Whirlpool KGA 355 OPTIMA WS Instruction for Use

Add to my manuals
10 Pages

advertisement

Whirlpool KGA 355 OPTIMA WS Instruction for Use | Manualzz
GEBRUIKSAANWIJZING
ALVORENS HET PRODUCT TE GEBRUIKEN
MILIEUTIPS
ALGEMENE VOORZORGSMAATREGELEN EN
ADVIEZEN
INSTALLATIE
BEWAREN VAN LEVENSMIDDELEN IN HET
KOELVAK
ONTDOOIEN VAN HET VRIESVAK
(AFHANKELIJK VAN HET MODEL)
INVRIEZEN VAN VERSE
VOEDINGSMIDDELEN
REINIGING EN ONDERHOUD
OPSPOREN VAN STORINGEN
KLANTENSERVICE
36
ALVORENS HET PRODUCT TE GEBRUIKEN
• Het door u aangeschafte apparaat is uitsluitend
bestemd voor huishoudelijk gebruik
Voor een optimaal gebruik van uw apparaat
is het raadzaam de gebruiksaanwijzing
aandachtig door te lezen, hierin vindt u een
beschrijving van het apparaat en adviezen
voor het conserveren van
voedingsmiddelen.
Bewaar dit boekje zodat u het naderhand
nog eens kunt raadplegen.
1. Controleer na het uitpakken van het apparaat
of het niet beschadigd is en of de deur goed
sluit. Uw leverancier dient binnen 24 uur vanaf
de levering van het product van eventuele
schade op de hoogte te worden gesteld.
2. Het is raadzaam minstens twee uur te wachten
alvorens het apparaat in werking te stellen, om het
koelcircuit perfect te kunnen laten functioneren.
3. Zorg ervoor dat de installatie en de elektrische
aansluiting door een gekwalificeerd technicus
worden verricht overeenkomstig de
aanwijzingen van de fabrikant en de plaatselijke
veiligheidsvoorschriften
4. Reinig de binnenkant van het product alvorens
het in gebruik te nemen.
MILIEUTIPS
1.Verpakking
Het verpakkingsmateriaal is voor 100%
recyclebaar en draagt het recyclingssymbool. Voor
de verwerking moeten de plaatselijke voorschriften
worden nageleefd. Het verpakkingsmateriaal
(plastic zakken, stukken polystyreen enz.) moet
buiten het bereik van kinderen worden gehouden,
omdat het een bron van gevaar kan vormen.
2. Afdanken van het apparaat
Het product is vervaardigd van materiaal dat kan
worden gerecycled.
Dit apparaat is voorzien van het merkteken
volgens de Europese richtlijn 2002/96/EG inzake
Afgedankte elektrische en elektronische
apparaten (AEEA).
Door ervoor te zorgen dat dit product op de
juiste manier als afval wordt verwerkt, helpt u
mogelijk negatieve consequenties voor het milieu
en de menselijke gezondheid te voorkomen die
anders zouden kunnen worden veroorzaakt door
onjuiste verwerking van dit product als afval.
Het symbool
op het product of op de
bijbehorende documentatie geeft aan dat dit
product niet als huishoudelijk afval mag worden
behandeld. In plaats daarvan moet het worden
afgegeven bij een verzamelpunt voor recycling
van elektrische en elektronische apparaten.
Maak het apparaat op het moment dat het wordt
afgedankt onbruikbaar door de voedingskabel
door te snijden en de deuren en schappen te
verwijderen, zodat kinderen niet gemakkelijk in
het apparaat kunnen kruipen.
Volg de plaatselijke voorschriften voor
afvalverwerking op wanneer u het apparaat
afdankt en breng het naar een speciaal
verwerkingsbedrijf. Laat het apparaat zelfs niet
voor enkele dagen onbewaakt achter, omdat het
een bron van gevaar voor kinderen is. Voor nadere
informatie over de behandeling, terugwinning en
recycling van dit product wordt u verzocht contact
op te nemen met het stadskantoor in uw
woonplaats, uw afvalophaaldienst of de winkel
waar u het product heeft aangeschaft.
