Het scherm dat wordt weergegeven voor de weergavestand
Scherm
Indicatie
Scherm
Indicatie
Beeldkwaliteit van
stilstaande beelden (148)
Creatieve stijl (138)
-
Beveiligen (179)
Foto-effect (137)
DPOF
DPOF ingesteld (180)
Waarschuwing resterend
accuvermogen (55)
Resterend accuvermogen
100% (55)
Databasebestand vol
(240)/Databasebestandsfout (240)
Waarschuwing voor
oververhitting (13)
AWB
5500K A1
M1
Dynamischbereikoptimalisatie (134)/
Auto HDR/
Waarschuwing Auto
HDR-beeld (135)
B
Scherm
Indicatie
Histogram (94)
Belichtingsfunctie (71)
P
ASM
1/125
Sluitertijd (85)
F3.5
Diafragma (82)
ISO200
ISO-gevoeligheid (132)
–0.3
Belichtingscompensatie
(113)
–0.3
Flitscompensatie (128)
Lichtmeetfunctie (116)
35mm
178
Brandpuntsafstand
Witbalans (Automatisch,
Vooringesteld,
Kleurtemperatuur,
Kleurfilter, Eigen) (142)
2012-1-1
10:37AM
Opnamedatum
3/7
Bestandsnummer/Aantal
beelden in de
weergavestand
Beelden beveiligen (Beveiligen)
U kunt afbeeldingen beschermen tegen het per ongeluk wissen.
1 MENU-knop t
1 t [Beveiligen] t [Meerdere bldn.]
2 Selecteer de beelden die u wilt
beveiligen met b/B op de multiselectieschakelaar en druk dan op
het midden van de multiselectieschakelaar.
Er wordt een -merkteken in het
selectievakje gezet.
• Om de selectie ongedaan te maken,
drukt u opnieuw op het midden.
• U kunt alle afbeeldingen in de map selecteren door de balk links van het
beeldindexscherm te selecteren.
4 Druk op de MENU-knop.
5 Selecteer [OK] met v en druk vervolgens op het midden van de
multi-selectieschakelaar.
De beveiliging van alle beelden of films annuleren
U kunt de beveiliging annuleren van alle beelden of films in de map die op
dat moment wordt getoond.
MENU-knop t
1 t [Beveiligen] t [Alle beelden annuleren], [Alle
MP4-films annuleren] of [Alle AVCHD-weerg. ann.]
179
Weergeven voor gevorderden
3 Als u nog andere beelden wilt beveiligen, herhaalt u stap 2.
Afdrukken opgeven
DPOF opgeven
Met behulp van de camera kunt u aangeven welke stilstaande beelden u
wilt afdrukken in een winkel of op uw printer. Volg de onderstaande
procedure.
De beelden blijven nadat u ze hebt afgedrukt als DPOF gemarkeerd. We
raden u aan om deze markering na het afdrukken op te heffen.
1 MENU-knop t
1 t [Printen opgeven] t [DPOF
instellen] t [Meerdere bldn.]
2 Selecteer het beeld met b/B op de multi-selectieschakelaar en
druk vervolgens op het midden van de multiselectieschakelaar.
3 Plaats een
-merkteken door op het midden van de multiselectieschakelaar te drukken.
• U kunt DPOF weer uitschakelen door het beeld weer te selecteren en
vervolgens op het midden van de multi-selectieschakelaar te drukken.
4 Druk op de MENU-knop.
5 Selecteer [OK] met v en druk vervolgens op het midden van de
multi-selectieschakelaar.
Opmerkingen
• U kunt geen DPOF-markering instellen op RAW-gegevensbestanden.
• U kunt niet opgeven hoeveel beelden u wilt afdrukken.
Datum afdrukken
U kunt beelden van een datum voorzien als u ze afdrukt. De positie van de
datum (binnen of buiten het beeld, tekengrootte, enz.) is afhankelijk van uw
printer.
180
Afdrukken opgeven
MENU-knop t
t [Aan]
1 t [Printen opgeven] t [Datum afdrukken]
Opmerking
• Het is mogelijk dat deze functie niet beschikbaar is, afhankelijk van de printer.
Weergeven voor gevorderden
181
Beelden kopiëren
U kunt beelden kopiëren van een geheugenkaart die is gestoken in de sleuf
die is geselecteerd met [Selecteer afspeelmedia], naar een geheugenkaart
die in een andere sleuf is gestoken. Het kopieerproces kan worden
uitgevoerd per type beeld (stilstaande beelden/films) (bladzijde 172).
MENU-knop t
2 t [Kopiëren]
Opmerking
• Het kopiëren van veel beelden duurt mogelijk lang. Gebruik een accu die voldoende
is opgeladen.
182
Beelden wissen (Wissen)
U kunt een selectie van beelden wissen of alle beelden.
Als u eenmaal een beeld hebt gewist, kunt u dit niet herstellen. Controleer
vooraf of u het beeld al dan niet wilt wissen.
Opmerking
• Beveiligde beelden kunnen niet worden gewist.
Wissen (Meerdere bldn.)
1 MENU-knop t
1 t [Wissen] t [Meerdere bldn.]
2 Selecteer de beelden die u wilt
Er wordt een -merkteken in het
selectievakje gezet.
• Om de selectie ongedaan te maken,
drukt u opnieuw op het midden.
Totaal aantal
3 Als u nog andere beelden wilt wissen, herhaalt u stap 2.
• U kunt alle afbeeldingen in de map selecteren door de balk links van het
beeldindexscherm te selecteren.
4 Druk op de MENU-knop.
5 Selecteer [OK] met v en druk vervolgens op het midden van de
multi-selectieschakelaar.
183
Weergeven voor gevorderden
wissen met de multiselectieschakelaar en druk dan op
het midden van de multiselectieschakelaar.
Beelden wissen (Wissen)
Alle beelden of films die zichtbaar zijn in de actuele
weergavestand, wissen
U kunt alle stilstaande beelden of films wissen, die zichtbaar zijn in de
actuele weergavestand.
1 MENU-knop t
1 t [Wissen] t [Alles in map] of [Alle
AVCHDweergave-best.]
2 Selecteer [Wissen] met v op de multi-selectieschakelaar en
druk vervolgens op het midden van de multiselectieschakelaar.
De map van uw keuze weergeven
Selecteer met de multi-selectieschakelaar de balk links op het
beeldindexscherm, selecteer vervolgens de map van uw keuze met v/V.
184
Beelden bekijken op een tv-scherm
Als u de beelden die u met de camera hebt vastgelegd, op een tv-toestel wilt
bekijken, hebt u een HDMI-kabel (los verkrijgbaar) en een hdtv-toestel met
HDMI-aansluiting nodig.
1 Schakel zowel de camera als de
tv uit, en sluit de camera en de tv
op elkaar aan.
1 Naar de HDMI-
aansluiting
HDMI-kabel
(los verkrijgbaar)
2 Naar de
HDMI-aansluiting
Weergeven voor gevorderden
2 Schakel de tv in en wijzig de ingang.
• Raadpleeg de gebruiksaanwijzing bijgeleverd bij de tv voor meer
informatie.
3 Schakel de camera in en druk op
de
-knop.
De beelden die met de camera zijn
opgenomen, worden op het tv-scherm
afgebeeld.
Selecteer het gewenste beeld met b/B op
de multi-selectieschakelaar.
• Het LCD-scherm op de camera wordt
niet ingeschakeld.
Multi-selectieschakelaar
-knop
Opmerkingen
• Gebruik een HDMI-kabel met het HDMI-logo.
185
Beelden bekijken op een tv-scherm
• Gebruik een HDMI-mini-aansluiting aan het ene uiteinde (voor de camera) en een
aansluiting die geschikt is voor de aansluiting op uw tv aan het andere uiteinde.
• Stel, wanneer beelden niet goed kunnen worden weergegeven, [HDMI-resolutie] in
het
Installatiemenu in op [1080p] of [1080i], afhankelijk van uw tv-toestel.
• Sommige apparaten zullen mogelijk niet correct werken.
• Sluit de uitgang van het apparaat niet aan op de HDMI-aansluiting op de camera. Dit
kan een storing veroorzaken.
Op "PhotoTV HD"
Deze camera is compatibel met de norm "PhotoTV HD".
Door apparaten die compatibel zijn met PhotoTV HD van Sony aan te
sluiten met een HDMI-kabel, kunt u genieten van een compleet nieuwe
wereld van foto's in adembenemende Full HD-kwaliteit.
"PhotoTV HD" biedt een zeer gedetailleerde uitdrukking van subtiele
patronen en kleuren, zoals op foto's.
HDMI-informatieweerg.
Wanneer u een TV-toestel dat een HDMI-kabel (los verkrijgbaar) gebruikt
hebt aangesloten, kunt u beelden weergeven op het TV-scherm zonder
opname-informatie, en tegelijkertijd beelden weergeven op het LCDscherm van de camera met opname-informatie.
1 MENU-knop t
2 t [HDMI-informatieweerg.] t [Uit]
2 Sluit de camera op een tv-toestel aan (bladzijde 185).
Live-viewbeelden worden weergegeven op het tv-scherm zonder opnameinformatie.
Live-viewbeelden worden weergegeven op het LCD-scherm met opnameinformatie.
186
Beelden bekijken op een tv-scherm
Gebruik van "BRAVIA" Sync
Wanneer u de camera met een HDMI-kabel aansluit op een tv die
"BRAVIA" Sync ondersteunt, kunt u de camera bedienen met de
afstandsbediening van de tv.
1 Sluit een tv die "BRAVIA" Sync ondersteunt, op de camera aan
(bladzijde 185).
Het ingangssignaal wordt automatisch omgeschakeld en het beeld dat met de
camera is opgenomen, verschijnt op het tv-scherm.
2 Druk op de SYNC MENU-knop op de afstandsbediening van de
tv.
3 Gebruik de bedieningsknoppen op de afstandsbediening van de
Onderdelen in het SYNC MENU
Diavoorstelling
Hiermee speelt u beelden automatisch af.
Eén beeld afspelen
U keert terug naar het scherm met een enkel beeld.
Beeldindex
Hiermee schakelt u naar het beeldindexscherm.
Stilst.b./film select.
Selecteert stilstaande beelden of films die moeten worden
weergegeven.
Wissen
Verwijdert beelden.
Opmerkingen
• De beschikbare bewerkingen zijn beperkt als de camera met een HDMI-kabel op een
tv is aangesloten.
• Alleen op tv's die "BRAVIA" Sync ondersteunen, kunnen deze bewerkingen worden
gebruikt. De SYNC MENU-bedieningshandelingen verschillen afhankelijk van de tv
die is aangesloten. Raadpleeg de bij de tv geleverde gebruiksaanwijzing voor meer
informatie.
• Als de camera onnodige bewerkingen uitvoert als reactie op de afstandsbediening
van het tv-toestel als de camera met een HDMI-aansluiting op een tv-toestel van een
andere fabrikant is aangesloten, stelt u [CTRL.VOOR HDMI] in het
Installatiemenu in op [Uit].
187
Weergeven voor gevorderden
tv.
Installatie van de camera
De andere functies van de camera
instellen
Opn. zonder lens
U kunt de sluiter ontspannen wanneer er geen lens is bevestigd. Selecteer
dit wanneer u de camera bevestigt op een astronomische telescoop, enz.
MENU-knop t
1 t [Opn. zonder lens] t [Inschakelen]
Opmerking
• Juiste lichtmeting is niet mogelijk wanneer u lenzen gebruikt die geen lenscontact
hebben, zoals de lens van een astronomische telescoop. In dergelijke gevallen regelt
u zelf de belichting door middel van controle van het vastgelegde beeld.
Stramienlijn
De stramienlijn is een hulplijn voor het componeren van het beeld. U kunt
de stramienlijn instellen op aan/uit of het type stramienlijn selecteren. Het
beschikbare bereik voor het vastleggen van film wordt ook weergegeven.
MENU-knop t
instelling
2 t [Stramienlijn] t Selecteer de gewenste
Autom.weergave
U kunt het opgenomen beeld direct na de opname ervan controleren op de
het scherm. U kunt de weergaveduur veranderen.
MENU-knop t
2 t [Autom.weergave] t Selecteer de
gewenste instelling
Opmerkingen
• In de automatische weergave wordt het beeld niet in de verticale positie
weergegeven, zelfs niet als [Afspeelweergave] wordt ingesteld op [Autom.roteren]
(bladzijde 176).
• In Autom. weergave kan de camera een beeld weergeven waarop een beeldproces,
zoals [Lenscomp.: vervorming], niet is uitgevoerd, en vervolgens hetzelfde beeld
weergeven waarop het beeldproces uitgevoerd.
188
De andere functies van de camera instellen
Funct. van AEL-knop
De functie van de AEL-knop kan worden geselecteerd uit de volgende 2
functies (bladzijde 116):
– Behoud de vergrendelde belichtingswaarde door op de AEL-knop te
drukken terwijl de knop ingedrukt wordt gehouden ([AEL-vergrendel]).
– Behoud de vergrendelde belichtingswaarde door op de AEL-knop te
drukken tot de knop nogmaals wordt ingedrukt ([AEL-wisselen]).
Wanneer [ AEL-vergrend.] of [ AEL-wisselen] is geselecteerd, is de
belichting vergrendeld in de stand voor Spotmeting.
MENU-knop t
4 t [Funct. van AEL-knop] t Selecteer de
gewenste instelling
Een andere functie toewijzen aan de AEL-knop
U kunt behalve de functie AEL ook één van de volgende functies aan de
AEL-knop toewijzen:
Belicht.comp./Transportfunctie/Flitsfunctie/Scherpstelfunctie/AF-gebied/
Lach-/Gezichtsherk./Aut. portretomkad./ISO/Lichtmeetfunctie/
Flitscompensatie/Witbalans/DRO/Auto HDR/Creatieve stijl/Foto-effect/
Beeldformaat/Kwaliteit/Geheugen/FEL-slot vergrendelen/FEL-slot
wisselen/Object volgen/AF/MF-reg. vergrend./AF/MF-reg. wisselen/AFvergrendel./AF aan/Diafragmavoorbeeld/Voorbeeld opn.result./Scherpst.
vergroten
189
Installatie van de camera
Opmerkingen
• Terwijl de belichtingswaarde is vergrendeld is, verschijnt
op het LCD-scherm en
in de zoeker. Zorg ervoor dat u de instelling niet terugzet.
• De instellingen "vasthouden" en "overschakelen" zijn van invloed op de handmatige
verschuiving (bladzijde 88) in de stand voor handmatige bediening.
• De met [AEL-wisselen] ingestelde gemeten waarde wordt geannuleerd wanneer de
camera vanuit de energiebesparingsstand weer wordt ingeschakeld of voor weergave
van beelden wordt gebruikt.
De andere functies van de camera instellen
ISO-knop, AF/MF-knop, Voorbeeldknop
U kunt ook een andere functie aan de ISO-knop, de AF/MF-knop of de
controleknop toewijzen. De functies die beschikbaar zijn, zijn dezelfde als
die van [Funct. van AEL-knop] (bladzijde 189).
MENU-knop t
4 t [ISO-knop], [AF/MF-knop] of
[Voorbeeldknop] t Selecteer de instelling van uw keuze
Customtoets
De functie FEL-vergrendeling is in de standaardinstellingen
(bladzijde 130) toegewezen aan de knop Eigen. U kunt ook een andere
functie aan de knop Eigen toewijzen. De functies die beschikbaar zijn, zijn
dezelfde als die van [Funct. van AEL-knop].
MENU-knop t
instelling
4 t [Customtoets] t Selecteer de gewenste
Electronische voorste gordijnsluiter
De functie voor de elektronische voorste gordijnsluiter verkort de
tijdsvertraging tussen sluiterontspanningen.
MENU-knop t
6 t [Sluitergordijn voorzijde] t Selecteer
de gewenste instelling
Opmerkingen
• Wanneer u opnamen maakt bij snellere sluitertijden met een lens met een grotere
diameter op het toestel, zal er misschien schaduwvorming van een onscherp gebied
optreden, afhankelijk van het onderwerp of de opnamecondities. Stel in dergelijke
gevallen dit item in op [Uit].
• Stel, wanneer een Minolta/Konica-lens wordt verbruikt, dit item in op [Uit].
• Wanneer u een snelle sluitertijd kiest, is de helderheid van het scherm afhankelijk
van de omstandigheden mogelijk onregelmatig. Stel in dergelijke gevallen dit item
in op [Uit].
190
De andere functies van de camera instellen
LCD-helderheid
De helderheid van het LCD-scherm wordt met de lichtsensor automatisch
aan het omgevingslicht aangepast (bladzijde 17).
U kunt de helderheid van het LCD-scherm handmatig instellen of een
geschikte instelling voor een zonnige dag buitenshuis kiezen.
MENU-knop t
1 t [LCD-helderheid] t Selecteer de
gewenste instelling
Opmerkingen
• Wanneer de helderheid is ingesteld op [Automatisch], mag u de lichtsensor niet met
uw hand of iets anders bedekken.
• Wanneer u de camera gebruikt met de netspanningsadapter AC-PW10AM (los
verkrijgbaar), wordt de helderheid van het LCD-scherm altijd ingesteld op de
helderste stand, zelfs als u [Automatisch] selecteert.
• De [Zonnig weer] instelling is te helder voor binnen; stel daarom in op
[Automatisch] of [Handmatig] binnenshuis.
Helderheid zoeker
MENU-knop t
1 t [Helderheid zoeker] t [Handmatig] t
Selecteer de gewenste instelling
Stroombesparing
U kunt instellen dat minder tijd verstrijkt tot de camera overschakelt op de
energiespaarstand wanneer u het toestel niet bedient, zodat niet het
vermogen van de accu wordt opgebruikt. Als u de camera bedient,
bijvoorbeeld, door de ontspanknop half in te drukken, keert de camera
terug in de opnamestand. Als u de camera een opgegeven tijdsperiode niet
bedient, wordt de helderheid van het LCD-scherm verminderd.
