INHOUD
Ter attentie van de gebruiker
Ter attentie van de installateur
Belangrijke waarschuwing
22
Veiligheidseisen
33
Beschrijving van het apparaat
24
Technische kenmerken
34
Het gebruik van uw gasfornuis
25
Installatie
35
Gebruiksaanwijzing
29
Gasombouw
38
Onderhoud en reiniging
30
Indien er storingen optreden
32
Raadgeving voor het lezen van de gebruiksaanwijzing
De volgende symbolen begeleiden u tijdens het lezen van de
gebruiksaanwijzing.
Veiligheidsaanwijzing
Beschrijving van de operaties stap voor stap
Aanwijzingen en aanbevelingen
Voorlichting over miIieubescherming
21
BELANGRIJKE WAARSCHUWING
Houd de gebruiksaanwijzing samen met uw
apparaat. Als het apparaat aan een andere
persoon verkocht of gegeven zal worden,
dient de gebruiksaanwijzing met het
gasfornuis samen te blijven. Dan zal de
nieuwe gebruiker op de hoogte zijn van de
werking ervan en van de waarschuwing
erover. Deze waarschuwingen zijn opgesteld
voor uw veiligheid en voor de veiligheid van
de persoon die uw gasfornuis mogelijk kan
kopen.
Reinig de accessoires van de oven met een
zacht schoonmaakmiddel. Spoel en droog
zorgvuldig af.
•
•
Gebruik
• Dit apparaat werd ontworpen om
uitsluitend door volwassenen gebruikt te
worden. Houd kinderen uit de buurt van
het apparaat. Het gasfornuis is geen
speelgoed!
• Na aankoop van het apparaat pak het uit
en controleer zijn buitenkant. De
eventuele klachten moeten op de
Ieveringsfactuur geschreven worden die
bewaard dient te blijven.
• Uw apparaat is bestemd voor een
normaal huishoudelijk gebruik. Dit
gasfornuis moet niet gebruikt zijn voor
industriële of commerciële doeleinden
waarvoor het niet ontworpen is.
• Het
wijzigen
van
de
technische
kenmerken van dit apparaat kan
gevaarlijke gevolgen hebben.
• Voor het eerste gebruik van het
gasfornuis schakelt u de oven aan ten
einde de geur van het beschermmateriaal
en het vet aangebracht ter bescherming
tijdens de vervaardiging te verwijderen:
- Til het deksel op,
- Verwijder de accessoires uit de oven,
- Verwijder
de
eventuele
plakkers,
advertentieplaatjes, het beschermlaagje van
de deksels van de gasbranders,
- Stok de oven ongeveer 45 minuten zet
aan .
Tijdens het uitvoeren van deze operatie zal
uw apparaat roken. Lucht de kamer om de
geur en de rook daarvan te verwijderen.
22
•
•
•
•
•
•
•
-
Het
gebruik
van
een
gasfornuis
veroorzaakt warmte en vochtigheid in de
kamer waarin dit apparaat geplaatst is.
Pas op dat de keuken gelucht is: houd er
de openingen voor de naturele ventilatie
open of installeer een ventilator.
Voor het intensieve en langdurige gebruik
van uw apparaat is het aan te bevelen
een aanvullende Iuchtverversing te
verzekeren door het openen van de
ramen of een efficiënte Iuchtverversing te
bereiken door het vergroten van het
vermogen van de ventilator als deze
geïnstalleerd is.
Als u een electrisch toestel in de nabijheid
van uw gasfornuis gebruikt (bijvoorbeeld
een electrische mixer), pas dan op dat de
aansluitkabel van dit toestel niet in contact
komt met de warme oppervlakte van het
gasfornuis of in de deur van de oven
geblokkeerd wordt.
Pas op waneer u gerechten in olie of vet
kookt (frieten, oliebollen): olie en vetten
kunnen onmiddelijk vlam vatten als ze
oververhit worden.
Gebruik geen potten die ongelijke bodems
hebben of die niet stevig zijn: het voedsel
daarin kan spatten en lichamelijke Ietsels
veroorzaken.