Informatie:
Dit apparaat bevat geen CFK (het koelcircuit
bevat R134a) of HFC (het koelcircuit bevat
R600a).
Voor apparaten met isobutaan (R600a):
isobutaan is een natuurlijk gas dat geen
schadelijke invloed heeft op het milieu, maar wel
ontvlambaar is. Het is daarom noodzakelijk om
te controleren of de leidingen van het koelcircuit
niet beschadigd zijn.
Conformiteitsverklaring
• Dit apparaat is bestemd voor het conserveren
van voedingsmiddelen en is vervaardigd in
overeenstemming met de Europese
richtlijnen 90/128/EEG, 02/72/EEG en EG
nr. 1935/2004.
• Dit product is ontwikkeld, gefabriceerd en op
de markt gebracht in overeenstemming met:
- de veiligheidsvereisten van de
Laagspanningsrichtlijn 73/23/EEG;
- de veiligheidsvereisten van de “EMC”-richtlijn
89/336/EEG gewijzigd door de Richtlijn
93/68/CEE;
• De elektrische veiligheid is alleen
gewaarborgd wanneer het op de juiste wijze
op een efficiënte werkende installatie is
aangesloten, die volgens de wettelijke
voorschriften is geaard.
37
ALGEMENE VOORZORGSMAATREGELEN EN
ADVIEZEN
• Gebruik het koelvak uitsluitend voor het
bewaren van verse levensmiddelen en het
vriesvak uitsluitend voor het bewaren van
diepvriesproducten, het invriezen van verse
levensmiddelen en het maken van ijsblokjes.
• Zorg ervoor dat het product na de installatie
niet op de voedingskabel staat.
• Bewaar geen dranken in glas in het vriesvak
want deze kunnen barsten.
• Eet geen ijsblokjes of waterijsjes die net uit de
vriezer komen, aangezien deze zo koud zijn
dat ze brandwonden kunnen veroorzaken.
• Trek de stekker uit het stopcontact of sluit de
stroomtoevoer af voordat u met reinigings- of
onderhoudswerkzaamheden begint.
• Installeer het product niet in de buurt van een
warmtebron.
• Bewaar of gebruik geen benzine of andere
gassen en licht ontvlambare stoffen in de
buurt van de koelkast of andere elektrische
huishoudelijke apparatuur. De dampen die
hieruit voortkomen kunnen brand of
explosies veroorzaken.
• Laat voor een goede ventilatie een ruimte aan
beide zijden en boven het apparaat vrij.
• Houd de ventilatie-openingen in de behuizing
van het apparaat of in de omkasting vrij van
enige obstakels.
• Alle apparaten met ijsmakers en
waterdispensers moeten op een
waterleidingnet aangesloten worden dat
uitsluitend drinkwater levert (met een
waterleidingdruk van tussen de 1,7 en 8,1 bar
(25 en 117 PSI)). De ijsmakers en/of
waterdispensers die niet rechtstreeks op het
waterleidingnet zijn aangesloten, mogen
uitsluitend met drinkwater worden gevuld.
• Installeer het product waterpas op een vloer
die het gewicht kan dragen en in een ruimte
die geschikt is voor de afmetingen en het
gebruik van het product.
38
• Plaats het apparaat in een droge en goed
geventileerde ruimte. Het apparaat is
afgesteld om te werken in ruimten waarin de
temperatuur binnen de volgende waarden
ligt, die op hun beurt weer afhankelijk zijn van
de klimaatklasse die op het typeplaatje staat
aangegeven: Het is mogelijk dat het apparaat
niet goed functioneert als het voor een lange
tijd in een ruimte wordt gelaten met een
hogere of lagere temperatuur dan het
genoemde bereik.
