ÖKO-SANTO
Integrierbare Unterbau-Kühlschränke
Integrated Built–Under Refrigerators
Frigos encastrés intégrables par le bas
Frigoriferi sottopiano da incasso
Geïntegreerde onderbouwkoelkasten
Gebrauchsanweisung
Operating Instructions
Mode d’emploi
Istruzioni per l’uso
Gebruiksaanwijzing
Geachte klant,
Lees eerst aandachtig de gebruiksaanwijzing door voordat U Uw
nieuwe koelapparaat in gebruik neemt. Hierin staat belangrijke
informatie over een veilig gebruik, over het opstellen en over het
onderhoud van het apparaat.
De gebruiksaanwijzing s.v.p. bewaren voor latere naslag. Aan eventuele
volgende bezitters van het apparaat doorgeven.
Met de waarschuwingsdriehoek en/of door signaalwoorden
(Waarschuwing!, Voorzichtig!, Let op!) wordt de aandacht gevestigd
op aanwijzingen die belangrijk zijn voor Uw veiligheid of voor het juist
functioneren van het apparaat. Hier absoluut op letten.
0 Dit symbool leidt Uw stap voor stap door de bediening van het
apparaat.
1
3
Na dit symbool wordt uitleg gegeven over de bediening en het
praktisch gebruik van het apparaat.
2
Met het klaverblad worden tips en aanwijzingen voor een economisch
en milieuvriendelijk gebruik van het apparaat aangegeven.
Verklaringen van vaktermen die in de gebruiksaanwijzing gebruikt
worden, vindt U aan het eind in het Hoofdstuk "Vaktermen".
Voor eventueel optredende storingen staan in de handleiding
aanwijzingen om deze zelf op te lossen, zie Hoofdstuk "Wat te doen
als...". Als deze aanwijzingen niet voldoende informatie bieden staat
onze klantendienst U te allen tijde ter beschikking.
Gedrukt op milieuvriendelijk vervaardigd papier
wie ecologisch denkt, handelt ook zo ...
102
Inhoud
Veiligheid . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 105
Weggooien . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 107
Informatie over de verpakking van het apparaat . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 107
Weggooien van oude apparaten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 107
Transportbescherming verwijderen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 108
Opstellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 109
Opstelplaats . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 109
Inbouw . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 110
Elektrische aansluiting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 110
Beschrijving van het apparaat . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 111
Voorkant apparaat . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 111
Voor ingebruikneming . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 111
Ingebruikneming . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 112
Apparaat uitzetten, vakantieschakeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 114
Interieur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Legvlakken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Variabele binnendeur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Groentelade en serveertableau . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
115
115
115
116
Juist opslaan . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 116
Invriezen en diepgevroren opslaan . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 117
Het maken van ijsblokjes . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 118
Ontdooien . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 118
De koelruimte wordt automatisch ontdooid . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 118
Vriesruimte ontdooien . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 118
Reiniging en onderhoud . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 119
Tips om energie te besparen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 120
103
Inhoud
Wat te doen als ... . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 121
Hulp bij storingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 121
Lamp verwisselen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 122
Klantenservice . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 123
Geluiden als apparaat in bedrijf is . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 124
Doel, Normen, Richtlijnen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 124
Vaktermen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 125
104
1 Veiligheid
De veiligheid van onze koelapparaten voldoet aan de erkende regels der
techniek en aan de Duitse wet op de veiligheid van apparaten.
Desondanks zien wij ons genoodzaakt U met de volgende veiligheidsaanwijzingen vertrouwd te maken:
Reglementaire toepassing
• Het koelapparaat is voor huishoudelijk gebruik bestemd. Het is
geschikt voor het koelen, invriezen en diepgevroren bewaren van
levensmiddelen en voor het maken van ijs. Als het apparaat voor
andere doeleinden gebruikt wordt kan de fabrikant geen verantwoording nemen voor eventuele schaden.
• Het ombouwen van of veranderingen aan het koelapparaat aanbrengen is uit veiligheidsoverwegingen niet toegestaan.
• Als het koelapparaat commercieel of voor andere doeleinden dan
voor het koelen, diepgevroren bewaren en invriezen van levensmiddelen gebruikt wordt, s.v.p. letten op de hiervoor van kracht zijnde
wettelijke bepalingen.
Voordat het apparaat voor de eerste keer in gebruik genomen
wordt
• Controleer het koelapparaat op transportschade. Een beschadigd
apparaat in geen geval aansluiten! Wendt U in geval van schade tot
de leverancier.
