C91900KFE-N
Glaskeramik-Kochfeld
Glaskeramische kookplaat
Taque de cuisson vitrocéramique
Ceramic glass hob
Montage- und Gebrauchsanweisung
Montage- en gebruikshandleiding
Instructions de montage et mode d’emploi
Installation and Operating Instructions
Geachte klant,
Lees deze gebruiksaanwijzing aandachtig door.
Let vooral op hoofdstuk “Veiligheid” op de eerste pagina's. Bewaar deze
gebruiksaanwijzing zodat u nog eens iets kunt nalezen. Geef het boekje
door aan een eventuele volgende eigenaar van het apparaat.
In de tekst worden de volgende symbolen gebruikt:
1
Aanwijzingen m.b.t. de veiligheid
Waarschuwing: Aanwijzingen m.b.t. uw persoonlijke veiligheid.
Attentie: Aanwijzingen m.b.t. het voorkomen van schade aan het apparaat.
3
Aanwijzingen en praktische tips
2
Informatie m.b.t. het milieu
1. Deze cijfers leiden u stap voor stap door de bediening van het apparaat.
2. ...
3. ...
Bij technische problemen kunt u altijd contact opnemen met onze service-afdeling (zie ook hoofdstuk Service).
Gedrukt op milieuvriendelijk gefabriceerd papier.
Wie milieubewust denkt, handelt ook zo ...
38
INHOUD
Gebruiksaanwijzing
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 41
Veiligheid . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 41
Afvalverwerking . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 43
De belangrijkste kenmerken van uw apparaat . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 44
Opbouw van het apparaat . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Uitvoering kookplaat en bedieningsveld . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Digitale indicaties . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Veiligheidsuitschakeling van de kookzones . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
45
45
46
46
Voor het in gebruik nemen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 47
Reinigen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 47
Bediening van de kookplaat . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
TOUCH-CONTROL-sensorvelden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Apparaat inschakelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Apparaat uitschakelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Keuze kookzone . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Keuze kookstand + en - . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Driekrings-kookzone in- en uitschakelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Braadzone in- en uitschakelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Kookzone uitschakelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Restwarmte-indicatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Koken met kookautomatiek . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Koken zonder kookautomatiek . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Bedieningsveld vergrendelen/ontgrendelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Timer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Vermogensverdeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
47
47
47
48
48
49
50
52
53
54
55
56
57
58
60
Toepassingen, tabellen, tips . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 62
Pannen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 62
Tips voor het koken met en zonder kookautomatiek . . . . . . . . . . . . . . . . . . 63
Reiniging en onderhoud . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 65
Kookplaat . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 65
Wat is er aan de hand als ... . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 67
39
Montage-aanwijzing
......................................
Technische gegevens . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Doel, normen, richtlijnen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Veiligheidsaanwijzingen voor de installateur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Elektrische aansluiting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Service
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 75
Montage . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
40
69
69
70
71
72
156
Gebruiksaanwijzing
Gebruiksaanwijzing
zing
1
Veiligheid
De veiligheid van dit apparaat voldoet aan de Europese en Nederlandse
normen. Toch zien wij ons als fabrikant genoodzaakt u met onderstaande aanwijzingen m.b.t. de veiligheid vertrouwd te maken.
Elektrische veiligheid
• Montage en aansluiting van het nieuwe apparaat mogen alleen door
een erkend elektro-installateur worden uitgevoerd.
• Reparaties aan het apparaat mogen alleen door vakmensen worden
uitgevoerd. Onvakkundige reparaties kunnen tot aanzienlijke risico's
leiden. Wend u bij reparaties altijd tot onze service-afdeling.
3
Volg deze aanwijzingen op, omdat anders bij schade de aanspraak op
garantie vervalt.
• Inbouwapparaten mogen alleen worden gebruikt nadat ze zijn ingebouwd in passende inbouwkasten en werkbladen die aan de normen
voldoen. Daarmee wordt de vereiste aanrakingsbescherming van elektrische apparaten veiliggesteld.
• Als zich storingen aan het apparaat, breuken, barsten of scheuren
voordoen:
– alle kookzones uitschakelen,
– de zekering voor de kookplaat in de huisinstallatie uitschakelen.
Veiligheid voor kinderen
Als u kookt of braadt, worden de kookzones heet. Houd daarom kleine
kinderen altijd uit de buurt.
Veiligheid tijdens het gebruik
• Dit apparaat mag alleen voor het normaal koken en braden van levensmiddelen worden gebruikt.
• Gebruik de kookplaat niet om het vertrek te verwarmen.
• Voorzichtig bij het aansluiten van elektrische apparaten aan stopcontacten in de buurt van het apparaat. Snoeren mogen niet met hete
kookzones in aanraking komen.
• Oververhitte vetten en oliën vliegen snel in brand. Als u gerechten in
vet of olie (bijv. patates frites) bereidt, dient u altijd in de buurt te
blijven.
• Schakel elke keer na het gebruik de kookzones uit.
41
Gebruiksaanwijzing
Veiligheid bij het reinigen
U moet het apparaat uitschakelen voordat u het gaat reinigen. Het reinigen van het apparaat met een stoomstraal- of hogedrukreiniger is om
veiligheidsredenen verboden.
Zo voorkomt u schade aan het apparaat
• Gebruik de kookplaat niet als werk- of aflegblad.
• De rand van de glaskeramische kookplaat zonder raamwerk is stootgevoelig. Wees voorzichtig in het omgaan met potten en pannen.
