Sony | VPCCW1S1E | Sony VPCCW1S1E Probleemoplossingsgids

Inhoud
Opzoeken wat u moet doen......................................................... 3
Herstel en back-up ...................................................................... 4
Wat is herstel en back-up?..................................................................................4
Hersteldisks maken .............................................................................................6
De computer herstellen .......................................................................................8
Harde-schijfpartitie maken................................................................................. 11
Een back-up van gegevens maken en herstellen ............................................. 14
Alle gegevens op het ingebouwde opslagapparaat wissen............................... 24
Problemen oplossen.................................................................. 25
Herstelproblemen oplossen............................................................................... 25
Veelvoorkomende problemen oplossen ............................................................ 27
Snelreferentie ............................................................................ 30
Wat u moet doen als de computer niet werkt .................................................... 30
2
Opzoeken wat u moet doen
Voordat u problemen krijgt
Herstelschijven
maken
Een back-up van
gegevens maken
De computer
bijwerken
1 pagina 6
1 pagina 14
1 Handleiding Snel
aan de slag
Als u problemen hebt
Probleemoplossin
g raadplegen of
naar de
VAIO-website
gaan
De computer
herstellen via een
herstelpunt
Toepassingen of
stuurprogramma's
opnieuw
installeren
1 pagina 25
1 pagina 21
1 pagina 23
Als u nog steeds problemen hebt
De computer herstellen
Een back-up van gegevens
terugzetten
1 pagina 9 of pagina 10
1 pagina 17
Een harde-schijfpartitie
maken
Alle gegevens wissen
1 pagina 11
1 pagina 24
3
Herstel en back-up
Wat is herstel en back-up?
Herstel
Wat is herstel?
Herstel van het computersysteem betekent dat u dit terugzet op de fabrieksinstellingen.
U kunt dit op twee manieren doen: met de hersteldisks en vanaf een herstelpartitie.
Wanneer moet ik mijn systeem herstellen?
In de volgende gevallen moet u het computersysteem herstellen:
❑ De computer is niet stabiel.
❑ De computer is geïnfecteerd met een computervirus.
❑ Op het computersysteem treden problemen op die niet kunnen worden opgelost via
de procedures voor probleemoplossing.
❑ U hebt per ongeluk station C: van de computer geformatteerd.
Waarom moet ik hersteldisks maken?
Met de hersteldisks kunt u het computersysteem terugzetten op de fabrieksinstellingen.
Als Windows niet wordt gestart of als u de herstelpartitie hebt verwijderd, kunt u een
herstel onder andere uitvoeren vanaf hersteldisks. Maak hersteldisks direct nadat de
computer gebruiksklaar is.
Zie "Hersteldisks maken" op pagina 6.
Wat kan ik doen met VAIO Herstelcentrum?
VAIO Herstelcentrum biedt diverse herstel- en back-upfuncties die in deze handleiding
wordt uitgelegd.
❑ Hersteldisks maken
❑ Een back-up van gegevens maken
❑ Een back-up van gegevens herstellen
❑ Het computersysteem herstellen
❑ De computerhardware herstellen
❑ Alle gegevens op het ingebouwde opslagapparaat wissen
4
Back-up
Wat is een back-up?
Een back-up is een reservekopie die u van uw gegevens op het ingebouwde
opslagapparaat (harde of solid-state schijf) maakt en op een andere locatie opslaat.
Afhankelijk van het doel kunt u op verschillende manieren een back-up van gegevens
maken. Zie "Een back-up van gegevens maken en herstellen" op pagina 14.
Waarom moet ik een back-up van mijn gegevens maken?
Door onverwachte gebeurtenissen of computervirussen kunt u diverse gegevens op uw
ingebouwde opslagapparaat verliezen, zoals documenten of afbeeldingen. Als u de
verloren gegevens wilt herstellen, hebt u de back-up nodig.
U wordt ten zeerste aanbevolen om regelmatig een back-up van uw gegevens te
maken.
5
Hersteldisks maken
Opmerkingen over het maken van hersteldisks
❑ Herstelschijven kunnen alleen worden gebruikt voor de computer waarop ze zijn
gemaakt.
U kunt de hersteldisks voor uw computer niet gebruiken voor een andere computer.
❑ Mogelijk kunt u in de volgende gevallen het computersysteem niet vanaf de
herstelpartitie herstellen vanwege wijzigingen in de herstelpartitie en moet u de
hersteldisks op eigen kosten aanschaffen.
❑ U hebt de herstelpartitie gewijzigd met software voor het wijzigen van gegevens.
❑ U hebt een ander besturingssysteem geïnstalleerd dan het besturingssysteem
dat vooraf was geïnstalleerd op de computer.
❑ U hebt het ingebouwde opslagapparaat geformatteerd zonder de software
VAIO Herstelcentrum te gebruiken.
❑ Raak het oppervlak van een disk nooit aan en zorg dat de disk niet vuil wordt.
Vingerafdrukken en stof op het oppervlak kunnen tot lees-/schrijffouten leiden.
❑ Hersteldisks kunnen apart worden aangeschaft. Ga naar de website van VAIO-Link
voor de contactgegevens in uw land/regio.
6
Hersteldisks maken
U kunt het vereiste aantal disks en de mogelijke mediatypen voor het maken van hersteldisks
controleren in de volgende stap 6.
U kunt geen Blu-ray Disc™-schijven, DVD-RAM's, CD-R's en CD-RW's als herstelschijf
gebruiken.
1 Download en installeer de nieuwste updates op de computer met behulp van de
software VAIO Update.
Als u de updates wilt downloaden en installeren op de computer met behulp van de software
VAIO Update, moet u verbinding met het internet hebben. Zie de Gebruikershandleiding
voor meer informatie over het verbinden van de computer met het internet.
2 Als de computer niet is uitgerust met een ingebouwd optisch station, sluit u een
extern optisch station (niet meegeleverd) aan.
3 Klik op Start
, Alle programma's en VAIO Herstelcentrum.
4 Klik op Hersteldisks maken en Start.
Als het venster Gebruikersaccountbeheer verschijnt, klikt u op Ja.
Als u momenteel bij de computer bent aangemeld met standaard-gebruikersrechten,
wordt u mogelijk gevraagd een beheerdersnaam en -wachtwoord in te voeren.