Verplaats nooit uw gasfornuis door aan de
deur van de oven te trekken.
Behalve de samen met uw gasfornuis
geleverde accessoires, gebruikt u alleen
hittebestendige pannen, schalen,... (neem
de raadgeving van de fabrikant in acht).
Bewaar geen schoonmaakmiddelen of
ontvlaambare materialen in de lade
(indien uw gasfornuis van een lade
voorzien is) of in de buurt van uw
apparaat.
Op de geopende deur van de oven:
zet geen zware voorwerpen neer,
pas op dat kinderen er niet op klimmen of
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
Wanneer u kookgerei binnen of buiten de
oven wilt doen, raakt u geen oververhitte
elementen
aan
en
gebruikt
u
hittebestendige handschoenen.
Leg nooit aluminium papier direct op de
bodem van de oven; de opgehoopte
warmte
kan
het
email
ervan
beschadigen.
Gebruik nooit de druippan als bakplaat.
Laat nooit de deur van het apparaat
geopend wanneer het in werking of nog
warm is, ter bescherming van de
bedieningsknoppen .
Een gasbrander moet een regelmatige
vlam hebben. U moet overdreven
luchtstroming vermijden. Als de vlam nog
onregelmatig is, maak de gasbrander
schoon. Als de onregelmatigheid niet
verdwijnt, bel de bevoegde servicedienst.
Pas op dat alle draaiknoppen op de stand
"uit" staan na het gebruik van het
gasfomuis .
Plaatst geen voorwerpen (doeken,
aluminium folies) op de kookplaat
wanneer de gasbranders in werking zijn.
Voor bet optillen van het deksel, moet u
het reinigen.
Wanneer de oven in werking is, dient het
deksel opgetild te zijn.
Voor het sluiten van het deksel, draai alle
gasbranders uit en wacht erop dat de
kookplaat
koud
wordt
om
beschadigingen te voorkomen.
Verander de gastoevoerslang voor de
vermelde datum waarop zijn garantie
vervalt.
Gebruik geen propaangascilinder in uw
keuken of in een andere gesloten ruimte.
Houd kinderen uit de buurt van uw
gasfornuis wanneer dit in werking is. Zo
voorkomt u dat ze zich verbranden aan
de hete kookplaat of aan de buitenkant
van de oven, of dat ze een volle pot
doen omvallen.
Pas
op
dat
kinderen
de
bedieningsknoppen van het appaarat niet
verdraaien.
Voor het reinigen van het gasfornuis,
controleer of de aansluiting aan het
gasnet onderbroken is (alle knoppen
gaan zitten.
moet op de stand "uit" staan) en dat alle
wanden genoeg afgekoeld zijn.
• Laat nooit de kookplaat werken zonder
een pan bovenop.
• Voor juist koken en werken pas op dat
het gasfornuis altijd scboon blijift;
tijdens het bereiden van sommige
gerechten,
kunnen
de
vetresten
onaangename geuren afgeven .
• Reinig uw toestel na elk gebruik om een
goede werking ervan te verzekeren
• Gebruik
geen
stoom
of
hogedrukreinigers voor het reinigen van
de oven (maatregelen in verband met
de electrische veiligheid)
Installatie
• Het installeren van uw apparaat moet
door een bevoegde vakman uitgevoerd
zijn.
• De storingen van uw gasfornuis dienen
uitsluitend
door
een
erkende
servicedienst hersteld te worden. Een
onjuiste
herstelling
kan
serieuze
beschadigingen eraan veroorzaken.
Lees aandachtig deze opmerkingen door
voor het gebruiken en het opstellen van dit
apparaat. Wij danken u voor het vertrouwen
dat u met de aankoop van uw gasfornuis in
ons
hebt
gesteld.
We
zijn
niet
verantwoordelijk voor een verkeerd gebruik
van dit apparat of indien de gebruiker geen
rekening met de veiligheidsnormen houdt.
Neem de regels voor het onderhouden en
het reinigen van het gasfornuis in acht.
Milieubescherming
De recycleerbare materialen zijn met het
symbool
aangeduid. Plaats ze in
ruimten bestemd voor het ophalen hiervan.
