INHOUD
Ter attentie van de gebruiker
Ter attentie van de installateur
Belangrijke waarschuwing
30
Veiligheidseisen
46
Beschrijving van het apparaat
32
Technische kenmerken
47
Het gebruik van uw gasfornuis
33
Installatie
48
Gebruiksaanwijzing
40
Gas wisselen
52
Bakgids
41
Het vervangen van de gloeilamp
56
Onderhouden en reinigen
42
Storingen
45
Raadgeving voor het lezen van de gebruiksaanwijzing
De volgende symbolen begeleiden u tijdens het lezen van de
gebruiksaanwijzing.
Veiligheidsaanwijzing
Beschrijving van de operaties stap voor stap
Aanwijzingen en aanbevelingen
Voorlichting over miIieubescherming
29
BELANGRIJKE WAARSCHUWING
Houd de gebruiksaanwijzing samen met uw
apparaat. Als het apparaat aan een andere
persoon verkocht of gegeven zal worden,
dient de gebruiksaanwijzing met het
gasfornuis samen te blijven. Dan zal de
nieuwe gebruiker op de hoogte zijn van de
werking ervan en van de waarschuwing
erover. Deze waarschuwingen zijn opgesteld
voor uw veiligheid en voor de veiligheid van
de persoon die uw gasfornuis mogelijk kan
kopen.
Gebruik
• Dit apparaat werd ontworpen om
uitsluitend door volwassenen gebruikt te
worden. Houd kinderen uit de buurt van
het apparaat. Het gasfornuis is geen
speelgoed!
• Na aankoop van het apparaat pak het uit
en controleer zijn buitenkant. De
eventuele klachten moeten op de
Ieveringsfactuur geschreven worden die
bewaard dient te blijven.
• Uw apparaat is bestemd voor een
normaal huishoudelijk gebruik. Dit
gasfornuis moet niet gebruikt zijn voor
industriële of commerciële doeleinden
waarvoor het niet ontworpen is.
• Het
wijzigen
van
de
technische
kenmerken van dit apparaat kan
gevaarlijke gevolgen hebben.
• Voor het eerste gebruik van het
gasfornuis schakelt u de oven aan ten
einde de geur van het beschermmateriaal
en het vet aangebracht ter bescherming
tijdens de vervaardiging te verwijderen:
- Til het deksel op,
- Verwijder de accessoires uit de oven,
- Verwijder
de
eventuele
plakkers,
advertentieplaatjes, het beschermlaagje van
de deksels van de gasbranders,
- Stok de oven ongeveer 45 minuten zet
aan .
Tijdens het uitvoeren van deze operatie zal
uw apparaat roken. Lucht de kamer om de
geur en de rook daarvan te verwijderen.
30
Reinig de accessoires van de oven met een
zacht schoonmaakmiddel. Spoel en droog
zorgvuldig af.
•
Het
gebruik
van
een
gasfornuis
veroorzaakt warmte en vochtigheid in de
kamer waarin dit apparaat geplaatst is.
Pas op dat de keuken gelucht is: houd er
de openingen voor de naturele ventilatie
open of installeer een ventilator.
• Voor het intensieve en langdurige gebruik
van uw apparaat is het aan te bevelen
een aanvullende Iuchtverversing te
verzekeren door het openen van de
ramen of een efficiënte Iuchtverversing te
bereiken door het vergroten van het
vermogen van de ventilator als deze
geïnstalleerd is.
• Als u een electrisch toestel in de nabijheid
van uw gasfornuis gebruikt (bijvoorbeeld
een electrische mixer), pas dan op dat de
aansluitkabel van dit toestel niet in contact
komt met de warme oppervlakte van het
gasfornuis of in de deur van de oven
geblokkeerd wordt.
• Pas op waneer u gerechten in olie of vet
kookt (frieten, oliebollen): olie en vetten
kunnen onmiddelijk vlam vatten als ze
oververhit worden.
• Gebruik geen potten die ongelijke bodems
hebben of die niet stevig zijn: het voedsel
daarin kan spatten en lichamelijke Ietsels
veroorzaken.
• Verplaats nooit uw gasfornuis door aan
de deur van de oven te trekken.
• Behalve de samen met uw gasfornuis
geleverde accessoires, gebruikt u alleen
hittebestendige pannen, schalen,... (neem
de raadgeving van de fabrikant in acht).
• Bewaar geen schoonmaakmiddelen of
ontvlaambare materialen in de lade
(indien uw gasfornuis van een lade
voorzien is) of in de buurt van uw
apparaat.
• Op de geopende deur van de oven:
- zet geen zware voorwerpen neer,
- pas op dat kinderen er niet op klimmen of
gaan zitten.
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
Wanneer u kookgerei binnen of buiten de
oven wilt doen, raakt u geen oververhitte
elementen
aan
en
gebruikt
u
hittebestendige handschoenen.
Leg nooit aluminium papier direct op de
bodem van de oven; de opgehoopte
warmte
kan
het
email
ervan
beschadigen.
Gebruik nooit de druippan als bakplaat.
Laat nooit de deur van het apparaat
geopend wanneer het in werking of nog
warm is, ter bescherming van de
bedieningsknoppen.
Een gasbrander moet een regelmatige
vlam hebben. U moet overdreven
luchtstroming vermijden. Als de vlam nog
onregelmatig is, maak de gasbrander
schoon. Als de onregelmatigheid niet
verdwijnt, bel de bevoegde servicedienst.
Pas op dat alle draaiknoppen op de stand
"uit" staan na het gebruik van het
gasfomuis.
Plaatst geen voorwerpen (doeken,
aluminium folies) op de kookplaat
wanneer de gasbranders in werking zijn.
Voor bet optillen van het deksel, moet u
het reinigen.