5 Lees de instructies op het scherm goed door en klik op Volgende.
6 Selecteer de schijf die u wilt gebruiken.
7 Volg de instructies op het scherm.
8 Nadat u de hersteldisks hebt gemaakt, volgt u de instructies op het scherm om de
naam van de disks op de disklabels te noteren met een pen met een zachte punt.
Mogelijk duurt het even voordat de huidige voortgang van de procedure wordt weergegeven.
Druk niet op de uitwerpknop als u een hersteldisk maakt. Als u dit toch doet, kan het maken
van de disk mislukken.
Bewaar de hersteldisks op een veilige plaats.
7
De computer herstellen
Voordat u de herstelprocedure start
Wat is een herstelpartitie?
Een herstelpartitie op het ingebouwde opslagapparaat bevat gegevens voor
systeem- en toepassingsherstel. Normaliter kunt u gegevens op deze partitie niet
wijzigen of verwijderen. U kunt de gegevens echter wel bewerken of verwijderen met in
de handel verkrijgbare softwaretoepassingen die zijn ontworpen voor het wijzigen van
partitie-informatie.
Belangrijke opmerkingen over herstel
❑ Als u het computersysteem herstelt, worden alle gegevens op het ingebouwde
opslagapparaat verwijderd, zelfs als het ingebouwde opslagapparaat is versleuteld
met de functie Windows BitLocker-stationsversleuteling (BitLocker). Het
herstellen kan meerdere uren duren.
❑ Bij modellen met een vingerafdruksensor gaan bij het herstellen van het
computersysteem alle vingerafdruksjablonen op het ingebouwde opslagapparaat
verloren.
❑ Koppel alle randapparatuur van de computer los (behalve het netsnoer of de
netadapter) voordat u uw computersysteem herstelt.
❑ Als u het computersysteem herstelt, worden alle gegevens op het geselecteerde
station verwijderd en alle betreffende fabrieksinstellingen hersteld. Zorg dat u een
back-up maakt van belangrijke gegevens.
❑ Voer altijd zowel systeem- als toepassingsherstel uit. De computer wordt mogelijk
instabiel als u toepassingsherstel niet uitvoert.
❑ Als u de gegevens met een wachtwoord hebt beveiligd, kunt u het herstelproces niet
starten zonder het wachtwoord in te voeren. Noteer het wachtwoord zodat u dit niet
vergeet.
Als u het wachtwoord bent vergeten en het herstelproces niet kunt starten, neemt
u contact op met VAIO-Link om het wachtwoord opnieuw in te stellen. Hiervoor
worden kosten in rekening gebracht.
Opmerkingen over software
❑ Wanneer u het computersysteem herstelt, kunt u alleen de vooraf geïnstalleerde
softwaretoepassingen herstellen (behalve bepaalde softwaretoepassingen). U kunt
geen softwaretoepassingen herstellen die u zelf hebt geïnstalleerd of gegevens die
u hebt gemaakt na aankoop van de computer.
❑ Wanneer u het computersysteem herstelt, kunt u niet ervoor kiezen om alleen
Windows te herstellen.
❑ Bepaalde vooraf geïnstalleerde softwaretoepassingen bevatten opties waarmee de
toepassingen automatisch kunnen worden verwijderd of geïnstalleerd.
Softwaretoepassingen die u met de betreffende functies hebt geïnstalleerd of
verwijderd, werken mogelijk niet goed op de computer.
❑ Als u een softwaretoepassing voor het wijzigen van de partitiegrootte installeert,
kunt u mogelijk geen systeemherstel uitvoeren of herstelschijven maken.
8
De computer herstellen als u Windows niet kunt starten
Als Windows niet wordt gestart, kunt u het computersysteem herstellen vanaf
hersteldisks of een herstelpartitie.
De herstelpartitie op het ingebouwde opslagapparaat bevat gegevens voor herstel.
U kunt het computersysteem vanaf de herstelpartitie sneller herstellen dan via
hersteldisks.
Uw computersysteem herstellen vanaf herstelschijven
1 Zorg dat de computer is ingeschakeld en plaats een hersteldisk in het station.
Schakel de computer vervolgens uit en weer in.
Als u een extern optisch station (niet meegeleverd) gebruikt, drukt u meerdere keren
op F11 wanneer het VAIO-logo wordt weergegeven nadat u de computer opnieuw
hebt opgestart.
Het venster Windows Opstartbeheer verschijnt.
2 Druk op de toets M of m om Start VAIO Herstelcentrum te selecteren en druk op
Enter.
3 Selecteer Station C: herstellen of Volledig systeemherstel en klik op Start.
4 Lees de informatie over software of functies voor het oplossen van problemen,
selecteer Overslaan als u alle tips al hebt toegepast en klik op Volgende.
5 Lees eventuele waarschuwingen goed door, schakel het selectievakje Ik begrijp het
in en klik op Start.
6 Volg de instructies op het scherm.
Het computersysteem herstellen vanaf de herstelpartitie
1 Schakel de computer in.
2 Druk op F10 wanneer het VAIO-logo verschijnt.
Druk op Enter als het venster Opstartopties bewerken verschijnt.
3 Selecteer Station C: herstellen of Volledig systeemherstel en klik op Start.
4 Lees de informatie over software of functies voor het oplossen van problemen,
selecteer Overslaan als u alle tips al hebt toegepast en klik op Volgende.
5 Lees eventuele waarschuwingen goed door, schakel het selectievakje Ik begrijp het
in en klik op Start.
6 Volg de instructies op het scherm.
9
De computer herstellen als u Windows kunt starten
U kunt de computersysteem herstellen met VAIO Herstelcentrum als u Windows kunt
starten.
Zorg dat u een eventuele optische schijf uit het optische schijfstation verwijdert voordat u de
volgende procedure uitvoert.
Station C: herstellen
1 Klik op Start, Alle programma's en VAIO Herstelcentrum.
2 Selecteer Station C: herstellen en klik op Start.
3 Lees de informatie over software of functies voor het oplossen van problemen,
selecteer Overslaan als u alle tips al hebt toegepast en klik op Volgende.
Als het venster Gebruikersaccountbeheer verschijnt, klikt u op Ja.
4 Lees de waarschuwingen goed door, schakel het selectievakje Ik begrijp het in en
klik op Start.
