Indesit TDFP 57BP96 EU User guide

Indesit TDFP 57BP96 EU User guide
Installatie
Als u het apparaat verplaatst, moet u het verticaal houden;
is dit niet mogelijk, dan moet u het naar achteren kantelen.
Hydraulische aansluitingen
Aanpassingen aan het hydraulisch systeem met het oog
op de installatie mogen alleen door erkende technici worden
uitgevoerd.
NL
BELANGRIJK: GEVAARLIJKE SPANNING!
De toevoerbuis mag in geen geval worden doorgesneden:
hij bevat onderdelen die onder spanning staan.
Elektrische aansluiting
Als de toevoerbuis niet lang genoeg is, dient u zich te
wenden tot een speciaalzaak of tot een erkende monteur (zie
Service).
Voordat u de stekker in het stopcontact steekt, moet u zich
ervan verzekeren dat:
• het stopcontact geaard is en voldoet aan de geldende
normen;
• het stopcontact geschikt is voor het maximale vermogen
van het apparaat. Dit vermogen wordt aangegeven op het
typeplaatje aan de binnenkant van de deur
(zie hoofdstuk Beschrijving van de afwasautomaat);
• de spanningswaarden tussen de waarden liggen die
aangegeven worden op het typeplaatje aan de binnenkant
van de deur;
• de stekker van het apparaat en het stopcontact
overeenkomen. Als dit niet het geval is, moet u een
bevoegde monteur inschakelen om de stekker te laten
vervangen (zie Service); gebruik geen verlengsnoeren of
meervoudige stopcontacten.
De waarde van de waterdruk moet in de tabel met de
technische gegevens vermeld staan; is dat niet zo, dan werkt
de afwasautomaat mogelijk niet correct.
Wanneer het apparaat geïnstalleerd is, moeten de
elektrische voedingskabel en het stopcontact makkelijk te
bereiken zijn.
De buizen voor de toevoer en afvoer van het water kunnen
zowel naar rechts als naar links worden gericht om een optimale installatie te bekomen.
De buizen mogen niet gekneld of gebogen zitten door de
afwasautomaat.
Aansluiting van de buis voor de watertoevoer
• Aansluiting op een koud- of warmwaterkraan van 3/4” gas
(max. 60°C).
• Laat het water lopen tot het compleet helder is.
• Draai de toevoerbuis goed vast en open de kraan.
Zorg ervoor dat de buis niet gebogen of samengedrukt
wordt.
Aansluiting van de buis op de waterafvoer
Sluit de afvoerbuis aan op een afvoerleiding met een minimale
doorsnede van 2 cm. (A)
Het aanhechtingspunt van de afvoerbuis moet zich op een
hoogte tussen 40 en 80 cm van de vloer of het steunvlak van
de afwasautomaat bevinden.
MAX 80 cm
MIN 40 cm
Voordat u de waterafvoerbuis aansluit op de sifon van de
wasbak, moet u de plastic dop (B) verwijderen.
Lekkagebeveiliging
Om lekkages te voorkomen, is de afwasautomaat:
- voorzien van een systeem dat de watertoevoer onderbreekt
in geval van storingen of lekkages van binnenuit.
Enkele modellen zijn verder voorzien van een aanvullend
beveiligingsmechanisme New Acqua Stop*, dat lekkages
ook voorkomt in geval van breuk in de toevoerbuis.
De kabel mag niet gebogen of samengedrukt worden.
Indien de voedingskabel beschadigd is, dient deze door
de fabrikant of door uw Technische Servicedienst vervangen
te worden, zodat elk risico vermeden wordt (zie Service).
De fabrikant kan niet verantwoordelijk worden gesteld als
deze normen niet worden nageleefd.
Plaatsing en waterpas zetten
1. Plaats de afwasautomaat op een effen en stevige vloer.
Compenseer eventuele onregelmatigheden door de voorste
stelvoetjes los of vast te draaien, totdat het apparaat
horizontaal staat. Een correcte nivellering geeft stabiliteit en
voorkomt trillingen en geluiden.
2. Nadat u de afwasautomaat hebt ingebouwd, kleeft u de
doorzichtige kleefstrip* onder het houten werkvlak om het te
beschermen tegen eventuele condens.
3. De afwasautomaat moet met de zijkant of de achterkant
tegen de aangrenzende kastjes of de wand worden
geïnstalleerd. Het apparaat kan ook onder het aanrecht
worden ingebouwd* (zie Montageblad).
4*. Om de hoogte van het achterste stelvoetje te regelen,
moet u draaien aan de zeshoekige rode beslagring aan
de onder-/voorzijde in het midden van de afwasautomaat.
Gebruik hiervoor een zeshoekige sleutel met een opening
van 8 mm. Draai rechtsom om de hoogte te vermeerderen,
linksom om de hoogte te verminderen (zie instructieblad voor
de inbouw dat bij de documentatie is gevoegd).