Klimaatklasse Omg. temp. (°C)
SN
Van 10 tot 32
N
Van 16 tot 32
ST
Van 18 tot 38
T
Van 18 tot 43
Omg. temp. (°F)
Van 50 tot 90
Van 61 tot 90
Van 64 tot 100
Van 64 tot 110
• Wees voorzichtig bij het verplaatsen van het
apparaat om te voorkomen dat de vloer
beschadigd raakt (b.v. parket).
• Gebruik geen mechanische systemen of
andere middelen om het ontdooiproces te
versnellen, behalve dan die door de fabrikant
zijn aanbevolen.
• Beschadig het interne vloeistofcircuit van de
koelkast niet.
• Gebruik geen elektrische apparaten aan de
binnenkant van de vriesvakken voor
diepvriesproducten, als die van een ander
type zijn dan aanbevolen door de fabrikant.
• Het apparaat is niet bestemd om gebruikt te
worden door jonge kinderen of zieke
personen zonder lichamelijke controle.
• Om het risico te vermijden dat kinderen in de
koelkast opgesloten raken en stikken, mag
hen niet worden toegestaan in het product te
spelen of zich erin te verstoppen.
• De voedingskabel mag uitsluitend worden
vervangen door een bevoegd technicus.
• Gebruik geen verlengsnoeren of meervoudige
adapters.
• Het moet mogelijk zijn het apparaat van het
elektriciteitsnet af te koppelen door de
stekker uit het stopcontact te halen of via een
tweepolige netschakelaar die bovenstrooms
van het stopcontact is geplaatst.
• Controleer of de spanning op het typeplaatje
overeenkomt met de spanning in uw woning
• Slik de (niet-giftige) vloeistof uit de
vrieselementen niet in (indien bijgeleverd).
INSTALLATIE
Plaats
• Zet het apparaat op een droge en goed geventileerde plaats.
Zorg ervoor dat het apparaat horizontaal staat. Stel de voetjes
aan de voorkant zo nodig bij.
• Installeer het product niet in de buurt van een warmtebron.
• Installeer het product waterpas op een vloer die het gewicht
kan dragen en in een ruimte die geschikt is voor de afmetingen
en het gebruik van het product.
• Zorg ervoor dat het product na de installatie niet op de
voedingskabel staat.
• Controleer of de ventilatie-openingen van de koelkast of van
de omkasting niet verstopt zijn. Laat voor een goede ventilatie
een ruimte van 1 cm aan beide zijkanten en van ongeveer
5 cm boven het apparaat vrij.
• Enkele modellen hebben uitstekende zijwanden waardoor zij
rechtstreeks tegen de wand erachter kunnen worden geplaatst.
Monteer anders afstandstukken (indien bijgeleverd) op de
bovenkant van de condensator, die op de achterkant van het
apparaat zit. Houd een afstand van 4,5 cm tussen het apparaat
en de wand, als de afstandstukken niet zijn bijgeleverd.
• Reinig de binnenkant (zie hoofdstuk “Reiniging en
onderhoud”)
• Breng de bijgeleverde accessoires aan.
• Verwijder het blokkeersegment van de compressor (niet op
alle modellen).
Elektrische aansluiting
• Houd u aan de plaatselijke voorschriften voor de elektrische
aansluiting.
• Controleer of de spanning op het typeplaatje overeenkomt
met de spanning in uw woning.
• Als de stekker en het stopcontact niet van hetzelfde type zijn,
laat het stopcontact dan vervangen door een gekwalificeerd
technicus
• Het apparaat is veilig als het op een geaard stopcontact is
aangesloten. De aarding van het apparaat is wettelijk verplicht.
• De fabrikant aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor
eventueel letsel aan personen, dieren of voor schade aan
voorwerpen die veroorzaakt is door het niet in acht nemen
van deze voorschriften.
BEWAREN VAN LEVENSMIDDELEN IN HET
KOELVAK
Plaats de levensmiddelen zoals in de afbeelding.
A Gekookt voedsel
B Vis, vlees
C Groente en fruit
D Flessen
E Boter
F Zuivelproducten
Opmerkingen:
• De afstand tussen de schappen en de achterste binnenwand
van de koelkast zorgt voor een vrije luchtcirculatie.