5 Volg de instructies op het scherm.
Als u partitiegroottes hebt gewijzigd en een andere partitie dan station C: op het ingebouwde
opslagapparaat hebt gemaakt, worden de gegevens op de partitie niet gewijzigd, zelfs niet
nadat u het computersysteem hebt hersteld.
Voor instructies over het maken van een harde-schijfpartitie raadpleegt u "Harde-schijfpartitie
maken" op pagina 11.
Het volledige computersysteem herstellen
1 Klik op Start, Alle programma's en VAIO Herstelcentrum.
2 Selecteer Volledig systeemherstel en klik op Start.
3 Lees de informatie over software of functies voor het oplossen van problemen,
selecteer Overslaan als u alle tips al hebt toegepast en klik op Volgende.
4 Selecteer Overslaan en klik op Volgende als u de hersteldisks al hebt gemaakt.
Als u de hersteldisks nog niet hebt gemaakt, raadpleegt u "Hersteldisks maken" op
pagina 6.
Als het venster Gebruikersaccountbeheer verschijnt, klikt u op Ja.
5 Volg de instructies op het scherm.
10
Harde-schijfpartitie maken
Harde-schijfpartitie
Wat is een harde-schijfpartitie?
Bij het maken van harde-schijfpartities wordt de opslagruimte van het ingebouwde
opslagapparaat verdeeld in meerdere partities.
De computer heeft standaard slechts één partitie (station C:).*
U kunt de opslagruimte opnieuw verdelen in twee partities, bijvoorbeeld C en D.
*
Een andere partitie kan al zijn geconfigureerd op het moment van aankoop, afhankelijk van het gebruikte
model.
Wat zijn de voordelen van de harde-schijfpartitie?
Wanneer u het computersysteem hebt hersteld, kunt u het nieuw gemaakte station
gebruiken als locatie om uw back-up op te slaan, want de gegevens op het nieuwe
station worden niet verwijderd tijdens het herstel. Als u een harde-schijfpartitie maakt,
kunt u uw gegevens of software op elke harde-schijfpartitie effectiever organiseren.
Hoe kan ik een harde-schijfpartitie maken?
U kunt op twee manieren een harde-schijfpartitie maken:
❑ Met de betreffende Windows-functie.
❑ Tijdens de herstelprocedure.
Als u de C-partitie kleiner maakt, kunt u mogelijk geen hersteldisks maken of het herstelproces niet
voltooien omdat er onvoldoende vrije ruimte op het ingebouwde opslagapparaat onvoldoende is.
11
Een harde-schijfpartitie maken met de betreffende
Windows-functie
Met de Windows-functie kunt u een partitie maken zonder dat u het computersysteem
herstelt.
U kunt station C: niet kleiner maken omdat het maximumvolume van het verkleinde station C:
wordt bepaald door het systeem.
1 Klik op Start, Configuratiescherm, Systeem en beveiliging en Partities op vaste
schijf maken en formatteren onder Systeembeheer.
2 Als het venster Gebruikersaccountbeheer verschijnt, klikt u op Ja.
Als u momenteel bij de computer bent aangemeld met standaard-gebruikersrechten,
wordt u mogelijk gevraagd een beheerdersnaam en -wachtwoord in te voeren.
3 Klik met de rechtermuisknop op station C: en selecteer Volume verkleinen.
4 Voer in Geef op met hoeveel MB de partitie moet worden verkleind de grootte
van de gewenste partitie in en klik op Verkleinen.
5 Klik met de rechtermuisknop op Niet-toegewezen en selecteer Nieuw eenvoudig
volume.
6 Volg de instructies op het scherm.
12
Tijdens de herstelprocedure een partitie maken
Als u tijdens de herstelprocedure een partitie maakt, worden alle gegevens verwijderd die op een
ingebouwd opslagapparaat zijn opgeslagen.
1 Zorg dat de computer is ingeschakeld en plaats een hersteldisk in het station.
Schakel de computer vervolgens uit en weer in.
Het venster Windows Opstartbeheer verschijnt.
Als u een extern optisch station (niet meegeleverd) gebruikt, start u de computer opnieuw
op en drukt u meerdere keren op F11.
Als u de hersteldisks nog niet hebt gemaakt, gaat u als volgt te werk:
1 Schakel de computer in.
2 Druk op F10 wanneer het VAIO-logo verschijnt.
Druk op Enter als het venster Opstartopties bewerken verschijnt.
3 Sla stap 2 over en ga door naar stap 3.
2 Druk op de toets M of m om Start VAIO Herstelcentrum te selecteren en druk op
Enter.
3 Klik op Volledig systeemherstel en op Start.
4 Selecteer Overslaan en klik op Volgende.
Volg de instructies op het scherm totdat het venster voor het verdelen van het
ingebouwde opslagapparaat verschijnt.
Als het bericht Wilt u de vooraf ingestelde standaardgrootte voor station C: behouden?
wordt weergegeven, klikt u op Nee.
5 Selecteer Aangepaste stationsgrootte in de vervolgkeuzelijst Verdeel de
opslagruimte van uw harde schijf onder in stations C: en D:.
6 Voer de gewenste grootte voor de C-schijf in en klik op Volgende.
7 Volg de instructies op het scherm.
13
Een back-up van gegevens maken en herstellen
Het is bijzonder belangrijk dat u een back-up van uw gegevens maakt. Als u dit niet doet,
kunt u diverse gegevens op het ingebouwde opslagapparaat, zoals documenten of
foto's, verliezen door onverwachte gebeurtenissen of computervirussen. U wordt ten
zeerste aanbevolen om dagelijks een back-up van uw gegevens te maken.
Opties voor het maken en herstellen van back-ups
A Een back-up maken en herstellen met de Windows-functie
U kunt een back-up van uw gegevens maken op een CD, DVD of verwijderbaar
medium, zoals een externe harde schijf, en herstellen met de Windows-functie.
B Een back-up maken en herstellen wanneer u Windows niet kunt
starten
Wanneer u Windows niet kunt starten, maakt u een back-up van uw gegevens
met de software Back-upprogramma en herstelt u deze met de software VAIO
Data Restore Tool software.
C Een back-up maken en herstellen via een herstelpunt
Met een herstelpunt kunt u een momentopname van systeembestanden op de
computer opslaan op een specifiek moment.
Als u bijvoorbeeld nieuwe software installeert en het systeem instabiel wordt,
kunt u terugkeren naar het herstelpunt zonder dat uw gegevens verloren gaan.
