Sony | SAL300F28G | Sony SAL300F28G 300F28G Digitale cameralens met A--montage Gebruiksaanwijzing

2-685-156-52(1)
 De lens bevestigen/verwijderen
Opmerkingen bij het gebruik
• Laat de lens niet in direct zonlicht liggen. Als het zonlicht precies op een
dichtbijgelegen voorwerp is gericht, kan dit brand tot gevolg hebben. Als het
toch nodig is dat u de lens in direct zonlicht laat liggen, moet u de lensdop
bevestigen.
• Stel de lens niet bloot aan mechanische schokken wanneer u de lens bevestigt.
• Plaats de lensdoppen altijd op de lens wanneer u de lens opbergt.
• Bewaar de lens niet langere tijd op een zeer vochtige plaats om
schimmelvorming te voorkomen.
• Houd zowel de camera als de lens vast wanneer u de camera met de bevestigde
lens draagt.
• Raak de contactpunten van de lens niet aan. Als er bijvoorbeeld vuil terechtkomt
op de contactpunten van de lens, kan dit het verzenden en ontvangen van
signalen tussen de lens en de camera verstoren of onmogelijk maken. Dit kan
een storing in het gebruik veroorzaken.
Lens voor digitale
spiegelreflexcamera
Gebruiksaanwijzing
300mm F2.8 G
De lens bevestigen
1
2
Verwijder de voorste en achterste lensdoppen en de dop van de camera.
Lijn de oranje markering op de lenscilinder uit met de oranje markering
op de camera (montagemarkeringen). Plaats vervolgens de lens in de
lensfitting van de camera en draai de lens rechtsom tot deze vastklikt.
• Druk niet op de lensontgrendelingsknop op de camera terwijl u de lens bevestigt.
• Bevestig de lens niet onder een hoek.
Vignetteren
Wanneer u de lens gebruikt, worden de hoeken van het scherm donkerder
dan het midden. U kunt dit verschijnsel (dat vignetteren wordt genoemd)
beperken door het diafragma 1 tot 2 stops te sluiten.
SAL300F28G
Condensvorming
©2006 Sony Corporation Printed in Japan
De lens verwijderen
Terwijl u de lensontgrendelingsknop op de camera ingedrukt houdt, draait u de
lens zo ver mogelijk linksom. Vervolgens verwijdert u de lens.
Als de lens rechtstreeks van een koude in een warme omgeving wordt
gebracht, kan vocht condenseren op de lens. Voorkom dit door de lens
bijvoorbeeld in een plastic zak te verpakken. Wanneer de lucht in de zak
dezelfde temperatuur heeft als de omgevingstemperatuur, haalt u de lens uit
de zak.
 Een statief bevestigen
De lens reinigen
• Raak het oppervlak van de lens niet rechtstreeks aan.
• Als de lens vies wordt, verwijdert u het vuil van de lens met een blaaskwastje
en veegt u de lens schoon met een zachte, schone doek (u kunt het beste het
reinigingsdoekje KK-CA (optioneel) gebruiken).
• Gebruik geen organische oplosmiddelen, zoals thinner of benzine, om de lens of
de lensfitting van de camera schoon te maken.
Bevestig het statief op de lens en niet op de camera.
Verticale/horizontale positie wijzigen
(1)
(2)
(3)
(4)
Draai de ringvergrendelingsknop op de montagering voor het statief (1) los en draai de camera
in een willekeurige richting. U kunt de camera snel naar de verticale en horizontale positie
draaien terwijl de camera stabiel blijft met een statief.
• Grijze markeringen (ringmarkeringen) vindt u in intervallen van 90° op de montagering voor het
statief. Lijn een grijze markering op de montagering voor het statief uit met de grijze markering
(ringmarkering) op de lens om de camerapositie nauwkeurig aan te passen (2).
• Draai de ringvergrendelingsknop stevig vast nadat u de camerapositie hebt ingesteld.
Deze lens is ontworpen voor Sony
-camera's.
De montagering voor het statief losmaken
WAARSCHUWING
De montagering voor het statief kan worden losgemaakt.
1
Stel het toestel niet bloot aan regen of vocht om brand of elektrocutie te
voorkomen.
Kijk nooit recht in de zon door deze lens.
Direct in de zon kijken kan uw ogen ernstig beschadigen en blindheid
veroorzaken.
Houd de lens buiten het bereik van kleine kinderen.
Er bestaat een risico op ongelukken of letsel.
Verwijder de lens van de camera.