Koelmiddelen
Het apparaat bevat in het koelvloeistofcircuit de koelvloeistof Isobutan
(R600a), een natuurlijk, zeer milieuvriendelijk gas, dat echter wel
brandbaar is.
• Bij het transport en het opstellen van het apparaat erop letten dat
geen onderdelen van het koelvloeistofcircuit beschadigd worden.
• Bij beschadiging van het koelvloeistofcircuit:
– open vuur en brandhaarden absoluut vermijden;
– het vertrek waar het apparaat staat goed ventileren.
Veiligheid van kinderen
• Verpakkingsdelen (bijv. foliën, piepschuim) kunnen voor kinderen
gevaarlijk zijn. Verstikkingsgevaar! Verpakkingsmateriaal van kinderen weghouden!
• Oude apparaten voor het weggooien onbruikbaar maken. Stekker uit
het stopcontact trekken, stroomkabel doorknippen, eventueel aanwe105
Veiligheid
zige snap– of grendelsloten verwijderen of kapotmaken. Daardoor
wordt voorkomen dat spelende kinderen in het apparaat opgesloten
raken (verstikkingsgevaar!) of in andere levensgevaarlijke situaties
terecht komen.
• Kinderen kunnen gevaren die in het omgaan met huishoudelijke
apparaten schuilen vaak niet herkennen. Zorg daarom voor het
nodige toezicht en laat kinderen niet met het apparaat spelen.
Bij dagelijks gebruik
• Containers met brandbare gassen of vloeistoffen kunnen lek raken
door de inwerking van koude. Explosiegevaar! Leg geen containers
met brandbare stoffen zoals bijv. spraybussen, aanstekers, navullingen van aanstekers etc. in het koelapparaat.
• Flessen en blikken mogen niet in de vriesruimte. Ze kunnen springen
als de inhoud bevriest – bij koolzuurhoudende inhoud zelfs exploderen! Leg nooit limonades, sappen, bier, wijn, champagne etc. in de
vriesruimte. Uitzondering: sterke drank met een zeer hoog alcoholpercentage kan in de vriesruimte gelegd worden.
• Consumptieïjs en ijsblokjes niet direct vanuit de vriesruimte in de
mond steken. Zeer koud ijs kan aan de lippen of de tong vastvriezen
en verwondingen veroorzaken.
• Niet met natte handen aan diepvriesartikelen komen. De handen
kunnen daaraan vastvriezen.
• Geen elektrische apparaten (bijv. elektrische ijsmachines, mixers etc.)
in het koelapparaat gebruiken.
• Voor het schoonmaken het apparaat altijd uitzetten en de stekker uit
het stopcontact trekken of de zekering in de woning uitschakelen c.q.
er uit draaien.
• De stekker altijd aan de stekker zelf uit het stopcontact trekken, nooit
aan het snoer.
Bij storing
• Als er een storing aan het apparaat optreedt eerst in de gebruiksaanwijzing kijken onder “Wat te doen als ...”. Als de daar gegeven aanwijzingen niet verder helpen zelf niet verder aan het apparaat werken.
• Koelapparaten mogen alleen dooor geschoold personeel gerepareerd
worden. Door ondeskundige reparaties kunnen grote gevaren ontstaan. Wendt U zich bij reparaties tot Uw vakhandel of tot onze klantendienst.
106
Weggooien
Informatie over de verpakking van het apparaat
Alle gebruikte grondstoffen zijn milieuvriendelijk! Ze kunnen zonder
gevaar weggegooid of in de vuilverbrandingsoven verbrand worden!
De grondstoffen: de kunststoffen kunnen ook opnieuw gebruikt worden en worden als volgt gekarakteriseerd:
>PE< voor polyethyleen, bijv. bij de buitenste verpakking en de zakken
binnenin.
>PS< voor schuimpolystyrol, bijv. bij de bekledingsdelen, in principe
CFK-vrij.
De kartonnen delen zijn van oud papier gemaakt en kunnen ook weer
bij het oud-papier gedaan worden.
Weggooien van oude apparaten
Wegens milieuredenen dienen koelapparaten vakkundig ontmanteld te
worden. Dit geldt voor Uw huidige apparaat en - als het ook aan vervanging toe is - ook voor Uw nieuwe apparaat.