In Windows worden herstelpunten automatisch gemaakt.
U kunt echter handmatig het herstelpunt maken voordat u software of een stuurprogramma
op de computer installeert.
D De vooraf geïnstalleerde software/stuurprogramma's herstellen
Wanneer de vooraf geïnstalleerde software of stuurprogramma's niet normaal
werken, kunt u de fabrieksinstellingen hiervoor herstellen met de toepassing
Programma's of stuurprogramma's opnieuw installeren.
14
Overzicht van back-up- en herstelopties
Optie
A
B
Gebruik de
volgende optie
Windows-functie
U hebt het
volgende
nodig
Vereiste U moet het
status
volgende
van
doen
Windows
Actief
Back-up
maken
Actief
Back-up
herstellen
1 pagina 16
Opnamemedia
Tools
Back-upprogramma
Opnamemedia
en VAIO Data
Restore Tool
Actief
Actief
C
D
Herstelpunt
Programma's of
stuurprogramma's
opnieuw installeren
Back-up
maken
1 pagina 19
Back-up
herstellen
Herstelpunt
maken
1 pagina 21
-
-
Raadpleeg
-
Back-up
herstellen
Actief
Opnieuw
installeren
1 pagina 23
15
Optie A: een back-up maken en herstellen met de
Windows-functie
Als de computer is uitgerust met een ingebouwd optisch station, hebt u een externe harde schijf
of een optisch station nodig om een back-up te maken of moet u een nieuwe partitie maken door
de grootte van station C: te wijzigen. Raadpleeg "Harde-schijfpartitie maken" op pagina 11 voor
meer informatie.
Op modellen met Windows 7 Ultimate of Windows 7 Professional kunt u een back-up van
uw systeemkopie maken op DVD-disks. Klik hiertoe in het linkerdeelvenster van het venster
Back-up van de computer maken op een Systeemkopie maken en volg de instructies
op het scherm.
Als u een back-up van de systeemkopie wilt maken, dient u vooraf te controleren of u beschikt
over een externe harde schijf (niet meegeleverd) die is geformatteerd met het Windows
NT-bestandssysteem (NTFS).
Back-up van uw gegevens maken
1 Klik op Start, Alle programma's en VAIO Herstelcentrum.
2 Selecteer Back-up en terugzetten in Windows en klik op Start.
3 Klik op Instellen als reservekeuze onder Back-up.
4 Selecteer in het venster Instellen als reservekeuze een back-upbestemming in
de lijst en klik op Volgende.
Als het venster Gebruikersaccountbeheer verschijnt, klikt u op Ja.
5 Selecteer Laat mij kiezen en klik op Volgende.
6 Schakel het selectievakje in van de items die u wilt opnemen in de back-up en klik
op Volgende.
Zorg dat u het betreffende selectievakje hebt geselecteerd als u een back-up van de
systeemkopie wilt maken.
7 Klik in het venster Back-upinstellingen controleren op Instellingen opslaan en
back-up uitvoeren.
8 Volg de instructies op het scherm.
16
Back-upgegevens herstellen
1 Klik op Start, Alle programma's en VAIO Herstelcentrum.
2 Selecteer Back-up en terugzetten in Windows en klik op Start.
3 Klik onder Herstellen op Andere back-up selecteren om bestanden te herstellen.
Als het venster Gebruikersaccountbeheer verschijnt, klikt u op Ja.
4 Selecteer het station met de back-up die u wilt terugzetten en klik op Volgende.
5 Klik op Zoeken.
6 Selecteer de gewenste bestanden of mappen in de lijst en klik op Volgende.
7 Selecteer een locatie waar u de herstelde gegevens wilt opslaan en klik op
Herstellen.
8 Volg de instructies op het scherm.
Bestanden die u hebt gewijzigd of gemaakt nadat u de back-up hebt gemaakt, kunnen niet
worden hersteld.
17
De systeemkopie herstellen
Wat is een systeemkopie?
Een systeemkopie is een back-up van alles op de computer, zoals programma's,
systeeminstellingen en bestanden op de computer. U kunt een systeemkopie gebruiken
om het computersysteem te herstellen. Als u de computer herstelt op basis van een
systeemkopie, worden alle huidige programma's, systeeminstellingen en bestanden
hersteld met de inhoud van de systeemkopie.
De systeemkopie herstellen
1 Zorg dat de computer is ingeschakeld en plaats een hersteldisk in het station.
Schakel de computer vervolgens uit en weer in.
Het venster Windows Opstartbeheer verschijnt.
2 Druk op de toets M of m om Windows RE te selecteren en druk op Enter.
3 Selecteer een toetsenbordindeling en klik op Volgende.
Als u BitLocker-stationsversleuteling gebruikt op modellen met Windows 7 Ultimate,
verschijnt mogelijk het venster BitLocker-stationsversleuteling herstellen. Volg de
instructies op het scherm om BitLocker-stationsversleuteling tijdelijk uit te schakelen.
4 Als u een back-up hebt opgeslagen op een externe harde schijf of deze met een
extern optisch station hebt geschreven naar disks, sluit u het externe apparaat aan
op de computer.
5 Selecteer Computer herstellen met een systeemkopie die u eerder hebt
gemaakt en klik op Volgende.
6 Selecteer Systeemkopie selecteren en klik op Volgende.
7 Selecteer de locatie waar u de back-up hebt opgeslagen en klik op Volgende.
8 Selecteer de systeemkopie die u wilt herstellen en klik op Volgende.
9 Selecteer Schijven formatteren en opnieuw partitioneren en klik op Volgende.
10 Volg de instructies op het scherm.
18
Optie B: een back-up maken en herstellen wanneer
u Windows niet kunt starten
Gebruik de software Back-upprogramma om een back-up te maken wanneer
u Windows niet kunt starten. Gebruik de software VAIO Data Restore Tool om
bestanden te herstellen waarvan u een back-up hebt gemaakt met de software
Back-upprogramma.
Opmerkingen over het gebruik van de software Back-upprogramma
❑ Bescherm back-upbestanden zorgvuldig tegen ongeoorloofde toegang.
❑ Aangezien deze software kan worden gestart vanaf de hersteldisks, moet u deze
disks op een veilige plaats bewaren om ongeoorloofd kopiëren van de gegevens
op het ingebouwde opslagapparaat te voorkomen.