Wanneer de oven in werking is, dient het
deksel opgetild te zijn.
Voor het sluiten van het deksel, draai alle
gasbranders uit en wacht erop dat de
kookplaat koud wordt om beschadigingen
te voorkomen.
Verander de gastoevoerslang voor de
vermelde datum waarop zijn garantie
vervalt.
Gebruik geen propaangascilinder in uw
keuken of in een andere gesloten ruimte.
Houd kinderen uit de buurt van uw
gasfornuis wanneer dit in werking is. Zo
voorkomt u dat ze zich verbranden aan
de hete kookplaat of aan de buitenkant
van de oven, of dat ze een volle pot doen
omvallen.
Pas
op
dat
kinderen
de
bedieningsknoppen van het appaarat niet
verdraaien.
Voor het reinigen van het gasfornuis,
controleer of de aansluiting aan het
gasnet onderbroken is (alle knoppen
•
•
•
•
moet op de stand "uit" staan) en dat alle
wanden genoeg afgekoeld zijn.
Laat nooit de kookplaat werken zonder
een pan bovenop.
Voor juist koken en werken pas op dat
het gasfornuis altijd scboon blijift;
tijdens het bereiden van sommige
gerechten,
kunnen
de
vetresten
onaangename geuren afgeven .
Reinig uw toestel na elk gebruik om een
goede werking ervan te verzekeren
Gebruik
geen
stoom
of
hogedrukreinigers voor het reinigen van
de oven (maatregelen in verband met
de electrische veiligheid)
Installatie
• Het installeren van uw apparaat moet
door een bevoegde vakman uitgevoerd
zijn.
• Alleen een bevoegde elektricien kan een
wijziging in uw electrische installatie
aanbrengen om uw apparaat te kunnen
aansluiten .
• Het apparaat moet geen aansluiting
hebben wanneer dit geïnstaleerd of
hersteld is
• De storingen van uw gasfornuis dienen
uitsluitend
door
een
erkende
servicedienst hersteld te worden. Een
onjuiste
herstelling
kan
serieuze
beschadigingen eraan veroorzaken.
Lees aandachtig deze opmerkingen door
voor het gebruiken en het opstellen van dit
apparaat. Wij danken u voor het vertrouwen
dat u met de aankoop van uw gasfornuis in
ons
hebt
gesteld.
We
zijn
niet
verantwoordelijk voor een verkeerd gebruik
van dit apparat of indien de gebruiker geen
rekening met de veiligheidsnormen houdt.
Neem de regels voor het onderhouden en
het reinigen van het gasfornuis in acht.
Milieubescherming
De recycleerbare materialen zijn met het
aangeduid. Plaats ze in
symbool
ruimten bestemd voor het ophalen hiervan.
31
BESCHRIJVING VAN HET APPARAAT
Het bedieningspaneel
ZANUSSI
1
1
2
3
4
2
1.
2.
3.
4.
8
5 6
7
3
4
De schakelaar van het licht in de oven
De schakelaar van het draaispit
Draaiknop van de oven/grill.
Draaiknop van de gasbrander achter
links.
5
6
7
5. Draaiknop van de gasbrander voor links.
6. Draaiknop van de gasbrander voor
rechts.
7. Draaiknop van de gasbrander achter
rechts.
De kookplaat
2
3
1
4
1. De gasbrander voor links (snel)
2. De gasbrander achter links (halfsnel)
32
3. De gasbrander achter rechts (snel)
4. De gasbrander voor rechts (hulpbrander)
HET GEBRUIK VAN UW GASFORNUIS
1. De oven
In gebruikname
Voor het eerste gebruik van uw
oven, laat hem een keer verwarmen
wanneer deze leeg is. Zorg ervoor
dat de kamer voldoend gelucht is:
GMV
(De
Gecontrolleerde
Mechanische Ventilatie moet in
werking zijn of de ramen dienen
geopend te zijn.
Hoe kunt u doen?
1. Til het deksel op.
2. Verwijder de accessoires uit de oven.
3. Verwijder de plakkers, de advertentieplaatjes,
de beschermfilm van de deksels van de
gasbranders.
4. Verwarm de oven omstreeks 45 minuten
door het draaien van de knop de oven
naar de maximale stand.
Reinig de accessoires van de oven met een
zacht schoonmaakmiddel. Spoel en droog
zorgvuldig af.
De deur is warm wanneer de oven
in werking is. Houd kinderen uit de
buurt van het gasfornuis.
Wanneer de oven in werking is,
moet het deksel opgetild zijn om
de oververhitting te vermijden.
Gebruik
De gasbrander van de oven is voorzien van
een thermokoppelbeveiliging. Indien de
vlam
toevalig
gedoofd
is
(heftige
Iuchtstromen, het overstromen van een
vloeistof,..) sluit de beveiligingthermokoppel
de gastoevoer van de gasbrander van de
oven af.
U moet de gasbrander van de oven
uitdraaien en de grill aanzetten om van het
traditionele koken naar het koken met
behulp van de grill te overgaan.
33
De
traditionele
oven
heeft
een
temperatuurregeling met 8 standen.
Met behulp van de draaiknop van de
oven/grill
kunt
u
de
geschikte
kooktemperatuur kiezen en de grill doen
werken.
"Uit"-stand
1-8 Temperatuurbereik van de oven
Dit symbool wijst op de stand "grill".
Het aanzetten van de gasbrander
van de oven
De aanvoer van het gas naar de brander
wordt geregeld door een thermostaat, die er
voor zorgt dat de temperatuur in de oven
constant blijft.
1. Doe de ovendeur open en til het
beschermdeksel van de stookopening
op.
2. Breng een vlam in de nabijheid van de
gasbrander van de oven (tekening 1).
