Sony | D-EJ616CK | Sony D-EJ616CK Gebruiksaanwijzing

3-868-183-41 (1)
Portable
CD Player
Gebruiksaanwijzing
Betreffende de gebiedscode
De gebiedscode van de plaats waar u de CD-speler hebt gekocht,
staat vermeld in de linker bovenhoek van het etiket met de
streepjescode op de verpakking.
Voor de meegeleverde toebehoren controleert u de gebiedscode van
uw toestel en raadpleegt u de lijst van “Meegeleverde/los
verkrijgbare toebehoren”.
D-EJ616CK
 2000 Sony Corporation
WAARSCHUWING
Stel het apparaat niet bloot
aan regen of vocht om gevaar
voor brand of een elektrische
schok te voorkomen.
Maak de behuizing niet open
om elektrocutie te voorkomen.
Laat dat over aan vakmensen.
OPGELET
De optische instrumenten waarmee dit toestel
is uitgerust, kunnen gevaarlijk zijn voor de
ogen.
In sommige landen gelden wettelijke
voorschriften met betrekking tot de afvoer
van de batterij waarmee dit toestel wordt
gevoed. Raadpleeg hiervoor de lokale
instanties.
2
Inhoudsopgave
Aan de slag
Bedieningselementen ................................... 4
Een CD afspelen
1. Sluit uw CD-speler aan. .......................... 6
2. Een CD inbrengen. .................................. 6
3. Een CD afspelen. ..................................... 6
Weergavemogelijkheden
Muziekstukken herhaaldelijk afspelen
(Repeat play) ........................................... 9
Eén enkel muziekstuk afspelen
(Single play) ............................................ 9
Muziekstukken in willekeurige volgorde
afspelen (Shuffle play) ............................ 9
Muziekstukken afspelen in een bepaalde
volgorde (PGM play) ............................ 10
Beschikbare functies
G-PROTECTION functie .......................... 11
Bass-geluid versterken (SOUND) ............. 11
Uw gehoor beschermen (AVLS) ............... 12
De bedienings-elementen vergrendelen
(HOLD) ................................................. 12
De pieptoon uitschakelen .......................... 13
In een auto installeren
Installatieplaats .......................................... 15
Uw toestel monteren .................................. 15
De zekering van de autobatterijkabel
vervangen .............................................. 16
Een spanningsbron aansluiten
Gebruik van de netspanningsadapter ......... 17
Gebruik van oplaadbare batterijen ............. 17
Gebruik van droge batterijen ..................... 19
Opmerkingen betreffende
spanningsbronnen .................................. 20
Aanvullende informatie
Voorzorgsmaatregelen ............................... 21
Onderhoud ................................................. 21
Verhelpen van storingen ............................ 22
Technische gegevens ................................. 23
Meegeleverde/los verkrijgbare
toebehoren ........................... Achterpagina
Uw CD-speler aansluiten
Aansluiting op een stereo-installatie ......... 14
3
Aan de slag
Bedieningselementen
Meer details vindt u op de pagina’s tussen haakjes
CD-speler (voorkant)
1 Uitleesvenster
(pagina 7, 9 - 12)
2 PLAY MODE toets
(pagina 8 - 10)
7 u (weergave/pauze) toets
(pagina 6, 7, 10)
8 DC IN 4.5 V (externe
voedingsingang) aansluiting
(pagina 6, 17)
9 Lusopeningen
3 ./>
(AMS/search)
toetsen
(pagina 7, 9, 10)
q; x (stop)/CHG
(laden) toets
(pagina 7, 13, 17)
qa SOUND toets
(pagina 11)
4 LINE OUT
aansluiting
(pagina 14)
qs REPEAT/
ENTER toets
(pagina 8 - 10)
5 HOLD schakelaar
(pagina 12)
qd i/REMOTE aansluiting
(pagina 6)
6 VOLUME +/– toetsen
(pagina 6)
qf OPEN schakelaar
(pagina 6)
CD-speler (binnenin)
qg G-PROTECTION
schakelaar
(pagina 11)
4
CD-speler (achterkant)
Aan de slag
qh AVLS schakelaar
(pagina 12)
qj Batterijvak
(pagina 17)
5
Een CD afspelen
Het toestel kan ook werken op oplaadbare batterije, droge batterijen en netstroom
(netspanningsadapter).
Cassettespeler
1. Sluit uw CD-speler aan.
1 Sluit de netspanningsadapter aan.
2 Sluit de hoofdtelefoon/oortelefoon
met afstandsbediening aan.
