Sony | VGN-AW31M | Sony VGN-AW31M Gebruiksaanwijzing

N
Gebruikershandleiding
Personal computer
VGN-AW-serie
n 2 N
Inhoud
Voor gebruik ....................................................................... 4
Meer informatie over uw VAIO-computer...................... 5
Ergonomische overwegingen........................................ 7
Aan de slag......................................................................... 9
De besturingselementen en poorten ........................... 10
De lampjes .................................................................. 17
Een stroombron aansluiten ......................................... 18
De batterij gebruiken ................................................... 19
De computer veilig uitschakelen ................................. 26
Uw computer bijwerken............................................... 27
De VAIO-computer gebruiken........................................... 28
Het toetsenbord gebruiken.......................................... 29
Het touchpad gebruiken .............................................. 30
De knoppen voor speciale functies gebruiken ............ 31
De ingebouwde camera gebruiken ............................. 33
Het optische station gebruiken.................................... 34
De Memory Stick gebruiken ........................................ 41
Andere modules/geheugenkaarten gebruiken ............ 46
Het internet gebruiken................................................. 55
Het netwerk (LAN) gebruiken...................................... 57
Het draadloze LAN gebruiken ..................................... 58
De Bluetooth-functie gebruiken................................... 65
Vingerafdrukverificatie gebruiken................................ 70
Randapparaten gebruiken.................................................77
Externe luidsprekers of een hoofdtelefoon
aansluiten ....................................................................78
Een externe monitor aansluiten ...................................79
Weergavemodi selecteren ...........................................86
De meerdere-monitorsfunctie gebruiken .....................88
Een externe microfoon aansluiten ...............................91
Een USB-apparaat aansluiten .....................................92
Een i.LINK-apparaat aansluiten...................................94
Uw VAIO-computer aanpassen.........................................96
Het wachtwoord instellen.............................................97
VAIO Control Center gebruiken .................................104
Energiebesparingsstanden gebruiken .......................105
VAIO Power Management gebruiken ........................110
De weergavetaal wijzigen ..........................................112
Uw VAIO-computer uitbreiden.........................................113
Geheugen toevoegen en verwijderen........................114
n 3 N
Voorzorgsmaatregelen ................................................... 120
Met het LCD-scherm omgaan ................................... 121
De stroomvoorziening gebruiken .............................. 122
Met de computer omgaan ......................................... 123
Met de ingebouwde camera omgaan........................ 126
Met schijven omgaan ................................................ 127
De batterij gebruiken ................................................. 128
Een hoofdtelefoon gebruiken .................................... 129
Met de Memory Stick omgaan .................................. 130
Met het ingebouwde opslagapparaat omgaan .......... 131
Vingerafdrukverificatie gebruiken.............................. 132
Problemen oplossen ....................................................... 134
Computer .................................................................. 136
Systeembeveiliging ................................................... 145
Batterij ....................................................................... 146
Ingebouwde camera.................................................. 148
Netwerken ................................................................. 150
Bluetooth-technologie ............................................... 155
Optische schijven ...................................................... 159
Beeldscherm ............................................................. 163
Afdrukken .................................................................. 168
Microfoon .................................................................. 169
Luidsprekers.............................................................. 170
Touchpad .................................................................. 171
Toetsenbord ..............................................................172
Diskettes ....................................................................173
Audio/video ................................................................174
Memory Stick .............................................................177
Randapparatuur.........................................................178
Handelsmerken ...............................................................179
Opmerking.......................................................................181
Voor gebruik >
n 4 N
Voor gebruik
Gefeliciteerd met de aankoop van deze Sony VAIO®-computer en welkom bij de Gebruikershandleiding op het scherm.
Sony heeft speerpunttechnologie op het gebied van audio, video, computertechnologie en communicatie gecombineerd en
geïntegreerd in deze uiterst geavanceerde computer.
!
Externe aanzichten die in deze handleiding worden geïllustreerd, kunnen enigszins verschillen van de werkelijke aanzichten van uw computer.
De informatie in de meegeleverde handleidingen, inclusief deze Gebruikershandleiding, is bestemd voor gebruikers van VAIO-computers met de 32-bits
versie van het besturingssysteem Microsoft® Windows Vista®. Mogelijk ziet u verschillen in de informatie als de 64-bits versie van dit besturingssysteem
vooraf op uw computer is geïnstalleerd.
Locatie van specificaties
Mogelijk zijn niet alle voorzieningen, opties en meegeleverde items beschikbaar op uw computer.
Ga naar de website van VAIO-Link op http://www.vaio-link.com voor meer informatie over de configuratie van uw computer.
Voor gebruik >
Meer informatie over uw VAIO-computer
n 5 N
Meer informatie over uw VAIO-computer
In dit gedeelte vindt u ondersteuningsinformatie over uw VAIO-computer.
1. Gedrukte documentatie
❑ Handleiding Snel aan de slag: een overzicht van het aansluiten van onderdelen, configuratiegegevens, enzovoort.
❑ Gids probleemoplossing en systeemherstel
❑ Voorschriften, Garantie, Licentie-overeenkomst voor eindgebruikers en Ondersteuning
2. Documentatie op het scherm
❑ Gebruikershandleiding (deze handleiding): de functies van de computer en informatie over veelvoorkomende problemen.
U geeft deze handleiding als volgt op het scherm weer:
1
Dubbelklik op het bureaubladpictogram Me&My VAIO.
2
Klik op Menu, Me&My VAIO, Hulp nodig (I Need Help) en VAIO-gebruikershandleiding (VAIO User Guide).
3
Open de map voor uw taal.
4
Kies de handleiding die u wilt lezen.
U kunt de gebruikershandleidingen ook vinden door handmatig te bladeren naar Computer > VAIO (C:) (de C-schijf) > Documentatie (Documentation) >
Documentatie (Documentation) en vervolgens de map van uw taal te openen.
❑ Windows Help en ondersteuning: een uitgebreide bron voor praktisch advies, zelfstudies en demo's die u leren uw
computer te gebruiken.
Voor toegang tot Windows Help en ondersteuning klikt u op Start
Microsoft Windows-toets ingedrukt en drukt u op F1.
en op Help en ondersteuning, of houdt u de
Voor gebruik >
Meer informatie over uw VAIO-computer
n 6 N
3. Ondersteuningswebsites
Als u een probleem hebt met de computer, kunt u naar de website van VAIO-Link gaan op http://www.vaio-link.com voor
probleemoplossing.
Alvorens telefonisch contact op te nemen met VAIO-Link, moet u proberen het probleem op te lossen door de meegeleverde
documentatie te lezen en andere websites van Sony te bezoeken.
❑ Ga naar de website http://www.club-vaio.com als u meer te weten wilt komen over VAIO en deel wilt uitmaken van de
groeiende VAIO-gemeenschap.
❑ Ga naar de website http://www.sonystyle-europe.com voor het online aanschaffen van producten.
❑ Ga naar de website http://www.sony.net voor overige Sony-producten.
Zorg dat u het serienummer van uw VAIO-computer bij de hand hebt wanneer u telefonisch contact opneemt met VAIO-Link.
Het serienummer bevindt zich aan de onderkant, aan de achterkant of in het batterijcompartiment van uw VAIO-computer.
Voor gebruik >
Ergonomische overwegingen
n 7 N
Ergonomische overwegingen
U zult uw computer waarschijnlijk op verschillende plaatsen gebruiken. Indien mogelijk moet u rekening houden met de
volgende ergonomische overwegingen die zowel betrekking hebben op gewone als op draagbare computers:
❑ Positie van de computer: plaats de computer direct voor u (1). Houd uw onderarmen horizontaal (2), met uw polsen in
een neutrale, comfortabele positie (3) als u het toetsenbord of aanwijsapparaat gebruikt. Houd uw bovenarmen ontspannen
naast uw bovenlichaam. Pauzeer regelmatig tijdens het gebruik van de computer. Als u te veel met de computer werkt,
kunt u uw ogen, spieren of pezen overbelasten.
❑ Meubilair en houding: gebruik een stoel met een goede rugsteun. Stel de hoogte van de stoel zo in dat uw voeten plat
op de grond staan. Gebruik een voetbankje als u daar comfortabeler mee zit. Neem een ontspannen houding aan, houd
uw rug recht en neig niet te ver naar voren (ronde rug) of naar achteren.
Voor gebruik >
Ergonomische overwegingen
n 8 N
❑ Gezichtshoek t.o.v. het scherm: kantel het scherm tot u de optimale gezichtshoek vindt. Dit is minder belastend voor
uw ogen en spieren. Stel ook de helderheid van het scherm optimaal in.
❑ Verlichting: zorg ervoor dat zonlicht of kunstlicht niet direct op het scherm valt om reflectie en schittering te vermijden.
Werk met indirecte verlichting om lichtvlekken op het scherm te vermijden. Met de juiste verlichting werkt u niet alleen
comfortabeler, maar ook efficiënter.
❑ Opstelling van een externe monitor: als u een externe monitor gebruikt, plaatst u deze op een comfortabele
gezichtsafstand. Plaats het scherm op ooghoogte of iets lager als u vlak voor de monitor zit.
Aan de slag >
n 9 N
Aan de slag
In dit deel wordt beschreven hoe u aan de slag kunt met de VAIO-computer.
❑ De besturingselementen en poorten (pagina 10)
❑ De lampjes (pagina 17)
❑ Een stroombron aansluiten (pagina 18)
❑ De batterij gebruiken (pagina 19)
❑ De computer veilig uitschakelen (pagina 26)
❑ Uw computer bijwerken (pagina 27)
Aan de slag >
De besturingselementen en poorten
n 10 N
De besturingselementen en poorten
Bekijk de besturingselementen en poorten op de volgende pagina's.
!
Het uiterlijk van uw computer zoals dit in deze handleiding wordt geïllustreerd, kan verschillen van het werkelijke uiterlijk van uw computer vanwege
verschillen in de specificaties. Het kan ook per land of regio verschillen.
Aan de slag >
De besturingselementen en poorten
n 11 N
Voorzijde
A
B
C
D
E
Ingebouwde MOTION EYE-camera (pagina 33)
Lampje voor ingebouwde MOTION EYE-camera (pagina 17)
Ingebouwde microfoon (mono)
LCD-scherm (pagina 121)
Ingebouwde luidsprekers (stereo)
F Vingerafdruksensor*1 (pagina 70)
G Numeriek toetsenblok
Hiermee typt u cijfers of voert u de meestgebruikte wiskundige
berekeningen uit.
H
I
J
K
L
M
Toetsenbord (pagina 29)
Touchpad (pagina 30)
Batterijlampje (pagina 17)
Lampje voor schijfstation (pagina 17)
WIRELESS-lampje (pagina 17)
Lampje voor mediatoegang (pagina 17)
N Memory Stick-sleuf*2 (pagina 41)
O WIRELESS-schakelaar (pagina 58), (pagina 65)
P Sleuf voor SD-geheugenkaart (pagina 48)
*1
Alleen op bepaalde modellen.
*2
Uw computer ondersteunt zowel Memory Sticks in het standaardformaat als
Memory Sticks in het Duo-formaat.
Aan de slag >
De besturingselementen en poorten
n 12 N
A
B
C
D
E
F
G
H
I
J
K
L
Knop S1/S2 (pagina 31)
Afspelen/Pauzeren-knop (pagina 31)
Stop-knop (pagina 31)
Vorig item-knop (pagina 31)
Volgend item-knop (pagina 31)
AV MODE-knop (pagina 31)
Num lock-lampje (pagina 17)
Caps lock-lampje (pagina 17)
Scroll lock-lampje (pagina 17)
Dempknop (pagina 32)
Volumeknoppen (pagina 32)
Uitwerpknop voor station (pagina 32), (pagina 34)
Aan de slag >
De besturingselementen en poorten
n 13 N
Achterzijde
A Batterijconnector (pagina 19)
Aan de slag >
De besturingselementen en poorten
n 14 N
Rechterzijde
A Hoofdtelefoon-/OPTICAL OUT-connector (pagina 78)
(optische-uitvoersamplesnelheid: 44,1 kHz/48,0 kHz/96,0 kHz)
B Microfoonconnector (pagina 91)
C
D
E
F
G
H
I
Hi-Speed USB-poorten (USB 2.0)* (pagina 92)
*
Ondersteunen hoge/volle/lage snelheid.
Optisch station (pagina 34)
Lampje voor optisch station (pagina 17)
Reserve-uitwerpknop voor station (pagina 34)
Opening voor handmatig uitwerpen (pagina 159)
Netwerkpoort (Ethernet) (pagina 57)
Aan/uit-knop / Aan/uit-lampje (pagina 17)
Aan de slag >
De besturingselementen en poorten
n 15 N
Linkerzijde
A DC IN-poort (pagina 18)
B Beveiligingssleuf
C Ventilatieopening
D
E
F
G
Hi-Speed USB-poort (USB 2.0)*1 (pagina 92)
Monitorpoort (pagina 80)
HDMI-uitgangspoort (pagina 80)
ExpressCard/34-sleuf (pagina 46)
H CF-geheugenkaartsleuf (CompactFlash)*2 (pagina 51)
I Ontgrendelingsknop van de CF-geheugenkaart*2 (pagina 51)
J Lampje van de CF-geheugenkaart*2 (pagina 17)
K 4-pins i.LINK-poort (S400) (pagina 94)
*1
Ondersteunt hoge/volle/lage snelheid.
*2
Alleen op bepaalde modellen.
Aan de slag >
De besturingselementen en poorten
n 16 N
Onderzijde
A Subwooferluidsprekers voor lage tonen*
B Ventilatieopeningen
C Kapje van geheugenmodulecompartiment (pagina 114)
*
Alleen op bepaalde modellen.
Aan de slag >
De lampjes
n 17 N
De lampjes
Uw computer is voorzien van de volgende lampjes:
Lampje
Functies
Aan/uit 1
Brandt groen als de computer is ingeschakeld, knippert langzaam oranje als de computer in de slaapstand is
gezet en brandt niet als de computer is uitgeschakeld of in de sluimerstand is gezet.
Batterijlading
Brandt als de batterij wordt opgeladen. Zie De batterij opladen (pagina 22) voor meer informatie.
Ingebouwde MOTION EYE-camera
Brandt als de ingebouwde MOTION EYE-camera in gebruik is.
Mediatoegang
Brandt terwijl gegevens worden gelezen van of geschreven naar een geheugenkaart. (Zet de computer niet in
de slaapstand of schakel de computer niet uit wanneer dit lampje brandt.) Als het lampje niet brandt, wordt de
geheugenkaart niet gebruikt.
CF-geheugenkaart*
Brandt terwijl gegevens worden gelezen van of geschreven naar een CF-geheugenkaart. (Zet de computer niet
in de slaapstand of schakel de computer niet uit wanneer dit lampje brandt.) Als het lampje niet brandt, wordt
de CF-geheugenkaart niet gebruikt.
Optisch station
Brandt terwijl gegevens worden gelezen van of geschreven naar het station. Als het lampje niet brandt, wordt
het optische station niet gebruikt.
Schijfstation
Brandt als het ingebouwde opslagapparaat of optische station gegevens leest of schrijft.
Zet de computer niet in de slaapstand of schakel de computer niet uit wanneer dit lampje brandt.
Num lock
Druk op de toets Num Lk om het numerieke toetsenblok in te schakelen. Druk er nogmaals op om het numerieke
toetsenblok uit te schakelen. Als het lampje niet brandt, is het numerieke toetsenblok uitgeschakeld.
Caps lock
Scroll lock
WIRELESS
*
Alleen op bepaalde modellen.
Druk op de toets Caps Lock als u hoofdletters wilt typen. Letters worden als kleine letters weergegeven als
u op de toets Shift drukt terwijl het lampje brandt. Druk nogmaals op de toets om het lampje uit te schakelen.
U kunt weer normaal typen als het lampje Caps lock niet meer brandt.
Druk op de toetsen Fn+Scr Lk om het bladeren op het scherm te wijzigen. U kunt weer normaal bladeren als
het lampje Scroll lock niet meer brandt. De functies van de toets Scr Lk kunnen verschillen, afhankelijk van het
gebruikte programma. De toets werkt niet in alle programma's.
Brandt als een of meer draadloze opties zijn ingeschakeld.
Aan de slag >
Een stroombron aansluiten
Een stroombron aansluiten
De computer kan werken op netstroom (via een netadapter) of op een oplaadbare batterij.
De netadapter gebruiken
Gebruik alleen de meegeleverde netadapter voor uw computer.
De netadapter gebruiken
1
Steek het ene uiteinde van het netsnoer (1) in de netadapter (3).
2
Steek het andere uiteinde van het netsnoer in een stopcontact (2).
3
Sluit de kabel die op de netadapter (3) is aangesloten aan op de DC IN-poort (4) van de computer.
!
De vorm van de netadapterconnector kan variëren, afhankelijk van de netadapter.
Als u de netstroom naar de computer volledig wilt verbreken, koppelt u de netadapter los.
Zorg ervoor dat het stopcontact gemakkelijk toegankelijk is.
Als u de computer lange tijd niet gaat gebruiken, zet u de computer in de sluimerstand. Zie De sluimerstand gebruiken (pagina 108).
n 18 N
Aan de slag >
De batterij gebruiken
De batterij gebruiken
De batterij die bij uw computer wordt geleverd, is niet volledig opgeladen op het moment van de levering.
De batterij plaatsen
De batterij plaatsen
1
Schakel de computer uit en sluit het LCD-scherm.
2
Schuif het vergrendelingslipje LOCK voor de batterij (1) naar binnen.
n 19 N
Aan de slag >
De batterij gebruiken
3
n 20 N
Schuif de batterij diagonaal in het batterijcompartiment tot de uitsteeksels (2) aan beide kanten van het batterijcompartiment
in de U-vormige uitsparingen (3) aan beide kanten van de batterij vastzitten.
Aan de slag >
De batterij gebruiken
4
Duw de batterij omlaag in het compartiment totdat deze op zijn plaats klikt.
5
Schuif het vergrendelingslipje LOCK voor de batterij naar buiten om de batterij in de computer vast te zetten.
n 21 N
Wanneer de computer rechtstreeks op netspanning is aangesloten en er een batterij is geplaatst, wordt netspanning gebruikt.
!
Sommige oplaadbare batterijen voldoen niet aan de kwaliteits- en veiligheidsstandaarden van Sony. Om veiligheidsredenen werkt deze computer alleen
met originele Sony-batterijen die voor dit model zijn ontworpen. Als u een niet-goedgekeurde batterij plaatst, wordt de batterij niet opgeladen en werkt
de computer niet.
Aan de slag >
De batterij gebruiken
n 22 N
De batterij opladen
De batterij die bij uw computer wordt geleverd, is niet volledig opgeladen op het moment van de levering.
De batterij opladen
1
Plaats de batterij.
2
Sluit de computer met de netadapter aan op een stopcontact.
Het batterijlampje brandt als de batterij wordt opgeladen. Wanneer de batterijlading bijna het maximale percentage heeft
bereikt dat u hebt opgegeven bij de batterijladingsfuncties, gaat het batterijlampje uit. Zie De Functies batterijlading
gebruiken (pagina 24) als u het maximale laadpercentage wilt selecteren.
Batterijlampje
Betekenis
Brandt oranje
De batterij wordt opgeladen.
Knippert samen met het groene stroomlampje De batterij is bijna leeg. (Normale stand)
Knippert samen met het oranje stroomlampje De batterij is bijna leeg. (Slaapstand)
Is oranje en knippert snel
Er is een batterijstoring opgetreden vanwege een defecte
of niet goed vergrendelde batterij.
!
Laad de batterij vanaf de eerste keer op zoals is beschreven in deze handleiding.
Aan de slag >
De batterij gebruiken
n 23 N
Laat de batterij in de computer zitten als deze rechtstreeks op netspanning is aangesloten. De batterij wordt verder opgeladen terwijl u de computer gebruikt.
Als de batterijlading minder dan 10% bedraagt, moet u de netadapter aansluiten zodat de batterij weer kan worden opgeladen, of de computer uitschakelen
en een volledig opgeladen batterij plaatsen.
Uw computer wordt geleverd met een oplaadbare lithium-ionbatterij. Het opladen van een gedeeltelijk ontladen batterij heeft geen invloed op de levensduur
van de batterij.
Tijdens het gebruik van sommige toepassingen of randapparaten is het mogelijk dat de computer niet overschakelt op de sluimerstand, zelfs niet als de
batterij bijna leeg is. Om te vermijden dat u gegevens verliest wanneer de computer op batterijstroom werkt, moet u uw gegevens geregeld opslaan en
handmatig een energiebeheerstand activeren, bijvoorbeeld de slaap- of sluimerstand.
Als de batterij leeg raakt wanneer uw computer in de slaapstand is gezet, verliest u alle gegevens die nog niet zijn opgeslagen. Het is niet mogelijk terug
te keren naar de voorgaande werksituatie. Om te vermijden dat u gegevens verliest, moet u uw gegevens geregeld opslaan.
Wanneer de computer rechtstreeks op netspanning is aangesloten en er een batterij is geplaatst, wordt netspanning gebruikt.
Aan de slag >
De batterij gebruiken
n 24 N
De Functies batterijlading gebruiken
Gebruik de Functies batterijlading (Battery Charge Functions) om de huidige methode voor het opladen van de batterij aan
te passen. U kunt de gebruiksduur van de batterij verlengen door de batterijbeheerfunctie in te schakelen.
De batterijbeheerfunctie inschakelen
1
Klik op Start, Alle programma's en VAIO Control Center.
2
Klik eerst op Energiebeheer (Power Management) en vervolgens op Functies batterijlading (Battery Charge Functions).
3
Klik op Geavanceerd (Advanced).
4
Schakel het selectievakje Batterijbeheer Functie inschakelen (Enable Battery Care Function) in.
5
Selecteer het gewenste maximale laadpercentage.
6
Klik op OK.
De batterijspanning controleren
Volg stap 1 tot 3 in De batterijbeheerfunctie inschakelen hierboven en controleer de gedetailleerde informatie. Als de
batterijspanning te laag is, vervangt u de batterij door een nieuwe originele Sony-batterij.
De energiebesparende wallpaper gebruiken
U kunt de gebruiksduur van de batterij verlengen door gewoon een specifieke wallpaper in te stellen als achtergrond voor uw
bureaublad.
De energiebesparende wallpaper instellen
1
Klik op Start, Alle programma's en VAIO Control Center.
2
Klik op Display en Een energiebesparende wallpaper instellen (Long Battery Life Wallpaper Setting).
3
Klik op Gebruik een energiebesparende wallpaper (Set Long Battery Life Wallpaper).
Klik op OK wanneer u om bevestiging wordt gevraagd.
Aan de slag >
De batterij gebruiken
n 25 N
De batterij verwijderen
!
U kunt gegevens verliezen als u de batterij verwijdert wanneer de computer is ingeschakeld en niet op de netspanning is aangesloten, of wanneer u de
batterij verwijdert als de computer in de slaapstand is gezet.
De batterij verwijderen
1
Schakel de computer uit en sluit het LCD-scherm.
2
Schuif het vergrendelingslipje LOCK voor de batterij (1) naar binnen.
3
Schuif de RELEASE-pal voor de batterij (2) naar binnen en houd deze vast, plaats een vingertop onder het lipje (3) op
de batterij en til de batterij in de richting van de pijl. Schuif de batterij vervolgens uit de computer.
Aan de slag >
De computer veilig uitschakelen
n 26 N
De computer veilig uitschakelen
Zorg ervoor dat u de computer op de juiste manier afsluit om te vermijden dat u gegevens verliest, zoals hieronder wordt
beschreven.
De computer afsluiten
1
Schakel alle op de computer aangesloten randapparaten uit.
2
Klik op Start, de pijl
3
Antwoord op alle waarschuwingen om documenten op te slaan of rekening te houden met andere gebruikers en wacht
tot de computer is uitgeschakeld.
Het stroomlampje gaat uit.
naast de knop Vergrendelen en Afsluiten.
Aan de slag >
Uw computer bijwerken
n 27 N
Uw computer bijwerken
Installeer met de volgende softwaretoepassingen de meest recente updates op uw computer, zodat de computer efficiënter
kan werken.
❑ Windows Update
Klik op Start, Alle programma's en Windows Update, en volg de instructies op het scherm.
❑ VAIO Update 4
Klik op Start, Alle programma's, VAIO Update 4 en Opties VAIO Update (VAIO Update Options), en volg de instructies
op het scherm.
!
Uw computer moet verbinding hebben met het internet voordat u updates kunt downloaden.
De VAIO-computer gebruiken >
n 28 N
De VAIO-computer gebruiken
In dit deel wordt beschreven hoe u optimaal kunt gebruikmaken van alle mogelijkheden van de VAIO-computer.
❑ Het toetsenbord gebruiken (pagina 29)
❑ Het touchpad gebruiken (pagina 30)
❑ De knoppen voor speciale functies gebruiken (pagina 31)
❑ De ingebouwde camera gebruiken (pagina 33)
❑ Het optische station gebruiken (pagina 34)
❑ De Memory Stick gebruiken (pagina 41)
❑ Andere modules/geheugenkaarten gebruiken (pagina 46)
❑ Het internet gebruiken (pagina 55)
❑ Het netwerk (LAN) gebruiken (pagina 57)
❑ Het draadloze LAN gebruiken (pagina 58)
❑ De Bluetooth-functie gebruiken (pagina 65)
❑ Vingerafdrukverificatie gebruiken (pagina 70)
De VAIO-computer gebruiken >
Het toetsenbord gebruiken
n 29 N
Het toetsenbord gebruiken
Het toetsenbord is voorzien van extra toetsen waarmee u specifieke taken voor een bepaald model kunt uitvoeren.
Combinaties en functies met de Fn-toets
Sommige toetsenbordfuncties kunnen pas worden gebruikt wanneer het besturingssysteem volledig is opgestart.
Combinaties/Functie
Functies
Fn + 8 (F5/F6): helderheidsregeling
Hiermee wijzigt u de helderheid van uw computerscherm.
Om de lichtintensiteit te verhogen, houdt u de toetsen Fn+F6 ingedrukt, of drukt u op de toetsen
Fn+F6 en vervolgens op de toets M of ,.
Om de lichtintensiteit te verlagen, houdt u de toetsen Fn+F5 ingedrukt, of drukt u op de toetsen
Fn+F5 en vervolgens op de toets m of <.
Fn +
/T (F7): schermuitvoer
Schakelt tussen uw computerscherm, een externe monitor en gelijktijdige uitvoer naar beide.
Fn +
/
Fn +
(F9/F10): in- en uitzoomen
(F12): sluimerstand
Wijzigt de weergavegrootte van een afbeelding of document in bepaalde software.
Als u de weergave wilt verkleinen en de afstand tot de inhoud wilt vergroten (uitzoomen), drukt u op
de toetsen Fn+F9.
Als u de weergave wilt vergroten en de afstand tot de inhoud wilt verkleinen (inzoomen), drukt u op
de toetsen Fn+F10.