23
BESCHRIJVING VAN HET APPARAAT
Het bedieningspaneel
ZANUSSI
1
2
1. Draaiknop van de oven.
2. Draaiknop van de gasbrander voor links.
3. Draaiknop van de gasbrander achter
links.
3
4
5
4. Draaiknop van de gasbrander achter
rechts.
5. Draaiknop van de gasbrander voor
rechts.
De kookplaat
2
3
1
4
1. De gasbrander voor links (halfsnel)
2. De gasbrander achter links (halfsnel)
24
3. De gasbrander achter rechts (hulpbrander)
4. De gasbrander voor rechts (snel)
HET GEBRUIK VAN UW GASFORNUIS
1. De oven
In gebruikname
Voor het eerste gebruik van uw
oven, laat hem een keer verwarmen
wanneer deze leeg is. Zorg ervoor
dat de kamer voldoend gelucht is:
MV (De econtrolleerde Mechanische
Ventilatie moet in werking zijn of de
ramen dienen geopend te zijn.
Hoe kunt u doen?
1. Til het deksel op..
2. Verwijder de accessoires uit de oven.
3. Verwijder de plakkers, de advertentielaatjes, de beschermfilm van de deksels
van de gasbranders.
4. Verwarm de oven omstreeks 45 minuten
door het draaien van de knop de oven
naar de maximale stand.
Reinig de accessoires van de oven met een
zacht schoonmaakmiddel. Spoel en droog
zorgvuldig af.
De deur is warm wanneer de oven
in werking is. Houd kinderen uit de
buurt van het gasfornuis.
Wanneer de oven in werking is,
moet het deksel opgetild zijn om
de oververhitting te vermijden.
Gebruik
De gasbrander van de oven is voorzien van
een thermokoppelbeveiliging. Indien de
vlam
toevalig
gedoofd
is
(heftige
Iuchtstromen, het overstromen van een
vloeistof,..) sluit de beveiligingthermokoppel
de gastoevoer van de gasbrander van de
oven af.
Met behulp van de draaiknop van de oven
kunt u de geschikte kooktemperatuur
kiezen.
"Uit"-stand
Volle vloed (maximaal branden).
Vertraagde vloed (minimaal branden).
25
Het aanzetten van de gasbrander van de oven
1. Doe de ovendeur open en til het
beschermdeksel van de stookopening
op.
2. Breng een vlam in de nabijheid van de
gasbrander van de oven (tekening 1).
3. Druk op de knop van de oven en draai
hem tegen de richting van de wijzers van
de klok naar de "grote vlam"- stand
(tekening 2).
4. Wanneer de gasbrander aangezet is,
houd de knop omstreeks 10 seconden
ingedrukt
om
de
thermokoppeltekening 1
beveiliging van de oven in te stellen. Als
de gasbrander niet brandt, draai de knop
op de stand "uit" en na een minuut
herhaal de operatie door het drukken op
de knop 15 seconden maximum.
5. Controleer de aanwezigheid van de
vlammen door de openingen in de
voorkant van de bodem van de oven
Voordat u sommige voedingsmiddelen in de
oven doet (bijvoorbeeld rood vlees), dient u
het te doen stoken wanneer dit leeg is. De
instelling van de draaiknop moet dezelfde
zijn als de voor koken gekozen instelling.
Uitdraaien van de gasbrander
Draai de knop in de richting van de wijzers
van de klok naar de stand « ».
Het binnenste glas van de ovendeur is uitgerust
meet een thermometer. De onderstaande informatie
heeft een oriënterende waarde:
- de positie «1» komt grotendeels overeen
met instelling « » op de bedieningsknop
en;
- de positie «6» komt grotendeels overeen
met instelling « » op de bedieningsknop.
De gasbranders van het kookplaatje
Door het draaien van de knop naar de op
het
bedieningspanneel
aangeduide
standen,
kunt
u
het
volgende
bereiken (tekening 3) :
De stand "uit"
Volle vloed (gasbrander op de maximale stand)
Vertraagde vloed (gasbrander op de minimale stand)
Het is aan te bevelen de maxirnale vloed te
gebruiken voor het koken van gerechten de
vertraagde vloed voor het stoven ervan .