* Alleen op bepaalde modellen aanwezig
33
NL
Aanwijzingen voor de eerste afwascyclus
Na de installatie moet u de beschermelementen op de rekken
verwijderen, evenals de elastieken op het bovenrek (waar
aanwezig).
Instellingen waterontharder
Voordat u met de eerste wasbeurt begint, moet u het
waterhardheidsniveau van de waterleiding instellen (zie
hoofdstuk Glansmiddel en onthardingszout).
Vul het reservoir van de waterontharder de eerste keer met
water, daarna met ongeveer 1 kg zout; het is normaal dat er
water uitstroomt.
Laat onmiddellijk daarna een eerste wascyclus draaien.
Gebruik uitsluitend zout dat speciaal voor afwasautomaten
bestemd is.
Na het vullen gaat het controlelampje ZOUT TOEVOEGEN*
uit.
Als u geen onthardingszout toevoegt, kunnen de
waterontharder en het verwarmingselement schade oplopen.
Technische gegevens
Afmetingen
Capaciteit
Waterdruk toevoer
Netspanning
Totaal
opnemingsvermogen
Zekering
breedte cm 60
hoogte cm 85
diepte cm 60
14 bordensets
0,05 ÷ 1 MPa (0,5 ÷ 10 bar)
7,25 – 145 psi
Zie typeplaatje
Zie typeplaatje
Zie typeplaatje
Deze afwasautomaat voldoet
aan de volgende EU richtlijnen:
- 2006/95/EEG (Laagspanning)
- 2004/108/EEG
(Elektromagnetische
Compatibiliteit)
- 2009/125/EG (Comm. Reg.
1016/2010) (Ecodesign)
-97/17/EC (Etikettering)
- 2012/19/EU (AEEA)
* Alleen op bepaalde modellen aanwezig
34
Het apparaat beschikt over een aantal geluidssignalen/tonen
(aan de hand van het model vaatwasser) die waarschuwen
dat de betreffende functie van start is gegaan: inschakeling,
einde cyclus, etc.
De symbolen/controlelampjes/leds op het bedieningspaneel/
display kunnen van kleur veranderen, knipperen of vast
aanstaan. (aan de hand van het model vaatwasser).
Het display* toont nuttige informatie betreffende het type
ingestelde cyclus, de was- of droogfase, de resterende tijd,
de temperatuur, enz... enz…
Beschrijving van het
apparaat
Aanzichttekening
NL
1.Bovenrek
2.
Bovenste sproeiarmen
3.Opklaprekjes
4.
Regeling hoogte bovenrek
5.Onderrek
6.
Onderste sproeiarmen
7.Filter
8.Zoutreservoir
9.
Wasmiddelbakje, reservoir glansspoelmiddel
en Active Oxigen mechanisme*
10.Typeplaatje
11.Bedieningspaneel***
Bedieningspaneel
Toets Selecteren Programma
Toets en
Controlelampjes Start/
Pauze
Display
Toets On-Off/Reset
Toets Halve lading
Toets Uitgestelde Start
Toets Multifunctie
tabletten - Tabs
Display
Controlelampje Hoofdwas
Controlelampje Onthardingszout
Programmanummer
Controlelampje Glansspoelmiddel
Controlelampje Halve Lading
Controlelampje Drogen
Led resterende tijd
Controlelampje Uitgestelde Start
Controlelampje Multifunctie
tabletten - Tabs
***Alleen op modellen voor volledige inbouw.
* Alleen aanwezig op bepaalde modellen.
Het aantal en het soort programma’s en opties verschilt aan de hand van het model afwasautomaat.
35
Onthardingszout
en glansmiddel
NL
Gebruik uitsluitend producten die speciaal voor
afwasautomaten bestemd zijn. Gebruik geen keuken- of
industrieel zout.
Volg de aanwijzingen op de verpakking.
Als u een multifunctieproduct gebruikt, raden we toch
aan onthardingszout toe te voegen, vooral als het water hard
of zeer hard is. (Volg de aanwijzingen op de verpakking)
Als u geen zout of glansmiddel toevoegt, is het normaal
dat de controlelampjes ZOUT TOEVOEGEN* en GLANSMIDDEL
TOEVOEGEN* aanblijven.
Het onthardingszout toevoegen
Door dit zout te gebruiken, vermijdt u dat er zich KALK vormt op de
vaat en op de functionele componenten van de afwasautomaat.
• Het is belangrijk dat het zoutreservoir nooit leeg is.
• Het is belangrijk om de waterhardheid in te stellen.
Het zoutreservoir bevindt zich aan de onderzijde van de
afwasautomaat (zie Beschrijving) en moet worden gevuld:
• als op het bedieningspaneel het controlelampje ZOUT
TOEVOEGEN*aangaat;
• als de groene drijver* op de zoutdop niet langer zichtbaar is.
• zie duur in tabel Waterhardheid.
1. Haal het onderrek naar voren en draai de
dop van het zoutreservoir tegen de klok in.
2. Alleen voor het eerste gebruik: vul het
reservoir tot aan de rand met water.