Opmerking
Zet het volume van de cassettespeler lager
alvorens de aansluitcassette in te brengen.
naar een
sigarettenaansteker
Aansluitcassette
Autobatterijkabel
naar DC IN 4.5V
2. Een CD inbrengen.
1 Verschuif OPEN en open het deksel.
naar LINE OUT
OPEN
schakelaar
2 Leg de CD op de CD-lade en sluit
het deksel.
3. Een CD afspelen.
Druk op u.
Met het label
naar boven
Regel het volume door op
VOLUME + of – te drukken.
6
Druk
u
x/CHG*2
eenmaal snel op .*2
herhaaldelijk op .*2
eenmaal snel op >*2
herhaaldelijk op >*2
permanent op .*2
permanent op >*2
Een CD afspelen
Om
Weergave/pauze
Stop
Het begin van het huidige muziekstuk te zoeken (AMS*1)
Het begin van vorige muziekstukken te zoeken (AMS)
Het begin van het volgende muziekstuk te zoeken (AMS)
Het begin van volgende muziekstukken te zoeken (AMS)
Snel achteruit te gaan
Snel vooruit te gaan
*1 Automatic Music Sensor (Automatische muzieksensor)
*2 Deze handelingen kunnen worden verricht in de weergave- en pauzestand.
Betreffende het uitleesvenster
• Als u op u drukt na het vervangen van de CD of het uit- en aanschakelen van de CD-speler,
verschijnen het totale aantal muziekstukken op de CD en de totale speelduur gedurende
ongeveer 2 seconden.
• Tijdens de weergave verschijnt het nummer en de verstreken speelduur van het huidige
muziekstuk.
• Tussen muziekstukken in verschijnt de tijd tot het begin van het volgende muziekstuk samen
met “–”.
• In de pauzestand knippert de verstreken speelduur.
• Het uitleesvenster is alleen verlicht wanneer u het toestel laat werken op een
netspanningsadapter en een autobatterij.
Als het volume niet kan worden verhoogd
Staat AVLS op “LIMIT”? Zet AVLS op “NORM.” Voor details, zie “Uw gehoor beschermen
(AVLS).”
De weergave begint vanaf het punt waar u bent gestopt
Uw CD-speler vindt het punt terug waar de weergave werd gestopt en hervat de weergave vanaf
dat punt(resume functie). Er is geen ON/OFF schakelaar voor de resume functie van deze CDspeler.
De CD verwijderen
Verwijder de CD terwijl u in het midden op de lade drukt.
7
Weergavemogelijkheden
Er zijn diverse weergavemogelijkheden met behulp van PLAY MODE en REPEAT/ENTER.
PLAY MODE toets
Bij elke druk op de toets kan de
weergavestand worden gewijzigd.
“Geen indicatie”
(normale weergave)
“1”
(één enkel muziekstuk afspelen)
“SHUF”
(muziekstukken afspelen in
willekeurige volgorde)
“PGM”
(muziekstukken afspelen in een
bepaalde volgorde)
REPEAT/ENTER toets
REPEAT
U kunt de weergave herhalen die is
geselecteerd met behulp van PLAY
MODE.
ENTER
U kunt muziekstukken selecteren voor
de PGM weergavestand.
u toets
./>
toetsen
x/CHG toets
8
Muziekstukken herhaaldelijk afspelen
(Repeat play)
Muziekstukken kunnen herhaaldelijk worden afgespeeld in de normale, enkele, willekeurige en
geprogrammeerde weergavestand
Druk tijdens de weergave op REPEAT/
ENTER.
Eén enkel muziekstuk afspelen
(Single play)
Druk tijdens de weergave herhaaldelijk
op PLAY MODE tot “1” verschijnt.
Muziekstukken in willekeurige volgorde
afspelen (Shuffle play)
Druk tijdens de weergave herhaaldelijk
op PLAY MODE tot “SHUF” verschijnt.
9
Weergavemogelijkheden
Opmerking betreffende ./>
Tijdens herhaalde weergave kunt u het eerste muziekstuk na het laatste muziekstuk zoeken door
herhaaldelijk op > te drukken. U kunt ook het laatste muziekstuk na het eerste muziekstuk
zoeken door herhaaldelijk op . te drukken.
Muziekstukken afspelen in een bepaalde
volgorde (PGM play)
U kunt de CD-speler programmeren om tot 64 muziekstukken in een bepaalde volgorde af te
spelen.