• Zie " De lens bevestigen/verwijderen" voor meer informatie.
2
3
Verwijdering van oude elektrische en elektronische
apparaten (Toepasbaar in de Europese Unie
en andere Europese landen met gescheiden
ophaalsystemen)
Het symbool op het product of op de verpakking wijst erop
dat dit product niet als huishoudelijk afval mag worden
behandeld. Het moet echter naar een plaats worden gebracht
waar elektrische en elektronische apparatuur wordt gerecycled. Als u ervoor
zorgt dat dit product op de correcte manier wordt verwijderd, voorkomt u
voor mens en milieu negatieve gevolgen die zich zouden kunnen voordoen
in geval van verkeerde afvalbehandeling. De recycling van materialen
draagt bij tot het vrijwaren van natuurlijke bronnen. Voor meer details
in verband met het recyclen van dit product, neemt u contact op met de
gemeentelijke instanties, het bedrijf of de dienst belast met de verwijdering
van huishoudafval of de winkel waar u het product hebt gekocht.
4
Draai de ringvergrendelingsknop (1) los.
Draai de montagering voor het statief zo dat de rode markering op de
montagering voor het statief (ringmontagemarkeringen naast SET/
RELEASE) is uitgelijnd met de oranje markering op de lens
(montagemarkeringen) (3).
Verplaats de montagering voor het statief in de richting van de lensvatting en maak de montagering voor het statief los van de lens (4).
 De lenskap bevestigen
U kunt het beste een lenskap gebruiken om lichtvlekken te voorkomen en voor een optimale beeldkwaliteit te zorgen.
Draai de vergrendelingsschroef op de lenskap los en schuif de lenskap over de
voorkant van de lens. Controleer of de lenskap goed is bevestigd en draai de
schroef vast.
• Als u de ingebouwde flitser van de camera gebruikt, moet u de lenskap verwijderen om te
voorkomen dat het licht van de flitser wordt geblokkeerd.
• Bij het opbergen plaatst u de lenskap omgekeerd op de lens en draait u de schroef vast om de
lenskap op de lens te bevestigen.
 De riem bevestigen
Bevestig de riem zodat u de lens gemakkelijk kunt dragen. Voer stap (1) en (2) uit om de riem
te bevestigen.
 Onderdelen
(1)
(2)
• Als u wilt voorkomen dat de lens valt, moet u de riem goed vastmaken zodat de riem niet losraakt
van de lens.
1
11
2
12
13
14
9
8
3
4
5
6
15
16
17
18
7
19
20
10
9
8
1···Scherpstelring 2···Afstandsschaal
3···Velddiepteschaal 4···Ringmontagemarkeringen
(rood) 5···Lensmarkeringen (grijs) 6···Ringmarkeringen
(grijs) 7···Contactpunten van lens 8···Filterhouder
9···Vergrendeling van filterhouder 10···Afstandsindex
22
21
11···Bescherming 12···Vergrendelingstoetsen voor
scherpstelling 13···Scherpstelknop 14···Opening voor
riem 15···DMF-functieknop 16···Lensmontagemarkeringen
17···Instelknop voor het scherpstellingsbereik 18···Instelknop
voor het vooraf scherpstellen 19···Geluidssignaalknop
20···Ringvergrendelingsknop 21···Knop voor vergrendeling
van scherpstelling/vooraf scherpstellen 22···Begrenzer voor
het scherpstellingsbereik
 Scherpstellen
Schakelen tussen AF (automatische focus)/MF (handmatige focus)
(1)
U kunt de scherpstelstand schakelen tussen AF en MF op de lens.
Voor het fotograferen met AF moet zowel de camera als de lens ingesteld zijn op AF. Voor het fotograferen met MF moet de
camera of de lens of beide worden ingesteld op MF.
• De scherpstelring kan iets voorbij oneindig worden gedraaid om te zorgen voor nauwkeurig scherpstellen bij verschillende
gebruikstemperaturen. Draai de scherpstelring niet helemaal door als u handmatig scherpstelt, zelfs niet bij oneindig. Kijk door de
beeldzoeker en stel nauwkeurig scherp.
De scherpstelstand op de lens instellen
Schuif de scherpstelknop naar de juiste stand: AF of MF (1).
• Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van de camera voor het instellen van de scherpstelstand van de camera.
• In MF draait u de scherpstelring om de scherpstelling (2) aan te passen terwijl u door de beeldzoeker kijkt. Het scherpstelsignaal van
de beeldzoeker geeft de huidige situatie van de scherpstelling aan.