• Zet de levensmiddelen niet tegen de achterwand van het koelvak.
• Zet geen levensmiddelen in de vakken die nog warm zijn.
• Bewaar vloeistoffen in gesloten houders.
Het bewaren van groente met een hoog watergehalte kan
condensvorming veroorzaken op het glazen schap van de onderste
lade: dit beïnvloedt het correct functioneren van het apparaat niet.
39
EXTRA SCHAP (afhankelijk van het model)
De koelkast heeft een extra metalen rooster dat uitstekend
geschikt is voor het bewaren van flessen.
• Om het te gebruiken, moet het worden uitgetrokken in de
positie die op de afbeeldingen wordt aangegeven.
• Wanneer het niet wordt gebruikt, kunt u het opklappen en naar
achteren duwen.
• Om het schap te verwijderen, de vergrendelingen aan de
zijkanten (indien aanwezig) verschuiven zoals op de
afbeelding, en het schap naar u toe trekken.
• Na het extra schap weer geplaatst te hebben, de
vergrendelingen aan de zijkanten in de oorspronkelijke positie
schuiven.
1
2
3
VERSCHUIFBARE SCHAPPEN VAN GLAS (afhankelijk
van het model)
De koelkast heeft verschuifbare schappen van glas, die het
gemakkelijker maken de voedingsmiddelen die achteraan op het
schap, of op de laagste schappen geplaatst zijn, te bereiken.
• De schappen zijn gemaakt van sterk, getemperd glas.
• De randen van het schap voorkomen het wegdruppelen van
eventueel gemorste vloeistoffen naar andere vakken.
• Voor enkele modellen is de maximale belading van het glazen
schap aangegeven ( )
1
Wijziging van de positie van de schappen:
In deze koelkast is het mogelijk de positie van de schappen aan
te passen aan uw wensen.
• Om het schap te verwijderen, trekt u het naar buiten tot aan
de aanslag.
• Houd de vergrendelingen naar beneden ingedrukt zoals
wordt geïllustreerd op het detail van de afbeelding, en trek
het schap naar buiten totdat het loskomt. De vergrendelingen
kunnen apart worden ingedrukt.
• Trek de pennen naar buiten om de geleiders weg te halen.
• Verwijder de geleiders zoals op de afbeelding en breng ze op de
gewenste positie aan.
• Bij het plaatsen van de geleiders moet de richting van de
aanduiding “ ” die in de geleider gegraveerd is, in acht
worden genomen.
• Plaats daarna het schap op de geleiders.
2
3
V
4
5
40
ONTDOOIEN VAN HET VRIESVAK
(AFHANKELIJK VAN HET MODEL)
De vriezer van de “No-Frost” apparaten wordt geheel
automatisch ontdooid.
Bij de andere apparaten raden wij u aan om het vriesvak
een of twee maal per jaar te ontdooien, of wanneer de
ijsvorming op de wanden ongeveer 3 mm dik is geworden.
Het is raadzaam het vak te ontdooien wanneer u weinig
voorraad heeft.
• Sluit het apparaat af van het elektriciteitsnet (ook het koelvak
wordt uitgeschakeld).
• Haal de levensmiddelen uit de vriezer, wikkel ze in papier en
bewaar ze samen op een koele plaats of in een draagbare
koelkast.
• Verwijder het ijsbakje.
• Verwijder de laden.
• Trek het afvoerkanaal voor dooiwater uit het onderste deel van
het vriesvak.
• Laat de deur van het vriesvak open. Plaats een lage bak onder
het afvoerkanaal om het dooiwater op te vangen.
• Reinig de koelkast met een vochtige spons met lauw water en
een neutraal schoonmaakmiddel. Gebruik geen
schuurmiddelen.
• Spoel goed en droog zorgvuldig af.
• Sluit het apparaat weer aan op het elektriciteitsnet.
• Zet het afvoerkanaal weer in de betreffende behuizing en zet de
korven weer terug.