1
Druk tijdens de weergave
herhaaldelijk op PLAY MODE tot
“PGM” verschijnt.
2
Druk op . of > om een
muziekstuk te kiezen.
Afspeelvolgorde
Muziekstuknummer
3
Druk op REPEAT/ENTER om het
gekozen muziekstuk in te voeren.
“00” verschijnt en de afspeelvolgorde
verhoogt met één.
4
Herhaal stap 2 en 3 om de muziekstukken in uw favoriete volgorde te
selecteren.
5
Druk op u om PGM play te starten.
Het programma controleren
Tijdens het programmeren:
Druk voor stap 5 herhaaldelijk op REPEAT/ENTER.
Tijdens PGM play:
Druk herhaaldelijk op PLAY MODE tot “PGM” knippert en druk vervolgens op REPEAT/
ENTER.
Bij elke druk op REPEAT/ENTER verschijnt het muziekstuknummer.
Opmerkings
• Na het invoeren van het 64e muziekstuk in stap 3, verschijnt het eerst geselecteerde muziekstuk in het
uitleesvenster.
• Als u meer dan 64 muziekstukken selecteert, worden de eerst geselecteerde muziekstukken gewist.
10
B Beschikbare functies
G-PROTECTION functie
De G-PROTECTION functie werd
ontwikkeld voor optimale bescherming tegen
verspringen van het geluid tijdens het joggen.
Deze functie biedt meer bescherming tegen
schokken dan de traditionele functie.
Tijdens het joggen moet u erop letten dat u
uw CD-speler met de OPEN schakelaar naar
boven toe houdt.
Bass-geluid versterken
(SOUND)
U kunt genieten van een extra vol bassgeluid.
Druk op SOUND om “BASS
“BASS
” te selecteren.
“Geen indicatie”
(normale weergave)
Zet G-PROTECTION (onder het
deksel) op “ON.”
Opmerking
Het is mogelijk dat het geluid verspringt wanneer:
– de CD-speler continu wordt blootgesteld aan
sterkere schokken dan verwacht of
– een vuile of gekraste CD wordt afgespeeld.
BASS
BASS
De geselecteerde weergavestand verschijnt.
“BASS
“BASS
” versterkt lage tonen meer dan
”.
Opmerking
Als het geluid vervormd is bij gebruik van de
SOUND functie, moet u het volume lager zetten.
11
Beschikbare functies
De functie G-PROTECTION afzetten
Zet G-PROTECTION op “OFF.”
” of
Uw gehoor beschermen
(AVLS)
De AVLS (Automatic Volume Limiter
System) functie beperkt het maximum
volume om uw gehoor te beschermen.
Zet AVLS (in de batterijhouder) op
“LIMIT.”
Knippert wanneer het volume een
bepaald niveau overschrijdt.
De AVLS functie uitschakelen
Zet AVLS op “NORM.”
De bedieningselementen
vergrendelen (HOLD)
U kunt het toestel beveiligen tegen
ongewenste bediening.
Schuif HOLD in de richting van het
pijltje.
Verschijnt wanneer de
HOLD functie werkt.
De HOLD-functie werkt zowel op de CDspeler als op de afstandsbediening. Wanneer
HOLD op de afstandsbediening af staat, kan
de CD-speler nog altijd met de
afstandsbediening worden bediend.
De bedieningselementen
ontgrendelen
Schuif HOLD in de tegengestelde richting
van het pijltje.
12
De pieptoon
uitschakelen
U kunt de pieptoon uitschakelen die
weerklinkt in de hoofdtelefoon/oortelefoon
bij het bedienen van uw CD-speler.
1
Koppel de spanningsbron
(netspanningsadapter, oplaadbare
batterijen of droge batterijen) los
van de CD-speler.
2
Sluit de spanningsbron aan terwijl
u x/CHG op de CD-speler of x op
de afstandsbediening ingedrukt
houdt.
Beschikbare functies
De pieptoon aanzetten
Verwijder de spanningsbron en sluit
vervolgens de spanningsbron aan zonder
x/CHG of x in te drukken.
13
B Uw CD-speler aansluiten
Aansluiting op een
stereo-installatie
U kunt CD’s beluisteren via een stereo
installatie en CD’s opnemen met een
cassettedeck. Meer details vindt u in de
gebruiksaanwijzing van het aangesloten
toestel.