191
Installatie van de camera
De helderheid van de zoeker wordt automatisch aangepast aan de
lichtomstandigheden van het onderwerp.
U kunt zelf de helderheid van de zoeker instellen.
De andere functies van de camera instellen
MENU-knop t
2 t [Stroombesparing] t Selecteer de
gewenste instelling
Opmerking
• Wanneer de netspanningsadapter AC-PW10AM (los verkrijgbaar) wordt gebruikt,
kan deze optie niet worden ingesteld op [Max].
De tijd die verstrijkt tot de camera overschakelt in de
energiespaarstand, wijzigen
U kunt voor de camera verschillende tijdsintervallen instellen voor het
overschakelen naar de energiespaarstand.
MENU-knop t
2 t [Begintijd energiebespar.] t Selecteer de
gewenste tijd
Opmerkingen
• De camera gaat niet over op de stroombesparing wanneer het toestel op een
tv-toestel is aangesloten, of de transportfunctie is ingesteld op [Afstandsbed.].
• Als u deze optie instelt op [Max], wordt [Begintijd energiebespar.] ingesteld op [10
sec.].
Inst. FINDER/LCD
U kunt het automatisch overschakelen tussen LCD-scherm en de zoeker
uitschakelen zodat u alleen kunt overschakelen met de FINDER/LCDknop.
MENU-knop t
1 t [Inst. FINDER/LCD] t [Handmatig]
APS-C-grootte opn.
Deze camera voldoet aan de kleinbeeldstandaard, maar u kunt ook
opnamen maken in het APS-C-formaat. Wanneer deze optie is ingesteld op
[Aan], maakt de camera opnamen in het APS-C-formaat, zelfs als er een
lens op de camera is gezet. Wanneer een DT-lens op het toestel is gezet,
wordt het APS-C-formaat automatisch geselecteerd.
MENU-knop t
3 t [APS-C-grootte opn.] t Selecteer de
gewenste instelling
192
De andere functies van de camera instellen
Opmerking
• Wanneer [APS-C-grootte opn.] is ingesteld op [Aan], wordt het beeldformaat
automatisch gewisseld (bladzijde 146).
PAL/NTSC schakelaar (alleen voor toestellen die geschikt
zijn voor 1080 50i)
Wanneer [PAL/NTSC schakelaar] voorafgaand aan het maken van
opnamen is ingesteld op het NTSC-systeem, kunnen films die zijn
opgenomen met de camera worden afgespeeld op een NTSC-tv-toestel.
MENU-knop t
3 t [PAL/NTSC schakelaar] t Selecteer de
gewenste instelling
193
Installatie van de camera
Opmerkingen
• Alleen toestellen die geschikt zijn voor 1080 50i zijn voorzien van deze functie.
Toestellen die geschikt zijn voor 1080 60i zijn niet voorzien van deze functie. De
toestellen die geschikt zijn voor 1080 50i hebben een merkteken "50i" aan de
onderzijde van de camera.
• Als u een geheugenkaart plaatst, die eerder is geformatteerd met het PAL-systeem,
verschijnt een melding dat u de kaart opnieuw moet formatteren. Wanneer u
opnamen maakt met het NTSC-systeem, moet u de geheugenkaart opnieuw
formatteren of een andere geheugenkaart gebruiken.
• Wanneer de stand NTSC is geselecteerd, verschijnt de melding "Uitgevoerd in
NTSC". steeds op het opstartscherm wanneer u de camera inschakelt.
Lenscorrectie
U kunt automatisch de volgende kenmerken corrigeren: wegvallen van licht
aan de randen, chromatische afwijking en vervorming (alleen voor lenzen
die geschikt zijn voor automatische correctie). Ga voor verdere informatie
over lenzen die geschikt zijn voor automatische correctie, naar de Sonywebsite van uw land of vraag advies aan uw Sony-dealer of het officiële
Sony servicecentrum ter plaatse.
Lenscomp. randschaduw
Corrigeert de donkere hoeken van het scherm die worden veroorzaakt door
bepaalde kenmerken van de lens. Dit item is in de standaardinstellingen
ingesteld op [Automatisch].
MENU-knop t
6 t [Lenscomp.: schaduw] t Selecteer de
gewenste instelling
Lenscom.: chromatische afwijking
Vermindert de kleurafwijking in de hoeken van het scherm die worden
veroorzaakt door bepaalde kenmerken van de lens. Dit item is in de
standaardinstellingen ingesteld op [Automatisch].
MENU-knop t
6 t [Lenscomp.: chrom. afw.] t Selecteer
de gewenste instelling
Lenscomp.: vervorming
Corrigeert de vervorming van het scherm die wordt veroorzaakt door
bepaalde kenmerken van de lens. Dit item is in de standaardinstellingen
ingesteld op [Uit].
MENU-knop t
6 t [Lenscomp.: vervorming] t Selecteer
de gewenste instelling
194
De methode voor opnemen op een
geheugenkaart instellen
Opnamemodus
U kunt beelden op 2 geheugenkaarten tegelijk vastleggen of beelden
gesorteerd naar beeldtype opslaan op verschillende geheugenkaarten.
[Standaard] is geselecteerd in de standaardinstellingen.
MENU-knop t
1 t [Opnamemodus] t Selecteer de
gewenste instelling
Legt beelden alleen vast op de geheugenkaart die is gestoken
in de met [Selecteer opnamemedia] geselecteerde sleuf
(bladzijde 54).
Gelktdg opn (Stlst
bld)
Legt stilstaande beelden vast op beide geheugenkaarten die in
de 2 sleuven zijn gestoken, ongeacht de instelling [Selecteer
opnamemedia], en legt films vast op de geheugenkaart die in
de met [Selecteer opnamemedia] geselecteerde sleuf is
gestoken. Stilstaande beelden die hetzelfde bestandsnummer
gebruiken, worden vastgelegd in de mappen die hetzelfde
mapnummer hebben op beide geheugenkaarten.
Gelijktdge opn (Film) Legt films vast op beide geheugenkaarten die in de 2 sleuven
zijn gestoken, ongeacht de instelling [Selecteer
opnamemedia], en legt stilstaande beelden vast op de
geheugenkaart die in de met [Selecteer opnamemedia]
geselecteerde sleuf is gestoken. MP4-films die hetzelfde
bestandsnummer gebruiken, worden vastgelegd in de mappen
die hetzelfde mapnummer hebben op beide geheugenkaarten.
Glkt opn (Stl bld/Flm) Legt stilstaande beelden/films vast op beide
geheugenkaarten.
Sorteren(JPEG/RAW) Legt JPEG-gegevens vast op de geheugenkaart die is
geselecteerd met [Selecteer opnamemedia] en legt RAWgegevens vast op de andere geheugenkaart.
Sorter.(stilst. bld/
film)
Legt stilstaande beelden vast op de geheugenkaart die is
geselecteerd met [Selecteer opnamemedia] en legt films vast
op de andere geheugenkaart.
Opmerkingen
• Eén van de volgende geheugenkaarten is nodig voor het tegelijkertijd vastleggen van
films.
195
Installatie van de camera
Standaard
De methode voor opnemen op een geheugenkaart instellen
– SD-kaarten die overeenkomen met het UHS-I (UHS snelheidsklasse 1) interface
– SD-kaarten die passen bij de Klasse 10 snelheid of hoger
– "Memory Stick PRO Duo"
• Het simultaan opnemen van beelden duurt mogelijk lang.
• Wanneer de functie voor simultaan opname of [Sorteren(JPEG/RAW)] is gekozen
en een beeld niet wordt opgenomen omdat er bijvoorbeeld geen geheugenkaart in
een van de twee sleuven is geplaatst, wordt het beeld niet vastgelegd op beide
geheugenkaarten.
Formatteren
Vergeet niet dat het formatteren alle gegevens op de geheugenkaart
onherstelbaar zal wissen, inclusief de beveiligde beelden.
MENU-knop t
1 t [Formatteren] t Selecteer de sleuf van
uw keuze t [Enter]
Opmerkingen
• Tijdens het formatteren brandt het toegangslampje. Terwijl het bedrijfslampje
brandt, mag u de geheugenkaart niet verwijderen.
• Formatteer de geheugenkaart in de camera. Als u de geheugenkaart op een computer
formatteert, is het mogelijk dat deze niet in deze camera gebruikt kan worden,
afhankelijk van het type formattering dat is uitgevoerd.
• Formatteren kan afhankelijk van de geheugenkaart een aantal minuten in beslag
nemen.
• Wanneer de resterende tijd van de accu 1 procent of minder is, kunt u geen
geheugenkaarten formatteren.
Bestandsnummer
MENU-knop t
1 t [Bestandsnummer] t Selecteer de
gewenste instelling
Serie
De camera stelt nummers niet opnieuw in en kent
opeenvolgende nummers aan bestanden toe totdat het
nummer "9999" wordt bereikt.
Terugstellen
De camera stelt nummers opnieuw in wanneer een bestand
wordt vastgelegd in een nieuwe map en wijst nummers toe
aan bestanden vanaf "0001". Als de opnamemap een bestand
bevat, wordt een nummer hoger dan het hoogste reeds
toegekende nummer toegewezen.
196
De methode voor opnemen op een geheugenkaart instellen
Opmerking
• Indien u [Terugstellen] uitvoert, wordt het bestandsnummer teruggesteld.
Mapnaam
De opgenomen beelden worden opgeslagen in de automatisch gemaakte
mappen in de map DCIM op de geheugenkaart.
MENU-knop t
instelling
1 t [Mapnaam] t Selecteer de gewenste
Standaardform.
Het formaat van de mapnaam is als volgt: mapnummer +
MSDCF.
Voorbeeld: 100MSDCF
Datumformaat
Het formaat van de mapnaam is als volgt: mapnummer + J
(laatste cijfer)/MM/DD.
Voorbeeld: 10020405 (Mapnaam: 100, datum: 2012/04/05)
Opmerking
• De indeling van de MP4 filmmap is vastgesteld op "mapnummer + ANV01".
OPN.-map kiezen
MENU-knop t
gewenste map
1 t [OPN.-map kiezen] t Selecteer de
Opmerkingen
• U kunt de map niet selecteren wanneer u de instelling [Datumformaat] selecteert.
• Als simultaan of gesorteerde opname is gekozen, mag u alleen een map kiezen die
op beide geheugenkaarten dezelfde mapnaam heeft. Indien er geen mappen met
dezelfde mapnaam zijn, kunt u een map maken met [Nieuwe map].
Nieuwe map
U kunt op de geheugenkaart een map maken voor het opnemen van
afbeeldingen.
Een nieuwe map wordt aangemaakt met een nummer dat één hoger is dan
het hoogste mapnummer dat reeds in gebruik is, en de map wordt de actuele
197
Installatie van de camera
Wanneer een map met de standaardindeling is geselecteerd en er zijn 2 of
meer mappen, kunt u de map selecteren voor het opslaan van beelden.
De methode voor opnemen op een geheugenkaart instellen
opnamemap. Er wordt tegelijkertijd een map voor stilstaande beelden en
een map voor MP4-films aangemaakt.
MENU-knop t
1 t [Nieuwe map]
Opmerkingen
• Indien u [Opnamemodus] anders instelt dan [Standaard] en een opname start, wordt
een nieuwe map op beide geheugenkaarten gemaakt met een mapnummer dat een
nummer hoger is dan het huidige hoogste mapnummer.
• Als u [Opnamemodus] instelt op een andere optie dan [Standaard] en begint met het
maken van opnamen, wordt mogelijk automatisch een nieuwe map gemaakt.
• Wanneer u een geheugenkaart in de camera plaatst die in andere apparatuur is
gebruikt, en u maakt opnamen, zal misschien automatisch een nieuwe map wordt
aangemaakt.
• Er kunnen maximaal 4.000 beelden worden opgeslagen in een map. Wanneer de
capaciteit van de map wordt overschreden, wordt automatisch een nieuwe map
aangemaakt.
Beeld-DB herstellen
Wanneer er onregelmatigheden worden aangetroffen in het beelddatabasebestand die worden veroorzaakt door de verwerking van opnamen
op computers, enz., worden opnamen in deze indeling op de geheugenkaart
niet afgespeeld. Als dit gebeurt, repareert de camera het bestand.
MENU-knop t
2 t [Beeld-DB herstellen] t Selecteer de
sleuf van uw keuze t [Enter]
Opmerking
• Gebruik een accu die voldoende is opgeladen. Als het vermogen van de accu te veel
afneemt tijdens het repareren, kunnen de gegevens beschadigd raken.
Inst. uploaden
U kunt van de upload-functie gebruik maken met een Eye-Fi-kaart (in de
handel verkrijgbaar). Deze optie verschijnt wanneer een Eye-Fi-kaart in
geheugenkaartsleuf 1 van de camera is gestoken.
MENU-knop t
198
3 t [Inst. uploaden] t [Aan]
De methode voor opnemen op een geheugenkaart instellen
De statusindicators bij communicatie
Standby. Er zijn geen beelden te verzenden.
Upload-standby.
Bezig met verbinding maken.
Bezig met uploaden.
Fout.
199
Installatie van de camera
Opmerkingen
• De statusindicators in de communicatie worden alleen weergegeven wanneer
[Opnamemodus] is ingesteld op [Standaard].
• Installeer, voordat u een Eye-Fi-kaart gebruikt, het toegangspunt van de draadloze
LAN en de verzendbestemming. Raadpleeg voor nadere bijzonderheden de
gebruiksaanwijzing die bij de Eye-Fi-kaart wordt geleverd.
• Eye-Fi-kaarten worden verkocht in de V.S, Canada, Japan en sommige landen in de
EU (vanaf juni 2012).
• Neem voor meer informatie rechtstreeks contact op met de fabrikant of leverancier.
• Eye-Fi-kaarten kunnen alleen worden gebruikt in landen/regio's waar zij worden
aangeschaft. Gebruik Eye-Fi-kaarten in overeenstemming met de wet van de landen/
regio's waar u de kaart hebt aangeschaft.
• Eye-Fi-kaarten hebben ook een functie voor draadloze LAN. Steek een Eye-Fi-kaart
niet in de camera wanneer dat verboden is, bijvoorbeeld in een vliegtuig. Als er een
Eye-Fi-kaart in de camera is gezet, stel dan [Inst. uploaden] in op [Uit].
wordt
op het scherm weergegeven wanneer [Inst. uploaden] is ingesteld op [Uit].
• Wanneer u een splinternieuwe Eye-Fi-kaart voor de eerste keer gebruikt, kopieer dan
het installatiebestand van Eye-Fi-manager dat op de kaart is vastgelegd naar uw
computer voordat u de kaart formatteert.
• Gebruik een Eye-Fi-kaart wanneer u de firmware hebt geüpdate naar de laatste
nieuwe versie. Raadpleeg voor nadere bijzonderheden de gebruiksaanwijzing bij de
Eye-Fi-kaart.
• De functie voor stroombesparing van de camera werkt niet zolang beelden worden
geüpload.
• Als
(fout) op het scherm wordt getoond, neem de geheugenkaart dan uit en zet
deze weer in, of zet het toestel uit en weer aan. Als
weer verschijnt, is de EyeFi-kaart misschien beschadigd.
• Wi-Fi-netwerkcommunicatie kan misschien invloed ondervinden van andere
communicatieapparaten. Als de communicatiestatus niet goed is, ga dan dichter naar
het toegangspunt van het Wi-Fi-netwerk toe.
• Raadpleeg voor nadere informatie over de bestandstypen die kunnen worden
geüpload, de bedieningsinstructies die bij de Eye-Fi-kaart worden geleverd.
De methode voor opnemen op een geheugenkaart instellen
• Als u een beeld uploadt dat is vastgelegd met [GPS aan/uit] ingesteld op [Aan], zal
de locatie-informatie van het beeld misschien beschikbaar worden voor iemand
anders. U kunt dit voorkomen door [GPS aan/uit] in te stellen op [Uit]
(bladzijde 201) (alleen SLT-A99V).
• Dit product ondersteunt de Eye-Fi "Endless Memory Mode" niet. Het is belangrijk
dat op Eye-Fi-kaarten die u in dit product zet, "Endless Memory Mode" is
uitgeschakeld.
200
Informatie over de opnamelocatie met
de functie GPS (alleen SLT-A99V)
Als de camera locatie-informatie heeft verzameld met de ingebouwde GPSfunctie, is deze informatie vastgelegd in de beelden of films van die locatie.
Met de bijgeleverde software "PlayMemories Home" kunt u beelden die
met locatie-informatie zijn vastgelegd, importeren op een computer en de
beelden bekijken met een kaart die de opnamelocatie weergeeft. Zie
"PlayMemories Home help-gids" voor meer informatie.
MENU-knop t
[Aan]
2 t [GPS-instellingen] t [GPS aan/uit] t
De indicator verandert op basis van de kracht van de ontvangst van het
GPS-signaal.
GPS-indicators
GPS-ontvangststatus
Geen indicator
[GPS aan/uit] is ingesteld op [Uit].
Uw camera kan de locatie-informatie niet vastleggen. Gebruik uw
camera in een open gebied.
De huidige locatie-informatie kan worden vastgelegd.
Er is een probleem met de GPS-functie. Schakel de camera uit en
weer in.
Een GPS-signaal ontvangen
• Een juiste driehoeksmeting is binnen of in de buurt van hoge gebouwen
niet mogelijk.
Gebruik uw camera in een open gebied buiten, en zet uw camera weer
aan.
• Het kan enkele tientallen seconden duren totdat de locatie-informatie
wordt verkregen. U kunt de tijd voor het positioneren bekorten door GPShulpdata te gebruiken.