1
Waarschuwing! Apparaten die hun tijd gehad hebben onbruikbaar
maken voordat ze weggegooid worden. Stekker er afhalen, netsnoer
doorknippen, eventuele snap- of grendelsloten verwijderen of kapotmaken. Hierdoor wordt voorkomen dat spelende kinderen in het apparaat opgesloten worden (verstikkingsgevaar!) of in andere
levensgevaarlijke situaties terechtkomen.
Aanwijzingen voor het weggooien:
• Het apparaat mag niet bij het huis- of grofvuil gezet worden.
• Het koelvloeistofcircuit, in het bijzonder de warmtewisselaar aan de
achterkant, mag niet beschadigd worden.
• Informatie over afhaaltijden of inzamelplaatsen zijn te verkrijgen bij
de plaatselijke reinigingsdienst of op het gemeentehuis.
107
Transportbescherming verwijderen
Het apparaat alsmede de onderdelen van het interieur zijn voor het
transport beschermd.
0 Plakband links en rechts aan de buitenkant van de deur er af trekken.
Eventuele plakbandresten kunnen met schoonmaak- of wasbenzine
verwijderd worden.
0 Alle plakband alsmede bekledingsdelen uit het interieur verwijderen.
0 Aan de binnenkant van de deur de beschermdelen van de deurafdichting verwijderen.
0 Transportbeschermdeel van de glijrails verwijderen en plakband er aftrekken.
3
108
Opstellen
Opstelplaats
Het apparaat in een goed geventileerde en droge ruimte neerzetten.
De omgevingstemperatuur heeft invloed op het stroomverbruik.
Het apparaat daarom
– niet aan directe straling van de zon blootstellen;
– niet bij radiatoren, naast een kachel of andere warmtebronnen plaatsen;
– alleen op een plaats neerzetten waarvan de omgevingstemperatuur
overeenkomt met de klimaatcategorie waarvoor het apparaat is ontworpen.
De klimaatcategorieën staan op het merk- en type-aanduidingsplaatje
dat zich links aan de binnenkant van het apparaat bevindt.
De volgende tabel geeft aan welke omgevingstemperatuur bij welke
klimaatcategorie behoort:
Klimaatcategorie
voor een omgevingstemperatuur van
SN
+10 tot +32 °C
N
+16 tot +32 °C
ST
+18 tot +38 °C
T
+18 tot +43 °C
Als het onvermijdelijk is het apparaat naast een warmtebron te plaatsen, aan weerszijden minimaal de volgende afstanden aanhouden:
– tot elektrische kachels 3 cm;
– tot olie- en kolenkachels 30 cm.
Als men zich niet aan deze afstanden kan houden, is een warmte-isolatieplaat tussen kachel en koelapparaat aan te bevelen.
Als het koelapparaat naast een ander koel- of diepvriesapparaat staat,
is een afstand van 5 cm aan weerszijden aan te bevelen, zodat zich
geen condens vormt aan de buitenkant van de apparaten.
109
Inbouw
Zie meegeleverde montage-aanwijzing.
Controleer na het inbouwen van het toestel, vooral na overzetten van
het deurscharnier, of de deurafdichting rondom goed afdicht. Een
ondichte deurafdichting kan tot versterkte rijpvorming en daardoor tot
hoger energieverbruik leiden (zie ook hoofdstuk „Wat te doen als ...“).
Elektrische aansluiting
Voor de elektrische aansluiting is een volgens de voorschriften geïnstalleerde stopcontact met randaarde vereist. De elektrische zekering dient
minstens 10 Ampère te zijn.
Indien het stopcontact bij een ingebouwd apparaat niet meer toegankelijk is, dient een maatregel in de elektrische installatie er voor te zorgen dat het apparaat van de stroom kan worden afgesloten (bijv.
zekering, beveiligingsschakelaar, aardlekschakelaar of dergelijke met
een contactopeningsbreedte van minimaal 3 mm).
0 Voor ingebruikneming op het merk– en type–aanduidingsplaatje van
het apparaat controleren of de netspanning en stroomsoort overeenkomen met de waarden van het lichtnet op de plaats waar het apparaat
komt te staan.
Bijv.: AC 220 ... 240 V 50 Hz of
220 ... 240 V ~50 Hz
(d.w.z. 220 tot 240 Volt wisselstroom, 50 Hertz)
Het typeplaatje bevindt zich links aan de binnenkant van het apparaat.
De netaansluiting mag alleen door gekwalificeerd personeel verwisseld
worden. Wendt U in geval van reparaties tot onze klantendienst.