Opmerking:
• Gebruik geen puntige of scherpe voorwerpen om het ijs te
verwijderen; verwarm het koelvak niet op kunstmatige wijze.
Eventuele beschadigingen die ontstaan door het gebruik van
deze voorwerpen worden niet door de garantie gedekt.
• door de temperatuurtoename tijdens het ontdooien kan de
bewaarperiode van de ingevroren levensmiddelen verkort
worden.
41
INVRIEZEN VAN VERSE
VOEDINGSMIDDELEN
In het vriesvak kunnen levensmiddelen worden
ingevroren.
De hoeveelheid verse levensmiddelen die in 24 uur kan worden
ingevroren bij een omgevingstemperatuur van +25°C, is
aangegeven op het typeplaatje.
Ga als volgt te werk:
• Wikkel het voedsel en verzegel het in: aluminiumfolie, plastic
folie, waterdichte plastic verpakking, polyethyleen bakjes met
deksel, diepvriesbakken.
• Zet de levensmiddelen in het bovenste vak en laat voldoende
ruimte rondom de pakjes, zodat de lucht kan circuleren.
Om het invriezen te versnellen en de capaciteit van het vak te
vergroten, kunnen de bovenste korf en de lade met de
koudeaccu's (indien aanwezig) worden weggehaald. Plaats het al
ingevroren voedsel in de andere laden en het voedsel dat nog
bevroren moet worden direct op het koelrooster.
Opmerking:
• Bij stroomuitval behoudt het vriesvak gedurende ongeveer
12 uur de juiste temperatuur voor het bewaren van
levensmiddelen.
• Maak bij stroomuitval de deur van het vriesvak niet open.
Op deze wijze blijft de lage bewaartemperatuur zo lang
mogelijk behouden.
• Voor de modellen met koudeaccu's kan deze tijd oplopen tot
18-24 uur.
Conserveringstijd voor ingevroren verse
levensmiddelen.
• In de tabel hiernaast kunt u zien hoeveel maanden verse,
ingevroren levensmiddelen bewaard kunnen worden.
Bij de aankoop van diepvriesproducten moet u op de volgende
punten letten:
• de verpakking of het pak moet onbeschadigd zijn, omdat het
product anders kan bederven. Als een pakje bol staat of als er
vochtplekken op zitten, is het niet onder optimale
omstandigheden bewaard en kan het al gedeeltelijk zijn
ontdooid.
• De diepvriesproducten moeten als laatste worden gekocht en in
isolerende tassen worden vervoerd.
• Zet de diepvriesproducten bij thuiskomst meteen in het
vriesvak.
• Als het diepvriesproduct geheel of gedeeltelijk ontdooid is, mag
het niet opnieuw worden ingevroren, maar moet het binnen
24 uur worden geconsumeerd.
• Variaties in temperatuur moeten vermeden worden of tot een
minimum worden beperkt.
• De uiterste houdbaarheidsdatum op de verpakking moet
worden gerespecteerd.
• De instructies op de verpakking voor het conserveren van
diepvriesproducten dienen altijd te worden opgevolgd.
IJsblokjes maken
• Vul het ijsbakje voor 3/4 met water en zet het op het plankje
boven de bovenste lade, zoals op de afbeelding is weergegeven.
• Gebruik, indien het ijsbakje aan de bodem van het vriesvak is
vastgevroren, geen puntige of scherpe voorwerpen om het los
te maken.
42
TABEL VOOR DE CONSERVERING VAN VOEDINGSMIDDELEN
De conserveringstijden variëren op grond van de kwaliteit van het voedsel, het gebruikte type verpakking
of omhulsel (bestand tegen vocht en stoom) en van de conserveringstemperatuur (die -18°C dient te zijn).