Opmerkingen
• Direct nadat u de camera inschakelt, zal het misschien enkele tientallen seconden tot
enkele minuten duren totdat de informatie over de locatie wordt verkregen. Als u
beelden opneemt en de locatie-informatie is niet ontvangen, wordt de informatie niet
201
Installatie van de camera
De locatie-informatie wordt berekend. Wacht tot de locatieinformatie kan worden vastgelegd.
Informatie over de opnamelocatie met de functie GPS (alleen SLT-A99V)
vastgelegd. U kunt de juiste informatie vastleggen door te wachten tot de camera
radiosignalen van GPS-satellieten kan ontvangen.
• Schakel tijdens het opstijgen of landen van een vliegtuig de camera uit, volgens de
instructies van de aankondigingen aan boord.
• Gebruik GPS in overeenstemming met de voorschriften die ter plaatse of voor de
situatie gelden.
• Zie voor meer gedetailleerde opmerkingen over de GPS-functie, bladzijde 252.
GPS-hulpdata
De tijd die de GPS nodig heeft voor het verkrijgen van locatie-informatie,
kan worden bekort door het opnemen van GPS-hulpdata. Als u de camera
aansluit op de computer waarop de bijgeleverde "PlayMemories Home"software is geïnstalleerd, kunt u de GPS-hulpdata automatisch updaten.
De status van de GPS-hulpdata controleren
MENU-knop t
2 t [GPS-instellingen] t [GPS-hulpgeg. contr.]
Opmerkingen
• U hebt de computer nodig als u de data via Internet wilt updaten.
• Als de geldigheidstermijn van de hulpdata is verstreken, kan de tijd tot het
vastleggen van locatie-informatie niet worden bekort. U kunt het beste de hulpdata
regelmatig updaten. De geldigheidstermijn van de hulpdata is ongeveer 30 dagen.
• Als [Datum/tijd instellen] niet is ingesteld, of de ingestelde tijd is veel verschoven,
kan de tijd die de GPS nodig heeft voor het verkrijgen van locatie-informatie niet
worden bekort.
• De hulpdata-dienst kan om diverse redenen zijn gesloten.
De GPS-hulpdata updaten door een geheugenkaart in de computer
te steken
Start [GPS Support Tool] in het hoofdscherm van de "PlayMemories
Home", selecteer de geheugenkaart-drive van uw computer en update
vervolgens de GPS-hulpdata. Steek de geheugenkaart die is geüpdate, in de
camera.
202
Informatie over de opnamelocatie met de functie GPS (alleen SLT-A99V)
Aut. tijdcorrectie GPS
Uw camera houdt de juiste kloktijd bij door bij het opstarten de
tijdsinformatie te verkrijgen met GPS. De tijd wordt gecorrigeerd wanneer
u het toestel uitzet.
MENU-knop t
GPS] t [Aan]
2 t [GPS-instellingen] t [Aut. tijdcorrectie
Opmerkingen
• [Aut. tijdcorrectie GPS] is ongeldig als [GPS aan/uit] is ingesteld op [Uit].
• U kunt het pas gebruiken als u [Datum/tijd instellen] hebt ingesteld op de camera.
• Er kunnen verschillen van enkele seconden zijn.
• Afhankelijk van het gebied zal het misschien niet goed werken.
Installatie van de camera
203
Uw persoonlijke instellingen opslaan
U kunt 3 combinaties van vaak gebruikte standen en instellingen in het
geheugen registreren. U kunt de geregistreerde instellingen weer oproepen
met de functiekeuzeknop.
1 Stel de camera in op de instelling die u wilt opslaan.
2 MENU-knop t
4 t [Geheugen]
3 Selecteer het cijfer dat u wilt registreren met b/B op de multiselectieschakelaar en druk dan op het midden van de multiselectieschakelaar.
U kunt de instellingen wijzigen nadat u ze hebt geregistreerd.
Items die kunnen worden geregistreerd
Belichtingsfunctie, diafragma, sluitertijd, transportfunctie, scherpstelstand,
ISO, witbalans, belichtingscompensatie, lichtmeetfunctie, DRO/Auto
HDR, Creatieve Stijl, flitsstand, flitscorrectie, Gezichtsdetectie,
Glimlachdetectie-gevoeligheid, object volgen, Beeldeffect, de positie van
het lokale AF-gebied en alle opties van het
menu Stilstaande beelden
(bladzijde 38),
menuopties Film opnemen (bladzijde 40).
De opgeslagen instellingen weer oproepen
Zet de functiekeuzeknop op het gewenste nummer 1/2/3 dat u wilt oproepen.
De opgeslagen instellingen wijzigen
Zet, wanneer u de instelling weer hebt opgeroepen, de camera op de
instelling die u wilt registreren en registreer de instelling dan weer onder
hetzelfde cijfer.
Opmerkingen
• U kunt niet de instellingen programma verschuiven en handmatige verschuiving
registreren.
• De werkelijke instelling komt niet overeen met de posities van de keuzeknoppen op
de camera. Raadpleeg de informatie die op het LCD-scherm wordt weergegeven
wanneer u foto's maakt.
204
Op de standaardinstellingen
terugstellen
U kunt de belangrijkste instellingen van de camera terugstellen.
MENU-knop t
4 t [Initialiseren] t Selecteer de gewenste
instelling t [OK]
: De items die moeten worden gereset.
– : De items die niet moeten worden gereset.
Opnamefuncties
Onderdelen
Terugstellen op
Terugstellen Opn.f.terugst.
Custom
terugst.
Belichtingscompensatie ±0.0
(113)
–
Transportfunctie
(117)
Enkele opname
–
Flitsfunctie (122)
Invulflits (verschilt
afhankelijk van de
belichtingsstand)
Enkelvoudige AF
–
AF-gebied (100)
Breed
–
Object volgen (101)
Uit (verschilt
afhankelijk van
[Scherpstelfunctie])
–
Lach-/Gezichtsherk.
(150, 154)
Aan (ger. gezicht.)
Aut. portretomkad.
(152)
Uit
Installatie van de camera
Scherpstelfunctie
(96)
–
–
–
ISO (132)
AUTO
Lichtmeetfunctie
(116)
Meervelds
–
Flitscompensatie
(128)
±0.0
Witbalans (142)
AWB (automatische
witbalans)
–
Kl.temp./Filter (143) 5500K, Kleurfilter 0
–
–
–
205
Op de standaardinstellingen terugstellen
Eigen witbalans
(144)
5500K
DRO/Auto HDR
(134)
Dynamischebereikopt.: auto
–
Creatieve stijl (138)
1/Standaard
–
Foto-effect (137)
Uit
–
Scènekeuze (74)
Portret
–
Film (164)
P
–
–
Automatische modus Slim automatisch
(72)
–
Tele-zoom
continuvoork. AE
(80)
–
T10
Menu stilstaande beelden
Onderdelen
Terugstellen op
Beeldformaat (146)
L:24M
Beeldverhouding
(148)
3:2
Kwaliteit (148)
Fijn
Panorama: formaat
(147)
Standaard
Panorama: richting
(79)
Rechts
Helder Beeld Zoom
(159)
Aan
Terugstellen Opn.f.terugst.
Custom
terugst.
–
–
–
–
–
–
Digitale zoom (159)
Uit
NR lang-belicht
(160)
Aan
NR bij hoge-ISO
(160)
Normaal
Flitsregeling (129)
ADI-flits
AF-hulplicht (106)
Automatisch
–
SteadyShot (63)
Aan
–
AF-snelheid (39)
Snel
–
Kleurenruimte (162)
sRGB
–
206
–
–
–
–
Op de standaardinstellingen terugstellen
Stille Controller
(34)
Scherpstelfunctie
Belichtingsstap (39)
0,3 EV
–
–
Sluiterontspan. (39)
Na scherpst.
–
AF met sluiter (39)
Aan
–
AEL met sluiter (40) Aan
–
Menu film opnemen
Terugstellen Opn.f.terugst.
Custom
terugst.
Onderdelen
Terugstellen op
Bestandsindeling
(167)
AVCHD
Opname-instelling
(167)
60i 17M(FH), 50i
17M(FH)
–
SteadyShot (63)
Uit
–
Duur AF volgen
(164)
Gemiddeld
Autom. lange
sluitertijd (165)
Aan
–
–
–
Stille Controller Audio opnameniveau
Geluid opnemen
(171)
Aan
Windruis reductie
(171)
Uit
Audioniv.weerg.
(169)
Aan
Audio-uitvoer-tijd
(170)
Live
Installatie van de camera
–
(34)
–
–
–
–
Menu Eigen Instellingen
Onderdelen
Terugstellen op
Eye-Start AF (41)
Uit
Inst. FINDER/LCD
(192)
Automatisch
Terugstellen Opn.f.terugst.
–
–
Rode ogen verm. (41) Uit
–
Opn. zonder lens
(188)
–
Uitschakelen
Custom
terugst.
207
Op de standaardinstellingen terugstellen
Sup. aut. Cont. opn.
(73)
Automatisch
Sup. aut. Beeld
extractie (74)
Automatisch
–
–
Stramienlijn (188)
Uit
Autom.weergave
(188)
2 sec.
–
DISP-knop (scherm)
(92)
Voor zoeker/Geen
info/Niveau/
Histogram
–
DISP-knop (zoeker)
(92)
Geen info/Niveau/
Histogram
–
AF RANGE knop
(42, 104)
AF-bereik regeling
AF-bereik regeling
hulp (42)
Aan
Reliëfniveau (109)
Uit
–
Reliëfkleur (109)
Wit
–
LiveView-weergave
(94)
Instelling effect aan
–
–
–
Funct. van AEL-knop AEL-vergrendel
(189)
–
–
ISO-knop (190)
ISO
–
AF/MF-knop (190)
AF/MF-reg.
vergrend.
–
Customtoets (190)
FEL-slot wisselen
–
Voorbeeldknop (190) Diafragmavoorbeeld
–
Knop intell. telecon.
(109, 156)
–
Intell. teleconverter
Scherpstelvastzetknop Scherp.vergr.
(44)
Knop MOVIE (44)
Altijd
Instelwiel inst (44)
Sltd
getal
Bel.comp.wiel (114)
Uit
Bel.comp.inst. (45)
Omgeving+flits
Bracketvolgorde (45) 0 t – t +
208
–
–
F-
–
–
–
–
Op de standaardinstellingen terugstellen
Lenscomp.: schaduw Automatisch
(194)
–
Lenscomp.: chrom.
afw. (194)
Automatisch
–
Lenscomp.:
vervorming (194)
Uit
Sluitergordijn
voorzijde (190)
Aan
Gezichtsprioriteit
volgen (103)
Aan
–
–
–
Menu Weergave
Terugstellen op
Stilst.b./film select.
(172)
Mapweergave
(stilstaand)
Diavoorstelling –
Herhalen (175)
Uit
Diavoorstelling –
Interval (175)
3 sec.
Diavoorstelling –
Beeldtype (176)
Alles
Beeldindex (173)
4 afbeeldingen
Printen opgeven –
Datum afdrukken
(180)
Uit
Selecteer
afspeelmedia (172)
Slot 1
Volume-instellingen
(46)
4
Afspeelweergave
(176)
Autom.roteren
Terugstellen Opn.f.terugst.
Custom
terugst.
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
Installatie van de camera
Onderdelen
Menu Geheugenkaartinstrumenten
Onderdelen
Terugstellen op
Selecteer
opnamemedia (54)
Slot 1
Opnamemodus (195) Standaard
Terugstellen Opn.f.terugst.
Custom
terugst.
–
–
–
–
209
Op de standaardinstellingen terugstellen
Bestandsnummer
(196)
Serie
Mapnaam (197)
Standaardform.
–
–
–
–
Instelmenu voor de klok
Onderdelen
Terugstellen op
Datum/tijd instellen
(60)
–
Tijdzone instellen
(60)
–
Terugstellen Opn.f.terugst.
Custom
terugst.
–
–
–
–
Menu Installatie
Onderdelen
Terugstellen op
Terugstellen Opn.f.terugst.
Custom
terugst.
Menustartpositie (47) Hoofdmenu
–
–
Wisbevestiging (47)
Stand.Annuleren
–
–
Modusknopscherm
(47)
Uit
–
–
LCD-helderheid
(191)
Automatisch
–
–
Helderheid zoeker
(191)
Automatisch
–
–
Kleurtemperat.
zoeker (47)
0
–
–
GPS-instellingen –
GPS aan/uit (201)
(alleen SLT-A99V)
Uit
–
–
GPS-instellingen –
Aut. tijdcorrectie
GPS (203) (alleen
SLT-A99V)
–
–
–
Stroombesparing
(191)
Standaard
–
–
Begintijd
energiebespar. (192)
1 min.
–
–
HDMI-resolutie (48) Automatisch
–
–
CTRL.VOOR HDMI Aan
(48)
–
–
210
Op de standaardinstellingen terugstellen
HDMIinformatieweerg.
(186)
Aan
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
AF-microafst. – Inst. Uit*
voor aanp. AF (107)
–
–
Demomodus (49)
–
–
Inst. uploaden (198)
Aan
USB-verbinding
(219)
Automatisch
USB LUN-instelling
(220)
Multi
Audiosignalen (48)
Aan
APS-C-grootte opn.
(192)
Automatisch
Uit
Overige
Terugstellen op
Weergave opnameinformatie (LCDscherm) (92)
Voor zoeker
Weergave opnameinformatie (Zoeker)
(92)
Niveau
Weergavescherm
(177)
Enkelbeeldweergavescherm (met opnameinformatie)
Terugstellen Opn.f.terugst.
Custom
terugst.
–
–
–
–
–
–
Installatie van de camera
Onderdelen
* Ook als u de instelling reset, worden de aangepaste waarden niet gereset.
211
De software-versie controleren
Hiermee geeft u de software-versie van uw camera weer. Controleer de
versie wanneer er een firmware-update uitkomt.
Als u een lens op het toestel zet die compatibel is met de functie 'lensversie
upgraden', wordt de versie van de lens aangeduid.
MENU-knop t
4 t [Versie]
Opmerking
• Een update kan alleen worden uitgevoerd wanneer het accuniveau
(3
resterende accupictogrammen) of meer is. Wij adviseren u een accu te gebruiken die
voldoende is opgeladen of de netspanningsadapter AC-PW10AM (los verkrijgbaar).
212
Beelden bekijken op uw computer
De software gebruiken
De volgende toepassingen staan op de CD-ROM (bijgeleverd) en zij bieden
een veelzijdiger gebruik van beelden die u met uw camera hebt geschoten.
• "Image Data Converter"
• "PlayMemories Home"
• "Remote Camera Control"
Zie voor meer gedetailleerde opmerkingen over installatie ook bladzijden
217, 218.
"Image Data Converter" gebruiken
Raadpleeg de Help als u "Image Data Converter" wilt gebruiken.
Klik op [start] t [Alle programma's] t [Image Data Converter] t
[Help] t [Image Data Converter Ver.4].
"Image Data Converter" ondersteuningspagina (alleen in het Engels)
http://www.sony.co.jp/ids-se/
"PlayMemories Home" gebruiken
Met "PlayMemories Home" kunt u onder meer het volgende doen:
• Beelden instellen die met de camera zijn opgenomen, en ze op de
computer weergeven.
• De beelden op de computer op een kalender rangschikken op
opnamedatum voor weergave.
213
Beelden bekijken op uw computer
Met "Image Data Converter" kunt u onder meer het volgende doen:
• Beelden, opgenomen in RAW-indeling, openen en bewerken door
verschillende correcties toe te passen, zoals tooncurve en beeldscherpte.
• Beelden aanpassen met witbalans, belichting en Creative Stijl, enz.
• De beelden die zijn getoond en bewerkt op een computer, opslaan.
U kunt het beeld opslaan als RAW-bestand of in de algemene
bestandsindeling.
• RAW/JPEG-beelden die met deze camera zijn vastgelegd, op het scherm
tonen en vergelijken.
• De beelden een beoordeling geven op een schaal van 5.
• Kleurlabels instellen.
De software gebruiken
• Stilstaande beelden bewerken (rode-ogen-correctie, enz.), afdrukken, als
e-mailbijlage versturen en de opnamedatum veranderen.
• Beelden bewerken op de computer, zoals bijsnijden, vergroten en
verkleinen.
• Stilstaande beelden afdrukken of opslaan met de datum.
• Blu-ray-discs of dvd-discs maken van AVCHD-films geïmporteerd op
een computer. (Er is een omgeving met een internet verbinding vereist
wanneer een Blu-ray-disc/dvd-disc voor de eerste keer wordt gemaakt.)
Opmerkingen
• "PlayMemories Home" is niet geschikt voor Mac-computers. Wanneer u beelden
weergeeft op Mac-computers, moet u de juiste software gebruiken die is
meegeleverd met de Mac-computer.
• Films die zijn opgenomen met de instelling [60p 28M(PS)]/[50p 28M(PS)], [60i
24M(FX)]/[50i 24M(FX)] of [24p 24M(FX)]/[25p 24M(FX)] in [Opnameinstelling] worden geconverteerd door "PlayMemories Home" voor het aanmaken
van een AVCHD-opnamedisc. Het converteren kan vrij lang duren. Ook kunt u niet
een disc aanmaken met de oorspronkelijke beeldkwaliteit. Als u de oorspronkelijke
beeldkwaliteit wilt behouden, moet u uw films op een Blu-ray-disc opslaan.
Raadpleeg "PlayMemories Home help-gids" als u "PlayMemories Home"
wilt gebruiken.
Dubbelklik op de snelkoppeling van
(PlayMemories Home help-gids)
op het bureaublad. Of klik op [start] t [Alle programma's] t
[PlayMemories Home] t [PlayMemories Home help-gids].