Kies altijd de standen tussen de volle en
verminderde vloed en nooit tussen de
standen die op volk vloed en "uit" wijzen.
26
tekening 2
tekening 3
Zorg ervoor dat de kookplaat
afgekoeld is alvorens het deksel te
sluiten ; zoniet kan het het deksel
beschagingen oplopen.
Het aanzetten van de gasbranders
op de kookplaat
1. Druk de knop en draai hem naar links tot
de stand "voIle vlam".
2. Breng een vlam in de nabijheid van de
gasbrander.
3. Stel de vlam in op de gewenste stand .
Het uitdraaien van de gasbranders
Draai de knop in de richting van de wijzers
van de klok naar de "uit" « ». - stand. Zo
wordt de beveiliging geinstalleerd.
Pas op dat geen kinderen in de
nabijheid van het apparaat zijn zolang dit
nog warm is. Zet geen voorwerpen of
voedingsmiddelen op de kookplaat neer,
die kunnen smelten .
Juist gebruiken
Het kiezen van de gasbrander
Boven elke knop is er een symbool dat op
de betreffende gasbrander wijst.
Voor efficiënt koken gebruikt u pannen die
met de doorsnede van de gebruikte
gasbrander overeenkomen (tekening 4).
Het is raadzaam het vermogen van de
gasbrander te verminderen wanneer het
kookpunt bereikt is.
Voor de efficiëntie van de gasbranders
dienen de deksels schoon te zijn; Resten
op de deksels kunnen onregematigheden
veroorzaken.
Onjuist gebruiken
(energieverspilling)
tekening 4
27
3. Accessoires
Behalve de met het gasfornuis geleverde
accessoires, is het aan te bevelen alleen
schalen,
keukengerei
enz.
die
hittebestendig zijn (neem de gebruiksaanwizing van de fabrikant in acht).
Uw gasfornuis is voorzien van:
• een rooster
• een druippan
Deze is gebruikt voor het verzamelen van
het sap van het gegrilde vlees.
De druippan is niet bestemd voor het
gebruiken als bakplaat.
Uw schaal dient in het midden van het
rooster geplaatst te worden.
28
GEBRUIKSAANWIJZING
Het koken in de oven
• Voor een economisch energiegebruik is
het raadzaam 5 minuten voor het einde
van de vastgestelde kooktijd het
gasfornuis uit te draaien. De warmte die
in de oven blijft kan aan de voltooiing van
het koken helpen.
• De dichtheid, het geleidingsvermogen,
de kleur van het keukengerei kunnen een
invloed hebben op het koken.
• Tijdens het koken zetten sommige
gerechten uit, daarom is het raadzaam
om geschikte pannen te gebruiken
waarvan één derde vrij te blijft.
• Voor het vermijden van de vetspatten,
gebruikt u best braadschalen en schotels
met hoge randen, waarvan de randen
afmetingen evenredig zijn met het stuk
vlees dat geroosterd moet worden.
• Doorboor het vel van het gevogelte en de
worstjes met een vork voor het koken. Zo
voorkomt u het barsten van het vel
ervan.
• Om uw oven schoon te houden, zet een
aluminiumfolie neer tussen de pot en het
rooster. Zo zal de bodem van de oven
bescbermd zijn in geval van spatten.
Deze
aluminiumfolie
moet
niet
volledig
de oppervlakte van het
rooster bedekken.
De invloed van het keukengerei op
het koken in de oven
U moet weten:
• Aluminium potten en schotel van
aardewerk bewaren de vochtigheid in het
voedsel waardoor de onderkant van het
voedsel kan verbleken. Het is eerder
aangewezen ze te gebruiken voor
patisserie of om het gratineren.
• Geëmailleerde schotels, glazen of
porceleienen potten drogen gerechten
eerder uit waardoor ze bruinen. Dit is
ideaal voor taarten, quiches en andere
gerechten met korst.
Het koken op de kookplaat
Kies altijd een pot die evenredig met de
doorsnede van de gebruikte gasbrander is.