3. Plaats de trechter op de opening (zie
afbeelding) en vul het zoutreservoir tot aan de
rand met zout (ongeveer 1 kg); het is normaal
dat er wat water overloopt.
4. Verwijder de trechter en reinig eventuele zoutresten op de
opening; spoel de dop onder lopend water af voor u hem weer
opschroeft.
We raden u aan bovenstaande handeling elke keer uit te voeren
als u onthardingszout bijvult.
Schroef de dop weer op zijn plaats, zodat tijdens het wassen
geen wasmiddel in het reservoir kan komen (de waterontharder
zou onherstelbaar kunnen worden beschadigd).
Wanneer het noodzakelijk is om zout bij te vullen, raden we
aan dit te doen voordat u een nieuwe wascyclus start.
Instellen waterhardheid
Voor een perfecte werking van de waterontharder moet deze
ingesteld worden in functie van de waterhardheid van de woning.
Deze gegevens kunt u bij uw plaatselijk waterbedrijf opvragen. De
ingestelde waarde komt overeen met een gemiddelde hardheid.
• Schakel de afwasautomaat in met de toets ON/OFF.
• Schakel de afwasautomaat uit met de toets ON/OFF.
• Houd de toets START/PAUZE
tot u een pieptoon hoort.
5 seconden lang ingedrukt,
Tabel Waterhardheid
niveau
1
2
3
4
5*
°dH
0-6
6 - 11
12 - 17
17 - 34
34 - 50
°fH
0 - 10
11 - 20
21 - 30
31 - 60
61 - 90
mmol/l
0-1
1,1 - 2
2,1 - 3
3,1 - 6
6,1 - 9
Gemiddelde duur
zoutreservoir met 1
wascyclus per dag
maanden
7 maanden
5 maanden
3 maanden
2 maanden
2/3 weken
Van 0°f tot 10°f raden wij u aan geen onthardingszout te
gebruiken. *Als u 5 instelt, kan de duur iets langer zijn.
(°dH = waterhardheid in Duitse graden - °fH = waterhardheid in
Franse graden - mmol/l = millimol/liter)
Het glansmiddel toevoegen
Het glansmiddel bevordert het DROGEN van de vaat. Het
glansmiddelreservoir moet worden gevuld:
• als op het bedieningspaneel/display het controlelampje
GLANSMIDDEL TOEVOEGEN*aangaat;
• wanneer het controlevenstertje* op het deksel van het reservoir
“D” van donker naar transparant overgaat.
MA X
1. Open de houder “D” door het lipje op het deksel in te drukken
en omhoog te halen.
2. Doe het glansmiddel voorzichtig in het bakje tot aan het
“Maximum”-streepje. Zorg ervoor dat u niet morst. Als u wel morst,
moet u het product meteen met een droge doek verwijderen.
3. Sluit het deksel met een klik.
Giet het glansmiddel NOOIT direct in de machine.
Het regelen van de dosis glansmiddel
Als u niet tevreden bent over het droogresultaat, kunt u de dosis
glansmiddel regelen.
• Schakel de afwasautomaat in met de toets ON/OFF.
• Schakel de afwasautomaat uit met de toets ON/OFF.
• Druk 3 maal op de toets START/PAUZE
: u hoort een pieptoon.
• Schakel de afwasautomaat in met de toets ON/OFF.
• U bereikt zo het regelmenu en het controlelampje van het
glansspoelmiddel gaat aan.
• Druk op de toets P om de hoeveelheid glansspoelmiddel te
selecteren.
• Schakel de afwasautomaat uit met de toets ON/OFF.
• Schakel de afwasautomaat in met de toets ON/OFF.
• Instelling voltooid!
• U bereikt zo het regelmenu en het controlelampje van het
onthardingszout gaat aan.
Het glansmiddelniveau kan worden ingesteld op NUL (ECO). In
dat geval zal er geen glansmiddel worden toegevoegd en zal
het controlelampje GLANSMIDDEL TOEVOEGEN niet aangaan
als het product op is.
U kunt maximaal 4 niveaus instellen, op basis van het model van
de afwasautomaat. De ingestelde waarde komt overeen met een
gemiddeld niveau.
• Als u op de vaat blauwachtige strepen aantreft, moet u een
lagere stand instellen (1-2).
• Als u op de vaat waterdruppels of kalkaanslag aantreft, moet
u een hogere stand instellen (3-4).
• Druk op de toets P om het gewenste niveau van de
waterhardheid te selecteren (zie hardheidstabel).
• Schakel de afwasautomaat uit met de toets ON/OFF.
• Instelling voltooid!
Als u multifunctie tabletten gebruikt moet u toch het zoutreservoir
vullen.
* Alleen op bepaalde modellen aanwezig
36
Het laden van de rekken
Advies
Voordat u de vaat inlaadt moet u overtollige etensresten
verwijderen en glazen en bekers legen. Het is niet noodzakelijk
de vaat met water af te spoelen voor u hem in de vaatwasser
laadt.