"PlayMemories Home" ondersteuningspagina (alleen in het Engels)
http://www.sony.co.jp/pmh-se/
"Remote Camera Control" gebruiken
Sluit de camera op uw computer aan. Met "Remote Camera Control" kunt
u:
• De camera instellen of een beeld vastleggen vanaf de computer.
• Het beeld direct vastleggen op de computer.
• Opnamen maken met Interval-timer.
214
De software gebruiken
Stel voorafgaand aan gebruik het volgende in: MENU-knop t
3t
[USB-verbinding] t [PC-afstandsbediening]
Raadpleeg de Help als u "Remote Camera Control" wilt gebruiken.
Klik op [start] t [Alle programma's] t [Remote Camera Control] t
[Help] t [Remote Camera Control Ver.3].
Opmerking
• In Opnamen maken met Interval-timer wordt de transportfunctie ingesteld op
[Enkele opname ]. Als niet kan worden scherpgesteld, wordt de sluiter niet bediend
(behalve wanneer handmatige scherpstelling is geselecteerd of [Sluiterontspan.] in
het
menu Stilstaande beelden opnemen is ingesteld op [Geen scherpst.].
Aanbevolen computeromgeving (Windows)
De volgende computeromgeving wordt aanbevolen wanneer u de
bijgeleverde software gebruikt en beelden importeert via een USBaansluiting.
Microsoft Windows XP* SP3/Windows Vista** SP2/
Windows 7 SP1
"PlayMemories
Home"
CPU: Intel Pentium III 800 MHz of sneller
(Voor het afspelen/bewerken van de High Definition-films:
Intel Core Duo 1,66 GHz of sneller/Intel Core 2 Duo 1,66
GHz of sneller, Intel Core 2 Duo 2,26 GHz of sneller (AVC
HD (FX/FH)), Intel Core 2 Duo 2,40 GHz of sneller (AVC
HD (PS)))
Geheugen: Windows XP 512 MB of meer (1 GB of meer
wordt aanbevolen), Windows Vista/Windows 7 1 GB of meer
Vaste schijf: Vrije schijfruimte benodigd voor installatieongeveer 500 MB
Computerscherm: Schermresolutie-1024 × 768
beeldpunten of meer
"Image Data
Converter Ver.4"/
"Remote Camera
Control Ver.3"
CPU/geheugen: Pentium 4 of sneller/1 GB of meer
Computerscherm: 1024 × 768 beeldpunten of meer
* 64-bits edities en startersedities worden niet ondersteund. Windows
Image Mastering API (IMAPI) Ver.2.0 of later is vereist als u de functie
voor het maken van discs wilt gebruiken.
** Starterseditie wordt niet ondersteund.
215
Beelden bekijken op uw computer
Besturingssysteem
(voorgeïnstalleerd)
De software gebruiken
Aanbevolen computeromgeving (Mac)
De volgende computeromgeving wordt aanbevolen wanneer u de
bijgeleverde software gebruikt en beelden importeert via een USBaansluiting.
Besturingssysteem
(voorgeïnstalleerd)
USB-aansluiting: Mac OS X v10.3 – v10.8
"Image Data Converter Ver.4" "Remote Camera
Control Ver.3": Mac OS X v10.5 - v10.8
"Image Data
Converter Ver.4"/
‘Remote Camera
Control Ver.3"
CPU: Intel Core Solo/Core Duo/Core 2 Duo of sneller
Geheugen: 1 GB of meer wordt aanbevolen.
Computerscherm: 1024 × 768 beeldpunten of meer
Opmerkingen
• De juiste werking kan niet worden gegarandeerd in een computeromgeving die is
opgewaardeerd tot een van de bovenstaande besturingssystemen of in een
computeromgeving met meerdere besturingssystemen (multi-boot).
• Als u 2 of meer USB-apparaten tegelijkertijd op een computer aansluit, is het
mogelijk dat, afhankelijk van het type USB-station dat is aangesloten, sommige
apparaten, waaronder de camera, niet zullen werken.
• Wanneer u de camera aansluit met behulp van een USB-interface die compatibel is
met Hi-Speed USB (USB 2.0-compatibel) is geavanceerde gegevensoverdracht
(High Speed) mogelijk omdat de camera compatibel is met Hi-Speed USB (USB
2.0-compatibel).
• Wanneer de computer ontwaakt uit de waak- of slaapstand, is het mogelijk dat de
communicatie tussen de camera en uw computer zich niet op hetzelfde moment
herstelt.
216
De software gebruiken
De software installeren (Windows)
Meld aan als beheerder.
1 Schakel de computer in en plaats de CD-ROM (bijgeleverd) in
het CD-ROM-station.
Het scherm met het installatiemenu wordt weergegeven.
• Als het niet verschijnt, dubbelklikt u op [Computer] (Voor Windows XP:
[Deze computer]) t
(PMHOME) t [Install.exe].
• Als het scherm Automatisch afspelen verschijnt, selecteert u "Install.exe
uitvoeren" en volgt u de instructies die op het scherm verschijnen voor het
vervolg van de installatie.
2 Klik op [Installeren].
3 Verwijder de CD-ROM nadat de installatie is voltooid.
De volgende software is geïnstalleerd en er verschijnen pictogrammen op het
bureaublad.
"Image Data Converter"
"Remote Camera Control"
"PlayMemories Home"
"PlayMemories Home help-gids"
Opmerking
• Als "PMB" (Picture Motion Browser), geleverd bij een camera die voor 2011 is
aangeschaft, al op de computer is geïnstalleerd, wordt "PMB" overschreven door
"PlayMemories Home" en kunt u mogelijk niet alle functies van "PMB" gebruiken.
217
Beelden bekijken op uw computer
Controleer dat zowel "Image Data Converter" als "PlayMemories Home" zijn
aangevinkt en volg de instructies op het scherm.
• Sluit de camera aan op de computer volgens de instructies op het scherm
(bladzijde 220).
• Wanneer de bevestigingsmelding voor opnieuw opstarten wordt afgebeeld,
start u de computer opnieuw op aan de hand van de aanwijzingen op het
scherm.
• DirectX zal misschien worden geïnstalleerd afhankelijk van de
systeemomgeving van uw computer.
De software gebruiken
De software installeren (Mac)
Meld aan als beheerder.
1 Schakel uw Mac-computer in en plaats de CD-ROM
(bijgeleverd) in het CD-ROM-station.
2 Dubbelklik op het pictogram van de CD-ROM.
3 Kopieer de bestanden [IDC_INST.pkg] en [RCC_INST.pkg] in de
map [MAC] naar het pictogram van de vaste schijf.
4 Dubbelklik op de bestanden [IDC_INST.pkg] en [RCC_INST.pkg]
in de kopieerbestemmingsmap.
Volg de aanwijzingen op het scherm om het installeren te voltooien.
218
De camera op de computer aansluiten
De USB-verbinding instellen
Selecteert de methode die wordt gebruikt voor een USB-verbinding
wanneer de camera op een computer of met een USB-kabel op een USBapparaat wordt aangesloten.
MENU-knop t
3 t [USB-verbinding] t Selecteer de
gewenste instelling
Brengt automatisch een aansluiting voor Massaopslag of
MTP tot stand, in overeenstemming met een computer of een
ander USB-toestel dat moet worden aangesloten. Windows 7computers worden aangesloten in MTP en de unieke functies
ervan worden ingeschakeld voor gebruik.
Massaopslag
Brengt een Massa-opslag-verbinding tot stand tussen de
camera, een computer en andere USB-apparaten.
Standaardstand.
MTP
Brengt een MTP-aansluiting tussen de camera, een computer
en andere USB-toestellen tot stand. Windows 7-computers
worden aangesloten in MTP en de unieke functies ervan
worden ingeschakeld voor gebruik. In het geval van andere
computers (Windows Vista/XP, Mac OS X), verschijnt de
Wizard Automatisch Afspelen en worden de stilstaande
beelden in de opnamemap op de camera in de computer
geïmporteerd.
PCafstandsbediening
Bedient de camera vanaf de computer met "Remote Camera
Control" op de CD-ROM (bijgeleverd), zoals opnamen
maken en opslaan op de computer.
Opmerkingen
• Wanneer dit item is ingesteld op [Automatisch], kan het tot stand brengen van een
verbinding enige tijd in beslag nemen.
• Stel, als Apparaatfase* niet wordt weergegeven met Windows 7, dit item in op
[Automatisch].
* Apparaatfase is een menuscherm dat wordt gebruikt voor het beheren van
aangesloten apparaten, zoals een camera (Functie van Windows 7).
219
Beelden bekijken op uw computer
Automatisch
De camera op de computer aansluiten
De LUN (Logical Unit Number) instellen (USB LUNinstelling)
Bij USB-communicatie met de computer, kunt u een keuze maken uit de
beschikbare sleuven, beide sleuven en sleuf 1.
MENU-knop t
3 t [USB LUN-instelling] t Selecteer de
gewenste instelling
Multi
Toont de beelden in zowel geheugenkaartsleuf 1 als
geheugenkaartsleuf 2 op het scherm van de computer.
Enkel
Toont alleen de beelden in geheugenkaartsleuf 1 op het
scherm van de computer.
Aansluiten op de computer
1 Plaats een voldoende opgeladen accu in de camera of sluit de
camera aan op een stopcontact met behulp van de
netspanningsadapter AC-PW10AM (los verkrijgbaar).
2 Schakel de camera en de computer in.
3 Controleer of [USB-verbinding] in
[Massaopslag].
220
3 is ingesteld op
De camera op de computer aansluiten
4 Sluit de camera op uw computer
1 Naar een USB-aansluiting van
aan.
de computer
• Wanneer er voor de eerste keer een
USB-verbinding tot stand wordt
gebracht, start uw computer
automatisch een programma om de
camera te herkennen. Wacht even.
USB-kabel
(bijgeleverd)
2 Naar de USB-aansluiting
Beelden importeren op de computer (Windows)
"PlayMemories Home" biedt u de mogelijkheid gemakkelijk beelden te
importeren.
Meer informatie over functies van "PlayMemories Home" vindt u in de
"PlayMemories Home help-gids".
Wanneer de wizard Automatisch afspelen verschijnt nadat u een USBverbinding tot stand hebt gebracht tussen de camera en een computer, klikt
u op [Map openen en bestanden weergeven] t [OK] t [DCIM] of
[MP_ROOT] t en kopieert u de beelden van uw keuze naar de computer.
Bestandsnaam
Map
Het type bestand
Bestandsnaam
DCIM-map
JPEG-bestand
DSC0ssss.JPG
JPEG-bestand (Adobe RGB)
_DSCssss.JPG
MP_ROOT-map
RAW-bestand
DSC0ssss.ARW
RAW-bestand (Adobe RGB)
_DSCssss.ARW
MP4-bestand (1440 × 1080
12M)
MAH0ssss.MP4
MP4-bestand (VGA 3M)
MAQ0ssss.MP4
221
Beelden bekijken op uw computer
Beelden importeren op de computer zonder "PlayMemories
Home" te gebruiken
De camera op de computer aansluiten
• ssss (bestandsnummer) staat voor elk willekeurig nummer binnen
het bereik van 0001 tot 9999.
• Wanneer [Kwaliteit] is ingesteld op [RAW en JPEG], zijn het numerieke
deel van de naam van een bestand met RAW-gegevens en het
bijbehorende JPEG-bestand hetzelfde.
Opmerkingen
• Gebruik "PlayMemories Home" voor bedieningshandelingen zoals het importeren
van AVCHD-films naar de computer.
• Gebruik "PlayMemories Home" (alleen SLT-A99V) indien u films met GPS-lokatieinformatie in een computer wilt importeren.
• Wanneer de camera op de computer is aangesloten en u AVCHD-films of mappen
via de aangesloten computer start, zullen beelden misschien beschadigd raken of niet
kunnen worden weergegeven. Wis of kopieer AVCHD-films op de geheugenkaart
niet vanaf de computer. Sony is niet aansprakelijk voor gevolgen veroorzaakt door
dergelijke handelingen via de computer.
Beelden importeren op de computer (Mac)
1 Sluit de camera eerst op uw Mac-computer aan. Dubbelklik op
het pas herkende pictogram op het bureaublad t de map
waarin de beelden die u wilt importeren, zijn opgeslagen.
2 Sleep de beeldbestanden naar het pictogram van de vaste
schijf.
De beeldbestanden worden naar de vaste schijf gekopieerd.
3 Dubbelklik op het pictogram van de vaste schijf t het
gewenste beeldbestand in de map die de gekopieerde
bestanden bevat.
Het beeld wordt weergegeven.
De software voor Mac-computers
Zie voor nadere bijzonderheden over andere software voor Mac-computers
de volgende URL:
http://www.sony.co.jp/imsoft/Mac/
222
De camera op de computer aansluiten
De camera van de computer loskoppelen
Voer de procedures uit vanaf stap 1 tot 2 hierboven voor u:
• De USB-kabel loskoppelt
• De geheugenkaart verwijdert
• De camera uitschakelt
1 Dubbelklik op het ontkoppel-
Windows Vista
pictogram op de taakbalk.
• Voor Windows 7 klikt u op
vervolgens op
.
en
Ontkoppel-pictogram
2 Klik op
(USB-apparaat voor massaopslag veilig
verwijderen).
223
Beelden bekijken op uw computer
Opmerkingen
• Sleep het pictogram van de geheugenkaart of het drive-pictogram van tevoren naar
het pictogram "Prullenbak" wanneer u een Mac-computer gebruikt en de camera
wordt losgekoppeld van de computer.
• In Windows 7 wordt het pictogram voor ontkoppelen mogelijk niet weergegeven. In
die gevallen kunt u ontkoppelen zonder de bovenstaande procedure te volgen.
• Verwijder de USB-kabel niet terwijl het toegangslampje brandt. De gegevens
kunnen beschadigd worden.
Een film-disc maken
U kunt een disc maken van AVCHD-films die op de camera zijn
vastgelegd.
De methode selecteren voor het maken van een disc met
films
U kunt een disc maken van AVCHD-films die op de camera zijn
vastgelegd.
Welke apparaten dit materiaal kunnen afspelen is afhankelijk van het type
disc. Selecteer de methode die het beste past bij uw discspeler.
U kunt op twee manieren een filmdisc maken. Gebruik "PlayMemories
Home" op uw computer of maak een disc met andere apparatuur dan een
computer, bijvoorbeeld een recorder.
Disctype/gebruik
Beschikbare instelling voor
opnemen
PS
FX
Speler
FH
Apparaten voor het
afspelen van Blu-ray-discs
(Sony Blu-ray-speler,
PlayStation®3, enz.)
High Definitionbeeldkwaliteit behouden
(HD)
AVCHD-afspeelapparaten
(Sony Blu-ray-speler,
PlayStation®3, enz.)
High Definitionbeeldkwaliteit behouden
(HD) (AVCHDopnamedisc)
Standard Definitionbeeldkwaliteit behouden
(STD)
–*
–*
–*
–*
–*
Gewone dvdafspeelapparaten
(dvd-speler, computer die
dvd's kan afspelen, enz.)
* Films die zijn opgenomen met de instelling [60p 28M(PS)]/[50p 28M(PS)], [60i
24M(FX)]/[50i 24M(FX)] of [24p 24M(FX)]/[25p 24M(FX)] in [Opname-
224
Een film-disc maken
instelling] worden geconverteerd door "PlayMemories Home" voor het aanmaken
van een AVCHD-opnamedisc. Het converteren kan vrij lang duren. Ook kunt u niet
een disc aanmaken met de oorspronkelijke beeldkwaliteit. Als u de oorspronkelijke
beeldkwaliteit wilt behouden, moet u uw films op een Blu-ray-disc opslaan
(bladzijde 226).
Opmerking
• U kunt geen discs maken van films die zijn opgenomen met [PAL/NTSC schakelaar]
op [NTSC] ingesteld met gebruik van "PlayMemories Home". Maak een disc met
een ander apparaat dan een computer (bladzijde 228). (Alleen voor modellen die
geschikt zijn voor 1080i 50i)
Een disc van High Definition-beeldkwaliteit (AVCHDopnamedisc) maken
U kunt een opnamedisc van High Definition-beeldkwaliteit (HD) en
AVCHD-indeling maken van AVCHD-films geïmporteerd op een
computer met de geleverde software "PlayMemories Home".
1 Start [PlayMemories Home] en klik op
(Discs aanmaken).
Beelden bekijken op uw computer
2 Selecteer [AVCHD (HD)] in de vervolgkeuzelijst voor het
selecteren van een disc.
3 Selecteer de AVCHD-films die u wilt schrijven.
4 Klik op [Toevoegen].
• U kunt films ook toevoegen door ze te slepen en neer te zetten.
5 Volg de aanwijzingen op het scherm om de disc te maken.
Opmerkingen
• Installeer "PlayMemories Home" van tevoren.
• Stilstaande beelden en MP4-filmbestanden kunnen niet worden vastgelegd op de
AVCHD-opnamedisc.
• Het maken van een disc kan lange tijd in beslag nemen.
225
Een film-disc maken
Een AVCHD-opnamedisc afspelen op een computer
U kunt de discs afspelen met "PlayMemories Home". Selecteer het
betreffende dvd-station en klik op [Player for AVCHD] in "PlayMemories
Home".
Zie "PlayMemories Home help-gids" voor meer informatie.
Opmerking
• Mogelijk zullen films afhankelijk van de computer-omgeving niet gelijkmatig
worden afgespeeld.
Een Blu-ray-disc maken
U kunt een Blu-ray-disc met AVCHD-films maken die eerder op de
computer zijn geïmporteerd. Uw computer moet het maken van Blu-raydiscs ondersteunen.