Een camera met een AF/MF-regeltoets gebruiken
• Druk op de AF/MF-regeltoets om te schakelen van AF naar MF wanneer de camera en de lens zijn ingesteld op AF.
• Druk op de AF/MF-regeltoets om te schakelen van MF naar AF wanneer de camera is ingesteld op MF en de lens op AF.
(2)
Direct handmatig scherpstellen (DMF)
Zelfs als AF is ingesteld, wordt de instelling automatisch geschakeld naar MF wanneer u de scherpstelring draait en de sluiterknop half ingedrukt houdt. U kunt snel
zeer nauwkeurig scherpstellen (DMF). Selecteer de stand voor de juiste DMF aan de hand van de volgende opties. Stel de DMF-functieknop in op de gewenste optie.
 De verwisselbare filters wijzigen
Er wordt een normaal filter bij de lens geleverd.
• Het filter maakt deel uit van een optisch systeemcomponent. Bevestig het normale filter of het polarisatiefilter (circulair) wanneer u foto's maakt.
Standaard DMF (Std.)
Draai de scherpstelring om de juiste DMF in te stellen wanneer de scherpstelling is vergrendeld in AF-A (automatische
autofocus) of AF-S (autofocus voor één beeld). Deze stand kunt u het beste gebruiken voor normale onderwerpen.
• DMF is niet beschikbaar in AF-C (continue autofocus) als niet is scherpgesteld of met continue voortgang in AF-A nadat de tweede
focus is bevestigd.
Het verwisselbare filter wijzigen
1
Continue DMF (F TIME)
Druk de vergrendeling van de filterhouder naar beneden en draai het 90° linksom richting de voorkant
van de lens totdat de oranje markering is uitgelijnd met de filterhouder en til de filterhouder vervolgens
omhoog.
Draai in een willekeurige AF-stand (AF-A/S/C) de scherpstelring terwijl u de sluiterknop ingedrukt houdt, om de juiste DMF in te stellen. Dit is handig als u
snelbewegende onderwerpen wilt vastleggen.
Velddiepteschaal
Wanneer er op een onderwerp is scherpgesteld, wordt alles op dezelfde afstand scherp weergegeven en wordt alles binnen een bepaald bereik voor en achter het
onderwerp ook scherp weergegeven. Dit wordt velddiepte genoemd. De velddiepte is afhankelijk van de afstand tot het onderwerp en het diafragma dat u selecteert
en wordt aangegeven met de lijnen op de velddiepteschaal die overeenkomen met het diafragma.
2
• De velddiepteschaal en de velddieptetabel zijn bedoeld voor 35-mm camera's. De velddiepte is minder diep wanneer u Digitale spiegelreflexcamera's met een beeldsensor
voor APS-C-formaat gebruikt.
3
Lijn de oranje markering van de vergrendeling van de filterhouder uit met de filterhouder, draai de kant
met het filter naar de camera en plaats de filterhouder vervolgens in de lenscilinder.
Duw de vergrendeling van de filterhouder naar beneden en draai deze 90° om deze te vergrendelen.
• De oranje markering van de vergrendeling van de filterhouder staat loodrecht op de houder.
 Vergrendelingstoetsen voor scherpstelling gebruiken
Deze lens bevat 4 vergrendelingstoetsen voor scherpstelling.
Druk op de vergrendelingstoets voor scherpstelling in AF om AF te annuleren. De scherpstelling wordt vastgelegd en u kunt
de sluiterknop loslaten bij de vastgelegde scherpstelling. Laat de vergrendelingstoets voor scherpstelling los terwijl u de
sluiterknop half ingedrukt houdt om AF opnieuw te starten.
Zet de knop voor vergrendeling van scherpstelling/vooraf scherpstellen op FOCUS HOLD en druk op de
vergrendelingstoets voor scherpstelling.
• De functie van de vergrendelingstoets voor scherpstelling kan worden gewijzigd op camera's met mogelijkheden voor aangepaste
functies. Raadpleeg de handleidingen bij de camera voor meer informatie.
Het verwisselbare polarisatiefilter (circulair) gebruiken
1
2
Stel scherp terwijl u door de beeldzoeker kijkt.
Draai de aanpasring op de houder voor het verwisselbare polarisatiefilter (circulair) om de polarisatie voor de opname aan te passen.