Plaats de vaat dusdanig zodat hij stevig vaststaat en niet om
kan vallen. Pannen, bakken en glazen moeten met de opening
naar onder worden geplaatst en holle of bolle elementen moeten
schuin worden geplaatst zodat het water alle oppervlakken kan
bereiken en daarna vrijuit kan wegspoelen.
Zorg er voor dat deksels, handvatten, koekenpannen en schalen
het draaien van de sproeiarmen niet beletten. Plaats kleine
voorwerpen in de bestekkorf.
Plastic voorwerpen en pannen met antiaanbaklaag houden
waterdruppels langer vast. Hun droogtegraad zal lager zijn dan
die van voorwerpen van aardewerk of staal.
Lichte voorwerpen (zoals plastic bakken) moeten bij voorkeur op
het bovenrek worden geplaatst, en zodanig dat zij niet kunnen
bewegen.
Nadat u alles heeft ingeladen moet u controleren of de
sproeiarmen vrij kunnen ronddraaien.
Enkele modellen vaatwasser beschikken over uitklapbare delen*,
deze kunnen in verticale positie worden gezet voor het plaatsen
van borden, of in horizontale positie (neer), om pannen en
slakommen beter te plaatsen.
Bestekkorf
De bestekkorf is voorzien van roosters aan de bovenkant
waarmee u het bestek beter kunt neerzetten. De korf mag alleen
aan de voorzijde van het onderrek worden geplaatst.
Onderrek
In het onderrek kunt u pannen, deksels, borden, slakommen,
bestek, etc. plaatsen. Grote borden en deksels moeten bij
voorkeur aan de zijkant van het rek worden geplaatst.
Bovenrek
Laad lichte en breekbare vaat zoals glazen, kopjes, bordjes, lage
slakommen, in het bovenrek.
Het is aan te raden zeer vuile vaat in het onderrek te plaatsen,
aangezien in dit deel van de vaatwasser de kracht van de
waterstroom groter is waardoor de wasprestaties verbeteren.
Enkele modellen vaatwasser beschikken over uitklapbare delen*,
die in verticale stand kunnen worden gebruikt om bordjes te
rangschikken, of die kunnen worden neergelegd om bakjes of
houders op te plaatsen
* Alleen aanwezig op bepaalde modellen.
37
NL
NL
Opklaprekjes met verschillende standen
De opklaprekjes aan de zijkant kunnen op drie verschillende
hoogten worden gezet om de plaatsing van de vaat in het rek
te optimaliseren.
Wijnglazen kunnen op een stabiele
wijze op de opklaprekjes worden
geplaatst door de voet van het glas
in de speciale gaten te steken.
Voor een optimaal droogresultaat
dient u de opklaprekjes zo schuin
mogelijk te positioneren. Om de
inclinatie te wijzigen, tilt u het rekje
op, u verschuift het een beetje en
positioneert het naar wens.
Het bovenrek kan naar believen in hoogte worden aangepast:
naar boven toe als men in het onderrek volumineuze vaat wil
plaatsen, naar beneden toe om goed te kunnen profiteren van
alle plek in de opklaprekjes of de uitklapbare delen, zodat er
naar boven toe meer plaats is.
Het regelen van de hoogte van het bovenrek
Om de vaat beter te kunnen verdelen, kunt u het bovenrek hoger
of lager zetten.
We raden u aan de hoogte van het bovenrek te regelen als
het REK LEEG IS.
Verplaats het rek NOOIT aan een enkele kant.
Besteklade*
Enkele modellen vaatwasser beschikken over een verschuifbare
besteklade die kan worden gebruikt om extra bestek of kleine
kopjes te bewaren. Voor optimale wasprestaties moet u vermijden
te grote vaat onder de besteklade te plaatsen.
De besteklade kan indien gewenst worden verwijderd. (zie
afbeelding)
Als het rek beschikt over een Lift-Up* (zie afbeelding), tilt u het
rek op door het aan de zijkanten vast te houden. Til hem dan
naar boven op. Om naar de lagere stand terug te keren, drukt
u op de handels (A) aan de zijkanten van het rek en helpt u het
rek weer naar beneden te gaan.
Niet geschikte vaat
• Houten bestek of vaat.
• Breekbare, versierde glazen, met de hand vervaardigd
vaatwerk en antiek vaatwerk. Deze decoraties zijn niet
vaatwasserbestendig.
• De delen in synthetisch materiaal zijn niet hittebestendig.
• Vaatwerk van koper of tin.
• Vaatwerk dat vuil is met as, was, smeerolie of inkt.
De decoraties op glas en aluminium en zilveren delen kunnen
tijdens het wassen verkleuren of witter worden. Ook enkele
soorten glas (bv. kristallen voorwerpen) kunnen na vele
wasbeurten mat worden.
Schade aan glas en vaatwerk
Oorzaken:
• Type glas en procedures voor het maken van glas.
• Chemische samenstelling van het wasmiddel.
• Watertemperatuur van het spoelprogramma.
Advies:
*Alleen
op bepaalde modellen beschikbaar en variërend in
aantal en positie.
38
• Gebruik alleen glazen en porselein waarvan door de producent
wordt gegarandeerd dat het vaatwasserbestendig is.