• Gebruik de kookzones niet met lege pannen of zonder pan.
• Glaskeramiek is ongevoelig voor extreme temperatuursverschillen en
zeer resistent, maar niet onbreekbaar. Vooral op de kookplaat vallende scherpe en harde voorwerpen kunnen deze beschadigen.
• Gebruik geen gietijzeren pannen of pannen met een beschadigde bodem met ruwe plekken en bramen. Door het verschuiven kunnen
krassen ontstaan.
• Als suiker of een suikerhoudend mengsel op de hete kookplaatkomt
en smelt, verwijder dit dan direct, als het nog heet is, met een glasschraper. Als de suiker stolt kan bij het verwijderen ervan de oppervlakte beschadigen.
• Houd alle voorwerpen en materialen die kunnen smelten op afstand
van de glaskeramische plaat, b.v. kunststoffen, aluminiumfolie of
ovenfolie. Mocht er toch iets op de glaskeramische plaat gaan smelten, dan moet dit ook direkt met de glasschraper worden verwijderd.
42
Gebruiksaanwijzing
2
Afvalverwerking
Verpakkingsmateriaal verwijderen
• Alle verpakkingsdelen zijn recyclebaar, folies en piepschuim onderdelen zijn overeenkomstig gecodeerd. Verpakkingsmateriaal en eventuele oude apparaten moeten op de juiste manier weggegooid
worden.
• Houd u aan de nationale en regionale voorschriften en let op de materiaalaanduiding (materiaalscheiding, afvalverzameling, inzamelpunten).
Aanwijzingen voor het weggooien
• Het apparaat mag niet bij het huisvuil worden gezet.
• Informatie over afhaaltijden of inzamelplaatsen krijgt u bij de gemeentelijke reinigingsdienst of het gemeentehuis.
• Waarschuwing! Afgedankte apparaten moeten voor het weggooien
onbruikbaar gemaakt worden. Aansluitsnoer verwijderen.
43
Gebruiksaanwijzing
De belangrijkste kenmerken van uw apparaat
• Glaskeramische kookplaat: Het apparaat heeft een glaskeramische
kookplaat en 5 snel opgloeiende kookzones. Hierbij wordt door bijzonder sterke stralingselementen de opwarmduur van het verwarmingselement aanzienlijk verkort.
• Sensorvelden: De bediening van het apparaat geschiedt d.m.v.
TOUCH-CONTROL-sensorvelden.
• Reiniging: Het voordeel van de glaskeramische kookplaat en de sensorvelden is de makkelijke reiniging. De gladde oppervlakte is makkelijk te reinigen (zie hoofdstuk: “Reiniging en onderhoud”).
• Sensorveld aan/uit: Het apparaat heeft met het sensorveld “aan/uit”
een aparte hoofdschakelaar, waarmee de stroomverzorging naar het
apparaat compleet in- en uitgeschakeld kan worden.
• Indicaties: Digitale indicaties geven u informatie over ingestelde
kookstanden, geactiveerde functies en over evt. nog aanwezige restwarmte van de betreffende kookzone.
• Veiligheidsuitschakeling: Een veiligheidsuitschakeling zorgt ervoor
dat alle kookzones na een bepaalde tijd worden uitgeschakeld als de
instellingen niet worden veranderd.
• Warmhoudstand: ! is de kookstand waarop u gerechten warm
kunt houden.
• Restwarmte-indicatie: Een h voor restwarmte brandt in de indicatie, als de kookzone nog zo warm is dat verbrandingsgevaar bestaat.
• Braadzone: De kookplaat is uitgevoerd met een braadzone. Al naar
gelang de instelling kan deze als ronde - of ovale kookzone worden
gebruikt, b.v. voor braadpannen.
• Driekringskookzone: De kookplaat is uitgevoerd met een driekringskookzone. Daarmee biedt uw apparaat u een kookzone met variabele
grootte, b.v. voor kleinere pannetjes. Daardoor kan energie worden
bespaard.
• Timer: Met de geïntegreerde timer kunnen alle kookzones automatisch worden uitgeschakeld. Als het einde van de kooktijd is bereikt,
wordt de kookzone uitgeschakeld.
• Vermogensverdeling: Bij gelijktijdig gebruik van de kookzones links
voor, rechts achter en rechts voor regelt de kookplaatbesturing automatisch de optimale verdeling van het verwarmingsvermogen (zie
hoofdstuk “Vermogensverdeling”).
44
Gebruiksaanwijzing
Opbouw van het apparaat
Uitvoering kookplaat en bedieningsveld
Eenkringskookzone
1200W
Driekringskookzone
2700W
Eenkringskookzone
1800W
inschakeltoets
keuze kookzone met indicaties voor
kookstand/restwarmte
Bedieningsveld
Braadzone
2200W
Eenkringskookzone
1800W
„timer“
met controle-indicaties
keuze kookstand
vergrendeling
hoofdtoets
„aan/uit“
45
Gebruiksaanwijzing
Digitale indicaties
De vijf indicatievelden, die bij de vijf kookzones horen, geven aan:
– j, na het inschakelen en bij automatische uitschakeling door de veiligheidsfunctie,
– = bij het kiezen van een kookzone,
– ! tot ), afhankelijk van de gekozen kookstand,
– a bij kookautomatiek,
– h bij restwarmte,
– f bij storing.