Zet eerst alle aangesloten toestellen af
alvorens aansluitingen te verrichten.
naar
LINE OUT
Verbindings-kabel
Links (wit)
Rechts (rood)
Stereo-installatie,
cassetterecorder,
radiocassetterecorder, enz.
14
Opmerkingen
• Voor u een CD afspeelt moet u het volume van
het aangesloten toestel verlagen om te voorkomen
dat de aangesloten luidsprekers worden
beschadigd.
• Gebruik de netspanningsadapter om op te nemen.
Wanneer u hiervoor oplaadbare of droge
batterijen gebruikt, kunnen die tijdens het
opnemen uitgeput raken.
• Regel het volume van het aangesloten toestel
zodanig dat het geluid niet is vervormd.
Bij gebruik van de verbindingskabel
• kunt u het volume van de hoofdtelefoon/
oortelefoon niet regelen op de CD-speler
of de afstandsbediening.
• Als het geluid vervormd is, sluit het toestel
dan aan op de i /REMOTE aansluiting.
• De SOUND functie werkt niet.
B In een auto installeren
Installatieplaats
• Installeer het toestel op een plaats waar
het:
– u niet hindert tijdens het rijden;
– niet gevaarlijk is voor de passagiers;
– het deksel van het handschoenenkastje
of de asbak niet hindert;
– stabiel is en niets errond hindert bij de
installatie.
• Installeer het toestel niet in de buurt van
warmtebronnen noch op plaatsen waar het
is blootgesteld aan directe zonnestraling,
overmatig stof noch vocht (in het bijzonder
op een dashboard).
Opmerkingen
• Bevestig de Velcrotapes niet aan het
kenplaatje noch het deksel van de
batterijhouder.
• Wanneer u uw auto gedurende lange tijd
parkeert, verwijder dan het toestel van de
Velcrotapes zodat hij niet blootstaat aan
directe zonnestraling.
Het snoer leiden
Leid de snoeren door de meegeleverde
spiraalbuis zodat ze u tijdens het rijden niet
kunnen hinderen.
Wij kunnen niet aansprakelijk worden
gesteld voor problemen die het gevolg zijn
van een onoordeelkundige installatie.
Hebt u vragen over of problemen met uw
toestel, dan kunt u steeds terecht bij uw
dichtstbijzijnde Sony dealer.
Uw toestel monteren
De 4,5V DC stekker van de autobatterijkabel
beantwoordt aan de normen van de Electronic
Industries Association of Japan (EIAJ). Sluit hem
niet aan op andere toestellen.
Polariteit van de stekker
(EIAJ normen)
Onderkant van het toestel
Consolebox
15
In een auto installeren
Bevestig het toestel aan de consolebox met
de meegeleverde Velcrotapes.
Opmerking bij de batterijkabel
De zekering van de
autobatterijkabel
vervangen
Controleer de zekering als het toestel niet
werkt. Als ze is doorgebrand, moet u die als
volgt vervangen:
1
Zet het toestel af en trek de
stekker uit de aansluiting van de
sigarettenaansteker.
2
Verwijder het uiteinde van de
stekker door het linksom te
draaien.
3
Verwijder de doorgebrande
zekering uit de stekker.
4
Plaats een nieuwe zekering in de
stekker.
5
Plaats het uiteinde van de stekker
terug door het rechtsom te
draaien.
Verwijderen
Uiteinde
stekker
Zekering
Stekker
sigarettenaanstekker
Opmerkingen
• Gebruik altijd een zekerning met dezelfde
stroomsterkte en lengte als deze die wordt
vervangen. Vervang de zekering nooit door een
draadje.
• Als de zekering opnieuw doorbrandt nadat u ze
heeft vervangen, neem dan contact op met de
dichtstbijzijnde Sony-dealer. Breng de defecte
zekering mee naar de dealer.
16
Opmerkingen bij de aansluitcassette
• Wanneer u geen geluid hoort of de
aansluitcassette wordt uitgeworpen, moet u de
afspeelrichting van de cassettespeler wijzigen.
• Steek de aansluitcassette nooit met het
kabeluiteinde in de gleuf. De kabel kan dan
immers afbreken of de cassettespeler worden
beschadigd.
• De aansluitcassette werkt niet met alle
cassettespelers.
• De kabel dient zo te worden geplaatst dat hij de
bestuurder niet hindert.
• Om de kabel los te koppelen van de speler moet u
altijd aan de stekker zelf trekken. Trek nooit aan
de kabel.