3. Druk de ovenknop in en draai hem tegen
de wijzers van de klok in naar stand “8”
(tekening. 2).
4. Wanneer de gasbrander aangezet is,
houd de knop omstreeks 10 seconden
ingedrukt
om
de
thermokoppelbeveiliging van de oven in te stellen. Als
de gasbrander niet brandt, draai de knop
op de stand "uit" en na een minuut
herhaal de operatie door het drukken op
de knop 15 seconden maximum.
5. Sluit de ovendeur.
6. Warm de oven 10 minuten op en draai
de draaiknop naar de gewenste stand.
Voordat u sommige voedingsmiddelen in de
oven doet (bijvoorbeeld rood vlees), dient u
het te doen stoken wanneer dit leeg is. De
instelling van de draaiknop moet dezelfde
zijn als de voor koken gekozen instelling.
Uitdraaien van de gasbrander
Draai de knop in de richting van de wijzers
van de klok naar de stand « ».
34
tekening 1
1
2
3
8
4
5
tekening 2
6
7
De grill
De bereikbare delen van het
gasfornuis kunnen verwarmen tijdens
het gebruik van de grill. Houd kinderen
uit de buurt van het apparaat. De grill
moet gebruikt worden met geopende
deur en de draaiplaat "A" geïnstalleerd .
A
De grillstand is bestemd voor het grillen van
vIees
dat
zacht
blijft
(rundvlees,
varkensvlees.), het bruinen van toast of
gratineren van de bereide schotels die bij
voorkeur warm moeten zijn (het gratineren
van pasta, enz.)
Indien u vlees wil grillen acht er dan op dat
de druippan één niveau lager ingeschoven
wordt ten einde de vetten en sappen te
verzamelen.
Het aanzetten van de grill
1. Doe de deur open en trek de "A"draaiplaat uit (tekening 3).
2. Druk op de knop van de oven en draai
hem in de richting van de wijzers van de
klok tot de stand
en houd hem
ingedrukt.
3. Breng een vlam in de nabijheid van de
gasbrander (tekening 4) 2 - 3 seconden
na het drukken op de knop.
4. Zorg ervoor dat de gasbander brandt en
houd de knop ongeveer 10 seconden
ingedrukt alvorens los te laten (voor het
instellen
van
de
thermokoppelbeveiliging).
Als de gasbrander niet aangestoken kan
worden, draai de knop naar de "uit"- stand en
herhaal de handeling na 1 minuut door
ingedrukt houden van de knop gedurende
max 15 seconden.
tekening 3
tekening 4
Het uitdraaien van de grill
Draai de gehikte draaiknop tegen de richting
van de wijzers van de klok naar de "uit" «
».stand.
35
Raadgeving voor het grillen
1. Uw oven dient 5 - 10 minuten
opgewarmd te worden op de "grill"
stand.
2. Als de grill warm is, plaatst de plaat
met het stuk vlees daarin op de
gewenste afstand van de grill. Houd het
stuk vlees daarop zolang het nodig is
om het gegrild te kunnen worden.
3. Schuif de druippan op een lagere trap.
4. Na het bruinen van een zijde van het
stuk vlees, draai het om zonder het
vlees door te boren. Zo voorkomt u
verlies van sappen.
5. Doe de tweede zijde grillen.
6. Strooi zout na het koken.
De kooktijd dient te worden bepaald in
functie van de breedte van het stuk vlees
zonder rekening te houden met het gewicht
ervan.
Raadgeving voor het gratineren
1. Het is aanbevolen uw oven op de "grill
"-stand te laten verwarmen (ongeveer
5 minuten).
2. Zet de plaat op het rooster neer en doe
ze samen schuiven tot de gewenste
afstand van de grill.
3. Laat de gerechten een paar minuten
lang rusten opdat de warmte van de grill
zich optimaal verspreiden kan.
36
Het draaispit
De bereikbare kanten van het
gasfornuis kunnen heet worden tijdens
het gebruik van het draaispit. Houd
kinderen uit de buurt van het gasfornuis.
Het draaispit dient gebruikt te worden
met geopend deur en de "A" draaiplaat
geïnstalleerd. Het spit en de steun ervan
worden heet na het koken. Gebruik
hittebestendige keukenhandschoenen.
A
Het gebruik van het draaispit?
1. Doe de ovendeur open en trek de
draaiplaat "A" uit (tekening 5).
2. Schuif een vork aan het spit alvorens het
vlees er op te schuiven.
3. Steek dan de tweede vork erin.
4. Blokeer de vorken met behulp van de
schroeven.
5. Monteer het handvat van het draaispit.
6. Steek de steun van het draaispit in de
opening van het frame bovenaan
(tekening 6).
7. Duw het draaispit in de opening van de
oven achteraan in het midden. Bevestig
alles aan het frame.
8. Schuif de druippan op een lagere trap.
tekening 5
Het aanzetten van het draaispit
1. Verwijder het handvat.
2. Draai de draaiknop van oven/grill naar de
- stand.
3. Druk op de
toets (tekening 7).
4. Controleer of het spit draait.
5. Orn het stuk vlees uit de oven te halen,
draai de draaiknop van de oven/grill naar
de "uit" « » stand.
toets in te
6. Stop het draaispit door de
drukken.
7. Plaats het handvat op de juiste stand.
8. Trek zachtjes aan het draaispit en haal
het samen met de druippan uit de oven.
9. Verwijder de haak met hittebestendige
handschoenen.
tekening 6
tekening 7
37
Ovenlamp
De oven is voorzien van een lamp bestemd
voor de controle van de spijzen tijdens het
koken.
U kunt deze aanzetten door het drukken op
de toets die op het bedieningspaneel
geplaatst is (tekening 8).