❑ Back-upbestanden die niet zijn versleuteld op het ingebouwde opslagapparaat,
kunnen met behulp van hersteldisks makkelijk worden geopend door onbevoegde
gebruikers.
U kunt back-upbestanden beschermen tegen ongeoorloofde toegang door het
opstartwachtwoord of het wachtwoord voor de harde schijf in te stellen, of door de
Windows-functie voor het versleutelen van de harde schijf te gebruiken.
❑ Als u deze software gebruikt, wil dit niet zeggen dat u gegarandeerd een back-up
van alle gegevens op het ingebouwde opslagapparaat maakt. Sony accepteert geen
enkele aansprakelijkheid voor gegevensverlies dat voortvloeit uit het back-upproces.
❑ Schakel de Windows-functie voor het versleutelen van de harde schijf uit voordat
u deze software gebruikt.
❑ Sluit het netsnoer of de netadapter op de computer aan wanneer u deze software
gebruikt.
Gegevens herstellen
1 Zorg dat de computer is ingeschakeld en plaats een hersteldisk in het station.
Schakel de computer vervolgens uit en weer in.
Het venster Windows Opstartbeheer verschijnt.
Als u de hersteldisks nog niet hebt gemaakt, gaat u als volgt te werk:
1 Schakel de computer in.
2 Druk op F10 wanneer het VAIO-logo verschijnt.
Druk op Enter als het venster Opstartopties bewerken verschijnt.
3 Sla stap 2 over en ga door naar stap 3.
2 Druk op de toets M of m om Start VAIO Herstelcentrum te selecteren en druk op
Enter.
3 Selecteer Back-upprogramma en Start.
4 Volg de instructies op het scherm.
Als u Aangepaste back-up selecteert, kunt u het beste een externe harde schijf selecteren
als bestemming voor de back-upbestanden.
19
Als het back-upproces na 64 uur niet is voltooid, wordt het automatisch afgesloten en wordt
de computer opnieuw opgestart. Als u het proces wilt hervatten, volgt u stap 1 tot 3,
schakelt u het selectievakje Geannuleerd proces hervatten in en klikt u op Volgende.
Tijdens het back-upproces mag u een externe harde schijf of een extern optisch station niet
loskoppelen.
Afhankelijk van de bestemming die u hebt opgegeven, worden back-upbestanden mogelijk
in meerdere delen opgesplitst, op meerdere locaties opgeslagen of hernoemd. Gebruik de
software VAIO Data Restore Tool om de back-upbestanden te herstellen.
U kunt geen DVD-R DL-schijf opgeven als bestemming voor back-upbestanden. Als u wilt
weten welke mediatypen uw optisch station ondersteunt, raadpleegt u de
Gebruikershandleiding op het scherm.
Gebruik voor het opslaan van back-upbestanden een externe harde schijf of een extern
optisch station met ondersteuning voor i.LINK- of USB-aansluitingen.
Mogelijk moet u een softwarestuurprogramma installeren als u een externe harde schijf of
een extern optisch station gebruikt zonder ondersteuning voor i.LINK- of USB-aansluitingen.
Gegevens herstellen met de software VAIO Data Restore Tool
1 Klik op Start, Alle programma's en VAIO Data Restore Tool.
Het venster VAIO Data Restore Tool verschijnt.
2 Klik op Volgende.
Als het venster Gebruikersaccountbeheer verschijnt, klikt u op Ja.
Als u momenteel bij de computer bent aangemeld met standaard-gebruikersrechten,
wordt u mogelijk gevraagd een beheerdersnaam en -wachtwoord in te voeren.
Voor instructies over het gebruik van de software raadpleegt u het Help-bestand dat bij
de software wordt geleverd.
Indien nodig verplaatst u de herstelde bestanden naar de oorspronkelijke locatie.
20
Optie C: een back-up maken en herstellen via een
herstelpunt
Wat is een herstelpunt?
❑ Een herstelpunt wordt automatisch ingesteld wanneer u bijvoorbeeld een
softwarestuurprogramma installeert, en wordt gebruikt om de systeembestanden
van uw computer te herstellen naar een vorige status. Het herstelpunt wordt
weliswaar automatisch ingesteld maar u kunt toch beter handmatig een herstelpunt
instellen voordat u software of een softwarestuurprogramma op de computer
installeert omdat deze mogelijk instabiel of traag wordt nadat u nieuwe software
hebt geïnstalleerd of de Windows-instellingen hebt gewijzigd.
❑ Als u het herstelpunt hebt gemaakt tijdens de normale werking van de computer,
kunt u de systeembestanden in het geval van computerstoringen herstellen naar
de vorige status waarvoor u het herstelpunt hebt gemaakt.
Een herstelpunt handmatig instellen
1 Klik op Start en Configuratiescherm.
2 Klik op Systeem en beveiliging.
3 Klik op Systeem.
4 Klik op Systeembeveiliging.
5 Selecteer in het venster Systeemeigenschappen op het tabblad
Systeembeveiliging.
6 Klik op Maken.
7 Voer een beschrijving in waaraan u het herstelpunt kunt herkennen en klik op
Maken.
8 Volg de instructies op het scherm.
Systeembestanden herstellen met behulp van het herstelpunt
1 Klik op Start, Alle programma's en VAIO Herstelcentrum.
2 Selecteer Back-up en terugzetten in Windows en klik op Start.
3 Klik op Systeeminstellingen of de computer herstellen.
4 Klik in het venster Herstel op Systeemherstel openen.
5 Als de optie Een ander herstelpunt selecteren wordt weergegeven in het venster
Systeemherstel, selecteert u deze en klikt u op Volgende. Anders klikt u op
Volgende.
6 Selecteer een herstelpunt en klik op Volgende.
7 Klik op Voltooien om het herstelpunt te bevestigen.
8 Lees het weergegeven bericht en klik op Ja.
9 Volg de instructies op het scherm.
21
Systeembestanden herstellen met behulp van het herstelpunt
wanneer u Windows niet kunt starten
1 Plaats een hersteldisk in het station terwijl de computer is ingeschakeld en schakel
de computer uit en weer in.
Als u een extern optisch station (niet meegeleverd) gebruikt, drukt u meerdere keren
op F11 wanneer het VAIO-logo wordt weergegeven nadat u de computer opnieuw
hebt opgestart.
Het venster Windows Opstartbeheer verschijnt.