110
Beschrijving van het apparaat
Voorkant apparaat
➀
➁
➂
➃
➄
➅
➆
➇
Temperatuurregelaar en lichtschakelaar
Boter-/kaasvakken met klep en eiervak
Deurvak met beugel
Flessenvak
Groentelade met serveertableau
Legvlakken
Vriesvak met ijsbakje
Typeplaatje
Voor ingebruikneming
0 Het interieur van het apparaat en alle accessoires schoonmaken voor
het eerste gebruik (zie Hoofdstuk “Reiniging en Onderhoud”).
111
Ingebruikneming
Attentie! Het apparaat alleen gebruiken als het ingebouwd is!
0 Stekker in stopcontact steken. De binnenverlichting brandt bij geopende deur.
1 Lichtschakelaar
2 Temperatuurregelaar en schakelaar AAN/UIT
De temperatuurregelaar is tegelijkertijd de AAN/UIT–schakelaar.
De grote ovale schakelaar naast de temperatuuregelaar is de lichtschakelaar. Als de deur geopend en gesloten wordt, schakelt de lichtschakelaar de binnenverlichting aan c.q. uit.
Om de temperatuurregelaar te kunnen draaien is een munt nodig.
Daardoor wordt het per ongeluk verstellen van de temperatuurinstelling bemoeilijkt (kinderbeveiliging).
De hiernaast getoonde stand van de temperatuurregelaar
betekent: koeling uit.
Draaien in richting “1”:
Koeling aan, compressor loopt en werkt dan automatisch.
Stand “1” betekent:
Hoogste binnentemperatuur (warmste instelling)
Stand “4” betekent:
Laagste binnentemperatuur (koudste instelling)
112
Ingebruikneming
De volgende zaken zijn van invloed op de binnentemperatuur:
– Omgevingstemperatuur;
– Hoeveelheid en temperatuur van de opgeslagen levensmiddelen;
– Vaak of lang openen van de deur.
Daarom kunnen de volgende instellingen van de temperatuurregelaar
slechts als aanbevelingen gezien worden die eventueel aan de diverse
invloeden aangepast moeten worden.
Instellingsaanbevelingen:
a) Bij normale koeling zonder gebruik van het vriesvak:
– Stand “1” tot “2”;
– Als lagere temperaturen gewenst zijn, stand “2” tot “3”.
b) Bij het opslaan van diepvriesartikelen en bij het invriezen van verse
levensmiddelen in het vriesvak dient een temperatuurregelingsinstelling tussen “2” en “4” gekozen te worden, afhankelijk van de
omgevingstemperatuur.
Aanwijzing: Bij de onder b) genoemde instellingen wordt de gemiddelde temperatuur in de koelruimte ca. +5 °C; de gemiddelde temperatuur in het vriesvak bedraagt dan -18 °C of kouder. Dit geldt voor
omgevingstemperaturen van +16 °C tot +32 °C.
Bij een hogere omgevingstemperatuur worden bij regelstand “2” tot “3”
verse levensmiddelen juist ingevroren zonder dat het in de koelruimte
te koud wordt.
0 Temperatuurregelaar met behulp van een munt op de gewenste stand
draaien.
De compressor start en werkt dan automatisch.
Belangrijk!
Hoge omgevingstemperatuur (bijv. op hete zomerdagen) en koude
instelling van de temperatuurregelaar (stand “3” tot “4”) kunnen er
voor zorgen dat de compressor continu werkt.
Reden: De compressor moet ononderbroken lopen om bij een hogere
omgevingstemperatuur de lage temperatuur van het apparaat te kunnen handhaven. De koelruimte ontdooit dan niet meer – automatisch
ontdooien van de koelruimte is alleen bij stilstaande compressor mogelijk (zie hoofdstuk “Ontdooien”). Sterke rijpvorming aan de achterwand
van de koelruimte is dan het gevolg.
Zet in dat geval de temperatuurregelaar op een warmere stand (stand
“2” tot “3”). Bij deze instelling wordt de compressor geregeld en begint
het ontdooien weer automatisch.
113
Apparaat uitzetten, vakantieschakeling
0 Voor het uitzetten van de koeling de temperatuurregelaar op stand “0”
draaien.
0 Als de deur gedurende langere tijd open moet blijven, schakel dan de
binnenverlichting uit door de ovale lichtschakelaar uit te trekken
(vakantieschakeling).
3
0
0
0
0
114
De lichtschakelaar wordt weer ingedrukt zodra de deur gesloten wordt.