Let op dat oven/grill draaiknop op de
"uit" « » stand is na het gebruik van
oven of grill.
tekening 8
2. De gasbranders van de kookplaat
Door het draaien van de knop naar de op het
bedieningspanneel aangeduide standen, kunt
u het volgende bereiken (tekening 9) :
De stand "uit"
Volle vloed (gasbrander op de maximale
stand)
Vertraagde vloed (gasbrander op de
minimale stand)
Het is aan te bevelen de maxirnale vloed te
gebruiken voor het koken van gerechten de
vertraagde vloed voor het stoven ervan .
Kies altijd de standen tussen de volle en
verminderde vloed en nooit tussen de
standen die op volk vloed en "uit" wijzen.
Zorg ervoor dat de kookplaat
afgekoeld is alvorens het deksel te
sluiten ; zoniet kan het het deksel
beschagingen oplopen.
Het aanzetten van de gasbranders
op de kookplaat
1. Druk de knop en draai hem naar links tot
de stand "voIle vlam".
2. Breng een vlam in de nabijheid van de
gasbrander.
3. Stel de vlam in op de gewenste stand .
38
tekening 9
Het uitdraaien van de gasbranders
Draai de knop in de richting van de wijzers
van de klok naar de "uit - " stand. Zo wordt
de beveiliging geinstalleerd.
Juist gebruiken
Pas op dat geen kinderen in de
nabijheid van het apparaat zijn zolang dit
nog warm is. Zet geen voorwerpen of
voedingsmiddelen op de kookplaat neer,
die kunnen smelten .
Het kiezen van de gasbrander
Boven elke knop is er een symbool dat op
de betreffende gasbrander wijst.
Voor efficiënt koken gebruikt u pannen die
met de doorsnede van de gebruikte
gasbrander overeenkomen (tekening 10)
Het is raadzaam het vermogen van de
gasbrander te verminderen wanneer het
kookpunt bereikt is.
Voor de efficiëntie van de gasbranders
dienen de deksels schoon te zijn; Resten op
de deksels kunnen onregematigheden
veroorzaken.
Onjuist gebruiken
(energieverspilling)
tekening 10
3. De met het apparaat geleverde accessoires
Behalve de met het gasfornuis geleverde
accessoires, is het aan te bevelen alleen
schalen,
keukengerei
enz.
die
hittebestendig zijn (neem de gebruiksaanwijzing van de fabrikant in acht) te
gebruiken.
Uw gasfornuis is voorzien van:
• een rooster
Daarop kunt u het keukengerei neerzetten.
U moet de schaal in het midden van het
rooster plaatsen.
• een gebakplaat
• een druippan
Deze is gebruikt voor het verzamelen van
het sap van het gegrilde vlees.
De druippan is niet bestemd voor het
gebruiken als bakplaat.
Haal de druippan uit de oven als deze niet
gebruikt is.
• een bescherm plaat
Deze moet gebruikt zijn tijdens het grillen en
het braden aan het draaispit.
• een draaispit samengesteld uit:
- twee vorken
- een spit
- een handvat
- een steun voor het draaispit
39
GEBRUIKSAANWIJZING
Het koken in de oven
• Voor een economisch energiegebruik is
het raadzaam 5 minuten voor het einde
van de vastgestelde kooktijd het
gasfornuis uit te draaien. De warmte die
in de oven blijft kan aan de voltooiing van
het koken helpen.
• De dichtheid, het geleidingsvermogen,
de kleur van het keukengerei kunnen een
invloed hebben op het koken.
• Tijdens het koken zetten sommige
gerechten uit, daarom is het raadzaam
om geschikte pannen te gebruiken
waarvan één derde vrij te blijft.
• Voor het vermijden van de vetspatten,
gebruikt u best braadschalen en schotels
met hoge randen, waarvan de randen
afmetingen evenredig zijn met het stuk
vlees dat geroosterd moet worden.
• Doorboor het vel van het gevogelte en de
worstjes met een vork voor het koken. Zo
voorkomt u het barsten van het vel
ervan.
• Om uw oven schoon te houden, zet een
aluminiumfolie neer tussen de pot en het
rooster. Zo zal de bodem van de oven
bescbermd zijn in geval van spatten.
Deze
aluminiumfolie
moet
niet
volledig de oppervlakte van het
rooster bedekken.
• Gebruik hittebestendige glazen borden
voor het gratineren en voor het bereiden
van de soufflés.
• Voeg vetstoffen toe vlak voor het einde
van de kooktijd.
Plaatst geen aluminiumfolie direct
op de bodem van de oven; anders zal
deze het email ervan beschadigen.
Wanneer de oven in werking is moet het
deksel opgetild zijn.
40
De invloed van het keukengerei op
het koken in de oven
U moet weten:
• Aluminium potten en schotel van
aardewerk bewaren de vochtigheid in het
voedsel waardoor de onderkant van het
voedsel kan verbleken. Het is eerder
aangewezen ze te gebruiken voor
patisserie of om het gratineren.
• Geëmailleerde schotels, glazen of
porceleienen potten drogen gerechten
eerder uit waardoor ze bruinen. Dit is
ideaal voor taarten, quiches en andere
gerechten met korst.
Het koken op de kookplaat
Kies altijd een pot die evenredig met de
doorsnede van de gebruikte gasbrander is.
Als u potten met een brede bodem wilt
gebruiken (sterilisatiepot, marmeladepot,
wasketel, couscoussier...), plaatst u ze op
de achterkant van de kookplaat zodat de
bodem van de potten vast erop staat en de
rand van de kookplaat niet overschrijdt. Zo
voorkomt u dat de vlammen te hoog rijzen
en het bedieningspaneel oververhit wordt.
Voordat u het deksel sluit wacht
erop dat de bovenkant van de kookplaat
afkoelt. Zo voorkomt u de beschadiging
van het deksel.