VOEDINGSMIDDELEN EN
CONSERVERINGSTIJDEN
Fruit
Geconcentreerd
vruchtensap
Fruit (in het algemeen)
Citrusvruchten en vers sap
GROENTEN
Commerciële
diepvriesproducten
Zelf ingevroren voedsel
VLEES
Saucijzen
Hamburgers
Rundvlees, kalfsvlees,
lamsvlees
Braadvlees
Rundvlees
Lams- en kalfsvlees
Varkensvlees
Verse saucijzen
Biefstukken en
vleeslapjes
Rundvlees
Lamsvlees, kalfsvlees,
varkensvlees
Vis
Kabeljauw, schol, tong
Zalm
Makreel, baars
Gepaneerde vis (gekocht)
Weekdieren, oesters
Gekookte vis, krab
Rauwe garnalen
GEVOGELTE
Kip of kalkoen (heel of in
stukken)
Eend en gans
Orgaanvlees
Gevogelte in saus bereid
Vleeslapjes (zonder jus)
Stoofvlees
Vlees, gevogelte en vis
ZUIVELPRODUCTEN
Boter
6 tot 9
maanden
Margarine
12 maanden
12 maanden
8 tot 12 maanden
4 tot 6 maanden
8 maanden
8 tot 12 maanden
4 weken of minder
1 maand
2 tot 3 maanden
6 tot 12 maanden
6 tot 12 maanden
4 tot 8 maanden
1 tot 2 maanden
8 tot 12 maanden
2 tot 4 maanden
6 maanden
2 tot 3 maanden
2 tot 3 maanden
3 maanden
3 tot 4 maanden
3 tot 4 maanden
12 maanden
Kaas
Camembert, mozzarella,
smeerkaas
3 maanden
Roomkazen
niet invriezen
Brie, Emmenthal, Zwitserse
kaas, enz.
(het invriezen kan de structuur
van de kaas wijzigen)
6 tot 8
maanden
IJs, vruchtensap, melk
12 maanden
Eieren
(Voeg suiker of zout toe aan
eidooiers of hele, geklopte
eieren)
Heel (geklopt), eiwit,
eierdooier
12 maanden
OVENPRODUCTEN EN BROOD
Gegist brood en broodjes
3 maanden
Ongebakken brood
1 maand
Croissants
3 maanden
Taarten (niet geglazuurd)
2 tot 4 maanden
Taarten (geglazuurd) en
koekjes
6 tot 12
maanden
Vruchtentaart
12 maanden
Koekjesdeeg
3 maanden
Taartdeeg
4 tot 6 maanden
12 maanden
6 maanden
2 tot 3 maanden
6 maanden
1 maand
2 tot 3 maanden
43
REINIGING EN ONDERHOUD
Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact,
voordat u met reinigingswerkzaamheden gaat beginnen.
• Reinig de binnenkant van het vriesvak tijdens het ontdooien.
• Reinig het koelvak geregeld met een vochtige spons met lauw
water en/of een neutraal schoonmaakmiddel. Spoel en droog
het apparaat met een zachte doek. Gebruik geen
schuurmiddelen.
• Reinig de buitenkant met een zachte, vochtige doek. Gebruik
geen schuurmiddelen of schuursponsjes, noch
vlekkenmiddelen (bv. aceton, trichloorethyleen), of azijn.
• Het koelvak wordt geheel automatisch ontdooid. Enkele
modellen hebben een afvoergat. Reinig de binnenkant van het
afvoergat van het dooiwater regelmatig met behulp van het
bijgeleverde gereedschap. Deze voorzorgsmaatregel
garandeert een constante en correcte afvoer van het
dooiwater.
• Reinig de condensator (radiator) aan de achterkant van
het apparaat en de sokkel geregeld met een stofzuiger
of een borstel.
Als u de vriezer voor langere tijd niet gebruikt
1.
2.
3.
4.
Maak het vriesvak en het koelvak leeg.
Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact.
Ontdooi het vriesvak, reinig en droog beide vakken.
Laat de deur open om te voorkomen dat er onaangename
geuren ontstaan.
Het Hygiene + filter garandeert de maximale hygiëne in de
koelkast dankzij de voortdurende zuivering van de
circulatielucht. Het filter moet na zes maanden worden
vervangen.