Als u potten met een brede bodem wilt
gebruiken (sterilisatiepot, marmeladepot,
wasketel, couscoussier...), plaatst u ze op
de achterkant van de kookplaat zodat de
bodem van de potten vast erop staat en de
rand van de kookplaat niet overschrijdt. Zo
voorkomt u dat de vlammen te hoog rijzen
en het bedieningspaneel oververhit wordt.
Voordat u het deksel sluit wacht
erop dat de bovenkant van de kookplaat
afkoelt. Zo voorkomt u de beschadiging
van het deksel.
• Gebruik hittebestendige glazen borden
voor het gratineren en voor het bereiden
van de soufflés.
• Voeg vetstoffen toe vlak voor het einde
van de kooktijd.
Plaatst geen aluminiumfolie direct
op de bodem van de oven ; anders zal
deze het email ervan beschadigen.
Wanneer de oven in werking is moet het
deksel opgetild zijn.
29
ONDERHOUD EN REINIGING
Voordat u het fornuis reinigt, pas op
dat alle draaiknoppen op de stand: "uit"
staan en het apparaat helemaal afgekoeld
is.
Gebruik geen schurende of
agressieve
schoonmaakmiddelen
en
geen schuursponsjes voor het reinigen
van uw apparaat.
De gasbranders
Reinig de deksels van de gasbranders met
warm water en een zacht schoonmiddel en
verwijder alle resten erop. Gebruik nooit
water met azijn voor het reinigen van uw
gasfornuis
De kronen van de gasbranders moeten
helemaal schoon zijn; verstoppingen kunnen
onregelmatigheden
van
de
vlammen
veroorzaken.
Als u de gasbrander gedemonteerd heeft,
pas dan op dat de kronen en de deksels
juist geplaatst worden alvorens het fornuis
aan te zetten.
De hierbovengenoemde delen moeten
helemaal droog zijn.
Het bedieningspaneel, de draaiknoppen,
het geëmaileerde rooster, het deksel van
de kookplaat, de zijwanden van het
apparaat.
Gebruik een vochtig sponsje en zachte
schoonmiddelen, spoel en droog.
De bovenkant van de kookplaat
Reinig het gasfornuis na elk gebruik met
behulp van een spons, warm water en een
zacht schoonmaakrniddel; vermijd het lekken
van het vloeistof in de gaatjes van de
kookplaten. Spoel en droog met een zacht
doekje. Laat vetspatten eerst weken in wat
schoonmaakmiddel. Nooit krassen. Gebruik
geen
schurendeen
agressieve
schoonmaakmiddelen omdat het glansemail
van de oppervlakte hierdoor kan beschadigd
worden. Het is aan te bevelen de
azijnvlekken, de druppels van citroensap en
de zuurtjes van de kookplaat te verwijderen.
30
Oven
Reinig de oven na elk gebruik op dezelfde
wijze als de kookplaat.
Het panoramavenster kan gedemonteerd
worden voor reiniging. Hiervoor dienen
twee schroeven losgedraait te worden
(tekening 5).
Accessoires
Reinig ze met zeepoplossing; spoel en
droog ze zorgvuldig af.
Het reinigen van de ovendeur
tekening 5
Voor een volledige reiniging van de
ovendeur is het raadzaam deze te
demonteren als volgt:
• open de deur wijd,
• daai de twee verbindingsstukken op
het scharnier aan 60º ( tekening 6),
tekening 6
•
•
suit de deur gedeeltelijk naar een hoek
van 30º (tekening 7)
tl de deur op en trek hem naar voren.
Voor het monteren van de deur, doe alles
in en omgekeerde volgorde.
tekening 7
31
STORINGEN
Het is aan te bevelen de volgende testen aan uw gasfornuis uit te voeren voordat u de
servicedienst belt. De storing kan een eenvoudige onregelmatigheid zijn die u kan zelf
herstellen.
Indien na het controleren van deze verschillende onderdelen de onregelmatigheid niet
verdwijnt, neem contact met de servicedienst.
Symptoom
Oplossing
Een gasbrander brandt niet.