Als u de hersteldisks nog niet hebt gemaakt, gaat u als volgt te werk:
1 Schakel de computer in.
2 Druk meerdere keren op F8 wanneer het VAIO-logo verschijnt.
3 Zorg dat de optie Uw computer herstellen is geselecteerd, die boven in het venster
Geavanceerde opstartopties wordt weergegeven, en druk op Enter.
4 Sla stap 2 over en ga door naar stap 3.
2 Druk op de toets M of m om Windows RE te selecteren en druk op Enter.
3 Selecteer een toetsenbordindeling en klik op Volgende.
Als de toetsenbordindeling niet is geselecteerd, kunt u mogelijk het wachtwoord niet juist
invoeren.
Als u BitLocker-stationsversleuteling gebruikt op modellen met Windows 7 Ultimate,
verschijnt mogelijk het venster BitLocker-stationsversleuteling herstellen. Volg de
instructies op het scherm om BitLocker-stationsversleuteling tijdelijk uit te schakelen.
Als u het venster Opties voor Systeemherstel hebt weergegeven door op F8 te drukken,
selecteert u uw gebruikersnaam met beheerrechten en voert u uw wachtwoord in.
Vervolgens slaat u stap 4 over en gaat u door naar stap 5.
4 Selecteer een besturingssysteem en klik op Volgende.
Maak een back-up van de bestanden met de software Back-upprogramma als u de bestanden
hebt gewijzigd nadat u hiervan een back-up hebt gemaakt met de Windows-functie Back-up.
5 Selecteer Systeemherstel.
Het venster Systeemherstel verschijnt.
6 Volg stap 4 tot en met 7 in "Systeembestanden herstellen met behulp van het
herstelpunt" op pagina 21.
Start de computer opnieuw op als u wordt gevraagd om dit te doen.
22
Optie D: de vooraf geïnstalleerde
software/stuurprogramma's herstellen
Wanneer de vooraf geïnstalleerde software of stuurprogramma 's niet normaal werken,
kunt u de fabrieksinstellingen hiervoor herstellen met de toepassing Programma's of
stuurprogramma's opnieuw installeren.
Het programma Programma's of stuurprogramma's opnieuw
installeren
Mogelijk worden niet alle softwareprogramma's en -stuurprogramma's hersteld.
Mogelijk werkt het herstel met behulp van het programma Programma's of
stuurprogramma's opnieuw installeren niet correct, afhankelijk van uw
computerconfiguratie. Het is ook mogelijk dat gegevens verloren gaan die u vóór het
herstelproces hebt gemaakt.
Voordat u het herstelproces start, moet u de vooraf geïnstalleerde software of
softwarestuurprogramma's verwijderen die u wilt herstellen. Klik op Start,
Configuratiescherm en Een programma verwijderen onder Programma's, en selecteer de
vooraf geïnstalleerde software of softwarestuurprogramma's die u wilt verwijderen. Als u de
desbetreffende software of stuurprogramma's niet verwijdert, wordt het herstelproces niet
goed uitgevoerd.
1 Klik op Start, Alle programma's en VAIO Herstelcentrum.
2 Selecteer Programma's of stuurprogramma's opnieuw installeren en klik op
Start.
3 Lees de informatie over software of functies voor het oplossen van problemen,
selecteer Overslaan als u alle tips al hebt toegepast en klik op Volgende.
Als het venster Gebruikersaccountbeheer verschijnt, klikt u op Ja.
4 Klik op Volgende.
5 Schakel het selectievakje van de gewenste software of het gewenste
softwarestuurprogramma in en klik op Volgende.
6 Volg de instructies op het scherm.
23
Alle gegevens op het ingebouwde
opslagapparaat wissen
Het wordt ten zeerste aanbevolen alle gegevens op het ingebouwde opslagapparaat
te verwijderen voordat u de computer wegdoet of aan anderen geeft.
Gebruik de software Wisprogramma om uw gegevens te wissen.
Gegevens die u hebt gewist met de software Wisprogramma, kunnen niet worden hersteld.
1 Maak hersteldisks.
Voor instructies over het maken van hersteldisks raadpleegt u "Hersteldisks maken"
op pagina 6.
2 Sluit het netsnoer of de netadapter aan om de computer van stroom te voorzien.
3 Maak een back-up van uw waardevolle bestanden.
4 Zorg dat de computer is ingeschakeld en plaats een hersteldisk in het station.
Schakel de computer vervolgens uit en weer in.
Het venster Windows Opstartbeheer verschijnt.
Als u een extern optisch station (niet meegeleverd) gebruikt, zet u de computer aan en drukt
u meerdere keren op F11.
5 Druk op de toets M of m om Start VAIO Herstelcentrum te selecteren en druk op
Enter.
6 Selecteer Wisprogramma en klik op Start.
7 Volg de instructies op het scherm.
24
Problemen oplossen
Als u problemen hebt met de bediening van de computer, kunt u de volgende
suggesties proberen voordat u contact opneemt met VAIO-Link of rechtstreeks met uw
Sony-leverancier.
❑
❑
❑
❑
Lees de volgende informatie over het oplossen van veelvoorkomende problemen.
Zie het gedeelte Probleemoplossing in de Gebruikershandleiding op het scherm.
Zie "Wat u moet doen als de computer niet werkt" op pagina 30.
Ga naar de website van VAIO-Link op http://www.vaio-link.com.
Herstelproblemen oplossen
Ik kan geen hersteldisks maken
❑ Probeer de onderstaande suggesties als u geen hersteldisks voor de computer kunt
maken of het proces niet kunt voltooien of als gedurende het proces een foutbericht
wordt weergegeven:
1 Schakel de computer uit en weer in. Probeer vervolgens opnieuw de hersteldisks
te maken.
2 Controleer of u de meest recente updates voor het gebruikte model hebt
gedownload en geïnstalleerd. Zie de afgedrukte Handleiding Snel aan de slag
voor meer informatie over het downloaden van de meest recente downloads.
3 Als het probleem zich blijft voordoen, maakt u een back-up van uw gegevens en
herstelt u het computersysteem vanaf de herstelpositie (zie pagina 9). Vervolgens
probeert u de hersteldisks te maken voordat u software van derden of een update
op de computer installeert.
❑ Probeer andere betrouwbare disks.