1 Veiligheidsuitschakeling van de kookzones
Als één van de kookzones na een bepaalde tijd niet wordt uitgeschakeld
of de kookstand niet wordt veranderd, wordt de betreffende kookzone
automatisch uitgeschakeld.
In de indicatie van alle ingeschakelde kookzones verschijnt h en na het
afkoelen j.
De kookzones worden uitgeschakeld bij:
• kookstand
1-2
na 6 uur
• kookstand
3-4
na 5 uur
• kookstand
5
na 4 uur
• kookstand
6-9
na 1,5 uur
3
Mochten één of meer kookzones vóór afloop van de aangegeven
tijd worden uitgeschakeld, kijk dan in hoofdstuk “Wat is er aan de
hand als ...”.
Veiligheidsuitschakeling opheffen
Om de geactiveerde veiligheidsuitschakeling op te heffen moet het apparaat met sensorveld AAN/UIT n uit- en dan weer ingeschakeld worden. Daarna zijn de kookzones weer klaar voor gebruik.
Uitschakelen door andere oorzaken
Als overkokende vloeistof op het bedieningsveld terechtkomt, worden
alle kookzones direct uitgeschakeld.
Dat gebeurt ook als u een natte doek op het bedieningsveld legt. In
beide gevallen moet het apparaat weer met de hoofdschakelaar n
worden ingeschakeld, nadat de vloeistof of de doek is verwijderd.
46
Gebruiksaanwijzing
Voor het in gebruik nemen
Reinigen
De glaskeramische kookplaat met een vochtige doek afnemen.
1
Attentie: Gebruik geen scherpe, schurende reinigingsmiddelen! De oppervlakte kan beschadigd worden.
Bediening van de kookplaat
3
Bij het inschakelen van een kookzone kan deze kort zoemen. Dat is een
eigenschap van alle glaskeramische kookzones en heeft geen negatieve
invloed op het functioneren of de levensduur van het apparaat.
TOUCH-CONTROL-sensorvelden
Om de TOUCH-CONTROL-sensorvelden te bedienen legt u uw vinger
plat op het gewenste veld, tot de betreffende indicaties aan of uit gaan,
resp. de gewenste functie wordt uitgevoerd.
Apparaat inschakelen
Het complete apparaat wordt met het sensorveld ”aan/uit” n ingeschakeld.
Het sensorveld ”aan/uit” ca. twee seconden lang aanraken.
De digitale indicaties geven j aan en de punt knippert.
47
Gebruiksaanwijzing
3
Nadat u d.m.v. sensorveld ”aan/uit” het apparaat hebt ingeschakeld,
moet binnen ca. 10 seconden met de kookzonekeuzetoetsen één van de
kookzones worden geselecteerd. Anders wordt het apparaat om veiligheidsredenen weer uitgeschakeld.
Apparaat uitschakelen
Om het apparaat compleet uit te schakelen sensorveld ”aan/uit ” n
aanraken.
Sensorveld ”aan/uit” ca. een seconde lang aanraken.
3
Na het uitschakelen van een kookzone of van de gehele kookplaat
wordt nog aanwezige restwarmte met h (van ”heet”) in de digitale indicaties van de betreffende kookzones aangegeven.
Keuze kookzone
Om de gewenste kookzone te selecteren het bijbehorende sensorveld
ca. een seconde lang aanraken.
In het indicatieveld van de kookzone gaat de nul met punt branden =.
3
48
De punt geeft aan dat alleen deze kookzone kan worden ingesteld..
Gebruiksaanwijzing
Keuze kookstand + en Voor instellen resp. wijzigen van de kookstand (! tot )) voor de gekozen kookzone.
Met sensorveld + de kookstand verhogen.
Met sensorveld - de kookstand verlagen.
3
Als verschillende kookzones tegelijk in gebruik zijn, moet voor wijzigen
van de kookstand de gewenste kookzone worden gekozen door aanraken van het betreffende sensorveld. De punt in het display geeft aan
welke kookzone geselecteerd is.
49
Gebruiksaanwijzing
Driekrings-kookzone in- en uitschakelen
Afhankelijk van de pangrootte kunnen bij de driekrings-kookzone met
het sensorveld “inschakelen” op het bedieningsveld naast de kleinere
kookzone één of twee grotere verwarmingskringen worden ingeschakeld.
3
Deze kunnen alleen worden ingeschakeld, als de kleinere verwarmingskring al is ingeschakeld.
1. De betreffende kookzone kiezen.
2. De gewenste kookstand instellen.
50
Gebruiksaanwijzing
3. Sensorveld “inschakelen” aanraken.
De middelste verwarmingskring wordt ingeschakeld. Het controlelampje onder symbool II gaat branden.
4. Als u sensorveld “inschakelen” opnieuw aanraakt, wordt de buitenste
verwarmingskring geactiveerd. Het controlelampje onder symbool III
gaat branden.
5. Om de buitenste verwarmingskringen uit te schakelen sensorveld “inschakelen” aanraken, de buitenste verwarmingskring wordt dan uitgeschakeld.
51
Gebruiksaanwijzing
Braadzone in- en uitschakelen
1. De betreffende kookzone kiezen.
2. De gewenste kookstand instellen.
3. Om de braadzone in en uit te schakelen legt u uw vinger plat op het
touch-control-sensorveld “inschakelen”, tot het controlelampje aan of
uit gaat.
52
Gebruiksaanwijzing
Kookzone uitschakelen
1. Met de kookzone-sensorvelden gewenste kookzone selecteren.
2. Om uit te schakelen de sensorvelden + en - tegelijk aanraken of met
sensorveld - op nul terugzetten.