• Bij sommige cassettespelers produceert de
aansluitcassette een rammelend geluid. Dat is
normaal en wijst niet op een defect.
B Een spanningsbron aansluiten
U kunt de volgende spanningsbronnen
gebruiken:
• netspanningsadapter
• oplaadbare batterijen
• LR6 (AA) alkalinebatterijen
Voor de levensduur van batterijen en de
laadduur van oplaadbare batterijen, zie
“Technische gegevens”.
Gebruik van de
netspanningsadapter
Gebruik van oplaadbare
batterijen
Laad oplaadbare batterijen altijd op vooraleer
u ze de eerste maal gebruikt. De volgende
oplaadbare batterijen zijn geschikt voor uw
CD-speler.
• NC-WMAA
• NH-WM2AA
1
Open het deksel van het
batterijvak.
Sluit de meegeleverde netspanningsadapter
aan op DC IN 4.5 V en een stopcontact.
naar een stopcontact
(achterkant)
2
Plaats twee oplaadbare batterijen,
hou daarbij rekening met de
aanduiding 3 op het schema in
het batterijvak en sluit vervolgens
het deksel.
naar DC IN 4.5 V
Gebruik de verloopstekker als de stekker van de
netspanningsadapter niet in het stopcontact past.
(wordt vervolgd)
17
Een spanningsbron aansluiten
Voor modellen die worden geleverd met een
netspanningsadapter
Gebruik van oplaadbare batterijen
3
De oplaadbare batterijen verwijderen
Verwijder de batterijen zoals hieronder
afgebeeld.
Sluit de netspanningsadapter aan
op DC IN 4.5 V van uw CD-speler
en een stopcontact, en druk
vervolgens op x/CHG om het
laden te starten.
Maak gebruik van een verloopstekker als
de stekker niet in het stopcontact past.
x/CHG toets
Wanneer moet u oplaadbare batterijen
laden?
U kunt de resterende batterijlading
controleren in het uitleesvenster.
naar DC IN 4.5 V
r
r
Netspanningsadapter
r
r
De batterijen zijn volledig
geladen.
.
.
.
.
De batterijen raken leeg.
.
.
.
De batterijen zijn bijna leeg.
r
naar een stopcontact
De CD-speler laadt de batterijen op. De
“CHG” indicator in het uitleesvenster
gaat aan en de indicatorsegmenten
lichten achtereenvolgens op. Wanneer de
batterijen volledig zijn opgeladen, gaan
de “CHG” en
indicators uit.
Als u na het laden op x/CHG drukt,
knippert de indicator
en verschijnt
“Full” in het uitleesvenster.
4
18
Koppel de netspanningsadapter
los.
Lo batt*
De batterijen zijn leeg.
* Er weerklinkt een pieptoon.
Om de originele batterijcapaciteit lang te
behouden, mag u de batterijen pas laden
wanneer ze volledig uitgeput zijn.
Opmerkingen
• De indicatorsegmenten
geven de resterende
batterijlading bij benadering aan. Eén segment
staat niet altijd voor een vierde van de
batterijlading.
• Afhankelijk van de werkingsomstandigheden
kunnen meer of minder indicatorsegmenten
oplichten.
Wanneer oplaadbare batterijen
vervangen?
Als de levensduur van de batterijen ongeveer
is gehalveerd, moet u de oplaadbare
batterijen vervangen door nieuwe.
Opmerking betreffende oplaadbare
batterijen
Een nieuwe batterij of een batterij die
gedurende lange tijd niet werd gebruikt, kan
pas helemaal worden opgeladen nadat ze een
aantal maal is opgeladen en ontladen.
Opmerking betreffende het
transporteren van oplaadbare
batterijen
Gebruik de meegeleverde batterijdraagtas om
de batterijen te beschermen tegen
onverwachte hitte. Als oplaadbare batterijen
in contact komen met metalen voorwerpen,
kan warmte worden geproduceerd of brand
ontstaan door een kortsluiting.
Het deksel van het batterijvak
bevestigen
Als het deksel is losgekomen door een val,
forceren, enz. kan het opnieuw worden
aangebracht zoals hieronder staat afgebeeld.
Gebruik van droge
batterijen
Gebruik alleen een van de volgende types
droge batterijen voor uw CD-speler:
• LR6 (AA) alkalinebatterijen
0pmerking
Verwijder altijd de netspanningsadapter wanneer u
droge batterijen gebruikt.