BD-R-media (niet-herschrijfbaar) en BD-RE-media (herschrijfbaar)
kunnen worden gebruikt voor het maken van Blu-ray-discs. U kunt aan
geen van beide typen disc materiaal toevoegen wanneer de discs eenmaal
zijn gemaakt.
Als u Blu-ray-discs wilt maken met "PlayMemories Home", moet u
aanvullende software installeren. Zie voor nadere bijzonderheden de
volgende URL:
http://support.d-imaging.sony.co.jp/BDUW/
Een internetverbinding is nodig wanneer u de software wilt installeren.
Zie "PlayMemories Home help-gids" voor meer informatie.
Opmerking
• Wanneer films die zijn opgenomen met de instelling [60p 28M(PS)]/[50p 28M(PS)]
naar een Blu-ray schijf worden gekopieerd met "PlayMemories Home", kunnen deze
films alleen worden afgespeeld op apparaten die compatibel zijn met de indeling
AVCHD versie 2.0.
226
Een film-disc maken
Een disc van standard definition beeldkwaliteit (STD)
maken
1 Start [PlayMemories Home] en klik op
(Discs aanmaken).
2 Selecteer [DVD-Video (STD)] in de vervolgkeuzelijst voor het
selecteren van een disc.
3 Selecteer de AVCHD-films die u wilt schrijven.
4 Klik op [Toevoegen].
• U kunt films ook toevoegen door ze te slepen en neer te zetten.
5 Volg de aanwijzingen op het scherm om de disc te maken.
Discs die u kunt gebruiken met "PlayMemories Home"
U kunt met "PlayMemories Home" een disc van 12 cm gebruiken van het
volgende type. Voor Blu-ray-disc zie bladzijde 226.
Disctype
Kenmerken
DVD-R/DVD+R/DVD+R DL
Niet-herschrijfbaar
DVD-RW/DVD+RW
Herschrijfbaar
• Let erop dat uw PlayStation®3 altijd de laatste versie van de
PlayStation®3-systeemsoftware gebruikt.
• De PlayStation®3 zal in sommige landen/regio's misschien niet leverbaar
zijn.
227
Beelden bekijken op uw computer
Opmerkingen
• Installeer "PlayMemories Home" van tevoren.
• MP4-filmbestanden kunnen niet op een disc worden vastgelegd.
• Het maken van een disc zal langer in beslag nemen omdat AVCHD-films worden
geconverteerd naar films in Standard Definition-beeldkwaliteit (STD).
• Er is een omgeving met een internet-verbinding vereist wanneer voor de eerste keer
een dvd-Video-disc (STD) wordt gemaakt.
Een film-disc maken
Een disc aanmaken met een ander apparaat dan een
computer
U kunt een disc maken met een Blu-ray-disc recorder, etc.
Welk type disc dat u kunt aanmaken, hangt af van het apparaat dat wordt
gebruikt.
Apparaat
Disctype
Blu-ray-disc recorder: Een
Blu-ray-disc of dvd
aanmaken met standaard
beeldkwaliteit (STD)
High
Definitionbeeldkwaliteit
(HD)
HDD-recorder, enz.: Een
dvd aanmaken met
standaard beeldkwaliteit
(STD)
Standard
Definitionbeeldkwaliteit
(STD)
Standard Definitionbeeldkwaliteit (STD)
Opmerkingen
• Raadpleeg voor nadere gegevens over hoe u een disk kunt aanmaken de
bedieningsinstructies van het apparaat dat u gebruikt.
• Als u films wilt kopiëren die met de instelling [60p 28M(PS)]/[50p 28M(PS)] op een
Blu-ray-disc zijn opgenomen, moet u een apparaat gebruiken dat compatibel is met
de AVCHD Ver 2.0-indeling. Als u de gemaakte Blu-ray-disc wilt afspelen. moet u
een apparaat gebruiken dat compatibel is met de AVCHD Ver 2.0-indeling.
228
Oplossen van problemen/Overige
Problemen oplossen
Indien u problemen ondervindt met de camera, probeer dan de volgende
oplossingen.
1
Controleer de punten op blz. 229 t/m 238.
2
Verwijder de accu en plaats deze weer na ongeveer 1 minuut, en
schakel de camera in.
3
Zet de instellingen terug (bladzijde 205).
4
Neem contact op met uw Sony-dealer of de plaatselijke technische
dienst van Sony.
Accu en spanning
De accu kan niet worden geplaatst.
De indicator van het resterende batterijvermogen toont een onjuist niveau
of het vermogen raakt snel op, ondanks dat de indicator een voldoende
niveau van de accu aanduidt. De camera wordt niet ingeschakeld.
• Dit doet zich voor wanneer u de camera op een zeer warme of koude plaats
gebruikt (bladzijde 247).
• De accu is leeg. Plaats een opgeladen accu (bladzijde 51).
• De accu is niet meer bruikbaar (bladzijde 257). Vervang de accu door een
nieuwe.
• Plaats de accu correct (bladzijde 53).
De camera schakelt plotseling uit.
• Als de camera gedurende een bepaalde tijdsduur niet wordt bediend, wordt
de camera in de spaarstand gezet en nagenoeg uitgeschakeld. Om de
229
Oplossen van problemen/Overige
• Gebruik bij het plaatsen van de accu de punt van de accu om de
vergrendelingshendel te verschuiven (bladzijde 53).
• U kunt alleen een NP-FM500H-accu gebruiken. Controleer dat uw accu een
NP-FM500H-accu is.
Problemen oplossen
spaarstand te annuleren, bedient u de camera, bijvoorbeeld door de
ontspanknop tot halverwege in te drukken (bladzijde 191).
Het CHARGE-lampje knippert tijdens het opladen van de accu.
• U kunt alleen een NP-FM500H-accu gebruiken. Controleer dat uw accu een
NP-FM500H-accu is.
• Als u een accu oplaadt die lang niet is gebruikt, zal het CHARGE-lampje
misschien knipperen.
• Het CHARGE-lampje knippert op 2 manieren, snel (met tussenpozen van
ongeveer 0,15 seconde) en langzaam (met tussenpozen van ongeveer
1,5 seconde). Knippert het snel, neem de accu dan uit en zet dezelfde accu
weer stevig in. Als het CHARGE-lampje dan weer snel knippert, zal er iets
niet in orde zijn met de accu. Langzaam knipperen duidt erop dat het laden
wordt opgeschort omdat de omgevingstemperatuur buiten het geschikte
bereik is voor het opladen van de accu. Het laden zal worden hervat en het
CHARGE-lampje zal branden wanneer de omgevingstemperatuur
terugkeert binnen het geschikte temperatuurbereik.
De optimale temperatuur voor het laden van de accu ligt tussen 10 °C en
30 °C.
Beelden opnemen
Nadat de camera is ingeschakeld, wordt in de zoekerfunctie niets
afgebeeld op het LCD-scherm.
• [Inst. FINDER/LCD] is ingesteld op [Handmatig]. Druk op de FINDER/
LCD-knop (bladzijde 192).
Het beeld is niet scherp in de zoeker.
• Stel de dioptrie goed in met behulp van het dioptrie-instelwiel
(bladzijde 17).
Geen beeld in de zoeker.
• [Inst. FINDER/LCD] is ingesteld op [Handmatig]. Druk op de FINDER/
LCD-knop (bladzijde 192).
• Breng uw oog wat dichter naar de zoeker toe.
230
Problemen oplossen
De sluiter wordt niet ontspannen.
• U gebruikt een geheugenkaart met een schrijfbeveiligingsschakelaar die is
ingesteld in de LOCK-stand. Zet de schrijfbeveiligingsschakelaar in de
stand voor opnemen.
• Controleer de resterende opslagcapaciteit van de geheugenkaart.
• In de stand voor automatische scherpstelling kan de sluiter niet worden
ontspannen als het onderwerp niet is scherpgesteld.
• De lens zit niet goed vast. Zet de lens goed vast (bladzijde 57).
• Stel, wanneer u de camera aansluit op een ander toestel, bijvoorbeeld een
astronomische telescoop, [Opn. zonder lens] in op [Inschakelen]
(bladzijde 188).
• Voor het onderwerp is mogelijk speciale scherpstelling vereist
(bladzijde 98). Gebruik de scherpstelvergrendeling of de handmatige
scherpstellingsfunctie (blz. 100, 108).
Het opnemen duurt erg lang.
Hetzelfde beeld wordt verscheidene keren vastgelegd.
• De transportfunctie is ingesteld op [Continue opname] of [Bracket:
continu]. Stel in op [Enkele opname ] (bladzijde 117).
• De belichtingsstand is ingesteld op Tele-zoom Continuopname Voorkeuze
AE (bladzijde 80).
• De belichtingsfunctie is ingesteld op Superieur automatisch en [Sup. aut.
Beeld extractie] is ingesteld op [Uit] (bladzijde 74).
Het beeld is onscherp.
• Het onderwerp bevindt zich te dichtbij. Controleer de minimale
brandpuntsafstand van de lens.
• U maakt opnamen in de stand voor handmatige scherpstelling. Stel
[Scherpstelfunctie] in op een andere optie dan [D. handm. sch.], [H.
scherpst.] (bladzijde 96).
231
Oplossen van problemen/Overige
• De ruisonderdrukkingsfunctie wordt ingeschakeld (bladzijde 160). Dit is
normaal.
• De opnamestand is ingesteld op de RAW-indeling (bladzijde 148). Omdat
een RAW-gegevensbestand groot is, kost opnemen in de RAW-modus
meer tijd.
• De Auto HDR is bezig met de verwerking van een beeld (bladzijde 135).
Problemen oplossen
• Wanneer de schakelaar scherpstellingsfunctie op de lens aanwezig is, stelt u
deze in op AF.
• Er is onvoldoende omgevingslicht.
Eye-Start AF werkt niet.
• Stel [Eye-Start AF] in op [Aan] (bladzijde 41).
• Druk de ontspanknop tot halverwege in.
De datum en tijd worden onjuist opgenomen.
• Stel de datum en tijd in (bladzijde 60).
• Het gebied dat is geselecteerd met [Tijdzone instellen] verschilt van het
feitelijke gebied. Stel [Tijdzone instellen] opnieuw in (bladzijde 60).
De diafragmawaarde en/of de sluitertijd knipperen wanneer u de
ontspanknop half indrukt.
• Aangezien het onderwerp te helder of te donker is, liggen deze waarden
buiten het beschikbare instelbereik van de camera. Maak de instellingen
opnieuw.
Het beeld is wittig (Schittering).
Er verschijnt een lichtwaas op het beeld (Schaduwbeeld).
• De foto werd genomen onder een sterke lichtbron waarbij buitensporig veel
licht op de lens is gevallen. Bevestig de zonnekap.
De hoeken van de foto zijn te donker.
• Als een filter of lenskap wordt gebruikt, haalt u deze eraf en maakt u de
opname opnieuw. Afhankelijk van de dikte van het filter en een onjuiste
bevestiging van de lenskap, kan het filter of de lenskap gedeeltelijk
zichtbaar zijn in het beeld. De optische eigenschappen van bepaalde lenzen
kunnen ertoe leiden dat de rand van het beeld te donker lijkt (onvoldoende
licht). U kunt dit verschijnsel compenseren met [Lenscomp.: schaduw]
(bladzijde 194).
De ogen van het onderwerp zijn rood.
• Schakel de functie rode-ogen-effectvermindering in (bladzijde 41).
• Ga dicht bij het onderwerp staan en fotografeer het binnen het flitserbereik
met gebruik van de flitser. Kijk wat het bereik van de flitser is in
"Technische gegevens".
232
Problemen oplossen
Punten verschijnen en blijven op het LCD-scherm.
• Dit is normaal. Deze punten worden niet opgenomen (bladzijde 12).
Het beeld is wazig.
• De foto werd opgenomen op een donkere locatie zonder gebruik te maken
van de flitser, waardoor camerabewegingen werden gemaakt. Het gebruik
van een statief of de flitser wordt aanbevolen (bladzijde 122).
De EV-schaalverdeling b B knippert op het LCD-scherm of in de zoeker.
• Het onderwerp is te helder of te donker voor het lichtmeetbereik van de
camera.
Het geluid wordt niet juist opgenomen.
• Het geluid wordt niet opgenomen wanneer het opnameniveau in de
minimale stand is gesteld.
• Indien het maximale opnameniveau is ingesteld, heeft het geluid vaak
"krakende" storing.
Beelden weergeven
• De map-/bestandsnaam is veranderd op de computer (bladzijde 221).
• Wanneer een beeldbestand is bewerkt door een computer of wanneer het
beeldbestand werd opgenomen op een ander model dan dat van uw camera,
kan het weergeven van het beeldbestand op uw camera niet gegarandeerd
worden.
• Geef beelden die op een PC zijn opgeslagen weer op deze camera met
"PlayMemories Home".
• De camera staat in de USB-functie. De camera van de computer
loskoppelen (bladzijde 223).
Beelden wissen
De camera kan geen beeld wissen.
• Annuleer de beveiliging (bladzijde 179).
233
Oplossen van problemen/Overige
De camera kan geen beelden weergeven.
Problemen oplossen
U hebt per ongeluk een beeld gewist.
• Als u eenmaal een beeld hebt gewist, kunt u dit niet herstellen. We raden u
aan om de beelden te beveiligen die u niet wilt wissen (bladzijde 179).
GPS (alleen SLT-A99V)
De camera ontvangt geen GPS-signaal.
• Stel [GPS aan/uit] in op [Aan] (bladzijde 201).
• Misschien kan uw camera geen radiosignalen van GPS-satellieten
ontvangen door obstakels.
• Neem uw camera voor een juiste driehoeksmeting mee naar een open
gebied en zet de camera opnieuw aan.
• Wanneer u accessoires (los verkrijgbaar) aan de camera bevestigt, is het
GPS-signaal van GPS-satellieten mogelijk niet zo sterk als voor het
bevestigen van accessoires.
Uitzonderlijk grote fout in locatie-informatie.
• De foutmarge kan tot wel enkele honderden meters bedragen, afhankelijk
van omringende gebouwen, zwakke GPS-signalen, enz.
Driehoeksmeting neemt enige tijd in beslag hoewel GPS-hulpdata zijn
opgenomen.
• [Datum/tijd instellen] is niet ingesteld, of de ingestelde tijd is veel
veranderd. Stel de datum en tijd juist in (bladzijde 60).
• De geldigheidstermijn van hulpdata is verstreken. Update de GPS-hulpdata
(bladzijde 202).
• Omdat de posities van de GPS-satellieten voortdurend wijzigen, kan het
bepalen van de locatie langer in beslag nemen of de ontvanger zal
misschien de locatie helemaal niet kunnen bepalen, afhankelijk van de
locatie en het tijdstip waarop u de camera gebruikt.
• "GPS" is een systeem voor het bepalen van de geografische locatie door de
driehoeksmeting van radiosignalen afkomstig van GPS-satellieten. Gebruik
de camera niet op plaatsen waar radiosignalen worden tegengehouden of
gereflecteerd, zoals op een schaduwrijke plek omgeven door gebouwen of
bomen, enz. Gebruik de camera in een open gebied.
De locatie-informatie is niet vastgelegd.
• Importeer met "PlayMemories Home" de films met GPS-locatie-informatie
op uw computer.
234
Problemen oplossen
Computers
U weet niet of het besturingssysteem van uw computer compatibel is met
de camera.
• Kijk bij "Aanbevolen computeromgeving" (bladzijde 215).
Uw computer herkent uw camera niet.
• Controleer of de camera aan staat.
• Wanneer de accu bijna leeg is, plaatst u een opgeladen accu (bladzijde 51)
of sluit u de netspanningsadapter (los verkrijgbaar) aan.
• Gebruik de USB-kabel (bijgeleverd) (bladzijde 220).
• Koppel de USB-kabel los en sluit deze daarna weer stevig aan.
• Koppel alle apparatuur los van de USB-aansluitingen van uw computer,
behalve de camera, het toetsenbord en de muis.
• Sluit de camera rechtstreeks aan op de computer en niet via een USB-hub of
andere apparaten (bladzijde 220).
U kunt geen beelden kopiëren.
Het beeld kan niet worden weergegeven op een computer.
• Als u "PlayMemories Home" gebruikt, raadpleeg dan de "PlayMemories
Home help-gids".
• Raadpleeg de fabrikant van de computer of de software.
Nadat u een USB-verbinding hebt gemaakt, wordt "PlayMemories Home"
niet automatisch gestart.
• Breng de USB-verbinding tot stand nadat de computer is opgestart
(bladzijde 220).
235
Oplossen van problemen/Overige
• Breng de USB-verbinding tot stand door de camera op de juiste wijze aan te
sluiten op de computer (bladzijde 220).
• Volg de betreffende kopieerprocedure voor uw besturingssysteem
(bladzijden 221, 222).
• Het kan voorkomen dat u de beeldbestanden van een geheugenkaart die op
een computer is geformatteerd, niet naar een computer kunt kopiëren. Maak
een opname met een geheugenkaart die op uw camera is geformatteerd
(bladzijde 196).
Problemen oplossen
Geheugenkaart
Kan geen geheugenkaart plaatsen.
• De richting waarin de geheugenkaart is geplaatst, is verkeerd. Plaats de
kaart in de juiste richting (bladzijde 53).
Kan niet opnemen op een geheugenkaart.
• De geheugenkaart is vol. Wis overbodige beelden (bladzijden 70, 183).
• Er is een ongeschikte geheugenkaart geplaatst (bladzijden 56, 254).
• Selecteer de sleuf waarin de geheugenkaart is geplaatst met [Selecteer
opnamemedia] (bladzijde 54).
Afspelen van bestanden op een geheugenkaart is niet mogelijk.
• Controleer de instelling van [Selecteer afspeelmedia] (bladzijde 172).
U hebt per ongeluk een geheugenkaart geformatteerd.