3
Een kookzone kan alleen worden uitgeschakeld, als de punt in de indicatie brandt.
53
Gebruiksaanwijzing
Restwarmte-indicatie
Na het uitschakelen van een kookzone of van de gehele kookplaat
wordt nog aanwezige restwarmte met h (van ”heet”) in de digitale indicaties van de betreffende kookzones aangegeven.
Ook na het uitschakelen van de kookzone gaat de restwarmte-indicatie
pas uit als de kookzone is afgekoeld.
54
2
U kunt de restwarmte gebruiken voor het smelten en warmhouden van
gerechten.
1
Attentie! Zolang de restwarmte-indicatie brandt, bestaat er verbrandingsgevaar.
1
Attentie! Bij stroomuitval gaat ook symbool h uit en daarme de
waarschuwing voor aanwezige restwarmte. Er bestaat echter nog
steeds verbrandingsgevaar. Dat kunt u voorkomen door goed op te letten.
Gebruiksaanwijzing
Koken met kookautomatiek
Alle vijf kookzones van de kookplaat kunnen op negen standen worden
ingesteld en zijn uitgerust met een kookautomatiek:
– !, laagste kookstand
– ), hoogste kookstand
– a, aankookfunctie.
Als u de door u gewenste kookstand met sensorveld + kiest, werkt de
kookzone een bepaalde tijd met vol vermogen en schakelt dan automatisch op de ingestelde doorkookstand terug.
De duur van de automatische aankookstoot is afhankelijk van de gekozen doorkookstand.
1. Met de kookzone-sensorvelden de gewenste kookzone kiezen.
Sensorveld + aanraken, tot de gewenste kookstand ! tot (. De ingestelde kookstand wordt eerst aangegeven. Na 5 seconden verschijnt
i.p.v. de kookstand de a (= kookautomatiek) in de indicatie. Na afloop
van de aankooktijd wordt weer de kookstand aangegeven.
55
Gebruiksaanwijzing
3
Als u tijdens de automatische functie een hogere stand kiest,
bijv. van # naar %, wordt de aankooktijd aangepast. Als u een lagere
stand kiest, wordt de automatische functie direct beëindigd.
3
Als alle drie kookzones links voor, rechts achter en rechts voor tegelijkertijd in gebruik zijn, is voor deze kookzones de kookautomatiek niet
beschikbaar.
Koken zonder kookautomatiek
Als u de kookzone zonder kookautomatiek wilt gebruiken, dan kiest u
de gewenste kookstand met het --sensorveld.
1. Apparaat inschakelen en met de kookzonekeuzetoetsen de gewenste
kookzone selecteren.
2. Sensorveld - aanraken, om de gewenste kookstand ) tot ! in te
stellen.
3
Met de toetsen + en - kunt u de stand altijd wijzigen, zolang de
kookzone geselecteerd is.
Kookzone uitschakelen
1. Met de kookzonekeuzetoetsen de gewenste kookzone selecteren.
2. Om uit te schakelen de toetsen + en - tegelijk indrukken.
56
Gebruiksaanwijzing
Bedieningsveld vergrendelen/ontgrendelen
Tijdens het gehele kookproces kan het bedieningsveld met uitzondering
van het sensorveld ”aan/uit” worden vergrendeld om te voorkomen dat
instellingen worden gewijzigd, bijv. doordat u er met een doek over
veegt. Deze functie is ook geschikt als kinderbeveiliging.
1. Sensorveld ”vergrendeling” zo lang aanraken tot het controlelampje
gaat branden.
2. Om de vergrendeling weer op te heffen sensorveld ”vergrendeling” opnieuw zo lang aanraken tot het controlelampje uitgaat.
3
Kinderbeveiliging! Als u de kookplaat compleet uitschakelt d.m.v. sensorveld ” aan/uit”, terwijl de vergrendeling is ingeschakeld, dan is bij het
weer inschakelen de vergrendeling nog altijd actief. Om de kookzone
opnieuw in te schakelen moet de vergrendelingsfunctie worden opgeheven zoals hierboven beschreven.
57
Gebruiksaanwijzing
Timer
Met de geïntegreerde timer kan bij alle kookzones een kooktijd worden
ingesteld. Als het einde van de kooktijd is bereikt, wordt de kookzone
automatisch uitgeschakeld.
1. Met het sensorveld kookzone de gewenste kookzone selecteren en gewenste kookstand instellen.
2. Sensorveld TIMER W aanraken om de timerfunctie voor deze kookzone te activeren. In de indicatie verschijnt 00.
3. Met de sensorvelden + of - de gewenste tijd tot het automatisch uitschakelen instellen of veranderen (bijv. 15 minuten).
Na enkele seconden begint de timer automatisch en geeft de resterende tijd tot het uitschakelen aan.
Bovendien brandt de indicatie ”timer actief” van de betreffende kookzone, bijv. controlelampje links boven komt overeen met kookzone links
achter.
Na afloop van de ingestelde kookduur wordt de kookzone automatisch
uitgeschakeld en klinkt een akoestisch signaal.
4. Sensorveld TIMER W aanraken om het signaal en het controlelampje
uit te schakelen.
58
Gebruiksaanwijzing
3
Om sneller in te stellen laat u uw vinger zo lang op het sensorveld + of
- rusten, tot de gewenste waarde is bereikt.