• Gebruik alleen wasmiddel dat geschikt is voor breekbaar
vaatwerk.
• Verwijder glazen en bestek z.s.m. na het einde van het
programma uit de vaatwasser.
Vaatwasmiddel en gebruik
van de afwasautomaat
Het vaatwasmiddel toevoegen
Een goed wasresultaat hangt ook af van een correcte dosering
van het vaatwasmiddel. Teveel vaatwasmiddel betekent niet
automatisch een efficiëntere reiniging. Bovendien is dit niet
goed voor het milieu.
Aan de hand van de hoeveelheid vuil kan de dosering worden
aangepast m.b.v. een vaatwasmiddel in poeder- of in vloeibare
vorm.
Normaal gebruikt men voor een gemiddeld vuile was ca. 35 g.
(poeder), of 35 ml (vloeibaar). Als u wastabletten gebruikt, is
één voldoende.
Als de vaat niet zo vuil is of reeds is afgespoeld, dient u de dosis
vaatwasmiddel aanzienlijk te beperken.
Voor een juist wasresultaat dient u de instructies te volgen die
op de verpakking van het vaatwasmiddel staan.
Bij verdere vragen raden wij u aan de fabrikanten van
vaatwasmiddel te contacteren.
Om het wasmiddelbakje te openen, drukt u op het
openingsmechanisme "A"
De vaatwasser starten
NL
1. Open de waterkraan.
2. Druk op de ON-OFF toets
3. Open de deur en doseer het afwasmiddel (zie onder).
4. Laad de rekken (zie De rekken laden) en sluit de deur.
5. Selecteer het programma aan de hand van het soort vaat en het
type vuil (zie de programmatabel) door op de toets P te drukken.
6. Selecteer de wasopties* (zie Speciale programma’s en opties).
7. Start met de toets Start/Pauze: het controlelampje van de
wasfase gaat aan en op het display verschijnt het nummer van
het programma en de overgebleven tijd tot aan het einde van
de cyclus.
8. Aan het einde van het programma verschijnt op het display
de tekst END. Schakel het apparaat uit met de ON-OFF toets,
doe de waterkraan dicht en haal de stekker uit het stopcontact.
9. Wacht enkele minuten voordat u de vaat eruit haalt om te
voorkomen dat u zich verbrandt. Laad de vaat uit, beginnend
met het onderrek.
Om het energieverbruik te verminderen gaat de automaat,
wanneer hij voor langere tijd NIET gebruikt wordt, automatisch
uit.
PROGRAMMA'S AUTO* :enkele modellen vaatwasser
beschikken over een speciale sensor die kan waarnemen hoe
vuil de vaat is en het meest efficiënte en zuinige wasprogramma
kiezen. De duur van de automatische programma’s hangt als
gevolg af van wat de sensor waarneemt.
Doe het vaatwasmiddel alleen in het droge bakje "B". Het
vaatwasmiddel dat nodig is voor de voorwas moet direct in de
vaatwasmachine worden geplaatst.
1.Doseer het vaatwasmiddel met behulp van de Programmatabel
om de juiste hoeveelheid te gebruiken.
In het kuipje B staat een niveau vermeld waar de maximum
hoeveelheid vloeibaar- of poedervaatwasmiddel voor elke cyclus
kan worden gegoten.
2. Verwijder de eventuele wasmiddelresten van de rand van het
bakje en sluit het deksel met een klik.
3. Sluit het deksel van het wasmiddelbakje door het naar boven
toe te drukken, totdat het afsluitmechanisme op zijn plaats is.
Het wasmiddelbakje gaat automatisch op het juiste moment open,
aan de hand van het type programma.
Als u gecombineerde vaatwasmiddelen gebruikt, raden we u aan
de functie TABS te gebruiken, waarmee u het afwasprogramma
juist afstemt. Zo zult u altijd het beste was- en droogresultaat
bereiken.
Gebruik alleen een specifiek vaatwasmiddel.
GEBRUIK NOOIT vaatwasmiddel voor handmatig afwassen.
Bij overmatig gebruik van vaatwasmiddel kunnen aan het einde
van de wascyclus schuimresten achterblijven.
De beste was- en droogprestaties bereikt u alleen een combinatie
van vaatwasmiddel, vloeibaar glansmiddel en onthardingszout
te gebruiken.
We raden aan vaatwasmiddelen zonder fosfaten of chloor
te gebruiken, omdat deze geschikter zijn voor het behoud
van het milieu.
Het wijzigen van een reeds gestart programma
Als u een verkeerd programma heeft geselecteerd kunt u het
wijzigen, mits het net is gestart: als het wassen net is gestart en u
wilt de wascyclus wijzigen dient u de vaatwasser uit te schakelen
door langere tijd op de ON/OFF/Reset toets te drukken. Schakel
het apparaat met dezelfde toets weer in en selecteer opnieuw
de gewenste programma’s en opties.