• Alle gegevens op de geheugenkaart zijn door het formatteren gewist. U
kunt deze niet meer herstellen.
Afdrukken
Kan geen beelden afdrukken.
• RAW-beelden kunnen niet worden afgedrukt. Als u RAW-beelden wilt
afdrukken, moet u ze eerst naar JPEG-beelden converteren met "Image
Data Converter" op de bijgeleverde CD-ROM.
De kleuren van het beeld zijn vreemd.
• Bij het afdrukken van beelden die opgenomen zijn in de Adobe RGBmodus op een printer met sRGB-ondersteuning, die niet compatibel is met
Adobe RGB (DCF2.0/Exif2.21), worden de beelden op een lager
intensiteitsniveau afgedrukt (bladzijde 162).
Bij de afdruk van de beelden worden beide randen afgesneden.
• Afhankelijk van uw printer, kunnen de randen links, rechts, boven of onder
van het beeld worden afgesneden. Vooral wanneer u een beeld afdrukt dat
is opgenomen met de beeldverhouding [16:9], kan het zijn dat de zijkanten
van het beeld worden afgesneden.
236
Problemen oplossen
• Wanneer u beelden afdrukt op uw eigen printer, moet u de instellingen voor
bijsnijden of randloos annuleren. Vraag de fabrikant van de printer of de
printer deze functies heeft.
• Wanneer u beelden laat afdrukken bij een digitale afdrukservice, vraag hen
dan of ze de beelden kunnen afdrukken zonder beide randen af te snijden.
Kan de beelden niet afdrukken met de datum.
• Met "PlayMemories Home" kunt u beelden afdrukken met een datum
(bladzijde 213).
• Wanneer u beelden laat afdrukken in een winkel, kunnen de beelden op
aanvraag ook worden afgedrukt met de datum.
Overige
De lens raakt beslagen.
• Er is condensvorming opgetreden. Schakel de camera uit en laat het toestel
gedurende ongeveer 1 uur liggen voordat u het weer gebruikt
(bladzijde 247).
De mededeling "Gebied/datum/tijd instellen" wordt afgebeeld wanneer u
de camera inschakelt.
Het aantal opneembare beelden neemt niet af of neemt met 2 tegelijk af.
• Dit komt doordat de compressieverhouding en de beeldgrootte na
compressie veranderen afhankelijk van het beeld als u een JPEG-beeld
opneemt (bladzijde 148).
De instelling wordt teruggesteld zonder dat de terugstelbediening wordt
uitgevoerd.
• De accu werd verwijderd terwijl de stroomschakelaar was ingesteld op ON.
Wanneer u de accu verwijdert, is het belangrijk dat de camera is
uitgeschakeld en dat u controleert dat het toegangslampje niet brandt (blz.
18, 55).
237
Oplossen van problemen/Overige
• De camera is met een zwakke of zonder accu een tijd lang niet gebruikt.
Laad de accu op en stel de datum opnieuw in (blz. 60, 248). Als de
datuminstelling telkens wordt teruggesteld wanneer de accu wordt
opgeladen, moet u contact opnemen met uw Sony-handelaar of plaatselijk,
erkend Sony servicecentrum.
Problemen oplossen
De camera werk niet goed.
• Schakel de camera uit. Haal de accu uit de camera en plaats hem weer terug.
Als de camera warm is, haalt u de accu uit het toestel en laat u deze
afkoelen voordat u deze corrigerende handeling uitvoert.
• Trek, als er een netspanningsadapter (los verkrijgbaar) wordt gebruikt, de
stekker van de voedingskabel uit het stopcontact. Steek de stekker van de
voedingskabel in het stopcontact en zet de camera weer aan. Neem contact
op met uw Sony-handelaar of plaatselijke officiële Sony-servicecentrum als
de camera niet werkt nadat u deze oplossingen hebt geprobeerd.
verschijnt op het scherm.
• De SteadyShot-functie werkt niet. U kunt doorgaan met opnemen, maar de
SteadyShot-functie zal niet werken. Schakel de camera uit en weer in. Als
de SteadyShot-schaalverdeling op het scherm blijft verschijnen, neemt u
contact op met uw Sony-dealer of met het officiële Sony-servicecentrum ter
plaatse.
"--E-" verschijnt op het scherm.
• Verwijder de geheugenkaart en plaats deze terug. Als de indicatie niet
verdwijnt na deze procedure, moet u de geheugenkaart formatteren.
238
Waarschuwingsmededelingen
Geheugenkaartfout
Als een van de volgende berichten
verschijnt, voert u de onderstaande
instructies uit.
Plaats geheugenkaart opnieuw.
Gebied/datum/tijd instellen
• Stel het gebied, de datum en tijd
in. Laad de interne oplaadbare
accu op, als u de camera lange
tijd niet hebt gebruikt (blz. 60,
248).
Onvoldoende acculading.
Geheugenkaart onbruikbaar.
Formatteren?
• De geheugenkaart is
geformatteerd op een computer en
de bestandsindeling is gewijzigd.
Selecteer [Enter] en formatteer
de geheugenkaart. U kunt de
geheugenkaart daarna opnieuw
gebruiken, maar alle eerder
opgenomen gegevens op de
geheugenkaart worden gewist.
Het kan enige tijd duren voordat
het formatteren klaar is.
Als de mededeling nog steeds
wordt afgebeeld, moet u de
geheugenkaart vervangen.
• De geplaatste geheugenkaart kan
niet worden gebruikt in uw
camera.
• De geheugenkaart is beschadigd.
• Het contactgedeelte van de
geheugenkaart is vuil.
Geheugenkaart vergrendeld.
• U gebruikt een geheugenkaart
met een
schrijfbeveiligingsschakelaar die
is ingesteld in de LOCK-stand.
Zet de
schrijfbeveiligingsschakelaar in
de stand voor opnemen.
Verwerkt...
• Wanneer ruisonderdrukking van
lange belichting of
ruisonderdrukking voor Hoge
ISO wordt uitgevoerd gedurende
dezelfde tijdsduur dat de sluiter
geopend was. Tijdens de
ruisonderdrukking kunt u niet
verdergaan met opnemen.
Beeldweergave onmogelijk.
• Het is mogelijk dat beelden die
zijn opgenomen met een andere
camera of beelden die zijn
gewijzigd op een computer, niet
worden weergegeven.
239
Oplossen van problemen/Overige
• U hebt geprobeerd [Reinigen] uit
te voeren terwijl er onvoldoende
lading in de accu zat. Laad de
accu op of gebruik de
netspanningsadapter (los
verkrijgbaar).
• Er is een incompatibele
geheugenkaart geplaatst of het
formatteren is mislukt.
Waarschuwingsmededelingen
Contr. de lensbev. Als de lens niet
wordt ondersteund, kunt u het
gebruik toest. in het menu m.
eigen instell.
• De lens is niet goed of niet
bevestigd.
• Als u de camera op een
astronomische telescoop of iets
dergelijks bevestigt, stelt u [Opn.
zonder lens] in op [Inschakelen].
Afdrukken onmogelijk.
• U hebt geprobeerd RAWbeelden te markeren met een
DPOF-markering.
Camera te warm. Laat camera
afkoelen.
• De camera is heet geworden
omdat u continu aan het
opnemen bent geweest.
Schakel de camera uit. Laat de
camera afkoelen en wacht totdat
de camera weer klaar is om op te
nemen.
• Omdat u lang achtereen
opnamen hebt gemaakt, is de
temperatuur binnen in de camera
onaanvaardbaar hoog opgelopen.
Stop het maken van opnamen.
Opnemen niet beschikbaar in dit
filmformaat.
• Stel [Bestandsindeling] in op
[MP4].
240
• Er zijn meer beelden dan het
databeheer van de camera
aankan in een databasebestand.
• Het lukt niet het databasebestand
te registreren. Importeer alle
beelden op een computer met
"PlayMemories Home" en
herstel de geheugenkaart.
Camerafout
Systeemfout
• Schakel de camera uit, haal de
accu eruit en plaats de accu weer
terug in de camera. Als deze
mededeling vaak verschijnt,
neemt u contact op met uw
Sony-handelaar of een
plaatselijk, erkend Sonyservicecentrum.
Fout van
beelddatabasebestand.Herstellen?
• U kunt geen AVCHD-films
opnemen of afspelen omdat het
Beelddatabasebestand is
beschadigd. Volg de
aanwijzingen op het scherm die
u helpen de gegevens te
herstellen.
Beeldvergroting onmogelijk.
Beeldrotatie onmogelijk.
• Beelden die met andere camera's
zijn opgenomen, zullen mogelijk
niet kunnen worden vergroot of
geroteerd.
Waarschuwingsmededelingen
Kan geen mappen meer maken.
• De map met een naam die begint
met "999" bestaat op de
geheugenkaart. Als dat het geval
is, kunt u geen mappen maken.
Oplossen van problemen/Overige
241
De camera en een lens reinigen
De camera reinigen
• Raak de binnenkant van de camera, zoals de lenscontactpunten of de
spiegel, niet aan. Stof op of bij de spiegel kan een nadelige invloed
hebben op de beelden of de prestaties van de camera; blaas daarom het
stof weg met een in de handel verkrijgbaar blaaskwastje*. Meer
informatie over het reinigen van de beeldsensor vindt u op bladzijde 243.
* Gebruik geen spuitbusluchtblazer. Hierdoor kan een storing optreden.
• Maak de buitenkant van de camera schoon met een zachte doek
bevochtigd met water en veeg het oppervlak daarna droog met een droge
doek. Voorkom beschadiging van de afwerking en het camerahuis, volg
onderstaande instructies.
– Gebruik geen chemische stoffen, zoals thinner, wasbenzine, alcohol,
wegwerpreinigingsdoeken, insectenspray, zonnebrandcrème,
insecticiden, enz.
– Raak de camera niet aan als bovenstaande middelen op uw handen zit.
– Laat de camera niet langdurig in contact met rubber of vinyl.
De lens reinigen
• Gebruik geen reinigingsvloeistof die organische oplosmiddelen bevat,
zoals thinner of benzine.
• Reinig het lensoppervlak met een in de handel verkrijgbaar
blaasborsteltje. Als het vuil vast zit op het oppervlak, veegt u dit eraf met
een zachte doek of tissue die licht bevochtigd is met
lensreinigingsvloeistof. Veeg met spiraalbewegingen vanuit het midden
naar de rand. Spuit de lensreinigingsvloeistof niet rechtstreeks op het
lensoppervlak.
242
De beeldsensor reinigen
Als stof of vuil in de camera binnendringt en op de beeldsensor (het
onderdeel dat het licht omzet in een elektrisch signaal) achterblijft, kan dit
afhankelijk van de opnameomstandigheden als donkere vlekken zichtbaar
zijn in het beeld. Als er stof zit op de beeldsensor, maak de beeldsensor dan
schoon en ga daarbij als volgt te werk.
Opmerkingen
• Reiniging kan niet worden uitgevoerd wanneer het accuniveau 50% is of minder.
• De camera begint te piepen als de accuniveau laag wordt tijdens het reinigen. Stop
onmiddellijk met reinigen en zet de camera uit. Het gebruik van een
netspanningsadapter AC-PW10AM (los verkrijgbaar) wordt aanbevolen.
• Het reinigen moet snel worden voltooid.
• Gebruik geen spuitbusluchtblazer omdat deze waterdruppels in het camerahuis kan
verspreiden.
De beeldsensor automatisch reinigen met de
reinigingsfunctie van de camera
1 Controleer of de accu volledig is opgeladen (bladzijde 55).
4 t [Reinigen]
3 Selecteer [Enter] met v op de multi-selectieschakelaar en druk
op het midden van de multi-selectieschakelaar.
De beeldsensor trilt korte tijd en verwijdert stof van de sensor.
4 Schakel de camera uit.
De beeldsensor reinigen met een blaaskwastje
Als na toepassing van de reinigingsmethode verder nog
schoonmaakwerkzaamheden nodig zijn, kunt u de beeldsensor reinigen met
een blaaskwastje door als volgt stapsgewijs te werk te gaan.
243
Oplossen van problemen/Overige
2 MENU-knop t
De beeldsensor reinigen
1 Voer de reiniging uit die wordt beschreven in de stappen 1 tot 3
van "De beeldsensor automatisch reinigen met de
reinigingsfunctie van de camera".
2 Haal de lens van de camera af
(bladzijde 58).
3 Druk met uw vinger op de
vergrendelingshendel van de
spiegel en breng de spiegel
omhoog.
• Ga voorzichtig te werk zodat u het
oppervlak van de spiegel niet raakt.
Vergrendelingshendel van de
spiegel
244
De beeldsensor reinigen
4 Gebruik de blazer om het
oppervlak van de beeldsensor en
het omliggende gebied te
reinigen.
• Raak niet de beeldsensor aan met de
punt van het blaaskwastje en steek de
punt van het kwastje niet in de holte
voorbij de vatting.
• Houd de camera met de lensvatting
omlaag gericht om te voorkomen dat
stof weer neerdwarrelt binnenin het
camerahuis. Voer het reinigen snel uit.
• Maak ook de achterzijde van de spiegel
schoon met een blaaskwastje.
5 Breng na het reinigen de spiegel
weer met uw vinger omlaag totdat
u een klik hoort.
Oplossen van problemen/Overige
• Breng het kader van de spiegel weer
omlaag met uw vinger. Ga voorzichtig
te werk zodat u het oppervlak van de
spiegel niet raakt.
• Breng de spiegel omlaag totdat deze
stevig vergrendeld is.
Zet één van de zijden
omlaag.
6 Bevestig de lens en zet de camera uit.
• Controleer dat de spiegel stevig is vergrendeld wanneer u de lens bevestigt.
245
De beeldsensor reinigen
Opmerkingen
• Controleer, nadat de reiniging is voltooid, dat de spiegel stevig is vergrendeld
wanneer u de lens bevestigt. Het niet vergrendelen van de spiegel kan krassen op de
lens en andere problemen veroorzaken. Ook werkt de automatische scherpstelling
niet tijdens het maken van opnamen, als de spiegel niet goed is vergrendeld.
• U kunt geen opnamen maken zolang de spiegel omhoog is geklapt.
246
Voorzorgsmaatregelen
lensvattingdop bevestigt,
verwijdert u al het stof van de dop
voordat u deze op de camera
bevestigt.
Bewaar/gebruik de camera
niet op de volgende plaatsen
Bedrijfstemperatuur
De camera opbergen
Het is belangrijk dat de voorste
lensdop of de lensvattingdop op de
camera zit als u het toestel niet
gebruikt. Voordat u de
De camera is ontworpen voor gebruik
bij een temperatuur tussen 0°C en
40°C. Opnemen in extreem koude of
hete plaatsen met temperaturen buiten
dit bereik wordt niet aanbevolen.
Condensvorming
Als de camera rechtstreeks vanuit een
koude naar een warme omgeving
wordt overgebracht, kan vocht
condenseren binnenin of op de
buitenkant van de camera. Deze
vochtcondensatie kan een storing in
de camera veroorzaken.
Hoe condensvorming te voorkomen
Wanneer u de camera uit een koude
naar een warme omgeving
overbrengt, verpakt u de camera in
een goed gesloten plastic zak en laat u
deze gedurende ongeveer 1 uur
wennen aan de nieuwe
omgevingsomstandigheden.
Wanneer er condensvorming
optreedt
Schakel de camera uit en wacht
ongeveer een uur om het vocht te
laten verdampen. Als u probeert om
opnamen te maken terwijl er nog
vocht in de lens aanwezig is, zullen
de opgenomen beelden niet helder
zijn.
247
Oplossen van problemen/Overige
• Op een buitengewone hete, droge of
vochtige plaats
Op plaatsen zoals een in de zon
geparkeerde auto kan de
camerabehuizing door de hitte
vervormen, waardoor een storing
kan optreden.
• Opbergen in direct zonlicht of nabij
een verwarmingsbron
De camerabehuizing kan
verkleuren of vervormen, waardoor
een storing kan optreden.
• Op plaatsen onderhevig aan
trillingen
• In de buurt van een sterk
magnetisch veld
• Op zanderige of stoffige plaatsen
Let er goed op dat er geen zand of
stof in de camera kan
binnendringen. Hierdoor kan in de
camera een storing optreden en in
bepaalde gevallen kan deze storing
niet worden verholpen.
• Vochtige plaatsen
Op zulke plaatsen kunnen er
schimmelplekken op de lens
ontstaan.
Voorzorgsmaatregelen
Interne oplaadbare batterij
Deze camera is uitgerust met een
interne, oplaadbare batterij voor het
bewaren van de datum en tijd en
andere instellingen, ongeacht of de
camera is ingeschakeld of niet en of
de accu is opgeladen of ontladen.
Deze interne batterij wordt tijdens het
gebruik van de camera voortdurend
opgeladen. Maar als u de camera
uitsluitend voor korte perioden
gebruikt, kan de batterij geleidelijk
leegraken. Als u de camera
gedurende ongeveer 3 maanden
helemaal niet gebruikt, raakt de
batterij leeg. In dat geval moet u de
oplaadbare batterij opladen voordat u
de camera gaat gebruiken.
Zelfs als u de oplaadbare batterij niet
oplaadt, kunt u de camera toch
gebruiken zolang u de datum en tijd
niet opneemt. Als de camera de
instellingen iedere keer dat u de
interne oplaadbare batterij oplaadt,
opnieuw instelt op de
standaardinstellingen, is de interne
oplaadbare batterij misschien niet
meer bruikbaar. Neem contact op met
uw Sony-dealer of de plaatselijke
technische dienst van Sony.
Oplaadprocedure voor de interne,
oplaadbare batterij
Plaats een opgeladen accu in de
camera of sluit de camera aan op een
stopcontact met behulp van de
netspanningsadapter (los
verkrijgbaar) en laat de camera 24 uur
of langer uitgeschakeld liggen.