Controleer:
• of de gastoevoer geopend is,
• of de gasleiding juist geplaatst is,
• of de gascilinder leeg is.
Een gasbrander van de kookplaat of de
gasbrander van de oven brandt niet.
Controleer:
• of de gasbrander juist gemonteerd is,
• of de gasbrander niet vochtig is.
U bent ontevreden met de kookresultaten
Controleer:
• of de kooktijd juist ingesteld is,
• het rooster juist op het vuur staat,
• of geschikt keukengerei gebruikt wordt.
De oven rookt
Controleer:
• of de oven gereinigd moet zijn,
• of de gerechten niet hebben gespat,
• of er vetresten op de wanden van de oven
zijn.
32
AANWIJZINGEN BESTEMD VOOR DE INSTALLATEUR
Veiligheidseisen
• Controleer of het apparaat conform is
aan de normen van de lokale
gasdistributie (de natuur en de druk van
het gas) voor de installatie ervan.
• Dit apparaat moet geplaatst worden
alleen in een ruimte die genoeg gelucht
is.
• De instellingseisen van dit apparaat zijn
vermeld op het typeplaatje ervan.
• Dit apparaat heeft geen aansluiting aan
een afvoerbuis. Het opstellen en het
aansluiten aan het gasnet dienen
overeenkomstig de geldende normen
hiervoor uitgevoerd te zijn. U moet aan
ventilatiesnormen
een
bijzondere
aandacht schenken.
• Dit gasfornuis is een X apparaat. Dat
betekent dat de meubelstukken die naast
dit gasfornuis staan niet de hoogte ervan
kunnen overschrijden. Deze norm is
bestemd voor het beschermen van de
meubelstukken.
• De wanden dicht bij het apparaat moeten
van hittebestendige stoffen vervaardigd
of met dergelijke stoffen bedekt zijn.
Het onderhoud en de installatie van het
gasfornuis moeten overeenkomstig de
geldende regelingen en normen door een
bevoegde vakman uitgevoerd zijn.
Aansluiting aan het gasnet
• Controleer
doorsnede
van
de
gasleidingen geschikt zijn voor het
verzekeren
van
de
gastoevoer
(Raadpleeg uw gasbedrijf).
• Controleer of alle aansluitingen dicht zijn
• Monteer
een
afsluitingskraan
die
bereikbaar en zichtbaar moet zijn.
• Indien u over een soepele gasslang
beschikt, dient deze bereikbaar en
zichtbaar te zijn. Hij moet niet achter het
apparaat geplaatst worden.
• Vervang de soepele gasslang een beetje
voor het vervallen van de garantie ervan.
33
TECHNISCHE KENMERKEN
Vrijstaand apparaat
Kookplaat
Het deksel van de kookplaat
Het rooster
Gasbrander voor rechts
Gasbrander achter rechts
Gasbrander voor links
Gasbrander achter links
Oven
Oven
Vermogen van de oven
Reiniging
Toebehoren
Rooster
Druippan
Afmetingen
Hoogte
Breedte
Diepte
Dit apparaat is in overeensteming met de
volgende Europese richtlijnen:
90/396 (Gasapparaat); 93/68 (Alge-mene
Richtljinen) en de wijzigingen eraan.
34
Klas 1
Geëmaileerd
Geëmaileerd
Snelle gasbrander
Hulpbraner gasbrander
Halfsnelle gasbrander
Halfsnelle gasbrander
2,6 kW
1,0 kW
2,0 kW
2,0 kW
gas
3,2 kW
manueel
870 mm
500 mm
500 mm
INSTALLATIE
Plaatsing
Verwijder de verpakking en de kunststof
bedekking en plaats het gasfornuis in een
droge en geluchte ruimte (tekening 8).
Plaats het gasfornuis niet in de buurt van
gordijnen, papier of flessen alcohol enz.
Het gasfornuis moet neergezet zijn op een
hittebestendigde vloer.
55 cm
ZANUS
SI
Dit gasfornuis behoort tot de klasse "1" die
in verband is met de bescherming tegen de
oververhitting van do oppervlakten in zijn
nabijheid. Houd een afstand van 2 cm
tussen de zijwanden van do meubelstukken
en uw fornuis (tekening 9).