Overige vaat toevoegen
Druk op de Start/Pauze toets, open de deur, pas op de
vrijkomende hete stoom, en doe de vaat in de vaatwasser. Druk
op de Start/Pauze toets. De cyclus wordt na een lange pieptoon
hervat.
Als een uitgestelde start is ingesteld zal, aan het einde van
het terugtellen, de cyclus niet van start gaan, maar in pauzestand
blijven.
Door op de toets Start/Pauze te drukken om de automaat te
pauzeren, zal het programma worden onderbroken.
In deze fase kunt u het programma niet wijzigen.
Onvoorziene onderbrekingen
Als tijdens het wassen de deur wordt geopend of er een
stroomonderbreking plaatsvindt, wordt het programma
onderbroken. Het zal worden hervat op het punt waar het werd
onderbroken als de deur weer dichtgaat of wanneer de stroom
terugkeert.
* Alleen aanwezig op bepaalde modellen.
39
Programma’s
NL
De gegevens van de programma’s zijn gemeten in laboratoriumomstandigheden volgens de Europese vorm EN 50242.
Aan de hand van de verschillende gebruiksmogelijkheden kunnen de duur en de programmagegevens verschillen.
Het aantal en het soort programma’s en opties verschilt aan de hand van het model afwasautomaat.
Programma’s
met
droogfunctie
Opties
1. Eco
Ja
Uitgestelde Start – Halve
lading – Tabs
2. Intensief
Ja
3. Normaal
4. Fijnwas
Duur van het
programma
Waterverbruik
(l/cyclus)
Energieverbruik
(kWh/cyclus)
03:40’
12,0
0,93
Uitgestelde Start – Halve
lading – Tabs
02:30’
15,0
1,5
Ja
Uitgestelde Start – Halve
lading – Tabs
02:00’
15,0
1,35
Ja
Uitgestelde Start – Halve
lading – Tabs
01:40’
11,5
1,1
5. Rapid 30’
Nee
Uitgestelde Start – Tabs
00:30’
8,5
0,5
6. Weken
Nee
Uitgestelde Start – Halve
lading
00:10’
4,5
0,01
Ja
Uitgestelde Start
01:40’
11,5
1,3
Programma
7. Steriliseren
u:min
Aanwijzingen voor het kiezen van het programma en de dosering van het afwasmiddel
1. Het ECO wasprogramma is het standaardprogramma waarop de gegevens op het energielabel betrekking hebben: deze
cyclus is geschikt voor het reinigen van normaal vuile afwas en is het meest efficiënte programma voor wat betreft energie- en
waterverbruik voor dit soort vaat. 29 gr/ml + 6 gr/ml** – 1 Tab (**Hoeveelheid vaatwasmiddel van voorwas)
2. Zeer vuile vaat en pannen (niet te gebruiken voor teer vaatwerk). 35 gr/ml – 1 Tab
3. Normaal vuile vaat en pannen. 29 gr/ml + 6 gr/ml** – 1 Tab
4. Cyclus voor teer vaatwerk dat gevoelig is voor hoge temperaturen. 35 gr/ml – 1 Tab 5. Snelle cyclus voor niet zo vuile vaat. (ideaal voor 2 couverts) 25 gr/ml – 1 Tab
6. Voorwas in afwachting van de lading van de volgende maaltijd. Geen afwasmiddel
7. Desinfecterende cyclus met hoge temperaturen. Ideaal voor het wassen van vaat en babyflesjes. 30 gr/ml – 1 Tab
Verbruik in stand-by: Verbruik in left-on modus: 5 W - verbruik in off modus: 0,5 W.
40
Speciale programma's
en Opties
N.B.:
de beste prestaties van de programma's "Rapid" worden bereikt
als u het aantal aangegeven couverts niet overschrijdt.
Voor een zuiniger verbruik de afwasmachine volgeladen laten
draaien.
Aanwijzing voor de Proeflaboratoria: voor gedetailleerde
informatie over de omstandigheden van de EN vergelijkingsproef
kunt u contact opnemen met:
[email protected]
Afwasopties*
Optie Multifunctie-tabletten (Tabs)
Met deze optie krijgt u de beste was- en
droogresultaten.
Als u multifunctie-tabletten gebruikt, moet u op de toets
MULTIFUNCTIE TABLETTEN drukken. Het betreffende symbool
gaat aan. Als u nogmaals op de toets drukt, wordt de optie
geannuleerd.
Bij de optie “Multifunctie Tabletten” duurt het programma
iets langer.
Het gebruik van tabletten wordt alleen aangeraden daar
waar deze optie beschikbaar is, en wordt afgeraden bij
programma’s waar geen multifunctie-tabletten moeten
worden gebruikt
De OPTIES kunnen alleen worden ingesteld, gewijzigd
of gewist nadat u het afwasprogramma heeft gekozen en
vóór u op de Start/Pauze toets drukt.
Alleen die opties die compatibel zijn met het type geselecteerde
programma kunnen worden geselecteerd. Als een optie
niet compatibel is met het geselecteerde programma (zie
programmatabel) zal de betreffende led/symbool 3 maal
snel knipperen.