248
Over het gebruiken van lenzen
en accessoires
U wordt geadviseerd Sony-lenzen/
accessoires (inclusief producten van
Konica Minolta) te gebruiken die
ontworpen zijn op de kenmerken van
deze camera. Wanneer u producten
van andere fabrikanten gebruikt zal
dat er misschien toe leiden dat de
camera niet optimaal presteert, of dit
kan ongelukken en storingen van de
camera tot gevolg hebben.
Over geheugenkaarten
Bevestig geen etiket, enz. op een
geheugenkaart of een kaartadapter.
Dit kan een storing veroorzaken.
Opmerkingen aangaande het
weggooien/weggeven van de
camera
Voer de volgende procedure uit ter
bescherming van persoonlijke
informatie alvorens de camera weg te
gooien of aan iemand anders over te
dragen:
• [Initialiseren] t [Terugstellen]
(bladzijde 205)
• Alle gezicht-registratiedata worden
gewist (bladzijde 152).
Over opnemen/weergeven
• Wanneer u voor de eerste keer een
geheugenkaart gebruikt in deze
camera, kunt u de kaart voordat u
opnamen maakt het beste met de
camera formatteren, omdat de
geheugenkaart dan stabieler
Voorzorgsmaatregelen
•
•
•
•
•
•
•
•
mogelijk dat de camera dan niet
goed kan opnemen of weergeven.
Als u de camera in zanderige of
stoffige plaatsen gebruikt, kunnen
storingen optreden.
Als er condens op de camera is
gevormd, moet u deze verwijderen
voordat u de camera gebruikt
(bladzijde 247).
Niet met de camera schudden of er
tegenaan stoten. Dit kan niet alleen
leiden tot storingen en de
onmogelijkheid om beelden op te
nemen, maar kan ook de
geheugenkaart onbruikbaar maken
en beeldgegevens vervormen,
beschadigen of verloren doen gaan.
Houd de camera, bijgeleverde
accessoires, enz. buiten het bereik
van kinderen. Ze kunnen een
geheugenkaart enzovoort inslikken.
Als dit probleem zich voordoet,
moet u onmiddellijk een arts
raadplegen.
249
Oplossen van problemen/Overige
•
presteert. N.B. Formatteren wist
alle gegevens op de geheugenkaart
permanent en kan niet ongedaan
worden gemaakt. Sla kostbare
gegevens op een computer enz., op.
Als u herhaaldelijk beelden
vastlegt/wist, kan er fragmentatie
van gegevens op de geheugenkaart
optreden. Mogelijk zullen geen
films kunnen worden opgeslagen of
vastgelegd. In een dergelijk geval
slaat u de beelden op op een
computer of een andere
opslaglocatie, en formatteert u de
geheugenkaart (bladzijde 196).
Maak een proefopname om te
controleren of de camera juist werkt
voordat u eenmalige gebeurtenissen
opneemt.
Deze camera is ontworpen om stofen vochtbestendig te zijn, maar is
niet water- en spatwaterdicht.
Wanneer u de camera in de regen
gebruikt, moet u ervoor zorgen dat
de camera en de lens niet nat
worden. Maak de camera schoon na
het gebruik als deze vuil is. Als er
water, zand, stof, zout, enz. op de
camera achterblijft, kan de camera
beschadigd worden.
Kijk niet in de zon of een sterke
lichtbron door een verwijderde lens
of de zoeker. Dit kan leiden tot
onherstelbare beschadiging van uw
ogen. Of het kan een storing van de
camera veroorzaken.
Gebruik de camera niet in de buurt
van een plaats waar sterke
radiogolven worden gegenereerd of
straling wordt uitgestraald. Het is
De camera in het
buitenland
gebruiken —
stroomvoorziening
Maleisië, Nederland, Nieuw-Zeeland,
Noorwegen, Oostenrijk, Polen,
Portugal, Roemenië, Singapore,
Slowakije, Spanje, Thailand,
Tsjechië, Turkije, Verenigd
Koninkrijk, Vietnam, Zweden,
Zwitserland, enz.
U kunt de camera, de acculader en de
netspanningsadapter AC-PW10AM
(los verkrijgbaar) in elk land of
gebied gebruiken met een
stroomvoorziening van 100 V tot 240
V wisselstroom van 50/60 Hz.
PAL-N-systeem
Argentinië, Paraguay, Uruguay
Opmerking
• Gebruik geen elektronische
transformator (reistrafo), omdat
hierdoor een storing kan optreden.
Over tv-kleursystemen
Wanneer u stilstaande beelden bekijkt
op een tv-scherm, dan moeten de
camera en het tv-toestel hetzelfde
tv-kleurensysteem hebben.
NTSC-systeem
Bahama-eilanden, Bolivia, Canada,
Chili, Colombia, Ecuador,
Filippijnen, Jamaica, Japan, Korea,
Mexico, Midden-Amerika, Peru,
Suriname, Taiwan, Venezuela,
Verenigde Staten, enz.
PAL-systeem
Australië, België, China,
Denemarken, Duitsland, Finland,
Hongarije, Hongkong, Italië,
Indonesië, Koeweit, Kroatië,
250
PAL-M-systeem
Brazilië
SECAM-system
Bulgarije, Frankrijk, Griekenland,
Guyana, Irak, Iran, Monaco,
Oekraïne, Rusland, enz.
AVCHD-indeling
*1 1080i technische gegevens
Een High Definition-specificatie die
gebruikmaakt van 1.080 effectieve
scanlijnen en het interlace-systeem.
*2 720p technische gegevens
Een High Definition-specificatie die
gebruikmaakt van 720 effectieve
scanlijnen en het interlace-systeem.
*3 Gegevens die zijn vastgelegd in een
andere AVCHD-indeling dan de
hierboven vermelde, kunnen niet op
uw camera worden weergegeven.
Oplossen van problemen/Overige
De AVCHD-indeling is een high
definition-videoindeling voor digitale
camera's die wordt gebruikt voor het
vastleggen van een high definition
(HD)-signaal van de 1080ispecificatie*1 of de 720pspecificatie*2 met efficiënte
coderingstechnologie voor
gegevenscompressie. De MPEG-4
AVC/H.264-indeling wordt toegepast
voor het comprimeren van
videogegevens en het Dolby Digitalof het Linear PCM-systeem wordt
gebruikt voor het comprimeren van
audiogegevens.
De MPEG-4 AVC/H.264-indeling
kan beelden efficiënter comprimeren
dan de conventionele indeling voor
beeldcompressie. Met de MPEG-4
AVC/H.264-indeling kan een High
Definition-videosignaal dat is
vastgelegd met een digitale
videocamera, op dvd-discs van 8 cm,
op een harde schijf, in flashgeheugen, op een geheugenkaart, enz.
worden gezet.
1920 × 1080/24p
Geschikt voor 1080 50i
MPEG-4 AVC/H.264 1920 ×
1080/50i, 1920 × 1080/50p,
1920 × 1080/25p
Audiosignaal: Dolby Digital 2ch
Opnamemedium: Geheugenkaart
Vastleggen en weergeven op
uw camera
Op basis van de AVCHD-indeling
legt uw camera beelden vast in de
hieronder genoemde high definitionbeeldkwaliteit (HD).
Videosignaal*3:
Geschikt voor 1080 60i
MPEG-4 AVC/H.264 1920 ×
1080/60i, 1920 × 1080/60p,
251
GPS (alleen SLTA99V)
Met dit systeem kunt u nauwkeurig
uw locatie op aarde vaststellen. De
GPS-satellieten bevinden zich in 6
banen, 20.000 km boven het
aardoppervlak. Het GPS-systeem
bestaat uit 24 of meer GPSsatellieten. Een GPS-ontvanger
ontvangt radiosignalen van de
satellieten en berekent de actuele
locatie van de ontvanger op basis van
de informatie over de baan
(almanakgegevens) en de reistijd van
de signalen, enz.
Het bepalen van de locatie wordt
"driehoeksmeting" genoemd. Een
GPS-ontvanger kan de lengte- en
breedtegraad van de locatie bepalen
doordat signalen worden ontvangen
van 3 of meer satellieten.
• Omdat de posities van de GPSsatellieten voortdurend wijzigen,
kan het bepalen van de locatie
langer in beslag nemen of de
ontvanger zal misschien de locatie
helemaal niet kunnen bepalen,
afhankelijk van de locatie en het
tijdstip waarop u de camera
gebruikt.
• "GPS" is een systeem voor het
bepalen van de geografische locatie
door de driehoeksmeting van
radiosignalen afkomstig van GPSsatellieten. Gebruik de GPS-functie
van de camera niet op plaatsen waar
radiosignalen worden
tegengehouden of gereflecteerd,
252
zoals op een schaduwrijke plek
omgeven door gebouwen of bomen,
enz. Gebruik de camera in een open
gebied.
• U zult in de volgende gevallen de
locatie-informatie misschien niet
kunnen vastleggen op locaties waar
of in situaties waarin radiosignalen
van de GPS-satellieten de camera
niet bereiken.
– In tunnels, binnenshuis of in de
luwte van gebouwen.
– Tussen hoge gebouwen of in
smalle straten die zijn omgeven
door gebouwen.
– In ondergrondse locaties, locaties
omgeven door dichte bomen,
onder een hoge brug of in locaties
waar magnetische velden worden
gegenereerd, zoals in de buurt van
hoogspanningskabels.
– In de buurt van toestellen die
radiosignalen genereren van
dezelfde frequentieband als de
camera: mobiele telefoons rond
de 1,5 GHz band, etc.
• Wanneer u beelden die met [GPS
aan/uit] op [Aan] gesteld uitzendt
of deelt via het Internet, kan de
lokatie-informatie van de beelden
mogelijk aan derden worden
doorgegeven. Stel in dergelijke
gevallen [GPS aan/uit] op [Uit]
alvorens op te nemen
(bladzijde 201).
Over fouten van de driehoeksmeting
• Als u zich onmiddellijk nadat u de
camera hebt aangezet, naar een
andere locatie begeeft, kan het,
vergeleken met wanneer u op
GPS (alleen SLT-A99V)
Over de beperking van het
gebruik van GPS in een
vliegtuig
Schakel tijdens het opstijgen of
landen van een vliegtuig de camera
uit, volgens de instructies van de
aankondigingen aan boord.
Over de andere beperking
Gebruik GPS in overeenstemming
met de voorschriften die ter plaatse of
voor de situatie gelden.
Over het geografische
coördinatensysteem
Het geografische coördinatensysteem
"WGS-84" wordt gebruikt.
Oplossen van problemen/Overige
dezelfde plaats blijft, langer duren
voordat de camera de
driehoeksmeting start.
• Fout veroorzaakt door de positie
van GPS-satellieten
De camera voert automatisch een
driehoeksmeting van uw huidige
positie uit, wanneer de camera
radiosignalen ontvangt van 3 of
meer GPS-satellieten. De
toegestane afwijking in de
driehoeksmeting door de GPSsatellieten is ongeveer 30 meter.
Afhankelijk van de omgeving, kan
de afwijking echter hoger zijn. In
dat geval zal uw feitelijke locatie
misschien niet overeenkomen met
de locatie op de kaart op basis van
de GPS-informatie. Ondertussen
wordt er op de GPS-satellieten
toezicht uitgeoefend door het
Ministerie van Defensie van de VS
en de mate van nauwkeurigheid kan
met opzet worden gewijzigd.
• Fout tijdens het proces van de
driehoeksmeting
De camera ontvangt tijdens de
driehoeksmeting iedere 15
seconden locatie-informatie. Er is
een gering tijdsvertraging tussen
het moment dat de locatieinformatie wordt verkregen en het
moment dat de locatie-informatie
wordt vastgelegd op een beeld,
waardoor de feitelijk vastgelegde
locatie misschien niet precies zal
overeenkomen met de locatie op de
kaart op basis van de GPSinformatie.
253
Geheugenkaart
•
Opmerkingen over het
gebruik van
geheugenkaarten
• Zorg dat u de geheugenkaart
nergens tegen aan stoot, niet
verbuigt en niet laat vallen.
• Gebruik of bewaar de
geheugenkaart niet in de volgende
omstandigheden:
– Plaatsen met een hoge
temperatuur, zoals in een hete
auto die in de zon is geparkeerd.
– Plaatsen die zijn blootgesteld aan
direct zonlicht.
– Op vochtige plaatsen of plaatsen
waar zich corrosieve stoffen
bevinden.
• De geheugenkaart kan als deze
zopas lang is gebruikt, heet zijn.
Wees voorzichtig als u de kaart
vastpakt.
• Verwijder de geheugenkaart of de
accu niet als het toegangslampje
aan is, schakel in dat geval ook de
camera niet uit. De gegevens
kunnen beschadigd worden.
• Er kunnen gegevens beschadigd
raken als u een geheugenkaart dicht
bij magnetisch materiaal legt of als
u de geheugenkaart gebruikt in een
omgeving die vatbaar is voor
statische elektriciteit of elektrische
ruis.
• We raden u aan om belangrijke
gegevens op te slaan op
254
•
•
•
•
•
•
•
•
•
bijvoorbeeld de harde schijf van
een computer.
Wanneer u de geheugenkaart
verplaatst of bewaart, plaatst u deze
terug in het doosje dat erbij
geleverd werd.
Stel de geheugenkaart niet bloot
aan water.
Raak de aansluitingen van de
geheugenkaart niet aan met uw
hand of een metalen voorwerp.
Wanneer de
schrijfbeveiligingsschakelaar van
een geheugenkaart is ingesteld op
de LOCK-positie, kunt u geen
bewerkingen uitvoeren, zoals het
opnemen of verwijderen van
beelden.
Wij kunnen de juiste werking van
geheugenkaarten die op een
computer zijn geformatteerd niet
garanderen in deze camera. Het is
belangrijk dat u de
geheugenkaarten formatteert met
behulp van de camera.
De lees-/schrijfsnelheid van de
gegevens verschilt afhankelijk van
de combinatie van de
geheugenkaarten en de gebruikte
apparatuur.
Druk niet hard wanneer u in het
aantekeningenvak schrijft.
Bevestig geen etiket op de
geheugenkaarten zelf.
Demonteer of wijzig de
geheugenkaarten niet.
Laat de geheugenkaarten niet
liggen binnen het bereik van kleine
kinderen. Zij kunnen deze per
ongeluk inslikken.
Geheugenkaart
Opmerkingen over de
"Memory Stick" die met
deze camera wordt
gebruikt
De typen "Memory Stick" die met
deze camera kunnen worden
gebruikt, zijn de volgende. Er kan
echter niet worden gegarandeerd dat
alle functies van de "Memory Stick
PRO Duo" goed werken.
"Memory Stick PRO Duo"*1*2*3
"Memory Stick PRO-HG Duo"*1*2
Geschikt voor uw camera
"Memory Stick Duo"
Niet geschikt voor uw camera
Opmerkingen over het gebruik
van "Memory Stick Micro" (los
verkrijgbaar)
• Dit product is geschikt voor
"Memory Stick Micro" ("M2").
"M2" is een afkorting van "Memory
Stick Micro".
• Als u een "Memory Stick Micro"
wilt gebruiken met de camera, is het
belangrijk dat u de "Memory Stick
Micro" in een "M2"-adapter van
Duo-formaat plaatst. Als u een
"Memory Stick Micro" in de
camera plaatst zonder een "M2"adapter van Duo-formaat, kunt u de
Memory Stick misschien niet meer
uit de camera halen.
• Laat de "Memory Stick Micro" niet
liggen binnen het bereik van kleine
kinderen. Zij kunnen deze per
ongeluk inslikken.
*1 Voorzien van de MagicGatefunctie. MagicGate is een
auteursrechtelijk beschermde
technologie die een
coderingstechnologie gebruikt.
Het opnemen/afspelen van
255
Oplossen van problemen/Overige
"Memory Stick" en "Memory Stick
PRO"
Niet geschikt voor uw camera
gegevens waarvoor functies van
MagicGate zijn vereist, is met
deze camera niet mogelijk.
*2 Ondersteunt snelle
gegevensoverdracht op basis van
een parallelle interface.
*3 Wanneer u "Memory Stick PRO
Duo" gebruikt voor het opnemen
van films, kunnen alleen die met
het merkteken Mark2 worden
gebruikt.
Accu/Acculader
• Afhankelijk van de resterende
accucapaciteit of de
oplaadomstandigheden kan de
oplaadtijd langer of korter zijn.
• Laad de accu bij voorkeur op bij
een omgevingstemperatuur van
10°C tot 30°C. De accu kan
mogelijk niet goed worden
opgeladen bij temperaturen buiten
dit bereik.
• Steek de stekker van de acculader
in het stopcontact.
• Probeer niet de accu op te laden
direct nadat deze is opgeladen, of
wanneer de accu na het opladen niet
is gebruikt. Als u dat wel doet, zal
dat de prestaties van de accu
nadelig beïnvloeden.
• Laad geen andere accu dan de accu
van de "InfoLITHIUM" M reeks op
in de acculader (bijgeleverd) met
uw camera. Als u andere accu's dan
de bijgeleverde accu probeert op te
laden, kunnen deze gaan lekken,
oververhit raken of exploderen,
waardoor gevaar van letsel als
gevolg van elektrocutie en
brandwonden ontstaat.
• Als het CHARGE-lampje knippert,
kan dit een accufout aangeven of
het feit dat een andere accu dan het
opgegeven type is geplaatst.
Controleer of de geplaatste accu
van het opgegeven type is. Als de
accu van het opgegeven type is,
verwijdert u de accu, vervangt u
deze door een nieuwe of een
andere, en controleert u of de
256
acculader nu wel goed werkt. Als
de acculader nu wel goed werkt,
kan een accufout zijn opgetreden.