• Met het polarisatiefilter (circulair) kunnen ongewenste reflecties (polariserend licht) van niet-metalen oppervlakken van water, glas, ramen, glimmend plastic, keramiek,
papier, enzovoort worden beperkt of voorkomen. Tevens kan gepolariseerd licht in de atmosfeer in het algemeen worden weggefilterd voor vollere kleuren. U kunt het
polarisatieniveau aanpassen voor een goed contrast wanneer u foto's maakt van de blauwe lucht.
• Over het algemeen moet gereflecteerd licht (polarisatie) worden geminimaliseerd in fotografie, maar u kunt het polarisatieniveau echter aanpassen voor het gewenste
effect.
• De hoeveelheid licht die de beeldsensor bereikt, wordt verminderd. Als de camera is ingesteld op handmatige belichting en u een losse belichtingsmeter gebruikt of als
de camera is ingesteld op handmatige belichting en u de functie voor handmatige bediening van de flitser (beschikbaar op bepaalde externe flitsers) gebruikt, past u de
belichtingscompensatie aan door het diafragma 1 tot 2 stops naar de + kant te openen.
 Scherpstellingsbereik (AF-bereik) schakelen
Met de begrenzer voor het scherpstellingsbereik kunt u de tijd voor automatische scherpstelling beperken. Dit is handig wanneer de afstand van het onderwerp
bepaald is. U kunt ook het gewenste scherpstellingsbereik instellen en het selecteren.
Schuif de begrenzer voor het scherpstellingsbereik om het scherpstellingsbereik te selecteren.
• FULL: het scherpstellingsbereik is niet beperkt. AF is ingesteld op het volledige scherpstellingsbereik.
• ∞ - 6.4m: AF is ingesteld op 6,4 m tot oneindig.
• SET: AF is ingesteld op het vastgestelde scherpstellingsbereik voor posities veraf en dichtbij.
Het scherpstellingsbereik instellen
1
2
Schuif de begrenzer voor het scherpstellingsbereik naar SET.
Stel de lens scherp op de gewenste afstand voor veraf of dichtbij.
• De scherpstelafstand kan worden ingesteld op een willekeurige scherpstelstand: AF, MF of DMF.
• De scherpstelafstand voor veraf en dichtbij kan in willekeurige volgorde worden ingesteld.
3
Schuif de instelknop voor het scherpstellingsbereik in op FAR of NEAR voor de juiste positie van het scherpstellingsbereik (afhankelijk
van welke positie u eerst instelt).
• De instelknop voor het scherpstellingsbereik wordt automatisch teruggezet op de oorspronkelijke positie.
• Als het geluidssignaal is ingeschakeld, hoort u een pieptoon wanneer u het scherpstellingsbereik instelt.
• Het ingestelde scherpstellingsbereik blijft van kracht tot een nieuw scherpstellingsbereik wordt ingesteld.
 Vooraf scherpstellen gebruiken
Een bepaalde afstand tot het onderwerp kan worden opgeslagen en op elk moment worden herroepen. Het is handig dat de afstand is ingesteld voor het vastleggen
van snelbewegende onderwerpen, zoals een rijdende trein, sportevenementen of paarden- of autoraces, enzovoort.
De afstand tot het onderwerp instellen
1
2
Stel de lens scherp op de afstand die u wilt instellen.
Druk op de instelknop voor het vooraf scherpstellen om de afstand tot het onderwerp op te slaan.
• De opgeslagen afstand tot het onderwerp blijft van kracht tot een nieuwe afstand tot het onderwerp is ingesteld.
• Als het geluidssignaal is ingeschakeld, hoort u een pieptoon wanneer u de afstand tot het onderwerp opslaat.
De vooraf ingestelde afstand tot het onderwerp herroepen
1
Zet de knop voor vergrendeling van scherpstelling/vooraf scherpstellen op PREFOCUS.
• Stel de functie voor de knop voor vergrendeling van scherpstelling in op "scherpstelling vergrendelen" voor camera's met mogelijkheden voor aangepaste functies.
2
Naam
(modelnaam)
300mm F2.8 G
(SAL300F28G)
Druk op de vergrendelingstoets voor scherpstelling zodat de lens scherpstelt op de vooraf scherpgestelde positie.
• Als AF is ingesteld, houdt u de vergrendelingstoets voor scherpstelling ingedrukt terwijl u foto's maakt. Als u de vergrendelingstoets voor scherpstelling loslaat, wordt
AF opnieuw geactiveerd en kan de afstand worden gewijzigd.
• Als het geluidssignaal is ingeschakeld, hoort u een pieptoon wanneer de vooraf ingestelde afstand tot het onderwerp wordt herroepen.