Als de deur daarna weer geopend wordt, schakelt de lichtschakelaar de
binnenverlichting weer in.
Als het apparaat gedurende langere tijd niet gebruikt wordt:
Apparaat uitzetten, daartoe de temperatuurregelaar op stand “0”
draaien.
Stekker uit het stopcontact halen of zekering uitschakelen, er resp.
uithalen.
Diepvriesruimte ontdooien en grondig reinigen (zie hoofdstuk “Reiniging en Onderhoud”).
Deur daarna open laten om geurvorming te voorkomen.
Interieur
Legvlakken
Het apparaat heeft één hele en twee halve legvlakken van glas.
0 Het hele legvlak zo mogelijk in de onderste geleiders boven de groentelade en het serveertableau schuiven.
De legvlakken kunnen in hoogte
versteld worden:
0 Daartoe het legvlak zo ver naar
voren trekken tot het naar boven
en naar beneden bewogen kan
worden en er uit gehaald kan
worden.
0 Het plaatsen op een andere
hoogte in omgekeerde volgorde
uitvoeren.
Grote artikelen instellen:
0 Het halve glazen legvlak op het
bovenste of middelste niveau naar
achteren schuiven. Daardoor
wordt ruimte gewonnen om op
het daaronder liggende legvlak
grote artikelen te plaatsen.
Het kleine kunststoffen neerzetplankje aan de onderkant van de achterwand van de koelruimte kan ook gebruikt worden voor het neerzetten van artikelen.
Variabele binnendeur
Naar gelang behoefte kunnen de
deurvakken er naar de zijkant toe
uitgehaald worden en in andere
opnames geplaatst worden.
115
Groentelade en serveertableau
Onder in het apparaat zit een uitneembare groentelade die met
een serveertableau van doorzichtig plastic is afgedekt .
Juist opslaan
In de koelruimte heersen, fysisch bepaald, diverse temperaturen. De
laagste temperatuur bevindt zich op de onderste legvlak. Warmer is het
op de bovenste legvlak en de vakken in de deur.
Tip: Levensmiddelen dienen altijd afgedekt of verpakt in de koelruimte
gezet te worden om uitdrogen en geur- of smaakoverdracht op andere
artikelen te voorkomen.
Voor het verpakken zijn geschikt:
– Vershoudzakken en -folien van polyethyleen;
– Plastic dozen met deksel;
– Speciale kappen van plastic met elastieken band;
– Aluminiumfolie.
116
Invriezen en diepgevroren opslaan
Het vriesvak dient voor het invriezen en diepgevroren opslaan van
levensmiddelen.
Attentie!
• Voor het invriezen van levensmiddelen alsmede voor het opslaan van
reeds bevroren diepvriesartikelen dient de temperatuur in het vriesvak –18 °C of lager te zijn.
• Warme levensmiddelen voor het invriezen laten afkoelen. De warmte
leidt tot verhoogde ijsvorming en verhoogt het energieverbruik.
• Eenmaal ontdooide levensmiddelen zonder verdere verwerking
(bereiden tot panklare gerechten) in geen geval een tweede keer
invriezen.
0 Alle levensmiddelen voor het invriezen luchtdicht verpakken, zodat ze
niet uitdrogen, de smaak niet verloren gaat en de smaak niet op andere
diepvriesproducten overgebracht wordt.
Voorzichtig! Diepvriesartikelen niet met natte handen aanraken. De
handen kunnen daaraan vast vriezen.
0 De verpakte levensmiddelen op de bodem van het vriesvak leggen.
Niet-bevroren artikelen mogen niet in aanraking komen met reeds
bevroren waren omdat anders de bevroren artikelen ontdooien kunnen.
Tips:
• Geschikt voor het verpakken van diepvriesproducten zijn:
– diepvrieszakken en -folie van polyethyleen;
– speciale diepvriesdozen;
– aluminiumfolie, extra sterk.
• Voor het sluiten van zakken en folie zijn geschikt:
plastic klemmen, elastiekjes of plakband.
• Voor het sluiten de lucht uit de zakjes en folie strijken omdat lucht
het uitdrogen van bevroren artikelen bevordert.
• Maak platte pakjes, deze bevriezen sneller.
• Diepvriesdozen niet tot aan de bovenrand vullen met (half)vloeibare
diepvriesproducten omdat vloeistof tijdens het invriezen uitzet.
Aanwijzing voor keuringsbureaus:
Stapelschema’s ter vaststelling van de diepvriesprestatie resp. opwarmtijd kunnen direct bij de fabrikant aangevraagd worden.