Raadpleeg het Help-bestand dat bij VAIO Control Center wordt geleverd voor meer informatie.
In deze stand verbruikt de notebook de minste stroom. Als u deze opdracht uitvoert, wordt de status
van het systeem en de aangesloten randapparaten opgeslagen op het ingebouwde opslagapparaat
en wordt de systeemstroom uitgeschakeld. Om terug te keren naar de oorspronkelijke status van
het systeem, schakelt u de stroom in met de aan/uit-knop.
Zie Energiebesparingsstanden gebruiken (pagina 105) voor meer informatie over energiebeheer.
De VAIO-computer gebruiken >
Het touchpad gebruiken
n 30 N
Het touchpad gebruiken
U kunt objecten op het scherm aanwijzen, selecteren en slepen, en u kunt door een lijst met items bladeren met behulp van
het touchpad.
Actie
Beschrijving
Aanwijzen
Schuif uw vinger over het touchpad (1) om de aanwijzer (2) op een item of object te plaatsen.
Klikken
Druk één keer op de linkerknop (3).
Dubbelklikken
Druk twee keer achtereen op de linkerknop.
Klikken met de
rechtermuisknop
Druk één keer op de rechterknop (4). In veel toepassingen verschijnt in dit geval een snelmenu.
Slepen
Schuif uw vinger over het touchpad terwijl u de linkerknop ingedrukt houdt.
Bladeren
Schuif uw vinger langs de rechterkant van het touchpad om verticaal te bladeren. Schuif uw vinger langs de onderrand
van het touchpad om horizontaal te bladeren. (Dit werkt alleen bij toepassingen die deze touchpadfunctie ondersteunen.)
U kunt het touchpad in- of uitschakelen terwijl een muis is aangesloten op de computer. Als u de instellingen voor het touchpad wilt wijzigen, gebruikt
u VAIO Control Center.
!
Sluit een muis aan voordat u het touchpad uitschakelt. Als u dit niet doet, kunt u alleen het toetsenbord gebruiken voor aanwijsacties.
De VAIO-computer gebruiken >
De knoppen voor speciale functies gebruiken
n 31 N
De knoppen voor speciale functies gebruiken
De computer is uitgerust met speciale knoppen, waarmee u specifieke functies van de computer kunt gebruiken.
Knoppen op het aanraakscherm
Knop met speciale functie
Functies
Knop S1/S2
Voert de taak uit die standaard aan elke knop is toegewezen.
U wijzigt de standaardtoewijzingen met VAIO Control Center.
u Afspelen/Pauzeren-knop
Hiermee start of pauzeert u het afspelen van een CD, DVD of Blu-ray Disc™* of het afspelen van muziek-/
videobestanden op het ingebouwde opslagapparaat.
x Stop-knop
Hiermee stopt u het afspelen van een CD, DVD of Blu-ray Disc* of het afspelen van muziek-/videobestanden
op het ingebouwde opslagapparaat.
. Vorig item-knop
Hiermee speelt u het vorige hoofdstuk/bestand af bij het afspelen van videobeelden, of speelt u het vorige
nummer/bestand af bij het afspelen van audio.
> Volgend item-knop
Hiermee speelt u het volgende hoofdstuk/bestand af bij het afspelen van videobeelden, of speelt u het volgende
nummer/bestand af bij het afspelen van audio.
AV MODE-knop
VAIO Launcher wordt gestart zodat u de gewenste software kunt selecteren.
U kunt de standaard softwareopties in VAIO Launcher wijzigen. Hiervoor houdt u de AV MODE-knop ingedrukt
om het setup-venster weer te geven.
*
Gebruik de WinDVD BD-software voor afspelen.
De VAIO-computer gebruiken >
De knoppen voor speciale functies gebruiken
Knoppen boven het numerieke toetsenblok
Knop met speciale functie
Functies
Hiermee kunt u het volume in- en uitschakelen.
Dempknop
Hiermee kunt u het volume verlagen (-) of verhogen (+).
Volumeknoppen
Uitwerpknop voor station
Hiermee opent u de lade van het optische station.
Als deze knop niet werkt, drukt u op de reserve-uitwerpknop van het optische station.
n 32 N
De VAIO-computer gebruiken >
De ingebouwde camera gebruiken
n 33 N
De ingebouwde camera gebruiken
Uw computer is uitgerust met een ingebouwde MOTION EYE-camera.
Met behulp van de vooraf geïnstalleerde software voor het vastleggen van beelden kunt u het volgende:
❑ Stilstaande beelden en films vastleggen
❑ Bewegingen van voorwerpen detecteren en vastleggen voor bewakingsdoeleinden
❑ Vastgelegde gegevens bewerken
Als u de computer inschakelt, wordt de ingebouwde MOTION EYE-camera geactiveerd.
Als u over de juiste software beschikt, kunt u de computer gebruiken voor videovergaderingen.
!
Als u software voor expresberichten of videobewerkingssoftware start of afsluit, wordt de ingebouwde MOTION EYE-camera niet in- of uitgeschakeld.
Zet de computer nooit in de slaap- of sluimerstand als u de ingebouwde MOTION EYE-camera gebruikt.
U kunt de ingebouwde MOTION EYE-camera niet gebruiken met de Microsoft Windows Movie Maker-software.
De vooraf geïnstalleerde software voor het vastleggen van beelden gebruiken
1
Klik op Start, Alle programma's, ArcSoft WebCam Companion 2 en WebCam Companion 2.
2
Klik op het gewenste pictogram in het hoofdvenster.
Voor gedetailleerde informatie over het gebruik van de software raadpleegt u het Help-bestand dat bij de software wordt
geleverd.
Wanneer u een beeld vastlegt of een film opneemt in een donkere ruimte, klikt u in het hoofdvenster op het pictogram Vastleggen (Capture) of Opnemen
(Record), klikt u op het pictogram WebCam Instellingen (WebCam Settings) en selecteert u de optie voor weinig licht of compensatie voor weinig licht
in het eigenschappenvenster.
De VAIO-computer gebruiken >
Het optische station gebruiken
n 34 N
Het optische station gebruiken
De computer is uitgerust met een optisch station.
Mogelijk zijn niet alle voorzieningen en opties uit dit gedeelte beschikbaar op uw computer.
Zie de specificaties voor informatie over de configuratie van uw computer.
Een schijf plaatsen
1
Zet de computer aan.
2
Druk op de uitwerpknop (1) om het station te openen.
De lade schuift uit het station.
!
Als de stroomtoevoer naar het optische station is uitgeschakeld door VAIO Power Management, duurt het even voordat de lade van het station opengaat
met behulp van de uitwerpknop.
Als de uitwerpknop niet werkt, druk dan op de reserve-uitwerpknop van het optische station. De reserve-uitwerpknop kan echter niet worden gebruikt
als de stroomtoevoer naar het optische station is uitgeschakeld door VAIO Power Management.
De VAIO-computer gebruiken >
Het optische station gebruiken
n 35 N
3
Plaats een schijf met het label naar boven in het midden van de lade van het station en druk de schijf voorzichtig omlaag
totdat deze vastklikt.
4
Sluit de lade van het station door deze voorzichtig in het station te duwen.
!
Verwijder de optische schijf niet als de computer in een energiebesparingsstand staat (slaap- of sluimerstand). Keer terug naar de normale modus
voordat u de schijf verwijdert.
De VAIO-computer gebruiken >
Het optische station gebruiken
n 36 N
Ondersteunde schijfmedia
Met de computer kunt u CD's, DVD's en Blu-ray Discs afspelen en opnemen, afhankelijk van het model dat u hebt gekocht.
Raadpleeg de onderstaande referentietabel voor de media die door de verschillende optische schijfstations worden ondersteund.
AB: afspeelbaar en beschrijfbaar
A: afspeelbaar maar niet beschrijfbaar
–: niet afspeelbaar of niet beschrijfbaar
CD- Video- Muziek- CD
CD-R/ DVD- DVD- DVD-R/ DVD+R/ DVD+R DL DVD-R DL DVDBD- BD-R/RE*3
(Dual
ROM CD
CD
Extra RW
ROM Video RW
RW
(Double
RAM*1 *2 ROM
Layer)
Layer)
DVD±RW/
±R DL/RAM
A
A
A
A
AB
A
A
AB
AB
AB
AB
AB
–
–
Blu-ray Disc
A
A
A
A
AB
A
A
AB
AB
AB
AB
AB
A
AB*4
Blu-ray DiscA
combinatiestation
A
A
A
AB*5
A
A
AB
AB
AB
AB
AB
A
A
*1
Het DVD±RW/RAM-schijfstation in de computer ondersteunt de DVD-RAM-cassette niet. Gebruik schijven zonder cassette of schijven met een verwijderbare
cassette.
*2
Schrijven van gegevens op enkelzijdige DVD-RAM-schijven (2,6 GB) die compatibel zijn met DVD-RAM-versie 1.0 wordt niet ondersteund.
DVD-RAM-versie 2.2/12X-SPEED DVD-RAM-revisie 5.0 wordt niet ondersteund.
*3
Het Blu-ray Disc-station van uw computer ondersteunt geen BD-RE Discs versie 1.0 en Blu-ray Discs met cassette.
*4
Ondersteuning voor schrijven van gegevens op BD-R-versie 1.1/1.2/1.3-schijven (single-layer-schijven met een capaciteit van 25 GB, dual-layer-schijven met een
capaciteit van 50 GB) en BD-RE-versie 2.1-schijven (single-layer-schijven met een capaciteit van 25 GB, dual-layer-schijven met een capaciteit van 50 GB).
*5
Het schrijven van gegevens op Ultra Speed CD-RW-schijven wordt niet ondersteund.
De VAIO-computer gebruiken >
Het optische station gebruiken
n 37 N
!
Dit product is ontworpen om schijven af te spelen die voldoen aan de CD-standaardspecificaties (Compact Disc Digital Audio). Een DualDisc is een
tweezijdig schijfproduct met DVD-materiaal op de ene kant en digitaal audiomateriaal op de andere. Let op: de audiozijde (niet de DVD-zijde) van een
DualDisc kan mogelijk niet worden afgespeeld op dit product omdat deze niet voldoet aan de CD-standaard.
Bij het aanschaffen van voorbespeelde of lege schijven voor gebruik in uw VAIO-computer moet u eerst aandachtig de opmerkingen op de verpakking
van de schijven lezen om te zien of u de schijven in het optische station van de computer kunt gebruiken voor afspelen en opnemen. Sony geeft GEEN
garanties voor de compatibiliteit van VAIO optische stations met schijven die niet voldoen aan de officiële "CD"-, "DVD"- of "Blu-ray Disc"-standaard.
HET GEBRUIK VAN INCOMPATIBELE SCHIJVEN KAN LEIDEN TOT ONHERSTELBARE SCHADE AAN UW VAIO PC, SOFTWARECONFLICTEN
VEROORZAKEN OF ERVOOR ZORGEN DAT HET SYSTEEM VASTLOOPT.
Neem voor vragen over schijfindelingen contact op met de uitgever van de vooraf opgenomen schijf of de leveranciers van de beschrijfbare schijf.
Het schrijven op 8cm-schijven wordt niet ondersteund.
!
Als u Blu-ray Discs met beveiliging van het auteursrecht continu wilt afspelen, moet u de AACS-sleutel bijwerken. Hiervoor hebt u internettoegang nodig.
Net als bij andere optische apparaten kunnen de omstandigheden de compatibiliteit beperken of het afspelen van Blu-ray Discs onmogelijk maken.
VAIO-computers bieden mogelijk geen ondersteuning voor het afspelen van films op voorverpakte media in AVC- of VC1-indeling met hoge bitsnelheden.
Voor bepaalde DVD- en BD-ROM Disc-inhoud zijn regio-instellingen vereist. Als de regio-instelling van het optische station niet overeenkomt met de regio
van de schijf, kan de schijf niet worden afgespeeld.
U kunt de inhoud van Blu-ray Discs met beveiliging van het auteursrecht alleen afspelen of weergeven als uw externe scherm voldoet aan de HDCP-norm
(High-bandwidth Digital Content Protection).
Bepaalde inhoud kan de video-uitvoer beperken tot standaarddefinitie of de uitvoer van analoge video onmogelijk maken. Het wordt ten zeerste aanbevolen
een digitale HDCP-omgeving te gebruiken voor optimale compatibiliteit en weergavekwaliteit.
Gebruik geen geheugenresidente hulpsoftware wanneer een schijf wordt gelezen of beschreven. Hierdoor kan er een storing optreden.
De VAIO-computer gebruiken >
Het optische station gebruiken
n 38 N
Opmerkingen over het gebruik van het optische station
Opmerkingen over het schrijven van gegevens op een schijf
❑ Gebruik alleen ronde schijven. Gebruik geen schijven met een andere vorm (ster, hart, kaart, enz.) omdat deze het
optische station kunnen beschadigen.
❑ De computer mag niet worden blootgesteld aan schokken wanneer een schijf wordt beschreven door het optische station.
❑ De netadapter mag niet worden aangesloten of losgekoppeld wanneer een schijf wordt beschreven door het optische
station.
Opmerkingen over het afspelen van schijven
Voor optimale prestaties bij het afspelen van schijven volgt u de volgende aanbevelingen:
❑ Sommige CD-spelers en optische stations van computers kunnen mogelijk geen audio-CD's afspelen die zijn gemaakt
met CD-R- of CD-RW-schijven.
❑ Sommige DVD-spelers en optische stations van computers kunnen mogelijk geen DVD's afspelen die zijn gemaakt met
DVD+R DL-, DVD-R DL-, DVD+R-, DVD+RW-, DVD-R-, DVD-RW- of DVD-RAM-schijven.
❑ Mogelijk kunt u bepaalde inhoud van Blu-ray Discs niet op uw computer afspelen of wordt de computer instabiel tijdens
het afspelen van Blu-ray Discs. Als u de desbetreffende inhoud op normale wijze wilt afspelen, moet u VAIO Update
gebruiken om de meest recente updates voor WinDVD BD te downloaden en te installeren.
Voor informatie over het gebruik van VAIO Update raadpleegt u Uw computer bijwerken (pagina 27).
❑ Afhankelijk van de systeemomgeving treden mogelijk onderbrekingen op in het geluid en/of gaan frames verloren tijdens
het afspelen van AVC HD.
❑ Zet de computer niet in een energiebesparingsstand terwijl u op de computer een schijf afspeelt.
De VAIO-computer gebruiken >
Het optische station gebruiken
n 39 N
Opmerkingen over regiocodes
❑ Op de schijf of de verpakking staat een regiocode vermeld om aan te geven in welke regio en op welk type speler
u de schijf kunt afspelen. Tenzij de regiocode "2" (Europa behoort tot regio "2"), "5" (Rusland behoort tot regio "5") of "all"
(dit betekent dat u de schijf bijna overal ter wereld kunt afspelen) vermeld staat, kunt u de schijf niet afspelen op uw
computer.
!
Als u de regiocode wijzigt terwijl de WinDVD- of WinDVD BD-software actief is, start u de software opnieuw op of verwijdert u de schijf en plaatst u deze
opnieuw in het station om de nieuwe instelling van kracht te laten worden.
❑ Probeer de regiocode-instellingen van het station niet te wijzigen. Problemen als gevolg van het wijzigen van de
regiocode-instellingen van het station worden niet gedekt door de garantie.
De VAIO-computer gebruiken >
Het optische station gebruiken
n 40 N
Schijven afspelen
Een schijf afspelen
1
Plaats een schijf in het optische station.
!
Sluit de netadapter op de computer aan en sluit alle actieve softwaretoepassingen voordat u een schijf afspeelt.
2
Als er niets op het bureaublad verschijnt, klikt u op Start, Alle programma's en de gewenste software om de schijf af te
spelen.
Voor instructies over het gebruik van de software raadpleegt u het Help-bestand dat bij de software wordt geleverd.
Bestanden naar schijven kopiëren
Bestanden naar een schijf kopiëren
1
Plaats een beschrijfbare schijf in het optische station.
!
Sluit de netadapter op de computer aan en sluit alle actieve softwaretoepassingen voordat u bestanden naar een schijf kopieert.
2
Als er niets op het bureaublad verschijnt, klikt u op Start, Alle programma's en de gewenste schijfschrijfsoftware om
bestanden naar de schijf te kopiëren.
Voor instructies over het gebruik van de software raadpleegt u het Help-bestand dat bij de software wordt geleverd.
De VAIO-computer gebruiken >
De Memory Stick gebruiken
n 41 N
De Memory Stick gebruiken
Een Memory Stick is een compact, draagbaar en veelzijdig IC-opnamemedium dat speciaal is ontworpen voor het uitwisselen
en delen van digitale gegevens met compatibele producten, zoals digitale camera's en mobiele telefoons. Doordat een
Memory Stick uitneembaar is, kan deze worden gebruikt voor externe gegevensopslag.
Voordat u een Memory Stick gebruikt
De Memory Stick-sleuf van uw computer kan worden gebruikt voor zowel media in het standaardformaat als media in het
Duo-formaat, en ondersteunt Memory Stick PRO, Memory Stick PRO Duo en Memory Stick PRO-HG Duo met snelle
gegevensoverdracht en grote gegevenscapaciteit.
Ga voor de meest recente informatie over Memory Sticks naar de Memory Stick-website op http://www.memorystick.com/en/.
De VAIO-computer gebruiken >
De Memory Stick gebruiken
n 42 N
Een Memory Stick plaatsen en verwijderen
Een Memory Stick plaatsen
1
Zoek de Memory Stick-sleuf.
2
Houd de Memory Stick met de pijl naar boven en in de richting van de sleuf.
3
Schuif de Memory Stick voorzichtig in de sleuf tot deze vastklikt.
De Memory Stick wordt automatisch gedetecteerd door het systeem en de inhoud van de Memory Stick wordt weergegeven. Als er niets op het bureaublad
verschijnt, klikt u op Start, Computer, en dubbelklikt u op het pictogram van de Memory Stick.
U kunt een Memory Stick in het Duo-formaat rechtstreeks in de Memory Stick-sleuf plaatsen zonder dat u een Memory Stick Duo-adapter hoeft te
gebruiken.
De VAIO-computer gebruiken >
De Memory Stick gebruiken
n 43 N
!
Als u de Memory Stick in de sleuf steekt, moet u erop letten dat de pijl in de juiste richting wijst. Forceer de Memory Stick nooit in de sleuf om beschadiging
van de computer of media te vermijden.
Voordat u een Memory Stick Micro (M2) plaatst, moet u deze in een adapter in het standaard M2-formaat of in een M2 Duo-adapter schuiven. Als u de
Memory Stick Micro rechtstreeks in de Memory Stick-sleuf plaatst zonder de adapter, kunt u deze mogelijk niet meer uit de sleuf verwijderen.
Als u een Memory Stick Micro in een M2 Duo-adapter plaatst, en u vervolgens de Memory Stick en de adapter in een Memory Stick Duo-adapter plaatst,
werkt de Memory Stick mogelijk niet goed.
Een Memory Stick verwijderen
!
Verwijder de Memory Stick niet terwijl het lampje voor mediatoegang brandt. Als u dit doet, kunnen gegevens verloren gaan. Het duurt even voordat
grote volumes gegevens worden geladen. Controleer dus of het lampje uit is voordat u de Memory Stick verwijdert.
1
Controleer of het lampje voor mediatoegang uit is.
2
Duw de Memory Stick in de sleuf en laat vervolgens los.
De Memory Stick wordt uitgeworpen.
3
Trek de Memory Stick uit de sleuf.
!
Verwijder de Memory Stick altijd voorzichtig om te vermijden dat deze onverwachts uit de sleuf springt.
De VAIO-computer gebruiken >
De Memory Stick gebruiken
n 44 N
Een Memory Stick formatteren
Een Memory Stick formatteren
Memory Sticks zijn geformatteerd met de standaardinstelling en zijn klaar voor gebruik.
Als u een Memory Stick opnieuw wilt formatteren op uw computer, voert u de volgende stappen uit.
!
Gebruik voor het formatteren van een Memory Stick altijd een apparaat dat de Memory Stick ondersteunt en is ontworpen voor het formatteren van de
Memory Stick.
Als u een Memory Stick formatteert, worden alle gegevens op de Stick verwijderd. Voordat u een Memory Stick formatteert, moet u controleren of deze
geen belangrijke gegevens bevat.
Verwijder de Memory Stick niet uit de sleuf tijdens het formatteren. Dit kan een defect veroorzaken.
1
Schuif de Memory Stick voorzichtig in de sleuf tot deze vastklikt.
2
Klik op Start en vervolgens op Computer om het venster Computer te openen.
3
Klik met de rechtermuisknop op het pictogram van de Memory Stick en kies Formatteren.
4
Klik op Fabrieksinstellingen terugzetten.
!
Mogelijk worden de clustergrootte en het bestandssysteem gewijzigd.
Selecteer niet NTFS in de vervolgkeuzelijst Bestandssysteem omdat hierdoor een storing kan worden veroorzaakt.
Het formatteerproces is sneller als u Snelformatteren selecteert onder Opties voor formatteren.
5
Klik op Start.
6
Volg de instructies op het scherm.
!
De tijd die nodig is om de Memory Stick te formatteren, is afhankelijk van het type van de media.
De VAIO-computer gebruiken >
De Memory Stick gebruiken
n 45 N
Opmerkingen over het gebruik van Memory Sticks
❑ Uw computer is getest en compatibel bevonden met Memory Sticks van Sony met een capaciteit van maximaal 16 GB
die met ingang van januari 2009 beschikbaar zijn. Niet voor alle Memory Sticks die aan dezelfde specificaties voldoen als
de compatibele media, kan evenwel de compatibiliteit worden gegarandeerd.
❑ De compatibiliteit kan niet worden gegarandeerd als u Memory Sticks met meerdere conversieadapters plaatst.
❑ MagicGate is de algemene naam van de auteursrechtbeschermingstechnologie die door Sony is ontwikkeld. Gebruik
Memory Sticks met het MagicGate-logo als u deze functie wilt gebruiken.
❑ Behalve voor persoonlijk gebruik is het verboden audio- en/of afbeeldingsgegevens die u hebt opgenomen, te gebruiken
zonder voorafgaande toestemming van de respectieve houders van het auteursrecht. Dit betekent dat Memory Sticks met
gegevens die onder het auteursrecht vallen, alleen mogen worden gebruikt in situaties die door de auteursrechtwet
worden toegestaan.
❑ De Memory Stick-sleuf van uw computer ondersteunt de functie voor 8-bits parallelle gegevensoverdracht (snelle
gegevensoverdracht) niet.
❑ Plaats niet meer dan één Memory Stick in de Memory Stick-sleuf. Als u de media niet goed in de sleuf plaatst, kunt u zowel
de computer als de media beschadigen.
De VAIO-computer gebruiken >
Andere modules/geheugenkaarten gebruiken
n 46 N
Andere modules/geheugenkaarten gebruiken
De ExpressCard-module gebruiken
Uw computer is uitgerust met een ExpressCard/34-sleuf* voor de overdracht van gegevens tussen digitale camera's,
camcorders, muziekspelers en andere audio- en videoapparaten. U kunt deze sleuf alleen voor een ExpressCard/34-module
(34 mm breed)* gebruiken.
*
In deze handleiding worden deze de ExpressCard-sleuf en de ExpressCard-module genoemd.
Een ExpressCard-module plaatsen
1
Zoek de ExpressCard-sleuf.
2
Schuif de ExpressCard-module voorzichtig in de sleuf tot deze vastklikt.
Forceer de module nooit in de sleuf.
Als de module niet gemakkelijk in de sleuf kan worden geplaatst, verwijdert u de module voorzichtig en controleert u of de module in de juiste richting
is geplaatst.
Gebruik de meest recente stuurprogrammasoftware van de fabrikant van de ExpressCard-module.
De VAIO-computer gebruiken >
Andere modules/geheugenkaarten gebruiken
Een ExpressCard-module verwijderen
Als u de ExpressCard-module wilt verwijderen terwijl de computer is uitgeschakeld, slaat u stap 1 tot en met 4 over.
1
Dubbelklik op het pictogram Hardware veilig verwijderen op de taakbalk.
2
Selecteer de hardware die u wilt ontkoppelen.
3
Klik op Stoppen.
4
Volg de instructies op het scherm om de ExpressCard-module te verwijderen.
5
Duw de ExpressCard-module in de sleuf zodat de module uitspringt.
6
Neem de ExpressCard-module voorzichtig vast en trek deze uit de sleuf.
n 47 N
De VAIO-computer gebruiken >
Andere modules/geheugenkaarten gebruiken
n 48 N
De SD-geheugenkaart gebruiken
Uw computer is uitgerust met een SD-geheugenkaartsleuf. U kunt deze sleuf gebruiken voor de overdracht van gegevens
tussen digitale camera's, camcorders, muziekspelers en andere audio- en videoapparaten.
Voordat u een SD-geheugenkaart gebruikt
De SD-geheugenkaartsleuf op de computer ondersteunt de volgende geheugenkaarten:
❑ SD-geheugenkaart
❑ SDHC-geheugenkaart
❑ MultiMediaCard (MMC)
Zie Meer informatie over uw VAIO-computer (pagina 5) voor het adres van de overeenkomstige website met ondersteuning
voor de meest recente informatie over compatibele geheugenkaarten.
De VAIO-computer gebruiken >
Andere modules/geheugenkaarten gebruiken
n 49 N
Een SD-geheugenkaart plaatsen
1
Zoek de SD-geheugenkaartsleuf.
2
Houd de SD-geheugenkaart met de pijl naar boven en in de richting van de sleuf.
3
Schuif de SD-geheugenkaart voorzichtig in de sleuf tot deze vastklikt.
Forceer de kaart nooit in de sleuf.
Als de SD-geheugenkaart niet gemakkelijk in de sleuf kan worden geplaatst, verwijdert u de kaart voorzichtig en controleert u of de kaart in de juiste richting
is geplaatst.
De VAIO-computer gebruiken >
Andere modules/geheugenkaarten gebruiken
Een SD-geheugenkaart verwijderen
1
Controleer of het lampje voor mediatoegang uit is.
2
Duw de SD-geheugenkaart in de sleuf en laat vervolgens los.
De SD-geheugenkaart wordt uitgeworpen.
3
Trek de SD-geheugenkaart uit de sleuf.
n 50 N
De VAIO-computer gebruiken >
Andere modules/geheugenkaarten gebruiken
n 51 N
De CF-geheugenkaart gebruiken
Uw computer is mogelijk uitgerust met een CF-geheugenkaartsleuf. U kunt deze sleuf gebruiken voor de overdracht van
gegevens tussen digitale camera's, camcorders, muziekspelers en andere audio- en videoapparaten.
Mogelijk zijn niet alle voorzieningen en opties uit dit gedeelte beschikbaar op uw computer.
Zie de specificaties voor informatie over de configuratie van uw computer.
Een CF-geheugenkaart plaatsen
!
Uw computer wordt geleverd met een sleufbeveiliging in de CF-geheugenkaartsleuf. Verwijder deze sleufbeveiliging voordat u de CF-geheugenkaartsleuf
gebruikt.