Deze meubelstukken moet niet hoger dan
de kookplaat zijn.
2 cm
2 cm
tekening 8
De ventilatie van de kamer
Het branden van het gas is mogelijk dankzij
de zuurstof die zich in de lucht bevindt 2m3
lucbt/h x kW van het geinstalleerde
vermogen - zie het typeplaatje van uw
apparaat).
Daarom is de luchtverversing en de afvoer
van de gebrande gassen nodig.
De luchtverversing dient te worden
verzekerd door één of meer openingen in
de buitenwanden of deuren met een totale
oppervlakte van ongeveer 100 cm2.
De openingen moeten geplaats zijn in de
nabijheid van de vloer en bij voorkeur
tegenover de kant waarop de afvoer van het
gebrand gas zich bevindt, Pas op dat de
openingen niet verstopt zijn .
55 cm
ZANUS
SI
2 cm
tekening 9
35
Aansluiting aan het gasnet
Uw gasfornuis is afgesteld op het gasttype
dat vermeld staat op het typeplaatje .
Het veranderen van de afstelling kan
noodzakelijk zijn. In dat geval moet u de
hieronder vermelde handelingen volgen.
Verifieer
of
de
gasdruk
in
overeenstemming is met de in de tabel
aangegeven waarden. Deze verzekeren
zowel een juiste en energiebesparende
werking alsmede een langere levensduur
van uw gasfornuis.
Butaangas of propaangas : zorg ervoor dat
de drukregelaar devolgende gasdruk
verzekert: 28 mbar voor butaangas en 37
mbar voor propaangas.
Aansluiting met een vaste buis of een
metalen en soepele slang
Om veiliger te zijn raden we aan de
aansluiting uit te voeren met vaste buizen
(bv. in koper) of met soepele buizen in
inoxstaal zodat het toestel niet beschadigd
raakt.
De aansluiting aan de gasmond voor deze
toestellen is Gc 1 / 2 “.
Aansluiting met soepele, buis
Wanneer u voor de aansluiting een soepele
buis of slang gebruikt, controleer ze dan op
de volgende punten:
- de slang vertoont geen plooien,
versmallingen, brandsporen ; zowel aan de
beide uiteinden als over de volledige
lengte ;
- het materiaal is niet hard geworden en is
dus nog steeds even soepel en buigzaam ;
- de verbindings- en sluitingsringen (als er
zijn) zijn niet geroest ;
- de geldigheidsdatum (als er een is) is
niet verstreken.
36
De slang moet als volgt geplaatst worden :
- mag niet onder spanning grasm of
gedraaid zijn ;
- mag niet in aanraking komen met
scherpe voorwerpen of met scherpe
randen ;
- het moet makkelijk zijn om de staat van
de slang te controleren.
Indien er zich toch één van bovenvermelde
dingen voordoet (of meerdere tegelijk) moet
u de slang niet laten herstellen maar
volledig vervangen.
BELANGRIJK
Wanneer de installatie voltooid is, gaat u de
goede vastheid van de verbindingen na met
schuim of zeepwater maar NOOIT met een
vlammetje.
37
GASOMBOUW
Uw gasfornuis is bestemd voor werking op
Aardgas, Propaangas en Butaangas.
Voor het veranderen van de gastype moet u:
• de injectoren vervangen ( kookplaat,
oven),
• de
verminderde
gasvloed
instellen
(kookplaat, oven) ,
• de circulatie van de eerste Iucht instellen
(oven),
• de gasaansluiting testen.
INJECTOREN TABEL NO.1
(Cat : II 2E + 3+)
Gasbranders
Normaal Verminderd
vermogen vermogen
(Kw)
(Kw)
SNELLE
2,60
0,72
HALFSNELLE
2,00
0,43
HULPBRANDER
1,00
0,35
OVEN
3,20
1,00
AARDGAS
AARDGAS
BUTAANGAS
PROPAANGAS
AARDGAS
AARDGAS
BUTAANGAS
PROPAANGAS
AARDGAS
AARDGAS
BUTAANGAS
PROPAANGAS
AARDGAS
AARDGAS
BUTAANGAS
PROPAANGAS
Kleef de nieuwe, bij het apparaat
behorende sticker (zie in de ombouwkit) met
het overeenkomstig gastype op het toestel.