117
Het maken van ijsblokjes
0 Ijsbakje voor 3/4 met koud water vullen, in het vriesvak plaatsen en
laten bevriezen.
0 Om de ijsblokjes los te maken het ijsbakje omdraaien of kort onder
stromend water houden.
Attentie! Een eventueel vastgevroren ijsbakje nooit met spitse of
scherpe voorwerpen losmaken. Gebruik daarvoor een lepelsteel of iets
dergelijks.
Ontdooien
De koelruimte wordt automatisch ontdooid
De achterwand van de koelruimte wordt met rijp bedekt als de compressor loopt en ontdooit weer als de compressor stilstaat.
Het dooiwater wordt in het afvoergootje aan de achterwand van de
koelruimte opgevangen, door het afvoergat naar de opvangruimte aan
de onderkant van het apparaat geleid en verdampt daar.
Vriesruimte ontdooien
Als het apparaat aanstaat en tijdens het openen van de deur van het
vriesvak slaat vocht als rijp neer in het vriesvak. Verwijder deze rijp van
tijd tot tijd met een zachte plastic schraper, bijv. een deegkrabber.
Gebruik in geen geval harde of spitse voorwerpen.
Het apparaat dient in ieder geval ontdooid te worden als de rijplaag ca.
4 mm dik is: echter minimaal eenmaal per jaar. Een geschikt moment
voor het ontdooien is als het apparaat leeg is of als er nog maar weinig
artikelen in liggen.
1
118
Waarschuwing!
• Geen elektrische verwarmingsapparaten en andere mechanische of
kunstmatige hulpmiddelen gebruiken om het ontdooien te versnellen, met uitzondering van die die in deze gebruiksaanwijzing aanbevolen worden.
• Geen ontdooisprays gebruiken, deze kunnen gevaarlijk voor de
gezondheid zijn en/of stoffen bevatten die plastic aantasten.
Voorzichtig! Niet met natte handen aan bevroren artikelen komen. De
handen kunnen daaraan vastvriezen.
0 Bevroren artikelen er uitnemen, in meerdere lagen krantenpapier wikkelen en op een koele plaats leggen.
0 Apparaat uitzetten en de stekker uit het stopcontact halen of de
zekering uitschakelen c.q. er uitdraaien.
Tip: Het ontdooien kan versneld worden door een pan met heet water
in het vriesvak te zetten en de deur te sluiten. Verwijder stukken ijs die
er afvallen voor ze geheel ontdooid zijn.
0 Na het ontdooien het vriesvak grondig schoonmaken (zie hoofdstuk
“Reiniging en Onderhoud”).
Reiniging en onderhoud
Om hygiënische redenen dient het apparaat aan de binnenkant met
toebehoren geregeld gereinigd te worden.
1
Waarschuwing!
• Het apparaat mag tijdens het schoonmaken niet op het elektriciteitsnet aangesloten zijn. Gevaar voor schokken! Zet voor het schoonmaken het apparaat uit en trek de stekker uit het stopcontact of schakel
c.q. draai de zekering er uit.
• Het apparaat nooit met stoomreinigingsapparaten schoonmaken. Er
kan vocht in de elektrische onderdelen komen. Gevaar voor schokken!
Hete damp kan kunstoffen onderdelen beschadigen.
• Het apparaat dient droog te zijn voordat het weer in gebruik genomen wordt.
Let op!
• Etherische oliën en organische oplosmiddelen kunnen kunststof
onderdelen aantasten, bijv.
– Sap van citroen– of sinaasappelschillen;
– Boterzuur;
– Schoonmaakmiddelen die azijnzuren bevatten.
Dergelijke substanties niet in contact brengen met apparaatonderdelen.
• Geen schurende schoonmaakmiddelen gebruiken.
0 Koel– en diepvriesartikelen er uit halen. Diepvriesartikelen in meerdere
lagen kranten verpakken. Alles afgedekt op een koele plaats leggen.
0 Vriesvak voor het schoonmaken ontdooien (zie hoofdstuk “Ontdooien”).
119
0 Apparaat uitzetten en de stekker uit het stopcontact halen of de
zekering uitschakelen c.q. er uitdraaien.
0 Apparaat en interieur met een doek en lauwwarm water schoonmaken.
Eventueel een beetje normaal afwasmiddel gebruiken.