❑ Als u geen hersteldisks kunt maken omdat de computer niet is uitgerust met een
ingebouwd optisch station en u geen extern optisch station hebt, kunt u het
computersysteem herstellen vanaf de herstelpartitie. Zie "Het computersysteem
herstellen vanaf de herstelpartitie" op pagina 9.
25
Ik kan het herstelproces niet voltooien
❑ Ontkoppel eventuele overbodige externe apparaten van de computer.
❑ Probeer de onderstaande suggesties als foutberichten worden weergegeven terwijl
u het computersysteem herstelt:
1 Controleer of de disks vies of beschadigd zijn als u het computersysteem herstelt
vanaf de hersteldisks. Reinig de disks zo nodig en probeer het computersysteem
opnieuw te herstellen.
2 Probeer het volledige computersysteem te herstellen. Zie "Het volledige
computersysteem herstellen" op pagina 10.
3 Probeer station C: te herstellen. Zie "Station C: herstellen" op pagina 10.
4 Probeer het computersysteem te herstellen vanaf de hersteldisks of de
herstelpartitie.
5 Onderzoek de computerhardware met de software VAIO Hardware Diagnostiek
als het probleem zich blijft voordoen.
Als er een foutbericht wordt weergegeven, is de computerhardware mogelijk
defect en moet deze worden vervangen. Ga naar de website van VAIO-Link voor
verdere hulp.
Ga naar de website van VAIO-Link als er geen foutbericht wordt weergegeven
maar u nog steeds niet het herstelproces kunt voltooien.
❑ Als u het computersysteem niet kunt herstellen omdat u de oorspronkelijke
herstelpositie op het ingebouwde opslagapparaat hebt verwijderd voordat u de
hersteldisks hebt gemaakt, kunt u een nieuwe set hersteldisks aanschaffen bij de
ondersteuningsservice van Sony. Ga naar de website van VAIO-Link voor de
contactgegevens in uw land/regio.
Ik kan het systeem niet herstellen vanaf de herstelpartitie
Mogelijk kunt u in de volgende gevallen het computersysteem niet vanaf de
herstelpartitie herstellen vanwege wijzigingen in de herstelpartitie.
❑ U hebt speciale software gebruikt om wijzigingen aan te brengen in de herstelpartitie.
❑ U hebt een ander besturingssysteem geïnstalleerd dan het besturingssysteem dat
vooraf was geïnstalleerd op de computer.
❑ U hebt de harde schijf geformatteerd zonder de software VAIO Herstelcentrum te
gebruiken.
In deze gevallen moet u het computersysteem herstellen met behulp van de
hersteldisks. Als u deze nog niet hebt gemaakt, moet u ze aanschaffen of de computer
op uw kosten laten repareren.
Als u hersteldisks wilt aanschaffen, gaat u naar de website van VAIO-Link voor de
contactgegevens in uw land/regio.
26
Veelvoorkomende problemen oplossen
Mijn computer wordt niet opgestart
❑ Controleer of uw computer correct is aangesloten op een stopcontact en is
ingeschakeld, en of het stroomlampje brandt.
❑ Zorg dat de batterij* correct is geïnstalleerd en is opgeladen.
❑ Koppel alle aangesloten USB-apparaten (indien aanwezig) los en start vervolgens
de computer opnieuw op.
❑ Verwijder eventuele extra geheugenmodules die u na aankoop hebt geplaatst en
start vervolgens de computer opnieuw op.
❑ Als uw computer is aangesloten op een contactdoos of een UPS (Uninterruptible
Power Supply of noodvoeding), controleert u of de contactdoos of UPS op het
stopcontact is aangesloten en is ingeschakeld.
❑ Als u een extern beeldscherm gebruikt, controleert u of dit op het stopcontact is
aangesloten en is ingeschakeld. Zorg dat de helderheid en het contrast correct zijn
ingesteld. Raadpleeg de handleiding van het beeldscherm voor meer informatie.
❑ Koppel het netsnoer of de netadapter los, en verwijder de batterij*. Wacht drie tot
vijf minuten. Plaats de batterij terug, sluit het netsnoer of de netadapter aan, en druk
op de aan/uit-knop of schuif de POWER-schakelaar omhoog om uw computer aan
te zetten.
❑ Condens kan een storing in uw computer veroorzaken. Als dit gebeurt, mag u de
computer gedurende ten minste één uur niet gebruiken.
❑ Zorg dat u het meegeleverde Sony-netsnoer of de meegeleverde Sony-netadapter
gebruikt. Voor uw veiligheid dient u alleen de originele oplaadbare batterij* en het
netsnoer of de netadapter van Sony te gebruiken. Deze worden door Sony geleverd
voor uw VAIO-computer.
*
Geldt alleen voor notebookcomputers.
Het groene stroomlampje brandt, maar mijn scherm blijft
leeg
❑ Druk meerdere keren op de toetsen Alt+F4 om het toepassingsvenster te sluiten.
Mogelijk is een toepassingsfout opgetreden.
❑ Druk op de toetsen Ctrl+Alt+Delete, en klik op de pijl
naast de knop Afsluiten
en Opnieuw opstarten.
❑ Houd de aan/uit-knop gedurende meer dan vier seconden ingedrukt of schuif de
POWER-schakelaar gedurende meer dan vier seconden omhoog om de computer
uit te schakelen. Koppel het netsnoer of de netadapter los en laat de computer circa
vijf minuten uitgeschakeld. Sluit het netsnoer of de netadapter weer aan en schakel
de computer weer in.
Als u de computer uitschakelt met de toetsen Ctrl+Alt+Delete of via de aan/uit-knop of de
POWER-schakelaar, kunnen er niet-opgeslagen gegevens verloren gaan.
27
Mijn computer of software reageert niet
❑ Als uw computer niet meer reageert terwijl een softwaretoepassing wordt uitgevoerd,
drukt u op de toetsen Alt+F4 om het toepassingsvenster te sluiten.
❑ Als de toetsen Alt+F4 niet werken, klikt u op Start en de knop Afsluiten om de
computer uit te schakelen.
❑ Als de computer niet wordt uitgeschakeld, drukt u op de toetsen Ctrl+Alt+Delete
en klikt u op de knop Afsluiten.
Als het venster Windows-beveiliging verschijnt, klikt u op Afsluiten.
❑ Als uw computer nog steeds niet wordt uitgeschakeld, houdt u de aan/uit-knop
ingedrukt of houdt u de aan/uit-schakelaar opzij gedrukt totdat de computer wordt
uitgeschakeld.