1
2
3
4
5
6
Zoek de CF-geheugenkaartsleuf.
Duw de ontgrendelingsknop van de CF-geheugenkaart in zodat de ontgrendelingsknop uitspringt.
Duw de ontgrendelingsknop van de CF-geheugenkaart nogmaals in zodat de sleufbeveiliging uit de sleuf springt.
Neem de sleufbeveiliging voorzichtig vast en trek deze uit de sleuf.
Houd de CF-geheugenkaart met de pijl naar boven en in de richting van de sleuf.
Schuif de CF-geheugenkaart voorzichtig in de sleuf tot deze vastklikt.
Forceer de kaart nooit in de sleuf.
Als de geheugenkaart niet gemakkelijk in de sleuf kan worden geplaatst, verwijdert u de kaart voorzichtig en controleert u of de kaart in de juiste richting
is geplaatst.
De VAIO-computer gebruiken >
Andere modules/geheugenkaarten gebruiken
n 52 N
Een CF-geheugenkaart verwijderen
!
Wanneer u geen CF-geheugenkaart gebruikt, plaatst u de beveiliging voor de CF-geheugenkaartsleuf om te voorkomen dat er vreemde deeltjes in de
sleuf komen. Plaats de beveiliging voor de CF-geheugenkaartsleuf in de sleuf voordat u de computer verplaatst.
1
Controleer of het lampje van de CF-geheugenkaart uit is.
2
Duw de ontgrendelingsknop van de CF-geheugenkaart in zodat de ontgrendelingsknop uitspringt.
3
Duw de ontgrendelingsknop van de CF-geheugenkaart nogmaals in zodat de CF-geheugenkaart uit de sleuf springt.
4
Neem de CF-geheugenkaart voorzichtig vast en trek deze uit de sleuf.
5
Als de ontgrendelingsknop van de CF-geheugenkaart nog niet is ingedrukt, drukt u deze volledig naar binnen.
De VAIO-computer gebruiken >
Andere modules/geheugenkaarten gebruiken
n 53 N
Opmerkingen over het gebruik van geheugenkaarten
Algemene opmerkingen over het gebruik van geheugenkaarten
❑ Gebruik alleen geheugenkaarten die voldoen aan de standaarden die door uw computer worden ondersteund.
❑ Als u de geheugenkaart in de sleuf steekt, moet u erop letten dat de pijl in de juiste richting wijst. Forceer de geheugenkaart
nooit in de sleuf om beschadiging van de computer of media te vermijden.
❑ Wees voorzichtig bij het plaatsen en verwijderen van de geheugenkaart. Forceer de geheugenkaart nooit in of uit de sleuf.
❑ Verwijder de geheugenkaart niet terwijl het lampje voor mediatoegang brandt. Als u dit doet, kunnen gegevens verloren
gaan.
❑ Probeer geen geheugenkaart of geheugenkaartadapter van een ander type in de geheugenkaartsleuf te plaatsen.
Als u een niet-compatibele geheugenkaart of geheugenkaartadapter plaatst, is deze mogelijk moeilijk uit de sleuf te
verwijderen. De geheugenkaart kan bovendien de computer beschadigen.
Opmerkingen over het gebruik van SD-geheugenkaarten
❑ Uw computer is alleen getest en compatibel bevonden met geheugenkaarten van de belangrijkste fabrikanten die vanaf
januari 2009 verkrijgbaar zijn. Niet voor alle geheugenkaarten die aan dezelfde specificaties voldoen als de compatibele
media, kan evenwel de compatibiliteit worden gegarandeerd.
❑ SD-geheugenkaarten met een capaciteit van maximaal 2 GB en SDHC-geheugenkaarten met een capaciteit van maximaal
32 GB zijn getest en compatibel bevonden met uw computer.
❑ De SD-geheugenkaartsleuf op de computer ondersteunt de functie voor snelle gegevensoverdracht van de SD- en
SDHC-geheugenkaart niet.
De VAIO-computer gebruiken >
Andere modules/geheugenkaarten gebruiken
n 54 N
Opmerkingen over het gebruik van CF-geheugenkaarten
❑ Uw computer is alleen getest en compatibel bevonden met CF-geheugenkaarten van de belangrijkste fabrikanten die
vanaf januari 2009 verkrijgbaar zijn. Niet voor alle CF-geheugenkaarten die aan dezelfde specificaties voldoen als de
compatibele media, kan evenwel de compatibiliteit worden gegarandeerd.
❑ CF-geheugenkaarten met een capaciteit van maximaal 16 GB zijn getest en compatibel bevonden met uw computer.
❑ De CF-geheugenkaartsleuf op uw computer biedt geen ondersteuning voor draadloze-communicatiekaarten.
De VAIO-computer gebruiken >
Het internet gebruiken
n 55 N
Het internet gebruiken
Voordat u het internet kunt gebruiken, moet u een abonnement nemen bij een internetprovider en de apparatuur configureren
die u nodig hebt om uw computer met het internet te verbinden.
De volgende soorten internetverbindingsservices zijn mogelijk beschikbaar bij uw internetprovider:
❑ FTTH (Fiber to the Home)
❑ DSL (Digital Subscriber Line)
❑ Kabelmodem
❑ Satelliet
❑ Inbelverbinding
Neem contact op met uw internetprovider voor meer informatie over de apparatuur die u nodig hebt om verbinding te maken
met het internet en over hoe u uw computer met het internet kunt verbinden.
Als u uw computer met het internet wilt verbinden met behulp van de draadloze LAN-functie. Zie Het draadloze LAN gebruiken (pagina 58) voor meer
informatie.
!
Wanneer u uw computer met het internet verbindt, moet u de nodige veiligheidsmaatregelen in acht nemen om de computer tegen aanvallen via het internet
te beschermen.
Als uw computer niet is voorzien van een ingebouwde modem, moet u mogelijk een externe modem (bijvoorbeeld een USB-telefoonmodem,
een DSL-modem of een kabelmodem) aansluiten op de computer. Raadpleeg de handleiding bij de modem voor gedetailleerde informatie over het
aansluiten en configureren van de modem.
De VAIO-computer gebruiken >
Het internet gebruiken
n 56 N
Een telefoonkabel aansluiten
!
De volgende procedure geldt alleen voor modellen met een ingebouwde modem.
1
Steek het ene uiteinde van de telefoonkabel (1) in de modempoort
van de computer.
2
Steek het andere uiteinde van de telefoonkabel in een stopcontact (2).
!
Uw computer werkt niet met gemeenschappelijke telefoonlijnen, kan niet worden verbonden met een munttelefoon en werkt mogelijk niet met meerdere
telefoonlijnen of met een PBX-telefooncentrale (Private Branch Exchange). Sommige van deze aansluitingen kunnen leiden tot een te hoge elektrische
stroom en kunnen de ingebouwde modem beschadigen.
Als u een telefoonkabel aansluit met een splitter, zal de modem of het aangesloten apparaat mogelijk niet meer behoorlijk werken.
Een inbelverbinding met het internet instellen
!
De volgende procedure geldt alleen voor modellen met een ingebouwde modem.
1
Klik op Start en Configuratiescherm.
2
Klik op Verbinding met internet maken onder Netwerk en internet.
Het venster Verbinding met internet maken verschijnt.
3
Klik op Inbelverbindingen.
4
Volg de instructies op het scherm.
De VAIO-computer gebruiken >
Het netwerk (LAN) gebruiken
n 57 N
Het netwerk (LAN) gebruiken
U kunt de computer aansluiten op netwerken van het type 1000BASE-T/100BASE-TX/10BASE-T via een Ethernetnetwerkkabel. Sluit het ene uiteinde van een netwerkkabel (niet meegeleverd) aan op de netwerkpoort (Ethernet) van de
computer en het andere uiteinde op het netwerk. Raadpleeg de netwerkbeheerder voor de gedetailleerde instellingen en de
apparaten die nodig zijn voor de aansluiting op het netwerk.
Uw computer kan op het netwerk worden aangesloten met de standaardinstellingen.
!
Sluit geen telefoonkabel aan op de netwerkpoort (Ethernet) van de computer.
Als de netwerkpoort (Ethernet) is aangesloten op een van de hieronder genoemde telefoonlijnen, kan door hoge elektrische stroom naar de poort
schade, oververhitting of brand worden veroorzaakt.
- Telefoonlijnen voor thuisgebruik (intercom-luidsprekertelefoon) of zakelijk gebruik (bedrijfstelefoon met meerdere lijnen)
- De lijnen van het openbare telefoonnet
- Private branch exchange (PBX)
De VAIO-computer gebruiken >
Het draadloze LAN gebruiken
n 58 N
Het draadloze LAN gebruiken
Dankzij de functie voor draadloos LAN (WLAN of Wireless LAN) kunnen al uw digitale apparaten met ingebouwde WLAN-functie
vrij met elkaar communiceren via een netwerk. Een WLAN is een netwerk waarin een gebruiker een verbinding kan maken
met een lokaal netwerk (LAN) via een draadloze (radio)verbinding.
Een WLAN ondersteunt alle normale Ethernet-verbindingsmogelijkheden, maar biedt twee extra voordelen: mobiliteit en
roaming. U hebt nog altijd toegang tot informatie, het internet/intranet en netwerkbronnen, zelfs in volle vergadering of terwijl
u zich verplaatst. U kunt communiceren zonder een toegangspunt.
Dit betekent dat u zonder toegangspunt een verbinding tot stand kunt brengen met een beperkt aantal computers (ad hoc)
of dat u kunt communiceren via een toegangspunt, waardoor u een volledig infrastructuurnetwerk kunt creëren.
In sommige landen is het gebruik van WLAN-producten onderworpen aan lokale regelgeving (bijvoorbeeld een beperkt aantal kanalen). Lees daarom
de Draadloze LAN Voorschriften grondig door alvorens u de WLAN-functie inschakelt.
WLAN maakt gebruik van de standaard IEEE 802.11a*/b/g of de conceptstandaard IEEE 802.11n*, die de specificaties voor het gebruikte technologietype
bevat. Deze standaard bevat de volgende coderingssystemen: Wired Equivalent Privacy (WEP), een beveiligingsprotocol, Wi-Fi Protected Access 2 (WPA2)
en Wi-Fi Protected Access (WPA). WPA2 en WPA zijn ontstaan uit een gezamenlijk voorstel van de IEEE en de Wi-Fi Alliance. Beide zijn specificaties van
standaarden gebaseerd op onderling uitwisselbare verbeteringen in de beveiliging waardoor de bescherming van de gegevens en de toegangscontrole
van de bestaande Wi-Fi-netwerken worden verbeterd. WPA is ontwikkeld om voorwaarts compatibel te zijn met de specificatie IEEE 802.11i. Het maakt
gebruik van het verbeterde gegevenscodeersysteem Temporal Key Integrity Protocol (TKIP) naast de gebruikersidentificatie met behulp van 802.1X en
het Extensible Authentication Protocol (EAP). De kwetsbare draadloze verbinding tussen de clients en de toegangspunten wordt beveiligd door middel
van codering. Daarnaast zijn er een aantal speciaal voor LAN's ontwikkelde beveiligingsmechanismen voor het beschermen van de privacy zoals:
wachtwoordbeveiliging, end-to-end codering, VPN's (virtual private networks) en verificatie. WPA2, de tweede generatie van WPA, biedt betere
gegevensbeveiliging en netwerktoegangscontrole, en is ook ontworpen om alle 802.11-apparaten te beveiligen, ongeacht de versie (802.11b, 802.11a,
802.11g en conceptstandaard 802.11n, multi-band en multi-mode). Bovendien biedt WPA2 op basis van de geratificeerde norm IEEE 802.11i beveiliging
van overheidsniveau door toepassing van de AES-coderingsalgoritme die voldoet aan NIST (National Institute of Standards and Technology) FIPS 140-2,
en op 802.1X-gebaseerde verificatie. WPA2 is achterwaarts compatibel met WPA.
* Zie de specificaties voor informatie over de configuratie van uw computer.
De VAIO-computer gebruiken >
Het draadloze LAN gebruiken
n 59 N
IEEE 802.11b/g is een Wireless LAN-standaard die gebruikmaakt van de 2,4GHz-band. De standaard IEEE 802.11g biedt snellere gegevensoverdracht
dan IEEE 802.11b.
IEEE 802.11a is een Wireless LAN-standaard die gebruikmaakt van de 5GHz-band.
IEEE 802.11n is een Wireless LAN-conceptstandaard die gebruikmaakt van de 2,4- of 5GHz-band.
Wireless LAN-apparaten die de 2,4GHz-band gebruiken, kunnen niet communiceren met apparaten die de 5GHz-band gebruiken omdat de gebruikte
frequenties verschillend zijn.
De 2,4GHz-band die wordt gebruikt door apparaten die compatibel zijn met Wireless LAN, wordt ook gebruikt door diverse andere soorten apparaten.
Ondanks dat apparaten die compatibel zijn met Wireless LAN gebruikmaken van technieken om storing van andere apparaten die dezelfde band gebruiken
te minimaliseren, kan dergelijke storing leiden tot een lagere communicatiesnelheid, een kleiner communicatiebereik of een onderbroken draadloze
verbinding.
De communicatiesnelheid varieert afhankelijk van de afstand tussen de communicerende apparaten, de aanwezigheid van obstakels tussen de apparaten,
de configuratie van de apparaten, de zendcondities en de gebruikte software. Bovendien kunnen de communicaties worden afgesneden, afhankelijk van
de zendcondities.
Het communicatiebereik varieert afhankelijk van de werkelijke afstand tussen de communicerende apparaten, de aanwezigheid van obstakels tussen de
apparaten, de zendcondities, de onmiddellijke omgeving, waaronder de aanwezigheid van muren en de materialen waarvan deze gemaakt zijn, en de
gebruikte software.
De daadwerkelijke communicatiesnelheid kan lager zijn dan de snelheid die op de computer wordt weergegeven.
Als u IEEE 802.11b- en IEEE 802.11g-producten implementeert op hetzelfde draadloze netwerk, kan de communicatiesnelheid lager worden als gevolg
van radiostoring. Bovendien zijn IEEE 802.11g-apparaten zodanig ontworpen dat ze de communicatiesnelheid verlagen als ze communiceren met
IEEE 802.11b-apparaten. Wanneer de communicatiesnelheid lager is dan verwacht, kan de communicatiesnelheid hoger worden door het draadloze
kanaal op het toegangspunt te veranderen.
De VAIO-computer gebruiken >
Het draadloze LAN gebruiken
n 60 N
Communiceren zonder een toegangspunt (ad hoc)
Een ad hoc-netwerk is een netwerk waarin een LAN alleen door de draadloze apparaten zelf tot stand wordt gebracht, zonder
een andere centrale controller of een ander toegangspunt. Elk apparaat communiceert rechtstreeks met andere apparaten
in het netwerk. U kunt thuis gemakkelijk een ad hoc-netwerk tot stand brengen.
De VAIO-computer gebruiken >
Het draadloze LAN gebruiken
n 61 N
Communiceren zonder een toegangspunt (ad hoc)
!
De standaard IEEE 802.11a, die gebruikmaakt van de 5GHz-band, en de conceptstandaard IEEE 802.11n, die gebruikmaakt van de 2,4- of 5GHz-band,
zijn niet beschikbaar op ad hoc-netwerken.
1
Schakel de schakelaar WIRELESS in.
2
Klik op de knop naast of boven de gewenste optie(s) voor draadloze communicatie in het venster VAIO Smart Network.
Controleer of het WIRELESS-lampje gaat branden.
3
Klik op Start en Configuratiescherm.
4
Klik op Netwerkstatus en -taken weergeven onder Netwerk en internet.
5
Klik op Verbinding of netwerk instellen in het linkerdeelvenster.
Het venster Verbinding of netwerk instellen verschijnt.
6
Selecteer een optie om de ad hoc-netwerkinstellingen op te geven en klik op Volgende.
7
Volg de instructies op het scherm.
De VAIO-computer gebruiken >
Het draadloze LAN gebruiken
n 62 N
Communiceren met een toegangspunt (infrastructuur)
Een infrastructuurnetwerk is een netwerk dat een bestaand bedraad lokaal netwerk uitbreidt naar draadloze apparaten door
middel van een toegangspunt (niet meegeleverd). Het toegangspunt slaat een brug tussen het draadloze en bedrade LAN
en fungeert als centrale controller voor het draadloze lokale netwerk. Het toegangspunt coördineert de transmissie en
ontvangst van meerdere draadloze apparaten binnen een specifiek bereik.
Het toegangspunt selecteert het te gebruiken kanaal voor een infrastructuurnetwerk.
!
Verdere informatie over hoe u het kanaal selecteert dat door het toegangspunt zal worden gebruikt, vindt u in de handleiding bij uw toegangspunt.
De VAIO-computer gebruiken >
Het draadloze LAN gebruiken
n 63 N
Verbinding maken met een draadloos netwerk
1
Controleer of een toegangspunt is ingesteld.
Raadpleeg de handleiding bij uw toegangspunt voor meer informatie.
2
Schakel de schakelaar WIRELESS in.
3
Klik op de knop naast of boven de gewenste optie(s) voor draadloze communicatie in het venster VAIO Smart Network.
Controleer of het WIRELESS-lampje gaat branden.
!
Draadloze communicatie (volgens de standaard IEEE 802.11a) die alleen gebruikmaakt van de 5GHz-band (die niet op alle modellen beschikbaar is),
is standaard uitgeschakeld. Als u communicatie via de 5GHz-band wilt inschakelen, selecteert u de optie voor het gebruik van de 5GHz-band of van zowel
de 2,4- als de 5GHz-band. Ga hiervoor naar het tabblad WLAN in het instellingenvenster VAIO Smart Network.
4
Klik met de rechtermuisknop op
5
Selecteer het gewenste toegangspunt en klik op Verbinden.
of
op de taakbalk en selecteer Verbinding met netwerk maken.
Voor WPA-PSK- of WPA2-PSK-verificatie moet u een wachtwoordtekenreeks invoeren. Bij deze wachtwoordtekenreeks wordt een onderscheid gemaakt
tussen hoofdletters en kleine letters. De tekenreeks moet een lengte van 8 tot 63 tekens hebben, of een hexadecimale reeks van 64 tekens zijn.
De VAIO-computer gebruiken >
Het draadloze LAN gebruiken
Draadloze communicatie stoppen
Draadloze communicatie stoppen
Klik op de knop naast of boven het WLAN-pictogram in het venster VAIO Smart Network.
!
Als u de WLAN-functie uitschakelt terwijl externe documenten, bestanden of bronnen worden gebruikt, kan gegevensverlies optreden.
n 64 N
De VAIO-computer gebruiken >
De Bluetooth-functie gebruiken
n 65 N
De Bluetooth-functie gebruiken
U kunt draadloze communicatie tot stand brengen tussen uw computer en andere Bluetooth®-apparaten, zoals andere
computers of mobiele telefoons. U kunt zonder kabels informatie tussen deze apparaten uitwisselen tot op een afstand van
10 meter in een open ruimte.
Opmerkingen over het gebruik van de Bluetooth-functie
❑ De gegevensoverdrachtsnelheid varieert, afhankelijk van de volgende omstandigheden:
❑ Obstakels, zoals muren, die zich tussen apparaten bevinden
❑ De afstand tussen de apparaten
❑ Het in de muren gebruikte materiaal
❑ De nabijheid van magnetrons en draadloze telefoons
❑ Radiofrequentie-interferentie en andere omgevingsfactoren
❑ De configuratie van de apparaten
❑ Het type softwaretoepassing
❑ Het type besturingssysteem
❑ Het gelijktijdig gebruik van zowel draadloos-LAN- als Bluetooth-functies op uw computer
❑ De grootte van het bestand dat wordt uitgewisseld
❑ Grote bestanden kunnen tijdens de continue overdracht soms beschadigd raken vanwege de beperkingen van de
Bluetooth-standaard en elektromagnetische interferentie in de omgeving.
❑ Alle Bluetooth-apparaten moeten zijn gecertificeerd om ervoor te zorgen dat de geldende standaardvereisten worden
aangehouden. Zelfs als aan de standaarden wordt voldaan, kunnen de prestaties, specificaties en bedieningsprocedures
van afzonderlijke apparaten verschillen. Niet in alle situaties is het mogelijk gegevens uit te wisselen.
De VAIO-computer gebruiken >
De Bluetooth-functie gebruiken
n 66 N
❑ Video en audio zijn mogelijk niet gesynchroniseerd als u video's op uw computer afspeelt terwijl de audio wordt uitgevoerd
vanaf een aangesloten Bluetooth-apparaat. Dit komt regelmatig voor bij het gebruik van Bluetooth-technologie en wijst
niet op een defect.
❑ De 2,4GHz-band, waar Bluetooth-apparaten of draadloze LAN-apparaten mee werken, wordt door verschillende apparaten
gebruikt. Bluetooth-apparaten maken gebruik van een technologie die de interferentie van andere apparaten die dezelfde
golflengte gebruiken, minimaliseert. Gelijktijdig gebruik van de Bluetooth-functie en draadloze communicatieapparaten
kan echter leiden tot radiostoring. Hierdoor kunnen de communicatiesnelheden en -afstanden minder zijn dan de
standaardwaarden.
Lees de Bluetooth-voorschriften voordat u de Bluetooth-functie gebruikt.
❑ Het is mogelijk dat de Bluetooth-functie niet met andere apparaten werkt, afhankelijk van de fabrikant of de softwareversie
die door de fabrikant wordt gebruikt.
❑ Als u meerdere Bluetooth-apparaten op de computer aansluit, kan dat leiden tot kanaalcongestie, waardoor de prestaties
van de apparaten verminderen. Dit is normaal bij het gebruik van Bluetooth-technologie en wijst niet op een defect.
De VAIO-computer gebruiken >
De Bluetooth-functie gebruiken
n 67 N
Bluetooth-beveiliging
De draadloze technologie van Bluetooth beschikt over een identificatiefunctie waarmee u kunt vaststellen met wie
u communiceert. Met de identificatiefunctie kunt u voorkomen dat anonieme Bluetooth-apparaten toegang kunnen krijgen tot
uw computer.
De eerste keer dat twee Bluetooth-apparaten met elkaar communiceren, dient voor beide apparaten een sleutel
(een wachtwoord dat nodig is voor de verificatie) te worden vastgesteld. Hiermee worden deze apparaten geregistreerd.
Wanneer een apparaat eenmaal is geregistreerd, hoeft u deze sleutel niet opnieuw in te voeren.
De sleutel kan iedere keer verschillend zijn, maar moet wel aan beide zijden hetzelfde zijn.
Voor bepaalde apparaten, zoals een muis, kan geen sleutel worden ingevoerd.
De VAIO-computer gebruiken >
De Bluetooth-functie gebruiken
n 68 N
Communiceren met een ander Bluetooth-apparaat
U kunt een draadloze verbinding tot stand brengen tussen de computer en een Bluetooth-apparaat, bijvoorbeeld een andere
computer, een mobiele telefoon, PDA, hoofdtelefoon, muis of digitale camera.
Communiceren met een ander Bluetooth-apparaat
Voor de communicatie met een ander Bluetooth-apparaat moet u eerst de Bluetooth-functie instellen. Zoek informatie over
Bluetooth in Windows Help en ondersteuning voor het instellen en gebruiken van de Bluetooth-functie.
1
Schakel de schakelaar WIRELESS in.
2
Klik op de knop naast of boven het Bluetooth-pictogram in het venster VAIO Smart Network.
Controleer of het WIRELESS-lampje gaat branden.
De VAIO-computer gebruiken >
De Bluetooth-functie gebruiken
Bluetooth-communicatie stoppen
Bluetooth-communicatie stoppen
1
Schakel het Bluetooth-apparaat uit dat met uw computer communiceert.
2
Klik op de knop naast of boven het Bluetooth-pictogram in het venster VAIO Smart Network.
n 69 N
De VAIO-computer gebruiken >
Vingerafdrukverificatie gebruiken
n 70 N
Vingerafdrukverificatie gebruiken
Voor extra gebruiksgemak is de computer mogelijk uitgerust met een vingerafdruksensor.
Mogelijk zijn niet alle voorzieningen en opties uit dit gedeelte beschikbaar op uw computer.
Zie de specificaties voor informatie over de configuratie van uw computer.
Nadat u uw vingerafdruk(ken) hebt geregistreerd, biedt de functie voor vingerafdrukverificatie de volgende voorzieningen:
❑ Een alternatief voor het invoeren van een wachtwoord
❑ Aanmelden bij Windows (pagina 74)
Als u vingerafdrukken hebt geregistreerd voor uw gebruikersaccount, kunt u vingerafdrukverificatie gebruiken in
plaats van een wachtwoord in te voeren wanneer u zich aanmeldt bij Windows.
❑ Functie Power-on Security (pagina 74)
Als u het opstartwachtwoord (pagina 97) hebt ingesteld, kunt u in plaats van het wachtwoord vingerafdrukverificatie
gebruiken als u de computer opstart.
❑ Wachtwoorddatabank (Password Bank) voor snelle toegang tot websites (pagina 75)
U kunt vingerafdrukverificatie gebruiken voor het invoeren van gegevens (gebruikersaccounts, wachtwoorden, enz.) die
nodig zijn voor het verkrijgen van toegang tot websites die met een wachtwoord zijn beveiligd.
❑ Functie File Safe om gegevens te coderen/decoderen (pagina 75)
Met de functie File Safe kunt u bestanden en mappen coderen om een gecodeerd archief te maken. U kunt deze
gecodeerde archieven decoderen of openen door vingerafdrukverificatie te gebruiken of het wachtwoord in te voeren dat
u voor codering hebt opgegeven.
❑ Toepassingsstartfunctie voor snelle toegang tot toepassingen (pagina 75)
Nadat u een toepassing hebt toegewezen aan uw vinger, kunt u met de vinger over de vingerafdruksensor vegen om de
toegewezen toepassing te openen.
De VAIO-computer gebruiken >
Vingerafdrukverificatie gebruiken
n 71 N
Een vingerafdruk registreren
Als u de functie voor vingerafdrukverificatie wilt gebruiken, moet u uw vingerafdruk(ken) registreren in de computer.
Stel het Windows-wachtwoord op de computer in voordat u de vingerafdruk(ken) registreert. Zie Het Windows-wachtwoord toevoegen (pagina 102)
voor gedetailleerde instructies.
Een vingerafdruk registreren
Met de functie Power-on Security kunnen maximaal 10 vingerafdrukken per gebruiker en maximaal 21 vingerafdrukken voor aanmelding bij het systeem
worden geregistreerd. U kunt de vingerafdruk waarvoor u Power-on Security wilt gebruiken voor aanmelding bij het systeem, ook later selecteren.
1
Klik op Start, Alle programma's, Protector Suite QL en Controlecentrum (Control Center).
2
Klik op Vingerafdrukken (Fingerprints) en Initialiseren (Initialize).
3
Volg de instructies op het scherm.
Raadpleeg het Help-bestand voor meer informatie.