0 Daarna met schoon water afnemen en droogmaken.
0 Het dooiwater-afvoergat aan de achterwand van de koelruimte controleren. Een verstopt dooiwater–afvoergat met behulp van een draad
schoonmaken. Hiertoe het kunststoffen neerzetplankje aan de onderkant van de achterwand van de koelruimte er uitnemen en er na het
schoonmaken weer inzetten.
0 Als alles droog is, de levensmiddelen er weer in doen en het apparaat
weer in bedrijf nemen.
2
Tips om energie te besparen
• Het apparaat niet in de buurt van kachels, verwarmingselementen of
andere warmtebronnen plaatsen. Bij een hoge omgevingstemperatuur werkt de compressor vaker en langer.
• Zorgen voor voldoende be- en ontluchting aan de onderkant van het
apparaat. Ventilatieopeningen nooit afdekken.
• Geen warme spijzen in het apparaat zetten. Warme spijzen eerst laten
afkoelen.
• Deur slechts zo lang open laten als nodig is.
• De temperatuur niet lager dan nodig instellen.
• Diepvriesartikelen voor het ontdooien in de koelruimte leggen. De
koude in de diepvriesartikelen wordt zo voor koeling van de koelruimte gebruikt.
120
Wat te doen als ...
Hulp bij storingen
Het kan bij een storing om kleine defecten gaan die zelf aan de hand
van de volgende aanwijzingen opgelost kunnen worden. Voer zelf geen
verdere werkzaamheden uit als de volgende informatie in concrete
gevallen niet verder helpt.
1
Waarschuwing! Reparaties aan het koelapparaat mogen alleen door
geschoold personeel uitgevoerd worden. Door ondeskundige reparaties
kunnen grote gevaren ontstaan voor de gebruiker. Wendt U bij reparatie tot Uw vakhandel of onze klantendienst.
Storing
Mogelijke oorzaken
Apparaat is niet aangezet.
Verhelpen
Apparaat aanzetten.
Stekker zit niet in het stop- Stekker in stopcontact stecontact of zit los.
ken.
Apparaat werkt niet.
Apparaat koelt te sterk.
Zekering is los of kapot.
Zekering controleren,
eventueel vernieuwen.
Stopcontact is kapot.
Storingen in het lichtnet
door Uw elektrovakman
laten verhelpen.
Temperatuur is te laag
ingesteld.
Temperatuurregelaar tijdelijk op een hogere stand
zetten.
Temperatuur is niet juist
ingesteld.
Zie hoofdstuk “Ingebruikneming”.
Deur heeft te lang openge- Deur slechts zo lang open
staan.
laten als nodig is.
De levensmiddelen zijn te
warm.
Binnenverlichting werkt
niet.
In de laatste 24 uur zijn
grotere hoeveelheden
warme levensmiddelen
opgeslagen.
Temperatuurregelaar op
een koudere stand zetten.
Het apparaat staat naast
een warmtebron.
Zie hoofdstuk “Opstelplaats”.
Lamp is kapot.
Zie hoofdstuk “Lamp verwisselen”.
121
Wat te doen als ...
Storing
Sterke rijpvorming in het
apparaat, eventueel ook
aan de deurafdichting.
Ongewone geluiden.
Na het wijzigen van de
temperatuurinstelling
start de compressor niet
direct.
Mogelijke oorzaken
Verhelpen
Op de ondichte plaatsen de
deurafdichting voorzichtig
met een föhn® verwarmen
(niet heter dan ca. 50 °C).
Deurafdichting is lek
(eventueel na het verwisse- Tegelijkertijd de verwarmde deurafdichting
len van de deuraanslag).
met de hand zo in vorm
trekken dat hij weer helemaal sluit.
Apparaat staat niet recht.
Instelvoetjes bijstellen.
Apparaat komt tegen de
muur of tegen andere
voorwerpen aan.
Apparaat iets wegtrekken.
Een onderdeel, bijv. een
leiding, aan de achterkant
van het apparaat komt
Dit onderdeel voorzichtig
tegen een ander onderdeel wegbuigen.
van het apparaat aan of
tegen de muur.
Dit is normaal, het betreft
geen storing.
Water op de bodem van de
Dooiwaterafvoer is verstkoelruimte of op de legopt.
vlakken.
De compressor start na
enige tijd automatisch.
Zie hoofdstuk “Reiniging
en Onderhoud”.
Lamp verwisselen
Waarschuwing! Gevaar voor elektrische schok! Voor het verwisselen
van de lamp het apparaat uitzetten en de stekker uit het stopcontact
trekken of de zekering uitschakelen c.q. eruit draaien.