Het braden op grill en aan spit
Laat de ovendeur open tijdens het
gebruik van de grill of het draaispit.
Houd er toezicht op.
BAKGIDS
Omrekeningstabel: thermostaat- / temperatuurstanden
1
150 °C
3
170 °C
5
200 °C
7
240 °C
2
160 °C
4
180 °C
6
220 °C
8
MAXI
De oven moet altijd voorverwarmd worden in de stand van het te bereiden gerecht.
Gerechten
Stand van de ovenknop
Biscuittaart – Viervierden
1–2
Pâté – Terrine
3–4
Pikante taart - Soufflé
4–5
Vis
4–5
Gevogelte - Varkensvlees
5–6
Rood vlees
7–8
De aanwijzingen in de bakgids zijn slechts richtwaarden. Al naar gelang de
hoeveelheid van het te bereiden gerecht en het materiaal van de bakpan, -schaal of –
vorm zult u deze waarden eventueel moeten aanpassen. Uw ervaring zal u leren de
juiste stand te vinden die het best met uw kookgewoonten overeenkomt.
Bakken met de grill
Gedurende het grillen moet de ovendeur open blijven staan en moet u toezicht blijven
houden.
41
ONDERHOUD EN REINIGING
Voordat u het fornuis reinigt, pas op
dat alle draaiknoppen op de stand: "uit"
staan en het apparaat helemaal afgekoeld
is.
Gebruik geen schurende of
agressieve
schoonmaakmiddelen
en
geen schuursponsjes voor het reinigen
van uw apparaat.
De gasbranders
Reinig de deksels van de gasbranders met
warm water en een zacht schoonmiddel en
verwijder alle resten erop. Gebruik nooit
water met azijn voor het reinigen van uw
gasfornuis .
De kronen van de gasbranders moeten
helemaal schoon zijn; verstoppingen kunnen
onregelmatigheden
van
de
vlammen
veroorzaken.
Als u de gasbrander gedemonteerd heeft,
pas dan op dat de kronen en de deksels juist
geplaatst worden alvorens het fornuis aan te
zetten.
De hierbovengenoemde delen moeten
helemaal droog zijn.
Het
bedieningspaneel,
de
draaiknoppen,
het
geëmaileerde
rooster, het deksel van de kookplaat,
de zijwanden van het apparaat.
Gebruik een vochtig sponsje en zachte
schoonmiddelen, spoel en droog.
De bovenkant van de kookplaat
Reinig het gasfornuis na elk gebruik met
behulp van een spons, warm water en een
zacht schoonmaakrniddel; vermijd het lekken
van het vloeistof in de gaatjes van de
kookplaten. Spoel en droog met een zacht
doekje. Laat vetspatten eerst weken in wat
schoonmaakmiddel. Nooit krassen. Gebruik
geen
schurende
en
agressieve
schoonmaakmiddelen omdat het glansemail
van de oppervlakte hierdoor kan beschadigd
worden. Het is aan te bevelen de
azijnvlekken, de druppels van citroensap en
de zuurtjes van de kookplaat te verwijderen.
42
Oven
De ovendeur is warm tijdens het
reinigen. Houd de kinderen uit de buurt
ervan.
Gebruikt u nooit de gasbranders
van do kookplaat wanneer uw de oven
reinigt.
Reinig de oven telkens na het bakken zoals
aangegeven voor de bovenkant van het
kookstel.
De binnenruit kan eenvoudig verwijderd
worden voor het reinigen. Verwijder
daarvoor de 2 bevestigingsschroeven
(tekening. 11).
tekening 11
De accessoires
Was de accessoires met water en zeep en
zorg ervoor dat u ze goed afspoelt en
afdroogt.
Reiniging van de ovendeur
Om de ovendeur volledig te kunnen
reinigen, raden wij u aan deze als volgt te
verwijderen:
• open de ovendeur geheel,
• draai de twee klemhendels op de
scharnieren 60° (tekening. 12),
•
•
tekening 12
sluit de ovendeur gedeeltelijk tot deze
een hoek van 30° maakt (tekening. 13),
til de deur op en trek hem naar voren.
Bij het terugzetten van de ovendeur in
omgekeerde volgorde te werk gaan.
tekening 13
43
Principe
De wanden van uw oven (behalve de
bodemplaat) zijn bedekt met een speciaal
soort poreus email, dat mat van aanblik is
en ruw aanvoelt. Dit email absorbeert en
elimineert vetspatten met behulp van
warmte.
De bodemplaat is van niet zelfreinigend
email. Indien nodig, bijvoorbeeld bij
overkoken, kan de bodemplaat verwijderd
worden om schoongespoeld te worden. In
ieder geval moet de bodemplaat altijd apart
gereinigd worden, voordat u overgaat tot het
zelfreinigen van het katalytisch email. Dit
om te vermijden dat vuil opnieuw
ingebakken wordt.
Als er op de bodemplaat gespild is, reinig
deze met een spons en een zacht
reinigingsmiddel.
Katalytische reiniging
Tijdens het braden waarbij veel vet wegspat
(gevogelte, gebraad,…), zijn de kookduur
en de temperatuur niet altijd voldoende om
alle vet te verwijderen.
Doe in dit geval direct na het bakken het
volgende:
1. Haal alle accessoires uit de oven (grill,
opvangplaat),
2. Zet
de
oven/grillknop
op
de
maximumstand en laat de oven leeg
opwarmen gedurende 30 minuten.
3. Zet vervolgens de functieknop oven/grill
op de positie
en laat de oven
gedurende 5 minuten opwarmen.
Voert u deze reiniging uit met een koude
oven, reken dan op 45 minuten
reinigingstijd.
Spuit geen reinigingsmiddelen op de
wanden van katalytisch email.