De VAIO-computer gebruiken >
Vingerafdrukverificatie gebruiken
Als het registreren van een vingerafdruk is mislukt, voert u deze stappen uit om het nogmaals te proberen.
1
Plaats het bovenste gewricht van de vinger op de vingerafdruksensor (1).
1
n 72 N
De VAIO-computer gebruiken >
Vingerafdrukverificatie gebruiken
2
n 73 N
Veeg loodrecht met de vinger over de vingerafdruksensor.
!
Plaats het topje van de vinger in het midden van de vingerafdruksensor.
Scan de vingerafdruk van het bovenste gewricht van de vinger tot aan het topje.
Zorg er tijdens het vegen voor dat de vinger in contact blijft met de vingerafdruksensor.
Het registreren van vingerafdrukken kan mislukken als u te snel of te langzaam veegt met de vinger. Wacht ongeveer één seconde om de vingerafdruksensor
in staat te stellen de vingerafdruk te scannen.
Mogelijk kunnen een of meer vingerafdrukken niet worden geregistreerd en/of herkend als uw vinger te droog of nat is, gerimpeld is, letsel vertoont,
vuil is, enzovoort.
Registreer meer dan één vingerafdruk voor het geval dat de vingerafdruksensor een vingerafdruk niet herkent.
Maak uw vingertop(pen) en de vingerafdruksensor schoon voordat u over de sensor veegt. Zo voorkomt u herkenningsproblemen.
De VAIO-computer gebruiken >
Vingerafdrukverificatie gebruiken
n 74 N
Aanmelden bij het systeem
Als u de functie voor vingerafdrukverificatie wilt gebruiken in plaats van het invoeren van een wachtwoord om u aan te melden
bij het systeem, moet u het wachtwoord voor inschakelen en Windows instellen en de computer configureren voor
vingerafdrukverificatie.
Raadpleeg Het wachtwoord instellen (pagina 97) voor meer informatie over het instellen van het wachtwoord voor
inschakelen en Windows.
Raadpleeg het Help-bestand dat bij Protector Suite QL wordt geleverd voor meer informatie.
Aanmelden bij Windows
Als u vingerafdrukken hebt geregistreerd voor uw gebruikersaccount, kunt u vingerafdrukverificatie gebruiken in plaats van
uw Windows-wachtwoord in te voeren. Als u zich wilt aanmelden bij Windows, veegt u met de geregistreerde vinger over de
vingerafdruksensor wanneer het aanmeldingsscherm van Windows wordt weergegeven.
Functie Power-on Security
Als u het opstartwachtwoord (pagina 97) hebt ingesteld, kunt u in plaats van het wachtwoord vingerafdrukverificatie gebruiken
als u de computer opstart.
De VAIO-computer gebruiken >
Vingerafdrukverificatie gebruiken
n 75 N
De Wachtwoorddatabank (Password Bank) gebruiken
Nadat u uw gebruikersgegevens (gebruikersaccounts, wachtwoorden, enz.) voor websites hebt geregistreerd in de
Wachtwoorddatabank (Password Bank), kunt u vingerafdrukverificatie gebruiken voor het invoeren van gegevens die nodig
zijn voor het verkrijgen van toegang tot websites die met een wachtwoord zijn beveiligd.
Raadpleeg het Help-bestand dat bij Protector Suite QL wordt geleverd voor meer informatie.
!
Mogelijk kunt u de Wachtwoorddatabank (Password Bank) niet gebruiken. Dit is afhankelijk van de website die u wilt bezoeken.
De functie File Safe gebruiken
Met de functie File Safe kunt u bestanden en/of mappen opnemen in een gecodeerd archief als beveiliging tegen ongeoorloofde
toegang. Het gecodeerde archief kan worden gedecodeerd of ontgrendeld om toegang te krijgen tot de bestanden en mappen
in het archief. Hiervoor veegt u met uw vinger over de vingerafdruksensor of voert u het back-upwachtwoord in dat u voor
codering hebt opgegeven.
Raadpleeg het Help-bestand dat bij Protector Suite QL wordt geleverd voor meer informatie.
De toepassingsstarter gebruiken
Met de toepassingsstartfunctie van uw computer kunt u uw voorkeurstoepassing (een programmabestand) starten als deze
is toegewezen aan een vinger met een geregistreerde vingerafdruk. Nadat u een toepassing hebt toegewezen aan uw vinger,
kunt u de toegewezen toepassing openen door met uw vinger over de vingerafdruksensor te vegen.
Raadpleeg het Help-bestand dat bij Protector Suite QL wordt geleverd voor meer informatie.
De VAIO-computer gebruiken >
Vingerafdrukverificatie gebruiken
n 76 N
Geregistreerde vingerafdrukken wissen
Voordat u de computer wegdoet of overdraagt aan een derde, wordt het ten zeerste aanbevolen de vingerafdrukgegevens
die voor de vingerafdruksensor zijn geregistreerd, te wissen nadat u de gegevens op het geïntegreerde opslagapparaat hebt
gewist.
Geregistreerde vingerafdrukken wissen
1
Zet de computer aan.
2
Druk op F2 wanneer het VAIO-logo verschijnt.
Het scherm BIOS Setup verschijnt. Als dit niet het geval is, start u de computer opnieuw op en drukt u meerdere keren
op de toets F2 als het VAIO-logo verschijnt.
3
Druk op de toets < of , om Security te selecteren en het tabblad Security weer te geven.
4
Druk op de toets m om Clear Fingerprint Data te selecteren en druk op Enter.
5
Wanneer om bevestiging wordt gevraagd, selecteert u Continue en drukt u op Enter.
De vingerafdrukgegevens die voor de vingerafdruksensor zijn geregistreerd, worden automatisch gewist wanneer het
systeem opnieuw wordt opgestart.
Randapparaten gebruiken >
n 77 N
Randapparaten gebruiken
U kunt de functies van de VAIO-computer uitbreiden met behulp van de verschillende poorten op de computer.
❑ Externe luidsprekers of een hoofdtelefoon aansluiten (pagina 78)
❑ Een externe monitor aansluiten (pagina 79)
❑ Weergavemodi selecteren (pagina 86)
❑ De meerdere-monitorsfunctie gebruiken (pagina 88)
❑ Een externe microfoon aansluiten (pagina 91)
❑ Een USB-apparaat aansluiten (pagina 92)
❑ Een i.LINK-apparaat aansluiten (pagina 94)
Randapparaten gebruiken >
Externe luidsprekers of een hoofdtelefoon aansluiten
n 78 N
Externe luidsprekers of een hoofdtelefoon aansluiten
U kunt externe geluidsuitvoerapparaten (niet meegeleverd) op uw computer aansluiten, zoals luidsprekers of een hoofdtelefoon.
Aangezien uw computer zowel analoge als digitale signalen via de hoofdtelefoon-/OPTICAL OUT-connector kan uitvoeren,
kunt u een S/PDIF-apparaat zoals een digitale hoofdtelefoon of een audio-/videoversterker op de connector aansluiten en de
geluidskwaliteit van uw computer verbeteren. Raadpleeg de handleiding bij uw S/PDIF-apparaat voor meer informatie.
!
Als u het geluid wilt beluisteren van het S/PDIF-apparaat dat op de hoofdtelefoon-/OPTICAL OUT-connector is aangesloten, moet u een ander
geluidsuitvoerapparaat selecteren. Zie Hoe selecteer ik een ander geluidsuitvoerapparaat? (pagina 174) voor gedetailleerde instructies.
Externe luidsprekers aansluiten
Sluit alleen luidsprekers aan die zijn ontworpen voor gebruik met een computer.
!
Verlaag het volume vóór u de luidsprekers inschakelt.
Sluit externe luidsprekers (1) aan op de hoofdtelefoon-/OPTICAL OUT-connector (2) i met behulp van een luidsprekerkabel (3)
(niet meegeleverd).
Randapparaten gebruiken >
Een externe monitor aansluiten
n 79 N
Een externe monitor aansluiten
U kunt een externe monitor aansluiten op de computer. U kunt de computer bijvoorbeeld gebruiken met een computermonitor
of een projector.
Mogelijk zijn niet alle voorzieningen en opties uit dit gedeelte beschikbaar op uw computer.
Sluit het netsnoer van uw externe scherm pas aan nadat u alle andere kabels hebt aangesloten.
Randapparaten gebruiken >
Een externe monitor aansluiten
n 80 N
Een monitor aansluiten
U kunt een monitor aansluiten op de computer.
Een monitor aansluiten
1
Indien nodig steekt u het ene uiteinde van het netsnoer (1) van de monitor in de monitor en het andere uiteinde in een
stopcontact.
2
Als u een analoge monitor wilt aansluiten, sluit u de monitorkabel (2) aan op de monitorpoort (3) a van de computer.
3
Als u een TFT/DVI-monitor wilt aansluiten, sluit u de monitorkabel (2) aan op een HDMI-naar-DVI-D-adapter (3), en sluit
u het ene uiteinde van de HDMI-kabel (4) aan op de HDMI-naar-DVI-D-adapter (3) en het andere uiteinde op de HDMIuitgangspoort (5) van de computer.
4
Als de externe computermonitor is uitgerust met een HDMI-ingangspoort, steekt u het ene uiteinde van een HDMI-kabel
in de HDMI-uitgangspoort van de computer en het andere uiteinde in de HDMI-ingangspoort van de computermonitor.
Randapparaten gebruiken >
Een externe monitor aansluiten
n 81 N
!
Uw computer voldoet aan de voorwaarden van de HDCP-norm en kan het transmissiekanaal van digitale videosignalen coderen voor het in acht nemen
van de auteursrechtbeveiliging, zodat u videofilms van hoge kwaliteit kunt kiezen uit een breed scala bronnen met auteursrechtbeveiliging. Als u videofilms
met auteursrechtbeveiliging wilt bekijken, moet u een HDCP-compatibele monitor op de computer aansluiten. Als u een niet-compatibele monitor op
de computer aansluit, kunt u geen videofilms met auteursrechtbeveiliging bekijken.
DVI-D staat voor Digital Visual Interface - Digital. Dit is een type DVI-poort die alleen digitale videosignalen ondersteunt (geen analoge videosignalen).
Deze heeft een 24-pins aansluiting.
Een DVI-I-poort (Digital Visual Interface - Integrated) ondersteunt digitale en analoge videosignalen. Deze heeft een 29-pins aansluiting.
Randapparaten gebruiken >
Een externe monitor aansluiten
Een multimediamonitor aansluiten
U kunt een multimediamonitor met ingebouwde luidsprekers en een microfoon aansluiten op de computer.
Een multimediamonitor aansluiten
1
Steek het netsnoer van de multimediamonitor (1) in een stopcontact.
2
Sluit de monitorkabel (2) aan op de monitorpoort (3) a van de computer.
3
Sluit de luidsprekerkabel (4) aan op de hoofdtelefoon-/OPTICAL OUT-connector (5) i van de computer.
4
Steek de microfoonkabel (6) in de microfoonconnector (7) m van de computer.
n 82 N
Randapparaten gebruiken >
Een externe monitor aansluiten
n 83 N
Een TV aansluiten
U kunt een TV met een HDMI-ingangspoort aansluiten op de computer.
Een TV aansluiten op uw computer
!
Als u het geluid wilt beluisteren van het apparaat dat is aangesloten op de HDMI-uitgangspoort, moet u een ander geluidsuitvoerapparaat selecteren.
Zie Hoe selecteer ik een ander geluidsuitvoerapparaat? (pagina 174) voor gedetailleerde instructies.
1
Steek het netsnoer van de TV (1) in een stopcontact.
2
Steek het ene uiteinde van een HDMI-kabel (2) in de HDMI-uitgangspoort (3) van de computer en het andere uiteinde in
de TV.
3
Stel het ingangskanaal van de TV in op de externe ingang.
4
Stel het TV-configuratiesysteem in.
!
Als er een ander stuurprogramma wordt gebruikt dan het stuurprogramma van Sony, worden beeld en geluid niet weergegeven. Gebruik altijd het door
Sony meegeleverde stuurprogramma voor updates.
Randapparaten gebruiken >
Een externe monitor aansluiten
n 84 N
Raadpleeg de handleiding bij het TV-toestel voor meer informatie over het gebruik en de installatie.
De HDMI-kabel verzendt zowel video- als audiosignalen.
U kunt ook een 'home theater'-ontvanger van hoge kwaliteit of een ander 'surround sound'-decodeerapparaat tussen uw
computer en TV aansluiten via een HDMI-verbinding.
Een digitaal geluidsuitvoerapparaat van hoge kwaliteit tussen uw computer en een TV aansluiten
!
Voordat u het apparaat op de computer aansluit, controleert u eerst of de HDMI-verbinding tussen de TV en de 'home theater'-ontvanger of het
'surround sound'-decodeerapparaat tot stand is gebracht.
Als u het geluid wilt beluisteren van het apparaat dat is aangesloten op de HDMI-uitgangspoort, moet u een ander geluidsuitvoerapparaat selecteren.
Zie Hoe selecteer ik een ander geluidsuitvoerapparaat? (pagina 174) voor gedetailleerde instructies.
1
Zet de TV aan en selecteer de HDMI-ingang als signaalbron.
2
Zet de 'home theater'-ontvanger of het 'surround sound'-decodeerapparaat aan en selecteer de HDMI-ingang als
signaalbron.
3
Steek het ene uiteinde van een HDMI-kabel in de HDMI-ingangspoort van de 'home theater'-ontvanger of het 'surround
sound'-decodeerapparaat en het andere uiteinde in de HDMI-uitgangspoort van de computer.
4
Druk op de toetsen Fn+F7 om de uitvoer naar de aangesloten TV te leiden.
U kunt de schermresolutie van de aangesloten TV wijzigen vanaf de computer. Zie Waarom geeft mijn scherm geen video weer? (pagina 165) voor
de gedetailleerde procedure.
Bij het gebruik van een HDMI-verbinding kan het volume alleen door het aangesloten audioapparaat worden geregeld. De computer kan het uitgangsvolume
van aangesloten apparaten niet regelen.
Randapparaten gebruiken >
Een externe monitor aansluiten
Een projector aansluiten
U kunt een projector (zoals de Sony LCD-projector) op de computer aansluiten.
Een projector aansluiten
1
Steek het netsnoer (1) van de projector in een stopcontact.
2
Sluit een monitorkabel (2) aan op de monitorpoort (3) a van de computer.
3
Sluit een audiokabel (4) aan op de hoofdtelefoon-/OPTICAL OUT-connector (5) i van de computer.
4
Steek de monitorkabel en de audiokabel in de poort en connector van de projector (6).
n 85 N
Randapparaten gebruiken >
Weergavemodi selecteren
n 86 N
Weergavemodi selecteren
Wanneer er een externe monitor is aangesloten, kunt u het computerscherm of de aangesloten monitor als primair scherm
selecteren.
Als u het computerscherm en de externe monitor tegelijkertijd wilt gebruiken, raadpleegt u De meerdere-monitorsfunctie
gebruiken (pagina 88) voor meer informatie.
De procedure voor het selecteren van een weergave is afhankelijk van de videocontroller die wordt gebruikt in de computer.
Zie de specificaties voor informatie over de configuratie van uw computer.
Randapparaten gebruiken >
Weergavemodi selecteren
n 87 N
Een scherm selecteren
Het kan zijn dat gelijktijdige weergave van dezelfde inhoud op uw computerscherm en op de externe monitor of projector niet mogelijk is, afhankelijk
van het type externe monitor of projector.
Schakel het externe scherm in voordat u de computer inschakelt.
❑ Op modellen met de Intel Graphics Media Accelerator
1
Klik met de rechtermuisknop op het bureaublad en selecteer Aanpassen.
2
Klik op Beeldscherminstellingen.
3
Volg de instructies op het scherm om de instellingen te wijzigen.
❑ Op modellen met de NVIDIA-videocontroller
1
Klik op Start en Configuratiescherm.
2
Klik op Extra opties.
3
Klik op NVIDIA Control Panel.
4
Selecteer de beeldscherminstellingsoptie onder Beeldscherm (Display).
5
Volg de instructies op het scherm om de instellingen te wijzigen.
❑ Op modellen met de ATI-videocontroller
Als een externe monitor is aangesloten op de computer, kunt u de instellingen voor Main/Clone als volgt aanpassen:
1
Klik op Start, Alle programma's en Catalyst Control Center.
2
Klik op CCC.
3
Volg de instructies op het scherm om de instellingen te wijzigen.
Raadpleeg het Help-bestand voor meer informatie.
Randapparaten gebruiken >
De meerdere-monitorsfunctie gebruiken
n 88 N
De meerdere-monitorsfunctie gebruiken
Dankzij de meerdere-monitorsfunctie kunt u specifieke delen van het bureaublad weergeven op verschillende monitoren.
Als u bijvoorbeeld een extern beeldscherm op de monitorpoort hebt aangesloten, kunnen uw computerscherm en het externe
beeldscherm als één bureaubladmonitor fungeren.
De procedure voor het gebruik van de meerdere-monitorsfunctie is afhankelijk van de videocontroller die wordt gebruikt in de computer.
Zie de specificaties voor informatie over de configuratie van uw computer.
U kunt de cursor van het ene naar het andere scherm verplaatsen. Hierdoor kunt u objecten (bijvoorbeeld een toepassingsvenster
of een werkbalk) van het ene scherm naar het andere slepen.
Randapparaten gebruiken >
De meerdere-monitorsfunctie gebruiken
n 89 N
De meerdere-monitorsfunctie gebruiken
Het is mogelijk dat het externe beeldscherm de meerdere-monitorsfunctie niet ondersteunt.
Het is mogelijk dat bepaalde software niet compatibel is met de instellingen van de meerdere-monitorsfunctie.
Zorg ervoor dat de computer niet in de slaap- of sluimerstand kan worden gezet tijdens het gebruik van de meerdere-monitorsfunctie, anders bestaat de
kans dat de computer niet terugkeert naar de normale modus.
Als u voor elk scherm andere kleuren instelt, mag u één venster niet verdelen over twee schermen, anders is het mogelijk dat de software niet behoorlijk
werkt.
Stel minder kleuren of een lagere resolutie in voor elk scherm.
❑ Op modellen met de Intel Graphics Media Accelerator
1
Klik met de rechtermuisknop op het bureaublad en selecteer Aanpassen.
2
Klik op Beeldscherminstellingen.
3
Volg de instructies op het scherm om de instellingen te wijzigen.
❑ Op modellen met de NVIDIA- of ATI-videocontroller
1
Klik op Start en Configuratiescherm.
2
Klik op Beeldschermresolutie aanpassen onder Vormgeving aan persoonlijke voorkeur aanpassen.
3
Klik met de rechtermuisknop op monitor nummer 2 en selecteer Gekoppeld.
4
Klik op OK.
Klik op Ja wanneer u om bevestiging wordt gevraagd.
Randapparaten gebruiken >
De meerdere-monitorsfunctie gebruiken
U kunt ook een van de S-knoptoewijzingen wijzigen om de meerdere-monitorsfunctie te activeren met de overeenkomstige S-knop. Als u de
S-knoptoewijzingen wilt wijzigen, houdt u de gewenste S-knop ingedrukt om het venster weer te geven voor het wijzigen van de toewijzing.
Bovendien kunt u de schermkleuren en resolutie voor elke monitor instellen en de meerdere-monitorsfunctie aanpassen.
n 90 N
Randapparaten gebruiken >
Een externe microfoon aansluiten
n 91 N
Een externe microfoon aansluiten
Als u een geluidsinvoerapparaat wilt gebruiken (bijvoorbeeld om te chatten op het internet), moet u een externe microfoon
(niet meegeleverd) aansluiten.
Een externe microfoon aansluiten
Steek de microfoonkabel (1) in de microfoonconnector (2) m.
Sluit alleen microfoons aan die zijn ontworpen voor gebruik met een computer.
Randapparaten gebruiken >
Een USB-apparaat aansluiten
n 92 N
Een USB-apparaat aansluiten
U kunt op uw computer een USB-apparaat (Universal Serial Bus) aansluiten, zoals een muis, diskettestation, luidspreker en
printer.
Een USB-apparaat aansluiten
1
Kies de USB-poort (1) die u wilt gebruiken.
2
Steek de USB-apparaatkabel (2) in de USB-poort.
Randapparaten gebruiken >
Een USB-apparaat aansluiten
n 93 N
Opmerkingen bij het aansluiten van een USB-apparaat
❑ U moet mogelijk de stuurprogrammasoftware installeren die bij uw USB-apparaat is geleverd voordat u het apparaat kunt
gebruiken. Raadpleeg de handleiding bij het USB-apparaat voor meer informatie.
❑ Als u documenten wilt afdrukken, moet u een USB-printer gebruiken die compatibel is met uw versie van Windows.
❑ Raadpleeg de handleiding bij het USB-apparaat voor meer informatie over het verwijderen van USB-apparaten.
❑ Om te voorkomen dat de computer en/of het USB-apparaat beschadigd worden, let u op de volgende punten:
❑ Als u de computer verplaatst terwijl er USB-apparaten zijn aangesloten, let u erop dat de USB-poorten niet worden
blootgesteld aan schokken of grote druk.
❑ Plaats de computer niet in een zak of draagdoos terwijl er USB-apparaten zijn aangesloten.
Randapparaten gebruiken >
Een i.LINK-apparaat aansluiten
n 94 N
Een i.LINK-apparaat aansluiten
Uw computer is voorzien van een i.LINK-poort, waarmee u een i.LINK-apparaat, bijvoorbeeld een digitale camcorder,
kunt aansluiten.
i.LINK is een handelsmerk van Sony Corporation, dat enkel aanduidt dat het product een IEEE 1394-aansluiting bevat. De procedure voor het tot stand
brengen van een i.LINK-verbinding kan variëren, afhankelijk van de toepassing, het besturingssysteem en het i.LINK-compatibele apparaat. Niet alle
producten met een i.LINK-aansluiting kunnen met elkaar communiceren. Raadpleeg de handleiding van het i.LINK-compatibele apparaat voor meer
informatie over gebruiksomstandigheden en de juiste aansluiting. Controleer voordat u i.LINK-compatibele randapparaten, zoals een CD-RW-station of
harde schijf, op het systeem aansluit of ze compatibel zijn met het besturingssysteem en de vereiste gebruiksomstandigheden.
Opmerkingen bij het aansluiten van i.LINK-apparaten
❑ De i.LINK-poort van de computer levert geen stroom voor een extern apparaat. Als het externe apparaat een externe
stroomvoorziening vereist, moet u het aansluiten op een stroombron.
❑ De i.LINK-poort ondersteunt transmissiesnelheden van maximaal 400 Mbps. De eigenlijke transmissiesnelheid is echter
afhankelijk van de transmissiesnelheid van het externe apparaat.
❑ De optionele i.LINK-kabels zijn mogelijk niet in alle landen of regio's beschikbaar.
❑ Een i.LINK-verbinding met andere compatibele apparaten wordt niet volledig gegarandeerd.
❑ De i.LINK-verbinding is mogelijk niet beschikbaar, afhankelijk van de softwaretoepassing, het besturingssysteem en de
i.LINK-compatibele apparaten die u gebruikt. Raadpleeg de handleiding bij uw software voor meer informatie.
❑ Controleer de gebruiksvoorwaarden en de besturingssysteemcompatibiliteit van i.LINK-compatibele pc-randapparaten
(bijvoorbeeld een harde-schijfstation of CD-RW-station) voordat u deze aansluit op de computer.
Randapparaten gebruiken >
Een i.LINK-apparaat aansluiten
n 95 N
Een digitale camcorder aansluiten
Een digitale camcorder aansluiten
Steek het ene uiteinde van een i.LINK-kabel (1) (niet meegeleverd) in de i.LINK-poort (2) van de computer en het andere
uiteinde in de DV In-/Out-poort (3) van de digitale camcorder.
De aansluitingsprocedure varieert afhankelijk van het compatibele i.LINK-apparaat. Raadpleeg de handleiding bij het apparaat voor meer informatie.
U kunt niet werken met afbeeldingen die op een Memory Stick worden bewaard wanneer u een i.LINK-verbinding gebruikt.
Uw VAIO-computer aanpassen >
n 96 N
Uw VAIO-computer aanpassen
In dit deel wordt kort beschreven hoe u de standaardinstellingen van uw VAIO-computer kunt aanpassen. U leert onder
andere hoe u uw Sony-software en -hulpprogramma's kunt gebruiken en het uiterlijk ervan kunt aanpassen.
❑ Het wachtwoord instellen (pagina 97)
❑ VAIO Control Center gebruiken (pagina 104)
❑ Energiebesparingsstanden gebruiken (pagina 105)
❑ VAIO Power Management gebruiken (pagina 110)
❑ De weergavetaal wijzigen (pagina 112)
Uw VAIO-computer aanpassen >
Het wachtwoord instellen
n 97 N
Het wachtwoord instellen
Stel het wachtwoord in met een van de BIOS-functies.
Wanneer u het wachtwoord hebt ingesteld, moet u dit invoeren nadat het VAIO-logo is weergegeven bij het opstarten van uw
computer. Met het opstartwachtwoord kunt u voorkomen dat onbevoegden toegang krijgen tot de computer.
Het opstartwachtwoord toevoegen
Met het opstartwachtwoord kunt u voorkomen dat onbevoegden toegang krijgen tot de computer.
Er zijn twee typen opstartwachtwoorden: een wachtwoord voor de computer en een gebruikerswachtwoord. Het wachtwoord
voor de computer is bedoeld voor gebruikers met beheerdersrechten voor de computer. Met dit wachtwoord kunnen ze alle
configuratieopties in het scherm BIOS Setup aanpassen en de computer opstarten. Het gebruikerswachtwoord is bedoeld
voor standaardgebruikers. Met dit wachtwoord kunnen ze bepaalde configuratieopties in het scherm BIOS Setup aanpassen
en de computer opstarten. U kunt het gebruikerswachtwoord pas instellen nadat u het wachtwoord voor de computer hebt
ingesteld.
!
Zodra u het opstartwachtwoord hebt ingesteld, kunt u de computer niet starten zonder het wachtwoord in te voeren. Zorg dat u het wachtwoord niet
vergeet. Schrijf het wachtwoord op, bewaar het op een veilige plek en geef het niet aan anderen.
Als u het opstartwachtwoord bent vergeten en hulp nodig hebt bij het opnieuw instellen ervan, worden herstellingskosten in rekening gebracht.
Uw computer moet mogelijk worden verzonden om het wachtwoord opnieuw in te stellen.
Als uw computer is uitgerust met een vingerafdruksensor en u het opstartwachtwoord hebt ingesteld naast de functie voor vingerafdrukverificatie, kunt
u in plaats van het wachtwoord vingerafdrukherkenning gebruiken als u de computer inschakelt. Zie Vingerafdrukverificatie gebruiken (pagina 70)
voor meer informatie.
Uw VAIO-computer aanpassen >
Het wachtwoord instellen
n 98 N
Het opstartwachtwoord (wachtwoord voor de computer) toevoegen
1
Zet de computer aan.
2
Druk op F2 wanneer het VAIO-logo verschijnt.