Als u een optie kiest die niet compatibel is met een voordien
ingestelde optie dan zal deze 3 maal knipperen en dan
uitgaan, terwijl de laatst gekozen instelling aan zal blijven
staan.
Om een verkeerd geselecteerde optie te annuleren druk u
nogmaals op de betreffende toets.
Optie Halve Lading
Als u weinig vaat heeft kunt u een halve lading
wassen en zo water, energie en vaatwasmiddel
besparen.
Selecteer het programma door op de toets HALVE LADING
te drukken. Het controlelampje gaat aan.
Optie Uitgestelde start
Het is mogelijk de start van het programma 1 tot 24
uur uit te stellen:
1. Nadat u het gewenste afwasprogramma en de eventuele
andere opties heeft geselecteerd, drukt u op de toets
UITGESTELDE START: het controlelampje gaat aan. Met
dezelfde toets kiest u wanneer u de wascyclus wilt laten
starten. (h01, h02, etc.)
2. Bevestig de keuze met de START/PAUZE toets. Het
terugtellen begint.
3. Als de tijd verstreken is gaat het controlelampje van de
UITGESTELDE START uit en wordt het programma gestart.
Om de UITGESTELDE START te annuleren drukt u op de
toets UITGESTELDE START totdat de tekst OFF verschijnt.
Het is niet mogelijk de Uitgestelde Start in te stellen als
de cyclus reeds is begonnen.
Door nogmaals op de toets HALVE LADING te drukken wordt
de optie uitgeschakeld.
Het is mogelijk de hoeveelheid wasmiddel te halveren.
* Alleen aanwezig op bepaalde modellen.
41
NL
Onderhoud en
verzorging
NL
Water en elektrische stroom afsluiten
• Sluit na elke afwasbeurt de waterkraan af om lekkage te
voorkomen.
• Haal de stekker uit het stopcontact tijdens reiniging en
onderhoud.
Reinigen van de afwasautomaat
• De buitenkant en het bedieningspaneel kunnen worden
gereinigd met een natte, niet schurende doek. Gebruik
geen oplosmiddelen of schuurmiddelen.
• De vlekken aan de binnenkant van de afwasautomaat
kunnen worden verwijderd met een natte doek en wat azijn.
Vermijden van vervelende luchtjes
• Laat de deur altijd op een kier om het ophopen van vocht
te voorkomen.
• Reinig geregeld de afdichtingen rondom de deur en de
wasmiddelbakjes met een vochtige spons. Zo vermijdt u
het ophopen van etensresten die de hoofdoorzaak zijn van
vervelende luchtjes.
Reinigen van de sproeiarmen
Het kan gebeuren dat er etensresten aan de sproeiarmen
blijven kleven en de gaatjes waar water uit komt verstoppen:
u doet er goed aan ze regelmatig te controleren en te reinigen
met een niet-metalen borsteltje.
De twee sproeiarmen kunnen beide uit elkaar worden
gehaald.
Reinig geregeld het watertoevoerfilter bij de kraan.
- Doe de waterkraan dicht.
- Schroef het uiteinde van de watertoevoerbuis los, verwijder
het filter en reinig het voorzichtig onder stromend water.
- Doe het filter op zijn plaats en schroef de buis vast.
Reinigen van de filters
De filtergroep wordt gevormd door drie filters die etensresten
uit het waswater verwijderen en zorgen dat het weer schoon
in het watercircuit terechtkomt: voor een optimaal resultaat
moeten de filters regelmatig worden schoongemaakt.
Reinig de filters regelmatig.
De afwasautomaat mag niet zonder filters of met een los
filter worden gebruikt.
• Controleer na enkele wasbeurten de filtergroep. Reinig
hem indien noodzakelijk grondig onder stromend water met
behulp van een niet-metalen borsteltje. Volg onderstaande
aanwijzingen:
1. draai het cilindrische filter C linksom en trek hem naar
buiten (afb. 1).
2.Verwijder het glasfilter B door een lichte druk uit te
oefenen op de lipjes aan de zijkant (Afb. 2);
3.Haal het roestvrijstalen bordfilter A van zijn plek (afb. 3).
4. Controleer het afvoerputje en verwijder eventuele
etensresten. VERWIJDER NOOIT de bescherming van de
waspomp (zwart element) (afb. 4).
Om de bovenste sproeiarm uit
elkaar te halen dient u de plastic
dop linksom los te schroeven.
De bovenste sproeiarm moet
worden gemonteerd met de
gaten naar boven gericht.
De onderste sproeiarm haalt u uit
elkaar door druk uit te oefenen
op de lipjes aan de zijkant en
door hem daarna naar boven te
trekken.
Reinigen van het watertoevoerfilter*
Als de waterleiding nieuw is of lange tijd niet gebruikt, laat
dan voordat u de aansluiting tot stand brengt het water lopen
totdat het helder is en vrij van vuildeeltjes. Als u dit niet doet
loopt u het risico dat het punt waar het water binnenkomt
verstopt raakt en uw afwasautomaat beschadigt.