38
Gasdruk Doorsned
(mbar) e injector
Gastype
G 20
G 25
G 30
G 31
G 20
G 25
G 30
G 31
G 20
G 25
G 30
G 31
G 20
G 25
G 30
G 31
20
25
28-30
37
20
25
28-30
37
20
25
28-30
37
20
25
28-30
37
1,12
1,12
0,86
0,86
0,96
0,96
0,71
0,71
0,70
0,70
0,50
0,50
1,30
1,30
0,88
0,88
Opening
Cons
ring
(mm) . (g/h)
188,8
145,2
72,6
2,50
2,40
4,00
2,00
232,4
Vervangen van de inspuiters
Elk apparaat is uitgerust met een set
inspuiters voor elk type gas. De diameter
van de spuitmond van elke inspuiter is
aangegeven in honderdste milimeters op de
inspuiter.
Vervang als volgt de inspuiters:
1. Verwijder de grill;
2. Verwijder de branders;
3. Draai de inspuiters los met dopsleutel
nr. 7 (tekening. 10) en vervang ze door
de inspuiters die bestemd zijn voor het
soort gas dat u gebruikt (zie tabel nr. 1)
Zet de branders en de grill weer op hun
plaats.
tekening 10
Regelen
van
het
gereduceerd
vermogen van de kookbranders
Let op dat het gereduceerd vermogen juist
is ingesteld als u van het ene soort gas
overschakelt op een ander.
Een correcte vlam moet bij een
gereduceerd vermogen ongeveer 4 mm
hoog zijn; een bruuske overgang van de
maximumstand naar een lagere stand, mag
nooit tot gevolg hebben dat de vlam dooft.
Stel de vlam als volgt in:
Steek de brander aan;
Draai de knop naar de minimumstand;
Verwijder de knop;
Draai de regelschroef (die zich rechts
van de as van het kraantje bevindt, zie
tekening. 11) losser of vaster tot u een
heel korte, maar stabiele vlam krijgt voor
aardgas. Voor butaan- en propaangas
draait u de schroef volledig vast in de
richting van de wijzers van de klok.
5. Zet de knop weer op zijn plaats.
6. Draai de knop meermaals van de
maximum- naar de minimumstand om te
controleren of de vlam stabiel blijft.
1.
2.
3.
4.
tekening 11
39
Vervangen van de inspuiter van de
ovenbrander
Regelen van de primaire luchttoevoer
van de ovenbrander
Draai schroef “M” van de luchtregeling “A”
los met een schroevendraaier (tekening.
12). Schuif de ring naar achteren of naar
voren om de luchtdoorvoer verder te
openen of af te sluiten volgens de
aanwijzingen in de inspuitertabel.
Steek de brander aan om te controleren hoe
de vlammen eruit zien.
Regelen
van
het
gereduceerd
vermogen van de ovenbrander
Regel het gereduceerd vermogen van
de ovenbrander als volgt:
1. Steek de brander aan;
2. Draai de knop naar de maximumstand;
3. Verwijder de knop;
4. Draai de regelschroef (tekening. 11)
ongeveer 3 maal;
5. Zet de knop in de laagste stand zodat er
met gereduceerd vermogen gewerkt kan
worden.
Verwijder de knop, let erop dat de spindel
van de kraan niet gaat draaien en draai de
schroef langzaam vast tot u een vlam van 34 mm hoog krijgt.
40
opening ring
Vervang de inspuiter van de
ovenbrander als volgt:
1. Raadpleeg tabel 1 voor de diameter van
de te gebruiken inspuiter;
2. Verwijder de bodemplaat;
3. Verwijder de brander uit de oven door
hem naar achter te duwen;
4. Vervang de inspuiter met behulp van
dopsleutel nr. 10.
Zet de brander en de bodemplaat wer up
hun plaats.
M
A
tekening 12
Download PDF

advertising