Het scherm BIOS Setup verschijnt. Als dit niet het geval is, start u de computer opnieuw op en drukt u meerdere keren
op de toets F2 als het VAIO-logo verschijnt.
3
Druk op de knop < of , om Security te selecteren. Selecteer Set Machine Password om het tabblad Security weer
te geven en druk op Enter.
4
Voer in het scherm voor invoer van het wachtwoord tweemaal het wachtwoord in en druk vervolgens op Enter.
Het wachtwoord mag maximaal 32 alfanumerieke tekens lang zijn (inclusief spaties).
5
Selecteer Password when Power On onder Security en druk op Enter.
6
Verander de instelling van Disabled in Enabled.
7
Druk op de toets < of , om Exit te selecteren en selecteer Exit Setup. Druk vervolgens op Enter.
Druk wanneer om bevestiging wordt gevraagd op Enter.
Uw VAIO-computer aanpassen >
Het wachtwoord instellen
n 99 N
Het opstartwachtwoord (gebruikerswachtwoord) toevoegen
!
U kunt het gebruikerswachtwoord pas instellen nadat u het wachtwoord voor de computer hebt ingesteld.
1
Zet de computer aan.
2
Druk op F2 wanneer het VAIO-logo verschijnt.
Het scherm BIOS Setup verschijnt. Als dit niet het geval is, start u de computer opnieuw op en drukt u meerdere keren
op de toets F2 als het VAIO-logo verschijnt.
3
Voer het wachtwoord voor de computer in en druk op Enter.
4
Druk op de knop < of , om Security te selecteren. Selecteer Set User Password om het tabblad Security weer te
geven en druk op Enter.
5
Voer in het scherm voor invoer van het wachtwoord tweemaal het wachtwoord in en druk vervolgens op Enter.
Het wachtwoord mag maximaal 32 alfanumerieke tekens lang zijn (inclusief spaties).
6
Druk op de toets < of , om Exit te selecteren en selecteer Exit Setup. Druk vervolgens op Enter.
Druk wanneer om bevestiging wordt gevraagd op Enter.
Uw VAIO-computer aanpassen >
Het wachtwoord instellen
n 100 N
Het opstartwachtwoord wijzigen/verwijderen
Het opstartwachtwoord wijzigen of verwijderen (wachtwoord voor de computer)
1
Zet de computer aan.
2
Druk op F2 wanneer het VAIO-logo verschijnt.
Het scherm BIOS Setup verschijnt. Als dit niet het geval is, start u de computer opnieuw op en drukt u meerdere keren
op de toets F2 als het VAIO-logo verschijnt.
3
Voer het wachtwoord voor de computer in en druk op Enter.
4
Druk op de knop < of , om Security te selecteren. Selecteer Set Machine Password om het tabblad Security weer
te geven en druk op Enter.
5
Voer in het scherm voor invoer van het wachtwoord eenmaal het huidige wachtwoord in en voer vervolgens tweemaal een
nieuw wachtwoord in. Druk op Enter.
Als u het wachtwoord wilt verwijderen, laat u Enter New Password en Confirm New Password leeg en drukt u op Enter.
6
Druk op de toets < of , om Exit te selecteren en selecteer Exit Setup. Druk vervolgens op Enter.
Druk wanneer om bevestiging wordt gevraagd op Enter.
Uw VAIO-computer aanpassen >
Het wachtwoord instellen
n 101 N
Het opstartwachtwoord wijzigen of verwijderen (gebruikerswachtwoord)
1
Zet de computer aan.
2
Druk op F2 wanneer het VAIO-logo verschijnt.
Het scherm BIOS Setup verschijnt. Als dit niet het geval is, start u de computer opnieuw op en drukt u meerdere keren
op de toets F2 als het VAIO-logo verschijnt.
3
Voer het gebruikerswachtwoord in en druk op Enter.
4
Druk op de knop < of , om Security te selecteren. Selecteer Set User Password om het tabblad Security weer te
geven en druk op Enter.
5
Voer in het scherm voor invoer van het wachtwoord eenmaal het huidige wachtwoord in en voer vervolgens tweemaal een
nieuw wachtwoord in. Druk op Enter.
Als u het wachtwoord wilt verwijderen, laat u Enter New Password en Confirm New Password leeg en drukt u op Enter.
6
Druk op de toets < of , om Exit te selecteren en selecteer Exit Setup. Druk vervolgens op Enter.
Druk wanneer om bevestiging wordt gevraagd op Enter.
Uw VAIO-computer aanpassen >
Het wachtwoord instellen
n 102 N
Het Windows-wachtwoord toevoegen
U kunt het Windows-wachtwoord gebruiken als u één computer wilt delen met andere gebruikers. Met het Windows-wachtwoord
kunt u voorkomen dat onbevoegden toegang krijgen tot uw gebruikersaccount.
U wordt gevraagd het Windows-wachtwoord in te voeren wanneer u uw gebruikersaccount selecteert.
!
Zorg dat u het wachtwoord niet vergeet. Schrijf het wachtwoord op, bewaar het op een veilige plek en geef het niet aan anderen.
Als uw computer is uitgerust met een vingerafdruksensor en u het Windows-wachtwoord hebt ingesteld naast de functie voor vingerafdrukverificatie,
kunt u in plaats van het wachtwoord vingerafdrukherkenning gebruiken als u de computer inschakelt. Zie Vingerafdrukverificatie gebruiken (pagina 70)
voor meer informatie.
Het Windows-wachtwoord toevoegen
1
Klik op Start en Configuratiescherm.
2
Klik op het pictogram Gebruikersaccounts en Ouderlijk toezicht of Gebruikersaccounts.
3
Klik op Gebruikersaccounts.
4
Klik op Een wachtwoord voor uw account instellen onder Uw gebruikersaccount wijzigen.
5
Voer in de velden Nieuw wachtwoord en Bevestig het nieuwe wachtwoord het wachtwoord voor uw account in.
6
Klik op Wachtwoord instellen.
Zie Windows Help en ondersteuning voor meer informatie over het Windows-wachtwoord.
Uw VAIO-computer aanpassen >
Het wachtwoord instellen
Het Windows-wachtwoord wijzigen/verwijderen
Het Windows-wachtwoord wijzigen
1
Klik op Start en Configuratiescherm.
2
Klik op het pictogram Gebruikersaccounts en Ouderlijk toezicht of Gebruikersaccounts.
3
Klik op Gebruikersaccounts.
4
Klik op Uw wachtwoord wijzigen.
5
Voer in het veld Huidig wachtwoord het huidige wachtwoord in.
6
Voer in de velden Nieuw wachtwoord en Bevestig het nieuwe wachtwoord het nieuwe wachtwoord in.
7
Klik op Wachtwoord wijzigen.
Het Windows-wachtwoord verwijderen
1
Klik op Start en Configuratiescherm.
2
Klik op het pictogram Gebruikersaccounts en Ouderlijk toezicht of Gebruikersaccounts.
3
Klik op Gebruikersaccounts.
4
Klik op Mijn wachtwoord verwijderen.
5
Voer in het veld Huidig wachtwoord het huidige wachtwoord in dat u wilt verwijderen.
6
Klik op Wachtwoord verwijderen.
n 103 N
Uw VAIO-computer aanpassen >
VAIO Control Center gebruiken
n 104 N
VAIO Control Center gebruiken
Met het hulpprogramma VAIO Control Center kunt u systeeminformatie bekijken en voorkeuren voor de werking van het
systeem instellen.
VAIO Control Center gebruiken
1
Klik op Start, Alle programma's en VAIO Control Center.
2
Selecteer het gewenste besturingselement en wijzig de instellingen.
3
Als u klaar bent, klikt u op OK.
De instelling van het gewenste item is gewijzigd.
Raadpleeg het Help-bestand dat bij VAIO Control Center wordt geleverd voor meer informatie over de verschillende opties.
Niet alle besturingselementen zijn zichtbaar als u VAIO Control Center opent als een standaardgebruiker.
Uw VAIO-computer aanpassen >
Energiebesparingsstanden gebruiken
n 105 N
Energiebesparingsstanden gebruiken
Via de instellingen voor energiebeheer kunt u ervoor zorgen dat de batterij minder snel leeg raakt. Naast de normale
werkingsmodus heeft de computer twee andere energiebesparingsstanden: slaap- en sluimerstand. Als de computer werkt
op batterijstroom, schakelt deze automatisch over op de sluimerstand wanneer de batterij bijna leeg is, ongeacht de
geselecteerde instelling voor energiebeheer.
!
Als de batterijlading minder dan 10% bedraagt, moet u de netadapter aansluiten zodat de batterij weer kan worden opgeladen, of de computer uitschakelen
en een volledig opgeladen batterij plaatsen.
De standaardmodus gebruiken
Dit is de normale toestand als de computer in gebruik is. In deze modus brandt het groene stroomlampje.
Uw VAIO-computer aanpassen >
Energiebesparingsstanden gebruiken
n 106 N
Slaapstand gebruiken
In de slaapstand wordt het LCD-scherm uitgeschakeld en worden de ingebouwde opslagapparatuur en de CPU ingesteld op
laag energieverbruik. In deze stand knippert het oranje stroomlampje langzaam.
!
Als u de computer lange tijd niet gaat gebruiken terwijl deze is losgekoppeld van de netvoeding, zet u de computer in de sluimerstand of schakelt u de
computer uit.
De slaapstand activeren
Klik op Start, de pijl naast de knop Vergrendelen en Slaapstand.
Als de computer zich in de slaapstand bevindt, kunt u geen schijf plaatsen.
De computer verlaat de slaapstand sneller dan de sluimerstand.
In de slaapstand verbruikt de computer meer stroom dan in de sluimerstand.
!
Als de batterij leeg raakt terwijl de computer in de slaapstand staat, verliest u alle gegevens die nog niet zijn opgeslagen. Het is niet mogelijk terug te keren
naar de voorgaande werksituatie. Om te vermijden dat u gegevens verliest, moet u uw gegevens geregeld opslaan.
Terugkeren naar de normale modus
❑ Druk op een willekeurige toets.
❑ Druk op de aan/uit-knop van uw computer.
!
Als u de aan/uit-knop langer dan vier seconden ingedrukt houdt, wordt de computer automatisch uitgeschakeld. Alle nog niet opgeslagen gegevens gaan
hierbij verloren.
Uw VAIO-computer aanpassen >
Energiebesparingsstanden gebruiken
n 107 N
Als de computer een bepaalde periode niet wordt gebruikt, wordt de computer in de slaapstand gezet. Om dit te wijzigen,
kunt u de instellingen voor de slaapstand wijzigen.
De instellingen voor de slaapstand wijzigen
1
Klik met de rechtermuisknop op het pictogram met de energiebeheerstatus op de taakbalk en selecteer Energiebeheer.
2
Klik op De schema-instellingen wijzigen onder het actieve energiebeheerschema.
3
Wijzig de tijd waarna u de computer in de slaapstand wilt plaatsen en klik op Wijzigingen opslaan.
Uw VAIO-computer aanpassen >
Energiebesparingsstanden gebruiken
n 108 N
De sluimerstand gebruiken
In de sluimerstand wordt de toestand van het systeem opgeslagen in de ingebouwde opslagapparatuur en wordt de stroom
uitgeschakeld. Zelfs als de batterij leeg raakt, zullen er geen gegevens verloren gaan. In deze stand brandt het stroomlampje
niet.
Als u de computer lange tijd niet gaat gebruiken, zet u de computer in de sluimerstand.
De sluimerstand activeren
Druk op Fn+F12.
De computer schakelt over op de sluimerstand.
U kunt ook op Start, de pijl naast de knop Vergrendelen en Sluimerstand klikken om de computer in de sluimerstand te zetten.
Als de computer zich in de sluimerstand bevindt, kunt u geen schijf plaatsen.
Het activeren van de sluimerstand duurt langer dan het activeren van de slaapstand.
In de sluimerstand verbruikt de computer minder stroom dan in de slaapstand.
!
Verplaats de computer niet tot het stroomlampje uitgaat.
Uw VAIO-computer aanpassen >
Energiebesparingsstanden gebruiken
Terugkeren naar de normale modus
Druk op de aan/uit-knop.
De computer keert terug naar de normale toestand.
!
Als u de aan/uit-knop langer dan vier seconden ingedrukt houdt, wordt de computer automatisch uitgeschakeld.
Het duurt langer om terug te keren naar de normale modus vanuit de sluimerstand dan vanuit de slaapstand.
n 109 N
Uw VAIO-computer aanpassen >
VAIO Power Management gebruiken
n 110 N
VAIO Power Management gebruiken
Dankzij energiebeheer kunt u energiebeheerschema's instellen voor werking op netstroom of batterijvoeding, geheel aangepast
aan uw eisen op het gebied van energieverbruik.
VAIO Power Management is een softwaretoepassing die exclusief voor VAIO-computers is ontwikkeld. Met deze
softwaretoepassing kunt u de functies van Windows Energiebeheer gebruiken om een betere werking van de computer en
een langere levensduur van de batterijen zeker te stellen. Raadpleeg het Help-bestand dat bij de software wordt geleverd
voor meer informatie.
Een energiebeheerschema selecteren
Wanneer u de computer start, verschijnt een pictogram met de energiebeheerstatus op de taakbalk. Dit pictogram geeft aan
op welke stroombron het systeem op dat moment is aangesloten, bijvoorbeeld op netstroom. Klik op dit pictogram om een
venster te openen waarin de energiebeheerstatus wordt weergegeven.
VAIO Power Management wordt toegevoegd aan Energiebeheer van Windows.
Een energiebeheerschema selecteren
1
2
Klik met de rechtermuisknop op het pictogram met de energiebeheerstatus op de taakbalk en selecteer Energiebeheer.
Selecteer het gewenste energiebeheerschema.
De instellingen voor het energiebeheerschema wijzigen
1
Klik op De schema-instellingen wijzigen onder het gewenste energiebeheerschema in het venster Energiebeheer.
Breng de gewenste wijzigingen aan in de instellingen voor de slaapstand en het scherm.
2
Als u de geavanceerde instellingen moet wijzigen, klikt u op Geavanceerde energie-instellingen wijzigen en gaat
u naar stap 3.
Als dat niet het geval is, klikt u op Wijzigingen opslaan.
3
Klik op het tabblad VAIO Power Management.
Wijzig de instellingen van de verschillende items.
4
Klik op OK.
Uw VAIO-computer aanpassen >
VAIO Power Management gebruiken
n 111 N
De weergave van VAIO Energiebeheer
U kunt de prestaties weergeven met het energiebeheerschema dat is gewijzigd met VAIO Power Management.
De weergave van VAIO Energiebeheer starten
1
Klik op Start, Alle programma's en VAIO Control Center.
2
Klik op Energiebeheer (Power Management) en De weergave van VAIO Energiebeheer (VAIO Power Management
Viewer).
Uw VAIO-computer aanpassen >
De weergavetaal wijzigen
n 112 N
De weergavetaal wijzigen
Bij modellen met Windows Vista Ultimate kunt u het gewenste taalpakket downloaden en installeren.
Zie de specificaties voor informatie over de configuratie van uw computer.
!
U moet verbinding hebben met het internet om een taalpakket te kunnen downloaden. Zie Het internet gebruiken (pagina 55) voor informatie over hoe
u de computer kunt verbinden met het internet.
Een taalpakket installeren
1
Klik op Start, Alle programma's en Windows Update.
2
Klik op Op updates controleren.
3
Klik op Beschikbare extra's weergeven.
4
Selecteer de gewenste taal in het gedeelte Taalpakket voor Windows Vista Ultimate en klik op Installeren.
Uw VAIO-computer uitbreiden >
n 113 N
Uw VAIO-computer uitbreiden
Uw VAIO-computer en de geheugenmodules bevatten precisieonderdelen en werken op basis van een elektronischeconnectortechnologie. Om te vermijden dat de garantie vervalt tijdens de garantieperiode voor het product, volgt u de
onderstaande aanbevelingen:
❑ Neem contact op met de dealer als u een nieuwe geheugenmodule wilt installeren.
❑ Installeer geheugenmodules nooit zelf, tenzij u hiermee vertrouwd bent.
❑ Raak de connectors niet aan en open het kapje van het geheugenmodulecompartiment niet.
Neem als u hulp nodig hebt contact op met VAIO-Link.
Het type module en de hoeveelheid geheugen die op uw computer zijn geïnstalleerd, zijn afhankelijk van het model dat u hebt gekocht.
Zie de specificaties voor informatie over de configuratie van uw computer.
Uw VAIO-computer uitbreiden >
Geheugen toevoegen en verwijderen
n 114 N
Geheugen toevoegen en verwijderen
Als u de functies van uw computer wilt uitbreiden, kunt u de hoeveelheid geheugen uitbreiden door optionele geheugenmodules
te installeren. Voordat u een upgrade uitvoert voor het geheugen van uw computer, leest u de opmerkingen en procedures
op de volgende pagina's.
Opmerkingen over het toevoegen/verwijderen van geheugenmodules
❑ Plaats de computer op een plat oppervlak voordat u geheugenmodules toevoegt of verwijdert.
❑ Wees voorzichtig als u het geheugen vervangt. Onjuiste installatie van geheugenmodules kan schade aan het systeem
veroorzaken. Hierdoor kan de garantie van de fabrikant vervallen.
❑ Gebruik alleen geheugenmodules die compatibel zijn met de computer. Als een geheugenmodule niet door de computer
wordt gedetecteerd of het besturingssysteem Windows instabiel gedrag vertoont, neemt u contact op met de leverancier
of de fabrikant van uw geheugenmodule.
❑ Elektrostatische ontlading (ESD) kan elektronische componenten beschadigen. Zorg voordat u een geheugenmodule
aanraakt voor het volgende:
❑ Bij de stappen die worden beschreven in dit document wordt verondersteld dat u vertrouwd bent met algemene
computerterminologie en met de veiligheidsgebruiken en wettelijke voorschriften inzake het gebruik en de aanpassing
van elektronische apparatuur.
❑ Schakel de computer uit en koppel deze los van de voedingen (batterij en netadapter) en van alle
telecommunicatieverbindingen, netwerken of modems voordat u een kap of paneel van de computer verwijdert.
Als u dit niet doet, kan dit leiden tot lichamelijk letsel en/of materiële schade.
❑ ESD kan geheugenmodules en andere onderdelen beschadigen. Installeer de geheugenmodule alleen op een
ESD-werkstation. Als geen ESD-werkstation beschikbaar is, mag u niet werken in een ruimte met een vloerbedekking
en mag u geen materialen hanteren die statische elektriciteit kunnen opwekken of vasthouden (bijvoorbeeld
cellofaanverpakking). Maak een verbinding tussen uzelf en de aarde door een ongelakt, metalen deel van de
behuizing vast te houden terwijl u het werk uitvoert.
❑ Open de verpakking van de geheugenmodule pas op het moment dat u klaar bent om de module te installeren.
De verpakking beschermt de module tegen ESD.
Uw VAIO-computer uitbreiden >
Geheugen toevoegen en verwijderen
n 115 N
❑ Gebruik het speciale zakje dat wordt geleverd met de geheugenmodule of wikkel de module in aluminiumfolie om deze
te beschermen tegen ESD.
❑ Het binnendringen van vloeistoffen, andere substanties of objecten in de geheugenmodulesleuven of in andere interne
componenten van de computer leidt tot schade aan de computer. Reparatiekosten vallen dan niet meer onder de garantie.
❑ Leg de geheugenmodule niet op een plaats die blootstaat aan:
❑ Warmtebronnen (bijvoorbeeld radiators of luchtkanalen)
❑ Direct zonlicht
❑ Veel stof
❑ Mechanische trillingen of schokken
❑ Sterke magneten of luidsprekers die niet magnetisch zijn afgeschermd
❑ Omgevingstemperaturen van meer dan 35°C of minder dan 5°C
❑ Hoge vochtigheid
❑ Behandel de geheugenmodule voorzichtig. Raak de randen van de onderdelen en printplaten in de computer niet aan,
om te voorkomen dat u uw handen of vingers verwondt.
Uw VAIO-computer uitbreiden >
Geheugen toevoegen en verwijderen
n 116 N
Een geheugenmodule verwijderen en installeren
Een geheugenmodule verwisselen of toevoegen
1
Sluit de computer af en koppel alle randapparaten los.
2
Haal de stekker uit het stopcontact en verwijder de batterij.
3
Wacht ongeveer een uur tot de computer is afgekoeld.
4
Schroef de schroef (die wordt aangegeven door de onderstaande pijl) onder in de computer los en verwijder het kapje
van het geheugenmodulecompartiment.
5
Raak een metalen voorwerp aan om statische elektriciteit te ontladen.
Uw VAIO-computer uitbreiden >
Geheugen toevoegen en verwijderen
6
Verwijder de aanwezige geheugenmodule als volgt:
❑ Trek de palletjes in de richting van de pijlen (1).
De geheugenmodule komt nu los.
❑ Zorg dat de geheugenmodule omhoog kantelt en trek deze in de richting van de pijl naar buiten (2).
7
Haal de nieuwe geheugenmodule uit de verpakking.
n 117 N
Uw VAIO-computer uitbreiden >
Geheugen toevoegen en verwijderen
8
n 118 N
Schuif de geheugenmodule in de geheugenmodulesleuf en druk deze naar binnen totdat deze vastklikt.
!
Raak geen andere onderdelen van het moederbord aan.
Als u slechts één geheugenmodule wilt installeren, moet u de onderste sleuf gebruiken.
Zorg dat u de connectorrand van de geheugenmodule in de sleuf plaatst zodat de inkeping in de module in het kleine uitsteeksel in de open sleuf past.
Forceer de geheugenmodule nooit omgekeerd in de sleuf, omdat de sleuf en de module hierdoor beschadigd kunnen raken.
9
Plaats het kapje van het geheugenmodulecompartiment weer terug.
10 Draai de schroef voorzichtig vast.
11 Plaats de batterij weer terug en schakel de computer in.
Uw VAIO-computer uitbreiden >
Geheugen toevoegen en verwijderen
n 119 N
De geheugencapaciteit controleren
De geheugencapaciteit controleren
1
Zet de computer aan.
2
Klik op Start, Alle programma's en VAIO Control Center.
3
Klik op Systeeminformatie (System Information) en Systeeminformatie (System Information).
U kunt de geheugencapaciteit van het systeem bekijken in het rechterdeelvenster. Als het nieuw geïnstalleerde geheugen
niet verschijnt, herhaalt u de installatieprocedure en start u de computer opnieuw op.
Voorzorgsmaatregelen >
n 120 N
Voorzorgsmaatregelen
In dit deel worden de veiligheidsrichtlijnen en voorzorgsmaatregelen beschreven om beschadiging van de VAIO-computer te
voorkomen.
❑ Met het LCD-scherm omgaan (pagina 121)
❑ De stroomvoorziening gebruiken (pagina 122)
❑ Met de computer omgaan (pagina 123)
❑ Met de ingebouwde camera omgaan (pagina 126)
❑ Met schijven omgaan (pagina 127)
❑ De batterij gebruiken (pagina 128)
❑ Een hoofdtelefoon gebruiken (pagina 129)
❑ Met de Memory Stick omgaan (pagina 130)
❑ Met het ingebouwde opslagapparaat omgaan (pagina 131)
❑ Vingerafdrukverificatie gebruiken (pagina 132)
Voorzorgsmaatregelen >
Met het LCD-scherm omgaan
n 121 N
Met het LCD-scherm omgaan
❑ Stel het LCD-scherm niet bloot aan direct zonlicht. Hierdoor kan het LCD-scherm beschadigd raken. Wees voorzichtig
als u de computer gebruikt in de nabijheid van een venster.
❑ Kras niet over het oppervlak van het LCD-scherm en oefen er geen druk op uit. Dit kan een defect veroorzaken.
❑ Als u de computer gebruikt bij een lage omgevingstemperatuur, kan het beeld op het LCD-scherm wat blijven hangen.
Dit is geen defect. Als de computer terug op normale temperatuur komt, doet dit probleem zich niet meer voor.
❑ Het beeld op het LCD-scherm kan enigszins blijven hangen als hetzelfde beeld geruime tijd wordt weergegeven. Na enige
tijd verdwijnt dit 'beeldrestant'. U kunt een schermbeveiliging gebruiken om te vermijden dat het beeld inbrandt in het
scherm.
❑ Het LCD-scherm wordt warm tijdens het gebruik van de computer. Dit is normaal en wijst niet op een defect.
❑ Het LCD-scherm is geproduceerd met behulp van precisietechnologie. Het is echter mogelijk dat voortdurend heel kleine
zwarte en/of heldere puntjes (rood, blauw of groen) verschijnen op het LCD-scherm. Dit is een normaal gevolg van het
productieproces en wijst niet op een defect.
❑ Wrijf niet over het LCD-scherm. Hierdoor kan het scherm beschadigd raken. Gebruik een zachte, droge doek om het
oppervlak van het LCD-scherm schoon te wrijven.
❑ Wijzig de instelling voor de richting van het LCD-scherm niet in het scherm Instellingen tablet-PC, zelfs niet als er
wijzigingsopties beschikbaar zijn voor selectie. Hierdoor kan de computer instabiel worden. Sony accepteert geen enkele
aansprakelijkheid voor enige defecten die voortvloeien uit het wijzigen van de instellingen.
❑ Oefen geen druk uit op het LCD-scherm wanneer dit gesloten is. Als u dit wel doet, kunnen er krassen op het LCD-scherm
ontstaan of kan het vuil worden.
Voorzorgsmaatregelen >
De stroomvoorziening gebruiken
n 122 N
De stroomvoorziening gebruiken
Zie de specificaties voor informatie over de configuratie van uw computer.
❑ Sluit op het stopcontact waarop de computer is aangesloten geen andere toestellen aan die stroom verbruiken
(bijvoorbeeld een kopieerapparaat of papierversnipperaar).
❑ U kunt een contactdoos met een stroomstootbeveiliging kopen. Dit apparaat helpt te voorkomen dat de computer
beschadigd raakt door stroomstoten, die zich bijvoorbeeld kunnen voordoen tijdens onweer met bliksem.
❑ Plaats geen zware voorwerpen op het netsnoer.
❑ Houd het netsnoer altijd vast bij de stekker als u het uit het stopcontact trekt. Trek nooit aan het snoer zelf.
❑ Verwijder de stekker van de computer uit het stopcontact als u van plan bent de computer gedurende lange tijd niet te
gebruiken.
❑ Zorg ervoor dat het stopcontact gemakkelijk toegankelijk is.
❑ Trek de netadapter uit het stopcontact als u deze niet gebruikt.
❑ Gebruik uitsluitend de netadapter die wordt geleverd met de computer of originele Sony-producten. Gebruik geen enkele
andere netadapter omdat hierdoor een storing kan worden veroorzaakt.
Voorzorgsmaatregelen >
Met de computer omgaan
n 123 N
Met de computer omgaan
❑ Reinig de behuizing met een zachte, droge doek, eventueel licht bevochtigd met een milde oplossing van een
schoonmaakmiddel. Gebruik nooit schuursponsjes, schuurmiddelen of oplosmiddelen zoals alcohol en benzeen,
omdat deze de afwerkingslaag van de computer kunnen beschadigen.