Lampgegevens: 220-240 V, max. 15 W, fitting: E 14
0 Om het apparaat uit te zetten de temperatuurregelaar op stand „0"
draaien.
0 Stekker uit het stopcontact trekken.
1
122
0 Voor het verwisselen van de lamp
de kruiskopschroef eruit draaien
en de lampbehuizing er naar beneden toe afnemen.
0 Defecte lamp verwisselen.
0 Lampbehuizing er weer op plaatsen en de kruiskopschroef
aandraaien.
Klantenservice
Als bij een storing geen oplossing in deze gebruiksaanwijzing gevonden
kan worden, gelieve men zich tot de handelaar of tot onze klantenservice te wenden. Adressen en telefoonnummers staan in bijgevoegd
boekje "Garantievoorwaarden/Klantendienst".
Een gerichte onderdeelvoorbereiding kan onnodige moeite en kosten
besparen. Vermeld daarom de volgende gegevens van het apparaat:
• Modelnaam
• Productnummer (PNC)
• Productienummer (S-No.)
Deze gegevens staan op het merk- en type-aanduidingsplaatje aan de
binnenkant van het apparaat. Aanbevolen wordt deze gegevens hier in
te vullen om ze snel bij de hand te hebben.
Aanwijzing: Voor het ten onrechte contact opnemen met de klantendienst tijdens de garantieperiode worden kosten berekend.
123
Geluiden als apparaat in bedrijf is
De volgende geluiden zijn karakteristiek voor koelapparaten:
• Klikken
Altijd als de compressor in- of uitgeschakeld wordt, is een klikgeluid
te horen.
• Zoemen
Zodra de compressor werkt, is een zoemgeluid te horen.
• Borrelen/Kabbelen
Als koelvloeistof door dunne buisjes stroomt, is een borrelend of kabbelend geluid te horen. Ook na het uitschakelen van de compressor is
dit geluid nog korte tijd te horen.
Doel, Normen, Richtlijnen
Het koelapparaat is voor huishoudelijk gebruik bestemd en is met
inachtneming van de voor deze apparaten geldende normen gemaakt.
Bij de fabricage zijn speciaal die maatregelen genomen die vereist zijn
volgens de Duitse wet op de veiligheid van toestellen (GSG), de Duitse
voorschriften ter voorkoming van ongevallen bij koude-installaties
(VBG 20) en de bepalingen van de vereiniging van Duitse elektrotechnici (VDE).
De koudecirculatie is op dichtheid getest.
;
124
Dit apparaat voldoet aan de volgende EG-richtlijnen:
– 73/23/EEG van 19.2.1973 - Laagspanningsrichtlijn
– 89/336/EEG van 3.5.1989
(incl. Wijzigingsrichtlijn 92/31/EEG) - EMC-richtlijn
Vaktermen
• Koelmiddelen
Vloeistoffen die gebruikt worden voor het opwekken van koude
noemt men koelmiddelen. Ze hebben een in verhouding laag kookpunt, zo laag dat de warmte van de in het koude-apparaat opgeslagen levensmiddelen het koelmiddel tot koken c.q. verdampen brengt.
• Koelmiddelcircuit
Gesloten circuit waarin het koelmiddel zich bevindt. Het koelmiddelcircuit bestaat in principe uit verdamper, compressor, condensor alsmede leidingen.
• Verdamper
In de verdamper verdampt het koelmiddel. Zoals alle vloeistoffen
heeft een koelmiddel warmte nodig om te verdampen. Deze warmte
wordt aan het interieur van het apparaat onttrokken dat daardoor
afkoelt. Daarom zit de verdamper in het apparaat direct achter de
binnenwand en daardoor niet zichtbaar.
• Compressor
De compressor lijkt op een klein tonnetje. Hij wordt door een ingebouwde elektromotor aangedreven en zit achter de sokkel van het
apparaat. Het is de taak van de compressor dampvormig koelmiddel
uit de verdamper weg te halen, te verdichten en naar de condensor te
leiden.
• Condensor
De condensor heeft meestal de vorm van een rooster. In de condensor
wordt het door de compressor verdichte koelmiddel gecondenseerd.
Daarbij komt warmte vrij die via de oppervlakte van de condensor
aan de omgevingslucht afgegeven wordt. De condensor is aan de
onderkant van het apparaat aangebracht.
125
Download PDF

advertising