Als eerst sensorveld - wordt aangeraakt, begint de tijdsinstelling bij
99 minuten, als eerst sensorveld + wordt aangeraakt, begint de tijdsinstelling bij 1 minuut.
Resterende kooktijd aangeven
Als u een kookzone kiest die op de timer werkt, verschijnt in het timerindicatieveld de resterende kookduur.
Timer als kookwekker (”eierwekker”) gebruiken
3
De timer-functie kan zonder de uitschakelautomatiek ook als kookwekker worden gebruikt, als hij tenminste niet reeds voor één of meer
kookzones wordt gebruikt. Hierbij mag er geen kookzone geselecteerd
zijn. Het sensorveld kookzone met de punt in de indicatie moet dus opnieuw worden aangeraakt, opdat de punt uitgaat.
De tijdsinstelling geschiedt zoals hierboven beschreven.
Timer-functie voortijdig beëindigen
Er zijn twee mogelijkheden om de timer voortijdig uit te schakelen:
Kookzone en timer tegelijk uitschakelen
1. Met de kookzonekeuzetoetsen de gewenste kookzone selecteren.
2. Toets + en - tegelijk aanraken: Kookzone en timer worden uitgeschakeld.
Timer uitschakelen - kookzone blijft actief
1. Met de kookzonekeuzetoetsen de gewenste kookzone selecteren.
2. Toets ”timer” opnieuw aanraken
3. Toets + en - tegelijk aanraken:
– Alleen timer wordt uitgeschakeld.
– Kookzone blijft in werking.
59
Gebruiksaanwijzing
Vermogensverdeling
Als bij de kookzones links voor, rechts achter en rechts voor tegelijkertijd een hoge kookstand (8 of 9) wordt ingesteld, regelt de kookplaatbesturing automatisch de optimale verdeling van het
verwarmingsvermogen. In dit geval krijgt de als laatste gekozen kookzone voorrang en dus de gekozen kookstand 8 of 9. De automatische
vermogensverdeling stelt de twee andere kookzones dan op
kookstand 7 in. De kookzone-indicaties van deze twee kookzones geven
afwisselend de oorspronkelijk ingesteld stand (8 / 9) en 7 aan.
De kookautomatiek is voor de kookzones links voor, rechts achter en
rechts voor niet beschikbaar, als deze drie kookzones tegelijkertijd in
gebruik zijn. D.w.z. als twee van de kookzones met kookautomatiek
werken en de derde kookzone wordt ook ingeschakeld, dan schakelt de
kookautomatiek automatisch uit en de kookzones worden op de doorkookstand ingesteld. In de indicatie gaat de indicatie van "A" naar de
ingestelde doorkookstand.
Kunnen alteijd met vol vermogen worden gebruikt
Kookzones met automatische vermogensverdeling
60
Gebruiksaanwijzing
Voorbeeld:
Kookzone
Ingestelde kookstand
Indicatie
1. links voor
9
7 en 9 afwisselend
2. rechts achter
9
7 en 9 afwisselend
3. rechts voor
9
9
wijziging links voor
5
5
rechts achter
9
7 en 9 afwisselend
rechts voor
9
9
61
Gebruiksaanwijzing
Toepassingen, tabellen, tips
Pannen
Hoe beter de pan, des te beter het kookresultaat.
• Goede pannen herkent u aan de bodem. De bodem moet zo dik en
vlak mogelijk zijn.
• Let bij het kopen van pannen op de diameter van de bodem. Fabrikanten geven vaak de diameter van de bovenste rand van de pan aan.
• Pannen met een aluminium of koperen bodem kunnen metaalachtige
verkleuringen op de glaskeramische plaat achterlaten die moeilijk of
helemaal niet meer te verwijderen zijn.
• Gebruik geen pannen van gietijzer of pannen met een beschadigde
bodem met ruwe plekken en bramen. Bij het verschuiven kunnen blijvende krassen ontstaan.
• In koude toestand is de panbodem normaliter iets
naar binnen gewelfd (hol). De panbodem mag in
geen geval naar buiten gewelfd (bol) zijn.
• Let op de aanwijzingen van de fabrikant, als u speciale pannen gebruikt (bijv. snelkookpan wok, enz.).
2
62
Tips voor het besparen van energie
U bespaart waardevolle energie, als u met onderstaande punten rekening houdt:
• De kookzone pas inschakelen als er een pan op staat.
• Vuile kookzones en panbodems verhogen het
stroomverbruik.
• Pannen indien mogelijk altijd met een deksel afsluiten.
• Kookzones vóór het einde van de kooktijd uitschakelen om gebruik te maken van de restwarmte, bijv.
om gerechten warm te houden of om levensmiddelen
te smelten.
• Panbodem en kookzone moeten
even groot zijn.
• Bij gebruik van een snelkookpan
wordt de kooktijd max. 50% korter.
Gebruiksaanwijzing
Tips voor het koken met en zonder kookautomatiek
De automatische aankookfunctie is geschikt voor:
• gerechten die koud worden opgezet, op hoog vermogen verhit en op
de doorkookstand niet voortdurend in de gaten hoeven te worden
gehouden.
• gerechten, die continu in een hete pan worden gebraden.
De automatische aankookfunctie is niet geschikt voor:
• goulash, rollade en dergelijke suddergerechten die tot het bereiken
van de juiste bruinheidsgraad onder voortdurend omkeren aangebraden, bedropen en gaargestoofd moeten worden.
• deeggerechten met veel vloeistof,
• het koken met snelkookpannen,
• zeer grote hoeveelheden soep/éénpansmaaltijden met meer dan
2 liter vloeistof.