❑ Als er een voorwerp of vloeistof in de computer terechtkomt, sluit u de computer onmiddellijk af, verwijdert u de stekker
uit het stopcontact en verwijdert u de batterij. Het is aan te raden de computer door een gekwalificeerde reparateur te
laten nakijken voordat u de computer weer gebruikt.
❑ Laat de computer niet vallen en plaats geen voorwerpen op de computer.
❑ Plaats de computer niet op een locatie die blootstaat aan:
❑ Warmtebronnen (bijvoorbeeld radiators of luchtkanalen)
❑ Direct zonlicht
❑ Veel stof
❑ Vocht of regen
❑ Mechanische trillingen of schokken
❑ Sterke magneten of luidsprekers die niet magnetisch zijn afgeschermd
❑ Omgevingstemperaturen van meer dan 35°C of minder dan 5°C
❑ Hoge vochtigheid
❑ Plaats geen elektronische apparatuur in de nabijheid van de computer. Het elektromagnetische veld van de apparaten
kan een storing op de computer veroorzaken.
❑ Gebruik de computer op een stevig, stabiel oppervlak.
❑ Het wordt niet aanbevolen de computer rechtstreeks op uw schoot te laten rusten. Tijdens de normale werking kan de
onderkant van de computer warm worden. Als u de computer lange tijd gebruikt, kan dit ongemak of zelfs brandwonden
veroorzaken.
Voorzorgsmaatregelen >
Met de computer omgaan
n 124 N
❑ Zorg voor voldoende luchtcirculatie om te voorkomen dat de temperatuur in de computer te hoog oploopt. Plaats de
computer nooit op zachte oppervlakken zoals tapijten, dekens, zitbanken of bedden, of in de nabijheid van gordijnen,
omdat hierdoor de ventilatieopeningen geblokkeerd kunnen raken.
❑ De computer gebruikt hoogfrequente radiosignalen die de radio- of TV-ontvangst kunnen storen. Als dit probleem zich
voordoet, plaatst u de computer verder weg van het desbetreffende toestel.
❑ Gebruik alleen de aanbevolen randapparaten en interfacekabels, anders kunnen er zich problemen voordoen.
❑ Gebruik geen beschadigde aansluitkabels.
❑ Wanneer de computer snel van een koude naar een warme ruimte wordt overgebracht, kan er in de computer condensatie
van waterdamp optreden. Wacht in een dergelijke situatie minimaal een uur voordat u de computer inschakelt. Als zich
een probleem voordoet, schakelt u de computer uit, verwijdert u de stekker uit het stopcontact en neemt u contact op met
VAIO-Link.
❑ Zorg ervoor dat u altijd de netadapter en de batterij verwijdert voordat u de computer schoonmaakt.
❑ Maak regelmatig een reservekopie van uw gegevens om te voorkomen dat er gegevens verloren gaan in geval de
computer beschadigd raakt.
Voorzorgsmaatregelen >
Met de computer omgaan
n 125 N
❑ Oefen geen druk uit op het LCD-scherm of de randen van het scherm wanneer u het LCD-scherm openklapt of de computer
optilt. Mogelijk is het LCD-scherm gevoelig voor druk of scheeftrekken en kan het uitoefenen van druk het scherm
beschadigen of de werking ervan verminderen. Als u de computer wilt openen, houdt u met één hand de basiseenheid
vast en klapt u met de andere hand voorzichtig het LCD-scherm open. Als u met de computer wilt rondlopen met het
scherm open, moet u de computer met beide handen vasthouden.
❑ Gebruik voor het dragen van de computer een draagtas die speciaal voor uw computer is ontworpen.
Voorzorgsmaatregelen >
Met de ingebouwde camera omgaan
n 126 N
Met de ingebouwde camera omgaan
❑ Raak de lensbeschermingskap van de ingebouwde MOTION EYE-camera niet aan. Als u dit wel doet, kunnen er krassen
op de kap ontstaan, die te zien zijn op de vastgelegde beelden.
❑ Laat geen direct zonlicht in de lens van de ingebouwde MOTION EYE-camera vallen, ongeacht de energiemodus van de
computer. Dit kan zorgen dat de camera niet goed werkt.
❑ De ingebouwde MOTION EYE-camera is uitgeschakeld als stilstaande beelden of videobeelden worden geïmporteerd
vanaf een i.LINK-compatibel apparaat dat is aangesloten op de i.LINK-poort.
❑ Maak de lensbeschermingskap van de ingebouwde MOTION EYE-camera schoon met een lensblazer of een zachte
borstel. Als de kap extreem vuil is, maakt u deze schoon met een zachte, droge doek. Wrijf niet over de kap, aangezien
deze gevoelig is voor druk.
Voorzorgsmaatregelen >
Met schijven omgaan
n 127 N
Met schijven omgaan
❑ Vingerafdrukken en stof op het oppervlak van een schijf kunnen tot leesfouten leiden. Houd een schijf altijd vast bij de
rand en het gat in het midden, zoals hieronder wordt weergegeven:
❑ De betrouwbaarheid van een schijf is alleen gewaarborgd wanneer u hier zorgvuldig mee omgaat. Gebruik nooit wasbenzine
of andere oplosmiddelen, thinner, alcohol, schoonmaakmiddelen of antistatische sprays, omdat de schijf hierdoor
beschadigd kan raken.
❑ Als u een schijf wilt reinigen, houdt u de schijf vast aan de randen en wrijft u deze met een zacht doekje van binnen naar
buiten schoon.
❑ Als de schijf erg vuil is, bevochtigt u een zacht doekje met water, wringt u het goed uit en wrijft u het oppervlak van de
schijf van binnen naar buiten schoon. Wrijf de schijf vervolgens goed droog met een droge, zachte doek.
❑ Plak nooit een label op de schijf. De schijf wordt dan mogelijk definitief onbruikbaar.
Voorzorgsmaatregelen >
De batterij gebruiken
n 128 N
De batterij gebruiken
❑ Stel de batterij nooit bloot aan een temperatuur van meer dan 60°C (bijvoorbeeld in direct zonlicht of in een auto die
geparkeerd staat in de zon).
❑ De batterij raakt sneller leeg bij lage temperaturen. Dit komt omdat het rendement van de batterij afneemt bij lage
temperaturen.
❑ Laad de batterijen op bij een temperatuur tussen 10°C en 30°C. Bij lagere temperaturen duurt het opladen langer.
❑ Sommige oplaadbare batterijen voldoen niet aan de kwaliteits- en veiligheidsstandaarden van Sony. Om veiligheidsredenen
werkt deze computer alleen met originele Sony-batterijen die voor dit model zijn ontworpen. Als u een niet-goedgekeurde
batterij plaatst, wordt de batterij niet opgeladen en werkt de computer niet.
❑ Er wordt hitte gecumuleerd in de batterij terwijl deze wordt gebruikt of opgeladen. Dit is normaal en is geen reden tot
bezorgdheid.
❑ Plaats de batterij nooit in de buurt van een warmtebron.
❑ Houd de batterij droog.
❑ Open de batterij niet en probeer deze niet uit elkaar te halen.
❑ Stel de batterij niet bloot aan mechanische schokken. Laat deze bijvoorbeeld niet op een hard oppervlak vallen.
❑ Als u de computer geruime tijd niet gebruikt, verwijdert u de batterij uit de computer om te vermijden dat deze beschadigd
raakt.
❑ Als u de batterij geruime tijd niet hebt gebruikt, is deze mogelijk bijna leeg. Dit is normaal en wijst niet op een defect.
De batterij raakt geleidelijk aan leeg, zelfs wanneer u deze niet gebruikt. Sluit de netadapter op de computer aan en laad
de batterij op voordat u de computer weer gebruikt.
❑ U hoeft de batterij niet te ontladen vóór u deze opnieuw oplaadt.
❑ Als de batterij snel leeg raakt nadat u deze volledig hebt opgeladen, heeft de batterij waarschijnlijk het einde van de
gebruiksduur bereikt en dient u deze te vervangen.
Voorzorgsmaatregelen >
Een hoofdtelefoon gebruiken
n 129 N
Een hoofdtelefoon gebruiken
❑ Verkeersveiligheid: gebruik geen hoofdtelefoon terwijl u een voertuig/rijtuig bestuurt, fietst of een gemotoriseerd voertuig
bedient. Dit is niet alleen gevaarlijk, maar is in sommige landen zelfs bij wet verboden. Loop niet rond met een hoofdtelefoon
met luide muziek. Dit kan gevaarlijk zijn, vooral op zebrapaden.
❑ Gehoorbeschadiging voorkomen: zet het volume van de hoofdtelefoon niet te hoog. Oorartsen raden af voortdurend en
langdurig luide muziek te beluisteren. Als uw oren beginnen te suizen, verlaagt u het volume of zet u de hoofdtelefoon af.
Voorzorgsmaatregelen >
Met de Memory Stick omgaan
n 130 N
Met de Memory Stick omgaan
❑ Raak de connector van een Memory Stick niet aan met uw vingers of een metalen voorwerp.
❑ Gebruik alleen het label dat wordt geleverd bij de Memory Stick.
❑ Buig een Memory Stick niet, laat hem niet vallen of stel hem niet bloot aan schokken.
❑ Haal een Memory Stick niet uit elkaar of wijzig deze niet.
❑ Zorg ervoor dat de Memory Stick niet nat wordt.
❑ Gebruik of bewaar een Memory Stick niet op plaatsen die blootstaan aan:
❑ Statische elektriciteit
❑ Elektrische ruis
❑ Extreem hoge temperaturen (bijvoorbeeld in een auto die geparkeerd staat in de zon)
❑ Direct zonlicht
❑ Hoge vochtigheid
❑ Corrosieve stoffen
❑ Gebruik het opbergdoosje dat wordt geleverd bij de Memory Stick.
❑ Zorg ervoor dat u een back-up maakt van belangrijke gegevens.
❑ Houd Memory Sticks en Memory Stick-adapters buiten het bereik van kinderen. Ze kunnen deze inslikken.
❑ Gebruik bij het gebruik van een Memory Stick Duo geen pen met een fijne punt om het label van de Memory Stick Duo
te beschrijven. Als u druk uitoefent op de Memory Stick Duo, kunt u interne onderdelen beschadigen.
Voorzorgsmaatregelen >
Met het ingebouwde opslagapparaat omgaan
n 131 N
Met het ingebouwde opslagapparaat omgaan
Het ingebouwde opslagapparaat (harde schijf of solid-state schijf) heeft een hoge opslagdichtheid en kan in hoog tempo
gegevens lezen of schrijven. Het is echter ook heel kwetsbaar bij onjuist gebruik. Als het ingebouwde opslagapparaat
beschadigd is, kunnen de gegevens niet worden hersteld. Ga voorzichtig om met de computer om gegevensverlies te
voorkomen.
Mogelijk zijn niet alle voorzieningen en opties uit dit gedeelte beschikbaar op uw computer.
Zie de specificaties voor informatie over de configuratie van uw computer.
Beschadiging van de harde schijf vermijden
❑ Stel de computer nooit bloot aan plotselinge bewegingen.
❑ Plaats de computer nooit in de buurt van een magneet.
❑ Plaats de computer niet op een locatie die blootstaat aan mechanische trillingen of die niet stabiel is.
❑ Verplaats de computer niet terwijl de stroom is ingeschakeld.
❑ Schakel de stroom niet uit of start de computer niet opnieuw op terwijl gegevens worden gelezen van of geschreven naar
de harde schijf.
❑ Gebruik de computer niet op een plaats die blootstaat aan extreme temperatuurschommelingen.
❑ Verwijder de harde schijf niet uit de computer.
Beschadiging van de solid-state schijf vermijden
❑ Schakel de stroom niet uit of start de computer niet opnieuw op terwijl gegevens worden gelezen van of geschreven naar
de solid-state schijf.
❑ Verwijder de solid-state schijf niet uit de computer.
Voorzorgsmaatregelen >
Vingerafdrukverificatie gebruiken
n 132 N
Vingerafdrukverificatie gebruiken
Mogelijk zijn niet alle voorzieningen en opties uit dit gedeelte beschikbaar op uw computer.
Zie de specificaties voor informatie over de configuratie van uw computer.
❑ De technologie voor vingerafdrukverificatie biedt geen waarborg voor volledige gebruikersidentificatie of een volledige
bescherming van uw gegevens en hardware.
Sony accepteert geen enkele aansprakelijkheid voor problemen en schade die voortvloeien uit gebruik van de
vingerafdruksensor of uit onvermogen om de vingerafdruksensor te gebruiken.
❑ De betrouwbaarheid van de vingerafdrukherkenning is afhankelijk van uw gebruiksomstandigheden en kan tevens van
persoon tot persoon verschillen.
❑ Zorg ervoor dat u een back-up maakt van de gegevens op het geïntegreerde opslagapparaat, met name van de gegevens
in de gecodeerde archieven die u hebt gemaakt met de functie File Safe, voordat u de computer opstuurt voor reparatie.
Sony accepteert geen enkele aansprakelijkheid voor enig verlies van of enige wijziging aan uw gegevens tijdens de
reparatie.
❑ Als het geïntegreerde opslagapparaat opnieuw moet worden geïnitialiseerd, bijvoorbeeld na de reparatie, gaan de
vingerafdruksjablonen verloren en moet u ze helemaal opnieuw registreren.
❑ Gegevensonderhoud en -beheer met betrekking tot vingerafdrukverificatie moet op eigen risico worden uitgevoerd.
Sony accepteert geen enkele aansprakelijkheid voor enige defecten die voortvloeien uit uw gegevensonderhoud
en -beheer.
❑ Voordat u de computer wegdoet of overdraagt aan een derde, wordt het ten zeerste aanbevolen de vingerafdrukgegevens
die voor de vingerafdruksensor zijn geregistreerd, te wissen nadat u de gegevens op het geïntegreerde opslagapparaat
hebt gewist. Zie Geregistreerde vingerafdrukken wissen (pagina 76) voor de gedetailleerde procedure.
Voorzorgsmaatregelen >
Vingerafdrukverificatie gebruiken
n 133 N
❑ De vingerafdruksensor kan defect of beschadigd raken als u het oppervlak van de sensor bekrast met:
❑ een hard voorwerp of een scherp, puntig voorwerp
❑ fijne voorwerpen, zoals wanneer u met een vuile vinger over de vingerafdruksensor veegt
❑ In het bijzonder tijdens droge seizoenen (bijvoorbeeld in de zomer) moet u een metalen voorwerp aanraken om statische
elektriciteit op uw vinger te ontladen voordat u uw vingerafdruk scant. De vingerafdruksensor kan defect raken bij een
ontlading van statische elektriciteit.
Problemen oplossen >
n 134 N
Problemen oplossen
In deze sectie wordt beschreven hoe u veelvoorkomende problemen met de VAIO-computer kunt oplossen. Veel problemen
zijn eenvoudig op te lossen. Probeer eerst deze suggesties alvorens contact op te nemen met VAIO-Link.
Mogelijk zijn niet alle voorzieningen en opties uit dit gedeelte beschikbaar op uw computer.
❑ Computer (pagina 136)
❑ Systeembeveiliging (pagina 145)
❑ Batterij (pagina 146)
❑ Ingebouwde camera (pagina 148)
❑ Netwerken (pagina 150)
❑ Bluetooth-technologie (pagina 155)
❑ Optische schijven (pagina 159)
❑ Beeldscherm (pagina 163)
❑ Afdrukken (pagina 168)
❑ Microfoon (pagina 169)
❑ Luidsprekers (pagina 170)
❑ Touchpad (pagina 171)
❑ Toetsenbord (pagina 172)
❑ Diskettes (pagina 173)
❑ Audio/video (pagina 174)
Problemen oplossen >
n 135 N
❑ Memory Stick (pagina 177)
❑ Randapparatuur (pagina 178)
Problemen oplossen >
Computer
n 136 N
Computer
Wat moet ik doen als mijn computer niet opstart?
❑ Controleer of uw computer correct is aangesloten op een stopcontact en is ingeschakeld, en of het stroomlampje brandt.
❑ Zorg dat de batterij correct is geïnstalleerd en is opgeladen.
❑ Koppel alle aangesloten USB-apparaten (indien aanwezig) los en start vervolgens de computer opnieuw op.
❑ Verwijder eventuele extra geheugenmodules die u na aankoop hebt geplaatst en start vervolgens de computer opnieuw op.
❑ Als uw computer is aangesloten op een contactdoos of een UPS (Uninterruptible Power Supply of noodvoeding),
controleert u of de contactdoos of UPS op het stopcontact is aangesloten en is ingeschakeld.
❑ Als u een extern beeldscherm gebruikt, controleert u of dit op het stopcontact is aangesloten en is ingeschakeld.
Zorg dat de helderheid en het contrast correct zijn ingesteld. Raadpleeg de handleiding van het beeldscherm voor meer
informatie.
❑ Koppel de netadapter los en verwijder de batterij. Wacht drie tot vijf minuten. Plaats de batterij terug, sluit de netadapter
aan en druk op de aan/uit-knop om uw computer aan te zetten.
❑ Condens kan een storing in uw computer veroorzaken. Als dit gebeurt, mag u de computer gedurende ten minste één
uur niet gebruiken.
❑ Controleer of u de meegeleverde Sony-netadapter gebruikt. Voor uw veiligheid dient u alleen de originele oplaadbare
batterij en netadapter van Sony te gebruiken. Deze worden door Sony geleverd voor uw VAIO-computer.
Problemen oplossen >
Computer
n 137 N
Wat moet ik doen als het groene stroomlampje brandt, maar er niets op mijn scherm
verschijnt?
❑ Druk meerdere keren op de toetsen Alt+F4 om het toepassingsvenster te sluiten. Mogelijk is een toepassingsfout
opgetreden.
❑ Druk op de toetsen Ctrl+Alt+Delete, en klik op de pijl
naast de knop Afsluiten en Opnieuw opstarten.
❑ Houd de aan/uit-knop gedurende meer dan vier seconden ingedrukt om de computer uit te schakelen. Koppel de
netadapter los en laat de computer circa vijf minuten uitgeschakeld. Sluit de netadapter weer aan en zet de computer
weer aan.
!
Als u de computer uitschakelt via de aan/uit-knop of met de toetsen Ctrl+Alt+Delete, kunnen er niet-opgeslagen gegevens verloren gaan.
Problemen oplossen >
Computer
n 138 N
Wat moet ik doen als de computer of software niet meer reageert?
❑ Als uw computer niet meer reageert terwijl een softwaretoepassing wordt uitgevoerd, drukt u op de toetsen Alt+F4 om
het toepassingsvenster te sluiten.
❑ Als het drukken op de toetsen Alt+F4 niet werkt, klikt u op Start, de pijl naast de knop Vergrendelen en Afsluiten om
de computer uit te schakelen.
❑ Als de computer niet wordt uitgeschakeld, drukt u op de toetsen Ctrl+Alt+Delete, en klikt u op de pijl naast de knop
Afsluiten en op Afsluiten.
Als het venster Windows-beveiliging verschijnt, klikt u op Afsluiten.
❑ Als uw computer nog steeds niet wordt uitgeschakeld, houdt u de aan/uit-knop ingedrukt totdat de computer wordt
uitgeschakeld.
!
Als u de computer uitschakelt met de toetsen Ctrl+Alt+Delete of via de aan/uit-knop, kunnen er niet-opgeslagen gegevens verloren gaan.
❑ Koppel de netadapter los en verwijder de batterij. Wacht drie tot vijf minuten. Plaats de batterij terug, sluit de netadapter
aan en druk op de aan/uit-knop om uw computer aan te zetten.
❑ Probeer het probleem te verhelpen door de software opnieuw te installeren.
❑ Neem contact op met de maker of leverancier van de software voor technische ondersteuning.
Problemen oplossen >
Computer
n 139 N
Waarom wordt mijn computer niet in de slaap- of sluimerstand gezet?
Uw computer kan instabiel worden als de werkingsmodus wordt gewijzigd voordat de computer volledig in de slaap- of
sluimerstand is gegaan.
De normale modus van uw computer herstellen
1
Sluit alle geopende programma's.
2
Klik op Start, de pijl naast de knop Vergrendelen en Opnieuw opstarten.
3
Als de computer niet opnieuw wordt opgestart, drukt u op de toetsen Ctrl+Alt+Delete, en klikt u op de pijl naast de knop
Afsluiten en Opnieuw opstarten.
4
Als deze procedure niet werkt, houdt u de aan/uit-knop ingedrukt totdat de computer wordt uitgeschakeld.
!
Als u de computer uitschakelt via de aan/uit-knop, kunnen er niet-opgeslagen gegevens verloren gaan.
Wat moet ik doen als het batterijlampje snel knippert en mijn computer niet opstart?
❑ Dit probleem kan worden veroorzaakt doordat de batterij niet correct is geplaatst. U verhelpt dit probleem door uw
computer uit te schakelen en de batterij te verwijderen. Plaats vervolgens de batterij terug in de computer. Zie De batterij
plaatsen (pagina 19) voor meer informatie.
❑ Als het probleem zich blijft voordoen nadat u de bovenstaande stappen hebt uitgevoerd, betekent dit dat de batterij niet
compatibel is. Verwijder de batterij en neem contact op met VAIO-Link.
Problemen oplossen >
Computer
n 140 N
Wat moet ik doen als het bericht verschijnt dat de batterij incompatibel of verkeerd
geplaatst is, en mijn computer vervolgens overgaat op de sluimerstand?
❑ Dit probleem kan worden veroorzaakt doordat de batterij niet correct is geplaatst. U verhelpt dit probleem door uw computer
uit te schakelen en de batterij te verwijderen. Plaats vervolgens de batterij terug in de computer. Zie De batterij plaatsen
(pagina 19) voor meer informatie.
❑ Als het probleem zich blijft voordoen nadat u de bovenstaande stappen hebt uitgevoerd, betekent dit dat de batterij niet
compatibel is. Verwijder de batterij en neem contact op met VAIO-Link.
Waarom wordt in het venster Systeemeigenschappen een lagere processorsnelheid
weergegeven dan de maximale snelheid?
Dit is normaal. Aangezien uw computerprocessor een technologie voor regeling van de processorsnelheid gebruikt om energie
te besparen, kan in Systeemeigenschappen de huidige processorsnelheid worden weergegeven in plaats van de maximale
snelheid.
Wat moet ik doen als Windows mijn wachtwoord niet accepteert en het bericht Enter
Onetime Password verschijnt?
Als u driemaal achter elkaar een verkeerd opstartwachtwoord invoert, verschijnt het bericht Enter Onetime Password en
zal Windows niet meer starten. Houd de aan/uit-knop gedurende meer dan vier seconden ingedrukt om te controleren of het
stroomlampje uit gaat. Wacht 10 tot 15 seconden, zet uw computer opnieuw aan en voer het juiste wachtwoord in. Controleer
wanneer u het wachtwoord invoert of de lampjes voor de toetsen Num lock en Caps lock uit zijn. Als een of meer van deze
lampjes branden, drukt u op de toets Num Lk (of Num Lock) of Caps Lock om het lampje uit te schakelen voordat u het
wachtwoord invoert.
Problemen oplossen >
Computer
n 141 N
Wat moet ik doen als mijn spelsoftware niet werkt of steeds vastloopt?
❑ Kijk op de website van het spel of er patches of updates kunnen worden gedownload.
❑ Zorg dat u de meest recente videostuurprogrammasoftware hebt geïnstalleerd.
❑ Op sommige VAIO-modellen wordt het grafische geheugen gedeeld met het systeem. In dit geval kunnen geen optimale
grafische prestaties worden gegarandeerd.
Wat moet ik doen als ik het opstartwachtwoord ben vergeten?
Als u het opstartwachtwoord bent vergeten, neemt u contact op met VAIO-Link om het wachtwoord opnieuw in te stellen.
Hiervoor worden kosten in rekening gebracht.
Hoe kan ik de volgorde wijzigen waarin apparaten worden opgestart?
U kunt een van de BIOS-functies gebruiken om deze volgorde te wijzigen. Voer de volgende stappen uit:
1
Zet de computer aan.
2
Druk op F2 wanneer het VAIO-logo verschijnt.
Het scherm BIOS Setup verschijnt. Als dit niet het geval is, start u de computer opnieuw op en drukt u meerdere keren
op de toets F2 als het VAIO-logo verschijnt.
3
Druk op de toets < of , om Boot te selecteren.
4
Druk op de toets M of m om een prioriteit te selecteren onder Boot Priority, en druk op Enter.
5
Druk op de toets M of m om het apparaat te selecteren waaraan u de prioriteit wilt toewijzen, en druk op Enter.
6
Druk op de toets < of , om Exit te selecteren en selecteer Exit Setup. Druk vervolgens op Enter.
Druk wanneer om bevestiging wordt gevraagd op Enter.
Problemen oplossen >
Computer
n 142 N
Waarom wordt mijn scherm niet uitgeschakeld nadat de tijd voor automatisch uitschakelen
is verstreken?
Met de originele VAIO-schermbeveiliging wordt de timerinstelling, die u kunt selecteren met Energiebeheer van Windows en
waarmee uw scherm wordt uitgeschakeld, gedeactiveerd.
Selecteer een andere schermbeveiliging dan de originele VAIO-schermbeveiliging.
Wat moet ik doen als ik de computer niet kan opstarten vanaf een aangesloten
USB-diskettestation?
Als u uw computer wilt opstarten vanaf het USB-diskettestation, dient u het opstartapparaat te wijzigen.
Zet de computer aan en druk op de F11-toets als het VAIO-logo wordt weergegeven.
Problemen oplossen >
Computer
n 143 N
Hoe verklein ik het volume van de herstelpartitie?
Het ingebouwde opslagapparaat bevat de herstelpartitie met de gegevens voor het systeemherstel. Als uw computer is
voorzien van een solid-state schijf, wordt u aangeraden als volgt het volume van de herstelpartitie te verkleinen:
1
Zorg dat de computer is ingeschakeld en plaats een herstelschijf in het optische station. Schakel de computer vervolgens
uit en weer in.
!
Gebruik de herstelschijven die u hebt gemaakt bij ontvangst van de computer.
2
Selecteer uw toetsenbordindeling in de vervolgkeuzelijst en klik op Volgende.
3
Selecteer een besturingssysteem en klik op Volgende.
4
Klik op VAIO Herstelcentrum (VAIO Recovery Center).
5
Klik op Volledig systeemherstel (Restore Complete System) en op Start.
6
Selecteer Overslaan (Skip) en klik op Volgende.
U wordt gevraagd of u de VAIO Value-added-inhoud wilt behouden.
7
Selecteer Nee en klik op Volgende.
8
Volg de instructies op het scherm.
!
Tijdens de bovenstaande procedure wordt systeemherstel uitgevoerd. Alle toepassingen en gegevens die u op de opslagschijf had toegevoegd voordat
u het volume van de herstelpartitie verkleinde, gaan verloren.