Gebruik
nooit
een
metaalspons,
schuurmiddelen, reingingsmiddelen of
scherpe voorwerpen, zoals messen of
schrapers die het email kunnen
beschadigen en minder doeltreffend
maken.
44
STORINGEN
Het is aan te bevelen de volgende testen aan uw gasfornuis uit te voeren voordat u de
servicedienst belt. De storing kan een eenvoudige onregelmatigheid zijn die u kan zelf
herstellen.
Indien na het controleren van deze verschillende onderdelen de onregelmatigheid niet
verdwijnt, neem contact met de servicedienst.
Klachten
Oplossingen
De branders werken geen van allen
Controleer of:
• de gastoevoer niet afgesloten is,
• de gasleiding in de juiste stand staat,
• de gasfles niet leeg is.
Een kookbrander of de ovenbrander wil
niet aangaan.
Controleer of:
• de kookbrander goed op zijn plaats zit,
• de brander niet nat is.
De kookresultaten zijn niet bevredigend.
Controleer of:
• de thermostaat in de juiste stand staat,
• de kookduur aangepast is,
• de grill goed in de oven geplaatst is,
• u de juiste bakschotel- of vorm gebruikt.
De oven rookt
Controleer of :
• de oven niet gereinigd moet worden,
• het gerecht niet over de rand komt,
• er niet teveel vet- of jusspatten op de
wanden van de oven zitten.
45
AANWIJZINGEN BESTEMD VOOR DE INSTALLATEUR
Veiligheidseisen
• Controleer of het apparaat conform is
aan de normen van de lokale
gasdistributie (de natuur en de druk van
het gas) voor de installatie ervan.
• Dit apparaat moet geplaatst worden
alleen in een ruimte die genoeg gelucht
is.
• De instellingseisen van dit apparaat zijn
vermeld op het typeplaatje ervan.
• Dit apparaat heeft geen aansluiting aan
een afvoerbuis. Het opstellen en het
aansluiten aan het gasnet dienen
overeenkomstig de geldende normen
hiervoor uitgevoerd te zijn. U moet aan
ventilatiesnormen
een
bijzondere
aandacht schenken.
• Dit gasfornuis is een X apparaat. Dat
betekent dat de meubelstukken die naast
dit gasfornuis staan niet de hoogte ervan
kunnen overschrijden. Deze norm is
bestemd voor het beschermen van de
meubelstukken.
• De wanden dicht bij het apparaat moeten
van hittebestendige stoffen vervaardigd
of met dergelijke stoffen bedekt zijn.
Aansluiting aan het gasnet
• Controleer
doorsnede
van
de
gasleidingen geschikt zijn voor het
verzekeren
van
de
gastoevoer
(Raadpleeg uw gasbedrijf).
• Controleer of alle aansluitingen dicht zijn
• Monteer
een
afsluitingskraan
die
bereikbaar en zichtbaar moet zijn.
• Indien u over een soepele gasslang
beschikt, dient deze bereikbaar en
zichtbaar te zijn. Hij moet niet achter het
apparaat geplaatst worden.
• Vervang de soepele gasslang een beetje
voor het vervallen van de garantie ervan.
46
Aansluiting aan het electriciteitsnet
Controleer of:
• het vermogen van de installatie
voldoende is
• de voedingsdraden in goede staat
verkeren
• de doornsnede van de voedingsdraden
overeenkomstig de installatienormen zijn
• de vaste installatie van een omnipolaire
verbreker voorzien is, met een afstand
van minder dan 3 mm tussen de
contacten.
Het onderhoud en de installatie van het
gasfornuis moeten overeenkomstig de
geldende regelingen en normen door een
bevoegde vakman uitgevoerd zijn.
We zijn niet verantwoordelijk voor
persoonlijke letsels in geval van een
onjuiste aarding.
TECHNISCHE KENMERKEN
Vrijstaand apparaat
Kookplaat
Het deksel van de kookplaat
Het rooster
Gasbrander voor rechts
Gasbrander achter rechts
Gasbrander voor links
Gasbrander achter links
Oven
Oven
Vermogen van de oven
Grill
Vermogen van de grill
De gloeilamp van de oven
Reiniging
Toebehoren
Rooster
Druippan
Gebakplaat
Bescherm plaat
Draaispit
Afmetingen
Hoogte
Breedte
Diepte
Klas 1
Geëmaileerd
Geëmaileerd
Hulpbrander gasbrander
Snelle gasbrander
Snelle gasbrander
Halfsnelle gasbrander
1,0 kW
2,6 kW
2,6 kW
2,0 kW
gas
3,2 kW
gas
2,5 kW
gloeilamp 15W type E 14
katalyse
850 mm
550 mm
550 mm
Dit apparaat is in overeensteming met de
volgende
Europese
richtlijnen
vervaardigd:
90/683; 73/23 (laag voltage) en de
wijzingen eraan,
89/336 (Electromagnetische compatibiliteit) en de wijzigen eraan,
90/396 (Gasapparaat); 93/68 (Alge-mene
Richtljinen) en de wijzigingen eraan.
47
INSTALLATIE
Plaatsing
Verwijder de verpakking en de kunststof
bedekking en plaats het gasfornuis in een
droge en geluchte ruimte (tekening 14).
Plaats het gasfornuis niet in de buurt van
gordijnen, papier of flessen alcohol enz.
Het gasfornuis moet neergezet zijn op een
hittebestendigde vloer.
Dit gasfornuis behoort tot de klasse "1" die
in verband is met de bescherming tegen de
oververhitting van do oppervlakten in zijn
nabijheid. Houd een afstand van 2 cm
tussen de zijwanden van do meubelstukken
en uw fornuis.(tekening 15).
Deze meubelstukken moet niet hoger dan
de kookplaat zijn.