1. Verwijder het filter en de filterhouder.
2. Vervang het filter en monteer de filterhouder weer.
Opmerking:
dit type filter is verkrijgbaar bij onze Klantenservice.
Sommige geluiden zijn normaal als de koelkast in werking is.
44
OPSPOREN VAN STORINGEN
Defect
Mogelijke oorzaak
Is de stroom uitgevallen?
1. Het apparaat werkt niet
2. De temperatuur in de vakken is
te hoog
3. Er staat water op de bodem van
het koel- of vriesvak (afhankelijk
van het model).
4. De binnenverlichting werkt niet
5. Het apparaat maakt te veel
lawaai.
6. Lawaai
7. De voorste rand van de koelkast
voelt warm aan
Oplossing
Controleer het elektrisch systeem.
Controleer of de stekker goed in het
stopcontact is gestoken.
Bij stroomuitval. Laat het defect repareren
door een elektricien.
Is de zekering (veiligheidsinrichting)
Vervang de zekering (veiligheidsinrichting).
doorgebrand?
Staat de thermostaatknop
Stel de temperatuur in op de stand die door de
misschien ingesteld op “Off” of “0”? fabrikant is aangegeven.
Sluiten de deuren wel goed
Controleer of de deuren goed sluiten.
gesloten of dicht de pakking wel
Controleer of de deurafdichtingen niet
goed af?
beschadigd zijn.
Staat de thermostaatknop op de
Zet de thermostaatknop op de stand die door
goede stand?
de fabrikant is aangegeven.
Is het apparaat correct
Controleer of het apparaat dicht bij een
geïnstalleerd?
warmtebron is geïnstalleerd.
Ontstop de afvoer. (De afvoer bevindt zich
Is de afvoer van het dooiwater
boven de compressor of in het midden van de
misschien verstopt?
afvoergoot van de koelkast).
Zijn de levensmiddelen wel correct De levensmiddelen mogen de wanden van de
in het apparaat geplaatst?
koelkast niet raken.
Is de stroom uitgevallen?
Zie punt 1.
Koppel het apparaat los van het
elektriciteitsnet. Verwijder het lampenkapje.
Controleer het lampje en vervang het zo nodig
door een nieuw exemplaar. Gebruik geen
Is het lampje doorgebrand?
lampjes van meer dan 15W.
Bij enkele modellen worden speciale lampjes
gebruikt. De aanwijzingen voor de vervanging
van het lampje vindt u in de tabel.
Controleer of het apparaat waterpas staat
(zie de referenties aan de voorzijde voor het
Is het apparaat correct geplaatst? afstellen)
Controleer of het apparaat tegen andere
meubels of voorwerpen aan staat.
Worden de geluiden veroorzaakt
door de expansie van het
Dit is normaal.
koelcircuit?
Dit is normaal – zo wordt condensvorming
voorkomen.
KLANTENSERVICE
Voordat u contact opneemt met de
Klantenservice:
1. Ga na of u de storingen niet zelf kunt verhelpen
(zie “Opsporen van storingen”).
2. Zet het apparaat opnieuw aan om te zien of het
ongemak is verholpen. Is dit niet het geval,
schakel het apparaat dan opnieuw uit en
herhaal de handeling na een uur.
3. Als ook dat niet helpt, wend u dan tot onze
Klantenservice.
Vermeld de volgende gegevens:
• de aard van de storing,
• het model,
• het servicenummer (nummer achter het woord
SERVICE op het typeplaatje in het apparaat),
• uw volledige adres,
• uw telefoonnummer en netnummer.
Opmerking:
De openingsrichting van de deur kan worden
gewijzigd. Als de deur door onze Klantenservice
wordt omgekeerd, wordt dit niet beschouwd
als een ingreep die onder de garantie valt.
45

advertisement

Was this manual useful for you? Yes No
Thank you for your participation!

* Your assessment is very important for improving the workof artificial intelligence, which forms the content of this project

Related manuals

Download PDF

advertisement