Algemene aanwijzingen:
3
• Bij het koken zonder kookautomatiek raden wij u aan om voor het
aan de kook brengen/aanbraden van de levensmiddelen een hoge
stand in te stellen (met de --toets) en daarna op de passende doorkookstand terug te schakelen.
• De doorkookstand ! kunt u gebruiken om gerechten warm te houden.
• Let de eerste keer goed op! Dan kunt u vaststellen, welke kookstand
voor "uw gerechten" in de "door u gewoonlijk bereide hoeveelheid"
met "uw pannnen" optimaal is. U zult de voordelen van de automatiek al snel waarderen en vol vertrouwen met uw nieuwe kookplaat
kunnen werken.
63
Gebruiksaanwijzing
Richtlijnen voor het koken op de kookzone
De gegevens in de volgende tabellen zijn richtlijnen. Welke schakelstand voor een kookproces nodig is, hangt af van de kwaliteit van de
pannen en van soort en hoeveelheid van de levensmiddelen
AankookSchakel- tijd van de
stand
automatiek1
(min.)
9
8
4,5
7
3,5
6
2,5
5
8,5
4
6,5
3
4,8
2
3,0
1
1,0
Kookproces
Toepassingsvoorbeelden
aan de kook
brengen
aanbraden
frituren
aan de kook brengen van grote hoeveelheden water, deegwaren koken,
aanbraden van vlees,
(bijv. goulash, suddervlees)
sterk braden
biefstuk, lendestuk,
aardappelkoekjes,
braadworst,
pannenkoeken/flensjes
braden
schnitzel/karbonade,
lever, vis,
gehaktballen, spiegeleieren
koken
koken tot 1,5 l vloeistof,
aardappelen, groente
stoven
stomen
wellen
stoven en stomen van kleinere hoeveelheden groente,
wellen van rijst en
melkgerechten
warmhouden
smelten
warmhouden van gerechten,
boter smelten,
gelatine oplossen,
chocolade smelten
1) bij het koken zonder automatiek kan de aankooktijd individueel worden gekozen.
3
64
Wij raden u aan om voor het aan de kook brengen of aanbraden stand
”9” te kiezen en gerechten met een langere kooktijd daarna op de betreffende doorkookstand verder gaar te laten worden.
Gebruiksaanwijzing
Reiniging en onderhoud
Kookplaat
1
Attentie: Reinigingsmiddelen mogen niet op de hete glaskeramische
plaat terechtkomen! Alle reinigingsmiddelen moeten na het schoonmaken met ruim schoon water worden verwijderd, omdat ze bij het weer
opwarmen etsend kunnen werken!
Gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen, zoals grill- of ovensprays,
grove schuurmiddelen of krassende pannenreinigers.
3
Reinig de glaskeramische kookplaat elke keer na het gebruik als hij
handwarm of koud is. Zo voorkomt u dat verontreinigingen inbranden.
Kalk- en watervlekken, vetspatten en metaalachtig glanzende verkleuringen met een in de handel verkrijgbaar speciaal reinigingsmiddel voor
glaskeramiek of edelstaal verwijderen.
Lichte verontreinigingen
1. Glaskeramische plaat met een vochtige doek en wat afwasmiddel afnemen.
2. Daarna met een schone doek droogwrijven. Er mogen geen resten reinigingsmiddel op de oppervlakte achterblijven.
3. De gehele glaskeramische plaat eenmaal per week grondig reinigen met
een speciaal reinigingsmiddel voor glaskeramiek of edelstaal.
4. Dan de kookplaat met ruim schoon water afnemen en met een schone
niet-pluizende doek droogwrijven.
Vastklevende verontreinigingen
1. Gebruik voor het verwijderen van
overgekookte levensmiddelen of
vastgekleefde spatten een glasschraper.
2. De glasschraper schuin op de glaskeramische plaat zetten.
3. Verontreinigingen verwijderen met
een glijdende beweging van de
schraper.
3
Glasschrapers en reinigingsmiddelen
voor glaskeramische kookplaten zijn
in de vakhandel verkrijgbaar.
65
Gebruiksaanwijzing
1 Speciale verontreinigingen
1. Ingebrande suiker, gesmolten kunststof, aluminiumfolie of andere materialen die kunnen smelten direct, als
ze nog heet zijn, met een glasschraper verwijderen.
Attentie: Bij het gebruik van de glasschraper op een hete kookzone bestaat verbrandingsgevaar!
2. Reinig daarna de afgekoelde kookplaat op de normale wijze.
1
3
66
Mocht de kookzone met daarop gesmolten materiaal al afgekoeld zijn, verwarm de zone dan nog een keer
voor reinigen.
Krassen en donkere vlekken in de glaskeramische plaat, die bijv. door
scherpe panbodems zijn ontstaan, kunnen niet worden verwijderd. Ze
hebben echter geen nadelige invloed op het functioneren van de kookplaat.
Gebruiksaanwijzing
Wat is er aan de hand als ...
Hulp bij storingen
Misschien gaat het om een kleine storing die u aan de hand van de volgende aanwijzingen zelf kunt oplossen. Voer zelf verder geen werkzaamheden uit, als onderstaande informatie u niet verder helpt.
1
Waarschuwing! Reparaties aan het apparaat mogen alleen door vakmensen worden uitgevoerd. Door ondeskundige reparaties kunnen aanzienlijke gevaren voor de gebruiker ontstaan. Wend u bij reparaties
altijd tot onze service-afdeling.