Nadat u het volume van de herstelpartitie hebt verkleind, hebt u de herstelschijven nodig voor later systeemherstel.
Problemen oplossen >
Computer
n 144 N
Hoe controleer ik het volume van de herstelpartitie?
Het ingebouwde opslagapparaat bevat de herstelpartitie met de gegevens voor het systeemherstel. Als u het volume van de
herstelpartitie wilt controleren, voert u de volgende stappen uit:
1
Klik op Start, klik met de rechtermuisknop op Computer en selecteer Beheren.
2
Klik in het linkerdeelvenster op Schijfbeheer onder Opslag.
Het volume van de herstelpartitie en het totale volume van de C-schijf worden weergegeven op de rij Schijf 0 in het
middelste deelvenster.
Problemen oplossen >
Systeembeveiliging
n 145 N
Systeembeveiliging
Hoe kan ik mijn computer beschermen tegen beveiligingsproblemen, zoals virussen?
Het besturingssysteem Microsoft Windows is vooraf op uw computer geïnstalleerd. De beste manier om uw computer te
beschermen tegen beveiligingsproblemen, zoals virussen, is regelmatig de nieuwste Windows-updates te downloaden en te
installeren.
U ontvangt belangrijke Windows-updates door de volgende stappen uit te voeren:
!
Uw computer moet verbinding hebben met het internet voordat u updates kunt downloaden.
1
Maak verbinding met het internet.
2
Dubbelklik op het pictogram Beveiligingswaarschuwingen van Windows op de taakbalk.
3
Volg de aanwijzingen op het scherm om automatische of geplande updates in te stellen.
Hoe zorg ik dat de antivirussoftware bijgewerkt blijft?
U kunt het softwareprogramma McAfee bijgewerkt houden met de meest recente updates van McAfee, Inc.
Als u de nieuwste beveiligingsupdates wilt downloaden en installeren, voert u de volgende stappen uit:
1
Klik op Start, Alle programma's, McAfee en McAfee SecurityCenter.
2
Klik op de knop in de linkerbovenhoek van het venster om de software bij te werken.
3
Volg de aanwijzingen op het scherm om updates te downloaden.
Raadpleeg het Help-bestand dat bij uw softwareprogramma wordt geleverd voor meer informatie.
Problemen oplossen >
Batterij
n 146 N
Batterij
Hoe weet ik wat de oplaadstatus van de batterij is?
U kunt naar het batterijlampje voor de oplaadstatus van de batterij kijken. Zie De batterij opladen (pagina 22) voor meer
informatie.
Wanneer werkt de computer op netstroom?
Als uw computer rechtstreeks op de netadapter is aangesloten, werkt deze op netstroom, zelfs als de batterij is geplaatst.
Wanneer moet ik de batterij opnieuw opladen?
❑ Als de batterijlading minder dan 10% bedraagt.
❑ Als het batterijlampje en het stroomlampje beide knipperen.
❑ Als u de batterij gedurende lange tijd niet hebt gebruikt.
Wanneer moet ik de batterij vervangen?
Als de batterij snel leeg raakt nadat u deze volledig hebt opgeladen, heeft de batterij waarschijnlijk het einde van de
gebruiksduur bereikt en dient u deze te vervangen.
Zie De batterijspanning controleren (pagina 24) voor het controleren van de batterijspanning.
Problemen oplossen >
Batterij
n 147 N
Moet ik me zorgen maken als de geplaatste batterij warm is?
Nee, het is normaal dat de batterij warm wordt wanneer uw computer op batterijstroom werkt.
Kan mijn computer in de sluimerstand gaan terwijl de batterij wordt gebruikt?
Uw computer kan in de sluimerstand gaan terwijl de batterij wordt gebruikt, maar sommige softwareprogramma's en
randapparaten kunnen voorkomen dat de sluimerstand wordt geactiveerd. Als u een programma gebruikt dat voorkomt
dat de sluimerstand wordt geactiveerd, slaat u uw gegevens regelmatig op om te voorkomen dat u gegevens kwijtraakt.
Zie De sluimerstand gebruiken (pagina 108) voor informatie over hoe u de sluimerstand handmatig activeert.
Problemen oplossen >
Ingebouwde camera
n 148 N
Ingebouwde camera
Waarom worden er in de zoeker geen beelden of beelden van slechte kwaliteit
weergegeven?
❑ De ingebouwde MOTION EYE-camera kan niet tegelijk worden gebruikt in meer dan één softwaretoepassing. Sluit de
actieve toepassing voordat u een andere toepassing start.
❑ Als u een snel bewegend object bekijkt, kan de zoeker wat ruis vertonen, zoals horizontale strepen. Dit is normaal en
wijst niet op een defect.
❑ Als het probleem zich blijft voordoen, start u uw computer opnieuw op.
Waarom zijn de vastgelegde beelden van slechte kwaliteit?
❑ Als de beelden zijn vastgelegd bij tl-licht, kunnen lichtreflecties worden weergegeven.
❑ Donkere gedeelten van vastgelegde beelden kunnen worden weergegeven met ruis.
❑ Als de lensbeschermingskap vuil is, kunt u geen scherpe opnamen maken. Maak de kap schoon. Zie Met de ingebouwde
camera omgaan (pagina 126).
Wat moet ik doen als er bij het vastleggen van de beelden frames verloren gaan en
onderbrekingen optreden in het geluid?
❑ De effectinstellingen van uw softwaretoepassingen kunnen de oorzaak zijn van de verloren frames. Raadpleeg het
Help-bestand dat bij uw softwaretoepassing wordt geleverd voor meer informatie.
❑ Er worden mogelijk meer softwaretoepassingen uitgevoerd dan de computer kan verwerken. Sluit de toepassingen die
u op dat moment niet gebruikt.
❑ De functie voor energiebeheer van uw computer is mogelijk actief. Controleer de CPU-prestaties.
Problemen oplossen >
Ingebouwde camera
n 149 N
Wat moet ik doen als er bij het afspelen van films frames verloren gaan als de computer
de batterij gebruikt?
De batterij is bijna leeg. Sluit uw computer aan op een stopcontact.
Wat moet ik doen als beelden die worden vastgelegd, flikkeren?
Dit probleem doet zich voor als u de camera gebruikt bij tl-licht. Het wordt veroorzaakt door het verschil tussen de
lichtuitvoerfrequentie en de sluitertijd.
Als u de ruis die wordt veroorzaakt door flikkering wilt verminderen, wijst u de camera naar een andere kant of past u de
helderheid van de camerabeelden aan. In sommige softwaretoepassingen kunt u een van de camera-eigenschappen
(bijvoorbeeld lichtbron, flikkering, enzovoort) instellen op een specifieke waarde om de ruis te verminderen die wordt
veroorzaakt door flikkering.
Waarom wordt de video-invoer van de ingebouwde MOTION EYE-camera een paar
seconden onderbroken?
De video-invoer kan een paar seconden worden onderbroken als:
❑ u een sneltoets met de toets Fn gebruikt;
❑ de belasting van de CPU hoger wordt.
Dit is normaal en wijst niet op een defect.
Wat moet ik doen als mijn computer instabiel gedrag vertoont wanneer hij in een
energiebesparingsstand wordt gezet terwijl de ingebouwde MOTION EYE-camera in
gebruik is?
Als de computer automatisch in de slaap- of sluimerstand wordt gezet, wijzigt u de instellingen van de overeenkomstige
energiebesparingsstand. Zie Energiebesparingsstanden gebruiken (pagina 105) voor het wijzigen van de instelling.
Problemen oplossen >
Netwerken
n 150 N
Netwerken
Wat moet ik doen als mijn computer geen verbinding kan maken met een draadloos
LAN-toegangspunt?
❑ De prestaties van de verbinding worden beïnvloed door de afstand en door obstakels. Mogelijk moet u uw computer
verder weg van obstakels of dichter bij een gebruikt toegangspunt plaatsen.
❑ Controleer of de WIRELESS-schakelaar is ingeschakeld en of het WIRELESS-lampje op uw computer brandt.
❑ Controleer of het toegangspunt is ingeschakeld.
❑ Als u uw computer wilt verbinden met een draadloos LAN-toegangspunt dat gebruikmaakt van de 5GHz-band, zorgt
u dat de optie voor het gebruik van de 5GHz-band of van zowel de 2,4- als de 5GHz-band is geselecteerd. Ga hiervoor
naar het tabblad WLAN in het instellingenvenster VAIO Smart Network. Draadloze communicatie (volgens de standaard
IEEE 802.11a) die alleen gebruikmaakt van de 5GHz-band (die niet op alle modellen beschikbaar is), is standaard
uitgeschakeld.
❑ Voer de volgende stappen uit om de instellingen te controleren:
1
Klik op Start en Configuratiescherm.
2
Klik op Netwerkstatus en -taken weergeven onder Netwerk en internet.
3
Klik op Verbinding met netwerk maken om te controleren of uw toegangspunt is geselecteerd.
❑ Controleer of de coderingssleutel correct is.
Problemen oplossen >
Netwerken
n 151 N
❑ Controleer of Maximale prestaties is geselecteerd onder Instellingen voor de adapter voor draadloos netwerk in het
venster Energiebeheer. Als u een andere optie selecteert, kunnen communicatieproblemen optreden. Voer de volgende
stappen uit om de instellingen te wijzigen:
1
Klik met de rechtermuisknop op het pictogram met de energiebeheerstatus op de taakbalk en selecteer
Energiebeheer.
2
Klik op De schema-instellingen wijzigen onder het actieve energiebeheerschema.
3
Klik op Geavanceerde energie-instellingen wijzigen.
4
Klik op het tabblad Geavanceerde instellingen.
5
Dubbelklik op Instellingen voor de adapter voor draadloos netwerk en Modus voor energiebesparing.
6
Selecteer Maximale prestaties in de vervolgkeuzelijst voor zowel Op accu als Netstroom.
Problemen oplossen >
Netwerken
n 152 N
Wat moet ik doen als ik geen toegang tot het internet krijg?
❑ Controleer de instellingen voor het toegangspunt. Raadpleeg de handleiding bij uw toegangspunt voor meer informatie.
❑ Controleer of uw computer en het toegangspunt verbinding met elkaar hebben.
❑ Plaats uw computer verder weg van obstakels of dichter bij het toegangspunt dat u gebruikt.
❑ Controleer of uw computer correct is geconfigureerd voor internettoegang.
❑ Controleer of Maximale prestaties is geselecteerd onder Instellingen voor de adapter voor draadloos netwerk in het
venster Energiebeheer. Als u een andere optie selecteert, kunnen communicatieproblemen optreden. Volg de stappen
uit Wat moet ik doen als mijn computer geen verbinding kan maken met een draadloos LAN-toegangspunt?
(pagina 150) om de instellingen te wijzigen.
Waarom verloopt de gegevensoverdracht traag?
❑ De gegevensoverdrachtsnelheid van het draadloze LAN wordt beïnvloed door de afstand en obstakels tussen apparaten
en toegangspunten. Andere factoren zijn apparaatconfiguraties, zendomstandigheden en softwarecompatibiliteit. Voor
een maximale overdrachtsnelheid moet u uw computer mogelijk verder weg van obstakels of dichter bij een gebruikt
toegangspunt plaatsen.
❑ Als u een draadloos LAN-toegangspunt gebruikt, kan het apparaat tijdelijk zijn overbelast, afhankelijk van het aantal
apparaten dat communiceert via het toegangspunt.
❑ Als het toegangspunt de werking van andere toegangspunten verstoort, wijzigt u het kanaal voor het toegangspunt.
Raadpleeg de handleiding bij uw toegangspunt voor meer informatie.
❑ Controleer of Maximale prestaties is geselecteerd onder Instellingen voor de adapter voor draadloos netwerk in het
venster Energiebeheer. Als u een andere optie selecteert, kunnen communicatieproblemen optreden. Volg de stappen
uit Wat moet ik doen als mijn computer geen verbinding kan maken met een draadloos LAN-toegangspunt?
(pagina 150) om de instellingen te wijzigen.
Problemen oplossen >
Netwerken
n 153 N
Hoe voorkom ik onderbrekingen in de gegevensoverdracht?
❑ Als uw computer verbinding heeft met een toegangspunt, kan de gegevensoverdracht worden onderbroken bij overdracht
van een groot bestand of als de computer in de buurt van een magnetron of draadloze telefoon staat.
❑ Plaats uw computer dichter bij het toegangspunt.
❑ Controleer of de verbinding met het toegangspunt intact is.
❑ Wijzig het kanaal van het toegangspunt. Raadpleeg de handleiding bij uw toegangspunt voor meer informatie.
❑ Controleer of Maximale prestaties is geselecteerd onder Instellingen voor de adapter voor draadloos netwerk in het
venster Energiebeheer. Als u een andere optie selecteert, kunnen communicatieproblemen optreden. Volg de stappen
uit Wat moet ik doen als mijn computer geen verbinding kan maken met een draadloos LAN-toegangspunt?
(pagina 150) om de instellingen te wijzigen.
Wat zijn kanalen?
❑ Draadloze LAN-communicatie gebruikt gedeelde frequentiebanden, kanalen genoemd. Draadloze LAN-toegangspunten
van andere fabrikanten kunnen zijn ingesteld op andere kanalen dan Sony-apparaten.
❑ Als u een draadloos LAN-toegangspunt gebruikt, raadpleegt u de verbindingsinformatie in de handleiding bij uw
toegangspunt.
Waarom wordt de netwerkverbinding verbroken als ik de coderingssleutel wijzig?
De peer-to-peer netwerkverbinding tussen twee computers met de draadloze LAN-functie kan worden verbroken als de
coderingssleutel wordt gewijzigd. U kunt de coderingssleutel uit het oorspronkelijke profiel herstellen of de sleutel opnieuw
invoeren op beide computers, zodat de sleutels overeenstemmen.
Problemen oplossen >
Netwerken
Hoe geef ik het venster VAIO Smart Network weer?
U geeft het venster VAIO Smart Network op het bureaublad weer door de volgende stappen uit te voeren:
1
Klik op Start, Alle programma's en VAIO Control Center.
2
Klik op Netwerkverbindingen (Network Connections) en VAIO Smart Network.
3
Klik op Geavanceerd (Advanced) in het rechterdeelvenster.
Raadpleeg het Help-bestand dat bij de software wordt geleverd voor meer informatie over de VAIO Smart Network-software.
n 154 N
Problemen oplossen >
Bluetooth-technologie
n 155 N
Bluetooth-technologie
Wat moet ik doen als andere Bluetooth-apparaten mijn computer niet kunnen detecteren?
❑ Controleer of de Bluetooth-functie op beide apparaten is ingeschakeld.
❑ Als het WIRELESS-lampje niet brandt, zet u de WIRELESS-schakelaar aan.
❑ U kunt de Bluetooth-functie niet gebruiken wanneer de computer in de slaap- of sluimerstand staat. Zet de computer weer
in de normale modus en zet de WIRELESS-schakelaar aan.
❑ Mogelijk is de afstand tussen de computer en het apparaat te groot. De draadloze technologie van Bluetooth werkt het
beste als de apparaten niet meer dan 10 meter van elkaar verwijderd zijn.
Wat moet ik doen als ik het Bluetooth-apparaat waarmee ik wil communiceren niet kan
vinden?
❑ Controleer of de Bluetooth-functie van het apparaat waarmee u wilt communiceren, is ingeschakeld. Raadpleeg de
handleiding van het andere apparaat voor meer informatie.
❑ Wanneer het apparaat waarmee u wilt communiceren al met een ander Bluetooth-apparaat communiceert, is het mogelijk
dat het niet wordt gevonden of dat het niet met de computer kan communiceren.
❑ Als u wilt dat andere Bluetooth-apparaten met de computer kunnen communiceren, voert u de volgende stappen uit:
1
Klik op Start, Configuratiescherm, Hardware en geluiden, Bluetooth-apparaten en Bluetooth-instellingen.
2
Klik op het tabblad Opties en schakel het selectievakje Bluetooth-apparaten toestaan om deze computer te
detecteren in.
Problemen oplossen >
Bluetooth-technologie
n 156 N
Wat moet ik doen als andere Bluetooth-apparaten geen verbinding met mijn computer
kunnen maken?
❑ Controleer de suggesties uit Wat moet ik doen als ik het Bluetooth-apparaat waarmee ik wil communiceren niet kan
vinden? (pagina 155).
❑ Controleer of de andere apparaten zijn geverifieerd.
❑ De afstand waarover gegevens kunnen worden uitgewisseld, kan minder zijn dan 10 meter, afhankelijk van de obstakels
tussen de twee apparaten, de kwaliteit van de radiogolven, het besturingssysteem of de gebruikte software. Zet uw
computer en Bluetooth-apparaten dichter bij elkaar.
Waarom is mijn Bluetooth-verbinding traag?
❑ De snelheid van de gegevensoverdracht hangt af van de obstakels en/of de afstand tussen de twee apparaten, de kwaliteit
van de radiogolven, het besturingssysteem of de gebruikte software. Zet uw computer en Bluetooth-apparaten dichter bij
elkaar.
❑ De 2,4GHz-radiofrequentie die door Bluetooth- en draadloze LAN-apparaten wordt gebruikt, wordt ook gebruikt door
andere apparaten. Bluetooth-apparaten beschikken over technologie die storing minimaliseert van andere apparaten die
dezelfde golflengte gebruiken, wat echter kan leiden tot een lagere communicatiesnelheid en een kleiner verbindingsbereik.
De communicatie kan ook worden onderbroken door interferentie van andere apparaten.
❑ De prestaties van de verbinding worden beïnvloed door de afstand en door obstakels. Mogelijk moet u de computer verder
weg plaatsen van obstakels of dichter bij het apparaat waarmee de computer is verbonden.
❑ Verwijder obstakels tussen de computer en het apparaat waarmee de computer is verbonden.
Waarom kan ik de services die worden ondersteund door het aangesloten
Bluetooth-apparaat, niet gebruiken?
Verbinding is alleen mogelijk voor services die ook worden ondersteund op de computer met de Bluetooth-functie.
Zoek informatie over Bluetooth in Windows Help en ondersteuning voor meer details.
Problemen oplossen >
Bluetooth-technologie
n 157 N
Kan ik een apparaat met Bluetooth-technologie in vliegtuigen gebruiken?
Met Bluetooth-technologie verzendt de computer een radiofrequentie van 2,4 GHz. Op gevoelige locaties, zoals ziekenhuizen
en vliegtuigen, kunnen beperkingen gelden voor het gebruik van Bluetooth-apparaten om radiostoring te voorkomen. Vraag
het personeel of het gebruik van de Bluetooth-functie op de computer is toegestaan.
Waarom kan ik de Bluetooth-functie niet gebruiken wanneer ik me bij de computer aanmeld
met standaard gebruikersrechten?
De Bluetooth-functie is mogelijk niet beschikbaar voor gebruikers met standaardrechten op de computer. Meld u bij de
computer aan als gebruiker met beheerdersrechten.
Waarom kan ik de Bluetooth-apparaten niet gebruiken als een andere gebruiker?
Als de vorige gebruiker zich niet afmeldt van het systeem, werken de Bluetooth-apparaten niet. Meld u af voordat u de
software gebruikt als een andere gebruiker. Als u zich wilt afmelden van het systeem, klikt u op Start, de pijl naast de knop
Vergrendelen en Afmelden.
Waarom kan ik geen visitekaartgegevens uitwisselen met een mobiele telefoon?
De functie voor het uitwisselen van visitekaartgegevens wordt niet ondersteund.
Problemen oplossen >
Bluetooth-technologie
n 158 N
Wat moet ik doen als ik geen geluid hoor via de hoofdtelefoon of audio-/videocontroller?
Controleer de SCMS-T-instellingen. Als de hoofdtelefoon of audio-/videocontroller geen SCMS-T-inhoudbeveiliging
ondersteunt, sluit u het apparaat aan via het Advanced Audio Distribution Profile (A2DP). Voer de volgende stappen uit:
1
Klik op Start, Configuratiescherm, Hardware en geluiden en Bluetooth-apparaten.
2
Klik met de rechtermuisknop op het pictogram van het apparaat waarmee u via het A2DP verbinding wilt maken en kies
Control.
3
Schakel het selectievakje Connect to a device only if it supports SCMS-T content protection onder SCMS-T Settings
uit.
Problemen oplossen >
Optische schijven
n 159 N
Optische schijven
Waarom blijft mijn computer hangen als ik probeer een schijf te lezen?
De schijf die uw computer probeert te lezen is mogelijk vuil of beschadigd. Voer de volgende stappen uit:
1
Druk op de toetsen Ctrl+Alt+Delete, en klik op de pijl naast de knop Afsluiten en Opnieuw opstarten om de computer
opnieuw op te starten.
2
Verwijder de schijf uit het optische schijfstation.
3
Controleer of de schijf vuil of beschadigd is. Als u de schijf moet reinigen, raadpleegt u Met schijven omgaan (pagina 127)
voor aanwijzingen.
Wat moet ik doen als de lade van het station niet opengaat?
❑ Controleer of uw computer aanstaat.
❑ Als de stroomtoevoer naar het optische station is uitgeschakeld door VAIO Power Management, werkt de reserveuitwerpknop van het optische station niet. Gebruik de uitwerpknop boven het numerieke toetsenblok. Het duurt even
voordat de lade van het station opengaat als het optische station niet aan staat.
❑ Als de uitwerpknop niet werkt, klikt u op Start en Computer, klikt u met de rechtermuisknop op het pictogram van het
optische station en selecteert u Uitwerpen.
❑ Als geen van de bovenstaande opties werkt, duwt u een dun, recht voorwerp (zoals een paperclip) in het uitwerpgaatje
in de buurt van de reserve-uitwerpknop van het station.
❑ Probeer het probleem te verhelpen door uw computer opnieuw op te starten.
Problemen oplossen >
Optische schijven
n 160 N
Wat moet ik doen als ik niet naar behoren een schijf op mijn computer kan beluisteren?
❑ Controleer of de schijf met het label omhoog in het optische station is geplaatst.
❑ Controleer of de benodigde toepassingen zijn geïnstalleerd aan de hand van de instructies van de fabrikant.
❑ Als een schijf vuil of beschadigd is, reageert uw computer niet meer. Voer de volgende stappen uit:
1
Druk op de toetsen Ctrl+Alt+Delete, en klik op de pijl naast de knop Afsluiten en Opnieuw opstarten om de computer
opnieuw op te starten.
2
Verwijder de schijf uit het optische schijfstation.
3
Controleer of de schijf vuil of beschadigd is. Als u de schijf moet reinigen, raadpleegt u Met schijven omgaan
(pagina 127) voor aanwijzingen.
❑ Als u een schijf afspeelt en geen geluid hoort, voert u een van de volgende stappen uit:
❑ Mogelijk is het volume uitgeschakeld met de knop
. Druk nogmaals op de knop.
❑ Mogelijk is het volume gedempt met de knop
. Druk meerdere keren op de knop
om het volume te verhogen tot u geluid kunt horen.
of houd deze ingedrukt
❑ Klik met de rechtermuisknop op het volumepictogram op de taakbalk en klik op Volumeregeling openen om de
instellingen te controleren.
❑ Controleer de volume-instelling van de audiomixer.
❑ Als u externe luidsprekers gebruikt, controleert u de volumeregeling op de luidsprekers en de aansluiting van de
luidsprekers op uw computer.
Problemen oplossen >
Optische schijven
n 161 N
❑ Controleer of de juiste stuurprogrammasoftware is geïnstalleerd. Voer de volgende stappen uit:
1
Klik op Start en Configuratiescherm.
2
Klik op Systeem en onderhoud.
3
Klik op Systeem.
4
Klik in het linkerdeelvenster op Apparaatbeheer.
Het venster Apparaatbeheer verschijnt met een lijst van de hardwareapparaten van uw computer.
Als er een "X" of een uitroepteken wordt weergegeven op het weergegeven apparaat, moet u mogelijk het apparaat
inschakelen of de stuurprogrammasoftware opnieuw installeren.
5
Dubbelklik op het optische station om een lijst te openen van de optische stations van uw computer.
6
Dubbelklik op het gewenste station.
U kunt het stuurprogramma controleren door te klikken op het tabblad Stuurprogramma en vervolgens op
Stuurprogrammagegevens.
7
Klik op OK om het venster te sluiten.
❑ Controleer of er geen label op de schijf is geplakt. Labels kunnen losgaan terwijl de schijf zich in het optische station
bevindt en het station beschadigen of defecten veroorzaken.
❑ Als een waarschuwing over een regiocode wordt weergegeven, is de schijf mogelijk incompatibel met het optische station.
Controleer op de doos of de regiocode compatibel is met het station.
❑ Als er condens aanwezig is in uw computer, mag u de computer gedurende ten minste één uur niet gebruiken. Condens
kan een storing in de computer veroorzaken.
❑ Zorg ervoor dat uw computer op netstroom werkt en probeer de schijf opnieuw af te spelen.
Problemen oplossen >
Optische schijven
n 162 N
Wat moet ik doen als ik geen Blu-ray Discs kan afspelen of de computer instabiel wordt
tijdens het afspelen van Blu-ray Discs?
Mogelijk kunt u bepaalde inhoud van Blu-ray Discs niet op uw computer afspelen of wordt de computer instabiel tijdens het
afspelen van Blu-ray Discs. Als u de desbetreffende inhoud op normale wijze wilt afspelen, moet u VAIO Update gebruiken
om de meest recente updates voor WinDVD BD te downloaden en te installeren.
Voor informatie over het gebruik van VAIO Update raadpleegt u Uw computer bijwerken (pagina 27).
Wat moet ik doen als ik geen gegevens op CD-media kan schrijven?
❑ Start geen software en zorg dat er geen programma's automatisch worden gestart, zelfs geen schermbeveiliging.
❑ Als u een CD-R/RW-schijf gebruikt waarop een label is geplakt, vervangt u deze door een schijf waarop geen label is
geplakt. Het gebruik van een schijf waarop een label is geplakt, kan een schrijffout of andere beschadigingen veroorzaken.
Wat moet ik doen als ik geen gegevens op DVD-media kan schrijven?
❑ Zie erop toe dat u de juiste beschrijfbare DVD gebruikt.
❑ Controleer welke indeling voor beschrijfbare DVD's compatibel is met het optische station. Beschrijfbare DVD's van
bepaalde merken werken niet.
Waarom kan ik geen gegevens schrijven naar Blu-ray Discs?
❑ Controleer of het optische station de functie voor het beschrijven van Blu-ray Discs ondersteunt.
❑ BD-R Discs zijn niet opnieuw beschrijfbaar. U kunt geen gegevens toevoegen aan of wissen van BD-R Discs.
Problemen oplossen >
Beeldscherm
n 163 N
Beeldscherm
Waarom gaat mijn scherm uit?
❑ Uw computerscherm kan uitgaan als de computer geen stroom meer krijgt of als een energiebesparingsstand wordt
geactiveerd (slaap- of sluimerstand). Als de computer in de slaapstand LCD (Video) staat, drukt u op een toets om de
normale modus van de computer te herstellen. Zie Energiebesparingsstanden gebruiken (pagina 105) voor meer
informatie.