 Het geluidssignaal gebruiken
U hoort het geluidssignaal wanneer het scherpstellingsbereik wordt aangepast met de instelknop voor het scherpstellingsbereik of de vooraf scherpgestelde afstand
wordt ingesteld of wordt herroepen met de instelknop voor het vooraf scherpstellen.
Zet de geluidssignaalknop op
om het signaal in te schakelen.
Als u het signaal wilt uitschakelen, zet u de geluidssignaalknop op OFF.
Vergelijkbare
Minimale
Maximale
Minimale Filterdiameter
brandpuntsafstand Lensgroepen- Weergavehoek Weergavehoek
scherpstelling*4
2
3
3
elementen*
1*
2*
vergroting (×)
f-stop
(mm)
voor 35-mm
(m)
camera's*1 (mm)
450
12-13
8°10’
5°20’
2,0
0,18
f/32
42
(exclusief
gebruik)
Afmetingen
(maximale
diameter ×
hoogte) (mm)
Gewicht (g)
(exclusief
montagering
voor statief)
Ongeveer
122×242,5
Ongeveer 2.310
*1 De waarde voor vergelijkbare brandpuntsafstand voor 35-mm camera's is gebaseerd op Digitale spiegelreflexcamera's met een beeldsensor voor APS-C-formaat.
*2 De waarden van lensgroepen en elementen bevatten de bescherming en het verwisselbare filter.
*3 De waarde voor weergavehoek 1 is gebaseerd op 35-mm camera's en de waarde voor weergavehoek 2 is gebaseerd op Digitale spiegelreflexcamera's met een beeldsensor
voor APS-C-formaat.
*4 Minimale scherpstelling is de kleinste afstand van de beeldsensor tot het onderwerp.
• Deze lens is uitgerust met een afstandsencoder. De afstandsencoder zorgt voor een nauwkeurigere meting (ADI) door een flitser voor ADI te gebruiken.
• Afhankelijk van het lensmechanisme kan de brandpuntsafstand veranderen als de opnameafstand wordt gewijzigd. Voor de brandpuntsafstand wordt aangenomen dat de lens
is scherpgesteld op oneindig.
Bijgeleverd toebehoren: Lens (1), Voorste lensdop (1), Achterste lensdop (1), Lenskap (1), Riem (1), Normaal filter (1), Verwisselbare polarisatiefilter (circulair) (1),
Koffer (1), Handleiding en documentatie
Wijzigingen in ontwerp en technische gegevens voorbehouden, zonder kennisgeving.
is een handelsmerk van Sony Corporation.
Velddieptetabel (in meter)
Zet de knop voor vergrendeling van scherpstelling/vooraf scherpstellen op PREFOCUS.
• De scherpstelafstand kan worden ingesteld op een willekeurige scherpstelstand: AF, MF of DMF.
3
Technische gegevens
f/2,8
f/4
f/5,6
f/8
f/11
f/16
f/22
f/32
∞
921-∞
651-∞
460-∞
326-∞
230-∞
163-∞
115-∞
81,6-∞
30m
29,1-31,0
28,7-31,4
28,2-32,0
27,6-33,0
26,7-34,3
25,5-36,5
24,0-40,1
22,2-46,5
15m
14,8-15,2
14,7-15,3
14,6-15,5
14,4-15,7
14,2-16,0
13,8-16,4
13,4-17,1
12,8-18,1
10m
9,90-10,1
9,87-10,1
9,81-10,2
9,74-10,3
9,63-10,4
9,49-10,6
9,29-10,8
9,02-11,2
7m
6,95-7,05
6,94-7,06
6,91-7,09
6,88-7,13
6,83-7,18
6,76-7,26
6,66-7,38
6,53-7,54
5m
4,98-5,02
4,97-5,03
4,96-5,04
4,94-5,06
4,92-5,09
4,88-5,12
4,84-5,17
4,77-5,25
4m
3,99-4,02
3,98-4,02
3,98-4,03
3,97-4,04
3,95-4,05
3,93-4,07
3,90-4,10
3,86-4,15
3m
2,99-3,01
2,99-3,01
2,99-3,01
2,98-3,02
2,98-3,03
2,97-3,04
2,95-3,05
2,93-3,07
2,5m
2,50-2,51
2,49-2,51
2,49-2,51
2,49-2,51
2,49-2,52
2,48-2,52
2,47-2,53
2,46-2,55
2m
1,997-2,003
1,997-2,003
1,996-2,004
1,99-2,01
1,99-2,01
1,99-2,01
1,98-2,02
1,98-2,02
Download PDF