Wat is er aan de hand als ...
.... de kookzones niet functioneren?
Controleer of
– de zekering in de huisinstallatie (zekeringkast) in orde is. Mochten de
zekeringen vaker uitschakelen, neem dan contact op met een erkend
elektro-installateur.
– het apparaat is ingeschakeld,
– controlelampjes in het bedieningsveld branden,
– de betreffende kookzone is ingeschakeld,
– de kookzones op de gewenste doorkookstand zijn ingesteld
(zie hoofdstuk “Koken”),
– de veiligheidsuitschakeling van de kookzones misschien in werking is
getreden (zie hoofdstuk “Veiligheidsfuncties”).
.... de kookzones niet kunnen worden ingeschakeld?
Controleer of
– het bedieningsveld misschien vergrendeld is (zie hoofdstuk “Bedieningsveld vergrendelen”).
– tussen aanraken van de aan/uit-toets en inschakelen van de gewenste kookzone misschien een tijd van meer dan 10 seconden is verstreken (zie hoofdstuk “Apparaat inschakelen”).
– de sensorvelden misschien voor een deel met een vochtige doek of
met vloeistof zijn bedekt.
.... de indicatie m.u.v. j resp. h voor restwarmte plotseling uitvalt?
Controleer of
– misschien per ongeluk de aan/uit-toets is aangeraakt.
– de sensorvelden misschien voor een deel met een vochtige doek,
vloeistof o.i.d. zijn bedekt.
– de veiligheidsuitschakeling misschien geactiveerd is.
67
Gebruiksaanwijzing
.... na het uitschakelen van de kookzones geen j resp. h voor
restwarmte in de indicatie verschijnt?
Controleer of
– de kookzone slechts even gebruikt is en daarom nog niet heet genoeg
is.
Mocht de kookzone heet zijn, neem dan contact op met de service-afdeling.
.... een kookzone niet kan worden uitgeschakeld?
Controleer of
– de sensorschakelaars misschien voor een deel met een vochtige doek
of met vloeistof zijn bedekt.
– de vergrendeling misschien ingeschakeld is.
.... een kookzone niet kan worden ingeschakeld?
Controleer of
– de vergrendeling misschien ingeschakeld is.
.... de indicatie f brandt?
Controleer of de kookzone misschien oververhit is.
Deze indicatie brandt bij oververhitting, storingen in de elektronica of
om veiligheidsredenen.
.... de indicatie tussen twee kookstanden bijv. 9 en 7 wisselt?
Controleer of de kookzones links voor, rechts achter en rechts voor gelijktijdig in gebruik zijn en lees hoofdstuk “Vermogensverdeling”.
Als u vanwege bedieningsfouten de service-afdeling inschakelt, wordt
dit bezoek ook tijdens de garantietermijn niet door onze garantiebepalingen gedekt.
68
Montage-aanwijzing
Montage-aanwijzing
1
Attentie! Montage en aansluiting van het nieuwe apparaat mogen alleen door een erkend elektro-installateurworden uitgevoerd.
Volg deze aanwijzing op, omdat anders bij schade de aanspraak op garantie vervalt.
Technische gegevens
Afmetingen van het apparaat
Breedte
Diepte
Hoogte
1029 mm
519 mm
43 mm
Vermogensopname
Kookzone linksvoor ø 180 mm
Kookzone linksachter ø 145 mm
Kookzone midden ø 145/210/275 mm
Kookzone rechtsachter 170x265 mm
Kookzone rechtsvoor ø 180 mm
Spanning verwarmingselement
Totale aansluitwaarde max.
1800 W
1200 W
1000/2000/2700 W
1500/2200 W
1800 W
230 V ~
7,9 kW
69
Montage-aanwijzing
Doel, normen, richtlijnen
Dit apparaat voldoet aan de volgende normen:
• EN 60 335-1 en EN 60 335-2-6 m.b.t. de veiligheid van elektrische
apparaten voor huishoudelijk gebruik en soortgelijke doeleinden en
• EN 60350 resp. DIN 44546 / 44547 / 44548 m.b.t. de gebruikseigenschappen van elektrische fornuizen, kookplaaten, ovens en grills voor
het huishouden.
• EN 55014-2
• EN 55014
• EN 61000-3-2
• EN 61000-3-3 m.b.t. de fundamentele beschermingseisen voor elektromagnetische compatibiliteit (EMC).
;
70
Dit apparaat voldoet aan de volgende EG-richtlijnen
• 73/23/EG van 19.02.1973 (laagspanningsrichtlijn inclusief wijziging
90/683/EEG)
• 89/336/EG van 03./05.1989 (EMC-richtlijn
incl. wijzigingsrichtlijn 92/31/EG)
Montage-aanwijzing
1 Veiligheidsaanwijzingen voor de installateur
• In de elektrische installatie moet een inrichting worden aangebracht,
die het mogelijk maakt het apparaat met een contactopeningswijdte
van min. 3 mm met alle polen van het net te scheiden.
Geschikte scheidingsinrichtingen zijn bijv. automatische zekeringen
(schroefzekeringen moeten uit de fitting geschroefd worden), aardlekschakelaar en veiligheidsschakelaars.
• Dit apparaat voldoet wat betreft brandbeveiliging aan type Y (EN 60
335-2-6). Alleen apparaten van dit type mogen aan één zijde tegen
daarnaast staande hoge kasten of wanden ingebouwd worden.