1
Open het deksel van het
batterijvak.
2
Breng twee LR6 (AA) batterijen en
hou daarbij rekening met de
aanduiding 3 op het schema in
het batterijvak.
De batterijen verwijderen
Verwijder de batterijen op dezelfde manier
als oplaadbare batterijen.
Wanneer moet u de batterijen
vervangen?
U kunt de resterende batterijlading
controleren in het uitleesvenster.
r
r
r
Een spanningsbron aansluiten
r
De batterijen zijn volledig
geladen.
.
.
.
.
De batterijen raken leeg.
.
.
.
De batterijen zijn bijna leeg.
r
Lo batt*
De batterijen zijn leeg.
* Er weerklinkt een pieptoon.
Wanneer de batterijen leeg zijn, moet u
beide batterijen door nieuwe vervangen.
19
Opmerkingen
betreffende
spanningsbronnen
Koppel alle spanningsbronnen los wanneer
de CD-speler niet wordt gebruikt.
Betreffende de
netspanningsadapter
• Gebruik alleen de meegeleverde
netspanningsadapter of de
netspanningsadapter die vermeld staat
onder “Meegeleverde/los verkrijgbare
toebehoren”. Gebruik geen andere
netspanningsadapter om te voorkomen dat
de werking van het toestel wordt verstoord.
Polariteit van de stekker
• Trek voor het loskoppelen van de
netspanningsadapter altijd aan de adapter
zelf en nooit aan het snoer.
• Raak de netspanningsadapter niet aan met
natte handen.
Betreffende oplaadbare
batterijen en droge batterijen
• Laad geen droge batterijen op.
• Gooi geen batterijen in het vuur.
• Draag geen batterijen samen met
muntstukken of andere metalen
voorwerpen. Wanneer de positieve en
negatieve klemmen van de batterij per
ongeluk in contact komen met metalen
voorwerpen kan warmte worden
geproduceerd.
• Meng geen oplaadbare batterijen met
droge batterijen.
• Meng geen nieuwe batterijen met oude
batterijen.
• Gebruik geen verschillende types
batterijen samen.
20
• Verwijder de batterijen wanneer u het
toestel gedurende lange tijd niet gebruikt.
• Mocht er batterijlekkage optreden, maak
dan het batterijvak helemaal schoon voor u
nieuwe batterijen plaatst. Indien er
vloeistof op uw lichaam terechtkomt, spoel
dat dan grondig af.
B Aanvullende informatie
Voorzorgsmaatregelen
Veiligheid
• Mocht er een klein voorwerp of vloeistof
in de CD-speler terechtkomen, verbreek
dan de aansluiting op het stopcontact en
laat het toestel eerst door een deskundige
nakijken alvorens het weer in gebruik te
nemen.
• Steek geen vreemde voorwerpen in de DC
IN 4.5 V (externe voedingsingang)
aansluiting.
De CD-speler
• Hou de lens van de CD-speler schoon en
raak ze niet aan. Als u dit toch doet, kan de
lens beschadigd en de werking van het
toestel verstoord raken.
• Plaats geen zware voorwerpen op de CDspeler. De CD-speler en de CD kunnen
hierdoor worden beschadigd.
• Zet de CD-speler niet op een plek waar hij
is blootgesteld aan warmtebronnen, direct
zonnelicht, overdreven stof of zand, vocht,
regen, mechanische schokken,
oneffenheden of in een auto met gesloten
ruiten.
• Als de CD-speler de radio- of televisieontvangst stoort, moet u de speler afzetten
en verder van de radio of de televisie af
zetten.
• Stel de CD niet bloot aan directe
zonnestraling of warmtebronnen zoals
heteluchtkanalen, en laat hem ook niet
achter in een auto die in de volle zon
geparkeerd staat.
Hoofdtelefoon/oortelefoon
Verkeersveiligheid
Draag geen hoofdtelefoon als u een auto of
enig ander voertuig bestuurt en evenmin op
de fiets. Dit kan leiden tot gevaarlijke
verkeerssituaties en is in veel landen
wettelijk verboden. Het kan bovendien
gevaarlijk zijn muziek met een hoog volume
te beluisteren als u zich op straat bevindt,
vooral op oversteekplaatsen. Let altijd heel
goed op in potentieel gevaarlijke situaties en
zet eventueel het toestel af.