❑ Controleer of uw computer correct is aangesloten op een stopcontact en is ingeschakeld, en of het stroomlampje brandt.
❑ Als uw computer op batterijstroom werkt, controleert u of de batterij correct is geplaatst en is opgeladen. Zie De batterij
gebruiken (pagina 19) voor meer informatie.
❑ Als de beeldschermuitvoer naar een extern beeldscherm wordt geleid, drukt u op Fn+F7. Zie Combinaties en functies
met de Fn-toets (pagina 29) voor meer informatie.
Problemen oplossen >
Beeldscherm
n 164 N
Wat moet ik doen als afbeeldingen of video's niet goed worden weergegeven?
❑ Zorg dat de kleurenoptie Meeste (32-bits) is geselecteerd voordat u grafische of videosoftware gebruikt of het afspelen
van een DVD start. Als u een andere optie selecteert, kan de desbetreffende software mogelijk niet goed afbeeldingen
weergeven. Voer de volgende stappen uit om een andere kleurenoptie te selecteren:
1
Klik met de rechtermuisknop op het bureaublad en selecteer Aanpassen.
2
Klik op Beeldscherminstellingen.
3
Selecteer Meeste (32-bits) onder Kleuren.
❑ Wijzig de instelling voor de beeldschermresolutie of het aantal kleuren niet tijdens het gebruik van grafische of videosoftware
of het afspelen van een DVD omdat het afspelen/weergeven hierdoor kan worden onderbroken of het systeem instabiel
kan worden.
Het wordt ook aanbevolen de schermbeveiliging uit te schakelen voordat u het afspelen van een DVD start. Als de
schermbeveiliging is ingeschakeld, wordt deze mogelijk geactiveerd tijdens het afspelen van een DVD, waardoor de DVD
niet goed kan worden afgespeeld. Sommige schermbeveiligingen wijzigen zelfs de instelling voor de beeldschermresolutie
en het aantal kleuren.
Wat moet ik doen als er geen beeld wordt weergegeven op mijn televisiescherm of het
externe beeldscherm dat is aangesloten op de HDMI-uitgangspoort?
Controleer of u een HDCP-compatibel beeldscherm gebruikt. Videofilms met auteursrechtbeveiliging kunnen niet worden
afgespeeld op een beeldscherm dat niet HDCP-compatibel is. Zie Een TV aansluiten (pagina 83) of Een monitor aansluiten
(pagina 80) voor meer informatie.
Problemen oplossen >
Beeldscherm
n 165 N
Waarom geeft mijn scherm geen video weer?
❑ Als de beeldschermuitvoer naar het externe beeldscherm wordt geleid, maar het externe beeldscherm niet is aangesloten,
kunt u geen videobeeld op uw computerscherm zien. Stop het afspelen van de video, wijzig de uitvoer naar het
computerscherm en speel de video opnieuw af. Zie Weergavemodi selecteren (pagina 86) voor het wijzigen van de
schermuitvoer. U kunt ook op Fn+F7 drukken om de uitvoer te wijzigen. Zie Combinaties en functies met de Fn-toets
(pagina 29) voor meer informatie.
❑ De computer heeft mogelijk onvoldoende videogeheugen om video's met een hoge resolutie af te spelen. Als dat het
geval is, verlaagt u de resolutie van het LCD-scherm.
Voer de volgende stappen uit om de schermresolutie te wijzigen:
1
Klik met de rechtermuisknop op het bureaublad en selecteer Aanpassen.
2
Klik op Beeldscherminstellingen.
3
Verplaats de schuifregelaar onder Resolutie naar links om de resolutie te verlagen of naar rechts om de resolutie te
verhogen.
U kunt de totale hoeveelheid beschikbaar grafisch geheugen en videogeheugen bekijken. Klik met de rechtermuisknop op het bureaublad, kies Aanpassen,
en klik op Beeldscherminstellingen, Geavanceerde instellingen en het tabblad Adapter. De weergegeven waarde komt mogelijk niet overeen met de
werkelijke hoeveelheid geheugen in de computer.
Wat moet ik doen als het scherm donker is?
Druk op Fn+F6 om uw computerscherm lichter te maken.
Problemen oplossen >
Beeldscherm
n 166 N
Waarom verandert de helderheid van het LCD-scherm wanneer ik deze wijzig of de
computer terugkeert naar de normale stand vanuit de slaapstand?
Dit kan zich op modellen met LED-achtergrondverlichting voordoen wanneer de LCD-kleuren worden gekalibreerd. Dit wijst
niet op een defect.
Wat moet ik doen als de helderheid van het LCD-scherm verandert?
De LCD-helderheidsinstelling die u aanpast met de toetsen Fn+F5/F6 is tijdelijk en mogelijk wordt de oorspronkelijke instelling
hersteld wanneer de computer terugkeert naar de normale modus vanuit de slaap- of sluimerstand. Voer de volgende stappen
uit om de helderheidsinstelling op te slaan:
1
Klik met de rechtermuisknop op het pictogram met de energiebeheerstatus op de taakbalk en selecteer Energiebeheer.
2
Klik op De schema-instellingen wijzigen onder het actieve energiebeheerschema.
3
Klik op Geavanceerde energie-instellingen wijzigen.
4
Klik op het tabblad Geavanceerde instellingen.
5
Dubbelklik op Beeldscherm.
6
Pas de LCD-helderheidsinstelling aan bij het item voor de helderheidsinstelling.
Wat moet ik doen als er niets op de externe monitor verschijnt?
Als u de schermuitvoer niet kunt wijzigen met de toetsen Fn+F7, moet u de instellingen voor de externe monitor wijzigen in
VAIO Control Center. Hiervoor start u VAIO Control Center, selecteert u het besturingselement voor de externe monitor
en klikt u om het selectievakje in te schakelen voor het wijzigen van de opties voor detectie van de externe monitor. Gebruik
vervolgens de methode met de toetsen Fn+F7 om de uitvoer te wijzigen.
Problemen oplossen >
Beeldscherm
n 167 N
Hoe voer ik Windows Aero uit?
Als u Windows Aero wilt uitvoeren, voert u de volgende stappen uit:
1
Klik op Start en Configuratiescherm.
2
Klik op Kleuren aanpassen onder Vormgeving aan persoonlijke voorkeur aanpassen.
3
Klik op Eigenschappen van klassieke vormgeving openen voor meer kleuropties.
4
Selecteer Windows Aero in de opties Kleurencombinatie op het tabblad Vormgeving.
5
Klik op OK.
Zie Windows Help en ondersteuning voor informatie over de Windows Aero-voorzieningen, zoals Windows Flip 3D.
Problemen oplossen >
Afdrukken
n 168 N
Afdrukken
Wat moet ik doen als ik geen document kan afdrukken?
❑ Controleer of uw printer aan staat en of de printerkabel correct is aangesloten op de poorten van de printer en uw
computer.
❑ Controleer of uw printer compatibel is met het Windows-besturingssysteem dat op uw computer is geïnstalleerd.
❑ U moet mogelijk een printerstuurprogramma installeren voordat u uw printer kunt gebruiken. Raadpleeg de handleiding
bij uw printer voor meer informatie.
❑ Als uw printer niet werkt nadat uw computer weer wordt geactiveerd vanuit een energiebesparingsstand (slaap- of
sluimerstand), start u de computer opnieuw op.
❑ Als uw printer over functies voor bidirectionele communicatie beschikt, kunt u mogelijk afdrukken door deze functies op
uw computer uit te schakelen. Voer de volgende stappen uit:
1
Klik op Start en Configuratiescherm.
2
Klik op Printer onder Hardware en geluiden.
3
Klik met de rechtermuisknop op het pictogram voor de printer en selecteer Eigenschappen.
4
Klik op het tabblad Poorten.
5
Schakel het selectievakje Ondersteuning in twee richtingen inschakelen uit.
6
Klik op OK.
Hierdoor schakelt u de functies voor bidirectionele communicatie van de printer, zoals gegevensoverdracht,
statuscontrole en extern bedieningspaneel, uit.
Problemen oplossen >
Microfoon
n 169 N
Microfoon
Wat moet ik doen als de microfoon niet werkt?
❑ Als u een externe microfoon gebruikt, controleert u of de microfoon is ingeschakeld en correct is aangesloten op de
microfoonaansluiting van uw computer.
❑ Mogelijk is uw geluidsinvoerapparaat verkeerd geconfigureerd. U configureert het geluidsinvoerapparaat door de volgende
stappen uit te voeren:
1
Sluit alle geopende programma's.
2
Klik op Start en Configuratiescherm.
3
Klik op Hardware en geluiden.
4
Klik op Audioapparaten beheren onder Geluid.
5
Selecteer op het tabblad Opnemen het gewenste apparaat voor de geluidsinvoer en klik op Standaard instellen.
Hoe kan ik rondzingen voorkomen?
Rondzingen treedt op wanneer de microfoon het geluid van een geluidsuitvoerapparaat (bijvoorbeeld een luidspreker) opvangt.
U voorkomt dit probleem als volgt:
❑ Plaats de microfoon niet in de buurt van een geluidsuitvoerapparaat.
❑ Verlaag het volume van de luidsprekers en de microfoon.
Problemen oplossen >
Luidsprekers
n 170 N
Luidsprekers
Wat moet ik doen als ik geen geluid hoor via de ingebouwde luidsprekers?
❑ Als u een programma gebruikt dat een eigen volumeregeling heeft, controleert u of het volume correct is ingesteld.
Raadpleeg de Help van dat programma voor meer informatie.
❑ Mogelijk is het volume uitgeschakeld met de knop
❑ Mogelijk is het volume gedempt met de knop
het volume te verhogen tot u geluid kunt horen.
. Druk nogmaals op de knop.
. Druk meerdere keren op de knop
of houd deze ingedrukt om
❑ Controleer de volumeregeling in Windows door op het pictogram Volume op de taakbalk te klikken.
❑ Mogelijk is uw geluidsuitvoerapparaat verkeerd geconfigureerd. Zie Hoe selecteer ik een ander geluidsuitvoerapparaat?
(pagina 174) voor het selecteren van een ander geluidsuitvoerapparaat.
Wat moet ik doen als de externe luidsprekers niet werken?
❑ Controleer de suggesties uit Wat moet ik doen als ik geen geluid hoor via de ingebouwde luidsprekers?
(pagina 170).
❑ Controleer of uw luidsprekers correct zijn aangesloten en of het volume hoog genoeg staat om geluid te horen.
❑ Sluit alleen luidsprekers aan die zijn ontworpen voor gebruik met een computer.
❑ Als uw luidsprekers zijn voorzien van een knop om het geluid te dempen, schakelt u deze knop uit.
❑ Als uw luidsprekers een externe stroomvoorziening vereisen, controleert u of de luidsprekers zijn aangesloten op een
stroombron. Raadpleeg de handleiding bij uw luidsprekers voor meer informatie.
Problemen oplossen >
Touchpad
n 171 N
Touchpad
Wat moet ik doen als het touchpad niet werkt?
❑ Mogelijk hebt u het touchpad uitgeschakeld voordat u een muis op uw computer hebt aangesloten. Zie Het touchpad
gebruiken (pagina 30).
❑ Controleer of er geen muis is aangesloten op de computer.
❑ Als de aanwijzer niet beweegt terwijl een softwaretoepassing wordt uitgevoerd, drukt u op de toetsen Alt+F4 om het
toepassingsvenster te sluiten.
❑ Als de toetsen Alt+F4 niet werken, drukt u één keer op de Windows-toets en vervolgens verschillende keren op de toets ,.
Selecteer Opnieuw opstarten met de toets M of m en druk op Enter om de computer opnieuw op te starten.
❑ Als de computer niet opnieuw opstart, drukt u op de toetsen Ctrl+Alt+Delete, selecteert u eerst de pijl naast de toets
Afsluiten met de toetsen m en ,, en vervolgens Opnieuw opstarten met de toets M of m. Druk vervolgens op Enter
om de computer opnieuw op te starten.
❑ Als deze procedure niet werkt, houdt u de aan/uit-knop ingedrukt totdat de computer wordt uitgeschakeld.
!
Als u de computer uitschakelt via de aan/uit-knop, kunnen er niet-opgeslagen gegevens verloren gaan.
Problemen oplossen >
Toetsenbord
n 172 N
Toetsenbord
Wat moet ik doen als de toetsenbordconfiguratie onjuist is?
De taalindeling van het toetsenbord van uw computer staat vermeld op de doos. Als u een andere toetsenbordindeling kiest
tijdens de installatie van Windows, komt de toetsenconfiguratie niet overeen.
Voer de volgende stappen uit om de toetsenbordconfiguratie te wijzigen:
1
Klik op Start en Configuratiescherm.
2
Klik op Tijd, taal en regio en klik op Landinstellingen.
3
Wijzig de instellingen naar wens.
Wat moet ik doen als ik het numerieke toetsenblok niet kan gebruiken om cijfers in te
voeren?
Als u het numerieke toetsenblok niet kunt gebruiken, is mogelijk de toets Num Lk niet geactiveerd. Controleer of het lampje
van de toets Num lock niet brandt. Als het Num lock-lampje niet brandt, drukt u op de toets Num Lk om het numerieke
toetsenblok in te schakelen voordat u numerieke tekens invoert.
Problemen oplossen >
Diskettes
n 173 N
Diskettes
Waarom verschijnt het pictogram Hardware veilig verwijderen niet op de taakbalk wanneer
het diskettestation is aangesloten?
Uw computer herkent het diskettestation niet. Controleer eerst of de USB-kabel correct is aangesloten op de USB-poort.
Als u de aansluiting moet herstellen, wacht dan enkele ogenblikken, zodat de computer het station kan herkennen. Als het
pictogram nog steeds niet wordt weergegeven, voert u de volgende stappen uit:
1
Sluit alle programma's waarin het diskettestation wordt gebruikt.
2
Wacht tot het lampje op het diskettestation uit gaat.
3
Druk op de uitwerpknop om de diskette te verwijderen en koppel het USB-diskettestation los van uw computer.
4
Sluit het diskettestation weer aan door de USB-kabel in de USB-poort te steken.
5
Start de computer opnieuw op door op Start, de pijl naast de knop Vergrendelen en Opnieuw opstarten te klikken.
Wat moet ik doen als ik geen gegevens op een diskette kan schrijven?
❑ Controleer of de diskette correct in het station is geplaatst.
❑ Als de diskette correct is geplaatst, maar u nog steeds geen gegevens op de diskette kunt schrijven, is de diskette
mogelijk vol of tegen schrijven beveiligd. Gebruik een diskette die niet tegen schrijven is beveiligd of schakel de
schrijfbeveiliging uit.
Problemen oplossen >
Audio/video
n 174 N
Audio/video
Wat moet ik doen als ik mijn digitale camcorder niet kan gebruiken?
Als het bericht verschijnt dat de verbinding met de i.LINK-apparatuur is verbroken of dat de i.LINK-apparatuur is uitgeschakeld,
is de i.LINK-kabel mogelijk niet goed aangesloten op de poort van uw computer of camcorder. Verwijder de kabel en sluit
deze opnieuw aan. Zie Een i.LINK-apparaat aansluiten (pagina 94) voor meer informatie.
Hoe schakel ik het Windows-opstartgeluid uit?
Voer de volgende stappen uit om het Windows-opstartgeluid uit te schakelen:
1
Klik op Start en Configuratiescherm.
2
Klik op Hardware en geluiden.
3
Klik op Audioapparaten beheren onder Geluid.
4
Klik op het tabblad Geluiden op het selectievakje Windows-opstartgeluid afspelen om dit uit te schakelen.
5
Klik op OK.
Hoe selecteer ik een ander geluidsuitvoerapparaat?
Als u het geluid niet hoort van het apparaat dat is aangesloten op een poort, zoals de USB-poort, de HDMI-uitgangspoort,
de optische uitgangspoort of de hoofdtelefoonconnector, moet u een ander geluidsuitvoerapparaat selecteren.
1
Sluit alle geopende programma's.
2
Klik op Start en Configuratiescherm.
3
Klik op Hardware en geluiden.
4
Klik op Audioapparaten beheren onder Geluid.
5
Selecteer het gewenste geluidsuitvoerapparaat op het tabblad Afspelen en klik op Standaard instellen.
Problemen oplossen >
Audio/video
n 175 N
Wat moet ik doen als ik het geluid niet hoor van het geluidsuitvoerapparaat dat is
aangesloten op de HDMI-uitgangspoort, de optische uitgangspoort of de
hoofdtelefoonconnector?
❑ U moet een ander geluidsuitvoerapparaat selecteren als u het geluid wilt horen van het apparaat dat is aangesloten op
een poort, zoals de HDMI-uitgangspoort, de optische uitgangspoort of de hoofdtelefoonconnector. Zie Hoe selecteer ik
een ander geluidsuitvoerapparaat? (pagina 174) voor de gedetailleerde procedure.
❑ Als u nog altijd geen geluid hoort uit het geluidsuitvoerapparaat, voert u de volgende stappen uit:
1
Volg stap 1 tot 4 in Hoe selecteer ik een ander geluidsuitvoerapparaat? (pagina 174).
2
Selecteer op het tabblad Afspelen het HDMI- of S/PDIF-pictogram en klik op Eigenschappen.
3
Klik op het tabblad Geavanceerd.
4
Selecteer de samplefrequentie en bitdiepte (bijvoorbeeld 48.000 Hz, 16 bits) die door het apparaat worden ondersteund.
5
Klik op OK.
Problemen oplossen >
Audio/video
n 176 N
Hoe voer ik Dolby Digital- of DTS-geluid uit via een S/PDIF- of HDMI-compatibel apparaat?
U voert het Dolby Digital- of DTS-geluid van een schijf uit via een S/PDIF- of HDMI-compatibel apparaat dat op uw computer
is aangesloten door de volgende stappen uit te voeren:
1
Klik op Start en Configuratiescherm.
2
Klik op Hardware en geluiden.
3
Klik op Audioapparaten beheren onder Geluid.
4
Selecteer op het tabblad Afspelen het optical out- of HDMI-pictogram en klik op Eigenschappen.
5
Klik op het tabblad Ondersteunde indelingen.
6
Schakel de selectievakjes DTS-audio en Dolby Digital in.
7
Klik op OK.
!
Als de Dolby Digital- of DTS-uitgang is aangesloten op een apparaat dat deze functie niet ondersteunt, hoort u helemaal geen geluid. Als dat het geval
is, schakelt u de selectievakjes DTS-audio en Dolby Digital uit.
Waarom treden er onderbrekingen op in het geluid en/of gaan er frames verloren bij het
afspelen van high-definition video's, zoals video's die zijn opgenomen met de digitale
AVCHD-camcorder?
Het afspelen van high-definition video's is een grote belasting van de hardwarebronnen, zoals de CPU, GPU of het
systeemgeheugen, waardoor de prestaties van uw computer verminderen. Tijdens het afspelen van video's zijn mogelijk
bepaalde acties en/of functies niet beschikbaar, treden er onderbrekingen op in het geluid, gaan frames verloren of mislukt
het afspelen, afhankelijk van uw computerconfiguratie.
Problemen oplossen >
Memory Stick
n 177 N
Memory Stick
Wat moet ik doen als ik een Memory Stick die op een VAIO-computer is geformatteerd,
niet op andere apparaten kan gebruiken?
U moet uw Memory Stick mogelijk opnieuw formatteren.
Als u een Memory Stick formatteert, worden alle gegevens die er eerder op zijn opgeslagen, zoals muziekgegevens, verwijderd.
Maak voordat u een Memory Stick opnieuw formatteert daarom een reservekopie van belangrijke gegevens erop en controleer
of de Memory Stick geen gegevens bevat die u wilt bewaren.
1
Kopieer de gegevens van de Memory Stick naar het ingebouwde opslagapparaat om de gegevens of foto's te bewaren.
2
Formatteer de Memory Stick door de stappen in Een Memory Stick formatteren (pagina 44) uit te voeren.
Kan ik beelden van een digitale camera kopiëren met een Memory Stick?
Ja, en u kunt videoclips bekijken die u hebt opgenomen met een Memory Stick-compatibele digitale camera.
Waarom kan ik geen gegevens schrijven naar een Memory Stick?
Sommige versies van de Memory Stick zijn voorzien van een schrijfbeveiliging om te voorkomen dat gegevens per ongeluk
worden gewist of overschreven. Zorg dat het wispreventienokje in de ontgrendelde stand staat.
Problemen oplossen >
Randapparatuur
n 178 N
Randapparatuur
Wat moet ik doen als ik een USB-apparaat niet kan aansluiten?
❑ Controleer indien van toepassing of het USB-apparaat is ingeschakeld en een eigen stroomvoorziening gebruikt. Als u
bijvoorbeeld een digitale camera gebruikt, controleert u of de batterij is opgeladen. Als u een printer gebruikt, controleert
u of de stroomkabel correct is aangesloten op het stopcontact.
❑ Probeer een andere USB-poort van uw computer. De stuurprogrammasoftware kan zijn geconfigureerd voor de poort die
u gebruikte toen u het apparaat voor het eerst aansloot.
❑ Raadpleeg de handleiding bij uw USB-apparaat voor meer informatie. Mogelijk moet u software installeren voordat u het
apparaat aansluit.
❑ Probeer een eenvoudig apparaat met een laag stroomverbruik, zoals een muis, aan te sluiten om te testen of de poort
wel werkt.
❑ USB-hubs kunnen ertoe leiden dat een apparaat niet werkt vanwege een stroomverdelingsstoring. Het wordt aanbevolen
het apparaat rechtstreeks zonder hub op uw computer aan te sluiten.
Handelsmerken >
n 179 N
Handelsmerken
Sony, VAIO, het VAIO-logo, VAIO Control Center, VAIO Power Management, VAIO Power Management Viewer,
VAIO Update en "BRAVIA" zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van Sony Corporation.
en "Memory Stick", "Memory Stick Duo", "MagicGate", "OpenMG", "MagicGate Memory Stick",
"Memory Stick PRO", "Memory Stick PRO-HG", "Memory Stick Micro", "M2" en het Memory Stick-logo zijn handelsmerken
of gedeponeerde handelsmerken van Sony Corporation.
Walkman is een gedeponeerd handelsmerk van Sony Corporation.
Blu-ray Disc™ en het Blu-ray Disc-logo zijn handelsmerken van de Blu-ray Disc Association.
Intel, Pentium, Intel SpeedStep en Atom zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van Intel Corporation.
Microsoft Windows Vista, het Windows-logo en BitLocker zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van
Microsoft Corporation in de V.S. en andere landen.
i.LINK is een handelsmerk van Sony, dat enkel aanduidt dat het product een IEEE 1394-aansluiting bevat.
Roxio Easy Media Creator is een handelsmerk van Sonic Solutions.
WinDVD for VAIO en WinDVD BD for VAIO zijn handelsmerken van InterVideo, Inc.
ArcSoft en het ArcSoft-logo zijn gedeponeerde handelsmerken van ArcSoft, Inc. ArcSoft WebCam Companion is een
handelsmerk van ArcSoft, Inc.
ATI en ATI Catalyst zijn handelsmerken van Advanced Micro Devices, Inc.
Het Bluetooth-woordmerk en -logo zijn gedeponeerde handelsmerken, eigendom van Bluetooth SIG, Inc. en het gebruik van
dergelijke merken door Sony Corporation valt onder een licentieovereenkomst. Andere handelsmerken en handelsnamen
zijn eigendom van hun respectieve eigenaars.
Handelsmerken >
n 180 N
Het ExpressCard-woordmerk en -logo zijn eigendom van PCMCIA en het gebruik van dergelijke merken door Sony Corporation
valt onder een licentieovereenkomst. Andere handelsmerken en handelsnamen zijn eigendom van hun respectieve eigenaars.
Het SD-logo is een handelsmerk.
Het SDHC-logo is een handelsmerk.
CompactFlash® is een handelsmerk van SanDisk Corporation.
MultiMediaCard™ is een handelsmerk van MultiMediaCard Association.
HDMI, het HDMI-logo en High-Definition Multimedia Interface zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van
HDMI Licensing LLC.
"PlaceEngine" is een gedeponeerd handelsmerk van Koozyt, Inc.
"PlaceEngine" is ontwikkeld door Sony Computer Science Laboratories, Inc. en wordt door Koozyt, Inc. in licentie gegeven.
, "XMB" en "xross media bar" zijn handelsmerken van Sony Corporation en Sony Computer Entertainment Inc.
"AVCHD" is een handelsmerk van Panasonic Corporation en Sony Corporation.
Alle andere namen van systemen, producten en diensten zijn handelsmerken van hun respectieve eigenaars. In de handleiding
zijn de handelsmerksymbolen ™ of ® weggelaten.
De specificaties kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. Alle andere handelsmerken zijn handelsmerken
van hun respectieve eigenaars.
Mogelijk wordt niet alle bovenstaande software bij uw model geleverd.
Zie de online specificaties om na te gaan welke software beschikbaar is voor uw model.
Opmerking >
n 181 N
Opmerking
© 2009 Sony Corporation. Alle rechten voorbehouden.
Deze handleiding en de hierin beschreven software mag noch geheel noch gedeeltelijk worden gereproduceerd, vertaald of
omgezet in machinaal leesbare vorm zonder voorafgaande schriftelijke toestemming.
Sony Corporation biedt geen garantie met betrekking tot deze handleiding, de software of andere hierin opgenomen informatie
en wijst hierbij uitdrukkelijk alle impliciete garanties van de hand betreffende de verkoopbaarheid of de geschiktheid voor een
bepaald doel van deze handleiding, de software of andere hierin opgenomen informatie. Sony Corporation is in geen geval
aansprakelijk voor incidentele schade, gevolgschade of bijzondere schade, hetzij als gevolg van een onrechtmatige daad,
een overeenkomst of om andere redenen, die voortvloeit uit of verband houdt met deze handleiding, de software of andere
hierin opgenomen informatie of het gebruik daarvan.
In de handleiding zijn de handelsmerksymbolen ™ of ® weggelaten.
Sony Corporation behoudt zich het recht voor op elk moment en zonder voorafgaande kennisgeving wijzigingen aan te
brengen aan deze handleiding of de hierin opgenomen informatie. Het gebruik van de hierin beschreven software is
onderworpen aan de bepalingen van een afzonderlijke gebruiksrechtovereenkomst.
Sony Corporation is niet aansprakelijk en zal geen vergoeding betalen voor eventuele verloren opnamen op uw computer,
externe opnamemedia of opnameapparatuur, of voor eventuele relevante verliezen, zoals wanneer een opname niet mogelijk
was vanwege een defect aan uw computer, of wanneer de inhoud van een opname verloren of beschadigd is vanwege een
defect of reparatie aan uw computer. Sony Corporation zal in geen enkel geval de opgenomen inhoud op uw computer,
externe opnamemedia of opnameapparatuur herstellen, terughalen of repliceren.
n
© 2009 Sony Corporation
Download PDF