59 cm
2 cm
tekening 14
De ventilatie van de kamer
Het branden van het gas is mogelijk dankzij
de zuurstof die zich in de lucht bevindt (2m3
lucbt/h x kW van het geinstalleerde
vermogen - zie het typeplaatje van uw
apparaat).
Daarom is de luchtverversing en de afvoer
van de gebrande gassen nodig.
De luchtverversing dient te worden
verzekerd door één of meer openingen in
de buitenwanden of deuren met een totale
oppervlakte van ongeveer 100 cm2.
De openingen moeten geplaats zijn in de
nabijheid van de vloer en bij voorkeur
tegenover de kant waarop de afvoer van het
gebrand gas zich bevindt, Pas op dat de
openingen niet verstopt zijn .
48
2 cm
59 cm
2 cm
tekening 15
Aansluiting aan het gasnet
Uw gasfornuis is afgesteld op het gasttype
dat vermeld staat op het typeplaatje .
Het veranderen van de afstelling kan
noodzakelijk zijn. In dat geval moet u de
hieronder vermelde handelingen volgen.
Verifieer
of
de
gasdruk
in
overeenstemming is met de in de tabel
aangegeven waarden. Deze verzekeren
zowel een juiste en energiebesparende
werking alsmede een langere levensduur
van uw gasfornuis.
Butaangas of propaangas : zorg ervoor dat
de drukregelaar devolgende gasdruk
verzekert: 28 mbar voor butaangas en 37
mbar voor propaangas.
Aansluiting met een vaste buis of een
metalen en soepele slang
Om veiliger te zijn raden we aan de
aansluiting uit te voeren met vaste buizen
(bv. in koper) of met soepele buizen in
inoxstaal zodat het toestel niet beschadigd
raakt.
De aansluiting aan de gasmond voor deze
toestellen is Gc 1 / 2 “.
Aansluiting met soepele, buis
Wanneer u voor de aansluiting een soepele
buis of slang gebruikt, controleer ze dan op
de volgende punten:
- de slang vertoont geen plooien,
versmallingen, brandsporen ; zowel aan
de beide uiteinden als over de volledige
lengte ;
- het materiaal is niet hard geworden en is
dus nog steeds even soepel en
buigzaam ;
- de verbindings- en sluitingsringen (als er
zijn) zijn niet geroest ;
- de geldigheidsdatum (als er een is) is
niet verstreken.
49
De slang moet als volgt geplaatst worden :
- mag niet onder spanning grasm of
gedraaid zijn ;
- mag niet in aanraking komen met
scherpe voorwerpen of met scherpe
randen ;
- het moet makkelijk zijn om de staat van
de slang te controleren.
Indien er zich toch één van bovenvermelde
dingen voordoet (of meerdere tegelijk) moet
u de slang niet laten herstellen maar
volledig vervangen.
BELANGRIJK
Wanneer de installatie voltooid is, gaat u de
goede vastheid van de verbindingen na met
schuim of zeepwater maar NOOIT met een
vlammetje.
Het gasfornuis is voorzien van een soepele
voedingskabel met stekker die een
aansluiting op een stopcontact moet
hebben. Het stroomvoltage moet 230V,
50Hz zijn.
De zekering: 16A (rnaximaal).
Opmerking:
Controleer de waarde van het totale
vermogen om de waarde van de zekering te
kunnen vaststellen.
De aansluiting van een vaste installatie aan
het stroomnet dient uitgevoerd te zijn door
middel van een verbreker met een
omnipolaire verbreking met een afstand
minder dan 3 mm tussen de contacten.
50
De gele - groene aardleiding moet niet
verbroken zijn door middel van een
verbreker.
De voedingskabel moet zo geplaatst
worden dat de temperatuur ervan niet 500C
op de kamertemperatuur overschrijdt.
Voor het aansluiten van het apparaat,
controleer of:
• de zekeringen en de huishoudolijke
elektrische installatie de elektrische
lading kunnen verdragen (zie het
typeplaatje),
• het stopcontact en de omnipolaire
verbreking moeten bereikbaar blijven
tijdens de installatie van het apparaat.
De voedingskabel mag alleen door een
erkende elektricien vevangen worden.
Gebruik een voedingskabel met een
doorsnede die met de elektrische lading
overeenkomt.
Ongeacht de modaliteiten van
aansluiting, moet de aarding van het
apparaat uitgevoerd zijn overeenkomstig
de geldende normen.
51
GAS WISSELEN
Uw gasfornuis is bestemd voor werking met
aardgas, Propaangas en Butagas.
Dit is niet ontworpen voor het werken met
gebutaaneerde of gepropropaaneerde lucht.
Voor het veranderen van do gastype moet u:
• de injectoren vervangen (kookplaat, oven,
grill),
• de
verminderde
gasvloed
instellen
(kookplaat, oven) ,
• de circulatie van de eerste Iucht instellen
(oven, grill),
• de gasaansluiting testen
INJECTOREN TABEL NO.1
(Cat : II 2E + 3+)
Gasbranders
Normaal Verminderd
vermogen vermogen
(Kw)
(Kw)
SNELLE
2,60
0,72
HALFSNELLE
2,00
0,43
BIJBEHORENDE
1,00
0,35
OVEN
3,20
1,00
GRILL
2,50
-
Plakken de met het apparaat
geleverde plakker (de zak van de
injectoren) voor het gebruikte gastype.