• Als de acculader vuil is, is het
mogelijk dat de accu niet goed
wordt opgeladen. Maak de
acculader schoon met een droge
doek, enz.
Opmerkingen over het
gebruik van de accu
• Gebruik alleen een NP-FM500Haccu. NP-FM55H, NP-FM50 en
NP-FM30 kunnen niet worden
gebruikt.
• Het weergegeven niveau van het
accuvermogen zal in bepaalde
omstandigheden mogelijk niet
correct zijn.
• Laat de accu niet nat worden. De
accu is niet waterdicht.
• Laat de accu niet liggen op zeer
warme plaatsen, zoals in een
voertuig of in direct zonlicht.
Doeltreffend gebruik van de
accu
• Bij lage temperaturen verminderen
de prestaties van de accu. Dus de
tijd dat de accu kan worden
gebruikt is korter in een koude
omgeving en de snelheid van
continuopnamen neemt af. Het
verdient aanbeveling de accu in een
van de zakken van uw kleding te
bewaren om deze op te warmen, en
deze in de camera te plaatsen vlak
voordat u begint met opnemen.
Accu/Acculader
• De accu raakt snel leeg als u vaak
flitst, vaak continue opnamen
maakt of de camera regelmatig inen uitschakelt, of het LCD-scherm
helderder zet.
Levensduur van de accu
• De levensduur van de accu is
beperkt. De capaciteit van de accu
neemt geleidelijk af naarmate u
deze meer gebruikt en de tijd
verstrijkt. Als de gebruiksduur van
de accu aanzienlijk korter lijkt te
worden, is de meest waarschijnlijke
oorzaak dat het einde van de
levensduur van de accu is bereikt.
Koop een nieuwe accu.
• De levensduur van de accu wordt
bepaald door de manier waarop
deze wordt bewaard en door de
omstandigheden en omgeving
waarin de accu wordt gebruikt.
Oplossen van problemen/Overige
Hoe u de accu moet bewaren
U kunt de levensduur van de accu
verlengen door de accu ten minste
één keer per jaar op te laden en geheel
leeg te maken. Wanneer u de accu
opbergt, is het belangrijk dat u dat
doet op een droge, koele plaats.
257
De licentie
Opmerkingen over de licentie
Deze camera wordt geleverd met
software die wordt gebruikt op basis
van licentie-overeenkomsten met de
eigenaren van het auteursrecht. Op
basis van verzoeken van de eigenaren
van het auteursrecht van deze
software-applicaties, hebben wij de
verplichting u van het volgende in
kennis te stellen. Wij verzoeken u de
volgende gedeelten te lezen.
Lees licenties (in het Engels) in de
map "License" op de CD-ROM.
DIT PRODUCT VALT ONDER DE
LICENTIE KRACHTENS DE AVCOCTROOIPORTEFEUILLELICENTIE VOOR HET
PERSOONLIJKE EN NIETCOMMERCIËLE GEBRUIK VAN
EEN CONSUMENT
(i) VIDEO TE CODEREN IN
OVEREENSTEMMING MET DE
AVC-NORM ("AVC-VIDEO")
EN/OF
(ii) AVC-VIDEO TE DECODEREN
DIE IS GECODEERD DOOR EEN
CONSUMENT IN HET KADER
VAN EEN PERSOONLIJKE EN
NIET-COMMERCIËLE
ACTIVITEIT EN/OF VERKREGEN
VAN EEN VIDEO-PROVIDER DIE
EEN LICENTIE HEEFT AVCVIDEO AAN TE BIEDEN.
ER WORDT GEEN LICENTIE
VERLEEND OF GEÏMPLICEERD
VOOR ENIG ANDER GEBRUIK.
258
AANVULLENDE INFORMATIE
KAN WORDEN VERKREGEN
VAN MPEG LA, L.L.C.
ZIE
HTTP://WWW.MPEGLA.COM
Over GNU GPL/LGPL
toegepaste software
De software die in aanmerking komt
voor de volgende GNU General
Public License (hierna te noemen
"GPL") of LGPL Lesser General
Public License (hierna te noemen
"LGPL") is opgenomen in de camera.
Dit brengt u ervan op de hoogte dat u
het recht hebt de broncode te openen,
te wijzigen en opnieuw te distribueren
voor deze softwareprogramma's
krachtens de condities van de
geleverde GPL/LGPL (Algemene
Openbare Licentie/Mindere
Algemene Openbare Licentie).
Broncodes worden aangeboden op
het Web. U kunt deze downloaden
met behulp van de volgende URL.
http://www.sony.net/Products/Linux/
Wij willen liever niet dat u contact
met ons opneemt over de inhoud van
de broncodes.
Lees licenties (in het Engels) in de
map "License" op de CD-ROM.
Als u de PDF wilt inzien, hebt u
Adobe Reader nodig. Als het niet op
uw computer is geïnstalleerd, kunt u
het downloaden van de volgende
Adobe Systems-webpagina:
http://www.adobe.com/
Index
Index
A
B
Beeld-DB herstellen ................. 198
Beelden bekijken op een TVscherm .................................. 185
Beeldformaat ............................ 146
Beeldindex ............................... 173
Beeldkwaliteit .......................... 148
259
Index
A................................................. 82
Aansluiting
Flitssynchronisatie ............... 126
Aansluiting REMOTE
(Afstandsbediening)............... 21
Accu ............................. 51, 53, 256
Accu opladen ............................. 51
ADI-flits................................... 129
AdobeRGB............................... 162
AEL.......................................... 115
AEL met sluiter.......................... 40
AE-vergrendeling..................... 115
AF Aan..................................... 106
AF met sluiter ............................ 39
AF RANGE.............................. 104
AF RANGE knop............... 42, 104
AF/MF-knop .................... 111, 190
AF/MF-regeling ....................... 111
AF-A .......................................... 97
AF-BEREIK............................. 104
AF-bereik regeling Hulp ............ 42
AF-C .......................................... 97
AF-D .......................................... 97
Afdrukken ................................ 180
AF-gebied ................................ 100
AF-hulplicht............................. 106
AF-microafst. ........................... 107
AF-S........................................... 97
AF-snelheid................................ 39
Afspeelweergave ...................... 176
Afstandsbediening.............. 21, 121
Alle Info. Weergeven ................. 92
APS-C-grootte opn................... 192
Audio opnameniveau ............... 169
Audioniv.weerg........................ 169
Audiosignalen ............................ 48
Aut. portretomkad. ................... 152
Aut. tijdcorrectie GPS .............. 203
Aut. witbalans .......................... 142
AUTO......................................... 66
Auto HDR ................................ 135
Autom. lange sluitertijd............ 165
Autom. programma .................... 81
Autom. weergave ..................... 188
Automatisch AF ......................... 97
Automatisch flitsen .................. 122
Automatisch
scherpstellen................... 96, 111
Automatische modus.................. 72
AVCHD ................................... 167
AVCHDweergave .................... 172
Index
Beeldsensor.........................99, 243
Beeldverhouding.......................148
Begintijd energiebespar. ...........192
Bel.comp.inst. .............................45
Bel.comp.wiel...........................114
Belichtingscorrectie ..................113
belichtingsstand ..........................71
Belichtingsstap ...........................39
Bestandsindeling (Film) ...........167
Bestandsnummer ......................196
Beveiligen.................................179
Bewolkt (Witbalans).................142
Bracket......................................119
Bracket DRO ............................121
Bracket enkel ............................119
Bracket: continu........................119
Bracketvolgorde .........................45
"BRAVIA" Sync.......................187
Breed (AF-gebied)....................100
BULB-opname ...........................89
C
Camerabediening op afstand ....214
Camerabeweging
verminderen............................63
Centrum gericht ........................116
Compressie-verhouding............148
Computer ..........................213, 219
Condensvorming.......................247
Continu opnemen................80, 118
Continue AF ...............................97
Contrast.....................................140
260
Controle ............................. 84, 190
Controle diafragma .................... 84
Controle Opnameresultaat ......... 84
Creatieve stijl ........................... 138
CTRL.VOOR HDMI ......... 48, 187
Customtoets ....................... 44, 190
D
D. handm. sch. ......................... 111
Daglicht (Witbalans)................ 142
Datum afdrukken ..................... 180
Datum/tijd instellen ................... 59
DC IN-aansluiting...................... 21
De klok instellen ........................ 59
Deelkleur.................................. 137
Demomodus ............................... 49
Diafragma .................................. 82
Diafragmavoorkeuze.................. 82
Diavoorstelling ........................ 175
Diepte map hulp continue AF.... 97
Digitale waterpas ....................... 93
Digitale Zoom .......................... 156
Dioptrie-instelling...................... 17
Directe handmatige
scherpstelling ....................... 111
Disc maken .............................. 224
DISP................................... 92, 177
DISP-knop (scherm) ............ 42, 92
DISP-knop (zoeker) ............. 42, 92
Display-paneel ........................... 29
DPOF instellen......................... 180
Draadloos (Flitsfunctie) ........... 122
Index
Draadloze afstandsbediening ... 121
DRO/Auto HDR ...................... 134
Duur AF-volgen ....................... 164
Dyn.-bereikoptim ..................... 134
E
Een ............................................. 71
Een beeld weergeven ......... 69, 172
Eigen (Witbalans) .................... 144
Eindsynchron. .......................... 122
Enkele opname......................... 117
Enkelvoudige AF ....................... 97
EV-schaalverdeling.... 87, 113, 120
Extra fijn .................................. 148
Eye-Fi....................................... 198
Eye-Start AF .............................. 41
F
G
Geen info.................................... 92
Geheugen ................................. 204
Geheugenkaart ..... 53, 56, 195, 254
Geheugenkaart weer
oproepen............................... 204
Gezichtsherkenning.................. 150
Gezichtsprioriteit volgen.......... 103
Gezichtsregistratie.................... 151
Gids In-de-Camera ..................... 50
Glimlachdetectiegevoeligheidsindicator ............................... 154
Gloeilamp (Witbalans)............. 142
GPS .................................. 201, 252
GPS-hulpdata ........................... 202
GPS-instellingen ...................... 201
Graf. weerg................................. 93
H
Handm. belichting ...................... 86
Handmatige
scherpstelling ............... 108, 111
Handmatige verschuiving .......... 88
HDMI ....................................... 185
HDMI-informatieweerg. .......... 186
261
Index
FEL-vergrendeling................... 130
Fijn ........................................... 148
Film ............................ 68, 163, 164
Filmbestandsformaat................ 167
Filmgeluid opnemen ................ 171
Filmopname ....................... 68, 163
Films maken....................... 68, 163
FINE......................................... 148
Flash Exposure Levelvergrendeling ....................... 130
Flits-bracketopname................. 119
Flitscompensatie ...................... 128
Flitser uit .................................. 122
Flitsfunctie ....................... 122, 127
Flitslicht (Witbalans)................ 142
Flitsregeling ............................. 129
Fn ......................................... 35, 36
Formatteren .............................. 196
Foto-effect ................................ 137
Funct. van AEL-knop............... 189
Functietoets ................................ 35
Index
HDMI-resolutie ..................48, 186
HDR-schilderij .........................137
Helder Beeld Zoom ..................157
Helderheid zoeker.....................191
Hg. contr. monochr...................137
Histogram ...................................94
Hoge snelheidssynchronisatiestand
..............................................123
Hulpvlak .....................................97
I
Image Data Converter...............213
Initialiseren ...............................205
Inst. FINDER/LCD...................192
Installeren .........................217, 218
Instelling Film Opnemen ..........167
Instelwiel inst..............................44
Intelligente teleconverter ..........156
Invulflits ...................................122
ISO-gevoeligheid..............132, 190
ISO-knop ..................................190
J
JPEG .........................................148
K
Kaartruimte weerg. .....................47
Kleurenruimte...........................162
Kleurfilter (Witbalans) .............143
Kleurtemperatuur
(Witbalans) ...........................143
Knop MOVIE ...............44, 68, 164
Kopiëren ...................................182
262
Kwaliteit .................................. 148
L
Lach-sluiter .............................. 154
Landschap .................................. 74
Langzame synchronisatie......... 125
LCD-helderheid ....................... 191
LCD-scherm .......... 25, 62, 92, 177
Lens............................................ 57
Lenscomp.: chrom. afw. .......... 194
Lenscomp.: schaduw................ 194
Lenscomp.: vervorming ........... 194
Lichtmeetfunctie ...................... 116
LiveView-weergave................... 94
Lokaal (AF-gebied) ................. 100
M
M................................................ 86
Macro ......................................... 74
Mapnaam ................................. 197
Mapweergave........................... 172
Massaopslag............................. 219
Meervelds ................................ 116
MENU........................................ 38
Menu .......................................... 38
Menustartpositie ........................ 47
MF.................................... 108, 111
Microfoonaansluiting................. 21
Miniatuur ................................. 137
Modusknopscherm..................... 47
Mono. m. rijke tonen ............... 137
MOVIE .............................. 68, 163
Index
MP4.......................................... 167
MTP ......................................... 219
Multi-interfaceschoen .......... 19, 24
Multi-selectieschakelaar ............ 17
N
Nachtportret ............................... 74
Nachtscène ................................. 74
Nieuwe map ............................. 197
Niveau van het resterend
accuvermogen ........................ 55
NR bij hoge-ISO ...................... 160
NR lang-belicht........................ 160
O
Object volgen ........................... 101
Omgevingslicht .................. 45, 120
Onderbelichting ....................... 177
Oogkap voor oculair .................. 65
Opn. zonder lens ...................... 188
OPN.-map kiezen..................... 197
Opname-instelling (Film) ........ 167
Opnamemodus ......................... 195
Opnemen .................................... 66
Opnemen van Audio ................ 171
Overbelichting ......................... 177
Panorama: richting ..................... 79
PC-afstandsbediening............... 219
Peaking..................................... 109
PlayMemories Home................ 213
Pop Kleur ................................. 137
Portret......................................... 74
Posterisatie ............................... 137
Printen opgeven........................ 180
Punt (AF-gebied)...................... 100
R
RAW ........................................ 148
RAW+J..................................... 148
Reinigen ................................... 243
Reiniging .................................. 242
Reliëfkleur................................ 109
Reliëfniveau ............................. 109
REMOTE ................................... 21
Retrofoto .................................. 137
Riem ........................................... 21
Rode ogen verm. ........................ 41
Roteren ..................................... 174
Ruisonderdrukking........... 133, 160
Ruisonderdrukking meerdere
beeldjes (Multi frame NR)... 133
S
P ................................................. 81
PAL/NTSC schakelaar............. 193
Panorama d. beweg. ................... 77
Panorama: Formaat .................. 147
S ................................................. 85
Scènekeuze................................. 74
Schaduw (Witbalans) ............... 142
Schemeropn. uit hand................. 74
Scherp.vergr. .............................. 44
263
Index
P
Index
Scherpstelfunctie ................96, 108
Scherpstellen...............................96
Scherpstellingsindicator .............98
Scherpstelvastzetknop ................44
Scherpstelvergrendeling ...........100
Scherpstelvergrot. .....................109
Scherpte ....................................140
Schoenadapter.............................24
Schouderriem..............................21
SCN ............................................74
Selecteer afspeelmedia .............172
Selecteer opnamemedia ..............54
Sensor van het
zoekerkapje.......................17, 65
Slim automatisch ........................72
Slimme Zoom ...........................156
SLOW SYNC ...........................125
Sluitergordijn voorzijde............190
Sluiterontspan. ............................39
Sluitertijd ....................................85
Sluitertijdvoorkeuze ...................85
Snelle Navigatie..........................31
Soft focus..................................137
Software....................................213
Speelgoedcamera ......................137
Sportactie ....................................74
Spotmeting
(Lichtmeetfunctie) ................116
sRGB ........................................162
Standaard ..........................148, 205
STD...........................................148
SteadyShot-functie .....................63
264
Stijlvak ..................................... 138
Stille Controller ......................... 34
Stille multi-controller................. 32
Stilst.b./film select. .................. 172
Stofpreventiefunctie........... 58, 243
Stramienlijn.............................. 188
Stroombesparing ...................... 191
Sup. aut. Beeld extractie ............ 74
Sup. aut. Cont. opn. ................... 73
Superieur automatisch ............... 72
T
T10 ............................................. 80
T8 ............................................... 80
Taal ...................................... 12, 49
Tele-zoom continuvoork. AE .... 80
Terugstellen ............................. 205
Tijdzone instellen....................... 60
Timing Uitgestuurde Audio ..... 170
TL-licht:daglicht
(Witbalans) .......................... 142
TL-licht:koel wit
(Witbalans) .......................... 142
TL-licht:warm wit
(Witbalans) .......................... 142
Tot halverwege indrukken ......... 66
Transportfunctie....................... 117
TV ............................................ 185
U
Upload-instellingen.................. 198
USB.......................................... 219
USB LUN-instelling ................ 220
Index
USB-verbinding ....................... 219
V
Zone (AF-gebied)..................... 100
Zonsondergang........................... 74
Zoom .......................... 66, 156, 172
Vergroot beeld ......................... 172
Verlichtingsknop van het displaypaneel..................................... 29
Versie ....................................... 212
Verzadiging.............................. 140
Volgen scherpstelling .............. 101
Volume-instellingen............. 46, 69
Voorbeeldknop......................... 190
Voorflits DDL.......................... 129
Vooringestelde witbalans......... 143
W
WB ........................................... 142
Weergavefunctie ...................... 172
Weergeven en Scrollen .............. 79
Windruis reductie..................... 171
Wisbevestiging........................... 47
Wissen................................ 70, 183
Witbalans ................................. 142
Witbalansbracket ..................... 120
X
X.FINE..................................... 148
Index
Z
Zachte felle kleuren ................. 137
Zelfontspanner ......................... 118
Zelfvergrendelende
Accessoireschoen................... 24
Zoeker ........................................ 17
265
Download PDF