Na het reinigen van de filters dient u de filtergroep weer op
zijn plaats te zetten. Dit is fundamenteel voor een goede
werking van de afwasautomaat.
Als u langere tijd geen gebruik maakt van
de afwasautomaat
• Schakel de stroom uit en sluit de waterkraan af.
• Laat de deur op een kier staan.
• Laat als u terugkeert de afwasautomaat een keer leeg
draaien.
* Alleen aanwezig op bepaalde modellen.
42
Storingen en
oplossingen
Het kan gebeuren dat de vaatwasser niet werkt. Voor u de Servicedienst opbelt moet u controleren of u het euvel niet
gemakkelijk zelf kunt oplossen m.b.v. volgende lijst.
Storingen:
Mogelijke oorzaken / Oplossingen:
De vaatwasser start niet of
volgt de bedieningen niet op
• De waterkraan is niet opengedraaid.
• Schakel het apparaat uit door op de toets ON/OFF te drukken, schakel het na een minuut
weer in en stel het programma opnieuw in.
• De stekker zit niet goed in het stopcontact of kies een ander stopcontact.
• De deur van de vaatwasser is niet goed dicht.
De deur gaat niet dicht
NL
• Controleer of de rekken helemaal in het apparaat zijn geduwd.
• Het slot zit niet goed vast. Druk stevig tegen de deur totdat u een klik hoort.
De afwasautomaat pompt het
water niet af.
• Het wasprogramma is nog niet beëindigd.
• De waterafvoerbuis zit gebogen (zie Installatie).
• De afvoer van de wasbak is verstopt.
• De filter is verstopt met etensresten.
• Controleer de hoogte van de afvoerbuis.
De afwasautomaat maakt
lawaai.
• De vaat stoot tegen elkaar of tegen de sproeiarmen. Positioneer de vaat correct en controleer
of de sproeiarmen vrij kunnen draaien.
• Overtollige aanwezigheid van schuim: u heeft teveel vaatwasmiddel gebruikt of
vaatwasmiddel dat niet geschikt is voor afwasautomaten. (zie Vaatwasmiddel en gebruik van
de afwasautomaat). Was de vaat niet vooraf met de hand.
Er blijven op vaat en glazen
kalkafzettingen of een witte
aanslag achter.
• Er zit niet genoeg onthardingszout in het reservoir.
• De regeling van de waterhardheid is niet correct; verhoog de waarden. (zie Onthardingszout
en glansmiddel)
• Het deksel van het reservoir voor zout en glansmiddel is niet goed gesloten.
• Het glansmiddel is op of de dosering is ontoereikend.
Er blijven op vaat en glazen
strepen of blauwe kringen
achter.
• Er wordt teveel glansmiddel gebruikt.
De vaat is niet droog genoeg.
• U heeft een programma zonder drogen ingesteld.
• Het glansmiddel is op. (zie Onthardingszout en glansmiddel)
• De regeling van het glansmiddel is niet correct.
• Het vaatwerk is voorzien van een antiaanbaklaag of is van plastic; de aanwezigheid van
waterdruppels is normaal.
De vaat is niet schoon.
• De vaat is niet correct verdeeld.
• De sproeiarmen kunnen niet vrijuit draaien, ze worden geblokkeerd door de vaat.
• Het wasprogramma is niet energiek genoeg (zie Programma’s).
• Overtollige aanwezigheid van schuim: u heeft teveel vaatwasmiddel gebruikt of
vaatwasmiddel dat niet geschikt is voor afwasautomaten. (zie Vaatwasmiddel en gebruik van
de afwasautomaat).
• Het deksel van het glansmiddelreservoir is niet correct afgesloten.
• De filter is vuil of verstopt (zie Onderhoud en verzorging).
• Er zit geen onthardingszout meer in het reservoir (zie Onthardingszout en glansmiddel).
• Zorg ervoor dat de hoogte van de borden compatibel is met de hoogteregeling van het rek.
• De openingen van de sproeiarmen zijn verstopt. (zie Onderhoud en verzorging)
De afwasautomaat vult niet
met water.
• Er zit geen water in de centrale waterleiding of de kraan is niet opengedraaid.
• De watertoevoerbuis zit gebogen (zie Installatie).
• De filters zitten verstopt; ze moeten schoongemaakt worden. (zie Onderhoud en verzorging)
• De afvoer zit verstopt; hij moet schoongemaakt worden.
• Na de controle- en schoonmaakwerkzaamheden dient u de afwasautomaat uit en opnieuw in
te schakelen en een nieuwe wascyclus te starten.
• Als het probleem aanhoudt, sluit u de waterkraan af, u haalt de stekker uit het stopcontact en
neemt contact op met de servicedienst.
is geblokkeerd met knipperende
controlelampjes
*Alleen aanwezig op bepaalde modellen.
43
Was this manual useful for you? yes no
Thank you for your participation!

* Your assessment is very important for improving the work of artificial intelligence, which forms the content of this project

Download PDF

advertisement