• Er mogen geen laden onder de kookplaat gemonteerd worden.
• Bescherming tegen aanraken moet door de inbouw gegarandeerd
zijn.
• De stabiliteit van de inbouwkast moet aan DIN 68930 voldoen.
• Als bescherming tegen vocht moeten alle uitgezaagde snijvlakken
met geschikt afdichtmateriaal worden beschermd.
• Bij betegelde werkbladen moeten de voegen bij het kookgedeelte geheel met voegenmateriaal opgevuld zijn.
• Bij natuurstenen, kunststenen of keramische platen moeten de
springveren met geschikte kunsthars- of tweecomponentenlijm verlijmd worden.
• Afdichting bij het raam controleren op correcte positie en op eventuele gaten. Er mag geen extra siliconenafdichting aangebracht worden, omdat dit het uitbouwen bij service bemoeilijkt.
• Voor demontage moet de kookplaat er van onderen uitgedrukt worden.
• Het werkblad op de plaats van de uitsnijding reinigen.
• De meegeleverde, eenzijdig klevende, afdichtingstape aan de bovenkant van het keukenwerkblad langs de rand van de uitsnijding vastplakken. De plaats van het punt waar de tape samenkomt dient in het
midden van één van de zijden te liggen. Na het op maat maken(met
enige mm speling) de beide uiteinden koud tegen elkaar aan drukken.
1
AANWIJZING:
Wanneer de hoekverbindingen van de werkplaat met spanelementen
werden verbonden, dient erop te worden gelet dat ten minste de
voorsten, links en rechts, na het losmaken van de tape en voorafgaand
aan de inbouw van de kookplaat worden verwijderd.
71
Montage-aanwijzing
Elektrische aansluiting
Voordat u het apparaat aansluit moet u controleren of de nominale
spanning (de op het typeplaatje aangegeven spanning) overeenkomt
met de aanwezige netspanning. Het typeplaatje bevindt zich onderop
de kookplaat.
De spanning van het verwarmingselement bedraagt AC230 V~. Ook bij
oudere stroomnetten met AC220 V~ werkt het apparaat onberispelijk.
De aansluiting van de kookplaat dient zodanig te worden uitgevoerd
dat het apparaat met alle polen van het net kan worden gescheiden
met een contactopeningswijdte van min. 3 mm, bijv. door automatische zekering,aardlekschakelaaroderveiligheidsschakelaar.
Als aansluitsnoer moet een snoer van type H05VV-F of van betere kwaliteit worden gebruikt.
De aansluiting dient volgens schema te worden uitgevoerd. Alnaargelang het aansluitschema moeten de aansluitbruggen op de juiste wijze
worden ingezet. De aardeleider wordt met klem x verbonden. De aardeleiderader moet langer zijn dan stroomvoerende aders.
De kabelaansluitingen moeten volgens de voorschriften worden
uitgevoerd en de klemschroeven moeten vast worden aangedraaid.
Daarna het aansluitsnoer met de trekontlastingsklem beveiligen en de
afdekking sluiten door hem stevig aan te drukken (inklikken).
Voordat het apparaat voor de eerste keer wordt ingeschakeld moeten
evt. aanwezige beschermingsfolie of stickers van de glaskeramische
plaat of het raam worden verwijderd.
1
72
Na het aansluiten aan de stroomverzorging controleren of de kookzones bedrijfsklaar zijn door ze één voor één even op de maximale stand
in te schakelen.
Montage-aanwijzing
73
Service
Service
ce
In het hoofdstuk ”Wat is er aan de hand als …” vindt u enkele storingen
die u zelf kunt opheffen. Lees in geval van storing eerst dit hoofdstuk.
Gaat het om een technische storing?
Neem dan contact op met onze service-afdeling. (Adres en telefoonnummers vindt u in hoofdstuk ”Adres klantenservice”.)
Bereid het gesprek in ieder geval goed voor. Dat vereenvoudigt de diagnose en de vaststelling of bezoek van een servicetechnicus nodig is:
Geef zo nauwkeurig mogelijk op:
• Hoe uit de storing zich?
• Onder welke omstandigheden
treedt de storing op?
Noteer voor het gesprek beslist de
volgende gegevens van uw apparaat
op het typeplaatje:
• PNC-nr. (9 cijfers),
• S-nr. (9 cijfers).
Wij raden u aan de nummers hier te noteren zodat u ze altijd bij de
hand hebt.
PNC
. . . . . . . . .
S-nr
. . . . . . . . .
Wanneer ontstaan er voor u ook tijdens de garantieperiode kosten?
• als u de storing m.b.v. de storingstabel (zie hoofdstuk ”Wat is er aan
de hand als ...”) zelf had kunnen opheffen,
• als de service-technicus u verschillende malen moet bezoeken, omdat
hij vóór zijn bezoek niet alle belangrijke informatie heeft gekregen en
daarom bijv. onderdelen moet halen. Dit kunt u voorkomen als u uw
telefoongesprek goed voorbereidt zoals boven beschreven.
75
Montage/Assembly
156
157
158
Ausbau / Demontage / Démontage / Removal
159
AEG Hausgeräte GmbH
Postfach 1036
D-90327 Nürnberg
http://www.aeg.hausgeraete.de
© Copyright by AEG
319 602 800-B-060802-05
Änderungen vorbehalten
Wijzigingen voorbehouden
Sous réserve de modifications
Subject to change without notice
Download PDF

advertising