Als u de computer uitschakelt met de toetsen Ctrl+Alt+Delete of via de aan/uit-knop of de
POWER-schakelaar, kunnen er niet-opgeslagen gegevens verloren gaan.
❑ Koppel het netsnoer of de netadapter los, en verwijder de batterij*. Wacht drie tot vijf
minuten. Plaats de batterij terug, sluit het netsnoer of de netadapter aan, en druk
op de aan/uit-knop of schuif de POWER-schakelaar omhoog om uw computer aan
te zetten.
❑ Probeer het probleem te verhelpen door de software opnieuw te installeren.
❑ Neem contact op met de maker of leverancier van de software voor technische
ondersteuning.
*
Geldt alleen voor notebookcomputers.
Het batterijlampje knippert snel en mijn computer wordt
niet opgestart
❑ Dit probleem kan worden veroorzaakt doordat de batterij niet correct is geplaatst.
U verhelpt dit probleem door de computer uit te schakelen en de batterij te
verwijderen. Plaats vervolgens de batterij terug in de computer. Raadpleeg de
Gebruikershandleiding op het scherm voor meer informatie.
❑ Als het probleem zich blijft voordoen nadat u de bovenstaande stappen hebt
uitgevoerd, betekent dit dat de batterij niet compatibel is. Verwijder de batterij en
neem contact op met VAIO-Link.
Er wordt een bericht weergegeven dat de batterij
incompatibel is of verkeerd is geplaatst, en mijn computer
gaat over op de sluimerstand.
❑ Dit probleem kan worden veroorzaakt doordat de batterij niet correct is geplaatst.
U verhelpt dit probleem door de computer uit te schakelen en de batterij te
verwijderen. Plaats vervolgens de batterij terug in de computer. Raadpleeg de
Gebruikershandleiding op het scherm voor meer informatie.
❑ Als het probleem zich blijft voordoen nadat u de bovenstaande stappen hebt
uitgevoerd, betekent dit dat de batterij niet compatibel is. Verwijder de batterij en
neem contact op met VAIO-Link.
28
Windows accepteert mijn wachtwoord niet en het bericht
Enter Onetime Password in wordt weergegeven
Als u driemaal achter elkaar een verkeerd opstartwachtwoord invoert, verschijnt het
bericht Enter Onetime Password en zal Windows niet meer starten.
Houd de aan/uit-knop gedurende meer dan vier seconden ingedrukt of schuif de
POWER-schakelaar gedurende meer dan vier seconden omhoog om te controleren of
het stroomlampje uit gaat. Wacht 10 tot 15 seconden, zet uw computer opnieuw aan
en voer het juiste wachtwoord in.
Op modellen uit de VPCL11-serie
Controleer wanneer u het wachtwoord invoert of het lampje van Caps lock niet brandt
en gebruik de numerieke toetsen boven de lettertoetsen en niet op het numerieke
toetsenblok.
Op alle modellen, behalve de modellen uit de VPCL11-serie
Controleer wanneer u het wachtwoord invoert of de lampjes van Num lock en Caps lock
uit zijn. Als een of meer van deze lampjes branden, drukt u op de toets Num Lk (of Num
Lock) of Caps Lock om het lampje uit te schakelen voordat u het wachtwoord invoert.
Ik weet mijn opstartwachtwoord niet meer
Als u het opstartwachtwoord bent vergeten, neemt u contact op met VAIO-Link om het
wachtwoord opnieuw in te stellen.
Hiervoor worden kosten in rekening gebracht.
29
Snelreferentie
Wat u moet doen als de computer niet werkt
Als u Windows kunt starten
1 Download en installeer de meest recente updates.
2 Maak hersteldisks als u dat nog niet hebt gedaan (zie pagina 6).
3 Maak een back-up van uw waardevolle bestanden (zie pagina 16).
4 Voer een of meer van de volgende procedures uit:
❑ Herstel systeembestanden vanaf het meest recente herstelpunt (zie pagina 21).
❑ Als u software of softwarestuurprogramma's hebt geïnstalleerd die niet
compatibel zijn met de computer, verwijdert u deze of herstelt u de vooraf
geïnstalleerde software of softwarestuurprogramma's naar de oorspronkelijke
fabrieksinstellingen (zie pagina 23).
❑ Herstel de systeemkopie als u een back-up van de systeemkopie hebt gemaakt
(zie pagina 17).
5 Als u Windows nog altijd niet kunt starten, herstelt u het computersysteem.
Zie "De computer herstellen als u Windows kunt starten" op pagina 10.
Als u het computersysteem herstelt, worden alle gegevens verwijderd die op het vaste
opslagapparaat zijn opgeslagen.
Bestanden die u hebt gewijzigd of gemaakt nadat u de back-up hebt gemaakt, kunnen niet
worden hersteld.
30
Als u Windows niet kunt starten
1 Voer een of meer van de volgende procedures uit:
❑ Herstel systeembestanden vanaf het meest recente herstelpunt (zie pagina 21).
❑ Herstel de systeemkopie als u een back-up van de systeemkopie hebt gemaakt
(zie pagina 18).
2 Maak een back-up van uw bestanden met de software Back-upprogramma als
u dat nog niet hebt gedaan (zie pagina 19).
3 Controleer uw computerhardware (CPU, geheugenmodule, ingebouwd
opslagapparaat, enzovoort) met de software VAIO Hardware Diagnostiek.
Voor instructies over het gebruik van de software raadpleegt u het Help-bestand
dat bij de software wordt geleverd.
4 Als u Windows nog altijd niet kunt starten, herstelt u het computersysteem.
Zie "De computer herstellen als u Windows niet kunt starten" op pagina 9.
U kunt het beste de software VAIO Update gebruiken om de computer te updaten nadat
u systeemherstel hebt uitgevoerd.
Als u het computersysteem herstelt, worden alle gegevens verwijderd die op het vaste
opslagapparaat zijn opgeslagen.
Bestanden die u hebt gewijzigd of gemaakt nadat u de back-up hebt gemaakt, kunnen niet worden
hersteld. Als u dergelijke bestanden hebt en deze wilt herstellen, maakt u hiervan een back-up
met de software Back-upprogramma.
Voor instructies over het gebruik van de software raadpleegt u "Optie B: een back-up maken en
herstellen wanneer u Windows niet kunt starten" op pagina 19.
31
Download PDF