Voorkom oorletsel
Zet de muziek in de hoofdtelefoon/
oortelefoon niet te hard. Oorspecialisten
adviseren tegen het voortdurend en zonder
onderbreking beluisteren van harde muziek.
Hoort u een hoog geluid in uw oren, draai
dan het volume omlaag of zet het toestel af.
Hou rekening met anderen
Houd de geluidsterkte op een redelijk niveau.
U kunt dan geluiden van buitenaf nog steeds
horen terwijl u tegelijkertijd rekening houdt
met de mensen om u heen.
Behandeling van CD’s
Onderhoud
De behuizing reinigen
Reinig de behuizing van de speler met een
zachte doek die lichtjes is bevochtigd met
water of een mild schoonmaakmiddel.
Gebruik geen alcohol, benzine of thinner.
Niet zo
21
Aanvullende informatie
• Neem een CD altijd vast aan de rand en
raak nooit het oppervlak aan.
• Kleef geen papier noch kleefband op een
CD
Verhelpen van storingen
Als het probleem na het uitvoeren van de onderstaande controles blijft bestaan, neem dan contact
op met uw plaatselijke Sony dealer.
Symptoom
Oorzaak en/of oplossingen
Het volume verhoogt niet,
ook al drukt u herhaaldelijk
op de VOLUME + toets.
Geen geluid noch ruis is
hoorbaar.
c Zet de AVLS schakelaar op “NORM.” (pagina 12)
c De hoofdtelefoon/oortelefoon is aangesloten op LINE OUT. Sluit
hem aan op i/REMOTE.(pagina 6)
c Steek de stekkers goed vast. (pagina 6)
c De stekkers zijn vuil. Maak de stekkers regelmatig schoon met een
droge doek.
c Controleer of u alkalinebatterijen en geen mangaanbatterijen
gebruikt. (pagina 19)
c Vervang de batterijen door nieuwe LR6 (AA) alkalinebatterijen.
(pagina 19)
c Laad en ontlaad de oplaadbare batterijen enkele keren. (paginas
17, 18)
De speelduur is te kort bij
gebruik op droge batterijen.
De speelduur is te kort bij
gebruik op oplaadbare
batterijen.
Wanneer u op u drukt,
verschijnt “Lo batt” of “00”
in het uitleesvenster. De CD
speelt niet.
“HI dc In” verschijnt in het
uitleesvenster.
De CD speelt niet of
“no dISC” verschijnt in het
uitleesvenster wanneer een
CD is ingebracht.
“Hold” verschijnt in het
uitleesvenster als u een toets
indrukt, en de CD speelt niet.
Het volume kan niet worden
geregeld met de VOLUME +/–
toetsen op de CD-speler.
De CD-speler begint niet op
te laden.
22
c De oplaadbare batterijen zijn helemaal leeg. Controleer de
batterijen. (pagina 17, 18)
c Vervang de batterijen door nieuwe LR6 (AA) alkalinebatterijen.
(pagina 19)
c Gebruik uitsluitend de netspanningsadapter of de batterijkabel die
vermeld staat onder “Meegeleverde/los verkrijgbare toebehoren”.
(achterpagina)
c Koppel alle spanningsbronnen los en plaats vervolgens de
batterijen terug of sluit de netspanningsadapter weer aan. (pagina
6, 17, 18, 19)
c De CD is vuil of beschadigd. (pagina 21)
c Controleer of de CD is ingebracht met het label naar boven.
(pagina 6)
c Er is condensvorming opgetreden.
Wacht enkele uren tot het condensvocht is verdampt.
c Sluit het deksel van het batterijvak stevig. (pagina 17)
c Controleer of de batterijen correct zijn geplaatst. (pagina 17 - 19)
c Sluit de netspanningsadapter stevig aan op een stopcontact.
(pagina 6)
c De toetsen zijn vergrendeld. Schuif de HOLD schakelaar achteruit.
(pagina 12)
c De CD-speler is aangesloten op een ander toestel. Regel het
volume met de volumeregelaar op het aangesloten toestel. (pagina
14)
c Druk in de stopstand op x/CHG. (pagina 17)
Technische gegevens
Levensduur batterijen*
(bij benadering in uren)
Systeem
(met de CD-speler op een effen en stevige
ondergrond)
De speelduur hangt af van de manier waarop de
CD-speler wordt gebruikt.