52
Gasdruk Doorsned
(mbar) e injector
Gastype
AARDGAS
AARDGAS
BUTAGAS
PROPAANGAS
AARDGAS
AARDGAS
BUTAGAS
PROPAANGAS
AARDGAS
AARDGAS
BUTAGAS
PROPAANGAS
AARDGAS
AARDGAS
BUTAGAS
PROPAANGAS
AARDGAS
AARDGAS
BUTAGAS
PROPAANGAS
G 20
G 25
G 30
G 31
G 20
G 25
G 30
G 31
G 20
G 25
G 30
G 31
G 20
G 25
G 30
G 31
G 20
G 25
G 30
G 31
20
25
28-30
37
20
25
28-30
37
20
25
28-30
37
20
25
28-30
37
20
25
28-30
37
1,12
1,12
0,86
0,86
0,96
0,96
0,71
0,71
0,70
0,70
0,50
0,50
1,30
1,30
0,88
0,88
1,15
1,15
0,80
0,80
Opening
Cons
ring
(mm) . (g/h)
188,8
145,2
72,6
2,50
2,40
4,00
2,00
25,0
25,5
22,0
23,5
232,4
181,5
Vervangen van de inspuiters
Elk apparaat is uitgerust met een set
inspuiters voor elk type gas. De diameter
van de spuitmond van elke inspuiter is
aangegeven in honderdste milimeters op de
inspuiter.
Vervang als volgt de inspuiters:
1. Verwijder de grill;
2. Verwijder de branders;
3. Draai de inspuiters los met dopsleutel
nr. 7 (tekening. 16) en vervang ze door
de inspuiters die bestemd zijn voor het
soort gas dat u gebruikt (zie tabel nr. 1)
Zet de branders en de grill weer op hun
plaats.
Regelen
van
het
gereduceerd
vermogen van de kookbranders
tekening 16
Let op dat het gereduceerd vermogen juist
is ingesteld als u van het ene soort gas
overschakelt op een ander.
Een correcte vlam moet bij een
gereduceerd vermogen ongeveer 4 mm
hoog zijn; een bruuske overgang van de
maximumstand naar een lagere stand, mag
nooit tot gevolg hebben dat de vlam dooft.
Stel de vlam als volgt in:
Steek de brander aan;
Draai de knop naar de minimumstand;
Verwijder de knop;
Draai de regelschroef? (die zich rechts
van de as van het kraantje bevindt, zie
tekening. 17) losser of vaster tot u een
heel korte, maar stabiele vlam krijgt voor
aardgas. Voor butaan- en propaangas
draait u de schroef volledig vast in de
richting van de wijzers van de klok.
5. Zet de knop weer op zijn plaats.
6. Draai de knop meermaals van de
maximum- naar de minimumstand om te
controleren of de vlam stabiel blijft.
1.
2.
3.
4.
tekening 17
53
Vervangen van de inspuiter van de
ovenbrander
Vervang de inspuiter van de
ovenbrander als volgt:
1. Raadpleeg tabel 1 voor de diameter van
de te gebruiken inspuiter;
2. Verwijder de bodemplaat;
3. Verwijder de brander uit de oven door
hem naar achter te duwen;
4. Vervang de inspuiter met behulp van
dopsleutel nr. 10.
Zet de brander en de bodemplaat wer up
hun plaats.
Vervangen van de inspuiter van de
grillbrander
Vervang de inspuiter
grillbrander als volgt:
van
de
Regelen van de primaire luchttoevoer
van de ovenbrander
Draai schroef “M” van de luchtregeling “A”
los met een schroevendraaier (tekening.
18). Schuif de ring naar achteren of naar
voren om de luchtdoorvoer verder te
openen of af te sluiten volgens de
aanwijzingen in de inspuitertabel.
Steek de brander aan om te controleren hoe
de vlammen eruit zien.
Regelen van de primaire luchttoevoer
van de grillbrander
Draai de regelschroef van de luchtregelbuis
(tekening. 19) al naar het gebruikte gas los
met een schroevendraaier. Verplaats
volgens de aanwijzingen in de inspuitertabel
de buis zodanig dat de luchtdoorvoer groter
of kleiner wordt.
Steek de brander aan om te controleren hoe
de vlammen eruit zien.
54
opening ring
1. Verwijder de brander door de schroef te
verwijderen;
2. Vervang de inspuiter met behulp van
sleutel nr. 10;
3. Zet alles weer op zijn plaats.
M
A
tekening 18
opening
leiding voor
instelling
tekening 19
schroef
Regelen
van
het
gereduceerd
vermogen van de ovenbrander
Dit is enkel mogelijk voor de ovenbrander
(de grill heeft een vast vermogen).
Regel het gereduceerd vermogen
van de ovenbrander als volgt:
1. Steek de brander aan;
2. Draai de knop naar de maximumstand;
3. Verwijder de knop;
4. Draai de regelschroef (tekening. 17)
ongeveer 3 maal rond tegen de wijzers
van de klok in;
5. Zet de knop op zijn plaats en laat de
oven ongeveer 10 minuten opwarmen;
6. Zet de knop in de laagste stand zodat er
met gereduceerd vermogen gewerkt kan
worden.
Verwijder de knop, let erop dat de spindel
van de kraan niet gaat draaien en draai de
schroef langzaam vast tot u een vlam van 34 mm hoog krijgt.
55
HET VERVANGEN VAN DE GLOEILAMP
Let op dat alle draaiknoppen in de
- uit » positie staan alvorens de
«
gloeilamp te vervangen.
Deze gloeilamp van 15 W (type: sokkel;
schroef E 14; 230 I 240 V) is een speciale
"warmte" gloeilamp die hittebestendig is
aan een temperatuur van 3000C.
De gloeilamp is geplaatst aan de achterkant
van de oven en is bereikbaar via de
binnenkant ervan.
Om toegang tot de gloeilamp te
hebben :
1. Schroef de glazen beschermhoed van de
gloeilamp los (tekening 20).
2. Draai de gloeilamp los.
3. Vervang de gloeilamp.
4. Schroef vast de glazen gloeilamp.
tekening 20
56
Download PDF

advertising