Compact disc digital audiosysteem
Laserdiode-eigenschappen
Materiaal: GaAlAs
Golflengte: λ = 780 nm
Emissieduur: continu
Laseruitgangsvermogen: minder dan 44,6 µW
(Deze waarde voor het uitgangsvermogen is
gemeten op een afstand van 200 mm van het
levensoppervlak van het optische blok met een
opening van 7 mm).
D-A omzetting
1-bit quartz time-axis control
Frequentiebereik
+1
20 - 20.000 Hz –2 dB (volgens EIAJ CP-307)
Uitgangsniveau (bij een
ingangsniveau van 4,5 V)
Met
Twee NC-WMAA
(ong. 3 uur geladen**)
NH-WM2AA
(ong. 4 uur geladen**)
Twee alkalinebatterijen
LR6
Met de functie
G-PROTECTION
aan
uit
8
7
18
15
32
28
* Meetwaarde volgens EIAJ (Electronic Industries
Association of Japan).
** De laadduur hangt af van de manier waarop de
oplaadbare batterij wordt gebruikt.
Lijnuitgang (stereo miniaansluiting)
uitgangsniveau 0,7 V rms bij 47 kohm.
Aanbevolen belastingsimpedantie 10 kohm
Hoofdtelefoon (stereo miniaansluiting)
ong. 5 mW + ong. 5 mW bij 16 ohm
(ong. 1 mW + ong. 1 mW bij 16 ohm)*
* Voor klanten in Frankrijk
Werkingstemperatuur
Voeding
Controleer de gebiedscode in de linker
bovenhoek van de streepjescode op de
verpakking.
Gewicht (zonder toebehoren)
Afmetingen (b/h/d) (zonder
uitstekende onderdelen en
bedieningselementen)
ong. 131 × 29 × 136 mm
ong. 190 g
Wijzigingen in ontwerp en technische gegevens
voorbehouden zonder voorafgaande
kennisgeving.
Aanvullende informatie
• Twee Sony NC-WMAA oplaadbare
batterijen: 2,4 V DC
• Sony NH-WM2AA oplaadbare batterijen:
2,4 V DC
• Twee LR6 (AA) batterijen: 3 V DC
• Netspanningsadapter (DC IN 4.5 V
aansluiting):
U2/CA2/E92/MX2 model: 120 V, 60 Hz
CED/CET/CEW/CEX/CE7/EE/EE1/E13/G5/
G6/G7/G8 model: 220 - 230 V, 50/60 Hz
CEK/3CE7 model: 230 - 240 V, 50 Hz
EA3 model: 110 - 240 V, 50/60 Hz
AU2 model: 240 V, 50 Hz
JE.W/E33 model: 100 - 240 V, 50/60 Hz
HK2 model: 220 V, 50/60 Hz
AR1/CN2 model: 220 V, 50 Hz
• Sony DCC-E245 autobatterijkabel voor
gebruik op een autobatterij: 4,5 V DC
5°C - 35°C
23
Meegeleverde/los
verkrijgbare toebehoren
Meegeleverde toebehoren
De gebiedscode van het toestel staat vermeld in de
linker bovenhoek van het etiket met de
streepjescode op de verpakking.
Netspanningsadapter (1)*1
Hoofdtelefoon/oortelefoon (1)
Autobatterijkabel (1)
Aansluitcassette (1)
Velcrotape (2)
Spiraalbuis (1)
Verloopstekker (1)*2
Los verkrijgbare toebehoren
Netspanningsadapter
Actieve luidsprekers
AC-E45HG
SRS-T1
SRS-Z500
Autobatterijkabel
DCC-E245
Autobatterijkabel met auto-aansluitset
DCC-E26CP
Auto-aansluitset
CPA-9
Verbindingskabel
RK-G129HG
RK-G136HG
Oplaadbare batterij
NH-WM2AA
Oortelefoon
MDR-E848LP
MDR-EX70LP
Hoofdtelefoon
MDR-A44L
MDR-A110LP
*1 Niet meegeleverd met model CE7/3
*2 Meegeleverd met model E33 en EA3
Aansluiting van een los verkrijgbare
hoofdtelefoon/oortelefoon op de
meegeleverde afstandsbediening
Gebruik uitsluitend een hoofdtelefoon met
stereo ministekker. Een hoofdtelefoon met
microstekker is niet geschikt.
Stereo ministekker
Microstekker
Het kan zijn dat uw dealer niet alle
bovengenoemde toebehoren levert. Vraag uw
dealer om meer informatie over verkrijgbare
toebehoren.
Sony Corporation Printed in Malaysia
24
Download PDF

advertising